Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 APRIL 2019. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (NOTA: De artikelen 3:186 tot en met 3:192 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden vernietigd door Besluit nr. 253002 van de Raad van 17 februari 2022)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-04-2019 en tekstbijwerking tot 06-06-2024)
Titre
29 AVRIL 2019. - Arrêté royal portant exécution du Code des sociétés et des associations (Note: Les articles 3:186 à 3:192 de larrêté royal du 29 avril 2019 portant exécution du Code des sociétés et des associations sont annulés. par l'arrêt du Conseil n°253002 du 17 février 2022)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-04-2019 et mise à jour au 06-06-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
BOEK 1. - Oprichting en formaliteiten inzake op... BOEK 2. - Consignatieprocedure en bestemming va... TITEL 1. - Gerechtelijke ontbinding van vennoot... TITEL 2. - Gerechtelijke ontbinding van verenig... BOEK 3. - Jaarrekening, geconsolideerde jaarrek... TITEL 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor v... HOOFDSTUK 1. - Algemene principes. HOOFDSTUK 2. - Waarderingsregels Afdeling 1. - Algemene beginselen Afdeling 2. - Aanschaffingswaarde - Beginselen Afdeling 3. - Afschrijvingen en waardeverminder... Afdeling 4. - Voorzieningen Afdeling 5. - Herwaarderingsmeerwaarden Afdeling 6. - Bijzondere regels Onderafdeling 1. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 2. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 3. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 4. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 5. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 6. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 7. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 8. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 9. - Bijzondere regels betreffend... Onderafdeling 10. - Bijzondere regels betreffen... Onderafdeling 11. - Bijzondere regels betreffen... Onderafdeling 12. - Bijzondere regels betreffen... HOOFDSTUK 3. - Vorm en inhoud van de jaarrekening HOOFDSTUK 4. - Openbaarmaking van de jaarrekeni... Afdeling 1. - Voorstelling van de jaarrekening ... Onderafdeling 1. - Opmaak van de jaarrekening w... Onderafdeling 2. - Opmaak van de geconsolideerd... Afdeling 2. - Openbaarmaking TITEL 2. - Jaarrekening en geconsolideerde jaar... HOOFDSTUK 1. - Jaarrekening Afdeling 1. - Waarderingsregels: bijzondere bep... Afdeling 2. - Vorm en inhoud van de jaarrekening Onderafdeling 1. - Jaarrekening volgens het vol... 1. Schema van de balans. 2. Schema van de resultatenrekening. 3. Inhoud van de toelichting. Onderafdeling 2. - Jaarrekening in verkorte vorm 1. Schema van de balans. 2. Schema van de resultatenrekening. 3. Inhoud van de toelichting. Onderafdeling 3. - Microschema van de jaarreken... 1. Schema van de balans. 2. Schema van de resultatenrekening. 3. Inhoud van de toelichting. Onderafdeling 4. - Inhoud van bepaalde rubrieken. 1. Inhoud van bepaalde rubrieken van de balans. 2. Inhoud van bepaalde rubrieken van de resulta... 3. Inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen ... Afdeling 3. - Diverse bepalingen en overgangsbe... HOOFDSTUK 2. - Geconsolideerde jaarrekening Afdeling 1. - Consolidatiekring Afdeling 2. - Algemene beginselen. Afdeling 3. - Waarderingsregels. Afdeling 4. - Consolidatiemethoden Onderafdeling 1. - Algemene beginselen Onderafdeling 2. - Integrale consolidatie. 1. De geconsolideerde balans. 2. De geconsolideerde resultatenrekening. 3. De geconsolideerde toelichting. 4. Gemeenschappelijke bepaling. Onderafdeling 3. - Evenredige consolidatie Afdeling 5. - De vermogensmutatie Afdeling 6. - Vorm en inhoud van de geconsolide... Onderafdeling 1. - Algemene beginselen Onderafdeling 2. - Geconsolideerde jaarrekening 1. Schema van de balans. 2. Schema's van de resultatenrekening. 3. Inhoud van de toelichting. Onderafdeling 3. - Inhoud van sommige posten va... TITEL 3. - Jaarrekening van VZW's, IVZW's en st... HOOFDSTUK 1. - Jaarrekening Afdeling 1. - Waarderingsregels: bijzondere bep... Afdeling 2. - Vorm en inhoud van de jaarrekening Onderafdeling 1. - Sociale balans Onderafdeling 2. - Jaarrekening volgens volledi... 1. Schema van de balans. 2. Schema van de resultatenrekening. 3. Inhoud van de toelichting. Onderafdeling 3. - Jaarrekening in verkorte vorm. 1. Schema van de balans 2. Schema van de resultatenrekening. 3. Inhoud van de toelichting. Onderafdeling 4. - Microschema van de jaarrekening 1. Schema van de balans. 2. Schema van de resultatenrekening. 3. Inhoud van de toelichting. Onderafdeling 5. - Inhoud van bepaalde rubrieken 1. Inhoud van bepaalde rubrieken van de balans. 2. Inhoud van bepaalde rubrieken van de resulta... 3. Inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen ... HOOFDSTUK 2. - Diverse bepalingen TITEL 4. - Jaarrekening van VZW, IVZW en sticht... HOOFDSTUK 1. - Algemeen. HOOFDSTUK 2. - Waarderingsregels HOOFDSTUK 3. - Vorm en inhoud van de jaarrekening HOOFDSTUK 4. - Openbaarmaking BOEK 4. - Voordracht aan de ondernemingsraden v... BOEK 5. - De sociale balans TITEL 1. - Algemene beginselen TITEL 2. - Inhoud sociale balans TITEL 3. - Inhoud sociale balans voor kleine ve... TITEL 4. - Inhoud van bepaalde rubrieken van de... BOEK 6. [1 - Het verslag van betalingen aan ove... TITEL 1. - Definities TITEL 2. - Inhoud verslag van betalingen aan ov... TITEL 3. - Inhoud geconsolideerd verslag van be... TITEL 4. [1 - Verslag inzake informatie over d... BOEK 7. - De besloten vennootschap, de coöperat... TITEL 1. - Uitkoopbod voor de besloten vennoots... TITEL 2. - Elektronisch effectenregister voor d... BOEK 8. - De genoteerde besloten vennootschap i... TITEL 1. - Het openbaar karakter van het verzoe... TITEL 2. - Verkrijging van eigen effecten door ... BOEK 9. - Diverse bepalingen TITEL 1. - Opheffingsbepalingen TITEL 2. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk bes... TITEL 3. - Inwerkingtreding TITEL 4. - Uitvoeringsbepaling BIJLAGEN.
Inhoud
LIVRE 1er. - Constitution et formalités de publ... LIVRE 2. - Procédure de consignation et sort de... TITRE 1er. - Dissolution judiciaire des sociétés TITRE 2. - Dissolution judiciaire des associations LIVRE 3. - Comptes annuels, comptes consolidés ... TITRE 1er. - Règles communes aux sociétés dotée... CHAPITRE 1er. - Principes généraux CHAPITRE 2. - Règles d'évaluation Section 1re. - Principes généraux Section 2. - Valeur d'acquisition - Principes Section 3. - Amortissements et réductions de va... Section 4. - Provisions Section 5. - Plus-values de réévaluation Section 6. - Règles particulières Sous-section 1re. - Règles particulières aux fr... Sous-section 2. - Règles particulières relative... Sous-section 3. - Règles particulières relative... Sous-section 4. - Règles particulières relative... Sous-section 5. - Règles particulières relative... Sous-section 6. - Règles particulières relative... Sous-section 7. - Règles particulières relative... Sous-section 8. - Règles particulières relative... Sous-section 9. - Règles particulières relative... Sous-section 10. - Règles particulières relativ... Sous-section 11. - Règles particulières relativ... Sous-section 12. - Règles particulières relativ... CHAPITRE 3. - Structure des comptes annuels CHAPITRE 4. - Publicité des comptes annuels et ... Section 1re. - Présentation des comptes annuels... Sous-section 1re. - Etablissement des comptes a... Sous-section 2. - Etablissement des comptes con... Section 2. - Publicité TITRE 2. - Comptes annuels et comptes annuels c... CHAPITRE 1er. - Comptes annuels Section 1re. - Règles d'évaluation : dispositio... Section 2. - Forme et contenu des comptes annuels Sous-section 1ère. - Comptes annuels complets 1. Schéma du bilan. 2. Schéma du compte de résultats. 3. Contenu de l'annexe. Sous-section 2. - Comptes annuels abrégés 1. Schéma du bilan. 2. Schéma du compte de résultats. 3. Contenu de l'annexe. Sous-section 3. - Microschéma des comptes annuels 1. Schéma du bilan. 2. Schéma du compte de résultats. 3. Contenu de l'annexe. Sous-section 4. - Contenu de certaines rubriques 1. Contenu de certaines rubriques du bilan. 2. Contenu de certaines rubriques du compte de ... 3. Contenu de certaines mentions requises pour ... Section 3. - Dispositions diverses et transitoires CHAPITRE 2. - Comptes annuels consolidés Section 1re. - Périmètre de consolidation Section 2. - Principes généraux Section 3. - Règles d'évaluation Section 4. - Méthodes de consolidation Sous-section 1re. - Principes généraux Sous-section 2. - La consolidation par intégrat... 1. Le bilan consolidé. 2. Le compte de résultats consolidé. 3. L'annexe consolidée. 4. Disposition commune. Sous-section 3. - La consolidation par intégrat... Section 5. - La mise en équivalence Section 6. - Forme et contenu des comptes annue... Sous-section 1re. - Principes généraux Sous-section 2. - Comptes annuels consolidés 1. Schéma du bilan. 2. Schémas du compte de résultats. 3. Contenu de l'annexe. Sous-section 3. - Contenu de certaines rubrique... TITRE 3. - Comptes annuels des ASBL, AISBL et f... CHAPITRE 1er. - Comptes annuels Section 1re. - Règles d'évaluation : dispositio... Section 2. - Forme et contenu des comptes annuels Sous-section 1re. - Bilan social Sous-section 2. - Comptes annuels selon le sché... 1. Schéma du bilan. 2. Schéma du compte de résultats. 3. Contenu de l'annexe. Sous-section 3. - Comptes annuels abrégés 1. Schéma du bilan. 2. Schéma du compte de résultats. 3. Contenu de l'annexe. Sous-section 4. - Microschéma des comptes annuels 1. Schéma du bilan. 2. Schéma du compte de résultats. 3. Contenu de l'annexe. Sous-section 5. - Contenu de certaines rubriques 1. Contenu de certaines rubriques du bilan. 2. Contenu de certaines rubriques du compte de ... 3. Contenu de certaines mentions requises pour ... CHAPITRE 2. - Dispositions diverses TITRE 4. - Comptes annuels des ASBL, AISBL et f... CHAPITRE 1er. - Généralités. CHAPITRE 2. - Règles d'évaluation CHAPITRE 3. - Forme et contenu des comptes annuels CHAPITRE 4. - Publicité LIVRE 4. - Présentation aux conseils d'entrepri... LIVRE 5. - Le bilan social TITRE 1er. - Principes généraux TITRE 2. - Contenu bilan social TITRE 3. - Contenu du bilan social pour les pet... TITRE 4. - Contenu de certaines rubriques du bi... LIVRE 6. [1 - Le rapport sur les paiements aux ... TITRE 1er. - Définitions TITRE 2. - Contenu du rapport sur les paiements... TITRE 3. - Contenu du rapport consolidé sur les... TITRE 4. [1 - La déclaration d'informations re... LIVRE 7. - La société à responsabilité limitée,... TITRE 1er. - Offre de reprise pour la société à... TITRE 2. - Registre électronique des titres pou... LIVRE 8. - La société à responsabilité limitée ... TITRE 1er. - Le caractère public d'une sollicit... TITRE 2. - Acquisition de titres propres par le... LIVRE 9. - Dispositions diverses TITRE 1er. - Dispositions abrogatoires TITRE 2. - Dispositions modificatives CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal ... CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du... TITRE 3. - Entrée en vigueur TITRE 4. - Disposition d'exécution ANNEXES.
Tekst (411)
Texte (411)
BOEK 1. - Oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking
LIVRE 1er. - Constitution et formalités de publicité
Artikel 1:1. Alle akten, uittreksels van akten, beslissingen en stukken waarvan de openbaarmaking wordt opgelegd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door de Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese Vennootschap (SE) en door de Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) worden neergelegd in het dossier bedoeld in artikel 2:7 [1 , respectievelijk artikel 2:23]1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  
Article 1:1. Tous les actes, extraits d'actes, décisions et documents dont la publicité est ordonnée par le Code des sociétés et des associations, par le Règlement (CE) n° 2157/2001 du Conseil du 8 octobre 2001 relatif au statut de la Société européenne (SE) (et par le Règlement (CE) n° 1435/2003 du Conseil du 22 juillet 2003 relatif au statut de la société coopérative européenne (SEC) sont déposés dans le dossier visé à l'article 2:7 [1 ou à l'article 2:23]1 du Code des sociétés et des associations.
  
Art. 1:2. Overeenkomstig artikel 1:1 worden de dossiers bijgehouden van:
  1° de rechtspersonen die worden beheerst door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarvan de zetel in België is gelegen, met uitzondering van de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen;
  2° de buitenlandse rechtspersonen, waarvan een bijkantoor in België is gevestigd, alsook van de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in een andere Staat is gelegen en die een bijkantoor hebben in België.
  Het dossier kan geheel of gedeeltelijk elektronisch zijn.
Art. 1:2. Sont tenus conformément à l'article 1:1, les dossiers :
  1° des personnes morales régies par le Code des sociétés et des associations qui ont leur siège en Belgique, à l'exception des parties politiques européens et des fondations politiques européennes;
  2° des sociétés étrangères qui ont une succursale en Belgique et des groupements européens d'intérêt économique dont le siège est situé dans un autre Etat et qui ont une succursale en Belgique.
  Le dossier peut être électronique en tout ou partie.
Art. 1:3. Behoudens in geval van overmacht of onbeschikbaarheid van een elektronisch systeem geschiedt de neerlegging bedoeld in artikel 1:1 elektronisch:
  1° voor de authentieke akten, door de notarissen overeenkomstig de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie;
  2° voor de onderhandse akten, door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde of door de notarissen volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie.
  Deze elektronische neerlegging houdt tevens verzending in naar de diensten van het Belgisch Staatsblad.
Art. 1:3. Sauf en cas de force majeure ou indisponibilité d'un système électronique, le dépôt visé à l'article 1:1 est effectué par voie électronique :
  1° pour les actes authentiques, par les notaires conformément aux prescriptions techniques établies par le Ministre de la Justice;
  2° pour les actes sous seing privé, par tous les associés solidaires, l'organe de représentation ou leur mandataire ou par les notaires conformément aux prescriptions techniques établies par le Ministre de la Justice.
  Ce dépôt électronique comprend également un envoi aux services du Moniteur belge.
Art. 1:4. De elektronische neerlegging wordt ondertekend door middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de uitgifte of kopie van de akte, het uittreksel, de beslissing of het stuk aantoont en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van notaris, overeenkomstig de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie.
  Verslagen of aan de akte gehechte stukken die krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen gelijktijdig moeten worden neergelegd met de openbaar te maken akte waarop zij betrekking hebben en die, ingevolge overmacht of onbeschikbaarheid van het elektronisch systeem, niet op elektronische wijze kunnen worden neergelegd met de akte, worden gelijktijdig afzonderlijk neergelegd op papier.
Art. 1:4. Le dépôt est signé par un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'expédition ou de la copie de l'acte, de l'extrait, de la décision ou du document et, le cas échéant, la qualité de notaire, conformément aux prescriptions techniques établies par le Ministre de la Justice.
  Les rapports ou documents joints à l'acte qui doivent être déposés en même temps que l'acte à publier auquel ils se rapportent, en vertu du Code des sociétés et des associations, et qui, pour cause de force majeure ou d'indisponibilité du système électronique, ne peuvent pas être déposés par voie électronique avec l'acte, sont déposés en même temps séparément par voie papier.
Art. 1:5. Ingeval van een neerlegging op elektronische wijze van een onderhandse akte of stuk, worden de originele stukken bewaard op de zetel van de rechtspersoon. De neerlegging gaat gepaard met een door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde of door de notaris elektronisch ondertekende verklaring die bepaalt dat de originele stukken en de neergelegde elektronische kopieën eensluidend zijn. Onder deze voorwaarden genieten de elektronische kopieën dezelfde bewijswaarde als het origineel stuk, onverminderd de mogelijkheid om het tegenbewijs te leveren.
Art. 1:5. Dans le cas d'un dépôt électronique d'un acte ou document sous seing privé, les pièces originales sont conservées au siège de la personne morale. Le dépôt s'accompagne d'une déclaration signée électroniquement par tous les associés solidaires, l'organe de représentation ou leur mandataire ou par le notaire qui dispose que les pièces originales et les copies électroniques déposées sont conformes. Les copies électroniques bénéficient de la même valeur probante que le document original sous ces conditions, sans préjudice de la possibilité d'apporter la preuve contraire.
Art. 1:6. Online raadplegingen gebeuren volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie, behalve voor wat betreft het deel van het in artikel 2:7, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde elektronisch databanksysteem dat wordt beheerd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en vrij raadpleegbaar is.
  Wanneer een neergelegd stuk niet elektronisch beschikbaar is, kan via de door de Minister van Justitie bepaalde webpagina een aanvraag tot scanning van het gevraagde papieren stuk worden gedaan. De aangevraagde stukken mogen evenwel niet vóór 1 januari 1997 zijn neergelegd.
  De griffier beschikt vanaf de aanvraag over een termijn van 15 dagen om het te scannen document in te voeren in het elektronisch dossier. De griffier brengt op het gescande stuk diens elektronische handtekening aan. Deze geldt echter niet als waarmerking.
Art. 1:6. Les consultations en ligne sont effectuées conformément aux prescriptions techniques établies par le Ministre de la Justice, sauf en ce qui concerne la partie du système de base de données électronique visé à l'article 2:7, § 2, du Code des sociétés et des associations qui est gérée par la Fédération Royale du Notariat belge et qui est consultable librement.
  Lorsqu'un document déposé n'est pas disponible par la voie électronique, une demande de scannage du document papier demandé peut être introduite via la page Internet prévue par le Ministre de la Justice. Toutefois, les documents demandés ne peuvent avoir été déposés avant le 1er janvier 1997.
  Le greffier dispose d'un délai de 15 jours à dater de la demande pour introduire le document à scanner dans le dossier électronique. Le greffier appose sa signature électronique sur le document scanné. Celle-ci n'a toutefois pas valeur de certification.
Art. 1:7. § 1. Wanneer een rechtspersoon voor het eerst een bij het in artikel 1:2, eerste lid, bedoelde dossier te voegen akte, uittreksel van een akte, beslissing of stuk neerlegt, schrijft deze zich hetzij rechtstreeks elektronisch in, hetzij wordt zij door de instrumenterende notaris, hetzij door de griffie van de ondernemingsrechtbank ingeschreven in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  Bij de inschrijving worden volgende gegevens vermeld:
  1° de naam van de rechtspersoon en haar eventuele afgekorte benaming of letterwoord;
  2° de rechtsvorm van de rechtspersoon voluit geschreven;
  3° het adres van de zetel; is die zetel niet in België gevestigd, het adres van de zetel in het buitenland [1 , de adressen van de bijkantoren in België en hun benamingen als deze niet overeenstemmen met de naam van de rechtspersoon]1; in voorkomend geval, het register waar het dossier van de buitenlandse rechtspersoon werd aangelegd en het nummer waaronder deze rechtspersoon in dit register werd ingeschreven;
  4° in voorkomend geval, het bedrag van het kapitaal;
  5° de datum van de [1 verkrijging van de rechtspersoonlijkheid voor de rechtspersonen naar Belgisch recht en de datum van opening van het bijkantoor voor de rechtspersonen naar buitenlands recht]1;
  6° in voorkomend geval, het e-mailadres en de website van de rechtspersoon;
  7° de identiteit van de personen die gemachtigd zijn de rechtspersoon te besturen en te vertegenwoordigen en, in voorkomend geval, van de leden van de raad van toezicht, of van de vereffenaar;
  8° in voorkomend geval, de identiteit van de persoon of personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen;
  9° de datum van ontbinding wanneer de rechtspersoon voor een bepaalde tijd is aangegaan;
  10° het einde van het boekjaar;
  11° in voorkomend geval, de datum van de jaarvergadering;
  12° ingeval van overneming van de rechtspersoon door fusie of splitsing, naam en ondernemingsnummer van de overnemende rechtspersonen;
  13° ingeval de oprichting het gevolg is van een fusie of splitsing van rechtspersonen, naam en ondernemingsnummer van de fuserende of splitsende rechtspersonen;
  14° datum van de vrijwillige ontbinding;
  15° datum van de sluiting van de vereffening;
  16° de identiteit van de benoemde vertegenwoordiger van de rechtspersoon voor de werkzaamheden van het bijkantoor.
  Onverminderd de elektronische inschrijving door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde, vermelden de griffier of de notaris bij de inschrijving het ondernemingsnummer dat zij ontvangen van de Kruispuntbank van Ondernemingen alsmede de datum van de neerlegging van de akte, uittreksel van een akte, beslissing of stuk.
  § 2. Wanneer een van de vermeldingen van de inschrijving niet meer in overeenstemming is met de werkelijke toestand, moet de rechtspersoon binnen een maand na wijziging van de toestand, de wijziging van haar inschrijving vragen.
  De betreffende wijziging wordt medegedeeld mits vermelding van het ondernemingsnummer van de rechtspersoon.
  § 3. Voor de opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving worden, onverminderd de elektronische neerlegging door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde, de formulieren I en II (bijlagen 1 en 2 bij dit besluit), gebruikt, waarvan het model bij dit besluit is gevoegd en die verkrijgbaar zijn ter griffie van de ondernemingsrechtbanken of op de internetsite van de Federale Overheidsdienst Justitie. De inschrijving of wijziging door de notarissen en door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde geschiedt elektronisch volgens de modaliteiten vastgesteld door dit besluit. In functie van de noodwendigheden van de technologische evoluties kan de Minister van Justitie andere modaliteiten vaststellen.
  Iedere inschrijving of wijziging wordt gedagtekend en ondertekend door haar organen, een bijzonder gemachtigde of de notaris.
  Een inschrijving van een Europees economisch samenwerkingsverband wordt ondertekend door haar leden, een bijzonder gemachtigde of de notaris.
  § 4. De elektronische inschrijving of de wijziging ervan in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van ondernemingen geschiedt door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde of door de instrumenterende notaris op elektronische wijze overeenkomstig de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Economie.
  
Art. 1:7. § 1er. Lorsqu'une personne morale dépose pour la première fois un acte, un extrait d'acte, une décision ou un document destiné à être versé dans le dossier visé à l'article 1:2, alinéa 1er soit elle s'inscrit directement par voie électronique, soit elle est inscrite par le notaire instrumentant, soit par le greffe du tribunal de l'entreprise dans le registre des personnes morales de la Banque-Carrefour des Entreprises.
  Lors de l'inscription, les données suivantes sont mentionnées :
  1° la dénomination de la personne morale et son appellation ou son sigle éventuel;
  2° la forme légale de la personne morale écrite en toutes lettres;
  3° l'adresse du siège; si ce siège n'est pas établi en Belgique, l'adresse du siège à l'étranger [1 , les adresses des succursales en Belgique et leurs dénominations si elles ne correspondent pas à celles de la personne morale]1; le cas échéant, le registre où le dossier de la personne morale étrangère a été constitué et le numéro sous lequel cette personne morale a été inscrite dans ce registre;
  4° le cas échéant, le montant du capital;
  5° la date de [1 l'acquisition de la personnalité juridique pour les personnes morales de droit belge et la date d'ouverture de la succursale pour les personnes morales de droit étranger]1;
  6° le cas échéant, l'adresse électronique et le site internet de la personne morale;
  7° l'identité des personnes habilitées à administrer et à représenter la personne morale et, le cas échéant, des membres du conseil de surveillance, ou du liquidateur;
  8° le cas échéant, l'identité de la ou des personnes déléguées à la gestion journalière;
  9° la date de dissolution si la personne morale a été constituée pour une durée déterminée;
  10° la fin de l'exercice;
  11° le cas échéant, la date de l'assemblée générale;
  12° en cas d'absorption de la personne morale par fusion ou scission, le nom et le numéro d'entreprise des personnes morales absorbantes;
  13° si la constitution résulte d'une fusion ou d'une scission de personnes morales, le nom et le numéro d'entreprise des personnes morales objets de la fusion ou de la scission;
  14° la date de la dissolution volontaire;
  15° la date de la clôture de la liquidation;
  16° l'identité du représentant désigné de la personne morale pour les activités de la succursale.
  Lors de l'inscription, sous réserve de l'inscription électronique effectuée par tous les associés solidaires, l'organe de représentation ou leur mandataire, le greffier ou le notaire indique le numéro d'entreprise reçu de la Banque-Carrefour des Entreprises ainsi que la date de dépôt de l'acte, de l'extrait d'acte, de la décision ou du document.
  § 2. Lorsqu'une des mentions de l'inscription ne correspond plus à la situation qu'elle doit décrire, la personne morale a l'obligation de demander dans le mois du changement advenu dans sa situation, une inscription modificative.
  L'inscription en question sera communiquée avec indication du numéro d'entreprise de la personne morale.
  § 3. Les déclarations comportant demande d'inscription ou d'inscription modificative sont établies, sous réserve du dépôt électronique effectué par tous les associés solidaires, l'organe de représentation ou leur mandataire, sur les formulaires I et II (annexes 1 et 2 au présent arrêté), dont les modèles sont annexés au présent arrêté et qui sont tenus à la disposition des intéressés au greffe des tribunaux de l'entreprise ou sur le site Internet du Service public fédéral Justice. L'inscription ou la modification par les notaires et par tous les associés solidaires, l'organe de représentation ou leur mandataire est effectuée électroniquement selon les modalités fixées par le présent arrêté. En fonction des besoins des évolutions technologiques, le Ministre de la Justice peut fixer des autres modalités.
  Toute inscription ou inscription modificative est datée et signée par les organes de la personne morale, un mandataire muni d'une procuration spéciale ou le notaire.
  L'inscription d'un groupement européen d'intérêt économique est signée par ses membres, un mandataire muni d'une procuration spéciale ou le notaire.
  § 4. L'inscription ou l'inscription modificative électronique dans le registre des personnes morales de la Banque-Carrefour des Entreprises est effectuée par voie électronique par tous les associés solidaires, l'organe de représentation ou leur mandataire ou par le notaire instrumentant conformément aux prescriptions techniques établies par le Ministre de l'Economie.
  
Art. 1:8. Het ondernemingsnummer van de rechtspersoon wordt vermeld op alle in het dossier op te nemen stukken.
  De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van de dossiers moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.
  De stukken die in het elektronische deel van de dossiers worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die het elektronische deel bevat, wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.
  Onverminderd de elektronische neerlegging door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde, bezorgen de notaris of de griffier de betrokken rechtspersoon een elektronische kopie of een fotokopie van de inschrijving of wijziging alsmede een ontvangstmelding van de neergelegde akte, uittreksel van een akte, proces-verbaal of document.
Art. 1:8. Le numéro d'entreprise de la personne morale est indiqué sur tous les documents à verser au dossier.
  Le greffier ou son délégué vise, donne un numéro d'ordre et classe chacune des pièces qui doivent être versées dans la partie matérielle des dossiers. Le greffier tient à jour un inventaire des pièces. Cet inventaire mentionne le numéro d'ordre, l'objet et la date de dépôt de la pièce déposée.
  Les pièces déposées dans la partie électronique des dossiers reçoivent un numéro d'ordre. Un inventaire des pièces que contient cette partie électronique est automatiquement tenu à jour. Cet inventaire mentionne le numéro d'ordre, l'objet et la date de dépôt de la pièce déposée.
  Sous réserve du dépôt électronique effectué par tous les associés solidaires, l'organe de représentation ou leur mandataire, le notaire ou le greffier délivre à la personne morale concernée une copie électronique ou une photocopie de l'immatriculation ou de l'inscription modificative ainsi qu'un accusé de réception de l'acte, de l'extrait d'acte, du procès-verbal ou du document déposé.
Art. 1:9. § 1. De akten, uittreksels van akten, beslissingen en stukken die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden, onverminderd de elektronische neerlegging, neergelegd ter griffie samen met een kopie. Indien een akte, een uittreksel van een akte, een beslissing of een stuk betrekking heeft op een verrichting die door verschillende rechtspersonen moeten worden bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, dan moeten er zoveel neerleggingen met bijgevoegde kopie geschieden als er betrokken rechtspersonen zijn.
  De akten, beslissingen en stukken die in de vorm van een mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden neergelegd in één exemplaar.
  De tekst van de mededelingen wordt in één exemplaar neergelegd.
  § 2. Elk neergelegd papieren stuk moet aan de volgende voorwaarden beantwoorden:
  1° op wit of ivoorkleurig papier van goede kwaliteit zijn opgesteld;
  2° 297 millimeter lang en 210 millimeter breed zijn (Formaat A4);
  3° alleen op de voorzijde beschreven zijn;
  4° per neergelegd bescheid slechts eenzelfde taal gebruiken;
  5° getypt, gedrukt of gefotokopieerd zijn, uitsluitend in zwarte letters met een scherp contrast tussen tekst en papier en duidelijk leesbaar zijn;
  6° naargelang het geval, ondertekend zijn door de notaris die de akte opmaakt, door personen die bevoegd zijn om de rechtspersoon tegenover derden te vertegenwoordigen of door de hiertoe door de rechtspersoon gemachtigde notaris of ondernemingsloket, waarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaars dienen te worden vermeld;
  7° bovenaan elk blad een horizontale strook van ten minste 20 millimeter open laten.
  Het in 3° van vorig lid bedoelde vereiste geldt niet voor expedities van authentieke akten, evenmin als voor de vermelding van de naam en handtekening van de ondertekenaars.
  Het in 6° van het eerste lid bedoelde vereiste geldt niet voor de tekst van de mededelingen.
  Bovenaan elk neergelegd stuk worden vermeld:
  1° de naam van de rechtspersoon zoals die (voluit) in de statuten voorkomt;
  2° de rechtsvorm;
  3° de nauwkeurige aanduiding van het adres van de zetel (postcode, gemeente, straat, nummer, eventueel busnummer);
  4° het ondernemingsnummer;
  5° het precieze onderwerp van de bekendmaking, wanneer het stuk moet worden bekendgemaakt.
  Het 4° is niet van toepassing op papieren akten en uittreksels van akten met betrekking tot de oprichting van de rechtspersoon.
  § 3. In de kopieën bestemd voor het Belgisch Staatsblad, van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen bedoeld in de artikelen 2:8, § § 1 en 2, 2:9, § 1, 2:10, § 1, 2:11, § 1, 2:14 tot 2:17, 2:33, 2:35, 2:47, § 2, 2:102, 2:103, 2:105, § 4, 2:136, 2:137, 2:138, § 4, 5:69, § 3; 7:82, § 4, 12:22 en 13:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en in de tekst van de mededelingen mag niets zijn geschrapt noch verbeterd.
  Hiervoor wordt het formulier I gebruikt waarvan het model bij dit besluit is gevoegd en dat verkrijgbaar is op de internetsite van het Belgisch Staatsblad of in gedrukte vorm ter griffie van de ondernemingsrechtbanken.
  De neerlegging van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen bedoeld in het eerste lid dient niet door mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt wanneer die akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen zelf in deze bijlagen worden bekendgemaakt.
  Wanneer verschillende stukken waarvan de neerlegging door mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad dient te worden bekendgemaakt, tegelijk worden neergelegd, volstaat één enkele mededeling waarin het onderwerp van elk onderscheiden stuk nauwkeurig wordt vermeld.
  De mededeling van de neerlegging ter griffie van een uitgifte of van een dubbel of kopie van de akten of beslissingen bedoeld in de artikelen 2:8, § 1, 2:9, § 1, 2:10, § 1, en 2:11, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, evenals van de authentieke of onderhandse volmachten, en van de andere stukken die tegelijk met deze akten worden neergelegd in toepassing van deze zelfde bepalingen en van de artikelen 5:7, 5:9, 5:126, 5:130, 5:132, 5:133, 6:8, 6:10, 6:108, 6:110, 7:7, 7:12, 7:179, 7:191, 7:197, 7:198, 14:10, 14:25, 14:35 en 14:40 van hetzelfde Wetboek, komt na de vermelding van de naam en hoedanigheid van de neerleggers onderaan het uittreksel bestemd voor bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
  § 4. Paragraaf 2, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 7°, is niet van toepassing op de akten, uittreksels uit akten, stukken en beslissingen bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, neergelegd door de rechtspersonen waarvan de zetel in het buitenland gevestigd is, behalve indien deze stukken betrekking hebben op de in België gevestigde bijkantoren van deze rechtspersonen.
  § 5. De verbetering van een vergissing in een in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte akte, uittreksel van een akte, beslissing of stuk wordt neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de voorgaande paragrafen.
  De verbetering van een vergissing in een stuk waarvan de neerlegging werd bekendgemaakt door mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, gebeurt door neerlegging ter griffie, overeenkomstig de voorgaande paragrafen, van één of meer verbeterde of bijkomende bladen, waarop "verbetering" is vermeld. Zij worden gevoegd bij een blad waarop de gegevens bedoeld in paragraaf 2, vierde lid zijn vermeld alsook de aanduiding van het stuk waarop de verbetering betrekking heeft. De verbeterde of bijkomende bladen worden in het dossier bewaard.
  De neerlegging van verbeterde of bijkomende bladen wordt door uittreksel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Art. 1:9. § 1er. Les actes, extraits d'actes, décisions et documents, dont la publication est requise aux Annexes du Moniteur belge, sont, sous réserve du dépôt électronique, déposés au greffe accompagnés d'une copie. Si un acte, extrait d'acte, décision ou document porte sur une opération qui doit faire l'objet d'une publication aux Annexes du Moniteur belge de la part de plusieurs personnes morales, il doit faire l'objet d'autant de dépôts accompagnés d'une copie qu'il y a de personnes morales concernées.
  Les actes, décisions et documents qui doivent être publiés aux Annexes du Moniteur belge sous forme d'une mention sont déposés en un exemplaire.
  Le texte des mentions est déposé en un exemplaire.
  § 2. Tout document de papier déposé doit remplir les conditions suivantes :
  1° être rédigé sur papier blanc ou ivoire de bonne qualité;
  2° mesurer 297 millimètres en hauteur et 210 millimètres en largeur (Format A4);
  3° être couvert d'écriture uniquement au recto;
  4° n'utiliser qu'une seule langue par pièce déposée;
  5° être dactylographié, imprimé ou photocopié exclusivement en caractères noirs assurant un contraste net entre le texte et le papier et une parfaite lisibilité;
  6° être signé selon le cas par le notaire instrumentant, par des personnes ayant pouvoir de représenter la personne morale à l'égard des tiers ou par le notaire ou le guichet d'entreprise mandaté par la personne morale, en mentionnant le nom et la qualité des signataires;
  7° réserver une zone horizontale blanche d'au moins vingt millimètres en haut de chaque page.
  La condition visée au 3° de l'alinéa précédent ne s'applique ni aux expéditions d'actes authentiques ni pour la mention du nom et la signature des signataires.
  La condition visée au 6° de l'alinéa 1er ne s'applique pas au texte des mentions.
  Sur tout document déposé sont mentionnés en tête :
  1° la dénomination de la personne morale telle qu'elle apparaît (en entier) dans les statuts;
  2° la forme légale;
  3° la désignation précise de l'adresse du siège (code postal, commune, rue, numéro, éventuellement numéro de boîte);
  4° le numéro d'entreprise;
  5° l'objet précis de la publication, lorsque la pièce doit faire l'objet d'une publication.
  Les dispositions du point 4° ne sont pas d'application aux actes et extraits d'actes de papier relatifs à la constitution de la personne morale.
  § 3. Les copies destinées au Moniteur belge, des actes, extraits d'actes, documents et décisions visés aux articles 2:8, §§ 1er et 2, 2:9, § 1er, 2:10, § 1er, 2:11, § 1er, 2:14 à 2:17, 2:33, 2:35, 2:47, § 2, 2:102, 2:103, 2:105, § 4, 2:136, 2:137, 2:138, § 4, 5:69, § 3, 7:82, § 4, 12:22 et 13:8 du Code des sociétés et des associations ainsi que le texte des mentions sont présentés sans correction ni rature.
  Il doit être fait usage de la formulaire I dont le modèle figure à l'annexe 1er du présent arrêté et qui est tenue à la disposition des intéressés sur le site Internet du Moniteur belge ou sous forme imprimée au greffe des tribunaux de l'entreprise.
  Le dépôt des actes, extraits d'actes, documents et décisions visés à l'alinéa 1er ne fait pas l'objet d'une mention publiée aux Annexes du Moniteur belge lorsque ces actes, extraits d'actes, documents et décisions sont eux-mêmes publiés aux Annexes du Moniteur belge.
  Lorsque plusieurs documents dont le dépôt doit faire l'objet d'une publication par mention aux Annexes du Moniteur belge sont déposés simultanément, leur dépôt peut faire l'objet d'une seule mention indiquant l'objet précis de chacun d'eux.
  La mention du dépôt au greffe de l'expédition ou du double ou de la copie des actes ou décisions visés aux articles 2:8, § 1er, 2:9, § 1er, 2:10, § 1er, et 2:11, § 1er, du Code des sociétés et des associations ainsi que des mandats authentiques ou privés, et des autres documents qui sont déposés en même temps que ces actes en vertu de ces mêmes dispositions et des articles 5:7, 5:9, 5:126, 5:130, 5:132, 5:133, 6:8, 6:10, 6:108, 6:110, 7:7, 7:12, 7:179, 7:191, 7:197, 7:198, 14:10, 14:25, 14:35 et 14:40 du même Code est apposée après la mention du nom et de la qualité des déposants au bas de l'extrait à publier aux Annexes du Moniteur belge.
  § 4. Le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, 2°, 3°, 4° et 7°, ne s'applique pas aux actes, extraits d'actes, documents et décisions visés à l'article 1:2, alinéa 1er, déposés par des personnes morales ayant leur siège à l'étranger, sauf dans la mesure où ces documents sont relatifs aux succursales de ces personnes morales.
  § 5. La rectification d'une erreur commise dans un acte, un extrait d'acte, une décision ou un document publiée aux Annexes du Moniteur belge est déposée et publiée conformément aux paragraphes qui précèdent.
  La rectification d'une erreur commise dans un document dont le dépôt a été publié par mention aux Annexes du Moniteur belge s'opère par dépôt au greffe conformément aux paragraphes qui précèdent, d'une ou plusieurs pages rectifiées ou additionnelles, portant la mention "rectification", jointes à une page comportant les indications prévues au paragraphe 2, alinéa 4 et indiquant le document auquel la rectification se rapporte. Les pages rectifiées ou additionnelles sont portées au dossier.
  Le dépôt de pages rectifiées ou additionnelles donne lieu à publication par extrait aux Annexes du Moniteur belge.
Art. 1:10. § 1. Onverminderd de elektronische neerlegging bepaald in artikel 1:3, gebeuren neerleggingen door overlegging ter griffie.
  Mogen evenwel per gewone of aangetekende brief aan de griffie worden toegezonden:
  1° de akten, stukken en beslissingen waarvan de neerlegging door mededeling wordt bekendgemaakt;
  2° de tekst van de mededelingen;
  3° de akten, uittreksels van akten, verklaringen stukken en beslissingen die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt.
  § 2. De ter griffie neer te leggen stukken worden slechts in ontvangst genomen als de bepalingen van artikel 1:7 en 1:9, §§ 1 en 2, § 3, tweede lid, in acht werden genomen en als de kosten van bekendmaking betaald zijn op de in § 3 voorgeschreven wijze.
  § 3. De kosten voor de bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen worden betaald met een cheque op naam van het Belgisch Staatsblad, getrokken op een kredietinstelling waarop de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en beursvennootschappen van toepassing is, of met een bankoverschrijving of storting. De betalingsmiddelen worden bij het voor het Belgisch Staatsblad bestemde stuk gevoegd.
  Wanneer de betaling geschiedt met een bankoverschrijving of storting bestaat het bewijs ervan hetzij in een kopie van het formulier van de overschrijving of de storting ten voordele van de rekening van het Belgisch Staatsblad waarop de stempel is aangebracht van de financiële instelling die de overschrijving heeft verricht, hetzij in een kopie van het rekeninguittreksel dat bevestigt dat de betaling daadwerkelijk is verricht.
  De betaling met een bankoverschrijving of storting moet in geval van een wijzigende akte het ondernemingsnummer, of in geval van een oprichting de naam en het adres van de zetel, bij de mededelingen vermelden.
  In geval van elektronische neerlegging geschiedt de betaling van de kosten voor de bekendmaking via elektronische betaling volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie.
  In geval van elektronische neerlegging door de notarissen wordt de betaling van de kosten voor de bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van akten, uittreksels van akten, stukken en mededelingen geregeld via elektronische uitwisseling van gegevens. De modaliteiten van deze uitwisseling worden uitgewerkt in een protocol tussen de Minister van Justitie en de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.
Art. 1:10. § 1er. Sans préjudice du dépôt électronique prévu à l'article 1:3, les dépôts sont effectués par remise au greffe.
  Peuvent toutefois être adressés au greffe par lettre ordinaire ou recommandée à la poste :
  1° les actes, documents et décisions dont le dépôt donne lieu à une publication par mention;
  2° le texte des mentions;
  3° les actes, extraits d'actes, déclarations, documents et décisions qui doivent être publiés aux Annexes du Moniteur belge.
  § 2. Les dépôts au greffe ne sont reçus que moyennant respect des dispositions des articles 1:7 et 1:9, §§ 1er et 2, § 3, alinéa 2, et règlement des frais de publication conformément aux modalités prévues au § 3.
  § 3. Les frais de publication aux Annexes du Moniteur belge des actes, extraits d'acte, pièces et mentions sont réglés par chèque établi au nom du Moniteur belge, tiré sur un établissement de crédit établi en Belgique, autre qu'une caisse d'épargne communale, régi par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, ou par virement ou versement bancaire. Les moyens de paiement sont joints au document destiné au Moniteur belge.
  Lorsque le paiement a lieu par virement ou versement bancaire, la preuve de celui-ci consiste, soit dans une copie du bulletin de virement ou de versement au profit du compte du Moniteur belge sur lequel est apposé le cachet de l'institution financière qui a accompli le transfert, soit dans une copie d'extrait de compte attestant que le paiement a bien été effectué.
  Le paiement par virement ou versement bancaire doit mentionner en communication le numéro d'entreprise s'il s'agit d'un acte modificatif ou le nom et l'adresse du siège s'il s'agit d'une constitution.
  Lorsque le dépôt est effectué par voie électronique, le paiement des frais de publication peut être effectué électroniquement conformément aux prescriptions techniques établies par le Ministre de la Justice.
  En cas de dépôt électronique par les notaires, le paiement des frais de publication aux Annexes du Moniteur belge des actes, extraits d'actes, pièces et mentions est réglé par échange électronique de données. Les modalités de cet échange sont développées dans un protocole entre le Ministre de la Justice et la Fédération royale du Notariat belge.
Art. 1:11. De bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, van een akte, een uittreksel van een akte, een stuk, een beslissing of een mededeling, geldt voor de betrokken neergelegde stukken als ontvangstbewijs.
Art. 1:11. La publication aux Annexes du Moniteur belge d'un acte, d'un extrait d'acte, d'un document, d'une décision ou d'une mention, vaut, pour les documents que cette publication concerne, récépissé de dépôt.
Art. 1:12. Uiterlijk de tweede werkdag na de datum van de neerlegging zendt de griffier aan het bestuur van het Belgisch Staatsblad de kopieën van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen, alsmede de tekst van de mededelingen, die hij heeft ontvangen en die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt.
  De zendingen bestaan uit de op dezelfde dag in ontvangst genomen kopieën en exemplaren en de daarop betrekking hebbende mededelingen; zij worden verzonden hetzij bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs overhandigd, hetzij door teletransmissie wanneer die documenten op elektronische wijze werden neergelegd.
Art. 1:12. Le greffier adresse à la direction du Moniteur belge, au plus tard le deuxième jour ouvrable qui suit celui du dépôt, les copies des actes, extraits d'actes, documents, et décisions ainsi que le texte des mentions, qu'il a reçus et qui doivent être publiés aux Annexes du Moniteur belge.
  Chaque envoi groupe les copies et exemplaires reçus le même jour et les mentions y relatives; ils sont soit envoyés par pli postal recommandé ou remis contre accusé de réception, soit envoyés par télétransmission si ces documents ont été déposés par voie électronique.
Art. 1:13. De griffies en de door de Minister van Justitie aangeduide dienst houden, ieder wat hem betreft, een staat bij waarin de datum van verzending wordt aangetekend van de stukken die naar het Bestuur van het Belgisch Staatsblad worden toegezonden of overhandigd.
  Zolang de Minister van Justitie de in het eerste lid bedoelde dienst niet heeft aangeduid, worden deze taken waargenomen door de stafdienst ICT van de FOD Justitie.
Art. 1:13. Les greffes et le service désigné par le Ministre de la Justice tiennent, chacun en ce qui le concerne, un relevé mentionnant la date d'envoi des pièces envoyées ou remises à la Direction du Moniteur belge.
  Aussi longtemps que le Ministre de la Justice n'a pas désigné de service visé à l'alinéa 1er, ces tâches sont accomplies par le Service d'encadrement ICT du SPF Justice.
Art. 1:14. Wanneer bekendmaking vereist is, vindt zij plaats in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad binnen de termijnen door de wet bepaald.
Art. 1:14. Lorsqu'il y a lieu à publication, elle se fait par la voie des Annexes du Moniteur belge dans les délais que la loi détermine.
Art. 1:15. Binnen een maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad zendt het bestuur van het Belgisch Staatsblad aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie de gegevens betreffende de oprichting en de sluiting van de vereffening van een Europese vennootschap (SE), een Europese coöperatieve vennootschap (SCE) of een Europees economisch samenwerkingsverband (EESV).
Art. 1:15. Dans le mois suivant la publication au Moniteur belge, la direction du Moniteur belge transmet à l'Office des publications de l'Union européenne les indications relatives à la constitution et à la clôture de la liquidation d'une société européenne (SE), d'une société coopérative européenne (SEC) ou d'un groupement européen d'intérêt économique (GEIE).
Art. 1:16. De Minister van Justitie stelt het tarief vast van de kosten van bekendmaking van de in artikel 1:1 bedoelde stukken.
Art. 1:16. Le Ministre de la Justice fixe le tarif des frais de publication des pièces visées à l'article 1:1.
Art. 1:17. Wanneer aan de griffie een integrale kopie wordt gevraagd, worden de uittreksels uit de in artikel 1:2 bepaalde dossiers afgegeven op een fotokopie of beschikbaar gesteld op elektronische wijze.
  Elektronische kopieën worden niet voor eensluidend gewaarmerkt, tenzij de aanvrager hier uitdrukkelijk om verzoekt. De waarmerking gebeurt via een elektronische systeemhandtekening.
  In de mate dat de elektronische kopie betrekking heeft op stukken die zijn opgenomen in het deel van het in artikel 2:7, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde elektronisch databanksysteem dat wordt beheerd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, gebeurt de in het tweede lid bedoelde waarmerking via een elektronische systeemhandtekening van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.
  De betaling van de kosten voor de waarmerking door de griffie van elektronisch neergelegde stukken kan door elektronische betaling volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie.
Art. 1:17. Lorsqu'une copie intégrale est demandée au greffe, les extraits des dossiers visés à l'article 1:2 sont délivrés par photocopie ou mis à disposition par voie électronique.
  Les copies électroniques ne sont pas certifiées conformes, sauf si le requérant en fait expressément la demande. La certification est réalisée par un système de signature électronique.
  Dans la mesure ou la copie électronique a trait à des documents qui sont repris dans la partie du système de base de données électronique visé à l'article 2:7, § 2, du Code des sociétés et des associations qui est gérée par la Fédération Royale du Notariat belge, la certification visée à l'alinéa 2 est réalisée par un système de signature électronique de la Fédération Royale du Notariat belge.
  Le paiement des frais d'authentification par le greffe des pièces déposées par la voie électronique peut être effectué électroniquement conformément aux prescriptions techniques établies par le Ministre de la Justice.
Art. 1:18. De bepalingen van dit boek vinden geen toepassing op de stukken die overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet moeten worden neergelegd ter griffie maar toch moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Zij worden door de belanghebbenden rechtstreeks aan het Belgisch Staatsblad gezonden, en in de vorm van een aankondiging bekendgemaakt.
Art. 1:18. Les dispositions du présent livre ne s'appliquent pas aux documents qui, conformément au Code des sociétés et des associations, ne doivent pas être déposés au greffe mais néanmoins doivent être publiés dans le Moniteur belge. Ils sont adressés par les intéressés directement au Moniteur belge et publiés sous forme d'annonces.
Art. 1:19. Wanneer hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd, van een rechtsgebied naar een ander wordt overgebracht wordt het dossier bedoeld in artikel 1:2 van de ene griffie naar de andere overgezonden binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de neerlegging van de wijzigende akte van de rechtspersoon op de griffie van de rechtbank waar het register met die inschrijving zich bevindt. De materiële overzending geschiedt door toedoen van de griffier van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd zich bevond.
Art. 1:19. Lorsqu'il est procédé, d'un ressort territorial dans un autre, au transfert, soit du siège, soit de la succursale qui a déterminé le lieu du dépôt du dossier, le dossier visé à l'article 1:2 est transmis d'un greffe à l'autre, dans le délai de 15 jours à dater du dépôt de l'acte modificatif de la personne morale au greffe du tribunal où se trouve le registre qui la contient. Cette transmission matérielle est effectuée à la diligence du greffier du tribunal de l'entreprise dans le ressort territorial duquel se trouvait soit le siège, soit la succursale ayant déterminé le lieu du dépôt du dossier.
Art. 1:20. [1 Via het Europese systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel 22 van richtlijn 2017/1132/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht notificeert het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen, aan de centrale, handels- of vennootschapsregisters van de Europese Economische Ruimte de informatie aangaande:
   1° de opening en de sluiting van ontbindings- en insolventieprocedures van Belgische vennootschappen die een bijkantoor hebben in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
   2° het van kracht worden van de grensoverschrijdende fusie, indien de nieuw opgerichte vennootschap of de overnemende vennootschap wordt beheerst door het Belgische recht;
   3° de volgende wijzigingen met betrekking tot de Belgische vennootschappen die een bijkantoor hebben in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte:
   a) de naam van de vennootschap;
   b) het adres van de zetel van de vennootschap;
   c) de rechtsvorm van de vennootschap;
   d) het boekjaar;
   e) de jaarrekeningen of de geconsolideerde jaarrekeningen, neergelegd bij en overgemaakt door de Balanscentrale van de Nationale Bank;
   4° de opening en de sluiting van een bijkantoor in België, alsook wijzigingen aan de naam, het adres en het identificatienummer van het bijkantoor van een buitenlandse vennootschap die valt onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.]1

  
Art. 1:20. [1 Via le système européen d'interconnexion des registres visé à l'article 22 de la directive 2017/1132/UE du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 relative à certains aspects du droit des sociétés, le registre des personnes morales, répertoire de la Banque-Carrefour des Entreprises, notifie aux registres centraux, du commerce et des sociétés de l'Espace économique européen les informations qui concernent :
   1° l'ouverture et la clôture des procédures de liquidation et d'insolvabilité de sociétés belges ayant une succursale dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen ;
   2° la prise d'effet de la fusion transfrontalière, si la société nouvellement créée ou la société absorbante est régie par le droit belge ;
   3° les modifications suivantes relatives à des sociétés belges qui ont une succursale dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen:
   a) la dénomination de la société ;
   b) l'adresse du siège de la société ;
   c) la forme légale de la société ;
   d) l'exercice ;
   e) les comptes annuels ou les comptes annuels consolidés, déposés auprès de et transmis par la Centrale des bilans de la Banque nationale ;
   4° l'ouverture et la fermeture d'une succursale en Belgique, ainsi que les modifications relatives à la dénomination, l'adresse et au numéro d'identification de la succursale d'une société étrangère régie par le droit d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen.]1

  
Art. 1:21. [1 Door de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen wordt de informatie, via elektronische weg ontvangen via het Europese systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel 1:20, opgenomen in het rechtspersonenregister betreffende:
   1° de stopzetting van een buitenlandse vennootschap met een bijkantoor in België en;
   2° de wijziging van het adres van de zetel, de benaming en het identificatienummer van een buitenlandse vennootschap met een bijkantoor in België.
   De in de Kruispuntbank van Ondernemingen gewijzigde gegevens worden kosteloos bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, en dit door toedoen van de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1

  
Art. 1:21. [1 Sont reprises par le service de gestion de la Banque-Carrefour des Entreprises, dans le registre des personnes morales, les informations reçues par voie électronique via le système européen d'interconnexion des registres visé à l'article 1:20 qui concernent :
   1° l'arrêt d'une société étrangère ayant une succursale en Belgique et ;
   2° la modification de l'adresse du siège, de la dénomination et du numéro d'identification d'une société étrangère ayant une succursale en Belgique.
   Les données modifiées dans la Banque-Carrefour des Entreprises sont publiées gratuitement aux Annexes du Moniteur belge, et ce, à la diligence du service de gestion de la Banque-Carrefour des Entreprises.]1

  
Art. 1:22. De bepalingen van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op de openbaarmaking van akten en stukken van de organismen voor de financiering van pensioenen voorgeschreven door de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.
Art. 1:22. Les dispositions du présent arrêté sont applicables par analogie à la publicité des actes et documents des organismes de financement de pension prescrite par la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle.
BOEK 2. - Consignatieprocedure en bestemming van de activa bij gerechtelijke ontbinding
LIVRE 2. - Procédure de consignation et sort des actifs en cas de dissolution judiciaire
TITEL 1. - Gerechtelijke ontbinding van vennootschappen
TITRE 1er. - Dissolution judiciaire des sociétés
Art. 2:1. Het vonnis dat overeenkomstig artikel 2:101, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de sluiting van de vereffening van een vennootschap uitspreekt, beveelt het deposito in de Deposito- en Consignatiekas van alle geldsommen en andere effecten die het aan de schuldeisers of aan de vennoten of aandeelhouders heeft toegekend, maar niet aan hun kunnen worden afgeleverd.
  De consignatie geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier.
Art. 2:1. Le jugement prononçant la clôture de la liquidation d'une société conformément à l'article 2:101, alinéa 2, du Code des sociétés et des associations, ordonne le dépôt à la Caisse des dépôts et consignations de toutes les sommes et autres valeurs qu'il a accordées aux créanciers, ou aux associés ou actionnaires et dont la remise ne peut leur être faite.
  La consignation a lieu conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 24 décembre 1934 relatif à l'application des lois sur la dépossession involontaire des titres au porteur.
Art. 2:2. Wanneer de rechter de door de rechtbank aangewezen vereffenaars of de personen die overeenkomstig artikel 2:79 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen als vereffenaars worden beschouwd veroordeelt op grond van artikel 2:143, § 1, van hetzelfde wetboek, kan hij de activa die op de dag van het vonnis nog zijn geconsigneerd ten bate van de vennoten of aandeelhouders ten belope van het bedrag van de veroordeling bestemmen voor de uitvoering daarvan.
Art. 2:2. Si le juge condamne les liquidateurs désignés par le tribunal ou les personnes réputées liquidateurs en vertu de l'article 2:79 du Code des sociétés et des associations sur la base de l'article 2:143, § 1er, du même Code, il peut affecter les biens qui seraient encore consignés au profit des associés ou actionnaires au jour du jugement à concurrence du montant de la condamnation pour leur exécution.
TITEL 2. - Gerechtelijke ontbinding van verenigingen
TITRE 2. - Dissolution judiciaire des associations
Art. 2:3. Het vonnis dat overeenkomstig artikel 2:134, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de sluiting van de vereffening van een VZW of van een IVZW uitspreekt, beveelt het deposito in de Deposito- en Consignatiekas van alle geldsommen en andere effecten die het aan de schuldeisers of aan de leden heeft toegekend, maar niet aan hun kunnen worden afgeleverd.
  De consignatie geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier.
Art. 2:3. Le jugement prononçant la clôture de la liquidation d'une ASBL ou d'une AISBL conformément à l'article 2:134, § 3, du Code des sociétés et des associations, ordonne le dépôt à la Caisse des dépôts et consignations de toutes les sommes et autres valeurs qu'il a accordées aux créanciers ou aux membres et dont la remise ne peut leur être faite.
  La consignation a lieu conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 24 décembre 1934 relatif à l'application des lois sur la dépossession involontaire des titres au porteur.
Art. 2:4. Wanneer een vordering wordt ingesteld tegen de door de rechtbank aangewezen vereffenaars, kan de rechtbank op de activa die op de dag van het te vellen vonnis nog geconsigneerd zouden zijn ten bate van de leden, een inhouding bevelen ten gunste van de eiser, ten belope van wat hem verschuldigd blijft op de dag van de sluiting van de vereffening om ze te bestemmen voor de aflossing van het saldo van zijn schuldvordering.
  Wanneer de rechter de door de rechtbank aangewezen vereffenaars veroordeelt op grond van artikel 2:143, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, kan hij de activa die op de dag van het vonnis nog zijn geconsigneerd ten bate van de leden ten belope van het bedrag van de veroordeling bestemmen voor de uitvoering daarvan.
Art. 2:4. Lorsqu'une action est intentée contre des liquidateurs désignés par le tribunal, celui-ci peut ordonner un prélèvement en faveur du demandeur sur les actifs qui seraient encore consignés au profit des membres au jour du prononcé du jugement, à concurrence du montant qui reste dû au demandeur au jour de la clôture de la liquidation, afin de les utiliser pour régler le solde de sa créance.
  Si le juge condamne les liquidateurs désignés par le tribunal sur la base de l'article 2:143, § 2, du Code des sociétés et des associations, il peut affecter à l'exécution du jugement les actifs qui seraient encore consignés au profit des membres au jour du jugement, à concurrence du montant de la condamnation.
BOEK 3. - Jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en formaliteiten inzake de openbaarmaking
LIVRE 3. - Comptes annuels, comptes consolidés et formalités de publicité
TITEL 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, VZW,'s, IVZW's en stichtingen.
TITRE 1er. - Règles communes aux sociétés dotées de la personnalité juridique, ASBL, AISBL et fondations
HOOFDSTUK 1. - Algemene principes.
CHAPITRE 1er. - Principes généraux
Art. 3:1. De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3 niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.
Art. 3:1. Les comptes annuels doivent donner une image fidèle du patrimoine, de la situation financière ainsi que du résultat de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  Si l'application des dispositions du présent titre, du titre 2 et du titre 3 ne suffit pas pour satisfaire à ce prescrit, des informations complémentaires doivent être fournies dans l'annexe.
Art. 3:2. § 1. De jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en rechten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, van haar schulden en verplichtingen evenals van haar eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en haar opbrengsten.
  § 2. Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen kosten en opbrengsten is verboden, behalve in de gevallen voorzien door deze titel, titel 2 of titel 3 van onderhavig boek. In dergelijke gevallen worden de te verrekenen bedragen als brutobedragen in de toelichting bij de jaarrekening vermeld.
  § 3. In de toelichting worden per soort vermeld de rechten en verplichtingen die niet in de balans voorkomen en die het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting aanmerkelijk kunnen beïnvloeden.
  Belangrijke rechten en verplichtingen die niet kunnen worden becijferd, worden op passende wijze vermeld in de toelichting.
Art. 3:2. § 1er. Les comptes annuels doivent être établis avec clarté et indiquer systématiquement d'une part, à la date de clôture de l'exercice, la nature et le montant des avoirs et droits de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, de ses dettes, obligations et engagements ainsi que de ses moyens propres et, d'autre part, pour l'exercice clôturé à cette date, la nature et le montant de ses charges et de ses produits.
  § 2. Toute compensation entre des avoirs et des dettes, entre des droits et des engagements, entre des charges et des produits est interdite, sauf les cas prévus par le présent titre, le titre 2 ou le titre 3 du présent livre. Dans de tels cas, les montants à compenser sont indiqués comme des montants bruts dans l'annexe des comptes annuels.
  § 3. Sont mentionnés par catégorie dans l'annexe, les droits et engagements qui ne figurent pas au bilan et qui sont susceptibles d'avoir une influence importante sur le patrimoine, sur la situation financière ou sur le résultat de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  Les droits et engagements importants qui ne sont pas susceptibles d'être quantifiés, font l'objet de mentions appropriées dans l'annexe.
Art. 3:3. § 1. De balans wordt opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, rekening houdend met de beslissingen tot besteding van het saldo van de resultatenrekening en van het overgedragen resultaat.
  Wanneer die toewijzing bij gebreke van een beslissing van het bevoegde orgaan niet definitief is, wordt de balans opgesteld onder de opschortende voorwaarde van die beslissing.
  § 2. De beginbalans van een boekjaar moet, onverminderd de toepassing van artikel 3:59, tweede lid, overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar.
Art. 3:3. § 1er. Le bilan est établi après répartition, c'est-à-dire compte tenu des décisions d'affectation du solde du compte de résultats de l'exercice et du résultat reporté.
  Lorsqu'à défaut de décision prise par l'organe compétent, cette affectation n'est pas définitive, le bilan est établi sous condition suspensive de cette décision.
  § 2. Le bilan d'ouverture d'un exercice doit, sans préjudice à l'application de l'article 3:59, alinéa 2, correspondre au bilan de clôture de l'exercice précédent.
Art. 3:4. Het rekeningenstelsel van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting moet zodanig worden opgevat of aangepast dat de balans en de resultatenrekening zonder toevoeging of weglating voortvloeien uit de balans van de desbetreffende rekeningen, opgemaakt na het in overeenstemming brengen bedoeld in artikel III.90, § 1, van het Wetboek van economisch recht.
Art. 3:4. Le plan comptable de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation doit être conçu ou ajusté de manière telle que le bilan et le compte de résultats procèdent, sans addition ou omission, des postes correspondants de la balance des comptes établie après la mise en concordance visée à l'article III.90, § 1er, du Code de droit économique.
Art. 3:5. In de jaarrekening worden de bedragen in euro uitgedrukt.
Art. 3:5. Les montants des comptes annuels sont exprimés en euros.
HOOFDSTUK 2. - Waarderingsregels
CHAPITRE 2. - Règles d'évaluation
Afdeling 1. - Algemene beginselen
Section 1re. - Principes généraux
Art. 3:6. § 1. Het bestuursorgaan van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting bepaalt de regels die gelden voor de waardering van de inventaris bedoeld in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht. Deze regels worden bepaald met nakoming van de bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3, doch rekening houdende met de eigen kenmerken van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  Deze regels worden vastgelegd in het boek bedoeld in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht. Ze worden samengevat in de toelichting; overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 3:1, eerste lid, moet deze samenvatting voldoende nauwkeurig zijn zodat inzicht wordt verkregen in de toegepaste waarderingsmethoden.
  Onverminderd paragraaf 2 wordt bij de vaststelling en toepassing van deze waarderingsregels ervan uitgegaan dat de vennootschap, VZW, IVZW of stichting haar bedrijf zal voortzetten.
  § 2. De bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3 zijn van toepassing op de vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen in vereffening.
  Indien de vennootschap, VZW, IVZW of stichting - al dan niet ingevolge een beslissing tot invereffeningstelling - besluit haar bedrijf stop te zetten of indien, in tegenstelling met het bepaalde in paragraaf 1, derde lid, er niet meer kan van worden uitgegaan dat de vennootschap, VZW, IVZW of stichting haar bedrijf zal voortzetten, worden de waarderingsregels dienovereenkomstig aangepast en geldt in het bijzonder het volgende:
  a) de oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;
  b) voor de vaste en de vlottende activa moet zo nodig tot aanvullende afschrijvingen of waardeverminderingen worden overgegaan om de boekwaarde terug te brengen tot de vermoedelijke realisatiewaarde;
  c) een voorziening moet worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden, inzonderheid voor de aan het personeel uit te keren vergoedingen.
  Hetzelfde geldt, ingeval een bedrijfsonderdeel of een vestiging van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting wordt gesloten. In dat geval is het tweede lid van toepassing op de activa, de passiva en de verplichtingen die betrekking hebben op dat bedrijfsonderdeel of die vestiging.
Art. 3:6. § 1er. L'organe d'administration de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation détermine les règles applicables à l'évaluation de l'inventaire visé à l'article III.89, § 1er, du Code de droit économique. Ces règles sont déterminées, dans le respect des dispositions du présent titre, du titre 2 et du titre 3, en tenant toutefois compte des caractéristiques propres à la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  Ces règles sont actées dans le livre prévu à l'article III.89, § 1er, du Code de droit économique. Elles sont résumées dans l'annexe; ce résumé doit, conformément à l'article 3:1, alinéa 1er, être suffisamment précis pour permettre d'apprécier les méthodes d'évaluation adoptées.
  Sans préjudice du paragraphe 2, ces règles sont établies et les évaluations sont opérées dans une perspective de continuité des activités de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  § 2. Les dispositions du présent titre, du titre 2 et du titre 3 sont applicables aux sociétés, ASBL, AISBL et fondations en liquidation.
  Dans les cas où, en exécution ou non d'une décision de mise en liquidation, la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation renonce à poursuivre ses activités ou lorsque la perspective de continuité de ses activités, visée au paragraphe 1er, alinéa 3, ne peut être maintenue, les règles d'évaluation sont adaptées en conséquence et, notamment :
  a) les frais d'établissement doivent être complètement amortis;
  b) les immobilisations et les actifs circulants font, le cas échéant, l'objet d'amortissements ou de réduction de valeur additionnels pour en ramener la valeur comptable à la valeur probable de réalisation;
  c) des provisions sont formées pour faire face aux charges inhérentes à la cessation des activités, notamment au coût des indemnités à verser au personnel.
  Il en va de même en cas de fermeture d'une branche d'activité ou d'un établissement de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation. Dans ce cas, l'alinéa 2 est applicable aux actifs, passifs et engagements relatifs à cette branche d'activité ou à cet établissement.
Art. 3:7. Indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing van een in dit hoofdstuk bedoelde waarderingsregel niet leidt tot nakoming van het bepaalde in artikel 3:1, eerste lid, moet daarvan worden afgeweken ten einde te voldoen aan de in het voornoemde artikel bedoelde verplichting.
  Dergelijke afwijking wordt bij de waarderingsregels in de toelichting vermeld en verantwoord.
  De geraamde invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting wordt vermeld bij de waarderingsregels in de toelichting bij de jaarrekening over het boekjaar waarin de afwijkende waarderingsregel voor het eerst wordt toegepast.
Art. 3:7. Dans le cas exceptionnel où l'application des règles d'évaluation prévues au présent chapitre ne conduirait pas au respect du prescrit de l'article 3:1, alinéa 1er, il y a lieu d'y déroger par application dudit article.
  Une telle dérogation doit être mentionnée et justifiée dans l'annexe parmi les règles d'évaluation.
  L'estimation de l'influence de cette dérogation sur le patrimoine, la situation financière et le résultat de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation est indiquée parmi les règles d'évaluation dans l'annexe relative aux comptes de l'exercice au cours duquel cette dérogation est introduite pour la première fois.
Art. 3:8. De waarderingsregels bedoeld in artikel 3:6, § 1, eerste lid, moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast.
  Ze worden evenwel gewijzigd wanneer, onder meer uit hoofde van belangrijke veranderingen in de activiteiten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, in de structuur van haar vermogen of in de economische dan wel technologische omstandigheden de vroeger gevolgde waarderingsregels niet langer aan het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid, beantwoorden.
  Het tweede en het derde lid van artikel 3:7 zijn van toepassing op deze wijzigingen.
  Deze bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting de bepalingen van deze titel, titel 2 of titel 3 van toepassing zijn.
Art. 3:8. Les règles d'évaluation visées à l'article 3:6, § 1er, alinéa 1er, et leur application doivent être identiques d'un exercice à l'autre.
  Toutefois, elles sont adaptées au cas où, notamment à la suite d'une modification importante des activités de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, de la structure de son patrimoine ou des circonstances économiques ou technologiques, les règles d'évaluation antérieurement suivies ne répondent plus au prescrit de l'article 3:1, alinéa 1er.
  Les alinéas 2 et 3 de l'article 3:7 s'appliquent à ces adaptations.
  La présente disposition n'est pas applicable aux comptes annuels du premier exercice auquel s'appliquent pour une société, ASBL, AISBL ou fondation les dispositions du présent titre, du titre 2 ou du titre 3.
Art. 3:9. Elk bestanddeel van het vermogen wordt afzonderlijk gewaardeerd.
Art. 3:9. Chaque élément du patrimoine fait l'objet d'une évaluation distincte.
Art. 3:10. De waarderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Art. 3:10. Les évaluations doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
Art. 3:11. Er moet rekening worden gehouden met alle voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen, ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren, zelfs indien deze risico's, verliezen of ontwaardingen slechts gekend zijn tussen de balansdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening door het bestuursorgaan van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting wordt opgesteld. In de gevallen waarin, bij gebreke aan objectieve beoordelingscriteria, de waardering van de voorzienbare risico's, de mogelijke verliezen en de ontwaardingen onvermijdelijk aleatoir is, wordt hiervan melding gemaakt in de toelichting, wanneer de betrokken bedragen rekening houdend met de doelstelling van artikel 3:1, eerste lid, belangrijk zijn.
  Er moet rekening worden gehouden met de kosten en de opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de dag waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van deze opbrengsten onzeker is. Ten laste van het boekjaar moeten inzonderheid worden geboekt: het geraamde bedrag van de belastingen op het resultaat van het boekjaar of op het resultaat van vorige boekjaren, alsmede de bezoldigingen, uitkeringen en andere sociale voordelen die in de loop van een volgend boekjaar zullen worden betaald voor diensten die tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren zijn verricht. Wanneer de opbrengsten of de kosten in belangrijke mate worden beïnvloed door opbrengsten of kosten die aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, wordt daarvan melding gemaakt in de toelichting.
Art. 3:11. Il doit être tenu compte de tous les risques prévisibles, des pertes éventuelles et des dépréciations qui ont pris naissance au cours de l'exercice auquel les comptes annuels se rapportent ou au cours d'exercices antérieurs, même si ces risques, pertes ou dépréciations ne sont connus qu'entre la date de clôture des comptes annuels et la date à laquelle ils sont arrêtés par l'organe d'administration de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation. Dans les cas où, à défaut de critères objectifs d'appréciation, l'estimation des risques prévisibles, des pertes éventuelles et des dépréciations est inévitablement aléatoire, il en est fait mention dans l'annexe si les montants en cause sont importants au regard de l'objectif visé à l'article 3:1, alinéa 1er.
  Il doit être tenu compte des charges et produits afférents à l'exercice ou à des exercices antérieurs, sans considération de la date de paiement ou d'encaissement de ces charges et produits, sauf si l'encaissement effectif de ces produits est incertain. Doivent notamment être mis à charge de l'exercice, les impôts estimés sur le résultat de l'exercice ou sur le résultat d'exercices antérieurs ainsi que les rémunérations, allocations et autres avantages sociaux qui seront attribués au cours d'un exercice ultérieur à raison de prestations effectuées au cours de l'exercice ou d'exercices antérieurs. Si les produits ou les charges sont influencés de façon importante par des produits et des charges imputables à un autre exercice, il en est fait mention dans l'annexe.
Art. 3:12. De methoden en grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta uitgedrukte bezittingen, schulden en verplichtingen, alsmede de methoden voor de omrekening van de financiële staten van bijkantoren in het buitenland, worden in de toelichting vermeld bij de in artikel 3:6, § 1, bedoelde waarderingsregels.
Art. 3:12. Il est fait mention dans l'annexe parmi les règles d'évaluation visées à l'article 3:6, § 1er, des méthodes et bases de conversion des avoirs, dettes et engagements libellés en devises étrangères, des méthodes de conversion des situations des succursales à l'étranger et du mode de traitement dans les comptes des différences de change et des écarts de conversion des devises.
Afdeling 2. - Aanschaffingswaarde - Beginselen
Section 2. - Valeur d'acquisition - Principes
Art. 3:13. Onverminderd de toepassing van de artikelen 3:7, 3:35, 3:45, 3:47, 3:49, 3:51 en 3:55, wordt elk actiefbestanddeel gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.
  Onder aanschaffingswaarde wordt verstaan: of de aanschaffingsprijs zoals bepaald in artikel 3:14, of de vervaardigingsprijs zoals bepaald in artikel 3:15, of de inbrengwaarde zoals bepaald in artikel 3:17.
Art. 3:13. Sans préjudice de l'application des articles 3:7, 3:35, 3:45, 3:47, 3:49, 3:51 et 3:55, les éléments de l'actif sont évalués à leur valeur d'acquisition et sont portés au bilan pour cette même valeur, déduction faite des amortissements et réductions de valeurs y afférents.
  Par valeur d'acquisition, il faut entendre soit le prix d'acquisition défini à l'article 3:14, soit le coût de revient défini à l'article 3:15, soit la valeur d'apport définie à l'article 3:17.
Art. 3:14. De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen en vervoerkosten.
  De aanschaffingsprijs van een actiefbestanddeel verkregen in ruil voor een tegenprestatie anders dan in geld is de marktwaarde van deze tegenprestatie; is deze waarde moeilijk vast te stellen, dan is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het verkregen actiefbestanddeel. Deze waarden worden geschat op de datum van de ruil.
Art. 3:14. Le prix d'acquisition comprend, outre le prix d'achat, les frais accessoires tels que les impôts non récupérables et les frais de transport.
  Le prix d'acquisition d'un élément d'actif obtenu en échange d'une contrepartie autre qu'en espèces est la valeur de marché de cette contrepartie; si cette valeur n'est pas aisément déterminable, le prix d'acquisition est la valeur de marché de l'élément d'actif obtenu. Ces valeurs sont estimées à la date de l'échange.
Art. 3:15. De vervaardigingsprijs omvat naast de aanschaffingskosten van de grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn evenals het evenredig deel van de productiekosten die slechts onrechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn, voor zover deze kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. Het staat de vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen echter vrij deze onrechtstreekse productiekosten niet geheel of gedeeltelijk in de vervaardigingsprijs op te nemen; in geval van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt zulks in de toelichting bij de waarderingsregels vermeld.
Art. 3:15. Le coût de revient s'obtient en ajoutant au prix d'acquisition des matières premières, des matières consommables et des fournitures, les coûts de fabrication directement imputables au produit ou au groupe de produits considéré ainsi que la quote-part des coûts de production qui ne sont qu'indirectement imputables au produit ou au groupe de produits considéré, pour autant que ces frais concernent la période normale de fabrication. Les sociétés, ASBL, AISBL et fondations ont toutefois la faculté de ne pas inclure dans le coût de revient tout ou partie de ces frais indirects de production; en cas d'utilisation de cette faculté, mention en est faite dans l'annexe parmi les règles d'évaluation.
Art. 3:16. In de aanschaffingswaarde van immateriële en materiële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering worden opgenomen, doch slechts voor zover zij betrekking heeft op de periode welke de bedrijfsklaarheid van deze vaste activa voorafgaat.
  In de vervaardigingsprijs van voorraden en bestellingen in uitvoering mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering slechts worden opgenomen voor zover deze rente betrekking heeft op voorraden of bestellingen waarvan de productie of uitvoering meer dan één jaar bestrijkt en zij op de normale productieperiode van deze voorraden of de normale uitvoeringstermijn van deze bestellingen betrekking heeft.
  Het opnemen van de rente op vreemd vermogen in de aanschaffingswaarde van immateriële of materiële vaste activa of van voorraden of bestellingen in uitvoering, wordt bij de waarderingsregels in de toelichting vermeld.
Art. 3:16. La valeur d'acquisition des immobilisations incorporelles et corporelles peut inclure les charges d'intérêt afférentes aux capitaux empruntés pour les financer, mais uniquement pour autant que ces charges concernent la période qui précède la mise en état d'exploitation effective de ces immobilisations.
  Le coût de revient des stocks et des commandes en cours d'exécution ne peut inclure les charges d'intérêt afférentes aux capitaux empruntés pour les financer, que pour autant que ces charges concernent des stocks ou des commandes dont la durée de fabrication ou d'exécution est supérieure à un an et qu'elles soient relatives à la période normale de fabrication de ces stocks ou d'exécution de ces commandes.
  L'inclusion des charges d'intérêt dans la valeur d'acquisition d'immobilisations incorporelles ou corporelles ou de stocks ou de commandes en cours d'exécution est mentionnée dans l'annexe, parmi les règles d'évaluation.
Art. 3:17. De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng.
  In geval van bestemming voor of inbreng in een onderneming die geen vennootschap met eigen rechtspersoonlijkheid is en die geen VZW, IVZW of stichting is, moet onder inbrengwaarde worden verstaan de waarde van de goederen bij de inbreng of de bestemming. De inbrengwaarde mag niet hoger zijn dan de prijs die op het ogenblik van de inbreng of de bestemming voor de aankoop van de betrokken goederen op de markt zou moeten worden betaald.
  De belastingen en kosten met betrekking tot de inbreng zijn niet begrepen in de inbrengwaarde; indien zij niet volledig ten laste worden gebracht van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan de inbreng is geschied, worden ze opgenomen in de rubriek "Oprichtingskosten".
Art. 3:17. La valeur d'apport correspond à la valeur conventionnelle des apports.
  En cas d'affectation ou d'apport à une entreprise qui ne constitue ni une société ayant une personnalité juridique distincte, ni une ASBL, AISBL ou fondation, il y a lieu d'entendre par valeur d'apport la valeur attribuée à ces biens lors de leur apport ou de leur affectation. Cette valeur ne peut excéder la valeur de marché à l'achat des biens en cause, au moment où l'apport ou l'affectation a eu lieu.
  La valeur d'apport ne comprend pas les impôts et les frais relatifs aux apports; si ceux-ci ne sont pas pris entièrement en charge par le compte de résultats de l'exercice au cours duquel l'apport est effectué, ils sont portés sous la rubrique " Frais d'établissement ".
Art. 3:18. Wat de goederen betreft die worden verkregen tegen betaling van een lijfrente:
  1° wordt onder aanschaffingswaarde verstaan het kapitaal dat op het ogenblik van de aanschaffing nodig is om de rente te betalen, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag dat bij de aanschaffing werd betaald en met de kosten;
  2° wordt een voorziening gevormd ten belope van het bedrag van het hiervoorgenoemde kapitaal; deze voorziening wordt jaarlijks aangepast.
Art. 3:18. En ce qui concerne les biens acquis contre paiement d'une rente viagère :
  1° la valeur d'acquisition s'entend comme étant le capital nécessaire, au moment de l'acquisition, pour assurer le service de la rente, augmenté, le cas échéant, du montant payé au comptant et des frais;
  2° une provision est constituée à concurrence dudit capital nécessaire; cette provision est ajustée annuellement.
Art. 3:19. § 1. De aanschaffingswaarde van deelnemingen of aandelen ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als evenwel die conventionele waarde lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, dan stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde.
  In afwijking van het eerste lid worden de deelnemingen of aandelen van een vennootschap die een vennootschap, VZW, IVZW of stichting ontvangt bij fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:56, in ruil voor de deelnemingen of aandelen die zij in de overgenomen of gesplitste vennootschap bezat, bij die fusie of splitsing in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waarvoor de deelnemingen of aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap hierin op die datum stonden geboekt. De verdeling van de boekwaarde van de deelnemingen of aandelen in de gesplitste vennootschap over de verschillende verkregen deelnemingen of aandelen in de verkrijgende vennootschappen vindt plaats pro rata [1 het aandeel in de reële waarde van de overgedragen vermogens dat kan worden toegerekend aan de vennootschap, VZW, IVZW of stichting die deze deelnemingen of aandelen ontvangt]1.
  [1 Bij een met een fusie door overneming gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:7, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden de deelnemingen of aandelen die de vennootschap, VZW, IVZW of stichting in de overnemende vennootschap behoudt, in haar boekhouding opgenomen tegen de som van de waarden waarvoor de deelnemingen of aandelen in de overnemende vennootschap en in de overgenomen vennootschap(pen) op die datum voorkwamen.]1
  Bij een [1 met een splitsing gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:8, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1 worden de deelnemingen of aandelen die de vennootschap, VZW, IVZW of stichting ten gevolge van de verrichting ontvangt tezamen met de deelnemingen of aandelen die zij in de overdragende vennootschap behoudt in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waaraan de deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap op die datum stonden geboekt. De boekwaarde van de deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap op de datum van de verrichting wordt verdeeld over de behouden [1 en verkregen]1 deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap en de (verschillende) verkregen deelnemingen of aandelen in de verkrijgende vennootschap(pen) pro rata [1 het aandeel in]1 de reële waarde van het door de overdragende vennootschap behouden vermogen en de reële waarde van het (de) overgedragen vermogen(s) [1 dat kan worden toegerekend aan de vennootschap, VZW, IVZW of stichting die deze deelnemingen of aandelen ontvangt]1.
  Ingeval bij fusie, splitsing of hiermee gelijkgestelde verrichtingen als bedoeld in artikel 3:56 een opleg in geld is verkregen, wordt het bedrag hiervan afgetrokken van de boekwaarde, en bij voorrang van de aanschaffingswaarde, van de deelnemingen of aandelen van de overgenomen, gesplitste of overdragende vennootschap, inzover die opleg wordt onttrokken aan het kapitaal, de uitgiftepremie of in voorkomend geval de inbreng; in de overige gevallen wordt dat bedrag in resultaat genomen.
  Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen [1 of bij een met een splitsing gelijkgestelde grensoverschrijdende verrichting]1 als bedoeld in artikel 3:57, worden de als tegenprestatie ontvangen deelnemingen of aandelen bij de [1 verrichting in]1 de boekhouding van de [1 inbrengende of overdragende]1 opgenomen tegen de nettowaarde waarvoor de ingebrachte [1 of overgedragen goederen en waarden]1 hier op die datum voorkwamen.
  § 2. De bijkomende kosten met betrekking tot het aanschaffen van financiële vaste activa en van geldbeleggingen mogen ten laste worden genomen van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan.
  
Art. 3:19. § 1er. La valeur d'acquisition des participations, actions ou parts reçues en rémunération d'apports ne consistant pas en numéraire ou résultant de la conversion de créances, correspond à la valeur conventionnelle des biens et valeurs apportés ou des créances converties. Toutefois, si cette valeur conventionnelle est inférieure à la valeur de marché des biens et valeurs apportés ou des créances converties, la valeur d'acquisition correspond à cette valeur supérieure de marché.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les participations, actions ou parts d'une société qu'une société, ASBL, AISBL ou fondation reçoit en cas de fusion ou de scission visée à l'article 3:56, en échange des participations, actions ou parts qu'elle détenait dans la société absorbée ou scindée sont, lors de la fusion ou de la scission, portées dans ses comptes à la valeur pour laquelle les participations, actions ou parts de la société absorbée ou scindée y figuraient à cette date. La répartition de la valeur comptable des participations, actions ou parts détenues dans la société scindée, entre les différentes participations, actions ou parts acquises dans les sociétés bénéficiaires, s'opère au prorata [1 des quotes-parts de la valeur réelle des patrimoines transférés attribuables à la société, ASBL, AISBL ou fondation qui reçoit ces participations, actions ou parts]1.
  [1 En cas d'opération assimilée à la fusion par absorption telle que définie à l'article 12:7, 2°, du Code des sociétés et des associations, les participations, actions et ou parts que la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation conserve dans la société absorbante sont portées dans ses comptes à la valeur correspondant à la somme des valeurs pour lesquelles les participations, actions et ou parts dans la société absorbante et dans la ou des sociétés absorbées figuraient à cette date.]1
  En cas d'opération assimilée [1 à la scission telle que définie à l'article 12:8, 1°, du Code des sociétés et des associations]1, les participations, actions et ou parts que la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation reçoit suite à l'opération et les participations, actions et ou parts qu'elle conserve dans la société cédante sont portées ensemble dans ses comptes à la valeur pour laquelle les participations, actions et ou parts [1 dans la société cédante figuraient]1 à cette date. La valeur comptable des participations, actions ou parts détenues dans la société cédante à la date de l'opération est répartie entre les participations, actions ou parts conservées [1 et acquises]1 dans la société cédante et les participations, actions ou parts acquises dans la ou les sociétés bénéficiaires au prorata [1 des quotes-parts]1 de la valeur réelle du patrimoine conservé par la société cédante et de la ou des valeurs réelles du ou des patrimoines transférés [1 attribuables à la société, ASBL, AISBL ou fondation qui reçoit ces participations, actions ou parts]1.
  En cas d'obtention, lors d'une fusion ou d'une scission ou d'opérations assimilées visées à l'article 3:56, d'une soulte en espèces, le montant de celle-ci est déduit de la valeur comptable, et en priorité de la valeur d'acquisition, des participations, actions ou parts de la société cédée, scindée ou cédante, dans la mesure où elle est prélevée sur le capital, sur la prime d'émission ou, le cas échéant, sur l'apport; dans les autres cas, son montant est porté en résultat.
  En cas d'apport d'une branche d'activité ou d'une universalité de biens [1 ou en cas d'opération transfrontalière assimilée à la scission visés]1 à l'article 3:57, les participations, actions ou parts reçues en contrepartie sont, lors de [1 l'opération]1, portées dans les comptes de [1 la société apporteuse ou transférante]1 à la valeur nette pour laquelle les biens et valeurs apportés [1 ou transférés]1 y figuraient à cette date.
  § 2. Les frais accessoires relatifs à l'acquisition d'immobilisations financières et de placements de trésorerie peuvent être pris en charge par le compte de résultats de l'exercice au cours duquel ils ont été exposés.
  
Art. 3:20. In afwijking van de artikelen 3:9, 3:13, 3:25, 3:30, 3:34, 3:46, 3:47, 3:48, 3:49, 3:50 en 3:52 mogen het klein materieel evenals de grond- en hulpstoffen die bestendig worden hernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal, op het actief worden opgenomen voor een vast bedrag indien de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet aanmerkelijk veranderen van het ene boekjaar tot het andere. In dit geval wordt de prijs voor de hernieuwing van deze bestanddelen opgenomen onder de bedrijfskosten.
Art. 3:20. Par dérogation aux articles 3:9, 3:13, 3:25, 3:30, 3:34, 3:46, 3:47, 3:48, 3:49, 3:50 et 3:52, le petit outillage, ainsi que les approvisionnements, qui sont constamment renouvelés et dont la valeur d'acquisition est négligeable par rapport à l'ensemble du bilan, peuvent être portés à l'actif pour une valeur fixe si leur quantité, leur valeur et leur composition ne varient pas sensiblement d'un exercice à l'autre. Dans ce cas, le prix du renouvellement de ces éléments est porté sous les charges d'exploitation.
Art. 3:21. De aanschaffingswaarde van activa met identieke technische of juridische kenmerken wordt bepaald hetzij door individualisering van de prijs van elk bestanddeel, hetzij volgens de methode van gewogen gemiddelde prijzen, volgens de methode "Fifo" (eerst in - eerst uit) of volgens de methode "Lifo" (laatst in - eerst uit).
  Indien de methode wordt gewijzigd, mag de aanschaffingswaarde van de goederen die geacht worden eerst te zijn ingekomen, niet lager zijn dan de waarde waarvoor ze, voor toepassing van de desbetreffende waardeverminderingen, voorkwamen in de inventaris bij het afsluiten van het boekjaar tevoren.
  Wanneer, inzonderheid bij toepassing van de Lifo-methode, de boekwaarde van de voorraden aanzienlijk verschilt van de waarde berekend op basis van de marktwaarde op balansdatum, moet het totale bedrag van dit verschil, per voorraadpost die in de balans voorkomt, in de toelichting worden vermeld. Dit verschil kan door de in de artikelen 1:24, 1:28 en 1:30 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde kleine vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen door middel van een totaalbedrag voor het geheel van de betrokken posten worden opgegeven.
Art. 3:21. Le prix d'acquisition des avoirs dont les caractéristiques techniques ou juridiques sont identiques est établi par une individualisation du prix de chaque élément ou par application soit de la méthode des prix moyens pondérés, soit de la méthode " Fifo " (sortie en premier lieu des avoirs les plus anciens), soit de la méthode " Lifo " (sortie en premier lieu des avoirs acquis en dernier lieu).
  En cas de modification de méthode, le prix d'acquisition des biens censés être entrés en premier lieu ne peut être inférieur à la valeur pour laquelle ces biens étaient portés, avant réductions de valeur y afférentes, à l'inventaire établi au terme de l'exercice précédent.
  Lorsque, en particulier par application de la méthode Lifo, la valeur comptable des stocks diffère pour un montant important d'une évaluation sur la base de la valeur de marché à la date de clôture, le montant de cette différence est indiqué dans l'annexe, de manière globale pour chacun des postes de stocks figurant au bilan. Dans les petites sociétés, ASBL, AISBL et fondations visées aux articles 1:24, 1:28 et 1:30 du Code des sociétés et des associations, cette différence peut être indiquée de manière globale pour l'ensemble des stocks.
Art. 3:22. Indien, bij het begin van het eerste boekjaar waarin voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting deze titel toepasselijk wordt, de aanschaffingswaarde van bepaalde actiefbestanddelen niet kan worden wedersamengesteld, is de aanschaffingswaarde van elk van die bestanddelen gelijk aan de waarde waarvoor ze, vóór toepassing van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen, in de inventaris van het boekjaar tevoren voorkwamen.
  De in toepassing van het vorige lid bepaalde aanschaffingswaarde:
  1° maakt in voorkomend geval, het voorwerp uit van afschrijvingen of waardeverminderingen overeenkomstig afdeling 3 van dit hoofdstuk;
  2° wordt, voor de toepassing van artikel 3:21, beschouwd als aanschaffingswaarde van de eerst ingekomen goederen.
  De herwaarderingsmeerwaarden die geboekt werden voor het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting de bepalingen van deze titel van toepassing zijn, de kapitaalsubsidies die bekomen werden voor datzelfde boekjaar alsook de door een vennootschap ontvangen uitgiftepremies moeten in de jaarrekening slechts opgenomen worden voor zover ze nog als zodanig in de boekhouding van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting voorkwamen op het einde van het voorafgaande boekjaar.
  Zijn door een vennootschap meerwaarden geboekt tijdens een boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983, dan mogen deze meerwaarden in rubriek III "Herwaarderingsmeerwaarden" behouden blijven.
Art. 3:22. Si, au début du premier exercice auquel s'appliquent pour une société, ASBL, AISBL ou fondation les dispositions du présent titre, la valeur d'acquisition de certains éléments de l'actif ne peut être reconstituée, la valeur d'acquisition de chacun de ces éléments est égale à la valeur pour laquelle ils étaient portés, avant amortissements et réductions de valeur y afférents, à l'inventaire établi au terme de l'exercice précédent.
  La valeur d'acquisition établie par application de l'alinéa précédent :
  1° fait l'objet, le cas échéant, d'amortissements et de réductions de valeur conformément à la section 3 du présent chapitre;
  2° est considérée comme valeur d'acquisition des biens entrés en premier lieu, pour l'application de l'article 3:21.
  Les plus-values de réévaluation actées antérieurement au premier exercice auquel s'appliquent pour une société, ASBL, AISBL ou fondation les dispositions du présent titre, les subsides en capital obtenus antérieurement à ce même exercice ainsi que les primes d'émission perçues par une société ne doivent être mentionnés dans les comptes annuels que dans la mesure où ils figuraient encore comme tels dans la comptabilité de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation au terme de l'exercice précédent.
  Les sociétés ont la faculté de maintenir à la rubrique III " Plus-values de réévaluation ", les plus-values actées antérieurement au début de l'exercice prenant cours après le 31 décembre 1983.
Afdeling 3. - Afschrijvingen en waardeverminderingen
Section 3. - Amortissements et réductions de valeur
Art. 3:23. Onder "afschrijvingen" verstaat men de bedragen ten laste van de resultatenrekening genomen, met betrekking tot oprichtingskosten en tot immateriële en materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, ten einde hetzij het bedrag van deze oprichtingskosten en van de eventueel geherwaardeerde aanschaffingskosten van deze vaste activa te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, hetzij deze kosten ten laste te nemen op het ogenblik waarop zij worden aangegaan.
  Onder "waardeverminderingen" verstaat men correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen, andere dan die vermeld in het vorige lid, om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar.
  De gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen worden afgetrokken van de actiefposten waarop ze betrekking hebben.
Art. 3:23. Par " amortissements " on entend les montants pris en charge par le compte de résultats, relatifs aux frais d'établissement et aux immobilisations incorporelles et corporelles dont l'utilisation est limitée dans le temps, en vue soit de répartir le montant de ces frais d'établissement et le coût d'acquisition, éventuellement réévalué, de ces immobilisations sur leur durée d'utilité ou d'utilisation probable, soit de prendre en charge ces frais et ces coûts au moment où ils sont exposés.
  Par " réductions de valeur " on entend les abattements apportés au prix d'acquisition des éléments de l'actif autres que ceux visés à l'alinéa précédent, et destinés à tenir compte de la dépréciation, définitive ou non, de ces derniers à la date de clôture de l'exercice.
  Les amortissements et les réductions de valeur cumulés sont déduits des postes de l'actif auxquels ils sont afférents.
Art. 3:24. De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Art. 3:24. Les amortissements et les réductions de valeur doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
Art. 3:25. De afschrijvingen en waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale afschrijvingen of waardeverminderingen geacteerd worden.
Art. 3:25. Les amortissements et les réductions de valeur sont spécifiques aux éléments de l'actif pour lesquels ils ont été constitués ou actés. Les éléments de l'actif dont les caractéristiques techniques ou juridiques sont entièrement identiques peuvent toutefois faire globalement l'objet d'amortissements ou de réductions de valeur.
Art. 3:26. De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap, VZW, IVZW of stichting overeenkomstig artikel 3:6, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
Art. 3:26. Les amortissements et les réductions de valeur doivent être constitués systématiquement sur base des méthodes arrêtées par la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation conformément à l'article 3:6, § 1er. Ils ne peuvent dépendre du résultat de l'exercice.
Art. 3:27. De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 3:24, van de minderwaarden waarvoor ze werden gevormd.
Art. 3:27. Les réductions de valeur ne peuvent être maintenues dans la mesure où elles excèdent en fin d'exercice une appréciation actuelle, selon les critères prévus à l'article 3:24, des dépréciations en considération desquelles elles ont été constituées.
Afdeling 4. - Voorzieningen
Section 4. - Provisions
Art. 3:28. De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat.
  Onverminderd artikel 3:11, eerste lid, vertegenwoordigt een voorziening op balansdatum de beste schatting van de kosten die als waarschijnlijk worden beschouwd of, in geval van een verplichting, de beste schatting van het bedrag dat vereist is om die verplichting op de balansdatum na te komen.
  Voorzieningen mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa.
Art. 3:28. Les provisions pour risques et charges ont pour objet de couvrir des pertes ou charges nettement circonscrites quant à leur nature, mais qui, à la date de clôture de l'exercice, sont probables ou certaines, mais indéterminées quant à leur montant.
  A la date de clôture du bilan, et sans préjudice de l'application de l'article 3:11, alinéa 1er, une provision représente la meilleure estimation des charges qui sont considérées comme probables ou, dans le cas d'une obligation, la meilleure estimation du montant nécessaire pour l'honorer à la date de clôture du bilan.
  Les provisions pour risques et charges ne peuvent avoir pour objet de corriger la valeur d'éléments portés à l'actif.
Art. 3:29. De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Art. 3:29. Les provisions pour risques et charges doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
Art. 3:30. De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken. Onder de risico's en kosten met dezelfde aard moeten de soorten van risico's en kosten worden verstaan die bij wijze van voorbeeld in artikel 3:32 zijn vermeld.
Art. 3:30. Les provisions pour risques et charges sont individualisées en fonction des risques et charges de même nature qu'elles sont appelées à couvrir. Par risques et charges de même nature, il faut entendre les catégories de risques et de charges mentionnées à titre exemplatif à l'article 3:32.
Art. 3:31. De voorzieningen voor risico's en kosten moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap, VZW, IVZW of stichting overeenkomstig artikel 3:6, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.
Art. 3:31. Les provisions pour risques et charges doivent être constituées systématiquement sur base des méthodes arrêtées par la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation conformément à l'article 3:6, § 1er. Elles ne peuvent dépendre du résultat de l'exercice.
Art. 3:32. Voorzieningen moeten, onder meer, gevormd worden met het oog op:
  a) de verplichtingen die op de vennootschap, VZW, IVZW of stichting rusten inzake rust- en overlevingspensioenen, werkloosheid met bedrijfstoeslag en andere gelijkaardige pensioenen of renten;
  b) de kosten van grote herstellings- of onderhoudswerken;
  c) de verlies- of kostenrisico's die voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting voortvloeien uit persoonlijke of zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden, uit verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa, uit de uitvoering van gedane of ontvangen bestellingen, uit termijnposities of overeenkomsten in deviezen, termijnposities of overeenkomsten op goederen, uit technische waarborgen verbonden aan reeds door de vennootschap, VZW, IVZW of stichting verrichte verkopen of diensten, uit hangende geschillen;
  d) de kosten van een milieuverplichting.
Art. 3:32. Des provisions doivent être constituées pour couvrir notamment :
  a) les engagements incombant à la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation en matière de pensions de retraite et de survie, de chômage avec complément d'entreprise et d'autres pensions ou rentes similaires;
  b) les charges de grosses réparations et de gros entretien;
  c) les risques de pertes ou de charges découlant pour la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation de sûretés personnelles ou réelles constituées en garantie de dettes ou d'engagements de tiers, d'engagements relatifs à l'acquisition ou à la cession d'immobilisations, de l'exécution de commandes passées ou reçues, de positions et marchés à terme en devises ou de positions et marchés à terme en marchandises, de garanties techniques attachées aux ventes et prestations déjà effectuées par la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, de litiges en cours;
  d) les charges découlant d'une obligation environnementale.
Art. 3:33. De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 3:29, van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd.
Art. 3:33. Les provisions pour risques et charges ne peuvent être maintenues dans la mesure où elles excèdent en fin d'exercice une appréciation actuelle, selon les critères prévus à l'article 3:29, des charges et risques en considération desquels elles ont été constituées.
Afdeling 5. - Herwaarderingsmeerwaarden
Section 5. - Plus-values de réévaluation
Art. 3:34. De herwaarderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale herwaarderingen geacteerd worden.
Art. 3:34. Les réévaluations sont spécifiques aux éléments de l'actif pour lesquelles elles ont été constituées ou actées. Les éléments de l'actif dont les caractéristiques techniques ou juridiques sont entièrement identiques peuvent toutefois faire globalement l'objet de réévaluations.
Art. 3:35. § 1. De vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen mogen de materiële vaste activa, de deelnemingen en aandelen die onder de financiële vaste activa voorkomen of bepaalde soorten hiervoor genoemde vaste activa herwaarderen, wanneer de waarde van deze activa, bepaald in functie van hun nut voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting of van een onderdeel daarvan, mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van de vennootschap of de activiteiten van de VZW, IVZW of stichting of van het betrokken onderdeel daarvan.
  De geherwaardeerde waarde die voor deze vaste activa in aanmerking wordt genomen wordt verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst werd toegepast.
  § 2. Heeft de herwaardering betrekking op materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur, dan wordt op basis van de geherwaardeerde waarde afgeschreven volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgemaakt plan dat ertoe strekt de toerekening van de geherwaardeerde waarde te spreiden over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de betrokken activa.
  § 3. De geboekte meerwaarden worden rechtstreeks toegerekend aan rubriek III van het passief "Herwaarderingsmeerwaarden" en daar behouden zolang de goederen waarop zij betrekking hebben, niet werden gerealiseerd. Deze meerwaarden mogen nochtans:
  1° worden overgebracht naar een reserve tot het beloop van de op de meerwaarde geboekte afschrijvingen;
  2° bij latere vastgestelde minderwaarde worden afgeboekt tot het beloop van het nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde.
  Een herwaarderingsmeerwaarde mag nooit rechtstreeks of onrechtstreeks aangewend worden om overgedragen verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren voor het nog niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde.
Art. 3:35. § 1er. Les sociétés, ASBL, AISBL et fondations peuvent procéder à la réévaluation de leurs immobilisations corporelles ainsi que des participations, actions et parts figurant sous leurs immobilisations financières, ou de certaines catégories de ces immobilisations, lorsque la valeur de celles-ci, déterminée en fonction de leur utilité pour la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, présente un excédent certain et durable par rapport à leur valeur comptable. Si les actifs en cause sont nécessaires à la poursuite de l'activité de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, ou d'une partie de ses activités, ils ne peuvent être réévalués que dans la mesure où la plus-value exprimée est justifiée par la rentabilité de l'activité de la société ou les activités de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, ou par la partie concernée de ses activités.
  La valeur réévaluée retenue pour ces immobilisations est justifiée dans l'annexe des comptes annuels dans lesquels la réévaluation est actée pour la première fois.
  § 2. Si la réévaluation porte sur des immobilisations corporelles dont l'utilisation est limitée dans le temps, la valeur réévaluée fait l'objet d'amortissements calculés selon un plan établi conformément à l'article 3:6, § 1er, aux fins d'en répartir la prise en charge sur la durée résiduelle d'utilisation probable de l'immobilisation.
  § 3. Les plus-values actées sont imputées directement à la rubrique III du passif " Plus-values de réévaluation " et y sont maintenues aussi longtemps que les biens auxquels elles sont afférentes ne sont pas réalisés. Ces plus-values peuvent toutefois :
  1° être transférées aux réserves à concurrence du montant des amortissements actés sur la plus-value;
  2° en cas de moins-value ultérieure constatée, être annulées à concurrence du montant non encore amorti sur la plus-value.
  Une plus-value de réévaluation ne peut jamais être affectée, directement ou indirectement, à la compensation totale ou partielle des pertes reportées à concurrence de la partie de la plus-value de réévaluation qui n'a pas encore fait l'objet d'un amortissement.
Afdeling 6. - Bijzondere regels
Section 6. - Règles particulières
Onderafdeling 1. - Bijzondere regels betreffende de oprichtingskosten
Sous-section 1re. - Règles particulières aux frais d'établissement
Art. 3:36. De oprichtingskosten worden slechts op het actief geboekt voor zover ze niet ten laste worden genomen gedurende het boekjaar waarin ze werden besteed.
  Kosten die worden gemaakt in het kader van een herstructurering worden alleen dan onder de activa opgenomen, wanneer het gaat om welbepaalde kosten die verband houden met een ingrijpende wijziging in de structuur of de organisatie van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting en die kosten ertoe strekken een gunstige en duurzame invloed te hebben op de rentabiliteit van de vennootschap of de activiteiten van de VZW, IVZW of stichting. In de toelichting moet bij de waarderingsregels worden verantwoord dat aan deze voorwaarden is voldaan. De herstructureringskosten die het karakter hebben van bedrijfskosten of van financiële kosten worden geactiveerd door ze op zichtbare wijze in mindering te brengen van het totaal bedrag respectievelijk van de bedrijfskosten en van de financiële kosten.
Art. 3:36. Les frais d'établissement ne sont portés à l'actif que s'ils ne sont pas pris en charge durant l'exercice au cours duquel ils sont exposés.
  Les charges engagées dans le cadre d'une restructuration ne peuvent être portées à l'actif que pour autant qu'il s'agisse de dépenses nettement circonscrites, relatives à une modification substantielle de la structure ou de l'organisation de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation et que ces dépenses soient destinées à avoir un impact favorable et durable sur la rentabilité de la société ou sur les activités de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation. La réalisation de ces conditions doit être justifiée dans l'annexe. Dans la mesure où les frais de restructuration consistent en charges qui relèvent des charges d'exploitation ou des charges financières, leur transfert à l'actif s'opère par déduction globale explicite respectivement du total des charges d'exploitation et des charges financièresparmi les règles d'évaluation.
Art. 3:37. Voor de oprichtingskosten worden passende afschrijvingen geboekt, per jaarlijkse tranches van ten minste twintig percent van de werkelijk uitgegeven bedragen. De afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen mag echter gespreid worden over de looptijd van de leningen.
Art. 3:37. Les frais d'établissement font l'objet d'amortissements appropriés, par tranches annuelles de vingt pour cent au moins des sommes réellement dépensées. Toutefois, l'amortissement des frais d'émission d'emprunts peut être réparti sur toute la durée de l'emprunt.
Onderafdeling 2. - Bijzondere regels betreffende immateriële vaste activa
Sous-section 2. - Règles particulières relatives aux immobilisations incorporelles
Art. 3:38. Andere dan van derden verworven immateriële vaste activa worden slechts tegen vervaardigingsprijs op het actief geboekt voor zover die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstig rendement voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting van deze vaste activa.
  De kleine vennootschappen bedoeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en kleine VZW's, IVZW's en stichtingen bedoeld in de artikelen 1:28 en 1:30 van hetzelfde wetboek vermelden in de toelichting het bedrag van de onder de immateriële vaste activa opgenomen kosten van ontwikkeling.
Art. 3:38. Les immobilisations incorporelles autres que celles acquises de tiers ne sont portées à l'actif pour leur coût de revient que dans la mesure où celui-ci ne dépasse pas une estimation prudemment établie de la valeur d'utilisation de ces immobilisations ou de leur rendement futur pour la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  Les petites sociétés visées à l'article 1:24 du Code des sociétés et des associations, ainsi que les petites ASBL, AISBL et fondations visées aux articles 1:28 et 1:30 du même code, font mention dans l'annexe du montant des frais de développement portés à l'actif sous les immobilisations incorporelles.
Art. 3:39. § 1. Voor immateriële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar.
  Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen.
  Kosten van ontwikkeling en goodwill worden, indien hun gebruiksduur niet met zekerheid kan worden geraamd, afgeschreven over een periode van ten hoogste tien jaar. De periode waarover goodwill wordt afgeschreven, wordt verantwoord in de toelichting.
  Afschrijvingen en waardeverminderingen op goodwill worden niet teruggenomen.
  § 2. Voor immateriële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding.
Art. 3:39. § 1er. Les immobilisations incorporelles dont l'utilisation est limitée dans le temps font l'objet d'amortissements calculés selon un plan établi conformément à l'article 3:6, § 1er. Elles peuvent notamment faire l'objet d'un plan d'amortissement accéléré, conformément aux dispositions fiscales en la matière. Si l'application d'un tel plan accéléré conduit à anticiper de manière significative, la prise en charge des amortissements par rapport à ce qui est économiquement justifié, il est fait mention dans l'annexe de la différence entre le montant cumulé de ces amortissements actés et celui des amortissements économiquement justifiés ainsi que de l'influence sur le montant des amortissements grevant le compte de résultats de l'exercice, d'amortissements excédant les amortissements économiquement justifiés, pris en charge au cours de l'exercice ou au cours d'exercices antérieurs.
  Ces immobilisations font l'objet d'amortissements complémentaires ou non récurrents lorsque, en raison de leur altération ou de modifications des circonstances économiques ou technologiques, leur valeur comptable dépasse leur valeur d'utilisation par la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  Les amortissements actés en application de l'alinéa 1er sur les immobilisations incorporelles dont l'utilisation est limitée dans le temps ne peuvent faire l'objet d'une reprise que si, à raison de modifications des circonstances économiques ou technologiques, le plan d'amortissement antérieurement pratiqué s'avère avoir été trop rapide. Les amortissements actés en application de l'alinéa 2 qui s'avèrent ne plus être justifiés, font l'objet d'une reprise à concurrence de leur excédent par rapport aux amortissements planifiés conformément à l'alinéa 1er.
  L'amortissement des frais de développement et l'amortissement du goodwill, lorsque la durée d'utilisation ne peut être estimée de manière fiable, sont répartis sur une durée de dix ans au plus. La durée d'amortissement du goodwill est justifiée dans l'annexe.
  Les amortissements et réductions de valeur sur goodwill ne peuvent pas faire l'objet d'une reprise.
  § 2. Les immobilisations incorporelles dont l'utilisation n'est pas limitée dans le temps ne font l'objet de réductions de valeur qu'en cas de moins-value ou de dépréciation durable.
Onderafdeling 3. - Bijzondere regels betreffende materiële vaste activa
Sous-section 3. - Règles particulières relatives aux immobilisations corporelles
Art. 3:40. De gebruiksrechten betreffende materiële vaste activa waarover de vennootschap, VZW, IVZW of stichting beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten zoals omschreven in respectievelijk titel 2 en 3 van dit boek, worden, onverminderd de toepassing van de artikelen 3:23 en 3:42, § 1, onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft.
  De overeenkomstige verplichtingen aan de passiefzijde worden ieder jaar gewaardeerd ten belope van het gedeelte van de in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft.
Art. 3:40. Les droits d'usage dont la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation dispose sur des immobilisations corporelles en vertu de contrats de location-financement ou de contrats similaires tels que définis respectivement dans les titres 2 et 3 du présent livre, sont, sans préjudice aux dispositions des articles 3:23 et 3:42, § 1er, portés à l'actif, à concurrence de la partie des versements échelonnés prévus au contrat, représentant la reconstitution en capital de la valeur du bien, objet du contrat.
  Les engagements corrélatifs portés au passif sont évalués chaque année à la fraction des versements échelonnés afférents aux exercices ultérieurs, représentant la reconstitution en capital de la valeur du bien, objet du contrat.
Art. 3:41. De meer- of minderwaarde die wordt vastgesteld bij de overdracht van een afschrijfbaar materieel vast actief met afsluiting door de cedent van een leasingovereenkomst die op dat zelfde goed slaat, wordt opgenomen in de overlopende rekeningen en wordt elk jaar in resultaat genomen naar verhouding van de afschrijving van dit geleaste vast actief voor het betrokken boekjaar.
Art. 3:41. La plus-value ou la moins-value constatée lors de la cession d'une immobilisation corporelle amortissable assortie de la conclusion par le cédant d'un contrat de location-financement portant sur le même bien, est inscrite en compte de régularisation et est portée chaque année au compte de résultats proportionnellement à l'amortissement de cette immobilisation détenue en location-financement afférent à l'exercice considéré.
Art. 3:42. § 1. Voor materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar.
  Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen.
  § 2. Voor materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding.
Art. 3:42. § 1er. Les immobilisations corporelles dont l'utilisation est limitée dans le temps font l'objet d'amortissements calculés selon un plan établi conformément à l'article 3:6, § 1er. Elles peuvent notamment faire l'objet d'un plan d'amortissement accéléré, conformément aux dispositions fiscales en la matière. Si l'application d'un tel plan accéléré conduit à anticiper de manière significative, la prise en charge des amortissements par rapport à ce qui est économiquement justifié, il est fait mention dans l'annexe de la différence entre le montant cumulé de ces amortissements actés et celui des amortissements économiquement justifiés ainsi que de l'influence sur le montant des amortissements grevant le compte de résultats de l'exercice, d'amortissements excédant les amortissements économiquement justifiés, pris en charge au cours de l'exercice ou au cours d'exercices antérieurs.
  Ces immobilisations font l'objet d'amortissements complémentaires ou non récurrents lorsque, en raison de leur altération ou de modifications des circonstances économiques ou technologiques, leur valeur comptable dépasse leur valeur d'utilisation par la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  Les amortissements actés en application de l'alinéa 1er sur les immobilisations corporelles dont l'utilisation est limitée dans le temps ne peuvent faire l'objet d'une reprise que si, à raison de modifications des circonstances économiques ou technologiques, le plan d'amortissement antérieurement pratiqué s'avère avoir été trop rapide. Les amortissements actés en application de l'alinéa 2 qui s'avèrent ne plus être justifiés, font l'objet d'une reprise à concurrence de leur excédent par rapport aux amortissements planifiés conformément à l'alinéa 1er.
  § 2. Les immobilisations corporelles dont l'utilisation n'est pas limitée dans le temps ne font l'objet de réductions de valeur qu'en cas de moins-value ou de dépréciation durable.
Art. 3:43. Voor de buiten gebruik gestelde of niet meer duurzaam tot de activiteit van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting bijdragende materiële vaste activa, wordt in voorkomend geval tot een niet-recurrente afschrijving overgegaan om rekening te houden met de waarschijnlijke realisatiewaarde ervan.
Art. 3:43. Les immobilisations corporelles désaffectées ou qui ont cessé d'être affectées durablement à l'activité de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation font, le cas échéant, l'objet d'un amortissement non récurent pour en aligner l'évaluation sur leur valeur probable de réalisation.
Onderafdeling 4. - Bijzondere regels betreffende financiële vaste activa
Sous-section 4. - Règles particulières relatives aux immobilisations financières
Art. 3:44. § 1. De niet opgevraagde bedragen op deelnemingen en aandelen worden vermeld in de toelichting per onderrubriek waarin de nog vol te storten deelnemingen en aandelen zijn opgenomen.
  § 2. Voor de deelnemingen en de aandelen die in de rubriek "Financiële vaste activa" zijn opgenomen wordt tot waardevermindering overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelnemingen of de aandelen worden aangehouden.
  Op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag.
Art. 3:44. § 1er. Les montants non appelés sur participations, actions et parts sont mentionnés distinctement dans l'annexe et ventilés selon les sous-rubriques dans lesquelles les participations, actions et parts restant à libérer sont portées.
  § 2. Les participations et les actions portées sous la rubrique " Immobilisations financières " font l'objet de réductions de valeur en cas de moins-value ou de dépréciation durable justifiées par la situation, la rentabilité ou les perspectives de la société dans laquelle la participation ou les actions sont détenues.
  Les créances, y compris les titres à revenu fixe, portées sous les immobilisations financières font l'objet de réductions de valeur si leur remboursement à l'échéance est en tout ou en partie incertain ou compromis.
Onderafdeling 5. - Bijzondere regels betreffende vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar
Sous-section 5. - Règles particulières relatives aux créances à plus d'un an et à un an au plus
Art. 3:45. § 1. Vorderingen worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde, onverminderd de toepassing van paragraaf 2 en van de artikelen 3:46 en 3:51.
  § 2. Bij de boeking van een vordering in de balans voor haar nominale waarde worden in voorkomend geval in de overlopende rekeningen van het passief geboekt en pro rata temporis in resultaat genomen op grond van de samengestelde interesten:
  a) de rente die op basis van de overeenkomst tussen partijen in de nominale waarde van de vordering begrepen is;
  b) het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de nominale waarde van de vordering;
  c) het disconto op renteloze of abnormaal laag rentende vorderingen, wanneer deze vorderingen:
  1° terugbetaalbaar zijn na meer dan één jaar te rekenen vanaf het ogenblik waarop zij in het vermogen van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting zijn opgenomen, en
  2° betrekking hebben hetzij op als opbrengst geboekte bedragen in de resultatenrekening, hetzij op de prijs van de overdracht van vaste activa of van een activiteitsbranche.
  Het in sub c) bedoelde disconto wordt berekend op basis van de voor dergelijke vorderingen geldende marktrente op het ogenblik waarop de vordering werd opgenomen in het vermogen van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  Het bedrag van de rente mag niet worden gecompenseerd met de kosten en provisies in verband met deze verrichtingen.
Art. 3:45. § 1er. Sans préjudice aux dispositions du paragraphe 2 et des articles 3:46 et 3:51, les créances sont portées au bilan à leur valeur nominale.
  § 2. L'inscription au bilan des créances à leur valeur nominale s'accompagne de l'inscription en comptes de régularisation du passif et de la prise en résultats pro rata temporis sur la base des intérêts composés :
  a) des intérêts inclus conventionnellement dans la valeur nominale des créances;
  b) de la différence entre la valeur d'acquisition et la valeur nominale des créances;
  c) de l'escompte de créances qui ne sont pas productives d'intérêt ou qui sont assorties d'un intérêt anormalement faible, lorsque ces créances :
  1° sont remboursables à une date éloignée de plus d'un an, à compter de leur entrée dans le patrimoine de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, et
  2° sont afférentes soit à des montants actés en tant que produits au compte de résultats, soit au prix de cession d'immobilisations ou de branches d'activités.
  L'escompte visé sous c) est calculé au taux du marché applicable à de telles créances au moment de leur entrée dans le patrimoine de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  Les intérêts ne peuvent être compensés avec les frais, charges et commissions exposés à l'occasion de ces opérations.
Art. 3:46. Op de vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag. Op deze vorderingen mogen eveneens waardeverminderingen worden toegepast wanneer hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekwaarde vastgesteld overeenkomstig artikel 3:45.
Art. 3:46. Les créances à plus d'un an et à un an au plus font l'objet de réductions de valeur si leur remboursement à l'échéance est en tout ou en partie incertain ou compromis. Elles peuvent également faire l'objet de réductions de valeur lorsque leur valeur de réalisation à la date de clôture de l'exercice est inférieure à leur valeur comptable déterminée conformément à l'article 3:45.
Onderafdeling 6. - Bijzondere regels betreffende voorraden
Sous-section 6. - Règles particulières relatives aux stocks.
Art. 3:47. § 1. De grond- en hulpstoffen, het gereed produkt, de handelsgoederen en de voor verkoop bestemde onroerende goederen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen de marktwaarde op balansdatum als die lager is.
  De waardering tegen de lagere marktwaarde, met toepassing van het eerste lid, mag niet worden gehandhaafd indien achteraf de marktwaarde hoger is dan de lagere waarde waartegen de voorraad werd gewaardeerd.
  § 2. De goederen in bewerking worden, onverminderd de toepassing van artikel 3:48, gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs.
Art. 3:47. § 1er. Les approvisionnements, les produits finis, les marchandises et les immeubles destinés à la vente sont évalués à leur valeur d'acquisition ou à la valeur de marché à la date de clôture de l'exercice, lorsque cette dernière est inférieure.
  L'évaluation à la valeur inférieure de marché, opérée en application de l'alinéa 1er, ne peut être maintenue si ultérieurement la valeur de marché excède la valeur inférieure retenue pour l'évaluation des stocks.
  § 2. Les en-cours de fabrication sont, sans préjudice à l'application de l'article 3:48, évalués à leur coût de revient.
Art. 3:48. Ten aanzien van de goederen in bewerking worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten hoger is dan de nettoverkoopprijs op de datum van de jaarafsluiting.
  Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de activa bedoeld in artikel 3:47 en in het eerste lid van dit artikel, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.
Art. 3:48. Les en-cours de fabrication font l'objet de réductions de valeur si leur coût de revient, majoré du montant estimé des coûts y afférents qui doivent encore être exposés, dépasse leur prix de vente net à la date de clôture de l'exercice.
  Des réductions de valeur complémentaires sont actées sur les actifs visés à l'article 3:47 et à l'alinéa 1er du présent article pour tenir compte soit de l'évolution de leur valeur de réalisation ou de marché, soit des aléas justifiés par la nature des avoirs en cause ou de l'activité exercée.
Onderafdeling 7. - Bijzondere regels betreffende bestellingen in uitvoering
Sous-section 7. - Règles particulières relatives aux commandes en cours d'exécution
Art. 3:49. De bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs vermeerderd, naarmate de produktie of de werkzaamheden vorderen, met het verschil tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de vervaardigingsprijs, wanneer dit verschil met voldoende zekerheid als verworven mag worden beschouwd; een vennootschap, VZW, IVZW of stichting kan echter ook als regel aannemen de bestellingen in uitvoering of bepaalde soorten daarvan op de balans te blijven boeken tegen hun vervaardigingsprijs.
  De bestellingen in uitvoering mogen rechtstreeks worden gecompenseerd met de ontvangen vooruitbetalingen per overeenkomst, waarbij ofwel het debetsaldo wordt gepresenteerd als bestelling in uitvoering ofwel het creditsaldo wordt gepresenteerd als ontvangen vooruitbetaling. Bij het begin van elk boekjaar wordt de saldering tegen geboekt. In geval gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid tot compensatie worden de bedragen vóór saldering in de toelichting vermeld.
  In de toelichting worden bij de waarderingsregels de methoden en criteria vermeld die voor de waardering van bestellingen in uitvoering zijn toegepast.
  Voor de risico's en kosten verbonden aan de verdere uitvoering van deze bestellingen worden, overeenkomstig de artikelen 3:11, 3:29, 3:31, 3:32 en 3:33 voorzieningen gevormd, voor zover deze risico's niet zijn gedekt door waardeverminderingen, geboekt met toepassing van artikel 3:50.
Art. 3:49. Les commandes en cours d'exécution sont évaluées à leur coût de revient majoré, compte tenu du degré d'avancement des travaux des fabrications ou des prestations, de l'excédent du prix stipulé au contrat par rapport au coût de revient lorsque cet excédent est devenu raisonnablement certain; une société, ASBL, AISBL ou fondation peut toutefois adopter pour règle de maintenir les commandes en cours d'exécution ou certaines catégories d'entre elles au bilan à leur coût de revient.
  Les commandes en cours d'exécution peuvent faire l'objet d'une compensation directe avec les acomptes reçus par contrat, au terme de laquelle soit le solde débiteur est présenté comme commande en cours d'exécution, soit le solde créditeur est présenté comme acompte reçu. Au début de chaque exercice, le solde est extourné. Au cas où cette faculté de compensation est utilisée, l'annexe mentionnera les montants avant l'établissement du solde.
  Il est fait mention dans l'annexe, parmi les règles d'évaluation, des méthodes et critères adoptés pour l'évaluation des commandes en cours d'exécution.
  Les risques et charges afférents à la poursuite de l'exécution de ces commandes font l'objet de provisions, conformément aux articles 3:11, 3:29, 3:31, 3:32 et 3:33, dans la mesure où ces risques ne sont pas couverts par des réductions de valeur actées en exécution de l'article 3:50.
Art. 3:50. Ten aanzien van de bestellingen in uitvoering worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de in de overeenkomst bedongen prijs.
  Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de bestellingen in uitvoering, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.
Art. 3:50. Les commandes en cours d'exécution font l'objet de réductions de valeur si leur coût de revient, majoré du montant estimé des coûts y afférents qui doivent encore être exposés, dépasse le prix prévu au contrat.
  Des réductions de valeur complémentaires sont actées sur les commandes en cours d'exécution pour tenir compte soit de l'évolution de leur valeur de réalisation ou de marché, soit des aléas justifiés par la nature des avoirs en cause ou de l'activité exercée.
Onderafdeling 8. - Bijzondere regels betreffende geldbeleggingen en liquide middelen
Sous-section 8. - Règles particulières relatives aux placements de trésorerie et aux valeurs disponibles
Art. 3:51. De vastrentende effecten worden gewaardeerd op grond van hun aanschaffingswaarde. Wanneer evenwel hun actuariële rendement berekend bij de aankoop, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde op vervaldag, verschilt van hun nominale rendement, wordt het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis voor de resterende looptijd van de effecten in resultaat genomen als bestanddeel van de renteopbrengst van deze effecten en, naar gelang van het geval, toegevoegd aan of afgetrokken van de aanschaffingswaarde van de effecten.
  De inresultaatneming van dit verschil geschiedt op geactualiseerde basis, uitgaande van het actuariële rendement bij aankoop.
  De vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen hebben echter de mogelijkheid om:
  1° het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde op lineaire basis pro rata temporis in resultaat te nemen;
  2° de vastrentende effecten voor hun aanschaffingswaarde in de balans te behouden wanneer de weerslag van de inresultaatneming van het actuariële rendement van de effecten ten opzichte van de inresultaatneming van het louter nominale rendement, te verwaarlozen zou zijn.
  Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op effecten met een rendement dat, volgens de uitgiftevoorwaarden, uitsluitend voortkomt uit het verschil tussen de uitgifteprijs en de terugbetalingswaarde.
Art. 3:51. Les titres à revenu fixe sont évalués à leur valeur d'acquisition. Toutefois, lorsque leur rendement actuariel calculé à l'achat en tenant compte de leur valeur de remboursement à l'échéance, diffère de leur rendement facial, la différence entre la valeur d'acquisition et la valeur de remboursement est prise en résultat pro rata temporis sur la durée restant à courir des titres, comme élément constitutif des intérêts produits par ces titres et est portée, selon le cas, en majoration ou en réduction de la valeur d'acquisition des titres.
  La prise en résultats de cette différence est effectuée sur base actualisée, compte tenu du rendement actuariel à l'achat.
  Les sociétés, ASBL, AISBL et fondations ont toutefois la faculté :
  1° de prendre en résultats, pro rata temporis, mais sur une base linéaire, la différence entre la valeur d'acquisition et la valeur de remboursement;
  2° de maintenir au bilan les titres à revenu fixe à leur valeur d'acquisition lorsque la prise en résultat du rendement actuariel des titres n'aurait qu'un effet négligeable par rapport à la prise en résultat du seul rendement facial.
  Les alinéas 1er et 2 sont applicables aux titres dont le rendement est constitué exclusivement, d'après les conditions d'émission, par la différence entre le prix d'émission et la valeur de remboursement.
Art. 3:52. Op geldbeleggingen en liquide middelen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde.
Art. 3:52. Les placements de trésorerie et les valeurs disponibles font l'objet de réductions de valeur lorsque leur valeur de réalisation à la date de clôture de l'exercice est inférieure à leur valeur d'acquisition.
Art. 3:53. Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de geldbeleggingen en liquide middelen om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.
Art. 3:53. Des réductions de valeur complémentaires sont actées sur les placements de trésorerie et les valeurs disponibles pour tenir compte soit de l'évolution de leur valeur de réalisation ou de marché, soit des aléas justifiés par la nature des avoirs en cause ou de l'activité exercée.
Onderafdeling 9. - Bijzondere regels betreffende uitgestelde belastingen
Sous-section 9. - Règles particulières relatives aux impôts différés
Art. 3:54. § 1. De uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies en gerealiseerde meerwaarden worden oorspronkelijk gewaardeerd tegen het normale bedrag van de belasting die erop zou zijn geheven indien die subsidies en meerwaarden zouden zijn belast ten laste van het boekjaar waarin zij werden geboekt. Zij worden evenwel gewaardeerd na aftrek van de weerslag van de belastingverminderingen en vrijstellingen waarvan op het ogenblik dat deze subsidies en meerwaarden worden geboekt kan worden vermoed dat zij, in een nabije toekomst, zullen leiden tot een lagere belasting op deze subsidies en meerwaarden.
  § 2. De uitgestelde belastingen op ontvangen kapitaalsubsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post "Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de afboeking van de kapitaalsubsidies in de passiefpost waarop zij betrekking hebben.
  De uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post "Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de opneming van de betrokken meerwaarden in het belastbaar resultaat.
  § 3. Behoudens toepassing van paragraaf 2 mag het gepassiveerde bedrag van de uitgestelde belastingen slechts worden aangepast in zover, ingevolge een wijziging in de fiscale toestand van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, het effectieve bedrag van de geraamde belasting die in een nabije toekomst op deze subsidies en meerwaarden zal zijn verschuldigd, waarschijnlijk sterk zal verschillen van het bedrag aan passiefzijde.
Art. 3:54. § 1er. Les impôts différés sur les subsides en capital et les plus-values réalisées sont initialement évalués au montant normal de taxation qui les aurait frappés, si ces subsides et plus-values avaient été taxés à charge de l'exercice au cours duquel ils ont été actés. Ils le sont cependant sous déduction de l'effet des réductions et immunisations dont il est probable, au moment où ces subsides et ces plus-values sont actés, qu'il résultera, dans un avenir prévisible, une diminution de la charge fiscale afférente à ces subsides et ces plus-values.
  § 2. Les impôts différés afférents aux subsides reçus en capital font l'objet d'une réduction échelonnée par imputation au compte de résultats à la rubrique " Prélèvements sur les impôts différés " au rythme de la réduction des subsides en capital figurant à la rubrique du passif auxquels ils sont afférents.
  Les impôts différés afférents aux plus-values réalisées font l'objet d'une réduction échelonnée par imputation au compte de résultats à la rubrique " Prélèvements sur les impôts différés " au rythme de l'inclusion dans le résultat imposable des plus-values en cause.
  § 3. Sauf l'application du paragraphe 2, le montant des impôts différés inscrits au passif ne fait l'objet d'une correction que dans la mesure où, à la suite d'une modification de la situation fiscale de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, il est probable que le montant effectif de la charge fiscale estimée afférente dans un avenir prévisible à ces subsides et plus-values s'écartera de manière significative du montant figurant au passif.
Onderafdeling 10. - Bijzondere regels betreffende schulden
Sous-section 10. - Règles particulières relatives aux dettes
Art. 3:55. De artikelen 3:45 en 3:51 zijn van overeenkomstige toepassing op de schulden van overeenstemmende aard en looptijd.
Art. 3:55. Les articles 3:45 et 3:51 sont d'application analogue aux dettes de nature et de durée correspondantes.
Onderafdeling 11. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een fusie, splitsing of hiermee gelijkgestelde verrichting
Sous-section 11. - Règles particulières relatives aux éléments acquis dans le cadre d'une fusion, d'une scission ou d'une opération y assimilée
Art. 3:56. § 1. Bij een fusie door overneming, een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap of een met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in de artikelen 12:2, 12:3 en 12:7 [1 , 1° en 2°,]1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook bij uitvoering van deze verrichtingen door VZW's, IVZW's of stichtingen zoals bedoeld in artikel 13:1 van hetzelfde wetboek, worden alle actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting, inclusief de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen, de afschrijvingen, waardeverminderingen en gevormde voorzieningen, de rechten en verplichtingen alsook de opbrengsten en kosten van het boekjaar, onverminderd de toepassing van artikel 3:77 voor vennootschappen, opgenomen in de boekhouding van de overnemende vennootschap, VZW, IVZW of stichting tegen de waarde waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting voorkwamen op de datum vanaf wanneer de handelingen van de overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de overnemende vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  Bij een fusie door oprichting wordt elke fuserende vennootschap, VZW, IVZW of stichting beschouwd als overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting en wordt de nieuw opgerichte vennootschap, VZW, IVZW of stichting beschouwd als overnemende vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  § 2. Een splitsing door overneming, een splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen of een gemengde splitsing zoals gedefinieerd in de artikelen 12:4, 12:5 en 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook de uitvoering van deze verrichtingen door een VZW, IVZW of stichting zoals bedoeld in artikel 13:1 van hetzelfde wetboek, wordt in de boekhouding van de gesplitste vennootschap, VZW, IVZW of stichting en van de vennootschappen, VZW, IVZW of stichtingen waaraan de overdracht ten gevolge van de splitsing gebeurt, verwerkt zoals bepaald in paragraaf 1, onverminderd de toepassing van artikel 3:78 voor vennootschappen.
  Voor elke vennootschap, VZW, IVZW of stichting waaraan een overdracht gebeurt, is paragraaf 1 evenwel van toepassing op de overgedragen activa en passiva, rechten en verplichtingen en op het overgedragen deel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  § 3. [1 De met splitsing gelijkgestelde verrichtingen zoals gedefinieerd in de artikelen 12:8, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, worden in]1 de boekhouding van de overdragende vennootschap en van de verkrijgende vennootschap(pen) verwerkt zoals bepaald in paragraaf 2, onverminderd de toepassing van artikel 3:78 voor vennootschappen.
  De overdragende vennootschap dient hierbij te worden aangemerkt, al naargelang van het geval, hetzij als gesplitste vennootschap, hetzij als verkrijgende vennootschap.
  § 4. Bij de opname van het eigen vermogen van de overgenomen, gesplitste of overdragende vennootschap, VZW, IVZW of stichting in de boekhouding van de overnemende of verkrijgende vennootschap, VZW, IVZW of stichting, wordt rekening gehouden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van de bestanddelen van dit eigen vermogen ten name van de overnemende of verkrijgende vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  
Art. 3:56. § 1er. En cas de fusion par absorption, de fusion par constitution d'une nouvelle société ou d'une opération assimilée à une fusion par absorption [1 telle que définies aux articles 12:2, 12:3 et 12:7, 1° et 2°,]1 du Code des sociétés et des associations, ainsi que dans le cas où ces opérations sont effectuées par des ASBL, AISBL ou fondations au sens de l'article 13:1 du même code, les différents éléments de l'actif et du passif de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation absorbée, y compris les différents éléments de ses capitaux propres, amortissements, réductions de valeur et provisions constituées, droits et engagements ainsi que produits et charges de l'exercice sont, sans préjudice de l'article 3:77 en ce qui concerne les sociétés, transférés dans la comptabilité de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation absorbante à la valeur pour laquelle ils ont été enregistrés dans les comptes de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation absorbée à la date à partir de laquelle les opérations de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation absorbée sont considérées avoir été effectuées, d'un point de vue comptable, pour le compte de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation absorbante.
  En cas de fusion par constitution, chacune des sociétés, ASBL, AISBL ou fondations qui fusionnent est considérée comme étant une société, ASBL, AISBL ou fondation absorbée et la nouvelle société, ASBL, AISBL ou fondation constituée est considérée comme étant une société, ASBL, AISBL ou fondation absorbante.
  § 2. La scission par absorption, par constitution de sociétés nouvelles ou mixte, telle que définie aux articles 12:4, 12:5 et 12:6 du Code des sociétés et des associations, ainsi que l'exécution de ces opérations par une ASBL, AISBL ou fondation au sens de l'article 13:1 du même code, est traitée dans les comptes de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation scindée et dans les comptes des sociétés, ASBL, AISBL ou fondations bénéficiaires des transferts résultant de la scission, conformément au paragraphe 1er, sans préjudice de l'application de l'article 3:78 en ce qui concerne les sociétés.
  Toutefois, le paragraphe 1er s'applique à chaque société, ASBL, AISBL ou fondation bénéficiaire, pour les actifs et passifs et pour les droits et engagements qui lui sont transférés ainsi que pour la partie des capitaux propres de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation scindée qui lui sont transférés.
  § 3. [1 Les opérations assimilées à la scission, telles que définies aux articles 12:8, 1° et 2°, du Code des sociétés et des associations, sont enregistrées]1 dans les comptes de la société cédante et de la ou des sociétés bénéficiaires conformément au paragraphe 2, sans préjudice de l'application de l'article 3:78 en ce qui concerne les sociétés.
  A cet égard, la société cédante doit être considérée comme une société scindée ou comme une société bénéficiaire, selon le cas.
  § 4. Il est tenu compte, lors de la reprise des capitaux propres de la société, de l'ASBL, de l'ASBL ou de la fondation absorbée, scindée ou cédante dans les comptes de la société, de l'ASBL, de l'ASBL ou de la fondation absorbante ou bénéficiaire, de la composition et qualification fiscales des composantes des capitaux propres dans le chef de la société, de l'ASBL, de l'ASBL ou de la fondation absorbante ou bénéficiaire.
  
Onderafdeling 12. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een inbreng van algemeenheid of van bedrijfstak
Sous-section 12. - Règles particulières relatives aux éléments acquis dans le cadre d'un apport de branche d'activité ou d'une universalité de biens
Art. 3:57. Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen zoals gedefinieerd in de artikelen 12:9 tot 12:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen [1 of bij een met een splitsing gelijkgestelde grensoverschrijdende verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:8, 3°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]1 of bij toepassing van artikel 13:1 van hetzelfde wetboek, worden de ingebrachte [1 of overgedragen]1 activa, passiva, rechten en verplichtingen opgenomen in de boekhouding van de [1 verkrijgende]1 vennootschap, VZW, IVZW of stichting [1 ...]1 tegen de waarde waarvoor zij op [1 de datum van de verrichting]1 in de boekhouding van de inbrengende [1 of overdragende]1 vennootschap, VZW, IVZW of stichting voorkwamen.
  
Art. 3:57. En cas d'apport d'une branche d'activité ou d'une universalité de biens, tels que définis aux articles 12:9 à 12:11 du Code des sociétés et des associations [1 ou en cas d'opération transfrontalière assimilée à la scission telle que définie à l'article 12:8, 3°, du Code des sociétés et des associations]1, ou en cas d'application de l'article 13:1 du même code, les actifs, passifs, droits et engagements apportés [1 ou transférés]1 sont portés dans les comptes de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation bénéficiaire [1 ...]1, à la valeur pour laquelle ils étaient inscrits, [1 à la date de l'opération]1, dans les comptes de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation apporteuse [1 ou transférante]1.
  
HOOFDSTUK 3. - Vorm en inhoud van de jaarrekening
CHAPITRE 3. - Structure des comptes annuels
Art. 3:58. § 1. De balans en de resultatenrekening worden, onverminderd de toepassing van artikel 3:62, tweede lid, opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 3 voor wat de vennootschappen betreft en de bijlage 6 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.
  De toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3, voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.
  § 2. De niet-genoteerde kleine vennootschappen bedoeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de kleine VZW's, IVZW's en stichtingen bedoeld in artikel 1:28 en 1:30 van hetzelfde wetboek kunnen hun balans en hun resultatenrekening opstellen volgens de verkorte schema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 4 voor wat de vennootschappen betreft en bijlage 7 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.
  De verkorte toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.
  § 3. De niet-genoteerde microvennootschappen bedoeld in artikel 1:25 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en micro-VZW's, micro-IVZW's en microstichtingen bedoeld in de artikelen 1:29 en 1:31 van hetzelfde wetboek kunnen hun balans en resultatenrekening opstellen volgens microschema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 4 voor wat de vennootschappen betreft en bijlage 7 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.
  De toelichting bij dit microschema bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.
  § 4. De posten van de in paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde balans en resultatenrekening, alsmede de vermeldingen in de in deze paragrafen bedoelde toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten en vermeldingen het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer zij ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn.
  § 5. De posten die met Arabische cijfers zijn aangeduid van de balans en resultatenrekening kunnen worden samengevoegd wanneer hun bedrag niet van materieel belang is voor het geven van een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, of indien die samenvoeging de duidelijkheid ten goede komt, mits de aldus samengevoegde posten in de toelichting bij de jaarrekening afzonderlijk worden vermeld.
  Met materieel belang wordt bedoeld de hoedanigheid van informatie waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat de weglating of onjuiste vermelding ervan de beslissingen die een gebruiker op basis van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een vennootschap, of op basis van de jaarrekening van een VZW, IVZW of stichting neemt, zou kunnen beïnvloeden. Het materieel belang van afzonderlijke posten wordt beoordeeld in de context van andere gelijkaardige posten.
  § 6. De inhoud van de posten in de jaarrekening wordt, waar nodig, nader bepaald in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.
  Voor de toepassing van deze titels zijn rubrieken de posten van de balans en de resultatenrekening aangeduid met een Romeins cijfer of een hoofdletter en onderrubrieken de posten aangeduid met een Arabisch cijfer.
Art. 3:58. § 1er. Le bilan et le compte de résultats sont, sans préjudice à l'article 3:62, alinéa 2, établis conformément aux schémas prévus à l'annexe 3 au présent arrêté en ce qui concerne les sociétés et à l'annexe 6 au présent arrêté en ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations.
  L'annexe comporte les informations complémentaires prévues au titre 2 en ce qui concerne les sociétés et au titre 3 en ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations.
  § 2. Les petites sociétés non cotées visées à l'article 1:24 du Code des sociétés et des associations, ainsi que les petites ASBL, AISBL et fondations visées aux articles 1:28 et 1:30 du même code, ont la faculté d'établir leur bilan et leur compte de résultats selon les schémas abrégés prévus à l'annexe 4 au présent arrêté en ce qui concerne les sociétés et à l'annexe 7 au présent arrêté en ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations.
  L'annexe abrégée comporte les informations complémentaires prévues au titre 2 en ce qui concerne les sociétés et au titre 3 en ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations.
  § 3. Les microsociétés non cotées visées à l'article 1:25 du Code des sociétés et des associations, ainsi que les micro-ASBL, micro-AISBL et microfondations visées aux articles 1:29 et 1:31 du même code, peuvent établir leur bilan et leur compte de résultats selon les microschémas repris dans l'annexe 4 au présent arrêté en ce qui concerne les sociétés et à l'annexe 7 au présent arrêté en ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations.
  L'annexe du microschéma comprend les données complémentaires visées au titre 2 en ce qui concerne les sociétés et au titre 3 en ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations.
  § 4. Les postes du bilan, du compte de résultats et les mentions de l'annexe visés aux paragraphes 1er, 2 et 3 peuvent être omis s'ils sont sans objet pour l'exercice considéré; lorsque les chiffres relatifs à l'exercice précédent doivent être mentionnés, ils ne peuvent être omis que s'ils sont également sans objet pour l'exercice précédent.
  § 5. Les postes du bilan et du compte de résultats qui sont précédés de chiffres arabes peuvent être regroupés lorsqu'ils ne présentent qu'un montant non significatif au regard de l'objectif visant à donner une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, ou lorsque le regroupement favorise la clarté, à condition que les postes regroupés soient présentés séparément dans l'annexe des comptes annuels.
  On entend par l'importance significative, le statut d'une information dont on peut raisonnablement penser que l'omission ou l'inexactitude risque d'influencer les décisions que prennent les utilisateurs sur la base des comptes annuels ou consolidés de la société, ou sur la base des comptes annuels de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation. L'importance significative de chaque élément est évaluée dans le contexte d'autres éléments similaires.
  § 6. Le contenu des postes des comptes annuels est, dans la mesure où il appelle des précisions pour certains d'entre eux, défini au titre 2 en ce qui concerne les sociétés et au titre 3 en ce qui concerne les ASBL, les AISBL et les fondations.
  Pour l'application de ces titres, il faut entendre par rubriques, les postes du bilan et du compte de résultats qui sont précédés d'un chiffre romain ou d'une lettre majuscule, et par sous-rubriques les postes précédés d'un chiffre arabe.
Art. 3:59. Bij elke rubriek en onderrubriek van de balans en van de resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld. Wanneer evenwel een vennootschap, VZW, IVZW of stichting, die haar jaarrekening over het voorafgaande boekjaar heeft opgesteld overeenkomstig artikel 3:58, § 2 of § 3, haar jaarrekening over het nieuwe boekjaar overeenkomstig artikel 3:58, § 1 of respectievelijk artikel 3:58, § 1 of § 2 opstelt, volstaat het dat zij als vergelijkende cijfers voor het voorafgaande boekjaar de bedragen vermeldt die als zodanig voorkwamen in de jaarrekening over dat boekjaar.
  Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval worden deze aanpassingen, behalve indien zij onbelangrijk zijn, in de toelichting bij de waarderingsregels vermeld en onder verwijzing naar de betrokken rubrieken, toegelicht. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken.
  Voor vennootschappen is deze bepaling niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop de bepalingen van deze titel en van titel 2 van toepassing zijn.
  Voor VZW's, IVZW's en stichtingen geldt deze bepaling niet voor de jaarrekening van het eerste boekjaar waarop de bepalingen van deze titel en titel 3 van toepassing zijn. De cijfers van de openingsbalans, vastgelegd in overeenstemming met artikel 3:175 van onderhavig besluit worden beschouwd als de cijfers van de balans van het vorige boekjaar.
Art. 3:59. Le bilan et le compte de résultats indiquent pour chacune des rubriques et sous-rubriques les montants correspondants de l'exercice précédent. Toutefois, lorsqu'une société, ASBL, AISBL ou fondation qui avait établi ses comptes annuels de l'exercice précédent conformément à l'article 3:58, § 2 ou § 3, établit ses comptes annuels pour l'exercice conformément à l'article 3:58, § 1er, ou respectivement à l'article 3:58, § 1er ou § 2, l'indication des montants correspondants de l'exercice précédent peut être limitée aux montants qui figuraient de manière distincte dans les comptes annuels de l'exercice précédent.
  Si les chiffres relatifs à l'exercice ne sont pas comparables à ceux de l'exercice précédent, les chiffres de l'exercice précédent peuvent être redressés en vue de les rendre comparables; en ce cas, l'annexe doit mentionner et commenter, parmi les règles d'évaluation, avec renvoi aux rubriques concernées, les redressements opérés, si ceux-ci ne sont pas sans signification. Si les chiffres de l'exercice précédent ne sont pas redressés, l'annexe doit comporter les indications nécessaires pour permettre la comparaison.
  En ce qui concerne les sociétés, la présente disposition n'est pas applicable aux comptes annuels du premier exercice auquel s'appliquent les dispositions du présent titre et du titre 2.
  En ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations, cette disposition n'est pas applicable aux comptes annuels du premier exercice auquel s'appliquent les dispositions du présent titre et du titre 3. Sont considérés comme chiffres du bilan de l'exercice précédent, les chiffres du bilan d'ouverture déterminés conformément à l'article 3:175 du présent arrêté.
Art. 3:60. Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post welke ten opzichte van het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid, het meest is aangewezen. In dergelijk geval wordt in de toelichting bij de waarderingsregels het verband met de andere posten vermeld.
Art. 3:60. Lorsqu'un élément de l'actif ou du passif pourrait relever simultanément de plusieurs rubriques ou sous-rubriques du bilan ou lorsqu'un produit ou une charge pourrait relever simultanément de plusieurs rubriques ou sous-rubriques du compte de résultats, il est porté sous le poste le plus approprié au regard du prescrit de l'article 3:1, alinéa 1er. Dans ce cas, l'annexe mentionnera, parmi les règles d'évaluation, son rapport avec d'autres rubriques.
Art. 3:61. De toelichting bevat, indien van materieel belang zoals gedefinieerd in artikel 3:58, § 5, tweede lid:
  1° een samenvatting van de waarderingsregels krachtens artikel 3:6, § 1, tweede lid;
  2° de vermeldingen die in voorkomend geval moeten worden opgenomen krachtens de artikelen 3:1, tweede lid, 3:2, § 2 en § 3, 3:7, tweede en derde lid, 3:8, derde lid, 3:11, 3:12, 3:15, 3:16, derde lid, 3:21, derde lid, 3:35, § 1, tweede lid, 3:36, tweede lid, 3:38, tweede lid, 3:39, § 1, eerste en vierde lid, 3:42, § 1, eerste lid, 3:44, § 1, 3:49, tweede en derde lid, 3:59, tweede lid, 3:60, 3:63, tweede lid;
  3° naargelang de vorm en de grootte van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, de aanvullende gegevens zoals vermeld in de artikelen 3:82, 3:85, 3:88, 3:164, 3:167 en 3:170.
  Onverminderd artikel 3:1, tweede lid, zijn de aanvullende of bijkomende gegevens die door dit besluit worden opgelegd in de samenvatting van de waarderingsregels niet van toepassing op microvennootschappen.
Art. 3:61. Si elles sont d'importance significative telle que définie à l'article 3:58, § 5, alinéa 2, l'annexe comporte les informations mentionnées ci-après :
  1° une description résumée des règles d'évaluation prévue par l'article 3:6, § 1er, alinéa 2;
  2° le cas échéant, les mentions prescrites par les articles 3:1, alinéa 2, 3:2, §§ 2 et 3, 3:7, alinéas 2 et 3, 3:8, alinéa 3, 3:11, 3:12, 3:15, 3:16, alinéa 3, 3:21, alinéa 3, 3:35, § 1er, alinéa 2, 3:36, alinéa 2, 3:38, alinéa 2, 3:39, § 1er, alinéas 1er et 4, 3:42, § 1er, alinéa 1er, 3:44, § 1er, 3:49, alinéas 2 et 3, 3:59, alinéa 2, 3:60, 3:63, alinéa 2;
  3° selon la forme et la taille de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, les informations complémentaires prévues aux articles 3:82, 3:85, 3:88, 3:164, 3:167 et 3:170.
  Sans préjudice de l'article 3:1, alinéa 2, les informations complémentaires ou supplémentaires dans la description résumée des règles d'évaluation ne s'appliquent pas aux microsociétés.
Art. 3:62. De vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen mogen in de toelichting de rubrieken en onderrubrieken die verplicht moeten worden vermeld verder indelen.
  De omschrijving van de in de schema's door een hoofdletter aangegeven rubrieken en van de onderrubrieken moet, wanneer de naleving van het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid, dit vereist, aangepast worden aan de bijzondere aard van de werkzaamheden, van het vermogen en van de opbrengsten en kosten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
Art. 3:62. Les sociétés, ASBL, AISBL et fondations ont la faculté de subdiviser plus amplement dans l'annexe les rubriques et sous-rubriques dont la mention est imposée.
  Le libellé des rubriques précédées d'une lettre majuscule et des sous-rubriques prévues aux schémas est, si le respect du prescrit de l'article 3:1, alinéa 1er, le requiert, adapté aux caractéristiques propres de l'activité, du patrimoine et des produits et charges de la société, de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
Art. 3:63. De voorstelling van de jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere.
  Ze wordt echter gewijzigd wanneer, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting ze niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid. Deze wijzigingen worden vermeld en verantwoord bij de waarderingsregels in de toelichting die behoort tot het boekjaar waarin ze werden ingevoerd.
  De huidige bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting de bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3 van toepassing zijn.
Art. 3:63. La présentation des comptes annuels doit être identique d'un exercice à l'autre.
  Toutefois, elle est modifiée au cas où, notamment à la suite d'une modification importante de la structure du patrimoine, des produits et des charges de la société, de l'ASBL, de l'AISBL et de la fondation, elle ne répond plus au prescrit de l'article 3:1, alinéa 1er. Ces modifications sont mentionnées et justifiées dans l'annexe relative à l'exercice au cours duquel elles sont introduites, parmi les règles d'évaluation.
  La présente disposition n'est pas applicable aux comptes annuels du premier exercice auquel s'appliquent pour une société, ASBL, AISBL ou fondation les dispositions du présent titre, du titre 2 et du titre 3.
HOOFDSTUK 4. - Openbaarmaking van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening
CHAPITRE 4. - Publicité des comptes annuels et des comptes consolidés
Afdeling 1. - Voorstelling van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening waarvan de neerlegging bij het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is voorgeschreven
Section 1re. - Présentation des comptes annuels et des comptes consolidés dont le Code des sociétés et des associations prescrit le dépôt
Onderafdeling 1. - Opmaak van de jaarrekening waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is voorgeschreven
Sous-section 1re. - Etablissement des comptes annuels dont le Code des sociétés et des associations prescrit la publicité
Art. 3:64. § 1. De jaarrekening waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is voorgeschreven, wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van titel 1, titel 2 en titel 3 van dit boek.
  In de jaarrekening worden de bedragen uitgedrukt in euro, zonder decimalen.
  De bedragen in de jaarrekening bedoeld in artikel 3:68, eerste lid, mogen evenwel worden uitgedrukt in euro, hetzij zonder decimalen, hetzij met twee decimalen, met het oog op hun neerlegging in de vorm van een gestructureerd databestand overeenkomstig artikel 3:69, § 1.
  In de jaarrekening wordt uitdrukkelijk vermeld dat de bedragen in euro zijn uitgedrukt.
  § 2. De jaarrekening kan, naast de openbaarmaking in euro als voorgeschreven door § 1, ook openbaar gemaakt worden in de munteenheid van een lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, zulks met gebruikmaking van de omrekeningskoers op de balansdatum. Deze koers wordt in de toelichting aangegeven.
Art. 3:64. § 1er. Les comptes annuels dont le Code des sociétés et des associations prescrit la publicité sont établis conformément aux dispositions des titres 1er, 2 et 3 du présent livre.
  Leurs montants sont exprimés en euros, sans décimales.
  Les montants des comptes annuels visés à l'article 3:68, alinéa 1er, peuvent cependant être exprimés en euros, soit sans décimales, soit avec deux décimales, en vue de leur dépôt sous la forme d'un fichier structuré conformément à l'article 3:69, § 1er.
  Les comptes annuels font explicitement mention de ce que leurs montants sont exprimés en euros.
  § 2. Les comptes annuels peuvent, en plus de la publication en euros prescrite par le § 1er, être publiés dans l'unité monétaire d'un Etat membre de l'Organisation de coopération et de développement économiques, en utilisant le cours de conversion à la date de clôture du bilan. Ce cours est indiqué dans l'annexe.
Onderafdeling 2. - Opmaak van de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is voorgeschreven
Sous-section 2. - Etablissement des comptes consolidés des sociétés dotées de la personnalité juridique dont le Code des sociétés et des associations prescrit la publicité
Art. 3:65. In de geconsolideerde jaarrekening worden de bedragen uitgedrukt in duizenden euro, zonder decimalen; de bedragen in de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschappen waarvan het geconsolideerd balanstotaal meer dan één miljard euro bedraagt, mogen evenwel in miljoenen euro worden uitgedrukt, zonder decimalen.
  In de geconsolideerde jaarrekening wordt uitdrukkelijk vermeld, naargelang het geval, dat de bedragen in duizenden euro of in miljoenen euro zijn uitgedrukt.
  De geconsolideerde jaarrekening mag worden opgesteld in de munteenheid van een lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling wanneer deze munteenheid de meest relevante is voor de verrichtingen, voor de activa en de passiva en voor de resultaten van het geconsolideerde geheel.
Art. 3:65. Les montants des comptes consolidés sont exprimés en milliers d'euros, sans décimales; les montants des comptes consolidés des sociétés dont le total du bilan consolidé excède un milliard d'euros, peuvent toutefois être exprimés en millions d'euros, sans décimales.
  Les comptes consolidés font explicitement mention, suivant le cas, de ce que leurs montants sont exprimés en milliers ou en millions d'euros.
  Les comptes consolidés peuvent être établis dans la monnaie d'un Etat membre de l'Organisation de coopération et de développement économiques, lorsque cette monnaie est l'unité monétaire la plus significative pour les opérations, pour les actifs et passifs et pour les résultats de l'ensemble consolidé.
Afdeling 2. - Openbaarmaking
Section 2. - Publicité
Art. 3:66. De Nationale Bank van België ontvangt de neerlegging van de volgende documenten:
  - de jaarrekening en de andere stukken die bij haar moeten worden neergelegd in toepassing van de artikelen 3:10, 3:12, § 1, 3:47, § 7 en 3:51, § 7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of in toepassing van andere wettelijke of reglementaire bepalingen;
  - de geconsolideerde jaarrekening en de andere stukken die bij haar moeten worden neergelegd in toepassing van de artikelen 3:35 en 3:36 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of in toepassing van andere wettelijke of reglementaire bepalingen.
  Een afzonderlijke neerlegging van de in het eerste lid bedoelde andere stukken is enkel toegestaan mits al deze stukken tegelijk worden neergelegd en de jaarrekening respectievelijk geconsolideerde jaarrekening voorafgaandelijk werd neergelegd.
Art. 3:66. La Banque nationale de Belgique reçoit le dépôt des documents suivants :
  - les comptes annuels et les autres pièces à déposer auprès d'elle en vertu des articles 3:10, 3:12, § 1er, 3:47, § 7 en 3:51, § 7 du Code des sociétés et des associations ou en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires;
  - les comptes consolidés et les autres pièces à déposer auprès d'elle en vertu des articles 3:35 et 3:36 du Code des sociétés et des associations ou en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires.
  Un dépôt distinct des autres pièces visées à l'alinéa 1er n'est autorisé que si toutes ces pièces sont déposées en même temps et que les comptes annuels respectivement les comptes annuels consolidés ont été déposés préalablement.
Art. 3:67. § 1. De neergelegde jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening vermeldt:
  1° de naam van de rechtspersoon zoals die op datum van de neerlegging in de statuten voorkomt;
  2° de rechtsvorm op datum van de neerlegging. In voorkomend geval wordt na de rechtsvorm "in vereffening" vermeld;
  3° de nauwkeurige aanduiding van de zetel (straat, nummer, eventueel busnummer, postcode, gemeente) op datum van de neerlegging;
  4° het ondernemingsnummer;
  5° het woord "rechtspersonenregister" of de afkorting "RPR", gevolgd door de vermelding van de zetel van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de rechtspersoon haar zetel heeft;
  6° de begindatum en de afsluitingsdatum van het boekjaar waarop de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening betrekking heeft;
  7° in de gevallen bedoeld in artikel 3:67, § 2 de munteenheid (in voorkomend geval aangevuld met het veelvoud ervan) waarin de bedragen van de jaarrekening worden uitgedrukt;
  8° in voorkomend geval, de datum waarop ze door de algemene vergadering werd goedgekeurd.
  § 2. Voor vennootschappen vermeldt de neergelegde jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening bijkomend:
  1° het voorwerp van de openbaarmaking: jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening;
  2° in het geval bedoeld in artikel 3:64, eerste lid, of de bedragen van de geconsolideerde jaarrekening in duizenden of in miljoenen euro worden uitgedrukt;
  3° in de gevallen bedoeld in artikel 3:65, tweede lid, de munteenheid (in voorkomend geval aangevuld met het veelvoud ervan) waarin de bedragen van de geconsolideerde jaarrekening worden uitgedrukt.
  § 3. De jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening en de andere stukken die het voorwerp van een neerlegging vormen, moeten in éénzelfde taal worden opgemaakt.
  § 4. De rechtspersonen die hun jaarrekening moeten opmaken overeenkomstig de schema's in de bijlagen van titel 2 en 3 van dit boek, volgen voor de neerlegging van hun jaarrekening en van de sociale balans voorgeschreven door de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid, een model van jaarrekening dat door de Nationale Bank van België wordt opgesteld en dat op haar website ter beschikking wordt gesteld. Dit model van jaarrekening wordt door de Nationale Bank van België aan de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen aangepast, na advies van de Commissie voor Boekhoudkundige normen. Het bestaan van een nieuwe versie wordt in het Belgisch Staatsblad meegedeeld.
  Het "Volledig model van jaarrekening" wordt gevolgd door de rechtspersonen bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van:
  1° die welke de mogelijkheid bepaald door artikel 3:58, § 2, benutten om het "Verkort model van jaarrekening" te volgen;
  2° die welke de mogelijkheid bepaald door artikel 3:58, § 3, benutten om het "Micromodel van jaarrekening" te volgen.
  De vermeldingen bedoeld in pargraaf 1, eerste lid worden opgenomen in de daartoe bestemde sectie van het model van jaarrekening.
  Niet-dienstige secties van het model van jaarrekening worden niet neergelegd; het nummer van die niet-dienstige secties wordt vermeld in de daartoe bestemde sectie.
  § 5. De desbetreffende sectie van het "Volledig model van jaarrekening" wordt gebruikt:
  - door andere rechtspersonen dan die welke bedoeld zijn in paragraaf 2, voor de neerlegging van hun jaarrekening en van de andere bij de Nationale Bank van België neer te leggen stukken. De desbetreffende sectie van het "Verkort model van jaarrekening" wordt gebruikt door de rechtspersonen die in aanmerking komen voor het verlaagde tarief van de openbaarmakingskosten overeenkomstig artikel 3:70, § 2, tweede lid. De desbetreffende sectie van het "Micromodel van jaarrekening" wordt gebruikt door de rechtspersonen die in aanmerking komen voor het verlaagde tarief van de openbaarmakingskosten overeenkomstig artikel 3:70, § 2, derde lid;
  - voor de neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening en van de andere neer te leggen stukken.
  De vermelding bedoeld in paragraaf 4, vierde lid mag worden weggelaten.
  § 6. De VZW's, IVZW's en stichtingen die op grond van de artikelen 3:47, § 5, of 3:51, § 5, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen hun jaarrekening niet moeten opmaken overeenkomstig de schema's zoals opgenomen in de bijlagen bij titel 3 van dit boek, laten hun jaarrekening en de andere neer te leggen stukken voorafgaan door het "Specifiek voorblad voor jaarrekeningen van VZW's, IVZW's of stichtingen opgesteld volgens een afwijkend schema", opgesteld door de Nationale Bank van België en op haar website ter beschikking gesteld.
Art. 3:67. § 1er. Les comptes annuels ou consolidés déposés mentionnent;
  1° la dénomination de la personne morale telle qu'elle apparaît dans les statuts à la date du dépôt;
  2° la forme légale à la date du dépôt. Le cas échéant, la mention " en liquidation " est ajoutée à la forme légale;
  3° l'indication précise du siège (rue, numéro, numéro de boîte éventuel, code postal, commune) à la date du dépôt;
  4° le numéro d'entreprise;
  5° le terme " registre des personnes morales " ou l'abréviation " RPM ", suivi de l'indication du siège du tribunal de l'entreprise dans le ressort territorial duquel la personne morale a son siège;
  6° la date du début et la date de clôture de l'exercice auquel les comptes annuels ou les comptes consolidés sont afférents;
  7° dans les cas visés à l'article 3:67, § 2, l'unité monétaire (le cas échéant complétée de son multiple) dans laquelle les montants des comptes annuels sont exprimés;
  8° le cas échéant, la date à laquelle ils sont approvés par l'assemblée générale.
  § 2. Dans le cas des sociétés, les comptes annuels ou consolidés déposés contiennent également les informations complémentaires suivantes :
  1° l'objet de la publication : comptes annuels ou comptes consolidés;
  2° dans le cas visé à l'article 3:64, alinéa 1er, si les montants des comptes consolidés sont exprimés en milliers ou en millions d'euros;
  3° dans les cas visés à l'article 3:65, alinéa 2, l'unité monétaire (le cas échéant complétée de son multiple) dans laquelle les montants des comptes annuels ou des comptes consolidés sont exprimés.
  § 3. Les comptes annuels ou les comptes consolidés et les autres pièces qui constituent l'objet d'un dépôt unique, doivent être établis dans une seule et même langue.
  § 4. Les personnes morales qui doivent établir leurs comptes annuels conformément aux schémas repris dans les annexes des titres 2 et 3 du présent livre, suivent pour le dépôt de leurs comptes annuels et du bilan social prescrit par la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi, un modèle de comptes annuels établi par la Banque nationale de Belgique et mis à disposition sur son site internet. Ce modèle de comptes annuels est adapté par la Banque nationale de Belgique aux dispositions légales et réglementaires en vigueur, après avis de la Commission des Normes comptables. L'existence d'une nouvelle version est communiquée au Moniteur belge.
  Le " Modèle complet de comptes annuels " est suivi par les personnes morales visées au § 1er, à l'exception de :
  1° celles qui font usage de la faculté visée à l'article 3:58, § 2, de suivre le " Modèle abrégé de comptes annuels ";
  2° celles qui font usage de la faculté visée par l'article 3:58, § 3, de suivre le " Micromodèle de comptes annuels ".
  Les mentions visées au premier alinéa du paragraphe 1er sont reprises dans la section prévue à cet effet du modèle de comptes annuels.
  Les sections du modèle de comptes annuels qui sont sans objet ne sont pas déposées, auquel cas le numéro de ces sections sans objet est mentionné dans la section prévue à cet effet.
  § 5. La section en question du " Modèle complet de comptes annuels " est utilisée :
  - par les personnes morales autres que celles visées au paragraphe 2, pour le dépôt de leurs comptes annuels et des autres pièces à déposer à la Banque nationale de Belgique. La section en question du " Modèle abrégé de comptes annuels " est utilisée par les personnes morales qui bénéficient du tarif réduit des frais de publicité conformément à l'article 3:70, § 2, alinéa 2. La section en question du " Micromodèle de comptes annuels " est utilisée par les personnes morales qui entrent en ligne de compte pour le tarif réduit des frais de publicité conformément à l'article 3:70, § 2, alinéa 3;
  - pour le dépôt des comptes consolidés et des autres pièces à déposer.
  La mention visée au quatrième alinéa du paragraphe 4 peut être omise.
  § 6. Les ASBL, AISBL et fondations qui, en vertu des articles 3:47, § 5, ou 3:51, § 5, du Code des sociétés et des associations, ne sont pas tenues d'établir leurs comptes annuels conformément aux schémas figurant dans les annexes du titre 3 du présent livre, font précéder leurs comptes annuels et les autres pièces à déposer par la " Page de garde spécifique pour les comptes annuels des ASBL, AISBL ou fondations établis suivant un schéma dérogatoire ", établie par la Banque nationale de Belgique et mise à disposition sur son site internet.
Art. 3:68. De jaarrekening opgesteld in euro, zonder afwijkingen, volgens één van de schema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 3 en 4 voor wat de vennootschappen betreft en bijlagen 6 en 7 voor wat de VZW's, IVZW's of stichtingen betreft en de andere neer te leggen stukken worden neergelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 3:69, § 1.
  Alle andere jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen, alsook de andere bij de Nationale Bank van België neer te leggen stukken,worden neergelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 3:69, § 2.
  Mogen eveneens in de vorm van een pdf-bestand worden neergelegd, de jaarrekening en voor wat de vennootschappen betreft, de geconsolideerde jaarrekening, alsook de andere neer te leggen stukken, die betrekking hebben op een buitenlandse vennootschap of een Europees economisch samenwerkingsverband naar buitenlands recht.
Art. 3:68. Les comptes annuels établis en euros, sans usage de dérogations, conformément à l'un des schémas figurant dans les annexes 3 et 4 au présent arrêté en ce qui concerne les sociétés et dans les annexes 6 et 7 en ce qui concerne les ASBL, AISBL et fondations, ainsi que les autres pièces à déposer, sont déposés conformément aux dispositions de l'article 3:69, § 1er.
  Tous les autres comptes annuels et les comptes consolidés, ainsi que les autres pièces à déposer à la Banque nationale de Belgique, sont déposés conformément aux dispositions de l'article 3:69, § 2.
  Peuvent également être déposés sous la forme d'un fichier PDF, les comptes annuels et, en ce qui concerne les sociétés, les comptes consolidés, ainsi que les autres pièces à déposer, qui concernent une société étrangère ou un groupement européen d'intérêt économique de droit étranger.
Art. 3:69. § 1. De jaarrekening en de andere bij de Nationale Bank van België neer te leggen stukken worden langs elektronische weg neergelegd.
  De gestandaardiseerde schema's kunnen worden neergelegd in de vorm van een gestructureerd databestand dat voldoet:
  - aan rekenkundige en logische controles, en
  - aan alle technische voorwaarden vastgesteld door de Nationale Bank van België en opgenomen in het "Protocol voor de neerlegging langs elektronische weg van jaarrekeningen in de vorm van een gestructureerd databestand". Dit technisch Protocol wordt door de Nationale Bank van België ter beschikking gesteld op haar website.
  § 2. De jaarrekeningen en voor wat de vennootschappen betreft, de geconsolideerde jaarrekeningen, alsook de andere neer te leggen stukken, andere dan deze bedoeld in paragraaf 1, tweede lid worden opgemaakt in de vorm van een bestand in het "Portable Document Format" (PDF)-formaat dat voldoet aan alle technische voorwaarden vastgesteld door de Nationale Bank van België en opgenomen in het "Protocol voor de neerlegging langs elektronische weg van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen in de vorm van een PDF-bestand". Dit technisch Protocol wordt door de Nationale Bank van België ter beschikking gesteld op haar website. [1 Met uitsluiting van de geconsolideerde jaarrekeningen, moeten de jaarrekeningen die zijn opgemaakt volgens de gestandaardiseerde schema's voldoen aan rekenkundige en logische controles.]1
  De afdruk met zwarte inkt op wit A4-papier van het aangeboden bestand in het PDF-formaat moet bovendien aan de volgende vormvoorwaarden voldoen:
  1° rondom elk blad een strook van ten minste 1 centimeter openlaten en bovenaan het eerste blad een horizontale strook van ten minste 2 centimeter openlaten;
  2° bovenaan elk blad het ondernemingsnummer van de rechtspersoon vermelden;
  3° geen handgeschreven gegevens bevatten;
  4° een duidelijke leesbaarheid van de gegevens garanderen door een voldoende grootte van de gebruikte karakters en voldoende contrast tussen de gegevens en de achtergrond;
  5° in het geval van een jaarrekening van een rechtspersoon bedoeld in artikel 3:67, § 4, dezelfde voorstelling hebben als die van het model van jaarrekening opgesteld door de Nationale Bank van België.
  § 3. De jaarrekeningen en voor wat de vennootschappen betreft, de geconsolideerde jaarrekening, evenals de andere bij de Nationale Bank van België neer te leggen stukken dienen neergelegd te worden door de upload van een informaticabestand via de speciaal hiertoe voorziene toepassing op de website van de Nationale Bank van België. De toegang tot deze toepassing is enkel mogelijk door middel van een door de Nationale Bank van België erkend digitaal certificaat.
  Elk document bedoeld in artikel 3:66 maakt het voorwerp uit van eenzelfde geüpload informaticabestand. Indien de in artikel 3:66 bedoelde andere stukken afzonderlijk van de jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening worden neergelegd, maken deze stukken samen eveneens het voorwerp uit van eenzelfde geüpload informaticabestand. De neerlegging moet bovendien voldoen aan alle technische voorwaarden vastgesteld door de Nationale Bank van België en opgenomen in het "Algemeen Protocol voor de neerlegging langs elektronische weg van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen". Dit technisch Protocol wordt door de Nationale Bank van België ter beschikking gesteld op haar website.
  
Art. 3:69. § 1er. Les comptes annuels et les autres pièces à déposer à la Banque nationale de Belgique sont déposés par voie électronique.
  Les schémas standardisés peuvent être déposés sous forme d'un fichier structuré qui satisfait :
  - à des contrôles arithmétiques et logiques, et
  - à toutes les conditions techniques définies par la Banque nationale de Belgique et reprises dans le " Protocole pour le dépôt par voie électronique de comptes annuels sous forme d'un fichier structuré ". Ce Protocole technique est publié par la Banque nationale de Belgique sur son site internet.
  § 2. Les comptes annuels et, en ce qui concerne les sociétés, les comptes consolidés, ainsi que les autres pièces à déposer, autres que celles mentionnées au paragraphe 1er, alinéa 2, sont établis sous forme d'un fichier au format " Portable Document Format " (PDF) qui satisfait à toutes les conditions techniques définies par la Banque nationale de Belgique et reprises dans le " Protocole pour le dépôt par voie électronique de comptes annuels et de comptes consolidés sous forme d'un fichier PDF ". Ce Protocole technique est publié par la Banque nationale de Belgique sur son site internet. [1 A l'exclusion des comptes consolidés, les comptes annuels établis suivant les schémas standardisés doivent satisfaire à des contrôles arithmétiques et logiques.]1
  L'impression à l'encre noire sur papier blanc de format A4 du fichier au format PDF présenté au dépôt doit en outre répondre aux conditions de forme suivantes :
  1° réserver une zone blanche d'au moins 1 centimètre autour de chaque page et réserver une zone horizontale blanche d'au moins 2 centimètres en haut de la première page;
  2° mentionner en haut de chaque page le numéro d'entreprise de la personne morale;
  3° ne pas contenir de données manuscrites;
  4° garantir une bonne lisibilité des données par une taille suffisante des caractères utilisés et un contraste suffisant entre les données et l'arrière-plan;
  5° dans le cas de comptes annuels d'une personne morale visée à l'article 3:67, § 4, avoir la même présentation que celle du modèle de comptes annuels établi par la Banque nationale de Belgique.
  § 3. Les comptes annuels et, en ce qui concerne les sociétés, les comptes consolidés, ainsi que les autres pièces à déposer à la Banque nationale de Belgique, sont déposés par le téléchargement d'un fichier informatique via l'application spécialement prévue à cet effet sur le site internet de la Banque nationale de Belgique. L'accès à cette application n'est possible qu'en utilisant un certificat digital reconnu par la Banque nationale de Belgique.
  Chaque document visé à l'article 3:66 fait l'objet d'un seul fichier informatique téléchargé. Si les autres pièces visées à l'article 3:66 ne sont pas déposées en même temps que les comptes annuels ou consolidés, elles doivent également faire l'objet d'un seul fichier informatique téléchargé. Le dépôt de ce fichier doit en outre satisfaire à toutes les conditions techniques définies par la Banque nationale de Belgique et reprises dans le " Protocole général pour le dépôt par voie électronique de comptes annuels et de comptes consolidés ". Ce Protocole technique est publié par la Banque nationale de Belgique sur son site internet.
  
Art. 3:70. § 1. De kosten voor de neerlegging van de in artikel 3:66 bedoelde documenten omvatten de openbaarmakingskosten bedoeld in paragraaf 2, de bijdrage in de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden bedoeld in artikel 3:13, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook alle bijdragen, belastingen of kosten die krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen tegelijk met voornoemde kosten moeten worden betaald.
  § 2. De kosten voor de openbaarmaking van de in artikel 3:66 bedoelde documenten, worden vastgesteld op:
  - 300,70 euro wanneer de documenten in de vorm van een gestructureerd databestand worden neergelegd overeenkomstig artikel 3:69, § 1;
  - 356,90 euro wanneer de documenten in de vorm van een PDF-bestand worden neergelegd overeenkomstig artikel 3:69, § 2.
  De openbaarmakingskosten bedoeld in het vorige lid worden evenwel vastgesteld op respectievelijk 68,70 euro en 124,80 euro voor:
  1° de jaarrekening voorgesteld volgens het "Verkort model van jaarrekening" bedoeld in artikel 3:67, § 4, tweede lid, 1° ;
  2° de jaarrekening van instellingen bedoeld in artikel III.82, § 1, eerste lid, 5° van het Wetboek van economisch recht;
  3° de jaarrekening van de kredietinstellingen bedoeld in artikel III.95, § 1 van het Wetboek van economisch recht, op voorwaarde dat hun balanstotaal voor het betrokken boekjaar 5.000.000 euro niet overschrijdt, evenals de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die voldoen aan de criteria vermeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  4° de jaarrekening van buitenlandse vennootschappen of van Europese economische samenwerkingsverbanden naar buitenlands recht die voldoen aan de criteria vermeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  5° VZW's, IVZW's en stichtingen.
  De openbaarmakingskosten bedoeld in het eerste lid worden evenwel vastgesteld op respectievelijk 50,80 euro en 107 euro voor de jaarrekening voorgesteld volgens het "Micromodel van jaarrekening" bedoeld in artikel 3:67, § 4, tweede lid, 2°.
  De kosten voor de openbaarmaking van de overeenkomstig artikel 3:66, tweede lid, afzonderlijk van de jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neergelegde stukken en voor de openbaarmaking van een in artikel 3:73 bedoelde behoorlijk verbeterde jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening of integrale set van de in artikel 3:66 bedoelde andere stukken worden vastgesteld op 68,70 euro. Deze openbaarmakingskosten worden evenwel vastgesteld op 43,70 euro wanneer de jaarrekening wordt voorgesteld volgens het "Micromodel van jaarrekening".
  De in deze paragraaf bepaalde openbaarmakingskosten worden jaarlijks, op 1 januari, aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de volgende formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag bepaald in deze paragraaf vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober van het jaar voordien, en gedeeld door het aanvangsindexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober 2018. Het verkregen resultaat wordt afgerond op het hogere veelvoud van 10 eurocent. De aangepaste bedragen worden uiterlijk op 15 december van elk jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 3. De neerleggingskosten bedoeld in paragraaf 1 worden betaald aan de Nationale Bank van België door een girale overschrijving uitgevoerd volgens de voorwaarden en de technische modaliteiten die de Nationale Bank van België bepaalt en die op haar website ter beschikking worden gesteld.
  § 4. Elke vennootschap die een geval van overmacht inroept waardoor zij haar jaarrekening of haar geconsolideerde jaarrekening niet binnen de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 3:13, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen heeft kunnen neerleggen, kan de terugbetaling van de door haar betaalde bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden vorderen binnen een termijn van achttien maanden na de afsluitingsdatum van die jaarrekening bij gewone brief gericht aan de FOD Economie. In deze aanvraag vermeldt de betrokken vennootschap de omstandigheden die voor haar een geval van overmacht hebben gevormd en het nummer van de bankrekening waarop de bijdrage kan worden terugbetaald. Aan deze aanvraag worden alle bewijsstukken die de ingeroepen overmacht kunnen staven toegevoegd, alsook een kopie van de mededeling van de neerlegging bedoeld in artikel 3:72, tweede lid, voor zover dit reeds mogelijk is.
  De FOD Economie bevestigt onmiddellijk de ontvangst van deze aanvraag bij gewone brief. Hij kan de betrokken vennootschap vragen om hem bijkomende inlichtingen te verstrekken of om de toegezonden bewijsstukken aan te vullen.
  De met redenen omklede beslissing van de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde betreffende de aanvraag wordt bij gewone brief gericht aan de betrokken vennootschap; wanneer de Minister tot wiens bevoegdheid Economie behoort of diens afgevaardigde het bestaan vaststelt van een omstandigheid die voor de betrokken vennootschap een geval van overmacht vormt, geeft hij de opdracht aan de FOD Financiën om de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden terug te betalen. Te dien einde deelt de FOD Economie aan de FOD Financiën mee:
  - het terug te betalen bedrag en het rekeningnummer waarop de terugbetaling kan worden verricht;
  - het ondernemingsnummer van de betrokken vennootschap alsook de kenmerken en de afsluitingsdatum van de laattijdig neergelegde jaarrekening; deze gegevens worden als mededeling aan de begunstigde opgenomen.
  Wanneer blijkt dat uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijkerwijze een geval van overmacht zullen vormen voor het geheel of een groot deel van de vennootschappen die ertoe gehouden zijn hun jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening neer te leggen, kan de Minister die Economie onder zijn bevoegdheden heeft met het oog op administratieve vereenvoudiging overgaan tot een algemene vrijstelling van heffing van de bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden voor een duur die hij vaststelt en die hoogstens twee maanden bedraagt. Deze beslissing dient bij een met redenen omkleed ministerieel besluit uiterlijk één maand voor het vervallen van de termijn van acht maanden bedoeld in artikel 3:13, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen in het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt.
Art. 3:70. § 1er. Les frais de dépôt des documents visés à l'article 3:66 comprennent les frais de publicité visés au paragraphe 2, la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance visée à l'article 3:13, alinéa 3, du Code des sociétés et des associations, ainsi que tous les contributions, taxes ou frais qui doivent être payés en même temps que les frais précités en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires.
  § 2. Les frais de publicité des documents visés à l'article 3:66 sont fixés à :
  - 300,70 euros lorsque les documents sont déposés sous forme d'un fichier structuré conformément à l'article 3:69, § 1er;
  - 356,90 euros lorsque les documents sont déposés sous forme d'un fichier PDF conformément à l'article 3:69, § 2.
  Les frais de publicité visés à l'alinéa précédent sont toutefois fixés à respectivement 68,70 euros et 124,80 euros pour :
  1° les comptes annuels établis suivant le " Modèle abrégé de comptes annuels " visé à l'article 3:67, § 4, alinéa 2, 1° ;
  2° les comptes annuels d'organismes visés à l'article III.82, § 1er, alinéa 1er, 5°, du Code de droit économique;
  3° les comptes annuels des établissements de crédit visés à l'article III.95, § 1er, du Code de droit économique, à condition que leur total bilantaire pour l'exercice concerné ne dépasse pas 5.000.000 euros, de même que les comptes annuels des entreprises d'assurance et de réassurance qui satisfont aux critères mentionnés à l'article 1:24 du Code des sociétés et des associations;
  4° les comptes annuels de sociétés de droit étranger ou de groupements européens d'intérêt économique de droit étranger qui satisfont aux critères mentionnés à l'article 1:24 du Code des sociétés et des associations;
  5° les ASBL, AISBL et fondations.
  Les frais de publicité visés à l'alinéa 1er sont toutefois fixés à respectivement 50,80 euros et 107 euros pour les comptes annuels établis suivant le " Micromodèle de comptes annuels " visé à l'article 3:67, § 4, alinéa 2, 2°.
  Les frais de publicité des pièces déposées séparément des comptes annuels ou des comptes annuels consolidés, conformément à l'article 3:66, alinéa 2, et de publicité de comptes annuels, comptes annuels consolidés dûment rectifiés visés à l'article 3:73 ou de l'intégralité des autres pièces visées à l'article 3:66 sont fixés à 68,70 euros. Ces frais de publicité sont toutefois fixés à 43,70 euros si les comptes annuels sont établis suivant le " Micromodèle de comptes annuels ".
  Les frais de publicité prévus dans ce paragraphe sont adaptés, le 1er janvier de chaque année, à l'évolution de l'indice des prix à la consommation conformément à la formule suivante : le nouveau montant est égal au montant de base prévu dans ce paragraphe multiplié par le nouvel indice, à savoir l'indice du mois d'octobre de l'année précédente, et divisé par l'indice de départ, à savoir l'indice du mois d'octobre 2018. Le résultat obtenu est arrondi à la dizaine d'eurocent supérieure. Les montants adaptés sont publiés au Moniteur belge au plus tard le 15 décembre de chaque année.
  § 3. Les frais de dépôt visés au paragraphe 1er sont acquittés auprès de la Banque nationale de Belgique par un paiement scriptural effectué suivant les conditions et les modalités techniques définies par la Banque nationale de Belgique et mises à disposition sur son site internet.
  § 4. Toute société qui invoque un cas de force majeure qui l'a empêchée de déposer ses comptes annuels ou consolidés dans le délai de huit mois prévu à l'article 3:13, alinéa 3, du Code des sociétés et des associations, peut, dans un délai de dix-huit mois suivant la date de clôture de ces comptes, demander par courrier postal ordinaire adressé au SPF Economie le remboursement de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance qu'elle a payée. La société concernée indique dans cette demande les circonstances constitutives d'un cas de force majeure dans son chef et le numéro du compte bancaire sur lequel la contribution peut être remboursée. Elle joint à cette demande toutes les pièces probantes de la force majeure invoquée, ainsi qu'une copie de la mention du dépôt visée à l'article 3:72, alinéa 2, dans la mesure où ceci est déjà possible.
  Le SPF Economie accuse immédiatement réception de cette demande par courrier postal ordinaire. Il peut demander à la société concernée de lui communiquer un complément d'information ou de compléter les pièces justificatives envoyées.
  La décision motivée du Ministre qui a l'Economie dans ses attributions ou de son délégué quant à cette demande est envoyée par courrier postal ordinaire à la société concernée; si le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions ou son délégué constate l'existence d'une circonstance constitutive d'un cas de force majeure dans le chef de la société concernée, il donne ordre au SPF Finances de rembourser la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance. A cette fin, le SPF Economie communique au SPF Finances les données suivantes :
  - le montant à rembourser et le numéro de compte sur lequel ce remboursement peut être effectué;
  - le numéro d'entreprise de la société concernée ainsi que les caractéristiques et la date de clôture des comptes déposés tardivement; ces données sont reprises comme communication au bénéficiaire.
  Lorsqu'il apparaît que des circonstances exceptionnelles constitueront nécessairement un cas de force majeure pour l'ensemble ou une grande partie des sociétés tenues au dépôt de leurs comptes annuels ou consolidés, le Ministre ayant l'Economie dans ses attributions peut, dans un but de simplification administrative accorder une dispense générale de prélèvement de la contribution aux frais exposés par les autorités fédérales de surveillance pour une durée qu'il fixe et qui ne peut dépasser deux mois. Cette décision doit être publiée au Moniteur belge au plus tard un mois avant l'échéance du délai de huit mois prévu à l'article 3:13, alinéa 3, du Code des sociétés et des associations, par un arrête ministériel motivé.
Art. 3:71. De Nationale Bank van België registreert de datum van ontvangst van de in artikel 3:66 bedoelde documenten.
  De neerlegging van deze documenten wordt slechts door de Nationale Bank van België aanvaard als de bepalingen van de artikelen 3:64, § 1, tweede lid, 3:67 tot 3:69 in acht werden genomen en als de neerleggingskosten bedoeld in artikel 3:70, § 1, overeenkomstig de bepalingen van artikel 3:70, § 2 tot 4 betaald zijn.
  Het feit dat de neerlegging van een voormeld document niet aanvaard werd door de Nationale Bank van België en de redenen die tot deze beslissing hebben geleid, worden binnen acht werkdagen na de datum van de ontvangst van het betrokken document meegedeeld.
  De persoon die het niet-aanvaarde document heeft geüpload kan deze kennisgeving raadplegen in de toepassing bedoeld in artikel 3:69, § 3, eerste lid, gedurende maximum één maand na die upload.
Art. 3:71. La Banque nationale de Belgique enregistre la date de réception des documents visés à l'article 3:66.
  Le dépôt de ces documents n'est accepté par la Banque nationale de Belgique que moyennant le respect des dispositions des articles 3:64, § 1er, deuxième alinéa, 3:67 à 3:69 et le règlement des frais de dépôt visés à l'article 3:70, § 1er, conformément aux dispositions de l'article 3:70, § 2 à 4.
  Le fait que le dépôt d'un document précité n'a pas été accepté par la Banque nationale de Belgique et les raisons qui ont mené à cette décision sont communiqués dans les huit jours ouvrables suivant la date de réception du document concerné.
  La personne qui a téléchargé le document non accepté peut consulter cette communication dans l'application visée à l'article 3:69, § 3, alinéa 1er, pendant un mois au maximum après ce téléchargement.
Art. 3:72. Wanneer de neerlegging van een in artikel 3:66 bedoeld document aanvaard wordt, neemt de Nationale Bank van België deze neerlegging op in het elektronisch register van aanvaarde jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen.
  Binnen elf werkdagen die volgen op de datum van de aanvaarding van de neerlegging, stuurt de Nationale Bank van België de mededeling van deze neerlegging [1 via de eBox, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via de eBox,]1 naar de rechtspersoon op wie het document betrekking heeft.
  
Art. 3:72. Lorsque le dépôt d'un document visé à l'article 3:66 est accepté, la Banque nationale de Belgique enregistre ce dépôt dans le registre électronique des comptes annuels et consolidés acceptés.
  Dans les onze jours ouvrables qui suivent la date de l'acceptation du dépôt, la Banque nationale de Belgique envoie la mention de ce dépôt [1 via l'eBox, institué par la loi du 27 février 2019 relative à l'échange électronique de messages par le biais de l'eBox,]1 à la personne morale à laquelle le document se rapporte.
  
Art. 3:73. De aanpassing van een in artikel 3:66 bedoeld document, waarvan de neerlegging eerder door de Nationale Bank van België werd aanvaard, gebeurt door neerlegging, naar gelang het geval en volgens de voorwaarden bepaald door artikel 3:68:
  - van de integrale, behoorlijk aangepaste jaarrekening of desgevallend van de integrale, behoorlijk aangepaste set van de in artikel 3:66 bedoelde andere stukken, wanneer de aanpassing wordt neergelegd in de vorm van een gestructureerd databestand overeenkomstig artikel 3:69, § 1;
  - van de integrale, behoorlijk aangepaste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening, voorafgegaan door de in artikel 3:67, § 4, derde lid bedoelde sectie van het model van jaarrekening opgesteld door de Nationale Bank van België of desgevallend van de integrale, behoorlijk aangepaste set van de in artikel 3:66 bedoelde andere stukken, wanneer de aanpassing wordt neergelegd in de vorm van een PDF-bestand overeenkomstig artikel 3:69, § 2.
  De vermelding "aanpassing" wordt, naargelang het geval, opgenomen:
  - in het gestructureerd databestand bedoeld in artikel 3:69, § 1;
  - bovenaan de daartoe bestemde sectie van het PDF-bestand bedoeld in artikel 3:69, § 2.
  De aanpassing van een eerder openbaar gemaakt document luidt in dezelfde munteenheid en hetzelfde veelvoud hiervan en gebeurt in dezelfde taal als het betrokken document.
  De artikelen 3:71 en 3:72 zijn van toepassing op de neerlegging van een aangepast document.
Art. 3:73. La modification d'un document visé à l'article 3:66, dont le dépôt a précédemment été accepté par la Banque nationale de Belgique, s'effectue par le dépôt, selon le cas et suivant les conditions prévues par l'article 3:68 :
  - de l'intégralité des comptes annuels dûment modifiés ou, le cas échéant, de l'intégralité des autres pièces, dûment modifiées, visées à l'article 3:66 lorsque la modification est déposée sous la forme d'un fichier structuré, conformément à l'article 3:69, § 1er;
  - de l'intégralité des comptes annuels ou consolidés dûment modifiés, précédés de la section du modèle de comptes annuels établi par la Banque nationale de Belgique visée à l'article 3:67, § 4, alinéa 3, ou, le cas échéant, de l'intégralité des autres pièces, dûment modifiées, visées à l'article 3:66 lorsque la modification est déposée sous la forme d'un fichier PDF, conformément à l'article 3:69, § 2.
  La mention " modification " est reprise, selon le cas :
  - dans le fichier structuré visé à l'article 3:69, § 1er;
  - en haut de la section, prévue à cet effet, du fichier PDF visé à l'article 3:69, § 2.
  La modification d'un document précédemment publié est libellée dans la même unité monétaire et le même multiple de celle-ci et s'effectue dans la même langue que le document concerné.
  Les articles 3:71 et 3:72 s'appliquent au dépôt d'un document modifié.
Art. 3:74. [1 De Nationale Bank van België onderwerpt de neer te leggen jaarrekening, opgemaakt volgens de schema's zoals opgenomen in de bijlagen bij titel 2 en 3 van dit boek, aan rekenkundige en logische controles, met uitsluiting van het document dat wordt neergelegd ter verbetering van deze jaarrekening overeenkomstig artikel 3:73 en van de jaarrekeningen met betrekking tot boekjaren die het laatste boekjaar waarvoor een jaarrekening werd neergelegd, voorafgaan.
   Deze rekenkundige en logische controles beogen de samenhang van de bedragen van het recentste boekjaar, voor de rubrieken die voorzien zijn van een code, na te gaan. Ze zijn opgenomen in een lijst opgesteld door de Nationale Bank van België na advies van de Commissie voor Boekhoudkundige normen. Deze lijst wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.]1

  
Art. 3:74. [1 La Banque nationale de Belgique soumet à des contrôles arithmétiques et logiques les comptes annuels à déposer, établis suivant les schémas figurant dans les annexes aux titres 2 et 3 du présent livre, à l'exclusion du document qui est déposé en rectification de ces comptes annuels conformément à l'article 3:73, ainsi que des comptes annuels afférents à des exercices antérieurs au dernier exercice pour lequel des comptes annuels ont été déposés.
   Ces contrôles arithmétiques et logiques visent à vérifier la cohérence des montants des rubriques pourvues d'un code relatifs à l'exercice le plus récent. Ils sont repris dans une liste établie par la Banque nationale de Belgique après avis de la Commission des Normes comptables. Cette liste est publiée au Moniteur belge.]1

  
Art. 3:75. § 1. De Nationale Bank van België stelt op haar website een kopie beschikbaar, in de vorm van een bestand in het "Portable Document Format" (PDF)-formaat, van alle in artikel 3:66 bedoelde documenten die bij haar werden neergelegd tijdens het lopende en de minstens vijf vorige kalenderjaren, volgens de voorwaarden die zij bepaalt en die op haar website bekendgemaakt worden.
  § 2. De Nationale Bank van België bezorgt op aanvraag een kopie van alle in artikel 3:66 bedoelde documenten die bij haar werden neergelegd.
  Wanneer de aanvraag betrekking heeft op alle neergelegde documenten, worden de kopieën bezorgd volgens de modaliteiten voorzien door de Nationale Bank van België.
  Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een of meer documenten met betrekking tot individueel aangeduide rechtspersonen en die niet beschikbaar gesteld worden op de website van de Nationale Bank van België, dan worden de kopieën bezorgd, naar keuze van de aanvrager:
  1° ofwel op papier. Per gedrukt blad is het bedrag van 0,25 euro, exclusief port en eventuele inningskosten aan de Nationale Bank van België verschuldigd;
  2° ofwel in een aan een elektronisch postbericht gehecht bestand in PDF-formaat. Per bestand is het bedrag van 5,00 euro, exclusief eventuele inningskosten, aan de Nationale Bank van België verschuldigd.
  § 3. De Nationale Bank van België bezorgt aan de griffies van de ondernemingsrechtbank, onverwijld en kosteloos, een kopie van de in paragraaf 2, tweede lid bedoelde documenten die niet beschikbaar worden gesteld op de website van de Nationale Bank van België.
  De griffier is ervan vrijgesteld een kopie van de in artikel 3:66 bedoelde documenten toe te voegen aan het elektronische deel van het dossier bedoeld in artikel 1:2.
  § 4. Bij neerlegging van een gestructureerd databestand overeenkomstig artikel 3:69, § 1, wordt dit op de afgeleverde kopie vermeld.
  Bedragen van een jaarrekening die in euro met twee decimalen wordt uitgedrukt, overeenkomstig artikel 3:64, § 1, derde lid, worden afgerond in euro zonder decimalen op de door de Nationale Bank van België afgeleverde kopieën.
  Secties van het door de Nationale Bank van België opgestelde model van jaarrekening die zonder voorwerp zijn, worden niet opgenomen in de door de Nationale Bank van België verstrekte kopieën wanneer de betrokken jaarrekening overeenkomstig artikel 3:69, § 1 werd neergelegd.
  § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de lijst van giften als bedoeld in de artikelen 3:47, § 7, en 3:51, § 7, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Art. 3:75. § 1er. La Banque nationale de Belgique met à disposition sur son site internet une copie, sous forme d'un fichier au format " Portable Document Format " (PDF), de tous les documents visés à l'article 3:66 qui ont été déposés auprès d'elle pendant l'année civile en cours et, au minimum, les cinq années civiles précédentes, selon les conditions qu'elle définit et qui sont publiées sur son site internet.
  § 2. Sur demande, la Banque nationale de Belgique délivre copie de tous les documents visés à l'article 3:66 qui ont été déposés auprès d'elle.
  Lorsque la demande porte sur l'ensemble des documents déposés, les copies sont délivrées selon les modalités prévues par la Banque nationale de Belgique.
  Lorsque la demande porte sur un ou plusieurs documents relatifs à des personnes morales individuellement désignées et non disponibles sur le site internet de la Banque nationale de Belgique, les copies sont délivrées, au choix du demandeur :
  1° soit sur papier. Par feuille imprimée, le montant de 0,25 euro, frais de port et frais d'encaissement éventuels non compris, est dû à la Banque nationale de Belgique;
  2° soit sous forme d'un fichier au format PDF attaché à un message électronique. Par fichier, le montant de 5,00 euros, frais d'encaissement éventuels non compris, est dû à la Banque nationale de Belgique.
  § 3. La Banque nationale de Belgique fournit au greffe du tribunal de l'entreprise, sans retard et gratuitement, une copie des documents non disponibles sur le site internet de la Banque nationale de Belgique, visés au paragraphe 2, alinéa 2.
  Le greffier est dispensé de verser une copie des documents visés à l'article 3:66 dans la partie électronique du dossier visé à l'article 1:2.
  § 4. En cas de dépôt d'un fichier structuré conformément à l'article 3:69, § 1er, il en est fait mention sur la copie délivrée.
  Les montants des comptes annuels présentés en euros avec deux décimales conformément à l'article 3:64, § 1er, alinéa 3, sont arrondis en euros sans décimales sur les copies délivrées par la Banque nationale de Belgique.
  Les sections du modèle de comptes annuels établi par la Banque nationale de Belgique qui sont sans objet ne sont pas reprises dans les copies délivrées par la Banque nationale de Belgique lorsque les comptes annuels concernés ont été déposés conformément à l'article 3:69, § 1er.
  § 5. Le présent article ne s'applique pas à la liste des libéralités visée aux articles 3:47, § 7, et 3:51, § 7, du Code des sociétés et des associations.
TITEL 2. - Jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: bijzondere bepalingen
TITRE 2. - Comptes annuels et comptes annuels consolidés de sociétés avec personnalité juridique : dispositions particulières
HOOFDSTUK 1. - Jaarrekening
CHAPITRE 1er. - Comptes annuels
Afdeling 1. - Waarderingsregels: bijzondere bepalingen
Section 1re. - Règles d'évaluation : dispositions particulières
Art. 3:76. Naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen mogen de in artikel 3:35 bedoelde geboekte meerwaarden in kapitaal omzetten voor het gedeelte van de geherwaardeerde waarde verminderd met de geraamde belastingen hierop.
Art. 3:76. Les sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes peuvent incorporer au capital les plus-values actées, visées à l'article 3:35, à concurrence de la valeur réévaluée diminuée des charges fiscales estimées y afférentes.
Art. 3:77. § 1. Bij een fusie door overneming, een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap of een met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in de artikelen 12:2, 12:3 en 12:7 van het Wetboek van vennootschappen of verenigingen vervallen:
  1° de eigen aandelen die de overgenomen vennootschap bezit en die krachtens de artikelen 12:34, § 2, 2°, 12:48, § 2, en 13:57, 2° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet mogen worden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap;
  2° ten belope van de boekwaarde van deze eigen aandelen, de onbeschikbare reserve voor eigen aandelen die door de overgenomen vennootschap daartoe is gevormd; wanneer er geen reserve voor eigen aandelen werd gevormd, is artikel 7:219, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing.
  § 2. Indien, rekening houdend met de ruilverhouding en de nominale of fractiewaarde van de als vergoeding toegekende aandelen, het bedrag, waarmee het kapitaal of de inbreng van de overnemende vennootschap wordt verhoogd groter is dan het kapitaal of de inbreng van de overgenomen vennootschap, wordt het verschil onttrokken aan de andere bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, volgens de regels vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit; in het tegenovergestelde geval wordt het verschil geboekt als een uitgiftepremie of een inbreng.
  § 3. Als de vennoten van de overgenomen vennootschap een opleg in geld verkrijgen, wordt die geacht te zijn onttrokken aan het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap.
  Deze onttrekking aan het eigen vermogen gebeurt op de wijze vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit met naleving van de wettelijke en statutaire bepalingen.
  Indien de algemene vergadering die tot fusie besluit, niet heeft beslist aan welke post van het eigen vermogen die opleg moet worden onttrokken, gebeurt dit in deze volgorde: aan de overgedragen winst, aan de beschikbare reserves en aan de andere reserves die volgens de wet of de statuten mogen worden uitgekeerd en aan de beschikbare inbreng.
  § 4. Indien de overnemende vennootschap of een andere gelijktijdig overgenomen vennootschap aandelen bezat van de overgenomen vennootschap, worden deze aandelen bij de fusie ingetrokken en worden de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen van de overgenomen vennootschap die omgewisseld werden tegen aandelen van de overnemende vennootschap.
  § 5. Indien de aandelen van de overgenomen vennootschap, die met toepassing van de artikelen 12:34, § 2, 1°, of 12:57, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet werden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap, in de boekhouding van de vennootschap die ze bezat waren opgenomen tegen een waarde die niet overeenstemt met de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, dan wordt het verschil verwerkt volgens zijn aard of zijn oorsprong:
  a) Wanneer de boekwaarde van de betrokken aandelen groter is dan de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, wordt dit verschil voor zover mogelijk toegerekend aan de actiefbestanddelen, inclusief de immateriële activa, met een grotere waarde dan het bedrag waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen. Voor zover dit verschil voortvloeit uit een overwaardering van de schulden of uit afschrijvingen, waardeverminderingen of voorzieningen die door de overgenomen vennootschap in resultaat waren genomen maar die niet langer dienstig dan wel overtollig zijn, dan worden die bij de fusie via de resultatenrekening teruggenomen dan wel gecorrigeerd ten belope van dit overschot.
  Het verschil dat overblijft na deze toerekeningen wordt, naar gelang van het geval, opgenomen in de post "Goodwill" of in resultaat genomen.
  b) In het tegenovergestelde geval wordt het verschil als volgt verwerkt: voor zover dit voortvloeit uit een overwaardering van activa of een onderwaardering van passiva door de overgenomen vennootschap, worden op het tijdstip van de fusie voor het desbetreffende bedrag in de resultatenrekening afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen en correcties geboekt.
  Het verschil dat overblijft na deze correctieboekingen wordt in resultaat genomen.
Art. 3:77. § 1er. Sont annulées, lors d'une fusion par absorption, une fusion par constitution d'une nouvelle société ou une opération assimilée à une fusion par absorption comme définie aux articles 12:2, 12:3 et 12:7 du Code des sociétés et des associations :
  1° les actions ou parts propres détenues par la société absorbée qui, en vertu des articles 12:34, § 2, 2°, 12:48, § 2, et 12:57, 2°, du Code des sociétés et des associations, ne peuvent donner lieu à attribution d'actions ou parts de la société absorbante;
  2° à concurrence de la valeur comptable de ces actions ou parts propres, la réserve indisponible pour actions ou parts propres constituée à cet effet par la société absorbée. L'article 7:219, § 3, du Code des sociétés et des associations s'applique au cas où une réserve pour actions ou parts propres n'a pas été constituée.
  § 2. Si compte tenu du rapport d'échange et de la valeur nominale ou du pair comptable des actions ou parts attribuées en contrepartie, le montant dont le capital ou l'apport de la société absorbante est augmenté est plus élevé que le capital ou l'apport de la société absorbée, la différence est prélevée, selon les modalités décidées par l'assemblée générale de fusion, sur les autres éléments des capitaux propres de la société absorbée; dans le cas inverse, la différence est portée en prime d'émission ou en apport.
  § 3. Si les associés de la société absorbée obtiennent une soulte en espèces, celle-ci est réputée être prélevée sur les capitaux propres de la société absorbée.
  Ce prélèvement est effectué sur les capitaux propres, selon les modalités décidées par l'assemblée générale de fusion, dans le respect des dispositions légales et statutaires.
  A défaut de décision de l'assemblée générale de fusion concernant la rubrique des capitaux propres sur laquelle ce prélèvement est effectué, celui-ci est réputé s'opérer, dans l'ordre, sur le bénéfice reporté, sur les réserves disponibles et sur les autres réserves que la loi et les statuts permettent de distribuer et sur les apports disponibles.
  § 4. Si la société absorbante ou une autre société absorbée simultanément détenait des actions ou parts de la société absorbée, ces actions ou parts sont annulées lors de la fusion, et les différents éléments des capitaux propres de la société absorbée ne sont repris dans les comptes de la société absorbante qu'à concurrence de la fraction de ceux-ci correspondant aux actions ou parts de la société absorbée ayant donné lieu à attribution d'actions ou parts de la société absorbante.
  § 5. Si la valeur pour laquelle les actions ou parts de la société absorbée qui n'ont pas donné lieu à attribution d'actions ou parts de la société absorbante en application des articles 12:34, § 2, 1° ou 12:57, 1°, du Code des sociétés et des associations figuraient dans les comptes de la société qui les détenait, diffère de la quote-part que ces actions ou parts représentaient dans les capitaux propres de la société absorbée, la différence est traitée selon sa nature ou son origine :
  a) En cas d'excédent de la valeur comptable des actions ou parts en cause par rapport à la quote-part qu'elles représentaient dans les capitaux propres de la société absorbée, la différence est imputée, dans la mesure du possible, aux éléments de l'actif, y compris les actifs incorporels, qui ont une valeur supérieure au montant pour lequel ils figuraient dans les comptes de la société absorbée. Dans la mesure où la différence est imputable à une surévaluation de dettes ou à des amortissements, réductions de valeur ou provisions actés au compte de résultats de la société absorbée, devenus sans objet ou excédentaires, ceux-ci font l'objet, au moment de la fusion, de reprises ou de redressements à concurrence de cet excédent, par le compte de résultats.
  L'écart qui subsiste après ces imputations est, selon le cas, porté à la rubrique " Goodwill " ou pris en résultat.
  b) Dans le cas inverse, la différence est traitée comme suit : dans la mesure où elle est imputable à des surévaluations d'actifs ou à des sous-évaluations de passifs dans le chef de la société absorbée, des amortissements, réductions de valeur, provisions et redressements sont, au moment de la fusion, actés à due concurrence au compte de résultats.
  L'écart qui subsiste après ces redressements est porté au compte de résultats.
Art. 3:78. Een splitsing door overneming, een splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen of een gemengde splitsing zoals gedefinieerd in de artikelen 12:4, 12:5 en 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:8 [1 , 1° en 2°,]1 van hetzelfde wetboek, wordt verwerkt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:77.
  Voor elke verkrijgende vennootschap is artikel 3:77 evenwel van toepassing op de overgedragen activa en passiva, rechten en verplichtingen en op het overgedragen deel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap.
  
Art. 3:78. Une scission par absorption, une scission par constitution de nouvelles sociétés ou une scission mixte telles que définies aux articles 12:4, 12:5 et 12:6 du Code des sociétés et des associations, ainsi qu'une opération assimilée à une scission telle que définie à l'article 12:8 [1 , 1° et 2°,]1 du même code, seront traitées conformément à ce qui est prévu à l'article 3:77.
  Cependant, l'article 3:77 s'applique, pour chaque société bénéficiaire, aux actifs et passifs, aux droits et engagements et à la partie des capitaux propres transférés de la société scindée.
  
Art. 3:79. De latente meerwaarden die worden uitgedrukt in toepassing van de artikelen 14:38 en 14:42 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en betrekking hebben op vaste activa met een beperkte gebruiksduur moeten worden afgeschreven volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgemaakt plan dat ertoe strekt de vastgestelde waarde af te schrijven over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de betrokken activa.
Art. 3:79. Les plus-values latentes qui sont actées en application des articles 14:38 et 14:42 du Code des sociétés et des associations et qui sont relatives à des immobilisations avec une durée d'utilisation limitée, doivent être amorties selon un plan établi conformément à l'article 3:6, § 1er, prévoyant l'amortissement de la valeur fixée sur la durée résiduelle d'utilisation probable de l'actif en cause.
Afdeling 2. - Vorm en inhoud van de jaarrekening
Section 2. - Forme et contenu des comptes annuels
Onderafdeling 1. - Jaarrekening volgens het volledige schema
Sous-section 1ère. - Comptes annuels complets
1. Schema van de balans.
1. Schéma du bilan.
Art. 3:80. De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 3.
Art. 3:80. Le bilan est établi selon le schéma repris dans l'annexe 3.
2. Schema van de resultatenrekening.
2. Schéma du compte de résultats.
Art. 3:81. De resultatenrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 3.
Art. 3:81. Le compte de résultats est établi selon le schéma repris dans l'annexe 3.
3. Inhoud van de toelichting.
3. Contenu de l'annexe.
Art. 3:82. In de toelichting bij het volledig schema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:
  I.
  Een staat van de oprichtingskosten (post I van de activa) met de vermelding van hun nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties tijdens het boekjaar (nieuwe kosten van het boekjaar, afschrijvingen, andere) alsmede de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar. Deze laatste wordt uitgesplitst in:
  - kosten van oprichting of, in voorkomend geval, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng, kosten bij uitgifte van leningen, en andere oprichtingskosten;
  - herstructureringskosten.
  II.
  Een staat van de immateriële vaste activa (post II van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
  - Kosten van ontwikkeling;
  - Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten;
  - Goodwill;
  - Vooruitbetalingen;
  en voor elk van deze posten de gegevens vermeldt bedoeld onder de punten a), c) en d) van de hieronder vermelde staat III.
  III.
  Een staat van de materiële vaste activa (post III van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
  - Terreinen en gebouwen (III.A);
  - Installaties, machines en uitrusting (III.B);
  - Meubilair en rollend materieel (III.C);
  - Leasing en soortgelijke rechten (III.D);
  - Overige materiële vaste activa (III.E);
  - Activa in aanbouw en vooruitbetalingen (III.F);
  en voor elk van deze posten de volgende gegevens vermeldt:
  a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere), en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  b) het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag van deze afschrijvingen en waardeverminderingen per einde van het boekjaar;
  d) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
  Voor de rechten waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of een gelijkaardige overeenkomst wordt de nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar uitgesplitst in: terreinen en gebouwen; installaties, machines en uitrusting; meubilair en rollend materieel.
  IV.
  Een staat van de financiële vaste activa (post IV van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
  A. eensdeels:
  - Deelnemingen in verbonden ondernemingen (IV.A.1);
  - Andere deelnemingen (IV.B.1);
  - Andere aandelen (IV.C.1),
  met vermelding voor elk van deze posten van de gegevens bedoeld onder de punten a), b), c) en d) van de hierboven vermelde staat III evenals van de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorig boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  B. anderdeels:
  - Vorderingen op verbonden ondernemingen (IV.A.2);
  - Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat (IV.B.2);
  - Andere vorderingen (IV.C.2);
  met vermelding voor elk van deze posten van de nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (toevoegingen, terugbetalingen, geboekte en teruggenomen waardeverminderingen, wisselkoersverschillen, overige), de boekwaarde per einde van het boekjaar en het gecumuleerde bedrag van de waardeverminderingen per einde van het boekjaar.
  V.
  A. De lijst van de ondernemingen waarin de vennootschap een deelneming bezit in de zin van deze titel, alsmede van de andere ondernemingen waarin de vennootschap maatschappelijke rechten bezit ten belope van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal.
  Voor elk van deze ondernemingen moeten de volgende gegevens worden verstrekt: de naam, de zetel en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen; het aantal maatschappelijke rechten dat rechtstreeks door de vennootschap wordt gehouden en het percentage vertegenwoordigd door dit bezit, evenals het percentage maatschappelijke rechten gehouden door dochtervennootschappen van de vennootschap; het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is. Het aantal gehouden maatschappelijke rechten en het percentage dat ze vertegenwoordigen worden in voorkomend geval vermeld per soort van uitgegeven maatschappelijke rechten. Dezelfde gegevens worden verstrekt over de rechtstreeks en onrechtstreeks gehouden conversie- en intekenrechten.
  Het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is, mogen worden weggelaten:
  1° indien de onderneming waarin wordt deelgenomen of waarvan maatschappelijke rechten worden gehouden door consolidatie wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap, opgemaakt en openbaar gemaakt overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en titel 1 van dit boek, of
  2° indien de betrokken onderneming deze gegevens niet openbaar moet maken; deze uitzondering geldt evenwel niet voor dochtervennootschappen.
  Het bedrag van het eigen vermogen en van het nettoresultaat van de buitenlandse ondernemingen wordt uitgedrukt in vreemde munt; deze munt wordt vermeld.
  B. De lijst van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is in haar hoedanigheid van onbeperkt aansprakelijke vennoot of lid.
  Voor elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is worden volgende gegevens verstrekt: de naam, de zetel, de rechtsvorm en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  De jaarrekening van elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is, wordt bij de jaarrekening van de vennootschap gevoegd en samen hiermee openbaar gemaakt. Op voorwaarde dat zulks in deze staat V.B wordt vermeld, is dit voorschrift echter niet van toepassing:
  1° wanneer de jaarrekening van deze onderneming wordt openbaar gemaakt op een wijze die strookt met artikel 3:10 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of daadwerkelijk wordt openbaar gemaakt in een andere Lid-Staat van de EU, zoals voorgeschreven door artikel 16 van de richtlijn (EU) 2017/1132; of
  2° wanneer de jaarrekening van deze onderneming door integrale of evenredige consolidatie wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap die is opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en titel 1 van dit boek;
  3° wanneer het een maatschap betreft.
  VI.
  Wat de geldbeleggingen betreft, worden de "overige beleggingen" (post VIII.B. van de activa) uitgesplitst in:
  - aandelen, met uitdrukkelijke vermelding van het niet opgevraagde bedrag;
  - vastrentende effecten, met afzonderlijke vermelding van de effecten uitgegeven door kredietinstellingen;
  - termijnrekeningen op kredietinstellingen, uitgesplitst naar gelang de resterende looptijd of de opzegtermijn hoogstens één maand, meer dan één maand en hoogstens één jaar, of meer dan één jaar bedraagt;
  - edele metalen en kunstwerken.
  De vergelijkende bedragen over het vorige boekjaar worden vermeld.
  VII.
  Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de activa), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
  VIII.
  Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en de Europese coöperatieve vennootschappen: een staat met betrekking tot het kapitaal en de aandeelhoudersstructuur, die vermeldt:
  A. - het bedrag van het geplaatste kapitaal, evenals de aard en het bedrag van de verschillende wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar en het aantal daarbij betrokken aandelen;
  - de samenstelling van het kapitaal bij de jaarafsluiting; indien er verschillende soorten aandelen bestaan die het kapitaal vertegenwoordigen, het aantal aandelen van elke soort en het kapitaalbedrag dat ze vertegenwoordigen;
  - de uitsplitsing van het kapitaal in aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen;
  B. het bedrag van het niet opgevraagde kapitaal en van het opgevraagde, niet gestorte kapitaal naast de lijst bedoeld in artikel 7:50 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, indien dit artikel op de vennootschap toepasselijk is;
  C. het aantal eigen aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden, evenals het kapitaalbedrag vertegenwoordigd door deze aandelen;
  D. de verplichtingen tot uitgifte van aandelen als gevolg van de uitoefening van conversie- of inschrijvingsrechten, met vermelding van het bedrag van de lopende converteerbare leningen, van het aantal inschrijvingsrechten in omloop, van het maximum aantal uit te geven aandelen en van het overeenstemmende bedrag te plaatsen kapitaal;
  E. het bedrag van het toegestane, niet geplaatste kapitaal;
  F. het aantal uitgegeven aandelen buiten kapitaal, het daaraan verbonden stemrecht, alsmede, in voorkomend geval, het aantal van deze aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden;
  G. de aandeelhoudersstructuur van de vennootschap op de datum van jaarafsluiting, zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de vennootschap heeft ontvangen ingevolge artikel 14, vierde lid, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen of ingevolge artikel 5 van het koninklijk besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels betreffende bepaalde multilaterale handelsfaciliteiten.
  Voor andere vennootschappen dan de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en de Europese coöperatieve vennootschappen:
  Een staat met betrekking tot de inbreng, die vermeldt:
  A. - het bedrag van het door de aandeelhouders ingebracht eigen vermogen in geld of in natura, het niet volgestort aandeel hiervan, evenals de aard en het bedrag van de verschillende wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar;
  - de uitsplitsing van de inbreng in aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen naast de lijst bedoeld in de artikelen 5:44 en 6:43 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, indien dit artikel op de vennootschap toepasselijk is;
  B. het aantal eigen aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden;
  C. de verplichtingen tot uitgifte van aandelen als gevolg van de uitoefening van conversie- of inschrijvingsrechten, met vermelding van het bedrag van de lopende converteerbare leningen, van het aantal inschrijvingsrechten in omloop, van het maximum aantal uit te geven aandelen en van het overeenstemmende bedrag van inbreng;
  D. het aantal uitgegeven aandelen met het daaraan verbonden stemrecht;
  E. de aandeelhoudersstructuur van de vennootschap op de datum van jaarafsluiting zoals die blijkt uit de kennisgevingen die de vennootschap heeft ontvangen ingevolge artikel 14, vierde lid, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen of ingevolge artikel 5 van het koninklijk besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels betreffende bepaalde multilaterale handelsfaciliteiten.
  IX.
  Wat de voorzieningen voor risico's en kosten (post VII van de passiva) betreft, een uitsplitsing van post "VII.A.5. Overige risico's en kosten" wanneer onder deze post een belangrijk bedrag voorkomt.
  X.
  Een staat van de schulden, die vermeldt:
  A. een uitsplitsing, per post van post VIII van de passiva, van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
  B. het bedrag van de schulden (posten VIII en IX van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door:
  1° Belgische overheidsinstellingen;
  2° zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de vennootschap.
  De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijke ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
  De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
  C. 1. wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX.E. van de passiva), het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van:
  a) het belastingbestuur;
  b) de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
  C. 2. wat de belastingen betreft (post IX.E.1. van de passiva), een uitsplitsing tussen de te betalen belastingen en de geschatte belastingschulden.
  De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B., 1° en 2°, van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A.2 van staat XVII mogen worden verstrekt in de vorm van een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden met de vermelding voor elke schuld van haar aard overeenkomstig de balansposten, haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.
  XI.
  Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de passiva), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
  XII.
  De volgende gegevens met betrekking tot de resultaten over het boekjaar en over het vorige boekjaar:
  A. een uitsplitsing van de netto-omzet (post I.A.) naar categorie bedrijfsactiviteit en naar geografische markten, voor zover deze categorieën en markten, vanuit het oogpunt van de organisatie van de verkoop van goederen en de verlening van diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap, onderling aanzienlijke verschillen te zien geven;
  B. wat de andere bedrijfsopbrengsten betreft (post I.D.), het totaal bedrag van de subsidies (andere dan investeringssubsidies) en van de vanwege de overheid ontvangen compenserende bedragen;
  C. wat personeel en personeelskosten betreft:
  1° de volgende gegevens over het boekjaar en over het vorig boekjaar met betrekking tot de werknemers waarvoor de vennootschap een DIMONA-verklaring (onmiddellijke aangifte van tewerkstelling) heeft ingediend bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de volgende gegevens over het boekjaar en over het vorig boekjaar met betrekking tot de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst:
  a) het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;
  b) het gemiddelde personeelsbestand berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 1:24, § 5, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  c) het aantal gepresteerde uren berekend overeenkomstig boek 4, titel 4, van onderhavig besluit.
  2° een uitsplitsing van de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (post II.C.) naar volgend schema:
  a) bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen;
  b) patronale bijdragen voor sociale verzekeringen;
  c) patronale premies voor buitenwettelijke verzekeringen;
  d) andere personeelskosten;
  e) pensioenen;
  3° de voorzieningen voor pensioenen (toevoegingen +; bestedingen en terugnemingen -);
  D. wat betreft de waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (post II.E.) het respectievelijk bedrag van de geboekte waardeverminderingen eensdeels, en van de terugnemingen van waardeverminderingen anderdeels, uitgesplitst naar:
  1° voorraden en bestellingen in uitvoering;
  2° handelsvorderingen;
  E. wat de voorzieningen voor risico's en kosten betreft (post II.F.), een uitsplitsing van het bedrag naar toevoegingen eensdeels en bestedingen en terugnemingen anderdeels;
  F. wat de andere bedrijfskosten betreft (post II.G.) een uitsplitsing naargelang het belastingen en taksen op de bedrijfsuitoefening zijn of andere kosten;
  G. de volgende gegevens over het boekjaar en het vorige boekjaar met betrekking tot de uitzendkrachten en de ter beschikking van de vennootschap gestelde personen:
  1° het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;
  2° het gemiddelde aantal berekend in voltijdse equivalenten op dezelfde wijze als die gebruikt voor de werknemers waarvoor de vennootschap een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, het gemiddelde aantal berekend in voltijdse equivalenten op dezelfde wijze als die gebruikt voor de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister.
  XIII.
  De volgende gegevens betreffende de financiële resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar:
  A. wat de andere financiële opbrengsten betreft (post IV.C.), het bedrag van de geboekte kapitaal- en interestsubsidies door de overheid toegekend en aangerekend op het resultaat van het boekjaar, alsmede een uitsplitsing van de overige financiële opbrengsten die onder deze post werden opgenomen, indien het belangrijke bedragen betreft;
  B. wat de kosten van schulden betreft (post V.A.), het bedrag van de geactiveerde interesten;
  C. wat betreft de waardeverminderingen op vlottende activa (post V.B.), het respectievelijk bedrag van de waardeverminderingen en van de terugnemingen van waardeverminderingen;
  D. wat de andere financiële kosten betreft (post V.C.), het bedrag van het disconto ten laste van de vennootschap bij de verhandeling van vorderingen (handelseffecten, facturen en andere vorderingen), het bedrag van de gevormde, aangewende en teruggenomen voorzieningen met financieel karakter alsmede een uitsplitsing van de overige onder deze post opgenomen kosten, indien het om belangrijke bedragen gaat.
  XIV.
  Wat de niet-recurrente resultaten betreft, indien het om belangrijke bedragen gaat, een uitsplitsing van:
  A. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (post I. E.) in:
  1° Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa;
  2° Terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten;
  3° Meerwaarden bij de realisatie van immateriële en materiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten.
  B. Niet-recurrente bedrijfskosten (post II. I.) in:
  1° Niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa;
  2° Voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten;
  3° Minderwaarden bij de realisatie van immateriële en materiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente bedrijfskosten;
  5° Als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten (-).
  C. Niet-recurrente financiële opbrengsten (post IV. D.) in:
  1° Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa;
  2° Terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten;
  3° Meerwaarden bij realisatie van financiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente financiële opbrengsten.
  D. Niet-recurrente financiële kosten (post V. D.) in:
  1° Waardeverminderingen op financiële vaste activa;
  2° Voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten;
  3° Minderwaarden bij realisatie van financiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente financiële kosten.
  5° Als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente financiële kosten (-).
  XV.
  Wat de belastingen op het resultaat betreft ( post VIII. ), de volgende gegevens:
  A. een uitsplitsing van de belastingen op het resultaat in:
  1° belastingen op het resultaat van het boekjaar, uitgesplitst naar:
  a) verschuldigde of betaalde belastingen en voorheffingen;
  b) geactiveerde overschotten van betaalde belastingen en voorheffingen (-);
  c) geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva);
  2° belastingen op het resultaat van vorige boekjaren uitgesplitst naar:
  a) verschuldigde of betaalde belastingsupplementen;
  b) geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva) of belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd (opgenomen onder post VII van de passiva);
  B. in de mate waarin het resultaat van het boekjaar op belangrijke wijze werd beïnvloed op het stuk van de belastingen, door een verschil tussen de winst vóór belastingen, zoals deze blijkt uit de jaarrekening en de geraamde belastbare winst, worden de belangrijkste oorzaken van dit verschil aangeduid met bijzondere vermelding van deze die voortspruiten uit het tijdverschil tussen de vaststelling van de boekwinst en de fiscale winst;
  C. aanduidingen over de invloed van de niet-recurrente resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar;
  D. in de mate waarin deze informatie belangrijk is om een inzicht te verkrijgen in de financiële positie van de vennootschap worden inlichtingen verstrekt over de bronnen, op het einde van het boekjaar, van belastinglatenties. In het bijzonder worden als bronnen van actieve belastinglatenties vermeld, de gecumuleerde fiscale verliezen die aftrekbaar zijn van latere belastbare winsten.
  XVI.
  De vermelding van het bedrag, voor het boekjaar en voor het vorige boekjaar, van de andere taksen en belastingen ten laste van derden, waarbij worden onderscheiden:
  A. de belasting over de toegevoegde waarde, de egalisatiebelasting en de speciale taks in rekening gebracht tijdens het boekjaar:
  1° aan de vennootschap (aftrekbaar);
  2° door de vennootschap;
  B. de ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van:
  1° bedrijfsvoorheffing;
  2° roerende voorheffing.
  XVII.
  De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
  A. 1. het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap geëndosseerde handelseffecten in omloop, van de door de vennootschap getrokken of voor aval getekende handelseffecten alsmede het maximumbedrag ten belope waarvan andere verplichtingen van derden door de vennootschap zijn gewaarborgd;
  2. het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
  - wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
  - wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
  - wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat de gestelde of de onherroepelijke beloofde zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs;
  3. de goederen en waarden gehouden door derden in hun naam maar ten bate en op risico van de vennootschap, voorzover deze goederen en waarden niet in de balans zijn opgenomen;
  4. de belangrijke verplichtingen tot aan- of verkoop van vaste activa, uitgesplitst naar verplichtingen tot aankoop en verplichtingen tot verkoop;
  5. het bedrag van de termijnverrichtingen, met afzonderlijke vermelding van het bedrag van de gekochte (te ontvangen) goederen, van de verkochte (te leveren) goederen, van de gekochte (te ontvangen) deviezen en van de verkochte (te leveren) deviezen;
  B. inlichtingen betreffende de technische waarborgen verbonden met reeds gepresteerde verkopen of diensten;
  C. het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld;
  D. indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de vennootschap is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de vennootschap heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de vennootschap zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend;
  E. de aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na balansdatum hebben voorgedaan en die niet in de resultatenrekening of balans worden weergegeven;
  F. verplichtingen betreffende de aan- of verkoopverbintenissen die de vennootschap als optieschrijver van call- en putopties heeft.
  XVIII.
  Aard en zakelijk doel van buitenbalans regelingen.
  De aard en het zakelijke doel van de regelingen van de vennootschappen die niet in de balans zijn opgenomen, en de financiële gevolgen van deze regelingen voor de vennootschap, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de vennootschap.
  XIX.
  Een staat over de betrekkingen met verbonden ondernemingen, geassocieerde ondernemingen en ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat. Voor de verbonden ondernemingen wordt zowel voor het afgesloten boekjaar als voor het vorige boekjaar vermeld:
  1. het bedrag van de financiële vaste activa waarbij worden onderscheiden de deelnemingen, de achtergestelde vorderingen en de andere vorderingen;
  2. het bedrag van de vorderingen respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;
  3. de geldbeleggingen met een onderscheid tussen aandelen en vorderingen;
  4. het bedrag van de schulden respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;
  5. het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van verbonden ondernemingen alsmede het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door verbonden ondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van de vennootschap;
  6. de andere betekenisvolle financiële verplichtingen;
  7. de financiële resultaten waarbij worden onderscheiden inzake de opbrengsten:
  - de opbrengsten uit financiële vaste activa,
  - de opbrengsten uit vlottende activa,
  - de andere financiële opbrengsten,
  en inzake de kosten:
  - de kosten van schulden,
  - de andere financiële kosten;
  8. de meer- en minderwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van vaste activa.
  De vermeldingen bedoeld onder 1., 2., 4., 5. en 6. moeten eveneens worden verstrekt voor de geassocieerde ondernemingen.
  De vermeldingen bedoeld onder 1., 2. en 4. moeten eveneens worden verstrekt voor de ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
  Indien de vennootschap een moedervennootschap is in de zin van artikel 1:15 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, vermeldt de staat of zij een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag opstelt en openbaar maakt. Wanneer zij met toepassing van de artikelen 3:23, tweede lid, 3:25 en 3:26 van voornoemd wetboek geen geconsolideerde jaarrekening noch een geconsolideerd jaarverslag opstelt, vermeldt de staat de reden waarom; bij toepassing van artikel 3:26 van voornoemd wetboek worden de naam en de zetel, en als het een onderneming naar Belgisch recht betreft het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen, vermeld van de moederonderneming die de geconsolideerde jaarrekening opmaakt en openbaar maakt en wordt inzonderheid aangetoond dat aan de voorwaarden van artikel 3:26, §§ 2 en 3, van voornoemd wetboek is voldaan.
  Indien de vennootschap een dochteronderneming is van een andere onderneming of een gemeenschappelijke dochteronderneming van verschillende ondernemingen, vermeldt de staat de naam en de zetel, en zo het gaat om een onderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen, van de onderneming(en) waarvan zij de dochteronderneming of de gemeenschappelijke dochteronderneming is en of deze moederondernemingen een geconsolideerde jaarrekening opstellen waarin de jaarrekening van de vennootschap door consolidatie wordt opgenomen. Als dat zo is, vermeldt de staat, tenzij het om een moederonderneming naar Belgisch recht gaat, de plaats waar deze geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is. Wordt de jaarrekening van de vennootschap op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden de in dit lid bedoelde gegevens verstrekt, enerzijds, voor het grootste geheel en, anderzijds, voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.
  XX.
  Transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden
  De vermelding van de transacties die door de vennootschap zijn aangegaan met verbonden partijen, met inbegrip van het bedrag van dergelijke transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over de transacties die nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van de vennootschap, te vermelden indien dergelijke transacties van enige betekenis zijn en niet onder normale marktvoorwaarden zijn verricht. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard daarvan worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de vennootschap.
  Deze informatie is niet vereist voor transacties die zijn aangegaan tussen twee of meer leden van een groep, mits de dochterondernemingen die partij zijn bij de transactie, geheel in eigendom zijn van een dergelijk lid.
  Onder verbonden partij wordt hetzelfde verstaan als in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002.
  XXI.
  Financiële betrekkingen met bestuurders, zaakvoerders en commissarissen
  A. De volgende gegevens over bestuurders en zaakvoerders:
  - het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de rente en de duur van deze vorderingen, de belangrijkste voorwaarden en de eventuele afgeloste bedragen of bedragen waarvan werd afgezien;
  - het bedrag van de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en van de ten laste van de resultatenrekening toegekende pensioenen, respectievelijk aan bestuurders en zaakvoerders en aan oud-bestuurders en zaakvoerders, voor zover deze vermelding niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van een enkel identificeerbaar persoon.
  De gegevens bedoeld achter het eerste streepje van het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden ondernemingen zijn in de zin van dit boek, alsmede in het voordeel van de andere ondernemingen die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de achter het eerste streepje van het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.
  B. De volgende gegevens over de commissaris en over de personen met wie hij verbonden is:
  - de bezoldiging van de commissaris;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door de commissaris, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door personen met wie de commissaris verbonden is, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten.
  - de verantwoording van de afwijking bedoeld in artikel 3:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  C. De volgende gegevens over:
  - een Belgische vennootschap, die zelf geen dochtervennootschap is van een Belgische vennootschap, onderworpen aan de wettelijke controle van haar geconsolideerde jaarrekening, die evenwel gebruik maakt van de vrijstelling voorzien in de artikelen 3:23, tweede lid, 3:25 of 3:26 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en bijgevolg geen geconsolideerde jaarrekening opstelt:
  - de bezoldigingen verbonden aan de mandaten van commissaris in de vennootschap en haar dochtervennootschappen;
  - de bezoldigingen verbonden aan uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap en binnen haar dochtervennootschappen door de commissaris volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de bezoldigingen verbonden aan gelijkgestelde mandaten uitgevoerd door een met de commissaris verbonden persoon;
  - de bezoldigingen verbonden aan uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap en binnen haar dochtervennootschappen door een met de commissaris verbonden persoon volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten.
  - de verantwoording van de afwijking bedoeld in artikel 3:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  XXII.
  De volgende gegevens betreffende het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde.
  In geval van niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor de financiële instrumenten: voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten, voor het boekjaar en het vorig boekjaar, een overzicht van de omvang en de aard van de instrumenten, het ingedekte risico en een vergelijking tussen de boekwaarde en de reële waarde van de instrumenten indien een dergelijke waarde kan worden bepaald middels een van de in artikel 3:91 B. voorgeschreven methoden.
  Voor financiële vaste activa die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde: de boekwaarde en de reële waarde van de afzonderlijke activa, dan wel van passende groepen van deze afzonderlijke activa en de redenen waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Art. 3:82. L'annexe du schéma complet des comptes annuels comprend les renseignements et états suivants :
  I.
  Un état des frais d'établissement (rubrique I de l'actif) mentionnant leur valeur comptable nette au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (nouveaux frais engagés, amortissements, autres), ainsi que la valeur comptable nette au terme de l'exercice, ventilée entre :
  - frais de constitution et, le cas échéant, d'augmentation de capital ou d'augmentation de l'apport, frais d'émission d'emprunts, et autres frais d'établissement;
  - frais de restructuration.
  II.
  Un état des immobilisations incorporelles (rubrique II de l'actif) ventilant celles-ci entre :
  - Frais de développement;
  - Concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et droits similaires;
  - Goodwill;
  - Acomptes versés;
  et mentionnant pour chacun de ces postes les indications prévues aux litteras a), c) et d) de l'état n° III ci-dessous.
  III.
  Un état des immobilisations corporelles (rubrique III de l'actif) ventilant celles-ci entre :
  - Terrains et constructions (III.A);
  - Installations, machines et outillage (III.B);
  - Mobilier et matériel roulant (III.C);
  - Location-financement et droits similaires (III.D);
  - Autres immobilisations corporelles (III.E);
  - Immobilisations en cours et acomptes versés (III.F);
  et mentionnant pour chacun de ces postes :
  a) en valeur d'acquisition, le montant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (acquisitions, y compris la production immobilisée, cessions et désaffectations, transferts d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice;
  b) les plus-values existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (plus-values actées, acquises de tiers, annulées, transférées d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces plus-values;
  c) les amortissements et réductions de valeur existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (amortissements et réductions de valeur actés à charge du compte de résultats, repris en compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces amortissements et réductions de valeur;
  d) la valeur comptable nette en fin d'exercice.
  Pour les droits dont la société dispose en vertu de contrats de location-financement et de contrats similaires, la valeur comptable nette en fin d'exercice est ventilée entre : terrains et constructions; installations, machines et outillage; mobilier et matériel roulant.
  IV.
  Un état des immobilisations financières (rubrique IV de l'actif) ventilant celles-ci :
  A. d'une part, entre :
  - Participations dans des entreprises liées (IV.A.1);
  - Autres participations (IV.B.1);
  - Autres actions ou parts (IV.C.1),
  et mentionnant pour chacun de ces postes, les indications prévues aux litteras a), b), c) et d) de l'état n° III, ci-dessus, ainsi que, quant aux montants non appelés, le montant au terme de l'exercice précédent, le total des mutations de l'exercice ainsi que le montant en fin d'exercice;
  B. d'autre part, entre :
  - Créances sur entreprises liées (IV.A.2);
  - Créances sur autres entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation (IV.B.2);
  - Autres créances (IV.C.2);
  et mentionnant pour chacun de ces postes, la valeur comptable nette au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (additions, remboursements, réductions de valeur actées et reprises, différences de change, autres), la valeur comptable en fin d'exercice, ainsi que le montant des réductions de valeur cumulées en fin d'exercice.
  V.
  A. La liste des entreprises dans lesquelles la société détient une participation au sens du présent titre, ainsi que des autres entreprises dans lesquelles la société détient des droits sociaux représentant 10 p.c. au moins du capital souscrit.
  Pour chacune de ces entreprises sont indiqués : le nom, le siège et s'il s'agit d'une entreprise de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui est attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises, le nombre de droits sociaux détenus directement par la société et le pourcentage que cette détention représente, ainsi que le pourcentage de droits sociaux détenus par les filiales de la société; le montant des capitaux propres et le résultat net du dernier exercice dont les comptes annuels sont disponibles. Le nombre et le pourcentage des droits sociaux détenus sont, le cas échéant, mentionnés par catégories différentes de droits sociaux émis. Les mêmes informations sont données en ce qui concerne les droits de conversion et de souscription détenus directement ou indirectement.
  Le montant des capitaux propres et le montant du résultat net du dernier exercice dont les comptes annuels sont disponibles peuvent ne pas être mentionnés :
  1° si l'entreprise dans laquelle est détenue une participation ou sont détenus des droits sociaux, est intégrée par consolidation dans les comptes consolidés de la société, établis et publiés conformément au Code des sociétés et des associations et au titre 1er du présent livre, ou
  2° si l'entreprise concernée n'est pas tenue de rendre ces indications publiques; cette exception n'est toutefois pas applicable aux filiales.
  Le montant des capitaux propres et du résultat net des entreprises étrangères est exprimé en monnaie étrangère; cette monnaie est mentionnée.
  B. La liste des entreprises dont la société répond de manière illimitée en qualité d'associé ou de membre indéfiniment responsable.
  Pour chacune des entreprises pour lesquelles la société est indéfiniment responsable sont indiqués le nom, le siège, la forme légale et s'il s'agit d'une entreprise de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui est attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises.
  Les comptes annuels de chacune des entreprises pour lesquelles la société est indéfiniment responsable sont joints à ceux de la société et publiés en même temps que ceux-ci. Cette disposition ne s'applique toutefois pas, moyennant mention dans cet état V.B :
  1° si les comptes annuels de cette entreprise font eux-mêmes l'objet d'une publicité conforme à celle dans la forme prévue à l'article 3:10 du Code des sociétés et des associations ou sont effectivement publiés dans un autre Etat membre de la UE, dans les formes de l'article 16 de la directive (UE) 2017/1132; ou
  2° si les comptes de cette entreprise sont intégrés par consolidation globale ou par consolidation proportionnelle dans les comptes consolidés de la société, établis, contrôlés et publiés en conformité avec le Code des sociétés et des associations et le titre 1er du présent livre;
  3° lorsqu'il s'agit d'une société simple.
  VI.
  Quant aux placements de trésorerie, " les autres placements " (rubrique VIII.B. de l'actif) sont ventilés entre :
  - actions et parts, avec mention explicite du montant non appelé;
  - titres à revenu fixe, avec mention distincte des titres émis par des établissements de crédit;
  - compte à terme sur les établissements de crédit, ventilés selon que leur durée résiduelle ou la durée de leur préavis est de un mois au plus, se situe entre plus d'un mois et un an au plus, ou est de plus d'un an;
  - métaux précieux et oeuvres d'art.
  Les chiffres correspondants de l'exercice précédent sont mentionnés.
  VII.
  Quant aux comptes de régularisation (rubrique X de l'actif), une ventilation de ce poste si celui-ci représente un montant important.
  VIII.
  Pour les sociétés anonymes, sociétés européennes et les sociétés coopératives européennes : un état du capital et de la structure de l'actionnariat mentionnant :
  A. - le montant du capital souscrit ainsi que la nature et le montant des diverses modifications de celui-ci au cours de l'exercice et le nombre d'actions concernées;
  - la représentation du capital en fin d'exercice; s'il existe plusieurs catégories d'actions représentatives du capital, le nombre d'actions de chaque catégorie et le montant du capital qu'elles représentent;
  - la ventilation du capital en actions nominatives et actions dématérialisées;
  B. le montant du capital non appelé et du capital appelé, non versé, en regard de la liste prévue à l'article 7:50 du Code des sociétés et des associations, si cette disposition est applicable à la société;
  C. le nombre d'actions propres détenues respectivement par la société elle-même et par ses filiales ainsi que le montant du capital que ces actions représentent;
  D. les engagements d'émission d'actions suite à l'exercice de droits de conversion ou de souscription en indiquant le montant des emprunts convertibles en cours et le nombre de droits de souscription en circulation ainsi que le nombre maximum d'actions à émettre et le montant correspondant du capital à souscrire;
  E. le montant du capital autorisé non souscrit;
  F. le nombre de parts émises, non représentatives du capital, le nombre de voix y attachées, ainsi que le nombre de ces parts détenues respectivement par la société elle-même et par ses filiales;
  G. la structure de l'actionnariat de la société à la date de clôture du bilan, telle qu'elle résulte des notifications que la société a reçues en vertu de l'article 14, alinéa 4, de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes ou en vertu de l'article 5 de l'arrêté royal du 21 août 2008 fixant les règles complémentaires applicables à certains systèmes multilatéraux de négociation.
  Pour les sociétés autres que des sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes :
  Un état relatif à l'apport, qui mentionne :
  A. - le montant des capitaux propres apportés par les actionnaires en espèces ou en nature, la partie non libérée de ce montant, ainsi que la nature et le montant de ses différentes modifications au cours de l'exercice;
  - la ventilation de l'apport en actions ou parts ou parts dématérialisées en regard de la liste prévue aux articles 5 :44 et 6 :43 du Code des sociétés et des associations, si cette disposition est applicable à la société;
  B. le nombre d'actions ou parts propres détenues respectivement par la société elle-même et par ses filiales;
  C. les engagements d'émission d'actions ou parts suite à l'exercice de droits de conversion ou de souscription en indiquant le montant des emprunts convertibles en cours, le nombre de droits de souscription en circulation ainsi que le nombre maximum de parts à émettre et le montant correspondant de l'apport;
  D. le nombre d'actions ou parts émises et le droit de vote qui y est lié;
  E. la structure de l'actionnariat de la société à la date de clôture des comptes, telle qu'elle résulte des déclarations reçues par la société en exécution l'article 14, alinéa 4, de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes ou en exécution de l'article 5 de l'arrêté royal du 21 août 2008 fixant les règles complémentaires applicables à certains systèmes multilatéraux de négociation.
  IX.
  Quant aux provisions pour risques et charges (rubrique VII du passif), une ventilation du poste " VII.A.5. Autres risques et charges " si celui-ci représente un montant important.
  X.
  Un état des dettes comportant :
  A. une ventilation, par poste prévu à la rubrique VIII du passif, des dettes à l'origine à plus d'un an, selon que leur durée résiduelle est d'un an au plus, de plus d'un an mais de cinq ans au plus, ou de plus de cinq ans;
  B. le montant des dettes (rubriques VIII et IX du passif) ou de la partie de ces dettes qui sont garanties :
  1° par les pouvoirs publics belges;
  2° par des sûretés réelles sur les actifs de la société, constituées ou irrévocablement promises.
  Ne sont pas mentionnées parmi les dettes garanties, les dettes assorties d'un privilège, sauf en ce qui concerne le privilège du vendeur. La réserve de propriété est assimilée à une garantie réelle. Ne sont toutefois pas assimilés à une garantie réelle : la clause résolutoire expresse, l'engagement de ne pas céder certains biens, ne pas les grever de droits réels au profit de tiers ou encore de ne pas constituer de sûretés réelles sur ces biens sans l'accord d'un créancier.
  Les montants visés sub 1° et 2° sont ventilés par poste prévu aux rubriques VIII et IX du passif, mais sans distinction selon leur terme.
  C. 1. en ce qui concerne les dettes fiscales, salariales et sociales (rubrique IX.E. du passif), le montant des dettes échues (que des délais de paiement aient ou non été obtenus), envers :
  a) des administrations fiscales;
  b) l'Office National de Sécurité Sociale.
  C. 2. en ce qui concerne les impôts (rubrique IX.E.1. du passif), une ventilation entre les impôts à payer et les dettes fiscales estimées.
  Les renseignements visés sub A et B, 1° et 2°, du présent tableau ainsi que ceux visés au tableau XVII, A.2. peuvent être remplacés par une énumération des dettes à plus d'un an et des dettes assorties de garanties, en mentionnant pour chacune d'elles la nature de la dette selon les rubriques du bilan, son échéance et les garanties dont elle est assortie.
  XI.
  Quant aux comptes de régularisation (rubrique X du passif) une ventilation de ce poste si celui-ci représente un montant important.
  XII.
  Les indications suivantes relatives aux résultats de l'exercice et de l'exercice précédent :
  A. une ventilation du chiffre d'affaires net (rubrique I.A.) par catégorie d'activité ainsi que par marché géographique, dans la mesure où, du point de vue de l'organisation de la vente des produits et de la prestation des services relevant des activités ordinaires de la société, ces catégories et marchés diffèrent entre eux de façon considérable;
  B. quant aux autres produits d'exploitation (rubrique I.D.), le montant global des subsides (autres que les subsides liés à des investissements) et des montants compensatoires obtenus des pouvoirs publics;
  C. quant au personnel et aux frais de personnel :
  1° les données suivantes, relatives à l'exercice et à l'exercice précédent, au sujet des travailleurs pour lesquels la société a introduit une déclaration DIMONA (déclaration immédiate de l'emploi) de l'Office national de Sécurité sociale (ONSS) conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, les données suivantes, relatives à l'exercice et à l'exercice précédent, au sujet des travailleurs inscrits au registre général du personnel et liés à la société par un contrat de travail ou par un contrat de premier emploi :
  a) le nombre total à la date de clôture de l'exercice;
  b) l'effectif moyen du personnel calculé en équivalents temps plein conformément à l'article 1:24, § 5, du Code des sociétés et des associations;
  c) le nombre d'heures prestées calculées conformément au livre 4, titre 4 du présent arrêté.
  2° la ventilation des rémunérations, charges sociales et pensions (rubrique II.C.) selon le schéma suivant :
  a) rémunérations et avantages sociaux directs;
  b) cotisations patronales d'assurances sociales;
  c) primes patronales pour assurances extra-légales;
  d) autres frais de personnel;
  e) pensions;
  3° les provisions pour pensions (dotations +, utilisations et reprises -);
  D. quant aux réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales (rubrique II.E.), le montant respectif des réductions de valeur actées d'une part, des reprises de réductions de valeur, d'autre part, afférentes :
  1° aux stocks et aux commandes en cours d'exécution;
  2° aux créances commerciales;
  E. quant aux provisions pour risques et charges (rubrique II.F), une ventilation entre le montant des constitutions de provisions et celui des utilisations et des reprises de provisions;
  F. quant aux autres charges d'exploitation (rubrique II.G.), une ventilation selon qu'il s'agit d'impôts et de taxes relatifs à l'exploitation ou d'autres charges.
  G. les indications suivantes relatives à l'exercice et à l'exercice précédent au sujet du personnel intérimaire et des personnes mises à la disposition de la société :
  1° le nombre total à la date de clôture de l'exercice;
  2° le nombre moyen calculé en équivalents temps plein de la même façon que celle utilisée pour les travailleurs pour lesquels la société a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, le nombre moyen calculé en équivalents temps plein de la même façon que celle utilisée pour l'inscription des travailleurs dans le registre général du personnel.
  XIII.
  Les indications suivantes relatives aux résultats financiers de l'exercice et de l'exercice précédent :
  A. quant aux autres produits financiers (rubrique IV.C.) le montant des subsides en capital et en intérêts accordés par les pouvoirs publics, imputés au résultat de l'exercice ainsi qu'une ventilation des autres produits portés sous cette rubrique, s'ils représentent des montants importants;
  B. quant aux charges des dettes (rubrique V.A.), le montant des intérêts portés à l'actif;
  C. quant aux réductions de valeur sur actifs circulants (rubrique V.B.), le montant respectif des réductions de valeur et des reprises de réductions de valeur;
  D. quant aux autres charges financières (rubrique V.C), le montant de l'escompte à charge de la société sur la négociation de créances (effets de commerce, factures et autres créances), le montant des provisions à caractère financier constituées utilisées et reprises, ainsi qu'une ventilation des autres charges portées sous cette rubrique, si elles représentent des montants importants.
  XIV.
  Quant aux résultats non récurrents, si ces postes représentent des montants importants, une ventilation des :
  A. Produits d'exploitation non récurrents (rubrique I.E.) :
  1° Reprises d'amortissements et de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles;
  2° Reprises de provisions pour risques et charges d'exploitation non récurrents;
  3° Plus-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles et corporelles;
  4° Autres produits d'exploitation non récurrents.
  B. Charges d'exploitation non récurrentes (rubrique II.I.) :
  1° Amortissements et réductions de valeur non récurrents sur frais d'établissement et sur immobilisations incorporelles et corporelles;
  2° Provisions pour risques et charges d'exploitation non récurrents;
  3° Moins-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles et corporelles;
  4° Autres charges d'exploitation non récurrentes;
  5° Charges d'exploitation non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-).
  C. Produits financiers non récurrents (rubrique IV.D.) :
  1° Reprises de réductions de valeur sur immobilisations financières;
  2° Reprises de provisions pour risques et charges financiers non récurrents;
  3° Plus-values sur réalisation d'immobilisations financières;
  4° Autres produits financiers non récurrents.
  D. Charges financières non récurrentes (rubrique V.D.) :
  1° Réductions de valeur sur immobilisations financières;
  2° Provisions pour risques et charges financiers non récurrents;
  3° Moins-values sur réalisation d'immobilisations financières;
  4° Autres charges financières non récurrentes.
  5° Charges financières non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-).
  XV.
  Quant aux impôts sur le résultat (rubrique VIII.) :
  A. une ventilation des impôts sur le résultat, en distinguant :
  1° en ce qui concerne les impôts sur le résultat de l'exercice :
  a) les impôts et précompte dus ou versés;
  b) l'excédent de versements d'impôts ou de précompte porté à l'actif (-);
  c) les suppléments d'impôts estimés (portés à la rubrique IX.E.1. du passif);
  2° et en ce qui concerne les impôts sur le résultat d'exercices antérieurs :
  a) les suppléments d'impôts dus ou versés;
  b) les suppléments d'impôts estimés (portés à la rubrique IX.E.1. du passif) ou provisionnés (portés à la rubrique VII du passif);
  B. dans la mesure où le résultat de l'exercice est influencé de manière sensible au niveau des impôts par une disparité entre le bénéfice, avant impôts, exprimé dans les comptes et le bénéfice taxable estimé, les principales sources de cette disparité avec mention particulière de celles découlant de décalages dans le temps entre le bénéfice comptable et le bénéfice fiscal;
  C. des indications sur l'influence des résultats non récurrents sur le montant des impôts sur le résultat de l'exercice;
  D. dans la mesure où ces indications sont importantes pour l'appréciation de la situation financière de la société, des indications relatives à l'état, en fin d'exercice, des sources de latences fiscales. Seront notamment indiquées au titre de latences fiscales actives, les pertes fiscales cumulées, déductibles des bénéfices taxables ultérieurs.
  XVI.
  L'indication du montant, pour l'exercice et pour l'exercice précédent, des autres taxes et impôts à charge de tiers en distinguant :
  A. le montant total des taxes sur la valeur ajoutée, des taxes d'égalisation et des taxes spéciales portées en compte, pendant l'exercice :
  1° à la société (déductible);
  2° par la société;
  B. les montants retenus à charge de tiers, au titre de :
  1° précompte professionnel;
  2° précompte mobilier.
  XVII.
  Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
  A. 1. le montant des garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises par la société pour sûreté de dettes ou d'engagements de tiers, avec mention séparée des effets de commerce en circulation endossés par la société, des effets de commerce en circulation tirés ou avalisés par la société, ainsi que du montant maximum à concurrence duquel d'autres dettes ou engagements de tiers sont garanties par la société;
  2. le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par la société sur ses actifs propres, pour sûreté respectivement de ses dettes et engagements propres et des dettes et engagements de tiers, en mentionnant :
  - quant aux hypothèques (y compris l'hypothèque sur des immeubles dont la construction a commencé, ou même est seulement projetée), la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription. Pour les mandats irrévocables d'hypothéquer, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à prendre inscription en vertu du mandat;
  - quant au gage sur fonds de commerce, le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie et qui fait l'objet de l'enregistrement. Pour les mandats irrévocables de mise en gage du fonds de commerce, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à procéder à l'enregistrement en vertu du mandat;
  - quant aux gages constitués sur d'autres actifs (y compris la réserve de propriété) ou les mandats irrévocables de mise en gage d'autres actifs, la valeur comptable des actifs grevés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant aux sûretés constituées ou irrévocablement promises sur actifs futurs, le montant des actifs en cause et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant au privilège du vendeur, la valeur comptable du bien vendu et le montant du prix non payé;
  3. s'ils ne sont pas portés au bilan, les biens et valeurs détenus par des tiers en leur nom mais aux risques et profits de la société;
  4. les engagements importants d'acquisition ou de cession d'immobilisations, ventilés entre les engagements d'acquisition et les engagements de cession;
  5. le montant des marchés à terme, avec mention séparée du montant des marchandises achetées (à recevoir), des marchandises vendues (à livrer) des devises achetées (à recevoir) et des devises vendues (à livrer);
  B. des indications relatives aux garanties techniques attachées à des ventes ou des prestations déjà effectuées;
  C. le montant, la nature et la forme des litiges importants et des autres engagements importants non visés ci- dessus;
  D. si les membres du personnel ou les dirigeants de la société bénéficient d'un régime complémentaire de pension de retraite ou de survie, une description succincte de ce régime et des mesures prises par la société pour couvrir la charge qui en résultera. En ce qui concerne les pensions, dont le service incombe à la société elle-même, le montant des engagements qui résultent pour elle de prestations déjà effectuées fait l'objet d'une estimation dont les bases et méthodes sont énoncées de manière succincte;
  E. la nature et l'impact financier des événements significatifs postérieurs à la date de clôture du bilan qui ne sont pas pris en compte dans le compte de résultats ou le bilan;
  F. les engagements relatifs aux engagements d'achats ou de vente dont la société dispose comme émetteur d'options de vente ou d'achat.
  XVIII.
  Nature et objectif commercial des opérations non inscrites au bilan.
  La nature et l'objectif commercial des opérations non inscrites au bilan et leur impact financier pour la société, à condition que les risques ou les avantages découlant de ces opérations soient significatifs et dans la mesure où la divulgation des risques ou avantages soit nécessaire pour l'appréciation de la situation financière de la société.
  XIX.
  Un tableau relatif aux relations avec les entreprises liées, entreprises associées et entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation. Les données suivantes sont mentionnées pour les entreprises liées, mentionnant pour l'exercice clôturé et pour l'exercice précédent :
  1. le montant des immobilisations financières en distinguant les participations, les créances subordonnées et les autres créances;
  2. le montant des créances respectivement à plus d'un an et à un an au plus;
  3. les placements de trésorerie en distinguant les actions et les créances;
  4. les dettes respectivement à plus d'un an et à un an au plus;
  5. le montant des garanties personnelles et réelles constituées ou irrévocablement promises par la société pour sûreté de dettes ou d'engagement d'entreprises liées, ainsi que le montant des garanties personnelles et réelles constituées ou irrévocablement promises par des entreprises liées pour sûreté de dettes ou d'engagements de la société;
  6. les autres engagements financiers significatifs;
  7. les résultats financiers en distinguant quant aux produits :
  - les produits des immobilisations financières,
  - les produits des actifs circulants,
  - les autres produits financiers,
  et quant aux charges :
  - les charges des dettes,
  - les autres charges financières;
  8. les plus et les moins-values réalisées sur la cession d'actifs immobilisés.
  Les mentions prévues aux nos 1., 2., 4., 5. et 6. doivent également être fournies en ce qui concerne les entreprises associées.
  Les mentions prévues aux nos 1., 2. et 4. doivent également être données en ce qui concerne les entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation.
  Si la société est une société mère au sens de l'article 1:15 du Code des sociétés et des associations, l'état mentionne si elle établit et publie des comptes consolidés et un rapport consolidé de gestion. Si elle n'établit pas de comptes consolidés et de rapport consolidé de gestion par application des articles 3:23, alinéa 2, 3:25 et 3:26 dudit code, l'état mentionne le motif de cette exemption; en cas d'application de l'article 3:26 dudit code, le nom, le siège et s'il s'agit d'une entreprise de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui est attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises de l'entreprise mère qui établit et publie les comptes consolidés sont mentionnés et il est justifié spécialement du respect des conditions prévues par l'article 3:26, §§ 2 et 3, dudit code.
  Si la société est filiale d'une autre entreprise ou filiale conjointe de diverses entreprises, l'état mentionne le nom, le siège et, s'il s'agit d'une entreprise de droit belge le numéro d'entreprise qui lui est attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises, de la ou des entreprises dont elle est la filiale ou la filiale commune et si ces entreprises mères établissent et publient des comptes consolidés dans lesquels les comptes de la société sont intégrés par consolidation. Dans l'affirmative, il indique, sauf si l'entreprise mère est de droit belge, le lieu où ces comptes consolidés peuvent être obtenus. Si les comptes de la société sont consolidés à plusieurs niveaux, les renseignements prévus par le présent alinéa sont donnés d'une part pour l'ensemble le plus grand et d'autre part pour l'ensemble le plus petit d'entreprises dont la société fait partie en tant que filiale, et pour lequel des comptes consolidés sont établis et publiés.
  XX.
  Transactions avec des parties liées effectuées dans des conditions autres que celles du marché
  La mention des transactions effectuées par la société avec des parties liées, y compris le montant de telles transactions, la nature des rapports avec la partie liée, ainsi que toute autre information sur les transactions qui serait nécessaire pour obtenir une meilleure compréhension de la position financière de la société si ces transactions sont significatives et qu'elles sont effectuées dans des conditions autres que celles du marché. Les informations sur les différentes transactions peuvent être agrégées en fonction de leur nature, sauf lorsque des informations distinctes sont nécessaires pour comprendre les effets des transactions avec des parties liées sur la situation financière de la société.
  Cette information n'est pas requise pour les transactions qui ont lieu entre deux ou plusieurs membres d'un groupe, à condition que les filiales concernées par la transaction soient entièrement la propriété d'un tel membre.
  Le terme partie liée possède la même signification que celle utilisée dans les normes comptables internationales adoptées conformément au règlement (CE) n° 1606/2002.
  XXI.
  Relations financières avec les administrateurs, les gérants et les commissaires
  A. Les indications suivantes relatives aux administrateurs et gérants :
  - le montant en fin d'exercice des créances existant à leur charge, avec indication du taux d'intérêt et de la durée de ces créances, des conditions essentielles et des montants éventuellement remboursés, annulés ou auxquels il a été renoncé, ainsi que les garanties constituées en leur faveur, et les autres engagement significatifs souscrits en leur faveur;
  - le montant des rémunérations directes et indirectes et des pensions attribuées, à charge du compte de résultats, respectivement aux administrateurs et gérants et aux anciens administrateurs et gérants, pour autant que cette mention ne porte pas à titre exclusif ou principal sur la situation d'une seule personne identifiable.
  Les indications prévues au premier tiret de l'alinéa 1er doivent également être données quant aux créances, garanties et engagements significatifs consentis en faveur de personnes physiques ou morales qui contrôlent directement ou indirectement la société, mais ne constituent pas au sens du présent livre des entreprises liées, ainsi qu'en faveur des autres entreprises contrôlées directement ou indirectement par les personnes susvisées. Ces indications peuvent être données par addition aux indications prévues au premier tiret de l'alinéa 1er.
  B. Les indications suivantes relatives au commissaire et aux personnes avec lesquelles il est lié :
  - les émoluments du commissaire;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de la société par le commissaire, selon les catégories suivantes: autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de la société par des personnes avec lesquelles le commissaire est lié, selon les catégories suivantes: autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale.
  - la justification de la dérogation visée à l'article 3:64 du Code des sociétés et des associations.
  C. Les indications suivantes relatives à :
  - une société belge, qui n'est elle-même pas une filiale d'une société belge, soumise au contrôle légal de ses comptes consolidés, qui a cependant recours à l'exonération prévue à l'article 3:23, alinéa 2, 3:25 ou 3:26 du Code des sociétés et des associations et qui ne rédige par conséquent pas de comptes consolidés :
  - les émoluments liés aux mandats de commissaire dans la société et dans ses filiales;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de la société et au sein de ses filiales par le commissaire, selon les catégories suivantes: autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les émoluments liés à des mandats assimilés accomplis par des personnes avec qui le commissaire est lié;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de la société et au sein de ses filiales par des personnes avec lesquelles le commissaire est lié, selon les catégories suivantes: autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale.
  - la justification de la dérogation visée à l'article 3:64 du Code des sociétés et des associations.
  XXII.
  Les indications suivantes relatives à la non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur.
  En cas de non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur pour les instruments financiers: pour chaque catégorie d'instruments financiers dérivés, pour l'exercice et l'exercice précédent, un aperçu du volume et de la nature des instruments, le risque couvert et une comparaison entre la valeur comptable et la juste valeur des instruments si cette valeur peut être déterminée grâce à l'une des méthodes prescrites à l'article 3:91 B.
  Pour les immobilisations financières comptabilisées pour un montant supérieur à leur juste valeur : la valeur comptable et la juste valeur des actifs, pris isolément ou regroupés de manière adéquate et les raisons pour lesquelles la valeur comptable n'a pas été réduite et notamment les éléments qui permettent de supposer que la valeur comptable sera recouvrée.
Onderafdeling 2. - Jaarrekening in verkorte vorm
Sous-section 2. - Comptes annuels abrégés
1. Schema van de balans.
1. Schéma du bilan.
Art. 3:83. De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 4.
Art. 3:83. Le bilan est établi selon le schéma repris dans l'annexe 4.
2. Schema van de resultatenrekening.
2. Schéma du compte de résultats.
Art. 3:84. De resultatenrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 4.
Art. 3:84. Le compte de résultats est établi selon le schéma repris dans l'annexe 4.
3. Inhoud van de toelichting.
3. Contenu de l'annexe.
Art. 3:85. In de toelichting bij het verkort schema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:
  I.
  Een staat van de vaste activa (rubrieken II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat:
  a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en van het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  b) uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  d) wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  e) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
  II.
  Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen: een staat met betrekking tot het kapitaal, die het aantal eigen aandelen vermeldt dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochterondernemingen wordt gehouden, evenals het kapitaalbedrag vertegenwoordigd door deze aandelen.
  Voor andere vennootschappen dan de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen, Europese coöperatieve vennootschappen: een staat met betrekking tot de inbreng, die het aantal eigen aandelen vermeldt dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochterondernemingen wordt gehouden.
  III.
  Een staat van de schulden, die vermeldt:
  A. een uitsplitsing van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naar gelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
  B. het bedrag van de schulden (posten VIII. en IX. van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door:
  1° Belgische overheidsinstellingen;
  2° zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de vennootschap.
  De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijk ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
  De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
  De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B., 1° en 2° van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A., 2° van staat VI. mogen worden verstrekt via een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden, met vermelding voor elke schuld van haar aard (overeenkomstig de balansposten), haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.
  IV.
  De volgende gegevens met betrekking tot het personeel en de personeelskosten:
  het gemiddelde personeelsbestand van het boekjaar en het vorig boekjaar, berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 1:28, § 5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met betrekking tot de werknemers waarvoor de vennootschap een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst.
  V.
  De volgende gegevens betreffende de resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar:
  A. het bedrag en de aard van de opbrengsten of kosten van uitzonderlijke omvang of uitzonderlijke mate van voorkomen, zoals opgenomen onder de niet-recurrente bedrijfs- of financiële resultaten;
  B. het bedrag van de geactiveerde interesten.
  VI.
  De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
  A. 1° het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden en verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap overgedragen en door haar geëndosseerde wissels;
  2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
  - wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
  - wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
  - wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat de gestelde of onherroepelijk beloofde zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs;
  B. het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld;
  C. indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de vennootschap is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de vennootschap heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de vennootschap zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.
  VII.
  Aard en zakelijk doel van buitenbalans regelingen
  De aard en het zakelijke doel van de regelingen van de vennootschappen die niet in de balans zijn opgenomen, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de vennootschap.
  VIII.
  Wat verbonden of geassocieerde ondernemingen betreft, de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel.
  Indien de vennootschap een dochteronderneming is van een andere onderneming of een gemeenschappelijke dochter van verschillende ondernemingen, vermeldt de staat de naam en de zetel en zo het gaat om een onderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen van de onderneming(en) waarvan zij de dochteronderneming of de gemeenschappelijke dochteronderneming is en of deze moederondernemingen een geconsolideerde jaarrekening opstellen waarin de jaarrekening van de vennootschap door consolidatie wordt opgenomen. Als dat zo is, vermeldt de staat, tenzij het om een moederonderneming naar Belgisch recht gaat, de plaats waar deze geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is. Wordt de jaarrekening van de vennootschap op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden de in dit lid bedoelde gegevens verstrekt voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.
  IX.
  A. Wat bestuurders en zaakvoerders betreft, het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de rente en de duur van deze vorderingen, de belangrijkste voorwaarden en de eventuele afgeloste bedragen of bedragen waarvan werd afgezien.
  De gegevens bedoeld in het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden ondernemingen zijn in de zin van dit boek, alsmede in het voordeel van de andere ondernemingen die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.
  B. Wat de commissaris en de personen met wie hij verbonden is, betreft:
  - de bezoldiging van de commissaris;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door de commissaris, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door personen met wie de commissaris verbonden is, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten.
  X.
  Transacties buiten normale marktvoorwaarden die direct of indirect zijn aangegaan met de volgende verbonden partijen, met inbegrip van de aard van dergelijke transacties en de aard van de betrekking met de verbonden partij:
  A. de personen die een deelneming in de vennootschap in eigendom hebben;
  B. de ondernemingen waarin de vennootschap zelf een deelneming heeft;
  C. de leden van de leidinggevende, toezichthoudende of bestuursorganen van de vennootschap.
  Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard daarvan worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van de transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de onderneming.
Art. 3:85. L'annexe du schéma abrégé des comptes annuels comprend les renseignements suivants :
  I.
  Un état des immobilisations (rubriques II, III et IV de l'actif) mentionnant, respectivement pour les immobilisations incorporelles, les immobilisations corporelles et les immobilisations financières, les indications suivantes :
  a) en valeur d'acquisition, le montant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (acquisitions, y compris la production immobilisée, cessions et désaffectations, transferts d'une rubrique à une autre, ainsi que pour les immobilisations financières les autres mutations) ainsi que le montant en fin d'exercice;
  b) sauf pour les immobilisations incorporelles, les plus-values existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (plus-values actées, acquises de tiers, annulées, transférées d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces plus-values;
  c) les amortissements et réductions de valeur existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (amortissements et réductions de valeur actés à charge des résultats, repris en compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces amortissements et réductions de valeur;
  d) les montants non appelés sur immobilisations financières au terme de l'exercice précèdent, les mutations de l'exercice, ainsi que les montants en fin d'exercice;
  e) la valeur comptable nette en fin d'exercice.
  II.
  Pour les sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes : un état du capital mentionnant le nombre d'actions propres détenues respectivement par la société elle-même et par ses entreprises filiales ainsi que le montant du capital que ces actions représentent.
  Pour les sociétés autres que des sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes : un état relatif à l'apport, qui mentionne le nombre d'actions ou parts détenues respectivement par elle-même et par ses filiales.
  III.
  Un état des dettes comportant :
  A. une ventilation des dettes à l'origine à plus d'un an, selon que leur durée résiduelle est d'un an au plus, de plus d'un an mais de cinq ans au plus ou de plus de cinq ans;
  B. le montant des dettes (rubriques VIII. et IX. du passif) ou de la partie de ces dettes qui sont garanties :
  1° par les pouvoirs publics belges;
  2° par des sûretés réelles sur les actifs de la société, constituées ou irrévocablement promises.
  Ne sont pas mentionnées parmi les dettes garanties, les dettes assorties d'un privilège, sauf en ce qui concerne le privilège du vendeur. La réserve de propriété est assimilée à une garantie réelle. Ne sont toutefois pas assimilés à une garantie réelle : la clause résolutoire expresse, l'engagement de ne pas céder certains biens, ne pas les grever de droits réels au profit de tiers ou encore de ne pas constituer de sûretés réelles sur ces biens sans l'accord d'un créancier.
  Les montants visés sub 1° et 2° sont ventilés par poste prévu aux rubriques VIII et IX du passif, mais sans distinction selon leur terme.
  Les renseignements visés sub A. et B., 1° et 2° du présent tableau ainsi que ceux visés sub A., 2.° du tableau VI., peuvent être remplacés par une énumération des dettes à plus d'un an et des dettes assorties de garanties, en mentionnant pour chacune d'elles, la nature de la dette (selon les rubriques du bilan), son échéance et les garanties dont elle est assortie.
  IV.
  Les indications suivantes concernant le personnel et les frais de personnel :
  l'effectif moyen du personnel de l'exercice et de l'exercice précédent, calculé en équivalents temps plein conformément à l'article 1:28, § 5, du Code des sociétés et des associations, au sujet des travailleurs pour lesquels la société a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, des travailleurs inscrits au registre général du personnel et liés à la société par un contrat de travail ou par un contrat de premier emploi.
  V.
  Les indications suivantes relatives aux résultats de l'exercice et de l'exercice précédent :
  A. le montant et la nature des éléments de produits ou charges de taille ou d'incidence exceptionnelle, tels que repris parmi les résultats financiers ou d'exploitation non récurrents;
  B. le montant des intérêts portés à l'actif.
  VI.
  Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
  A. 1° le montant des garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises par la société pour sûreté de dettes ou d'engagements de tiers, avec mention séparée des effets de commerce cédés par la société sous son endos;
  2° le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par la société sur ses actifs propres, pour sûreté respectivement de ses dettes et engagements propres et des dettes et engagements des tiers, en mentionnant :
  - quant aux hypothèques (y compris l'hypothèque sur des immeubles dont la construction a commencé, ou même est seulement projetée), la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription. Pour les mandats irrévocables d'hypothéquer, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à prendre inscription en vertu du mandat;
  - quant au gage sur fonds de commerce, le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie et qui fait l'objet de l'enregistrement. Pour les mandats irrévocables de mise en gage du fonds de commerce, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à procéder à l'enregistrement en vertu du mandat;
  - quant aux gages constitués sur d'autres actifs (y compris la réserve de propriété) ou les mandats irrévocables de mise en gage d'autres actifs, la valeur comptable des actifs grevés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant aux sûretés constituées ou irrévocablement promises, constituées sur actifs futurs, le montant des actifs en cause et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant au privilège du vendeur, la valeur comptable du bien vendu et le montant du prix non payé;
  B. le montant, la nature et la forme des litiges importants et des autres engagements importants non visés ci-dessus;
  C. si les membres du personnel ou les dirigeants de la société bénéficient d'un régime complémentaire de pension de retraite ou de survie, une description succincte de ce régime et des mesures prises par la société pour couvrir la charge qui en résultera. En ce qui concerne les pensions dont le service incombe à la société elle-même, le montant des engagements qui résultent pour elle de prestations déjà effectuées fait l'objet d'une estimation dont les bases et méthodes sont énoncées de manière succincte.
  VII.
  Nature et objectif commercial des opérations non inscrites au bilan
  La nature et l'objectif commercial des opérations des sociétés non inscrites au bilan, à condition que les risques ou les avantages découlant de ces opérations soient significatifs et dans la mesure où la divulgation de ces risques et avantages soit nécessaire pour l'appréciation de la situation financière de la société.
  VIII.
  Quant aux entreprises liées ou associées, les garanties constituées en leur faveur et des autres engagements significatifs souscrits en leur faveur.
  Si la société est filiale d'une autre entreprise ou filiale conjointe de diverses entreprises, l'état mentionne le nom, le siège et, s'il s'agit d'une entreprise de droit belge le numéro d'entreprise qui lui est attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises de la ou des entreprises dont elle est la filiale ou la filiale commune et si ces entreprises mères établissent et publient des comptes consolidés dans lesquels les comptes de la société sont intégrés par consolidation. Dans l'affirmative, il indique, sauf si l'entreprise mère est de droit belge, le lieu où ces comptes consolidés peuvent être obtenus. Si les comptes de la société sont consolidés à plusieurs niveaux, les renseignements prévus par le présent alinéa sont donnés pour l'ensemble le plus petit d'entreprises dont la société fait partie en tant que filiale, et pour lequel des comptes consolidés sont établis et publiés.
  IX.
  A. Quant aux administrateurs et gérants, le montant en fin d'exercice des créances existant à leur charge, ainsi que les garanties constituées en leur faveur et les autres engagements significatifs souscrits en leur faveur avec mention des conditions de taux et de durée de ces créances, des conditions essentielles et des montants éventuellement remboursés, annulés ou auxquels il a été renoncé.
  Les indications prévues à l'alinéa 1er doivent également être données quant aux créances, garanties et engagements significatifs consentis en faveur de personnes physiques ou morales qui contrôlent directement ou indirectement la société, mais qui ne constituent pas au sens du présent livre, des entreprises liées, ainsi qu'en faveur des autres entreprises contrôlées directement ou indirectement par les personnes susvisées. Ces indications peuvent être données par addition aux indications prévues à l'alinéa 1er.
  B. Quant au commissaire et aux personnes avec lesquelles il est lié :
  - les émoluments du commissaire;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de la société par le commissaire, selon les catégories suivantes : autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de la société par des personnes avec lesquelles le commissaire est lié, selon les catégories suivantes : autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale.
  X.
  Transactions en dehors des conditions de marché normales qui sont conclues, directement ou indirectement, avec les parties liées suivantes, y compris la nature de telles transactions et la nature de la partie liée :
  A. les personnes détenant une participation dans la société;
  B. les entreprises dans lesquelles la société elle-même détient une participation;
  C. les membres des organes d'administration, de surveillance ou de gestion de la société.
  Les informations sur les différentes transactions peuvent être agrégées en fonction de leur nature sauf lorsque des informations distinctes sont nécessaires pour comprendre les effets des transactions avec des parties liées sur la situation financière de l'entreprise.
Onderafdeling 3. - Microschema van de jaarrekening.
Sous-section 3. - Microschéma des comptes annuels
1. Schema van de balans.
1. Schéma du bilan.
Art. 3:86. De balans van het microschema van de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema van de balans van de jaarrekening in verkorte vorm, zoals opgenomen in bijlage 4.
Art. 3:86. Le bilan du microschéma des comptes annuels est établi selon le schéma du bilan des comptes annuels abrégés, comme repris dans l'annexe 4.
2. Schema van de resultatenrekening.
2. Schéma du compte de résultats.
Art. 3:87. De resultatenrekening van het microschema van de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema van de resultatenrekening van de jaarrekening in verkorte vorm, zoals opgenomen in bijlage 4.
Art. 3:87. Le compte de résultats du microschéma des comptes annuels est établi selon le schéma du compte de résultats des comptes annuels abrégés, comme repris dans l'annexe 4.
3. Inhoud van de toelichting.
3. Contenu de l'annexe.
Art. 3:88. In de toelichting bij het microschema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:
  I.
  Een staat van de vaste activa (rubrieken II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat:
  a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en van het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  b) uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  d) wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  e) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
  II.
  A. De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
  1° het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden en verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap overgedragen en door haar geëndosseerde wissels;
  2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
  - wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
  - wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
  - wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat de gestelde of onherroepelijk beloofde zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs.
  Het voorrecht van de verkoper en het eigendomsvoorbehoud worden gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijk ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
  B. Het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld. Het bedrag en de aard van verplichtingen jegens verbonden of geassocieerde ondernemingen worden afzonderlijk vermeld.
  C. Indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de vennootschap is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de vennootschap heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de vennootschap zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.
  III.
  Het bedrag van de aan de leden van de leidinggevende, de toezichthoudende of de bestuursorganen verleende voorschotten en kredieten, met vermelding van de interestvoet, de belangrijkste voorwaarden en de eventueel afgeloste of afgeschreven bedragen of bedragen waarvan werd afgezien, alsmede ten behoeve van de betrokken personen aangegane garantieverplichtingen van welke aard ook, met opgave van een totaalbedrag voor elke genoemde groep.
  IV.
  Het aantal eigen aandelen dat door de vennootschap wordt aangehouden.
Art. 3:88. L'annexe du microschéma des comptes annuels comprend les renseignements suivants :
  I.
  Un tableau des immobilisations (rubriques II, III et IV des immobilisations) comportant respectivement en ce qui concerne les immobilisations incorporelles, corporelles et financières, les données suivantes :
  a) le montant de la valeur d'acquisition en fin de l'exercice précédent, leurs mouvements au cours de l'exercice (acquisitions, y compris les immobilisations produites, transferts et mises hors service, transferts d'une rubrique à une autre, ainsi que les autres mouvements pour les immobilisations financières) et le montant de ces mouvements en fin de l'exercice;
  b) les immobilisations incorporelles exceptées, le montant des plus-values en fin de l'exercice précédent, leurs mouvements au cours de l'exercice (plus-values actées, plus-values acquises de tiers, plus-values annulées, transferts d'une rubrique à une autre) et le montant de ces mouvements en fin de l'exercice;
  c) le montant des amortissements et les réductions de valeur en fin de l'exercice précédent, leurs mouvements au cours de l'exercice (actés ou repris via le compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre) et le montant de ces mouvements en fin de l'exercice;
  d) en ce qui concerne les immobilisations financières, les montants non appelés en fin de l'exercice précédent, leurs mouvements au cours de l'exercice ainsi que leurs montants en fin de l'exercice;
  e) le montant de la valeur comptable nette en fin de l'exercice.
  II.
  A. Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
  1° le montant des garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises par la société pour sûreté de dettes ou d'engagements de tiers, avec mention séparée des effets de commerce en circulation endossés par la société;
  2° le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par la société sur ses actifs propres, pour sûreté respectivement de ses dettes et engagements propres et des dettes et engagements de tiers, en mentionnant :
  - quant aux hypothèques (y compris l'hypothèque sur des immeubles dont la construction a commencé, ou même est seulement projetée), la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription. Pour les mandats irrévocables d'hypothéquer, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à prendre inscription en vertu du mandat;
  - quant au gage sur fonds de commerce, le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie et qui fait l'objet de l'enregistrement. Pour les mandats irrévocables de mise en gage du fonds de commerce, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à procéder à l'enregistrement en vertu du mandat;
  - quant aux gages constitués sur d'autres actifs (y compris la réserve de propriété) ou les mandats irrévocables de mise en gage d'autres actifs, la valeur comptable des actifs grevés et le montant maximum pour lequel la dette est garantie;
  - quant aux sûretés constituées ou irrévocablement promises, constituées sur actifs futurs, le montant des actifs en cause et le montant maximum pour lequel la dette est garantie;
  - quant au privilège du vendeur, la valeur comptable du bien vendu et le montant du prix non payé.
  Le privilège du vendeur et la réserve de propriété sont assimilés à une garantie réelle. Ne sont toutefois pas assimilés à une garantie réelle : la clause résolutoire expresse, l'engagement de ne pas céder certains biens, ne pas les grever de droits réels au profit de tiers ou encore de ne pas constituer de sûretés réelles sur ces biens sans l'accord d'un créancier.
  B. Le montant, la nature et la forme des litiges importants et des autres engagements importants non visés ci-dessus. Le montant et la nature d'engagements envers d'entreprises liées ou associées sont mentionnés de façon distincte.
  C. Si les membres du personnel ou les dirigeants de la société bénéficient d'un régime complémentaire de pension de retraite ou de survie, une description succincte de ce régime et des mesures prises par la société pour couvrir la charge qui en résultera. En ce qui concerne les pensions, dont le service incombe à la société elle-même, le montant des engagements qui résultent pour elle de prestations déjà effectuées fait l'objet d'une estimation dont les bases et méthodes sont énoncées de manière succincte.
  III.
  Le montant des rémunérations allouées au titre de l'exercice aux membres des organes d'administration, de gestion ou de surveillance à raison de leurs fonctions, avec indication du taux d'intérêt, des conditions essentielles et des montants éventuellement remboursés, annulés ou auxquels il a été renoncé, ainsi que tout engagement né ou contracté en matière de pensions de retraite à l'égard des anciens membres des organes précités, avec indication du total pour chaque catégorie d'organes.
  IV.
  Le nombre d'actions propres détenues par la société.
Onderafdeling 4. - Inhoud van bepaalde rubrieken.
Sous-section 4. - Contenu de certaines rubriques
1. Inhoud van bepaalde rubrieken van de balans.
1. Contenu de certaines rubriques du bilan.
Art. 3:89. § 1. De inhoud van bepaalde rubrieken van het actief wordt als volgt gedefinieerd:
  I. Oprichtingskosten
  Onder die post worden vermeld, voor zover zij niet op een andere wijze ten laste van de resultatenrekening van het lopende boekjaar worden gebracht, de kosten verbonden met de oprichting, de verdere ontwikkeling of de herstructurering van de vennootschap, in het bijzonder de kosten van oprichting, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng, de kosten bij uitgifte van leningen, en de herstructureringskosten.
  II. Immateriële vaste activa
  In die rubriek worden geboekt:
  a) de kosten van ontwikkeling;
  b) de concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten;
  c) de goodwill;
  d) de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
  Onder kosten van ontwikkeling moet worden verstaan de kosten van vervaardiging en ontwikkeling van prototypes en van producten, uitvindingen en knowhow, die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de toekomstige activiteiten van de vennootschap.
  Onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten moet worden verstaan enerzijds de octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan de vennootschap eigenares is, anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, evenals de aanschaffingswaarde van het recht van de vennootschap om van derden dienstverleningen van knowhow te verkrijgen, wanneer die rechten door de vennootschap ten bezwarende titel werden verworven.
  Onder goodwill dient voor de toepassing van dit besluit de prijs te worden verstaan betaald voor de verwerving van een onderneming of van een bedrijfsafdeling voor zover die hoger is dan de nettowaarde van de actief- minus passiefbestanddelen van de verworven onderneming of branche.
  III. Materiële vaste activa
  III. A. Terreinen en gebouwen
  In die rubriek worden opgenomen de bebouwde en onbebouwde terreinen, de constructies daarop evenals de inrichting daarvan, waarvan de vennootschap eigenares is en die duurzaam voor haar bedrijfsuitoefening worden aangewend.
  Worden eveneens onder die rubriek opgenomen, de andere zakelijke rechten die de vennootschap bezit op een onroerend goed dat zij bestemd heeft om duurzaam te worden gebruikt voor de bedrijfsuitoefening wanneer de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald.
  III. D. Leasing en soortgelijke rechten
  Onder die post worden opgenomen:
  1° de gebruiksrechten op lange termijn op bebouwde onroerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van erfpacht, opstal, leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, naast de rente en de kosten van de verrichting, ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het gebouw heeft geïnvesteerd;
  2° de gebruiksrechten op roerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, verhoogd met het bedrag dat moet worden betaald bij optielichting indien de nemer een koopoptie bezit, naast de rente en de kosten van de verrichting ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd. Het bedrag dat moet worden betaald om een koopoptie te lichten, komt evenwel enkel in aanmerking als het ten hoogste vijftien procent vertegenwoordigt van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd.
  Met een prijs voor het lichten van de in het 2° bedoelde koopoptie, binnen de voormelde beperking van vijftien procent, wordt de kapitaalfractie gelijkgesteld van de contractueel bedongen vergoeding in geval van gebruik van een mogelijkheid om de verrichting te verlengen.
  Met een in het 1° en 2° bedoelde termijn wordt het bedrag gelijkgesteld, voor zover bepaald:
  a) dat de nemer verschuldigd is voor de verwerving van de zakelijke rechten die de gever bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer de nemer er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven;
  b) dat de gever van een derde moet ontvangen voor de overdracht van de zakelijke rechten die hij bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer deze derde er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven.
  III. E. Overige materiële vaste activa
  In die rubriek worden de onroerende goederen opgenomen die worden aangehouden als onroerende reserve, de woongebouwen, de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa, evenals de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve wanneer de uit deze contracten voortvloeiende vorderingen geboekt worden in de rubrieken V en VII.
  Indien de enige, de voornaamste of een belangrijke activiteit van de vennootschap erin bestaat om roerende en/of onroerende goederen in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht te geven, worden deze goederen niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk vermeld onder de rubriek "Terreinen en gebouwen", "Installaties, machines en uitrusting" of "Meubilair en rollend materieel".
  De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd met het oog op herverkoop worden niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk onder de voorraden vermeld.
  De kosten voor inrichting van gehuurde gebouwen worden eveneens in deze rubriek vermeld, voor zover ze niet ten laste werden genomen van de resultatenrekening van het lopende boekjaar.
  IV. Financiële vaste activa
  IV. A. Verbonden ondernemingen
  § 1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
  Onderneming:
  1° de vennootschap en het Europees economisch samenwerkingsverband;
  2° de openbare instelling die een statutaire opdracht van commerciële, financiële of industriële aard uitvoert;
  3° de instelling die niet is bedoeld in de punten 1° en 2°, die al dan niet een eigen rechtspersoonlijkheid bezit en die met of zonder winstoogmerk een commerciële, financiële of industriële activiteit uitoefent;
  Onderneming verbonden met een vennootschap: de onderneming die met de vennootschap banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  Moederonderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  Dochteronderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  Gemeenschappelijke dochteronderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:18, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  § 2. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van een consortium wanneer tussen vennootschappen of ondernemingen die niet de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, banden bestaan zoals bedoeld in artikel 1:19 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  § 3. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van deelneming wanneer een vennootschap maatschappelijke rechten in een andere onderneming bezit in de zin van artikel 1:22 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  IV. B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
  Voor de toepassing van deze titel wordt onder onderneming waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, een niet verbonden onderneming verstaan waarmee een vennootschap banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:23 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  IV. A. 2. Vorderingen op verbonden ondernemingen
  IV. B. 2. Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
  In die onderrubrieken worden geboekt de vorderingen op verbonden ondernemingen of op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, ongeacht de contractuele looptijd, de oorsprong of de vorm ervan, wanneer die vorderingen tot doel hebben de activiteit van deze ondernemingen duurzaam te steunen.
  IV. C. Andere financiële vaste activa
  IV. C. 1. Aandelen
  Deze post omvat de maatschappelijke rechten in andere ondernemingen die geen deelneming vormen en die ertoe strekken door het scheppen van een duurzame en specifieke band met die ondernemingen de eigen bedrijfsuitoefening van de vennootschap te bevorderen.
  IV. C. 2. Vorderingen en borgtochten in contanten
  Onder die post worden opgenomen:
  a) de vorderingen, al dan niet belichaamd in effecten, bestemd voor een duurzame ondersteuning van de bedrijfsuitoefening van andere ondernemingen dan die bedoeld onder de posten IV. A. en IV. B.;
  b) de borgtochten in contanten gestort als doorlopende waarborg, onder meer aan openbare besturen of nutsbedrijven.
  V. Vorderingen op meer dan één jaar
  Onder die post worden opgenomen de vorderingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar, die binnen twaalf maanden vervallen, worden uit die post gelicht en, al naar het geval, onder post VII. A. of VII. B. opgenomen.
  Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.
  De pro rata van opbrengsten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
  De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III. D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V. B. opgenomen.
  VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering
  VI. A. 1. Grond- en hulpstoffen
  Onder die post worden opgenomen de toeleveringen van grond- en hulpstoffen.
  VI. A. 2. Goederen in bewerking
  De kosten die moeten worden toegerekend aan bestellingen in uitvoering worden niet onder deze post opgenomen maar wel onder post VI. B.
  VI. A. 4. Handelsgoederen
  Die post omvat de goederen ingekocht om zonder bewerking of na een lichte bewerking te worden verkocht.
  VI. B. Bestellingen in uitvoering
  Onder die post worden opgenomen:
  a) het onderhanden werk dat voor rekening van een derde op bestelling wordt uitgevoerd en waarvoor nog geen oplevering is geschied;
  b) de goederen in bewerking die voor rekening van een derde op bestelling worden gemaakt en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om seriewerk;
  c) dienstprestaties die voor rekening van een derde op bestelling worden uitgevoerd en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om een standaardtype van dienstprestaties.
  VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
  In deze rubriek worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt, evenals de vorderingen of de gedeelten van vorderingen die oorspronkelijk op langer dan één jaar luidden doch die binnen twaalf maanden vervallen.
  Leden 2 en 3 van de omschrijving van rubriek "V. Vorderingen op meer dan één jaar" zijn van overeenkomstige toepassing op de vorderingen op ten hoogste één jaar.
  Onder post "B. Overige vorderingen" worden onder meer de door belastingdiensten terug te betalen belastingen vermeld; de voorafbetalingen en de verrekenbare voorheffingen worden echter niet onder deze post opgenomen, maar onder post X van de resultatenrekening, behalve het gedeelte van die voorafbetalingen en voorheffingen dat uitgaat boven het geraamde bedrag van de verschuldigde belastingen.
  VIII. B. Overige beleggingen
  Onder die post worden opgenomen de vorderingen op kredietinstellingen, uit termijndeposito's, alsmede de met beleggingsdoeleinden verkregen effecten die niet het kenmerk hebben van financiële vaste activa, de verworven edele metalen, met de bedoeling deze op korte of middellange termijn opnieuw te verkopen. De aandelen in verbonden ondernemingen of in ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, mogen niet onder deze post worden opgenomen, tenzij het om effecten gaat die zijn verkregen of waarop is ingeschreven met het oog op de wederafstand daarvan, of tenzij ze, krachtens een beslissing van de vennootschap, bestemd zijn om binnen twaalf maanden te worden gerealiseerd.
  IX. Liquide middelen
  De liquide middelen omvatten, behalve de kasmiddelen en de te incasseren vervallen waarden, alleen de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen.
  X. Overlopende rekeningen
  Naast de bedragen bedoeld in artikel 3:55 worden onder deze post opgenomen:
  a) de over te dragen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar maar die ten laste van een of meerdere volgende boekjaren moeten worden gebracht;
  b) de verworven opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.
  § 2. De inhoud van bepaalde rubrieken van het passief wordt als volgt gedefinieerd:
  I. Inbreng
  1° Voor de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen wordt de rubriek I. A Kapitaal als volgt gedefinieerd: het bedrag van het kapitaal, bestaande uit het deel van het kapitaal dat werd gevormd door (a) de inbreng vanwege de aandeelhouders in het kapitaal; (b) in voorkomend geval de omzetting van uitgiftepremies; en (c) in voorkomend geval de omzetting van geboekte herwaarderingsmeerwaarden of van reserves; indien niet terugbetaald of verminderd via een kapitaalvermindering.
  2° Voor besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen omvat de rubriek I. Inbreng:
  a. het bedrag van het ingebracht eigen vermogen, dat bestaat uit de bedongen waarde van alle door de aandeelhouders toegezegde inbrengen in geld of in natura, voor zover niet terug uitgekeerd, in voorkomend geval uitgesplitst tussen (a) het ingebracht eigen vermogen dat krachtens de statuten onbeschikbaar is en (b) het overige ingebrachte eigen vermogen.
  b. de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging of waarop de aandeelhouders in geval van uittreding of uitsluiting geen recht hebben.
  3° voor vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen wordt onder I. Inbreng begrepen: het vennootschapsvermogen dat bestaat uit het bedongen bedrag van de in de vennootschap ingebrachte of nog in te brengen waarden, in voorkomend geval zoals statutair vastgelegd;
  4° wat de natuurlijke personen betreft en de bijkantoren in België van ondernemingen naar buitenlands recht wordt onder I. Inbreng begrepen: de verbindingsrekening met het vermogen van respectievelijk de exploitant en de zetel die de eigen middelen bevat die de buitenlandse onderneming duurzaam besteedt aan de bedrijfsuitoefening van haar bijkantoren in België.
  In de onder 3° bedoelde gevallen wordt de benaming "Inbreng" aangepast naar "Vennootschapsvermogen" en in het geval 4° naar "Verbindingsrekening".
  II. Herwaarderingsmeerwaarden
  Onder herwaarderingsmeerwaarden moeten worden verstaan de in de rekeningen bijgeschreven, niet gerealiseerde meerwaarden op vaste activa overeenkomstig artikel 3:35. Worden eveneens onder deze post opgenomen:
  1° de terugnemingen van waardeverminderingen overeenkomstig artikel 3:94;
  2° de terugneming van waardeverminderingen geboekt op immateriële vaste activa en op materiële vaste activa zonder beperkte gebruiksduur;
  3° de herwaarderingsmeerwaarden bedoeld in artikel 3:22, vierde lid.
  III. A. Onbeschikbare reserves
  De reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging of waarop de aandeelhouders in geval van uittreding of uitsluiting geen recht hebben;
  a) voor eigen aandelen:
  Onder die post worden de onbeschikbare reserves opgenomen, bedoeld bij artikel 5:148, § 2 en 7:217, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  b) voor verleende financiële steunverlening: onder die post worden de onbeschikbare reserves opgenomen bedoeld bij de artikelen 5:152, § 1, eerste lid, 4°, 6:118, § 1, eerste lid, 4°, en 7:227, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  c) voor vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen: onder die post worden de reserves opgenomen die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging of waaruit de vennoten in geval van uittreding of uitsluiting geen recht hebben.
  III. B. Belastingvrije reserves
  Deze post omvat de gerealiseerde meerwaarden en de winsten - na aftrek van de desbetreffende uitgestelde belastingen - waarvoor belastingvrijdom of -uitstel slechts geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven, met uitzondering van de meerwaarden die met toepassing van artikel 3:41 in de overlopende rekeningen zijn geboekt.
  In deze rubriek worden ook de afschrijvingen opgenomen die geboekt werden op materiële en immateriële vaste activa, voor zover ze gevestigd zijn op een basis die hoger is dan de aanschaffingsprijs van die activa, wanneer de afschrijving op die verhoogde basis in fiscaal opzicht een aftrekbare last is.
  V. Kapitaalsubsidies
  Deze post omvat de kapitaalsubsidies die van overheidswege werden verkregen voor investeringen in vaste activa, na aftrek van de uitgestelde belastingen op deze subsidies; deze uitgestelde belastingen worden opgenomen in de passiefpost "VII. B. Uitgestelde belastingen".
  Deze subsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar post "IV. C. Andere financiële opbrengsten", volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden verkregen of, in voorkomend geval, ten belope van het saldo, bij realisatie of buitengebruikstelling van de betrokken vaste activa.
  De kapitaalsubsidies die niet afhankelijk zijn van een investering in vaste activa worden bij de verkrijging geboekt onder post "I. D. Andere bedrijfsopbrengsten" of onder post "IV. C. Andere financiële opbrengsten".
  VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten
  1° Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
  Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die door de vennootschap werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen inzake rust- en overlevingspensioenen, werkloosheid met bedrijfstoeslag en andere pensioenen en renten die zij ten opzichte van haar actuele of gewezen personeels- of directieleden heeft aangegaan.
  2° Belastingen
  Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die werden gevormd met het oog op belastingverplichtingen die uit een wijziging in de belastbare basis of in de berekening van de belasting kunnen voortvloeien.
  VII. B. Uitgestelde belastingen
  Deze post omvat uitsluitend:
  a) de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies die van overheidswege werden verkregen voor investeringen in vaste activa;
  b) de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa en op effecten die zijn uitgegeven door de Belgische openbare sector ingeval de belasting op deze meerwaarden is uitgesteld;
  c) de naar latere boekjaren uitgestelde buitenlandse belastingen van dezelfde aard als de sub a) en b) bedoelde belastingen.
  VIII. Schulden op meer dan één jaar
  Onder die post worden de schulden opgenomen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar. De schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar die binnen de twaalf maanden vervallen worden uit deze rubriek gelicht en overgebracht naar rubriek IX. A.
  Worden hier onder de overeenkomstige post geboekt de te betalen kosten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van kosten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
  De verplichtingen die voortvloeien uit achtergestelde leningen, obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, worden vermeld onder de daarvoor bestemde posten, ook al zijn zij aangegaan jegens kredietinstellingen of leveranciers of worden zij door een handelseffect vertegenwoordigd.
  Onder de schulden ten aanzien van kredietinstellingen worden onder meer opgenomen de orderbriefjes (promessen) die door de vennootschap werden onderschreven op naam of aan de order van een kredietinstelling, alsmede de schulden aan kredietinstellingen uit hoofde van bankaccepten die door de vennootschap in omloop werden gebracht, ook al vinden zij hun oorsprong in de aankoop van goederen en diensten.
  De schulden vertegenwoordigd door een wissel of een orderbriefje worden slechts onder de post "B. 2. Te betalen wissels" opgenomen, wanneer zij hun oorsprong vinden in de aankoop van goederen of diensten.
  IX. Schulden op ten hoogste één jaar
  De leden 2 tot 5 van de omschrijving van rubriek "VIII. Schulden op meer dan één jaar" zijn van overeenkomstige toepassing.
  X. Overlopende rekeningen
  Naast de bedragen bedoeld in artikel 3:45, § 2, worden onder die post opgenomen:
  a) de toe te rekenen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die pas in een later boekjaar zullen worden betaald maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar;
  b) de over te dragen opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, doch die betrekking hebben op een later boekjaar.
Art. 3:89. § 1er. Le contenu de certaines rubriques de l'actif est défini comme suit :
  I. Frais d'établissement
  Sont portés sous cette rubrique, s'ils ne sont pas pris en charge à un autre titre durant l'exercice au cours duquel ils ont été exposés, les frais qui se rattachent à la constitution, au développement ou à la restructuration de la société, tels que les frais de constitution, d'augmentation de capital ou d'augmentation de l'apport, les frais d'émission d'emprunts, et les frais de restructurations.
  II. Immobilisations incorporelles
  Sont portés sous cette rubrique :
  a) les frais de développement;
  b) les concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et autres droits similaires;
  c) le goodwill;
  d) les acomptes versés sur immobilisations incorporelles.
  Par frais de développement il faut entendre les frais de fabrication et de mise au point de prototypes, de produits, d'inventions et de savoir-faire, utiles aux activités futures de la société.
  Par concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et autres droits similaires il y a lieu d'entendre d'une part les brevets, licences, marques et autres droits similaires qui sont la propriété de la société, d'autre part, les droits d'exploitation de biens-fonds, de brevets, licences, marques et droits similaires appartenant à des tiers ainsi que la valeur d'acquisition du droit de la société d'obtenir de tiers des prestations de services de savoir-faire lorsque ces droits ont été acquis à titre onéreux par la société.
  Par goodwill, il y a lieu d'entendre pour l'application du présent arrêté le coût d'acquisition d'une entreprise ou d'une branche d'activité dans la mesure où il excède la somme des valeurs des éléments actifs et passifs qui la composent.
  III. Immobilisations corporelles
  III. A. Terrains et constructions
  Sont inscrits sous cette rubrique les terrains bâtis et non bâtis, les constructions édifiées ainsi que leurs agencements, que la société détient en propriété et affectés durablement par elle à son exploitation.
  Sont également inscrits sous cette rubrique les autres droits réels que la société détient sur des immeubles affectés durablement par elle à son exploitation, lorsque les canons ou redevances ont été payés par anticipation au début du contrat.
  III. D. Location-financement et droits similaires
  Sont portés sous cette rubrique :
  1° les droits d'usage à long terme sur des immeubles bâtis dont la société dispose en vertu de contrats d'emphytéose, de superficie, de location-financement ou de conventions similaires, lorsque les redevances échelonnées dues en vertu du contrat couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur dans la construction;
  2° les droits d'usage sur des biens meubles dont la société dispose en vertu de contrats de location-financement ou de conventions similaires, lorsque les redevances échelonnées dues en vertu du contrat, majorées, si le preneur dispose d'une option d'achat, du montant à payer en cas de levée de l'option, couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur dans le bien. Le montant à payer en cas de levée de l'option d'achat n'est toutefois pris en considération que s'il représente quinze pour cent au plus du capital investi par le donneur dans le bien.
  Est assimilée à un prix de levée de l'option d'achat visée au 2°, dans la limite susvisée de quinze pour cent, la partie en capital des redevances prévues au contrat en cas d'usage d'une faculté de proroger l'opération.
  Est assimilé à une redevance visée au 1° et 2°, pour autant qu'il soit déterminé :
  a) le montant dû par le preneur pour l'acquisition des droits réels que le donneur possède sur le bien immeuble ou meuble en cause, lorsque, lors de la conclusion de l'opération, il s'est engagé, éventuellement à l'option du donneur, à acquérir ces droits;
  b) dans le chef du donneur, le montant à recevoir par lui d'un tiers pour la cession des droits réels qu'il possède sur le bien immeuble ou meuble en cause, lorsque, lors de la conclusion de l'opération, ce tiers s'est engagé, éventuellement à l'option du donneur, à acquérir ces droits.
  III. E. Autres immobilisations corporelles
  Sont portés sous cette rubrique, les immeubles détenus au titre de réserve immobilière, les immeubles d'habitation, les immobilisations corporelles désaffectées ou retirées de l'exploitation, ainsi que les biens immeubles et meubles donnés en emphytéose, en superficie, en bail commercial, en bail à ferme ou en location, sauf dans la mesure où les créances résultant de ces contrats sont portées sous les rubriques V et VII.
  Lorsque la seule activité, l'activité principale ou une activité importante d'une société consiste à donner en emphytéose, superficie, location, bail commercial ou bail à ferme des biens meubles et/ou immeubles, ces biens ne seront pas inscrits sous cette rubrique, mais ils seront mentionnés séparément sous la rubrique " Terrains et constructions ", " Installations, machines et outillage " ou " Mobilier et matériel roulant ".
  Les immeubles acquis ou construits en vue de leur revente ne sont pas repris sous cette rubrique, mais sont inscrits d'une manière distincte parmi les stocks.
  Sont également inscrits sous cette rubrique, s'ils n'ont pas été pris en charge du compte de résultats de l'exercice au cours duquel ils ont été exposés, les frais d'aménagement d'immeubles pris en location.
  IV. Immobilisations financières
  IV. A. Entreprises liées
  § 1er. Pour l'application du présent titre, on entend par :
  Entreprise :
  1° la société et le groupement européen d'intérêt économique;
  2° l'organisme public qui exerce une mission statutaire à caractère commercial, financier ou industriel;
  3° l'organisme, non visé aux 1° et 2°, doté ou non d'une personnalité juridique propre qui exerce avec ou sans but de lucre une activité à caractère commercial, financier ou industriel;
  Entreprise liée à une société : l'entreprise qui se trouve par rapport à une société dans les liens visés à l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations;
  Entreprise mère : la société ou l'entreprise qui n'a pas pris la forme d'une société qui se trouve par rapport à une autre société ou entreprise dans les liens visés à l'article 1:15, 1°, du Code des sociétés et des associations;
  Filiale : la société ou l'entreprise qui n'a pas pris la forme d'une société qui se trouve par rapport à une autre société ou entreprise dans les liens visés à l'article 1:15, 2°, du Code des sociétés et des associations;
  Filiale commune : la société ou l'entreprise qui n'a pas pris la forme d'une société qui se trouve par rapport à une autre société ou entreprise dans les liens visés à l'article 1:18, alinéa 2, du Code des sociétés et des associations.
  § 2. Pour l'application du présent titre, il y a consortium lorsqu'il existe entre des sociétés ou entreprises qui n'ont pas pris la forme d'une société, les liens décrits à l'article 1:19 du Code des sociétés et des associations.
  § 3. Pour l'application du présent titre, il y a participation lorsqu'une société détient des droits sociaux dans une autre entreprise au sens de l'article 1:22 du Code des sociétés et des associations.
  IV. B. Les entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation
  Pour l'application du présent titre, on entend par entreprise avec laquelle existe un lien de participation l'entreprise non liée avec laquelle une société a les rapports visés à l'article 1:23 du Code des sociétés et des associations.
  IV. A. 2. Créances sur des entreprises liées
  IV. B. 2. Créances sur des entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation
  Sont portées sous ces sous-rubriques les créances, quels qu'en soient le terme contractuel, l'origine ou la forme, sur des entreprises liées ou sur des entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation, lorsque ces créances ont pour but de soutenir durablement l'activité de ces entreprises.
  IV. C. Autres immobilisations financières
  IV. C. 1. Actions et parts
  Sont classés sous ce poste les droits sociaux détenus dans d'autres entreprises qui ne sont pas constitutifs d'une participation lorsque cette détention vise, par l'établissement d'un lien durable et spécifique avec ces entreprises, à contribuer à l'activité propre de la société.
  IV. C. 2. Créances et cautionnements en numéraire
  Sont portés sous ce poste :
  a) les créances incorporées ou non dans des titres, qui ont pour but de soutenir durablement l'activité d'entreprises autres que des entreprises visées aux rubriques IV. A. et IV. B.;
  b) les cautionnements en numéraire versés au titre de garanties permanentes, notamment auprès d'administrations ou d'entreprises de services publics.
  V. Créances à plus d'un an
  Cette rubrique regroupe les créances qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les créances ou la partie des créances à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées, selon le cas, sous la rubrique VII. A. ou VII. B.
  Sont classés sous cette rubrique, aux postes correspondants, outre les créances dont le titre juridique est né, les produits à recevoir, nés au cours de l'exercice, ou au cours d'un exercice antérieur, qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique de créance, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision.
  Les prorata de produits sont toutefois portés en comptes de régularisation.
  Les créances résultant pour le propriétaire ou le bailleur de contrats visés sous la rubrique III. D. de l'actif sont portés sous le poste V. B.
  VI. Stocks et commandes en cours d'exécution
  VI. A. 1. Approvisionnements
  Sont portés sous cette rubrique les matières premières et les fournitures.
  VI. A. 2. En cours de fabrication
  Ne sont pas compris sous cette rubrique, les frais exposés imputables à des commandes en cours d'exécution, portées à la rubrique VI. B.
  VI. A. 4. Marchandises
  Cette rubrique comporte les marchandises acquises en vue de leur revente telles quelles ou sous le bénéfice de conditionnements mineurs.
  VI. B. Commandes en cours d'exécution
  Sont portés sous cette rubrique:
  a) les travaux en cours d'exécution, effectués pour compte de tiers en vertu d'une commande, mais non encore réceptionnés;
  b) les produits en cours de fabrication exécutés pour compte de tiers en vertu d'une commande, mais non encore livrés, sauf s'il s'agit de produits qui sont fabriqués en série de façon standardisée;
  c) les services en cours de prestation, exécutés pour compte de tiers en vertu d'une commande, mais non encore livrés, sauf s'il s'agit de services qui sont prestés en série de façon standardisée.
  VII. Créances à un an au plus
  Sont inscrites sous cette rubrique, les créances dont le terme initial est d'un an au plus ainsi que les créances ou les parties de créances dont le terme initial était supérieur à un an, mais qui viennent à échéance dans les douze mois.
  Les alinéas 2 et 3 de la définition de la rubrique " V. Créances à plus d'un an ", sont applicables aux créances à un an au plus.
  Sont notamment portés sous la rubrique " B. Autres créances ", les impôts récupérables à charge des administrations fiscales; toutefois, les versements anticipés et les précomptes imputables ne sont pas portés sous cette rubrique, mais à la rubrique X du compte de résultats, sauf dans la mesure où ces versements et précomptes dépassent le montant estimé des impôts dus.
  VIII. B. Autres placements
  Sont portées sous cette rubrique les créances en compte à terme sur des établissements de crédit ainsi que les valeurs mobilières acquises au titre de placement de fonds et qui ne revêtent pas le caractère d'immobilisations financières, l'acquisition de métaux précieux, en vue de les vendre à court ou à moyen terme. Les actions et parts détenues dans des sociétés liées ou avec lesquelles il existe un lien de participation ne peuvent être portées sous ce poste que s'il s'agit de titres acquis ou souscrits en vue de leur rétrocession ou si, en vertu d'une décision de la société, ils sont destinés à être réalisés dans les douze mois.
  IX. Valeurs disponibles
  Les valeurs disponibles ne comprennent, en dehors des encaisses et des valeurs échues à l'encaissement que les avoirs à vue sur des établissements de crédit.
  X. Comptes de régularisation
  Outre les montants visés à l'article 3:55, ce poste comporte :
  a) les charges à reporter, c'est-à-dire les prorata de charges exposées au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur mais qui sont à rattacher à un ou plusieurs exercices ultérieurs;
  b) les produits acquis, c'est-à-dire les prorata de produits qui n'échoiront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé.
  § 2. Le contenu de certaines rubriques du passif est défini comme suit :
  I. Apport
  1° Pour les sociétés anonymes, les sociétés européennes et les sociétés coopératives européennes, la rubrique I.A Capital se définit comme suit : le montant du capital, constitué de la partie du capital qui a été formée par (a) l'apport des actionnaires dans le capital, (b) le cas échéant l'incorporation de primes d'émission et (c) le cas échéant l'incorporation de plus-values de réévaluation actées ou de réserves; dans la mesure où elles n'ont pas été remboursées ou réduites via une réduction de capital.
  2° Pour les sociétés à responsabilité limitée et les sociétés coopératives, la rubrique I. Apport comprend :
  a. le montant des capitaux propres apportés, qui se compose de la valeur conventionnelle de tous les apports réalisés par les actionnaires en espèces ou en nature, dans la mesure où ils n'ont pas encore été remboursés, le cas échéant ventilé en (a) les capitaux propres apportés qui sont indisponibles en vertu des statuts et (b) les autres capitaux propres apportés.
  b. les réserves qui, en vertu d'une disposition statutaire, peuvent être distribuées aux actionnaires que moyennant une modification des statuts ou auxquelles les actionnaires n'ont pas droit en cas de démission ou d`exclusion.
  3° pour les sociétés en nom collectif ou les sociétés en commandite, il faut entendre par I. Apport : le patrimoine de la société qui est constitué de la valeur conventionnelle des valeurs libérées ou non encore libérées, le cas échéant comme fixé statutairement;
  4° en ce qui concerne les personnes physiques et les succursales en Belgique d'entreprises de droit étranger, il faut entendre par I. Apport : le compte de liaison avec le patrimoine de l'exploitant ou du siège respectif, comportant les moyens propres que l'entreprise étrangère affecte durablement à l'activité de ses succursales ou ses sièges d'opération en Belgique.
  Dans les cas visés sous 3°, l'intitulé " Apport " est remplacé par " Avoir social " et dans le cas visé sous 4° par " Compte de liaison ".
  II. Plus-values de réévaluation
  Par plus-value de réévaluation, il faut entendre les plus-values non réalisées, exprimées dans les comptes sur éléments de l'actif immobilisé, conformément à l'article 3:35. Sont également portées sous cette rubrique :
  1° les reprises de réductions de valeur visées à l'article 3:94;
  2° la reprise des réductions de valeurs comptabilisées sur des immobilisations incorporelles et sur des immobilisations corporelles dont l'utilisation n'est pas limitée dans le temps;
  3° les plus-values visées à l'article 3:22, alinéa 4.
  III. A. Réserves indisponibles
  Les réserves qui, en vertu d'une disposition statutaire, peuvent être distribuées aux actionnaires que moyennant une modification des statuts ou auxquelles les actionnaires n'ont pas droit en cas de démission ou d`exclusion;
  a) pour actions propres :
  Sont mentionnées sous ce poste, les réserves indisponibles visées aux articles 5:148, § 2, et 7:217, § 2, du Code des sociétés et des associations.
  b) pour l'assistance financière accordé : sont classés sous cette rubrique, les réserves indisponibles visées aux articles 5:152, § 1er, alinéa 1er, 4°, 6:118, § 1er, alinéa 1er, 4°, et 7:227, § 1er, alinéa 1er, 3°, du Code des sociétés et des associations.
  c) pour les sociétés en nom collectif ou les sociétés en commandite : sont classées sous cette rubrique les réserves qui, en vertu d'une disposition statutaire, peuvent être distribuées aux associés que moyennant une modification des statuts ou auxquelles les associés n'ont pas droit en cas de démission ou d`exclusion.
  III.B. Réserves immunisées
  Sont classés sous cette rubrique sous déduction des impôts différés y afférents, les plus-values réalisées et les bénéfices dont l'immunisation fiscale ou la taxation différée est subordonnée à leur maintien dans le patrimoine de la société, à l'exception des plus-values portées, en application de l'article 3:41, en comptes de régularisation.
  Sont également classés sous cette rubrique, les amortissements actés sur des immobilisations corporelles ou incorporelles dans la mesure où ils sont établis sur une base dépassant le prix d'acquisition de celles-ci, lorsque l'amortissement sur cette base majorée constitue sous l'angle fiscal une charge déductible.
  V. Subsides en capital
  Sont portés sous cette rubrique, les subsides en capital obtenus des pouvoirs publics en considération d'investissements en immobilisations, sous déduction des impôts différés afférents à ces subsides; ces impôts différés sont portés sous la rubrique du passif " VII. B. Impôts différés ".
  Ces subsides font l'objet d'une réduction échelonnée, par imputation à la rubrique " IV. C. Autres produits financiers ", au rythme de la prise en charge des amortissements afférents aux immobilisations pour l'acquisition desquelles ils ont été obtenus, et le cas échéant, à concurrence du solde, en cas de réalisation ou de mise hors service de ces immobilisations.
  Les subsides en capital dont l'obtention n'est pas rattachée à des investissements en immobilisations, sont lors de leurs obtentions, imputés selon le cas à la rubrique " I. D. Autres produits d'exploitation " ou à la rubrique " IV. C. Autres produits financiers ".
  VII. A. Provisions pour risques et charges
  1° Pensions et obligations similaires
  Sont portées sous cette rubrique les provisions constituées par la société pour couvrir les pensions de retraite et de survie, le chômage avec complément d'entreprise et autres pensions et rentes dont le paiement lui incombe en vertu d'engagements stipulés en faveur des membres ou anciens membres de son personnel ou en faveur de ses dirigeants ou anciens dirigeants.
  2° Charges fiscales
  Sont portées sous cette rubrique les provisions constituées pour couvrir les charges fiscales pouvant résulter de la rectification de la base imposable ou du calcul d'impôt.
  VII. B. Impôts différés
  Sont exclusivement portés sous cette rubrique :
  a) les impôts différés aux exercices ultérieurs, afférents aux subsides en capital obtenus des pouvoirs publics en considération d'investissements en immobilisations;
  b) les impôts différés aux exercices ultérieurs afférents aux plus-values réalisées sur immobilisations incorporelles, corporelles et sur titres émis par le secteur public belge, dans les cas où la taxation de ces plus-values est différée;
  c) les impôts étrangers différés aux exercices ultérieurs de même nature que ceux visés sub a) et b).
  VIII. Dettes à plus d'un an
  Sont classées sous ce poste les dettes qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les dettes ou la fraction des dettes à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées sous la rubrique IX. A.
  Sont classées sous cette rubrique, aux rubriques correspondantes, les charges à payer nées au cours de l'exercice ou au cours d'un exercice antérieur qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique d'endettement, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision. Les prorata de charges sont toutefois portés en comptes de régularisation.
  Les engagements résultant d'emprunts subordonnés, d'emprunts obligataires, de conventions de location-financement ou de conventions similaires sont inscrits sous les rubriques prévues à cet effet, lors même qu'ils seraient souscrits à l'égard d'établissements de crédit ou de fournisseurs ou seraient incorporés dans des effets de commerce.
  Sont notamment classés parmi les dettes envers les établissements de crédit, les billets à ordre (promesses) souscrits par la société au nom ou à l'ordre d'un établissement de crédit, ainsi que les dettes envers des établissements de crédit du chef d'acceptations bancaires mises en circulation par la société, lors même qu'elles trouveraient leur origine dans des achats de biens ou de services.
  Les dettes incorporées dans des lettres de change ou dans des billets à ordre ne sont portées sous la rubrique " B. 2. Effets à payer " que si elles trouvent leur origine dans des achats de biens ou de services.
  IX. Dettes à un an au plus
  Les alinéas 2 à 5 de la définition de la rubrique " VIII. Dettes à plus d'un an " sont applicables aux dettes à un an au plus.
  X. Comptes de régularisation
  Outre les montants visés à l'article 3:45, § 2, ce poste comporte :
  a) les charges à imputer, c'est-à-dire les prorata de charges qui n'échoiront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé;
  b) les produits à reporter, c'est-à-dire les prorata de produits perçus au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur, qui sont à rattacher à un exercice ultérieur.
2. Inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening.
2. Contenu de certaines rubriques du compte de résultats.
Art. 3:90. De inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening wordt als volgt gedefinieerd:
  I. A. Omzet (volledige schema)
  Onder omzet wordt verstaan het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden, in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap, onder aftrek van de op de verkoopprijs in de handel toegestane kortingen (afslag, ristorno, rabat); dit bedrag omvat niet de belasting over de toegevoegde waarde, noch enige andere rechtstreeks met de omzet verbonden belasting.
  Onder die post moeten eveneens worden opgenomen de tegemoetkomingen van de overheid in het kader van een tariferingspolitiek als compensatie voor lagere ontvangsten.
  Voor de natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, omvat de omzet ook de onttrekkingen in natura anders dan ten behoeve van hun bedrijf.
  I. D. Andere bedrijfsopbrengsten (volledig schema)
  Onder die post worden de van derden ontvangen en met de bedrijfsuitoefening verbonden opbrengsten opgenomen die:
  a) niet hun oorsprong vinden in een verkoop of een dienstverlening aan derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap, en
  b) niet als een niet-recurrente bedrijfsopbrengst of financiële opbrengst kunnen worden aangemerkt.
  In het bijzonder worden onder die post opgenomen de subsidies of compenserende bedragen bij in- of uitvoer alsmede de exploitatiesubsidies.
  Onder die post worden eveneens opgenomen de meerwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van handelsvorderingen.
  I. E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (volledig schema) of I. A. B. (verkort en microschema)
  Onder die post worden de opbrengsten opgenomen die een bedrijfskarakter hebben maar geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap:
  1° de terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa. Onder die post worden opgenomen:
  a) de met toepassing van artikel 3:39, § 1, derde lid en artikel 3:42, § 1, derde lid, verrichte terugnemingen van afschrijvingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt;
  b) de terugnemingen van waardeverminderingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt op immateriële en materiële vaste activa en die te hoog zijn gebleken;
  2° de terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en -kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die te hoog zijn gebleken, tenzij het gaat om voorzieningen die werden gevormd voor risico's en kosten die verband houden met het gewone bedrijf van de vennootschap;
  3° de meerwaarden die worden verwezenlijkt bij de realisering van materiële en immateriële vaste activa. Gaat het om materiële vaste activa, dan mogen deze meerwaarden onder de post "I. D. Andere bedrijfsopbrengsten" (volledig schema) worden opgenomen wanneer de realisatie kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter ervan;
  4° de andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten.
  II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (volledig schema)
  Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder deze post opgenomen de inkopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen.
  Worden eveneens onder deze post geboekt, de ingekochte diensten, werken en studies, voor zover deze een rechtstreekse invloed hebben op de vervaardigingsprijs van de geproduceerde goederen, de algemene onderaannemingen en de inkopen van onroerende goederen bestemd voor verkoop.
  II. B. Diensten en diverse goederen (volledig schema)
  Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder die post opgenomen de kosten verbonden met de dienstverlening of de levering van goederen door derden in het kader van de bedrijfsuitoefening, tenzij deze kosten onder rubrieken A of C moeten worden geboekt.
  Worden eveneens onder deze post opgenomen, de vergoedingen van uitzendkrachten en ter beschikking van de vennootschap gestelde personen evenals de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en pensioenen van bestuurders, zaakvoerders en werkende vennoten, die niet worden toegekend uit hoofde van een arbeidsovereenkomst.
  II. D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa (volledig schema) of I. D. (verkort en microschema)
  Onder die post worden opgenomen de afschrijvingen en de waardeverminderingen die werden geboekt op oprichtingskosten - andere dan de kosten bij uitgifte van leningen en het disagio - en op immateriële en materiële vaste activa tenzij deze afschrijvingen en waardeverminderingen wegens hun uitzonderlijke aard als een niet-recurrente bedrijfskost moeten worden geboekt (post II. I. (volledig schema) of I. I. (verkort en microschema)).
  De terugnemingen van afschrijvingen of van waardeverminderingen worden niet onder deze post opgenomen maar worden geboekt onder de niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (post I. E. (volledig schema) of I. A. B. (verkort of microschema)).
  II. E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -) (volledig schema) of I. E. (verkort en microschema)
  Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen die werden geboekt op voorraden, op bestellingen in uitvoering of op handelsvorderingen bedoeld in de posten V. A. en VII. A. van de balans.
  De terugnemingen van op voorraden of op handelsvorderingen geboekte waardeverminderingen worden op deze post aangerekend. Wat de voorraden betreft, moet deze aanrekening niet geschieden wanneer de toepassing van één van de in artikel 3:21 bedoelde waarderingsmethoden ertoe leidt dat bij de waardebepaling van de uitgaande voorraden wordt rekening gehouden met tijdens vorige boekjaren geboekte waardeverminderingen.
  II. F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) (volledig schema) of I. F. (verkort en microschema)
  Onder die post worden opgenomen:
  a) de voorzieningen gevormd voor bedrijfsrisico's en -verplichtingen;
  b) de bestedingen van voorzieningen voor risico's en kosten die vroeger werden gevormd, in zoverre deze risico's en verplichtingen tot bedrijfskosten aanleiding hebben gegeven;
  c) de terugnemingen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd voor gewone bedrijfsrisico's en -verplichtingen van de vennootschap en die overtollig zijn gebleken.
  II. G. Andere bedrijfskosten (volledig schema) of I. G. (verkort en microschema)
  Onder die post worden de aan derden betaalde of verschuldigde met de bedrijfsuitoefening verbonden kosten opgenomen, die:
  a) niet hun oorsprong vinden in een dienstverlening of een levering door derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap en
  b) niet als een financiële of niet-recurrente bedrijfskost kunnen worden aangemerkt.
  In het bijzonder worden onder die post opgenomen, de belastingen die als een bedrijfskost moeten worden aangemerkt, zoals de onroerende voorheffing, de belasting op de voertuigen, de belasting op drijfkracht of op tewerkgesteld personeel, de accijnsrechten en de uitvoerheffingen.
  Onder die post worden eveneens opgenomen de minderwaarden die werden geboekt bij de realisatie van handelsvorderingen, tenzij deze minderwaarden gelijk zijn aan het disconto; het disconto wordt geboekt onder post "V. C. Andere financiële kosten" (volledig schema).
  II. I. Niet-recurrente bedrijfskosten (volledig schema) of I. I. (verkort en microschema)
  Onder die post worden de kosten opgenomen die een bedrijfskarakter hebben maar geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap:
  1° de niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa: de afschrijvingen en waardeverminderingen bedoeld in artikel 3:6, § 2, artikel 3:39, § 1, tweede lid, en § 2, en artikel 3:42, § 1, tweede lid en § 2;
  2° de voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen). Onder deze post worden de voorzieningen opgenomen die werden gevormd voor risico's en kosten die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap;
  3° de minderwaarden bij de realisatie van materiële en immateriële vaste activa. Onder die post worden de minderwaarden opgenomen die worden geboekt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om immateriële of materiële vaste activa dan moeten deze minderwaarden onder de post "II. G. Andere bedrijfskosten" worden opgenomen wanneer de realisatie kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan;
  4° andere niet-recurrente bedrijfskosten;
  5° de als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten (-).
  I. A. B. Brutomarge (+) (-) (verkort en microschema)
  Deze post uit de resultatenrekening van het verkort en microschema bedoeld in bijlage 4 beantwoordt aan de algebraïsche som van de volgende posten uit het volledig schema van de resultatenrekening:
  I. A. Omzet
  I. B. Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering
  I. C. Geproduceerde vaste activa
  I. D. Andere bedrijfsopbrengsten
  I. E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten
  II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
  II. B. Diensten en diverse goederen.
  III. A. Kapitaal- en interestsubsidies (verkort en microschema)
  Onder deze post uit de resultatenrekening uit het verkort schema of het microschema wordt het bedrag opgenomen van de kapitaal- en de interestsubsidies door de overheid toegekend en aangerekend op het resultaat van het boekjaar.
  IV. B. Opbrengsten uit vlottende activa (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen de opbrengsten (interesten, dividenden, enz.) uit activa opgenomen onder posten V., VII., VIII., IX. en X.
  IV. C. Andere financiële opbrengsten (volledig schema) of III. B. (verkort en microschema)
  Worden onder die post opgenomen:
  1° de meerwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
  2° in het volledig schema van de jaarrekening: de als opbrengst geboekte kapitaal- en interestsubsidies;
  3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
  4° alle opbrengsten van financiële aard die geen verband houden met welbepaalde activa.
  IV. D. Niet-recurrente financiële opbrengsten (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen de terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa, de terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten, de meerwaarden bij realisatie van financiële vaste activa en de andere niet-recurrente financiële opbrengsten.
  V. A. Kosten van schulden (volledig schema)
  Worden onder die post opgenomen:
  1° de interesten, de commissies en de kosten verbonden aan schulden;
  2° de afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen en van het disagio.
  De geactiveerde interesten worden afgetrokken van het bedrag van de onder deze post opgenomen kosten.
  V. B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II. E. (toevoegingen +, terugnemingen -) (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen geboekt op vorderingen andere dan handelsvorderingen, op geldbeleggingen en op liquide middelen. De terugnemingen van waardeverminderingen op deze vlottende activa worden eveneens onder deze post geboekt.
  V. C. Andere financiële kosten (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen alle kosten van financiële aard die niet werden geboekt onder de posten V. A.,V. B. of V. D en in het bijzonder:
  1° de minderwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
  2° het disconto ten laste van de vennootschap bij het verhandelen van vorderingen (een wissel, een warrant, een factuur, enz.);
  3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
  4° de kosten betreffende posten van het eigen vermogen (kosten bij inbreng, kosten bij kapitaalverhoging, niet opgenomen onder de oprichtingskosten, de taks op ter beurze genoteerde effecten, enz.);
  5° de commissies en financiële kosten.
  V. D. Niet-recurrente financiële kosten (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen: de waardeverminderingen op financiële vaste activa, voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten, de minderwaarden bij realisatie van financiële vaste activa, de andere niet-recurrente financiële kosten en de als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente financiële kosten.
  VIII. Belastingen op het resultaat (volledige schema) of VII. (verkort en microschema)
  Onder die post worden opgenomen:
  1° onder belastingen:
  a) op het resultaat van het boekjaar:
  - de voorafbetalingen en de werkelijke voorheffingen die met de belasting verrekenbaar zijn, voor zover het bedrag van deze voorafbetalingen en van deze voorheffingen niet hoger is dan het geraamde bedrag van de verschuldigde belastingen; dit overschot wordt geactiveerd; geactiveerd worden eveneens de voorafbetalingen van belastingen die naar het volgende boekjaar werden overgedragen of waarvan de terugbetaling werd gevraagd;
  - het verschil tussen het geraamde bedrag van de op het resultaat van het boekjaar verschuldigde belastingen en het bedrag van de voorafbetalingen en verrekenbare bestanddelen;
  - de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd;
  - de in het buitenland betaalde of verschuldigde winstbelastingen;
  b) op de winst van vorige boekjaren:
  de betaalde, verschuldigde of geraamde belastingsupplementen alsmede de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd;
  2° onder regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen:
  de verkregen, vastgestelde of geraamde regularisering van belastingen die tijdens een vorig boekjaar ten laste werden genomen.
  X. B. Overboeking naar de belastingvrije reserves (volledig schema) of IX. B. (verkort en microschema)
  Deze post wordt gebruikt voor de overboeking van bepaalde opbrengsten of een gedeelte van de winst naar de belastingvrije reserves wanneer hun fiscale vrijstelling afhankelijk is van hun behoud in het vermogen van de vennootschap.
Art. 3:90. Le contenu de certaines rubriques du compte de résultats est défini comme suit :
  I. A. Chiffre d'affaires (schéma complet)
  Par chiffre d'affaires, il faut entendre le montant des ventes de biens et des prestations de services à des tiers, relevant de l'activité habituelle de la société, déduction faite des réductions commerciales sur ventes (remises, ristournes et rabais); ce montant ne comprend pas la taxe sur la valeur ajoutée et les autres impôts liés directement au chiffre d'affaires.
  Sont également comprises dans le chiffre d'affaires, les interventions des pouvoirs publics en compensation de moindres recettes consécutives à la politique de tarification appliquée.
  Le chiffre d'affaires comprend, en ce qui concerne les personnes physiques qui exercent une activité professionnelle en tant qu'indépendant, les prélèvements en nature autres que pour les besoins de leur activité.
  I. D. Autres produits d'exploitation (schéma complet)
  Sous cette rubrique sont portés les produits provenant de tiers, relatifs à l'exploitation, qui :
  a) ne résultent pas de la vente de biens ou de prestations de services relevant de l'activité habituelle de la société, et
  b) ne relèvent pas de la catégorie des produits d'exploitation non récurrents ou des produits financiers.
  Sont notamment portés sous cette rubrique les subsides ou montants compensatoires à l'importation ou à l'exportation, ainsi que les subsides d'exploitation.
  Sont également portées sous cette rubrique les plus-values sur réalisation de créances commerciales.
  I.E. Produits d'exploitation non récurrents (schéma complet) ou I. A. B. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont classés sous cette rubrique, les produits ayant un caractère d'exploitation mais qui ne s'inscrivent pas dans le cadre de l'exploitation normale de la société :
  1° la reprise d'amortissements et de réductions de valeur actées sur immobilisations corporelles et incorporelles. Sont classés sous cette rubrique :
  a) les reprises d'amortissements actés à charge d'exercices antérieurs, opérés dans les conditions visées aux articles 3:39, § 1er, alinéa 3, et article 3:42, § 1er, alinéa 3;
  b) les reprises de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles actées à charge d'exercices antérieurs, devenues excédentaires;
  2° les reprises de provisions pour risques et charges d'exploitation non récurrents constituées au cours d'exercices antérieurs, devenues excédentaires, sauf s'il s'agit de provisions pour rencontrer des risques et charges inhérentes à l'activité habituelle de la société;
  3° les plus-values sur réalisation d'immobilisations corporelles et incorporelles. Peuvent toutefois être portées sous la rubrique " I.D. Autres produits d'exploitation " (schéma complet) les plus-values sur réalisation d'immobilisations corporelles si, eu égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale de la société;
  4° les autres produits d'exploitation non récurrents.
  II. A. Approvisionnements et marchandises (schéma complet)
  Sont portés sous cette rubrique, déduction faite des réductions commerciales obtenues et de la taxe sur la valeur ajoutée y afférente, dans la mesure où elle est déductible, les achats de marchandises, de matières premières et de fournitures.
  Sont également inclus sous cette rubrique, les achats de services, travaux et études, dans la mesure où ces services, travaux et études, interviennent dans le coût de revient direct des fabrications, les sous-traitances générales et les achats d'immeubles destinés à la vente.
  II. B. Services et biens divers (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique, déduction faite des réductions commerciales obtenues et de la taxe sur la valeur ajoutée y afférente, dans la mesure où elle est déductible, les charges afférentes à des services prestés ou à des biens livrés par des tiers et relatives à l'exploitation, sauf si elles relèvent des rubriques A. ou C.
  Sont également repris sous ce poste, les rémunérations des intérimaires et des personnes mises à la disposition de la société ainsi que les rémunérations directes et indirectes et les pensions des administrateurs, gérants et associés actifs qui ne sont pas attribuées en vertu d'un contrat de travail.
  II. D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement et sur immobilisations incorporelles et corporelles (schéma complet) ou I. D. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont portées sous cette rubrique les dotations d'amortissements et les réductions de valeur actées, relatives aux frais d'établissement - autres que les frais d'émission d'emprunts et les primes de remboursement - et aux immobilisations incorporelles et corporelles, à l'exception de celles qui, à raison de leur caractère exceptionnel, sont à imputer sous les charges d'exploitation non récurrentes (rubrique II. I. (schéma complet) ou I. I. (schéma abrégé et microschéma)).
  Les reprises d'amortissements ou de réductions de valeur ne sont pas portées sous cette rubrique mais sous les produits d'exploitation non récurrents (rubrique I. E. (schéma complet) ou I. A. B. (schéma abrégé ou microschéma)).
  II. E. Réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales (dotations +, reprises -) (schéma complet) ou I. E. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont portées sous cette rubrique les réductions de valeur actées sur les stocks, sur les commandes en cours d'exécution et sur les créances commerciales visées aux rubriques V. A. et VII. A. du bilan.
  Sont imputées sous cette rubrique, les reprises de réductions de valeur sur créances commerciales et sur stocks, sauf si, en ce qui concerne ces derniers, le système adopté en application de l'article 3:21 conduit à ce que la valorisation des sorties de stocks tienne compte des réductions de valeur actées au cours d'exercices précédents.
  II. F. Provisions pour risques et charges (dotations +, utilisations et reprises -) (schéma complet) ou I. F. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont portées sous cette rubrique :
  a) les provisions constituées pour rencontrer des risques et charges d'exploitation;
  b) les utilisations de provisions pour risques et charges constituées antérieurement dans la mesure où ces risques ont donné lieu à des coûts d'exploitation;
  c) les reprises de provisions pour risques et charges constituées au cours d'exercices antérieurs pour rencontrer des risques et charges inhérents à l'exploitation normale de la société, qui se sont avérées excédentaires.
  II. G. Autres charges d'exploitation (schéma complet) ou I. G. (schéma abrégé et microschéma)
  Sous cette rubrique sont portées les charges payées ou dues à des tiers relatives à l'exploitation qui :
  a) ne résultent pas de prestations de services ou de livraisons de biens par des tiers, relevant de l'activité habituelle de la société et
  b) ne relèvent pas de la catégorie des charges financières ou des charges d'exploitation non récurrentes.
  Sont notamment portés sous cette rubrique au titre de charges fiscales d'exploitation, le précompte immobilier, les taxes sur les véhicules, sur la force motrice ou sur le personnel occupé, les droits d'accises, les prélèvements à l'exportation.
  Sont également portées sous cette rubrique, les moins-values sur réalisation de créances commerciales, sauf si celles-ci correspondent à un escompte; l'escompte est imputé à la rubrique " V. C. Autres charges financières " (schéma complet).
  II. I. Charges d'exploitation non récurrentes (schéma complet) ou I. I. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont classées sous cette rubrique, les charges ayant un caractère d'exploitation mais qui ne s'inscrivent pas dans le cadre de l'exploitation normale de la société :
  1° les amortissements et réductions de valeur non récurrents sur frais d'établissement et sur immobilisations incorporelles et corporelles : les amortissements et réductions de valeur visées aux articles 3:6, § 2, 3:39, § 1er, alinéa 2, et § 2, et 3:42, § 1er, alinéa 2 et § 2;
  2° les provisions pour risques et charges d'exploitation non récurrents : dotations (utilisations et reprises). Sont portées sous cette rubrique, les provisions constituées pour rencontrer des risques et charges qui ne relèvent pas de l'activité habituelle de la société;
  3° les moins-values sur réalisation d'immobilisations corporelles et incorporelles. Sont classées sous cette rubrique, les moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés. Doivent toutefois être portées sous la rubrique " II. G. Autres charges d'exploitation ", les moins-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles et corporelles si, eu égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale de la société;
  4° autres charges d'exploitation non récurrentes;
  5° les charges d'exploitation non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-).
  I. A. B. Marge brute d'exploitation (+) (-) (schéma abrégé et microschéma)
  Cette rubrique du compte de résultats selon le schéma abrégé et microschéma visé à l'annexe 4 correspond à la somme algébrique des rubriques suivantes du compte de résultats complet :
  I. A. Chiffre d'affaires
  I. B. Variation des en-cours de fabrication, des produits finis et des commandes en cours d'exécution
  I. C. Production immobilisée
  I. D. Autres produits d'exploitation
  I. E. Produits d'exploitation non récurrents
  II. A. Approvisionnements et marchandises
  II. B. Services et biens divers
  III. A. Subsides en capital et intérêts (schéma abrégé et microschéma)
  Est classé sous cette rubrique du compte de résultats selon le schéma abrégé ou selon le microschéma, le montant des subsides en capital et intérêts octroyés par le gouvernement et portés au résultat de l'exercice.
  IV. B. Produits des actifs circulants (schéma complet)
  Sont classés sous cette rubrique les produits (intérêts, dividendes, etc.), afférents aux éléments d'actif figurant aux rubriques V., VII., VIII., IX. et X.
  IV. C. Autres produits financiers (schéma complet) ou III. B. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont portés sous cette rubrique :
  1° les plus-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
  2° dans le schéma complet des comptes annuels : les subsides en capital et en intérêts portés en résultats;
  3° les différences de change et les écarts de conversion des devises sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
  4° tous les produits de nature financière, qui ne se rattachent pas à des éléments déterminés de l'actif.
  IV. D. Produits financiers non récurrents (schéma complet)
  Sont portés sous cette rubrique, la reprise des réductions de valeur sur immobilisations financières, la reprise des provisions pour risques et charges financiers non récurrents, les plus-values lors de réalisation d'immobilisations financières et les autres produits financiers non récurrents.
  V. A. Charge des dettes (schéma complet)
  Sont portés sous cette rubrique :
  1° les charges en intérêts, commissions et frais afférents aux dettes;
  2° l'amortissement des frais d'émission d'emprunts et des primes de remboursement.
  Les intérêts portés à l'actif sont déduits du montant des charges portées sous cette rubrique.
  V. B. Réductions de valeur sur actifs circulants autres que visés II, E (dotations +, reprises -) (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique les réductions de valeur actées sur les créances autres que commerciales, sur les placements de trésorerie et sur les valeurs disponibles. Sont également imputées sous cette rubrique, les reprises de réductions de valeur afférentes à ces mêmes actifs circulants.
  V. C. Autres charges financières (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique, toutes les charges de nature financière qui ne relèvent pas des rubriques V. A., V. B. ou V. D. et notamment :
  1° les moins-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
  2° l'escompte à charge de la société sur la négociation de créances (lettres de change, warrants, factures, etc.);
  3° les différences de change et les écarts de conversion des devises sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
  4° les charges relatives aux fonds propres (frais d'apports ou d'augmentation de capital, non portés en frais d'établissement, taxe sur les titres cotés en bourse etc.);
  5° les commissions et frais financiers.
  V.D. Charges financières non récurrentes (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique, les réductions de valeur sur immobilisations financières, les provisions pour risques et charges financiers non récurrents, les moins-values lors de réalisation d'immobilisations financières, les autres charges financières non récurrentes et les charges financières non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration.
  VIII. Impôts sur le résultat (schéma complet) ou VII. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont classés sous cette rubrique :
  1° au titre d'impôts :
  a) sur le résultat de l'exercice :
  - les versements anticipés, ainsi que les précomptes réels, imputables sur l'impôt, sauf dans la mesure où le montant de ces versements anticipés et de ces précomptes excède le montant estimé des impôts qui seront dus; Cet excédent est activé; sont également portés à l'actif, les versements anticipés d'impôts reportés à l'exercice suivant ou dont la restitution a été demandée;
  - l'excédent du montant estimé des impôts qui seront dus sur le résultat de l'exercice, par rapport au montant des versements anticipés et des éléments imputables;
  - les suppléments d'impôts provisionnés;
  - les impôts sur le résultat payés ou dus à l'étranger;
  b) sur le bénéfice d'exercices antérieurs :
  les suppléments d'impôts payés, dus, ou estimés ainsi que les suppléments d'impôts provisionnés;
  2° au titre de régularisation d'impôts et de reprises de provisions fiscales :
  les régularisations d'impôts obtenues, constatées ou estimées, par rapport aux montants d'impôts pris en charge au cours d'exercice antérieurs.
  X. B. Transfert aux réserves immunisées (schéma complet) ou IX. B. (schéma abrégé et microschéma)
  Cette rubrique est utilisée pour le transfert aux réserves immunisées de certains produits ou d'une fraction du bénéfice lorsque leur immunisation fiscale est subordonnée à leur maintien dans le patrimoine de la société.
3. Inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting.
3. Contenu de certaines mentions requises pour l'annexe.
Art. 3:91. De inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting wordt gedefinieerd als volgt:
  A. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
  00 Zekerheden door derden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van de vennootschap
  Op deze rekening worden de zakelijke of persoonlijke zekerheden geboekt die door derden ten behoeve van de crediteuren van de vennootschap zijn gesteld of onherroepelijk beloofd, als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden of verplichtingen die de vennootschap jegens hen heeft aangegaan.
  01 Persoonlijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van derden
  Op deze rekening worden de persoonlijke zekerheden geboekt die door de vennootschap ten behoeve van derden zijn gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die deze derden hebben aangegaan jegens andere schuldeisers dan de vennootschap zelf.
  De wisselverplichtingen zijn die welke voor de vennootschap voortvloeien uit door haar getrokken, geëndosseerde of voor aval getekende wissels in omloop, met uitzondering van de door de vennootschap getrokken bankaccepten.
  02 Zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op eigen activa
  Op deze rekening worden de zakelijke zekerheden geboekt waarmee de vennootschap haar eigen activa heeft bezwaard of die ze onherroepelijk heeft beloofd voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen van zichzelf of van derden.
  In de rekeningen 021 en 023 betreffende de zekerheidstellingen moet in voorkomend geval een onderscheid worden gemaakt tussen de soorten van bezwaarde activa.
  03 Ontvangen zekerheden
  Op deze rekening worden de zakelijke en persoonlijke zekerheden geboekt die de vennootschap heeft ontvangen voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die derden jegens haar hebben aangegaan, met uitzondering van zekerheidstellingen en borgtochten in contanten.
  04 Goederen en waarden gehouden door derden in hun naam, maar ten bate en op risico van de vennootschap
  Op deze rekening worden de goederen en waarden geboekt die ten opzichte van derden aan een ander toebehoren en waarvan de vennootschap het risico draagt maar er tevens de opbrengsten uit int zoals de overeenkomsten tot het houden van een deelneming, indien deze goederen en waarden niet mogen worden opgenomen in de balans.
  05 Verplichtingen tot aan- en verkoop van vaste activa
  Op die rekening worden als verplichtingen tot aankoop geboekt de geplaatste bestellingen en de verplichtingen met optie van derden, en als verplichtingen tot verkoop de ontvangen bestellingen en de opties die aan derden op bezittingen van de vennootschap zijn verleend.
  De verplichtingen tot aankoop evenals de verplichtingen tot verkoop die tot de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren en haar vermogen of resultaat niet aanmerkelijk beïnvloeden behoeven niet te worden geboekt.
  06 Termijnovereenkomsten
  Op deze rekening worden in de daartoe aangelegde rekeningen geboekt de koop- en verkoopovereenkomsten op termijn betreffende goederen en vreemde deviezen, alsmede de daartegenoverstaande betalingsverplichtingen en vorderingen.
  07 Goederen en waarden van derden gehouden door de vennootschap
  Op deze rekening worden in afzonderlijke rekeningen geboekt:
  1° de gebruiksrechten op lange termijn betreffende goederen die aan derden toebehoren en de daartegenoverstaande verplichtingen, voor zover deze rechten en verplichtingen niet in de balans worden vermeld;
  2° de goederen en waarden van derden die aan de vennootschap in bewaring, in consignatie of in bewerking zijn gegeven, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen jegens deponenten en committenten;
  3° de goederen en waarden die de vennootschap uit anderen hoofde voor rekening of ten bate en op risico van derden onder zich houdt, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen.
  B. Reële waarde
  Voor het opstellen van de staat XXII die de informatie bevat met betrekking tot het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor financiële instrumenten:
  - Dient te worden verstaan onder reële waarde : de waarde vastgesteld met verwijzing naar:
  a) een marktwaarde voor de financiële instrumenten waarvoor een betrouwbare markt gemakkelijk is aan te wijzen. Wanneer een marktwaarde voor een gegeven instrument niet eenvoudig kan worden bepaald, maar dit wel kan voor de samenstellende elementen of voor een gelijkaardig instrument, kan de marktwaarde berekend worden op basis van die van zijn bestanddelen of die van het gelijkaardige instrument, of
  b) een waarde berekend met behulp van modellen en algemeen aanvaarde waarderingstechnieken voor de instrumenten waarvoor een betrouwbare markt niet gemakkelijk aan te wijzen is. Deze waarderingsmodellen en -technieken dienen een redelijke benadering van de marktwaarde op te leveren.
  - De grondstoffencontracten die ieder van de contractsluitende partijen het recht geven tot afwikkeling in contanten of enig ander financieel instrument worden als afgeleiden financiële instrumenten beschouwd, behalve wanneer:
  a) de contracten gesloten werden en duurzaam dienen voor de verwachte inkoop-, verkoop-, of gebruiksbehoeften van de vennootschap;
  b) zij bij de totstandkoming voor dat doeleinde werden bestemd, en
  c) de afwikkeling naar verwachting zal geschieden door levering van de grondstof.
Art. 3:91. Le contenu de certaines mentions requises pour l'annexe est défini comme suit :
  A. Droits et engagements hors-bilan
  00 Garanties constituées par des tiers ou irrévocablement promises pour compte de la société
  Ce compte enregistre les sûretés, réelles ou personnelles, constituées ou irrévocablement promises par des tiers en faveur des créanciers de la société pour garantir la bonne fin des dettes ou engagements, actuels ou potentiels, que celle-ci a contractés envers eux.
  01 Garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises pour compte de tiers
  Ce compte enregistre les sûretés personnelles constituées ou irrévocablement promises par la société en faveur de tiers, en vue de garantir la bonne fin des dettes ou engagements, actuels ou potentiels, que ceux-ci ont contractés à l'égard de leurs créanciers, autres que la société considérée.
  Les engagements sur effets sont ceux qui résultent pour la société d'effets en circulation tirés, endossés ou avalisés par elle, à l'exception des acceptations bancaires tirées par la société.
  02 Garanties réelles constituées ou irrévocablement promises sur avoirs propres
  Ce compte enregistre les sûretés réelles constituées sur les avoirs propres de la société ou irrévocablement promises par elle, en vue de garantir la bonne fin des dettes et engagements, actuels ou potentiels, soit de la société elle-même, soit de tiers.
  Les comptes 021 et 023 relatifs aux sûretés constituées distingueront, le cas échéant, les catégories d'actifs qu'elles grèvent.
  03 Garanties reçues
  Ce compte enregistre les sûretés réelles ou personnelles reçues par la société en garantie des dettes et engagements, actuels ou potentiels, contractés envers elle par des tiers, à l'exception des garanties et cautionnements en espèces.
  04 Biens et valeurs détenus par des tiers en leur nom mais aux risques et profits de la société
  Ce compte enregistre les biens et valeurs qui, à l'égard des tiers appartiennent à une tierce personne mais dont les risques incombent à la société et les profits lui reviennent, telles les conventions de portage, lorsque ces biens et valeurs ne peuvent être inscrits au bilan.
  05 Engagements d'acquisition et de cession d'immobilisations
  Ce compte enregistre au titre d'engagements d'acquisition, les commandes passées et les engagements d'achat à l'option de tiers et, au titre d'engagements de cession, les commandes acceptées ainsi que les options conférées à des tiers sur les avoirs de la société.
  Ne doivent toutefois pas faire l'objet d'un enregistrement, les engagements d'acquisition et de cession qui relèvent de l'activité courante de la société et qui ne sont pas susceptibles d'avoir une influence importante sur son patrimoine ou sur ses résultats.
  06 Marchés à terme
  Ce compte enregistre sous les comptes prévus à cet effet les marchés à terme conclus à l'achat d'une part, à la vente d'autre part, portant sur des marchandises et sur des devises étrangères ainsi que, corrélativement, les engagements de paiement ou les créances qui en résultent.
  07 Biens et valeurs de tiers détenus par la société
  Ce compte enregistre, dans des comptes distincts :
  1° les droits relatifs à l'usage à long terme de biens appartenant à des tiers et les engagements corrélatifs, dans la mesure où ces droits et engagements ne sont pas mentionnés au bilan;
  2° les biens et valeurs de tiers confiés à la société en dépôt, en consignation ou à façon ainsi que les engagements corrélatifs envers les déposants et commettants;
  3° les biens et valeurs détenus par la société à un autre titre pour le compte ou aux risques et profits de tiers ainsi que les engagements corrélatifs.
  B. Juste valeur
  Pour l'établissement de l'état XXII contenant les indications relatives à la non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur pour les instruments financiers :
  - Il y a lieu d'entendre par juste valeur : la valeur déterminée par référence à :
  a) une valeur de marché, dans le cas des instruments financiers pour lesquels un marché fiable est aisément identifiable. Lorsqu'une valeur de marché ne peut être aisément identifiée pour un instrument donné, mais qu'elle peut l'être pour les éléments qui le composent ou pour un instrument similaire, la valeur de marché peut être calculée à partir de celle de ses composants ou de l'instrument similaire, ou
  b) une valeur résultant de modèles et techniques d'évaluation généralement admis, dans le cas des instruments pour lesquels un marché fiable ne peut être aisément identifié. Ces modèles et techniques d'évaluation garantissent une estimation raisonnable de la valeur de marché.
  - Les contrats sur produits de base que chacune des parties est en droit de dénouer en numéraire ou au moyen d'un autre instrument financier sont considérés comme des instruments financiers dérivés, à l'exception de ceux qui :
  a) ont été passés et sont maintenus pour satisfaire les besoins escomptés de la société en matière d'achat, de vente ou d'utilisation du produit de base;
  b) ont été passés à cet effet dès le début, et
  c) doivent être dénoués par la livraison du produit de base.
Afdeling 3. - Diverse bepalingen en overgangsbepalingen.
Section 3. - Dispositions diverses et transitoires
Art. 3:92. De verzekeringsondernemingen die niet worden bedoeld bij artikel III.95, § 2, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht, alsmede de herverzekeringsondernemingen maken hun jaarrekening op overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
Art. 3:92. Les entreprises d'assurances, autres que celles visées à l'article III.95, § 2, alinéa 2, du Code de droit économique, ainsi que les entreprises de réassurances, établissent leurs comptes annuels conformément à l'arrêté royal du 17 novembre 1994 relatif aux comptes annuels des entreprises d'assurance et de réassurance.
Art. 3:93. De herwaardering van de nijverheids-, handels- of landbouwoutillering en van de daarmede gelijkgestelde nijverheidsgebouwen waartoe wordt overgegaan in toepassing van artikel 511, § 2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, wordt in de jaarrekening behandeld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van dit artikel.
Art. 3:93. La réévaluation de l'outillage industriel, commercial ou agricole et des bâtiments industriels y assimilés, effectuée en application de l'article 511, § 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 est traitée dans les comptes annuels conformément aux dispositions de l'arrêté royal pris en exécution de cet article.
Art. 3:94. Onder post II van de passiefzijde "Herwaarderingsmeerwaarden" mogen rechtstreeks worden geboekt en gehandhaafd tot op het ogenblik waarop de betrokken goederen gerealiseerd zijn de terugneming van waardeverminderingen op deelnemingen, effecten en andere in portefeuille gehouden waardepapieren, voor zover deze waardeverminderingen werden geboekt vóór 1 januari 1976 of, indien de vennootschap het boekjaar anders dan per 31 december afsluit, vóór het begin van het boekjaar afgesloten in de loop van 1977.
Art. 3:94. Peuvent être portées directement à la rubrique II du passif " Plus-values de réévaluation " et y être maintenues jusqu'à la date de réalisation des biens auxquels elles sont afférentes les reprises de réductions de valeur actées sur les participations, les titres et autres valeurs de portefeuille, avant le 1er janvier 1976 ou, pour les sociétés dont l'exercice ne coïncide pas avec l'année civile, avant le début de l'exercice clôturé en 1977.
Art. 3:95. De vennootschappen en de publiekrechtelijke rechtspersonen en entiteiten, onderworpen aan boek III, titel 3, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, die voor hun personeelsleden en/of bedrijfsleiders, rust- of overlevingspensioenverplichtingen hebben aangegaan in het kader van een pensioenregeling, die door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening wordt beheerd, zijn vrijgesteld van de vorming van voorzieningen voor die verplichtingen. Die vrijstelling heeft betrekking op het gedeelte van de voorzieningen waarvoor de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening van een vrijstelling geniet overeenkomstig artikel 163 tot 166, 168 of 169 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening of waarvan de vennootschap of publiekrechtelijke rechtspersoon of entiteit geniet overeenkomstig respectievelijk artikel 165, eerste lid of 168, § 1, tweede lid, van de voormelde wet van 27 oktober 2006.
Art. 3:95. Les sociétés et les entités et personnes morales de droit public, soumises au livre III, titre 3, chapitre 2, du Code de droit économique, qui ont, dans le cadre d'un régime de pension géré par une institution de retraite professionnelle, contracté à l'égard des membres de leur personnel et/ou de leurs dirigeants d'entreprise des engagements en matière de pension de retraite ou de survie, sont dispensées de constituer des provisions pour ces engagements. Cette dispense concerne la partie des provisions pour laquelle l'institution de retraite professionnelle bénéficie d'une dispense conformément aux articles 163 à 166, 168 ou 169 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle ou pour laquelle la société ou l'entité ou la personne morale de droit public en bénéficie conformément respectivement à l'article 165, alinéa 1er ou 168, § 1er, alinéa 2, de la loi susmentionnée du 27 octobre 2006.
HOOFDSTUK 2. - Geconsolideerde jaarrekening
CHAPITRE 2. - Comptes annuels consolidés
Afdeling 1. - Consolidatiekring
Section 1re. - Périmètre de consolidation
Art. 3:96. De consoliderende vennootschap en al haar dochterondernemingen worden in de consolidatie opgenomen.
Art. 3:96. Sont comprises dans la consolidation, la société consolidante ainsi que l'ensemble de ses entreprises filiales appelées ci-après " filiales ".
Art. 3:97. Een dochteronderneming mag buiten de consolidatie worden gelaten:
  1° indien zij slechts van te verwaarlozen betekenis is en haar opneming geen betekenis zou hebben voor de beoordeling van het geconsolideerd vermogen, de geconsolideerde financiële positie of het geconsolideerd resultaat; indien meer dochterondernemingen aan deze voorwaarde voldoen, mag van deze mogelijkheid slechts gebruik worden gemaakt indien zij te zamen aan de gestelde voorwaarde voldoen;
  2° indien ingrijpende en duurzame beperkingen in wezenlijke mate de effectieve uitoefening van de controlebevoegdheid over de betrokken dochteronderneming dan wel de aanwending van het vermogen van laatstgenoemde bemoeilijken;
  3° indien de gegevens die nodig zijn om deze dochteronderneming in de consolidatie op te nemen, niet zonder onevenredige kosten of onverantwoorde vertraging kunnen worden verkregen;
  4° indien haar aandelen uitsluitend met het oog op latere vervreemding worden gehouden.
  Gebruik van dit artikel moet worden gemotiveerd in de toelichting.
Art. 3:97. Une filiale peut être laissée en dehors de la consolidation :
  1° lorsque, compte tenu de son importance négligeable, son inclusion serait sans intérêt sous l'angle de l'appréciation du patrimoine, de la situation financière ou du résultat consolidés; lorsque plusieurs filiales répondent à cette condition, il ne peut être fait usage de cette faculté que si, totalisées, ces filiales répondent à la condition posée;
  2° lorsque des restrictions graves et durables affectent substantiellement l'exercice effectif du pouvoir de contrôle sur la filiale en cause ou l'utilisation par celle-ci de son patrimoine;
  3° lorsque les informations relatives à cette filiale, nécessaires pour son inclusion dans la consolidation, ne peuvent être obtenues sans frais disproportionnés ou sans délai injustifié;
  4° lorsque ses actions ou parts sont détenues exclusivement en vue de leur cession ultérieure.
  En cas d'usage du présent article, il en est justifié dans l'annexe.
Art. 3:98. Een dochteronderneming waarover de consoliderende vennootschap een controle in feite bezit wordt buiten de consolidatie gelaten indien de opneming ervan in de consolidatie zou indruisen tegen het in artikel 3:105 verwoorde beginsel.
  De toepassing van deze bepaling wordt vermeld en gemotiveerd in de toelichting.
Art. 3:98. Une filiale sur laquelle la société consolidante dispose d'un contrôle de fait est laissée en dehors de la consolidation au cas où son inclusion dans la consolidation serait contraire au principe énoncé à l'article 3:105.
  L'application de la présente disposition est mentionnée et justifiée dans l'annexe.
Art. 3:99. De dochterondernemingen in vereffening alsmede de dochterondernemingen die hebben besloten hun bedrijf stop te zetten of waarvoor er niet meer kan van worden uitgegaan dat zij hun bedrijf zullen voortzetten, worden buiten de consolidatie gelaten.
Art. 3:99. Les filiales en liquidation ainsi que les filiales qui ont renoncé à poursuivre leurs activités ou pour lesquelles la perspective de continuité des activités ne peut être maintenue, sont exclues de la consolidation.
Art. 3:100. De deelnemingen in de dochterondernemingen die met toepassing van de artikelen 3:98en 3:99 buiten de consolidatie zijn gelaten, worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.
Art. 3:100. Les participations dans les filiales exclues de la consolidation par application des articles 3:98 et 3:99 sont traitées dans les comptes consolidés selon la méthode de mise en équivalence.
Art. 3:101. Indien de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van de dochterondernemingen die met toepassing van de artikelen3:98 en 3:99 buiten de consolidatie zijn gelaten, niet in België openbaar worden gemaakt, moeten zij bij de geconsolideerde jaarrekening worden gevoegd of voor het publiek verkrijgbaar worden gesteld op de zetel van de consoliderende vennootschap; in dit laatste geval moeten zij op verzoek verkrijgbaar zijn, tegen een prijs die niet hoger mag liggen dan de kostprijs van de kopie.
Art. 3:101. Si les comptes annuels ou les comptes consolidés des filiales exclues de la consolidation par application des articles 3:98 et 3:99 ne sont pas publiés en Belgique, ils sont joints aux comptes consolidés ou tenus à la disposition du public, au siège de la société consolidante; dans ce dernier cas, ils doivent pouvoir être obtenus sur simple demande, à un prix n'excédant pas le coût de la copie.
Art. 3:102. Indien de samenstelling van het geconsolideerde geheel in de loop van het boekjaar een aanmerkelijke wijziging heeft ondergaan, dient de toelichting inlichtingen te bevatten die een zinvolle vergelijking van de achtereenvolgende geconsolideerde jaarrekeningen mogelijk maken.
Art. 3:102. Si la composition de l'ensemble consolidé a subi au cours de l'exercice une modification notable, des renseignements sont donnés en annexe aux fins de rendre significative la comparaison des comptes consolidés successifs.
Afdeling 2. - Algemene beginselen.
Section 2. - Principes généraux
Art. 3:103. De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting. Deze stukken vormen één geheel.
  Onverminderd artikel 3:30, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden in de geconsolideerde jaarrekening de bedragen in euro uitgedrukt.
Art. 3:103. Les comptes consolidés comprennent le bilan, le compte de résultats et l'annexe. Ces documents forment un tout.
  Sans préjudice de l'article 3:30, § 2, du Code des sociétés et des associations, les montants des comptes consolidés sont exprimés en euros.
Art. 3:104. § 1. De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
  § 2. Het bestuursorgaan van elke consoliderende vennootschap kan echter de beslissing nemen om de geconsolideerde jaarrekening op te stellen met toepassing van het geheel van de internationale boekhoudnormen bepaald door de International Accounting Standards Board en die, op de datum van de afsluiting van de balans werden aangenomen door de Europese Commissie met toepassing van het artikel 3 van de Verordening 1606/2002/EG van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor de jaarrekeningen.
  Dergelijke beslissing is onherroepbaar.
  Wanneer er van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt vermeldt de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening dat de onderneming daartoe over de nodige administratieve en organisatorische middelen beschikt, alsmede een beschrijving van deze middelen, en dat zij het geheel van de normen vastgesteld door de International Accounting Standards Board toepast die, op de datum van de afsluiting van de balans, werden aangenomen door de Europese Commissie met toepassing van artikel 3 van de in lid 1 vermelde verordening.
  § 3. De vennootschappen naar Belgisch recht, waarvan de financiële instrumenten op de datum van de afsluiting van de balans worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, als bedoeld in artikel 3, 7°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, worden gehouden hun geconsolideerde jaarrekening op te stellen met toepassing van het geheel van de internationale boekhoudnormen vastgesteld door de International Accounting Standards Board en die, op de dag van de afsluiting van de balans, werden aangenomen door de Europese Commissie met toepassing van artikel 3 van de in § 2, vermelde verordening.
  § 4. Wanneer door de toepassing van paragraaf 2 of paragraaf 3 de geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld met toepassing van het geheel van de internationale boekhoudnormen bepaald door de International Accounting Standards Board en die op de dag van de afsluiting van de balans, werden aangenomen door de Europese Commissie, omvat de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening naast de vermeldingen voorgeschreven door de aangenomen internationale boekhoudnormen en voor zover deze door de vermelde normen niet wordt vereist, de volgende inlichtingen:
  1° voor elke vennootschap opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie, alsmede voor de geassocieerde vennootschappen, de naam, de zetel, en, wanneer het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van de Ondernemingen;
  2° het gemiddelde aantal personeelsleden tewerkgesteld door de vennootschappen opgenomen in de consolidatie, uitgesplitst per categorie;
  3° het globaal bedrag van de bezoldigingen voor het boekjaar toegekend aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap om reden van hun functies in deze vennootschap, in haar dochterondernemingen en in haar geassocieerde vennootschappen, inbegrepen het bedrag van de rustpensioenen toegekend om dezelfde reden aan gewezen bestuurders of zaakvoerders;
  4° het globaal bedrag van de voorschotten en de kredieten toegekend aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap door deze vennootschap, door een dochteronderneming of door een geassocieerde vennootschap.
Art. 3:104. § 1er. Les comptes consolidés sont établis en conformité avec les dispositions du présent titre.
  § 2. L'organe d'administration de toute société consolidante peut toutefois prendre la décision d'établir les comptes consolidés en appliquant l'ensemble des normes comptables internationales définies par l'International Accounting Standards Board et qui, à la date de clôture du bilan, ont été adoptées par la Commission européenne en application de l'article 3 du Règlement 1606/2002/CE du 19 juillet 2002 sur l'application des normes comptables internationales.
  Une telle décision est irrévocable.
  En cas d'usage de cette faculté, l'annexe des comptes consolidés mentionne que l'entreprise dispose des moyens administratifs et organisationnels nécessaires à cet effet ainsi qu'une description de ces moyens et qu'elle applique l'ensemble des normes définies par l'International Accounting Standards Board et qui, à la date de clôture du bilan, ont été adoptées par la Commission européenne en application de l'article 3 du règlement visé à l'alinéa 1er.
  § 3. Les sociétés de droit belge dont les instruments financiers sont, à la date de clôture de leur bilan, admis à la négociation sur un marché réglementé, au sens de l'article 3, 7°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE, tenues d'établir leurs comptes consolidés en appliquant l'ensemble des normes comptables internationales définies par l'International Accounting Standards Board et qui, à la date de clôture du bilan ont été adoptées par la Commission européenne en application de l'article 3 du règlement visé au § 2.
  § 4. Lorsque par application du paragraphe 2 ou du paragraphe 3, les comptes consolidés sont établis en appliquant l'ensemble des normes comptables internationales définies par l'International Accounting Standards Board et qui, à la date de clôture du bilan, ont été adoptées par la Commission européenne, l'annexe des comptes consolidés comprend outre les mentions prescrites par les normes comptables internationales adoptées et pour autant qu'elles ne soient pas exigées par lesdites normes, les informations suivantes :
  1° pour chaque société comprise dans la consolidation ou exclue de celle-ci ainsi que pour les sociétés associées, le nom, le siège et s'il s'agit d'une société de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui a été attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises;
  2° l'effectif moyen du personnel occupé par les sociétés comprises dans la consolidation, ventilé par catégorie;
  3° le montant global des rémunérations allouées au titre de l'exercice aux administrateurs ou gérants de la société consolidante en raison de leurs fonctions dans celle-ci, dans ses filiales, et dans ses sociétés associées, y compris le montant des pensions de retraite allouées au même titre aux anciens administrateurs ou gérants;
  4° le montant global des avances et des crédits accordés aux administrateurs ou gérants de la société consolidante par celle-ci, par une filiale ou par une société associée.
Art. 3:105. De geconsolideerde jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel.
  Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift, moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.
Art. 3:105. Les comptes consolidés doivent donner une image fidèle du patrimoine, de la situation financière ainsi que du résultat de l'ensemble consolidé.
  Si l'application des dispositions du présent titre ne suffit pas pour satisfaire à ce prescrit, des informations complémentaires doivent être fournies dans l'annexe.
Art. 3:106. Indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing van een bepaling van de afdelingen 2 tot 4 van dit hoofdstuk strijdig zou zijn met het voorschrift van artikel 3:105, dient met toepassing van voornoemd artikel hiervan te worden afgeweken.
  Zulke afwijking moet in de toelichting worden gemotiveerd.
  De invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel wordt vermeld in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar waarin deze afwijking voor het eerst werd toegepast.
Art. 3:106. Si, dans des cas exceptionnels, l'application d'une disposition prévue par les sections 2 à 4 du présent chapitre se révèle contraire au prescrit de l'article 3:105, il y a lieu d'y déroger par application dudit article.
  Une telle dérogation doit être justifiée dans l'annexe.
  L'influence de cette dérogation sur le patrimoine, la situation financière et le résultat de l'ensemble consolidé est indiquée dans l'annexe des comptes consolidés de l'exercice au cours duquel cette dérogation est introduite pour la première fois.
Art. 3:107. De geconsolideerde jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, de aard en het bedrag van de bezittingen en rechten van het geconsolideerde geheel, van zijn schulden en verplichtingen evenals van zijn eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van zijn opbrengsten en zijn kosten. Zij moet zowel in de balans als in de resultatenrekening afzonderlijk de belangen van derden vermelden.
  Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen opbrengsten en kosten is verboden, behoudens in de gevallen bij dit hoofdstuk bepaald.
Art. 3:107. Les comptes consolidés doivent être établis avec clarté et indiquer systématiquement, d'une part, à la date de clôture de l'exercice, la nature et le montant des avoirs et des droits de l'ensemble consolidé, de ses dettes et de ses engagements ainsi que de ses moyens propres, et, d'autre part, pour l'exercice clôturé à cette date, la nature et le montant de ses produits et de ses charges. Ils doivent faire apparaître distinctement tant au bilan qu'au compte de résultats, les intérêts des tiers.
  Hormis les cas prévus par le présent chapitre, toute compensation entre des avoirs et des dettes, entre des droits et des engagements, entre des produits et des charges est interdite.
Art. 3:108. De geconsolideerde balans en resultatenrekening moeten voortvloeien uit een samenhangend en controleerbaar boekhoudsysteem, zodanig dat de boekhoudkundige continuïteit van de geconsolideerde jaarrekening van het ene jaar op het andere is verzekerd.
Art. 3:108. Le bilan et le compte de résultats consolidés doivent procéder d'un système comptable cohérent et vérifiable, garantissant la continuité comptable d'un exercice à l'autre des comptes consolidés.
Art. 3:109. De geconsolideerde jaarrekening wordt op dezelfde datum afgesloten als de jaarrekening van de consoliderende vennootschap.
  De geconsolideerde jaarrekening kan evenwel op een ander tijdstip worden afgesloten om rekening te houden met de balansdatum van de meeste of van de belangrijkste van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen.
Art. 3:109. Les comptes consolidés sont arrêtés à la même date que les comptes annuels de la société consolidante.
  Toutefois, les comptes consolidés peuvent être arrêtés à une autre date, pour tenir compte de la date de clôture des comptes des sociétés et entreprises les plus nombreuses ou les plus importantes comprises dans la consolidation.
Art. 3:110. Onverminderd de artikelen 3:127, 2,134, 3:137 en 3:138, bevat de geconsolideerde jaarrekening alle actief- en passiefbestanddelen en alle rechten en verplichtingen van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, op de afsluitingsdatum van de geconsolideerde jaarrekening, alsmede alle opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, die betrekking hebben op de door de geconsolideerde resultatenrekening bestreken periode.
  Indien het uiterst moeilijk zou blijken om actief- en passiefbestanddelen en rechten en verplichtingen van de consoliderende vennootschap of van een dochteronderneming, dan wel opbrengsten en kosten uit de door de geconsolideerde resultatenrekening bestreken periode in de geconsolideerde jaarrekening op te nemen op de afsluitingsdatum of zulks de opstelling en openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening uitermate zou vertragen, dan mogen zij op een ander tijdstip in aanmerking worden genomen. Tussen beide data of de beschouwde periodes mag evenwel onder geen enkel beding meer dan drie maanden liggen.
Art. 3:110. Sans préjudice des articles 3:127, 3:134, 3:137 et 3:138, les comptes consolidés comportent tous les éléments d'actif et de passif et tous les droits et engagements de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation, à la date de clôture des comptes consolidés, ainsi que tous les produits et les charges de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation, afférents à la période couverte par le compte de résultats consolidé.
  Au cas où l'inclusion dans les comptes consolidés des éléments d'actif et de passif, et des droits et engagements de la société consolidante ou d'une filiale, à la date de clôture des comptes consolidés ou l'inclusion de ses produits et charges afférents à la période couverte par le compte de résultats consolidé se heurterait à des difficultés importantes ou retarderait de façon excessive l'établissement et la publication des comptes consolidés, ils peuvent être pris en considération à une autre date. L'écart entre ces deux dates ou entre les périodes considérées ne peut toutefois, en aucun cas, être supérieur à trois mois.
Art. 3:111. Gebruik van de in artikel 3:109, tweede lid of artikel 3:110, tweede lid bedoelde mogelijkheid wordt gemotiveerd in de toelichting en in de geconsolideerde jaarrekening wordt rekening gehouden met of in de toelichting daarbij melding gemaakt van belangrijke gebeurtenissen die zich tussen de balansdatum waarop de jaarrekening in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen en de datum van afsluiting van de geconsolideerde jaarrekening hebben voorgedaan en betrekking hebben op het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de consoliderende vennootschap of van de betrokken dochteronderneming, inzonderheid verrichtingen tussen haar en de consoliderende vennootschap of de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen.
Art. 3:111. Lorsqu'il est fait usage de la faculté visée à l'article 3:109, alinéa 2, ou à l'article 3:110, alinéa 2, il en est justifié dans l'annexe et il est tenu compte dans les comptes consolidés ou fait mention dans l'annexe de ceux-ci des événements importants concernant le patrimoine, la situation financière ou les résultats de la société consolidante ou de la filiale concernée, en particulier des opérations effectuées par elle avec la société consolidante ou des filiales comprises dans la consolidation, survenus entre la date à laquelle ses comptes ont été inclus dans les comptes consolidés et la date de clôture de ceux-ci.
Art. 3:112. Wanneer een vennootschap die er krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet toe verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken, als gevolg van bijzondere bepalingen of op eigen initiatief een geconsolideerde jaarrekening openbaar maakt of mededeelt aan de werknemers of hun vertegenwoordigers, aan overheid of rechter, moet deze zijn opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk, tenzij de betrokken bijzondere bepalingen daarvan afwijken.
Art. 3:112. Si une société qui n'est pas tenue d'établir et de publier des comptes consolidés en vertu du Code des sociétés et des associations, rend publics des comptes consolidés ou communique ceux-ci aux travailleurs ou à leurs représentants, à une autorité administrative ou judiciaire, et ce, soit en vertu de dispositions particulières, soit de sa propre initiative, ces comptes doivent être établis conformément aux dispositions du présent chapitre pour autant que les dispositions particulières concernées n'y dérogent pas.
Art. 3:113. De consoliderende vennootschap moet haar controlebevoegdheid aanwenden om vanwege de in de consolidatie opgenomen of op te nemen dochterondernemingen te verkrijgen dat zij haar op haar verzoek tijdig de gegevens verstrekken die zij nodig heeft om de verplichtingen na te komen die voor haar uit dit hoofdstuk voortvloeien.
Art. 3:113. La société consolidante doit faire usage du pouvoir de contrôle dont elle dispose pour obtenir des filiales comprises ou à comprendre dans la consolidation qu'elles lui transmettent en temps voulu à sa demande les renseignements qui lui sont nécessaires pour se conformer aux obligations qui découlent pour elle du présent chapitre.
Art. 3:114. Behalve wanneer artikel 3:109, tweede lid, wordt toegepast, wordt de geconsolideerde balans opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, na bestemming van het niet-geconsolideerde resultaat van de consoliderende vennootschap. Wanneer die bestemming bij gebreke van een beslissing van het bevoegde orgaan niet definitief is, wordt de geconsolideerde balans opgesteld onder de opschortende voorwaarde van die beslissing.
Art. 3:114. Le bilan consolidé est, sauf en cas d'application de l'article 3:109, alinéa 2, établi après répartition, c'est-à-dire après affectation du résultat non consolidé de la société consolidante. Lorsqu'à défaut de décision prise par l'organe compétent cette affectation n'est pas définitive, le bilan consolidé est établi sous condition suspensive de cette décision.
Afdeling 3. - Waarderingsregels.
Section 3. - Règles d'évaluation
Art. 3:115. De in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen actief- en passiefbestanddelen en rechten en verplichtingen worden gewaardeerd overeenkomstig de artikelen 3:6 tot 3:55, met uitzondering van de artikelen 3:12, 3:22 en 3:54.
  Zij worden gewaardeerd volgens uniforme regels. Indien in de financiële staten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen actief- of passiefbestanddelen niet zijn gewaardeerd volgens de regels die voor de geconsolideerde jaarrekening zijn gehanteerd, moeten zij ten behoeve van de consolidatie opnieuw worden gewaardeerd, tenzij de uitkomst van deze nieuwe waardering slechts van een te verwaarlozen betekenis zou zijn, gelet op artikel 3:105.
  Het tweede lid is niet van toepassing inzover principieel of qua toepassing afwijkende regels verantwoord zijn in het licht van de economische of juridische context waarin deze bestanddelen voorkomen.
  In uitzonderingsgevallen mag van het tweede lid worden afgeweken.
  De toelichting vermeldt in welke gevallen met toepassing van het derde en vierde lid verschillende waarderingsregels werden gehandhaafd en waarom.
Art. 3:115. Les éléments d'actif et de passif et les droits et engagements compris dans les comptes consolidés sont évalués conformément aux articles 3:6 à 3:55, à l'exception des articles 3:12, 3:22 et 3:54.
  Ils sont évalués selon des règles uniformes. Si dans les états financiers de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation, des éléments d'actif ou de passif ne sont pas évalués selon les règles adoptées pour les comptes consolidés, ces éléments font, pour les besoins de la consolidation, l'objet du retraitement nécessaire, à moins que celui-ci ne présente qu'un intérêt négligeable au regard de l'objectif visé à l'article 3:105.
  L'alinéa 2 n'est pas applicable dans la mesure où des règles différentes, dans leur principe ou leur application, se justifient au regard du contexte économique ou juridique dans lequel ces éléments se situent.
  Il peut être dérogé à l'alinéa 2 dans des cas exceptionnels.
  L'annexe mentionne les cas dans lesquels, par application des alinéas 3 et 4, des règles d'évaluation différentes ont été maintenues et les raisons pour lesquelles elles l'ont été.
Art. 3:116. De consoliderende vennootschap moet, onverminderd artikel 3:118, voor haar geconsolideerde jaarrekening dezelfde waarderingsregels toepassen als voor haar jaarrekening.
  In uitzonderingsgevallen mag van dit beginsel worden afgeweken op voorwaarde dat de gehanteerde regels stroken met titel 1 en hoofdstuk 1, afdeling 1 van deze titel. Eventuele afwijkingen worden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening gemotiveerd.
Art. 3:116. Les règles d'évaluation adoptées pour les comptes consolidés doivent, sans préjudice de l'article 3:118, être les mêmes que celles adoptées par la société consolidante pour ses comptes annuels.
  Il peut être dérogé à ce principe dans des cas exceptionnels à condition que les règles adoptées soient conformes au titre 1er et au chapitre 1er, section 1re du présent titre. Les dérogations éventuelles sont motivées dans l'annexe des comptes consolidés.
Art. 3:117. De waarderingsregels moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast.
  Zij worden evenwel aangepast wanneer, onder meer als gevolg van een belangrijke wijziging in het bedrijf van de consoliderende vennootschap, haar vermogensstructuur of in de economische dan wel technologische omstandigheden de voorheen gehanteerde waarderingsregels niet langer voldoen aan het voorschrift van artikel 3:105.
  Het tweede en derde lid van artikel 3:106 zijn van toepassing op dergelijke aanpassingen.
Art. 3:117. Les règles d'évaluation et leur application doivent être identiques d'un exercice à l'autre.
  Toutefois elles sont adaptées aux cas où, notamment à la suite d'une modification importante des activités de la société consolidante, de la structure de son patrimoine ou de circonstances économiques ou technologiques, les règles d'évaluation antérieurement suivies ne répondent plus au prescrit de l'article 3:105.
  Les alinéas 2 et 3 de l'article 3:106 s'appliquent à ces adaptations.
Art. 3:118. Wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften op de actiefbestanddelen grotere afschrijvingen of waardeverminderingen zijn toegepast dan economisch verantwoord, of wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften passiva werden geboekt, gevormd of gewaardeerd voor een groter bedrag dan economisch verantwoord, kunnen deze bestanddelen pas in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen nadat deze distorsies ongedaan zijn gemaakt, tenzij indien het belang van betrokken bedragen verwaarloosbaar is, gelet op het doel van artikel 3:105.
Art. 3:118. Lorsque les éléments d'actif de la société consolidante ou d'une filiale comprise dans la consolidation ont fait l'objet dans ses comptes annuels d'amortissements ou de réductions de valeur conformément aux dispositions fiscales applicables mais excédant ce qui est économiquement justifié, ou lorsque des passifs de la société consolidante ou d'une filiale comprise dans la consolidation ont été actés, constitués ou évalués dans ses comptes annuels conformément aux dispositions fiscales applicables, au-delà de ce qui est économiquement justifié, ces éléments ne peuvent être compris dans les comptes consolidés qu'après élimination de ces distorsions, sauf si les montants concernés ne présentent qu'un intérêt négligeable au regard de l'article 3:105.
Art. 3:119. In de geconsolideerde balans en resultatenrekening wordt rekening gehouden met het verschil dat bij de consolidatie blijkt tussen de aan het boekjaar en de vorige boekjaren toe te rekenen belastingen en de met betrekking tot deze boekjaren betaalde of nog te betalen belastingen, voor zover mag worden aangenomen dat daaruit voor de consoliderende vennootschap of voor een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming in de afzienbare toekomst inderdaad kosten zullen voortvloeien.
  Deze belastinglatenties worden aan passiefzijde van de geconsolideerde balans geboekt in een afzonderlijke post IX. B. " Uitgestelde belastingen en belastinglatenties".
Art. 3:119. Il est tenu compte au bilan et au compte de résultats de la différence apparaissant lors de la consolidation entre la charge fiscale imputable à l'exercice et aux exercices antérieurs et celle déjà payée ou à payer au titre de ces exercices, dans la mesure où il est probable qu'il en résultera pour la société consolidante ou une filiale comprise dans la consolidation une charge effective dans un avenir prévisible.
  Ces latences fiscales sont portées au passif du bilan consolidé sous une rubrique distincte IX. B. " Impôts différés et latences fiscales ".
Art. 3:120. Wanneer actief- of passiefbestanddelen voor hun opneming in de consolidatie worden aangepast of herberekend, worden de afschrijvingen, waardeverminderingen en resultaten uit overdracht in de geconsolideerde jaarrekening geboekt op grond van deze aangepaste of herberekende waarde.
Art. 3:120. Si des éléments d'actif ou de passif font l'objet pour les besoins de la consolidation d'un retraitement ou d'une réestimation, les amortissements, réductions de valeur et résultats sur cessions s'opèrent, dans les comptes consolidés, sur base de cette valeur retraitée ou réestimée.
Art. 3:121. De actief- en passiefbestanddelen, de rechten en verplichtingen alsmede de opbrengsten en kosten van geconsolideerde buitenlandse dochterondernemingen worden, vooraleer in de geconsolideerde jaarrekening te worden opgenomen, omgerekend in euro, hetzij volgens de monetaire/niet-monetaire methode, hetzij volgens de slotkoersmethode.
  De keuze van de methode moet voldoen aan het vereiste van het getrouwe beeld bedoeld in artikel 3:105.
  Voor verschillende buitenlandse dochterondernemingen die in de consolidatie worden opgenomen, mogen beide methoden tegelijkertijd worden gebruikt, inzover:
  1° de keuze beantwoordt aan objectieve criteria en
  2° deze criteria stelselmatig worden toegepast.
  In bijzondere gevallen en met naleving van artikel 3:105 en het 1° en 2° van voorgaand lid, kunnen de consoliderende vennootschappen andere omrekeningsmethoden toepassen.
Art. 3:121. Les éléments de l'actif et du passif, les droits et engagements ainsi que les produits et les charges des filiales étrangères comprises dans la consolidation, sont, en vue de leur intégration dans les comptes consolidés, convertis en euros soit selon la méthode monétaire/non monétaire soit selon la méthode du cours de clôture.
  Le choix de la méthode doit répondre au prescrit de l'image fidèle prévu à l'article 3:105.
  Ces deux méthodes peuvent être utilisées simultanément pour différentes filiales étrangères comprises dans la consolidation pour autant :
  1° que le choix réponde à des critères objectifs, et
  2° que ces critères soient appliqués de façon systématique.
  Les sociétés consolidantes peuvent, dans des cas spéciaux, et dans le respect de l'article 3:105 et du 1° et du 2° de l'alinéa précédent adopter d'autres méthodes de conversion.
Art. 3:122. § 1. Volgens de monetaire/niet-monetaire methode worden niet-monetaire activa alsmede afschrijvingen, waardeverminderingen en regularisaties met betrekking tot dergelijke activa, omgerekend tegen de geldende koers op het ogenblik waarop deze activa in het vermogen van de consoliderende vennootschap of van de betrokken dochteronderneming zijn opgenomen, zo niet op de in artikel 3:129, tweede lid bedoelde datum, indien later. De monetaire activa en passiva, rechten en verplichtingen worden omgerekend tegen slotkoers; wanneer het wisselrisico met betrekking tot een monetaire post specifiek wordt gedekt, worden de monetaire post en de dekkingsverrichting samen omgerekend, hetzij tegen slotkoers, hetzij tegen de koers van de dekkingsverrichting.
  Volgens de slotkoersmethode worden alle zowel monetaire als niet-monetaire actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen - inclusief de verrichtingen ter dekking van het wisselrisico, met uitzondering van diegene die conform het eerste lid moeten worden behandeld - omgerekend tegen slotkoers.
  Opbrengsten en kosten worden omgerekend tegen de geldende koers op de datum waarop zij zijn vastgesteld; zij mogen evenwel worden omgerekend tegen een gemiddelde periodekoers of een gemiddelde koers voor het boekjaar.
  § 2. 1° Bij toepassing van de monetaire/niet-monetaire methode worden de omrekeningsverschillen in de resultatenrekening geboekt; ze kunnen evenwel worden verwerkt volgens de methoden die de consoliderende vennootschap hanteert om omrekeningsverschillen in haar jaarrekening te verwerken.
  2° Bij toepassing van de slotkoersmethode worden in de passiefpost "Omrekeningsverschillen" geboekt:
  a) de omrekeningsverschillen uit de omrekening van de nettopositie van de dochteronderneming bij het begin van de periode tegen een andere koers dan voorheen;
  b) de omrekeningsverschillen na toepassing van de slotkoers in de balans en van een andere koers in de resultatenrekening;
  c) de omrekeningsverschillen uit andere wijzigingen in het eigen vermogen van de dochteronderneming.
  3° Wanneer de omrekeningsverschillen aan passiefzijde in de post "Omrekeningsverschillen" worden geboekt, dan wordt het aan derden toe te rekenen gedeelte van deze omrekeningsverschillen aan passiefzijde in de post "Belangen van derden" geboekt; wanneer ze in resultaat worden genomen wordt het gedeelte van deze verschillen dat toerekenbaar is aan derden in de resultatenrekening in de post "Aandeel van derden in het resultaat" geboekt.
  4° In bijzondere gevallen en met inachtneming van artikel 3:105 mogen de consoliderende vennootschappen andere methoden hanteren voor de verwerking van omrekeningsverschillen, inzover de voorwaarden bepaald bij artikel 3:121, tweede lid en derde lid, 1° en 2° worden nageleefd.
Art. 3:122. § 1er. Selon la méthode monétaire/non monétaire, les actifs non monétaires ainsi que les amortissements, les réductions de valeur et les régularisations afférents à ces actifs sont convertis au cours de conversion applicable lors de l'entrée de ces actifs dans le patrimoine de la société consolidante ou de la filiale considérée ou, si elle est subséquente, à la date prévue à l'article 3:129, alinéa 2. Les actifs et passifs, les droits et engagements monétaires sont convertis au cours de clôture; lorsque le risque de change afférent à un poste monétaire fait l'objet d'une opération de couverture spécifique, la conversion du poste monétaire et de l'opération de couverture s'opère parallèlement soit au cours de clôture, soit au cours de l'opération de couverture.
  Selon la méthode du cours de clôture, tous les éléments d'actif et de passif, tant monétaires que non monétaires, les droits et engagements - en ce compris les opérations de couverture du risque de change, à l'exception de celles à traiter conformément à l'alinéa 1er - sont convertis au cours de clôture.
  Les produits et les charges sont convertis au cours de conversion applicable à la date où ils ont été constatés; ils peuvent toutefois être convertis à un cours moyen de période ou à un cours moyen de l'exercice.
  § 2. 1° En cas d'application de la méthode monétaire/non monétaire, les écarts de conversion sont portés au compte de résultats; ils peuvent toutefois être traités selon les méthodes adoptées par la société consolidante pour le traitement des écarts de conversion dans ses comptes annuels.
  2° En cas d'application de la méthode du cours de clôture, sont portés à la rubrique du passif " Ecarts de conversion " :
  a) les écarts de conversion qui résultent de la conversion de la situation nette en début de période de la filiale, à un taux différent de celui qui avait été utilisé auparavant;
  b) les écarts de conversion résultant de l'usage du taux de clôture au bilan et d'un taux différent au compte de résultats;
  c) les écarts de conversion qui résultent d'autres changements dans les capitaux propres de la filiale.
  3° Lorsque les écarts de conversion sont portés à la rubrique du passif " Ecarts de conversion ", la part de ces écarts revenant à des tiers est portée au passif sous la rubrique " Intérêts de tiers "; lorsqu'ils sont portés en résultats, la part de ces écarts revenant à des tiers est inscrite au compte de résultats sous la rubrique " Part des tiers dans le résultat ".
  4° Les sociétés consolidantes peuvent, dans des cas spéciaux, et dans le respect de l'article 3:105, adopter des règles différentes de traitement des écarts de conversion, à condition que soient respectées les conditions prévues à l'article 3:121, alinéa 2 et alinéa 3, 1° et 2°.
Afdeling 4. - Consolidatiemethoden
Section 4. - Méthodes de consolidation
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen
Sous-section 1re. - Principes généraux
Art. 3:123. In de geconsolideerde jaarrekening worden het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel opgenomen alsof het om één enkele vennootschap ging.
Art. 3:123. Les comptes consolidés font apparaître le patrimoine, la situation financière et le résultat de l'ensemble consolidé comme s'il s'agissait d'une seule société.
Art. 3:124. In de geconsolideerde jaarrekening:
  1° worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen alsmede opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van haar dochterondernemingen waarover zij de exclusieve controle bezit integraal in de consolidatie opgenomen;
  2° worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen alsmede opbrengsten en kosten van gemeenschappelijke dochterondernemingen naar evenredigheid in de consolidatie opgenomen;
  3° worden de deelnemingen in geassocieerde vennootschappen zoals gedefinieerd in artikel 1:21 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gewaardeerd en het aandeel in het resultaat van deze vennootschappen vastgesteld met toepassing van de vermogensmutatiemethode.
  De gemeenschappelijke dochterondernemingen mogen evenwel in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, wanneer hun bedrijf niet nauw geïntegreerd is in het bedrijf van de vennootschap die over de gezamenlijke controle beschikt.
Art. 3:124. Dans les comptes consolidés :
  1° les éléments d'actif et de passif, les droits et engagements ainsi que les produits et les charges de la société consolidante et ceux de ses filiales dont elle détient le contrôle exclusif sont consolidés par intégration globale;
  2° les éléments d'actif et de passif, les droits et engagements ainsi que les produits et les charges des filiales communes sont consolidés par intégration proportionnelle;
  3° les participations dans des sociétés associées, telles que définies à l'article 1:21 du Code des sociétés et des associations, sont évaluées et la quote-part du résultat de ces sociétés est reprise, selon la méthode de mise en équivalence.
  Les filiales communes peuvent toutefois être incluses dans les comptes consolidés selon la méthode de mise en équivalence, lorsque leur activité n'est pas étroitement intégrée dans l'activité de la société disposant du contrôle conjoint.
Art. 3:125. De consolidatiebeginselen en -methoden mogen niet van het ene boekjaar tot het andere worden gewijzigd.
  Met toepassing van artikel 3:105 mag van het eerste lid worden afgeweken. In dit geval zijn het tweede en derde lid van artikel 3:106 van toepassing.
Art. 3:125. Les principes et méthodes de consolidation ne peuvent être modifiés d'un exercice à l'autre.
  Il peut être dérogé à l'alinéa 1er, par application du prescrit de l'article 3:105. En ce cas, les alinéas 2 et 3 de l'article 3:106 s'appliquent.
Onderafdeling 2. - Integrale consolidatie.
Sous-section 2. - La consolidation par intégration globale
1. De geconsolideerde balans.
1. Le bilan consolidé.
Art. 3:126. Onverminderd de artikelen 3:127 en 3:134, worden alle actief- en passiefbestanddelen van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, in de geconsolideerde balans opgenomen.
Art. 3:126. Sans préjudice des articles 3:127 et 3:134 le bilan consolidé reprend l'ensemble des éléments d'actif et de passif de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation.
Art. 3:127. In de geconsolideerde balans wordt het eigen vermogen van elke geconsolideerde dochteronderneming:
  a) ten belope van het deel van haar eigen vermogen dat de aandelen belichaamt in bezit van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, gecompenseerd met de boekwaarde van deze aandelen in de boekhouding van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die ze bezitten, en
  b) ten belope van het deel van haar eigen vermogen dat de aandelen belichaamt in bezit van andere personen dan de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, aan passiefzijde van de geconsolideerde balans geboekt, in de post "Belangen van derden".
Art. 3:127. Dans le bilan consolidé, les capitaux propres de chaque filiale comprise dans la consolidation sont :
  a) à concurrence de la fraction de ses capitaux propres représentée par ses actions et parts détenues par la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation, compensés par la valeur comptable de ces actions et parts dans les comptes de la société consolidante et des filiales qui les détiennent, et
  b) à concurrence de la fraction de ses capitaux propres représentée par ses actions et parts détenues par des personnes autres que la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation, inscrits au passif du bilan consolidé sous la rubrique " Intérêts de tiers ".
Art. 3:128. Het eigen vermogen van de dochteronderneming, dat in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van artikel 3:127, vloeit voort uit de boekwaarde van de actiefbestanddelen, de voorzieningen en schulden van deze dochteronderneming, eventueel na aanpassing van de boekwaarde van deze bestanddelen, overeenkomstig de artikelen 3:115, 3:116, 3:118 en 3:119. Het eigen vermogen omvat het resultaat van het boekjaar op datum van verwerving, behalve inzover hierop vóór de verwerving een interimdividend zou zijn toegekend.
Art. 3:128. Les capitaux propres de la filiale intervenant pour l'application de l'article 3:127 résultent de la valeur comptable des éléments d'actifs, des provisions et des dettes de la filiale après adaptation, le cas échéant, de la valeur comptable de ces éléments, conformément aux articles 3:115, 3:116, 3:118 et 3:119. Ils comprennent le résultat de l'exercice à la date d'acquisition, sauf dans la mesure où celui-ci avait fait l'objet, préalablement à l'acquisition, d'une attribution au titre d'acompte sur dividende.
Art. 3:129. De vaststelling van de waarde van het eigen vermogen van de dochteronderneming en de in artikel 3:127, a), bedoelde compensatie geschieden voor elke dochteronderneming op de datum waarop de aandelen zijn verworven of op een nabijzijnde datum.
  Wanneer evenwel:
  a) een vennootschap voor de eerste maal een geconsolideerde jaarrekening opstelt, mag deze compensatie, ten belope van de aandelen in haar bezit op die datum, geschieden op de aanvangsdatum van het boekjaar waarop deze eerste geconsolideerde jaarrekening betrekking heeft;
  b) een dochteronderneming die vroeger niet werd geconsolideerd, noch behandeld volgens de vermogensmutatiemethode, voor de eerste maal in de consolidatie wordt opgenomen, mag deze compensatie, ten belope van de aandelen in haar bezit op die datum, geschieden op de aanvangsdatum van het boekjaar waarop de geconsolideerde jaarrekening waarin de dochteronderneming voor de eerste maal wordt opgenomen, betrekking heeft.
Art. 3:129. La valeur des capitaux propres de la filiale se détermine et la compensation visée à l'article 3:127, a), est opérée pour chaque filiale à la date d'acquisition des actions et parts ou à une date proche de celle-ci.
  Toutefois :
  a) lorsqu'une société établit des comptes consolidés pour la première fois, cette compensation peut être opérée, à concurrence des actions et parts détenues à cette date, à la date du début de l'exercice auquel ces premiers comptes consolidés sont afférents;
  b) lorsqu'une filiale qui antérieurement n'était pas consolidée ni mise en équivalence, est consolidée pour la première fois, cette compensation peut être opérée, à concurrence des actions et parts détenues à cette date, à la date du début de l'exercice auquel sont afférents les comptes consolidés dans lesquels la filiale en cause est consolidée pour la première fois.
Art. 3:130. Het verschil uit deze compensatie overeenkomstig artikel 3:127, a), wordt zoveel mogelijk toegerekend aan de actief- en passiefbestanddelen waarvan de waarde hoger of lager is dan hun boekwaarde in de boekhouding van de dochteronderneming.
  Het verschil dat overblijft na toepassing van het eerste lid, wordt in de post "Consolidatieverschillen" van de geconsolideerde balans opgenomen, aan actiefzijde zo het verschil positief is, aan passiefzijde zo het verschil negatief is.
  De in het tweede lid bedoelde positieve en negatieve consolidatieverschillen mogen niet met elkaar gecompenseerd worden, tenzij zij betrekking hebben op eenzelfde dochteronderneming; in dit laatste geval is compensatie verplicht.
  Indien met toepassing van het eerste lid, actief- en passiefbestanddelen van de dochterondernemingen worden herberekend, dan wordt het aandeel van derden in deze herberekeningen geboekt in de post "Belangen van derden" aan passiefzijde van de geconsolideerde balans.
Art. 3:130. La différence résultant de la compensation effectuée conformément à l'article 3:127, a) est, dans les comptes consolidés, imputée, dans la mesure du possible, aux éléments de l'actif et du passif qui ont une valeur supérieure ou inférieure à leur valeur comptable dans la comptabilité de la filiale.
  L'écart qui subsiste après application de l'alinéa 1er est inscrit au bilan consolidé sous la rubrique " Ecarts de consolidation ", à l'actif s'il est positif, au passif s'il est négatif.
  Les écarts de consolidation positifs et les écarts de consolidation négatifs visés à l'alinéa 2 ne peuvent être compensés, sauf s'ils sont afférents à une même filiale; en ce dernier cas, ils doivent être compensés.
  En cas de réestimation, en application de l'alinéa 1er, d'éléments d'actif et de passif de filiales, la quote-part des tiers dans ces réestimations est portée au passif du bilan consolidé sous la rubrique " Intérêts de tiers ".
Art. 3:131. § 1. De in artikel 3:130, tweede lid, bedoelde positieve consolidatieverschillen worden afgeschreven ten laste van de geconsolideerde resultatenrekening, volgens een passend afschrijvingsplan dat overeenstemt met de vermoedelijke gebruiksduur van dit actief. Indien hun afschrijving wordt gespreid over meer dan vijf jaar, moet zulks worden gemotiveerd in de toelichting.
  Op deze verschillen worden aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen toegepast wanneer het, ingevolge wijzigingen in de economische omstandigheden, niet langer economisch verantwoord is ze tegen die waarde te handhaven in de geconsolideerde balans.
  Deze afschrijvingen worden in de resultatenrekening geboekt in een afzonderlijke post van de bedrijfskosten of van de financiële kosten.
  § 2. Negatieve consolidatieverschillen mogen niet in de geconsolideerde resultatenrekening worden opgenomen. Wanneer evenwel het negatieve consolidatieverschil te verklaren valt uit een op de overeenkomstig artikel 3:129 bepaalde datum verwachte ongunstige ontwikkeling van de resultaten van de betrokken dochteronderneming of uit kosten die deze dochteronderneming naar verwachting zal veroorzaken, wordt het in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen voor zover en op het ogenblik dat deze vooruitzichten werkelijkheid worden.
Art. 3:131. § 1er. Les écarts de consolidation positifs visés à l'article 3:130, alinéa 2, font l'objet d'amortissements, à charge du compte de résultats consolidé, selon un plan approprié correspondant à la période d'utilité probable de cet actif. Si leur amortissement est réparti sur une durée supérieure à cinq ans, il en est justifié dans l'annexe.
  Ils font l'objet d'amortissements complémentaires ou non récurrents si, en raison de modifications des circonstances économiques, leur maintien à cette valeur dans le bilan consolidé n'est plus économiquement justifié.
  Ces amortissements sont inscrits au compte de résultats sous une rubrique distincte des charges d'exploitation ou des charges financières.
  § 2. Les écarts de consolidation négatifs ne peuvent être portés au compte de résultats consolidé. Toutefois, lorsqu'un écart de consolidation négatif correspond à la prévision, à la date retenue conformément aux dispositions de l'article 3:129, d'une faiblesse des résultats futurs de la filiale concernée ou de charges qu'elle occasionnera, il est porté au compte de résultats consolidé dans la mesure et au moment où cette prévision se réalise.
Art. 3:132. Ingeval de aandelen van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming geheel of ten dele buiten de consolidatiekring worden gerealiseerd, wordt het overblijvende consolidatieverschil afgeboekt naar verhouding van de gerealiseerde aandelen.
Art. 3:132. En cas de réalisation hors du périmètre de la consolidation, de tout ou partie des actions d'une filiale comprise dans la consolidation, l'écart de consolidation qui subsiste est annulé en proportion des actions ou parts réalisées.
Art. 3:133. De eigen aandelen van de consoliderende vennootschap alsmede de aandelen in de consoliderende vennootschap gehouden door een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, worden in de geconsolideerde balans geboekt in actiefpost IX.
  De toelichting vermeldt hoeveel aandelen van de consoliderende vennootschap in bezit zijn van haarzelf en van haar in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, alsook welk percentage van de uitgegeven aandelen ze vertegenwoordigen.
Art. 3:133. Les actions propres de la société consolidante ainsi que les actions ou parts de la société consolidante tenues par une filiale comprise dans la consolidation, sont comptabilisés dans le bilan consolidé dans le poste d'actif IX.
  L'annexe indique le nombre d'actions ou parts de la société consolidante détenues par elle-même et par ses filiales comprises dans la consolidation, ainsi que le pourcentage des actions ou parts émises qu'elles représentent.
Art. 3:134. Worden uit de geconsolideerde balans weggelaten:
  1° de onderlinge vorderingen en schulden van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;
  2° de winsten en verliezen die zijn begrepen in de waarde van een actief in de geconsolideerde balans, verworven van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming.
Art. 3:134. Dans le bilan consolidé, sont éliminés :
  1° les créances et dettes réciproques de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation;
  2° les bénéfices et les pertes inclus dans la valeur d'un actif figurant au bilan consolidé, acquis de la société consolidante ou d'une filiale comprise dans la consolidation.
2. De geconsolideerde resultatenrekening.
2. Le compte de résultats consolidé.
Art. 3:135. Alle opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen worden onverminderd de artikelen 3:136, 3:143 en 3:145 in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen.
  Ze bevat onder de kosten het gedeelte van het resultaat van de dochterondernemingen dat bij bestemming anderszins dan als dividend wordt toegekend.
  De overboeking naar de belastingvrije reserves wordt uit de resultatenrekening gehaald en in de resultaatverwerking opgenomen. Dit geldt ook voor de onttrekkingen aan deze belastingvrije reserves.
Art. 3:135. Sans préjudice de l'article 3:136 et des articles 3:143 et 3:145, le compte de résultats consolidé reprend l'ensemble des produits et des charges de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation.
  Il comprend sous les charges la partie du résultat des filiales qui, dans la répartition de celui-ci est attribuée à un autre titre qu'au titre de dividende.
  Le transfert aux réserves immunisées est extrait du compte de résultat et intégré dans l'affectation du résultat. Il en est de même des prélèvements sur ces réserves immunisées.
Art. 3:136. Worden uit de geconsolideerde resultatenrekening weggelaten:
  1° de onderlinge opbrengsten en kosten die verband houden met verrichtingen tussen de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen of tussen deze laatste;
  2° de winsten en verliezen die zijn begrepen in de waarde van een actief dat op de geconsolideerde balans voorkomt en is verworven van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming;
  3° de gerealiseerde meer- en minderwaarden op deelnemingen in de consoliderende vennootschap of in de dochterondernemingen opgenomen in de consolidatie, hetzij behandeld volgens de vermogensmutatiemethode, die zijn overgedragen aan de consoliderende vennootschap of aan in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;
  4° de dividenden toegekend door de consoliderende vennootschap of door in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen aan de consoliderende vennootschap of aan in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;
  5° de waardeverminderingen op deelnemingen in de consoliderende vennootschap of in dochterondernemingen opgenomen in de consolidatie, hetzij behandeld volgens de vermogensmutatiemethode.
Art. 3:136. Sont éliminés du compte de résultats consolidé :
  1° les produits et les charges réciproques afférents aux opérations effectuées entre la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation ou entre ces dernières;
  2° les bénéfices et les pertes inclus dans la valeur d'un actif figurant au bilan consolidé, acquis de la société consolidante ou d'une filiale comprise dans la consolidation;
  3° les plus et moins-values réalisées sur participations dans la société consolidante ou dans des filiales comprises dans la consolidation ou mises en équivalence, cédées à la société consolidante ou à des filiales comprises dans la consolidation;
  4° les dividendes attribués par la société consolidante ou par des filiales comprises dans la consolidation à la société consolidante ou à des filiales comprises dans la consolidation;
  5° les réductions de valeur sur participations dans la société consolidante ou dans des filiales comprises dans la consolidation ou mises en équivalence.
Art. 3:137. Het gedeelte van het resultaat van de volledig geconsolideerde dochterondernemingen dat kan worden toegerekend aan aandelen die worden gehouden door andere personen dan de consoliderende vennootschap of de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, wordt in de geconsolideerde resultatenrekening vermeld onder de post "Aandeel van derden in het resultaat".
Art. 3:137. La partie du résultat des filiales consolidées par intégration globale revenant aux actions ou parts détenues par des personnes autres que la société consolidante ou les filiales comprises dans la consolidation, est inscrite au compte de résultats consolidé sous une rubrique intitulée " Parts des tiers dans le résultat ".
3. De geconsolideerde toelichting.
3. L'annexe consolidée.
Art. 3:138. De inlichtingen met betrekking tot het geheel van de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen die krachtens dit besluit in de toelichting moeten worden opgenomen, slaan niet op de wederzijdse rechten en verplichtingen die worden weggelaten.
Art. 3:138. Les indications à mentionner dans l'annexe en vertu du présent arrêté, concernant la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation ne comportent pas les droits et engagements réciproques qui sont éliminés.
4. Gemeenschappelijke bepaling.
4. Disposition commune.
Art. 3:139. De in de artikelen 3:134, 3:136, eerste lid, 1° en 2°, en 3:138 bedoelde weglatingen mogen achterwege blijven wanneer de betrokken bedragen, gelet op het doel van artikel 3:105 slechts van te verwaarlozen betekenis zijn.
Art. 3:139. Il peut être omis de procéder aux éliminations visées aux articles 3:134, 3:136, alinéa 1er, 1° et 2°, et 3:138 lorsque les montants concernés ne présentent qu'un intérêt négligeable au regard de l'objectif visé à l'article 3:105.
Onderafdeling 3. - Evenredige consolidatie
Sous-section 3. - La consolidation par intégration proportionnelle
Art. 3:140. In geval van evenredig geconsolideerde gemeenschappelijke dochterondernemingen:
  a) zijn de artikelen 3:127, a) en 3:128 tot 3:133 van toepassing;
  b) worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen, opbrengsten en kosten van gemeenschappelijke dochterondernemingen in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen naar rato van de rechten in het kapitaal of voor wat de kapitaalloze vennootschappen betreft, in de inbreng die door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen worden gehouden; de artikelen 3:134, 3:136, 3:138 en 3:139 zijn van toepassing.
Art. 3:140. Dans le cas des filiales communes, consolidées par intégration proportionnelle:
  a) les articles 3:127, a) et 3:128 à 3:133 sont d'application;
  b) les éléments d'actif et de passif, les droits et engagements et les produits et les charges des filiales communes sont inclus dans les comptes consolidés au prorata des droits détenus dans le capital ou en ce qui concerne les sociétés sans capital, dans l'apport, par la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation; les articles 3:134, 3:136, 3:138 et 3:139 sont d'application.
Afdeling 5. - De vermogensmutatie
Section 5. - La mise en équivalence
Art. 3:141. Deelnemingen in vennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast, worden in de geconsolideerde balans opgenomen onder een afzonderlijke post van de financiële vaste activa, genoemd "Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast".
Art. 3:141. Les participations dans des sociétés mises en équivalence sont portées au bilan consolidé sous une rubrique distincte des immobilisations financières, intitulée " Sociétés mises en équivalence ".
Art. 3:142. § 1. Wanneer op een deelneming de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, wordt zij in de geconsolideerde balans opgenomen voor het bedrag dat overeenkomt met het deel van het eigen vermogen van de betrokken vennootschap, inclusief het resultaat over het boekjaar, dat deze deelneming belichaamt.
  Artikel 3:129 is van overeenkomstige toepassing wat de datum betreft waarop deze deelneming wordt herberekend.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 bestaat het eigen vermogen van de betrokken vennootschap uit het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de boekwaarde van de voorzieningen en schulden van deze vennootschap. Het eigen vermogen omvat het resultaat van het boekjaar op datum van verwerving, behalve inzover hierop vóór de verwerving een interimdividend is toegekend.
  Wanneer geen uniforme regels werden gehanteerd voor de waardering van actief- of passiefbestanddelen van de geassocieerde vennootschap en voor de consolidatie, kunnen deze bestanddelen opnieuw worden gewaardeerd volgens de voor de consolidatie gehanteerde methoden. Wanneer niet opnieuw wordt gewaardeerd, moet zulks in de toelichting onder de waarderingsregels worden vermeld.
  § 3. Voorzover het verschil tussen de boekwaarde van de deelneming en de hiermee overeenstemmende fractie van het eigen vermogen zoals vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2, kan worden toegerekend aan identificeerbare actief- of passiefbestanddelen van de betrokken vennootschap met een grotere of kleinere waarde dan waartegen zij in de boekhouding van de betrokken vennootschap staan geboekt, dan wordt dit verschil toegerekend aan de waarde waartegen deze deelneming in de geconsolideerde jaarrekening wordt geboekt.
  § 4. Het verschil dat overblijft na toepassing van paragraaf 3 wordt in de post "Consolidatieverschillen" van de geconsolideerde balans opgenomen, aan actiefzijde bij een positief verschil, aan passiefzijde bij een negatief verschil. Positieve en negatieve verschillen mogen niet worden gecompenseerd, tenzij zij betrekking hebben op een zelfde geassocieerde vennootschap; in dit laatste geval is compensatie verplicht.
  § 5. De artikelen 3:131 en 3:132 zijn van toepassing op de verschillen na vermogensmutatie.
Art. 3:142. § 1er. Lorsqu'une participation est mise en équivalence, elle est inscrite au bilan consolidé pour le montant correspondant à la fraction des capitaux propres de la société en cause, y compris le résultat de l'exercice, représentée par cette participation.
  L'article 3:129 est applicable de manière analogue quant à la date à laquelle cette réestimation de la participation est effectuée.
  § 2. Pour l'application du paragraphe 1er, les capitaux propres de la société en cause sont constitués par la différence entre la valeur comptable de l'actif, et celle des provisions et des dettes de cette société. Ils comprennent le résultat de l'exercice à la date d'acquisition, sauf dans la mesure où celui-ci a fait l'objet préalablement à l'acquisition d'une attribution au titre d'acompte sur dividende.
  Lorsque des éléments d'actif ou de passif de la société associée ont été évalués selon des méthodes non uniformes avec celles retenues pour la consolidation, ces éléments peuvent être évalués à nouveau par application des méthodes retenues pour la consolidation. Lorsqu'il n'est pas procédé à cette nouvelle évaluation, il en est fait mention dans l'annexe au titre des règles d'évaluation.
  § 3. Dans la mesure où la différence entre la valeur comptable de la participation et la fraction des capitaux propres, déterminés conformément au paragraphe 2 qu'elle représente est rattachable à des éléments identifiables de l'actif ou du passif de la société en cause, qui ont une valeur supérieure ou inférieure à celle pour laquelle ils figurent dans la comptabilité de la société en cause, cette différence est imputée à la valeur pour laquelle cette participation est portée dans les comptes consolidés.
  § 4. La différence qui subsiste après application du paragraphe 3, est inscrite au bilan consolidé sous la rubrique " Ecarts de consolidation ", à l'actif s'il est positif, au passif s'il est négatif. Les écarts positifs et les écarts négatifs ne peuvent être compensés, sauf s'ils sont afférents à une même société associée; en ce dernier cas ils doivent être compensés.
  § 5. Les articles 3:131 et 3:132 sont applicables aux écarts de mise en équivalence.
Art. 3:143. De waarde waartegen de deelneming in de geconsolideerde jaarrekening, overeenkomstig artikel 3:142, §§ 1 en 2, is opgenomen, wordt vervolgens, naar gelang van het geval, verhoogd of verminderd met het bedrag van de tijdens het boekjaar of het gedeelte van het boekjaar opgetreden verandering in het deel van het eigen vermogen van de betrokken vennootschap dat deze deelneming belichaamt. Dit eigen vermogen omvat, naast het resultaat van het boekjaar, met uitsluiting evenwel van het gedeelte hiervan dat bij bestemming anderszins dan als dividend wordt toegekend, tevens de uitdrukking van een herwaarderingsmeerwaarde, de verkrijging van een kapitaalsubsidie, de overboeking van een gerealiseerde meerwaarde naar de belastingvrije reserves en de boeking van een uitgiftepremie naar aanleiding van de uitgifte van een converteerbare obligatielening.
  Deze waarde wordt verminderd met het bedrag van de dividenden met betrekking tot deze deelneming.
  Bij toepassing van artike 3:142, § 3, wordt deze waarde zonodig aangepast om rekening te houden met de gevolgen van de waardeherberekeningen met toepassing van genoemd artikel 3:142, § 3.
Art. 3:143. La valeur pour laquelle la participation est inscrite dans les comptes consolidés, conformément à l'article 3:142, §§ 1er et 2, est, par la suite, selon le cas, majorée ou diminuée du montant de la variation, intervenue au cours de l'exercice ou de la partie de l'exercice considéré, de la fraction des capitaux propres de la société en cause représentée par cette participation. Ces capitaux propres comprennent outre le résultat de l'exercice, à l'exclusion toutefois de la partie de celui-ci qui, dans la répartition, est attribuée à un autre titre qu'au titre de dividende, également l'expression d'une plus-value de réévaluation, l'obtention d'un subside en capital, le transfert aux réserves immunisées d'une plus-value réalisée et la comptabilisation d'une prime d'émission à l'occasion de l'émission d'un emprunt obligataire convertible.
  Cette valeur est réduite du montant des dividendes afférents à cette participation.
  En cas d'application de l'article 3:142, § 3, cette valeur est, le cas échéant, ajustée pour tenir compte des conséquences des réestimations de valeur opérées en application de cet article 3:142, § 3.
Art. 3:144. De bepalingen over de omrekening in euro, van tegoeden en verplichtingen in deviezen en van de financiële staten van dochterondernemingen in het buitenland, zijn van toepassing op de vennootschappen waarop de vermogensmutatie is toegepast.
Art. 3:144. Les dispositions relatives à la conversion en euros des avoirs et engagements en devises et des états financiers des filiales à l'étranger sont applicables aux sociétés mises en équivalence.
Art. 3:145. § 1. Het aandeel in het resultaat van de betrokken vennootschap dat aan deze deelneming kan worden toegerekend, wordt vermeld in de geconsolideerde resultatenrekening onder een afzonderlijke post "Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast".
  § 2. De resultaten van verrichtingen tussen de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen alsmede vennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast en die begrepen zijn in de boekwaarde van de activa van de consoliderende vennootschap of van een dochteronderneming opgenomen in de consolidatie, hetzij van een vennootschap waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, worden voor zover de daartoe noodzakelijke gegevens bekend of toegankelijk zijn, uit de geconsolideerde resultaten weggelaten.
  Ten aanzien van voorgaand lid zijn de artikelen 3:136 en 3:139 van toepassing.
Art. 3:145. § 1er. La quote-part dans le résultat de la société en cause, attribuable à cette participation, est inscrite au compte de résultats consolidé sous une rubrique distincte " Quote-part dans le résultat des sociétés mises en équivalence ".
  § 2. Les résultats afférents aux opérations effectuées entre la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation et des sociétés mises en équivalence, et qui sont inclus dans la valeur comptable d'éléments de l'actif de la société consolidante ou d'une filiale comprise dans la consolidation ou d'une société mise en équivalence, sont, dans la mesure où les indications nécessaires à cet effet sont connues ou accessibles, éliminés des résultats consolidés.
  Les articles 3:136 et 3:139 sont applicables à ces éliminations.
Art. 3:146. Het aandeel in de herwaarderingsmeerwaarde, de verkrijging van een kapitaalsubsidie, de overboeking van een gerealiseerde meerwaarde naar de belastingvrije reserves en de boeking van een uitgiftepremie naar aanleiding van de uitgifte van een converteerbare obligatielening van de betrokken vennootschap dat aan deze deelneming kan worden toegerekend, wordt vermeld in de geconsolideerde balans onder de rubriek "Reserves".
Art. 3:146. La quote-part dans la plus-value de réévaluation, l'octroi d'un subside en capital, le transfert aux réserves immunisées d'une plus-value réalisée et la comptabilisation d'une prime d'émission à l'occasion de l'émission d'un emprunt obligataire convertible de la société concernée qui peut être imputée à cette participation, est mentionnée au bilan consolidé sous la rubrique " Réserves ".
Art. 3:147. Wanneer een vennootschap waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, een geconsolideerde jaarrekening opstelt, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing onder verwijzing naar de geconsolideerde jaarrekening van deze vennootschap.
Art. 3:147. Lorsqu'une société mise en équivalence établit des comptes consolidés, les dispositions de la présente section sont applicables par référence aux comptes consolidés de cette société.
Art. 3:148. De vermogensmutatiemethode hoeft niet te worden toegepast wanneer de toepassing ervan slechts van te verwaarlozen betekenis zou zijn, gelet op het doel van artikel 3:105.
Art. 3:148. Il peut être renoncé à la mise en équivalence lorsque celle-ci ne présenterait qu'un intérêt négligeable au regard de l'objectif visé à l'article 3:105.
Afdeling 6. - Vorm en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening
Section 6. - Forme et contenu des comptes annuels consolidés
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen
Sous-section 1re. - Principes généraux
Art. 3:149. § 1. De geconsolideerde balans en resultatenrekening worden opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in bijlage 5 van dit besluit, onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk, samengevat in onderafdeling 2 van deze afdeling en met inachtneming van de aanpassingen die noodzakelijk zijn wegens de eigen kenmerken van de geconsolideerde jaarrekening.
  De omschrijving van de in de schema's door een hoofdletter aangegeven posten en van de subposten moet, wanneer de naleving van het voorschrift van artikel 3:105 dit vereist, worden aangepast aan de bijzondere aard van het bedrijf, het vermogen en de opbrengsten en kosten van het geconsolideerd geheel.
  De omschrijving van de posten in de jaarrekeningschema's opgelegd bij titel 2, hoofdstuk 1 van dit boek zijn, onverminderd onderafdeling 2 van deze afdeling, van toepassing op de overeenstemmende posten in de schema's van de geconsolideerde jaarrekening.
  § 2. De bedrijfsresultaten kunnen, in afwijking van paragraaf 1, in de geconsolideerde resultatenrekening worden gerangschikt naar hun bestemming, overeenkomstig onderafdeling 2 van deze afdeling.
  § 3. Indien het bedrijf van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, als geheel beschouwd, voornamelijk bestaat uit een bankbedrijf, wordt de geconsolideerde jaarrekening opgesteld volgens de schema's en waarderingsregels die naar gelang van het geval, van toepassing zijn op de jaarrekening van de kredietinstellingen. De staten XIII en XV van artikel 3:156 zijn niet van toepassing.
  Indien het bedrijf van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, als geheel beschouwd, voornamelijk bestaat uit een verzekerings- of herverzekeringsbedrijf, is de consoliderende vennootschap onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 februari 1996 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen.
Art. 3:149. § 1er. Le bilan et le compte de résultats consolidés sont établis conformément aux schémas prévus à l'annexe 5 au présent arrêté, sans préjudice des dispositions du présent chapitre synthétisées dans la sous-section 2 de la présente section et compte tenu des aménagements indispensables résultant des caractéristiques propres aux comptes consolidés.
  Le libellé des rubriques précédées d'une lettre majuscule et des sous-rubriques prévues aux schémas est, si le respect du prescrit de l'article 3:105 le requiert, adapté aux caractéristiques propres de l'activité, du patrimoine et des produits et charges de l'ensemble consolidé.
  Les définitions des rubriques des schémas prévus en ce qui concerne les comptes annuels par le titre 2, chapitre 1er du présent livre sont, sans préjudice de la sous-section 2 de la présente section, applicables aux rubriques correspondantes des schémas des comptes consolidés.
  § 2. Les résultats d'exploitation peuvent, par dérogation au paragraphe 1er, être classés au compte de résultats consolidé selon leur destination, conformément à la sous-section 2 de la présente section.
  § 3. Si l'activité de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation, considérées comme un ensemble, est à titre principal, une activité bancaire, les comptes consolidés sont établis selon les schémas et les règles d'évaluation applicables aux comptes annuels des établissements de crédit. Les états nos XIII et XV de l'article 3:156 ne sont pas applicables.
  Si l'activité de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation, considérées comme un ensemble, est à titre principal, une activité d'assurance ou de réassurance, la société consolidante est soumise aux dispositions de l'arrêté royal du 13 février 1996 relatif aux comptes consolidés des entreprises d'assurances et de réassurances.
Art. 3:150. De posten van de geconsolideerde balans en resultatenrekening en de vermeldingen in de toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar en het voorafgaande boekjaar.
Art. 3:150. Les postes du bilan, du compte de résultats et les mentions de l'annexe peuvent être omis s'ils sont sans objet pour l'exercice considéré et pour l'exercice précédent.
Art. 3:151. Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één post of subpost van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één post of subpost van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post die ten opzichte van het voorschrift van artikel 3:105 het meest is aangewezen. In dergelijk geval wordt in de toelichting het verband met de andere posten vermeld.
  De consoliderende vennootschappen kunnen de posten en subposten die verplicht worden vermeld, verder indelen.
  Er mag in bijkomende subposten worden voorzien voor zover hun inhoud niet door een andere subpost, vermeld in de schema's, wordt gedekt.
Art. 3:151. Lorsqu'un élément de l'actif ou du passif pourrait relever simultanément de plusieurs rubriques ou sous-rubriques du bilan ou lorsqu'un produit ou une charge pourrait relever simultanément de plusieurs rubriques ou sous-rubriques du compte de résultats, il est porté sous le poste le plus approprié au regard du prescrit de l'article 3:105. Dans ce cas, l'annexe mentionne son rapport avec les autres rubriques.
  Les sociétés consolidantes ont la faculté de subdiviser plus amplement les rubriques et sous-rubriques dont la mention est imposée.
  Des sous-rubriques additionnelles peuvent être introduites pour autant que leur contenu ne soit pas couvert par une autre sous-rubrique prévue aux schémas.
Art. 3:152. Bij elke post en subpost van de geconsolideerde balans en resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld.
  Wanneer de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet vergelijkbaar zijn, moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een betekenisvolle vergelijking tussen de opeenvolgende geconsolideerde jaarrekeningen mogelijk te maken.
  De verplichting om cijfers over het voorgaande boekjaar te vermelden, geldt niet voor de geconsolideerde jaarrekening over het eerste boekjaar waarin de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn.
Art. 3:152. Le bilan et le compte de résultats indiquent pour chacune des rubriques et sous-rubriques, les montants correspondants de l'exercice précédent.
  Si ces chiffres relatifs à l'exercice précédent ne sont pas comparables, des renseignements sont donnés en annexe aux fins de rendre significative la comparaison des comptes consolidés successifs.
  L'obligation de mentionner les chiffres relatifs à l'exercice précédent n'est pas applicable aux comptes consolidés du premier exercice auquel s'appliquent les dispositions du présent chapitre.
Art. 3:153. De indeling van de geconsolideerde jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere; ze wordt echter gewijzigd wanneer zij, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van het geconsolideerde geheel, niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 3:105. Deze wijzigingen worden gemotiveerd in de toelichting over het boekjaar waarin zij werden ingevoerd.
Art. 3:153. La structure des comptes consolidés est identique d'un exercice à l'autre; toutefois, elle est adaptée au cas où, notamment à la suite d'une modification importante de la structure du patrimoine, des produits et des charges de l'ensemble consolidé, elle ne répond plus au prescrit de l'article 3:105. Ces modifications sont justifiées dans l'annexe relative à l'exercice au cours duquel elles sont introduites.
Onderafdeling 2. - Geconsolideerde jaarrekening
Sous-section 2. - Comptes annuels consolidés
1. Schema van de balans.
1. Schéma du bilan.
Art. 3:154. De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 5.
Art. 3:154. Le bilan doit être établi selon le schéma repris dans l'annexe 5.
2. Schema's van de resultatenrekening.
2. Schémas du compte de résultats.
Art. 3:155. Naar gelang van de gekozen opsplitsing van de bedrijfsresultaten moet de resultatenrekening worden opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in bijlage 5.
Art. 3:155. Le compte de résultats doit, en fonction de la ventilation des résultats d'exploitation choisie, être établi selon les schémas repris dans l'annexe 5.
3. Inhoud van de toelichting.
3. Contenu de l'annexe.
Art. 3:156. In de toelichting moeten, naast de door andere bepalingen van dit hoofdstuk voorgeschreven vermeldingen, de volgende gegevens worden opgenomen indien van materieel belang zoals gedefinieerd in artikel 3:58, § 5, tweede lid:
  I.
  De criteria die worden gehanteerd, respectievelijk voor de integrale consolidatie, voor de evenredige consolidatie en voor de opneming volgens de vermogensmutatiemethode, alsmede de gevallen waarin van deze criteria wordt afgeweken, met motivering ervan.
  II.
  a) Naam en zetel - en zo het gaat om een dochteronderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen - van de volledig in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede het deel van het kapitaal of de inbreng van deze dochterondernemingen, dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die in eigen naam optreden maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
  b) Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt met betrekking tot de dochterondernemingen die, met toepassing van artikel 3:97 niet volledig worden geconsolideerd, alsmede de reden van die uitsluiting.
  III.
  a) Naam en zetel - en zo het gaat om een dochteronderneming naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen - van de gemeenschappelijke dochterondernemingen waarop, met toepassing van artikel 3:124, eerste lid, 2°, een evenredige consolidatie is toegepast, de gegevens waaruit het gezamenlijke bestuur blijkt, alsmede het deel van het kapitaal of de inbreng van deze gemeenschappelijke dochterondernemingen dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en door de volledig in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die in eigen naam optreden maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
  b) Dezelfde gegevens worden verstrekt met betrekking tot de gemeenschappelijke dochterondernemingen waarop, met toepassing van artikel 3:97, geen evenredige consolidatie wordt toegepast, alsmede de reden van deze uitsluiting.
  IV.
  a) Naam en zetel - en zo het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen - van de vennootschappen waarop, met toepassing van de artikelen 3:100 en 3:124, eerste lid, 3°, de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, met opgave van het deel van hun kapitaal of hun inbreng dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die optreden in eigen naam maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
  b) Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt met betrekking tot de geassocieerde vennootschappen waarop, met toepassing van artikel 3:148, geen vermogensmutatiemethode wordt toegepast.
  V.
  Naam en zetel - en zo het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen - van de niet in de nummers II tot IV bedoelde vennootschappen, waarin de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen en de op grond van de artikelen 3:97 of 3:98, buiten de consolidatie gelaten dochterondernemingen, hetzij zelf, hetzij via een persoon die in eigen naam, maar voor hun rekening optreedt, ten minste 10 % van het kapitaal of de inbreng bezitten, met opgave van hun deel in het kapitaal of de inbreng, alsmede van het bedrag van het eigen vermogen en van het resultaat van de betrokken vennootschap over het laatste boekjaar waarvoor een jaarrekening is opgesteld. Deze gegevens mogen achterwege worden gelaten, indien zij, gelet op het doel van artikel 3:105, van te verwaarlozen betekenis zijn. De vermelding van het eigen vermogen en van het resultaat mag eveneens achterwege blijven, wanneer de betrokken vennootschap niet verplicht is deze gegevens openbaar te maken.
  VI.
  De gehanteerde criteria voor de waardering van de verschillende posten van de geconsolideerde jaarrekening, en inzonderheid:
  a) voor de vorming en aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, alsmede voor de herwaarderingen;
  b) voor de omrekeningsgrondslagen die worden toegepast om in de geconsolideerde jaarrekening bedragen te boeken die in een andere munt zijn of oorspronkelijk waren uitgedrukt, dan de munt waarin de geconsolideerde jaarrekening is gesteld, en voor de omrekening van de boekhoudstaten van dochterondernemingen en van geassocieerde vennootschappen naar buitenlands recht in de geconsolideerde jaarrekening.
  VII.
  Een staat van de oprichtingskosten (actiefpost I), met opgave van hun nettoboekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen tijdens het boekjaar (nieuwe kosten, afschrijvingen, omrekeningsverschillen, overige), alsmede van hun nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar, uitgesplitst in:
  - kosten van oprichting, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng, kosten bij uitgifte van leningen, disagio en andere oprichtingskosten;
  - herstructureringskosten.
  VIII.
  Een staat van de immateriële vaste activa (actiefpost II) uitgesplitst in:
  - kosten van ontwikkeling,
  - concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten,
  - goodwill,
  - vooruitbetalingen,
  en die voor elk van deze posten de gegevens vermeldt bedoeld in de punten a), c) en d) van staat IX hieronder.
  IX.
  Een staat van de materiële vaste activa (actiefpost IV) uitgesplitst in:
  - gebouwen en terreinen (IV.A),
  - installaties, machines en uitrusting (IV.B),
  - meubilair en rollend materieel (IV.C),
  - leasing en soortgelijke rechten (IV.D),
  - andere materiële vaste activa (IV.E),
  - vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen (IV.F),
  en die voor elk van deze posten volgende gegevens vermeldt:
  a) het bedrag van de aanschaffingswaarde aan het einde van het voorgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overboekingen van één post naar een andere, overdrachten en buitengebruikstellingen, omrekeningsverschillen), (andere wijzigingen) en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar;
  b) het bedrag van de meerwaarden aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van één post naar een andere, omrekeningsverschillen), (andere wijzigingen) en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar;
  c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt of overgeboekt, van één post naar een andere, omrekeningsverschillen, andere wijzigingen), en het bedrag van deze afschrijvingen en waardeverminderingen aan het einde van het boekjaar;
  d) het bedrag van de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar.
  Voor de rechten voortvloeiend uit leasing of een gelijkaardige overeenkomst wordt de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar uitgesplitst in: terreinen en gebouwen; installaties, machines en uitrusting; meubilair en rollend materieel.
  X.
  Een staat van de financiële vaste activa (actiefpost V) met volgende afzonderlijke vermeldingen:
  A. Voor de posten V. A. 1. en V. B. 1.:
  1° de gegevens bedoeld in de punten a), b), c) en d) van voornoemde staat nr. IX, evenals de verhogingen of verminderingen na toepassing van artikel 3:143;
  2° het bedrag aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar, van de niet-opgevraagde bedragen.
  B. Voor de posten V. A. 2. en V. B. 2., de nettoboekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (toevoegingen, terugbetalingen, geboekte en teruggenomen waardeverminderingen, omrekeningsverschillen, overige), de boekwaarde aan het einde van het boekjaar en het gecumuleerde bedrag van de waardeverminderingen aan het einde van het boekjaar.
  XI.
  Een staat van de reserves en het overgedragen resultaat (passiefpost IV) met vermelding van de oorzaak van de schommelingen van het bedrag van deze reserves van het ene boekjaar tot het andere.
  XII.
  Een staat van de consolidatieverschillen en de verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode, uitgesplitst naar positieve of negatieve consolidatieverschillen dan wel naar positieve of negatieve verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode, met vermelding van:
  - de nettoboekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar;
  - de wijzigingen tijdens het boekjaar:
  - ingevolge een stijging van het deelnemingspercentage;
  - ingevolge een daling van het deelnemingspercentage;
  - afschrijvingen;
  - in resultaat genomen verschillen (artikel 3:131, § 2);
  - andere wijzigingen;
  - de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar.
  XIII.
  Een staat van de schulden, met:
  A. een uitsplitsing, per post van passiefpost X, van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd ten hoogste één jaar, meer dan één jaar doch ten hoogste vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
  B. het bedrag van de schulden (passiefposten X en XI) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door zakelijke zekerheden die zijn gesteld of onherroepelijk beloofd op de activa van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochtervennootschappen.
  Bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden, tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijke ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
  De onder B bedoelde bedragen worden uitgesplitst per post onder de passiefposten X en XI, zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
  XIV.
  De volgende gegevens met betrekking tot het resultaat over het boekjaar en over het voorafgaande boekjaar:
  A. Een uitsplitsing van de netto-omzet (post I. A.) naar categorie van bedrijfsactiviteit en naar geografische markten, voor zover deze categorieën en markten, vanuit het oogpunt van de organisatie van de verkoop van goederen en de verlening van diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, onderling aanzienlijk verschillen.
  B. 1° Het gemiddeld personeelsbestand bij de consoliderende vennootschap en bij de volledig geconsolideerde dochterondernemingen, uitgesplitst naar categorie, alsook de personeels- en pensioenkosten die betrekking hebben op het boekjaar, indien niet afzonderlijk vermeld in de geconsolideerde resultatenrekening;
  2° verhoudingsgewijs dezelfde gegevens voor het personeelsbestand bij de dochterondernemingen waarop een evenredige consolidatie is toegepast.
  C. Wat de niet-recurrente resultaten betreft, een uitsplitsing van de posten "Andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten", "Andere niet-recurrente bedrijfskosten", "Andere niet-recurrente financiële opbrengsten" en "Andere niet-recurrente financiële kosten", wanneer in deze posten belangrijke bedragen voorkomen.
  D. Wat de belastingen op het resultaat betreft (post VIII):
  1° het verschil tussen (a) enerzijds, de som (op geconsolideerd niveau) van de belastingen bestemd voor het boekjaar in de statutaire financiële overzichten van de geconsolideerde ondernemingen, met name de moedervennootschap en haar dochterondernemingen (de aan de geconsolideerde resultatenrekening van het boekjaar en de vorige boekjaren toegerekende belastingen) en (b) anderzijds, de som van de belastingen die effectief betaald werden of opgelegd werden voor het boekjaar of een voorgaand boekjaar, voor zover dit verschil van belang is met het oog op de in de toekomst te betalen belastingen;
  2° gegevens omtrent de invloed van de niet-recurrente resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar.
  XV.
  De volgende gegevens met betrekking tot de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
  A. 1° Het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de consoliderende vennootschap of door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van derden;
  2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd op hun eigen activa als waarborg voor schulden en verplichtingen van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, enerzijds, en van derden anderzijds;
  3° de goederen en waarden gehouden door derden in hun naam maar ten bate en op het risico van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, voor zover deze goederen en waarden niet op de balans voorkomen;
  4° de verplichtingen tot aan- of verkoop van vaste activa, uitgesplitst naar verplichtingen tot aankoop en verplichtingen tot verkoop;
  5° de rechten en verplichtingen uit verrichtingen op rentestanden, wisselkoersen, prijzen van grondstoffen of handelsgoederen en andere gelijkaardige verrichtingen.
  B. Inlichtingen betreffende de technische waarborgen verbonden aan reeds gepresteerde verkopen of diensten.
  C. Rust- en overlevingspensioenverplichtingen ten gunste van personeelsleden of ondernemingsleiders, ten laste van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.
  D. De aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na balansdatum hebben voorgedaan bij de consoliderende vennootschap of bij de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen en die niet in de resultatenrekening of balans worden weergegeven.
  E. Het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld.
  XVI.
  Aard en zakelijk doel van buitenbalans regelingen
  De aard en het zakelijke doel van iedere regeling die niet in de geconsolideerde balans wordt opgenomen, en de financiële gevolgen van deze regelingen, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de ondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen als één geheel.
  XVII.
  A. Een staat over de betrekkingen met verbonden, niet in de consolidatie opgenomen ondernemingen, die zowel voor het afgesloten boekjaar als voor het voorafgaande boekjaar volgende gegevens vermeldt:
  1° het bedrag van de deelnemingen en aandelen;
  2° het bedrag van de vorderingen op respectievelijk meer dan één jaar en hoogstens één jaar;
  3° de geldbeleggingen, met een onderscheid tussen de aandelen en de vorderingen;
  4° het bedrag van de schulden op respectievelijk meer dan één jaar en hoogstens één jaar;
  5° het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van verbonden ondernemingen;
  6° de andere betekenisvolle financiële verplichtingen;
  7° de financiële resultaten, met een onderscheid:
  a) inzake opbrengsten, naar:
  - opbrengsten uit financiële vaste activa;
  - opbrengsten uit vlottende activa;
  - andere financiële opbrengsten.
  b) inzake kosten, naar:
  - kosten van schulden;
  - andere financiële kosten.
  B. De vermeldingen bedoeld in A, 1°, 2° en 4°, worden ook verstrekt voor de niet in de consolidatie opgenomen ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
  XVIII.
  A. Het totaal bedrag van de ten laste van het boekjaar toegekende bezoldigingen aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap uit hoofde van hun werkzaamheden in de consoliderende vennootschap, haar dochterondernemingen en geassocieerde vennootschappen, inclusief het bedrag van aan de gewezen bestuurders of zaakvoerders uit dien hoofde toegekende rustpensioenen.
  B. Het totaalbedrag van de voorschotten en kredieten toegekend aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap, door deze laatste, door een dochteronderneming of een geassocieerde vennootschap.
  C. De volgende gegevens over de commissaris en over de personen met wie hij verbonden is:
  - de bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van een mandaat van commissaris;
  - de bezoldiging van de commissaris voor de uitoefening van uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd bij de vennootschappen van de groep, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van een mandaat van commissaris;
  - de bezoldiging van personen met wie de commissaris verbonden is voor de uitoefening van uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd bij de vennootschappen van de groep, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de vermeldingen vereist in toepassing van het artikel 3:64, § 2, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  XIX.
  Transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden.
  De transacties, met uitzondering van transacties binnen de groep, aangegaan door de moederonderneming, of door andere ondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, met verbonden partijen, met inbegrip van het bedrag van dergelijke transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij en andere informatie over de transacties die noodzakelijk is voor het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van de ondernemingen die in de consolidatie als één geheel zijn opgenomen, indien dergelijke transacties van enige betekenis zijn en niet onder normale marktvoorwaarden zijn verricht. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard daarvan worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van de transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de ondernemingen die in de consolidatie als één geheel zijn opgenomen.
  Deze informatie is niet vereist voor transacties die zijn aangegaan tussen twee of meer leden van een groep, mits de dochterondernemingen die partij zijn bij de transactie, geheel in eigendom zijn van een dergelijk lid.
  Onder 'verbonden partij' wordt hetzelfde verstaan als in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002.
  XX.
  De volgende gegevens betreffende het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde:
  In geval van niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor de financiële instrumenten: voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten, voor het boekjaar en het vorig boekjaar, een overzicht van de omvang en de aard van de instrumenten, het ingedekte risico en een vergelijking tussen de boekwaarde en reële waarde van de instrumenten indien een dergelijke waarde kan worden bepaald middels een van de in artikel 3:91. B voorgeschreven methoden.
  Voor financiële vaste activa die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde: de boekwaarde en de reële waarde van de afzonderlijke activa, dan wel van de passende groepen van deze afzonderlijke activa en de redenen waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Art. 3:156. Outre les mentions prescrites par d'autres dispositions du présent chapitre, l'annexe des comptes consolidés doit comporter, si elles sont d'importance significative telle que définie à l'article 3:58, § 5, alinéa 2, les indications suivantes :
  I.
  Les critères qui président respectivement à la mise en oeuvre des méthodes de consolidation par intégration globale, de consolidation par intégration proportionnelle et de mise en équivalence, ainsi que les cas, avec justification, où il est dérogé à ces critères.
  II.
  a) Le nom et le siège - et s'il s'agit d'une filiale de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui a été attribué par la Banque Carrefour des Entreprises - des filiales comprises dans la consolidation par intégration globale, ainsi que la fraction du capital ou de l'apport détenue dans ces filiales par la société consolidante et par les filiales comprises dans la consolidation ainsi que par des personnes agissant en leur nom propre mais pour le compte de la société consolidante ou des filiales comprises dans la consolidation.
  b) Les mêmes indications concernant les filiales qui ne sont pas consolidées par intégration globale, en application de l'article 3:97, ainsi que le motif de cette exclusion.
  III.
  a) Le nom et le siège - et s'il s'agit d'une filiale de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui a été attribué par la Banque Carrefour des Entreprises - des filiales communes comprises dans la consolidation par intégration proportionnelle en application de l'article 3:124, alinéa 1er, 2°, les éléments desquels résulte la direction conjointe, ainsi que la fraction du capital ou de l'apport de ces filiales conjointes détenue par la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation par intégration globale ainsi que par des personnes agissant en leur nom propre mais pour le compte de la société consolidante ou des filiales comprises dans la consolidation.
  b) Les mêmes indications concernant les filiales communes qui ne sont pas consolidées par intégration proportionnelle, en application de l'article 3:97, ainsi que le motif de cette exclusion.
  IV.
  a) Le nom et le siège - et s'il s'agit d'une société de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui a été attribué par la Banque Carrefour des Entreprises - des sociétés mises en équivalence en application des articles 3:100 et 3:124 alinéa 1er, 3°, avec indication de la fraction de leur capital ou de leur apport détenue par la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation ainsi que par des personnes agissant en leur nom propre mais pour le compte de la société consolidante ou des filiales comprises dans la consolidation.
  b) Les mêmes indications concernant les sociétés associées qui ne sont pas mises en équivalence en application de l'article 3:148.
  V.
  Le nom et le siège - et s'il s'agit d'une société de droit belge, le numéro d'entreprise qui lui a été attribué par la Banque Carrefour des Entreprises - des sociétés autres que celles visées aux numéros II à IV, dans lesquelles la société consolidante et les filiales comprises dans la consolidation et celles laissées en dehors au titre des articles 3:97 ou 3:98 détiennent, soit elles-mêmes, soit par une personne agissant en son nom mais pour leur compte, un pourcentage du capital ou de l'apport de 10 % au moins, avec indication de la fraction du capital ou de l'apport détenue ainsi que du montant des capitaux propres et de celui du résultat du dernier exercice de la société concernée pour lequel des comptes ont été arrêtés. Ces informations peuvent être omises lorsqu'elles ne sont que d'un intérêt négligeable au regard de l'objectif visé à l'article 3:105. L'indication des capitaux propres et du résultat peut également être omise lorsque la société concernée n'est pas tenue de rendre ces indications publiques.
  VI.
  Les critères qui président aux évaluations dans les comptes consolidés des différents postes de ces comptes, et notamment :
  a) aux constitutions et ajustements d'amortissements, de réductions de valeur et de provisions pour risques et charges, ainsi qu'aux réévaluations;
  b) aux bases de conversion adoptées pour l'expression dans les comptes consolidés des éléments qui sont, ou qui, à l'origine, étaient exprimés en une monnaie différente de celle dans laquelle les comptes consolidés sont libellés et pour la conversion dans les comptes consolidés des états comptables des filiales et des sociétés associées de droit étranger.
  VII.
  Un état des frais d'établissement (rubrique I de l'actif) mentionnant leur valeur comptable nette au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (nouveaux frais engagés, amortissements, écarts de conversion, autres), ainsi que la valeur comptable nette au terme de l'exercice, ventilée entre :
  - frais de constitution, d'augmentation de capital ou d'augmentation de l'apport, frais d'émission d'emprunts, primes de remboursement et autres frais d'établissement;
  - frais de restructuration.
  VIII.
  Un état des immobilisations incorporelles (rubrique II de l'actif) ventilant celles-ci entre :
  - frais de développement,
  - concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et droits similaires,
  - goodwill,
  - acomptes versés,
  et mentionnant pour chacun de ces postes les indications prévues aux littéras a), c) et d) de l'état n° IX ci-dessous.
  IX.
  Un état des immobilisations corporelles (rubrique IV de l'actif) ventilant celles-ci entre :
  - terrains et constructions (IV.A),
  - installations, machines et outillage (IV.B),
  - mobilier et matériel roulant (IV.C),
  - location-financement et droits similaires (IV.D),
  - autres immobilisations corporelles (IV.E),
  - immobilisations en cours et acomptes versés (IV.F),
  et mentionnant pour chacun de ces postes :
  a) en valeur d'acquisition, le montant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (acquisitions, y compris la production immobilisée, cessions et désaffectations, transferts d'une rubrique à une autre, écarts de conversion, autres variations), ainsi que le montant en fin d'exercice;
  b) les plus-values existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (plus-values actées, acquises de tiers, annulées, transférées d'une rubrique à une autre, écarts de conversion, autres variations), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces plus-values;
  c) les amortissements et réductions de valeur existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (amortissements et réductions de valeur actés à charge du compte de résultats, repris en compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre, écarts de conversion, autres variations), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces amortissements et réductions de valeur;
  d) la valeur comptable nette en fin d'exercice.
  Pour les droits issus de contrats de location-financement et de contrats similaires, la valeur comptable nette en fin d'exercice est ventilée entre: terrains et constructions; installations, machines et outillage; mobilier et matériel roulant.
  X.
  Un état des immobilisations financières (rubrique V de l'actif) mentionnant séparément :
  A. Pour les postes V. A. 1. et V. B. 1. :
  1° les indications prévues aux littéras a), b), c) et d) de l'état n° IX, ci-dessus, ainsi que les majorations et les réductions découlant de l'application de l'article 3:143;
  2° quant aux montants non appelés, le montant au terme de l'exercice précédent, le total des mutations de l'exercice, ainsi que le montant en fin d'exercice.
  B. Pour les postes V. A. 2. et V. B. 2., la valeur comptable nette au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (additions, remboursements, réductions de valeur actées et reprises, écarts de conversion, autres), la valeur comptable en fin d'exercice, ainsi que le montant des réductions de valeur cumulées en fin d'exercice.
  XI.
  Un état des réserves et du résultat reporté (rubrique IV du passif) indiquant l'origine des variations d'un exercice à l'autre, du montant de ces réserves.
  XII.
  Un état des écarts de consolidation et de mise en équivalence, ventilés selon qu'il s'agit d'écarts positifs ou d'écarts négatifs de consolidation ou qu'il s'agit d'écarts positifs ou d'écarts négatifs de mise en équivalence, et mentionnant :
  - la valeur comptable nette au terme de l'exercice précédent;
  - les mutations de l'exercice :
  - variations dues à une augmentation du pourcentage de détention;
  - variations dues à une diminution du pourcentage de détention;
  - amortissements;
  - écarts portés en résultats (article 3:131, § 2);
  - autres variations;
  - la valeur comptable nette au terme de l'exercice.
  XIII.
  Un état des dettes comportant :
  A. une ventilation, par poste prévu à la rubrique X du passif, des dettes à l'origine à plus d'un an, selon que leur durée résiduelle est d'un an au plus, de plus d'un an mais de cinq ans au plus, ou de plus de cinq ans;
  B. le montant des dettes (rubriques X et XI du passif) ou de la partie de ces dettes qui sont garanties par des sûretés réelles sur les actifs de la société consolidante ou des filiales comprises dans la consolidation, constituées ou irrévocablement promises.
  Ne sont pas mentionnées parmi les dettes garanties, les dettes assorties d'un privilège, sauf en ce qui concerne le privilège du vendeur. La réserve de propriété est assimilée à une garantie réelle. Ne sont toutefois pas assimilés à une garantie réelle : la clause résolutoire expresse, l'engagement de ne pas céder certains biens, ne pas les grever de droits réels au profit de tiers ou encore de ne pas constituer de sûretés réelles sur ces biens sans l'accord d'un créancier.
  Les montants visés sub B sont ventilés par poste prévu aux rubriques X et XI du passif, mais sans distinction selon leur terme.
  XIV.
  Les indications suivantes relatives aux résultats de l'exercice et de l'exercice précédent :
  A. Une ventilation du chiffre d'affaires net (rubrique I. A.) par catégorie d'activité ainsi que par marché géographique, dans la mesure où, du point de vue de l'organisation de la vente des produits et de la prestation des services relevant des activités ordinaires de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation, ces catégories et marchés diffèrent entre eux de façon considérable.
  B. 1° L'effectif moyen du personnel occupé par la société consolidante et par les filiales consolidées par intégration globale, ventilé par catégorie, ainsi que, s'ils ne sont pas mentionnés séparément dans le compte de résultats consolidé, les frais de personnel et les charges des pensions se rapportant à l'exercice;
  2° les mêmes indications sur base proportionnelle en ce qui concerne le personnel occupé par les filiales consolidées par intégration proportionnelle.
  C. Quant aux résultats non récurrents, une ventilation des postes " Autres produits d'exploitation non récurrents ", " Autres charges d'exploitation non récurrentes ", " Autres produits financiers non récurrents " et " Autres charges financières non récurrentes ", si ces postes représentent des montants importants.
  D. Quant aux impôts sur le résultat (rubrique VIII) :
  1° la différence entre (a) d'une part, la somme (au niveau consolidé) des charges fiscales affectées à l'exercice dans les états financiers statutaires des entreprises consolidées, à savoir la société mère et ses filiales (charge fiscale imputée au compte de résultats consolidé de l'exercice et des exercices antérieurs) et (b) d'autre part, la somme des charges fiscales effectivement payées ou dues au titre de l'exercice ou d'un exercice précédent, dans la mesure où cette différence est d'un intérêt certain au regard de la charge fiscale future;
  2° des indications sur l'influence des résultats non récurrents sur le montant des impôts sur le résultat de l'exercice.
  XV.
  Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
  A. 1° Le montant des garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises par la société consolidante et par les filiales comprises dans la consolidation pour sûreté de dettes ou d'engagements de tiers;
  2° le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par la société consolidante et par les filiales comprises dans la consolidation sur leur actifs propres, pour sûreté respectivement des dettes et engagements de la société consolidante ou de filiales comprises dans la consolidation et des dettes et engagements de tiers;
  3° s'ils ne sont pas portés au bilan, les biens et valeurs détenus par des tiers en leur nom mais aux risques et profits de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation;
  4° les engagements d'acquisition ou de cession d'immobilisations, ventilés entre les engagements d'acquisition et les engagements de cession;
  5° les droits et engagements résultant d'opérations relatives aux taux d'intérêt, aux taux de change, aux prix des matières premières ou marchandises et d'autres opérations similaires.
  B. Des indications relatives aux garanties techniques attachées à des ventes ou des prestations déjà effectuées.
  C. Les engagements en matière de pensions de retraite et de survie en faveur des membres de leur personnel ou de leurs dirigeants, à charge de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation.
  D. La nature et l'impact financier des événements significatifs postérieurs à la date de clôture du bilan qui se sont produits au sein de la société consolidante ou au sein des filiales qui font partie de la consolidation et qui ne sont pas pris en compte dans le compte de résultat ou dans le bilan.
  E. Le montant, la nature et la forme de litiges importants en cours et autres engagements importants non visés ci-dessus.
  XVI.
  Nature et objectif commercial des opérations non inscrites au bilan
  La nature et l'objectif commercial de chaque opération non inscrite au bilan consolidé, ainsi que l'impact financier de ces opérations, à condition que les risques ou les avantages découlant de ces opérations soient significatifs et dans la mesure où la divulgation de ces risques et avantages soit nécessaire pour l'appréciation de la situation financière des entreprises incluses dans le périmètre de consolidation.
  XVII.
  A. Un tableau relatif aux relations avec les entreprises liées, non comprises dans la consolidation, mentionnant pour l'exercice clôturé et pour l'exercice précédent :
  1° le montant des participations et actions;
  2° le montant des créances, respectivement à plus d'un an et à un an au plus;
  3° les placements de trésorerie distinguant les actions et les créances;
  4° le montant des dettes, respectivement à plus d'un an et à un an au plus;
  5° le montant des garanties personnelles et réelles constituées ou irrévocablement promises pour sûreté de dettes ou d'engagements d'entreprises liées;
  6° les autres engagements financiers significatifs;
  7° les résultats financiers en distinguant :
  a) quant aux produits :
  - les produits des immobilisations financières;
  - les produits des actifs circulants;
  - les autres produits financiers.
  b) quant aux charges :
  - les charges des dettes;
  - les autres charges financières.
  B. Les mentions prévues aux nos A, 1°, 2° et 4° en ce qui concerne les entreprises non comprises dans la consolidation avec lesquelles il existe un lien de participation.
  XVIII.
  A. Le montant global des rémunérations allouées au titre de l'exercice aux administrateurs ou gérants de la société consolidante en raison de leurs fonctions dans celle-ci, dans ses filiales, et dans ses sociétés associées, y compris le montant des pensions de retraite allouées au même titre aux anciens administrateurs ou gérants.
  B. Le montant global des avances et des crédits accordés aux administrateurs ou gérants de la société consolidante par celle-ci, par une filiale ou par une société associée.
  C. Les indications suivantes relatives au commissaire et aux personnes avec lesquelles il est lié :
  - les émoluments du commissaire pour l'exercice d'un mandat de commissaire;
  - les émoluments du commissaire pour l'exercice de prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies auprès des sociétés du groupe, selon les catégories suivantes: autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les émoluments des personnes avec lesquelles le commissaire est lié pour l'exercice d'un mandat de commissaire;
  - les émoluments des personnes avec lesquelles le commissaire est lié, pour l'exercice de prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies auprès des sociétés du groupe, selon les catégories suivantes: autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les mentions requises en application de l'article 3:64, § 2, alinéa 2, du Code des sociétés et des associations.
  XIX.
  Transactions avec des parties liées effectuées dans des conditions autres que celles du marché.
  Les transactions, à l'exception des transactions au sein du groupe, contractées par la société mère ou par d'autres entreprises qui sont intégrées dans la consolidation avec des parties liées doivent être mentionnées, y compris le montant de telles transactions, la nature des rapports avec la partie liée, ainsi que toute autre information sur les transactions qui serait nécessaire pour obtenir une meilleure compréhension de la position financière des entreprises qui sont intégrées dans la consolidation en tant qu'un ensemble si ces transactions sont significatives et qu'elles sont effectuées dans des conditions autres que celles du marché. Les informations sur les différentes transactions peuvent être agrégées en fonction de leur nature, sauf lorsque des informations distinctes sont nécessaires pour comprendre les effets des transactions avec des parties liées sur la situation financière des entreprises incluses dans le périmètre de la consolidation.
  Cette information n'est pas requise pour les transactions qui ont lieu entre deux ou plusieurs membres d'un groupe, à condition que les filiales concernées par la transaction soient entièrement la propriété d'un tel membre.
  L'on entend par les termes " parties liées " la même chose que dans les normes comptables internationales adoptées conformément au règlement (CE) n° 1606/2002.
  XX.
  Les indications suivantes relatives à la non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur :
  En cas de non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur pour les instruments financiers : pour chaque catégorie d'instruments financiers dérivés, en ce qui concerne l'exercice et l'exercice précédent, un aperçu du volume et de la nature des instruments, le risque couvert et une comparaison entre la valeur comptable et la juste valeur des instruments si cette valeur peut être déterminée grâce à l'une des méthodes prescrites à l'article 3:91.B.
  Pour les immobilisations financières comptabilisées à un montant supérieur à leur juste valeur: la valeur comptable et la juste valeur des actifs en question, pris isolément ou regroupés de manière adéquate et les raisons pour lesquelles la valeur comptable n'a pas été réduite, et notamment les éléments qui permettent de supposer que la valeur comptable sera récupérée.
Art. 3:157. De gegevens die krachtens dit besluit in de toelichting moeten worden vermeld, mogen achterwege blijven wanneer hun belang verwaarloosbaar is, gelet op artikel 3:105.
Art. 3:157. Les renseignements dont la mention dans l'annexe est prescrite par le présent arrêté peuvent être omis s'ils ne revêtent qu'une importance négligeable au regard de l'article 3:105.
Onderafdeling 3. - Inhoud van sommige posten van de geconsolideerde jaarrekening
Sous-section 3. - Contenu de certaines rubriques des comptes consolidés
Art. 3:158. Inbreng: deze rubriek bevat uitsluitend het kapitaal of de inbreng van de consoliderende vennootschap.
  Uitgiftepremie: deze post bevat uitsluitend de uitgiftepremie van de consoliderende vennootschap.
  Herwaarderingsmeerwaarden: deze rubriek bevat de herwaarderingsmeerwaarden van de consoliderende vennootschap en de herwaarderingsmeerwaarden op materiële en financiële vaste activa van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, die sinds hun opneming in de consolidatie zijn geboekt.
  Reserves: deze rubriek bevat de reserves (daaronder begrepen het overgedragen resultaat) van de consoliderende vennootschap vóór de eerste consolidatie, vermeerderd met het aandeel van de groep in de geconsolideerde resultaten na aftrek van de uitkeringen verricht door de consoliderende vennootschap. De reserves mogen slechts worden gestijfd door bestemming van het geconsolideerde resultaat.
  Kosten van verkopen: de kosten van verkopen omvatten alle productiekosten, inclusief de afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten die slaan op de verkopen van de periode.
  Commerciële en administratieve kosten: de commerciële en administratieve kosten omvatten alle kosten, daaronder begrepen de afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, die verband houden met respectievelijk de handelsfunctie en de administratieve functie.
Art. 3:158. Apport : cette rubrique comprend uniquement le capital ou l'apport de la société consolidante.
  Prime d'émission : cette rubrique comprend uniquement la prime d'émission de la société consolidante.
  Plus-values de réévaluation : cette rubrique comporte les plus-values de réévaluation de la société consolidante, et les plus-values de réévaluation relatives aux immobilisations corporelles et financières des filiales comprises dans la consolidation, actées depuis qu'elles sont comprises dans la consolidation.
  Réserves : cette rubrique comporte les réserves (y compris le résultat reporté) de la société consolidante avant la première consolidation, augmentées de la part du groupe dans les résultats consolidés, déduction faite des distributions opérées par la société consolidante. Les réserves ne peuvent être alimentées que par affectation du résultat consolidé.
  Coût des ventes : le coût des ventes comprend l'ensemble des coûts de production, en ce compris les amortissements, réductions de valeurs et provisions pour risques et charges, liés aux ventes de la période.
  Charges commerciales et charges administratives : les charges commerciales et administratives comprennent l'ensemble des coûts, en ce compris les amortissements, réductions de valeur et provisions pour risques et charges qui se rattachent respectivement à la fonction commerciale et à la fonction administrative.
TITEL 3. - Jaarrekening van VZW's, IVZW's en stichtingen andere dan deze bedoeld in de artikelen 3:47, § 2 en 3:51, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen: bijzondere bepalingen
TITRE 3. - Comptes annuels des ASBL, AISBL et fondations autres que celles visées par les articles 3:47, § 2, et 3:51, § 2, du Code des sociétés et des associations : dispositions particulières
HOOFDSTUK 1. - Jaarrekening
CHAPITRE 1er. - Comptes annuels
Afdeling 1. - Waarderingsregels: bijzondere bepalingen
Section 1re. - Règles d'évaluation : dispositions particulières
Art. 3:159. Wanneer de functionaliteit van materiële vaste activa constant is, kan het bestuursorgaan van de VZW, IVZW of stichting, mits melding en verantwoording in de toelichting, beslissen om deze materiële vaste activa niet af te schrijven en de onderhouds- en vervangingskosten die daaraan verbonden zijn, op zich te nemen.
Art. 3:159. Lorsque la fonctionnalité d'une immobilisation corporelle est constante, l'organe d'administration de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation peut, moyennant mention et justification en annexe, décider de ne pas amortir cette immobilisation corporelle et de prendre en charge les coûts d'entretien et de remplacement qui y sont liés.
Art. 3:160. De goederen die aan de VZW, IVZW of stichting werden geschonken of nagelaten worden geboekt op het ogenblik van hun verkrijging.
  De VZW, IVZW of stichting waardeert de goederen die haar worden geschonken of nagelaten tegen aanschaffingswaarde. Het bestuursorgaan kan, mits melding en verantwoording in de toelichting, evenwel beslissen om deze geschonken of nagelaten goederen te waarderen tegen werkelijke waarde, marktwaarde of gebruikswaarde waarbij het verschil tussen de aanschaffingswaarde en deze waarde wordt geboekt op een afzonderlijke subrekening van het betrokken actief met als tegenpost een opbrengstrekening of een rekening van het eigen vermogen. Wanneer het verschil betrekking heeft op een vast actief met een beperkte gebruiksduur moet dit verschil worden afgeschreven over de gebruiksduur.
Art. 3:160. Les biens donnés ou légués à l'ASBL, à l'AISBL ou à la fondation sont comptabilisés au moment de leur acquisition.
  L'ASBL, l'AISBL ou la fondation évalue les biens qui lui sont donnés ou légués à leur valeur d'acquisition. Toutefois, l'organe d'administration peut, moyennant mention et justification en annexe, décider d'évaluer ces biens donnés ou légués à leur juste valeur, à leur valeur de marché ou à leur valeur d'usage, la différence entre la valeur d'acquisition et cette valeur étant comptabilisée sur un sous-compte distinct de l'actif concerné, avec pour contrepartie un compte de produits ou de capitaux propres. Lorsque la différence se rapporte à une immobilisation dont la durée est limitée dans le temps, elle doit être amortie sur la durée d'usage.
Afdeling 2. - Vorm en inhoud van de jaarrekening
Section 2. - Forme et contenu des comptes annuels
Onderafdeling 1. - Sociale balans
Sous-section 1re. - Bilan social
Art. 3:161. § 1. De toelichting bevat de inlichtingen betreffende de sociale balans bedoeld in hoofdstuk 9 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid indien de VZW, IVZW of stichting een jaargemiddelde van ten minste 20 personeelsleden telt, uitgedrukt in voltijdse equivalenten en waarvoor de VZW, IVZW of stichting een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling heeft gedaan bij de met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen belaste instelling of die zijn ingeschreven in het algemeen personeelsregister, krachtens het koninklijk besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten.
  De sociale balans bevat de informatie als bedoeld in artikel 5:2.
  § 2. De sociale balans van een VZW, IVZW of stichting die overeenkomstig artikel 3:47, § 3 en 3:51, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen een jaarrekening opmaakt volgens een verkort schema en die een jaargemiddelde van ten minste 20 personeelsleden telt, uitgedrukt in voltijdse equivalenten en waarvoor de VZW, IVZW of stichting een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling heeft gedaan bij de met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen belaste instelling of die zijn ingeschreven in het algemeen personeelsregister krachtens het koninklijk besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten, bevat de informatie als bedoeld in artikel 5:3.
Art. 3:161. § 1er. L'annexe comporte les renseignements relatifs au bilan social prévus au chapitre 9 de la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi si l'ASBL, l'AISBL ou la fondation compte au moins 20 travailleurs, en moyenne annuelle, exprimés en équivalents temps-plein et pour lesquels l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a fait une déclaration immédiate de l'emploi auprès de l'institution chargée de la perception des cotisations de sécurité sociale ou qui sont inscrits au registre général du personnel, en vertu de l'arrêté royal du 8 août 1980 relatif à la tenue des documents sociaux.
  Le bilan social comporte les informations visées à l'article 5:2.
  § 2. Le bilan social d'une petite ASBL, AISBL ou fondation au sens des articles 3:47, § 3 et 3:51, § 3, du Code des sociétés et des associations, qui compte au moins 20 travailleurs, en moyenne annuelle, exprimés en équivalents temps-plein et pour lesquels l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a fait une déclaration immédiate de l'emploi auprès de l'institution chargée de la perception des cotisations de sécurité sociale ou qui sont inscrits au registre général du personnel, en vertu de l'arrêté royal du 8 août 1980 relatif à la tenue des documents sociaux, comporte les informations visées à l'article 5:3.
Onderafdeling 2. - Jaarrekening volgens volledig schema
Sous-section 2. - Comptes annuels selon le schéma complet
1. Schema van de balans.
1. Schéma du bilan.
Art. 3:162. De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 6.
Art. 3:162. Le bilan est établi conformément au schéma repris à l'annexe 6.
2. Schema van de resultatenrekening.
2. Schéma du compte de résultats.
Art. 3:163. De resultatenrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 6.
Art. 3:163. Le compte de résultats est établi conformément au schéma repris à l'annexe 6.
3. Inhoud van de toelichting.
3. Contenu de l'annexe.
Art. 3:164. De toelichting bij het volledige schema van de jaarrekening bevat de hierna vermelde aanvullende gegevens:
  I.
  Een staat van de oprichtingskosten (post I van de activa) met de vermelding van hun nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties tijdens het boekjaar (nieuwe kosten van het boekjaar, afschrijvingen, andere) alsmede de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar. Deze laatste wordt uitgesplitst in:
  - Kosten van oprichting, kosten bij uitgifte van leningen, en andere oprichtingskosten;
  - Herstructureringskosten.
  II.
  Een staat van de immateriële vaste activa (post II van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
  - Kosten van ontwikkeling;
  - Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten;
  - Goodwill;
  - Vooruitbetalingen;
  en voor elk van deze posten de gegevens vermeldt bedoeld onder de punten a), c) en d) van de hieronder vermelde staat III.
  III.
  Een staat van de materiële vaste activa (post III van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
  - Terreinen en gebouwen (III.A);
  - Installaties, machines en uitrusting (III.B);
  - Meubilair en rollend materieel (III.C);
  - Leasing en soortgelijke rechten (III.D);
  - Overige materiële vaste activa (III.E);
  - Activa in aanbouw en vooruitbetalingen (III.F);
  en voor elk van deze posten de volgende gegevens vermeldt:
  a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere), en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  b) het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag van deze afschrijvingen en waardeverminderingen per einde van het boekjaar;
  d) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
  Voor de rechten waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of een gelijkaardige overeenkomst wordt de nettoboekwaarde op het einde van het boekjaar uitgesplitst in: terreinen en gebouwen; installaties, machines en uitrusting; meubilair en rollend materieel;
  e) de uitsplitsing tussen de bestanddelen waarvan de VZW, IVZW of stichting de volle eigendom heeft, maar die ze niet vrij mag gebruiken of waarover ze niet vrij kan beschikken omwille van opgelegde eisen.
  IV.
  Een staat van de financiële vaste activa (post IV van de activa) die een uitsplitsing bevat in:
  A. eensdeels:
  - Deelnemingen in verbonden vennootschappen (IV.A.1);
  - Andere deelnemingen (IV.B.1);
  - Andere aandelen (IV.C.1);
  met vermelding voor elk van deze posten van de gegevens bedoeld onder de punten a), b), c) en d) van de hierboven vermelde staat III evenals van de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorig boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  B. anderdeels:
  - Vorderingen op verbonden entiteiten (IV.A.2)
  - Vorderingen op vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat (IV.B.2);
  - Andere vorderingen (IV.C.2);
  met vermelding voor elk van deze posten van de nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (toevoegingen, terugbetalingen, geboekte en teruggenomen waardeverminderingen, wisselkoersverschillen, overige), de boekwaarde per einde van het boekjaar en het gecumuleerde bedrag van de waardeverminderingen per einde van het boekjaar.
  V.
  A. De lijst van de vennootschappen waarin de VZW, IVZW of stichting een deelneming bezit, alsmede van de andere vennootschappen waarin de VZW, IVZW of stichting maatschappelijke rechten ten belope van ten minste tien procent van het geplaatst kapitaal of het aantal uitgebrachte aandelen bezit.
  Voor elk van deze vennootschappen worden volgende gegevens vermeld: de naam, de zetel en zo het een vennootschappen naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat de Kruispuntbank van Ondernemingen aan de vennootschappen heeft toegekend, het aantal maatschappelijke rechten dat rechtstreeks door de VZW, IVZW of stichting wordt gehouden en het percentage vertegenwoordigd door dit bezit evenals het percentage maatschappelijke rechten gehouden door dochtervennootschappen van de VZW, IVZW of stichting; het bedrag van het eigen vermogen en het netto-resultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is. Het aantal gehouden maatschappelijke rechten en het percentage dat ze vertegenwoordigen, worden in voorkomend geval vermeld per soort van uitgegeven maatschappelijke rechten. Dezelfde informatie wordt verstrekt over de rechtstreeks en onrechtstreeks gehouden conversie- en intekenrechten.
  Het bedrag van het eigen vermogen en het bedrag van het netto-resultaat van het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is, mogen worden weggelaten indien de betrokken vennootschap deze gegevens niet openbaar moet maken.
  Het bedrag van het eigen vermogen en van het nettoresultaat van de buitenlandse vennootschappen wordt uitgedrukt in vreemde munt; deze munt wordt vermeld.
  B. De lijst van de entiteiten waarvoor de VZW, IVZW of stichting onbeperkt aansprakelijk is in de hoedanigheid van onbeperkt aansprakelijke vennoot of onbeperkt aansprakelijk lid.
  Voor elk van deze entiteiten worden volgende gegevens vermeld: de naam, de zetel, de rechtsvorm en zo het een entiteit naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat de Kruispuntbank van Ondernemingen aan de entiteit heeft toegekend.
  De jaarrekening van elk van deze entiteiten wordt bij deze van de VZW, IVZW of stichting gevoegd en samen hiermee openbaar gemaakt. Deze bepaling is evenwel niet van toepassing, mits zulks wordt vermeld:
  1° indien de jaarrekening van deze entiteiten in België wordt openbaar gemaakt op een wijze die strookt met de openbaarmaking voorgeschreven voor de jaarrekeningen van vennootschappen of van VZW's, IVZW's en stichtingen;
  2° wanneer het een maatschap betreft.
  C. De lijst van de andere verbonden entiteiten.
  Voor elk van deze entiteiten worden volgende gegevens vermeld: de naam, de zetel, de rechtsvorm en zo het een entiteit naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat de Kruispuntbank van Ondernemingen aan de entiteit heeft toegekend.
  VI.
  De geldbeleggingen (post VIII van de activa) worden uitgesplitst in:
  - aandelen, met uitdrukkelijke vermelding van het niet opgevraagde bedrag;
  - vastrentende effecten, met afzonderlijke vermelding van de effecten uitgegeven door kredietinstellingen;
  - termijnrekeningen op kredietinstellingen, uitgesplitst naar gelang de resterende looptijd of de opzegtermijn hoogstens één maand, meer dan één maand en hoogstens één jaar, of meer dan één jaar bedraagt;
  - edele metalen en kunstwerken.
  De vergelijkende bedragen over het vorige boekjaar worden vermeld.
  VII.
  Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de activa), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
  VIII.
  Een staat met betrekking tot de samenstelling van de fondsen van de VZW, IVZW of stichting (post I. van het passief) en de wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar en een overzicht van de bestemde fondsen (post IV. van het passief) die de waarderingsregels vermeldt die werden gekozen om het bestemde bedrag te bepalen.
  IX.
  Wat de Voorzieningen (post VII. van de passiva) betreft, een uitsplitsing van de posten "VII. A. 5. Overige risico's en kosten" en "VII. B. Voorzieningen voor terug te betalen subsidies en legaten en voor schenkingen met terugnemingsrecht", wanneer onder deze posten een belangrijk bedrag voorkomt.
  X.
  Een staat van de schulden, die vermeldt:
  A. een uitsplitsing, per post van post VIII van de passiva, van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
  B. het bedrag van de schulden (posten VIII en IX van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door:
  1° Belgische overheidsinstellingen;
  2° zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de VZW, IVZW of stichting.
  De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijke ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
  De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
  C. 1. Wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX.E. van de passiva), het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van:
  a) het belastingbestuur;
  b) de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
  2. Wat de belastingen betreft (post IX.E.1. van de passiva), een uitsplitsing tussen de te betalen belastingen en de geschatte belastingschulden.
  De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B., 1° en 2°, van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A.2. van staat XVII mogen worden verstrekt in de vorm van een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden met de vermelding voor elke schuld van haar aard overeenkomstig de balansposten, haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.
  XI.
  Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de passiva), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.
  XII.
  De volgende gegevens met betrekking tot de bedrijfsresultaten over het boekjaar en over het vorige boekjaar:
  A. Een uitsplitsing van de netto-omzet (post I.A.) naar categorie bedrijfsactiviteit en naar geografische markten, voor zover deze categorieën en markten, vanuit het oogpunt van de organisatie van de verkoop van goederen en de verlening van diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting, onderling aanzienlijke verschillen te zien geven.
  B. Wat betreft het lidgeld, de schenkingen, legaten en subsidies (post I. D.), een uitsplitsing van de verschillende bestanddelen van de post, tenzij een dergelijke uitsplitsing niet relevant is ten aanzien van het beginsel waarvan sprake in artikel 3:1.
  C. wat personeel en personeelskosten betreft:
  1° de volgende gegevens over het boekjaar en over het vorig boekjaar met betrekking tot de werknemers waarvoor de VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring (onmiddellijke aangifte van tewerkstelling) heeft ingediend bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de volgende gegevens over het boekjaar en over het vorig boekjaar met betrekking tot de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, en verbonden met de VZW, IVZW of stichting door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst:
  a) het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;
  b) het gemiddelde personeelsbestand berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 1:28, § 5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  c) het aantal gepresteerde uren berekend overeenkomstig boek 4, titel 4, van onderhavig besluit.
  2° een uitsplitsing van de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (post II.C.) naar volgend schema:
  a) bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen;
  b) patronale bijdragen voor sociale verzekeringen;
  c) patronale premies voor buitenwettelijke verzekeringen;
  d) andere personeelskosten;
  e) pensioenen;
  3° de voorzieningen voor pensioenen (toevoegingen +; bestedingen en terugnemingen -);
  D. wat betreft de waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (post II.E.) het respectievelijk bedrag van de geboekte waardeverminderingen eensdeels, en van de terugnemingen van waardeverminderingen anderdeels, uitgesplitst naar:
  1° voorraden en bestellingen in uitvoering;
  2° handelsvorderingen;
  E. wat de voorzieningen voor risico's en kosten betreft (post II.F.), een uitsplitsing van het bedrag naar toevoegingen eensdeels en bestedingen en terugnemingen anderdeels;
  F. wat de andere bedrijfskosten betreft (post II.G.) een uitsplitsing naargelang het belastingen en taksen op de bedrijfsuitoefening zijn of andere kosten;
  G. de volgende gegevens over het boekjaar en het vorige boekjaar met betrekking tot de uitzendkrachten en de ter beschikking van de VZW, IVZW of stichting gestelde personen:
  1° het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;
  2° het gemiddelde aantal berekend in voltijdse equivalenten op dezelfde wijze als die gebruikt voor de werknemers waarvoor de VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, het gemiddelde aantal berekend in voltijdse equivalenten op dezelfde wijze als die gebruikt voor de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister.
  XIII.
  De volgende gegevens betreffende de financiële resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar:
  A. wat de andere financiële opbrengsten betreft (post IV.C.), een uitsplitsing van de overige financiële opbrengsten die onder deze post werden opgenomen, indien het belangrijke bedragen betreft;
  B. wat de kosten van schulden betreft (post V.A.), het bedrag van de geactiveerde interesten;
  C. wat betreft de waardeverminderingen op vlottende activa (post V.B.), het respectievelijk bedrag van de waardeverminderingen en van de terugnemingen van waardeverminderingen;
  D. wat de andere financiële kosten betreft (post V.C.), het bedrag van het disconto ten laste van de VZW, IVZW of stichting bij de verhandeling van vorderingen (handelseffecten, facturen en andere vorderingen), het bedrag van de gevormde, aangewende en teruggenomen voorzieningen met financieel karakter alsmede een uitsplitsing van de overige onder deze post opgenomen kosten, indien het om belangrijke bedragen gaat.
  XIV.
  Wat de niet-recurrente resultaten betreft, indien het om belangrijke bedragen gaat, een uitsplitsing van:
  A. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (post I. F.) in:
  1° Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa;
  2° Terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten;
  3° Meerwaarden bij de realisatie van immateriële en materiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten.
  B. Niet-recurrente bedrijfskosten (post II. I.) in:
  1° Niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa;
  2° Voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten;
  3° Minderwaarden bij de realisatie van immateriële en materiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente bedrijfskosten;
  5° Als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten (-).
  C. Niet-recurrente financiële opbrengsten (post IV. D.) in:
  1° Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa;
  2° Terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten;
  3° Meerwaarden bij realisatie van financiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente financiële opbrengsten.
  D. Niet-recurrente financiële kosten (post V. D.) in:
  1° Waardeverminderingen op financiële vaste activa;
  2° Voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten;
  3° Minderwaarden bij realisatie van financiële vaste activa;
  4° Andere niet-recurrente financiële kosten;
  5° Als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente financiële kosten.
  XV.
  Wat de belastingen op het resultaat betreft (post VIII.), de volgende gegevens:
  A. een uitsplitsing van de belastingen op het resultaat in:
  1° belastingen op het resultaat van het boekjaar, uitgesplitst naar:
  a) verschuldigde of betaalde belastingen en voorheffingen;
  b) geactiveerde overschotten van betaalde belastingen en voorheffingen (-);
  c) geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva);
  2° belastingen op het resultaat van vorige boekjaren uitgesplitst naar:
  a) verschuldigde of betaalde belastingsupplementen;
  b) geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva) of belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd (opgenomen onder post VII van de passiva);
  B. in de mate waarin het resultaat van het boekjaar op belangrijke wijze werd beïnvloed op het stuk van de belastingen, door een verschil tussen de winst vóór belastingen, zoals deze blijkt uit de jaarrekening en de geraamde belastbare winst, worden de belangrijkste oorzaken van dit verschil aangeduid met bijzondere vermelding van deze die voortspruiten uit het tijdverschil tussen de vaststelling van de boekwinst en de fiscale winst;
  C. aanduidingen over de invloed van de niet-recurrente resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar;
  D. in de mate waarin deze informatie belangrijk is om een inzicht te verkrijgen in de financiële positie van de VZW, IVZW of stichting worden inlichtingen verstrekt over de bronnen, op het einde van het boekjaar, van belastinglatenties. In het bijzonder worden als bronnen van actieve belastinglatenties vermeld, de gecumuleerde fiscale verliezen die aftrekbaar zijn van latere belastbare winsten.
  XVI.
  De vermelding van het bedrag, voor het boekjaar en voor het vorige boekjaar, van de andere taksen en belastingen ten laste van derden, waarbij worden onderscheiden:
  A. de belasting over de toegevoegde waarde, de egalisatiebelasting en de speciale taks in rekening gebracht tijdens het boekjaar:
  1° aan de VZW, IVZW of stichting (aftrekbaar);
  2° door de VZW, IVZW of stichting;
  B. de ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van:
  1° bedrijfsvoorheffing;
  2° roerende voorheffing.
  XVII.
  De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
  A. 1. het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de VZW, IVZW of stichting werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de VZW, IVZW of stichting geëndosseerde handelseffecten in omloop, van de door de VZW, IVZW of stichting getrokken of voor aval getekende handelseffecten alsmede het maximumbedrag ten belope waarvan andere verplichtingen van derden door de VZW, IVZW of stichting zijn gewaarborgd;
  2. het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de VZW, IVZW of stichting werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
  - wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
  - wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
  - wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat de gestelde of de onherroepelijke beloofde zekerheden betreft op nog door de VZW, IVZW of stichting te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs;
  3. de goederen en waarden gehouden door derden in hun naam maar ten bate en op risico van de VZW, IVZW of stichting, voorzover deze goederen en waarden niet in de balans zijn opgenomen;
  4. de belangrijke verplichtingen tot aan- of verkoop van vaste activa, uitgesplitst naar verplichtingen tot aankoop en verplichtingen tot verkoop;
  5. het bedrag van de termijnverrichtingen, met afzonderlijke vermelding van het bedrag van de gekochte (te ontvangen) goederen, van de verkochte (te leveren) goederen, van de gekochte (te ontvangen) deviezen en van de verkochte (te leveren) deviezen;
  B. inlichtingen betreffende de technische waarborgen verbonden met reeds gepresteerde verkopen of diensten;
  C. het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld;
  D. indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de VZW, IVZW of stichting is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de VZW, IVZW of stichting heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de VZW, IVZW of stichting zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend;
  E. de aard en de financiële gevolgen van materiële gebeurtenissen die zich na balansdatum hebben voorgedaan en die niet in de resultatenrekening of balans worden weergegeven;
  F. verplichtingen betreffende de aan- of verkoopverbintenissen die de VZW, IVZW of stichting als optieschrijver van call- en putopties heeft.
  XVIII.
  Aard en zakelijk doel van buitenbalans regelingen.
  De aard en het zakelijke doel van de regelingen van de VZW's, IVZW's en stichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, en de financiële gevolgen van deze regelingen voor de VZW's, IVZW's of stichting, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de VZW, IVZW of stichting.
  XIX.
  Een staat over de betrekkingen met verbonden entiteiten, geassocieerde vennootschappen en vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat. Voor de verbonden entiteiten wordt zowel voor het afgesloten boekjaar als voor het vorige boekjaar vermeld:
  1. het bedrag van de financiële vaste activa waarbij worden onderscheiden de deelnemingen, de achtergestelde vorderingen en de andere vorderingen;
  2. het bedrag van de vorderingen respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;
  3. de geldbeleggingen met een onderscheid tussen aandelen en vorderingen;
  4. het bedrag van de schulden respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;
  5. het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door de VZW, IVZW of stichting werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van verbonden entiteiten alsmede het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door verbonden entiteiten werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van de VZW, IVZW of stichting;
  6. de andere betekenisvolle financiële verplichtingen;
  7. de financiële resultaten waarbij worden onderscheiden inzake de opbrengsten:
  - de opbrengsten uit financiële vaste activa,
  - de opbrengsten uit vlottende activa,
  - de andere financiële opbrengsten;
  en inzake de kosten:
  - de kosten van schulden,
  - de andere financiële kosten;
  8. de meer- en minderwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van vaste activa;
  9. De omzet, het lidgeld, de schenkingen, de legaten en subsidies alsook de andere bedrijfsopbrengsten.
  De vermeldingen bedoeld onder 1., 2., 4., 5. en 6. moeten eveneens worden verstrekt voor de geassocieerde vennootschappen.
  De vermeldingen bedoeld onder 1., 2. en 4. moeten eveneens worden verstrekt voor de vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
  XX.
  Transacties met verbonden partijen buiten normale marktvoorwaarden
  VZW's, IVZW's of stichtingen dienen de transacties met verbonden partijen, met inbegrip van het bedrag van dergelijke transacties, de aard van de betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over de transacties die nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van de VZW, IVZW of stichting, te vermelden indien dergelijke transacties van enige betekenis zijn, gelet op het beginsel waarvan sprake in artikel 3:1, en niet onder normale marktvoorwaarden en daarenboven niet conform de voorwaarden die passen binnen het in de statuten omschreven doel van de VZW, IVZW of stichting, zijn verricht. Informatie over individuele transacties kan overeenkomstig de aard daarvan worden samengevoegd, behalve wanneer gescheiden informatie nodig is voor het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van transacties met verbonden partijen voor de financiële positie van de VZW, IVZW of stichting.
  XXI.
  Financiële betrekkingen met bestuurders en commissarissen
  A. De volgende gegevens over bestuurders:
  - het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de rente en de duur van deze vorderingen, de belangrijkste voorwaarden en de eventuele afgeloste bedragen of bedragen waarvan werd afgezien;
  - het bedrag van de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en van de ten laste van de resultatenrekening toegekende pensioenen, respectievelijk aan bestuurders en aan oud-bestuurders, voor zover deze vermelding niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van een enkel identificeerbaar persoon.
  De gegevens bedoeld achter het eerste streepje van het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de VZW, IVZW of stichting rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden entiteiten zijn in de zin van dit besluit, alsmede in het voordeel van de andere entiteiten die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de achter het eerste streepje van het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.
  B. De volgende gegevens over de commissaris en over de personen met wie hij verbonden is:
  - de bezoldiging van de commissaris;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de VZW, IVZW of stichting door de commissaris, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de VZW, IVZW of stichting door personen met wie de commissaris verbonden is, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de vermeldingen vereist in toepassing van artikel 3:64, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  XXII.
  De volgende gegevens betreffende het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde.
  In geval van niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor de financiële instrumenten: voor iedere categorie afgeleide financiële instrumenten, voor het boekjaar en het vorig boekjaar, een overzicht van de omvang en de aard van de instrumenten, het ingedekte risico en een vergelijking tussen de boekwaarde en de reële waarde van de instrumenten indien een dergelijke waarde kan worden bepaald middels een van de in artikel 3:173. B. voorgeschreven methoden.
  Voor financiële vaste activa die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde: de boekwaarde en de reële waarde van de afzonderlijke activa, dan wel van passende groepen van deze afzonderlijke activa en de redenen waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Art. 3:164. L'annexe des comptes annuels complets contient les informations complémentaires suivantes :
  I.
  Un état des frais d'établissement (rubrique I de l'actif) mentionnant leur valeur comptable nette au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (nouveaux frais engagés, amortissements, autres), ainsi que la valeur comptable nette au terme de l'exercice, ventilée entre :
  - Frais de constitution, frais d'émission d'emprunts et autres frais d'établissement;
  - Frais de restructuration.
  II.
  Un état des immobilisations incorporelles (rubrique II de l'actif), ventilant celles-ci entre :
  - Frais de développement;
  - Concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et droits similaires;
  - Goodwill;
  - Acomptes versés;
  et mentionnant pour chacun de ces postes les indications prévues aux litteras a), c) et d) de l'état n° III ci-dessous.
  III.
  Un état des immobilisations corporelles (rubrique III de l'actif) ventilant celles-ci entre :
  - Terrains et constructions (III.A);
  - Installations, machines et outillage (III.B);
  - Mobilier et matériel roulant (III.C);
  - Location-financement et droits similaires (III.D);
  - Autres immobilisations corporelles (III.E);
  - Immobilisations en cours et acomptes versés (III.F);
  et mentionnant pour chacun de ces postes :
  a) en valeur d'acquisition, le montant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (acquisitions, y compris la production immobilisée, cessions et désaffectations, transferts d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice;
  b) les plus-values existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (plus-values actées, acquises de tiers, annulées, transférées d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces plus-values;
  c) les amortissements et réductions de valeur existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (amortissements et réductions de valeur actés à charge du compte de résultats, repris en compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces amortissements et réductions de valeur;
  d) la valeur comptable nette en fin d'exercice.
  Pour les droits dont la société dispose en vertu de contrats de location-financement et de contrats similaires, la valeur comptable nette en fin d'exercice est ventilée entre : terrains et constructions; installations, machines et outillage; mobilier et matériel roulant;
  e) la ventilation entre les immobilisations dont l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a la pleine propriété, mais dont elle ne peut user ou disposer librement en raison de contraintes qui lui sont imposées.
  IV.
  Un état des immobilisations financières (rubrique IV de l'actif) ventilant celles-ci :
  A. d'une part, entre :
  - Participations dans des sociétés liées (IV.A.1);
  - Autres participations (IV.B.1);
  - Autres actions ou parts (IV.C.1);
  et mentionnant pour chacun de ces postes, les indications prévues aux litteras a), b), c) et d) de l'état n° III, ci-dessus, ainsi que, quant aux montants non appelés, le montant au terme de l'exercice précédent, le total des mutations de l'exercice ainsi que le montant en fin d'exercice;
  B. d'autre part, entre :
  - Créances sur entreprises liées (IV.A.2);
  - Créances sur autres entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation (IV.B.2);
  - Autres créances (IV.C.2);
  et mentionnant pour chacun de ces postes, la valeur comptable nette au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (additions, remboursements, réductions de valeur actées et reprises, différences de change, autres), la valeur comptable en fin d'exercice, ainsi que le montant des réductions de valeur cumulées en fin d'exercice.
  V.
  A. La liste des sociétés dans lesquelles l'ASBL, l'AISBL ou la fondation détient une participation, ainsi que des autres sociétés dans lesquelles l'ASBL, l'AISBL ou la fondation détient des droits sociaux représentant 10 pc au moins du capital souscrit ou du nombre d'actions ou parts émises.
  Pour chacune de ces sociétés sont indiqués : le nom, le siège et s'il s'agit d'une société de droit belge, le numéro d'entreprise attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises, le nombre de droits sociaux détenus directement par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation et le pourcentage que cette détention représente, ainsi que le pourcentage de droits sociaux détenus par les filiales de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation; le montant des capitaux propres et le résultat net du dernier exercice dont les comptes annuels sont disponibles. Le nombre et le pourcentage des droits sociaux détenus sont, le cas échéant, mentionnés par catégories différentes de droits sociaux émis. Les mêmes informations sont données en ce qui concerne les droits de conversion et de souscription détenus directement ou indirectement.
  Le montant des capitaux propres et le montant du résultat net du dernier exercice dont les comptes annuels sont disponibles peuvent ne pas être mentionnés si la société concernée n'est pas tenue de rendre ces indications publiques.
  Le montant des capitaux propres et du résultat net des sociétés étrangères est exprimé en monnaie étrangère; cette monnaie est mentionnée.
  B. La liste des entités dont l'ASBL, l'AISBL ou la fondation répond de manière illimitée en qualité d'associé ou de membre indéfiniment responsable.
  Pour chacune de ces entités sont indiqués le nom, le siège, la forme légale et s'il s'agit d'une entité de droit belge, le numéro d'entreprise attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises.
  Les comptes annuels de chacune de ces entités sont joints à ceux de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation et publiés en même temps que ceux-ci. Cette disposition ne s'applique toutefois pas, moyennant mention :
  1° si les comptes annuels de cette entité font l'objet en Belgique d'une publicité conforme à celle prescrite pour les comptes annuels des sociétés ou des ASBL, AISBL et fondations;
  2° s'il s'agit d'une société simple.
  C. La liste des autres entités liées.
  Pour chacune de ces entités sont indiqués le nom, le siège, la forme légale et s'il s'agit d'une entité de droit belge, le numéro d'entreprise attribué par la Banque-Carrefour des Entreprises.
  VI.
  Les placements de trésorerie (rubrique VIII. de l'actif) sont ventilés entre :
  - actions et parts, avec mention explicite du montant non appelé;
  - titres à revenu fixe, avec mention distincte des titres émis par des établissements de crédit;
  - compte à terme sur les établissements de crédit, ventilés selon que leur durée résiduelle ou la durée de leur préavis est de un mois au plus, se situe entre plus d'un mois et un an au plus, ou est de plus d'un an;
  - métaux précieux et oeuvres d'art.
  Les chiffres correspondants de l'exercice précédent sont mentionnés.
  VII.
  Quant aux comptes de régularisation (rubrique X. de l'actif), une ventilation de ce poste si celui-ci représente un montant important.
  VIII.
  Un état relatif à la composition des fonds de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation (rubrique I. du passif) et leurs modifications au cours de l'exercice ainsi qu'un aperçu des fonds affectés (rubrique IV. [1 du passif]1) mentionnant les règles d'évaluation adoptées pour la détermination du montant affecté.
  IX.
  Quant aux Provisions (rubrique VII. du passif), une ventilation des postes " VII. A. 5. Autres risques et charges " et " VII. B. Provisions pour subsides et legs à rembourser et pour dons avec droit de reprise ", si ceux-ci représentent un montant important.
  X.
  Un état des dettes comportant :
  A. une ventilation, par poste prévu à la rubrique VIII. du passif, des dettes à l'origine à plus d'un an, selon que leur durée résiduelle est d'un an au plus, de plus d'un an mais de cinq ans au plus, ou de plus de cinq ans;
  B. le montant des dettes (rubriques VIII. et IX. du passif) ou de la partie de ces dettes qui sont garanties :
  1° par les pouvoirs publics belges;
  2° par des sûretés réelles sur les actifs de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, constituées ou irrévocablement promises.
  Ne sont pas mentionnées parmi les dettes garanties, les dettes assorties d'un privilège, sauf en ce qui concerne le privilège du vendeur. La réserve de propriété est assimilée à une garantie réelle. Ne sont toutefois pas assimilés à une garantie réelle : la clause résolutoire expresse, l'engagement de ne pas aliéner certains biens ou de ne pas les grever de droits réels au profit de tiers ou encore de ne pas constituer de sûretés réelles sur ceux-ci sans l'accord d'un créancier.
  Les montants visés sub 1° et 2° sont ventilés par poste prévu aux rubriques VIII. et IX. du passif, mais sans distinction selon leur terme.
  C. 1. En ce qui concerne les dettes fiscales, salariales et sociales (rubrique IX.E. du passif), le montant des dettes échues (que des délais de paiement aient ou non été obtenus), envers :
  a) des administrations fiscales;
  b) l'Office National de Sécurité Sociale.
  2. En ce qui concerne les impôts (rubrique IX.E.1. du passif), une ventilation entre les impôts à payer et les dettes fiscales estimées.
  Les renseignements visés sub A et B, 1° et 2°, du présent tableau ainsi que ceux visés au tableau XVII, A.2. peuvent être remplacés par une énumération des dettes à plus d'un an et des dettes assorties de garanties, en mentionnant pour chacune d'elles la nature de la dette selon les rubriques du bilan, son échéance et les garanties dont elle est assortie.
  XI.
  Quant aux comptes de régularisation (rubrique X. du passif), une ventilation de ce poste si celui-ci représente un montant important.
  XII.
  Les indications suivantes relatives aux résultats d'exploitation de l'exercice et de l'exercice précédent:
  A. Une ventilation du chiffre d'affaires net (rubrique I.A.) par catégorie d'activité ainsi que par marché géographique, dans la mesure où, du point de vue de l'organisation de la vente des produits et de la prestation des services relevant des activités ordinaires de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, ces catégories et marchés diffèrent entre eux de façon considérable.
  B. Quant aux cotisations, dons, legs et subsides (rubrique I.D.), une ventilation des différentes composantes de la rubrique à moins qu'une telle ventilation ne soit pas pertinente au regard du principe prévu à l'article 3:1.
  C. quant au personnel et aux frais de personnel :
  1° les données suivantes, relatives à l'exercice et à l'exercice précédent, au sujet des travailleurs pour lesquels l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA (déclaration immédiate de l'emploi) de l'Office national de Sécurité sociale (ONSS) conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, les données suivantes, relatives à l'exercice et à l'exercice précédent, au sujet des travailleurs inscrits au registre général du personnel et liés à l'ASBL, l'AISBL ou la fondation par un contrat de travail ou par un contrat de premier emploi :
  a) le nombre total à la date de clôture de l'exercice;
  b) l'effectif moyen du personnel calculé en équivalents temps plein conformément à l'article 1:28, § 5, du Code des sociétés et des associations;
  c) le nombre d'heures prestées calculées conformément au livre 4, titre 4 du présent arrêté.
  2° la ventilation des rémunérations, charges sociales et pensions (rubrique II.C.) selon le schéma suivant :
  a) rémunérations et avantages sociaux directs;
  b) cotisations patronales d'assurances sociales;
  c) primes patronales pour assurances extra-légales;
  d) autres frais de personnel;
  e) pensions;
  3° les provisions pour pensions (dotations +, utilisations et reprises -);
  D. quant aux réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales (rubrique II.E.), le montant respectif des réductions de valeur actées d'une part, des reprises de réductions de valeur, d'autre part, afférentes :
  1° aux stocks et aux commandes en cours d'exécution;
  2° aux créances commerciales;
  E. quant aux provisions pour risques et charges (rubrique II.F), une ventilation entre le montant des constitutions de provisions et celui des utilisations et des reprises de provisions;
  F. quant aux autres charges d'exploitation (rubrique II.G.), une ventilation selon qu'il s'agit d'impôts et de taxes relatifs à l'exploitation ou d'autres charges.
  G. les indications suivantes relatives à l'exercice et à l'exercice précédent au sujet du personnel intérimaire et des personnes mises à la disposition de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation :
  1° le nombre total à la date de clôture de l'exercice;
  2° le nombre moyen calculé en équivalents temps plein de la même façon que celle utilisée pour les travailleurs pour lesquels l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, le nombre moyen calculé en équivalents temps plein de la même façon que celle utilisée pour l'inscription des travailleurs dans le registre général du personnel.
  XIII.
  Les indications suivantes relatives aux résultats financiers de l'exercice et de l'exercice précédent :
  A. quant aux autres produits financiers (rubrique IV.C.), une ventilation des autres produits financiers portés sous cette rubrique s'ils représentent des montants importants;
  B. quant aux charges des dettes (rubrique V.A.), le montant des intérêts portés à l'actif;
  C. quant aux réductions de valeur sur actifs circulants (rubrique V.B.), le montant respectif des réductions de valeur et des reprises de réductions de valeur;
  D. Quant aux autres charges financières (rubrique V.C.), le montant de l'escompte à charge de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation sur la négociation de créances (effets de commerce, factures et autres créances), le montant des provisions à caractère financier constituées utilisées et reprises, ainsi qu'une ventilation des autres charges portées sous cette rubrique, si elles représentent des montants importants.
  XIV.
  Quant aux résultats non récurrents, si ces postes représentent des montants importants, une ventilation des :
  A. Produits d'exploitation non récurrents (rubrique I.F.) :
  1° Reprises d'amortissements et de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles;
  2° Reprises de provisions pour risques et charges d'exploitation non récurrents;
  3° Plus-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles et corporelles;
  4° Autres produits d'exploitation non récurrents.
  B. Charges d'exploitation non récurrentes (rubrique II.I.) :
  1° Amortissements et réductions de valeur non récurrents sur frais d'établissement et sur immobilisations incorporelles et corporelles;
  2° Provisions pour risques et charges d'exploitation non récurrents;
  3° Moins-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles et corporelles;
  4° Autres charges d'exploitation non récurrentes;
  5° Charges d'exploitation non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-).
  C. Produits financiers non récurrents (rubrique IV.D.) :
  1° Reprises de réductions de valeur sur immobilisations financières;
  2° Reprises de provisions pour risques et charges financiers non récurrents;
  3° Plus-values sur réalisation d'immobilisations financières;
  4° Autres produits financiers non récurrents.
  D. Charges financières non récurrentes (rubrique V.D.) :
  1° Réductions de valeur sur immobilisations financières;
  2° Provisions pour risques et charges financiers non récurrents;
  3° Moins-values sur réalisation d'immobilisations financières;
  4° Autres charges financières non récurrentes;
  5° Charges financières non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration.
  XV.
  Quant aux impôts sur le résultat (rubrique VIII.)
  A. une ventilation des impôts sur le résultat, en distinguant :
  1° en ce qui concerne les impôts sur le résultat de l'exercice :
  a) les impôts et précompte dus ou versés;
  b) l'excédent de versements d'impôts ou de précompte porté à l'actif (-);
  c) les suppléments d'impôts estimés (portés à la rubrique IX.E.1. du passif);
  2° et en ce qui concerne les impôts sur le résultat d'exercices antérieurs :
  a) les suppléments d'impôts dus ou versés;
  b) les suppléments d'impôts estimés (portés à la rubrique IX.E.1. du passif) ou provisionnés (portés à la rubrique VII. du passif);
  B. dans la mesure où le résultat de l'exercice est influencé de manière sensible au niveau des impôts par une disparité entre le bénéfice, avant impôts, exprimé dans les comptes et le bénéfice taxable estimé, les principales sources de cette disparité avec mention particulière de celles découlant de décalages dans le temps entre le bénéfice comptable et le bénéfice fiscal;
  C. des indications sur l'influence des résultats non récurrents sur le montant des impôts sur le résultat de l'exercice;
  D. dans la mesure où ces indications sont importantes pour l'appréciation de la situation financière de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, des indications relatives à l'état, en fin d'exercice, des sources de latences fiscales. Seront notamment indiquées au titre de latences fiscales actives, les pertes fiscales cumulées, déductibles des bénéfices taxables ultérieurs.
  XVI.
  L'indication du montant, pour l'exercice et pour l'exercice précédent, des autres taxes et impôts à charge de tiers en distinguant :
  A. le montant total des taxes sur la valeur ajoutée, des taxes d'égalisation et des taxes spéciales portées en compte, pendant l'exercice :
  1° à l'ASBL, l'AISBL ou la fondation (déductible);
  2° par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation;
  B. les montants retenus à charge de tiers, au titre de:
  1° précompte professionnel;
  2° précompte mobilier.
  XVII.
  Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
  A. 1. le montant des garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour sûreté de dettes ou d'engagements de tiers, avec mention séparée des effets de commerce en circulation endossés par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, des effets de commerce en circulation tirés ou avalisés par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, ainsi que du montant maximum à concurrence duquel d'autres dettes ou engagements de tiers sont garanties par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation;
  2. le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation sur ses actifs propres, pour sûreté respectivement de ses dettes et engagements propres et des dettes et engagements de tiers, en mentionnant :
  - quant aux hypothèques (y compris l'hypothèque sur des immeubles dont la construction a commencé, ou même est seulement projetée), la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription. Pour les mandats irrévocables d'hypothéquer, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à prendre inscription en vertu du mandat;
  - quant au gage sur fonds de commerce, le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie et qui fait l'objet de l'enregistrement. Pour les mandats irrévocables de mise en gage d'un fonds de commerce, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à procéder à l'enregistrement en vertu du mandat;
  - quant aux gages constitués sur d'autres actifs (y compris la réserve de propriété) et aux mandats irrévocables de mise en gage d'autres actifs, la valeur comptable des actifs grevés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant aux sûretés constituées ou irrévocablement promises sur actifs futurs, le montant des actifs concernés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant au privilège du vendeur, la valeur comptable du bien vendu et le montant du prix non payé;
  3. s'ils ne sont pas portés au bilan, les biens et valeurs détenus par des tiers en leur nom mais aux risques et profits de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation;
  4. les engagements importants d'acquisition ou de cession d'immobilisations, ventilés entre les engagements d'acquisition et les engagements de cession;
  5. le montant des marchés à terme, avec mention séparée du montant des marchandises achetées (à recevoir), des marchandises vendues (à livrer) des devises achetées (à recevoir) et des devises vendues (à livrer);
  B. des indications relatives aux garanties techniques attachées à des ventes ou des prestations déjà effectuées;
  C. le montant, la nature et la forme des litiges importants et des autres engagements importants non visés ci-dessus;
  D. si les membres du personnel ou les dirigeants de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation bénéficient d'un régime complémentaire de pension de retraite ou de survie, une description succincte de ce régime et des mesures prises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour couvrir la charge qui en résultera. En ce qui concerne les pensions, dont le service incombe à l'ASBL, l'AISBL ou la fondation elle-même, le montant des engagements qui résultent pour elle de prestations déjà effectuées fait l'objet d'une estimation dont les bases et méthodes sont énoncées de manière succincte.
  E. la nature et l'impact financier des événements significatifs postérieurs à la date de clôture du bilan qui ne sont pas pris en compte dans le compte de résultats ou le bilan;
  F. les engagements relatifs aux engagements d'achats ou de vente dont l'ASBL, l'AISBL ou la fondation dispose comme émetteur d'options de vente ou d'achat.
  XVIII.
  Nature et objectif commercial des opérations non inscrites au bilan.
  La nature et l'objectif commercial des opérations non inscrites au bilan et leur impact financier pour l'ASBL, l'AISBL et la fondation, à condition que les risques ou les avantages découlant de ces opérations soient significatifs et dans la mesure où la divulgation des risques ou avantages soit nécessaire pour l'appréciation de la situation financière de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  XIX.
  Un tableau relatif aux relations avec les entités liées, sociétés associées et sociétés avec lesquelles il existe un lien de participation. Les données suivantes sont mentionnées pour les entités liées, mentionnant pour l'exercice clôturé et pour l'exercice précédent :
  1. le montant des immobilisations financières en distinguant les participations, les créances subordonnées et les autres créances;
  2. le montant des créances respectivement à plus d'un an et à un an au plus;
  3. les placements de trésorerie en distinguant les actions et les créances;
  4. les dettes respectivement à plus d'un an et à un an au plus;
  5. le montant des garanties personnelles et réelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour sûreté de dettes ou d'engagement d'entités liées, ainsi que le montant des garanties personnelles et réelles constituées ou irrévocablement promises par des entités liées pour sûreté de dettes ou d'engagements de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation;
  6. les autres engagements financiers significatifs;
  7. les résultats financiers en distinguant quant aux produits :
  - les produits des immobilisations financières,
  - les produits des actifs circulants,
  - les autres produits financiers;
  et quant aux charges :
  - les charges des dettes,
  - les autres charges financières;
  8. les plus et les moins-values réalisées sur la cession d'actifs immobilisés;
  9. Le chiffre d'affaires, les cotisations, dons, legs et subsides ainsi que les autres produits d'exploitation.
  Les mentions prévues aux numéros 1., 2., 4., 5. et 6. doivent également être fournies en ce qui concerne les sociétés associées.
  Les mentions prévues aux numéros 1., 2. et 4. doivent également être données en ce qui concerne les sociétés avec lesquelles il existe un lien de participation.
  XX.
  Transactions avec des parties liées effectuées dans des conditions autres que celles du marché
  Les ASBL, AISBL et fondations sont tenues de mentionner les transactions contractées avec des parties liées, y compris le montant de telles transactions, la nature des rapports avec la partie liée, ainsi que toute autre information sur les transactions qui serait nécessaire pour obtenir une meilleure compréhension de la position financière de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation si ces transactions sont significatives, vu le principe prévu à l'article 3:1, et qu'elles sont effectuées dans les conditions autres que celles du marché et qu'en outre elles ne sont pas réalisées conformément aux conditions qui s'inscrivent dans le cadre de l'objet de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation défini dans les statuts. Les informations sur les différentes transactions peuvent être agrégées en fonction de leur nature, sauf lorsque des informations distinctes sont nécessaires pour comprendre les effets des transactions avec des parties liées sur la situation financière de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  XXI.
  Relations financières avec les administrateurs et les commissaires
  A. Les indications suivantes relatives aux administrateurs :
  - le montant en fin d'exercice des créances existant à leur charge, avec indication du taux d'intérêt et de la durée de ces créances, des conditions essentielles et des montants éventuellement remboursés, annulés ou auxquels il a été renoncé, ainsi que les garanties constituées en leur faveur, et les autres engagement significatifs souscrits en leur faveur;
  - le montant des rémunérations directes et indirectes et des pensions attribuées, à charge du compte de résultats, respectivement aux administrateurs et aux anciens administrateurs, pour autant que cette mention ne porte pas à titre exclusif ou principal sur la situation d'une seule personne identifiable.
  Les indications prévues au premier tiret de l'alinéa 1er doivent également être données quant aux créances, garanties et engagements significatifs consentis en faveur de personnes physiques ou morales qui contrôlent directement ou indirectement l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, mais ne constituent pas au sens du présent titre des entités liées, ainsi qu'en faveur des autres entités contrôlées directement ou indirectement par les personnes susvisées. Ces indications peuvent être données par addition aux indications prévues au premier tiret de l'alinéa 1er.
  B. Les indications suivantes relatives au commissaire et aux personnes avec lesquelles il est lié:
  - les émoluments du commissaire;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation par le commissaire, selon les catégories suivantes : autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation par des personnes avec lesquelles le commissaire est lié, selon les catégories suivantes : autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les mentions requises en application de l'article 3:64, § 2, du Code des sociétés et des associations.
  XXII.
  Les indications suivantes relatives à la non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur.
  En cas de non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur pour les instruments financiers : pour chaque catégorie d'instruments financiers dérivés, pour l'exercice et l'exercice précédent, un aperçu du volume et de la nature des instruments, le risque couvert et une comparaison entre la valeur comptable et la juste valeur des instruments si cette valeur peut être déterminée grâce à l'une des méthodes prescrites à l'article 3:173. B.
  Pour les immobilisations financières comptabilisées pour un montant supérieur à leur juste valeur: la valeur comptable et la juste valeur des actifs, pris isolément ou regroupés de manière adéquate et les raisons pour lesquelles la valeur comptable n'a pas été réduite et notamment les éléments qui permettent de supposer que la valeur comptable sera recouvrée.
  
Onderafdeling 3. - Jaarrekening in verkorte vorm.
Sous-section 3. - Comptes annuels abrégés
1. Schema van de balans
1. Schéma du bilan.
Art. 3:165. De balans wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 7.
Art. 3:165. Le bilan est établi conformément au schéma repris à l'annexe 7.
2. Schema van de resultatenrekening.
2. Schéma du compte de résultats.
Art. 3:166. De resultatenrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema opgenomen in bijlage 7.
Art. 3:166. Le compte de résultats est établi conformément au schéma repris à l'annexe 7.
3. Inhoud van de toelichting.
3. Contenu de l'annexe.
Art. 3:167. De toelichting bij het verkorte schema van de jaarrekening bevat de hierna vermelde aanvullende gegevens:
  I.
  Een staat van de vaste activa (rubrieken II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële, en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat:
  a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en van het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  b) uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  d) wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  e) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
  Wat betreft, de materiële vaste activa, omvat de toelichting tevens, indien van materieel belang, de uitsplitsing tussen de bestanddelen waarvan de VZW, IVZW of stichting de volle eigendom heeft, maar die ze niet vrij mag gebruiken of waarover ze niet vrij kan beschikken omwille van opgelegde eisen.
  II.
  Een staat met betrekking tot de samenstelling van de fondsen van de VZW, IVZW of stichting (post I. van het passief) en de wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar en een overzicht van de bestemde fondsen (post IV. van het passief) die de waarderingsregels vermeldt die werden gekozen om het bestemde bedrag te bepalen.
  III.
  Een staat met betrekking tot de voorzieningen met daarin een uitsplitsing van de voorzieningen voor terug te betalen subsidies en legaten en voor schenkingen met terugnemingsrecht, wanneer onder deze post een belangrijk bedrag voorkomt.
  IV.
  Een staat van de schulden, die vermeldt:
  A. een uitsplitsing van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naar gelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;
  B. het bedrag van de schulden (posten VIII. en IX. van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door:
  1° Belgische overheidsinstellingen;
  2° zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de VZW, IVZW of stichting.
  De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijke ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
  De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.
  De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B., 1° en 2° van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A., 2° van staat VI. mogen worden verstrekt via een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden, met vermelding voor elke schuld van haar aard (overeenkomstig de balansposten), haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.
  V.
  De volgende gegevens met betrekking tot het personeel en de personeelskosten:
  het gemiddelde personeelsbestand van het boekjaar en het vorig boekjaar, berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 1:28, § 5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met betrekking tot de werknemers waarvoor de VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, en verbonden met de vereniging of stichting door een arbeidsovereenkomst of een startbaanovereenkomst.
  VI.
  De volgende gegevens betreffende de resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar:
  A. het bedrag en de aard van de opbrengsten of kosten van uitzonderlijke omvang of uitzonderlijke mate van voorkomen, zoals opgenomen onder de niet-recurrente bedrijfs- of financiële resultaten;
  B. het bedrag van de geactiveerde interesten.
  VII.
  De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
  A. 1° het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de VZW, IVZW of stichting werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden en verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de VZW, IVZW of stichting overgedragen en door haar geëndosseerde wissels;
  2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de VZW, IVZW of stichting werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
  - wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
  - wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
  - wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat de gestelde of onherroepelijk beloofde zekerheden betreft op nog door de vereniging of stichting te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs;
  B. het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld;
  C. indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de VZW, IVZW of stichting is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de VZW, IVZW of stichting heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de VZW, IVZW of stichting zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.
  VIII.
  Wat de aard en het zakelijk doel van buitenbalansregelingen betreft: de aard en het doel van de regelingen van de VZW, IVZW of stichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, mits de risico's of voordelen die uit dergelijke regelingen voortvloeien van enige betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke risico's of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de financiële positie van de VZW, IVZW of stichting.
  IX.
  Wat verbonden entiteiten of geassocieerde vennootschappen betreft, de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel.
  X.
  A. Wat bestuurders betreft, het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de rente en de duur van deze vorderingen, de belangrijkste voorwaarden en de eventuele afgeloste bedragen of bedragen waarvan werd afgezien.
  De gegevens bedoeld in het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de VZW, IVZW of stichting rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden entiteiten zijn in de zin van deze titel, alsmede in het voordeel van de andere entiteiten die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.
  B. Wat de commissaris en de personen met wie hij verbonden is, betreft:
  - de bezoldiging van de commissaris;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de VZW, IVZW of stichting door de commissaris, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten;
  - de bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de VZW, IVZW of stichting door personen met wie de commissaris verbonden is, volgens de volgende categorieën: andere controle-opdrachten, belastingadviesopdrachten, en andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten.
  XI.
  Transacties die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn aangegaan tussen de VZW, IVZW of stichting en de leden van de leidinggevende, de toezichthoudende of de bestuursorganen.
Art. 3:167. L'annexe des comptes annuels abrégés contient les informations complémentaires suivantes :
  I.
  Un état des immobilisations (rubriques II, III et IV de l'actif) mentionnant, respectivement pour les immobilisations incorporelles, les immobilisations corporelles et les immobilisations financières, les indications suivantes :
  a) en valeur d'acquisition, le montant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (acquisitions, y compris la production immobilisée, cessions et désaffectations, transferts d'une rubrique à une autre, ainsi que pour les immobilisations financières les autres mutations) ainsi que le montant en fin d'exercice;
  b) sauf pour les immobilisations incorporelles, les plus-values existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (plus-values actées, acquises de tiers, annulées, transférées d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces plus-values;
  c) les amortissements et réductions de valeur existant au terme de l'exercice précédent, les mutations de l'exercice (amortissements et réductions de valeur actés à charge des résultats, repris en compte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre), ainsi que le montant en fin d'exercice de ces amortissements et réductions de valeur;
  d) les montants non appelés sur immobilisations financières au terme de l'exercice précèdent, les mutations de l'exercice, ainsi que les montants en fin d'exercice;
  e) la valeur comptable nette en fin d'exercice.
  En ce qui concerne les immobilisations corporelles, l'annexe comprend également, si elle est d'importance significative, la ventilation entre les immobilisations dont l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a la pleine propriété, mais dont elle ne peut user ou disposer librement en raison de contraintes qui lui sont imposées.
  II.
  Un état relatif à la composition des fonds de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation (rubrique I. du passif) et leurs modifications au cours de l'exercice ainsi qu'un aperçu des fonds affectés (rubrique I. du passif) mentionnant les règles d'évaluation adoptées pour la détermination du montant affecté.
  III.
  Un état des provisions avec une ventilation des provisions pour subsides et legs à rembourser et pour dons et legs avec droit de reprise, si ce poste représente un montant important.
  IV.
  Un état des dettes comportant :
  A. une ventilation des dettes à l'origine à plus d'un an, selon que leur durée résiduelle est d'un an au plus, de plus d'un an mais de cinq ans au plus, ou de plus de cinq ans;
  B. le montant des dettes (rubriques VIII et IX du passif) ou de la partie de ces dettes qui sont garanties :
  1° par les pouvoirs publics belges;
  2° par des sûretés réelles sur les actifs de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, constituées ou irrévocablement promises.
  Ne sont pas mentionnées parmi les dettes garanties, les dettes assorties d'un privilège, sauf en ce qui concerne le privilège du vendeur. La réserve de propriété est assimilée à une garantie réelle. Ne sont toutefois pas assimilés à une garantie réelle : la clause résolutoire expresse, l'engagement de ne pas aliéner certains biens ou de ne pas les grever de droits réels au profit de tiers ou encore de ne pas constituer de sûretés réelles sur ceux-ci sans l'accord d'un créancier.
  Les montants visés sub 1° et 2° sont ventilés par poste prévu aux rubriques VIII et IX du passif, mais sans distinction selon leur terme.
  Les renseignements visés sub A et B, 1° et 2°, du présent tableau ainsi que ceux visés au tableau VI, A., 2° peuvent être remplacés par une énumération des dettes à plus d'un an et des dettes assorties de garanties, en mentionnant pour chacune d'elles la nature de la dette (selon les rubriques du bilan), son échéance et les garanties dont elle est assortie.
  V.
  Les indications suivantes concernant le personnel et les frais de personnel :
  l'effectif moyen du personnel de l'exercice et de l'exercice précédent, calculé en équivalents temps plein conformément à l'article 1:28, § 5, du Code des sociétés et des associations, au sujet des travailleurs pour lesquels l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, des travailleurs inscrits au registre général du personnel et liés à la société par un contrat de travail ou par un contrat de premier emploi.
  VI.
  Les indications suivantes relatives aux résultats de l'exercice et de l'exercice précédent :
  A. le montant et la nature des éléments de produits ou charges de taille ou d'incidence exceptionnelle, tels que repris parmi les résultats financiers ou d'exploitation non récurrents;
  B. le montant des intérêts portés à l'actif.
  VII.
  Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
  A. 1° le montant des garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour sûreté de dettes ou d'engagements de tiers, avec mention séparée des effets de commerce cédés par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation sous son endos;
  2° le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation sur ses actifs propres, pour sûreté respectivement de ses dettes et engagements propres et des dettes et engagements de tiers, en mentionnant :
  - quant aux hypothèques (y compris l'hypothèque sur des immeubles dont la construction a commencé, ou même est seulement projetée), la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription. Pour les mandats irrévocables d'hypothéquer, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à prendre inscription en vertu du mandat;
  - quant au gage sur fonds de commerce, le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie et qui fait l'objet de l'enregistrement. Pour les mandats irrévocables de mise en gage d'un fonds de commerce, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à procéder à l'enregistrement en vertu du mandat;
  - quant aux gages constitués sur d'autres actifs (y compris la réserve de propriété) et aux mandats irrévocables de mise en gage d'autres actifs, la valeur comptable des actifs grevés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant aux sûretés constituées ou irrévocablement promises sur actifs futurs, le montant des actifs concernés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant au privilège du vendeur, la valeur comptable du bien vendu et le montant du prix non payé;
  B. le montant, la nature et la forme des litiges importants et des autres engagements importants non visés ci-dessus;
  C. si les membres du personnel ou les dirigeants de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation bénéficient d'un régime complémentaire de pension de retraite ou de survie, une description succincte de ce régime et des mesures prises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour couvrir la charge qui en résultera. En ce qui concerne les pensions, dont le service incombe à l'ASBL, l'AISBL ou la fondation elle-même, le montant des engagements qui résultent pour elle de prestations déjà effectuées fait l'objet d'une estimation dont les bases et méthodes sont énoncées de manière succincte.
  VIII.
  Quant à la nature et à l'objectif commercial des opérations non inscrites au bilan : la nature et l'objectif commercial des opérations non inscrites au bilan, à condition que les risques ou les avantages découlant de ces opérations soient significatifs et dans la mesure où la divulgation des risques ou avantages soit nécessaire pour l'appréciation de la situation financière de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  IX.
  Quant aux entités liées ou aux sociétés associées, les garanties constituées en leur faveur et les autres engagements significatifs souscrits en leur faveur.
  X.
  A. Quant aux administrateurs, le montant en fin d'exercice des créances existant à leur charge, ainsi que les garanties constituées en leur faveur et les autres engagements significatifs souscrits en leur faveur avec mention des conditions de taux et de durée de ces créances, les conditions essentielles et les montants éventuellement remboursés, annulés ou auxquels il a été renoncé.
  Les indications prévues à l'alinéa 1er doivent également être données quant aux créances, garanties et engagements significatifs consentis en faveur de personnes physiques ou morales qui contrôlent directement ou indirectement l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, mais qui ne constituent pas au sens du présent titre, des entités liées, ainsi qu'en faveur des autres entités contrôlées directement ou indirectement par les personnes susvisées. Ces indications peuvent être données par addition aux indications prévues à l'alinéa 1er.
  B. Quant au commissaire et aux personnes avec lesquelles il est lié :
  - les émoluments du commissaire;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation par le commissaire, selon les catégories suivantes : autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale;
  - les émoluments pour prestations exceptionnelles ou missions particulières accomplies au sein de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation par des personnes avec lesquelles le commissaire est lié, selon les catégories suivantes : autres missions d'attestation, missions de conseils fiscaux, et autres missions extérieures à la mission révisorale.
  XI.
  Les transactions contractées directement ou indirectement entre l'ASBL, l'AISBL ou la fondation et les membres des organes de direction, de surveillance ou d'administration.
Onderafdeling 4. - Microschema van de jaarrekening
Sous-section 4. - Microschéma des comptes annuels
1. Schema van de balans.
1. Schéma du bilan.
Art. 3:168. De balans van het microschema van de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema van de balans van de jaarrekening in verkorte vorm, zoals opgenomen in bijlage 7.
Art. 3:168. Le bilan du microschéma des comptes annuels est établi conformément au schéma du bilan des comptes annuels abrégés, tel que repris dans l'annexe 7.
2. Schema van de resultatenrekening.
2. Schéma du compte de résultats.
Art. 3:169. De resultatenrekening van het microschema van de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig het schema van de resultatenrekening van de jaarrekening in verkorte vorm, zoals opgenomen in bijlage 7.
Art. 3:169. Le compte de résultats du microschéma des comptes annuels est établi conformément au schéma du compte de résultats des comptes annuels abrégés, tel que repris dans l'annexe 7.
3. Inhoud van de toelichting.
3. Contenu de l'annexe.
Art. 3:170. In de toelichting bij het microschema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:
  I.
  Een staat van de vaste activa (rubrieken II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat:
  a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en van het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  b) uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  d) wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;
  e) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar.
  Wat de materiële vaste activa betreft, indien van materieel belang, de uitsplitsing tussen de bestanddelen waarvan de VZW, IVZW of stichting de volle eigendom heeft, maar die ze niet vrij mag gebruiken of waarover ze niet vrij kan beschikken omwille van opgelegde eisen.
  II.
  A. De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen:
  1° het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de VZW, IVZW of stichting werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden en verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de VZW, IVZW of stichting overgedragen en door haar geëndosseerde wissels;
  2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de VZW, IVZW of stichting werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen:
  - wat de hypotheken (met inbegrip van de hypotheek op activa waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is) betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving. Voor de onherroepelijke mandaten tot hypothekeren, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat inschrijving mag nemen;
  - wat het pand op het handelsfonds betreft, het maximumbedrag waarvoor de schuld is gewaarborgd en waarvoor registratie plaatsvindt. Voor de onherroepelijke mandaten tot verpanding van het handelsfonds, het bedrag waarvoor de volmachthebber krachtens het mandaat tot registratie mag overgaan;
  - wat het pand op andere activa (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) of de onherroepelijke mandaten tot verpanding van andere activa betreft de boekwaarde van de bezwaarde activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat de gestelde of onherroepelijk beloofde zekerheden betreft op nog door de VZW, IVZW of stichting te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa en het maximumbedrag waarvoor de schuld gewaarborgd is;
  - wat het voorrecht van de verkoper betreft, de boekwaarde van het verkochte goed en het bedrag van de niet betaalde prijs.
  Het voorrecht van de verkoper en het eigendomsvoorbehoud worden gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid. Worden daarentegen niet gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid: het uitdrukkelijke ontbindend beding, de verbintenis om bepaalde goederen niet te vervreemden, niet te belasten met zakelijke rechten ten voordele van derden, of er geen zakelijke zekerheid op te stellen zonder de instemming van een schuldeiser.
  B. Het bedrag, de aard en de vorm van belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld. Het bedrag en de aard van verplichtingen jegens verbonden entiteiten of geassocieerde vennootschappen worden afzonderlijk vermeld.
  C. Indien ten behoeve van de personeels of directieleden van de VZW, IVZW of stichting is voorzien in een aanvullend rust of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de VZW, IVZW of stichting heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de VZW, IVZW of stichting zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.
  III.
  Het bedrag van de aan de leden van de leidinggevende, de toezichthoudende of de bestuursorganen verleende voorschotten en kredieten, met vermelding van de interestvoet, de belangrijkste voorwaarden en de eventueel afgeloste of afgeschreven bedragen of bedragen waarvan werd afgezien, alsmede ten behoeve van de betrokken personen aangegane garantieverplichtingen van welke aard ook, met opgave van een totaalbedrag voor elke genoemde groep.
Art. 3:170. L'annexe des comptes annuels selon le microschéma contient les informations complémentaires suivantes :
  I.
  Un état des immobilisations (rubriques II, III et IV de l'actif) mentionnant, respectivement pour les immobilisations incorporelles, les immobilisations corporelles et les immobilisations financières, les indications suivantes :
  a) le montant de la valeur d'acquisition en fin de l'exercice précédent, leurs mouvements au cours de l'exercice (acquisitions, y compris les immobilisations produites, transferts et mises hors service, transferts d'une rubrique à une autre, ainsi que les autres mouvements pour les immobilisations financières) et le montant de ces mouvements en fin de l'exercice;
  b) les immobilisations incorporelles exceptées, le montant des plus-values en fin de l'exercice précédent, leurs mouvements au cours de l'exercice (plus-values actées, plus-values acquises de tiers, plus-values annulées, transferts d'une rubrique à une autre), et le montant de ces mouvements en fin de l'exercice;
  c) le montant des amortissements et les réductions de valeur en fin de l'exercice précédent, leurs mouvements au cours de l'exercice (actés ou repris via le comte de résultats, acquis de tiers, annulés, transférés d'une rubrique à une autre), et le montant de ces mouvements en fin de l'exercice;
  d) en ce qui concerne les immobilisations financières, les montants non appelés en fin de l'exercice précèdent, leurs mouvements au cours de l'exercice ainsi que les montants en fin d'exercice;
  e) le montant de la valeur comptable nette en fin d'exercice.
  En ce qui concerne les immobilisations corporelles, l'annexe comprend également, s'ils sont d'importance significative, la ventilation entre les immobilisations dont l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a la pleine propriété, mais dont elle ne peut user ou disposer librement en raison de contraintes qui lui sont imposées.
  II.
  A. Les indications suivantes relatives aux droits et engagements hors bilan :
  1° le montant des garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour sûreté de dettes ou d'engagements de tiers, avec mention séparée des effets de commerce en circulation endossés par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation;
  2° le montant des garanties réelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation sur ses actifs propres, pour sûreté respectivement de ses dettes et engagements propres et des dettes et engagements de tiers, en mentionnant :
  - quant aux hypothèques (y compris l'hypothèque sur des immeubles dont la construction a commencé, ou même est seulement projetée), la valeur comptable des immeubles grevés et le montant de l'inscription. Pour les mandats irrévocables d'hypothéquer le montant pour lequel le mandataire est autorisé à prendre inscription en vertu du mandat;
  - quant au gage sur fonds de commerce, le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie et qui fait l'objet de l'enregistrement. Pour les mandats irrévocables de mise en gage d'un fonds de commerce, le montant pour lequel le mandataire est autorisé à procéder à l'enregistrement en vertu du mandat;
  - quant aux gages constitués sur d'autres actifs (y compris la réserve de propriété) et aux mandats irrévocables de mise en gage d'autres actifs, la valeur comptable des immeubles grevés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant aux sûretés constituées ou irrévocablement promises sur actifs futurs, le montant des actifs concernés et le montant maximum à concurrence duquel la dette est garantie;
  - quant au privilège du vendeur, la valeur comptable du bien vendu et le montant du prix non payé.
  Le privilège du vendeur et la réserve de propriété sont assimilés à une sûreté réelle. Ne sont toutefois pas assimilés à une garantie réelle : la clause résolutoire expresse, l'engagement de ne pas aliéner certains biens ou de ne pas les grever de droits réels au profit de tiers ou encore de ne pas constituer de sûretés réelles sur ceux-ci sans l'accord d'un créancier.
  B. Le montant, la nature et la forme des litiges importants et des autres engagements importants non visés ci-dessus. Le montant et la nature d'engagements envers des entités liées ou des sociétés associées sont mentionnés de façon distincte.
  C. Si les membres du personnel ou les dirigeants de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation bénéficient d'un régime complémentaire de pension de retraite ou de survie, une description succincte de ce régime et des mesures prises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour couvrir la charge qui en résultera. En ce qui concerne les pensions, dont le service incombe à l'ASBL, l'AISBL ou la fondation elle-même, le montant des engagements qui résultent pour elle de prestations déjà effectuées fait l'objet d'une estimation dont les bases et méthodes sont énoncées de manière succincte.
  III.
  Le montant des rémunérations allouées au titre de l'exercice aux membres des organes d'administration, de gestion ou de surveillance à raison de leurs fonctions, avec indication du taux d'intérêt, des conditions essentielles et des montants éventuellement remboursés, annulés ou auxquels il a été renoncé, ainsi que tout engagement né ou contracté en matière de pensions de retraite à l'égard des anciens membres des organes précités, avec indication du total pour chaque catégorie d'organes.
Onderafdeling 5. - Inhoud van bepaalde rubrieken
Sous-section 5. - Contenu de certaines rubriques
1. Inhoud van bepaalde rubrieken van de balans.
1. Contenu de certaines rubriques du bilan.
Art. 3:171. § 1. De inhoud van bepaalde rubrieken van het actief worden als volgt gedefinieerd:
  I. Oprichtingskosten
  Onder die post worden vermeld, voor zover zij niet op een andere wijze ten laste van de resultatenrekening van het lopende boekjaar worden gebracht, de kosten verbonden met de oprichting, de verdere ontwikkeling of de herstructurering van de VZW, IVZW of stichting, in het bijzonder de kosten van oprichting, de kosten bij uitgifte van leningen, en de herstructureringskosten.
  II. Immateriële vaste activa
  In die rubriek worden geboekt:
  a) de kosten van ontwikkeling;
  b) de concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten;
  c) de goodwill;
  d) de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa.
  Onder kosten van ontwikkeling moet worden verstaan de kosten van vervaardiging en ontwikkeling van prototypes en van producten, uitvindingen en knowhow, die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de toekomstige activiteiten van de VZW, IVZW of stichting.
  Onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten moet worden verstaan enerzijds de octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan de VZW, IVZW of stichting eigenares is, anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, evenals de aanschaffingswaarde van het recht van de VZW, IVZW of stichting om van derden dienstverleningen van knowhow te verkrijgen, wanneer die rechten door de vereniging ten bezwarende titel werden verworven.
  Onder goodwill dient voor de toepassing van dit besluit de prijs te worden verstaan betaald voor de verwerving van een onderneming of van een bedrijfsafdeling voor zover die hoger is dan de nettowaarde van de actief- minus passiefbestanddelen van de verworven onderneming of branche.
  III. Materiële vaste activa
  III. A. Terreinen en gebouwen
  In die rubriek worden opgenomen de bebouwde en onbebouwde terreinen, de constructies daarop evenals de inrichting daarvan, waarvan de VZW, IVZW of stichting eigenares is en die duurzaam voor haar bedrijfsuitoefening worden aangewend.
  Worden eveneens onder die rubriek opgenomen, de andere zakelijke rechten die de VZW, IVZW of stichting bezit op een onroerend goed dat zij bestemd heeft om duurzaam te worden gebruikt voor de bedrijfsuitoefening wanneer de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald.
  III. D. Leasing en soortgelijke rechten
  Onder die post worden opgenomen:
  1° de gebruiksrechten op lange termijn op bebouwde onroerende goederen waarover de VZW, IVZW of stichting beschikt op grond van erfpacht, opstal, leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, naast de rente en de kosten van de verrichting, ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het gebouw heeft geïnvesteerd;
  2° de gebruiksrechten op roerende goederen waarover de VZW, IVZW of stichting beschikt op grond van leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, verhoogd met het bedrag dat moet worden betaald bij optielichting indien de nemer een koopoptie bezit, naast de rente en de kosten van de verrichting ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd. Het bedrag dat moet worden betaald om een koopoptie te lichten, komt evenwel enkel in aanmerking als het ten hoogste vijftien procent vertegenwoordigt van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd.
  Met een prijs voor het lichten van de in het 2° bedoelde koopoptie, binnen de voormelde beperking van vijftien procent, wordt de kapitaalfractie gelijkgesteld van de contractueel bedongen vergoeding in geval van gebruik van een mogelijkheid om de verrichting te verlengen.
  Met een in het 1° en 2° bedoelde termijn wordt het bedrag gelijkgesteld, voor zover bepaald:
  a) dat de nemer verschuldigd is voor de verwerving van de zakelijke rechten die de gever bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer de nemer er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven;
  b) dat de gever van een derde moet ontvangen voor de overdracht van de zakelijke rechten die hij bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer deze derde er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven.
  III. E. Overige materiële vaste activa
  In die rubriek worden de onroerende goederen opgenomen die worden aangehouden als onroerende reserve, de woongebouwen, de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa, evenals de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve wanneer de uit deze contracten voortvloeiende vorderingen geboekt worden in de rubrieken V en VII.
  Indien de enige, de voornaamste of een belangrijke activiteit van de VZW, IVZW of stichting erin bestaat om roerende en/of onroerende goederen in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht te geven, worden deze goederen niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk vermeld onder de rubriek "Terreinen en gebouwen", "Installaties, machines en uitrusting" of "Meubilair en rollend materieel".
  De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd met het oog op herverkoop worden niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk onder de voorraden vermeld.
  De kosten voor inrichting van gehuurde gebouwen worden eveneens in deze rubriek vermeld, voor zover ze niet ten laste werden genomen van de resultatenrekening van het lopende boekjaar.
  IV. Financiële vaste activa
  IV. A. Verbonden entiteiten
  § 1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
  Entiteit:
  1° de vennootschap en het Europees economisch samenwerkingsverband;
  2° de openbare instelling die een statutaire opdracht van commerciële, financiële of industriële aard uitvoert;
  3° de instelling die niet is bedoeld in de punten 1° en 2°, die al dan niet een eigen rechtspersoonlijkheid bezit en die met of zonder winstoogmerk een commerciële, financiële of industriële activiteit uitoefent;
  4° elk ander organisme dat een eigen rechtspersoonlijkheid heeft.
  Entiteit verbonden met een VZW, IVZW of stichting: de entiteit die verbonden is met een VZW, IVZW of stichting in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Worden daarenboven, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed verbonden entiteiten te zijn: de entiteiten waarvan het bestuursorgaan voor ten minste de meerderheid uit dezelfde personen zijn samengesteld, alsmede de entiteiten waarvan de zetel of de exploitatiezetel op hetzelfde adres gevestigd is, alsook de entiteiten waartussen duurzame en relevante, rechtstreekse of onrechtstreekse banden bestaan op het vlak van administratieve, financiële of logistieke bijstand, dan wel van bijstand inzake human resources of infrastructuur.
  Moederonderneming: de vennootschap of entiteit die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of entiteit banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  Dochteronderneming: de vennootschap of entiteit die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of entiteit banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  Gemeenschappelijke dochteronderneming: de vennootschap of entiteit die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of entiteit banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:18, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  § 2. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van een consortium wanneer tussen vennootschappen of entiteiten die niet de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, banden bestaan zoals bedoeld in artikel 1:19 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  § 3. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van deelneming wanneer een VZW, IVZW of stichting vennootschapsrechten in een vennootschap bezit in de zin van artikel 1:22 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  IV. B. Vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
  Voor de toepassing van deze titel wordt onder vennootschap waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, een niet verbonden vennootschap verstaan waarmee een VZW, IVZW of stichting banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:23 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  IV. A. 2. Vorderingen op verbonden entiteiten
  IV. B. 2. Vorderingen op vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
  In die onderrubrieken worden geboekt de vorderingen op verbonden entiteiten of op vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, ongeacht de contractuele looptijd, de oorsprong of de vorm ervan, wanneer die vorderingen tot doel hebben de activiteit van deze ondernemingen duurzaam te steunen.
  IV. C. Andere financiële vaste activa
  IV. C. 1. Aandelen
  Deze post omvat de maatschappelijke rechten in andere entiteiten die geen deelneming vormen en die ertoe strekken door het scheppen van een duurzame en specifieke band met die entiteiten de eigen bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting te bevorderen.
  IV. C. 2. Vorderingen en borgtochten in contanten
  Onder die post worden opgenomen:
  a) de vorderingen, al dan niet belichaamd in effecten, bestemd voor een duurzame ondersteuning van de bedrijfsuitoefening van andere entiteiten dan die bedoeld onder de posten IV. A. en IV. B.;
  b) de borgtochten in contanten gestort als doorlopende waarborg, onder meer aan openbare besturen of nutsbedrijven.
  V. Vorderingen op meer dan één jaar
  Onder die post worden opgenomen de vorderingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar, die binnen twaalf maanden vervallen, worden uit die post gelicht en, al naar het geval, onder post VII. A. of VII. B. opgenomen.
  Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.
  De pro rata van opbrengsten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
  De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III. D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V. B. opgenomen.
  Worden ook onder subpost V.B. geboekt, de vorderingen van de VZW, IVZW of stichting die voortvloeien uit de uitoefening van de terugnemingsrechten, verbonden met de schenkingen gedaan door de VZW, IVZW of stichting.
  VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering
  VI. A. 1. Grond- en hulpstoffen
  Onder die post worden opgenomen de toeleveringen van grond- en hulpstoffen.
  VI. A. 2. Goederen in bewerking
  De kosten die moeten worden toegerekend aan bestellingen in uitvoering worden niet onder deze post opgenomen maar wel onder post VI. B.
  VI. A. 4. Handelsgoederen
  Die post omvat de goederen ingekocht om zonder bewerking of na een lichte bewerking te worden verkocht.
  VI. B. Bestellingen in uitvoering
  Onder die post worden opgenomen:
  a) het onderhanden werk dat voor rekening van een derde op bestelling wordt uitgevoerd en waarvoor nog geen oplevering is geschied;
  b) de goederen in bewerking die voor rekening van een derde op bestelling worden gemaakt en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om seriewerk;
  c) dienstprestaties die voor rekening van een derde op bestelling worden uitgevoerd en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om een standaardtype van dienstprestaties.
  VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
  In deze rubriek worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt, evenals de vorderingen of de gedeelten van vorderingen die oorspronkelijk op langer dan één jaar luidden doch die binnen twaalf maanden vervallen.
  Leden 2 en 3 van de omschrijving van rubriek "V. Vorderingen op meer dan één jaar" zijn van overeenkomstige toepassing op de vorderingen op ten hoogste één jaar.
  Onder post "B. Overige vorderingen" worden onder meer de door belastingdiensten terug te betalen belastingen vermeld.
  Worden ook onder subpost VII.B. geboekt, de vorderingen van de VZW, IVZW of stichting die voortvloeien uit de uitoefening van de terugnemingsrechten, verbonden met de schenkingen gedaan door de VZW, IVZW of stichting.
  VIII. Geldbeleggingen
  VIII. B. Overige beleggingen
  Onder die post worden opgenomen de vorderingen op kredietinstellingen, uit termijndeposito's, alsmede de met beleggingsdoeleinden verkregen effecten die niet het kenmerk hebben van financiële vaste activa, de verworven edele metalen, met de bedoeling deze op korte of middellange termijn opnieuw te verkopen. De aandelen in verbonden entiteiten of in vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, mogen niet onder deze post worden opgenomen, tenzij het om effecten gaat die zijn verkregen of waarop is ingeschreven met het oog op de wederafstand daarvan, of tenzij ze, krachtens een beslissing van de VZW, IVZW of stichting, bestemd zijn om binnen twaalf maanden te worden gerealiseerd.
  IX. Liquide middelen
  De liquide middelen omvatten, behalve de kasmiddelen en de te incasseren vervallen waarden, alleen de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen.
  X. Overlopende rekeningen
  Naast de bedragen bedoeld in artikel 3:55 worden onder deze post opgenomen:
  a) de over te dragen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar maar die ten laste van een of meerdere volgende boekjaren moeten worden gebracht;
  b) de verworven opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar.
  § 2. De inhoud van bepaalde rubrieken van het passief wordt als volgt gedefinieerd:
  I. Fondsen van de VZW, IVZW of stichting
  Onder fondsen van de VZW, IVZW of stichting moet het totaal worden verstaan van, enerzijds, het beginvermogen, met name het vermogen van de VZW, IVZW of stichting op de eerste dag van het eerste boekjaar waarvoor de bepalingen van dit besluit gelden, en, anderzijds, de permanente financiering, met name de schenkingen, de legaten en subsidies die uitsluitend bestemd zijn om duurzaam bij te dragen tot de activiteit van de VZW, IVZW of stichting.
  Negatieve fondsen van de VZW, IVZW of stichtingen kunnen worden gecompenseerd met een positief resultaat van de VZW, IVZW of stichting.
  III. Herwaarderingsmeerwaarden
  Onder herwaarderingsmeerwaarden moeten worden verstaan de in de rekeningen bijgeschreven, niet gerealiseerde meerwaarden op vaste activa overeenkomstig artikel 3:35.
  Mogen eveneens onder deze post worden opgenomen: de terugnemingen van waardeverminderingen geboekt op immateriële vaste activa en op materiële vaste activa zonder beperkte gebruiksduur.
  VI. Kapitaalsubsidies
  Deze post omvat de kapitaalsubsidies [1 ...]1 voor investeringen in vaste activa, na aftrek, in voorkomend geval, van de uitgestelde belastingen op deze subsidies; deze uitgestelde belastingen worden opgenomen in de passiefpost "VII. B. Uitgestelde belastingen".
  Deze subsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar post "IV. C. Andere financiële opbrengsten", volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden verkregen of, in voorkomend geval, ten belope van het saldo, bij realisatie of buitengebruikstelling van de betrokken vaste activa.
  De kapitaalsubsidies die niet afhankelijk zijn van een investering in vaste activa worden bij de verkrijging geboekt onder post "I. D. Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies ".
  VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten
  1° Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
  Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die door de VZW, IVZW of stichting werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen inzake rust- en overlevingspensioenen, werkloosheid met bedrijfstoeslag en andere pensioenen en renten die zij ten opzichte van haar actuele of gewezen personeels- of directieleden heeft aangegaan.
  2° Belastingen
  Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die werden gevormd met het oog op belastingverplichtingen die uit een wijziging in de belastbare basis of in de berekening van de belasting kunnen voortvloeien.
  VII. B. Voorzieningen voor terug te betalen subsidies en legaten en voor schenkingen met terugnemingsrecht.
  Deze post omvat de voorzieningen die worden gevormd om de terugbetalingsverplichting voor subsidies, legaten en schenkingen te dekken waartoe de VZW, IVZW of stichting is gehouden indien de schenkers of de legatarissen hun terugnemingsrecht uitoefenen.
  VII. C. Uitgestelde belastingen.
  Deze post omvat uitsluitend:
  a) de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies [1 ...]1 voor investeringen in vaste activa;
  b) de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa en op effecten die zijn uitgegeven door de Belgische openbare sector ingeval de belasting op deze meerwaarden is uitgesteld;
  c) de naar latere boekjaren uitgestelde buitenlandse belastingen van dezelfde aard als de sub a) en b) bedoelde belastingen.
  VIII. Schulden op meer dan één jaar.
  Onder die post worden de schulden opgenomen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar. De schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar die binnen de twaalf maanden vervallen worden uit deze rubriek gelicht en overgebracht naar rubriek IX. A.
  Worden hier onder de overeenkomstige post geboekt de te betalen kosten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van kosten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
  De verplichtingen die voortvloeien uit achtergestelde leningen, obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, worden vermeld onder de daarvoor bestemde posten, ook al zijn zij aangegaan jegens kredietinstellingen of leveranciers of worden zij door een handelseffect vertegenwoordigd.
  Onder de schulden ten aanzien van kredietinstellingen worden onder meer opgenomen de orderbriefjes (promessen) die door de VZW, IVZW of stichting werden onderschreven op naam of aan de order van een kredietinstelling, alsmede de schulden aan kredietinstellingen uit hoofde van bankaccepten die door de VZW, IVZW of stichting in omloop werden gebracht, ook al vinden zij hun oorsprong in de aankoop van goederen en diensten.
  De schulden vertegenwoordigd door een wissel of een orderbriefje worden slechts onder de post "B. 2. Te betalen wissels" opgenomen, wanneer zij hun oorsprong vinden in de aankoop van goederen of diensten.
  IX. Schulden op ten hoogste één jaar
  De leden 2 tot 5 van de omschrijving van rubriek "VIII. Schulden op meer dan één jaar" zijn van overeenkomstige toepassing.
  X. Overlopende rekeningen
  Naast de bedragen bedoeld in artikel 3:45, § 2, worden onder die post opgenomen:
  a) de toe te rekenen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die pas in een later boekjaar zullen worden betaald maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar;
  b) de over te dragen opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, doch die betrekking hebben op een later boekjaar.
  
Art. 3:171. § 1er. Le contenu de certaines rubriques de l'actif est défini comme suit :
  I. Frais d'établissement
  Sont portés sous cette rubrique, s'ils ne sont pas pris en charge du compte de résultats à un autre titre durant l'exercice en cours, les frais qui se rattachent à la constitution, au développement ou à la restructuration de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, tels que les frais de constitution, les frais d'émission d'emprunts, et les frais de restructurations.
  II. Immobilisations incorporelles
  Sont portés sous cette rubrique :
  a) les frais de développement;
  b) les concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et autres droits similaires;
  c) le goodwill;
  d) les acomptes versés sur immobilisations incorporelles.
  Par frais de développement, il faut entendre les frais de fabrication et de mise au point de prototypes, de produits, d'inventions et de savoir-faire, utiles aux activités futures de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  Par concessions, brevets, licences, savoir-faire, marques et autres droits similaires il y a lieu d'entendre, d'une part, les brevets, licences, savoir-faire, marques et autres droits similaires qui sont la propriété de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, et d'autre part, les droits d'exploitation de biens-fonds, de brevets, licences, marques et droits similaires appartenant à des tiers ainsi que la valeur d'acquisition du droit de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation d'obtenir de tiers des prestations de services de savoir-faire lorsque ces droits ont été acquis à titre onéreux par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  Par goodwill, il y a lieu d'entendre pour l'application du présent arrêté le prix payé pour l'acquisition d'une entreprise ou d'une branche d'activité dans la mesure où celle-ci excède la valeur nette des éléments actifs et passifs qui la composent.
  III. Immobilisations corporelles
  III. A. Terrains et constructions
  Sont inscrits sous cette rubrique les terrains bâtis et non bâtis, les constructions édifiées ainsi que leurs agencements, que l'ASBL, l'AISBL ou la fondation détient en propriété et affectés durablement par elle à son exploitation.
  Sont également inscrits sous cette rubrique les autres droits réels que l'ASBL, l'AISBL ou la fondation détient sur des immeubles affectés durablement par elle à son exploitation, lorsque les canons ou redevances ont été payés par anticipation au début du contrat.
  III. D. Location-financement et droits similaires
  Sont portés sous cette rubrique :
  1° les droits d'usage à long terme sur des immeubles bâtis dont l'ASBL, l'AISBL ou la fondation dispose en vertu de contrats d'emphytéose, de superficie, de location-financement ou de conventions similaires, lorsque les redevances échelonnées dues en vertu du contrat couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur dans la construction;
  2° les droits d'usage sur des biens meubles dont l'ASBL, l'AISBL ou la fondation dispose en vertu de contrats de location-financement ou de conventions similaires, lorsque les redevances échelonnées dues en vertu du contrat, majorées, si le preneur dispose d'une option d'achat, du montant à payer en cas de levée de l'option, couvrent, outre les intérêts et les charges de l'opération, la reconstitution intégrale du capital investi par le donneur dans le bien. Le montant à payer en cas de levée de l'option d'achat n'est toutefois pris en considération que s'il représente quinze pour cent au plus du capital investi par le donneur dans le bien.
  Est assimilée à un prix de levée de l'option d'achat visée au point 2°, dans la limite susvisée de quinze pour cent, la partie en capital des redevances prévues au contrat en cas d'usage d'une faculté de proroger l'opération.
  Est assimilé à une redevance visée aux points 1° et 2°, pour autant qu'il soit déterminé :
  a) le montant dû par le preneur pour l'acquisition des droits réels que le donneur possède sur le bien immeuble ou meuble, lorsque, lors de la conclusion de l'opération, il s'est engagé, éventuellement à l'option d'achat, à acquérir ces droits;
  b) dans le chef du donneur, le montant à recevoir par lui d'un tiers pour la cession des droits réels qu'il possède sur le bien immeuble ou meuble, lorsque, lors de la conclusion de l'opération, ce tiers s'est engagé, éventuellement à l'option du donneur, à acquérir ces droits.
  III.E Autres immobilisations corporelles
  Sont portés sous cette rubrique, les immeubles détenus au titre de réserve immobilière, les immeubles d'habitation, les immobilisations corporelles désaffectées ou retirées de l'exploitation, ainsi que les biens immeubles et meubles donnés en emphytéose, en superficie, en location, en bail commercial ou en bail à ferme, sauf dans la mesure où les créances résultant de ces contrats sont portées sous les rubriques V et VII.
  Lorsque la seule activité, l'activité principale ou une activité importante de l'ASBL, l'AISBL ou la fondation consiste à donner en emphytéose, superficie, location, bail commercial ou bail à ferme des biens meubles et/ou immeubles, ces biens ne seront pas inscrits sous cette rubrique, mais ils seront mentionnés séparément sous la rubrique " Terrains et constructions ", " Installations, machines et outillage " ou " Mobilier et matériel roulant ".
  Les immeubles acquis ou construits en vue de leur revente ne sont pas repris sous cette rubrique, mais sont inscrits d'une manière distincte parmi les stocks.
  Sont également inscrits sous cette rubrique, s'ils n'ont pas été pris en charge du compte de résultats de l'exercice au cours duquel ils ont été exposés, les frais d'aménagement d'immeubles pris en location par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  IV. Immobilisations financières
  IV. A. Entités liées
  § 1er. Pour l'application du présent titre, on entend par :
  Entité :
  1° la société et le groupement européen d'intérêt économique;
  2° l'organisme public qui exerce une mission statutaire à caractère commercial, financier ou industriel;
  3° l'organisme, non visé aux 1° et 2°, doté ou non d'une personnalité juridique propre qui exerce avec ou sans but de lucre une activité à caractère commercial, financier ou industriel;
  4° tout autre organisme doté d'une personnalité juridique propre.
  Entité liée à une ASBL, AISBL ou fondation : l'entité qui se trouve par rapport à une ASBL, AISBL ou fondation dans les liens visés à l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations. Sont en outre présumées, sauf preuve contraire, constituer des entités liées, les entités dont les organes d'administration sont composés en majorité au moins des mêmes personnes, les entités dont le siège social ou d'exploitation est situé à la même adresse ainsi que les entités entre lesquelles existent des liens directs ou indirects durables et significatifs en termes d'assistance administrative ou financière, de logistique, de personnel ou d'infrastructure.
  Entité mère : la société ou l'entité qui n'a pas pris la forme d'une société qui se trouve par rapport à une autre société ou entreprise dans les liens visés à l'article 1:15, 1°, du Code des sociétés et des associations;
  Filiale: la société ou l'entité qui n'a pas pris la forme d'une société qui se trouve par rapport à une autre société ou entreprise dans les liens visés à l'article 1:15, 2°, du Code des sociétés et des associations;
  Filiale commune : la société ou l'entité qui n'a pas pris la forme d'une société qui se trouve par rapport à une autre société ou entreprise dans les liens visés à l'article 1:18, alinéa 2, du Code des sociétés et des associations.
  § 2. Pour l'application du présent titre, il y a consortium lorsqu'il existe entre des sociétés ou entités qui n'ont pas pris la forme d'une société, les liens décrits à l'article 1:19 du Codes des sociétés et des associations.
  § 3. Pour l'application du présent titre, il y a participation lorsqu'une ASBL, AISBL ou fondation détient des droits sociaux dans une société au sens de l'article 1:22 du Code des sociétés et des associations.
  IV. B. Sociétés avec lesquelles il existe un lien de participation
  Pour l'application du présent titre, on entend par société avec laquelle existe un lien de participation, la société non liée avec laquelle une ASBL, AISBL ou fondation a les rapports visés à l'article 1:23 du Code des sociétés et des associations.
  IV. A. 2. Créances sur des entités liées
  IV. B. 2. Créances sur des sociétés avec lesquelles il existe un lien de participation
  Sont portées sous ces sous-rubriques les créances, quels qu'en soient le terme contractuel, l'origine ou la forme, sur des entités liées ou sur des sociétés avec lesquelles il existe un lien de participation, lorsque ces créances ont pour but de soutenir durablement l'activité de ces entreprises.
  IV. C. Autres immobilisations financières
  IV. C. 1. Actions et parts
  Sont classés sous ce poste les droits sociaux détenus dans d'autres entités qui ne sont pas constitutifs d'une participation lorsque cette détention vise, par l'établissement d'un lien durable et spécifique avec ces entreprises, à contribuer à l'activité propre de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  IV. C. 2. Créances et cautionnements en numéraire
  Sont portés sous ce poste :
  a) les créances, incorporées ou non dans des titres, qui ont pour but de soutenir durablement l'activité d'entités autres que celles visées aux rubriques IV.A. et IV.B.;
  b) les cautionnements en numéraire versés au titre de garanties permanentes, notamment auprès d'administrations ou d'entreprises de services publics.
  V. Créances à plus d'un an
  Cette rubrique regroupe les créances qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les créances ou la partie des créances à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées, selon le cas, sous la rubrique VII. A. ou VII. B.
  Sont également classées sous cette rubrique, aux postes correspondants, outre les créances dont le titre juridique est né, les produits à recevoir, nés au cours de l'exercice, ou au cours d'un exercice antérieur, qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique de créance, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estimé avec précision.
  Les prorata de produits sont toutefois portés en comptes de régularisation.
  Les créances résultant pour le propriétaire ou le bailleur de contrats visés sous la rubrique III. D. de l'actif sont portés sous le poste V. B.
  Sont aussi classées sous la sous-rubrique V.B. les créances de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation résultant de l'exercice de droits de reprise attachés à des dons effectués par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  VI. Stocks et commandes en cours d'exécution
  VI. A. 1. Approvisionnements
  Sont portés sous cette rubrique les matières premières et les fournitures.
  VI. A. 2. En cours de fabrication
  Ne sont pas compris sous cette rubrique, les frais exposés imputables à des commandes en cours d'exécution, portées à la rubrique VI. B.
  VI. A. 4. Marchandises
  Cette rubrique comporte les marchandises acquises en vue de leur revente telles quelles ou sous le bénéfice de conditionnements mineurs.
  VI. B. Commandes en cours d'exécution
  Sont portés sous cette rubrique :
  a) les travaux en cours d'exécution, effectués pour compte de tiers en vertu d'une commande, mais non encore réceptionnés;
  b) les produits en cours de fabrication exécutés pour compte de tiers en vertu d'une commande, mais non encore livrés, sauf s'il s'agit de produits qui sont fabriqués en série de façon standardisée;
  c) les services en cours de prestation, exécutés pour compte de tiers en vertu d'une commande, mais non encore livrés, sauf s'il s'agit de services qui sont prestés en série de façon standardisée.
  VII. Créances à un an au plus
  Sont inscrites sous cette rubrique, les créances dont le terme initial est d'un an au plus, ainsi que les créances ou les parties de créances dont le terme initial était supérieur à un an, mais qui viennent à échéance dans les douze mois.
  Les alinéas 2 et 3 de la définition de la rubrique " V. Créances à plus d'un an " sont applicables par analogie aux créances à un an au plus.
  Sont notamment portés sous la rubrique " B. Autres créances ", les impôts récupérables à charge des administrations fiscales.
  Sont aussi classées sous la sous-rubrique VII.B., les créances de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation résultant de l'exercice de droits de reprise attachés à des dons effectués par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  VIII. Placements de trésorerie
  VIII. B. Autres placements
  Sont portées sous cette rubrique les créances en compte à terme sur des établissements de crédit ainsi que les valeurs mobilières acquises au titre de placement de fonds et qui ne revêtent pas le caractère d'immobilisations financières, l'acquisition de métaux précieux, en vue de les vendre à court ou à moyen terme. Les actions et parts détenues dans des entités liées ou dans des sociétés avec lesquelles il existe un lien de participation ne peuvent être portées sous ce poste que s'il s'agit de titres acquis ou souscrits en vue de leur rétrocession ou si, en vertu d'une décision de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, ils sont destinés à être réalisés dans les douze mois.
  IX. Valeurs disponibles
  Les valeurs disponibles ne comprennent, en dehors des encaisses et des valeurs échues à l'encaissement, que les avoirs à vue sur des établissements de crédit.
  X. Comptes de régularisation
  Outre les montants visés à l'article 3:55, ce poste comporte :
  a) les charges à reporter, c'est-à-dire les prorata de charges exposées au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur, mais qui sont à rattacher à un ou plusieurs exercices ultérieurs;
  b) les produits acquis, c'est-à-dire les prorata de produits qui n'échoiront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé.
  § 2. Le contenu de certaines rubriques du passif est défini comme suit :
  I. Fonds de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation
  Par fonds de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, il faut entendre l'agrégat du patrimoine de départ, c'est-à-dire le patrimoine de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation au premier jour du premier exercice comptable auquel s'appliquent les dispositions du présent arrêté et des moyens permanents, à savoir les dons, legs et subsides destinés exclusivement à soutenir durablement l'activité de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  Des fonds négatifs de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation peuvent être compensés avec un résultat positif de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  III. Plus-values de réévaluation
  Par plus-value de réévaluation, il faut entendre les plus-values non réalisées, exprimées dans les comptes sur éléments de l'actif immobilisé, conformément à l'article 3:35.
  Peuvent également être portées sous cette rubrique : les reprises de réductions de valeur actées sur les immobilisations incorporelles et sur les immobilisations corporelles dont l'utilisation n'est pas limitée dans le temps.
  VI. Subsides en capital
  Sont portés sous cette rubrique, les subsides en capital [1 ...]1 en considération d'investissements en immobilisations, sous déduction le cas échéant des impôts différés afférents à ces subsides; ces impôts différés sont portés sous la rubrique du passif " VII. B. Impôts différés ".
  Ces subsides font l'objet d'une réduction échelonnée, par imputation à la rubrique " IV. C. Autres produits financiers ", au rythme de la prise en charge des amortissements afférents aux immobilisations pour l'acquisition desquelles ils ont été obtenus, et le cas échéant, à concurrence du solde, en cas de réalisation ou de mise hors service de ces immobilisations.
  Les subsides en capital dont l'obtention n'est pas rattachée à des investissements en immobilisations, sont lors de leur obtention, imputés à la rubrique " I. D. Cotisations, dons, legs et subsides ".
  VII. A. Provisions pour risques et charges
  1° Pensions et obligations similaires.
  Sont portées sous cette rubrique les provisions constituées par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pour couvrir les pensions de retraite et de survie, le chômage avec complément d'entreprise et autres pensions et rentes dont le paiement lui incombe en vertu d'engagements stipulés en faveur des membres actuels ou anciens membres de son personnel ou en faveur de ses dirigeants ou anciens dirigeants.
  2° Charges fiscales.
  Sont portées sous cette rubrique les provisions constituées pour couvrir les charges fiscales pouvant résulter de la rectification de la base imposable ou du calcul d'impôt.
  VII. B. Provisions pour subsides et legs à rembourser et pour dons avec droit de reprise.
  Sont portées sous cette rubrique les provisions constituées pour couvrir l'obligation de remboursement des subsides, legs et dons à laquelle l'ASBL, l'AISBL ou la fondation pourrait être tenue en cas d'exercice par les donateurs ou les légataires de leur droit de reprise.
  VII. C. Impôts différés.
  Sont exclusivement portés sous cette rubrique :
  a) les impôts différés aux exercices ultérieurs, afférents aux subsides en capital [1 ...]1 en considération d'investissements en immobilisations;
  b) les impôts différés aux exercices ultérieurs afférents aux plus-values réalisées sur immobilisations incorporelles, corporelles et sur titres émis par le secteur public belge, dans les cas où la taxation de ces plus-values est différée;
  c) les impôts étrangers différés aux exercices ultérieurs de même nature que ceux visés sub a) et b).
  VIII. Dettes à plus d'un an.
  Sont classées sous ce poste les dettes qui ont un terme contractuel supérieur à un an. Les dettes ou la fraction des dettes à plus d'un an qui viennent à échéance dans les douze mois sont extraites de cette rubrique et portées sous la rubrique IX. A.
  Sont classées sous cette rubrique, aux rubriques correspondantes, les charges à payer nées au cours de l'exercice ou au cours d'un exercice antérieur qui n'ont pas encore donné naissance à un titre juridique d'endettement, mais dont le montant est déterminé ou susceptible d'être estime avec précision. Les prorata de charges sont toutefois portés en comptes de régularisation.
  Les engagements résultant d'emprunts subordonnés, d'emprunts obligataires, de conventions de location-financement ou de conventions similaires sont inscrits sous les rubriques prévues à cet effet, lors même qu'ils seraient souscrits à l'égard d'établissements de crédit ou de fournisseurs ou seraient incorporés dans des effets de commerce.
  Sont notamment classés parmi les dettes envers les établissements de crédit, les billets à ordre (promesses) souscrits par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation au nom ou à l'ordre d'un établissement de crédit, ainsi que les dettes envers des établissements de crédit du chef d'acceptations bancaires mises en circulation par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, lors même qu'elles trouveraient leur origine dans des achats de biens ou de services.
  Les dettes incorporées dans des lettres de change ou dans des billets à ordre ne sont portées sous la rubrique " B. 2. Effets à payer " que si elles trouvent leur origine dans des achats de biens ou de services.
  IX. Dettes à un an au plus.
  Les alinéas 2 à 5 de la définition de la rubrique " VIII. Dettes à plus d'un an " sont applicables par analogie.
  X. Comptes de régularisation.
  Outre les montants visés à l'article 3:45, § 2, ce poste comporte :
  a) les charges à imputer, c'est-à-dire les prorata de charges qui n'échoiront qu'au cours d'un exercice ultérieur mais qui sont à rattacher à un exercice écoulé;
  b) les produits à reporter, c'est-à-dire les prorata de produits perçus au cours de l'exercice ou d'un exercice antérieur, qui sont à rattacher à un exercice ultérieur.
  
2. Inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening.
2. Contenu de certaines rubriques du compte de résultats.
Art. 3:172. De inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening wordt als volgt gedefinieerd:
  I. A. Omzet (volledig schema)
  Onder omzet wordt verstaan het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden, in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting, onder aftrek van de op de verkoopprijs in de handel toegestane kortingen (afslag, ristorno, rabat); dit bedrag omvat niet de belasting over de toegevoegde waarde, noch enige andere rechtstreeks met de omzet verbonden belasting.
  Onder die post moeten eveneens worden opgenomen de tegemoetkomingen van de overheid in het kader van een tariferingspolitiek als compensatie voor lagere ontvangsten.
  I. E. Andere bedrijfsopbrengsten (volledig schema)
  Onder die post worden de van derden ontvangen en met de bedrijfsuitoefening verbonden opbrengsten opgenomen die:
  a) niet hun oorsprong vinden in een verkoop of een dienstverlening aan derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting, en
  b) niet als een niet-recurrente bedrijfsopbrengst of financiële opbrengst kunnen worden aangemerkt.
  Onder die post worden eveneens opgenomen de meerwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van handelsvorderingen.
  I. F. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (volledig schema) of I. A. B. (verkort en microschema)
  Onder die post worden de opbrengsten opgenomen die een bedrijfskarakter hebben maar geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting:
  1° de terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa. Onder die post worden opgenomen:
  a) de met toepassing van artikel 3:39, § 1, derde lid, en artikel 3:42, § 1, derde lid, verrichte terugnemingen van afschrijvingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt;
  b) de terugnemingen van waardeverminderingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt op immateriële en materiële vaste activa en die te hoog zijn gebleken;
  2° de terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die te hoog zijn gebleken, tenzij het gaat om voorzieningen die werden gevormd voor risico's en kosten die verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting;
  3° de meerwaarden die worden verwezenlijkt bij de realisering van materiële en immateriële vaste activa. Gaat het om materiële vaste activa, dan mogen deze meerwaarden onder de post "I. E. Andere bedrijfsopbrengsten" worden opgenomen wanneer de realisatie kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter ervan;
  4° de andere niet-recurrente bedrijfsopbrengsten.
  II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (volledig schema)
  Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder deze post opgenomen de inkopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen.
  Worden eveneens onder deze post geboekt, de ingekochte diensten, werken en studies, voor zover deze een rechtstreekse invloed hebben op de vervaardigingsprijs van de geproduceerde goederen, de algemene onderaannemingen en de inkopen van onroerende goederen bestemd voor verkoop.
  II. B. Diensten en diverse goederen (volledig schema)
  Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder die post opgenomen de kosten verbonden met de dienstverlening of de levering van goederen door derden in het kader van de bedrijfsuitoefening, tenzij deze kosten onder rubrieken A of C moeten worden geboekt.
  Worden eveneens onder deze post opgenomen, de vergoedingen van uitzendkrachten en ter beschikking van de VZW, IVZW of stichting gestelde personen evenals de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en pensioenen van bestuurders die niet worden toegekend uit hoofde van een arbeidsovereenkomst.
  II. D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa (volledig schema) of I. D. (verkort en microschema)
  Onder die post worden opgenomen de afschrijvingen en de waardeverminderingen die werden geboekt op oprichtingskosten - andere dan de kosten bij uitgifte van leningen en het disagio - en op immateriële en materiële vaste activa tenzij deze afschrijvingen en waardeverminderingen wegens hun uitzonderlijke aard als een niet-recurrente bedrijfskost moeten worden geboekt (post II. I. (volledig schema) of post I. I. (verkort en microschema)).
  De terugnemingen van afschrijvingen of van waardeverminderingen worden niet onder deze post opgenomen maar worden geboekt onder de niet-recurrente bedrijfsopbrengsten (post I. F. (volledig schema) of I. A. B. (verkort of microschema)).
  II. E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -) (volledig schema) of I. E. (verkort of microschema)
  Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen die werden geboekt op voorraden, op bestellingen in uitvoering of op handelsvorderingen bedoeld in de posten V. A. en VII. A. van de balans.
  De terugnemingen van op voorraden of op handelsvorderingen geboekte waardeverminderingen worden op deze post aangerekend. Wat de voorraden betreft, moet deze aanrekening niet geschieden wanneer de toepassing van één van de in artikel 3:21 bedoelde waarderingsmethoden ertoe leidt dat bij de waardebepaling van de uitgaande voorraden wordt rekening gehouden met tijdens vorige boekjaren geboekte waardeverminderingen.
  II. F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) (volledig schema) of I. F. (verkort en microschema)
  Onder die post worden opgenomen:
  a) de voorzieningen gevormd voor bedrijfsrisico's en verplichtingen;
  b) de bestedingen van voorzieningen voor risico's en kosten die vroeger werden gevormd, in zoverre deze risico's en verplichtingen tot bedrijfskosten aanleiding hebben gegeven;
  c) de terugnemingen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd voor gewone bedrijfsrisico's en -verplichtingen van de VZW, IVZW of stichting en die overtollig zijn gebleken.
  II. G. Andere bedrijfskosten (volledig schema) of I. G. (verkort en microschema)
  Onder die post worden de aan derden betaalde of verschuldigde met de bedrijfsuitoefening verbonden kosten opgenomen, die:
  a) niet hun oorsprong vinden in een dienstverlening of een levering door derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting en
  b) niet als een financiële of niet-recurrente bedrijfskost kunnen worden aangemerkt.
  In het bijzonder worden onder die post opgenomen, de belastingen die als een bedrijfskost moeten worden aangemerkt, zoals de onroerende voorheffing, de belasting op de voertuigen, de belasting op drijfkracht of op tewerkgesteld personeel, de accijnsrechten en de uitvoerheffingen.
  Onder die post worden eveneens opgenomen de minderwaarden die werden geboekt bij de realisatie van handelsvorderingen, tenzij deze minderwaarden gelijk zijn aan het disconto; het disconto wordt geboekt onder post "V. C. Andere financiële kosten" (volledig schema).
  II. I. Niet-recurrente bedrijfskosten (volledig schema) of I. I. (verkort en microschema)
  Onder die post worden de kosten opgenomen die een bedrijfskarakter hebben maar geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting:
  1° de niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa: de afschrijvingen en waardeverminderingen bedoeld in artikel 3:6, § 2, artikel 3:39, § 1, tweede lid, en § 2, en artikel 3:42, § 1, tweede lid en § 2;
  2° de voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen). Onder deze post worden de voorzieningen opgenomen die werden gevormd voor risico's en kosten die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting;
  3° de minderwaarden bij de realisatie van materiële en immateriële vaste activa. Onder die post worden de minderwaarden opgenomen die worden geboekt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om immateriële of materiële vaste activa dan moeten deze minderwaarden onder de post "II. G. Andere bedrijfskosten" worden opgenomen wanneer de realisatie kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan;
  4° andere niet-recurrente bedrijfskosten;
  5° de als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten (-).
  I. A. B. Brutomarge (+) (-) (verkort en microschema)
  Deze post uit de resultatenrekening van het verkort en microschema bedoeld in bijlage 7, beantwoordt aan de algebraïsche som van de volgende posten uit het volledig schema van de resultatenrekening:
  I. A. Omzet;
  I. B. Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering;
  I. C. Geproduceerde vaste activa;
  I. D. Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies;
  I. E. Andere bedrijfsopbrengsten;
  I. F. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten;
  II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen;
  II. B. Diensten en diverse goederen;
  IV. B. Opbrengsten uit vlottende activa (volledig schema);
  Onder die post worden opgenomen de opbrengsten (interesten, dividenden, enz.) uit activa opgenomen onder posten V, VII, VIII, IX en X.
  IV. C. Andere financiële opbrengsten (volledig schema)
  Worden onder die post opgenomen:
  1° de meerwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
  2° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
  3° alle opbrengsten van financiële aard die geen verband houden met welbepaalde activa.
  IV. D. Niet-recurrente financiële opbrengsten (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen de terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa, de terugneming van voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten, de meerwaarden bij realisatie van financiële vaste activa en de andere niet-recurrente financiële opbrengsten.
  V. A. Kosten van schulden (volledig schema)
  Worden onder die post opgenomen:
  1° de interesten, de commissies en de kosten verbonden aan schulden;
  2° de afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen en van het disagio.
  De geactiveerde interesten worden afgetrokken van het bedrag van de onder deze post opgenomen kosten.
  V. B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II. E. (toevoegingen +, terugnemingen -) (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen geboekt op vorderingen andere dan handelsvorderingen, op geldbeleggingen en op liquide middelen.
  De terugnemingen van waardeverminderingen op deze vlottende activa worden eveneens onder deze post geboekt.
  V. C. Andere financiële kosten (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen alle kosten van financiële aard die niet werden geboekt onder de posten V. A., V. B. of V. D. en in het bijzonder:
  1° de minderwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;
  2° het disconto ten laste van de VZW, IVZW of stichting bij het verhandelen van vorderingen (een wissel, een warrant, een factuur, enz.);
  3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening; in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen;
  4° de kosten betreffende het eigen vermogen;
  5° de commissies en financiële kosten.
  V. D. Niet-recurrente financiële kosten (volledig schema)
  Onder die post worden opgenomen: de waardeverminderingen op financiële vaste activa, voorzieningen voor niet-recurrente financiële risico's en kosten, de minderwaarden bij realisatie van financiële vaste activa, de andere niet-recurrente financiële kosten en de als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente financiële kosten.
  VIII. Belastingen op het resultaat (volledig schema) of VII. (verkort of microschema)
  Onder die post worden opgenomen:
  1° onder belastingen:
  a) op het resultaat van het boekjaar:
  - de voorafbetalingen en de werkelijke voorheffingen die met de belasting verrekenbaar zijn, voor zover het bedrag van deze voorafbetalingen en van deze voorheffingen niet hoger is dan het geraamde bedrag van de verschuldigde belastingen; dit overschot wordt geactiveerd; geactiveerd worden eveneens de voorafbetalingen van belastingen die naar het volgende boekjaar werden overgedragen of waarvan de terugbetaling werd gevraagd;
  - het verschil tussen het geraamde bedrag van de op het resultaat van het boekjaar verschuldigde belastingen en het bedrag van de voorafbetalingen en verrekenbare bestanddelen;
  - de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd;
  - de in het buitenland betaalde of verschuldigde winstbelastingen;
  b) op de winst van vorige boekjaren:
  de betaalde, verschuldigde of geraamde belastingsupplementen alsmede de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd;
  2° onder regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen:
  de verkregen, vastgestelde of geraamde regularisering van belastingen die tijdens een vorig boekjaar ten laste werden genomen.
  X. B. Overboeking naar de belastingvrije reserves (volledig schema) of IX. B. (verkort en microschema)
  Deze post wordt gebruikt voor de overboeking van bepaalde opbrengsten of een gedeelte van de winst naar de belastingvrije reserves wanneer hun fiscale vrijstelling afhankelijk is van hun behoud in het vermogen van de VZW, IVZW of stichting.
Art. 3:172. Le contenu de certaines rubriques du compte de résultats est défini comme suit :
  I. A. Chiffre d'affaires (schéma complet)
  Par chiffre d'affaires, il faut entendre le montant des ventes de biens et des prestations de services à des tiers, relevant de l'activité habituelle de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, déduction faite des réductions commerciales sur ventes (remises, ristournes et rabais); ce montant ne comprend pas la taxe sur la valeur ajoutée et les autres impôts liés directement au chiffre d'affaires.
  Sont également comprises dans le chiffre d'affaires, les interventions des pouvoirs publics en compensation de moindres recettes consécutives à la politique de tarification appliquée.
  I. E. Autres produits d'exploitation (schéma complet)
  Sous cette rubrique sont portés les produits provenant de tiers, relatifs à l'exploitation, qui :
  a) ne résultent pas de la vente de biens ou de prestations de services relevant de l'activité habituelle de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, et
  b) ne relèvent pas de la catégorie des produits financiers ou des produits non récurrents.
  Sont également portées sous cette rubrique les plus-values sur réalisation de créances commerciales.
  I. F. Produits d'exploitation non récurrents (schéma complet) ou I. A. B. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont classés sous cette rubrique, les produits ayant un caractère d'exploitation mais qui ne s'inscrivent pas dans le cadre de l'exploitation normale de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation :
  1° la reprise d'amortissements et de réductions de valeur actés sur immobilisations corporelles et incorporelles. Sont classés sous cette rubrique :
  a) les reprises d'amortissements actés à charge d'exercices antérieurs, opérés dans les conditions visées à l'article 3:39, § 1er, alinéa 3, et à l'article 3:42, § 1er, alinéa 3;
  b) les reprises de réductions de valeur sur immobilisations incorporelles et corporelles actées à charge d'exercices antérieurs, devenues excédentaires;
  2° les reprises de provisions pour risques et charges d'exploitation constituées au cours d'exercices antérieurs, devenues excédentaires, sauf s'il s'agit de provisions pour rencontrer des risques et charges inhérentes à l'activité habituelle de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation;
  3° les plus-values sur réalisation d'immobilisations corporelles et incorporelles. Peuvent toutefois être portées sous la rubrique " I.E. Autres produits d'exploitation " les plus-values sur réalisation d'immobilisations corporelles si, eu égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale de l'ASBL, de L'AISBL ou de la fondation;
  4° les autres produits d'exploitation non récurrents.
  II. A. Approvisionnements et marchandises (schéma complet)
  Sont portés sous cette rubrique, déduction faite des réductions commerciales obtenues et de la taxe sur la valeur ajoutée y afférente, dans la mesure où elle est déductible, les achats de marchandises, de matières premières et de fournitures.
  Sont également inclus sous cette rubrique, les achats de services, travaux et études, dans la mesure où ces services, travaux et études, interviennent dans le coût de revient direct des fabrications, les sous-traitances générales et les achats d'immeubles destinés à la vente.
  II. B. Services et biens divers (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique, déduction faite des réductions commerciales obtenues et de la taxe sur la valeur ajoutée y afférente, dans la mesure où elle est déductible, les charges afférentes à des services prestés ou à des biens livrés par des tiers et relatives à l'exploitation, sauf si elles relèvent des rubriques A. ou C.
  Sont également repris sous ce poste, les rémunérations des intérimaires et des personnes mises à la disposition de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation ainsi que les rémunérations directes et indirectes et les pensions des administrateurs qui ne sont pas attribuées en vertu d'un contrat de travail.
  II. D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement et sur immobilisations incorporelles et corporelles (schéma complet) ou I. D. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont portées sous cette rubrique les dotations d'amortissements et les réductions de valeur actées, relatives aux frais d'établissement - autres que les frais d'émission d'emprunts et les primes de remboursement - et aux immobilisations incorporelles et corporelles, à l'exception de celles qui, à raison de leur caractère exceptionnel, sont à imputer sous les charges non récurrentes (rubrique II. I. (schéma complet) ou rubrique I. I. (schéma abrégé et microschéma)).
  Les reprises d'amortissements ou de réductions de valeur ne sont pas portées sous cette rubrique mais sous les produits non récurrents (rubrique I. F. (schéma complet) ou rubrique I. A. B. (schéma abrégé et microschéma)).
  II. E. Réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales (dotations +, reprises -) (schéma complet) ou I. E. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont portées sous cette rubrique les réductions de valeur actées sur les stocks, sur les commandes en cours d'exécution et sur les créances commerciales visées aux rubriques V. A. et VII. A du bilan.
  Sont imputées sous cette rubrique, les reprises de réductions de valeur sur créances commerciales et sur stocks, sauf si, en ce qui concerne ces derniers, le système adopté en application de l'article 3:21 conduit à ce que la valorisation des sorties de stocks tienne compte des réductions de valeur actées au cours d'exercices précédents.
  II. F. Provisions pour risques et charges (dotations +, utilisations et reprises -) (schéma complet) ou I. F. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont portées sous cette rubrique :
  a) les provisions constituées pour rencontrer des risques et charges d'exploitation;
  b) les utilisations de provisions pour risques et charges constituées antérieurement dans la mesure où ces risques ont donné lieu à des coûts d'exploitation;
  c) les reprises de provisions pour risques et charges constituées au cours d'exercices antérieurs pour rencontrer des risques et charges inhérents à l'exploitation normale de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, qui se sont avérées excédentaires.
  II. G. Autres charges d'exploitation (schéma complet) ou I. G. (schéma abrégé et microschéma)
  Sous cette rubrique sont portées les charges payées ou dues à des tiers relatives à l'exploitation qui :
  a) ne résultent pas de prestations de services ou de livraisons de biens par des tiers, relevant de l'activité habituelle de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, et
  b) ne relèvent pas de la catégorie des charges financières ou des charges non récurrentes.
  Sont notamment portés sous cette rubrique au titre de charges fiscales d'exploitation, le précompte immobilier, les taxes sur les véhicules, sur la force motrice ou sur le personnel occupé, les droits d'accises, les prélèvements à l'exportation.
  Sont également portées sous cette rubrique, les moins-values sur réalisation de créances commerciales, sauf si celles-ci correspondent à un escompte; l'escompte est imputé à la rubrique " V. C. Autres charges financières " (schéma complet).
  II. I. Charges d'exploitation non récurrentes (schéma complet) ou I. I. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont classées sous cette rubrique, les charges ayant un caractère d'exploitation mais qui ne s'inscrivent pas dans le cadre de l'exploitation normale de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation :
  1° les amortissements et réductions de valeur non récurrents sur frais d'établissement et sur immobilisations incorporelles et corporelles : les amortissements et réductions de valeur visées aux articles 3:6, § 2, 3:39, § 1er, alinéa 2, et § 2, et 3:42, § 1er, alinéa 2, et § 2;
  2° les provisions pour risques et charges d'exploitation non récurrents : dotations (utilisations et reprises). Sont portées sous cette rubrique, les provisions constituées pour rencontrer des risques et charges qui ne relèvent pas de l'activité habituelle de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation;
  3° les moins-values sur réalisation d'immobilisations corporelles et incorporelles. Sont classées sous cette rubrique, les moins-values sur réalisation d'actifs immobilisés. Doivent toutefois être portées sous la rubrique " II. G. Autres charges d'exploitation ", les moins-values sur réalisation d'immobilisations incorporelles et corporelles si, eu égard à leur fréquence et à leur caractère habituel, ces réalisations s'inscrivent dans le cadre de l'exploitation normale de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation;
  4° autres charges d'exploitation non récurrentes;
  5° les charges d'exploitation non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-).
  I. A. B. Marge brute d'exploitation (+) (-) (schéma abrégé et microschéma).
  Cette rubrique du compte de résultats selon le schéma abrégé et le microschéma visé à annexe 7, correspond à la somme algébrique des rubriques suivantes du schéma complet du compte de résultats :
  I. A. Chiffre d'affaires;
  I. B. Variation des en-cours de fabrication, des produits finis et des commandes en cours d'exécution;
  I. C. Production immobilisée;
  I. D. Cotisations, dons, legs et subsides;
  I. E. Autres produits d'exploitation;
  I. F. Produits d'exploitation non récurrents;
  II. A. Approvisionnements et marchandises;
  II. B. Services et biens divers;
  IV. B. Produits des actifs circulants (schéma complet);
  Sont classés sous cette rubrique les produits (intérêts, dividendes, etc.), afférents aux éléments d'actif figurant aux rubriques V., VII., VIII., IX. et X.
  IV. C. Autres produits financiers (schéma complet)
  Sont portés sous cette rubrique :
  1° les plus-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
  2° les différences de change et les écarts de conversion des devises, sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
  3° tous les produits de nature financière, qui ne se rattachent pas à des éléments déterminés de l'actif.
  IV. D. Produits financiers non récurrents (schéma complet)
  Sont portés sous cette rubrique, la reprise des réductions de valeur sur immobilisations financières, la reprise des provisions pour risques et charges financiers non récurrents, les plus-values lors de réalisation d'immobilisations financières et les autres produits financiers non récurrents.
  V. A. Charge des dettes (schéma complet)
  Sont portés sous cette rubrique :
  1° les charges en intérêts, commissions et frais afférents aux dettes;
  2° l'amortissement des frais d'émission d'emprunts et des primes de remboursement.
  Les intérêts portés à l'actif sont déduits du montant des charges portées sous cette rubrique.
  V. B. Réductions de valeur sur actifs circulants autres que visés sous II. E. (dotations +, reprises -) (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique les réductions de valeur actées sur les créances autres que commerciales, sur les placements de trésorerie et sur les valeurs disponibles.
  Sont également imputées sous cette rubrique, les reprises de réductions de valeur afférentes à ces mêmes actifs circulants.
  V. C. Autres charges financières (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique, toutes les charges de nature financière qui ne relèvent pas des rubriques V. A., V. B. ou V.D. et notamment :
  1° les moins-values sur réalisation de créances autres que commerciales, de placements de trésorerie et de valeurs disponibles;
  2° l'escompte à charge de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation sur la négociation de créances (lettres de change, warrants, factures, etc.);
  3° les différences de change et les écarts de conversion des devises sauf s'ils se rattachent de manière spécifique à d'autres résultats, auquel cas ils peuvent être portés sous le même poste que ceux-ci;
  4° les charges relatives aux fonds propres;
  5° les commissions et frais financiers.
  V. D. Charges financières non récurrentes (schéma complet)
  Sont portées sous cette rubrique, les réductions de valeur sur immobilisations financières, les provisions pour risques et charges financiers non récurrents, les moins-values lors de réalisation d'immobilisations financières, les autres charges financières non récurrentes et les charges financières non récurrentes portées à l'actif au titre de frais de restructuration.
  VIII. Impôts sur le résultat (schéma complet) ou VII. (schéma abrégé et microschéma)
  Sont classés sous cette rubrique :
  1° au titre d'impôts :
  a) sur le résultat de l'exercice :
  - les versements anticipés, ainsi que les précomptes réels, imputables sur l'impôt, sauf dans la mesure où le montant de ces versements anticipés et de ces précomptes excède le montant estimé des impôts qui seront dus; Cet excédent est activé; sont également portés à l'actif, les versements anticipés d'impôts reportés à l'exercice suivant ou dont la restitution a été demandée;
  - l'excédent du montant estimé des impôts qui seront dus sur le résultat de l'exercice, par rapport au montant des versements anticipés et des éléments imputables;
  - les suppléments d'impôts provisionnés;
  - les impôts sur le résultat payés ou dus à l'étranger;
  b) sur le bénéfice d'exercices antérieurs :
  les suppléments d'impôts payés, dus, ou estimés ainsi que les suppléments d'impôts provisionnés;
  2° au titre de régularisation d'impôts et de reprises de provisions fiscales :
  les régularisations d'impôts obtenues, constatées ou estimées, par rapport aux montants d'impôts pris en charge au cours d'exercice antérieurs.
  X. B. Transfert aux réserves immunisées (schéma complet) ou IX. B. (schéma abrégé et microschéma)
  Cette rubrique est utilisée pour le transfert aux réserves immunisées de certains produits ou d'une fraction du bénéfice lorsque leur immunisation fiscale est subordonnée à leur maintien dans le patrimoine de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
3. Inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting.
3. Contenu de certaines mentions requises pour l'annexe.
Art. 3:173. De inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting wordt gedefinieerd als volgt:
  A. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
  00. Zekerheden door derden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van de VZW, IVZW of stichting.
  Op deze rekening worden de zakelijke of persoonlijke zekerheden geboekt die door derden ten behoeve van de crediteuren van de VZW, IVZW of stichting zijn gesteld of onherroepelijk beloofd, als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden of verplichtingen die de vereniging of stichting jegens hen heeft aangegaan.
  01. Persoonlijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd voor rekening van derden
  Op deze rekening worden de persoonlijke zekerheden geboekt die door de VZW, IVZW of stichting ten behoeve van derden zijn gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die deze derden hebben aangegaan jegens andere schuldeisers dan de VZW, IVZW of stichting zelf.
  De wisselverplichtingen zijn die welke voor de VZW, IVZW of stichting voortvloeien uit door haar getrokken, geëndosseerde of voor aval getekende wissels in omloop, met uitzondering van de door de VZW, IVZW of stichting getrokken bankaccepten.
  02. Zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op eigen activa.
  Op deze rekening worden de zakelijke zekerheden geboekt waarmee de VZW, IVZW of stichting haar eigen activa heeft bezwaard of die ze onherroepelijk heeft beloofd voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen van zichzelf of van derden.
  In de rekeningen 021 en 023 betreffende de zekerheidstellingen moet in voorkomend geval een onderscheid worden gemaakt tussen de soorten van bezwaarde activa.
  03. Ontvangen zekerheden
  Op deze rekening worden de zakelijke en persoonlijke zekerheden geboekt die de VZW, IVZW of stichting heeft ontvangen voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die derden jegens haar hebben aangegaan, met uitzondering van zekerheidstellingen en borgtochten in contanten.
  04. Goederen en waarden gehouden door derden in hun naam, maar ten bate en op risico van de VZW, IVZW of stichting
  Op deze rekening worden de goederen en waarden geboekt die ten opzichte van derden aan een ander toebehoren en waarvan de VZW, IVZW of stichting het risico draagt maar er tevens de opbrengsten uit int zoals de overeenkomsten tot het houden van een deelneming, indien deze goederen en waarden niet mogen worden opgenomen in de balans.
  05. Verplichtingen tot aan- en verkoop van vaste activa
  Op die rekening worden als verplichtingen tot aankoop geboekt de geplaatste bestellingen en de verplichtingen met optie van derden, en als verplichtingen tot verkoop de ontvangen bestellingen en de opties die aan derden op bezittingen van de VZW, IVZW of stichting zijn verleend.
  De verplichtingen tot aankoop evenals de verplichtingen tot verkoop die tot de gewone bedrijfsuitoefening van de VZW, IVZW of stichting behoren en haar vermogen of resultaat niet aanmerkelijk beïnvloeden behoeven niet te worden geboekt.
  06. Termijnovereenkomsten
  Op deze rekening worden in de daartoe aangelegde rekeningen geboekt de koop- en verkoopovereenkomsten op termijn betreffende goederen en vreemde deviezen, alsmede de daartegenoverstaande betalingsverplichtingen en vorderingen.
  07. Goederen en waarden van derden gehouden door de VZW, IVZW of stichting
  Op deze rekening worden in afzonderlijke rekeningen geboekt:
  1° de gebruiksrechten op lange termijn betreffende goederen die aan derden toebehoren en de daartegenoverstaande verplichtingen, voor zover deze rechten en verplichtingen niet in de balans worden vermeld;
  2° de goederen en waarden van derden die aan de VZW, IVZW of stichting in bewaring, in consignatie of in bewerking zijn gegeven, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen jegens deponenten en committenten;
  3° de goederen en waarden die de VZW, IVZW of stichting uit anderen hoofde voor rekening of ten bate en op risico van derden onder zich houdt, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen.
  B. Reële waarde
  Voor het opstellen van de staat XXII die de informatie bevat met betrekking tot het niet-gebruik van de waarderingsmethode op basis van de reële waarde voor financiële instrumenten:
  - Dient te worden verstaan onder reële waarde : de waarde vastgesteld met verwijzing naar:
  a) een marktwaarde voor de financiële instrumenten waarvoor een betrouwbare markt gemakkelijk is aan te wijzen. Wanneer een marktwaarde voor een gegeven instrument niet eenvoudig kan worden bepaald, maar dit wel kan voor de samenstellende elementen of voor een gelijkaardig instrument, kan de marktwaarde berekend worden op basis van die van zijn bestanddelen of die van het gelijkaardige instrument, of
  b) een waarde berekend met behulp van modellen en algemeen aanvaarde waarderingstechnieken voor de instrumenten waarvoor een betrouwbare markt niet gemakkelijk aan te wijzen is. Deze waarderingsmodellen en -technieken dienen een redelijke benadering van de marktwaarde op te leveren.
  - De grondstoffencontracten die ieder van de contractsluitende partijen het recht geven tot afwikkeling in contanten of enig ander financieel instrument worden als afgeleiden financiële instrumenten beschouwd, behalve wanneer:
  a) de contracten gesloten werden en duurzaam dienen voor de verwachte inkoop-, verkoop-, of gebruiksbehoeften van de VZW, IVZW of stichting;
  b) zij bij de totstandkoming voor dat doeleinde werden bestemd, en
  c) de afwikkeling naar verwachting zal geschieden door levering van de grondstof.
Art. 3:173. Le contenu de certaines mentions requises pour l'annexe est défini comme suit :
  A. Droits et engagements hors bilan
  00. Garanties constituées ou irrévocablement promises par des tiers pour compte de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  Ce compte enregistre les sûretés, réelles ou personnelles, constituées ou irrévocablement promises par des tiers en faveur des créanciers de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation pour garantir la bonne fin des dettes ou engagements, actuels ou potentiels, que celle-ci a contractés envers eux.
  01. Garanties personnelles constituées ou irrévocablement promises pour compte de tiers
  Ce compte enregistre les sûretés personnelles constituées ou irrévocablement promises par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation en faveur de tiers, en vue de garantir la bonne fin des dettes ou engagements, actuels ou potentiels, que ceux-ci ont contractés à l'égard de leurs créanciers, autres que l'ASBL, l'AISBL ou la fondation considérée.
  Les engagements sur effets sont ceux qui résultent pour l'ASBL, l'AISBL ou la fondation d'effets en circulation tirés, endossés ou avalisés par elle, à l'exception des acceptations bancaires tirées par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  02. Garanties réelles constituées ou irrévocablement promises sur avoirs propres.
  Ce compte enregistre les sûretés réelles constituées sur les avoirs propres de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation ou irrévocablement promises par elle, en vue de garantir la bonne fin des dettes et engagements, actuels ou potentiels, soit de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation elle-même, soit de tiers.
  Les comptes 021 et 023 relatifs aux sûretés constituées distingueront, le cas échéant, les catégories d'actifs qu'elles grèvent.
  03. Garanties reçues
  Ce compte enregistre les sûretés réelles ou personnelles reçues par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation en garantie des dettes et engagements, actuels ou potentiels, contractés envers elle par des tiers, à l'exception des garanties et cautionnements en espèces.
  04. Biens et valeurs détenus par des tiers en leur nom mais aux risques et profits de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation
  Ce compte enregistre les biens et valeurs qui, à l'égard des tiers appartiennent à une tierce personne mais dont les risques incombent à l'ASBL, l'AISBL ou la fondation et les profits lui reviennent, telles les conventions de portage, lorsque ces biens et valeurs ne peuvent être inscrits au bilan.
  05. Engagements d'acquisition et de cession d'immobilisations
  Ce compte enregistre au titre d'engagements d'acquisition, les commandes passées et les engagements d'achat à l'option de tiers et, au titre d'engagements de cession, les commandes acceptées ainsi que les options conférées à des tiers sur les avoirs de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation.
  Ne doivent toutefois pas faire l'objet d'un enregistrement, les engagements d'acquisition et de cession qui relèvent de l'activité courante de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation et qui ne sont pas susceptibles d'avoir une influence importante sur son patrimoine ou sur ses résultats.
  06. Marchés à terme
  Ce compte enregistre sous les comptes prévus à cet effet les marchés à terme conclus à l'achat d'une part, à la vente d'autre part, portant sur des marchandises et sur des devises étrangères ainsi que, corrélativement, les engagements de paiement ou les créances qui en résultent.
  07. Biens et valeurs de tiers détenus par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation
  Ce compte enregistre, dans des comptes distincts :
  1° les droits relatifs à l'usage à long terme de biens appartenant à des tiers et les engagements corrélatifs, dans la mesure où ces droits et engagements ne sont pas mentionnés au bilan;
  2° les biens et valeurs de tiers confiés à l'ASBL, l'AISBL ou la fondation en dépôt, en consignation ou à façon ainsi que les engagements corrélatifs envers les déposants et commettants;
  3° les biens et valeurs détenus par l'ASBL, l'AISBL ou la fondation à un autre titre pour le compte ou aux risques et profits de tiers ainsi que les engagements corrélatifs.
  B. Juste valeur
  Pour l'établissement de l'état XXII contenant les indications relatives à la non-utilisation de la méthode de l'évaluation à la juste valeur pour les instruments financiers :
  - Il y a lieu d'entendre par juste valeur : la valeur déterminée par référence à :
  a) une valeur de marché, dans le cas des instruments financiers pour lesquels un marché fiable est aisément identifiable. Lorsqu'une valeur de marche ne peut être aisément identifiée pour un instrument donné, mais qu'elle peut l'être pour les éléments qui le composent ou pour un instrument similaire, la valeur de marché peut être calculée à partir de celle de ses composants ou de l'instrument similaire, ou
  b) une valeur résultant de modèles et techniques d'évaluation généralement admis, dans le cas des instruments pour lesquels un marché fiable ne peut être aisément identifié. Ces modèles et techniques d'évaluation garantissent une estimation raisonnable de la valeur de marché.
  - Les contrats sur produits de base que chacune des parties est en droit de dénouer en numéraire ou au moyen d'un autre instrument financier sont considérés comme des instruments financiers dérivés, à l'exception de ceux qui :
  a) ont été passés et sont maintenus pour satisfaire les besoins escomptés de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation en matière d'achat, de vente ou d'utilisation du produit de base;
  b) ont été passés à cet effet dès le début, et
  c) doivent être dénoués par la livraison du produit de base.
HOOFDSTUK 2. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions diverses
Art. 3:174. Elke VZW, IVZW of stichting die niet langer haar boekhouding voert in overeenstemming met het model van de vereenvoudigde boekhouding zoals bedoeld in artikel III.85, § 2 van het Wetboek van economisch recht, moet de wijziging van de toepasselijke regels vermelden in de toelichting bij haar jaarrekening en de belangrijkste gevolgen van deze wijziging voor de VZW, IVZW of stichting vermelden. Vanaf dat moment voert ze haar boekhouding met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden zoals bepaald in boek III, titel 3, hoofdstuk 2 van het Wetboek van economisch recht en stelt ze haar jaarrekening op met de exclusieve toepassing van de bepalingen van titel 1 en onderhavige titel.
Art. 3:174. Toute ASBL, AISBL ou fondation qui ne tient plus sa comptabilité conformément au modèle de comptabilité simplifiée visé à l'article III.85, § 2, du Code de droit économique doit mentionner le changement des règles applicables dans l'annexe à ses comptes annuels et en indiquer ses principales conséquences pour l'ASBL, l'AISBL ou la fondation. Elle tient alors sa comptabilité conformément aux règles usuelles de la comptabilité en partie double, prévues au livre III, titre 3, chapitre 2 du Code de droit économique et établit ses comptes annuels en appliquant exclusivement les dispositions du titre 1er et du présent titre.
Art. 3:175. § 1. Elke VZW, IVZW of stichting die, aan het begin van het boekjaar over een vermogen beschikkend, ertoe gehouden is, in toepassing van artikel 3:47, § 1 of 3:51, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen om voor de eerste maal de bepalingen van titel 1 en onderhavige titel toe te passen, past de hierna vastgestelde regels toe om omzichtig, oprecht en te goeder trouw de nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen te verrichten die nodig zijn om de openingsbalans van het boekjaar op te stellen op de eerste dag van het eerste boekjaar waarvoor de bepalingen van titel 1 en onderhavige titel gelden.
  § 2. Als de VZW, IVZW of stichting, naar de mening van haar bestuursorgaan, die wordt vermeld in de toelichting bij de jaarrekening, al een boekhouding voert die ten minste overeenstemt met deze die titel 1 en onderhavige titel vereisen, stemt de openingsbalans van het eerste boekjaar waarvoor de bepalingen van titel 1 en onderhavige titel gelden, overeen met de afsluitingsbalans van het vorige boekjaar.
  Indien een VZW, IVZW of stichting waarderingsregels toepast die niet overeenstemmen met de regels die titel 1 en onderhavige titel opleggen, moet ze deze regels aanpassen.
  De vermelding van deze aanpassing in de toelichting wordt vervolledigd met een inschatting van de gevolgen ervan.
  § 3. Als de VZW, IVZW of stichting, naar de mening van haar bestuursorgaan, geen boekhouding voert die ten minste overeenstemt met deze die titel 1 en onderhavige titel vereisen, worden de bestanddelen van de activa voor de opstelling van de openingsbalans van het eerste boekjaar waarvoor de bepalingen van titel 1 en onderhavige titel gelden, gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde, verminderd met de afschrijvingen die zouden zijn geboekt alsof de bepalingen van titel 1 en onderhavige titel van bij het begin zouden zijn toegepast of aan de waarde nul indien de aanschaffingswaarde niet wordt teruggevonden.
  Het bestuursorgaan kan, mits melding en verantwoording in de toelichting, evenwel beslissen om deze activa te waarderen tegen werkelijke waarde, marktwaarde of gebruikswaarde waarbij het verschil tussen de waarde bepaald volgens het eerste lid en deze waarde wordt geboekt op een afzonderlijke subrekening van het betrokken actief met als tegenpost een opbrengstrekening of een rekening van het eigen vermogen. Wanneer het een vast actief met een beperkte gebruiksduur betreft moet deze waarde worden afgeschreven over de residuele gebruiksduur.
  Bij ontstentenis van betrouwbare werkelijke waarde, marktwaarde of gebruikswaarde, worden de activa in de toelichting bij de jaarrekening opgenomen, aangevuld met de vermelding dat er geen betrouwbare werkelijke waarde, marktwaarde of gebruikswaarde aan kan worden gekoppeld.
Art. 3:175. § 1er. Toute ASBL, AISBL ou fondation qui, disposant d'un patrimoine au début de l'exercice, est tenue, en application de 3:47, § 1er, ou 3:51, § 1er, du Codes des sociétés et des associations, d'appliquer pour la première fois les dispositions du titre 1er et du présent titre, applique les règles fixées ci-après pour procéder, avec prudence, sincérité et bonne foi, aux opérations de relevé, de vérification, d'examen et d'évaluation nécessaires pour établir, le premier jour du premier exercice comptable auquel s'appliquent les dispositions du titre 1er et du présent titre, le bilan d'ouverture dudit exercice.
  § 2. Si, de l'avis de l'organe d'administration de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation mentionné dans l'annexe des comptes, celle-ci dispose déjà d'une comptabilité au moins équivalente à celle requise par le titre 1er et le présent titre, le bilan d'ouverture du premier exercice auquel s'appliquent les dispositions du titre 1er et du présent titre correspond au bilan de clôture de l'exercice précédent.
  Si une ASBL, AISBL ou fondation applique des règles d'évaluation qui ne sont pas conformes à celles prévues par le titre 1er et le présent titre, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation adapte ses règles d'évaluation.
  La mention de cette modification dans l'annexe est accompagnée de l'estimation de son influence.
  § 3. Si, de l'avis de l'organe d'administration de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation, celle-ci ne dispose pas d'une comptabilité au moins équivalente à celle requise par le titre 1er et le présent titre, le bilan d'ouverture du premier exercice auquel s'appliquent les dispositions du titre 1er et le présent titre est établi en évaluant les éléments d'actifs à leur valeur d'acquisition diminuée des amortissements qui auraient été actés si les dispositions du titre 1er et du présent titre avaient été appliquées dès le début, ou à la valeur nulle si la valeur d'acquisition n'est pas retrouvée.
  Toutefois, l'organe d'administration peut, moyennant mention et justification en annexe, décider d'évaluer ces actifs à leur juste valeur, à leur valeur de marché ou à leur valeur d'usage; la différence entre la valeur déterminée conformément à l'alinéa 1er et cette valeur est comptabilisée sur un sous-compte distinct de l'actif concerné, avec pour contrepartie un compte de produits ou de capitaux propres. S'il s'agit d'une immobilisation dont la durée d'utilisation est limitée dans le temps, cette valeur doit être amortie sur la durée d'usage résiduelle.
  A défaut de juste valeur, de valeur de marché ou de valeur d'usage fiable, il est fait mention de l'actif dans l'annexe des comptes annuels et de l'indication qu'aucune juste valeur, valeur de marché ou valeur d'usage fiable ne peut y être attachée.
TITEL 4. - Jaarrekening van VZW, IVZW en stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren
TITRE 4. - Comptes annuels des ASBL, AISBL et fondations qui tiennent une comptabilité simplifiée
HOOFDSTUK 1. - Algemeen.
CHAPITRE 1er. - Généralités.
Art. 3:176. Titel 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op VZW's, IVZW's en stichtingen die overeenkomstig artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht een vereenvoudigde boekhouding voeren. Voor deze VZW's, IVZW's en stichtingen gelden de bepalingen opgenomen in onderhavige titel.
Art. 3:176. Les titres 1er, 2 et 3 ne s'appliquent pas aux ASBL, AISBL et aux fondations qui tiennent une comptabilité simplifiée, conformément à l'article III.85, § 2, du Code de droit économique. Ces ASBL, AISBL et fondations sont soumises aux dispositions reprises dans le présent titre.
Art. 3:177. De in artikel 3:47, § 2, en 3:51, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde jaarrekening bevat de staat van ontvangsten en uitgaven alsook de toelichting. Deze stukken vormen een geheel. De jaarrekening wordt in euro geformuleerd, zonder decimalen.
Art. 3:177. Les comptes annuels visés aux articles 3:47, § 2, et 3:51, § 2, du Code des sociétés et des associations, comprennent l'état des recettes et des dépenses ainsi que l'annexe. Ces documents forment un tout. Les comptes annuels sont libellés en euros, sans décimales.
HOOFDSTUK 2. - Waarderingsregels
CHAPITRE 2. - Règles d'évaluation
Art. 3:178. Het bestuursorgaan van de VZW, IVZW of stichting bepaalt de regels die, rekening houdend met de kenmerken van de VZW, IVZW of stichting, ten grondslag liggen aan de waarderingen in de inventaris. Bezittingen worden gewaardeerd tegen de som van de waarde van de tegenprestaties en uitgaven ingevolge de verwerving.
  In afwijking van het eerste lid mogen de bezittingen verworven tijdens een boekjaar dat aanvangt vóór 1 mei 2019, waarvoor de som van de waarde van de tegenprestaties en uitgaven ingevolge de verwerving niet wordt teruggevonden, worden gewaardeerd tegen de waarde bepaald door het bestuursorgaan.
  De waarderingsregels zijn samengevat in de toelichting. Deze samenvatting moet voldoende nauwkeurig zijn teneinde de toegepaste waarderingsmethodes te kunnen beoordelen.
Art. 3:178. L'organe d'administration de l'ASBL, l'AISBL ou de la fondation détermine les règles qui, compte tenu des caractéristiques propres à l'ASBL, l'AISBL ou à la fondation, président aux évaluations dans l'inventaire. Les avoirs sont évalués à la somme de la valeur des contreparties et dépenses affectées à l'acquisition.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les biens acquis au cours d'un exercice ayant débuté avant le 1er mai 2019, pour lesquels la somme de la valeur des contreparties et dépenses affectées à l'acquisition n'est pas retrouvée, peuvent être évalués à la valeur déterminée par l'organe d'administration.
  Les règles d'évaluation sont résumées dans l'annexe. Ce résumé doit être suffisamment précis pour permettre d'apprécier les méthodes d'évaluation adoptées.
Art. 3:179. De waarderingsregels en de toepassing ervan moeten voor alle boekjaren dezelfde zijn.
  Zij worden evenwel aangepast ingeval zij niet langer de mogelijkheid bieden om voorzichtig, oprecht en te goeder trouw de in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht bedoelde verrichtingen uit te voeren.
  Deze aanpassingen worden vermeld en verantwoord in de toelichting. De inschatting van de invloed van deze aanpassingen wordt vermeld in de toelichting betreffende de rekeningen van het boekjaar waarin deze aanpassing voor het eerst werd ingevoerd.
Art. 3:179. Les règles d'évaluation et leur application doivent être identiques d'un exercice à l'autre.
  Toutefois, elles sont adaptées au cas où elles ne permettent plus de procéder, avec prudence, sincérité et bonne foi, aux opérations visées à l'article III.89, § 1er, du Code de droit économique.
  Ces adaptations sont mentionnées et justifiées dans l'annexe. L'estimation de l'influence de ces adaptations est indiquée dans l'annexe relative aux comptes de l'exercice au cours duquel cette adaptation est introduite pour la première fois.
Art. 3:180. De waarderingen moeten beantwoorden aan de criteria van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Art. 3:180. Les évaluations doivent répondre aux critères de prudence, de sincérité et de bonne foi.
HOOFDSTUK 3. - Vorm en inhoud van de jaarrekening
CHAPITRE 3. - Forme et contenu des comptes annuels
Art. 3:181. De jaarrekening wordt voorzichtig, oprecht, te goeder trouw en duidelijk opgemaakt.
  Ingeval de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit bepaalde, moeten in de toelichting bijkomende inlichtingen worden verschaft.
Art. 3:181. Les comptes annuels sont établis avec prudence, sincérité, bonne foi et clarté.
  Si l'application des dispositions du présent titre ne suffit pas pour satisfaire à ce prescrit, des informations complémentaires doivent être fournies dans l'annexe.
Art. 3:182. De staat van de ontvangsten en de uitgaven vloeit rechtstreeks voort uit het in artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht bedoelde ongesplitst dagboek.
  De staat moet voor het afgesloten boekjaar stelselmatig de aard en het bedrag van de ontvangsten en de uitgaven van de VZW, IVZW of stichting vermelden.
  Enige compensatie tussen ontvangsten en uitgaven is verboden.
  De staat van ontvangsten en uitgaven moet overeenkomstig het minimaal schema in bijlage 8 van dit besluit worden opgemaakt.
Art. 3:182. L'état des recettes et dépenses résulte directement du livre unique visé à l'article III.85, § 2, du Code de droit économique.
  Il doit indiquer systématiquement, pour l'exercice clôturé, la nature et le montant des recettes et des dépenses de l'ASBL, l'AISBL ou de la fondation.
  Toute compensation entre des recettes et des dépenses est interdite.
  L'état des recettes et dépenses doit être établi conformément au schéma minimum figurant en annexe 8 au présent arrêté.
Art. 3:183. De toelichting bevat de inlichtingen zoals bepaald in de artikelen 3:178, 3:179, 3:181 en 3:184 alsook een staat van het vermogen van de VZW, IVZW of stichting. Zij moet worden opgemaakt overeenkomstig het minimaal schema in bijlage 8 van dit besluit.
Art. 3:183. L'annexe comporte les informations prescrites aux articles 3:178, 3:179, 3:181 et 3:184, ainsi qu'un état du patrimoine de l'ASBL, l'AISBL ou de la fondation. Elle doit être établie conformément au schéma minimum figurant en annexe 8 au présent arrêté.
Art. 3:184. De staat van het vermogen vloeit rechtstreeks voort uit de in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht bedoelde inventaris.
  De staat moet op de datum van de afsluiting van het boekjaar stelselmatig de aard en het bedrag van het geheel van de bezittingen en van de schulden van de VZW, IVZW of stichting vermelden.
  De staat van het vermogen moet bovendien de rechten en de verplichtingen vermelden die een belangrijke invloed kunnen hebben op de financiële toestand van de VZW, IVZW of stichting. Ingeval deze rechten en verplichtingen niet in cijfers kunnen worden vertaald, worden zij enkel op passende wijze in de toelichting vermeld.
Art. 3:184. L'état du patrimoine résulte directement de l'inventaire visé à l'article III.89, § 1er, du Code de droit économique.
  Il doit indiquer systématiquement, à la date de clôture de l'exercice, la nature et le montant de l'ensemble des avoirs et des dettes de l'ASBL, l'AISBL ou de la fondation.
  L'état du patrimoine doit en outre mentionner les droits et les engagements qui sont susceptibles d'avoir une influence importante sur la situation financière de l'ASBL, l'AISBL ou de la fondation. Lorsque ces droits et engagements ne sont pas susceptibles d'être quantifiés, ils font exclusivement l'objet de mentions appropriées dans l'annexe.
Art. 3:185. Een VZW, IVZW of stichting die een vereenvoudigde boekhouding kan voeren en haar jaarrekening kan opmaken overeenkomstig de bepalingen van deze titel, kan evenwel beslissen zich vrijwillig te onderwerpen aan de verplichtingen die gelden voor de VZW's, IVZW's en stichtingen die niet voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
  In dit geval past de VZW, IVZW of stichting het geheel van de bepalingen toe die gelden voor de opmaak en openbaarmaking van de jaarrekening van de VZW's, IVZW's en stichtingen die niet voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel III.85, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
  Ingeval de VZW, IVZW of stichting later beslist opnieuw een vereenvoudigde boekhouding te voeren wordt deze beslissing vermeld en verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening met opgave van de belangrijkste gevolgen voor de VZW, IVZW of stichting.
Art. 3:185. Une ASBL, AISBL ou fondation qui peut tenir une comptabilité simplifiée et établir ses comptes annuels conformément aux dispositions du présent titre peut néanmoins décider de se soumettre volontairement aux obligations résultant, pour les ASBL, AISBL et fondations qui ne remplissent pas les conditions prévues à l'article III.85, § 2, du Code de droit économique.
  Dans ce cas, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation applique l'intégralité des dispositions applicables à l'élaboration et la publication des comptes annuels des ASBL, AISBL et fondations qui ne répondent pas aux conditions prévues à l'article III.85, § 2, du Code de droit économique.
  Si ultérieurement l'ASBL, l'AISBL ou la fondation décide de tenir à nouveau une comptabilité simplifiée, cette décision est mentionnée et justifiée dans l'annexe des comptes annuels avec indication des principales conséquences pour l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
HOOFDSTUK 4. - Openbaarmaking
CHAPITRE 4. - Publicité
Art. 3:186. De jaarrekening en de andere stukken die bij de Nationale Bank moeten worden neergelegd in toepassing van de artikelen 3:47, § 7, en 3:51, § 7, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of in toepassing van andere wettelijke of reglementaire bepalingen worden langs elektronische weg neergelegd in de vorm van een gestructureerd databestand dat voldoet aan alle technische voorwaarden vastgesteld door de Nationale Bank van België en opgenomen in het "Protocol voor de neerlegging langs elektronische weg van jaarrekeningen in de vorm van een gestructureerd databestand". Dit technisch Protocol wordt door de Nationale Bank van België ter beschikking gesteld op haar website. De neerlegging gebeurt via de speciaal hiertoe voorziene toepassing op de website van de Nationale Bank van België. De toegang tot deze toepassing is enkel mogelijk door middel van een door de Nationale Bank van België erkend digitaal certificaat.
Art. 3:186. Les comptes annuels et les autres pièces à déposer auprès la Banque nationale de Belgique en vertu des articles 3:47, § 7, et 3:51, § 7, du Code des sociétés et des associations ou en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires sont déposés par voie électronique sous forme d'un fichier structuré de données qui remplit toutes les conditions techniques fixées par la Banque Nationale de Belgique et reprises dans le " Protocole pour le dépôt par voie électronique des comptes annuels sous forme de fichier structuré ". Ce Protocole technique est mis à disposition par la Banque Nationale de Belgique sur son site web. Le dépôt s'effectue via l'application spécialement prévue à cet effet sur le site internet de la Banque nationale de Belgique. L'accès à cette application n'est possible qu'en utilisant un certificat digital reconnu par la Banque nationale de Belgique.
Art. 3:187. § 1. De neergelegde jaarrekening vermeldt:
  1° de naam van de rechtspersoon zoals die op datum van de neerlegging in de statuten voorkomt;
  2° de rechtsvorm op datum van de neerlegging. In voorkomend geval wordt na de rechtsvorm "in vereffening" vermeld;
  3° de nauwkeurige aanduiding van de zetel (straat, nummer, eventueel busnummer, postcode, gemeente) op datum van de neerlegging;
  4° het ondernemingsnummer;
  5° het woord "rechtspersonenregister" of de afkorting "RPR", gevolgd door de vermelding van de zetel van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de rechtspersoon haar zetel heeft;
  6° de begindatum en de afsluitingsdatum van het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft;
  7° in voorkomend geval, de datum waarop ze door de algemene vergadering werd goedgekeurd.
  § 2. De jaarrekening wordt neergelegd volgens een model dat door de Nationale Bank van België wordt opgesteld en dat op haar website ter beschikking wordt gesteld. Dit model van jaarrekening wordt door de Nationale Bank van België aan de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen aangepast, na advies van de Commissie voor Boekhoudkundige normen. Het bestaan van een nieuwe versie wordt in het Belgisch Staatsblad meegedeeld.
  § 3. In de jaarrekening worden de bedragen uitgedrukt in euro, hetzij zonder decimalen, hetzij met twee decimalen, met het oog op hun neerlegging in de vorm van een gestructureerd databestand.
  § 4. De jaarrekening en de andere stukken die het voorwerp van een neerlegging vormen, moeten in éénzelfde taal worden opgemaakt.
Art. 3:187. § 1er. Les comptes annuels déposés font mention :
  1° du nom de la personne morale tel qu'il figure dans les statuts à la date du dépôt;
  2° de la forme légale à la date du dépôt. Le cas échéant, la mention " en liquidation " est ajoutée à la forme légale;
  3° de la désignation précise du siège (rue, numéro, éventuellement numéro de boîte, code postal, commune) à la date du dépôt;
  4° du numéro d'entreprise;
  5° du terme "registre des personnes morales" ou de l'abréviation "RPM", suivi du siège du tribunal de l'entreprise du ressort dans lequel la personne morale a son siège;
  6° de la date de début et la date de clôture de l'exercice auquel les comptes annuels se rapportent;
  7° le cas échéant, la date à laquelle ils sont approuvés par l'assemblée générale;
  § 2. Les comptes annuels sont déposés selon un modèle créé par la Banque nationale de Belgique et mis à disposition sur le site web de celle-ci. Les modèles des comptes annuels établis par la Banque nationale de Belgique sont adaptés par la Banque nationale aux dispositions légales et réglementaires, après l'avis de la CNC. L'existence d'une nouvelle version est publiée dans le Moniteur Belge.
  § 3. Les montants des comptes annuels sont exprimés en euros, soit sans décimales, soit avec deux décimales, en vue de leur dépôt sous la forme d'un fichier structuré.
  § 4. Les comptes annuels et les pièces qui constituent l'objet d'un dépôt, doivent être établis dans une seule et même langue.
Art. 3:188. § 1. De kosten voor de neerlegging van de jaarrekening en de andere bij de Nationale Bank van België neer te leggen stukken omvatten de openbaarmakingskosten bedoeld in paragraaf 2 en alle bijdragen, belastingen of kosten die krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen tegelijk met voornoemde kosten moeten worden betaald.
  § 2. De kosten voor de openbaarmaking van de in paragraaf 1 bedoelde documenten worden vastgesteld op 31,60 euro. De kosten voor de openbaarmaking van een verbeterde jaarrekening of ander aangepast stuk en van een afzonderlijk van de jaarrekening neergelegd stuk worden vastgesteld op 25 euro.
  De in deze paragraaf bepaalde openbaarmakingskosten worden jaarlijks, op 1 januari, aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de volgende formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag bepaald in deze paragraaf vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober van het jaar voordien, en gedeeld door het aanvangsindexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober 2018. Het verkregen resultaat wordt afgerond op het hogere veelvoud van 10 eurocent. De aangepaste bedragen worden uiterlijk op 15 december van elk jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 3. De neerleggingskosten bedoeld in paragraaf 1 worden betaald aan de Nationale Bank van België door een girale overschrijving uitgevoerd volgens de voorwaarden en de technische modaliteiten die de Nationale Bank van België bepaalt en die op haar website ter beschikking worden gesteld.
Art. 3:188. § 1er. Les frais de dépôt des comptes annuels et des autres pièces déposer à la Banque nationale de Belgique comprennent les frais de publicité visés au paragraphe 2 ainsi que l'ensemble des contributions, impôts ou frais à payer conformément avec d'autres dispositions légales ou réglementaires en même temps que les frais précités.
  § 2. Les frais de publicité des documents visés au paragraphe 1er sont fixés à 31,60 euros. Les frais de publicité de comptes annuels rectifiés ou d'une autre pièce rectifiée et d'une pièce déposée séparément des comptes annuels sont fixés à 25 euros.
  Les frais de publicité prévus dans le présent paragraphe sont adaptés, le 1er janvier de chaque année, à l'évolution de l'indice des prix à la consommation conformément à la formule suivante : le nouveau montant est égal au montant de base prévu dans ce paragraphe multiplié par le nouvel indice, à savoir l'indice du mois d'octobre de l'année précédente, et divisé par l'indice de départ, à savoir l'indice du mois d'octobre 2018. Le résultat obtenu est arrondi à la dizaine d'eurocent supérieure. Les montants adaptés sont publiés au Moniteur belge au plus tard le 15 décembre de chaque année.
  § 3. Les frais de dépôt visés au paragraphe 1er sont acquittés par un paiement scriptural effectué suivant les conditions et les modalités techniques définies par la Banque nationale de Belgique et mises à disposition sur son site internet.
Art. 3:189. De Nationale Bank van België registreert de datum van ontvangst van de in artikel 3:186 bedoelde documenten.
  De neerlegging van deze documenten wordt slechts door de Nationale Bank van België aanvaard als de bepalingen van de artikelen 3:186 en 3:187 in acht werden genomen en als de neerleggingskosten bedoeld in artikel 3:188 betaald zijn.
  Het feit dat de neerlegging van een voormeld document niet aanvaard werd door de Nationale Bank van België en de redenen die tot deze beslissing hebben geleid, worden binnen acht werkdagen na de datum van de ontvangst van het betrokken document meegedeeld.
  De persoon die het niet-aanvaarde document heeft geüpload kan deze kennisgeving raadplegen in de toepassing bedoeld in artikel 3:186, gedurende maximum één maand na die upload.
Art. 3:189. La Banque nationale de Belgique enregistre la date de réception des documents visés à l'article 3:186.
  Le dépôt de ces documents n'est accepté par la Banque nationale de Belgique que moyennant le respect des dispositions des articles 3:186 et 3:187 et le règlement des frais de dépôt visés à l'article 3:188.
  Le fait que le dépôt d'un document précité n'a pas été accepté par la Banque nationale de Belgique et les raisons qui ont mené à cette décision sont communiqués dans les huit jours ouvrables suivant la date de réception du document concerné.
  La personne qui a téléchargé le document non accepté peut consulter cette communication dans l'application visée à l'article 3:186, pendant un mois au maximum après ce téléchargement.
Art. 3:190. Wanneer de neerlegging van een in artikel 3:186 bedoeld document aanvaard wordt, neemt de Nationale Bank van België deze neerlegging op in het elektronisch register van aanvaarde jaarrekeningen.
  Binnen elf werkdagen die volgen op de datum van de aanvaarding van de neerlegging, stuurt de Nationale Bank van België de mededeling van deze neerlegging naar de rechtspersoon op wie het document betrekking heeft.
Art. 3:190. Lorsque le dépôt d'un document visé à l'article 3:186 est accepté, la Banque nationale de Belgique enregistre ce dépôt dans le registre électronique des comptes annuels acceptés.
  Dans les onze jours ouvrables qui suivent la date de l'acceptation du dépôt, la Banque nationale de Belgique envoie la mention de ce dépôt à la personne morale à laquelle le document se rapporte.
Art. 3:191. De aanpassing van een in artikel 3:186 bedoeld document, waarvan de neerlegging eerder door de Nationale Bank van België werd aanvaard, gebeurt door neerlegging, volgens de voorwaarden bepaald door artikel 3:186 van de integrale, behoorlijk verbeterde jaarrekening of desgevallend van het integraal, behoorlijk verbeterde ander neer te leggen stuk.
  De vermelding "verbetering" wordt opgenomen in het gestructureerd databestand bedoeld in artikel 3:186.
  De verbetering van een eerder openbaar gemaakt document luidt in dezelfde munteenheid en hetzelfde veelvoud hiervan en gebeurt in dezelfde taal als het betrokken document.
  De artikelen 3:189 en 3:190 zijn van toepassing op de neerlegging van een verbeterd document.
Art. 3:191. La rectification d'un document visé à l'article 3:186, dont le dépôt a été accepté préalablement par la Banque nationale de Belgique, s'effectue par le dépôt, selon les conditions prévues à l'article 3:186, l'intégralité des comptes annuels dûment rectifiés ou le cas échéant de l'intégralité de la pièce, dûment rectifiée.
  L'indication " rectification " est reprise dans le fichier structuré visé à l'article 3:186.
  La rectification d'un document publié antérieurement est libellée dans la même unité monétaire et le même multiple de celle-ci et s'effectue dans la même langue que le document concerné.
  Les articles 3:189 et 3:190 s'appliquent au dépôt d'un document rectifié.
Art. 3:192. § 1. De Nationale Bank van België stelt op haar website een kopie beschikbaar, in de vorm van een bestand in het "Portable Document Format" (PDF)-formaat, van alle in artikel 3:186 bedoelde documenten die bij haar werden neergelegd tijdens het lopende en de minstens vijf vorige kalenderjaren, volgens de voorwaarden die zij bepaalt en die op haar website worden bekendgemaakt.
  § 2. De Nationale Bank van België bezorgt op aanvraag een kopie van alle in artikel 3:186 bedoelde documenten die bij haar werden neergelegd.
  Wanneer de aanvraag betrekking heeft op alle neergelegde documenten, worden de kopieën bezorgd volgens de modaliteiten voorzien door de Nationale Bank van België.
  Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een of meer documenten met betrekking tot individueel aangeduide rechtspersonen en die niet beschikbaar gesteld worden op de website van de Nationale Bank van België, dan worden de kopieën bezorgd, naar keuze van de aanvrager:
  1° ofwel op papier. Per gedrukt blad is het bedrag van 0,25 euro, exclusief port en eventuele inningskosten aan de Nationale Bank van België verschuldigd;
  2° ofwel in een aan een elektronisch postbericht gehecht bestand in PDF-formaat. Per bestand is het bedrag van 5,00 euro, exclusief eventuele inningskosten, aan de Nationale Bank van België verschuldigd.
  § 3. De Nationale Bank van België bezorgt aan de griffies van de ondernemingsrechtbank, onverwijld en kosteloos, een kopie van de in paragraaf 2, tweede lid bedoelde documenten die niet beschikbaar gesteld worden op de website van de Nationale Bank van België.
  De griffier is ervan vrijgesteld een kopie van de in artikel 3:186 bedoelde documenten toe te voegen aan het elektronische deel van het dossier bedoeld in artikel 1:2.
  § 4. Bij neerlegging van een gestructureerd databestand overeenkomstig artikel 3:186 wordt dit op de afgeleverde kopie vermeld.
  Bedragen van een jaarrekening die in euro met twee decimalen wordt uitgedrukt, overeenkomstig artikel 3:186, § 3, worden afgerond in euro zonder decimalen op de door de Nationale Bank van België afgeleverde kopieën.
  Secties van het door de Nationale Bank van België opgestelde model van jaarrekening die zonder voorwerp zijn, worden niet opgenomen in de door de Nationale Bank van België verstrekte kopieën.
  § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de lijst van giften als bedoeld in de artikelen 3:47, § 7, en 3:51, § 7, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Art. 3:192. § 1er. La Banque nationale de Belgique met à disposition sur son site internet une copie, sous forme d'un fichier au format " Portable Document Format " (PDF), de tous les documents visés à l'article 3:186 qui ont été déposés auprès d'elle pendant l'année civile en cours et les cinq années civiles précédentes, selon les conditions qu'elle définit et qui sont publiées sur son site internet.
  § 2. Sur demande, la Banque nationale de Belgique délivre copie de tous les documents visés à l'article 3:186 qui ont été déposés auprès d'elle.
  Lorsque la demande porte sur l'ensemble des documents déposés, les copies sont délivrées selon les modalités prévues par la Banque nationale de Belgique.
  Lorsque la demande porte sur un ou plusieurs documents relatifs à des personnes morales individuellement désignées et qui ne sont pas disponibles sur le site internet de la Banque nationale de Belgique, les copies sont délivrées, au choix du demandeur :
  1° soit sur papier. Par feuille imprimée, le montant de 0,25 euro, frais de port et frais d'encaissement éventuels non compris, est dû à la Banque nationale de Belgique;
  2° soit sous forme d'un fichier au format PDF attaché à un message électronique. Par fichier, le montant de 5,00 euros, frais d'encaissement éventuels non compris, est dû à la Banque nationale de Belgique.
  § 3. La Banque nationale de Belgique fournit aux greffes des tribunaux de l'entreprise, sans retard et gratuitement, une copie des documents non disponibles sur le site internet de la Banque nationale de Belgique, visés au paragraphe 2, alinéa 2.
  Le greffier est dispensé de verser une copie des documents visés à l'article 3:186 dans la partie électronique du dossier visé à l'article 1:2.
  § 4. En cas de dépôt par voie électronique d'un fichier structuré conformément à l'article 3:186, il en est fait mention sur la copie délivrée.
  Les montants des comptes annuels présentés en euro avec deux décimales conformément à l'article 3:186, § 3, sont arrondis en euro sans décimales sur les copies délivrées par la Banque nationale de Belgique.
  Les sections du modèle de comptes annuels établi par la Banque nationale de Belgique qui sont sans objet ne sont pas reprises dans les copies délivrées par la Banque nationale de Belgique.
  § 5. Le présent article ne s'applique pas à la liste des libéralités visée aux articles 3:47, § 7, et 3:51, § 7, du Code des sociétés et des associations.
BOEK 4. - Voordracht aan de ondernemingsraden van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor
LIVRE 4. - Présentation aux conseils d'entreprise de candidats à la mission de commissaire ou de réviseur d'entreprises
Art. 4:1. § 1. Dit boek is van toepassing op alle vennootschappen waarin een ondernemingsraad moet worden opgericht in uitvoering van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven tenzij er in de ondernemingsraad een andersluidend akkoord werd gesloten over de procedure tot voordracht van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor, vastgesteld bij proces-verbaal ten minste drie maanden vóór de dag waarop de benoeming van de commissaris(sen) of de bedrijfsrevisor(en) plaats zal hebben in de schoot van de onderneming, door de algemene vergadering der vennoten of bij ontstentenis daarvan door het statutair orgaan dat bevoegd is voor het bestuur van de onderneming of door het ondernemingshoofd.
  § 2. Wanneer er in een vennootschap meerdere ondernemingsraden zijn en deze afzonderlijk vergaderen gelden de bepalingen van paragraaf 1 voor ieder van deze ondernemingsraden afzonderlijk.
  Wanneer er in een vennootschap meerdere ondernemingsraden zijn en deze afzonderlijk vergaderen gelden de overige bepalingen van dit boek slechts voor die ondernemingsraden waarin binnen de in paragraaf 1 bepaalde termijn geen andersluidend akkoord werd gesloten over de procedure tot voordracht van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor.
  § 3. Wanneer er in een onderneming een gemeenschappelijke vergadering van de ondernemingsraad wordt belegd overeenkomstig artikel 15 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 1972 tot coördinatie van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten akkoorden en de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de ondernemingsraden, overeenkomst die algemeen bindend werd verklaard bij koninklijk besluit van 12 september 1972, gelden de bepalingen van dit boek voor deze gemeenschappelijke vergadering.
  § 4. Wanneer er voor meerdere juridische entiteiten slechts één ondernemingsraad bestaat, wordt voor de toepassing van de termijn vermeld in paragraaf 1 de datum in aanmerking genomen waarop de eerste benoeming voor één van de juridische entiteiten zal plaats hebben.
Art. 4:1. § 1er. Le présent livre est applicable à chaque société dans laquelle un conseil d'entreprise doit être institué en exécution de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, à l'exception des institutions d'enseignement subsidiées, sauf accord contraire concernant la procédure de présentation des candidats commissaire ou réviseur d'entreprises, acté dans un procès-verbal trois mois au moins avant la date à laquelle doit intervenir la désignation de commissaire(s) ou réviseur(s) d'entreprises au sein de la société, par l'assemblée générale des actionnaires ou à défaut par l'organe statutaire compétent pour l'administration de la société ou par le chef d'entreprise.
  § 2. Lorsqu'une société comprend plusieurs conseils d'entreprise et que ceux-ci se réunissent séparément, les dispositions du paragraphe 1er s'appliquent à chacun de ces conseils d'entreprises séparément.
  Lorsqu'une société comprend plusieurs conseils d'entreprise et que ceux-ci se réunissent séparément, les autres dispositions du présent livre s'appliquent uniquement aux conseils d'entreprise qui n'ont pas arrêté, dans le délai prévu au paragraphe 1er, un accord contraire concernant la procédure de présentation des candidats commissaire ou réviseur d'entreprises.
  § 3. Lorsqu'une réunion commune du conseil d'entreprise est convoquée conformément à l'article 15 de la convention collective de travail du 9 mars 1972 coordonnant les accords nationaux et les conventions collectives de travail relatifs aux conseils d'entreprise, conclus au sein du Conseil national du Travail, convention rendue obligatoire par arrêté royal du 9 mars 1972, les dispositions du présent livre s'appliquent à cette réunion commune.
  § 4. Lorsqu'un seul conseil d'entreprise existe pour plusieurs entités juridiques, la date prise en considération pour le calcul du délai prévu au paragraphe 1er est celle à laquelle la première désignation pour une de ces entités juridiques doit intervenir.
Art. 4:2. Ten minste twee maanden vóór de dag waarop de benoeming van de commissaris(sen) of de bedrijfsrevisor(en) plaats zal hebben in de schoot van de vennootschap dient de ondernemingsraad ten minste éénmaal beraadslaagd en eventueel beslist te hebben over de kandidaturen voorgesteld door het orgaan dat statutair bevoegd is voor het bestuur van de vennootschap of door het ondernemingshoofd.
Art. 4:2. Au moins deux mois avant la date à laquelle doit intervenir la désignation de commissaire(s) ou de réviseur(s) d'entreprises au sein de la société, le conseil d'entreprise délibère au moins une fois et prend éventuellement une décision à propos des candidatures présentées par l'organe statutaire compétent pour l'administration de la société ou par le chef d'entreprise.
Art. 4:3. Indien op de in artikel 4:2 bedoelde vergadering van de ondernemingsraad geen overeenstemming kan worden bereikt over de voorgestelde kandidaat commissaris(sen) of bedrijfsrevisor(en) moet over de voordracht opnieuw beraadslaagd en beslist worden uiterlijk op de laatste vergadering van de ondernemingsraad vóór de datum waarop de benoeming in de schoot van de vennootschap zal plaats hebben.
  Indien er voor die datum geen gewone vergadering van de ondernemingsraad meer wordt gehouden moet desgevallend een bijzondere vergadering van de ondernemingsraad worden bijeengeroepen.
  Het orgaan dat statutair bevoegd is voor het bestuur van de vennootschap of het ondernemingshoofd kunnen desgevallend één of meer nieuwe kandidaat commissarissen of bedrijfsrevisoren voordragen.
Art. 4:3. Si la réunion du conseil d'entreprise prévue à l'article 4:2 ne donne lieu à aucun accord sur le(s) candidat(s) commissaire(s) ou réviseur(s) d'entreprises proposé(s), il faudra à nouveau délibérer sur la proposition au plus tard lors de la dernière réunion du conseil d'entreprise précédant la date à laquelle la désignation doit intervenir au sein de la société.
  Si on ne tient plus d'assemblée ordinaire du conseil d'entreprise avant cette date, il faut le cas échéant convoquer une assemblée extraordinaire du conseil d'entreprise.
  L'organe statutaire compétent pour l'administration de la société ou le chef d'entreprise peuvent le cas échéant proposer un ou plusieurs nouveaux candidats commissaires-réviseurs ou réviseurs d'entreprises.
Art. 4:4. Alle schriftelijke inlichtingen die de kandidaat commissaris(sen) of bedrijfsrevisor(en) hebben meegedeeld aan het statutair orgaan dat bevoegd is voor het bestuur van de vennootschap of aan het ondernemingshoofd met het oog op het voordragen van hun kandidatuur in de ondernemingsraad, moeten samen met de uitnodigingen tot in de in de artikelen 4:2 en 4:3 bedoelde vergaderingen van de ondernemingsraad vooraf worden meegedeeld aan de leden van de ondernemingsraad.
  Buiten de in het eerste lid bedoelde inlichtingen moet aan de leden van de ondernemingsraad een " curriculum vitae " worden meegedeeld, alsmede, indien een meerderheid van werknemersafgevaardigden hierom verzoekt, een nota betreffende een raming van de omvang en de vergoeding van de uit te voeren prestaties en een beschrijving van hun inhoud.
Art. 4:4. Toutes les informations écrites que le(s) candidat(s) commissaire(s) ou réviseur(s) d'entreprises ont communiquées à l'organe statutaire compétent pour l'administration de la société ou au chef d'entreprise doivent être communiquées aux membres du conseil d'entreprise en même temps que les invitations aux réunions prévues aux articles 4:2 et 4:3.
  En plus des informations visées à l'alinéa 1er, les membres du conseil d'entreprise doivent recevoir un " curriculum vitae ", ainsi que, si une majorité de délégués des travailleurs le demande, une note comprenant une estimation de l'importance et de la rémunération des prestations à effectuer et une description de leur contenu.
Art. 4:5. Op verzoek van een meerderheid van werknemersafgevaardigden van de ondernemingsraad moet(en) de voorgestelde kandidaat-commissaris(sen) of bedrijfsrevisor(en) worden uitgenodigd om te verschijnen op de vergadering van de ondernemingsraad die over de voordracht beraadslaagt. De kandidaat-commissaris of bedrijfsrevisor moet aanwezig zijn op de vergadering van de ondernemingsraad waartoe hij wordt uitgenodigd ten einde zich voor te stellen.
  Hij dient te antwoorden op de vragen die hem gesteld worden in verband met de aard en de omvang van zijn opdracht in de vennootschap evenals de uitoefening ervan.
Art. 4:5. A la demande d'une majorité de délégués des travailleurs du conseil d'entreprise, les candidats commissaire(s) ou réviseur(s) d'entreprises proposés sont invités à se présenter à la réunion du conseil d'entreprise au cours de laquelle on délibère sur la présentation. Le candidat commissaire ou réviseur d'entreprises doit être présent à la réunion du conseil d'entreprise à laquelle il est invité afin de se présenter.
  Il doit répondre aux questions qui lui sont posées à propos de la nature et de l'importance de sa mission au sein de la société et de son exécution.
Art. 4:6. Wanneer een vennootschap meerdere ondernemingsraden telt, worden, voor het bepalen van de meerderheid voorgeschreven door artikel 3:88, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, die raden geacht een enkel kiescollege te vormen, ongeacht of zij zich afzonderlijk dan wel in gemeenschappelijke vergadering over de hun voorgestelde kandidaturen uitspreken.
Art. 4:6. Lorsqu'une société comprend plusieurs conseils d'entreprise, ces conseils sont réputés, pour la détermination de la majorité prescrite par l'article 3:88, alinéa 1er, du Code des sociétés et des associations, former un seul collège électoral, indépendamment du fait qu'ils se prononcent séparément ou en réunion commune sur les candidatures qui leur sont proposées.
Art. 4:7. Wanneer er voor meerdere juridische entiteiten slechts één ondernemingsraad bestaat, geldt de beraadslaging en de beslissing van de enige ondernemingsraad voor al die juridische entiteiten, waarvoor de ondernemingsraad eenzelfde beslissing wenst te nemen over de hem voorgelegde voordracht(en).
  In dat geval wordt voor de toepassing van de termijnen vermeld in de artikelen 4:2 en 4:3 de datum in aanmerking genomen waarop de eerste benoeming voor één van deze juridische entiteiten zal plaats hebben.
Art. 4:7. Lorsqu'un seul conseil d'entreprise existe pour plusieurs entités juridiques, la délibération de cet unique conseil d'entreprise s'applique à toutes les entités juridiques pour lesquelles le conseil d'entreprise souhaite adopter la même décision à propos des candidatures qui lui ont été présentées.
  En ce cas, la date prise en considération pour le calcul des délais prévus aux articles 4:2 et 4:3 est celle à laquelle la première désignation pour une de ces entités juridiques doit intervenir.
Art. 4:8. Dit besluit is van toepassing op alle ondernemingen die geen vennootschappen zijn, bedoeld in artikel 15bis van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven tenzij er in de ondernemingsraad een andersluidend akkoord werd gesloten over de procedure tot voordracht van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor, vastgesteld bij proces-verbaal ten minste drie maanden vóór de dag waarop de benoeming van de commissaris(sen) of de bedrijfsrevisor(en) plaats zal hebben in de schoot van de onderneming, door de algemene vergadering der vennoten of bij ontstentenis daarvan door het statutair orgaan dat bevoegd is voor het bestuur van de onderneming of door het ondernemingshoofd.
Art. 4:8. Le présent livre est aussi applicable à toutes les entreprises, autres que les sociétés, visées à l'article 15bis de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie, sauf accord contraire concernant la procédure de présentation des candidats commissaire ou réviseur d'entreprises, acté dans un procès-verbal trois mois au moins avant la date à laquelle doit intervenir la désignation de commissaire(s) ou réviseur(s) d'entreprises au sein de l'entreprise, par l'assemblée générale des actionnaires ou à défaut par l'organe statutaire compétent pour l'administration de l'entreprise ou par le chef d'entreprise.
BOEK 5. - De sociale balans
LIVRE 5. - Le bilan social
TITEL 1. - Algemene beginselen
TITRE 1er. - Principes généraux
Art. 5:1. De natuurlijk persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent moeten de gegevens betreffende de sociale balans niet meedelen.
Art. 5:1. Les personnes physiques qui exercent une activité professionnelle en tant qu'indépendant ne doivent pas mentionner les renseignements relatifs au bilan social.
TITEL 2. - Inhoud sociale balans
TITRE 2. - Contenu bilan social
Art. 5:2. Volgende gegevens inzake het personeelsbestand dienen te worden vermeld:
  I
  Een staat van de tewerkgestelde personen met uitsplitsing tussen enerzijds de personen waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister en anderzijds de uitzendkrachten en de ter beschikking van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting gestelde personen.
  Wat de werknemers betreft waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, vermeldt deze staat:
  1° voor de betrokken periode:
  - het gemiddelde aantal voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten van het boekjaar en van het vorige boekjaar;
  - het aantal gepresteerde uren van de voltijdse en deeltijdse werknemers tijdens het boekjaar en het totale aantal gepresteerde uren van het boekjaar en van het vorige boekjaar;
  - de personeelskosten van de voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en de totale personeelskosten van het boekjaar en het vorige boekjaar;
  - het totaal van de voordelen bovenop het loon van het boekjaar en het vorige boekjaar.
  Deze laatste twee rubrieken moeten niet ingevuld worden wanneer het gaat om één enkele persoon.
  De gegevens opgesomd in bovenstaande rubrieken worden uitgesplitst volgens het geslacht van de werknemers. Ingeval het aantal betrokken werknemers minder dan drie bedraagt of gelijk aan drie is, moet de rubriek niet worden uitgesplitst.
  2° op de afsluitingsdatum van het boekjaar:
  Het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten. Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkomst, volgens het geslacht en studieniveau, en volgens de beroepscategorie.
  Wat de uitzendkrachten en de ter beschikking van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting gestelde personen betreft, vermeldt deze staat voor het betrokken boekjaar en voor beide categorieën afzonderlijk, het gemiddelde aantal, het aantal gepresteerde uren en de kosten voor de onderneming.
  II
  Een tabel van de personeelsbewegingen tijdens het boekjaar die volgende vermeldingen bevat:
  1° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting tijdens het boekjaar een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten die tijdens het boekjaar werden ingeschreven in het algemeen personeelsregister. Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkomst;
  2° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten met een in de DIMONA-verklaring aangegeven of een in het algemeen personeelsregister opgetekende datum waarop hun overeenkomst tijdens het boekjaar een einde nam. Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkomst en volgens één van de volgende redenen van beëindiging van de overeenkomst: pensioen, werkloosheid met bedrijfstoeslag, afdanking of andere reden, met afzonderlijke vermelding van degenen die als zelfstandigen ten minste op halftijdse basis diensten blijven verlenen aan de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.
  III
  Een staat met inlichtingen over de opleidingsactiviteiten gevolgd door de werknemers, waarvan de kost geheel of gedeeltelijk ten laste is van de werkgever.
  Deze opleidingen splitsen zich op in voortgezette beroepsopleiding en initiële beroepsopleiding.
  Onder voortgezette beroepsopleiding verstaat men de opleiding gevolgd door één of meerdere personeelsleden, die op voorhand gepland is en als doel heeft de kennis van de werknemers te vergroten of de vaardigheden van de werknemers te verbeteren.
  De voortgezette beroepsopleiding is onderverdeeld in:
  1° formele opleiding;
  2° informele opleiding.
  Onder formele beroepsopleiding verstaat men de cursussen en stages die ontwikkeld zijn door lesgevers of sprekers. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie door de lesgever of opleidingsinstelling. Ze gaan door op een plaats die duidelijk afgescheiden is van de werkplek. Deze opleidingen richten zich tot een groep cursisten en maken, in voorkomend geval, het onderwerp uit van een attest dat de opleiding gevolgd werd.
  Deze opleidingen kunnen ontwikkeld en beheerd worden door de onderneming zelf of door een organisme buiten de betrokken onderneming.
  Onder informele beroepsopleiding verstaat men de vormingsactiviteiten, andere dan deze bedoeld hierboven, die rechtstreeks betrekking hebben op het werk. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van zelf organisatie door de individuele leerling of door een groep leerlingen. De inhoud wordt bepaald naargelang de individuele behoeften van de leerling op de werkplek.
  Onder initiële beroepsopleiding verstaat men de opleiding gegeven aan personen in de onderneming tewerkgesteld in kader van de systemen van alternerend leren en werken en met als doel het behalen van een diploma of van een officieel certificaat. De duur van deze opleiding bedraagt ten minste zes maanden.
  Deze staat vermeldt, voor elke hierboven bedoelde soort opleiding, per geslacht, het aantal werknemers die de opleiding volgden, het aantal uren van de gevolgde opleiding en de kost van deze opleidingen.
  Voor de voortgezette formele opleiding worden per geslacht opgenomen:
  - de bruto kost van de opleiding samengesteld uit de kosten rechtstreeks verbonden met de opleiding;
  - de betaalde bijdragen en/of de stortingen aan de collectieve fondsen in het kader van deze opleiding;
  - de subsidies en andere financiële voordelen toegekend aan de onderneming in het kader van deze opleiding;
  - de netto kost van de opleiding die verkregen wordt door de som van de bruto kost, de betaalde bijdragen en de stortingen aan collectieve fondsen, waarvan de subsidies en andere financiële voordelen toegekend aan de onderneming in het kader van deze opleiding afgetrokken worden.
  Wat betreft de voortgezette informele opleiding en de initiële opleiding wordt per geslacht de netto kost betrekking hebbende op elk van deze opleidingen vermeld.
Art. 5:2. Les renseignements suivants en matière d'effectifs doivent être mentionnés :
  I
  Un état des personnes occupées en opérant une distinction entre, d'une part, les personnes pour lesquelles la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, les travailleurs inscrits dans le registre général du personnel et, d'autre part, les intérimaires et personnes mises à la disposition de la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation.
  En ce qui concerne les personnes occupées pour lesquelles la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, les travailleurs inscrits dans le registre général du personnel, cet état mentionne :
  1° pour la période concernée :
  - le nombre moyen, pour l'exercice considéré, des travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et l'effectif total, exprimé en équivalents temps plein, de l'exercice considéré et de l'exercice précédent;
  - le nombre d'heures prestées au cours de l'exercice considéré par les travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et le nombre total d'heures prestées de l'exercice considéré et de l'exercice précédent;
  - les frais de personnel, pour l'exercice considéré, des travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et les frais de personnel totaux de l'exercice considéré et de l'exercice précédent;
  - le total des avantages accordés en sus du salaire pour l'exercice considéré et l'exercice précédent.
  Ces deux dernières rubriques ne sont pas à remplir lorsqu'une seule personne est concernée.
  Les renseignements énumérés aux rubriques ci-dessus sont ventilés selon le sexe des travailleurs. Dans le cas où le nombre des travailleurs concernés est inférieur ou égal à trois, la rubrique ne doit pas être ventilée.
  2° à la date de clôture de l'exercice considéré :
  Le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et l'effectif total exprimé en équivalents temps plein. Ces mêmes renseignements doivent être fournis selon le type de contrat de travail, le sexe et le niveau d'étude, et la catégorie professionnelle.
  Quant au personnel intérimaire et aux personnes mises à la disposition de la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation, le présent état mentionne pour l'exercice considéré et de manière distincte pour les deux catégories, l'effectif moyen, le nombre d'heures prestées et les frais pour la société.
  II
  Un tableau des mouvements du personnel au cours de l'exercice considéré, en mentionnant :
  1° le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel et le nombre total de travailleurs en équivalents temps plein pour lesquels la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel et le nombre total de travailleurs en équivalents temps plein qui ont été inscrits au registre général du personnel au cours de l'exercice considéré. Ces mêmes renseignements doivent être fournis selon le type de contrat de travail;
  2° le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et le nombre total de travailleurs, exprimé en équivalents temps plein, dont la date de fin de contrat a été inscrite dans une déclaration DIMONA ou dans le registre général du personnel au cours de l'exercice considéré. Ces mêmes renseignements doivent être fournis selon le type de contrat de travail, le sexe, le niveau d'étude, et l'un des motifs suivants de fin de contrat : pension, complément d'entreprise en cas de chômage licenciement ou autre motif en mentionnant de manière distincte le nombre de personnes qui continuent, au moins à mi-temps, à prester des services au profit de la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation comme indépendants.
  III
  Un état donnant des renseignements sur les activités de formation suivies par les travailleurs et dont le coût est pris en charge partiellement ou intégralement par l'employeur.
  Ces formations se répartissent en formation professionnelle continue et formation professionnelle initiale.
  Par formation professionnelle continue on entend la formation suivie par un ou plusieurs membres du personnel qui est planifiée à l'avance et qui vise à élargir les connaissances ou à améliorer les compétences des travailleurs.
  La formation professionnelle continue se subdivise en :
  1° formation formelle;
  2° formation informelle.
  On entend par formation professionnelle formelle, les cours et les stages conçus par des formateurs ou des conférenciers. Ces formations sont caractérisées par un haut degré d'organisation du formateur ou de l'institution de formation. Elles se déroulent dans un lieu nettement séparé du lieu de travail. Ces formations s'adressent à un groupe d'apprenants et, le cas échéant, font l'objet d'une attestation de suivi de la formation.
  Ces formations peuvent être conçues et gérées par l'entreprise elle-même ou par un organisme extérieur à l'entreprise considérée.
  On entend par formation professionnelle informelle les activités d'apprentissage, autres que celles visées ci-dessus, et qui sont en relation directe avec le travail. Ces formations sont caractérisées par un haut degré d'auto-organisation par l'apprenant individuel ou par un groupe d'apprenants. Le contenu est déterminé en fonction des besoins individuels, sur le lieu de travail, de l'apprenant.
  Par formation professionnelle initiale, on entend la formation délivrée aux personnes occupées dans le cadre de systèmes alternant formation et travail en entreprise et ayant pour objectif l'acquisition d'un diplôme ou d'un certificat officiel. La durée de cette formation est d'au moins six mois.
  Pour chaque type de formation visé ci-dessus, cet état mentionne, par sexe, le nombre de travailleurs qui ont suivi la formation, le nombre d'heures de formation suivie ainsi que le coût de ces formations.
  Pour la formation continue formelle, sont repris, par sexe :
  - le coût brut de la formation constitue par les coûts directement liés à la formation;
  - les cotisations payées et/ou les versements à des fonds collectifs dans le cadre de cette formation;
  - les subventions et autres avantages financiers octroyés à l'entreprise dans le cadre de cette formation;
  - le coût net de la formation qui est obtenu par l'addition du coût brut, des cotisations payées et des versements à des fonds collectifs dont sont déduits les subventions et autres avantages financiers octroyés à l'entreprise dans le cadre de cette formation.
  En ce qui concerne la formation continue informelle et la formation initiale est mentionné, par sexe, le coût net afférent à chacune de ces formations.
TITEL 3. - Inhoud sociale balans voor kleine vennootschappen en kleine VZW's, IVZW's en stichtingen
TITRE 3. - Contenu du bilan social pour les petites sociétés, les petites ASBL, AISBL et fondations
Art. 5:3. De kleine vennootschappen bedoeld in artikel 1:24 en kleine VZW's, IVZW's en stichtingen zoals bedoeld in de artikelen 1:28 en 1:30 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen kunnen de sociale balans opstellen volgens een verkort schema, waarbij volgende gegevens inzake het personeelsbestand worden verstrekt:
  I
  Een staat van de werknemers waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, een staat van de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister.
  Deze staat vermeldt:
  1° voor de betrokken periode:
  - het gemiddeld aantal voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten van het boekjaar en van het vorige boekjaar;
  - het aantal gepresteerde uren van de voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal gepresteerde uren van het boekjaar en van het vorige boekjaar;
  - de personeelskosten van de voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en de totale personeelskosten van het boekjaar en van het vorige boekjaar.
  Deze laatste rubriek moet niet ingevuld worden wanneer het gaat om één enkele persoon;
  2° op afsluitingsdatum van boekjaar:
  het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten. Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkomst, volgens het geslacht en studieniveau en volgens de beroepscategorie.
  II
  Een tabel van de personeelsbewegingen tijdens het boekjaar die volgende vermeldingen bevat:
  1° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting tijdens het boekjaar een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten die tijdens het boekjaar werden ingeschreven in het algemeen personeelsregister;
  2° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten met een in de DIMONA-verklaring aangegeven of een in het algemeen personeelsregister opgetekende datum waarop hun overeenkomst tijdens het boekjaar een einde nam.
  III
  Een staat met inlichtingen over de opleidingsactiviteiten gevolgd door de werknemers, waarvan de kost geheel of gedeeltelijk ten laste is van de werkgever.
  Deze opleidingen splitsen zich op in voortgezette beroepsopleiding en initiële beroepsopleiding.
  Onder voortgezette beroepsopleiding verstaat men de opleiding gevolgd door één of meerdere personeelsleden, die op voorhand gepland is en als doel heeft de kennis te vergroten of de vaardigheden van de werknemers te verbeteren.
  De voortgezette beroepsopleiding is onderverdeeld in:
  1° formele opleiding;
  2° informele opleiding.
  Onder formele beroepsopleiding verstaat men de cursussen en stages die ontwikkeld zijn door lesgevers of sprekers. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie door de lesgever of opleidingsinstelling. Ze gaan door op een plaats die duidelijk afgescheiden is van de werkplek. Deze opleidingen richten zich tot een groep cursisten en maken, in voorkomend geval, het onderwerp uit van een attest dat de opleiding gevolgd werd.
  Deze opleidingen kunnen worden ontwikkeld en beheerd door de onderneming zelf of door een organisme buiten de betrokken onderneming.
  Onder informele beroepsopleiding verstaat men de vormingsactiviteiten, andere dan deze bedoeld hierboven, die rechtstreeks betrekking hebben op het werk. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van zelf organisatie door de individuele leerling of door een groep leerlingen. De inhoud wordt bepaald naargelang de individuele behoeften van de leerling op de werkplek.
  Onder initiële beroepsopleiding verstaat men de opleiding gegeven aan personen in de onderneming tewerkgesteld in kader van de systemen van alternerend leren en werken en met als doel het behalen van een diploma of van een officieel certificaat. De duur van deze opleiding bedraagt ten minste zes maanden.
  Deze staat vermeldt, voor elke hierboven bedoelde soort opleiding, per geslacht, het aantal werknemers die de opleiding volgden, het aantal uren van de gevolgde opleiding en de kost van deze opleidingen.
  Voor de voortgezette formele opleiding worden per geslacht opgenomen:
  - de bruto kost van de opleiding samengesteld uit de kosten rechtstreeks verbonden met de opleiding;
  - de betaalde bijdragen en/of de stortingen aan de collectieve fondsen in het kader van deze opleiding;
  - de subsidies en andere financiële voordelen toegekend aan de onderneming in het kader van deze opleiding;
  - de netto kost van de opleiding die verkregen wordt door de som van de bruto kost, de betaalde bijdragen en de stortingen aan collectieve fondsen, waarvan de subsidies en andere financiële voordelen toegekend aan de onderneming in het kader van deze opleiding afgetrokken worden.
  Wat betreft de voortgezette informele opleiding en de initiële opleiding wordt per geslacht de netto kost betrekking hebbende op elk van deze opleidingen vermeld.
Art. 5:3. Les petites sociétés visées à l'article 1:24 et les petites ASBL, AISBL et associations visées aux articles 1:28 et 1:30 du Code des sociétés et des associations peuvent établir leur bilan social selon le schéma abrégé comportant les renseignements suivants en matière d'effectifs :
  I
  Un état des personnes occupées pour lesquelles la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, les travailleurs inscrits dans le registre général du personnel.
  Cet état mentionne :
  1° pour la période concernée :
  - le nombre moyen, pour l'exercice considéré, des travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et l'effectif total, exprimé en équivalents temps plein, de l'exercice considéré et de l'exercice précédent;
  - le nombre d'heures prestées au cours de l'exercice considéré par les travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et le nombre total d'heures prestées de l'exercice considéré et de l'exercice précédent;
  - les frais de personnel, pour l'exercice considéré, des travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et les frais de personnel totaux de l'exercice considéré et de l'exercice précédent;
  Cette dernière rubrique n'est pas à remplir lorsqu'une seule personne est concernée;
  2° à la date de clôture de l'exercice considéré :
  le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et l'effectif total exprimé en équivalents temps plein. Ces mêmes renseignements doivent être fournis selon le type de contrat de travail, le sexe et le niveau d'étude, et la catégorie professionnelle.
  II
  Un tableau des mouvements du personnel au cours de l'exercice considéré, en mentionnant :
  1° le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel et le nombre total de travailleurs en équivalents temps plein pour lesquels la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel et le nombre total de travailleurs en équivalents temps plein qui ont été inscrits au registre général du personnel au cours de l'exercice considéré. Ces mêmes renseignements doivent être fournis selon le type de contrat de travail;
  2° le nombre de travailleurs occupés à temps plein et à temps partiel, et le nombre total de travailleurs, exprimé en équivalents temps plein, dont la date de fin de contrat a été inscrite dans une déclaration DIMONA ou dans le registre général du personnel au cours de l'exercice considéré.
  III
  Un état donnant des renseignements sur les activités de formation suivies par les travailleurs et dont le coût est pris en charge partiellement ou intégralement par l'employeur.
  Ces formations se répartissent en formation professionnelle continue et formation professionnelle initiale.
  Par formation professionnelle continue on entend la formation suivie par un ou plusieurs membres du personnel qui est planifiée à l'avance et qui vise à élargir les connaissances ou à améliorer les compétences des travailleurs.
  La formation professionnelle continue se subdivise en:
  1° formation formelle;
  2° formation informelle.
  On entend par formation professionnelle formelle, les cours et les stages conçus par des formateurs ou des conférenciers. Ces formations sont caractérisées par un haut degré d'organisation du formateur ou de l'institution de formation. Elles se déroulent dans un lieu nettement séparé du lieu de travail. Ces formations s'adressent à un groupe d'apprenants et, le cas échéant, font l'objet d'une attestation de suivi de la formation.
  Ces formations peuvent être conçues et gérées par l'entreprise elle-même ou par un organisme extérieur à l'entreprise considérée.
  On entend par formation professionnelle informelle les activités d'apprentissage, autres que celles visées ci-dessus, et qui sont en relation directe avec le travail. Ces formations sont caractérisées par un haut degré d'auto-organisation par l'apprenant individuel ou par un groupe d'apprenants. Le contenu est déterminé en fonction des besoins individuels, sur le lieu de travail, de l'apprenant.
  Par formation professionnelle initiale, on entend la formation délivrée aux personnes occupées dans le cadre de systèmes alternant formation et travail en entreprise et ayant pour objectif l'acquisition d'un diplôme ou d'un certificat officiel. La durée de cette formation est d'au moins six mois
  Pour chaque type de formation visé ci-dessus, cet état mentionne, par sexe, le nombre de travailleurs qui ont suivi la formation, le nombre d'heures de formation suivie ainsi que le coût de ces formations.
  Pour la formation continue formelle, sont repris, par sexe :
  - le coût brut de la formation constitue par les coûts directement liés à la formation;
  - les cotisations payées et/ou les versements à des fonds collectifs dans le cadre de cette formation;
  - les subventions et autres avantages financiers octroyés à l'entreprise dans le cadre de cette formation;
  - le coût net de la formation qui est obtenu par l'addition du coût brut, des cotisations payées et des versements à des fonds collectifs dont sont déduits les subventions et autres avantages financiers octroyés à l'entreprise dans le cadre de cette formation.
  En ce qui concerne la formation continue informelle et la formation initiale est mentionné, par sexe, le coût net afférent à chacune de ces formations.)
TITEL 4. - Inhoud van bepaalde rubrieken van de sociale balans
TITRE 4. - Contenu de certaines rubriques du bilan social
Art. 5:4. Voor het opstellen van de sociale balans verstaat men onder:
  1° werknemers waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister:
  werknemers waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister, en verbonden met de vennootschap, VZW, IVZW of stichting door een arbeidsovereenkomst of startbaanovereenkomst;
  2° uitzendkrachten en personen ter beschikking gesteld van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting:
  de werknemers die zich door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid verbinden om ter beschikking van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting te worden gesteld en de door een natuurlijke of rechtspersoon in dienst genomen werknemers die aan de vennootschap, VZW, IVZW of stichting ter beschikking zijn gesteld in de zin van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;
  3° gemiddeld aantal werknemers waarvoor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, het gemiddeld aantal werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister:
  het gemiddelde van het per einde van elke maand van het boekjaar van de werknemers waarvoor een DIMONA-verklaring is ingediend bij de RSZ conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of, indien de tewerkstelling uitgesloten is van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, het gemiddelde van het per einde van elke maand van het boekjaar van de werknemers in het algemeen personeelsregister ingeschreven;
  4° aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten:
  het arbeidsvolume teruggebracht tot voltijds tewerkgestelde equivalenten, te berekenen voor de deeltijdse werknemers op basis van het conventioneel aantal te presteren uren, gerelateerd ten opzichte van de normale arbeidsduur (referentiewerknemer);
  5° gepresteerde uren:
  de gepresteerde uren stemmen overeen met de effectief gewerkte arbeidsuren, dus zonder vakantie, ziekteverzuim, kort verzuim en alle overige uren verloren door staking of om het even welke andere reden;
  6° soort overeenkomst:
  - de overeenkomst gesloten voor een onbepaalde tijd.
  - de overeenkomst gesloten voor een bepaalde tijd.
  - de overeenkomst gesloten voor een duidelijk omschreven werk.
  - de vervangingsovereenkomst;
  7° studieniveau:
  - lager onderwijs.
  - secundair onderwijs.
  - hoger niet universitair onderwijs.
  - universitair onderwijs;
  8° beroepscategorie:
  - directiepersoneel.
  - bedienden.
  - arbeiders.
  - andere.
Art. 5:4. Pour l'établissement du bilan social, il y a lieu d'entendre :
  1° travailleurs pour lesquels la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, travailleurs inscrits au registre général du personnel :
  les travailleurs pour lesquels la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, travailleurs inscrits au registre général du personnel et liés à la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation par un contrat de travail ou un contrat de premier emploi;
  2° par intérimaires et personnes mises à la disposition de la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation :
  les travailleurs qui se lient par un contrat de travail intérimaire pour être mis à la disposition de la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation et les travailleurs engagés par une personne physique ou morale et mis à la disposition de la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation au sens de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs;
  3° moyenne des travailleurs pour lesquels la société, l'ASBL, l'AISBL ou la fondation a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, moyenne des travailleurs inscrits au registre général du personnel :
  la moyenne des travailleurs pour lesquels la société a introduit une déclaration DIMONA auprès de l'ONSS à la fin de chaque mois de l'exercice conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi ou, si l'emploi est exclu du champ d'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, la moyenne des travailleurs inscrits au registre général du personnel à la fin de chaque mois de l'exercice;
  4° nombre de travailleurs en équivalents temps plein :
  le volume de travail exprimé en équivalents occupes à temps plein, à calculer pour les travailleurs à temps partiel sur la base du nombre contractuel d'heures à prester par rapport à la durée normale de travail (travailleur de référence);
  5° heures prestées :
  les heures prestées correspondent avec le nombre d'heures effectivement prestées, donc sans congés, absences, courtes absences et toutes les heures perdues par grève ou quelconque autre raison;
  6° type de contrat :
  - le contrat conclu pour une durée indéterminée.
  - le contrat conclu pour une durée déterminée.
  - le contrat conclu pour l'exécution d'un travail nettement défini.
  - le contrat de remplacement;
  7° niveau d'études:
  - enseignement primaire.
  - enseignement secondaire.
  - enseignement supérieur non universitaire.
  - enseignement universitaire;
  8° catégorie professionnelle :
  - personnel de direction.
  - employés.
  - ouvriers.
  - autres.
BOEK 6. [1 - Het verslag van betalingen aan overheden en het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting van vennootschappen]1
LIVRE 6. [1 - Le rapport sur les paiements aux gouvernements et la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus des sociétés]1
TITEL 1. - Definities
TITRE 1er. - Définitions
Art. 6:1. Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder:
  1° overheid: eender welke nationale, regionale of lokale autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie of van een derde land. Onder overheid vallen tevens enige departementen, organen of ondernemingen waarover die autoriteit controle uitoefent als bepaald in artikel 1:14 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  2° project: de operationele activiteiten die worden beheerst door in één enkele overeenkomst of één enkele licentie, huurovereenkomst, concessie of soortgelijke juridische overeenkomst, en die de basis voor betalingsverplichtingen ten aanzien van een overheid vormen. Indien verscheidene overeenkomsten van dien aard wezenlijk met elkaar zijn verbonden, wordt dit als een project beschouwd;
  3° betaling: een in geld of in natura betaald bedrag voor de in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen beschreven activiteiten die bestaan uit:
  a) productierechten;
  b) belastingen over de inkomsten, de productie of de winsten van vennootschappen, met uitzondering van verbruiksbelastingen zoals belastingen over de toegevoegde waarde, inkomstenbelastingen van natuurlijke personen of omzetbelastingen;
  c) royalty's;
  d) dividenden;
  e) ondertekenings-, opsporings- en productiebonussen;
  f) licentierechten, huurprijzen, toetredingsgelden en andere vergoedingen voor licenties en/of concessies; en
  g) betalingen voor infrastructuurverbeteringen;
  [1 4° fiscale jurisdictie die niet-coöperatief is op belastinggebied: een fiscale jurisdictie die opgenomen is in de bijlage I en II bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied, die elk jaar in februari en oktober worden bijgewerkt;
   5° Belgische lijsten van fiscale jurisdicties: de lijsten van fiscale jurisdicties
   a) opgenomen in artikel 179 van het KB/WIB 92; en
   b) opgenomen in artikel 734quater van het KB/WIB 92.]1

  
Art. 6:1. Aux fins de l'application du présent livre, on entend par :
  1° gouvernement : toute autorité nationale, régionale ou locale d'un Etat membre ou d'un pays tiers. Cette notion inclut les administrations, agences ou entreprises contrôlées par cette autorité au sens de l'article 1:14 du Code des sociétés et des associations;
  2° projet : les activités opérationnelles régies par un seul contrat, licence, bail, concession ou des arrangements juridiques similaires et constituant la base d'obligations de paiement envers un gouvernement. Toutefois, si plusieurs de ces arrangements sont liés entre eux dans leur substance, ils sont considérés comme un projet;
  3° paiement : un montant payé, en espèce ou en nature, pour les activités, décrites au Code des sociétés et des associations, appartenant aux types suivants :
  a) droits à la production;
  b) impôts ou taxes perçus sur le revenu, la production ou les bénéfices des sociétés, à l'exclusion des impôts ou taxes perçus sur la consommation, tels que les taxes sur la valeur ajoutée, les impôts sur le revenu des personnes physiques ou les impôts sur les ventes;
  c) redevances;
  d) dividendes;
  e) primes de signature, de découverte et de production;
  f) droits de licence, frais de location, droits d'entrée et autres contreparties de licence et/ou de concession; et
  g) paiements pour des améliorations des infrastructures;
  [1 4° juridiction fiscale non coopérative à des fins fiscales : une juridiction fiscale figurant aux annexes I et II des conclusions du Conseil sur la liste révisée de l'UE des pays et territoires non coopératifs à des fins fiscales, mise à jour annuellement en février et en octobre ;
   5° listes belges des juridictions fiscales : les listes des juridictions fiscales
   a) figurant à l'article 179 de l'AR/CIR 92 ; et
   b) figurant à l'article 734quater de l'AR/CIR 92.]1

  
TITEL 2. - Inhoud verslag van betalingen aan overheden
TITRE 2. - Contenu du rapport sur les paiements aux gouvernements
Art. 6:2. De volgende gegevens dienen in het verslag van de betalingen aan overheden voor het betrokken boekjaar vermeld te worden:
  1° het totale bedrag van aan elke overheid gedane betalingen;
  2° het totale bedrag per soort betaling als omschreven in artikel 6:1, 3°, a) tot en met g), die aan elke overheid is gedaan;
  3° ingeval deze betalingen aan een bepaald project zijn toegewezen, het totale bedrag per soort betaling als omschreven in artikel 6:1, 3°, a) tot en met g), die voor elk dergelijk project is gedaan, en het totale bedrag aan betalingen voor elk dergelijk project.
  De betalingen waarvan, hetzij afzonderlijk, hetzij in een reeks van samenhangende betalingen, het bedrag minder is dan 100.000 euro gedurende een boekjaar dienen niet te worden opgenomen in het verslag.
  Betalingen die worden verricht om te voldoen aan betalingsverplichtingen op het niveau van de entiteit, mogen op entiteitsniveau in plaats van op projectniveau worden gerapporteerd.
  Betalingen in natura aan een overheid worden in waarde en, waar van toepassing, in volume vermeld. In een toelichting wordt vermeld hoe de waarde is bepaald.
  De rapportering van de betalingen strookt met het wezen, en niet met de vorm, van de betrokken betaling of activiteit. Betalingen en activiteiten mogen niet kunstmatig gesplitst of samengevoegd worden om de verplichting tot vermelding te omzeilen.
Art. 6:2. Le rapport sur les paiements aux gouvernements pour l'exercice concerné contient les données suivantes :
  1° le montant total des paiements effectués au profit de chaque gouvernement;
  2° le montant total par type de paiements prévu à l'article 6:1, 3°, a) à g), des paiements effectués au profit de chaque gouvernement;
  3° lorsque ces paiements ont été imputés à un projet spécifique, le montant total par type de paiements prévu à l'article 6:1, 3°, a) à g), des paiements effectués pour chacun de ces projets et le montant total des paiements correspondant à chaque projet.
  Les paiements, qu'il s'agisse d'un versement individuel ou d'une série de paiements liés, dont le montant est inférieur à 100.000 euros au cours d'un exercice ne doivent pas être déclarés dans le rapport.
  Les paiements effectués par les entreprises au regard des obligations imposées au niveau de l'entité peuvent être déclarés au niveau de l'entité plutôt qu'au niveau du projet.
  Les paiements en nature effectués au profit d'un gouvernement sont déclarés en valeur et, le cas échéant, en volume. Des notes d'accompagnement sont fournies pour expliquer comment leur valeur a été établie.
  La déclaration des paiements reflète la substance du paiement ou de l'activité concernés, plutôt que leur forme. Les paiements et les activités ne peuvent être artificiellement scindés ou regroupés pour échapper à l'obligation de déclaration.
TITEL 3. - Inhoud geconsolideerd verslag van betalingen aan overheden
TITRE 3. - Contenu du rapport consolidé sur les paiements aux gouvernements.
Art. 6:3. De definities gegeven in artikel 6:1 zijn van overeenkomstige toepassing.
  Een moedervennootschap wordt geacht actief te zijn in de winningsindustrie of in de houtkap van oerbossen indien een of meer van haar dochtervennootschappen actief zijn in de winningsindustrie of in de houtkap van oerbossen.
  Het geconsolideerd verslag van betalingen aan overheden bevat de in artikel 6:2 bedoelde informatie betreffende betalingen die voortvloeien uit winnings- en/of houtkapactiviteiten.
  De door een vennootschap verrichte betalingen die overeenkomstig artikel 3:97, 2° en 3° geen deel uitmaakt van de consolidatiekring, dienen niet te worden opgenomen in het geconsolideerde verslag van betalingen aan overheden.
Art. 6:3. Les définitions figurants à l'article 6:1 sont applicables par analogie.
  Une société mère est censée être active dans les industries extractives ou dans l'exploitation des forêts primaires si une ou plusieurs de ses filiales sont actives dans les industries extractives ou dans l'exploitation des forêts primaires.
  Le rapport consolidé sur les paiements aux gouvernements contient les informations visées à l'article 6:2 relatives aux paiements résultant d'activité dans les industries extractives ou dans l'exploitation des forêts primaires.
  Les paiements effectués par une société qui ne fait pas partie du périmètre de consolidation conformément à l'article 3:97, 2° et 3°, ne doivent pas être repris dans le rapport consolidé sur les paiements aux gouvernements.
TITEL 4. [1 - Verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting]1
TITRE 4. [1 - La déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus]1
Art.6:4. [1 Het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting omvat informatie over alle activiteiten van de onderworpen vennootschap of onderneming, met inbegrip van de activiteiten van alle verbonden entiteiten die in de jaarrekening over het betrokken boekjaar zijn geconsolideerd.
   Voor de toepassing van deze titel mogen de instructies bedoeld in artikel 321/2 van het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992 gebruikt worden. Wordt er gebruik gemaakt van deze optie, dan wordt dat in het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting vermeld.]1

  
Art.6:4. [1 La déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus contient des informations concernant toutes les activités de la société ou entreprise assujettie, y compris celles de toutes les entités liées consolidées dans les comptes annuels relatifs à l'exercice comptable concerné.
   Pour l'application de ce titre, les instructions visées à l'article 321/2 du Code des impôts sur les revenus 1992 peuvent être utilisées. Si cette option est utilisée, elle sera mentionnée dans la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus.]1

  
Art.6:5. [1 § 1. De informatie bedoeld in artikel 6:4 omvat:
   1° de naam van de op zichzelf staande vennootschap, de uiteindelijke moedervennootschap of de uiteindelijke moederonderneming van een derde land;
   2° het betrokken boekjaar;
   3° de gebruikte munteenheid voor het opstellen van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting;
   4° in het geval van een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting opgesteld door de een op zichzelf staande vennootschap, een lijst van alle buiten België geopende bijkantoren met betrekking tot het desbetreffende boekjaar,
   a) gevestigd in een lidstaat ;
   b) gevestigd in een fiscale jurisdictie die niet-coöperatief is op belastinggebied;
   c) gevestigd in een fiscale jurisdictie opgenomen in de Belgische lijsten van fiscale jurisdicties;
   d) gevestigd in een fiscale jurisdictie aangemerkt door het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden als een Staat die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek toepast;
   of in het geval van een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting opgesteld door een uiteindelijke moedervennootschap, een lijst van alle entiteiten die in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moedervennootschap zijn opgenomen met betrekking tot het desbetreffende boekjaar,
   a) gevestigd in een lidstaat ;
   b) gevestigd in een fiscale jurisdictie die niet-coöperatief is op belastinggebied;
   c) gevestigd in een fiscale jurisdictie opgenomen in de Belgische lijsten van fiscale jurisdicties;
   d) gevestigd in een fiscale jurisdictie aangemerkt door het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden als een Staat die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek toepast;
   of in het geval van een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting opgesteld voor een uiteindelijke moederonderneming van een derde land een lijst van alle entiteiten die in de geconsolideerde financiële overzichten van de uiteindelijke moederonderneming zijn opgenomen met betrekking tot het desbetreffende boekjaar,
   a) gevestigd in een lidstaat ;
   b) gevestigd in een fiscale jurisdictie die niet-coöperatief is op belastinggebied;
   c) gevestigd in een fiscale jurisdictie opgenomen in de Belgische lijsten van fiscale jurisdicties;
   d) gevestigd in een fiscale jurisdictie aangemerkt door het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden als een Staat die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek toepast;
   5° een korte beschrijving van de aard van haar activiteiten;
   6° het aantal werknemers, in voltijdse equivalenten;
   7° inkomsten, die als volgt worden berekend:
   a) de som van de netto-omzet, de overige bedrijfsopbrengsten, opbrengsten uit deelnemingen, met uitzondering van de dividenden ontvangen van verbonden ondernemingen, de opbrengsten uit andere effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren, overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten, als bedoeld in Bijlage 3 van dit besluit; of
   b) voor geconsolideerde rekeningen die opgesteld zijn volgens de internationale standaard voor jaarrekeningen, de opbrengsten als gedefinieerd in de internationale standaarden voor jaarrekeningen, met uitzondering van de waardecorrecties en van de dividenden ontvangen van verbonden ondernemingen; of
   c) opbrengsten als gedefinieerd in een ander dan bedoeld onder a) of b) stelsel voor financiële verslaglegging waarop de uiteindelijke moederonderneming zich heeft gebaseerd voor het opstellen van haar geconsolideerde financiële overzichten, met uitzondering van de waardecorrecties en van de dividenden ontvangen van verbonden ondernemingen;
   8° het bedrag van de winst of het verlies van het betrokken boekjaar, vóór de vennootschapsbelasting;
   9° het bedrag van de toerekenbare inkomstenbelasting tijdens het betrokken boekjaar, te berekenen als de belastinglasten van het lopende jaar die in de betrokken fiscale jurisdictie zijn erkend met betrekking tot de belastbare winsten of verliezen van het boekjaar door de respectieve vennootschappen, ondernemingen en bijkantoren, met uitzondering van de uitgestelde belastingen en de voorzieningen voor onzekere belastingverplichtingen;
   10° het bedrag van de inkomstenbelasting betaald op kasmiddelenbasis, te berekenen als het bedrag van de winstbelasting die de vennootschappen, ondernemingen en bijkantoren in de betrokken fiscale jurisdictie tijdens het betrokken boekjaar hebben betaald;
   11° het bedrag van de gecumuleerde winst aan het eind van het betrokken boekjaar.
   De gebruikte munteenheid, bedoeld in het eerste lid, 3°, is de munteenheid waarin de jaarrekening van de vennootschap, de geconsolideerde rekeningen van de uiteindelijke moedervennootschap of de geconsolideerde rekeningen van de uiteindelijke moederonderneming worden opgesteld en openbaar gemaakt. Maakt de dochtervennootschap het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting op, dan is de gebruikte munteenheid de munteenheid waarin de jaarrekening van de dochtervennootschap is uitgedrukt.
   De inkomsten bedoeld in het eerste lid, 7°, omvatten ook de transacties met verbonden partijen.
   De belastinglasten van het lopende jaar bedoeld in het eerste lid, 9°, hebben enkel betrekking op de activiteiten in het betrokken boekjaar. Deze lasten omvatten geen uitgestelde belastingen of voorzieningen voor onzekere belastingverplichtingen.
   De betaalde belastingen bedoeld in het eerste lid, 10°, omvatten eveneens de door andere vennootschappen en ondernemingen betaalde bronbelastingen in verband betalingen aan entiteiten binnen de groep.
   Onder gecumuleerde winst bedoeld in het eerste lid, 11°, wordt verstaan de som van de winsten van voorgaande boekjaren, met name de overgedragen winst en de winst van het betrokken boekjaar waarover nog geen beslissing is genomen, met name de over te dragen winst.
   Met betrekking tot bijkantoren wordt met de gecumuleerde winst bedoeld:
   1° de winst van de op zichzelf staande vennootschap die het bijkantoor heeft geopend;
   2° de winst van de op zichzelf staande onderneming van een derde land.
   § 2. De informatie wordt aan elke betrokken fiscale jurisdictie toegewezen op basis van vestiging, het bestaan van een vaste inrichting of permanente bedrijfsactiviteiten die, vanwege de activiteiten van de vennootschap of de groep in die fiscale jurisdictie onderworpen zijn aan de inkomstenbelasting.
   Zijn de activiteiten van meerdere verbonden vennootschappen binnen één fiscale jurisdictie aan de inkomstenbelasting onderworpen, is de aan die fiscale jurisdictie toegewezen informatie de som van de informatie over die activiteiten van elke verbonden vennootschap en hun bijkantoren in die fiscale jurisdictie. Informatie over een bepaalde activiteit wordt niet gelijktijdig aan meer dan één fiscale jurisdictie toegewezen.
   § 3. De informatie bedoeld in paragraaf 1 wordt per lidstaat afzonderlijk weergegeven. Bestaat de lidstaat uit meer dan één fiscale jurisdictie, dan wordt de informatie op het niveau van de lidstaat samengevoegd.
   Met betrekking tot fiscale jurisdicties buiten de Europese Unie, mag de informatie bedoeld in paragraaf 1 worden samengevoegd, tenzij het gaat om:
   1° fiscale jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied;
   2° fiscale jurisdicties opgenomen in de Belgische lijsten van fiscale jurisdicties.
   3° fiscale jurisdicties aangemerkt door het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden als Staten die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek toepassen.
   § 4. In voorkomend geval bevat het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting een algemene commentaar met uitleg voor eventuele materiële discrepanties tussen de bedragen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 9° en 10°, in voorkomend geval rekening houdend met de overeenkomstige bedragen in vorige boekjaren.
   § 5. Het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting moet in dezelfde taal als de jaarrekening worden opgemaakt.]1

  
Art.6:5. [1 § 1er. Les informations visées à l'article 6:4 comportent :
   1° le nom de la société autonome, la société mère ultime ou de l'entreprise mère ultime d'un pays tiers ;
   2° l'exercice comptable concerné ;
   3° la devise utilisée pour l'établissement de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus ;
   4° en cas de déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus établie par une société autonome, une liste des succursales ouvertes en dehors de la Belgique, pour ce qui concerne l'exercice comptable concerné,
   a) constituées dans un Etat membre ;
   b) constituées dans une juridiction fiscale non coopérative à des fins fiscales ;
   c) constituées dans une juridiction fiscale figurant sur les listes belges des juridictions fiscales ;
   d) constituées dans une juridiction fiscale considérée par le Forum mondial sur la transparence et l'échange de renseignements à des fins fiscales, comme un Etat n'ayant pas mis effectivement ou substantiellement en oeuvre le standard sur l'échange de renseignements sur demande ;
   ou en cas de déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus établie par une société mère ultime, une liste de toutes les entités figurant dans les comptes consolidés de la société mère ultime, pour ce qui concerne l'exercice comptable concerné,
   a) constituées dans un Etat membre ;
   b) constituées dans une juridiction fiscale non coopérative à des fins fiscales ;
   c) constituées dans une juridiction fiscale figurant dans les listes belges des juridictions fiscales ;
   d) constituées dans une juridiction fiscale considérée par le Forum mondial sur la transparence et l'échange de renseignements à des fins fiscales, comme un Etat n'ayant pas mis effectivement ou substantiellement en oeuvre le standard sur l'échange de renseignements sur demande ;
   ou en cas de déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus établie pour une entreprise mère ultime d'un pays tiers, une liste de toutes les entités figurant dans les états financiers consolidés de l'entreprise mère ultime, pour ce qui concerne l'exercice comptable concerné,
   a) constituées dans un Etat membre ;
   b) constituées dans une juridiction fiscale non coopérative à des fins fiscales ;
   c) constituées dans une juridiction fiscale figurant dans les listes belges des juridictions fiscales ;
   d) constituées dans une juridiction fiscale considérée par le Forum mondial sur la transparence et l'échange de renseignements à des fins fiscales, comme un Etat n'ayant pas mis effectivement ou substantiellement en oeuvre le standard sur l'échange de renseignements sur demande ;
   5° une brève description de la nature de leurs activités ;
   6° le nombre de salariés employés en équivalent temps plein ;
   7° le chiffre d'affaires, qui doit être calculé comme suit:
   a) la somme du chiffre d'affaires net, des autres produits d'exploitation, des produits provenant de participations - à l'exclusion des dividendes reçus des entreprises liées, des produits provenant d'autres valeurs mobilières et de créances de l'actif immobilisé, et des autres intérêts et produits assimilés, visés à l'Annexe 3 du présent arrêté ; ou
   b) pour les comptes consolidés établis selon ces normes, les produits définis par les normes comptables internationales à l'exception des corrections de valeur et des dividendes reçus des entreprises liées ; ou
   c) les revenus, au sens du cadre d'une présentation de l'information financière, autres que ceux visées aux points a) et b) sur la base desquels l'entreprise mère ultime a établi ses états financiers consolidés, à l'exclusion des corrections de valeur et des dividendes reçus des entreprises liées ;
   8° le montant du bénéfice ou des pertes de l'exercice comptable concerné, avant impôt sur les revenus des sociétés ;
   9° le montant de l'impôt sur les revenus des sociétés dû au cours de l'exercice comptable concerné, qui doit être calculé comme étant la charge d'impôt exigible au titre des bénéfices imposables ou des pertes de l'exercice comptable comptabilisée par les sociétés, les entreprises et les succursales dans la juridiction fiscale concernée, à l'exclusion des impôts différés et des provisions constituées au titre de charges fiscales incertaines ;
   10° le montant de l'impôt sur les revenus, acquitté sur la base de trésorerie, calculé comme étant le montant de l'impôt sur les revenus des sociétés payé par les sociétés, les entreprises et les succursales au cours de l'exercice comptable concerné, dans la juridiction fiscale concernée ;
   11° le montant des bénéfices non distribués à la fin de l'exercice comptable concerné.
   La devise utilisée visée à l'alinéa 1er, 3°, est la devise utilisée pour l'établissement et la publication des comptes annuels de la société, les comptes consolidés de la société mère ultime ou des états financiers consolidés de l'entreprise mère ultime. Lorsque la filiale établit la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus, la devise utilisée est la devise dans laquelle les comptes annuels de la filiale sont exprimés.
   Le chiffre d'affaires visé à l'alinéa 1er, 7°, comprend également les transactions passées avec des parties liées.
   La charge d'impôt exigible de l'exercice en cours visée à l'alinéa 1er, 9°, se rapporte uniquement aux activités d'une entreprise pendant l'exercice social concerné. Cette charge n'inclut pas les impôts différés, ni les provisions constituées au titre de charges fiscales incertaines.
   Les taxes payées visées à l'alinéa 1er, 10°, incluent également les retenues à la source, payées par d'autres sociétés et entreprises, concernant des paiements reçus par les entités au sein d'un groupe.
   On entend par des bénéfices non distribués visés à l'alinéa 1er, 11°, la somme des bénéfices des exercices passés, à savoir le bénéfice reporté et du bénéfice de l'exercice social concerné dont la distribution n'a pas encore été décidée, à savoir le bénéfice à reporter.
   En ce qui concerne les succursales, on entend par bénéfices non distribués :
   1° le bénéfice de la société autonome qui a ouvert la succursale ;
   2° le bénéfice de l'entreprise autonome d'un pays tiers.
   § 2. Les informations sont attribuées à chaque juridiction fiscale concernée sur la base de l'établissement, de l'existence d'une installation fixe d'affaires ou d'une activité économique permanente qui, du fait des activités de la société ou du groupe, peut être soumise à un impôt sur les revenus des sociétés dans cette juridiction fiscale.
   Lorsque les activités de plusieurs sociétés liées peuvent être soumises à un impôt sur les revenus des sociétés dans une même juridiction fiscale, les informations attribuées à cette juridiction fiscale représentent la somme des informations relatives à ces activités pour chacune des sociétés liées et leurs succursales, dans cette juridiction fiscale. Aucune information relative à une activité donnée n'est attribuée simultanément à plusieurs juridictions fiscale.
   § 3. Les informations visées au paragraphe 1er sont présentées séparément pour chaque Etat membre. Lorsqu'un Etat membre comprend plusieurs juridictions fiscales, les informations sont agrégées au niveau de cet Etat membre.
   En ce qui concerne les juridictions fiscales en dehors de l'Union européenne, les informations visées au paragraphe 1er peuvent être présentées sous une forme agrégée, sauf s'il s'agit :
   1° des juridictions fiscales non coopératives à des fins fiscales ;
   2° des juridictions fiscales figurant sur les listes belges des juridictions fiscales.
   3 ° des juridictions fiscales considérées par le Forum mondial sur la transparence et l'échange de renseignements à des fins fiscales, comme des Etats n'ayant pas mis effectivement ou substantiellement en oeuvre le standard sur l'échange de renseignements sur demande.
   § 4. Le cas échéant, la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus contient un exposé général donnant des explications sur les éventuelles discordances importantes entre les montants visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 9° et 10°, en tenant compte, le cas échéant, des montants correspondants concernant les exercices comptables précédents.
   § 5. La déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus doit être établie dans la même langue que les comptes annuels.]1

  
Art.6:6. [1 Voor de openbaarmaking van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting gebruikt de onderworpen vennootschap of bijkantoor het model en het formaat voor elektronische verslaglegging vastgesteld door de Europese Commissie door middel van uitvoeringshandelingen, als bedoeld in artikel 48quater van de Richtlijn 2013/34/EU.]1
  
Art.6:6. [1 Pour la publication de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus, la société ou succursale assujettie utilise le modèle et le format de déclaration électronique, fixés par la Commission européenne par la voie d'actes d'exécution, visées à l'article 48quater de la Directive 2013/34/UE.]1
  
Art.6:7. [1 In afwijking van artikel 3:66 ontvangt de Nationale Bank van België de neerlegging van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting ten laatste binnen de twaalf maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar waarop het verslag betrekking heeft, overeenkomstig artikelen 3:12/1, 3:20/1, § 4, en 3:36/1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
   Legt de onderworpen vennootschap of het bijkantoor het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting tegelijk met andere stukken neer, dan is het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting duidelijk afgescheiden van de andere stukken. Het is geenszins toegelaten om het verslag in de jaarrekening of het jaarverslag te incorporeren.]1

  
Art.6:7. [1 Par dérogation à l'article 3:66, la Banque nationale de Belgique reçoit le dépôt de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus, au plus tard dans les douze mois suivant la date de clôture de l'exercice auquel la déclaration se rapporte, conformément aux articles 3:12/1, 3:20/1, § 4, et 3:36/1 du Code des sociétés et des associations.
   Lorsque la société ou la succursale assujettie dépose la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus en même temps que les autres pièces, la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus est bien distincte des autres pièces. L'incorporation de la déclaration dans les comptes annuels ou le rapport de gestion n'est en aucun cas admise.]1

  
Art.6:8. [1 Het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting wordt elektronisch neergelegd volgens de technische modaliteiten en procedures die de Nationale Bank van België in een protocol heeft vastgelegd. De Nationale Bank van België maakt de technische modaliteiten en procedures openbaar via haar website.]1
  
Art.6:8. [1 La déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus est à déposer électroniquement selon les modalités techniques et procédures fixées dans un protocole de la Banque nationale de Belgique. La Banque nationale de Belgique publie les modalités techniques et procédures sur son site internet.]1
  
Art.6:9. [1 De Nationale Bank van België aanvaardt de neerlegging van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting enkel wanneer dit verslag in overeenstemming is met artikel 6:6 wat betreft het model en het formaat en na betaling van de neerleggingskosten. De neerleggingskosten die aan Nationale Bank van België moeten worden betaald, bedragen 81,70 euro.
   De in dit artikel bepaalde neerleggingskosten worden jaarlijks, op 1 januari, aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de volgende formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag bepaald in het eerste lid vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober van het jaar voordien, en gedeeld door het aanvangsindexcijfer, met name het indexcijfer van de maand oktober 2023. Het verkregen resultaat wordt afgerond op het hogere veelvoud van 10 eurocent. De aangepaste bedragen worden uiterlijk op 15 december van elk jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
   Wanneer de neerlegging van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting aanvaard wordt, neemt de Nationale Bank van België deze neerlegging op in haar elektronisch register.
   Binnen elf werkdagen die volgen op de datum van de aanvaarding van de neerlegging, stuurt de Nationale Bank van België de mededeling van deze neerlegging via de eBox, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via de eBox, naar de persoon op wie het document betrekking heeft.]1

  
Art.6:9. [1 La Banque nationale de Belgique n'accepte le dépôt de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus que si cette déclaration est conforme à l'article 6:6 en ce qui concerne le modèle et le format, et après paiement des frais de dépôt. Les frais de dépôt à payer à la Banque nationale de Belgique s'élèvent à 81,70 euros.
   Les frais de dépôt prévus dans le présent article sont adaptés, le 1er janvier de chaque année, à l'évolution de l'indice des prix à la consommation conformément à la formule suivante : le nouveau montant est égal au montant de base prévu à l'alinéa 1er multiplié par le nouvel indice, à savoir l'indice du mois d'octobre de l'année précédente, et divisé par l'indice de départ, à savoir l'indice du mois d'octobre 2023. Le résultat obtenu est arrondi à la dizaine d'eurocent supérieure. Les montants adaptés sont publiés au Moniteur belge au plus tard le 15 décembre de chaque année.
   Lorsque le dépôt de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus est accepté, la Banque nationale de Belgique enregistre ce dépôt dans son registre électronique.
   Dans les onze jours ouvrables qui suivent la date de l'acceptation du dépôt, la Banque nationale de Belgique envoie la mention de ce dépôt via l'eBox, institué par la loi du 27 février 2019 relative à l'échange électronique de messages par le biais de l'eBox, à la personne à laquelle le document se rapporte.]1

  
Art.6:10. [1 De aanpassing van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting, waarvan de neerlegging eerder door de Nationale Bank van België werd aanvaard, gebeurt door neerlegging, volgens de voorwaarden bepaald door artikel 6:8 en de neerleggingskosten bedoeld in artikel 6:9 van de integrale, behoorlijk verbeterd verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting.
   De vermelding "verbetering" wordt opgenomen in het gestructureerd databestand bedoeld in artikel 6:6.
   De verbetering van het eerder openbaar gemaakt verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting luidt in dezelfde munteenheid en hetzelfde veelvoud hiervan en gebeurt in dezelfde taal als het vorige verslag.]1

  
Art.6:10. [1 La rectification de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus, dont le dépôt a été accepté préalablement par la Banque nationale de Belgique, s'effectue par le dépôt, selon les conditions prévues à l'article 6:8 et les frais de dépôt visés à l'article 6:9, de l'intégralité de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus dûment rectifiée.
   L'indication " rectification " est reprise dans le fichier structuré visé à l'article 6:6.
   La rectification de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus publiée antérieurement est libellée dans la même unité monétaire et le même multiple que celle-ci et s'effectue dans la même langue que la déclaration précédente.]1

  
Art.6:11. [1 De Nationale Bank van België stelt op haar website een kopie beschikbaar, in de vorm van het gestructureerd databestand bedoeld in artikel 6:6 en in de vorm van een bestand in het "Portable Document Format" (PDF)-formaat, van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting dat bij haar werd neergelegd tijdens het lopende en de minstens vijf vorige kalenderjaren, volgens de voorwaarden die zij bepaalt en die op haar website bekendgemaakt worden. De Nationale Bank van België kan het verslag ook op andere wijzen ter beschikking stellen.]1
  
Art.6:11. [1 La Banque nationale de Belgique met à disposition sur son site internet une copie, sous forme du fichier structuré visé à l'article 6:6 et sous forme d'un fichier au format " Portable Document Format " (PDF), de la déclaration d'informations relatives à l'impôt sur les revenus qui a été déposée auprès d'elle pendant l'année civile en cours et, au minimum, les cinq années civiles précédentes, selon les conditions qu'elle définit et qui sont publiées sur son site internet. La Banque nationale de Belgique peut également mettre à disposition par d'autres moyens.]1
  
BOEK 7. - De besloten vennootschap, de coöperatieve vennootschap en de naamloze vennootschap
LIVRE 7. - La société à responsabilité limitée, la société coopérative et la société anonyme
TITEL 1. - Uitkoopbod voor de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap
TITRE 1er. - Offre de reprise pour la société à responsabilité limitée et la société anonyme
Art. 7:1. § 1. Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder:
  1° "bieder": de persoon die de voorwaarden van artikel 7:2 vervult en een uitkoopbod doet;
  2° "doelvennootschap": de niet-genoteerde besloten of naamloze vennootschap wiens effecten door het uitkoopbod worden beoogd;
  3° "kredietinstelling": een kredietinstelling waarop de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van toepassing is;
  4° "effecten waarop het uitkoopbod slaat": effecten die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen en stemrecht verlenen, alsook effecten die recht geven op inschrijving op of verwerving van dergelijke effecten of op omzetting in dergelijke effecten, met uitzondering van obligaties uitgegeven door de vennootschap die niet converteerbaar zijn of waaraan geen inschrijvingsrechten zijn verbonden;
  5° "personen die in onderling overleg optreden": personen tussen wie een akkoord bestaat met voor de partijen als doel of gevolg een parallelle gedragslijn te volgen voor de verwerving of de overdracht van effecten van de doelvennootschap, van de bieder of van de vennootschap waarvan de effecten als tegenwaarde worden aangeboden;
  6° "verbonden personen": vennootschappen die onderling zijn verbonden als bedoeld in artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen alsmede andere natuurlijke en rechtspersonen, wanneer tussen hen een affiliatieverband bestaat in de zin van hetzelfde artikel 1:20;
  7° "controle van een vennootschap": de bevoegdheid omschreven in artikel 1:14 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  8° "gezamenlijke controle": de controle omschreven in artikel 1:18 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  § 2. Worden behoudens tegenbewijs beschouwd als een akkoord met voor de partijen als doel of als gevolg een parallelle gedragslijn te volgen voor de verwerving of de overdracht van effecten van de betrokken vennootschap:
  1° andere dan statutaire overeenkomsten die een blokkering van de effecten, een goedkeuring of een gelijkaardig mechanisme voor de verwerving of overdracht van effecten van de betrokken vennootschap inhouden;
  2° andere dan statutaire overeenkomsten waarin een recht van voorkoop dan wel opties of verplichtingen tot aankoop of verkoop van effecten van de betrokken vennootschap zijn bedongen;
  3° de gezamenlijke controle over een vennootschap die effecten bezit van de betrokken vennootschap.
  § 3. Worden behoudens tegenbewijs vermoed in onderling overleg op te treden:
  1° de bieder, de leden van zijn bestuursorganen en de vennootschappen die hij controleert of die hem controleren, alsook andere personen met wie zij een akkoord als bepaald in paragraaf 2 hebben gesloten;
  2° de doelvennootschap, de leden van haar bestuursorganen en de vennootschappen die zij controleert of die haar controleren alsook andere personen met wie zij een akkoord als bepaald in paragraaf 2 hebben gesloten;
  3° andere personen die met de in het 1° of 2° bedoelde personen een akkoord hebben gesloten om de verwerving van effecten van de doelvennootschap te financieren en die bij het resultaat van het bod een belang hebben dat niet uitsluitend een belang als schuldeiser is;
  4° onderling verbonden personen.
Art. 7:1. § 1er. Pour l'application du présent titre, il faut entendre par :
  1° " offrant " : la ou les personnes remplissant les conditions de l'article 7:2, qui fait une offre de reprise;
  2° " société visée " : la société à responsabilité limitée ou anonyme non cotée dont les titres font l'objet d'une offre de reprise;
  3° " établissement de crédit " : l'établissement de crédit régi par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse;
  4° " titres faisant l'objet de l'offre de reprise " : les titres représentatifs ou non du capital, conférant le droit de vote ainsi que les titres donnant droit à la souscription ou à l'acquisition de tels titres ou à la conversion en de tels titres, à l'exclusion des obligations émises par la société qui ne sont pas convertibles ou auxquelles ne sont pas attachés des droits de souscription;
  5° " personnes agissant de concert " : les personnes entre lesquelles existe un accord ayant pour objet ou pour effet l'adoption par elles d'un comportement parallèle en ce qui concerne l'acquisition ou la cession de titres de la société visée, de l'offrant ou de la société dont les titres sont offerts en contrepartie;
  6° " personnes liées " : les sociétés qui sont liées entre elles au sens de l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations, ainsi que les autres personnes physiques et morales lorsqu'il y a entre elles un lien de filiation au sens du même article 1:20;
  7° " contrôle d'une société " : le pouvoir défini à l'article 1:14 du Code des sociétés et des associations;
  8° " contrôle conjoint " : le contrôle défini à l'article 1:18 du Code des sociétés et des associations;
  § 2. Sont considérés, sauf preuve contraire, comme un accord ayant pour objet ou pour effet l'adoption par les parties d'un comportement parallèle en ce qui concerne l'acquisition ou la cession de titres de la société concernée :
  1° les conventions autres que statutaires comportant un blocage des titres, un agrément ou un mécanisme similaire pour l'acquisition ou la cession de titres de la société concernée;
  2° les conventions autres que statutaires comportant des droits de préemption ou des options ou engagements d'achat ou de vente de titres de la société concernée;
  3° le contrôle conjoint d'une société qui possède des titres de la société concernée.
  § 3. Sont présumés, sauf preuve contraire, agir de concert :
  1° l'offrant, les membres de ses organes d'administration et les sociétés qu'il contrôle ou qui le contrôlent, ainsi que les autres personnes avec lesquelles ils ont conclu un accord visé au paragraphe 2;
  2° la société visée, les membres de ses organes d'administration et les sociétés qu'elle contrôle ou qui la contrôlent, ainsi que les autres personnes avec lesquelles ils ont conclu un accord visé au paragraphe 2;
  3° les autres personnes qui ont conclu avec les personnes visées au 1° ou 2° un accord pour le financement de l'acquisition de titres de la société visée et qui sont intéressées au résultat de l'offre en raison d'un intérêt qui n'est pas exclusivement celui de créancier;
  4° les personnes liées entre elles.
Art. 7:2. De bieder moet alleen, rechtstreeks of onrechtstreeks, dan wel in onderling overleg, 95 % van de stemrechtverlenende effecten van de doelvennootschap bezitten; om dit quotum van 95 % te berekenen worden de effecten in bezit van met de bieder verbonden personen en van personen die in overleg met hem handelen, bij de effecten in bezit van de bieder geteld.
  Dit percentage wordt berekend op het ogenblik waarop het verslag van de bieder als bedoeld in artikel 7:4, § 2, is opgesteld.
Art. 7:2. L'offrant doit détenir seul, directement ou indirectement, ou de concert, 95 % des titres de la société visée qui confèrent le droit de vote, pour la détermination de la quotité de 95 %; les titres détenus par des personnes liées à l'offrant et par des personnes agissant de concert avec lui, sont ajoutés aux titres détenus par l'offrant.
  Ce pourcentage est calculé au moment où le rapport de l'offrant est établi conformément à l'article 7:4, § 2.
Art. 7:3. De bieder moet zich, wat hem betreft, ertoe verbinden het bod ten einde te brengen en mag, zodra hij de in artikel 7:6 bepaalde kennisgeving heeft verricht, geen effecten waarop het bod betrekking heeft, verwerven tegen andere voorwaarden dan die van het bod, tenzij hij die uitbreidt tot alle begunstigden van het bod.
  Alle voor de verwezenlijking van het uitkoopbod noodzakelijke middelen moeten beschikbaar zijn, hetzij op een rekening bij een kredietinstelling, hetzij in de vorm van een onherroepelijk en onvoorwaardelijk krediet dat een kredietinstelling voor de bieder heeft geopend; deze middelen moeten worden geblokkeerd om de betaling te waarborgen van de aankoopprijs van de effecten die in het kader van het uitkoopbod zijn verworven of uitsluitend daartoe worden aangewend.
Art. 7:3. L'offrant doit s'engager, pour ce qui dépend de lui, à mener l'offre à son terme et à s'abstenir, dès l'envoi de l'avis prévu à l'article 7:6, d'acquérir des titres faisant l'objet de l'offre à des conditions différentes de celle-ci, sauf s'il en fait bénéficier tous les destinataires de l'offre.
  La totalité des fonds nécessaires à la réalisation de l'offre de reprise doit être disponible, soit en un compte auprès d'un établissement de crédit, soit sous la forme d'un crédit irrévocable et inconditionnel ouvert à l'offrant par un établissement de crédit; ces fonds doivent être bloqués pour assurer le paiement du prix d'achat des titres acquis dans le cadre de l'offre de reprise ou être exclusivement affectés à cette fin.
Art. 7:4. § 1. De bieder bepaalt de prijs voor het uitkoopbod, rekening houdend met de belangen van de eigenaars van effecten.
  § 2. De bieder moet een schriftelijk en omstandig verslag opstellen over de verrichting. Dit verslag moet alle noodzakelijke inlichtingen bevatten opdat de eigenaars van effecten van de doelvennootschap zich met kennis van zaken een oordeel zouden kunnen vormen over de verrichting, en moet tenminste de volgende elementen bevatten:
  1° in verband met de bieder, of de bieders wanneer er meer dan een is:
  a) of hij alleen optreedt, rechtstreeks of onrechtstreeks, of in onderling overleg met anderen;
  b) op de dag waarop het verslag wordt opgesteld, hoeveel en welke categorieën en soorten stemrechtverlenende effecten rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit zijn van de bieder, van met de bieder verbonden personen en van personen die in overleg met hem handelen;
  c) de volledige identiteit van de bieder en van alle met hem verbonden personen en van personen die in overleg met hem handelen voor het uitkoopbod.
  2° in verband met het uitkoopbod:
  a) hoeveel en welke effecten de bieder voornemens is te verwerven;
  b) vermelding en verantwoording van de voorgestelde prijs voor de effecten waarop het uitkoopbod slaat, en als verschillende categorieën of soorten van effecten tegen verschillende prijzen zijn verworven, vermelding van deze prijzen en verantwoording van de prijsverschillen. Het verslag vermeldt volgens welke methodes de prijs is bepaald, het relatieve belang van elk van die methodes, de waarden die elke methode oplevert, de eventuele ondervonden problemen;
  c) vermelding van de voorziene aanvangs- en de slotdatum van de aanvaardingsperiode van het uitkoopbod;
  d) vermelding van de plaats waar de aanvaarding van het bod en de effecten waarop het bod slaat moeten worden neergelegd, alsmede de uiterste datum van de neerlegging; vermelding van de plaats waar de houders van de effecten schriftelijk hun weigering tot afstand kunnen betekenen, mits identificatie van hun effecten;
  e) vermelding van de datum en de wijze van betaling;
  f) vermelding dat de eventuele taksen en kosten ten laste zijn van de bieder;
  g) vermelding van de plaats waar en de wijze waarop de effecten die na afsluiting van het aldus heropende bod niet zijn aangeboden, worden geconsigneerd.
  3° in verband met de doelvennootschap:
  de naam van de vennootschap, de datum van oprichting ervan, het doel, het adres van de zetel van de vennootschap, de vermelding van de wijzigingen die in de loop van de laatste 10 jaar in de statuten zijn aangebracht, met verwijzing naar de bekendmakingen, de namen van de leden van het bestuursorgaan met vermelding van hun bevoegdheid.
Art. 7:4. § 1er. L'offrant détermine le prix de l'offre de reprise compte tenu des intérêts des propriétaires de titres.
  § 2. L'opération doit faire l'objet d'un rapport écrit et circonstancié de l'offrant. Ce rapport doit contenir tous les renseignements nécessaires pour que les propriétaires des titres de la société visée puissent porter un jugement fondé sur l'opération, et au moins les éléments suivants :
  1° quant à l'offrant, ou aux offrants en cas de pluralité :
  a) s'il agit seul, directement ou indirectement, ou de concert avec d'autres personnes;
  b) au jour où le rapport est arrêté, le nombre, les catégories et les classes de titres conférant le droit de vote, détenus directement ou indirectement par l'offrant, les personnes qui lui sont liées et celles qui agissent de concert avec lui;
  c) l'identité complète de l'offrant et de toutes les personnes qui lui sont liées et celles qui agissent de concert avec lui pour l'offre de reprise.
  2° quant à l'offre de reprise :
  a) le nombre et le(s) type(s) de titres que l'offrant propose de reprendre;
  b) l'indication et la justification du prix proposé pour les titres faisant l'objet de l'offre de reprise et, si plusieurs catégories ou classes de titres sont acquises à des prix différents, l'indication de ces prix ainsi que la justification des différences. Le rapport indiquera les méthodes suivies pour la détermination du prix, l'importance relative qui est donnée à ces méthodes, les valeurs auxquelles chaque méthode parvient, les difficultés éventuellement rencontrées;
  c) l'indication des dates prévues d'ouverture et de clôture de la période d'acceptation de l'offre de reprise;
  d) l'indication du lieu où les acceptations de l'offre et les titres y afférents doivent être déposés, ainsi que de la date ultime du dépôt; l'indication du lieu où les titulaires de titres peuvent signifier par écrit leur refus de s'en défaire, moyennant l'identification de leurs titres;
  e) l'indication des dates et des modalités de paiement;
  f) l'indication que les taxes et les frais éventuels sont à charge de l'offrant;
  g) l'indication du lieu et des modalités de la consignation des titres non présentés à la clôture de l'offre de reprise.
  3° quant à la société visée :
  sa dénomination, la date de sa création, son objet, l'adresse de son siège, l'indication des modifications statutaires intervenues au cours des dix dernières années, avec la référence des publications, les noms des membres de l'organe d'administration en distinguant leurs pouvoirs.
Art. 7:5. Bij het schriftelijke en omstandige verslag van de bieder wordt gevoegd:
  1° een schriftelijk verslag van een bedrijfsrevisor, een accountant ingeschreven op het Tableau van de externe accountants van het Instituut van Accountants en de Belastingsconsulenten. In dit verslag spreekt de bedrijfsrevisor of de accountant zich uit over de relevantie, ten aanzien van de gebruikelijk gehanteerde waarderingscriteria, van de door de bieder gebruikte waarderingsmethode(s) om de vennootschap te waarderen en de prijs te rechtvaardigen; de bedrijfsrevisor of de accountant vermeldt ook of hij van oordeel is dat de prijs de belangen van de eigenaars van effecten veilig stelt.
  2° het advies van het bestuursorgaan van de doelvennootschap, waarin het bestuursorgaan stelt dat het door de bieder opgesteld verslag naar zijn oordeel geen leemten vertoont of geen gegevens bevat die de eigenaars van effecten van de doelvennootschap kunnen misleiden. Bovendien moet in dit advies het oordeel staan van het bestuursorgaan over het verslag van de onder het 1° vermelde bedrijfsrevisor of accountant. Tot slot moet het advies vermelden of hij vindt dat met de prijs de belangen van de effectenhouders al dan niet veilig komen worden gesteld.
Art. 7:5. Au rapport écrit et circonstancie de l'offrant est joint :
  1° un rapport établi par un réviseur d'entreprises ou un expert-comptable inscrit au tableau des experts comptables externes de l'Institut des Experts Comptables et des Conseils Fiscaux. Dans ce rapport, le réviseur d'entreprises ou l'expert-comptable se prononce sur la pertinence, au regard des critères d'évaluation usuellement retenus, de la ou des méthodes d'évaluation utilisées par l'offrant pour évaluer la société et justifier le prix; le réviseur d'entreprises ou l'expert-comptable indique, en outre, s'il estime que le prix sauvegarde ou non les intérêts des propriétaires de titres.
  2° l'avis de l'organe d'administration de la société visée indiquant qu'à son opinion le rapport établi par l'offrant ne présente pas de lacunes ou ne contient pas d'informations susceptibles d'induire en erreur les titulaires de titres de la société visée. Cet avis doit en outre contenir l'appréciation de l'organe d'administration à propos du rapport du réviseur d'entreprises ou de l'expert comptable visé sous 1°. Il doit, enfin, indiquer s'il estime que le prix permet ou non de sauvegarder les intérêts des porteurs de titres.
Art. 7:6. Wanneer niet alle effecten op naam zijn, moet tweemaal, met een tussentijd van ten minste acht dagen, in een landelijk verspreid blad en in een blad uit de streek waar de vennootschap haar zetel heeft, een bericht worden bekendgemaakt waarin wordt vermeld waar de eigenaars van effecten de in de artikelen 7:4 en 7:5 bedoelde verslagen kunnen verkrijgen.
  Wanneer alle effecten op naam zijn, moeten die verslagen met een aangetekende brief worden verzonden.
  Elke eigenaar van effecten kan kosteloos en op verzoek een volledige kopie krijgen van de in de artikelen 7:4 en 7:5 bedoelde verslagen.
Art. 7:6. Quand tous les titres ne sont pas nominatifs, un avis indiquant l'endroit où les propriétaires de titres peuvent se procurer les rapports visés aux articles 7:4 et 7:5 doit être publié deux fois, à huit jours d'intervalle au moins, dans un organe de presse de diffusion nationale et dans un organe de presse de la région où la société a son siège.
  Quand tous les titres sont nominatifs, ces rapports doivent être transmis par lettres recommandées.
  Tout propriétaire de titres peut obtenir sans frais et sur simple demande une copie intégrale des rapports visés aux articles 7:4 et 7:5.
Art. 7:7. De eigenaars van effecten waarop het bod slaat, beschikken over een termijn van dertig dagen na bekendmaking van het tweede bericht als bedoeld in artikel 7:6, eerste lid, om schriftelijk de bieder hun bezwaren mede te delen tegen het bod en, meer in het bijzonder, tegen de waardering van de effecten van de doelvennootschap of de geboden prijs, inzonderheid uit het oogpunt van het veilig stellen van de belangen van de eigenaars van effecten.
  Wanneer alle effecten op naam zijn, loopt de termijn vanaf de verzending van de aangetekende brieven als bedoeld in artikel 7:6, tweede lid.
Art. 7:7. Les propriétaires de titres qui font l'objet de l'offre disposent d'un délai de trente jours à dater de la publication du second avis visé à l'article 7:6, alinéa 1er, pour faire part par écrit à offrant des griefs qu'ils formulent à l'encontre de l'offre et, plus particulièrement, à l'encontre de l'évaluation des titres de la société visée ou du prix, notamment au regard de la sauvegarde des intérêts des propriétaires de titres.
  Lorsque tous les titres sont nominatifs, le délai court à dater de l'envoi des lettres recommandées visées à l'article 7:6, alinéa 2.
Art. 7:8. Indien in de loop van de in artikel 7:7 genoemde termijn, bezwaren zijn gemaakt, kan de bieder hetzij zijn oorspronkelijke bod handhaven, hetzij het in gunstigere zin voor de effectenhouders wijzigen.
  De bieder maakt de beslissing die hij heeft genomen met toepassing van het eerste lid, of, wanneer geen bezwaar werd medegedeeld, het behoud van het bod, bekend via een bericht dat binnen de vijftien dagen volgend op het eind van de in artikel 7:7 bepaalde termijn wordt bekendgemaakt in een landelijk verspreid blad en in een blad uit de streek waar de vennootschap haar zetel heeft. Dit bericht herhaalt de plaats waar de eigenaars van effecten de in de artikelen 7:4 en 7:5 bedoelde verslagen kunnen bekomen en geeft de er gebeurlijk aangebrachte wijzigingen alsmede de aanvangs- en slotdata van de aanvaardingsperiode van het uitkoopbod, aan.
  Wanneer alle effecten op naam zijn, kan deze publicatie worden vervangen door de verzending van aangetekende brieven aan alle eigenaars van effecten binnen de vijftien dagen volgend op het eind van de in artikel 7:7 bepaalde termijn.
Art. 7:8. Si des griefs ont été formulés au cours du délai prévu à l'article 7:7, l'offrant peut soit maintenir son offre initiale, soit la modifier dans un sens plus favorable pour les propriétaires de titres.
  L'offrant rend publique la décision qu'il prend en application de l'alinéa 1er, ou, lorsqu'aucun grief n'a été formulé, le maintien de l'offre, par un avis publié dans les quinze jours suivant la fin du délai visé à l'article 7:7, dans un organe de presse de diffusion nationale et dans un organe de presse où la société a son siège. Cet avis rappelle l'endroit où les propriétaires de titres peuvent se procurer les rapports visés aux articles 7:4 et 7:5 et précise les éventuelles modifications apportées à ceux-ci, ainsi que les dates d'ouverture et de clôture de la période d'acceptation de l'offre de reprise.
  Lorsque tous les titres sont nominatifs, cette publication peut être remplacée par un envoi par lettres recommandées à tous les propriétaires de titres dans les quinze jours suivant la fin du délai visé à l'article 7:7.
Art. 7:9. Vanaf de datum waarop het verslag van de bieder als bedoeld in artikel 7:4 werd opgesteld, mag het uitkoopbod enkel worden gewijzigd met toepassing van artikel 7:3, eerste lid of van artikel 7:8, eerste lid.
Art. 7:9. A compter de la date du rapport de l'offrant visé à l'article 7:4, l'offre de reprise ne peut plus être modifiée que par application de l'article 7:3, alinéa 1er ou de l'article 7:8, alinéa 1er.
Art. 7:10. De periode voor de aanvaarding van het uitkoopbod bedraagt minimum tien en maximum twintig dagen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking overeenkomstig artikel 7:8.
Art. 7:10. La période d'acceptation de l'offre de reprise doit avoir une durée minimale de dix jours et une durée maximale de vingt jours à compter de la publication faite conformément à l'article 7:8.
Art. 7:11. Met uitzondering van de effecten waarvan de eigenaars uitdrukkelijk en schriftelijk voor het sluiten van de aanvaardingsperiode van het bod hebben te kennen gegeven dat ze er geen afstand van willen doen, worden de effecten die na afsluiting van het bod niet zijn aangeboden, geacht van rechtswege op de bieder te zijn overgegaan. De betaling van de overgedragen effecten geschiedt ten laatste binnen één maand na afsluiting van het bod. De middelen die noodzakelijk zijn voor de betaling van de overgedragen effecten, worden geconsigneerd bij de Deposito- en Consignatiekas ten gunste van hun vroegere eigenaars.
Art. 7:11. A l'exception des titres dont les propriétaires ont fait savoir à l'offrant, expressément et par écrit avant la clôture de la période d'acceptation de l'offre, qu'ils refusaient de s'en défaire, les titres non présentés à la clôture de l'offre sont réputés transférés de plein droit à l'offrant. Le paiement des titres ainsi transférés s'effectue au plus tard dans le mois qui suit la clôture de l'offre. Les fonds nécessaires au paiement des titres ainsi transférés sont consignés auprès de la Caisse de dépôts et consignations au profit de leurs anciens propriétaires.
TITEL 2. - Elektronisch effectenregister voor de besloten vennootschap, de coöperatieve vennootschap en de naamloze vennootschap
TITRE 2. - Registre électronique des titres pour la société à responsabilité limitée, la société coopérative et la société anonyme
Art. 7:12. § 1. Vanaf de opmaak van het register van effecten op naam dat in elektronische vorm wordt gehouden overeenkomstig de artikelen 5:24, 6:24 of 7:28 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen geldt enkel de inschrijving in dit register, tot het bewijs van het tegendeel, als vermoeden houder te zijn van de effecten waarvoor de betrokkene is ingeschreven, zoals bepaald in de artikelen 5:29, 6:28 en 7:34 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Dit vermoeden geldt niet voor een eventueel papieren register dat nog zou blijven voortbestaan, dat geen officieel karakter meer heeft en bijgevolg geen andere bewijswaarde heeft dan deze die het kan genieten op basis van de bewijsregels van het gemeen recht.
  § 2. Wanneer een bestaande vennootschap een elektronisch effectenregister opmaakt, wordt de op datum van de omzetting van het register bestaande toestand overgenomen onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Het papieren register, dat de historiek bevat van de verrichtingen met betrekking tot de effecten, wordt bewaard op de statutaire zetel van de vennootschap, met het oog op de bewijswaarde van de inschrijvingen die dateren van voor de opmaak van het elektronisch register.
  § 3. De keuze om voor een bepaalde categorie van effecten een elektronisch register te houden, impliceert geen verplichting om de effectenregisters voor de andere categorieën van effecten in dezelfde vorm te houden.
  § 4. De vennootschap kan zelf het elektronisch register bewaren en beheren voor eigen rekening of kan voor de bewaring en het beheer van het elektronisch register beroep doen op een vertrouwensderde. De vennootschap die optreedt voor eigen rekening en de vertrouwensderde die optreedt voor rekening van de vennootschap zijn als beheerder van het elektronisch register onderworpen aan de verplichtingen die voortvloeien uit dit besluit en de wet.
  § 5. Gelet op de persoonsgegevens die worden opgenomen in het elektronisch effectenregister, dient de beheerder van het elektronisch register de passende maatregelen te nemen om de toegang tot het register, zowel met het oog op de inschrijvingen van verrichtingen als op de raadplegingen, slechts mogelijk te maken met inachtneming van de door de wet en dit besluit aan de toegang gestelde beperkingen, via een systeem van toegangscontrole. De beheerder van het elektronische register dient daarbij alles in het werk te stellen om te verhinderen dat de in het register opgenomen gegevens toegankelijk zijn voor derden die niet toegangsgerechtigd zijn.
  De beheerder van het elektronisch register dient alle noodzakelijke middelen aan te wenden om:
  1° op de bewaarde gegevens uitgevoerde raadplegingen en verrichtingen, zowel de normale als de bedrieglijke, op te sporen;
  2° de auteurs van deze verrichtingen te identificeren;
  3° deze raadplegingen en verrichtingen te dateren;
  4° de registratie van de informatie met betrekking tot deze raadplegingen en verrichtingen te bewaren gedurende de volledige bewaringsduur van de gegevens, onder meer teneinde toe te laten de verplichting bepaald in het eerste lid na te leven; Meer in het bijzonder wordt geregistreerd wie wanneer en voor welk concreet doeleinde toegang had tot welke gegevens;
  5° samen te werken met de bevoegde instanties in het kader van gerechtelijke of administratieve onderzoeken of met het oog op de opsporing van eventuele anomalieën, met name in het kader van artikel 877 van het Gerechtelijk Wetboek, of in het kader van de artikelen 315 en 317 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 .
  De beheerder van het elektronisch register ziet er op toe dat deze registraties slechts toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten en voor de personen die zij aanwijzen. Hij controleert of het gebruik dat de gemachtigde personen maken van hun toegang tot het register conform is aan de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  § 6. Overeenkomstig artikel 32 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming dient de beheerder van het elektronisch register alle noodzakelijke middelen aan te wenden om de bewaarde gegevens te beschermen tegen elke opzettelijke of onopzettelijke aantasting of beschadiging. Hij ziet toe op de integriteit van de bewaarde gegeven en dient alle noodzakelijke middelen aan te wenden om elke ongeoorloofde toegang tot de apparatuur, de communicatiesystemen en de dragers die de bewaarde gegevens bevatten, te verhinderen.
  § 7. Overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming dient de beheerder van het elektronisch register procedures te voorzien om te kunnen reageren op incidenten en hun gevolgen te kunnen beperken.
Art. 7:12. § 1er. A compter de la création du registre des titres nominatifs qui est tenu en la forme électronique conformément aux articles 5:24, 6:24 ou 7:28 du Code des sociétés et des associations, seule l'inscription dans ce registre vaut, jusqu'à preuve du contraire, comme présomption de la qualité de titulaire de titres pour lesquelles la personne concernée est inscrite, tel que prévu aux articles 5:29, 6:28 et 7:34 du Code des sociétés et des associations. Cette présomption ne vaut pas pour un éventuel registre papier qui continuerait d'exister, qui n'a plus de caractère officiel et qui par conséquent n'a plus d'autre valeur probante que celle dont il peut jouir sur la base des règles de preuve du droit commun.
  § 2. Lorsqu'une société existante crée un registre électronique des titres, la situation existant à la date de la conversion du registre est reprise sous la responsabilité de l'organe d'administration. Le registre papier, qui contient l'historique des opérations relatives aux titres, est conservé au siège statutaire de la société, compte tenu de la valeur probante des inscriptions antérieures à la création du registre électronique.
  § 3. Le choix de tenir un registre électronique pour une catégorie de titres, n'implique pas l'obligation de tenir les registres de titres pour les autres catégories de titres dans la même forme.
  § 4. La société peut conserver et gérer elle-même le registre électronique pour compte propre ou faire appel à un tiers de confiance pour la conservation et la gestion du registre électronique. La société qui agit pour son propre compte et le tiers de confiance qui agit pour compte de la société sont, en tant que gestionnaire du registre électronique, soumis aux obligations qui résultent du présent arrêté et de la loi.
  § 5. Compte tenu des données à caractère personnel reprises dans le registre électronique des titres, le gestionnaire du registre électronique doit prendre les mesures appropriées pour ne permettre l'accès au registre, aussi bien pour les inscriptions que pour les consultations, qu'en considération des limites d'accès fixées par la loi et le présent arrêté, par le biais d'un système de contrôle d'accès. A cet effet, le gestionnaire du registre électronique doit tout mettre en oeuvre afin d'empêcher que les données reprises dans le registre soient accessibles à des tiers qui n'ont pas de droits d'accès.
  Le gestionnaire du registre électronique doit mettre en oeuvre tous les moyens nécessaires pour :
  1° détecter les consultations et les opérations, tant normales que frauduleuses, effectuées sur les données conservées;
  2° identifier les auteurs de telles opérations;
  3° procéder à la datation de ces consultations et opérations;
  4° conserver l'enregistrement des informations relatives à ces consultations et opérations pendant toute la durée de conservation des données, notamment en vue de permettre le respect de l'obligation prévue à l'alinéa 1er; En particulier, il est enregistré qui a eu accès à quelles données, quand et pour quelle finalité concrète.
  5° collaborer avec les instances compétentes dans le cadre d'enquêtes judiciaires ou administratives ou en vue de rechercher d'éventuelles anomalies, notamment dans le cadre de l'article 877 du Code judiciaire, ou dans le cadre des articles 315 et 317 du Code des impôts sur les revenus 1992.
  Le gestionnaire du registre éléctronique veille à ce que ces enregistrements ne soient accessibles qu'aux autorités compétentes et aux personnes qu'elles désignent. Il verifie si l'utilisation de leur accès par les personnes autorisées est conforme au Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
  § 6. Conformément l'article 32 du règlement général sur la protection des données, le gestionnaire du registre électronique doit mettre en oeuvre tous les moyens nécessaires en vue de protéger les données conservées contre toute atteinte ou détérioration, intentionnelle ou accidentelle. Il veille à l'intégrité des données conservées et doit mettre en oeuvre tous les moyens nécessaires en vue d'empêcher tout accès non autorisé aux matériels, systèmes de communication et supports contenant les données conservées.
  § 7. Conforméméent les articles 33 et 34 du règlement général sur la protection des données, le gestionnaire du registre électronique doit mettre en place des procédures permettant de réagir aux incidents et de limiter leurs effets.
Art. 7:13. § 1. De beheerder van het elektronisch register zorgt voor de bewaring van de technische informatie die noodzakelijk is voor de controle van de raadplegingen en verrichtingen bedoeld in artikel 7:12, § 5, tweede en derde lid.
  § 2. De toegangscontrole bedoeld in artikel 7:12, § 5, eerste lid, omvat zowel een aspect van identificatie van de persoon, door middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend, als een controle van het welbepaalde en precieze karakter van de wettelijke hoedanigheid die deze derde toelaat om toegang te krijgen en naar het relevante karakter van de gevraagde gegevens, evenals de omvang van deze toegang.
  Voor de toepassing van deze bepaling dienen de in het kader van deze toegangscontrole gebruikte elektronische identificatiemiddelen te beantwoorden aan het betrouwbaarheidsniveau "hoog", overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  De hoedanigheid van houder van een effect voor de rechtstreekse raadpleging van het register dat betrekking heeft op zijn categorie van effecten, wordt bewezen door zijn inschrijving in het register.
  De hoedanigheid van lid van een bestuursorgaan voor de rechtstreekse raadpleging van het register wordt bewezen door de inschrijving als lid van dat bestuursorgaan in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Voor de rechtstreekse inschrijving van een verrichting is bijkomend een controle vereist van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid.
  Andere personen die, hetzij namens de vennootschap, hetzij namens de effectenhouders of hun erfgenamen als gemachtigde optreden, ontlenen hun hoedanigheid voor de rechtstreekse raadpleging van het register en, in voorkomend geval, voor de inschrijving, aanvulling of ondertekening van het register aan deze machtiging. Hetzelfde geldt voor de tussenpersonen die, in voorkomend geval, worden gemachtigd indien de vennootschap beroep doet op een vertrouwensderde voor de bewaring en het beheer van het register. De beheerder neemt de gepaste maatregelen om het bewijs van deze hoedanigheid te bepalen en te controleren, zowel voor wat de rechtstreekse raadpleging als voor wat de rechtstreekse inschrijving van een verrichting betreft.
Art. 7:13. § 1er. Le gestionnaire du registre électronique assure également la conservation de l'information technique qui est nécessaire pour un contrôle des consultations et opérations visées à l'article 7:12, § 5, alinéas 2 et 3.
  § 2. Le contrôle d'accès visé à l'article 7:12, § 5, alinéa 1er, comprend aussi bien un aspect d'identification de la personne, au moyen d'un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée, qu'un contrôle du caractère déterminé et précis de la qualité légale permettant à ce tiers de disposer d'un accès et du caractère pertinent des données sollicitées, de même que l'étendue de cet accès.
  Pour l'application de cette disposition, les moyens d'identification employés dans le cadre de ce contrôle d'accès doivent correspondre au niveau de garantie " élevé ", conformément à l'article 6 du Règlement 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  La qualité de titulaire d'un titre, pour la consultation directe du registre relatif à sa catégorie de titres, est prouvée par son inscription dans le registre.
  La qualité de membre d'un organe d'administration pour la consultation directe du registre, est prouvée par l'inscription dans la Banque-Carrefour des Entreprises comme membre de cet organe d'administration. Pour l'inscription directe d'une opération une vérification de leur compétence de représentation est en outre requise.
  Les autres personnes qui agissent comme mandataires, soit de la société, soit des titulaires des titres ou leurs héritiers, empruntent leur qualité pour la consultation directe du registre et, le cas échéant, pour l'inscription, l'ajout ou la signature du registre à ce mandat. Il en va de même pour les intermédiaires qui sont, le cas échéant, mandatés lorsque la société fait appel à un tiers de confiance pour la conservation et la gestion du registre. Le gestionnaire prend les mesures adéquates pour déterminer et pour vérifier la preuve de cette qualité, tant en ce qui concerne la consultation directe que l'inscription directe d'une opération.
Art. 7:14. § 1. De vennootschap wordt met betrekking tot deze gegevens beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking als bedoeld in artikel 4.7 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG. De vertrouwensderde wordt beschouwd als verwerker als bedoeld in artikel 4.8 van dezelfde verordening.
  § 2. Onverminderd andersluidende wettelijke en reglementaire bepalingen, moet hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel 7:13 bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, met inbegrip van de personen die belast zijn met het technisch beheer van het elektronisch systeem, het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.
Art. 7:14. § 1er. La société est considéré à l'égard de ces données comme le responsable du traitement au sens de l'article 4.7 du Règlement (EU) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE. Le tiers de confiance est considéré comme sous-traitant, au sens de l'article 4.8 du même règlement.
  § 2. Sans préjudice des dispositions législatives et réglementaires en sens contraire, quiconque participe, à quelque titre que ce soit, à la collecte, au traitement ou à la communication des données visées à l'article 7:13 ou a connaissance de telles données, y compris les personnes chargés avec la gestion technique du système électronique, est tenu d'en respecter le caractère confidentiel.
Art. 7:15. In geval van stopzetting van het elektronisch register om welke reden dan ook, met inbegrip van de sluiting van de vereffening van de vennootschap, dient het bestuursorgaan of, in voorkomend geval, de vereffenaar, een volledige print van het elektronisch register op papier te bewaren op de zetel van de vennootschap of, in geval van vereffening, op de plaats waar de boeken en bescheiden van de vennootschap worden neergelegd en gedurende de in artikel 2:102 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde termijn moeten worden bewaard. Deze geprinte versie vermeldt de datum van de print en wordt ondertekend door het bestuurs- of vertegenwoordigingsorgaan of, in voorkomend geval, de vereffenaar. Wanneer de stopzetting het gevolg is van een besluit van het bestuursorgaan wordt deze print gehecht aan de notulen van dat besluit.
Art. 7:15. En cas de cessation du registre électronique pour une raison quelconque, y compris en cas de clôture de la liquidation de la société, l'organe d'administration ou, le cas échéant, le liquidateur, doit conserver une impression complète du registre électronique sur papier, au siège de la société ou, dans le cas d'une liquidation, à l'endroit où les livres et écritures de la société sont déposés et doivent être conservés durant le délai visé à l'article 2:102 du Code des sociétés et des associations. Cette version imprimée mentionne la date de l'impression et est signée par l'organe d'administration ou de représentation ou, le cas échéant, du liquidateur. Lorsque la cessation est la conséquence d'une décision de l'organe d'administration, cette impression est annexé au procès-verbal de cette décision.
BOEK 8. - De genoteerde besloten vennootschap in de zin van artikel 1:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de naamloze vennootschap
LIVRE 8. - La société à responsabilité limitée cotée au sens de l'article 1:1 du Code des sociétés et des associations et la société anonyme
TITEL 1. - Het openbaar karakter van het verzoek tot verlening van volmachten
TITRE 1er. - Le caractère public d'une sollicitation de procuration
Art. 8:1. Het openbaar karakter van een verzoek tot verlening van volmachten in de zin van artikel 7:145 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen staat vast zodra één van volgende omstandigheden zich voordoet:
  1° bij aanwending door de verzoeker of voor zijn rekening, van reclamemiddelen, van welke aard ook, die verzoeken of aanbevelen om de betreffende volmachten te verlenen;
  2° bij beroep op of tussenkomst van één of meer bemiddelaars;
  3° bij sollicitatie, door de verzoeker of voor zijn rekening, van 150 of meer aandeelhouders.
  Voor de toepassing van deze bepaling wordt als reclamemiddel beschouwd:
  a) de verspreiding van informatie in de schrijvende pers of in al dan niet periodieke publicaties en het gebruik van radio, televisie of andere audiovisuele middelen;
  b) de verspreiding van circulaires of van andere gestandaardiseerde stukken met betrekking tot het verzoek, ook als ze aan de geadresseerde persoonlijk worden toegezonden;
  c) de verpreiding van informatie via telefonisch of elektronisch informatieverkeer;
  d) het gebruik van andere technieken om het verzoek bekend te maken.
  Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder bemiddelaar verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, tegen vergoeding of voordeel van welke aard ook, bij een verzoek tot verlening van volmachten rechtstreeks of onrechtstreeks optreedt voor rekening van de verzoeker.
Art. 8:1. Le caractère public d'une sollicitation de procuration au sens de l'article 7:145 du Code des sociétés et des associations est établi dès qu'une des circonstances suivantes est réalisée :
  1° la mise en oeuvre, par le demandeur ou pour son compte, de procédés de publicité de quelque nature qu'ils soient, destinés à solliciter ou à recommander la procuration visée;
  2° le recours à ou l'intervention d'un ou de plusieurs intermédiaires;
  3° la sollicitation, par le demandeur ou pour le compte de celui-ci, d'au moins 150 actionnaires.
  Pour l'application de la présente disposition est considérée comme procédé de publicité :
  a) la diffusion d'informations dans la presse écrite ou dans des publications périodiques ou non, ou par la radio, la télévision ou tout autre moyen audiovisuel;
  b) la diffusion de circulaires ou de tous autres documents standardisés relatifs à la demande, même s'ils sont adressés personnellement au destinataire;
  c) la diffusion d'informations par voie de téléphonie ou par recours à un système d'information électronique;
  d) l'utilisation d'autres techniques visant à porter la demande à la connaissance du public.
  Pour l'application de la présente disposition, il y a lieu d'entendre par intermédiaire, toute personne physique ou morale qui, même à titre d'activité temporaire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, intervient directement ou indirectement, contre rémunération ou avantage de quelque nature que ce soit, dans une sollicitation de procuration pour le compte du demandeur.
TITEL 2. - Verkrijging van eigen effecten door genoteerde vennootschappen en vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF
TITRE 2. - Acquisition de titres propres par les sociétés cotées et les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF
Art. 8:2. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
  1° "MTF": multilaterale handelsfaciliteit zoals gedefinieerd in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructure voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU, voor zover deze werkt met minstens één dagelijkse verhandeling en met een centraal orderboek;
  2° "het koninklijk besluit van 14 november 2007": het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
  3° "de FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.
Art. 8:2. Pour l'application du présent titre, on entend par :
  1° " MTF " : système multilatéral de négociation tel que défini à l'article 3, 10°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE, dans la mesure où cet MTF fonctionne sur la base d'une négociation quotidienne au minimum et d'un carnet d'ordres central;
  2° " l'arrêté royal du 14 novembre 2007 " : l'arrêté royal du 14 novembre 2007 relatif aux obligations des émetteurs d'instruments financiers admis à la négociation sur un marché réglementé;
  3° " la FSMA " : l'Autorité des services et marchés financiers.
Art. 8:3. § 1. Genoteerde vennootschappen en vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF moeten alvorens de verrichtingen uit te voeren die zij met toepassing van artikel 7:215, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen overwegen uit te voeren, aan de FSMA een kopie bezorgen van het besluit van de algemene vergadering of van het bestuursorgaan, en, in voorkomend geval, van de bepaling uit de statuten die de vennootschap tot die verrichtingen machtigt.
  Die vennootschappen moeten de FSMA ook op de hoogte brengen wanneer dit besluit of deze bepaling effectief ten uitvoer wordt gelegd.
  § 2. De overmaking van de informatie aan de FSMA gebeurt op de door de FSMA bepaalde wijze.
Art. 8:3. § 1er. Les sociétés cotées et les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF doivent, avant de procéder à l'exécution des opérations qu'elles envisagent en application de l'article 7:215, § 1er, du Code des sociétés et des associations, faire parvenir à la FSMA une copie de la décision de l'assemblée générale ou de l'organe d'administration, et, le cas échéant, de la disposition des statuts habilitant la société à exécuter ces opérations.
  Ces sociétés doivent également prévenir la FSMA de la mise en oeuvre effective de cette décision ou disposition.
  § 2. La transmission des informations à la FSMA s'effectue conformément aux modalités établies par la FSMA.
Art. 8:4. § 1. Genoteerde vennootschappen en vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF moeten de inkoopverrichtingen die zij met toepassing van artikel 7:215, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen hebben uitgevoerd, uiterlijk op het einde van de zevende beursdag volgend op de datum van uitvoering van deze verrichtingen openbaar maken.
  Bij een inkoopverrichting op termijn moet de openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid uiterlijk plaatsvinden op het einde van de zevende beursdag volgend op de datum waarop de inkoopovereenkomst wordt afgesloten.
  § 2. Deze openbaarmaking omvat:
  1° de datum van de verrichting;
  2° het tijdstip waarop de verrichting heeft plaatsgevonden als zij niet is uitgevoerd in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF;
  3° het aantal verkregen effecten;
  4° de prijs van de verkregen effecten;
  5° de handelsmethode en, in voorkomend geval, de markt of de MTF waarop de verrichting heeft plaatsgevonden.
  § 3. Wanneer de vennootschap de informatie bedoeld in paragraaf 2 openbaar maakt, maakt zij die tegelijkertijd over aan de FSMA, op de door de FSMA bepaalde wijze.
  Op verzoek van de FSMA deelt de vennootschap haar ook mee welke bemiddelaar de inkoopverrichtingen heeft uitgevoerd overeenkomstig artikel 7:215, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  § 4. De informatie die overeenkomstig paragraaf 2 openbaar wordt gemaakt over inkoopverrichtingen die in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF zijn uitgevoerd, mag worden gebundeld per beursdag en per markt of per MTF, met opgave van de gemiddelde prijs, de hoogst betaalde prijs en de laagst betaalde prijs.
  De informatie die openbaar wordt gemaakt over inkoopverrichtingen die buiten het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF zijn uitgevoerd, mag niet worden gebundeld.
  § 5. De in paragraaf 1 bedoelde openbaarmaking gebeurt overeenkomstig de artikelen 35, § 1, 36, § 1, eerste lid, § 2 en § 3, en 37 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 en met inachtneming van artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit.
  De regels die zijn vastgesteld in artikel 4, § 1, tweede lid, 8°, a) en b), van het koninklijk besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels voor bepaalde multilaterale handelsfaciliteiten gelden bij toepassing van artikel 35 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 door de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF.
  De genoteerde vennootschappen en de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF, stellen de informatie bedoeld in paragraaf 2, op het ogenblik van de openbaarmaking ervan, ter beschikking op hun website.
  § 6. De FSMA ziet toe op de toepassing van dit artikel.
  § 7. Als de FSMA van oordeel is dat de bepalingen van dit artikel niet zijn nageleefd, stelt zij de betrokken vennootschap daarvan in kennis met het verzoek om haar, binnen de termijn die zij vaststelt, haar opmerkingen mee te delen.
  Na het verstrijken van de door haar vastgestelde termijn kan de FSMA, op de wijze die zij bepaalt en op kosten van de betrokken vennootschap, een waarschuwing openbaar maken die vermeldt dat de betrokken vennootschap de bepalingen van dit artikel niet heeft nageleefd. Als zij dit aangewezen vindt, kan zij, om rekening te houden met de opmerkingen van de vennootschap, een waarschuwing openbaar maken die verschilt van haar oorspronkelijke standpunt.
  § 8. Voor de uitvoering van haar toezichtsbevoegdheid als bedoeld in paragraaf 6 beschikt de FSMA ten aanzien van de vennootschappen die aan de betrokken regels zijn onderworpen, de financiële tussenpersonen, de leden van een Belgische gereglementeerde markt of MTF, de marktondernemingen, de MTF's, de verrekenings- of vereffeningsinstellingen, en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen over de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te laten meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de tussenpersoon en een bepaalde cliënt.
Art. 8:4. § 1er. Les sociétés cotées et les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF rendent publiques les opérations de rachat effectuées en application de l'article 7:215, § 1er, du Code des sociétés et des associations, au plus tard à la fin de la septième journée boursière suivant leur date d'exécution.
  Dans le cas d'une opération de rachat à terme, la publication visée à l'alinéa 1er intervient au plus tard à la fin de la septième journée boursière suivant la date de la conclusion du contrat de rachat.
  § 2. Cette publication comprend :
  1° la date de la transaction;
  2° l'heure de la transaction lorsqu'elle n'est pas réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF;
  3° la quantité de titres acquis;
  4° le prix des titres acquis;
  5° la méthode de négociation et, le cas échéant, le marché ou le MTF sur lequel la transaction a eu lieu.
  § 3. Lorsque la société publie les informations visées au paragraphe 2, elle les communique simultanément à la FSMA, conformément aux modalités établies par la FSMA.
  A la demande de la FSMA, la société lui communique également l'identité de l'intermédiaire qui a exécuté les opérations de rachat effectuées en application de l'article 7:215, § 1er, du Code des sociétés et des associations.
  § 4. Les informations publiées conformément au paragraphe 2 relatives aux opérations de rachat effectuées dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF, peuvent être agrégées par journée boursière, et par marché ou MTF, avec mention du prix moyen, du prix payé le plus élevé et du prix payé le plus bas.
  Les informations publiées relatives aux opérations de rachat effectuées en dehors du carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF doivent être individualisées.
  § 5. La publication visée au paragraphe 1er se fait conformément aux articles 35, § 1er, 36, § 1er, alinéa 1er, § 2 et § 3, et 37 de l'arrêté royal du 14 novembre 2007, et dans le respect de l'article 5, alinéa 1er, du même arrêté.
  Les modalités décrites à l'article 4, § 1er, alinéa 2, 8°, a) et b), de l'arrêté royal du 21 août 2008 fixant les règles complémentaires applicables à certains systèmes multilatéraux de négociation sont applicables lors de l'application de l'article 35 de l'arrêté royal du 14 novembre 2007 par les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF.
  Au moment de leur publication, les sociétés cotées et les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF placent les informations visées au paragraphe 2 sur leur site web.
  § 6. La FSMA contrôle l'application du présent article.
  § 7. Lorsque la FSMA estime que les dispositions du présent article n'ont pas été respectées, elle en avise la société concernée et l'invite à lui faire part de ses observations dans le délai qu'elle fixe.
  Passé le délai fixé par la FSMA, celle-ci peut rendre public un avertissement aux frais de la société concernée, selon les modalités qu'elle détermine, mentionnant que la société concernée n'a pas respecté les dispositions du présent article. Si elle l'estime approprié, cet avertissement peut différer de sa position initiale pour tenir compte des observations formulées par la société.
  § 8. Pour l'exercice de sa compétence de contrôle visée au paragraphe 6, la FSMA dispose, à l'égard des sociétés soumises aux règles concernées, des intermédiaires financiers, des membres d'un marché réglementé ou d'un MTF belge, des entreprises de marché, des MTF, des organismes de compensation ou de liquidation, et des organismes assimilés à des organismes de liquidation, du pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, y compris sur les relations entre l'intermédiaire et un client déterminé.
Art. 8:5. Voor de toepassing van artikel 7:215, § 1, eerste lid, 4°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, [1 wordt aangenomen dat de biedprijs van de genoteerde vennootschappen of de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF]1, gelijkwaardig is en de gelijke behandeling van de aandeelhouders of certificaathouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden, waarborgt:
  - wanneer de inkoopverrichting wordt uitgevoerd in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF, of,
  - als de inkoopverrichting niet in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF wordt uitgevoerd, indien de geboden prijs ten hoogste gelijk is aan de hoogste actuele onafhankelijke biedprijs, in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of, indien het effect niet is toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, in het centraal orderboek van de in termen van liquiditeit meest relevante MTF [1 , of,
   - in geval van een intragroepstransactie die niet in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF wordt uitgevoerd, indien de geboden prijs gelijk is aan de laatst gedane koers.]1
.
  Bij een inkoopverrichting op termijn is de hoogste actuele onafhankelijke biedprijs die als referentie wordt gehanteerd, de biedprijs die in het centraal orderboek verschijnt op het ogenblik dat de inkoopovereenkomst wordt afgesloten, verhoogd met de interest die overeenstemt met de normale marktvoorwaarden. [1 In geval van een intragroepstransactie op termijn wordt, in plaats van de hoogste actuele onafhankelijke biedprijs, de laatst gedane koers gehanteerd.]1
  Voor de toepassing van het eerste [1 en vierde]1 lid wordt onder "in termen van liquiditeit meest relevante MTF" de MTF verstaan waarop het volume voor de effecten waarop de verrichting betrekking heeft, het hoogst was in de laatste drie maanden vóór de verrichting.
  [1 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder "intragroepstransactie" verstaan een aankoop van aandelen, winstbewijzen of certifcaten van een genoteerde moedervennootschap of van een moedervennootschap waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF, tussen deze moedervennootschap en een dochtervennootschap of tussen dochtervennootschappen onderling, en onder "laatst gedane koers" de laatste slotkoers in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of, indien het effect niet is toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, in het centraal orderboek van de in termen van liquiditeit meest relevante MTF, indien de transactie plaatsvindt buiten beursuren, of de koers op het ogenblik van de transactie indien deze plaatsvindt tijdens de beursuren.]1
  
Art. 8:5. Aux fins de l'application de l'article 7:215, § 1er, alinéa 1er, 4°, du Code des sociétés et des associations, le prix offert par les sociétés cotées ou les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF, est considéré comme équivalent, et garantissant l'égalité de traitement des actionnaires ou titulaires de certificats qui se trouvent dans les mêmes conditions :
  - lorsque l'opération de rachat est réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF, ou,
  - dans l'hypothèse où l'opération de rachat n'est pas réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF, si le prix offert est inférieur ou égal à l'offre d'achat indépendante actuelle la plus élevée, dans le carnet d'ordres central d' un marché réglementé ou, si le titre n'est pas admis aux négociations sur un marché réglementé, dans le carnet d'ordres central du MTF le plus pertinent en termes de liquidité [1 , ou,
   - dans le cas d'une transaction intragroupe qui n'est pas réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF, si le prix offert est égal au dernier cours enregistré]1
.
  Dans le cas d'une opération de rachat à terme, l'offre d'achat indépendante actuelle la plus élevée prise comme référence est celle qui apparaît dans le carnet d'ordres central au moment de la conclusion du contrat de rachat, augmentée d'un intérêt conforme aux conditions normales du marché. [1 Dans le cas d'une transaction intragroupe à terme, c'est le dernier cours enregistré qui est pris comme référence, au lieu de l'offre d'achat indépendante actuelle la plus élevée.]1
  Pour l'application [1 des alinéas 1er et 4]1, l'on entend par le MTF le plus pertinent en termes de liquidité, le MTF sur lequel le volume des échanges portant sur les titres concernés par l'opération a été le plus élevé au cours des trois derniers mois écoulés précédent l'opération.
  [1 Pour l'application de l'alinéa 1er, l'on entend par "transaction intragroupe" un rachat d'actions, de parts bénéficiaires ou de certificats d'une société mère cotée ou d'une société mère dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF, réalisé entre cette société mère et une filiale ou entre plusieurs filiales, et par "dernier cours enregistré" le dernier cours de clôture qui apparaît dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou, si le titre n'est pas admis aux négociations sur un marché réglementé, dans le carnet d'ordres central du MTF le plus pertinent en termes de liquidité, dans le cas où la transaction est effectuée en dehors des heures d'ouverture de la bourse, ou le cours en vigueur au moment de la transaction, dans le cas où celle-ci est effectuée pendant les heures d'ouverture de la bourse.]1
  
Art. 8:6. § 1. Genoteerde vennootschappen en vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF moeten de verrichtingen tot vervreemding die zij met toepassing van artikel 7:218, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen hebben uitgevoerd, uiterlijk op het einde van de zevende beursdag volgend op de datum van uitvoering van deze verrichtingen openbaar maken. [1 Deze verplichting geldt niet voor de verrichtingen tot vervreemding aan het personeel die zij met toepassing van artikel 7:218, § 1, eerste lid, 5°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen hebben uitgevoerd.]1
  Bij een verrichting tot vervreemding op termijn moet de openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid uiterlijk plaatsvinden op het einde van de zevende beursdag volgend op de datum waarop de overeenkomst tot vervreemding wordt afgesloten.
  § 2. Deze openbaarmaking omvat:
  1° de datum van de verrichting;
  2° het tijdstip waarop de verrichting heeft plaatsgevonden als zij niet is uitgevoerd in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF;
  3° het aantal vervreemde effecten;
  4° de prijs van de vervreemde effecten;
  5° de handelsmethode en, in voorkomend geval, de markt of de MTF waarop de verrichting heeft plaatsgevonden.
  § 3. Wanneer de vennootschap de informatie bedoeld in paragraaf 2 openbaar maakt, maakt zij die tegelijkertijd over aan de FSMA, op de door de FSMA bepaalde wijze.
  Op verzoek van de FSMA deelt de vennootschap haar ook mee welke bemiddelaar de verrichtingen tot vervreemding heeft uitgevoerd overeenkomstig artikel 7:218, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  § 4. De informatie die overeenkomstig paragraaf 2 openbaar wordt gemaakt over verrichtingen tot vervreemding die in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF zijn uitgevoerd, mag worden gebundeld per beursdag en per markt of per MTF, met opgave van de gemiddelde prijs, de hoogst verkregen prijs en de laagst verkregen prijs.
  De informatie die openbaar wordt gemaakt over verrichtingen tot vervreemding die buiten het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF zijn uitgevoerd, mag niet worden gebundeld.
  § 5. De in paragraaf 1 bedoelde openbaarmaking gebeurt overeenkomstig de artikelen 35, § 1, 36, § 1, eerste lid, § 2 en § 3, en 37 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 en met inachtneming van artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit.
  De regels die zijn vastgesteld in artikel 4, § 1, tweede lid, 8°, a) en b) van het koninklijk besluit van 21 augustus 2008 houdende nadere regels voor bepaalde multilaterale handelsfaciliteiten gelden bij toepassing van artikel 35 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 door de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF.
  De genoteerde vennootschappen en de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF, stellen de informatie bedoeld in paragraaf 2, op het ogenblik van de openbaarmaking ervan, ter beschikking op hun website.
  § 6. De FSMA ziet toe op de toepassing van dit artikel.
  § 7. Als de FSMA van oordeel is dat de bepalingen van dit artikel niet zijn nageleefd, stelt zij de betrokken vennootschap daarvan in kennis met het verzoek om haar, binnen de termijn die zij vaststelt, haar opmerkingen mee te delen.
  Na het verstrijken van de door haar vastgestelde termijn kan de FSMA, op de wijze die zij bepaalt en op kosten van de betrokken vennootschap, een waarschuwing openbaar maken die vermeldt dat de betrokken vennootschap de bepalingen van dit artikel niet heeft nageleefd. Als zij dit aangewezen vindt, kan zij, om rekening te houden met de opmerkingen van de vennootschap, een waarschuwing openbaar maken die verschilt van haar oorspronkelijke standpunt.
  § 8. Voor de uitvoering van haar toezichtsbevoegdheid als bedoeld in paragraaf 6 beschikt de FSMA ten aanzien van de vennootschappen die aan de betrokken regels zijn onderworpen, de financiële tussenpersonen, de leden van een Belgische gereglementeerde markt of MTF, de marktondernemingen, de MTF's, de verrekenings- of vereffeningsinstellingen, en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen over de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te laten meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de tussenpersoon en een bepaalde cliënt.
  
Art. 8:6. § 1er. Les sociétés cotées et les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF rendent publiques les opérations d'aliénation effectuées en application de l'article 7:218, § 1er, du Code des sociétés et des associations, au plus tard à la fin de la septième journée boursière suivant leur date d'exécution. [1 Cette obligation ne s'applique pas aux opérations d'aliénation au personnel effectuées en application de l'article 7:218, § 1er, alinéa 1er, 5°, du Code des sociétés et des associations.]1
  Dans le cas d'une opération d'aliénation à terme, la publication visée à l'alinéa 1er intervient au plus tard à la fin de la septième journée boursière suivant la date de la conclusion du contrat d'aliénation.
  § 2. Cette publication comprend :
  1° la date de la transaction;
  2° l'heure de la transaction lorsqu'elle n'est pas réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF;
  3° la quantité de titres aliénés;
  4° le prix des titres aliénés;
  5° la méthode de négociation et, le cas échéant, le marché ou le MTF sur lequel la transaction a eu lieu.
  § 3. Lorsque la société publie les informations visées au paragraphe 2, elle les communique simultanément à la FSMA, conformément aux modalités établies par la FSMA.
  A la demande de la FSMA, la société lui communique également l'identité de l'intermédiaire qui a exécuté les opérations d'aliénation effectuées en application de l'article 7:218, § 1er, du Code des sociétés et des associations.
  § 4. Les informations publiées conformément au paragraphe 2 relatives aux opérations d'aliénation effectuées dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF, peuvent être agrégées par journée boursière, et par marché ou MTF, avec mention du prix moyen, du prix obtenu le plus élevé et du prix obtenu le plus bas.
  Les informations publiées relatives aux opérations d'aliénation effectuées en dehors du carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF doivent être individualisées.
  § 5. La publication visée au paragraphe 1er se fait conformément aux articles 35, § 1er, 36, § 1er, alinéa 1er, § 2 et § 3, et 37 de l'arrêté royal du 14 novembre 2007, et dans le respect de l'article 5, alinéa 1er, du même arrêté.
  Les modalités décrites à l'article 4, § 1er, alinéa 2, 8°, a) et b) de l'arrêté royal du 21 août 2008 fixant les règles complémentaires applicables à certains systèmes multilatéraux de négociation sont applicables lors de l'application de l'article 35 de l'arrêté royal du 14 novembre 2007 par les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF.
  Au moment de leur publication, les sociétés cotées et les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF placent les informations visées au paragraphe 2 sur leur site web.
  § 6. La FSMA contrôle l'application du présent article.
  § 7. Lorsque la FSMA estime que les dispositions du présent article n'ont pas été respectées, elle en avise la société concernée et l'invite à lui faire part de ses observations dans le délai qu'elle fixe.
  Passé le délai fixé par la FSMA, celle-ci peut rendre public un avertissement aux frais de la société concernée, selon les modalités qu'elle détermine, mentionnant que la société concernée n'a pas respecté les dispositions du présent article. Si elle l'estime approprié, cet avertissement peut différer de sa position initiale pour tenir compte des observations formulées par la société.
  § 8. Pour l'exercice de sa compétence de contrôle visée au paragraphe 6, la FSMA dispose, à l'égard des sociétés soumises aux règles concernées, des intermédiaires financiers, des membres d'un marché réglementé ou d'un MTF belge, des entreprises de marché, des MTF, des organismes de compensation ou de liquidation, et des organismes assimilés à des organismes de liquidation, du pouvoir de se faire communiquer toute information et tout document, sous quelque forme que ce soit, y compris sur les relations entre l'intermédiaire et un client déterminé.
  
Art. 8:7. Voor de toepassing van artikel 7:218, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, wordt aangenomen dat de vraagprijs van de genoteerde vennootschappen of de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF, gelijkwaardig is en de gelijke behandeling van de aandeelhouders of certificaathouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden, waarborgt:
  1° wanneer de vervreemding wordt uitgevoerd in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF,
  2° wanneer de vervreemding plaatsvindt in het kader van een plaatsing van effecten door het opbouwen van een orderboek, waarbij de prijs en de toewijzing worden vastgesteld na raadpleging van een voldoende groot aantal gekwalificeerde beleggers in de zin van Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG en rekening houdend met de marktvoorwaarden en eventuele andere factoren waarvan het gebruik objectief verantwoord is, op voorwaarde dat de meerderheid van de daarbij geraadpleegde gekwalificeerde beleggers bestaat uit personen die geen met de vennootschap verbonden personen zijn, of
  3° onverminderd het eerste lid, 2°, wanneer de vervreemding niet in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF wordt uitgevoerd, indien de vraagprijs hoger is dan of gelijk is aan de laagste actuele onafhankelijke laatprijs, in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of, indien het effect niet is toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, in het centraal orderboek van de in termen van liquiditeit meest relevante MTF. Wanneer de vervreemding geheel of gedeeltelijk plaatsvindt in het kader van een omruiling van obligaties, geldt het vereiste van gelijkwaardigheid van de vraagprijs alleen op het moment van plaatsing van de obligaties.
  [1 In geval van een intragroepstransactie die niet in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of een MTF wordt uitgevoerd, wordt, in afwijking van het eerste lid, 3°, voor de toepassing van artikel 7:218, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, aangenomen dat de vraagprijs van de genoteerde vennootschappen of de vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF of hun dochtervennootschappen, gelijkwaardig is en de gelijke behandeling van de aandeelhouders of certificaathouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden, waarborgt indien hij op dezelfde wijze wordt bepaald als en dus identiek is aan de biedprijs bedoeld in artikel 8:5, eerste lid, derde streepje.]1
  Bij een verkoopverrichting op termijn is de laagste actuele onafhankelijke laatprijs die als referentie wordt gehanteerd, de [1 laatprijs]1 die in het centraal orderboek verschijnt op het ogenblik dat de verkoopovereenkomst wordt afgesloten, verhoogd met de interest die overeenstemt met de normale marktvoorwaarden. [1 In geval van een intragroepstransactie op termijn wordt, in plaats van de laagste actuele onafhankelijke laatprijs, de laatst gedane koers gehanteerd.]1
  Voor de toepassing van het eerste [1 en vijfde]1 lid wordt onder "in termen van liquiditeit meest relevante MTF" de MTF verstaan waarop het volume voor de effecten waarop de verrichting betrekking heeft, het hoogst was in de laatste drie maanden vóór de verrichting.
  [1 Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder "intragroepstransactie" verstaan een verkoop van aandelen, winstbewijzen of certifcaten van een genoteerde moedervennootschap of van een moedervennootschap waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF, tussen deze moedervennootschap en een dochtervennootschap of tussen dochtervennootschappen onderling, en onder "laatst gedane koers" de laatste slotkoers in het centraal orderboek van een gereglementeerde markt of, indien het effect niet is toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, in het centraal orderboek van de in termen van liquiditeit meest relevante MTF, indien de transactie plaatsvindt buiten beursuren, of de koers op het ogenblik van de transactie indien deze plaatsvindt tijdens de beursuren.]1
  
Art. 8:7. Aux fins de l'application de l'article 7:218, § 1er, alinéa 1er, 2° du Code des sociétés et des associations, le prix demandé par les sociétés cotées ou les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un marché réglementé ou un MTF, est considéré comme équivalent, et garantissant l'égalité de traitement des actionnaires ou titulaires de certificats qui se trouvent dans les mêmes conditions :
  1° lorsque l'aliénation est réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF,
  2° lorsque l'aliénation est réalisée dans le cadre d'un placement de titres par construction d'un livre d'ordres, suivant lequel le prix et l'allocation sont déterminés après consultation d'un nombre suffisamment grand d'investisseurs qualifiés [au sens du règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE et en tenant compte des conditions de marchés et d'autres facteurs éventuels dont l'utilisation est objectivement justifiée, à condition que la majorité des investisseurs qualifiés consultés à cette occasion consiste en des personnes qui ne sont pas des personnes liées à la société, ou
  3° sans préjudice de l'alinéa 1er, 2°, lorsque l'aliénation n'est pas réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF, si le prix demandé est supérieur ou égal à l'offre de vente indépendante actuelle la plus basse, dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou, si le titre n'est pas admis aux négociations sur un marché réglementé, dans le carnet d'ordres central du MTF le plus pertinent en termes de liquidité. Lorsque l'aliénation est effectuée dans le cadre d'un échange total ou partiel d'obligations, l'exigence d'équivalence du prix demandé s'applique uniquement au moment du placement des obligations.
  [1 Aux fins de l'application de l'article 7:218, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code des sociétés et des associations, dans le cas d'une transaction intragroupe qui n'est pas réalisée dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou d'un MTF, le prix demandé par les sociétés cotées ou les sociétés dont les titres sont admis aux négociations sur un marché réglementé ou un MTF ou par leurs filiales, est, par dérogation à l'alinéa 1er, 3°, considéré comme équivalent et garantissant l'égalité de traitement des actionnaires, titulaires de parts bénéficiaires ou titulaires de certificats qui se trouvent dans les mêmes conditions s'il est déterminé de la même façon que le prix offert visé à l'article 8:5, alinéa 1er, troisième tiret, et est donc identique à ce prix.]1
  Dans le cas d'une opération de vente à terme, l'offre de vente indépendante actuelle la plus basse prise comme référence est celle qui apparaît dans le carnet d'ordres central au moment de la conclusion du contrat de vente, augmentée d'un intérêt conforme aux conditions normales du marché. [1 Dans le cas d'une transaction intragroupe à terme, c'est le dernier cours enregistré qui est pris comme référence, au lieu de l'offre de vente indépendante actuelle la plus basse.]1
  Pour l'application [1 des alinéas 1er et 5]1, l'on entend par le MTF le plus pertinent en termes de liquidité, le MTF sur lequel le volume des échanges portant sur les titres concernés par l'opération a été le plus élevé au cours des trois derniers mois écoulés précédent l'opération.
  [1 Pour l'application de l'alinéa 2, l'on entend par "transaction intragroupe" une aliénation d'actions, de parts bénéficiaires ou de certificats d'une société mère cotée ou d'une société mère dont les titres sont admis aux négociations sur un MTF, réalisée entre cette société mère et une filiale ou entre plusieurs filiales, et par "dernier cours enregistré" le dernier cours de clôture qui apparaît dans le carnet d'ordres central d'un marché réglementé ou, si le titre n'est pas admis aux négociations sur un marché réglementé, dans le carnet d'ordres central du MTF le plus pertinent en termes de liquidité, dans le cas où la transaction est effectuée en dehors des heures d'ouverture de la bourse, ou le cours en vigueur au moment de la transaction, dans le cas où celle-ci est effectuée pendant les heures d'ouverture de la bourse.]1
  
BOEK 9. - Diverse bepalingen
LIVRE 9. - Dispositions diverses
TITEL 1. - Opheffingsbepalingen
TITRE 1er. - Dispositions abrogatoires
Art. 9:1. Worden opgeheven:
  1° het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 juli 2017, 22 december 2016, 31 mei 2016, 18 december 2015, 25 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen, wat de elektronische invoer van gegevens door derden in de Kruispuntbank van Ondernemingen betreft, 25 april 2014 betreffende de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle, de boekhouding en de jaarrekeningen van de vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en naburige rechten alsook de informatie die zij moeten verschaffen, 29 maart 2012, 7 november 2011, 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector, 27 mei 2010, 10 augustus 2009, 26 april 2009, 9 september 2008, 27 april 2007, 5 april 2006, 10 november 2005, 8 maart 2005, 18 januari 2005, 12 juli 2004, 19 december 2003, 23 juni 2003 en 4 april 2003;
  2° het koninklijk besluit van 26 juni 2003 op de openbaarmaking van akten en stukken van verenigingen zonder winstoogmerk, van internationale verenigingen zonder winstoogmerk, van stichtingen en van organismen voor de financiering van pensioenen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 juli 2004, 31 mei 2005, 21 december 2006 en 17 maart 2013;
  3° het koninklijk besluit van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 21 oktober 2018;
  4° het koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 maart 2008, 12 augustus 2008, 9 december 2009, 18 december 2012, 17 augustus 2013, 15 december 2016 en 21 oktober 2018;
  5° het koninklijk besluit van 8 oktober 2004 tot uitvoering van artikel 19bis, derde lid, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
Art. 9:1. Sont abrogés:
  1° l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des sociétés, modifiés par les arrêtés royaux des 7 juillet 2017, 22 décembre 2016, 31 mai 2016, 18 décembre 2015, 25 avril 2014 modifiant l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du Code des sociétés, en ce qui concerne l'introduction électronique des données par des tiers dans la Banque-Carrefour des Entreprises, 25 avril 2014 relatif à l'organisation administrative et comptable, au contrôle interne, à la comptabilité et aux comptes annuels des sociétés de gestion de droits d'auteur et de droits voisins ainsi qu'aux informations que celles-ci doivent fournir, 29 mars 2012, 7 novembre 2011, 3 mars 2011 mettant en oeuvre l'évolution des structures de contrôle du secteur financier, 27 mai 2010, 10 août 2009, 26 avril 2009, 9 septembre 2008, 27 avril 2007, 5 april 2006, 10 novembre 2005, 8 mars 2005, 18 janvier 2005, 12 juillet 2004, 19 décembre 2003, 23 juin 2003 et 4 avril 2003;
  2° l'arrêté royal du 26 juin 2003 relatif à la publicité des actes et documents des associations sans but lucratif, des associations internationales sans but lucratif, des fondations et des organismes de financement de pension, modifiés par les arrêtés royaux des 12 juillet 2004, 31 mai 2005, 21 décembre 2006 et 17 mars 2013;
  3° l'arrêté royal du 26 juin 2003 relatif à la comptabilité simplifiée de certaines associations sans but lucratif, fondations et associations internationales sans but lucratif, modifié par l'arrêté royal du 21 octobre 2018;
  4° l'arrêté royal du 19 décembre 2003 relatif aux obligations comptables et à la publicité des comptes annuels de certaines associations sans but lucratif, associations internationales sans but lucratif et fondations, modifiés par les arrêtés royaux des 27 mars 2008, 12 août 2008, 9 décembre 2009, 18 décembre 2012, 17 août 2013, 15 décembre 2016 et 21 octobre 2018;
  5° l'arrêté royal du 8 octobre 2004 portant exécution de l'article 19bis, alinéa 3 de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
TITEL 2. - Wijzigingsbepalingen
TITRE 2. - Dispositions modificatives
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare uitkoopbiedingen
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques de reprise
Art. 9:2. In het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare uitkoopbiedingen wordt het opschrift van hoofdstuk I vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk I. - Definities en toepassingsgebied".
Art. 9:2. Dans l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques de reprise, l'intitulé du chapitre Ier est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre Ier. - Définitions et champ d'application ".
Art. 9:3. In hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1/1. Dit besluit is van toepassing op de openbare uitkoopbiedingen op vennootschappen onderworpen aan het regime van artikel 7:82, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, uitgezonderd de openbare uitkoopbiedingen die overeenkomstig het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen plaatsvinden onder de vorm van een heropening van een openbaar overnamebod.
  De vennootschappen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op de multilaterale handelsfaciliteiten Alternext en Vrije Markt, uitgebaat door Euronext Brussels, worden onderworpen aan het regime van artikel 7:82, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.".
Art. 9:3. Dans le chapitre Ier du même arrêté, il est inséré un article 1er/1 rédigé comme suit :
  " Art. 1er/1. Le présent arrêté s'applique aux offres publiques de reprise lancées sur des sociétés soumises au régime de l'article 7:82, § 1er, du Code des sociétés et des associations, à l'exception des offres publiques de reprise qui sont effectuées, conformément à l'arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d'acquisition, sous la forme d'une réouverture d'une offre publique d'acquisition.
  Les sociétés dont les actions sont admises à la négociation sur les systèmes multilatéraux de négociation Alternext et Marché Libre, exploités par Euronext Brussels, sont soumises au régime de l'article 7:82, § 1er, du Code des sociétés et des associations. ".
Art. 9:4. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "artikel 513, § 1, vierde lid, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 7:82, § 1, vijfde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ", die een openbaar beroep doet of heeft gedaan op het spaarwezen in de zin van artikel 438 W.Venn." opgeheven.
Art. 9:4. A l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 1°, les mots " article 513, § 1er, alinéa 4, C.Soc. " sont remplacés par les mots " article 7:82, § 1er, alinéa 5, du Code des sociétés et des associations ";
  b) au 2°, les mots " , faisant ou ayant fait publiquement appel à l'épargne au sens de l'article 438 C.Soc. " sont abrogés.
Art. 9:5. In artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "artikel 513, § 1, vierde lid, W.Venn." worden vervangen door de woorden "artikel 7:82, § 1, vijfde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  b) de woorden "van een naamloze vennootschap die een openbaar beroep op het spaarwezen doet of gedaan heeft in de zin van artikel 438 W.Venn." worden vervangen door de woorden "van een vennootschap als bedoeld in artikel 1/1".
Art. 9:5. A l'article 3, alinéa 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots " article 513, § 1er, alinéa 4, C.Soc. " sont remplacés par les mots " article 7:82, § 1er, alinéa 5, du Code des sociétés et des associations ";
  b) les mots " d'une société anonyme faisant ou ayant fait publiquement appel à l'épargne au sens de l'article 438 C.Soc. " sont remplacés par les mots " d'une société visée à l'article 1er/1 ".
Art. 9:6. In artikel 5, § 1, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 133, § 4, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 3:62, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen."
Art. 9:6. A l'article 5, § 1er, 2°, du même arrêté, les mots " article 133, § 4, C.Soc. " sont remplacés par les mots " article 3:62, § 4, du Code des sociétés et des associations " .
Art. 9:7. In artikel 7, derde lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden ", indien effecten van de doelvennootschap zijn toegelaten tot de handel op een Belgische gereglementeerde markt" opgeheven.
Art. 9:7. A l'article 7, alinéa 3, 1°, du même arrêté, les mots " , si des titres de la société visée sont admis à la négociation sur un marché réglementé belge " sont abrogés.
Art. 9:8. In de bijlage bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in 2.2., tweede lid, worden de woorden "artikel 7, § 2, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 1:16, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  b) in 2.4. worden de woorden "artikel 513, § 1, eerste lid, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 7:82, § 1, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen".
Art. 9:8. Dans l'annexe du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 2.2., alinéa 2, les mots " article 7, § 2, C.Soc. " sont remplacés par les mots " article 1:16, § 2, du Code des sociétés et des associations ";
  b) au 2.4., les mots " article 513, § 1er, alinéa 1er, C.Soc. " sont remplacés par les mots " article 7:82, § 1er, alinéa 1er, du Code des sociétés et des associations ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du Code de droit économique
Art. 9:9. In titel 1, artikelen 1 en 3 van het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van economisch recht worden de woorden "gewone commanditaire vennootschappen" vervangen door de woorden "commanditaire vennootschappen".
Art. 9:9. Au titre 1er, articles 1er et 3 de l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du Code de droit économique, les mots " sociétés en commandite simple " sont remplacés par les mots " sociétés en commandite ".
Art. 9:10. In hoofdstuk 1 van de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van economisch recht worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de Franstalige omschrijving van de rekening 1 "Patrimoine propre, provisions pour risques et charges et dettes à plus d'un an" wordt vervangen door de omschrijving "Fonds propres, provisions pour risques et charges et dettes à plus d'un an";
  2° de rekening "11 Uitgiftepremies" wordt vervangen door de volgende rekeningen:
  "11 Inbreng buiten kapitaal
  110 Beschikbare inbreng buiten kapitaal
  1100 Uitgiftepremie
  1109 Andere
  111 Onbeschikbare inbreng buiten kapitaal
  1110 Uitgiftepremie
  1119 Andere"
  Aan de nieuw toegevoegde rekening "110 Beschikbare inbreng buiten kapitaal" wordt een voetnoot (31) toegevoegd die luidt als volgt: "(31) Waarbij het gedeelte van de op deze rekening geboekte beloofde inbreng dat nog niet werd opgevraagd op het credit van een afzonderlijke subrekening van deze rekening wordt geboekt ";
  3° de rekening "13 Reserves" wordt vervangen door de volgende rekeningen:
  "13 Reserves
  130 Wettelijke reserves
  131 Andere onbeschikbare reserves
  1311 Statutair onbeschikbare reserves
  1312 Reserve voor eigen aandelen
  1313 Financiële steunverlening
  1319 Overige
  132 Belastingvrije reserves
  133 Beschikbare reserves";
  4° de Franstalige omschrijving van de rekening 162 "Provisions pour grosses réparations et gros entretiens" wordt vervangen door de omschrijving "Provisions pour grosses réparations et gros entretien";
  5° de Franstalige omschrijving van de rekening 168 "Impôt différé" wordt vervangen door de omschrijving "Impôts différés";
  6° de Franstalige omschrijving van de rekening 1680 "Impôt différé et subside en capital" wordt vervangen door de omschrijving "Impôts différés afférents à des subsides en capital";
  7° de Franstalige omschrijving van de rekening 1681 "Impôt différé sur plus-values réalisées sur immobilisations incorporelles" wordt vervangen door de omschrijving "Impôts différés afférents à des plus-values réalisées sur immobilisations incorporelles";
  8° de Franstalige omschrijving van de rekening 1682 "Impôt différé sur plus-values réalisées sur immobilisations corporelles" wordt vervangen door de omschrijving "Impôts différés afférents à des plus-values réalisées sur immobilisations corporelles";
  9° de Franstalige omschrijving van de rekening 1687 "Impôt différé sur plus-values réalisées sur titres émis par le secteur public belge" wordt vervangen door de omschrijving "Impôts différés afférents à des plus-values réalisées sur titres émis par le secteur public belge";
  10° de omschrijving van de rekening 200 "Kosten van oprichting en kapitaalverhoging" wordt vervangen door de omschrijving "Kosten van oprichting, kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng ";
  11° de Franstalige omschrijving van de rekening 201 "Frais d'émission d'emprunt" wordt vervangen door de omschrijving "Frais d'émission d'emprunts";
  12° de Franstalige omschrijving van de rekening 250 "Terrains et construction" wordt vervangen door de omschrijving "Terrains et constructions";
  13° de Franstalige omschrijving van de rekening 35 "Immeubles destinés a la vente" wordt vervangen door de omschrijving "Immeubles destinés à la vente";
  14° de omschrijving van de rekening 410 "Opgevraagd, niet gestort kapitaal" wordt vervangen door de omschrijving "Opgevraagd, niet gestort kapitaal of inbreng";
  15° de Franstalige omschrijving van de rekening 411 "Tva à récupérer" wordt vervangen door de omschrijving "TVA à récupérer";
  16° de Franstalige omschrijving van de rekening 412 "Impôts et versements fiscaux à récupérer" wordt vervangen door de omschrijving "Impôts et précomptes à récupérer";
  17° de Franstalige omschrijving van de rekening 42 "Dettes a plus d'un an échéant dans l'année(16) (même subdivision que le compte 17)" wordt vervangen door de omschrijving "Dettes à plus d'un an échéant dans l'année(16) (même subdivision que le compte 17)";
  18° de Franstalige omschrijving van de rekening 451 "Tva à payer" wordt vervangen door de omschrijving "TVA à payer";
  19° de Franstalige omschrijving van de rekening 47 "Dettes découlant de l'affectation des résultats" wordt vervangen door de omschrijving "Dettes découlant de l'affectation du résultat";
  20° de Franstalige omschrijving van de rekening 51 "Actions et placements de trésorerie autres que placements à terme" wordt vervangen door de omschrijving "Actions, parts et placements de trésorerie autres que placements à revenu fixe";
  21° de Franstalige omschrijving van de rekening 6 "Coûts" wordt vervangen door de omschrijving "Charges";
  22° de Franstalige omschrijving van de rekening 608 "Remises, ristournes et rabais obtenus (-) (24)" wordt vervangen door de omschrijving "Remises, ristournes et rabais (-) (24)";
  23° de Franstalige omschrijving van de rekening 609 "Variations de stocks" wordt vervangen door de omschrijving "Variations des stocks";
  24° de Franstalige omschrijving van de rekening 6095 "d'immeubles destinés à la vente" wordt vervangen door de omschrijving "d'immeubles achetés destinés à la vente";
  25° de omschrijving van de rekening 691 "Toevoeging aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies" wordt vervangen door de omschrijving "Toevoeging aan de inbreng ";
  26° de omschrijving van de rekening 694 "Vergoeding van het kapitaal" wordt vervangen door de omschrijving "Vergoeding van de inbreng ";
  27° de Franstalige omschrijving van de rekening 72 "Actifs immobilisés produits" wordt vervangen door de omschrijving "Production immobilisée";
  28° de omschrijving van de rekening 791 "Onttrekking aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies" wordt vervangen door de omschrijving "Onttrekking aan de inbreng ";
  29° de verwijzingen in romeinse cijfers naar de respectievelijke rubrieken van de activa en de passiva worden geschrapt.
Art. 9:10. Au chapitre 1er de l'annexe 1re à l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du Code de droit économique, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé du compte 1 " Patrimoine propre, provisions pour risques et charges et dettes à plus d'un an " est remplacé par l'intitulé " Fonds propres, provisions pour risques et charges et dettes à plus d'un an ";
  2° le compte " 11 Primes d'émission " est remplacé par les comptes suivants :
  " 11 Apport hors capital
  110 Apport disponible hors capital
  1100 Prime d'émission
  1109 Autres
  111 Apport indisponible hors capital
  1110 Prime d'émission
  1119 Autres ".
  Au nouveau compte " 110 Apport disponible hors capital " est ajoutée une note en bas de page (31), énoncée comme suit : " (31) La partie non encore appelée de l'apport promis inscrit sur ce compte doit être portée au crédit d'un sous-compte distinct de ce compte. ";
  3° le compte " 13 Réserves " est remplacé par les comptes suivants :
  " 13 Réserves
  130 Réserves légales
  131 Autres réserves indisponibles
  1311 Réserves statutairement indisponibles
  1312 Réserve pour actions propres
  1313 Soutien financier
  1319 Autres
  132 Réserves immunisées
  133 Réserves disponibles ";
  4° l'intitulé du compte 162 " Provisions pour grosses réparations et gros entretiens " est remplacé par l'intitulé " Provisions pour grosses réparations et gros entretien ";
  5° l'intitulé du compte 168 " Impôt différé " est remplacé par l'intitulé " Impôts différés ";
  6° l'intitulé du compte 1680 " Impôt différé et subside en capital " est remplacé par l'intitulé " Impôts différés afférents à des subsides en capital ";
  7° l'intitulé du compte 1681 " Impôt différé sur plus-values réalisées sur immobilisations incorporelles " est remplacé par l'intitulé " Impôts différés afférents à des plus-values réalisées sur immobilisations incorporelles ";
  8° l'intitulé du compte 1682 " Impôt différé sur plus-values réalisées sur immobilisations corporelles " est remplacé par l'intitulé " Impôts différés afférents à des plus-values réalisées sur immobilisations corporelles ";
  9° l'intitulé du compte 1687 " Impôt différé sur plus-values réalisées sur titres émis par le secteur public belge " est remplacé par l'intitulé " Impôts différés afférents à des plus-values réalisées sur titres émis par le secteur public belge ";
  10° l'intitulé du compte 200 " Frais de constitution et d'augmentation de capital " est remplacé par l'intitulé " Frais de constitution, d'augmentation de capital ou d'augmentation de l'apport ";
  11° l'intitulé du compte 201 " Frais d'émission d'emprunt " est remplacé par l'intitulé " Frais d'émission d'emprunts ";
  12° l'intitulé du compte 250 " Terrains et construction " est remplacé par l'intitulé " Terrains et constructions ";
  13° l'intitulé du compte 35 " Immeubles destinés a la vente " est remplacé par l'intitulé " Immeubles destinés à la vente ";
  14° l'intitulé du compte 410 " Capital appelé, non versé " est remplacé par l'intitulé " Capital ou apport appelé, non versé ";
  15° l'intitulé du compte 411 " Tva à récupérer " est remplacé par l'intitulé " TVA à récupérer ";
  16° l'intitulé du compte 412 " Impôts et versements fiscaux à récupérer " est remplacé par l'intitulé " Impôts et précomptes à récupérer ";
  17° l'intitulé du compte 42 " Dettes a plus d'un an échéant dans l'année(16) (même subdivision que le compte 17) " est remplacé par l'intitulé " Dettes à plus d'un an échéant dans l'année(16) (même subdivision que le compte 17) ";
  18° l'intitulé du compte 451 " Tva à payer " est remplacé par l'intitulé " TVA à payer ";
  19° l'intitulé du compte 47 " Dettes découlant de l'affectation des résultats " est remplacé par l'intitulé " Dettes découlant de l'affectation du résultat ";
  20° l'intitulé du compte 51 " Actions et placements de trésorerie autres que placements à terme " est remplacé par l'intitulé " Actions, parts et placements de trésorerie autres que placements à revenu fixe ";
  21° l'intitulé du compte 6 " Coûts " est remplacé par l'intitulé " Charges ";
  22° l'intitulé du compte 608 " Remises, ristournes et rabais obtenus (-) (24) " est remplacé par l'intitulé " Remises, ristournes et rabais (-) (24) ";
  23° l'intitulé du compte 609 " Variations de stocks " est remplacé par l'intitulé " Variations des stocks ";
  24° l'intitulé du compte 6095 " d'immeubles destinés à la vente " est remplacé par l'intitulé " d'immeubles achetés destinés à la vente ";
  25° l'intitulé du compte 691 " Affectations au capital et à la prime d'émission " est remplacé par l'intitulé " Affectations à l'apport ";
  26° l'intitulé du compte 694 " Rémunération du capital " est remplacé par l'intitulé " Rémunération de l'apport ";
  27° l'intitulé du compte 72 " Actifs immobilisés produits " est remplacé par l'intitulé " Production immobilisée ";
  28° l'intitulé du compte 791 " Prélèvements sur le capital et les primes d'émission " est remplacé par l'intitulé " Prélèvements sur l'apport ";
  29° les références en chiffres romains aux rubriques respectives de l'actif et du passif sont supprimées.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du 24 décembre 1934 relatif à l'application des lois sur la dépossession involontaire de titres au porteur
Art. 9:11. In artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 182 van het Wetboek van vennootschappen, de artikelen 73 en 83 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 en artikel 19bis van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen" vervangen door de woorden "artikelen 2:74, 2:113 en 2:134 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de artikelen XX.135 en XX.172 het Wetboek van economisch recht";
  2° in het tweede lid worden de woorden "een krachtens artikel 182 van het Wetboek van vennootschappen, een krachtens de artikelen 73 en 83 van de faillissementswet, alsmede bij een krachtens artikel 19bis van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen" vervangen door de woorden "een krachtens de artikelen 2:74, 2:113 en 2:134 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en alsmede bij een krachtens de artikelen XX.135 en XX.172 het Wetboek van economisch recht".
Art. 9:11. Dans l'article 4 de l'arrêté royal du 24 décembre 1934 relatif à l'application des lois sur la dépossession involontaire de titres au porteur les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " de l'article 182 du Code des sociétés, des articles 73 et 83 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites et de l'article 19bis de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations " sont remplacés par les mots " des articles 2:74, 2:113, 2:134 du Code des sociétés et des associations et des articles XX.135 et XX.172 du Code de droit économique ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " en vertu de l'article 182 du Code des sociétés, des articles 73 et 83 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites ainsi qu'en vertu de l'article 19bis de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations " sont remplacés par les mots " en vertu des articles 2:74, 2:113 et 2:134 du Code des sociétés et des associations ainsi qu'en vertu des articles XX.135 et XX.172 du Code de droit économique ".
TITEL 3. - Inwerkingtreding
TITRE 3. - Entrée en vigueur
Art. 9:12. Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als de datum waarop de bepalingen van de wet waarvan het de uitvoering verzekert van toepassing worden.
  In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 3:75, § 5, en 3:192, § 5, in werking treden op 1 januari 2021. De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in de eerste zin.
Art. 9:12. Le présent arrêté entre en vigueur le même jour que la date à laquelle les dispositions de la loi dont il assure l'exécution sont applicables.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 3:75, § 5, et 3:192, § 5, entrent en vigueur le 1er janvier 2021. Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée à la première phrase.
TITEL 4. - Uitvoeringsbepaling
TITRE 4. - Disposition d'exécution
Art. 9:13. De minister van Economie, de minister van Justitie, de minister van Financiën en de Minister van Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9:13. Le ministre de l'Economie, le ministre de la Justice, le ministre des Finances et le ministre des Classes moyennes sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution de présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Aanvraagformulier I tot inschrijving (luiken A en C) en tot bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad (luik B).
Art. N1. Annexe 1. - Formulaire I de demande d'immatriculation (volets A et C) et de publication dans les Annexes au Moniteur belge (volet B).
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2019, p. 42396)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 30-04-2019, p. 42390)
Art. N2. Bijlage 2. - Aanvraagformulier II tot wijziging van de inschrijving in KBO.
Art. N2. Annexe 2. - Formulaire II de demande d'inscription modificative de l'immatriculation dans la BCE.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2019, p. 42400)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 30-04-2019, p. 42394)
Art. N3. Bijlage 3. - Vennootschappen - jaarrekening volgens volledig schema: schema van de balans en de resultatenrekening.
  Balans
  ACTIVA
  I. Oprichtingskosten
  Vaste activa
  II. Immateriële vaste activa
  III. Materiële vaste activa
  A. Terreinen en gebouwen
  B. Installaties, machines en uitrusting
  C. Meubilair en rollend materieel
  D. Leasing en soortgelijke rechten
  E. Overige materiële vaste activa
  F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
  IV. Financiële vaste activa
  A. Verbonden ondernemingen
  1. Deelnemingen
  2. Vorderingen
  B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
  1. Deelnemingen
  2. Vorderingen
  C. Andere financiële vaste activa
  1. Aandelen
  2. Vorderingen en borgtochten in contanten
  Vlottende activa
  V. Vorderingen op meer dan een jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering
  A. Voorraden
  1. Grond- en hulpstoffen
  2. Goederen in bewerking
  3. Gereed product
  4. Handelsgoederen
  5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop
  6. Vooruitbetalingen
  B. Bestellingen in uitvoering
  VII. Vorderingen op ten hoogste een jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VIII. Geldbeleggingen
  A. Eigen aandelen
  B. Overige beleggingen
  IX. Liquide middelen
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de activa
  PASSIVA
  Eigen vermogen
  Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen:
  I. Inbreng
  A. Kapitaal
  1. Geplaatst kapitaal
  2. Niet opgevraagd kapitaal
  B. Buiten kapitaal
  1. Uitgiftepremies
  2. Andere
  II. Herwaarderingsmeerwaarden
  III. Reserves
  A. Onbeschikbare reserves
  1. Wettelijke reserve
  2. Statutair onbeschikbare reserves
  3. Inkoop eigen aandelen
  4. Financiële steunverlening
  5. Overige
  B. Belastingvrije reserves
  C. Beschikbare reserves
  IV. Overgedragen winst of overgedragen verlies
  V. Kapitaalsubsidies
  VI. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief (-)
  Voor andere dan naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen:
  I. Inbreng
  A. Beschikbaar
  B. Onbeschikbaar
  II. Herwaarderingsmeerwaarden
  III. Reserves
  A. Onbeschikbare reserves
  1. Statutair onbeschikbare reserves
  2. Inkoop eigen aandelen
  3. Financiële steunverlening
  4. Overige
  B. Belastingvrije reserves
  C. Beschikbare reserves
  IV. Overgedragen winst of overgedragen verlies
  V. Kapitaalsubsidies
  VI. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief (-)
  Voorzieningen en uitgestelde belastingen
  VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten
  1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
  2. Belastingen
  3. Grote herstellings- en onderhoudswerken
  4. Milieuverplichtingen
  5. Overige risico's en kosten
  B. Uitgestelde belastingen
  Schulden
  VIII. Schulden op meer dan een jaar
  A. Financiële schulden
  1. Achtergestelde leningen
  2. Niet achtergestelde obligatieleningen
  3. Leasingschulden en soortgelijke schulden
  4. Kredietinstellingen
  5. Overige leningen
  B. Handelsschulden
  1. Leveranciers
  2. Te betalen wissels
  C. Vooruitbetalingen op bestellingen
  D. Overige schulden
  IX. Schulden op ten hoogste een jaar
  A. Schulden op meer dan een jaar die binnen het jaar vervallen
  B. Financiële schulden
  1. Kredietinstellingen
  2. Overige leningen
  C. Handelsschulden
  1. Leveranciers
  2. Te betalen wissels
  D. Vooruitbetalingen op bestellingen
  E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
  1. Belastingen
  2. Bezoldigingen en sociale lasten
  F. Overige schulden
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de passiva
  Resultatenrekening
  I. Bedrijfsopbrengsten
  A. Omzet
  B. Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering: toename (afname)
  C. Geproduceerde vaste activa
  D. Andere bedrijfsopbrengsten
  E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten
  II. Bedrijfskosten
  A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
  1. Aankopen
  2. Voorraad: afname (toename)
  B. Diensten en diverse goederen
  C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
  D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
  E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen toevoegingen (terugnemingen)
  F. Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen)
  G. Andere bedrijfskosten
  H. Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten (-)
  I. Niet-recurrente bedrijfskosten
  III. Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies)
  IV. Financiële opbrengsten
  A. Opbrengsten uit financiële vaste activa
  B. Opbrengsten uit vlottende activa
  C. Andere financiële opbrengsten
  D. Niet-recurrente financiële opbrengsten
  V. Financiële kosten
  A. Kosten van schulden
  B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II.E: toevoegingen (terugnemingen)
  C. Andere financiële kosten
  D. Niet-recurrente financiële kosten
  VI. Winst (Verlies) van het boekjaar voor belasting
  VII. A. Onttrekking aan de uitgestelde belastingen
  B. Overboeking naar de uitgestelde belastingen
  VIII. Belastingen op het resultaat
  A. Belastingen
  B. Regulariseringen van belastingen en terugnemingen van voorzieningen voor belastingen
  IX. Winst (Verlies) van het boekjaar
  X. A. Onttrekking aan de belastingvrije reserves
  B. Overboeking naar de belastingvrije reserves
  XI. Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar
  Resultaatverwerking
  A. Te bestemmen winst (verlies)
  1. Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar
  2. Overgedragen winst (verlies) van het vorige boekjaar
  B. Onttrekking aan het eigen vermogen
  1. Aan de inbreng
  2. Aan de reserves
  C. Toevoeging aan het eigen vermogen
  1. Aan de inbreng
  2. Aan de wettelijke reserve
  3. Aan de overige reserves
  D. Over te dragen resultaat
  1. Over te dragen winst
  2. Over te dragen verlies
  E. Tussenkomst van de vennoten in het verlies
  F. Uit te keren winst
  1. Vergoeding van de inbreng
  2. Bestuurders of zaakvoerders
  3. Werknemers
  4. Andere rechthebbenden
Art. N3. Annexe 3. - schéma du bilan et du compte de résultats.
  Bilan
  ACTIF
  I. Frais d'établissement
  Actifs immobilisés
  II. Immobilisations incorporelles
  III. Immobilisations corporelles
  A. Terrains et constructions
  B. Installations, machines et outillage
  C. Mobilier et matériel roulant
  D. Location-financement et droits similaires
  E. Autres immobilisations corporelles
  F. Immobilisations en cours et acomptes versés
  IV. Immobilisations financières
  A. Entreprises liées
  1. Participations
  2. Créances
  B. Autres entreprises avec lesquelles il existe un lien de participation
  1. Participations
  2. Créances
  C. Autres immobilisations financières
  1. Actions et parts
  2. Créances et cautionnements en numéraire
  Actifs circulants
  V. Créances à plus d'un an
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VI. Stocks et commandes en cours d'exécution
  A. Stocks
  1. Approvisionnements
  2. En-cours de fabrication
  3. Produits finis
  4. Marchandises
  5. Immeubles destinés à la vente
  6. Acomptes versés
  B. Commandes en cours d'exécution
  VII. Créances à un an au plus
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VIII. Placements de trésorerie
  A. Actions propres
  B. Autres placements
  IX. Valeurs disponibles
  X. Comptes de régularisation
  Total de l'actif
  PASSIF
  Capitaux propres
  Pour les sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes :
  I. Apport
  A. Capital
  1. Capital souscrit
  2. Capital non appelé
  B. En dehors du capital
  1. Primes d'émission
  2. Autres
  II. Plus-values de réévaluation
  III. Réserves
  A. Réserves indisponibles
  1. Réserve légale
  2. Réserves statutairement indisponibles
  3. Acquisition d'actions propres
  4. Soutien financier
  5. Autres
  B. Réserves immunisées
  C. Réserves disponibles
  IV. Bénéfice reporté ou perte reportée
  V. Subsides en capital
  VI. Avance aux associés sur la répartition de l'actif net (-)
  Pour les autres que des sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes :
  I. Apport
  A. Disponible
  B. Indisponible
  II. Plus-values de réévaluation
  III. Réserves
  A. Réserves indisponibles
  1. Réserves statutairement indisponibles
  2. Acquisition d'actions propres
  3. Soutien financier
  4. Autres
  B. Réserves immunisées
  C. Réserves disponibles
  IV. Bénéfice reporté ou perte reportée
  V. Subsides en capital
  VI. Avance aux associés sur la répartition de l'actif net (-)
  Provisions et impôts différés
  VII. A. Provisions pour risques et charges
  1. Pensions et obligations similaires
  2. Charges fiscales
  3. Grosses réparations et gros entretien
  4. Obligations environnementales
  5. Autres risques et charges
  B. Impôts différés
  Dettes
  VIII. Dettes à plus d'un an
  A. Dettes financières
  1. Emprunts subordonnés
  2. Emprunts obligataires non subordonnés
  3. Dettes de location- financement et assimilées
  4. Etablissements de crédit
  5. Autres emprunts
  B. Dettes commerciales
  1. Fournisseurs
  2. Effets à payer
  C. Acomptes sur commandes
  D. Autres dettes
  IX. Dettes à un an au plus
  A. Dettes à plus d'un an échéant dans l'année
  B. Dettes financières
  1. Etablissements de crédit
  2. Autres emprunts
  C. Dettes commerciales
  1. Fournisseurs
  2. Effets à payer
  D. Acomptes sur commandes
  E. Dettes fiscales, salariales et sociales
  1. Impôts
  2. Rémunérations et charges sociales
  F. Autres dettes
  X. Comptes de régularisation
  Total du passif
  Compte de résultats
  I. Ventes et prestations
  A. Chiffre d'affaires
  B. En-cours de fabrication, produits finis et commandes en cours d'exécution : augmentation (réduction)
  C. Production immobilisée
  D. Autres produits d'exploitation
  E. Produits d'exploitation non récurrents
  II. Coût des ventes et des prestations
  A. Approvisionnements et marchandises
  1. Achats
  2. Stocks : réduction (augmentation)
  B. Services et biens divers
  C. Rémunérations, charges sociales et pensions
  D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
  E. Réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales : dotations (reprises)
  F. Provisions pour risques et charges : dotations (utilisations et reprises)
  G. Autres charges d'exploitation
  H. Charges d'exploitation portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-)
  I. Charges d'exploitation non récurrentes
  III. Bénéfice (Perte) d'exploitation
  IV. Produits financiers
  A. Produits des immobilisations financières
  B. Produits des actifs circulants
  C. Autres produits financiers
  D. Produits financiers non récurrents
  V. Charges financières
  A. Charges de dettes
  B. Réductions de valeur sur actifs circulants autres que ceux visés sub II.E : dotations (reprises)
  C. Autres charges financières
  D. Charges financières non récurrentes
  VI. Bénéfice (Perte) de l'exercice avant impôts
  VII. A. Prélèvement sur les impôts différés
  B. Transfert aux impôts différés
  VIII. Impôts sur le résultat
  A. Impôts
  B. Régularisations d'impôts et reprises de provisions fiscales
  IX. Bénéfice (Perte) de l'exercice
  X. A. Prélèvement sur les réserves immunisées
  B. Transfert aux réserves immunisées
  XI. Bénéfice (Perte) de l'exercice à affecter
  Affectations et prélèvements
  A. Bénéfice (perte) à affecter
  1. Bénéfice (perte) de l'exercice à affecter
  2. Bénéfice (perte) reporté(e) de l'exercice précédent
  B. Prélèvement sur les capitaux propres
  1. Sur l'apport
  2. Sur les réserves
  C. Affectation aux capitaux propres
  1. A l'apport
  2. A la réserve légale
  2. Aux autres réserves
  D. Résultat à reporter
  1. Bénéfice à reporter
  2. Perte à reporter
  E. Intervention des associés dans la perte
  F. Bénéfice à distribuer
  1. Rémunération de l'apport
  2. Administrateurs ou gérants
  3. Travailleurs
  4. Autres allocataires
Art. N4. Bijlage 4. - Vennootschappen - jaarrekening volgens verkort en microschema: schema van de balans en de resultatenrekening.
  Balans
  ACTIVA
  I. Oprichtingskosten
  Vaste activa
  II. Immateriële vaste activa
  III. Materiële vaste activa
  A. Terreinen en gebouwen
  B. Installaties, machines en uitrusting
  C. Meubilair en rollend materieel
  D. Leasing en soortgelijke rechten
  E. Overige materiële vaste activa
  F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
  IV. Financiële vaste activa
  Vlottende activa
  V. Vorderingen op meer dan een jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering
  A. Voorraden
  B. Bestellingen in uitvoering
  VII. Vorderingen op ten hoogste een jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VIII. Geldbeleggingen
  IX. Liquide middelen
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de activa
  PASSIVA
  Eigen vermogen
  Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen:
  I. Inbreng
  A. Kapitaal
  1. Geplaatst kapitaal
  2. Niet opgevraagd kapitaal
  B. Buiten kapitaal
  1. Uitgiftepremies
  2. Andere
  II. Herwaarderingsmeerwaarden
  III. Reserves
  A. Onbeschikbare reserves
  1. Wettelijke reserve
  2. Statutair onbeschikbare reserves
  3. Inkoop eigen aandelen
  4. Financiële steunverlening
  B. Belastingvrije reserves
  C. Beschikbare reserves
  IV. Overgedragen winst of overgedragen verlies
  V. Kapitaalsubsidies
  VI. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief (-)
  Voor andere dan naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen:
  I. Inbreng
  A. Beschikbaar
  B. Onbeschikbaar
  II. Herwaarderingsmeerwaarden
  III. Reserves
  A. Onbeschikbare reserves
  1. Statutair onbeschikbare reserves
  2. Inkoop eigen aandelen
  3. Financiële steunverlening
  B. Belastingvrije reserves
  C. Beschikbare reserves
  IV. Overgedragen winst of overgedragen verlies
  V. Kapitaalsubsidies
  VI. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief (-)
  Voorzieningen en uitgestelde belastingen
  VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten
  1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
  2. Belastingen
  3. Grote herstellings- en onderhoudswerken
  4. Milieuverplichtingen
  5. Overige risico's en kosten
  B. Uitgestelde belastingen
  Schulden
  VIII. Schulden op meer dan een jaar
  A. Financiële schulden
  1. Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden
  2. Overige leningen
  B. Handelsschulden
  C. Vooruitbetalingen op bestellingen
  D. Overige schulden
  IX. Schulden op ten hoogste een jaar
  A. Schulden op meer dan een jaar die binnen het jaar vervallen
  B. Financiële schulden
  1. Kredietinstellingen
  2. Overige leningen
  C. Handelsschulden
  1. Leveranciers
  2. Te betalen wissels
  D. Vooruitbetalingen op bestellingen
  E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
  1. Belastingen
  2. Bezoldigingen en sociale lasten
  F. Overige schulden
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de passiva
  Resultatenrekening
  I. A.B. Brutomarge
  Waarvan niet-recurrente bedrijfsopbrengsten
  C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
  D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
  E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)
  F. Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen)
  G. Andere bedrijfskosten
  H. Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten (-)
  I. Niet-recurrente bedrijfskosten
  II. Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies)
  III. Financiële opbrengsten
  A. Kapitaal- en interestsubsidies
  B. Andere financiële opbrengsten
  IV. Financiële kosten
  V. Winst (Verlies) van het boekjaar voor belasting
  VI. A. Onttrekking aan de uitgestelde belastingen
  B. Overboeking naar de uitgestelde belastingen
  VII. Belastingen op het resultaat
  VIII. Winst (Verlies) van het boekjaar
  IX. A. Onttrekking aan de belastingvrije reserves
  B. Overboeking naar de belastingvrije reserves
  X. Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar
  Resultaatverwerking
  A. Te bestemmen winst (verlies)
  1. Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar
  2. Overgedragen winst (verlies) van het vorige boekjaar
  B. Onttrekking aan het eigen vermogen
  C. Toevoeging aan het eigen vermogen
  1. Aan de inbreng
  2. Aan de wettelijke reserve
  3. Aan de overige reserves
  D. Over te dragen resultaat
  1. Over te dragen winst
  2. Over te dragen verlies
  E. Tussenkomst van de vennoten in het verlies
  F. Uit te keren winst
  1. Vergoeding van de inbreng
  2. Bestuurders of zaakvoerders
  3. Werknemers
  4. Andere rechthebbenden
Art. N4. Annexe 4. - schéma du bilan et du compte de résultats.
  Bilan
  ACTIF
  I. Frais d'établissement
  Actifs immobilisés
  II. Immobilisations incorporelles
  III. Immobilisations corporelles
  A. Terrains et constructions
  B. Installations, machines et outillage
  C. Mobilier et matériel roulant
  D. Location-financement et droits similaires
  E. Autres immobilisations corporelles
  F. Immobilisations en cours et acomptes versés
  IV. Immobilisations financières
  Actifs circulants
  V. Créances à plus d'un an
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VI. Stocks et commandes en cours d'exécution
  A. Stocks
  B. Commandes en cours d'exécution
  VII. Créances à un an au plus
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VIII. Placements de trésorerie
  IX. Valeurs disponibles
  X. Comptes de régularisation
  Total de l'actif
  PASSIF
  Capitaux propres
  Pour les sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes :
  I. Apport
  A. Capital
  1. Capital souscrit
  2. Capital non appelé
  B. En dehors du capital
  1. Primes d'émission
  2. Autres
  II. Plus-values de réévaluation
  III. Réserves
  A. Réserves indisponibles
  1. Réserve légale
  2. Réserves statutairement indisponibles
  3. Acquisition d'actions propres
  4. Soutien financier
  B. Réserves immunisées
  C. Réserves disponibles
  IV. Bénéfice reporté ou perte reportée
  V. Subsides en capital
  VI. Avance aux associés sur la répartition de l'actif net (-)
  Pour les autres que des sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés coopératives européennes :
  I. Apport
  A. Disponible
  B. Indisponible
  II. Plus-values de réévaluation
  III. Réserves
  A. Réserves indisponibles
  1. Réserves statutairement indisponibles
  2. Acquisition d'actions propres
  3. Soutien financier
  B. Réserves immunisées
  C. Réserves disponibles
  IV. Bénéfice reporté ou perte reportée
  V. Subsides en capital
  VI. Avance aux associés sur la répartition de l'actif net (-)
  Provisions et impôts différés
  VII. A. Provisions pour risques et charges
  1. Pensions et obligations similaires
  2. Charges fiscales
  3. Grosses réparations et gros entretien
  4. Obligations environnementales
  5. Autres risques et charges
  B. Impôts différés
  Dettes
  VIII. Dettes à plus d'un an
  A. Dettes financières
  1. Etablissements de crédit, dettes de location- financement et assimilées
  2. Autres emprunts
  B. Dettes commerciales
  C. Acomptes sur commandes
  D. Autres dettes
  IX. Dettes à un an au plus
  A. Dettes à plus d'un an échéant dans l'année
  B. Dettes financières
  1. Etablissements de crédit
  2. Autres emprunts
  C. Dettes commerciales
  1. Fournisseurs
  2. Effets à payer
  D. Acomptes sur commandes
  E. Dettes fiscales, salariales et sociales
  1. Impôts
  2. Rémunérations et charges sociales
  F. Autres dettes
  X. Comptes de régularisation
  Total du passif
  Compte de résultats
  I. A.B. Marge brute
  Dont produits d'exploitation non récurrents
  C. Rémunérations, charges sociales et pensions
  D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
  E. Réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales : dotations (reprises)
  F. Provisions pour risques et charges : dotations (utilisations et reprises)
  G. Autres charges d'exploitation
  H. Charges d'exploitation portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-)
  I. Charges d'exploitation non récurrentes
  II. Bénéfice (Perte) d'exploitation
  III. Produits financiers
  A. Subsides en capital et en intérêts
  B. Autres produits financiers
  IV. Charges financières
  V. Bénéfice (Perte) de l'exercice avant impôts
  VI. A. Prélèvement sur les impôts différés
  B. Transfert aux impôts différés
  VII. Impôts sur le résultat
  VIII. Bénéfice (Perte) de l'exercice
  IX. A. Prélèvement sur les réserves immunisées
  B. Transfert aux réserves immunisées
  X. Bénéfice (Perte) de l'exercice à affecter
  Affectations et prélèvements
  A. Bénéfice (perte) à affecter
  1. Bénéfice (perte) de l'exercice à affecter
  2. Bénéfice (perte) reporté(e) de l'exercice précédent
  B. Prélèvement sur les capitaux propres
  C. Affectation aux capitaux propres
  1. A l'apport
  2. A la réserve légale
  3. Aux autres réserves
  D. Résultat à reporter
  1. Bénéfice à reporter
  2. Perte à reporter
  E. Intervention des associés dans la perte
  F. Bénéfice à distribuer
  1. Rémunération de l'apport
  2. Administrateurs ou gérants
  3. Travailleurs
  4. Autres allocataires
Art. N5. Bijlage 5. - schema van de balans en de resultatenrekening.
  Balans
  ACTIVA
  I. Oprichtingskosten
  Vaste activa
  II. Immateriële vaste activa
  III. Consolidatieverschillen
  IV. Materiële vaste activa (2)(3)
  V. Financiële vaste activa
  A. Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast
  1. Deelnemingen
  2. Vorderingen
  B. Andere ondernemingen
  1. Aandelen
  2. Vorderingen
  Vlottende activa
  VI. Vorderingen op meer dan één jaar (2)
  VII. Voorraden en bestellingen in uitvoering (2)
  VIII. Vorderingen op ten hoogste 1 jaar (2)
  IX. Geldbeleggingen (2)
  X. Liquide middelen
  XI. Overlopende rekeningen
  Totaal van de activa
  PASSIVA
  Eigen vermogen
  I. Inbreng (2)
  II. Uitgiftepremies
  III. Herwaarderingsmeerwaarden
  IV. Reserves (4)
  V. Consolidatieverschillen
  VI. Omrekeningsverschillen (+) (-)
  VII. Kapitaalsubsidies
  Belangen van derden
  VIII. Belangen van derden
  Voorzieningen, uitgestelde belastingen en belastinglatenties
  IX. A. Voorzieningen voor risico's en kosten (2)
  B. Uitgestelde belastingen en belastinglatenties
  Schulden
  X. Schulden op meer dan 1 jaar (2)
  XI. Schulden op ten hoogste 1 jaar (2)
  XII. Overlopende rekeningen
  Totaal van de passiva
  Resultatenrekening
  1. Uitsplitsing in de geconsolideerde resultatenrekening van de bedrijfsresultaten naar hun aard (artikel 3:149, § 1):
  I. Bedrijfsopbrengsten (5)
  II. Bedrijfskosten (5)
  III. Bedrijfswinst (bedrijfsverlies)
  IV. Financiële opbrengsten (5)
  V. Financiële kosten (5)
  VI. Winst (verlies) van het boekjaar voor belasting van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen
  VII. A. Overboeking naar de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties
  B. Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties
  VIII. Belastingen op het resultaat (5)
  IX. Winst (verlies) van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen
  X. Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast
  A. Winstresultaten
  B. Verliesresultaten
  XI. Geconsolideerde winst (geconsolideerd verlies)
  XII. Aandeel van derden in het resultaat
  XIII. Aandeel van de groep in het resultaat
  2. Uitsplitsing in de geconsolideerde resultatenrekening van de bedrijfsresultaten naar hun bestemming (artikel 3:149, § 2):
  I. Omzet
  II. Kosten van verkopen
  III. Marge van de omzet
  IV. Commerciële kosten
  V. Administratieve kosten
  VI. Kosten van ontwikkeling
  VII. Andere bedrijfsopbrengsten
  VIII. Andere bedrijfskosten (6)
  IX. Bedrijfswinst (verlies)
  X. Financiële opbrengsten (7)
  XI. Financiële kosten (7)
  XII. Winst (verlies) van het boekjaar voor belasting van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen
  XIII. A. Overboeking naar de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties
  B. Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties
  XIV. Belastingen op het resultaat (7)
  XV. Winst (verlies) van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen
  XVI. Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast
  A. Winstresultaten
  B. Verliesresultaten
  XVII. Geconsolideerde winst (geconsolideerd verlies)
  XVIII. Aandeel van derden in het resultaat
  XIX. Aandeel van de groep in het resultaat
Art. N5. Annexe 5. - Comptes consolidés : schéma du bilan et du compte de résultats.
  Bilan
  ACTIF
  I. Frais d'établissement
  Actifs immobilisés
  II. Immobilisations incorporelles
  III. Ecarts de consolidation
  IV. Immobilisations corporelles (2) (3)
  V. Immobilisations financières
  A. Sociétés mises en équivalence
  1. Participations
  2. Créances
  B. Autres entreprises
  1. Participations
  2. Créances
  Actifs circulants
  VI. Créances à plus d'un an (2)
  VII. Stocks et commandes en cours d'exécution (2)
  VIII. Créances à un an au plus (2)
  IX. Placements de trésorerie (2)
  X. Valeurs disponibles
  XI. Comptes de régularisation
  Total de l'actif
  PASSIF
  Capitaux propres
  I. Apport (2)
  II. Primes d'émission
  III. Plus-values de réévaluation
  IV. Réserves (4)
  V. Ecarts de consolidation
  VI. Ecarts de conversion (+) (-)
  VII. Subsides en capital
  Intérêts de tiers
  VIII. Intérêts de tiers
  Provisions, impôts différés et latences fiscales
  IX. A. Provisions pour risques et charges (2)
  B. Impôts différés et latences fiscales
  Dettes
  X. Dettes à plus d'un an (2)
  XI. Dettes à un an au plus (2)
  XII. Comptes de régularisation
  Total du passif
  Compte de résultats
  1. Ventilation dans le compte de résultats consolidé des résultats d'exploitation en fonction de leur nature (article 3:149, § 1):
  I. Ventes et prestations (5)
  II. Coût des ventes et des prestations (5)
  III. Bénéfice (perte) d'exploitation
  IV. Produits financiers (5)
  V. Charges financières (5)
  VI. Bénéfice (perte) de l'exercice, avant impôts, de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation
  VII. A. Transfert aux impôts différés et latences fiscales
  B. Prélèvements sur les impôts et latences fiscales
  VIII. Impôts sur le résultat (5)
  IX. Bénéfice (perte) de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation
  X. Quote-part dans le résultat des sociétés mises en équivalence
  A. Résultats en bénéfice
  B. Résultats en perte
  XI. Bénéfice consolidé (perte consolidée)
  XII. Part des tiers dans le résultat
  XIII. Part du groupe dans le résultat
  2. Ventilation dans le compte de résultats consolidé des résultats d'exploitation en fonction de leur destination (article 3:149, § 2) :
  I. Chiffre d'affaires
  II. Coût des ventes
  III. Marge provenant du chiffre d'affaires
  IV. Charges commerciales
  V. Charges administratives
  VI. Frais de développement
  VII. Autres produits d'exploitation
  VIII. Autres charges d'exploitation (6)
  IX. Bénéfice (perte) d'exploitation
  X. Produits financiers (7)
  XI. Charges financières (7)
  XII. Bénéfice (perte) de l'exercice, avant impôts, de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation
  XIII. A. Transfert aux impôts différés et latences fiscales
  B. Prélèvements sur les impôts différés et les latences fiscales
  XIV. Impôts sur le résultat (7)
  XV. Bénéfice (perte) de la société consolidante et des filiales comprises dans la consolidation
  XVI. Quote-part dans le résultat des sociétés mises en équivalence
  A. Résultats en bénéfice
  B. Résultats en perte
  XVII. Bénéfice consolidé (perte consolidée)
  XVIII. Part des tiers dans le résultat
  XIX. Part du groupe dans le résultat
Art. N6. Bijlage 6. - Verenigingen en stichtingen - jaarrekening volgens volledig schema: schema van de balans en de resultatenrekening.
  Balans
  ACTIVA
  I. Oprichtingskosten
  Vaste activa
  II. Immateriële vaste activa
  III. Materiële vaste activa
  A. Terreinen en gebouwen
  B. Installaties, machines en uitrusting
  C. Meubilair en rollend materieel
  D. Leasing en soortgelijke rechten
  E. Overige materiële vaste activa
  F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
  IV. Financiële vaste activa
  A. Verbonden entiteiten
  1. Deelnemingen in verbonden vennootschappen
  2. Vorderingen
  B. Vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
  1. Deelnemingen
  2. Vorderingen
  C. Andere financiële vaste activa
  1. Aandelen
  2. Vorderingen en borgtochten in contanten
  Vlottende activa
  V. Vorderingen op meer dan één jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering
  A. Voorraden
  1. Grond- en hulpstoffen
  2. Goederen in bewerking
  3. Gereed product
  4. Handelsgoederen
  5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop
  6. Vooruitbetalingen
  B. Bestellingen in uitvoering
  VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VIII. Geldbeleggingen
  IX. Liquide middelen
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de activa
  PASSIVA
  Eigen vermogen
  I. Fondsen van de vereniging of stichting
  II.
  III. Herwaarderingsmeerwaarden
  IV. Bestemde fondsen en andere reserves
  V. Overgedragen winst (verlies)
  VI. Kapitaalsubsidies
  Voorzieningen en uitgestelde belastingen
  VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten
  1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
  2. Belastingen
  3. Grote herstellingswerken en grote onderhoudswerken
  4. Milieuverplichtingen
  5. Overige risico's en kosten
  B. Voorzieningen voor terug te betalen subsidies en legaten en voor schenkingen met terugnemingsrecht
  C. Uitgestelde belastingen
  Schulden
  VIII. Schulden op meer dan één jaar
  A. Financiële schulden
  1. Achtergestelde leningen
  2. Niet-achtergestelde obligatieleningen
  3. Leasingschulden en soortgelijke schulden
  4. Kredietinstellingen
  5. Overige leningen
  B. Handelsschulden
  1. Leveranciers
  2. Te betalen wissels
  C. Vooruitbetalingen op bestellingen
  D. Overige schulden
  IX. Schulden op ten hoogste één jaar
  A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
  B. Financiële schulden
  1. Kredietinstellingen
  2. Overige leningen
  C. Handelsschulden
  1. Leveranciers
  2. Te betalen wissels
  D. Vooruitbetalingen op bestellingen
  E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
  1. Belastingen
  2. Bezoldigingen en sociale lasten
  F. Overige schulden
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de passiva
  Resultatenrekening
  I. Bedrijfsopbrengsten
  A. Omzet
  B. Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering: toename (afname)
  C. Geproduceerde vaste activa
  D. Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies
  E. Andere bedrijfsopbrengsten
  F. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten
  II. Bedrijfskosten
  A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
  1. Aankopen
  2. Voorraad: afname (toename)
  B. Diensten en diverse goederen
  C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
  D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
  E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)
  F. Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen)
  G. Andere bedrijfskosten
  H. Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten (-)
  I. Niet-recurrente bedrijfskosten
  III. Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies)
  IV. Financiële opbrengsten
  A. Opbrengsten uit financiële vaste activa
  B. Opbrengsten uit vlottende activa
  C. Andere financiële opbrengsten
  D. Niet-recurrente financiële opbrengsten
  V. Financiële kosten
  A. Kosten van schulden
  B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bepaald onder II.E.: toevoegingen (terugnemingen)
  C. Andere financiële kosten
  D. Niet-recurrente financiële kosten
  VI. Winst (Verlies) van het boekjaar voor belastingen
  VII. A. Onttrekking aan de uitgestelde belastingen
  VII. B. Overboeking naar de uitgestelde belastingen
  VIII. Belastingen op het resultaat
  A. Belastingen
  B. Regulariseringen van belastingen en terugnemingen van voorzieningen voor belastingen
  IX. Winst (Verlies) van het boekjaar
  X. A. Onttrekking aan de belastingvrije reserves
  X. B. Overboeking naar de belastingvrije reserves
  XI. Te bestemmen winst van het boekjaar
  Resultaatverwerking
  A. Te bestemmen positief (negatief) resultaat
  1. Te bestemmen positief (negatief) resultaat van het boekjaar
  2. Overgedragen positief (negatief) resultaat van het vorige boekjaar
  B. Onttrekking aan het eigen vermogen
  1. Onttrekking aan de fondsen van de vereniging of stichting
  2. Onttrekking aan de bestemde fondsen en andere reserves
  C. Toevoeging aan de bestemde fondsen en andere reserves
  D. Over te dragen positief (negatief) resultaat
Art. N6. Annexe 6. - schéma du bilan et du compte de résultats.
  Bilan
  ACTIF
  I. Frais d'établissement
  Actifs Immobilisés
  II. Immobilisations incorporelles
  III. Immobilisations corporelles
  A. Terrains et constructions
  B. Installations, machines et outillage
  C. Mobilier et matériel roulant
  D. Location-financement et droits similaires
  E. Autres immobilisations corporelles
  F. Immobilisations en cours et acomptes versés
  IV. Immobilisations financières
  A. Entités liées
  1. Participations dans les sociétés liées
  2. Créances
  B. Sociétés avec lequel il existe un lien de participation
  1. Participations
  2. Créances
  C. Autres immobilisations financières
  1. Actions et parts
  2. Créances et cautionnements en numéraire
  Actifs circulants
  V. Créances à plus d'un an
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VI. Stocks et commandes en cours d'exécution
  A. Stocks
  1. Approvisionnements
  2. En-cours fabrication
  3. Produits finis
  4. Marchandises
  5. Immeubles destinés à la vente
  6. Acomptes versés
  B. Commandes en cours d'exécution
  VII. Créances à un an ou plus
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VIII. Placements en trésorerie
  IX. Valeurs disponibles
  X. Comptes de régularisation
  Total de l'actif
  PASSIF
  Fonds social
  I. Fonds de l'association ou de la fondation
  II.
  III. Plus-values de réévaluation
  IV. Fonds affectés et autres réserves
  V. Bénéfice (Perte) reporté(e)
  VI. Subsides en capital
  Provisions et impôts différés
  VII. A. Provisions pour risques et charges
  1. Pensions et obligations similaires
  2. Charges fiscales
  3. Grosses réparations et gros entretien
  4. Obligations environnementales
  5. Autres risques et charges
  B. Provisions pour subsides et legs à rembourser et pour dons avec droit de reprise
  C. Impôts différés
  Dettes
  VIII. Dettes à plus d'un an
  A. Dettes financières
  1. Emprunts subordonnés
  2. Emprunts obligataires non subordonnés
  3. Dettes de location- financement et assimilées
  4. Etablissements de crédit
  5. Autres emprunts
  B. Dettes commerciales
  1. Fournisseurs
  2. Effets à payer
  C. Acomptes sur commandes
  D. Autres dettes
  IX. Dettes à un an au plus
  A. Dettes à plus d'un an échéant dans l'année
  B. Dettes financières
  1. Etablissements de crédit
  2. Autres emprunts
  C. Dettes commerciales
  1. Fournisseurs
  2. Effets à payer
  D. Acomptes sur commandes
  E. Dettes fiscales, salariales et sociales
  1. Impôts
  2. Rémunérations et charges sociales
  F. Autres dettes
  X. Comptes de régularisation
  Total du passif
  Compte de résultats
  I. Ventes et prestations
  A. Chiffre d'affaires
  B. En-cours de fabrication, produits finis et commandes en cours d'exécution : augmentation (réduction)
  C. Production immobilisée
  D. Cotisations, dons, legs et subsides
  E. Autres produits d'exploitation
  F. Produits d'exploitation non récurrents
  II. Coût des ventes et des prestations
  A. Approvisionnements et marchandises
  1. Achats
  2. Stocks : réduction (augmentation)
  B. Services et biens divers
  C. Rémunérations, charges sociales et pensions
  D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
  E. Réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales : dotations (reprises)
  F. Provisions pour risques et charges : dotations (utilisations et reprises)
  G. Autres charges d'exploitation
  H. Charges d'exploitation portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-)
  I. Charges d'exploitation non récurrentes
  III. Bénéfice (Perte) d'exploitation
  IV. Produits financiers
  A. Produits des immobilisations financières
  B. Produits des actifs circulants
  C. Autres produits financiers
  D. Produits d'exploitation non récurrents
  V. Charges financières
  A. Charges des dettes
  B. Réductions de valeur sur actifs circulants autres que ceux visés sub II.E. : dotations (reprises)
  C. Autres charges financières
  D. Charges financières non récurrentes
  VI. Bénéfice (Perte) de l'exercice avant impôts
  VII. A. Prélèvement sur les impôts différés
  VII. B. Transfert aux impôts différés
  VIII. Impôts sur le résultat
  A. Impôts
  B. Régularisations d'impôts et reprises de provisions fiscales
  IX. Bénéfice (Perte) de l'exercice
  X. A. Prélèvement sur les réserves immunisées
  B. Transfert aux réserves immunisées
  XI. Bénéfice de l'exercice à affecter
  Affectations et prélèvements
  A. Résultat positif (négatif) à affecter
  1. Résultat positif (négatif) de l'exercice à affecter
  2. Résultat positif (négatif) de l'exercice antérieur reporté
  B. Prélèvement sur les capitaux propres
  1. Prélèvement sur les fonds de l'association ou de la fondation
  2. Prélèvement sur les fonds affectés et autres réserves
  C. Affectation aux fonds affectés et autres réserves
  D. Résultat positif (négatif) à reporter
Art. N7. Bijlage 7. - Verenigingen en stichtingen - jaarrekening volgens verkort en microschema: schema van de balans en de resultatenrekening.
  Balans
  ACTIVA
  I. Oprichtingskosten
  Vaste activa
  II. Immateriële vaste activa
  III. Materiële vaste activa
  A. Terreinen en gebouwen
  B. Installaties, machines en uitrusting
  C. Meubilair en rollend materieel
  D. Leasing en soortgelijke rechten
  E. Overige materiële vaste activa
  F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
  IV. Financiële vaste activa
  Vlottende activa
  V. Vorderingen op meer dan één jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering
  A. Voorraden
  B. Bestellingen in uitvoering
  VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar
  A. Handelsvorderingen
  B. Overige vorderingen
  VIII. Geldbeleggingen
  IX. Liquide middelen
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de activa
  PASSIVA
  Eigen vermogen
  I. Fondsen van de vereniging of stichting
  II.
  III. Herwaarderingsmeerwaarden
  IV. Bestemde fondsen en andere reserves
  V. Overgedragen winst (verlies)
  VI. Kapitaalsubsidies
  Voorzieningen en uitgestelde belastingen
  VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten
  1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen
  2. Belastingen
  3. Grote herstellings- en onderhoudswerken
  4. Milieuverplichtingen
  5. Overige risico's en kosten
  B. Voorzieningen voor terug te betalen subsidies en legaten en voor schenkingen met terugnemingsrecht
  C. Uitgestelde belastingen
  Schulden
  VIII. Schulden op meer dan één jaar
  A. Financiële schulden
  1. Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden
  2. Overige leningen
  B. Handelsschulden
  C. Vooruitbetalingen op bestellingen
  D. Overige schulden
  IX. Schulden op ten hoogste één jaar
  A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
  B. Financiële schulden
  1. Kredietinstellingen
  2. Overige leningen
  C. Handelsschulden
  1. Leveranciers
  2. Te betalen wissels
  D. Vooruitbetalingen op bestellingen
  E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
  1. Belastingen
  2. Bezoldigingen en sociale lasten
  F. Overige schulden
  X. Overlopende rekeningen
  Totaal van de passiva
  Resultatenrekening
  I. A.B. Brutomarge
  Waarvan niet-recurrente bedrijfsopbrengsten
  C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
  D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
  E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)
  F. Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen)
  G. Andere bedrijfskosten
  H. Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten (-)
  I. Niet-recurrente bedrijfskosten
  II. Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies)
  III. Financiële opbrengsten
  IV. Financiële kosten
  V. Winst (Verlies) van het boekjaar voor belastingen
  VI. A. Onttrekking aan de uitgestelde belastingen
  B. Overboeking naar de uitgestelde belastingen
  VII. Belastingen op het resultaat
  VIII. Winst (Verlies) van het boekjaar
  IX. A. Onttrekking aan de belastingvrije reserves
  B. Overboeking naar de belastingvrije reserves
  X. Te bestemmen winst van het boekjaar
  Resultaatverwerking
  A. Te bestemmen positief (negatief) resultaat
  1. Te bestemmen positief (negatief) resultaat van het boekjaar
  2. Overgedragen positief (negatief) resultaat van het vorige boekjaar
  B. Onttrekking aan het eigen vermogen
  1. Onttrekking aan de fondsen van de vereniging of stichting
  2. Onttrekking aan de bestemde fondsen en andere reserves
  C. Toevoeging aan de bestemde fondsen en andere reserves
  D. Over te dragen positief (negatief) resultaat
Art. N7. Annexe 7. - Associations et fondations - comptes annuels selon le schéma abrégé ou le microschéma : schéma du bilan et du compte des résultats.
  Bilan
  ACTIF
  I. Frais d'établissement
  Actifs immobilisés
  II. Immobilisations incorporelles
  III. Immobilisations corporelles
  A. Terrains et constructions
  B. Installations, machines et outillage
  C. Mobilier et matériel roulant
  D. Location financement et droits similaires
  E. Autres immobilisations corporelles
  F. Immobilisations en cours et acomptes versés
  IV. Immobilisations financières
  Actifs circulants
  V. Créances à plus d'un an
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VI. Stocks et commandes en cours d'exécution
  A. Stocks
  B. Commandes en cours d'exécution
  VII. Créances à un an au plus
  A. Créances commerciales
  B. Autres créances
  VIII. Placements de trésorerie
  IX. Valeurs disponibles
  X. Comptes de régularisation
  Total de l'actif
  PASSIF
  Fonds social
  I. Fonds de l'association ou de la fondation
  II.
  III. Plus-values de réévaluation
  IV. Fonds affectés et autres réserves
  V. Bénéfice (perte) reporté(e)
  VI. Subsides en capital
  Provisions et impôts différés
  VII. A. Provisions pour risques et charges
  1. Pensions et obligations similaires
  2. Charges fiscales
  3. Grosses réparations et gros entretien
  4. Obligations environnementales
  5. Autres risques et charges
  B. Provisions pour subsides et legs à rembourser et pour dons avec droit de reprise
  C. Impôts différés
  Dettes
  VIII. Dettes à plus d'un an
  A. Dettes financières
  1. Etablissements de crédit, dettes de location- financement et assimilées
  2. Autres emprunts
  B. Dettes commerciales
  C. Acomptes sur commandes
  D. Autres dettes
  IX. Dettes à un an au plus
  A. Dettes à plus d'un an échéant dans l'année
  B. Dettes financières
  1. Etablissements de crédit
  2. Autres emprunts
  C. Dettes commerciales
  1. Fournisseurs
  2. Effets à payer
  D. Acomptes sur commandes
  E. Dettes fiscales, salariales et sociales
  1. Impôts
  2. Rémunérations et charges sociaux
  F. Autres dettes
  X. Comptes de régularisation
  Total du passif
  Compte de résultats
  I. A.B. Marge brute d'exploitation
  Dont : produits d'exploitation non récurrents
  C. Rémunérations, charges sociales et pensions
  D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles
  E. Réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d'exécution et sur créances commerciales : dotations (reprises)
  F. Provisions pour risques et charges : dotations (utilisations et reprises)
  G. Autres charges d'exploitation
  H. Charges d'exploitation portées à l'actif au titre de frais de restructuration (-)
  I. Charges d'exploitation non récurrentes
  II. Bénéfice (Perte) d'exploitation
  III. Produits financiers
  IV. Charges financières
  V. Résultat positif (négatif) de l'exercice avant impôts
  VI. A. Prélèvement sur les impôts différés
  B. Transfert aux impôts différés
  VII. Impôts sur le résultat
  VIII. Bénéfice (Perte) de l'exercice
  IX. A. Prélèvement sur les réserves immunisées
  B. Transfert aux réserves immunisées
  X. Bénéfice de l'exercice à affecter
  Affectations et prélèvements
  A. Résultat positif (négatif) à affecter
  1. Résultat positif (négatif) de l'exercice à affecter
  2. Résultat positif (négatif) de l'exercice antérieur reporté
  B. Prélèvements sur les capitaux propres
  1. Prélèvement sur les fonds de l'association ou de la fondation
  2. Prélèvement sur les fonds affectés et autres réserves
  C. Affectations aux fonds affectés
  D. Résultat positif (négatif) à reporter
Art. N8. Bijlage 8. - Schema van de jaarrekening van de verenigingen en stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren.
  Genormaliseerd minimaal schema van de staat van de ontvangsten en uitgaven.
Art. N8. Annexe 8. - Schéma des comptes annuels des associations et fondations qui tiennent une comptabilité simplifiée.
  Schéma minimum normalisé de l'état des recettes et dépenses
Uitgaven Ontvangsten
Goederen Lidgelden
Bezoldigingen Schenkingen en legaten
Diensten en diverse goederen Subsidies
Andere uitgaven Andere ontvangsten
Totaal uitgaven Totaal ontvangsten
Uitgaven OntvangstenGoederen LidgeldenBezoldigingen Schenkingen en legatenDiensten en diverse goederen SubsidiesAndere uitgaven Andere ontvangstenTotaal uitgaven Totaal ontvangsten
Schema van de toelichting
  1. Samenvatting van de waarderingsregels
  2. Aanpassing van de waarderingsregels
  3. Bijkomende inlichtingen
  4. Genormaliseerd minimaal schema van de staat van het vermogen
  
Dépenses Recettes
Marchandises Cotisations
Rémunérations Dons et legs
Services et biens divers Subsides
Autres dépenses Autres recettes
Total des dépenses Total des recettes
Dépenses RecettesMarchandises CotisationsRémunérations Dons et legsServices et biens divers SubsidesAutres dépenses Autres recettesTotal des dépenses Total des recettes
Schéma de l'annexe
  1. Résumé des règles d'évaluation
  2. Adaptation des règles d'évaluation
  3. Informations complémentaires
  4. Schéma minimum normalisé de l'état du patrimoine
  
Bezittingen Schulden
Onroerende goederen (terreinen, ...) Financiële schulden
Machines, installaties en uitrusting Schulden ten aanzien van leveranciers
Meubilair en rollend materieel Schulden ten aanzien van leden
Voorraden Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
Vorderingen  
Geldbeleggingen  
Liquide middelen  
Andere activa Andere schulden
Rechten Verplichtingen
Beloofde subsidies Hypotheken en hypotheekbeloften
Beloofde schenkingen Gegeven waarborgen
Andere rechten Andere verbintenissen
Bezittingen SchuldenOnroerende goederen (terreinen, ...) Financiële schuldenMachines, installaties en uitrusting Schulden ten aanzien van leveranciersMeubilair en rollend materieel Schulden ten aanzien van ledenVoorraden Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lastenVorderingen Geldbeleggingen Liquide middelen Andere activa Andere schuldenRechten VerplichtingenBeloofde subsidies Hypotheken en hypotheekbeloftenBeloofde schenkingen Gegeven waarborgenAndere rechten Andere verbintenissen
5. Belangrijke rechten en verplichtingen die niet in cijfers kunnen worden weergegeven
  
Avoirs Dettes
Immeubles (terrains,...) Dettes financières
Machines, installations et outillage Dettes à l'égard de fournisseurs
Mobilier et matériel roulant Dettes à l'égard des membres
Stocks Dettes relatives aux impôts, rémunérations et charges sociales
Créances  
Placements de trésorerie  
Valeurs disponibles  
Autres avoirs Autres dettes
Droits Engagements
Subsides promis Hypothèques et promesses d'hypothèque
Dons promis Garanties données
Autres droits Autres engagements
Avoirs DettesImmeubles (terrains,...) Dettes financièresMachines, installations et outillage Dettes à l'égard de fournisseursMobilier et matériel roulant Dettes à l'égard des membresStocks Dettes relatives aux impôts, rémunérations et charges socialesCréances Placements de trésorerie Valeurs disponibles Autres avoirs Autres dettesDroits EngagementsSubsides promis Hypothèques et promesses d'hypothèqueDons promis Garanties donnéesAutres droits Autres engagements
5. Droits et engagements importants qui ne sont pas susceptibles d'être quantifiés
Art. N9. Bijlage 9.
Art. N9. Annexe 9.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2019, p. 42423)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 30-04-2019, p. 42423)