Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 MAART 2023. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat betreft het inreis-uitreissysteem(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-04-2023 en tekstbijwerking tot 22-10-2025)
Titre
19 MARS 2023. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, en ce qui concerne le système d'entrée/sortie(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-04-2023 et mise à jour au 22-10-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2023030999
Datum: 2023-03-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023030999
Date: 2023-03-19
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van Verordening (EU) 2017/2225 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 in verband met het gebruik van het inreis-uitreissysteem (EES), en van Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011.
Art. 2. La présente loi exécute partiellement le règlement (UE) 2017/2225 du Parlement européen et du Conseil du 30 novembre 2017 modifiant le règlement (UE) 2016/399 en ce qui concerne l'utilisation du système d'entrée/de sortie, et le règlement (UE) 2017/2226 du Parlement européen et du Conseil du 30 novembre 2017 portant création d'un système d'entrée/de sortie (EES) pour enregistrer les données relatives aux entrées, aux sorties et aux refus d'entrée concernant les ressortissants de pays tiers qui franchissent les frontières extérieures des Etats membres et portant détermination des conditions d'accès à l'EES à des fins répressives, et modifiant la convention d'application de l'accord de Schengen et les règlements (CE) n° 767/2008 et (UE) n° 1077/2011.
Art. 3. Artikel 1, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 december 2020, wordt aangevuld met de bepaling onder 32°, luidende:
"32° EES: het inreis-uitreissysteem zoals bedoeld in Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (hierna: Verordening (EU) 2017/2226).".
Art. 3. L'article 1er, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié en dernier lieu par la loi du 16 décembre 2020, est complété par le 32°, rédigé comme suit:
" 32° EES: le système d'entrée/de sortie prévu dans le règlement (UE) 2017/2226 du Parlement européen et du Conseil du 30 novembre 2017 portant création d'un système d'entrée/de sortie (EES) pour enregistrer les données relatives aux entrées, aux sorties et aux refus d'entrée concernant les ressortissants de pays tiers qui franchissent les frontières extérieures des Etats membres et portant détermination des conditions d'accès à l'EES à des fins répressives, et modifiant la convention d'application de l'accord de Schengen et les règlements (CE) n° 767/2008 et (UE) n° 1077/2011 (ci-après: règlement (UE) 2017/2226). ".
Art. 4. In dezelfde wet wordt een artikel 2/2 ingevoegd, luidende :
"Art. 2/2. § 1. De volgende autoriteiten hebben toegang tot het EES :
de met de grenscontrole belaste overheden, voor het invoeren, wijzigen en verwijderen van gegevens, evenals voor het raadplegen met het oog op de doeleinden bedoeld in de artikelen 23, 24, 25 en 27 van de Verordening (EU) 2017/2226;
de Dienst Vreemdelingenzaken, voor het invoeren, wijzigen en verwijderen van gegevens, evenals voor het raadplegen met het oog op de doeleinden bedoeld in de artikelen 24, 25, 26 en 27 van deze Verordening;
de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, voor het raadplegen met het oog op de doeleinden bedoeld in de artikelen 24 en 25 van deze Verordening;
de politiediensten zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, voor het raadplegen met het oog op de doeleinden bedoeld in de artikelen 26, 27 en 29 van deze Verordening.
Voor zover deze of andere dan de in het eerste lid bedoelde autoriteiten beschouwd kunnen worden als grensautoriteiten, visumautoriteiten of immigratieautoriteiten in de zin van artikel 9 van de Verordening (EU) 2017/2226 of als autoriteiten bevoegd om terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken in de zin van artikel 29 van deze Verordening, kan de Koning deze eveneens machtigen om het EES te raadplegen of de doeleinden van deze raadpleging uitbreiden.
De in het eerste en het tweede lid bedoelde autoriteiten bepalen welke van hun personeelsleden toegang hebben voor welke van de vermelde doeleinden. Deze personeelsleden hebben enkel toegang tot de persoonsgegevens die zij dienen te kennen naar gelang van de dienst waartoe zij behoren en van hun takenpakket.
§ 2. De geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, is het centraal toegangspunt, bedoeld in artikel 29, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226.
§ 3. Voor de verwerkingen van gegevens opgeslagen in het EES, bedoeld in § 1, eerste lid, 1° en 4°, is de minister van Binnenlandse Zaken de verwerkingsverantwoordelijke.
Voor de verwerkingen van gegevens opgeslagen in het EES, uitgevoerd door andere autoriteiten dan deze bedoeld in § 1, eerste lid, 1° en 4°, is de minister onder wiens bevoegdheden de desbetreffende autoriteit handelt de verwerkingsverantwoordelijke.
De in deze paragraaf bedoelde ministers kunnen zich als verwerkingsverantwoordelijke laten vertegenwoordigen door hun respectieve administratie. De contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijken worden gepubliceerd overeenkomstig de nadere regels bepaald door de Koning.".
Art. 4. Dans la même loi, il est inséré un article 2/2, rédigé comme suit :
" Art. 2/2. § 1er. Les autorités suivantes ont accès à l'EES :
les autorités chargées du contrôle aux frontières, aux fins d'introduction, de modification et d'effacement des données ainsi que de consultation pour les finalités visées aux articles 23, 24, 25 et 27 du règlement (UE) 2017/2226;
l'Office des étrangers, aux fins d'introduction, de modification et d'effacement des données ainsi que de consultation pour les finalités visées aux articles 24, 25, 26 et 27 de ce règlement;
les représentations diplomatiques et consulaires belges, aux fins de consultation pour les finalités visées aux articles 24 et 25 de ce règlement;
les services de police tels que visés à l'article 2, 2°, de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, aux fins de consultation pour les finalités visées aux articles 26, 27 et 29 de ce règlement.
Dans la mesure où ces autorités ou d'autres autorités que celles visées à l'alinéa 1er peuvent être considérées comme des autorités frontalières, des autorités chargées des visas ou des autorités chargées de l'immigration au sens de l'article 9 du règlement (UE) 2017/2226 ou comme des autorités compétentes pour la prévention et la détection des infractions terroristes et des autres infractions pénales graves, et pour les enquêtes en la matière, au sens de l'article 29 de ce règlement, le Roi peut également les habiliter à consulter l'EES ou étendre les finalités de cette consultation.
Les autorités visées aux alinéas 1er et 2 déterminent quels membres de leur personnel ont accès au système et pour quelles finalités parmi celles mentionnées. Ces membres du personnel ont uniquement accès aux données à caractère personnel qu'ils doivent connaître en fonction du service dont ils font partie et de leurs tâches.
§ 2. La police intégrée, structurée à deux niveaux, est le point d'accès central visé à l'article 29, paragraphe 3, du règlement (UE) 2017/2226.
§ 3. Pour les traitements de données stockées dans l'EES, visés au § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, le ministre de l'Intérieur est le responsable du traitement.
Pour les traitements de données stockées dans l'EES, effectués par d'autres autorités que celles visées au § 1er, alinéa 1er, 1° et 4°, le responsable du traitement est le ministre sous la compétence duquel l'autorité concernée est placée.
Les ministres visés dans ce paragraphe peuvent se faire représenter en tant que responsable du traitement par leurs administrations respectives. Les coordonnées des responsables du traitement sont publiées conformément aux modalités définies par le Roi. ".
Art. 5. In artikel 3 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 24 februari 2017 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 11°, luidende :
"11° wanneer hij weigert biometrische gegevens te verstrekken indien die nodig zijn voor het aanmaken van het persoonlijk dossier in het EES of voor het verrichten van de grenscontroles.";
tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
"Wanneer beslist wordt om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die onder het toepassingsgebied van het EES valt, maken de met de grenscontrole belaste overheden een notitie van weigering van toegang aan in het EES, conform artikel 18 van Verordening (EU) 2017/2226. Indien voor deze vreemdeling niet eerder een dossier in het EES is geregistreerd, leggen de met de grenscontrole belaste overheden tevens een persoonlijk dossier in het EES aan voor deze vreemdeling.".
Art. 5. A l'article 3 de la même loi, remplacé par la loi du 24 février 2017 et modifié par la loi du 8 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
l'alinéa 1er est complété par le 11°, rédigé comme suit :
" 11° lorsqu'il refuse de fournir des données biométriques si celles-ci sont nécessaires pour créer le dossier individuel dans l'EES ou pour procéder aux vérifications aux frontières. ";
un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
" Lorsqu'il est décidé de refuser l'entrée à un étranger qui relève du champ d'application de l'EES, les autorités chargées du contrôle aux frontières créent une fiche de refus d'entrée dans l'EES conformément à l'article 18 du règlement (UE) 2017/2226. Si aucun dossier antérieur n'a été enregistré dans l'EES pour cet étranger, les autorités chargées du contrôle aux frontières créent également un dossier individuel dans l'EES pour celui-ci. ".
Art. 6. Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1996, wordt vervangen als volgt :
"Art. 5. § 1. De onderdaan van een derde land die naar België komt voor een verblijf van ten hoogste negentig dagen en die niet logeert in een logementenhuis dat onderworpen is aan de wetgeving betreffende de controle der reizigers, meldt binnen drie werkdagen na binnenkomst in het Rijk zijn verblijfsadres, ofwel via elektronische weg aan de Dienst Vreemdelingenzaken ofwel persoonlijk bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats. De Koning kan bepaalde categorieën van vreemdelingen vrijstellen van deze verplichting.
De onderdaan van een derde land bedoeld in het eerste lid, die in het bezit is van een verblijfsvergunning of een visum lang verblijf afgeleverd door een andere lidstaat, meldt binnen de drie werkdagen na binnenkomst in het Rijk zijn verblijfsadres persoonlijk bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats.
De Koning bepaalt de wijze van melding aan de Dienst Vreemdelingenzaken, evenals de wijze van melding bij het gemeentebestuur en het model van het attest dat daarvan bewijs levert. Wanneer het gemeentebestuur een dergelijk attest ten bewijze van de melding aflevert aan de vreemdeling deelt het de hierin opgenomen persoonsgegevens mee aan de Dienst Vreemdelingenzaken.
§ 2. De Dienst Vreemdelingenzaken kan de persoonsgegevens die verkregen worden overeenkomstig paragraaf 1 verwerken voor de doeleinden vermeld in artikel 2/2, § 1, eerste lid, 2°, en met name met het oog op de toepassing van artikel 7.
De administratieve bewaartermijn van deze gegevens door de Dienst Vreemdelingenzaken of door de gemeente bedraagt vijf jaar. Hun definitieve bestemming wordt bepaald overeenkomstig artikel 5 van de archiefwet van 24 juni 1955.".
Art. 6. L'article 5 de la même loi, modifié par la loi du 15 juillet 1996, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5. § 1er. Le ressortissant d'un pays tiers qui vient en Belgique pour un séjour n'excédant pas nonante jours et qui ne loge pas dans une maison d'hébergement soumise à la législation relative au contrôle des voyageurs communique son adresse de résidence dans les trois jours ouvrables de son entrée dans le Royaume, soit par voie électronique à l'Office des étrangers, soit en personne auprès de l'administration communale de son lieu de résidence. Le Roi peut dispenser certaines catégories d'étrangers de cette obligation.
Le ressortissant d'un pays tiers visé à l'alinéa 1er, qui possède un titre de séjour ou un visa de longue durée délivré par un autre Etat membre, communique son adresse de résidence en personne auprès de l'administration communale de son lieu de résidence dans les trois jours ouvrables de son entrée dans le Royaume.
Le Roi détermine les modalités de notification à l'Office des étrangers, ainsi que les modalités de notification auprès de l'administration communale et le modèle de l'attestation faisant foi de celle-ci. Quand l'administration communale délivre à l'étranger une telle attestation comme preuve de la notification, elle communique les données à caractère personnel qui y sont contenues à l'Office des étrangers.
§ 2. L'Office des étrangers peut traiter les données à caractère personnel obtenues conformément au paragraphe 1er pour les finalités mentionnées dans l'article 2/2, § 1er, alinéa 1er, 2°, et notamment en vue de l'application de l'article 7.
La durée de conservation administrative de ces données par l'Office des étrangers ou par la commune est de cinq ans. Leur destination finale est déterminée conformément à l'article 5 de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives. ".
Art. 7. In dezelfde wet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 6/1. § 1. Een in het Rijk aanwezige vreemdeling, die onder het toepassingsgebied van het EES valt en voor wie geen persoonlijk dossier in het EES is aangemaakt of van wie geen meest recente relevante inreis-uitreisnotitie voorhanden is, wordt vermoed niet of niet langer te voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de duur van het toegestane verblijf in het Rijk, tenzij de vreemdeling het tegendeel bewijst.
De vreemdeling kan een aanvraag tot weerleggen van dit vermoeden indienen via het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats. De minister of zijn gemachtigde beslist over deze aanvraag overeenkomstig artikel 12 van de Schengengrenscode. De Koning bepaalt het model van het attest dat uitgereikt wordt als bewijs van de weerlegging van dit vermoeden.
§ 2. In bijzondere omstandigheden kan de vreemdeling die vrijgesteld is van de visumplicht in het geval bedoeld in artikel 14, lid 8, van de Verordening (EU) 2017/2226 verzoeken om een persoonlijk dossier in het EES aan te leggen en de inreis-uitreisnotitie te maken. Deze vreemdeling dient de aanvraag in bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats en voor het einde van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning. De minister of zijn gemachtigde beslist en handelt overeenkomstig dit artikel 14, lid 8, van de Verordening (EU) 2017/2226. De Koning bepaalt het model van het attest dat in voorkomend geval uitgereikt wordt.".
Art. 7. Dans la même loi, il est inséré un article 6/1, rédigé comme suit :
" Art. 6/1. § 1er. Un étranger présent sur le territoire du Royaume qui relève du champ d'application de l'EES et pour lequel aucun dossier individuel n'a été créé dans l'EES ou pour lequel il n'y a pas de dernière fiche pertinente d'entrée/de sortie, est présumé ne pas ou ne plus remplir les conditions de durée du séjour autorisé dans le Royaume, sauf si l'étranger apporte la preuve contraire.
L'étranger peut introduire une demande de renversement de cette présomption auprès de l'administration communale de son lieu de résidence. Le ministre ou son délégué statue sur cette demande conformément à l'article 12 du Code frontières Schengen. Le Roi détermine le modèle de l'attestation qui est délivrée comme preuve du renversement de cette présomption.
§ 2. Dans des circonstances particulières, l'étranger dispensé de l'obligation de visa dans le cas visé à l'article 14, paragraphe 8, du règlement (UE) 2017/2226 peut demander la création d'un dossier individuel dans l'EES et de la fiche d'entrée/de sortie. Cet étranger introduit la demande auprès de l'administration communale de son lieu de résidence avant l'échéance de la durée de validité de son titre de séjour. Le ministre ou son délégué statue et agit conformément à l'article 14, paragraphe 8, du règlement (UE) 2017/2226. Le Roi détermine le modèle de l'attestation qui est délivrée le cas échéant. ".
Art. 8. In dezelfde wet wordt een artikel 6/2 ingevoegd, luidende :
"Art. 6/2. De vreemdeling kan een verlenging van zijn kort verblijf aanvragen, overeenkomstig artikel 20, leden 2 tot 2quater, van de Schengenovereenkomst of artikel 33 van de Visumcode. Onverminderd artikel 20, lid 2bis, van de Schengenovereenkomst wordt deze aanvraag ingediend bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij verblijft en voor het einde van zijn toegelaten verblijfsduur.
De minister of zijn gemachtigde kan het verblijf verlengen met een periode van maximaal negentig dagen. De Koning bepaalt de procedure en het model van het attest dat in voorkomend geval uitgereikt wordt als bewijs van de verlenging.".
Art. 8. Dans la même loi, il est inséré un article 6/2, rédigé comme suit :
" Art. 6/2. L'étranger peut demander une prolongation de son court séjour conformément à l'article 20, paragraphes 2 à 2quater, de la Convention de Schengen ou à l'article 33 du Code des visas. Sans préjudice de l'article 20, paragraphe 2bis, de la Convention de Schengen, cette demande est introduite auprès de l'administration communale du lieu où il séjourne et avant l'échéance de la durée autorisée de son séjour.
Le ministre ou son délégué peut prolonger le séjour pour une période de maximum nonante jours. Le Roi détermine la procédure et le modèle de l'attestation qui, le cas échéant, sera délivrée comme preuve de la prolongation. ".
Art. 9. Artikel 41bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1996 en vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
"Art. 41bis. § 1. De burger van de Unie die naar België komt voor een verblijf van ten hoogste drie maanden en zijn familieleden die hem begeleiden of vervoegen, die niet logeren in een logementshuis dat onderworpen is aan de wetgeving betreffende de controle op de reizigers, melden binnen de tien werkdagen na binnenkomst in het Rijk hun verblijfsadres, ofwel via elektronische weg aan de Dienst Vreemdelingenzaken, ofwel persoonlijk bij het gemeentebestuur van hun verblijfplaats. De Koning kan bepaalde categorieën van vreemdelingen vrijstellen van deze verplichting.
De Koning bepaalt de wijze van melding aan de Dienst Vreemdelingenzaken, evenals de wijze van melding bij het gemeentebestuur en het model van attest dat daarvan bewijs levert. Wanneer het gemeentebestuur een dergelijk attest ten bewijze van de melding aflevert aan de vreemdeling deelt het de hierin opgenomen persoonsgegevens mee aan de Dienst Vreemdelingenzaken.
§ 2. De Dienst Vreemdelingenzaken kan de persoonsgegevens die verkregen worden overeenkomstig paragraaf 1 verwerken voor de doeleinden vermeld in artikel 2/2, § 1, eerste lid, 2°, en in het bijzonder met het oog op de toepassing van de artikelen 44ter en 44septies.
De administratieve bewaartermijn van deze gegevens door de Dienst Vreemdelingenzaken of door de gemeente bedraagt vijf jaar. Hun definitieve bestemming wordt bepaald overeenkomstig artikel 5 van de archiefwet van 24 juni 1955.".
Art. 9. L'article 41bis de la même loi, inséré par la loi du 15 juillet 1996 et remplacé par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 41bis. § 1er. Le citoyen de l'Union qui vient en Belgique pour un séjour n'excédant pas trois mois et les membres de sa famille qui l'accompagnent ou le rejoignent, qui ne logent pas dans une maison d'hébergement soumise à la législation relative au contrôle des voyageurs, communiquent leur adresse de résidence dans les dix jours ouvrables de leur entrée dans le Royaume, soit par voie électronique à l'Office des étrangers, soit en personne auprès de l'administration communale de leur lieu de résidence. Le Roi peut dispenser certaines catégories d'étrangers de cette obligation.
Le Roi détermine les modalités de notification à l'Office des étrangers, ainsi que les modalités de notification à l'administration communale et le modèle de l'attestation faisant foi de celle-ci. Quand l'administration communale délivre à l'étranger une telle attestation comme preuve de la notification, elle communique les données à caractère personnel qui y sont contenues à l'Office des étrangers.
§ 2. L'Office des étrangers peut traiter les données à caractère personnel obtenues conformément au paragraphe 1er pour les finalités mentionnées dans l'article 2/2, § 1er, alinéa 1er, 2°, et notamment en vue de l'application des articles 44ter et 44septies.
La durée de conservation administrative de ces données par l'Office des étrangers ou par la commune est de cinq ans. Leur destination finale est déterminée conformément à l'article 5 de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives. ".
Art. 10. In artikel 42octies, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden "41bis, tweede lid," opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 42octies, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2007, les mots "41bis, alinéa 2," sont abrogés.
Art. 11. Artikel 74/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd bij de wet van 8 maart 1995, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
" § 4. De vervoerder is niet strafbaar in het geval bedoeld in artikel 13bis, lid 1, van de Verordening (EU) 2017/2226, voor zover de inbreuk tegen paragraaf 1 enkel vastgesteld kan worden via EES.".
Art. 11. L'article 74/2 de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987 et modifié par la loi du 8 mars 1995, est complété par le paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Le transporteur n'est pas punissable dans le cas visé à l'article 13bis, paragraphe 1er, du règlement (UE) 2017/2226, dans la mesure où l'infraction au paragraphe 1er ne peut être établie que via l'EES. ".
Art. 12. In artikel 74/4bis, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 maart 1995 en gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1996 en 19 maart 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"De in het eerste lid bedoelde geldboetes worden niet opgelegd in het geval bedoeld in artikel 13bis, lid 1, van de Verordening (EU) 2017/2226, voor zover de inbreuk tegen het eerste lid enkel vastgesteld kan worden via het EES.".
Art. 12. Dans l'article 74/4bis, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 8 mars 1995 et modifié par les lois du 15 juillet 1996 et du 19 mars 2014, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Les amendes visées à l'alinéa 1er ne sont pas infligées dans le cas visé à l'article 13bis, paragraphe 1er, du règlement (UE) 2017/2226, dans la mesure où l'infraction à l'alinéa 1er ne peut être établie que via l'EES. ".
Art. 13. Deze wet treedt in werking op de door de Europese Commissie vastgestelde datum overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011.
[1 In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 5, 7, voor wat betreft de invoeging van artikel 6/1, § 2, en 8, van deze wet in werking honderdzeventig dagen na de datum bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 6, 7, voor wat betreft de invoeging van artikel 6/1, § 1, 9, 10, 11 en 12, van deze wet in werking honderdtachtig dagen na de datum bedoeld in het eerste lid.]1

Art. 13. La présente loi entre en vigueur à la date fixée par la Commission européenne conformément à l'article 66, paragraphe 1er, du règlement (UE) 2017/2226 du Parlement européen et du Conseil du 30 novembre 2017 portant création d'un système d'entrée/de sortie (EES) pour enregistrer les données relatives aux entrées, aux sorties et aux refus d'entrée concernant les ressortissants de pays tiers qui franchissent les frontières extérieures des Etats membres et portant détermination des conditions d'accès à l'EES à des fins répressives, et modifiant la convention d'application de l'accord de Schengen et les règlements (CE) n° 767/2008 et (UE) n° 1077/2011.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 5, 7, pour ce qui concerne l'insertion de l'article 6/1, § 2, et 8, de la présente loi entrent en vigueur cent septante jours après la date visée à l'alinéa 1er.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 6, 7, pour ce qui concerne l'insertion de l'article 6/1, § 1er, 9, 10, 11 et 12, de la présente loi entrent en vigueur cent quatre-vingt jours après la date visée à l'alinéa 1er.]1