Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 JULI 2022. - Decreet over de werk- en zorgtrajecten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-08-2022 en tekstbijwerking tot 06-02-2023)
Titre
8 JUILLET 2022. - Décret relatif aux parcours de travail et de soins(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-08-2022 et mise à jour au 06-02-2023)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities
HOOFDSTUK 2. - Doelgroep
HOOFDSTUK 3. - Onthaaltrajecten
HOOFDSTUK 4. - Activeringstrajecten
Afdeling 1. - Inschatting en beslissing tot dee...
Afdeling 2. - Werkingsprincipes
Afdeling 3. - Casemanager Werk en casemanagers ...
Afdeling 4. - Netwerkcoördinator en netwerk van...
Afdeling 5. - Evaluatie en eindadvies
Afdeling 6. - Registratie en gegevensdeling
Afdeling 7. - Handhaving en sancties
HOOFDSTUK 5. - Arbeidsmatige activiteiten
HOOFDSTUK 6. - Toezicht en handhaving
HOOFDSTUK 7. - Ondersteunende of aanvullende di...
HOOFDSTUK 8. - Rapportering
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het decreet van 30...
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive et déf...
CHAPITRE 2. - Groupe cible
CHAPITRE 3. - Parcours d'accueil
CHAPITRE 4. - Parcours d'activation
Section 1re. - Evaluation et décision de partic...
Section 2. - Principes de fonctionnement
Section 3. - Case manager Travail et case manag...
Section 4. - Coordinateur du réseau et réseau d...
Section 5. - Evaluation et avis final
Section 6. - Enregistrement et partage de données
Section 7. - Maintien et sanctions
CHAPITRE 5. - Activités professionnelles
CHAPITRE 6. - Surveillance et maintien
CHAPITRE 7. - Services d'appui ou complémentaires
CHAPITRE 8. - Rapports
CHAPITRE 9. - Modification du décret du 30 avri...
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Tekst (57)
Texte (57)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive et définitions
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle des matières communautaire et régionale.
Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
1° activeringstraject: het traject met acties op vlak van werk en zorg dat de deelnemer voorbereidt op betaalde beroepsarbeid als vermeld in artikel 10;
2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
3° arbeidsmatige activiteiten: het aanbod van activiteiten onder begeleiding, die gericht zijn op de latente functies van arbeid, onder meer het bieden van een zinvolle bezigheid, zorgen voor structuur, het aanreiken van sociale contacten en de mogelijkheid tot zelfontplooiing;
4° casemanagementteam: het team dat bestaat uit de casemanager Werk en de casemanagers Zorg in hetzelfde werkingsgebied;
5° casemanager Werk: de VDAB of een gemandateerde werkactor die de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, op het vlak van werk uitvoert;
6° casemanager Zorg: de welzijns- en zorgvoorziening, die deel uitmaakt van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, die de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, op het vlak van welzijn en zorg uitvoert;
7° centrum voor algemeen welzijnswerk: het centrum voor algemeen welzijnswerk, dat erkend is als vermeld in artikel 17 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
8° compensatievergoeding: de financiële compensatie die wordt toegekend voor de uitvoering van activeringstrajecten in het kader van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
9° dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds: de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, vermeld in artikel 19 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg;
10° GBO: een samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal, vermeld in artikel 9 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;
11° gezondheidsbeleid: het beleid over het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening;
12° initiatief van beschut wonen: het initiatief van beschut wonen, vermeld in artikel 55 van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
13° netwerkcoördinator: de rechtspersoon die door de Vlaamse Regering gemandateerd wordt om bepaalde opdrachten in het kader van de openbaredienstverplichting uit te voeren, vermeld in artikel 18;
14° OCMW: een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 2 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15° onthaaltraject: het traject dat als doel heeft om personen met medische, mentale, psychische, psychiatrische of sociale problemen die door die problematiek op korte en middellange termijn niet betaald aan de slag kunnen gaan, toe te leiden naar het samenwerkingsverband tussen OCMW, centrum voor algemeen welzijnswerk en diensten voor maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, waardoor die personen georiënteerd kunnen worden naar het gepaste diensten hulpverleningsaanbod en onderbescherming kan worden tegengegaan;
16° persoonlijk bestand op het elektronische platform: het persoonlijke bestand op het elektronische platform, vermeld in artikel 22/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
17° psychiatrisch ziekenhuis: een psychiatrisch ziekenhuis als vermeld in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
18° revalidatiecentrum: een van de volgende revalidatievoorzieningen:
1) een revalidatievoorziening waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten voor psychosociale revalidatie van volwassenen, waarvan het erkenningsnummer begint met het nummer 7.72;
2) een revalidatievoorziening waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten voor revalidatie van verslaafden, waarvan het erkenningsnummer begint met het nummer 7.73;
19° revalidatievoorziening: een revalidatievoorziening als vermeld in artikel 2, 16°, van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
20° VAPH-voorziening: de voorzieningen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
21° welzijnsbeleid: het beleid voor de bijstand aan personen over het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van het beleid inzake het onthaal en integratie van inwijkelingen, de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden en van de juridische eerstelijnsbijstand;
22° welzijns- en zorgvoorziening: elke organisatie die in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid belast is met de organisatie of uitvoering van zorg, met inbegrip van de OCMW's en de ziekenfondsen;
23° werkactor: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beschikt over een mandaat om kosteloze arbeidsbemiddeling te verrichten als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
24° zorgtraject: een aanbod in de vorm van een activeringstraject, arbeidsmatige activiteiten of onthaaltrajecten, dat gericht is op maximale participatie in de maatschappij voor personen uit de doelgroep, vermeld in artikel 3;
25° zorg: de activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid, waaronder hulp, dienstverlening en ondersteuning zijn begrepen.
1° activeringstraject: het traject met acties op vlak van werk en zorg dat de deelnemer voorbereidt op betaalde beroepsarbeid als vermeld in artikel 10;
2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
3° arbeidsmatige activiteiten: het aanbod van activiteiten onder begeleiding, die gericht zijn op de latente functies van arbeid, onder meer het bieden van een zinvolle bezigheid, zorgen voor structuur, het aanreiken van sociale contacten en de mogelijkheid tot zelfontplooiing;
4° casemanagementteam: het team dat bestaat uit de casemanager Werk en de casemanagers Zorg in hetzelfde werkingsgebied;
5° casemanager Werk: de VDAB of een gemandateerde werkactor die de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, op het vlak van werk uitvoert;
6° casemanager Zorg: de welzijns- en zorgvoorziening, die deel uitmaakt van het gemandateerde samenwerkingsverband Zorg, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, die de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, op het vlak van welzijn en zorg uitvoert;
7° centrum voor algemeen welzijnswerk: het centrum voor algemeen welzijnswerk, dat erkend is als vermeld in artikel 17 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
8° compensatievergoeding: de financiële compensatie die wordt toegekend voor de uitvoering van activeringstrajecten in het kader van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
9° dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds: de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, vermeld in artikel 19 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg;
10° GBO: een samenwerkingsverband geïntegreerd breed onthaal, vermeld in artikel 9 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;
11° gezondheidsbeleid: het beleid over het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van het medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening;
12° initiatief van beschut wonen: het initiatief van beschut wonen, vermeld in artikel 55 van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
13° netwerkcoördinator: de rechtspersoon die door de Vlaamse Regering gemandateerd wordt om bepaalde opdrachten in het kader van de openbaredienstverplichting uit te voeren, vermeld in artikel 18;
14° OCMW: een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 2 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
15° onthaaltraject: het traject dat als doel heeft om personen met medische, mentale, psychische, psychiatrische of sociale problemen die door die problematiek op korte en middellange termijn niet betaald aan de slag kunnen gaan, toe te leiden naar het samenwerkingsverband tussen OCMW, centrum voor algemeen welzijnswerk en diensten voor maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, waardoor die personen georiënteerd kunnen worden naar het gepaste diensten hulpverleningsaanbod en onderbescherming kan worden tegengegaan;
16° persoonlijk bestand op het elektronische platform: het persoonlijke bestand op het elektronische platform, vermeld in artikel 22/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
17° psychiatrisch ziekenhuis: een psychiatrisch ziekenhuis als vermeld in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
18° revalidatiecentrum: een van de volgende revalidatievoorzieningen:
1) een revalidatievoorziening waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten voor psychosociale revalidatie van volwassenen, waarvan het erkenningsnummer begint met het nummer 7.72;
2) een revalidatievoorziening waarmee de Vlaamse Regering een revalidatieovereenkomst heeft gesloten voor revalidatie van verslaafden, waarvan het erkenningsnummer begint met het nummer 7.73;
19° revalidatievoorziening: een revalidatievoorziening als vermeld in artikel 2, 16°, van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
20° VAPH-voorziening: de voorzieningen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
21° welzijnsbeleid: het beleid voor de bijstand aan personen over het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van het beleid inzake het onthaal en integratie van inwijkelingen, de beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het tewerkstellingsbeleid van mindervaliden en van de juridische eerstelijnsbijstand;
22° welzijns- en zorgvoorziening: elke organisatie die in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid belast is met de organisatie of uitvoering van zorg, met inbegrip van de OCMW's en de ziekenfondsen;
23° werkactor: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beschikt over een mandaat om kosteloze arbeidsbemiddeling te verrichten als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
24° zorgtraject: een aanbod in de vorm van een activeringstraject, arbeidsmatige activiteiten of onthaaltrajecten, dat gericht is op maximale participatie in de maatschappij voor personen uit de doelgroep, vermeld in artikel 3;
25° zorg: de activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid, waaronder hulp, dienstverlening en ondersteuning zijn begrepen.
Art. 2. Dans le présent décret, on entend par :
1° parcours d'activation : le parcours avec des actions dans le domaine du travail et des soins qui prépare le participant à une activité professionnelle rémunérée telle que mentionnée à l'article 10 ;
2° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;
3° activités professionnelles : l'offre d'activités accompagnées visant les fonctions latentes de travail, notamment en fournissant une occupation significative, en assurant une structure, en offrant des contacts sociaux et la possibilité de s'épanouir ;
4° équipe de case management : l'équipe composée du case manager Travail et des case managers Soins dans la même zone d'action ;
5° case manager Travail : le VDAB ou un acteur du travail mandaté qui effectue les missions mentionnées à l'article 14, § 2, dans le domaine du travail ;
6° case manager Soins : la structure d'aide sociale et de soins, qui fait partie du partenariat Soins mandaté visé à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, qui exécute les missions visées à l'article 14, § 2, dans le domaine de l'aide sociale et des soins ;
7° centre d'aide sociale générale : le centre d'aide sociale générale, qui est agréé tel que visé à l'article 17 du décret du 8 mai 2009 relatif à l'aide sociale générale ;
8° indemnité de compensation : la compensation financière accordée pour la mise en oeuvre des parcours d'activation en vertu du présent décret ou de ses arrêtés d'exécution ;
9° service d'assistance sociale de la mutualité : le service d'assistance sociale de la mutualité, mentionné à l'article 19 du décret du 15 février 2019 relatif aux soins résidentiels ;
10° GBO : un partenariat d'accueil large intégré (" geïntegreerd breed onthaal ", GBO) tel que visé à l'article 9 du décret du 9 février 2018 relatif à la politique sociale locale ;
11° politique de la santé : la politique relative à l'ensemble des matières visées à l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, à l'exception de l'inspection médicale scolaire et de la pratique du sport dans le respect des impératifs de santé ;
12° initiative d'habitation protégée : l'initiative d'habitation protégée telle que visée à l'article 55 du décret du 6 juillet 2018 relatif à la reprise des secteurs des maisons de soins psychiatriques, des initiatives d'habitation protégée, des conventions de revalidation, des hôpitaux de revalidation et des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs ;
13° coordinateur de réseau : la personne morale mandatée par le Gouvernement flamand pour exécuter certaines tâches dans le cadre de l'obligation de service public visée à l'article 18 ;
14° CPAS : un centre public d'action sociale, mentionné à l'article 2 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale, et une association ou une société d'aide sociale telle que mentionnée à la troisième partie, titre 4, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ;
15° parcours d'accueil : le parcours qui vise à orienter les personnes ayant des problèmes médicaux, mentaux, psychiatriques ou sociaux et qui, en raison de ces problèmes, ne peuvent pas trouver un emploi rémunéré à court ou moyen terme, vers le partenariat entre le CPAS, le centre d'aide sociale générale et les services d'aide sociale des mutualités, ce qui permet d'orienter ces personnes vers les services appropriés de l'offre d'aide et de lutter contre la sous-protection ;
16° fichier personnel sur la plateforme électronique : le fichier personnel sur la plateforme électronique visée à l'article 22/2 du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
17° hôpital psychiatrique : un hôpital psychiatrique tel que visé à l'article 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins ;
18° centre de revalidation : une des structures de revalidation suivantes :
1) une structure de revalidation avec laquelle le Gouvernement flamand a conclu une convention de revalidation pour la revalidation psychosociale des adultes, dont le numéro d'agrément commence par le numéro 7.72 ;
2) une structure de revalidation avec laquelle le Gouvernement flamand a conclu une convention de revalidation pour la revalidation de toxicomanes dont le numéro d'agrément commence par le numéro 7.73 ;
19° structure de revalidation : une structure de revalidation visée à l'article 2, 16°, du décret du 6 juillet 2018 relatif à la reprise des secteurs des maisons de soins psychiatriques, des initiatives d'habitation protégée, des conventions de revalidation, des hôpitaux de revalidation et des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs ;
20° structure VAPH : les structures, telles que visées à l'article 4, alinéa 1er, 1° à 5° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
21° politique d'aide sociale : la politique d'assistance aux personnes pour toutes les matières visées à l'article 5, § 1er, II, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, à l'exception de la politique d'accueil et d'intégration des immigrés, de la politique de formation professionnelle, de reconversion, de recyclage et d'emploi des personnes handicapées et de l'aide juridique de première ligne ;
22° structure d'aide sociale et de soins : tout organisme chargé de l'organisation ou de la mise en oeuvre des soins dans le cadre de la politique de santé ou d'aide sociale, y compris les CPAS et les mutualités ;
23° acteur du travail : la personne physique ou morale titulaire d'un mandat de services de placement gratuits tels que visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
24° parcours de travail et de soins : une offre sous forme de parcours d'activation, d'activités professionnelles ou de parcours d'accueil, qui vise une participation maximale à la société pour les personnes du groupe cible visé à l'article 3 ;
25° soins : L'activité ou l'ensemble des activités dans le cadre de la politique de santé ou d'aide sociale, y compris l'assistance, les services et le soutien.
1° parcours d'activation : le parcours avec des actions dans le domaine du travail et des soins qui prépare le participant à une activité professionnelle rémunérée telle que mentionnée à l'article 10 ;
2° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;
3° activités professionnelles : l'offre d'activités accompagnées visant les fonctions latentes de travail, notamment en fournissant une occupation significative, en assurant une structure, en offrant des contacts sociaux et la possibilité de s'épanouir ;
4° équipe de case management : l'équipe composée du case manager Travail et des case managers Soins dans la même zone d'action ;
5° case manager Travail : le VDAB ou un acteur du travail mandaté qui effectue les missions mentionnées à l'article 14, § 2, dans le domaine du travail ;
6° case manager Soins : la structure d'aide sociale et de soins, qui fait partie du partenariat Soins mandaté visé à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, qui exécute les missions visées à l'article 14, § 2, dans le domaine de l'aide sociale et des soins ;
7° centre d'aide sociale générale : le centre d'aide sociale générale, qui est agréé tel que visé à l'article 17 du décret du 8 mai 2009 relatif à l'aide sociale générale ;
8° indemnité de compensation : la compensation financière accordée pour la mise en oeuvre des parcours d'activation en vertu du présent décret ou de ses arrêtés d'exécution ;
9° service d'assistance sociale de la mutualité : le service d'assistance sociale de la mutualité, mentionné à l'article 19 du décret du 15 février 2019 relatif aux soins résidentiels ;
10° GBO : un partenariat d'accueil large intégré (" geïntegreerd breed onthaal ", GBO) tel que visé à l'article 9 du décret du 9 février 2018 relatif à la politique sociale locale ;
11° politique de la santé : la politique relative à l'ensemble des matières visées à l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, à l'exception de l'inspection médicale scolaire et de la pratique du sport dans le respect des impératifs de santé ;
12° initiative d'habitation protégée : l'initiative d'habitation protégée telle que visée à l'article 55 du décret du 6 juillet 2018 relatif à la reprise des secteurs des maisons de soins psychiatriques, des initiatives d'habitation protégée, des conventions de revalidation, des hôpitaux de revalidation et des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs ;
13° coordinateur de réseau : la personne morale mandatée par le Gouvernement flamand pour exécuter certaines tâches dans le cadre de l'obligation de service public visée à l'article 18 ;
14° CPAS : un centre public d'action sociale, mentionné à l'article 2 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale, et une association ou une société d'aide sociale telle que mentionnée à la troisième partie, titre 4, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ;
15° parcours d'accueil : le parcours qui vise à orienter les personnes ayant des problèmes médicaux, mentaux, psychiatriques ou sociaux et qui, en raison de ces problèmes, ne peuvent pas trouver un emploi rémunéré à court ou moyen terme, vers le partenariat entre le CPAS, le centre d'aide sociale générale et les services d'aide sociale des mutualités, ce qui permet d'orienter ces personnes vers les services appropriés de l'offre d'aide et de lutter contre la sous-protection ;
16° fichier personnel sur la plateforme électronique : le fichier personnel sur la plateforme électronique visée à l'article 22/2 du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
17° hôpital psychiatrique : un hôpital psychiatrique tel que visé à l'article 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins ;
18° centre de revalidation : une des structures de revalidation suivantes :
1) une structure de revalidation avec laquelle le Gouvernement flamand a conclu une convention de revalidation pour la revalidation psychosociale des adultes, dont le numéro d'agrément commence par le numéro 7.72 ;
2) une structure de revalidation avec laquelle le Gouvernement flamand a conclu une convention de revalidation pour la revalidation de toxicomanes dont le numéro d'agrément commence par le numéro 7.73 ;
19° structure de revalidation : une structure de revalidation visée à l'article 2, 16°, du décret du 6 juillet 2018 relatif à la reprise des secteurs des maisons de soins psychiatriques, des initiatives d'habitation protégée, des conventions de revalidation, des hôpitaux de revalidation et des équipes d'accompagnement multidisciplinaires de soins palliatifs ;
20° structure VAPH : les structures, telles que visées à l'article 4, alinéa 1er, 1° à 5° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
21° politique d'aide sociale : la politique d'assistance aux personnes pour toutes les matières visées à l'article 5, § 1er, II, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, à l'exception de la politique d'accueil et d'intégration des immigrés, de la politique de formation professionnelle, de reconversion, de recyclage et d'emploi des personnes handicapées et de l'aide juridique de première ligne ;
22° structure d'aide sociale et de soins : tout organisme chargé de l'organisation ou de la mise en oeuvre des soins dans le cadre de la politique de santé ou d'aide sociale, y compris les CPAS et les mutualités ;
23° acteur du travail : la personne physique ou morale titulaire d'un mandat de services de placement gratuits tels que visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
24° parcours de travail et de soins : une offre sous forme de parcours d'activation, d'activités professionnelles ou de parcours d'accueil, qui vise une participation maximale à la société pour les personnes du groupe cible visé à l'article 3 ;
25° soins : L'activité ou l'ensemble des activités dans le cadre de la politique de santé ou d'aide sociale, y compris l'assistance, les services et le soutien.
HOOFDSTUK 2. - Doelgroep
CHAPITRE 2. - Groupe cible
Art. 3. Personen voor wie betaalde beroepsarbeid niet, niet meer of nog niet mogelijk is door een of meer belemmeringen van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale aard, kunnen deelnemen aan werk- en zorgtrajecten.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor deelname aan werk- en zorgtrajecten, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor deelname aan werk- en zorgtrajecten, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
Art. 3. Les personnes pour lesquelles un travail professionnel rémunéré n'est pas, plus ou pas encore possible en raison d'un ou plusieurs problèmes d'ordre cognitif, médical, psychologique, psychiatrique ou social peuvent participer à des parcours de travail et de soins.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions de participation à des parcours de travail et de soins, visés à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement flamand peut fixer les conditions de participation à des parcours de travail et de soins, visés à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 3. - Onthaaltrajecten
CHAPITRE 3. - Parcours d'accueil
Art. 4. De VDAB kan de personen, vermeld in artikel 3, voor wie de VDAB inschat dat het overige aanbod van werk- en zorgtrajecten nog niet voldoende de problematieken van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale aard kan stabiliseren, doorverwijzen naar het GBO. De VDAB bezorgt daarbij de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, aan een van de minimale kernpartners van het GBO, vermeld in artikel 9, tweede lid, van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid.
De VDAB is verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de doorgifte van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van dit decreet van de personen vermeld in artikel 4 van dit decreet.
De minimale kernpartners van het GBO zijn afzonderlijk verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor alle andere verwerkingen van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, van dit decreet, van de personen, vermeld in artikel 4 van dit decreet.
De VDAB is verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de doorgifte van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van dit decreet van de personen vermeld in artikel 4 van dit decreet.
De minimale kernpartners van het GBO zijn afzonderlijk verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor alle andere verwerkingen van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, van dit decreet, van de personen, vermeld in artikel 4 van dit decreet.
Art. 4. Le VDAB peut renvoyer au GBO les personnes mentionnées à l'article 3, pour lesquelles le VDAB estime que les autres offres de travail et les parcours de soins ne permettent pas encore de stabiliser suffisamment les problèmes d'ordre cognitif, médical, psychologique, psychiatrique ou social. Ce faisant, le VDAB fournit les données à caractère personnel, mentionnées à l'article 5, alinéa 1er, 1°, à l'un des partenaires principaux minimaux du GBO, mentionnés à l'article 9, alinéa 2, du décret du 9 février 2018 relatif à la politique sociale locale.
Le VDAB est le responsable du traitement, visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, pour la transmission des données à caractère personnel, mentionnées à l'article 5, alinéa 1er, 1° du présent décret des personnes mentionnées à l'article 4 du présent décret.
Les partenaires principaux minimaux du GBO sont séparément responsables du traitement, visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, pour tous les autres traitements des données à caractère personnel, mentionnées à l'article 5, alinéa 1er, 1° du présent décret des personnes mentionnées à l'article 4 du présent décret.
Le VDAB est le responsable du traitement, visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, pour la transmission des données à caractère personnel, mentionnées à l'article 5, alinéa 1er, 1° du présent décret des personnes mentionnées à l'article 4 du présent décret.
Les partenaires principaux minimaux du GBO sont séparément responsables du traitement, visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, pour tous les autres traitements des données à caractère personnel, mentionnées à l'article 5, alinéa 1er, 1° du présent décret des personnes mentionnées à l'article 4 du présent décret.
Art. 5. Voor de identificatie, de contactopname en de hulpverlening in dit onthaal-traject worden de volgende persoonsgegevens verwerkt in het kader van dit decreet:
1° de voornaam, de achternaam, het adres, het mailadres, het telefoonnummer en de geboortedatum van de persoon, vermeld in artikel 4, eerste lid;
2° de contactgegevens van de hulpverlener in kwestie.
Om de persoon, vermeld in artikel 4, eerste lid, te contacteren om een onthaaltraject op te starten om een brede vraagverheldering te doen op de verschillende levensdomeinen, om rechten te verkennen en te realiseren, en om waar nodig toe te leiden naar de meest gepaste hulpververlening, mag de VDAB de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, bezorgen aan de volgende welzijns- en zorgvoorzieningen die deel uitmaken van het GBO:
1° het OCMW;
2° het centrum voor algemeen welzijnswerk;
3° de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds.
1° de voornaam, de achternaam, het adres, het mailadres, het telefoonnummer en de geboortedatum van de persoon, vermeld in artikel 4, eerste lid;
2° de contactgegevens van de hulpverlener in kwestie.
Om de persoon, vermeld in artikel 4, eerste lid, te contacteren om een onthaaltraject op te starten om een brede vraagverheldering te doen op de verschillende levensdomeinen, om rechten te verkennen en te realiseren, en om waar nodig toe te leiden naar de meest gepaste hulpververlening, mag de VDAB de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, bezorgen aan de volgende welzijns- en zorgvoorzieningen die deel uitmaken van het GBO:
1° het OCMW;
2° het centrum voor algemeen welzijnswerk;
3° de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds.
Art. 5. Aux fins d'identification, de contact et d'assistance dans ce parcours d'accueil, les données à caractère personnel suivantes sont traitées dans le cadre de ce décret :
1° le prénom, le nom, l'adresse, l'adresse électronique, le numéro de téléphone et la date de naissance de la personne visée à l'article 4, alinéa 1er ;
2° les coordonnées du prestataire de soins en question.
Afin de contacter la personne visée à l'article 4, alinéa 1er, pour entamer un parcours d'accueil, pour effectuer une large clarification de la demande dans les différents domaines de la vie, d'explorer et de réaliser les droits et, le cas échéant, d'orienter la personne vers l'assistance la plus appropriée, le VDAB peut fournir les données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er aux structures d'aide sociale et de soins suivantes qui font partie du GBO :
1° le CPAS ;
2° le centre d'aide sociale générale ;
3° le service d'assistance sociale de la mutualité.
1° le prénom, le nom, l'adresse, l'adresse électronique, le numéro de téléphone et la date de naissance de la personne visée à l'article 4, alinéa 1er ;
2° les coordonnées du prestataire de soins en question.
Afin de contacter la personne visée à l'article 4, alinéa 1er, pour entamer un parcours d'accueil, pour effectuer une large clarification de la demande dans les différents domaines de la vie, d'explorer et de réaliser les droits et, le cas échéant, d'orienter la personne vers l'assistance la plus appropriée, le VDAB peut fournir les données à caractère personnel visées à l'alinéa 1er aux structures d'aide sociale et de soins suivantes qui font partie du GBO :
1° le CPAS ;
2° le centre d'aide sociale générale ;
3° le service d'assistance sociale de la mutualité.
Art. 6. Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring van de persoonsgegevens voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 5, eerste lid, van dit decreet bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden, vermeld in artikel 5, tweede lid, van dit decreet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan twaalf maanden na afloop van het onthaaltraject.
De verwerkingsverantwoordelijken nemen gepaste technische en organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens en de verwerking ervan te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.
De verwerkingsverantwoordelijken nemen gepaste technische en organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens en de verwerking ervan te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.
Art. 6. Sans préjudice de l'application de la conservation nécessaire des données à caractère personnel en vue du traitement ultérieur, à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, telles que visées dans l'article 89 du règlement général sur la protection des données, les données à caractère personnel, visées à l'article 5, alinéa 1er, de ce décret sont conservées pendant la durée strictement nécessaire aux fins visées à l'article 5, alinéa 2, du présent décret avec un délai maximal de conservation qui ne peut pas dépasser douze mois après la fin du parcours d'accueil.
Les responsables du traitement prennent les mesures techniques et organisationnelles appropriées pour protéger les données à caractère personnel et leur traitement contre la perte ou contre toute forme de traitement illicite.
Les responsables du traitement prennent les mesures techniques et organisationnelles appropriées pour protéger les données à caractère personnel et leur traitement contre la perte ou contre toute forme de traitement illicite.
HOOFDSTUK 4. - Activeringstrajecten
CHAPITRE 4. - Parcours d'activation
Afdeling 1. - Inschatting en beslissing tot deelname
Section 1re. - Evaluation et décision de participation
Art. 7. De kandidaat-deelnemer dient zijn verzoek tot deelname aan een activeringstraject in bij de VDAB.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor het verzoek om aan een activeringstraject deel te nemen nader bepalen.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor het verzoek om aan een activeringstraject deel te nemen nader bepalen.
Art. 7. Le candidat participant soumet sa demande de participation à un parcours d'activation au VDAB.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions de la demande de participation à un parcours d'activation.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions de la demande de participation à un parcours d'activation.
Art. 8. De VDAB registreert de gegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de kandidaat-deelnemer in het persoonlijke bestand op het elektronische platform.
Art. 8. Le VDAB enregistre les données, mentionnées à l'article 9, alinéa 1er, du candidat participant dans le fichier personnel sur la plateforme électronique.
Art. 9. De VDAB beslist of de kandidaat-deelnemer kan deelnemen aan een activeringstraject op basis van de volgende gegevens:
1° een inschatting van de cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale problematieken, en bijkomende factoren die de kandidaat-deelnemer verhinderen om betaalde beroepsarbeid uit te voeren;
2° een inschatting van de doorgroeimogelijkheden tijdens een activeringstraject.
De VDAB registreert de beslissing in het persoonlijke bestand van de kandidaat-deelnemer op het elektronische platform.
1° een inschatting van de cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale problematieken, en bijkomende factoren die de kandidaat-deelnemer verhinderen om betaalde beroepsarbeid uit te voeren;
2° een inschatting van de doorgroeimogelijkheden tijdens een activeringstraject.
De VDAB registreert de beslissing in het persoonlijke bestand van de kandidaat-deelnemer op het elektronische platform.
Art. 9. Le VDAB décide si le candidat participant peut participer à un parcours d'activation sur la base des données suivantes :
1° une évaluation des problèmes cognitifs, médicaux, psychologiques, psychiatriques ou sociaux et des facteurs supplémentaires qui empêchent le candidat participant d'exercer une activité professionnelle rémunérée ;
2° une estimation des possibilités de croissance au cours d'un parcours d'activation.
Le VDAB enregistre la décision dans le fichier personnel du candidat participant sur la plateforme électronique.
1° une évaluation des problèmes cognitifs, médicaux, psychologiques, psychiatriques ou sociaux et des facteurs supplémentaires qui empêchent le candidat participant d'exercer une activité professionnelle rémunérée ;
2° une estimation des possibilités de croissance au cours d'un parcours d'activation.
Le VDAB enregistre la décision dans le fichier personnel du candidat participant sur la plateforme électronique.
Afdeling 2. - Werkingsprincipes
Section 2. - Principes de fonctionnement
Art. 10. Het activeringstraject bereidt de deelnemer voor op betaalde beroepsarbeid en bestaat uit de volgende elementen:
1° de begeleiding naar en op een werkvloer, namelijk:
a) de deelnemer begeleiden om de attitudes te verwerven die de deelnemer nodig heeft om in een werkomgeving te functioneren;
b) diverse werkvloeren zoeken en aanreiken;
c) de begeleiding van de deelnemer en de werkgever tijdens de stages op een werkvloer;
d) competenties die zichtbaar worden op de werkvloer detecteren, versterken, opvolgen en evalueren;
2° de zorg, die de begeleiding naar en op een werkvloer ondersteunt, namelijk:
a) de zorgbehoeften samen met de deelnemer verkennen en inzichten in zijn zorgnoden verlenen;
b) zorg verlenen met het oog op herstel of het hanteerbaar maken van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale problemen of het versterken van competenties in functie van de stage op een werkvloer en de joboriëntatie;
c) de deelnemer toeleiden naar andere dienstverleners en samenwerken met andere dienstverleners met het oog op zorg op maat van de deelnemer in functie van de stage op een werkvloer en de joboriëntatie;
3° overleggen, afstemmen en samenwerken met de betrokken partners in het activeringstraject, namelijk het casemanagementteam en de dienstverleners.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden van de begeleiding op en naar een werkvloer, vermeld in het eerste lid, 1°, en de zorg, vermeld in het eerste lid, 2°, nader.
1° de begeleiding naar en op een werkvloer, namelijk:
a) de deelnemer begeleiden om de attitudes te verwerven die de deelnemer nodig heeft om in een werkomgeving te functioneren;
b) diverse werkvloeren zoeken en aanreiken;
c) de begeleiding van de deelnemer en de werkgever tijdens de stages op een werkvloer;
d) competenties die zichtbaar worden op de werkvloer detecteren, versterken, opvolgen en evalueren;
2° de zorg, die de begeleiding naar en op een werkvloer ondersteunt, namelijk:
a) de zorgbehoeften samen met de deelnemer verkennen en inzichten in zijn zorgnoden verlenen;
b) zorg verlenen met het oog op herstel of het hanteerbaar maken van cognitieve, medische, psychische, psychiatrische of sociale problemen of het versterken van competenties in functie van de stage op een werkvloer en de joboriëntatie;
c) de deelnemer toeleiden naar andere dienstverleners en samenwerken met andere dienstverleners met het oog op zorg op maat van de deelnemer in functie van de stage op een werkvloer en de joboriëntatie;
3° overleggen, afstemmen en samenwerken met de betrokken partners in het activeringstraject, namelijk het casemanagementteam en de dienstverleners.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden van de begeleiding op en naar een werkvloer, vermeld in het eerste lid, 1°, en de zorg, vermeld in het eerste lid, 2°, nader.
Art. 10. Le parcours d'activation prépare le participant à une activité professionnelle rémunérée et comprend les éléments suivants :
1° l'accompagnement vers et sur un lieu de travail, à savoir :
a) accompagner le participant pour qu'il acquière les attitudes dont il a besoin pour fonctionner dans un environnement de travail ;
b) trouver et fournir divers lieux de travail ;
c) accompagner le participant et l'employeur pendant les stages ;
d) détecter, renforcer, contrôler et évaluer les compétences qui deviennent visibles sur le lieu de travail ;
2° le soin qui soutient l'accompagnement vers et sur un lieu de travail, à savoir :
a) explorer les besoins de soins avec le participant et fournir une compréhension de ses besoins de soins ;
b) fournir des soins en vue du rétablissement ou de rendre les problèmes cognitifs, médicaux, psychologiques ou sociaux plus facile à gérer, ou du renforcement des compétences en fonction du stage sur un lieu de travail et de l'orientation professionnelle ;
c) orienter le participant vers d'autres prestataires de services et coopérer avec eux afin d'assurer une prise en charge sur mesure du participant en fonction du stage sur un lieu de travail et de son orientation professionnelle ;
3° consulter, coordonner et coopérer avec les partenaires impliqués dans le parcours d'activation, à savoir l'équipe de case management et les prestataires de services.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'accompagnement vers et sur le lieu de travail visé à l'alinéa 1er, 1°, et des soins visés à l'alinéa 1er, 2°.
1° l'accompagnement vers et sur un lieu de travail, à savoir :
a) accompagner le participant pour qu'il acquière les attitudes dont il a besoin pour fonctionner dans un environnement de travail ;
b) trouver et fournir divers lieux de travail ;
c) accompagner le participant et l'employeur pendant les stages ;
d) détecter, renforcer, contrôler et évaluer les compétences qui deviennent visibles sur le lieu de travail ;
2° le soin qui soutient l'accompagnement vers et sur un lieu de travail, à savoir :
a) explorer les besoins de soins avec le participant et fournir une compréhension de ses besoins de soins ;
b) fournir des soins en vue du rétablissement ou de rendre les problèmes cognitifs, médicaux, psychologiques ou sociaux plus facile à gérer, ou du renforcement des compétences en fonction du stage sur un lieu de travail et de l'orientation professionnelle ;
c) orienter le participant vers d'autres prestataires de services et coopérer avec eux afin d'assurer une prise en charge sur mesure du participant en fonction du stage sur un lieu de travail et de son orientation professionnelle ;
3° consulter, coordonner et coopérer avec les partenaires impliqués dans le parcours d'activation, à savoir l'équipe de case management et les prestataires de services.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'accompagnement vers et sur le lieu de travail visé à l'alinéa 1er, 1°, et des soins visés à l'alinéa 1er, 2°.
Art. 11. Het activeringstraject is een tijdelijk traject van minimaal drie maanden en maximaal achttien maanden.
Het activeringstraject is in uitzonderlijke gevallen verlengbaar. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de verlenging van het activeringstraject.
Het activeringstraject is in uitzonderlijke gevallen verlengbaar. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de verlenging van het activeringstraject.
Art. 11. Le parcours d'activation est un parcours temporaire d'une durée minimale de trois mois et maximale de dix-huit mois.
Le parcours d'activation peut être prolongé dans des cas exceptionnels. Le Gouvernement flamand détermine les conditions d'extension du parcours d'activation.
Le parcours d'activation peut être prolongé dans des cas exceptionnels. Le Gouvernement flamand détermine les conditions d'extension du parcours d'activation.
Afdeling 3. - Casemanager Werk en casemanagers Zorg
Section 3. - Case manager Travail et case managers Soins
Art. 12. § 1. De Vlaamse Regering mandateert in het kader van een openbaredienstverplichting per werkingsgebied een samenwerkingsverband Zorg dat bestaat uit drie welzijns- en zorgvoorzieningen die de functie van casemanager Zorg opnemen en de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, uitvoeren.
Een samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende mandaatvoorwaarden:
1° per werkingsgebied is er:
a) een centrum voor algemeen welzijnswerk of een OCMW of een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds;
b) een VAPH-voorziening;
c) een van de volgende voorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg:
1) een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
2) een psychiatrisch ziekenhuis;
3) een revalidatiecentrum;
4) een initiatief van beschut wonen;
2° de welzijns- en zorgvoorzieningen van het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, tonen aan dat ze beschikken over professionele deskundigheid om de zorgbehoeften van de deelnemer in het kader van het activeringstraject te verkennen;
3° het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, toont aan dat het de opdrachten kan opnemen in het volledige werkingsgebied;
4° de welzijns- en zorgvoorzieningen van het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, verzekeren de continuïteit van de uitvoering van de opdrachten van het casemanagementteam ten aanzien van de deelnemer op het vlak van zorg.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder werkingsgebied als vermeld in het eerste lid en het tweede lid, 1°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid, vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.
Een samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende mandaatvoorwaarden:
1° per werkingsgebied is er:
a) een centrum voor algemeen welzijnswerk of een OCMW of een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds;
b) een VAPH-voorziening;
c) een van de volgende voorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg:
1) een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
2) een psychiatrisch ziekenhuis;
3) een revalidatiecentrum;
4) een initiatief van beschut wonen;
2° de welzijns- en zorgvoorzieningen van het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, tonen aan dat ze beschikken over professionele deskundigheid om de zorgbehoeften van de deelnemer in het kader van het activeringstraject te verkennen;
3° het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, toont aan dat het de opdrachten kan opnemen in het volledige werkingsgebied;
4° de welzijns- en zorgvoorzieningen van het gemandateerd samenwerkingsverband Zorg, vermeld in het eerste lid, verzekeren de continuïteit van de uitvoering van de opdrachten van het casemanagementteam ten aanzien van de deelnemer op het vlak van zorg.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder werkingsgebied als vermeld in het eerste lid en het tweede lid, 1°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid, vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.
Art. 12. § 1er. Le Gouvernement flamand mandate, dans le cadre d'une obligation de service public, un partenariat Soins par zone d'action, composé de trois structures d'aide sociale et de soins, qui assument la fonction de case manager Soins et exécutent les missions visées à l'article 14, § 2.
Un partenariat Soins, visé à l'alinéa 1er, répond aux conditions de mandat suivantes :
1° par zone d'action, il y a :
a) un centre d'aide sociale générale ou un CPAS ou un service de travail social de la mutualité ;
b) une structure VAPH ;
c) l'une des structures de soins de santé mentale suivantes :
1) un centre de santé mentale ;
2) un hôpital psychiatrique ;
3) un centre de revalidation ;
4) une initiative d'habitation protégée ;
2° les structures d'aide sociale et de soins du partenariat Soins mandaté visé à l'alinéa 1er démontrent qu'elles disposent de l'expertise professionnelle pour explorer les besoins de soins du participant dans le cadre du parcours d'activation ;
3° le partenariat Soins mandaté, visé à l'alinéa 1er, démontre qu'il peut assumer les missions dans l'ensemble de la zone d'action ;
4° les structures d'aide sociale et de soins du partenariat Soins mandaté, visé à l'alinéa 1er, assurent la continuité de l'exécution des tâches de l'équipe de case management à l'égard du participant dans le domaine des soins.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par la zone d'action visée à l'alinéa 1er et à l'alinéa 2, 1°.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par expertise professionnelle telle que visée à l'alinéa 2, 2°.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions de mandat supplémentaires.
§ 2. Le Gouvernement flamand détermine la procédure de demande, d'approbation et d'octroi du mandat, et en fixe la durée.
Un partenariat Soins, visé à l'alinéa 1er, répond aux conditions de mandat suivantes :
1° par zone d'action, il y a :
a) un centre d'aide sociale générale ou un CPAS ou un service de travail social de la mutualité ;
b) une structure VAPH ;
c) l'une des structures de soins de santé mentale suivantes :
1) un centre de santé mentale ;
2) un hôpital psychiatrique ;
3) un centre de revalidation ;
4) une initiative d'habitation protégée ;
2° les structures d'aide sociale et de soins du partenariat Soins mandaté visé à l'alinéa 1er démontrent qu'elles disposent de l'expertise professionnelle pour explorer les besoins de soins du participant dans le cadre du parcours d'activation ;
3° le partenariat Soins mandaté, visé à l'alinéa 1er, démontre qu'il peut assumer les missions dans l'ensemble de la zone d'action ;
4° les structures d'aide sociale et de soins du partenariat Soins mandaté, visé à l'alinéa 1er, assurent la continuité de l'exécution des tâches de l'équipe de case management à l'égard du participant dans le domaine des soins.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par la zone d'action visée à l'alinéa 1er et à l'alinéa 2, 1°.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par expertise professionnelle telle que visée à l'alinéa 2, 2°.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions de mandat supplémentaires.
§ 2. Le Gouvernement flamand détermine la procédure de demande, d'approbation et d'octroi du mandat, et en fixe la durée.
Art. 13. § 1. De VDAB bekleedt de functie van casemanager Werk.
§ 2. De VDAB kan om de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, uit te voeren een beroep doen op een of meer werkactoren die de Vlaamse Regering daarvoor mandateert.
De werkactor die als casemanager Werk wordt gemandateerd, voldoet aan de volgende mandaatvoorwaarden:
1° de werkactor beschikt over een mandaat van kosteloze arbeidsbemiddeling als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
2° de werkactor toont aan dat hij beschikt over professionele deskundigheid om de competenties, de beperkingen en het groeipotentieel van de deelnemer in het kader van een activeringstraject uit te diepen en te verkennen met het oog op een realistische joboriëntatie en de verdere ontwikkeling van de loopbaan van de deelnemer;
3° de werkactor toont aan dat hij de opdrachten in het volledige werkingsgebied kan opnemen;
4° de werkactor verzekert de continuïteit van de uitvoering van de opdrachten in het casemanagementteam ten aanzien van de deelnemer op het vlak van werk;
5° de werkactor is niet gemandateerd als casemanager Zorg in hetzelfde werkingsgebied.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder een werkingsgebied als vermeld in het tweede lid, 3°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid als vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.
§ 2. De VDAB kan om de opdrachten, vermeld in artikel 14, § 2, uit te voeren een beroep doen op een of meer werkactoren die de Vlaamse Regering daarvoor mandateert.
De werkactor die als casemanager Werk wordt gemandateerd, voldoet aan de volgende mandaatvoorwaarden:
1° de werkactor beschikt over een mandaat van kosteloze arbeidsbemiddeling als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
2° de werkactor toont aan dat hij beschikt over professionele deskundigheid om de competenties, de beperkingen en het groeipotentieel van de deelnemer in het kader van een activeringstraject uit te diepen en te verkennen met het oog op een realistische joboriëntatie en de verdere ontwikkeling van de loopbaan van de deelnemer;
3° de werkactor toont aan dat hij de opdrachten in het volledige werkingsgebied kan opnemen;
4° de werkactor verzekert de continuïteit van de uitvoering van de opdrachten in het casemanagementteam ten aanzien van de deelnemer op het vlak van werk;
5° de werkactor is niet gemandateerd als casemanager Zorg in hetzelfde werkingsgebied.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder een werkingsgebied als vermeld in het tweede lid, 3°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid als vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.
Art. 13. § 1er. Le VDAB occupe la fonction de case manager Travail.
§ 2. Le VDAB peut faire appel à un ou plusieurs acteurs de travail mandatés par le Gouvernement flamand pour exécuter les missions visées à l'article 14, § 2.
L'acteur de travail mandaté comme case manager Travail répond aux conditions de mandat suivantes :
1° l'acteur de travail dispose d'un mandat de services de placement gratuits tels que visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
2° l'acteur de travail démontre qu'il possède l'expertise professionnelle pour approfondir et explorer les compétences, les limites et le potentiel de croissance du participant dans le cadre d'un parcours d'activation en vue d'une orientation professionnelle réaliste et du développement ultérieur de la carrière du participant ;
3° l'acteur de travail démontre qu'il peut assumer les missions dans l'ensemble de la zone d'action ;
4° l'acteur de travail assure la continuité de l'exécution des missions de l'équipe de case management à l'égard du participant dans le domaine du travail ;
5° l'acteur de travail n'est pas mandaté comme case manager Soins dans la même zone d'action.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par zone d'action telle que visée à l'alinéa 2, 3°.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par expertise professionnelle telle que visée à l'alinéa 2, 2°.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions de mandat supplémentaires.
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine la procédure de demande, d'approbation et d'octroi du mandat, et en fixe la durée.
§ 2. Le VDAB peut faire appel à un ou plusieurs acteurs de travail mandatés par le Gouvernement flamand pour exécuter les missions visées à l'article 14, § 2.
L'acteur de travail mandaté comme case manager Travail répond aux conditions de mandat suivantes :
1° l'acteur de travail dispose d'un mandat de services de placement gratuits tels que visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
2° l'acteur de travail démontre qu'il possède l'expertise professionnelle pour approfondir et explorer les compétences, les limites et le potentiel de croissance du participant dans le cadre d'un parcours d'activation en vue d'une orientation professionnelle réaliste et du développement ultérieur de la carrière du participant ;
3° l'acteur de travail démontre qu'il peut assumer les missions dans l'ensemble de la zone d'action ;
4° l'acteur de travail assure la continuité de l'exécution des missions de l'équipe de case management à l'égard du participant dans le domaine du travail ;
5° l'acteur de travail n'est pas mandaté comme case manager Soins dans la même zone d'action.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par zone d'action telle que visée à l'alinéa 2, 3°.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par expertise professionnelle telle que visée à l'alinéa 2, 2°.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions de mandat supplémentaires.
§ 3. Le Gouvernement flamand détermine la procédure de demande, d'approbation et d'octroi du mandat, et en fixe la durée.
Art. 14. § 1. De casemanager Werk en de casemanagers Zorg vormen samen het casemanagementteam per werkingsgebied. De leden van het casemanagementteam werken vanuit hun eigen expertise nauw samen.
§ 2. Het casemanagementteam heeft minstens de volgende opdrachten:
1° bij de start van het activeringstraject, de casemanager Werk en de casemanager Zorg van de deelnemer tijdens het activeringstraject toewijzen;
2° informatie verstrekken aan de deelnemer over het te doorlopen activeringstraject, minimaal over de volgende aspecten:
a) het beoogde einddoel;
b) de looptijd;
c) arbeidsgerichte informatie over beroepen, sectoren, werkondersteuning en competentieversterking;
d) de mogelijkheden van zorg;
e) de samenwerking in het casemanagementteam;
f) de verwerking van de gegevens van de deelnemer;
3° oog hebben voor de rechten en plichten die verbonden zijn aan het statuut van de deelnemer en de deelnemer in voorkomend geval doorverwijzen om een recht op financiële of andere tegemoetkomingen te onderzoeken;
4° de competenties, de drempels en het groeipotentieel van de deelnemer verkennen en uitdiepen met het oog op een realistische joboriëntatie en de zorgbehoeften van de deelnemer verkennen en uitdiepen met het oog op een realistisch zicht op de eigen zorgproblematieken;
5° een geïntegreerd trajectplan als vermeld in artikel 15 samen met de deelnemer opstellen en dat plan met acties op het vlak van zorg en op het vlak van begeleiding op en naar een werkvloer als vermeld in artikel 11, bezorgen aan de netwerkcoördinator;
6° het geïntegreerde trajectplan, vermeld in punt 5°, registreren in het persoonlijk bestand van de deelnemer op het elektronisch platform;
7° het geïntegreerde trajectplan, vermeld in punt 5°, opvolgen, met mogelijke bijsturing in overleg met de deelnemer;
8° een gemotiveerd eindadvies aan de VDAB opstellen over het toekomstperspectief van de deelnemer op het vlak van betaalde beroepsarbeid. Dat eindadvies wordt geregistreerd in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform;
9° het gemotiveerde eindadvies, vermeld in punt 8°, samen met de deelnemer bespreken en mogelijke vervolgstappen na het activeringstraject aanreiken.
De Vlaamse Regering kan de minimale opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader bepalen en bijkomende opdrachten vastleggen.
§ 2. Het casemanagementteam heeft minstens de volgende opdrachten:
1° bij de start van het activeringstraject, de casemanager Werk en de casemanager Zorg van de deelnemer tijdens het activeringstraject toewijzen;
2° informatie verstrekken aan de deelnemer over het te doorlopen activeringstraject, minimaal over de volgende aspecten:
a) het beoogde einddoel;
b) de looptijd;
c) arbeidsgerichte informatie over beroepen, sectoren, werkondersteuning en competentieversterking;
d) de mogelijkheden van zorg;
e) de samenwerking in het casemanagementteam;
f) de verwerking van de gegevens van de deelnemer;
3° oog hebben voor de rechten en plichten die verbonden zijn aan het statuut van de deelnemer en de deelnemer in voorkomend geval doorverwijzen om een recht op financiële of andere tegemoetkomingen te onderzoeken;
4° de competenties, de drempels en het groeipotentieel van de deelnemer verkennen en uitdiepen met het oog op een realistische joboriëntatie en de zorgbehoeften van de deelnemer verkennen en uitdiepen met het oog op een realistisch zicht op de eigen zorgproblematieken;
5° een geïntegreerd trajectplan als vermeld in artikel 15 samen met de deelnemer opstellen en dat plan met acties op het vlak van zorg en op het vlak van begeleiding op en naar een werkvloer als vermeld in artikel 11, bezorgen aan de netwerkcoördinator;
6° het geïntegreerde trajectplan, vermeld in punt 5°, registreren in het persoonlijk bestand van de deelnemer op het elektronisch platform;
7° het geïntegreerde trajectplan, vermeld in punt 5°, opvolgen, met mogelijke bijsturing in overleg met de deelnemer;
8° een gemotiveerd eindadvies aan de VDAB opstellen over het toekomstperspectief van de deelnemer op het vlak van betaalde beroepsarbeid. Dat eindadvies wordt geregistreerd in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform;
9° het gemotiveerde eindadvies, vermeld in punt 8°, samen met de deelnemer bespreken en mogelijke vervolgstappen na het activeringstraject aanreiken.
De Vlaamse Regering kan de minimale opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader bepalen en bijkomende opdrachten vastleggen.
Art. 14. § 1er. Le case manager Travail et les case managers Soins forment ensemble l'équipe de case management par zone d'action. Les membres de l'équipe de case management travaillent en étroite collaboration sur la base de leur propre expertise.
§ 2. L'équipe de case management a au moins les tâches suivantes :
1° au début du parcours d'activation, attribuer le case manager Travail et le case manager Soins du participant pendant le parcours d'activation ;
2° fournir des informations au participant sur le parcours d'activation à suivre, au moins sur les aspects suivants :
a) l'objectif final visé ;
b) la durée ;
c) des informations axées sur l'emploi concernant les professions, les secteurs, l'aide à l'emploi et le renforcement des compétences ;
d) les possibilités de soins ;
e) la coopération au sein de l'équipe de case management ;
f) le traitement des données du participant ;
3° connaître les droits et obligations attachés au statut de participant et, le cas échéant, orienter le participant afin d'examiner le droit à des interventions financières ou autres ;
4° explorer et approfondir les compétences, les seuils et le potentiel de croissance du participant en vue d'une orientation professionnelle réaliste et explorer et approfondir les besoins de soins du participant en vue d'une vision réaliste de ses propres problématiques de soins ;
5° établir avec le participant un plan de parcours intégré tel que visé à l'article 15 et le soumettre au coordinateur du réseau avec des actions dans le domaine des soins et dans le domaine de l'accompagnement sur et vers un lieu de travail tel que visé à l'article 11 ;
6° enregistrer le plan de parcours intégré visé au point 5° dans le fichier personnel du participant sur la plateforme électronique ;
7° suivre le plan de parcours intégré visé au point 5°, avec d'éventuelles adaptations en concertation avec le participant ;
8° rédiger un avis final motivé à l'intention du VDAB sur les perspectives d'avenir du participant en termes d'activité professionnelle rémunérée. Cet avis final est enregistré dans le fichier personnel du participant sur la plateforme électronique ;
9° discuter avec le participant de l'avis final motivé, mentionné au point 8°, et suggérer des étapes de suivi possibles après le parcours d'activation.
Le Gouvernement flamand peut définir plus précisément les missions minimales visées à l'alinéa 1er et fixer des missions supplémentaires.
§ 2. L'équipe de case management a au moins les tâches suivantes :
1° au début du parcours d'activation, attribuer le case manager Travail et le case manager Soins du participant pendant le parcours d'activation ;
2° fournir des informations au participant sur le parcours d'activation à suivre, au moins sur les aspects suivants :
a) l'objectif final visé ;
b) la durée ;
c) des informations axées sur l'emploi concernant les professions, les secteurs, l'aide à l'emploi et le renforcement des compétences ;
d) les possibilités de soins ;
e) la coopération au sein de l'équipe de case management ;
f) le traitement des données du participant ;
3° connaître les droits et obligations attachés au statut de participant et, le cas échéant, orienter le participant afin d'examiner le droit à des interventions financières ou autres ;
4° explorer et approfondir les compétences, les seuils et le potentiel de croissance du participant en vue d'une orientation professionnelle réaliste et explorer et approfondir les besoins de soins du participant en vue d'une vision réaliste de ses propres problématiques de soins ;
5° établir avec le participant un plan de parcours intégré tel que visé à l'article 15 et le soumettre au coordinateur du réseau avec des actions dans le domaine des soins et dans le domaine de l'accompagnement sur et vers un lieu de travail tel que visé à l'article 11 ;
6° enregistrer le plan de parcours intégré visé au point 5° dans le fichier personnel du participant sur la plateforme électronique ;
7° suivre le plan de parcours intégré visé au point 5°, avec d'éventuelles adaptations en concertation avec le participant ;
8° rédiger un avis final motivé à l'intention du VDAB sur les perspectives d'avenir du participant en termes d'activité professionnelle rémunérée. Cet avis final est enregistré dans le fichier personnel du participant sur la plateforme électronique ;
9° discuter avec le participant de l'avis final motivé, mentionné au point 8°, et suggérer des étapes de suivi possibles après le parcours d'activation.
Le Gouvernement flamand peut définir plus précisément les missions minimales visées à l'alinéa 1er et fixer des missions supplémentaires.
Art. 15. Het casemanagementteam stelt een geïntegreerd trajectplan op dat wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Het geïntegreerde trajectplan omvat minimaal al de volgende informatie:
1° de identiteitsgegevens van de deelnemer en van het casemanagementteam;
2° de aanvangsdatum van het activeringstraject en de vermoedelijke duur ervan;
3° de omschrijving, inhoud en doelstelling van het activeringstraject;
4° de afgesproken acties in het activeringstraject en de betrokken dienstverleners;
5° de rechten en plichten van de partijen;
6° de periodiciteit van de evaluaties.
1° de identiteitsgegevens van de deelnemer en van het casemanagementteam;
2° de aanvangsdatum van het activeringstraject en de vermoedelijke duur ervan;
3° de omschrijving, inhoud en doelstelling van het activeringstraject;
4° de afgesproken acties in het activeringstraject en de betrokken dienstverleners;
5° de rechten en plichten van de partijen;
6° de periodiciteit van de evaluaties.
Art. 15. L'équipe de gestion du dossier élabore un plan de parcours intégré qui fait l'objet d'un accord écrit. Le plan de parcours intégré comprend au moins toutes les informations suivantes :
1° les données d'identité du participant et de l'équipe de case management ;
2° la date de début du parcours d'activation et sa durée probable ;
3° la description, le contenu et l'objectif du parcours d'activation ;
4° les actions convenues dans le parcours d'activation et les prestataires de services impliqués ;
5° les droits et obligations des parties ;
6° la périodicité des évaluations.
1° les données d'identité du participant et de l'équipe de case management ;
2° la date de début du parcours d'activation et sa durée probable ;
3° la description, le contenu et l'objectif du parcours d'activation ;
4° les actions convenues dans le parcours d'activation et les prestataires de services impliqués ;
5° les droits et obligations des parties ;
6° la périodicité des évaluations.
Art. 16. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet verkrijgen de casemanager Werk en de gemandateerde samenwerkingsverbanden Zorg, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, voor de uitvoering van de opdrachten als lid van het casemanagementteam elk een compensatievergoeding.
De Vlaamse Regering bepaalt het maximale bedrag en de modaliteiten van de compensatievergoeding.
De Vlaamse Regering bepaalt het maximale bedrag en de modaliteiten van de compensatievergoeding.
Art. 16. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement, le case manager Travail et les partenariats Soins mandatés, visés à l'article 12, § 1er, alinéa 1er, reçoivent chacun une indemnité de compensation pour l'exécution des tâches en tant que membre de l'équipe de case management.
Le Gouvernement flamand détermine le montant maximal et les modalités de l'indemnité de compensation.
Le Gouvernement flamand détermine le montant maximal et les modalités de l'indemnité de compensation.
Afdeling 4. - Netwerkcoördinator en netwerk van dienstverleners
Section 4. - Coordinateur du réseau et réseau de prestataires de services
Art. 17. § 1. De Vlaamse Regering mandateert in het kader van de openbaredienstverplichting netwerkcoördinatoren om de opdrachten, vermeld in artikel 18, uit te voeren.
De netwerkcoördinator voldoet aan al de volgende mandaatvoorwaarden:
1° hij vertegenwoordigt een netwerk van dienstverleners dat minimaal is samengesteld uit:
a) een of meer centra voor algemeen welzijnswerk;
b) een of meer werkactoren, die gemandateerd zijn conform het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
c) een of meer maatwerkbedrijven als vermeld in artikel 4 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
d) een of meer van de volgende welzijns- en zorgvoorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg:
1) een psychiatrisch ziekenhuis;
2) een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
3) een initiatief van beschut wonen;
4) een revalidatiecentrum;
e) een of meer VAPH-voorzieningen;
f) een of meer OCMW's;
2° hij toont aan dat het netwerk van dienstverleners, vermeld in punt 1°, de uitvoering van de activeringstrajecten kan verzekeren in het volledige werkingsgebied;
3° hij toont aan dat:
a) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, die acties ondernemen in het kader van de begeleiding naar en op een werkvloer over een mandaat kosteloze arbeidsbemiddeling, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, beschikken;
b) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, a) tot en met f), beschikken over professionele deskundigheid op het vlak van de activeringstrajecten;
c) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, a) tot en met f), bereid zijn tot gegevensdeling als vermeld in artikel 23.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder het werkingsgebied, vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid als vermeld in het tweede lid, 3°, b), wordt verstaan.
De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.
De netwerkcoördinator voldoet aan al de volgende mandaatvoorwaarden:
1° hij vertegenwoordigt een netwerk van dienstverleners dat minimaal is samengesteld uit:
a) een of meer centra voor algemeen welzijnswerk;
b) een of meer werkactoren, die gemandateerd zijn conform het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
c) een of meer maatwerkbedrijven als vermeld in artikel 4 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
d) een of meer van de volgende welzijns- en zorgvoorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg:
1) een psychiatrisch ziekenhuis;
2) een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
3) een initiatief van beschut wonen;
4) een revalidatiecentrum;
e) een of meer VAPH-voorzieningen;
f) een of meer OCMW's;
2° hij toont aan dat het netwerk van dienstverleners, vermeld in punt 1°, de uitvoering van de activeringstrajecten kan verzekeren in het volledige werkingsgebied;
3° hij toont aan dat:
a) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, die acties ondernemen in het kader van de begeleiding naar en op een werkvloer over een mandaat kosteloze arbeidsbemiddeling, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, beschikken;
b) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, a) tot en met f), beschikken over professionele deskundigheid op het vlak van de activeringstrajecten;
c) de dienstverleners, vermeld in punt 1°, a) tot en met f), bereid zijn tot gegevensdeling als vermeld in artikel 23.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder het werkingsgebied, vermeld in het tweede lid, 2°, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder professionele deskundigheid als vermeld in het tweede lid, 3°, b), wordt verstaan.
De Vlaamse Regering kan aanvullende mandaatvoorwaarden bepalen.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van het mandaat en bepaalt de duur ervan.
Art. 17. § 1er. Dans le cadre de l'obligation de service public, le Gouvernement flamand mandate des coordinateurs du réseau pour exécuter les missions, visées à l'article 18.
Le coordinateur du réseau remplit toutes les conditions de mandat suivantes :
1° il représente un réseau de prestataires de services qui est au moins composé de :
a) un ou plusieurs centres d'aide sociale générale ;
b) un ou plusieurs acteurs de travail, qui sont mandatés conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
c) une ou plusieurs entreprises de travail adapté, visées à l'article 4 du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective ;
d) une ou plusieurs des structures d'aide sociale et de soins de santé mentale suivantes :
1) un hôpital psychiatrique ;
2) un centre de santé mentale ;
3) une initiative d'habitation protégée ;
4) un centre de revalidation ;
e) une ou plusieurs structures VAPH ;
f) un ou plusieurs CPAS ;
2° il démontre que le réseau de prestataires de services visé au point 1° est en mesure d'assurer la mise en oeuvre des parcours d'activation dans l'ensemble de la zone d'action ;
3° il démontre que :
a) les prestataires de services, visés au point 1°, qui entreprennent des actions dans le cadre de l'accompagnement vers et sur un lieu de travail, disposent d'un mandat de services de placement gratuits tels que visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
b) les prestataires de services visés au point 1°, a) à f) disposent d'une expertise professionnelle dans le domaine des parcours d'activation ;
c) les prestataires de services visés au point 1°, a) à f) sont disposés à partager les données visées à l'article 23.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par la zone d'action visée à l'alinéa 2, 2°.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par expertise professionnelle telle que visée à l'alinéa 2, 3°, b).
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions de mandat supplémentaires.
§ 2. Le Gouvernement flamand détermine la procédure de demande, d'approbation et d'octroi du mandat, et en fixe la durée.
Le coordinateur du réseau remplit toutes les conditions de mandat suivantes :
1° il représente un réseau de prestataires de services qui est au moins composé de :
a) un ou plusieurs centres d'aide sociale générale ;
b) un ou plusieurs acteurs de travail, qui sont mandatés conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
c) une ou plusieurs entreprises de travail adapté, visées à l'article 4 du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective ;
d) une ou plusieurs des structures d'aide sociale et de soins de santé mentale suivantes :
1) un hôpital psychiatrique ;
2) un centre de santé mentale ;
3) une initiative d'habitation protégée ;
4) un centre de revalidation ;
e) une ou plusieurs structures VAPH ;
f) un ou plusieurs CPAS ;
2° il démontre que le réseau de prestataires de services visé au point 1° est en mesure d'assurer la mise en oeuvre des parcours d'activation dans l'ensemble de la zone d'action ;
3° il démontre que :
a) les prestataires de services, visés au point 1°, qui entreprennent des actions dans le cadre de l'accompagnement vers et sur un lieu de travail, disposent d'un mandat de services de placement gratuits tels que visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
b) les prestataires de services visés au point 1°, a) à f) disposent d'une expertise professionnelle dans le domaine des parcours d'activation ;
c) les prestataires de services visés au point 1°, a) à f) sont disposés à partager les données visées à l'article 23.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par la zone d'action visée à l'alinéa 2, 2°.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par expertise professionnelle telle que visée à l'alinéa 2, 3°, b).
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions de mandat supplémentaires.
§ 2. Le Gouvernement flamand détermine la procédure de demande, d'approbation et d'octroi du mandat, et en fixe la durée.
Art. 18. De netwerkcoördinator heeft in het kader van de openbaredienstverplichting minimaal de volgende opdrachten:
1° hij stemt bij de ontvangst van en tijdens het activeringstraject af met het casemanagementteam over de uitvoering van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15;
2° hij voorziet in een vlotte uitvoering van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15, en doet daarvoor een beroep op het netwerk van dienstverleners;
3° hij voorziet in de monitoring van de uitvoering van de geïntegreerde trajectplannen, vermeld in artikel 15, op het niveau van het werkingsgebied door een beroep te doen op en af te stemmen met de verschillende dienstverleners van het netwerk;
4° hij houdt toezicht op de aanwending van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20, voor de dienstverleners die bij het activeringstraject betrokken zijn;
5° hij is belast met de uitbetaling van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20, aan de dienstverleners van het netwerk dat hij vertegenwoordigt, vermeld in artikel 17;
6° hij ziet erop toe dat de compensatievergoeding gemonitord wordt over alle activeringstrajecten heen in het werkingsgebied.
De Vlaamse Regering kan de minimale opdrachten van de netwerkcoördinator nader bepalen en uitbreiden.
1° hij stemt bij de ontvangst van en tijdens het activeringstraject af met het casemanagementteam over de uitvoering van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15;
2° hij voorziet in een vlotte uitvoering van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15, en doet daarvoor een beroep op het netwerk van dienstverleners;
3° hij voorziet in de monitoring van de uitvoering van de geïntegreerde trajectplannen, vermeld in artikel 15, op het niveau van het werkingsgebied door een beroep te doen op en af te stemmen met de verschillende dienstverleners van het netwerk;
4° hij houdt toezicht op de aanwending van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20, voor de dienstverleners die bij het activeringstraject betrokken zijn;
5° hij is belast met de uitbetaling van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20, aan de dienstverleners van het netwerk dat hij vertegenwoordigt, vermeld in artikel 17;
6° hij ziet erop toe dat de compensatievergoeding gemonitord wordt over alle activeringstrajecten heen in het werkingsgebied.
De Vlaamse Regering kan de minimale opdrachten van de netwerkcoördinator nader bepalen en uitbreiden.
Art. 18. Le coordinateur de réseau a au moins les tâches suivantes dans le cadre de l'obligation de service public :
1° à la réception et pendant le parcours d'activation, il consulte l'équipe de case management sur l'exécution du plan de parcours intégré visé à l'article 15 ;
2° il veille à la bonne exécution du plan de parcours intégré visé à l'article 15 et fait appel à cette fin au réseau des prestataires de services ;
3° il suit la mise en oeuvre des plans de parcours intégrés visés à l'article 15 au niveau de la zone d'action en faisant appel et en se coordonnant avec les différents prestataires du réseau ;
4° il supervise l'utilisation de l'indemnité de compensation visée à l'article 20 pour les prestataires de services impliqués dans le parcours d'activation ;
5° il est responsable du paiement de l'indemnité de compensation visée à l'article 20 aux prestataires de services du réseau qu'il représente, tels que visés à l'article 17 ;
6° il veille à ce que le paiement de l'indemnité de compensation soit suivi sur l'ensemble des parcours d'activation dans la zone d'action.
Le Gouvernement flamand peut préciser et étendre les tâches minimales du coordinateur du réseau.
1° à la réception et pendant le parcours d'activation, il consulte l'équipe de case management sur l'exécution du plan de parcours intégré visé à l'article 15 ;
2° il veille à la bonne exécution du plan de parcours intégré visé à l'article 15 et fait appel à cette fin au réseau des prestataires de services ;
3° il suit la mise en oeuvre des plans de parcours intégrés visés à l'article 15 au niveau de la zone d'action en faisant appel et en se coordonnant avec les différents prestataires du réseau ;
4° il supervise l'utilisation de l'indemnité de compensation visée à l'article 20 pour les prestataires de services impliqués dans le parcours d'activation ;
5° il est responsable du paiement de l'indemnité de compensation visée à l'article 20 aux prestataires de services du réseau qu'il représente, tels que visés à l'article 17 ;
6° il veille à ce que le paiement de l'indemnité de compensation soit suivi sur l'ensemble des parcours d'activation dans la zone d'action.
Le Gouvernement flamand peut préciser et étendre les tâches minimales du coordinateur du réseau.
Art. 19. De mandaatbeslissing, vermeld in artikel 17, vermeldt minimaal al de volgende informatie:
1° de identiteitsgegevens van de netwerkcoördinator en van de dienstverleners die tot het netwerk behoren;
2° de verbintenissen van de partijen, waaronder:
a) de omschrijving van de opdrachten in de activeringstrajecten;
b) de toekenning van een compensatievergoeding als vermeld in artikel 20, met opgave van de voorwaarden en de doeleinden waarvoor de vergoeding wordt toegekend;
c) de verantwoordelijkheden en de engagementen van de partijen;
3° de parameters om de compensatievergoeding te berekenen en een regeling voor overcompensatie;
4° de duur van de toewijzing, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen.
1° de identiteitsgegevens van de netwerkcoördinator en van de dienstverleners die tot het netwerk behoren;
2° de verbintenissen van de partijen, waaronder:
a) de omschrijving van de opdrachten in de activeringstrajecten;
b) de toekenning van een compensatievergoeding als vermeld in artikel 20, met opgave van de voorwaarden en de doeleinden waarvoor de vergoeding wordt toegekend;
c) de verantwoordelijkheden en de engagementen van de partijen;
3° de parameters om de compensatievergoeding te berekenen en een regeling voor overcompensatie;
4° de duur van de toewijzing, die niet meer dan vijf jaar mag bedragen.
Art. 19. La décision de mandat visée à l'article 17 contient au moins toutes les informations suivantes :
1° les données d'identité du coordinateur du réseau et des prestataires de services faisant partie du réseau ;
2° les engagements des parties, notamment :
a) la description des missions dans les parcours d'activation ;
b) l'octroi d'une indemnité de compensation visée à l'article 20, en précisant les conditions et les objectifs pour lesquels l'indemnité est accordée ;
c) les responsabilités et engagements des parties ;
3° les paramètres de calcul de l'indemnité de compensation et un régime de surcompensation ;
4° la durée de l'attribution, qui ne peut excéder cinq ans.
1° les données d'identité du coordinateur du réseau et des prestataires de services faisant partie du réseau ;
2° les engagements des parties, notamment :
a) la description des missions dans les parcours d'activation ;
b) l'octroi d'une indemnité de compensation visée à l'article 20, en précisant les conditions et les objectifs pour lesquels l'indemnité est accordée ;
c) les responsabilités et engagements des parties ;
3° les paramètres de calcul de l'indemnité de compensation et un régime de surcompensation ;
4° la durée de l'attribution, qui ne peut excéder cinq ans.
Art. 20. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet verkrijgt de netwerkcoördinator voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 18, een compensatievergoeding.
De Vlaamse Regering bepaalt het maximale bedrag van de compensatie op basis van de volgende parameters:
1° de compensatie is niet hoger dan nodig om de kosten van de uitvoering van de openbaredienstverplichting, vermeld in artikel 18, volledig of gedeeltelijk te dekken, rekening houdend met de opbrengsten;
2° de maximale compensatie wordt vastgesteld op basis van de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming zou hebben gemaakt.
De Vlaamse Regering vermijdt bij het bepalen van het bedrag van de compensatie, vermeld in het tweede lid, dat de compensatie een economisch voordeel bevat waardoor de gecompenseerde ondernemingen ten opzichte van concurrerende ondernemingen kunnen worden bevoordeeld.
De Vlaamse Regering bepaalt het maximale bedrag van de compensatie op basis van de volgende parameters:
1° de compensatie is niet hoger dan nodig om de kosten van de uitvoering van de openbaredienstverplichting, vermeld in artikel 18, volledig of gedeeltelijk te dekken, rekening houdend met de opbrengsten;
2° de maximale compensatie wordt vastgesteld op basis van de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming zou hebben gemaakt.
De Vlaamse Regering vermijdt bij het bepalen van het bedrag van de compensatie, vermeld in het tweede lid, dat de compensatie een economisch voordeel bevat waardoor de gecompenseerde ondernemingen ten opzichte van concurrerende ondernemingen kunnen worden bevoordeeld.
Art. 20. Dans les limites du crédit budgétaire approuvé annuellement, le coordinateur de réseau reçoit une indemnité de compensation pour l'exécution des tâches visées à l'article 18.
Le Gouvernement flamand détermine le montant maximal de la compensation sur la base des paramètres suivants :
1° la compensation ne dépasse pas ce qui est nécessaire pour couvrir tout ou partie des coûts occasionnés par l'exécution de l'obligation de service public visée à l'article 18, en tenant compte des recettes y relatives ;
2° la compensation maximale est déterminée sur la base des coûts qu'aurait supportés une entreprise moyenne bien gérée.
Lors de la détermination du montant de la compensation visée à l'alinéa 2, le Gouvernement flamand évite que la compensation ne contienne un avantage économique susceptible de favoriser les entreprises indemnisées par rapport aux entreprises concurrentes.
Le Gouvernement flamand détermine le montant maximal de la compensation sur la base des paramètres suivants :
1° la compensation ne dépasse pas ce qui est nécessaire pour couvrir tout ou partie des coûts occasionnés par l'exécution de l'obligation de service public visée à l'article 18, en tenant compte des recettes y relatives ;
2° la compensation maximale est déterminée sur la base des coûts qu'aurait supportés une entreprise moyenne bien gérée.
Lors de la détermination du montant de la compensation visée à l'alinéa 2, le Gouvernement flamand évite que la compensation ne contienne un avantage économique susceptible de favoriser les entreprises indemnisées par rapport aux entreprises concurrentes.
Art. 21. Andere tegemoetkomingen dan de tegemoetkomingen die verkregen worden met toepassing van dit decreet bij de uitvoering van de acties van het geïntegreerde trajectplan, vermeld in artikel 15, worden in mindering gebracht van de compensatievergoeding, vermeld in artikel 20.
De Vlaamse Regering kan de vormen van tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
De Vlaamse Regering kan de vormen van tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.
Art. 21. Les indemnités autres que celles obtenues en application du présent décret lors de la réalisation des actions du plan de parcours intégré visé à l'article 15 sont déduites de l'indemnité de compensation visée à l'article 20.
Le Gouvernement flamand peut fixer les formes d'intervention visées à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement flamand peut fixer les formes d'intervention visées à l'alinéa 1er.
Afdeling 5. - Evaluatie en eindadvies
Section 5. - Evaluation et avis final
Art. 22. Het casemanagementteam voert op het einde van het activeringstraject een evaluatie uit en registreert het eindverslag en het gemotiveerde eindadvies in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform.
Het eindverslag bevat minimaal al de volgende elementen:
1° de beschrijving van de acties tijdens het traject;
2° de resultaten van de acties tijdens het traject;
3° de informatie van het casemanagementteam;
4° de informatie van de betrokken dienstverleners;
5° een neerslag van het gesprek tussen de deelnemer en het casemanagementteam.
Het eindverslag bevat minimaal al de volgende elementen:
1° de beschrijving van de acties tijdens het traject;
2° de resultaten van de acties tijdens het traject;
3° de informatie van het casemanagementteam;
4° de informatie van de betrokken dienstverleners;
5° een neerslag van het gesprek tussen de deelnemer en het casemanagementteam.
Art. 22. L'équipe de case management effectue une évaluation à la fin du parcours d'activation et enregistre le rapport final et l'avis final motivé dans le fichier personnel du participant sur la plateforme électronique.
Le rapport final comporte au moins les éléments suivants :
1° la description des actions pendant le parcours ;
2° les résultats des actions menées au cours du parcours ;
3° les informations provenant de l'équipe de case management ;
4° les informations provenant des prestataires de services impliqués ;
5° un compte rendu de l'entretien entre le participant et l'équipe de case management.
Le rapport final comporte au moins les éléments suivants :
1° la description des actions pendant le parcours ;
2° les résultats des actions menées au cours du parcours ;
3° les informations provenant de l'équipe de case management ;
4° les informations provenant des prestataires de services impliqués ;
5° un compte rendu de l'entretien entre le participant et l'équipe de case management.
Afdeling 6. - Registratie en gegevensdeling
Section 6. - Enregistrement et partage de données
Art. 23. Het casemanagementteam en de dienstverleners registreren de acties die ze ondernemen in het kader van het activeringstraject, in het persoonlijke bestand van de deelnemer op het elektronische platform.
Art. 23. L'équipe de case management et les prestataires de services enregistrent les actions qu'ils entreprennent dans le cadre du parcours d'activation dans le fichier personnel du participant sur la plateforme électronique.
Art. 24. De VDAB verwerkt de persoonsgegevens van de kandidaat-deelnemer en van de deelnemer aan een activeringstraject om de beslissing tot deelname en de voortgang tijdens een activeringstraject op te volgen. De volgende gegevens worden verwerkt:
1° de identificatiegegevens;
2° het studie- en het beroepsverleden;
3° de beroepskwalificaties, de ervaring en de verworven competenties;
4° het noodzakelijke diagnostische materiaal van de kandidaat-deelnemer aan een activeringstraject dat voorhanden is, met het oog op een mogelijke deelname aan een activeringstraject;
5° de elementen om de afstand tot de arbeidsmarkt, de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt en de randvoorwaarden die een belemmering zijn bij de zoektocht naar werk in te schatten;
6° de noodzakelijke informatie met het oog op arbeidsbemiddeling, de begeleiding en de opleiding voor een inschakeling op de arbeidsmarkt na een activeringstraject.
De VDAB treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, en wisselt persoonsgegevens uit met de casemanagers en de dienstverleners die betrokken zijn bij het activeringstraject. Voor de voormelde gegevensuitwisseling gebruiken de VDAB, de casemanagers en de dienstverleners de volgende identificatiemiddelen:
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.
1° de identificatiegegevens;
2° het studie- en het beroepsverleden;
3° de beroepskwalificaties, de ervaring en de verworven competenties;
4° het noodzakelijke diagnostische materiaal van de kandidaat-deelnemer aan een activeringstraject dat voorhanden is, met het oog op een mogelijke deelname aan een activeringstraject;
5° de elementen om de afstand tot de arbeidsmarkt, de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt en de randvoorwaarden die een belemmering zijn bij de zoektocht naar werk in te schatten;
6° de noodzakelijke informatie met het oog op arbeidsbemiddeling, de begeleiding en de opleiding voor een inschakeling op de arbeidsmarkt na een activeringstraject.
De VDAB treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, en wisselt persoonsgegevens uit met de casemanagers en de dienstverleners die betrokken zijn bij het activeringstraject. Voor de voormelde gegevensuitwisseling gebruiken de VDAB, de casemanagers en de dienstverleners de volgende identificatiemiddelen:
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.
Art. 24. Le VDAB traite les données à caractère personnel du candidat participant et du participant à un parcours d'activation afin de suivre la décision de participation et le déroulement d'un parcours d'activation. Les données suivantes sont traitées :
1° les données d'identification ;
2° les études poursuivies et les antécédents professionnels ;
3° les qualifications professionnelles, l'expérience et les compétences acquises ;
4° le matériel de diagnostic nécessaire du candidat participant à un parcours d'activation qui est disponible, en vue d'une éventuelle participation à un parcours d'activation ;
5° les éléments permettant d'estimer la distance par rapport au marché du travail, la disponibilité pour le marché du travail et les conditions préalables qui entravent la recherche d'un emploi ;
6° les informations nécessaires en vue du placement, de l'accompagnement et de la formation pour une intégration sur le marché du travail après un parcours d'activation.
Le VDAB agit en tant que responsable du traitement des données au sens de l'article 4, 7) du règlement général sur la protection des données, et échange des données à caractère personnel avec les case managers et les prestataires de services impliqués dans le parcours d'activation. Pour l'échange de données susmentionné, le VDAB, les case managers et les prestataires de services utilisent les moyens d'identification suivants :
1° le numéro d'identification du Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale, visé par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque Carrefour de la sécurité sociale, si les données concernent une personne physique non inscrite au Registre national.
1° les données d'identification ;
2° les études poursuivies et les antécédents professionnels ;
3° les qualifications professionnelles, l'expérience et les compétences acquises ;
4° le matériel de diagnostic nécessaire du candidat participant à un parcours d'activation qui est disponible, en vue d'une éventuelle participation à un parcours d'activation ;
5° les éléments permettant d'estimer la distance par rapport au marché du travail, la disponibilité pour le marché du travail et les conditions préalables qui entravent la recherche d'un emploi ;
6° les informations nécessaires en vue du placement, de l'accompagnement et de la formation pour une intégration sur le marché du travail après un parcours d'activation.
Le VDAB agit en tant que responsable du traitement des données au sens de l'article 4, 7) du règlement général sur la protection des données, et échange des données à caractère personnel avec les case managers et les prestataires de services impliqués dans le parcours d'activation. Pour l'échange de données susmentionné, le VDAB, les case managers et les prestataires de services utilisent les moyens d'identification suivants :
1° le numéro d'identification du Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale, visé par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque Carrefour de la sécurité sociale, si les données concernent une personne physique non inscrite au Registre national.
Art. 25. Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring van de persoonsgegevens voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 24, eerste lid, van dit decreet, bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden, vermeld in artikel 10 van dit decreet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijken behoren, en in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de verwerking van die gegevens.
Art. 25. Sans préjudice de l'application de la conservation nécessaire des données personnelles en vue du traitement ultérieur, à des fins archivistiques dans l'intérêt général, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, visées à l'article 89 du règlement général sur la protection des données, les données personnelles, visées à l'article 24, alinéa 1er du présent décret sont conservées pendant la durée nécessaire aux fins visées à l'article 10 du présent décret avec un délai maximal de conservation qui ne peut pas dépasser dix ans suivant la prescription de toutes les requêtes relevant de la compétence du responsable du traitement, et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours judiciaires, administratifs et extrajudiciaires, découlant du traitement de ces données.
Afdeling 7. - Handhaving en sancties
Section 7. - Maintien et sanctions
Art. 26. De Vlaamse Regering vermindert of vordert de compensatievergoeding, vermeld in artikel 16 en 20, terug als de netwerkcoördinator, de casemanagers Zorg, de gemandateerde samenwerkingsverbanden Zorg of de casemanager Werk de opdrachten, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, en de mandaatvoorwaarden, vermeld in artikel 12, 13 en 17, niet of onvoldoende naleven.
De Vlaamse Regering neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, nadat de betrokken partij de gelegenheid heeft gekregen om haar verweermiddelen voor te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de hoorprocedure.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de vermindering of de terugvordering van de compensatievergoeding.
De Vlaamse Regering neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, nadat de betrokken partij de gelegenheid heeft gekregen om haar verweermiddelen voor te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de hoorprocedure.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de vermindering of de terugvordering van de compensatievergoeding.
Art. 26. Le Gouvernement flamand réduit ou récupère l'indemnité de compensation visée aux articles 16 et 20 si le coordinateur de réseau, les case managers Soins, les partenariats Soins mandatés ou le case manager Travail ne remplissent pas les tâches visées par le présent décret et ses arrêtés d'exécution ou ne remplissent pas correctement les conditions de mandat visées aux articles 12, 13 et 17.
Le Gouvernement flamand prend la décision visée à l'alinéa 1er, après que l'intéressé a eu l'occasion de présenter ses moyens de défense. Le Gouvernement flamand fixe la procédure d'audition.
Le Gouvernement flamand détermine la procédure de réduction ou de récupération de l'indemnité de compensation.
Le Gouvernement flamand prend la décision visée à l'alinéa 1er, après que l'intéressé a eu l'occasion de présenter ses moyens de défense. Le Gouvernement flamand fixe la procédure d'audition.
Le Gouvernement flamand détermine la procédure de réduction ou de récupération de l'indemnité de compensation.
Art. 27. De Vlaamse Regering kan de mandaatbeslissing schorsen of intrekken als de casemanagers Zorg, de gemandateerde samenwerkingsverbanden Zorg, de casemanager Werk of de netwerkcoördinator de opdrachten, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten, en de mandaatvoorwaarden vermeld in artikel 12, 13 en 17, niet naleven.
De Vlaamse Regering kan de beslissing, vermeld in het eerste lid, alleen nemen nadat de betrokken partij de gelegenheid heeft gekregen om haar verweermiddelen voor te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de hoorprocedure.
De Vlaamse Regering kan de beslissing, vermeld in het eerste lid, alleen nemen nadat de betrokken partij de gelegenheid heeft gekregen om haar verweermiddelen voor te leggen. De Vlaamse Regering bepaalt de hoorprocedure.
Art. 27. Le Gouvernement flamand peut suspendre ou retirer la décision de mandat si les case managers Soins, les partenariats Soins mandatés, le case manager Travail ou le coordinateur de réseau ne remplissent pas les tâches visées par le présent décret et les arrêtés d'exécution ou ne remplissent pas les conditions de mandat visées aux articles 12, 13 et 17.
Le Gouvernement flamand ne peut prendre la décision visée à l'alinéa 1er qu'après que l'intéressé a eu l'occasion de présenter ses moyens de défense. Le Gouvernement flamand fixe la procédure d'audition.
Le Gouvernement flamand ne peut prendre la décision visée à l'alinéa 1er qu'après que l'intéressé a eu l'occasion de présenter ses moyens de défense. Le Gouvernement flamand fixe la procédure d'audition.
HOOFDSTUK 5. - Arbeidsmatige activiteiten
CHAPITRE 5. - Activités professionnelles
Art. 28. Het aanbod van arbeidsmatige activiteiten en de invulling van de begeleiding wordt door de Vlaamse Regering nader gedefinieerd.
De Vlaamse Regering bepaalt de minimale kwaliteitsvoorwaarden voor het aanbod van arbeidsmatige activiteiten.
De Vlaamse Regering bepaalt de minimale kwaliteitsvoorwaarden voor het aanbod van arbeidsmatige activiteiten.
Art. 28. L'offre d'activités professionnelles et le contenu de l'accompagnement sont définis plus en détail par le Gouvernement flamand.
Le Gouvernement flamand détermine les exigences minimales de qualité pour l'offre d'activités professionnelles.
Le Gouvernement flamand détermine les exigences minimales de qualité pour l'offre d'activités professionnelles.
Art. 29. Deelname aan arbeidsmatige activiteiten is mogelijk voor onbepaalde duur tenzij de evaluatie uitwijst dat deelname niet meer nodig of opportuun is.
De Vlaamse Regering bepaalt de doelgroep voor deelname aan arbeidsmatige activiteiten nader en kan de toegangsvoorwaarden bepalen.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de deelname aan arbeidsmatige activiteiten wordt geëvalueerd.
De Vlaamse Regering bepaalt de doelgroep voor deelname aan arbeidsmatige activiteiten nader en kan de toegangsvoorwaarden bepalen.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de deelname aan arbeidsmatige activiteiten wordt geëvalueerd.
Art. 29. La participation à des activités professionnelles est possible pour une période indéfinie, sauf si l'évaluation montre que la participation n'est plus nécessaire ou opportune.
Le Gouvernement flamand précise le groupe cible pour la participation aux activités professionnelles et peut déterminer les conditions d'accès.
Le Gouvernement flamand détermine la manière dont la participation aux activités professionnelles est évaluée.
Le Gouvernement flamand précise le groupe cible pour la participation aux activités professionnelles et peut déterminer les conditions d'accès.
Le Gouvernement flamand détermine la manière dont la participation aux activités professionnelles est évaluée.
Art. 30. De Vlaamse Regering bepaalt erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden, het subsidiebedrag en de subsidieperiode voor het aanbod van arbeidsmatige activiteiten.
De Vlaamse Regering wijst de dienst of de diensten van de Vlaamse administratie aan die zijn belast met de subsidiëring van de arbeidsmatige activiteiten.
De Vlaamse Regering wijst de dienst of de diensten van de Vlaamse administratie aan die zijn belast met de subsidiëring van de arbeidsmatige activiteiten.
Art. 30. Le Gouvernement flamand détermine les conditions de reconnaissance et de subvention, le montant de la subvention et la période de subvention pour l'offre d'activités professionnelles.
Le Gouvernement flamand désigne le ou les services de l'administration flamande chargés de subventionner les activités professionnelles.
Le Gouvernement flamand désigne le ou les services de l'administration flamande chargés de subventionner les activités professionnelles.
Art. 31. De dienst of de diensten die de Vlaamse Regering conform artikel 30 van dit decreet aanwijst om arbeidsmatige activiteiten te subsidiëren, treden op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens van de deelnemers arbeidsmatige activiteiten om de deelname aan de arbeidsmatige activiteiten en de evaluatie op te volgen. De begeleiders arbeidsmatige activiteiten, en in voorkomend geval de organisaties die deelnemers toeleiden, bezorgen hiertoe de gegevens, vermeld in artikel 32, eerste lid.
Art. 31. Le ou les services désignés par le Gouvernement flamand en application de l'article 30 du présent décret pour subventionner les activités professionnelles agissent en tant que responsable du traitement tel que visé à l'article 4, paragraphe 7, du règlement général sur la protection des données, pour le traitement des données à caractère personnel des participants aux activités professionnelles à des fins de suivi de la participation aux activités professionnelles et de l'évaluation. Les accompagnateurs des activités professionnelles et, le cas échéant, les organisations qui orientent les participants, fourniront les données visées à l'article 32, alinéa 1er.
Art. 32. De volgende persoonsgegevens worden verwerkt voor de subsidiëring van de arbeidsmatige activiteiten:
1° de identificatiegegevens van de deelnemers arbeidsmatige activiteiten, met inbegrip van de eventuele evaluatie voor deelname;
2° de identificatiegegevens van de begeleiders arbeidsmatige activiteiten;
3° de start- en einddatum van de arbeidsmatige activiteiten.
Voor de gegevensuitwisseling, vermeld in het eerste lid, gebruiken de diensten de volgende identificatiemiddelen:
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.
1° de identificatiegegevens van de deelnemers arbeidsmatige activiteiten, met inbegrip van de eventuele evaluatie voor deelname;
2° de identificatiegegevens van de begeleiders arbeidsmatige activiteiten;
3° de start- en einddatum van de arbeidsmatige activiteiten.
Voor de gegevensuitwisseling, vermeld in het eerste lid, gebruiken de diensten de volgende identificatiemiddelen:
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.
Art. 32. Les données personnelles suivantes sont traitées dans le but de subventionner des activités professionnelles :
1° les données d'identification des participants aux activités professionnelles, y compris toute évaluation de la participation ;
2° les données d'identification des accompagnateurs des activités professionnelles ;
3° les dates de début et de fin des activités professionnelles.
Pour l'échange de données, mentionné à l'alinéa 1er, les services utilisent les moyens d'identification suivants :
1° le numéro d'identification du Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale, mentionnée dans la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque Carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
1° les données d'identification des participants aux activités professionnelles, y compris toute évaluation de la participation ;
2° les données d'identification des accompagnateurs des activités professionnelles ;
3° les dates de début et de fin des activités professionnelles.
Pour l'échange de données, mentionné à l'alinéa 1er, les services utilisent les moyens d'identification suivants :
1° le numéro d'identification du Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale, mentionnée dans la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque Carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
Art. 33. Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring van de persoonsgegevens voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 32, eerste lid, bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de beoogde doeleinden, vermeld in artikel 32 van dit decreet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren, en in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de verwerking van die gegevens.
Art. 33. Sans préjudice de l'application de la conservation nécessaire des données personnelles en vue du traitement ultérieur, à des fins archivistiques dans l'intérêt général, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, visées à l'article 89 du règlement général sur la protection des données, les données personnelles, visées à l'article 32, alinéa 1er sont conservées pendant la durée nécessaire aux fins visées, mentionnées à l'article 32 du présent décret avec un délai maximal de conservation qui ne peut pas dépasser dix ans suivant la prescription de toutes les requêtes relevant de la compétence du responsable du traitement, et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours judiciaires, administratifs et extrajudiciaires, découlant du traitement de ces données.
HOOFDSTUK 6. - Toezicht en handhaving
CHAPITRE 6. - Surveillance et maintien
Art. 34. Met behoud van de toepassing van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, worden het toezicht en de controle op de uitvoering van hoofdstuk 4, 5 en 7 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, uitgeoefend conform het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
Art. 34. Sans préjudice de l'application du décret du 19 janvier 2018 relatif au contrôle public dans le cadre de la politique de la santé et de l'aide sociale, la surveillance et le contrôle de la mise en oeuvre des chapitres 4, 5 et 7 du présent décret et de leurs arrêtés d'application s'effectuent conformément au décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004.
HOOFDSTUK 7. - Ondersteunende of aanvullende dienstverlening
CHAPITRE 7. - Services d'appui ou complémentaires
Art. 35. De Vlaamse Regering kan binnen de perken van de begrotingskredieten een subsidie verlenen aan organisaties die ondersteunende of aanvullende dienstverlening verrichten in het kader van dit decreet.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder ondersteunende of aanvullende dienstverlening, vermeld in het eerste lid, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag, de subsidieperiode, de subsidievoorwaarden en de aanvraagprocedure.
De Vlaamse Regering bepaalt wat onder ondersteunende of aanvullende dienstverlening, vermeld in het eerste lid, wordt verstaan.
De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag, de subsidieperiode, de subsidievoorwaarden en de aanvraagprocedure.
Art. 35. Le Gouvernement flamand peut accorder des subventions à des organisations assurant des services d'appui ou complémentaires dans le cadre du présent décret, dans les limites des crédits budgétaires.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par services d'appui ou complémentaires tels que visés à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement flamand arrête le montant du subventionnement, la période de subvention, les conditions de subvention et la procédure de demande.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par services d'appui ou complémentaires tels que visés à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement flamand arrête le montant du subventionnement, la période de subvention, les conditions de subvention et la procédure de demande.
HOOFDSTUK 8. - Rapportering
CHAPITRE 8. - Rapports
Art. 36. De VDAB en de diensten die de Vlaamse Regering aanwijst voor de subsidiëring van de werk- en zorgtrajecten rapporteren minstens één keer per jaar aan de Vlaamse Regering over de werking van de werk- en zorgtrajecten in de verschillende werkingsgebieden.
Art. 36. Le VDAB et les services désignés par le Gouvernement flamand pour subventionner les parcours de travail et de soins rendent compte au moins une fois par an au Gouvernement flamand du fonctionnement des parcours de travail et de soins dans les différentes zones d'action.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht
CHAPITRE 9. - Modification du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales.
Art. 37. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 oktober 2021, wordt punt 36° vervangen door wat volgt:
"36° hoofdstuk 4, 5 en 7 van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten;".
"36° hoofdstuk 4, 5 en 7 van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten;".
Art. 37. Dans l'article 2, § 1er, alinéa 1er, du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales, modifié en dernier lieu par le décret du 15 octobre 2021, le point 36° est remplacé par ce qui suit :
" 36° les chapitres 4, 5 et 7 du décret du 8 juillet 2022 relatif aux parcours de travail et de soins ; ".
" 36° les chapitres 4, 5 et 7 du décret du 8 juillet 2022 relatif aux parcours de travail et de soins ; ".
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 38. Het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, gewijzigd bij de decreten van 19 januari 2018, 8 juni 2018, 15 februari 2019 en 11 maart 2022, wordt opgeheven.
Art. 38. Le décret du 25 avril 2014 portant les parcours de travail et de soins, modifié par les décrets des 19 janvier 2018, 8 juin 2018, 15 février 2019 et 11 mars 2022, est abrogé.
Art. 39. De Vlaamse Regering bepaalt de maatregelen die nodig zijn voor de overgang van de regelgeving, vermeld in artikel 38.
Art. 39. Le Gouvernement flamand détermine les mesures requises pour la transition de la réglementation, visée à l'article 38.
Art. 40. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.
Art. 40. Le Gouvernement flamand arrête, pour chaque disposition du présent décret, la date d'entrée en vigueur.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-07-2023 door BVR 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 12 ; 39 vastgesteld op 16-02-2022 door BVR 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 13 ; 17 vastgesteld op 01-10-2022 door BVR 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 28-33 vastgesteld op 01-01-2024 door BVR 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 12 ; 39 vastgesteld op 16-02-2022 door BVR 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 13 ; 17 vastgesteld op 01-10-2022 door BVR 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 28-33 vastgesteld op 01-01-2024 door BVR 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-07-2023 par AGF 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 12; 39 fixée au 16-02-2022 par AGF 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 13; 17 fixée au 01-10-2022 par AGF 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 28-33 fixée au 01-01-2024 par AGF 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 12; 39 fixée au 16-02-2022 par AGF 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 13; 17 fixée au 01-10-2022 par AGF 2022-11-18/15, art. 82)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 28-33 fixée au 01-01-2024 par AGF 2022-11-18/15, art. 82)