Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 SEPTEMBER 2020. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 3 februari 1975 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland
Titre
29 SEPTEMBRE 2020. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 3 février 1975 pris en exécution de l'arrêté royal du 15 janvier 1962 fixant le régime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des déplacements de service à l'extérieur du Royaume
Dokumentinformationen
Numac: 2020015666
Datum: 2020-09-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020015666
Date: 2020-09-29
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Artikel 1bis van het ministerieel besluit van 3 februari 1975 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 7 juli 1978, wordt opgeheven.
Article 1er. L'article 1erbis de l'arrêté ministériel du 3 février 1975 pris en exécution de l'arrêté royal du 15 janvier 1962 fixant le régime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des déplacements de service à l'extérieur du Royaume, inséré par l'arrêté ministériel du 7 juillet 1978, est abrogé.
Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 1 februari 1980, 4 juni 2008 en 14 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, worden de woorden "op basis van het geldende ministerieel besluit houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan afgevaardigden en ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies." vervangen door de woorden "op basis van het geldende ministerieel besluit houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan personeelsleden en afgevaardigden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies.";
2° paragraaf 3, hersteld bij het ministerieel besluit van 14 juni 2018, wordt vervangen als volgt:
" § 3. Het basisbedrag voor de militair die met vaste dienst is zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, en die in tijdelijke opdracht is, is gelijk aan de dagelijks forfaitaire vergoeding voor categorie 2 van het geldende ministerieel besluit houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan personeelsleden en afgevaardigden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies.
Het basisbedrag voor de militair die niet met vaste dienst is en die in tijdelijke opdracht is, is gelijk aan de dagelijks forfaitaire vergoeding voor categorie 1 van het geldende ministerieel besluit houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan personeelsleden en afgevaardigden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies.".
Art. 2. A l'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 1er février 1980, 4 juin 2008 et 14 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "sur la base de l'arrêté ministériel en vigueur portant l'établissement d'indemnité de séjour octroyées aux représentants et aux fonctionnaires dépendant du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement qui se rendent à l'étranger ou qui siègent dans des commissions internationales, pour le pays où il se trouvait réellement pendant la période considérée." sont remplacés par les mots " sur la base de l'arrêté ministériel en vigueur portant établissement d'indemnités de séjour octroyées aux membres du personnel et aux représentants du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement qui se rendent à l'étranger ou qui siègent dans des commissions internationales, pour le pays où il se trouvait réellement pendant la période considérée.";
2° le paragraphe 3, rétabli par l'arrêté ministériel du 14 juin 2018, est remplacé comme suit :
" § 3. Le montant de base pour le militaire qui est en service permanent comme visé à l'article 3, alinéa 1er, 7°, de l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, et qui est en mission temporaire, est égal à l'indemnité forfaitaire journalière pour la catégorie 2 fixée dans l'arrêté ministériel en vigueur portant établissement d'indemnités de séjour octroyées aux membres du personnel et aux représentants du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement qui se rendent à l'étranger ou qui siègent dans des commission internationales.
Le montant de base pour le militaire qui n'est pas en service permanent et qui est en mission temporaire, est égal à l'indemnité forfaitaire journalière pour la catégorie 1 fixée dans l'arrêté ministériel en vigueur portant établissement d'indemnités de séjour octroyées aux membres du personnel et aux représentants Commerce extérieur et Coopération au Développement qui se rendent à l'étranger ou qui siègent dans des commission internationales.".
Art. 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 10 januari 1978 en 1 februari 1980 wordt paragraaf 4 opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 10 janvier 1978 et 1er février 1980, le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 4. Cet arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2021.