Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° Verordening (EU) nr. 1470/2013 van 18 december 2013 : Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de minimissteun;
2° Boswetboek : het decreet van 15 juli 2008 betreffende het Boswetboek ;
3° Dienst : het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;
4° ministerieel besluit van 15 januari 2019: het ministerieel besluit van 15 januari 2019 houdende een tijdelijk verbod op het verkeer in bossen om de verspreiding van Afrikaanse varkenspest te beperken ;
5° ministerieel besluit van 13 maart 2019: het ministerieel besluit van 13 maart 2019 houdende een tijdelijk verbod op het verkeer in bossen om de verspreiding van Afrikaanse varkenspest te beperken ;
6° de Minister : de Minister bevoegd voor de bossen ;
7° " OEWB " : de " Office économique wallon du Bois ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JUNI 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot toekenning van een tegemoetkoming aan de bosuitbaters en aan de eigenaren die schade geleden hebben wegens het verkeersverbod in de bossen en wouden, in het door Afrikaanse varkenspest besmette gebied
Titre
20 JUIN 2019. - Arrêté du Gouvernement wallon octroyant une aide aux exploitants forestiers et aux propriétaires ayant subi un préjudice en raison de l'interdiction de circulation en forêt dans la zone infectée par la peste porcine africaine
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepalingen
Titel II. - Steun verleend aan de bosuitbaters
HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor het toekennen v...
HOOFDSTUK II. - Berekeningsmethodes
Titel III. - Steun toegekend aan de boseigenaren
HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor het toekennen v...
HOOFDSTUK II. - Berekeningsmethodes
Titel IV. - Gemeenschappelijke bepalingen
HOOFDSTUK I. - Onderzoek van de aanvraag, kenni...
Titel V. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
Titre I. - Dispositions générales
Titre II. - De l'aide octroyée aux exploitants ...
CHAPITRE Ier. - Conditions d'octroi de la mesur...
CHAPITRE II. - Méthodes de calcul
Titre 3. - De l'aide octroyée aux propriétaires...
CHAPITRE Ier. - Conditions d'octroi de la mesur...
CHAPITRE II. - Méthodes de calcul
Titre 4. - Dispositions communes
CHAPITRE Ier. - Examen de la demande, notificat...
Titre 5. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (30)
Texte (30)
TITEL I. - Algemene bepalingen
Titre I. - Dispositions générales
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° le Règlement (UE) n° 1470/2013 du 18 décembre 2013 : Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis;
2° le Code forestier : le décret du 15 juillet 2008 relatif au Code forestier;
3° le Service : le Département de la Nature et des Forêts du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement;
4° l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 : l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 interdisant temporairement la circulation en forêt pour limiter la propagation de la peste porcine africaine;
5° l'arrêté ministériel du 13 mars 2019 : l'arrêté ministériel du 13 mars 2019 interdisant temporairement la circulation en forêt pour limiter la propagation de la peste porcine africaine;
6° le Ministre : le Ministre qui a les forêts dans ses attributions;
7° l'OEWB : l'Office économique wallon du Bois.
1° le Règlement (UE) n° 1470/2013 du 18 décembre 2013 : Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis;
2° le Code forestier : le décret du 15 juillet 2008 relatif au Code forestier;
3° le Service : le Département de la Nature et des Forêts du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement;
4° l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 : l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 interdisant temporairement la circulation en forêt pour limiter la propagation de la peste porcine africaine;
5° l'arrêté ministériel du 13 mars 2019 : l'arrêté ministériel du 13 mars 2019 interdisant temporairement la circulation en forêt pour limiter la propagation de la peste porcine africaine;
6° le Ministre : le Ministre qui a les forêts dans ses attributions;
7° l'OEWB : l'Office économique wallon du Bois.
Titel II. - Steun verleend aan de bosuitbaters
Titre II. - De l'aide octroyée aux exploitants forestiers
HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor het toekennen van de steunmaatregel en verplichtingen van de bosuitbaters
CHAPITRE Ier. - Conditions d'octroi de la mesure de soutien et obligations des exploitants forestiers
Art. 2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en met inachtneming van de voorwaarden en verplichtingen, vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1470/2013 van 18 december 2013, wordt, in de vorm van een subsidie, steun verleend aan de bosuitbaters die verhinderd zijn geweest om toegang te krijgen tot hun boskavels, gelegen in ofwel het kerngebied ofwel het buffergebied, overeenkomstig de opeenvolgende verkeersverboden in wouden en bossen, geldend van 17 september 2018 tot en met 15 januari 2019 in het kader van de maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest.
Met deze steun worden gedekt :
1° de waardevermindering van zowel loof- als naaldhout, reeds geveld op het tijdstip van inwerkingtreding van het verkeersverbod, en die niet afgevoerd zijn kunnen worden ;
2° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod gezond waren, en die vervolgens in waarde zijn gedaald wegens overwoekering door schorskevers, bij gebreke van mogelijkheid tot exploitatie en afvoer ;
3° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod reeds aangetast waren, en die bijkomend in waarde zijn gedaald bij gebreke van mogelijkheid tot exploitatie en afvoer.
Met deze steun worden gedekt :
1° de waardevermindering van zowel loof- als naaldhout, reeds geveld op het tijdstip van inwerkingtreding van het verkeersverbod, en die niet afgevoerd zijn kunnen worden ;
2° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod gezond waren, en die vervolgens in waarde zijn gedaald wegens overwoekering door schorskevers, bij gebreke van mogelijkheid tot exploitatie en afvoer ;
3° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod reeds aangetast waren, en die bijkomend in waarde zijn gedaald bij gebreke van mogelijkheid tot exploitatie en afvoer.
Art. 2. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles et dans le respect des conditions et des obligations fixées par le Règlement (UE) n° 1470/2013 du 18 décembre 2013, une aide sous la forme d'une subvention est octroyée aux exploitants forestiers qui ont été empêchés d'accéder à leurs lots de bois situés soit en zone noyau soit en zone tampon en application des interdictions de circulation en forêt successives qui étaient en vigueur du 17 septembre 2018 jusqu'au 15 janvier 2019 dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine.
Cette aide couvre :
1° la dépréciation de valeur des bois, tant feuillus que résineux, qui étaient déjà coupés au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui n'ont pas pu être évacués;
2° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient sains au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui se sont ensuite dépréciés en raison de leur infestation par des scolytes, faute d'avoir pu être exploités et évacués;
3° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient déjà scolytés au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui ont subi une perte de valeur supplémentaire faute d'avoir pu être exploités et évacués.
Cette aide couvre :
1° la dépréciation de valeur des bois, tant feuillus que résineux, qui étaient déjà coupés au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui n'ont pas pu être évacués;
2° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient sains au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui se sont ensuite dépréciés en raison de leur infestation par des scolytes, faute d'avoir pu être exploités et évacués;
3° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient déjà scolytés au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui ont subi une perte de valeur supplémentaire faute d'avoir pu être exploités et évacués.
Art. 3. Voor de steun als bedoeld in artikel 2 kan in aanmerking komen :
1° de natuurlijke persoon die een activiteit van boseuitbater uitvoert, als hoofd -of nevenactiviteit, die het recht verworven heeft om aan bosuitbating te doen op een perceel gelegen in één van de gebieden waar een verkeersverbod in bos en woud geldt wegens de maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest en die ondersteund door boekhoudstukken aantoont dat hij een activiteit van bosexploitant uitoefent en blijft uitoefenen in het lopende en in het laatst afgelopen kalenderjaar ;
2° de rechtspersoon die :
a) minstens één bedrijfszetel heeft in het Waalse Gewest en een activiteit uitoefent als bosuitbater ;
b) het recht verworven heeft om bossen uit te baten op een perceel gelegen in één van de gebieden waarin een verkeersverbod in bossen en wouden is opgelegd wegens maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest en
c) boekhoudstukken voorlegt die aantonen dat hij een activiteit als bosuitbater uitoefent en blijft uitoefenen in het lopende kalenderjaar en in de laatste twee afgelopen kalenderjaren.
1° de natuurlijke persoon die een activiteit van boseuitbater uitvoert, als hoofd -of nevenactiviteit, die het recht verworven heeft om aan bosuitbating te doen op een perceel gelegen in één van de gebieden waar een verkeersverbod in bos en woud geldt wegens de maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest en die ondersteund door boekhoudstukken aantoont dat hij een activiteit van bosexploitant uitoefent en blijft uitoefenen in het lopende en in het laatst afgelopen kalenderjaar ;
2° de rechtspersoon die :
a) minstens één bedrijfszetel heeft in het Waalse Gewest en een activiteit uitoefent als bosuitbater ;
b) het recht verworven heeft om bossen uit te baten op een perceel gelegen in één van de gebieden waarin een verkeersverbod in bossen en wouden is opgelegd wegens maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest en
c) boekhoudstukken voorlegt die aantonen dat hij een activiteit als bosuitbater uitoefent en blijft uitoefenen in het lopende kalenderjaar en in de laatste twee afgelopen kalenderjaren.
Art. 3. Peut bénéficier de l'aide visée à l'article 2 :
1° la personne physique qui exerce une activité d'exploitant forestier, comme professionnel à titre principal ou accessoire, qui a acquis le droit d'exploiter des bois sur une parcelle située dans une des zones dans lesquelles la circulation en forêt a été interdite dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine et qui, à l'aide de documents comptables, démontre qu'elle a exercé et qu'elle continue d'exercer une activité d'exploitant forestier sur l'année civile en cours et sur la dernière année civile écoulée;
2° la personne morale qui :
a) a au moins un siège d'exploitation en Région wallonne et exerce une activité en qualité d'exploitant forestier,
b) a acquis le droit d'exploiter des bois sur une parcelle située dans une des zones dans lesquelles la circulation en forêt a été interdite dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africain et
c) produit des documents comptables qui démontrent qu'elle a exercé et qu'elle continue d'exercer une activité d'exploitant forestier sur l'année civile en cours et les deux dernières années civiles écoulées.
1° la personne physique qui exerce une activité d'exploitant forestier, comme professionnel à titre principal ou accessoire, qui a acquis le droit d'exploiter des bois sur une parcelle située dans une des zones dans lesquelles la circulation en forêt a été interdite dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine et qui, à l'aide de documents comptables, démontre qu'elle a exercé et qu'elle continue d'exercer une activité d'exploitant forestier sur l'année civile en cours et sur la dernière année civile écoulée;
2° la personne morale qui :
a) a au moins un siège d'exploitation en Région wallonne et exerce une activité en qualité d'exploitant forestier,
b) a acquis le droit d'exploiter des bois sur une parcelle située dans une des zones dans lesquelles la circulation en forêt a été interdite dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africain et
c) produit des documents comptables qui démontrent qu'elle a exercé et qu'elle continue d'exercer une activité d'exploitant forestier sur l'année civile en cours et les deux dernières années civiles écoulées.
Art. 4. Om voor de steun in aanmerking te kunnen komen, moet de aanvrager tegelijk voldoen aan volgende voorwaarden :
1° de boskavel hebben verworven, waarop de steun betrekking heeft te rekenen van 1 januari 2016 in de gevallen bedoeld in artikel 2, lid 1, 1° en 2°, en te rekenen van 1 juli 2018 in het geval bedoeld in artikel 2, lid 1, 3°, en hoe dan ook voor het verkeersverbod in de bossen, opgelegd bij het besluit van de Waalse Regering van 17 september 2018 ;
2° daadwerkelijk verhinderd zijn geweest om toegang tot het perceel te krijgen ten gevolge van de opeenvolgende verkeersverboden opgelegd sinds 17 september 2018, in het kader van de maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest ;
3° al dan niet tegelijk met zijn steunaanvraag de toelating hebben gevraagd voor de toegang bepaald in artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 15 januari 2019 of voor de toegang bepaald in artikel 6, § 2, van het ministerieel besluit van 13 maart 2019 ;
4° betreffende, specifiek, het niet-uitgebaat, nog staand aangetast naaldhout, het afschrift van de verkoopscatalogus per categorie medegedeeld hebben, waarin de naaldhoutsoorten opgenomen zijn, vallend onder het besluit van 31 maart 2019, en elk nuttig gegeven voorleggen waaruit de gezondheidstoestand van de betrokken bomen half september 2018 blijkt.
Betreffende lid 1, 2°, is de voorwaarde niet vervuld als de aanvrager de hoedanigheid heeft van beroepsmatige uitbater, als zijn kavel in het buffergebied is gelegen en hij niet de in het ministerieel besluit van 12 oktober 2018 tot invoering van een tijdelijk verkeersverbod in de bossen om de verspreiding van Afrikaanse varkenspest te beperken bedoelde toelating tot toegang bij de houtvester heeft aangevraagd, of als hij ze aangevraagd en gekregen heeft.
1° de boskavel hebben verworven, waarop de steun betrekking heeft te rekenen van 1 januari 2016 in de gevallen bedoeld in artikel 2, lid 1, 1° en 2°, en te rekenen van 1 juli 2018 in het geval bedoeld in artikel 2, lid 1, 3°, en hoe dan ook voor het verkeersverbod in de bossen, opgelegd bij het besluit van de Waalse Regering van 17 september 2018 ;
2° daadwerkelijk verhinderd zijn geweest om toegang tot het perceel te krijgen ten gevolge van de opeenvolgende verkeersverboden opgelegd sinds 17 september 2018, in het kader van de maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest ;
3° al dan niet tegelijk met zijn steunaanvraag de toelating hebben gevraagd voor de toegang bepaald in artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 15 januari 2019 of voor de toegang bepaald in artikel 6, § 2, van het ministerieel besluit van 13 maart 2019 ;
4° betreffende, specifiek, het niet-uitgebaat, nog staand aangetast naaldhout, het afschrift van de verkoopscatalogus per categorie medegedeeld hebben, waarin de naaldhoutsoorten opgenomen zijn, vallend onder het besluit van 31 maart 2019, en elk nuttig gegeven voorleggen waaruit de gezondheidstoestand van de betrokken bomen half september 2018 blijkt.
Betreffende lid 1, 2°, is de voorwaarde niet vervuld als de aanvrager de hoedanigheid heeft van beroepsmatige uitbater, als zijn kavel in het buffergebied is gelegen en hij niet de in het ministerieel besluit van 12 oktober 2018 tot invoering van een tijdelijk verkeersverbod in de bossen om de verspreiding van Afrikaanse varkenspest te beperken bedoelde toelating tot toegang bij de houtvester heeft aangevraagd, of als hij ze aangevraagd en gekregen heeft.
Art. 4. Pour pouvoir bénéficier de l'aide, le demandeur doit satisfaire aux conditions cumulatives suivantes :
1° avoir acquis le(s) lot(s) de bois concerné(s) par la demande d'aide à partir du 1er janvier 2016 dans les cas visés à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 2°, et à partir du 1er juillet 2018 dans le cas visé à l'article 2, alinéa 1er, 3°, et dans tous les cas, avant l'interdiction de circulation en forêt édictée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 17 septembre 2018;
2° avoir réellement été empêché d'accéder à la parcelle suite aux interdictions de circulation en forêt successives qui ont été édictées depuis le 17 septembre 2018 dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine;
3° avoir sollicité ou sollicité concomitamment à sa demande d'aide l'autorisation d'accès prévue à l'article 4, § 2, de l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 ou l'autorisation d'accès prévue à l'article 6, § 2, de l'arrêté ministériel du 13 mars 2019;
4° concernant spécifiquement les bois résineux scolytés non exploités toujours sur pied, avoir communiqué la copie du catalogue de vente par catégorie reprenant les bois résineux concernés arrêté au 31 mars 2019 et produire tout élément utile permettant de déterminer l'état sanitaire des arbres concernés à la mi-septembre 2018.
Concernant l'alinéa 1er, 2°, la condition n'est pas remplie si le demandeur a la qualité d'exploitant professionnel, que son lot est situé en zone tampon et qu'il n'a pas sollicité auprès du chef de cantonnement l'autorisation d'accès prévue à l'article 4 de l'arrêté ministériel du 12 octobre 2018 interdisant temporairement la circulation en forêt pour limiter la propagation de la peste porcine africaine, ou s'il l'a sollicitée et obtenue.
1° avoir acquis le(s) lot(s) de bois concerné(s) par la demande d'aide à partir du 1er janvier 2016 dans les cas visés à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 2°, et à partir du 1er juillet 2018 dans le cas visé à l'article 2, alinéa 1er, 3°, et dans tous les cas, avant l'interdiction de circulation en forêt édictée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 17 septembre 2018;
2° avoir réellement été empêché d'accéder à la parcelle suite aux interdictions de circulation en forêt successives qui ont été édictées depuis le 17 septembre 2018 dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine;
3° avoir sollicité ou sollicité concomitamment à sa demande d'aide l'autorisation d'accès prévue à l'article 4, § 2, de l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 ou l'autorisation d'accès prévue à l'article 6, § 2, de l'arrêté ministériel du 13 mars 2019;
4° concernant spécifiquement les bois résineux scolytés non exploités toujours sur pied, avoir communiqué la copie du catalogue de vente par catégorie reprenant les bois résineux concernés arrêté au 31 mars 2019 et produire tout élément utile permettant de déterminer l'état sanitaire des arbres concernés à la mi-septembre 2018.
Concernant l'alinéa 1er, 2°, la condition n'est pas remplie si le demandeur a la qualité d'exploitant professionnel, que son lot est situé en zone tampon et qu'il n'a pas sollicité auprès du chef de cantonnement l'autorisation d'accès prévue à l'article 4 de l'arrêté ministériel du 12 octobre 2018 interdisant temporairement la circulation en forêt pour limiter la propagation de la peste porcine africaine, ou s'il l'a sollicitée et obtenue.
Art. 5. De steunaanvraag wordt bij aangetekend schrijven aan de Dienst en aan " OEWB " gericht tegen 31 december 2019 en bevat volgende gegevens :
1° identificatie, hoedanigheid en persoonsgegevens van de aanvrager ;
2° identificatie van de boskavel(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, met alle nuttige gegevens : plaatsnaam, volledig kadastraal perceelsnummer, boscompartiment, enz., evenals hun nauwkeurige ligging op schaal 1/10.000e ;
3° datum en bewijs van aankoop van de boskavel(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, en afschrift van de verkoopscatalogus of van het bericht van verkoop ;
4° identificatie en persoonsgegevens van de verkoper ;
5° volume en prijs van aankoop van de kavel(s), rekening houdend met de geschatte kwaliteit van de bossen en bestemming (timmerhout voor houtzagerijen, stookhout, vezelhout) ;
6° percentage van aangetast hout op 15 september 2018 enerzijds en op het tijdstip van indiening van de aanvraag, anderzijds, op grond van elk mogelijk verantwoordingsgegeven of, bij ontstentenis, van een verklaring op erewoord ;
7° in het geval bedoeld in artikel 2, lid 2, 1°, de opgave van het initieel uit te baten houtvolume, het reeds uitgebate en afgevoerde volume, het nog af te voeren omgehakte volume, en de raming van die volumes per houtsoort ;
8° in voorkomend geval, de opgave van de naam en de adresgegevens van de verzekeringsmaatschappij die de aanvrager dekt voor de risico's verbonden aan de bosuitbating of de inkomstenderving, en mededeling op eigen initiatief, zo spoedig mogelijk, van het bedrag van de sommen geïnd in het kader van de verzekering ter dekking van dezelfde kosten als huidige steun, gestaafd met ieder nuttig stuk ;
9° als het hout door de aanvrager herverkocht wordt, mededeling van het verkregen verkoopbedrag, gestaafd door ieder nuttig stuk, om er rekening mee te houden in de bepaling van de restwaarde ;
10° de indiening van een verklaring op erewoord, in- en aangevuld zoals vermeld in bijlage 1.
Als de gegevens, hierboven opgegeven, geheel dan wel gedeeltelijk reeds aan " OEWB " medegedeeld zijn in het kader van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, gorganiseerd in november 2018, kan de aanvrager enkel de gegevens mededelen die hij als ontbrekend aangemerkt heeft.
" OEWB " kijkt het steunaanvraagdossier na op grond van de gegevens verstrekt door de aanvrager en licht de Dienst in over het resultaat van zijn onderzoek.
" OEWB " licht de aanvrager in over de onontvankelijkheid of de onvolledigheid van zijn aanvrager, binnen een termijn van twintig werkdagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag. De aanvrager dient, op straffe van onontvankelijkheid van zijn aanvraag, de ontbrekende informatie te verstrekken binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek van " OEWB " om het dossier verder aan te vullen.
1° identificatie, hoedanigheid en persoonsgegevens van de aanvrager ;
2° identificatie van de boskavel(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, met alle nuttige gegevens : plaatsnaam, volledig kadastraal perceelsnummer, boscompartiment, enz., evenals hun nauwkeurige ligging op schaal 1/10.000e ;
3° datum en bewijs van aankoop van de boskavel(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, en afschrift van de verkoopscatalogus of van het bericht van verkoop ;
4° identificatie en persoonsgegevens van de verkoper ;
5° volume en prijs van aankoop van de kavel(s), rekening houdend met de geschatte kwaliteit van de bossen en bestemming (timmerhout voor houtzagerijen, stookhout, vezelhout) ;
6° percentage van aangetast hout op 15 september 2018 enerzijds en op het tijdstip van indiening van de aanvraag, anderzijds, op grond van elk mogelijk verantwoordingsgegeven of, bij ontstentenis, van een verklaring op erewoord ;
7° in het geval bedoeld in artikel 2, lid 2, 1°, de opgave van het initieel uit te baten houtvolume, het reeds uitgebate en afgevoerde volume, het nog af te voeren omgehakte volume, en de raming van die volumes per houtsoort ;
8° in voorkomend geval, de opgave van de naam en de adresgegevens van de verzekeringsmaatschappij die de aanvrager dekt voor de risico's verbonden aan de bosuitbating of de inkomstenderving, en mededeling op eigen initiatief, zo spoedig mogelijk, van het bedrag van de sommen geïnd in het kader van de verzekering ter dekking van dezelfde kosten als huidige steun, gestaafd met ieder nuttig stuk ;
9° als het hout door de aanvrager herverkocht wordt, mededeling van het verkregen verkoopbedrag, gestaafd door ieder nuttig stuk, om er rekening mee te houden in de bepaling van de restwaarde ;
10° de indiening van een verklaring op erewoord, in- en aangevuld zoals vermeld in bijlage 1.
Als de gegevens, hierboven opgegeven, geheel dan wel gedeeltelijk reeds aan " OEWB " medegedeeld zijn in het kader van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, gorganiseerd in november 2018, kan de aanvrager enkel de gegevens mededelen die hij als ontbrekend aangemerkt heeft.
" OEWB " kijkt het steunaanvraagdossier na op grond van de gegevens verstrekt door de aanvrager en licht de Dienst in over het resultaat van zijn onderzoek.
" OEWB " licht de aanvrager in over de onontvankelijkheid of de onvolledigheid van zijn aanvrager, binnen een termijn van twintig werkdagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag. De aanvrager dient, op straffe van onontvankelijkheid van zijn aanvraag, de ontbrekende informatie te verstrekken binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek van " OEWB " om het dossier verder aan te vullen.
Art. 5. La demande d'aide est introduite par courrier recommandé auprès du Service et de l'OEWB, pour le 31 décembre 2019 et comporte les éléments suivants :
1° identification, qualité et coordonnées du demandeur;
2° identification du ou des lot(s) de bois concerné(s) par la demande au moyen de toutes données utiles : lieu-dit, numéros de parcelle cadastrale complet, compartiment forestier, etc., ainsi que leur localisation précise sur une carte au 1/10000e;
3° date et preuve d'achat du ou des lot(s) de bois concerné(s) par la demande, et copie du catalogue de la vente ou de l'annonce;
4° identification et coordonnées du vendeur;
5° volume et prix d'achat du ou des lot(s), compte tenu de la qualité estimée des bois et de leur destination (bois d'oeuvre pour scierie, bois de chauffage, trituration);
6° pourcentage de bois scolytés au 15 septembre 2018, d'une part, et au moment de l'introduction de la demande, d'autre part, sur base de tout élément justificatif possible, ou à défaut, d'une déclaration sur l'honneur;
7° dans le cas visé à l'article 2, alinéa 2, 1°, indication du volume de bois initial à exploiter, du volume déjà exploité et évacué, et du volume coupé restant à évacuer, et l'estimation de la répartition de ces volumes par essence;
8° le cas échéant, indication du nom et des coordonnées de la compagnie d'assurance qui couvre le demandeur pour les risques liés à l'exploitation forestière ou pour les pertes de revenus, et communication d'initiative, dès que possible, du montant des sommes perçues dans le cadre de l'assurance couvrant les mêmes coûts que la présente aide, étayée par tout document utile;
9° si le bois est revendu par le demandeur, communication du montant de vente obtenu, étayé par tout document utile, afin d'en tenir compte dans la détermination de la valeur résiduelle;
10° la remise d'une déclaration sur l'honneur complétée telle que reprise à l'annexe 1.
Si tout ou partie des éléments repris ci-avant ont déjà été communiqués à l'OEWB dans le cadre de l'appel à manifestation d'intérêt organisé en novembre 2018, le demandeur peut alors communiquer uniquement les éléments qu'il a identifiés comme étant manquants.
L'OEWB vérifie le dossier de demande d'aide sur la base des éléments fournis par le demandeur et informe le Service du résultat de son examen.
L'OEWB informe le demandeur du caractère irrecevable ou incomplet de sa demande dans un délai de vingt jours ouvrables à compter de la réception de la demande. Le demandeur est tenu de fournir les informations manquantes dans un délai de dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande de l'OEWB de compléter le dossier, sous peine d'irrecevabilité de sa demande.
1° identification, qualité et coordonnées du demandeur;
2° identification du ou des lot(s) de bois concerné(s) par la demande au moyen de toutes données utiles : lieu-dit, numéros de parcelle cadastrale complet, compartiment forestier, etc., ainsi que leur localisation précise sur une carte au 1/10000e;
3° date et preuve d'achat du ou des lot(s) de bois concerné(s) par la demande, et copie du catalogue de la vente ou de l'annonce;
4° identification et coordonnées du vendeur;
5° volume et prix d'achat du ou des lot(s), compte tenu de la qualité estimée des bois et de leur destination (bois d'oeuvre pour scierie, bois de chauffage, trituration);
6° pourcentage de bois scolytés au 15 septembre 2018, d'une part, et au moment de l'introduction de la demande, d'autre part, sur base de tout élément justificatif possible, ou à défaut, d'une déclaration sur l'honneur;
7° dans le cas visé à l'article 2, alinéa 2, 1°, indication du volume de bois initial à exploiter, du volume déjà exploité et évacué, et du volume coupé restant à évacuer, et l'estimation de la répartition de ces volumes par essence;
8° le cas échéant, indication du nom et des coordonnées de la compagnie d'assurance qui couvre le demandeur pour les risques liés à l'exploitation forestière ou pour les pertes de revenus, et communication d'initiative, dès que possible, du montant des sommes perçues dans le cadre de l'assurance couvrant les mêmes coûts que la présente aide, étayée par tout document utile;
9° si le bois est revendu par le demandeur, communication du montant de vente obtenu, étayé par tout document utile, afin d'en tenir compte dans la détermination de la valeur résiduelle;
10° la remise d'une déclaration sur l'honneur complétée telle que reprise à l'annexe 1.
Si tout ou partie des éléments repris ci-avant ont déjà été communiqués à l'OEWB dans le cadre de l'appel à manifestation d'intérêt organisé en novembre 2018, le demandeur peut alors communiquer uniquement les éléments qu'il a identifiés comme étant manquants.
L'OEWB vérifie le dossier de demande d'aide sur la base des éléments fournis par le demandeur et informe le Service du résultat de son examen.
L'OEWB informe le demandeur du caractère irrecevable ou incomplet de sa demande dans un délai de vingt jours ouvrables à compter de la réception de la demande. Le demandeur est tenu de fournir les informations manquantes dans un délai de dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande de l'OEWB de compléter le dossier, sous peine d'irrecevabilité de sa demande.
HOOFDSTUK II. - Berekeningsmethodes
CHAPITRE II. - Méthodes de calcul
Art. 6. § 1. De waardevermindering waar voor elke kavel rekening mee wordt gehouden, is die welke plaatsgevonden heeft in de loop van hoogstens de zes maanden volgend op de inwerkingtreding van het toegangsverbod voor deze kavel.
Als de toelating bedoeld in artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 15 januari 2019 of de toelating bedoeld in artikel 6, § 2, van het ministerieel besluit van 13 maart 2019 evenwel door de houtvester is geweigerd, wordt de periode waarmee rekening wordt gehouden voor de schatting van de waardevermindering verlengd tot aan de datum waarop de toelating tot toegang uiteindelijk is afgeleverd.
§ 2. Afhankelijk van de toestand bepaald bij artikel 2, lid 2, die op de aanvrager van toepassing is, past de Minister één van volgende door " OEWB " bepaalde berekeningsmethodes toe :
1° voor wat betreft het initiële waardeverlies van omgehakt loof- en naaldhout die niet afgevoerd konden worden, bestaat de waarde van het gezaagd en gestapeld hout uit, enerzijds, de intrinsieke waarde van het hout (deel grondstof), waarbij wordt opgeteld de waarde van het werk dat reeds geleverd is op deze, omgehakte en gestapelde, houtstukken (deel prestaties).
1. Het deel grondstof wordt berekend als volgt :
Voor elke aangekochte kavel, gelegen in het gebied met een verkeersverbod, afhankelijk van het feit dat de kavel op de kapping volledig is omgehakt dan wel of er een slechts een deel op de kapping overblijft, verschilt de berekeningsmethode van het deel grondstof :
1e geval : de aangekochte kavel wordt volledig omgehakt en is op de kapping blijven liggen.
In dat geval komt de waarde van het hout op de kapping overeen met de totale aankoopprijs van de kavel (kosten meegerekend, BTW niet meegerekend).
2e geval : enkel een deel van de aangekochte kavel is omgehakt en blijft nog op de kapping liggen (bepaalde stukken zijn reeds afgevoerd of staan nog steeds recht).
In dat geval wordt de waarde van het omgehakte, nog gestapelde hout geschat met methodes die verschillen al naar gelang de houtkavels bestaan uit één of meerdere soorten, uit rondhout of kronen :
a) vormde één enkele soort de omgehakte kavel, dan wordt de waarde van het hout geschat door het volume dat nog op de kapping ligt, te vermenigvuldigen met de gemiddelde aankoopprijs van de betrokken kavel ;
b) de omgehakte kavel bestond uit meerdere houtsoorten :
i. het overig hout is rondhout : de waarde van het hout wordt geschat door het volume van elke soort die nog op de kapping ligt te vermenigvuldigen met de prijs van één m3 van de betrokken soort, met als grondslag de gemiddelde prijs van deze soort afgestemd op het volume van de gemiddelde boom van de kavel (jaar van verkoop) ;
ii. overig hout bestaat uit kruinen, alle rondhout is afgevoerd : de waarde van de kruinen wordt geschat door het volume van de kruinen die op de kapping zijn blijven liggen, te vermenigvuldigen met een forfaitair bedrag van 14€/m3.
2. De waarde van het werk dat reeds geleverd is op het omgehakte, op de kapping gebleven hout wordt bepaald als volgt :
Voor elke aangekochte kavel, gelegen in het gebied met een verkeersverbod, al naar gelang de uitbater de uitbatingswerkzaamheden in onderaanneming heeft laten uitvoeren of ze zelf heeft gedaan, verschilt de berekeningsmethode van het deel prestaties :
a) 1e geval : de uitbatingsprestaties verliepen in onderaanneming.
In dat geval wordt het bedrag van het deel prestaties bepaald op basis van de facturen van de onderaannemers en de betaalbewijzen.
b) 2e geval : de uitbatingsprestaties zijn uitgevoerd door de getroffen uitbater zelf. Hij heeft voor de uitbating geen facturen ter beschikking voor deze kavels.
In dat geval wordt het bedrag van het deel prestaties met forfaits bepaald. Deze forfaits zijn vastgelegd aan de hand van informatie uit de sector zelf en aan de hand van uitbatingsfacturen, die " OEWB " mocht ontvangen in het kader van aangiften van schadegevallen. Daarvoor gelden volgende forfaits :
Als de toelating bedoeld in artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 15 januari 2019 of de toelating bedoeld in artikel 6, § 2, van het ministerieel besluit van 13 maart 2019 evenwel door de houtvester is geweigerd, wordt de periode waarmee rekening wordt gehouden voor de schatting van de waardevermindering verlengd tot aan de datum waarop de toelating tot toegang uiteindelijk is afgeleverd.
§ 2. Afhankelijk van de toestand bepaald bij artikel 2, lid 2, die op de aanvrager van toepassing is, past de Minister één van volgende door " OEWB " bepaalde berekeningsmethodes toe :
1° voor wat betreft het initiële waardeverlies van omgehakt loof- en naaldhout die niet afgevoerd konden worden, bestaat de waarde van het gezaagd en gestapeld hout uit, enerzijds, de intrinsieke waarde van het hout (deel grondstof), waarbij wordt opgeteld de waarde van het werk dat reeds geleverd is op deze, omgehakte en gestapelde, houtstukken (deel prestaties).
1. Het deel grondstof wordt berekend als volgt :
Voor elke aangekochte kavel, gelegen in het gebied met een verkeersverbod, afhankelijk van het feit dat de kavel op de kapping volledig is omgehakt dan wel of er een slechts een deel op de kapping overblijft, verschilt de berekeningsmethode van het deel grondstof :
1e geval : de aangekochte kavel wordt volledig omgehakt en is op de kapping blijven liggen.
In dat geval komt de waarde van het hout op de kapping overeen met de totale aankoopprijs van de kavel (kosten meegerekend, BTW niet meegerekend).
2e geval : enkel een deel van de aangekochte kavel is omgehakt en blijft nog op de kapping liggen (bepaalde stukken zijn reeds afgevoerd of staan nog steeds recht).
In dat geval wordt de waarde van het omgehakte, nog gestapelde hout geschat met methodes die verschillen al naar gelang de houtkavels bestaan uit één of meerdere soorten, uit rondhout of kronen :
a) vormde één enkele soort de omgehakte kavel, dan wordt de waarde van het hout geschat door het volume dat nog op de kapping ligt, te vermenigvuldigen met de gemiddelde aankoopprijs van de betrokken kavel ;
b) de omgehakte kavel bestond uit meerdere houtsoorten :
i. het overig hout is rondhout : de waarde van het hout wordt geschat door het volume van elke soort die nog op de kapping ligt te vermenigvuldigen met de prijs van één m3 van de betrokken soort, met als grondslag de gemiddelde prijs van deze soort afgestemd op het volume van de gemiddelde boom van de kavel (jaar van verkoop) ;
ii. overig hout bestaat uit kruinen, alle rondhout is afgevoerd : de waarde van de kruinen wordt geschat door het volume van de kruinen die op de kapping zijn blijven liggen, te vermenigvuldigen met een forfaitair bedrag van 14€/m3.
2. De waarde van het werk dat reeds geleverd is op het omgehakte, op de kapping gebleven hout wordt bepaald als volgt :
Voor elke aangekochte kavel, gelegen in het gebied met een verkeersverbod, al naar gelang de uitbater de uitbatingswerkzaamheden in onderaanneming heeft laten uitvoeren of ze zelf heeft gedaan, verschilt de berekeningsmethode van het deel prestaties :
a) 1e geval : de uitbatingsprestaties verliepen in onderaanneming.
In dat geval wordt het bedrag van het deel prestaties bepaald op basis van de facturen van de onderaannemers en de betaalbewijzen.
b) 2e geval : de uitbatingsprestaties zijn uitgevoerd door de getroffen uitbater zelf. Hij heeft voor de uitbating geen facturen ter beschikking voor deze kavels.
In dat geval wordt het bedrag van het deel prestaties met forfaits bepaald. Deze forfaits zijn vastgelegd aan de hand van informatie uit de sector zelf en aan de hand van uitbatingsfacturen, die " OEWB " mocht ontvangen in het kader van aangiften van schadegevallen. Daarvoor gelden volgende forfaits :
Art. 6. § 1er. La dépréciation de valeur prise en compte pour chaque lot est celle qui a eu lieu au maximum au cours des 6 mois qui ont suivi l'entrée en vigueur de l'interdiction d'accès à ce lot.
Toutefois, si l'autorisation visée à l'article 4, § 2, de l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 ou celle visée à l'article 6, § 2, de l'arrêté ministériel du 13 mars 2019 a été refusée par le chef de cantonnement, la période prise en compte pour l'estimation de la dépréciation de valeur est prolongée jusqu'à la date à laquelle l'autorisation d'accès est finalement délivrée.
§ 2. Selon la situation prévue par l'article 2, alinéa 2, applicable au demandeur, le Ministre applique l'une des méthodologies de calcul suivante définie par l'OEWB :
1° pour ce qui est relatif à la perte de valeur initiale des bois coupés tant feuillus que résineux qui n'ont pas pu être évacués, la valeur du bois restant sur coupe est constituée d'une part de la valeur intrinsèque du bois (part matière) à laquelle s'ajoute la valeur du travail déjà réalisé sur ces bois abattus sur coupe (part prestations).
1. La part matière est calculée comme ceci :
Pour chaque lot acheté situé en zone d'interdiction de circulation, selon que le lot est soit complètement abattu sur coupe, soit qu'il n'en reste qu'une partie sur la coupe, la méthode de calcul de la part matière diffère :
1er cas : le lot acheté est entièrement abattu et est resté sur la coupe.
Dans ce cas, la valeur des bois sur coupe correspond au prix d'achat total du lot (frais compris, HTVA).
2ème cas : seule une partie du lot acheté est abattu et encore présent sur la coupe (certains bois ont déjà été évacués ou sont toujours sur pied).
Dans ce cas, la valeur des bois abattus encore sur coupe sera estimée grâce à des méthodes qui diffèrent selon que les lots de bois sont constitués d'une seule essence ou de plusieurs, de grumes ou de houppiers :
a) une seule essence composait le lot abattu : la valeur des bois sera estimée en multipliant le volume restant sur la coupe par le prix d'achat moyen du lot concerné;
b) plusieurs essences composaient le lot abattu :
i. les bois restants sont des grumes : la valeur des bois sera estimée en multipliant le volume de chaque essence restant sur la coupe par le prix d'un m3 de l'essence concernée sur base des prix moyen de cette essence en fonction du volume de l'arbre moyen du lot (l'année de la vente);
ii. les bois restants sont des houppiers, toutes les grumes ont été évacuées : la valeur des houppiers est estimée en multipliant le volume de houppiers restant sur la coupe par un montant forfaitaire de 14€/m3.
2. La valeur du travail déjà réalisé sur ces bois abattus encore sur coupe est déterminée comme ceci :
Pour chaque lot acheté situé en zone d'interdiction de circulation, selon que l'exploitant a fait réaliser les travaux d'exploitation en sous-traitance ou qu'il les a réalisés lui-même, la méthode de calcul de la part prestations diffère :
a) 1ère cas : les prestations d'exploitation ont été réalisées en sous-traitance.
Dans ce cas, le montant de la part prestations est déterminé sur base des factures des sous-traitants et des preuves de paiement.
b) 2ème cas : les prestations d'exploitation ont été réalisées par l'exploitant impacté lui-même. Il ne dispose pas de factures d'exploitation se rapportant à ces lots.
Dans ce cas, le montant de la part prestations est déterminé sur base de forfaits Ces forfaits ont été définis sur base d'informations en provenance du secteur et sur base de factures d'exploitation recueillies dans le cadre des déclarations de préjudices remises à l'OEWB. Ils sont les suivants :
Toutefois, si l'autorisation visée à l'article 4, § 2, de l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 ou celle visée à l'article 6, § 2, de l'arrêté ministériel du 13 mars 2019 a été refusée par le chef de cantonnement, la période prise en compte pour l'estimation de la dépréciation de valeur est prolongée jusqu'à la date à laquelle l'autorisation d'accès est finalement délivrée.
§ 2. Selon la situation prévue par l'article 2, alinéa 2, applicable au demandeur, le Ministre applique l'une des méthodologies de calcul suivante définie par l'OEWB :
1° pour ce qui est relatif à la perte de valeur initiale des bois coupés tant feuillus que résineux qui n'ont pas pu être évacués, la valeur du bois restant sur coupe est constituée d'une part de la valeur intrinsèque du bois (part matière) à laquelle s'ajoute la valeur du travail déjà réalisé sur ces bois abattus sur coupe (part prestations).
1. La part matière est calculée comme ceci :
Pour chaque lot acheté situé en zone d'interdiction de circulation, selon que le lot est soit complètement abattu sur coupe, soit qu'il n'en reste qu'une partie sur la coupe, la méthode de calcul de la part matière diffère :
1er cas : le lot acheté est entièrement abattu et est resté sur la coupe.
Dans ce cas, la valeur des bois sur coupe correspond au prix d'achat total du lot (frais compris, HTVA).
2ème cas : seule une partie du lot acheté est abattu et encore présent sur la coupe (certains bois ont déjà été évacués ou sont toujours sur pied).
Dans ce cas, la valeur des bois abattus encore sur coupe sera estimée grâce à des méthodes qui diffèrent selon que les lots de bois sont constitués d'une seule essence ou de plusieurs, de grumes ou de houppiers :
a) une seule essence composait le lot abattu : la valeur des bois sera estimée en multipliant le volume restant sur la coupe par le prix d'achat moyen du lot concerné;
b) plusieurs essences composaient le lot abattu :
i. les bois restants sont des grumes : la valeur des bois sera estimée en multipliant le volume de chaque essence restant sur la coupe par le prix d'un m3 de l'essence concernée sur base des prix moyen de cette essence en fonction du volume de l'arbre moyen du lot (l'année de la vente);
ii. les bois restants sont des houppiers, toutes les grumes ont été évacuées : la valeur des houppiers est estimée en multipliant le volume de houppiers restant sur la coupe par un montant forfaitaire de 14€/m3.
2. La valeur du travail déjà réalisé sur ces bois abattus encore sur coupe est déterminée comme ceci :
Pour chaque lot acheté situé en zone d'interdiction de circulation, selon que l'exploitant a fait réaliser les travaux d'exploitation en sous-traitance ou qu'il les a réalisés lui-même, la méthode de calcul de la part prestations diffère :
a) 1ère cas : les prestations d'exploitation ont été réalisées en sous-traitance.
Dans ce cas, le montant de la part prestations est déterminé sur base des factures des sous-traitants et des preuves de paiement.
b) 2ème cas : les prestations d'exploitation ont été réalisées par l'exploitant impacté lui-même. Il ne dispose pas de factures d'exploitation se rapportant à ces lots.
Dans ce cas, le montant de la part prestations est déterminé sur base de forfaits Ces forfaits ont été définis sur base d'informations en provenance du secteur et sur base de factures d'exploitation recueillies dans le cadre des déclarations de préjudices remises à l'OEWB. Ils sont les suivants :
| Forfaits | Loof | Naald |
| Vellen en verzagen | 7€/m3 | 10€/m3 |
| Uitslepen | 7€/m3 | 5€/m3 |
2° wat betreft het initiële waardeverlies van gezaagd loof- en naaldhout dat naar een opslag is afgevoerd zonder dat verdere afvoer doorgang heeft kunnen vinden, wordt de waarde van het hout, dat op de opslagplaats is blijven liggen, als volgt berekend :
1e geval : na heropening van de toegang tot de opslagplaats bleef het hout onverkocht.
De waarde van dat hout wordt berekend door aftrek van de gemiddelde marge van de betrokken onderneming, van de initiële voorraadwaarde bij verkoop. De initiële voorraadwaarde bij verkoop wordt bepaald door de verkoopprijs van de verzameling gecentraliseerd en gestockeerd hout (marge inbegrepen) terwijl het winstmargepercentage berekend wordt door het totaal van de brutomarge van de drie laatste werkjaren te delen door de totale omzet van de drie laatste werkjaren.
Voorbeeld: Initiële waarde van de voorraad bij de verkoop / 1,075 (als de winstmargepercentage 7,5% bedraagt).
2e geval : Het hout wordt verkocht na heropening van de toegang tot de opslagplaats met een vermindering van de verkoopprijs.
Het geleden verlies wordt berekend door het verschil te berekenen tussen de initiële waarde van de voorraad bij de verkoop en de waarde van de gedane verkoop, waarvan de gemiddelde winstmarge van de onderneming wordt afgetrokken ;
3° voor wat betreft het initiële waardeverlies van nog niet uitgebaat, nog staand, door de schorskever aangetast naaldhout is de berekeningsmethodologie de volgende :
1. De initiële waarde van één m3 sparrehout van de betrokken kavel bepalen
Voor iedere kavel, aangekocht in een gebied met verkeersverbod, zijn twee methodes mogelijk om de gemiddelde prijs voor 1m3 sparrehout te bepalen, al naar gelang het volume van de kavels bestaat uit meer of minder dan 80% sparrehout :
a) 1e geval : de kavel bestaat uit 80%, en meer, van het volume sparrehout
De gemiddelde prijs van de m3 sparrehout van de kavel wordt berekend, door de aankoopprijs van de kavel te delen door het totale volume van de kavel (op basis van de verkoopscatalogus) ;
b) 2e geval : de kavel bestaat uit minder dan 80% van het volume sparrehout (of de waarden van de aankoopprijzen worden als abnormaal beschouwd)
De prijs van de m3 sparrehout van de kavel wordt bepaald op grond van de gemiddelde sparrehoutprijzen in functie van het volume van de gemiddelde boom van de kavel (jaar van de verkoop).
2. Het volume door de schorskever aangetast hout in elke kavel schatten
Voor elke kavel wordt een telling te velde van het aantal, door de schorskever aangetast hout, vermenigvuldigd met het volume van de gemiddelde boom van de kavel, verricht om het volume, dat door de schorskever is aangetast, te schatten (zonder kubering van het aangetast hout).
3. Het volume van door de schorskever aangetast sparrehout sinds de verkoop berekenen (op grond van informatie uit de catalogus of van interpretatie van satellietfoto's indien beschikbaar)
Als er aanwijzingen bestaan, dat een volume hout reeds bij de verkoop, in de catalogus door de schorskever was aangetast, dan wordt het totaalvolume van door de schorskever aangetast hout verminderd met het initieel aangetaste hout om het volume te berekenen dat nadeel heeft geleden.
4. De restwaarde van één m3 door de schorskever aangetast sparrehout bepalen
Er worden drie verschillende waarde bepaald, op grond van de omtrekklassen op 1m50 (en omgerekend vanuit het gemiddeld hout van de betrokken kavel) :
-< 60 : 5€/m3
-< 90 : 10€/m3
-< 90 : 15€/m3
5. Berekening van het bedrag van het nadeel
Het bedrag van het geleden nadeel stemt overeen met het volume van sparrehout dat sinds de verkoop door de schorskever is aangeast, vermenigvuldigd met het verschil tussen de waarde van 1m3 sparrehout van de kavel bij de aankoop (zie punt 1) en de restwaarde van 1m3 door de schorskever aangetast hout (zie punt 4).
§ 3. De steun bedoeld in paragraaf 2 neemt de vorm aan van een kapitaalsubsidie waarvan het bedrag hoogstens overeenstemt met 100% van het vastgesteld verlies, betaalbaar in één enkele schijf.
Het totaalbedrag van de steun, bedoeld in lid 1, overschrijdt niet het globale maximumbedrag van 200.000 euro over een periode van drie belastingjaren, waarvan het bedrag afgetrokken wordt van iedere de minimis steun die is toegekend in de loop van het lopende jaar en de twee voorgaande jaren, afgaand op de informatie uit de verklaring op erewoord bedoeld in artikel 5, lid 1, 10°, van dit besluit.
§ 4. Het bedrag van de steun aan de bosuitbaters is niet samenvoegbaar met andere steunvormen die hetzelfde voorwerp tot doel hebben.
| Forfaits | Feuillus | Résineux |
| Abattage et découpe | 7€/m3 | 10€/m3 |
| Débardage | 7€/m3 | 5€/m3 |
2° pour ce qui est relatif à la perte de valeur initiale des bois coupés tant feuillus que résineux qui ont été acheminés vers une aire de stockage mais qui n'ont ensuite pas pu être évacués, la valeur du bois restant sur cette aire de stockage est calculée comme suit :
1er cas : les bois restent invendus après réouverture de l'accès à l'aire de stockage.
La valeur de ces bois est calculée en retirant la marge moyenne de l'entreprise concernée de la valeur initiale du stock à la vente. La valeur initiale du stock à la vente est déterminée par le prix de vente de l'ensemble des bois centralisés et stockés (marge comprise), tandis que le taux de marge bénéficiaire est calculé en divisant le total des marges brutes des trois derniers exercices par le total des chiffres d'affaires des trois derniers exercices.
Exemple : Valeur initiale du stock à la vente / 1,075 (si le taux de marge bénéficiaire est de 7,5%).
2ème cas : Les bois sont vendus après réouverture de l'accès à l'aire de stockage, avec diminution du prix de vente.
La perte encourue est calculée en faisant la différence entre la valeur initiale du stock à la vente et la valeur de la vente réalisée, dont on retire la marge bénéficiaire moyenne de l'entreprise;
3° pour ce qui concerne la perte de valeur initiale des bois résineux scolytés non exploités toujours sur pied, la méthodologie de calcul est la suivante :
1. Déterminer la valeur initiale d'un m3 d'épicéa du lot concerné
Pour chaque lot acheté situé en zone d'interdiction de circulation, deux méthodes permettent de déterminer le prix moyen pour 1 m3 d'épicéa, selon que le volume des lots soit composé de plus ou moins de 80% d'épicéa :
a) 1èr cas : le lot est composé de 80% et plus du volume d'épicéa
Le prix moyen du m3 d'épicéa du lot est calculé en divisant le prix d'achat du lot par le volume total du lot (sur base du catalogue de vente);
b) 2ème cas : le lot est composé moins de 80% du volume d'épicéa (ou les valeurs des prix d'achats sont considérées comme anormales)
Le prix du m3 d'épicéa du lot est déterminé sur base des prix moyens de l'épicéa en fonction du volume de l'arbre moyen du lot (l'année de la vente).
2. Evaluer le volume d'épicéas scolytés dans chaque lot
Pour chaque lot, un comptage sur le terrain du nombre de bois scolytés, multiplié par le volume de l'arbre moyen du lot, permet d'obtenir l'évaluation du volume scolyté (sans cuber les bois scolytés).
3. Calculer le volume d'épicéas scolytés depuis la vente (sur base des informations du catalogue ou d'interprétation de photos satellites quant elles sont disponibles)
Si des indications d'un volume de bois déjà scolytés lors de la vente dans le catalogue sont disponibles, le volume total de bois scolyté sera diminué par celui scolyté initialement afin de calculer le volume sur lequel porte le préjudice.
4. Déterminer la valeur résiduelle d'un m3 d'épicéa scolyté
Trois valeurs différentes sont déterminées sur base des classes de circonférence à 1m50 (et converti au départ du bois moyen du lot concerné) :
-< 60 : 5€/m3
-60 - 90 : 10€/m3
-> 90 : 15€/m3
5. Calcul du montant du préjudice
Le montant du préjudice correspond au volume d'épicéa scolyté depuis la vente, multiplié par la différence entre la valeur d'1 m3 d'épicéa du lot à l'achat (cf. point 1) et la valeur résiduelle d'1 m3 d'épicéa scolyté (cf. point 4).
§ 3. L'aide visée au paragraphe 2 prend la forme d'une subvention en capital d'un montant équivalent à maximum 100 pour-cent des pertes constatées et payable en une seule tranche.
Le montant total de l'aide visée à l'alinéa 1er ne dépasse pas le montant global maximum de 200.000 euros sur une période de trois exercices fiscaux duquel est déduit le montant de toute aide de minimis ayant été octroyée au cours de l'année en cours et des deux années précédentes eu égard aux informations reprises sur la déclaration sur l'honneur visée à l'article 5, alinéa 1, 10°, du présent arrêté.
§ 4. Le montant de l'aide aux exploitants forestiers n'est pas cumulable avec d'autres aides ayant le même objet.
Titel III. - Steun toegekend aan de boseigenaren
Titre 3. - De l'aide octroyée aux propriétaires forestiers
HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor het toekennen van de steunmaatregel en verplichtingen van de boseigenaren
CHAPITRE Ier. - Conditions d'octroi de la mesure de soutien et obligations des propriétaires forestiers
Art. 7. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten wordt er steun verleend aan de boseigenaren die verhinderd zijn om de verkoop af te ronden van hun boskavels, gelegen ofwel in het kerngebied, ofwel in het buffergebied overeenkomstig de opeenvolgende verkeersverboden die van kracht waren van 17 september 2018 tot 15 januari 2019 in het kader van de maatregelen ter bestrijding van de Afrikaanse varkenspest.
Met deze steun worden gedekt :
1° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod gezond waren, en die vervolgens in waarde zijn gedaald wegens overwoekering door schorskevers, bij gebreke van mogelijkheid tot verkoop, en dan exploitatie en afvoer ;
2° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod reeds aangetast waren, en die bijkomend in waarde zijn gedaald bij gebreke van mogelijkheid tot verkoop, en dan exploitatie en afvoer.
Met deze steun worden gedekt :
1° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod gezond waren, en die vervolgens in waarde zijn gedaald wegens overwoekering door schorskevers, bij gebreke van mogelijkheid tot verkoop, en dan exploitatie en afvoer ;
2° de waardevermindering van epicea's die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het verkeersverbod reeds aangetast waren, en die bijkomend in waarde zijn gedaald bij gebreke van mogelijkheid tot verkoop, en dan exploitatie en afvoer.
Art. 7. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, une aide est octroyée aux propriétaires forestiers qui ont été empêchés de finaliser la vente de leurs lots de bois situés soit en zone noyau soit en zone tampon en application des interdictions de circulation en forêt successives qui étaient en vigueur du 17 septembre 2018 jusqu'au 15 janvier 2019 dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine.
Cette aide couvre :
1° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient sains au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui se sont ensuite dépréciés en raison de leur infestation par des scolytes, faute d'avoir pu être vendus, puis exploités et évacués;
2° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient déjà scolytés au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui ont subi une perte de valeur supplémentaire faute d'avoir pu être vendus, puis exploités et évacués.
Cette aide couvre :
1° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient sains au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui se sont ensuite dépréciés en raison de leur infestation par des scolytes, faute d'avoir pu être vendus, puis exploités et évacués;
2° la dépréciation de valeur des épicéas qui étaient déjà scolytés au moment de l'entrée en vigueur de l'interdiction de circulation, et qui ont subi une perte de valeur supplémentaire faute d'avoir pu être vendus, puis exploités et évacués.
Art. 8. In aanmerking voor de steun bedoeld in artikel 7 kan komen, de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van de bossen op een perceel gelegen in één van de gebieden waarin het verkeersverbod in de wouden en bossen is opgelegd in het kader van de maatregelen ter bestrijding van de Afrikaanse varkenspest en die, met behulp van een verkoopcatalogus die uiterlijk is vastgelegd op 17 september 2018, aantoont dat hij zijn bossen net te koop wilde aanbieden.
Art. 8. Peut bénéficier de l'aide visée à l'article 7, la personne physique ou morale qui est propriétaire des bois sur une parcelle située dans une des zones dans lesquelles la circulation en forêt a été interdite dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine et qui, à l'aide d'un catalogue de vente arrêté au plus tard le 17 septembre 2018, démontre qu'elle était sur le point de mettre ses bois en vente.
Art. 9. Om voor de steun in aanmerking te kunnen komen, moet de aanvrager tegelijk voldoen aan volgende voorwaarden :
1° de eigendomstitel voorleggen van het perceel gelegen in het besmette gebied waarin, in het kader van de maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest, het verkeersverbod in bossen en wouden geldt ;
2° het afschrift van de verkoopscatalogus per categorie mededelen, waarin de naaldhoutsoorten opgenomen zijn, uiterlijk vastgelegd op 17 september 2018, en elk nuttig gegeven voorleggen waaruit de gezondheidstoestand van de betrokken bomen op 17 september 2018 blijkt ;
3° bij elk rechtsmiddel aantonen dat de aanvrager net zijn naaldhout te koop wilde aanbieden, voor de beslissing tot verkeersverbod in de wouden en bossen van 17 september 2018.
1° de eigendomstitel voorleggen van het perceel gelegen in het besmette gebied waarin, in het kader van de maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest, het verkeersverbod in bossen en wouden geldt ;
2° het afschrift van de verkoopscatalogus per categorie mededelen, waarin de naaldhoutsoorten opgenomen zijn, uiterlijk vastgelegd op 17 september 2018, en elk nuttig gegeven voorleggen waaruit de gezondheidstoestand van de betrokken bomen op 17 september 2018 blijkt ;
3° bij elk rechtsmiddel aantonen dat de aanvrager net zijn naaldhout te koop wilde aanbieden, voor de beslissing tot verkeersverbod in de wouden en bossen van 17 september 2018.
Art. 9. Pour pouvoir bénéficier de l'aide, le demandeur doit satisfaire aux conditions cumulatives suivantes :
1° produire le titre de propriété de la parcelle située dans la zone infectée dans laquelle la circulation en forêt a été interdite dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine;
2° communiquer la copie du catalogue de vente par catégorie reprenant les bois résineux concernés arrêté au plus tard le 17 septembre 2018, et produire tout élément utile permettant de déterminer l'état sanitaire des arbres concernés à la date du 17 septembre 2018;
3° démontrer, par tout moyen de droit, que le demandeur était sur le point de mettre ses bois résineux en vente avant la décision d'interdiction de circulation en forêt du 17 septembre 2018.
1° produire le titre de propriété de la parcelle située dans la zone infectée dans laquelle la circulation en forêt a été interdite dans le cadre des mesures de lutte contre la peste porcine africaine;
2° communiquer la copie du catalogue de vente par catégorie reprenant les bois résineux concernés arrêté au plus tard le 17 septembre 2018, et produire tout élément utile permettant de déterminer l'état sanitaire des arbres concernés à la date du 17 septembre 2018;
3° démontrer, par tout moyen de droit, que le demandeur était sur le point de mettre ses bois résineux en vente avant la décision d'interdiction de circulation en forêt du 17 septembre 2018.
Art. 10. De steunaanvraag wordt bij aangetekend schrijven aan de Dienst en aan " OEWB " gericht tegen 31 december 2019 en bevat volgende gegevens :
1° identificatie, hoedanigheid en persoonsgegevens van de aanvrager ;
2° identificatie van de boskavel(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, met alle nuttige gegevens : plaatsnaam, volledig kadastraal perceelsnummer, boscompartiment, enz., evenals hun nauwkeurige ligging op een schaal 1/10.000e ;
3° afschrift van de verkoopscatalogus ;
4° afschrift van de aankondiging of elk bewijsgegeven waaruit blijkt dat de aanvrager net zijn naaldhout te koop wilde aanbieden, voor de beslissing tot verkeersverbod in de wouden en bossen van 17 september 2018 ;
5° geschat volume en verkoopprijs van de kavel(s), rekening houdend met de geschatte kwaliteit van het hout ;
6° percentage van aangetast hout op 17 september 2018, op grond van elk mogelijk verantwoordingsgegeven of, bij ontstentenis, van een verklaring op erewoord ;
7° in voorkomend geval, de opgave van de naam en de adresgegevens van de verzekeringsmaatschappij die de aanvrager dekt voor de risico's verbonden aan de bosuitbating of de inkomstenderving, en mededeling op eigen initiatief, zo spoedig mogelijk, van het bedrag van de sommen geïnd in het kader van de verzekering ter dekking van dezelfde kosten als huidige steun, gestaafd met ieder nuttig stuk ;
8° als het hout door de aanvrager herverkocht wordt, mededeling van het verkregen verkoopbedrag, gestaafd door ieder nuttig stuk, om er rekening mee te houden in de bepaling van de restwaarde.
" OEWB " kijkt het steunaanvraagdossier na op grond van de gegevens verstrekt door de aanvrager en licht de Dienst in over het resultaat van zijn onderzoek.
" OEWB " licht de aanvrager in over de onontvankelijkheid of de onvolledigheid van zijn aanvrager, binnen een termijn van twintig werkdagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag. De aanvrager dient, op straffe van onontvankelijkheid van zijn aanvraag, de ontbrekende informatie te verstrekken binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek van " OEWB " om het dossier verder aan te vullen.
1° identificatie, hoedanigheid en persoonsgegevens van de aanvrager ;
2° identificatie van de boskavel(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, met alle nuttige gegevens : plaatsnaam, volledig kadastraal perceelsnummer, boscompartiment, enz., evenals hun nauwkeurige ligging op een schaal 1/10.000e ;
3° afschrift van de verkoopscatalogus ;
4° afschrift van de aankondiging of elk bewijsgegeven waaruit blijkt dat de aanvrager net zijn naaldhout te koop wilde aanbieden, voor de beslissing tot verkeersverbod in de wouden en bossen van 17 september 2018 ;
5° geschat volume en verkoopprijs van de kavel(s), rekening houdend met de geschatte kwaliteit van het hout ;
6° percentage van aangetast hout op 17 september 2018, op grond van elk mogelijk verantwoordingsgegeven of, bij ontstentenis, van een verklaring op erewoord ;
7° in voorkomend geval, de opgave van de naam en de adresgegevens van de verzekeringsmaatschappij die de aanvrager dekt voor de risico's verbonden aan de bosuitbating of de inkomstenderving, en mededeling op eigen initiatief, zo spoedig mogelijk, van het bedrag van de sommen geïnd in het kader van de verzekering ter dekking van dezelfde kosten als huidige steun, gestaafd met ieder nuttig stuk ;
8° als het hout door de aanvrager herverkocht wordt, mededeling van het verkregen verkoopbedrag, gestaafd door ieder nuttig stuk, om er rekening mee te houden in de bepaling van de restwaarde.
" OEWB " kijkt het steunaanvraagdossier na op grond van de gegevens verstrekt door de aanvrager en licht de Dienst in over het resultaat van zijn onderzoek.
" OEWB " licht de aanvrager in over de onontvankelijkheid of de onvolledigheid van zijn aanvrager, binnen een termijn van twintig werkdagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag. De aanvrager dient, op straffe van onontvankelijkheid van zijn aanvraag, de ontbrekende informatie te verstrekken binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek van " OEWB " om het dossier verder aan te vullen.
Art. 10. La demande d'aide est introduite par courrier recommandé auprès du Service et de l'OEWB, pour le 31 décembre 2019 et comporte les éléments suivants :
1° identification, qualité et coordonnées du demandeur;
2° identification du ou des lot(s) de bois concerné(s) par la demande au moyen de toutes données utiles : lieu-dit, numéros de parcelle cadastrale complet, compartiment forestier, etc., ainsi que leur localisation précise sur une carte au 1/10000e;
3° copie du catalogue de la vente;
4° copie de l'annonce ou de tout élément justificatif démontrant que le demandeur était sur le point de mettre ses bois résineux en vente avant la décision d'interdiction de circulation en forêt du 17 septembre 2018;
5° volume et prix de vente estimé du ou des lot(s), compte tenu de la qualité estimée des bois;
6° pourcentage de bois scolytés au 17 septembre 2018 sur base de tout élément justificatif possible, ou à défaut, d'une déclaration sur l'honneur;
7° le cas échéant, indication du nom et des coordonnées de la compagnie d'assurance qui couvre le demandeur pour les risques liés à son activité forestière ou pour les pertes de revenus, et communication d'initiative, dès que possible, du montant des sommes perçues dans le cadre de l'assurance couvrant les mêmes coûts que la présente aide, étayée par tout document utile;
8° si le bois est revendu par le demandeur, communication du montant de vente obtenu, étayé par tout document utile, afin d'en tenir compte dans la détermination de la valeur résiduelle.
L'OEWB vérifie le dossier de demande d'aide sur la base des éléments fournis par le demandeur et informe le Service du résultat de son examen.
L'OEWB informe le demandeur du caractère irrecevable ou incomplet de sa demande dans un délai de vingt jours ouvrables à compter de la réception de la demande. Le demandeur est tenu de fournir les informations manquantes dans un délai de dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande de l'OEWB de compléter le dossier, sous peine d'irrecevabilité de sa demande.
1° identification, qualité et coordonnées du demandeur;
2° identification du ou des lot(s) de bois concerné(s) par la demande au moyen de toutes données utiles : lieu-dit, numéros de parcelle cadastrale complet, compartiment forestier, etc., ainsi que leur localisation précise sur une carte au 1/10000e;
3° copie du catalogue de la vente;
4° copie de l'annonce ou de tout élément justificatif démontrant que le demandeur était sur le point de mettre ses bois résineux en vente avant la décision d'interdiction de circulation en forêt du 17 septembre 2018;
5° volume et prix de vente estimé du ou des lot(s), compte tenu de la qualité estimée des bois;
6° pourcentage de bois scolytés au 17 septembre 2018 sur base de tout élément justificatif possible, ou à défaut, d'une déclaration sur l'honneur;
7° le cas échéant, indication du nom et des coordonnées de la compagnie d'assurance qui couvre le demandeur pour les risques liés à son activité forestière ou pour les pertes de revenus, et communication d'initiative, dès que possible, du montant des sommes perçues dans le cadre de l'assurance couvrant les mêmes coûts que la présente aide, étayée par tout document utile;
8° si le bois est revendu par le demandeur, communication du montant de vente obtenu, étayé par tout document utile, afin d'en tenir compte dans la détermination de la valeur résiduelle.
L'OEWB vérifie le dossier de demande d'aide sur la base des éléments fournis par le demandeur et informe le Service du résultat de son examen.
L'OEWB informe le demandeur du caractère irrecevable ou incomplet de sa demande dans un délai de vingt jours ouvrables à compter de la réception de la demande. Le demandeur est tenu de fournir les informations manquantes dans un délai de dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande de l'OEWB de compléter le dossier, sous peine d'irrecevabilité de sa demande.
HOOFDSTUK II. - Berekeningsmethodes
CHAPITRE II. - Méthodes de calcul
Art. 11. § 1. De waardevermindering waar voor elke kavel rekening mee wordt gehouden, is die welke plaatsgevonden heeft in de loop van hoogstens de zes maanden volgend op de inwerkingtreding van het toegangsverbod voor deze kavel.
§ 2. Al naar gelang de toestand bepaald bij artikel 7, lid 2, die op de aanvrager van toepassing is, past de Minister de volgende door " OEWB " bepaalde berekeningsmethode toe.
1. De initiële waarde van één m3 sparrehout van de betrokken kavel bepalen
Voor iedere kavel, gelegen in een gebied met verkeersverbod, zijn twee methodes mogelijk om de gemiddelde prijs voor 1m3 sparrehout te bepalen, al naar gelang het volume van de kavels bestaat uit meer of minder dan 80% sparrehout :
a) 1e geval : de kavel bestaat uit 80%, en meer, van het volume sparrehout
De gemiddelde prijs van de m3 sparrehout van de kavel wordt berekend, door de aankoopprijs van de kavel te delen door het totale volume van de kavel (op basis van de verkoopscatalogus) ;
b) 2e geval : de kavel bestaat uit minder dan 80% van het volume sparrehout (of de waarden van de aankoopprijzen worden als abnormaal beschouwd)
De prijs van de m3 sparrehout van de kavel wordt bepaald op grond van de gemiddelde sparrehoutprijzen in functie van het volume van de gemiddelde boom van de kavel (jaar van de verkoop).
2. Het volume door de schorskever aangetast hout in elke kavel schatten
Voor elke kavel wordt een telling te velde van het aantal, door de schorskever aangetast hout, vermenigvuldigd met het volume van de gemiddelde boom van de kavel, verricht om het volume, dat door de schorskever is aangetast, te schatten (zonder kubering van het aangetast hout).
3. Het volume van door de schorskever aangetast sparrehout sinds de verkoop berekenen (op grond van informatie uit de catalogus of van interpretatie van satellietfoto's indien beschikbaar)
Als er aanwijzingen bestaan, dat een volume hout reeds door de schorskever aangetast, beschikbaar is, dan wordt het totaalvolume van door de schorskever aangetast hout verminderd met het initieel aangetaste hout om het volume te berekenen dat nadeel heeft geleden.
4. De restwaarde van één m3 door de schorskever aangetast sparrehout bepalen
Er worden drie verschillende waarde bepaald, op grond van de omtrekklassen op 1m50 (en omgerekend vanuit het gemiddeld hout van de betrokken kavel) :
-< 60 : 5€/m3
-< 60 - 90 : 10€/m3
-< 90 : 15€/m3
5. Berekening van het bedrag van het nadeel
Het bedrag van het geleden nadeel stemt overeen met het volume van sparrehout dat sinds de mededeling van de catalogus door de schorskever is aangetast, vermenigvuldigd met het verschil tussen de waarde van 1m3 sparrehout van de kavel bij de aankoop (zie punt 1) en de restwaarde van 1m3 door de schorskever aangetast hout (zie punt 4).
§ 3. Onverminderd de berekeningsmethode vastgesteld in paragraaf 2 wordt het totaalbedrag van de steun, toe te kennen per betrokken boseigenaar, beperkt tot een globaal maximumbedrag van 200.000,00 euro over een periode van drie belastingjaren.
§ 2. Al naar gelang de toestand bepaald bij artikel 7, lid 2, die op de aanvrager van toepassing is, past de Minister de volgende door " OEWB " bepaalde berekeningsmethode toe.
1. De initiële waarde van één m3 sparrehout van de betrokken kavel bepalen
Voor iedere kavel, gelegen in een gebied met verkeersverbod, zijn twee methodes mogelijk om de gemiddelde prijs voor 1m3 sparrehout te bepalen, al naar gelang het volume van de kavels bestaat uit meer of minder dan 80% sparrehout :
a) 1e geval : de kavel bestaat uit 80%, en meer, van het volume sparrehout
De gemiddelde prijs van de m3 sparrehout van de kavel wordt berekend, door de aankoopprijs van de kavel te delen door het totale volume van de kavel (op basis van de verkoopscatalogus) ;
b) 2e geval : de kavel bestaat uit minder dan 80% van het volume sparrehout (of de waarden van de aankoopprijzen worden als abnormaal beschouwd)
De prijs van de m3 sparrehout van de kavel wordt bepaald op grond van de gemiddelde sparrehoutprijzen in functie van het volume van de gemiddelde boom van de kavel (jaar van de verkoop).
2. Het volume door de schorskever aangetast hout in elke kavel schatten
Voor elke kavel wordt een telling te velde van het aantal, door de schorskever aangetast hout, vermenigvuldigd met het volume van de gemiddelde boom van de kavel, verricht om het volume, dat door de schorskever is aangetast, te schatten (zonder kubering van het aangetast hout).
3. Het volume van door de schorskever aangetast sparrehout sinds de verkoop berekenen (op grond van informatie uit de catalogus of van interpretatie van satellietfoto's indien beschikbaar)
Als er aanwijzingen bestaan, dat een volume hout reeds door de schorskever aangetast, beschikbaar is, dan wordt het totaalvolume van door de schorskever aangetast hout verminderd met het initieel aangetaste hout om het volume te berekenen dat nadeel heeft geleden.
4. De restwaarde van één m3 door de schorskever aangetast sparrehout bepalen
Er worden drie verschillende waarde bepaald, op grond van de omtrekklassen op 1m50 (en omgerekend vanuit het gemiddeld hout van de betrokken kavel) :
-< 60 : 5€/m3
-< 60 - 90 : 10€/m3
-< 90 : 15€/m3
5. Berekening van het bedrag van het nadeel
Het bedrag van het geleden nadeel stemt overeen met het volume van sparrehout dat sinds de mededeling van de catalogus door de schorskever is aangetast, vermenigvuldigd met het verschil tussen de waarde van 1m3 sparrehout van de kavel bij de aankoop (zie punt 1) en de restwaarde van 1m3 door de schorskever aangetast hout (zie punt 4).
§ 3. Onverminderd de berekeningsmethode vastgesteld in paragraaf 2 wordt het totaalbedrag van de steun, toe te kennen per betrokken boseigenaar, beperkt tot een globaal maximumbedrag van 200.000,00 euro over een periode van drie belastingjaren.
Art. 11. § 1er. La dépréciation de valeur prise en compte pour chaque lot est celle qui a eu lieu au maximum au cours des 6 mois qui ont suivi l'entrée en vigueur de l'interdiction d'accès à ce lot.
§ 2. Selon la situation prévue par l'article 7, alinéa 2, applicable au demandeur, le Ministre applique la méthodologie de calcul suivante définie par l'OEWB.
1. Déterminer la valeur initiale d'un m3 d'épicéa du lot concerné
Pour chaque lot situé en zone d'interdiction de circulation, deux méthodes permette de déterminer le prix moyen pour 1 m3 d'épicéa, selon que le volume des lots soit composé de plus ou moins de 80% d'épicéa :
a) 1èr cas : le lot est composé de 80% et plus du volume d'épicéa
Le prix moyen du m3 d'épicéa du lot est calculé en divisant le prix d'achat du lot estimé en fonction du prix du marché par le volume total du lot (sur base du catalogue de vente);
b) 2ème cas : le lot est composé moins de 80% du volume d'épicéa (ou les valeurs des prix d'achats sont considérées comme anormales)
Le prix du m3 d'épicéa du lot est déterminé sur base des prix moyen estimé en fonction du prix du marché de l'épicéa en fonction du volume de l'arbre moyen du lot (l'année de la vente).
2. Evaluer le volume d'épicéas scolytés dans chaque lot
Pour chaque lot, un comptage sur le terrain du nombre de bois scolytés, multiplié par le volume de l'arbre moyen du lot, permet d'obtenir l'évaluation du volume scolyté (sans cuber les bois scolytés).
3. Calculer le volume d'épicéas scolytés depuis la vente (sur base des informations du catalogue ou d'interprétation de photos satellites quand elles sont disponibles)
Si des indications d'un volume de bois déjà scolytés sont disponibles, le volume total de bois scolyté sera diminué par le volume scolyté initialement afin de calculer le volume sur lequel porte le préjudice.
4. Déterminer la valeur résiduelle d'un m3 d'épicéa scolyté
Trois valeurs différentes sont déterminées sur base des classes de circonférence à 1m50 (et converti au départ du bois moyen du lot concerné) :
-< 60 : 5€/m3
-60 - 90 : 10€/m3
-> 90 : 15€/m3
5. Calcul du montant du préjudice
Le montant du préjudice correspond au volume d'épicéa scolyté depuis la communication du catalogue de vente à un exploitant forestier, multiplié par la différence entre la valeur 1 m3 épicéa du lot à l'achat (cf. point 1) et la valeur résiduelle 1 m3 épicéa scolyté (cf. point 4).
§ 3. Sans préjudice de la méthode de calcul fixée au paragraphe 2, le montant total de l'aide à octroyer par propriétaires forestiers concernés est plafonné à un montant global maximum de 200.000,00 euros sur une période de trois exercices fiscaux.
§ 2. Selon la situation prévue par l'article 7, alinéa 2, applicable au demandeur, le Ministre applique la méthodologie de calcul suivante définie par l'OEWB.
1. Déterminer la valeur initiale d'un m3 d'épicéa du lot concerné
Pour chaque lot situé en zone d'interdiction de circulation, deux méthodes permette de déterminer le prix moyen pour 1 m3 d'épicéa, selon que le volume des lots soit composé de plus ou moins de 80% d'épicéa :
a) 1èr cas : le lot est composé de 80% et plus du volume d'épicéa
Le prix moyen du m3 d'épicéa du lot est calculé en divisant le prix d'achat du lot estimé en fonction du prix du marché par le volume total du lot (sur base du catalogue de vente);
b) 2ème cas : le lot est composé moins de 80% du volume d'épicéa (ou les valeurs des prix d'achats sont considérées comme anormales)
Le prix du m3 d'épicéa du lot est déterminé sur base des prix moyen estimé en fonction du prix du marché de l'épicéa en fonction du volume de l'arbre moyen du lot (l'année de la vente).
2. Evaluer le volume d'épicéas scolytés dans chaque lot
Pour chaque lot, un comptage sur le terrain du nombre de bois scolytés, multiplié par le volume de l'arbre moyen du lot, permet d'obtenir l'évaluation du volume scolyté (sans cuber les bois scolytés).
3. Calculer le volume d'épicéas scolytés depuis la vente (sur base des informations du catalogue ou d'interprétation de photos satellites quand elles sont disponibles)
Si des indications d'un volume de bois déjà scolytés sont disponibles, le volume total de bois scolyté sera diminué par le volume scolyté initialement afin de calculer le volume sur lequel porte le préjudice.
4. Déterminer la valeur résiduelle d'un m3 d'épicéa scolyté
Trois valeurs différentes sont déterminées sur base des classes de circonférence à 1m50 (et converti au départ du bois moyen du lot concerné) :
-< 60 : 5€/m3
-60 - 90 : 10€/m3
-> 90 : 15€/m3
5. Calcul du montant du préjudice
Le montant du préjudice correspond au volume d'épicéa scolyté depuis la communication du catalogue de vente à un exploitant forestier, multiplié par la différence entre la valeur 1 m3 épicéa du lot à l'achat (cf. point 1) et la valeur résiduelle 1 m3 épicéa scolyté (cf. point 4).
§ 3. Sans préjudice de la méthode de calcul fixée au paragraphe 2, le montant total de l'aide à octroyer par propriétaires forestiers concernés est plafonné à un montant global maximum de 200.000,00 euros sur une période de trois exercices fiscaux.
Titel IV. - Gemeenschappelijke bepalingen
Titre 4. - Dispositions communes
HOOFDSTUK I. - Onderzoek van de aanvraag, kennisgeving van de beslissing, beroepsmogelijkheid en betaling van de vergoeding
CHAPITRE Ier. - Examen de la demande, notification de la décision, recours possible et paiement de l'indemnité
Art. 12. De Dienst onderzoekt de steunaanvraag op grond van de gegevens, verstrekt door de aanvrager en nagekeken door " OEWB ", overeenkomstig artikel 5 voor de bosexploitanten en artikel 9 voor de boseigenaren, maar eveneens op grond van de gegevens en de stukken waartoe hij toegang heeft of waarover hij beschikt. De gekregen informatie kan ook verder worden nagegaan of aangevuld met lucht- of satellietfoto's.
Louter door de indiening van zijn aanvraag geeft de aanvrager de Dienst en " OEWB " eveneens de toelating om op het terrein na te gaan of de toekenningsvoorwaarden in acht worden genomen, zonder voorafgaandelijke toestemming. Wie tegen de controle ingaat of onjuiste liggingsgegevens verstrekt, stelt zich bloot aan de weigering of terugvordering van de toe te kennen vergoeding.
Louter door de indiening van zijn aanvraag geeft de aanvrager de Dienst en " OEWB " eveneens de toelating om op het terrein na te gaan of de toekenningsvoorwaarden in acht worden genomen, zonder voorafgaandelijke toestemming. Wie tegen de controle ingaat of onjuiste liggingsgegevens verstrekt, stelt zich bloot aan de weigering of terugvordering van de toe te kennen vergoeding.
Art. 12. Le Service examine la demande d'aide sur la base des éléments fournis par le demandeur et vérifiés par l'OEWB, conformément à l'article 5 pour les exploitants forestiers et à l'article 9 pour les propriétaires forestiers, mais également sur base des données et des documents auxquels il a accès ou dont il dispose. Les informations reçues peuvent notamment être vérifiées ou complétées au moyen de photos aériennes ou satellites.
Du seul fait de l'introduction de sa demande, le demandeur autorise également le Service et l'OEWB à procéder sur le terrain à la vérification du respect des conditions d'octroi, sans avertissement préalable. L'opposition à ce contrôle ou la fourniture de données de localisation erronées conduit au refus ou à la récupération de l'octroi de l'indemnité.
Du seul fait de l'introduction de sa demande, le demandeur autorise également le Service et l'OEWB à procéder sur le terrain à la vérification du respect des conditions d'octroi, sans avertissement préalable. L'opposition à ce contrôle ou la fourniture de données de localisation erronées conduit au refus ou à la récupération de l'octroi de l'indemnité.
Art. 13. Nadat " OEWB " elk individueel dossier van de aanvrager heeft nagegaan en dit aan de Dienst heeft medegedeeld en na onderzoek ervan door de Dienst, geeft deze kennis van de beslissing over de steunaanvraag en het bedrag van de toegekende steun, binnen een terrmijn van dertig dagen te rekenen van de ontvangst van de door " OEWB " volledig geachte aanvraag.
Art. 13. A l'issue de la vérification par l'OEWB de chaque dossier individuel du demandeur communiquée au Service et de son examen par le Service, ce dernier notifie la décision sur la demande d'aide et le montant de l'aide octroyée dans un délai de maximum trente jours à compter de la réception de la demande réputée complète par l'OEWB.
Art. 14. De aanvrager beschikt over een termijn van dertig dagen, te rekenen van de ontvangst van de kennigeving, om een beroep tegen de medegedeelde beslissing in te dienen, waarmee hij betwist: ofwel de weigering tot toekenning van de steun ofwel de feitelijke gegevens die bij de berekening van de geleden waardevermindering zijn betrokken, ofwel de verrichte berekening.
Het beroep wordt bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen ingediend, en wordt met elk nuttig stuk gestaafd.
Op eigen kosten kan de aanvrager, voor de schatting van de waardevermindering, een beroep doen op een onafhankelijk deskundige. In dat geval wordt de omstandige oplijsting van de gevolgde methodologie en de in overweging genomen gegevens schriftelijk verstrekt.
Wanneer de aanvrager er bij de beroepsindiening om verzoekt, wordt hij gehoord door de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen.
Het beroepsdossier, met als bijlage het advies van de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen wordt aan de Minister overgemaakt.
De Minister neemt een beslissing over het beroep, binnen een termijn van één maand te rekenen van de ontvangst van het beroep. Hij maakt, samen met de kennisgeving van de beslissing over het beroep, een afschrift van zijn beslissing aan de bosexploitant over.
De indiening van een beroep schort de betaling, bedoeld in artikel 15, op totdat kennis is gegeven van de beslissing over het beroep, zonder dat dit evenwel een verlenging inhoudt van de periode waarmee rekening wordt gehouden vor de waardevermindering waarvan sprake in de artikelen 6 en 11.
Het beroep wordt bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen ingediend, en wordt met elk nuttig stuk gestaafd.
Op eigen kosten kan de aanvrager, voor de schatting van de waardevermindering, een beroep doen op een onafhankelijk deskundige. In dat geval wordt de omstandige oplijsting van de gevolgde methodologie en de in overweging genomen gegevens schriftelijk verstrekt.
Wanneer de aanvrager er bij de beroepsindiening om verzoekt, wordt hij gehoord door de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen.
Het beroepsdossier, met als bijlage het advies van de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen wordt aan de Minister overgemaakt.
De Minister neemt een beslissing over het beroep, binnen een termijn van één maand te rekenen van de ontvangst van het beroep. Hij maakt, samen met de kennisgeving van de beslissing over het beroep, een afschrift van zijn beslissing aan de bosexploitant over.
De indiening van een beroep schort de betaling, bedoeld in artikel 15, op totdat kennis is gegeven van de beslissing over het beroep, zonder dat dit evenwel een verlenging inhoudt van de periode waarmee rekening wordt gehouden vor de waardevermindering waarvan sprake in de artikelen 6 en 11.
Art. 14. Le demandeur dispose d'un délai de trente jours à compter de la réception de la notification pour introduire un recours contre la décision notifiée, soit pour contester le refus d'octroi de l'aide, soit pour contester les éléments factuels pris en compte pour le calcul de la dépréciation de valeur subie, soit pour contester le calcul effectué.
Le recours est introduit auprès de l'Inspecteur général du Département de la Nature et des Forêts et est étayé de tout document utile.
Le demandeur peut faire appel, à ses frais, à un expert indépendant pour l'estimation de la dépréciation de valeur. Dans ce cas, le descriptif détaillé de la méthodologie suivie et des éléments pris en compte est fourni par écrit.
Lorsque le demandeur en fait la demande dans le recours, il est entendu par l'Inspecteur général du Département de la Nature et des Forêts.
Le dossier du recours, accompagné de l'avis de l'Inspecteur général du Département de la Nature et des Forêts, est transmis au Ministre.
Le Ministre prend une décision sur le recours dans un délai d'un mois à compter de la réception du recours. Il transmet une copie de sa décision au Service concomitamment à la notification de la décision sur recours à l'exploitant forestier.
L'introduction d'un recours suspend le paiement prévu à l'article 15, jusqu'à la notification de la décision sur recours, mais ne prolonge par contre pas la période de prise en compte de la dépréciation de valeur prévue par les articles 6 et 11.
Le recours est introduit auprès de l'Inspecteur général du Département de la Nature et des Forêts et est étayé de tout document utile.
Le demandeur peut faire appel, à ses frais, à un expert indépendant pour l'estimation de la dépréciation de valeur. Dans ce cas, le descriptif détaillé de la méthodologie suivie et des éléments pris en compte est fourni par écrit.
Lorsque le demandeur en fait la demande dans le recours, il est entendu par l'Inspecteur général du Département de la Nature et des Forêts.
Le dossier du recours, accompagné de l'avis de l'Inspecteur général du Département de la Nature et des Forêts, est transmis au Ministre.
Le Ministre prend une décision sur le recours dans un délai d'un mois à compter de la réception du recours. Il transmet une copie de sa décision au Service concomitamment à la notification de la décision sur recours à l'exploitant forestier.
L'introduction d'un recours suspend le paiement prévu à l'article 15, jusqu'à la notification de la décision sur recours, mais ne prolonge par contre pas la période de prise en compte de la dépréciation de valeur prévue par les articles 6 et 11.
Art. 15. § 1. Ten opzichte van de bosuitbaters wordt de steun in zijn geheel vereffend op het einde van de uitbating en de afvoer van het hout.
De aanvrager deelt de beëindiging van de uitbating en de afvoer van het hout aan de Dienst mee, door een afschrift van de ontheffing van uitbating.
§ 2. Ten opzichte van de boseigenaren wordt de steun in zijn geheel vereffend zodra de kennisgeving door de Dienst aan de boseigenaar is medegedeeld en volgens de nadere regels bepaald in artikel 8.
§ 3. Het steunbedrag bedoeld bij de paragrafen 1 en 2 wordt van rechtswege door de Dienst verminderd :
- om rekening te houden met het bedrag dat de uitbater geïnd heeft van een verzekeringsmaatschappij als deze dezelfde in aanmerking komende kosten dekt, en ;
- overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 6, § 3, om te voorkomen dat de toegekende steun het globaal maximumbedrag van 200.000 euro niet overschrijdt.
Er kan geen enkele verwijlinterest worden bedongen als één van de betalingen, overeenstemmend met de regels van dit besluit, wordt geschorst of bij een achterstand in het uitvoeren ervan.
§ 4. De betaling van de steun ten opzichte van de bosuitbaters wordt vergezeld van een de minimis-attest dat de gerechtigde van de Dienst krijgt volgens model in bijlage 2.
De aanvrager deelt de beëindiging van de uitbating en de afvoer van het hout aan de Dienst mee, door een afschrift van de ontheffing van uitbating.
§ 2. Ten opzichte van de boseigenaren wordt de steun in zijn geheel vereffend zodra de kennisgeving door de Dienst aan de boseigenaar is medegedeeld en volgens de nadere regels bepaald in artikel 8.
§ 3. Het steunbedrag bedoeld bij de paragrafen 1 en 2 wordt van rechtswege door de Dienst verminderd :
- om rekening te houden met het bedrag dat de uitbater geïnd heeft van een verzekeringsmaatschappij als deze dezelfde in aanmerking komende kosten dekt, en ;
- overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 6, § 3, om te voorkomen dat de toegekende steun het globaal maximumbedrag van 200.000 euro niet overschrijdt.
Er kan geen enkele verwijlinterest worden bedongen als één van de betalingen, overeenstemmend met de regels van dit besluit, wordt geschorst of bij een achterstand in het uitvoeren ervan.
§ 4. De betaling van de steun ten opzichte van de bosuitbaters wordt vergezeld van een de minimis-attest dat de gerechtigde van de Dienst krijgt volgens model in bijlage 2.
Art. 15. § 1er. A l'égard des exploitants forestiers, l'aide est liquidée, en sa totalité, à la fin de l'exploitation et de l'évacuation des bois.
La fin de l'exploitation et de l'évacuation des bois est communiquée au Service par le demandeur, par l'envoi d'une copie des décharges d'exploitation.
§ 2. A l'égard des propriétaires forestiers, l'aide est liquidée, en sa totalité, dès la notification communiquée par le Service au propriétaire forestier et selon les modalités prévues par l'article 8.
§ 3. Le montant de l'aide visée par les paragraphes 1et 2 est réduit de plein droit par le Service :
- pour tenir compte du montant perçu par l'exploitant à charge d'une compagnie d'assurance, si elle porte sur les mêmes coûts éligibles, et;
- conformément aux modalités prévues à l'article 6, § 3, afin que l'aide octroyée ne dépasse pas le montant global maximum de 200.000 euros.
Aucun intérêt de retard ne peut être réclamé en raison de la suspension d'un des paiements conformément aux règles prévues par le présent arrêté, ou d'un retard dans l'exécution de ceux-ci.
§ 4. Le paiement de l'aide à l'égard des exploitants forestiers est accompagné d'une attestation " de minimis " transmis au bénéficiaire par le Service suivant le modèle repris en annexe 2.
La fin de l'exploitation et de l'évacuation des bois est communiquée au Service par le demandeur, par l'envoi d'une copie des décharges d'exploitation.
§ 2. A l'égard des propriétaires forestiers, l'aide est liquidée, en sa totalité, dès la notification communiquée par le Service au propriétaire forestier et selon les modalités prévues par l'article 8.
§ 3. Le montant de l'aide visée par les paragraphes 1et 2 est réduit de plein droit par le Service :
- pour tenir compte du montant perçu par l'exploitant à charge d'une compagnie d'assurance, si elle porte sur les mêmes coûts éligibles, et;
- conformément aux modalités prévues à l'article 6, § 3, afin que l'aide octroyée ne dépasse pas le montant global maximum de 200.000 euros.
Aucun intérêt de retard ne peut être réclamé en raison de la suspension d'un des paiements conformément aux règles prévues par le présent arrêté, ou d'un retard dans l'exécution de ceux-ci.
§ 4. Le paiement de l'aide à l'égard des exploitants forestiers est accompagné d'une attestation " de minimis " transmis au bénéficiaire par le Service suivant le modèle repris en annexe 2.
Art. 16. § 1. Wordt door de Dienst of " OEWB " vastgesteld dat de aanvrager naliet informatie mede te delen of onjuiste informatie als bedoeld in artikel 5, lid 1, 8° tot 10°, of in artikel 10 meedeelde, wordt de steun ofwel geweigerd ofwel bij alle rechtsmiddelen, compensatie inbegrepen, teruggevorderd.
Ten opzichte van de bosuitbaters houdt de niet-inachtneming van de voorwaarden en instructies van de toelating bedoeld in artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 15 januari 2019 of in artikel 6, § 2, van het ministerieel besluit van 13 maart 2019, eveneens de niet-betaling van de vergoeding bedoeld in artikel 10 in.
§ 2. De gerechtigde die de steun terug moet betalen overeenkomstig paragraaf 1 betaalt de initieel geïnde som terug, aangepast op grond van de index der consumtieprijzen, waarbij het initiële indexcijfer, het indexcijfer is dat gold op datum van betaling van de vergoeding. Het terug te betalen bedrag wordt op rekening van de algemeen ontvanger van de Waalse Overheidsdienst gestort, volgens nadere regels die aan gerechtigde worden medegedeeld.
Ten opzichte van de bosuitbaters houdt de niet-inachtneming van de voorwaarden en instructies van de toelating bedoeld in artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 15 januari 2019 of in artikel 6, § 2, van het ministerieel besluit van 13 maart 2019, eveneens de niet-betaling van de vergoeding bedoeld in artikel 10 in.
§ 2. De gerechtigde die de steun terug moet betalen overeenkomstig paragraaf 1 betaalt de initieel geïnde som terug, aangepast op grond van de index der consumtieprijzen, waarbij het initiële indexcijfer, het indexcijfer is dat gold op datum van betaling van de vergoeding. Het terug te betalen bedrag wordt op rekening van de algemeen ontvanger van de Waalse Overheidsdienst gestort, volgens nadere regels die aan gerechtigde worden medegedeeld.
Art. 16. § 1er. En cas de constat par le Service ou l'OEWB que le demandeur a omis de communiquer les informations ou en cas d'informations erronées visées à l'article 5, alinéa 1er, 8° à 10°, ou à l'article 10, l'aide est soit refusée, soit récupérée par toutes voies de droit en ce compris la compensation.
A l'égard des exploitants forestiers, le non-respect des conditions et consignes de l'autorisation visée à l'article 4, § 2, de l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 ou à l'article 6, § 2, de l'arrêté ministériel du 13 mars 2019, entraîne également le non-paiement de l'indemnité visée à l'article 10.
§ 2. Le bénéficiaire qui est tenu de rembourser l'aide en application du paragraphe 1, rembourse la somme initialement perçue, ajustée sur base de l'indice des prix à la consommation, l'indice de départ étant celui valable à la date du paiement de l'indemnité. Le montant à rembourser est versé sur le compte du Receveur général du Service public de Wallonie selon les modalités qui sont notifiées au bénéficiaire.
A l'égard des exploitants forestiers, le non-respect des conditions et consignes de l'autorisation visée à l'article 4, § 2, de l'arrêté ministériel du 15 janvier 2019 ou à l'article 6, § 2, de l'arrêté ministériel du 13 mars 2019, entraîne également le non-paiement de l'indemnité visée à l'article 10.
§ 2. Le bénéficiaire qui est tenu de rembourser l'aide en application du paragraphe 1, rembourse la somme initialement perçue, ajustée sur base de l'indice des prix à la consommation, l'indice de départ étant celui valable à la date du paiement de l'indemnité. Le montant à rembourser est versé sur le compte du Receveur général du Service public de Wallonie selon les modalités qui sont notifiées au bénéficiaire.
Titel V. - Slotbepalingen
Titre 5. - Dispositions finales
Art. 17. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2020.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2020.
Art. 18. De Minister bevoegd voor Bossen en Landelijke Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le Ministre qui a la Forêt et la Ruralité dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (NOTA : geen Nederlandse versie, zie Franse versie)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 09-07-2019, p. 69555)