Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 OKTOBER 2018. - Decreet houdende het Vlaams opleidingsverlof en houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
Titre
12 OCTOBRE 2018. - Décret déterminant le congé de formation flamand et diverses dispositions relatives au domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale
Dokumentinformationen
Numac: 2018032071
Datum: 2018-10-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018032071
Date: 2018-10-12
Moniteur: Voir
Tekst (37)
Texte (37)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen
Section 1re.-. Modifications de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales
Art. 2. In hoofdstuk IV, afdeling 6, onderafdeling 1, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 maart 2013, wordt een artikel 107ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 107ter. In deze afdeling wordt verstaan onder :
opleidingen : het onderricht dat niet bedrijfsspecifiek is, maar op de huidige of toekomstige functie van de werknemer gericht is, maar door middel waarvan bekwaamheden worden verkregen die naar andere ondernemingen of andere werkgebieden overdraagbaar kunnen zijn, zodat de brede inzetbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt rechtstreeks of onrechtstreeks wordt verbeterd. Het leren vindt plaats binnen een georganiseerde en gestructureerde omgeving die ontworpen is als leeromgeving. De opleiding leidt tot een certificaat;
arbeidsmarktgerichte opleidingen : de opleidingen die tot doel hebben de loopbanen van werknemers duurzaam te versterken of arbeidsmarktgerichte transities te faciliteren met het oog op de uitdagingen en knelpunten van de huidige en toekomstige arbeidsmarkt;
loopbaangerichte opleidingen : de opleidingen die gevolgd worden als gevolg van loopbaanbegeleiding en die vastgelegd zijn in een persoonlijk ontwikkelingsplan als vermeld in artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding;
Vlaams opleidingsverlof : het betaald educatief verlof;
SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
Opleidingscommissie : de Vlaamse opleidingscommissie, vermeld in artikel 110;
certificaat : een door de opleidingsverstrekker uitgereikt attest dat de cursist de opleiding met goed gevolg heeft beëindigd en waarop bij voorkeur vermeld staat welke competenties de cursist heeft behaald;
VESOC : Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité;
vestigingseenheid : de vestigingseenheid, vermeld in artikel I.2, 16°, van het Wetboek Economisch Recht.".
Art. 2. Dans le chapitre IV, section 6, sous-section 1re, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 11 mars 2013, il est inséré un article 107ter ainsi rédigé :
" Art. 107ter. Dans la présente section, on entend par :
formations : un enseignement qui n'est pas spécifique à l'entreprise mais axé sur la fonction actuelle ou future du travailleur, de sorte qu'il obtient des compétences qui sont transférables à d'autres entreprises ou domaines d'activité, dans le but d'améliorer, directement ou indirectement, l'employabilité générale du travailleur sur le marché de l'emploi ; L'apprentissage se déroule dans un environnement organisé et structuré conçu comme un environnement d'apprentissage. La formation conduit à un certificat ;
formations axées sur le marché de l'emploi : les formations qui visent à renforcer durablement les carrières des travailleurs ou à faciliter les transitions orientées vers le marché de l'emploi pour répondre aux défis et goulets d'étranglement caractérisant le marché de l'emploi actuel ou futur ;
formations axées sur la carrière : les formations qui sont suivies dans le cadre de l'accompagnement de carrière et qui sont fixées dans un plan de développement personnel tel que visé à l'article 4, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière ;
congé de formation flamand : le congé-éducation payé ;
SERV : le " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " visé au décret du 7 mai 2004 relatif au " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre) ;
Commission de formation : la Commission de formation flamande, visée à l'article 110 ;
certificat : une attestation délivrée par le dispensateur de formation certifiant que l'apprenant a achevé la formation avec succès, et indiquant de préférence les compétences acquises par l'apprenant ;
VESOC : le " Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité " (Comité flamand de Concertation socio-économique) ;
unité d'établissement : l'unité d'établissement visée à l'article I.2, 16°, du Code de droit économique. ".
Art. 3. Artikel 108 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 26 maart 1999, 2 augustus 2002 en 30 december 2009, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 108. § 1. Deze afdeling is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
De werknemers, vermeld in het eerste lid, zijn werknemers die op basis van een of meer arbeidsovereenkomsten in een in het Vlaamse Gewest gelegen vestigingseenheid op een van de volgende wijzen tewerkgesteld zijn :
voltijds tewerkgesteld;
ten minste 4/5 tewerkgesteld;
ten minste halftijds tewerkgesteld met een variabele werktijdregeling als vermeld in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, of ten minste halftijds tewerkgesteld met een vast uurrooster en die tijdens de werkuren een opleiding volgt.
De volgende personen worden met werknemers als vermeld in het tweede lid gelijkgesteld : de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, tegen loon arbeid verrichten onder het gezag van een of meer andere personen.
De werkgevers, vermeld in het eerste lid, zijn de werkgevers met een vestigingseenheid in het Vlaamse Gewest die de personen, vermeld in het eerste en tweede lid, tewerkstellen.
§ 2. De Vlaamse Regering kan, na het advies te hebben ingewonnen van de SERV :
voor bepaalde categorieën van werknemers bijzondere toepassingsregels vaststellen;
het toepassingsgebied verruimen tot andere categorieën van werknemers;
bepaalde categorieën van werknemers uitsluiten van het toepassingsgebied of bepaalde delen ervan.".
Art. 3. L'article 108 de la même loi, modifié par les lois des 26 mars 1999, 2 août 2002 et 30 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 108. § 1er. La présente section s'applique aux employeurs et travailleurs qui relèvent du champ d'application de la loi du 5 décembre 1968 relative aux conventions collectives du travail et aux comités paritaires.
Les travailleurs visés à l'alinéa 1er sont ceux qui, sur la base d'un ou de plusieurs contrats de travail, sont employés dans une unité d'établissement située en Région flamande selon l'une des manières suivantes :
à temps plein ;
au moins à 4/5e d'un emploi à temps plein ;
au moins à mi-temps avec un régime de temps de travail variable tel que visé à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, ou au moins à mi-temps avec un horaire fixe et le suivi d'une formation pendant les heures de travail.
Les personnes suivantes sont assimilées aux travailleurs tels que visés à l'alinéa 2 : les personnes qui effectuent, sans être liées par un contrat de travail, des prestations de travail contre rémunération sous l'autorité d'une ou plusieurs autres personnes.
Les employeurs visés à l'alinéa 1er sont les employeurs disposant d'une unité d'établissement en Région flamande qui emploient les personnes visées aux alinéas 1er et 2.
§ 2. Après avoir pris l'avis du SERV, le Gouvernement flamand peut :
déterminer des modalités d'application spéciales pour certaines catégories de travailleurs ;
étendre le champ d'application à d'autres catégories de travailleurs ;
exclure certaines catégories de travailleurs du champ d'application ou de certaines parties de celui-ci. ".
Art. 4. Artikel 109 van dezelfde wet, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 februari 2013, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 109. § 1. Voor de toepassing van deze afdeling worden de volgende opleidingen in zoverre ze voldoen aan de voorwaarden bepaald in paragraaf 2 of 3 als arbeidsmarktgerichte opleidingen beschouwd :
de opleidingen en trajecten die georganiseerd, gesubsidieerd of erkend worden door de Vlaamse Gemeenschap :
a) de opleidingen, vermeld in artikel 4, 9 en 17 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
b) de opleidingen, vermeld in artikel II.170 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013;
c) de trajecten die gericht zijn op de voorbereiding op en het afleggen van examens voor de examencommissie secundair onderwijs, vermeld in artikel 256/1 van de codex secundair onderwijs en de examencommissie basisonderwijs, vermeld in artikel 56 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
d) de trajecten die gericht zijn op de voorbereiding en het afleggen van examens georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap in het kader van een systeem van erkenning en certificering van verworven competenties;
e) de ondernemerschapstrajecten, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen";
de opleidingen die georganiseerd worden door de representatieve werknemersorganisaties, vermeld in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en de opleidingen die georganiseerd worden door de jeugd- en volwassenenorganisaties en de instellingen voor werknemersvorming, die opgericht zijn binnen de representatieve werknemersorganisaties of door hen erkend zijn;
de opleidingen die goedgekeurd zijn door het bevoegde paritair comité wat de opleidingen per bedrijfstak betreft;
de opleidingen die goedgekeurd zijn door de Vlaamse opleidingscommissie.
§ 2. De arbeidsmarktgerichte opleidingen, vermeld in paragraaf 1, 1°, a), b) en e), 2°, 3° en 4°, geven recht op Vlaams opleidingsverlof als ze voldoen aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, hebben minstens betrekking op de minimale duurtijd van de opleiding, de vorm van de opleiding, de kwaliteitsvereisten van de opleidingsverstrekker, de beoordelingscriteria naar arbeidsmarktgerichtheid en de aanmelding bij de dienst die aangeduid wordt door de Vlaamse Regering.
De arbeidsmarktgerichte opleidingen, vermeld in paragraaf 1, 1°, c) en d), geven recht op Vlaams opleidingsverlof als ze voldoen aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
De voorwaarden, vermeld in het derde lid, hebben minstens betrekking op de beoordelingscriteria naar arbeidsmarktgerichtheid en de aanmelding bij de dienst die aangeduid wordt door de Vlaamse Regering.
§ 3. De loopbaangerichte opleidingen, vermeld in artikel 107ter, 3°, geven recht op Vlaams opleidingsverlof als ze voldoen aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, hebben minstens betrekking op de minimale duurtijd van de opleiding, de vorm van de opleiding en de kwaliteitsvereisten van de opleidingsverstrekker.
§ 4. De arbeidsmarktgerichte opleidingen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, worden geregistreerd in een opleidingsdatabank. De Vlaamse Regering regelt de inhoud, de werking en het beheer van de opleidingsdatabank.
De Vlaamse Regering bepaalt de verdere voorwaarden, de procedure voor de registratie en de procedure voor de goedkeuring, weigering, schorsing en intrekking van de registratie.
§ 5. De dienst die aangeduid wordt door de Vlaamse Regering stelt jaarlijks een evaluatierapport op dat nagaat in welke mate de doelstellingen zijn bereikt en of de arbeidsmarktgerichte opleidingen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2. Dat evaluatierapport wordt bezorgd aan de Vlaamse Regering en de SERV en wordt besproken binnen het VESOC. Het rapport wordt daarna overhandigd aan het Vlaams Parlement.".
Art. 4. L'article 109 de la même loi, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 11 février 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 109. § 1er. Pour l'application de la présente section, les formations suivantes sont considérées comme formations axées sur le marché de l'emploi pour autant qu'elles satisfassent aux conditions visées au paragraphe 2 ou 3 :
les formations et parcours qui sont organisés, subventionnés ou reconnus par la Communauté flamande :
a) les formations visées aux articles 4, 9 et 17 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes ;
b) les formations visées à l'article II.170 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, sanctionné par le décret du 20 décembre 2013 ;
c) les parcours axés sur la préparation et la passation des examens du jury de l'enseignement secondaire visé à l'article 256/1 du Code de l'Enseignement secondaire et du jury de l'enseignement fondamental visé à l'article 56 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ;
d) les parcours axés sur la préparation et la passation des examens organisés par la Communauté flamande dans le cadre du système de reconnaissance et de certification des compétences acquises ;
e) les parcours d'entrepreneuriat visés à l'article 2, 3°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen " (Agence flamande pour la formation d'entrepreneurs - Syntra Flandre) ;
les formations organisées par les organisations de travailleurs représentatives, visées à l'article 3 de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires, et les formations organisées par les organisations pour jeunes et pour adultes et les organismes pour la formation d'entrepreneurs, créés par les organisations des travailleurs représentatives ou reconnus par elles ;
les formations approuvées par la commission paritaire compétente en ce qui concerne les formations par branche d'activité ;
les formations approuvées par la Commission de formation flamande.
§ 2. Les formations axées sur le marché de l'emploi visées aux paragraphes 1er, 1°, a), b) et e), 2°, 3° et 4°, ouvrent le droit au congé de formation flamand si elles répondent aux conditions fixées par le Gouvernement flamand.
Les conditions visées à l'alinéa 1er concernent au moins la durée minimale de la formation, la forme de la formation, les exigences de qualité du dispensateur de formation, les critères d'évaluation quant à son orientation vers le marché de l'emploi et la notification au service désigné par le Gouvernement flamand.
Les formations axées sur le marché de l'emploi visées aux paragraphes 1°, 1°, c) et d), ouvrent le droit au congé de formation flamand si elles répondent aux conditions fixées par le Gouvernement flamand.
Les conditions visées à l'alinéa 3 concernent au moins les critères d'évaluation quant à l'orientation vers le marché de l'emploi et la notification au service désigné par le Gouvernement flamand.
§ 3. Les formations axées sur le marché de l'emploi visées à l'article 107ter, 3°, ouvrent le droit au congé de formation flamand si elles répondent aux conditions fixées par le Gouvernement flamand.
Les conditions visées à l'alinéa 1er concernent au moins la durée minimale de la formation, la forme de la formation, les exigences de qualité du dispensateur de formation.
§ 4. Les formations axées sur le marché de l'emploi qui remplissent les conditions visées au paragraphe 2 sont enregistrées dans une base de données de formation. Le Gouvernement flamand règle le contenu, le fonctionnement et la gestion de la base de données de formation.
Le Gouvernement flamand détermine les autres conditions, la procédure d'enregistrement et la procédure d'approbation, de refus, de suspension et de retrait de l'enregistrement.
§ 5. Le service désigné par le Gouvernement flamand établit un rapport d'évaluation annuel afin de déterminer dans quelle mesure les objectifs ont été atteints et si les formations axées sur le marché de l'emploi remplissent les conditions visées au paragraphe 2. Ce rapport d'évaluation est soumis au Gouvernement flamand et au SERV et est discuté au sein du VESOC. Le rapport est ensuite transmis au Parlement flamand. ".
Art. 5. Artikel 110 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989 en 5 september 2001 en bij het koninklijk besluit van 28 maart 1995, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 110. § 1. De Vlaamse Regering richt een paritair samengestelde Vlaamse Opleidingscommissie op, samengesteld uit een gelijk aantal leden van de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties.
De Opleidingscommissie spreekt zich uit, bij een met redenen omklede beslissing :
of de arbeidsmarktgerichte opleiding, vermeld in artikel 109, § 1, eerste lid, 4°, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 109, § 2;
of de door haar goedgekeurde opleiding moet worden ingetrokken als die opleiding niet langer voldoet aan de opgelegde voorwaarden.
De Opleidingscommissie volgt minstens halfjaarlijks de ontwikkeling van de budgettaire situatie van de regeling over het Vlaams opleidingsverlof.
De Opleidingscommissie kan een advies uitbrengen in verband met vraagstukken over het Vlaams opleidingsverlof.
De Vlaamse Regering bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de SERV, de organisatie, de samenstelling en de werking van de Opleidingscommissie en benoemt de voorzitter en de leden.
§ 2. Het bevoegde paritair comité spreekt zich uit bij een met redenen omklede beslissing :
of de arbeidsmarktgerichte opleiding, vermeld in artikel 109, § 1, eerste lid, 3°, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 109, § 2;
of de door hem goedgekeurde opleiding moet worden ingetrokken, als die opleiding niet langer voldoet aan de opgelegde voorwaarden.".
Art. 5. L'article 110 de la même loi, modifié par les lois des 22 décembre 1989 et 5 septembre 2001 et par l'arrêté royal du 28 mars 1995, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 110. § 1er. Le Gouvernement flamand institue une Commission de formation flamande, paritairement composée d'un nombre égal de membres des organisations représentatives des travailleurs et des employeurs.
La Commission de formation flamande se prononce par décision dûment motivée :
si la formation axée sur le marché de l'emploi visée à l'article 109, § 1er, alinéa 1er, 4° répond aux conditions visées à l'article 109, § 2 ;
si la formation approuvée par elle doit être retirée si cette formation ne remplit plus les conditions imposées.
La Commission de formation flamande suit au moins tous les six mois l'évolution de la situation budgétaire du règlement sur le congé de formation flamand.
La Commission de formation flamande peut émettre un avis sur les questions relatives au congé de formation flamand.
Le Gouvernement flamand détermine, après avoir pris l'avis du SERV, l'organisation, la composition et le fonctionnement de la Commission de formation flamande et nomme son président et ses membres.
§ 2. La commission paritaire compétente se prononce par décision dûment motivée :
si la formation axée sur le marché de l'emploi visée à l'article 109, § 1er, alinéa 1er, 3° répond aux conditions visées à l'article 109, § 2 ;
si la formation approuvée par elle doit être retirée si cette formation ne remplit plus les conditions imposées. ".
Art. 6. Aan hoofdstuk IV, afdeling 6, onderafdeling 1, van dezelfde wet, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 maart 2013, wordt een artikel 110bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 110bis. § 1. De Vlaamse Regering richt een commissie op met als opdracht te beslissen over beroepen die worden ingediend tegen de beslissing van de Opleidingscommissie en de paritaire comités, vermeld in artikel 110. Het beroep wordt ingediend binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na de betekening van de beslissing.
§ 2. In de volgende gevallen kan de commissie, vermeld in paragraaf 1, het recht op Vlaams opleidingsverlof van een opleiding intrekken :
de opleiding voldoet niet langer aan de voorwaarden, vermeld in artikel 109, § 2;
de opleiding is strijdig met de openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid of met de algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de organisatie, de samenstelling en de werking van de commissie, vermeld in paragraaf 1.
Het beroep en de intrekking worden behandeld binnen de termijn en volgens de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt.".
Art. 6. Au chapitre IV, section 6, sous-section 1re de la même loi, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 11 mars 2013, il est ajouté un article 110bis, rédigé comme suit :
" Art. 110bis. § 1er. Le Gouvernement flamand institue une commission chargée de statuer sur les recours formés contre la décision de la Commission de formation flamande et des commissions paritaires visées à l'article 110. Le recours est introduit dans un délai de trente jours prenant cours le lendemain de la notification de la décision.
§ 2. Dans les cas suivants, la commission visée au paragraphe 1er peut retirer le droit au congé de formation flamand d'une formation :
la formation ne répond plus aux conditions mentionnées à l'article 109, § 2 ;
la formation est contraire à l'ordre public, à la sécurité publique, à la santé publique ou aux connaissances scientifiques généralement admises.
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine l'organisation, la composition et le fonctionnement de la commission visée au paragraphe 1er.
Le recours et le retrait sont traités dans le délai et selon la procédure déterminés le Gouvernement flamand. ".
Art. 7. Artikel 111 van dezelfde wet, het laatst gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 111. § 1. Het Vlaams opleidingsverlof heeft als doel het volgen van arbeidsmarktgerichte en loopbaangerichte opleidingen door werknemers te stimuleren. Een werknemer heeft daarbij het recht om op het werk afwezig te zijn, met behoud van het geplafonneerde loon dat op het gewone tijdstip moet worden uitbetaald, om opleiding te volgen of om te studeren of om examens af te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de afwezigheid op het werk.
§ 2. Per werknemer wordt een maximum aantal uren voor het volgen van een arbeidsmarktgerichte en loopbaangerichte opleiding vastgelegd, waarop de werknemer een beroep kan doen binnen het Vlaams opleidingsverlof gedurende een bepaalde periode. De Vlaamse Regering bepaalt dat aantal uren, de start- en einddatum van die periode en legt de modaliteiten van toekenning vast.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt met welke steunmaatregelen voor werknemers en werkgevers het Vlaams opleidingsverlof niet gecumuleerd mag worden.".
Art. 7. L'article 111 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 29 mars 2012, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 111. § 1er. L'objectif du congé de formation flamand est d'encourager les travailleurs à suivre des cours de formation axés sur le marché de l'emploi et la carrière. Dans ce cadre, un travailleur a le droit de s'absenter du travail pour suivre une formation, étudier ou passer des examens avec maintien de son traitement plafonné qui doit être payé à l'échéance habituelle. Le Gouvernement flamand détermine les modalités de l'absence du travail.
§ 2. Par travailleur, il est fixé un nombre maximum d'heures de formation axée sur le marché de l'emploi et la carrière, auquel le travailleur peut faire appel pendant une certaine période dans le cadre du congé de formation flamand. Le Gouvernement flamand détermine le nombre d'heures, les dates de début et de fin de cette période et les modalités d'attribution.
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine quelles sont les mesures d'aide aux travailleurs et aux employeurs avec lesquelles le congé de formation flamand ne peut être cumulé. ".
Art. 8. Artikel 116 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 116. § 1. Het voordeel van het Vlaams opleidingsverlof wordt alleen toegekend aan de werknemer die de opleiding nauwgezet volgt. De Vlaamse Regering bepaalt de normen voor de nauwgezetheid, de wijze van attestering door de opleidingsverstrekker en de procedure nader.
§ 2. Voor de opleidingen die geen regelmatige aanwezigheid van de betrokkenen vereisen, bepaalt de Vlaamse Regering de normen voor de nauwgezetheid waaraan de werknemer moet voldoen, de wijze van attestering door de opleidingsverstrekker of exameninstantie en de procedure nader.
§ 3. Het maximum aantal uren waarop de werknemer een beroep kan doen, vermeld in artikel 111, § 2, kan verminderd worden met 25% voor de werknemer die de opleiding, vermeld in paragraaf 1 en 2, niet nauwgezet volgt en die meer opleidingsverlof opneemt dan de uren waarop de werknemer recht heeft, vermeld in artikel 111, volgens de modaliteiten en de procedure bepaald door de Vlaamse Regering.
§ 4. Het maximum aantal uren waarop de werknemer een beroep kan doen, vermeld in artikel 111, § 2, kan verminderd worden met 25% voor de werknemer die de opleiding, vermeld in paragraaf 2, niet nauwgezet volgt volgens de modaliteiten en de procedure bepaald door de Vlaamse Regering.".
Art. 8. L'article 116 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
" Art. 116. § 1er. Le bénéfice du congé de formation flamand n'est accordé qu'au travailleur qui s'engage à suivre assidûment la formation. Le Gouvernement flamand précise les normes en matière d'assiduité, la méthode d'attestation par le dispensateur de formation et la procédure.
§ 2. Pour les formations ne nécessitant pas la présence régulière des personnes concernées, le Gouvernement flamand précise les normes d'assiduité auxquelles le travailleur doit se conformer, la méthode d'attestation par le dispensateur de formation ou de l'organisme examinateur et la procédure à suivre.
§ 3. Le nombre maximum d'heures auquel le travailleur peut avoir recours, comme le prévoit l'article 111, § 2, peut être réduit de 25 % pour un travailleur qui ne suit pas la formation visée aux paragraphes 1 et 2, et qui prend plus d'heures de congé de formation que les heures auxquelles il a droit, comme le prévoit l'article 111, selon les modalités et procédures définies par le Gouvernement flamand.
§ 4. Le nombre maximum d'heures auquel le travailleur peut avoir recours, comme le prévoit l'article 111, § 2, peut être réduit de 25 % pour un travailleur qui ne suit pas assidument la formation visée au paragraphe 2 conformément aux modalités et procédures établies par le Gouvernement flamand. ".
Art. 9. In artikel 117 van dezelfde wet wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° aan de werknemer die meer dan twee keer dezelfde opleiding of hetzelfde opleidingsjaar volgt, tenzij het certificaat telkens niet werd behaald door overmacht. De Vlaamse Regering kan de gevallen van overmacht specificeren en een procedure bepalen.".
Art. 9. Dans l'article 117 de la même loi, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° au travailleur qui suit plus de deux fois la même formation ou la même année de formation, sauf si le certificat n'a pas été obtenu dans chaque cas pour cause de force majeure. Le Gouvernement flamand peut préciser les cas de force majeure et déterminer une procédure. ".
Art. 10. In dezelfde wet worden de volgende artikelen opgeheven :
artikel 121, vervangen bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2007, 22 december 2008, 23 december 2009 en 25 april 2014;
artikel 122, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 mei 1995 en de wetten van 27 december 2006 en 27 april 2007;
artikel 123, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 mei 1995 en de wet van 19 juli 2001.
Art. 10. Dans la même loi, les articles suivants sont abrogés :
l'article 121, remplacé par la loi du 27 décembre 2006 et modifié par les lois des 17 mai 2007, 22 décembre 2008, 23 décembre 2009 et 25 avril 2014 ;
l'article 122, modifié par l'arrêté royal du 19 mai 1995 et par les lois des 27 décembre 2006 et 27 avril 2007 ;
l'article 123, modifié par l'arrêté royal du 19 mai 1995 et par la loi du 19 juillet 2001.
Art. 11. Artikel 131 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 6 juni 2010, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Art. 131. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een strafrechtelijke geldboete van 125 tot 1250 euro, of met een van die straffen alleen : de personen die onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd met het oog op de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van deze wet.
Voor de inbreuken, vermeld in het eerste lid, die werden begaan door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 11. L'article 131 de la même loi, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 131. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende pénale de 125 à 1250 euros, ou de l'une de ces peines seulement : les personnes qui ont fait des déclarations inexactes ou incomplètes en vue de l'application des règles du congé de formation flamand, visé au chapitre IV, section 6, de la présente loi.
Pour les infractions visées à l'alinéa 1er, commises par l'employeur, ses mandataires ou préposés, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés. L'amende multipliée ne peut toutefois être supérieure au centuple de l'amende maximale. ".
Art. 12. Artikel 132 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 6 juni 2010, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Art. 132. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een geldboete van 250 euro tot 2500 euro, of met een van die straffen alleen :
de personen die wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd met het oog op de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van deze wet;
de personen die wetens en willens hebben nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die ze moeten verstrekken, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van deze wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
de personen die wetens en willens de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van deze wet, ten onrechte hebben verkregen of behouden waarop ze geen of maar gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten of te weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken;
de personen die, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van deze wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) valsheid in geschrifte hebben gepleegd, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die in de akte opgenomen of vastgesteld moeten worden;
b) zich bediend hebben van een valse akte of een vals stuk, terwijl ze wisten dat de gebruikte akte of het gebruikte stuk vals was;
de personen die, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van deze wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) bedrog hebben gepleegd door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen via een informaticasysteem, in te brengen in een informaticasysteem, te wijzigen of te wissen, of met een ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van de gegevens verandert;
b) hebben gebruikgemaakt van die gegevens, terwijl ze weten dat de aldus verkregen gegevens vals zijn;
de personen die, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van deze wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden, hebben gebruikgemaakt van valse namen, valse hoedanigheden of valse adressen of die een andere frauduleuze handeling hebben gesteld om te doen geloven in het bestaan van een fictieve persoon, een fictieve onderneming of een fictieve gebeurtenis, of om op een andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen.
Voor de inbreuken, vermeld in het eerste lid, die werden begaan door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal werknemers dat betrokken is bij de inbreuk. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 12. L'article 132 de la même loi, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 132. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de 250 à 2500 euros ou de l'une de ces peines seulement :
les personnes qui, sciemment et volontairement, ont fait des déclarations inexactes ou incomplètes en vue de l'application des règles du congé de formation flamand, visé au chapitre IV, section 6, de la présente loi ;
les personnes qui, sciemment et délibérément, ont omis ou refusé de faire les déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements qu'elles sont tenues de fournir, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la présente loi ;
les personnes qui, sciemment et intentionnellement, ont obtenu ou maintenu à tort l'application des règles du congé de formation flamand, visé au chapitre IV, section 6, de la présente loi, auquel elles n'ont pas ou seulement partiellement droit, en faisant des déclarations incorrectes ou incomplètes, ou en omettant ou en refusant de faire les déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements ;
les personnes qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la présente loi :
a) ont fait des faux en écriture, soit par des signatures fausses, soit par contrefaçon ou falsification d'écrits ou de signatures, soit en établissant faussement des conventions, des dispositions, des engagements ou des libérations de dette ou en les intégrant dans un acte, soit par l'ajout ou la falsification de clauses, déclarations ou faits qui doivent être repris ou constatés dans un acte ;
b) se sont servies d'un acte faux ou d'un document faux, tout en sachant que l'acte ou le document utilisé était faux ;
les personnes qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la présente loi :
a) ont commis une fraude en introduisant des données dans un système informatique, qui sont stockées, traitées ou transmises dans un système informatique, en modifiant ou en effaçant des données ou en changeant l'affectation possible des données dans un système informatique par un autre moyen technologique, de sorte que la portée juridique de telles données change ;
b) ont utilisé ces données, tout en sachant que les données ainsi obtenues sont fausses ;
les personnes, qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la présente loi, ont fait usage de faux noms, de fausses qualités ou de fausses adresses ou qui ont fait des actes frauduleux afin de faire croire à l'existence d'une personne fictive, d'une entreprise fictive ou d'un autre événement fictif, ou afin de faire un usage abusif de la confiance d'une autre manière.
Pour les infractions visées à l'alinéa 1er, commises par l'employeur, ses mandataires ou préposés, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs impliqué dans l'infraction. L'amende multipliée ne peut toutefois être supérieure au centuple de l'amende maximale. ".
Art. 13. Artikel 133 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 6 juni 2010, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Art. 133. In geval van herhaling binnen vijf jaar kan de maximale straf, vermeld in artikel 131 en 132, op het dubbele van het maximum worden gebracht.".
Art. 13. L'article 133 de la même loi, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 133. En cas de récidive dans les cinq ans, la sanction maximale visée aux articles 131 et 132 peut être reportée au double du maximum. ".
Art. 14. Artikel 134 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 6 juni 2010, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Art. 134. De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe zijn lasthebbers of aangestelden zijn veroordeeld.".
Art. 14. L'article 134 de la même loi, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 134. L'employeur est civilement responsable du paiement des amendes auxquelles ses mandataires ou préposés sont condamnés. ".
Art. 15. Artikel 135 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 6 juni 2010, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Art. 135. Onrechtmatig ontvangen vergoedingen of betalingen worden ambtshalve teruggevorderd.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de terugvordering van de onrechtmatig ontvangen vergoedingen of betalingen.".
Art. 15. L'article 135 de la même loi, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 135. Des indemnités ou paiements indûment reçus sont recouvrés d'office.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au recouvrement des indemnités ou paiements indûment reçus. ".
Art. 16. Artikel 136 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 6 juni 2010, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Art. 136. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de bij deze wet vastgestelde overtredingen. In geval van herhaling is artikel 85 van het Strafwetboek niet van toepassing.".
Art. 16. L'article 136 de la même loi, abrogé par la loi du 6 juin 2010, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 136. Toutes les dispositions du livre Ier du Code pénal, à l'exception du chapitre V, mais y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions établies par la présente loi. En cas de récidive, l'article 85 du Code pénal ne s'appliquera pas. ".
Art. 17. Aan artikel 137 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 mei 1995 en de wetten van 24 december 1999 en 3 juli 2005, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De rechtsvorderingen die ontstaan uit de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, verjaren na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.".
Art. 17. Dans l'article 137 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 19 mai 1995 et les lois des 24 décembre 1999 et 3 juillet 2005, il est inséré un alinéa 5 ainsi rédigé :
" Le délai de prescription des actions en justice résultant de l'application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution est de cinq ans à compter du fait qui est à l'origine de l'action en justice. ".
Art. 18. In artikel 137bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Om de terugbetaling te verkrijgen van de uren Vlaams opleidingsverlof, vermeld in artikel 120, dient de werkgever de aanvraag in binnen een termijn en volgens de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt.".
Art. 18. Dans l'article 137bis de la même loi, inséré par la loi du 22 décembre 1989 et modifié par la loi du 23 décembre 2016, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Pour obtenir le remboursement des heures de congé de formation flamand visé à l'article 120, l'employeur dépose la demande dans un délai et selon une procédure déterminés par le Gouvernement flamand. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004
Section 2. - Modifications du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales
Art. 19. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, het laatst gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2017, wordt punt 1° opgeheven.
Art. 19. Dans l'article 2, § 1er, alinéa 1er, du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales, modifié en dernier lieu par le décret du 7 juillet 2017, le point 1° est abrogé.
Art. 20. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2017, wordt een artikel 13/7 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 13/7. § 1. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op hoofdstuk IV, afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 euro tot 2500 euro aan de personen die onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd met het oog op de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van de voormelde wet.
§ 2. Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op hoofdstuk IV, afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, een administratieve geldboete opgelegd worden van 500 euro tot 5000 euro aan :
de personen die wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd met het oog op de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van de voormelde wet;
de personen die wetens en willens hebben nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die ze gehouden zijn te verstrekken, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van de voormelde wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
de personen die wetens en willens de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van de voormelde wet, ten onrechte hebben verkregen of behouden waarop ze geen of maar gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten of te weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken;
de personen die, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van de voormelde wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) valsheid in geschrifte hebben gepleegd, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die in de akte opgenomen of vastgesteld moeten worden;
b) zich bediend hebben van een valse akte of een vals stuk, terwijl ze weten dat de gebruikte akte of het gebruikte stuk vals is;
de personen die, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van de voormelde wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden :
a) bedrog hebben gepleegd door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen via een informaticasysteem, in te brengen in een informaticasysteem, te wijzigen of te wissen, of met een ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van de gegevens verandert;
b) hebben gebruikgemaakt van die gegevens, terwijl ze weten dat de aldus verkregen gegevens vals zijn;
de personen die, om de toepassing van de regels van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 6, van de voormelde wet, ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden, hebben gebruikgemaakt van valse namen, valse hoedanigheden of valse adressen of die een andere frauduleuze handeling hebben gesteld om te doen geloven in het bestaan van een fictieve persoon, een fictieve onderneming of een fictieve gebeurtenis, of om op een andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen.".
Art. 20. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 7 juillet 2017, il est inséré un article 13/7, rédigé comme suit :
" Art. 13/7. § 1er. Aux conditions prévues par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 250 euros à 2500 euros peut être infligée pour les infractions suivantes au chapitre IV, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales aux personnes qui ont fait des déclarations inexactes ou incomplètes en vue de l'application des règles du congé de formation flamand, visé au chapitre IV, section 6, de la loi précitée.
§ 2. Aux conditions prévues par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 500 à 5000 euros peut être infligée pour les infractions suivantes au chapitre IV, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales :
aux personnes qui, sciemment et volontairement, ont fait des déclarations inexactes ou incomplètes en vue de l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la loi précitée ;
aux personnes qui, sciemment et délibérément, ont omis ou refusé de faire les déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements qu'elles sont tenues de fournir, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la loi précitée ;
aux personnes qui, sciemment et intentionnellement, ont obtenu ou maintenu à tort l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la loi précitée, auquel elles n'ont pas ou seulement partiellement droit, en faisant des déclarations incorrectes ou incomplètes, ou en omettant ou en refusant de faire les déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements ;
aux personnes qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la loi précitée :
a) ont fait des faux en écriture, soit par des signatures fausses, soit par contrefaçon ou falsification d'écrits ou de signatures, soit en établissant faussement des conventions, des dispositions, des engagements ou des libérations de dette ou en les intégrant dans un acte, soit par l'ajout ou la falsification de clauses, déclarations ou faits qui doivent être repris ou constatés dans un acte ;
b) se sont servies d'un acte faux ou d'un document faux, tout en sachant que l'acte ou le document utilisé est faux ;
aux personnes qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la loi précitée :
a) ont commis une fraude en introduisant des données dans un système informatique, qui sont stockées, traitées ou transmises dans un système informatique, en modifiant ou en effaçant des données ou en changeant l'affectation possible des données dans un système informatique par un autre moyen technologique, de sorte que la portée juridique de telles données change ;
b) ont utilisé ces données, tout en sachant que les données ainsi obtenues sont fausses ;
aux personnes, qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir ou de maintenir ou de faire maintenir l'application des règles du congé de formation flamand visé au chapitre IV, section 6, de la loi précitée, ont fait usage de faux noms, de fausses qualités ou de fausses adresses ou qui ont fait des actes frauduleux afin de faire croire à l'existence d'une personne fictive, d'une entreprise fictive ou d'un autre événement fictif, ou afin de faire un usage abusif de la confiance d'une autre manière. ".
Art. 21. In artikel 19 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 april 2015 en gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2017, wordt de zinsnede "13/6" vervangen door de zinsnede "13/7".
Art. 21. A l'article 19 du même décret, remplacé par le décret du 24 avril 2015 et modifié par le décret du 7 juillet 2017, le membre de phrase " 13/6 " est remplacé par le membre de phrase " 13/7 ".
Art. 22. Artikel 21/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 21/1. Onder de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, kan aan de werknemer die de opleiding niet nauwgezet volgt en die meer opleidingsverlof opneemt dan de uren waarop de werknemer recht heeft volgens artikel 111 en 116 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, een administratieve geldboete opgelegd worden van 50 euro tot 500 euro.".
Art. 22. L'article 21/1 du même décret, inséré par le décret du 24 avril 2015, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 21/1. Aux conditions prévues par la présente section, une amende administrative de 50 à 500 euros peut être infligée au travailleur qui ne suit pas assidument la formation et qui prend plus d'heures de congé de formation que les heures auxquelles il a droit en vertu des articles 111 et 116 de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales. ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid
Section 3. - Modifications du décret du 30 avril 2004 relatif à l'obtention d'un titre de compétence professionnelle
Art. 23. In artikel 6 van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008 en 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in punt 3° worden de woorden "de SERV" vervangen door de woorden "de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
in punt 4° worden de woorden "de SERV" telkens vervangen door de woorden "de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".
Art. 23. A l'article 6 du décret du 30 avril 2004 relatif à l'obtention d'un titre de compétence professionnelle, modifié par les décrets des 19 décembre 2008 et 30 avril 2009, sont apportées les modifications suivantes :
au point 3°, les mots " le SERV " sont remplacés par les mots " le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " " ;
au point 4°, les mots " le SERV " et les mots " du SERV " sont respectivement remplacés par les mots " le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " " et " du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ".
Art. 24. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 24. L'article 10 du même décret est abrogé.
Afdeling 4. - Wijziging van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen
Section 4. - Modification du décret du 7 mai 2004 relatif au " Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre)
Art. 25. Artikel 15bis van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 15bis du décret du 7 mai 2004 relatif au " Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre), inséré par le décret du 19 décembre 2008 et modifié par le décret du 30 avril 2009, est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 26. De wet van 1 juli 1963 houdende toekenning van een vergoeding voor sociale promotie, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1971, de wetten van 10 april 1973 en 22 december 1989 en de decreten van 8 mei 2002 en 30 april 2004, wordt opgeheven.
Art. 26. La loi du 1er juillet 1963 portant instauration de l'octroi d'une indemnité de promotion sociale, modifiée par l'arrêté royal du 1er mars 1971, les lois des 10 avril 1973 et 22 décembre 1989 et les décrets des 8 mai 2002 et 30 avril 2004, est abrogée.
Art. 27. De aanvragen voor een opleiding conform de wet van 1 juli 1963 houdende toekenning van een vergoeding voor sociale promotie kunnen tot en met 31 december 2018 worden ingediend.
Art. 27. Les demandes pour une formation conformément à loi du 1er juillet 1963 portant instauration de l'octroi d'une indemnité de promotion sociale peuvent être déposées jusqu'au 31 décembre 2018.
Art. 28. Voor de werknemers die conform de wet van 1 juli 1963 houdende toekenning van een vergoeding voor sociale promotie een opleiding volgen, behouden de aanvragers tot uiterlijk 31 januari 2019 de mogelijkheid om een vergoeding voor sociale promotie te vragen conform de wet van 1 juli 1963 houdende toekenning van een vergoeding voor sociale promotie.
Art. 28. Pour les travailleurs qui suivent une formation conformément à la loi du 1er juillet 1963 portant instauration de l'octroi d'une indemnité de promotion sociale, les candidats conservent la possibilité, jusqu'au 31 janvier 2019 au plus tard, de demander une indemnité de promotion sociale conformément à la loi du 1er juillet 1963 portant instauration de l'octroi d'une indemnité de promotion sociale.
Art. 29. De Vlaamse Regering bepaalt de maatregelen die nodig zijn om de overgang van de regelgeving, vermeld in artikel 4, 5, 7, 8 en 18 op een coherente manier te laten verlopen.
Art. 29. Le Gouvernement fixe les mesures nécessaires à la mise en oeuvre cohérente de la transition des règlements visés aux articles 4, 5, 7, 8 et 18.
Art. 30. Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum, met uitzondering van artikel 19, 26, 27 en 28, die in werking treden op 1 december 2018.
Art. 30. Le présent décret entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand, à l'exception des articles 19, 26, 27 et 28, qui entrent en vigueur le 1er décembre 2018.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 23 ; 24 ; 25 fixée au 01-01-2019 par AGF 2018-12-14/33, art. 18)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 1; 3 ; 7-22 ; 29-30 fixée au 01-09-2019 par AGF 2018-12-21/A7, art. 46)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 2; 4; 5; 6 fixée au 01-05-2019 par AGF 2018-12-21/A7, art. 46)