Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 JUNI 2021. - Ministerieel besluit houdende delegatie van bevoegdheden en handtekening bij de programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid en de federale wetenschappelijke instellingen die onder het gezag staan van de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-2021 en tekstbijwerking tot 28-11-2024)
Titre
18 JUIN 2021. - Arrêté ministériel portant délégation de compétence et de signature au sein du Service public fédéral de programmation Politique scientifique et des établissements scientifiques fédéraux relevant du Ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-07-2021 et mise à jour au 28-11-2024)
Dokumentinformationen
Numac: 2021021149
Datum: 2021-06-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021021149
Date: 2021-06-18
Moniteur: Voir
Tekst (41)
Texte (41)
Titel I. - Inleidende bepalingen
TITRE Ier. - Dispositions introductives
Artikel 1. In de zin van dit besluit, moet worden verstaan onder:
  "Minister", de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort;
  "POD", de programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid;
  "FWI", de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister,
  "Voorzitter", de Voorzitter van het directiecomité van de POD.
Article 1er. Au sens du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
  "Ministre", le Ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions ;
  "SPP", le Service public fédéral de programmation Politique scientifique ;
  "ESF", les établissements scientifiques fédéraux qui relèvent du Ministre ;
  "Président", le Président du comité de direction du SPP.
Art. 2. De in dit besluit vermelde bedragen zijn bedragen exclusief de belasting over de toegevoegde waarde.
Art. 2. Les montants mentionnés dans le présent arrêté s'entendent hors taxe sur la valeur ajoutée.
Titel II. - Bepalingen met betrekking tot de delegaties en subdelegaties bij de POD
Titre II. - Dispositions relatives aux délégations et subdélégations au sein du SPP
Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen
Chapitre I. - Dispositions générales
Art. 3. De delegaties van bevoegdheid en handtekening bedoeld in titel II worden aan de houder van de functie van Voorzitter verleend.
  De delegaties die worden verleend aan de houder van een functie worden ook verleend aan de ambtenaar belast met die functie.
Art. 3. Les délégations de compétence et de signature visées au titre II sont octroyées au titulaire de la fonction de Président.
  Les délégations octroyées au titulaire d'une fonction le sont également au fonctionnaire chargé de cette fonction.
Art. 4. Binnen de perken van zijn bevoegdheden en onder zijn verantwoordelijkheid, kan de Voorzitter de bij dit besluit gedelegeerde bevoegdheden subdelegeren op grond van een ondertekend en gedateerd schriftelijk document met opgave van de subgedelegeerde bevoegdheden.
  De subdelegatie wordt verleend aan de houder van een management- of staffunctie die is aangewezen overeenkomstig de reglementaire bepalingen betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten of aan een of meerdere personeelsleden van niveau A die bij afwezigheid of verhindering van de betrokken houder de bevoegdheden uitoefenen die aan deze laatste werden subgedelegeerd.
  De Voorzitter deelt zijn beslissing mee aan de betrokken houder of aan de aangewezen personeelsleden van niveau A, en aan de Minister.
Art. 4. Dans les limites de ses attributions et sous sa responsabilité, le Président peut subdéléguer les compétences déléguées par le présent arrêté au moyen d'un écrit signé et daté précisant les compétences subdéléguées.
  La subdélégation est octroyée au titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement désigné conformément aux dispositions réglementaires relatives à la désignation et à l'exercice des fonctions de management ou d'encadrement dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation ou à un ou plusieurs membres du personnel de niveau A qui exercent, en cas d'absence ou d'empêchement du titulaire concerné, les compétences qui ont été subdéléguées à ce dernier.
  Le Président fait part de sa décision au titulaire concerné ou aux membres du personnel de niveau A désignés, ainsi qu'au Ministre.
Art. 5. § 1. Het originele exemplaar van het document bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt bezorgd aan het bureau van de Voorzitter die verantwoordelijk is voor de bewaring van alle documenten waarmee een subdelegatie wordt verleend. Een kopie van dat document wordt ook door de betrokken dienst bewaard en een kopie wordt aan de bij de Minister geaccrediteerde Inspecteur van Financiën die belast is met de dossiers van de POD overgemaakt.
  § 2. De persoon die delegatie verleent kan, om welke reden ook, de bevoegdheden uitoefenen die aan de persoon die de delegatie krijgt werden verleend overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
  Hij kan evenwel zijn beslissing niet in de plaats stellen van de beslissing die door de persoon die de delegatie krijgt is genomen en ter kennis is gebracht.
Art. 5. § 1er. L'exemplaire original du document visé à l'article 4, alinéa 1er, est transmis au bureau du Président qui est responsable de la conservation de tout document par lequel une subdélégation est donnée. Une copie de ce document est également conservée par le service concerné et une copie est transmise à l'Inspecteur des Finances accrédité auprès du Ministre et en charge des dossiers du SPP.
  § 2. Le délégant peut, pour quelque raison que ce soit, exercer les compétences déléguées à une personne investie de la délégation.
  Il ne peut toutefois substituer sa décision à celle prise et notifiée par le délégué.
Art. 6. Bij gebrek, in geval van afwezigheid of verhindering van de Voorzitter, worden de bevoegdheden die hem krachtens dit besluit zijn toegekend, uitgeoefend door de houders van een management- of staffunctie zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, als volgt:
  1° de gedelegeerde bevoegdheden inzake personeelszaken bedoeld in hoofdstuk II van titel II, worden door de houder van de staffunctie Personeel en Organisatie uitgeoefend;
  2° de gedelegeerde bevoegdheden inzake het financieel beheer en de overheidsopdrachten bedoeld in artikel 10 van hoofdstuk III van titel II, met uitzondering van punten 1° tot en met 3° van hetzelfde artikel, worden door de houder van de staffunctie Budget en Beheerscontrole uitgeoefend;
  3° de gedelegeerde bevoegdheden die niet in punten 1° en 2° worden bedoeld, worden door de houder van de managementfunctie van de algemene directie Onderzoek en Ruimtevaart uitgeoefend.
Art. 6. A défaut, en cas d'absence ou d'empêchement du Président, les compétences déléguées dont il est investi sont exercées par un titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement tels que visés à l'article 4, alinéa 2, comme suit :
  1° les compétences déléguées concernant la matière du personnel visées au chapitre II du titre II, sont exercées par le titulaire de la fonction d'encadrement Personnel et Organisation ;
  2° les compétences déléguées concernant la gestion financière et les marchés publics visées à l'article 10 du chapitre III du titre II, à l'exception des points 1° à 3° du même article, sont exercées par le titulaire de la fonction d'encadrement Budget et Contrôle de gestion ;
  3° les compétences déléguées qui ne sont pas visées aux points 1° et 2°, sont exercées par le titulaire de la fonction de management de la direction générale Recherche et Spatial.
Art. 7. Voor de toepassing van titel II, worden de door de Voorzitter aangewezen leidinggevende ambtenaren van de diensten waarvoor geen houder van een management- of staffunctie is aangesteld, gelijkgesteld met de houders van een management- of staffunctie.
Art. 7. Pour l'application du titre II, les fonctionnaires dirigeants des services désignés par le Président pour lesquels aucun titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement n'a été désigné, sont assimilés aux titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement.
Hoofdstuk II. - Delegaties inzake personeelszaken
Chapitre II. - Délégations concernant la matière du personnel
Art. 8. De Voorzitter is bevoegd om, in naam van de Minister:
  1° de betrekkingen vacant te verklaren in uitvoering van het personeelsplan, met uitzondering van de betrekkingen voor de houders van een management- of staffunctie;
  2° alle bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de uitvoering van de vergelijkende selecties en de werving van het personeel in uitvoering van het personeelsplan, met inbegrip van het bepalen van de procedure volgens dewelke de betrekkingen worden toegekend;
  3° de besluiten te nemen tot vaststelling van de wedden, de toelagen en vergoedingen waarop de personeelsleden op basis van de wettelijke en reglementaire bepalingen recht hebben en de opdracht tot betaling daarvan te ondertekenen;
  4° de arbeidsovereenkomsten af te sluiten, te wijzigen, te schorsen en te beëindigen;
  5° de ambtenaren van de niveaus B, C en D te schorsen in het belang van de dienst, met uitzondering van de toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van rijksambtenaren in het belang van de dienst;
  6° de ambtenaren van niveau A te bevorderen door verhoging in weddeschaal;
  7° de aangiften te ontvangen van elk ongeval dat als een arbeidsongeval of als een ongeval op de weg naar en van het werk kan worden beschouwd;
  8° definitief te beslissen of een ongeval een arbeidsongeval is in de zin van artikel 2 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector;
  9° de beslissing tot genezen verklaring zonder blijvende arbeidsongeschiktheid mee te delen:
  a) indien het slachtoffer zich niet aanbiedt bij het Bestuur medische expertise zonder geldige reden in te roepen, na twee keer in gebreke te zijn gesteld per aangetekend schrijven;
  b) indien de tijdelijke arbeidsongeschiktheid minder lang duurt dan 30 kalenderdagen;
  c) wanneer het ongeval geen percentage van blijvende arbeidsongeschiktheid met zich meebrengt;
  10° de beslissingen van het Bestuur medische expertise te ontvangen bestaande uit hetzij de toekenning van een percentage van blijvende ongeschiktheid, hetzij een genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid;
  11° een voorstel van rente op te stellen in geval van vaststelling van een percentage blijvende arbeidsongeschiktheid;
  12° alle handelingen te stellen en bevoegdheden uit te oefenen die zijn opgedragen aan de werkgever door de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  13° de bevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van de raad van beroep inzake tuchtzaken en de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie, en inzonderheid:
  a) in elke zaak een ambtenaar van niveau A en een vervanger aan te wijzen om het betwiste voorstel te verdedigen;
  b) een zaak aanhangig te maken bij de raad van beroep of de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie en de beslissingen van dat orgaan mee te delen aan de Minister en aan het betrokken personeelslid.
Art. 8. Le Président est, au nom du Ministre, compétent pour :
  1° déclarer les emplois vacants en exécution du plan de personnel, à l'exception des emplois des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement ;
  2° exercer toutes les compétences relatives à l'exécution des sélections comparatives et du recrutement du personnel en exécution du plan de personnel, y compris la détermination de la procédure selon laquelle les emplois sont attribués ;
  3° prendre les arrêtés qui fixent les traitements, les allocations et indemnités auxquels les membres du personnel ont droit sur la base des dispositions légales et réglementaires et de signer l'ordre de paiement y afférent ;
  4° signer, modifier, suspendre et résilier les contrats de travail ;
  5° suspendre les agents des niveaux B, C et D dans l'intérêt du service, à l'exception de l'application de l'article 3 de l'arrêté royal du 1er juin 1964 relatif à la suspension des agents de l'Etat dans l'intérêt du service ;
  6° promouvoir par avancement barémique les agents de niveau A ;
  7° recevoir les déclarations de tout accident susceptible d'être considéré comme accident de travail ou accident survenu sur le chemin du travail ;
  8° décider de manière définitive si un accident est un accident du travail au sens de l'article 2 de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public ;
  9° notifier la décision de déclaration de guérison sans incapacité permanente de travail :
  a) dans le cas où la victime ne se présente pas auprès de l'Administration de l'expertise médicale sans invoquer de motif valable, après avoir été deux fois mise en demeure par lettre recommandée ;
  b) en cas d'incapacité temporaire de travail inférieure à 30 jours calendrier ;
  c) lorsque l'accident n'entraîne pas un pourcentage d'incapacité permanente de travail ;
  10° recevoir de l'Administration de l'expertise médicale les décisions consistant soit en l'attribution d'un pourcentage d'incapacité permanente, soit en une guérison sans incapacité permanente de travail ;
  11° établir la proposition d'établissement d'une rente en cas de fixation d'un pourcentage d'incapacité permanente de travail ;
  12° accomplir tous les actes et d'exercer toutes les compétences conférées à l'employeur par la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail ;
  13° exercer les compétences vis-à-vis de la chambre de recours en matière disciplinaire et de la commission interdépartementale de recours en matière d'évaluation et notamment :
  a) dans chaque affaire désigner un agent de niveau A et un suppléant pour défendre la proposition contestée ;
  b) saisir la chambre de recours en matière disciplinaire ou la commission interdépartementale de recours en matière d'évaluation d'une affaire et notifier les décisions de cet organe au Ministre et au membre du personnel concerné.
Hoofdstuk III. - Delegaties inzake het financieel beheer en de overheidsopdrachten
Chapitre III. - Délégations concernant la gestion financière et les marchés publics
Art. 9. [1 De Voorzitter wordt als gedelegeerde ordonnateur aangeduid voor de vastlegging en de vereffening, in naam van de Minister, van alle uitgaven op de kredieten van de begroting van de POD, alsook voor de aanmaak van de schuldvorderingen, facturen en de ermee verbonden creditnota's betreffende alle door de POD ontvangen of te ontvangen inkomsten.]1
  
Art. 9. [1 Le Président est l'ordonnateur délégué pour l'engagement et la liquidation, au nom du Ministre, de toute dépense à charge des crédits du budget du SPP, ainsi que pour l'établissement des créances, des factures et des notes de crédits afférentes à toute recette perçue ou à percevoir par le SPP.]1
  
Art. 10. De Voorzitter is gemachtigd om:
  1° de contracten en de opdrachten ten laste van de kredieten van de begroting van de POD die niet aan de Minister zijn voorbehouden te sluiten, vast te leggen en goed te keuren, in de hoedanigheid van ordonnateur en ten belope van een bedrag dat niet hoger is dan 100.000 euro per akte;
  2° de opdrachten ten laste van de kredieten van de begroting van de POD te gunnen, in hoedanigheid van ordonnateur en ten belope van een bedrag dat hoger dan 100.000 euro is en 250.000 euro per akte niet overschrijdt, voor zover het voorwerp van de overheidsopdracht vooraf goedgekeurd werd door de Minister;
  3° de contracten, aanhangsels, bestelbons en -brieven, vastleggingsformulieren en de nodige administratieve stukken voor de uitvoering van de beslissingen van de Minister te ondertekenen;
  4° de dotaties ter beschikking te stellen van de staatsdiensten met afzonderlijk beheer of instellingen waarvoor de Minister bevoegd is en die zijn ingeschreven in de overeenkomstige basisallocaties van de begroting van de POD;
  5° de toelagen van allerhande aard vast te leggen en te betalen die zijn ingeschreven in de begroting van de POD, waarvan de bedragen en de berekeningswijze bij een wet of bij een koninklijk of ministerieel besluit zijn vastgelegd;
  6° de ordonnanties van betalingen en de ordonnanties van geldvoorschotten te ondertekenen;
  7° de uitgaven en de rekeningen van de aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen rekenplichtige(n) van de POD goed te keuren;
  [1 8° de schuldvorderingen, facturen en creditnota's betreffende alle door de POD ontvangen of te ontvangen inkomsten aan te maken, voor een maximumbedrag van 2.000.000 euro.]1
  
Art. 10. Le Président est habilité à :
  1° conclure, engager et approuver, en qualité d'ordonnateur et à concurrence d'un montant ne dépassant pas 100.000 euros par acte, les contrats et marchés à charge des crédits du budget du SPP qui ne sont pas réservés au Ministre ;
  2° attribuer, en qualité d'ordonnateur et à concurrence d'un montant supérieur à 100.000 euros et ne dépassant pas 250.000 euros par acte, les marchés à charge des crédits du budget du SPP, pour autant que le Ministre ait au préalable approuvé l'objet du marché.
  3° signer les contrats, avenants, bons et lettres de commande, les formulaires d'engagement et pièces administratives nécessaires à l'exécution des décisions du Ministre ;
  4° mettre à la disposition des services de l'Etat à gestion séparée ou établissements qui relèvent de la compétence du Ministre les dotations inscrites sur les allocations de base correspondantes du budget du SPP ;
  5° engager et payer les subventions de tous ordres inscrites au budget du SPP et dont les montants et le mode de calcul sont fixés par une loi ou par un arrêté royal ou ministériel ;
  6° signer les ordonnances de paiement et les ordonnances d'avances de fonds ;
  7° approuver les dépenses et les comptes du (des) comptable(s) du SPP, justiciables de la Cour des comptes;
  [1 8° établir les créances, les factures et les notes de crédit afférentes aux recettes perçues ou à percevoir par le SPP, pour un montant maximal de 2.000.000 euros.]1
  
Hoofdstuk IV. - Delegatie inzake bepaalde administratieve handelingen en beslissingen
Chapitre IV. - Délégation concernant certains actes et décisions administratifs
Art. 11. De Voorzitter is gemachtigd om de ambtenaren aan te wijzen die gemachtigd zijn om uittreksels of afschriften van stukken of besluiten van de POD inzake administratief, budgettair, boekhoudkundig of personeelsbeheer eensluidend te verklaren en af te leveren.
Art. 11. Le Président est habilité à désigner les fonctionnaires autorisés à certifier conforme à l'original et délivrer tout extrait ou copie des pièces ou arrêtés du SPP en matière de gestion administrative, budgétaire, comptable ou du personnel.
Hoofdstuk V. - Geschillen en aansprakelijkheid
Chapitre V. - Contentieux et responsabilité
Art. 12. § 1. De Voorzitter is gemachtigd om alle beslissingen te nemen en, in het bijzonder, het bedrag vast te leggen van de in te vorderen sommen ten laste van de aansprakelijke personen en het gedeelte te bepalen van de schade dat ten laste valt van de Staat, alsook de uitgaven goed te keuren die voortvloeien uit een dading, een schulderkenning of een gerechtelijke beslissing inzake:
  1° geschillen van alle aard, zowel betreffende de contractuele aansprakelijkheid als de extracontractuele aansprakelijkheid;
  2° schade aan personen, met uitsluiting van de Voorzitter en de houder van een management-, staf- of leidinggevende functie bij de POD als die persoonlijk betrokken partij zijn;
  3° zaakschade, ook in geval van verkeersongevallen;
  4° diefstallen, verliezen, tekorten en beschadigingen ten nadele van de Staat, met uitzondering van de gevallen waar de aansprakelijke personen openbare rekenplichtigen of ambtenaren zijn, in het bijzonder en rechtstreeks belast met het toezicht op de rekenplichtigen die op dat vlak volledig onderworpen blijven aan de bepalingen op hen van toepassing;
  5° burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand van het personeel van de POD, alsook de vergoeding van de door hen geleden schade;
  6° kosten en erelonen van advocaten van de Staat alsook de gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingvergoeding, behalve voor de Voorzitter en de houder van een management-, staf- of leidinggevende functie bij de POD zoals vermelden in artikel 7, als die persoonlijk betrokken partij zijn.
  § 2. De delegaties als bedoeld in paragraaf 1, 1° tot en met 5°, worden toegekend voor een bedrag van 100.000 euro.
Art. 12. § 1er. Le Président est habilité à prendre toutes les décisions et, notamment, à fixer le montant des sommes à recouvrer à charge des personnes responsables et à déterminer la portée du dommage qui est à charge de l'Etat ainsi que pour approuver les dépenses qu'elles résultent d'une transaction, d'une reconnaissance de dette ou d'une décision judiciaire en matière :
  1° de contentieux de toute nature, relatif tant à la responsabilité contractuelle qu'à la responsabilité extracontractuelle ;
  2° de dommages aux personnes, à l'exclusion du Président et du titulaire d'une fonction de management, d'encadrement ou dirigeante du SPP lorsqu'ils sont personnellement impliqués ;
  3° de dommages aux biens, y compris en cas d'accidents de roulage ;
  4° de vols, pertes, manquants et détériorations au détriment de l'Etat, à l'exception des cas où les personnes responsables sont des comptables publics ou des fonctionnaires chargés spécialement et directement de la surveillance des comptables lesquels, en cette matière, restent entièrement soumis aux dispositions qui les régissent ;
  5° de responsabilité civile et d'assistance en justice du personnel du SPP ainsi que de réparation du dommage subi par eux ;
  6° de frais et honoraires des avocats de l'Etat ainsi que de frais de justice, y compris l'indemnité de procédure, sauf pour le Président et le titulaire d'une fonction de management, d'encadrement ou dirigeante du SPP tels que mentionnés à l'article 7, lorsqu'ils sont personnellement impliqués.
  § 2. Les délégations visées au paragraphe 1er, 1° à 5°, sont accordées à concurrence de 100.000 euros.
Art. 13. § 1. Wanneer schade werd veroorzaakt aan de POD door een personeelslid, is de Voorzitter gemachtigd om, onder de voorwaarden vastgelegd in de paragraaf 2, te beslissen om de schade ten laste te leggen van de POD of een minnelijke regeling voor de totale schade te verkrijgen door de aansprakelijke persoon vrijwillig te doen betalen.
  Het eerste lid is niet van toepassing voor de Voorzitter en de houder van een management-, staf- en leidinggevende functie bij de POD zoals vermelden in artikel 7, als die persoonlijk betrokken partij zijn.
  § 2. De delegaties van bevoegdheid als bedoeld in paragraaf 1 kunnen slechts worden uitgeoefend onder de volgende voorwaarden:
  1° dat de schade niet voortvloeit uit een feit dat ter kennis moet gebracht worden van de gerechtelijke autoriteiten;
  2° dat er geen derde benadeelde of derde aansprakelijke bij betrokken is;
  3° en dat, wat de delegaties voor de minnelijke regeling van schade betreft, de totale schade invorderbaar is door vrijwillige betaling.
  § 3. De Voorzitter doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing na onderzoek en op grond van het verslag en het advies van de betrokken autoriteiten.
  Als het bedrag van de schade evenwel niet hoger ligt dan 50 euro, doet hij evenwel uitspraak op grond van een eenvoudig mondeling onderzoek door middel van een schriftelijke en gemotiveerde beslissing.
Art. 13. § 1er. Lorsqu'un dommage a été causé au SPP par un membre du personnel, le Président est habilité, aux conditions fixées au paragraphe 2, à décider de faire supporter le dommage par le SPP ou obtenir le règlement amiable de la totalité du dommage par le paiement volontaire de la personne responsable.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas au Président et au titulaire d'une fonction de management, d'encadrement ou dirigeante du SPP, tels que mentionnés à l'article 7, lorsqu'ils sont personnellement impliqués.
  § 2. Les délégations de compétence visées au paragraphe 1er ne peuvent être exercées qu'aux conditions suivantes :
  1° que le dommage ne résulte pas d'un fait devant être porté à la connaissance des autorités judiciaires ;
  2° qu'il n'y ait pas de tiers préjudicié ou responsable en cause ;
  3° et, en ce que ces délégations portent sur le règlement amiable du dommage, que l'entièreté du dommage soit récupérable par paiement volontaire.
  § 3. Le Président statue par décision motivée après enquête et sur rapport et avis des autorités intéressées.
  Toutefois, lorsque le montant du préjudice n'excède pas 50 euros, il statue sur simple enquête verbale par décision écrite et motivée.
Titel III. - Bepalingen met betrekking tot de delegaties en subdelegaties bij de FWI
Titre III. - Dispositions relatives aux délégations et subdélégations au sein des ESF
Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen
Chapitre I. - Dispositions générales
Art. 14. De delegaties van bevoegdheid en handtekening bedoeld in titel III worden aan de houder van de functie van Algemeen directeur van de FWI verleend.
  De delegaties die worden verleend aan de houder van een functie worden ook verleend aan de ambtenaar belast met die functie.
Art. 14. Les délégations de compétence et de signature visées au titre III sont octroyées aux titulaires de la fonction de Directeur général dans les ESF.
  Les délégations octroyées au titulaire d'une fonction le sont également au fonctionnaire chargé de cette fonction.
Art. 15. Binnen de perken van zijn bevoegdheden en onder zijn verantwoordelijkheid, kan de Algemeen directeur de bij dit besluit gedelegeerde bevoegdheden subdelegeren op grond van een ondertekend en gedateerd schriftelijk document met opgave van de subgedelegeerde bevoegdheden.
  De subdelegatie wordt verleend aan de houder van een management-, staf- en leidinggevendefunctie die is aangewezen overeenkomstig de reglementaire bepalingen betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management-, staf- en leidinggevende functies in de FWI of aan een of meerdere personeelsleden van niveau A of aan wetenschappelijke personeelsleden die bij afwezigheid of verhindering van de betrokken houder de bevoegdheden uitoefent die aan deze laatste werden subgedelegeerd.
  De Algemeen directeur deelt zijn beslissing mee aan de betrokken houder of aan de aangewezen personeelsleden van niveau A of wetenschappelijke personeelsleden, en aan de Minister en de Voorzitter.
Art. 15. Dans les limites de ses attributions et sous sa responsabilité, le Directeur général peut subdéléguer les compétences déléguées par le présent arrêté au moyen d'un écrit signé et daté précisant les compétences subdéléguées.
  La subdélégation est octroyée au titulaire d'une fonction de management, d'encadrement ou dirigeante désigné conformément aux dispositions réglementaires relatives à la désignation et à l'exercice des fonctions de management, d'encadrement ou dirigeantes dans les ESF ou à un ou plusieurs membres du personnel de niveau A ou du personnel scientifique qui exercent, en cas d'absence ou d'empêchement du titulaire concerné, les compétences qui ont été subdéléguées à ce dernier.
  Le Directeur général fait part de sa décision au titulaire concerné ou aux membres du personnel de niveau A ou du personnel scientifique désignés, ainsi qu'au Ministre et au Président.
Art. 16. § 1. Het originele exemplaar van het document bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt bezorgd aan het bureau van de betrokken Algemeen directeur die verantwoordelijk is voor de bewaring van alle documenten waarmee een subdelegatie wordt verleend. Een kopie van dat document wordt ook door de betrokken dienst bewaard en een kopie wordt aan de bij de Minister geaccrediteerde Inspecteur van Financiën die belast is met de dossiers van de FWI overgemaakt.
  § 2. De persoon die delegatie verleent kan, om welke reden ook, de bevoegdheden uitoefenen die aan de persoon die de delegatie krijgt werden verleend overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
  Hij kan evenwel zijn beslissing niet in de plaats stellen van de beslissing die door de persoon die de delegatie krijgt is genomen en ter kennis is gebracht.
Art. 16. § 1er. L'exemplaire original du document visé à l'article 15, alinéa 1er, est transmis au bureau du Directeur général concerné qui est responsable de la conservation de tout document par lequel une subdélégation est donnée. Une copie de ce document est également conservée par le service concerné et une copie est transmise à l'Inspecteur des Finances accrédité auprès du Ministre et en charge des dossiers des ESF.
  § 2. Le délégant peut, pour quelque raison que ce soit, exercer les compétences déléguées à une personne investie de la délégation.
  Il ne peut toutefois substituer sa décision à celle prise et notifiée par le délégué.
Hoofdstuk II. - Delegaties inzake personeelszaken
Chapitre II. - Délégations concernant la matière du personnel
Art. 17. De Algemeen directeur is bevoegd om in naam van de Minister:
  1° de betrekkingen vacant te verklaren in uitvoering van het personeelsplan, met uitzondering van de betrekkingen voor de houders van een management- of staffunctie;
  2° alle bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de uitvoering van de vergelijkende selecties en de werving van het personeel in uitvoering van het personeelsplan, met inbegrip van het bepalen van de procedure volgens dewelke de betrekkingen worden toegekend;
  3° de besluiten te nemen tot vaststelling van de wedden, de toelagen en vergoedingen waarop de personeelsleden op basis van de wettelijke en reglementaire besluiten recht hebben en de opdracht tot betaling daarvan te ondertekenen;
  4° de ambtenaren van de niveaus B, C en D te schorsen in het belang van de dienst, met uitzondering van de toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van rijksambtenaren in het belang van de dienst;
  5° de ambtenaren van niveau A te bevorderen door verhoging in weddeschaal;
  6° de aangiften te ontvangen van elk ongeval dat als een arbeidsongeval of als een ongeval op de weg naar en van het werk kan worden beschouwd;
  7° definitief te beslissen of een ongeval een arbeidsongeval is in de zin van artikel 2 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector;
  8° de beslissing tot genezen verklaring zonder blijvende arbeidsongeschiktheid mee te delen:
  a) indien het slachtoffer zich niet aanbiedt bij het Bestuur medische expertise zonder geldige reden in te roepen, na twee keer in gebreke te zijn gesteld per aangetekend schrijven;
  b) indien de tijdelijke arbeidsongeschiktheid minder lang duurt dan 30 kalenderdagen;
  c) wanneer het ongeval geen percentage van blijvende arbeidsongeschiktheid met zich meebrengt;
  9° de beslissingen van het Bestuur medische expertise te ontvangen bestaande uit hetzij de toekenning van een percentage van blijvende ongeschiktheid, hetzij een genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid;
  10° een voorstel van rente op te stellen in geval van vaststelling van een percentage blijvende arbeidsongeschiktheid;
  11° alle handelingen te stellen en bevoegdheden uit te oefenen die zijn opgedragen aan de werkgever door de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  12° de bevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van de raad van beroep inzake tuchtzaken, de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie, de interdepartementale raad van beroep en van de raad van beroep, en inzonderheid:
  a) in elke zaak een ambtenaar van niveau A of een wetenschappelijk personeel en hun vervangers aan te wijzen om het betwiste voorstel te verdedigen;
  b) een zaak aanhangig te maken bij de raad van beroep inzake tuchtzaken, de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie, de interdepartementale raad van beroep of de raad van beroep en de beslissingen van dat orgaan mee te delen aan de Minister en aan het betrokken personeelslid.
Art. 17. Le Directeur général est, au nom du Ministre, compétent pour :
  1° déclarer les emplois vacants en exécution du plan de personnel, à l'exception des emplois des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement ;
  2° exercer toutes les compétences liées à l'exécution des sélections comparatives et du recrutement du personnel en exécution du plan de personnel, y compris la détermination de la procédure selon laquelle les emplois sont attribués ;
  3° prendre les arrêtés qui fixent les traitements, les allocations et indemnités auxquels les membres du personnel ont droit sur la base des dispositions légales et réglementaires et de signer l'ordre de paiement y afférent ;
  4° suspendre les agents des niveaux B, C et D dans l'intérêt du service, à l'exception de l'application de l'article 3 de l'arrêté royal du 1er juin 1964 relatif à la suspension des agents de l'Etat dans l'intérêt du service ;
  5° promouvoir par avancement barémique les agents de niveau A ;
  6° recevoir les déclarations de tout accident susceptible d'être considéré comme accident de travail ou accident survenu sur le chemin du travail ;
  7° décider de manière définitive si un accident est un accident du travail au sens de l'article 2 de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public ;
  8° notifier la décision de déclaration de guérison sans incapacité permanente de travail :
  a) dans le cas où la victime ne se présente pas auprès de l'Administration de l'expertise médicale sans invoquer de motif valable, après avoir été deux fois mise en demeure par lettre recommandée ;
  b) en cas d'incapacité temporaire de travail inférieure à 30 jours calendrier ;
  c) lorsque l'accident n'entraîne pas un pourcentage d'incapacité permanente de travail ;
  9° recevoir de l'Administration de l'expertise médicale les décisions consistant soit en l'attribution d'un pourcentage d'incapacité permanente, soit en une guérison sans incapacité permanente de travail ;
  10° établir la proposition d'établissement d'une rente en cas de fixation d'un pourcentage d'incapacité permanente de travail ;
  11° accomplir tous les actes et d'exercer toutes les compétences conférées à l'employeur par la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail ;
  12° exercer les compétences vis-à-vis de la chambre de recours en matière disciplinaire, de la commission interdépartementale de recours en matière d'évaluation, du conseil d'appel interdépartemental et du conseil d'appel et notamment :
  a) dans chaque affaire désigner un agent de niveau A ou un agent scientifique et leurs suppléants pour défendre la proposition contestée ;
  b) saisir la chambre de recours en matière disciplinaire, la commission interdépartementale de recours en matière d'évaluation, le conseil d'appel interdépartemental ou le conseil d'appel d'une affaire et notifier les décisions de cet organe au Ministre et au membre du personnel concerné.
Art. 18. De Algemeen directeur is bevoegd om, in naam van de Minister uittreksels of afschriften van stukken of besluiten van de instelling inzake personeelsbeheer eensluidend te verklaren en af te leveren.
Art. 18. Le Directeur général est, au nom du Ministre, compétent pour certifier conforme à l'original et délivrer tout extrait ou copie des pièces ou arrêtés en matière de gestion du personnel.
Hoofdstuk III. - Geschillen en aansprakelijkheid
Chapitre III. - Contentieux et responsabilité
Art. 19. § 1. De Algemeen directeur is gemachtigd om alle beslissingen te nemen en, in het bijzonder, het bedrag vast te leggen van de in te vorderen sommen ten laste van de aansprakelijke personen en het gedeelte te bepalen van de schade dat ten laste valt van de Staat, alsook de uitgaven goed te keuren die voortvloeien uit een dading, een schulderkenning of een gerechtelijke beslissing inzake:
  1° geschillen van alle aard, zowel betreffende de contractuele aansprakelijkheid als de extracontractuele aansprakelijkheid;
  2° schade aan personen met uitsluiting van de Algemeen directeur en de houder van een management-, staf- of leidinggevende functie bij de FWI als die persoonlijk betrokken partij zijn;
  3° zaakschade, ook in geval van verkeersongevallen;
  4° diefstallen, verliezen, tekorten en beschadigingen ten nadele van de Staat, met uitzondering van de gevallen waar de aansprakelijke personen openbare rekenplichtigen of ambtenaren zijn, in het bijzonder en rechtstreeks belast met het toezicht op de rekenplichtigen die op dat vlak volledig onderworpen blijven aan de bepalingen op hen van toepassing;
  5° burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand van het personeel van de FWI, alsook de vergoeding van de door hen geleden schade;
  6° kosten en erelonen van advocaten van de Staat alsook de gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingvergoeding, behalve voor de Algemeen directeur en de houder van een management-, staf- en leidinggevende functie bij de FWI als die persoonlijk betrokken partij zijn.
  § 2. De delegaties als bedoeld in paragraaf 1, 1° tot en met 5°, worden toegekend voor een bedrag van 100.000 euro.
Art. 19. § 1er. Le Directeur général est habilité à prendre toutes les décisions et, notamment, à fixer le montant des sommes à recouvrer à charge des personnes responsables et à déterminer la portée du dommage qui est à charge de l'Etat ainsi que pour approuver les dépenses qu'elles résultent d'une transaction, d'une reconnaissance de dette ou d'une décision judiciaire en matière :
  1° de contentieux de toute nature, relatif tant à la responsabilité contractuelle qu'à la responsabilité extracontractuelle ;
  2° de dommages aux personnes à l'exclusion du Directeur général et du titulaire d'une fonction de management, d'encadrement ou dirigeante d'un ESF lorsqu'ils sont personnellement impliqués ;
  3° de dommages aux biens, y compris en cas d'accidents de roulage ;
  4° de vols, pertes, manquants et détériorations au détriment de l'Etat, à l'exception des cas où les personnes responsables sont des comptables publics ou des fonctionnaires chargés spécialement et directement de la surveillance des comptables lesquels, en cette matière, restent entièrement soumis aux dispositions qui les régissent ;
  5° de responsabilité civile et d'assistance en justice du personnel des ESF ainsi que de réparation du dommage subi par eux ;
  6° de frais et honoraires des avocats de l'Etat ainsi que de frais de justice, y compris l'indemnité de procédure, sauf pour le Directeur général et le titulaire d'une fonction de management, d'encadrement ou dirigeante d'un ESF lorsqu'ils sont personnellement impliqués.
  § 2. Les délégations visées au paragraphe 1er, 1° à 5°, sont accordées à concurrence de 100.000 euros.
Art. 20. § 1. Wanneer schade werd veroorzaakt aan een FWI door een personeelslid, is de Algemeen directeur gemachtigd om, onder de voorwaarden vastgelegd in de paragraaf 2 van dit artikel, te beslissen om de schade ten laste te leggen van de FWI of een minnelijke regeling voor de totale schade te verkrijgen door de aansprakelijke persoon vrijwillig te doen betalen.
  Het eerste lid is niet van toepassing voor de Algemeen directeur en de houder van een staf- of leidinggevende functie bij de FWI als hij persoonlijk betrokken partij is.
  § 2. De delegaties van bevoegdheid als bedoeld in paragraaf 1 kunnen slechts worden uitgeoefend onder de volgende voorwaarden:
  1° dat de schade niet voortvloeit uit een feit dat ter kennis moet gebracht worden van de gerechtelijke autoriteiten;
  2° dat er geen derde benadeelde of derde aansprakelijke bij betrokken is;
  3° en dat, wat de delegaties voor de minnelijke regeling van schade betreft, de totale schade invorderbaar is door vrijwillige betaling.
  § 3. De Algemeen directeur doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing na onderzoek en op grond van het verslag en het advies van de betrokken autoriteiten.
  Als het bedrag van de schade evenwel niet hoger ligt dan 50 euro, doet hij evenwel uitspraak op grond van een eenvoudig mondeling onderzoek door middel van een schriftelijke en gemotiveerde beslissing.
Art. 20. § 1er. Lorsqu'un dommage a été causé à un ESF par un membre du personnel, le Directeur général est habilité, aux conditions fixées au paragraphe 2 de cet article, à décider de faire supporter le dommage par l'ESF ou obtenir le règlement amiable de la totalité du dommage par le paiement volontaire de la personne responsable.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas au Directeur général et au titulaire d'une fonction d'encadrement ou dirigeante d'un ESF, lorsqu'il est personnellement impliqué.
  § 2. Les délégations de compétence visées au paragraphe 1er ne peuvent être exercées qu'aux conditions suivantes :
  1° que le dommage ne résulte pas d'un fait devant être porté à la connaissance des autorités judiciaires ;
  2° qu'il n'y ait pas de tiers préjudicié ou responsable en cause ;
  3° et, en ce que ces délégations portent sur le règlement amiable du dommage, que l'entièreté du dommage soit récupérable par paiement volontaire.
  § 3. Le Directeur général statue par décision motivée après enquête et sur rapport et avis des autorités intéressées.
  Toutefois, lorsque le montant du préjudice n'excède pas 50 euros, il statue sur simple enquête verbale par décision écrite et motivée.
Titel IV. - Specifieke bepalingen - Voorzitter van de POD
Titre IV. - Dispositions spécifiques - Président du SPP
Hoofdstuk I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de POD en de FWI
Chapitre I. - Dispositions communes au SPP et aux ESF
Art. 21. De Voorzitter is bevoegd om, in naam van de Minister:
  1° de eedaflegging te ontvangen van de houders van de management-, staf- en leidinggevende functies;
  2° de advoca(a)t(en) voor te stellen voor de verdediging van de belangen van de POD of van de FWI's in geschillen behalve:
  a) in geval van beroep bij het Grondwettelijk Hof;
  b) als hij of de houder van een management-, staf- of leidinggevende functie bij de POD of een FWI persoonlijk betrokken partij is.
  Het of de voorstel(len) wordt(worden) aan de Minister ter beslissing voorgelegd. Ongeacht de wijze waarop de advocaat is aangewezen, moeten elk dossier en alle procedurestukken aan de Minister worden meegedeeld;
  3° de ambtenaren aan te wijzen die gemachtigd zijn om opdrachten tot bekendmaking in het Belgisch Staatsblad te ondertekenen.
Art. 21. Le Président est, au nom du Ministre, compétent pour :
  1° recevoir les prestations de serment des titulaires des fonctions de management, d'encadrement et dirigeantes ;
  2° proposer le ou les avocats destinés à assurer la défense des intérêts du SPP ou des ESF dans les affaires contentieuses sauf :
  a) en cas de recours devant la Cour constitutionnelle ;
  b) si lui ou le titulaire d'une fonction de management, d'encadrement ou dirigeante du SPP ou d'un ESF est personnellement impliqué.
  La ou les propositions sont soumises au Ministre pour décision. Quel qu'ait été le mode de désignation de l'avocat, chaque dossier et toutes les pièces de la procédure doivent être communiqués au Ministre ;
  3° désigner les fonctionnaires autorisés à signer les ordres de publication au Moniteur belge.
Hoofdstuk Ibis. [1 - Bijzondere bepaling voor de POD]1
Chapitre Ibis. [1 - Disposition particulière pour le SPP]1
Art.21bis. [1 De Voorzitter wordt, in naam van de Minister, aangewezen als sectorale overheid voor de sector ruimtevaart en de sector onderzoek.]1
  
Art.21bis. [1 Le Président est, au nom du Ministre, désigné comme autorité sectorielle pour les secteurs de l'espace et de la recherche.]1
  
Hoofdstuk II. - Bijzondere bepalingen voor de FWI
Chapitre II. - Dispositions particulières pour les ESF
Art. 22. De Voorzitter is bevoegd om, in naam van de Minister:
  1° de voorafgaandelijke goedkeuring te geven voor het ondernemen van dienstopdrachten naar het buitenland door de Algemeen directeur van de FWI overeenkomstig de geldende modaliteiten inzake dienstreizen en de vergoeding van de reis- en verblijfskosten;
  2° de verloven, afwezigheden en dienstvrijstellingen toe te kennen aan de Algemeen directeur van de FWI overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de ambtenaren van de Rijksbesturen.
Art. 22. Le Président est, au nom du Ministre, compétent pour :
  1° donner son accord préalable aux missions de service à l'étranger par le Directeur général d'un ESF, conformément aux modalités valables en matière de déplacements de service et d'indemnité de parcours et de séjour ;
  2° accorder les congés, absences et dispenses de services au Directeur général d'un ESF, conformément aux dispositions applicables de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat.
Titel V. - Opheffings- en slotbepalingen
Titre V. - Dispositions abrogatoire et finale
Art. 23. Het ministerieel besluit van 21 maart 2012 houdende delegatie van bevoegdheid en handtekening bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 17 november 2016, wordt opgeheven.
Art. 23. L'arrêté ministériel du 21 mars 2012 portant délégation de compétence et de signature au sein du Service public fédéral de Programmation Politique scientifique, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 17 novembre 2016, est abrogé.
Art. 24. Dit besluit treedt in werking op [1 15 oktober 2021]1.
  
Art. 24. Le présent arrêté entre en vigueur le [1 15 octobre 2021]1.