Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JULI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-11-2022 en tekstbijwerking tot 02-10-2025)
Titre
15 JUILLET 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, en ce qui concerne les élèves(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-11-2022 et mise à jour au 02-10-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2022033175
Datum: 2022-07-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022033175
Date: 2022-07-15
Moniteur: Voir
Tekst (145)
Texte (145)
Titel 1. - Inleidende bepalingen
Titre 1er. - Dispositions préliminaires
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs
Article 1er. Le présent arrêté s'applique à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et à l'enseignement secondaire spécial.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
arbeidsbereidheid: de arbeidsbereidheid, vermeld in artikel 357/9, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
arbeidsrijpheid: de arbeidsrijpheid, vermeld in artikel 357/9, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
aso: het algemeen secundair onderwijs;
betrokken personen: de betrokken personen, vermeld in artikel 3, 9°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
bso: beroepssecundair onderwijs;
curriculumdossier: het curriculumdossier, vermeld in artikel 147/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
equivalent leefloongerechtigde: de persoon die recht heeft op bijstand van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, waarvoor de kosten volledig of gedeeltelijk ten laste van de federale overheid zijn op basis van artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
kso: het kunstsecundair onderwijs;
leefloongerechtigde: de persoon, vermeld in artikel 2 en 3 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, of de behoeftige, vermeld in artikel 5 van de voormelde wet van 2 april 1965;
10° mentor: de persoon, vermeld in artikel 357/2, 6°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
11° regelmatige leerling: de regelmatige leerling vermeld in de artikelen 252, 260/1 en 260/2 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
12° school: een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, een school voor buitengewoon secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wat duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen betreft, en een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wat duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen betreft;
13° schoolbestuur: de rechtspersoon, de natuurlijke persoon of de gemandateerde die verantwoordelijk is voor de school;
14° standaardtraject: het standaardtraject, vermeld in artikel 357/2, 14°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
15° structuuronderdeel: structuuronderdeel, vermeld in artikel 3, 42°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en geïdentificeerd door een uniek administratief groepsnummer;
16° trajectbegeleider: de trajectbegeleider, vermeld in artikel 357/2, 15°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
17° tso: technisch secundair onderwijs;
18° [1 gastleraar: de gastleraar, vermeld in artikel 211, Ї 3, en in artikel 308/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;]1;
19° vrije leerling: een leerling als vermeld in artikel 252, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
20° zijinstromer: de jongere, vermeld in artikel 357/2, 19°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
Disposition au travail : la disposition au travail, mentionnée à l'article 357/9, § 1, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
Maturité au travail : la maturité au travail, mentionnée à l'article 357/9, § 1, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
ESG : l'enseignement secondaire général ;
Personnes intéressées : les personnes intéressées, mentionnées à l'article 3, 9° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
ESP : enseignement secondaire professionnel ;
Dossier du cursus scolaire : le dossier du cursus scolaire mentionné à l'article 147/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
Equivalent du bénéficiaire du revenu d'intégration : la personne qui a droit à l'assistance du Centre public d'Action sociale, prise en charge, en tout ou en partie, par l'autorité fédérale sur la base de l'article 5 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale ;
ESA : l'enseignement secondaire artistique ;
Bénéficiaire du revenu d'intégration : la personne, visée aux articles 2 et 3 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, ou le nécessiteux, visé à l'article 5, de la loi précitée du 2 avril 1965 ;
10° Tuteur : la personne mentionnée à l'article 357/2, 6° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
11° Elève régulier : l'élève régulier mentionné aux articles 252, 260/1 et 260/2 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
12° Ecole : une école pour l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, une école pour l'enseignement secondaire spécial, un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel en ce qui concerne les subdivisions structurelles duales et les subdivisions structurelles de démarrage, et un centre pour la formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises en ce qui concerne les subdivisions structurelles duales et les subdivisions structurelles de démarrage ;
13° Autorité scolaire : la personne morale, la personne physique ou le mandaté qui est responsable de l'école ;
14° Parcours standard : le parcours standard mentionné à l'article 357/2, 14° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
15° Subdivision structurelle : subdivision structurelle, mentionnée à l'article 3, 42° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, et identifiée par un numéro de groupe administratif unique ;
16° Accompagnateur de parcours : l'accompagnateur de parcours mentionné à l'article 357/2, 15° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
17° EST : enseignement secondaire technique ;
18° [1 enseignant invité : l'enseignant invité, visé à l'article 211, § 3, et à l'article 308/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;]1;
19° Elève libre : un élève tel que visé à l'article 252, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
20° Entrants indirects : les jeunes mentionnés à l'article 357/2, 19° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
Titel 2. - Bepalingen voor het voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvormen 3 en 4
Titre 2. - Dispositions pour l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et l'enseignement secondaire spécial, formes d'enseignement 3 et 4
HOOFDSTUK 1. - Klassenraad
CHAPITRE 1er. - Conseil de classe
Art. 3. De klassenraad is, namens het schoolbestuur, het enige orgaan binnen de school dat bevoegd is voor de toelating, vorming, evaluatie en deliberatie van regelmatige leerlingen, met uitzondering van de reglementaire toelatingsvoorwaarden. Naargelang van het geval heeft de klassenraad adviesbevoegdheid of beslissingsbevoegdheid. Adviezen en beslissingen van de klassenraad worden altijd gemotiveerd.
Art. 3. Le conseil de classe, au nom de l'autorité scolaire, est le seul organe de l'école qui est compétent pour l'admission, la formation, l'évaluation et la délibération d'élèves réguliers, à l'exception des conditions d'admission réglementaires. Selon le cas, le conseil de classe dispose d'une compétence consultative ou d'un pouvoir de décision. Les avis et décisions du conseil de classe sont toujours motivés.
Art. 4. De klassenraad bestaat uit de volgende leden:
de ambtshalve stemgerechtigde leden:
a) de directeur of zijn afgevaardigde, die de klassenraad voorzit;
b) de leden van het onderwijzend personeel die voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1) bij een beslissing over de toelating van een leerling: minstens drie leden van het onderwijzend personeel van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert; bij een beslissing over de vorming, evaluatie en deliberatie: alle leden van het onderwijzend personeel die aan de leerling onderwijs verstrekken of hebben verstrekt in het structuuronderdeel waarvoor de leerling heeft geopteerd;
2) op de datum van de klassenraadsvergadering in functie zijn. De voorzitter kan van die voorwaarde afwijken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid;
c) in duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen: de trajectbegeleider en, behalve bij een beslissing over de toelating van een leerling, de mentor;
d) in voorkomend geval: leden van het onderwijzend personeel die belast zijn met seminaries, vakoverschrijdende projecten, stagecoördinatie of begeleiding in het structuuronderdeel waarvoor de leerling heeft geopteerd, die op de datum van de klassenraadsvergadering in functie zijn en die de voorzitter bij het begin van het schooljaar aanwijst. De voorzitter kan van die voorwaarde afwijken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid;
eventueel de ambtshalve raadgevende leden, die de voorzitter aanwijst:
a) de personeelsleden die in de school in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, coördinator, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;
b) de personeelsleden die in de school in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;
c) de personeelsleden van de school in kwestie of andere personen die bij de psychosociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn;
d) voor wat het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4 betreft: de personeelsleden die in de school in kwestie behoren tot het medisch, paramedisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel en betrokken zijn bij de begeleiding van de leerlingen. Ze kunnen evenwel bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden door de voorzitter worden aangewezen;
e) [2 gastleraren]2. Ze kunnen evenwel bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden door de voorzitter worden aangewezen;
f) de topsportschoolcoördinator of externe lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid die door de respectieve sportfederaties ter beschikking is gesteld in structuuronderdelen topsport. Ze kunnen evenwel bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden door de voorzitter worden aangewezen.
[1 g) de leerondersteuners die bevoegd zijn om leersteun te bieden aan de betrokken leerlingen.]1
Art. 4. Le conseil de classe se compose des membres suivants :
Les membres ayant d'office voix délibérative :
a) Le directeur ou son délégué, qui préside le conseil de classe ;
b) Les membres du personnel enseignant qui remplissent les conditions suivantes :
1) Lors d'une décision sur l'admission d'un élève : Au moins trois membres du personnel enseignant de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte ; En cas de décision concernant la formation, l'évaluation et la délibération : Tous les membres du personnel enseignant qui dispensent ou ont dispensé l'enseignement à l'élève dans la subdivision structurelle pour laquelle l'élève a opté ;
2) Sont en fonction à la date de la réunion du conseil de classe. Le président peut déroger à cette condition pour les membres du personnel temporaires, étant entendu que cela ne peut causer l'élargissement du nombre de membres ayant voix délibérative ;
c) Dans les subdivisions structurelles duales et les subdivisions structurelles de démarrage : L'accompagnateur de parcours et, sauf en cas de décision sur l'admission d'un élève, le tuteur ;
d) Le cas échéant : Les membres du personnel enseignant qui sont chargés des séminaires, des projets interdisciplinaires, de la coordination de stage ou de l'accompagnement dans la subdivision structurelle pour laquelle l'élève a opté, qui sont en fonction à la date de la réunion du conseil de classe et que le président désigne au début de l'année scolaire. Le président peut déroger à cette condition pour les membres du personnel temporaires, étant entendu que cela ne peut causer l'élargissement du nombre de membres ayant voix délibérative ;
Eventuellement des membres ayant d'office voix consultative, désignés par le président :
a) Les membres du personnel qui occupent des emplois d'adjoint au directeur, coordinateur, conseiller technique-coordinateur ou conseiller technique dans l'école en question ;
b) Les membres du personnel appartenant dans l'école en question au personnel d'appui ;
c) Les membres du personnel de l'école en question ou d'autres personnes impliquées dans l'accompagnement psychosocial ou pédagogique des élèves ;
d) En ce qui concerne l'enseignement secondaire spécial, la forme d'enseignement 3 et la forme d'enseignement 4 : Les membres du personnel qui appartiennent dans l'école en question au personnel médical, paramédical, orthopédagogique, psychologique ou social et qui sont impliqués dans l'accompagnement des élèves. Ils peuvent toutefois être désignés au début de l'année scolaire comme membres ayant voix délibérative par le président ;
e) Les [2 enseignants invités ]2. Ils peuvent toutefois être désignés au début de l'année scolaire comme membres ayant voix délibérative par le président ;
f) Le coordinateur d'école de sport de haut niveau ou l'enseignant externe dans le travail d'entraînement spécifique du sport qui est mis à disposition par les fédérations sportives respectives dans les subdivisions structurelles de sport de haut niveau. Ils peuvent toutefois être désignés au début de l'année scolaire comme membres ayant voix délibérative par le président.
[1 g) les intervenants en soutien à l'apprentissage compétents pour fournir un soutien à l'apprentissage aux élèves concernés.]1
Art. 5. Stemgerechtigde leden zijn verplicht om op de klassenraadsvergadering aanwezig te zijn, behalve in de volgende gevallen:
als het lid gewettigd of door bewezen overmacht afwezig is;
als het lid op het tijdstip dat de klassenraad samenkomt, niet langer personeelslid is in de school in kwestie;
als het lid mentor is.
De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.
Art. 5. Les membres ayant voix délibérative sont obligés d'être présents à la réunion du conseil de classe, sauf dans les cas suivants :
Si le membre est absent pour cause de force majeure avérée ou légitime ;
Si le membre n'est plus membre du personnel dans l'école en question au moment où le conseil de classe se réunit ;
Si le membre est tuteur.
L'absence non justifiée d'un membre ayant voix délibérative ne portera pas atteinte à la validité juridique de la décision prise.
Art. 6. § 1. Als stemgerechtigd lid van de klassenraad bewaart de mentor het ambtsgeheim waaraan ook de andere stemgerechtigde leden van het personeel, op wie de rechtspositieregeling in het onderwijs van toepassing is, zich moeten houden.
Tussen de aanbieder van duale structuuronderdelen en de werkplek worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de mentor in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de mentor op klassenraadsvergaderingen.
§ 2. Als de [1 gastleraar]1 of de externe lesgever als stemgerechtigd lid is aangewezen door de voorzitter van de klassenraad, dan bewaart de [1 gastleraar]1 of de externe lesgever het ambtsgeheim waaraan ook de andere stemgerechtigde leden van het personeel, op wie de rechtspositieregeling in het onderwijs van toepassing is, zich moeten houden.
Art. 6. § 1er . En tant que membre ayant voix délibérative du conseil de classe, le tuteur respecte le secret professionnel auquel sont également tenus les autres membres ayant voix délibérative du personnel, auxquels s'applique le statut de l'enseignement.
Des arrangements pratiques sont convenus entre le prestataire des subdivisions structurelles duales et le lieu de travail concernant le rôle du tuteur dans le conseil de classe, y compris la présence ou non du tuteur aux réunions du conseil de classe.
§ 2. Si [1 l'enseignant invité]1 ou l'enseignant externe est désigné comme membre ayant voix délibérative par le président du conseil de classe,[1 l'enseignant invité]1 ou l'enseignant externe respecte le secret professionnel auquel sont également tenus les autres membres ayant voix délibérative du personnel, auxquels s'applique le statut de l'enseignement.
Art. 7. Leden van de klassenraad nemen niet deel aan de volgende beslissingen:
beslissingen over een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad;
beslissingen over een leerling aan wie het lid privélessen heeft gegeven.
Art. 7. Les membres du conseil de classe ne participent pas aux décisions suivantes :
Les décisions concernant un parent ou allié jusqu'au quatrième degré inclus ;
Les décisions concernant un élève à qui le membre a donné des cours particuliers.
Art. 8. Elk stemgerechtigd lid beschikt over één stem, behalve in de volgende gevallen:
als een leerling de werkplekcomponent van een duaal structuuronderdeel achtereenvolgens op verschillende werkplekken invult en er bijgevolg verschillende mentoren bij de leerling zijn betrokken tijdens hetzelfde schooljaar, beschikken de mentoren samen over één stem. Bij staking van stemmen van de mentoren stemt de trajectbegeleider namens de mentoren met behoud van de toepassing van de eigen stem;
als een externe [1 gastleraar]1 door de voorzitter als stemgerechtigd lid is aangewezen, beschikt die over het stemgewicht dat de voorzitter heeft bepaald, met een maximum van één stem;
als meerdere leden van het onderwijzend personeel gezamenlijk en op hetzelfde moment instaan voor een vak, dan beschikken deze personeelsleden voor dat vak samen over één stem.
Als de klassenraad tot stemming overgaat en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de klassenraad doorslaggevend.
Art. 8. Chaque membre ayant voix délibérative dispose d'une voix, sauf dans les cas suivants :
Si un élève remplit la composante du lieu de travail d'une subdivision structurelle duale successivement à différents lieux de travail et que, par conséquent, différents tuteurs sont associés à l'élève pendant la même année scolaire, les tuteurs ne disposent que d'une voix. En cas de parité des voix des tuteurs, l'accompagnateur de parcours votera au nom des tuteurs, sans préjudice de l'application de son propre vote ;
Si un [1 enseignant invité]1externe est désigné par le président comme membre ayant voix délibérative, il dispose du poids de vote que le président a déterminé, avec un maximum d'une voix ;
Si plusieurs membres du personnel enseignant sont responsables conjointement et au même moment d'une matière, ces membres du personnel disposent d'une voix conjointe pour cette matière.
Si le conseil de classe procède au vote et que le résultat est une parité des voix, la voix du président du conseil de classe est déterminante.
HOOFDSTUK 2. - Toelatingsvoorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions d'admission
Afdeling 1. - Voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4
Section 1. - Enseignement secondaire ordinaire à temps plein et enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1. - Dispositions générales
Art. 9. In deze afdeling wordt verstaan onder klassenraad: de klassenraad van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.
Art. 9. Dans la présente section, on entend par conseil de classe : le conseil de classe de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte, sauf mention expresse contraire.
Art. 10. De klassenraad beslist in de volgende gevallen over de toelating tot een bepaald structuuronderdeel binnen een van de volgende termijnen:
uiterlijk zestig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning: bij een overstap van een leerling met een [2 IAC-verslag]2 van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs naar het voltijds gewoon secundair onderwijs[1 of, met behoud van de toepassing van onderafdeling 2, 3 en 4, bij een overstap van een leerling met een verslag van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs naar het voltijds gewoon secundair onderwijs]1;
uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning: bij een overstap van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België;
uiterlijk vijftien kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning: in alle andere gevallen dan de gevallen, vermeld in punt 1° en 2°.
[3 4° uiterlijk aan het einde van de screening, vermeld in artikel 357/47 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, in een aanloopstructuuronderdeel.]3
Bij schoolverandering in de loop van het schooljaar wordt de beslissing van de klassenraad overgedragen naar de nieuwe school, tenzij kennelijk blijkt dat de beslissing is verkregen zonder dat de leerling het oogmerk had om in de desbetreffende school daadwerkelijk en regelmatig de lessen te volgen. In dat geval is de klassenraad van de nieuwe school bevoegd om zelf een beslissing te nemen.
Art. 10. Le conseil de classe décide dans les cas suivants de l'admission à une certaine subdivision structurelle dans l'un des délais suivants :
au plus tard soixante jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours : lors du passage d'un élève avec un [2 rapport IAC]2 de forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial vers l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein [1 ou, sans préjudice de l'application des sous-sections 2, 3 et 4, lors du passage d'un élève avec un rapport de forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial vers l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein]1;
au plus tard trente-cinq jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours : lors d'un passage d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement agréé par la Communauté française ou germanophone de Belgique ;
au plus tard quinze jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours : dans tous les autres cas que les cas mentionnés aux points 1° et 2°;
[3 4° au plus tard à la fin du screening visé à l'article 357/47 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, dans une subdivision structurelle de démarrage.]3
En cas de changement d'école au cours de l'année scolaire, la décision du conseil de classe est transférée à la nouvelle école, sauf s'il s'avère manifestement que la décision a été prise sans que l'élève avait l'intention de suivre effectivement et régulièrement les cours dans l'école en question. Dans ce cas, le conseil de classe de la nouvelle école est compétent pour prendre une décision lui-même.
Art. 11. Het voltijds gewoon secundair onderwijs is toegankelijk voor leerlingen die de leeftijd van vijfentwintig jaar nog niet hebben bereikt en kan worden gevolgd uiterlijk tot het einde van het schooljaar waarin de leerlingen de leeftijd van vijfentwintig jaar bereiken.
De maximumleeftijd, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:
het derde leerjaar van de derde graad, aangeduid als [1 een 7de leerjaar]1;
de volgende structuuronderdelen, op voorwaarde dat het schoolbestuur dat zo beslist:
a) optiektechnieken;
b) orthopedietechnieken;
c) [1 dentaaltechnieken.]1.
Art. 11. L'enseignement secondaire ordinaire à temps plein est accessible pour les élèves qui n'ont pas encore atteint l'âge de vingt-cinq ans et peut être suivi au plus tard jusqu'à la fin de l'année scolaire durant laquelle les élèves atteignent l'âge de vingt-cinq ans.
L'âge maximum mentionné dans l'alinéa premier ne s'applique pas aux cas suivants :
La troisième année d'études du troisième degré, désignée comme [1 une 7e année d'études]1 ;
Les subdivisions structurelles suivantes, à condition que l'autorité scolaire le décide :
a) techniques de l'optique ;
b) techniques orthopédiques ;
c) [1 techniques dentaires]1.
Onderafdeling 2. - Toelating op basis van vooropleiding of leeftijd
Sous-section 2. - Admission sur la base de la formation préalable ou de l'âge
Art. 12. [1 §1]1 Toelating op basis van vooropleiding impliceert dat er toelatingsvoorwaarden gelden per leerjaar conform deze onderafdeling.
Een schoolbestuur kan in de eerste graad B-stroom en, in uitzonderlijke gevallen, in de tweede of derde graad ervoor kiezen om geen toelatingsvoorwaarden per leerjaar maar per graad te hanteren. Dat impliceert dat het met vrucht beëindigen van het eerste leerjaar B van de eerste graad, het eerste leerjaar van de tweede graad, respectievelijk derde graad, geen voorwaarde is om tot het tweede leerjaar van die graad te worden toegelaten. De toelating tot het tweede leerjaar van de graad gebeurt van rechtswege, behalve bij verandering van structuuronderdeel binnen de graad waarbij de voorwaarde van gunstige beslissing van de klassenraad geldt, zoals volgens deze onderafdeling ook geldt bij toepassing van toelatingsvoorwaarden per leerjaar.
Als een leerling in het tweede leerjaar van een graad wil overstappen van een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per graad naar een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per leerjaar, wordt voor het eerste leerjaar van die graad alsnog beslist over het al dan niet met vrucht beëindigd hebben van dat leerjaar.
Als een leerling in het tweede leerjaar van een graad wil overstappen van een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per leerjaar naar een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per graad, is er geen toelating van rechtswege, maar blijven de toelatingsvoorwaarden van het tweede leerjaar van de betrokken graad van toepassing.
[1 § 2. Voor zover de toelating in deze onderafdeling gebeurt op basis van studiebewijzen die de vooropleiding aantonen, worden ook diezelfde studiebewijzen in aanmerking genomen die zijn behaald in het stelsel van leren en werken, in het volwassenonderwijs of bij de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.]1
Art. 12. [1 §1]1 L'admission sur la base de la formation préalable implique que des conditions d'admission s'appliquent par année d'études conformément à cette sous-section.
Une autorité scolaire peut choisir dans une filière B du premier degré et, dans des cas exceptionnels, dans le deuxième ou le troisième degré, de ne pas utiliser de conditions d'admission par année d'études, mais par degré. Cela implique que la finalisation avec fruit de la première année d'études B du premier degré, la première année d'études du deuxième degré, respectivement du troisième degré, n'est pas une condition pour être admis dans la deuxième année d'études de ce degré. L'admission à la deuxième année d'études du degré se fait de plein droit, sauf en cas de changement de la subdivision structurelle dans le degré où la condition de décision favorable du conseil de classe est d'application, comme également valable suivant cette sous-section en cas d'application des conditions d'admission par année d'études.
Si un élève en deuxième année d'études d'un degré veut passer d'une subdivision structurelle avec conditions d'admission par degré à une subdivision structurelle avec conditions d'admission par année d'études, pour la première année d'études de ce degré, on décide encore de la finalisation avec fruit ou non de cette année d'études.
Si un élève de la seconde année d'études d'un degré veut passer d'une subdivision structurelle avec conditions d'admission par année d'études à une subdivision structurelle avec conditions d'admission par degré, il n'y a pas d'admission de plein droit, mais les conditions d'admission de la seconde année d'études du degré en question restent d'application.
[1 § 2. Dans la mesure où l'admission dans cette sous-section se fait sur la base de titres démontrant la formation préalable, sont pris en considération ces mêmes titres qui ont été obtenus dans le régime d'apprentissage et de travail, dans l'éducation des adultes ou auprès du jury de la Communauté flamande.]1
Art. 13. De toelating tot een hoger leerjaar is onderworpen aan een eventuele clausulering voor bepaalde structuuronderdelen in het lagere leerjaar. De klassenraad kan evenwel een clausulering opheffen als een leerling een leerjaar, dat met vrucht is beëindigd, wil overzitten in een ander structuuronderdeel waarvoor de leerling in het lagere leerjaar is geclausuleerd. Een leerling die voor eenzelfde leerjaar over meer dan één oriënteringsattest beschikt als een gevolg van overzitten, mag zich op het meest gunstige oriënteringsattest beroepen voor de toelating tot het hogere leerjaar.
Art. 13. L'admission à une année d'études supérieure est soumise à une restriction éventuelle pour certaines subdivisions structurelles dans l'année d'études inférieure. Le conseil de classe peut toutefois lever une restriction si un élève veut redoubler une année d'études qu'il a terminée avec fruit dans une autre subdivision structurelle pour laquelle l'élève est soumis à une restriction dans l'année d'études inférieure. Un élève qui dispose pour une même année d'études de plus d'une attestation d'orientation suite à un redoublement peut invoquer l'attestation d'orientation la plus favorable pour l'admission à l'année d'études supérieure.
Art. 14. [1 Voor de toepassing van deze onderafdeling en met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden niet als een verandering van structuuronderdeel beschouwd:
1А de overstap van een aanloopstructuuronderdeel naar een gelijknamig duaal structuuronderdeel;
2А de overstap van een duaal naar een gelijknamig niet-duaal structuuronderdeel of omgekeerd.]1

Art. 14. [1 Pour l'application de cette sous-section et sans préjudice de l'application de la sous-section 4, ne sont pas considérés comme un changement de subdivision structurelle :
le passage d'une subdivision structurelle de démarrage vers une subdivision structurelle duale du même nom ;
le passage d'une subdivision structurelle duale vers une subdivision structurelle non duale du même nom ou inversement.]1

Art. 15. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de houders van het getuigschrift basisonderwijs als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar A toegelaten.
Art. 15. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les titulaires du certificat d'enseignement fondamental sont admis comme élèves réguliers dans la première année d'études A.
Art. 16. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar B toegelaten:
de leerlingen die het lager onderwijs hebben beëindigd zonder getuigschrift basisonderwijs;
[1 de houders van het getuigschrift basisonderwijs, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;]1:
a) een gunstige beslissing van de klassenraad;
b) een gunstig advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding;
c) akkoord van de betrokken personen;
de leerlingen die het lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, maar uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van twaalf jaar bereiken;
de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het eerste leerjaar A naar het eerste leerjaar B, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 16. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la première année d'études B :
les élèves qui ont achevé leurs études primaires sans certificat d'enseignement fondamental ;
[1 les titulaires du certificat d'enseignement fondamental, moyennant une décision favorable du conseil de classe ;]1 :
a) avoir recueilli une décision favorable du conseil de classe ;
b) avoir recueilli un avis favorable du centre d'encadrement des élèves ;
c) avoir recueilli l'accord des personnes intéressées ;
les élèves qui n'ont pas suivi ou achevé l'enseignement primaire, mais qui atteignent l'âge de 12 ans au plus tard le 31 décembre après le début de l'année scolaire ;
les élèves qui passent durant l'année scolaire de la première année d'études A à la première année d'études B, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 17. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar A toegelaten:
de leerlingen die het eerste leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;
de leerlingen die het eerste leerjaar B met vrucht hebben beëindigd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;
de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel dan de opstroomoptie, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;
de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in de opstroomoptie;
de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het tweede leerjaar B naar het tweede leerjaar A, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en onverminderd de eventuele clausulering, vermeld in [1 artikel 61]1, tweede lid, 1°.
Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 is de verandering van structuuronderdeel in het tweede leerjaar A tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 17. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études A :
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études A ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études B, à condition d'une décision favorable du conseil de classe ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études B dans une autre subdivision structurelle que le passage de la filière B à la filière A, à condition d'une décision favorable du conseil de classe ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études B dans le passage de la filière B à la filière A ;
les élèves qui sont passés pendant l'année scolaire de la deuxième année d'études B à la deuxième année d'études A, à condition d'une décision favorable du conseil de classe et sans préjudice de l'éventuelle restriction, mentionnée à [1 l'article 61]1, alinéa 2, 1°.
Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, le changement de subdivision structurelle dans la deuxième année d'études A pendant l'année scolaire est autorisé à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 18. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar B toegelaten:
de leerlingen die het eerste leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;
de leerlingen die het eerste leerjaar B met vrucht hebben beëindigd;
de leerlingen die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van veertien jaar bereiken;
de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het tweede leerjaar A naar het tweede leerjaar B, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, en onverminderd de eventuele clausulering, vermeld in [1 artikel 61]1, tweede lid, 1°.
Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 is de verandering van structuuronderdeel in het tweede leerjaar B tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 18. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études B :
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études A ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études B ;
les élèves qui atteignent l'âge de quatorze ans au plus tard le 31 décembre après le début de l'année scolaire ;
les élèves qui sont passés pendant l'année scolaire de la deuxième année d'études A à la deuxième année d'études B, à condition d'une décision favorable du conseil de classe et sans préjudice de l'éventuelle restriction, mentionnée à [1 l'article 61]1, alinéa 2, 1°.
Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, le changement de subdivision structurelle dans la deuxième année d'études B pendant l'année scolaire est autorisé à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 19. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten:
de leerlingen die het tweede leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;
de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in de opstroomoptie;
de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel dan de opstroomoptie, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;
de leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 19. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la première année d'études du deuxième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, ou de la double finalité - ESA ou EST :
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études A ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études B dans le passage de la filière B à la filière A ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études B dans une autre subdivision structurelle que le passage de la filière B à la filière A, à condition d'une décision favorable du conseil de classe ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP, à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est autorisé jusqu'au 15 janvier inclus. Ensuite, le changement est uniquement admis moyennant une décision favorable du conseil de classe.
Art. 20. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten:
de leerlingen die het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd;
de leerlingen die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van vijftien jaar bereiken[1 , op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad]1.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 20. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la première année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP :
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études A ou la deuxième année d'études B ;
les élèves qui atteignent l'âge de quinze ans au plus tard le 31 décembre après le début de l'année scolaire [1 , moyennant une décision favorable du conseil de classe]1.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est autorisé jusqu'au 15 janvier inclus. Ensuite, le changement est uniquement admis moyennant une décision favorable du conseil de classe.
Art. 21. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten:
de leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd;
de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 21. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, ou de la double finalité - ESA ou EST :
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du deuxième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, ou de la double finalité - ESA ou EST ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP, à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est autorisé jusqu'au 15 janvier inclus. Ensuite, le changement est uniquement admis moyennant une décision favorable du conseil de classe.
Art. 22. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: de leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, de dubbele finaliteit - kso of tso, of de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 22. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP : les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du deuxième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, de la double finalité - ESA ou EST, ou de la finalité marché du travail - ESP.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est autorisé jusqu'au 15 janvier inclus. Ensuite, le changement est uniquement admis moyennant une décision favorable du conseil de classe.
Art. 23. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten:
de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd;
de leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
[1 Met behoud van de toepassing van het eerste lid is verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan:
tot en met 15 oktober: van rechtswege;
van 16 oktober tot en met 15 januari: van rechtswege binnen hetzelfde studiedomein of binnen domeinoverschrijdende structuuronderdelen.
In alle andere gevallen is verandering alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt]1
.
Art. 23. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la première année d'études du troisième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, ou de la double finalité - ESA ou EST :
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, ou de la double finalité - ESA ou EST ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP, à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
[1 Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est autorisé :
jusqu'au 15 octobre : de plein droit ;
du 16 octobre jusqu'au 15 janvier : de plein droit au sein du même domaine d'études ou au sein des subdivisions structurelles transversales.
Dans tous les autres cas, le changement est uniquement autorisé pour motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève]1
.
Art. 24. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten:
de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, de dubbele finaliteit - kso of tso, of de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd met een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
de leerlingen die opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd en er een getuigschrift, onderwijskwalificatie niveau 2, hebben behaald;
uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso niet met vrucht hebben beëindigd maar in het structuuronderdeel in kwestie wel een of meerdere bewijzen van beroeps- of deelkwalificatie hebben behaald. De structuuronderdelen inclusief de onderliggende beroeps- of deelkwalificatie(s) welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;
uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die een certificaat behaalden in het stelsel van leren en werken. De structuuronderdelen inclusief de certificaten welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;
uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die opleidingsvorm 3 met vrucht hebben beëindigd en er een getuigschrift opleidingsvorm 3 hebben behaald. De structuuronderdelen inclusief de onderliggende beroeps- of deelkwalificatie(s) welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;
uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die opleidingsvorm 3 niet met vrucht hebben beëindigd maar in het structuuronderdeel in kwestie een of meerdere bewijzen van beroeps- of deelkwalificatie hebben behaald. De structuuronderdelen inclusief de onderliggende beroeps- of deelkwalificatie(s) welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
[1 Met behoud van de toepassing van het eerste lid is verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan:
tot en met 15 oktober: van rechtswege;
van 16 oktober tot en met 15 januari: van rechtswege binnen hetzelfde studiedomein.
In alle andere gevallen is verandering alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt]1
.
Art. 24. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la première année d'études du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP :
les élèves qui ont terminé avec fruit la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, de la double finalité - ESA ou EST, ou de la finalité marché du travail - ESP avec un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial et qui en ont obtenu un certificat, une qualification d'enseignement de niveau 2 ;
exclusivement pour autant que cela concerne l'admission à une subdivision structurelle duale : les élèves qui n'ont pas terminé avec fruit la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP, mais qui ont obtenu dans la subdivision structurelle en question une ou plusieurs certifications de qualification professionnelle ou partielle. Les subdivisions structurelles, y compris la (les) qualification(s) professionnelle(s) ou partielle(s) sous-jacente(s) entrant en considération à cet effet sont définies à l'annexe 1, jointe à cet arrêté ;
exclusivement pour autant que cela concerne l'admission à une subdivision structurelle duale : les élèves qui ont obtenu un certificat dans le régime d'apprentissage et de travail. Les subdivisions structurelles, y compris les certificats entrant en considération à cet effet, sont définies à l'annexe 1, jointe à cet arrêté ;
exclusivement pour autant que cela concerne l'admission à une subdivision structurelle duale : les élèves qui ont terminé avec fruit la forme d'enseignement 3 et qui en ont obtenu un certificat de forme d'enseignement 3. Les subdivisions structurelles, y compris la (les) qualification(s) professionnelle(s) ou partielle(s) sous-jacente(s) entrant en considération à cet effet sont définies à l'annexe 1, jointe à cet arrêté ;
exclusivement pour autant que cela concerne l'admission à une subdivision structurelle duale : les élèves qui n'ont pas terminé avec fruit la forme d'enseignement 3, mais qui ont obtenu dans la subdivision structurelle en question une ou plusieurs certifications de qualification professionnelle ou partielle. Les subdivisions structurelles, y compris la (les) qualification(s) professionnelle(s) ou partielle(s) sous-jacente(s) entrant en considération à cet effet sont définies à l'annexe 1, jointe à cet arrêté.
[1 Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est autorisé :
jusqu'au 15 octobre : de plein droit ;
du 16 octobre jusqu'au 15 janvier : de plein droit au sein du même domaine d'études.
Dans tous les autres cas, le changement est uniquement autorisé pour motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève]1
.
Art. 25. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso toegelaten:
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso met vrucht hebben beëindigd in hetzelfde structuuronderdeel;
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel. De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt.
Art. 25. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du troisième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST :
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST dans la même subdivision structurelle ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST dans une autre subdivision structurelle. Le changement de subdivision structurelle précité est uniquement autorisé pour un motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est uniquement autorisé pour un motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève.
Art. 26. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten:
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd in hetzelfde structuuronderdeel;
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel. De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt;
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso met vrucht hebben beëindigd. De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt.
Art. 26. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du troisième degré de la double finalité - ESA ou EST :
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la double finalité - ESA ou EST dans la même subdivision structurelle ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la double finalité - ESA ou EST dans une autre subdivision structurelle. Le changement de subdivision structurelle précité est uniquement autorisé pour un motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST. Le changement de subdivision structurelle précité est uniquement autorisé pour un motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est uniquement autorisé pour un motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève.
Art. 27. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten:
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd in hetzelfde structuuronderdeel;
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd in een structuuronderdeel van hetzelfde studiedomein, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;
de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel. De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt.
Art. 27. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP :
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP dans la même subdivision structurelle ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la double finalité - ESA ou EST dans une subdivision structurelle du même domaine d'études, à condition d'une décision favorable du conseil de classe ;
les élèves qui ont terminé avec fruit la première année d'études du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP dans une autre subdivision structurelle. Le changement de subdivision structurelle précité est uniquement autorisé pour un motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle pendant l'année scolaire est uniquement autorisé pour un motif psychique, social, pédagogique ou médical grave et moyennant une décision favorable du conseil de classe, après avis du conseil de classe de la subdivision structurelle de laquelle passe l'élève.
Art. 28. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs]1 dat voorbereidt op het hoger onderwijs en leidt tot een diploma, onderwijskwalificatie niveau 4, dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, toegelaten: de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3 [1 of de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs [2 ...]2]1.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar]1, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 28. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études préparatoires à l'enseignement supérieur ]1 et débouche sur un diplôme, une qualification d'enseignement de niveau 4, qui donne accès à une formation de bachelier : les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 3[1 ou les titulaires du certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, [2 ...]2]1.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle dans la troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études ]1, pendant l'année scolaire est autorisé à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 29. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar]1 dat voorbereidt op het hoger onderwijs maar niet leidt tot een diploma (onderwijskwalificatie niveau 4) dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, toegelaten: de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4 [1 of de houders van het diploma van secundair onderwijs, [2 ...]2]1.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar]1, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 29. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études préparatoires à l'enseignement supérieur]1 mais ne débouche pas sur un diplôme (une qualification d'enseignement de niveau 4), qui donne accès à une formation de bachelier : les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 4[1 ou les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire [2 ...]2]1.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle dans la troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études]1, pendant l'année scolaire est autorisé à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 30. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]1 na behaalde onderwijskwalificatie niveau 4, toegelaten: de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4 [1 of de houders van het diploma van secundair onderwijs [2 ...]2]1.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar]1, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 30. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]1 après la qualification d'enseignement de niveau 4 obtenue : les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 4 [1 u les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire [2 ...]2]1.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle dans la troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études]1, pendant l'année scolaire est autorisé à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 31. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]1 dat beroepsgericht specialiseert na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3, toegelaten:
de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3;
de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4.
[1 3° de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs [2 ...]2]1
[1 4° de houders van het diploma van secundair onderwijs [2 ...]2]1
In afwijking van het eerste lid worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht al dan niet duaal als [1 een 7de leerjaar]1 structuuronderdeel verzorgende/zorgkundige, toegelaten:
de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4, dat is behaald in het structuuronderdeel opvoeding en begeleiding;
de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3, dat is behaald in het structuuronderdeel basiszorg en ondersteuning of in het structuuronderdeel assistentie in wonen, zorg en welzijn;
de houders van het diploma van secundair onderwijs [1 [2 , dat is behaald]2]1 in een structuuronderdeel van het studiegebied personenzorg, of in combinatie met het certificaat verzorgende uitgereikt in het stelsel van leren en werken;
de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs [1 [2 , dat is behaald]2]1 voor het studiegebied personenzorg, of in combinatie met het certificaat verzorgende uitgereikt in het stelsel van leren en werken.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 31. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]1 après la qualification d'enseignement de niveau 3 obtenue :
les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 3 ;
les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 4.
[1 3° les titulaires du certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire [2 ...]2]1.
[1 4° les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire [2 ...]2]1.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les élèves suivants sont admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année d'études du troisième degré, aménagée ou non de manière duale en tant que subdivision structurelle [1 7e année d'études]1 aide-soignant/aide-infirmier :
les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement niveau 4, qui est obtenu dans la subdivision structurelle éducation et accompagnement ;
les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 3, qui est obtenu dans la subdivision structurelle soins de base et support ou dans la subdivision structurelle assistance au logement, soins et bien-être ;
les titulaires du diplôme de l'enseignement secondaire,[1 [2 , qui est obtenu]2 ]1 dans une subdivision structurelle de la discipline des soins aux personnes, ou en combinaison avec le certificat d'aide-soignant délivré dans le régime d'apprentissage et de travail ;
les titulaires du certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire [1 [2 , qui est obtenu]2]1 dans une subdivision structurelle de la discipline des soins aux personnes, ou en combinaison avec le certificat d'aide-soignant délivré dans le régime d'apprentissage et de travail.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle dans la troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que Se-n-Se, pendant l'année scolaire est autorisé à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Onderafdeling 3. - Toelating uitsluitend op basis van klassenraadbeslissing
Sous-section 3. - Admission exclusivement sur la base d'une décision du conseil de classe
Art. 32. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het gemeenschappelijk curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen met een [1 IAC-verslag]1 van opleidingsvorm 1 of 2 van het buitengewoon secundair onderwijs en de leerlingen met een [1 IAC-verslag]1 van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs die niet onder de toepassing vallen van artikel 24, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad na kennisname van het eventuele advies van de klassenraad van het buitengewoon onderwijs, en op voorwaarde van opheffing van het [1 IAC-verslag]1.
Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende structuuronderdelen:
het eerste leerjaar A;
het eerste leerjaar B;
het structuuronderdeel verzorgende/zorgkundige, al dan niet duaal ingericht.
Art. 32. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans le programme d'études commun d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein : les élèves qui passent avec un [1 rapport IAC]1 de forme d'enseignement 1 ou 2 de l'enseignement secondaire spécial et les élèves avec un [1 rapport IAC]1 de la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial qui ne sont pas couverts par l'application de l'article 24, moyennant une décision favorable du conseil de classe après prise de connaissance de l'éventuel avis du conseil de classe de l'enseignement spécial et moyennant annulation du [1 rapport IAC]1.
L'alinéa premier ne s'applique pas aux subdivisions structurelles suivantes :
la première année d'études A ;
la première année d'études B ;
la subdivision structurelle aide-soignant/aide-infirmier, aménagée de manière duale ou non.
Art. 33. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een individueel aangepast curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen met een [1 IAC-verslag als vermeld in artikel 294, Ї 2, 1А,]1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bij beslissing van de betrokken personen over het structuuronderdeel na kennisname van het advies van de klassenraad van dat structuuronderdeel.
[1 Leerlingen die in het schooljaar 2022-2023 een individueel aangepast curriculum volgden met een verslag voor een inschrijving in opleidingsvorm 4, als vermeld in artikel 294, Ї 2, 2А, van de Codex Secundair Onderwijs kunnen met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 als regelmatige leerling worden toegelaten:
3А tot een individueel aangepast curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, bij beslissing van de betrokken personen over het structuuronderdeel na kennisname van het advies van de klassenraad van dat structuuronderdeel. Dit kan enkel voor zover er geen inhoudelijke wijziging is van het individueel aangepast curriculum en voor zover het traject in dezelfde school wordt gevolgd;
4А tot het volgen van het gemeenschappelijk curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, na toelating van de klassenraad.]1

Met toepassing van het eerste [1 en tweede]1 lid beslissen de betrokken personen over de studievoortgang van de leerlingen die een individueel curriculum volgen, na kennisname van het advies van de klassenraad.
Art. 33. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans le programme adapté individuellement d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein :les élèves avec un [1 rapport IAC, tel que visé à l'article 294, § 2, 1°,]1du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, sur décision des personnes intéressées à propos de la subdivision structurelle après avoir pris connaissance de l'avis du conseil de classe de ladite subdivision structurelle.
[1 Les élèves qui, durant l'année scolaire 2022-2023, suivaient un programme adapté individuellement avec un rapport pour une inscription dans la forme d'enseignement 4 telle que visée à l'article 294, § 2, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire peuvent, sans préjudice de l'application de la sous-section 4, être admis comme élève régulier :
à un programme adapté individuellement d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, par décision des personnes concernées au sujet de la subdivision structurelle après avoir pris connaissance de l'avis du conseil de classe de cette subdivision structurelle. Ceci n'est possible qu'en l'absence de modification de fond du programme adapté individuellement et que dans la mesure où le parcours est suivi dans la même école ;
à suivre le programme d'études commun d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, après autorisation du conseil de classe.]1

En application [1 des alinéas 1er et 2]1, les personnes intéressées décident du déroulement des études des élèves qui suivent un programme d'études individuel, après avoir pris connaissance de l'avis du conseil de classe.
Art. 34. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende structuuronderdelen:
het eerste leerjaar A;
het eerste leerjaar B;
het structuuronderdeel verzorgende/zorgkundige, al dan niet duaal ingericht.
Art. 34. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial : les élèves qui passent depuis la forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial, à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
L'alinéa premier ne s'applique pas aux subdivisions structurelles suivantes :
la première année d'études A ;
la première année d'études B ;
la subdivision structurelle aide-soignant/aide-infirmier, aménagée de manière duale ou non.
Art. 35. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4, en onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs of opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de klassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd.
In afwijking van artikel 4, 1°, b), 1), bestaat de klassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de klassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd.
Het eerste lid is niet van toepassing op leerlingen die het voorafgaand schooljaar een oriënteringsattest A of B hebben behaald. Zolang de in het eerste lid bedoelde leerling slechts een oriënteringsattest C heeft behaald, blijft het eerste lid wel van toepassing.
Art. 35. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4 et sans préjudice des dispositions de l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial : les élèves qui passent d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement qui est reconnu par la Communauté française ou germanophone de Belgique, à condition d'une décision favorable du conseil de classe et après avis du conseil de classe de l'année d'accueil s'il s'agit d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones. Chaque décision qui déroge à l'avis du conseil de classe de l'année d'accueil est suffisamment motivée.
Par dérogation à l'article 4, 1°, b), 1), le conseil de classe se compose en ce qui concerne le personnel enseignant de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte. Dans le cas d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones, il convient de reprendre dans le conseil de classe à titre consultatif la personne qui, sur la base des périodes-professeur spécifiquement attribuées à cet effet, est chargée du soutien, du suivi et de l'accompagnement des anciens primo-arrivants allophones dans le centre d'enseignement où l'élève concerné a suivi l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones.
L'alinéa premier ne s'applique pas aux élèves qui ont obtenu une attestation d'orientation A ou B l'année scolaire précédente. Tant que l'élève visé à l'alinéa premier n'a obtenu qu'une attestation d'orientation C, l'alinéa premier reste d'application.
Art. 36. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs of opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad: de leerlingen die
niet over een studiebewijs van het onderliggende leerjaar beschikken, en
cognitief sterk functionerend zijn.
Art. 36. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial moyennant une décision favorable du conseil de classe : les élèves qui
ne disposent pas d'un titre de l'année d'études sous-jacente, et
sont d'un haut fonctionnement cognitif.
Art. 37. Het schoolbestuur kan ervoor kiezen om met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het tweede leerjaar van de eerste, tweede of derde graad toe te laten: de leerlingen met tekorten in het eerste leerjaar van de graad in kwestie, die vóór het einde van het tweede leerjaar moeten worden weggewerkt, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad na overleg met de klassenraad van het eerste leerjaar.
In afwijking van artikel 4, 1°, b), 1), bestaat de klassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert.
Art. 37. L'autorité scolaire peut choisir d'admettre en conservant l'application de la sous-section 4 les élèves suivants comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de la deuxième année d'études du premier, deuxième ou troisième degré : les élèves présentant des lacunes dans la première année d'études du degré en question, auxquels il faut remédier avant la fin de la deuxième année d'études, moyennant une décision favorable du conseil de classe après concertation avec le conseil de classe de la première année d'étude.
Par dérogation à l'article 4, 1°, b), 1), le conseil de classe se compose en ce qui concerne le personnel enseignant de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte.
Art. 38. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: leerlingen die overstappen uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: leerlingen die overstappen uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd, voldoen aan een van de voorwaarden van artikel 24 en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 38. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP : les élèves qui passent depuis l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou l'apprentissage, à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP : les élèves qui passent depuis l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou l'apprentissage, qui satisfont à l'une des conditions de l'article 24 et à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 39. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]1 na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 of 4, toegelaten: de leerlingen over wie de klassenraad op basis van een toelatingsproef, elders verworven competenties of elders verworven kwalificaties een gunstige beslissing neemt.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als [1 een 7de leerjaar]1, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad.
Art. 39. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, les élèves suivants sont admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]1 après la qualification d'enseignement de niveau 3 ou 4 obtenue : les élèves à propos desquels le conseil de classe prend une décision favorable sur la base d'une épreuve d'admissibilité, de compétences acquises ailleurs ou de qualifications acquises ailleurs.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, le changement de subdivision structurelle dans la troisième année d'études du troisième degré, aménagée en tant que [1 7e année d'études]1, pendant l'année scolaire est autorisé à condition d'une décision favorable du conseil de classe.
Art. 40. Met behoud van toepassing van onderafdeling 4 wordt een leerling die zijinstromer is toegelaten tot een duaal structuuronderdeel op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Voor de beslissing houdt de klassenraad in de volgende gevallen rekening met het advies van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn:
de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding geeft advies voor een zijinstromer die geen leefloongerechtigde of equivalent leefloongerechtigde is. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding gaat daarbij na wat de meest passende opleiding in het traject naar werk is, en stelt een meer passend opleidings- of begeleidingstraject aan de zijinstromer voor als dat nodig is;
het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn geeft zijn advies als de zijinstromer een leefloongerechtigde of equivalent leefloongerechtigde is.
Art. 40. Sans préjudice de l'application de la sous-section 4, un élève entrant indirect est admis dans une subdivision structurelle duale moyennant une décision favorable du conseil de classe. Pour la décision, le conseil de classe tient compte dans les cas suivants de l'avis de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) ou du Centre public d'Action sociale :
l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle émet un avis pour un entrant indirect qui n'est pas un bénéficiaire du revenu d'intégration ou un équivalent du bénéficiaire du revenu d'intégration. L'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle examine quelle est la formation la plus appropriée dans le parcours vers le travail et propose un parcours de formation ou d'accompagnement plus approprié à l'entrant indirect si c'est nécessaire ;
le Centre public d'Action sociale émet son avis si l'entrant indirect est un bénéficiaire du revenu d'intégration ou un équivalent du bénéficiaire du revenu d'intégration.
Onderafdeling 4. - Bijkomende specifieke toelatingsvoorwaarden
Sous-section 4. - Conditions d'admission spécifiques supplémentaires
Art. 41. Voor duale structuuronderdelen voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om voldaan te hebben aan de voltijdse leerplicht.
Voor aanloopstructuuronderdelen voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. In afwijking van de voormelde voorwaarde kan de klassenraad, op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat de leerling begeleidt, toelating geven vanaf het begin van het schooljaar waarin de leerling deeltijds leerplichtig wordt;
niet beschikken over een arbeidsdeelname;
een gunstige beslissing van de klassenraad hebben op basis van een screening als vermeld in artikel 357/47 van de Codex Secundair Onderwijs, van de leerling na inschrijving.
[1 Met behoud van de toepassing van het eerste en tweede lid gelden in voorkomend geval de bijkomende toelatingsvoorwaarden per apart structuuronderdeel, zoals in deze onderafdeling bepaald, voor het gelijknamige duale structuuronderdeel en aanloopstructuuronderdeel.]1
Art. 41. Pour les subdivisions structurelles duales, l'élève répond à la condition d'admission supplémentaire pour avoir satisfait à l'obligation scolaire à temps plein.
Pour les subdivisions structurelles de démarrage, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
avoir rempli l'obligation scolaire à temps plein. Par dérogation à la condition précitée, le conseil de classe peut, sur avis du centre d'encadrement des élèves qui accompagne l'élève, donner son autorisation à partir du début de l'année scolaire durant laquelle l'élève est soumis à la scolarité obligatoire à temps partiel ;
ne pas disposer d'une participation au marché de l'emploi ;
avoir une décision favorable du conseil de classe sur la base d'un screening, comme mentionné dans l'article 357/47 du Code de l'Enseignement secondaire, de l'élève après inscription.
[1 Sans préjudice de l'application des alinéas 1er et 2, le cas échéant, les conditions d'admission supplémentaires s'appliquent par subdivision structurelle distincte, tel que défini dans cette sous-section, pour la subdivision structurelle duale du même nom et la subdivision structurelle de démarrage.]1
Art. 42. Voor de structuuronderdelen topsport voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om in het bezit te zijn van een topsportstatuut A of B van de selectiecommissie voor de sportdiscipline in kwestie conform het topsportconvenant dat is gesloten tussen de onderwijs- en de sportsector. Dat statuut wordt elk schooljaar hernieuwd.
Art. 42. Pour les subdivisions structurelles sport de haut niveau, l'élève répond à la condition d'admission supplémentaire pour être en possession d'un statut de sportif de haut niveau A ou B de la commission de sélection pour la discipline sportive en question, conformément à la convention en matière de sport de haut niveau conclue entre le secteur de l'enseignement et celui du sport. Ce statut est renouvelé chaque année scolaire.
Art. 43. Voor de volgende structuuronderdelen, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om medisch geschikt te zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep:
asfalt- en betonwegenbouwer;
autobus- en autocarchauffeur;
bestuurder mobiele kraan;
bouwplaatsmachinist;
daktimmerman;
dakwerker;
logistiek;
restauratievakman dakwerk;
schrijnwerker houtbouw;
10° torenkraanbestuurder;
11° vrachtwagenchauffeur.
De geschiktheidsverklaring, vermeld in het eerste lid, is eenmalig en geldt voor de duur van [1 hetzij de graad, hetzij het structuuronderdeel als het een zevende leerjaar betreft]1.
Art. 43. Pour les subdivisions structurelles suivantes, organisées de manière duale ou non, l'élève répond à la condition d'admission supplémentaire pour être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession :
constructeur de routes en asphalte et béton ;
chauffeur d'autobus et d'autocar ;
opérateur de grue mobile ;
machiniste de chantier ;
charpentier en toiture ;
couvreur ;
logistique ;
professionnel en restauration de toiture ;
menuisier construction en bois ;
10° opérateur de grue ;
11° chauffeur poids lourd.
La déclaration d'aptitude, mentionnée à l'alinéa premier, est unique et valable pour la durée [1 soit du degré, soit de la subdivision structurelle s'il s'agit d'une septième année d'études]1.
Art. 44. Voor de volgende structuuronderdelen, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om uiterlijk op [1 de eerste lesdag van februari]1 van het schooljaar in kwestie in het bezit te zijn van een attest fytolicentie P1:
productiemedewerker plant;
tuinaanlegger-groenbeheerder.
Art. 44. Pour les subdivisions structurelles suivantes, organisées de manière duale ou non, l'élève répond à la condition d'admission supplémentaire pour être en possession d'une attestation de phytolicence P1 au plus tard le [1 le premier jour de classe de février]1 de l'année scolaire en question :
collaborateur de production plantes ;
horticulteur-gestionnaire d'espaces verts.
Art. 45. Voor het structuuronderdeel kinderbegeleider, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van het structuuronderdeel;
van onberispelijk gedrag zijn, zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister (artikel 596.2 `minderjarigenmodel') dat niet langer dan drie maanden voor de effectieve start van het structuuronderdeel door de leerling in kwestie is afgegeven;
uiterlijk op 30 september van het schooljaar in kwestie in het bezit zijn van een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen;
achttien jaar worden uiterlijk in het schooljaar waarin met het structuuronderdeel wordt gestart.
Art. 45. Pour la subdivision structurelle accompagnateur d'enfants, organisée de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession. Cette déclaration d'aptitude est unique et valable pour la durée de la subdivision structurelle ;
faire preuve d'un comportement irréprochable, comme en atteste un extrait du casier judiciaire (article 596.2 " modèle mineurs ") qui n'a pas été délivré plus de trois mois avant le début effectif de la subdivision structurelle par l'élève en question ;
au plus tard le 30 septembre de l'année scolaire en question, être en possession d'une attestation de connaissance des gestes de secourisme pour les enfants ;
atteindre l'âge de dix-huit ans au plus tard pendant l'année scolaire durant laquelle la subdivision structurelle a commencé.
Art. 46. Voor de volgende structuuronderdelen voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om positief geëvalueerd te zijn door de klassenraad op een geschiktheidsproef die de school in kwestie eventueel georganiseerd heeft:
het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B, op voorwaarde dat de school in de tweede en de derde graad het studiedomein kunst en creatie zonder andere studiedomeinen aanbiedt;
het structuuronderdeel kunst en creatie in het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B;
de structuuronderdelen, al dan niet duaal georganiseerd, van het studiedomein kunst en creatie.
De geschiktheidsproef is eenmalig en geldt voor de duur van het structuuronderdeel, met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot één herkansing v oor de leerling die negatief is geëvalueerd.
In voorkomend geval worden in de klassenraad ambtshalve raadgevende externe deskundigen opgenomen, die geen [1 gastleraar]1 zijn in de school in kwestie.
Art. 46. Pour les éléments structurels suivants, l'élève répond à la condition d'admission supplémentaire pour être évalué positivement par le conseil de classe à un test d'aptitude que l'école en question a éventuellement organisé :
la première année d'études A et la première année d'études B, à condition que l'école propose au deuxième degré et au troisième degré le domaine d'études arts et création, sans autres domaines d'études ;
la subdivision structurelle arts et création en deuxième année d'études A et deuxième année d'études B ;
les subdivisions structurelles, organisées de manière duale ou non, du domaine d'études arts et création.
Le test d'aptitude est unique et valable pour la durée de la subdivision structurelle, sans préjudice de l'application de la possibilité d'un repêchage p our l'élève qui est évalué négativement.
Le cas échéant, on reprend d'office dans le conseil de classe des experts externes ayant voix consultative, qui ne sont pas [1 enseignants invités]1 dans l'école en question.
Art. 47. In dit artikel wordt verstaan onder koninklijk besluit van 23 mei 2018: het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en -bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan.
Voor het structuuronderdeel defensie en veiligheid, al dan niet duaal georganiseerd, en het structuuronderdeel Integrale veiligheid, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden, rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor [1 de duur van hetzij de graad, hetzij het structuuronderdeel als het een zevende leerjaar betreft]1, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar het structuuronderdeel te laten stopzetten;
voor het structuuronderdeel defensie en veiligheid: voldoen aan de specifieke toegangsvoorwaarde voor het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018;
voor het structuuronderdeel Integrale veiligheid: voldoen aan de specifieke toegangsvoorwaarden voor het uittreksel uit het strafregister en het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 1° en 2°, van het voormelde koninklijk besluit.
Naast de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, gelden voor de beide structuuronderdelen, vermeld in het tweede lid, meer bepaald voor het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent, vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 23 mei 2018, de volgende voorwaarden conform artikel 49, 50 en 51 van het voormelde koninklijk besluit van 23 mei 2018:
de periode tussen de allereerste les van het voormelde opleidingsonderdeel, die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste (her)examen van dat opleidingsonderdeel is beperkt tot twee kalenderjaren;
binnen de periode van twee kalenderjaren, vermeld in punt 1°, kan een leerling maximaal vier keer examens, inclusief herexamens, afleggen over het voormelde opleidingsonderdeel;
eventuele herexamens worden uiterlijk drie maanden na het afleggen van het laatste examen van een vorige examenzittijd van het voormelde opleidingsonderdeel georganiseerd;
alle examens en herexamens van het voormelde opleidingsonderdeel worden in dezelfde school afgelegd.
Ongeacht het structuuronderdeel waarvan het deel uitmaakt, kan een leerling het opleidingsonderdeel om het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent, vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 23 mei 2018, te behalen, niet meer volgen als de leerling dat opleidingsonderdeel al eerder gedurende een al dan niet onderbroken periode van twee kalenderjaren heeft gevolgd in het secundair onderwijs of daarbuiten en als de leerling binnen die periode vier examens, met inbegrip van herexamens, over het voormelde opleidingsonderdeel heeft afgelegd.
Art. 47. Dans le présent article, on entend par l'arrêté royal du 23 mai 2018 : l'arrêté royal du 23 mai 2018 relatif aux conditions en matière de formation, d'expérience et d'aptitude professionnelles, aux conditions en matière d'examen psychotechnique pour l'exercice d'une fonction dirigeante, d'exécution ou commerciale dans une entreprise de gardiennage, un service interne de gardiennage ou un organisme de formation et leur organisation.
Pour la subdivision structurelle défense et sécurité, organisée de manière duale ou non, et la subdivision structurelle sécurité intégrale, organisée de manière duale ou non, l'élève répond aux conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte, en tenant compte de la spécificité des secteurs professionnels en question. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée [1 soit du degré, soit de la subdivision structurelle s'il s'agit d'une septième année d'études]1, à moins qu'il y ait une raison pour procéder à une réévaluation de l'aptitude. Une déclaration d'inaptitude dans le courant de l'année scolaire implique la décision des personnes intéressées de faire en sorte que l'élève arrête la subdivision structurelle au plus tard à la fin de cette année scolaire ;
pour la subdivision structurelle défense et sécurité : répondre à la condition d'accès spécifique pour le document d'identité, mentionnée à l'article 9, 2° de l'arrêté royal du 23 mai 2018 ;
pour la subdivision structurelle Sécurité intégrale : répondre aux conditions d'accès spécifiques pour l'extrait du casier judiciaire et le document d'identité, mentionnées à l'article 9, 1° et 2° de l'arrêté royal précité.
Outre les conditions mentionnées à l'alinéa 2, les conditions suivantes s'appliquent pour les deux subdivisions structurelles mentionnées à l'alinéa 2, plus précisément pour la subdivision de formation visant l'obtention de l'attestation de compétences générale agent de gardiennage, mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 23 mai 2018, conformément aux articles 49, 50 et 51 de l'arrêté royal du 23 mai 2018 précité :
la période entre le tout premier cours de la subdivision de formation précitée, qu'organise une école régulière ou un établissement de formation privé, jusqu'à l'obtention de l'attestation de compétences générale d'agent de gardiennage et le dernier examen (de repêchage) de cette subdivision de formation est limitée à deux années calendaires ;
durant la période de deux années calendaires, mentionnée au point 1°, un élève peut passer au maximum quatre fois des examens, y compris les examens de repêchage, sur la subdivision de formation précitée ;
les éventuels examens de repêchage sont organisés au plus tard trois mois après la présentation du dernier examen d'une session d'examens précédente de la subdivision de formation précitée ;
tous les examens et examens de repêchage de la subdivision de formation précitée sont présentés dans la même école.
Quelle que soit la subdivision structurelle dont il fait partie, un élève ne peut plus suivre la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétences générale agent de gardiennage, mentionnée à l'article 14 de l'arrêté royal du 23 mai 2018, s'il a déjà suivi cette subdivision de formation durant une période interrompue ou non de deux années calendaires dans l'enseignement secondaire ou en dehors et s'il a passé au cours de cette période quatre examens, y compris des examens de repêchage, sur la subdivision de formation précitée.
Art. 48. Voor het structuuronderdeel beveiligingstechnicus, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
de voorwaarden over veroordelingen en over nationaliteit en hoofdverblijfplaats, vermeld in artikel 61, 1° en 2°, van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;
achttien jaar worden uiterlijk op 31 december van het schooljaar waarin met het structuuronderdeel wordt gestart.
Art. 48. Pour la subdivision structurelle technicien de sécurité, organisée de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
les conditions relatives aux condamnations ainsi qu'à la nationalité et à la résidence principale, mentionnées à l'article 61, 1° et 2°, de la loi du 2 octobre 2017 réglementant la sécurité privée et particulière ;
atteindre l'âge de dix-huit ans au plus tard le 31 décembre de l'année scolaire durant laquelle la subdivision structurelle a commencé.
Art. 49. Voor het structuuronderdeel bestuurder interne transportmiddelen, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van [1 de graad]1;
minimaal zestien jaar zijn.
Art. 49. Pour la subdivision structurelle chauffeur de moyens de transport internes, organisée de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession. Cette déclaration d'aptitude est unique et valable pour la durée [1 du degré]1 ;
avoir au moins seize ans.
Art. 50. Voor de structuuronderdelen binnenvaart, binnenvaarttechnieken, binnenvaart en beperkte kustvaart en aspirant-stuurman binnenscheepvaart, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van [1 hetzij de graad, hetzij het structuuronderdeel als het een zevende leerjaar betreft]1;
attest basisopleiding veiligheid, te behalen vooraleer men de reglementair voorziene werkplekcomponent of stage aanvangt.
Art. 50. Pour les subdivisions structurelles navigation intérieure, techniques de navigation intérieure, navigation intérieure et navigation côtière limitée et aspirant pilote de navigation intérieure, organisées de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession. Cette déclaration d'aptitude est unique et valable pour la durée [1 soit du degré, soit de la subdivision structurelle s'il s'agit d'une septième année d'études]1 ;
attestation de formation initiale en sécurité, à obtenir avant le début du stage ou de la composante lieu de travail que prévoit la réglementation.
Art. 51. Voor de structuuronderdelen maritieme technieken dek en maritieme technieken motoren, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van [1 de graad]1;
Basic Safety (sectie A-VI/1 van de STCW-code), te behalen vooraleer men de reglementair voorziene werkplekcomponent of stage aanvangt.
Art. 51. Pour les subdivisions structurelles techniques maritimes pont et techniques maritimes moteurs, organisées de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession. Cette déclaration d'aptitude est unique et valable pour la durée [1 du degré]1 ;
Basic Safety (section A-VI/1 du code STCW), à obtenir avant le début du stage ou de la composante lieu de travail que prévoit la réglementation.
Art. 52. Voor de structuuronderdelen zeevaart en aspirant-motorist 750kW/onbeperkt, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van [1 hetzij de graad, hetzij het structuuronderdeel als het een zevende leerjaar betreft]1;
Basic Safety (sectie A-VI/1 van de STCW-code), te behalen vooraleer men de reglementair voorziene werkplekcomponent of stage aanvangt.
Art. 52. Pour les subdivisions structurelles navigation maritime et aspirant motoriste 750 kW/illimité, organisées de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession. Cette déclaration d'aptitude est unique et valable pour la durée [1 soit du degré, soit de la subdivision structurelle s'il s'agit d'une septième année d'études]1 ;
Basic Safety (section A-VI/1 du code STCW), à obtenir avant le début du stage ou de la composante lieu de travail que prévoit la réglementation.
Art. 53. Voor de structuuronderdelen matroos zeevisserij, zeevaart en zeevisserij, zeevisserij en aspirant-stuurman kustvaart en zeevisserij, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Dit is een jaarlijkse geschiktheidsverklaring voor minderjarige leerlingen en een tweejaarlijkse geschiktheidsverklaring voor meerderjarige leerlingen;
Basic Safety (sectie A-VI/1 van de STCW-code), te behalen vooraleer men de reglementair voorziene werkplekcomponent of stage aanvangt;
voorkoming van arbeidsongevallen aan boord van een vissersvaartuig, te behalen vooraleer men de reglementair voorziene werkplekcomponent of stage aanvangt.
Art. 53. Pour les subdivisions structurelles matelot pêche en mer, navigation maritime et pêche en mer, pêche en mer et aspirant-pilote navigation côtière, organisées de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession. Il s'agit d'une déclaration d'aptitude annuelle pour les élèves mineurs et d'une déclaration d'aptitude biennale pour les élèves majeurs ;
Basic Safety (section A-VI/1 du code STCW), à obtenir avant le début du stage ou de la composante lieu de travail que prévoit la réglementation ;
prévention des accidents de travail à bord d'un bateau de pêche, à obtenir avant de commencer le stage ou la composante lieu de travail que prévoit la réglementation.
Afdeling 2. - Buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3
Section 2. - Enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3
Art. 54. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder klassenraad verstaan: de klassenraad van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.
Art. 54. Pour l'application de la présente section, il faut entendre par conseil de classe : le conseil de classe de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte, sauf mention expresse contraire.
Art. 55. De klassenraad beslist over:
de toelating van een leerling tot een jaar van een structuuronderdeel van een fase;
de overgang van een leerling naar een ander structuuronderdeel van een andere of dezelfde fase in de loop van het schooljaar;
de afwijking van de duur van een fase.
Een vermindering van de studieduur, ten gevolge van de afwijking van de duur van een of meer fases, vermeld in het eerste lid, 3°, mag niet tot gevolg hebben dat de schoolloopbaan na het eerste jaar van het secundair onderwijs minder dan vier schooljaren bedraagt.
[1 Bij schoolverandering tijdens het schooljaar wordt de beslissing van de klassenraad overgedragen naar de nieuwe school, tenzij kennelijk blijkt dat de beslissing is verkregen zonder dat de leerling het oogmerk had om in de desbetreffende school daadwerkelijk en regelmatig de lessen te volgen. In dat geval is de klassenraad van de nieuwe school bevoegd om zelf een beslissing te nemen.]1
Art. 55. Le conseil de classe décide des points suivants :
l'admission d'un élève à une année d'une subdivision structurelle d'une phase ;
le passage d'un élève à une autre subdivision structurelle d'une autre ou de la même phase au cours de l'année scolaire ;
la modification de la durée d'une phase.
Une réduction de la durée d'étude, suite à la modification de la durée d'une ou plusieurs phases, comme mentionné à l'alinéa premier, 3°, ne peut pas avoir pour conséquence que le parcours scolaire après la première année de l'enseignement secondaire soit inférieur à quatre années scolaires.
[1 En cas de changement d'école au cours de l'année scolaire, la décision du conseil de classe est transférée à la nouvelle école, sauf s'il s'avère manifestement que la décision a été prise sans que l'élève avait l'intention de suivre effectivement et régulièrement les cours dans l'école en question. Dans ce cas, le conseil de classe de la nouvelle école est compétent pour prendre une décision lui-même.]1
Art. 56. Voor duale structuuronderdelen in de kwalificatiefase of integratiefase van opleidingsvorm 3 voldoet de leerling aan de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht;
als de leerling zijinstromer is: een gunstige beslissing van de klassenraad. Voor de beslissing houdt de klassenraad in de volgende gevallen rekening met het advies van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn:
a) de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding geeft advies voor een zijinstromer die geen leefloongerechtigde of equivalent leefloongerechtigde is. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding gaat daarbij na wat de meest passende opleiding in het traject naar werk is, en stelt een meer passend opleidings- of begeleidingstraject aan de zijinstromer voor als dat nodig is;
b) het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn geeft zijn advies als de zijinstromer een leefloongerechtigde of equivalent leefloongerechtigde is.
Art. 56. Pour les subdivisions structurelles duales dans la phase de qualification ou la phase d'intégration de la forme d'enseignement 3, l'élève répond aux conditions d'admission supplémentaires suivantes :
avoir rempli l'obligation scolaire à temps plein ;
si l'élève est entrant indirect : avoir recueilli une décision favorable du conseil de classe. Pour la décision, le conseil de classe tient compte dans les cas suivants de l'avis de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle ou du Centre public d'Action sociale :
a) l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle émet un avis pour un entrant indirect qui n'est pas un bénéficiaire du revenu d'intégration ou un équivalent du bénéficiaire du revenu d'intégration. L'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle examine quelle est la formation la plus appropriée dans le parcours vers le travail et propose un parcours de formation ou d'accompagnement plus approprié à l'entrant indirect si c'est nécessaire ;
b) le Centre public d'Action sociale émet son avis si l'entrant indirect est un bénéficiaire du revenu d'intégration ou un équivalent du bénéficiaire du revenu d'intégration.
Art. 57. Voor het structuuronderdeel bestuurder interne transportmiddelen, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden:
medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van het structuuronderdeel;
minimaal zestien jaar zijn.
Art. 57. Pour la subdivision structurelle chauffeur de moyens de transport internes, organisée de manière duale ou non, l'élève répond à toutes les conditions d'admission supplémentaires suivantes :
être jugé médicalement apte à l'exercice de la profession. Cette déclaration d'aptitude est unique et valable pour la durée de la subdivision structurelle ;
avoir au moins seize ans.
Art. 58. Met behoud van de toepassing van artikel 56 en 57, en onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de klassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd.
In afwijking van artikel 4, 1°, b), 1), bestaat de klassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de klassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd.
De beslissing door de klassenraad wordt uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning genomen.
Art. 58. Sans préjudice de l'application des articles 56 et 57, et sans préjudice des dispositions de l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial : les élèves qui passent d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement qui est reconnu par la Communauté française ou germanophone de Belgique, à condition d'une décision favorable du conseil de classe et après avis du conseil de classe de l'année d'accueil s'il s'agit d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones. Chaque décision qui déroge à l'avis du conseil de classe de l'année d'accueil est suffisamment motivée.
Par dérogation à l'article 4, 1°, b), 1), le conseil de classe se compose en ce qui concerne le personnel enseignant de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte. Dans le cas d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones, il convient de reprendre dans le conseil de classe à titre consultatif la personne qui, sur la base des périodes-professeur spécifiquement attribuées à cet effet, est chargée du soutien, du suivi et de l'accompagnement des anciens primo-arrivants allophones dans le centre d'enseignement où l'élève concerné a suivi l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones.
La décision du conseil de classe est prise au plus tard trente-cinq jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours.
HOOFDSTUK 3. - Evaluatie
CHAPITRE 3. - Evaluation
Afdeling 1. - Voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4
Section 1. - Enseignement secondaire ordinaire à temps plein et enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4
Art. 59. Uit het hanteren van toelatingsvoorwaarden per leerjaar volgt automatisch leerjaarevaluatie met aansluitende studiebekrachtiging. Uit het hanteren van toelatingsvoorwaarden per graad in de eerste graad B-stroom of, in uitzonderlijke gevallen, in de tweede of derde graad volgt automatisch graadevaluatie met aansluitende studiebekrachtiging.
Met inachtneming van het eerste lid en onder voorbehoud van eventuele andere evaluatiebepalingen die bij decreet of besluit zijn vastgelegd, is het schoolbestuur bevoegd om het evaluatiestelsel te organiseren met inbegrip van de criteria waarop de evaluatie is gebaseerd. Op basis van dat evaluatiebeleid evalueert de klassenraad, gespreid over het schooljaar, elke individuele regelmatige leerling.
Art. 59. L'utilisation des conditions d'admission par année d'études suit automatiquement l'évaluation de l'année d'études avec validation d'études correspondante. L'utilisation de conditions d'admission par degré au premier degré de la filière B ou, dans des cas exceptionnels, dans le deuxième ou le troisième degré suit automatiquement l'évaluation du degré avec validation d'études correspondante.
En tenant compte de l'alinéa premier et sous réserve d'éventuelles autres dispositions d'évaluation définies par décret ou arrêté, l'autorité scolaire est compétente pour organiser le régime d'évaluation, y compris les critères sur lesquels se fonde l'évaluation. Sur la base de cette politique d'évaluation, le conseil de classe évalue chaque élève régulier individuel avec une répartition sur l'année scolaire.
Art. 60. Leerlingenevaluatie strekt ertoe om, rekening houdend met het pedagogisch project van de school, na te gaan of de regelmatige leerling in voldoende mate de doelstellingen, vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving en opgenomen in het curriculumdossier en in de leerplannen, heeft bereikt of nagestreefd, naargelang van het geval. De leerlingenevaluatie resulteert in de beslissing van de klassenraad over het al dan niet met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel of een graad, naargelang van het geval.
In sommige structuuronderdelen impliceert het eerste lid dat:
in de eerste graad de eindtermen basisgeletterdheid door elke individuele regelmatige leerling moeten worden bereikt op het einde van de eerste graad, tenzij in uitzonderlijke gevallen de klassenraad gemotiveerd beslist dat een individuele regelmatige leerling een eindterm basisgeletterdheid niet moet bereiken;
in het structuuronderdeel vrachtwagenchauffeur, al dan niet duaal georganiseerd, als vorm van externe certificering, de regelmatige leerling geslaagd is voor de proeven tot het behalen van het rijbewijs CE en de basiskwalificatie vakbekwaamheid voor chauffeurs groep C;
in het structuuronderdeel autobus- en autocarchauffeur, al dan niet duaal georganiseerd, als vorm van externe certificering, de regelmatige leerling geslaagd is voor de proeven tot het behalen van het [1 rijbewijs D]1 en de basiskwalificatie vakbekwaamheid voor chauffeurs groep D;
in het structuuronderdeel koel- en warmtetechnieken én technicus koelinstallaties, al dan niet duaal georganiseerd, als vorm van externe certificering, de regelmatige leerling in het bezit is van het certificaat van bekwaamheid in de koeltechniek van categorie I;
in het structuuronderdeel binnenvaart en beperkte kustvaart, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een dienstboekje met minimum 90 vaardagen;
in het structuuronderdeel binnenvaarttechnieken, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een dienstboekje met minimum 90 vaardagen;
in het structuuronderdeel aspirant-stuurman binnenscheepvaart, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een dienstboekje met minimum 90 vaardagen;
in het structuuronderdeel maritieme technieken dek in de 3de graad, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een getuigschrift van gevolgde STCW-opleidingen conform STCW II/1: officer in charge of a navigational watch on ships of 500 gross tonnage of more;
in het structuuronderdeel in het structuuronderdeel maritieme technieken motoren in de 3de graad, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een getuigschrift van gevolgde STCW-opleidingen conform STCW III/1: officer in charge of an engineering watch in a manned engine-room or as designated duty engineer in a periodically unmanned engineer-room;
10° in het structuuronderdeel zeevaart, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een getuigschrift van gevolgde STCW-opleidingen conform STCW II/4: rating forming part of a navigational watch en een cadet training record boek met minimum 60 vaardagen;
11° in het structuuronderdeel zeevisserij, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een getuigschrift motorist 221kW en een stageboek met minimum 180 vaardagen;
12° in het structuuronderdeel aspirant-motorist 750kW/onbeperkt, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een getuigschrift motorist 750kW/onbeperkt en een stageboek met minimum 180 vaardagen;
13° in het structuuronderdeel aspirant-stuurman kustvaart en zeevisserij, al dan niet duaal georganiseerd, de regelmatige leerling in het bezit is van een getuigschrift van gevolgde STCW-opleidingen conform STCW II/3: officer in charge of a navigational watch on a ship of less 500 gross tonnage engaged on near-coastal voyages, een getuigschrift stuurman zeevisserij, een cadet training record boek met minimum 60 vaardagen en een stageboek met minimum 120 vaardagen.
Art. 60. L'évaluation des élèves vise à vérifier, en tenant compte du projet pédagogique de l'école, si l'élève régulier a atteint ou poursuivi dans une mesure suffisante, selon le cas, les objectifs, fixés par ou en vertu du décret ou de la réglementation et repris dans le dossier du cursus scolaire et dans les programmes d'études. L'évaluation des élèves débouche sur la décision du conseil de classe concernant la finalisation avec fruit ou non d'une subdivision structurelle ou d'un degré, selon le cas.
Dans certaines subdivisions structurelles, l'alinéa premier implique que :
dans le premier degré, les objectifs finaux de littératie de base doivent être atteints par chaque élève régulier individuel à la fin du premier degré, à moins que dans des cas exceptionnels, le conseil de classe décide de manière motivée qu'un élève régulier individuel ne doive pas atteindre un objectif final de littératie de base ;
dans la subdivision structurelle chauffeur poids lourds, organisée de manière duale ou non, en tant que forme de certification externe, l'élève régulier a réussi les tests visant l'obtention du permis de conduire CE et la qualification de base aptitude professionnelle pour les chauffeurs du groupe C ;
dans la subdivision structurelle chauffeur d'autobus et d'autocar, organisée de manière duale ou non, en tant que forme de certification externe, l'élève régulier a réussi les tests visant l'obtention du [1 permis de conduire D]1 et la qualification de base aptitude professionnelle pour les chauffeurs du groupe D ;
dans la subdivision structurelle techniques de réfrigération et de chauffage et technicien d'installations de réfrigération, organisée de manière duale ou non, en tant que forme de certification externe, l'élève régulier est en possession du certificat d'aptitude dans la technique de réfrigération de catégorie I ;
dans la subdivision structurelle navigation intérieure et navigation côtière limitée, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un livret de service comportant au moins 90 jours de navigation ;
dans la subdivision structurelle techniques de navigation intérieure, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un livret de service comportant au moins 90 jours de navigation ;
dans la subdivision structurelle aspirant pilote de navigation intérieure, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un livret de service comportant au moins 90 jours de navigation ;
dans la subdivision structurelle techniques maritimes pont du 3e degré, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un certificat des formations STCW suivies conformément au STCW II/1 : officer in charge of a navigational watch on ships of 500 gross tonnage of more;
dans la subdivision structurelle techniques maritimes moteurs du 3e degré, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un certificat des formations STCW suivies conformément au STCW III/1 : officer in charge of an engineering watch in a manned engine-room or as designated duty engineer in a periodically unmanned engineer-room;
10° dans la subdivision structurelle navigation maritime, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un certificat des formations STCW suivies conformément au STCW II/4 : rating forming part of a navigational watch en een cadet training record boek met minimum 60 vaardagen ;
11° dans la subdivision structurelle pêche en mer, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un certificat de motoriste 221 kW et d'un carnet de stage comportant au moins 180 jours de navigation ;
12° dans la subdivision structurelle aspirant motoriste 750 kW/illimité, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un certificat de motoriste 750 kW/illimité et d'un carnet de stage comportant au moins 180 jours de navigation ;
13° dans la subdivision structurelle aspirant pilote navigation côtière et pêche en mer, organisée de manière duale ou non, l'élève régulier est en possession d'un certificat des formations STCW suivies conformément au STCW II/3 : officer in charge of a navigational watch on a ship of less 500 gross tonnage engaged on near-coastal voyages, un certificat de pilote pêche en mer, un carnet cadet training record comportant au moins 60 jours de navigation et un carnet de stage comportant au moins 120 jours de navigation.
Art. 61. De evaluatiebeslissing dat de leerling een structuuronderdeel of een graad met vrucht heeft beëindigd kan gekoppeld worden aan clausulering, waarbij aan de overstap naar een hoger leerjaar beperkingen worden opgelegd.
De volgende clausuleringen zijn mogelijk:
in het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B: de uitsluiting van een of meer basisopties of een of meer pakketten van basisopties van het tweede leerjaar A of B;
in het tweede leerjaar A, het tweede leerjaar B, het eerste en het tweede leerjaar van de tweede graad: de uitsluiting van een of meer finaliteiten, onderwijsvormen of afzonderlijke structuuronderdelen; [1 een clausulering omvat, naargelang het geval, het gelijknamige duale structuuronderdeel en niet-duale structuuronderdeel]1;
in het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso: de uitsluiting van alle structuuronderdelen van de dubbele finaliteit - kso of tso.
Bij clausulering houdt de klassenraad rekening met de volgende vereisten:
clausulering mag studiekeuzes in de loop van het secundair onderwijs niet vroegtijdig sterk verengen;
clausulering mag niet alleen met het oog op het studieaanbod van de school zijn;
clausulering moet rekening houden met de verplichte afspraken binnen de scholengemeenschap over een objectieve leerlingenoriëntering.
Art. 61. La décision d'évaluation que l'élève a terminé avec fruit une subdivision structurelle ou un degré peut être associée à une restriction, selon laquelle des limitations sont imposées pour le passage à une année d'études supérieure.
Les restrictions suivantes sont possibles :
dans la première année d'études A et la première année d'études B : l'exclusion d'une ou plusieurs options de base ou d'un ou plusieurs ensembles d'options de base de la deuxième année d'études A ou B ;
dans la deuxième année d'études A, la deuxième année d'études B, la première et la deuxième années d'études du deuxième degré : l'exclusion d'une ou plusieurs finalités, formes d'enseignement ou subdivisions structurelles distinctes ;[1 Une restriction comprend, selon le cas, la subdivision structurelle duale et non duale du même nom;]1
dans la première année d'études du troisième degré de la double finalité - EST ou ESA : l'exclusion de toutes les subdivisions structurelles de la double finalité - EST ou ESA.
Pour la restriction, le conseil de classe tient compte des exigences suivantes :
la restriction ne peut pas fortement restreindre de manière prématurée les choix d'étude dans le courant de l'enseignement secondaire ;
la restriction ne peut pas uniquement viser l'offre d'études de l'école ;
la restriction doit tenir compte des conventions obligatoires au sein du centre d'enseignement concernant une orientation objective des élèves.
Art. 62. De evaluatiebeslissing wordt in het schooljaar in kwestie genomen in de periode vanaf de vijfde laatste lesdag van de maand juni tot en met 30 juni. De voormelde termijn kan voor individuele gevallen als volgt worden aangepast:
de termijn kan [2 in alle structuuronderdelen]2 worden vervroegd als de klassenraad oordeelt dat de leerling de toepasbare doelen al heeft bereikt. In voorkomend geval wordt afgeweken van artikel 5, § 1, tweede lid, 2°, a), van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
de termijn kan worden verlengd tot uiterlijk de eerste schooldag van het daaropvolgende schooljaar als de klassenraad nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De klassenraad beslist dan met welke maatregelen de nodige informatie bij de leerling kan worden ingewonnen en de school onderzoekt hoe ze de leerling daarbij kan ondersteunen.
In afwijking van het eerste lid wordt voor de structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad, aangeduid als [1 7de leerjaren]1, die eindigen op 31 januari, de evaluatiebeslissing genomen in de periode vanaf de vijfde laatste lesdag van de maand januari tot en met 31 januari. De voormelde termijn kan voor individuele gevallen als volgt worden aangepast:
de termijn kan worden vervroegd als de klassenraad oordeelt dat de leerling de toepasbare doelen al heeft bereikt. In voorkomend geval wordt afgeweken van artikel 5, § 1, tweede lid, 2°, b), van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
de termijn kan worden verlengd tot uiterlijk 1 maart van het schooljaar in kwestie als de klassenraad nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De klassenraad beslist dan met welke maatregelen de nodige informatie bij de leerling kan worden ingewonnen en de school onderzoekt hoe ze de leerling daarbij kan ondersteunen.
Art. 62. La décision d'évaluation est prise durant l'année scolaire en question, dans la période comprise entre le cinquième dernier jour de classe du mois de juin et le 30 juin. Le délai précité peut être adapté comme suit pour les cas individuels :
Le délai peut être avancé [2 dans toutes les subdivisions structurelles]2 si le conseil de classe estime que l'élève a déjà atteint les objectifs applicables. Le cas échéant, il est dérogé à l'article 5, § 1er, alinéa 2, 2°, a) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
le délai peut être prolongé jusqu'au plus tard le premier jour d'école de l'année scolaire suivante si le conseil de classe ne dispose pas encore de suffisamment d'informations pour prendre une bonne décision. Le conseil de classe décide alors avec quelles mesures les informations nécessaires peuvent être recueillies auprès de l'élève et l'école examine comment elle peut soutenir l'élève à ce niveau.
Par dérogation à l'alinéa premier, pour les subdivisions structurelles de la troisième année d'études du troisième degré, désignées comme [1 7es années d'études]1, qui se terminent le 31 janvier, la décision d'évaluation est prise durant la période allant du cinquième dernier jour de classe du mois de janvier au 31 janvier. Le délai précité peut être adapté comme suit pour les cas individuels :
Le délai peut être avancé si le conseil de classe estime que l'élève a déjà atteint les objectifs applicables. Le cas échéant, il est dérogé à l'article 5, § 1er, alinéa 2, 2°, b) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
le délai peut être prolongé jusqu'au plus tard le 1er mars de l'année scolaire en question si le conseil de classe ne dispose pas encore de suffisamment d'informations pour prendre une bonne décision. Le conseil de classe décide alors avec quelles mesures les informations nécessaires peuvent être recueillies auprès de l'élève et l'école examine comment elle peut soutenir l'élève à ce niveau.
Art. 63. Van de evaluatiebeslissingen van de klassenraad wordt een proces-verbaal opgemaakt en worden er notulen gehouden die een synthese bevatten van de elementen die tot de beslissingen hebben geleid, waaronder eventueel het resultaat van een stemming. Het proces-verbaal en de notulen worden door de voorzitter en drie leden van de klassenraad ondertekend. De processen-verbaal worden gedurende vijftig jaar bewaard en de notulen worden gedurende vijf jaar bewaard.
Art. 63. Un procès-verbal des décisions d'évaluation du conseil de classe est dressé et des comptes rendus contenant une synthèse des éléments qui ont mené aux décisions, dont éventuellement le résultat d'un vote, sont rédigés. Le procès-verbal et les comptes rendus sont signés par le président et trois membres du conseil de classe. Les procès-verbaux sont conservés pendant cinquante ans et les comptes rendus pendant cinq ans.
Afdeling 2. - Buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3
Section 2. - Enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3
Art. 64. Leerlingenevaluatie heeft als doel om, rekening houdend met het pedagogisch project van de school, na te gaan of de regelmatige leerling in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd en in voldoende mate de doelen die zijn vastgelegd in het toepasbare opleidingsprofiel of het standaardtraject, al naargelang het geval, heeft bereikt.
Art. 64. L'évaluation a pour but de vérifier, compte tenu du projet pédagogique de l'école, si l'élève régulier a suffisamment poursuivi les objectifs de développement et a suffisamment atteint les objectifs fixés dans le profil de formation applicable ou le parcours standard, selon le cas.
Art. 65. Op het einde van de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase resulteert de leerlingenevaluatie in een evaluatiebeslissing. Die evaluatiebeslissing wordt in het schooljaar in kwestie genomen in de periode vanaf de vijfde laatste lesdag van de maand juni tot en met 30 juni. De voormelde termijn kan voor individuele gevallen als volgt worden aangepast:
de termijn kan, enkel in de kwalificatiefase en integratiefase, worden vervroegd als de klassenraad oordeelt dat de leerling in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd en in voldoende mate de doelen die zijn vastgelegd in het toepasbare opleidingsprofiel of het standaardtraject heeft bereikt. In voorkomend geval wordt afgeweken van artikel 5, § 1, tweede lid, 2°, a), van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
de termijn kan worden verlengd tot uiterlijk de eerste schooldag van het daaropvolgende schooljaar als de klassenraad nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De klassenraad beslist dan met welke maatregelen de nodige informatie bij de leerling kan worden ingewonnen en de school onderzoekt hoe ze de leerling daarbij kan ondersteunen.
Art. 65. A la fin de la phase de formation, de la phase de qualification et de la phase d'intégration, l'évaluation des élèves débouche sur une décision d'évaluation.Cette décision d'évaluation est prise durant l'année scolaire en question, dans la période comprise entre le cinquième dernier jour de classe du mois de juin et le 30 juin. Le délai précité peut être adapté comme suit pour les cas individuels :
le délai peut être avancé, uniquement durant les phases de qualification et d'intégration, si le conseil de classe estime que l'élève a suffisamment poursuivi les objectifs de développement et a suffisamment atteint les objectifs fixés dans le profil de formation applicable ou le parcours standard. Le cas échéant, il est dérogé à l'article 5, § 1er, alinéa 2, 2°, a) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
le délai peut être prolongé jusqu'au plus tard le premier jour d'école de l'année scolaire suivante si le conseil de classe ne dispose pas encore de suffisamment d'informations pour prendre une bonne décision. Le conseil de classe décide alors avec quelles mesures les informations nécessaires peuvent être recueillies auprès de l'élève et l'école examine comment elle peut soutenir l'élève à ce niveau.
Art. 66. Van de evaluatiebeslissingen van de klassenraad wordt een proces-verbaal opgemaakt en worden er notulen gehouden die een synthese bevatten van de elementen die tot de beslissingen hebben geleid, waaronder eventueel het resultaat van een stemming. Het proces-verbaal en de notulen worden door de voorzitter en drie leden van de klassenraad ondertekend. De processen-verbaal worden gedurende vijftig jaar bewaard en de notulen worden gedurende vijf jaar bewaard.
Art. 66. Un procès-verbal des décisions d'évaluation du conseil de classe est dressé et des comptes rendus contenant une synthèse des éléments qui ont mené aux décisions, dont éventuellement le résultat d'un vote, sont rédigés. Le procès-verbal et les comptes rendus sont signés par le président et trois membres du conseil de classe. Les procès-verbaux sont conservés pendant cinquante ans et les comptes rendus pendant cinq ans.
HOOFDSTUK 4. - Studiebekrachtiging
CHAPITRE 4. - Validation d'études
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art. 67. Behalve de directeur kan elke gemandateerde van het schoolbestuur met de ondertekening van de studiebewijzen worden belast. In voorkomend geval wordt in de modellen van studiebewijzen de verwijzing naar de directeur van de school vervangen door de verwijzing naar de gemandateerde van het schoolbestuur van de school.
Art. 67. Hormis le directeur, chaque personne mandatée de l'autorité scolaire peut être chargée de la signature des titres. Le cas échéant, dans les modèles de titres, la référence au directeur de l'école est remplacée par la référence à la personne mandatée de l'autorité scolaire de l'école.
Art. 68. Het schoolbestuur herstelt elke materiële fout in de vorm van ten onrechte uitreiking van een studiebewijs waardoor de rechten van de leerling worden geschonden. Het initiatiefrecht tot herstel van die fout, dat altijd kan worden uitgeoefend, ligt bij het schoolbestuur en bij de leerling.
Het schoolbestuur kan elke materiële fout in de vorm van ten onrechte uitreiking van een studiebewijs waardoor aan de leerling meer rechten worden toegekend dan de rechten die voortvloeien uit de beslissing van de klassenraad, herstellen tot uiterlijk dertig kalenderdagen na de uitreiking ervan. Een herstel is evenwel niet mogelijk als de leerling kan aantonen dat binnen de voormelde dertig kalenderdagen rechtsgevolgen zijn ontstaan en dat een intrekking van het studiebewijs schade zou veroorzaken voor die leerling.
Art. 68. Toute erreur matérielle sous forme d'une remise injuste d'un titre entraînant la violation des droits de l'élève est réparée par l'autorité scolaire. Le droit d'initiative pour la réparation de l'erreur, pouvant être exercé à tout moment, incombe à l'autorité scolaire et à l'élève.
Toute erreur matérielle sous forme de remise injuste d'un titre, par laquelle l'élève se voit attribuer plus de droits que les droits résultant de la décision du conseil de classe, peut être réparée par l'autorité scolaire jusqu'au plus tard trente jours calendrier après la remise dudit titre. Une réparation est toutefois impossible si l'élève peut démontrer que des conséquences juridiques ont surgi dans les trente jours calendrier précités et qu'un retrait du titre porterait préjudice à cet élève.
Afdeling 2. - Voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4
Section 2. - Enseignement secondaire ordinaire à temps plein et enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4
Art. 69. In aansluiting op de evaluatiebeslissingen worden aan de regelmatige leerlingen studiebewijzen toegekend die van rechtswege geldend zijn. Een studiebewijs impliceert dat de houder geacht wordt het overeenkomstige studietraject volledig en, naargelang van het studiebewijs in kwestie, met of zonder vrucht te hebben doorlopen, ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht de duur en structuur van dat traject.
In afwijking van het eerste lid gaat aan de studiebewijzen, vermeld in artikel 74, 2°, uitgezonderd b), en 3°, geen evaluatiebeslissing vooraf.
De toekenning van studiebewijzen kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de betrokken personen van hun financiële verplichtingen.
Art. 69. Suite aux décisions d'évaluation, des titres valables de plein droit sont attribués aux élèves réguliers. Un titre implique que le titulaire est censé avoir suivi le parcours de formation correspondant entièrement et, selon le titre en question, l'avoir parcouru avec succès ou non, peu importe le moment d'adhésion à ce parcours, et quelles que soient la durée et la structure dudit parcours.
Par dérogation à l'alinéa premier, aucune décision d'évaluation ne précède les titres mentionnés à l'article 74, 2°, sauf b) et 3°.
L'attribution de titres ne peut en aucun cas être retenue, pas même en cas de non-respect des obligations financières de la part des personnes intéressées.
Art. 70. De studiebekrachtiging in de vorm van de toekenning van een oriënteringsattest is als volgt:
oriënteringsattest A: als de leerling het eerste of tweede leerjaar van de eerste graad, het eerste of tweede leerjaar van de tweede graad of het eerste leerjaar van de derde graad met vrucht en zonder clausulering heeft beëindigd of als de leerling het eerste leerjaar van de eerste graad met vrucht en met clausulering heeft beëindigd;
oriënteringsattest B: als de leerling het tweede leerjaar van de eerste graad, het eerste of tweede leerjaar van de tweede graad of het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht en met clausulering heeft beëindigd;
oriënteringsattest C: als de leerling een leerjaar van de eerste, tweede of derde graad niet met vrucht heeft beëindigd.
In het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B kan:
het oriënteringsattest A ook remediëring in het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B opleggen. Als remediëring wordt opgelegd, is het zowel een recht als een plicht voor de leerling, ongeacht de school van inschrijving;
het oriënteringsattest C alleen toegekend worden in uitzonderlijke gevallen.
In het eerste leerjaar en tweede leerjaar van de tweede graad kan het oriënteringsattest A ook een advies inhouden om naar een studierichting met een hoger abstractieniveau over te stappen.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt de modellen van de oriënteringsattesten, vermeld in het eerste lid, en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 70. La validation d'études sous la forme d'attribution d'une attestation d'orientation se déroule comme suit :
attestation d'orientation A : si l'élève a terminé avec fruit et sans restriction la première ou la deuxième année d'études du premier degré, la première ou la deuxième année d'études du deuxième degré ou la première année d'études du troisième degré ou si l'élève a terminé avec fruit et avec restriction la première année d'études du premier degré ;
attestation d'orientation B : si l'élève a terminé avec fruit et avec restriction la deuxième année d'études du premier degré, la première ou la deuxième année d'études du deuxième degré ou la première année d'études du troisième degré de la double finalité - ESA ou EST ;
attestation d'orientation C : si l'élève n'a pas terminé avec fruit une année d'études du premier, deuxième ou troisième degré.
Dans la première année d'études A et la première année d'études B, il est possible :
que l'attestation d'orientation A impose également une remédiation dans la deuxième année d'études A ou la deuxième année d'études B. Si la remédiation est imposée, c'est à la fois un droit et une obligation pour l'élève, peu importe l'école d'inscription ;
que l'attestation d'orientation C soit uniquement attribuée dans des cas exceptionnels.
Dans la première année d'études et la deuxième année d'études du deuxième degré, l'attestation d'orientation A peut également comporter une recommandation de passer à une orientation d'études avec un niveau d'abstraction supérieur.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit les modèles des attestations d'orientation, mentionnés à l'alinéa premier, et les règles pour les compléter.
Art. 71. De studiebekrachtiging in de vorm van de toekenning van een getuigschrift is als volgt:
getuigschrift van basisonderwijs, onderwijskwalificatie niveau 1: als de leerling een eerste leerjaar B of een tweede leerjaar B met vrucht heeft beëindigd en nog geen houder is van een getuigschrift van basisonderwijs;
getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs: als de leerling het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B met vrucht, al dan niet met clausulering, heeft beëindigd;
getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 2:
a) als de leerling het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht, al dan niet met clausulering, heeft beëindigd in een structuuronderdeel van de arbeidsmarktfinaliteit - bso, met uitzondering van een aanloopstructuuronderdeel, en de beroepsgerichte competenties van de beroepskwalificatie(s) of deelkwalificatie(s) die eraan verbonden zijn, in voldoende mate heeft behaald;
b) [3 als de leerling in het eerste leerjaar of het tweede leerjaar van een structuuronderdeel van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso de doelen van een structuuronderdeel van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso dat leidt tot een onderwijskwalificatie niveau 2, of een structuuronderdeel van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3, dat leidt tot een onderwijskwalificatie niveau 2, die zijn vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving en die nog niet zijn behaald, in voldoende mate behaalt;]3
[2 c) [3 ...]3]2
getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs:
a) als de leerling het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht, al dan niet met clausulering, heeft beëindigd in een structuuronderdeel van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso;
b) als de leerling het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht, al dan niet met clausulering, heeft beëindigd in een structuuronderdeel van de arbeidsmarktfinaliteit - bso, met uitzondering van een aanloopstructuuronderdeel, waar geen beroepskwalificatie(s) of deelkwalificatie(s) aan zijn verbonden;
[2 c) als de leerling die met toepassing van artikel 24, eerste lid, 4°, van dit besluit op basis van een certificaat dat niet gebaseerd is op een beroepskwalificatie is toegelaten tot een duaal structuuronderdeel van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso, in het eerste leerjaar of het tweede leerjaar van dat duale structuuronderdeel de nog niet behaalde doelen van een structuuronderdeel van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso, vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving, in voldoende mate heeft behaald;]2
getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer: als de leerling in het tweede leerjaar van de derde graad of het derde leerjaar van de derde graad, aangeduid als [1 een 7de leerjaar]1, voldaan heeft aan de voorwaarden inzake de basiskennis van het bedrijfsbeheer, opgenomen in de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap en in het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.
Voor een leerling in het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso, ingeschreven in een aanloopstructuuronderdeel als vermeld in artikel 357/43, eerste lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, waarvoor gedurende het traject in de aanloopfase blijkt dat de overstap naar het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" 2e graad niet mogelijk is, kan de klassenraad beslissen om de doelen van het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" 2e graad na te streven in een kwalificerend traject op maat. De school moet deze noodzaak kunnen aantonen. Dit moet voorgelegd kunnen worden aan de onderwijsinspectie bij een doorlichting als bedoeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
Aan een leerling die voldoet aan de bepalingen van het tweede lid, en die alle doelen behaalt van het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" tweede graad, heeft het desbetreffend aanloopstructuuronderdeel met vrucht beëindigd en behaalt het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 2, vermeld in het eerste lid, 3°.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt de modellen van de getuigschriften, vermeld in het eerste lid, en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 71. La validation d'études sous la forme d'attribution d'un certificat se déroule comme suit :
certificat de l'enseignement fondamental, la qualification d'enseignement de niveau 1 : si l'élève a terminé avec fruit une première année d'études B ou une deuxième année d'études B et n'est pas encore titulaire d'un certificat de l'enseignement fondamental ;
certificat du premier degré de l'enseignement secondaire : si l'élève a terminé avec fruit la deuxième année d'études A ou la deuxième année d'études B, avec ou sans restriction ;
certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement niveau 2 :
a) si l'élève a terminé avec fruit la deuxième année d'études du deuxième degré, avec ou sans restriction, dans une subdivision structurelle de la finalité marché du travail - ESP, à l'exception d'une subdivision structurelle de démarrage, et a suffisamment acquis les compétences professionnelles de la (des) qualification(s) professionnelle(s) ou qualification(s) partielle(s) qui y sont liées ;
b) [3 si l'élève en première ou deuxième année d'études d'une subdivision structurelle du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP atteint de manière suffisante les objectifs d'une subdivision structurelle du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP qui conduit à une qualification d'enseignement niveau 2, ou d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire spécialisé, forme d'enseignement 3, qui conduit à une qualification d'enseignement niveau 2, définis par ou en vertu d'un décret ou d'une réglementation et qui ne sont pas encore atteints ;]3
[2 c) [3 ...]3]2
certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire :
a) si l'élève a terminé avec fruit la deuxième année d'études du deuxième degré, avec ou sans restriction, dans une subdivision structurelle de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, ou la double finalité - ESA ou EST ;
b) si l'élève a terminé avec fruit la deuxième année d'études du deuxième degré, avec ou sans restriction, dans une subdivision structurelle de la finalité marché du travail - ESP, à l'exception d'une subdivision structurelle de démarrage, à laquelle aucune qualification professionnelle ou qualification partielle n'est liée ;
[2 c) si l'élève qui, en application de l'article 24, alinéa 1er, 4°, du présent arrêté, a été admis à une subdivision structurelle duale du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP sur la base d'un certificat qui n'est pas basé sur une qualification professionnelle, a atteint dans une mesure suffisante, au cours de la première ou deuxième année de cette subdivision structurelle duale, les objectifs non encore atteints d'une subdivision structurelle du deuxième degré de finalité marché du travail - ESP, définis par ou en vertu d'un décret ou d'une réglementation ;]2
certificat sur la connaissance de base en gestion d'entreprise : si l'élève en deuxième année d'études du troisième degré ou troisième année d'études du troisième degré, désignée en tant que [1 7e année d'études]1, a répondu aux conditions concernant la connaissance de base en gestion d'entreprise, reprises dans la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante et dans l'arrêté royal du 21 octobre 1998 portant exécution du chapitre Ier du titre II de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante.
Pour un élève en deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP, inscrit dans une subdivision structurelle de démarrage telle que visée à l'article 357/43, alinéa premier, 1°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, pour lequel il apparaît au cours de la phase de démarrage que le passage à la subdivision structurelle supérieure " duale " 2e degré n'est pas possible, le conseil de classe peut décider de poursuivre les objectifs de la subdivision structurelle supérieure " duale " 2e degré lors d'un parcours de qualification personnalisé. L'école doit pouvoir démontrer cette nécessité. La preuve doit pouvoir en être soumise à l'inspection de l'enseignement lors d'un audit tel que visé aux articles 36 à 42 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
A un élève qui répond aux dispositions de l'alinéa 2 et qui a atteint tous les objectifs de la subdivision structurelle " duale " deuxième degré sus-jacente, a terminé avec fruit la subdivision structurelle de démarrage correspondante et a obtenu le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 2, mentionné à l'alinéa premier, 3°.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit les modèles des certificats, mentionnés à l'alinéa premier, et les règles pour les compléter.
Art. 72. De studiebekrachtiging in de vorm van de toekenning van een diploma is als volgt:
diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3: als de leerling het tweede leerjaar van de derde graad met vrucht heeft beëindigd in een structuuronderdeel van de arbeidsmarktfinaliteit - bso, met uitzondering van een aanloopstructuuronderdeel, en de beroepsgerichte competenties van de beroepskwalificatie(s) en in voorkomend geval van de deelkwalificatie(s) die eraan verbonden zijn, in voldoende mate heeft behaald;
diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4:
a) als de leerling het tweede leerjaar van de derde graad met vrucht heeft beëindigd in een structuuronderdeel van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso;
b) als de leerling het tweede leerjaar van de derde graad met vrucht heeft beëindigd in een structuuronderdeel van de dubbele finaliteit - kso of tso en de beroepsgerichte competenties van de beroepskwalificatie(s) en in voorkomend geval van de deelkwalificatie(s) die eraan verbonden zijn, in voldoende mate heeft behaald;
c) als de leerling het derde leerjaar van de derde graad met vrucht heeft beëindigd in het structuuronderdeel, ingericht als [1 een 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs tot een bacheloropleiding.]1
Het diploma, vermeld in het eerste lid, 1°, kan aan een leerling die met toepassing van artikel 24, eerste lid, 3°, 4° of 5°, wordt toegelaten tot de derde graad in een structuuronderdeel arbeidsmarktfinaliteit - bso, enkel worden uitgereikt indien de leerling ervoor een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 2, [2 of een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs]2 behaalde.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt de modellen van de diploma's, vermeld in het eerste lid, en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 72. La validation d'études sous la forme d'attribution d'un diplôme se déroule comme suit :
diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 3 : si l'élève a terminé avec fruit la deuxième année d'études du troisième degré dans une subdivision structurelle de la finalité marché du travail - ESP, à l'exception d'une subdivision structurelle de démarrage, et a suffisamment acquis les compétences professionnelles de la (des) qualification(s) professionnelle(s) et le cas échéant de la (des) qualification(s) partielle(s) qui y sont liées ;
diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 4 :
a) si l'élève a terminé avec fruit la deuxième année d'études du troisième degré dans une subdivision structurelle de la finalité transition - ESG, ESA ou EST ;
b) si l'élève a terminé avec fruit la deuxième année d'études du troisième degré dans une subdivision structurelle de la double finalité - ESA ou EST et a suffisamment acquis les compétences professionnelles de la (des) qualification(s) professionnelle(s) et le cas échéant de la (des) qualification(s) partielle(s) qui y sont liées ;
c) si l'élève a terminé avec fruit la troisième année d'études du troisième degré dans la subdivision structurelle aménagée en [1 7e année d'études préparatoires à l'enseignement supérieur]1 et qui débouche sur un diplôme donnant accès à une formation de bachelier.
Le diplôme, mentionné à l'alinéa premier, 1°, peut uniquement être remis à un élève qui, en application de l'article 24, alinéa premier, 3°, 4° ou 5°, est admis au troisième degré dans une subdivision structurelle finalité marché du travail - ESP si l'élève a obtenu pour cela un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 2 [2 , ou un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire]2.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit les modèles des diplômes, mentionnés à l'alinéa premier, et les règles pour les compléter.
Art. 73. De studiebekrachtiging in de vorm van de toekenning van een bewijs is als volgt:
bewijs van beroepskwalificatie: als de leerling in een structuuronderdeel van de dubbele finaliteit - kso of tso, in een structuuronderdeel van de arbeidsmarktfinaliteit - bso [1 , met uitzondering van een aanloopstructuuronderdeel, of in een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]1 na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 of 4, de beroepsgerichte competenties die een beroepskwalificatie vormen in voldoende mate heeft behaald;
bewijs van deelkwalificatie: als de leerling in een structuuronderdeel van de dubbele finaliteit - kso of tso, in een structuuronderdeel van de arbeidsmarktfinaliteit - bso [1 , met uitzondering van een aanloopstructuuronderdeel, of in een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]1 na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 of 4, de beroepsgerichte competenties die een deelkwalificatie vormen in voldoende mate heeft behaald;
bewijs van competenties: als de leerling in een structuuronderdeel van de dubbele finaliteit - kso of tso, in een structuuronderdeel van de arbeidsmarktfinaliteit - bso of in een [1 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]1 na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 of 4, beroepsgerichte competenties heeft bereikt die geen beroepskwalificatie of deelkwalificatie vormen.
[2 4° bewijs van slagen voor de basisvorming: als de leerling in een structuuronderdeel van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, dubbele finaliteit - kso of tso, of arbeidsmarktfinaliteit - bso geslaagd is voor de basisvorming.]2
[2 In het eerste lid, 4°, wordt verstaan onder basisvorming: het onderdeel van de vorming dat gemeenschappelijk is voor alle studierichtingen van de derde graad doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, dubbele finaliteit - kso of tso, respectievelijk arbeidsmarktfinaliteit - bso.]2
Voor een leerling in het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso, ingeschreven in een aanloopstructuuronderdeel als vermeld in artikel 357/43, eerste lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, waarvoor gedurende het traject in de aanloopfase blijkt dat de overstap naar het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" 2e graad niet mogelijk is, kan de klassenraad beslissen om de doelen van het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" 2e graad na te streven in een kwalificerend traject op maat. De school moet deze noodzaak kunnen aantonen. Dit moet voorgelegd kunnen worden aan de onderwijsinspectie bij een doorlichting als bedoeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
Aan een leerling die voldoet aan de bepalingen van [2 het derde lid]2 en die de beroepsgerichte competenties van het bovenliggende structuuronderdeel "duaal" tweede graad, die een beroepskwalificatie of een deelkwalificatie vormen, in voldoende mate heeft behaald, kan een bewijs van beroepskwalificatie als vermeld in het eerste lid, 1°, of een bewijs van deelkwalificatie als vermeld in het eerste lid, 2°, uitgereikt worden.
De bewijzen, vermeld in het eerste lid, worden niet toegekend als de leerling in het structuuronderdeel in kwestie een onderwijskwalificatie behaalt. In het voormelde geval is de bewijsvoering van [2 het slagen voor de basisvorming en de]2 behaalde beroepskwalificaties of deelkwalificaties in de onderwijskwalificatie geïntegreerd.
Het bewijs van deelkwalificatie, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt niet toegekend als de leerling in het structuuronderdeel in kwestie een bewijs van beroepskwalificatie behaalt, waarin de deelkwalificatie vervat zit. In het voormelde geval is de bewijsvoering van de deelkwalificatie in de beroepskwalificatie geïntegreerd.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt de modellen van de bewijzen, vermeld in het eerste lid, en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 73. La validation d'études sous la forme d'attribution d'une certification se déroule comme suit :
certification professionnelle : si l'élève a obtenu dans une mesure suffisante dans une subdivision structurelle de la double finalité - ESA ou EST, dans une subdivision structurelle de la finalité marché du travail - ESP [1 , à l'exception d'une subdivision structurelle de démarrage, ou dans une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]1 après la qualification d'enseignement obtenue de niveau 3 ou 4, des compétences professionnelles qui forment une qualification professionnelle ;
certification de qualification partielle : si l'élève a obtenu dans une mesure suffisante dans une subdivision structurelle de la double finalité - ESA ou EST, dans une subdivision structurelle de la finalité marché du travail - ESP [1 , à l'exception d'une subdivision structurelle de démarrage, ou dans une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]1 après la qualification d'enseignement obtenue de niveau 3 ou 4, des compétences professionnelles qui forment une qualification partielle ;
certification de compétences : si l'élève a atteint dans une subdivision structurelle de la double finalité - ESA ou EST, dans une subdivision structurelle de la finalité marché du travail - ESP ou dans une [1 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]1 qui spécialise professionnellement après la qualification d'enseignement obtenue de niveau 3 ou 4, des compétences professionnelles qui ne forment pas de qualification professionnelle ou de qualification partielle;
[2 4° preuve de réussite à la formation de base : si l'élève en une subdivision structurelle du troisième degré de la finalité transition - ESG, ESA ou EST, de la double finalité - ESA ou EST, ou de la finalité marché du travail - ESP a réussi la formation de base. ]2
[2 Dans l'alinéa 1er, 4°, on entend par formation de base : la partie de la formation qui est commune à toutes les orientations d'études du troisième degré finalité transition - ESG, ESA ou EST, double finalité - ESA ou EST, respectivement finalité marché du travail - ESP. ]2
Pour un élève en deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP, inscrit dans une subdivision structurelle de démarrage telle que visée à l'article 357/43, alinéa premier, 1°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, pour lequel il apparaît au cours de la phase de démarrage que le passage à la subdivision structurelle supérieure " duale " 2e degré n'est pas possible, le conseil de classe peut décider de poursuivre les objectifs de la subdivision structurelle supérieure " duale " 2e degré lors d'un parcours de qualification personnalisé. L'école doit pouvoir démontrer cette nécessité. La preuve doit pouvoir en être soumise à l'inspection de l'enseignement lors d'un audit tel que visé aux articles 36 à 42 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
Une certification professionnelle comme mentionné à l'alinéa premier, 1°, ou une certification de qualification partielle comme mentionné à l'alinéa premier, 2° peut être délivrée à un élève qui répond aux dispositions de [2 l'alinéa 3]2 et qui a suffisamment atteint les compétences professionnelles de la subdivision structurelle sus-jacente " duale " deuxième degré, qui forment une qualification professionnelle ou une qualification partielle.
Les certifications mentionnées à l'alinéa premier ne sont pas attribuées si l'élève dans la subdivision structurelle en question obtient une qualification d'enseignement. Dans le cas précité, la démonstration [2 de la réussite à la formation de base et]2 des qualifications professionnelles ou des qualifications partielles obtenues est intégrée dans la qualification d'enseignement.
La certification de la qualification partielle, mentionnée à l'alinéa premier, 2°, n'est pas remise si l'élève dans la subdivision structurelle en question obtient une certification professionnelle comprenant la qualification partielle. Dans le cas précité, la démonstration de la qualification partielle est intégrée dans la qualification professionnelle.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit les modèles des certifications, mentionnés à l'alinéa premier, et les règles pour les compléter.
Art. 74. De studiebekrachtiging in de vorm van de toekenning van een attest is als volgt:
attest van verworven bekwaamheden: als de leerling een structuuronderdeel op basis van een individueel aangepast curriculum heeft gevolgd;
attest van lesbijwoning als regelmatige leerling:
a) in het eerste leerjaar B van de eerste graad, het eerste leerjaar van de tweede of derde graad van een structuuronderdeel met graadevaluatie. Het attest van lesbijwoning als regelmatige leerling komt in de plaats van een oriënteringsattest. Als de leerling echter overstapt binnen een graad van een structuuronderdeel met graadevaluatie naar een structuuronderdeel zonder graadevaluatie, wordt alsnog over het eerste leerjaar van die graad een oriënteringsattest toegekend volgens de beslissing van de klassenraad;
b) in het eerste leerjaar van de eerste, tweede of derde graad van een structuuronderdeel dat de leerling met tekorten heeft beëindigd maar met toelating tot het tweede leerjaar van de graad in kwestie. Het attest van lesbijwoning als regelmatige leerling komt in de plaats van een oriënteringsattest. Als de leerling echter het tweede leerjaar niet met vrucht heeft beëindigd, maar wel de tekorten van het eerste leerjaar heeft weggewerkt, wordt alsnog over het eerste leerjaar van die graad een oriënteringsattest A toegekend. Als de leerling, zonder dat de tekorten zijn weggewerkt, overstapt naar een structuuronderdeel van dezelfde of een andere school waar geen gebruik wordt gemaakt van de regeling, vermeld in artikel 37, wordt alsnog over het eerste leerjaar van die graad een oriënteringsattest toegekend volgens de beslissing van de klassenraad;
c) in het derde leerjaar van de derde graad van een structuuronderdeel, ingericht als [1 een 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs]1 en niet wordt bekrachtigd met een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4;
d) als artikel 121 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 van toepassing is op de leerling en als hij het geheel van de vorming van een schooljaar nog niet heeft voltooid;
e) als artikel 136, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 van toepassing is op de leerling en als hij de opleiding nog niet heeft voltooid.
attest van lesbijwoning als vrije leerling: als de leerling geen regelmatige leerling is en bijgevolg voor geen enkel van alle andere studiebewijzen in aanmerking komt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt de modellen van de attesten, vermeld in het eerste lid, en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 74. La validation d'études sous la forme d'attribution d'une attestation se déroule comme suit :
attestation de compétences acquises si l'élève a suivi une subdivision structurelle sur la base d'un programme adapté individuellement ;
attestation de fréquentation en tant qu'élève régulier :
a) dans la première année d'études B du premier degré, la première année d'études du deuxième ou du troisième degré d'une subdivision structurelle avec évaluation du degré. L'attestation de fréquentation des cours en tant qu'élève régulier remplace une attestation d'orientation. Si l'élève passe toutefois dans un degré d'une subdivision structurelle avec évaluation de degré à une subdivision structurelle sans évaluation de degré, une attestation d'orientation concernant la première année d'études de ce degré est attribuée suivant la décision du conseil de classe ;
b) dans la première année d'études du premier, deuxième ou troisième degré d'une subdivision structurelle que l'élève a terminée avec des lacunes, mais avec admission dans la deuxième année d'études du degré en question. L'attestation de fréquentation des cours en tant qu'élève régulier remplace une attestation d'orientation. Si l'élève n'a toutefois pas terminé avec fruit la deuxième année d'études, mais a remédié aux lacunes de la première année d'études, une attestation d'orientation A concernant la première année d'études de ce degré est attribuée. Si l'élève passe sans avoir remédié aux lacunes à une subdivision structurelle de la même ou d'une autre école qui n'utilise pas le règlement visé à l'article 37, une attestation d'orientation concernant la première année d'études de ce degré est remise suivant la décision du conseil de classe ;
c) dans la troisième année d'études du troisième degré d'une subdivision structurelle, aménagée en tant que [1 7e année d'études préparatoires à l'enseignement supérieur]1 et qui n'est pas entérinée par un diplôme de l'enseignement secondaire, qualification d'enseignement de niveau 4 ;
d) si l'article 121 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 s'applique à l'élève et s'il n'a pas encore terminé l'ensemble de la formation d'une année scolaire ;
e) si l'article 136, 3° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 s'applique à l'élève et s'il n'a pas encore terminé la formation.
attestation de fréquentation en tant qu'élève libre : si l'élève n'est pas un élève régulier et n'entre donc en considération pour aucun des autres titres.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit les modèles des attestations, mentionnés à l'alinéa premier, et les règles pour les compléter.
Art. 75. In uitzonderlijke gevallen kan de klassenraad aan een leerling die een individueel aangepast curriculum volgt, de gewone studiebekrachtiging, in plaats van een attest van verworven bekwaamheden, toekennen, op voorwaarde dat er gelijkwaardigheid is van de doelen van het individueel aangepast curriculum met de doelen, vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving, die toepasbaar zijn in het structuuronderdeel dat de leerling volgt.
[1 In afwijking van het eerste lid [2 ...]2 kan aan de leerlingen met een IAC-verslag voor opleidingsvorm 3, een getuigschrift van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 [2 of een getuigschrift, onderwijskwalificatie niveau 2]2 gegeven worden, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
1А het structuuronderdeel opleidingsvorm 3 waarvoor de studiebekrachtiging uitgereikt wordt, sluit inhoudelijk aan bij het studieaanbod van de school die de studiebekrachtiging uitreikt;
2А de school voor gewoon secundair onderwijs legt voorafgaandelijk contact met een school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 om de overeenkomst na te gaan van de doelen die opgenomen zijn in het individueel aangepast curriculum met de doelstellingen van de overeenkomstige opleiding uit het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
3А een vertegenwoordiger van de school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 is een stemgerechtigd lid van de klassenraad van de school voor gewoon secundair onderwijs.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt het model van dit getuigschrift en de regels om ze in te vullen, vast.]1

De onderwijsinspectie houdt kwaliteitstoezicht op deze bevoegdheid van de klassenraad tijdens de schooldoorlichting als bedoeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
Art. 75. Dans des cas exceptionnels, le conseil de classe peut accorder à un élève qui suit un programme adapté individuellement, la validation d'études ordinaire au lieu d'une attestation de compétences acquises, à condition qu'il y ait équivalence entre les objectifs du programme adapté individuellement et les objectifs, fixés par ou en vertu d'un décret ou d'une réglementation, qui sont applicables dans la subdivision structurelle que suit l'élève.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, [2 ...]2, [2 un certificat de l'enseignement secondaire spécialisé de la forme d'enseignement 3 ou un certificat de la qualification d'enseignement niveau 2]2 peut être délivré aux élèves en possession d'un rapport IAC pour la forme d'enseignement 3, si les conditions suivantes sont remplies :
la subdivision structurelle de la forme d'enseignement 3 pour laquelle la validation d'études est délivrée se rattache sur le fond à l'offre d'études de l'école qui délivre la validation d'études ;
l'école d'enseignement secondaire ordinaire prend contact au préalable avec une école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 pour vérifier la correspondance entre les objectifs du programme adapté individuellement et les objectifs de la formation correspondante de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3 ;
un représentant de l'école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 est un membre ayant voix délibérative du conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire ordinaire.
Le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions fixe le modèle de ce certificat et les règles pour le remplir.]1

L'inspection de l'enseignement assure la surveillance de la qualité de cette compétence du conseil de classe pendant la radioscopie scolaire comme visé aux articles 36 à 42 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
Afdeling 3. - Buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3
Section 3. - Enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3
Art. 76. In elke fase, uitgezonderd de observatiefase, worden in aansluiting op de evaluatiebeslissingen studiebewijzen toegekend die van rechtswege geldend zijn aan de regelmatige leerlingen. Een studiebewijs impliceert dat de houder geacht wordt het overeenkomstige studietraject volledig heeft doorlopen en, naargelang van het studiebewijs in kwestie, in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd en in voldoende mate de doelen die zijn vastgelegd in het toepasbare opleidingsprofiel of het standaardtraject, al naargelang het geval, heeft bereikt. Dit is ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht de duur en structuur van dat traject.
In afwijking van het eerste lid gaat aan het studiebewijs, vermeld in artikel 80, geen evaluatiebeslissing vooraf.
De toekenning van studiebewijzen kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de betrokken personen van hun financiële verplichtingen.
Art. 76. A chaque phase, exception faite de la phase d'observation, suite aux décisions d'évaluation, des titres sont attribués et s'appliquent de plein droit aux élèves réguliers. Un titre implique que le titulaire est considéré avoir complètement terminé le parcours de formation correspondant et, selon le titre en question, avoir suffisamment poursuivi les objectifs de développement et avoir suffisamment atteint les objectifs fixés dans le profil de formation ou le parcours standard applicable, selon le cas. Tout cela indépendamment du moment d'adhésion à ce parcours et peu importe la durée et la structure de ce parcours.
Par dérogation à l'alinéa premier, aucune décision d'évaluation ne précède le titre mentionné à l'article 80.
L'attribution de titres ne peut en aucun cas être retenue, pas même en cas de non-respect des obligations financières de la part des personnes intéressées.
Art. 77. In het kader van de studiebekrachtiging op het einde van de opleidingsfase wordt aan alle leerlingen een bewijs van competenties toegekend. Op dat bewijs staan de beroepsgerichte competenties opgesomd die in de opleidingsfase in voldoende mate verworven zijn. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt het model van het bewijs van competenties vast.
Art. 77. Dans le cadre de la validation d'études à la fin de la phase de formation, une certification des compétences est octroyée à tous les élèves. Cette certification énumère les compétences professionnelles déjà suffisamment acquises durant la phase de formation. Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit le modèle de la certification des compétences.
Art. 78. De studiebekrachtiging op het einde van de kwalificatiefase of integratiefase in de vorm van toekenning van een bewijs is als volgt:
bewijs van beroepskwalificatie: als de leerling in voldoende mate de beroepsgerichte competenties die een beroepskwalificatie vormen heeft behaald;
bewijs van deelkwalificatie: als de leerling in voldoende mate de beroepsgerichte competenties die een deelkwalificatie vormen heeft behaald;
bewijs van competenties: als de leerling beroepsgerichte competenties heeft bereikt die geen deelkwalificatie of beroepskwalificatie vormen.
De bewijzen, vermeld in het eerste lid, worden niet toegekend als de leerling in het structuuronderdeel in kwestie een getuigschrift behaalt. In het voormelde geval is de bewijsvoering van behaalde beroepskwalificaties of deelkwalificaties in het getuigschrift geïntegreerd.
Het bewijs van deelkwalificatie, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt niet toegekend als de leerling in het structuuronderdeel in kwestie een bewijs van beroepskwalificatie behaalt, waarin de deelkwalificatie vervat zit. In het voormelde geval is de bewijsvoering van de deelkwalificatie in de beroepskwalificatie geïntegreerd.
Het bewijs van competenties, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt ook toegekend aan een leerling in een structuuronderdeel van de integratiefase als hij reeds een getuigschrift heeft behaald in een structuuronderdeel met identieke benaming in de kwalificatiefase. Dat bewijs van competenties verwijst alleszins naar de opgedane werkervaring.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt de modellen van de bewijzen, vermeld in het eerste lid, en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 78. La validation d'études à la fin de la phase de qualification ou de la phase d'intégration sous la forme d'attribution d'une certification se déroule comme suit :
certification professionnelle : si l'élève a suffisamment acquis les compétences professionnelles formant une qualification professionnelle ;
certification de qualification partielle : si l'élève a suffisamment acquis les compétences professionnelles formant une qualification partielle ;
certification de compétences : si l'élève a atteint des compétences professionnelles qui ne forment pas de qualification partielle ou de qualification professionnelle.
Les certifications mentionnées à l'alinéa premier ne sont pas attribuées si l'élève dans la subdivision structurelle en question obtient un certificat. Dans le cas précité, la démonstration des qualifications professionnelles ou des qualifications partielles obtenues est intégrée dans le certificat.
La certification de la qualification partielle, mentionnée à l'alinéa premier, 2°, n'est pas remise si l'élève dans la subdivision structurelle en question obtient une certification professionnelle comprenant la qualification partielle. Dans le cas précité, la démonstration de la qualification partielle est intégrée dans la qualification professionnelle.
La certification des compétences, mentionnée à l'alinéa premier, 3°, est aussi attribuée à un élève dans une subdivision structurelle de la phase d'intégration s'il a déjà obtenu un certificat dans une subdivision structurelle avec dénomination identique dans la phase de qualification. Cette certification des compétences renvoie en tout cas à l'expérience professionnelle acquise.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit les modèles des certifications, mentionnés à l'alinéa premier, et les règles pour les compléter.
Art. 79. De studiebekrachtiging op het einde van de kwalificatiefase of de integratiefase in de vorm van toekenning van een getuigschrift is als volgt:
een getuigschrift opleidingsvorm 3 wordt toegekend als de leerling in voldoende mate de beroepsgerichte competenties heeft behaald uit de beroepskwalificatie(s) of deelkwalificatie(s) van het structuuronderdeel, en in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd;
een getuigschrift, onderwijskwalificatie niveau 2, wordt toegekend als de leerling in voldoende mate de beroepsgerichte competenties heeft behaald uit de beroepskwalificatie(s) of deelkwalificatie(s) van het structuuronderdeel, en in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft behaald, op voorwaarde dat de ontwikkelingsdoelen van de opleidingen overeenkomen met de eindtermen voor de tweede graad van de finaliteit arbeidsmarkt - bso.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt de modellen van de getuigschriften, vermeld in het eerste lid, en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 79. La validation d'études à la fin de la phase de qualification ou de la phase d'intégration sous la forme d'attribution d'un certificat se déroule comme suit :
un certificat de forme d'enseignement 3 est attribué si l'élève a suffisamment atteint les compétences professionnelles tirées de la (des) qualification(s) professionnelle(s) ou de la (des) qualification(s) partielle(s) de la subdivision structurelle et a suffisamment poursuivi les objectifs de développement ;
un certificat, qualification d'enseignement de niveau 2, est attribué si l'élève a suffisamment atteint les compétences professionnelles tirées de la (des) qualification(s) professionnelle(s) ou de la (des) qualification(s) partielle(s) de la subdivision structurelle et a suffisamment atteint les objectifs de développement, à condition que les objectifs de développement des formations correspondent aux objectifs finaux pour le deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit les modèles des certificats, mentionnés à l'alinéa premier, et les règles pour les compléter.
Art. 80. Een attest van lesbijwoning als regelmatige leerling wordt toegekend:
op het einde van de opleidingsfase voor een leerling die geen recht heeft op het studiebewijs als vermeld in artikel 77;
op het einde van de kwalificatiefase of integratiefase aan een leerling die geen recht heeft op één van de studiebewijzen als vermeld in artikel 78 of 79.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt het model van attest en de regels om ze in te vullen, vast.
Art. 80. Une attestation de fréquentation en tant qu'élève régulier est attribuée :
à la fin de la phase de formation pour un élève qui n'a pas droit au titre mentionné à l'article 77 ;
à la fin de la phase de qualification ou de la phase d'intégration à un élève qui n'a pas droit à l'un des titres mentionnés à l'article 78 ou 79.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit le modèle d'attestation et les règles pour les compléter.
HOOFDSTUK 5. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions diverses
Afdeling 1. - Voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4
Section 1. - Enseignement secondaire ordinaire à temps plein et enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4
Art. 81. Samen met de evaluatiebeslissing dat de leerling een leerjaar of een graad met vrucht heeft beëindigd, al dan niet met clausulering, geeft de klassenraad een gunstig of ongunstig advies over de arbeidsbereidheid en een gunstig of ongunstig advies over de arbeidsrijpheid van de leerling in de volgende structuuronderdelen van het voltijds gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4:
alle niet-duale structuuronderdelen van het tweede leerjaar van de tweede graad van de dubbele finaliteit - kso of tso;
alle niet-duale structuuronderdelen en niet-aanloopstructuuronderdelen van het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso;
alle niet-duale structuuronderdelen van het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso;
alle niet-duale structuuronderdelen en niet-aanloopstructuuronderdelen van het eerste leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso.
Het advies, dat wordt uitgebracht met het oog op eventueel duaal leren, is niet-bindend en vormt geen toelatingsvoorwaarde tot duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen.
Art. 81. Avec la décision d'évaluation stipulant que l'élève a terminé avec fruit une année d'études ou un degré, avec ou sans restriction, le conseil de classe émet un avis favorable ou défavorable sur l'aptitude au travail et un avis favorable ou défavorable sur la maturité au travail de l'élève dans les subdivisions structurelles suivantes de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4 :
toutes les subdivisions structurelles non duales de la deuxième année d'études du deuxième degré de la double finalité - ESA ou EST ;
toutes les subdivisions structurelles non duales et les subdivisions structurelles qui ne sont pas de démarrage de la deuxième année d'études du deuxième degré de la finalité marché du travail - ESP ;
toutes les subdivisions structurelles non duales de la première année d'études du troisième degré de la double finalité - ESA ou EST ;
toutes les subdivisions structurelles non duales et les subdivisions structurelles qui ne sont pas de démarrage de la première année d'études du troisième degré de la finalité marché du travail - ESP.
L'avis qui est émis en vue d'un éventuel apprentissage dual n'est pas contraignant et n'est pas une condition d'admission à des subdivisions structurelles duales ou à des subdivisions structurelles de démarrage.
Art. 82. § 1. [2 § 1. Samen met de evaluatiebeslissing dat de leerling het leerjaar met vrucht en met clausulering heeft beëindigd, beslist de klassenraad of de leerling het leerjaar als regelmatige leerling mag overzitten.]2
§ 2. [2 De beslissing over overzitten, vermeld in paragraaf 1, wordt niet genomen:]2
in het eerste leerjaar van de eerste graad [1 en het eerste leerjaar van de derde graad]1;
wanneer de leerling het tweede leerjaar van de eerste graad, het eerste leerjaar van de tweede graad of het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht en met clausulering voor minstens alle structuuronderdelen van drie onderwijsvormen of van twee finaliteiten heeft beëindigd.
Art. 82. § 1er . [2 Avec la décision d'évaluation stipulant que l'élève a terminé avec fruit et avec restriction l'année d'études, le conseil de classe décide si l'élève peut redoubler l'année d'études en tant qu'élève régulier. ]2
§ 2. [2 La décision concernant le redoublement visée au paragraphe 1er n'est pas prise :]2
en première année d'études du premier degré [1 et en première année d'études du troisième degré]1;
si l'élève a terminé avec fruit et avec restriction la deuxième année d'études du premier degré, la première année d'études du deuxième degré ou la deuxième année d'études du deuxième degré pour au moins toutes les subdivisions structurelles de trois formes d'enseignement ou de deux finalités.
Art. 83. Met behoud van de toelatingsvoorwaarden en de toepassing van artikel 82 kan een regelmatige leerling in de volgende gevallen een leerjaar overzitten:
als de leerling opteert voor een ander structuuronderdeel van een leerjaar dat met vrucht en zonder clausulering of met attest van regelmatige lesbijwoning dat toegang verleent tot het hoger leerjaar, is beëindigd;
als de leerling opteert voor hetzelfde of een ander structuuronderdeel van een leerjaar dat met vrucht maar met een clausulering is beëindigd;
in het eerste leerjaar van de eerste graad dat met vrucht maar met een clausulering voor minstens de helft van alle basisopties van het tweede leerjaar A of voor minstens de helft van alle basisopties van het tweede leerjaar B is beëindigd;
als de leerling opteert voor hetzelfde of een ander structuuronderdeel van een leerjaar dat niet met vrucht is beëindigd.
Met behoud van de toelatingsvoorwaarden binnen hetzelfde leerjaar worden volgende veranderingen van structuuronderdeel evenwel niet als overzitten beschouwd:
de verandering van een structuuronderdeel van de B-stroom naar een structuuronderdeel van de A-stroom van de eerste graad;
de verandering van een structuuronderdeel van de arbeidsmarktfinaliteit - bso naar een structuuronderdeel van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso.
Art. 83. Sans préjudice des conditions d'admission et de l'application de l'article 82, un élève régulier peut redoubler une année d'études dans les cas suivants :
si l'élève opte pour une autre subdivision structurelle d'une année d'études terminée avec fruit et sans restriction ou avec attestation de fréquentation régulière des cours donnant accès à l'année d'études supérieure ;
si l'élève opte pour la même ou une autre subdivision structurelle d'une année d'études terminée avec fruit mais avec une restriction ;
dans la première année d'études du premier degré terminée avec fruit mais avec une restriction pour au moins la moitié de toutes les options de base de la deuxième année d'études A ou pour au moins la moitié de toutes les options de base de la deuxième année d'études B ;
si l'élève opte pour la même ou une autre subdivision structurelle d'une année d'études non terminée avec fruit.
Sans préjudice des conditions d'admission dans la même année d'études, les changements de subdivision structurelle suivants ne sont toutefois pas considérés comme un redoublement :
le changement d'une subdivision structurelle de la filière B vers une subdivision structurelle de la filière A du premier degré ;
le changement d'une subdivision structurelle de la finalité marché du travail - ESP vers une subdivision structurelle de la finalité transition - ESG, ESA ou EST ou la double finalité - ESA ou EST.
Art. 84. De volgende sporttakken komen in aanmerking voor het aanbieden van meer individuele leertrajecten aan leerlingen met topsportstatuut, vermeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010:
gymnastiek (artistieke gymnastiek);
[1 1°/1 hockey (discipline veldhockey);]1
paardrijden (disciplines eventing, jumping en dressuur);
tennis;
triatlon;
voetbal;
[2 6° ijsschaatsen (discipline kunstschaatsen).]2
Art. 84. Les disciplines sportives suivantes entrent en considération pour la proposition de parcours d'apprentissage plus individuels aux élèves avec un statut de sportif de haut niveau, comme mentionné à l'article 136/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 :
gymnastique (gymnastique artistique) ;
[1 1° /1 hockey (discipline hockey sur gazon) ;]1
équitation (disciplines eventing, jumping et dressage) ;
tennis ;
triathlon ;
football ;
[2 6° patinage à glace (discipline patinage artistique). ]2
Afdeling 2. - Buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3
Section 2. - Enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3
Art. 85.
Art. 85.
Art. 86. Samen met de evaluatiebeslissing op het einde van de opleidingsfase in opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs geeft de klassenraad een gunstig of ongunstig advies over de arbeidsbereidheid en een gunstig of ongunstig advies over de arbeidsrijpheid van de leerling.
Het advies, dat wordt uitgebracht met het oog op eventueel duaal leren, is niet-bindend en vormt geen toelatingsvoorwaarde tot duale structuuronderdelen.
Art. 86. Avec la décision d'évaluation à la fin de la phase de formation dans la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial, le conseil de classe émet un avis favorable ou défavorable sur l'aptitude au travail et un avis favorable ou défavorable sur la maturité au travail de l'élève.
L'avis, qui est émis en vue d'un éventuel apprentissage dual, n'est pas contraignant et n'est pas une condition d'admission à des subdivisions structurelles duales.
Art. 87. Een leerling die een getuigschrift heeft behaald in een structuuronderdeel met identieke benaming in de kwalificatiefase en de integratiefase, wordt niet meer toegelaten tot dat structuuronderdeel behoudens bij overstap van de kwalificatiefase, niet-duaal, naar de integratiefase.
Art. 87. Un élève qui a obtenu un certificat dans une subdivision structurelle avec dénomination identique dans la phase de qualification et dans la phase d'intégration n'est plus admis dans cette subdivision structurelle, sauf en cas de passage de la phase de qualification, non duale, à la phase d'intégration.
Titel 3. - Bepalingen voor het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvormen 1 en 2
Titre 3. - Dispositions pour l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 1 et 2
Art. 88. De leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, worden, onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, als regelmatige leerling toegelaten tot een structuuronderdeel van opleidingsvorm 1 of opleidingsvorm 2 van het buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de klassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd.
De klassenraad bestaat, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de klassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd.
De beslissing door de klassenraad wordt uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning genomen.
Art. 88. Les élèves qui passent d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement qui est reconnu par la Communauté française ou germanophone de Belgique, sans préjudice des dispositions de l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de la forme d'enseignement 1 ou de la forme d'enseignement 2 de l'enseignement secondaire spécial, à condition d'une décision favorable du conseil de classe et après avis du conseil de classe de l'année d'accueil s'il s'agit d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones. Chaque décision qui déroge à l'avis du conseil de classe de l'année d'accueil est suffisamment motivée.
Le conseil de classe se compose, en ce qui concerne le personnel enseignant, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte. Dans le cas d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones, il convient de reprendre dans le conseil de classe à titre consultatif la personne qui, sur la base des périodes-professeur spécifiquement attribuées à cet effet, est chargée du soutien, du suivi et de l'accompagnement des anciens primo-arrivants allophones dans le centre d'enseignement où l'élève concerné a suivi l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones.
La décision du conseil de classe est prise au plus tard trente-cinq jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours.
Art. 89. Leerlingenevaluatie heeft als doel om, rekening houdend met het pedagogisch project van de school, na te gaan of de regelmatige leerling in opleidingsvorm 1 of opleidingsvorm 2 in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd. In aansluiting op de evaluatiebeslissingen kan aan de regelmatige leerling een studiebewijs worden toegekend dat van rechtswege geldend is. Een studiebewijs impliceert dat de houder geacht wordt het overeenkomstige studietraject volledig heeft doorlopen en in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd. Dit is ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht de duur en structuur van dat traject.
[1 Van de evaluatiebeslissingen van de klassenraad wordt een proces-verbaal opgemaakt en worden er notulen gemaakt die een synthese bevatten van de elementen die tot de beslissingen hebben geleid, waaronder eventueel het resultaat van een stemming. De voorzitter en drie leden van de klassenraad ondertekenen het proces-verbaal en de notulen. De processen-verbaal worden gedurende vijftig jaar bewaard en de notulen worden gedurende vijf jaar bewaard.]1
De toekenning van studiebewijzen kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de betrokken personen van hun financiële verplichtingen.
Art. 89. L'évaluation de l'élève a pour but de vérifier, compte tenu du projet pédagogique de l'école, si l'élève régulier a suffisamment poursuivi les objectifs de développement dans la forme d'enseignement 1 ou la forme d'enseignement 2. Suite aux décisions d'évaluation, un titre valable de plein droit peut être attribué à l'élève régulier.Un titre implique que le titulaire est censé avoir entièrement suivi le parcours d'étude correspondant et avoir suffisamment poursuivi les objectifs de développement. Tout cela indépendamment du moment d'adhésion à ce parcours et peu importe la durée et la structure de ce parcours.
[1 Un procès-verbal des décisions d'évaluation du conseil de classe est dressé et des comptes rendus contenant une synthèse des éléments qui ont mené aux décisions, dont éventuellement le résultat d'un vote, sont rédigés. Le président et trois membres du conseil de classe signent le procès-verbal et les comptes rendus. Les procès-verbaux sont conservés pendant cinquante ans et les comptes rendus pendant cinq ans. ]1
L'attribution de titres ne peut en aucun cas être retenue, pas même en cas de non-respect des obligations financières de la part des personnes intéressées.
Art. 90. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt het model van attest, vermeld in artikel 334/1, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, vast dat wordt uitgereikt aan leerlingen in opleidingsvorm 1.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt het model van attest, vermeld in artikel 334/2, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, vast dat wordt uitgereikt aan leerlingen in opleidingsvorm 2.
Art. 90. Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit le modèle d'attestation mentionné à l'article 334/1, § 4, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 octobre 2010, qui est remis aux élèves dans la forme d'enseignement 1.
Le ministre flamand, compétent pour l'enseignement et la formation, définit le modèle d'attestation mentionné à l'article 334/2, § 4, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 octobre 2010, qui est remis aux élèves dans la forme d'enseignement 2.
Titel 4. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen
Titre 4. - Dispositions modificatives, abrogatoires et transitoires
Art. 91. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013, worden in paragraaf 2, punt 1°, c), de woorden "en de geïntegreerde proef" opgeheven.
Art. 91. A l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013, au paragraphe 2, point 1°, c), les termes " et l'épreuve intégrée " sont abrogés.
Art. 92. In artikel 5 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in paragraaf 2, punt 1°, c), worden de woorden "en de geïntegreerde proef" opgeheven;
in paragraaf 5 wordt de zinsnede "- de resultaten van de geïntegreerde proef;" opgeheven.
Art. 92. A l'article 5 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, les modifications suivantes sont apportées :
au paragraphe 2, point 1°, c), les termes " et l'épreuve intégrée " sont supprimés ;
au paragraphe 5, le membre de phrase " - les résultats de l'épreuve intégrée ; " est supprimé.
Art. 93. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt een artikel 35/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 35/2. In afwijking van de bepalingen van artikelen 8 tot en met 26 en met behoud van de toepassing van artikel 31 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen toegelaten op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad: de leerlingen die
niet over een studiebewijs van het onderliggende leerjaar beschikken, en
cognitief sterk functionerend zijn.".
Art. 93. Au chapitre III du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2020, est inséré un article 35/2, rédigé comme suit :
" Art. 35/2. Par dérogation aux dispositions des articles 8 à 26 et sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers moyennant une décision favorable du conseil de classe d'admission : les élèves qui
ne disposent pas d'un titre de l'année d'études sous-jacente, et
sont d'un haut fonctionnement cognitif. ".
Art. 94. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt een artikel 35/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 35/3. Met behoud van de toepassing van artikel 31 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs toegelaten: leerlingen die overstappen uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd, voldoen aan een van de voorwaarden van artikel 17 en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.".
Art. 94. Au chapitre III du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2020, est inséré un article 35/3, rédigé comme suit :
" Art. 35/3. Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel : les élèves qui passent depuis l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou l'apprentissage, qui satisfont à l'une des conditions de l'article 17 et à condition d'une décision favorable du conseil de classe d'admission. ".
Art. 95. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt een artikel 35/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 35/4. Met behoud van de toepassing van artikel 31, en onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs of opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de toelatingsklassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd.
In afwijking van artikel 3, § 2, b), bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de toelatingsklassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd.
De toelatingsklassenraad neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning.
Het eerste lid is niet van toepassing op leerlingen die het voorafgaand schooljaar een oriënteringsattest A of B hebben behaald. Zolang de in het eerste lid bedoelde leerling slechts een oriënteringsattest C heeft behaald, blijft het eerste lid wel van toepassing.".
Art. 95. Au chapitre III du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2020, est inséré un article 35/4, rédigé comme suit :
" Art. 35/4. Sans préjudice de l'application de l'article 31 et sans préjudice des dispositions de l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial : les élèves qui passent d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement qui est reconnu par la Communauté française ou germanophone de Belgique, à condition d'une décision favorable du conseil de classe d'admission et après avis du conseil de classe de l'année d'accueil s'il s'agit d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones. Chaque décision qui déroge à l'avis du conseil de classe d'admission de l'année d'accueil est suffisamment motivée.
Par dérogation à l'article 3, § 2, b), le conseil de classe d'admission se compose en ce qui concerne le personnel enseignant de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte. Dans le cas d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones, il convient de reprendre dans le conseil de classe d'admission à titre consultatif la personne qui, sur la base des périodes-professeur spécifiquement attribuées à cet effet, est chargée du soutien, du suivi et de l'accompagnement des anciens primo-arrivants allophones dans le centre d'enseignement où l'élève concerné a suivi l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones.
Le conseil de classe d'admission prend la décision, mentionnée à l'alinéa premier, au plus tard trente-cinq jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours.
L'alinéa premier ne s'applique pas aux élèves qui ont obtenu une attestation d'orientation A ou B l'année scolaire précédente. Tant que l'élève visé à l'alinéa premier n'a obtenu qu'une attestation d'orientation C, l'alinéa premier reste d'application. ".
Art. 96. In hoofdstuk IV van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt een artikel 35/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 36/1. Leerlingenevaluatie strekt ertoe om, rekening houdend met het pedagogisch project van de school, na te gaan of de regelmatige leerling in voldoende mate de doelstellingen, vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving en de leerplannen, heeft bereikt of nagestreefd, naargelang van het geval. De leerlingenevaluatie resulteert in de beslissing van de delibererende klassenraad over het al dan niet met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel of een graad, naargelang van het geval.".
Art. 96. Au chapitre IV du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2020, est inséré un article 35/4, rédigé comme suit :
" Art. 36/1. L'évaluation des élèves vise à vérifier, en tenant compte du projet pédagogique de l'école, si l'élève régulier a atteint ou poursuivi dans une mesure suffisante, selon le cas, les objectifs, fixés par ou en vertu du décret ou de la réglementation et dans les programmes d'études. L'évaluation des élèves débouche sur la décision du conseil de classe délibérant concernant la finalisation avec fruit ou non d'une subdivision structurelle ou d'un degré, selon le cas. ".
Art. 97. In artikel 37 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. De evaluatiebeslissing wordt in het schooljaar in kwestie genomen in de periode vanaf de vijfde laatste lesdag van de maand juni tot en met 30 juni. De voormelde termijn kan voor individuele gevallen als volgt worden aangepast:
de termijn kan worden vervroegd als de delibererende klassenraad oordeelt dat de leerling de toepasbare doelen al heeft bereikt. In voorkomend geval wordt afgeweken van artikel 5, § 1, tweede lid, 2°, a), van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
de termijn kan worden verlengd tot uiterlijk de eerste schooldag van het daaropvolgende schooljaar als de delibererende klassenraad nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De delibererende klassenraad beslist dan met welke maatregelen de nodige informatie bij de leerling kan worden ingewonnen en de school onderzoekt hoe ze de leerling daarbij kan ondersteunen.
In afwijking van het eerste lid wordt voor de structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad, aangeduid als Se-n-Se, die eindigen op 31 januari, de evaluatiebeslissing genomen in de periode vanaf de vijfde laatste lesdag van de maand januari tot en met 31 januari. De voormelde termijn kan voor individuele gevallen als volgt worden aangepast:
de termijn kan worden vervroegd als de delibererende klassenraad oordeelt dat de leerling de toepasbare doelen al heeft bereikt. In voorkomend geval wordt afgeweken van artikel 5, § 1, tweede lid, 2°, b), van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
de termijn kan worden verlengd tot uiterlijk 1 maart van het schooljaar in kwestie als de delibererende klassenraad nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De delibererende klassenraad beslist dan met welke maatregelen de nodige informatie bij de leerling kan worden ingewonnen en de school onderzoekt hoe ze de leerling daarbij kan ondersteunen.".
Art. 97. Dans l'article 37 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. La décision d'évaluation est prise durant l'année scolaire en question, dans la période comprise entre le cinquième dernier jour de classe du mois de juin et le 30 juin. Le délai précité peut être adapté comme suit pour les cas individuels :
le délai peut être avancé si le conseil de classe délibérant estime que l'élève a déjà atteint les objectifs applicables. Le cas échéant, il est dérogé à l'article 5, § 1er, alinéa 2, 2°, a) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
le délai peut être prolongé jusqu'au plus tard le premier jour d'école de l'année scolaire suivante si le conseil de classe délibérant ne dispose pas encore de suffisamment d'informations pour prendre une bonne décision. Le conseil de classe délibérant décide alors avec quelles mesures les informations nécessaires peuvent être recueillies auprès de l'élève et l'école examine comment elle peut soutenir l'élève à ce niveau.
Par dérogation à l'alinéa premier, pour les subdivisions structurelles de la troisième année d'études du troisième degré, désignées comme Se-n-Se, qui se terminent le 31 janvier, la décision d'évaluation est prise durant la période allant du cinquième dernier jour de classe du mois de janvier au 31 janvier. Le délai précité peut être adapté comme suit pour les cas individuels :
le délai peut être avancé si le conseil de classe délibérant estime que l'élève a déjà atteint les objectifs applicables. Le cas échéant, il est dérogé à l'article 5, § 1er, alinéa 2, 2°, b) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
le délai peut être prolongé jusqu'au plus tard le 1er mars de l'année scolaire en question si le conseil de classe délibérant ne dispose pas encore de suffisamment d'informations pour prendre une bonne décision. Le conseil de classe délibérant décide alors avec quelles mesures les informations nécessaires peuvent être recueillies auprès de l'élève et l'école examine comment elle peut soutenir l'élève à ce niveau. ".
Art. 98. In hetzelfde besluit wordt artikel 56, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, opgeheven.
Art. 98. Dans le même arrêté, l'article 56, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, est abrogé.
Art. 99. In artikel 60 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in punt 4° wordt de zinsnede "na advies van een centrum voor leerlingenbegeleiding dat de betrokken personen, op hun verzoek, hebben ontvangen" opgeheven;
in punt 5° wordt de zinsnede "en anderzijds na advies van een centrum voor leerlingenbegeleiding dat de betrokken personen, op hun verzoek, hebben ontvangen;" vervangen door de zinsnede "en anderzijds in zoverre het geen uitgebreide beperkingen betreft zoals vermeld in 6° ;"
punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
"6° opteren voor dezelfde of een andere onderverdeling nadat hij het leerjaar in kwestie met vrucht maar met uitgebreide beperkingen heeft beëindigd. Met uitgebreide beperkingen wordt op het einde tweede leerjaar van de tweede graad bedoeld: de uitsluiting van minstens alle structuuronderdelen van drie onderwijsvormen.".
Art. 99. A l'article 60 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
au point 4°, le membre de phrase " sur avis d'un centre d'encadrement des élèves reçu par les personnes concernées à leur demande " est supprimé ;
au point 5°, le membre de phrase " et d'autre part, sur avis d'un centre d'encadrement des élèves reçu par les personnes concernées à leur demande ; " est remplacé par le membre de phrase " et d'autre part, dans la mesure où cela ne concerne pas les restrictions étendues visées au 6° ; "
le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° opter pour la même subdivision ou une subdivision différente après avoir terminé l'année d'études concernée avec fruit mais avec des restrictions étendues. On entend par restrictions étendues à la fin de la deuxième année d'études du deuxième degré : l'exclusion d'au moins toutes les subdivisions structurelles de trois formes d'enseignement. ".
Art. 100. Aan artikel 82 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit besluit houdt op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
14 juni 2022: in het eerste en tweede leerjaar van de eerste graad en het eerste leerjaar van de tweede graad;
31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de tweede graad;
31 augustus 2023: in het eerste leerjaar van de derde graad;
31 augustus 2024: in het tweede leerjaar van de derde graad;
31 augustus 2025: in het derde leerjaar van de derde graad.".
Art. 100. L'article 82 du même arrêté est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Cet arrêté cesse de produire ses effets par suite de la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
14 juin 2022 : dans les première et deuxième années d'études du premier degré et la première année d'études du deuxième degré ;
31 août 2022 : dans la deuxième année d'études du deuxième degré ;
31 août 2023 : dans la première année d'études du troisième degré ;
31 août 2024 : dans la deuxième année d'études du troisième degré ;
31 août 2025 : dans la troisième année d'études du troisième degré. ".
Art. 101. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 101. L'annexe 2 au même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 102. In artikel 13, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3, laatste gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt de volgende zinsnede opgeheven: "- de toelating van een leerling tot de kwalificatieproef.".
Art. 102. Dans l'article 13, § 1, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3, modifié pour la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, le membre de phrase suivant est supprimé : " - de l'admission d'un élève à l'épreuve de qualification. ".
Art. 103. In Hoofdstuk II van hetzelfde besluit, wordt een nieuw artikel 13/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 13/1. De volgende leerlingen worden, onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de klassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd.
De klassenraad bestaat, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de klassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd.
De beslissing door de klassenraad wordt uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning genomen.".
Art. 103. Dans le Chapitre II du même arrêté, il est inséré un nouvel article 13/1, rédigé comme suit :
" Art. 13/1. Sans préjudice des dispositions de l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial : les élèves qui passent d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement qui est reconnu par la Communauté française ou germanophone de Belgique, à condition d'une décision favorable du conseil de classe et après avis du conseil de classe de l'année d'accueil s'il s'agit d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones. Chaque décision qui déroge à l'avis du conseil de classe de l'année d'accueil est suffisamment motivée.
Le conseil de classe se compose, en ce qui concerne le personnel enseignant, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte. Dans le cas d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones, il convient de reprendre dans le conseil de classe à titre consultatif la personne qui, sur la base des périodes-professeur spécifiquement attribuées à cet effet, est chargée du soutien, du suivi et de l'accompagnement des anciens primo-arrivants allophones dans le centre d'enseignement où l'élève concerné a suivi l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones.
La décision du conseil de classe est prise au plus tard trente-cinq jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours. ".
Art. 104. In Hoofdstuk II van hetzelfde besluit, wordt een nieuw artikel 13/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 13/2. Leerlingenevaluatie heeft als doel om, rekening houdend met het pedagogisch project van de school, na te gaan of de regelmatige leerling in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd en in voldoende mate de doelen die zijn vastgelegd in het toepasbare opleidingsprofiel of het standaardtraject, al naargelang het geval, heeft bereikt.
In elke fase, uitgezonderd de observatiefase, worden in aansluiting op de evaluatiebeslissingen studiebewijzen toegekend die van rechtswege geldend zijn aan de regelmatige leerlingen. Een studiebewijs impliceert dat de houder geacht wordt het overeenkomstige studietraject volledig heeft doorlopen en, naargelang van het studiebewijs in kwestie, in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd en in voldoende mate de doelen die zijn vastgelegd in het toepasbare opleidingsprofiel of het standaardtraject, al naargelang het geval, heeft bereikt. Dit is ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht de duur en structuur van dat traject.
De toekenning van studiebewijzen kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de betrokken personen van hun financiële verplichtingen.".
Art. 104. Dans le Chapitre II du même arrêté, il est inséré un nouvel article 13/2, rédigé comme suit :
" Art. 13/2. L'évaluation a pour but de vérifier, compte tenu du projet pédagogique de l'école, si l'élève régulier a suffisamment poursuivi les objectifs de développement et a suffisamment atteint les objectifs fixés dans le profil de formation applicable ou le parcours standard, selon le cas.
A chaque phase, exception faite de la phase d'observation, suite aux décisions d'évaluation, des titres sont attribués et s'appliquent de plein droit aux élèves réguliers. Un titre implique que le titulaire est considéré avoir complètement terminé le parcours de formation correspondant et, selon le titre en question, avoir poursuivi suffisamment les objectifs de développement et avoir suffisamment atteint les objectifs fixés dans le profil de formation ou le parcours standard applicable, selon le cas. Tout cela indépendamment du moment d'adhésion à ce parcours et peu importe la durée et la structure de ce parcours.
L'attribution de titres ne peut en aucun cas être retenue, pas même en cas de non-respect des obligations financières de la part des personnes intéressées. ".
Art. 105. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven:
artikel 13 tot en met 16;
artikel 17;
artikel 18 tot en met 20;
bijlage 2 tot en met 6.
Art. 105. Dans le même arrêté, les articles suivants sont abrogés :
les articles 13 à 16 inclus ;
l'article 17 ;
les articles 18 à 20 inclus ;
les annexes 2 à 6 incluses.
Art. 106. In artikel 14 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van 16 juli 2021, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:
in paragraaf 1/1, eerste lid, wordt de zinssnede ", en houdt hierbij onder meer rekening met het advies van de kwalificatiecommissie met betrekking tot de kwalificatieproef" opgeheven;
paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
" § 5 Aan een leerling die geen getuigschrift van de opleiding behaalde op het einde van de kwalificatiefase en uitzonderlijk op advies van de klassenraad toch werd toegelaten tot de integratiefase, kan, naargelang het geval, het getuigschrift van de opleiding, het getuigschrift van verworven competenties, het attest van verworven bekwaamheden of het attest beroepsonderwijs uitgereikt worden.";
in paragraaf 6, derde en vierde lid, wordt de zinsnede "De klassenraad houdt hierbij onder meer rekening met het advies van de kwalificatiecommissie met betrekking tot de kwalificatieproef." telkens opgeheven;
een nieuwe paragraaf 7 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. De studiebewijzen vermeld in paragrafen 1 tot en met 6 kunnen na evaluatie door de klassenraad worden toegekend aan de regelmatige leerlingen die in de loop van of op het einde van het schooljaar de desbetreffende fase beëindigen.".
Art. 106. A l'article 14 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du 16 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
au paragraphe 1/1, alinéa premier, le membre de phrase " et tient entre autres compte de l'avis de la commission de qualification concernant l'épreuve de qualification " est supprimé ;
le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5 Un élève qui n'a pas obtenu de certificat de formation à la fin de la phase de qualification et qui a tout de même exceptionnellement été admis sur avis du conseil de classe dans la phase d'intégration peut se voir délivrer, selon le cas, le certificat de la formation, le certificat de compétences acquises, l'attestation de compétences acquises ou l'attestation de formation à caractère professionnel. " ;
au paragraphe 6, alinéas 3 et 4, le membre de phrase " Le conseil de classe tient entre autres compte de l'avis de la commission de qualification concernant l'épreuve de qualification " est chaque fois supprimé ;
un nouveau paragraphe 7 énoncé comme suit est ajouté :
" § 7. Les titres mentionnés aux paragraphes 1 à 6 peuvent être attribués après évaluation par le conseil de classe aux élèves réguliers qui terminent la phase correspondante dans le courant ou à la fin de l'année scolaire. ".
Art. 107. Aan artikel 27 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Artikel 13 tot en met 20 en bijlage 2 tot en met 6, naargelang van het geval, houden op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
14 juni 2022: in de observatiefase en het eerste leerjaar van de opleidingsfase;
31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de opleidingsfase;
31 augustus 2023: in het eerste leerjaar van de kwalificatiefase;
31 augustus 2024: in het tweede leerjaar van de kwalificatiefase;
31 augustus 2025: in de integratiefase.".
Art. 107. L'article 27 du même arrêté est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Les articles 13 à 20 inclus et les annexes 2 à 6 incluses, selon le cas, cessent de produire leurs effets suite à la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
14 juin 2022 : dans la phase d'observation et la première année d'études de la phase de formation ;
31 août 2022 : dans la deuxième année d'études de la phase de formation ;
31 août 2023 : dans la première année d'études de la phase de qualification ;
31 août 2024 : dans la deuxième année d'études de la phase de qualification ;
31 août 2025 : dans la phase d'intégration. ".
Art. 108. Aan artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende organisatie van het experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit besluit houdt progressief op uitwerking te hebben overeenkomstig de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs.".
Art. 108. L'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 portant organisation de l'enseignement secondaire ordinaire expérimental à temps plein suivant un régime modulaire est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Cet arrêté cesse progressivement d'avoir effet conformément au déploiement de la modernisation de l'enseignement secondaire. ".
Art. 109. Aan artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008 houdende organisatie van het experimenteel buitengewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit besluit houdt progressief op uitwerking te hebben overeenkomstig de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs.".
Art. 109. L'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2008 portant organisation de l'enseignement secondaire spécial expérimental suivant un régime modulaire est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Cet arrêté cesse progressivement d'avoir effet conformément au déploiement de la modernisation de l'enseignement secondaire. ".
Art. 110. In het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen worden de volgende artikelen opgeheven:
artikel 2;
artikel 3;
artikel 8, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020.
Art. 110. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2018 fixant des mesures d'exécution concernant l'apprentissage dual et la phase de démarrage et diverses autres mesures, les articles suivants sont abrogés :
l'article 2 ;
l'article 3 ;
l'article 8, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2020.
Art. 111. Aan artikel 36 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Artikel 3 en 8 en bijlage 1 en 3 tot en met 14, houden op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
14 juni 2022: in het eerste leerjaar van de tweede graad;
31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de tweede graad;
31 augustus 2023: in het eerste leerjaar van de derde graad;
31 augustus 2024: in het tweede leerjaar van de derde graad;
31 augustus 2025: in het derde leerjaar van de derde graad.".
Art. 111. L'article 36 du même arrêté est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Les articles 3 et 8 et les annexes 1 et 3 à 14 incluses cessent de produire leurs effets suite à la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
14 juin 2022 : en première année d'études du deuxième degré ;
31 août 2022 : dans la deuxième année d'études du deuxième degré ;
31 août 2023 : en première année d'études du troisième degré ;
31 août 2024 : en deuxième année d'études du troisième degré ;
31 août 2025 : en troisième année d'études du troisième degré. ".
Art. 112. In hetzelfde besluit worden de volgende bijlagen opgeheven:
bijlage 1, 3, en 4, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019;
bijlage 5, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 en 28 augustus 2020;
bijlage 6, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019;
bijlage 7 tot en met 9, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019;
bijlage 10 tot en met 14.
Art. 112. Dans le même arrêté, les annexes suivantes sont abrogées :
annexes 1, 3 et 4 modifiées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 ;
annexe 5, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 et du 28 août 2020 ;
annexe 6, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 ;
annexes 7 à 9, modifiées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 ;
annexes 10 à 14.
Art. 113. In het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4 en diverse andere maatregelen worden de volgende artikelen opgeheven:
artikel 2;
artikel 3;
artikel 5, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020;
artikel 6.
Art. 113. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 portant les mesures d'exécution concernant l'apprentissage dual dans l'enseignement secondaire spécial des formes d'enseignement 3 et 4 et diverses autres mesures, les articles suivants sont abrogés :
l'article 2 ;
l'article 3 ;
l'article 5, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2020 ;
l'article 6.
Art. 114. Aan artikel 12 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Artikel 3, 5 en 6 en bijlage 1 tot en met 6, naargelang van het geval, houden op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
14 juni 2022: in het eerste leerjaar van de tweede graad;
31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de tweede graad;
31 augustus 2023:
a) in het eerste leerjaar van de derde graad;
b) in het eerste leerjaar van de kwalificatiefase;
31 augustus 2024:
a) in het tweede leerjaar van de derde graad;
b) in het tweede leerjaar van de kwalificatiefase;
31 augustus 2025:
a) in het derde leerjaar van de derde graad;
b) in de integratiefase.".
Art. 114. L'article 12 du même arrêté est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Les articles 3, 5 et 6 et les annexes 1 à 6 incluses, selon le cas, cessent de produire leurs effets suite à la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
14 juin 2022 : dans la première année d'études du deuxième degré ;
31 août 2022 : dans la deuxième année d'études du deuxième degré ;
31 août 2023 :
a) dans la première année d'études du troisième degré ;
b) dans la première année d'études de la phase de qualification ;
31 août 2024 :
a) dans la deuxième année d'études du troisième degré ;
b) dans la deuxième année d'études de la phase de qualification ;
31 août 2025 :
a) dans la troisième année d'études du troisième degré ;
b) dans la phase d'intégration. ".
Art. 115. Bijlage 1 tot en met 6 bij hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 115. Les annexes 1 à 6 incluses au même arrêté sont abrogées.
Art. 116. De volgende regelingen worden opgeheven:
het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021;
het besluit van de Vlaamse regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021;
het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende organisatie van het experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 [1 , met uitzondering van artikel 4/1 en bijlage XXXIV en XXXV]1;
het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2008 houdende organisatie van het experimenteel buitengewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, 1 juni 2018 en 16 juli 2021;
het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de studiesanctionering in opleidingsvorm 1 en 2, laatst gewijzigd bij het besluit van 30 augustus 2016.
Art. 116. Les règlements suivants sont abrogés :
l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021 ;
l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021 ;
l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 portant organisation de l'enseignement secondaire ordinaire expérimental à temps plein suivant un régime modulaire, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021 [1 , à l'exception de l'article 4/1 et l'annexe XXXIV et XXXV]1;
l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2008 portant organisation de l'enseignement secondaire spécial expérimental suivant un régime modulaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 17 décembre 2010, du 1er juin 2018 et du 16 juillet 2021 ;
l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif à la sanction des études dans la forme d'enseignement 1 et 2, modifié en dernier lieu par l'arrêté du 30 août 2016.
Art. 117. Onverminderd de bepalingen van artikel 16, eerste lid, artikel 52, eerste lid, en artikel 68, eerste lid, 2°, a), worden in het schooljaar 2022-2023 ook de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar A toegelaten: de leerlingen die het eerste leerjaar A hebben beëindigd op 30 juni 2022 met een attest van regelmatige lesbijwoning binnen het systeem van toelating en evaluatie per graad toegepast op de leerlingengroep waartoe de leerling behoort.
Art. 117. Sans préjudice des dispositions de l'article 16, alinéa premier, article 52, alinéa premier, et article 68, alinéa premier, 2°, a), les élèves suivants sont également admis en deuxième année d'études A comme élèves réguliers durant l'année scolaire 2022-2023 : les élèves qui ont terminé la première année d'études A le 30 juin 2022 avec une attestation de fréquentation régulière des cours dans le système d'admission et d'évaluation par degré appliqué au groupe d'élèves auquel l'élève appartient.
Titel 5. - Slotbepalingen
Titre 5. - Dispositions finales
Art. 118. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 15 juni 2022:
met in acht name van de progressieve uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs voor wat het voltijds gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvormen 3 en 4, betreft: alle artikelen voor zover hierna niet vermeld;
artikel 1, 2, 88, 89, 95, 96, 99, 100, 101, 103, 104, 107, 111 en 114.
In afwijking van het eerste lid treden in werking:
op 1 september 2022: artikel 16, 2°, artikel 61, tweede lid, 1°, artikel 62, eerste lid, 1°, en tweede lid, 1°, artikel 65, 1°, artikel 75, 90, 91, 92, 93, 94, 97, 98, 102, 105, 2°, artikel 106, 110, 1°, artikel 113, 1°, artikel 116, 5° en artikel 117;
op 1 september 2025: artikel 105, 1°, 3° en 4°, artikel 108, 109, 110, 2° en 3°, artikel 112, 113, 2° tot en met 4°, artikel 115 en 116, 1° tot en met 4°.
Art. 118. Le présent arrêté produit ses effets à partir du 15 juin 2022 :
en tenant compte du déploiement progressif de la modernisation de l'enseignement secondaire en ce qui concerne l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et l'enseignement secondaire spécial, formes d'enseignement 3 et 4 : tous les articles pour autant qu'ils ne sont pas mentionnés ci-après ;
articles 1, 2, 88, 89, 95, 96, 99, 100, 101, 103, 104, 107, 111 et 114.
Par dérogation à l'alinéa premier, entrent en vigueur :
le 1er septembre 2022 : article 16, 2°, article 61, alinéa 2, 1°, article 62, alinéa premier, 1°, et alinéa 2, 1°, article 65, 1°, articles 75, 90, 91, 92, 93, 94, 97, 98, 102, 105, 2°, articles 106, 110, 1°, article 113, 1°, article 116, 5° et article 117 ;
le 1er septembre 2025 : article 105, 1°, 3° et 4°, articles 108, 109, 110, 2° et 3°, articles 112, 113, 2° à 4°, articles 115 et 116, 1° à 4°.
Art. 119. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 119. Le ministre flamand compétent pour l'emploi et le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation sont chargés, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-11-2022, p. 83335)

Gewijzigd door:
Art. N1. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-11-2022, p. 83365)

Modifié par:
Art. N2. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-11-2022, p. 83342)
Art. N2. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-11-2022, p. 83373)