Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 MEI 2019. - Wet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen
Titre
20 MAI 2019. - Loi modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 13 juli...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 8 augus...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 20 mei ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 16 ju...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 28 fe...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 20 ju...
HOOFDSTUK 8. - Tijdelijke wijziging van het sta...
HOOFDSTUK 9. - Overgangsbepaling
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingstreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 13 jui...
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 8 août ...
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 20 mai ...
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 16 jui...
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 28 fév...
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 20 jui...
CHAPITRE 8. - Modification temporaire du statut...
CHAPITRE 9. - Disposition transitoire
CHAPITRE 10. - Entrée en vigueur
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de Krijgsmacht
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 13 juillet 1976 relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des Forces armées
Art. 2. Artikel 53bis van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de Krijgsmacht, ingevoegd bij de wet van 28 december 1990, vervangen bij de wet van 22 maart 2001 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 april 2018, wordt vervangen als volgt :
"Art. 53bis. § 1. Aan de officier, de onderofficier of de vrijwilliger van het actief kader wordt, bij de geboorte of de adoptie van zijn kind of bij de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, een ouderschapsverlof toegestaan dat kan genomen worden :
- hetzij gedurende een periode van drie maanden als voltijds verlof; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in maanden;
- hetzij gedurende een periode van zes maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met de helft wanneer hij voltijds tewerkgesteld is; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van vijftien maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één vijfde wanneer hij voltijds tewerkgesteld is; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van dertig maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één tiende wanneer hij voltijds tewerkgesteld is; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan.
De militair heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten bedoeld in het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand voltijds verlof gelijk is aan twee maanden verminderde prestaties met de helft en gelijk is aan vijf maanden verminderde prestaties met één vijfde.
De militair heeft recht op het ouderschapsverlof :
- naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
- in het kader van de adoptie van een kind gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de ambtenaar zijn verblijfplaats heeft, tot het kind twaalf jaar wordt;
- in het kader van een plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg vanaf het ogenblik van de plaatsing van het kind in het gezin tot het einde van de plaatsing en uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, of dat ten minste 9 punten toegekend worden in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar.
Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet voldaan zijn uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.
§ 2. Het in dit artikel bedoeld ouderschapsverlof wordt niet bezoldigd. Het wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst.".
"Art. 53bis. § 1. Aan de officier, de onderofficier of de vrijwilliger van het actief kader wordt, bij de geboorte of de adoptie van zijn kind of bij de plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg, een ouderschapsverlof toegestaan dat kan genomen worden :
- hetzij gedurende een periode van drie maanden als voltijds verlof; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in maanden;
- hetzij gedurende een periode van zes maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met de helft wanneer hij voltijds tewerkgesteld is; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van vijftien maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één vijfde wanneer hij voltijds tewerkgesteld is; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van dertig maanden in het kader van een vermindering van de prestaties met één tiende wanneer hij voltijds tewerkgesteld is; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan.
De militair heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten bedoeld in het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand voltijds verlof gelijk is aan twee maanden verminderde prestaties met de helft en gelijk is aan vijf maanden verminderde prestaties met één vijfde.
De militair heeft recht op het ouderschapsverlof :
- naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
- in het kader van de adoptie van een kind gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de ambtenaar zijn verblijfplaats heeft, tot het kind twaalf jaar wordt;
- in het kader van een plaatsing van een kind in een opvanggezin in het kader van de pleegzorg vanaf het ogenblik van de plaatsing van het kind in het gezin tot het einde van de plaatsing en uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, of dat ten minste 9 punten toegekend worden in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar.
Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet voldaan zijn uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.
§ 2. Het in dit artikel bedoeld ouderschapsverlof wordt niet bezoldigd. Het wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst.".
Art. 2. L'article 53bis de la loi du 13 juillet 1976 relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des Forces armées, inséré par la loi du 28 décembre 1990, remplacé par la loi du 22 mars 2001 et modifié en dernier lieu par la loi du 30 avril 2018, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 53bis. § 1er. L'officier, le sous-officier ou le volontaire du cadre actif obtient, lors de la naissance ou de l'adoption de son enfant ou lors du placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil, un congé parental qui peut être pris :
- soit sous la forme d'un congé à temps plein durant une période de trois mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en mois;
- soit, s'il est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations de moitié durant une période de six mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de deux mois ou un multiple de ce chiffre;
- soit, s'il est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un cinquième durant une période de quinze mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre;
- soit, s'il est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un dixième durant une période de trente mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre.
Le militaire a la possibilité, dans le cadre de l'exercice de son droit au congé parental, de faire usage des différentes modalités visées à l'alinéa 1er. Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe qu'un mois de congé à temps plein est équivalent à deux mois de prestations réduites de moitié et à cinq mois de prestations réduites d'un cinquième.
Le militaire a droit au congé parental :
- en raison de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire;
- en raison de l'adoption d'un enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le militaire a sa résidence, jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire;
- en raison du placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil, à partir du placement de l'enfant dans la famille jusqu'à la fin du placement et au plus tard jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire.
Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection qui a pour conséquence qu'au moins 4 points sont octroyés dans le pilier 1 de l'échelle médico-sociale au sens de la règlementation relative aux allocations familiales, ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale au sens de la règlementation relative aux allocations familiales, la limite d'âge est fixée à 21 ans.
La condition du douzième anniversaire doit être satisfaite au plus tard pendant la période de congé parental.
§ 2. Le congé parental visé par le présent article n'est pas rémunéré; il est assimilé à une période de service actif.".
"Art. 53bis. § 1er. L'officier, le sous-officier ou le volontaire du cadre actif obtient, lors de la naissance ou de l'adoption de son enfant ou lors du placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil, un congé parental qui peut être pris :
- soit sous la forme d'un congé à temps plein durant une période de trois mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en mois;
- soit, s'il est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations de moitié durant une période de six mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de deux mois ou un multiple de ce chiffre;
- soit, s'il est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un cinquième durant une période de quinze mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre;
- soit, s'il est occupé à temps plein, sous la forme d'une réduction des prestations d'un dixième durant une période de trente mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre.
Le militaire a la possibilité, dans le cadre de l'exercice de son droit au congé parental, de faire usage des différentes modalités visées à l'alinéa 1er. Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe qu'un mois de congé à temps plein est équivalent à deux mois de prestations réduites de moitié et à cinq mois de prestations réduites d'un cinquième.
Le militaire a droit au congé parental :
- en raison de la naissance de son enfant, jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire;
- en raison de l'adoption d'un enfant, pendant une période qui court à partir de l'inscription de l'enfant comme faisant partie de son ménage, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le militaire a sa résidence, jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire;
- en raison du placement d'un enfant dans une famille d'accueil dans le cadre de la politique d'accueil, à partir du placement de l'enfant dans la famille jusqu'à la fin du placement et au plus tard jusqu'à ce que l'enfant atteigne son douzième anniversaire.
Lorsque l'enfant est atteint d'une incapacité physique ou mentale de 66 % au moins ou d'une affection qui a pour conséquence qu'au moins 4 points sont octroyés dans le pilier 1 de l'échelle médico-sociale au sens de la règlementation relative aux allocations familiales, ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale au sens de la règlementation relative aux allocations familiales, la limite d'âge est fixée à 21 ans.
La condition du douzième anniversaire doit être satisfaite au plus tard pendant la période de congé parental.
§ 2. Le congé parental visé par le présent article n'est pas rémunéré; il est assimilé à une période de service actif.".
Art. 3. In artikel 53ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 december 1990 en laatstelijk vervangen bij de wet van 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, tweede lid, worden de woorden "na de adoptie van het kind" vervangen door de woorden "na de opname van het kind in het gezin van de militair", en worden de woorden "geadopteerd" vervangen door de woorden "in het gezin opgenomen";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met de vier volgende zinnen :
"Het adoptieverlof van zes weken per adoptieouder wordt verlengd. In geval van twee adoptieouders worden deze bijkomende weken onderling tussen hen verdeeld. De maximumduur van het adoptieverlof wordt met twee weken per adoptieouder verlengd bij de gelijktijdige adoptie van meerdere minderjarige kinderen. Dit verlengde adoptieverlof wordt als volgt toegekend voor de adoptieouder of voor beide adoptieouders samen :
- 1° één week vanaf de inwerkingtreding van de wet van 20 mei 2019 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen;
- 2° twee weken vanaf uiterlijk 1 januari 2021;
- 3° drie weken vanaf uiterlijk 1 januari 2023;
- 4° vier weken vanaf uiterlijk 1 januari 2025;
- 5° vijf weken vanaf uiterlijk 1 januari 2027.".
3° in § 1, vierde lid, wordt in de bepaling onder 1° het woord "geadopteerd" vervangen door de woorden "in het gezin opgenomen";
4° in § 1, vijfde lid, worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal" tussen de woorden "medisch-sociale schaal," en de woorden "overeenkomstig";
5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met het aantal weken opvangverlof in toepassing van artikel 53ter, § 2, dat de militair reeds heeft bekomen voor hetzelfde kind.";
6° in § 2, vijfde lid, worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal" ingevoegd tussen de woorden "medisch-sociale schaal," en de woorden "overeenkomstig" :
7° § 2 wordt aangevuld met een zesde lid, luidende :
"Het opvangverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen pleegzorgverlof dat reeds werd opgenomen in hetzelfde jaar voor hetzelfde kind in toepassing van artikel 53sexies.".
1° in § 1, tweede lid, worden de woorden "na de adoptie van het kind" vervangen door de woorden "na de opname van het kind in het gezin van de militair", en worden de woorden "geadopteerd" vervangen door de woorden "in het gezin opgenomen";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met de vier volgende zinnen :
"Het adoptieverlof van zes weken per adoptieouder wordt verlengd. In geval van twee adoptieouders worden deze bijkomende weken onderling tussen hen verdeeld. De maximumduur van het adoptieverlof wordt met twee weken per adoptieouder verlengd bij de gelijktijdige adoptie van meerdere minderjarige kinderen. Dit verlengde adoptieverlof wordt als volgt toegekend voor de adoptieouder of voor beide adoptieouders samen :
- 1° één week vanaf de inwerkingtreding van de wet van 20 mei 2019 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen;
- 2° twee weken vanaf uiterlijk 1 januari 2021;
- 3° drie weken vanaf uiterlijk 1 januari 2023;
- 4° vier weken vanaf uiterlijk 1 januari 2025;
- 5° vijf weken vanaf uiterlijk 1 januari 2027.".
3° in § 1, vierde lid, wordt in de bepaling onder 1° het woord "geadopteerd" vervangen door de woorden "in het gezin opgenomen";
4° in § 1, vijfde lid, worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal" tussen de woorden "medisch-sociale schaal," en de woorden "overeenkomstig";
5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met het aantal weken opvangverlof in toepassing van artikel 53ter, § 2, dat de militair reeds heeft bekomen voor hetzelfde kind.";
6° in § 2, vijfde lid, worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal" ingevoegd tussen de woorden "medisch-sociale schaal," en de woorden "overeenkomstig" :
7° § 2 wordt aangevuld met een zesde lid, luidende :
"Het opvangverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen pleegzorgverlof dat reeds werd opgenomen in hetzelfde jaar voor hetzelfde kind in toepassing van artikel 53sexies.".
Art. 3. A l'article 53ter de la même loi, inséré par la loi du 28 décembre 1990 et remplacé en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 2, les mots "qui suit l'adoption de l'enfant" sont remplacés par les mots "qui suit l'accueil de l'enfant dans la famille du militaire" et le mot "adopté" est remplacé par les mots "accueilli dans la famille";
2° dans le § 1er, l'alinéa 2 est complété par les quatre phrases suivantes :
"Le congé d'adoption de six semaines par parent adoptif est allongé. S'il y a deux parents adoptifs, ceux-ci se répartissent ces semaines supplémentaires. La durée maximale du congé d'adoption est allongée de deux semaines par parent adoptif en cas d'adoption simultanée de plusieurs enfants mineurs. Ce congé allongé s'attribue de la manière suivante pour le parent adoptif ou pour les deux parents adoptifs ensemble :
- 1° d'une semaine à partir de l'entrée en vigueur de la loi du 20 mai 2019 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires;
- 2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 au plus tard;
- 3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 au plus tard;
- 4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 au plus tard;
- 5° de cinq semaines à partir du 1er janvier 2027 au plus tard.".
3° dans le § 1er, alinéa 4, 1°, le mot "adopté" est remplacé par les mots "accueilli dans la famille";
4° dans le § 1er, alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale" sont insérés entre les mots "l'échelle médico-sociale" et les mots ", au sens de";
5° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"La durée maximum du congé d'adoption est réduite du nombre de semaines de congé d'accueil que le militaire a déjà obtenu pour le même enfant au titre de l'article 53ter, § 2.";
6° dans le § 2, alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale" sont insérés entre les mots "l'échelle médico-sociale" et les mots ", au sens de";
7° le § 2 est complété par un alinéa 6 rédigé comme suit :
"Le congé d'accueil est réduit du nombre de jours ouvrables de congé pour soins d'accueil qui ont déjà été pris au cours de la même année pour le même enfant en application de l'article 53sexies.".
1° dans le § 1er, alinéa 2, les mots "qui suit l'adoption de l'enfant" sont remplacés par les mots "qui suit l'accueil de l'enfant dans la famille du militaire" et le mot "adopté" est remplacé par les mots "accueilli dans la famille";
2° dans le § 1er, l'alinéa 2 est complété par les quatre phrases suivantes :
"Le congé d'adoption de six semaines par parent adoptif est allongé. S'il y a deux parents adoptifs, ceux-ci se répartissent ces semaines supplémentaires. La durée maximale du congé d'adoption est allongée de deux semaines par parent adoptif en cas d'adoption simultanée de plusieurs enfants mineurs. Ce congé allongé s'attribue de la manière suivante pour le parent adoptif ou pour les deux parents adoptifs ensemble :
- 1° d'une semaine à partir de l'entrée en vigueur de la loi du 20 mai 2019 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires;
- 2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 au plus tard;
- 3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 au plus tard;
- 4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 au plus tard;
- 5° de cinq semaines à partir du 1er janvier 2027 au plus tard.".
3° dans le § 1er, alinéa 4, 1°, le mot "adopté" est remplacé par les mots "accueilli dans la famille";
4° dans le § 1er, alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale" sont insérés entre les mots "l'échelle médico-sociale" et les mots ", au sens de";
5° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"La durée maximum du congé d'adoption est réduite du nombre de semaines de congé d'accueil que le militaire a déjà obtenu pour le même enfant au titre de l'article 53ter, § 2.";
6° dans le § 2, alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale" sont insérés entre les mots "l'échelle médico-sociale" et les mots ", au sens de";
7° le § 2 est complété par un alinéa 6 rédigé comme suit :
"Le congé d'accueil est réduit du nombre de jours ouvrables de congé pour soins d'accueil qui ont déjà été pris au cours de la même année pour le même enfant en application de l'article 53sexies.".
Art. 4. In artikel 53quinquies, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 maart 2003 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "van een eenling of meerling," worden opgeheven;
2° de woorden "Dit verlof kan, op aanvraag van de militair, per maand opgenomen worden." worden vervangen door wat volgt :
"Dit verlof kan worden opgenomen :
- hetzij gedurende een periode van vier maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in maanden;
- hetzij gedurende een periode van acht maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van twintig maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van veertig maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan.
De militair heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn verlof voor ouderschapsbescherming gebruik te maken van de verschillende nadere regels bepaald bij het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand voltijds verlof gelijk is aan twee maanden verminderde prestaties met de helft en gelijk is aan vijf maanden verminderde prestaties met één vijfde.";
3° in het vijfde lid worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag," ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden "kan het verlof"."
1° de woorden "van een eenling of meerling," worden opgeheven;
2° de woorden "Dit verlof kan, op aanvraag van de militair, per maand opgenomen worden." worden vervangen door wat volgt :
"Dit verlof kan worden opgenomen :
- hetzij gedurende een periode van vier maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in maanden;
- hetzij gedurende een periode van acht maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van twintig maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan;
- hetzij gedurende een periode van veertig maanden; op vraag van de militair kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan.
De militair heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn verlof voor ouderschapsbescherming gebruik te maken van de verschillende nadere regels bepaald bij het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand voltijds verlof gelijk is aan twee maanden verminderde prestaties met de helft en gelijk is aan vijf maanden verminderde prestaties met één vijfde.";
3° in het vijfde lid worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag," ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden "kan het verlof"."
Art. 4. Dans l'article 53quinquies, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 27 mars 2003 et modifié en dernier lieu par la loi du 20 juin 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots ", multiple ou non," sont abrogés;
2° les mots "A la demande du militaire, ce congé peut être pris par mois." sont remplacés par ce qui suit :
"Ce congé peut être pris :
- soit durant une période de quatre mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en mois;
- soit durant une période de huit mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de deux mois ou d'un multiple de ce chiffre;
- soit durant une période de vingt mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre;
- soit durant une période de quarante mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre.
Dans le cadre de l'exercice de son droit au congé de protection parentale, le militaire peut faire usage des différentes modalités prévues à l'alinéa 1er. En cas de changement dans la forme d'accueil, il convient de tenir compte du principe qu'un mois de congé à temps plein équivaut à deux mois de prestations réduites de moitié et à cinq mois de prestations réduites d'un cinquième.";
3° dans l'alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médicosociale, au sens de la règlementation relative aux allocations familiales," sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", le congé peut être pris".
1° les mots ", multiple ou non," sont abrogés;
2° les mots "A la demande du militaire, ce congé peut être pris par mois." sont remplacés par ce qui suit :
"Ce congé peut être pris :
- soit durant une période de quatre mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en mois;
- soit durant une période de huit mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de deux mois ou d'un multiple de ce chiffre;
- soit durant une période de vingt mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre;
- soit durant une période de quarante mois; à la demande du militaire, cette période peut être fractionnée en périodes de cinq mois ou d'un multiple de ce chiffre.
Dans le cadre de l'exercice de son droit au congé de protection parentale, le militaire peut faire usage des différentes modalités prévues à l'alinéa 1er. En cas de changement dans la forme d'accueil, il convient de tenir compte du principe qu'un mois de congé à temps plein équivaut à deux mois de prestations réduites de moitié et à cinq mois de prestations réduites d'un cinquième.";
3° dans l'alinéa 5, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médicosociale, au sens de la règlementation relative aux allocations familiales," sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", le congé peut être pris".
Art. 5. In dezelfde wet wordt een artikel 53sexies ingevoegd, luidende :
" § 1. Een pleegzorgverlof wordt toegestaan aan de militair die is aangesteld als pleegouder door de rechtbank, door een door een Gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, door de diensten van "l'Aide à la Jeunesse", door het Comité Bijzondere Jeugdbijstand of door de "Jugendhilfedienst" voor de vervulling van de verplichtingen en opdrachten of om het hoofd te bieden aan situaties die voortvloeien uit de plaatsing in zijn gezin van één of meerdere personen die in het kader van die pleegzorg aan hem zijn toevertrouwd.
De duur van het verlof mag zes werkdagen per jaar niet overschrijden.
Bij langdurige pleegzorg heeft de werknemer die in het kader van langdurige pleegzorg een kind onthaalt in zijn gezin, om voor dit kind te zorgen, recht op pleegouderverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximaal zes weken. Het pleegzorgverlof van zes weken per ouder wordt als volgt opgetrokken voor de pleegouder of voor beide pleegouders samen :
- 1° met één week vanaf de inwerkingtreding van deze wet;
- 2° met twee weken vanaf uiterlijk 1 januari 2021;
- 3° met drie weken vanaf uiterlijk 1 januari 2023;
- 4° met vier weken vanaf uiterlijk 1 januari 2025;
- 5° met vijf weken vanaf uiterlijk 1 januari 2027.
Langdurige pleegzorg is pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij pleegouders zal verblijven.
§ 2. Onder pleegouder moet worden verstaan de persoon die is aangesteld en vernoemd in een formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de instellingen, bedoeld in § 1, eerste lid.
Onder pleeggezin moet worden verstaan, het gezin van de persoon of van de personen die als pleegouder werd(en) aangesteld in de zin van het eerste lid.
De plaatsing omvat alle vormen van plaatsing in het gezin waartoe kan worden besloten in het kader van een pleegzorgmaatregel, zowel de plaatsing van minderjarige personen, als de plaatsing van personen met een handicap.
§ 3. De soorten verplichtingen, opdrachten en situaties waarvoor het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen geldt, hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen die specifiek verband houden met de pleegzorgsituatie en waarbij de tussenkomst van de militair vereist is, en dit voor zover dit niet kan plaatsvinden buiten de normale uren :
a) alle soorten van zittingen bij de gerechtelijke en administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het pleeggezin;
b) contacten van de pleegouder of het pleeggezin met de ouders of met derden die belangrijk zijn voor het pleegkind en de pleeggast;
c) contacten met de dienst voor pleegzorg.
In andere dan de hiervoor vermelde situaties geldt het recht op verlof voor zover de bevoegde plaatsingsdienst een attest aflevert dat verduidelijkt waarom dergelijk verlof noodzakelijk is.
§ 4. De militair die gebruik maakt van het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen, is ertoe gehouden de overheid waaronder hij ressorteert hiervan ten minste twee weken op voorhand te verwittigen. Indien dit niet mogelijk is, moet hij de overheid waaronder hij ressorteert zo spoedig mogelijk verwittigen.
Om het verlof te kunnen genieten, moet de militair het bewijs leveren dat hij pleegouder is aan de hand van de formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de in § 1, eerste lid, bedoelde instellingen.
Op verzoek van de overheid waaronder hij ressorteert, levert de militair aan de hand van de gepaste documenten of bij gebreke hieraan, door ieder ander bewijsmiddel, het bewijs van de gebeurtenissen die zijn afwezigheid op het werk rechtvaardigen.
§ 5. Het pleegzorgverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen opvangverlof dat reeds werd opgenomen in hetzelfde jaar.
§ 6. Het pleegzorgverlof wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst."
" § 1. Een pleegzorgverlof wordt toegestaan aan de militair die is aangesteld als pleegouder door de rechtbank, door een door een Gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, door de diensten van "l'Aide à la Jeunesse", door het Comité Bijzondere Jeugdbijstand of door de "Jugendhilfedienst" voor de vervulling van de verplichtingen en opdrachten of om het hoofd te bieden aan situaties die voortvloeien uit de plaatsing in zijn gezin van één of meerdere personen die in het kader van die pleegzorg aan hem zijn toevertrouwd.
De duur van het verlof mag zes werkdagen per jaar niet overschrijden.
Bij langdurige pleegzorg heeft de werknemer die in het kader van langdurige pleegzorg een kind onthaalt in zijn gezin, om voor dit kind te zorgen, recht op pleegouderverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximaal zes weken. Het pleegzorgverlof van zes weken per ouder wordt als volgt opgetrokken voor de pleegouder of voor beide pleegouders samen :
- 1° met één week vanaf de inwerkingtreding van deze wet;
- 2° met twee weken vanaf uiterlijk 1 januari 2021;
- 3° met drie weken vanaf uiterlijk 1 januari 2023;
- 4° met vier weken vanaf uiterlijk 1 januari 2025;
- 5° met vijf weken vanaf uiterlijk 1 januari 2027.
Langdurige pleegzorg is pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij pleegouders zal verblijven.
§ 2. Onder pleegouder moet worden verstaan de persoon die is aangesteld en vernoemd in een formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de instellingen, bedoeld in § 1, eerste lid.
Onder pleeggezin moet worden verstaan, het gezin van de persoon of van de personen die als pleegouder werd(en) aangesteld in de zin van het eerste lid.
De plaatsing omvat alle vormen van plaatsing in het gezin waartoe kan worden besloten in het kader van een pleegzorgmaatregel, zowel de plaatsing van minderjarige personen, als de plaatsing van personen met een handicap.
§ 3. De soorten verplichtingen, opdrachten en situaties waarvoor het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen geldt, hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen die specifiek verband houden met de pleegzorgsituatie en waarbij de tussenkomst van de militair vereist is, en dit voor zover dit niet kan plaatsvinden buiten de normale uren :
a) alle soorten van zittingen bij de gerechtelijke en administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het pleeggezin;
b) contacten van de pleegouder of het pleeggezin met de ouders of met derden die belangrijk zijn voor het pleegkind en de pleeggast;
c) contacten met de dienst voor pleegzorg.
In andere dan de hiervoor vermelde situaties geldt het recht op verlof voor zover de bevoegde plaatsingsdienst een attest aflevert dat verduidelijkt waarom dergelijk verlof noodzakelijk is.
§ 4. De militair die gebruik maakt van het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen, is ertoe gehouden de overheid waaronder hij ressorteert hiervan ten minste twee weken op voorhand te verwittigen. Indien dit niet mogelijk is, moet hij de overheid waaronder hij ressorteert zo spoedig mogelijk verwittigen.
Om het verlof te kunnen genieten, moet de militair het bewijs leveren dat hij pleegouder is aan de hand van de formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de in § 1, eerste lid, bedoelde instellingen.
Op verzoek van de overheid waaronder hij ressorteert, levert de militair aan de hand van de gepaste documenten of bij gebreke hieraan, door ieder ander bewijsmiddel, het bewijs van de gebeurtenissen die zijn afwezigheid op het werk rechtvaardigen.
§ 5. Het pleegzorgverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen opvangverlof dat reeds werd opgenomen in hetzelfde jaar.
§ 6. Het pleegzorgverlof wordt gelijkgesteld met een periode van werkelijke dienst."
Art. 5. Dans la même loi, il est inséré un article 53sexies rédigé comme suit :
" § 1er. Un congé pour soins d'accueil est accordé au militaire qui a été désigné comme parent d'accueil par le tribunal, par un service de placement agréé par une Communauté, par les services de l'Aide à la Jeunesse, par le "Comité Bijzondere Jeugdbijstand" ou par le "Jugendhilfedienst" pour remplir les obligations et les missions ou pour faire face à des situations qui découlent du placement dans sa famille d'une ou plusieurs personnes qui lui sont confiées dans le cadre de ce placement.
La durée du congé ne peut dépasser six jours ouvrables par an.
Le travailleur qui, dans le cadre du placement de longue durée, accueille un enfant au sein de sa famille a le droit, pour prendre soin de cet enfant, de prendre un congé pour soins d'accueil pendant une période ininterrompue de maximum six semaines. Le congé pour soins d'accueil de six semaines par parent est allongé de la manière suivante pour le parent d'accueil ou pour les deux parents d'accueil ensemble :
- 1° d'une semaine à partir de l'entrée en vigueur de cette loi;
- 2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 au plus tard;
- 3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 au plus tard;
- 4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 au plus tard;
- 5° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2027 au plus tard.
Un placement de longue durée est un placement à propos duquel il est clair dès le début que l'enfant séjournera au minimum 6 mois au sein de la même famille d'accueil auprès des mêmes parents d'accueil.
§ 2. Par parent d'accueil, il faut entendre la personne qui est désignée et nommée par une décision officielle émanant d'un des organismes visés au § 1er, alinéa 1er.
Par famille d'accueil, il faut entendre la famille de la personne ou des personnes qui sont désignées comme parent(s) d'accueil au sens de l'alinéa 1er.
Le placement comprend toutes les formes de placement dans la famille qui peuvent être décidées dans le cadre des mesures de placement, aussi bien le placement de mineurs d'âge, que le placement de personnes avec un handicap.
§ 3. Les types d'obligations, missions et situations pour lesquels le congé est prévu dans le but de dispenser des soins d'accueil, concernent les évènements suivants qui sont spécifiquement en rapport avec la situation de placement et pour lesquels l'intervention du militaire est requise, et ce pour autant que cela ne puisse se faire en dehors des heures normales :
a) tous types d'audience auprès des autorités judiciaires et administratives ayant compétence auprès de la famille d'accueil;
b) les contacts du parent d'accueil ou de la famille d'accueil avec les parents ou des tiers qui sont importants pour l'enfant ou la personne placée;
c) les contacts avec le service de placement.
Dans les situations autres que celles mentionnées ci-dessus, le droit au congé ne s'applique que pour autant que le service de placement compétent délivre une attestation qui précise pourquoi un tel congé est indispensable.
§ 4. Le militaire qui fait usage du congé dans le but de dispenser des soins d'accueil est tenu d'en informer l'autorité dont il relève au moins deux semaines à l'avance. Dans le cas où il n'en a pas la possibilité, il doit avertir l'autorité dont il relève le plus tôt possible.
Pour pouvoir bénéficier du congé, le militaire doit prouver qu'il est parent d'accueil au moyen d'une décision officielle émanant d'un des organismes visés au § 1er, alinéa 1er.
A la demande de l'autorité dont il relève, le militaire apporte la preuve de l'évènement qui légitime son absence au travail à l'aide des documents appropriés ou à défaut par tout autre moyen de preuve.
§ 5. Le congé pour soins d'accueil est réduit du nombre de jours ouvrables de congé d'accueil qui ont déjà été pris au cours de la même année.
§ 6. Le congé pour soins d'accueil est assimilé à une période de service actif."
" § 1er. Un congé pour soins d'accueil est accordé au militaire qui a été désigné comme parent d'accueil par le tribunal, par un service de placement agréé par une Communauté, par les services de l'Aide à la Jeunesse, par le "Comité Bijzondere Jeugdbijstand" ou par le "Jugendhilfedienst" pour remplir les obligations et les missions ou pour faire face à des situations qui découlent du placement dans sa famille d'une ou plusieurs personnes qui lui sont confiées dans le cadre de ce placement.
La durée du congé ne peut dépasser six jours ouvrables par an.
Le travailleur qui, dans le cadre du placement de longue durée, accueille un enfant au sein de sa famille a le droit, pour prendre soin de cet enfant, de prendre un congé pour soins d'accueil pendant une période ininterrompue de maximum six semaines. Le congé pour soins d'accueil de six semaines par parent est allongé de la manière suivante pour le parent d'accueil ou pour les deux parents d'accueil ensemble :
- 1° d'une semaine à partir de l'entrée en vigueur de cette loi;
- 2° de deux semaines à partir du 1er janvier 2021 au plus tard;
- 3° de trois semaines à partir du 1er janvier 2023 au plus tard;
- 4° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2025 au plus tard;
- 5° de quatre semaines à partir du 1er janvier 2027 au plus tard.
Un placement de longue durée est un placement à propos duquel il est clair dès le début que l'enfant séjournera au minimum 6 mois au sein de la même famille d'accueil auprès des mêmes parents d'accueil.
§ 2. Par parent d'accueil, il faut entendre la personne qui est désignée et nommée par une décision officielle émanant d'un des organismes visés au § 1er, alinéa 1er.
Par famille d'accueil, il faut entendre la famille de la personne ou des personnes qui sont désignées comme parent(s) d'accueil au sens de l'alinéa 1er.
Le placement comprend toutes les formes de placement dans la famille qui peuvent être décidées dans le cadre des mesures de placement, aussi bien le placement de mineurs d'âge, que le placement de personnes avec un handicap.
§ 3. Les types d'obligations, missions et situations pour lesquels le congé est prévu dans le but de dispenser des soins d'accueil, concernent les évènements suivants qui sont spécifiquement en rapport avec la situation de placement et pour lesquels l'intervention du militaire est requise, et ce pour autant que cela ne puisse se faire en dehors des heures normales :
a) tous types d'audience auprès des autorités judiciaires et administratives ayant compétence auprès de la famille d'accueil;
b) les contacts du parent d'accueil ou de la famille d'accueil avec les parents ou des tiers qui sont importants pour l'enfant ou la personne placée;
c) les contacts avec le service de placement.
Dans les situations autres que celles mentionnées ci-dessus, le droit au congé ne s'applique que pour autant que le service de placement compétent délivre une attestation qui précise pourquoi un tel congé est indispensable.
§ 4. Le militaire qui fait usage du congé dans le but de dispenser des soins d'accueil est tenu d'en informer l'autorité dont il relève au moins deux semaines à l'avance. Dans le cas où il n'en a pas la possibilité, il doit avertir l'autorité dont il relève le plus tôt possible.
Pour pouvoir bénéficier du congé, le militaire doit prouver qu'il est parent d'accueil au moyen d'une décision officielle émanant d'un des organismes visés au § 1er, alinéa 1er.
A la demande de l'autorité dont il relève, le militaire apporte la preuve de l'évènement qui légitime son absence au travail à l'aide des documents appropriés ou à défaut par tout autre moyen de preuve.
§ 5. Le congé pour soins d'accueil est réduit du nombre de jours ouvrables de congé d'accueil qui ont déjà été pris au cours de la même année.
§ 6. Le congé pour soins d'accueil est assimilé à une période de service actif."
Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 53septies ingevoegd, luidende :
"De militair kan een aangepast werkrooster aanvragen voor de periode van zes maanden die volgt op het einde van het ouderschapsverlof.
De aanpassing dient rekening te houden met de behoeften van de dienst en die van de militair om een betere combinatie tussen werk- en gezinsleven mogelijk te maken.
De militair bezorgt hiertoe ten laatste drie weken voor het einde van de lopende periode van ouderschapsverlof een schriftelijke aanvraag aan de overheid waaronder het ressorteert.
De overheid beoordeelt deze aanvraag en geeft er een schriftelijk gevolg aan ten laatste één week voor het einde van het lopende ouderschapsverlof.".
"De militair kan een aangepast werkrooster aanvragen voor de periode van zes maanden die volgt op het einde van het ouderschapsverlof.
De aanpassing dient rekening te houden met de behoeften van de dienst en die van de militair om een betere combinatie tussen werk- en gezinsleven mogelijk te maken.
De militair bezorgt hiertoe ten laatste drie weken voor het einde van de lopende periode van ouderschapsverlof een schriftelijke aanvraag aan de overheid waaronder het ressorteert.
De overheid beoordeelt deze aanvraag en geeft er een schriftelijk gevolg aan ten laatste één week voor het einde van het lopende ouderschapsverlof.".
Art. 6. Dans la même loi, il est inséré un article 53septies rédigé comme suit :
"Le militaire peut demander un aménagement de son horaire de travail pour la période de six mois suivant la fin du congé parental.
L'aménagement de l'horaire doit tenir compte des besoins du service et de ceux du militaire afin de favoriser une meilleure conciliation entre vie professionnelle et vie de famille.
Le militaire adresse, à cet effet, au plus tard trois semaines avant la fin de la période en cours du congé parental, une demande écrite à l'autorité dont il relève.
L'autorité examine cette demande et y répond par écrit au plus tard une semaine avant la fin du congé parental en cours.".
"Le militaire peut demander un aménagement de son horaire de travail pour la période de six mois suivant la fin du congé parental.
L'aménagement de l'horaire doit tenir compte des besoins du service et de ceux du militaire afin de favoriser une meilleure conciliation entre vie professionnelle et vie de famille.
Le militaire adresse, à cet effet, au plus tard trois semaines avant la fin de la période en cours du congé parental, une demande écrite à l'autorité dont il relève.
L'autorité examine cette demande et y répond par écrit au plus tard une semaine avant la fin du congé parental en cours.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 8 augustus 1981 tot oprichting van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van de Hoge Raad voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 8 août 1981 portant création de l'Institut national des invalides de guerre, anciens combattants et victimes de guerre ainsi que du Conseil supérieur des invalides de guerres, anciens combattants et victimes de guerre
Art. 7. In artikel 4 van de wet van 8 augustus 1981 tot oprichting van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van de Hoge Raad voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers, worden in het punt 7bis, ingevoegd bij de wet van 18 mei 1998 en gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1999, 10 april 2003 en 13 februari 2004, de volgende wijzigingen aangebracht :
1. tussen het woord "deelstanden" en de woorden "in hulpverlening" worden de woorden "in militaire bijstand" ingevoegd;
2. de woorden "buiten het nationale grondgebied" worden vervangen door de woorden "in België of in het buitenland".
1. tussen het woord "deelstanden" en de woorden "in hulpverlening" worden de woorden "in militaire bijstand" ingevoegd;
2. de woorden "buiten het nationale grondgebied" worden vervangen door de woorden "in België of in het buitenland".
Art. 7. Dans l'article 4 de la loi du 8 août 1981 portant création de l'Institut national des invalides de guerre, anciens combattants et victimes de guerre ainsi que du Conseil supérieur des invalides de guerres, anciens combattants et victimes de guerre, au 7bis, inséré par la loi du 18 mai 1998 et modifié par les lois du 22 mars 1999, 10 avril 2003 et 13 février 2004, les modifications suivantes sont apportées :
1. les mots "en appui militaire," sont insérés entre le mot "sous-positions" et les mots "en assistance";
2. les mots "en dehors du territoire national" sont remplacés par les mots "en Belgique ou à l'étranger".
1. les mots "en appui militaire," sont insérés entre le mot "sous-positions" et les mots "en assistance";
2. les mots "en dehors du territoire national" sont remplacés par les mots "en Belgique ou à l'étranger".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 20 mai 1994 relative aux statuts du personnel de la Défense
Art. 8. In artikel 99ter, § 1, van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het personeel van Defensie, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2006 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, wordt het woord "buitenlandse" opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 99ter, § 1er, de la loi du 20 mai 1994 relative aux statuts du personnel de la Défense, inséré par la loi du 20 juillet 2006 et modifié par la loi du 15 mai 2014, les mots "à l'étranger" sont abrogés.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 16 juni 1998 waarbij sommige militairen die slachtoffer zijn van lichamelijke schade overkomen tijdens een actie buiten het nationale grondgebied gelijkgesteld worden met oorlogsinvaliden
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 16 juin 1998 assimilant à des invalides de guerre certains militaires victimes d'un dommage physique survenu au cours d'une action se déroulant en dehors du territoire national
Art. 9. In het opschrift van de wet van 16 juni 1998 waarbij sommige militairen die slachtoffer zijn van lichamelijke schade overkomen tijdens een actie buiten het nationale grondgebied gelijkgesteld worden met oorlogsinvaliden, worden de woorden "tijdens een actie buiten het nationale grondgebied" vervangen door de woorden "in bijzondere omstandigheden".
Art. 9. Dans l'intitulé de la loi du 16 juin 1998 assimilant à des invalides de guerre certains militaires victimes d'un dommage physique survenu au cours d'une action se déroulant en dehors du territoire national, les mots "au cours d'une action se déroulant en dehors du territoire national" sont remplacés par les mots "dans des circonstances particulières."
Art. 10. In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1. in paragraaf 1, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "buiten het nationale grondgebied en" vervangen door de woorden "in België of in het buitenland";
2. paragraaf 2, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Deze wet is eveneens toepasselijk op de militaire bezoekers die, zonder dat zij zich in de deelstanden "in militaire bijstand", "in hulpverlening" of "in operationele inzet" hoeven te bevinden, door de militaire overheden aangewezen zijn als tijdelijk lid van een Belgisch detachement dat deelneemt aan een actie als bedoeld in § 1, met de bedoeling er een opdracht van korte duur uit te voeren.".
1. in paragraaf 1, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "buiten het nationale grondgebied en" vervangen door de woorden "in België of in het buitenland";
2. paragraaf 2, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Deze wet is eveneens toepasselijk op de militaire bezoekers die, zonder dat zij zich in de deelstanden "in militaire bijstand", "in hulpverlening" of "in operationele inzet" hoeven te bevinden, door de militaire overheden aangewezen zijn als tijdelijk lid van een Belgisch detachement dat deelneemt aan een actie als bedoeld in § 1, met de bedoeling er een opdracht van korte duur uit te voeren.".
Art. 10. Dans l'article 2 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1. au paragraphe 1er, modifié par la loi du 31 juillet 2013, les mots "en dehors du territoire national et" sont remplacés par les mots "en Belgique ou à l'étranger";
2. le paragraphe 2, modifié par la loi du 31 juillet 2013, est remplacé par ce qui suit :
" § 2. La présente loi s'applique également aux visiteurs militaires qui, sans qu'ils se trouvent nécessairement dans les sous-positions "en appui militaire", "en assistance" ou "en engagement opérationnel", sont désignés par les autorités militaires comme membre temporaire d'un détachement belge participant à une action visée au § 1er dans le but d'y effectuer une mission de courte durée.".
1. au paragraphe 1er, modifié par la loi du 31 juillet 2013, les mots "en dehors du territoire national et" sont remplacés par les mots "en Belgique ou à l'étranger";
2. le paragraphe 2, modifié par la loi du 31 juillet 2013, est remplacé par ce qui suit :
" § 2. La présente loi s'applique également aux visiteurs militaires qui, sans qu'ils se trouvent nécessairement dans les sous-positions "en appui militaire", "en assistance" ou "en engagement opérationnel", sont désignés par les autorités militaires comme membre temporaire d'un détachement belge participant à une action visée au § 1er dans le but d'y effectuer une mission de courte durée.".
Art. 11. In dezelfde wet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 6/1. De pensioenrechten, die toegekend werden of hadden kunnen worden toegekend op basis van artikel 53bis, § 2, tweede lid, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de Krijgsmacht, in de vigerende redactie die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van artikel 2 van deze wet, blijven behouden. Deze bepaling is echter enkel van toepassing op de schadelijke feiten voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van hetzelfde artikel 2.".
"Art. 6/1. De pensioenrechten, die toegekend werden of hadden kunnen worden toegekend op basis van artikel 53bis, § 2, tweede lid, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de Krijgsmacht, in de vigerende redactie die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van artikel 2 van deze wet, blijven behouden. Deze bepaling is echter enkel van toepassing op de schadelijke feiten voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van hetzelfde artikel 2.".
Art. 11. Dans la même loi, il est inséré un article 6/1 rédigé comme suit :
"Art. 6/1. Les droits à la pension qui ont été reconnus ou auraient pu être reconnus sur la base de l'article 53bis, § 2, alinéa 2, de la loi du 13 juillet 1976 relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des Forces armées, dans sa rédaction en vigueur avant l'entrée en vigueur de l'article 2 de la présente loi, restent maintenus. Cette disposition ne s'applique toutefois qu'aux faits dommageables antérieurs à la date d'entrée en vigueur du même article 2.".
"Art. 6/1. Les droits à la pension qui ont été reconnus ou auraient pu être reconnus sur la base de l'article 53bis, § 2, alinéa 2, de la loi du 13 juillet 1976 relative aux effectifs en officiers et aux statuts du personnel des Forces armées, dans sa rédaction en vigueur avant l'entrée en vigueur de l'article 2 de la présente loi, restent maintenus. Cette disposition ne s'applique toutefois qu'aux faits dommageables antérieurs à la date d'entrée en vigueur du même article 2.".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht en van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de professionele evaluatie van de militairen
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées et de la loi du 31 juillet 2017 modifiant diverses dispositions relatives à l'évaluation professionnelle des militaires
Art. 12. In artikel 10, § 1, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, gewijzigd bij de wetten van 31 juli 2013 en 6 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° desgevallend, praktische proeven.";
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De door de Koning bepaalde overheid kan het aantal sollicitanten die aan praktische proeven mogen deelnemen, beperken op basis van de behoeften van de Krijgsmacht en van haar capaciteit om deze proeven te organiseren.".
a) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° desgevallend, praktische proeven.";
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De door de Koning bepaalde overheid kan het aantal sollicitanten die aan praktische proeven mogen deelnemen, beperken op basis van de behoeften van de Krijgsmacht en van haar capaciteit om deze proeven te organiseren.".
Art. 12. Dans l'article 10, § 1er, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, modifié par les lois des 31 juillet 2013 et 6 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
a) l'alinéa 1er est complété par un 4° rédigé comme suit :
"4° le cas échéant, des épreuves pratiques.";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"L'autorité désignée par le Roi peut limiter le nombre de postulants pouvant participer aux épreuves pratiques sur la base des besoins des Forces armées et de sa capacité à pouvoir organiser ces épreuves.".
a) l'alinéa 1er est complété par un 4° rédigé comme suit :
"4° le cas échéant, des épreuves pratiques.";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"L'autorité désignée par le Roi peut limiter le nombre de postulants pouvant participer aux épreuves pratiques sur la base des besoins des Forces armées et de sa capacité à pouvoir organiser ces épreuves.".
Art. 13. In artikel 13 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een lid wordt ingevoegd tussen het derde en vierde lid, luidende :
"Echter, in het geval bedoeld in artikel 10, § 1, derde lid, houdt de classificatie van de sollicitanten, voor het geheel van de proeven bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, enkel rekening met de mate van geschiktheid van de sollicitanten voor de vacature.";
2° in het vroegere vijfde lid dat het zesde lid wordt, worden de woorden "vierde lid" vervangen door de woorden "vijfde lid".
1° een lid wordt ingevoegd tussen het derde en vierde lid, luidende :
"Echter, in het geval bedoeld in artikel 10, § 1, derde lid, houdt de classificatie van de sollicitanten, voor het geheel van de proeven bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, enkel rekening met de mate van geschiktheid van de sollicitanten voor de vacature.";
2° in het vroegere vijfde lid dat het zesde lid wordt, worden de woorden "vierde lid" vervangen door de woorden "vijfde lid".
Art. 13. A l'article 13 de la même loi, remplacé par la loi du 31 juillet 2013 et modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° un alinéa est inséré entre les alinéas 3 et 4 rédigé comme suit :
"Toutefois, dans le cas visé à l'article 10, § 1er, alinéa 3, la classification des postulants, pour l'ensemble des épreuves visées à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, tient compte uniquement de la mesure de l'aptitude des postulants au poste vacant.";
2° dans l'alinéa 5 ancien devenant l'alinéa 6, les mots "l'alinéa 4" sont remplacés par les mots "l'alinéa 5".
1° un alinéa est inséré entre les alinéas 3 et 4 rédigé comme suit :
"Toutefois, dans le cas visé à l'article 10, § 1er, alinéa 3, la classification des postulants, pour l'ensemble des épreuves visées à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, tient compte uniquement de la mesure de l'aptitude des postulants au poste vacant.";
2° dans l'alinéa 5 ancien devenant l'alinéa 6, les mots "l'alinéa 4" sont remplacés par les mots "l'alinéa 5".
Art. 14. In artikel 14 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
"5° desgevallend, de selectie van de sollicitanten, wanneer het aantal sollicitanten die aan de praktische proeven mogen deelnemen, wordt beperkt, overeenkomstig artikel 10, § 1, derde lid, op basis van de resultaten van de selectieproeven bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot 3°. ";
b) het vierde lid wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° desgevallend, de selectie van de sollicitanten, wanneer het aantal sollicitanten die aan praktische proeven mogen deelnemen, wordt beperkt, overeenkomstig artikel 10, § 1, derde lid, op basis van de resultaten van de selectieproeven bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot 3°. ".
a) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
"5° desgevallend, de selectie van de sollicitanten, wanneer het aantal sollicitanten die aan de praktische proeven mogen deelnemen, wordt beperkt, overeenkomstig artikel 10, § 1, derde lid, op basis van de resultaten van de selectieproeven bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot 3°. ";
b) het vierde lid wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° desgevallend, de selectie van de sollicitanten, wanneer het aantal sollicitanten die aan praktische proeven mogen deelnemen, wordt beperkt, overeenkomstig artikel 10, § 1, derde lid, op basis van de resultaten van de selectieproeven bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot 3°. ".
Art. 14. A l'article 14 de la même loi, remplacé par la loi du 31 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
a) l'alinéa 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
"5° le cas échéant, la sélection des postulants, lorsque le nombre de postulants pouvant participer aux épreuves pratiques est limité, conformément à l'article 10, § 1er, alinéa 3, sur la base des résultats des épreuves de sélection visées à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°. ";
b) l'alinéa 4 est complété par un 4° rédigé comme suit :
"4° le cas échéant, la sélection des postulants, lorsque le nombre de postulants pouvant participer aux épreuves pratiques est limité, conformément à l'article 10, § 1er, alinéa 3, sur la base des résultats des épreuves de sélection visées à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°. ".
a) l'alinéa 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
"5° le cas échéant, la sélection des postulants, lorsque le nombre de postulants pouvant participer aux épreuves pratiques est limité, conformément à l'article 10, § 1er, alinéa 3, sur la base des résultats des épreuves de sélection visées à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°. ";
b) l'alinéa 4 est complété par un 4° rédigé comme suit :
"4° le cas échéant, la sélection des postulants, lorsque le nombre de postulants pouvant participer aux épreuves pratiques est limité, conformément à l'article 10, § 1er, alinéa 3, sur la base des résultats des épreuves de sélection visées à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°. ".
Art. 15. In artikel 18 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
"5° die, niet geselecteerd wordt, naargelang het geval, overeenkomstig artikel 14, eerste lid, 5°, of vierde lid, 4°. ";
b) in het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "2° tot 4° " vervangen door de woorden "2° tot 5° ".
a) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
"5° die, niet geselecteerd wordt, naargelang het geval, overeenkomstig artikel 14, eerste lid, 5°, of vierde lid, 4°. ";
b) in het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "2° tot 4° " vervangen door de woorden "2° tot 5° ".
Art. 15. A l'article 18 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
a) l'alinéa 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
"5° qui n'est pas sélectionné, selon le cas, conformément à l'article 14, alinéa 1er, 5°, ou alinéa 4, 4°. ";
b) dans l'alinéa 2, modifié par la loi du 31 juillet 2013, les mots "2° à 4° " sont remplacés par les mots "2° à 5° ".
a) l'alinéa 1er est complété par un 5° rédigé comme suit :
"5° qui n'est pas sélectionné, selon le cas, conformément à l'article 14, alinéa 1er, 5°, ou alinéa 4, 4°. ";
b) dans l'alinéa 2, modifié par la loi du 31 juillet 2013, les mots "2° à 4° " sont remplacés par les mots "2° à 5° ".
Art. 16. In artikel 16 van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de professionele evaluatie van de militairen worden de woorden "31 december 2018" vervangen door de woorden "31 december 2019".
Art. 16. Dans l'article 16 de la loi du 31 juillet 2017 modifiant diverses dispositions relatives à l'évaluation professionnelle des militaires, les mots "31 décembre 2018" sont remplacés par les mots "31 décembre 2019".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 20 juni 2012 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 20 juin 2012 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires
Art. 17. In het opschrift van hoofdstuk 2 van de wet van 20 juni tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen, gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de woorden "in het buitenland" opgeheven.
Art. 17. Dans l'intitulé du chapitre 2 de la loi du 20 juin 2012 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires, modifié par la loi du 15 mai 2014, les mots "à l'étranger" sont abrogés.
Art. 18. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 15 mei 2014 en 21 november 2016, worden de woorden "in het buitenland" opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 4 de la même loi, modifié par les lois des 15 mai 2014 et 21 novembre 2016, les mots "à l'étranger" sont abrogés.
HOOFDSTUK 8. - Tijdelijke wijziging van het statuut van de militairen in het kader van de Brexit
CHAPITRE 8. - Modification temporaire du statut des militaires dans le cadre du Brexit
Art. 19. In afwijking van artikel 22, 1°, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, blijft de beroepsmilitair die op het moment van de Brexit de hoedanigheid van beroepsmilitair heeft en op die datum burger is van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zonder onderdaan te zijn van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat, de hoedanigheid van beroepsmilitair ten tijdelijke titel behouden, tot de datum waarop de Europese Unie eensdeels en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland anderdeels een juridisch akkoord sluiten.
Art. 19. Par dérogation à l'article 22, 1°, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, le militaire de carrière bénéficiant au moment du Brexit de la qualité de militaire de carrière et qui est citoyen du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord à cette même date sans être ressortissant d'un autre état faisant partie de l'Espace économique européen ou de la Confédération suisse conserve cette qualité de militaire de carrière à titre transitoire jusqu'à la date de la conclusion d'un accord juridique liant l'Union européenne et le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord inclus.
HOOFDSTUK 9. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 9. - Disposition transitoire
Art. 20. Het uitgebreide ouderschapsverlof en verlof voor ouderschapsbescherming zijn van toepassing op aanvragen tot ouderschapsverlof en verlof voor ouderschapsbescherming ingediend vanaf de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 20. Le congé parental et le congé de protection parentale élargis s'appliquent aux demandes de congé parental et de congé de protection parentale introduites après l'entrée en vigueur de la présente loi.
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingstreding
CHAPITRE 10. - Entrée en vigueur
Art. 21. De artikelen 12 tot 15 treden in werking op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 31 december 2019.
Artikel 16 treedt in werking op 30 december 2018.
Artikel 19 treedt in werking op 12 april 2019.
De artikelen 7, 8, 9, 10, 11, 17 en 18 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Artikel 16 treedt in werking op 30 december 2018.
Artikel 19 treedt in werking op 12 april 2019.
De artikelen 7, 8, 9, 10, 11, 17 en 18 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Art. 21. Les articles 12 à 15 entrent en vigueur à la date fixée par le Roi, et au plus tard le 31 décembre 2019.
L'article 16 entre en vigueur le 30 décembre 2018.
L'article 19 entre en vigueur le 12 avril 2019.
Les articles 7, 8, 9, 10, 11, 17 et 18 produisent leurs effets le 1er janvier 2015.
L'article 16 entre en vigueur le 30 décembre 2018.
L'article 19 entre en vigueur le 12 avril 2019.
Les articles 7, 8, 9, 10, 11, 17 et 18 produisent leurs effets le 1er janvier 2015.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 12 à 15 fixée au 18-08-2019 par AR 2019-07-03/09, art. 7)