Artikel 1. De gewone leden en de plaatsvervangers worden aangewezen bij besluit van de Regering op voorstel van de in het decreet opgesomde overheden of instellingen, met inachtneming van de bepalingen van het decreet van 27 maart 2014 tot bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen binnen de adviesorganen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet.
Het is aan de overheid of de instelling waarvan de afgevaardigde geen effectief of vervangend lid meer kan zijn, om zijn of haar vervanger voor te stellen. Indien geen nieuw gewoon lid wordt voorgedragen, beëindigt de plaatsvervanger het mandaat van het gewoon lid in geval van diens overlijden, ontslag of verlies van de hoedanigheid of de titel waarop zijn benoeming slaat.
Een gewoon lid dat ten minste drie keer achtereen in een schooljaar afwezig is zonder zich te hebben verontschuldigd of te zijn vervangen, wordt geacht ontslagnemend te zijn.
Elk gewoon lid heeft een plaatsvervanger. Voor netvertegenwoordigers geldt dat als een gewoon lid en zijn of haar plaatsvervanger afwezig zijn, de tweede plaatsvervanger, als die er is, mag zetelen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 MEI 2021. - Huishoudelijk reglement van de commissies voor schoolverplaatsingen
Titre
20 MAI 2021. - Règlement d'ordre intérieur des commissions de déplacements scolaires
Dokumentinformationen
Numac: 2021A02822
Datum: 2021-05-20
Info du document
Numac: 2021A02822
Date: 2021-05-20
Inhoud
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK I. - Samenstelling van de commissie
CHAPITRE Ier. - Composition de la commission
Article 1er. Les membres effectifs et suppléants sont désignés par arrêté du Gouvernement sur proposition des autorités ou organismes repris dans le décret, dans le respect des dispositions du décret du 27 mars 2014 visant à promouvoir une représentation équilibrée des femmes et des hommes dans les organes consultatifs, pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution.
Il appartient à l'autorité ou à l'organisme dont le délégué ne peut plus être membre effectif ou suppléant de proposer son remplacement. S'il n'est pas proposé un nouveau membre effectif, le suppléant termine le mandat du membre effectif qui est décédé, a donné sa démission ou a perdu la qualité ou le titre qui justifiait sa nomination.
Le membre effectif qui s'absente au moins trois fois consécutivement dans une même année scolaire, sans s'être excusé ou fait remplacer, est réputé démissionnaire.
Chaque membre effectif a un suppléant. Pour les représentants des réseaux, si un effectif et son suppléant sont absents, le deuxième suppléant éventuel peut siéger.
Il appartient à l'autorité ou à l'organisme dont le délégué ne peut plus être membre effectif ou suppléant de proposer son remplacement. S'il n'est pas proposé un nouveau membre effectif, le suppléant termine le mandat du membre effectif qui est décédé, a donné sa démission ou a perdu la qualité ou le titre qui justifiait sa nomination.
Le membre effectif qui s'absente au moins trois fois consécutivement dans une même année scolaire, sans s'être excusé ou fait remplacer, est réputé démissionnaire.
Chaque membre effectif a un suppléant. Pour les représentants des réseaux, si un effectif et son suppléant sont absents, le deuxième suppléant éventuel peut siéger.
Art. 2. Elke commissie kan bij gelegenheid eenieder uitnodigen die nuttige informatie kan verstrekken voor haar werkzaamheden. Deze "genodigden" hebben een raadgevende stem.
Art. 2. Chaque commission peut, occasionnellement, inviter toute personne susceptible d'apporter des informations utiles à ses travaux. Ces " invités " ont voix consultative.
HOOFDSTUK II. - Voorzitterschap
CHAPITRE II. - La présidence
Art. 3. De Waalse commissie wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Regering. In geval van verhindering wordt hij of zij vervangen door zijn of haar plaatsvervanger.
Voor elke territoriale commissie benoemt de Minister die bevoegd is voor het schoolvervoer, op voorstel van de netten, met de unanieme instemming van de commissie, een voorzitter en een ondervoorzitter. De ondervoorzitter vervangt de voorzitter bij verhindering van deze laatste.
De voorzitter wordt afwisselend benoemd uit de vertegenwoordigers van het onderwijs die als "neutraal" worden beschouwd en de vertegenwoordigers van het onderwijs die als "confessioneel" worden beschouwd.
Wanneer de voorzitter het onderwijs vertegenwoordigt dat als "neutraal" wordt beschouwd, vertegenwoordigt de ondervoorzitter het onderwijs dat als "confessioneel" wordt beschouwd en vice versa. De afwisseling tussen deze twee functies vindt plaats na 30 maanden in functie.
Voor elke territoriale commissie benoemt de Minister die bevoegd is voor het schoolvervoer, op voorstel van de netten, met de unanieme instemming van de commissie, een voorzitter en een ondervoorzitter. De ondervoorzitter vervangt de voorzitter bij verhindering van deze laatste.
De voorzitter wordt afwisselend benoemd uit de vertegenwoordigers van het onderwijs die als "neutraal" worden beschouwd en de vertegenwoordigers van het onderwijs die als "confessioneel" worden beschouwd.
Wanneer de voorzitter het onderwijs vertegenwoordigt dat als "neutraal" wordt beschouwd, vertegenwoordigt de ondervoorzitter het onderwijs dat als "confessioneel" wordt beschouwd en vice versa. De afwisseling tussen deze twee functies vindt plaats na 30 maanden in functie.
Art. 3. La commission wallonne est présidée par le représentant du Gouvernement. En cas d'empêchement, il est remplacé par son (sa) suppléant(e)
Pour chaque commission territoriale, le Ministre ayant les transports scolaires dans ses attributions nomme, sur proposition des réseaux, avec accord unanime de la commission, un président et un vice-président. Celui-ci remplit le rôle de président en cas d'empêchement de ce dernier.
Le président est nommé alternativement parmi les représentants de l'enseignement réputé " neutre " et les représentants de l'enseignement réputé " confessionnel ".
Lorsque le président représente l'enseignement réputé " neutre ", le vice-président représente l'enseignement réputé confessionnel et vice versa. L'alternance entre ces deux fonctions s'effectue après 30 mois de mandat.
Pour chaque commission territoriale, le Ministre ayant les transports scolaires dans ses attributions nomme, sur proposition des réseaux, avec accord unanime de la commission, un président et un vice-président. Celui-ci remplit le rôle de président en cas d'empêchement de ce dernier.
Le président est nommé alternativement parmi les représentants de l'enseignement réputé " neutre " et les représentants de l'enseignement réputé " confessionnel ".
Lorsque le président représente l'enseignement réputé " neutre ", le vice-président représente l'enseignement réputé confessionnel et vice versa. L'alternance entre ces deux fonctions s'effectue après 30 mois de mandat.
Art. 4. De voorzitter opent en sluit de zittingen. Hij leidt de debatten en de beraadslagingen en ziet toe op het goede verloop van de vergaderingen.
Hij tekent de documenten betreffende de door de commissie uitgebrachte adviezen maar kan de ondertekening van administratieve documenten aan het secretariaat delegeren.
Hij tekent de documenten betreffende de door de commissie uitgebrachte adviezen maar kan de ondertekening van administratieve documenten aan het secretariaat delegeren.
Art. 4. Le président ouvre et clôture les séances. Il dirige les débats et les délibérations et prend en charge le bon déroulement des réunions.
Il signe les documents relatifs aux avis rendus par la commission mais peut déléguer la signature de documents administratifs au secrétariat.
Il signe les documents relatifs aux avis rendus par la commission mais peut déléguer la signature de documents administratifs au secrétariat.
Art. 5. In zijn taak wordt de voorzitter bijgestaan door een secretariaat, dat wordt verzorgd door een door de Waalse Regering aangewezen commissiesecretaris.
Het secretariaat wordt belast met het opmaken van de presentielijst en van elk document dat nuttig is voor het beleggen van de vergaderingen. Het maakt een afschrift van de geschreven mededelingen die de commissie interessant acht.
Het houdt van elke vergadering waarop het vereiste quorum aanwezig is, een verslag bij. Het legt het verslag aan de gewone leden over opdat het op de volgende zitting goedgekeurd kan worden, uiterlijk op de datum van bijeenroeping van die zitting. Het ontwerp van verslag wordt ter informatie aan de plaatsvervangende leden meegedeeld. Die mededeling gebeurt per post, fax of e-mail.
Elke briefwisseling betreffende de werkzaamheden van de commissie wordt aan de voorzitter gericht op het adres van zijn secretariaat.
Het secretariaat wordt belast met het opmaken van de presentielijst en van elk document dat nuttig is voor het beleggen van de vergaderingen. Het maakt een afschrift van de geschreven mededelingen die de commissie interessant acht.
Het houdt van elke vergadering waarop het vereiste quorum aanwezig is, een verslag bij. Het legt het verslag aan de gewone leden over opdat het op de volgende zitting goedgekeurd kan worden, uiterlijk op de datum van bijeenroeping van die zitting. Het ontwerp van verslag wordt ter informatie aan de plaatsvervangende leden meegedeeld. Die mededeling gebeurt per post, fax of e-mail.
Elke briefwisseling betreffende de werkzaamheden van de commissie wordt aan de voorzitter gericht op het adres van zijn secretariaat.
Art. 5. Dans sa tâche, le président est aidé par un secrétariat, assuré par un secrétaire de commission désigné par le Gouvernement wallon.
Ce dernier est chargé d'établir la liste des présences et de tout document utile à la tenue des réunions. Il duplique et distribue les communications écrites reconnues intéressantes par la commission.
Il rédige le compte-rendu de chaque réunion où le quorum requis est atteint. Il transmet celui-ci aux membres effectifs pour approbation lors de la séance suivante, et ce au plus tard au moment de la convocation de celle-ci. Le projet de compte-rendu est également communiqué pour information aux membres suppléants. Cette communication peut se faire par courrier, télécopie ou courrier électronique.
Toute correspondance relative aux travaux de la commission est adressée au président à l'adresse de son secrétariat.
Ce dernier est chargé d'établir la liste des présences et de tout document utile à la tenue des réunions. Il duplique et distribue les communications écrites reconnues intéressantes par la commission.
Il rédige le compte-rendu de chaque réunion où le quorum requis est atteint. Il transmet celui-ci aux membres effectifs pour approbation lors de la séance suivante, et ce au plus tard au moment de la convocation de celle-ci. Le projet de compte-rendu est également communiqué pour information aux membres suppléants. Cette communication peut se faire par courrier, télécopie ou courrier électronique.
Toute correspondance relative aux travaux de la commission est adressée au président à l'adresse de son secrétariat.
HOOFDSTUK III. - Agenda - Oproeping - Beraadslaging - Presentiegeld
CHAPITRE III. - Ordre du jour - Convocation - Délibération - Jetons de présence
Art. 6. § 1er. De voorzitter bepaalt de agenda. De aanvragen om een bepaald punt op de agenda te plaatsen worden in overweging genomen voor zover ze drie kalenderdagen voor de datum van verzending van de oproeping bij de voorzitter toekomen. Ze worden door de Minister die bevoegd is voor het schoolvervoer, door de voorzitter, de secretaris of een lid van de commissie of door een (andere) territoriale commissie afgegeven.
§ 2. Een ouder of schooldirecteur die zich benadeeld voelt door een beslissing over de toewijzing van schoolvervoerrechten door de administratie kan zich tot de territoriale commissies richten. Indien hij dat wenst, kan de indiener van het bezwaar door de commissie worden gehoord. Wanneer de commissie het bezwaar aanvaardt, verzoekt het de administratie de betwiste beslissing te heroverwegen. De administratie neemt dan binnen tien dagen na ontvangst van het verzoek om heroverweging een beslissing en stelt de aanvrager in kennis van haar beslissing.
§ 3. De Waalse commissie is bevoegd voor beroepen tegen de adviezen van de territoriale commissies.
Deze beroepen, voorzien in de artikelen 6,2° en 35, § 3 van het decreet van 1 april 2004, worden ingediend bij de voorzitter van de Waalse commissie.
Indien hij dat wenst, kan de indiener van het beroep worden gehoord door de Waalse commissie. Zij nodigt ook de secretaris van de betrokken commissie uit.
§ 4. De vergaderingen worden maandelijks gehouden volgens een onderling overeengekomen schema.
Aan het begin van het schooljaar komen de territoriale commissies voor het eerst samen vóór 1 september. Rond 15 september is dan een tweede vergadering gepland, zodat de beslissingen over de afwijkingen vóór 30 september aan de aanvragers worden meegedeeld.
De voorzitter kan echter op eigen initiatief de commissie bijeenroepen, op verzoek van de secretaris van de commissie, van ten minste een kwart van de leden, van de administratie of van de Minister die het schoolvervoer in zijn of haar hoedanigheid heeft.
Hij geeft in de bijeenroepingsbrief aan of de vergadering uitsluitend langs elektronische weg zal worden gehouden, afhankelijk van het belang van de agendapunten.
§ 5. De oproepingen en notulen worden acht kalenderdagen voor de datum van de zitting per gewone post, fax of e-mail (al naar gelang het verzoek van de leden) aan de gewone en plaatsvervangende leden gericht.
In geval van een elektronische vergadering bevat de elektronische uitnodiging alle informatie die relevant is voor het onderzoek van het onderzochte dossier, de redelijke termijn om een advies uit te brengen en het adres voor het uitbrengen van het advies. Na de bijeenroeping wordt een bericht van ontvangst gevraagd.
§ 2. Een ouder of schooldirecteur die zich benadeeld voelt door een beslissing over de toewijzing van schoolvervoerrechten door de administratie kan zich tot de territoriale commissies richten. Indien hij dat wenst, kan de indiener van het bezwaar door de commissie worden gehoord. Wanneer de commissie het bezwaar aanvaardt, verzoekt het de administratie de betwiste beslissing te heroverwegen. De administratie neemt dan binnen tien dagen na ontvangst van het verzoek om heroverweging een beslissing en stelt de aanvrager in kennis van haar beslissing.
§ 3. De Waalse commissie is bevoegd voor beroepen tegen de adviezen van de territoriale commissies.
Deze beroepen, voorzien in de artikelen 6,2° en 35, § 3 van het decreet van 1 april 2004, worden ingediend bij de voorzitter van de Waalse commissie.
Indien hij dat wenst, kan de indiener van het beroep worden gehoord door de Waalse commissie. Zij nodigt ook de secretaris van de betrokken commissie uit.
§ 4. De vergaderingen worden maandelijks gehouden volgens een onderling overeengekomen schema.
Aan het begin van het schooljaar komen de territoriale commissies voor het eerst samen vóór 1 september. Rond 15 september is dan een tweede vergadering gepland, zodat de beslissingen over de afwijkingen vóór 30 september aan de aanvragers worden meegedeeld.
De voorzitter kan echter op eigen initiatief de commissie bijeenroepen, op verzoek van de secretaris van de commissie, van ten minste een kwart van de leden, van de administratie of van de Minister die het schoolvervoer in zijn of haar hoedanigheid heeft.
Hij geeft in de bijeenroepingsbrief aan of de vergadering uitsluitend langs elektronische weg zal worden gehouden, afhankelijk van het belang van de agendapunten.
§ 5. De oproepingen en notulen worden acht kalenderdagen voor de datum van de zitting per gewone post, fax of e-mail (al naar gelang het verzoek van de leden) aan de gewone en plaatsvervangende leden gericht.
In geval van een elektronische vergadering bevat de elektronische uitnodiging alle informatie die relevant is voor het onderzoek van het onderzochte dossier, de redelijke termijn om een advies uit te brengen en het adres voor het uitbrengen van het advies. Na de bijeenroeping wordt een bericht van ontvangst gevraagd.
Art. 6. § 1er. Le président fixe l'ordre du jour. Les demandes de mise à l'ordre du jour d'un point particulier sont prises en considération pour autant qu'elles parviennent au président au moins trois jours calendrier avant la date d'envoi de la convocation. Elles émanent du Ministre ayant les transports scolaires dans ses attributions, du président, du secrétaire ou d'un membre de la commission ou encore d'une (autre) commission territoriale.
§ 2. Les commissions territoriales peuvent être saisies d'une réclamation par un parent d'élèves ou un chef d'établissement scolaire, qui s'estime lésé par une décision relative à l'attribution de droit au transport scolaire par l'administration. S'il le souhaite, l'auteur de la réclamation peut être entendu par la commission. Lorsque la commission accueille favorablement la réclamation, elle demande à l'administration de reconsidérer la décision contestée. Celle-ci statue alors dans les dix jours de la réception de la demande de reconsidération et notifie sa décision au requérant.
§ 3. La commission wallonne est compétente pour les recours contre les avis rendus par les commissions territoriales.
Ces recours, prévus aux articles 6,2° et 35 § 3 du décret du 1er avril 2004, sont introduits auprès du président de la commission wallonne.
S'il le souhaite, l'auteur du recours peut être entendu par la commission wallonne. Celle-ci invite également le secrétaire de la commission concernée.
§ 4. Les réunions se tiennent mensuellement selon un calendrier établi de commun accord.
A la rentrée scolaire, les commissions territoriales se réunissent une première fois avant le 1er septembre. Une seconde réunion est ensuite programmée aux alentours du 15 septembre afin que les décisions relatives aux dérogations soient notifiées aux demandeurs avant le 30 septembre.
Le président peut néanmoins convoquer la commission de sa propre initiative, à la demande du secrétaire de la commission, d'un quart au moins des membres, de l'administration ou du Ministre ayant les transports scolaires dans ses attributions.
Il indique dans la convocation si la séance se tient le cas échéant de manière exclusivement électronique en fonction de l'importance des points repris à l'ordre du jour.
§ 5. Les convocations et les procès-verbaux sont adressés par simple courrier, télécopie ou courrier électronique (selon la demande des membres) aux membres effectifs et aux membres suppléants, huit jours calendrier avant la date de la séance.
En cas de séance électronique, la convocation électronique reprend toutes les informations utiles à l'examen du dossier examiné, le délai raisonnable pour remettre un avis et l'adresse de remise de l'avis. Un accusé de réception est demandé à la suite de la convocation.
§ 2. Les commissions territoriales peuvent être saisies d'une réclamation par un parent d'élèves ou un chef d'établissement scolaire, qui s'estime lésé par une décision relative à l'attribution de droit au transport scolaire par l'administration. S'il le souhaite, l'auteur de la réclamation peut être entendu par la commission. Lorsque la commission accueille favorablement la réclamation, elle demande à l'administration de reconsidérer la décision contestée. Celle-ci statue alors dans les dix jours de la réception de la demande de reconsidération et notifie sa décision au requérant.
§ 3. La commission wallonne est compétente pour les recours contre les avis rendus par les commissions territoriales.
Ces recours, prévus aux articles 6,2° et 35 § 3 du décret du 1er avril 2004, sont introduits auprès du président de la commission wallonne.
S'il le souhaite, l'auteur du recours peut être entendu par la commission wallonne. Celle-ci invite également le secrétaire de la commission concernée.
§ 4. Les réunions se tiennent mensuellement selon un calendrier établi de commun accord.
A la rentrée scolaire, les commissions territoriales se réunissent une première fois avant le 1er septembre. Une seconde réunion est ensuite programmée aux alentours du 15 septembre afin que les décisions relatives aux dérogations soient notifiées aux demandeurs avant le 30 septembre.
Le président peut néanmoins convoquer la commission de sa propre initiative, à la demande du secrétaire de la commission, d'un quart au moins des membres, de l'administration ou du Ministre ayant les transports scolaires dans ses attributions.
Il indique dans la convocation si la séance se tient le cas échéant de manière exclusivement électronique en fonction de l'importance des points repris à l'ordre du jour.
§ 5. Les convocations et les procès-verbaux sont adressés par simple courrier, télécopie ou courrier électronique (selon la demande des membres) aux membres effectifs et aux membres suppléants, huit jours calendrier avant la date de la séance.
En cas de séance électronique, la convocation électronique reprend toutes les informations utiles à l'examen du dossier examiné, le délai raisonnable pour remettre un avis et l'adresse de remise de l'avis. Un accusé de réception est demandé à la suite de la convocation.
Art. 7. De commissie beraadslaagt geldig over de agendapunten, op voorwaarde dat elk net vertegenwoordigd is of in het geval van een elektronische vergadering advies heeft uitgebracht.
In de mate van het mogelijke zal de commissie zich onthouden van het uitbrengen van een advies en het doorgeven ervan in afwezigheid van de vertegenwoordigers van de ouderverenigingen.
In dit geval krijgen zij de gelegenheid om hun standpunt kenbaar te maken, ook al zou het punt besproken zijn.
Bij gebrek aan een consensus, worden de adviezen:
a) betreffende het recht op schoolvervoer, alsmede de daarmee samenhangende beroepen, gedaan overeenkomstig de meerderheden als bedoeld in artikel 16 van het decreet van 1 april 2004;
b) betreffende afwijkingen van het recht op vervoer, alsmede de daarmee samenhangende beroepen, gedaan met eenstemmig advies, zoals bepaald in de artikelen 32 en 33 van het decreet van 1 april 2004;
c) betreffende de plannen voor schoolverplaatsingen en schoolvervoer (met de twee onder a en b genoemde uitzonderingen), besloten met een meerderheid van de leden.
Besluiten over de interne organisatie van de commissie worden bij gewone meerderheid genomen, mits het vereiste aanwezigheidsquorum is bereikt.
Elke overheid of elke instelling heeft een aantal stemmen dat beperkt is tot het aantal van zijn of haar gewone leden.
In de mate van het mogelijke zal de commissie zich onthouden van het uitbrengen van een advies en het doorgeven ervan in afwezigheid van de vertegenwoordigers van de ouderverenigingen.
In dit geval krijgen zij de gelegenheid om hun standpunt kenbaar te maken, ook al zou het punt besproken zijn.
Bij gebrek aan een consensus, worden de adviezen:
a) betreffende het recht op schoolvervoer, alsmede de daarmee samenhangende beroepen, gedaan overeenkomstig de meerderheden als bedoeld in artikel 16 van het decreet van 1 april 2004;
b) betreffende afwijkingen van het recht op vervoer, alsmede de daarmee samenhangende beroepen, gedaan met eenstemmig advies, zoals bepaald in de artikelen 32 en 33 van het decreet van 1 april 2004;
c) betreffende de plannen voor schoolverplaatsingen en schoolvervoer (met de twee onder a en b genoemde uitzonderingen), besloten met een meerderheid van de leden.
Besluiten over de interne organisatie van de commissie worden bij gewone meerderheid genomen, mits het vereiste aanwezigheidsquorum is bereikt.
Elke overheid of elke instelling heeft een aantal stemmen dat beperkt is tot het aantal van zijn of haar gewone leden.
Art. 7. La commission délibère valablement sur les points mis à l'ordre du jour pour autant que chaque réseau soit représenté ou ait émis un avis en cas de séance électronique.
Dans la mesure du possible, la commission s'abstiendra d'émettre un avis et de le transmettre en l'absence des représentants des associations de parents.
Dans ce cas, ceux-ci auront la possibilité de faire valoir leur point de vue alors même que le point aurait été débattu.
A défaut d'un consensus, les avis :
a) concernant le droit au transport scolaire, ainsi que les recours y associés, sont rendus selon les majorités prévues à l'article 16 du décret du 1er avril 2004;
b) concernant les dérogations au droit au transport, ainsi que les recours y associés, sont rendus à l'unanimité comme prévu aux articles 32 et 33 du décret du 1er avril 2004;
c) concernant les plans de déplacements scolaires et le transport scolaire (à l'exception des deux exceptions citées en a et b) sont rendus à la majorité des membres.
Les décisions d'organisation interne de la commission sont prises à la majorité simple pour autant que le quorum de présence requis soit obtenu.
Chaque autorité ou organisme dispose d'un nombre de voix limité au nombre de ses membres effectifs.
Dans la mesure du possible, la commission s'abstiendra d'émettre un avis et de le transmettre en l'absence des représentants des associations de parents.
Dans ce cas, ceux-ci auront la possibilité de faire valoir leur point de vue alors même que le point aurait été débattu.
A défaut d'un consensus, les avis :
a) concernant le droit au transport scolaire, ainsi que les recours y associés, sont rendus selon les majorités prévues à l'article 16 du décret du 1er avril 2004;
b) concernant les dérogations au droit au transport, ainsi que les recours y associés, sont rendus à l'unanimité comme prévu aux articles 32 et 33 du décret du 1er avril 2004;
c) concernant les plans de déplacements scolaires et le transport scolaire (à l'exception des deux exceptions citées en a et b) sont rendus à la majorité des membres.
Les décisions d'organisation interne de la commission sont prises à la majorité simple pour autant que le quorum de présence requis soit obtenu.
Chaque autorité ou organisme dispose d'un nombre de voix limité au nombre de ses membres effectifs.
Art. 8. De adviezen betreffende afwijkingen worden met redenen omkleed in het licht van de educatieve belangen van de leerling.
Adviezen die door een persoon buiten de commissie worden gevraagd, worden binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek door de secretaris van de commissie gegeven. Deze termijn kan worden teruggebracht tot tien dagen in geval van gemotiveerde dringendheid.
Onverminderd artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 21 maart 2008 betreffende de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van afwijkingen inzake leerlingenvervoer, worden de adviezen betreffende de afwijkingen binnen twee dagen na de vergadering van de commissie met het oog op een beslissing toegezonden aan de in voornoemd besluit van 21 maart 2008 bedoelde gedelegeerde ambtenaar.
Bij gebrek aan een advies binnen de bovenvermelde termijn stuurt de territoriale commissie het dossier via haar secretariaat door naar de Waalse commissie. In hetzelfde geval wordt het dossier op het niveau van de Waalse commissie via de Minister die bevoegd is voor het schoolvervoer en de schoolverplaatsingen naar de Regering doorgestuurd.
Adviezen die door een persoon buiten de commissie worden gevraagd, worden binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek door de secretaris van de commissie gegeven. Deze termijn kan worden teruggebracht tot tien dagen in geval van gemotiveerde dringendheid.
Onverminderd artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 21 maart 2008 betreffende de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van afwijkingen inzake leerlingenvervoer, worden de adviezen betreffende de afwijkingen binnen twee dagen na de vergadering van de commissie met het oog op een beslissing toegezonden aan de in voornoemd besluit van 21 maart 2008 bedoelde gedelegeerde ambtenaar.
Bij gebrek aan een advies binnen de bovenvermelde termijn stuurt de territoriale commissie het dossier via haar secretariaat door naar de Waalse commissie. In hetzelfde geval wordt het dossier op het niveau van de Waalse commissie via de Minister die bevoegd is voor het schoolvervoer en de schoolverplaatsingen naar de Regering doorgestuurd.
Art. 8. Les avis concernant les dérogations sont motivés au regard de l'intérêt éducatif de l'élève.
Les avis sollicités par une personne étrangère à la commission sont rendus dans les trente jours calendrier de la date de la réception de la demande par le secrétaire de la commission. Ce délai peut être ramené à dix jours en cas d'urgence motivée.
Sans préjudice de l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement du 21 mars 2008 relatif aux conditions et à la procédure d'octroi de dérogations en matière de transport scolaire, dans les deux jours qui suivent la réunion de la commission, les avis concernant les dérogations sont transmis, pour objet de décision, au fonctionnaire délégué visé à l'arrêté précité du 21 mars 2008.
A défaut d'avis dans le délai précité, la commission territoriale transmet le dossier, par la voie de son secrétariat, à la commission wallonne. Dans la même hypothèse, au niveau de la commission wallonne, le dossier est transmis au Gouvernement par l'intermédiaire du Ministre ayant les transports scolaires et les déplacements scolaires dans ses attributions.
Les avis sollicités par une personne étrangère à la commission sont rendus dans les trente jours calendrier de la date de la réception de la demande par le secrétaire de la commission. Ce délai peut être ramené à dix jours en cas d'urgence motivée.
Sans préjudice de l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement du 21 mars 2008 relatif aux conditions et à la procédure d'octroi de dérogations en matière de transport scolaire, dans les deux jours qui suivent la réunion de la commission, les avis concernant les dérogations sont transmis, pour objet de décision, au fonctionnaire délégué visé à l'arrêté précité du 21 mars 2008.
A défaut d'avis dans le délai précité, la commission territoriale transmet le dossier, par la voie de son secrétariat, à la commission wallonne. Dans la même hypothèse, au niveau de la commission wallonne, le dossier est transmis au Gouvernement par l'intermédiaire du Ministre ayant les transports scolaires et les déplacements scolaires dans ses attributions.
Art. 9. De beraadslagingen zijn niet openbaar. De verspreide documenten en de inhoud van de debatten zijn vertrouwelijk als het om persoonlijke zaken gaat.
Art. 9. Les délibérations ne sont pas publiques. Les documents distribués ainsi que le contenu des débats ont un caractère confidentiel lorsqu'ils portent sur des questions de personnes.
Art. 10. De leden wier instelling betrokken is bij een dossier betreffende het recht op vervoer, met inbegrip van afwijkingen, nemen niet deel aan de beraadslaging of de stemming over het betrokken punt.
Dezelfde bepaling is van toepassing op alle beraadslagingen of stemmingen waarbij een lid van de commissie een rechtstreeks belang heeft.
Wanneer de Waalse commissie zich moet uitspreken over een beroep, kan het lid van de commissie dat als lid van een territoriale commissie reeds heeft deelgenomen aan de stemming over een dossier, niet deelnemen aan de stemming over hetzelfde dossier.
Dezelfde bepaling is van toepassing op alle beraadslagingen of stemmingen waarbij een lid van de commissie een rechtstreeks belang heeft.
Wanneer de Waalse commissie zich moet uitspreken over een beroep, kan het lid van de commissie dat als lid van een territoriale commissie reeds heeft deelgenomen aan de stemming over een dossier, niet deelnemen aan de stemming over hetzelfde dossier.
Art. 10. Les membres dont l'établissement est concerné par un dossier relatif au droit au transport, y compris les dérogations, ne prend part ni à la délibération ni au vote sur le point concerné.
La même disposition sera d'application lors de toute délibération ou vote pour lequel un membre de la commission aurait un intérêt direct.
Lorsque la commission wallonne est appelée à statuer sur un recours, le membre de la commission qui, en qualité de membre d'une commission territoriale, a déjà participé au vote concernant un dossier, ne peut prendre part au vote concernant ce même dossier.
La même disposition sera d'application lors de toute délibération ou vote pour lequel un membre de la commission aurait un intérêt direct.
Lorsque la commission wallonne est appelée à statuer sur un recours, le membre de la commission qui, en qualité de membre d'une commission territoriale, a déjà participé au vote concernant un dossier, ne peut prendre part au vote concernant ce même dossier.
Art. 11. Alleen gewone leden ontvangen een presentiegeld als ze deelnemen. De plaatsvervangers ontvangen het wanneer zij een gewoon lid vervangen.
In geval van een elektronische zitting wordt geen reiskostenvergoeding toegekend. Evenzo wordt, tenzij de vergadering om dwingende redenen van algemeen belang wordt opgelegd, geen presentiegeld betaald aan de deelnemers aan die vergadering.
Onder dwingende redenen van algemeen belang wordt verstaan de noodzaak om een vergadering op een fysieke plaats te verhinderen of te verbieden.
In geval van een elektronische zitting wordt geen reiskostenvergoeding toegekend. Evenzo wordt, tenzij de vergadering om dwingende redenen van algemeen belang wordt opgelegd, geen presentiegeld betaald aan de deelnemers aan die vergadering.
Onder dwingende redenen van algemeen belang wordt verstaan de noodzaak om een vergadering op een fysieke plaats te verhinderen of te verbieden.
Art. 11. Seuls les membres effectifs reçoivent un jeton de présence quand ils participent. Les suppléants le reçoivent quand ils remplacent un effectif.
En cas de séance électronique, aucune indemnité pour frais de déplacement n'est octroyée. De même, sauf si celle-ci est imposée en raison de motifs impérieux d'intérêt général, aucun jeton de présence n'est accordé aux participants à cette séance.
Est entendu comme motifs impérieux d'intérêt général, la nécessité qui impose une impossibilité ou une interdiction de rassemblement dans un lieu physique.
En cas de séance électronique, aucune indemnité pour frais de déplacement n'est octroyée. De même, sauf si celle-ci est imposée en raison de motifs impérieux d'intérêt général, aucun jeton de présence n'est accordé aux participants à cette séance.
Est entendu comme motifs impérieux d'intérêt général, la nécessité qui impose une impossibilité ou une interdiction de rassemblement dans un lieu physique.
HOOFDSTUK IV. - Aanvullende bepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions complémentaires
Art. 12. De zetel van de Waalse commissie voor schoolverplaatsingen bevindt zich in de lokalen van de administratie die belast is met het schoolvervoer. De zetel van de territoriale commissies voor schoolverplaatsingen bevindt zich in de lokalen van de gewestelijke bureaus voor schoolvervoer.
Behalve als het gaat om een elektronische vergadering, worden de vergaderingen van de commissies, voor zover mogelijk, op hun zetel en, hoe dan ook, in hun territoriaal ambtsgebied gehouden. Ze mogen beslissen om hun vergaderingen in de scholen te delokaliseren, al naar gelang van de agenda.
Behalve als het gaat om een elektronische vergadering, worden de vergaderingen van de commissies, voor zover mogelijk, op hun zetel en, hoe dan ook, in hun territoriaal ambtsgebied gehouden. Ze mogen beslissen om hun vergaderingen in de scholen te delokaliseren, al naar gelang van de agenda.
Art. 12. Le siège de la commission wallonne de déplacement scolaire est localisé dans les locaux de l'administration en charge du transport scolaire. Le siège des commissions territoriales de déplacements scolaires est localisé dans les locaux des bureaux régionaux du transport scolaire.
Sauf s'il s'agit d'une séance électronique, les réunions des commissions se tiennent, dans la mesure du possible, à leur siège respectif, et, en tout état de cause, dans ressort territorial respectif. Ces dernières pourront décider de délocaliser leurs réunions dans des écoles en fonction de l'ordre du jour.
Sauf s'il s'agit d'une séance électronique, les réunions des commissions se tiennent, dans la mesure du possible, à leur siège respectif, et, en tout état de cause, dans ressort territorial respectif. Ces dernières pourront décider de délocaliser leurs réunions dans des écoles en fonction de l'ordre du jour.
Art. 13. Om een filosofisch evenwicht tussen de commissies te bewaren, werd besloten dat de commissies van Charleroi, Luxemburg en Bergen vanaf september 2004 zullen worden voorgezeten door een vertegenwoordiger van een officieel neutraal net of officieel gesubsidieerd net en dat de commissies van Luik, Waals Brabant en Namen zullen worden voorgezeten door een vertegenwoordiger van het confessioneel vrij net.
Art. 13. Pour maintenir un équilibre philosophique entre les commissions, il est décidé qu'à partir de septembre 2004, les commissions de Charleroi, du Luxembourg et de Mons sont présidées par un représentant d'un réseau neutre officiel ou officiel subventionné et les commissions de Liège, du Brabant wallon et de Namur sont présidées par un représentant du réseau libre confessionnel.
Art. 14. Het huishoudelijk reglement treedt in werking op de datum die in het goedkeuringsbesluit van de Regering is vastgesteld.
Art. 14. Le règlement d'ordre intérieur entre en vigueur à la date fixée par l'arrêté d'approbation par le Gouvernement.