Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 AUGUSTUS 2021. - Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
Titre
14 AOUT 2021. - Loi relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique
Dokumentinformationen
Numac: 2021021663
Datum: 2021-08-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021021663
Date: 2021-08-14
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende de epidemische noodsituatie
CHAPITRE 2. - Dispositions relatives à la situation d'urgence épidémique
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1° "gouverneur": de provinciegouverneurs en de bevoegde overheid van de Brusselse Agglomeratie in toepassing van artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;
  2° "minister": de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken;
  3° "epidemische noodsituatie": elke gebeurtenis die een ernstige bedreiging veroorzaakt of kan veroorzaken ten gevolge van de aanwezigheid van een infectieus agens bij de mens, en:
  a. die een groot aantal personen in België treft of kan treffen en er hun gezondheid ernstig aantast of kan aantasten;
  b. en die leidt of kan leiden tot één of meerdere van de onderstaande gevolgen in België:
  - een ernstige overbelasting van bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars en -voorzieningen;
  - de noodzaak tot het versterken, ontlasten of ondersteunen van bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars en -voorzieningen;
  - de snelle en massale inzet van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen;
  c. en die een coördinatie en beheer van de bevoegde actoren op nationaal niveau vereist om de dreiging weg te nemen of om de nefaste gevolgen van de gebeurtenis te beperken;
  d. die desgevallend heeft geleid tot één of meerdere van de onderstaande gevolgen:
  - de situatie werd erkend door de Wereldgezondheidsorganisatie als "Public Health Emergency of International Concern";
  - de situatie werd erkend door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 12 van besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG.
Art. 2. Pour l'application de la présente loi, l'on entend par:
  1° "gouverneur": les gouverneurs de province et l'autorité compétente de l'Agglomération bruxelloise en application de l'article 48 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux institutions bruxelloises;
  2° "ministre": le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions;
  3° "situation d'urgence épidémique": tout événement qui entraîne ou qui est susceptible d'entraîner une menace grave suite à la présence d'un agent infectieux chez l'homme, et:
  a. qui touche ou est susceptible de toucher un grand nombre de personnes en Belgique et qui y affecte ou est susceptible d'affecter gravement leur santé;
  b. et qui conduit ou est susceptible de conduire à une ou plusieurs des conséquences suivantes en Belgique:
  - une surcharge grave de certains professionnels des soins et services de santé;
  - la nécessité de prévoir le renforcement, l'allégement ou le soutien de certains professionnels des soins et services de santé;
  - le déploiement rapide et massif de médicaments, dispositifs médicaux ou équipements de protection individuelle;
  c. et qui nécessite une coordination et une gestion des acteurs compétents au niveau national afin de faire disparaître la menace ou de limiter les conséquences néfastes de l'événement;
  d. qui, le cas échéant, a conduit à une ou plusieurs des conséquences suivantes:
  - la situation est reconnue par l'Organisation mondiale de la santé comme "Public Health Emergency of International Concern";
  - la situation est reconnue par la Commission européenne conformément aux dispositions de l'article 12 de la décision n° 1082/2013/UE du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2013 relative aux menaces transfrontières graves sur la santé et abrogeant la Décision n° 2119/98/CE.
Art. 3. § 1. De Koning kondigt de epidemische noodsituatie af voor een bepaalde duur die strikt noodzakelijk is en in geen geval langer mag zijn dan drie maanden, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de minister bevoegd voor Volksgezondheid en na een risicoanalyse die wordt uitgevoerd door het orgaan belast met het beoordelen en evalueren van de risico's in het kader van een federale fase bedoeld in paragraaf 4 en waaruit blijkt dat het om een epidemische noodsituatie gaat.
  Na het verstrijken van de periode bedoeld in het eerste lid, kan de Koning de instandhouding van de epidemische noodsituatie afkondigen, telkens voor een periode van maximaal drie maanden, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na een nieuw advies en een nieuwe risicoanalyse bedoeld in het eerste lid.
  § 2. De regering deelt de wetenschappelijke gegevens, waaronder minstens het advies en de risicoanalyse bedoeld in paragraaf 1, op basis waarvan de besluiten bedoeld in paragraaf 1 werden aangenomen zo spoedig mogelijk mee aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
  Elk koninklijk besluit bedoeld in paragraaf 1 heeft onmiddellijk uitwerking en wordt bij wet bekrachtigd binnen een termijn van 15 dagen vanaf de inwerkingtreding ervan.
  Bij ontstentenis van bekrachtiging binnen de termijn bepaald in het tweede lid, treedt het betrokken koninklijk besluit buiten werking.
  § 3. De bevoegde overheden en diensten zien erop toe dat de wetenschappelijke gegevens bedoeld in paragraaf 2 zo spoedig mogelijk en zodra zij beschikbaar en bruikbaar zijn, worden bekendgemaakt ten behoeve van de bevolking.
  § 4. Indien, wanneer de Koning de epidemische noodsituatie heeft afgekondigd, de federale fase van het crisisbeheer, zoals vastgelegd bij het koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor de crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen en het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen, nog niet werd afgekondigd, kondigt de minister deze fase af en neemt hij de beleidscoördinatie van de noodsituatie op zich.
Art. 3. § 1er. Le Roi déclare la situation d'urgence épidémique pour une durée déterminée qui est strictement nécessaire et qui ne peut en aucun cas dépasser trois mois, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis du ministre qui a la Santé publique dans ses attributions et une analyse de risque réalisée par l'organe chargé de l'appréciation et l'évaluation des risques dans le cadre d'une phase fédérale visée au paragraphe 4 et montrant qu'il s'agit d'une situation d'urgence épidémique.
  A l'issue de la période visée à l'alinéa 1er, le Roi peut déclarer le maintien de la situation d'urgence épidémique chaque fois pour une période de trois mois au maximum, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, après un nouvel avis et une nouvelle analyse de risque visés à l'alinéa 1er.
  § 2. Le gouvernement communique au président de la Chambre des représentants, dans les meilleurs délais, les données scientifiques, dont au moins l'avis et l'analyse de risque visés au paragraphe 1er, sur la base desquels les arrêtés visés au paragraphe 1er ont été adoptés.
  Chaque arrêté royal visé au paragraphe 1er produit ses effets immédiatement et est confirmé par la loi dans un délai de 15 jours à compter de son entrée en vigueur.
  A défaut de confirmation dans le délai visé à l'alinéa 2, l'arrêté royal concerné cesse de sortir ses effets.
  § 3. Les autorités et services compétents veillent à la publication, dans les meilleurs délais et dès qu'elles sont disponibles et exploitables, des données scientifiques visées au paragraphe 2 au profit de la population.
  § 4. Si, lorsque le Roi a déclaré la situation d'urgence épidémique, la phase fédérale de gestion de crise, telle qu'établie par l'arrêté royal du 31 janvier 2003 portant fixation du plan d'urgence pour les événements et situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national et l'arrêté royal du 22 mai 2019 relatif à la planification d'urgence et la gestion de situations d'urgence à l'échelon communal et provincial et au rôle des bourgmestres et des gouverneurs de province en cas d'événements et de situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national n'est pas encore déclenchée, le ministre la déclenche et prend en charge la coordination stratégique de la situation d'urgence.
Art. 4. § 1. Wanneer de Koning de epidemische noodsituatie heeft afgekondigd of in stand gehouden overeenkomstig artikel 3, § 1, neemt Hij bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen van de epidemische noodsituatie voor de volksgezondheid te voorkomen of te beperken, na overleg binnen de bevoegde organen in het kader van het crisisbeheer, waarin de nodige deskundigen worden betrokken in functie van de aard van de epidemische noodsituatie, onder meer op vlak van de grondrechten, economie en mentale gezondheid. De geraadpleegde deskundigen vullen een belangenverklaring in en leven een deontologische code na die wordt bepaald door de Koning.
  Telkens wanneer de maatregelen een rechtstreekse weerslag hebben op beleidsdomeinen die binnen de bevoegdheid van de deelstaten vallen, biedt de federale regering de betrokken deelstatelijke regeringen vooraf de gelegenheid om overleg te plegen over de gevolgen van deze maatregelen voor hun beleidsdomeinen, behoudens in geval van hoogdringendheid.
  In afwijking van het eerste lid kunnen, in geval van dreigend gevaar, de maatregelen die geen enkel uitstel dulden, worden genomen door de minister bij een ministerieel besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 2. Wanneer de lokale omstandigheden het vereisen, nemen de gouverneurs en burgemeesters, elk voor het eigen grondgebied, maatregelen die strenger zijn ten opzichte van de maatregelen bedoeld in paragraaf 1, overeenkomstig de eventuele instructies van de minister. Daartoe overleggen ze met de bevoegde federale en deelstatelijke overheden in functie van de beoogde maatregel. Indien de hoogdringendheid geen overleg voorafgaand aan het nemen van de maatregel toelaat, informeert de betrokken burgemeester of de gouverneur deze bevoegde overheden zo snel mogelijk van de genomen maatregel. In elk geval worden de maatregelen beoogd door de burgemeester vastgesteld na overleg met de gouverneur, en worden deze beoogd door de gouverneur vastgesteld na overleg met de minister.
  § 3. De maatregelen bedoeld in paragrafen 1 en 2 zijn noodzakelijk, geschikt en in verhouding tot de nagestreefde doelstelling.
  Deze maatregelen worden voor de toekomst aangenomen voor een maximale duur van drie maanden en kunnen slechts uitwerking hebben voor zover de epidemische noodsituatie nog bestaat of in stand is gehouden overeenkomstig artikel 3, § 1. Ze kunnen telkens worden verlengd voor een maximale duur van drie maanden voor zover de epidemische noodsituatie nog bestaat of in stand is gehouden overeenkomstig artikel 3, § 1.
  Deze maatregelen treden buiten werking bij ontstentenis van bekrachtiging van het koninklijk besluit waarbij de epidemische noodsituatie wordt afgekondigd of in stand gehouden.
  § 4. De regering deelt de koninklijke besluiten bedoeld in paragraaf 1 mee aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers, voor de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  De regering deelt de adviezen van de organen bedoeld in paragraaf 1 op basis waarvan deze koninklijke besluiten werden aangenomen, zo spoedig mogelijk mee aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
  De minister deelt de ministeriële besluiten bedoeld in paragraaf 1 zo spoedig mogelijk mee aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Art. 4. § 1er. Lorsque le Roi a déclaré ou maintenu la situation d'urgence épidémique conformément à l'article 3, § 1er, Il adopte par arrêté délibéré en Conseil des ministres les mesures de police administrative nécessaires en vue de prévenir ou de limiter les conséquences de la situation d'urgence épidémique pour la santé publique, après concertation au sein des organes compétents dans le cadre de la gestion de crise, auxquels sont associés les experts nécessaires en fonction de la nature de la situation d'urgence épidémique, notamment en matière de droits fondamentaux, d'économie et de santé mentale. Les experts consultés remplissent une déclaration d'intérêts et respectent un code de déontologie qui est déterminé par le Roi.
  Chaque fois que les mesures ont un impact direct sur des domaines politiques relevant de la compétence des entités fédérées, le gouvernement fédéral offre préalablement aux gouvernements fédérés concernés la possibilité de se concerter au sujet des conséquences de ces mesures pour leurs domaines politiques, sauf en cas d'urgence.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de péril imminent, les mesures qui ne peuvent souffrir aucun retard peuvent être prises par le ministre par arrêté ministériel délibéré en Conseil des ministres.
  § 2. Lorsque les circonstances locales l'exigent, les gouverneurs et bourgmestres prennent, chacun pour son propre territoire, des mesures renforcées par rapport à celles visées au paragraphe 1er, conformément aux éventuelles instructions du ministre. A cet effet, ils se concertent avec les autorités fédérales et fédérées compétentes en fonction de la mesure envisagée. Si l'urgence ne permet pas une concertation préalable à l'adoption de la mesure, le bourgmestre ou le gouverneur concerné informe ces autorités compétentes le plus rapidement possible de la mesure prise. Dans tous les cas, les mesures envisagées par le bourgmestre sont concertées avec le gouverneur, et celles envisagées par le gouverneur sont concertées avec le ministre.
  § 3. Les mesures visées aux paragraphes 1er et 2 sont nécessaires, adéquates et proportionnelles à l'objectif poursuivi.
  Ces mesures sont adoptées pour l'avenir, pour une durée maximale de trois mois et ne peuvent sortir leurs effets que pour autant que la situation d'urgence épidémique existe encore ou ait été maintenue conformément à l'article 3, § 1er. Elles peuvent être prolongées chaque fois pour une durée de trois mois au maximum et pour autant que la situation d'urgence épidémique existe encore ou ait été maintenue conformément à l'article 3, § 1er.
  Ces mesures cessent de sortir leurs effets à défaut de confirmation de l'arrêté royal déclarant ou maintenant la situation d'urgence épidémique.
  § 4. Le gouvernement communique au président de la Chambre des représentants les arrêtés royaux visés au paragraphe 1er avant leur publication au Moniteur belge.
  Le gouvernement communique au président de la Chambre des représentants, dans les meilleurs délais, les avis des organes visés au paragraphe 1er sur la base desquels ces arrêtés royaux ont été adoptés.
  Le ministre communique les arrêtés ministériels visés au paragraphe 1er dans les meilleurs délais au président de la Chambre des représentants.
Art. 5. § 1. De in artikel 4, § 1, bedoelde maatregelen, die onderling kunnen worden gecombineerd, zijn gericht op:
  a. het bepalen van nadere regels of voorwaarden met het oog op de beperking van het binnenkomen of verlaten van het Belgisch grondgebied, met inbegrip van de mogelijkheden tot weigering van binnenkomst overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  b. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor de toegang tot, het beperken van de toegang tot of de sluiting van één of meerdere categorieën van inrichtingen of delen van inrichtingen die publiek ontvangen, alsook van samenkomstplaatsen, onder voorbehoud van de maatregelen die worden genomen met toepassing van de bepaling onder g.;
  c. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor de verkoop en/of het gebruik van bepaalde goederen en diensten, de beperking daarvan of het verbod daarop;
  d. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor samenscholingen, de beperking daarvan of het verbod daarop;
  e. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor verplaatsingen, de beperking daarvan of het verbod daarop;
  f. het vastleggen van de voorwaarden inzake arbeidsorganisatie, onder voorbehoud van de maatregelen genomen met toepassing van artikel 4, § 1, vierde lid, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  g. het opstellen van een lijst van handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie of de essentiële behoeften van de bevolking die in die hoedanigheid hun activiteiten geheel of gedeeltelijk moeten verderzetten;
  h. het bepalen van maatregelen ter bescherming van de gezondheid die de verspreiding van het infectieus agens dat verantwoordelijk is voor de epidemische noodsituatie beogen te voorkomen, te vertragen of te stoppen, zoals het houden van een bepaalde afstand van andere personen, het dragen van een persoonlijk beschermingsmiddel of de regels betreffende de handhygiëne.
  § 2. De in artikel 4, § 2, bedoelde maatregelen, die onderling kunnen worden gecombineerd, zijn gericht op:
  a. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor de toegang tot, het beperken van de toegang tot of de sluiting van één of meerdere categorieën van inrichtingen of delen van inrichtingen die publiek ontvangen, alsook van samenkomstplaatsen, onder voorbehoud van de maatregelen die worden genomen met toepassing van de bepaling onder f.;
  b. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor de verkoop en/of het gebruik van bepaalde goederen en diensten, de beperking daarvan of het verbod daarop;
  c. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor samenscholingen, de beperking daarvan of het verbod daarop;
  d. het bepalen van nadere regels of voorwaarden voor verplaatsingen, de beperking daarvan of het verbod daarop;
  e. het vastleggen van de voorwaarden inzake arbeidsorganisatie, onder voorbehoud van de maatregelen genomen met toepassing van artikel 4, § 1, vierde lid, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  f. het opstellen van een lijst van handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie of de essentiële behoeften van de bevolking die in die hoedanigheid hun activiteiten geheel of gedeeltelijk moeten verderzetten, voor zover deze lijst nog niet werd opgesteld met toepassing van paragraaf 1, g.;
  g. het bepalen van maatregelen ter bescherming van de gezondheid die de verspreiding van het infectieus agens dat verantwoordelijk is voor de epidemische noodsituatie beogen te voorkomen, te vertragen of te stoppen, zoals het houden van een bepaalde afstand van andere personen, het dragen van een persoonlijk beschermingsmiddel of regels betreffende de handhygiëne.
  § 3. De Koning kan, in het kader van de maatregelen genomen met toepassing van paragraaf 1, in afwezigheid van beschikbare openbare diensten en bij gebrek aan voldoende middelen, de personen en zaken die Hij nodig acht, opvorderen.
  In afwijking van het eerste lid, kan de opvordering die geen enkel uitstel duldt, worden bevolen door de minister.
  De Koning kan, onder de bijkomende voorwaarden die Hij bepaalt, dezelfde bevoegdheid verlenen aan de gouverneurs en de burgemeesters in het kader van de maatregelen genomen met toepassing van paragraaf 2.
  De Koning legt de procedure en de nadere regels van de opvordering vast.
  Dragen de kosten verbonden aan de opvordering van personen en zaken en vergoeden deze kosten aan de rechthebbenden:
  1° de Staat, wanneer het de Koning, de minister of de gouverneur is die overgaat tot de opvordering;
  2° de gemeente, wanneer het de burgemeester is die overgaat tot de opvordering.
  De kosten zijn niet verschuldigd wanneer ze voortvloeien uit de herstelling van de schade die veroorzaakt werd aan de opgevorderde personen en zaken en voortvloeien uit ongevallen die plaatsvonden in de loop van of door het feit van de uitvoering van de operaties met het oog waarop de opvordering plaatsvond, wanneer het ongeval opzettelijk veroorzaakt werd door het slachtoffer.
  Tijdens de duur van de prestaties, worden de arbeidsovereenkomst en het leercontract geschorst ten voordele van de werknemers die deel uitmaken van deze diensten of die opgevorderd worden.
Art. 5. § 1er. Les mesures visées à l'article 4, § 1er, qui peuvent être combinées entre elles, visent:
  a. la détermination de modalités ou de conditions en vue de limiter l'entrée au ou la sortie du territoire belge, en ce compris les possibilités de refuser l'entrée conformément à l'article 14 du code frontières Schengen ou à l'article 43 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
  b. la détermination de modalités ou de conditions d'accès à, la limitation d'accès à ou la fermeture d'une ou plusieurs catégories d'établissements ou parties des établissements recevant du public ainsi que des lieux de réunion, sous réserve des mesures qui sont prises en application du g.;
  c. la détermination de modalités ou de conditions de la vente et/ou de l'utilisation de certains biens et services, leur limitation ou leur interdiction;
  d. la détermination de modalités ou de conditions de rassemblements, leur limitation ou leur interdiction;
  e. la détermination de modalités ou de conditions des déplacements, leur limitation ou leur interdiction;
  f. la fixation de conditions d'organisation du travail, sous réserve des mesures prises en application de l'article 4, § 1er, alinéa 4, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
  g. l'élaboration d'une liste des commerces et des entreprises et services privés et publics nécessaires à la protection des intérêts vitaux de la Nation ou aux besoins essentiels de la population, qui doivent, à ce titre, poursuivre tout ou partie de leurs activités;
  h. la détermination de mesures de protection sanitaire qui visent à prévenir, ralentir ou arrêter la propagation de l'agent infectieux responsable de la situation d'urgence épidémique, telles que le maintien d'une certaine distance par rapport aux autres personnes, le port d'un équipement de protection individuel ou des règles relatives à l'hygiène des mains.
  § 2. Les mesures visées à l'article 4, § 2, qui peuvent être combinées entre elles, visent:
  a. la détermination de modalités ou de conditions d'accès à, la limitation d'accès à ou la fermeture d'une ou plusieurs catégories d'établissements ou parties des établissements recevant du public ainsi que des lieux de réunion, sous réserve des mesures qui sont prises en application du f.;
  b. la détermination de modalités ou de conditions de la vente et/ou de l'utilisation de certains biens et services, leur limitation ou leur interdiction;
  c. la détermination de modalités ou de conditions de rassemblements, leur limitation ou leur interdiction;
  d. la détermination de modalités ou de conditions de déplacements, leur limitation ou leur interdiction;
  e. la fixation des conditions relatives à l'organisation du travail, sous réserve des mesures prises en application de l'article 4, § 1er, alinéa 4, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
  f. l'élaboration d'une liste des commerces et des entreprises et services privés et publics nécessaires à la protection des intérêts vitaux de la Nation ou aux besoins essentiels de la population, qui doivent, à ce titre, poursuivre tout ou partie de leurs activités, pour autant que cette liste n'ait pas déjà été élaborée en application du § 1er, g.;
  g. la détermination de mesures de protection sanitaire qui visent à prévenir, ralentir ou arrêter la propagation de l'agent infectieux responsable de la situation d'urgence épidémique, telles que le maintien d'une certaine distance par rapport aux autres personnes, le port d'un équipement de protection individuel ou des règles relatives à l'hygiène des mains.
  § 3. Le Roi peut, dans le cadre des mesures prises en application du paragraphe 1er, en l'absence de services publics disponibles et à défaut de moyens suffisants, procéder à la réquisition des personnes et des choses qu'Il juge nécessaire.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la réquisition qui ne peut souffrir aucun retard peut être ordonnée par le ministre.
  Le Roi peut, dans les conditions supplémentaires qu'Il détermine, attribuer le même pouvoir aux gouverneurs et aux bourgmestres dans le cadre des mesures prises en application du paragraphe 2.
  Le Roi fixe la procédure et les modalités de la réquisition.
  Supportent les frais liés à la réquisition des personnes et des choses et remboursent ces frais aux ayants droit:
  1° l'Etat, lorsque c'est le Roi, le ministre ou le gouverneur qui procède à la réquisition;
  2° la commune, lorsque c'est le bourgmestre qui procède à la réquisition.
  Les frais ne sont pas dus lorsqu'ils résultent de la réparation des dommages occasionnés aux personnes et aux choses requises et résultant d'accidents survenus dans le cours ou par le fait de l'exécution des opérations en vue desquelles la réquisition a eu lieu, lorsque l'accident a été intentionnellement provoqué par la victime.
  Pendant la durée des prestations, le contrat de travail et le contrat d'apprentissage sont suspendus au profit des travailleurs qui font partie de ces services ou qui font l'objet d'une réquisition.
Art. 6. § 1. Misdrijven tegen de maatregelen die met toepassing van de artikelen 4 en 5 zijn genomen, worden bestraft met:
  1° een geldboete van één euro tot 500 euro;
  2° een werkstraf van 20 tot 300 uur;
  3° een autonome probatie van zes maanden tot twee jaar;
  4° een straf onder elektronisch toezicht van een maand tot drie maanden;
  5° een gevangenisstraf van een dag tot drie maanden.
  De in het eerste lid, 2° tot 5°, bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast.
  Wanneer de rechter beslist om de overtreder te veroordelen tot een werkstraf of een autonome probatiestraf, kan hij aanwijzingen geven opdat de invulling ervan in verband zou staan met de strijd tegen de epidemische noodsituatie ter inperking van het risico op herhaling van dergelijke misdrijven.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, worden de misdrijven tegen de maatregelen op de arbeidsplaatsen bedoeld in artikel 16, 10°, van het Sociaal Strafwetboek die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever bedoeld in artikel 16, 3°, van het Sociaal Strafwetboek enerzijds, en de werknemer bedoeld in artikel 16, 2°, van het Sociaal Strafwetboek anderzijds, bestraft overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek.
  § 3. De politierechtbank neemt kennis van de misdrijven bedoeld in paragraaf 1, met inbegrip van de misdrijven omschreven in de verordeningen die door de gouverneurs en de arrondissementscommissarissen worden vastgesteld krachtens de artikelen 128 en 139 van de provinciewet.
  § 4. De bepalingen van boek 1, hoofdstuk VII en artikel 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de misdrijven bedoeld in paragraaf 1.
  § 5. De veroordelingen opgelegd op basis van paragrafen 1 en 2 en die overeenkomstig de bepalingen inzake het Centraal Strafregister van boek II, titel VII, hoofdstuk I, van het Wetboek van strafvordering worden vermeld op het uittreksel uit het strafregister, worden uitgewist na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken. De uitwissing verhindert evenwel niet de invordering van de door die definitieve rechterlijke beslissing opgelegde geldboete.
Art. 6. § 1er. Les infractions aux mesures prises en application des articles 4 et 5, sont punies:
  1° d'une amende d'un euro à 500 euros;
  2° d'une peine de travail de 20 à 300 heures;
  3° d'une peine de probation autonome de six mois à deux ans;
  4° d'une peine de surveillance électronique d'un mois à trois mois;
  5° d'une peine d'emprisonnement d'un jour à trois mois.
  Les peines prévues à l'alinéa 1er, 2° à 5°, ne peuvent s'appliquer cumulativement.
  Lorsque le juge décide de condamner le contrevenant à une peine de travail ou à une peine de probation autonome, il peut donner des indications afin que son contenu ait un rapport avec la lutte contre la situation d'urgence épidémique de manière à limiter le risque de commettre de nouvelles infractions similaires.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les infractions aux mesures sur les lieux de travail visés à l'article 16, 10°, du Code pénal social se rapportant à la relation entre l'employeur visé à l'article 16, 3°, du Code pénal social d'une part, et le travailleur visé à l'article 16, 2°, du Code pénal social d'autre part, sont punies conformément aux dispositions du Code pénal social.
  § 3. Le tribunal de police connaît des infractions visées au paragraphe 1er, y compris les infractions décrites dans les ordonnances arrêtées par les gouverneurs et les commissaires d'arrondissement en vertu des articles 128 et 139 de la loi provinciale.
  § 4. Les dispositions du livre premier, chapitre VII et de l'article 85 du Code pénal sont applicables aux infractions visées au paragraphe 1er.
  § 5. Les condamnations infligées en vertu des paragraphes 1er et 2 et inscrites sur l'extrait du casier judiciaire conformément aux dispositions relatives au Casier judiciaire central du livre II, titre VII, chapitre 1er, du Code d'instruction criminelle, sont effacées après un délai de trois ans à compter de la décision judiciaire définitive qui les prononce. L'effacement n'empêche toutefois pas le recouvrement de l'amende prononcée par cette décision judiciaire définitive.
Art. 7. De gouverneur of de burgemeester zal van ambtswege de maatregelen die met toepassing van de artikelen 4 en 5 zijn genomen, kunnen doen uitvoeren, op kosten van de weerspannige of in gebreke gebleven personen.
Art. 7. Le gouverneur ou le bourgmestre pourra faire procéder d'office à l'exécution des mesures prises en application des articles 4 et 5, aux frais des réfractaires ou des défaillants.
Art. 8. Het toezicht op de naleving van de maatregelen bedoeld in de artikelen 4 en 5 wordt verzekerd door de leden van de volgende publieke diensten, en dit enkel binnen het kader van hun bevoegdheden in functie van de genomen maatregelen:
  1° het operationeel kader van de politiediensten in de zin van artikel 3, 7°, van de wet op het politieambt;
  2° de diensten of instellingen bedoeld in artikel 17, § 2, van het Sociaal Strafwetboek;
  3° de dienst Inspectie van het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, overeenkomstig de artikelen 11, 11bis en 16 van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, waarbij toepassing kan worden gemaakt van de procedure bedoeld in artikel 19 van dezelfde wet;
  4° de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht, waarbij toepassing kan worden gemaakt van de procedures bedoeld in de artikelen XV.31 en XV.61 van hetzelfde Wetboek.
Art. 8. La surveillance du respect des mesures visées aux articles 4 et 5 est assurée par les membres des services publics suivants, et ce uniquement dans le cadre de leurs compétences en fonction des mesures qui ont été prises:
  1° le cadre opérationnel des services de police au sens de l'article 3, 7°, de la loi sur la fonction de police;
  2° les services ou institutions visés à l'article 17, § 2, du Code pénal social;
  3° le service d'inspection de la Direction générale Animaux, Végétaux et Alimentation du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, conformément aux articles 11, 11bis et 16 de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, avec la possibilité de faire application de la procédure visée à l'article 19 de la même loi;
  4° la Direction générale Inspection économique du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie, conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique, avec la possibilité de faire application des procédures visées aux articles XV.31 et XV.61 du même Code.
Art. 9. Elke maand brengt de regering verslag uit aan de Kamer van volksvertegenwoordigers over de afkondiging of instandhouding van de epidemische noodsituatie bedoeld in artikel 3, § 1, en over de maatregelen van bestuurlijke politie die werden genomen overeenkomstig de artikelen 4, § 1, en 5, § 1.
  Desgevallend brengen de bevoegde ministers verslag uit aan de Kamer van volksvertegenwoordigers over de andere aspecten van de toepassing van deze wet, elk voor wat de aspecten binnen de eigen bevoegdheden betreft.
Art. 9. Chaque mois, le gouvernement fait rapport à la Chambre des représentants au sujet de la déclaration ou du maintien de la situation d'urgence épidémique visé à l'article 3, § 1er, et des mesures de police administrative prises conformément aux articles 4, § 1er, et 5, § 1er.
  Le cas échéant, les ministres compétents font rapport à la Chambre des représentants au sujet des autres aspects de l'application de la présente loi, chacun en ce qui concerne les aspects qui relèvent de leurs compétences.
Art. 10. Binnen een termijn van drie maanden na het einde van de coronavirus COVID-19-pandemie, bezorgt de regering een evaluatierapport aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, met betrekking tot de nagestreefde doelstellingen in het kader van het respect voor de grondrechten, waarin wordt nagegaan of deze wet niet dient te worden opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen.
  Binnen een termijn van drie maanden na het einde van elke epidemische noodsituatie, bezorgt de regering een evaluatierapport aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, met betrekking tot de nagestreefde doelstellingen in het kader van het respect voor de grondrechten, waarin wordt nagegaan of deze wet niet dient te worden opgeheven, aangevuld, gewijzigd of vervangen.
Art. 10. Dans un délai de trois mois après la fin de la pandémie de coronavirus COVID-19, le gouvernement transmet à la Chambre des représentants un rapport d'évaluation portant sur les objectifs poursuivis dans le cadre du respect des droits fondamentaux afin de vérifier si la présente loi ne doit pas être abrogée, complétée, modifiée ou remplacée.
  Dans un délai de trois mois après la fin de chaque situation d'urgence épidémique, le gouvernement transmet à la Chambre des représentants un rapport d'évaluation portant sur les objectifs poursuivis dans le cadre du respect des droits fondamentaux afin de vérifier si la présente loi ne doit pas être abrogée, complétée, modifiée ou remplacée.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming
Section 1re. - Modification de la loi du 31 décembre 1963 sur la protection civile
Art. 11. Artikel 1 van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming wordt aangevuld met een lid luidende:
  "Zodra de bepalingen van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie in werking zijn getreden, zijn de bepalingen van deze wet betreffende de bestuurlijke politie niet van toepassing op epidemische noodsituaties.".
Art. 11. L'article 1er de la loi du 31 décembre 1963 sur la protection civile est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Dès l'entrée en vigueur des dispositions de la loi du 14 août 2021 relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique, les dispositions de la présente loi relatives à la police administrative ne s'appliquent pas aux situations d'urgence épidémiques.".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid
Section 2. - Modification de la loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile
Art. 12. In artikel 3 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, wordt tussen het eerste en tweede lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:
  "Zodra de bepalingen van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie in werking zijn getreden, zijn de bepalingen van deze wet betreffende de bestuurlijke politie niet van toepassing op epidemische noodsituaties.".
Art. 12. Dans l'article 3 de la loi du 15 mai 2007 relative à la sécurité civile, modifié par la loi du 21 décembre 2013, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "Dès l'entrée en vigueur des dispositions de la loi du 14 auût 2021 relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique, les dispositions de la présente loi relatives à la police administrative ne s'appliquent pas aux situations d'urgence épidémiques.".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het Sociaal Strafwetboek
Section 3. - Modifications du Code pénal social
Art. 13. In artikel 17, § 2, eerste lid, van het Sociaal Strafwetboek, ingevoegd bij het bijzondere-machtenbesluit nr. 37 van 24 juni 2020, worden de woorden "de dringende maatregelen genomen door de minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" vervangen door de woorden "de maatregelen teneinde de gevolgen van de epidemische noodsituatie voor de volksgezondheid te voorkomen of beperken, genomen met toepassing van de artikelen 4 en 5 van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie".
Art. 13. Dans l'article 17, § 2, alinéa 1er, du Code pénal social, inséré par l'arrêté de pouvoirs spéciaux n° 37 du 24 juin 2020, les mots "des mesures d'urgence prises par le ministre de l'Intérieur pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19" sont remplacés par les mots "des mesures nécessaires en vue de prévenir ou de limiter les conséquences de la situation d'urgence épidémique pour la santé publique, prises en application des articles 4 et 5 de la loi du 14 août 2021 relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique".
Art. 14. In het opschrift van hoofdstuk 12 van boek II van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het bijzondere-machtenbesluit nr. 37 van 24 juni 2020, worden de woorden "dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" vervangen door de woorden "maatregelen tijdens een epidemische noodsituatie".
Art. 14. Dans l'intitulé du chapitre 12 du livre II du même Code, inséré par l'arrêté de pouvoirs spéciaux n° 37 du 24 juin 2020, les mots "mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19" sont remplacés par les mots "mesures lors d'une situation d'urgence épidémique".
Art. 15. In artikel 238 van het Sociaal Strafwetboek, ingevoegd bij het bijzondere-machtenbesluit nr. 37 van 24 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" worden vervangen door de woorden "maatregelen tijdens een epidemische noodsituatie";
  2° in het eerste lid worden de woorden "de verplichtingen opgelegd bij artikel 15 van het bijzonderemachtenbesluit nr. 37 tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers" vervangen door de woorden "de maatregelen teneinde de gevolgen van de epidemische noodsituatie voor de volksgezondheid te voorkomen of beperken, genomen met toepassing van de artikelen 4 en 5 van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie";
  3° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De verplichtingen opgelegd in het raam van de maatregelen genomen met toepassing van artikel 4 van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie dienen in de ondernemingen te worden gerespecteerd als preventiemaatregelen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te verzekeren.".
Art. 15. A l'article 238 du Code pénal social, inséré par l'arrêté de pouvoirs spéciaux n° 37 du 24 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19" sont remplacés par les mots "mesures lors d'une situation d'urgence épidémique";
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "les obligations prévues à l'article 15 de l'arrêté de pouvoirs spéciaux n° 37 pris en exécution des articles 2 et 5 de la loi du 27 mars 2020 accordant des pouvoirs au Roi afin de prendre des mesures dans la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 (II) visant à soutenir les travailleurs" sont remplacés par les mots "les mesures nécessaires en vue de prévenir ou de limiter les conséquences de la situation d'urgence épidémique pour la santé publique, prises en application des articles 4 et 5 de la loi du 14 août 2021 relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique";
  3° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante: "Les obligations imposées dans le cadre des mesures prises en application de l'article 4 de la loi du 14 août 2021 relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique doivent être respectées dans les entreprises comme mesures de prévention pour assurer la protection de la santé et de la sécurité des travailleurs.".
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur
Art. 16. Deze wet treedt in werking op een datum die door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en uiterlijk op de eenendertigste werkdag te rekenen vanaf de eerste werkdag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "werkdag": de dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een feestdag is.
Art. 16. La présente loi entre en vigueur à une date déterminée par le Roi par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, et au plus tard le trente-et-unième jour ouvrable à compter du premier jour ouvrable qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge.
  Pour l'application du présent article, on entend par "jour ouvrable", le jour qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié.