Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 OKTOBER 2023. - Decreet tot wijziging van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren en het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling
Titre
27 OCTOBRE 2023. - Décret modifiant la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, le décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales, le décret du 22 décembre 2017 portant une prime pour stimuler la transition de demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat et le décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers
Art. 2. Artikel 9 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 9. Tegen een beslissing tot weigering of intrekking van de toelating tot arbeid kunnen, op straffe van onontvankelijkheid, de volgende personen beroep aantekenen bij de bevoegde overheid:
1° de buitenlandse werknemer of diens mandataris als de beslissing tot weigering of intrekking betrekking heeft op een toelating tot arbeid van onbepaalde duur;
2° de werkgever of diens mandataris als de beslissing tot weigering of intrekking betrekking heeft op een toelating tot arbeid van bepaalde duur.".
"Art. 9. Tegen een beslissing tot weigering of intrekking van de toelating tot arbeid kunnen, op straffe van onontvankelijkheid, de volgende personen beroep aantekenen bij de bevoegde overheid:
1° de buitenlandse werknemer of diens mandataris als de beslissing tot weigering of intrekking betrekking heeft op een toelating tot arbeid van onbepaalde duur;
2° de werkgever of diens mandataris als de beslissing tot weigering of intrekking betrekking heeft op een toelating tot arbeid van bepaalde duur.".
Art. 2. L'article 9 de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers est remplacé par ce qui suit :
" Art. 9. Sous peine d'irrecevabilité, les personnes suivantes peuvent former un recours devant l'autorité compétente contre une décision de refus ou de retrait de l'admission au travail :
1° le travailleur étranger ou son mandataire si le refus ou le retrait concerne une admission au travail à durée indéterminée ;
2° l'employeur ou son mandataire si le refus ou le retrait a trait à une admission au travail à durée déterminée. ".
" Art. 9. Sous peine d'irrecevabilité, les personnes suivantes peuvent former un recours devant l'autorité compétente contre une décision de refus ou de retrait de l'admission au travail :
1° le travailleur étranger ou son mandataire si le refus ou le retrait concerne une admission au travail à durée indéterminée ;
2° l'employeur ou son mandataire si le refus ou le retrait a trait à une admission au travail à durée déterminée. ".
Art. 3. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Het beroep wordt ingesteld bij ter post aangetekende brief of via het elektronisch platform binnen een maand na kennisgeving van de aangetekende brief of na kennisgeving via het elektronisch platform waarbij de beslissing tot weigering of intrekking wordt betekend.";
2° in het vierde lid wordt het woord "Koning" vervangen door de woorden "Vlaamse Regering";
3° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In het eerste lid wordt verstaan onder elektronisch platform: het elektronisch platform, vermeld in artikel 40 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Duitstalige Gemeenschap over de coördinatie van het beleid voor de toekenning van arbeidsvergunningen en voor de toekenning van de verblijfsvergunning, alsook de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse werknemers en de samenwerkingsakkoorden in uitvoering van voormeld artikel 40.".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Het beroep wordt ingesteld bij ter post aangetekende brief of via het elektronisch platform binnen een maand na kennisgeving van de aangetekende brief of na kennisgeving via het elektronisch platform waarbij de beslissing tot weigering of intrekking wordt betekend.";
2° in het vierde lid wordt het woord "Koning" vervangen door de woorden "Vlaamse Regering";
3° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In het eerste lid wordt verstaan onder elektronisch platform: het elektronisch platform, vermeld in artikel 40 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Duitstalige Gemeenschap over de coördinatie van het beleid voor de toekenning van arbeidsvergunningen en voor de toekenning van de verblijfsvergunning, alsook de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse werknemers en de samenwerkingsakkoorden in uitvoering van voormeld artikel 40.".
Art. 3. A l'article 10 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le recours est introduit par lettre recommandée à la poste ou via la plateforme électronique dans le mois de la notification de la lettre recommandée ou de la notification via la plateforme électronique de la décision de refus ou de retrait. " ;
2° dans l'alinéa 4, le mot " " Roi " est remplacé par les mots " Gouvernement flamand " ;
3° il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
" Dans l'alinéa 1er, on entend par plateforme électronique : la plateforme électronique, visée à l'article 40 de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers, et dans les accords de coopération en exécution de l'article 40 précité. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le recours est introduit par lettre recommandée à la poste ou via la plateforme électronique dans le mois de la notification de la lettre recommandée ou de la notification via la plateforme électronique de la décision de refus ou de retrait. " ;
2° dans l'alinéa 4, le mot " " Roi " est remplacé par les mots " Gouvernement flamand " ;
3° il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
" Dans l'alinéa 1er, on entend par plateforme électronique : la plateforme électronique, visée à l'article 40 de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers, et dans les accords de coopération en exécution de l'article 40 précité. ".
Art. 4. In artikel 12, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "250 tot 2500 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt een werkgever, zijn lasthebber of een aangestelde gestraft met een strafrechtelijke geldboete van 100 euro tot 1000 euro als hij de arbeids- overeenkomst van de buitenlandse onderdaan verbreekt of een betekenisvolle wijziging aan de arbeidsvoorwaarden doorvoert en moedwillig nalaat de bevoegde overheid hiervan schriftelijk te verwittigen.";
3° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De geldboete die opgelegd wordt met toepassing van het eerste lid, 1° tot en met 3°, en het tweede lid, wordt vermenigvuldigd met het aantal buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "250 tot 2500 euro" vervangen door de zinsnede "300 tot 3000 euro";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt een werkgever, zijn lasthebber of een aangestelde gestraft met een strafrechtelijke geldboete van 100 euro tot 1000 euro als hij de arbeids- overeenkomst van de buitenlandse onderdaan verbreekt of een betekenisvolle wijziging aan de arbeidsvoorwaarden doorvoert en moedwillig nalaat de bevoegde overheid hiervan schriftelijk te verwittigen.";
3° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De geldboete die opgelegd wordt met toepassing van het eerste lid, 1° tot en met 3°, en het tweede lid, wordt vermenigvuldigd met het aantal buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.".
Art. 4. A l'article 12, § 1er, de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " 250 à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros " ;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, un employeur, son mandataire ou un préposé est puni d'une amende pénale de 100 à 1000 euros s'il rompt le contrat de travail du ressortissant étranger ou s'il apporte une modification significative aux conditions de travail en omettant à dessein d'en avertir les autorités par écrit. " ;
3° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" L'amende qui est imposée en application de l'alinéa 1er, 1° à 3°, et de l'alinéa 2, est multipliée par le nombre de ressortissants étrangers auxquels se rapporte l'infraction. L'amende multipliée ne peut cependant être supérieure au centuple de l'amende maximale. ".
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " 250 à 2500 euros " est remplacé par le membre de phrase " 300 à 3000 euros " ;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, un employeur, son mandataire ou un préposé est puni d'une amende pénale de 100 à 1000 euros s'il rompt le contrat de travail du ressortissant étranger ou s'il apporte une modification significative aux conditions de travail en omettant à dessein d'en avertir les autorités par écrit. " ;
3° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" L'amende qui est imposée en application de l'alinéa 1er, 1° à 3°, et de l'alinéa 2, est multipliée par le nombre de ressortissants étrangers auxquels se rapporte l'infraction. L'amende multipliée ne peut cependant être supérieure au centuple de l'amende maximale. ".
Art. 5. In artikel 12/3, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "in strijd met de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan" worden opgeheven;
2° in punt 3° wordt het woord "geëist" vervangen door het woord "gevraagd";
3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° zijn opgetreden tussen:
a) een buitenlandse onderdaan en een werkgever;
b) een buitenlandse onderdaan en de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan of de controle en het toezicht op de wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
c) een werkgever en de vermelde autoriteiten en waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de vermelde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.".
1° de woorden "in strijd met de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan" worden opgeheven;
2° in punt 3° wordt het woord "geëist" vervangen door het woord "gevraagd";
3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° zijn opgetreden tussen:
a) een buitenlandse onderdaan en een werkgever;
b) een buitenlandse onderdaan en de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan of de controle en het toezicht op de wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
c) een werkgever en de vermelde autoriteiten en waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de vermelde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.".
Art. 5. A l'article 12/3, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " en contravention avec la présente loi et avec ses arrêtés d'exécution " sont abrogés ;
2° dans le point 3°, le mot " réclamé " est remplacé par le mot " demandé " ;
3° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° sont intervenues entre :
a) un ressortissant étranger et un employeur ;
b) un ressortissant étranger et les autorités chargées de l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, ou du contrôle et de la surveillance de la loi ou de ses arrêtés d'exécution ;
c) un employeur et les autorités et en accomplissant des actes susceptibles d'induire en erreur, soit ce ressortissant étranger, soit l'employeur, soit lesdites autorités. ".
1° les mots " en contravention avec la présente loi et avec ses arrêtés d'exécution " sont abrogés ;
2° dans le point 3°, le mot " réclamé " est remplacé par le mot " demandé " ;
3° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° sont intervenues entre :
a) un ressortissant étranger et un employeur ;
b) un ressortissant étranger et les autorités chargées de l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, ou du contrôle et de la surveillance de la loi ou de ses arrêtés d'exécution ;
c) un employeur et les autorités et en accomplissant des actes susceptibles d'induire en erreur, soit ce ressortissant étranger, soit l'employeur, soit lesdites autorités. ".
Art. 6. In artikel 12/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel 12/2 van deze wet" vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en artikel 12/2 van deze wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen";
2° in paragraaf 1 worden het tweede, het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de aannemer en de intermediaire aannemer hebben een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen of een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België;
2° de aannemer en de intermediaire aannemer betrachten bij de aanstelling van hun rechtstreekse onderaannemer de gepaste zorgvuldigheid om te voorkomen dat hun rechtstreekse onderaannemer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt of een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België.
Om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°, laten de aannemer en de intermediaire aannemer de volgende categorieën van gegevens aanbrengen door de rechtstreekse onderaannemer:
1° de identificatie- en de contactgegevens van de rechtstreekse onderaannemer;
2° de persoonlijke gegevens, de gegevens over de verblijfsrechtelijke situatie en de gegevens over de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers en buitenlandse zelfstandigen van de rechtstreekse onderaannemer.
De Vlaamse Regering bepaalt de concrete gegevens die moeten worden aangebracht, overeenkomstig het derde lid, en de nadere modaliteiten van het opvragen ervan.
In het tweede en het derde lid wordt verstaan onder buitenlandse zelfstandigen: buitenlandse onderdanen als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen, die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen als vermeld in artikel 2, 8°, van het voormelde decreet.";
3° aan paragraaf 1 worden een zesde tot en met een tiende lid toegevoegd, die luiden als volgt:"Om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°, spreken de aannemer en de intermediaire aannemer hun rechtstreekse onderaannemer aan als blijkt dat de gegevens, vermeld in het derde lid, niet aanwezig zijn en verzoeken zij hem om deze alsnog aan te brengen. Als de rechtstreekse onderaannemer niet ingaat op het verzoek om de informatiegegevens aan te brengen, brengen de aannemer en de intermediaire aannemer de sociaalrechtelijk inspecteurs daarvan onmiddellijk op de hoogte.
De aannemer en de intermediaire aannemer die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, en in het zesde lid, worden toch bestraft als ze voorafgaand aan de inbreuk, vermeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt of een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België. Het bewijs van de voormelde kennis kan door de sociaalrechtelijke inspecteurs met alle mogelijke bewijsmiddelen worden aangetoond.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
De aannemer, de intermediaire aannemer en de rechtstreekse onderaannemer treden op als verwerkingsverantwoordelijken als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de vervulling van de voorwaarde, vermeld in het eerste tot en met het derde lid.
De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, worden bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden, vermeld in artikel 12/4, § 1, tweede, derde en zesde lid, van deze wet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de beëindiging van de aanstelling van de onderaannemer.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel 12/2 van deze wet" vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en 12/2 van deze wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen" en wordt de zin "Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7 van deze wet, zijn." vervangen door de zin "Het bewijs van de voormelde kennis kan door de sociaalrechtelijke inspecteurs met alle mogelijke bewijsmiddelen worden aangetoond.";
5° in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, wordt de zinsnede "artikel 12/2 van deze wet" vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en 12/2 van deze wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen" en wordt de zin "Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7 van deze wet, zijn." vervangen door de zin "Het bewijs van de voormelde kennis kan door de sociaalrechtelijke inspecteurs met alle mogelijke bewijsmiddelen worden aangetoond.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel 12/2 van deze wet" vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en artikel 12/2 van deze wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen";
2° in paragraaf 1 worden het tweede, het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt:
"In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de aannemer en de intermediaire aannemer hebben een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen of een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België;
2° de aannemer en de intermediaire aannemer betrachten bij de aanstelling van hun rechtstreekse onderaannemer de gepaste zorgvuldigheid om te voorkomen dat hun rechtstreekse onderaannemer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt of een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België.
Om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°, laten de aannemer en de intermediaire aannemer de volgende categorieën van gegevens aanbrengen door de rechtstreekse onderaannemer:
1° de identificatie- en de contactgegevens van de rechtstreekse onderaannemer;
2° de persoonlijke gegevens, de gegevens over de verblijfsrechtelijke situatie en de gegevens over de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers en buitenlandse zelfstandigen van de rechtstreekse onderaannemer.
De Vlaamse Regering bepaalt de concrete gegevens die moeten worden aangebracht, overeenkomstig het derde lid, en de nadere modaliteiten van het opvragen ervan.
In het tweede en het derde lid wordt verstaan onder buitenlandse zelfstandigen: buitenlandse onderdanen als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen, die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen als vermeld in artikel 2, 8°, van het voormelde decreet.";
3° aan paragraaf 1 worden een zesde tot en met een tiende lid toegevoegd, die luiden als volgt:"Om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°, spreken de aannemer en de intermediaire aannemer hun rechtstreekse onderaannemer aan als blijkt dat de gegevens, vermeld in het derde lid, niet aanwezig zijn en verzoeken zij hem om deze alsnog aan te brengen. Als de rechtstreekse onderaannemer niet ingaat op het verzoek om de informatiegegevens aan te brengen, brengen de aannemer en de intermediaire aannemer de sociaalrechtelijk inspecteurs daarvan onmiddellijk op de hoogte.
De aannemer en de intermediaire aannemer die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, en in het zesde lid, worden toch bestraft als ze voorafgaand aan de inbreuk, vermeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt of een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder toegelaten of gemachtigd te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België. Het bewijs van de voormelde kennis kan door de sociaalrechtelijke inspecteurs met alle mogelijke bewijsmiddelen worden aangetoond.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal buitenlandse onderdanen op wie de inbreuk betrekking heeft. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
De aannemer, de intermediaire aannemer en de rechtstreekse onderaannemer treden op als verwerkingsverantwoordelijken als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de vervulling van de voorwaarde, vermeld in het eerste tot en met het derde lid.
De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, worden bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden, vermeld in artikel 12/4, § 1, tweede, derde en zesde lid, van deze wet, met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de beëindiging van de aanstelling van de onderaannemer.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel 12/2 van deze wet" vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en 12/2 van deze wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen" en wordt de zin "Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7 van deze wet, zijn." vervangen door de zin "Het bewijs van de voormelde kennis kan door de sociaalrechtelijke inspecteurs met alle mogelijke bewijsmiddelen worden aangetoond.";
5° in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, wordt de zinsnede "artikel 12/2 van deze wet" vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en 12/2 van deze wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen" en wordt de zin "Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7 van deze wet, zijn." vervangen door de zin "Het bewijs van de voormelde kennis kan door de sociaalrechtelijke inspecteurs met alle mogelijke bewijsmiddelen worden aangetoond.".
Art. 6. A l'article 12/4 de la même loi, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la présente loi " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la présente loi et à l'article 22, 1°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers " ;
2° dans le paragraphe 1er, les alinéas 2, 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire ne sont pas punis si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire sont en possession d'une déclaration écrite dans laquelle leur sous-traitant direct confirme qu'il n'occupe et n'occupera aucun ressortissant de pays tiers en séjour illégal, ou qu'il n'exerce pas d'activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique ;
2° l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire font preuve de vigilance lors de la désignation de leur sous-traitant direct afin d'éviter que leur sous-traitant direct occupe des ressortissants de pays tiers en séjour illégal ou exerce une activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique.
Afin de remplir la condition, visée à l'alinéa 2, 2°, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire demandent au sous-traitant direct de fournir les catégories suivantes de données :
1° les données d'identification et les coordonnées du sous-traitant direct ; 2° les données personnelles, les données relatives à la situation en matière de droit de séjour et les données relatives à l'emploi des travailleurs étrangers et des travailleurs indépendants étrangers du sous-traitant direct.
Le Gouvernement flamand détermine les données concrètes devant être fournies, conformément à l'alinéa 3, et les modalités pour les demander.
Aux alinéas 2 et 3, on entend par travailleurs indépendants étrangers : des ressortissants étrangers tels que visés à l'article 2, 3°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers, qui exercent une activité professionnelle indépendante telle que visée à l'article 2, 8°, du décret précité. " ;
3° le paragraphe 1er est complété par des alinéas 6 à 10 rédigés comme suit :
" Pour satisfaire à la condition, visée à l'alinéa 2, 2°, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire interpellent leur sous-traitant direct s'il s'avère que les données, visées à l'alinéa 3, ne sont pas présentes, et lui demandent de bien vouloir les fournir. Si le sous-traitant direct ne donne pas suite à la requête de fournir les données d'information, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire en informent immédiatement les inspecteurs des lois sociales.
L'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire qui remplissent les conditions, visées à l'alinéa 2, 1° et 2°, et à l'alinéa 6, sont néanmoins punis s'ils sont informés préalablement à l'infraction, visée à l'alinéa 1er, du fait que leur sous-traitant direct occupe un ou plusieurs ressortissants de pays tiers en séjour illégal, ou exerce une activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique. La connaissance précitée peut être démontrée par les inspecteurs des lois sociales par tous les moyens de preuve.
L'amende est multipliée par le nombre de ressortissants étrangers auxquels se rapporte l'infraction. L'amende multipliée ne peut cependant être supérieure au centuple de l'amende maximale.
L'entrepreneur, l'entrepreneur intermédiaire et le sous-traitant direct interviennent comme responsables du traitement tels que visés à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), pour le traitement de données personnelles dans le cadre de l'accomplissement de la condition, visée aux alinéas 1er à 3.
Les données personnelles, visées à l'alinéa 3, sont conservées pendant la durée nécessaire aux objectifs visés à l'article 12/4, § 1er, alinéas 2, 3 et 6, de la présente loi, avec un délai maximal de conservation qui ne doit pas dépasser dix ans après la fin de la désignation du sous-traitant. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la présente loi " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la présente loi et à l'article 22, 1°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers " et la phrase " La notification, visée à l'article 12/7 de la présente loi, peut faire foi de cette connaissance. " est remplacée par la phrase " La connaissance préalable peut être démontrée par les inspecteurs des lois sociales par tous les moyens de preuve. " ;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 1° et 2°, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la présente loi " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la présente loi et à l'article 22, 1°, du décret du du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers " et la phrase " La notification, visée à l'article 12/7 de la présente loi, peut faire foi de cette connaissance. " est remplacée par la phrase " La connaissance préalable peut être démontrée par les inspecteurs des lois sociales par tous les moyens de preuve. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la présente loi " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la présente loi et à l'article 22, 1°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers " ;
2° dans le paragraphe 1er, les alinéas 2, 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire ne sont pas punis si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire sont en possession d'une déclaration écrite dans laquelle leur sous-traitant direct confirme qu'il n'occupe et n'occupera aucun ressortissant de pays tiers en séjour illégal, ou qu'il n'exerce pas d'activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique ;
2° l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire font preuve de vigilance lors de la désignation de leur sous-traitant direct afin d'éviter que leur sous-traitant direct occupe des ressortissants de pays tiers en séjour illégal ou exerce une activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique.
Afin de remplir la condition, visée à l'alinéa 2, 2°, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire demandent au sous-traitant direct de fournir les catégories suivantes de données :
1° les données d'identification et les coordonnées du sous-traitant direct ; 2° les données personnelles, les données relatives à la situation en matière de droit de séjour et les données relatives à l'emploi des travailleurs étrangers et des travailleurs indépendants étrangers du sous-traitant direct.
Le Gouvernement flamand détermine les données concrètes devant être fournies, conformément à l'alinéa 3, et les modalités pour les demander.
Aux alinéas 2 et 3, on entend par travailleurs indépendants étrangers : des ressortissants étrangers tels que visés à l'article 2, 3°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers, qui exercent une activité professionnelle indépendante telle que visée à l'article 2, 8°, du décret précité. " ;
3° le paragraphe 1er est complété par des alinéas 6 à 10 rédigés comme suit :
" Pour satisfaire à la condition, visée à l'alinéa 2, 2°, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire interpellent leur sous-traitant direct s'il s'avère que les données, visées à l'alinéa 3, ne sont pas présentes, et lui demandent de bien vouloir les fournir. Si le sous-traitant direct ne donne pas suite à la requête de fournir les données d'information, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire en informent immédiatement les inspecteurs des lois sociales.
L'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire qui remplissent les conditions, visées à l'alinéa 2, 1° et 2°, et à l'alinéa 6, sont néanmoins punis s'ils sont informés préalablement à l'infraction, visée à l'alinéa 1er, du fait que leur sous-traitant direct occupe un ou plusieurs ressortissants de pays tiers en séjour illégal, ou exerce une activité professionnelle indépendante sans être admis ou autorisé à un séjour de plus de trois mois ou à un établissement en Belgique. La connaissance précitée peut être démontrée par les inspecteurs des lois sociales par tous les moyens de preuve.
L'amende est multipliée par le nombre de ressortissants étrangers auxquels se rapporte l'infraction. L'amende multipliée ne peut cependant être supérieure au centuple de l'amende maximale.
L'entrepreneur, l'entrepreneur intermédiaire et le sous-traitant direct interviennent comme responsables du traitement tels que visés à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), pour le traitement de données personnelles dans le cadre de l'accomplissement de la condition, visée aux alinéas 1er à 3.
Les données personnelles, visées à l'alinéa 3, sont conservées pendant la durée nécessaire aux objectifs visés à l'article 12/4, § 1er, alinéas 2, 3 et 6, de la présente loi, avec un délai maximal de conservation qui ne doit pas dépasser dix ans après la fin de la désignation du sous-traitant. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la présente loi " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la présente loi et à l'article 22, 1°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers " et la phrase " La notification, visée à l'article 12/7 de la présente loi, peut faire foi de cette connaissance. " est remplacée par la phrase " La connaissance préalable peut être démontrée par les inspecteurs des lois sociales par tous les moyens de preuve. " ;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, 1° et 2°, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la présente loi " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la présente loi et à l'article 22, 1°, du décret du du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers " et la phrase " La notification, visée à l'article 12/7 de la présente loi, peut faire foi de cette connaissance. " est remplacée par la phrase " La connaissance préalable peut être démontrée par les inspecteurs des lois sociales par tous les moyens de preuve. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales
Art. 7. Aan artikel 13/2, § 2, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan een administratieve geldboete opgelegd worden van 50 euro tot 500 euro aan de werkgever, zijn lasthebber of aangestelde als hij in strijd met de bepalingen van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en de uitvoeringsbesluiten ervan de arbeidsovereenkomst van de buitenlandse onderdaan verbreekt of een betekenisvolle wijziging aan de arbeidsvoorwaarden doorvoert, en moedwillig nalaat de bevoegde overheid hiervan schriftelijk te verwittigen.".
"Onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, en als de feiten ook voor strafvervolging vatbaar zijn, kan een administratieve geldboete opgelegd worden van 50 euro tot 500 euro aan de werkgever, zijn lasthebber of aangestelde als hij in strijd met de bepalingen van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en de uitvoeringsbesluiten ervan de arbeidsovereenkomst van de buitenlandse onderdaan verbreekt of een betekenisvolle wijziging aan de arbeidsvoorwaarden doorvoert, en moedwillig nalaat de bevoegde overheid hiervan schriftelijk te verwittigen.".
Art. 7. L'article 13/2, § 2, du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales, inséré par le décret du 12 juillet 2013, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Aux conditions fixées par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont passibles de poursuites pénales, une amende administrative de 50 à 500 euros peut être infligée à l'employeur, son mandataire ou préposé s'il rompt le contrat de travail du ressortissant étranger ou s'il apporte une modification significative aux conditions de travail en omettant à dessein d'en avertir les autorités par écrit, en violation des dispositions de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers et de ses arrêtés d'exécution. ".
" Aux conditions fixées par le présent décret, et dans la mesure où les faits sont passibles de poursuites pénales, une amende administrative de 50 à 500 euros peut être infligée à l'employeur, son mandataire ou préposé s'il rompt le contrat de travail du ressortissant étranger ou s'il apporte une modification significative aux conditions de travail en omettant à dessein d'en avertir les autorités par écrit, en violation des dispositions de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers et de ses arrêtés d'exécution. ".
Art. 8. In artikel 13/6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in punt 3° wordt het woord "geëist" vervangen door het woord "gevraagd";
b) punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° zijn opgetreden tussen:
a) een buitenlandse onderdaan en een werkgever;
b) een buitenlandse onderdaan en de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan of de controle en het toezicht op de wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
c) een werkgever en de vermelde autoriteiten en waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de vermelde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.";
2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel 12/2 van de voormelde wet" telkens vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en 12/2 van de voormelde wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen en de uitvoeringsbesluiten ervan.".
1° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in punt 3° wordt het woord "geëist" vervangen door het woord "gevraagd";
b) punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° zijn opgetreden tussen:
a) een buitenlandse onderdaan en een werkgever;
b) een buitenlandse onderdaan en de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan of de controle en het toezicht op de wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
c) een werkgever en de vermelde autoriteiten en waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de vermelde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.";
2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel 12/2 van de voormelde wet" telkens vervangen door de zinsnede "artikel 12/1, § 1, en 12/2 van de voormelde wet en artikel 22, 1°, van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen en de uitvoeringsbesluiten ervan.".
Art. 8. A l'article 13/6 du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le point 3°, le mot " réclamé " est remplacé par le mot " demandé " ;
b) le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° sont intervenues entre :
a) un ressortissant étranger et un employeur ;
b) un ressortissant étranger et les autorités chargées de l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, ou du contrôle et de la surveillance de la loi ou de ses arrêtés d'exécution ;
c) un employeur et les autorités et en accomplissant des actes susceptibles d'induire en erreur, soit ce ressortissant étranger, soit l'employeur, soit lesdites autorités. " ;
2° dans le paragraphe 5, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la loi précitée " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la loi précitée et à l'article 22, 1°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers et ses arrêtés d'exécution ".
1° au paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans le point 3°, le mot " réclamé " est remplacé par le mot " demandé " ;
b) le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° sont intervenues entre :
a) un ressortissant étranger et un employeur ;
b) un ressortissant étranger et les autorités chargées de l'application de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, ou du contrôle et de la surveillance de la loi ou de ses arrêtés d'exécution ;
c) un employeur et les autorités et en accomplissant des actes susceptibles d'induire en erreur, soit ce ressortissant étranger, soit l'employeur, soit lesdites autorités. " ;
2° dans le paragraphe 5, le membre de phrase " à l'article 12/2 de la loi précitée " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " à l'article 12/1, § 1er, et à l'article 12/2 de la loi précitée et à l'article 22, 1°, du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers et ses arrêtés d'exécution ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 22 décembre 2017 portant une prime pour stimuler la transition de demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat
Art. 9. In het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren wordt een hoofdstuk 3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 3/1. Verwerking van persoonsgegevens".
"Hoofdstuk 3/1. Verwerking van persoonsgegevens".
Art. 9. Dans le décret du 22 décembre 2017 portant une prime pour stimuler la transition de demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat, est inséré un chapitre 3/1, rédigé comme suit :
" Chapitre 3/1. Traitement des données personnelles ".
" Chapitre 3/1. Traitement des données personnelles ".
Art. 10. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 3/1, ingevoegd bij artikel 9, een artikel 6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 6/1. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de verwerking van de persoonsgegevens in het kader van de aanvraag en toekenning van de transitiepremie.".
"Art. 6/1. De door de Vlaamse Regering aangewezen dienst treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de verwerking van de persoonsgegevens in het kader van de aanvraag en toekenning van de transitiepremie.".
Art. 10. Dans le même décret, au chapitre 3/1, inséré par l'article 9, il est inséré un article 6/1, ainsi rédigé :
" Art. 6/1. Le service désigné par le Gouvernement flamand agit en tant que responsable du traitement, tel que visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), pour le traitement des données personnelles dans le cadre de la demande et l'octroi de la prime de transition. ".
" Art. 6/1. Le service désigné par le Gouvernement flamand agit en tant que responsable du traitement, tel que visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), pour le traitement des données personnelles dans le cadre de la demande et l'octroi de la prime de transition. ".
Art. 11. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk 3/1 een artikel 6/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 6/2. De volgende categorieën van persoonsgegevens worden in het kader van de toekenning van de transitiepremie verwerkt:
1° de identificatie- en contactgegevens van de ondernemer;
2° de datum van inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen en het ondernemingsnummer;
3° de startdatum van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep;
4° de vestigingsplaats(en) van de onderneming;
5° het bewijs van VDAB waaruit de inschrijving van de ondernemer als werkzoekende blijkt, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3° of 11°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren;
6° het bewijs van het bevoegde uitbetalingsorgaan waaruit blijkt dat de ondernemer uitkeringsgerechtigd was op het ogenblik, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren;
7° het attest dat de dienstverlener uitgereikt heeft, waaruit blijkt dat de aanvrager een prestarterstraject met succes heeft doorlopen;
8° het bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer is aangesloten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of bij de Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen als zelfstandige in hoofdberoep;
9° het rekeningnummer van de ondernemer;
10° de melding dat de ondernemer een jobbonus plus voor startende zelfstandigen heeft ontvangen conform artikel 4 van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus plus voor startende zelfstandigen;
11° de verklaring op erewoord dat wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3 van verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
12° de fiscale fiche van de ondernemer.
In het kader van rapportering worden de persoonlijke kenmerken van de zelfstandige in hoofdberoep verwerkt.".
"Art. 6/2. De volgende categorieën van persoonsgegevens worden in het kader van de toekenning van de transitiepremie verwerkt:
1° de identificatie- en contactgegevens van de ondernemer;
2° de datum van inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen en het ondernemingsnummer;
3° de startdatum van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep;
4° de vestigingsplaats(en) van de onderneming;
5° het bewijs van VDAB waaruit de inschrijving van de ondernemer als werkzoekende blijkt, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3° of 11°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren;
6° het bewijs van het bevoegde uitbetalingsorgaan waaruit blijkt dat de ondernemer uitkeringsgerechtigd was op het ogenblik, vermeld in artikel 2, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren;
7° het attest dat de dienstverlener uitgereikt heeft, waaruit blijkt dat de aanvrager een prestarterstraject met succes heeft doorlopen;
8° het bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer is aangesloten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of bij de Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen als zelfstandige in hoofdberoep;
9° het rekeningnummer van de ondernemer;
10° de melding dat de ondernemer een jobbonus plus voor startende zelfstandigen heeft ontvangen conform artikel 4 van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus plus voor startende zelfstandigen;
11° de verklaring op erewoord dat wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3 van verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
12° de fiscale fiche van de ondernemer.
In het kader van rapportering worden de persoonlijke kenmerken van de zelfstandige in hoofdberoep verwerkt.".
Art. 11. Dans le même décret, le même chapitre 3/1 est complété par un article 6/2, rédigé comme suit :
" Art. 6/2. Les catégories suivantes de données personnelles sont traitées dans le cadre de l'octroi de la prime de transition :
1° les données d'identification et les coordonnées de l'entrepreneur ;
2° la date d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises et le numéro d'entreprise ;
3° la date de début d'une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal ;
4° le(s) lieu(x) d'établissement de l'entreprise ;
5° la preuve de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (VDAB) de l'inscription de l'entrepreneur comme demandeur d'emploi, visée à l'article 2, alinéa 1er, 3° ou 11°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 portant exécution du décret du 22 décembre 2017 portant une prime pour stimuler la transition de demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat ;
6° la preuve de l'organisme payeur compétent attestant que l'entrepreneur était allocataire au moment en question, visée à l'article 2, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 portant exécution du décret du 22 décembre 2017 portant une prime pour stimuler la transition de demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat ;
7° l'attestation remise par le prestataire de services, d'où il ressort que le demandeur a effectué avec succès un parcours de candidat entrepreneur ;
8° la preuve que l'entrepreneur est affilié à une caisse d'assurances sociales pour indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales des indépendants en tant qu'indépendant à titre principal ;
9° le numéro de compte de l'entrepreneur ;
10° la mention que l'entrepreneur a reçu un bonus emploi plus aux indépendants débutants conformément à l'article 4 du décret du 15 juillet 2022 réglant l'octroi d'un bonus emploi plus aux indépendants débutants ;
11° la déclaration sur l'honneur de satisfaire aux conditions, visées à l'article 3 du règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis ;
12° la fiche fiscale de l'entrepreneur.
Dans le cadre du rapportage, les caractéristiques personnelles de l'indépendant à titre principal sont traitées. ".
" Art. 6/2. Les catégories suivantes de données personnelles sont traitées dans le cadre de l'octroi de la prime de transition :
1° les données d'identification et les coordonnées de l'entrepreneur ;
2° la date d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises et le numéro d'entreprise ;
3° la date de début d'une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal ;
4° le(s) lieu(x) d'établissement de l'entreprise ;
5° la preuve de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (VDAB) de l'inscription de l'entrepreneur comme demandeur d'emploi, visée à l'article 2, alinéa 1er, 3° ou 11°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 portant exécution du décret du 22 décembre 2017 portant une prime pour stimuler la transition de demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat ;
6° la preuve de l'organisme payeur compétent attestant que l'entrepreneur était allocataire au moment en question, visée à l'article 2, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 portant exécution du décret du 22 décembre 2017 portant une prime pour stimuler la transition de demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat ;
7° l'attestation remise par le prestataire de services, d'où il ressort que le demandeur a effectué avec succès un parcours de candidat entrepreneur ;
8° la preuve que l'entrepreneur est affilié à une caisse d'assurances sociales pour indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales des indépendants en tant qu'indépendant à titre principal ;
9° le numéro de compte de l'entrepreneur ;
10° la mention que l'entrepreneur a reçu un bonus emploi plus aux indépendants débutants conformément à l'article 4 du décret du 15 juillet 2022 réglant l'octroi d'un bonus emploi plus aux indépendants débutants ;
11° la déclaration sur l'honneur de satisfaire aux conditions, visées à l'article 3 du règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis ;
12° la fiche fiscale de l'entrepreneur.
Dans le cadre du rapportage, les caractéristiques personnelles de l'indépendant à titre principal sont traitées. ".
Art. 12. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk 3/1 een artikel 6/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 6/3. In het kader van de taken, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren, wisselt de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 6/1 van dit decreet, de volgende persoonsgegevens uit met de volgende instanties:
1° de identificatie- en contactgegevens met het Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° de melding dat de zelfstandige zijn activiteit in hoofdberoep verricht en de startdatum van zijn activiteiten met het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
3° het vestigingsadres en het nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen met de Kruispuntbank van Ondernemingen;
4° fiscale gegevens met de Federale Overheidsdienst Financiën.
De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden uitgewisseld met tussenkomst van de bevoegde dienstenintegrator als dat van toepassing is.
In het tweede lid wordt verstaan onder dienstenintegrator: de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator.".
"Art. 6/3. In het kader van de taken, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren, wisselt de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 6/1 van dit decreet, de volgende persoonsgegevens uit met de volgende instanties:
1° de identificatie- en contactgegevens met het Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° de melding dat de zelfstandige zijn activiteit in hoofdberoep verricht en de startdatum van zijn activiteiten met het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
3° het vestigingsadres en het nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen met de Kruispuntbank van Ondernemingen;
4° fiscale gegevens met de Federale Overheidsdienst Financiën.
De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden uitgewisseld met tussenkomst van de bevoegde dienstenintegrator als dat van toepassing is.
In het tweede lid wordt verstaan onder dienstenintegrator: de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator.".
Art. 12. Dans le même décret, le même chapitre 3/1 est complété par un article 6/3, rédigé comme suit :
" Art. 6/3. Dans le cadre des tâches, visées à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 portant exécution du décret du 22 décembre 2017 portant une prime destinée à favoriser la transition des demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat, le responsable du traitement, visé à l'article 6/1 du présent décret, échange les données personnelles suivantes avec les instances suivantes :
1° les données d'identification et de contact avec le Registre national des personnes physiques ;
2° la mention que le travailleur indépendant exerce son activité à titre principal et la date de début de ses activités avec l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
3° l'adresse d'établissement et le numéro de la Banque-Carrefour des Entreprises avec la Banque-Carrefour des Entreprises ;
4° les données fiscales avec le Service Public Fédéral Finances.
Les données personnelles, visées à l'alinéa 1er, sont échangées avec l'intervention de l'intégrateur de services compétents, le cas échéant.
A l'alinéa 2, on entend par intégrateur de services : l'intégrateur de services flamand visé à l'article 2, 9°, du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand. ".
" Art. 6/3. Dans le cadre des tâches, visées à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 portant exécution du décret du 22 décembre 2017 portant une prime destinée à favoriser la transition des demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat, le responsable du traitement, visé à l'article 6/1 du présent décret, échange les données personnelles suivantes avec les instances suivantes :
1° les données d'identification et de contact avec le Registre national des personnes physiques ;
2° la mention que le travailleur indépendant exerce son activité à titre principal et la date de début de ses activités avec l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
3° l'adresse d'établissement et le numéro de la Banque-Carrefour des Entreprises avec la Banque-Carrefour des Entreprises ;
4° les données fiscales avec le Service Public Fédéral Finances.
Les données personnelles, visées à l'alinéa 1er, sont échangées avec l'intervention de l'intégrateur de services compétents, le cas échéant.
A l'alinéa 2, on entend par intégrateur de services : l'intégrateur de services flamand visé à l'article 2, 9°, du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand. ".
Art. 13. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk 3/1 een artikel 6/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 6/4. Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring ervan voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordeninggegevensbescherming), worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 6/2 van dit decreet, bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden voor dit decreet met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 6/1 van dit decreet, behoren, en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de verwerking van de voormelde persoonsgegevens.".
"Art. 6/4. Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring ervan voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordeninggegevensbescherming), worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 6/2 van dit decreet, bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden voor dit decreet met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan tien jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 6/1 van dit decreet, behoren, en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de verwerking van de voormelde persoonsgegevens.".
Art. 13. Dans le même décret, le même chapitre 3/1 est complété par un article 6/4, rédigé comme suit :
" Art. 6/4. Sans préjudice de l'application de la conservation nécessaire des données personnelles en vue du traitement ultérieur, à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, visées à l'article 89 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), les données personnelles, visées à l'article 6/2 du présent décret sont conservées pendant la durée nécessaire aux fins du présent décret avec un délai maximal de conservation qui ne peut pas dépasser dix ans suivant la prescription de toutes les requêtes relevant de la compétence du responsable du traitement, visé à l'article 6/1 du présent décret, et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours judiciaires, administratifs et extrajudiciaires, découlant du traitement des données personnelles précitées. ".
" Art. 6/4. Sans préjudice de l'application de la conservation nécessaire des données personnelles en vue du traitement ultérieur, à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, visées à l'article 89 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), les données personnelles, visées à l'article 6/2 du présent décret sont conservées pendant la durée nécessaire aux fins du présent décret avec un délai maximal de conservation qui ne peut pas dépasser dix ans suivant la prescription de toutes les requêtes relevant de la compétence du responsable du traitement, visé à l'article 6/1 du présent décret, et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours judiciaires, administratifs et extrajudiciaires, découlant du traitement des données personnelles précitées. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé
Art. 14. In artikel 3 van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012 en 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° werknemer:
a) de natuurlijke persoon die een beroepsactiviteit uitoefent of wil uitoefenen onder het gezag van een werkgever. Met werknemer worden zowel werkzoekende als zelfstandige gelijkgesteld;
b) de jonge au pair;";
2° er wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"14° jonge au pair: de Unieburger, vermeld in artikel 2, 5, van verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), of de onderdaan van een derde land, vermeld in artikel 2, 6, van de voormelde verordening (EU) 2016/399, die tijdelijk in een gastgezin wordt opgenomen waar hij kost en inwoning geniet in ruil voor lichte dagdagelijkse huishoudelijke taken, om zijn taalkennis te vervolmaken en zijn algemene ontwikkeling te verruimen door een betere kennis van het land door deel te nemen aan het gezinsleven van het gastgezin.".
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° werknemer:
a) de natuurlijke persoon die een beroepsactiviteit uitoefent of wil uitoefenen onder het gezag van een werkgever. Met werknemer worden zowel werkzoekende als zelfstandige gelijkgesteld;
b) de jonge au pair;";
2° er wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"14° jonge au pair: de Unieburger, vermeld in artikel 2, 5, van verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), of de onderdaan van een derde land, vermeld in artikel 2, 6, van de voormelde verordening (EU) 2016/399, die tijdelijk in een gastgezin wordt opgenomen waar hij kost en inwoning geniet in ruil voor lichte dagdagelijkse huishoudelijke taken, om zijn taalkennis te vervolmaken en zijn algemene ontwikkeling te verruimen door een betere kennis van het land door deel te nemen aan het gezinsleven van het gastgezin.".
Art. 14. A l'article 3 du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé, modifié par les décrets des 13 juillet 2012 et 29 mars 2019, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° travailleur :
a) la personne physique exerçant ou voulant exercer une activité professionnelle sous l'autorité d'un employeur. Sont assimilés à un travailleur, le demandeur d'emploi et l'indépendant ;
b) le jeune au pair ; " ;
2° il est ajouté un point 14°, rédigé comme suit :
" 14° jeune au pair : le citoyen de l'Union européenne, visé à l'article 2, 5, du règlement (UE) 2016/399 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 concernant un code de l'Union relatif au régime de franchissement des frontières par les personnes (code frontières Schengen), ou le ressortissant d'un pays tiers, visé à l'article 2, 6 du règlement (UE) 2016/399 précité, qui réside temporairement dans une famille d'accueil où il est logé et nourri en échange de tâches ménagères légères quotidiennes, dans le but de perfectionner ses connaissances linguistiques et d'élargir son développement général par une meilleure connaissance du pays en participant à la vie familiale de la famille d'accueil. ".
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° travailleur :
a) la personne physique exerçant ou voulant exercer une activité professionnelle sous l'autorité d'un employeur. Sont assimilés à un travailleur, le demandeur d'emploi et l'indépendant ;
b) le jeune au pair ; " ;
2° il est ajouté un point 14°, rédigé comme suit :
" 14° jeune au pair : le citoyen de l'Union européenne, visé à l'article 2, 5, du règlement (UE) 2016/399 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 concernant un code de l'Union relatif au régime de franchissement des frontières par les personnes (code frontières Schengen), ou le ressortissant d'un pays tiers, visé à l'article 2, 6 du règlement (UE) 2016/399 précité, qui réside temporairement dans une famille d'accueil où il est logé et nourri en échange de tâches ménagères légères quotidiennes, dans le but de perfectionner ses connaissances linguistiques et d'élargir son développement général par une meilleure connaissance du pays en participant à la vie familiale de la famille d'accueil. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepaling
CHAPITRE 6. - Disposition finale
Art. 15. Artikel 6, 8, 2°, en artikel 14 treden in werking op een datum die de Vlaamse Regering vaststelt.
Artikel 7 treedt in werking op 1 januari 2024.
Artikel 7 treedt in werking op 1 januari 2024.
Art. 15. L'article 6, 8, 2° et l'article 14 entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
L'article 7 entre en vigueur le 1er janvier 2024.
L'article 7 entre en vigueur le 1er janvier 2024.