Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de duur en de structuur van de cyclus basisvorming en de beoordeling van de kandidaat-militairen van het actief kader
Titre
3 OCTOBRE 2022. - Arrêté royal modifiant diverses dispositions relatives à la durée et la structure du cycle de formation de base et à l'appréciation des candidats militaires du cadre actif
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "kandidaat": de kandidaat-militair bedoeld in artikel 3, 13°, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, en de kandidaat-militair bedoeld in artikel 2 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par "candidat" : le candidat militaire visé à l'article 3, 13°, de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, et le candidat militaire visé à l'article 2 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 1991 tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden van de kandidaten van de Krijgsmacht
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 13 novembre 1991 fixant les règles applicables à l'appréciation des qualités caractérielles des candidats des Forces armées
Art. 2. In artikel 7 van het koninklijk besluit van 13 november 1991 tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden van de kandidaten van de Krijgsmacht, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 april 2013, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
" § 2. De karakteriële hoedanigheden van de kandidaat worden bovendien beoordeeld:
1° minstens trimestrieel gedurende de stageperiode;
2° gedurende de evaluatieperiode, op het einde van de beoordelingsfase en, in voorkomend geval, van de proeffase, overeenkomstig artikel 29, § 1, eerste lid, 3°, en derde lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader.
De beoordeling op het einde van de proeffase wordt beschouwd als de jaarlijkse beoordeling bedoeld in artikel 98, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007.".
" § 2. De karakteriële hoedanigheden van de kandidaat worden bovendien beoordeeld:
1° minstens trimestrieel gedurende de stageperiode;
2° gedurende de evaluatieperiode, op het einde van de beoordelingsfase en, in voorkomend geval, van de proeffase, overeenkomstig artikel 29, § 1, eerste lid, 3°, en derde lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader.
De beoordeling op het einde van de proeffase wordt beschouwd als de jaarlijkse beoordeling bedoeld in artikel 98, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007.".
Art. 2. Dans l'article 7 de l'arrêté royal du 13 novembre 1991 fixant les règles applicables à l'appréciation des qualités caractérielles des candidats des Forces armées, remplacé par l'arrêté royal du 3 avril 2013, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les qualités caractérielles du candidat sont en outre appréciées:
1° au moins trimestriellement pendant la période de stage;
2° pendant la période d'évaluation, à la fin de la phase d'appréciation et, le cas échéant, de la phase probatoire, conformément à l'article 29, § 1er, alinéas 1er, 3°, et 3, de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif.
L'appréciation de fin de phase probatoire est considérée être l'appréciation annuelle visée à l'article 98, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 28 février 2007.".
" § 2. Les qualités caractérielles du candidat sont en outre appréciées:
1° au moins trimestriellement pendant la période de stage;
2° pendant la période d'évaluation, à la fin de la phase d'appréciation et, le cas échéant, de la phase probatoire, conformément à l'article 29, § 1er, alinéas 1er, 3°, et 3, de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif.
L'appréciation de fin de phase probatoire est considérée être l'appréciation annuelle visée à l'article 98, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 28 février 2007.".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif
Art. 3. In artikel 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 2° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /1 voor de kandidaat van de bijzondere werving wiens vormingscyclus geen fase opleiding on the job omvat, een stageperiode;";
b) de bepaling onder 4° wordt opgeheven.
a) de bepaling onder 2° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /1 voor de kandidaat van de bijzondere werving wiens vormingscyclus geen fase opleiding on the job omvat, een stageperiode;";
b) de bepaling onder 4° wordt opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 6, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 2° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"2° /1 pour le candidat du recrutement spécial dont le cycle de formation ne comprend pas de phase d'instruction on the job, une période de stage;";
b) le 4° est abrogé.
a) le 2° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"2° /1 pour le candidat du recrutement spécial dont le cycle de formation ne comprend pas de phase d'instruction on the job, une période de stage;";
b) le 4° est abrogé.
Art. 4. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 12. De vormingscyclus van de kandidaat-beroepsofficier van niveau A van de laterale werving duurt twee vormingsjaren.".
"Art. 12. De vormingscyclus van de kandidaat-beroepsofficier van niveau A van de laterale werving duurt twee vormingsjaren.".
Art. 4. L'article 12 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 12. Le cycle de formation du candidat officier de carrière du niveau A du recrutement latéral dure deux années de formation.".
"Art. 12. Le cycle de formation du candidat officier de carrière du niveau A du recrutement latéral dure deux années de formation.".
Art. 5. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 13 du même arrêté est abrogé.
Art. 6. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 14. De vormingscycli van de kandidaat-beroepsofficier van niveau B van de bijzondere werving en van de kandidaat-beroepsofficier van niveau A van de normale werving die als kandidaat-beroepsofficier van niveau B gereclasseerd wordt, duren twee vormingsjaren.".
"Art. 14. De vormingscycli van de kandidaat-beroepsofficier van niveau B van de bijzondere werving en van de kandidaat-beroepsofficier van niveau A van de normale werving die als kandidaat-beroepsofficier van niveau B gereclasseerd wordt, duren twee vormingsjaren.".
Art. 6. L'article 14 du même arrêté est remplacé par ce qui suit:
"Art. 14. Les cycles de formation du candidat officier de carrière du niveau B du recrutement spécial et du candidat officier de carrière du niveau A du recrutement normal reclassé comme candidat officier de carrière du niveau B durent deux années de formation.".
"Art. 14. Les cycles de formation du candidat officier de carrière du niveau B du recrutement spécial et du candidat officier de carrière du niveau A du recrutement normal reclassé comme candidat officier de carrière du niveau B durent deux années de formation.".
Art. 7. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 15 du même arrêté est abrogé.
Art. 8. In artikel 16, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 2° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /1 voor de kandidaat van niveau B van de bijzondere werving wiens vormingscyclus geen fase opleiding on the job omvat en voor de kandidaat van niveau C, een stageperiode;";
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° een evaluatieperiode, behalve voor de kandidaat wiens vormingscyclus een periode van schoolvorming omvat.".
a) de bepaling onder 2° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /1 voor de kandidaat van niveau B van de bijzondere werving wiens vormingscyclus geen fase opleiding on the job omvat en voor de kandidaat van niveau C, een stageperiode;";
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° een evaluatieperiode, behalve voor de kandidaat wiens vormingscyclus een periode van schoolvorming omvat.".
Art. 8. Dans l'article 16, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 2° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"2° /1 pour le candidat du niveau B du recrutement spécial dont le cycle de formation ne comprend pas de phase d'instruction on the job et pour le candidat du niveau C, une période de stage;";
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° une période d'évaluation, sauf pour le candidat dont le cycle de formation comprend une période de formation scolaire.".
a) le 2° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"2° /1 pour le candidat du niveau B du recrutement spécial dont le cycle de formation ne comprend pas de phase d'instruction on the job et pour le candidat du niveau C, une période de stage;";
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° une période d'évaluation, sauf pour le candidat dont le cycle de formation comprend une période de formation scolaire.".
Art. 9. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin worden de woorden "drie vormingsjaren" vervangen door de woorden "anderhalf vormingsjaar";
b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "van maximum twee jaar" opgeheven;
c) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Evenwel kan de periode van opleiding verlengd worden tot een maximale duur van twee jaar.".
a) in de inleidende zin worden de woorden "drie vormingsjaren" vervangen door de woorden "anderhalf vormingsjaar";
b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "van maximum twee jaar" opgeheven;
c) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Evenwel kan de periode van opleiding verlengd worden tot een maximale duur van twee jaar.".
Art. 9. Dans l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la phrase liminaire, les mots "trois années" sont remplacés par les mots "une année et demie";
b) au 1°, les mots "de maximum deux ans" sont abrogés;
c) l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Toutefois, la période d'instruction peut être prolongée jusqu'à une durée maximale de deux ans.".
a) dans la phrase liminaire, les mots "trois années" sont remplacés par les mots "une année et demie";
b) au 1°, les mots "de maximum deux ans" sont abrogés;
c) l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Toutefois, la période d'instruction peut être prolongée jusqu'à une durée maximale de deux ans.".
Art. 10. In artikel 29, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° tijdens de evaluatieperiode, op het einde van de beoordelingsfase, met een duur van drie maanden vanaf de eerste dag van de evaluatieperiode. De beoordelingsfase die minder dan zes maanden vóór de datum van het einde van de evaluatieperiode begint, wordt evenwel tot deze datum verlengd.";
b) in het tweede lid worden de woorden "niet voldoet aan de criteria" vervangen door de woorden "niet voldaan heeft aan de criteria tot slagen";
c) in hetzelfde lid worden de woorden "tot 3" vervangen door de woorden "en 2";
d) de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De kandidaat die niet aan de criteria om te slagen voldaan heeft bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid, 3°, behoudt echter de vereiste professionele hoedanigheden. Deze worden opnieuw beoordeeld op het einde van een proeffase van een duur van drie maanden vanaf de dag volgend op de dag van de kennisname door de kandidaat van het resultaat van de beoordeling op het einde van de beoordelingsfase.
De beoordeling op het einde van de proeffase wordt beschouwd als de jaarlijkse beoordeling bedoeld in artikel 97, § 2, eerste lid, 4°, van de wet.".
a) in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° tijdens de evaluatieperiode, op het einde van de beoordelingsfase, met een duur van drie maanden vanaf de eerste dag van de evaluatieperiode. De beoordelingsfase die minder dan zes maanden vóór de datum van het einde van de evaluatieperiode begint, wordt evenwel tot deze datum verlengd.";
b) in het tweede lid worden de woorden "niet voldoet aan de criteria" vervangen door de woorden "niet voldaan heeft aan de criteria tot slagen";
c) in hetzelfde lid worden de woorden "tot 3" vervangen door de woorden "en 2";
d) de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De kandidaat die niet aan de criteria om te slagen voldaan heeft bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid, 3°, behoudt echter de vereiste professionele hoedanigheden. Deze worden opnieuw beoordeeld op het einde van een proeffase van een duur van drie maanden vanaf de dag volgend op de dag van de kennisname door de kandidaat van het resultaat van de beoordeling op het einde van de beoordelingsfase.
De beoordeling op het einde van de proeffase wordt beschouwd als de jaarlijkse beoordeling bedoeld in artikel 97, § 2, eerste lid, 4°, van de wet.".
Art. 10. Dans l'article 29, § 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° pendant la période d'évaluation, à la fin de la phase d'appréciation, d'une durée de trois mois à partir du premier jour de la période d'évaluation. Toutefois, la phase d'appréciation qui débute moins de six mois avant la date de la fin de la période d'évaluation est prolongée jusqu'à cette date.";
b) dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, les mots "niet voldoet aan de criteria" sont remplacés par les mots "niet voldaan heeft aan de criteria tot slagen";
c) dans le même alinéa, les mots "à 3" sont remplacés par les mots "et 2";
d) le paragraphe est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Le candidat qui n'a pas satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée à l'alinéa 1er, 3°, conserve cependant les qualités professionnelles requises. Celles-ci sont à nouveau appréciées à la fin d'une phase probatoire d'une durée de trois mois à partir du lendemain du jour de la prise de connaissance par le candidat du résultat de l'appréciation de fin de phase d'appréciation.
L'appréciation de fin de phase probatoire est considérée être l'appréciation annuelle visée à l'article 97, § 2, alinéa 1er, 4°, de la loi.".
a) dans l'alinéa 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° pendant la période d'évaluation, à la fin de la phase d'appréciation, d'une durée de trois mois à partir du premier jour de la période d'évaluation. Toutefois, la phase d'appréciation qui débute moins de six mois avant la date de la fin de la période d'évaluation est prolongée jusqu'à cette date.";
b) dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, les mots "niet voldoet aan de criteria" sont remplacés par les mots "niet voldaan heeft aan de criteria tot slagen";
c) dans le même alinéa, les mots "à 3" sont remplacés par les mots "et 2";
d) le paragraphe est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Le candidat qui n'a pas satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée à l'alinéa 1er, 3°, conserve cependant les qualités professionnelles requises. Celles-ci sont à nouveau appréciées à la fin d'une phase probatoire d'une durée de trois mois à partir du lendemain du jour de la prise de connaissance par le candidat du résultat de l'appréciation de fin de phase d'appréciation.
L'appréciation de fin de phase probatoire est considérée être l'appréciation annuelle visée à l'article 97, § 2, alinéa 1er, 4°, de la loi.".
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie, de sociale promotie en de promotie op diploma naar een hogere personeelscategorie
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif au passage au sein de la même catégorie de personnel, à la promotion sociale et à la promotion sur diplôme vers une catégorie de personnel supérieure
Art. 11. In artikel 26, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie, de sociale promotie en de promotie op diploma naar een hogere personeelscategorie, worden de woorden "artikel 14" vervangen door de woorden "artikel 6".
Art. 11. Dans l'article 26, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif au passage au sein de la même catégorie de personnel, à la promotion sociale et à la promotion sur diplôme vers une catégorie de personnel supérieure, les mots "l'article 14" sont remplacés par les mots "l'article 6".
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende het administratief statuut van de militair die een dienstneming van beperkte duur aangaat
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif au statut administratif du militaire qui contracte un engagement à durée limitée
Art. 12. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende het administratief statuut van de militair die een dienstneming van beperkte duur aangaat, wordt een lid ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid, luidende:
"De duur van de basisvormingen van de kandidaten BDL stemt overeen met de duur van de respectievelijke vormingscycli bedoeld in het eerste lid, behalve voor de kandidaat-onderofficier BDL van niveau C, wiens basisvorming twee vormingsjaren duurt.".
"De duur van de basisvormingen van de kandidaten BDL stemt overeen met de duur van de respectievelijke vormingscycli bedoeld in het eerste lid, behalve voor de kandidaat-onderofficier BDL van niveau C, wiens basisvorming twee vormingsjaren duurt.".
Art. 12. Dans l'article 3 de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif au statut administratif du militaire qui contracte un engagement à durée limitée, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Les durées des formations de base des candidats BDL correspondent aux durées des cycles de formation respectifs visés à l'alinéa 1er, sauf pour le candidat sous-officier BDL du niveau C, dont la formation de base dure deux années de formation.".
"Les durées des formations de base des candidats BDL correspondent aux durées des cycles de formation respectifs visés à l'alinéa 1er, sauf pour le candidat sous-officier BDL du niveau C, dont la formation de base dure deux années de formation.".
Art. 13. In artikel 46, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de artikelen 6 en 14" vervangen door de woorden "artikel 6".
Art. 13. Dans l'article 46, § 1er, alinéa 3, du même arrêté, les mots "aux articles 6 et 14" sont remplacés par les mots "à l'article 6".
Art. 14. In artikel 74, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de artikelen 6 en 14" vervangen door de woorden "artikel 6".
Art. 14. Dans l'article 74, § 1er, alinéa 3, du même arrêté, les mots "aux articles 6 et 14" sont remplacés par les mots" à l'article 6".
HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en eindbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions transitoires et finales
Art. 15. De kandidaat die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, naargelang het geval, zich:
1° in periode van opleiding bevindt, voert de stage- en evaluatieperiode uit overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen;
2° in stageperiode bevindt, voert de evaluatieperiode uit overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen.
1° in periode van opleiding bevindt, voert de stage- en evaluatieperiode uit overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen;
2° in stageperiode bevindt, voert de evaluatieperiode uit overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen.
Art. 15. Le candidat qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, se trouve, selon le cas:
1° en période d'instruction, effectue les périodes de stage et d'évaluation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté;
2° en période de stage, effectue la période d'évaluation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté.
1° en période d'instruction, effectue les périodes de stage et d'évaluation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté;
2° en période de stage, effectue la période d'évaluation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté.
Art. 16. § 1. De kandidaat die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, zich in evaluatieperiode bevindt op drie maanden of minder van de einddatum van deze periode, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen die voorafgaan aan de voornoemde datum van inwerkingtreding, rondt de vorming af overeenkomstig deze voorafgaande bepalingen.
§ 2. De kandidaat die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, zich in evaluatieperiode bevindt op meer dan drie maanden van de einddatum van deze periode, vastgesteld volgens de bepalingen die voorafgaan aan de voornoemde datum van inwerkingtreding, vangt op deze datum een beoordelingsfase aan met een duur van drie maanden na afloop waarvan zijn professionele en karakteriële hoedanigheden beoordeeld worden.
§ 3. De kandidaat die bij de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 aan de criteria om te slagen voldaan heeft en wiens vormingsduur niet verminderd wordt door dit besluit, zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen.
De kandidaat die bij de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 aan de criteria om te slagen voldaan heeft en wiens vormingsduur verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de nieuwe einddatum van de basisvorming vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan of later valt dan de nieuwe einddatum van de basisvorming, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Voor de kandidaat bedoeld in het tweede lid, 2°, wordt de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 beschouwd als de beoordeling op het einde van de evaluatieperiode bedoeld in artikel 97, § 2, eerste lid, 4°, en 98, § 2, eerste lid, 3°, van de voornoemde wet van 28 februari 2007.
§ 4. De kandidaat die niet voldaan heeft aan de criteria om te slagen bij de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 vangt een proeffase aan met een duur van drie maanden na afloop waarvan zijn professionele en karakteriële hoedanigheden beoordeeld worden.
Evenwel, indien na afloop van de beoordelingsfase, de duur van de evaluatieperiode die nog volbracht moet worden overeenkomstig de bepalingen die voorafgaan aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit, korter is dan de duur van de proeffase bedoeld in het eerste lid, wordt de duur van de proeffase pro rata verminderd tot de resterende duur van de evaluatieperiode.
§ 5. De kandidaat die aan de criteria om te slagen voldaan heeft bij de beoordeling op het einde van de proeffase bedoeld in paragraaf 4 en wiens vormingsduur niet verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de einddatum van de evaluatieperiode voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan de einddatum van de evaluatieperiode.
De kandidaat die aan de criteria om te slagen voldaan heeft bij de beoordeling op het einde van de proeffase bedoeld in het eerste lid en wiens duur van de vormingsduur verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan of later valt dan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
De beoordeling op het einde van de proeffase wordt, afhankelijk van het tijdstip waarop zij wordt uitgevoerd, beschouwd als de jaarlijkse beoordeling of als de beoordeling op het einde van de evaluatieperiode bedoeld in artikel 97, § 2, eerste lid, 4°, en 98, § 2, eerste lid, van de voornoemde wet van 28 februari 2007.
§ 6. De kandidaat ten aanzien van wie de evaluatiecommissie of de beroepsinstantie heeft beslist dat hij, naargelang het geval, de vereiste professionele of karakteriële hoedanigheden bezit en wiens vormingsduur bij dit besluit niet wordt verminderd:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de einddatum van de evaluatieperiode voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan de einddatum van de evaluatieperiode.
De kandidaat ten aanzien van wie de evaluatiecommissie of de beroepsinstantie heeft beslist dat hij, naargelang het geval, de vereiste professionele of karakteriële hoedanigheden bezit en wiens vormingsduur verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan of later valt dan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
§ 2. De kandidaat die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, zich in evaluatieperiode bevindt op meer dan drie maanden van de einddatum van deze periode, vastgesteld volgens de bepalingen die voorafgaan aan de voornoemde datum van inwerkingtreding, vangt op deze datum een beoordelingsfase aan met een duur van drie maanden na afloop waarvan zijn professionele en karakteriële hoedanigheden beoordeeld worden.
§ 3. De kandidaat die bij de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 aan de criteria om te slagen voldaan heeft en wiens vormingsduur niet verminderd wordt door dit besluit, zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen.
De kandidaat die bij de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 aan de criteria om te slagen voldaan heeft en wiens vormingsduur verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de nieuwe einddatum van de basisvorming vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan of later valt dan de nieuwe einddatum van de basisvorming, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Voor de kandidaat bedoeld in het tweede lid, 2°, wordt de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 beschouwd als de beoordeling op het einde van de evaluatieperiode bedoeld in artikel 97, § 2, eerste lid, 4°, en 98, § 2, eerste lid, 3°, van de voornoemde wet van 28 februari 2007.
§ 4. De kandidaat die niet voldaan heeft aan de criteria om te slagen bij de beoordeling bedoeld in paragraaf 2 vangt een proeffase aan met een duur van drie maanden na afloop waarvan zijn professionele en karakteriële hoedanigheden beoordeeld worden.
Evenwel, indien na afloop van de beoordelingsfase, de duur van de evaluatieperiode die nog volbracht moet worden overeenkomstig de bepalingen die voorafgaan aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit, korter is dan de duur van de proeffase bedoeld in het eerste lid, wordt de duur van de proeffase pro rata verminderd tot de resterende duur van de evaluatieperiode.
§ 5. De kandidaat die aan de criteria om te slagen voldaan heeft bij de beoordeling op het einde van de proeffase bedoeld in paragraaf 4 en wiens vormingsduur niet verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de einddatum van de evaluatieperiode voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan de einddatum van de evaluatieperiode.
De kandidaat die aan de criteria om te slagen voldaan heeft bij de beoordeling op het einde van de proeffase bedoeld in het eerste lid en wiens duur van de vormingsduur verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan of later valt dan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
De beoordeling op het einde van de proeffase wordt, afhankelijk van het tijdstip waarop zij wordt uitgevoerd, beschouwd als de jaarlijkse beoordeling of als de beoordeling op het einde van de evaluatieperiode bedoeld in artikel 97, § 2, eerste lid, 4°, en 98, § 2, eerste lid, van de voornoemde wet van 28 februari 2007.
§ 6. De kandidaat ten aanzien van wie de evaluatiecommissie of de beroepsinstantie heeft beslist dat hij, naargelang het geval, de vereiste professionele of karakteriële hoedanigheden bezit en wiens vormingsduur bij dit besluit niet wordt verminderd:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de einddatum van de evaluatieperiode voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan de einddatum van de evaluatieperiode.
De kandidaat ten aanzien van wie de evaluatiecommissie of de beroepsinstantie heeft beslist dat hij, naargelang het geval, de vereiste professionele of karakteriële hoedanigheden bezit en wiens vormingsduur verminderd wordt door dit besluit:
1° zet de vorming voort overeenkomstig de door dit besluit gewijzigde bepalingen indien de datum van deze beoordeling aan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit voorafgaat;
2° wordt verklaard de basisvorming met succes te hebben afgerond indien de datum van deze beoordeling gelijk is aan of later valt dan de nieuwe einddatum van de evaluatieperiode, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Art. 16. § 1er. Le candidat qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, se trouve en période d'évaluation, à trois mois ou moins de la date de la fin de cette période fixée selon les dispositions antérieures à la date d'entrée en vigueur précitée, achève sa formation selon ces dispositions antérieures.
§ 2. Le candidat qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, se trouve en période d'évaluation, à plus de trois mois de la date de la fin de cette période fixée selon les dispositions antérieures à la date d'entrée en vigueur précitée, entame à cette date-ci une phase d'appréciation d'une durée de trois mois à l'issue de laquelle ses qualités professionnelles et caractérielles sont appréciées.
§ 3. Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée au paragraphe 2 et dont la durée de la formation n'est pas diminuée par le présent arrêté poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté.
Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée au paragraphe 2 et dont la durée de la formation est diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la nouvelle date de fin de formation de base fixée selon les dispositions du présent arrêté;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale ou postérieure à la nouvelle date de fin de formation de base fixée selon les dispositions du présent arrêté.
Pour le candidat visé à l'alinéa 2, 2°, l'appréciation visée au paragraphe 2 est considérée être l'appréciation de fin de période d'évaluation visée à l'article 97, § 2, alinéa 1er, 4°, et 98, § 2, alinéa 1er, 3°, de la loi précitée du 28 février 2007.
§ 4. Le candidat qui n'a pas satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée au paragraphe 2 entame une phase probatoire d'une durée de trois mois à l'issue de laquelle ses qualités professionnelles et caractérielles sont appréciées.
Toutefois, lorsque à l'issue de la phase d'appréciation, la durée de la période d'évaluation restant à accomplir conformément aux dispositions antérieures à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté est inférieure à la durée de la phase probatoire visée à l'alinéa 1er, celle-ci est réduite au prorata de la durée restante de la période d'évaluation.
§ 5. Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation de fin de phase probatoire visée au paragraphe 4 et dont la durée de la formation n'est pas diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la date de fin de période d'évaluation;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale à la date de fin de période d'évaluation.
Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation de fin de phase probatoire visée à l'alinéa 1er, et dont la durée de la formation est diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale ou postérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté.
L'appréciation de fin de phase probatoire est considérée être, selon le moment où elle est effectuée, l'appréciation annuelle ou de fin de période d'évaluation visée à l'article 97, § 2, alinéa 1er, 4°, et 98, § 2, alinéa 1er, de la loi précitée du 28 février 2007.
§ 6. Le candidat dont la commission d'évaluation ou l'instance d'appel a décidé qu'il possède les qualités professionnelles ou caractérielles requises, selon le cas, et dont la durée de la formation n'est pas diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la date de fin de période d'évaluation;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale à la date de fin de période d'évaluation.
Le candidat dont la commission d'évaluation ou l'instance d'appel a décidé qu'il possède les qualités professionnelles ou caractérielles requises, selon le cas, et dont la durée de la formation est diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale ou postérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté.
§ 2. Le candidat qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, se trouve en période d'évaluation, à plus de trois mois de la date de la fin de cette période fixée selon les dispositions antérieures à la date d'entrée en vigueur précitée, entame à cette date-ci une phase d'appréciation d'une durée de trois mois à l'issue de laquelle ses qualités professionnelles et caractérielles sont appréciées.
§ 3. Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée au paragraphe 2 et dont la durée de la formation n'est pas diminuée par le présent arrêté poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté.
Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée au paragraphe 2 et dont la durée de la formation est diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la nouvelle date de fin de formation de base fixée selon les dispositions du présent arrêté;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale ou postérieure à la nouvelle date de fin de formation de base fixée selon les dispositions du présent arrêté.
Pour le candidat visé à l'alinéa 2, 2°, l'appréciation visée au paragraphe 2 est considérée être l'appréciation de fin de période d'évaluation visée à l'article 97, § 2, alinéa 1er, 4°, et 98, § 2, alinéa 1er, 3°, de la loi précitée du 28 février 2007.
§ 4. Le candidat qui n'a pas satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation visée au paragraphe 2 entame une phase probatoire d'une durée de trois mois à l'issue de laquelle ses qualités professionnelles et caractérielles sont appréciées.
Toutefois, lorsque à l'issue de la phase d'appréciation, la durée de la période d'évaluation restant à accomplir conformément aux dispositions antérieures à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté est inférieure à la durée de la phase probatoire visée à l'alinéa 1er, celle-ci est réduite au prorata de la durée restante de la période d'évaluation.
§ 5. Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation de fin de phase probatoire visée au paragraphe 4 et dont la durée de la formation n'est pas diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la date de fin de période d'évaluation;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale à la date de fin de période d'évaluation.
Le candidat qui a satisfait aux critères de réussite lors de l'appréciation de fin de phase probatoire visée à l'alinéa 1er, et dont la durée de la formation est diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale ou postérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté.
L'appréciation de fin de phase probatoire est considérée être, selon le moment où elle est effectuée, l'appréciation annuelle ou de fin de période d'évaluation visée à l'article 97, § 2, alinéa 1er, 4°, et 98, § 2, alinéa 1er, de la loi précitée du 28 février 2007.
§ 6. Le candidat dont la commission d'évaluation ou l'instance d'appel a décidé qu'il possède les qualités professionnelles ou caractérielles requises, selon le cas, et dont la durée de la formation n'est pas diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la date de fin de période d'évaluation;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale à la date de fin de période d'évaluation.
Le candidat dont la commission d'évaluation ou l'instance d'appel a décidé qu'il possède les qualités professionnelles ou caractérielles requises, selon le cas, et dont la durée de la formation est diminuée par le présent arrêté:
1° poursuit sa formation conformément aux dispositions modifiées par le présent arrêté si la date de cette appréciation est antérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté;
2° est déclaré avoir terminé sa formation de base avec succès si la date de cette appréciation est égale ou postérieure à la nouvelle date de fin de période d'évaluation fixée selon les dispositions du présent arrêté.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2023.
Art. 18. De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre qui a la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.