Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit betreffende de beroepsopleiding van de accountants en van de belastingadviseurs
Titre
11 SEPTEMBRE 2020. - Arrêté royal relatif à la formation professionnelle des experts-comptables et des conseillers fiscaux
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (113)
Texte (113)
HOOFDSTUK 1. - DEFINITIES
CHAPITRE 1er. - DEFINITIONS
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° wet: de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur;
  2° stagiair: de persoon die tot de stage van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur is toegelaten en die ingeschreven is in het openbaar register met de vermelding stagiair;
  3° beroepsbeoefenaar: de persoon bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet;
  4° het Instituut: het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants, opgericht bij artikel 61 van de wet;
  5° de algemene vergadering: de algemene vergadering van het Instituut bedoeld in artikel 63 van de wet;
  6° de Raad: de Raad die de opdrachten uitvoert bedoeld in artikel 72 van de wet;
  7° de stagecommissie: de stagecommissie bedoeld in artikel 17, § 1, van de wet;
  8° commissie van beroep: de commissie van beroep bedoeld in artikel 104 van de wet;
  9° toelatingsexamen: het toelatingsexamen bedoeld in artikel 10, § 1, 6°, van de wet;
  10° bekwaamheidsexamen: het bekwaamheidsexamen bedoeld in artikel 10, § 1, 7°, van de wet;
  11° European Credits Transfer System (ECTS): het Europees systeem voor de overdracht van studiepunten;
  12° studiepunt: de eenheid waarmee op grond van de studietijd van de student de omvang van elk opleidingsonderdeel in een opleidingsprogramma of studiejaar wordt uitgedrukt, in het bijzonder:
  a) de studiepunten als bepaald in het decreet van de Franse Gemeenschap van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies en het decreet van de Franse Gemeenschap van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie;
  b) het studiepunt als bepaald in het artikel 1.3., 67°, van Codex Hoger Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap;
  c) het studiepunt als bepaald in het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool;
  13° het wettelijk, reglementair en normatief kader:
  a) de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur;
  b) de uitvoeringsbesluiten van de wet, de normen en aanbevelingen van het Instituut, bedoeld in artikel 72, eerste lid, 2°, van de wet die van toepassing zijn op de uitoefening van de beroepsactiviteit;
  c) andere wetgeving en reglementering die op de beroepsbeoefenaar van toepassing zijn, met inbegrip van onder andere:
  i) de bepalingen inzake marktpraktijken en de consumentenbescherming, als vermeld in boek VI van het Wetboek van economisch recht;
  ii) de bepalingen van het insolventierecht, als vermeld in boek XX van het Wetboek van economisch recht;
  iii) de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten en haar uitvoeringsbesluiten;
  14° ministers: de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Middenstand;
  15° de bekwaamheidsproef: de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° loi : la loi du 17 mars 2019 relative aux professions d'expert-comptable et de conseiller fiscal ;
  2° stagiaire : la personne qui est admise au stage d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié, et qui est inscrite au registre public avec la mention de stagiaire ;
  3° professionnel : la personne visée à l'article 2, 3°, de la loi ;
  4° l'Institut : l'Institut des Conseillers fiscaux et des Experts-comptables, créé par l'article 61 de la loi ;
  5° l'assemblée générale : l'assemblée générale de l'Institut visée à l'article 63 de la loi ;
  6° le Conseil : le Conseil qui exerce les missions visées à l'article 72 de la loi ;
  7° la commission de stage : la commission de stage visée à l'article 17, § 1er, de la loi ;
  8° commission d'appel : la commission d'appel visée à l'article 104 de la loi ;
  9° l'examen d'admission : l'examen d'admission visé à l'article 10, § 1er, 6°, de la loi ;
  10° l'examen d'aptitude : l'examen d'aptitude visé à l'article 10, § 1er, 7°, de la loi ;
  11° European Credits Transfer System (ECTS) : le système européen de transfert et d'accumulation de crédits ;
  12° crédit : le moyen de quantification du volume d'apprentissage reposant sur la charge de travail requise de l'étudiant afin d'atteindre les résultats attendus pour un processus d'apprentissage donné et un niveau spécifique, notamment :
  a) les crédits tels que définis par le décret de la Communauté française du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études, et par le décret de la Communauté française du 16 avril 1991 organisant l'enseignement du promotion sociale ;
  b) l'unité d'étude telle que définie par l'article 1.3., 67°, du Code d'Enseignement Supérieur de la Communauté flamande ;
  c) l'unité de valeur telle que définie par le décret de la Communauté germanophone du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome ;
  13° le cadre légal, réglementaire et normatif :
  a) la loi du 17 mars 2019 relative aux professions d'expert-comptable et de conseiller fiscal ;
  b) les arrêtés d'exécution de la loi, les normes et recommandations de l'Institut, visées à l'article 72, alinéa 1er, 2°, de la loi, applicables en vue d'exercer la profession;
  c) d'autres législations et règlementations applicables au professionnel, en ce compris notamment :
  i) les dispositions relatives aux pratiques du marché et à la protection du consommateur, telles que reprises dans le livre VI du Code de droit économique ;
  ii) les dispositions du droit de l'insolvabilité telles que reprises dans le livre XX du code de droit économique ;
  iii) la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces et ses arrêtés d'exécution ;
  14° ministres : le ministre qui a l'Economie dans ses attributions et le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions ;
  15° l'épreuve d'aptitude : l'épreuve d'aptitude visée à l'article 11, § 2, de la loi.
HOOFDSTUK 2. - ALGEMENE BEGINSELEN
CHAPITRE 2. - PRINCIPES GENERAUX
Art.2. De stage heeft tot doel de stagiair voor te bereiden op het uitoefenen van de beroepsactiviteiten van gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur.
Art.2. Le stage a pour but de préparer le stagiaire à l'exercice des activités professionnelles d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié.
Art.3. § 1. In uitvoering van artikel 29 van de wet wordt de kandidaat stagiair die voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, § 1, 1° tot 5°, van de wet en die slaagt in het toelatingsexamen, op zijn vraag in het openbaar register ingeschreven.
  De stage vangt aan op de door de stagecommissie vastgestelde datum die tevens de datum is waarop de stagiair door de Raad wordt ingeschreven in het openbaar register, overeenkomstig artikel 29, derde lid, van de wet.
  § 2. Vanaf zijn inschrijving in het openbaar register met de vermelding van stagiair is de betrokken persoon onderworpen aan het wettelijk, reglementair en normatief kader en aan het toezicht van het Instituut, overeenkomstig artikel 36, § 1, van de wet.
  Vanaf deze inschrijving in het openbaar register begint de stagiair aan de stageperiode.
Art.3. § 1er. En application de l'article 29 de la loi, le candidat stagiaire qui satisfait aux conditions visées à l'article 10, § 1er, 1° à 5°, de la loi et qui réussit l'examen d'admission, est inscrit à sa demande au registre public.
  Le stage commence à la date fixée par la commission de stage qui est également la date à laquelle le stagiaire est inscrit au registre public par le Conseil, conformément à l'article 29, alinéa 3, de la loi.
  § 2. Dès son inscription au registre public avec la mention de stagiaire, la personne concernée est soumise au cadre légal, réglementaire et normatif ainsi qu'à la surveillance de l'Institut, conformément à l'article 36, § 1er, de la loi.
  Dès cette inscription au registre public, le stagiaire commence la période de stage.
Art.4. Overeenkomstig artikel 13, § 1, van de wet, duurt de stageperiode minimaal drie jaar. Ze kan enkel verlengd of geschorst worden in bijzondere gevallen en volgens de nadere regels vastgelegd in hoofdstuk 5, afdeling 4.
Art.4. Conformément à l'article 13, § 1er, de la loi, la période de stage a une durée de minimum trois ans. Elle ne peut être prolongée ou suspendue que dans des circonstances particulières et selon les modalités définies dans le chapitre 5, section 4.
Art.5. Overeenkomstig artikel 13, § 1, van de wet voert de stagiair gedurende de stageperiode bedoeld in artikel 4 minstens duizend uur per jaar stagewerkzaamheden uit onder begeleiding van een stagemeester die tot doel hebben voldoende beroepservaring te verwerven. Die stagewerkzaamheden zijn vastgelegd in een of meerdere stageovereenkomsten die vooraf zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 23.
  De stagiair houdt zijn stagewerkzaamheden bij in een dagboek. Het stagedagboek geeft een overzicht van de werkzaamheden die de stagiair heeft verricht of waaraan hij heeft deelgenomen alsook een evaluatie van het verloop van de stage. De stagecommissie bepaalt de nadere regels van het stagedagboek en legt ze ter goedkeuring aan de Raad voor.
  De stagiair neemt tijdens de stageperiode deel aan de tussentijdse proeven die de stagecommissie organiseert, als bedoeld in artikel 15 van de wet.
  De stage wordt afgesloten met het bekwaamheidsexamen, als bedoeld in artikel 13, § 1, derde lid, van de wet.
  Naast zijn verplichting van permanente vorming, bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet, neemt de stagiair ook deel aan opleidingsactiviteiten die door de stagecommissie of op aanbeveling van het Instituut ten behoeve van de stagiairs worden georganiseerd.
Art.5. Conformément à l'article 13, § 1er, de la loi, le stagiaire accomplit pendant la période de stage visée à l'article 4, accompagné d'un maître de stage, au moins mille heures par an de travaux de stage ayant pour but d'acquérir une expérience professionnelle suffisante. Ces travaux de stage sont définis dans une ou plusieurs conventions de stage approuvées préalablement, conformément à l'article 23.
  Le stagiaire consigne ses travaux de stage dans un journal de stage. Le journal de stage donne un aperçu des travaux accomplis par le stagiaire ou auxquels il a participé ainsi qu'une évaluation du déroulement du stage. La commission de stage établit les modalités du journal de stage et le soumet à l'approbation du Conseil.
  Pendant la période de stage, le stagiaire participe aux épreuves intermédiaires qui sont organisées par la commission de stage, visées à l'article 15 de la loi.
  Le stage se conclut par l'examen d'aptitude, visé à l'article 13, § 1er, alinéa 3, de la loi.
  Outre son obligation de formation permanente, visée à l'article 39, alinéa 2, de la loi, le stagiaire participe également aux activités de formation organisées par la commission de stage ou sur recommandation de l'Institut dans l'intérêt des stagiaires.
Art.6. De inhoud van het toelatingsexamen, de aard van de stagewerkzaamheden en de inhoud van het bekwaamheidsexamen zijn afhankelijk van de inschrijving hetzij voor de stage van gecertificeerd accountant, hetzij voor de stage van gecertificeerd belastingadviseur.
  In uitvoering van artikel 13, § 1, tweede lid, van de wet kan de stage van gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur enkel plaatsvinden onder begeleiding van minstens een stagemeester die sinds minstens vijf jaar in het openbaar register ingeschreven is met de hoedanigheid van gecertificeerd accountant, van gecertificeerd belastingadviseur, van accountant of van fiscaal accountant.
Art.6. Le contenu de l'examen d'admission, la nature des travaux de stage et le contenu de l'examen d'aptitude dépendent de l'inscription, soit pour le stage d'expert-comptable certifié, soit pour le stage de conseiller fiscal certifié.
  En application de l'article 13, § 1er, alinéa 2, de la loi, le stage d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié ne peut avoir lieu que si le stagiaire est accompagné d'au moins un maître de stage qui est inscrit depuis au moins cinq ans au registre public avec la qualité d'expert-comptable certifié, de conseiller fiscal certifié, d'expert-comptable ou d'expert-comptable fiscaliste.
Art.7. Is vrijgesteld van de stage en bijgevolg van het toelatingsexamen:
  1° de persoon die, overeenkomstig artikel 14 van de wet, gedurende ten minste zeven jaar beroepsactiviteiten heeft uitgeoefend waarbij een voldoende ervaring werd opgedaan op het vlak van accountancy of fiscaliteit, na goedkeuring van de Raad op advies van de stagecommissie;
  2° de persoon die houder is van een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet.
  De persoon bedoeld onder het eerste lid, 1°, legt het bekwaamheidsexamen af.
  De persoon bedoeld onder het eerste lid, 2°, legt geen bekwaamheidsexamen af maar de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet.
  De persoon bedoeld in dit artikel dient zijn aanvraag in bij de Raad en toont zijn recht op vrijstelling aan met alle mogelijke bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.
Art.7. Est dispensée du stage et par conséquent de l'examen d'admission :
  1° la personne qui, conformément à l'article 14 de la loi, a exercé pendant sept années au moins des activités professionnelles au cours desquelles une expérience suffisante a pu être acquise dans le domaine de l'expertise comptable ou de la fiscalité, après approbation du Conseil sur avis de la commission de stage ;
  2° la personne qui est porteuse d'une attestation de compétence ou d'un titre de formation visés à l'article 11, § 2, de la loi.
  La personne visée à l'alinéa 1er, 1°, présente l'examen d'aptitude.
  La personne visée à l'alinéa 1er, 2°, ne présente pas l'examen d'aptitude, mais l'épreuve d'aptitude visée à l'article 11, § 2, de la loi.
  La personne visée au présent article adresse sa demande au Conseil. Elle établit son droit à la dispense par tout moyen de preuve, à l'exception du serment.
Art.8. Elk jaar maakt de stagecommissie een jaarverslag van haar werkzaamheden op dat, na goedkeuring door de Raad, opgenomen wordt in het jaarverslag van het Instituut.
  Het door de Raad goedgekeurd verslag van de stagecommissie wordt eveneens bezorgd aan de ministers en aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen.
Art.8. Chaque année, la commission de stage établit un rapport annuel sur ses activités, lequel est repris, après approbation du Conseil, dans le rapport annuel de l'Institut.
  Le rapport de la commission de stage, approuvé par le Conseil, est également transmis aux ministres et au Conseil supérieur des Professions économiques.
HOOFDSTUK 3. - ADMINISTRATIEVE INSCHRIJVING
CHAPITRE 3. - INSCRIPTION ADMINISTRATIVE
Art.9. § 1. Om te kunnen deelnemen aan het toelatingsexamen en om vervolgens te beginnen aan de stageperiode, dient de kandidaat stagiair een inschrijvingsdossier in bij het Instituut, schriftelijk of elektronisch, uiterlijk drie maanden vóór de datum van het toelatingsexamen.
  De administratieve inschrijving laat de Raad toe na te gaan of de kandidaat stagiair voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10, § 1, 1° tot 5°, van de wet. Daartoe stelt het Instituut op zijn website een inschrijvingsformulier ter beschikking.
  De kandidaat stagiair schrijft zich in hetzij voor de stage van gecertificeerd accountant, hetzij voor de stage van gecertificeerd belastingadviseur.
  § 2. Het inschrijvingsdossier bevat de volgende gegevens en documenten, al dan niet opgevraagd via het inschrijvingsformulier bedoeld in paragraaf 1, tweede lid:
  1° het rijksregisternummer of bij gebrek daaraan het identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2° een uittreksel uit het strafregister, niet ouder dan drie maanden, voor zover het Instituut hierover niet beschikt, overeenkomstig artikel 10, § 1, 4°, van de wet;
  3° een kopie van de diploma's of titels van de kandidaat bedoeld in artikel 12 van de wet;
  4° in voorkomend geval, het individueel aanvraagdossier voor vrijstellingen van opleidingsonderdelen, bedoeld in artikel 13;
  5° in voorkomend geval, een exemplaar van de stageovereenkomst(-en), gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  6° het bewijs van betaling van de inschrijvingskosten en de kosten voor deelname aan het toelatingsexamen.
  Wanneer de stageovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, 5°, niet werd bezorgd bij de aanvraag tot inschrijving, wordt ze aan de stagecommissie bezorgd vóór de aanvang van de stage.
  § 3. Op advies van de Raad leggen de ministers het bedrag van de kosten, bedoeld in paragraaf 2, 6°, vast.
  § 4. Wanneer de kandidaat stagiair niet binnen de vijf jaar volgend op de dag van zijn aanvraag tot administratieve inschrijving als stagiair in het openbaar register ingeschreven is, worden de gegevens en documenten bedoeld in § 2, 1° tot 5° en in voorkomend geval het inschrijvingsformulier, vernietigd na vijf jaar te rekenen vanaf de maand volgend op de datum van zijn administratieve inschrijving.
Art.9. § 1er. Pour pouvoir participer à l'examen d'admission et pour ensuite entamer la période de stage, le candidat stagiaire adresse, au plus tard trois mois avant la date de l'examen d'admission, par écrit ou électroniquement, un dossier d'inscription à l'Institut.
  L'inscription administrative permet au Conseil de vérifier que le candidat stagiaire respecte les conditions visées à l'article 10, § 1er, 1° à 5°, de la loi. A cette fin, l'Institut met à disposition un formulaire d'inscription sur son site internet.
  Le candidat stagiaire s'inscrit soit pour le stage d'expert-comptable certifié, soit pour le stage de conseiller fiscal certifié.
  § 2. Le dossier d'inscription contient les données et documents suivants, demandés ou non par le biais du formulaire d'inscription visé au paragraphe premier, alinéa 2 :
  1° le numéro de registre national ou, à défaut de celui-ci, le numéro d'identification dans la Banque-Carrefour de la Sécurité Sociale ;
  2° un extrait du casier judiciaire ne remontant pas à plus de trois mois, sauf si l'Institut dispose déjà d'un tel extrait, conformément à l'article 10, § 1er, 4°, de la loi;
  3° une copie des diplômes ou titres du candidat visés à l'article 12 de la loi ;
  4° le cas échéant, le dossier individuel de demande de dispenses de matières visé à l'article 13 ;
  5° le cas échéant, un exemplaire de la convention ou des conventions de stage, datée(s) et signée(s) par les deux parties ;
  6° la preuve du paiement des frais d'inscription et des frais de participation à l'examen d'admission.
  Lorsque la convention de stage, visée à l'alinéa 1er, 5°, n'a pas été transmise avec la demande d'inscription, elle est transmise à la commission de stage avant le début du stage.
  § 3. Après avis du Conseil, les ministres fixent le montant des frais, visés au paragraphe 2, 6°.
  § 4. Lorsque le candidat stagiaire n'est pas inscrit au registre public comme stagiaire dans les cinq ans qui suivent le jour de sa demande d'inscription administrative, les données et documents visés au § 2, 1° à 5°, et le cas échéant le formulaire d'inscription, sont détruits après cinq ans à compter du mois suivant la date de son inscription administrative.
Art.10. De kandidaat stagiair kan pas deelnemen aan het toelatingsexamen wanneer de stukken overeenkomstig artikel 9 bij het inschrijvingsdossier zijn gevoegd.
Art.10. Le candidat stagiaire ne peut participer à l'examen d'admission que si les pièces sont jointes au dossier d'inscription conformément à l'article 9.
HOOFDSTUK 4. - HET TOELATINGSEXAMEN
CHAPITRE 4. - L'EXAMEN D'ADMISSION
Afdeling 1. - Inhoud van het toelatingsexamen
Section 1re. - Contenu de l'examen d'admission
Art.11. Het toelatingsexamen tot de stage van gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur bestaat uit een computergestuurde proef met betrekking tot een aantal specifieke opleidingsonderdelen en heeft tot doel de theoretische kennis van de kandidaat stagiair te toetsen en na te gaan of hij geschikt is om de stagewerkzaamheden te starten.
Art.11. L'examen d'admission au stage d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié consiste en une épreuve informatisée qui porte sur un nombre de matières spécifiques et qui a pour objet de vérifier les connaissances théoriques du candidat stagiaire et d'évaluer si celui-ci est apte à entamer les travaux de stage.
Art.12. Het toelatingsexamen tot de stage van gecertificeerd accountant heeft betrekking op alle opleidingsonderdelen bedoeld in bijlage 1.
  Het toelatingsexamen tot de stage van gecertificeerd belastingadviseur heeft betrekking op de volgende opleidingsonderdelen vermeld in bijlage 1:
  1° de fiscale opleidingsonderdelen;
  2° het vennootschaps- en verenigingsrecht;
  3° de deontologie van het beroep en de antiwitwaswetgeving.
Art.12. L'examen d'admission au stage d'expert-comptable certifié porte sur toutes les matières visées à l'annexe 1.
  L'examen d'admission au stage de conseiller fiscal certifié porte sur les matières suivantes mentionnées à l'annexe 1re:
  1° les matières fiscales ;
  2° le droit des sociétés et des associations ;
  3° la déontologie de la profession et la législation anti-blanchiment.
Afdeling 2. - Vrijstelling van opleidingsonderdelen bij het toelatingsexamen
Section 2. - Dispense de matières à l'examen d'admission
Art.13. § 1. De kandidaat stagiair die houder is van een diploma of titel bedoeld in artikel 12 van de wet, wordt bij het toelatingsexamen, op zijn verzoek, vrijgesteld van de opleidingsonderdelen die uitdrukkelijk worden vermeld op zijn diploma of, in voorkomend geval, op het diploma-supplement, in de mate waarin het aantal uren of studiepunten dat werd besteed aan de studie van een opleidingsonderdeel ten minste gelijk is aan het aantal vermeld in het rooster in bijlage 2.
  Vrijstellingen kunnen, in voorkomend geval, ook bekomen worden op basis van getuigschriften of certificaten van slagen voor een opleidingsonderdeel dat deel uitmaakt van een module erkend door een van de gemeenschappen in de mate waarin het aantal ECTS of de uren besteed aan de studie van dat opleidingsonderdeel ten minste gelijk is aan het aantal dat vermeld wordt in het rooster in bijlage 2.
  § 2. De kandidaat met één of meer diploma's bijkomend aan die bedoeld in paragraaf 1, wordt, op zijn vraag, vrijgesteld van de opleidingsonderdelen vermeld op die bijkomende diploma's, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1.
Art.13. § 1er. A sa demande, le candidat stagiaire qui est porteur d'un diplôme ou titre visé à l'article 12 de la loi est dispensé de présenter l'examen d'admission relatif aux matières expressément mentionnées sur son diplôme ou, le cas échéant, sur le supplément de diplôme, dans la mesure où le nombre d'heures ou d'unités de cours consacrées à l'étude d'une matière est au moins égal au nombre mentionné dans la grille reprise en annexe 2.
  Des dispenses peuvent également, le cas échéant, être obtenues sur base d'attestations ou de certificats de réussite pour une matière faisant partie d'un module de formation reconnu par une des communautés, dans la mesure où le nombre d'ECTS ou d'heures consacrées à l'étude de cette matière est au moins égal au nombre mentionné dans la grille reprise en annexe 2.
  § 2. Le candidat porteur d'un ou plusieurs diplômes complémentaires à ceux visés au paragraphe 1er est dispensé, à sa demande, des matières reprises sur ces diplômes complémentaires, pour autant que celles-ci répondent aux conditions visées au paragraphe 1er.
Afdeling 3. - Het individueel aanvraagdossier voor vrijstellingen van opleidingsonderdelen
Section 3. - Le dossier individuel de demande de dispenses de matières
Art.14. De kandidaat stagiair die bij het toelatingsexamen bedoeld in artikel 11 wil genieten van vrijstellingen van opleidingsonderdelen, dient bij zijn inschrijving een individueel aanvraagdossier voor vrijstellingen in.
  Dat individueel aanvraagdossier voor vrijstellingen bevat een kopie van de diploma's, getuigschriften of certificaten, bedoeld in artikel 13, die in voorkomend geval recht geven op één of meer vrijstellingen die niet voorkomen in het dossier van de administratieve inschrijving.
Art.14. Le candidat stagiaire qui souhaite bénéficier de dispenses de matières dans le cadre de l'examen d'admission visé à l'article 11 introduit, lors de son inscription, un dossier individuel de demande de dispenses.
  Ce dossier individuel de demande de dispenses contient une copie des diplômes, des attestations ou des certificats de formations visés à l'article 13, donnant le cas échéant droit à une ou plusieurs dispenses qui ne figurent pas dans le dossier d'inscription administrative.
Art.15. Na toetsing van het individueel aanvraagdossier voor vrijstellingen met betrekking tot de criteria bedoeld in artikel 13, bezorgt de stagecommissie haar voorstel van beslissing aan de Raad.
  De Raad informeert de kandidaat stagiair uiterlijk één maand vóór het toelatingsexamen over de vrijstellingen die hem werden toegekend. Bij gebrek aan antwoord binnen de gestelde termijn wordt de kandidaat stagiair vrijgesteld van de opleidingsonderdelen waarvoor hij een verzoek heeft ingediend.
Art.15. Après évaluation du dossier individuel de demande de dispenses au regard des critères visés à l'article 13, la commission de stage transmet sa proposition de décision au Conseil.
  Au plus tard un mois avant l'examen d'admission, le Conseil informe le candidat stagiaire des dispenses qui lui ont été accordées. A défaut de réponse dans ce délai, le candidat stagiaire est dispensé des matières pour lesquelles il a introduit une demande.
Art.16. Wanneer het aantal ECTS of de daarmee overeenstemmende contacturen onvoldoende is of indien het door de kandidaat stagiair behaalde diploma niet is opgenomen in artikel 12 van de wet, weigert de Raad op gemotiveerde wijze de gevraagde vrijstelling(-en).
  Tegen de beslissing over de toekenning van een vrijstelling of vrijstellingen door de Raad kan de kandidaat stagiair beroep aantekenen bij de commissie van beroep binnen dertig dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing van de Raad.
Art.16. Si le nombre d'ECTS ou le nombre d'heures de contact correspondant est insuffisant ou si le diplôme obtenu par le candidat stagiaire n'est pas repris à l'article 12 de la loi, le Conseil refuse la ou les dispenses demandées en motivant sa décision.
  Un recours peut être formé par le candidat stagiaire contre la décision d'octroi d'une ou plusieurs dispenses du Conseil devant la commission d'appel dans les trente jours suivant la notification de la décision du Conseil.
Afdeling 4. - Organisatie en nadere regels van het toelatingsexamen
Section 4. - Organisation et modalités de l'examen d'admission
Art.17. De Raad organiseert minstens twee examensessies per jaar. Hij bepaalt de data van die examensessies.
Art.17. Le Conseil organise au moins deux sessions d'examen par an. Il fixe les dates de ces sessions d'examen.
Art.18. Het examenreglement bevat de regels voor de organisatie van het toelatingsexamen en de slaagvoorwaarden voor het toelatingsexamen. Op voorstel van de Raad stellen de ministers het examenreglement vast.
  Dit examenreglement wordt gepubliceerd op de website van het Instituut.
Art.18. Les règles concernant l'organisation de l'examen d'admission et les conditions de réussite de l'examen d'admission sont contenues dans le règlement d'examen, lequel est arrêté par les ministres sur proposition du Conseil.
  Ce règlement d'examen est publié sur le site internet de l'Institut.
Art.19. De kandidaat stagiair moet slagen voor alle onderdelen van het toelatingsexamen binnen drie jaar na zijn administratieve inschrijving. De kandidaat stagiair die geslaagd is voor een deel van het examen behoudt het resultaat dat hem is toegekend in de opleidingsonderdelen waarvoor hij geslaagd is.
  De Raad kan, op voorstel van de stagecommissie, deze periode van drie jaar verlengen voor de kandidaat stagiair die omwille van overmacht niet heeft kunnen deelnemen aan het toelatingsexamen.
  De kandidaat stagiair gecertificeerd accountant die niet voor een of meerdere fiscale opleidingsonderdelen, vermeld in bijlage 1, geslaagd is, wordt toegelaten tot de stage op voorwaarde dat hij voor de algemene beginselen van het fiscaal recht en de andere dan de fiscale opleidingsonderdelen geslaagd is. Binnen de eerste twaalf maanden van de stageperiode moet de stagiair voor alle opleidingsonderdelen geslaagd zijn, alvorens zijn stage voort te zetten.
Art.19. Le candidat stagiaire est tenu de réussir toutes les parties de l'examen d'admission dans les trois ans qui suivent sa demande d'inscription administrative. Le candidat stagiaire qui a réussi une partie de l'examen conserve le résultat qui lui a été attribué dans les matières qu'il aura réussies.
  Le Conseil peut, sur proposition de la commission de stage, prolonger cette période de trois ans au profit du candidat stagiaire qui n'a pu participer à l'examen d'admission pour cause de force majeure.
  Le candidat stagiaire expert-comptable certifié qui n'a pas réussi une ou plusieurs matières fiscales mentionnées dans l'annexe 1, est admis au stage à condition qu'il ait réussi les principes généraux de droit fiscal et les matières autres que les matières fiscales. Le stagiaire doit réussir toutes les matières dans les douze premiers mois de la période de stage avant de poursuivre son stage.
Art.20. Voor het opstellen van de vragen en het valideren van de antwoorden doet de stagecommissie beroep op externe personen belast met het onderwijs van de betrokken opleidingsonderdelen. De vragen en de modelantwoorden worden aan de stagecommissie bezorgd.
Art.20. Pour la préparation des questions et la validation des réponses, la commission de stage fait appel à des personnes externes qui enseignent les matières concernées. Les questions et les réponses types sont transmises à la commission de stage.
Art.21. De lijst van vragen die aan de kandidaat stagiair werden gesteld en de antwoorden die hij erop gaf, worden bewaard gedurende één jaar na de datum waarop de beslissing over de inschrijving van de stagiair in het openbaar register werd genomen.
  De resultaten van het toelatingsexamen worden door het Instituut aan de kandidaat stagiair ter kennis gebracht uiterlijk één maand na het einde van de sessie van het toelatingsexamen. Deze resultaten worden bij het dossier van de kandidaat stagiair gevoegd.
  Het geslaagd zijn voor het toelatingsexamen is geldig gedurende een periode van twee jaar volgend op de kennisgeving.
  De kennisgeving van de Raad is vergezeld van alle inlichtingen betreffende de termijn en de nadere regels voor het instellen van beroep.
  Tegen een beslissing van de Raad over het toelatingsexamen kan beroep worden ingesteld bij de commissie van beroep binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing van de Raad.
Art.21. La liste des questions posées au candidat stagiaire et les réponses qu'il y a données, sont conservées pendant un an après la date à laquelle la décision d'inscription du stagiaire au registre public a été prise.
  Les résultats de l'examen d'admission sont notifiés par l'Institut au candidat stagiaire au plus tard un mois après la fin de la session de l'examen d'admission. Ces résultats sont consignés dans le dossier du candidat stagiaire.
  La réussite de l'examen d'admission est valable pendant une période de deux ans suivant la notification.
  La notification du Conseil est accompagnée de tous les renseignements concernant le délai et les modalités de recours.
  Un recours peut être formé contre une décision du Conseil sur l'examen d'admission devant la commission d'appel dans les trente jours suivant la notification de la décision du Conseil.
HOOFDSTUK 5. - DE STAGE
CHAPITRE 5. - LE STAGE
Afdeling 1. - De stageovereenkomst
Section 1re. - La convention de stage
Onderafdeling 1. - Algemeen
Sous-section 1re. - Généralités
Art.22. In overeenstemming met artikel 13, § 1, van de wet sluit de kandidaat stagiair een stageovereenkomst met ten minste een stagemeester die minstens vijf jaar ingeschreven is in het openbaar register. Elke stageovereenkomst beschrijft de opdrachten die de stagemeester(s) toevertrouwt of toevertrouwen aan de stagiair.
  Voor de stage van gecertificeerd accountant wordt ten minste één stageovereenkomst gesloten met een stagemeester die sinds minstens vijf jaar ingeschreven is in het openbaar register met de hoedanigheid van gecertificeerd accountant, accountant of fiscaal accountant.
  Voor de stage van gecertificeerd belastingadviseur wordt ten minste één stageovereenkomst gesloten met een stagemeester die sinds minstens vijf jaar ingeschreven is in het openbaar register met de hoedanigheid van gecertificeerd accountant, gecertificeerd belastingadviseur, accountant of fiscaal accountant.
  De stagemeester wiens beroepservaring niet alle beroepsactiviteiten dekt die voor een stagiair nodig zijn om de hoedanigheid van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur te bekomen, neemt alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de stagiair op het einde van zijn stage over de nodige kennis beschikt.
  De stagemeester meldt aan de stagecommissie welke maatregelen hij bij het begin van de stage neemt en welke maatregelen hij neemt tijdens de stage. De stagecommissie kan andere maatregelen voorstellen om de vorming van de stagiair te vervolmaken.
  Wanneer de stagiair meerdere stageovereenkomsten sluit, kan een ervan afgesloten worden met een stagemeester die minstens vijf jaar ingeschreven is in het openbaar register met een andere hoedanigheid dan die waarin de stagiair zijn stage wenst te volbrengen.
  Een stagiair kan geen stagemeester zijn.
  De stageovereenkomst kan slechts ondertekend worden in naam van een rechtspersoon op voorwaarde dat die een beroepsbeoefenaar natuurlijke persoon aanduidt die daadwerkelijk als verantwoordelijke stagemeester optreedt.
  De stagemeester verbindt er zich toe om de stagiair in zijn opleiding tot gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur bij te staan.
Art.22. Conformément à l'article 13, § 1er, de la loi, le candidat stagiaire conclut une convention de stage avec au moins un maître de stage inscrit depuis au moins cinq ans au registre public. Chaque convention décrit les tâches confiées au stagiaire par le ou les maîtres de stage.
  Pour le stage d'expert-comptable certifié, au moins une convention de stage est conclue avec un maître de stage qui est inscrit depuis au moins cinq ans au registre public en qualité d'expert-comptable certifié, d'expert-comptable ou d'expert-comptable fiscaliste.
  Pour le stage de conseiller fiscal certifié, au moins une convention de stage est conclue avec un maître de stage qui est inscrit depuis au moins cinq ans au registre public en qualité d'expert-comptable certifié, de conseiller fiscal certifié, d'expert-comptable ou d'expert-comptable fiscaliste.
  Le maître de stage dont la pratique professionnelle ne couvre pas toutes les activités professionnelles nécessaires à un stagiaire pour obtenir la qualité d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié, prend toutes les mesures nécessaires pour que le stagiaire dispose à la fin de son stage de l'expertise requise.
  Le maître de stage communique à la commission de stage les mesures qu'il entend mettre en place au début du stage ainsi que les mesures mises en place durant le stage. La commission de stage peut proposer d'autres mesures visant à parfaire la formation du stagiaire.
  Lorsque le stagiaire conclut plusieurs conventions de stage, l'une d'entre elles peut être conclue avec un maître de stage inscrit depuis au moins cinq ans au registre public en une autre qualité que celle dans laquelle le stagiaire souhaite effectuer son stage.
  Un stagiaire ne peut pas être maître de stage.
  La convention de stage ne peut être signée au nom d'une personne morale qu'à la condition que celle-ci désigne un professionnel personne physique qui sera effectivement responsable comme maître de stage.
  Le maître de stage s'engage à assister le stagiaire dans sa formation en tant qu'expert-comptable certifié ou conseiller fiscal certifié.
Art.23. Na onderzoek van de stageovereenkomst bezorgt de stagecommissie een voorstel van beslissing aan de Raad. De Raad deelt zijn beslissing binnen de twee maanden mee aan de kandidaat stagiair en aan de stagemeester vermeld in de stageovereenkomst. Wanneer de stagiair meerdere stageovereenkomsten heeft afgesloten, bezorgt de stagecommissie een kopie van elke goedgekeurde overeenkomst aan elke stagemeester.
  De kennisgeving van de Raad is vergezeld van alle inlichtingen betreffende de termijn en de nadere regels voor het instellen van beroep.
Art.23. Après examen de la convention de stage, la commission de stage transmet une proposition de décision au Conseil. Le Conseil informe le candidat stagiaire et le maître de stage mentionné dans la convention de stage, de sa décision dans les deux mois. Lorsque le stagiaire a conclu plusieurs conventions de stage, la commission de stage communique une copie de chaque convention approuvée à chaque maître de stage.
  La notification du Conseil est accompagnée de tous les renseignements concernant le délai et les modalités de recours.
Art.24. Tegen een beslissing over de stageovereenkomst door de Raad kan beroep worden ingesteld bij de commissie van beroep binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing van de Raad.
Art.24. Un recours peut être formé contre une décision de convention de stage du Conseil devant la commission d'appel dans les trente jours suivant la notification de la décision du Conseil.
Onderafdeling 2. - Inhoud van de stageovereenkomst
Sous-section 2. - Contenu de la convention de stage
Art.25. De stageovereenkomst bevat de volgende bepalingen:
  1° de verbintenis van de partijen om zich te schikken naar het wettelijk, reglementair en normatief kader van het beroep;
  2° de verbintenis van de stagemeester om gedurende het aantal uren bepaald in artikel 5, eerste lid, te voorzien in de opleiding van de stagiair door hem te begeleiden en hem te betrekken bij een voldoende aantal stagewerkzaamheden die hem in staat stellen de nodige beroepservaring te verwerven binnen het wettelijk, reglementair en normatief kader en om de begeleiding van de stagiair gedurende de volledige duur van zijn stage te verzekeren;
  3° de verbintenis van de stagiair om loyaal de stagewerkzaamheden uit te voeren, het beroepsgeheim te eerbiedigen en de beroepsbelangen van de stagemeester tijdens de stage niet te schaden. De stagiair gaat de verbintenis aan om gedurende drie jaar volgend op het einde van de stageovereenkomst noch rechtstreeks noch onrechtstreeks cliënteel over te nemen van de stagemeester zonder diens schriftelijke toestemming. De stagemeester gaat de verbintenis aan om gedurende drie jaar volgend op het einde van de stageovereenkomst noch rechtstreeks noch onrechtstreeks cliënteel over te nemen van de stagiair die een eigen cliënteel heeft zonder diens schriftelijke toestemming.
  Wanneer de stagewerkzaamheden bij een rechtspersoon worden uitgevoerd, wordt onder het cliënteel bedoeld in de stageovereenkomst, het cliënteel van de rechtspersoon verstaan en, in voorkomend geval, van het netwerk bedoeld in artikel 2, 13°, van de wet waarvan deze deel uitmaakt.
Art.25. La convention de stage contient les dispositions suivantes :
  1° l'engagement des parties de se conformer au cadre légal, réglementaire et normatif de la profession ;
  2° l'engagement du maître de stage d'assurer durant le nombre d'heures visé à l'article 5, alinéa 1er, la formation du stagiaire en le guidant et l'associant à un nombre suffisant de travaux de stage pour lui permettre d'acquérir l'expérience professionnelle nécessaire dans le respect du cadre légal, réglementaire et normatif, et d'assurer l'accompagnement du stagiaire pendant toute la durée de son stage ;
  3° l'engagement du stagiaire d'exercer les travaux de stage avec loyauté, de respecter le secret professionnel et de ne pas porter atteinte pendant le stage aux intérêts professionnels du maître de stage. Le stagiaire s'engage à ne pas accepter directement ou indirectement la clientèle du maître de stage sans l'autorisation écrite de ce dernier pendant les trois années qui suivent la fin de la convention de stage. Le maître de stage s'engage à ne pas accepter directement ou indirectement la clientèle du stagiaire qui dispose d'une propre clientèle sans l'autorisation écrite de ce dernier pendant les trois années qui suivent la fin de la convention de stage.
  Lorsque les travaux de stage sont exécutés auprès d'une personne morale, la clientèle visée par la convention de stage se comprend comme étant celle de la personne morale et, le cas échéant, du réseau auquel elle appartient, tel que visé à l'article 2, 13°, de la loi.
Art.26. De stagewerkzaamheden worden verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst of van een overeenkomst van zelfstandige dienstverlening. Wanneer de stagiair handelt via een rechtspersoon waarvan hij aandeelhouder en/of lid is van het bestuursorgaan, bevat de stageovereenkomst een zelfstandige dienstverlening die de stagiair als natuurlijke persoon aangaat.
Art.26. Les travaux de stage sont accomplis dans le cadre d'un contrat de travail ou d'un contrat de prestations de services indépendants. Lorsque le stagiaire agit dans le cadre d'une personne morale dont il est actionnaire et/ou membre de l'organe de gestion, la convention de stage comprend des prestations de services indépendants que le stagiaire fournit en tant que personne physique.
Art.27. Behoudens andersluidende overeenkomst tussen de partijen wordt de arbeidsovereenkomst gesloten vóór de toelating tot de stage, voortgezet tijdens de stageperiode.
  De stageovereenkomst is onderscheiden van de arbeidsovereenkomst. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst brengt niet van rechtswege de beëindiging van de stage mee en de beëindiging van de stage brengt niet van rechtswege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zich mee.
Art.27. Sauf convention contraire entre les parties, le contrat de travail, conclu avant l'admission au stage, se poursuit pendant la période de stage.
  La convention de stage est distincte du contrat de travail. La fin du contrat de travail n'entraîne pas de plein droit la fin du stage et la fin de stage n'entraîne pas la fin de plein droit du contrat de travail.
Art.28. Wanneer de stagewerkzaamheden worden verricht in het kader van een overeenkomst van zelfstandige dienstverlening, eventueel via een rechtspersoon waarvan hij aandeelhouder is of waarin hij lid is van het bestuursorgaan of beide, worden de voorwaarden waaronder de dienstverlening zal geschieden, schriftelijk vastgelegd.
Art.28. Lorsque les travaux de stage sont accomplis dans le cadre d'un contrat de prestations de services indépendants, éventuellement dans le cadre d'une personne morale dont il est actionnaire ou membre de l'organe de gestion ou les deux, les conditions d'exécution de cette prestation de services sont constatées par écrit.
Art.29. De stagiair die zijn activiteiten, in hoofdberoep of in bijberoep, als zelfstandige uitoefent, eventueel via een rechtspersoon waarvan hij aandeelhouder of lid is van het bestuursorgaan of beide, is verplicht zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid te dekken overeenkomstig artikel 44 van de wet.
Art.29. Le stagiaire qui exerce ses activités, à titre principal ou complémentaire, en tant qu'indépendant, éventuellement dans le cadre d'une personne morale dont il est actionnaire ou membre de l'organe de gestion ou les deux, est tenu de faire couvrir sa responsabilité civile professionnelle conformément à l'article 44 de la loi.
Art.30. De stageovereenkomst, ondertekend door de stagiair natuurlijke persoon, is onderscheiden van de overeenkomst van zelfstandige dienstverlening, eventueel ondertekend door de rechtspersoon. De beëindiging van de overeenkomst van zelfstandige dienstverlening brengt niet van rechtswege de beëindiging van de stage mee en de beëindiging van de stage brengt niet van rechtswege de beëindiging van de overeenkomst van zelfstandige dienstverlening met zich mee.
Art.30. La convention de stage, signée par le stagiaire personne physique, est distincte du contrat de prestations de services indépendants, éventuellement signé au nom de la personne morale. La fin du contrat de prestation de services indépendants n'entraîne pas de plein droit la fin du stage et la fin de stage n'entraîne pas la fin de plein droit du contrat de prestations de services indépendants.
Art.31. De stageovereenkomst bevat inzonderheid de verbintenis van de stagemeester om de stagiair met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft afgesloten, een vergoeding te betalen in verhouding tot de door hem gepresteerde diensten. Deze vergoeding wordt opgesteld rekening houdende met de bereikte graad van beroepservaring, de volbrachte stageduur en de omvang van verstrekte prestaties.
Art.31. La convention de stage comprend notamment l'engagement du maître de stage de payer au stagiaire, avec lequel il n'a pas conclu de contrat de travail, une rémunération en rapport avec les services prestés par celui-ci. Cette rémunération est établie en tenant compte du degré d'expérience professionnelle atteint, de la durée du stage accompli et de l'ampleur des prestations fournies.
Onderafdeling 3. - De beëindiging van de stageovereenkomst
Sous-section 3. - La fin de la convention de stage
Art.32. Er kan een einde gesteld worden aan de stageovereenkomst door schriftelijke wederzijdse toestemming of door elk van de partijen afzonderlijk met een schriftelijke opzegging van één maand.
  De stagecommissie wordt door middel van een aangetekende zending of per e-mail met ontvangstbevestiging in kennis gesteld van het beëindigen van de stageovereenkomst door de partij die de opzegging doet.
Art.32. Il peut être mis fin à la convention de stage de commun accord par écrit, ou par chacune des parties moyennant un préavis écrit d'un mois.
  La commission de stage est informée par envoi recommandé ou e-mail avec accusé de réception de la fin de la convention de stage par la partie qui donne le préavis.
Afdeling 2. - Verplichtingen van de stagiair
Section 2. - Obligations du stagiaire
Art.33. Gedurende de volledige stageperiode neemt de stagiair actief deel aan gediversifieerde stagewerkzaamheden om voldoende beroepservaring voor het beroep van gecertificeerd accountant of respectievelijk voor het beroep van gecertificeerd belastingadviseur te verwerven. De stagiair voert daartoe zorgvuldig de opdrachten en werkzaamheden uit waarmee zijn stagemeester of stagemeesters hem belasten en volgt zijn of hun instructies en richtlijnen op.
  De stagiair wijdt ten minste duizend uur per jaar aan de uitvoering van zijn stagewerkzaamheden, die hij in het stagedagboek bijhoudt. De stagiair die zijn stageperiode van drie jaar heeft afgerond, blijft zijn stagedagboek bijhouden, maar is niet meer verplicht om minstens duizend uur per jaar aan de uitvoering van zijn stagewerkzaamheden te wijden.
Art.33. Durant toute la période de stage, le stagiaire participe activement aux travaux de stage diversifiés afin d'acquérir suffisamment d'expérience professionnelle pour la profession d'expert-comptable certifié ou respectivement pour la profession de conseiller fiscal certifié. A cette fin, le stagiaire exécute avec diligence les missions et les travaux dont le charge(nt) son ou ses maître(s) de stage et suit les instructions et directives données par celui-ci ou ceux-ci.
  Le stagiaire consacre au moins mille heures par an à l'exécution de ses travaux de stage, ce qu'il consigne dans le journal de stage. Le stagiaire qui a terminé sa période de stage de trois ans continue à tenir son journal de stage mais n'est plus obligé de consacrer au moins mille heures par an à l'exécution de ses travaux de stage.
Art.34. Wanneer een gedeelte van de stage buiten België plaatsvindt, ziet de Raad er gedurende deze periode op toe dat de stagewerkzaamheden op een voldoende manier worden opgevolgd door zijn stagemeester(s), in samenwerking met een persoon die in het land waar de stagiair zijn stagewerkzaamheden uitvoert, een hoedanigheid heeft gelijkwaardig aan die van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur.
  Het bewijs van een gelijkwaardige hoedanigheid wordt geleverd door een getuigschrift dat wordt uitgereikt door de bevoegde autoriteit van dit land waarin wordt verklaard dat de betrokken persoon in dat land een relevante ervaring heeft op het gebied van accountancy of fiscaliteit.
Art.34. Lorsqu'une partie du stage se déroule en dehors de la Belgique, le Conseil veille à ce qu'au cours de cette période, les activités du stagiaire soient surveillées de façon adéquate par son ou ses maîtres de stage, en collaboration avec une personne ayant dans le pays où le stagiaire exerce ses travaux de stage, une qualité équivalente à celle d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié.
  La preuve d'une qualité équivalente est apportée par une attestation délivrée par l'autorité compétente de ce pays qui certifie que la personne concernée possède dans ce pays une expérience pertinente dans le domaine de l'expertise comptable ou de la fiscalité.
Art.35. De stagiair komt zijn verplichting van permanente vorming na bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet.
  Hij neemt eveneens deel aan de voordrachten, seminaries en andere activiteiten die door de stagecommissie of op aanbeveling van het Instituut ten voordele van de stagiairs worden georganiseerd.
  Deze verplichtingen blijven gelden voor de stagiair die zijn stageperiode van drie jaar heeft afgerond maar nog niet geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen.
  Daarnaast kan de stagecommissie de stagiair nog andere opleidingen opleggen, afhankelijk van zijn stage.
Art.35. Le stagiaire remplit son obligation de formation permanente visée à l'article 39, alinéa 2, de la loi.
  Il participe également aux conférences, séminaires et autres activités organisés au profit des stagiaires par la commission de stage ou sur recommandation de l'Institut.
  Ces obligations restent d'application au stagiaire qui a terminé sa période de stage de trois ans mais qui n'a pas encore réussi l'examen d'aptitude.
  En outre, la commission de stage peut imposer d'autres formations au stagiaire en fonction de son stage.
Art.36. Wanneer de stagecommissie om bijkomende inlichtingen verzoekt, beantwoordt de stagiair onverwijld de vragen die de stagecommissie hem stelt.
Art.36. A la demande de la commission de stage, le stagiaire lui communique sans délais tout renseignement complémentaire que la commission de stage souhaite obtenir.
Art.37. De stagiair geeft in het stagedagboek, waarvan het model hem gratis ter beschikking wordt gesteld, een overzicht van de stagewerkzaamheden die hij heeft verricht of waaraan hij heeft deelgenomen, alsook de aard van zijn activiteit, de aard van de door hem uitgevoerde opdrachten en de daaraan bestede tijd.
  Het stagedagboek wordt door de stagiair op regelmatige basis en minstens een keer per kwartaal aangevuld, met inachtneming van de nodige discretie.
Art.37. Le stagiaire donne dans le journal de stage, dont le modèle est mis gratuitement à sa disposition, un aperçu des travaux de stage qu'il a accomplis ou auxquels il a participé ainsi que de la nature de ses activités, de même que de la nature des missions qu'il a accomplies et le temps qu'il y a consacré.
  Le journal de stage est complété de manière régulière, au moins chaque trimestre, par le stagiaire en observant la discrétion nécessaire.
Art.38. De tussentijdse proeven bedoeld in artikel 15 van de wet hebben tot doel om na het eerste en na het tweede jaar van de stageperiode te toetsen of de stagiair de verworven theoretische en praktische kennis kan toepassen op de uitoefening van de activiteiten van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur en of hij in staat is met inachtneming van het wettelijk, reglementair en normatief kader deze activiteiten uit te oefenen met alle noodzakelijke waarborgen inzake bekwaamheid, onafhankelijkheid en professionele rechtschapenheid. De inschrijving voor de tussentijdse proeven is gratis voor de stagiair.
  De tussentijdse proeven voor een stagiair gecertificeerd accountant slaan op één of meer praktische toepassingsgevallen met betrekking tot de opleidingsonderdelen van accountancy, de fiscale opleidingsonderdelen en het vennootschaps- en verenigingsrecht vermeld in bijlage 1.
  De tussentijdse proeven voor een stagiair gecertificeerd belastingadviseur slaan op één of meer praktische toepassingsgevallen met betrekking tot de fiscale opleidingsonderdelen vermeld in bijlage 1.
Art.38. Les épreuves intermédiaires visées à l'article 15 de la loi ont pour objet de vérifier, à l'issue de la première et de deuxième année de la période de stage, la capacité du stagiaire à appliquer les connaissances théoriques et pratiques acquises à l'exercice des activités d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié, ainsi que son aptitude à exercer ces activités avec toutes les garanties requises du point de vue de la compétence, de l'indépendance et de la probité professionnelle, dans le respect du cadre légal, réglementaire et normatif. L'inscription aux épreuves intermédiaires est gratuite pour le stagiaire.
  Les épreuves intermédiaires pour un stagiaire expert-comptable certifié portent sur un ou plusieurs cas pratiques relatifs aux matières liées à l'expertise comptable, aux matières fiscales et au droit des sociétés et des associations mentionnées à l'annexe 1.
  Les épreuves intermédiaires pour un stagiaire conseiller fiscal certifié portent sur un ou plusieurs cas pratiques relatifs aux matières fiscales mentionnées à l'annexe 1.
Art.39. Wanneer de stagiair geslaagd is voor één of meer opleidingsonderdelen van de tussentijdse proeven, verleent de stagecommissie de stagiair bij het schriftelijk gedeelte van het bekwaamheidsexamen een vrijstelling voor dat opleidingsonderdeel.
  Wanneer de stagiair niet geslaagd is voor de tussentijdse proeven, gaat de stageperiode verder. In dat geval kan de stagecommissie, in samenspraak met de stagemeester of stagemeesters, een heroriëntering van de stagewerkzaamheden voorstellen.
Art.39. Lorsque le stagiaire a réussi une ou plusieurs matières des épreuves intermédiaires, la commission de stage octroie au stagiaire une dispense pour cette matière à la partie écrite de l'examen d'aptitude.
  Si le stagiaire échoue aux épreuves intermédiaires, la période de stage continue. La commission de stage peut dans ce cas proposer une réorientation des travaux de stage en concertation avec le maître de stage ou les maîtres de stage.
Afdeling 3. - Verplichtingen van de stagemeester
Section 3. - Obligations du maître de stage
Art.40. Een stagemeester mag niet meer dan vijf stagiairs tegelijk begeleiden, voor zover het gaat om de vereiste stagewerkzaamheden gedurende de stageperiode in overeenstemming met artikel 33.
Art.40. Un maître de stage ne peut pas prendre en charge plus de cinq stagiaires en même temps pour ce qui concerne les travaux de stage requis durant la période de stage conformément à l'article 33.
Art.41. De stagemeester zorgt, in samenwerking met de stagecommissie, voor de gepaste beroepsopleiding en de vereiste deontologische vorming van de stagiair en waakt over de naleving door de stagiair van zijn verplichtingen bedoeld in afdeling 2. De stagemeester ziet toe op de kennisverwerving en de naleving door de stagiair van het wettelijk, reglementair en normatief kader.
  Hij vertrouwt de stagiair werkzaamheden toe die binnen het kader vallen van de opdrachten die aan de beroepsbeoefenaars worden toevertrouwd en begeleidt hem bij de uitvoering ervan. Voor de stagiair gecertificeerd accountant verbindt de stagemeester zich ertoe om de stagiair te betrekken bij de opdrachten die door of krachtens de wet toevertrouwd zijn aan de gecertificeerde accountants.
  Hij ziet er eveneens op toe dat de stagiair op het einde van de stageperiode een voldoende ervaring heeft opgedaan in de verschillende opdrachten die hem toevertrouwd werden.
Art.41. Le maître de stage, en collaboration avec la commission de stage, veille à la formation professionnelle appropriée et à la formation déontologique requise du stagiaire et au respect par le stagiaire des obligations visées à la section 2. Le maître de stage veille à la connaissance et au respect par le stagiaire du cadre légal, réglementaire et normatif.
  Il confie au stagiaire des travaux entrant dans le cadre des missions dévolues aux professionnels et le guide dans l'exécution de ceux-ci. Pour le stagiaire expert-comptable certifié, le maître de stage vise à l'associer à des missions confiées par ou en vertu de la loi aux experts-comptables certifiés.
  Il s'assure également que le stagiaire dispose, au terme de la période de stage, d'une expérience suffisante dans les différentes missions qui lui sont confiées.
Art.42. Na die met de stagiair te hebben besproken, neemt de stagemeester minstens een keer per kwartaal opmerkingen op in het stagedagboek. Hij valideert dat stagedagboek dat op regelmatige basis door de stagiair wordt aangevuld ingevolge artikel 37.
Art.42. Après en avoir discuté avec le stagiaire, le maître de stage consigne les observations dans le journal de stage au moins une fois par trimestre et valide le journal de stage complété régulièrement par le stagiaire suivant l'article 37.
Art.43. Wanneer de stagecommissie om bijkomende inlichtingen verzoekt, beantwoordt de stagemeester onverwijld de vragen die de stagecommissie hem stelt.
Art.43. A la demande de la commission de stage, le maître de stage lui communique sans délai tout renseignement complémentaire que la commission de stage souhaite obtenir.
Afdeling 4. - Duur van de stage
Section 4. - Durée du stage
Art.44. Overeenkomstig artikel 13, § 1, vierde lid, van de wet heeft de stage een maximale duur van acht jaar te rekenen vanaf de datum van de inschrijving van de stagiair in het openbaar register.
Art.44. Conformément à l'article 13, § 1er, alinéa 4, de la loi, le stage a une durée maximale de huit ans à dater de l'inscription du stagiaire au registre public.
Art.45. Op gemotiveerd verzoek van de stagiair of de stagemeester kan de stagecommissie de stageperiode voor een door haar bepaalde duur schorsen, mits voorlegging aan de stagecommissie van de verantwoordingsstukken.
  De schorsing gaat in wanneer de Raad de schorsing van de stagecommissie bevestigt, overeenkomstig artikel 13, § 1, van de wet.
Art.45. Sur demande motivée du stagiaire ou du maître de stage, la commission de stage peut décider de suspendre la période de stage pour une durée qu'elle détermine, moyennant la présentation à la commission de stage des pièces justificatives.
  La suspension prend effet quand le Conseil confirme la suspension de la commission de stage, conformément à l'article 13, § 1er, de la loi.
Art.46. Wanneer aan een stageovereenkomst een einde wordt gemaakt met toepassing van artikel 32, wordt de stageperiode opgeschort. De stageperiode begint opnieuw te lopen wanneer een nieuwe, met een andere beroepsbeoefenaar afgesloten stageovereenkomst is goedgekeurd, overeenkomstig artikel 23.
  De stageperiode wordt niet opgeschort wanneer een nieuwe stageovereenkomst binnen drie maanden wordt afgesloten en wordt goedgekeurd overeenkomstig artikel 23.
  Heeft de stagiair meerdere stageovereenkomsten afgesloten, dan kan hij bij de beëindiging van een van de stageovereenkomsten ook een overblijvende stageovereenkomst uitbreiden of aanpassen.
  De stageperiode wordt niet opgeschort wanneer de uitbreiding of de aanpassing van de overblijvende stageovereenkomst binnen drie maanden wordt goedgekeurd overeenkomstig artikel 23.
Art.46. Lorsqu'il est mis fin à une convention de stage en application de l'article 32, la période de stage est suspendue. La période de stage reprend son cours le jour où une nouvelle convention de stage conclue avec un autre professionnel est approuvée conformément à l'article 23.
  La période de stage n'est pas suspendue lorsqu'une nouvelle convention de stage est conclue dans les trois mois et approuvée conformément à l'article 23.
  Lorsque le stagiaire a conclu plusieurs conventions de stage, il peut dans ce cas à la fin d'une de ces conventions de stages, également étendre ou adapter une convention restante.
  La période de stage n'est pas suspendue lorsque l'extension ou adaptation de la convention de stage restante est approuvée dans les trois mois conformément à l'article 23.
Art.47. De stagiair die ten gevolge van een veroordeling of een andere maatregel zijn stagewerkzaamheden niet kan verrichten, kan, in het belang van het beroep, voor de duur van de maatregel door de Raad, op voorstel van de stagecommissie geschorst worden. Tegen die beslissing kan beroep met schorsende kracht worden ingesteld bij de commissie van beroep.
Art.47. Le stagiaire qui, à la suite d'une condamnation ou d'une autre mesure, se trouve dans l'impossibilité d'exercer ses travaux de stage, peut, dans l'intérêt de la profession, être suspendu par le Conseil, sur proposition de la commission de stage, pour la durée de la mesure. Un recours suspensif peut être formé contre cette décision devant la commission d'appel.
Art.48. Wanneer de stagiair geschorst wordt, wordt de stageperiode opgeschort voor de duur van de schorsing. Wanneer de stagiair een stageovereenkomst heeft afgesloten met een enkele stagemeester en deze stagemeester geschorst wordt als gevolg van een veroordeling of een andere maatregel, wordt de stageperiode opgeschort behalve wanneer een nieuwe stageovereenkomst binnen drie maanden wordt afgesloten en wordt goedgekeurd overeenkomstig artikel 23. Wanneer de stagiair meerdere stageovereenkomsten heeft afgesloten en een van de stagemeesters geschorst wordt als gevolg van een veroordeling of een andere maatregel, wordt de stageperiode opgeschort behalve wanneer een nieuwe stageovereenkomst binnen drie maanden wordt afgesloten en wordt goedgekeurd overeenkomstig artikel 23 voor de activiteiten onder de begeleiding van de geschorste stagemeester.
Art.48. Lorsque le stagiaire est suspendu, la période de stage est suspendue pour la durée de la suspension. Lorsque le stagiaire a conclu une convention de stage avec un seul maître de stage et que ce maître de stage est suspendu à la suite d'une condamnation ou d'une autre mesure, la période de stage est suspendue, sauf si une nouvelle convention de stage est conclue dans les trois mois et approuvée conformément à l'article 23. Lorsque le stagiaire a conclu plusieurs conventions de stage et que l'un des maîtres de stage est suspendu à la suite d'une condamnation ou d'une autre mesure, la période de stage est suspendue, sauf si une nouvelle convention de stage est conclue dans les trois mois et approuvée conformément à l'article 23 pour les activités pour lesquelles le stagiaire était accompagné par le maître de stage suspendu.
Art.49. Elke schorsing van de stageperiode wordt gelijktijdig aan de stagemeester(s) en aan de stagiair per aangetekende zending of per e-mail met ontvangstbevestiging gemeld door de Raad. De motivering van de schorsing wordt enkel opgenomen in de melding aan de persoon die geschorst wordt.
Art.49. Toute suspension de la période de stage est simultanément communiquée par le Conseil au(x) maître(s) de stage et au stagiaire par envoi recommandé ou e-mail avec accusé de réception. La motivation de la suspension n'est mentionnée que sur la communication adressée à la personne suspendue.
Art.50. De Raad bevestigt de beslissing van de stagecommissie om de stageperiode van drie jaar te verlengen:
  1° wanneer de stagecommissie van oordeel is dat de stagiair een gebrek aan praktijkervaring heeft;
  2° op gemotiveerd verzoek van de stagiair.
  In de gevallen bedoeld in het eerste lid behoudt de stagiair de hoedanigheid van stagiair alsook alle daaraan verbonden rechten en verplichtingen.
  Wanneer de stagiair niet geslaagd is voor zijn bekwaamheidsexamen na het einde van de stageperiode van drie jaar, wordt zijn stage voortgezet om hem toe te laten het examen opnieuw af te leggen. De stagiair moet het bekwaamheidsexamen minstens één keer per jaar afleggen. Als de stagiair niet minstens één keer per jaar deelneemt aan het bekwaamheidsexamen of op het einde van de stage, als bedoeld in artikel 44, niet geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen, eindigt zijn stage automatisch.
Art.50. Le Conseil confirme la décision de la commission de stage de prolonger la période de stage de trois ans :
  1° lorsque la commission de stage est d'avis qu'un stagiaire manque d'expérience pratique ;
  2° sur demande motivée du stagiaire.
  Dans les cas, visés à l'alinéa 1er, le stagiaire conserve la qualité de stagiaire ainsi que les droits et devoirs y afférents.
  Lorsque le stagiaire n'a pas réussi son examen d'aptitude après la fin de la période de stage de trois ans, le stage se poursuit pour lui permettre de représenter cet examen. Le stagiaire est tenu de se présenter au moins une fois par an à l'examen d'aptitude. Si le stagiaire ne s'est pas présenté à l'examen au moins une fois par an ou si, à l'issue de la durée du stage, visée à l'article 44, le stagiaire n'a pas réussi l'examen d'aptitude, son stage s'achève automatiquement.
Afdeling 5. - De weglating uit het openbaar register
Section 5. - L'omission du registre public
Art.51. § 1. De Raad beslist, op voorstel van de stagecommissie, tot de weglating van een stagiair uit het openbaar register:
  1° op vraag van de stagiair, met toepassing van artikel 33 van de wet;
  2° bij overschrijding van de in artikel 44 voorziene termijn;
  3° met toepassing van artikel 93 van de wet, in geval van een tuchtsanctie die de schorsing of de schrapping met zich meebrengt.
  Tegen die beslissing kan beroep worden ingesteld bij de commissie van beroep binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing van de Raad.
  Dit beroep heeft een schorsende werking.
  § 2. Het stagedossier wordt vier jaar na zijn weglating uit het openbaar register vernietigd.
  Wanneer de stagiair het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke procedure, houdt de Raad van het Instituut na de periode van vier jaar bedoeld in het eerste lid, enkel de gegevens bij die gekoppeld zijn aan het beheer van een lopende procedure die door het Instituut tegen de betrokken persoon is ingeleid en voor zover die gegevens nodig zijn voor het beheer van het geschil en dat gedurende de periode die strikt noodzakelijk is voor beheer van het geschil.
Art.51. § 1er. Le Conseil décide, sur proposition de la commission de stage, de l'omission d'un stagiaire du registre public :
  1° sur demande du stagiaire, en application de l'article 33 de la loi ;
  2° en cas de dépassement du délai visé à l'article 44 ;
  3° en application de l'article 93 de la loi, en cas de sanction disciplinaire entraînant la suspension ou la radiation.
  Un recours peut être formé contre cette décision devant la commission d'appel dans les trente jours suivant la notification de la décision du Conseil.
  Ce recours a un effet suspensif.
  § 2. Le dossier de stage est détruit quatre ans après son omission du registre public.
  Lorsque le stagiaire fait l'objet d'une procédure judiciaire, le Conseil de l'Institut ne conserve, après la période de quatreans visée à l'alinéa premier, que les données liées à la gestion d'une procédure en cours introduite par l'Institut contre la personne concernée, pour autant que ces données soient nécessaires à la gestion de ce contentieux, et ce durant le temps strictement nécessaire à la gestion de ce contentieux.
Art.52. Elke weglating wordt gelijktijdig zowel aan de stagemeester(s) als aan de stagiair per aangetekende zending of per e-mail met ontvangstbevestiging gemeld door de Raad.
Art.52. Toute omission est simultanément notifiée par le Conseil au(x) maître(s) de stage et au stagiaire par envoi recommandé ou e-mail avec accusé de réception.
HOOFDSTUK 6. - HET BEKWAAMHEIDSEXAMEN
CHAPITRE 6. - L'EXAMEN D'APTITUDE
Afdeling 1. - Toegang tot het bekwaamheidsexamen
Section 1re. - Accès à l'examen d'aptitude
Art.53. Op voorstel van de stagecommissie laat de Raad de volgende personen toe tot deelname aan het bekwaamheidsexamen:
  1° de stagiair, voor zover hij de stageperiode regelmatig heeft volbracht volgens de verplichtingen bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 2;
  2° de accountant en de fiscaal accountant bedoeld in artikelen 21 of 22 van de wet;
  3° de in artikel 14 van de wet bedoelde personen die gedurende ten minste zeven jaar beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend waarbij een voldoende ervaring werd opgedaan op het vlak van accountancy of fiscaliteit;
  4° de gecertificeerd belastingadviseur voor het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd accountant.
  Tegen een beslissing van de Raad over de toelating tot het bekwaamheidsexamen kunnen de personen bedoeld in artikel 14 van de wet beroep instellen bij de commissie van beroep binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing van de Raad.
Art.53. Sur proposition de la commission de stage, le Conseil autorise les personnes suivantes à présenter l'examen d'aptitude :
  1° le stagiaire, pour autant qu'il ait accompli régulièrement sa période de stage conformément aux obligations visées au chapitre 5, section 2 ;
  2° l'expert-comptable et l'expert-comptable fiscaliste visés à l'article 21 ou l'article 22 de la loi ;
  3° les personnes visées à l'article 14 de la loi qui ont exercé pendant sept années au moins des activités professionnelles au cours desquelles une expérience suffisante a été acquise dans les domaines de l'expertise comptable ou de la fiscalité ;
  4° le conseiller fiscal certifié pour l'examen d'aptitude d'expert-comptable certifié.
  Un recours peut être formé par les personnes visées à l'article 14 de la loi contre une décision du Conseil sur l'admission d'examen d'aptitude devant la commission d'appel dans les trente jours suivant la notification de la décision du Conseil.
Afdeling 2. - Inhoud van het bekwaamheidsexamen
Section 2. - Contenu de l'examen d'aptitude
Onderafdeling 1. - Het bekwaamheidsexamen voor de stagiairs
Sous-section 1re. - L'examen d'aptitude pour les stagiaires
Art.54. Het bekwaamheidsexamen voor de stagiair heeft tot doel na te gaan in welke mate de kandidaat in staat is om de verworven kennis in de uitoefening van de beroepsactiviteit van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur toe te passen en of hij in staat is die activiteiten met inachtneming van het wettelijk, reglementair en normatief kader uit te oefenen.
Art.54. L'examen d'aptitude pour le stagiaire a pour objet de vérifier dans quelle mesure le candidat est à même d'appliquer les connaissances acquises dans l'exercice de l'activité professionnelle d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié et son aptitude à exercer ces activités dans le respect du cadre législatif, réglementaire et normatif.
Art.55. Het bekwaamheidsexamen bestaat uit een schriftelijke en een mondelinge proef. Het omvat een ondervraging over de praktijk van het beroep, de opdrachten, de verantwoordelijkheid, de normen, de beroepsmaturiteit, de deontologie van het beroep en de antiwitwaswetgeving.
  Het bekwaamheidsexamen voor de toegang tot de hoedanigheid van gecertificeerd accountant slaat op één of meerdere praktische toepassingsgevallen met betrekking tot de volgende opleidingsonderdelen, vermeld in bijlage 1:
  1° de opleidingsonderdelen van accountancy;
  2° de fiscale opleidingsonderdelen;
  3° het vennootschaps- en verenigingsrecht;
  4° de deontologie van het beroep en de antiwitwaswetgeving.
  Het bekwaamheidsexamen voor de toegang tot de hoedanigheid van gecertificeerd belastingadviseur slaat op één of meerdere praktische toepassingsgevallen met betrekking tot de volgende in bijlage 1 vermelde opleidingsonderdelen:
  1° de fiscale opleidingsonderdelen;
  2° het vennootschaps- en verenigingsrecht;
  3° de deontologie van het beroep en de antiwitwaswetgeving.
Art.55. L'examen d'aptitude consiste en une épreuve écrite et orale. Il comporte une interrogation sur la pratique de la profession, les missions, la responsabilité, les normes, la maturité professionnelle, la déontologie de la profession et la législation anti-blanchiment.
  L'examen d'aptitude pour l'accès à la qualité d'expert-comptable certifié porte sur un ou plusieurs cas pratiques relatifs aux matières suivantes mentionnées à l'annexe 1re:
  1° les matières de l'expertise-comptable ;
  2° les matières fiscales ;
  3° le droit des sociétés et des associations ;
  4° la déontologie de la profession et la législation anti-blanchiment.
  L'examen d'aptitude pour l'accès à la qualité de conseiller fiscal certifié porte sur un ou plusieurs cas pratiques relatifs aux matières suivantes, mentionnées à l'annexe 1re:
  1° les matières fiscales ;
  2° le droit des sociétés et des associations ;
  3° la déontologie de la profession et la législation anti-blanchiment.
Onderafdeling 2. - Het bekwaamheidsexamen voor de beroepsbeoefenaars en de personen bedoeld in artikelen 14, 21 en 22 van de wet
Sous-section 2. - L'examen d'aptitude pour les professionnels et les personnes visées aux articles 14, 21 et 22 de la loi
Art.56. Om de hoedanigheid van (intern) gecertificeerd accountant of (intern) gecertificeerd belastingadviseur te verkrijgen, leggen de in artikel 14 van de wet bedoelde personen die ten minste zeven jaar beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend waarbij een voldoende ervaring werd opgedaan op het vlak van accountancy of fiscaliteit, het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur, bedoeld in onderafdeling 1 af.
  Om de hoedanigheid van (intern) gecertificeerd accountant te verkrijgen, legt de (intern) gecertificeerd belastingadviseur het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd accountant af bedoeld in onderafdeling 1, maar beperkt tot de opleidingsonderdelen vermeld in bijlage 1, met uitzondering van de fiscale opleidingsonderdelen.
  De bedrijfsrevisor legt hetzelfde examen af, maar beperkt tot de fiscale opleidingsonderdelen vermeld in bijlage 1.
Art.56. Pour obtenir la qualité d'expert-comptable certifié (interne) ou de conseiller fiscal certifié (interne), les personnes visées à l'article 14 de la loi qui ont exercé pendant sept années au moins des activités professionnelles au cours desquelles une expérience suffisante a été acquise dans les domaines de l'expertise comptable ou de la fiscalité, présentent l'examen d'aptitude d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié visé à la sous-section première.
  Pour obtenir la qualité d'expert-comptable certifié (interne), le conseiller fiscal certifié (interne) présente l'examen d'aptitude d'expert-comptable certifié visé à la sous-section première, mais limité aux matières reprises à l'annexe 1, à l'exception des matières fiscales.
  Le réviseur d'entreprises présente ce même examen mais limité aux matières fiscales telles que reprises à l'annexe 1.
Art.57. Overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van de wet, legt de (intern) accountant of de (intern) fiscale accountant, om de hoedanigheid van (intern) gecertificeerd accountant of van (intern) gecertificeerd belastingadviseur te verkrijgen, het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd accountant of van gecertificeerde belastingadviseur af, maar beperkt tot de opleidingsonderdelen vermeld in de artikelen 21 en 22 van de wet.
Art.57. Conformément aux articles 21 et 22 de la loi, pour obtenir la qualité d'expert-comptable certifié (interne) ou de conseiller fiscal certifié (interne), l'expert-comptable (interne) ou l'expert-comptable fiscaliste (interne) présentent l'examen d'aptitude d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié, mais limité aux matières reprises dans les articles 21 et 22 de la loi.
Afdeling 3. - Nadere regels en organisatie van het bekwaamheidsexamen
Section 3. - Modalités et organisation de l'examen d'aptitude
Art.58. Op advies van de Raad leggen de ministers in het examenreglement als bedoeld in artikel 18, de nadere regels voor de organisatie van het bekwaamheidsexamen vast.
  De taal waarin het examen wordt afgelegd, wordt bepaald door de taal waarin het inschrijvingsdossier als stagiair werd ingediend of door de taal van de aanvraag tot toelating tot het bekwaamheidsexamen. Een Duitstalige kandidaat kan ervoor kiezen om het examen in het Frans of Nederlands af te leggen of, indien zijn diploma dat toegang geeft tot het beroep bedoeld in artikel 12 van de wet, in het Duits is, vragen om het examen in het Duits af te leggen.
  Het examenreglement bepaalt de onderdelen van het bekwaamheidsexamen waarvoor de kandidaat minstens moet slagen alvorens hij het mondeling examen kan afleggen, samen met de slaagvoorwaarden.
  De deelname aan het bekwaamheidsexamen is gratis.
Art.58. Après avis du Conseil, les ministres fixent dans le règlement d'examen visé à l'article 18, les règles d'organisation de l'examen d'aptitude.
  La langue dans laquelle l'examen est présenté est déterminée par la langue dans laquelle le dossier d'inscription comme stagiaire a été introduit ou par la langue de la demande d'accès à l'examen d'aptitude. Un candidat de langue allemande peut choisir de présenter l'examen en français ou en néerlandais ou, si son diplôme d'accès à la profession visé à l'article 12 de la loi est en allemand, demander à présenter son examen en allemand.
  Le règlement d'examen détermine les parties de l'examen d'aptitude que le candidat doit au moins réussir avant de pouvoir présenter l'épreuve orale ainsi que les conditions de réussite.
  La présentation de l'examen d'aptitude est gratuite.
Art.59. De Raad organiseert minstens twee examensessies per jaar.
Art.59. Le Conseil organise au moins deux sessions d'examen par an.
Art.60. Voor het bekwaamheidsexamen benoemt de Raad examenjury's voor een termijn van drie jaar.
  Er wordt ten minste één examenjury van de Nederlandse taalrol en één examenjury van de Franse taalrol opgericht voor het bekwaamheidsexamen dat toegang geeft tot de hoedanigheid van gecertificeerd accountant en ook ten minste één examenjury van de Nederlandse taalrol en één examenjury van de Franse taalrol voor het bekwaamheidsexamen dat toegang geeft tot de hoedanigheid van gecertificeerd belastingadviseur.
  Wanneer een kandidaat uitdrukkelijk heeft verzocht om het examen in het Duits af te leggen, ziet de Raad erop toe dat ten minste één van de leden van de examenjury over voldoende kennis van de Duitse taal beschikt.
Art.60. Le Conseil nomme, pour l'examen d'aptitude, des jurys d'examen pour une période de trois ans.
  Au moins un jury d'examen du rôle linguistique néerlandais et un jury d'examen du rôle linguistique français pour l'examen d'aptitude donnant accès à la qualité d'expert-comptable certifié, ainsi qu'au moins un jury d'examen du rôle linguistique néerlandais et un jury d'examen du rôle linguistique français pour l'examen aptitude donnant accès à la qualité de conseiller fiscal certifié, sont constitués.
  Lorsqu'un candidat a expressément demandé à présenter son examen en langue allemande, le Conseil veille à ce qu'au moins un des membres du jury d'examen ait une connaissance suffisante de la langue allemande.
Art.61. Mogen geen lid zijn van de examenjury's:
  1° de personen die met de vermelding van stagiair of als tijdelijk en occasioneel dienstverlener in het openbaar register ingeschreven zijn;
  2° wanneer het bekwaamheidsexamen door een stagiair wordt afgelegd, de stagemeester van de betrokken stagiair of elke persoon behorend tot het netwerk van de stagemeester.
  Per taalrol bestaat de jury voor het examen dat toegang geeft tot de hoedanigheid van gecertificeerd accountant uit:
  1° een voorzitter die belast is met het onderwijs aan een universiteit of aan een inrichting van het hoger onderwijs, in een afdeling waarvan het diploma is opgenomen in artikel 12 van de wet;
  2° vier andere leden ingeschreven in het openbaar register die het beroep al minstens vijf jaar uitoefenen, van wie minstens twee in het openbaar register ingeschreven zijn met de hoedanigheid van gecertificeerd accountant.
  Deze vier andere leden mogen gedurende de laatste vijf jaar geen tuchtstraf hebben opgelopen, behalve wanneer ze eerherstel gekregen hebben. Ze voldoen gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming aan hun verplichting inzake permanente vorming vastgelegd in artikel 39 van de wet of door de reglementeringen van een van de fusionerende instituten, bedoeld in artikel 2, 22°, van de wet.
Art.61. Ne peuvent être membres des jurys d'examen :
  1° les personnes qui sont inscrites au registre public avec la mention de stagiaire ou comme prestataires de services à titre temporaire et occasionnel ;
  2° lorsque l'examen d'aptitude est présenté par un stagiaire, le maître de stage du stagiaire concerné ou toute personne faisant partie du réseau du maître de stage.
  Par rôle linguistique, le jury pour l'examen donnant accès à la qualité d'expert-comptable certifié se compose :
  1° d'un président chargé de cours de l'enseignement universitaire ou de l'enseignement supérieur, dans une section dont le diplôme est repris à l'article 12 de la loi ;
  2° de quatre autres membres inscrits au registre public et exerçant la profession depuis au moins cinq ans, dont au moins deux sont inscrits dans le registre public en qualité d'expert-comptable certifié.
  Ces quatre autres membres ne peuvent pas avoir encouru de peine disciplinaire pendant les cinq dernières années, sauf s'ils ont été réhabilités. Ils satisfont à leur obligation de formation permanente telle que fixée à l'article 39 de la loi ou par les réglementations d'un des instituts qui fusionnent, tels que définis à l'article 2, 22°, de la loi, pendant les cinq années précédant l'année de leur nomination.
Art.62. Per taalrol bestaat de jury voor het examen dat toegang geeft tot de hoedanigheid van gecertificeerd belastingadviseur uit:
  1° een voorzitter die belast is met het onderwijs aan een universiteit of aan een inrichting van het hoger onderwijs, in een afdeling waarvan het diploma is opgenomen in artikel 12 van de wet;
  2° vier andere leden ingeschreven in het openbaar register, die het beroep al minstens vijf jaar uitoefenen, van wie minstens twee in het openbaar register ingeschreven zijn met de hoedanigheid van gecertificeerd belastingadviseur.
  Deze vier andere leden mogen gedurende de laatste vijf jaar geen tuchtstraf hebben opgelopen, behalve wanneer ze eerherstel gekregen hebben. Ze voldoen gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming aan hun verplichting inzake permanente vorming vastgelegd in artikel 39 van de wet of door de reglementeringen van een van de fusionerende instituten, bedoeld in artikel 2, 22°, van de wet.
  De Raad duidt de voorzitter aan en benoemt de andere leden van de verschillende examenjury's. De oproep tot kandidatuur voor de andere leden wordt vastgesteld door de Raad en gepubliceerd op de website van het Instituut.
Art.62. Par rôle linguistique, le jury pour l'examen donnant accès à la qualité de conseiller fiscal certifié se compose :
  1° d'un président qui est chargé de cours de l'enseignement universitaire ou de l'enseignement supérieur, dans une section dont le diplôme est repris à l'article 12 de la loi ;
  2° de quatre autres membres inscrits au registre public et exerçant la profession depuis au moins cinq ans, dont au moins deux sont inscrits dans le registre public en qualité de conseiller fiscal certifié.
  Ces quatre autres membres ne peuvent pas avoir encouru de peine disciplinaire pendant les cinq dernières années, sauf s'ils ont été réhabilités. Ils satisfont à leur obligation de formation permanente telle que fixée à l'article 39 de la loi ou par les réglementations d'un des instituts qui fusionnent, tels que définis à l'article 2, 22°, de la loi pendant les cinq années précédant l'année de leur nomination.
  Le Conseil désigne le président et nomme les autres membres des différents jurys d'examen. L'appel à candidatures pour les autres membres est fixé par le Conseil et publié sur le site internet de l'Institut.
Art.63. Na een schriftelijk examen, legt de stagiair voor de examenjury van zijn taal een mondeling examen af. De beslissingen over het mondeling gedeelte worden bij gewone meerderheid genomen.
Art.63. Après un examen écrit, le stagiaire présente un examen oral devant le jury d'examen de sa langue. Les décisions concernant la partie orale sont prises à la majorité simple.
Art.64. § 1. De kandidaat moet geslaagd zijn voor het bekwaamheidsexamen binnen de acht jaar na de datum van inschrijving als stagiair in het openbaar register.
  De in artikel 14 van de wet bedoelde personen die ten minste zeven jaar beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend waarbij een voldoende ervaring werd opgedaan op het vlak van accountancy of fiscaliteit en die de verplichtingen van de norm permanente vorming naleven en de andere personen vermeld in de artikelen 56 en 57, mogen ten hoogste vijf maal binnen een periode van vijf jaar aan het bekwaamheidsexamen deelnemen.
  § 2. Wanneer de Raad, na goedkeuring van de stagecommissie, overeenkomstig artikel 50 beslist heeft de stageperiode van de kandidaat te verlengen omwille van een gebrek aan praktijkervaring, wordt de kandidaat slechts toegelaten tot het bekwaamheidsexamen nadat de stagecommissie beslist heeft dat hij voldoende praktijkervaring heeft verworven.
Art.64. § 1er. Le candidat doit présenter avec succès l'examen d'aptitude dans les huit ans à compter de la date d'inscription au registre public comme stagiaire.
  Les personnes visées à l'article 14 de la loi qui ont exercé pendant sept années au moins des activités professionnelles au cours desquelles une expérience suffisante a été acquise dans les domaines de l'expertise comptable ou de la fiscalité et qui respectent les obligations de la norme de formation continue, et les autres personnes mentionnées aux articles 56 et 57, ne peuvent participer que cinq fois au maximum durant une période de cinq ans à l'examen d'aptitude.
  § 2. Lorsque, conformément à l'article 50, le Conseil, après approbation de la commission de stage, a décidé de prolonger la période de stage du candidat, et ce en raison d'un manque d'expérience pratique, ce dernier n'est admis à l'examen d'aptitude qu'après que la commission de stage ait décidé qu'il a acquis une expérience pratique suffisante.
Art.65. Het resultaat van het bekwaamheidsexamen wordt de kandidaat uiterlijk twee maanden na het examen door de Raad via elektronische weg ter kennis gebracht en wordt bij zijn dossier gevoegd.
  De kennisgeving van de Raad is vergezeld van alle inlichtingen betreffende de termijn en de nadere regels voor het instellen van beroep.
  Tegen een beslissing van de Raad over het bekwaamheidsexamen kan beroep worden ingesteld bij de commissie van beroep binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing van de Raad.
Art.65. Le résultat de l'examen d'aptitude est notifié au candidat par voie électronique par le Conseil au plus tard dans les deux mois de l'examen, et est versé à son dossier.
  La notification du Conseil est accompagnée de tous les renseignements concernant le délai et les modalités de recours.
  Un recours peut être formé contre une décision du Conseil sur l'examen d'aptitude devant la commission d'appel dans les trente jours suivant la notification de la décision du Conseil.
Art.66. Wanneer de stagiair niet geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen, blijft hij ingeschreven in het openbaar register tot het einde van de stage als bedoeld in artikel 67 en blijft hij dus overeenkomstig artikel 29 van de wet onderworpen aan het toezicht van het Instituut en aan het wettelijk, reglementair en normatief kader.
  In voorkomend geval kan hij met een nieuwe stagemeester een stageovereenkomst afsluiten, overeenkomstig hoofdstuk 5, afdeling 1.
Art.66. Lorsque le stagiaire n'a pas réussi l'examen d'aptitude, il demeure inscrit au registre public jusqu'à la fin du stage visé à l'article 67 et reste donc soumis à la supervision de l'Institut et au cadre légal, réglementaire et normatif, conformément à l'article 29 de la loi.
  Le cas échéant, il peut conclure une convention de stage avec un nouveau maître de stage, conformément au chapitre 5, section 1re.
HOOFDSTUK 7. - HET EINDE VAN DE STAGE
CHAPITRE 7. - LA FIN DU STAGE
Art.67. § 1. De stage neemt een einde:
  1° na maximaal acht jaar te rekenen vanaf de datum van inschrijving van de stagiair in het openbaar register;
  2° na het slagen van het bekwaamheidsexamen;
  3° bij het ontslag van de stagiair;
  4° bij de uitschrijving van de stagiair uit het openbaar register;
  5° bij de schrapping bedoeld in artikel 93 van de wet.
  § 2. Wanneer een stagiair ontslag heeft genomen en nadien zijn wederinschrijving vraagt, richt hij een schriftelijk verzoek tot de voorzitter van de stagecommissie. De stagecommissie neemt dit verzoek in overweging door de kandidaat vrij te stellen van het opnieuw afleggen van het toelatingsexamen, op voorwaarde dat de aanvraag tot wederinschrijving binnen de drie jaar na het ontslag wordt ingediend.
  Na onderzoek van de aanvraag kan de stagecommissie aan de Raad voorstellen om de stagiair toe te laten zijn stage terug op te nemen in het stagejaar waarin hij ontslag heeft genomen. Er wordt geen rekening meer gehouden met de gepresteerde uren gedurende het jaar van ontslag.
  § 3. Wanneer een stagiair die weggelaten is uit het openbaar register, opnieuw zijn stage wil aanvatten, richt hij een gemotiveerde schriftelijke aanvraag aan de voorzitter van de stagecommissie, ten laatste binnen drie jaar na de datum waarop het besluit betreffende de weglating definitief en bindend is geworden, en vraagt hij om terug op de lijst van stagiairs ingeschreven te worden.
  Op zijn verzoek wordt de stagiair door de stagecommissie gehoord. Na onderzoek van de aanvraag en, in voorkomend geval, na de kandidaat gehoord te hebben, kan de stagecommissie aan de Raad voorstellen om de stagiair toe te laten tot de stage in het stagejaar waarin hij werd weggelaten mits betalen van de achterstallige tussenkomst in de kosten op de datum van weglating, verhoogd met een door de Raad vastgesteld bedrag van tussenkomst in de administratieve kosten. Er wordt geen rekening meer gehouden met de gepresteerde uren gedurende het jaar van weglating.
  § 4. Wanneer een stagiair binnen een termijn van acht jaar niet geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen en bijgevolg uit het openbaar register weggelaten is, kan hij pas na drie jaar opnieuw een aanvraag indienen voor een inschrijving voor het toelatingsexamen overeenkomstig artikel 13, § 1, vierde lid, van de wet.
Art.67. § 1er. Le stage prend fin :
  1° après huit ans au maximum à dater de la date d'inscription du stagiaire au registre public ;
  2° après la réussite de l'examen d'aptitude ;
  3° par la démission du stagiaire ;
  4° par la désinscription du stagiaire du registre public ;
  5° par la radiation visée à l'article 93 de la loi.
  § 2. Lorsqu'un stagiaire a démissionné et qu'il sollicite sa réinscription, il adresse une requête écrite au président de la commission de stage. La commission de stage prend cette requête en considération, en dispensant le candidat de présenter à nouveau l'examen d'admission, à condition que la demande de réinscription soit introduite dans les trois ans suivant la démission.
  Après examen de la demande, la commission de stage peut proposer au Conseil de permettre au stagiaire de reprendre son stage dans l'année de stage au cours de laquelle il a démissionné. Les heures prestées durant l'année de la démission ne sont plus prises en compte.
  § 3. Lorsqu'un stagiaire qui a été omis du registre public veut reprendre son stage, il adresse par écrit au président de la commission de stage une requête motivée au plus tard dans les trois ans à partir de la date où la décision d'omission est devenue définitive et obligatoire, et demande à être réinscrit sur la liste des stagiaires.
  A sa demande, le stagiaire est entendu par la commission de stage. Après examen de la requête et, le cas échéant, après avoir entendu le candidat, la commission de stage peut proposer au Conseil d'accepter de laisser le stagiaire reprendre son stage dans l'année de stage au cours de laquelle il a été omis, moyennant paiement des arriérés de contribution aux frais à la date de l'omission, augmentés d'un montant à titre d'intervention dans les frais administratifs fixé par le Conseil. Les heures prestées durant l'année de l'omission ne sont plus prises en compte.
  § 4. Dans le cas où un stagiaire n'a pas réussi l'examen d'aptitude au terme de la période de huit ans et, par conséquent, a été omis du registre public, il ne pourra introduire une nouvelle demande d'inscription à l'examen d'admission qu'après l'expiration d'un délai de trois ans conformément à l'article 13, § 1er, alinéa 4, de la loi.
Art.68. § 1. De persoon die geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd accountant en die wenst ingeschreven te worden in het openbaar register in de hoedanigheid van gecertificeerd accountant wordt door de Raad toegelaten tot de eedaflegging.
  De persoon die geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd belastingadviseur en die wenst ingeschreven te worden in het openbaar register in de hoedanigheid van gecertificeerd belastingadviseur wordt door de Raad toegelaten tot de eedaflegging.
  De Raad verleent hem de hoedanigheid van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur vanaf het moment dat hij de eed heeft afgelegd, overeenkomstig artikel 20, § 1, van de wet en schrijft hem met die hoedanigheid in het openbaar register in.
  § 2. Overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 20, § 2, van de wet, kent de Raad de hoedanigheid van intern gecertificeerd accountant toe aan de persoon die geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd accountant en die wenst ingeschreven te worden in het openbaar register met de hoedanigheid van intern gecertificeerd accountant.
  Overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 20, § 2, van de wet, kent de Raad de hoedanigheid van intern gecertificeerd belastingadviseur toe aan de persoon die geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd belastingadviseur en die wenst ingeschreven te worden in het openbaar register met de hoedanigheid van intern gecertificeerd belastingadviseur.
Art.68. § 1er. La personne qui a réussi l'examen d'aptitude d'expert-comptable certifié et qui souhaite être inscrit au registre public en qualité d'expert-comptable certifié est admis par le Conseil à prêter serment.
  La personne qui a réussi l'examen d'aptitude de conseiller fiscal certifié et qui souhaite être inscrit au registre public en qualité de conseiller fiscal certifié est admis par le Conseil à prêter serment.
  Le Conseil lui octroie la qualité d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié dès le moment où celui-ci a prêté serment, conformément aux dispositions de l'article 20, § 1er, de la loi et l'inscrit au registre public en cette qualité.
  § 2. Conformément aux conditions fixées à l'article 20, § 2, de la loi, le Conseil octroie la qualité d'expert-comptable certifié interne à la personne qui a réussi l'examen d'aptitude d'expert-comptable certifié et qui souhaite être inscrite au registre public en qualité d'expert-comptable certifié interne.
  Conformément aux conditions fixées à l'article 20, § 2, de la loi, le Conseil octroie la qualité de conseiller fiscal certifié interne à la personne qui a réussi l'examen d'aptitude de conseiller fiscal certifié et qui souhaite être inscrite au registre public en qualité de conseiller fiscal certifié interne.
HOOFDSTUK 8. - BEKWAAMHEIDSPROEF VOOR BEROEPS- KWALIFICATIES BEHAALD IN EEN ANDERE LIDSTAAT
CHAPITRE 8. - EPREUVE D'APTITUDE POUR DES QUALIFICATIONS PROFESSIONNELLES ACQUISES DANS UN AUTRE ETAT MEMBRE
Art.69. § 1. In overeenstemming met artikel 11, § 2, vijfde lid, van de wet mag een bekwaamheidsproef enkel opgelegd worden aan een onderdaan van een lidstaat als bedoeld in artikel 2, 23°, van de wet die zijn belangrijkste beroepskwalificaties heeft behaald in een andere lidstaat, wanneer de opleiding van die onderdaan belangrijke verschillen vertoont inzake inhoud ten aanzien van de opleiding van een gecertificeerd accountant of van een gecertificeerd belastingadviseur op het vlak van opleidingsonderdelen die essentieel zijn voor de uitoefening van het beroep.
  De Raad legt, op advies van de stagecommissie, de lijst vast van de opleidingsonderdelen waarop een bekwaamheidsproef betrekking kan hebben.
  Op basis van de vergelijking tussen de opleiding van de aanvrager en de opleidingen die toegang geven tot het beroep in België, legt de Raad de lijst vast van de opleidingsonderdelen die de kandidaat moet afleggen.
  De beslissing om een bekwaamheidsproef op te leggen, vermeldt de data waarop de proef georganiseerd kan worden en preciseert dat het examen in het Frans, Nederlands en Duits kan worden afgelegd. De taal van de aanvraag tot inschrijving bij de bekwaamheidsproef bepaalt de taal waarin de proef wordt gehouden. Het afleggen van de bekwaamheidsproef is gratis.
  § 2. De bekwaamheidsproef bestaat uit een schriftelijke en mondelinge proef die op dezelfde dag plaatsvinden.
  De schriftelijke proef is computergestuurd. De kandidaat ontvangt het resultaat van zijn proef onmiddellijk na het geautomatiseerd examen. De kandidaat die 50 % van de punten behaalt op elk opleidingsonderdeel waarvoor hij ondervraagd werd, wordt toegelaten tot de mondelinge proef.
  De mondelinge proef omvat een ondervraging voor een jury over de opdrachten, verantwoordelijkheid en plichtenleer van het beroep. Om te slagen moet de kandidaat minstens 50 % van de punten behalen.
  De jury, benoemd door de Raad, bestaat uit twee personen belast met het universitair of hoger onderwijs van een afdeling waarvan het diploma is opgenomen in artikel 12 van de wet en uit twee beroepsbeoefenaars die zijn ingeschreven in het openbaar register van het Instituut. De Raad ziet erop toe dat ten minste een van de leden van de examencommissie voldoende kennis heeft van de taal die de kandidaat heeft gekozen om de bekwaamheidsproef af te leggen. Deze twee beroepsbeoefenaars mogen gedurende de laatste vijf jaar geen tuchtstraf hebben opgelopen, behalve wanneer ze eerherstel gekregen hebben. Ze voldoen gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming aan hun verplichting inzake permanente vorming vastgelegd in artikel 39 van de wet of door de reglementeringen van een van de fusionerende instituten, als bedoeld in artikel 2, 22°, van de wet.
  Wanneer de kandidaat de bekwaamheidsproef aflegt voor de activiteit van gecertificeerd accountant, heeft minstens een beroepsbeoefenaar de hoedanigheid van gecertificeerd accountant. Wanneer de kandidaat de bekwaamheidsproef aflegt voor de activiteit van gecertificeerd belastingadviseur, heeft minstens een beroepsbeoefenaar de hoedanigheid van gecertificeerd belastingadviseur. De persoon met de meeste jaren beroepservaring in het universitair of hoger onderwijs is voorzitter van de jury.
  Bij stemming wordt met gewone meerderheid gestemd. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  Elke beslissing van de jury wordt met redenen omkleed en wordt ter bevestiging aan de Raad overgemaakt.
  De beslissing wordt aan de kandidaat door de Raad via elektronische weg ter kennis gebracht.
  De kennisgeving van de Raad is vergezeld van alle inlichtingen betreffende de termijn en de nadere regels voor het instellen van beroep.
  Tegen een beslissing van de Raad over de bekwaamheidsproef kan beroep worden ingesteld bij de commissie van beroep binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing van de Raad.
Art.69. § 1er. Conformément à l'article 11, § 2, alinéa 5, de la loi, une épreuve d'aptitude ne peut être imposée à un ressortissant d'un Etat membre visé à l'article 2, 23°, de la loi ayant acquis ses principales qualifications professionnelles dans un autre Etat membre, que si la formation de ce ressortissant présente des différences substantielles en terme de contenu avec la formation d'un expert-comptable certifié ou d'un conseiller fiscal certifié dans des matières essentielles pour l'exercice de la profession.
  Après avis de la commission de stage, le Conseil détermine la liste des matières sur lesquelles peut porter une épreuve d'aptitude.
  Sur base de la comparaison entre la formation du demandeur et les formations donnant accès à la profession en Belgique, le Conseil fixe la liste des matières que doit présenter le candidat.
  La décision imposant une épreuve d'aptitude reprend les dates auxquelles l'épreuve peut être organisée et précise que l'épreuve peut avoir lieu en français, néerlandais et allemand. La langue de la demande d'accès à l'épreuve d'aptitude détermine la langue dans laquelle l'épreuve a lieu. La présentation de l'épreuve d'aptitude est gratuite.
  § 2. L'épreuve d'aptitude comprend une épreuve écrite et une épreuve orale qui ont lieu le même jour.
  L'épreuve écrite est informatisée. Le candidat reçoit le résultat de son examen immédiatement après l'examen automatisé. Le candidat ayant obtenu 50 % des points dans chacune des matières sur lesquelles il a été interrogé, est admis à l'épreuve orale.
  L'épreuve orale comporte une interrogation auprès d'un jury sur les missions, la responsabilité et la déontologie de la profession. Pour réussir le candidat doit obtenir au moins 50 % des points.
  Le jury, nommé par le Conseil, est composé de deux personnes chargées de cours de l'enseignement universitaire ou de l'enseignement supérieur dans une section dont le diplôme est repris à l'article 12 de la loi, et de deux professionnels inscrits au registre public de l'Institut. Le Conseil veille à ce qu'au moins un des membres du jury d'examen ait une connaissance suffisante de la langue choisie par le candidat pour présenter l'épreuve d'aptitude. Les deux professionnels ne peuvent pas avoir encouru de peine disciplinaire pendant les cinq dernières années, sauf s'ils ont été réhabilités. Ils satisfont à leur obligation de formation permanente telle que fixée à l'article 39 de la loi ou par les réglementations d'un des instituts qui fusionnent, tels que définis à l'article 2, 22°, de la loi, pendant les cinq années précédant l'année de leur nomination.
  Lorsque le candidat présente l'épreuve d'aptitude pour l'activité d'expert-comptable certifié, un professionnel au moins a la qualité d'expert-comptable certifié. Si le candidat présente l'épreuve d'aptitude pour l'activité de conseiller fiscal certifié, un professionnel au moins a la qualité de conseiller fiscal certifié. La personne qui a le plus d'années d'expérience professionnelle dans l'enseignement universitaire ou supérieur est le président du jury.
  En cas de vote, il est voté à la majorité simple. En cas de parité, le voix du président est prépondérante.
  Toute décision du jury est dûment motivée et est transmise au Conseil pour confirmation.
  La décision est notifié au candidat par voie électronique par le Conseil.
  La notification du Conseil est accompagnée de tous les renseignements concernant le délai et les modalités de recours.
  Un recours peut être formé contre une décision du Conseil sur l'épreuve d'aptitude devant la commission d'appel dans les trente jours suivant la notification de la décision du Conseil.
HOOFDSTUK 9. - DE STAGECOMMISSIE
CHAPITRE 9. - LA COMMISSION DE STAGE
Afdeling 1. - Samenstelling en werking
Section 1ère. - Composition et fonctionnement
Onderafdeling 1. - Samenstelling
Sous-section 1re. - Composition
Art.70. In uitvoering van artikel 17 van de wet wordt een stagecommissie opgericht.
  De Raad benoemt, in geheime stemming, voor een termijn van drie jaar ten minste veertien leden van de stagecommissie, waaronder de voorzitter en de ondervoorzitter.
  De voorzitter is afwisselend Nederlandstalig en Franstalig. Indien de voorzitter Nederlandstalig is, is de ondervoorzitter Franstalig, en omgekeerd.
  Eén Franstalig lid en één Nederlandstalig lid van de stagecommissie zijn personen belast met onderwijs aan een onderwijsinrichting die minstens een diploma als bedoeld in artikel 12 van de wet uitreikt.
  Van de tien andere leden van de stagecommissie zijn er vijf Nederlandstalig en vijf Franstalig.
  De voorzitter, ondervoorzitter en de tien andere leden:
  1° zijn sinds minstens vijf jaar ingeschreven in het openbaar register;
  2° zijn niet terechtgewezen, als bepaald in artikel 85 van de wet;
  3° zijn niet naar de tuchtcommissie of naar de commissie van beroep doorverwezen voor een tuchtmaatregel;
  4° hebben gedurende de laatste vijf jaar geen tuchtstraf opgelopen, behalve wanneer ze eerherstel hebben gekregen;
  5° hebben gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming voldaan aan hun verplichting inzake permanente vorming vastgelegd in artikel 39 van de wet of door de reglementeringen van een van de fusionerende instituten, als bedoeld in artikel 2, 22°, van de wet;
  6° zijn geen lid van de tuchtcommissie of de commissie van beroep;
  7° mogen geen commissaris van het Instituut zijn.
  De stagecommissie telt ten minste twee leden van de Raad.
  Minstens één van de leden van de stagecommissie beschikt over voldoende kennis van het Duits.
  Het mandaat van de leden van de stagecommissie is hernieuwbaar.
  De leden van de stagecommissie duiden een secretaris aan.
Art.70. En exécution de l'article 17 de la loi, une commission de stage est créée.
  Le Conseil nomme, au scrutin secret, pour une période de trois ans, au moins quatorze membres de la commission de stage, parmi lesquels le président et le vice-président.
  Le président émane alternativement du rôle linguistique néerlandais et français. Si le président est d'expression néerlandaise, le vice-président est obligatoirement d'expression française et inversement.
  Un membre d'expression française et un membre d'expression néerlandaise de la commission de stage doivent être enseignants dans un établissement de l'enseignement délivrant au moins un diplôme visé à l'article 12 de la loi.
  Parmi les dix autres membres de la commission de stage, cinq membres sont d'expression française et cinq membres d'expression néerlandaise.
  Le président, le vice-président et les dix autres membres :
  1° sont inscrits depuis au moins cinq ans au registre public ;
  2° ne sont pas rappelés à l'ordre, en vertu de l'article 85 de la loi ;
  3° ne sont pas renvoyés devant la commission de discipline ou devant la commission d'appel pour une mesure disciplinaire ;
  4° n'ont pas encouru de peine disciplinaire pendant les cinq dernières années, sauf s'ils ont été réhabilités ;
  5° ont satisfait à leur obligation de formation permanente telle que fixée à l'article 39 de la loi ou par les réglementations d'un des instituts qui fusionnent, tels que définis à l'article 2, 22°, de la loi, pendant les cinq années précédant l'année de, nomination ;
  6° ne sont pas membres de la commission de discipline ou de la commission d'appel ;
  7° ne peuvent être commissaire de l'Institut.
  La commission de stage compte au moins deux membres du Conseil.
  Au moins un des membres de la commission de stage doit disposer d'une connaissance suffisante de l'allemand.
  Le mandat des membres de la commission de stage est renouvelable.
  Les membres de la commission de stage désignent un secrétaire.
Art.71. De vergoedingen van de leden van de stagecommissie worden op voorstel van de Raad, door de algemene vergadering van het Instituut goedgekeurd.
Art.71. Les rémunérations des membres de la commission de stage sont, sur proposition du Conseil, approuvées par l'assemblée générale de l'Institut.
Onderafdeling 2. - Werking van de stagecommissie
Sous-section 2. - Fonctionnement de la commission de stage
Art.72. De stagecommissie vergadert ten minste om de twee maanden, op uitnodiging van haar voorzitter of, bij diens afwezigheid, van haar ondervoorzitter. De oproeping vermeldt de agenda van de vergadering en is vergezeld van de vereiste documenten.
  Wanneer de Raad daarom verzoekt, vergadert de stagecommissie binnen de maand na de ontvangst van dat verzoek.
  Het lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen verwittigt tijdig de voorzitter van de stagecommissie, of, bij diens afwezigheid, de ondervoorzitter en kan een volmacht geven aan een ander lid. Elk lid kan slechts één volmacht krijgen.
Art.72. La commission de stage se réunit au moins tous les deux mois sur convocation de son président ou, en son absence, de son vice-président. La convocation mentionne l'ordre du jour de la réunion et est accompagnée des documents nécessaires.
  Si le Conseil en fait la demande, la commission de stage se réunit dans le mois de la réception de cette demande.
  Le membre qui est empêché d'assister à la réunion avertit en temps utile le président de la commission de stage ou, en son absence, le vice-président, et peut donner procuration à un autre membre. Chaque membre ne peut recevoir qu'une procuration.
Art.73. De vergaderingen van de stagecommissie worden voorgezeten door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door de ondervoorzitter. Indien beiden afwezig zijn, wordt de vergadering voorgezeten door het oudste aanwezige lid.
Art.73. Les réunions de la commission de stage sont présidées par le président ou, en son absence, par le vice-président. Si les deux sont absents, la séance est présidée par le membre le plus âgé des membres présents.
Art.74. De stagecommissie kan slechts geldig beraadslagen wanneer minstens de helft van de leden van elke taalrol aanwezig zijn of vertegenwoordigd zijn.
  De beslissingen van de stagecommissie worden bij eenvoudige meerderheid van de stemmen genomen. Bij staking van stemmen is die van de voorzitter doorslaggevend.
Art.74. La commission de stage ne peut délibérer valablement que si la moitié au moins des membres de chaque rôle linguistique sont présents ou représentés.
  Les décisions de la commission de stage sont prises à la majorité simple des voix. En cas de partage des voix, celle du président est prépondérante.
Art.75. De beslissingen van de stagecommissie worden, samen met een bondig verslag van de besprekingen, opgenomen in de notulen, die in ontwerp aan de leden worden verstuurd en tijdens de volgende vergadering ter goedkeuring worden voorgelegd.
  De goedgekeurde notulen worden door de voorzitter en door de secretaris ondertekend. Zij worden op de zetel van het Instituut bewaard en een afschrift ervan wordt aan de leden en aan de Raad bezorgd.
Art.75. Les décisions de la commission de stage sont consignées, en même temps qu'un bref compte rendu des débats, dans un procès-verbal dont le projet est adressé aux membres et soumis pour approbation à la séance suivante.
  Les procès-verbaux approuvés sont signés par le président et le secrétaire. Ils sont conservés au siège de l'Institut et sont transmis en copie aux membres et au Conseil.
Afdeling 2. - Opdrachten
Section 2. - Missions
Art.76. § 1. In overeenstemming met artikel 17 van de wet heeft de stagecommissie de volgende opdrachten:
  1° aan de Raad voorstellen formuleren voor het examenreglement, de nadere regels van het toelatingsexamen, evenals de vorm en de inhoud van het inschrijvingsdossier en -formulier, en het organiseren van het toelatingsexamen;
  2° de aanvragen voor vrijstellingen onderzoeken als bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 2, en aan de Raad ter goedkeuring voorleggen;
  3° de nadere regels van de stageovereenkomst bepalen, en indien nodig de bijkomende bepalingen ervan, alsook de modellen van de stageovereenkomsten opstellen en aan de Raad ter goedkeuring voorleggen;
  4° de stageovereenkomsten van de kandidaat stagiairs onderzoeken en aan de Raad een voorstel van beslissing voorleggen;
  5° aan de Raad de toelating tot de stage voorstellen, alsmede, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 14 van de wet, aan de Raad de beslissing van de stagecommissie met betrekking tot de duur van de inkorting van de stage ter bevestiging voorleggen;
  6° de lijst opmaken van de personen bedoeld in artikel 14 van de wet die door de Raad toegelaten werden om het bekwaamheidsexamen af te leggen en die regelmatig bijwerken;
  7° het toezicht op het goed verloop van de stage zowel wat betreft de stagiair als de stagemeester en, desgevallend, de nodige maatregelen treffen ten aanzien van één of beide partijen, zoals in onderstaande gevallen:
  a) in voorkomend geval, aan de stagiairs die er zelf om vragen, die praktische ervaring missen of die niet geslaagd zouden zijn in de tussentijdse proeven, na overleg met de stagemeester, bijkomende taken geven ter vervolmaking van hun praktijkopleiding;
  b) in voorkomend geval, na de stagiair vooraf gehoord of ten minste behoorlijk opgeroepen te hebben, aan de Raad in individuele gevallen de uitschrijving uit het openbaar register om andere dan tuchtrechtelijke redenen voorstellen, in het bijzonder wanneer de stagiair zijn stageverplichtingen niet naleeft;
  c) ingeval van een geschil tussen de stagemeester en de stagiair, de partijen horen om te proberen hen te verzoenen;
  d) de opleiding beoordelen die door de stagemeester aan de stagiair wordt gegeven, en de nodige richtlijnen geven indien zij de verstrekte opleiding onvoldoende vindt;
  8° de nadere regels van het stagedagboek bepalen en ze ter goedkeuring aan de Raad voorleggen, de stagedagboeken, de aantekeningen en verschillende inlichtingen aangaande de beroepsactiviteit van de stagiair onderzoeken;
  9° het aantal en de inhoud van stageseminaries, opleidingen en cursussen bepalen in de vakgebieden waarin de stagiair geacht wordt zich te bekwamen alsook in aanverwante domeinen, en die stageseminaries organiseren;
  10° opleidingen voor de stagemeester organiseren om de stagiair te begeleiden in zijn beroepsopleiding;
  11° aan de Raad voorstellen formuleren over de nadere regels en de inhoud van de tussentijdse proeven en tussentijdse proeven organiseren om de verworven praktische en theoretische kennis van de stagiairs te evalueren;
  12° de toelating tot het bekwaamheidsexamen voorstellen voor de stagiairs en de personen bedoeld in artikel 14 van de wet die gedurende ten minste zeven jaar beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend waarbij een voldoende ervaring werd opgedaan op het vlak van accountancy of fiscaliteit;
  13° aan de Raad voorstellen formuleren over de nadere regels van het bekwaamheidsexamen en het bekwaamheidsexamen organiseren;
  14° aan de Raad de goedkeuringen in individuele gevallen van verlenging of opschorting van de stageduur ter bevestiging voorleggen, in overeenstemming met artikel 13, § 1 van de wet;
  15° aan de Raad advies verstrekken of voorstellen formuleren over alle aangelegenheden betreffende de stage, de organisatie ervan en de stagiairs.
  § 2. In de uitoefening van haar opdrachten opgesomd in paragraaf 1 kan de stagecommissie alle nuttige inlichtingen opvragen bij de stagemeester of de stagiair teneinde zich ervan te vergewissen dat de stage beantwoordt aan de voorschriften die voortvloeien uit dit besluit. Zij kan eveneens de stagemeesters en de stagiairs uitnodigen om voor haar te verschijnen. Voornoemde bevoegdheden kunnen door de stagecommissie worden opgedragen aan een of meerdere van haar leden.
Art.76. § 1er. Conformément à l'article 17 de la loi, la commission de stage a les missions suivantes :
  1° formuler auprès du Conseil des propositions concernant le règlement d'examen, les modalités de l'examen d'admission, ainsi que la forme et le contenu du dossier et du formulaire d'inscription, et l'organisation de l'examen d'admission ;
  2° examiner les demandes de dispenses visées au chapitre 4, section 2, et les transmettre au Conseil pour approbation ;
  3° déterminer les modalités et, si nécessaire, les dispositions complémentaires de la convention de stage, de même qu'établir des modèles des conventions de stage et les soumettre au Conseil pour approbation ;
  4° examiner les conventions de stage des candidats stagiaires et soumettre une proposition de décision au Conseil;
  5° proposer au Conseil l'admission au stage, ainsi que, le cas échéant, conformément à l'article 14 de la loi, soumettre au Conseil pour confirmation la décision de la commission de stage concernant la durée de la réduction du stage ;
  6° dresser et tenir régulièrement à jour la liste des personnes visées à l'article 14 de la loi qui ont été admises par le Conseil à présenter l'examen d'aptitude ;
  7° la surveillance du bon déroulement du stage, tant dans le chef du stagiaire que du maître de stage, et l'adoption le cas échéant de mesures appropriées à l'égard de l'une des parties ou des deux parties, comme dans les cas suivants :
  a) le cas échéant, donner aux stagiaires qui en font la demande d'initiative, qui manqueraient d'expérience pratique ou qui auraient échoué dans les épreuves intermédiaires, et après concertation avec le maître de stage, des tâches supplémentaires destinées à parfaire leur formation pratique ;
  b) le cas échéant, proposer au Conseil, dans des cas individuels, après avoir préalablement entendu ou au moins dûment convoqué le stagiaire, la désinscription du registre public pour un motif autre que disciplinaire et notamment lorsque le stagiaire ne respecte pas ses obligations du stage ;
  c) en cas de différend entre le maître de stage et le stagiaire, entendre les parties pour tenter de les concilier ;
  d) évaluer la formation donnée par le maître de stage au stagiaire et donner les directives nécessaires lorsqu'elle considère que la formation donnée est insuffisante ;
  8° déterminer les modalités du journal de stage et les soumettre au Conseil pour approbation, examiner les journaux de stage, les notes et les renseignements divers fournis quant à l'activité professionnelle du stagiaire ;
  9° déterminer le nombre et le contenu des séminaires de stage, des formations et des cours dans les domaines dans lesquels le stagiaire est censé se qualifier ainsi que dans les domaines connexes, et organiser ces séminaires de stage ;
  10° organiser des formations pour le maître de stage en vue d'accompagner le stagiaire dans le cadre de sa formation professionnelle ;
  11° formuler au Conseil des propositions sur les modalités et le contenu des épreuves intermédiaires, et organiser des épreuves intermédiaires pour évaluer les connaissances pratiques et théoriques acquises par les stagiaires ;
  12° proposer l'admission des stagiaires ou des personnes visées à l'article 14 de la loi qui ont exercé pendant sept années au moins des activités professionnelles au cours desquelles une expérience suffisante a été acquise dans les domaines de l'expertise comptable ou de la fiscalité, à l'examen d'aptitude ;
  13° formuler auprès du Conseil des propositions concernant les modalités de l'examen d'aptitude et organiser l'examen d'aptitude ;
  14° soumettre pour confirmation au Conseil les décisions de prolongation de la durée du stage ou la suspension de celui-ci dans des cas individuels, conformément à l'article 13, § 1er de la loi ;
  15° donner son avis ou formuler des propositions au Conseil sur toutes les questions relatives au stage, à son organisation et aux stagiaires.
  § 2. Dans l'exercice de ses missions énumérées au paragraphe 1er, la commission de stage peut recueillir auprès du maître de stage ou du stagiaire tous renseignements utiles afin de s'assurer que le stage réponde aux exigences découlant du présent arrêté. Elle peut également inviter les maîtres de stage et les stagiaires à se présenter devant elle. Les pouvoirs précités peuvent être délégués par la commission de stage à l'un ou à plusieurs de ses membres.
HOOFDSTUK 10. - SLOTBEPALINGEN
CHAPITRE 10. - DISPOSITIONS FINALES
Art.77. Opgeheven worden:
  1° het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent;
  2° het koninklijk besluit van 10 oktober 2014 betreffende de diploma's van de kandidaat-accountants en de kandidaat-belastingconsulenten en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 17 van de wet van 15 januari 2014 houdende diverse bepalingen inzake K.M.O.'s.
Art.77. Sont abrogés :
  1° l'arrêté royal du 8 avril 2003 relatif à l'examen d'admission, au stage et à l'examen d'aptitude d'expert-comptable et/ou conseil fiscal ;
  2° l'arrêté royal du 10 octobre 2014 relatif aux diplômes des candidats experts-comptables et des candidats conseils fiscaux et fixant la date d'entrée en vigueur de l'article 17 de la loi du 15 janvier 2014 portant des dispositions diverses en matière de P.M.E.
Art.78. Voor de toepassing van de artikelen 6, 22, 61, 62 en 70 worden ook als jaren van inschrijving in het openbaar register van het Instituut in aanmerking genomen, de jaren van inschrijving:
  1° op het tableau bepaald in artikel 5 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen op de lijst van de accountants wanneer een inschrijving in het openbaar register met de hoedanigheid van gecertificeerd accountant wordt gevraagd;
  2° op het tableau bepaald in artikel 5 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen wanneer een inschrijving in het openbaar register met de hoedanigheid van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur wordt gevraagd;
  3° op de tableaus bedoeld in artikel 5 of 45/1 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen wanneer een inschrijving in het openbaar register met de hoedanigheid van accountant of fiscaal accountant eveneens toegelaten is.
  Wanneer de artikelen 6, 22, 61, 62 en 70 eveneens de inschrijving in het openbaar register toelaten van personen die hun activiteiten uitoefenen binnen een arbeidsovereenkomst of een door de overheid bezoldigde betrekking, worden de jaren van inschrijving op de tableaus bedoeld in artikel 5 of 45/1 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, eveneens in aanmerking genomen.
Art.78. Pour l'application des articles 6, 22, 61, 62 et 70, sont également reprises comme années d'inscription au registre public de l'Institut, les années d'inscription :
  1° au tableau visé à l'article 5 de la loi du 22 avril 1999 relative aux professions comptables et fiscales sur la liste des experts-comptables, lorsqu'une inscription au registre public en qualité d'expert-comptable certifié est demandée ;
  2° au tableau visé à l'article 5 de la loi du 22 avril 1999 relative aux professions comptables et fiscales, lorsqu'une inscription au registre public en qualité d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié est demandée ;
  3° aux tableaux visés à l'article 5 ou 45/1 de la loi du 22 avril 1999 relative aux professions comptables et fiscales, lorsqu'une inscription au registre public en qualité d'expert-comptable ou d'expert-comptable fiscaliste est également admise.
  Lorsque les articles 6, 22, 61, 62 et 70 admettent également l'inscription au registre public des personnes qui exercent leurs activités dans le cadre d'un contrat de travail ou d'une fonction rémunérée par les pouvoirs publics, les années d'inscription aux tableaux visés à l'article 5 ou 45/1 de la loi du 22 avril 1999 relative aux professions comptables et fiscales sont également prises en compte.
Art.79. In afwijking van artikel 32 kan een stageovereenkomst waarop het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent van toepassing was, niet worden beëindigd wanneer de in artikel 26 van het bovenvermeld koninklijk besluit van 8 april 2003 bedoelde proefperiode is verstreken, behalve met onderlinge overeenstemming tussen de partijen of om een gerechtvaardigde reden, die door de stagecommissie wordt beoordeeld, nadat de partijen zijn gehoord of althans naar behoren zijn opgeroepen.
Art.79. Par dérogation à l'article 32, il ne peut être mis fin à une convention de stage à laquelle s'appliquait l'arrêté royal du 8 avril 2003 relatif à l'examen d'admission, au stage et à l'examen d'aptitude d'expert-comptable et/ou de conseil fiscal, lorsque la période d'essai visée dans l'article 26 de l'arrêté royal du 8 avril 2003 susmentionné a pris fin, sauf commun accord entre les parties ou pour un juste motif dont la commission de stage apprécie la valeur, les parties ayant été entendues ou à tout le moins dûment convoquées.
Art.80. § 1. Om de tenuitvoerlegging van artikel 124, § 2, van de wet mogelijk te maken, blijven de bepalingen van de volgende regelgevende teksten met betrekking tot de stage van toepassing op de stagiairs die vóór de inwerkingtreding van de wet zijn ingeschreven op de lijst van stagiairs van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten bedoeld in de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen:
  1° het koninklijk besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van de "erkende boekhouders" en "erkende boekhouders-fiscalisten";
  2° het stagereglement van 10 april 2015 van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten, met uitzondering van de bepalingen betreffende de toelating tot de stage;
  3° de richtlijnen betreffende de stagemeester en de stagiair, uitgevaardigd om de regels voorzien in 1° en 2° te verduidelijken.
  § 2. Overeenkomstig artikel 124, § 2, van de wet wordt de in paragraaf 1 bedoelde stagiair die de stage met succes afrondt, echter als (intern) accountant in het openbaar register ingeschreven indien hij op grond van de voormelde reglementaire teksten zou ingeschreven zijn geweest als "boekhouder" of als (intern) fiscaal accountant indien hij op grond van de voormelde reglementaire teksten zou ingeschreven zijn geweest als "boekhouder-fiscalist". De stagiair die bij de inwerkingtreding van de wet nog niet ingeschreven was op de in paragraaf 1 bedoelde lijst van stagiairs, wordt niet meer tot deze stage toegelaten en kan de toelating tot de stage van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur enkel vragen volgens de voorwaarden vastgelegd in de wet of krachtens dit besluit.
  § 3. Uitsluitend met het oog op de overgangsmaatregel blijven de organen die krachtens deze regelingen bevoegd waren voor de organisatie en het verloop van de stage bevoegd voor de organisatie en het opvolgen van de stage van de stagiairs bedoeld in paragraaf 1. Het koninklijk besluit van 28 november 2018 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten blijft op hen van toepassing. Deze organen mogen de in paragraaf 1 bedoelde regelgevende teksten niet meer wijzigen.
Art.80. § 1er. Pour permettre la mise en oeuvre de l'article 124, § 2, de la loi, les dispositions des textes réglementaires repris ci-après relatives au stage restent d'application aux stagiaires inscrits avant l'entrée en vigueur de la loi sur la liste des stagiaires de l'Institut professionnel des comptables et fiscalistes agréés visée dans la loi du 22 avril 1999 relative aux professions comptables et fiscales :
  1° l'arrêté royal du 27 septembre 2015 fixant le programme, les conditions et le jury de l'examen pratique d'aptitude des " comptables agréés " et des " comptables-fiscalistes agréés " ;
  2° le règlement de stage du 10 avril 2015 de l'Institut professionnel des comptables et fiscalistes agréés, à l'exclusion de celles organisant l'admission au stage ;
  3° les directives relatives au maître de stage et au stagiaire édictées en vue de préciser les règles prévues au 1° et 2°.
  § 2. Conformément à l'article 124, § 2, de la loi, le stagiaire visé au paragraphe 1er qui réussit le stage est toutefois inscrit au registre public en qualité d'expert-comptable (interne) s'il eut été inscrit sur la base des textes réglementaires précités comme " comptable ", ou comme " expert-comptable fiscaliste (interne) " s'il eut été inscrit sur base des textes réglementaires précités comme " comptable-fiscaliste ". Le stagiaire qui n'était pas encore inscrit sur la liste des stagiaires visées au paragraphe 1er lors de l'entrée en vigueur de la loi, n'est plus admis à ce stage et ne peut demander son admission qu'au stage d'expert-comptable certifié ou de conseiller fiscal certifié selon les conditions fixées par la loi ou en vertu du présent arrêté.
  § 3. Pour les seuls besoins de la mesure transitoire, les organes qui en vertu de ces textes réglementaires étaient compétents pour l'organisation et le déroulement du stage restent compétents pour l'organisation et le suivi du stage des stagiaires visés au paragraphe 1er. L'arrêté royal du 28 novembre 2018 déterminant les règles d'organisation et de fonctionnement de l'Institut professionnel des Comptables et Fiscalistes agréés leur reste applicable. Ces organes ne peuvent plus modifier les textes réglementaires visés au paragraphe 1er.
Art.81. Dit besluit treedt in werking op 30 september 2020.
Art.81. Le présent arrêté entre le vigueur le 30 septembre 2020.
Art. 82. De minister bevoegd voor Middenstand en de minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 82. Le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions et le ministre qui a l'Economie dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.