Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° AGODI: Agentschap voor Onderwijsdiensten;
2° decreet van 16 juni 2023: het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 JULI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering over de onderwijsinternaten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-08-2023 en tekstbijwerking tot 02-10-2025)
Titre
14 JUILLET 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux internats de l'enseignement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-08-2023 et mise à jour au 02-10-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Uitvoering van het decreet van 1...
Afdeling 1. - Referentiekader onderwijsinternaa...
Afdeling 2. - Aanvraag tot erkenning van onderw...
Afdeling 3. - Aanvraag tot oprichting van een b...
Afdeling 4. - Tijdelijke onderbrenging van inte...
Afdeling 5. - Inschrijvingen
Afdeling 6. - Financierings- en subsidiëringsvo...
Afdeling 7. - Aanvraag van aanvullende omkadering
Afdeling 8. - Personeelsformatie
Onderafdeling 1. - De ambten
Onderafdeling 2. - De bekwaamheidsbewijzen
Onderafdeling 3. - De salarisschalen en bezoldi...
Onderafdeling 4. - Vastleggen van de ORE
Onderafdeling 5. - De prestatieregeling
Onderafdeling 6. - De vakantieregeling
Onderafdeling 7. - Vervangingen
Onderafdeling 8. - De individuele concordantie
Afdeling 9. - Overdragen ORE
Afdeling 10. - Salarisfinanciering of -subsidië...
Afdeling 11. - Bijkomend werkingsbudget voor in...
Afdeling 12. - Aanwending van het werkingsbudget
Afdeling 13. - Overheveling en fusie
Afdeling 14. - Sancties en terugvorderingen
Afdeling 15. - Overgangsbepalingen
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het koninklijk be...
Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk be...
Afdeling 3. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 4. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 6. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 7. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 8. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 9. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 10. - Wijziging van het besluit van de...
Afdeling 11. - Wijziging van het besluit van de...
Afdeling 12. - Wijziging van het besluit van de...
Afdeling 13. - Wijzigingen van het besluit van ...
Afdeling 14. - Wijziging van het besluit van de...
Afdeling 15. - Wijzigingen van het besluit van ...
Afdeling 16. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Afdeling 1. - Opheffingsbepalingen
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen
Afdeling 3. - Inwerkingtredingsbepaling en uitv...
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Exécution du décret du 16 juin 2023
Section 1re. - Cadre de référence pour la quali...
Section 2. - Demande d'agrément des internats d...
Section 3. - Demande de création d'une implanta...
Section 4. - Hébergement temporaire d'internes ...
Section 5. - Inscriptions
Section 6. - Conditions de financement et de su...
Section 7. - Demande d'encadrement complémentaire
Section 8. - Cadre organique
Sous-section 1re. - Les fonctions
Sous-section 2. - Les titres
Sous-section 3. - Les échelles de traitement et...
Sous-section 4. - Détermination des ORE
Sous-section 5. - Le régime des prestations
Sous-section 6. - Le régime des vacances
Sous-section 7. - Remplacements
Sous-section 8. - La concordance individuelle
Section 9. - Transfert d'ORE
Section 10. - Financement ou subventionnement d...
Section 11. - Budget de fonctionnement suppléme...
Section 12. - Utilisation du budget de fonction...
Section 13. - Transfert et fusion
Section 14. - Sanctions et récupérations
Section 15. - Dispositions transitoires
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modifications de l'arrêté royal ...
Section 2. - Modifications de l'arrêté royal du...
Section 3. - Modifications de l'arrêté du Gouve...
Section 4. - Modifications de l'arrêté du Gouve...
Section 5. - Modifications de l'arrêté du Gouve...
Section 6. - Modification de l'arrêté du Gouver...
Section 7. - Modifications de l'arrêté du Gouve...
Section 8. - Modification de l'arrêté du Gouver...
Section 9. - Modifications de l'arrêté du Gouve...
Section 10. - Modification de l'arrêté du Gouve...
Section 11. - Modification de l'arrêté du Gouve...
Section 12. - Modification de l'arrêté du Gouve...
Section 13. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
Section 14. - Modification de l'arrêté du Gouve...
Section 15. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
Section 16. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Section 1re. - Dispositions abrogatoires
Section 2. - Dispositions transitoires
Section 3. - Disposition d'entrée en vigueur et...
ANNEXE.
Tekst (124)
Texte (124)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° AGODI : l'Agence de Services d'Enseignement (" Agentschap voor Onderwijsdiensten ") ;
2° décret du 16 juin 2023 : le décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement.
1° AGODI : l'Agence de Services d'Enseignement (" Agentschap voor Onderwijsdiensten ") ;
2° décret du 16 juin 2023 : le décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement.
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de onderwijsinternaten die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn conform het decreet van 16 juni 2023.
Art. 2. Cet arrêté s'applique aux internats de l'enseignement qui sont agréés, financés ou subventionnés conformément au décret du 16 juin 2023.
HOOFDSTUK 2. - Uitvoering van het decreet van 16 juni 2023
CHAPITRE 2. - Exécution du décret du 16 juin 2023
Afdeling 1. - Referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit
Section 1re. - Cadre de référence pour la qualité de l'internat de l'enseignement
Art. 3. Het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 6, 5°, van het decreet van 16 juni 2023, is vastgesteld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. Le cadre de référence sur la qualité de l'internat de l'enseignement, mentionné à l'article 6, 5° du décret du 16 juin 2023, est fixé en annexe 4, jointe au présent arrêté.
Afdeling 2. - Aanvraag tot erkenning van onderwijsinternaten
Section 2. - Demande d'agrément des internats de l'enseignement
Art. 4. Voor de toepassing van artikel 7, § 1, eerste lid, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
AGODI legt de wijze vast waarop een aanvraag als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet, kan worden ingediend.
AGODI legt de wijze vast waarop een aanvraag als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet, kan worden ingediend.
Art. 4. Pour l'application de l'article 7, § 1er, alinéa 1er, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
AGODI fixe la manière dont une demande comme mentionnée à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, du décret précité, peut être introduite.
AGODI fixe la manière dont une demande comme mentionnée à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, du décret précité, peut être introduite.
Afdeling 3. - Aanvraag tot oprichting van een bijkomende vestigingsplaats of tot verhuizing van een vestigingsplaats
Section 3. - Demande de création d'une implantation supplémentaire ou de déménagement d'une implantation
Art. 5. Dit artikel is van toepassing op de semi-internaten, vermeld in het koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen.
Een personeelslid dat tijdelijk een personeelslid vervangt dat aangesteld is in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt in een instelling als vermeld in het eerste lid, krijgt alleen een salaris of een salaristoelage als de vervanging voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het te vervangen personeelslid is aangesteld in een gefinancierde of gesubsidieerde betrekking in het onderwijs;
2° het te vervangen personeelslid is niet afwezig voor nascholing;
3° het te vervangen personeelslid is afwezig voor ten minste één werkdag.".
Een personeelslid dat tijdelijk een personeelslid vervangt dat aangesteld is in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt in een instelling als vermeld in het eerste lid, krijgt alleen een salaris of een salaristoelage als de vervanging voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het te vervangen personeelslid is aangesteld in een gefinancierde of gesubsidieerde betrekking in het onderwijs;
2° het te vervangen personeelslid is niet afwezig voor nascholing;
3° het te vervangen personeelslid is afwezig voor ten minste één werkdag.".
Art. 5. Cet article s'applique aux semi-internats, visés à l'arrêté royal du 21 août 1978 portant organisation des semi-internats dans l'enseignement spécial de l'Etat et déterminant les normes du personnel.
Un membre du personnel qui remplace temporairement un membre du personnel qui est désigné dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion dans un établissement mentionné à l'alinéa 1er ne reçoit un traitement ou une subvention-traitement que si le remplacement répond aux conditions suivantes :
1° le membre du personnel à remplacer occupe un emploi financé ou subventionné dans l'enseignement ;
2° le membre du personnel à remplacer n'est pas absent pour la formation continue ;
3° le membre du personnel à remplacer est absent pendant au moins un jour ouvrable. ".
Un membre du personnel qui remplace temporairement un membre du personnel qui est désigné dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion dans un établissement mentionné à l'alinéa 1er ne reçoit un traitement ou une subvention-traitement que si le remplacement répond aux conditions suivantes :
1° le membre du personnel à remplacer occupe un emploi financé ou subventionné dans l'enseignement ;
2° le membre du personnel à remplacer n'est pas absent pour la formation continue ;
3° le membre du personnel à remplacer est absent pendant au moins un jour ouvrable. ".
Afdeling 4. - Tijdelijke onderbrenging van internen buiten de bekende vestigingsplaatsen
Section 4. - Hébergement temporaire d'internes en dehors des implantations connues
Art. 6. In dit artikel wordt verstaan onder tijdelijke onderbrenging: een locatie, buiten de bekende vestigingsplaatsen, waar een onderwijsinternaat in noodsituaties internen tijdelijk kan onderbrengen.
Het bestuur dat conform artikel 8, § 3, van het decreet van 16 juni 2023 een tijdelijke onderbrenging wil gebruiken, meldt dat uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname aan AGODI.
In de melding, vermeld in het tweede lid, verklaart het bestuur dat de tijdelijke onderbrenging voldoet aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 6, 3°, van het voormelde decreet, en geeft het de reden voor het gebruik van de tijdelijke onderbrenging.
De onderwijsinspectie gaat binnen drie maanden na de melding, vermeld in het tweede lid, na of de tijdelijke onderbrenging voldoet aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 6, 3°, van het voormelde decreet.
Het bestuur dat conform artikel 8, § 3, van het decreet van 16 juni 2023 een tijdelijke onderbrenging wil gebruiken, meldt dat uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname aan AGODI.
In de melding, vermeld in het tweede lid, verklaart het bestuur dat de tijdelijke onderbrenging voldoet aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 6, 3°, van het voormelde decreet, en geeft het de reden voor het gebruik van de tijdelijke onderbrenging.
De onderwijsinspectie gaat binnen drie maanden na de melding, vermeld in het tweede lid, na of de tijdelijke onderbrenging voldoet aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 6, 3°, van het voormelde decreet.
Art. 6. Dans le présent article, on entend par hébergement temporaire : un site, en dehors des implantations connues, où un internat de l'enseignement peut héberger temporairement des internes dans des situations d'urgence.
La direction qui, conformément à l'article 8, § 3 du décret du 16 juin 2023, souhaite utiliser un hébergement temporaire le signale à AGODI au plus tard au moment de la mise en service.
Dans la notification, visée à l'alinéa 2, la direction déclare que l'hébergement temporaire satisfait à la condition d'agrément, mentionnée à l'article 6, 3° du décret précité, et indique les motifs pour l'utilisation de l'hébergement temporaire.
L'inspection de l'enseignement contrôle, dans les trois mois qui suivent la notification, visée à l'alinéa 2, si l'hébergement temporaire satisfait à la condition d'agrément, visée à l'article 6, 3° du décret précité.
La direction qui, conformément à l'article 8, § 3 du décret du 16 juin 2023, souhaite utiliser un hébergement temporaire le signale à AGODI au plus tard au moment de la mise en service.
Dans la notification, visée à l'alinéa 2, la direction déclare que l'hébergement temporaire satisfait à la condition d'agrément, mentionnée à l'article 6, 3° du décret précité, et indique les motifs pour l'utilisation de l'hébergement temporaire.
L'inspection de l'enseignement contrôle, dans les trois mois qui suivent la notification, visée à l'alinéa 2, si l'hébergement temporaire satisfait à la condition d'agrément, visée à l'article 6, 3° du décret précité.
Afdeling 5. - Inschrijvingen
Section 5. - Inscriptions
Art. 7. Voor de toepassing van artikel 15, eerste en vierde lid, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 7. Pour l'application de l'article 15, alinéas 1er et 4, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Afdeling 6. - Financierings- en subsidiëringsvoorwaarden
Section 6. - Conditions de financement et de subventionnement
Art. 8. Voor de toepassing van artikel 23, § 2, vijfde lid, § 3 en § 4, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 8. Pour l'application de l'article 23, § 2, alinéa 5, § 3 et § 4 du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Afdeling 7. - Aanvraag van aanvullende omkadering
Section 7. - Demande d'encadrement complémentaire
Art. 9. Een onderwijsinternaat dat conform artikel 27 van het decreet van 16 juni 2023 aanvullende omkadering voor de bijkomende verblijfsdagen aanvraagt, bezorgt de ingevulde bijkomende verblijfsdagen aan AGODI uiterlijk tien kalenderdagen na de telperiode, vermeld in artikel 24, § 2, van het voormelde decreet.
Art. 9. Un internat de l'enseignement qui, conformément à l'article 27 du décret du 16 juin 2023 demande un encadrement complémentaire pour les jours d'hébergement supplémentaires, fournit les jours d'hébergement supplémentaires occupés à AGODI au plus tard dix jours calendrier après la période de comptage, visée à l'article 24, § 2 du décret précité.
Afdeling 8. - Personeelsformatie
Section 8. - Cadre organique
Onderafdeling 1. - De ambten
Sous-section 1re. - Les fonctions
Art. 10. De ambten die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel kunnen uitoefenen in de onderwijsinternaten worden als volgt vastgelegd en ingedeeld:
1° bevorderingsambten: directeur;
2° selectieambten: nihil;
3° wervingsambten: nihil.
1° bevorderingsambten: directeur;
2° selectieambten: nihil;
3° wervingsambten: nihil.
Art. 10. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel directeur et enseignant dans les internats de l'enseignement sont fixées et réparties comme suit :
1° fonctions de promotion : directeur ;
2° fonctions de sélection : néant ;
3° fonctions de recrutement : néant.
1° fonctions de promotion : directeur ;
2° fonctions de sélection : néant ;
3° fonctions de recrutement : néant.
Art. 11. De ambten die de leden van het ondersteunend personeel kunnen uitoefenen in de onderwijsinternaten worden als volgt vastgelegd en ingedeeld:
1° bevorderingsambten: nihil;
2° selectieambten: nihil;
3° wervingsambten:
a) administratief medewerker;
b) internaatsmedewerker.
1° bevorderingsambten: nihil;
2° selectieambten: nihil;
3° wervingsambten:
a) administratief medewerker;
b) internaatsmedewerker.
Art. 11. Les fonctions que peuvent exercer les membres du personnel d'appui dans les internats de l'enseignement sont fixées et réparties comme suit :
1° fonctions de promotion : néant ;
2° fonctions de sélection : néant ;
3° fonctions de recrutement :
a) collaborateur administratif ;
b) collaborateur d'internat.
1° fonctions de promotion : néant ;
2° fonctions de sélection : néant ;
3° fonctions de recrutement :
a) collaborateur administratif ;
b) collaborateur d'internat.
Onderafdeling 2. - De bekwaamheidsbewijzen
Sous-section 2. - Les titres
Art. 12. De personeelsleden, vermeld in artikel 10 en 11, moeten houder zijn van een van de volgende vereiste bekwaamheidsbewijzen:
1° de directeur: een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
2° de internaatsmedewerker:
a) een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) een bekwaamheidsbewijs van ten minste master;
3° de administratief medewerker:
a) een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) een bekwaamheidsbewijs van ten minste master.
1° de directeur: een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
2° de internaatsmedewerker:
a) een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) een bekwaamheidsbewijs van ten minste master;
3° de administratief medewerker:
a) een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) een bekwaamheidsbewijs van ten minste master.
Art. 12. Les membres du personnel, visés aux articles 10 et 11, doivent être titulaires des titres requis suivants :
1° le directeur : un titre de Bachelier au moins ;
2° le collaborateur d'internat :
a) un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) un titre de Bachelier au moins ;
c) un titre de Master au moins ;
3° le collaborateur administratif ;
a) un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) un titre de Bachelier au moins ;
c) un titre de Master au moins.
1° le directeur : un titre de Bachelier au moins ;
2° le collaborateur d'internat :
a) un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) un titre de Bachelier au moins ;
c) un titre de Master au moins ;
3° le collaborateur administratif ;
a) un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) un titre de Bachelier au moins ;
c) un titre de Master au moins.
Art. 13. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden artikel 5, 6 en 7, § 1, 1°, 7° en 22°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs.
Art. 13. Pour l'application de ce chapitre, les articles 5, 6 et 7, § 1er, 1°, 7° et 22° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire.
Onderafdeling 3. - De salarisschalen en bezoldigingsregeling
Sous-section 3. - Les échelles de traitement et le régime des rémunérations
Art. 14. De personeelsleden die beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, worden betaald volgens de volgende salarisschalen:
1° de directeur: de salarisschaal 165: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
2° de internaatsmedewerker:
a) salarisschaal 125: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) salarisschaal 159: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) salarisschaal 501: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master;
3° de administratief medewerker:
a) salarisschaal 202: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) salarisschaal 158: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) salarisschaal 542: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master.
De salarisschalen, vermeld in het eerste lid, zijn vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs.
1° de directeur: de salarisschaal 165: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
2° de internaatsmedewerker:
a) salarisschaal 125: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) salarisschaal 159: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) salarisschaal 501: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master;
3° de administratief medewerker:
a) salarisschaal 202: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (HSO);
b) salarisschaal 158: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor;
c) salarisschaal 542: de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste master.
De salarisschalen, vermeld in het eerste lid, zijn vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs.
Art. 14. Les membres du personnel qui répondent aux conditions visées à l'article 12 sont payés selon les échelles de traitement suivantes :
1° le directeur : l'échelle de traitement 165 : les titulaires d'un titre de Bachelier au moins ;
2° le collaborateur d'internat :
a) échelle de traitement 125 : les titulaires d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) échelle de traitement 159 : les titulaires d'un titre de Bachelier au moins ;
c) échelle de traitement 501 : les titulaires d'un titre de Master au moins ;
3° le collaborateur administratif :
a) échelle de traitement 202 : les titulaires d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) échelle de traitement 158 : les titulaires d'un titre de Bachelier au moins ;
c) échelle de traitement 542 : les titulaires d'un titre de Master au moins.
Les échelles de traitement, visées à l'alinéa 1er, sont fixées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement.
1° le directeur : l'échelle de traitement 165 : les titulaires d'un titre de Bachelier au moins ;
2° le collaborateur d'internat :
a) échelle de traitement 125 : les titulaires d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) échelle de traitement 159 : les titulaires d'un titre de Bachelier au moins ;
c) échelle de traitement 501 : les titulaires d'un titre de Master au moins ;
3° le collaborateur administratif :
a) échelle de traitement 202 : les titulaires d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur (ESS) au moins ;
b) échelle de traitement 158 : les titulaires d'un titre de Bachelier au moins ;
c) échelle de traitement 542 : les titulaires d'un titre de Master au moins.
Les échelles de traitement, visées à l'alinéa 1er, sont fixées par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement.
Art. 15. De bezoldiging van een personeelslid dat het ambt van internaatsmedewerker of het ambt van directeur uitoefent, wordt vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs.
De bezoldiging van een personeelslid dat het ambt van administratief medewerker uitoefent, wordt vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs.
De bezoldiging van een personeelslid dat het ambt van administratief medewerker uitoefent, wordt vastgesteld op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs.
Art. 15. La rémunération d'un membre du personnel qui exerce la fonction de collaborateur d'internat ou la fonction de directeur est fixée sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique.
La rémunération d'un membre du personnel qui exerce la fonction de collaborateur administratif est fixée sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat.
La rémunération d'un membre du personnel qui exerce la fonction de collaborateur administratif est fixée sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat.
Onderafdeling 4. - Vastleggen van de ORE
Sous-section 4. - Détermination des ORE
Art. 16. Per ambt als vermeld in artikel 10 en 11, wordt het aantal ORE dat in rekening wordt gebracht, op de volgende wijze vastgelegd:
1° voor het ambt van directeur:
1° voor het ambt van directeur:
Art. 16. Par fonction comme mentionnée aux articles 10 et 11, le nombre d'ORE qui est pris en considération est établi de la manière suivante :
1° pour la fonction de directeur :
1° pour la fonction de directeur :
| voor een voltijdse betrekking | 12.875 ORE |
| voor een halftijdse betrekking | 6.437 ORE |
2° voor het ambt van internaatsmedewerker:
| pour un emploi à temps plein | 12 875 ORE |
| pour un emploi à mi-temps | 6 437 ORE |
2° pour la fonction de collaborateur d'internat :
| uren opdracht | salarisschaal 125 | salarisschaal 159 | salarisschaal 501 |
| aantal ORE | aantal ORE | aantal ORE | |
| 1 | 251 | 278 | 353 |
| 2 | 503 | 556 | 706 |
| 3 | 754 | 833 | 1.059 |
| 4 | 1.005 | 1.111 | 1.412 |
| 5 | 1.257 | 1.389 | 1.766 |
| 6 | 1.508 | 1.667 | 2.119 |
| 7 | 1.759 | 1.944 | 2.472 |
| 8 | 2.010 | 2.222 | 2.825 |
| 9 | 2.262 | 2.500 | 3.178 |
| 10 | 2.513 | 2.778 | 3.531 |
| 11 | 2.764 | 3.056 | 3.884 |
| 12 | 3.016 | 3.333 | 4.237 |
| 13 | 3.267 | 3.611 | 4.590 |
| 14 | 3.518 | 3.889 | 4.944 |
| 15 | 3.770 | 4.167 | 5.297 |
| 16 | 4.021 | 4.444 | 5.650 |
| 17 | 4.272 | 4.722 | 6.003 |
| 18 | 4.524 | 5.000 | 6.356 |
| 19 | 4.775 | 5.278 | 6.709 |
| 20 | 5.026 | 5.556 | 7.062 |
| 21 | 5.277 | 5.833 | 7.415 |
| 22 | 5.529 | 6.111 | 7.768 |
| 23 | 5.780 | 6.389 | 8.122 |
| 24 | 6.031 | 6.667 | 8.475 |
| 25 | 6.283 | 6.944 | 8.828 |
| 26 | 6.534 | 7.222 | 9.181 |
| 27 | 6.785 | 7.500 | 9.534 |
| 28 | 7.037 | 7.778 | 9.887 |
| 29 | 7.288 | 8.056 | 10.240 |
| 30 | 7.539 | 8.333 | 10.593 |
| 31 | 7.790 | 8.611 | 10.946 |
| 32 | 8.042 | 8.889 | 11.300 |
| 33 | 8.293 | 9.167 | 11.653 |
| 34 | 8.544 | 9.444 | 12.006 |
| 35 | 8.796 | 9.722 | 12.359 |
| 36 | 9.047 | 10.000 | 12.712 |
1 251 278 353 2 503 556 706 3 754 833 1.059 4 1.005 1.111 1.412 5 1.257 1.389 1.766 6 1.508 1.667 2.119 7 1.759 1.944 2.472 8 2.010 2.222 2.825 9 2.262 2.500 3.178 10 2.513 2.778 3.531 11 2.764 3.056 3.884 12 3.016 3.333 4.237 13 3.267 3.611 4.590 14 3.518 3.889 4.944 15 3.770 4.167 5.297 16 4.021 4.444 5.650 17 4.272 4.722 6.003 18 4.524 5.000 6.356 19 4.775 5.278 6.709 20 5.026 5.556 7.062 21 5.277 5.833 7.415 22 5.529 6.111 7.768 23 5.780 6.389 8.122 24 6.031 6.667 8.475 25 6.283 6.944 8.828 26 6.534 7.222 9.181 27 6.785 7.500 9.534 28 7.037 7.778 9.887 29 7.288 8.056 10.240 30 7.539 8.333 10.593 31 7.790 8.611 10.946 32 8.042 8.889 11.300 33 8.293 9.167 11.653 34 8.544 9.444 12.006 35 8.796 9.722 12.359 36 9.047 10.000 12.712
3° voor het ambt van administratief medewerker:
| heures de charge | échelle de traitement 125 | échelle de traitement 159 | échelle de traitement 501 |
| nombre d'ORE | nombre d'ORE | nombre d'ORE | |
| 1 | 251 | 278 | 353 |
| 2 | 503 | 556 | 706 |
| 3 | 754 | 833 | 1 059 |
| 4 | 1 005 | 1 111 | 1 412 |
| 5 | 1 257 | 1 389 | 1 766 |
| 6 | 1 508 | 1 667 | 2 119 |
| 7 | 1 759 | 1 944 | 2 472 |
| 8 | 2 010 | 2 222 | 2 825 |
| 9 | 2 262 | 2 500 | 3 178 |
| 10 | 2 513 | 2 778 | 3 531 |
| 11 | 2 764 | 3 056 | 3 884 |
| 12 | 3 016 | 3 333 | 4 237 |
| 13 | 3 267 | 3 611 | 4 590 |
| 14 | 3 518 | 3 889 | 4 944 |
| 15 | 3 770 | 4 167 | 5 297 |
| 16 | 4 021 | 4 444 | 5 650 |
| 17 | 4 272 | 4 722 | 6 003 |
| 18 | 4 524 | 5 000 | 6 356 |
| 19 | 4 775 | 5 278 | 6 709 |
| 20 | 5 026 | 5 556 | 7 062 |
| 21 | 5 277 | 5 833 | 7 415 |
| 22 | 5 529 | 6 111 | 7 768 |
| 23 | 5 780 | 6 389 | 8 122 |
| 24 | 6 031 | 6 667 | 8 475 |
| 25 | 6 283 | 6 944 | 8 828 |
| 26 | 6 534 | 7 222 | 9 181 |
| 27 | 6 785 | 7 500 | 9 534 |
| 28 | 7 037 | 7 778 | 9 887 |
| 29 | 7 288 | 8 056 | 10 240 |
| 30 | 7 539 | 8 333 | 10 593 |
| 31 | 7 790 | 8 611 | 10 946 |
| 32 | 8 042 | 8 889 | 11 300 |
| 33 | 8 293 | 9 167 | 11 653 |
| 34 | 8 544 | 9 444 | 12 006 |
| 35 | 8 796 | 9 722 | 12 359 |
| 36 | 9 047 | 10 000 | 12 712 |
3° pour la fonction de collaborateur administratif ;
| uren opdracht | salarisschaal 202 | salarisschaal 158 | salarisschaal 542 |
| aantal ORE | aantal ORE | aantal ORE | |
| 1 | 235 | 259 | 307 |
| 2 | 471 | 519 | 614 |
| 3 | 706 | 778 | 920 |
| 4 | 942 | 1.037 | 1.227 |
| 5 | 1.177 | 1.297 | 1.534 |
| 6 | 1.412 | 1.556 | 1.841 |
| 7 | 1.648 | 1.815 | 2.147 |
| 8 | 1.883 | 2.075 | 2.454 |
| 9 | 2.119 | 2.334 | 2.761 |
| 10 | 2.354 | 2.593 | 3.068 |
| 11 | 2.589 | 2.853 | 3.374 |
| 12 | 2.825 | 3.112 | 3.681 |
| 13 | 3.060 | 3.371 | 3.988 |
| 14 | 3.295 | 3.631 | 4.295 |
| 15 | 3.531 | 3.890 | 4.601 |
| 16 | 3.766 | 4.149 | 4.908 |
| 17 | 4.002 | 4.409 | 5.215 |
| 18 | 4.237 | 4.668 | 5.522 |
| 19 | 4.472 | 4.927 | 5.828 |
| 20 | 4.708 | 5.187 | 6.135 |
| 21 | 4.943 | 5.446 | 6.442 |
| 22 | 5.179 | 5.705 | 6.749 |
| 23 | 5.414 | 5.965 | 7.055 |
| 24 | 5.649 | 6.224 | 7.362 |
| 25 | 5.885 | 6.483 | 7.669 |
| 26 | 6.120 | 6.743 | 7.976 |
| 27 | 6.356 | 7.002 | 8.282 |
| 28 | 6.591 | 7.261 | 8.589 |
| 29 | 6.826 | 7.521 | 8.896 |
| 30 | 7.062 | 7.780 | 9.203 |
| 31 | 7.297 | 8.039 | 9.509 |
| 32 | 7.532 | 8.299 | 9.816 |
| 33 | 7.768 | 8.558 | 10.123 |
| 34 | 8.003 | 8.817 | 10.430 |
| 35 | 8.239 | 9.077 | 10.736 |
| 36 | 8.474 | 9.336 | 11.043 |
4° voor de personeelsleden die conform artikel 103vicies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 met behoud van hun uren opdracht en artikel 84 tricies bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 aangesteld worden in het ambt van internaatsmedewerker met behoud van hun salarisschaal 165:
| heures de charge | échelle de traitement 202 | échelle de traitement 158 | échelle de traitement 542 |
| nombre d'ORE | nombre d'ORE | nombre d'ORE | |
| 1 | 235 | 259 | 307 |
| 2 | 471 | 519 | 614 |
| 3 | 706 | 778 | 920 |
| 4 | 942 | 1 037 | 1 227 |
| 5 | 1 177 | 1 297 | 1 534 |
| 6 | 1 412 | 1 556 | 1 841 |
| 7 | 1 648 | 1 815 | 2 147 |
| 8 | 1 883 | 2 075 | 2 454 |
| 9 | 2 119 | 2 334 | 2 761 |
| 10 | 2 354 | 2 593 | 3 068 |
| 11 | 2 589 | 2 853 | 3 374 |
| 12 | 2 825 | 3 112 | 3 681 |
| 13 | 3 060 | 3 371 | 3 988 |
| 14 | 3 295 | 3 631 | 4 295 |
| 15 | 3 531 | 3 890 | 4 601 |
| 16 | 3 766 | 4 149 | 4 908 |
| 17 | 4 002 | 4 409 | 5 215 |
| 18 | 4 237 | 4 668 | 5 522 |
| 19 | 4 472 | 4 927 | 5 828 |
| 20 | 4 708 | 5 187 | 6 135 |
| 21 | 4 943 | 5 446 | 6 442 |
| 22 | 5 179 | 5 705 | 6 749 |
| 23 | 5 414 | 5 965 | 7 055 |
| 24 | 5 649 | 6 224 | 7 362 |
| 25 | 5 885 | 6 483 | 7 669 |
| 26 | 6 120 | 6 743 | 7 976 |
| 27 | 6 356 | 7 002 | 8 282 |
| 28 | 6 591 | 7 261 | 8 589 |
| 29 | 6 826 | 7 521 | 8 896 |
| 30 | 7 062 | 7 780 | 9 203 |
| 31 | 7 297 | 8 039 | 9 509 |
| 32 | 7 532 | 8 299 | 9 816 |
| 33 | 7 768 | 8 558 | 10 123 |
| 34 | 8 003 | 8 817 | 10 430 |
| 35 | 8 239 | 9 077 | 10 736 |
| 36 | 8 474 | 9 336 | 11 043 |
4° pour les membres du personnel qui, conformément à l'article 103vicies du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire du 27 mars 1991 avec maintien de leurs heures de charge et à l'article 84 tricies bis du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991 sont désignés dans la fonction de collaborateur d'internat avec maintien de leur échelle salariale 165 :
| uren opdracht | salarisschaal 165 |
| aantal ORE | |
| 1 | 278 |
| 2 | 556 |
| 3 | 833 |
| 4 | 1.111 |
| 5 | 1.389 |
| 6 | 1.667 |
| 7 | 1.944 |
| 8 | 2.222 |
| 9 | 2.500 |
| 10 | 2.778 |
| 11 | 3.056 |
| 12 | 3.333 |
| 13 | 3.611 |
| 14 | 3.889 |
| 15 | 4.167 |
| 16 | 4.444 |
| 17 | 4.722 |
| 18 | 5.000 |
| 19 | 5.278 |
| 20 | 5.556 |
| 21 | 5.833 |
| 22 | 6.111 |
| 23 | 6.389 |
| 24 | 6.667 |
| 25 | 6.944 |
| 26 | 7.222 |
| 27 | 7.500 |
| 28 | 7.778 |
| 29 | 8.056 |
| 30 | 8.333 |
| 31 | 8.611 |
| 32 | 8.889 |
| 33 | 9.167 |
| 34 | 9.444 |
| 35 | 9.722 |
| 36 | 10.000 |
| heures de charge | échelle de traitement 165 |
| nombre d'ORE | |
| 1 | 278 |
| 2 | 556 |
| 3 | 833 |
| 4 | 1 111 |
| 5 | 1 389 |
| 6 | 1 667 |
| 7 | 1 944 |
| 8 | 2 222 |
| 9 | 2 500 |
| 10 | 2 778 |
| 11 | 3 056 |
| 12 | 3 333 |
| 13 | 3 611 |
| 14 | 3 889 |
| 15 | 4 167 |
| 16 | 4 444 |
| 17 | 4 722 |
| 18 | 5 000 |
| 19 | 5 278 |
| 20 | 5 556 |
| 21 | 5 833 |
| 22 | 6 111 |
| 23 | 6 389 |
| 24 | 6 667 |
| 25 | 6 944 |
| 26 | 7 222 |
| 27 | 7 500 |
| 28 | 7 778 |
| 29 | 8 056 |
| 30 | 8 333 |
| 31 | 8 611 |
| 32 | 8 889 |
| 33 | 9 167 |
| 34 | 9 444 |
| 35 | 9 722 |
| 36 | 10 000 |
Onderafdeling 5. - De prestatieregeling
Sous-section 5. - Le régime des prestations
Art. 17. Het aantal uren voor een ambt met volledige prestaties in de wervingsambten van het ondersteunend personeel bedraagt 36 uren.
Het aantal uren voor een ambt met onvolledige prestaties in de wervingsambten van het ondersteunend personeel bedraagt een evenredig deel van het aantal uren, vermeld in het eerste lid. Een ambt met onvolledige prestaties kan worden uitgeoefend in hele uren vanaf één uur.
Na onderhandelingen in het bevoegde lokale onderhandelingscomité en mits compensaties kan van de wekelijkse grens van 36 uur afgeweken worden.
Het aantal uren voor een ambt met onvolledige prestaties in de wervingsambten van het ondersteunend personeel bedraagt een evenredig deel van het aantal uren, vermeld in het eerste lid. Een ambt met onvolledige prestaties kan worden uitgeoefend in hele uren vanaf één uur.
Na onderhandelingen in het bevoegde lokale onderhandelingscomité en mits compensaties kan van de wekelijkse grens van 36 uur afgeweken worden.
Art. 17. Le nombre d'heures pour une fonction à prestations complètes dans les fonctions de recrutement du personnel d'appui s'élève à 36 heures.
Le nombre d'heures pour une fonction à prestations incomplètes dans les fonctions de recrutement du personnel d'appui s'élève à une part proportionnelle du nombre d'heures, visées à l'alinéa 1er. Une fonction avec des prestations incomplètes peut être exercée en heures entières à partir d'une heure.
Après négociations au sein du comité local de négociation compétent et avec compensations, il peut être dérogé à la limite hebdomadaire de 36 heures.
Le nombre d'heures pour une fonction à prestations incomplètes dans les fonctions de recrutement du personnel d'appui s'élève à une part proportionnelle du nombre d'heures, visées à l'alinéa 1er. Une fonction avec des prestations incomplètes peut être exercée en heures entières à partir d'une heure.
Après négociations au sein du comité local de négociation compétent et avec compensations, il peut être dérogé à la limite hebdomadaire de 36 heures.
Art. 18. De aanwezigheid van een personeelslid per dag, zonder overnachting, bedraagt niet meer dan negen uren. Na overleg met het personeelslid kan de aanwezigheid van een personeelslid per dag, zonder overnachting, meer dan negen uren bedragen tot een maximum van elf uren.
Als een personeelslid tijdens de dienst ook moet overnachten in het onderwijsinternaat, mag de aanwezigheid van het personeelslid niet meer dan zestien opeenvolgende uren bedragen.
Elk uur verplichte aanwezigheid tijdens de dag, tussen het opstaan en het slapengaan van de internen, telt mee als arbeidsprestatie. De uren aanwezigheid tijdens de nacht, tussen het slapengaan en het opstaan van de internen, tellen mee voor vier uren arbeidsprestatie.
In het derde lid wordt verstaan onder `tussen het slapengaan en het opstaan': een aaneengesloten periode van 8 uur tussen 22 uur en 8 uur.
Als een personeelslid tijdens de dienst ook moet overnachten in het onderwijsinternaat, mag de aanwezigheid van het personeelslid niet meer dan zestien opeenvolgende uren bedragen.
Elk uur verplichte aanwezigheid tijdens de dag, tussen het opstaan en het slapengaan van de internen, telt mee als arbeidsprestatie. De uren aanwezigheid tijdens de nacht, tussen het slapengaan en het opstaan van de internen, tellen mee voor vier uren arbeidsprestatie.
In het derde lid wordt verstaan onder `tussen het slapengaan en het opstaan': een aaneengesloten periode van 8 uur tussen 22 uur en 8 uur.
Art. 18. La présence d'un membre du personnel par jour, sans nuitée, ne dépasse pas neuf heures. Après concertation avec le membre du personnel, la présence d'un membre du personnel par jour, sans nuitée, peut dépasser neuf heures jusqu'à un maximum de onze heures.
Si un membre du personnel doit aussi passer la nuit dans l'internat de l'enseignement, la présence du membre du personnel ne peut être de plus de seize heures consécutives.
Toute heure de présence obligatoire durant la journée, entre le lever et le coucher des internes, compte comme prestation de travail. Les heures de présence durant la nuit, entre le coucher et le lever des internes, comptent pour quatre heures de prestations de travail.
Dans l'alinéa 3, on entend par " entre le coucher et le lever " : une période continue de 8 heures entre 22 heures et 8 heures.
Si un membre du personnel doit aussi passer la nuit dans l'internat de l'enseignement, la présence du membre du personnel ne peut être de plus de seize heures consécutives.
Toute heure de présence obligatoire durant la journée, entre le lever et le coucher des internes, compte comme prestation de travail. Les heures de présence durant la nuit, entre le coucher et le lever des internes, comptent pour quatre heures de prestations de travail.
Dans l'alinéa 3, on entend par " entre le coucher et le lever " : une période continue de 8 heures entre 22 heures et 8 heures.
Art. 19. Een internaatsmedewerker is niet meer dan vier nachten per week aanwezig.
Art. 19. Un collaborateur d'internat n'est pas présent plus de quatre nuits par semaine.
Art. 20. Een internaatsmedewerker heeft per drie zondagsprestaties minstens één zondag volledig vrij.
Art. 20. Un collaborateur d'internat a au moins un dimanche de libre par trois prestations dominicales.
Onderafdeling 6. - De vakantieregeling
Sous-section 6. - Le régime des vacances
Art. 21. De vakantieregeling voor de personeelsleden, vermeld in artikel 11 van dit besluit, wordt onderhandeld binnen het bevoegde lokale onderhandelingscomité en doet geen afbreuk aan de volgende voorwaarden:
1° het bestuur kan de personeelsleden verplichten om maximaal twaalf dagen te presteren tijdens de vakantieperioden, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. De laatste dag van een vakantieperiode telt niet mee om het voormelde maximum van twaalf dagen te berekenen;
2° van het maximum van twaalf dagen, vermeld in punt 1°, kunnen er maximaal tien dagen in de zomervakantie, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, vallen;
3° tijdens de zomervakantie, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, heeft elk personeelslid recht op een ononderbroken vakantie van vijf weken.
In de onderwijsinternaten die voorzien in bijkomende verblijfsdagen als vermeld in artikel 27 van het decreet van 16 juni 2023, kan de vakantieregeling voor de personeelsleden, vermeld in artikel 14 van dit besluit, afwijken van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, na onderhandelingen in het bevoegde lokale onderhandelingscomité.
In de onderwijsinternaten die voor 1 september 2023 een gunstigere vakantieregeling dan de vakantieregeling, vermeld in het eerste lid, onderhandeld hebben in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité, kan die gunstigere vakantieregeling bestendigd worden.
1° het bestuur kan de personeelsleden verplichten om maximaal twaalf dagen te presteren tijdens de vakantieperioden, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. De laatste dag van een vakantieperiode telt niet mee om het voormelde maximum van twaalf dagen te berekenen;
2° van het maximum van twaalf dagen, vermeld in punt 1°, kunnen er maximaal tien dagen in de zomervakantie, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, vallen;
3° tijdens de zomervakantie, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, van het voormelde besluit, heeft elk personeelslid recht op een ononderbroken vakantie van vijf weken.
In de onderwijsinternaten die voorzien in bijkomende verblijfsdagen als vermeld in artikel 27 van het decreet van 16 juni 2023, kan de vakantieregeling voor de personeelsleden, vermeld in artikel 14 van dit besluit, afwijken van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, na onderhandelingen in het bevoegde lokale onderhandelingscomité.
In de onderwijsinternaten die voor 1 september 2023 een gunstigere vakantieregeling dan de vakantieregeling, vermeld in het eerste lid, onderhandeld hebben in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité, kan die gunstigere vakantieregeling bestendigd worden.
Art. 21. Le régime des vacances pour les membres du personnel, visés à l'article 11 du présent arrêté, est négocié au sein du comité local de négociation compétent et ne porte pas préjudice aux conditions suivantes :
1° la direction peut obliger les membres du personnel à prester au maximum douze jours durant la période de vacances, visée à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande. Le dernier jour d'une période de vacances ne compte pas dans le calcul du maximum précité de douze jours ;
2° du maximum de douze jours, visé au point 1°, un maximum de dix jours peuvent tomber pendant les vacances d'été, visées à l'article 4, alinéa 1er, 1° de l'arrêté précité ;
3° durant les vacances d'été, visées à l'article 4, alinéa 1er, 1° de l'arrêté précité, chaque membre du personnel a droit à une période de vacances ininterrompue de cinq semaines.
Dans les internats de l'enseignement qui prévoient des jours de séjour supplémentaires comme mentionné à l'article 27 du décret du 16 juin 2023, le régime des vacances pour les membres du personnel, visés à l'article 14 du présent arrêté, peut déroger aux conditions, visées à l'alinéa 1er, 1° à 3°, après négociations au sein du comité local de négociation compétent.
Dans les internats de l'enseignement qui, avant le 1er septembre 2023, ont négocié dans le comité local de négociation compétent un régime de vacances plus favorable que le régime de vacances, visé à l'alinéa 1er, ce régime de vacances plus favorable peut être maintenu.
1° la direction peut obliger les membres du personnel à prester au maximum douze jours durant la période de vacances, visée à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement à temps partiel organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande. Le dernier jour d'une période de vacances ne compte pas dans le calcul du maximum précité de douze jours ;
2° du maximum de douze jours, visé au point 1°, un maximum de dix jours peuvent tomber pendant les vacances d'été, visées à l'article 4, alinéa 1er, 1° de l'arrêté précité ;
3° durant les vacances d'été, visées à l'article 4, alinéa 1er, 1° de l'arrêté précité, chaque membre du personnel a droit à une période de vacances ininterrompue de cinq semaines.
Dans les internats de l'enseignement qui prévoient des jours de séjour supplémentaires comme mentionné à l'article 27 du décret du 16 juin 2023, le régime des vacances pour les membres du personnel, visés à l'article 14 du présent arrêté, peut déroger aux conditions, visées à l'alinéa 1er, 1° à 3°, après négociations au sein du comité local de négociation compétent.
Dans les internats de l'enseignement qui, avant le 1er septembre 2023, ont négocié dans le comité local de négociation compétent un régime de vacances plus favorable que le régime de vacances, visé à l'alinéa 1er, ce régime de vacances plus favorable peut être maintenu.
Onderafdeling 7. - Vervangingen
Sous-section 7. - Remplacements
Art. 22. Een personeelslid dat tijdelijk een personeelslid vervangt dat aangesteld is in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt in een onderwijsinternaat, krijgt alleen een salaris of een salaristoelage als de vervanging voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het te vervangen personeelslid is aangesteld in een gefinancierde of gesubsidieerde betrekking in het onderwijs;
2° het te vervangen personeelslid is niet afwezig voor nascholing;
3° het te vervangen personeelslid is afwezig voor ten minste één werkdag.
1° het te vervangen personeelslid is aangesteld in een gefinancierde of gesubsidieerde betrekking in het onderwijs;
2° het te vervangen personeelslid is niet afwezig voor nascholing;
3° het te vervangen personeelslid is afwezig voor ten minste één werkdag.
Art. 22. Un membre du personnel qui remplace temporairement un membre du personnel qui est désigné dans une fonction recrutement, de sélection ou de promotion dans un internat de l'enseignement ne reçoit un traitement ou une subvention-traitement que si le remplacement remplit toutes les conditions suivantes :
1° le membre du personnel à remplacer occupe un emploi financé ou subventionné dans l'enseignement ;
2° le membre du personnel à remplacer n'est pas absent pour la formation continue ;
3° le membre du personnel à remplacer est absent pendant au moins un jour ouvrable.
1° le membre du personnel à remplacer occupe un emploi financé ou subventionné dans l'enseignement ;
2° le membre du personnel à remplacer n'est pas absent pour la formation continue ;
3° le membre du personnel à remplacer est absent pendant au moins un jour ouvrable.
Onderafdeling 8. - De individuele concordantie
Sous-section 8. - La concordance individuelle
Art. 23. In een onderwijsinternaat kan op 1 september 2023 een individuele concordantie als vermeld in artikel 56quater, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, en artikel 74quinquies, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, toegekend worden van het ambt van beheerder naar het ambt van directeur. De voormelde individuele concordantie kan toegekend worden aan de personeelsleden die in het ambt van beheerder aangesteld zijn en die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd of toegelaten tot de proeftijd zijn;
2° tijdelijk aangesteld geweest zijn in een vacant ambt van beheerder tijdens het schooljaar 2022-2023.
1° uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd of toegelaten tot de proeftijd zijn;
2° tijdelijk aangesteld geweest zijn in een vacant ambt van beheerder tijdens het schooljaar 2022-2023.
Art. 23. Dans un internat de l'enseignement, une concordance individuelle comme mentionnée à l'article 56quater, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire du 27 mars 1991, et à l'article 74quinquies, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, peut être octroyée pour la fonction d'administrateur vers la fonction de directeur au 1er septembre 2023. La concordance individuelle précitée peut être octroyée aux membres du personnel qui sont désignés dans la fonction d'administrateur et qui répondent à l'une des conditions suivantes :
1° avoir été nommé à titre définitif ou admis à la période d'essai au plus tard le 31 août 2023 ;
2° avoir été désigné temporairement dans une fonction vacante d'administrateur durant l'année scolaire 2022-2023.
1° avoir été nommé à titre définitif ou admis à la période d'essai au plus tard le 31 août 2023 ;
2° avoir été désigné temporairement dans une fonction vacante d'administrateur durant l'année scolaire 2022-2023.
Art. 24. Bij een individuele concordantie als vermeld in artikel 23, gelden de volgende voorwaarden:
1° de diensten die gepresteerd zijn in het ambt van beheerder, tellen automatisch mee als gepresteerde diensten in het ambt van directeur;
2° de kandidaatstelling om toegelaten te worden tot de proeftijd in het ambt van beheerder, wordt geacht te zijn gebeurd in het ambt van directeur;
3° de vacantverklaring van het ambt van beheerder wordt geacht te zijn gebeurd in het ambt van directeur;
4° de persoon die toegelaten is tot de proeftijd voor het ambt van beheerder, is automatisch toegelaten tot de proeftijd voor het ambt van directeur;
5° de persoon die vastbenoemd is voor het ambt van beheerder, is automatisch vastbenoemd voor het ambt van directeur;
6° de persoon die gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was in het ambt van beheerder, is dat automatisch in het ambt van directeur.
1° de diensten die gepresteerd zijn in het ambt van beheerder, tellen automatisch mee als gepresteerde diensten in het ambt van directeur;
2° de kandidaatstelling om toegelaten te worden tot de proeftijd in het ambt van beheerder, wordt geacht te zijn gebeurd in het ambt van directeur;
3° de vacantverklaring van het ambt van beheerder wordt geacht te zijn gebeurd in het ambt van directeur;
4° de persoon die toegelaten is tot de proeftijd voor het ambt van beheerder, is automatisch toegelaten tot de proeftijd voor het ambt van directeur;
5° de persoon die vastbenoemd is voor het ambt van beheerder, is automatisch vastbenoemd voor het ambt van directeur;
6° de persoon die gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was in het ambt van beheerder, is dat automatisch in het ambt van directeur.
Art. 24. En cas de concordance individuelle comme mentionné à l'article 23, les conditions suivantes s'appliquent :
1° les services qui sont prestés dans la fonction d'administrateur comptent automatiquement comme services prestés dans la fonction de directeur ;
2° la candidature pour être admis à la période d'essai dans la fonction d'administrateur est réputée avoir eu lieu dans la fonction de directeur ;
3° la déclaration de vacance de la fonction d'administrateur est réputée avoir eu lieu dans la fonction de directeur ;
4° la personne qui est admise à la période d'essai pour la fonction d'administrateur est automatiquement admise à la période d'essai pour la fonction de directeur ;
5° la personne qui est nommée à titre définitif pour la fonction d'administrateur est automatiquement nommée à titre définitif pour la fonction de directeur ;
6° la personne qui est réaffectée ou remise au travail dans la fonction d'administrateur l'est automatiquement dans la fonction de directeur.
1° les services qui sont prestés dans la fonction d'administrateur comptent automatiquement comme services prestés dans la fonction de directeur ;
2° la candidature pour être admis à la période d'essai dans la fonction d'administrateur est réputée avoir eu lieu dans la fonction de directeur ;
3° la déclaration de vacance de la fonction d'administrateur est réputée avoir eu lieu dans la fonction de directeur ;
4° la personne qui est admise à la période d'essai pour la fonction d'administrateur est automatiquement admise à la période d'essai pour la fonction de directeur ;
5° la personne qui est nommée à titre définitif pour la fonction d'administrateur est automatiquement nommée à titre définitif pour la fonction de directeur ;
6° la personne qui est réaffectée ou remise au travail dans la fonction d'administrateur l'est automatiquement dans la fonction de directeur.
Art. 25. In een onderwijsinternaat kan op 1 september 2023 een individuele concordantie als vermeld in artikel 56quater, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, en artikel 74quinquies, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, toegekend worden van het ambt van beheerder naar het ambt van internaatsmedewerker. Die individuele concordantie kan toegekend worden aan de personeelsleden die in het ambt van beheerder aangesteld zijn en die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd of toegelaten tot de proeftijd zijn;
2° tijdelijk aangesteld geweest zijn in het ambt van beheerder tijdens het schooljaar 2022-2023.
1° uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd of toegelaten tot de proeftijd zijn;
2° tijdelijk aangesteld geweest zijn in het ambt van beheerder tijdens het schooljaar 2022-2023.
Art. 25. Dans un internat de l'enseignement, une concordance individuelle comme mentionnée à l'article 56quater, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire du 27 mars 1991, et à l'article 74quinquies, § 1er, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, peut être octroyée pour la fonction d'administrateur vers la fonction de collaborateur d'internat au 1er septembre 2023. La concordance individuelle précitée peut être octroyée aux membres du personnel qui sont désignés dans la fonction d'administrateur et qui répondent à l'une des conditions suivantes :
1° avoir été nommé à titre définitif ou admis à la période d'essai au plus tard le 31 août 2023 ;
2° avoir été désigné temporairement dans une fonction d'administrateur durant l'année scolaire 2022-2023.
1° avoir été nommé à titre définitif ou admis à la période d'essai au plus tard le 31 août 2023 ;
2° avoir été désigné temporairement dans une fonction d'administrateur durant l'année scolaire 2022-2023.
Art. 26. Bij een individuele concordantie als vermeld in artikel 25, gelden de volgende voorwaarden:
1° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, als dat van toepassing is, in het ambt van beheerder, geldt als kandidaatstelling voor het ambt van internaatsmedewerker;
2° de diensten die gepresteerd zijn in het ambt van beheerder, tellen automatisch mee als gepresteerde diensten in het ambt van internaatsmedewerker;
3° de persoon die vastbenoemd is voor het ambt van beheerder, is automatisch vastbenoemd voor het ambt van internaatsmedewerker;
4° de persoon die niet vastbenoemd is voor het ambt van beheerder, maar onderliggend vastbenoemd is voor een wervingsambt, is automatisch vastbenoemd voor het ambt van internaatsmedewerker;
5° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op mutatie, als dat van toepassing is, in het ambt van beheerder worden geacht te zijn gebeurd in het ambt van internaatsmedewerker;
6° de persoon die gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was in het ambt van beheerder, is dat automatisch in het ambt van internaatsmedewerker.
De vastbenoemde beheerder die individueel geconcordeerd wordt naar het ambt van internaatsmedewerker, mag de titel adjunct-directeur voeren.
1° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, als dat van toepassing is, in het ambt van beheerder, geldt als kandidaatstelling voor het ambt van internaatsmedewerker;
2° de diensten die gepresteerd zijn in het ambt van beheerder, tellen automatisch mee als gepresteerde diensten in het ambt van internaatsmedewerker;
3° de persoon die vastbenoemd is voor het ambt van beheerder, is automatisch vastbenoemd voor het ambt van internaatsmedewerker;
4° de persoon die niet vastbenoemd is voor het ambt van beheerder, maar onderliggend vastbenoemd is voor een wervingsambt, is automatisch vastbenoemd voor het ambt van internaatsmedewerker;
5° de vacantverklaring en de kandidaatstelling met het oog op mutatie, als dat van toepassing is, in het ambt van beheerder worden geacht te zijn gebeurd in het ambt van internaatsmedewerker;
6° de persoon die gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was in het ambt van beheerder, is dat automatisch in het ambt van internaatsmedewerker.
De vastbenoemde beheerder die individueel geconcordeerd wordt naar het ambt van internaatsmedewerker, mag de titel adjunct-directeur voeren.
Art. 26. En cas de concordance individuelle comme mentionné à l'article 25, les conditions suivantes s'appliquent :
1° la candidature pour une désignation temporaire, si cela est applicable, dans la fonction d'administrateur, vaut comme candidature pour la fonction de collaborateur d'internat ;
2° les services qui sont prestés dans la fonction d'administrateur comptent automatiquement comme services prestés dans la fonction de collaborateur d'internat ;
3° la personne qui est nommée à titre définitif pour la fonction d'administrateur est automatiquement nommée à titre définitif pour la fonction de collaborateur d'internat ;
4° la personne qui n'est pas nommée à titre définitif pour la fonction d'administrateur, mais qui est nommée à titre définitif pour une fonction de recrutement est automatiquement nommée à titre définitif pour une fonction de collaborateur d'internat ;
5° la déclaration de vacance et la candidature en vue d'une mutation, si c'est applicable, dans la fonction d'administrateur, sont réputées avoir eu lieu dans la fonction de collaborateur d'internat ;
6° la personne qui est réaffectée ou remise au travail dans la fonction d'administrateur l'est automatiquement dans la fonction de collaborateur d'internat.
L'administrateur nommé à titre définitif qui fait l'objet d'une concordance individuelle vers la fonction de collaborateur d'internat peut porter le titre de directeur adjoint.
1° la candidature pour une désignation temporaire, si cela est applicable, dans la fonction d'administrateur, vaut comme candidature pour la fonction de collaborateur d'internat ;
2° les services qui sont prestés dans la fonction d'administrateur comptent automatiquement comme services prestés dans la fonction de collaborateur d'internat ;
3° la personne qui est nommée à titre définitif pour la fonction d'administrateur est automatiquement nommée à titre définitif pour la fonction de collaborateur d'internat ;
4° la personne qui n'est pas nommée à titre définitif pour la fonction d'administrateur, mais qui est nommée à titre définitif pour une fonction de recrutement est automatiquement nommée à titre définitif pour une fonction de collaborateur d'internat ;
5° la déclaration de vacance et la candidature en vue d'une mutation, si c'est applicable, dans la fonction d'administrateur, sont réputées avoir eu lieu dans la fonction de collaborateur d'internat ;
6° la personne qui est réaffectée ou remise au travail dans la fonction d'administrateur l'est automatiquement dans la fonction de collaborateur d'internat.
L'administrateur nommé à titre définitif qui fait l'objet d'une concordance individuelle vers la fonction de collaborateur d'internat peut porter le titre de directeur adjoint.
Art. 27. Het individueel ondertekende concordantieformulier, vermeld in artikel 56quater, § 2, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, en artikel 74quinquies, § 2, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, moet ingediend worden bij AGODI uiterlijk op 15 september 2023.
Art. 27. Le formulaire de concordance signé individuellement, visé à l'article 56quater, § 2, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire du 27 mars 1991, et à l'article 74quinquies, § 2, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, doit être introduit auprès d'AGODI au plus tard le 15 septembre 2023.
Art. 28. Als het personeelslid en het bestuur niet tot een akkoord komen, kan het personeelslid het bezwaarschrift, vermeld in artikel 56quater, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, en artikel 74quinquies, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, uiterlijk tien kalenderdagen nadat het bestuur de beslissing aan hem heeft meegedeeld, indienen bij de Commissie Bezwaarschriften, vermeld in de voormelde bepalingen.
De Commissie Bezwaarschriften, vermeld in het eerste lid, bestaat uit de administrateur-generaal van AGODI, of zijn afgevaardigde, en uit een bevoegde inspecteur.
De Commissie Bezwaarschriften, vermeld in het eerste lid, beslist collegiaal binnen dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, bij de Commissie Bezwaarschriften is ingediend.
Als het bestuur niet uiterlijk 15 september beslist, kan het personeelslid tot en met 5 oktober 2023 een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Commissie Bezwaarschriften.
De Commissie Bezwaarschriften, vermeld in het eerste lid, bestaat uit de administrateur-generaal van AGODI, of zijn afgevaardigde, en uit een bevoegde inspecteur.
De Commissie Bezwaarschriften, vermeld in het eerste lid, beslist collegiaal binnen dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, bij de Commissie Bezwaarschriften is ingediend.
Als het bestuur niet uiterlijk 15 september beslist, kan het personeelslid tot en met 5 oktober 2023 een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Commissie Bezwaarschriften.
Art. 28. Si le membre du personnel et la direction n'arrivent pas à un accord, le membre du personnel peut introduire la réclamation, visée à l'article 56quater, § 3, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire du 27 mars 1991, et à l'article 74quinquies, § 3, du décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné du 27 mars 1991, au plus tard dix jours calendrier après que la direction lui a communiqué la décision, auprès de la Commission des Réclamations, visée dans les dispositions précitées.
La Commission des Réclamations, visée à l'alinéa 1er, est composée de l'administrateur général d'AGODI, ou de son délégué, ainsi que d'un inspecteur compétent.
La Commission des Réclamations, visée à l'alinéa 1er, décide collégialement dans les trente jours calendrier après que la réclamation visée à l'alinéa 1er a été introduite auprès de la Commission des Réclamations.
Si la direction n'a pas statué au plus tard le 15 septembre, le membre du personnel peut, jusqu'au 5 octobre 2023 inclus, introduire une réclamation motivée auprès de la Commission des Réclamations.
La Commission des Réclamations, visée à l'alinéa 1er, est composée de l'administrateur général d'AGODI, ou de son délégué, ainsi que d'un inspecteur compétent.
La Commission des Réclamations, visée à l'alinéa 1er, décide collégialement dans les trente jours calendrier après que la réclamation visée à l'alinéa 1er a été introduite auprès de la Commission des Réclamations.
Si la direction n'a pas statué au plus tard le 15 septembre, le membre du personnel peut, jusqu'au 5 octobre 2023 inclus, introduire une réclamation motivée auprès de la Commission des Réclamations.
Afdeling 9. - Overdragen ORE
Section 9. - Transfert d'ORE
Art. 29. Voor de toepassing van artikel 33, § 2, en artikel 34, § 2, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
AGODI bepaalt de wijze waarop onderwijsinternaten de overgedragen ORE moeten melden.
AGODI bepaalt de wijze waarop onderwijsinternaten de overgedragen ORE moeten melden.
Art. 29. Pour l'application de l'article 33, § 2 et de l'article 34, § 2 du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
AGODI détermine la manière dont les internats de l'enseignement doivent signaler les ORE transférés.
AGODI détermine la manière dont les internats de l'enseignement doivent signaler les ORE transférés.
Afdeling 10. - Salarisfinanciering of -subsidiëring
Section 10. - Financement ou subventionnement des traitements
Art. 30. Voor de toepassing van artikel 35, § 2, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 30. Pour l'application de l'article 35, § 2, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Afdeling 11. - Bijkomend werkingsbudget voor internen met ouders die geen vaste verblijfplaats hebben
Section 11. - Budget de fonctionnement supplémentaire pour les internes ayant des parents qui n'ont pas de résidence fixe
Art. 31. Voor de toepassing van artikel 40, vijfde lid, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 31. Pour l'application de l'article 40, alinéa 5, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Afdeling 12. - Aanwending van het werkingsbudget
Section 12. - Utilisation du budget de fonctionnement
Art. 32. § 1. Besturen van officiële gesubsidieerde onderwijsinternaten maken de controle op de besteding van het werkingsbudget mogelijk door de ontvangsten en uitgaven van het werkingsbudget chronologisch in een journaalboek bij te houden. Op het einde van elk kalenderjaar maken de besturen een slotrekening op.
§ 2. Als het boekhoudkundige plan dat al bestaat op 16 juni 2023, alle gegevens bevat die nodig zijn voor de controle, vermeld in artikel 42 van het decreet van 16 juni 2023, kan het na de voormelde datum ongewijzigd worden bijgehouden.
§ 3. Jaarlijks maken de besturen een verantwoordingsdocument op volgens een model dat AGODI bepaalt.
AGODI bepaalt de termijn waarin de onderwijsinternaten het verantwoordingsdocument, vermeld in het eerste lid, bezorgt.
Indien, na de controle van het verantwoordingsdocument, AGODI het noodzakelijk acht, kan AGODI alsnog vragen aan de besturen om hun slotrekening over te maken en een verdere controle uit te voeren op het journaalboek of het boekhoudkundige plan zoals bepaald in paragraaf 2.
§ 2. Als het boekhoudkundige plan dat al bestaat op 16 juni 2023, alle gegevens bevat die nodig zijn voor de controle, vermeld in artikel 42 van het decreet van 16 juni 2023, kan het na de voormelde datum ongewijzigd worden bijgehouden.
§ 3. Jaarlijks maken de besturen een verantwoordingsdocument op volgens een model dat AGODI bepaalt.
AGODI bepaalt de termijn waarin de onderwijsinternaten het verantwoordingsdocument, vermeld in het eerste lid, bezorgt.
Indien, na de controle van het verantwoordingsdocument, AGODI het noodzakelijk acht, kan AGODI alsnog vragen aan de besturen om hun slotrekening over te maken en een verdere controle uit te voeren op het journaalboek of het boekhoudkundige plan zoals bepaald in paragraaf 2.
Art. 32. § 1er. Les directions d'internats de l'enseignement officiel subventionné permettent le contrôle de l'utilisation du budget de fonctionnement en conservant les recettes et dépenses du budget de fonctionnement dans un journal. A la fin de chaque année calendrier, les directions établissent un décompte final.
§ 2. Si le plan comptable qui existe déjà au 16 juin 2023 comporte toutes les données qui sont nécessaires pour le contrôle, visé à l'article 42 du décret du 16 juin 2023, il peut demeurer inchangé après la date précitée.
§ 3. Chaque année, les directions établissent un document de justification selon le modèle fixé par AGODI.
AGODI détermine le délai endéans lequel les internats de l'enseignement fournissent le document de justification visé à l'alinéa 1er.
Si, après le contrôle du document de justification, AGODI l'estime nécessaire, AGODI peut encore demander aux directions de transmettre leurs décomptes finaux et d'effectuer un contrôle supplémentaire du journal ou du plan comptable prévu au paragraphe 2.
§ 2. Si le plan comptable qui existe déjà au 16 juin 2023 comporte toutes les données qui sont nécessaires pour le contrôle, visé à l'article 42 du décret du 16 juin 2023, il peut demeurer inchangé après la date précitée.
§ 3. Chaque année, les directions établissent un document de justification selon le modèle fixé par AGODI.
AGODI détermine le délai endéans lequel les internats de l'enseignement fournissent le document de justification visé à l'alinéa 1er.
Si, après le contrôle du document de justification, AGODI l'estime nécessaire, AGODI peut encore demander aux directions de transmettre leurs décomptes finaux et d'effectuer un contrôle supplémentaire du journal ou du plan comptable prévu au paragraphe 2.
Art. 33. § 1. Besturen van vrije gesubsidieerde onderwijsinternaten maken uiterlijk zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar de controle op de besteding van het werkingsbudget door AGODI mogelijk. De voormelde besturen houden de bijbehorende bewijsstukken ter beschikking, die, in voorkomend geval, minstens de jaarrekening of een financieel verslag dat gebaseerd is op de vereenvoudigde boekhouding omvatten.
§ 2. Jaarlijks maken de besturen een verantwoordingsdocument op volgens een model dat AGODI bepaalt.
AGODI bepaalt de termijn waarin de onderwijsinternaten het verantwoordingsdocument, vermeld in het eerste lid, bezorgt.
Indien, na de controle van het verantwoordingsdocument, AGODI het noodzakelijk acht, kan AGODI alsnog vragen om de bijhorende bewijsstukken over te maken en verdere controle uit te voeren.
§ 2. Jaarlijks maken de besturen een verantwoordingsdocument op volgens een model dat AGODI bepaalt.
AGODI bepaalt de termijn waarin de onderwijsinternaten het verantwoordingsdocument, vermeld in het eerste lid, bezorgt.
Indien, na de controle van het verantwoordingsdocument, AGODI het noodzakelijk acht, kan AGODI alsnog vragen om de bijhorende bewijsstukken over te maken en verdere controle uit te voeren.
Art. 33. § 1er. Les directions des internats de l'enseignement libre subventionné permettent au plus tard six mois après la date de clôture de l'exercice comptable un contrôle par AGODI de l'utilisation du budget de fonctionnement. Les directions précitées tiennent les preuves probantes y afférentes à disposition qui, le cas échéant, comprennent au moins les comptes annuels ou un rapport financier qui est basé sur la comptabilité simplifiée.
§ 2. Chaque année, les directions établissent un document de justification selon le modèle fixé par AGODI.
AGODI détermine le délai endéans lequel les internats de l'enseignement fournissent le document de justification visé à l'alinéa 1er.
Si, après le contrôle du document de justification, AGODI l'estime nécessaire, AGODI peut encore demander de transmettre les pièces probantes y afférentes et effectuer un contrôle supplémentaire.
§ 2. Chaque année, les directions établissent un document de justification selon le modèle fixé par AGODI.
AGODI détermine le délai endéans lequel les internats de l'enseignement fournissent le document de justification visé à l'alinéa 1er.
Si, après le contrôle du document de justification, AGODI l'estime nécessaire, AGODI peut encore demander de transmettre les pièces probantes y afférentes et effectuer un contrôle supplémentaire.
Art. 34. De controlerende ambtenaren van AGODI dienen over hun opdrachten een verslag in bij de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming.
Een afschrift van het verslag, vermeld in het eerste lid, wordt bezorgd aan het bestuur in kwestie. Het voormelde bestuur kan een verweerschrift bij de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, indienen tegen het voormelde verslag.
Een afschrift van het verslag, vermeld in het eerste lid, wordt bezorgd aan het bestuur in kwestie. Het voormelde bestuur kan een verweerschrift bij de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, indienen tegen het voormelde verslag.
Art. 34. Les fonctionnaires de contrôle d'AGODI introduisent pour leurs missions un rapport auprès du ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions.
Une copie du rapport, visé à l'alinéa 1er est fourni à la direction en question. La direction précitée peut introduire un contredit contre le rapport précité auprès du ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions.
Une copie du rapport, visé à l'alinéa 1er est fourni à la direction en question. La direction précitée peut introduire un contredit contre le rapport précité auprès du ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions.
Art. 35. Voor de toepassing van artikel 43, § 2, zevende lid, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 35. Pour l'application de l'article 43, § 2, alinéa 7, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Afdeling 13. - Overheveling en fusie
Section 13. - Transfert et fusion
Art. 36. Voor de toepassing van artikel 46, derde lid, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 36. Pour l'application de l'article 46, alinéa 3, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Art. 37. Voor de toepassing van artikel 47, vierde lid, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 37. Pour l'application de l'article 47, alinéa 4, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Afdeling 14. - Sancties en terugvorderingen
Section 14. - Sanctions et récupérations
Art. 38. Voor de toepassing van de sancties, vermeld in artikel 54 van het decreet van 16 juni 2023, wordt de definitieve vaststelling van de niet-naleving van de bepalingen van het voormelde decreet, alleen gedaan na onderzoek ter plaatse door twee ambtenaren van AGODI.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, wijst de ambtenaren, vermeld in het eerste lid, aan.
De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, wijst de ambtenaren, vermeld in het eerste lid, aan.
Art. 38. Pour l'application des sanctions mentionnées à l'article 54 du décret du 16 juin 2023, le constat définitif du non-respect des dispositions du décret précité, n'est fait qu'après enquête sur place par deux fonctionnaires d'AGODI.
Le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions désigne les fonctionnaires mentionnés à l'alinéa 1er.
Le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions désigne les fonctionnaires mentionnés à l'alinéa 1er.
Art. 39. § 1. De definitieve vaststelling, vermeld in artikel 38, eerste lid, wordt met een aangetekende brief aan het bestuur betekend. Het bestuur kan binnen twee weken nadat het de voormelde aangetekende brief heeft ontvangen, een verweerschrift indienen bij AGODI.
§ 2. Op basis van een verslag van AGODI en het eventuele verweerschrift van het betrokken bestuur neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, een beslissing over de sanctie nadat hij het betrokken bestuur gehoord heeft. Het betrokken bestuur wordt met een aangetekende brief opgeroepen om gehoord te worden.
§ 3. De beslissing over een sanctie wordt binnen vijftien kalenderdagen na het verhoor, vermeld in paragraaf 2, of nadat de oproeping om gehoord te worden conform paragraaf 2 is verstuurd als het betrokken bestuur niet is verschenen, met een aangetekende brief meegedeeld aan het bestuur in kwestie.
Nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, is verstreken, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, geen sanctie meer opleggen.
§ 2. Op basis van een verslag van AGODI en het eventuele verweerschrift van het betrokken bestuur neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, een beslissing over de sanctie nadat hij het betrokken bestuur gehoord heeft. Het betrokken bestuur wordt met een aangetekende brief opgeroepen om gehoord te worden.
§ 3. De beslissing over een sanctie wordt binnen vijftien kalenderdagen na het verhoor, vermeld in paragraaf 2, of nadat de oproeping om gehoord te worden conform paragraaf 2 is verstuurd als het betrokken bestuur niet is verschenen, met een aangetekende brief meegedeeld aan het bestuur in kwestie.
Nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, is verstreken, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, geen sanctie meer opleggen.
Art. 39. § 1er. Le constat définitif mentionné à l'article 38, alinéa 1er, est signifié à la direction par lettre recommandée. La direction peut, dans les deux semaines après réception de la lettre recommandée précitée, introduire un contredit auprès d'AGODI.
§ 2. Sur la base d'un rapport d'AGODI et de l'éventuel contredit de la direction concernée, le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions, prend une décision sur la sanction après avoir entendu la direction concernée. La direction concernée est convoquée par lettre recommandée pour être entendue.
§ 3. La décision relative à une sanction est communiquée dans les quinze jours calendrier après l'audition, visée au paragraphe 2, ou, après que la convocation pour être entendu a été envoyée conformément au paragraphe 2 si la direction concernée n'a pas comparu, par lettre recommandée à la direction en question.
Après que le délai, visé à l'alinéa 1er, est écoulé, le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions ne peut plus infliger de sanction.
§ 2. Sur la base d'un rapport d'AGODI et de l'éventuel contredit de la direction concernée, le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions, prend une décision sur la sanction après avoir entendu la direction concernée. La direction concernée est convoquée par lettre recommandée pour être entendue.
§ 3. La décision relative à une sanction est communiquée dans les quinze jours calendrier après l'audition, visée au paragraphe 2, ou, après que la convocation pour être entendu a été envoyée conformément au paragraphe 2 si la direction concernée n'a pas comparu, par lettre recommandée à la direction en question.
Après que le délai, visé à l'alinéa 1er, est écoulé, le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions ne peut plus infliger de sanction.
Afdeling 15. - Overgangsbepalingen
Section 15. - Dispositions transitoires
Art. 40. AGODI legt de wijze vast waarop de melding van het fusiecompromis als vermeld in artikel 162, tweede lid, van het decreet van 16 juni 2023, kan gedaan worden.
Art. 40. AGODI fixe la manière dont le signalement du compromis de fusion mentionné à l'article 162, alinéa 2, du décret du 16 juin 2023 peut être effectué.
Art. 41. Voor de toepassing van artikel 167, § 2, van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
[1 De waarde van één ORE wordt voor het schooljaar 2024-2025 vastgelegd op 5,934 euro]1.
[2 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt vanaf schooljaar 2025-2026 gekoppeld aan de evolutie van de spilindex, waarbij het bedrag van 2024-2025 is berekend tegen de indexcoыfficiыnt van 2,0807. Het bedrag van een schooljaar X/X+1 wordt telkens gekoppeld aan de indexcoыfficiыnt van oktober X.
In het derde lid wordt verstaan onder spilindex: het begrip spilindex als vermeld in artikel 2 van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.]2
AGODI legt de wijze vast waarop de melding als vermeld in artikel 167, § 2, punt 2°, van het voormelde decreet, kan gedaan worden.
AGODI legt de wijze vast waarop ze het maximaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat ingevolge punt 3° en 4° van artikel 167, § 1, van het voormelde decreet mag omzetten, berekent en meedeelt aan het bestuur van het desbetreffende onderwijsinternaat.
[1 De waarde van één ORE wordt voor het schooljaar 2024-2025 vastgelegd op 5,934 euro]1.
[2 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt vanaf schooljaar 2025-2026 gekoppeld aan de evolutie van de spilindex, waarbij het bedrag van 2024-2025 is berekend tegen de indexcoыfficiыnt van 2,0807. Het bedrag van een schooljaar X/X+1 wordt telkens gekoppeld aan de indexcoыfficiыnt van oktober X.
In het derde lid wordt verstaan onder spilindex: het begrip spilindex als vermeld in artikel 2 van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.]2
AGODI legt de wijze vast waarop de melding als vermeld in artikel 167, § 2, punt 2°, van het voormelde decreet, kan gedaan worden.
AGODI legt de wijze vast waarop ze het maximaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat ingevolge punt 3° en 4° van artikel 167, § 1, van het voormelde decreet mag omzetten, berekent en meedeelt aan het bestuur van het desbetreffende onderwijsinternaat.
Art. 41. Pour l'application de l'article 167, § 2, du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
[1 La valeur d'une ORE est fixée à 5,934 euros pour l'année scolaire 2024-2025.]1.
[2 Le montant visé à l'alinéa 2 est lié à l'évolution de l'indice-pivot à partir de l'année scolaire 2025-2026, le montant de 2024-2025 étant calculé au coefficient d'indexation de 2,0807. Le montant d'une année scolaire X/X+1 est à chaque fois lié au coefficient d'indexation d'octobre X.
Dans l'alinéa 3, on entend par indice-pivot : le concept indice-pivot tel que visé à l'article 2 de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. ]2
AGODI fixe la manière dont le signalement mentionné à l'article 167, § 2, point 2°, du décret précité, peut être effectué.
AGODI détermine la façon dont elle peut calculer le nombre maximal d'ORE qu'un internat de l'enseignement peut convertir en vertu des points 3° et 4° de l'article 167, § 1er du décret précité et le communique à la direction de l'internat de l'enseignement concerné.
[1 La valeur d'une ORE est fixée à 5,934 euros pour l'année scolaire 2024-2025.]1.
[2 Le montant visé à l'alinéa 2 est lié à l'évolution de l'indice-pivot à partir de l'année scolaire 2025-2026, le montant de 2024-2025 étant calculé au coefficient d'indexation de 2,0807. Le montant d'une année scolaire X/X+1 est à chaque fois lié au coefficient d'indexation d'octobre X.
Dans l'alinéa 3, on entend par indice-pivot : le concept indice-pivot tel que visé à l'article 2 de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. ]2
AGODI fixe la manière dont le signalement mentionné à l'article 167, § 2, point 2°, du décret précité, peut être effectué.
AGODI détermine la façon dont elle peut calculer le nombre maximal d'ORE qu'un internat de l'enseignement peut convertir en vertu des points 3° et 4° de l'article 167, § 1er du décret précité et le communique à la direction de l'internat de l'enseignement concerné.
Art. 42. Voor de toepassing van artikel 169 van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 42. Pour l'application de l'article 169 du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Art. 43. Voor de toepassing van artikel 170 van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 43. Pour l'application de l'article 170 du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
Art. 44. Voor de toepassing van artikel 171 van het decreet van 16 juni 2023 wordt AGODI aangewezen als de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap.
AGODI legt de wijze vast waarop de melding van het fusiecompromis als vermeld in artikel 171, § 1, laatste lid, van het voormelde decreet, kan gedaan worden.
AGODI legt de wijze vast waarop de melding van het fusiecompromis als vermeld in artikel 171, § 1, laatste lid, van het voormelde decreet, kan gedaan worden.
Art. 44. Pour l'application de l'article 171 du décret du 16 juin 2023, AGODI est désignée comme le service compétent de la Communauté flamande.
AGODI fixe la manière dont le signalement du compromis de fusion mentionné à l'article 171, § 1er, dernier alinéa, du décret précité peut être effectué.
AGODI fixe la manière dont le signalement du compromis de fusion mentionné à l'article 171, § 1er, dernier alinéa, du décret précité peut être effectué.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
Section 1re. - Modifications de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique
Art. 45. In artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt A, a), wordt de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten verstrekt aan :
1° het internaat, toegevoegd aan een onderwijsinstelling;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis, het semi-internaat en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen. Deze bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap." vervangen door de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten die verstrekt zijn aan:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.";
2° in punt A, c), wordt de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten verstrekt aan :
1° het internaat, toegevoegd aan een onderwijsinstelling;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis, het semi-internaat en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen. Deze bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap." vervangen door de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten die verstrekt zijn aan:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.";
3° in punt B, a), wordt de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten verstrekt aan :
1° het internaat, toegevoegd aan een onderwijsinstelling;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis, het semi-internaat en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen." vervangen door de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten die verstrekt zijn aan:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.".
1° in punt A, a), wordt de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten verstrekt aan :
1° het internaat, toegevoegd aan een onderwijsinstelling;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis, het semi-internaat en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen. Deze bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap." vervangen door de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten die verstrekt zijn aan:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.";
2° in punt A, c), wordt de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten verstrekt aan :
1° het internaat, toegevoegd aan een onderwijsinstelling;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis, het semi-internaat en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen. Deze bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap." vervangen door de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten die verstrekt zijn aan:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.";
3° in punt B, a), wordt de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten verstrekt aan :
1° het internaat, toegevoegd aan een onderwijsinstelling;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis, het semi-internaat en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen." vervangen door de zin "De bepalingen van het eerste lid zijn onder dezelfde voorwaarden van toepassing op de werkelijke diensten die verstrekt zijn aan:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.".
Art. 45. A l'article 16, § 1er, de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point A, a), la phrase " Les dispositions du premier alinéa sont applicables aux mêmes conditions sur les services effectifs fournis :
1° à l'internat, annexé à un établissement d'enseignement ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home, au semi-internat et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours. Cette disposition ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande. " est remplacée par la phrase " Les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent aux mêmes conditions aux services réels fournis :
1° à l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023. La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° à un internat de l'enseignement ;
4° à un semi-internat. " ;
2° au point A, c), la phrase " Les dispositions du premier alinéa sont applicables aux mêmes conditions sur les services effectifs fournis :
1° à l'internat, annexé à un établissement d'enseignement ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home, au semi-internat et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours. Cette disposition ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande. " est remplacée par la phrase " Les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent aux mêmes conditions aux services réels fournis :
1° à l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ; La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° à un internat de l'enseignement ;
4° à un semi-internat. " ;
3° au point B, a), la phrase " Les dispositions du premier alinéa sont applicables aux mêmes conditions sur les services effectifs fournis :
1° à l'internat, annexé à un établissement d'enseignement ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home, au semi-internat et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours. " est remplacée par la phrase " Les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent aux mêmes conditions aux services réels fournis :
1° à l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
3° à un internat de l'enseignement ;
4° à un semi-internat. ".
1° au point A, a), la phrase " Les dispositions du premier alinéa sont applicables aux mêmes conditions sur les services effectifs fournis :
1° à l'internat, annexé à un établissement d'enseignement ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home, au semi-internat et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours. Cette disposition ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande. " est remplacée par la phrase " Les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent aux mêmes conditions aux services réels fournis :
1° à l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023. La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° à un internat de l'enseignement ;
4° à un semi-internat. " ;
2° au point A, c), la phrase " Les dispositions du premier alinéa sont applicables aux mêmes conditions sur les services effectifs fournis :
1° à l'internat, annexé à un établissement d'enseignement ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home, au semi-internat et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours. Cette disposition ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande. " est remplacée par la phrase " Les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent aux mêmes conditions aux services réels fournis :
1° à l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ; La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° à un internat de l'enseignement ;
4° à un semi-internat. " ;
3° au point B, a), la phrase " Les dispositions du premier alinéa sont applicables aux mêmes conditions sur les services effectifs fournis :
1° à l'internat, annexé à un établissement d'enseignement ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home, au semi-internat et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours. " est remplacée par la phrase " Les dispositions de l'alinéa 1er s'appliquent aux mêmes conditions aux services réels fournis :
1° à l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° à l'internat autonome, à toute forme de home et à l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
3° à un internat de l'enseignement ;
4° à un semi-internat. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
Section 2. - Modifications de l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 46. In het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 9 september 2016, wordt een artikel 14sexies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 14sexies. Voor de toekenning van de periodieke verhogingen komen eveneens in aanmerking de volledige of onvolledige diensten die gepresteerd zijn in een administratieve functie als contractueel personeelslid in de volgende instellingen:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.".
"Art. 14sexies. Voor de toekenning van de periodieke verhogingen komen eveneens in aanmerking de volledige of onvolledige diensten die gepresteerd zijn in een administratieve functie als contractueel personeelslid in de volgende instellingen:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.".
Art. 46. Dans l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, des gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2016, il est inséré un article 14sexies, rédigé comme suit :
" Art. 14sexies. Pour l'octroi des augmentations périodiques, entrent également en considération les services complets ou incomplets qui ont été prestés dans une fonction administrative comme membre du personnel contractuel dans les établissements suivants :
1° l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° l'internat autonome, toute forme de home et l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023. La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° un internat de l'enseignement ;
4° un semi-internat. ".
" Art. 14sexies. Pour l'octroi des augmentations périodiques, entrent également en considération les services complets ou incomplets qui ont été prestés dans une fonction administrative comme membre du personnel contractuel dans les établissements suivants :
1° l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° l'internat autonome, toute forme de home et l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023. La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° un internat de l'enseignement ;
4° un semi-internat. ".
Art. 47. In artikel 15 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 en 21 november 2014, wordt punt 4 vervangen door wat volgt:
"4. komen, onder de in deze bepalingen vermelde voorwaarden, eveneens in aanmerking de werkelijke diensten verstrekt in de volgende instellingen:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.".
"4. komen, onder de in deze bepalingen vermelde voorwaarden, eveneens in aanmerking de werkelijke diensten verstrekt in de volgende instellingen:
1° het internaat dat is toegevoegd aan een onderwijsinstelling, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023;
2° het autonome internaat, elke vorm van tehuis en het internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, als de werkelijke diensten gepresteerd zijn voor 1 september 2023. De voormelde bepaling geldt niet voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs;
3° een onderwijsinternaat;
4° een semi-internaat.".
Art. 47. Dans l'article 15 du même arrêté royal, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 juillet 2009 et 21 novembre 2014, le point 4 est remplacé par ce qui suit :
" 4. entrent également en considération, selon les conditions mentionnées dans les présentes dispositions, les services réels fournis dans les établissements suivants :
1° l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° l'internat autonome, toute forme de home et l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023. La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° un internat de l'enseignement ;
4° un semi-internat. ".
" 4. entrent également en considération, selon les conditions mentionnées dans les présentes dispositions, les services réels fournis dans les établissements suivants :
1° l'internat qui est annexé à un établissement d'enseignement, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023 ;
2° l'internat autonome, toute forme de home et l'internat de l'enseignement communautaire qui assure l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas cours, si les services réels sont prestés avant le 1er septembre 2023. La disposition précitée ne s'applique pas à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel, visés au Code de l'Enseignement supérieur ;
3° un internat de l'enseignement ;
4° un semi-internat. ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
Section 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire
Art. 48. In artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 31 augustus 1999 en 4 september 2009, wordt de zinsnede ", van het opvoedend hulppersoneel" opgeheven.
Art. 48. Dans l'article 1er, alinéa 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au statut pécuniaire dans l'enseignement secondaire, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 31 août 1999 et 4 septembre 2009, le membre de phrase " , du personnel auxiliaire d'éducation " est abrogé.
Art. 49. In artikel 3, § 4, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt punt 2° opgeheven.
Art. 49. Dans l'article 3, § 4, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2015 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, le point 2° est abrogé.
Art. 50. In bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de ambten van beheerder en van studiemeester-opvoeder internaat opgeheven.
Art. 50. En annexe I du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les fonctions d'administrateur et de surveillant-éducateur d'internat sont abrogées.
Afdeling 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs
Section 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 51. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het beleids- en ondersteunend personeel van de instellingen voor gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Ze zijn niet van toepassing op de leermeesters godsdienst.".
"Art. 2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het beleids- en ondersteunend personeel van de instellingen voor gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Ze zijn niet van toepassing op de leermeesters godsdienst.".
Art. 51. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. Les dispositions de cet arrêté s'appliquent aux membres du personnel directeur et enseignant et du personnel de gestion et d'appui des établissements d'enseignement maternel, inférieur et fondamental organisé et subventionné par la Communauté flamande. Elles ne s'appliquent pas aux maîtres de religion. ".
" Art. 2. Les dispositions de cet arrêté s'appliquent aux membres du personnel directeur et enseignant et du personnel de gestion et d'appui des établissements d'enseignement maternel, inférieur et fondamental organisé et subventionné par la Communauté flamande. Elles ne s'appliquent pas aux maîtres de religion. ".
Art. 52. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, wordt vervangen door de bijlage die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 52. L'annexe I du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, est remplacée par l'annexe 1re jointe au présent arrêté.
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs
Section 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial
Art. 53. In artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2015, wordt punt e) vervangen door wat volgt:
"e) de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het administratief personeel en het psychologisch personeel van de semi-internaten.".
"e) de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het administratief personeel en het psychologisch personeel van de semi-internaten.".
Art. 53. Dans l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2015, le point e) est remplacé par ce qui suit :
" e) les membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel administratif et du personnel psychologique des semi-internats. ".
" e) les membres du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical, du personnel administratif et du personnel psychologique des semi-internats. ".
Art. 54. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt vervangen door de bijlage die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 54. L'annexe 2 du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Afdeling 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 9 januari 1991 houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingstoelagen in het gesubsidieerd onderwijs
Section 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 janvier 1991 portant des mesures de contrôle en matière d'emploi des subventions de fonctionnement dans l'enseignement subventionné
Art. 55. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 9 januari 1991 houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingstoelagen in het gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, worden de woorden "en internaten" opgeheven.
Art. 55. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 janvier 1991 portant des mesures de contrôle en matière d'emploi des subventions de fonctionnement dans l'enseignement subventionné, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2010, les mots " et internats " sont abrogés.
Afdeling 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 24 januari 2003 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs
Section 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 janvier 2003 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement spécial
Art. 56. In het besluit van de Vlaamse regering van 24 januari 2003 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs worden de volgende artikelen opgeheven:
1° artikel 8;
2° artikel 9;
3° artikel 18, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2006.
1° artikel 8;
2° artikel 9;
3° artikel 18, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2006.
Art. 56. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 janvier 2003 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement spécial, les articles suivants sont abrogés :
1° l'article 8 ;
2° l'article 9 ;
3° l'article 18, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2006.
1° l'article 8 ;
2° l'article 9 ;
3° l'article 18, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2006.
Afdeling 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2003 betreffende de vastlegging van de prestaties van een ambt in het buitengewoon secundair onderwijs
Section 8. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mars 2003 relatif à la fixation des prestations d'une fonction dans l'enseignement secondaire spécial
Art. 57. In het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2003 betreffende de vastlegging van de prestaties van een ambt in het buitengewoon secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 september 2006, 21 september 2007 en 27 mei 2011, wordt hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 5 tot en met 6, opgeheven.
Art. 57. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mars 2003 relatif à la fixation des prestations d'une fonction dans l'enseignement secondaire spécial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 septembre 2006, 21 septembre 2007 et 27 mai 2011, le chapitre III, qui comporte les articles 5 à 6, est abrogé.
Afdeling 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs
Section 9. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 58. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs worden punt 4° en 5° opgeheven.
Art. 58. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement fondamental ordinaire, les points 4° et 5° sont abrogés.
Art. 59. Artikel 5 tot en met 9 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 59. Les articles 5 à 9 du même arrêté sont abrogés.
Afdeling 10. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten
Section 10. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne Agence de Services d'Enseignement (" Agentschap voor Onderwijsdiensten ")
Art. 60. Aan artikel 3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2007, worden de woorden "en onderwijsinternaten" toegevoegd.
Art. 60. A l'article 3, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne Agence de Services d'Enseignement, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2007, les mots " et internats de l'enseignement " sont ajoutés.
Afdeling 11. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs
Section 11. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial
Art. 61. In artikel 1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 en 21 november 2014, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
"2° in een semi-internaat.".
"2° in een semi-internaat.".
Art. 61. Dans l'article 1er, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 juillet 2006 et 21 novembre 2014, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° dans un semi-internat. ".
" 2° dans un semi-internat. ".
Afdeling 12. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 februari 2006 houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingsmiddelen in het vrij gesubsidieerd onderwijs
Section 12. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 février 2006 relatif aux mesures de contrôle concernant l'affectation des moyens de fonctionnement dans l'enseignement libre subventionné
Art. 62. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 februari 2006 houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingsmiddelen in het vrij gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 en 28 oktober 2016, worden de woorden "en internaten" en de zinsnede ", III.18, III.19, III.20" opgeheven.
Art. 62. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 février 2006 relatif aux mesures de contrôle concernant l'affectation des moyens de fonctionnement dans l'enseignement libre subventionné, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 décembre 2010 et 28 octobre 2016, les mots " et internats " et le membre de phrase " III.18, III.19, III.20 " sont abrogés.
Afdeling 13. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie
Section 13. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office
Art. 63. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, gewijzigd bij de besluiten van 19 maart 2010 en 3 september 2021, wordt de zinsnede "bijlagen I tot en met VIII" vervangen door de zinsnede "bijlage I tot en met IX".
Art. 63. Dans l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, modifié par les arrêtés des 19 mars 2010 et 3 septembre 2021, le membre de phrase " annexes I à VIII " est remplacé par le membre de phrase " annexe I à IX ".
Art. 64. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021, wordt een bijlage IX toegevoegd, die als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 64. Le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 septembre 2021, est complété par une annexe IX, jointe en tant qu'annexe 3 au présent arrêté.
Afdeling 14. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd
Section 14. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif à certains aspects des statuts administratif et pécuniaire de certains membres du personnel de l'enseignement qui rentrent en service actif ou fournissent des prestations considérées comme travail supplémentaire ou fonction accessoire
Art. 65. In artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014, wordt de zinsnede "de internaten in welke vorm ook, de tehuizen in welke vorm ook, de semi-internaten, de internaten van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, het deeltijds kunstonderwijs in welke vorm ook, het secundair volwassenenonderwijs, de specifieke lerarenopleiding georganiseerd in een centrum voor volwassenenonderwijs," vervangen door de zinsnede "de leersteuncentra, de onderwijsinternaten, de semi-internaten, het deeltijds kunstonderwijs in welke vorm ook, het secundair volwassenenonderwijs,".
Art. 65. Dans l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif à certains aspects des statuts administratif et pécuniaire de certains membres du personnel de l'enseignement qui rentrent en service actif ou fournissent des prestations considérées comme travail supplémentaire ou fonction accessoire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014, le membre de phrase " toute forme d'internat, toute forme de home, les semi-internats, les internats de l'enseignement communautaire assurant l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, toute forme d'enseignement artistique à temps partiel, l'enseignement secondaire des adultes, la formation spécifique des enseignants organisée dans un centre d'éducation des adultes, " est remplacé par le membre de phrase " les centres de soutien à l'apprentissage, les internats de l'enseignement, les semi-internats, toute forme d'enseignement artistique à temps partiel, l'enseignement secondaire des adultes, ".
Afdeling 15. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp
Section 15. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse
Art. 66. In artikel 68, punt 5° van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten en het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp, wordt het woord "schoolinternaten" vervangen door het woord "onderwijsinternaten".
Art. 66. Dans l'article 68, point 5° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'Agence Grandir régie (" agentschap Opgroeien regie ") et les services autorisés et l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse, les mots " internats scolaires " sont remplacés par les mots " internats de l'enseignement ".
Afdeling 16. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022 tot uitvoering van maatregelen uit cao V voor de basiseducatie, cao VI voor het hoger onderwijs en cao XII voor de andere onderwijsniveaus die uitwerking hebben op 1 september 2021 en 1 januari 2022
Section 16. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022 portant exécution de mesures de la CCT V pour l'éducation de base, la CCT VI pour l'enseignement supérieur et la CCT XII pour les autres niveaux d'éducation qui produisent leurs effets les 1er septembre 2021 et 1er janvier 2022
Art. 67. Artikel 4 en 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022 tot uitvoering van maatregelen uit cao V voor de basiseducatie, cao VI voor het hoger onderwijs en cao XII voor de andere onderwijsniveaus die uitwerking hebben op 1 september 2021 en 1 januari 2022 worden vervangen door wat volgt:
"Art. 4. Met toepassing van artikel 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten worden de ORE `Samen Internaat Maken' aangewend op het niveau van een onderwijsinternaat conform het afsprakenkader tussen de sociale partners.
"Art. 4. Met toepassing van artikel 28 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten worden de ORE `Samen Internaat Maken' aangewend op het niveau van een onderwijsinternaat conform het afsprakenkader tussen de sociale partners.
Art. 67. Les articles 4 et 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022 portant exécution de mesures de la CCT V pour l'éducation de base, la CCT VI pour l'enseignement supérieur et la CCT XII pour les autres niveaux d'éducation qui produisent leurs effets les 1er septembre 2021 et 1er janvier 2022 sont remplacés par ce qui suit :
" Art. 4. En application de l'article 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, les ORE " Faire l'Internat Ensemble " sont utilisées au niveau de l'internat de l'enseignement conformément au cadre d'accords entre les partenaires sociaux.
" Art. 4. En application de l'article 28 du décret du 16 juin 2023 relatif aux internats de l'enseignement, les ORE " Faire l'Internat Ensemble " sont utilisées au niveau de l'internat de l'enseignement conformément au cadre d'accords entre les partenaires sociaux.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Opheffingsbepalingen
Section 1re. - Dispositions abrogatoires
Art. 68. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 8 april 1959 tot regeling van het stelsel der dienstprestaties van de surveillanten en studiemeesters bij de Rijksinrichtingen voor middelbaar en technisch onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2010;
2° het koninklijk besluit van 2 december 1969 tot vaststelling van de regels voor de oprichting van betrekkingen van opvoeder-huismeester, directiesecretaris en beheerder in de onderwijsinrichtingen van de Staat;
3° het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende toekenning van een bijwedde voor buitengewone en veranderlijke dienstverstrekkingen, die terzelfdertijd bestaan uit nachtwerk, zondagswerk en werk op feestdagen, aan sommige leden van het paramedisch personeel van het rijksonderwijs;
4° het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1990 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen, gewijzigd bij de besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 1994, 28 augustus 2000, 24 januari 2003 en 25 juni 2004;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 betreffende verblijf en begeleiding tijdens de schoolvrije dagen in de internaten van het Gemeenschapsonderwijs tijdens de transitiefase.
1° het koninklijk besluit van 8 april 1959 tot regeling van het stelsel der dienstprestaties van de surveillanten en studiemeesters bij de Rijksinrichtingen voor middelbaar en technisch onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2010;
2° het koninklijk besluit van 2 december 1969 tot vaststelling van de regels voor de oprichting van betrekkingen van opvoeder-huismeester, directiesecretaris en beheerder in de onderwijsinrichtingen van de Staat;
3° het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende toekenning van een bijwedde voor buitengewone en veranderlijke dienstverstrekkingen, die terzelfdertijd bestaan uit nachtwerk, zondagswerk en werk op feestdagen, aan sommige leden van het paramedisch personeel van het rijksonderwijs;
4° het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1990 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen, gewijzigd bij de besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 1994, 28 augustus 2000, 24 januari 2003 en 25 juni 2004;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014 betreffende verblijf en begeleiding tijdens de schoolvrije dagen in de internaten van het Gemeenschapsonderwijs tijdens de transitiefase.
Art. 68. Les règlements suivants sont abrogés :
1° l'arrêté royal du 8 avril 1959 organisant le régime des prestations des surveillants et maitres d'études des établissements d'enseignement moyen et technique de l'Etat, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2010 ;
2° l'arrêté royal du 2 décembre 1969 fixant les normes de création d'emplois d'éducateur économe, de secrétaire de direction et d'administrateur dans les établissements d'enseignement de l'Etat ;
3° l'arrêté royal du 20 juillet 1971 accordant un complément de traitement pour prestations extraordinaires et variables comportant à la fois des prestations de nuit et des prestations accomplies les dimanches et jours fériés, à certains membres du personnel paramédical de l'enseignement de l'Etat ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1990 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 19 octobre 1994, 28 août 2000, 24 janvier 2003 et 25 juin 2004 ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014 relatif à l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours dans les internats de l'enseignement communautaire pendant la transition.
1° l'arrêté royal du 8 avril 1959 organisant le régime des prestations des surveillants et maitres d'études des établissements d'enseignement moyen et technique de l'Etat, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2010 ;
2° l'arrêté royal du 2 décembre 1969 fixant les normes de création d'emplois d'éducateur économe, de secrétaire de direction et d'administrateur dans les établissements d'enseignement de l'Etat ;
3° l'arrêté royal du 20 juillet 1971 accordant un complément de traitement pour prestations extraordinaires et variables comportant à la fois des prestations de nuit et des prestations accomplies les dimanches et jours fériés, à certains membres du personnel paramédical de l'enseignement de l'Etat ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 1990 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 19 octobre 1994, 28 août 2000, 24 janvier 2003 et 25 juin 2004 ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014 relatif à l'hébergement et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours dans les internats de l'enseignement communautaire pendant la transition.
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen
Section 2. - Dispositions transitoires
Art. 69. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 tijdelijk aangesteld of vastbenoemd zijn in de volgende ambten, gelden de overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en het derde lid:
1° klerk-typist;
2° opsteller;
3° rekenplichtig correspondent;
4° eerstaanwezend rekenplichtig correspondent.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar het ambt van administratief medewerker:
1° blijven de salarisschaal krijgen die hun op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2023, mocht worden verleend voor het ambt, vermeld in het eerste lid, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal;
2° die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO), worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 202 voor het ambt van administratief medewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
1° klerk-typist;
2° opsteller;
3° rekenplichtig correspondent;
4° eerstaanwezend rekenplichtig correspondent.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar het ambt van administratief medewerker:
1° blijven de salarisschaal krijgen die hun op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2023, mocht worden verleend voor het ambt, vermeld in het eerste lid, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal;
2° die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO), worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 202 voor het ambt van administratief medewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
Art. 69. Pour les membres du personnel qui sont temporairement désignés ou nommés à titre définitif dans les fonctions suivantes durant l'année scolaire 2022-2023, les mesures transitoires mentionnées aux alinéas 2 et 3 s'appliquent :
1° clerc dactylo ;
2° rédacteur ;
3° comptable correspondant ;
4° premier comptable correspondant.
Les membres du personnel mentionnés à l'alinéa 1er qui ont obtenu une concordance d'office pour la fonction de collaborateur administratif :
1° continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2023 pour l'exercice de la fonction, visée à l'alinéa 1er, à moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit à une échelle de traitement supérieure ;
2° qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins), sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 202 pour la fonction de collaborateur administratif.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
1° clerc dactylo ;
2° rédacteur ;
3° comptable correspondant ;
4° premier comptable correspondant.
Les membres du personnel mentionnés à l'alinéa 1er qui ont obtenu une concordance d'office pour la fonction de collaborateur administratif :
1° continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2023 pour l'exercice de la fonction, visée à l'alinéa 1er, à moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit à une échelle de traitement supérieure ;
2° qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins), sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 202 pour la fonction de collaborateur administratif.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Art. 70. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 tijdelijk aangesteld of vastbenoemd zijn in het ambt van studiemeester-opvoeder, gelden de overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en het derde lid.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar het ambt van internaatsmedewerker en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 125 voor het ambt van internaatsmedewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar het ambt van internaatsmedewerker en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 125 voor het ambt van internaatsmedewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
Art. 70. Pour les membres du personnel qui sont temporairement désignés ou nommés à titre définitif dans la fonction de surveillant-éducateur durant l'année scolaire 2022-2023, les mesures transitoires visées aux alinéas 2 et 3 s'appliquent.
Les membres du personnel mentionnés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance d'office pour la fonction de collaborateur d'internat et qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 125 pour la fonction de collaborateur d'internat.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Les membres du personnel mentionnés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance d'office pour la fonction de collaborateur d'internat et qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 125 pour la fonction de collaborateur d'internat.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Art. 71. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 tijdelijk aangesteld of vastbenoemd zijn in het ambt van beheerder gelden de overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een individuele concordantie verkregen hebben naar het ambt van directeur en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 165 voor het ambt van directeur.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een individuele concordantie verkregen hebben naar het ambt van internaatsmedewerker en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 165 voor het ambt van internaatsmedewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en derde lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een individuele concordantie verkregen hebben naar het ambt van directeur en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 165 voor het ambt van directeur.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een individuele concordantie verkregen hebben naar het ambt van internaatsmedewerker en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 165 voor het ambt van internaatsmedewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en derde lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
Art. 71. Pour les membres du personnel qui sont temporairement désignés ou nommés à titre définitif dans la fonction d'administrateur durant l'année scolaire 2022-2023, les mesures transitoires, visées aux alinéas 2 à 4, s'appliquent.
Les membres du personnel, visés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance individuelle pour la fonction de directeur et qui ne sont pas en possession d'un titre de Bachelier au moins, sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 165 pour la fonction de directeur.
Les membres du personnel, visés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance individuelle pour la fonction de collaborateur d'internat et qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 165 pour la fonction de collaborateur d'internat.
Les mesures transitoires visées aux alinéas 2 et 3 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Les membres du personnel, visés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance individuelle pour la fonction de directeur et qui ne sont pas en possession d'un titre de Bachelier au moins, sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 165 pour la fonction de directeur.
Les membres du personnel, visés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance individuelle pour la fonction de collaborateur d'internat et qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 165 pour la fonction de collaborateur d'internat.
Les mesures transitoires visées aux alinéas 2 et 3 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Art. 72. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 tijdelijk aangesteld of vastbenoemd zijn in de volgende ambten, gelden de overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en het derde lid:
1° ergotherapeut;
2° kinderverzorger;
3° kinesitherapeut;
4° logopedist;
5° verpleger;
6° studiemeester-opvoeder internaat;
7° maatschappelijk werker;
8° orthopedagoog;
9° psycholoog;
10° hoofdopvoeder.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar het ambt van internaatsmedewerker, blijven de salarisschaal krijgen die hun op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2023, mocht worden verleend voor het ambt, vermeld in het eerste lid, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na die datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
1° ergotherapeut;
2° kinderverzorger;
3° kinesitherapeut;
4° logopedist;
5° verpleger;
6° studiemeester-opvoeder internaat;
7° maatschappelijk werker;
8° orthopedagoog;
9° psycholoog;
10° hoofdopvoeder.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar het ambt van internaatsmedewerker, blijven de salarisschaal krijgen die hun op grond van de reglementering die gold voor 1 september 2023, mocht worden verleend voor het ambt, vermeld in het eerste lid, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover ze beschikken, recht geeft op een hogere salarisschaal.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na die datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
Art. 72. Pour les membres du personnel qui sont temporairement désignés ou nommés à titre définitif dans les fonctions suivantes durant l'année scolaire 2022-2023, les mesures transitoires mentionnées aux alinéas 2 et 3 s'appliquent :
1° ergothérapeute ;
2° puériculteur ;
3° kinésithérapeute ;
4° logopède ;
5° infirmier ;
6° surveillant-éducateur d'internat ;
7° assistant social ;
8° orthopédagogue ;
9° psychologue ;
10° éducateur principal.
Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance d'office avec la fonction de collaborateur d'internat, continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2023 pour l'exercice de la fonction, visée à l'alinéa 1er, à moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit à une échelle de traitement supérieure.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
1° ergothérapeute ;
2° puériculteur ;
3° kinésithérapeute ;
4° logopède ;
5° infirmier ;
6° surveillant-éducateur d'internat ;
7° assistant social ;
8° orthopédagogue ;
9° psychologue ;
10° éducateur principal.
Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er, qui ont obtenu une concordance d'office avec la fonction de collaborateur d'internat, continuent à bénéficier de l'échelle de traitement qui pouvait leur être octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2023 pour l'exercice de la fonction, visée à l'alinéa 1er, à moins que le titre dont ils sont titulaires donne droit à une échelle de traitement supérieure.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Art. 73. Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2022-2023 in dienst zijn als contractueel personeelslid in een functie van opvoeder en aangesteld worden in een onderwijsinternaat overeenkomstig artikel 103undevicies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 84tricies semel van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, gelden de overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en het derde lid.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die aangesteld worden in het ambt van internaatsmedewerker en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 125 voor het ambt van internaatsmedewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die aangesteld worden in het ambt van internaatsmedewerker en die niet in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste HSO) worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs met salarisschaal 125 voor het ambt van internaatsmedewerker.
De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 september 2023. Voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, blijven de voormelde overgangsmaatregelen na de voormelde datum gelden, ook als ze uit dienst treden en nadien opnieuw in dienst treden.
Art. 73. Pour les membres du personnel qui, durant l'année scolaire 2022-2023, sont en service comme membre du personnel contractuel dans une fonction d'éducateur et sont désignés dans un internat de l'enseignement conformément à l'article 103undevicies du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire ou à l'article 84tricies du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, les mesures transitoires mentionnées aux alinéas 2 et 3 s'appliquent.
Les membres du personnel mentionnés à l'alinéa 1er, qui sont désignés dans la fonction de collaborateur d'internat et qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 125 pour la fonction de collaborateur d'internat.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Les membres du personnel mentionnés à l'alinéa 1er, qui sont désignés dans la fonction de collaborateur d'internat et qui ne sont pas en possession d'un titre de l'enseignement secondaire supérieur au moins (ESS au moins) sont réputés être en possession d'un titre requis avec l'échelle de traitement 125 pour la fonction de collaborateur d'internat.
Les mesures transitoires visées à l'alinéa 2 s'appliquent à partir du 1er septembre 2023. Les membres du personnel visés à l'alinéa 1er conservent les mesures transitoires précitées après la date précitée, même s'ils quittent le service et y entrent à nouveau par la suite.
Art. 74. Personeelsleden die krachtens artikel 1, § 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs, of [1 krachtens artikel 1, 2А, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs]1, zoals van kracht op 31 augustus 2023, een niet-verworven salarisschaal krijgen, behouden op persoonlijke titel de voormelde niet-verworven salarisschaal als ze aangesteld worden in een wervingsambt in een onderwijsinternaat.
Art. 74. Les membres du personnel qui en vertu de l'article 1er, § 1er, 2° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial ou [1 en vertu de l'article 1er, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement ]1, tel qu'en vigueur au 31 août 2023, reçoivent une échelle de traitement non acquise, conservent à titre personnel l'échelle de traitement non acquise précitée s'ils sont désignés dans une fonction de recrutement dans un internat de l'enseignement.
Afdeling 3. - Inwerkingtredingsbepaling en uitvoeringsbepaling
Section 3. - Disposition d'entrée en vigueur et disposition d'exécution
Art. 75. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2023.
Art. 75. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2023.
Art. 76. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 76. Le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 31-08-2023, p. 71163)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 31-08-2023,p. 71163)