Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 OKTOBER 2021. - Decreet over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-11-2021 en tekstbijwerking tot 17-04-2024)
Titre
15 OCTOBRE 2021. - Décret sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-11-2021 et mise à jour au 17-04-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Definities
HOOFDSTUK 3. - Algemene beginselen
HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden om de innovatieve, e...
HOOFDSTUK 5. - De aanvragen om een beroepskaart...
HOOFDSTUK 6. - Weigering, intrekking en verlies...
HOOFDSTUK 7. - Beroepsprocedure
HOOFDSTUK 8. - Advies, toezicht en sancties
HOOFDSTUK 9. - Bepalingen over de gegevensverwe...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Définitions
CHAPITRE 3. - Principes généraux
CHAPITRE 4. - Conditions de détermination de la...
CHAPITRE 5. - Demandes d'obtention, de renouvel...
CHAPITRE 6. - Refus, retrait et perte de validité
CHAPITRE 7. - Procédure de recours
CHAPITRE 8. - Avis, contrôle et sanctions
CHAPITRE 9. - Dispositions relatives au traitem...
CHAPITRE 10. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Tekst (48)
Texte (48)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
1° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
2° beroepskaart: de toelating die de buitenlandse onderdaan machtigt om op het grondgebied van het Vlaamse Gewest een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen op grond van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° buitenlandse onderdaan: de onderdaan van een derde land, vermeld in artikel 2, 6, van verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode);
4° departement: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
5° kwalificatie: een onderwijs of beroepskwalificatie als vermeld in hoofdstuk III, afdeling II, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, die is ingeschaald van niveau 1 tot en met 8 conform het kwalificatieraamwerk, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling II, II/1 en III, van het voormelde decreet, of die uitgereikt is nadat een programma dat ingeschaald is in de niveaus van de International Standard Classification of Education 2011, succesvol beëindigd is;
6° Verblijfswet: de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
7° wettig verblijf: de verblijfssituatie van de buitenlandse onderdaan die toegelaten of gemachtigd is om op het grondgebied van België te verblijven voor een periode die negentig dagen niet overschrijdt conform titel I, hoofdstuk II, van de Verblijfswet, of voor een periode van meer dan negentig dagen conform titel I, hoofdstuk III, of titel II van de voormelde wet;
8° zelfstandige beroepsactiviteit: een activiteit die niet onder de toepassing valt van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers of de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden.
1° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
2° beroepskaart: de toelating die de buitenlandse onderdaan machtigt om op het grondgebied van het Vlaamse Gewest een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen op grond van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
3° buitenlandse onderdaan: de onderdaan van een derde land, vermeld in artikel 2, 6, van verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode);
4° departement: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
5° kwalificatie: een onderwijs of beroepskwalificatie als vermeld in hoofdstuk III, afdeling II, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, die is ingeschaald van niveau 1 tot en met 8 conform het kwalificatieraamwerk, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling II, II/1 en III, van het voormelde decreet, of die uitgereikt is nadat een programma dat ingeschaald is in de niveaus van de International Standard Classification of Education 2011, succesvol beëindigd is;
6° Verblijfswet: de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
7° wettig verblijf: de verblijfssituatie van de buitenlandse onderdaan die toegelaten of gemachtigd is om op het grondgebied van België te verblijven voor een periode die negentig dagen niet overschrijdt conform titel I, hoofdstuk II, van de Verblijfswet, of voor een periode van meer dan negentig dagen conform titel I, hoofdstuk III, of titel II van de voormelde wet;
8° zelfstandige beroepsactiviteit: een activiteit die niet onder de toepassing valt van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers of de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden.
Art. 2. Dans le présent décret, on entend par :
1° règlement général sur la protection des données : le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;
2° carte professionnelle : le permis autorisant le ressortissant étranger à exercer une activité professionnelle indépendante sur le territoire de la Région flamande en vertu du présent décret et de ses arrêtés d'exécution ;
3° ressortissant étranger : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 2, 6, du règlement (UE) 2016/399 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 concernant un code de l'Union relatif au régime de franchissement des frontières par les personnes (code frontières Schengen) ;
4° département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale visé à l'article 25, § 1, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
5° qualification : une qualification d'enseignement et/ou une qualification professionnelle telle que visée au chapitre III, section II du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications, classées du niveau 1 au niveau 8 conformément au cadre des certifications, visé au chapitre IV, sections II, II/1 et III du décret précité, ou une qualification délivrée à l'issue de l'achèvement avec fruit d'un programme classé selon les niveaux de l'" International Standard Classification of Education 2011 " ;
6° Loi sur le séjour : la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ;
7° séjour légal : la situation de séjour du ressortissant étranger qui est autorisé ou habilité à séjourner sur le territoire de Belgique pour une période qui ne peut dépasser nonante jours, conformément au titre I, chapitre II, de la Loi sur le séjour, ou pour une période de plus de nonante jours, conformément au titre I, chapitre III, de la loi précitée ;
8° activité professionnelle indépendante : une activité qui ne relève pas de l'application de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ou de la loi du 9 mai 2018 relative à l'occupation de ressortissants étrangers se trouvant dans une situation particulière de séjour.
1° règlement général sur la protection des données : le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;
2° carte professionnelle : le permis autorisant le ressortissant étranger à exercer une activité professionnelle indépendante sur le territoire de la Région flamande en vertu du présent décret et de ses arrêtés d'exécution ;
3° ressortissant étranger : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 2, 6, du règlement (UE) 2016/399 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 concernant un code de l'Union relatif au régime de franchissement des frontières par les personnes (code frontières Schengen) ;
4° département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale visé à l'article 25, § 1, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
5° qualification : une qualification d'enseignement et/ou une qualification professionnelle telle que visée au chapitre III, section II du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications, classées du niveau 1 au niveau 8 conformément au cadre des certifications, visé au chapitre IV, sections II, II/1 et III du décret précité, ou une qualification délivrée à l'issue de l'achèvement avec fruit d'un programme classé selon les niveaux de l'" International Standard Classification of Education 2011 " ;
6° Loi sur le séjour : la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ;
7° séjour légal : la situation de séjour du ressortissant étranger qui est autorisé ou habilité à séjourner sur le territoire de Belgique pour une période qui ne peut dépasser nonante jours, conformément au titre I, chapitre II, de la Loi sur le séjour, ou pour une période de plus de nonante jours, conformément au titre I, chapitre III, de la loi précitée ;
8° activité professionnelle indépendante : une activité qui ne relève pas de l'application de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ou de la loi du 9 mai 2018 relative à l'occupation de ressortissants étrangers se trouvant dans une situation particulière de séjour.
HOOFDSTUK 3. - Algemene beginselen
CHAPITRE 3. - Principes généraux
Art. 3. Elke buitenlandse onderdaan die op het grondgebied van het Vlaamse Gewest een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent hetzij als natuurlijke persoon, hetzij binnen een rechtspersoon of binnen iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid moet in het bezit zijn van een beroepskaart [1 die wordt afgeleverd door de personeelsleden die daartoe zijn aangewezen bij het departement]1.
Art. 3. Tout ressortissant étranger qui exerce une activité professionnelle indépendante sur le territoire de la Région flamande, soit en tant que personne physique, soit au sein d'une personne morale ou de toute autre organisation sans personnalité juridique, doit être en possession d'une carte professionnelle [1 délivrée par les membres du personnel désignés à cet effet au sein du département]1.
Art. 4. De Vlaamse Regering kan bepaalde categorieën van buitenlandse onderdanen vrijstellen van de verplichting, vermeld in artikel 3, om de volgende redenen:
1° de aard of de duurtijd van de zelfstandige beroepsactiviteit;
2° de uitvoering van internationale verdragen of het bestaan van een maatregel van wederkerigheid.
1° de aard of de duurtijd van de zelfstandige beroepsactiviteit;
2° de uitvoering van internationale verdragen of het bestaan van een maatregel van wederkerigheid.
Art. 4. Le Gouvernement flamand peut exempter certaines catégories de ressortissants étrangers de l'obligation visée à l'article 3 pour les raisons suivantes :
1° la nature ou la durée de l'activité professionnelle indépendante ;
2° l'exécution de traités internationaux ou l'existence d'une mesure de réciprocité.
1° la nature ou la durée de l'activité professionnelle indépendante ;
2° l'exécution de traités internationaux ou l'existence d'une mesure de réciprocité.
Art. 5. § 1. De beroepskaart wordt uitgereikt of hernieuwd als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° voorwaarden voor de zelfstandige beroepsactiviteit:
a) een innovatieve, economische, culturele, artistieke of sportieve meerwaarde bieden voor Vlaanderen conform de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4 van dit decreet;
b) economisch levensvatbaar zijn;
c) geen negatieve invloed hebben op de markteconomie en de werkgelegenheid;
d) geen bedreiging vormen voor de openbare orde en de veiligheid van het Belgische grondgebied als vermeld in artikel 3 van de Verblijfswet;
e) voldoen aan de belastingverplichtingen, de sociale wetgeving en, indien van toepassing, het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° voorwaarden voor de buitenlandse onderdaan:
a) minimaal over een kwalificatie van niveau 4 beschikken;
b) geen bedreiging vormen voor de openbare orde en de veiligheid van het Belgische grondgebied als vermeld in artikel 3 van de Verblijfswet;
c) voldoen aan de belastingverplichtingen, de sociale wetgeving en, indien van toepassing, het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan;
d) voldoen aan de wettelijke voorschriften en reglementen in geval van de uitoefening van een gereglementeerd beroep;
e) stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen hebben om te voorzien in zijn levensonderhoud of in dat van zijn gezin als vermeld in artikel 10, § 5, van de Verblijfswet.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, nader bepalen.
§ 2. Een buitenlandse onderdaan die een zelfstandige beroepsactiviteit verricht met een innovatieve meerwaarde voor Vlaanderen als vermeld in artikel 6 kan afwijken van de vereiste van een kwalificatie van niveau 4 als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), indien hij een diploma van het hoger onderwijs voorlegt aan de dienst die de Vlaamse Regering aanwijst.
Onder een diploma van het hoger onderwijs wordt het volgende verstaan: een getuigschrift dat wordt afgeleverd door een onderwijsinstelling waarbij de buitenlandse onderdaan een voortgezette opleidingsvorm heeft voltooid.
1° voorwaarden voor de zelfstandige beroepsactiviteit:
a) een innovatieve, economische, culturele, artistieke of sportieve meerwaarde bieden voor Vlaanderen conform de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4 van dit decreet;
b) economisch levensvatbaar zijn;
c) geen negatieve invloed hebben op de markteconomie en de werkgelegenheid;
d) geen bedreiging vormen voor de openbare orde en de veiligheid van het Belgische grondgebied als vermeld in artikel 3 van de Verblijfswet;
e) voldoen aan de belastingverplichtingen, de sociale wetgeving en, indien van toepassing, het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° voorwaarden voor de buitenlandse onderdaan:
a) minimaal over een kwalificatie van niveau 4 beschikken;
b) geen bedreiging vormen voor de openbare orde en de veiligheid van het Belgische grondgebied als vermeld in artikel 3 van de Verblijfswet;
c) voldoen aan de belastingverplichtingen, de sociale wetgeving en, indien van toepassing, het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan;
d) voldoen aan de wettelijke voorschriften en reglementen in geval van de uitoefening van een gereglementeerd beroep;
e) stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen hebben om te voorzien in zijn levensonderhoud of in dat van zijn gezin als vermeld in artikel 10, § 5, van de Verblijfswet.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, nader bepalen.
§ 2. Een buitenlandse onderdaan die een zelfstandige beroepsactiviteit verricht met een innovatieve meerwaarde voor Vlaanderen als vermeld in artikel 6 kan afwijken van de vereiste van een kwalificatie van niveau 4 als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, b), indien hij een diploma van het hoger onderwijs voorlegt aan de dienst die de Vlaamse Regering aanwijst.
Onder een diploma van het hoger onderwijs wordt het volgende verstaan: een getuigschrift dat wordt afgeleverd door een onderwijsinstelling waarbij de buitenlandse onderdaan een voortgezette opleidingsvorm heeft voltooid.
Art. 5. § 1. La carte professionnelle est délivrée ou renouvelée si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° conditions de l'activité professionnelle indépendante :
a) offrir une valeur ajoutée innovante, économique, culturelle, artistique ou sportive pour la Flandre, conformément aux conditions visées au chapitre 4 du présent décret ;
b) être économiquement viable ;
c) n'exercer aucun impact négatif sur l'économie de marché et l'emploi ;
d) ne constituer aucune menace pour l'ordre public et la sécurité du territoire belge tel que visé à l'article 3 de la Loi sur le séjour ;
e) respecter les obligations fiscales, la législation sociale et, le cas échéant, le Code des sociétés et des associations et ses arrêtés d'exécution ;
2° conditions du ressortissant étranger :
a) disposer au moins d'une qualification de niveau 4 ;
b) ne constituer aucune menace pour l'ordre public et la sécurité du territoire belge tel que visé à l'article 3 de la Loi sur le séjour ;
c) respecter les obligations fiscales, la législation sociale et, le cas échéant, le Code des sociétés et des associations et ses arrêtés d'exécution ;
d) répondre aux prescriptions légales et réglementaires dans le cas de l'exercice d'une profession réglementée ;
e) disposer de moyens de subsistance stables, suffisants et réguliers pour subvenir à ses besoins ou à ceux de sa famille, tels que visés à l'article 10, § 5, de la Loi sur le séjour.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions visées à l'alinéa premier, 1° et 2°.
§ 2. Un ressortissant étranger qui exerce une activité professionnelle indépendante présentant une valeur ajoutée innovante pour la Flandre, telle que visée à l'article 6, peut déroger à l'exigence d'une qualification du niveau 4 tel que visé au paragraphe 1, premier alinéa, 2°, b), s'il présente un diplôme d'enseignement supérieur au service désigné par le Gouvernement flamand.
Par un diplôme de l'enseignement supérieur, on entend : un certificat délivré par un établissement d'enseignement dans lequel le ressortissant étranger a suivi une forme d'enseignement continue.
1° conditions de l'activité professionnelle indépendante :
a) offrir une valeur ajoutée innovante, économique, culturelle, artistique ou sportive pour la Flandre, conformément aux conditions visées au chapitre 4 du présent décret ;
b) être économiquement viable ;
c) n'exercer aucun impact négatif sur l'économie de marché et l'emploi ;
d) ne constituer aucune menace pour l'ordre public et la sécurité du territoire belge tel que visé à l'article 3 de la Loi sur le séjour ;
e) respecter les obligations fiscales, la législation sociale et, le cas échéant, le Code des sociétés et des associations et ses arrêtés d'exécution ;
2° conditions du ressortissant étranger :
a) disposer au moins d'une qualification de niveau 4 ;
b) ne constituer aucune menace pour l'ordre public et la sécurité du territoire belge tel que visé à l'article 3 de la Loi sur le séjour ;
c) respecter les obligations fiscales, la législation sociale et, le cas échéant, le Code des sociétés et des associations et ses arrêtés d'exécution ;
d) répondre aux prescriptions légales et réglementaires dans le cas de l'exercice d'une profession réglementée ;
e) disposer de moyens de subsistance stables, suffisants et réguliers pour subvenir à ses besoins ou à ceux de sa famille, tels que visés à l'article 10, § 5, de la Loi sur le séjour.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions visées à l'alinéa premier, 1° et 2°.
§ 2. Un ressortissant étranger qui exerce une activité professionnelle indépendante présentant une valeur ajoutée innovante pour la Flandre, telle que visée à l'article 6, peut déroger à l'exigence d'une qualification du niveau 4 tel que visé au paragraphe 1, premier alinéa, 2°, b), s'il présente un diplôme d'enseignement supérieur au service désigné par le Gouvernement flamand.
Par un diplôme de l'enseignement supérieur, on entend : un certificat délivré par un établissement d'enseignement dans lequel le ressortissant étranger a suivi une forme d'enseignement continue.
HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden om de innovatieve, economische, culturele, artistieke of sportieve meerwaarde van de zelfstandige beroepsactiviteit voor Vlaanderen te bepalen
CHAPITRE 4. - Conditions de détermination de la valeur ajoutée innovante, économique, culturelle, artistique ou sportive de l'activité professionnelle indépendante pour la Flandre
Art. 6. De zelfstandige beroepsactiviteit biedt een innovatieve meerwaarde voor Vlaanderen als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze ontwikkelt nieuwe producten, diensten of processen en zet die om in toegevoegde waarde;
2° ze past nieuwe of verbeterde technologieën toe op bestaande producten, diensten of processen en zet die om in toegevoegde waarde;
3° ze werkt samen met een van de volgende organisaties:
a) een incubator of accelerator;
b) een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als vermeld in artikel 2, 83, van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
In het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan onder:
1° accelerator: een entiteit die een zelfstandige beroepsactiviteit met een innovatieve meerwaarde ondersteunt door specifieke programma's met een beperkte duurtijd aan te bieden waarmee ze haar groeitraject verder kan uitwerken;
2° incubator: een entiteit die een zelfstandige beroepsactiviteit met een innovatieve meerwaarde gedurende haar eerste levensjaren ondersteunt door fysieke infrastructuur, geïntegreerde bedrijfsondersteunende programma's en netwerken aan te bieden waarmee ze zich kan ontwikkelen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
1° ze ontwikkelt nieuwe producten, diensten of processen en zet die om in toegevoegde waarde;
2° ze past nieuwe of verbeterde technologieën toe op bestaande producten, diensten of processen en zet die om in toegevoegde waarde;
3° ze werkt samen met een van de volgende organisaties:
a) een incubator of accelerator;
b) een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als vermeld in artikel 2, 83, van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
In het eerste lid, 3°, a), wordt verstaan onder:
1° accelerator: een entiteit die een zelfstandige beroepsactiviteit met een innovatieve meerwaarde ondersteunt door specifieke programma's met een beperkte duurtijd aan te bieden waarmee ze haar groeitraject verder kan uitwerken;
2° incubator: een entiteit die een zelfstandige beroepsactiviteit met een innovatieve meerwaarde gedurende haar eerste levensjaren ondersteunt door fysieke infrastructuur, geïntegreerde bedrijfsondersteunende programma's en netwerken aan te bieden waarmee ze zich kan ontwikkelen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
Art. 6. L'activité professionnelle indépendante offre une valeur ajoutée innovante pour la Flandre si elle remplit l'une des conditions suivantes :
1° elle développe de nouveaux produits, services ou procédés et les convertit en valeur ajoutée ;
2° elle applique des technologies nouvelles ou améliorées à des produits, services ou processus existants et les convertit en valeur ajoutée ;
3° elle coopère avec l'une des organisations suivantes :
a) un incubateur ou un accélérateur ;
b) un organisme de recherche et de diffusion des connaissances tel que visé à l'article 2, point 83, du Règlement (UE) no 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité.
Dans l'alinéa premier, 3°, a), on entend par :
1° accélérateur : une entité qui soutient une activité professionnelle indépendante à valeur ajoutée innovante en proposant des programmes spécifiques de durée limitée qui lui permettent de développer sa trajectoire de croissance ;
2° incubateur : une entité qui soutient une activité professionnelle indépendante présentant une valeur ajoutée innovante au cours de ses premières années de vie en fournissant une infrastructure physique, des programmes intégrés de soutien aux entreprises et des réseaux grâce auxquels elle peut se développer.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions visées à l'alinéa premier.
1° elle développe de nouveaux produits, services ou procédés et les convertit en valeur ajoutée ;
2° elle applique des technologies nouvelles ou améliorées à des produits, services ou processus existants et les convertit en valeur ajoutée ;
3° elle coopère avec l'une des organisations suivantes :
a) un incubateur ou un accélérateur ;
b) un organisme de recherche et de diffusion des connaissances tel que visé à l'article 2, point 83, du Règlement (UE) no 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité.
Dans l'alinéa premier, 3°, a), on entend par :
1° accélérateur : une entité qui soutient une activité professionnelle indépendante à valeur ajoutée innovante en proposant des programmes spécifiques de durée limitée qui lui permettent de développer sa trajectoire de croissance ;
2° incubateur : une entité qui soutient une activité professionnelle indépendante présentant une valeur ajoutée innovante au cours de ses premières années de vie en fournissant une infrastructure physique, des programmes intégrés de soutien aux entreprises et des réseaux grâce auxquels elle peut se développer.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions visées à l'alinéa premier.
Art. 7. De zelfstandige beroepsactiviteit biedt een economische meerwaarde voor Vlaanderen als de buitenlandse onderdaan beschikt over een startkapitaal van 18.600 euro dat wordt aangewend voor de ontplooiing van de zelfstandige beroepsactiviteit en de zelfstandige beroepsactiviteit aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze creëert banen;
2° ze brengt investeringen met zich mee.
Als de zelfstandige beroepsactiviteit niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, toont de buitenlandse onderdaan aan dat de beoogde zelfstandige beroepsactiviteit een gunstig effect heeft op het bestaande economische weefsel in Vlaanderen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, en het tweede lid, nader bepalen.
De Vlaamse Regering kan het bedrag van het startkapitaal, vermeld in het eerste lid, wijzigen zonder dat dit startkapitaal minder mag bedragen dan 18.600 euro.
1° ze creëert banen;
2° ze brengt investeringen met zich mee.
Als de zelfstandige beroepsactiviteit niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, toont de buitenlandse onderdaan aan dat de beoogde zelfstandige beroepsactiviteit een gunstig effect heeft op het bestaande economische weefsel in Vlaanderen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, en het tweede lid, nader bepalen.
De Vlaamse Regering kan het bedrag van het startkapitaal, vermeld in het eerste lid, wijzigen zonder dat dit startkapitaal minder mag bedragen dan 18.600 euro.
Art. 7. L'activité professionnelle indépendante offre une valeur ajoutée économique pour la Flandre si le ressortissant étranger dispose d'un capital de départ de 18.600 euros qui est affecté au développement de l'activité professionnelle indépendante et si cette activité remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle crée des emplois ;
2° elle implique des investissements.
Si l'activité professionnelle indépendante ne remplit pas les conditions visées au premier alinéa, 1° et 2°, le ressortissant étranger doit démontrer que l'activité professionnelle indépendante envisagée a un effet favorable sur le tissu économique existant en Flandre.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions visées au premier alinéa, 1° et 2°, et au deuxième alinéa.
Le Gouvernement flamand peut modifier le montant du capital de départ visé à l'alinéa premier, sans que ce capital de départ ne puisse être inférieur à 18 600 euros.
1° elle crée des emplois ;
2° elle implique des investissements.
Si l'activité professionnelle indépendante ne remplit pas les conditions visées au premier alinéa, 1° et 2°, le ressortissant étranger doit démontrer que l'activité professionnelle indépendante envisagée a un effet favorable sur le tissu économique existant en Flandre.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions visées au premier alinéa, 1° et 2°, et au deuxième alinéa.
Le Gouvernement flamand peut modifier le montant du capital de départ visé à l'alinéa premier, sans que ce capital de départ ne puisse être inférieur à 18 600 euros.
Art. 8. De zelfstandige beroepsactiviteit biedt een culturele of artistieke meerwaarde voor Vlaanderen als ze aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° de buitenlandse onderdaan werkt samen met een organisatie uit de Vlaamse culturele of artistieke sector of toont een toekomstige samenwerking aan;
2° de buitenlandse onderdaan legt een curriculum vitae of een portfolio voor waaruit de bijzondere affiniteit met het culturele of artistieke veld kan worden afgeleid.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
1° de buitenlandse onderdaan werkt samen met een organisatie uit de Vlaamse culturele of artistieke sector of toont een toekomstige samenwerking aan;
2° de buitenlandse onderdaan legt een curriculum vitae of een portfolio voor waaruit de bijzondere affiniteit met het culturele of artistieke veld kan worden afgeleid.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
Art. 8. L'activité professionnelle indépendante offre une valeur ajoutée culturelle ou artistique pour la Flandre si elle remplit toutes les conditions suivantes :
1° le ressortissant étranger coopère avec une organisation du secteur culturel ou artistique flamand ou démontre une coopération future ;
2° le ressortissant étranger présente un curriculum vitae ou un portfolio dont l'affinité particulière avec le domaine culturel ou artistique peut être déduite.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions visées à l'alinéa premier.
1° le ressortissant étranger coopère avec une organisation du secteur culturel ou artistique flamand ou démontre une coopération future ;
2° le ressortissant étranger présente un curriculum vitae ou un portfolio dont l'affinité particulière avec le domaine culturel ou artistique peut être déduite.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions visées à l'alinéa premier.
Art. 9. De zelfstandige beroepsactiviteit biedt een sportieve meerwaarde voor Vlaanderen als ze aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° ze heeft betrekking op een sporttak van de sporttakkenlijst, vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiering van de georganiseerde sportsector waarvoor een unisportfederatie als vermeld in artikel 20 en 21 van het voormelde decreet bestaat die de sporttak in kwestie aanbiedt;
2° ze wordt uitgeoefend in een sportclub die is aangesloten bij een erkende sportfederatie als vermeld in artikel 2, 11°, van het voormelde decreet, in een erkende Vlaamse sportfederatie als vermeld in artikel 4 van het voormelde decreet, of in een topsportschool als vermeld in artikel 24, tweede lid, van het voormelde decreet;
3° ze bestaat uit de begeleiding van individuele sporters of groepen van sporters ouder dan achttien jaar, behalve als het gaat over geïdentificeerde topsporttalenten, vermeld in artikel 2, 17°, van het voormelde decreet, uit de topsportwerking van de Vlaamse topsportfederaties, vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 betreffende de uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector inzake de vaststelling van de voorwaarden om een subsidie te verkrijgen voor de uitvoering van de beleidsfocus topsport;
4° de begeleiding, vermeld in punt 3°, resulteert in een duurzame verhoging van het sportieve niveau van de sporters;
5° de buitenlandse onderdaan oefent de zelfstandige beroepsactiviteit uit als lesgever, trainer, coach of sportbegeleider en hij beschikt over een kwalificatie van de Vlaamse Trainersschool, vermeld in artikel 2, 18°, van het voormelde decreet, in de sporttak in kwestie of is daarmee gelijkgesteld. Indien de buitenlandse onderdaan niet over een Vlaamse Trainersschoolkwalificatie beschikt, dan dient betrokkene deze te behalen binnen de twaalf maanden na de aanvraag;
6° voor de beoogde sporttak, vermeld in punt 1°, zijn er voor de beoogde kwalificatie onvoldoende lesgevers, trainers, coaches of sportbegeleiders met een kwalificatie als vermeld in punt 5° beschikbaar in Vlaanderen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
1° ze heeft betrekking op een sporttak van de sporttakkenlijst, vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiering van de georganiseerde sportsector waarvoor een unisportfederatie als vermeld in artikel 20 en 21 van het voormelde decreet bestaat die de sporttak in kwestie aanbiedt;
2° ze wordt uitgeoefend in een sportclub die is aangesloten bij een erkende sportfederatie als vermeld in artikel 2, 11°, van het voormelde decreet, in een erkende Vlaamse sportfederatie als vermeld in artikel 4 van het voormelde decreet, of in een topsportschool als vermeld in artikel 24, tweede lid, van het voormelde decreet;
3° ze bestaat uit de begeleiding van individuele sporters of groepen van sporters ouder dan achttien jaar, behalve als het gaat over geïdentificeerde topsporttalenten, vermeld in artikel 2, 17°, van het voormelde decreet, uit de topsportwerking van de Vlaamse topsportfederaties, vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 betreffende de uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector inzake de vaststelling van de voorwaarden om een subsidie te verkrijgen voor de uitvoering van de beleidsfocus topsport;
4° de begeleiding, vermeld in punt 3°, resulteert in een duurzame verhoging van het sportieve niveau van de sporters;
5° de buitenlandse onderdaan oefent de zelfstandige beroepsactiviteit uit als lesgever, trainer, coach of sportbegeleider en hij beschikt over een kwalificatie van de Vlaamse Trainersschool, vermeld in artikel 2, 18°, van het voormelde decreet, in de sporttak in kwestie of is daarmee gelijkgesteld. Indien de buitenlandse onderdaan niet over een Vlaamse Trainersschoolkwalificatie beschikt, dan dient betrokkene deze te behalen binnen de twaalf maanden na de aanvraag;
6° voor de beoogde sporttak, vermeld in punt 1°, zijn er voor de beoogde kwalificatie onvoldoende lesgevers, trainers, coaches of sportbegeleiders met een kwalificatie als vermeld in punt 5° beschikbaar in Vlaanderen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
Art. 9. L'activité professionnelle indépendante offre une valeur ajoutée sportive pour la Flandre si elle remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle concerne une discipline sportive de la liste des disciplines sportives visées à l'article 2, 14°, du décret du 10 juin 2016 relatif à l'agrément et au subventionnement du secteur du sport organisé pour laquelle il existe une fédération unisport visée aux articles 20 et 21 du décret précité qui propose la discipline sportive en question ;
2° elle est pratiquée dans un club sportif affilié à une fédération sportive agréée visée à l'article 2, 11°, du décret précité, dans une fédération sportive flamande agréée visée à l'article 4 du décret précité ou dans une école de sport de haut niveau visée à l'article 24, deuxième alinéa, du décret précité ;
3° elle consiste en l'encadrement de sportifs individuels ou de groupes de sportifs de plus de dix-huit ans, sauf lorsqu'il s'agit de talents sportifs de haut niveau identifiés visés à l'article 2, 17°, du décret précité, issus des activités sportives de haut niveau des fédérations sportives de haut niveau flamandes visées à l'article 1, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017 relative à l'exécution du décret du 10 juin 2016 relatif à l'agrément et au subventionnement du secteur du sport organisé en ce qui concerne la fixation des conditions d'obtention d'une subvention pour la mise en oeuvre de l'accent stratégique " sport de haut niveau " ;
4° l'encadrement visé au point 3°, entraîne une augmentation durable du niveau sportif des athlètes ;
5° le ressortissant étranger exerce l'activité professionnelle indépendante en tant qu'enseignant, entraîneur, coach ou accompagnateur sportif, et il dispose d'une qualification de l'Ecole flamande des Entraîneurs visée à l'article 2, 18°, du décret précité, dans la discipline sportive en question, ou y est assimilé. Si le ressortissant étranger ne dispose pas d'une qualification de l'Ecole flamande des Entraîneurs, l'intéressé doit l'obtenir dans les douze mois de la demande ;
6° pour la discipline sportive envisagée visée au point 1°, il n'y a pas suffisamment d'enseignants, d'entraîneurs, de coaches ou d'accompagnateurs sportifs ayant une qualification telle que visée au point 5° disponibles en Flandre.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions visées à l'alinéa premier.
1° elle concerne une discipline sportive de la liste des disciplines sportives visées à l'article 2, 14°, du décret du 10 juin 2016 relatif à l'agrément et au subventionnement du secteur du sport organisé pour laquelle il existe une fédération unisport visée aux articles 20 et 21 du décret précité qui propose la discipline sportive en question ;
2° elle est pratiquée dans un club sportif affilié à une fédération sportive agréée visée à l'article 2, 11°, du décret précité, dans une fédération sportive flamande agréée visée à l'article 4 du décret précité ou dans une école de sport de haut niveau visée à l'article 24, deuxième alinéa, du décret précité ;
3° elle consiste en l'encadrement de sportifs individuels ou de groupes de sportifs de plus de dix-huit ans, sauf lorsqu'il s'agit de talents sportifs de haut niveau identifiés visés à l'article 2, 17°, du décret précité, issus des activités sportives de haut niveau des fédérations sportives de haut niveau flamandes visées à l'article 1, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017 relative à l'exécution du décret du 10 juin 2016 relatif à l'agrément et au subventionnement du secteur du sport organisé en ce qui concerne la fixation des conditions d'obtention d'une subvention pour la mise en oeuvre de l'accent stratégique " sport de haut niveau " ;
4° l'encadrement visé au point 3°, entraîne une augmentation durable du niveau sportif des athlètes ;
5° le ressortissant étranger exerce l'activité professionnelle indépendante en tant qu'enseignant, entraîneur, coach ou accompagnateur sportif, et il dispose d'une qualification de l'Ecole flamande des Entraîneurs visée à l'article 2, 18°, du décret précité, dans la discipline sportive en question, ou y est assimilé. Si le ressortissant étranger ne dispose pas d'une qualification de l'Ecole flamande des Entraîneurs, l'intéressé doit l'obtenir dans les douze mois de la demande ;
6° pour la discipline sportive envisagée visée au point 1°, il n'y a pas suffisamment d'enseignants, d'entraîneurs, de coaches ou d'accompagnateurs sportifs ayant une qualification telle que visée au point 5° disponibles en Flandre.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions visées à l'alinéa premier.
HOOFDSTUK 5. - De aanvragen om een beroepskaart te verkrijgen, te hernieuwen, te wijzigen of te vervangen in geval van verlies
CHAPITRE 5. - Demandes d'obtention, de renouvellement, de modification ou de remplacement d'une carte professionnelle en cas de perte
Art. 10. De buitenlandse onderdaan of zijn mandataris dient op straffe van niet-ontvankelijkheid de aanvraag in met een aanvraagformulier dat de Vlaamse Regering ter beschikking stelt.
Het formulier bevat de volgende gegevens:
1° de persoonlijke gegevens en de verblijfsrechtelijke situatie van de buitenlandse onderdaan;
2° de gegevens en de details van de zelfstandige beroepsactiviteit;
3° de datum en de handtekening van de buitenlandse onderdaan.
De Vlaamse Regering bepaalt welke bewijsdocumenten voor de aanvraag nodig zijn om deze ontvankelijk te verklaren.
De Vlaamse Regering bepaalt de verdere aanvraag- en behandelingsprocedure en de kosten die verbonden zijn aan de indiening van de aanvraag en de aflevering van de beroepskaart.
Het formulier bevat de volgende gegevens:
1° de persoonlijke gegevens en de verblijfsrechtelijke situatie van de buitenlandse onderdaan;
2° de gegevens en de details van de zelfstandige beroepsactiviteit;
3° de datum en de handtekening van de buitenlandse onderdaan.
De Vlaamse Regering bepaalt welke bewijsdocumenten voor de aanvraag nodig zijn om deze ontvankelijk te verklaren.
De Vlaamse Regering bepaalt de verdere aanvraag- en behandelingsprocedure en de kosten die verbonden zijn aan de indiening van de aanvraag en de aflevering van de beroepskaart.
Art. 10. Sous peine d'irrecevabilité, le ressortissant étranger ou son représentant introduit la demande au moyen d'un formulaire de demande mis à disposition par le Gouvernement flamand.
Le formulaire comprend les données suivantes :
1° les données personnelles et la situation en matière de droit de séjour du ressortissant étranger ;
2° les données et les détails de l'activité professionnelle indépendante ;
3° la date et la signature du ressortissant étranger.
Le Gouvernement flamand fixe quels documents justificatifs sont nécessaires pour que la demande soit recevable.
Le Gouvernement flamand détermine la suite de la procédure de demande et de traitement ainsi que les frais liés à l'introduction de la demande et à la délivrance de la carte professionnelle.
Le formulaire comprend les données suivantes :
1° les données personnelles et la situation en matière de droit de séjour du ressortissant étranger ;
2° les données et les détails de l'activité professionnelle indépendante ;
3° la date et la signature du ressortissant étranger.
Le Gouvernement flamand fixe quels documents justificatifs sont nécessaires pour que la demande soit recevable.
Le Gouvernement flamand détermine la suite de la procédure de demande et de traitement ainsi que les frais liés à l'introduction de la demande et à la délivrance de la carte professionnelle.
Art. 11. Op de beroepskaart worden de volgende gegevens vermeld:
1° de persoonlijke gegevens van de houder;
2° de datum van uitgifte en de geldigheidsduur van de beroepskaart;
3° de gegevens van de zelfstandige beroepsactiviteit waarvoor de beroepskaart wordt toegekend;
4° in voorkomend geval, de nadere voorwaarden waaraan de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteit is onderworpen.
1° de persoonlijke gegevens van de houder;
2° de datum van uitgifte en de geldigheidsduur van de beroepskaart;
3° de gegevens van de zelfstandige beroepsactiviteit waarvoor de beroepskaart wordt toegekend;
4° in voorkomend geval, de nadere voorwaarden waaraan de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteit is onderworpen.
Art. 11. La carte professionnelle reprend les données suivantes :
1° les données personnelles du titulaire ;
2° la date de délivrance et la durée de validité de la carte professionnelle ;
3° les données de l'activité professionnelle indépendante pour laquelle la carte professionnelle est octroyée ;
4° le cas échéant, les modalités auxquelles est soumis l'exercice de l'activité professionnelle indépendante.
1° les données personnelles du titulaire ;
2° la date de délivrance et la durée de validité de la carte professionnelle ;
3° les données de l'activité professionnelle indépendante pour laquelle la carte professionnelle est octroyée ;
4° le cas échéant, les modalités auxquelles est soumis l'exercice de l'activité professionnelle indépendante.
Art. 12. De beroepskaart heeft de volgende kenmerken:
1° ze is persoonlijk en ze kan niet overgedragen worden aan iemand anders;
2° ze is beperkt tot de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteit waarvoor de beroepskaart is afgeleverd;
3° ze wordt toegekend voor de duur van de zelfstandige beroepsactiviteit met een maximumduur van drie jaar. Als de geldigheidsduur van de beroepskaart is verstreken, kan de beroepskaart hernieuwd worden.
1° ze is persoonlijk en ze kan niet overgedragen worden aan iemand anders;
2° ze is beperkt tot de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteit waarvoor de beroepskaart is afgeleverd;
3° ze wordt toegekend voor de duur van de zelfstandige beroepsactiviteit met een maximumduur van drie jaar. Als de geldigheidsduur van de beroepskaart is verstreken, kan de beroepskaart hernieuwd worden.
Art. 12. La carte professionnelle présente les caractéristiques suivantes :
1° elle est personnelle et ne peut être transférée à quelqu'un d'autre ;
2° elle est limitée à l'exercice de l'activité professionnelle indépendante pour laquelle la carte professionnelle a été délivrée ;
3° elle est accordée pour la durée de l'activité professionnelle indépendante avec une durée maximale de trois ans. Lorsque la durée de validité de la carte professionnelle a expiré, la carte professionnelle peut être renouvelée.
1° elle est personnelle et ne peut être transférée à quelqu'un d'autre ;
2° elle est limitée à l'exercice de l'activité professionnelle indépendante pour laquelle la carte professionnelle a été délivrée ;
3° elle est accordée pour la durée de l'activité professionnelle indépendante avec une durée maximale de trois ans. Lorsque la durée de validité de la carte professionnelle a expiré, la carte professionnelle peut être renouvelée.
HOOFDSTUK 6. - Weigering, intrekking en verlies van geldigheid
CHAPITRE 6. - Refus, retrait et perte de validité
Art. 13. De Vlaamse Regering bepaalt de gronden tot weigering en intrekking van de beroepskaart.
Bij een beslissing tot weigering of intrekking van de beroepskaart kan de buitenlandse onderdaan gedurende één jaar vanaf de kennisgeving van de weigerings- of intrekkingsbeslissing geen nieuwe aanvraag indienen voor dezelfde zelfstandige beroepsactiviteit. Deze termijn begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzendingsdatum, vermeld op de kennisgeving van de weigering of intrekking.
Het tweede lid is niet van toepassing als de betrokkene bij een weigeringsbeslissing een nieuw element kan voorleggen dat, op straffe van nietigheid, gemotiveerd is. De dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, beoordeelt of dat nieuw element van doorslaggevend belang is om de aanvraag ontvankelijk te verklaren.
Bij een beslissing tot weigering of intrekking van de beroepskaart kan de buitenlandse onderdaan gedurende één jaar vanaf de kennisgeving van de weigerings- of intrekkingsbeslissing geen nieuwe aanvraag indienen voor dezelfde zelfstandige beroepsactiviteit. Deze termijn begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzendingsdatum, vermeld op de kennisgeving van de weigering of intrekking.
Het tweede lid is niet van toepassing als de betrokkene bij een weigeringsbeslissing een nieuw element kan voorleggen dat, op straffe van nietigheid, gemotiveerd is. De dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, beoordeelt of dat nieuw element van doorslaggevend belang is om de aanvraag ontvankelijk te verklaren.
Art. 13. Le Gouvernement flamand détermine les motifs de refus et de retrait de la carte professionnelle.
En cas de décision de refus ou de retrait de la carte professionnelle, le ressortissant étranger ne peut introduire une nouvelle demande pour la même activité professionnelle indépendante pendant un an à compter de la date de notification de la décision de refus ou de retrait. Ce délai commence à courir le troisième jour ouvrable qui suit la date d'envoi mentionnée sur la notification de refus ou de retrait.
L'alinéa deux n'est pas applicable si l'intéressé peut, par décision de refus, présenter un nouvel élément motivé, sous peine de nullité. Le service désigné par le Gouvernement flamand apprécie si ce nouvel élément est d'une importance décisive pour déclarer la demande recevable.
En cas de décision de refus ou de retrait de la carte professionnelle, le ressortissant étranger ne peut introduire une nouvelle demande pour la même activité professionnelle indépendante pendant un an à compter de la date de notification de la décision de refus ou de retrait. Ce délai commence à courir le troisième jour ouvrable qui suit la date d'envoi mentionnée sur la notification de refus ou de retrait.
L'alinéa deux n'est pas applicable si l'intéressé peut, par décision de refus, présenter un nouvel élément motivé, sous peine de nullité. Le service désigné par le Gouvernement flamand apprécie si ce nouvel élément est d'une importance décisive pour déclarer la demande recevable.
Art. 14. De beroepskaart verliest haar geldigheid als de houder ervan niet langer beschikt over een wettig verblijf.
Art. 14. La carte professionnelle perd sa validité lorsque son titulaire ne dispose plus d'un séjour légal.
HOOFDSTUK 7. - Beroepsprocedure
CHAPITRE 7. - Procédure de recours
Art. 15. De buitenlandse onderdaan van wie de beroepskaart wordt geweigerd of ingetrokken, kan beroep aantekenen bij de Vlaamse Regering.
Art. 15. Le ressortissant étranger dont la carte professionnelle a été refusée ou retirée, peut introduire un recours auprès du Gouvernement flamand.
Art. 16. Het beroep voldoet op straffe van nietigheid aan al de volgende voorwaarden:
1° het is ingesteld binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving van de weigerings- of intrekkingsbeslissing;
2° het is gemotiveerd.
De termijn in het eerste lid begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzendingsdatum, vermeld op de kennisgeving van de weigering of intrekking.
1° het is ingesteld binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving van de weigerings- of intrekkingsbeslissing;
2° het is gemotiveerd.
De termijn in het eerste lid begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzendingsdatum, vermeld op de kennisgeving van de weigering of intrekking.
Art. 16. Le recours satisfait à toutes les conditions suivantes sous peine de nullité :
1° il est déposé dans un délai de trente jours à compter de la notification de la décision de refus ou de retrait ;
2° il est motivé.
Le délai à l'alinéa premier commence à courir le troisième jour ouvrable qui suit la date d'envoi mentionnée sur la notification de refus ou de retrait.
1° il est déposé dans un délai de trente jours à compter de la notification de la décision de refus ou de retrait ;
2° il est motivé.
Le délai à l'alinéa premier commence à courir le troisième jour ouvrable qui suit la date d'envoi mentionnée sur la notification de refus ou de retrait.
Art. 17. De Vlaamse Regering kan de nadere regels van de beroepsprocedure bepalen.
Art. 17. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de la procédure de recours.
HOOFDSTUK 8. - Advies, toezicht en sancties
CHAPITRE 8. - Avis, contrôle et sanctions
Art. 18. Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid wint de Vlaamse Regering, ter uitvoering van de bevoegdheden die bij dit decreet aan haar zijn toegekend, het advies in van de Adviescommissie voor Economische Migratie, vermeld in artikel 19, tweede lid, van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
Art. 18. Sauf en cas de nécessité urgente, le Gouvernement flamand, en exécution des compétences qui lui sont conférées par le présent décret, demande l'avis de la Commission consultative pour la Migration économique visé à l'article 19, alinéa deux, de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
Art. 19. Het toezicht en de controle op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen conform het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
Art. 19. La surveillance et le contrôle de l'exécution du présent décret et de ses arrêtés d'exécution ont lieu conformément aux dispositions du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales.
Art. 20. [1 Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in dit decreet.]1
Art. 20. [1 Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans le présent décret. ]1
Art. 21. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt een buitenlandse onderdaan gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van [1 300 tot 3000 euro]1, of met een van die straffen alleen, als hij in strijd met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan:
1° een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder in het bezit te zijn van een beroepskaart;
2° een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder de grenzen of de voorwaarden van de beroepskaart te respecteren;
3° een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent niettegenstaande de staking van de bedrijvigheid is gelast of de sluiting van de zaak is bevolen.
1° een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder in het bezit te zijn van een beroepskaart;
2° een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder de grenzen of de voorwaarden van de beroepskaart te respecteren;
3° een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent niettegenstaande de staking van de bedrijvigheid is gelast of de sluiting van de zaak is bevolen.
Art. 21. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, un ressortissant étranger est puni d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende pénale de [1 300 à 3000 euros]1, ou d'une de ces peines seulement, s'il, en violation des dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution :
1° exerce une activité professionnelle indépendante sans être titulaire d'une carte professionnelle ;
2° exerce une activité professionnelle indépendante sans respecter les limites ou les conditions de la carte professionnelle ;
3° exerce une activité professionnelle indépendante nonobstant l'ordre de cessation d'activité ou la fermeture de l'entreprise.
1° exerce une activité professionnelle indépendante sans être titulaire d'une carte professionnelle ;
2° exerce une activité professionnelle indépendante sans respecter les limites ou les conditions de la carte professionnelle ;
3° exerce une activité professionnelle indépendante nonobstant l'ordre de cessation d'activité ou la fermeture de l'entreprise.
Art. 22. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden de volgende personen gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen:
1° een buitenlandse onderdaan die in strijd met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België;
2° een buitenlandse onderdaan die een beroepskaart onrechtmatig verkrijgt of in zijn bezit heeft;
3° eenieder die onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd of onjuiste documenten heeft bezorgd, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
4° eenieder die heeft nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden.
1° een buitenlandse onderdaan die in strijd met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België;
2° een buitenlandse onderdaan die een beroepskaart onrechtmatig verkrijgt of in zijn bezit heeft;
3° eenieder die onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd of onjuiste documenten heeft bezorgd, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
4° eenieder die heeft nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden.
Art. 22. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, les personnes suivantes sont punies d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende pénale de 600 à 6000 euros, ou d'une de ces peines seulement :
1° le ressortissant étranger qui, contrairement aux dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, exerce une activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à séjourner plus de trois mois ou à s'établir en Belgique ;
2° le ressortissant étranger qui obtient ou détient illégalement une carte professionnelle ;
3° toute personne qui a fait des déclarations fausses ou incomplètes ou qui a présenté de faux documents pour obtenir ou faire obtenir, conserver ou faire conserver indûment une carte professionnelle ;
4° toute personne qui a omis ou refusé de faire les déclarations nécessaires ou de fournir les renseignements qu'elle est tenue de fournir, d'obtenir ou de faire obtenir, de conserver ou de faire conserver à tort une carte professionnelle.
1° le ressortissant étranger qui, contrairement aux dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, exerce une activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à séjourner plus de trois mois ou à s'établir en Belgique ;
2° le ressortissant étranger qui obtient ou détient illégalement une carte professionnelle ;
3° toute personne qui a fait des déclarations fausses ou incomplètes ou qui a présenté de faux documents pour obtenir ou faire obtenir, conserver ou faire conserver indûment une carte professionnelle ;
4° toute personne qui a omis ou refusé de faire les déclarations nécessaires ou de fournir les renseignements qu'elle est tenue de fournir, d'obtenir ou de faire obtenir, de conserver ou de faire conserver à tort une carte professionnelle.
Art. 23. Bij herhaling binnen vijf jaar kan de maximale straf, vermeld in artikel 21 en 22, op het dubbele van dat maximum worden gebracht.
Art. 23. En cas de récidive dans un délai de cinq ans, la peine maximale visée aux articles 21 et 22 peut être portée au double de ce maximum.
Art. 24. § 1. Voor de inbreuken, vermeld in artikel 21 en 22, kan de rechter de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende één maand tot drie jaar, zelf of via een tussenpersoon, de onderneming of inrichting waar de inbreuk is begaan, volledig of gedeeltelijk uit te baten of er in om het even welke hoedanigheid in dienst te worden genomen.
Voor de inbreuken, vermeld in artikel 21 en 22, kan de rechter bovendien, als hij zijn beslissing met redenen omkleedt, de volledige of gedeeltelijke sluiting bevelen van de onderneming of inrichting waar de inbreuken zijn begaan, voor de duur van één maand tot drie jaar.
§ 2. De duur van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van paragraaf 1, gaat in vanaf de dag waarop de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of waarop zijn straf verjaard is, en, bij voorwaardelijke vrijlating, vanaf de dag van de invrijheidstelling, als die laatste niet ingetrokken wordt.
De gevolgen van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van paragraaf 1, nemen evenwel een aanvang zodra de veroordeling op tegenspraak of bij verstek definitief is.
§ 3. De rechter kan de straffen, vermeld in paragraaf 1, alleen opleggen als dat noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat ze zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot die straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaaleconomische belangen.
De straffen, vermeld in paragraaf 1, doen geen afbreuk aan de rechten van derden.
Voor de inbreuken, vermeld in artikel 21 en 22, kan de rechter bovendien, als hij zijn beslissing met redenen omkleedt, de volledige of gedeeltelijke sluiting bevelen van de onderneming of inrichting waar de inbreuken zijn begaan, voor de duur van één maand tot drie jaar.
§ 2. De duur van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van paragraaf 1, gaat in vanaf de dag waarop de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of waarop zijn straf verjaard is, en, bij voorwaardelijke vrijlating, vanaf de dag van de invrijheidstelling, als die laatste niet ingetrokken wordt.
De gevolgen van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van paragraaf 1, nemen evenwel een aanvang zodra de veroordeling op tegenspraak of bij verstek definitief is.
§ 3. De rechter kan de straffen, vermeld in paragraaf 1, alleen opleggen als dat noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat ze zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot die straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaaleconomische belangen.
De straffen, vermeld in paragraaf 1, doen geen afbreuk aan de rechten van derden.
Art. 24. § 1. Pour les infractions visées aux articles 21 et 22, le juge peut interdire au condamné, soit lui-même, soit par personne interposée, d'exploiter totalement ou partiellement l'entreprise ou l'établissement où l'infraction a été commise, ou d'y être employé à quelque titre que ce soit, pour une durée d'un mois à trois ans.
En outre, pour les infractions visées aux articles 21 et 22, le juge peut, s'il motive sa décision, ordonner la fermeture totale ou partielle de l'entreprise ou de l'établissement où les infractions ont été commises, pour une période comprise entre un mois et trois ans.
§ 2. La durée de la peine prononcée en application du paragraphe 1 prend cours à partir du jour où le condamné a subi sa peine ou à partir duquel sa peine est prescrite et, en cas de libération conditionnelle, à partir du jour de la libération, si celle-ci n'est pas retirée.
Toutefois, les effets de la peine prononcée en application du paragraphe 1 commencent à courir dès que la condamnation contradictoire ou par défaut est définitive.
§ 3. Le juge ne peut imposer les sanctions visées au paragraphe 1 que si cela est nécessaire pour faire cesser les infractions ou pour éviter qu'elles ne se reproduisent, à condition que la peine imposée soit proportionnée à l'ensemble des intérêts socio-économiques en cause.
Les peines visées aux paragraphes 1 et 2 ne portent pas atteinte aux droits de tiers.
En outre, pour les infractions visées aux articles 21 et 22, le juge peut, s'il motive sa décision, ordonner la fermeture totale ou partielle de l'entreprise ou de l'établissement où les infractions ont été commises, pour une période comprise entre un mois et trois ans.
§ 2. La durée de la peine prononcée en application du paragraphe 1 prend cours à partir du jour où le condamné a subi sa peine ou à partir duquel sa peine est prescrite et, en cas de libération conditionnelle, à partir du jour de la libération, si celle-ci n'est pas retirée.
Toutefois, les effets de la peine prononcée en application du paragraphe 1 commencent à courir dès que la condamnation contradictoire ou par défaut est définitive.
§ 3. Le juge ne peut imposer les sanctions visées au paragraphe 1 que si cela est nécessaire pour faire cesser les infractions ou pour éviter qu'elles ne se reproduisent, à condition que la peine imposée soit proportionnée à l'ensemble des intérêts socio-économiques en cause.
Les peines visées aux paragraphes 1 et 2 ne portent pas atteinte aux droits de tiers.
Art. 25. Hoven en rechtbanken spreken de verbeurdverklaring van de beroepskaart uit als de buitenlandse onderdaan voor het namaken of vervalsen ervan of voor de inbreuken, vermeld in artikel 21, 2° en 3°, en artikel 22, 2° tot en met 4°, is veroordeeld.
Art. 25. Les cours et tribunaux prononcent la confiscation de la carte professionnelle si le ressortissant étranger a été condamné pour sa contrefaçon ou sa falsification ou pour les infractions visées à l'article 21, 2° et 3°, et à l'article 22, 2° à 4°.
Art. 26. De rechtsvorderingen die ontstaan uit de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, verjaren na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.
Art. 26. Les actions en justice découlant de l'application du présent décret et de ses arrêtés d'exécution se prescrivent par cinq ans à compter du fait qui a donné lieu à l'action.
HOOFDSTUK 9. - Bepalingen over de gegevensverwerking
CHAPITRE 9. - Dispositions relatives au traitement des données
Art. 27. Het departement treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van:
1° de aanvraag en toekenning van beroepskaarten;
2° het advies, toezicht en sancties als bepaald in hoofdstuk 8 van dit decreet.
1° de aanvraag en toekenning van beroepskaarten;
2° het advies, toezicht en sancties als bepaald in hoofdstuk 8 van dit decreet.
Art. 27. Le département est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, pour le traitement des données dans le cadre de :
1° la demande et l'octroi de cartes professionnelles ;
2° des conseils, du contrôle et des sanctions visés au chapitre 8 du présent décret.
1° la demande et l'octroi de cartes professionnelles ;
2° des conseils, du contrôle et des sanctions visés au chapitre 8 du présent décret.
Art. 28. De volgende categorieën van persoonsgegevens van de aanvrager worden in het kader van de aanvraag en toekenning van de beroepskaarten verwerkt:
1° de identificatie- en de contactgegevens;
2° de persoonlijke gegevens en de gegevens over de verblijfsrechtelijke situatie;
3° de financiële en de fiscale gegevens;
4° de gegevens over de kwalificatie;
5° de gegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafrechtelijke inbreuken.
Het departement wisselt voor de toepassing van hoofdstuk 5 persoonsgegevens uit met de Dienst Vreemdelingenzaken, vermeld in artikel 3, 1°, van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaamse Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
De uitwisselingen van persoonsgegevens vinden plaats met tussenkomst van de bevoegde dienstenintegratoren als dat van toepassing is.
1° de identificatie- en de contactgegevens;
2° de persoonlijke gegevens en de gegevens over de verblijfsrechtelijke situatie;
3° de financiële en de fiscale gegevens;
4° de gegevens over de kwalificatie;
5° de gegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafrechtelijke inbreuken.
Het departement wisselt voor de toepassing van hoofdstuk 5 persoonsgegevens uit met de Dienst Vreemdelingenzaken, vermeld in artikel 3, 1°, van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaamse Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
De uitwisselingen van persoonsgegevens vinden plaats met tussenkomst van de bevoegde dienstenintegratoren als dat van toepassing is.
Art. 28. Les catégories suivantes de données personnelles du demandeur sont traitées dans le cadre de la demande et de l'octroi des cartes professionnelles :
1° l'identification et les coordonnées ;
2° les données personnelles et les données concernant la situation en matière de droit de séjour ;
3° les données financières et fiscales ;
4° les données relatives à la qualification ;
5° les données relatives aux condamnations et aux infractions pénales.
Pour l'application du chapitre 5, le département échange des données à caractère personnel avec l'Office des étrangers visé à l'article 3, 1°, de l'accord de coopération entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone en ce qui concerne la coordination entre la politique d'admission à l'emploi et la politique en matière de permis de séjour et en ce qui concerne les normes relatives à l'occupation et au séjour de travailleurs étrangers.
Les échanges de données à caractère personnel ont lieu avec l'intervention des intégrateurs de services compétents, le cas échéant.
1° l'identification et les coordonnées ;
2° les données personnelles et les données concernant la situation en matière de droit de séjour ;
3° les données financières et fiscales ;
4° les données relatives à la qualification ;
5° les données relatives aux condamnations et aux infractions pénales.
Pour l'application du chapitre 5, le département échange des données à caractère personnel avec l'Office des étrangers visé à l'article 3, 1°, de l'accord de coopération entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone en ce qui concerne la coordination entre la politique d'admission à l'emploi et la politique en matière de permis de séjour et en ce qui concerne les normes relatives à l'occupation et au séjour de travailleurs étrangers.
Les échanges de données à caractère personnel ont lieu avec l'intervention des intégrateurs de services compétents, le cas échéant.
Art. 29. De persoonsgegevens die overeenkomstig dit decreet worden opgevraagd, worden niet langer bewaard dan nodig voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaartermijn van één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren.
Art. 29. Les données à caractère personnel récupérées conformément au présent décret sont conservées pendant une durée n'excédant pas celle nécessaire aux finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec une durée de conservation maximale d'un an après l'expiration du délai de prescription de toutes les réclamations relevant de la compétence du responsable du traitement.
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions modificatives
Art. 30. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, het laatst gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt punt 58° vervangen door wat volgt:
"58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen;".
"58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen;".
Art. 30. A l'article 2, § 1, alinéa premier, du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales, modifié en dernier lieu par le décret du 29 mars 2019, le point 58° est remplacé par ce qui suit :
" 58° le décret du 15 octobre 2021 sur l'exécution d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers ; ".
" 58° le décret du 15 octobre 2021 sur l'exécution d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers ; ".
Art. 31. In artikel 13/4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
"Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen en de uitvoeringsbesluiten ervan aan de buitenlandse onderdaan een administratieve geldboete van 500 tot 5000 euro opgelegd worden:
1° hij oefent een zelfstandige beroepsactiviteit uit zonder in het bezit te zijn van een beroepskaart;
2° hij oefent een zelfstandige beroepsactiviteit uit zonder de grenzen of de voorwaarden van de beroepskaart te respecteren;
3° hij oefent een zelfstandige beroepsactiviteit uit niettegenstaande de staking van de bedrijvigheid is gelast of de sluiting van de geëxploiteerde zaak is bevolen.".
"Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan voor de volgende inbreuken op het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen en de uitvoeringsbesluiten ervan aan de buitenlandse onderdaan een administratieve geldboete van 500 tot 5000 euro opgelegd worden:
1° hij oefent een zelfstandige beroepsactiviteit uit zonder in het bezit te zijn van een beroepskaart;
2° hij oefent een zelfstandige beroepsactiviteit uit zonder de grenzen of de voorwaarden van de beroepskaart te respecteren;
3° hij oefent een zelfstandige beroepsactiviteit uit niettegenstaande de staking van de bedrijvigheid is gelast of de sluiting van de geëxploiteerde zaak is bevolen.".
Art. 31. Dans l'article 13/4 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2016, le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" Aux conditions fixées au présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 500 à 5000 euros peut être infligée à un ressortissant étranger pour les infractions suivantes au décret du 15 octobre 2021 sur l'exécution d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers et ses arrêtés d'exécution :
1° il exerce une activité professionnelle indépendante sans être titulaire d'une carte professionnelle ;
2° il exerce une activité professionnelle indépendante sans respecter les limites ou les conditions de la carte professionnelle ;
3° il exerce une activité indépendante, bien qu'il ait été enjoint de cesser son activité, voire de fermer l'établissement exploité. ".
" Aux conditions fixées au présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 500 à 5000 euros peut être infligée à un ressortissant étranger pour les infractions suivantes au décret du 15 octobre 2021 sur l'exécution d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers et ses arrêtés d'exécution :
1° il exerce une activité professionnelle indépendante sans être titulaire d'une carte professionnelle ;
2° il exerce une activité professionnelle indépendante sans respecter les limites ou les conditions de la carte professionnelle ;
3° il exerce une activité indépendante, bien qu'il ait été enjoint de cesser son activité, voire de fermer l'établissement exploité. ".
Art. 32. In artikel 13/5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
"Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kunnen voor de volgende inbreuken op het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen en de uitvoeringsbesluiten ervan de volgende personen een administratieve geldboete van 1800 euro tot 18.000 euro krijgen:
1° een buitenlandse onderdaan die in strijd met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België;
2° een buitenlandse onderdaan die een beroepskaart onrechtmatig verkrijgt of in zijn bezit heeft;
3° eenieder die onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd of onjuiste documenten heeft bezorgd, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
4° eenieder die heeft nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden.".
"Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kunnen voor de volgende inbreuken op het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen en de uitvoeringsbesluiten ervan de volgende personen een administratieve geldboete van 1800 euro tot 18.000 euro krijgen:
1° een buitenlandse onderdaan die in strijd met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België;
2° een buitenlandse onderdaan die een beroepskaart onrechtmatig verkrijgt of in zijn bezit heeft;
3° eenieder die onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd of onjuiste documenten heeft bezorgd, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden;
4° eenieder die heeft nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om een beroepskaart ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, te behouden of te doen behouden.".
Art. 32. A l'article 13/5 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2016, le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
" Aux conditions visées au présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 1800 à 18 000 euros peut être infligée pour les infractions suivantes au décret du 15 octobre 2021 sur l'exécution d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers :
1° un ressortissant étrangers qui, en contravention avec les dispositions du présent décret et avec ses arrêtés d'exécution, exerce une activité indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique ;
2° un ressortissant étranger qui obtient ou possède frauduleusement une carte professionnelle ;
3° chacun qui a fait des déclarations inexactes ou incomplètes ou qui a fourni des documents inexacts, en vue d'obtenir ou de faire obtenir, de conserver ou de faire conserver à tort une carte professionnelle ;
4° chacun qui a négligé ou a refusé de faire des déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements qu'il est tenu de fournir, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de conserver ou de faire conserver à tort une carte professionnelle. ".
" Aux conditions visées au présent décret, et dans la mesure où les faits sont également passibles de peines pénales, une amende administrative de 1800 à 18 000 euros peut être infligée pour les infractions suivantes au décret du 15 octobre 2021 sur l'exécution d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers :
1° un ressortissant étrangers qui, en contravention avec les dispositions du présent décret et avec ses arrêtés d'exécution, exerce une activité indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique ;
2° un ressortissant étranger qui obtient ou possède frauduleusement une carte professionnelle ;
3° chacun qui a fait des déclarations inexactes ou incomplètes ou qui a fourni des documents inexacts, en vue d'obtenir ou de faire obtenir, de conserver ou de faire conserver à tort une carte professionnelle ;
4° chacun qui a négligé ou a refusé de faire des déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements qu'il est tenu de fournir, afin d'obtenir ou de faire obtenir, de conserver ou de faire conserver à tort une carte professionnelle. ".
Art. 33. Aan artikel 14 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De rechtspersoon is hoofdelijk gehouden tot het betalen van de administratieve geldboete die opgelegd is aan zijn werkende vennoten of mandatarissen op basis van artikel 13/4 en 13/5 van dit decreet, als de inbreuk een intrinsiek verband heeft met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of als de inbreuk voor zijn rekening is gepleegd.".
"De rechtspersoon is hoofdelijk gehouden tot het betalen van de administratieve geldboete die opgelegd is aan zijn werkende vennoten of mandatarissen op basis van artikel 13/4 en 13/5 van dit decreet, als de inbreuk een intrinsiek verband heeft met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of als de inbreuk voor zijn rekening is gepleegd.".
Art. 33. L'article 14 du même décret est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" La personne morale est solidairement responsable du paiement de l'amende administrative infligée à ses associés actifs ou mandataires en vertu des articles 13/4 et 13/5 du présent décret, si l'infraction est intrinsèquement liée à la réalisation de son objectif ou à la poursuite de ses intérêts, ou si l'infraction a été commise pour son compte. ".
" La personne morale est solidairement responsable du paiement de l'amende administrative infligée à ses associés actifs ou mandataires en vertu des articles 13/4 et 13/5 du présent décret, si l'infraction est intrinsèquement liée à la réalisation de son objectif ou à la poursuite de ses intérêts, ou si l'infraction a été commise pour son compte. ".
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Art. 34. Het startkapitaal, vermeld in artikel 7, eerste lid, wordt elk jaar op 1 januari aangepast aan de index van de conventionele lonen voor bedienden van het derde trimester (basis 2010 = 100) overeenkomstig de formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met de nieuwe index en gedeeld door de aanvangsindex. Het resultaat wordt afgerond op de euro.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° index van de conventionele lonen voor bedienden: de index die wordt vastgesteld door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op basis van de berekening van het gemiddelde van de wedde van de volwassen bedienden van de privésector, zoals vastgelegd bij collectieve arbeidsovereenkomst;
2° basisbedragen: de bedragen die van kracht zijn op 1 januari 2022;
3° nieuwe index: de index van het derde trimester, met als basis 2010 = 100 van het jaar dat voorafgaat aan de indexering;
4° aanvangsindex: de index van het derde trimester 2020 met als basis 2010 = 100.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° index van de conventionele lonen voor bedienden: de index die wordt vastgesteld door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op basis van de berekening van het gemiddelde van de wedde van de volwassen bedienden van de privésector, zoals vastgelegd bij collectieve arbeidsovereenkomst;
2° basisbedragen: de bedragen die van kracht zijn op 1 januari 2022;
3° nieuwe index: de index van het derde trimester, met als basis 2010 = 100 van het jaar dat voorafgaat aan de indexering;
4° aanvangsindex: de index van het derde trimester 2020 met als basis 2010 = 100.
Art. 34. Le capital de départ visé à l'article 7, alinéa premier, est adapté, chaque année, à l'indice des salaires conventionnels pour employés du troisième trimestre (base 2010 = 100) conformément à la formule : le nouveau montant est égal au montant de base multiplié par le nouvel indice et divisé par l'indice initial. Le résultat est arrondi à l'euro.
A l'alinéa premier, on entend par :
1° indice des salaires conventionnels des employés : l'indice fixé par le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale sur la base du calcul de la moyenne du traitement des employés adultes du secteur privé, tel qu'il est fixé par convention collective de travail ;
2° montants de base : les montants en vigueur au 1 janvier 2022 ;
3° nouvel indice : l'indice du troisième trimestre, en base 2010 = 100 de l'année précédant l'indexation ;
4° indice initial : l'indice du troisième trimestre 2020 en base 100 = 100.
A l'alinéa premier, on entend par :
1° indice des salaires conventionnels des employés : l'indice fixé par le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale sur la base du calcul de la moyenne du traitement des employés adultes du secteur privé, tel qu'il est fixé par convention collective de travail ;
2° montants de base : les montants en vigueur au 1 janvier 2022 ;
3° nouvel indice : l'indice du troisième trimestre, en base 2010 = 100 de l'année précédant l'indexation ;
4° indice initial : l'indice du troisième trimestre 2020 en base 100 = 100.
Art. 35. De wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt opgeheven.
Art. 35. La loi du 19 février 1965 relative à l'exercice, par les étrangers, des activités professionnelles indépendantes, modifiée en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, est abrogée.
Art. 36. De aanvragen om de beroepskaart te verkrijgen, te hernieuwen, te wijzigen en, in geval van verlies, te vervangen, en de aanvragen in het kader van een beroepsprocedure die zijn ingesteld vóór de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, worden behandeld conform de wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen en haar uitvoeringsbesluiten zoals die van kracht zijn op de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 36. Les demandes d'obtention, de renouvellement, de modification et, en cas de perte, de remplacement des cartes professionnelles, ainsi que les demandes dans le cadre d'une procédure de recours introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent décret, sont traitées conformément à la loi du 19 février 1965 relative à l'exercice, par les étrangers, des activités professionnelles indépendantes et à ses arrêtés d'exécution tels qu'en vigueur la veille de la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Art. 37. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2022.
Art. 37. Le présent décret entre en vigueur le 1 janvier 2022.