Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 DECEMBER 2021. - Besluit van de Waalse Regering houdende wijziging van diverse bepalingen betreffende de financiering van instellingen in de gezondheidssector
Titre
9 DECEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant diverses dispositions en matière de financement des institutions du secteur de la santé
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128 ervan.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128 de celle-ci.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière
Art.2. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 oktober 2008, wordt het derde lid opgeheven.
Art.2. A l'article 3 de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière, modifié par l'arrêté royal du 1er octobre 2008, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.3. In artikel 7, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 oktober 2008, worden de woorden "meer dan een jaar" vervangen door de woorden "meer dan zes maanden".
Art.3. A l'article 7, § 4, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 1er octobre 2008, les mots " plus d'un an " sont remplacés par les mots " plus de six mois ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering betreft van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 mei 2017
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté royal du 17 août 2007 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi-programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes, l'augmentation des rémunérations et la création d'emplois dans certaines institutions de soins, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 mai 2017
Art.4. In artikel 4, § 2, lid 5, van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering betreft van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 mei 2017, worden de termen "8 584" vervangen door de termen "9 584".
Art.4. A l'article 4, § 2, alinéa 5, de l'arrêté royal du 17 août 2007 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi-programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes, l'augmentation des rémunérations et la création d'emplois dans certaines institutions de soins, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 mai 2017, les mots " 8.584 " sont remplacés par les mots " 9.584 ".
Art.5. In artikel 5, § 5, van hetzelfde besluit worden de woorden "meer dan een jaar" vervangen door de woorden "meer dan zes maanden".
Art.5. A l'article 5, § 5, du même arrêté, les mots " plus d'un an " sont remplacés par les mots " plus de six mois ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées
Art.6. Artikel 2, § 2, van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 december 2012, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. In de rustoorden voor bejaarden zijn de financieringsnormen van het personeel per kwalificatie, uitgedrukt in voltijds equivalent en per dertig patiënten, de volgende :
  1° voor de afhankelijkheidscategorie O :
  a) 0,25 verpleegkundige;
  b) 0,084 personeelslid voor reactivering;
  c) 1,4 aanvullend lid van het personeel voor reactivering per 30 patiënten die verblijven in een erkend bed voor kortverblijf (liaisonfunctie);
  2° voor de afhankelijkheidscategorie A :
  a) 1,20 verpleegkundige;
  b) 1,05 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 0,084 personeelslid voor reactivering;
  d) 1,4 aanvullend lid van het personeel voor reactivering per 30 patiënten die verblijven in een erkend bed voor kortverblijf (liaisonfunctie);
  3° voor de afhankelijkheidscategorie B :
  a) 2,10 verpleegkundigen;
  b) 4 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 0,434 personeelslid voor reactivering;
  d) 1,4 aanvullend lid van het personeel voor reactivering per 30 patiënten die verblijven in een erkend bed voor kortverblijf (liaisonfunctie);
  4° voor de afhankelijkheidscategorie C :
  a) 4,10 verpleegkundigen;
  b) 5,06 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 0,469 personeelslid voor reactivering;
  d) 1,4 aanvullend lid van het personeel voor reactivering per 30 patiënten die verblijven in een erkend bed voor kortverblijf (liaisonfunctie);
  5° voor de patiënten die omwille van hun psychische afhankelijkheid gerangschikt zijn in de afhankelijkheidscategorie C (categorie Cd) :
  a) 4,10 verpleegkundigen;
  b) 6,06 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 0,469 personeelslid voor reactivering;
  d) 1,4 aanvullend lid van het personeel voor reactivering per 30 patiënten die verblijven in een erkend bed voor kortverblijf (liaisonfunctie);
  6° voor de patiënten die gerangschikt zijn in de afhankelijkheidscategorie D:
  a) 1,2 verpleegkundigen;
  b) 4 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 1,334 personeelsleden voor reactivering;
  d) 1,4 leden van het personeel voor reactivering per 30 patiënten die verblijven in een erkend bed voor kortverblijf (liaisonfunctie); ".
Art.6. L'article 2, § 2, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 5 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Dans les maisons de repos pour personnes âgées, les normes de financement du personnel par qualification, exprimées en équivalents à temps plein et par trente patients sont les suivantes :
  1° pour la catégorie de dépendance O :
  a) 0,25 praticien de l'art infirmier ;
  b) 0,084 membre du personnel de réactivation ;
  c) 1,4 membre supplémentaire du personnel de réactivation par trente patients qui occupent un lit de court séjour agréé, fonction de liaison ;
  2° pour la catégorie de dépendance A :
  a) 1,20 praticien de l'art infirmier ;
  b) 1,05 membres du personnel soignant ;
  c) 0,084 membre du personnel de réactivation ;
  d) 1,4 membre supplémentaire du personnel de réactivation par trente patients qui occupent un lit de court séjour agréé, fonction de liaison ;
  3° pour la catégorie de dépendance B :
  a) 2,10 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 4 membres du personnel soignant ;
  c) 0,434 membre du personnel de réactivation ;
  d) 1,4 membre supplémentaire du personnel de réactivation par trente patients qui occupent un lit de court séjour agréé, fonction de liaison ;
  4° pour la catégorie de dépendance C :
  a) 4,10 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 5,06 membres du personnel soignant ;
  c) 0,469 membre du personnel de réactivation ;
  d) 1,4 membre supplémentaire du personnel de réactivation par trente patients qui occupent un lit de court séjour agréé, fonction de liaison ;
  5° pour les patients classés dans la catégorie de dépendance C en raison de leur dépendance psychique, catégorie Cd :
  a) 4,10 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 6,06 membres du personnel soignant ;
  c) 0,469 membre du personnel de réactivation.
  d) 1,4 membre supplémentaire du personnel de réactivation par trente patients qui occupent un lit de court séjour agréé, fonction de liaison ;
  6° pour les patients classés dans la catégorie de dépendance D :
  a) 1,2 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 4 membres du personnel soignant ;
  c) 1,334 membres du personnel de réactivation ;
  d) 1,4 membres du personnel de réactivation par trente patients qui occupent un lit de court séjour agréé, fonction de liaison. ".
Art.7. Artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 december 2012, wordt vervangen als volgt:
  " § 2. In de rust- en verzorgingstehuizen zijn de financieringsnormen van het personeel per kwalificatie, uitgedrukt in voltijds equivalent en per dertig patiënten, de volgende:
  1° voor de afhankelijkheidscategorie B :
  a) 5 verpleegkundigen;
  b) 5,2 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 1 kinesitherapeut of ergotherapeut of logopedist;
  c) 0,084 personeelsleden voor reactivering;
  e) 0,1 aanvullend lid van het personeel voor reactivering dat een bekwaming heeft in palliatieve zorg, ter ondersteuning van de verzorging van de terminale patiënten;
  2° voor de afhankelijkheidscategorie C:
  a) 5 verpleegkundigen;
  b) 6,2 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 1 kinesitherapeut of ergotherapeut of logopedist;
  c) 0,584 personeelsleden voor reactivering;
  e) 0,10 aanvullend lid van het personeel voor reactivering dat een bekwaming heeft in palliatieve zorg, ter ondersteuning van de verzorging van de terminale patiënten;
  3° voor de patiënten die omwille van hun psychische afhankelijkheid gerangschikt zijn in de afhankelijkheidscategorie C (categorie Cd) :
  a) 5 verpleegkundigen;
  b) 6,7 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 1 kinesitherapeut of ergotherapeut of logopedist;
  c) 0,584 personeelsleden voor reactivering;
  e) 0,10 aanvullend lid van het personeel voor reactivering dat een bekwaming heeft in palliatieve zorg, ter ondersteuning van de verzorging van de terminale patiënten;
  4° voor de patiënten die gerangschikt zijn in de afhankelijkheidscategorie D :
  a) 2,5 verpleegkundigen;
  b) 5,2 leden van het verzorgingspersoneel;
  c) 1 kinesitherapeut of ergotherapeut of logopedist;
  c) 2,5 personeelsleden voor reactivering;
  e) 0,1 aanvullend lid van het personeel voor reactivering dat een bekwaming heeft in palliatieve zorg, ter ondersteuning van de verzorging van de terminale patiënten. ".
Art.7. L'article 3, § 2, du même arrêté, modifié en dernier lieu l'arrêté ministériel du 5 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Dans les maisons de repos et de soins, les normes de financement du personnel par qualification, exprimées en équivalents à temps plein et par trente patients, sont les suivantes :
  1° pour la catégorie de dépendance B :
  a) 5 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 5,2 membres du personnel soignant ;
  c) 1 kinésithérapeute ou ergothérapeute ou logopède ;
  d) 0,084 membre du personnel de réactivation ;
  e) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation, compétent en matière de soins palliatifs, pour le soutien aux soins des patients en phase terminale ;
  2° pour la catégorie de dépendance C :
  a) 5 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 6,2 membres du personnel soignant ;
  c) 1 kinésithérapeute ou ergothérapeute ou logopède ;
  d) 0,584 membre du personnel de réactivation ;
  e) 0,10 membre supplémentaire du personnel de réactivation, compétent en matière de soins palliatifs, pour le soutien aux soins des patients en phase terminale ;
  3° pour les patients classés dans la catégorie de dépendance C en raison de leur dépendance psychique, catégorie Cd :
  a) 5 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 6,7 membres du personnel soignant ;
  c) 1 kinésithérapeute ou ergothérapeute ou logopède ;
  d) 0,584 membre du personnel de réactivation ;
  e) 0,10 membre supplémentaire du personnel de réactivation, compétent en matière de soins palliatifs, pour le soutien aux soins des patients en phase terminale ;
  4° pour les patients classés dans la catégorie de dépendance D :
  a) 2,5 praticiens de l'art infirmier ;
  b) 5,2 membres du personnel soignant ;
  c) 1 kinésithérapeute ou ergothérapeute ou logopède ;
  d) 2,5 membres du personnel de réactivation ;
  e) 0,1 membre supplémentaire du personnel de réactivation, compétent en matière de soins palliatifs, pour le soutien aux soins des patients en phase terminale. ".
Art. 8.. (geen nederlandse verise)
Art.8. A l'article 6, § 1er, point h), du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 25 juin 2014, les mots " en MRS " sont abrogés.
Art.9. In artikel 28ter van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 juni 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 3 wordt opgeheven.
  2° in paragraaf 4 wordt punt 2° opgeheven;
  2° de paragrafen 5, 6 en 7 worden opgeheven.
Art.9. A l'article 28ter du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 25 juin 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 3 est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 4, le 2° est abrogé ;
  3° les paragraphes 5, 6 et 7 sont abrogés.
Art.10. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 7 vervangen door hetgeen volgt:
  "Deel F: financiering van de coördinerend en raadgevend geneesheer. ".
Art.10. Au chapitre III du même arrêté, l'intitulé de la section 7 est remplacé par ce qui suit :
  " Partie F : financement du médecin coordinateur et conseiller. ".
Art.11. Artikel 29 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 december 2012, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 29. De tegemoetkoming per dag huisvesting en per rechthebbende voor de functie van coördinerend en raadgevend geneesheer bestaat uit een basistegemoetkoming (F') en een aanvullende tegemoetkoming voor de instellingen met een RVT- erkenning (F''), berekend als volgt:
  1° Basistegemoetkoming (F'):
  (17.550 euro/ aantal kalenderdagen in de factureringsperiode)/ gemiddeld aantal patiënten in de referentieperiode ;
  2° aanvullende tegemoetkoming voor de instellingen met een RVT- erkenning (F''):
  (0,32 euro x aantal patiënten in RVT in de referentieperiode)/ gemiddeld aantal patiënten in de referentieperiode.
  Het bedrag van de tegemoetkoming per dag en per rechthebbende is de som van deze twee delen (F' en F'').
  Deze financiering is bestemd voor de bezoldiging van de coördinerend en adviserend geneesheer, wiens taken en kwalificaties zijn omschreven in de punten 9.3.12.1. tot 9.3.12.4. en 9.3.14. van bijlage 120 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid.
  De berekeningsgrondslag voor de bezoldiging van de coördinerend en adviserend geneesheer, zoals vastgesteld in deel F, is 112,5 euro per uur prestaties.
  De prestaties van deze geneesheer, die door een bedrijfscontract aan de instelling is verbonden, bedragen gemiddeld drie uur per week. Voor instellingen met een RVT-erkenning worden de gemiddelde wekelijkse prestaties verhoogd met dertig minuten voor elke vijfentwintig RVT-patiënten.
  Instellingen met een RVT-erkenning waarvoor een vóór 1 oktober 2021 gesloten overeenkomst met een coördinerend geneesheer na die datum van kracht blijft, kunnen aanspraak maken op financiering voor deel F tussen 1 oktober 2021 en 31 maart 2022, mits uiterlijk op 31 maart 2022 een nieuwe overeenkomst tussen de instelling en een coördinerend en adviserend geneesheer wordt ondertekend en van kracht wordt. Een kopie van de overeenkomst tussen de coördinerend en adviserend arts en de instelling wordt door de instelling bewaard. ".
Art.11. L'article 29 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 5 décembre 2012 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 29. L'intervention par jour d'hébergement et par bénéficiaire pour la fonction du médecin coordinateur et conseiller se compose d'une intervention de base (F') et d'une intervention complémentaire pour les établissements disposant d'un agrément MRS (F''), calculées comme suit :
  1° Intervention de base (F') :
  (17.550 euros/nombre de jour calendrier dans la période de facturation)/nombre moyen de patients dans la période de référence ;
  2° Intervention complémentaire pour les établissements disposant d'un agrément MRS (F'') :
  (0,32 euro x nombre moyen de patients MRS dans la période de référence) /nombre moyen de patients dans la période de référence.
  Le montant de l'intervention par jour et par bénéficiaire se compose de la somme de ces deux parties (F' et F'').
  Ce financement est destiné à rémunérer le médecin coordinateur et conseiller, dont les missions et qualifications sont définies aux points 9.3.12.1. à 9.3.12.4. et 9.3.14. de l'annexe 120 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé.
  La base du calcul de la rémunération du médecin coordinateur et conseiller tel que déterminée par la partie F est de 112,5 euros par heure de prestations.
  Les prestations de ce médecin, lié à l'institution par un contrat d'entreprise, sont en moyenne de trois heures par semaine. Pour les établissements disposant d'un agrément MRS, les prestations hebdomadaires moyennes sont augmentées de trente minutes par vingt-cinq patients en MRS.
  Les établissements disposant d'un agrément MRS, pour lesquels une convention de médecin coordinateur conclue antérieurement au 1er octobre 2021 reste en application postérieurement à cette date, peuvent prétendre au financement de la partie F entre le 1er octobre 2021 et le 31 mars 2022, pour autant qu'un nouveau contrat d'entreprise liant l'institution et un médecin coordinateur et conseiller soit signé et prenne effet pour le 31 mars 2022 au plus tard. Un exemplaire du contrat liant le médecin coordinateur et conseiller et l'établissement est conservé au sein de cet établissement. ".
Art.12. Artikel 31 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 10 december 2009, wordt opgeheven.
Art.12. L'article 31 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 10 décembre 2009, est abrogé.
Art.13. In artikel 35, lid 3, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 10 december 2009, worden de woorden "meer dan een jaar" vervangen door de woorden "meer dan zes maanden".
Art.13. A l'article 35, alinéa 3, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 10 décembre 2009, les mots " plus d'un an " sont remplacés par les mots " plus de six mois ".
Art.14. Artikel 42 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 december 2012, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 42. De in dit besluit vermelde bedragen, met uitzondering van het bedrag bedoeld in artikel 13, §§ 7 en 8, en in artikel 41, tweede lid, worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 109,45 in de basis 1996 = 100, met uitzondering van:
  1° de bedragen bedoeld in de artikelen 7 en 13, §§ 2 tot 5, die worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 110,51 in de basis 2004 = 100;
  2° de bedragen bedoeld in artikel 29 die worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 107,20 in de basis 2013= 100.
  De in het eerste lid bedoelde bedragen worden aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. ".
Art.14. L'article 42 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 5 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 42. Les montants mentionnés dans le présent arrêté, à l'exception de ceux visés à l'article 13, §§ 7 et 8, et à l'article 41, alinéa 2, sont liés à l'indice pivot 109,45 dans la base 1996 = 100, à l'exception :
  1° des montants visés aux articles 7 et 13, §§ 2 à 5, qui sont liés à l'indice pivot 110,51 dans la base 2004 = 100 ;
  2° des montants visés à l'article 29, qui sont liés à l'indice-pivot 107,20 dans la base 2013 = 100.
  Les montants visés à l'alinéa 1er sont adaptés conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume dans le secteur public. ".
Art.15. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een artikel 42/1, luidend als volgt:
  "Art. 42/1. Voor berekeningen met betrekking tot de factureringsperiode 2021, met ingang van 1 oktober 2021, en voor berekeningen met betrekking tot de factureringsperiode 2022 past de dienst de in artikel 2, §§ 2 en 3, vastgestelde en op 30 september 2021 geldende financieringsnormen toe, indien deze berekening gunstiger uitvalt met betrekking tot de onderdelen A1 en A2 van de dagvergoeding van de instelling. ".
Art.15. Dans le même arrêté, il est inséré un nouvel article 42/1 rédigé comme suit :
  " Art. 42/1. Pour les calculs relatifs à la période de facturation 2021, à partir du 1er octobre 2021, et pour les calculs relatifs à la période de facturation 2022, le service applique les normes de financement définies à l'article 2, §§ 2 et 3, en vigueur au 30 septembre 2021, si ce calcul se révèle plus favorable en ce qui concerne les parties A1 et A2 de l'allocation journalière pour l'institution. ".
HOOFDSTUK 5. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition abrogatoire
Art.16. Het koninklijk besluit van 9 juli 2003 tot uitvoering van artikel 69, § 4, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 september 2006, wordt opgeheven.
Art.16. L'arrêté royal du 9 juillet 2003 portant exécution de l'article 69, § 4, alinéa 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, modifié par l'arrêté royal du 28 septembre 2006, est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art.17. In afwijking van artikel 18 treedt artikel 3, § 2, 4°, van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden, zoals vervangen bij artikel 7, in werking op de door de Regering vastgestelde datum.
Art.17. Par dérogation à l'article 18, l'article 3, § 2, 4°, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées, tel que remplacé par l'article 7, entre en vigueur à la date fixée par le Gouvernement.
Art.18. De artikelen 6, 7, 8, 10, 11, 12, 14, 15 en 16 hebben uitwerking op 1 oktober 2021. Artikel 9 heeft uitwerking op 4 december 2021. De artikelen 2, 3, 4, 5 en 13 treden in werking op 1 januari 2022.
Art.18. Les articles 6, 7, 8, 10, 11, 12, 14, 15 et 16 produisent leurs effets le 1er octobre 2021. L'article 9 produit ses effets le 4 décembre 2021. Les articles 2, 3, 4, 5 et 13 entrent en vigueur le 1er janvier 2022.
Art. 19. De Minister van Gezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le Ministre qui a la santé dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.