Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 NOVEMBER 2022. - Wet tot wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, met het oog op het invoeren van duidelijke waarborgen wat betreft het handboeien van minderjarigen
Titre
16 NOVEMBRE 2022. - Loi modifiant la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police en vue d'assortir l'usage des menottes de garanties claires dans le cas d'enfants mineurs
Dokumentinformationen
Numac: 2022034556
Datum: 2022-11-16
Info du document
Numac: 2022034556
Date: 2022-11-16
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art.2. In de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt wordt een artikel 37ter ingevoegd, luidende:
"Art. 37ter. Onverminderd de bepalingen van artikel 37, is het boeien van een minderjarige persoon door leden van het operationeel kader verboden, behalve in de volgende gevallen:
1° bij de overbrenging, de uithaling en de bewaking van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit gepleegd hebben of daarvan verdacht worden;
2° bij de bewaking van een minderjarige die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke vrijheidsbeneming of een bestuurlijke arrestatie.
In beide gevallen mag een minderjarige slechts uitzonderlijk geboeid worden en alleen als het noodzakelijk wordt beschouwd, gelet op de omstandigheden op grond van:
1° het verzet of geweld tegen de vrijheidsbeneming;
2° het acute ontvluchtingsgevaar;
3° het gevaar dat betrokkene voor zichzelf, voor het lid van het operationeel kader, of voor derden vormt;
4° het acute gevaar dat betrokkene zal trachten bewijzen te vernietigen.
Het aanleggen van handboeien mag niet langer duren dan noodzakelijk op basis van de omstandigheden en moet steeds tot een zo kort mogelijke duurtijd beperkt worden. In geen geval mag de minderjarige geboeid blijven wanneer de omstandigheden die het boeien rechtvaardigen, ophouden te bestaan.
In geval van twijfel over de meerderjarigheid wordt de regeling van toepassing op minderjarigen toegepast.
Van elk geval van het aanleggen van handboeien bij minderjarigen wordt melding gemaakt in, naargelang van het geval, het proces-verbaal of in het register van de vrijheidsberovingen, waarbij het aanleggen van handboeien uitdrukkelijk met redenen moet worden omkleed op basis van de wettelijke voorwaarden. Dit register wordt opgenomen in de basisgegevensbanken zoals bedoeld in artikel 44/11/2.".
"Art. 37ter. Onverminderd de bepalingen van artikel 37, is het boeien van een minderjarige persoon door leden van het operationeel kader verboden, behalve in de volgende gevallen:
1° bij de overbrenging, de uithaling en de bewaking van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit gepleegd hebben of daarvan verdacht worden;
2° bij de bewaking van een minderjarige die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke vrijheidsbeneming of een bestuurlijke arrestatie.
In beide gevallen mag een minderjarige slechts uitzonderlijk geboeid worden en alleen als het noodzakelijk wordt beschouwd, gelet op de omstandigheden op grond van:
1° het verzet of geweld tegen de vrijheidsbeneming;
2° het acute ontvluchtingsgevaar;
3° het gevaar dat betrokkene voor zichzelf, voor het lid van het operationeel kader, of voor derden vormt;
4° het acute gevaar dat betrokkene zal trachten bewijzen te vernietigen.
Het aanleggen van handboeien mag niet langer duren dan noodzakelijk op basis van de omstandigheden en moet steeds tot een zo kort mogelijke duurtijd beperkt worden. In geen geval mag de minderjarige geboeid blijven wanneer de omstandigheden die het boeien rechtvaardigen, ophouden te bestaan.
In geval van twijfel over de meerderjarigheid wordt de regeling van toepassing op minderjarigen toegepast.
Van elk geval van het aanleggen van handboeien bij minderjarigen wordt melding gemaakt in, naargelang van het geval, het proces-verbaal of in het register van de vrijheidsberovingen, waarbij het aanleggen van handboeien uitdrukkelijk met redenen moet worden omkleed op basis van de wettelijke voorwaarden. Dit register wordt opgenomen in de basisgegevensbanken zoals bedoeld in artikel 44/11/2.".
Art.2. Dans la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, il est inséré un article 37ter rédigé comme suit:
"Art. 37ter. Sans préjudice des dispositions de l'article 37, il est interdit pour les membres du cadre opérationnel de menotter une personne mineure sauf dans les cas suivants:
1° lors du transfèrement, de l'extraction et de la surveillance de mineurs qui ont commis un fait qualifié d'infraction ou qui sont suspectés d'en avoir commis;
2° lors de la surveillance d'un mineur sous le coup d'une privation de liberté judiciaire ou d'une arrestation administrative.
Dans les deux cas, le mineur ne peut être menotté qu'à titre exceptionnel et que si cela est jugé nécessaire, compte tenu des circonstances, vu:
1° la résistance ou la violence manifestée lors de la privation de liberté;
2° le danger imminent d'évasion;
3° le danger que l'intéressé représente pour lui-même, pour le membre du cadre opérationnel ou pour les tiers;
4° le risque imminent de voir l'intéressé tenter de détruire des preuves.
Le menottage ne peut pas durer plus longtemps que nécessaire sur la base des circonstances et sa durée doit toujours être aussi courte que possible. Le mineur ne peut en aucun cas rester menotté si les circonstances qui justifient le menottage cessent d'exister.
En cas de doute au sujet de la majorité, la réglementation applicable aux mineurs est appliquée.
Tout menottage de mineur est mentionné dans le procès-verbal ou dans le registre des privations de liberté, selon le cas, le menottage devant être expressément motivé sur la base des conditions légales. Ce registre est enregistré dans les banques de données de base telles que visées dans l'article 44/11/2.".
"Art. 37ter. Sans préjudice des dispositions de l'article 37, il est interdit pour les membres du cadre opérationnel de menotter une personne mineure sauf dans les cas suivants:
1° lors du transfèrement, de l'extraction et de la surveillance de mineurs qui ont commis un fait qualifié d'infraction ou qui sont suspectés d'en avoir commis;
2° lors de la surveillance d'un mineur sous le coup d'une privation de liberté judiciaire ou d'une arrestation administrative.
Dans les deux cas, le mineur ne peut être menotté qu'à titre exceptionnel et que si cela est jugé nécessaire, compte tenu des circonstances, vu:
1° la résistance ou la violence manifestée lors de la privation de liberté;
2° le danger imminent d'évasion;
3° le danger que l'intéressé représente pour lui-même, pour le membre du cadre opérationnel ou pour les tiers;
4° le risque imminent de voir l'intéressé tenter de détruire des preuves.
Le menottage ne peut pas durer plus longtemps que nécessaire sur la base des circonstances et sa durée doit toujours être aussi courte que possible. Le mineur ne peut en aucun cas rester menotté si les circonstances qui justifient le menottage cessent d'exister.
En cas de doute au sujet de la majorité, la réglementation applicable aux mineurs est appliquée.
Tout menottage de mineur est mentionné dans le procès-verbal ou dans le registre des privations de liberté, selon le cas, le menottage devant être expressément motivé sur la base des conditions légales. Ce registre est enregistré dans les banques de données de base telles que visées dans l'article 44/11/2.".
Art. 3. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. La présente loi entre en vigueur le premier jour du troisième mois qui suit sa publication au Moniteur belge.