Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 JULI 2018. - Wet op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde mark (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-07-2018 en tekstbijwerking tot 28-04-2025)
Titre
11 JUILLET 2018. - Loi relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-07-2018 et mise à jour au 28-04-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2018040307
Datum: 2018-07-11
Info du document
Numac: 2018040307
Date: 2018-07-11
Inhoud
BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN
BOEK II. - AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGS- INSTRUM...
TITEL I. - Definities
TITEL II. - Toepassingsgebied
TITEL III. - Het prospectus en de informatienota
HOOFDSTUK I. - Verplichting om een prospectus t...
HOOFDSTUK II. - Verplichting om een informatien...
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Afdeling 2. - De informatienota
Onderafdeling 1. - Algemene bepaling
Onderafdeling 2. - Inhoud van de informatienota
Onderafdeling 3. - Beschikbaarstelling en neerl...
Onderafdeling 4. - Geldigheidsduur
TITEL IV. - Bemiddeling
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK II. - Bemiddelingsmonopolie
TITEL V. - Reclame en andere documenten en beri...
TITEL VI. - Aansprakelijkheid
TITEL VII. - Openbare mededelingen buiten het k...
BOEK III. - BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBET...
BOEK IV. - TOEZICHT
TITEL I. - Bevoegdheden van de FSMA
TITEL II. - Administratieve maatregelen en sanc...
BOEK V. - BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN
Boek V/1 [1 - BEPALINGEN VOOR DE TENUITVOERLEGG...
BOEK VI. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITEL I. - WIjzigingen van het Wetboek van de I...
TITEL II. - Wijzigingen van de wet van 2 august...
TITEL III. - Wijzigingen van de wet van 1 april...
TITEL IV. - Wijzigingen van de wet van 3 august...
TITEL V. - Wijzigingen van de wet van 19 april ...
TITEL VI. - Wijzigingen van de wet van 25 april...
TITEL VII. - Wijzigingen van de wet van 12 mei ...
TITEL VIII. - Wijziging van de wet van 13 maart...
TITEL IX. - Wijziging van de wet van 7 december...
TITEL X. - Wijzigingen van de wet van 18 decemb...
TITEL XI. - Wijzigingen van de wet van 21 novem...
BOEK VII. - DIVERSE BEPALINGEN
BOEK VIII. - OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTR...
Inhoud
LIVRE Ier. - DISPOSITION GENERALES
LIVRE II. - DES OFFRES AU PUBLIC D'INSTRUMENTS ...
TITRE Ier. - Définitions
TITRE II. - Champ d'application
TITRE III. - Le prospectus et la note d'informa...
CHAPITRE Ier. - Obligation de publier un prospe...
CHAPITRE II. - Obligation de publier une note d...
Section Ire. - Champ d'application
Section II. - La note d'information
Sous-section Ire. - Disposition générale
Sous-section 2. - Contenu de la note d'information
Sous-section 3. - Mise à disposition et dépôt a...
Sous-section 4. - Durée de validité
TITRE IV. - Intermédiation
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
CHAPITRE II. - Monopole d'intermédiation
TITRE V. - Communications à caractère promotion...
TITRE VI. - Responsabilité
TITRE VII. - Communications publiques en dehors...
LIVRE III. - DE L'APPEL AU PUBLIC EN MATIERE DE...
LIVRE IV. - CONTROLE
TITRE Ier. - Pouvoirs de la FSMA
TITRE II. - Mesures et sanctions administratives
LIVRE V. - SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PE...
Livre V/1 [1 - DISPOSITIONS RELATIVES À LA MISE...
LIVRE VI. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
TITRE Ier. - Modifications du Code des impôts s...
TITRE II. - Modifications de la loi du 2 août 2...
Titre III. - Modifications de la loi du 1er avr...
TITRE IV. - Modifications de la loi du 3 août 2...
TITRE V. - Modifications de la loi du 19 avril ...
TITRE VI. - Modifications de la loi du 25 avril...
TITRE VII. - Modifications de la loi du 12 mai ...
TITRE VIII. - Modification de la loi du 13 mars...
TITRE IX. - Modification de la loi du 7 décembr...
TITRE X. - Modifications de la loi du 18 décemb...
TITRE XI. - Modifications de la loi du 21 novem...
LIVRE VII. - DISPOSITION DIVERSE
LIVRE VIII. - DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTR...
Tekst (148)
Texte (148)
BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN
LIVRE Ier. - DISPOSITION GENERALES
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la constitution.
Art.2. Deze wet voorziet inzonderheid in de tenuitvoerlegging van (a) Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG en (b) Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.
Art.2. La présente loi assure notamment la mise en oeuvre (a) du Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE et (b) du Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires.
BOEK II. - AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGS- INSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK
LIVRE II. - DES OFFRES AU PUBLIC D'INSTRUMENTS DE PLACEMENT
TITEL I. - Definities
TITRE Ier. - Définitions
Art.3. § 1. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder "beleggingsinstrumenten":
1° effecten;
2° geldmarktinstrumenten;
3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op roerende of onroerende goederen, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering, waarbij de houders van die rechten niet het privatief genot hebben van die goederen, en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden;
4° rechten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een of meer roerende goederen of op een agrarische exploitatie, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en volledige levering in natura van de goederen. De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA, de soorten goederen beoogd in dit punt, uitbreiden of beperken;
5° financiële termijncontracten ("futures"), met inbegrip van deze die worden afgewikkeld in contanten;
6° rentetermijncontracten ("forward rate agreements");
7° rente- en valuta-swapcontracten en swapcontracten betreffende aan aandelen of aandelenindexen gekoppelde kasstromen ("equity swaps");
8° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere optiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel bedoelde beleggingsinstrumenten, inzonderheid via inschrijving of omruiling, te verwerven of over te dragen, met inbegrip van de optiecontracten die worden afgewikkeld in contanten;
9° afgeleide contracten op edele metalen en grondstoffen;
10° contracten die rechten vertegenwoordigen op andere beleggingsinstrumenten dan effecten;
11° alle andere instrumenten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren, ongeacht de onderliggende activa.
§ 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleggingsinstrumenten in de zin van paragraaf 1:
1° gelddeposito's geworven of ontvangen door instellingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, 1° tot 5° en 7° ;
2° deviezen, edele metalen en grondstoffen;
3° overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 3, van richtlijn 2009/138/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf, gesloten door verzekeringsondernemingen.
1° effecten;
2° geldmarktinstrumenten;
3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op roerende of onroerende goederen, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering, waarbij de houders van die rechten niet het privatief genot hebben van die goederen, en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden;
4° rechten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een of meer roerende goederen of op een agrarische exploitatie, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en volledige levering in natura van de goederen. De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA, de soorten goederen beoogd in dit punt, uitbreiden of beperken;
5° financiële termijncontracten ("futures"), met inbegrip van deze die worden afgewikkeld in contanten;
6° rentetermijncontracten ("forward rate agreements");
7° rente- en valuta-swapcontracten en swapcontracten betreffende aan aandelen of aandelenindexen gekoppelde kasstromen ("equity swaps");
8° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere optiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel bedoelde beleggingsinstrumenten, inzonderheid via inschrijving of omruiling, te verwerven of over te dragen, met inbegrip van de optiecontracten die worden afgewikkeld in contanten;
9° afgeleide contracten op edele metalen en grondstoffen;
10° contracten die rechten vertegenwoordigen op andere beleggingsinstrumenten dan effecten;
11° alle andere instrumenten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren, ongeacht de onderliggende activa.
§ 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleggingsinstrumenten in de zin van paragraaf 1:
1° gelddeposito's geworven of ontvangen door instellingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, 1° tot 5° en 7° ;
2° deviezen, edele metalen en grondstoffen;
3° overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 3, van richtlijn 2009/138/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf, gesloten door verzekeringsondernemingen.
Art.3. § 1er. Pour l'application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, on entend par "instruments de placement":
1° les valeurs mobilières;
2° les instruments du marché monétaire;
3° les droits portant directement ou indirectement sur des biens meubles ou immeubles, organisés en association, indivision ou groupement, de droit ou de fait, ne conférant pas aux titulaires de ces droits la jouissance privative de ces biens dont la gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel;
4° les droits qui permettent d'effectuer un investissement de type financier et qui portent directement ou indirectement sur un ou plusieurs biens meubles ou sur une exploitation agricole, organisés en association, indivision ou groupement de droit ou de fait, et dont la gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel, sauf si ces droits comprennent une livraison inconditionnelle, irrévocable et intégrale des biens en nature. Le Roi peut, par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, étendre ou restreindre les types de biens visés au présent point;
5° les contrats financiers à terme ("futures"), y compris ceux dont le règlement s'effectue en espèces;
6° les contrats à terme sur taux d'intérêt ("forward rate agreements");
7° les contrats d'échange ("swaps") sur taux d'intérêt ou devises et les contrats d'échange sur des flux liés à des actions ou à des indices d'actions ("equity swaps");
8° les contrats d'options sur devises et sur taux d'intérêt et tous les autres contrats d'options visant à acquérir ou à céder, notamment par voie de souscription ou d'échange, des instruments de placement visés au présent article, y compris les contrats d'option dont le règlement s'effectue en espèces;
9° les contrats dérivés sur métaux précieux et matières premières;
10° les contrats représentatifs de droits sur des instruments de placement autres que les valeurs mobilières;
11° tous les autres instruments permettant d'effectuer un investissement de type financier, quels que soient les actifs sous-jacents.
§ 2. Les instruments suivants ne sont toutefois pas des instruments de placement au sens du paragraphe 1er:
1° les dépôts d'argent sollicités ou reçus par des établissements ou institutions visés à l'article 28, alinéas 1er, 1° à 5°, et 7 ° ;
2° les devises, métaux précieux et matières premières;
3° les contrats visés par l'article 2, § 3, de la directive 2009/138/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice, conclus par des entreprises d'assurance.
1° les valeurs mobilières;
2° les instruments du marché monétaire;
3° les droits portant directement ou indirectement sur des biens meubles ou immeubles, organisés en association, indivision ou groupement, de droit ou de fait, ne conférant pas aux titulaires de ces droits la jouissance privative de ces biens dont la gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel;
4° les droits qui permettent d'effectuer un investissement de type financier et qui portent directement ou indirectement sur un ou plusieurs biens meubles ou sur une exploitation agricole, organisés en association, indivision ou groupement de droit ou de fait, et dont la gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel, sauf si ces droits comprennent une livraison inconditionnelle, irrévocable et intégrale des biens en nature. Le Roi peut, par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, étendre ou restreindre les types de biens visés au présent point;
5° les contrats financiers à terme ("futures"), y compris ceux dont le règlement s'effectue en espèces;
6° les contrats à terme sur taux d'intérêt ("forward rate agreements");
7° les contrats d'échange ("swaps") sur taux d'intérêt ou devises et les contrats d'échange sur des flux liés à des actions ou à des indices d'actions ("equity swaps");
8° les contrats d'options sur devises et sur taux d'intérêt et tous les autres contrats d'options visant à acquérir ou à céder, notamment par voie de souscription ou d'échange, des instruments de placement visés au présent article, y compris les contrats d'option dont le règlement s'effectue en espèces;
9° les contrats dérivés sur métaux précieux et matières premières;
10° les contrats représentatifs de droits sur des instruments de placement autres que les valeurs mobilières;
11° tous les autres instruments permettant d'effectuer un investissement de type financier, quels que soient les actifs sous-jacents.
§ 2. Les instruments suivants ne sont toutefois pas des instruments de placement au sens du paragraphe 1er:
1° les dépôts d'argent sollicités ou reçus par des établissements ou institutions visés à l'article 28, alinéas 1er, 1° à 5°, et 7 ° ;
2° les devises, métaux précieux et matières premières;
3° les contrats visés par l'article 2, § 3, de la directive 2009/138/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l'accès aux activités de l'assurance et de la réassurance et leur exercice, conclus par des entreprises d'assurance.
Art.4. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wordt verstaan onder:
1° "FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, die, overeenkomstig artikel 31 van Verordening 2017/1129, is aangewezen als bevoegde Belgische autoriteit in de zin van artikel 2, o), van die Verordening;
2° "aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek": een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden effecten wordt verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze beleggingsinstrumenten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van beleggingsinstrumenten via financiële tussenpersonen.
Een kosteloze toewijziging van beleggingsinstrumenten is geen aanbieding aan het publiek;
3° "reclame": een mededeling met beide volgende kenmerken:
(i) zij heeft betrekking op een specifieke aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of op een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning aangeduide MTF;
(ii) zij is er specifiek op gericht de mogelijke inschrijving op of verwerving van beleggingsinstrumenten te promoten;
4° "marktexploitant": een marktexploitant in de zin van artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU;
5° "werkdag": inzonderheid voor de toepassing van artikel 2, t), van Verordening 2017/1129, een werkdag in de banksector, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen en feestdagen. De Koning kan het begrip "werkdag in de banksector" definiëren;
6° "bemiddeling": elke tussenkomst ten aanzien van beleggers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleggingsinstrumenten voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instelling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling;
7° "vastgoedcertificaten": de schuldinstrumenten die rechten incorporeren op de inkomsten, op de opbrengsten en op de realisatiewaarde van één of meer bij de uitgifte van de certificaten bepaalde onroerende goederen. De schepen en luchtvaartuigen worden gelijkgesteld met onroerende goederen;
8° "wet van 2 augustus 2002": de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
9° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG.
1° "FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, die, overeenkomstig artikel 31 van Verordening 2017/1129, is aangewezen als bevoegde Belgische autoriteit in de zin van artikel 2, o), van die Verordening;
2° "aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek": een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden effecten wordt verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze beleggingsinstrumenten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van beleggingsinstrumenten via financiële tussenpersonen.
Een kosteloze toewijziging van beleggingsinstrumenten is geen aanbieding aan het publiek;
3° "reclame": een mededeling met beide volgende kenmerken:
(i) zij heeft betrekking op een specifieke aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of op een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning aangeduide MTF;
(ii) zij is er specifiek op gericht de mogelijke inschrijving op of verwerving van beleggingsinstrumenten te promoten;
4° "marktexploitant": een marktexploitant in de zin van artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU;
5° "werkdag": inzonderheid voor de toepassing van artikel 2, t), van Verordening 2017/1129, een werkdag in de banksector, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen en feestdagen. De Koning kan het begrip "werkdag in de banksector" definiëren;
6° "bemiddeling": elke tussenkomst ten aanzien van beleggers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleggingsinstrumenten voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instelling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling;
7° "vastgoedcertificaten": de schuldinstrumenten die rechten incorporeren op de inkomsten, op de opbrengsten en op de realisatiewaarde van één of meer bij de uitgifte van de certificaten bepaalde onroerende goederen. De schepen en luchtvaartuigen worden gelijkgesteld met onroerende goederen;
8° "wet van 2 augustus 2002": de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
9° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG.
Art.4. Pour l'application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par:
1° "FSMA": l'Autorité des services et marchés financiers, autorité compétente belge au sens de l'article 2, o) du Règlement 2017/1129, désignée conformément à l'article 31 dudit règlement;
2° "offre au public d'instruments de placement": une communication adressée sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l'offre et sur les instruments de placement à offrir, de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d'acheter ou souscrire ces instruments de placement. Cette définition s'applique également au placement d'instruments de placement par des intermédiaires financiers.
Ne constituent pas des offres au public les attributions à titre gratuit d'instruments de placement;
3° "communication à caractère promotionnel": toute communication revêtant les deux caractéristiques suivantes:
(i) relative à une offre spécifique d'instruments de placement au public ou à une admission à la négociation sur un marché réglementé ou un MTF désigné par le Roi en application de l'article 10, § 1er, 3° ;
(ii) visant à promouvoir spécifiquement la souscription ou l'acquisition potentielles d'instruments de placement;
4° "opérateur de marché": un opérateur de marché au sens de l'article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE;
5° "jour ouvrable": aux fins notamment de l'application de l'article 2, t), du Règlement 2017/1129, un jour ouvrable dans le domaine bancaire, à l'exception des samedis, dimanches et jours fériés. Le Roi peut définir la notion de jour ouvrable dans le domaine bancaire;
6° "intermédiation": toute intervention, même temporaire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l'égard d'investisseurs dans le placement d'instruments de placement pour le compte de l'offreur ou de l'émetteur, contre rémunération ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé directement ou indirectement par l'offreur ou l'émetteur;
7° "certificats immobiliers": les titres de créance incorporant des droits sur les revenus, produits et prix de réalisation d'un ou plusieurs biens immobiliers déterminés lors l'émission des certificats. Les navires et aéronefs sont assimilés à des immeubles;
8° "loi du 2 août 2002": la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
9° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE.
1° "FSMA": l'Autorité des services et marchés financiers, autorité compétente belge au sens de l'article 2, o) du Règlement 2017/1129, désignée conformément à l'article 31 dudit règlement;
2° "offre au public d'instruments de placement": une communication adressée sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l'offre et sur les instruments de placement à offrir, de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d'acheter ou souscrire ces instruments de placement. Cette définition s'applique également au placement d'instruments de placement par des intermédiaires financiers.
Ne constituent pas des offres au public les attributions à titre gratuit d'instruments de placement;
3° "communication à caractère promotionnel": toute communication revêtant les deux caractéristiques suivantes:
(i) relative à une offre spécifique d'instruments de placement au public ou à une admission à la négociation sur un marché réglementé ou un MTF désigné par le Roi en application de l'article 10, § 1er, 3° ;
(ii) visant à promouvoir spécifiquement la souscription ou l'acquisition potentielles d'instruments de placement;
4° "opérateur de marché": un opérateur de marché au sens de l'article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE;
5° "jour ouvrable": aux fins notamment de l'application de l'article 2, t), du Règlement 2017/1129, un jour ouvrable dans le domaine bancaire, à l'exception des samedis, dimanches et jours fériés. Le Roi peut définir la notion de jour ouvrable dans le domaine bancaire;
6° "intermédiation": toute intervention, même temporaire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l'égard d'investisseurs dans le placement d'instruments de placement pour le compte de l'offreur ou de l'émetteur, contre rémunération ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé directement ou indirectement par l'offreur ou l'émetteur;
7° "certificats immobiliers": les titres de créance incorporant des droits sur les revenus, produits et prix de réalisation d'un ou plusieurs biens immobiliers déterminés lors l'émission des certificats. Les navires et aéronefs sont assimilés à des immeubles;
8° "loi du 2 août 2002": la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
9° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE.
Art.5. De begrippen gedefinieerd door Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
Art.5. Les termes définis par le Règlement 2017/1129 et par les actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même signification aux fins de l'application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution.
TITEL II. - Toepassingsgebied
TITRE II. - Champ d'application
Art.6. § 1. Onverminderd paragrafen 2 en 3 is dit boek van toepassing op de wijze die in elke titel wordt verduidelijkt.
§ 2. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van dit boek niet van toepassing verklaren op:
1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt, indien deze toelatingen worden aangevraagd door de marktexploitant, en;
2° aanbiedingen aan het publiek verricht op het Belgische grondgebied door de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen die Hij bepaalt, van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, voor zover deze instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de gereglementeerde markten die Hij bepaalt.
§ 3. Dit boek treft geen regeling voor de toelatingen van optiecontracten en futures tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt wanneer die toelatingen tot de verhandeling worden gevraagd door de marktexploitant die de betrokken gereglementeerde markt organiseert.
§ 2. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van dit boek niet van toepassing verklaren op:
1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt, indien deze toelatingen worden aangevraagd door de marktexploitant, en;
2° aanbiedingen aan het publiek verricht op het Belgische grondgebied door de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen die Hij bepaalt, van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, voor zover deze instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de gereglementeerde markten die Hij bepaalt.
§ 3. Dit boek treft geen regeling voor de toelatingen van optiecontracten en futures tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt wanneer die toelatingen tot de verhandeling worden gevraagd door de marktexploitant die de betrokken gereglementeerde markt organiseert.
Art.6. § 1er. Sans préjudice des paragraphes 2 et 3, le présent livre s'applique de la manière précisée dans chacun de ses titres.
§ 2. Sur avis de la FSMA, le Roi peut, aux conditions qu'Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent livre inapplicables:
1° aux admissions à la négociation sur des marchés réglementés belges qu'Il détermine d'instruments de placement qui ne sont pas des valeurs mobilières, qu'Il détermine, lorsque ces admissions sont demandées par l'opérateur de marché, et;
2° aux offres au public, effectuées sur le territoire belge, par les établissements de crédit ou les entreprises d'investissement qu'Il détermine, d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières qu'Il détermine, pour autant que ces instruments soient admis à la négociation sur les marchés réglementés qu'Il détermine.
§ 3. Le présent livre ne règle pas les admissions à la négociation sur un marché réglementé belge de contrats d'options et de contrats financiers à terme lorsque ces admissions à la négociation sont demandées par l'opérateur de marché qui organise le marché réglementé concerné.
§ 2. Sur avis de la FSMA, le Roi peut, aux conditions qu'Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent livre inapplicables:
1° aux admissions à la négociation sur des marchés réglementés belges qu'Il détermine d'instruments de placement qui ne sont pas des valeurs mobilières, qu'Il détermine, lorsque ces admissions sont demandées par l'opérateur de marché, et;
2° aux offres au public, effectuées sur le territoire belge, par les établissements de crédit ou les entreprises d'investissement qu'Il détermine, d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières qu'Il détermine, pour autant que ces instruments soient admis à la négociation sur les marchés réglementés qu'Il détermine.
§ 3. Le présent livre ne règle pas les admissions à la négociation sur un marché réglementé belge de contrats d'options et de contrats financiers à terme lorsque ces admissions à la négociation sont demandées par l'opérateur de marché qui organise le marché réglementé concerné.
TITEL III. - Het prospectus en de informatienota
TITRE III. - Le prospectus et la note d'information
HOOFDSTUK I. - Verplichting om een prospectus te publiceren
CHAPITRE Ier. - Obligation de publier un prospectus
Art.7. § 1. De aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten worden vrijgesteld van de prospectusplicht voor zover:
1° die aanbiedingen, indien zij betrekking hebben op effecten, niet het voorwerp uitmaken van een kennisgeving als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129; en
2° de totale tegenwaarde van die aanbiedingen in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan:
(a) een bedrag van 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden; of
(b) een bedrag van 8 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover de aanbieding betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF.
§ 2. De artikelen 8 en 9 zijn van toepassing:
1° op de aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 5 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden;
2° op de aanbiedingen aan het publiek van andere beleggingsinstrumenten dan effecten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 8 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden;
3° op de toelatingen van andere beleggingsinstrumenten dan effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt.
1° die aanbiedingen, indien zij betrekking hebben op effecten, niet het voorwerp uitmaken van een kennisgeving als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129; en
2° de totale tegenwaarde van die aanbiedingen in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan:
(a) een bedrag van 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden; of
(b) een bedrag van 8 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover de aanbieding betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF.
§ 2. De artikelen 8 en 9 zijn van toepassing:
1° op de aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 5 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden;
2° op de aanbiedingen aan het publiek van andere beleggingsinstrumenten dan effecten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 8 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden;
3° op de toelatingen van andere beleggingsinstrumenten dan effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt.
Art.7. § 1er. Les offres au public d'instruments de placement sont exemptées de l'obligation de publier un prospectus à condition que:
1° au cas où elles portent sur des valeurs mobilières, ces offres ne fassent pas l'objet d'une notification conformément à l'article 25 du Règlement 2017/1129; et
2° le montant total de ces offres dans l'Union soit inférieur ou égal:
(a) à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; ou
(b) à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois, dans la mesure où l'offre porte sur des instruments de placement admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA.
§ 2. Les articles 8 et 9 s'appliquent:
1° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières dont le montant total dans l'Union est supérieur à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
2° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières, admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l'Union est supérieur à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières sur un marché réglementé belge.
1° au cas où elles portent sur des valeurs mobilières, ces offres ne fassent pas l'objet d'une notification conformément à l'article 25 du Règlement 2017/1129; et
2° le montant total de ces offres dans l'Union soit inférieur ou égal:
(a) à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; ou
(b) à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois, dans la mesure où l'offre porte sur des instruments de placement admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA.
§ 2. Les articles 8 et 9 s'appliquent:
1° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières dont le montant total dans l'Union est supérieur à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
2° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières, admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l'Union est supérieur à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières sur un marché réglementé belge.
Art.8. De bepalingen van Verordening 2017/1129 zijn mutatis mutandis van toepassing op aanbiedingen aan het publiek of toelatingen tot de verhandeling als bedoeld in artikel 7, met uitzondering van de volgende artikelen:
1° artikel 1, lid 3, en artikel 3, lid 2;
2° de artikelen 24, 25, 26 en 27; en
3° de artikelen 28, 29 en 30.
1° artikel 1, lid 3, en artikel 3, lid 2;
2° de artikelen 24, 25, 26 en 27; en
3° de artikelen 28, 29 en 30.
Art.8. Les dispositions du Règlement 2017/1129 s'appliquent mutatis mutandis en cas d'offre au public ou d'admission à la négociation visée à l'article 7, à l'exception des articles suivants:
1° l'article 1er, paragraphe 3, l'article 3, paragraphe 2;
2° les articles 24, 25, 26 et 27; et
3° les articles 28, 29 et 30.
1° l'article 1er, paragraphe 3, l'article 3, paragraphe 2;
2° les articles 24, 25, 26 et 27; et
3° les articles 28, 29 et 30.
Art.9. Het prospectus moet worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
De samenvatting van het prospectus wordt opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon. In afwijking van die regel geldt dat, als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald.
De samenvatting van het prospectus wordt opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon. In afwijking van die regel geldt dat, als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald.
Art.9. Le prospectus doit être rédigé en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale.
Le résumé est établi ou traduit en langue française et néerlandaise. Cette traduction est effectuée sous la responsabilité de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne chargée de rédiger le prospectus. Par dérogation à cette règle, si les communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l'opération visés au titre V sont diffusés dans une seule langue nationale, le résumé peut n'être établi ou traduit que dans cette seule langue.
Le résumé est établi ou traduit en langue française et néerlandaise. Cette traduction est effectuée sous la responsabilité de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne chargée de rédiger le prospectus. Par dérogation à cette règle, si les communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l'opération visés au titre V sont diffusés dans une seule langue nationale, le résumé peut n'être établi ou traduit que dans cette seule langue.
HOOFDSTUK II. - Verplichting om een informatienota te publiceren
CHAPITRE II. - Obligation de publier une note d'information<
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section Ire. - Champ d'application
Art.10. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing:
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden;
2° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro, berekend over een periode van 12 maanden;
3° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF of een bepaald segment daarvan. De Koning kan, in voorkomend geval, uitzonderingen bepalen op voornoemde verplichting.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de volgende soorten van beleggingsinstrumenten:
1° de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die niet van het closedend type zijn;
2° de effecten zonder aandelenkarakter, uitgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat, door een internationale openbare instelling waarbij één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte zijn aangesloten, door de Europese Centrale Bank of door de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
3° de aandelen in het kapitaal van de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
4° de beleggingsinstrumenten die onvoorwaardelijk en onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat;
5° de beleggingsinstrumenten uitgegeven door verenigingen met een wettelijk statuut of door instellingen zonder winstoogmerk die zijn erkend door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met het oog op het verwerven van de middelen die nodig zijn om hun niet-lucratieve doeleinden te verwezenlijken;
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:
1° de soorten van aanbiedingen aan het publiek als bedoeld in artikel 1, lid 4, van Verordening 2017/1129, voor zover deze betrekking hebben op beleggingsinstrumenten, en mits naleving van de door deze bepalingen voorziene voorwaarden; en
2° de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover
(a) elke belegger slechts voor een maximumbedrag van 5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan ingaan; en
(b) alle documenten met betrekking tot de aanbieding aan het publiek het totaalbedrag van die aanbieding alsook het maximumbedrag per belegger vermelden.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en die bestaan uit termijncontracten waarvoor geen belegging dient te worden verricht op het ogenblik waarop ze worden afgesloten, maar die worden vereffend via een regeling in contanten of een levering van de onderliggende waarden ten gunste van een van de contracterende partijen; deze aanbiedingen aan het publiek vallen onder hoofdstuk I.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing:
1° wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, krachtens Verordening 1286/2014 van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retail-beleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, in het kader van de betrokken aanbieding aan het publiek een essentiële-informatiedocument moet bezorgen aan de beleggers;
2° wanneer de aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling een ander informatiedocument aan de beleggers moet bezorgen dat gelijkwaardig wordt geacht door de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA;
[1 3° bij toepassing van de artikelen 23 of 24 van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]1
§ 6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder vrijwillig een prospectus opstelt overeenkomstig artikel 4 van Verordening 2017/1129.
§ 7. De aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling kan afzien van de toepassing van paragrafen 2, 3 en 5, en voor de voorafgaande publicatie van een informatienota opteren conform de bepalingen van deze wet.
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden;
2° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro, berekend over een periode van 12 maanden;
3° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF of een bepaald segment daarvan. De Koning kan, in voorkomend geval, uitzonderingen bepalen op voornoemde verplichting.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de volgende soorten van beleggingsinstrumenten:
1° de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die niet van het closedend type zijn;
2° de effecten zonder aandelenkarakter, uitgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat, door een internationale openbare instelling waarbij één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte zijn aangesloten, door de Europese Centrale Bank of door de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
3° de aandelen in het kapitaal van de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
4° de beleggingsinstrumenten die onvoorwaardelijk en onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat;
5° de beleggingsinstrumenten uitgegeven door verenigingen met een wettelijk statuut of door instellingen zonder winstoogmerk die zijn erkend door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met het oog op het verwerven van de middelen die nodig zijn om hun niet-lucratieve doeleinden te verwezenlijken;
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:
1° de soorten van aanbiedingen aan het publiek als bedoeld in artikel 1, lid 4, van Verordening 2017/1129, voor zover deze betrekking hebben op beleggingsinstrumenten, en mits naleving van de door deze bepalingen voorziene voorwaarden; en
2° de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover
(a) elke belegger slechts voor een maximumbedrag van 5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan ingaan; en
(b) alle documenten met betrekking tot de aanbieding aan het publiek het totaalbedrag van die aanbieding alsook het maximumbedrag per belegger vermelden.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en die bestaan uit termijncontracten waarvoor geen belegging dient te worden verricht op het ogenblik waarop ze worden afgesloten, maar die worden vereffend via een regeling in contanten of een levering van de onderliggende waarden ten gunste van een van de contracterende partijen; deze aanbiedingen aan het publiek vallen onder hoofdstuk I.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing:
1° wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, krachtens Verordening 1286/2014 van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retail-beleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, in het kader van de betrokken aanbieding aan het publiek een essentiële-informatiedocument moet bezorgen aan de beleggers;
2° wanneer de aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling een ander informatiedocument aan de beleggers moet bezorgen dat gelijkwaardig wordt geacht door de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA;
[1 3° bij toepassing van de artikelen 23 of 24 van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]1
§ 6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder vrijwillig een prospectus opstelt overeenkomstig artikel 4 van Verordening 2017/1129.
§ 7. De aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling kan afzien van de toepassing van paragrafen 2, 3 en 5, en voor de voorafgaande publicatie van een informatienota opteren conform de bepalingen van deze wet.
Art.10. § 1er. Le présent chapitre s'applique:
1° aux offres au public d'instruments de placement dont le montant total dans l'Union est inférieur ou égal à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
2° aux offres au public d'instruments de placement, admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l'Union est inférieur ou égal à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d'instruments de placement sur un MTF ou un segment déterminé d'un MTF désigné par le Roi, sur avis de la FSMA. Le Roi peut le cas échéant définir des exceptions à l'obligation susmentionnée.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas aux types suivants d'instruments de placement:
1° les parts émises par des organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé;
2° les titres autres que de capital, émis par un Etat membre de l'Espace économique européen ou par l'une de ses autorités régionales ou locales, par les organisations publiques internationales auxquelles adhèrent un ou plusieurs Etats membres de l'Espace économique européen, par la Banque centrale européenne ou par les banques centrales des Etats membres de l'Espace économique européen;
3° les parts de capital dans les banques centrales des Etats membres de l'Espace économique européen;
4° les valeurs mobilières inconditionnellement et irrévocablement garanties par un Etat membre de l'Espace économique européen ou par l'une de ses autorités régionales ou locales;
5° les instruments de placement émis par des associations bénéficiant d'un statut légal ou par des organismes sans but lucratif, reconnus par un Etat membre de l'Espace économique européen, en vue de se procurer les moyens nécessaires à la réalisation de leurs objectifs non lucratifs;
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas:
1° aux types d'offres au public visées à l'article 1er, paragraphe 4, du Règlement 2017/1129, dans la mesure où celles-ci portent sur des instruments de placement, et moyennant le respect des conditions prévues par les dispositions concernées; et
2° aux offres au public d'instruments de placement dont le montant total dans l'Union est inférieur ou égal à un montant de 500 000 euros, calculé sur une période de douze mois, pour autant que
(a) chaque investisseur ne puisse donner suite à l'offre au public que pour un montant maximal de 5 000 euros; et
(b) tous les documents se rapportant à l'offre au public mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi que le montant maximal par investisseur.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas aux offres au public portant sur des instruments de placement, autres que des valeurs mobilières, qui consistent en des contrats à terme ne nécessitant aucun investissement au moment de leur conclusion, mais dont la liquidation s'opère par un règlement en espèces ou par livraison du sous-jacent au profit de l'une des parties, lesquelles offres au public relèvent du chapitre Ier.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas:
1° lorsque l'émetteur ou l'offreur est tenu de fournir aux investisseurs un document d'informations clés en vertu du Règlement 1286/2014 du 26 novembre 2014 sur les documents d'informations clés relatifs aux produits d'investissement packagés de détail et fondés sur l'assurance lors de l'offre au public concernée;
2° lorsque l'émetteur, l'offreur ou la personne qui demande l'admission à la négociation est tenu de fournir aux investisseurs un autre document d'information jugé équivalent par le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA;
[1 3° en cas d'application des articles 23 ou 24 du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]1
§ 6. Le présent chapitre ne s'applique pas lorsque l'émetteur ou l'offreur établit volontairement un prospectus conformément à l'article 4 du Règlement 2017/1129.
§ 7. L'offreur, l'émetteur ou la personne qui demande l'admission à la négociation peut renoncer au bénéfice de l'application des paragraphes 2, 3 et 5, et opter pour la publication préalable d'une note d'information conformément aux dispositions de la présente loi.
1° aux offres au public d'instruments de placement dont le montant total dans l'Union est inférieur ou égal à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
2° aux offres au public d'instruments de placement, admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l'Union est inférieur ou égal à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d'instruments de placement sur un MTF ou un segment déterminé d'un MTF désigné par le Roi, sur avis de la FSMA. Le Roi peut le cas échéant définir des exceptions à l'obligation susmentionnée.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas aux types suivants d'instruments de placement:
1° les parts émises par des organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé;
2° les titres autres que de capital, émis par un Etat membre de l'Espace économique européen ou par l'une de ses autorités régionales ou locales, par les organisations publiques internationales auxquelles adhèrent un ou plusieurs Etats membres de l'Espace économique européen, par la Banque centrale européenne ou par les banques centrales des Etats membres de l'Espace économique européen;
3° les parts de capital dans les banques centrales des Etats membres de l'Espace économique européen;
4° les valeurs mobilières inconditionnellement et irrévocablement garanties par un Etat membre de l'Espace économique européen ou par l'une de ses autorités régionales ou locales;
5° les instruments de placement émis par des associations bénéficiant d'un statut légal ou par des organismes sans but lucratif, reconnus par un Etat membre de l'Espace économique européen, en vue de se procurer les moyens nécessaires à la réalisation de leurs objectifs non lucratifs;
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas:
1° aux types d'offres au public visées à l'article 1er, paragraphe 4, du Règlement 2017/1129, dans la mesure où celles-ci portent sur des instruments de placement, et moyennant le respect des conditions prévues par les dispositions concernées; et
2° aux offres au public d'instruments de placement dont le montant total dans l'Union est inférieur ou égal à un montant de 500 000 euros, calculé sur une période de douze mois, pour autant que
(a) chaque investisseur ne puisse donner suite à l'offre au public que pour un montant maximal de 5 000 euros; et
(b) tous les documents se rapportant à l'offre au public mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi que le montant maximal par investisseur.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas aux offres au public portant sur des instruments de placement, autres que des valeurs mobilières, qui consistent en des contrats à terme ne nécessitant aucun investissement au moment de leur conclusion, mais dont la liquidation s'opère par un règlement en espèces ou par livraison du sous-jacent au profit de l'une des parties, lesquelles offres au public relèvent du chapitre Ier.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s'applique pas:
1° lorsque l'émetteur ou l'offreur est tenu de fournir aux investisseurs un document d'informations clés en vertu du Règlement 1286/2014 du 26 novembre 2014 sur les documents d'informations clés relatifs aux produits d'investissement packagés de détail et fondés sur l'assurance lors de l'offre au public concernée;
2° lorsque l'émetteur, l'offreur ou la personne qui demande l'admission à la négociation est tenu de fournir aux investisseurs un autre document d'information jugé équivalent par le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA;
[1 3° en cas d'application des articles 23 ou 24 du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]1
§ 6. Le présent chapitre ne s'applique pas lorsque l'émetteur ou l'offreur établit volontairement un prospectus conformément à l'article 4 du Règlement 2017/1129.
§ 7. L'offreur, l'émetteur ou la personne qui demande l'admission à la négociation peut renoncer au bénéfice de l'application des paragraphes 2, 3 et 5, et opter pour la publication préalable d'une note d'information conformément aux dispositions de la présente loi.
Änderungen
Afdeling 2. - De informatienota
Section II. - La note d'information
Onderafdeling 1. - Algemene bepaling
Sous-section Ire. - Disposition générale
Art.11. Elke verrichting bedoeld in dit hoofdstuk vereist de voorafgaande publicatie van een informatienota door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naargelang het geval.
Art.11. Toute opération visée au présent chapitre requiert la publication préalable d'une note d'information par l'émetteur, l'offreur ou la personne qui sollicite l'admission à la négociation, selon le cas.
Onderafdeling 2. - Inhoud van de informatienota
Sous-section 2. - Contenu de la note d'information
Art.12. § 1. De informatienota vormt precontractuele informatie. De inhoud ervan moet accuraat, eerlijk, duidelijk en niet misleidend zijn.
§ 2. De informatienota bevat informatie over de uitgevende instelling, de aanbieder en de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, over het bedrag en de aard van de aangeboden of de tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten, over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding of de toelating, alsook over de risico's verbonden aan de uitgevende instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten.
Meer in het bijzonder bevat de informatienota een korte omschrijving van de volgende elementen:
1° een beschrijving van de belangrijkste risico's die inherent zijn aan de uitgevende instelling en de aangeboden beleggingsinstrumenten, die specifiek zijn voor de betrokken aanbieding of de betrokken toelating tot de verhandeling;
2° informatie over de uitgevende instelling en de aanbieder van de beleggingsinstrumenten, inclusief de jaarrekeningen van de uitgevende instelling over de laatste twee boekjaren;
3° informatie over de voorwaarden en de redenen voor de aanbieding of de toelating tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten;
4° informatie over de kenmerken van de aangeboden of tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten.
Bovenaan de informatienota wordt, op een prominente plaats, de volgende vermelding opgenomen: "Dit document is geen prospectus en werd niet gecontroleerd of goedgekeurd door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.".
§ 3. De informatienota voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° zij wordt in de vorm van één enkel document en in een begrijpelijke taal opgesteld;
2° zij wordt in beknopte vorm opgesteld en is maximaal vijftien A4-bladzijden lang;
3° zij wordt zodanig voorgesteld en vormgegeven met gebruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot leesbaar is.
§ 2. De informatienota bevat informatie over de uitgevende instelling, de aanbieder en de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, over het bedrag en de aard van de aangeboden of de tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten, over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding of de toelating, alsook over de risico's verbonden aan de uitgevende instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten.
Meer in het bijzonder bevat de informatienota een korte omschrijving van de volgende elementen:
1° een beschrijving van de belangrijkste risico's die inherent zijn aan de uitgevende instelling en de aangeboden beleggingsinstrumenten, die specifiek zijn voor de betrokken aanbieding of de betrokken toelating tot de verhandeling;
2° informatie over de uitgevende instelling en de aanbieder van de beleggingsinstrumenten, inclusief de jaarrekeningen van de uitgevende instelling over de laatste twee boekjaren;
3° informatie over de voorwaarden en de redenen voor de aanbieding of de toelating tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten;
4° informatie over de kenmerken van de aangeboden of tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten.
Bovenaan de informatienota wordt, op een prominente plaats, de volgende vermelding opgenomen: "Dit document is geen prospectus en werd niet gecontroleerd of goedgekeurd door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.".
§ 3. De informatienota voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° zij wordt in de vorm van één enkel document en in een begrijpelijke taal opgesteld;
2° zij wordt in beknopte vorm opgesteld en is maximaal vijftien A4-bladzijden lang;
3° zij wordt zodanig voorgesteld en vormgegeven met gebruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot leesbaar is.
Art.12. § 1er. La note d'information constitue une information précontractuelle. Son contenu est exact, loyal, clair et non trompeur.
§ 2. La note d'information contient des informations sur l'émetteur, l'offreur et la personne qui demande l'admission à la négociation, le montant et la nature des instruments de placement offerts ou à admettre à la négociation, ainsi que sur les raisons et les modalités de l'offre ou de l'admission et les risques attachés à l'émetteur et aux instruments de placement concernés.
En particulier, la note d'information contient une description succinte des éléments suivants:
1° une description des principaux risques propres à l'émetteur et aux instruments de placement offerts, spécifiques à l'offre ou à l'admission à la négociation concernée;
2° des informations concernant l'émetteur et l'offreur des instruments de placement, en ce compris les comptes annuels de l'émetteur concernant les deux derniers exercices;
3° des informations concernant les conditions et les raisons de l'offre ou de l'admission à la négociation des instruments de placement;
4° des informations concernant les caractéristiques des instruments de placement offerts ou à admettre.
L'en-tête de la note d'information comporte, de manière prééminente, la mention suivante: "Le présent document n'est pas un prospectus et n'a pas été vérifié ou approuvé par l'Autorité des services et marchés financiers.".
§ 3. La note d'information répond aux conditions suivantes:
1° elle est rédigée sous la forme d'un document unique, dans un langage compréhensible;
2° elle est rédigée de manière concise et sa longueur ne dépasse pas quinze pages de format A4;
3° elle est présentée et mise en page d'une manière qui en rend la lecture aisée, avec des caractères d'une taille lisible.
§ 2. La note d'information contient des informations sur l'émetteur, l'offreur et la personne qui demande l'admission à la négociation, le montant et la nature des instruments de placement offerts ou à admettre à la négociation, ainsi que sur les raisons et les modalités de l'offre ou de l'admission et les risques attachés à l'émetteur et aux instruments de placement concernés.
En particulier, la note d'information contient une description succinte des éléments suivants:
1° une description des principaux risques propres à l'émetteur et aux instruments de placement offerts, spécifiques à l'offre ou à l'admission à la négociation concernée;
2° des informations concernant l'émetteur et l'offreur des instruments de placement, en ce compris les comptes annuels de l'émetteur concernant les deux derniers exercices;
3° des informations concernant les conditions et les raisons de l'offre ou de l'admission à la négociation des instruments de placement;
4° des informations concernant les caractéristiques des instruments de placement offerts ou à admettre.
L'en-tête de la note d'information comporte, de manière prééminente, la mention suivante: "Le présent document n'est pas un prospectus et n'a pas été vérifié ou approuvé par l'Autorité des services et marchés financiers.".
§ 3. La note d'information répond aux conditions suivantes:
1° elle est rédigée sous la forme d'un document unique, dans un langage compréhensible;
2° elle est rédigée de manière concise et sa longueur ne dépasse pas quinze pages de format A4;
3° elle est présentée et mise en page d'une manière qui en rend la lecture aisée, avec des caractères d'une taille lisible.
Art.13. § 1. Wanneer de uitgevende instelling een commissaris diende aan te stellen tijdens de boekjaren waarvan de jaarrekeningen in de informatienota moeten worden opgenomen, wordt bij die jaarrekeningen telkens het verslag van de commissaris gevoegd.
§ 2. Wanneer de uitgevende instelling tijdens de betrokken boekja(a)r(en) geen commissaris diende aan te stellen,
1° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhankelijke toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderworpen of een vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten dat zij, voor de doeleinden van de informatienota een getrouw beeld geven conform de in België geldende auditnormen; of
2° de informatienota moet de volgende vermelding bevatten: "Deze jaarrekeningen zijn niet geauditeerd door een commissaris en evenmin aan een onafhankelijke externe toetsing onderworpen.".
§ 2. Wanneer de uitgevende instelling tijdens de betrokken boekja(a)r(en) geen commissaris diende aan te stellen,
1° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhankelijke toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderworpen of een vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten dat zij, voor de doeleinden van de informatienota een getrouw beeld geven conform de in België geldende auditnormen; of
2° de informatienota moet de volgende vermelding bevatten: "Deze jaarrekeningen zijn niet geauditeerd door een commissaris en evenmin aan een onafhankelijke externe toetsing onderworpen.".
Art.13. § 1er. Lorsque l'émetteur était tenu de désigner un commissaire lors des exercices dont les comptes annuels doivent être inclus dans la note d'information, les comptes annuels sont à chaque fois accompagnés du rapport du commissaire.
§ 2. Lorsque l'émetteur n'était pas tenu de désigner un commissaire lors d'un ou des exercices concernés,
1° ces comptes annuels doivent faire l'objet d'une vérification indépendante par un réviseur d'entreprise ou contenir une mention par un réviseur d'entreprise indiquant si, aux fins de la note d'information, ils donnent une image fidèle, conformément aux normes d'audit applicables en Belgique; ou
2° la note d'information doit contenir l'information suivante: "Les présents comptes annuels n'ont pas été audités par un commissaire et n'ont pas fait l'objet d'une vérification externe indépendante.".
§ 2. Lorsque l'émetteur n'était pas tenu de désigner un commissaire lors d'un ou des exercices concernés,
1° ces comptes annuels doivent faire l'objet d'une vérification indépendante par un réviseur d'entreprise ou contenir une mention par un réviseur d'entreprise indiquant si, aux fins de la note d'information, ils donnent une image fidèle, conformément aux normes d'audit applicables en Belgique; ou
2° la note d'information doit contenir l'information suivante: "Les présents comptes annuels n'ont pas été audités par un commissaire et n'ont pas fait l'objet d'une vérification externe indépendante.".
Art.14. De informatienota wordt opgesteld of vertaald in één of meerdere landstalen of in het Engels. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van de informatienota belaste persoon.
Als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in een van de in het eerste lid bedoelde talen worden verspreid, wordt de informatienota in die taal opgesteld of vertaald.
Als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in een van de in het eerste lid bedoelde talen worden verspreid, wordt de informatienota in die taal opgesteld of vertaald.
Art.14. La note d'information est établie ou traduite dans une ou plusieurs des langues nationales ou en anglais. Cette traduction est effectuée sous la responsabilité de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne chargée de rédiger la note d'information.
Si les communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l'opération visés au titre V sont diffusés dans une des langues visées à l'alinéa 1er, la note d'information est établie ou traduite dans cette langue.
Si les communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l'opération visés au titre V sont diffusés dans une des langues visées à l'alinéa 1er, la note d'information est établie ou traduite dans cette langue.
Art.15. Elke met de informatie in de informatienota verband houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van de beschikbaarstelling van de informatienota conform artikel 17 en
1° de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek; of
2° de aanvang van de toelating tot de verhandeling op de betrokken MTF, (a) als dat moment later valt dan de afsluiting van de aanbieding aan het publiek, of (b) in het in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde geval, wordt in een aanvulling op de informatienota vermeld.
De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het publiek conform de bepalingen van artikel 17.
In geval van een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek hebben de beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aanvulling de beleggingsinstrumenten te kopen of erop in te schrijven, het recht om hun aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de in het eerste lid bedoelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuistheid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan worden verlengd door de uitgevende instelling of door de aanbieder. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt vermeld in de aanvulling.
1° de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek; of
2° de aanvang van de toelating tot de verhandeling op de betrokken MTF, (a) als dat moment later valt dan de afsluiting van de aanbieding aan het publiek, of (b) in het in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde geval, wordt in een aanvulling op de informatienota vermeld.
De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het publiek conform de bepalingen van artikel 17.
In geval van een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek hebben de beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aanvulling de beleggingsinstrumenten te kopen of erop in te schrijven, het recht om hun aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de in het eerste lid bedoelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuistheid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan worden verlengd door de uitgevende instelling of door de aanbieder. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt vermeld in de aanvulling.
Art.15. Tout fait nouveau significatif ou toute erreur ou inexactitude substantielle concernant les informations contenues dans la note d'information, qui est de nature à influencer l'évaluation des instruments de placement et survient ou est constaté entre la mise à disposition de la note d'information conformément à l'article 17 et
1° la clôture définitive de l'offre au public; ou
2° le début de la négociation sur le MTF concerné, (a) si ce moment est postérieur à la clôture de l'offre au public ou (b) dans le cas visé à l'article 10, § 1er, 3°, est mentionné dans un supplément à la note d'information.
Le supplément est mis à la disposition du public conformément aux dispositions de l'article 17.
En cas d'offre au public d'instruments de placement, les investisseurs qui ont déjà accepté d'acheter les instruments de placement ou d'y souscrire avant que le supplément ne soit publié ont le droit de révoquer leur acceptation pendant deux jours ouvrables après la publication du supplément, à condition que le fait nouveau, l'erreur ou l'inexactitude visé à l'alinéa 1er soit antérieur à la clôture définitive de l'offre au public et à la livraison des instruments de placement, si cet évènement intervient plus tôt. Ce délai peut être prorogé par l'émetteur ou l'offreur. La date à laquelle le droit de révocation prend fin est indiquée dans le supplément.
1° la clôture définitive de l'offre au public; ou
2° le début de la négociation sur le MTF concerné, (a) si ce moment est postérieur à la clôture de l'offre au public ou (b) dans le cas visé à l'article 10, § 1er, 3°, est mentionné dans un supplément à la note d'information.
Le supplément est mis à la disposition du public conformément aux dispositions de l'article 17.
En cas d'offre au public d'instruments de placement, les investisseurs qui ont déjà accepté d'acheter les instruments de placement ou d'y souscrire avant que le supplément ne soit publié ont le droit de révoquer leur acceptation pendant deux jours ouvrables après la publication du supplément, à condition que le fait nouveau, l'erreur ou l'inexactitude visé à l'alinéa 1er soit antérieur à la clôture définitive de l'offre au public et à la livraison des instruments de placement, si cet évènement intervient plus tôt. Ce délai peut être prorogé par l'émetteur ou l'offreur. La date à laquelle le droit de révocation prend fin est indiquée dans le supplément.
Art.16. De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA:
1° bijkomende of meer gedetailleerde vereisten opleggen met betrekking tot de inhoud van de informatienota;
2° schema's opstellen aan de hand waarvan de informatie moet worden voorgesteld in de informatienota;
en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken tussen de verschillende soorten beleggingsinstrumenten, uitgevende instellingen of aanbieders, en/of in functie van de tegenwaarde van de aanbieding of van de toelating tot de verhandeling.
1° bijkomende of meer gedetailleerde vereisten opleggen met betrekking tot de inhoud van de informatienota;
2° schema's opstellen aan de hand waarvan de informatie moet worden voorgesteld in de informatienota;
en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken tussen de verschillende soorten beleggingsinstrumenten, uitgevende instellingen of aanbieders, en/of in functie van de tegenwaarde van de aanbieding of van de toelating tot de verhandeling.
Art.16. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA:
1° imposer des exigences complémentaires ou plus détaillées en ce qui concerne le contenu de la note d'information;
2° établir les schémas selon lesquels l'information doit être présentée dans la note d'information;
et, le cas échéant, en distinguant entre les différents types d'instruments de placement, d'émetteur ou d'offreur et/ou en fonction du montant de l'offre ou de l'admission à la négociation.
1° imposer des exigences complémentaires ou plus détaillées en ce qui concerne le contenu de la note d'information;
2° établir les schémas selon lesquels l'information doit être présentée dans la note d'information;
et, le cas échéant, en distinguant entre les différents types d'instruments de placement, d'émetteur ou d'offreur et/ou en fonction du montant de l'offre ou de l'admission à la négociation.
Onderafdeling 3. - Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA
Sous-section 3. - Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA
Art.17. De informatienota moet ten laatste op de aanvangsdag van de aanbieding aan het publiek of op de dag van de toelating tot de verhandeling beschikbaar worden gesteld voor het publiek.
Bij een aanbieding aan het publiek wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek, waarneer zij in elektronische vorm is gepubliceerd op de website van de uitgevende instelling en/of de aanbieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële dienst van de uitgevende instelling.
Bij toelating tot de verhandeling op een in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde MTF wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek zodra zij in elektronische vorm op de website van de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende instelling is gepubliceerd.
De beleggers moet de mogelijkheid worden geboden om kosteloos een kopie van die informatienota in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te verkrijgen.
Bij een aanbieding aan het publiek wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek, waarneer zij in elektronische vorm is gepubliceerd op de website van de uitgevende instelling en/of de aanbieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële dienst van de uitgevende instelling.
Bij toelating tot de verhandeling op een in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde MTF wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek zodra zij in elektronische vorm op de website van de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende instelling is gepubliceerd.
De beleggers moet de mogelijkheid worden geboden om kosteloos een kopie van die informatienota in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te verkrijgen.
Art.17. La note d'information est mise à la disposition du public au plus tard le jour de l'ouverture de l'offre au public ou de l'admission à la négociation.
En cas d'offre au public, la note d'information est réputée être mise à la disposition du public dès qu'elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de l'émetteur et/ou de l'offreur et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers qui placent ou vendent les instruments de placement concernés, y compris ceux chargés du service financier.
En cas d'admission à la négociation sur un MTF visée à l'article 10, § 1er, 3°, la note d'information est réputée être mise à la disposition du public dès qu'elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou de l'émetteur.
Les investisseurs doivent avoir la possibilité d'obtenir sans frais une copie de la note d'information sous une forme imprimée ou sur un support durable.
En cas d'offre au public, la note d'information est réputée être mise à la disposition du public dès qu'elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de l'émetteur et/ou de l'offreur et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers qui placent ou vendent les instruments de placement concernés, y compris ceux chargés du service financier.
En cas d'admission à la négociation sur un MTF visée à l'article 10, § 1er, 3°, la note d'information est réputée être mise à la disposition du public dès qu'elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou de l'émetteur.
Les investisseurs doivent avoir la possibilité d'obtenir sans frais une copie de la note d'information sous une forme imprimée ou sur un support durable.
Art.18. Ten laatste op het moment van de beschikbaarstelling overeenkomstig artikel 17 moet de uitgevende instelling of de aanbieder, naargelang het geval, de informatienota neerleggen bij de FSMA.
Ook elke aanvulling op de informatienota wordt onmiddellijk neergelegd bij de FSMA.
De FSMA publiceert de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop op haar website. Die publicatie gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling.
De FSMA bepaalt de neerleggings- en publicatiewijze.
Ook elke aanvulling op de informatienota wordt onmiddellijk neergelegd bij de FSMA.
De FSMA publiceert de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop op haar website. Die publicatie gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling.
De FSMA bepaalt de neerleggings- en publicatiewijze.
Art.18. Au plus tard au moment de la mise à disposition conformément à l'article 17, l'émetteur ou l'offreur, selon le cas, doit déposer la note d'information auprès de la FSMA.
Tout supplément à la note d'information est également immédiatement déposé auprès de la FSMA.
La FSMA publie la note d'information et les éventuels suppléments sur son site internet. Cette publication est effectuée sous la responsabilité exclusive de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation.
La FSMA détermine les modalités du dépôt et de la publication.
Tout supplément à la note d'information est également immédiatement déposé auprès de la FSMA.
La FSMA publie la note d'information et les éventuels suppléments sur son site internet. Cette publication est effectuée sous la responsabilité exclusive de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation.
La FSMA détermine les modalités du dépôt et de la publication.
Onderafdeling 4. - Geldigheidsduur
Sous-section 4. - Durée de validité
Art.19. De informatienota blijft geldig gedurende twaalf maanden na de neerlegging ervan bij de FSMA, voor zover zij vergezeld gaat van alle krachtens artikel 15 vereiste aanvullingen.
Art.19. La note d'information reste valable douze mois après le moment de son dépôt auprès de la FSMA, pour autant qu'elle soit complétée par tout supplément requis en vertu de l'article 15.
TITEL IV. - Bemiddeling
TITRE IV. - Intermédiation
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Art.20. § 1. Deze titel is van toepassing op elke plaatsing van beleggingsinstrumenten op het Belgisch grondgebied.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze titel niet van toepassing op:
1° de plaatsing van beleggingsinstrumenten uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging;
2° een in artikel 1, lid 4, a) en b), van Verordening 2017/1129, bedoelde aanbieding die betrekking heeft op beleggingsinstrumenten;
3° de activiteiten die onder de toepassing vallen van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze titel niet van toepassing op:
1° de plaatsing van beleggingsinstrumenten uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging;
2° een in artikel 1, lid 4, a) en b), van Verordening 2017/1129, bedoelde aanbieding die betrekking heeft op beleggingsinstrumenten;
3° de activiteiten die onder de toepassing vallen van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
Art.20. § 1er. Le présent titre s'applique à tout placement d'instruments de placement effectué sur le territoire belge.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent titre n'est pas applicable:
1° au placement d'instruments de placement émis par des organismes de placement collectif;
2° en cas d'offre visée à l'article 1er, paragraphe 4, a) et b) du Règlement 2017/1129, portant sur des instruments de placement;
3° aux activités tombant dans le champ d'application de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent titre n'est pas applicable:
1° au placement d'instruments de placement émis par des organismes de placement collectif;
2° en cas d'offre visée à l'article 1er, paragraphe 4, a) et b) du Règlement 2017/1129, portant sur des instruments de placement;
3° aux activités tombant dans le champ d'application de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier.
HOOFDSTUK II. - Bemiddelingsmonopolie
CHAPITRE II. - Monopole d'intermédiation
Art.21. § 1. Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten:
a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen [2 ...]2;
c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 312 van de wet van 25 april 2014;
d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 313 van de wet van 25 april 2014;
e) [2 de beursvennootschappen bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen;]2
f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld in titel III van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van de wet van 25 oktober 2016;
h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III, van de wet van 25 oktober 2016;
i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerkzaamheden in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV, van de wet van 25 oktober 2016.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de aanbieder of de uitgevende instelling:
a) om zelf de instrumenten te plaatsen die hij of zij uitgeeft;
b) om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, hiermee te gelasten, ingeval de uitgevende instelling of de aanbieder een gereglementeerde onderneming in de zin van die wet is;
c) om een met de uitgevende instelling of de aanbieder verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming gericht is;
d) [1 om een beroep te doen op de diensten van een crowdfundingdienstverlener om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren conform Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]1
a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen [2 ...]2;
c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 312 van de wet van 25 april 2014;
d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 313 van de wet van 25 april 2014;
e) [2 de beursvennootschappen bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen;]2
f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld in titel III van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van de wet van 25 oktober 2016;
h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III, van de wet van 25 oktober 2016;
i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerkzaamheden in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV, van de wet van 25 oktober 2016.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de aanbieder of de uitgevende instelling:
a) om zelf de instrumenten te plaatsen die hij of zij uitgeeft;
b) om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, hiermee te gelasten, ingeval de uitgevende instelling of de aanbieder een gereglementeerde onderneming in de zin van die wet is;
c) om een met de uitgevende instelling of de aanbieder verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming gericht is;
d) [1 om een beroep te doen op de diensten van een crowdfundingdienstverlener om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren conform Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]1
Art.21. § 1er. Seuls les personnes ou établissements suivants peuvent pratiquer l'intermédiation:
a) la Banque centrale européenne, la Banque Nationale de Belgique et les autres banques centrales des Etats membres de l'Espace économique européen;
b) les établissements de crédit inscrits à la liste visée à l'article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [2 ...]2;
c) les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, enregistrées conformément à l'article 312 de la loi du 25 avril 2014;
d) les établissements de crédit non établis en Belgique qui relèvent du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et exercent des activités en Belgique conformément à l'article 313 de la loi du 25 avril 2014;
e) [2 le sociétés de bourse visées au Livre II de la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant dispositions diverses ;]2
f) les sociétés de gestion de portefeuilles et de conseil en investissement visées au titre III de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
g) les entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et opérant en Belgique en vertu du titre II, chapitre III, section Ire, de la loi du 25 octobre 2016;
h) les succursales établies en Belgique d'entreprises d'investissement relevant du droit de pays non membres de l'Espace économique européen et opérant en Belgique conformément au titre II, chapitre III, section III, de la loi du 25 octobre 2016;
i) les entreprises d'investissement relevant du droit de pays non membres de l'Espace économique européen et opérant en Belgique par voie de prestation de services, pour autant que l'intermédiation soit conforme au statut auquel elles sont soumises en vertu du titre II, chapitre III, section IV, de la loi du 25 octobre 2016.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne portent pas préjudice à la possibilité pour l'offreur ou l'émetteur:
a) de placer lui-même les instruments qu'il émet;
b) de confier cette tâche à des intermédiaires en services bancaires ou en services d'investissement inscrits à la liste visée à l'article 7, § 3, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, dans le cas où l'émetteur ou l'offreur est une entreprise réglementée au sens de cette loi;
c) de confier cette tâche à une entreprise liée à l'émetteur ou à l'offreur dans le cas où l'offre s'adresse aux membres du personnel de l'entreprise liée;
d) [1 de recourir aux services d'un prestataire de financement participatif afin de commercialiser ses instruments de placement conformément au règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]1
a) la Banque centrale européenne, la Banque Nationale de Belgique et les autres banques centrales des Etats membres de l'Espace économique européen;
b) les établissements de crédit inscrits à la liste visée à l'article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [2 ...]2;
c) les succursales établies en Belgique d'établissements de crédit relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, enregistrées conformément à l'article 312 de la loi du 25 avril 2014;
d) les établissements de crédit non établis en Belgique qui relèvent du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et exercent des activités en Belgique conformément à l'article 313 de la loi du 25 avril 2014;
e) [2 le sociétés de bourse visées au Livre II de la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant dispositions diverses ;]2
f) les sociétés de gestion de portefeuilles et de conseil en investissement visées au titre III de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;
g) les entreprises d'investissement relevant du droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et opérant en Belgique en vertu du titre II, chapitre III, section Ire, de la loi du 25 octobre 2016;
h) les succursales établies en Belgique d'entreprises d'investissement relevant du droit de pays non membres de l'Espace économique européen et opérant en Belgique conformément au titre II, chapitre III, section III, de la loi du 25 octobre 2016;
i) les entreprises d'investissement relevant du droit de pays non membres de l'Espace économique européen et opérant en Belgique par voie de prestation de services, pour autant que l'intermédiation soit conforme au statut auquel elles sont soumises en vertu du titre II, chapitre III, section IV, de la loi du 25 octobre 2016.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne portent pas préjudice à la possibilité pour l'offreur ou l'émetteur:
a) de placer lui-même les instruments qu'il émet;
b) de confier cette tâche à des intermédiaires en services bancaires ou en services d'investissement inscrits à la liste visée à l'article 7, § 3, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, dans le cas où l'émetteur ou l'offreur est une entreprise réglementée au sens de cette loi;
c) de confier cette tâche à une entreprise liée à l'émetteur ou à l'offreur dans le cas où l'offre s'adresse aux membres du personnel de l'entreprise liée;
d) [1 de recourir aux services d'un prestataire de financement participatif afin de commercialiser ses instruments de placement conformément au règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]1
TITEL V. - Reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting
TITRE V. - Communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l'opération
Art.22. § 1. De bepalingen van deze titel en van artikel 22, lid 1, eerste zin, en lid 2 tot 11, van Verordening 2017/1129 zijn van toepassing op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben:
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF,
en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7;
[2 4° op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op crowdfundingaanbiedingen in de zin van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]2
[1 § 3. In afwijking van paragraaf 1 is artikel 24 niet van toepassing:
1° op de toelatingen op een gereglementeerde markt of op een MTF van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van tenminste 100 000 euro;
2° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling.]1
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF,
en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7;
[2 4° op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op crowdfundingaanbiedingen in de zin van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]2
[1 § 3. In afwijking van paragraaf 1 is artikel 24 niet van toepassing:
1° op de toelatingen op een gereglementeerde markt of op een MTF van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van tenminste 100 000 euro;
2° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling.]1
Art.22. § 1er. Les dispositions du présent titre et de l'article 22, paragraphe 1er, première phrase et paragraphes 2 à 11 du Règlement 2017/1129 s'appliquent aux communications à caractère promotionnel et aux autres documents et avis se rapportant:
1° aux offres au public d'instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge;
2° aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé belge;
3° aux admissions d'instruments d'instruments de placement à la négociation sur un MTF visées à l'article 10, § 1er, 3°,
et qui sont diffusés à l'initiative de l'émetteur, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s'appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d'un prospectus en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d'instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d'un prospectus n'est pas exigée en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l'article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l'article 10, lorsque la publication d'une note d'information n'est pas exigée en vertu de l'article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 10, § 7;
[2 4° aux communications à caractère promotionnel et aux autres documents et avis se rapportant aux offres de financement participatif au sens du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]2
[1 § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 24 ne s'applique pas :
1° aux admissions sur un marché réglementé ou sur un MTF d'instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s'élève au moins à 100 000 euros ;
2° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l'article 10.]1
1° aux offres au public d'instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge;
2° aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé belge;
3° aux admissions d'instruments d'instruments de placement à la négociation sur un MTF visées à l'article 10, § 1er, 3°,
et qui sont diffusés à l'initiative de l'émetteur, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s'appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d'un prospectus en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d'instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d'un prospectus n'est pas exigée en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l'article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l'article 10, lorsque la publication d'une note d'information n'est pas exigée en vertu de l'article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 10, § 7;
[2 4° aux communications à caractère promotionnel et aux autres documents et avis se rapportant aux offres de financement participatif au sens du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]2
[1 § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 24 ne s'applique pas :
1° aux admissions sur un marché réglementé ou sur un MTF d'instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s'élève au moins à 100 000 euros ;
2° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l'article 10.]1
Art.23. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voorwaarden en rekening houdend met de aanpassingen die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van deze titel, met uitsluiting van zijn artikel 24, van titel VI van dit boek, van boek IV en van de artikelen 33 en 34, van toepassing verklaren op aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die plaatsvinden op het Belgische grondgebied en die in artikel 6, §§ 2 en 3, of in artikel 22, § 2, worden bedoeld.
Art.23. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dans les conditions et compte tenu des adaptations qu'Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent titre, à l'exclusion de son article 24, du titre VI du présent livre, du livre IV et des articles 33 et 34, applicables à des offres d'instruments de placement qui sont effectuées sur le territoire belge et qui sont visées à l'article 6, §§ 2 et 3 ou à l'article 22, § 2.
Art.24. § 1. De reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling als bedoeld in deze titel en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, mogen pas openbaar worden gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten als bepaald bij en krachtens artikel 22, lid 2 tot 4, 9 en 10, van Verordening 2017/1129 en het tweede lid van deze paragraaf.
De FSMA kan de nadere regels en procedures bepalen volgens welke de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde documenten kan gebeuren. Hierbij houdt de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze onder meer het gestandaardiseerd, en recurrent, karakter van de documenten en het gebruikte medium als criteria in aanmerking neemt.
§ 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten.
Als de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten informatie bevatten waarvan de FSMA enkel kan nagaan of die overeenstemt met de informatie die vervat is in het prospectus als zij over de goedgekeurde versie van het prospectus beschikt, begint de in het eerste lid vastgestelde termijn van vijf werkdagen te lopen, naargelang het geval, op het ogenblik dat:
1° de FSMA het prospectus goedkeurt conform artikel 20 van Verordening 2017/1129; of
2° op het ogenblik dat de kennisgeving is verricht als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129.
§ 3. In voorkomend geval, moet, samen met de originele versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en die door de FSMA wordt aanvaard, van de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten aan de FSMA worden overgelegd voor onderzoeksdoeleinden.
§ 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering van de FSMA om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld.
§ 5. In de reclame en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA of van enige andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus is goedgekeurd.
De FSMA kan de nadere regels en procedures bepalen volgens welke de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde documenten kan gebeuren. Hierbij houdt de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze onder meer het gestandaardiseerd, en recurrent, karakter van de documenten en het gebruikte medium als criteria in aanmerking neemt.
§ 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten.
Als de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten informatie bevatten waarvan de FSMA enkel kan nagaan of die overeenstemt met de informatie die vervat is in het prospectus als zij over de goedgekeurde versie van het prospectus beschikt, begint de in het eerste lid vastgestelde termijn van vijf werkdagen te lopen, naargelang het geval, op het ogenblik dat:
1° de FSMA het prospectus goedkeurt conform artikel 20 van Verordening 2017/1129; of
2° op het ogenblik dat de kennisgeving is verricht als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129.
§ 3. In voorkomend geval, moet, samen met de originele versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en die door de FSMA wordt aanvaard, van de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten aan de FSMA worden overgelegd voor onderzoeksdoeleinden.
§ 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering van de FSMA om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld.
§ 5. In de reclame en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA of van enige andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus is goedgekeurd.
Art.24. § 1er. Les communications à caractère promotionnel et les autres documents et avis se rapportant à une offre au public ou une admission à la négociation visée au présent titre, qui sont diffusés à l'initiative de l'émetteur, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux, ne peuvent être rendus publics qu'après avoir été approuvés par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par et en vertu de l'article 22, paragraphes 2 à 4, 9 et 10, du Règlement 2017/1129 et de l'alinéa 2 du présent paragraphe.
La FSMA peut déterminer les modalités et procédures selon lesquelles l'approbation des documents visés à l'alinéa 1er peut s'effectuer. La FSMA tient compte, à cet effet, de la nature et du contenu de ces documents, retenant notamment comme critères le caractère standardisé et récurrent des documents et le média utilisé.
§ 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ouvrables à dater de la réception des communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er.
Si les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er comportent des informations dont la FSMA ne saurait vérifier la compatibilité avec les informations figurant dans le prospectus que si elle dispose de la version approuvée du prospectus, le délai de cinq jours ouvrables prévu à l'alinéa 1er commence à courir à compter, selon le cas:
1° de l'approbation du prospectus par la FSMA conformément à l'article 20 du Règlement 2017/1129; ou
2° de la notification prévue à l'article 25 du Règlement 2017/1129.
§ 3. Une traduction des communications à caractère promotionnel et des autres documents et avis visés au paragraphe 1er, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale et acceptée par la FSMA doit, le cas échéant, être transmise à la FSMA aux fins d'examen en même temps que la version originale.
§ 4. Seuls l'offreur, l'émetteur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation, selon le cas et/ou les intermédiaires désignés par eux peuvent introduire un recours conformément à l'article 121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de la FSMA d'approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis. La décision de les approuver n'est pas susceptible de recours.
§ 5. Aucune mention de l'intervention de la FSMA ou de toute autre autorité compétente d'un Etat membre de l'Espace économique européen ne peut être faite dans les communications à caractère promotionnel et dans les autres documents et avis visés au § 1er, excepté la mention de l'approbation du prospectus.
La FSMA peut déterminer les modalités et procédures selon lesquelles l'approbation des documents visés à l'alinéa 1er peut s'effectuer. La FSMA tient compte, à cet effet, de la nature et du contenu de ces documents, retenant notamment comme critères le caractère standardisé et récurrent des documents et le média utilisé.
§ 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ouvrables à dater de la réception des communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er.
Si les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er comportent des informations dont la FSMA ne saurait vérifier la compatibilité avec les informations figurant dans le prospectus que si elle dispose de la version approuvée du prospectus, le délai de cinq jours ouvrables prévu à l'alinéa 1er commence à courir à compter, selon le cas:
1° de l'approbation du prospectus par la FSMA conformément à l'article 20 du Règlement 2017/1129; ou
2° de la notification prévue à l'article 25 du Règlement 2017/1129.
§ 3. Une traduction des communications à caractère promotionnel et des autres documents et avis visés au paragraphe 1er, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale et acceptée par la FSMA doit, le cas échéant, être transmise à la FSMA aux fins d'examen en même temps que la version originale.
§ 4. Seuls l'offreur, l'émetteur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation, selon le cas et/ou les intermédiaires désignés par eux peuvent introduire un recours conformément à l'article 121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de la FSMA d'approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis. La décision de les approuver n'est pas susceptible de recours.
§ 5. Aucune mention de l'intervention de la FSMA ou de toute autre autorité compétente d'un Etat membre de l'Espace économique européen ne peut être faite dans les communications à caractère promotionnel et dans les autres documents et avis visés au § 1er, excepté la mention de l'approbation du prospectus.
TITEL VI. - Aansprakelijkheid
TITRE VI. - Responsabilité
Art.25. § 1. Deze titel is van toepassing:
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek op het Belgische grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggings-instrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7;
[1 4° op aanbiedingen aan het publiek in het kader waarvan een blad met essentiële beleggingsinformatie aan de beleggers moet worden verstrekt krachtens Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]1
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek op het Belgische grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggings-instrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7;
[1 4° op aanbiedingen aan het publiek in het kader waarvan een blad met essentiële beleggingsinformatie aan de beleggers moet worden verstrekt krachtens Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937.]1
Art.25. § 1er. Le présent titre s'applique en ce qui concerne:
1° les offres au public d'instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge;
2° les admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé belge;
3° les admissions d'instruments d'instruments de placement à la négociation sur un MTF visées à l'article 10, § 1er, 3°.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s'appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d'un prospectus en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d'instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d'un prospectus n'est pas exigée en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l'article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l'article 10, lorsque la publication d'une note d'information n'est pas exigée en vertu de l'article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 10, § 7;
[1 4° aux offres au public à l'occasion desquelles une fiche d'informations clés sur l'investissement doit être fournie aux investisseurs en vertu du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]1
1° les offres au public d'instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge;
2° les admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé belge;
3° les admissions d'instruments d'instruments de placement à la négociation sur un MTF visées à l'article 10, § 1er, 3°.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s'appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d'un prospectus en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d'instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d'instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d'un prospectus n'est pas exigée en vertu de l'article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l'article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 4 du Règlement 2017/1129;
3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l'article 10, lorsque la publication d'une note d'information n'est pas exigée en vertu de l'article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l'article 10, § 7;
[1 4° aux offres au public à l'occasion desquelles une fiche d'informations clés sur l'investissement doit être fournie aux investisseurs en vertu du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937.]1
Änderungen
Art.26. § 1. Wanneer het prospectus ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de FSMA, wordt er duidelijk in vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. De verantwoordelijke personen worden geïdentificeerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel.
De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend worden gedragen door de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezichthoudende of bestuursorganen, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de garant.
In het prospectus wordt een verklaring opgenomen van de verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou wijzigen. Onverminderd het eerste lid kunnen in het prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop of door het ontbreken in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop van de informatie voorgeschreven door of krachtens Verordening 2017/1129 en deze wet.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de in artikel 7 van Verordening 2017/1129 bedoelde samenvatting van het prospectus, of van een specifieke samenvatting die wordt opgesteld in het kader van een EU-groeiprospectus als bedoeld in artikel 15, lid 1, alinea 2, van Verordening 2017/1129, of van de vertaling hiervan aansprakelijk worden gesteld, tenzij die misleidende, onjuiste of inconsistente informatie bevatten ten aanzien van de andere delen van het prospectus, of tenzij die, in combinatie met de andere delen van het prospectus, niet de kerngegevens verstrekken om de beleggers te helpen wanneer zij overwegen in de betrokken beleggingsinstrumenten te beleggen.
§ 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen, de aanbieder of de garant, naargelang het geval, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de onjuiste of misleidende aard van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, of door het ontbreken, in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, van de door of krachtens deze wet voorgeschreven informatie.
Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat, wordt het nadeel dat de belegger wordt berokkend, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 5. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de door hen aangestelde tussenpersonen, verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende, onjuiste of inconsistente informatie ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, vervat in de reclame, documenten of berichten met betrekking tot de verrichting die op hun initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door de strijdigheid van deze reclame, documenten of berichten met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, van de informatie in de reclame of in andere documenten of berichten met betrekking tot de verrichting, dan wel van de strijdigheid van die informatie met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel, indien het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter dan wel de strijdigheid van deze informatie van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend worden gedragen door de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezichthoudende of bestuursorganen, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de garant.
In het prospectus wordt een verklaring opgenomen van de verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou wijzigen. Onverminderd het eerste lid kunnen in het prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop of door het ontbreken in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop van de informatie voorgeschreven door of krachtens Verordening 2017/1129 en deze wet.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de in artikel 7 van Verordening 2017/1129 bedoelde samenvatting van het prospectus, of van een specifieke samenvatting die wordt opgesteld in het kader van een EU-groeiprospectus als bedoeld in artikel 15, lid 1, alinea 2, van Verordening 2017/1129, of van de vertaling hiervan aansprakelijk worden gesteld, tenzij die misleidende, onjuiste of inconsistente informatie bevatten ten aanzien van de andere delen van het prospectus, of tenzij die, in combinatie met de andere delen van het prospectus, niet de kerngegevens verstrekken om de beleggers te helpen wanneer zij overwegen in de betrokken beleggingsinstrumenten te beleggen.
§ 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen, de aanbieder of de garant, naargelang het geval, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de onjuiste of misleidende aard van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, of door het ontbreken, in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, van de door of krachtens deze wet voorgeschreven informatie.
Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat, wordt het nadeel dat de belegger wordt berokkend, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 5. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de door hen aangestelde tussenpersonen, verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende, onjuiste of inconsistente informatie ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, vervat in de reclame, documenten of berichten met betrekking tot de verrichting die op hun initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door de strijdigheid van deze reclame, documenten of berichten met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, van de informatie in de reclame of in andere documenten of berichten met betrekking tot de verrichting, dan wel van de strijdigheid van die informatie met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel, indien het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter dan wel de strijdigheid van deze informatie van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
Art.26. § 1er. Lorsque le prospectus est soumis à l'approbation de la FSMA, il indique clairement qui est responsable de l'intégralité du prospectus et de ses éventuels suppléments. Les personnes responsables sont identifiées par leur nom et fonction, ou, dans le cas des personnes morales, par leur nom et siège statutaire.
Seuls l'émetteur et ses organes d'administration, de direction ou de surveillance, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou le garant peuvent assumer la responsabilité de l'intégralité du prospectus et de ses éventuels suppléments.
Le prospectus reprend une déclaration des personnes responsables certifiant que, à leur connaissance, les données du prospectus sont conformes à la réalité et ne comportent pas d'omission de nature à en altérer la portée. Sans préjudice de l'alinéa 1er, le prospectus peut indiquer les personnes responsables pour une partie du prospectus et ses éventuels suppléments.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, les personnes identifiées conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er sont tenues solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations contenues dans le prospectus et ses éventuels suppléments ou par l'absence dans le prospectus et ses éventuels suppléments des informations prescrites par ou vertu du Règlement 2017/1129 et de la présente loi.
Le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l'absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans le prospectus et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition des instruments de placement.
§ 3. Aucune responsabilité ne peut être attribuée à quiconque sur la base du seul résumé du prospectus visé à l'article 7 du Règlement 2017/1129, ou du résumé spécifique établi dans le cadre d'un prospectus de croissance de l'Union prévu à l'article 15, paragraphe 1er, deuxième alinéa, du Règlement 2017/1129, ou de la traduction de ceux-ci, sauf s'ils contiennent des informations qui ont un caractère trompeur, inexact ou contradictoire par rapport aux autres parties du prospectus, ou s'ils ne fournissent pas, lus en combinaison avec les autres parties du prospectus, les informations essentielles permettant d'aider les investisseurs lorsqu'ils envisagent d'investir dans les instruments de placement concernés.
§ 4. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, l'émetteur, ses organes d'administration, de direction ou de surveillance, l'offreur ou le garant, selon le cas, sont tenus solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations contenues dans la note d'information et ses éventuels suppléments ou par l'absence dans la note d'information et ses éventuels suppléments des informations prescrites par ou vertu de la présente loi.
Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le dol sont établis, le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l'absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans la note d'information et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition des instruments de placement.
§ 5. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, l'émetteur, l'offreur ou la personne qui sollicite l'admission à la négociation et les intermédiaires désignés par ceux-ci sont tenus de la réparation du préjudice causé par toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l'opération, publié à leur initiative, qui contient des informations trompeuses, inexactes ou contradictoires par rapport au prospectus ou, selon le cas, la note d'information, ou par la non-conformité de ces communications, autres documents ou avis avec les dispositions de l'article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article.
Le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, du caractère trompeur, inexact ou contradictoire par rapport au prospectus ou, selon le cas, à la note d'information, d'informations contenues dans toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l'opération, ou de la non-conformité de ces informations avec les dispositions de l'article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article, lorsque ce caractère trompeur, inexact ou contradictoire ou cette non-conformité était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition des instruments de placement.
Seuls l'émetteur et ses organes d'administration, de direction ou de surveillance, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou le garant peuvent assumer la responsabilité de l'intégralité du prospectus et de ses éventuels suppléments.
Le prospectus reprend une déclaration des personnes responsables certifiant que, à leur connaissance, les données du prospectus sont conformes à la réalité et ne comportent pas d'omission de nature à en altérer la portée. Sans préjudice de l'alinéa 1er, le prospectus peut indiquer les personnes responsables pour une partie du prospectus et ses éventuels suppléments.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, les personnes identifiées conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er sont tenues solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations contenues dans le prospectus et ses éventuels suppléments ou par l'absence dans le prospectus et ses éventuels suppléments des informations prescrites par ou vertu du Règlement 2017/1129 et de la présente loi.
Le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l'absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans le prospectus et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition des instruments de placement.
§ 3. Aucune responsabilité ne peut être attribuée à quiconque sur la base du seul résumé du prospectus visé à l'article 7 du Règlement 2017/1129, ou du résumé spécifique établi dans le cadre d'un prospectus de croissance de l'Union prévu à l'article 15, paragraphe 1er, deuxième alinéa, du Règlement 2017/1129, ou de la traduction de ceux-ci, sauf s'ils contiennent des informations qui ont un caractère trompeur, inexact ou contradictoire par rapport aux autres parties du prospectus, ou s'ils ne fournissent pas, lus en combinaison avec les autres parties du prospectus, les informations essentielles permettant d'aider les investisseurs lorsqu'ils envisagent d'investir dans les instruments de placement concernés.
§ 4. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, l'émetteur, ses organes d'administration, de direction ou de surveillance, l'offreur ou le garant, selon le cas, sont tenus solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations contenues dans la note d'information et ses éventuels suppléments ou par l'absence dans la note d'information et ses éventuels suppléments des informations prescrites par ou vertu de la présente loi.
Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le dol sont établis, le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l'absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans la note d'information et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition des instruments de placement.
§ 5. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, l'émetteur, l'offreur ou la personne qui sollicite l'admission à la négociation et les intermédiaires désignés par ceux-ci sont tenus de la réparation du préjudice causé par toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l'opération, publié à leur initiative, qui contient des informations trompeuses, inexactes ou contradictoires par rapport au prospectus ou, selon le cas, la note d'information, ou par la non-conformité de ces communications, autres documents ou avis avec les dispositions de l'article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article.
Le préjudice subi par l'investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, du caractère trompeur, inexact ou contradictoire par rapport au prospectus ou, selon le cas, à la note d'information, d'informations contenues dans toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l'opération, ou de la non-conformité de ces informations avec les dispositions de l'article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article, lorsque ce caractère trompeur, inexact ou contradictoire ou cette non-conformité était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d'influencer positivement le prix d'acquisition des instruments de placement.
TITEL VII. - Openbare mededelingen buiten het kader van een aanbieding aan het publiek
TITRE VII. - Communications publiques en dehors du cadre d'une offre au public
Art.27. Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven beleggingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbieding tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door de persoon die in staat is om de betrokken beleggings-instrumenten uit te geven of over te dragen, of door een persoon die voor rekening van laatstgenoemde persoon handelt, tenzij:
1° de aanbieding van beleggingsinstrumenten, of de betrokken beleggingsinstrumenten tot een van de in artikel 1, paragrafen 2, 4 of 5, van Verordening 2017/1129, bedoelde categorieën behoren, of;
2° bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een aanbieding aan het publiek goed te keuren, een voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitgesproken en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggings-instrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de wet van 3 augustus 2012 is ingediend, dan wel aan de FSMA een kennisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van richtlijn 2009/65/EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 197 of artikel 259 van de wet van 19 april 2014 is ingediend, of;
3° het prospectus voor een aanbieding aan het publiek op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en aan de voorwaarden van de artikelen 24 tot 26 van Verordening 2017/1129 is voldaan en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang het geval, artikel 149 van de wet van 3 augustus 2012, hetzij (ii) op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet, of;
4° indien de aanbieding onder de toepassing van hoofdstuk II van titel III van boek II valt, een informatienota is gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet.
Met de persoon die geacht wordt te handelen voor rekening van de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, wordt elke persoon bedoeld die voor deze verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een voordeel ontvangt van deze persoon.
[1 Dit artikel is niet van toepassing wanneer Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 van toepassing is.]1
1° de aanbieding van beleggingsinstrumenten, of de betrokken beleggingsinstrumenten tot een van de in artikel 1, paragrafen 2, 4 of 5, van Verordening 2017/1129, bedoelde categorieën behoren, of;
2° bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een aanbieding aan het publiek goed te keuren, een voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitgesproken en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggings-instrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de wet van 3 augustus 2012 is ingediend, dan wel aan de FSMA een kennisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van richtlijn 2009/65/EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 197 of artikel 259 van de wet van 19 april 2014 is ingediend, of;
3° het prospectus voor een aanbieding aan het publiek op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en aan de voorwaarden van de artikelen 24 tot 26 van Verordening 2017/1129 is voldaan en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang het geval, artikel 149 van de wet van 3 augustus 2012, hetzij (ii) op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet, of;
4° indien de aanbieding onder de toepassing van hoofdstuk II van titel III van boek II valt, een informatienota is gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet.
Met de persoon die geacht wordt te handelen voor rekening van de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, wordt elke persoon bedoeld die voor deze verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een voordeel ontvangt van deze persoon.
[1 Dit artikel is niet van toepassing wanneer Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 van toepassing is.]1
Art.27. Est interdite toute communication effectuée sur le territoire belge, à l'attention de plus de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de renseignements ou de conseils relatifs à des instruments de placement créés ou non encore créés qui font ou feront l'objet d'une offre en vente ou en souscription, lorsque cette communication émane de celui qui est en mesure d'émettre ou de céder les instruments de placement concernés ou est effectuée pour son compte, sauf si:
1° l'offre d'instruments de placement, ou les instruments de placement concernés tombent dans l'une des catégories visées à l'article 1er, paragraphes 2, 4 ou 5, du Règlement 2017/1129, ou;
2° l'autorité compétente pour l'approbation du prospectus d'offre au public a préalablement été saisie d'une demande d'approbation ou de dispense de prospectus et ne s'est pas encore prononcée sur ladite approbation ou demande de dispense et, lorsque l'offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, soit (i) la FSMA a été préalablement saisie d'une demande d'inscription conformément à l'article 30 de la loi du 3 août 2012, ou reçu la notification visée à l'article 93, paragraphe 3 de la directive 2009/65/CE, soit (ii) la FSMA a été préalablement saisie d'une demande d'inscription conformément à l'article 197 ou à l'article 259 de la loi du 19 avril 2014, ou;
3° un prospectus d'offre au public a été dûment approuvé par la FSMA ou par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et les conditions prévues aux articles 24 à 26 du Règlement 2017/1129 sont remplies et, lorsque l'offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l'organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits (i) à la liste visée à l'article 33 ou 149 de la loi du 3 août 2012, selon le cas, ou (ii) à la liste visée à l'article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l'article 260 de cette loi, selon le cas, ou;
4° au cas où l'offre tombe dans le champ d'application du chapitre II du titre III du livre II, une note d'information a été publiée conformément aux dispositions de la présente loi et, lorsque l'offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l'organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits à la liste visée à l'article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l'article 260 de cette loi, selon le cas.
Est présumée agir pour le compte de la personne qui est en mesure d'émettre ou de céder les instruments de placement, toute personne qui perçoit directement ou indirectement une rémunération ou un avantage de cette personne à l'occasion de cette opération.
[1 Le présent article n'est pas d'application lorsque le règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 s'applique.]1
1° l'offre d'instruments de placement, ou les instruments de placement concernés tombent dans l'une des catégories visées à l'article 1er, paragraphes 2, 4 ou 5, du Règlement 2017/1129, ou;
2° l'autorité compétente pour l'approbation du prospectus d'offre au public a préalablement été saisie d'une demande d'approbation ou de dispense de prospectus et ne s'est pas encore prononcée sur ladite approbation ou demande de dispense et, lorsque l'offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, soit (i) la FSMA a été préalablement saisie d'une demande d'inscription conformément à l'article 30 de la loi du 3 août 2012, ou reçu la notification visée à l'article 93, paragraphe 3 de la directive 2009/65/CE, soit (ii) la FSMA a été préalablement saisie d'une demande d'inscription conformément à l'article 197 ou à l'article 259 de la loi du 19 avril 2014, ou;
3° un prospectus d'offre au public a été dûment approuvé par la FSMA ou par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen et les conditions prévues aux articles 24 à 26 du Règlement 2017/1129 sont remplies et, lorsque l'offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l'organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits (i) à la liste visée à l'article 33 ou 149 de la loi du 3 août 2012, selon le cas, ou (ii) à la liste visée à l'article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l'article 260 de cette loi, selon le cas, ou;
4° au cas où l'offre tombe dans le champ d'application du chapitre II du titre III du livre II, une note d'information a été publiée conformément aux dispositions de la présente loi et, lorsque l'offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l'organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits à la liste visée à l'article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l'article 260 de cette loi, selon le cas.
Est présumée agir pour le compte de la personne qui est en mesure d'émettre ou de céder les instruments de placement, toute personne qui perçoit directement ou indirectement une rémunération ou un avantage de cette personne à l'occasion de cette opération.
[1 Le présent article n'est pas d'application lorsque le règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 s'applique.]1
Änderungen
BOEK III. - BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBETAALBARE GELDEN
LIVRE III. - DE L'APPEL AU PUBLIC EN MATIERE DE FONDS REMBOURSABLES
Art.28. Alleen de volgende personen en instellingen mogen in België een beroep doen op het publiek teneinde gelddeposito's of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen of in België dergelijke gelddeposito's of terugbetaalbare gelden van het publiek in ontvangst nemen:
1° [2 de kredietinstellingen in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid, 1°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen die opgenomen zijn in de lijst als bedoeld in artikel 14, artikel 312 of artikel 313 van de voornoemde wet;]2
[2 1° /1 [3 ...]3]2
2° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank;
3° De Post (Postcheque) en de Deposito- en Consignatiekas;
4° [3 ...]3
5° de ondernemingen als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen [3 ...]3, voor de kapitalisatie-verrichtingen als bedoeld in deze bepaling;
6° de personen, ondernemingen en instellingen die aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten uitbrengen naar aanleiding waarvan terugbetaalbare gelden worden ontvangen, met naleving van de bepalingen van deze wet en van Verordening 2017/1129 [1 of van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937]1;
7° de landsbonden van ziekenfondsen die onder de wet vallen van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, voor het voorhuwelijkssparen als bedoeld in artikel 7, § 4, van de voornoemde wet;
8° de personen en ondernemingen die thesauriebewijzen aan het publiek aanbieden, overeenkomstig de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen;
9° de kleine vennootschappen, voor de aan hun werknemers in het kader van een investeringsspaarplan toegekende winst, die ze verkrijgen in de vorm van een lening door die werknemers toegekend overeenkomstig de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen;
[1 10° de projecteigenaren in de zin van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 die gelden van beleggers aanvaarden met betrekking tot leningen die zijn gefaciliteerd door een crowdfundingdienstverlener die krachtens deze Verordening is vergund, en binnen de in artikel 1, lid 2, c), van diezelfde Verordening bedoelde begrenzing.]1
Op advies van de FSMA kan de Koning de criteria vastleggen voor het bepalen van het openbaar karakter van de verrichtingen als bedoeld in het eerste lid.
Het eerste lid is ook van toepassing wanneer personen of ondernemingen die in België zijn gevestigd, vanop het Belgische grondgebied buiten België een beroep doen op het publiek of bij dit publiek terugbetaalbare gelden inzamelen.
Overdrachten van handelswissels, door endossement of anderszins, worden gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde verrichtingen waarbij gelden in ontvangst worden genomen.
1° [2 de kredietinstellingen in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid, 1°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen die opgenomen zijn in de lijst als bedoeld in artikel 14, artikel 312 of artikel 313 van de voornoemde wet;]2
[2 1° /1 [3 ...]3]2
2° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank;
3° De Post (Postcheque) en de Deposito- en Consignatiekas;
4° [3 ...]3
5° de ondernemingen als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen [3 ...]3, voor de kapitalisatie-verrichtingen als bedoeld in deze bepaling;
6° de personen, ondernemingen en instellingen die aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten uitbrengen naar aanleiding waarvan terugbetaalbare gelden worden ontvangen, met naleving van de bepalingen van deze wet en van Verordening 2017/1129 [1 of van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937]1;
7° de landsbonden van ziekenfondsen die onder de wet vallen van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, voor het voorhuwelijkssparen als bedoeld in artikel 7, § 4, van de voornoemde wet;
8° de personen en ondernemingen die thesauriebewijzen aan het publiek aanbieden, overeenkomstig de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen;
9° de kleine vennootschappen, voor de aan hun werknemers in het kader van een investeringsspaarplan toegekende winst, die ze verkrijgen in de vorm van een lening door die werknemers toegekend overeenkomstig de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen;
[1 10° de projecteigenaren in de zin van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 die gelden van beleggers aanvaarden met betrekking tot leningen die zijn gefaciliteerd door een crowdfundingdienstverlener die krachtens deze Verordening is vergund, en binnen de in artikel 1, lid 2, c), van diezelfde Verordening bedoelde begrenzing.]1
Op advies van de FSMA kan de Koning de criteria vastleggen voor het bepalen van het openbaar karakter van de verrichtingen als bedoeld in het eerste lid.
Het eerste lid is ook van toepassing wanneer personen of ondernemingen die in België zijn gevestigd, vanop het Belgische grondgebied buiten België een beroep doen op het publiek of bij dit publiek terugbetaalbare gelden inzamelen.
Overdrachten van handelswissels, door endossement of anderszins, worden gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde verrichtingen waarbij gelden in ontvangst worden genomen.
Art.28. Seules les personnes et institutions suivantes peuvent faire appel au public en Belgique en vue de recevoir des dépôts d'argent ou d'autres fonds remboursables à vue, à terme ou moyennant un préavis ou recevoir auprès du public en Belgique de tels dépôts ou fonds remboursables:
1° [2 les établissements de crédit au sens de l'article 1er, § 3, alinéa 1er, 1°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, portés sur la liste prévue à l'article 14, à l'article 312 ou à l'article 313 de ladite loi ;]2
[2 1° /1 [3 ...]3]2
2° la Banque Nationale de Belgique et la Banque centrale européenne;
3° La Poste (Postchèque) et la Caisse des Dépôts et Consignations;
4° [3 ...]3
5° les entreprises visées à l'article 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [3 ...]3 pour les opérations de capitalisation visées dans cette disposition;
6° les personnes, entreprises et institutions qui procèdent à des offres en vente ou en souscription d'instruments de placement au moyen desquels des fonds remboursables sont récoltés dans le respect des dispositions de la présente loi et du Règlement 2017/1129 [1 ou du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937]1;
7° les unions nationales de mutualités régies par la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, pour les opérations d'épargne prénuptiale visées à l'article 7, § 4, de la loi précitée;
8° les personnes et entreprises qui procèdent à des offres au public de billets de trésorerie conformément à la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt;
9° les petites sociétés, pour les bénéfices attribués à leurs travailleurs, dans le cadre d'un plan d'épargne d'investissement, et qu'elles reçoivent sous la forme de prêts de la part de ceux-ci conformément à la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés;
[1 10° les porteurs de projets au sens du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 qui, dans le cadre de prêts facilités par un prestataire de services de financement participatif agréé en vertu dudit règlement, et dans la limite prévue par l'article 1er, paragraphe 2, c) du même règlement, acceptent des fonds provenant d'investisseurs.]1
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir des critères de détermination du caractère public des opérations visées à l'alinéa 1er.
L'alinéa 1er est également applicable à l'appel au public et à la collecte de fonds remboursables du public effectués en dehors de la Belgique à partir du territoire belge par des personnes ou entreprises établies sur le territoire belge.
Sont assimilées aux opérations de réception de fonds visées à l'alinéa 1er, les cessions d'effets de commerce dans le public, par voie d'endossement ou autrement.
1° [2 les établissements de crédit au sens de l'article 1er, § 3, alinéa 1er, 1°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, portés sur la liste prévue à l'article 14, à l'article 312 ou à l'article 313 de ladite loi ;]2
[2 1° /1 [3 ...]3]2
2° la Banque Nationale de Belgique et la Banque centrale européenne;
3° La Poste (Postchèque) et la Caisse des Dépôts et Consignations;
4° [3 ...]3
5° les entreprises visées à l'article 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit [3 ...]3 pour les opérations de capitalisation visées dans cette disposition;
6° les personnes, entreprises et institutions qui procèdent à des offres en vente ou en souscription d'instruments de placement au moyen desquels des fonds remboursables sont récoltés dans le respect des dispositions de la présente loi et du Règlement 2017/1129 [1 ou du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937]1;
7° les unions nationales de mutualités régies par la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, pour les opérations d'épargne prénuptiale visées à l'article 7, § 4, de la loi précitée;
8° les personnes et entreprises qui procèdent à des offres au public de billets de trésorerie conformément à la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt;
9° les petites sociétés, pour les bénéfices attribués à leurs travailleurs, dans le cadre d'un plan d'épargne d'investissement, et qu'elles reçoivent sous la forme de prêts de la part de ceux-ci conformément à la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés;
[1 10° les porteurs de projets au sens du règlement (UE) 2020/1503 du Parlement européen et du Conseil du 7 octobre 2020 relatif aux prestataires européens de services de financement participatif pour les entrepreneurs, et modifiant le règlement (UE) 2017/1129 et la directive (UE) 2019/1937 qui, dans le cadre de prêts facilités par un prestataire de services de financement participatif agréé en vertu dudit règlement, et dans la limite prévue par l'article 1er, paragraphe 2, c) du même règlement, acceptent des fonds provenant d'investisseurs.]1
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir des critères de détermination du caractère public des opérations visées à l'alinéa 1er.
L'alinéa 1er est également applicable à l'appel au public et à la collecte de fonds remboursables du public effectués en dehors de la Belgique à partir du territoire belge par des personnes ou entreprises établies sur le territoire belge.
Sont assimilées aux opérations de réception de fonds visées à l'alinéa 1er, les cessions d'effets de commerce dans le public, par voie d'endossement ou autrement.
BOEK IV. - TOEZICHT
LIVRE IV. - CONTROLE
TITEL I. - Bevoegdheden van de FSMA
TITRE Ier. - Pouvoirs de la FSMA
Art.29. § 1. De FSMA heeft het recht om:
a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling inzonderheid verplichten om aanvullende informatie in het prospectus of de informatienota op te nemen, indien dat noodzakelijk is voor de bescherming van de beleggers;
b) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de personen onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefenen, te verplichten informatie en documenten te verstrekken;
c) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de uitgevende instelling, de aanbieder of aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de financiële tussenpersonen die een rol vervullen bij een aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling, te verplichten informatie te verstrekken;
d) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling en/of de aanbieder, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat;
e) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling op te schorten zolang de in d) bedoelde maatregelen niet zijn getroffen;
f) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
g) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
h) de betrokken marktexploitant of MTF- of OTF-exploitant te bevelen de handel op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
i) de verhandeling op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF te verbieden wanneer zij vaststelt dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
j) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, op te schorten voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
k) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, te verbieden of te bevelen dat de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, wordt ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
l) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen een rechtzetting te publiceren van reclame, andere documenten of berichten die zijn verspreid met overtreding van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
m) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de verspreiding van de conform l) bevolen rechtzetting, indien die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is verspreid;
n) elke beslissing openbaar te maken die genomen is overeenkomstig d) tot l), tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen;
o) openbaar te maken dat de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen niet aan hun verplichtingen voldoen of dat de FSMA gegronde redenen heeft om aan te nemen dat dit het geval is, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen;
p) de controle van een ter goedkeuring voorgelegd prospectus te schorsen, dan wel een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te schorsen of te beperken op grond van haar bevoegdheid om een verbod of beperking op te leggen, die haar werd verleend bij artikel 42 van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, of wanneer de betrokken financiële instrumenten onder de toepassing vallen van een ter uitvoering van artikel 30bis, eerste lid, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement;
q) de goedkeuring van een prospectus opgesteld door een bepaalde uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt gedurende maximaal vijf jaar te weigeren, indien die uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt herhaaldelijk en ernstig inbreuk heeft gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of op Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
r) over te gaan tot de openbaarmaking van alle essentiële informatie die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling zijn toegelaten, dan wel de uitgevende instelling ertoe te verplichten hiertoe over te gaan, om de bescherming van de beleggers of de goede werking van de markt te garanderen;
s) de verhandeling van effecten op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF te schorsen, of de marktexploitant of de MTF- of OTF-exploitant ertoe te verplichten dit te doen, indien hij van oordeel is dat de uitgevende instelling in een zodanige situatie verkeert dat de voortzetting van de verhandeling de belangen van de beleggers zou schaden;
t) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen alsook Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen, met dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen.
ESMA is gemachtigd om deel te nemen aan de in de bepaling onder t) bedoelde inspecties ter plaatse als die gezamenlijk worden uitgevoerd met één of meer bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.
Als de beslissing betrekking heeft op reclame of andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, en diegene die het initiatief voor de reclame, het document of het bericht heeft genomen geen woonplaats heeft in België en geen verant-woordelijke persoon met woonplaats in België heeft aangewezen, kan de beslissing eveneens worden gericht aan:
1° de uitgever van de geschreven reclame of het geschreven document of bericht of de producent van de audiovisuele reclame of het audiovisuele bericht;
2° de drukker of de maker, indien de uitgever of de producent geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen;
3° de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust toe bijdraagt dat de reclame, het document of het bericht uitwerking heeft, indien de drukker of de maker geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen.
§ 2. De beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden met een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van, naar gelang het geval, de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, alsook aan de betrokken marktondernemingen en desgevallend aan de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde personen.
§ 3. In de in paragraaf 1, f), h) en j), bedoelde gevallen, kan de FSMA de opschortingsmaatregel of het aan de marktexploitant of aan de MTF- of OTF-exploitant gerichte verzoek tot opschorting telkens met een periode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen verlengen.
§ 4. De FSMA kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens paragraaf 1 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel.
§ 5. De kosten voor de in paragraaf 1 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor rekening van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen.
a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling inzonderheid verplichten om aanvullende informatie in het prospectus of de informatienota op te nemen, indien dat noodzakelijk is voor de bescherming van de beleggers;
b) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de personen onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefenen, te verplichten informatie en documenten te verstrekken;
c) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de uitgevende instelling, de aanbieder of aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de financiële tussenpersonen die een rol vervullen bij een aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling, te verplichten informatie te verstrekken;
d) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling en/of de aanbieder, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat;
e) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling op te schorten zolang de in d) bedoelde maatregelen niet zijn getroffen;
f) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
g) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
h) de betrokken marktexploitant of MTF- of OTF-exploitant te bevelen de handel op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
i) de verhandeling op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF te verbieden wanneer zij vaststelt dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
j) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, op te schorten voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
k) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, te verbieden of te bevelen dat de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, wordt ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
l) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen een rechtzetting te publiceren van reclame, andere documenten of berichten die zijn verspreid met overtreding van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
m) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de verspreiding van de conform l) bevolen rechtzetting, indien die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is verspreid;
n) elke beslissing openbaar te maken die genomen is overeenkomstig d) tot l), tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen;
o) openbaar te maken dat de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen niet aan hun verplichtingen voldoen of dat de FSMA gegronde redenen heeft om aan te nemen dat dit het geval is, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen;
p) de controle van een ter goedkeuring voorgelegd prospectus te schorsen, dan wel een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te schorsen of te beperken op grond van haar bevoegdheid om een verbod of beperking op te leggen, die haar werd verleend bij artikel 42 van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, of wanneer de betrokken financiële instrumenten onder de toepassing vallen van een ter uitvoering van artikel 30bis, eerste lid, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement;
q) de goedkeuring van een prospectus opgesteld door een bepaalde uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt gedurende maximaal vijf jaar te weigeren, indien die uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt herhaaldelijk en ernstig inbreuk heeft gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of op Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
r) over te gaan tot de openbaarmaking van alle essentiële informatie die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling zijn toegelaten, dan wel de uitgevende instelling ertoe te verplichten hiertoe over te gaan, om de bescherming van de beleggers of de goede werking van de markt te garanderen;
s) de verhandeling van effecten op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF te schorsen, of de marktexploitant of de MTF- of OTF-exploitant ertoe te verplichten dit te doen, indien hij van oordeel is dat de uitgevende instelling in een zodanige situatie verkeert dat de voortzetting van de verhandeling de belangen van de beleggers zou schaden;
t) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen alsook Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen, met dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen.
ESMA is gemachtigd om deel te nemen aan de in de bepaling onder t) bedoelde inspecties ter plaatse als die gezamenlijk worden uitgevoerd met één of meer bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.
Als de beslissing betrekking heeft op reclame of andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, en diegene die het initiatief voor de reclame, het document of het bericht heeft genomen geen woonplaats heeft in België en geen verant-woordelijke persoon met woonplaats in België heeft aangewezen, kan de beslissing eveneens worden gericht aan:
1° de uitgever van de geschreven reclame of het geschreven document of bericht of de producent van de audiovisuele reclame of het audiovisuele bericht;
2° de drukker of de maker, indien de uitgever of de producent geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen;
3° de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust toe bijdraagt dat de reclame, het document of het bericht uitwerking heeft, indien de drukker of de maker geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen.
§ 2. De beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden met een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van, naar gelang het geval, de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, alsook aan de betrokken marktondernemingen en desgevallend aan de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde personen.
§ 3. In de in paragraaf 1, f), h) en j), bedoelde gevallen, kan de FSMA de opschortingsmaatregel of het aan de marktexploitant of aan de MTF- of OTF-exploitant gerichte verzoek tot opschorting telkens met een periode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen verlengen.
§ 4. De FSMA kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens paragraaf 1 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel.
§ 5. De kosten voor de in paragraaf 1 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor rekening van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen.
Art.29. § 1er. La FSMA est habilitée:
a) à exiger de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation qu'il insère dans le prospectus ou dans la note d'information des informations complémentaires si la protection des investisseurs l'exige;
b) à exiger de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation et des personnes qui les contrôlent ou sont contrôlées par eux qu'ils fournissent des informations et des documents;
c) à exiger des commissaires et des dirigeants de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation, ainsi que des intermédiaires financiers intervenant dans le cadre d'une offre au public ou de l'admission à la négociation, qu'ils fournissent des informations;
d) à enjoindre l'offreur, l'émetteur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux de prendre certaines mesures si elle estime qu'une offre au public ou une admission risque de se faire ou se fait dans des conditions qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l'offreur et/ou de l'émetteur ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l'objet de l'offre ou de l'admission;
e) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation tant que les mesures visées au d) n'ont pas été prises;
f) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
g) à interdire une offre au public ou une admission à la négociation, si elle constate ou a des motifs raisonnables de soupçonner qu'il y a eu violation des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
h) à enjoindre à l'opérateur de marché ou à l'exploitant de MTF ou d'OTF concerné de suspendre la négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
i) à interdire la négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF, si elle constate qu'il y a eu violation des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
j) à suspendre pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus la diffusion des communications à caractère promotionnel et autres documents et avis visés à l'article 22, § 1er, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
k) à interdire ou ordonner le retrait de la diffusion des communications à caractère promotionnel et autres documents et avis visés à l'article 22, § 1er, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
l) à ordonner à l'offreur, l'émetteur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation sur un marché réglementé ou les intermédiaires désignés par eux de diffuser une rectification de communications à caractère promotionnel, autres documents ou avis diffusés en violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
m) à procéder le cas échéant elle-même à la diffusion de la rectification ordonnée conformément au l) si celle-ci n'a pas été effectuée à l'expiration du délai fixé;
n) à rendre publique toute décision prise conformément aux d) à l), sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause;
o) à rendre public le fait que l'émetteur, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux ne se conforment pas à leurs obligations ou que la FSMA a des motifs raisonnables de le considérer, sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause;
p) à suspendre l'examen d'un prospectus soumis pour approbation ou suspendre ou restreindre une offre au public d'instruments de placement ou une admission à la négociation lorsque la FSMA utilise le pouvoir d'imposer une interdiction ou une restriction en vertu de l'article 42 du Règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012 ou lorsque les instruments financiers concernés tombent dans le champ d'application d'un règlement pris en application de l'article 30bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002;
q) à refuser l'approbation de tout prospectus établi par un émetteur ou offreur ou une personne qui sollicite l'admission à la négociation sur un marché réglementé pour une durée maximale de cinq ans, lorsque cet émetteur, cet offreur ou cette personne qui sollicite l'admission à la négociation sur un marché réglementé a, gravement et de manière répétée, enfreint la présente loi et les arrêtés et règlements pris pour son exécution ou le Règlement 2017/1129 et les actes délégués pris en exécution de celui-ci;
r) à divulger ou exiger de l'émetteur qu'il divulgue toutes les informations importantes susceptibles d'influer sur l'évaluation des instruments de placement offerts au public ou admis à la négociation, afin de garantir la protection des investisseurs ou le bon fonctionnement du marché;
s) à suspendre ou exiger de l'opérateur de marché ou de l'exploitant de MTF ou d'OTF qu'il suspende la négociation de valeurs mobilières sur un marché règlementé, un MTF ou un OTF lorsqu'il estime que la situation de l'émetteur est telle que cette négociation serait préjudiciable aux intérêts des investisseurs;
t) à effectuer des inspections et expertises sur place, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s'assurer du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris pour son exécution et du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, étant entendu que ces pouvoirs d'investigation ne s'étendent pas à des habitations privées.
L'ESMA est habilitée à prendre part aux inspections sur place visées au point t) lorsqu'elles sont menées conjointement avec une ou plusieurs autorités compétentes d'autres Etats membres de l'Espace économique européen.
Lorsque la décision porte sur des communications à caractère promotionnel ou d'autres documents et avis visés à l'article 22, § 1er, et que celui qui a pris l'initiative de la communication, du document ou de l'avis en question n'est pas domicilié en Belgique et n'a pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique, cette décision peut également être adressée aux personnes suivantes:
1° l'éditeur de la communication à caractère promotionnel, du document ou de l'avis diffusés sous forme écrite, ou le producteur de la communication à caractère promotionnel ou de l'avis diffusés sous forme audiovisuelle;
2° l'imprimeur ou le réalisateur, si l'éditeur ou le producteur n'ont pas leur domicile en Belgique et n'ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique;
3° le distributeur ainsi que toute personne qui contribue sciemment à ce que la communication à caractère promotionnel, le document ou l'avis produise son effet, si l'imprimeur ou le réalisateur n'ont pas leur domicile en Belgique et n'ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique.
§ 2. Les décisions visées au paragraphe 1er sont notifiées par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, à l'émetteur, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou aux intermédiaires désignés par eux, selon le cas, et aux entreprises de marché concernées, de même le cas échéant qu'aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
§ 3. Dans les cas visés au paragraphe 1er, f), h) et j), la FSMA peut renouveler la mesure de suspension ou la demande de suspension adressée à l'opérateur de marché ou à l'exploitant de MTF ou d'OTF, chaque fois pour une période de dix jours ouvrables consécutifs au plus.
§ 4. A toute personne qui, à l'expiration du délai fixé par la FSMA, reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu du paragraphe 1er, la FSMA peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier, supérieure à 50 000 euros, ni, pour la méconnaissance d'une même injonction, supérieure à 2 500 000 euros.
§ 5. Les mesures de publicité visées au paragraphe 1er sont opérées, selon le cas, aux frais de l'émetteur, de l'offreur, de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou des intermédiaires désignés par eux.
a) à exiger de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation qu'il insère dans le prospectus ou dans la note d'information des informations complémentaires si la protection des investisseurs l'exige;
b) à exiger de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation et des personnes qui les contrôlent ou sont contrôlées par eux qu'ils fournissent des informations et des documents;
c) à exiger des commissaires et des dirigeants de l'émetteur, de l'offreur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation, ainsi que des intermédiaires financiers intervenant dans le cadre d'une offre au public ou de l'admission à la négociation, qu'ils fournissent des informations;
d) à enjoindre l'offreur, l'émetteur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux de prendre certaines mesures si elle estime qu'une offre au public ou une admission risque de se faire ou se fait dans des conditions qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l'offreur et/ou de l'émetteur ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l'objet de l'offre ou de l'admission;
e) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation tant que les mesures visées au d) n'ont pas été prises;
f) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
g) à interdire une offre au public ou une admission à la négociation, si elle constate ou a des motifs raisonnables de soupçonner qu'il y a eu violation des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
h) à enjoindre à l'opérateur de marché ou à l'exploitant de MTF ou d'OTF concerné de suspendre la négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
i) à interdire la négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF, si elle constate qu'il y a eu violation des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
j) à suspendre pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus la diffusion des communications à caractère promotionnel et autres documents et avis visés à l'article 22, § 1er, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
k) à interdire ou ordonner le retrait de la diffusion des communications à caractère promotionnel et autres documents et avis visés à l'article 22, § 1er, chaque fois qu'elle a des motifs raisonnables de croire qu'il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
l) à ordonner à l'offreur, l'émetteur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation sur un marché réglementé ou les intermédiaires désignés par eux de diffuser une rectification de communications à caractère promotionnel, autres documents ou avis diffusés en violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
m) à procéder le cas échéant elle-même à la diffusion de la rectification ordonnée conformément au l) si celle-ci n'a pas été effectuée à l'expiration du délai fixé;
n) à rendre publique toute décision prise conformément aux d) à l), sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause;
o) à rendre public le fait que l'émetteur, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux ne se conforment pas à leurs obligations ou que la FSMA a des motifs raisonnables de le considérer, sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause;
p) à suspendre l'examen d'un prospectus soumis pour approbation ou suspendre ou restreindre une offre au public d'instruments de placement ou une admission à la négociation lorsque la FSMA utilise le pouvoir d'imposer une interdiction ou une restriction en vertu de l'article 42 du Règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012 ou lorsque les instruments financiers concernés tombent dans le champ d'application d'un règlement pris en application de l'article 30bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002;
q) à refuser l'approbation de tout prospectus établi par un émetteur ou offreur ou une personne qui sollicite l'admission à la négociation sur un marché réglementé pour une durée maximale de cinq ans, lorsque cet émetteur, cet offreur ou cette personne qui sollicite l'admission à la négociation sur un marché réglementé a, gravement et de manière répétée, enfreint la présente loi et les arrêtés et règlements pris pour son exécution ou le Règlement 2017/1129 et les actes délégués pris en exécution de celui-ci;
r) à divulger ou exiger de l'émetteur qu'il divulgue toutes les informations importantes susceptibles d'influer sur l'évaluation des instruments de placement offerts au public ou admis à la négociation, afin de garantir la protection des investisseurs ou le bon fonctionnement du marché;
s) à suspendre ou exiger de l'opérateur de marché ou de l'exploitant de MTF ou d'OTF qu'il suspende la négociation de valeurs mobilières sur un marché règlementé, un MTF ou un OTF lorsqu'il estime que la situation de l'émetteur est telle que cette négociation serait préjudiciable aux intérêts des investisseurs;
t) à effectuer des inspections et expertises sur place, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s'assurer du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris pour son exécution et du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, étant entendu que ces pouvoirs d'investigation ne s'étendent pas à des habitations privées.
L'ESMA est habilitée à prendre part aux inspections sur place visées au point t) lorsqu'elles sont menées conjointement avec une ou plusieurs autorités compétentes d'autres Etats membres de l'Espace économique européen.
Lorsque la décision porte sur des communications à caractère promotionnel ou d'autres documents et avis visés à l'article 22, § 1er, et que celui qui a pris l'initiative de la communication, du document ou de l'avis en question n'est pas domicilié en Belgique et n'a pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique, cette décision peut également être adressée aux personnes suivantes:
1° l'éditeur de la communication à caractère promotionnel, du document ou de l'avis diffusés sous forme écrite, ou le producteur de la communication à caractère promotionnel ou de l'avis diffusés sous forme audiovisuelle;
2° l'imprimeur ou le réalisateur, si l'éditeur ou le producteur n'ont pas leur domicile en Belgique et n'ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique;
3° le distributeur ainsi que toute personne qui contribue sciemment à ce que la communication à caractère promotionnel, le document ou l'avis produise son effet, si l'imprimeur ou le réalisateur n'ont pas leur domicile en Belgique et n'ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique.
§ 2. Les décisions visées au paragraphe 1er sont notifiées par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, à l'émetteur, l'offreur, la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou aux intermédiaires désignés par eux, selon le cas, et aux entreprises de marché concernées, de même le cas échéant qu'aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
§ 3. Dans les cas visés au paragraphe 1er, f), h) et j), la FSMA peut renouveler la mesure de suspension ou la demande de suspension adressée à l'opérateur de marché ou à l'exploitant de MTF ou d'OTF, chaque fois pour une période de dix jours ouvrables consécutifs au plus.
§ 4. A toute personne qui, à l'expiration du délai fixé par la FSMA, reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu du paragraphe 1er, la FSMA peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier, supérieure à 50 000 euros, ni, pour la méconnaissance d'une même injonction, supérieure à 2 500 000 euros.
§ 5. Les mesures de publicité visées au paragraphe 1er sont opérées, selon le cas, aux frais de l'émetteur, de l'offreur, de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou des intermédiaires désignés par eux.
TITEL II. - Administratieve maatregelen en sancties
TITRE II. - Mesures et sanctions administratives
Art.30. § 1. Onverminderd de andere, door deze wet bepaalde maatregelen, kan de FSMA elke persoon op wie de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen van toepassing zijn, een termijn opleggen waarbinnen hij zich aan die bepalingen dient te conformeren.
Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden.
§ 2. Onverminderd de andere, door deze wet bepaalde maatregelen en onverminderd de door andere wetten of reglementen bepaalde maatregelen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen, of op de bepalingen van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan bepaalde gedelegeerde handelingen, een administratieve geldboete opleggen aan de overtreder.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 3 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochter-onderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve boete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 700 000 euro.
Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.
Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden.
§ 2. Onverminderd de andere, door deze wet bepaalde maatregelen en onverminderd de door andere wetten of reglementen bepaalde maatregelen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen, of op de bepalingen van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan bepaalde gedelegeerde handelingen, een administratieve geldboete opleggen aan de overtreder.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 3 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochter-onderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve boete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 700 000 euro.
Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.
Art.30. § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut fixer à toute personne auxquelles des dispositions de la présente loi ou des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci sont applicables, un délai dans lequel elle doit se conformer à ces dispositions.
Si la personne concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens:
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée;
2° imposer le paiement d'une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l'injonction, supérieure à 50 000 euros, ni, au total, excéder 2 500 000 euros.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d'autres lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, infliger au contrevenant une amende administrative.
Le montant des amendes administratives visées à l'alinéa 1er est déterminé comme suit:
1° dans le cas d'une personne morale, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 5 000 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 3 % du chiffre d'affaire annuel total de la personne morale tel qu'il ressort des derniers comptes disponibles établis par l'organe de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l'entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes financiers consolidés, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total, tel qu'il ressort des derniers comptes consolidés disponibles approuvés par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime;
2° dans le cas d'une personne physique, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 700 000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Si la personne concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens:
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée;
2° imposer le paiement d'une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l'injonction, supérieure à 50 000 euros, ni, au total, excéder 2 500 000 euros.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d'autres lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, infliger au contrevenant une amende administrative.
Le montant des amendes administratives visées à l'alinéa 1er est déterminé comme suit:
1° dans le cas d'une personne morale, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 5 000 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 3 % du chiffre d'affaire annuel total de la personne morale tel qu'il ressort des derniers comptes disponibles établis par l'organe de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l'entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes financiers consolidés, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total, tel qu'il ressort des derniers comptes consolidés disponibles approuvés par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime;
2° dans le cas d'une personne physique, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 700 000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Art.31. De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing van de artikelen 29, § 4, en 30 worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie belast met de inning en de invordering van dwangsommen en geldboetes.
Art.31. Les astreintes et amendes imposées en application des articles 29, § 4, et 30 sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration chargée de la perception et du recouvrement des astreintes et des amendes.
BOEK V. - BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN
LIVRE V. - SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PENALES
Art.32. § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op beleggingsinstrumenten nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van:
1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens Verordening 2017/1129, de prospectusplicht geldt, maar in verband waarmee vooraf geen door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd prospectus is gepubliceerd;
2° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens artikel 8, de prospectusplicht geldt, maar in verband waarmee vooraf geen door de FSMA goedgekeurd prospectus is gepubliceerd;
3° een in artikel 20 bedoelde aanbieding aan het publiek waarbij artikel 21 niet werd nageleefd;
4° een in titel V bedoelde aanbieding aan het publiek waarbij de bepalingen van artikel 24 niet werden nageleefd door de persoon met wie of door bemiddeling van wie de belegger een contract heeft gesloten; of
5° een in hoofdstuk II van titel III van boek II bedoelde aanbieding aan het publiek, in verband waarmee vooraf geen informatienota is gepubliceerd.
De bepalingen van het eerste lid, 1°, zijn niet van toepassing wanneer, voorafgaand aan een aanbieding aan het publiek, in België een door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd prospectus wordt gepubliceerd zonder dat artikel 25 van Verordening 2017/1129, werd nageleefd.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken beleggingsinstrumenten geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke bepalingen.
1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens Verordening 2017/1129, de prospectusplicht geldt, maar in verband waarmee vooraf geen door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd prospectus is gepubliceerd;
2° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens artikel 8, de prospectusplicht geldt, maar in verband waarmee vooraf geen door de FSMA goedgekeurd prospectus is gepubliceerd;
3° een in artikel 20 bedoelde aanbieding aan het publiek waarbij artikel 21 niet werd nageleefd;
4° een in titel V bedoelde aanbieding aan het publiek waarbij de bepalingen van artikel 24 niet werden nageleefd door de persoon met wie of door bemiddeling van wie de belegger een contract heeft gesloten; of
5° een in hoofdstuk II van titel III van boek II bedoelde aanbieding aan het publiek, in verband waarmee vooraf geen informatienota is gepubliceerd.
De bepalingen van het eerste lid, 1°, zijn niet van toepassing wanneer, voorafgaand aan een aanbieding aan het publiek, in België een door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd prospectus wordt gepubliceerd zonder dat artikel 25 van Verordening 2017/1129, werd nageleefd.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken beleggingsinstrumenten geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke bepalingen.
Art.32. § 1er. Sans préjudice du droit commun de la responsabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le juge annule l'achat ou la souscription d'instruments de placement lorsque cet achat ou cette souscription a été effectué à l'occasion:
1° d'une offre au public donnant lieu à l'obligation de publier un prospectus en vertu du Règlement 2017/1129, où il n'y a pas eu de publication préalable d'un prospectus approuvé soit par la FSMA soit par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen;
2° d'une offre au public donnant lieu à l'obligation de publier un prospectus en vertu de l'article 8, où il n'y a pas eu de publication préalable d'un prospectus approuvé par la FSMA;
3° d'une offre au public visée par l'article 20 où l'article 21 n'a pas été respecté;
4° d'une offre au public visée par le titre V où les dispositions de l'article 24 n'ont pas été respectées par la personne avec laquelle ou par l'intermédiaire de laquelle l'investisseur a contracté; ou
5° d'une offre au public visée par le chapitre II du titre III du livre II, où il n'y a pas eu de publication préalable d'une note d'information.
Les dispositions de l'alinéa premier, 1°, ne sont pas applicables lorsqu'un prospectus approuvé par l'autorité compétente d'un autre état membre de l'Espace économique européen est publié en Belgique préalablement à une offre au public sans que l'article 25 du Règlement 2017/1129, n'ait été respecté.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le dommage causé par l'achat ou la souscription des instruments de placement concernés est présumé résulter de la violation des dispositions légales visées au paragraphe 1er.
1° d'une offre au public donnant lieu à l'obligation de publier un prospectus en vertu du Règlement 2017/1129, où il n'y a pas eu de publication préalable d'un prospectus approuvé soit par la FSMA soit par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen;
2° d'une offre au public donnant lieu à l'obligation de publier un prospectus en vertu de l'article 8, où il n'y a pas eu de publication préalable d'un prospectus approuvé par la FSMA;
3° d'une offre au public visée par l'article 20 où l'article 21 n'a pas été respecté;
4° d'une offre au public visée par le titre V où les dispositions de l'article 24 n'ont pas été respectées par la personne avec laquelle ou par l'intermédiaire de laquelle l'investisseur a contracté; ou
5° d'une offre au public visée par le chapitre II du titre III du livre II, où il n'y a pas eu de publication préalable d'une note d'information.
Les dispositions de l'alinéa premier, 1°, ne sont pas applicables lorsqu'un prospectus approuvé par l'autorité compétente d'un autre état membre de l'Espace économique européen est publié en Belgique préalablement à une offre au public sans que l'article 25 du Règlement 2017/1129, n'ait été respecté.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le dommage causé par l'achat ou la souscription des instruments de placement concernés est présumé résulter de la violation des dispositions légales visées au paragraphe 1er.
Art.33. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15 000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:
1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens deze wet of Verordening 2017/1129 moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;
2° eenieder die de artikelen 3 en 20, lid 1, alsook artikel 22, lid 5, van Verordening 2017/1129 overtreedt, zoals van toepassing verklaard door artikel 8 van deze wet;
3° eenieder die artikel 11 overtreedt;
4° eenieder die de artikelen 21 of 24 overtreedt;
5° eenieder die een beroep doet op het publiek teneinde gelddeposito's of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen, en eenieder die dergelijke gelddeposito's of terugbetaalbare gelden van het publiek in ontvangst neemt, zonder daartoe gemachtigd te zijn door artikel 28;
6° eenieder die een krachtens artikel 29 uitgesproken opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring van het prospectus miskent;
7° eenieder die met opzet in België een prospectus, een informatienota of een aanvulling publiceert met onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;
8° eenieder die met opzet in België reclame publiceert met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;
9° eenieder die in België een prospectus of een aanvulling publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring van de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven;
10° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert dat verschilt van het prospectus of de aanvulling die is goedgekeurd door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
11° eenieder die met opzet in België reclame publiceert die verschilt van de reclame die door de FSMA krachtens artikel 24 is goedgekeurd;
12° eenieder die het in artikel 27 bedoelde verbod bewust miskent.
1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens deze wet of Verordening 2017/1129 moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;
2° eenieder die de artikelen 3 en 20, lid 1, alsook artikel 22, lid 5, van Verordening 2017/1129 overtreedt, zoals van toepassing verklaard door artikel 8 van deze wet;
3° eenieder die artikel 11 overtreedt;
4° eenieder die de artikelen 21 of 24 overtreedt;
5° eenieder die een beroep doet op het publiek teneinde gelddeposito's of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen, en eenieder die dergelijke gelddeposito's of terugbetaalbare gelden van het publiek in ontvangst neemt, zonder daartoe gemachtigd te zijn door artikel 28;
6° eenieder die een krachtens artikel 29 uitgesproken opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring van het prospectus miskent;
7° eenieder die met opzet in België een prospectus, een informatienota of een aanvulling publiceert met onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;
8° eenieder die met opzet in België reclame publiceert met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;
9° eenieder die in België een prospectus of een aanvulling publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring van de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven;
10° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert dat verschilt van het prospectus of de aanvulling die is goedgekeurd door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
11° eenieder die met opzet in België reclame publiceert die verschilt van de reclame die door de FSMA krachtens artikel 24 is goedgekeurd;
12° eenieder die het in artikel 27 bedoelde verbod bewust miskent.
Art.33. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 75 à 15 000 euros, ou d'une de ces peines seulement:
1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles ils sont tenus de se soumettre en vertu de la présente loi ou du Règlement 2017/1129, qui refusent ou omettent de donner des informations ou documents qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou qui donnent sciemment des informations ou documents inexacts ou incomplets;
2° ceux qui contreviennent aux articles 3 et 20, paragraphe 1er, ainsi qu'à l'article 22, paragraphe 5, du Règlement 2017/1129, tels que rendus applicables par l'article 8 de la présente loi;
3° ceux qui contreviennent à l'article 11;
4° ceux qui contreviennent aux articles 21 ou 24;
5° ceux qui font appel au public en vue de recevoir des dépôts d'argent ou d'autres fonds remboursables à vue, à terme ou moyennant un préavis, et ceux qui reçoivent du public de tels dépôts ou fonds remboursables, sans y être autorisés par l'article 28;
6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une interdiction prononcées en vertu de l'article 29 ou un refus d'approbation du prospectus;
7° ceux qui publient sciemment en Belgique un prospectus, une note d'information ou un supplément qui contient des informations inexactes ou incomplètes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l'offreur, de l'émetteur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l'objet de l'offre ou dont l'admission à la négociation est demandée;
8° ceux qui publient sciemment en Belgique des communications à caractère promotionnel qui contiennent des informations trompeuses ou inexactes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l'offreur, de l'émetteur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l'objet de l'offre ou dont l'admission à la négociation est demandée;
9° ceux qui rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément en faisant état de l'approbation de la FSMA ou de l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen alors que celle-ci n'a pas été donnée;
10° ceux qui sciemment rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément, différent de celui qui a été approuvé par la FSMA ou par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen;
11° ceux qui sciemment rendent publiques en Belgique des communications à caractère promotionnel différentes de celles qui ont été approuvées par la FSMA en vertu de l'article 24;
12° ceux qui méconnaissent sciemment l'interdiction visée à l'article 27.
1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles ils sont tenus de se soumettre en vertu de la présente loi ou du Règlement 2017/1129, qui refusent ou omettent de donner des informations ou documents qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou qui donnent sciemment des informations ou documents inexacts ou incomplets;
2° ceux qui contreviennent aux articles 3 et 20, paragraphe 1er, ainsi qu'à l'article 22, paragraphe 5, du Règlement 2017/1129, tels que rendus applicables par l'article 8 de la présente loi;
3° ceux qui contreviennent à l'article 11;
4° ceux qui contreviennent aux articles 21 ou 24;
5° ceux qui font appel au public en vue de recevoir des dépôts d'argent ou d'autres fonds remboursables à vue, à terme ou moyennant un préavis, et ceux qui reçoivent du public de tels dépôts ou fonds remboursables, sans y être autorisés par l'article 28;
6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une interdiction prononcées en vertu de l'article 29 ou un refus d'approbation du prospectus;
7° ceux qui publient sciemment en Belgique un prospectus, une note d'information ou un supplément qui contient des informations inexactes ou incomplètes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l'offreur, de l'émetteur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l'objet de l'offre ou dont l'admission à la négociation est demandée;
8° ceux qui publient sciemment en Belgique des communications à caractère promotionnel qui contiennent des informations trompeuses ou inexactes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l'offreur, de l'émetteur ou de la personne qui sollicite l'admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l'objet de l'offre ou dont l'admission à la négociation est demandée;
9° ceux qui rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément en faisant état de l'approbation de la FSMA ou de l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen alors que celle-ci n'a pas été donnée;
10° ceux qui sciemment rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément, différent de celui qui a été approuvé par la FSMA ou par l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen;
11° ceux qui sciemment rendent publiques en Belgique des communications à caractère promotionnel différentes de celles qui ont été approuvées par la FSMA en vertu de l'article 24;
12° ceux qui méconnaissent sciemment l'interdiction visée à l'article 27.
Art.34. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door deze wet bestrafte misdrijven.
Art.34. Les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions punies par la présente loi.
Boek V/1 [1 - BEPALINGEN VOOR DE TENUITVOERLEGGING VAN VERORDENING EU GREEN BONDS]1
Livre V/1 [1 - DISPOSITIONS RELATIVES À LA MISE EN OEUVRE DU RÈGLEMENT EU GREEN BONDS]1
Art.34/1. [1 Voor de toepassing van dit boek wordt onder "Verordening 2023/2631" verstaan de (EU) Verordening 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties, alsook, in voorkomend geval, de gedelegeerde handelingen en de technische regulerings- of uitvoeringsnormen die de Commissie heeft vastgesteld ter uitvoering van de bepalingen van deze Verordening.
De begrippen die gedefinieerd zijn in Verordening 2023/2631 en de ter uitvoering ervan vastgestelde gedelegeerde handelingen, hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten en -reglementen.]1
De begrippen die gedefinieerd zijn in Verordening 2023/2631 en de ter uitvoering ervan vastgestelde gedelegeerde handelingen, hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten en -reglementen.]1
Art.34/1. [1 Pour l'application du présent livre, on entend par "règlement 2023/2631", le règlement (UE) 2023/2631 du Parlement européen et du Conseil du 22 novembre 2023 sur les obligations vertes européennes et la publication facultative d'informations pour les obligations commercialisées en tant qu'obligations durables sur le plan environnemental et pour les obligations liées à la durabilité, ainsi que, le cas échéant, les actes délégués et les normes techniques de réglementation ou d'exécution adoptés par la Commission en exécution des dispositions de ce règlement.
Les termes définis par le règlement 2023/2631 et par les actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même signification aux fins de l'application du présent livre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution.]1
Les termes définis par le règlement 2023/2631 et par les actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même signification aux fins de l'application du présent livre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution.]1
Art.34/2. [1 De FSMA is de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 44, lid 1 en 2, van Verordening 2023/2631.]1
Art.34/2. [1 La FSMA est l'autorité compétente visée aux articles 44, paragraphes 1er et 2, du règlement 2023/2631.]1
Art.34/3. [1 Om de taken uit te voeren die haar krachtens Verordening 2023/2631 zijn opgedragen, is de FSMA gemachtigd om:
1° alle informatie en alle document, in welke vorm ook, opvragen bij de uitgevende instellingen en hun auditors;
2° ter plaatse bij de in de bepaling onder 1° bedoelde personen inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennisnemen en een kopie maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, en zich toegang verschaffen tot elk informaticasysteem om erop toe te zien dat de bepalingen van dit boek en Verordening 2023/2631 worden nageleefd, met dien verstande dat haar onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen.]1
1° alle informatie en alle document, in welke vorm ook, opvragen bij de uitgevende instellingen en hun auditors;
2° ter plaatse bij de in de bepaling onder 1° bedoelde personen inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennisnemen en een kopie maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, en zich toegang verschaffen tot elk informaticasysteem om erop toe te zien dat de bepalingen van dit boek en Verordening 2023/2631 worden nageleefd, met dien verstande dat haar onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen.]1
Art.34/3. [1 Aux fins de s'acquitter de ses missions au titre du règlement 2023/2631, la FSMA est habilitée à :
1° se faire communiquer toute information et tout document par les émetteurs et leurs auditeurs, sous quelque forme que ce soit ;
2° effectuer des inspections et expertises sur place auprès des personnes visées au 1°, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s'assurer du respect des dispositions du présent livre et du règlement 2023/2631, étant entendu que ces pouvoirs d'investigation ne s'étendent pas à des habitations privées.]1
1° se faire communiquer toute information et tout document par les émetteurs et leurs auditeurs, sous quelque forme que ce soit ;
2° effectuer des inspections et expertises sur place auprès des personnes visées au 1°, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s'assurer du respect des dispositions du présent livre et du règlement 2023/2631, étant entendu que ces pouvoirs d'investigation ne s'étendent pas à des habitations privées.]1
Art.34/4. [1 § 1. De FSMA kan de in dit artikel bedoelde maatregelen nemen bij een inbreuk op titel II, hoofdstuk 2 of artikel 18, 19 of 21 van Verordening 2023/2631, alsook bij een weigering om mee te werken of deel te nemen aan een onderzoek, inspectie of verzoek als bedoeld in artikel 34/3.
§ 2. Onverminderd de overige maatregelen waarin deze wet voorziet en de maatregelen die zijn vastgelegd in andere wetten of reglementen, mag de FSMA, als zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 1, de persoon die de inbreuk heeft gepleegd, bevelen om de vastgestelde toestand te verhelpen binnen de termijn die zij bepaalt, en om, in voorkomend geval, de gedraging die een inbreuk vormt niet te herhalen.
De FSMA is in het bijzonder gemachtigd om:
1° te eisen dat uitgevende instellingen de in artikel 10 van Verordening 2023/2631 bedoelde factsheets voor Europese groene obligaties publiceren of in die factsheets de informatie opnemen als bedoeld in bijlage I bij Verordening 2023/2631;
2° te eisen dat uitgevende instellingen toetsingen en beoordelingen publiceren;
3° te eisen dat uitgevende instellingen jaarlijkse toewijzingsverslagen publiceren of in die verslagen de informatie opnemen als bedoeld in bijlage II van Verordening 2023/2631;
4° te eisen dat uitgevende instellingen een impactverslag publiceren of in dat verslag de informatie opnemen als bedoeld in bijlage III van Verordening 2023/2631;
5° te eisen dat uitgevende instellingen de bevoegde autoriteit in kennis stellen van de publicatie overeenkomstig artikel 15, lid 4 van Verordening 2023/2631;
6° te verlangen dat uitgevende instellingen, wanneer ze gebruikmaken van de gemeenschappelijke templates als bedoeld in artikel 21 van Verordening 2023/2631, de daarin genoemde elementen opnemen in hun periodieke openbaarmakingen na uitgifte;
7° een aanbieding of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van Europese groene obligaties voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen te schorsen, telkens wanneer er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de uitgevende instelling een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631 niet is nagekomen;
8° een aanbieding of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van Europese groene obligaties te verbieden indien er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de uitgevende instelling nog steeds niet voldoet aan een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631;
9° advertenties maximaal tien opeenvolgende werkdagen te schorsen, dan wel uitgevende instellingen van Europese groene obligaties of de betrokken financiële tussenpersonen te verplichten het adverteren telkens voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen te schorsen, telkens wanneer zij gegronde redenen hebben om te vermoeden dat de uitgevende instelling een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631 niet is nagekomen;
10° advertenties te verbieden, dan wel uitgevende instellingen van Europese groene obligaties of de betrokken financiële tussenpersonen te verplichten het adverteren te staken indien er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de uitgevende instelling nog steeds niet voldoet aan een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631.
Als de betrokken persoon zich, na afloop van de termijn, niet geconformeerd heeft aan een bevel dat hem was gegeven krachtens lid 1 of 2, kan de FSMA, mits deze persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt openbaar maken over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen, met vermelding van de identiteit van de persoon die de inbreuk heeft gepleegd, alsook van de aard van de inbreuk en, desgevallend, een uitgevende instelling te verplichten op haar website te publiceren dat zij Verordening 2023/2631 niet naleeft. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° drie maanden na de in de bepaling onder 1° bedoelde openbaarmaking, openbaar te maken dat de uitgevende instelling van Europese groene obligaties niet langer voldoet aan artikel 3 van Verordening 2023/2631 wat betreft het gebruik van de benaming "Europese groene obligatie" of "EuGB", en die uitgevende instelling te verplichten die informatie op haar website te publiceren;
3° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd, niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch in het totaal meer mag bedragen dan 2.500.000 euro.
§ 3. Onverminderd de overige maatregelen waarin deze wet voorziet en de maatregelen die zijn vastgelegd in andere wetten of reglementen, mag de FSMA, als zij vaststelt dat een inbreuk is gepleegd op de bepalingen en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 1:
1° de verantwoordelijke persoon voor maximaal één jaar verbieden Europese groene obligaties uit te geven;
2° de verantwoordelijke persoon een administratieve geldboete opleggen.
Het bedrag van de in het eerste lid, 2°, bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° in het geval van een rechtspersoon mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 500.000 euro, of, indien dit hoger is, 0,5 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet of het in overeenstemming met het toepasselijke Unierecht inzake jaarrekeningen daarmee overeenstemmende soort inkomsten volgens de meest recente, door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening;
2° in het geval van een natuurlijke persoon, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 50.000 euro.
Wanneer de inbreuk de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat hij een verlies kon vermijden, kan dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, worden verhoogd tot het dubbele van de behaalde winst of het vermeden verlies, indien die kunnen worden vastgesteld.]1
§ 2. Onverminderd de overige maatregelen waarin deze wet voorziet en de maatregelen die zijn vastgelegd in andere wetten of reglementen, mag de FSMA, als zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 1, de persoon die de inbreuk heeft gepleegd, bevelen om de vastgestelde toestand te verhelpen binnen de termijn die zij bepaalt, en om, in voorkomend geval, de gedraging die een inbreuk vormt niet te herhalen.
De FSMA is in het bijzonder gemachtigd om:
1° te eisen dat uitgevende instellingen de in artikel 10 van Verordening 2023/2631 bedoelde factsheets voor Europese groene obligaties publiceren of in die factsheets de informatie opnemen als bedoeld in bijlage I bij Verordening 2023/2631;
2° te eisen dat uitgevende instellingen toetsingen en beoordelingen publiceren;
3° te eisen dat uitgevende instellingen jaarlijkse toewijzingsverslagen publiceren of in die verslagen de informatie opnemen als bedoeld in bijlage II van Verordening 2023/2631;
4° te eisen dat uitgevende instellingen een impactverslag publiceren of in dat verslag de informatie opnemen als bedoeld in bijlage III van Verordening 2023/2631;
5° te eisen dat uitgevende instellingen de bevoegde autoriteit in kennis stellen van de publicatie overeenkomstig artikel 15, lid 4 van Verordening 2023/2631;
6° te verlangen dat uitgevende instellingen, wanneer ze gebruikmaken van de gemeenschappelijke templates als bedoeld in artikel 21 van Verordening 2023/2631, de daarin genoemde elementen opnemen in hun periodieke openbaarmakingen na uitgifte;
7° een aanbieding of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van Europese groene obligaties voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen te schorsen, telkens wanneer er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de uitgevende instelling een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631 niet is nagekomen;
8° een aanbieding of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van Europese groene obligaties te verbieden indien er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de uitgevende instelling nog steeds niet voldoet aan een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631;
9° advertenties maximaal tien opeenvolgende werkdagen te schorsen, dan wel uitgevende instellingen van Europese groene obligaties of de betrokken financiële tussenpersonen te verplichten het adverteren telkens voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen te schorsen, telkens wanneer zij gegronde redenen hebben om te vermoeden dat de uitgevende instelling een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631 niet is nagekomen;
10° advertenties te verbieden, dan wel uitgevende instellingen van Europese groene obligaties of de betrokken financiële tussenpersonen te verplichten het adverteren te staken indien er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de uitgevende instelling nog steeds niet voldoet aan een verplichting op grond van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18 of 19 van Verordening 2023/2631.
Als de betrokken persoon zich, na afloop van de termijn, niet geconformeerd heeft aan een bevel dat hem was gegeven krachtens lid 1 of 2, kan de FSMA, mits deze persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt openbaar maken over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen, met vermelding van de identiteit van de persoon die de inbreuk heeft gepleegd, alsook van de aard van de inbreuk en, desgevallend, een uitgevende instelling te verplichten op haar website te publiceren dat zij Verordening 2023/2631 niet naleeft. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° drie maanden na de in de bepaling onder 1° bedoelde openbaarmaking, openbaar te maken dat de uitgevende instelling van Europese groene obligaties niet langer voldoet aan artikel 3 van Verordening 2023/2631 wat betreft het gebruik van de benaming "Europese groene obligatie" of "EuGB", en die uitgevende instelling te verplichten die informatie op haar website te publiceren;
3° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd, niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch in het totaal meer mag bedragen dan 2.500.000 euro.
§ 3. Onverminderd de overige maatregelen waarin deze wet voorziet en de maatregelen die zijn vastgelegd in andere wetten of reglementen, mag de FSMA, als zij vaststelt dat een inbreuk is gepleegd op de bepalingen en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 1:
1° de verantwoordelijke persoon voor maximaal één jaar verbieden Europese groene obligaties uit te geven;
2° de verantwoordelijke persoon een administratieve geldboete opleggen.
Het bedrag van de in het eerste lid, 2°, bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° in het geval van een rechtspersoon mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 500.000 euro, of, indien dit hoger is, 0,5 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet of het in overeenstemming met het toepasselijke Unierecht inzake jaarrekeningen daarmee overeenstemmende soort inkomsten volgens de meest recente, door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening;
2° in het geval van een natuurlijke persoon, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 50.000 euro.
Wanneer de inbreuk de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat hij een verlies kon vermijden, kan dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, worden verhoogd tot het dubbele van de behaalde winst of het vermeden verlies, indien die kunnen worden vastgesteld.]1
Art.34/4. [1 § 1er. La FSMA peut prendre les mesures visées au présent article en cas de violation du titre II, chapitre 2 ou des articles 18, 19 ou 21 du règlement 2023/2631 ainsi qu'en cas de refus de coopérer ou de se soumettre à une enquête, une inspection ou une demande couverte par l'article 34/3.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d'autres lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er, enjoindre à la personne responsable de l'infraction de remédier à la situation constatée dans le délai que la FSMA détermine et, le cas échéant, de s'abstenir de réitérer le comportement constitutif d'une infraction.
La FSMA est notamment habilitée à :
1° exiger que les émetteurs publient les fiches d'information sur les obligations vertes européennes visées à l'article 10 du règlement 2023/2631 ou qu'ils incluent dans ces fiches les informations prévues à l'annexe I du règlement 2023/2631 ;
2° exiger que les émetteurs publient des examens et des évaluations ;
3° exiger que les émetteurs publient des rapports d'affectation annuels ou fassent figurer dans ces rapports les informations prévues à l'annexe II du règlement 2023/2631 ;
4° exiger que les émetteurs publient un rapport d'impact ou fassent figurer dans ce rapport les informations prévues à l'annexe III du règlement 2023/2631 ;
5° exiger que les émetteurs notifient la publication à l'autorité compétente conformément à l'article 15, paragraphe 4 du règlement 2023/2631 ;
6° lorsque les émetteurs utilisent les modèles communs prévus à l'article 21 du règlement 2023/2631, exiger que ces émetteurs incluent les éléments qui y sont mentionnés dans leurs informations périodiques postérieures à l'émission ;
7° suspendre une offre ou une admission à la négociation sur un marché réglementé d'obligations vertes européennes pour une durée maximale de dix jours ouvrables consécutifs, chaque fois qu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur ne s'est pas conformé à une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou des articles 18 ou 19 du règlement 2023/2631 ;
8° interdire l'offre ou l'admission à la négociation sur un marché réglementé d'obligations vertes européennes lorsqu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur continue à ne pas se conformer à une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou des articles 18 ou 19 du règlement 2023/2631 ;
9° suspendre, pour une durée maximale de dix jours ouvrables consécutifs, des communications à caractère promotionnel ou exiger que les émetteurs d'obligations vertes européennes ou les intermédiaires financiers concernés suspendent des communications à caractère promotionnel pendant une durée maximale de dix jours ouvrables consécutifs, chaque fois qu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur n'a pas respecté une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou de l'article 18 ou 19 du règlement 2023/2631 ;
10° interdire les communications à caractère promotionnel ou exiger des émetteurs d'obligations vertes européennes ou des intermédiaires financiers concernés qu'ils cessent les communications à caractère promotionnel lorsqu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur continue de ne pas se conformer à une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou de l'article 18 ou 19 du règlement 2023/2631.
Si, à l'expiration du délai, la personne concernée reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu de l'alinéa 1er ou 2, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci, et le cas échéant obliger un émetteur à publier sur son site internet qu'il ne respecte pas le règlement 2023/2631. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° à l'issue d'un délai de trois mois après la publication visée au 1°, rendre public le fait que l'émetteur d'obligations vertes européennes ne respecte plus l'article 3 du règlement 2023/2631 concernant l'utilisation de la désignation "obligation verte européenne" ou "EuGB", et obliger cet émetteur à publier cette information sur son site internet ;
3° imposer le paiement d'une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l'injonction, supérieure à 50.000 euros, ni, au total, excéder 2.500.000 euros.
§ 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d'autres lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er :
1° interdire à la personne responsable d'émettre des obligations vertes européennes pour une période n'excédant pas un an ;
2° infliger à la personne responsable une amende administrative.
Le montant des amendes administratives visées à l'alinéa 1er, 2°, est déterminé comme suit :
1° dans le cas d'une personne morale, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 500.000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 0,5 % du chiffre d'affaire annuel total de la personne morale tel qu'il ressort des derniers comptes disponibles établis par l'organe de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l'entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes financiers consolidés, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total, ou le type de revenus correspondant selon le droit de l'Union applicable en matière comptable, tel qu'il ressort des derniers comptes annuels consolidés disponibles approuvés par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime ;
2° dans le cas d'une personne physique, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 50.000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte, s'ils peuvent être déterminés.]1
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d'autres lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er, enjoindre à la personne responsable de l'infraction de remédier à la situation constatée dans le délai que la FSMA détermine et, le cas échéant, de s'abstenir de réitérer le comportement constitutif d'une infraction.
La FSMA est notamment habilitée à :
1° exiger que les émetteurs publient les fiches d'information sur les obligations vertes européennes visées à l'article 10 du règlement 2023/2631 ou qu'ils incluent dans ces fiches les informations prévues à l'annexe I du règlement 2023/2631 ;
2° exiger que les émetteurs publient des examens et des évaluations ;
3° exiger que les émetteurs publient des rapports d'affectation annuels ou fassent figurer dans ces rapports les informations prévues à l'annexe II du règlement 2023/2631 ;
4° exiger que les émetteurs publient un rapport d'impact ou fassent figurer dans ce rapport les informations prévues à l'annexe III du règlement 2023/2631 ;
5° exiger que les émetteurs notifient la publication à l'autorité compétente conformément à l'article 15, paragraphe 4 du règlement 2023/2631 ;
6° lorsque les émetteurs utilisent les modèles communs prévus à l'article 21 du règlement 2023/2631, exiger que ces émetteurs incluent les éléments qui y sont mentionnés dans leurs informations périodiques postérieures à l'émission ;
7° suspendre une offre ou une admission à la négociation sur un marché réglementé d'obligations vertes européennes pour une durée maximale de dix jours ouvrables consécutifs, chaque fois qu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur ne s'est pas conformé à une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou des articles 18 ou 19 du règlement 2023/2631 ;
8° interdire l'offre ou l'admission à la négociation sur un marché réglementé d'obligations vertes européennes lorsqu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur continue à ne pas se conformer à une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou des articles 18 ou 19 du règlement 2023/2631 ;
9° suspendre, pour une durée maximale de dix jours ouvrables consécutifs, des communications à caractère promotionnel ou exiger que les émetteurs d'obligations vertes européennes ou les intermédiaires financiers concernés suspendent des communications à caractère promotionnel pendant une durée maximale de dix jours ouvrables consécutifs, chaque fois qu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur n'a pas respecté une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou de l'article 18 ou 19 du règlement 2023/2631 ;
10° interdire les communications à caractère promotionnel ou exiger des émetteurs d'obligations vertes européennes ou des intermédiaires financiers concernés qu'ils cessent les communications à caractère promotionnel lorsqu'il existe des motifs raisonnables de soupçonner que l'émetteur continue de ne pas se conformer à une obligation en vertu du titre II, chapitre 2, ou de l'article 18 ou 19 du règlement 2023/2631.
Si, à l'expiration du délai, la personne concernée reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu de l'alinéa 1er ou 2, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci, et le cas échéant obliger un émetteur à publier sur son site internet qu'il ne respecte pas le règlement 2023/2631. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° à l'issue d'un délai de trois mois après la publication visée au 1°, rendre public le fait que l'émetteur d'obligations vertes européennes ne respecte plus l'article 3 du règlement 2023/2631 concernant l'utilisation de la désignation "obligation verte européenne" ou "EuGB", et obliger cet émetteur à publier cette information sur son site internet ;
3° imposer le paiement d'une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l'injonction, supérieure à 50.000 euros, ni, au total, excéder 2.500.000 euros.
§ 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d'autres lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions et obligations visées au paragraphe 1er :
1° interdire à la personne responsable d'émettre des obligations vertes européennes pour une période n'excédant pas un an ;
2° infliger à la personne responsable une amende administrative.
Le montant des amendes administratives visées à l'alinéa 1er, 2°, est déterminé comme suit :
1° dans le cas d'une personne morale, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 500.000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 0,5 % du chiffre d'affaire annuel total de la personne morale tel qu'il ressort des derniers comptes disponibles établis par l'organe de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l'entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes financiers consolidés, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total, ou le type de revenus correspondant selon le droit de l'Union applicable en matière comptable, tel qu'il ressort des derniers comptes annuels consolidés disponibles approuvés par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime ;
2° dans le cas d'une personne physique, le montant de l'amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 50.000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte, s'ils peuvent être déterminés.]1
BOEK VI. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
LIVRE VI. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
TITEL I. - WIjzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
TITRE Ier. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art.35. In artikel 21, 13°, f), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd door de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" worden vervangen door de woorden "de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG";
2° de woorden "voornoemde wet van 16 juni 2006" worden vervangen door de woorden "voornoemde wet van 11 juli 2018 en Verordening 2017/1129".
1° de woorden "de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" worden vervangen door de woorden "de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG";
2° de woorden "voornoemde wet van 16 juni 2006" worden vervangen door de woorden "voornoemde wet van 11 juli 2018 en Verordening 2017/1129".
Art.35. A l'article 21, 13°, f), du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 18 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés" sont remplacés par les mots "la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et au Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE";
2° les mots "la loi du 16 juin 2006 précitée" sont remplacés par les mots "la loi du 11 juillet 2018 et le Règlement 2017/1129 précités".
1° les mots "la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés" sont remplacés par les mots "la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et au Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE";
2° les mots "la loi du 16 juin 2006 précitée" sont remplacés par les mots "la loi du 11 juillet 2018 et le Règlement 2017/1129 précités".
Art.36. In artikel 194ter, § 12, van dezelfde wetboek, ingevoegd door de wet van 2 augustus 2002 en vervangen door de wet van 22 december 2003, worden de woorden "de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" vervangen door de woorden "de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en met Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG".
Art.36. A l'article 194ter, § 12, du même code, inséré par la loi du 2 août 2002 et remplacé par la loi du 22 décembre 2003, les mots "la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés" sont remplacés par les mots "la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE".
TITEL II. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
TITRE II. - Modifications de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financers
Art.37. In artikel 2, 42°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden "artikel 68bis, eerste lid, 1°, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbiedingen van beleggings-instrumenten en de toelating van beleggings-instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" vervangen door de woorden "artikel 28, eerste lid, 1°, van de wet van 11 juli 2018 2018 op de aanbieding aan het publiek en van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt".
Art.37. A l'article 2, 42°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots "l'article 68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés" sont remplacés par les mots "l'article 28, alinéa 1er, 1°, de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés".
Art.38. In artikel 37sexies, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 18 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarvan de aanbieding
a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht;
b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers zijn;
c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro;
d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke aanbieding effecten aankopen voor een totale tegenwaarde van ten minste 100 000 euro per belegger;";
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers aan het publiek wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, 2°, van dezelfde wet;";
c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° een effect als bedoeld in artikel 2, a), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit aan het publiek wordt aangeboden in België in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.".
a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarvan de aanbieding
a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht;
b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers zijn;
c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro;
d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke aanbieding effecten aankopen voor een totale tegenwaarde van ten minste 100 000 euro per belegger;";
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers aan het publiek wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, 2°, van dezelfde wet;";
c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° een effect als bedoeld in artikel 2, a), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit aan het publiek wordt aangeboden in België in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.".
Art.38. A l'article 37sexies, § 2, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 18 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° un instrument de placement visé à l'article 3 de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l'offre
a) est adressée uniquement aux investisseurs qualifiés;
b) est adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, en Belgique;
c) porte sur sur des instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s'élève au moins à 100 000 euros;
d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces valeurs pour un montant total d'au moins 100 000 euros par investisseur et par offre distincte;";
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° un instrument de placement visé à l'article 3 de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, au sens de l'article 4, 2°, de la même loi;";
c) le 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° une valeur mobilière visée à l'article 2, a) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, qui fait l'objet, uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation, d'une offre au public en Belgique au sens de l'article 4, 2° de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.".
a) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° un instrument de placement visé à l'article 3 de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l'offre
a) est adressée uniquement aux investisseurs qualifiés;
b) est adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, en Belgique;
c) porte sur sur des instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s'élève au moins à 100 000 euros;
d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces valeurs pour un montant total d'au moins 100 000 euros par investisseur et par offre distincte;";
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° un instrument de placement visé à l'article 3 de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, au sens de l'article 4, 2°, de la même loi;";
c) le 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° une valeur mobilière visée à l'article 2, a) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, qui fait l'objet, uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation, d'une offre au public en Belgique au sens de l'article 4, 2° de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.".
Art.39. In artikel 86bis, § 1, eerste lid, 5°, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden "artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 28 van de wet van 11 juli 2018".
Art.39. A l'article 86bis, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots "article 68bis de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "article 28 de la loi du 11 juillet 2018".
Art.40. In artikel 86ter, § 1, eerste lid, 3°, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden "artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 28 van de wet van 11 juli 2018".
Art.40. A l'article 86ter, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots "article 68bis de la loi du 16 juin 2006 " sont remplacés par les mots "article 28 de la loi du 11 juillet 2018".
Art.41. Artikel 121, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 1 april 2007, wordt vervangen als volgt:
"1° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en haar uitvoerings-besluiten, of van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;".
"1° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en haar uitvoerings-besluiten, of van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;".
Art.41. L'article 121, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, remplacé par la loi du 1er avril 2007, est remplacé par ce qui suit:
"1° contre toute décision susceptible de recours prise en application des dispositions de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et de ses arrêtés d'exécution ou du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;".
"1° contre toute décision susceptible de recours prise en application des dispositions de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et de ses arrêtés d'exécution ou du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;".
Art.42. In artikel 125, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 31 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden ", op de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders" worden ingevoegd tussen de woorden "collectief beheer van beleggingsportefeuilles" en de woorden ", op de wet van 16 juni 2006";
2° de woorden "16 juni 2006" worden vervangen door de woorden "11 juli 2018";
3° de woorden ", op Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG" worden ingevoegd tussen de woorden "verhandeling op een gereglementeerde markt" en de woorden "of op de wet van 1 april 2007".
1° de woorden ", op de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders" worden ingevoegd tussen de woorden "collectief beheer van beleggingsportefeuilles" en de woorden ", op de wet van 16 juni 2006";
2° de woorden "16 juni 2006" worden vervangen door de woorden "11 juli 2018";
3° de woorden ", op Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG" worden ingevoegd tussen de woorden "verhandeling op een gereglementeerde markt" en de woorden "of op de wet van 1 april 2007".
Art.42. A l'article 125, alinéa 1er, 2°, de la même loi, inséré par la loi du 31 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots ", à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires" sont insérés entre les mots "gestion collective de portefeuilles d'investisse-ment" et les mots ", à la loi du 16 juin 2006";
2° les mots "16 juin 2006" sont remplacés par les mots " 11 juillet 2018";
3° les mots ", du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE" sont insérés entre les mots "négociation sur des marchés réglementés" et les mots "ou à la loi du 1er avril 2007 ".
1° les mots ", à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires" sont insérés entre les mots "gestion collective de portefeuilles d'investisse-ment" et les mots ", à la loi du 16 juin 2006";
2° les mots "16 juin 2006" sont remplacés par les mots " 11 juillet 2018";
3° les mots ", du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE" sont insérés entre les mots "négociation sur des marchés réglementés" et les mots "ou à la loi du 1er avril 2007 ".
TITEL III. - Wijzigingen van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen
Titre III. - Modifications de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition
Art.43. In artikel 3, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, gewijzigd bij de wet van 3 maart 2011 en vervangen door de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepalingen onder 15° en 16° worden opgeheven;
b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt:
"18° "Verordening 2014/596/EU": de Verordening 2014/596/EU van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;";
c) de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt:
"19° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;";
d) de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt:
"21° "richtlijn 2014/65/EU": richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/EU;";
e) de bepaling onder 25° wordt vervangen als volgt:
"25° "wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;".
a) de bepalingen onder 15° en 16° worden opgeheven;
b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt:
"18° "Verordening 2014/596/EU": de Verordening 2014/596/EU van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;";
c) de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt:
"19° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;";
d) de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt:
"21° "richtlijn 2014/65/EU": richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/EU;";
e) de bepaling onder 25° wordt vervangen als volgt:
"25° "wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;".
Art.43. A l'article 3, § 1er, de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, modifié par la loi du 3 mars 2011 et remplacé par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) les 15° et 16° sont abrogés;
b) le 18° est remplacé par ce qui suit:
"18° "le Règlement 2014/596/UE": le Règlement 2014/596/UE du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les Directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;";
c) le 19° est remplacé par ce qui suit:
"19° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;";
d) le 21° est remplacé par ce qui suit:
"21° "la directive 2014/65/UE": la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;";
e) le 25° est remplacé par ce qui suit:
"25° "la loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;".
a) les 15° et 16° sont abrogés;
b) le 18° est remplacé par ce qui suit:
"18° "le Règlement 2014/596/UE": le Règlement 2014/596/UE du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les Directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;";
c) le 19° est remplacé par ce qui suit:
"19° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;";
d) le 21° est remplacé par ce qui suit:
"21° "la directive 2014/65/UE": la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d'instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;";
e) le 25° est remplacé par ce qui suit:
"25° "la loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;".
Art.44. In artikel 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "of een door de Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit" opgeheven;
2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende:
"Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden, ook van toepassing in het geval van een vennootschap waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een door de Koning op advies van de FSMA aangeduide multilaterale handelsfaciliteit of een bepaald segment daarvan zijn toegelaten, met dien verstande dat het in het eerste lid bedoelde percentage van effecten dan tot 50 % wordt opgetrokken.";
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "van het voorgaande lid" vervangen voor de woorden "van de voorgaande leden".
1° in het eerste lid worden de woorden "of een door de Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit" opgeheven;
2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende:
"Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden, ook van toepassing in het geval van een vennootschap waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een door de Koning op advies van de FSMA aangeduide multilaterale handelsfaciliteit of een bepaald segment daarvan zijn toegelaten, met dien verstande dat het in het eerste lid bedoelde percentage van effecten dan tot 50 % wordt opgetrokken.";
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "van het voorgaande lid" vervangen voor de woorden "van de voorgaande leden".
Art.44. A l'article 5 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, les mots "ou sur un système multilatéral de négociation désigné par le Roi" sont abrogés;
2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit:
"L'alinéa 1er est également d'application, dans les mêmes conditions, dans le cas d'une société dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un système multilatéral de négociation, ou un segment déterminé d'un tel système multilatéral de négociation, désigné par le Roi sur avis de la FSMA, étant entendu que le seuil de détention des titres visé à l'alinéa 1er est alors porté à 50 %.";
3° à l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots "de l'alinéa précédent" sont remplacés par les mots "des alinéas précédents".
1° à l'alinéa 1er, les mots "ou sur un système multilatéral de négociation désigné par le Roi" sont abrogés;
2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit:
"L'alinéa 1er est également d'application, dans les mêmes conditions, dans le cas d'une société dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un système multilatéral de négociation, ou un segment déterminé d'un tel système multilatéral de négociation, désigné par le Roi sur avis de la FSMA, étant entendu que le seuil de détention des titres visé à l'alinéa 1er est alors porté à 50 %.";
3° à l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots "de l'alinéa précédent" sont remplacés par les mots "des alinéas précédents".
Art.45. In artikel 6, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juli 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "artikel 10 van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 2, e), van Verordening 2017/1129";
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel 10 van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 2, e), van Verordening 2017/1129".
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "artikel 10 van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 2, e), van Verordening 2017/1129";
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "artikel 10 van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 2, e), van Verordening 2017/1129".
Art.45. A l'article 6, § 3, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 17 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 1°, les mots "article 10 de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "article 2, e) du Règlement 2017/1129";
b) au 2°, les mots "article 10 de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "article 2, e) du Règlement 2017/1129".
a) au 1°, les mots "article 10 de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "article 2, e) du Règlement 2017/1129";
b) au 2°, les mots "article 10 de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "article 2, e) du Règlement 2017/1129".
Art.46. In artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet, wordt een 8° /1 ingevoegd, luidende:
"8° /1 afwijken van de bepalingen van titel II van deze wet voor de openbare overnamebiedingen op effecten als bedoeld in artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitgevende instelling van die effecten worden uitgebracht;".
"8° /1 afwijken van de bepalingen van titel II van deze wet voor de openbare overnamebiedingen op effecten als bedoeld in artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitgevende instelling van die effecten worden uitgebracht;".
Art.46. A l'article 8, alinéa 2, de la même loi, un 8° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"8° /1 déroger aux dispositions du titre II de la présente loi en ce qui concerne les offres publiques d'acquisition portant sur des titres visés à l'article 3, § 1er, 8°, a), ii), lancées par l'émetteur desdits titres;".
"8° /1 déroger aux dispositions du titre II de la présente loi en ce qui concerne les offres publiques d'acquisition portant sur des titres visés à l'article 3, § 1er, 8°, a), ii), lancées par l'émetteur desdits titres;".
Art.47. In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de website van de bieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs.
Het prospectus wordt gepubliceerd op een speciaal daarvoor bestemde afdeling van de website, die gemakkelijk toegankelijk is bij het bezoeken van de website. Het kan worden gedownload en afgedrukt, en het heeft een doorzoekbaar elektronisch formaat dat niet kan worden gewijzigd.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Indien een effectenhouder daarom verzoekt, wordt hem door de bieder of de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, kosteloos een afschrift van het prospectus verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Ingeval een effectenhouder nadrukkelijk om een afschrift op papier verzoekt, verstrekken de bieder of de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, een gedrukte versie van het prospectus. De verstrekking van een dergelijk afschrift wordt beperkt tot de rechtsgebieden waar het bod overeenkomstig deze wet plaatsvindt.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "dat het slechts om één deel van het prospectus gaat en" ingevoegd tussen de woorden "In elk document wordt aangegeven" en de woorden "waar de andere samenstellende delen van het volledige prospectus kunnen worden verkregen.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de website van de bieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs.
Het prospectus wordt gepubliceerd op een speciaal daarvoor bestemde afdeling van de website, die gemakkelijk toegankelijk is bij het bezoeken van de website. Het kan worden gedownload en afgedrukt, en het heeft een doorzoekbaar elektronisch formaat dat niet kan worden gewijzigd.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Indien een effectenhouder daarom verzoekt, wordt hem door de bieder of de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, kosteloos een afschrift van het prospectus verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Ingeval een effectenhouder nadrukkelijk om een afschrift op papier verzoekt, verstrekken de bieder of de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, een gedrukte versie van het prospectus. De verstrekking van een dergelijk afschrift wordt beperkt tot de rechtsgebieden waar het bod overeenkomstig deze wet plaatsvindt.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "dat het slechts om één deel van het prospectus gaat en" ingevoegd tussen de woorden "In elk document wordt aangegeven" en de woorden "waar de andere samenstellende delen van het volledige prospectus kunnen worden verkregen.".
Art.47. A l'article 12 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Le prospectus est publié sous forme électronique sur le site web de l'offrant et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers que l'offrant a désignés pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix.
Le prospectus est publié dans une section dédiée du site internet, facilement accessible lorsque l'on entre sur ledit site. Il peut être téléchargé et imprimé; son format électronique permet les recherches mais pas les modifications.";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Un exemplaire du prospectus sur un support durable est fourni au détenteur de titres, gratuitement et à sa demande, par l'offrant ou les intermédiaires financiers que l'offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Si un détenteur de titres demande expressément un exemplaire sur support papier, l'offrant ou les intermédiaires financiers que l'offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix fournissent une version imprimée du prospectus. Cette obligation de fourniture ne concerne que les territoires où l'offre a lieu au titre de la présente loi.";
3° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "qu'il ne constitue qu'une partie du prospectus et" sont insérés entre les mots "Chaque document indique" et les mots "où les autres éléments constituant le prospectus complet peuvent être obtenus.".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Le prospectus est publié sous forme électronique sur le site web de l'offrant et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers que l'offrant a désignés pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix.
Le prospectus est publié dans une section dédiée du site internet, facilement accessible lorsque l'on entre sur ledit site. Il peut être téléchargé et imprimé; son format électronique permet les recherches mais pas les modifications.";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Un exemplaire du prospectus sur un support durable est fourni au détenteur de titres, gratuitement et à sa demande, par l'offrant ou les intermédiaires financiers que l'offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Si un détenteur de titres demande expressément un exemplaire sur support papier, l'offrant ou les intermédiaires financiers que l'offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix fournissent une version imprimée du prospectus. Cette obligation de fourniture ne concerne que les territoires où l'offre a lieu au titre de la présente loi.";
3° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "qu'il ne constitue qu'une partie du prospectus et" sont insérés entre les mots "Chaque document indique" et les mots "où les autres éléments constituant le prospectus complet peuvent être obtenus.".
Art.48. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De samenvatting bevat geen verwijzingen naar andere delen van het prospectus of informatie door middel van verwijzing.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten, onder de voorwaarden die in of krachtens artikel 19 van Verordening 2017/1129 zijn bepaald.".
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De samenvatting bevat geen verwijzingen naar andere delen van het prospectus of informatie door middel van verwijzing.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten, onder de voorwaarden die in of krachtens artikel 19 van Verordening 2017/1129 zijn bepaald.".
Art.48. A l'article 13 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Le résumé ne contient pas de renvoi à d'autres parties du prospectus et n'incorpore pas d'informations par référence.";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. La FSMA peut accepter que des informations soient incluses dans le prospectus par référence, aux conditions prévues par ou en vertu de l'article 19 du Règlement 2017/1129.".
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Le résumé ne contient pas de renvoi à d'autres parties du prospectus et n'incorpore pas d'informations par référence.";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. La FSMA peut accepter que des informations soient incluses dans le prospectus par référence, aux conditions prévues par ou en vertu de l'article 19 du Règlement 2017/1129.".
Art.49. Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve afsluiting van de oorspronkelijk voorziene aanvaardingsperiode van het bod kan worden gepubliceerd, wordt deze aanvaardingsperiode verlengd tot twee werkdagen na de publicatie van de aanvulling.".
" § 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve afsluiting van de oorspronkelijk voorziene aanvaardingsperiode van het bod kan worden gepubliceerd, wordt deze aanvaardingsperiode verlengd tot twee werkdagen na de publicatie van de aanvulling.".
Art.49. L'article 17 de la même loi est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit:
" § 3. Au cas où le supplément ne peut être publié qu'après la clôture définitive de la période d'acceptation de l'offre telle que prévue originellement, celle-ci est prolongée jusque deux jours ouvrables après la publication du supplément.".
" § 3. Au cas où le supplément ne peut être publié qu'après la clôture définitive de la période d'acceptation de l'offre telle que prévue originellement, celle-ci est prolongée jusque deux jours ouvrables après la publication du supplément.".
Art.50. In artikel 33 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De reclame die wordt verspreid op initiatief van de bieder, de doelvennootschap of de door hen aangestelde tussenpersonen worden pas openbaar gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten waarvan sprake in de artikelen 31, §§ 1 tot 5.";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "in § 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten" vervangen door de woorden "in paragraaf 1 bedoelde reclame";
3° in paragraaf 3 worden telkens de woorden "en de andere documenten en berichten" opgeheven;
4° in paragraaf 4 worden de woorden "en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1" opgeheven.
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De reclame die wordt verspreid op initiatief van de bieder, de doelvennootschap of de door hen aangestelde tussenpersonen worden pas openbaar gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten waarvan sprake in de artikelen 31, §§ 1 tot 5.";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "in § 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten" vervangen door de woorden "in paragraaf 1 bedoelde reclame";
3° in paragraaf 3 worden telkens de woorden "en de andere documenten en berichten" opgeheven;
4° in paragraaf 4 worden de woorden "en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1" opgeheven.
Art.50. A l'article 33 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Les communications à caractère promotionnel qui sont diffusées à l'initiative de l'offrant, de la société visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendues publiques qu'après avoir été approuvées par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5.";
2° au paragraphe 2, les mots "communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au § 1er" sont remplacés par les mots "communications à caractère promotionnel visées au paragraphe 1er";
3° au paragraphe 3, les mots ", autres documents et avis" sont chaque fois supprimés;
4° au paragraphe 4, les mots "et dans les autres documents et avis visés au § 1er" sont supprimés.
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Les communications à caractère promotionnel qui sont diffusées à l'initiative de l'offrant, de la société visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendues publiques qu'après avoir été approuvées par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5.";
2° au paragraphe 2, les mots "communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au § 1er" sont remplacés par les mots "communications à caractère promotionnel visées au paragraphe 1er";
3° au paragraphe 3, les mots ", autres documents et avis" sont chaque fois supprimés;
4° au paragraphe 4, les mots "et dans les autres documents et avis visés au § 1er" sont supprimés.
Art.51. Artikel 50, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt vervangen als volgt:
"De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten, in het bijzonder overeenkomstig richtlijn 2001/34/EG, Verordening 2014/596/EU, Verordening 2017/1129/EU, richtlijn 2014/65/EU en richtlijn 2004/109/EG.".
"De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten, in het bijzonder overeenkomstig richtlijn 2001/34/EG, Verordening 2014/596/EU, Verordening 2017/1129/EU, richtlijn 2014/65/EU en richtlijn 2004/109/EG.".
Art.51. L'article 50, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, est remplacé par ce qui suit:
"La FSMA coopère avec les autres autorités d'un Etat membre chargées de contrôler les marchés des capitaux, en application notamment de la directive 2001/34/CE, du Règlement 2014/596/UE, du Règlement 2017/1129/UE, de la directive 2014/65/UE et de la directive 2004/109/CE.".
"La FSMA coopère avec les autres autorités d'un Etat membre chargées de contrôler les marchés des capitaux, en application notamment de la directive 2001/34/CE, du Règlement 2014/596/UE, du Règlement 2017/1129/UE, de la directive 2014/65/UE et de la directive 2004/109/CE.".
TITEL IV. - Wijzigingen van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen
TITRE IV. - Modifications de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances
Art.52. In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvordering, laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden "of in het buitenland" geschrapt;
b) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt:
"13° "openbaar aanbod":
i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen;
ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is;";
c) in de bepaling onder 14° worden de woorden "artikel 3, 13°, a), ii)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, ii)";
d) in de bepaling onder 15° worden de woorden "artikel 3, 13°, a), i)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, i)";
e) de bepaling onder 30° wordt vervangen als volgt:
"30° "verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging": het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, i);";
f) de bepaling onder 44° wordt vervangen als volgt:
"44° "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;";
g) de bepaling onder 53° wordt vervangen als volgt:
"53° "wet van 11 juli 2018: de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;";
h) een bepaling onder 63° wordt ingevoegd, luidende:
"63° "Verordening 2015/2365": de Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparentie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;";
i) een bepaling onder 64° wordt ingevoegd, luidende:
"64° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;";
j) een bepaling onder 65° wordt ingevoegd, luidende:
"65° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen; ".
a) in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden "of in het buitenland" geschrapt;
b) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt:
"13° "openbaar aanbod":
i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen;
ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is;";
c) in de bepaling onder 14° worden de woorden "artikel 3, 13°, a), ii)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, ii)";
d) in de bepaling onder 15° worden de woorden "artikel 3, 13°, a), i)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, i)";
e) de bepaling onder 30° wordt vervangen als volgt:
"30° "verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging": het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, i);";
f) de bepaling onder 44° wordt vervangen als volgt:
"44° "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;";
g) de bepaling onder 53° wordt vervangen als volgt:
"53° "wet van 11 juli 2018: de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;";
h) een bepaling onder 63° wordt ingevoegd, luidende:
"63° "Verordening 2015/2365": de Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparentie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;";
i) een bepaling onder 64° wordt ingevoegd, luidende:
"64° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;";
j) een bepaling onder 65° wordt ingevoegd, luidende:
"65° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen; ".
Art.52. A l'article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 2°, a), les mots "ou à l'étranger" sont supprimés;
b) le 13° est remplacé par ce qui suit:
"13° par "offre publique":
i) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l'offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d'acheter ou de souscrire ces titres. Cette définition s'applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers;
ii) l'admission aux négociations sur un MTF ou sur un marché réglementé qui est accessible au public;";
c) au 14°, les mots "l'article 3, 13°, a), ii)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, ii)";
d) au 15°, les mots "l'article 3, 13°, a), i)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, i)";
e) le 30° est remplacé par ce qui suit:
"30° par "commercialisation de titres d'organismes de placement collectif": l'offre publique au sens de l'article 3, 13°, i);";
f) le 44° est remplacé par ce qui suit:
"44° par "loi du 7 décembre 2016": la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises;";
g) le 53° est remplacé par ce qui suit:
"53° "loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;";
h) un 63° est inséré, rédigé comme suit:
"63° "Règlement 2015/2365 ": le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012;";
i) un 64° est inséré, rédigé comme suit:
"64° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;";
j) un 65° est inséré, rédigé comme suit:
"65° "Règlement 2017/1131": le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires;".
a) au 2°, a), les mots "ou à l'étranger" sont supprimés;
b) le 13° est remplacé par ce qui suit:
"13° par "offre publique":
i) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l'offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d'acheter ou de souscrire ces titres. Cette définition s'applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers;
ii) l'admission aux négociations sur un MTF ou sur un marché réglementé qui est accessible au public;";
c) au 14°, les mots "l'article 3, 13°, a), ii)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, ii)";
d) au 15°, les mots "l'article 3, 13°, a), i)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, i)";
e) le 30° est remplacé par ce qui suit:
"30° par "commercialisation de titres d'organismes de placement collectif": l'offre publique au sens de l'article 3, 13°, i);";
f) le 44° est remplacé par ce qui suit:
"44° par "loi du 7 décembre 2016": la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises;";
g) le 53° est remplacé par ce qui suit:
"53° "loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;";
h) un 63° est inséré, rédigé comme suit:
"63° "Règlement 2015/2365 ": le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012;";
i) un 64° est inséré, rédigé comme suit:
"64° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;";
j) un 65° est inséré, rédigé comme suit:
"65° "Règlement 2017/1131": le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires;".
Art.53. In artikel 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid worden de woorden "artikel 3, 13°, a), i)" telkens vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, i)";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "artikel 3, 13, a), ii)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, ii)";
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
" § 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder "professionele beleggers" verstaan: de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129.";
c) in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen" vervangen door de woorden "professionele beleggers".
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid worden de woorden "artikel 3, 13°, a), i)" telkens vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, i)";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "artikel 3, 13, a), ii)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, ii)";
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
" § 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder "professionele beleggers" verstaan: de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129.";
c) in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen" vervangen door de woorden "professionele beleggers".
Art.53. A l'article 5 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, les mots "l'article 3, 13°, a), i)" sont chaque fois remplacés par les mots "l'article 3, 13°, i)";
2° au paragraphe 2, les mots "l'article 3, 13°, a), ii)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, ii)";
3° au paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par "investisseurs professionnels": les investisseurs qualifiés au sens de l'article 2, e) du Règlement 2017/1129.";
c) au paragraphe 3, alinéa 2, les mots "clients professionnels et des contreparties éligibles" sont remplacés par les mots "investisseurs professionnels".
1° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, les mots "l'article 3, 13°, a), i)" sont chaque fois remplacés par les mots "l'article 3, 13°, i)";
2° au paragraphe 2, les mots "l'article 3, 13°, a), ii)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, ii)";
3° au paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par "investisseurs professionnels": les investisseurs qualifiés au sens de l'article 2, e) du Règlement 2017/1129.";
c) au paragraphe 3, alinéa 2, les mots "clients professionnels et des contreparties éligibles" sont remplacés par les mots "investisseurs professionnels".
Art.54. In artikel 70, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014 worden de woorden "artikel 3, 13°, a), ii)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, ii)."
Art.54. A l'article 70, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots "l'article 3, 13°, a), ii)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, ii)".
Art.55. In de aanhef van artikel 71, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden "artikel 3, 13°, a), i)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, i)".
Art.55. Dans la phrase liminaire de l'article 71, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots "l'article 3, 13°, a), i)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, i)".
Art.56. In artikel 96 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld door een lid, luidende:
"Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365 en Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.";
2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014, wordt het woord "85bis" vervangen door het woord "86".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld door een lid, luidende:
"Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365 en Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.";
2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014, wordt het woord "85bis" vervangen door het woord "86".
Art.56. Al'article 96 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le présent chapitre s'applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.";
2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le mot "85bis" est remplacé par le mot "86".
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le présent chapitre s'applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.";
2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le mot "85bis" est remplacé par le mot "86".
Art.57. In artikel 101, § 1, vierde lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016".
Art.57. A l'article 101, § 1er, alinéa 4, de la même loi, les mots "l'article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953 " sont remplacés par les mots "l'article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016 ".
Art.58. In artikel 102, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 6 van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 6 van de wet van 7 december 2016".
Art.58. A l'article 102, alinéa 1er, de la même loi, les mots "l'article 6 de la loi du 22 juillet 1953 " sont remplacés par les mots "l'article 6 de la loi du 7 décembre 2016 ".
Art.59. In artikel 107, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 79 van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 86 van de wet van 7 december 2016".
Art.59. A l'article 107, § 3, de la même loi, les mots "l'article 79 de la loi du 22 juillet 1953" sont remplacés par les mots "l'article 86 de la loi du 7 décembre 2016".
Art.60. In artikel 110, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 3, 13°, a), ii)" vervangen door de woorden "artikel 3, 13°, ii)".
Art.60. A l'article 110, alinéa 3 de la même loi, les mots "l'article 3, 13°, a), ii)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, ii)".
Art.61. In artikel 111, § 8, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "van de wet van 16 juni 2016" worden vervangen door de woorden "van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018";
2° de woorden "overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 juni 2006" worden vervangen door de woorden "overeenkomstig deze bepalingen".
1° de woorden "van de wet van 16 juni 2016" worden vervangen door de woorden "van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018";
2° de woorden "overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 juni 2006" worden vervangen door de woorden "overeenkomstig deze bepalingen".
Art.61. A l'article 111, § 8, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "de la loi du 16 juin 2016" sont remplacés par les mots "du Règlement 2017/1129 ou de la loi du 11 juillet 2018";
2° les mots "avec la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "avec ces dispositions".
1° les mots "de la loi du 16 juin 2016" sont remplacés par les mots "du Règlement 2017/1129 ou de la loi du 11 juillet 2018";
2° les mots "avec la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "avec ces dispositions".
Art.62. Artikel 116, hersteld bij de wet van 25 december 2016, wordt vervangen als volgt:
"Art. 116. Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.".
"Art. 116. Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.".
Art.62. L'article 116, rétabli par la loi du 25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 116. Le présent chapitre est d'application en cas de non-respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.".
"Art. 116. Le présent chapitre est d'application en cas de non-respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.".
Art.63. In artikel 236 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.";
2° in paragraaf 4, wordt het woord "85" vervangen door het woord "86".
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.";
2° in paragraaf 4, wordt het woord "85" vervangen door het woord "86".
Art.63. A l'article 236 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, un alinéa est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, rédigé comme suit:
"Le présent chapitre s'applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.";
2° au paragraphe 4, le mot "85" est remplacé par le mot "86".
1° au paragraphe 1er, un alinéa est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, rédigé comme suit:
"Le présent chapitre s'applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.";
2° au paragraphe 4, le mot "85" est remplacé par le mot "86".
Art.64. In artikel 242, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016".
Art.64. A l'article 242, § 2, de la même loi, les mots "l'article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953" sont remplacés par les mots "l'article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016".
Art.65. In artikel 243, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 6 van de wet van 7 december 2016".
Art.65. A l'article 243, alinéa 1er, de la même loi, les mots "l'article 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953" sont remplacés par les mots "l'article 6 de la loi du 7 décembre 2016".
Art.66. Artikel 255/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016, wordt vervangen als volgt:
"Art. 255/1. Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.".
"Art. 255/1. Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.".
Art.66. L'article 255/1 de la même loi, inséré par la loi du 25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 255/1. Le présent titre est d'application en cas de non-respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.".
"Art. 255/1. Le présent titre est d'application en cas de non-respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.".
Art.67. In artikel 260, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 1°, opgeheven bij de wet van 25 december 2016, als volgt hersteld:
"1° de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder conform artikel 50, § 1, tweede en derde lid;".
"1° de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder conform artikel 50, § 1, tweede en derde lid;".
Art.67. A l'article 260, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, le 1°, abrogé par la loi du 25 décembre 2016, est rétabli dans la rédaction suivante:
"1° l'accord écrit conclu avec le dépositaire, conformément à l'article 50, § 1er, alinéas 2 et 3;".
"1° l'accord écrit conclu avec le dépositaire, conformément à l'article 50, § 1er, alinéas 2 et 3;".
Art.68. In artikel 271/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 worden de woorden "artikel 3, 13°, a), i)" vervangen door de woorden ""artikel 3, 13°, i)".
Art.68. A l'article 271/2 de la même loi, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots "l'article 3, 13°, a), i)" sont remplacés par les mots "l'article 3, 13°, i)".
TITEL V. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
TITRE V. - Modifications de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires
Art.69. In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 27°, a), worden de woorden ", en die wordt verricht door de AICB, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening" vervangen door de woorden "; deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen.";
b) in de bepaling onder 27°, a), wordt het tweede lid opgeheven;
c) de bepaling onder 30°, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
"30° "professionele beleggers": de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129;";
d) in de bepaling onder 30°, tweede lid, worden de woorden "professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen" vervangen door de woorden "professionele beleggers";
e) de bepaling onder 72° wordt vervangen als volgt:
"72° "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;";
f) de bepaling onder 73° wordt vervangen als volgt:
"73° "wet van 13 maart 2016": de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;";
g) de bepaling onder 80° wordt vervangen als volgt:
"80° "wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;";
h) in de Franse versie van de bepaling onder 104° worden de woorden "Règlement 346/2013" vervangen door de woorden "Règlement 2015/2365";
i) een bepaling onder 105° wordt ingevoegd, luidende:
"105° "Verordening 2015/760": de Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen;";
i) een bepaling onder 106° wordt ingevoegd, luidende:
"106° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;";
j) een bepaling onder 107° wordt ingevoegd, luidende:
"107° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.".
a) in de bepaling onder 27°, a), worden de woorden ", en die wordt verricht door de AICB, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening" vervangen door de woorden "; deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen.";
b) in de bepaling onder 27°, a), wordt het tweede lid opgeheven;
c) de bepaling onder 30°, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
"30° "professionele beleggers": de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129;";
d) in de bepaling onder 30°, tweede lid, worden de woorden "professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen" vervangen door de woorden "professionele beleggers";
e) de bepaling onder 72° wordt vervangen als volgt:
"72° "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;";
f) de bepaling onder 73° wordt vervangen als volgt:
"73° "wet van 13 maart 2016": de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;";
g) de bepaling onder 80° wordt vervangen als volgt:
"80° "wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;";
h) in de Franse versie van de bepaling onder 104° worden de woorden "Règlement 346/2013" vervangen door de woorden "Règlement 2015/2365";
i) een bepaling onder 105° wordt ingevoegd, luidende:
"105° "Verordening 2015/760": de Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen;";
i) een bepaling onder 106° wordt ingevoegd, luidende:
"106° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;";
j) een bepaling onder 107° wordt ingevoegd, luidende:
"107° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.".
Art.69. A l'article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 27°, a), les mots ", et qui est faite par l'OPCA, par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte" sont remplacés par les mots "; cette définition s'applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers";
b) au 27°, a), l'alinéa 2 est abrogé;
c) le 30°, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
"30° "investisseurs professionnels": les investisseurs qualifiés au sens de l'article 2, e), du Règlement 2017/1129;";
d) au 30°, alinéa 2, les mots "clients professionnels et des contreparties éligibles" sont remplacés par les mots "investisseurs professionnels";
e) le 72° est remplacé par ce qui suit:
"72° "loi du 7 décembre 2016": la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises;";
f) le 73° est remplacé par ce qui suit:
"73° "loi du 13 mars 2016": la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
g) le 80° est remplacé par ce qui suit:
"80° "loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;";
h) dans le 104°, les mots "Règlement 346/2013" sont remplacés par les mots "Règlement 2015/2365";
i) un 105° est inséré, rédigé comme suit:
"105° "Règlement 2015/760": le Règlement (UE) 2015/760 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 relatif aux fonds européens d'investissement à long terme;";
j) un 106° est inséré, rédigé comme suit:
"106° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;";
k) un 107° est inséré, rédigé comme suit:
"107° "Règlement 2017/1131": le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires.".
a) au 27°, a), les mots ", et qui est faite par l'OPCA, par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte" sont remplacés par les mots "; cette définition s'applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers";
b) au 27°, a), l'alinéa 2 est abrogé;
c) le 30°, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
"30° "investisseurs professionnels": les investisseurs qualifiés au sens de l'article 2, e), du Règlement 2017/1129;";
d) au 30°, alinéa 2, les mots "clients professionnels et des contreparties éligibles" sont remplacés par les mots "investisseurs professionnels";
e) le 72° est remplacé par ce qui suit:
"72° "loi du 7 décembre 2016": la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises;";
f) le 73° est remplacé par ce qui suit:
"73° "loi du 13 mars 2016": la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;";
g) le 80° est remplacé par ce qui suit:
"80° "loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;";
h) dans le 104°, les mots "Règlement 346/2013" sont remplacés par les mots "Règlement 2015/2365";
i) un 105° est inséré, rédigé comme suit:
"105° "Règlement 2015/760": le Règlement (UE) 2015/760 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 relatif aux fonds européens d'investissement à long terme;";
j) un 106° est inséré, rédigé comme suit:
"106° "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;";
k) un 107° est inséré, rédigé comme suit:
"107° "Règlement 2017/1131": le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires.".
Art.70. In artikel 11, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, worden de woorden "in artikel 3, 43° " vervangen door de woorden "in artikel 3, 22°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen".
Art.70. A l'article 11, § 2, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 25 décembre 2016, les mots "à l'article 3, 43° " sont remplacés par les mots "à l'article 3, 22° de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances".
Art.71. Artikel 70 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 70. Indien de AICB een prospectus of een ander informatiedocument moet publiceren overeenkomstig Verordening 2017/1129 of de nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is aan de in het prospectus of het informatiedocument opgenomen informatie, hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus of het informatiedocument te worden verstrekt.".
"Art. 70. Indien de AICB een prospectus of een ander informatiedocument moet publiceren overeenkomstig Verordening 2017/1129 of de nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is aan de in het prospectus of het informatiedocument opgenomen informatie, hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus of het informatiedocument te worden verstrekt.".
Art.71. L'article 70 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 70. Lorsque l'OPCA est tenu de publier un prospectus ou un autre document d'information conformément au Règlement 2017/1129 ou au droit national, seules les informations visées à l'article 68 qui s'ajoutent à celles contenues dans le prospectus ou dans le document d'information doivent être communiquées séparément ou en tant qu'informations supplémentaires au prospectus ou au document d'information.".
"Art. 70. Lorsque l'OPCA est tenu de publier un prospectus ou un autre document d'information conformément au Règlement 2017/1129 ou au droit national, seules les informations visées à l'article 68 qui s'ajoutent à celles contenues dans le prospectus ou dans le document d'information doivent être communiquées séparément ou en tant qu'informations supplémentaires au prospectus ou au document d'information.".
Art.72. In artikel 117, tweede lid, gewijzigd door de wet van 25 december 2016, worden de woorden "wet van 6 april 1995" vervangen door de woorden "wet van 25 oktober 2016".
Art.72. A l'article 117, alinéa 2, modifié par la loi du 25 décembre 2016, les mots "loi du 6 avril 1995" sont remplacés par les mots "loi du 25 octobre 2016".
Art.73. Artikel 208 van dezelfde wet, wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende:
" § 8. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen.
Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.".
" § 8. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen.
Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.".
Art.73. L'article 208 de la même loi, est complété par un paragraphe 8, rédigé comme suit:
" § 8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'organe légal d'administration en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société d'investissement prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration, les mesures nécessaires pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution.
Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, l'organe légal d'administration de la société d'investissement doit contrôler au moins une fois par an si la société se conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, et de l'alinéa 1er du présent paragraphe, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution, et il prend connaissance des mesures adéquates prises.
Les personnes chargées de la direction effective font rapport au moins une fois par an à l'organe légal d'administration, à la FSMA et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l'alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures adéquates prises.
Ces informations sont transmises à la FSMA et au commissaire agréé selon les modalités que la FSMA détermine.".
" § 8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'organe légal d'administration en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société d'investissement prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration, les mesures nécessaires pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution.
Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, l'organe légal d'administration de la société d'investissement doit contrôler au moins une fois par an si la société se conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, et de l'alinéa 1er du présent paragraphe, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution, et il prend connaissance des mesures adéquates prises.
Les personnes chargées de la direction effective font rapport au moins une fois par an à l'organe légal d'administration, à la FSMA et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l'alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures adéquates prises.
Ces informations sont transmises à la FSMA et au commissaire agréé selon les modalités que la FSMA détermine.".
Art.74. Artikel 222, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een prospectus of een informatienota worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die, naargelang het geval, worden bepaald in Verordening 2017/1129 of in de wet van 11 juli 2018.".
"Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een prospectus of een informatienota worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die, naargelang het geval, worden bepaald in Verordening 2017/1129 of in de wet van 11 juli 2018.".
Art.74. L'article 222, alinéa 2, de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"En cas d'offre publique de titres d'un OPCA, autre que celle visée à l'alinéa 1er, un prospectus ou une note d'information sont rendus publics dans les cas et selon les modalités prescrites par, selon le cas, le Règlement 2017/1129 ou la loi du 11 juillet 2018.".
"En cas d'offre publique de titres d'un OPCA, autre que celle visée à l'alinéa 1er, un prospectus ou une note d'information sont rendus publics dans les cas et selon les modalités prescrites par, selon le cas, le Règlement 2017/1129 ou la loi du 11 juillet 2018.".
Art.75. In artikel 226 van dezelfde wet wordt het eerste lid, 2°, aangevuld met de woorden ", of een informatienota werd gepubliceerd.".
Art.75. A l'article 226 de la même loi, l'alinéa 1er, 2°, est complété par les mots ", ou une note d'information a été publiée.".
Art.76. In artikel 261 van dezelfde wet, wordt het eerste lid, 2°, aangevuld met de woorden ", of een informatienota werd gepubliceerd.".
Art.76. A l'article 261 de la même loi, l'alinéa 1er, 2°, est complété par les mots ", ou une note d'information a été publiée.".
Art.77. In artikel 319, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen ingevoegd:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden ", en van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen";
2° in het tweede lid worden de woorden "alsook van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen," ingevoegd tussen de woorden "en het eerste lid van deze paragraaf," en de woorden "en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen".
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden ", en van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen";
2° in het tweede lid worden de woorden "alsook van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen," ingevoegd tussen de woorden "en het eerste lid van deze paragraaf," en de woorden "en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen".
Art.77. A l'article 319, § 7, de la même loi, inséré par la loi du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont insérées:
1° l'alinéa 1er est complété par les mots ", ainsi que des dispositions prises pour leur exécution";
2° à l'alinéa 2, les mots "ainsi que des dispositions prises pour leur exécution," sont insérés entre les mots "de l'alinéa 1er du présent paragraphe," et les mots "et il prend connaissance des mesures adéquates prises".
1° l'alinéa 1er est complété par les mots ", ainsi que des dispositions prises pour leur exécution";
2° à l'alinéa 2, les mots "ainsi que des dispositions prises pour leur exécution," sont insérés entre les mots "de l'alinéa 1er du présent paragraphe," et les mots "et il prend connaissance des mesures adéquates prises".
Art.78. Artikel 336 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 336. Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toepassing met betrekking tot:
1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel VIII en deel IX;
2° de bepalingen van Verordening 345/2013, Verordening 346/2013, Verordening 2015/760, Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2011/61/EU.".
"Art. 336. Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toepassing met betrekking tot:
1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel VIII en deel IX;
2° de bepalingen van Verordening 345/2013, Verordening 346/2013, Verordening 2015/760, Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2011/61/EU.".
Art.78. L'article 336 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 336. Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente partie s'applique en ce qui concerne:
1° les dispositions des parties I, II, du livre I de la partie III, et des parties IV, VIII et IX;
2° les dispositions du Règlement 345/2013, du Règlement 346/2013, du Règlement 2015/760, du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131, ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2011/61/UE.".
"Art. 336. Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente partie s'applique en ce qui concerne:
1° les dispositions des parties I, II, du livre I de la partie III, et des parties IV, VIII et IX;
2° les dispositions du Règlement 345/2013, du Règlement 346/2013, du Règlement 2015/760, du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131, ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2011/61/UE.".
Art.79. In artikel 338, § 5, van dezelfde wet wordt het woord "85bis" vervangen door het woord "86".
Art.79. A l'article 338, § 5, de la même loi, le mot "85bis" est remplacé par le mot "86".
Art.80. In artikel 345 van dezelfde wet, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, artikel 98 van de wet van 16 februari 2009" vervangen door de woorden "artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet van 16 februari 2009" vervangen door de woorden "of Titel V, Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016";
3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden, "artikel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975" vervangen door de woorden "of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, artikel 98 van de wet van 16 februari 2009" vervangen door de woorden "artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet van 16 februari 2009" vervangen door de woorden "of Titel V, Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016";
3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden, "artikel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975" vervangen door de woorden "of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016".
Art.80. A l'article 345 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "de l'article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de l'article 98 de la loi du 16 février 2009" sont remplacés par les mots "de l'article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016";
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots ", du chapitre VIIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi du 16 février 2009" sont remplacés par les mots "ou du Titre V, Chapitre II de la loi du 13 mars 2016 ";
3° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots ", de l'article 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l'article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "ou du Titre V, Chapitre III de la loi du 13 mars 2016".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "de l'article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de l'article 98 de la loi du 16 février 2009" sont remplacés par les mots "de l'article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016";
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots ", du chapitre VIIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi du 16 février 2009" sont remplacés par les mots "ou du Titre V, Chapitre II de la loi du 13 mars 2016 ";
3° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots ", de l'article 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l'article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975" sont remplacés par les mots "ou du Titre V, Chapitre III de la loi du 13 mars 2016".
Art.81. In artikel 351, § 4, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 86, § 1 van de wet van 7 december 2016".
Art.81. A l'article 351, § 4, de la même loi, les mots "l'article 79, § 1er, de la loi du 22 juillet 1953" sont remplacés par les mots "l'article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016".
Art.82. In artikel 352, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 6 van de wet van 7 december 2016".
Art.82. A l'article 352, alinéa 1er de la même loi, les mots "l'article 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953" sont remplacés par les mots "l'article 6 de la loi du 7 décembre 2016".
Art.83. In artikel 356, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 79 van de wet van 22 juli 1953" vervangen door de woorden "artikel 86 van de wet van 7 december 2016".
Art.83. A l'article 356, § 3, de la même loi, les mots "l'article 79 de la loi du 22 juillet 1953" sont remplacés par les mots "l'article 86 de la loi du 7 décembre 2016 ".
Art.84. In artikel 357, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 26" vervangen door de woorden "de artikelen 26, 208 en 319".
Art.84. A l'article 357, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les mots "à l'article 26" sont remplacés par les mots "aux articles 26, 208 et 319".
Art.85. In artikel 360 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, vierde lid worden de woorden "beheervennootschappen naar Belgisch recht" vervangen door de woorden "beheervennootschappen naar buitenlands recht";
2° paragraaf 9, hernummerd door de wet van 10 april 2014, wordt vervangen als volgt:
" § 9. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een AICB die of een compartiment van een AICB dat ressorteert onder de toepassing van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.";
3° de bepaling die begint met de woorden "De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing" wordt paragraaf 10, en de bepaling die begint met de woorden "Als de FSMA van mening is" wordt paragraaf 11.
1° in paragraaf 1, vierde lid worden de woorden "beheervennootschappen naar Belgisch recht" vervangen door de woorden "beheervennootschappen naar buitenlands recht";
2° paragraaf 9, hernummerd door de wet van 10 april 2014, wordt vervangen als volgt:
" § 9. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een AICB die of een compartiment van een AICB dat ressorteert onder de toepassing van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.";
3° de bepaling die begint met de woorden "De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing" wordt paragraaf 10, en de bepaling die begint met de woorden "Als de FSMA van mening is" wordt paragraaf 11.
Art.85. A l'article 360 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "beheervennootschappen naar Belgisch recht" sont remplacés par les mots "beheervennootschappen naar buitenlands recht";
2° le paragraphe 9, renuméroté par la loi du 10 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
" § 9. Sans préjudice des mesures définies par d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont applicables lorsque la FSMA constate qu'un OPCA, ou un compartiment d'un OPCA, qui relève de l'application du Règlement 2017/1129 ou de la loi du 11 juillet 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.";
3° la disposition commençant par les mots "les §§ 1er à 5 sont applicables" devient le paragraphe 10 et la disposition commençant par les mots "Lorsque la FSMA estime" devient le paragraphe 11.
1° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "beheervennootschappen naar Belgisch recht" sont remplacés par les mots "beheervennootschappen naar buitenlands recht";
2° le paragraphe 9, renuméroté par la loi du 10 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
" § 9. Sans préjudice des mesures définies par d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont applicables lorsque la FSMA constate qu'un OPCA, ou un compartiment d'un OPCA, qui relève de l'application du Règlement 2017/1129 ou de la loi du 11 juillet 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.";
3° la disposition commençant par les mots "les §§ 1er à 5 sont applicables" devient le paragraphe 10 et la disposition commençant par les mots "Lorsque la FSMA estime" devient le paragraphe 11.
Art.86. Artikel 367 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt opgeheven.
Art.86. L'article 367 de la même loi, modifié par la loi du 25 décembre 2016, est abrogé.
TITEL VI. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen
TITRE VI. - Modifications de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse
Art.87. In artikel 5, tweede lid, 2°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen worden de woorden "de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "de wet van 11 juli 2018".
Art.87. A l'article 5, alinéa 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, les mots "de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "de la loi du 11 juillet 2018".
TITEL VII. - Wijzigingen van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
TITRE VII. - Modifications de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées
Art.89. In artikel 2 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, gewijzigd bij de wet van 22 oktober 2017 en de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 5°, x, wordt vervangen als volgt:
"x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel 4, 7° van de wet van 11 juli 2018;";
b) de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt:
"26° "aanbieding aan het publiek": elke aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 11 juli 2018;";
c) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt:
"35° "wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;";
d) een bepaling onder 35° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"35° /1 "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;".
a) de bepaling onder 5°, x, wordt vervangen als volgt:
"x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel 4, 7° van de wet van 11 juli 2018;";
b) de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt:
"26° "aanbieding aan het publiek": elke aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 11 juli 2018;";
c) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt:
"35° "wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;";
d) een bepaling onder 35° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"35° /1 "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;".
Art.89. A l'article 2 de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées, modifié par la loi du 22 octobre 2017 et la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 5°, x est remplacé par ce qui suit:
"x. les certificats immobiliers visés à l'article 4, 7° de la loi du 11 juillet 2018;";
b) le 26° est remplacé par ce qui suit:
"26° par "offre au public": toute offre au public au sens de l'article 4, 2°, de la loi du 11 juillet 2018; ";
c) le 35° est remplacé par ce qui suit:
"35° par "loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;";
d) un 35° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"35° /1 par "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;".
a) le 5°, x est remplacé par ce qui suit:
"x. les certificats immobiliers visés à l'article 4, 7° de la loi du 11 juillet 2018;";
b) le 26° est remplacé par ce qui suit:
"26° par "offre au public": toute offre au public au sens de l'article 4, 2°, de la loi du 11 juillet 2018; ";
c) le 35° est remplacé par ce qui suit:
"35° par "loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;";
d) un 35° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"35° /1 par "Règlement 2017/1129": le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;".
Art.90. Artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 oktober 2017, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 21 en van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel, is het de promotor of een in onderling overleg met hem handelend persoon toegestaan om stemrechtverlenende effecten te verwerven die het percentage stemrechtverlenende effecten in het bezit van het publiek onder 30 % doen dalen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° die verwervingen vloeien voort uit:
(a) de aanvaarding door de houders van de betrokken effecten van een openbare overnamebieding; en
(b) in voorkomend geval, een openbaar uitkoopbod dat onmiddellijk volgt op voornoemde openbare overnamebieding,
die allebei worden uitgevoerd conform de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
2° naar aanleidingen van die verwervingen bezit de promotor en/of een in onderling overleg met hem handelend persoon alle stemrechtverlenende effecten van de GVV;
3° de openbare GVV doet afstand van haar vergunning binnen de maand die volgt op het verstrijken van de aanvaardingsperiode van het bod die de promotor en/of de in onderling overleg met hem handelend perso(o)n(en) in de mogelijkheid heeft gesteld om alle stemrechtsverlenende effecten te verwerven.
Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden, is paragraaf 3, eerste lid, van toepassing, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV.
Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand van de vergunning voor zover die plaatsvindt na de afsluiting van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bod.".
" § 6. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 21 en van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel, is het de promotor of een in onderling overleg met hem handelend persoon toegestaan om stemrechtverlenende effecten te verwerven die het percentage stemrechtverlenende effecten in het bezit van het publiek onder 30 % doen dalen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° die verwervingen vloeien voort uit:
(a) de aanvaarding door de houders van de betrokken effecten van een openbare overnamebieding; en
(b) in voorkomend geval, een openbaar uitkoopbod dat onmiddellijk volgt op voornoemde openbare overnamebieding,
die allebei worden uitgevoerd conform de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
2° naar aanleidingen van die verwervingen bezit de promotor en/of een in onderling overleg met hem handelend persoon alle stemrechtverlenende effecten van de GVV;
3° de openbare GVV doet afstand van haar vergunning binnen de maand die volgt op het verstrijken van de aanvaardingsperiode van het bod die de promotor en/of de in onderling overleg met hem handelend perso(o)n(en) in de mogelijkheid heeft gesteld om alle stemrechtsverlenende effecten te verwerven.
Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden, is paragraaf 3, eerste lid, van toepassing, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV.
Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand van de vergunning voor zover die plaatsvindt na de afsluiting van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bod.".
Art.90. L'article 23 de la même loi, modifié par la loi du 22 octobre 2017, est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit:
" § 6. Nonobstant les dispositions de l'article 21 et des paragraphes 3, 4 et 5 du présent article, il est permis au promoteur ou à une personne agissant de concert avec lui d'effectuer des acquisitions de titres conférant le droit de vote ayant pour effet de faire baisser en dessous de 30 % la proportion de ces titres se trouvant aux mains du public, moyennant le respect des conditions suivantes:
1° les acquisitions font suite à:
(a) l'acceptation par les détenteurs des titres concernés d'une offre publique d'acquisition; et
(b) le cas échéant, une offre publique de reprise faisant immédiatement suite à l'offre publique d'acquisition susmentionnée,
toutes deux menées conformément à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition et à l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d'acquisition;
2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la personne agissant de concert avec lui détiennent la totalité des titres conférant le droit de vote de la SIR;
3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois de l'expiration de la période d'acceptation de l'offre qui a permis au promoteur et/ou aux personnes agissant de concert avec lui d'acquérir la totalité des titres conférant le droit de vote.
Au cas où les conditions visées à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, ne sont pas remplies, le paragraphe 3, alinéa 1er est applicable, sans préjudice des dispositions du chapitre IV.
L'article 62 n'est pas applicable à la renonciation à l'agrément pour autant que celle-ci ait lieu après la clôture de l'offre visée à l'alinéa 1er, 3°. ".
" § 6. Nonobstant les dispositions de l'article 21 et des paragraphes 3, 4 et 5 du présent article, il est permis au promoteur ou à une personne agissant de concert avec lui d'effectuer des acquisitions de titres conférant le droit de vote ayant pour effet de faire baisser en dessous de 30 % la proportion de ces titres se trouvant aux mains du public, moyennant le respect des conditions suivantes:
1° les acquisitions font suite à:
(a) l'acceptation par les détenteurs des titres concernés d'une offre publique d'acquisition; et
(b) le cas échéant, une offre publique de reprise faisant immédiatement suite à l'offre publique d'acquisition susmentionnée,
toutes deux menées conformément à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition et à l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d'acquisition;
2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la personne agissant de concert avec lui détiennent la totalité des titres conférant le droit de vote de la SIR;
3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois de l'expiration de la période d'acceptation de l'offre qui a permis au promoteur et/ou aux personnes agissant de concert avec lui d'acquérir la totalité des titres conférant le droit de vote.
Au cas où les conditions visées à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, ne sont pas remplies, le paragraphe 3, alinéa 1er est applicable, sans préjudice des dispositions du chapitre IV.
L'article 62 n'est pas applicable à la renonciation à l'agrément pour autant que celle-ci ait lieu après la clôture de l'offre visée à l'alinéa 1er, 3°. ".
Art.91. In artikel 64 van dezelfde wet wordt paragraaf 8 vervangen als volgt:
" § 8. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot en met 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, die ressorteert onder de toepassing van de wet van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.".
" § 8. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot en met 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, die ressorteert onder de toepassing van de wet van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.".
Art.91. A l'article 64 de la même loi, le paragraphe 8 est remplacé par ce qui suit:
" § 8. Sans préjudice des mesures définies par d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont applicables lorsque la FSMA constate qu'une société immobilière réglementée publique, qui relève de l'application du Règlement 2017/1129 ou de la loi du 11 juillet 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.".
" § 8. Sans préjudice des mesures définies par d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont applicables lorsque la FSMA constate qu'une société immobilière réglementée publique, qui relève de l'application du Règlement 2017/1129 ou de la loi du 11 juillet 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.".
Art.92. In artikel 76/11 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 oktober 2017, wordt het eerste lid opgeheven.
Art.92. A l'article 76/11 de la même loi, inséré par la loi du 22 octobre 2017, l'alinéa 1er est abrogé.
Art.93. In artikel 77, § 8, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "openbaar aanbod in de zin van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "aanbieding aan het publiek in de zin van Verordening 2017/1129".
Art.93. A l'article 77, § 8, alinéa 2, de la même loi, les mots "une offre publique au sens de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "une offre au public au sens du Règlement 2017/1129 ".
TITEL VIII. - Wijziging van de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
TITRE VIII. - Modification de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance
Art.94. In artikel 16, tweede lid, 2°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden de woorden "de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" vervangen door de woorden "Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG".
Art.94. A l'article 16, alinéa 2, 2°, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance, les mots "de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé" sont remplacés par les mots "du Règlement 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE".
TITEL IX. - Wijziging van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren
TITRE IX. - Modification de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises
Art.95. In artikel 3 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren wordt de bepaling onder 22° vervangen als volgt:
"22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader:
- deze wet;
- de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen genomen besluiten;
- het Wetboek van Vennootschappen;
- de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen;
- de Verordening (EU) nr. 537/2014;
- de door de Commissie goedgekeurde verordeningen krachtens de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014; en
- de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de ter uitvoering van voornoemde wet van 18 september 2017 genomen besluiten en reglementen, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, van Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie, en van de waakzaamheidsplicht waarvan sprake in de bindende bepalingen betreffende financiële embargo's, in de mate waarin ze van toepassing zijn op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde wet van 18 september 2017 bedoelde onderworpen entiteiten;".
"22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader:
- deze wet;
- de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen genomen besluiten;
- het Wetboek van Vennootschappen;
- de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen;
- de Verordening (EU) nr. 537/2014;
- de door de Commissie goedgekeurde verordeningen krachtens de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014; en
- de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de ter uitvoering van voornoemde wet van 18 september 2017 genomen besluiten en reglementen, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, van Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie, en van de waakzaamheidsplicht waarvan sprake in de bindende bepalingen betreffende financiële embargo's, in de mate waarin ze van toepassing zijn op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde wet van 18 september 2017 bedoelde onderworpen entiteiten;".
Art.95. A l'article 3 de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d'entreprises, le 22° est remplacé par ce qui suit:
"22° le cadre législatif et réglementaire applicable:
- la présente loi;
- les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses dispositions;
- le Code des sociétés;
- les normes applicables aux réviseurs d'entreprises;
- le Règlement (UE) n° 537/2014;
- les règlements adoptés par la Commission en vertu des dispositions de la directive 2006/43/CE et du Règlement (UE) n° 537/2014; et
- les dispositions de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, des arrêtés et règlements pris pour l'exécution de la loi du 18 septembre 2017 précitée, des mesures d'exécution de la Directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, du Règlement (UE) 2015/847 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 sur les informations accompagnant les transferts de fonds, et les devoirs de vigilance prévus par les dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers, dans la mesure où elles sont applicables aux entités assujetties visées à l'article 85, § 1er, 6° de la loi du 18 septembre 2017 précitée;".
"22° le cadre législatif et réglementaire applicable:
- la présente loi;
- les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses dispositions;
- le Code des sociétés;
- les normes applicables aux réviseurs d'entreprises;
- le Règlement (UE) n° 537/2014;
- les règlements adoptés par la Commission en vertu des dispositions de la directive 2006/43/CE et du Règlement (UE) n° 537/2014; et
- les dispositions de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, des arrêtés et règlements pris pour l'exécution de la loi du 18 septembre 2017 précitée, des mesures d'exécution de la Directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, du Règlement (UE) 2015/847 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 sur les informations accompagnant les transferts de fonds, et les devoirs de vigilance prévus par les dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers, dans la mesure où elles sont applicables aux entités assujetties visées à l'article 85, § 1er, 6° de la loi du 18 septembre 2017 précitée;".
TITEL X. - Wijzigingen van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën
TITRE X. - Modifications de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances
Art.96. In artikel 4 van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 4° worden de woorden "artikel 4 van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 11 juli 2018";
b) in de bepaling onder 9° worden de woorden "artikel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" vervangen door de woorden "artikel 2, e), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG".
a) in de bepaling onder 4° worden de woorden "artikel 4 van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 3 van de wet van 11 juli 2018";
b) in de bepaling onder 9° worden de woorden "artikel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" vervangen door de woorden "artikel 2, e), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG".
Art.96. A l'article 4 de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l'encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 4°, les mots "article 4 de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "article 3 de la loi du 11 juillet 2018";
b) au 9°, les mots "article 10 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés" sont remplacés par les mots "article 2, e) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE".
a) au 4°, les mots "article 4 de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "article 3 de la loi du 11 juillet 2018";
b) au 9°, les mots "article 10 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés" sont remplacés par les mots "article 2, e) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE".
TITEL XI. - Wijzigingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU
TITRE XI. - Modifications de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE
Art.97. In artikel 25, § 2, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" vervangen door de woorden "Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG";
2° in het tweede lid worden de woorden "van richtlijn 2003/71/EG" vervangen door de woorden "van Verordening 2017/1129".
1° in het eerste lid worden de woorden "de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt" vervangen door de woorden "Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG";
2° in het tweede lid worden de woorden "van richtlijn 2003/71/EG" vervangen door de woorden "van Verordening 2017/1129".
Art.97. A l'article 25, § 2 de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, les mots "de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé" sont remplacés par les mots "du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE";
2° à l'alinéa 2, les mots "de la directive 2003/71/CE" sont remplacés par les mots "du Règlement 2017/1129".
1° à l'alinéa 1er, les mots "de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé" sont remplacés par les mots "du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE";
2° à l'alinéa 2, les mots "de la directive 2003/71/CE" sont remplacés par les mots "du Règlement 2017/1129".
Art.98. In artikel 26, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, tegen deze opschorting of uitsluiting verzetten, in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer:
1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft goedgekeurd;
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 0,5 % vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 1 000 000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA door de marktexploitant.".
"In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, tegen deze opschorting of uitsluiting verzetten, in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer:
1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft goedgekeurd;
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 0,5 % vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 1 000 000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA door de marktexploitant.".
Art.98. A l'article 26, § 1er, de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s'opposer à cette suspension ou ce retrait dans l'intérêt de la protection des investisseurs, sauf si:
1° il s'agit de la suspension ou du retrait d'un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de l'article 34;
2° il s'agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, et que
a) l'assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l'objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d'administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l'intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l'ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l'article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 0,5 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 1 000 000 euros, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant l'information préalable de la FSMA par l'opérateur de marché.".
"Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s'opposer à cette suspension ou ce retrait dans l'intérêt de la protection des investisseurs, sauf si:
1° il s'agit de la suspension ou du retrait d'un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de l'article 34;
2° il s'agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, et que
a) l'assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l'objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d'administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l'intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l'ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l'article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 0,5 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 1 000 000 euros, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant l'information préalable de la FSMA par l'opérateur de marché.".
Art.99. In artikel 49 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Wanneer een marktexploitant die een MTF exploiteert waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de in artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde machtiging, voornemens is om een tot de verhandeling op die MTF toegelaten financieel instrument uit te te sluiten van de handel, deelt hij dat voornemen vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, daartegen verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer
1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van deze wet of een uitvoeringsbesluit van deze wet heeft goedgekeurd; of
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 1 % vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA.".
"Wanneer een marktexploitant die een MTF exploiteert waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de in artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde machtiging, voornemens is om een tot de verhandeling op die MTF toegelaten financieel instrument uit te te sluiten van de handel, deelt hij dat voornemen vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, daartegen verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer
1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van deze wet of een uitvoeringsbesluit van deze wet heeft goedgekeurd; of
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 1 % vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA.".
Art.99. A l'article 49 de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Lorsque l'opérateur de marché exploitant un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l'habilitation visée à l'article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de prononcer le retrait d'un instrument financier admis à la négociation sur ce MTF, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s'opposer à ce retrait dans l'intérêt de la protection des investisseurs, sauf si
1° il s'agit du retrait d'un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de la présente loi ou d'un arrêté d'exécution de cette loi; ou
2° il s'agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, et que
a) l'assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l'objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d'administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l'intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l'ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l'article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 1 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 500 000 euros, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant la notification adressée à la FSMA.".
"Lorsque l'opérateur de marché exploitant un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l'habilitation visée à l'article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de prononcer le retrait d'un instrument financier admis à la négociation sur ce MTF, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s'opposer à ce retrait dans l'intérêt de la protection des investisseurs, sauf si
1° il s'agit du retrait d'un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de la présente loi ou d'un arrêté d'exécution de cette loi; ou
2° il s'agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, et que
a) l'assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l'objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d'administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l'intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l'ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l'article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 1 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 500 000 euros, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant la notification adressée à la FSMA.".
Art.100. In artikel 53, § 3, 3°, van dezelfde wet worden de woorden "richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk III van titel IV van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk I van titel III van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt".
Art.100. A l'article 53, § 3, 3°, de la même loi, les mots "la directive 2003/71/CE ou au chapitre III du titre IV de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "le Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ou au chapitre Ier du titre III de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés".
BOEK VII. - DIVERSE BEPALINGEN
LIVRE VII. - DISPOSITION DIVERSE
Art.101. Blijven van toepassing tot ze uitdrukkelijk worden opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het openbaar karakter van de werving van terugbetaalbare gelden; en
2° het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepaalde informatieverplichtingen bij de commercialisering van financiële producten bij niet-professionele cliënten, met uitzondering, uitsluitend in verband met de commercialisering van beleggingsinstrumenten, van de artikelen 11 tot 25 ervan.
1° het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het openbaar karakter van de werving van terugbetaalbare gelden; en
2° het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepaalde informatieverplichtingen bij de commercialisering van financiële producten bij niet-professionele cliënten, met uitzondering, uitsluitend in verband met de commercialisering van beleggingsinstrumenten, van de artikelen 11 tot 25 ervan.
Art.101. Restent d'application jusqu'à leur abrogation expresse:
1° l'arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère public de la sollicitation de fonds remboursables; et
2° l'arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en matière d'information lors de la commercialisation de produits financiers auprès des clients de détail, à l'exception, exclusivement en ce qui concerne la commercialisation d'instruments de placement, de ses articles 11 à 25.
1° l'arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère public de la sollicitation de fonds remboursables; et
2° l'arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en matière d'information lors de la commercialisation de produits financiers auprès des clients de détail, à l'exception, exclusivement en ce qui concerne la commercialisation d'instruments de placement, de ses articles 11 à 25.
Art.101/1. [1 Voor de doeleinden van de toepassing de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen, wordt het gepreciseerd dat een vennootschap niet wordt geacht een openbaar beroep op het spaarwezen te doen of gedaan te hebben in geval van:
1° een aanbieding van beleggingsinstrumenten die uitsluitend gericht is aan gekwalificeerde beleggers;
2° een aanbieding van beleggingsinstrumenten die, per lidstaat van de Europese Economische Ruimte, gericht is aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn;
3° een aanbieding van beleggingsinstrumenten die een totale tegenwaarde van ten minste 100 000 euro per belegger en per afzonderlijke aanbieding vereisen;
4° een aanbieding van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro;
5° een aanbieding met een totale tegenwaarde in de Europese Economische Ruimte van minder van 100 000 euro.]1
1° een aanbieding van beleggingsinstrumenten die uitsluitend gericht is aan gekwalificeerde beleggers;
2° een aanbieding van beleggingsinstrumenten die, per lidstaat van de Europese Economische Ruimte, gericht is aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn;
3° een aanbieding van beleggingsinstrumenten die een totale tegenwaarde van ten minste 100 000 euro per belegger en per afzonderlijke aanbieding vereisen;
4° een aanbieding van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro;
5° een aanbieding met een totale tegenwaarde in de Europese Economische Ruimte van minder van 100 000 euro.]1
Art.101/1. [1 Aux fins de l'application des dispositions du Code des sociétés, il est précisé qu'une société n'est pas considérée comme faisant ou ayant fait appel public à l'épargne lorsqu'elle effectue :
1° une offre d'instruments de placement adressée uniquement aux investisseurs qualifiés;
2° une offre d'instruments de placement adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, par Etat membre de l'Espace économique européen ;
3° une offre d'instruments de placement qui requière une contrepartie d'au moins 100 000 euros pas investisseur et par offre distincte ;
4° une offre d'instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s'élève au moins à 100 000 euros ;
5° une offre d'instruments de placement dont le montant total dans l'Espace économique européen est inférieur à 100 000 euros.]1
1° une offre d'instruments de placement adressée uniquement aux investisseurs qualifiés;
2° une offre d'instruments de placement adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, par Etat membre de l'Espace économique européen ;
3° une offre d'instruments de placement qui requière une contrepartie d'au moins 100 000 euros pas investisseur et par offre distincte ;
4° une offre d'instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s'élève au moins à 100 000 euros ;
5° une offre d'instruments de placement dont le montant total dans l'Espace économique européen est inférieur à 100 000 euros.]1
BOEK VIII. - OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING
LIVRE VIII. - DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTREE EN VIGUEUR
Art.102. De artikelen 10 tot 19 zijn niet van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek waarvan de aanbiedingsperiode reeds loopt op het ogenblik dat zij in werking treden.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 10 tot 19 echter van toepassing vanaf 21 oktober 2018 op deze aanbiedingen aan het publiek als zij betrekking hebben tot de categorieën beleggingsinstrumenten bedoeld in artikel 18, § 1, a) en i) van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 10 tot 19 echter van toepassing vanaf 21 oktober 2018 op deze aanbiedingen aan het publiek als zij betrekking hebben tot de categorieën beleggingsinstrumenten bedoeld in artikel 18, § 1, a) en i) van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Art.102. Les articles 10 à 19 ne s'appliquent pas aux offres au public lorsque la période d'offre est en cours à la date de leur entrée en vigueur.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 10 à 19 s'appliquent toutefois à compter du 21 octobre 2018 à ces offres au public si elles portent sur les instruments de placement visés à l'article 18, § 1er, a) et i) de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 10 à 19 s'appliquent toutefois à compter du 21 octobre 2018 à ces offres au public si elles portent sur les instruments de placement visés à l'article 18, § 1er, a) et i) de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.
Art.103. § 1. Voornoemde wet van 16 juni 2006 wordt opgeheven op de dag waarop Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, worden artikel 3, § 2, eerste lid, e), en tweede lid, artikel 18, § 1, a), i), j) en k), en artikel 42, 2°, van de wet van 16 juni 2006 opgeheven op 21 juli 2018.
De in het eerste lid bedoelde bepalingen blijven echter van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek die op 21 juli 2018 reeds lopen, behalve voor wat artikel 18, § 1, a) en i) betreft, dat vanaf 21 oktober 2018 niet meer van toepassing is.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt artikel 18, § 2, a) en g), van voornoemde wet van 16 juni 2006 opgeheven op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, worden artikel 3, § 2, eerste lid, e), en tweede lid, artikel 18, § 1, a), i), j) en k), en artikel 42, 2°, van de wet van 16 juni 2006 opgeheven op 21 juli 2018.
De in het eerste lid bedoelde bepalingen blijven echter van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek die op 21 juli 2018 reeds lopen, behalve voor wat artikel 18, § 1, a) en i) betreft, dat vanaf 21 oktober 2018 niet meer van toepassing is.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt artikel 18, § 2, a) en g), van voornoemde wet van 16 juni 2006 opgeheven op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art.103. § 1er. La loi du 16 juin 2006 précitée est abrogée à la date d'entrée en application du Règlement 2017/1129, telle que déterminée par l'article 49, paragraphe 2 dudit règlement.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 3, § 2, alinéa 1er, e), et alinéa 2, l'article 18, § 1er, a), i), j) et k), et l'article 42, 2°, de la loi du 16 juin 2006 sont abrogés à la date du 21 juillet 2018.
En ce qui concerne les offres au public en cours au 21 juillet 2018, les dispositions visées à l'alinéa 1er restent toutefois d'application, excepté en ce qui concerne l'article 18, § 1er, a) et i), lequel cesse de s'appliquer à compter du 21 octobre 2018.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 18, § 2, a) et g), de la loi du 16 juin 2006 précitée est abrogé au jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 3, § 2, alinéa 1er, e), et alinéa 2, l'article 18, § 1er, a), i), j) et k), et l'article 42, 2°, de la loi du 16 juin 2006 sont abrogés à la date du 21 juillet 2018.
En ce qui concerne les offres au public en cours au 21 juillet 2018, les dispositions visées à l'alinéa 1er restent toutefois d'application, excepté en ce qui concerne l'article 18, § 1er, a) et i), lequel cesse de s'appliquer à compter du 21 octobre 2018.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l'article 18, § 2, a) et g), de la loi du 16 juin 2006 précitée est abrogé au jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Art. 104. § 1. Deze wet treedt in werking op de dag waarop Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 treden
1° artikel 7, § 1, de bepalingen van hoofdstuk II van titel III van boek II, de artikelen 26, § 4, 27, eerste lid, 4°, 32, § 1, eerste lid, 5°, 33, 3° en 6°, 34; en
2° de artikelen 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 en 92,
in werking op 21 juli 2018.
Vanaf 21 juli 2018 en niettegenstaande artikel 57/1 van de wet van 16 juni 2006, is artikel 60 van dezelfde wet niet langer van toepassing op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 treden de artikelen 20, § 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 en 99 in werking op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De artikelen 67, 68 en 69 tot 72 van de wet van 16 juni 2006 en artikel 125 van de wet van 2 augustus 2002 zijn, wat de in paragrafen 2, eerste lid, 1°, bedoelde bepalingen betreft, van toepassing van zodra zij in werking treden.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 treden
1° artikel 7, § 1, de bepalingen van hoofdstuk II van titel III van boek II, de artikelen 26, § 4, 27, eerste lid, 4°, 32, § 1, eerste lid, 5°, 33, 3° en 6°, 34; en
2° de artikelen 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 en 92,
in werking op 21 juli 2018.
Vanaf 21 juli 2018 en niettegenstaande artikel 57/1 van de wet van 16 juni 2006, is artikel 60 van dezelfde wet niet langer van toepassing op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 treden de artikelen 20, § 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 en 99 in werking op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De artikelen 67, 68 en 69 tot 72 van de wet van 16 juni 2006 en artikel 125 van de wet van 2 augustus 2002 zijn, wat de in paragrafen 2, eerste lid, 1°, bedoelde bepalingen betreft, van toepassing van zodra zij in werking treden.
Art. 104. § 1er. La présente loi entre en vigueur à la date d'entrée en application du Règlement 2017/1129, telle que déterminée par l'article 49, paragraphe 2 dudit règlement.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er,
1° l'article 7, § 1er, les dispositions du chapitre II du titre III du livre II, les articles 26, § 4, 27, alinéa 1er, 4°, 32, § 1er, alinéa 1er, 5°, 33, 3° et 6°, 34; et
2° les articles 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 et 92,
entrent en vigueur le 21 juillet 2018.
A compter du 21 juillet 2018 et nonobstant l'article 57/1 de la loi du 16 juin 2006, l'article 60 de la même loi ne s'applique plus aux offres publiques et aux admissions à la négociation visées à l'article 10.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les articles 20, § 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 et 99 entrent en vigueur le dixième jour suivant la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Les articles 67, 68 et 69 à 72 de la loi du 16 juin 2006 et l'article 125 de la loi du 2 août 2002 s'appliquent en ce qui concerne les dispositions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, dès l'entrée en vigueur de celles-ci.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er,
1° l'article 7, § 1er, les dispositions du chapitre II du titre III du livre II, les articles 26, § 4, 27, alinéa 1er, 4°, 32, § 1er, alinéa 1er, 5°, 33, 3° et 6°, 34; et
2° les articles 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 et 92,
entrent en vigueur le 21 juillet 2018.
A compter du 21 juillet 2018 et nonobstant l'article 57/1 de la loi du 16 juin 2006, l'article 60 de la même loi ne s'applique plus aux offres publiques et aux admissions à la négociation visées à l'article 10.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les articles 20, § 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 et 99 entrent en vigueur le dixième jour suivant la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Les articles 67, 68 et 69 à 72 de la loi du 16 juin 2006 et l'article 125 de la loi du 2 août 2002 s'appliquent en ce qui concerne les dispositions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, dès l'entrée en vigueur de celles-ci.