Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering m.b.t. de uitvoering van leersteun(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-08-2023 en tekstbijwerking tot 23-11-2023)
Titre
5 MAI 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la mise en oeuvre du soutien à l'apprentissage(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-08-2023 et mise à jour au 23-11-2023)
Dokumentinformationen
Numac: 2023042776
Datum: 2023-05-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023042776
Date: 2023-05-05
Moniteur: Voir
Tekst (94)
Texte (94)
HOOFDSTUK 1. - Samenstelling en opdracht van de onafhankelijke commissie inclusief onderwijs
CHAPITRE 1er. - Composition et mission de la commission indépendante de l'enseignement inclusif
Artikel 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, stelt de leden en de voorzitter aan van de onafhankelijke commissie inclusief onderwijs, vermeld in artikel 58, § 3 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.
Article 1er. Le ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions désigne les membres et le président de la commission indépendante de l'enseignement inclusif visée à l'article 58, § 3, du décret du 15 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage.
Art. 2. De commissie bestaat uit:
de voorzitter van de commissie;
vier experten uit het hoger onderwijs met deskundigheid op het vlak van onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, vanuit het perspectief van een inclusieve onderwijscontext, vanuit de context van het buitengewoon onderwijs en vanuit een juridisch perspectief;
zes onderwijsprofessionals waarvan twee uit het gewoon onderwijs, één uit het leersteunmodel, twee uit het buitengewoon onderwijs en één uit de centra voor leerlingenbegeleiding;
één ouder van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften, op voordracht van Noozo, de Vlaamse adviesraad handicap;
één persoon met een handicap, op voordracht van Noozo, de Vlaamse adviesraad handicap;
één leerling, op voordracht van de Vlaamse scholierenkoepel;
twee personeelsleden van het Departement Onderwijs en Vorming, die de werking van de commissie ondersteunen.
Als een aangewezen vertegenwoordiger van een geleding niet meer kan deelnemen, wordt een plaatsvervanger aangesteld.
Personeelsleden van het Departement Onderwijs en Vorming kunnen niet als voorzitter aangewezen worden. De functie van secretaris wordt vervuld door een van beide personeelsleden van het Departement Onderwijs en Vorming.
Art. 2. La commission se compose des personnes suivantes :
le président de la commission ;
quatre experts de l'enseignement supérieur compétents dans le domaine de l'enseignement aux élèves à besoins éducatifs spécifiques, dans la perspective d'un enseignement inclusif, dans le contexte de l'enseignement spécialisé et d'un point de vue juridique ;
six professionnels de l'enseignement dont deux issus de l'enseignement ordinaire, un du modèle de soutien à l'apprentissage, deux de l'enseignement spécialisé et un des centres d'encadrement des élèves ;
un parent d'un élève à besoins éducatifs spécifiques, sur proposition de Noozo, le conseil consultatif flamand des personnes en situation de handicap ;
une personne en situation de handicap, sur proposition de Noozo, le conseil consultatif flamand des personnes en situation de handicap ;
un élève, sur proposition de l'Organisation coordinatrice des élèves flamands (" Vlaamse scholierenkoepel ") ;
deux membres du personnel du Département de l'Enseignement et de la Formation, qui soutiennent le fonctionnement de la commission.
Lorsqu'un représentant désigné d'une catégorie ne peut plus participer, un suppléant est désigné.
Les membres du personnel du Département de l'Enseignement et de la Formation ne peuvent pas être désignés en qualité de président. L'un des deux membres du personnel du Département de l'Enseignement et de la Formation remplit la fonction de secrétaire.
Art. 3. De leden van de commissie behartigen de belangen van het onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap. Ze oefenen de opdrachten van de commissie op een onafhankelijke wijze uit.
De leden van de commissie verstrekken geen informatie over interne werkzaamheden aan derden, met behoud van de toepassing van de regels van openbaarheid van bestuur.
Art. 3. Les membres de la commission défendent les intérêts de l'enseignement en Communauté flamande. Ils exercent les missions de la commission d'une manière indépendante.
Les membres de la commission ne divulguent pas d'informations concernant les travaux internes à des tiers, sans préjudice de l'application des règles de publicité de l'administration.
Art. 4. Het mandaat van de leden van de commissie loopt tot en met 30 juni 2024.
Art. 4. Le mandat des membres de la commission court jusqu'au 30 juin 2024.
Art. 5. De commissie heeft als opdracht een advies te formuleren over de evolutie naar een nog meer inclusief onderwijs en de rol van gewoon en buitengewoon onderwijs. Dat houdt ten minste in dat de commissie:
nagaat op welke wijze een gefaseerde evolutie naar een nog meer inclusief onderwijssysteem verder gezet kan worden, conform het decreet van 8 mei 2009 houdende instemming met het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en het facultatief protocol bij het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, opgemaakt in New York op 13 december 2006;
een visie en strategie ontwikkelt over hoe dat beleidsmatig aangepakt kan worden;
een concreet plan van aanpak voorstelt dat maximaal rekening houdt met de haalbaarheid en uitvoerbaarheid voor de onderwijsinstellingen en hun personeelsleden, voor ouders en leerlingen;
de rol van het buitengewoon onderwijs expliciteert die ze ziet in de gefaseerde evolutie naar een nog meer inclusief onderwijssysteem.
De commissie kan een beroep doen op de diensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming om gegevens te verkrijgen die nuttig kunnen zijn voor de opmaak van het advies.
Personeelsleden van de onderwijsinstellingen, centra voor leerlingenbegeleiding, leersteuncentra, pedagogische begeleidingsdiensten, belangenorganisaties en andere organisaties van het middenveld die de commissie als relevant beschouwt, worden bij de opmaak van het advies betrokken. De commissie is vrij de werkwijze daarvoor te bepalen.
Art. 5. La commission a pour mission de formuler un avis sur l'évolution vers un enseignement encore plus inclusif et le rôle de l'enseignement ordinaire et spécialisé. Cela implique au moins que la commission :
réfléchisse à la manière de poursuivre une évolution progressive vers un système éducatif encore plus inclusif conformément au décret du 8 mai 2009 portant assentiment à la convention sur les droits de personnes handicapées et au protocole facultatif à la convention sur les droits de personnes handicapées, faits à New York le 13 décembre 2006 ;
développe une vision et une stratégie sur l'approche politique à adopter ;
propose un plan d'approche concret qui tienne compte au maximum de la faisabilité théorique et pratique pour les établissements d'enseignement et leurs membres du personnel, pour les parents et les élèves ;
explicite la façon dont elle envisage le rôle de l'enseignement spécialisé dans l'évolution progressive vers un système éducatif encore plus inclusif.
La commission peut faire appel aux services du ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation pour recueillir des données susceptibles d'être utiles à la rédaction de l'avis.
Les membres du personnel des établissements d'enseignement, les centres d'encadrement des élèves, les centres de soutien à l'apprentissage, les services d'encadrement pédagogique, les groupements d'intérêts et autres organisations de la société civile que la commission juge pertinentes sont associés à la rédaction de l'avis. La commission est libre de déterminer la marche à suivre à cet effet.
Art. 6. Het advies wordt in consensus tussen de leden van de commissie opgesteld en uiterlijk tegen 30 juni 2024 bezorgd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bezorgt het advies aan het Vlaams Parlement en legt het advies voor aan de Vlaamse onderwijsraad.
Art. 6. L'avis est rédigé par consensus entre les membres de la commission et transmis au plus tard le 30 juin 2024 au ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions.
Le ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions transmet l'avis au Parlement flamand et le soumet au Conseil flamand de l'Enseignement.
HOOFDSTUK 2. - Personeel
CHAPITRE 2. - Personnel
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 7. Dit hoofdstuk is van toepassing op:
de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en het leerondersteunend personeel, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, die tewerkgesteld zijn in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
de leden van het leerondersteunend personeel, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, die tewerkgesteld zijn in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.
Art. 7. Le présent chapitre s'applique :
aux membres du personnel directeur et enseignant, du personnel d'appui et du personnel de soutien à l'apprentissage visés à l'article 2, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et à l'article 4, § 1er, a), du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, qui sont occupés dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage ;
aux membres du personnel de soutien à l'apprentissage visés à l'article 2, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et à l'article 4, § 1er, a), du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, qui sont occupés dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 2, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage.
Afdeling 2. - De ambten
Section 2. - Les fonctions
Art. 8. De ambten die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, vermeld in artikel 7, 1°, kunnen uitoefenen in een leersteuncentrum, worden als volgt vastgelegd en ingedeeld:
wervingsambten: nihil;
selectieambten: nihil;
bevorderingsambten: directeur.
Art. 8. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel directeur et enseignant visés à l'article 7, 1°, dans un centre de soutien à l'apprentissage sont fixées et réparties comme suit :
fonctions de recrutement : néant ;
fonctions de sélection : néant ;
fonctions de promotion : directeur.
Art. 9. De ambten die de leden van het ondersteunend personeel, vermeld in artikel 7, 1°, kunnen uitoefenen in een leersteuncentrum, worden als volgt vastgelegd en ingedeeld:
wervingsambten: administratief medewerker;
selectieambten: nihil;
bevorderingsambten: nihil.
Art. 9. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel d'appui visés à l'article 7, 1°, dans un centre de soutien à l'apprentissage sont fixées et réparties comme suit :
fonctions de recrutement : collaborateur administratif ;
fonctions de sélection : néant ;
fonctions de promotion : néant.
Art. 10. De ambten die de leden van het leerondersteunend personeel, vermeld in artikel 7, kunnen uitoefenen in een leersteuncentrum, worden als volgt vastgelegd en ingedeeld:
wervingsambten: leerondersteuner;
selectieambten: coördinator;
bevorderingsambten: nihil.
Art. 10. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel de soutien à l'apprentissage visés à l'article 7 dans un centre de soutien à l'apprentissage sont fixées et réparties comme suit :
fonctions de recrutement : intervenant en soutien à l'apprentissage ;
fonctions de sélection : coordinateur ;
fonctions de promotion : néant.
Afdeling 3. - De wijze waarop het salaris wordt toegekend
Section 3. - Mode d'attribution du salaire
Art. 11. Het personeelslid dat aangesteld is in een bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, in een wervingsambt van het ondersteunend personeel of in een wervings- of selectieambt van het leerondersteunend personeel in een leersteuncentrum, heeft recht op een salaris dat wordt uitgedrukt in zesendertigsten.
Art. 11. Le membre du personnel qui a été désigné dans une fonction de promotion du personnel directeur et enseignant, dans une fonction de recrutement du personnel d'appui ou dans une fonction de recrutement ou de sélection du personnel de soutien à l'apprentissage dans un centre de soutien à l'apprentissage a droit à un salaire exprimé en trente-sixièmes.
Art. 12. De bezoldiging van een personeelslid dat een ambt van het leerondersteunend personeel of het ambt van directeur uitoefent, wordt vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs.
De bezoldiging van een personeelslid dat het ambt van administratief medewerker uitoefent, wordt vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs.
Art. 12. La rémunération d'un membre du personnel qui exerce une fonction du personnel de soutien à l'apprentissage ou la fonction de directeur est fixée sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique.
La rémunération d'un membre du personnel qui exerce la fonction de collaborateur administratif est fixée sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat.
Afdeling 4. - De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen
Section 4. - Titres et échelles de traitement
Art. 13. Voor de toepassing van deze afdeling gelden artikel 4, § 1 en § 2, artikel 6 en artikel 7, § 1, 1., 7. en 25., van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
Art. 13. Pour l'application de la présente section, article 4, §§ 1er et 2, article 6 et article 7, § 1er, 1., 7. et 25., de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au régime des rémunérations dans l'enseignement secondaire s'appliquent.
Art. 14. § 1. De vereiste bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen van de personeelsleden vermeld in artikel 7, worden als volgt bepaald:
de directeur:
Art. 14. § 1er. Les titres requis et les échelles de traitement des membres du personnel visés à l'article 7 sont déterminés comme suit :
le directeur :
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal
ten minste bachelor; 748
ten minste master. 711
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal ten minste bachelor; 748 ten minste master. 711
de administratief medewerker:
titre requis échelle de traitement
au moins bachelier ; 748
au moins master. 711
titre requis échelle de traitement au moins bachelier ; 748 au moins master. 711
le collaborateur administratif :
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal
ten minste hso; 202
ten minste bachelor; 158
ten minste master. 542
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal ten minste hso; 202 ten minste bachelor; 158 ten minste master. 542
de coördinator:
titre requis échelle de traitement
au moins ESS ; 202
au moins bachelier ; 158
au moins master. 542
titre requis échelle de traitement au moins ESS ; 202 au moins bachelier ; 158 au moins master. 542
le coordinateur :
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal
ten minste bachelor; 413
ten minste master. 540
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal ten minste bachelor; 413 ten minste master. 540
de leerondersteuner:
titre requis échelle de traitement
au moins bachelier ; 413
au moins master. 540
titre requis échelle de traitement au moins bachelier ; 413 au moins master. 540
l'intervenant en soutien à l'apprentissage :
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal
ten minste bachelor; 148
ten minste master. 501
vereist bekwaamheidsbewijs salarisschaal ten minste bachelor; 148 ten minste master. 501
§ 2. De salarisschalen, vermeld in paragraaf 1, zijn vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs.
titre requis échelle de traitement
au moins bachelier ; 148
au moins master. 501
titre requis échelle de traitement au moins bachelier ; 148 au moins master. 501
§ 2. Les échelles de traitement visées au paragraphe 1er sont fixées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement.
Afdeling 5. - De prestatieregeling en de opdracht
Section 5. - Régime de prestations et charge
Art. 15. De wekelijkse opdracht voor de leerondersteuner bedraagt 36 klokuren en omvat:
de kerntaak, vermeld in artikel 73quinquies, § 4, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 47quinquies, § 4, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
de administratieve taken die verbonden zijn aan de eigen functie;
de dienstverplaatsingen, vermeld in artikel 12septies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 17septies van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
De wekelijkse opdracht voor de leerondersteuner die deeltijds is aangesteld, bedraagt een evenredig deel van de klokuren vermeld in het eerste lid. Een deeltijdse opdracht kan worden uitgeoefend in hele klokuren vanaf minstens één klokuur.
Art. 15. La charge hebdomadaire de l'intervenant en soutien à l'apprentissage est de 36 heures d'horloge et englobe :
la tâche principale visée à l'article 73quinquies, § 4, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et à l'article 47quinquies, § 4, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 ;
les tâches administratives liées à sa fonction ;
les déplacements de service visés à l'article 12septies du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire du 27 mars 1991 et à l'article 17septies du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991.
La charge hebdomadaire de l'intervenant en soutien à l'apprentissage qui a été désigné à temps partiel correspond à une partie proportionnelle des heures d'horloge visées à l'alinéa 1er. Une charge à temps partiel peut être exercée en heures d'horloge entières à partir d'au moins une heure d'horloge.
Art. 16. De wekelijkse opdracht voor de coördinator bedraagt 36 klokuren.
De wekelijkse opdracht voor de coördinator die in een deeltijdse betrekking is aangesteld, bedraagt een evenredig deel van de klokuren vermeld in het eerste lid. Een deeltijdse opdracht kan worden uitgeoefend in hele klokuren vanaf minstens één klokuur.
Art. 16. La charge hebdomadaire du coordinateur est de 36 heures d'horloge.
La charge hebdomadaire du coordinateur qui a été désigné dans un emploi à temps partiel correspond à une partie proportionnelle des heures d'horloge visées à l'alinéa 1er. Une charge à temps partiel peut être exercée en heures d'horloge entières à partir d'au moins une heure d'horloge.
Art. 17. De wekelijkse opdracht voor het ondersteunend personeel bedraagt 36 klokuren.
De wekelijkse opdracht voor het ondersteunend personeel dat in een deeltijdse betrekking is aangesteld, bedraagt een evenredig deel van de klokuren vermeld in het eerste lid. Een deeltijdse opdracht kan worden uitgeoefend in hele klokuren vanaf minstens één klokuur.
Art. 17. La charge hebdomadaire du personnel d'appui est de 36 heures d'horloge.
La charge hebdomadaire du personnel d'appui qui a été désigné dans un emploi à temps partiel correspond à une partie proportionnelle des heures d'horloge visées à l'alinéa 1er. Une charge à temps partiel peut être exercée en heures d'horloge entières à partir d'au moins une heure d'horloge.
Art. 18. Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrijstelling om de vergaderingen van dat inspraakorgaan bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
Art. 18. Le membre du personnel qui siège au sein d'un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret obtient une dispense de service pour assister aux réunions de cet organe de participation. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service.
Afdeling 6. - De jaarlijkse vakantie
Section 6. - Vacances annuelles
Art. 19. § 1. De personeelsleden van het ondersteunend personeel, vermeld in artikel 7, hebben een jaarlijkse vakantie die bestaat uit de periodes, vermeld in artikel 4 en 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs, dat erkend of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, eventueel verminderd met een aantal te presteren dagen als vermeld in artikel 20 en 21.
§ 2. Een personeelslid heeft recht op een ononderbroken vakantie van vijf weken tijdens de zomervakantie, waarin de periode van 15 juli tot en met 15 augustus valt.
Art. 19. § 1er. Les membres du personnel d'appui visés à l'article 7 bénéficient de vacances annuelles comprenant les périodes visées aux articles 4 et 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement artistique à temps partiel agréé ou subventionné par la Communauté flamande, éventuellement diminuées d'un nombre de jours à prester tels que visés aux articles 20 et 21.
§ 2. Un membre du personnel a droit à cinq semaines de vacances ininterrompues pendant les vacances d'été qui comprennent la période du 15 juillet au 15 août.
Art. 20. § 1. De inrichtende macht kan de personeelsleden van het ondersteunend personeel, vermeld in artikel 7, tijdens de jaarlijkse vakantie, vermeld in artikel 19, verplichten om maximaal twaalf dagen prestaties te leveren, waarvan maximaal tien prestatiedagen tijdens de zomervakantie.
Die prestatiedagen zijn volledige dagen. De inrichtende macht kan na akkoord met het betrokken personeelslid ook beslissen om de prestatiedagen in halve prestatiedagen op te delen.
§ 2. De inrichtende macht legt jaarlijks het totale aantal in paragraaf 1 vermelde prestatiedagen vast, alsook de verdeling van die prestatiedagen. Ze deelt uiterlijk vóór de kerstvakantie voor het daaropvolgende kalenderjaar aan de betrokken personeelsleden van het ondersteunend personeel hun prestatiedagen mee alsook de verdeling ervan. Als de inrichtende macht, behalve in geval van overmacht, vóór de kerstvakantie geen prestatiedagen meedeelt, betekent dat dat de inrichtende macht voor het daaropvolgende kalenderjaar niet gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in paragraaf 1. Als een personeelslid in dienst treedt na de kerstvakantie, deelt de inrichtende macht aan dat personeelslid op het ogenblik van de indiensttreding het aantal prestatiedagen mee, bepaald conform paragraaf 1, alsook de verdeling van die prestatiedagen over de resterende vakantieperiodes van het kalenderjaar.
§ 3. De inrichtende macht spreidt de prestatiedagen, vermeld in paragraaf 1 en 2, over de betrokken personeelsleden van het ondersteunend personeel volgens een regeling die zo veel mogelijk rekening houdt met de aard van het ambt, de omvang van de opdracht, de concrete mogelijkheden van de betrokkene en de werkzaamheden die in de instelling moeten worden verricht, en die bovendien rekening houdt met een billijke verdeling van de taken.
Die regeling maakt het voorwerp uit van onderhandelingen die worden gevoerd binnen het bevoegde onderhandelingscomité.
§ 4. Het personeelslid van het ondersteunend personeel dat naast de prestatiedagen, vermeld in paragraaf 1, om uitzonderlijke dienstredenen op verzoek van de inrichtende macht ermee instemt om een of meer extra prestatiedagen te werken tijdens de jaarlijkse vakantie, vermeld in artikel 19, krijgt voor die extra prestatiedagen in evenredige mate vervangende vakantiedagen, die hij buiten de jaarlijkse vakantie kan opnemen.
Art. 20. § 1er. Le pouvoir organisateur peut obliger les membres du personnel d'appui visés à l'article 7 à fournir, pendant les vacances annuelles visées à l'article 19, maximum douze jours de prestations, dont dix jours de prestations maximum pendant les vacances d'été.
Ces jours de prestations sont des journées complètes. Le pouvoir organisateur peut également décider, en accord avec le membre du personnel concerné, de scinder les jours de prestations en demi-journées de prestations.
§ 2. Le pouvoir organisateur fixe annuellement le nombre total de jours de prestations visés au paragraphe 1er ainsi que la répartition de ces jours de prestations. Au plus tard avant les vacances de Noël, il communique aux membres du personnel d'appui concernés leurs jours de prestations de même que leur répartition pour l'année civile suivante. Si, sauf en cas de force majeure, le pouvoir organisateur ne communique pas de jours de prestations avant les vacances de Noël, cela signifie qu'il ne fait pas usage, pour l'année civile suivante, de la possibilité prévue au paragraphe 1er. Si un membre du personnel entre en fonction après les vacances de Noël, le pouvoir organisateur lui communique, au moment de l'entrée en fonction, le nombre de jours de prestations déterminé conformément au paragraphe 1er de même que leur répartition sur les périodes de vacances restantes de l'année civile.
§ 3. Le pouvoir organisateur répartit les jours de prestations visés aux paragraphes 1er et 2 entre les membres du personnel d'appui concernés suivant un régime qui tient compte autant que possible de la nature de la fonction, du volume de la charge, des possibilités concrètes de l'intéressé et des activités à accomplir au sein de l'établissement et qui tient en outre compte d'une répartition équitable des tâches.
Ce régime fait l'objet de concertations menées au sein du comité de négociation compétent.
§ 4. Le membre du personnel d'appui qui, outre les jours de prestations visés au paragraphe 1er, accepte, pour des raisons de service exceptionnelles, à la demande du pouvoir organisateur, d'effectuer un ou plusieurs jours de prestations supplémentaires pendant les vacances annuelles visées à l'article 19 reçoit, en contrepartie et à due concurrence, des jours de vacances de remplacement qu'il peut prendre en dehors des vacances annuelles.
Art. 21. § 1. De prestatiedagen tijdens de jaarlijkse vakantie, vermeld in artikel 20, gelden altijd voor personeelsleden die belast zijn met een voltijdse opdracht.
Als een personeelslid belast is met een deeltijdse opdracht, wordt het aantal gevraagde prestatiedagen verhoudingsgewijs aangepast.
§ 2. Een begonnen dag wordt altijd aangerekend als een volledige prestatiedag.
Als de inrichtende macht na akkoord met een personeelslid beslist heeft om de prestatiedagen in te delen in halve prestatiedagen, in overeenstemming met artikel 20, § 1, tweede lid, wordt een begonnen dag als een halve prestatiedag aangerekend.
Art. 21. § 1er. Les jours de prestations pendant les vacances annuelles visés à l'article 20 valent toujours pour des membres du personnel titulaires d'une charge à temps plein.
Si un membre du personnel est titulaire d'une charge à temps partiel, le nombre de jours de prestations demandés est adapté proportionnellement.
§ 2. Une journée entamée compte toujours pour une journée de prestations complète.
Si le pouvoir organisateur a décidé, en accord avec un membre du personnel, de scinder les jours de prestations en demi-journées de prestations, conformément à l'article 20, § 1er, alinéa 2, une journée entamée compte pour une demi-journée de prestations.
Afdeling 7. - Overgangsbepalingen
Section 7. - Dispositions transitoires
Art. 22. § 1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder een betrekking van ondersteuner: een betrekking die is opgericht op basis van de personeelsomkadering, vermeld in artikel 172quinquies en 172quinquies/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 314/8 en 314/9 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
§ 2. Voor een personeelslid dat uiterlijk op 30 juni 2023 aangesteld was in een betrekking van ondersteuner en dat vanaf 1 september 2023 en uiterlijk op 15 november 2023 aangesteld wordt in een ambt van het leerondersteunend personeel, geldt het volgende:
wie op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2023, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit was van hetzij een vereist, hetzij een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt of vak waarin hij was aangesteld tijdens de uitoefening van de betrekking van ondersteuner en geen vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor het ambt van het leerondersteunend personeel waarin hij wordt aangesteld, wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt;
voor het personeelslid blijft de salarisschaal gelden die hem op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2023, werd verleend voor het ambt of vak waarin hij was aangesteld tijdens de uitoefening van de betrekking van ondersteuner, tenzij die salarisschaal gelijk is aan een van de salarisschalen, zoals vermeld in artikel 14, § 1, 3° en 4°, of tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover hij beschikt, recht geeft op een hogere salarisschaal;
het personeelslid behoudt voor de berekening van zijn salaris de tijd waarin het personeelslid diensten heeft verstrekt als werknemer of als zelfstandige, en die als nuttige ervaring was erkend conform artikel 17 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs;
voor het personeelslid blijven de niet-verworven salarisschalen gelden, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs en het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal voor de houders van het getuigschrift grondige kennis verplichte tweede taal Frans, die hem werden verleend voor het ambt of vak, waarin hij was aangesteld [1 tijdens de uitoefening van de betrekking van ondersteuner;]1.
[1 het personeelslid behoudt voor de berekening van zijn salaris de in aanmerkingneming van de diensten verstrekt in de privщsector, als werknemer of als zelfstandige, op voorwaarde dat ze werden erkend als geldelijke anciыnniteit volgens artikel 16ter van het Koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs.]1
§ 3. De overgangsmaatregel, vermeld in paragraaf 2, 3°, is ook van toepassing op een personeelslid dat uiterlijk op 30 juni 2023 aangesteld was in een betrekking van ondersteuner en dat vanaf 1 september 2023 en uiterlijk op 15 november 2023 aangesteld wordt in een ambt van directeur in een leersteuncentrum, als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.
§ 4. De overgangsmaatregelen, vermeld in paragraaf 2, worden toegekend vanaf 1 september 2023. De personeelsleden voor wie die overgangsmaatregelen gelden, behouden die overgangsmaatregelen na die datum, ook als ze na die datum uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
Art. 22. § 1er. Pour l'application de la présente section, on entend par " emploi d'intervenant en soutien " : un emploi créé sur la base de l'encadrement du personnel visé aux articles 172quinquies et 172quinquies/1 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et aux articles 314/8 en 314/9 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
§ 2. Un membre du personnel qui avait été désigné, au plus tard le 30 juin 2023, dans un emploi d'intervenant en soutien et qui, à partir du 1er septembre 2023 et au plus tard le 15 novembre 2023, est désigné dans une fonction du personnel de soutien à l'apprentissage est soumis aux dispositions suivantes :
quiconque était en possession, en vertu de la réglementation qui était en vigueur avant le 1er septembre 2023, par disposition organique ou par mesure transitoire, soit d'un titre requis, soit d'un titre jugé suffisant pour la fonction ou la matière dans laquelle il avait été désigné durant l'exercice de l'emploi d'intervenant en soutien et ne possède pas le titre requis pour la fonction du personnel de soutien à l'apprentissage dans laquelle il est désigné est réputé être en possession du titre requis pour cette fonction ;
l'échelle de traitement qui était attribuée au membre du personnel, en vertu de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2023, pour la fonction ou la matière dans laquelle il avait été désigné durant l'exercice de l'emploi d'intervenant en soutien continue à s'appliquer, à moins que cette échelle de traitement ne soit égale à l'une des échelles de traitement visées à l'article 14, § 1er, 3° et 4°, ou à moins que le titre dont il dispose ne donne droit à une échelle de traitement supérieure ;
pour le calcul de son salaire, le membre du personnel conserve le temps pendant lequel il a fourni des services en tant que salarié ou indépendant et qui avait été reconnu comme expérience utile conformément à l'article 17 de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique ;
les échelles de traitement non acquises, visées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement et dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 accordant un supplément de traitement aux porteurs d'un certificat de connaissance approfondie du français comme deuxième langue obligatoire, qui étaient attribuées au membre du personnel pour la fonction ou la matière dans laquelle il avait été désigné [1 durant l'exercice de l'emploi d'intervenant en soutien ;]1 continuent à s'appliquer.
[1 5° pour le calcul de son salaire, le membre du personnel conserve la prise en compte des services fournis dans le secteur privé, en tant que salarié ou indépendant, à condition qu'ils aient été reconnus comme ancienneté pécuniaire selon l'article 16ter de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique.]1
§ 3. La mesure transitoire visée au paragraphe 2, 3°, s'applique également à un membre du personnel qui avait été désigné, au plus tard le 30 juin 2023, dans un emploi d'intervenant en soutien et qui, à partir du 1er septembre 2023 et au plus tard le 15 novembre 2023, est désigné dans une fonction de directeur dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage.
§ 4. Les mesures transitoires visées au paragraphe 2 sont attribuées à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel auxquels s'appliquent ces mesures transitoires les conservent après cette date même s'ils quittent leur fonction après cette date et la réintègrent par la suite.
HOOFDSTUK 3. - De aanwending van de omkaderingspunten
CHAPITRE 3. - Utilisation des points d'encadrement
Art. 23. De personeelsomkadering waar een leersteuncentrum recht op heeft conform artikel 35 tot en met artikel 43 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun en artikel 50 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, wordt als volgt aangewend:
voor een voltijdse betrekking:
Art. 23. L'encadrement du personnel auquel un centre de soutien à l'apprentissage a droit en vertu des articles 35 à 43 du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage et de l'article 50 du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage est utilisé comme suit :
pour un emploi à temps plein :
ambt salarisschaal puntenwaarde
directeur 748 110
711 160
administratief medewerker 202 63
158 82
542 120
coördinator 413 100
540, 599 140
leerondersteuner 143, 148, 302, 346, 347 85
501, 599 126
ambt salarisschaal puntenwaarde directeur 748 110 711 160 administratief medewerker 202 63 158 82
542 120 coördinator 413 100 540, 599 140 leerondersteuner 143, 148, 302, 346, 347 85 501, 599 126
bij een halftijdse betrekking in het ambt van directeur: de voormelde puntenwaarden worden gehalveerd;
bij een deeltijdse betrekking in het ambt van administratief medewerker: de punten voor de omkadering worden als volgt berekend:
fonction échelle de traitement valeur en points
directeur 748 110
711 160
collaborateur administratif 202 63
158 82
542 120
coordinateur 413 100
540, 599 140
intervenant en soutien à l'apprentissage 143, 148, 302, 346, 347 85
501, 599 126
fonction échelle de traitement valeur en points directeur 748 110711 160 collaborateur administratif 202 63 158 82
542 120 coordinateur 413 100 540, 599 140 intervenant en soutien à l'apprentissage 143, 148, 302, 346, 347 85 501, 599 126
dans le cas d'un emploi à mi-temps dans la fonction de directeur : les valeurs en points précitées sont réduites de moitié ;
dans le cas d'un emploi à temps partiel dans la fonction de collaborateur administratif : les points pour l'encadrement sont calculés comme suit :
uren puntenwaarde
63 82 120
1 2 2 3
2 4 5 7
3 5 7 10
4 7 9 13
5 9 11 17
6 11 14 20
7 12 16 23
8 14 18 27
9 16 21 30
10 18 23 33
11 19 25 37
12 21 27 40
13 23 30 43
14 25 32 47
15 26 34 50
16 28 36 53
17 30 39 57
18 31,5 41 60
19 33 43 63
20 35 46 67
21 37 48 70
22 39 50 73
23 40 52 77
24 42 55 80
25 44 57 83
26 46 59 87
27 47 62 90
28 49 64 93
29 51 66 97
30 53 68 100
31 54 71 103
32 56 73 107
33 58 75 110
34 60 77 113
35 61 80 117
36 63 82 120
uren puntenwaarde 63 82 120
1 2 2 3 2 4 5 7 3 5 7 10 4 7 9 13 5 9 11 17 6 11 14 20 7 12 16 23 8 14 18 27 9 16 21 30 10 18 23 33 11 19 25 37 12 21 27 40 13 23 30 43 14 25 32 47 15 26 34 50 16 28 36 53 17 30 39 57 18 31,5 41 60 19 33 43 63 20 35 46 67 21 37 48 70 22 39 50 73 23 40 52 77 24 42 55 80 25 44 57 83 26 46 59 87 27 47 62 90 28 49 64 93 29 51 66 97 30 53 68 100 31 54 71 103 32 56 73 107 33 58 75 110 34 60 77 113 35 61 80 117 36 63 82 120
bij een deeltijdse betrekking in het ambt van coördinator: de punten voor de omkadering worden als volgt berekend:
heures valeur en points
63 82 120
1 2 2 3
2 4 5 7
3 5 7 10
4 7 9 13
5 9 11 17
6 11 14 20
7 12 16 23
8 14 18 27
9 16 21 30
10 18 23 33
11 19 25 37
12 21 27 40
13 23 30 43
14 25 32 47
15 26 34 50
16 28 36 53
17 30 39 57
18 31,5 41 60
19 33 43 63
20 35 46 67
21 37 48 70
22 39 50 73
23 40 52 77
24 42 55 80
25 44 57 83
26 46 59 87
27 47 62 90
28 49 64 93
29 51 66 97
30 53 68 100
31 54 71 103
32 56 73 107
33 58 75 110
34 60 77 113
35 61 80 117
36 63 82 120
heures valeur en points 63 82 120
1 2 2 3 2 4 5 7 3 5 7 10 4 7 9 13 5 9 11 17 6 11 14 20 7 12 16 23 8 14 18 27 9 16 21 30 10 18 23 33 11 19 25 37 12 21 27 40 13 23 30 43 14 25 32 47 15 26 34 50 16 28 36 53 17 30 39 57 18 31,5 41 60 19 33 43 63 20 35 46 67 21 37 48 70 22 39 50 73 23 40 52 77 24 42 55 80 25 44 57 83 26 46 59 87 27 47 62 90 28 49 64 93 29 51 66 97 30 53 68 100 31 54 71 103 32 56 73 107 33 58 75 110 34 60 77 113 35 61 80 117 36 63 82 120
dans le cas d'un emploi à temps partiel dans la fonction de coordinateur : les points pour l'encadrement sont calculés comme suit :
uren puntenwaarde
100 140
1 3 4
2 6 8
3 8 12
4 11 16
5 14 19
6 17 23
7 19 27
8 22 31
9 25 35
10 28 39
11 31 43
12 33 47
13 36 51
14 39 54
15 42 58
16 44 62
17 47 66
18 50 70
19 53 74
20 56 78
21 58 82
22 61 86
23 64 89
24 67 93
25 69 97
26 72 101
27 75 105
28 78 109
29 81 113
30 83 117
31 86 121
32 89 124
33 92 128
34 94 132
35 97 136
36 100 140
uren puntenwaarde 100 140 1 3 4 2 6 8 3 8 12 4 11 16 5 14 19 6 17 23 7 19 27 8 22 31 9 25 35 10 28 39 11 31 43 12 33 47 13 36 51 14 39 54 15 42 58 16 44 62 17 47 66 18 50 70 19 53 74 20 56 78 21 58 82 22 61 86 23 64 89 24 67 93 25 69 97 26 72 101 27 75 105 28 78 109 29 81 113 30 83 117 31 86 121 32 89 124 33 92 128 34 94 132 35 97 136 36 100 140
bij een deeltijdse betrekking in het ambt van leerondersteuner: de punten voor de omkadering worden als volgt berekend:
heures valeur en points
100 140
1 3 4
2 6 8
3 8 12
4 11 16
5 14 19
6 17 23
7 19 27
8 22 31
9 25 35
10 28 39
11 31 43
12 33 47
13 36 51
14 39 54
15 42 58
16 44 62
17 47 66
18 50 70
19 53 74
20 56 78
21 58 82
22 61 86
23 64 89
24 67 93
25 69 97
26 72 101
27 75 105
28 78 109
29 81 113
30 83 117
31 86 121
32 89 124
33 92 128
34 94 132
35 97 136
36 100 140
heures valeur en points 100 140
1 3 4 2 6 8 3 8 12 4 11 16 5 14 19 6 17 23 7 19 27 8 22 31 9 25 35 10 28 39 11 31 43 12 33 47 13 36 51 14 39 54 15 42 58 16 44 62 17 47 66 18 50 70 19 53 74 20 56 78 21 58 82 22 61 86 23 64 89 24 67 93 25 69 97 26 72 101 27 75 105 28 78 109 29 81 113 30 83 117 31 86 121 32 89 124 33 92 128 34 94 132 35 97 136 36 100 140
dans le cas d'un emploi à temps partiel dans la fonction d'intervenant en soutien à l'apprentissage : les points pour l'encadrement sont calculés comme suit :
uren puntenwaarde
85 126
1 2 4
2 5 7
3 7 11
4 9 14
5 12 18
6 14 21
7 17 25
8 19 28
9 21 32
10 24 35
11 26 39
12 28 42
13 31 46
14 33 49
15 35 53
16 38 56
17 40 60
18 42 63
19 45 67
20 47 70
21 50 74
22 52 77
23 54 81
24 57 84
25 59 88
26 61 91
27 64 95
28 66 98
29 68 102
30 71 105
31 73 109
32 76 112
33 78 116
34 80 119
35 83 123
36 85 126
uren puntenwaarde 85 126
1 2 4 2 5 7 3 7 11 4 9 14 5 12 18 6 14 21 7 17 25 8 19 28 9 21 32 10 24 35 11 26 39 12 28 42 13 31 46 14 33 49 15 35 53 16 38 56 17 40 60 18 42 63 19 45 67 20 47 70 21 50 74 22 52 77 23 54 81 24 57 84 25 59 88 26 61 91 27 64 95 28 66 98 29 68 102 30 71 105 31 73 109 32 76 112 33 78 116 34 80 119 35 83 123 36 85 126
heures valeur en points
85 126
1 2 4
2 5 7
3 7 11
4 9 14
5 12 18
6 14 21
7 17 25
8 19 28
9 21 32
10 24 35
11 26 39
12 28 42
13 31 46
14 33 49
15 35 53
16 38 56
17 40 60
18 42 63
19 45 67
20 47 70
21 50 74
22 52 77
23 54 81
24 57 84
25 59 88
26 61 91
27 64 95
28 66 98
29 68 102
30 71 105
31 73 109
32 76 112
33 78 116
34 80 119
35 83 123
36 85 126
heures valeur en points 85 126
1 2 4 2 5 7 3 7 11 4 9 14 5 12 18 6 14 21 7 17 25 8 19 28 9 21 32 10 24 35 11 26 39 12 28 42 13 31 46 14 33 49 15 35 53 16 38 56 17 40 60 18 42 63 19 45 67 20 47 70 21 50 74 22 52 77 23 54 81 24 57 84 25 59 88 26 61 91 27 64 95 28 66 98 29 68 102 30 71 105 31 73 109 32 76 112 33 78 116 34 80 119 35 83 123 36 85 126
Art. 24. In afwijking van artikel 23 kan de personeelsomkadering waar een leersteuncentrum recht op heeft conform artikel 35 tot en met artikel 43 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun en artikel 50 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, niet aangewend worden om een betrekking op te richten van directeur in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.
Art. 24. Par dérogation à l'article 23, l'encadrement du personnel auquel un centre de soutien à l'apprentissage a droit en vertu des articles 35 à 43 du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage et de l'article 50 du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage ne peut pas être utilisé pour créer un emploi de directeur dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 2, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
Section 1re. - Modifications de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique
Art. 25. In artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
aan punt A wordt een punt z) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"z) de werkelijke diensten die het personeelslid heeft verstrekt in een bezoldigde betrekking met volledige prestaties in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.";
aan punt B wordt een punt p) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"p) de werkelijke diensten die het personeelslid heeft verstrekt in een bezoldigde betrekking met onvolledige prestaties in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.".
Art. 25. A l'article 16, § 1er, de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
au point A, un point z) rédigé comme suit est ajouté :
" z) les services réels que le membre du personnel a fournis dans un emploi rémunéré à prestations complètes dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage. " ;
au point B, un point p) rédigé comme suit est ajouté :
" p) les services réels que le membre du personnel a fournis dans un emploi rémunéré à prestations incomplètes dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage. ".
Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
Section 2. - Modification de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 26. Aan artikel 14, eerste lid, van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 en 9 september 2016, wordt een punt 12° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"12° in een bezoldigde betrekking met volledige of onvolledige prestaties in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.".
Art. 26. A l'article 14, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 juillet 2009 et 9 septembre 2016, un point 12° rédigé comme suit est ajouté :
" 12° dans un emploi rémunéré à prestations incomplètes dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage. ".
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs
Section 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif à la charge du personnel dans l'enseignement fondamental
Art. 27. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit besluit is niet van toepassing op het leerondersteunend personeel in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.".
Art. 27. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif à la charge du personnel dans l'enseignement fondamental, un alinéa 2 rédigé comme suit est ajouté :
" Le présent arrêté ne s'applique pas au personnel de soutien à l'apprentissage dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 2, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage. ".
Afdeling 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs en betreffende coördinatieopdrachten door ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs
Section 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial et relatif aux charges de coordination pour les réseaux de soutien dans l'enseignement fondamental et secondaire
Art. 28. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs en betreffende coördinatieopdrachten door ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, worden de woorden "en betreffende coördinatieopdrachten door ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs" opgeheven.
Art. 28. Dans l'intitulé de l'arrêté du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial et relatif aux charges de coordination pour les réseaux de soutien dans l'enseignement fondamental et secondaire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, les mots " et relatif aux charges de coordination pour les réseaux de soutien dans l'enseignement fondamental et secondaire " sont abrogés.
Art. 29. Aan artikel 1 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Dit besluit is niet van toepassing op het leerondersteunend personeel in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.".
Art. 29. A l'article 1er du même arrêté, un alinéa 2 rédigé comme suit est ajouté :
" Le présent arrêté ne s'applique pas au personnel de soutien à l'apprentissage dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 2, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage. ".
Art. 30. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 januari 2006 en 16 mei 2008, worden punt 4°, 5°, 7°, 8° en 11° opgeheven.
Art. 30. Dans l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 janvier 2006 et 16 mai 2008, les points 4°, 5°, 7°, 8° et 11° sont abrogés.
Art. 31. In artikel 4 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
" § 4. Scholen die in het schooljaar 2016-2017 minimaal tien leerlingen begeleidden in het geïntegreerd onderwijs, mogen de leerlingen die ze op de eerste schooldag van oktober van 2016 in begeleiding hadden, blijven meetellen voor de toepassing van paragraaf 1.".
Art. 31. Dans l'article 4 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Les écoles qui, durant l'année scolaire 2016-2017, accompagnaient au moins dix élèves dans l'enseignement intégré peuvent continuer à compter les élèves qu'elles accompagnaient le premier jour de classe d'octobre 2016 pour l'application du paragraphe 1er. ".
Art. 32. In hetzelfde besluit wordt artikel 18, 19, 20 en 21 opgeheven.
Art. 32. Dans le même arrêté, les articles 18, 19, 20 et 21 sont abrogés.
Art. 33. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 5/1, dat bestaat uit artikel 28/1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, opgeheven.
Art. 33. Dans le même arrêté, le chapitre 5/1, comportant l'article 28/1, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, est abrogé.
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs
Section 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental
Art. 34. In artikel 10ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in punt 5°, b), tweede lid, wordt het woord "verslag" vervangen door de zinsnede "IAC-verslag";
in punt 5°, c), tweede lid, 2), worden de woorden "inschrijvingsverslag of een verslag" vervangen door de zinsnede "IAC-verslag".
Art. 34. A l'article 10ter de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 août 2004 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, les modifications suivantes sont apportées :
au point 5°, b), alinéa 2, le mot " rapport " est remplacé par les mots " rapport IAC " ;
au point 5°, c), alinéa 2, 2), les mots " un rapport d'inscription ou un rapport " sont remplacés par les mots " rapport IAC ".
Afdeling 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 houdende oprichting en samenstelling van de lokale comités voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs.
Section 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 créant et composant les comités locaux pour les personnels de l'enseignement communautaire
Art. 35. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 houdende oprichting en samenstelling van de lokale comités voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2021, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de materies die tot de bevoegdheid behoren van de directeur van een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, wordt een basiscomité voor het leersteuncentrum opgericht. De aangewezen directeur zit het voor.".
Art. 35. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 créant et composant les comités locaux pour les personnels de l'enseignement communautaire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2021, un alinéa 3 rédigé comme suit est ajouté :
" Pour les matières rentrant dans les attributions du directeur d'un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage, un comité de base est créé pour le centre de soutien à l'apprentissage. Le directeur désigné en assume la présidence. ".
Afdeling 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
Section 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein
Art. 36. In artikel 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 juli 2017 en 20 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in paragraaf 1, 1°, a), wordt de zinsnede "verslag als vermeld in artikel 294, § 2," vervangen door de zinsnede "IAC-verslag als vermeld in artikel 294, § 2, 1°, ";
in paragraaf 1, 2°, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"de opheffing door een centrum voor leerlingenbegeleiding van het IAC-verslag, vermeld in punt 1°, a), die onmiddellijk volgt op de beslissing, vermeld in punt 1° en in voorkomend geval, de opmaak van een GC-verslag.";
in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "verslag als vermeld in artikel 294, § 2," vervangen door de zinsnede "IAC-verslag als vermeld in artikel 294, § 2, 1°, ";
in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en tweede lid, een nieuw lid ingevoegd dat luidt als volgt:
"Leerlingen die in het schooljaar 2022-2023 een individueel aangepast curriculum volgden met een verslag voor een inschrijving in opleidingsvorm 4, als vermeld in artikel 294, § 2, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs kunnen met behoud van de toepassing van artikel 31 als regelmatige leerling worden toegelaten:
tot een individueel aangepast curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, bij beslissing van de betrokken personen over het structuuronderdeel na kennisname van het advies van de toelatingsklassenraad van dat structuuronderdeel. Dit kan enkel voor zover er geen inhoudelijke wijziging is van het individueel aangepast curriculum en voor zover het traject in dezelfde school wordt gevolgd;
tot het volgen van het gemeenschappelijk curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, na toelating van de toelatingsklassenraad.";
in paragraaf 2 worden in het tweede lid, dat het derde lid wordt, de woorden "eerste lid" vervangen door de woorden "eerst en tweede lid van deze paragraaf".
Art. 36. A l'article 32 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 juillet 2017 et 20 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
dans le paragraphe 1er, 1°, a), le membre de phrase " rapport au sens de l'article 294, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " rapport IAC tel que visé à l'article 294, § 2, 1°, " ;
dans le paragraphe 1er, 2°, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" l'abrogation par un centre d'encadrement des élèves du rapport IAC visé au point 1°, a), qui suit immédiatement la décision visée point 1° et, le cas échéant, l'établissement d'un rapport GC. " ;
dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " rapport tel que visé à l'article 294, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " rapport IAC tel que visé à l'article 294, § 2, 1°, " ;
dans le paragraphe 2, un nouvel alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Les élèves qui, durant l'année scolaire 2022-2023, suivaient un programme adapté individuellement avec un rapport pour une inscription dans la forme d'enseignement 4 telle que visée à l'article 294, § 2, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire peuvent, sans préjudice de l'application de l'article 31, être admis comme élève régulier :
à un programme adapté individuellement d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, par décision des personnes concernées au sujet de la subdivision structurelle après avoir pris connaissance de l'avis du conseil de classe d'admission de cette subdivision structurelle. Ceci n'est possible qu'en l'absence de modification de fond du programme adapté individuellement et que dans la mesure où le parcours est suivi dans la même école ;
à suivre le programme d'études commun d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, après autorisation du conseil de classe d'admission. " ;
dans le paragraphe 2, dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, le membre de phrase " de l'alinéa 1er " est remplacé par le membre de phrase " des alinéas 1er et 2 du présent paragraphe ".
Art. 37. In artikel 32/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2017, wordt de zinsnede "door een wijziging in het verslag vermeld in artikel 294, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010" vervangen door de zinsnede "door een wijziging van het IAC-verslag vermeld in artikel 294, § 2, 1° van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 in een OV4-verslag als vermeld in artikel 294, § 2, 2°, van dezelfde codex".
Art. 37. Dans l'article 32/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juillet 2017, le membre de phrase " par une modification dans le rapport visé à l'article 294, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 " est remplacé par le membre de phrase " par une modification du rapport IAC visé à l'article 294, § 2, 1° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 en un rapport OV4 tel que visé à l'article 294, § 2, 2°, du même Code ".
Art. 38. In artikel 55bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
de zinsnede "verslag dat toegang geeft tot buitengewoon onderwijs," wordt vervangen door het woord "IAC-verslag";
de zin "In afwijking van artikel 1 van dit besluit is deze bepaling niet van toepassing op opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs." wordt opgeheven;
er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kan aan de leerlingen met een IAC-verslag voor opleidingsvorm 3 een getuigschrift van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 gegeven worden, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
het structuuronderdeel opleidingsvorm 3 waarvoor de studiebekrachtiging uitgereikt wordt, sluit inhoudelijk aan bij het studieaanbod van de school die de studiebekrachtiging uitreikt;
de school voor gewoon secundair onderwijs legt voorafgaandelijk contact met een school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 om de overeenkomst na te gaan van de doelen die opgenomen zijn in het individueel aangepast curriculum met de doelstellingen van de overeenkomstige opleiding uit het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
een vertegenwoordiger van de school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 is een stemgerechtigd lid van de klassenraad van de school voor gewoon secundair onderwijs.
Het model van dit getuigschrift en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 19.".
Art. 38. A l'article 55bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
les mots " rapport autorisant l'accès à l'enseignement spécial ", sont remplacés par les mots " rapport IAC " ;
la phrase " Par dérogation à l'article 1er du présent arrêté, cette disposition n'est pas d'application à la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial. " abrogée ;
il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, un certificat de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 peut être délivré aux élèves en possession d'un rapport IAC pour la forme d'enseignement 3, si les conditions suivantes sont remplies :
la subdivision structurelle de la forme d'enseignement 3 pour laquelle la validation d'études est délivrée se rattache sur le fond à l'offre d'études de l'école qui délivre la validation d'études ;
l'école d'enseignement secondaire ordinaire prend contact au préalable avec une école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 pour vérifier la correspondance entre les objectifs du programme adapté individuellement et les objectifs de la formation correspondante de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3 ;
un représentant de l'école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 est un membre ayant voix délibérative du conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire ordinaire.
Le modèle de ce certificat et les instructions pour le remplir figurent à l'annexe 19. ".
Art. 39. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage 19 toegevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 39. Au même arrêté, il est ajouté une annexe 19, jointe en annexe au présent arrêté.
Afdeling 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3
Section 8. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3
Art. 40. In artikel 4, eerste lid, 4°, b) van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3, worden de woorden "individuele handelingsplanning" vervangen door de woorden "het individueel aangepast curriculum".
Art. 40. Dans l'article 4, alinéa 1er, 4°, b) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3, les mots " d'un plan d'action individuel " sont remplacés par les mots " du programme adapté individuellement ".
Art. 41. In artikel 14, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 41. Dans l'article 14, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, l'alinéa 1er est abrogé.
Art. 42. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt het woord "handelingsplan" telkens vervangen door de woorden "individueel aangepast curriculum".
Art. 42. Dans l'annexe 1re au même arrêté, les mots " plan d'action " sont chaque fois remplacés par les mots " programme adapté individuellement ".
Afdeling 9. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs
Section 9. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement
Art. 43. In het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2020, wordt een artikel 2ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art.2ter. De niet-verworven salarisschaal vermeld in artikel 3, § 1, 4°, 4bis en 5°, wordt toegekend aan de tijdelijke of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, in het ambt van leerondersteuner, en waarvoor de Vlaamse Gemeenschap een salaris uitbetaalt.".
Art. 43. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2020, un article 2ter rédigé comme suit est inséré :
" Art. 2ter. L'échelle de traitement non acquise visée à l'article 3, § 1er, 4°, 4bis et 5°, est attribuée aux membres du personnel temporaires ou nommés à titre définitif qui ont été désignés ou affectés dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20 du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage, dans la fonction d'intervenant en soutien à l'apprentissage et pour laquelle la Communauté flamande paie un traitement. ".
Afdeling 10. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs
Section 10. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial
Art. 44. Aan artikel 1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 en 21 november 2014, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° in een leersteuncentrum als vermeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.".
Art. 44. A l'article 1er, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 juillet 2006 et 21 novembre 2014, un point 3° rédigé comme suit est ajouté :
" 3° dans un centre de soutien à l'apprentissage tel que visé à l'article 20, § 1er, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage. ".
Art. 45. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 en 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in punt 8° wordt de zinsnede "opvoeder in het ondersteunend personeel." vervangen door de zinsnede "opvoeder in het ondersteunend personeel;";
er wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"9° het leerondersteunend personeel".
Art. 45. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 juillet 2006 et 15 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
dans le point 8° le membre de phrase " la fonction d'éducateur du personnel d'appui. " est remplacé par le membre de phrase " d'éducateur du personnel d'appui ; " ;
un point 9° rédigé comme suit est ajouté :
" 9° du personnel de soutien à l'apprentissage ".
Afdeling 11. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag en van het attest bij het verslag voor toegang tot een individueel aangepast curriculum in een school voor gewoon onderwijs of tot het buitengewoon onderwijs
Section 11. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2015 fixant le contenu du rapport motivé et de l'attestation jointe au rapport sur l'accès à un programme individuel adapté dans une école d'enseignement ordinaire ou à l'enseignement spécial
Art. 46. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag en van het attest bij het verslag voor toegang tot een individueel aangepast curriculum in een school voor gewoon onderwijs of tot het buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, wordt vervangen door wat volgt:
"Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de inhoud van het GC-verslag en van het attest bij het IAC-verslag of OV4-verslag".
Art. 46. L'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2015 fixant le contenu du rapport motivé et de l'attestation jointe au rapport sur l'accès à un programme individuel adapté dans une école d'enseignement ordinaire ou à l'enseignement spécial, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté du Gouvernement flamand fixant le contenu du rapport GC ou de l'attestation jointe au rapport IAC ou au rapport OV4 ".
Art. 47. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° GC-verslag: verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum, vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;";
punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° IAC-verslag: verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 294, § 2, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;";
er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° OV4-verslag: het verslag, vermeld in artikel 294, § 2, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.".
Art. 47. A l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° rapport GC : rapport du programme d'études commun (" Gemeenschappelijk Curriculum "), un rapport qui donne accès au soutien à l'apprentissage dans un programme d'études commun, visé à l'article 16 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 352 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; " ;
le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° rapport IAC : rapport du programme adapté individuellement (" Individueel Aangepast Curriculum ", un rapport qui donne accès à un programme adapté individuellement, visé à l'article 15 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 et à l'article 294, § 2, 1°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; " ;
un point 5° rédigé comme suit est ajouté :
" 5° rapport OV4 : le rapport visé à l'article 294, § 2, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. ".
Art. 48. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 2 vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK 2. - IAC-verslag en OV4-verslag".
Art. 48. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre 2 est remplacé par ce qui suit :
" CHAPITRE 2. - Rapport IAC et rapport OV4 ".
Art. 49. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 september 2016 en 20 juli 2018 wordt aan punt 5°, c) een punt 6) toegevoegd dat luidt als volgt:
"6) na het overleg in een school voor gewoon onderwijs met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling in die school voor gewoon onderwijs mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 37/11, § 2 en § 3 en artikel 37/48, § 2 en § 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/6, § 2 en § 3 en artikel 253/37, § 2 en § 3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;".
Art. 49. Dans l'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 septembre 2016 et 20 juillet 2018, un point 6) rédigé comme suit est ajouté au point 5°, c) :
" 6) à l'issue de la concertation, dans une école d'enseignement ordinaire, avec les parents, le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves, au sujet des aménagements nécessaires pour inclure l'élève, dans cette école d'enseignement ordinaire, dans un programme d'études commun ou pour lui permettre de progresser dans son parcours scolaire sur la base d'un programme adapté individuellement, visé à l'article 37/11, §§ 2 et 3, et à l'article 37/48, §§ 2 et 3, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997 ainsi qu'à l'article 253/6, §§ 2 et 3, et à l'article 253/37, §§ 2 et 3, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; "
Art. 50. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt het woord "verslag" telkens vervangen door de zinsnede "IAC-verslag of OV4-verslag".
Art. 50. Dans l'article 4 du même arrêté, le mot " rapport " est chaque fois remplacé par les mots " rapport IAC ou le rapport OV4 ".
Art. 51. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, wordt het woord "verslag" vervangen door de zinsnede "IAC-verslag of OV4-verslag".
Art. 51. Dans l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, le mot " rapport " est remplacé par les mots " rapport IAC ou le rapport OV4 ".
Art. 52. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK 3. - GC-verslag".
Art. 52. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre 3 est remplacé par ce qui suit :
" CHAPITRE 3. - Rapport GC ".
Art. 53. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 en 4 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in het eerste lid, 1°, c), wordt het woord "ondersteuning" vervangen door het woord "leersteun" en wordt het woord "ondersteuningsmodel" vervangen door het woord "leersteunmodel";
in het eerste lid wordt 3° vervangen door wat volgt:
"3° een algemene omschrijving van de leersteun die de school voor gewoon onderwijs nodig heeft. Dat gebeurt in dialoog tussen de school voor gewoon onderwijs, de ouders, het CLB en het leersteuncentrum. Als ouders niet akkoord gaan met de opmaak of inhoud van het GC-verslag, wordt dat vermeld in het GC-verslag, maar kan een inzet van leersteun die gericht is op de leerkracht of het schoolteam niet verhinderd worden;";
tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd dat luidt als volgt:
"Indien geen handelingsgericht diagnostisch traject doorlopen werd, maar een GC-verslag wordt opgemaakt op basis van een handelingsgericht advies omdat het door het CLB reeds doorlopen traject met de school, de leerling en de ouders voldoende informatie biedt, worden de elementen vermeld in 1° beschreven op basis van de informatie uit het reeds doorlopen traject.";
het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
"Het GC-verslag voor leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum, vermeld in hoofdstuk 3 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, wordt geregistreerd in het multidisciplinair dossier van de leerling.";
het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
"De datum van registratie in het multidisciplinair dossier van de leerling geldt als datum van opmaak van het GC-verslag. Het GC-verslag bevat ook een ingangsdatum.".
Art. 53. A l'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 juillet 2018 et 4 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
à l'alinéa 1er, 1°, c), le mot " soutien " est remplacé par les mots " soutien à l'apprentissage " et les mots " modèle de soutien " sont remplacés par les mots " modèle de soutien à l'apprentissage " ;
à l'alinéa 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° une description générale du soutien à l'apprentissage dont l'école d'enseignement ordinaire a besoin. Cela se fait dans le cadre d'un dialogue entre l'école d'enseignement ordinaire, les parents, le CLB et le centre de soutien à l'apprentissage. Si les parents ne sont pas d'accord avec la rédaction ou le contenu du rapport GC, il en est fait mention dans le rapport GC, mais le déploiement d'un soutien à l'apprentissage axé sur l'enseignant ou l'équipe scolaire ne peut pas être empêché ; " ;
entre les alinéas 1er et 2, un nouvel alinéa rédigé comme suit est inséré :
" Si aucun parcours diagnostique orienté vers l'action n'a été accompli mais qu'un rapport GC est rédigé sur la base d'un avis orienté vers l'action parce que le parcours déjà accompli par le CLB avec l'école, l'élève et les parents livre suffisamment d'informations, les éléments visés au point 1° sont décrits sur la base des informations issues du parcours déjà accompli. ";
l'alinéa 2 existant, qui devient l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
" Le rapport GC en faveur du soutien à l'apprentissage dans un programme d'études commun, visé au chapitre 3 du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage, est enregistré dans le dossier multidisciplinaire de l'élève. " ;
l'alinéa 3 existant, qui devient l'alinéa 4, est remplacé par ce qui suit :
" La date d'enregistrement dans le dossier multidisciplinaire de l'élève est considérée comme la date de rédaction du rapport GC. Le rapport GC contient également une date de prise d'effet. ".
Art. 54. Aan artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Met toepassing van artikel 23, vijfde lid van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun en in het kader van de signaalfunctie, vermeld in artikel 2, 11°, a), van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, monitort elk CLB jaarlijks het aantal GC-verslagen, IAC-verslagen en OV4-verslagen in de scholen voor gewoon onderwijs die het begeleidt. De monitoring wordt jaarlijks toegelicht en besproken in de leersteunraad van het leersteuncentrum waarbij de scholen voor gewoon onderwijs aangesloten zijn.".
Art. 54. A l'article 10 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018, un alinéa 2 rédigé comme suit est ajouté :
" En application de l'article 23, alinéa 5, du décret du 5 mai 2023 relatif au soutien à l'apprentissage et dans le cadre de la fonction de signal visée à l'article 2, 11°, a), du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves, chaque CLB suit annuellement le nombre de rapports GC, de rapports IAC et de rapports OV4 dans les écoles d'enseignement ordinaire qu'il encadre. Le suivi est exposé et discuté annuellement au conseil du soutien à l'apprentissage du centre de soutien à l'apprentissage auquel les écoles d'enseignement ordinaire sont affiliées. ".
Afdeling 12. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015 tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Section 12. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015 modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand et portant continuation de l'exécution du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques
Art. 55. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015 tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot verdere uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, worden de woorden "verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs" vervangen door de zinssnede "IAC- verslag of OV4-verslag".
Art. 55. Dans l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015 modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand et portant continuation de l'exécution du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques, les mots " rapport autorisant l'accès à l'enseignement spécial " sont remplacés par les mots " rapport IAC ou du rapport OV4 ".
Afdeling 13. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 tot operationalisering van de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
Section 13. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018 portant mise en oeuvre de l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves
Art. 56. In artikel 24/1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 tot operationalisering van de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2022, worden punt 1° en 2° vervangen door wat volgt:
"1° IAC-verslag of OV4-verslag;
GC-verslag;".
Art. 56. Dans l'article 24/1, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2018 portant mise en oeuvre de l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2022, les points 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
" 1° le rapport IAC ou le rapport OV4 ;
le rapport GC ; ".
Art. 57. In artikel 28/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"In afwijking van artikel 28 hebben personeelsleden van de school waar de leerling met een IAC-verslag, OV4-verslag of een GC-verslag ingeschreven is of de lessen volgt en die rechtstreeks betrokken zijn bij het onderwijs aan de leerling, recht op inzage van het IAC-verslag, het OV4-verslag of het GC-verslag uit het multidisciplinaire dossier van de leerling, zo lang ze rechtstreeks betrokken zijn bij het onderwijs van de leerling.";
het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Bij het centrum voor leerlingenbegeleiding dat instaat voor de begeleiding en de ondersteuning van de leerling met een IAC-verslag, OV4-verslagof GC-verslag, is het centrum zelf verwerkingsverantwoordelijke. Bij de school waar de leerling met een IAC-verslag, OV4-verslag of GC-verslag is ingeschreven, is het schoolbestuur van de school waar de leerling met een IAC-verslag, OV4-verslag of een GC-verslag is ingeschreven, de verwerkingsverantwoordelijke.".
Art. 57. A l'article 28/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'article 28, les membres du personnel de l'école où l'élève en possession d'un rapport IAC, d'un rapport OV4 ou d'un rapport GC est inscrit ou suit les cours et qui sont directement impliqués dans l'enseignement dispensé à l'élève ont le droit de consulter le rapport IAC, le rapport OV4 ou le rapport GC du dossier multidisciplinaire de l'élève tant qu'ils sont directement impliqués dans l'enseignement dispensé à l'élève. " ;
l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Au sein du centre d'encadrement des élèves qui se charge de l'accompagnement et du soutien de l'élève en possession d'un rapport IAC, d'un rapport OV4 ou d'un rapport GC, le centre est lui-même le responsable du traitement. Au sein de l'école où l'élève en possession d'un rapport IAC, d'un rapport OV4 ou d'un rapport GC est inscrit, l'autorité scolaire de l'école où l'élève en possession d'un rapport IAC, d'un rapport OV4 ou d'un rapport GC est inscrit est le responsable du traitement. ".
Afdeling 14. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft
Section 14. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, en ce qui concerne les élèves
Art. 58. Aan artikel 4, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft, wordt een punt g) toegevoegd dat luidt als volgt:
"g) de leerondersteuners die bevoegd zijn om leersteun te bieden aan de betrokken leerlingen.".
Art. 58. A l'article 4, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, en ce qui concerne les élèves, un point g) rédigé comme suit est ajouté :
" g) les intervenants en soutien à l'apprentissage compétents pour fournir un soutien à l'apprentissage aux élèves concernés. ".
Art. 59. In artikel 10, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit wordt het woord "verslag" vervangen door het woord "IAC-verslag".
Art. 59. Dans l'article 10, alinéa 1er, 1°, du même arrêté, le mot " rapport " est remplacé par les mots " rapport IAC ".
Art. 60. In artikel 32 van hetzelfde besluit wordt het woord "verslag" telkens vervangen door het woord "IAC-verslag".
Art. 60. Dans l'article 32 du même arrêté, le mot " rapport " est chaque fois remplacé par les mots " rapport IAC ".
Art. 61. In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:
in het eerste lid wordt de zinsnede "verslag, als vermeld in artikel 294, § 2," vervangen door de zinsnede "IAC-verslag als vermeld in artikel 294, § 2, 1°, ";
tussen het eerste en tweede lid wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Leerlingen die in het schooljaar 2022-2023 een individueel aangepast curriculum volgden met een verslag voor een inschrijving in opleidingsvorm 4, als vermeld in artikel 294, § 2, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs kunnen met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 als regelmatige leerling worden toegelaten:
tot een individueel aangepast curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, bij beslissing van de betrokken personen over het structuuronderdeel na kennisname van het advies van de klassenraad van dat structuuronderdeel. Dit kan enkel voor zover er geen inhoudelijke wijziging is van het individueel aangepast curriculum en voor zover het traject in dezelfde school wordt gevolgd;
tot het volgen van het gemeenschappelijk curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, na toelating van de klassenraad.";
in het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt na het woord "eerste" de woorden "en tweede" ingevoegd.
Art. 61. A l'article 33 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
à l'alinéa 1er, le membre de phrase " rapport, comme mentionné à l'article 294, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " rapport IAC, tel que visé à l'article 294, § 2, 1°, " ;
entre les alinéas 1er et 2, un alinéa rédigé comme suit est inséré :
" Les élèves qui, durant l'année scolaire 2022-2023, suivaient un programme adapté individuellement avec un rapport pour une inscription dans la forme d'enseignement 4 telle que visée à l'article 294, § 2, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire peuvent, sans préjudice de l'application de la sous-section 4, être admis comme élève régulier :
à un programme adapté individuellement d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, par décision des personnes concernées au sujet de la subdivision structurelle après avoir pris connaissance de l'avis du conseil de classe de cette subdivision structurelle. Ceci n'est possible qu'en l'absence de modification de fond du programme adapté individuellement et que dans la mesure où le parcours est suivi dans la même école ;
à suivre le programme d'études commun d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, après autorisation du conseil de classe. " ;
à l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots " de l'alinéa premier " sont remplacés par le membre de phrase " des alinéas 1er et 2 ".
Art. 62. In artikel 75 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd dat luidt als volgt.
"In afwijking van het eerste lid, 1°, kan aan de leerlingen met een IAC-verslag voor opleidingsvorm 3, een getuigschrift van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 gegeven worden, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
het structuuronderdeel opleidingsvorm 3 waarvoor de studiebekrachtiging uitgereikt wordt, sluit inhoudelijk aan bij het studieaanbod van de school die de studiebekrachtiging uitreikt;
de school voor gewoon secundair onderwijs legt voorafgaandelijk contact met een school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 om de overeenkomst na te gaan van de doelen die opgenomen zijn in het individueel aangepast curriculum met de doelstellingen van de overeenkomstige opleiding uit het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
een vertegenwoordiger van de school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 is een stemgerechtigd lid van de klassenraad van de school voor gewoon secundair onderwijs.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, legt het model van dit getuigschrift en de regels om ze in te vullen, vast.".
Art. 62. Dans l'article 75 du même arrêté, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, un certificat de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 peut être délivré aux élèves en possession d'un rapport IAC pour la forme d'enseignement 3, si les conditions suivantes sont remplies :
la subdivision structurelle de la forme d'enseignement 3 pour laquelle la validation d'études est délivrée se rattache sur le fond à l'offre d'études de l'école qui délivre la validation d'études ;
l'école d'enseignement secondaire ordinaire prend contact au préalable avec une école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 pour vérifier la correspondance entre les objectifs du programme adapté individuellement et les objectifs de la formation correspondante de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3 ;
un représentant de l'école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 est un membre ayant voix délibérative du conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire ordinaire.
Le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions fixe le modèle de ce certificat et les règles pour le remplir. ".
Art. 63. Artikel 85 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 63. L'article 85 du même arrêté est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 64. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2023.
Art. 64. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2023.
Art. 65. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 65. Le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXE.
Art. N1. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-08-2023, p. 65530)
Art. N1. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-08-2023, p. 65532)
Art. N2. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-08-2023, p. 65534)
Art. N2. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-08-2023, p. 65536)