Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 AUGUSTUS 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering over het secundair onderwijs en over de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen
Titre
28 AOUT 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand relatifs à l'enseignement secondaire et au subventionnement des associations coordinatrices d'étudiants et d'élèves
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein et relatif à l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil
Artikel 1. In artikel 13, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 2005, wordt in punt 1° het getal "98 %" vervangen door het getal "96,57 %".
Article 1er. A l'article 13, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein et relatif à l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juillet 2005, le nombre " 98 % " est remplacé par le nombre " 96,57 % " au point 1°.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende de regeling van de procedure en de voorwaarden voor subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2000 portant règlement de la procédure et des modalités d'octroi de subventions aux associations coordinatrices d'étudiants et d'élèves
Art. 2. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende de regeling van de procedure en de voorwaarden voor subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. Binnen de perken van de hiertoe op de begroting voorziene kredieten kan de minister jaarlijks subsidies toekennen aan studentenkoepelverenigingen die voldoen aan de in het decreet en in dit besluit gestelde voorwaarden.
Indien verscheidene studentenkoepelverenigingen aan de subsidiëringsvoorwaarden voldoen, worden de op de begroting beschikbare middelen over de studentenkoepelverenigingen verdeeld in verhouding tot het aantal raden dat elk ervan overkoepelt.
De studentenkoepelvereniging moet een aanvraag indienen, zoals bepaald in artikel 3 tot en met 6.".
"Art. 2. Binnen de perken van de hiertoe op de begroting voorziene kredieten kan de minister jaarlijks subsidies toekennen aan studentenkoepelverenigingen die voldoen aan de in het decreet en in dit besluit gestelde voorwaarden.
Indien verscheidene studentenkoepelverenigingen aan de subsidiëringsvoorwaarden voldoen, worden de op de begroting beschikbare middelen over de studentenkoepelverenigingen verdeeld in verhouding tot het aantal raden dat elk ervan overkoepelt.
De studentenkoepelvereniging moet een aanvraag indienen, zoals bepaald in artikel 3 tot en met 6.".
Art. 2. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2000 portant règlement de la procédure et des modalités d'octroi de subventions aux associations coordinatrices d'étudiants et d'élèves est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. Dans les limites des crédits prévus à cette fin au budget, le ministre peut octroyer chaque année des subventions aux associations coordinatrices d'étudiants qui satisfont aux conditions stipulées dans le décret et le présent arrêté.
Si plusieurs associations coordinatrices d'étudiants satisfont aux conditions de subventionnement, les moyens inscrits au budget seront répartis entre elles proportionnellement au nombre de conseils chapeautés par chacune d'elles.
L'association coordinatrice d'étudiants doit introduire une demande conformément aux dispositions des articles 3 à 6. ".
" Art. 2. Dans les limites des crédits prévus à cette fin au budget, le ministre peut octroyer chaque année des subventions aux associations coordinatrices d'étudiants qui satisfont aux conditions stipulées dans le décret et le présent arrêté.
Si plusieurs associations coordinatrices d'étudiants satisfont aux conditions de subventionnement, les moyens inscrits au budget seront répartis entre elles proportionnellement au nombre de conseils chapeautés par chacune d'elles.
L'association coordinatrice d'étudiants doit introduire une demande conformément aux dispositions des articles 3 à 6. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:1.
Art. 2/1. § 1. Binnen de perken van de hiertoe op de begroting voorziene kredieten kan de minister voor een periode van één of meerdere jaren subsidies toekennen aan leerlingenkoepelverenigingen die voldoen aan de in het decreet en in dit besluit gestelde voorwaarden.
In het geval de minister een subsidie voor meer dan één jaar aan een leerlingenkoepelvereniging toekent, wordt de subsidie jaarlijks geëvalueerd en jaarlijks uitbetaald zoals bepaald in artikel 7 en gelden de bepalingen zoals geformuleerd in paragraaf 2.
Indien binnen eenzelfde onderwijsniveau verscheidene leerlingenkoepelverenigingen in aanmerking komen voor een subsidie, worden de op de begroting beschikbare middelen over de leerlingenkoepelverenigingen verdeeld in verhouding tot het aantal raden dat elk ervan overkoepelt.
§ 2. De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst met de leerlingenkoepelvereniging af voor de betreffende subsidieperiode. Deze beheersovereenkomst bevat ten minste:
1° de doelstellingen;
2° de planning, rapportering en opvolging van de werkzaamheden;
3° de aanwending van de subsidie.
De leerlingenkoepelvereniging moet geen aanvraag indienen, zoals bepaald in artikel 3 tot en met 6.
De leerlingenkoepelvereniging maakt een planning die bestaat uit een werkingsprogramma voor de betreffende subsidieperiode met overeenstemmende begroting, en jaarlijks een actieplan met concrete acties en een overeenstemmende begroting. Het werkingsprogramma voor de betreffende periode is maximaal afgestemd op de doelstellingen uit de beheersovereenkomst.
De jaarlijkse rapportering over de realisatie van de doelstellingen en acties gebeurt aan de hand van een inhoudelijk verslag en een financieel verslag.
Een opvolgingsgroep opgericht door het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming staat in voor de periodieke opvolging van de werking van de leerlingenkoepelvereniging.".
Art. 2/1. § 1. Binnen de perken van de hiertoe op de begroting voorziene kredieten kan de minister voor een periode van één of meerdere jaren subsidies toekennen aan leerlingenkoepelverenigingen die voldoen aan de in het decreet en in dit besluit gestelde voorwaarden.
In het geval de minister een subsidie voor meer dan één jaar aan een leerlingenkoepelvereniging toekent, wordt de subsidie jaarlijks geëvalueerd en jaarlijks uitbetaald zoals bepaald in artikel 7 en gelden de bepalingen zoals geformuleerd in paragraaf 2.
Indien binnen eenzelfde onderwijsniveau verscheidene leerlingenkoepelverenigingen in aanmerking komen voor een subsidie, worden de op de begroting beschikbare middelen over de leerlingenkoepelverenigingen verdeeld in verhouding tot het aantal raden dat elk ervan overkoepelt.
§ 2. De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst met de leerlingenkoepelvereniging af voor de betreffende subsidieperiode. Deze beheersovereenkomst bevat ten minste:
1° de doelstellingen;
2° de planning, rapportering en opvolging van de werkzaamheden;
3° de aanwending van de subsidie.
De leerlingenkoepelvereniging moet geen aanvraag indienen, zoals bepaald in artikel 3 tot en met 6.
De leerlingenkoepelvereniging maakt een planning die bestaat uit een werkingsprogramma voor de betreffende subsidieperiode met overeenstemmende begroting, en jaarlijks een actieplan met concrete acties en een overeenstemmende begroting. Het werkingsprogramma voor de betreffende periode is maximaal afgestemd op de doelstellingen uit de beheersovereenkomst.
De jaarlijkse rapportering over de realisatie van de doelstellingen en acties gebeurt aan de hand van een inhoudelijk verslag en een financieel verslag.
Een opvolgingsgroep opgericht door het Departement Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming staat in voor de periodieke opvolging van de werking van de leerlingenkoepelvereniging.".
Art. 3. Dans le même arrêté, il est inséré un article 2/1, libellé comme suit :
Art. 2/1. § 1er. Dans les limites des crédits prévus à cette fin au budget, le ministre peut octroyer des subventions pour une période d'une ou de plusieurs années aux associations coordinatrices d'élèves qui satisfont aux conditions stipulées dans le décret et le présent arrêté.
Dans le cas où le ministre octroie une subvention pour plus d'une année à une association coordinatrice d'élèves, la subvention est évaluée annuellement et payée annuellement conformément aux dispositions de l'article 7 et les dispositions énoncées au paragraphe 2 s'appliquent.
Si, au sein d'un même niveau d'enseignement, plusieurs associations coordinatrices d'élèves sont éligibles à une subvention, les moyens inscrits au budget seront répartis entre elles proportionnellement au nombre de conseils chapeautés par chacune d'elles.
§ 2. Le Gouvernement flamand conclut un contrat de gestion avec l'association coordinatrice d'élèves pour la période de subvention concernée. Ce contrat de gestion contient au moins :
1° les objectifs ;
2° la planification, le rapportage et le suivi des activités ;
3° l'affectation de la subvention.
L'association coordinatrice d'élèves ne doit pas introduire de demande conformément aux dispositions des articles 3 à 6.
L'association coordinatrice d'élèves établit une planification qui comprend un programme d'activités pour la période de subvention concernée avec le budget correspondant et un plan d'action annuel reprenant des actions concrètes et un budget correspondant. Le programme d'activités est aligné au mieux sur les objectifs du contrat de gestion.
Le rapportage annuel au sujet de la réalisation des objectifs et actions se fait à l'aide d'un rapport de fond et d'un rapport financier.
Un groupe de suivi institué par le Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation assure le suivi périodique du fonctionnement de l'association coordinatrice d'élèves.".
Art. 2/1. § 1er. Dans les limites des crédits prévus à cette fin au budget, le ministre peut octroyer des subventions pour une période d'une ou de plusieurs années aux associations coordinatrices d'élèves qui satisfont aux conditions stipulées dans le décret et le présent arrêté.
Dans le cas où le ministre octroie une subvention pour plus d'une année à une association coordinatrice d'élèves, la subvention est évaluée annuellement et payée annuellement conformément aux dispositions de l'article 7 et les dispositions énoncées au paragraphe 2 s'appliquent.
Si, au sein d'un même niveau d'enseignement, plusieurs associations coordinatrices d'élèves sont éligibles à une subvention, les moyens inscrits au budget seront répartis entre elles proportionnellement au nombre de conseils chapeautés par chacune d'elles.
§ 2. Le Gouvernement flamand conclut un contrat de gestion avec l'association coordinatrice d'élèves pour la période de subvention concernée. Ce contrat de gestion contient au moins :
1° les objectifs ;
2° la planification, le rapportage et le suivi des activités ;
3° l'affectation de la subvention.
L'association coordinatrice d'élèves ne doit pas introduire de demande conformément aux dispositions des articles 3 à 6.
L'association coordinatrice d'élèves établit une planification qui comprend un programme d'activités pour la période de subvention concernée avec le budget correspondant et un plan d'action annuel reprenant des actions concrètes et un budget correspondant. Le programme d'activités est aligné au mieux sur les objectifs du contrat de gestion.
Le rapportage annuel au sujet de la réalisation des objectifs et actions se fait à l'aide d'un rapport de fond et d'un rapport financier.
Un groupe de suivi institué par le Département de l'Enseignement et de la Formation du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation assure le suivi périodique du fonctionnement de l'association coordinatrice d'élèves.".
Art. 4. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2000, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 7. De jaarlijkse subsidie wordt uitbetaald in twee schijven:
1° 80 % na de goedkeuring van de planning van de werkzaamheden en de begroting voor het betreffende werkingsjaar;
2° 20 % na de goedkeuring van de rapportering van de werkzaamheden en het financieel verslag betreffende het werkingsjaar.".
"Art. 7. De jaarlijkse subsidie wordt uitbetaald in twee schijven:
1° 80 % na de goedkeuring van de planning van de werkzaamheden en de begroting voor het betreffende werkingsjaar;
2° 20 % na de goedkeuring van de rapportering van de werkzaamheden en het financieel verslag betreffende het werkingsjaar.".
Art. 4. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2000, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7. La subvention annuelle est payée en deux tranches :
1° 80 % après l'approbation de la planification des activités et du budget pour l'année d'activité concernée ;
2° 20 % après l'approbation du rapportage des activités et du rapport financier relatif à l'année d'activité. ".
" Art. 7. La subvention annuelle est payée en deux tranches :
1° 80 % après l'approbation de la planification des activités et du budget pour l'année d'activité concernée ;
2° 20 % après l'approbation du rapportage des activités et du rapport financier relatif à l'année d'activité. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein
Art. 5. In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
"2° de leerlingen die het lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, maar uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken;".
"2° de leerlingen die het lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, maar uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken;".
Art. 5. A l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° les élèves qui n'ont pas suivi ou n'ont pas achevé l'enseignement primaire mais qui atteignent l'âge de 12 ans au plus tard le 31 décembre qui suit le début de l'année scolaire ; ".
" 2° les élèves qui n'ont pas suivi ou n'ont pas achevé l'enseignement primaire mais qui atteignent l'âge de 12 ans au plus tard le 31 décembre qui suit le début de l'année scolaire ; ".
Art. 6. In artikel 31 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, worden paragraaf 5 en 6 vervangen door wat volgt:
" § 5. Voor de volgende onderverdelingen voldoet de leerling aan de volgende bijzondere toelatingsvoorwaarden:
1° voor de onderverdeling Integrale veiligheid (Se-n-Se tso): medisch geschikt bevonden zijn rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten;
2° voor de onderverdeling Integrale veiligheid (Se-n-Se tso) en de onderverdeling Veiligheidsberoepen (specialisatiejaar bso): aan de specifieke toegangsvoorwaarden voldoen voor het uittreksel uit het strafregister en het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en -bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan.
Dat identiteitsdocument geeft aan dat de leerling onderdaan is van en zijn hoofdverblijfplaats heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
Daarenboven gelden voor de onderverdeling Integrale veiligheid (Se-n-Se tso) en de onderverdeling Veiligheidsberoepen (specialisatiejaar bso), meer bepaald voor wat betreft het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent beschreven in artikel 14 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden, zoals bepaald in artikel 49, 50 en 51 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, zijn:
1° dat de periode tussen de allereerste les van bedoeld opleidingsonderdeel die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste examen van die opleiding beperkt is tot twee kalenderjaren;
2° dat binnen die periode van twee kalenderjaren een leerling maximaal vier keer examens inclusief herexamens kan afleggen over bedoeld opleidingsonderdeel;
3° dat de periode tussen het laatste examen van een examenzittijd en het laatste herexamen dat aansluit op de voormelde examenzittijd van bedoeld opleidingsonderdeel maximaal drie maanden kan duren, waarbij een herexamen uiterlijk de eerste lesdag van het daaropvolgend schooljaar kan plaats vinden;
4° dat binnen eenzelfde schooljaar examens en herexamens van bedoeld opleidingsonderdeel in dezelfde school worden afgelegd.
§ 6. Voor de onderverdeling Defensie en veiligheid (derde graad tso) voldoet de leerling aan de bijzondere toelatingsvoorwaarden:
1° medisch geschikt bevonden zijn rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten;
2° aan de specifieke toegangsvoorwaarden voldoen voor het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan.
Dat identiteitsdocument geeft aan dat de leerling onderdaan is van en zijn hoofdverblijfplaats heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
Daarenboven gelden voor de onderverdeling Defensie en veiligheid (derde graad tso), meer bepaald voor wat betreft het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent beschreven in artikel 14 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden, zoals bepaald in artikel 49, 50 en 51 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, zijn:
1° dat de periode tussen de allereerste les van bedoeld opleidingsonderdeel, die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste examen van die opleiding beperkt is tot twee kalenderjaren;
2° dat binnen die periode van twee kalenderjaren een leerling maximaal vier keer examens inclusief herexamens kan afleggen over de bedoeld opleidingsonderdeel;
3° dat de periode tussen het laatste examen van een examenzittijd en het laatste herexamen dat aansluit op de voormelde examenzittijd van bedoeld opleidingsonderdeel maximaal drie maanden kan duren, waarbij een herexamen uiterlijk de eerste lesdag van het daaropvolgend schooljaar kan plaats vinden;
4° dat binnen eenzelfde schooljaar examens en herexamens van bedoeld opleidingsonderdeel in dezelfde school worden afgelegd.".
" § 5. Voor de volgende onderverdelingen voldoet de leerling aan de volgende bijzondere toelatingsvoorwaarden:
1° voor de onderverdeling Integrale veiligheid (Se-n-Se tso): medisch geschikt bevonden zijn rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten;
2° voor de onderverdeling Integrale veiligheid (Se-n-Se tso) en de onderverdeling Veiligheidsberoepen (specialisatiejaar bso): aan de specifieke toegangsvoorwaarden voldoen voor het uittreksel uit het strafregister en het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en -bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan.
Dat identiteitsdocument geeft aan dat de leerling onderdaan is van en zijn hoofdverblijfplaats heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
Daarenboven gelden voor de onderverdeling Integrale veiligheid (Se-n-Se tso) en de onderverdeling Veiligheidsberoepen (specialisatiejaar bso), meer bepaald voor wat betreft het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent beschreven in artikel 14 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden, zoals bepaald in artikel 49, 50 en 51 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, zijn:
1° dat de periode tussen de allereerste les van bedoeld opleidingsonderdeel die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste examen van die opleiding beperkt is tot twee kalenderjaren;
2° dat binnen die periode van twee kalenderjaren een leerling maximaal vier keer examens inclusief herexamens kan afleggen over bedoeld opleidingsonderdeel;
3° dat de periode tussen het laatste examen van een examenzittijd en het laatste herexamen dat aansluit op de voormelde examenzittijd van bedoeld opleidingsonderdeel maximaal drie maanden kan duren, waarbij een herexamen uiterlijk de eerste lesdag van het daaropvolgend schooljaar kan plaats vinden;
4° dat binnen eenzelfde schooljaar examens en herexamens van bedoeld opleidingsonderdeel in dezelfde school worden afgelegd.
§ 6. Voor de onderverdeling Defensie en veiligheid (derde graad tso) voldoet de leerling aan de bijzondere toelatingsvoorwaarden:
1° medisch geschikt bevonden zijn rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten;
2° aan de specifieke toegangsvoorwaarden voldoen voor het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan.
Dat identiteitsdocument geeft aan dat de leerling onderdaan is van en zijn hoofdverblijfplaats heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
Daarenboven gelden voor de onderverdeling Defensie en veiligheid (derde graad tso), meer bepaald voor wat betreft het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent beschreven in artikel 14 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden, zoals bepaald in artikel 49, 50 en 51 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, zijn:
1° dat de periode tussen de allereerste les van bedoeld opleidingsonderdeel, die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste examen van die opleiding beperkt is tot twee kalenderjaren;
2° dat binnen die periode van twee kalenderjaren een leerling maximaal vier keer examens inclusief herexamens kan afleggen over de bedoeld opleidingsonderdeel;
3° dat de periode tussen het laatste examen van een examenzittijd en het laatste herexamen dat aansluit op de voormelde examenzittijd van bedoeld opleidingsonderdeel maximaal drie maanden kan duren, waarbij een herexamen uiterlijk de eerste lesdag van het daaropvolgend schooljaar kan plaats vinden;
4° dat binnen eenzelfde schooljaar examens en herexamens van bedoeld opleidingsonderdeel in dezelfde school worden afgelegd.".
Art. 6. A l'article 31 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, les paragraphes 5 et 6 sont remplacés par ce qui suit :
" § 5. Pour les subdivisions suivantes, l'élève remplit les conditions particulières d'admission ci-après :
1° pour la subdivision Sécurité intégrale (Se-n-Se EST): avoir été déclaré physiquement apte compte tenu de la spécificité des secteurs professionnels en question. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée de la formation à moins qu'il n'y ait lieu de réévaluer l'aptitude. Une déclaration d'inaptitude dans le courant de l'année scolaire implique la décision des personnes intéressées de faire arrêter sa formation à l'élève au plus tard à la fin de l'année scolaire en cours ;
2° pour la subdivision Sécurité intégrale (Se-n-Se EST) et la subdivision métiers de la sécurité (année de spécialisation ESP) : satisfaire aux conditions d'accès spécifiques pour l'extrait du casier judiciaire et le document d'identité visés à l'article 9, 1° et 2°, de l'arrêté royal du 23 mai 2018 relatif aux conditions en matière de formation, d'expérience et d'aptitude professionnelles, aux conditions en matière d'examen psychotechnique pour l'exercice d'une fonction dirigeante, d'exécution ou commerciale dans une entreprise de gardiennage, un service interne de gardiennage ou un organisme de formation et leur organisation.
Ce document d'identité indique que l'élève est ressortissant d'un Etat membre de l'Espace économique européen ou de la Suisse ou y a sa résidence principale.
En outre, des conditions spécifiques s'appliquent pour la subdivision Sécurité intégrale (Se-n-Se EST) et la subdivision métiers de la sécurité (année de spécialisation ESP), en particulier en ce qui concerne la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage visée à l'article 14 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018. Ces conditions, telles que fixées aux articles 49, 50 et 51 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018, sont les suivantes :
1° la période entre le tout premier cours de la subdivision de formation visée organisée par une école régulière ou un organisme de formation privé en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage et le dernier examen de cette formation est limitée à deux années calendrier ;
2° durant cette période de deux années calendrier, un élève peut présenter les examens, y compris les épreuves de repêchage, sur la subdivision de formation visée quatre fois maximum ;
3° la période entre le dernier examen d'une session et la dernière épreuve de repêchage qui fait suite à la session précitée de la subdivision de formation visée peut durer trois mois maximum, une épreuve de repêchage pouvant avoir lieu au plus tard le premier jours de cours de l'année scolaire suivante ;
4° au cours d'une même année scolaire, les examens et épreuves de repêchage de la subdivision de formation visée sont présentés dans la même école.
§ 6. Pour la subdivision Défense et sécurité (troisième degré EST), l'élève remplit les conditions particulières d'admission :
1° avoir été déclaré physiquement apte compte tenu de la spécificité des secteurs professionnels en question. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée de la formation à moins qu'il n'y ait lieu de réévaluer l'aptitude. Une déclaration d'inaptitude dans le courant de l'année scolaire implique la décision des personnes intéressées de faire arrêter sa formation à l'élève au plus tard à la fin de l'année scolaire en cours ;
2° satisfaire aux conditions d'accès spécifiques pour le document d'identité visé à l'article 9, 2°, de l'arrêté royal du 23 mai 2018 relatif aux conditions en matière de formation, d'expérience et d'aptitude professionnelles, aux conditions en matière d'examen psychotechnique pour l'exercice d'une fonction dirigeante, d'exécution ou commerciale dans une entreprise de gardiennage, un service interne de gardiennage ou un organisme de formation et leur organisation .
Ce document d'identité indique que l'élève est ressortissant d'un Etat membre de l'Espace économique européen ou de la Suisse ou y a sa résidence principale.
En outre, des conditions spécifiques s'appliquent pour la subdivision Défense et sécurité (troisième degré EST), en particulier en ce qui concerne la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage visée à l'article 14 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018. Ces conditions, telles que fixées aux articles 49, 50 et 51 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018, sont les suivantes :
1° la période entre le tout premier cours de la subdivision de formation visée organisée par une école régulière ou un organisme de formation privé en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage et le dernier examen de cette formation est limitée à deux années calendrier ;
2° durant cette période de deux années calendrier, un élève peut présenter les examens, y compris les épreuves de repêchage, sur la subdivision de formation visée quatre fois maximum ;
3° la période entre le dernier examen d'une session et la dernière épreuve de repêchage qui fait suite à la session précitée de la subdivision de formation visée peut durer trois mois maximum, une épreuve de repêchage pouvant avoir lieu au plus tard le premier jours de cours de l'année scolaire suivante ;
4° au cours d'une même année scolaire, les examens et épreuves de repêchage de la subdivision de formation visée sont présentés dans la même école. ".
" § 5. Pour les subdivisions suivantes, l'élève remplit les conditions particulières d'admission ci-après :
1° pour la subdivision Sécurité intégrale (Se-n-Se EST): avoir été déclaré physiquement apte compte tenu de la spécificité des secteurs professionnels en question. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée de la formation à moins qu'il n'y ait lieu de réévaluer l'aptitude. Une déclaration d'inaptitude dans le courant de l'année scolaire implique la décision des personnes intéressées de faire arrêter sa formation à l'élève au plus tard à la fin de l'année scolaire en cours ;
2° pour la subdivision Sécurité intégrale (Se-n-Se EST) et la subdivision métiers de la sécurité (année de spécialisation ESP) : satisfaire aux conditions d'accès spécifiques pour l'extrait du casier judiciaire et le document d'identité visés à l'article 9, 1° et 2°, de l'arrêté royal du 23 mai 2018 relatif aux conditions en matière de formation, d'expérience et d'aptitude professionnelles, aux conditions en matière d'examen psychotechnique pour l'exercice d'une fonction dirigeante, d'exécution ou commerciale dans une entreprise de gardiennage, un service interne de gardiennage ou un organisme de formation et leur organisation.
Ce document d'identité indique que l'élève est ressortissant d'un Etat membre de l'Espace économique européen ou de la Suisse ou y a sa résidence principale.
En outre, des conditions spécifiques s'appliquent pour la subdivision Sécurité intégrale (Se-n-Se EST) et la subdivision métiers de la sécurité (année de spécialisation ESP), en particulier en ce qui concerne la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage visée à l'article 14 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018. Ces conditions, telles que fixées aux articles 49, 50 et 51 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018, sont les suivantes :
1° la période entre le tout premier cours de la subdivision de formation visée organisée par une école régulière ou un organisme de formation privé en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage et le dernier examen de cette formation est limitée à deux années calendrier ;
2° durant cette période de deux années calendrier, un élève peut présenter les examens, y compris les épreuves de repêchage, sur la subdivision de formation visée quatre fois maximum ;
3° la période entre le dernier examen d'une session et la dernière épreuve de repêchage qui fait suite à la session précitée de la subdivision de formation visée peut durer trois mois maximum, une épreuve de repêchage pouvant avoir lieu au plus tard le premier jours de cours de l'année scolaire suivante ;
4° au cours d'une même année scolaire, les examens et épreuves de repêchage de la subdivision de formation visée sont présentés dans la même école.
§ 6. Pour la subdivision Défense et sécurité (troisième degré EST), l'élève remplit les conditions particulières d'admission :
1° avoir été déclaré physiquement apte compte tenu de la spécificité des secteurs professionnels en question. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée de la formation à moins qu'il n'y ait lieu de réévaluer l'aptitude. Une déclaration d'inaptitude dans le courant de l'année scolaire implique la décision des personnes intéressées de faire arrêter sa formation à l'élève au plus tard à la fin de l'année scolaire en cours ;
2° satisfaire aux conditions d'accès spécifiques pour le document d'identité visé à l'article 9, 2°, de l'arrêté royal du 23 mai 2018 relatif aux conditions en matière de formation, d'expérience et d'aptitude professionnelles, aux conditions en matière d'examen psychotechnique pour l'exercice d'une fonction dirigeante, d'exécution ou commerciale dans une entreprise de gardiennage, un service interne de gardiennage ou un organisme de formation et leur organisation .
Ce document d'identité indique que l'élève est ressortissant d'un Etat membre de l'Espace économique européen ou de la Suisse ou y a sa résidence principale.
En outre, des conditions spécifiques s'appliquent pour la subdivision Défense et sécurité (troisième degré EST), en particulier en ce qui concerne la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage visée à l'article 14 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018. Ces conditions, telles que fixées aux articles 49, 50 et 51 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018, sont les suivantes :
1° la période entre le tout premier cours de la subdivision de formation visée organisée par une école régulière ou un organisme de formation privé en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage et le dernier examen de cette formation est limitée à deux années calendrier ;
2° durant cette période de deux années calendrier, un élève peut présenter les examens, y compris les épreuves de repêchage, sur la subdivision de formation visée quatre fois maximum ;
3° la période entre le dernier examen d'une session et la dernière épreuve de repêchage qui fait suite à la session précitée de la subdivision de formation visée peut durer trois mois maximum, une épreuve de repêchage pouvant avoir lieu au plus tard le premier jours de cours de l'année scolaire suivante ;
4° au cours d'une même année scolaire, les examens et épreuves de repêchage de la subdivision de formation visée sont présentés dans la même école. ".
Art. 7. Aan artikel 60 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° uitsluitend in het schooljaar 2020-2021: opteren voor het eerste leerjaar A respectievelijk het eerste leerjaar B nadat hij het leerjaar in kwestie met vrucht maar met beperkingen heeft beëindigd, enerzijds na een gunstig advies van de delibererende klassenraad en anderzijds na advies van een centrum voor leerlingenbegeleiding dat de betrokken personen, op hun verzoek, hebben ontvangen.";
2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Worden voor de toepassing van dit artikel niet als overzitten beschouwd: de overgangen op basis van artikel 8, 3° en 4°, artikel 10, § 1, 2° (tot en met het schooljaar 2020-2021) en 4° (vanaf het schooljaar 2021-2022), artikel 12, § 1, 2°, artikel 15, § 1, 3°, en artikel 16, § 1, 2°, van dit besluit.".
1° in het eerste lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° uitsluitend in het schooljaar 2020-2021: opteren voor het eerste leerjaar A respectievelijk het eerste leerjaar B nadat hij het leerjaar in kwestie met vrucht maar met beperkingen heeft beëindigd, enerzijds na een gunstig advies van de delibererende klassenraad en anderzijds na advies van een centrum voor leerlingenbegeleiding dat de betrokken personen, op hun verzoek, hebben ontvangen.";
2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Worden voor de toepassing van dit artikel niet als overzitten beschouwd: de overgangen op basis van artikel 8, 3° en 4°, artikel 10, § 1, 2° (tot en met het schooljaar 2020-2021) en 4° (vanaf het schooljaar 2021-2022), artikel 12, § 1, 2°, artikel 15, § 1, 3°, en artikel 16, § 1, 2°, van dit besluit.".
Art. 7. A l'article 60 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 6°, libellé comme suit :
" 6° uniquement au cours de l'année scolaire 2020-2021 : opter pour la première année A ou la première année B après avoir terminé l'année d'études concernée avec fruit, mais avec des restrictions, d'une part sur avis favorable du conseil de classe délibérant et, d'autre part, sur avis d'un centre d'encadrement des élèves reçu par les personnes concernées à leur demande. " ;
2° il est ajouté un alinéa 2, libellé comme suit :
" Pour l'application du présent article, ne sont pas considérés comme redoublement : les passages sur la base de l'article 8, 3° et 4°, de l'article 10, § 1er, 2° (jusqu'à l'année scolaire 2020-2021) et 4° (à partir de l'année scolaire 2021-2022), de l'article 12, § 1er, 2°, de l'article 15, § 1er, 3°, et de l'article 16, § 1er, 2°, du présent arrêté. ".
1° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 6°, libellé comme suit :
" 6° uniquement au cours de l'année scolaire 2020-2021 : opter pour la première année A ou la première année B après avoir terminé l'année d'études concernée avec fruit, mais avec des restrictions, d'une part sur avis favorable du conseil de classe délibérant et, d'autre part, sur avis d'un centre d'encadrement des élèves reçu par les personnes concernées à leur demande. " ;
2° il est ajouté un alinéa 2, libellé comme suit :
" Pour l'application du présent article, ne sont pas considérés comme redoublement : les passages sur la base de l'article 8, 3° et 4°, de l'article 10, § 1er, 2° (jusqu'à l'année scolaire 2020-2021) et 4° (à partir de l'année scolaire 2021-2022), de l'article 12, § 1er, 2°, de l'article 15, § 1er, 3°, et de l'article 16, § 1er, 2°, du présent arrêté. ".
Art. 8. In bijlage 1bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het model, uitgereikt in het schooljaar 2019-2020, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° de delibererende klassenraad een ........ advies heeft gegeven met betrekking tot het overzitten van het leerjaar. Overzitten kan enkel na gunstig advies van de delibererende klassenraad en na advies van een centrum voor leerlingenbegeleiding (6).";
2° bij de onderrichtingen voor het invullen van het model, uitgereikt in het schooljaar 2019-2020, wordt een punt (6) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"(6) punt 5° enkel vermelden als het voor de leerling in kwestie van toepassing is, namelijk in het geval dat in punt 3° een of meer basisopties of een of meer pakketten van basisopties van het tweede leerjaar A of B worden opgegeven. Als punt 5° wordt vermeld dan bij advies hetzij "gunstig" hetzij "ongunstig" invullen.".
1° in het model, uitgereikt in het schooljaar 2019-2020, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° de delibererende klassenraad een ........ advies heeft gegeven met betrekking tot het overzitten van het leerjaar. Overzitten kan enkel na gunstig advies van de delibererende klassenraad en na advies van een centrum voor leerlingenbegeleiding (6).";
2° bij de onderrichtingen voor het invullen van het model, uitgereikt in het schooljaar 2019-2020, wordt een punt (6) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"(6) punt 5° enkel vermelden als het voor de leerling in kwestie van toepassing is, namelijk in het geval dat in punt 3° een of meer basisopties of een of meer pakketten van basisopties van het tweede leerjaar A of B worden opgegeven. Als punt 5° wordt vermeld dan bij advies hetzij "gunstig" hetzij "ongunstig" invullen.".
Art. 8. A l'annexe 1bis du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le modèle délivré pendant l'année scolaire 2019-2020, il est ajouté un point 5°, libellé comme suit :
" 5° le conseil de classe délibérant a émis un avis ........ concernant le redoublement de l'année d'études. Le redoublement n'est possible que sur avis favorable du conseil de classe délibérant et sur avis d'un centre d'encadrement des élèves (6). " ;
2° dans les instructions pour remplir le modèle délivré pendant l'année scolaire 2019-2020, il est ajouté un point (6), libellé comme suit :
" (6) ne mentionner le point 5° que s'il s'applique à l'élève concerné, notamment dans le cas où, au point 3°, une ou plusieurs options de base ou un ou plusieurs modules d'options de base de la deuxième année A ou B sont indiqués. Si le point 5° est mentionné, compléter alors l'avis de la mention " favorable " ou " défavorable ". ".
1° dans le modèle délivré pendant l'année scolaire 2019-2020, il est ajouté un point 5°, libellé comme suit :
" 5° le conseil de classe délibérant a émis un avis ........ concernant le redoublement de l'année d'études. Le redoublement n'est possible que sur avis favorable du conseil de classe délibérant et sur avis d'un centre d'encadrement des élèves (6). " ;
2° dans les instructions pour remplir le modèle délivré pendant l'année scolaire 2019-2020, il est ajouté un point (6), libellé comme suit :
" (6) ne mentionner le point 5° que s'il s'applique à l'élève concerné, notamment dans le cas où, au point 3°, une ou plusieurs options de base ou un ou plusieurs modules d'options de base de la deuxième année A ou B sont indiqués. Si le point 5° est mentionné, compléter alors l'avis de la mention " favorable " ou " défavorable ". ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het voltijds secundair onderwijs
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2007 relatif aux disciplines et subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire à temps plein
Art. 9. In het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het voltijds secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt een artikel 6quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 6quinquies. Het aanbod van de optie Defensie en veiligheid is aan de volgende beperking respectievelijk voorwaarde onderworpen:
1° de optie kan in maximaal zestien door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen worden georganiseerd, waarvan acht behoren tot het officieel onderwijs en acht tot het vrij onderwijs, waarbij rekening wordt gehouden met een evenwichtige geografische spreiding;
2° de organiserende onderwijsinstellingen krijgen voor de aanvang van het oprichtingsschooljaar van de bevoegde federale autoriteiten de erkenning van de opleiding met toepassing van de geldende federale regelgeving en in overeenstemming met de schriftelijke afspraken daarover tussen de Vlaamse en de federale autoriteiten. Die schriftelijke afspraken zijn raadpleegbaar bij het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap. Het behoud van de organisatie van de opleidingen is afhankelijk van de periodieke bevestiging van die erkenning.
Dit artikel heeft slechts uitwerking op voorwaarde dat uiterlijk 30 september 2020 een onderwijsconvenant met betrekking tot de optie Defensie en veiligheid is gesloten tussen volgende partijen:
1° de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs;
2° de Vlaamse minister, bevoegd voor werk;
3° de federale ministers, bevoegd voor de diverse veiligheidssectoren;
4° de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het secundair onderwijs.".
"Art. 6quinquies. Het aanbod van de optie Defensie en veiligheid is aan de volgende beperking respectievelijk voorwaarde onderworpen:
1° de optie kan in maximaal zestien door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen worden georganiseerd, waarvan acht behoren tot het officieel onderwijs en acht tot het vrij onderwijs, waarbij rekening wordt gehouden met een evenwichtige geografische spreiding;
2° de organiserende onderwijsinstellingen krijgen voor de aanvang van het oprichtingsschooljaar van de bevoegde federale autoriteiten de erkenning van de opleiding met toepassing van de geldende federale regelgeving en in overeenstemming met de schriftelijke afspraken daarover tussen de Vlaamse en de federale autoriteiten. Die schriftelijke afspraken zijn raadpleegbaar bij het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap. Het behoud van de organisatie van de opleidingen is afhankelijk van de periodieke bevestiging van die erkenning.
Dit artikel heeft slechts uitwerking op voorwaarde dat uiterlijk 30 september 2020 een onderwijsconvenant met betrekking tot de optie Defensie en veiligheid is gesloten tussen volgende partijen:
1° de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs;
2° de Vlaamse minister, bevoegd voor werk;
3° de federale ministers, bevoegd voor de diverse veiligheidssectoren;
4° de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het secundair onderwijs.".
Art. 9. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2007 relatif aux disciplines et subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire à temps plein, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, il est inséré un article 6quinquies libellé comme suit :
" Art. 6quinquies. L'offre de l'option " Défense et sécurité " est soumise à la restriction ou à la condition suivante :
1° l'option peut être organisée auprès de seize établissements d'enseignement maximum agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande, dont huit appartiennent à l'enseignement officiel et huit à l'enseignement libre, compte tenu d'une répartition géographique équilibrée ;
2° avant le début de l'année scolaire de création, les établissements d'enseignement organisateurs reçoivent des autorités fédérales compétentes l'agrément de la formation en application de la réglementation fédérale en vigueur et conformément aux accords écrits à ce sujet entre les autorités flamandes et fédérales. Ces accords écrits peuvent être consultés auprès du Département de l'Enseignement et de la Formation de la Communauté flamande. Le maintien de l'organisation des formations est subordonné à la confirmation périodique de cet agrément.
Le présent article ne produit ses effets que moyennant la conclusion, au plus tard le 30 septembre 2020, d'une convention d'enseignement concernant l'option Défense et sécurité entre les parties suivantes :
1° le ministre flamand compétent pour l'enseignement ;
2° le ministre flamand compétent pour l'emploi ;
3° les ministres fédéraux compétents pour les divers secteurs de la sécurité ;
4° les représentants des autorités scolaires dans l'enseignement secondaire. ".
" Art. 6quinquies. L'offre de l'option " Défense et sécurité " est soumise à la restriction ou à la condition suivante :
1° l'option peut être organisée auprès de seize établissements d'enseignement maximum agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande, dont huit appartiennent à l'enseignement officiel et huit à l'enseignement libre, compte tenu d'une répartition géographique équilibrée ;
2° avant le début de l'année scolaire de création, les établissements d'enseignement organisateurs reçoivent des autorités fédérales compétentes l'agrément de la formation en application de la réglementation fédérale en vigueur et conformément aux accords écrits à ce sujet entre les autorités flamandes et fédérales. Ces accords écrits peuvent être consultés auprès du Département de l'Enseignement et de la Formation de la Communauté flamande. Le maintien de l'organisation des formations est subordonné à la confirmation périodique de cet agrément.
Le présent article ne produit ses effets que moyennant la conclusion, au plus tard le 30 septembre 2020, d'une convention d'enseignement concernant l'option Défense et sécurité entre les parties suivantes :
1° le ministre flamand compétent pour l'enseignement ;
2° le ministre flamand compétent pour l'emploi ;
3° les ministres fédéraux compétents pour les divers secteurs de la sécurité ;
4° les représentants des autorités scolaires dans l'enseignement secondaire. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt in bijlage I onder het opschrift "STUDIEGEBIED MAATSCHAPPELIJKE VEILIGHEID" het volgende toegevoegd:
"Derde graad tso: eerste en tweede leerjaar
1. Defensie en veiligheid (onverminderd artikel 6quinquies, tweede lid, van dit besluit)".
"Derde graad tso: eerste en tweede leerjaar
1. Defensie en veiligheid (onverminderd artikel 6quinquies, tweede lid, van dit besluit)".
Art. 10. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, il est ajouté à l'annexe Ire>, sous l'intitulé " DISCIPLINE MAATSCHAPPELIJKE VEILIGHEID (Sécurité de la société) ", ce qui suit :
" Troisième degré EST : première et deuxième années d'études
1. Défense et sécurité (sans préjudice de l'article 6quinquies, alinéa 2, du présent arrêté) ".
" Troisième degré EST : première et deuxième années d'études
1. Défense et sécurité (sans préjudice de l'article 6quinquies, alinéa 2, du présent arrêté) ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art. 11. In het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt een artikel 8quater ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8quater. De opleidingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd worden wat de programmatie betreft in de volgende categorieën ingedeeld:
1° een opleiding waar in de concordantietabel voor het stelsel van leren en werken, die is opgenomen in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs, de vermelding "te schrappen" bij staat, is niet programmeerbaar;
2° een opleiding uit een cluster als vermeld in bijlage XXI die bij dit besluit is gevoegd, is vrij programmeerbaar als het centrum uit diezelfde cluster al een of meer andere opleidingen organiseert;
3° een opleiding is programmeerbaar na goedkeuring door de Vlaamse Regering als:
a) het centrum uit een cluster als vermeld in bijlage XXI, die bij dit besluit is gevoegd, nog geen andere opleidingen organiseert;
b) de opleiding is opgenomen in de lijst, vermeld in punt 32 van bijlage XXI die bij dit besluit is gevoegd."
"Art. 8quater. De opleidingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd worden wat de programmatie betreft in de volgende categorieën ingedeeld:
1° een opleiding waar in de concordantietabel voor het stelsel van leren en werken, die is opgenomen in bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs, de vermelding "te schrappen" bij staat, is niet programmeerbaar;
2° een opleiding uit een cluster als vermeld in bijlage XXI die bij dit besluit is gevoegd, is vrij programmeerbaar als het centrum uit diezelfde cluster al een of meer andere opleidingen organiseert;
3° een opleiding is programmeerbaar na goedkeuring door de Vlaamse Regering als:
a) het centrum uit een cluster als vermeld in bijlage XXI, die bij dit besluit is gevoegd, nog geen andere opleidingen organiseert;
b) de opleiding is opgenomen in de lijst, vermeld in punt 32 van bijlage XXI die bij dit besluit is gevoegd."
Art. 11. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, il est inséré un article 8quater libellé comme suit :
" Art. 8quater. Les formations de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et de l'apprentissage sont classées dans les catégories suivantes en ce qui concerne le programmation :
1° une formation en regard de laquelle figure la mention " à supprimer " dans la table de concordance pour le système d'apprentissage et de travail, reprise en annexe 4 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire, n'est pas programmable ;
2° une formation d'un cluster tel que visé à l'annexe XXI jointe au présent arrêté est librement programmable si le centre de ce même cluster organise déjà une ou plusieurs autres formations ;
3° une formation est programmable après approbation par le Gouvernement flamand si :
a) le centre d'un cluster tel que visé à l'annexe XXI jointe au présent arrêté n'organise pas encore d'autres formation ;
b) la formation a été reprise sur la liste visée au point 32 de l'annexe XXI jointe au présent arrêté. "
" Art. 8quater. Les formations de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et de l'apprentissage sont classées dans les catégories suivantes en ce qui concerne le programmation :
1° une formation en regard de laquelle figure la mention " à supprimer " dans la table de concordance pour le système d'apprentissage et de travail, reprise en annexe 4 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire, n'est pas programmable ;
2° une formation d'un cluster tel que visé à l'annexe XXI jointe au présent arrêté est librement programmable si le centre de ce même cluster organise déjà une ou plusieurs autres formations ;
3° une formation est programmable après approbation par le Gouvernement flamand si :
a) le centre d'un cluster tel que visé à l'annexe XXI jointe au présent arrêté n'organise pas encore d'autres formation ;
b) la formation a été reprise sur la liste visée au point 32 de l'annexe XXI jointe au présent arrêté. "
Art. 12. Artikel 17 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 juli 2017 en 19 juli 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 17. Binnen de beschikbare kredieten bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, per schooljaar het bedrag van de aanvullende werkingsmiddelen dat aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar.
De aanvullende werkingsmiddelen voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden bij het voorschot op het werkingsbudget gevoegd.".
"Art. 17. Binnen de beschikbare kredieten bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, per schooljaar het bedrag van de aanvullende werkingsmiddelen dat aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar.
De aanvullende werkingsmiddelen voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden bij het voorschot op het werkingsbudget gevoegd.".
Art. 12. L'article 17 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 juillet 2017 et 19 juillet 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 17. Dans les limites des crédits disponibles, le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation détermine, par année scolaire, le montant des moyens de fonctionnement complémentaires octroyé à un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sur la base du nombre de jours effectivement prestés par les jeunes dans la phase de participation au marché de l'emploi ou la composante de démarrage durant l'année scolaire précédente.
Les moyens de fonctionnement complémentaires pour les centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sont ajoutés à l'avance sur le budget de fonctionnement. ".
" Art. 17. Dans les limites des crédits disponibles, le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation détermine, par année scolaire, le montant des moyens de fonctionnement complémentaires octroyé à un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sur la base du nombre de jours effectivement prestés par les jeunes dans la phase de participation au marché de l'emploi ou la composante de démarrage durant l'année scolaire précédente.
Les moyens de fonctionnement complémentaires pour les centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sont ajoutés à l'avance sur le budget de fonctionnement. ".
Art. 13. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt een bijlage XXI toegevoegd, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 13. Au même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, il est ajouté une annexe XXI, jointe en annexe 1re au présent arrêté.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende de organisatie van stages en sociaal-maatschappelijke trainingen in het buitengewoon secundair onderwijs
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016 relatif à l'organisation de stages et sessions de préparation à la vie sociale et sociétale dans l'enseignement secondaire spécial
Art. 14. Aan artikel 1, § 3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende de organisatie van stages en sociaal-maatschappelijke trainingen in het buitengewoon secundair onderwijs worden de volgende zinnen toegevoegd:
"De klassenraad kan die duur verlengen tot zestig dagen. De duur kan langer verlengd worden als de klassenraad daarvoor een bijkomende motivering opstelt voor individuele leerlingen.".
"De klassenraad kan die duur verlengen tot zestig dagen. De duur kan langer verlengd worden als de klassenraad daarvoor een bijkomende motivering opstelt voor individuele leerlingen.".
Art. 14. A l'article 1er, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016 relatif à l'organisation de stages et sessions de préparation à la vie sociale et sociétale dans l'enseignement secondaire spécial, les phrases suivantes sont ajoutées :
" Le conseil de classe peut porter cette durée à soixante jours. La durée peut être prolongée au-delà de cette période si le conseil de classe rédige une motivation supplémentaire pour des élèves individuels. ".
" Le conseil de classe peut porter cette durée à soixante jours. La durée peut être prolongée au-delà de cette période si le conseil de classe rédige une motivation supplémentaire pour des élèves individuels. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende curriculumdossiers en leerplannen in het onderwijs
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif aux dossiers du cursus scolaire et aux programmes d'études dans l'enseignement
Art. 15. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende curriculumdossiers en leerplannen in het onderwijs wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. De instanties, vermeld in artikel 1, dienen een curriculumdossier ter goedkeuring in bij de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop het van toepassing wordt.
Of het curriculumdossier beantwoordt aan artikel 147/1, § 1 en 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 wordt getoetst door:
1° de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs en de onderwijsinspectie, elk afzonderlijk, als het structuuronderdeel niet als duaal structuuronderdeel kan worden georganiseerd;
2° de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs, de bevoegde dienst uit het beleidsdomein werk en de onderwijsinspectie, elk afzonderlijk, als het structuuronderdeel alleszins als duaal structuuronderdeel kan worden georganiseerd.
De Vlaamse Regering beslist uiterlijk twee maanden na indiening over de goedkeuring van een curriculumdossier. Als binnen die termijn geen beslissing is genomen, is het curriculumdossier van rechtswege goedgekeurd.
Als de Vlaamse Regering het curriculumdossier niet goedkeurt, herwerken de instanties het curriculumdossier. Ze houden daarbij rekening met de adviezen van de bevoegde dienst of diensten, naargelang van het geval, en de onderwijsinspectie. Uiterlijk één maand na de beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-goedkeuring, dienen de instanties het herwerkte curriculumdossier ter goedkeuring in bij de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk twee weken na die indiening.
De termijnen in dit artikel gelden als vervaltermijnen.".
"Art. 2. De instanties, vermeld in artikel 1, dienen een curriculumdossier ter goedkeuring in bij de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop het van toepassing wordt.
Of het curriculumdossier beantwoordt aan artikel 147/1, § 1 en 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 wordt getoetst door:
1° de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs en de onderwijsinspectie, elk afzonderlijk, als het structuuronderdeel niet als duaal structuuronderdeel kan worden georganiseerd;
2° de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs, de bevoegde dienst uit het beleidsdomein werk en de onderwijsinspectie, elk afzonderlijk, als het structuuronderdeel alleszins als duaal structuuronderdeel kan worden georganiseerd.
De Vlaamse Regering beslist uiterlijk twee maanden na indiening over de goedkeuring van een curriculumdossier. Als binnen die termijn geen beslissing is genomen, is het curriculumdossier van rechtswege goedgekeurd.
Als de Vlaamse Regering het curriculumdossier niet goedkeurt, herwerken de instanties het curriculumdossier. Ze houden daarbij rekening met de adviezen van de bevoegde dienst of diensten, naargelang van het geval, en de onderwijsinspectie. Uiterlijk één maand na de beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-goedkeuring, dienen de instanties het herwerkte curriculumdossier ter goedkeuring in bij de bevoegde dienst uit het beleidsdomein onderwijs. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk twee weken na die indiening.
De termijnen in dit artikel gelden als vervaltermijnen.".
Art. 15. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif aux dossiers du cursus scolaire et aux programmes d'études dans l'enseignement est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. Les instances visées à l'article 1er soumettent un dossier du cursus scolaire pour approbation au service compétent du domaine politique de l'Enseignement au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire précédant celle à laquelle il s'applique.
La conformité du dossier du cursus scolaire à l'article 147/1, §§ 1er et 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 est vérifiée par :
1° le service compétent du domaine politique de l'Enseignement et l'Inspection de l'Enseignement, chacun séparément, si la subdivision structurelle ne peut pas être organisée comme subdivision structurelle duale ;
2° le service compétent du domaine politique de l'Enseignement, le service compétent du domaine politique de l'Emploi et l'Inspection de l'Enseignement, chacun séparément, si la subdivision structurelle peut en tout cas être organisée comme subdivision structurelle duale.
Le Gouvernement flamand décide de l'approbation du dossier du cursus scolaire au plus tard deux mois après son dépôt. Si aucune décision n'a été prise dans ce délai, le dossier du cursus scolaire sera approuvé de plein droit.
Si le Gouvernement flamand n'approuve pas le dossier du cursus scolaire, les instances le remanient en tenant compte des avis du ou des services compétents, selon le cas, et de l'Inspection de l'Enseignement. Au plus tard un mois après la décision de non-approbation du Gouvernement flamand, les instances soumettent le dossier du cursus scolaire remanié pour approbation au service compétent du domaine politique de l'Enseignement. Le Gouvernement flamand prend sa décision au plus tard deux semaines après ce dépôt.
Les délais mentionnés au présent article sont considérés comme des délais de forclusion. ".
" Art. 2. Les instances visées à l'article 1er soumettent un dossier du cursus scolaire pour approbation au service compétent du domaine politique de l'Enseignement au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire précédant celle à laquelle il s'applique.
La conformité du dossier du cursus scolaire à l'article 147/1, §§ 1er et 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 est vérifiée par :
1° le service compétent du domaine politique de l'Enseignement et l'Inspection de l'Enseignement, chacun séparément, si la subdivision structurelle ne peut pas être organisée comme subdivision structurelle duale ;
2° le service compétent du domaine politique de l'Enseignement, le service compétent du domaine politique de l'Emploi et l'Inspection de l'Enseignement, chacun séparément, si la subdivision structurelle peut en tout cas être organisée comme subdivision structurelle duale.
Le Gouvernement flamand décide de l'approbation du dossier du cursus scolaire au plus tard deux mois après son dépôt. Si aucune décision n'a été prise dans ce délai, le dossier du cursus scolaire sera approuvé de plein droit.
Si le Gouvernement flamand n'approuve pas le dossier du cursus scolaire, les instances le remanient en tenant compte des avis du ou des services compétents, selon le cas, et de l'Inspection de l'Enseignement. Au plus tard un mois après la décision de non-approbation du Gouvernement flamand, les instances soumettent le dossier du cursus scolaire remanié pour approbation au service compétent du domaine politique de l'Enseignement. Le Gouvernement flamand prend sa décision au plus tard deux semaines après ce dépôt.
Les délais mentionnés au présent article sont considérés comme des délais de forclusion. ".
Art. 16. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3. Als de instanties, vermeld in artikel 1, geen curriculumdossier of geen herwerkt curriculumdossier hebben ingediend binnen de vastgelegde termijn of als de Vlaamse Regering het herwerkte curriculumdossier niet goedkeurt, dan wordt het curriculumdossier samengesteld door de bevoegde dienst of diensten, naargelang van het geval. De bevoegde dienst of diensten, naargelang van het geval, houden waar mogelijk rekening houden met de standpunten van de voormelde instanties.
De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring van het curriculumdossier, na advies van de onderwijsinspectie. Als uiterlijk op 31 december van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop het curriculumdossier van toepassing wordt, geen beslissing is genomen, is het curriculumdossier van rechtswege goedgekeurd.
De termijnen in dit artikel gelden als vervaltermijnen.".
"Art. 3. Als de instanties, vermeld in artikel 1, geen curriculumdossier of geen herwerkt curriculumdossier hebben ingediend binnen de vastgelegde termijn of als de Vlaamse Regering het herwerkte curriculumdossier niet goedkeurt, dan wordt het curriculumdossier samengesteld door de bevoegde dienst of diensten, naargelang van het geval. De bevoegde dienst of diensten, naargelang van het geval, houden waar mogelijk rekening houden met de standpunten van de voormelde instanties.
De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring van het curriculumdossier, na advies van de onderwijsinspectie. Als uiterlijk op 31 december van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop het curriculumdossier van toepassing wordt, geen beslissing is genomen, is het curriculumdossier van rechtswege goedgekeurd.
De termijnen in dit artikel gelden als vervaltermijnen.".
Art. 16. L'article 3 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3. Si les instances visées à l'article 1er n'ont pas soumis de dossier du cursus scolaire ou de dossier du cursus scolaire remanié dans le délai imparti ou si le Gouvernement flamand n'approuve pas le dossier du cursus scolaire remanié, le ou les services compétents, selon le cas, constituent alors le dossier du cursus scolaire. Le ou les services compétents, selon le cas, tiennent compte, si possible, des positions des instances précitées.
Le Gouvernement flamand décide de l'approbation du dossier du cursus scolaire, sur avis de l'Inspection de l'Enseignement. Si aucune décision n'a été prise au plus tard le 31 décembre de l'année scolaire qui précède celle à laquelle le dossier du cursus scolaire s'applique, le dossier du cursus scolaire sera approuvé de plein droit.
Les délais mentionnés au présent article sont considérés comme des délais de forclusion. ".
" Art. 3. Si les instances visées à l'article 1er n'ont pas soumis de dossier du cursus scolaire ou de dossier du cursus scolaire remanié dans le délai imparti ou si le Gouvernement flamand n'approuve pas le dossier du cursus scolaire remanié, le ou les services compétents, selon le cas, constituent alors le dossier du cursus scolaire. Le ou les services compétents, selon le cas, tiennent compte, si possible, des positions des instances précitées.
Le Gouvernement flamand décide de l'approbation du dossier du cursus scolaire, sur avis de l'Inspection de l'Enseignement. Si aucune décision n'a été prise au plus tard le 31 décembre de l'année scolaire qui précède celle à laquelle le dossier du cursus scolaire s'applique, le dossier du cursus scolaire sera approuvé de plein droit.
Les délais mentionnés au présent article sont considérés comme des délais de forclusion. ".
Art. 17. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "de bevoegde dienst" telkens vervangen door de woorden "de bevoegde dienst of diensten, naargelang van het geval,".
Art. 17. A l'article 5 du même arrêté, les mots " le service compétent " sont chaque fois remplacés par les mots " le ou les services compétents, selon le cas, ".
Art. 18. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit wordt het punt 8° vervangen door wat volgt:
"8° voor zover het structuuronderdeel alleszins als duaal structuuronderdeel kan worden georganiseerd:
a) een clustering van beroepsgerichte competenties, gebaseerd op een of meerdere beroepskwalificaties of een of meerdere deelkwalificaties voor de modulaire organisatie;
b) de werkplekcomponent bestaande uit het gemiddeld aantal uren per week op jaarbasis, de geldende overeenkomst alternerende opleiding en de contexten waarop de werkplekcomponent van toepassing is zoals afgesproken wordt in de sectorale partnerschappen;
c) het aanloopstructuuronderdeel dat, afgeleid van het curriculumdossier, georganiseerd kan worden;
d) de onderliggende beroepskwalificatie die van rechtswege studievoortgang toelaat;".
"8° voor zover het structuuronderdeel alleszins als duaal structuuronderdeel kan worden georganiseerd:
a) een clustering van beroepsgerichte competenties, gebaseerd op een of meerdere beroepskwalificaties of een of meerdere deelkwalificaties voor de modulaire organisatie;
b) de werkplekcomponent bestaande uit het gemiddeld aantal uren per week op jaarbasis, de geldende overeenkomst alternerende opleiding en de contexten waarop de werkplekcomponent van toepassing is zoals afgesproken wordt in de sectorale partnerschappen;
c) het aanloopstructuuronderdeel dat, afgeleid van het curriculumdossier, georganiseerd kan worden;
d) de onderliggende beroepskwalificatie die van rechtswege studievoortgang toelaat;".
Art. 18. A l'annexe 2 du même arrêté, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° dans la mesure où la subdivision structurelle peut en tout cas être organisée comme subdivision structurelle duale :
a) un groupement en clusters de compétences professionnelles basées sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou une ou plusieurs qualifications partielles pour l'organisation modulaire ;
b) la composante lieu de travail, soit le nombre moyen d'heures par semaine sur une base annuelle, le contrat de formation en alternance en vigueur et les contextes auxquels la composante lieu de travail s'applique tel que convenu dans les partenariats sectoriels ;
c) la subdivision structurelle de démarrage qui, sur la base du dossier du cursus scolaire, peut être organisée ;
d) la qualification professionnelle sous-jacente qui autorise de plein la progression des études ; ".
" 8° dans la mesure où la subdivision structurelle peut en tout cas être organisée comme subdivision structurelle duale :
a) un groupement en clusters de compétences professionnelles basées sur une ou plusieurs qualifications professionnelles ou une ou plusieurs qualifications partielles pour l'organisation modulaire ;
b) la composante lieu de travail, soit le nombre moyen d'heures par semaine sur une base annuelle, le contrat de formation en alternance en vigueur et les contextes auxquels la composante lieu de travail s'applique tel que convenu dans les partenariats sectoriels ;
c) la subdivision structurelle de démarrage qui, sur la base du dossier du cursus scolaire, peut être organisée ;
d) la qualification professionnelle sous-jacente qui autorise de plein la progression des études ; ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire
Art. 19. Artikel 4/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 4/1. Voor elk structuuronderdeel met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt uit de matrix is de samenstelling van een of meer beroepskwalificaties, deelkwalificaties of sets van competenties uit beroepskwalificaties opgenomen in bijlage 4/1 die bij dit besluit is gevoegd.".
"Art. 4/1. Voor elk structuuronderdeel met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt uit de matrix is de samenstelling van een of meer beroepskwalificaties, deelkwalificaties of sets van competenties uit beroepskwalificaties opgenomen in bijlage 4/1 die bij dit besluit is gevoegd.".
Art. 19. L'article 4/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018 portant certaines mesures concernant la modernisation de l'enseignement secondaire, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4/1. Pour chaque subdivision structurelle à double finalité ou à finalité `insertion sur le marché du travail' de la matrice, la composition d'une ou de plusieurs qualifications professionnelles, qualifications partielles ou d'un ou de plusieurs ensembles de compétences de qualifications professionnelles est reprise à l'annexe 4/1 jointe au présent arrêté. ".
" Art. 4/1. Pour chaque subdivision structurelle à double finalité ou à finalité `insertion sur le marché du travail' de la matrice, la composition d'une ou de plusieurs qualifications professionnelles, qualifications partielles ou d'un ou de plusieurs ensembles de compétences de qualifications professionnelles est reprise à l'annexe 4/1 jointe au présent arrêté. ".
Art. 20. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 20. L'annexe 2 du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 21. Bijlage 4 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 21. L'annexe 4 du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, est remplacée par l'annexe 3 jointe au présent arrêté.
Art. 22. Bijlage 4/1 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt vervangen door bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 22. L'annexe 4/1 du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, est remplacée par l'annexe 4, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2018 fixant des mesures d'exécution concernant la formation duale et la phase de démarrage et diverses autres mesures
Art. 23. In het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 en 19 juli 2019, wordt een artikel 7bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 7bis. De volgende organisatoren zijn organisatoren die instaan voor de organisatie van de aanloopfase als vermeld in artikel 357/53 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en voor de organisatie van extra ondersteuning als vermeld in artikel 357/24 van de voormelde codex:
1° Alternatief vzw;
2° Argos vzw;
3° Arktos vzw;
4° Compaan vzw;
5° Emino Antwerpen DOV;
6° Emino vzw;
7° Groep Intro vzw;
8° IN-Z vzw;
9° Jes Brussel;
10° Jes Gent;
11° Jongerenatelier vzw;
12° Kringloopcentrum Leefbaar Wonen vzw;
13° Lejo vzw;
14° LOOA vzw;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw;
16° OCMW Aalst;
17° OCMW Ninove;
18° OCMW Sint-Niklaas;
19° Oranjehuis vzw;
20° Profo vzw;
21° ROJM vzw;
22° Stad Eeklo;
23° Stad Gent - Dienst Werk;
24° WEB VZW;
25° Werken en Leren Antwerpen vzw (vanaf 01/01/2020 GATAM vzw);
26° Werkperspectief vzw."
"Art. 7bis. De volgende organisatoren zijn organisatoren die instaan voor de organisatie van de aanloopfase als vermeld in artikel 357/53 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en voor de organisatie van extra ondersteuning als vermeld in artikel 357/24 van de voormelde codex:
1° Alternatief vzw;
2° Argos vzw;
3° Arktos vzw;
4° Compaan vzw;
5° Emino Antwerpen DOV;
6° Emino vzw;
7° Groep Intro vzw;
8° IN-Z vzw;
9° Jes Brussel;
10° Jes Gent;
11° Jongerenatelier vzw;
12° Kringloopcentrum Leefbaar Wonen vzw;
13° Lejo vzw;
14° LOOA vzw;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw;
16° OCMW Aalst;
17° OCMW Ninove;
18° OCMW Sint-Niklaas;
19° Oranjehuis vzw;
20° Profo vzw;
21° ROJM vzw;
22° Stad Eeklo;
23° Stad Gent - Dienst Werk;
24° WEB VZW;
25° Werken en Leren Antwerpen vzw (vanaf 01/01/2020 GATAM vzw);
26° Werkperspectief vzw."
Art. 23. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2018 fixant des mesures d'exécution concernant la formation duale et la phase de démarrage et diverses autres mesures, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 avril 2019 et 19 juillet 2019, il est inséré un article 7bis libellé comme suit :
" Art. 7bis. Les organisateurs suivants se chargent de l'organisation de la phase de démarrage visée à l'article 357/53 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et de l'organisation du soutien supplémentaire visé à l'article 357/24 du code précité :
1° Alternatief vzw ;
2° Argos vzw ;
3° Arktos vzw ;
4° Compaan vzw ;
5° Emino Antwerpen DOV ;
6° Emino vzw ;
7° Groep Intro vzw ;
8° IN-Z vzw ;
9° Jes Brussel ;
10° Jes Gent ;
11° Jongerenatelier vzw ;
12° Kringloopcentrum Leefbaar Wonen vzw ;
13° Lejo vzw ;
14° LOOA vzw ;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw ;
16° OCMW Aalst ;
17° OCMW Ninove ;
18° OCMW Sint-Niklaas ;
19° Oranjehuis vzw ;
20° Profo vzw ;
21° ROJM vzw ;
22° Stad Eeklo ;
23° Stad Gent - Dienst Werk ;
24° WEB VZW ;
25° Werken en Leren Antwerpen vzw (à partir du 01/01/2020 GATAM vzw) ;
26° Werkperspectief vzw. "
" Art. 7bis. Les organisateurs suivants se chargent de l'organisation de la phase de démarrage visée à l'article 357/53 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et de l'organisation du soutien supplémentaire visé à l'article 357/24 du code précité :
1° Alternatief vzw ;
2° Argos vzw ;
3° Arktos vzw ;
4° Compaan vzw ;
5° Emino Antwerpen DOV ;
6° Emino vzw ;
7° Groep Intro vzw ;
8° IN-Z vzw ;
9° Jes Brussel ;
10° Jes Gent ;
11° Jongerenatelier vzw ;
12° Kringloopcentrum Leefbaar Wonen vzw ;
13° Lejo vzw ;
14° LOOA vzw ;
15° Noord Limburg Open Atelier vzw ;
16° OCMW Aalst ;
17° OCMW Ninove ;
18° OCMW Sint-Niklaas ;
19° Oranjehuis vzw ;
20° Profo vzw ;
21° ROJM vzw ;
22° Stad Eeklo ;
23° Stad Gent - Dienst Werk ;
24° WEB VZW ;
25° Werken en Leren Antwerpen vzw (à partir du 01/01/2020 GATAM vzw) ;
26° Werkperspectief vzw. "
Art. 24. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt:
"De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden als een onderwijskwalificatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt alleen als een onderwijskwalificatie als het uitgereikt wordt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het voormelde decreet.";
2° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld. Op het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld, als het studiebewijs wordt uitgereikt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.".
1° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt:
"De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden als een onderwijskwalificatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt alleen als een onderwijskwalificatie als het uitgereikt wordt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het voormelde decreet.";
2° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld. Op het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld, als het studiebewijs wordt uitgereikt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.".
Art. 24. A l'article 8 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Les titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, valent qualification d'enseignement telle que visée à l'article 14 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. Le titre visé à l'alinéa 1er, 4°, ne vaut qualification d'enseignement que s'il est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret précité. " ;
2° au paragraphe 3, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les modèles de titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, indiquent explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précisent son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications. Le modèle de titre visé à l'alinéa 1er, 4°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précise son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications si le titre est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Les titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, valent qualification d'enseignement telle que visée à l'article 14 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. Le titre visé à l'alinéa 1er, 4°, ne vaut qualification d'enseignement que s'il est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret précité. " ;
2° au paragraphe 3, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les modèles de titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, indiquent explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précisent son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications. Le modèle de titre visé à l'alinéa 1er, 4°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précise son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications si le titre est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. 25. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 9. Binnen de beschikbare kredieten bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, per schooljaar het bedrag van de aanvullende werkingsmiddelen dat aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar.
De aanvullende werkingsmiddelen voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden bij het voorschot op het werkingsbudget gevoegd.".
"Art. 9. Binnen de beschikbare kredieten bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, per schooljaar het bedrag van de aanvullende werkingsmiddelen dat aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar.
De aanvullende werkingsmiddelen voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden bij het voorschot op het werkingsbudget gevoegd.".
Art. 25. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 9. Dans les limites des crédits disponibles, le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation détermine, par année scolaire, le montant des moyens de fonctionnement complémentaires octroyé à un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sur la base du nombre de jours effectivement prestés par les jeunes dans la phase de participation au marché de l'emploi ou la composante de démarrage durant l'année scolaire précédente.
Les moyens de fonctionnement complémentaires pour les centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sont ajoutés à l'avance sur le budget de fonctionnement. ".
" Art. 9. Dans les limites des crédits disponibles, le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation détermine, par année scolaire, le montant des moyens de fonctionnement complémentaires octroyé à un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sur la base du nombre de jours effectivement prestés par les jeunes dans la phase de participation au marché de l'emploi ou la composante de démarrage durant l'année scolaire précédente.
Les moyens de fonctionnement complémentaires pour les centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel sont ajoutés à l'avance sur le budget de fonctionnement. ".
Art. 26. In bijlage 5 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt de bepaling "(*) Dit mag alleen vermeld worden bij een opleiding uit het beroepssecundair onderwijs" vervangen door wat volgt:
"(*) Op het model van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs mag alleen worden verwezen naar "onderwijskwalificatie", "beroepskwalificatie" of "deelkwalificatie" als het getuigschrift wordt uitgereikt in het gewoon of buitengewoon beroepssecundair onderwijs en als de opleiding uit minstens één beroepskwalificatie of deelkwalificatie bestaat.".
"(*) Op het model van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs mag alleen worden verwezen naar "onderwijskwalificatie", "beroepskwalificatie" of "deelkwalificatie" als het getuigschrift wordt uitgereikt in het gewoon of buitengewoon beroepssecundair onderwijs en als de opleiding uit minstens één beroepskwalificatie of deelkwalificatie bestaat.".
Art. 26. A l'annexe 5 du même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, la disposition " (*) Ceci ne peut être mentionné que dans le cas d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel " est remplacée par ce qui suit :
" Le modèle de certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ne peut faire référence à une " qualification d'enseignement ", une " qualification professionnelle " ou à une " qualification partielle " que si le certificat est délivré dans l'enseignement secondaire professionnel ordinaire ou spécial et si la formation comporte au moins une qualification professionnelle ou une qualification partielle. ".
" Le modèle de certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ne peut faire référence à une " qualification d'enseignement ", une " qualification professionnelle " ou à une " qualification partielle " que si le certificat est délivré dans l'enseignement secondaire professionnel ordinaire ou spécial et si la formation comporte au moins une qualification professionnelle ou une qualification partielle. ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4 en diverse andere maatregelen
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 portant les mesures d'exécution concernant la formation duale dans l'enseignement secondaire spécial des formes d'enseignement 3 et 4 et diverses autres mesures
Art. 27. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4 en diverse andere maatregelen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
"De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden als een onderwijskwalificatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt alleen als een onderwijskwalificatie als het uitgereikt wordt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het voormelde decreet.";
2° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld. Op het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld, als het studiebewijs wordt uitgereikt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.".
1° in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
"De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden als een onderwijskwalificatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt alleen als een onderwijskwalificatie als het uitgereikt wordt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het voormelde decreet.";
2° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld. Op het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld, als het studiebewijs wordt uitgereikt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.".
Art. 27. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 portant les mesures d'exécution concernant la formation duale dans l'enseignement secondaire spécial des formes d'enseignement 3 et 4 et diverses autres mesures, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Les titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, valent qualification d'enseignement telle que visée à l'article 14 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. Le titre visé à l'alinéa 1er, 4°, ne vaut qualification d'enseignement que s'il est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret précité. " ;
2° au paragraphe 4, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les modèles de titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, indiquent explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précisent son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications. Le modèle de titre visé à l'alinéa 1er, 4°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précise son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications si le titre est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
1° au paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Les titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, valent qualification d'enseignement telle que visée à l'article 14 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. Le titre visé à l'alinéa 1er, 4°, ne vaut qualification d'enseignement que s'il est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret précité. " ;
2° au paragraphe 4, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les modèles de titres visés à l'alinéa 1er, 1° à 3°, indiquent explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précisent son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications. Le modèle de titre visé à l'alinéa 1er, 4°, indique explicitement qu'il s'agit d'une qualification d'enseignement et précise son niveau dans la structure flamande des certifications et le cadre européen des certifications si le titre est délivré dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire professionnel répondant à la composition visée à l'article 14, 2°, du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2020, met uitzondering van:
1° de artikelen 2 tot en met 4 die in werking treden op 1 januari 2021;
2° artikel 8 dat uitwerking heeft met ingang van 30 juni 2020.
1° de artikelen 2 tot en met 4 die in werking treden op 1 januari 2021;
2° artikel 8 dat uitwerking heeft met ingang van 30 juni 2020.
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2020, à l'exception :
1° des articles 2 à 4, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2021 ;
2° de l'article 8, qui produit ses effets à partir du 30 juin 2020.
1° des articles 2 à 4, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2021 ;
2° de l'article 8, qui produit ses effets à partir du 30 juin 2020.
Art. 29. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 29. Le ministre flamand qui a l'Emploi dans ses attributions et le ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage XXI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
Bijlage XXI. Lijst van opleidingen uit het stelsel van leren en werken, opgedeeld in clusters
1° Administratie;
a) Administratief medewerker;
b) Administratief medewerker expeditie;
c) Administratief medewerker kmo;
d) Callcentermedewerker;
2° Afwerking ruwbouw;
a) Dekvloerlegger;
b) Stukadoor;
c) Tegelzetter;
3° Auto;
a) Bandenmonteur;
b) Carrosseriehersteller;
c) Demonteur/monteur carrosserie;
d) Onderhouds- en diagnosetechnicus personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
e) Onderhouds- en diagnosetechnicus zware bedrijfsvoertuigen;
f) Onderhoudsmecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
g) Onderhoudsmecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
h) Polyvalent mecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
i) Polyvalent mecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
j) Plaatwerker carrosserie;
k) Spuiter carrosserie;
l) Voorbewerker carrosserie;
4° Bakkerij;
a) Banketbakker;
b) Brood- en banketbakker;
c) Broodbakker;
d) Chocoladebewerker;
e) IJsbereider;
5° Binnenvaart;
a) Matroos binnenvaart;
b) Matroos motordrijver binnenvaart;
6° Dakwerken;
a) Dakafdichter;
b) Dakdekker;
c) Dakdekker leien en pannen;
d) Dakdekker metalen daken;
7° Elektriciteit;
a) Bordenbouwer;
b) Industrieel elektrotechnisch installateur;
c) Residentieel elektrotechnisch installateur;
d) Technicus domotica;
e) Technicus immotica;
f) Tertiair elektrotechnisch installateur;
8° Grafische sector;
a) Assistent flexodrukker;
b) Desktop publisher;
c) Drukafwerker;
d) Drukker-flexograaf;
e) Drukvoorbereider;
f) Grafisch vormgever;
g) Hulpdrukker;
h) Offsetdrukker;
i) Typo-drukker;
j) Webdesigner;
9° Hoefsmederij;
a) Assistent-hoefsmid;
b) Hoefsmid;
10° Horeca;
a) Grootkeukenhulpkok;
b) Grootkeukenkok;
c) Grootkeukenmedewerker;
d) Hulpkelner;
e) Hulpkok;
f) Kelner;
g) Keukenmedewerker;
h) Kok;
i) Medewerker kamerdienst;
j) Medewerker snackbar-taverne;
11° Kapper;
a) Kapper;
b) Kapper-salonverantwoordelijke;
12° Kleding en confectie;
a) Confectiestikster;
b) Confectioneur van breiwerk;
c) Confectioneur van dameskleding;
d) Confectioneur van dassen, strikken, sjaals;
e) Confectioneur van herenkleding;
f) Confectioneur van huishoudlinnen;
g) Confectioneur van kinderkleding;
h) Confectioneur van linnengoed;
i) Confectioneur van plastiekkleding;
j) Confectioneur van regenkleding;
k) Confectioneur van sportkledij;
l) Confectioneur van werkkledij;
m) Dameskleermaker;
n) Hemdenmaker;
o) Herenkleermaker;
p) Korsettenmaker;
q) Naaister;
r) Operator in de snij- en stikafdeling;
s) Operator in de stikafdeling;
t) Operator in de strijk- en persafdeling;
u) Patronenmaker;
v) Retoucheerder;
w) Stikster;
13° Koeling en warmte;
a) Koelmonteur;
b) Monteur centrale verwarming;
c) Sanitair installateur;
14° Lassen-constructie;
a) Hoeknaadlasser;
b) Lasser beklede elektrode;
c) Lasser MIG/MAG;
d) Lasser TIG;
e) Pijpfitter;
f) Pijplasser;
g) Plaatlasser;
15° Magazijn;
a) Bestuurder heftruck;
b) Bestuurder reachtruck;
c) Magazijnmedewerker;
16° Meubel, interieur en schrijnwerk;
a) Binnenschrijnwerker;
b) Buitenschrijnwerker;
c) Daktimmerman;
d) Decor- & standenbouwer;
e) Interieurbouwer;
f) Karkassenmaker;
g) Machinaal houtbewerker;
h) Meubelmaker;
i) Meubelstoffeerder;
j) Oppervlaktebehandelaar;
k) Plaatser binnenschrijnwerk;
l) Plaatser buitenschrijnwerk;
m) Plaatser interieurelementen;
n) Plaatser parket;
o) Productiemedewerker interieurbouw;
p) Restauratievakman meubelen;
q) Werkplaatsbinnenschrijnwerker hout;
r) Werkplaatsbuitenschrijnwerker hout;
17° Podiumtechniek;
a) Assistent podiumtechnicus;
b) Podiumtechnicus;
18° Productie-industrie;
a) Assistent productieoperator hout;
b) Assistent productieoperator metaal;
c) Assistent productieoperator voeding;
d) Basisoperator proceschemie;
e) Kunststofbewerker;
f) Machineregelaar extrusie;
g) Machineregelaar spuitgieten;
h) Machineregelaar thermisch vormen;
i) Productiemedewerker hout;
j) Productiemedewerker industrie;
k) Productiemedewerker kunststoffen;
l) Productiemedewerker metaal;
m) Productiemedewerker voeding;
n) Productieoperator hout;
o) Productieoperator metaal;
p) Productieoperator voeding;
19° Ruwbouw;
a) Bekister;
b) Betonhersteller;
c) IJzervlechter;
d) Metselaar;
e) Voeger;
f) Werfbediener;
20° Schilder-decoratie;
a) Behanger;
b) Industrieel schilder;
c) Medewerker industrieel schilder;
d) Plaatser soepele vloerbekleding;
e) Schilder;
f) Schilder-decorateur;
21° Slagerij;
a) Slager;
b) Slager/bereider verkoopklare gerechten;
c) Slager/spekslager;
d) Uitsnijder-uitbener;
e) Uitsnijder-uitbener rund;
f) Uitsnijder-uitbener schaap;
g) Uitsnijder-uitbener varken;
22° Textiel;
a) Co-operator textielmachines;
b) Operator textielmachines;
c) Patroontekenaar;
d) Textieltekenaar;
e) Textieltekenaar-designer;
f) Wever;
23° Textielverzorging;
a) Medewerker textielverzorging;
b) Operator textielverzorging;
24° Tuinbouw;
a) Bloemen- en plantenteler;
b) Boomkweker;
c) Fruitteler;
d) Groenteteler;
e) Kruidenteler;
f) Tuinbouwarbeider;
g) Tuinbouwer;
25° Tuin- en groenbeheer;
a) Medewerker groen- en tuinaanleg;
b) Medewerker groen- en tuinbeheer;
c) Tuinaanlegger/groenbeheerder;
26° Tweewielers;
a) Bromfietsmecanicien;
b) Fietsmecanicien;
c) Motorfietsmecanicien;
27° Verhuis;
a) Verhuizer-drager;
b) Verhuizer-inpakker;
28° Winkel;
a) Aanvuller;
b) Kassier;
c) Verkoper;
d) Winkelbediende;
29° Zeevisserij;
a) Matroos;
b) Motorist 221 kW;
c) Roerganger;
d) Schipper beperkt vaargebied;
30° Zorg;
a) Begeleider in de kinderopvang;
b) Industriële schoonmaker;
c) Logistiek assistent in de ziekenhuizen;
d) Logistiek helper in de zorginstellingen;
e) Logistiek helper in zorginstellingen;
f) Medewerker kinderopvang;
g) Polyvalent onderhoudswerker gebouwen;
h) Thuishelper;
i) Verzorgende;
j) Verzorgende/zorgkundige;
31° Zorg (experiment modulair);
a) Basismedewerker in organisaties;
b) Begeleider in de kinderopvang;
c) Logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen;
d) Onderhoudswerker;
e) Schoonmaakhulp in de thuiszorg;
f) Schoonmaakhulp in instellingen en diensten;
g) Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige;
h) Verzorgende;
32° Andere (uitsluitend via programmatieaanvraag);
a) Animator in de evenementensector;
b) Arbeider in bos- en natuurbeheer;
c) Begrafenisondernemer;
d) Behandelaar luchtvracht en bagage;
e) Bestuurder mobiele kraan;
f) Boorder;
g) Bosbouwuitbater;
h) Bouwer en hersteller van akoestische gitaren;
i) Bouwplaatsmachinist;
j) Buurtsportwerker;
k) Clavecimbelbouwer;
l) Edelsteenzetter;
m) Florist;
n) Fotograaf;
o) Gieter van juwelen van edele metalen;
p) Glaswerker;
q) Glazenier;
r) Graveur in edele metalen;
s) Haarwerker-pruikenmaker-grimeur;
t) Hersteller van muziekinstrumenten;
u) Horlogemaker-hersteller;
v) Host(ess);
w) Industrieel isolatiewerker;
x) Industrieel maaltijdbereider;
y) Industrieel verpakker;
z) Industrieel vleesbewerker;
aa) Industrieel vleesproductenbereider;
bb) Installateur fotovoltaïsche systemen;
cc) Juwelier-goudsmid;
dd) Kunstnagelstylist;
ee) Medewerker bloemenzaak en tuincentrum;
ff) Natuursteenbewerker;
gg) Onderhoudstechnicus industriële installaties;
hh) Ontwerper van sierraden;
ii) Operator in de houtzagerij;
jj) Opticien-brillenmaker;
kk) Orgelbouwer;
ll) Orthopedie-schoentechnicus;
mm) Paardenhouder;
nn) Paletten- en krattenmaker;
oo) Pc-technicus;
pp) Pianostemmer en hersteller;
qq) Plaatser boven- en ondergrondse kabels en leidingen;
rr) Plaatser natuursteen;
ss) Pluimveehouder;
tt) Recyclagearbeider;
uu) Rigger-monteerder;
vv) Rioollegger;
ww) Schoenmaker en -hersteller;
xx) Schoonheidsspecialiste;
yy) Slotenmaker;
zz) Sportbegeleider;
aaa) Stellingbouwer;
bbb) Stratenmaker;
ccc) Tandprothesetechnicus;
ddd) Technicus elektrische zwembaduitrustingen;
eee) Technicus inbraakbeveiligingssystemen;
fff) Torenkraanbestuurder;
ggg) Vervaardiger-hersteller van optisch materiaal;
hhh) Vervaardiger van fluiten, klarinetten, hobo's en saxofoons;
iii) Werkplaatsschrijnwerker aluminium;
jjj) Werkplaatsschrijnwerker kunststoffen.
Bijlage XXI. Lijst van opleidingen uit het stelsel van leren en werken, opgedeeld in clusters
1° Administratie;
a) Administratief medewerker;
b) Administratief medewerker expeditie;
c) Administratief medewerker kmo;
d) Callcentermedewerker;
2° Afwerking ruwbouw;
a) Dekvloerlegger;
b) Stukadoor;
c) Tegelzetter;
3° Auto;
a) Bandenmonteur;
b) Carrosseriehersteller;
c) Demonteur/monteur carrosserie;
d) Onderhouds- en diagnosetechnicus personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
e) Onderhouds- en diagnosetechnicus zware bedrijfsvoertuigen;
f) Onderhoudsmecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
g) Onderhoudsmecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
h) Polyvalent mecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
i) Polyvalent mecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
j) Plaatwerker carrosserie;
k) Spuiter carrosserie;
l) Voorbewerker carrosserie;
4° Bakkerij;
a) Banketbakker;
b) Brood- en banketbakker;
c) Broodbakker;
d) Chocoladebewerker;
e) IJsbereider;
5° Binnenvaart;
a) Matroos binnenvaart;
b) Matroos motordrijver binnenvaart;
6° Dakwerken;
a) Dakafdichter;
b) Dakdekker;
c) Dakdekker leien en pannen;
d) Dakdekker metalen daken;
7° Elektriciteit;
a) Bordenbouwer;
b) Industrieel elektrotechnisch installateur;
c) Residentieel elektrotechnisch installateur;
d) Technicus domotica;
e) Technicus immotica;
f) Tertiair elektrotechnisch installateur;
8° Grafische sector;
a) Assistent flexodrukker;
b) Desktop publisher;
c) Drukafwerker;
d) Drukker-flexograaf;
e) Drukvoorbereider;
f) Grafisch vormgever;
g) Hulpdrukker;
h) Offsetdrukker;
i) Typo-drukker;
j) Webdesigner;
9° Hoefsmederij;
a) Assistent-hoefsmid;
b) Hoefsmid;
10° Horeca;
a) Grootkeukenhulpkok;
b) Grootkeukenkok;
c) Grootkeukenmedewerker;
d) Hulpkelner;
e) Hulpkok;
f) Kelner;
g) Keukenmedewerker;
h) Kok;
i) Medewerker kamerdienst;
j) Medewerker snackbar-taverne;
11° Kapper;
a) Kapper;
b) Kapper-salonverantwoordelijke;
12° Kleding en confectie;
a) Confectiestikster;
b) Confectioneur van breiwerk;
c) Confectioneur van dameskleding;
d) Confectioneur van dassen, strikken, sjaals;
e) Confectioneur van herenkleding;
f) Confectioneur van huishoudlinnen;
g) Confectioneur van kinderkleding;
h) Confectioneur van linnengoed;
i) Confectioneur van plastiekkleding;
j) Confectioneur van regenkleding;
k) Confectioneur van sportkledij;
l) Confectioneur van werkkledij;
m) Dameskleermaker;
n) Hemdenmaker;
o) Herenkleermaker;
p) Korsettenmaker;
q) Naaister;
r) Operator in de snij- en stikafdeling;
s) Operator in de stikafdeling;
t) Operator in de strijk- en persafdeling;
u) Patronenmaker;
v) Retoucheerder;
w) Stikster;
13° Koeling en warmte;
a) Koelmonteur;
b) Monteur centrale verwarming;
c) Sanitair installateur;
14° Lassen-constructie;
a) Hoeknaadlasser;
b) Lasser beklede elektrode;
c) Lasser MIG/MAG;
d) Lasser TIG;
e) Pijpfitter;
f) Pijplasser;
g) Plaatlasser;
15° Magazijn;
a) Bestuurder heftruck;
b) Bestuurder reachtruck;
c) Magazijnmedewerker;
16° Meubel, interieur en schrijnwerk;
a) Binnenschrijnwerker;
b) Buitenschrijnwerker;
c) Daktimmerman;
d) Decor- & standenbouwer;
e) Interieurbouwer;
f) Karkassenmaker;
g) Machinaal houtbewerker;
h) Meubelmaker;
i) Meubelstoffeerder;
j) Oppervlaktebehandelaar;
k) Plaatser binnenschrijnwerk;
l) Plaatser buitenschrijnwerk;
m) Plaatser interieurelementen;
n) Plaatser parket;
o) Productiemedewerker interieurbouw;
p) Restauratievakman meubelen;
q) Werkplaatsbinnenschrijnwerker hout;
r) Werkplaatsbuitenschrijnwerker hout;
17° Podiumtechniek;
a) Assistent podiumtechnicus;
b) Podiumtechnicus;
18° Productie-industrie;
a) Assistent productieoperator hout;
b) Assistent productieoperator metaal;
c) Assistent productieoperator voeding;
d) Basisoperator proceschemie;
e) Kunststofbewerker;
f) Machineregelaar extrusie;
g) Machineregelaar spuitgieten;
h) Machineregelaar thermisch vormen;
i) Productiemedewerker hout;
j) Productiemedewerker industrie;
k) Productiemedewerker kunststoffen;
l) Productiemedewerker metaal;
m) Productiemedewerker voeding;
n) Productieoperator hout;
o) Productieoperator metaal;
p) Productieoperator voeding;
19° Ruwbouw;
a) Bekister;
b) Betonhersteller;
c) IJzervlechter;
d) Metselaar;
e) Voeger;
f) Werfbediener;
20° Schilder-decoratie;
a) Behanger;
b) Industrieel schilder;
c) Medewerker industrieel schilder;
d) Plaatser soepele vloerbekleding;
e) Schilder;
f) Schilder-decorateur;
21° Slagerij;
a) Slager;
b) Slager/bereider verkoopklare gerechten;
c) Slager/spekslager;
d) Uitsnijder-uitbener;
e) Uitsnijder-uitbener rund;
f) Uitsnijder-uitbener schaap;
g) Uitsnijder-uitbener varken;
22° Textiel;
a) Co-operator textielmachines;
b) Operator textielmachines;
c) Patroontekenaar;
d) Textieltekenaar;
e) Textieltekenaar-designer;
f) Wever;
23° Textielverzorging;
a) Medewerker textielverzorging;
b) Operator textielverzorging;
24° Tuinbouw;
a) Bloemen- en plantenteler;
b) Boomkweker;
c) Fruitteler;
d) Groenteteler;
e) Kruidenteler;
f) Tuinbouwarbeider;
g) Tuinbouwer;
25° Tuin- en groenbeheer;
a) Medewerker groen- en tuinaanleg;
b) Medewerker groen- en tuinbeheer;
c) Tuinaanlegger/groenbeheerder;
26° Tweewielers;
a) Bromfietsmecanicien;
b) Fietsmecanicien;
c) Motorfietsmecanicien;
27° Verhuis;
a) Verhuizer-drager;
b) Verhuizer-inpakker;
28° Winkel;
a) Aanvuller;
b) Kassier;
c) Verkoper;
d) Winkelbediende;
29° Zeevisserij;
a) Matroos;
b) Motorist 221 kW;
c) Roerganger;
d) Schipper beperkt vaargebied;
30° Zorg;
a) Begeleider in de kinderopvang;
b) Industriële schoonmaker;
c) Logistiek assistent in de ziekenhuizen;
d) Logistiek helper in de zorginstellingen;
e) Logistiek helper in zorginstellingen;
f) Medewerker kinderopvang;
g) Polyvalent onderhoudswerker gebouwen;
h) Thuishelper;
i) Verzorgende;
j) Verzorgende/zorgkundige;
31° Zorg (experiment modulair);
a) Basismedewerker in organisaties;
b) Begeleider in de kinderopvang;
c) Logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen;
d) Onderhoudswerker;
e) Schoonmaakhulp in de thuiszorg;
f) Schoonmaakhulp in instellingen en diensten;
g) Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige;
h) Verzorgende;
32° Andere (uitsluitend via programmatieaanvraag);
a) Animator in de evenementensector;
b) Arbeider in bos- en natuurbeheer;
c) Begrafenisondernemer;
d) Behandelaar luchtvracht en bagage;
e) Bestuurder mobiele kraan;
f) Boorder;
g) Bosbouwuitbater;
h) Bouwer en hersteller van akoestische gitaren;
i) Bouwplaatsmachinist;
j) Buurtsportwerker;
k) Clavecimbelbouwer;
l) Edelsteenzetter;
m) Florist;
n) Fotograaf;
o) Gieter van juwelen van edele metalen;
p) Glaswerker;
q) Glazenier;
r) Graveur in edele metalen;
s) Haarwerker-pruikenmaker-grimeur;
t) Hersteller van muziekinstrumenten;
u) Horlogemaker-hersteller;
v) Host(ess);
w) Industrieel isolatiewerker;
x) Industrieel maaltijdbereider;
y) Industrieel verpakker;
z) Industrieel vleesbewerker;
aa) Industrieel vleesproductenbereider;
bb) Installateur fotovoltaïsche systemen;
cc) Juwelier-goudsmid;
dd) Kunstnagelstylist;
ee) Medewerker bloemenzaak en tuincentrum;
ff) Natuursteenbewerker;
gg) Onderhoudstechnicus industriële installaties;
hh) Ontwerper van sierraden;
ii) Operator in de houtzagerij;
jj) Opticien-brillenmaker;
kk) Orgelbouwer;
ll) Orthopedie-schoentechnicus;
mm) Paardenhouder;
nn) Paletten- en krattenmaker;
oo) Pc-technicus;
pp) Pianostemmer en hersteller;
qq) Plaatser boven- en ondergrondse kabels en leidingen;
rr) Plaatser natuursteen;
ss) Pluimveehouder;
tt) Recyclagearbeider;
uu) Rigger-monteerder;
vv) Rioollegger;
ww) Schoenmaker en -hersteller;
xx) Schoonheidsspecialiste;
yy) Slotenmaker;
zz) Sportbegeleider;
aaa) Stellingbouwer;
bbb) Stratenmaker;
ccc) Tandprothesetechnicus;
ddd) Technicus elektrische zwembaduitrustingen;
eee) Technicus inbraakbeveiligingssystemen;
fff) Torenkraanbestuurder;
ggg) Vervaardiger-hersteller van optisch materiaal;
hhh) Vervaardiger van fluiten, klarinetten, hobo's en saxofoons;
iii) Werkplaatsschrijnwerker aluminium;
jjj) Werkplaatsschrijnwerker kunststoffen.
Art. N1. Annexe 1. Annexe XXI à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Annexe XXI. Liste des formations du système d'apprentissage et de travail, subdivisée en clusters
1° Administratie;
a) Administratief medewerker;
b) Administratief medewerker expeditie;
c) Administratief medewerker kmo;
d) Callcentermedewerker;
2° Afwerking ruwbouw;
a) Dekvloerlegger;
b) Stukadoor;
c) Tegelzetter;
3° Auto;
a) Bandenmonteur;
b) Carrosseriehersteller;
c) Demonteur/monteur carrosserie;
d) Onderhouds- en diagnosetechnicus personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
e) Onderhouds- en diagnosetechnicus zware bedrijfsvoertuigen;
f) Onderhoudsmecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
g) Onderhoudsmecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
h) Polyvalent mecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
i) Polyvalent mecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
j) Plaatwerker carrosserie;
k) Spuiter carrosserie;
l) Voorbewerker carrosserie;
4° Bakkerij;
a) Banketbakker;
b) Brood- en banketbakker;
c) Broodbakker;
d) Chocoladebewerker;
e) IJsbereider;
5° Binnenvaart;
a) Matroos binnenvaart;
b) Matroos motordrijver binnenvaart;
6° Dakwerken;
a) Dakafdichter;
b) Dakdekker;
c) Dakdekker leien en pannen;
d) Dakdekker metalen daken;
7° Elektriciteit;
a) Bordenbouwer;
b) Industrieel elektrotechnisch installateur;
c) Residentieel elektrotechnisch installateur;
d) Technicus domotica;
e) Technicus immotica;
f) Tertiair elektrotechnisch installateur;
8° Grafische sector;
a) Assistent flexodrukker;
b) Desktop publisher;
c) Drukafwerker;
d) Drukker-flexograaf;
e) Drukvoorbereider;
f) Grafisch vormgever;
g) Hulpdrukker;
h) Offsetdrukker;
i) Typo-drukker;
j) Webdesigner;
9° Hoefsmederij;
a) Assistent-hoefsmid;
b) Hoefsmid;
10° Horeca;
a) Grootkeukenhulpkok;
b) Grootkeukenkok;
c) Grootkeukenmedewerker;
d) Hulpkelner;
e) Hulpkok;
f) Kelner;
g) Keukenmedewerker;
h) Kok;
i) Medewerker kamerdienst;
j) Medewerker snackbar-taverne;
11° Kapper;
a) Kapper;
b) Kapper-salonverantwoordelijke;
12° Kleding en confectie;
a) Confectiestikster;
b) Confectioneur van breiwerk;
c) Confectioneur van dameskleding;
d) Confectioneur van dassen, strikken, sjaals;
e) Confectioneur van herenkleding;
f) Confectioneur van huishoudlinnen;
g) Confectioneur van kinderkleding;
h) Confectioneur van linnengoed;
i) Confectioneur van plastiekkleding;
j) Confectioneur van regenkleding;
k) Confectioneur van sportkledij;
l) Confectioneur van werkkledij;
m) Dameskleermaker;
n) Hemdenmaker;
o) Herenkleermaker;
p) Korsettenmaker;
q) Naaister;
r) Operator in de snij- en stikafdeling;
s) Operator in de stikafdeling;
t) Operator in de strijk- en persafdeling;
u) Patronenmaker;
v) Retoucheerder;
w) Stikster;
13° Koeling en warmte;
a) Koelmonteur;
b) Monteur centrale verwarming;
c) Sanitair installateur;
14° Lassen-constructie;
a) Hoeknaadlasser;
b) Lasser beklede elektrode;
c) Lasser MIG/MAG;
d) Lasser TIG;
e) Pijpfitter;
f) Pijplasser;
g) Plaatlasser;
15° Magazijn;
a) Bestuurder heftruck;
b) Bestuurder reachtruck;
c) Magazijnmedewerker;
16° Meubel, interieur en schrijnwerk;
a) Binnenschrijnwerker;
b) Buitenschrijnwerker;
c) Daktimmerman;
d) Decor- & standenbouwer;
e) Interieurbouwer;
f) Karkassenmaker;
g) Machinaal houtbewerker;
h) Meubelmaker;
i) Meubelstoffeerder;
j) Oppervlaktebehandelaar;
k) Plaatser binnenschrijnwerk;
l) Plaatser buitenschrijnwerk;
m) Plaatser interieurelementen;
n) Plaatser parket;
o) Productiemedewerker interieurbouw;
p) Restauratievakman meubelen;
q) Werkplaatsbinnenschrijnwerker hout;
r) Werkplaatsbuitenschrijnwerker hout;
17° Podiumtechniek;
a) Assistent podiumtechnicus;
b) Podiumtechnicus;
18° Productie-industrie;
a) Assistent productieoperator hout;
b) Assistent productieoperator metaal;
c) Assistent productieoperator voeding;
d) Basisoperator proceschemie;
e) Kunststofbewerker;
f) Machineregelaar extrusie;
g) Machineregelaar spuitgieten;
h) Machineregelaar thermisch vormen;
i) Productiemedewerker hout;
j) Productiemedewerker industrie;
k) Productiemedewerker kunststoffen;
l) Productiemedewerker metaal;
m) Productiemedewerker voeding;
n) Productieoperator hout;
o) Productieoperator metaal;
p) Productieoperator voeding;
19° Ruwbouw;
a) Bekister;
b) Betonhersteller;
c) IJzervlechter;
d) Metselaar;
e) Voeger;
f) Werfbediener;
20° Schilder-decoratie;
a) Behanger;
b) Industrieel schilder;
c) Medewerker industrieel schilder;
d) Plaatser soepele vloerbekleding;
e) Schilder;
f) Schilder-decorateur;
21° Slagerij;
a) Slager;
b) Slager/bereider verkoopklare gerechten;
c) Slager/spekslager;
d) Uitsnijder-uitbener;
e) Uitsnijder-uitbener rund;
f) Uitsnijder-uitbener schaap;
g) Uitsnijder-uitbener varken;
22° Textiel;
a) Co-operator textielmachines;
b) Operator textielmachines;
c) Patroontekenaar;
d) Textieltekenaar;
e) Textieltekenaar-designer;
f) Wever;
23° Textielverzorging;
a) Medewerker textielverzorging;
b) Operator textielverzorging;
24° Tuinbouw;
a) Bloemen- en plantenteler;
b) Boomkweker;
c) Fruitteler;
d) Groenteteler;
e) Kruidenteler;
f) Tuinbouwarbeider;
g) Tuinbouwer;
25° Tuin- en groenbeheer;
a) Medewerker groen- en tuinaanleg;
b) Medewerker groen- en tuinbeheer;
c) Tuinaanlegger/groenbeheerder;
26° Tweewielers;
a) Bromfietsmecanicien;
b) Fietsmecanicien;
c) Motorfietsmecanicien;
27° Verhuis;
a) Verhuizer-drager;
b) Verhuizer-inpakker;
28° Winkel;
a) Aanvuller;
b) Kassier;
c) Verkoper;
d) Winkelbediende;
29° Zeevisserij;
a) Matroos;
b) Motorist 221 kW;
c) Roerganger;
d) Schipper beperkt vaargebied;
30° Zorg;
a) Begeleider in de kinderopvang;
b) Industriële schoonmaker;
c) Logistiek assistent in de ziekenhuizen;
d) Logistiek helper in de zorginstellingen;
e) Logistiek helper in zorginstellingen;
f) Medewerker kinderopvang;
g) Polyvalent onderhoudswerker gebouwen;
h) Thuishelper;
i) Verzorgende;
j) Verzorgende/zorgkundige;
31° Zorg (experiment modulair);
a) Basismedewerker in organisaties;
b) Begeleider in de kinderopvang;
c) Logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen;
d) Onderhoudswerker;
e) Schoonmaakhulp in de thuiszorg;
f) Schoonmaakhulp in instellingen en diensten;
g) Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige;
h) Verzorgende;
32° Andere (uitsluitend via programmatieaanvraag);
a) Animator in de evenementensector;
b) Arbeider in bos- en natuurbeheer;
c) Begrafenisondernemer;
d) Behandelaar luchtvracht en bagage;
e) Bestuurder mobiele kraan;
f) Boorder;
g) Bosbouwuitbater;
h) Bouwer en hersteller van akoestische gitaren;
i) Bouwplaatsmachinist;
j) Buurtsportwerker;
k) Clavecimbelbouwer;
l) Edelsteenzetter;
m) Florist;
n) Fotograaf;
o) Gieter van juwelen van edele metalen;
p) Glaswerker;
q) Glazenier;
r) Graveur in edele metalen;
s) Haarwerker-pruikenmaker-grimeur;
t) Hersteller van muziekinstrumenten;
u) Horlogemaker-hersteller;
v) Host(ess);
w) Industrieel isolatiewerker;
x) Industrieel maaltijdbereider;
y) Industrieel verpakker;
z) Industrieel vleesbewerker;
aa) Industrieel vleesproductenbereider;
bb) Installateur fotovoltaïsche systemen;
cc) Juwelier-goudsmid;
dd) Kunstnagelstylist;
ee) Medewerker bloemenzaak en tuincentrum;
ff) Natuursteenbewerker;
gg) Onderhoudstechnicus industriële installaties;
hh) Ontwerper van sierraden;
ii) Operator in de houtzagerij;
jj) Opticien-brillenmaker;
kk) Orgelbouwer;
ll) Orthopedie-schoentechnicus;
mm) Paardenhouder;
nn) Paletten- en krattenmaker;
oo) Pc-technicus;
pp) Pianostemmer en hersteller;
qq) Plaatser boven- en ondergrondse kabels en leidingen;
rr) Plaatser natuursteen;
ss) Pluimveehouder;
tt) Recyclagearbeider;
uu) Rigger-monteerder;
vv) Rioollegger;
ww) Schoenmaker en -hersteller;
xx) Schoonheidsspecialiste;
yy) Slotenmaker;
zz) Sportbegeleider;
aaa) Stellingbouwer;
bbb) Stratenmaker;
ccc) Tandprothesetechnicus;
ddd) Technicus elektrische zwembaduitrustingen;
eee) Technicus inbraakbeveiligingssystemen;
fff) Torenkraanbestuurder;
ggg) Vervaardiger-hersteller van optisch materiaal;
hhh) Vervaardiger van fluiten, klarinetten, hobo's en saxofoons;
iii) Werkplaatsschrijnwerker aluminium;
jjj) Werkplaatsschrijnwerker kunststoffen.
Annexe XXI. Liste des formations du système d'apprentissage et de travail, subdivisée en clusters
1° Administratie;
a) Administratief medewerker;
b) Administratief medewerker expeditie;
c) Administratief medewerker kmo;
d) Callcentermedewerker;
2° Afwerking ruwbouw;
a) Dekvloerlegger;
b) Stukadoor;
c) Tegelzetter;
3° Auto;
a) Bandenmonteur;
b) Carrosseriehersteller;
c) Demonteur/monteur carrosserie;
d) Onderhouds- en diagnosetechnicus personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
e) Onderhouds- en diagnosetechnicus zware bedrijfsvoertuigen;
f) Onderhoudsmecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
g) Onderhoudsmecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
h) Polyvalent mecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen;
i) Polyvalent mecanicien zware bedrijfsvoertuigen;
j) Plaatwerker carrosserie;
k) Spuiter carrosserie;
l) Voorbewerker carrosserie;
4° Bakkerij;
a) Banketbakker;
b) Brood- en banketbakker;
c) Broodbakker;
d) Chocoladebewerker;
e) IJsbereider;
5° Binnenvaart;
a) Matroos binnenvaart;
b) Matroos motordrijver binnenvaart;
6° Dakwerken;
a) Dakafdichter;
b) Dakdekker;
c) Dakdekker leien en pannen;
d) Dakdekker metalen daken;
7° Elektriciteit;
a) Bordenbouwer;
b) Industrieel elektrotechnisch installateur;
c) Residentieel elektrotechnisch installateur;
d) Technicus domotica;
e) Technicus immotica;
f) Tertiair elektrotechnisch installateur;
8° Grafische sector;
a) Assistent flexodrukker;
b) Desktop publisher;
c) Drukafwerker;
d) Drukker-flexograaf;
e) Drukvoorbereider;
f) Grafisch vormgever;
g) Hulpdrukker;
h) Offsetdrukker;
i) Typo-drukker;
j) Webdesigner;
9° Hoefsmederij;
a) Assistent-hoefsmid;
b) Hoefsmid;
10° Horeca;
a) Grootkeukenhulpkok;
b) Grootkeukenkok;
c) Grootkeukenmedewerker;
d) Hulpkelner;
e) Hulpkok;
f) Kelner;
g) Keukenmedewerker;
h) Kok;
i) Medewerker kamerdienst;
j) Medewerker snackbar-taverne;
11° Kapper;
a) Kapper;
b) Kapper-salonverantwoordelijke;
12° Kleding en confectie;
a) Confectiestikster;
b) Confectioneur van breiwerk;
c) Confectioneur van dameskleding;
d) Confectioneur van dassen, strikken, sjaals;
e) Confectioneur van herenkleding;
f) Confectioneur van huishoudlinnen;
g) Confectioneur van kinderkleding;
h) Confectioneur van linnengoed;
i) Confectioneur van plastiekkleding;
j) Confectioneur van regenkleding;
k) Confectioneur van sportkledij;
l) Confectioneur van werkkledij;
m) Dameskleermaker;
n) Hemdenmaker;
o) Herenkleermaker;
p) Korsettenmaker;
q) Naaister;
r) Operator in de snij- en stikafdeling;
s) Operator in de stikafdeling;
t) Operator in de strijk- en persafdeling;
u) Patronenmaker;
v) Retoucheerder;
w) Stikster;
13° Koeling en warmte;
a) Koelmonteur;
b) Monteur centrale verwarming;
c) Sanitair installateur;
14° Lassen-constructie;
a) Hoeknaadlasser;
b) Lasser beklede elektrode;
c) Lasser MIG/MAG;
d) Lasser TIG;
e) Pijpfitter;
f) Pijplasser;
g) Plaatlasser;
15° Magazijn;
a) Bestuurder heftruck;
b) Bestuurder reachtruck;
c) Magazijnmedewerker;
16° Meubel, interieur en schrijnwerk;
a) Binnenschrijnwerker;
b) Buitenschrijnwerker;
c) Daktimmerman;
d) Decor- & standenbouwer;
e) Interieurbouwer;
f) Karkassenmaker;
g) Machinaal houtbewerker;
h) Meubelmaker;
i) Meubelstoffeerder;
j) Oppervlaktebehandelaar;
k) Plaatser binnenschrijnwerk;
l) Plaatser buitenschrijnwerk;
m) Plaatser interieurelementen;
n) Plaatser parket;
o) Productiemedewerker interieurbouw;
p) Restauratievakman meubelen;
q) Werkplaatsbinnenschrijnwerker hout;
r) Werkplaatsbuitenschrijnwerker hout;
17° Podiumtechniek;
a) Assistent podiumtechnicus;
b) Podiumtechnicus;
18° Productie-industrie;
a) Assistent productieoperator hout;
b) Assistent productieoperator metaal;
c) Assistent productieoperator voeding;
d) Basisoperator proceschemie;
e) Kunststofbewerker;
f) Machineregelaar extrusie;
g) Machineregelaar spuitgieten;
h) Machineregelaar thermisch vormen;
i) Productiemedewerker hout;
j) Productiemedewerker industrie;
k) Productiemedewerker kunststoffen;
l) Productiemedewerker metaal;
m) Productiemedewerker voeding;
n) Productieoperator hout;
o) Productieoperator metaal;
p) Productieoperator voeding;
19° Ruwbouw;
a) Bekister;
b) Betonhersteller;
c) IJzervlechter;
d) Metselaar;
e) Voeger;
f) Werfbediener;
20° Schilder-decoratie;
a) Behanger;
b) Industrieel schilder;
c) Medewerker industrieel schilder;
d) Plaatser soepele vloerbekleding;
e) Schilder;
f) Schilder-decorateur;
21° Slagerij;
a) Slager;
b) Slager/bereider verkoopklare gerechten;
c) Slager/spekslager;
d) Uitsnijder-uitbener;
e) Uitsnijder-uitbener rund;
f) Uitsnijder-uitbener schaap;
g) Uitsnijder-uitbener varken;
22° Textiel;
a) Co-operator textielmachines;
b) Operator textielmachines;
c) Patroontekenaar;
d) Textieltekenaar;
e) Textieltekenaar-designer;
f) Wever;
23° Textielverzorging;
a) Medewerker textielverzorging;
b) Operator textielverzorging;
24° Tuinbouw;
a) Bloemen- en plantenteler;
b) Boomkweker;
c) Fruitteler;
d) Groenteteler;
e) Kruidenteler;
f) Tuinbouwarbeider;
g) Tuinbouwer;
25° Tuin- en groenbeheer;
a) Medewerker groen- en tuinaanleg;
b) Medewerker groen- en tuinbeheer;
c) Tuinaanlegger/groenbeheerder;
26° Tweewielers;
a) Bromfietsmecanicien;
b) Fietsmecanicien;
c) Motorfietsmecanicien;
27° Verhuis;
a) Verhuizer-drager;
b) Verhuizer-inpakker;
28° Winkel;
a) Aanvuller;
b) Kassier;
c) Verkoper;
d) Winkelbediende;
29° Zeevisserij;
a) Matroos;
b) Motorist 221 kW;
c) Roerganger;
d) Schipper beperkt vaargebied;
30° Zorg;
a) Begeleider in de kinderopvang;
b) Industriële schoonmaker;
c) Logistiek assistent in de ziekenhuizen;
d) Logistiek helper in de zorginstellingen;
e) Logistiek helper in zorginstellingen;
f) Medewerker kinderopvang;
g) Polyvalent onderhoudswerker gebouwen;
h) Thuishelper;
i) Verzorgende;
j) Verzorgende/zorgkundige;
31° Zorg (experiment modulair);
a) Basismedewerker in organisaties;
b) Begeleider in de kinderopvang;
c) Logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen;
d) Onderhoudswerker;
e) Schoonmaakhulp in de thuiszorg;
f) Schoonmaakhulp in instellingen en diensten;
g) Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige;
h) Verzorgende;
32° Andere (uitsluitend via programmatieaanvraag);
a) Animator in de evenementensector;
b) Arbeider in bos- en natuurbeheer;
c) Begrafenisondernemer;
d) Behandelaar luchtvracht en bagage;
e) Bestuurder mobiele kraan;
f) Boorder;
g) Bosbouwuitbater;
h) Bouwer en hersteller van akoestische gitaren;
i) Bouwplaatsmachinist;
j) Buurtsportwerker;
k) Clavecimbelbouwer;
l) Edelsteenzetter;
m) Florist;
n) Fotograaf;
o) Gieter van juwelen van edele metalen;
p) Glaswerker;
q) Glazenier;
r) Graveur in edele metalen;
s) Haarwerker-pruikenmaker-grimeur;
t) Hersteller van muziekinstrumenten;
u) Horlogemaker-hersteller;
v) Host(ess);
w) Industrieel isolatiewerker;
x) Industrieel maaltijdbereider;
y) Industrieel verpakker;
z) Industrieel vleesbewerker;
aa) Industrieel vleesproductenbereider;
bb) Installateur fotovoltaïsche systemen;
cc) Juwelier-goudsmid;
dd) Kunstnagelstylist;
ee) Medewerker bloemenzaak en tuincentrum;
ff) Natuursteenbewerker;
gg) Onderhoudstechnicus industriële installaties;
hh) Ontwerper van sierraden;
ii) Operator in de houtzagerij;
jj) Opticien-brillenmaker;
kk) Orgelbouwer;
ll) Orthopedie-schoentechnicus;
mm) Paardenhouder;
nn) Paletten- en krattenmaker;
oo) Pc-technicus;
pp) Pianostemmer en hersteller;
qq) Plaatser boven- en ondergrondse kabels en leidingen;
rr) Plaatser natuursteen;
ss) Pluimveehouder;
tt) Recyclagearbeider;
uu) Rigger-monteerder;
vv) Rioollegger;
ww) Schoenmaker en -hersteller;
xx) Schoonheidsspecialiste;
yy) Slotenmaker;
zz) Sportbegeleider;
aaa) Stellingbouwer;
bbb) Stratenmaker;
ccc) Tandprothesetechnicus;
ddd) Technicus elektrische zwembaduitrustingen;
eee) Technicus inbraakbeveiligingssystemen;
fff) Torenkraanbestuurder;
ggg) Vervaardiger-hersteller van optisch materiaal;
hhh) Vervaardiger van fluiten, klarinetten, hobo's en saxofoons;
iii) Werkplaatsschrijnwerker aluminium;
jjj) Werkplaatsschrijnwerker kunststoffen.
Art. N2. Bijlage 2.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2020, p. 67137)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2020, p. 67137)
Art. N2. Annexe 2.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2020, p. 67304)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2020, p. 67304)
Art. N3. Bijlage 3.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2020, p. 67153)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2020, p. 67153)
Art. N3. Annexe 3.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2020, p. 67321)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2020, p. 67321)
Art. N4. Bijlage 4.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2020, p. 67267)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2020, p. 67267)
Art. N4. Annexe 4.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2020, p. 67435)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2020, p. 67435)