Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 FEBRUARI 2024. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de koolstofovereenkomsten
Titre
1 FEVRIER 2024. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif aux conventions carbone
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (21)
Texte (21)
Artikel 1. Richtlijnen 2012/27/EU en 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG worden gedeeltelijk omgezet bij dit besluit.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement les directives 2012/27 et 2023/1791 du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2012 relative à l'efficacité énergétique, modifiant les directives 2009/125/CE et 2010/30/UE et abrogeant les directives 2004/8/CE et 2006/32/CE.
Art.2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet koolstofneutraliteit: het decreet koolstofneutraliteit van 16 november 2023
  2° AMUREGA-besluit: het besluit van de Waalse Regering van 1 februari 2024 betreffende de toekenning van subsidies voor audits of studies in de niet-residentiële sector, ter verbetering van de energie-efficiëntie en ter bevordering van een rationeler en duurzamer energiegebruik, (AMUREBA);
  3° ingangsaudit: een uitgebreide audit in de zin van het AMUREBA-besluit, uitgevoerd door bedrijven of vestigingseenheden wanneer ze toetreden tot een koolstofgemeenschap, waarin een initieel actieplan, de drie energie-, emissie- en hernieuwbare prestatie-indexen worden bepaald, en de waarden van de bindende doelstelling en de vaste en voorwaardelijke indicatieve doelstellingen die het bedrijf of de vestigingseenheid zelf bepaalt, worden vastgelegd;
  4° tussentijdse audit: de globale audit in de zin van het AMUREBA-besluit, die wordt uitgevoerd vier jaar na de ingangsaudit van een bedrijf of vestigingseenheid in een koolstofgemeenschap, om het actieplan van het bedrijf of de vestigingseenheid te laten ontwikkelen door er nieuwe acties in op te nemen;
  5° eindaudit: de globale audit in de zin van het AMUREBA-besluit, die wordt uitgevoerd vier jaar na de ingangsaudit van een bedrijf of vestigingseenheid in een koolstofgemeenschap, om het actieplan van het bedrijf of de vestigingseenheid te ontwikkelen door er nieuwe acties in op te nemen;
  6° jaarlijkse opvolgingsaudit: opvolgingsaudit in de zin van het AMUREBA-besluit, jaarlijks uitgevoerd door een bedrijf of vestigingseenheid tussen de globale audits, om de uitvoering van de individuele actieplannen op te volgen en de verificatie van de drie energie-, emissie- en hernieuwbare energie-indexen om de consistentie van het traject met de doelstellingen die het bedrijf of de vestigingseenheid zichzelf heeft opgelegd in het kader van zijn bijdrage aan de koolstofovereenkomst te verzekeren;
  7° broeikasgasemissies : broeikasgasemissies in de zin van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot w[00c4][00b3]ziging van Richtl[00c4][00b3]n 96/61/EG van de Raad, met inbegrip van emissies uit processen (omtrek 1) en emissies uit energie, met inbegrip van elektriciteit (omtrek 2), waarbij andere indirecte emissies dan die welke onder de omtrekken 1 en 2 vallen (omtrek 3) in voorkomend geval in aanmerking moeten worden genomen overeenkomstig bijlage 2.
Art.2. Verbintenissen van de koolstofgemeenschap en haar leden
  Elk lid van de koolstofgemeenschap verbindt zich er individueel toe om:
  1° een strategische visie op te stellen en te publiceren, gevalideerd door het orgaan met de bevoegdheid om het lid van de koolstofgemeenschap te binden, dat het op weg zet naar koolstofneutraliteit tegen 2050, met mijlpalen in 2030 en 2040;
  2° kaderen in een proces van voortdurende verbetering van zijn koolstofvoetafdruk door de implementatie van een energie- en koolstofbeheersysteem met een ingangsaudit in het eerste jaar, een tussentijdse audit in het vierde jaar en een eindaudit in het achtste jaar, evenals jaarlijkse opvolgingsaudits;
  3° een actieplan op te stellen dat evolueert volgens de resultaten van de audits en dat compatibel is met de bovenvermelde strategische visie;
  4° zijn individuele bindende doelstelling, vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, te bereiken;
  5° de overeenkomstig artikel 3, § 1, derde lid, bepaalde vaste acties uit te voeren of acties uit te voeren met minstens gelijkwaardige resultaten, die nodig zijn om zijn bijdrage tot het engagement van de koolstofgemeenschap op basis van hun individueel actieplan te realiseren;
  6° vóór de tussentijdse audit de studies en middelen uit te voeren die nodig zijn om de belemmeringen voor het uitvoeren van de overeenkomstig artikel 3, § 1, derde lid, bepaalde voorwaardelijke acties weg te werken en, indien deze belemmeringen zijn weggewerkt, de actie op te nemen in zijn vaste acties op het ogenblik van de tussentijdse audit;
  7° al zijn doelstellingen bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, op te volgen en zijn verplichting na te komen om jaarlijks verslag uit te brengen over de drie indicatoren (bindende doelstelling en indicatieve doelstellingen) en over de uitvoering van het actieplan of gelijkwaardige acties;
  8° zijn deelname aan een overeenkomst, zijn strategische visie, zijn traject, alsook zijn doelstellingen en jaarlijkse resultaten mee te delen, inclusief over de mogelijke impact van zijn deelname op de tewerkstelling, opleiding en de herscholingsbehoeften van werknemers, in het kader van zijn communicatie met betrekking tot de milieu-, sociale en governancecriteria in zijn jaarverslag aan zijn aandeelhouders, voor leden van een koolstofgemeenschap die hieraan onderworpen zijn;
  9° over zijn deelname aan een overeenkomst, zijn strategische visie, zijn traject, zijn doelstellingen en zijn jaarlijkse resultaten, met inbegrip van de mogelijke impact van zijn deelname op de werkgelegenheid, de opleiding en de herscholingsbehoeften van de werknemers, te communiceren aan de werknemersvertegenwoordigers die zetelen in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming van werknemers, indien deze bestaan;
  10° bij te dragen tot de verwezenlijking door de koolstofgemeenschap van zijn collectieve doelstellingen, bedoeld in artikel 3, § 1, vierde lid;
  11° de wet- en regelgeving die op hem van toepassing is op milieugebied na te leven of zich ertoe verbinden dit te doen binnen de door de bevoegde administratie vastgestelde termijnen;
  12° te goeder trouw samen te werken met de koolstofgemeenschap om zijn verbintenissen bedoeld in paragraaf 2 na te komen, met betrekking tot de overdracht van informatie voor het opstellen van jaarlijkse voortgangsverslagen;
  13° te goeder trouw samen te werken met het Technisch en Strategisch Comité, met betrekking tot de overdracht van informatie, en deelnemen aan hun goede werking.
  De koolstofgemeenschap verbindt zich ertoe om:
  1° een strategische visie op te stellen en te publiceren, die haar op weg zet naar koolstofneutraliteit tegen 2050, met mijlpalen in 2030 en 2040;
  2° een actieplan op te stellen dat evolueert op dezelfde manier als het actieplan van haar leden en dat compatibel is met de bovenvermelde strategische visie;
  3° haar drie doelstellingen, vermeld in artikel 3, § 1, vierde lid, te bereiken;
  4° vóór de tussentijdse audit de studies en middelen uit te voeren die nodig zijn om de belemmeringen voor het uitvoeren van de overeenkomstig artikel 3, § 1, derde lid, bepaalde voorwaardelijke acties weg te werken en, indien deze belemmeringen zijn weggewerkt, de actie op te nemen in haar vaste acties op het ogenblik van de tussentijdse audit;
  5° de nodige middelen uit te voeren om haar leden te ondersteunen en hen te helpen de belemmeringen weg te werken die de uitvoering van hun overeenkomstig artikel 3, § 1, derde lid, bepaalde voorwaardelijke acties in de weg staan,
  6° te zorgen voor een jaarlijkse opvolging van alle doelstellingen bedoeld in artikel 2, en de resultaten daarvan mee te delen in een jaarlijks voortgangsverslag;
  7° de wet- en regelgeving die op haar van toepassing is op milieugebied na te leven of zich ertoe verbinden dit te doen binnen de door de bevoegde administratie vastgestelde termijnen;
  8° te goeder trouw samen te werken met haar leden bij het nakomen van de verbintenissen bedoeld in het eerste lid;
  9° informatie met betrekking tot de uitvoering van deze overeenkomst over te maken aan haar leden;
  10° het jaarlijks voortgangsverslag binnen een redelijke termijn vóór elke vergadering van het Technisch Comité aan de administratie en de deskundigen te bezorgen;
  11° het jaarlijks voortgangsverslag voor te leggen aan het Strategisch Comité, na validatie door het Technisch Comité op de met de administratie overeengekomen datum.
Art.2. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
  1° le décret neutralité Carbone : le décret neutralité Carbone du 16 novembre 2023 ;
  2° l'arrêté AMUREBA : l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er février 2024 relatif à l'octroi de subventions à l'audit ou à l'étude dans le secteur non résidentiel pour l'amélioration de l'efficacité énergétique et la promotion d'une utilisation plus rationnelle et plus durable de l'énergie (AMUREBA) ;
  3° l'audit d'entrée : audit global au sens de l'arrêté AMUREBA, réalisé par les entreprises, ou les unités d'établissement, à l'entrée dans une communauté carbone, qui définit un plan d'action initial, les trois indices de performance énergie, émissions et renouvelable, et de fixer les valeurs de l'objectif engageant et des objectifs indicatifs fermes et conditionnels que l'entreprise ou une unité d'établissement se fixe ;
  4° l'audit intermédiaire : l'audit global au sens de l'arrêté AMUREBA, réalisé quatre ans après l'audit d'entrée d'une entreprise ou d'une unité d'établissement dans une communauté carbone, afin de faire évoluer le plan d'action de l'entreprise ou de l'unité d'établissement en y intégrant de nouvelles actions ;
  5° l'audit final : l'audit global au sens de l'arrêté AMUREBA, réalisé huit ans après l'audit d'entrée d'une entreprise ou d'une unité d'établissement dans une communauté carbone, afin de vérifier la bonne mise en oeuvre du plan d'action évolutif et l'atteinte des objectifs ;
  6° l'audit de suivi annuel : audit de suivi au sens de l'arrêté AMUREBA, réalisé chaque année par une entreprise ou une unité d'établissement entre les audits globaux, afin d'assurer le suivi de la mise en oeuvre des plans d'action individuels et la vérification des trois indices énergie, émissions et renouvelables afin d'assurer la cohérence de la trajectoire avec les objectifs que l'entreprise ou une unité d'établissement s'est fixés dans le cadre de sa contribution à la convention carbone ;
  7° les émissions de gaz à effet de serre : les émissions de gaz à effet de serre au sens de la directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 octobre 2003 établissant un système d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre dans la Communauté et modifiant la directive 96/61/CE du Conseil, incluant les émissions issues des procédés (périmètre 1) et celles issues des énergies, électricité comprise (périmètre 2), les émissions indirectes autres que celles relevant des périmètres 1 et 2 (périmètre 3) étant à prendre en compte, le cas échéant, conformément à l'annexe 2.
Art.2. Engagements de la communauté carbone et de ses membres
  Chaque membre de la communauté carbone s'engage individuellement à :
  1° établir et publier une vision stratégique, validée par l'organe ayant la compétence pour engager le membre de la communauté carbone, et qui le place sur une trajectoire de neutralité carbone à l'horizon 2050, avec des jalons 2030 et 2040 ;
  2° s'inscrire dans un processus d'amélioration continue de son empreinte carbone, en mettant en oeuvre un système de gestion de l'énergie et du carbone comportant la réalisation d'un audit d'entrée la première année, d'un audit intermédiaire la quatrième année et d'un audit final la huitième année ainsi que d'audits de suivi annuels ;
  3° établir un plan d'action qui évolue suivant les résultats des audits, et qui est compatible avec la vision stratégique précitée ;
  4° atteindre son objectif engageant individuel visé à l'article 3, § 1er, alinéa 2 ;
  5° réaliser les actions fermes déterminées conformément à l'article 3, § 1er, alinéa 3, ou mettre en oeuvre des actions au résultat au minimum équivalent, nécessaires à l'atteinte de leur contribution à l'engagement de la communauté carbone sur base de leur plan d'action individuel ;
  6° mettre en oeuvre, avant l'audit intermédiaire, les études et moyens nécessaires pour lever les barrières qui s'opposent à la réalisation des actions conditionnelles déterminées conformément à l'article 3, § 1er, alinéa 3°, et, si lesdites barrières sont levées, intégrer l'action dans ses actions fermes lors de l'audit intermédiaire ;
  7° assurer un suivi de l'ensemble de ses objectifs visés à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, et respecter son obligation de rapportage annuel sur les trois indicateurs (objectif engageant et objectifs indicatifs) et sur la mise en oeuvre du plan d'action ou d'actions équivalentes ;
  8° communiquer sur sa participation à une convention, sur sa vision stratégique, sur sa trajectoire, ainsi que sur ses objectifs et sur ses résultats annuels, y compris sur l'impact potentiel de sa participation sur l'emploi, la formation et les besoins de reconversion des travailleurs, dans le cadre de sa communication relative aux critères environnementaux, sociaux et de gouvernance de son rapport annuel à destination de ses actionnaires, pour les membres d'une communauté carbone qui y sont soumis ;
  9° communiquer sur sa participation à une convention, sur sa vision stratégique, sur sa trajectoire, ainsi que sur ses objectifs et sur ses résultats annuels, y compris sur l'impact potentiel de sa participation sur l'emploi, la formation et les besoins de reconversion des travailleurs, à destination des représentants des travailleurs siégeant au Conseil d'entreprise et au comité pour la prévention et la protection des travailleurs, s'ils existent ;
  10° contribuer à l'atteinte par la communauté carbone de ses objectifs collectifs, tels que visés à l'article 3, § 1er, alinéa 4 ;
  11° respecter les dispositions législatives et réglementaires qui lui sont applicables en matière environnementale, ou s'engager à se mettre en règle dans les délais fixés par l'administration compétente ;
  12° collaborer de bonne foi avec la communauté carbone pour la tenue de ses engagements visés à l'alinéa 2, s'agissant de la transmission des informations pour la rédaction des rapports annuels d'avancement ;
  13° collaborer de bonne foi avec les comités technique et stratégique, s'agissant de la transmission d'informations, et participer à leur bonne tenue.
  La communauté carbone s'engage à :
  1° établir et publier une vision stratégique qui la place sur une trajectoire de neutralité carbone à l'horizon 2050, avec des jalons 2030 et 2040 ;
  2° établir un plan d'action qui évolue de la même manière que le plan d'action de ses membres et qui est compatible avec la vision stratégique précitée ;
  3° atteindre ses trois objectifs visés à l'article 3, § 1er, alinéa 4 ;
  4° mettre en oeuvre, avant l'audit intermédiaire, les études et moyens nécessaires pour lever les barrières qui s'opposent à la réalisation des actions conditionnelles complémentaires de la communauté déterminée, conformément à l'article 3, § 1er, alinéa 5, et, si lesdites barrières sont levées, intégrer l'action dans ses objectifs fermes lors de l'audit intermédiaire ;
  5° mettre en oeuvre les moyens nécessaires pour accompagner ses membres et les aider à lever les barrières qui s'opposent à la réalisation de leurs actions conditionnelles déterminées conformément à l'article 3, § 1er, alinéa 3,
  6° assurer un suivi annuel de l'ensemble des objectifs visés à l'article 2, ainsi que rapporter et communiquer les résultats y relatifs sous la forme d'un rapport annuel d'avancement ;
  7° le cas échéant, respecter les dispositions législatives et réglementaires qui lui sont applicables en matière environnementale ou s'engager à se mettre en règle dans les délais fixés par l'administration compétente ;
  8° collaborer de bonne foi avec ses membres pour la tenue de leurs engagements visés à l'alinéa 1er ;
  9° transmettre les informations relatives à l'exécution de la présente convention à ses membres ;
  10° transmettre le rapport annuel d'avancement à l'administration et aux experts dans un délai raisonnable avant la réunion de chaque comité technique ;
  11° présenter le rapport annuel d'avancement en comité stratégique, après validation par le comité technique à la date convenue avec l'administration.
Art.3. In overeenstemming met artikel 29, 2°, van het decreet Koolstofneutraliteit voldoet de koolstofgemeenschap op het moment van ondertekening van de koolstofovereenkomst aan minstens één van de volgende criteria:
  1° het minimumvolume broeikasgasemissies in koolstofequivalent van de gemeenschap is groter dan vijftigduizend ton CO2-equivalent;
  2° het minimumvolume van het eindenergieverbruik van de gemeenschap is groter dan honderdvijftig gigawatt uur;
  3° het potentieel van de gemeenschap om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen tijdens de looptijd van de overeenkomst is groter dan vijftigduizend ton CO2-equivalent.
Art.3. Vaststelling van de doelstellingen
  § 1. De koolstofgemeenschap en elk van haar leden bepalen hun doelstellingen op basis van het actieplan dat elk van hen heeft opgesteld. Ze stellen hun doelstellingen vast op basis van drie belangrijke prestatie-indexen:
  1° de energie-index, die de energie-intensiteit van het bedrijf meet;
  2° de emissie-index, die de koolstofintensiteit van de gebruikte energie en het productieproces meet;
  3° de hernieuwbare index, die het hernieuwbare aandeel van de gebruikte energie meet.
  Elk lid van de koolstofgemeenschap is vrij om de index te definiëren op basis waarvan zijn bindende doelstelling wordt vastgesteld. De andere twee indexen zijn indicatieve doelstellingen.
  Elk lid van de koolstofgemeenschap bepaalt zijn vaste acties voor elk van de drie doelstellingen en ten minste 3 voorwaardelijke acties voor zijn bindende doelstelling. Als de belemmeringen voor een voorwaardelijke actie worden verwijderd, wordt deze actie een vaste actie.
  De doelstellingen van de koolstofgemeenschap komen ten minste overeen met de samenvoeging van de bindende en indicatieve doelstellingen van alle leden. De aldus berekende doelstellingen voor de koolstofgemeenschap zijn bindend voor alle drie indexen. In afwijking hiervan is een index die door geen enkel lid van de koolstofgemeenschap als bindend wordt aanvaard, indicatief voor de gemeenschap.
  Voor elk van deze drie doelstellingen bepaalt de koolstofgemeenschap haar eigen voorwaardelijke acties, naast die van haar leden. Als de belemmeringen voor een voorwaardelijke actie worden verwijderd, wordt deze actie een vaste actie.
  Voor de toepassing van deze paragraaf verwijzen de ondertekenaars naar de methodologie die is opgenomen in bijlage 2 bij het besluit koolstofovereenkomsten.
  § 2. Binnen twaalf maanden na ondertekening van deze overeenkomst voegen de ondertekenaars deel 2 bij, aangevuld met de doelstellingen van de koolstofgemeenschap en haar leden, zoals vastgesteld door de ingangsaudits en gevalideerd door het technisch comité.
Art.3. Conformément à l'article 29, 2°, du décret neutralité Carbone, la communauté carbone, au moment de la signature de la convention carbone, remplit au minimum un des critères suivants :
  1° le volume minimal d'émission de gaz à effet de serre en équivalent carbone de la communauté est supérieur à cinquante-mille tonnes d'équivalent CO2 ;
  2° le volume minimal de consommation d'énergie finale de la communauté est supérieur à cent cinquante gigawatts-heure ;
  3° le potentiel de réduction de ses émissions de gaz à effet de serre sur la durée de la convention est supérieur à quinze-mille tonnes d'équivalent CO2.
Art.3. Fixation des objectifs
  § 1er. La communauté carbone ainsi que chacun de ses membres déterminent leurs objectifs sur base du plan d'action que chacun a établi. Ils fixent leurs objectifs sur base de trois indices de performance-clés :
  1° l'indice énergie, qui mesure l'intensité énergétique de l'entreprise ;
  2° l'indice émissions, qui mesure l'intensité carbone de l'énergie utilisée et du processus de fabrication ;
  3° l'indice renouvelable, qui mesure la part renouvelable dans l'énergie utilisée.
  Chaque membre de la communauté carbone définit librement l'indice sur base duquel son objectif engageant est fixé. Les deux autres indices sont des objectifs indicatifs.
  Chaque membre de la communauté carbone détermine ses actions fermes pour chacun des trois objectifs et minimum 3 actions conditionnelles pour son objectif engageant. Si les barrières qui s'opposent à la réalisation d'une action conditionnelle sont levées, cette action devient une action ferme.
  Les objectifs de la communauté carbone correspondent au minimum à l'agrégation des objectifs engageants fermes et des objectifs indicatifs fermes de l'ensemble de ses membres. Les objectifs ainsi calculés pour la communauté carbone sont engageants pour les trois indices. Par dérogation, dans le cas où un indice n'est retenu par aucun membre de la communauté carbone comme engageant, celui-ci est indicatif pour la communauté.
  Pour chacun de ces trois objectifs, la communauté carbone détermine ses propres actions conditionnelles, lesquelles s'ajoutent à l'ensemble de celles de ses membres. Si les barrières qui s'opposent à la réalisation d'une action conditionnelle sont levées, cette action devient une action ferme.
  Pour l'application du présent paragraphe, les signataires se réfèrent à la méthodologie établie suivant l'annexe 2 de l'arrêté conventions carbone.
  § 2. Les signataires de la présente convention adjoignent, dans les douze mois de la signature, la partie 2, complétée avec les objectifs de la communauté carbone et de ses membres, tels qu'établis par les audits d'entrée et validés par le comité technique.
Art.4. Elke koolstofgemeenschap ondertekent een koolstofovereenkomst met het Waalse Gewest volgens het model in Bijlage 1.
  De ondertekenaars bepalen de doelstellingen van de overeenkomst volgens de methodologie in bijlage 2. De ondertekenaars leggen een voorstel van doelstellingen ter goedkeuring voor aan de Waalse Regering.
Art.4. Verificatie en controle
  § 1. De leden van de koolstofgemeenschap stellen een onafhankelijke verificateur aan die voldoet aan de kenmerken bedoeld in bijlage 3 bij het besluit koolstofovereenkomsten om de conformiteit te valideren van de methodologie die wordt gebruikt om hun indexen te berekenen en de gegevens die worden gebruikt om ze te berekenen.
  § 2. De leden van de koolstofgemeenschap stellen een onafhankelijke verificateur aan die voldoet aan de kenmerken bedoeld in bijlage 3 bij het besluit koolstofovereenkomsten om de conformiteit te valideren van de methodologie die wordt gebruikt om hun indexen te berekenen en de gegevens die worden gebruikt om ze te berekenen.
  In overeenstemming met bijlage 2 bij het besluit koolstofovereenkomsten analyseren de deskundigen de audits, actieplannen en doelstellingen van de koolstofgemeenschap en haar leden en leggen ze een advies voor aan de technische comités.
Art.4. Chaque communauté carbone signe avec la Région wallonne une convention carbone conformément au modèle repris en annexe 1.
  Les signataires déterminent les objectifs de la convention et en suivant la méthodologie reprise à l'annexe 2. Les signataires soumettent une proposition d'objectifs au Gouvernement wallon pour approbation.
Art.4. Vérification et contrôle
  § 1er. Les membres de la communauté carbone désignent un vérificateur indépendant qui répond aux caractéristiques reprises à l'annexe 3 de l'arrêté convention carbone pour valider la conformité de la méthodologie de calcul de leurs indices et des données permettant ce calcul.
  § 2. La communauté carbone désigne un vérificateur indépendant qui répond aux caractéristiques reprises à l'annexe 3 de l'arrêté convention carbone pour valider la conformité de la méthodologie de calcul de ses indices et des données permettant ce calcul.
  Conformément à l'annexe 2 de l'arrêté convention carbone, les experts analysent les audits, les plans d'action et les objectifs de la communauté carbone et de ses membres et remettent un avis aux comités techniques.
Art.5. De ingangs-, tussentijdse en eindaudits worden binnen zes maanden nadat de audit is uitgevoerd, onderworpen aan een onafhankelijke verificatie overeenkomstig bijlage 3.
  De kwaliteit en inhoud van de ingangs-, tussentijdse en eindaudits worden door de technische deskundigen geanalyseerd volgens bijlage 4.
  Onafhankelijke verificatie- en technische expertiserapporten worden voorgelegd aan het technisch comité van de overeenkomsten.
Art.5. Compensatie
  § 1. Het Waalse Gewest biedt leden van de koolstofgemeenschap toegang tot de volgende compensatie:
  1° een verlaging van de elektriciteitsfactuur door een verlaging van de quota's voor groene certificaten zoals georganiseerd door artikel 25, § 4, van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 betreffende de bevordering van groene elektriciteit;
  2° toegang tot subsidies toegekend ingevolge specifieke projectoproepen en tot de toekenning van gesubsidieerde leningen door de gewestelijke investeringsmaatschappij in de zin van het decreet van 19 oktober 2022 betreffende de gewestelijke maatschappijen voor economische ontwikkeling en de gespecialiseerde maatschappijen, voor de activering van voorwaardelijke doorbraakacties, in de mate dat er daartoe voorziene budgetten beschikbaar zijn;
  3° toegang tot subsidies voor energieaudits en -studies overeenkomstig het AMUREBA-besluit, het ter beschikking stellen van competenties om deze audits en studies uit te voeren, de uitvoering van het actieplan dat voortvloeit uit deze audit, alsook subsidies ten voordele van de koolstofgemeenschap om de kosten te dekken die voortvloeien uit deze overeenkomst, overeenkomstig het AMUREBA-besluit, in de mate dat er budgetten beschikbaar zijn;
  4° een gedeeltelijke vrijstelling van de toeslag voor groene certificaten overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 42bis, § 5, derde lid, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, voor de in aanmerking komende bedrijven.
  § 2. Voor de duur van deze overeenkomst zal het Waalse Gewest aan de leden van de koolstofgemeenschap geen bijkomende vereisten opleggen, bij wijze van regelgeving, op het vlak van energie-efficiëntie, uitstoot van broeikasgassen of gebruik van hernieuwbare energie, voor zover deze bijkomende vereisten niet noodzakelijk worden gemaakt door bepalingen van internationaal of Europees recht, of door wettelijke voorschriften uitgevaardigd op federaal niveau, of door een rechterlijke beslissing die bindend is voor de Waalse autoriteiten.
  § 3. Niettegenstaande de in paragraaf 1 vermelde compensatie dragen de koolstofgemeenschap en haar leden zelf alle kosten voor de uitvoering van deze overeenkomst en de nakoming van de hun opgelegde verplichtingen.
Art.5. Les audits d'entrée, intermédiaire et final font l'objet d'une vérification indépendante conforme à l'annexe 3 dans les six mois qui suivent la réalisation de l'audit.
  La qualité et le contenu des audits d'entrée, intermédiaire et final font l'objet d'une analyse par les experts techniques conformément à l'annexe 4.
  Les rapports de vérification indépendante et d'expertise technique sont soumis au comité technique des conventions.
Art.5. Contreparties
  § 1er. La Région wallonne donne accès aux contreparties suivantes pour les membres de la communauté carbone :
  1° une réduction de la facture d'électricité par le biais d'une réduction de quotas de certificats verts telle qu'organisée par l'article 25, § 4, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 30 novembre 2006 relatif à la promotion de l'électricité verte ;
  2° l'accès à des subventions octroyées après des appels à projets spécifiques et à l'octroi de prêts bonifiés par la société régionale d'investissement au sens du décret du 19 octobre 2022 relatif aux sociétés régionales de développement économique et aux sociétés spécialisées, pour l'activation des actions conditionnelles de rupture, dans la mesure des budgets dédicacés ;
  3° l'accès aux subventions qui couvrent les audits énergétiques et les études conformément à l'arrêté AMUREBA, la mise à disposition de compétences pour la réalisation de ces audits et études, la mise en place du plan d'action résultant de cet audit, ainsi que les subventions au profit de la communauté carbone qui visent à couvrir les dépenses résultant de la présente convention, conformément à l'arrêté AMUREBA, dans la mesure des budgets disponibles ;
  4° une exonération partielle de la surcharge certificats verts conformément aux conditions reprises à l'article 42bis § 5, alinéa 3, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité, pour les entreprises éligibles.
  § 2. Pour la durée de la présente convention, la Région wallonne n'impose pas aux membres de la communauté carbone, par voie réglementaire, des exigences supplémentaires en matière d'efficacité énergétique, d'émissions de gaz à effet de serre, ou d'utilisation d'énergie renouvelable pour autant que ces exigences supplémentaires ne sont pas rendues nécessaires par des dispositions de droit international, européen, ou par des impositions légales édictées au niveau fédéral, ou toute décision de justice s'imposant aux autorités wallonnes.
  § 3. Malgré les contreparties énumérées au paragraphe 1er, la communauté carbone et ses membres assument eux-mêmes l'ensemble des coûts visant à la mise en oeuvre de la présente convention et à l'exécution des obligations qui leurs sont imposées.
Art.6. § 1. Voor elke koolstofgemeenschap wordt een technisch comité opgericht dat minstens één keer per jaar bijeenkomt om de resultaten van de koolstofgemeenschap en elk van zijn leden te onderzoeken in het licht van de vaste en voorwaardelijke doelstellingen.
  Het technisch comité kan tussenkomen op verzoek van de koolstofgemeenschap of een of meerdere van haar leden om oplossingen te bieden voor elk technisch probleem dat zich voordoet. Zijn werking wordt geregeld door een huishoudelijk reglement dat het op zijn eerste vergadering aanneemt.
  § 2. Het technisch comité bestaat uit:
  1° drie vertegenwoordigers van de koolstofgemeenschap;
  2° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Woonbeleid, Erfgoed en Energie;
  3° een vertegenwoordiger van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat);
  4° een vertegenwoordiger van de Minister van Klimaat en een vertegenwoordiger van de Minister van Energie;
  5° een vertegenwoordiger van de Minister van Economie, op uitnodiging, die met raadgevende stem zetelt;
  6° de technische deskundigen bedoeld in artikel 5, § 2, die met raadgevende stem optreden.
  Het technisch comité beraadslaagt bij consensus.
  Als er geen consensus wordt bereikt, wordt er gestemd volgens de bepalingen van het huishoudelijk reglement. Het technisch comité beraadslaagt op basis van een gewone meerderheid van de aanwezige leden, met uitzondering van de leden die een adviserende stem uitbrengen. De stem van de vertegenwoordiger van de Minister van Klimaat is doorslaggevend.
  § 3. Het technisch comité voert de volgende taken uit:
  1° het valideert de technische kwaliteit van de ingangs-, tussentijdse en eindaudits, de inhoud van de actieplannen en de bepaling van de doelstellingen op basis van de vaste en voorwaardelijke acties van de koolstofgemeenschap en haar leden;
  2° het valideert de jaarlijkse opvolgingsverslagen van de koolstofgemeenschap en haar leden, de vooruitgang die is geboekt bij het bereiken van de doelstellingen die de ondertekenaars krachtens de koolstofovereenkomst hebben bepaald en de uitvoering van de actieplannen die krachtens bedoelde overeenkomst zijn opgesteld, alsook de eventuele aanpassingen of wijzigingen die moeten worden aangebracht;
  3° het analyseert de technische en methodologische problemen waarmee de leden en de koolstofgemeenschap geconfronteerd worden en probeert oplossingen te vinden;
  4° het brengt verslag uit aan het strategisch comité over bovenstaande taken.
Art.6. Duur van de overeenkomst
  De koolstofovereenkomst wordt voor een periode van acht jaar ondertekend en treedt in werking bij ondertekening.
  Bij de eindaudit kan de koolstofovereenkomst voor dezelfde periode verlengd worden. Als een van de partijen bezwaar maakt tegen de conclusies van de eindaudit, wordt de koolstofovereenkomst niet verlengd. In het geval van verlenging gaat de eindaudit vergezeld van een ingangsaudit met betrekking tot de nieuwe overeenkomst die op die manier wordt verlengd.
Art.6. § 1er. Il est institué un comité technique par communauté carbone, qui se réunit au moins une fois par an afin d'examiner les résultats de la communauté carbone et de chacun de ses membres au regard des objectifs fermes et conditionnels.
  Le comité technique peut intervenir à la demande de la communauté carbone ou de l'un ou plusieurs de ses membres pour apporter des solutions à tout problème technique rencontré. Son fonctionnement est régi par un règlement d'ordre intérieur qu'il adopte lors de sa première réunion.
  § 2 Le comité technique se compose de :
  1° trois représentants de la communauté carbone ;
  2° un représentant du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ;
  3° un représentant de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat ;
  4° un représentant du Ministre du Climat et un représentant du Ministre de l'Energie ;
  5° un représentant du Ministre de l'Economie, sur invitation, qui siège à titre consultatif ;
  6° les experts techniques, visés à l'article 5, § 2, qui siègent à titre consultatif.
  Le comité technique délibère par consensus.
  Si un consensus ne se dégage pas, il est procédé au vote, conformément aux dispositions prévues dans le règlement d'ordre intérieur. Le comité technique délibère à la majorité simple de ses membres présents, les voix consultatives étant exclues. Le représentant du Ministre du Climat a une voix prépondérante.
  § 3 Le comité technique réalise les tâches suivantes :
  1° il valide la qualité technique des audits d'entrée, intermédiaire et final, le contenu des plans d'action et la détermination des objectifs sur base des actions fermes et conditionnelles de la communauté carbone et de ses membres ;
  2° il valide les rapports annuels de suivi de la communauté carbone et de ses membres, les progrès réalisés concernant l'atteinte des objectifs des signataires fixés en vertu de la convention carbone et la mise en oeuvre des plans d'action établis en vertu de celle-ci et les éventuelles adaptations ou modifications à y apporter ;
  3° il analyse les problèmes techniques et méthodologiques rencontrés par les membres et par la communauté carbone et tente d'y apporter une solution ;
  4° il rapporte sur les tâches précitées auprès du comité stratégique.
Art.6. Durée de la convention
  La convention carbone est signée pour une durée de huit ans et entre en vigueur lors de la signature.
  Lors de l'audit final, la convention carbone peut être reconduite pour une même durée. Si une partie s'oppose aux conclusions de l'audit final, la convention carbone n'est pas reconduite. En cas de reconduction, l'audit final s'accompagne d'un audit d'entrée relatif à la nouvelle convention ainsi reconduite.
Art.7. § 1. De Regering benoemt de leden van het strategisch comité op voorstel van de vertegenwoordigde organen. Het strategisch comité komt eenmaal per jaar bijeen om de koolstofovereenkomsten te beheren. Het strategisch comité neemt tijdens zijn eerste vergadering een huishoudelijk reglement aan, waarin de werking ervan wordt geregeld.
  Het strategisch comité hoort elke partij of deskundige die het nodig acht.
  § 2. Het strategisch comité bestaat uit:
  1° een vertegenwoordiger per koolstofgemeenschap;
  2° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Woonbeleid, Erfgoed en Energie;
  3° een vertegenwoordiger van het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat);
  4° een vertegenwoordiger van de Minister van Klimaat en een vertegenwoordiger van de Minister van Energie;
  5° een vertegenwoordiger van de Minister van Economie die met raadgevende stem zetelt;
  6° een vertegenwoordiger van de "Union wallonne des entreprises" en een vertegenwoordiger van de vakbonden, die met raadgevende stem zetelen;
  7° een vertegenwoordiger van de vakbonden en een vertegenwoordiger van de milieuorganisaties vertegenwoordigd in de afdelingen Energie en Leefmilieu in de zin van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie, die met raadgevende stem zetelen;
  8° de technische deskundigen bedoeld in artikel 5, § 2, die met raadgevende stem zetelen;
  9° een vertegenwoordiger van de gewestelijke investeringsmaatschappij in de zin van het decreet van 19 oktober 2022 betreffende de gewestelijke maatschappijen voor economische ontwikkeling en de gespecialiseerde maatschappijen, die met raadgevende stem zetelt;
  10° elke vertegenwoordiger die het strategisch comité relevant acht en die met raadgevende stem zetelt.
  Het technisch comité beraadslaagt bij consensus. Als er geen consensus wordt bereikt, wordt er gestemd volgens de bepalingen van het huishoudelijk reglement. Het technisch comité beraadslaagt bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden, met uitzondering van de leden die een raadgevende stem hebben. De stem van de vertegenwoordiger van de Minister van Klimaat is doorslaggevend.
  § 3. Het technisch comité voert de volgende taken uit:
  1° het neemt kennis van de door het technisch comité voorgelegde resultaten en onderzoekt en valideert eventuele wijzigingen van de doelstellingen;
  2° het voert de raadpleging, vermeld in artikel 34, 2°, uit en valideert de wijziging van de koolstofovereenkomst, vermeld in artikel 36 van het decreet koolstofneutraliteit;
  3° het valideert het jaarverslag bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het decreet koolstofneutraliteit;
  4° het belicht de beste praktijken van de koolstofgemeenschappen of van bepaalde leden om de uitwisseling van ervaringen aan te moedigen;
  5° het onderzoekt de eventuele wijzigingen die in de koolstofovereenkomst moeten worden aangebracht;
  6° het neemt akte van gevallen van niet-nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst, van eventuele geschillen en interpretatieverschillen dienaangaande;
  7° het onderzoekt de technische problemen en oplossingen die door de technische comités worden meegedeeld om de samenhang tussen de koolstofgemeenschappen te garanderen;
  8° het valideert het jaarverslag bedoeld in artikel 35, eerste lid, van het decreet koolstofneutraliteit
Art.7. Aanhangsel
  De partijen kunnen in onderling overleg wijzigingen aanbrengen in deze overeenkomst.
  De partijen wijzigen deze overeenkomst als volgt:
  1° de Regering van het Waalse Gewest legt het ontwerp-aanhangsel gedurende dertig dagen ter openbare raadpleging voor op de specifieke websites van de administratie bevoegd voor Energie en het "Agence wallonne de l'Air et du Climat";
  2° de overeenkomstsluitende partijen onderzoeken de opmerkingen en wijzigen het ontwerp-aanhangsel, indien nodig;
  3° het aanhangsel bij de overeenkomst, ondertekend door de contracterende partijen, wordt bekendgemaakt op de specifieke websites van de administratie bevoegd voor Energie en het "Agence wallonne de l'Air et du Climat".
Art.7. § 1er. Le Gouvernement désigne les membres du comité stratégique, sur proposition des organismes représentés. Le Comité stratégique se réunit une fois par an afin d'assurer la gestion des conventions carbone. Le comité stratégique adopte un règlement d'ordre intérieur lors de sa première réunion, lequel régit son fonctionnement.
  Le comité stratégique entend toute partie ou tout expert qu'il juge nécessaire.
  § 2. Le comité stratégique se compose de :
  1° un représentant par communauté carbone ;
  2° un représentant du Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine et Energie ;
  3° un représentant de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat ;
  4° un représentant du Ministre du Climat et un représentant du Ministre de l'Energie ;
  5° un représentant du Ministre de l'Economie, qui siège à titre consultatif ;
  6° un représentant de l'Union wallonne des entreprises et un représentant des organisations syndicales, qui siègent à titre consultatif ;
  7° un représentant des organisations syndicales et un représentant des organisations environnementales représentées aux pôles Energie et Environnement au sens du décret du 6 novembre 2008 portant rationalisation de la fonction consultative, qui siègent à titre consultatif ;
  8° les experts techniques, visés à l'article 5, § 2, qui siègent à titre consultatif ;
  9° un représentant de la société régionale d'investissement au sens du décret du 19 octobre 2022 relatif aux sociétés régionales de développement économique et aux sociétés spécialisées, qui siège à titre consultatif ;
  10° tout représentant que le comité stratégique trouve pertinent, qui siège à titre consultatif.
  Le comité stratégique délibère par consensus. Si un consensus ne se dégage pas, il est procédé au vote, conformément aux dispositions prévues dans le règlement d'ordre intérieur. Le comité stratégique délibère à la majorité simple de ses membres présents, les voix consultatives étant exclues. Le représentant du Ministre du Climat a une voix prépondérante.
  § 3 Le comité stratégique réalise les tâches suivantes :
  1° il prend acte des résultats présentés par le comité technique, et examine et valide les modifications d'objectifs éventuelles ;
  2° il procède à la consultation visée à l'article 34, 2°, et à la validation de l'avenant à la convention carbone visé à l'article 36du décret neutralité Carbone ;
  3° il valide le rapport annuel visé à l'article 35, alinéa 2, du décret neutralité Carbone ;
  4° il met en exergue les bonnes pratiques des communautés carbone ou de certains membres afin de favoriser les échanges d'expériences ;
  5° il examine les éventuelles modifications à apporter à la convention carbone ;
  6° il prend acte des cas d'inexécution d'obligations qui découlent de la convention, les éventuels litiges et les différends d'interprétation relatifs à celle-ci ;
  7° il examine les problèmes techniques et les solutions communiqués par les comités techniques pour en assurer la cohérence entre les communautés carbone ;
  8° il valide le rapport visé à l'article 35, alinéa 1er, du décret neutralité Carbone.
Art.7. Avenants
  Les parties peuvent, d'un commun accord, apporter des modifications à la présente convention.
  Les parties modifient la présente convention de la manière suivante :
  1° le Gouvernement de la Région wallonne soumet le projet d'avenant à la consultation publique pendant trente jours sur les sites internet dédiés de l'administration ayant en charge l'Energie et de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat ;
  2° les parties contractantes examinent les observations et modifient, le cas échéant, le projet d'avenant ;
  3° l'avenant à la convention, signé par les parties contractantes, est publié sur les sites dédiés de l'administration ayant en charge l'énergie et de l'Agence wallonne de l'Air et du Climat.
Art.8. Om de continuïteit van de ontvangen steun te garanderen, kan de koolstofovereenkomst de datum bepalen vanaf wanneer haar leden de compensatie kunnen ontvangen, zonder de 6 maanden voorafgaand aan de ondertekening van de koolstofovereenkomst te overschrijden.
Art.8. Vroegtijdige opzegging
  De partijen kunnen deze overeenkomst in onderling overleg opzeggen als zij de in lid 4 bedoelde opzegtermijn in acht nemen of als er aan het einde van het eerste jaar geen overeenstemming is over de ambitie van de doelstellingen.
  Het Waalse Gewest kan deze overeenkomst eenzijdig opzeggen indien blijkt dat de koolstofgemeenschap één van haar verbintenissen zoals bepaald in artikel 2, tweede lid, 1°, 2° en 4° tot 11° niet is nagekomen.
  Het Waalse Gewest kan deze overeenkomst eenzijdig opzeggen ten aanzien van een lid van de koolstofgemeenschap indien blijkt dat dit lid een van zijn verbintenissen zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, 1° tot 3° en 5° tot 12° niet is nagekomen. Alvorens dit te doen, nodigt de administratie die bevoegd voor Energie het lid van de koolstofgemeenschap uit om binnen 6 maanden aan de verplichtingen te voldoen. Als het lid aan het einde van deze periode nog steeds niet heeft voldaan aan een van de verbintenissen in kwestie, organiseert het Strategisch comité een hoorzitting. De administratie bevoegd voor Energie stelt dan aan de Regering voor om de overeenkomst eenzijdig te beëindigen ten aanzien van het betrokken lid van de koolstofgemeenschap.
  Elke opzegging van de koolstofovereenkomst moet, op straffe van nietigheid, bij aangetekend schrijven ter kennis worden gebracht van de partijen bij de overeenkomst, met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. De opzeggingstermijn gaat in op de eerste dag van de maand na de kennisgeving.
Art.8. Pour assurer la continuité des aides perçues, la convention carbone peut déterminer la date à partir de laquelle ses membres peuvent recevoir les contreparties, sans dépasser 6 mois précédant la signature de la convention carbone.
Art.8. Résiliation anticipée
  Les parties peuvent résilier la présente convention de commun accord si elles observent le délai de résiliation visé à l'alinéa 4 ou s'il n'y a pas d'accord sur l'ambition des objectifs à l'issue de la première année.
  La Région wallonne peut résilier la présente convention de manière unilatérale lorsqu'il apparait que la communauté carbone n'a pas rempli l'un de ses engagements prévus par l'article 2, alinéa 2, 1°, 2° et 4° à 11°.
  La Région wallonne peut résilier la présente convention de manière unilatérale à l'égard d'un membre de la communauté carbone lorsqu'il apparait que ce membre n'a pas rempli l'un de ses engagements prévus par l'article 2, alinéa 1er, 1° à 3° et 5° à 12°. Préalablement, L'administration ayant en charge l'Energie invite le membre de la communauté carbone à se mettre en conformité dans un délai de 6 mois. Si à l'issue de ce délai, ce membre ne remplit toujours pas l'un des engagements visés, le comité stratégique organise son audition. L'administration ayant en charge l'Energie propose alors au Gouvernement de résilier unilatéralement la convention à l'égard du membre de la communauté carbone concerné.
  Tout acte de résiliation de la convention carbone est, sous peine de nullité, notifié par une lettre recommandée aux parties à la convention, moyennant le respect d'un délai de résiliation de six mois. Le délai de résiliation prend cours à partir du premier jour du mois qui suit la notification.
Art.9. De Minister van Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.9. Niet-nakoming en aansprakelijkheid
  § 1. Wanneer de koolstofgemeenschap één van haar verplichtingen voortvloeiend uit artikel 2, tweede lid, 4° tot 11°, niet nakomt, nodigt de administratie bevoegd voor Energie haar uit om hieraan te voldoen binnen een termijn van 6 maanden. Indien de koolstofgemeenschap op het einde van deze termijn nog steeds niet voldaan heeft aan één van de vermelde verplichtingen, beslist de administratie bevoegd voor Energie over de terugvordering van het geheel van de bedragen toegekend als schadevergoeding bedoeld in artikel 5, § 1.
  Wanneer de koolstofgemeenschap één van haar verplichtingen voortvloeiend uit artikel 2, tweede lid, 5° tot 10°, niet nakomt, nodigt de administratie bevoegd voor Energie haar uit om hieraan te voldoen binnen een termijn van 6 maanden. Als het lid aan het einde van deze periode nog steeds niet heeft voldaan aan een van de verplichtingen in kwestie, organiseert het Strategisch comité een hoorzitting. Zij beslist vervolgens over de terugvordering van alle bedragen die aan dat lid zijn toegekend bij wijze van de compensatie als bedoeld in artikel 5, § 1.
  Wanneer uit het verslag over het jaar van de tussentijdse audit blijkt dat de koolstofgemeenschap niet ten minste 75% van haar verplichting bedoeld in artikel 2, tweede lid, 3°, is nagekomen, onderzoekt de administratie bevoegd voort Energie voor elk lid afzonderlijk het behalen van ten minste 50% van zijn bindende doelstelling bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, en organiseert ze een hoorzitting voor elk lid van de koolstofgemeenschap dat niet aan zijn verplichting blijkt te hebben voldaan. De administratie bevoegd voor Energie beslist dan over de volgende maatregelen:
  1° de verplichting voor het betrokken lid om op zijn passiva een boekhoudkundige voorziening voor risico's en lasten aan te leggen ten belope van het bedrag van de compensatie bedoeld in artikel 5, § 1. De opname van de voorziening wordt in de jaarrekening gecertificeerd door de bedrijfsrevisor of een gecertificeerd registeraccountant.
  2° de jaarlijkse verificatie, voor elk lid van de koolstofgemeenschap waarop de verplichting, vermeld in 1°, betrekking heeft, van de naleving van zijn verplichting, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°. Wanneer uit de controle blijkt dat het betrokken lid van de koolstofgemeenschap weer op schema zit, wordt de boekhoudkundige voorziening bedoeld in 1° teruggenomen.
  Wanneer uit de eindaudit blijkt dat de koolstofgemeenschap haar verplichting bedoeld in artikel 2, tweede lid, 3°, niet is nagekomen, onderzoekt de administratie bevoegd voor Energie voor elk lid van de koolstofgemeenschap afzonderlijk de naleving van de overeenstemmende bindende doelstelling, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, en organiseert zij een hoorzitting voor elk lid van de koolstofgemeenschap dat zijn verplichting niet is nagekomen. De administratie bevoegd voor Energie beveelt de terugvordering, voor alle leden die hun verplichting niet zijn nagekomen, van alle bedragen toegekend als compensatie zoals bedoeld in artikel 5 § 1.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de bedragen toegekend bij wijze van compensatie bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, bij beslissing van de administratie bevoegd voor Energie behouden worden ten belope van de investering voor de uitvoering van het individueel actieplan bedoeld in artikel 2, paragraaf 1, 3°, indien:
  1° het volgende percentage van de toegekende bedragen geherinvesteerd werd voor de uitvoering van het individueel actieplan bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3° :
  a) minimaal vijftig procent als het lid van de koolstofgemeenschap minimaal negentig procent van zijn doelstelling heeft behaald;
  a) minimaal vijfenzeventig procent als het lid van de koolstofgemeenschap minimaal negentig procent van zijn doelstelling heeft behaald;
  2° aan één van volgende voorwaarden is voldaan:
  a) alle in het actieplan genoemde investeringen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar zijn uitgevoerd;
  b) het percentage energie uit hernieuwbare bronnen ten opzichte van het totale energieverbruik is gelijk aan de doelstelling die het Waalse Gewest zichzelf heeft opgelegd.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de bedragen toegekend bij wijze van compensatie bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, bij beslissing van de administratie bevoegd voor Energie behouden worden ten belope van de investering voor de uitvoering van het individueel actieplan bedoeld in artikel 2, paragraaf 1, 3°, indien:
  1° minimaal vijftig procent van de toegekende sommen geherinvesteerd werd voor de uitvoering van het individueel actieplan bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3° :
  2° alle in het actieplan genoemde investeringen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar zijn uitgevoerd;
  3° dertig procent van de verbruikte elektriciteit afkomstig is van koolstofarme bronnen.
  § 4. Tegen administratieve beslissingen kan optioneel beroep worden aangetekend bij de Regering.
Art.9. Le Ministre qui a le climat et l'énergie dans leurs attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art.9. Inexécution et responsabilités
  § 1er. Lorsque la communauté carbone ne remplit pas l'une de ses obligations résultant de l'article 2, alinéa 2, 4° à 11°, l'administration ayant en charge l'Energie l'invite à se mettre en conformité dans un délai de 6 mois. Si à l'issue de ce délai, la communauté carbone ne remplit toujours pas l'une des obligations visées, l'administration ayant en charge l'Energie statue sur la récupération de la totalité des sommes octroyées à titre de contreparties visées à l'article 5, § 1er.
  Lorsqu'un membre de la communauté carbone ne remplit pas l'une de ses obligations résultant de l'article 2, alinéa 1er, 5° à 10°, l'administration ayant en charge l'Energie l'invite à se mettre en conformité dans un délai de 6 mois. Si à l'issue de ce délai, ce membre ne remplit toujours pas l'une des obligations visées, l'administration ayant en charge l'Energie organise son audition. Elle statue alors sur la récupération de la totalité des sommes octroyées à ce membre à titre de contreparties visées à l'article 5, § 1er.
  Lorsque le rapport de l'année de l'audit intermédiaire révèle que la communauté carbone n'a pas rempli minimum 75 % de son obligation visée à l'article 2, alinéa 2, 3°, l'administration ayant en charge l'Energie examine individuellement pour chaque membre l'atteinte de minimum 50% de son objectif engageant visé à l'article 2, alinéa1er, 4°, et organise l'audition de chaque membre de la communauté carbone qui apparait ne pas avoir rempli son obligation. L'administration ayant en charge l'Energie statue alors sur les mesures suivantes :
  1° l'obligation pour le membre concerné d'inscrire une provision comptable, pour risques et charges à son passif, équivalente au montant des contreparties visées à l'article 5, § 1er. L'inscription de la provision est attestée à l'occasion des comptes annuels par le réviseur d'entreprise ou un expert-comptable certifié.
  2° le contrôle annuel, pour chaque membre de la communauté carbone concerné par l'obligation visée au 1°, du respect de son obligation visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°. Lorsque le contrôle révèle que le membre de la communauté carbone concerné retrouve sa trajectoire, la provision comptable visée au 1° est extournée.
  Lorsque l'audit final révèle que la communauté carbone n'a pas rempli son obligation visée à l'article 2, alinéa 2, 3°, l'administration ayant en charge l'Energie examine individuellement pour chaque membre de la communauté carbone le respect de son objectif engageant correspondant visé à l'article 2, alinéa 1er, 4°, et organise l'audition de chaque membre de la communauté carbone qui n'a pas rempli son obligation. L'administration ayant en charge l'Energie ordonne la récupération, pour l'ensemble des membres n'ayant pas rempli leur obligation, de la totalité des sommes octroyées à titre de contreparties visées à l'article 5 § 1er.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les sommes octroyées à titre de contreparties visées à l'article 5, § 1er, 1°, peuvent rester acquises, sur décision de l'administration ayant en charge l'Energie, dans la mesure de l'investissement pour la mise en oeuvre du plan d'action individuel visé à l'article 2, alinéa 1er, 3°, si :
  1° le pourcentage suivant des sommes octroyées a été réinvesti pour la mise en oeuvre du plan d'action individuels visés à l'article 2, alinéa 1er, 3° :
  a) minimum cinquante pourcents si le membre de la communauté carbone a atteint minimum nonante pourcents de son objectif ;
  b) minimum septante-cinq pourcents si le membre de la communauté carbone a atteint moins de nonante pourcents de son objectif ;
  2° une des conditions suivantes est remplie :
  a) tous les investissements identifiés dans le plan d'action dont le temps de retour sur investissement est inférieur à cinq ans ont été mis en oeuvre ;
  b) le pourcentage d'énergie consommée à partir de sources provenant de sources renouvelables par rapport à l'énergie totale consommée est égal à l'objectif que la région wallonne s'est fixé.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les sommes octroyées à titre de contreparties visées à l'article 5, § 1er, 4°, peuvent rester acquises, sur décision de l'administration ayant en charge l'Energie, dans la mesure de l'investissement pour la mise en oeuvre du plan d'action individuel visé à l'article 2, alinéa 1er, 3°, si une des conditions suivantes est remplie :
  1° minimum cinquante pourcents des sommes octroyées a été réinvesti pour la mise en oeuvre du plan d'action individuels visés à l'article 2, alinéa 1er, 3° ;
  2° tous les investissements identifiés dans le plan d'action dont le temps de retour sur investissement est inférieur à cinq ans ont été mis en oeuvre ;
  3° trente pourcents d'électricité consommée provient de sources décarbonées.
  § 4. Un recours facultatif contre les décisions de l'administration est possible auprès du Gouvernement.
Art.10. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2024.
Art.10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2024.
  Bijlage 1: Standaard koolstofovereenkomst en doelstellingen
Art.10. Aanwijzing van vertegenwoordigers in het Technisch Comité
  De koolstofgemeenschap wijst drie vertegenwoordigers aan om zitting te nemen in het technisch comité in overeenstemming met artikel 7 van het besluit koolstofovereenkomsten.
  Annexe 1re : Convention carbone type et objectifs
Art.10. Désignation des représentants au sein du comité technique
  La communauté carbone désigne trois représentants qui participent au comité technique conformément à l'article 7 de l'arrêté conventions carbone.
Deel 1. Standaard koolstofovereenkomst Overeenkomst tussen
Partie 1. Convention carbone type Convention entre
Art.11. Interpretatie en geschillen
  In het geval van een geschil of een verschil van interpretatie met betrekking tot de clausules van deze overeenkomst, zullen deze clausules worden besproken door het Strategisch Comité, dat zal trachten een unaniem akkoord te bereiken over hoe ze moeten worden geïnterpreteerd.
  Als het Strategisch Comité niet tot een akkoord kan komen, kunnen de partijen de zaak voorleggen aan de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Namen.
Art.11. Interprétation et litiges
  En cas de litige ou de différend d'interprétation concernant les clauses de la présente convention, ces clauses sont discutées au sein du comité stratégique, qui tente de trouver un accord à l'unanimité sur la manière dont elles sont interprétées.
  Si le comité stratégique ne trouve pas un accord, les parties peuvent saisir les tribunaux de l'arrondissement judiciaire de Namur.
Art.12. Gevolgen van de overeenkomst
  Deze overeenkomst is bindend voor alle leden van de koolstofgemeenschap die partij zijn bij deze overeenkomst.
  Wanneer de koolstofgemeenschap na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een nieuw lid verwelkomt of wanneer een lid de overeenkomst verlaat, wordt de overeenkomst gewijzigd overeenkomstig artikel 7.
  Voor het nieuwe lid worden individuele doelstellingen als bedoeld in artikel 3 vastgesteld. De in artikel 3 bedoelde collectieve doelstellingen worden ook dienovereenkomstig aangepast.
  Indien een lid van de koolstofgemeenschap de koolstofgemeenschap verlaat, blijft dat lid niettemin gebonden door de verplichtingen van artikel 2, lid 1, van deze overeenkomst totdat deze afloopt.
Art.12. Effets de la convention
  La présente convention est obligatoire pour tous les membres de la communauté carbone qui sont parties à cette convention.
  Lorsque, après l'entrée en vigueur de la présente convention, la communauté carbone accueille un nouveau membre, ou lorsqu'un membre la quitte, la convention fait l'objet d'une modification conformément à l'article 7.
  Des objectifs individuels visés à l'article 3 sont établis pour le nouveau membre. Les objectifs collectifs visés à l'article 3 sont également adaptés en conséquence.
  Lorsqu'un membre de la communauté carbone quitte la Communauté carbone, ce membre reste toutefois tenu des obligations reprises à l'article 2, alinéa 1er, de la présente convention jusqu'à l'expiration de celle-ci.
Art.13. Vertrouwelijkheid
  De actieplannen en individuele gegevens van leden van de koolstofgemeenschap zijn vertrouwelijk. Individuele gegevens mogen door de koolstofgemeenschap of het Waalse Gewest niet worden meegedeeld aan derden zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het betrokken lid van de koolstofgemeenschap.
Art.13. Confidentialité
  Les plans d'action et les données individuelles des membres de la communauté carbone sont confidentiels. Une donnée individuelle ne peut pas être communiquée par la communauté carbone ou la Région wallonne à des tiers sans l'autorisation expresse et écrite du membre de la communauté carbone concerné.
Art.14. Inwerkingtreding
  Deze overeenkomst treedt in werking en is bindend voor alle partijen vanaf de datum van ondertekening door elke partij.
Art.14. Entrée en vigueur
  La présente convention entre en vigueur et est obligatoire pour toutes les parties à partir du jour de sa signature par chaque partie.
Art.15. Geldend recht
  Deze overeenkomst valt onder het Belgisch recht.
Art.15. Droit applicable
  La présente convention est soumise au droit belge.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Deel 2. Doelstellingen van de koolstofovereenkomst
   1. Doelstellingen van de koolstofgemeenschap
  De koolstofgemeenschap heeft zichzelf de volgende doelstellingen gesteld:
Art. N1. Partie 2. Objectifs de la convention carbone
  1. Objectifs de la communauté carbone
  La communauté carbone se fixe pour objectifs :
 Vaste doelstellingen Voorwaardelijke doelstellingen
Energie-index   
Emissie-index   
Hernieuwbare index  
De koolstofgemeenschap heeft voor zichzelf het volgende traject uitgestippeld:
 Objectifs fermes Objectifs conditionnels
Indice énergie   
Indice émission   
Indice renouvelable  
La communauté carbone se fixe la trajectoire suivante :
 Mijlpalen 2030 Mijlpalen 2040 Mijlpalen 2050
Energie-index    
Emissie-index    
Hernieuwbare index   
Deze doelstellingen en het traject van de koolstofgemeenschap worden voorgesteld aan de Regering, die ze valideert.
  2. Individuele doelstellingen voor elk lid van de gemeenschap
  Na zijn ingangsaudit,
  stelt het lid ... (naam, ECB+EU-nummer) de volgende individuele doelstellingen vast:
 Jalons 2030 Jalons 2040 Jalons 2050
Indice énergie    
Indice émission    
Indice renouvelable   
Ces objectifs et trajectoire de la communauté carbone sont proposés au Gouvernement qui les valide.
  2. Objectifs individuels, à décliner pour chaque membre de la communauté
  Suite à son audit d'entrée, le membre ... (nom, n° BCE+UE)
  de la communauté carbone se fixe les objectifs individuels suivant :
 Bindende of indicatieve index? Vaste doelstellingen Voorwaardelijke doelstellingen
Energie-index    
Emissie-index    
Hernieuwbare index   
Het heeft voor zichzelf het volgende traject naar koolstofneutraliteit uitgestippeld:
 Indice engageant ou indicatif ? Objectifs fermes Objectifs conditionnels
Indice énergie    
Indice émission    
Indice renouvelable   
Il se fixe la trajectoire neutralité carbone suivante :
 Mijlpalen 2030 Mijlpalen 2040 Mijlpalen 2050
Energie-index    
Emissie-index    
Hernieuwbare index   
Art. N2.
  Bijlage 2: Methode voor de vaststelling van de doelstellingen
  1. Inhoud van de koolstofovereenkomst
  Een individuele koolstofovereenkomst tussen het Waalse Gewest en een koolstofgemeenschap omvat minstens:
  1° het traject naar koolstofneutraliteit in 2050 voor de koolstofgemeenschap en elk ondertekenend lid, met tussentijdse mijlpalen in 2030 en 2040;
  2° de 3 doelstellingen van de koolstofgemeenschap op basis van de energie-, emissie- en hernieuwbare-energie-indexen, uitgesplitst in vaste en voorwaardelijke doelstellingen. Deze doelstellingen worden bij elke 4-jaarlijkse auditcyclus herzien;
  3° de bindende en indicatieve doelstellingen van de leden van de koolstofgemeenschap om deze doelstellingen te bereiken, uitgesplitst in hun vaste en voorwaardelijke vorm;
  4° het actieplan van de koolstofgemeenschap dat is opgesteld na ontvangst van individuele audits van haar leden en waarin de vaste en voorwaardelijke doelstellingen van de leden van de koolstofgemeenschap zijn vastgelegd. Aangezien de actieplannen van de leden en de gemeenschap evolueren, zullen ze tijdens de tussentijdse audit worden herzien om de nieuwe vaste acties die zijn geïdentificeerd op te nemen, evenals de voorwaardelijke acties uit de vorige audit waarvoor de belemmeringen zijn weggenomen.
  2. Criteria met betrekking tot de ambitie van de Waalse Regering
  De doelstellingen van de koolstofgemeenschap dragen bij tot de Waalse klimaatdoelstellingen zoals uiteengezet in hoofdstuk 2 en 3 van het decreet koolstofneutraliteit van 16 november 2023.
  3. Strategische visie op koolstofneutraliteit
  Elk lid van de koolstofgemeenschap zet een strategische visie uiteen die het op weg zet naar koolstofneutraliteit tegen 2050, met mijlpalen in 2030 en 2040. Deze bedrijfsovergangsstrategie omvat een geloofwaardig scenario en wordt gevalideerd door het management van elk bedrijf.
  4. Globale audit
  4.1. Auditmethodologie
  Globale audits worden uitgevoerd volgens de AMUREBA-methodologie door een AMUREBA-gecertificeerde auditor van het generalistische type Industrie.
  Het auditverslag voldoet aan het door de Administratie gepubliceerde algemene auditkader AMUREBA.
  4.2. Omtrek van de audit
  De reikwijdte van de audit omvat al het energieverbruik en de directe en indirecte emissies van de entiteit (scope 1 en 2). Scope 3-emissies kunnen worden opgenomen als de entiteit echt de macht heeft om actie te ondernemen met betrekking tot haar emissies en een betrouwbare manier heeft om de evolutie ervan te controleren, en als ze kunnen worden geboekt in de Waalse balansen.
  4.3. Haalbaarheidsklassen
  De verrichte globale audit deelt de verbeteracties in de volgende categorieën in:
  1° haalbaarheidsklasse R: acties verricht sinds het referentiejaar;
  2° haalbaarheidsklasse A: acties die technisch, economisch en administratief haalbaar worden geacht, zonder belemmeringen voor de uitvoering;
  3° haalbaarheidsklasse B: acties die als technisch of economisch onvolwassen worden beschouwd (bijvoorbeeld vanwege de complexiteit van het financiële pakket, het verkrijgen van vergunningen of een complex specifiek ontwerp).
  4.4. Haalbaarheidsklassen
  Voor elke verbeteractie worden de internal rate of return, afgekort "IRR ", en het terugverdieneffect van de investering berekend volgens de AMUREBA-methodologie.
  De globale audit classificeert de verbeteracties in dalende volgorde van intern rendement en definieert 3 rendementsklassen:
  1° rentabiliteitsklasse 1: acties met een terugverdientijd van 3 jaar of minder;
  2° rendabiliteitsklasse 2: acties met een terugverdientijd van 5 jaar of minder;
  3° rendabiliteitsklasse 3: acties met een terugverdientijd van 5 jaar of minder.
  4.5. Voorwaardelijke acties en doorbraakacties
  Van de haalbaarheidsklasse A-acties waarvan de interne-opbrengstvoet (IRR) onder de drempel ligt die is bepaald in punt 5.1 en haalbaarheidsklasse B-acties, selecteert de entiteit ten minste 3 voorwaardelijke acties die relevant zijn voor haar traject naar koolstofneutraliteit en legt ze voor aan het technisch comité, na advies van de technisch deskundige. Voor deze geselecteerde en gevalideerde voorwaardelijke acties zal de entiteit grondige studies uitvoeren om te proberen de geïdentificeerde financiële, administratieve of technische belemmeringen weg te werken, zodat de voorwaardelijke acties bij de volgende globale audit (tussentijdse audit of eindaudit) als vaste acties kunnen worden geactiveerd.
  Sommige van deze voorwaardelijke acties staan bekend als "doorbraakacties". Dit zijn over het algemeen grote infrastructuurprojecten waarbij meerdere leden van de gemeenschap betrokken zijn en die de steun van de koolstofgemeenschap vereisen om het project samen te stellen, zowel technisch als administratief, en om een specifiek financieel pakket samen te stellen.
  Binnen de perken van de beschikbare kredieten kunnen de voorwaardelijke doorbraakacties worden voorgelegd aan de specifieke projectoproepen waarin het mechanisme van de overeenkomst voorziet, om zo bijkomende financiering van de Waalse Regering te verkrijgen voor de uitvoering ervan.
  4.6. Betrokkenheid van de directie
  De directie van het bedrijf tekent voor de conclusies van het rapport, dat de voorgestelde verbintenis valideert.
  5. Criteria voor het bepalen en herzien van de doelstellingen van de entiteit
  5.1. Berekening van prestatie-indexen
  De doelstellingen worden op basis van drie belangrijke prestatie-indexen vastgesteld:
  1° de energie-index, die de energie-intensiteit van de onderneming meet;
  2° de emissie-index, die de koolstofintensiteit van de gebruikte energie en het productieproces in voorkomend geval meet;
  3° de hernieuwbare index, die het hernieuwbare aandeel van de gebruikte energie meet.
  De berekening van deze indexen wordt gespecificeerd in de AMUREBA-methodologie.
  Zodra het actieplan is opgesteld, is de entiteit vrij om de prioritaire index te bepalen die ze belooft te bereiken tegen het einde van de overeenkomst, die haar bindende doelstelling zal bepalen, en de 2 indicatieve indexen die haar indicatieve bijdrage aan de andere doelstellingen van de gemeenschap zullen bepalen.
  De drempel voor de interne-opbrengstvoet, afgekort IRR, is vastgesteld op 11%.
  Het vaste deel van de doelstelling van een entiteit wordt berekend door de winst van de R- en A-haalbaarheidsaandelen waarvan de winstgevendheid boven de vastgestelde drempel ligt, bij elkaar op te tellen.
  Het voorwaardelijke deel van de doelstelling van een entiteit wordt bepaald door de vaste doelstelling en de som van de winsten uit de geselecteerde voorwaardelijke acties bij elkaar op te tellen.
  5.2. Criteria voor de beoordeling van de ambitie van de doelstelling
  De doelstellingen van de entiteit worden door het Technisch Comité, op advies van de technisch deskundige, getoetst aan de volgende criteria:
  1° de technische kwaliteit van de audit en het actieplan (naleving van de methodologie, volledigheid van de geïdentificeerde acties);
  2° de effectieve bijdrage aan de uitdagingen en verbintenissen van Wallonië op het vlak van energie en klimaat;
  3° de bijdrage die aanzienlijk verder gaat dan business as usual;
  4° de technische haalbaarheid van het actieplan;
  5° de evenredigheid van de investeringen ten opzichte van de compensatie, gecontroleerd in het geval de gemeenschap de doelstellingen, vermeld in artikel 30, 3°, van het decreet, niet bereikt.
  5.3. Herziening van de doelstelling
  Elke wijziging van de doelstelling, inclusief een wijziging van de prioritaire index, moet formeel worden goedgekeurd door het Technisch Comité.
  De herziene doelstelling van de entiteit aan het einde van de tussentijdse globale audit bestaat uit:
  a) een vast deel met inbegrip van:
  1° de vaste inschrijving van de entiteit in de overeenstemmende index,
  2° de initiële voorwaardelijke acties waarvoor de belemmeringen zijn weggenomen,
  3° de nieuwe A1-acties die tijdens de tussentijdse audit werden geïdentificeerd.
  b) een voorwaardelijk deel met:
  1° initiële voorwaardelijke acties waarvan de belemmeringen niet konden worden weggenomen tijdens de vorige periode, maar die relevant blijven,
  2° de nieuwe A1-acties die tijdens de tussentijdse audit werden geïdentificeerd.
  Het vaste deel van de herziene bindende doelstelling van de entiteit aan het einde van de tussentijdse globale audit mag niet lager zijn dan het vaste deel van de oorspronkelijke bindende doelstelling van de entiteit.
  Het voorwaardelijke deel van de herziene bindende doelstelling moet betrekking hebben op ten minste 3 wegen die moeten worden onderzocht in een poging om de belemmeringen tijdens de nieuwe cyclus weg te nemen. Het behouden of opgeven van een voorwaardelijke piste uit de vorige periode moet naar behoren worden gerechtvaardigd aan het Technisch Comité.
  6. Criteria voor de vaststelling en de herziening van de doelstellingen van de koolstofgemeenschap
  Het Technisch Comité beoordeelt, op advies van de technisch deskundige, de doelstellingen van de koolstofgemeenschap in het licht van de volgende criteria:
  1° de effectieve bijdrage aan de uitdagingen en verbintenissen van Wallonië op het vlak van energie en klimaat;
  2° de bijdrage die aanzienlijk verder gaat dan‌ business as usual, rekening houdend met het traject van de sectoren in de ADB2;
  3° de bijdrage van de koolstofgemeenschap tot het ontstaan van mutualisatieprojecten tussen haar leden.
  7. Jaarlijkse opvolgingsaudit
  7.1. Auditmethodologie
  Jaarlijkse globale audits worden uitgevoerd volgens de AMUREBA-methodologie door een AMUREBA-gecertificeerde auditor van het generalistische type Industrie.
  Het auditverslag voldoet aan het door de Administratie gepubliceerde algemene auditmodel AMUREBA.
  7.2. Het auditverslag
  Het auditverslag voldoet aan het door de Administratie gepubliceerde algemene auditmodel AMUREBA. Het omvat bovendien:
  1° de verrichte investeringen;
  2° het verbruik van energie uit hernieuwbare en koolstofarme bronnen, per categorie;
  3° het elektriciteitsverbruik opgewekt uit koolstofarme bronnen, per categorie;
  4° de voorstellen voor structurele veranderingen en cyclische aanpassingen.
  Het opvolgingsverslag van de entiteit en de koolstofgemeenschap wordt minstens 30 werkdagen voor de vergadering van het technisch comité naar de administratie en de technisch deskundige gestuurd.
  Voorstellen voor structurele wijzigingen en cyclische aanpassingen worden ten minste 30 werkdagen voor de vergadering van het Technisch Comité ingediend bij de aangewezen technisch deskundige.
 Jalons 2030 Jalons 2040 Jalons 2050
Indice énergie    
Indice émission    
Indice renouvelable   
Art. N2.
  Annexe 2 : Méthode de fixation des objectifs
  1. Contenu de la convention carbone
  Une convention carbone individuelle signée entre la Région wallonne et une communauté carbone comprend au moins :
  1° la trajectoire de neutralité carbone 2050 de la communauté carbone et de chaque membre signataire avec des jalons intermédiaires 2030 et 2040 ;
  2° les 3 objectifs fixés par la Communauté carbone selon les indices énergie, émissions et renouvelables déclinés en objectifs fermes et conditionnels. Ces objectifs sont révisés à chaque cycle d'audit de 4 ans ;
  3° les objectifs engageants et indicatifs des membres de la Communauté carbone pour y arriver, déclinés sous leur forme ferme et conditionnelle ;
  4° le plan d'action de la communauté carbone tel qu'établi après la réception des audits individuels de ses membres, qui détaille les objectifs fermes et conditionnels des membres de la communauté carbone. Les plans d'action des membres et de la communauté étant évolutifs, ils seront revus lors de l'audit intermédiaire pour y intégrer les nouvelles actions fermes identifiées, ainsi que les actions conditionnelles de l'audit précédent dont les barrières ont été levées.
  2. Critères relatifs à l'ambition du Gouvernement Wallon
  Les objectifs de la communauté carbone contribuent aux objectifs climatiques wallons énoncés aux chapitres 2 et 3 du décret neutralité Carbone du 16 novembre 2023.
  3. Vision stratégique neutralité carbone
  Chacun des membres de la communauté carbone établit une vision stratégique qui le place sur une trajectoire de neutralité carbone à l'horizon 2050, avec des jalons 2030 et 2040. Cette stratégie de transition de l'entreprise comporte un scénario crédible et est validée par le management de chaque entreprise.
  4. Audit global
  4.1. Méthodologie d'audit
  Les audits globaux sont réalisés suivant la méthodologie AMUREBA par un auditeur labellisé AMUREBA de type généraliste dénomination Industrie.
  Le rapport d'audit est conforme au canevas AMUREBA d'audit global publié par l'Administration.
  4.2. Périmètre de l'audit
  Le périmètre couvert par l'audit reprend l'ensemble des consommations énergétiques et des émissions directes et indirectes (scopes 1 et 2) de l'entité. Les émissions de scope 3 peuvent être incluses si l'entité dispose d'un réel pouvoir d'action sur ses émissions et, d'un moyen de suivi fiable de leur évolution et si elles peuvent être comptabilisées dans les bilans wallons.
  4.3. Les classes de faisabilité
  L'audit global réalisé classe les actions d'amélioration dans les catégories suivantes :
  1° classe de faisabilité R : les actions réalisées depuis l'année de référence ;
  2° classe de faisabilité A : les actions considérées comme faisable techniquement, économiquement et administrativement, sans barrière qui en entrave la mise en oeuvre ;
  3° classe de faisabilité B : les actions considérées comme non matures techniquement ou économiquement (par exemple liée à la complexité du montage financier, l'obtention de permis, ou un dimensionnement spécifique complexe).
  4.4. Les classes de rentabilité
  Pour chaque action d'amélioration le taux interne de rentabilité, en abrégé " TRI " et le temps de retour sur investissement sont calculés conformément à la méthodologie AMUREBA.
  L'audit global classe les actions d'amélioration par ordre décroissant de taux interne de rentabilité et définit 3 classes de rentabilité :
  1° classe de rentabilité 1 : les actions dont le temps de retour est inférieur ou égal à 3 ans ;
  2° classe de rentabilité 2 : les actions dont le temps de retour est inférieur ou égal à 5 ans ;
  3° classe de rentabilité 3 : les actions dont le temps de retour est supérieur à 5 ans.
  4.5. Actions conditionnelles et actions de rupture
  Parmi les actions de classe de faisabilité A dont le TRI est inférieur au seuil défini au point 5.1 et les actions de classe de faisabilité B, l'entité sélectionne au minimum 3 actions conditionnelles pertinentes au regard de sa trajectoire neutralité carbone et les soumet au Comité technique, après avis de l'Expert technique. Pour ces actions conditionnelles sélectionnées et validées, l'entité réalisera des études approfondies pour tenter de lever les barrières financières, administratives ou techniques identifiées et ainsi pouvoir activer les actions conditionnelles comme actions fermes de l'audit global suivant (intermédiaire ou final).
  Certaines de ces actions conditionnelles sont dites de " rupture ". Il s'agit généralement des actions d'infrastructure lourde, impliquant plusieurs membres de la communauté et qui nécessitent le support de la communauté carbone pour en effectuer le montage de projet, approfondissement tant technique qu'administratif ainsi que constitution d'un montage financier spécifique.
  Dans la limite des crédits disponibles, les actions conditionnelles de rupture pourront être soumises aux appels à projets spécifiques prévus dans le mécanisme des conventions et obtenir ainsi un financement additionnel du gouvernement wallon pour leur mise en oeuvre.
  4.6. Implication de la direction
  La direction de l'entreprise signe les conclusions du rapport, ce qui valide sa proposition d'engagement.
  5. Critères de fixation et de révision des objectifs de l'entité
  5.1. Calcul des indices de performance
  Les objectifs sont fixés sur base de trois indices de performance-clés :
  1° l'indice énergie, mesurant l'intensité énergétique de l'entreprise ;
  2° l'indice émissions, mesurant l'intensité carbone de l'énergie utilisée et du processus de fabrication de cas échéant ;
  3° l'indice renouvelable, mesurant la part renouvelable dans l'énergie utilisée.
  Le calcul de ces indices est précisé dans la méthodologie AMUREBA.
  Une fois son plan d'action établi, l'entité fixe librement l'indice prioritaire qu'elle s'engage à atteindre au terme de la convention et qui fixera son objectif engageant et les 2 indices indicatifs qui détermineront sa contribution indicative aux autres objectifs de la communauté.
  Le seuil relatif au taux interne de rentabilité, en abrégé " TRI " est fixé à 11%.
  La partie ferme d'un objectif de l'entité est calculée en faisant la somme des gains des actions de classe de faisabilité R et A et dont la rentabilité est supérieure au seuil fixé.
  La partie conditionnelle d'un objectif de l'entité est fixée en faisant la somme l'objectif fixe et la somme des gains des actions conditionnelles retenues.
  5.2. Critères d'évaluation de l'ambition de l'objectif
  Les objectifs de l'entité seront challengés par le Comité technique, après avis de l'Expert technique au regard des critères suivants :
  1° la qualité technique de l'audit et du plan d'action (conformité méthodologique, exhaustivité des actions identifiées) ;
  2° la contribution effective aux enjeux et engagements wallons en matière énergie et climat ;
  3° la contribution significativement au-delà du business as usual ;
  4° le réalisme technique du plan d'action ;
  5° la proportionnalité des investissements aux contreparties, vérifiée en cas de non-atteinte par la communauté des objectifs visés à l'article 30, 3°, du décret.
  5.3. Révision de l'objectif
  Toute modification de l'objectif, en ce compris une modification de l'indice prioritaire, est soumise à l'approbation formelle du comité technique.
  L'objectif révisé de l'entité à l'issue de l'audit global intermédiaire se compose :
  a) d'une partie ferme reprenant:
  1° les actions fermes d'entrée de l'entité dans l'indice correspondant,
  2° les actions conditionnelles initiales dont les barrières ont été levées,
  3° les nouvelles actions A1 identifiées dans l'audit intermédiaire.
  b) d'une partie conditionnelle reprenant :
  1° les actions conditionnelles initiales dont les barrières n'ont pu être levées au cours de la période précédente mais qui restent pertinentes,
  2° des nouvelles actions conditionnelles identifiées dans l'audit intermédiaire
  La partie ferme de l'objectif engageant révisé de l'entité à l'issue de l'audit global intermédiaire ne peut pas être inférieur à la partie ferme de l'objectif engageant d'entrée de l'entité.
  La partie conditionnelle de l'objectif engageant révisé doit concerner au moins 3 pistes à investiguer pour tenter d'en lever les barrières sur le nouveau cycle. Le maintien ou l'abandon d'une piste conditionnelle de la période précédente doit être dûment justifié auprès du comité technique.
  6. Critères de fixation et de révision des objectifs de la communauté carbone
  Le Comité technique, après avis de l'Expert technique, évalue les objectifs de la communauté carbone au regard des critères suivants :
  1° la contribution effective aux enjeux et aux engagements wallons en matière énergie et climat ;
  2° la contribution significativement au-delà du business as usual, tenant compte de la trajectoire des secteurs dans les ADB2 ;
  3° la contribution de la communauté carbone à l'émergence de projets de mutualisation entre ses membres.
  7. L'audit de suivi annuel
  7.1. Méthodologie d'audit
  Les audits de suivi annuels sont réalisés suivant la méthodologie AMUREBA et doivent être réalisés par un auditeur labellisé AMUREBA de type généraliste dénomination Industrie.
  Le rapport d'audit est conforme au canevas AMUREBA d'audit de suivi publié par l'Administration.
  7.2. Rapport d'audit
  Le rapport d'audit est conforme au canevas AMUREBA d'audit de suivi publié par l'Administration. Il rependra en plus :
  1° les investissements mis en oeuvre ;
  2° la consommation d'énergie issue de sources renouvelables et bas carbone, par catégories ;
  3° la consommation électricité générée à partir de sources décarbonées, par catégories ;
  4° les propositions de modifications structurelles et d'ajustement conjoncturels.
  Le rapport de suivi de l'entité et de la communauté carbone sont transmis à l'administration et à l'expert technique, 30 jours ouvrables minimum avant la tenue du comité technique.
  Les propositions de modifications structurelles et d'ajustement conjoncturels seront soumises à l'Expert technique désigné, 30 jours ouvrables minimum avant la tenue du comité technique.
Art. N2.   Bijlage 2: Methode voor de vaststelling van de doelstellingen
  1. Inhoud van de koolstofovereenkomst
  Een individuele koolstofovereenkomst tussen het Waalse Gewest en een koolstofgemeenschap omvat minstens:
  1° het traject naar koolstofneutraliteit in 2050 voor de koolstofgemeenschap en elk ondertekenend lid, met tussentijdse mijlpalen in 2030 en 2040;
  2° de 3 doelstellingen van de koolstofgemeenschap op basis van de energie-, emissie- en hernieuwbare-energie-indexen, uitgesplitst in vaste en voorwaardelijke doelstellingen. Deze doelstellingen worden bij elke 4-jaarlijkse auditcyclus herzien;
  3° de bindende en indicatieve doelstellingen van de leden van de koolstofgemeenschap om deze doelstellingen te bereiken, uitgesplitst in hun vaste en voorwaardelijke vorm;
  4° het actieplan van de koolstofgemeenschap dat is opgesteld na ontvangst van individuele audits van haar leden en waarin de vaste en voorwaardelijke doelstellingen van de leden van de koolstofgemeenschap zijn vastgelegd. Aangezien de actieplannen van de leden en de gemeenschap evolueren, zullen ze tijdens de tussentijdse audit worden herzien om de nieuwe vaste acties die zijn geïdentificeerd op te nemen, evenals de voorwaardelijke acties uit de vorige audit waarvoor de belemmeringen zijn weggenomen.
  2. Criteria met betrekking tot de ambitie van de Waalse Regering
  De doelstellingen van de koolstofgemeenschap dragen bij tot de Waalse klimaatdoelstellingen zoals uiteengezet in hoofdstuk 2 en 3 van het decreet koolstofneutraliteit van 16 november 2023.
  3. Strategische visie op koolstofneutraliteit
  Elk lid van de koolstofgemeenschap zet een strategische visie uiteen die het op weg zet naar koolstofneutraliteit tegen 2050, met mijlpalen in 2030 en 2040. Deze bedrijfsovergangsstrategie omvat een geloofwaardig scenario en wordt gevalideerd door het management van elk bedrijf.
  4. Globale audit
  4.1. Auditmethodologie
  Globale audits worden uitgevoerd volgens de AMUREBA-methodologie door een AMUREBA-gecertificeerde auditor van het generalistische type Industrie.
  Het auditverslag voldoet aan het door de Administratie gepubliceerde algemene auditkader AMUREBA.
  4.2. Omtrek van de audit
  De reikwijdte van de audit omvat al het energieverbruik en de directe en indirecte emissies van de entiteit (scope 1 en 2). Scope 3-emissies kunnen worden opgenomen als de entiteit echt de macht heeft om actie te ondernemen met betrekking tot haar emissies en een betrouwbare manier heeft om de evolutie ervan te controleren, en als ze kunnen worden geboekt in de Waalse balansen.
  4.3. Haalbaarheidsklassen
  De verrichte globale audit deelt de verbeteracties in de volgende categorieën in:
  1° haalbaarheidsklasse R: acties verricht sinds het referentiejaar;
  2° haalbaarheidsklasse A: acties die technisch, economisch en administratief haalbaar worden geacht, zonder belemmeringen voor de uitvoering;
  3° haalbaarheidsklasse B: acties die als technisch of economisch onvolwassen worden beschouwd (bijvoorbeeld vanwege de complexiteit van het financiële pakket, het verkrijgen van vergunningen of een complex specifiek ontwerp).
  4.4. Haalbaarheidsklassen
  Voor elke verbeteractie worden de internal rate of return, afgekort "IRR ", en het terugverdieneffect van de investering berekend volgens de AMUREBA-methodologie.
  De globale audit classificeert de verbeteracties in dalende volgorde van intern rendement en definieert 3 rendementsklassen:
  1° rentabiliteitsklasse 1: acties met een terugverdientijd van 3 jaar of minder;
  2° rendabiliteitsklasse 2: acties met een terugverdientijd van 5 jaar of minder;
  3° rendabiliteitsklasse 3: acties met een terugverdientijd van 5 jaar of minder.
  4.5. Voorwaardelijke acties en doorbraakacties
  Van de haalbaarheidsklasse A-acties waarvan de interne-opbrengstvoet (IRR) onder de drempel ligt die is bepaald in punt 5.1 en haalbaarheidsklasse B-acties, selecteert de entiteit ten minste 3 voorwaardelijke acties die relevant zijn voor haar traject naar koolstofneutraliteit en legt ze voor aan het technisch comité, na advies van de technisch deskundige. Voor deze geselecteerde en gevalideerde voorwaardelijke acties zal de entiteit grondige studies uitvoeren om te proberen de geïdentificeerde financiële, administratieve of technische belemmeringen weg te werken, zodat de voorwaardelijke acties bij de volgende globale audit (tussentijdse audit of eindaudit) als vaste acties kunnen worden geactiveerd.
  Sommige van deze voorwaardelijke acties staan bekend als "doorbraakacties". Dit zijn over het algemeen grote infrastructuurprojecten waarbij meerdere leden van de gemeenschap betrokken zijn en die de steun van de koolstofgemeenschap vereisen om het project samen te stellen, zowel technisch als administratief, en om een specifiek financieel pakket samen te stellen.
  Binnen de perken van de beschikbare kredieten kunnen de voorwaardelijke doorbraakacties worden voorgelegd aan de specifieke projectoproepen waarin het mechanisme van de overeenkomst voorziet, om zo bijkomende financiering van de Waalse Regering te verkrijgen voor de uitvoering ervan.
  4.6. Betrokkenheid van de directie
  De directie van het bedrijf tekent voor de conclusies van het rapport, dat de voorgestelde verbintenis valideert.
  5. Criteria voor het bepalen en herzien van de doelstellingen van de entiteit
  5.1. Berekening van prestatie-indexen
  De doelstellingen worden op basis van drie belangrijke prestatie-indexen vastgesteld:
  1° de energie-index, die de energie-intensiteit van de onderneming meet;
  2° de emissie-index, die de koolstofintensiteit van de gebruikte energie en het productieproces in voorkomend geval meet;
  3° de hernieuwbare index, die het hernieuwbare aandeel van de gebruikte energie meet.
  De berekening van deze indexen wordt gespecificeerd in de AMUREBA-methodologie.
  Zodra het actieplan is opgesteld, is de entiteit vrij om de prioritaire index te bepalen die ze belooft te bereiken tegen het einde van de overeenkomst, die haar bindende doelstelling zal bepalen, en de 2 indicatieve indexen die haar indicatieve bijdrage aan de andere doelstellingen van de gemeenschap zullen bepalen.
  De drempel voor de interne-opbrengstvoet, afgekort IRR, is vastgesteld op 11%.
  Het vaste deel van de doelstelling van een entiteit wordt berekend door de winst van de R- en A-haalbaarheidsaandelen waarvan de winstgevendheid boven de vastgestelde drempel ligt, bij elkaar op te tellen.
  Het voorwaardelijke deel van de doelstelling van een entiteit wordt bepaald door de vaste doelstelling en de som van de winsten uit de geselecteerde voorwaardelijke acties bij elkaar op te tellen.
  5.2. Criteria voor de beoordeling van de ambitie van de doelstelling
  De doelstellingen van de entiteit worden door het Technisch Comité, op advies van de technisch deskundige, getoetst aan de volgende criteria:
  1° de technische kwaliteit van de audit en het actieplan (naleving van de methodologie, volledigheid van de geïdentificeerde acties);
  2° de effectieve bijdrage aan de uitdagingen en verbintenissen van Wallonië op het vlak van energie en klimaat;
  3° de bijdrage die aanzienlijk verder gaat dan business as usual;
  4° de technische haalbaarheid van het actieplan;
  5° de evenredigheid van de investeringen ten opzichte van de compensatie, gecontroleerd in het geval de gemeenschap de doelstellingen, vermeld in artikel 30, 3°, van het decreet, niet bereikt.
  5.3. Herziening van de doelstelling
  Elke wijziging van de doelstelling, inclusief een wijziging van de prioritaire index, moet formeel worden goedgekeurd door het Technisch Comité.
  De herziene doelstelling van de entiteit aan het einde van de tussentijdse globale audit bestaat uit:
  a) een vast deel met inbegrip van:
  1° de vaste inschrijving van de entiteit in de overeenstemmende index,
  2° de initiële voorwaardelijke acties waarvoor de belemmeringen zijn weggenomen,
  3° de nieuwe A1-acties die tijdens de tussentijdse audit werden geïdentificeerd.
  b) een voorwaardelijk deel met:
  1° initiële voorwaardelijke acties waarvan de belemmeringen niet konden worden weggenomen tijdens de vorige periode, maar die relevant blijven,
  2° de nieuwe A1-acties die tijdens de tussentijdse audit werden geïdentificeerd.
  Het vaste deel van de herziene bindende doelstelling van de entiteit aan het einde van de tussentijdse globale audit mag niet lager zijn dan het vaste deel van de oorspronkelijke bindende doelstelling van de entiteit.
  Het voorwaardelijke deel van de herziene bindende doelstelling moet betrekking hebben op ten minste 3 wegen die moeten worden onderzocht in een poging om de belemmeringen tijdens de nieuwe cyclus weg te nemen. Het behouden of opgeven van een voorwaardelijke piste uit de vorige periode moet naar behoren worden gerechtvaardigd aan het Technisch Comité.
  6. Criteria voor de vaststelling en de herziening van de doelstellingen van de koolstofgemeenschap
  Het Technisch Comité beoordeelt, op advies van de technisch deskundige, de doelstellingen van de koolstofgemeenschap in het licht van de volgende criteria:
  1° de effectieve bijdrage aan de uitdagingen en verbintenissen van Wallonië op het vlak van energie en klimaat;
  2° de bijdrage die aanzienlijk verder gaat dan‌ business as usual, rekening houdend met het traject van de sectoren in de ADB2;
  3° de bijdrage van de koolstofgemeenschap tot het ontstaan van mutualisatieprojecten tussen haar leden.
  7. Jaarlijkse opvolgingsaudit
  7.1. Auditmethodologie
  Jaarlijkse globale audits worden uitgevoerd volgens de AMUREBA-methodologie door een AMUREBA-gecertificeerde auditor van het generalistische type Industrie.
  Het auditverslag voldoet aan het door de Administratie gepubliceerde algemene auditmodel AMUREBA.
  7.2. Het auditverslag
  Het auditverslag voldoet aan het door de Administratie gepubliceerde algemene auditmodel AMUREBA. Het omvat bovendien:
  1° de verrichte investeringen;
  2° het verbruik van energie uit hernieuwbare en koolstofarme bronnen, per categorie;
  3° het elektriciteitsverbruik opgewekt uit koolstofarme bronnen, per categorie;
  4° de voorstellen voor structurele veranderingen en cyclische aanpassingen.
  Het opvolgingsverslag van de entiteit en de koolstofgemeenschap wordt minstens 30 werkdagen voor de vergadering van het technisch comité naar de administratie en de technisch deskundige gestuurd.
  Voorstellen voor structurele wijzigingen en cyclische aanpassingen worden ten minste 30 werkdagen voor de vergadering van het Technisch Comité ingediend bij de aangewezen technisch deskundige.
Art. N2.   Annexe 2 : Méthode de fixation des objectifs
  1. Contenu de la convention carbone
  Une convention carbone individuelle signée entre la Région wallonne et une communauté carbone comprend au moins :
  1° la trajectoire de neutralité carbone 2050 de la communauté carbone et de chaque membre signataire avec des jalons intermédiaires 2030 et 2040 ;
  2° les 3 objectifs fixés par la Communauté carbone selon les indices énergie, émissions et renouvelables déclinés en objectifs fermes et conditionnels. Ces objectifs sont révisés à chaque cycle d'audit de 4 ans ;
  3° les objectifs engageants et indicatifs des membres de la Communauté carbone pour y arriver, déclinés sous leur forme ferme et conditionnelle ;
  4° le plan d'action de la communauté carbone tel qu'établi après la réception des audits individuels de ses membres, qui détaille les objectifs fermes et conditionnels des membres de la communauté carbone. Les plans d'action des membres et de la communauté étant évolutifs, ils seront revus lors de l'audit intermédiaire pour y intégrer les nouvelles actions fermes identifiées, ainsi que les actions conditionnelles de l'audit précédent dont les barrières ont été levées.
  2. Critères relatifs à l'ambition du Gouvernement Wallon
  Les objectifs de la communauté carbone contribuent aux objectifs climatiques wallons énoncés aux chapitres 2 et 3 du décret neutralité Carbone du 16 novembre 2023.
  3. Vision stratégique neutralité carbone
  Chacun des membres de la communauté carbone établit une vision stratégique qui le place sur une trajectoire de neutralité carbone à l'horizon 2050, avec des jalons 2030 et 2040. Cette stratégie de transition de l'entreprise comporte un scénario crédible et est validée par le management de chaque entreprise.
  4. Audit global
  4.1. Méthodologie d'audit
  Les audits globaux sont réalisés suivant la méthodologie AMUREBA par un auditeur labellisé AMUREBA de type généraliste dénomination Industrie.
  Le rapport d'audit est conforme au canevas AMUREBA d'audit global publié par l'Administration.
  4.2. Périmètre de l'audit
  Le périmètre couvert par l'audit reprend l'ensemble des consommations énergétiques et des émissions directes et indirectes (scopes 1 et 2) de l'entité. Les émissions de scope 3 peuvent être incluses si l'entité dispose d'un réel pouvoir d'action sur ses émissions et, d'un moyen de suivi fiable de leur évolution et si elles peuvent être comptabilisées dans les bilans wallons.
  4.3. Les classes de faisabilité
  L'audit global réalisé classe les actions d'amélioration dans les catégories suivantes :
  1° classe de faisabilité R : les actions réalisées depuis l'année de référence ;
  2° classe de faisabilité A : les actions considérées comme faisable techniquement, économiquement et administrativement, sans barrière qui en entrave la mise en oeuvre ;
  3° classe de faisabilité B : les actions considérées comme non matures techniquement ou économiquement (par exemple liée à la complexité du montage financier, l'obtention de permis, ou un dimensionnement spécifique complexe).
  4.4. Les classes de rentabilité
  Pour chaque action d'amélioration le taux interne de rentabilité, en abrégé " TRI " et le temps de retour sur investissement sont calculés conformément à la méthodologie AMUREBA.
  L'audit global classe les actions d'amélioration par ordre décroissant de taux interne de rentabilité et définit 3 classes de rentabilité :
  1° classe de rentabilité 1 : les actions dont le temps de retour est inférieur ou égal à 3 ans ;
  2° classe de rentabilité 2 : les actions dont le temps de retour est inférieur ou égal à 5 ans ;
  3° classe de rentabilité 3 : les actions dont le temps de retour est supérieur à 5 ans.
  4.5. Actions conditionnelles et actions de rupture
  Parmi les actions de classe de faisabilité A dont le TRI est inférieur au seuil défini au point 5.1 et les actions de classe de faisabilité B, l'entité sélectionne au minimum 3 actions conditionnelles pertinentes au regard de sa trajectoire neutralité carbone et les soumet au Comité technique, après avis de l'Expert technique. Pour ces actions conditionnelles sélectionnées et validées, l'entité réalisera des études approfondies pour tenter de lever les barrières financières, administratives ou techniques identifiées et ainsi pouvoir activer les actions conditionnelles comme actions fermes de l'audit global suivant (intermédiaire ou final).
  Certaines de ces actions conditionnelles sont dites de " rupture ". Il s'agit généralement des actions d'infrastructure lourde, impliquant plusieurs membres de la communauté et qui nécessitent le support de la communauté carbone pour en effectuer le montage de projet, approfondissement tant technique qu'administratif ainsi que constitution d'un montage financier spécifique.
  Dans la limite des crédits disponibles, les actions conditionnelles de rupture pourront être soumises aux appels à projets spécifiques prévus dans le mécanisme des conventions et obtenir ainsi un financement additionnel du gouvernement wallon pour leur mise en oeuvre.
  4.6. Implication de la direction
  La direction de l'entreprise signe les conclusions du rapport, ce qui valide sa proposition d'engagement.
  5. Critères de fixation et de révision des objectifs de l'entité
  5.1. Calcul des indices de performance
  Les objectifs sont fixés sur base de trois indices de performance-clés :
  1° l'indice énergie, mesurant l'intensité énergétique de l'entreprise ;
  2° l'indice émissions, mesurant l'intensité carbone de l'énergie utilisée et du processus de fabrication de cas échéant ;
  3° l'indice renouvelable, mesurant la part renouvelable dans l'énergie utilisée.
  Le calcul de ces indices est précisé dans la méthodologie AMUREBA.
  Une fois son plan d'action établi, l'entité fixe librement l'indice prioritaire qu'elle s'engage à atteindre au terme de la convention et qui fixera son objectif engageant et les 2 indices indicatifs qui détermineront sa contribution indicative aux autres objectifs de la communauté.
  Le seuil relatif au taux interne de rentabilité, en abrégé " TRI " est fixé à 11%.
  La partie ferme d'un objectif de l'entité est calculée en faisant la somme des gains des actions de classe de faisabilité R et A et dont la rentabilité est supérieure au seuil fixé.
  La partie conditionnelle d'un objectif de l'entité est fixée en faisant la somme l'objectif fixe et la somme des gains des actions conditionnelles retenues.
  5.2. Critères d'évaluation de l'ambition de l'objectif
  Les objectifs de l'entité seront challengés par le Comité technique, après avis de l'Expert technique au regard des critères suivants :
  1° la qualité technique de l'audit et du plan d'action (conformité méthodologique, exhaustivité des actions identifiées) ;
  2° la contribution effective aux enjeux et engagements wallons en matière énergie et climat ;
  3° la contribution significativement au-delà du business as usual ;
  4° le réalisme technique du plan d'action ;
  5° la proportionnalité des investissements aux contreparties, vérifiée en cas de non-atteinte par la communauté des objectifs visés à l'article 30, 3°, du décret.
  5.3. Révision de l'objectif
  Toute modification de l'objectif, en ce compris une modification de l'indice prioritaire, est soumise à l'approbation formelle du comité technique.
  L'objectif révisé de l'entité à l'issue de l'audit global intermédiaire se compose :
  a) d'une partie ferme reprenant:
  1° les actions fermes d'entrée de l'entité dans l'indice correspondant,
  2° les actions conditionnelles initiales dont les barrières ont été levées,
  3° les nouvelles actions A1 identifiées dans l'audit intermédiaire.
  b) d'une partie conditionnelle reprenant :
  1° les actions conditionnelles initiales dont les barrières n'ont pu être levées au cours de la période précédente mais qui restent pertinentes,
  2° des nouvelles actions conditionnelles identifiées dans l'audit intermédiaire
  La partie ferme de l'objectif engageant révisé de l'entité à l'issue de l'audit global intermédiaire ne peut pas être inférieur à la partie ferme de l'objectif engageant d'entrée de l'entité.
  La partie conditionnelle de l'objectif engageant révisé doit concerner au moins 3 pistes à investiguer pour tenter d'en lever les barrières sur le nouveau cycle. Le maintien ou l'abandon d'une piste conditionnelle de la période précédente doit être dûment justifié auprès du comité technique.
  6. Critères de fixation et de révision des objectifs de la communauté carbone
  Le Comité technique, après avis de l'Expert technique, évalue les objectifs de la communauté carbone au regard des critères suivants :
  1° la contribution effective aux enjeux et aux engagements wallons en matière énergie et climat ;
  2° la contribution significativement au-delà du business as usual, tenant compte de la trajectoire des secteurs dans les ADB2 ;
  3° la contribution de la communauté carbone à l'émergence de projets de mutualisation entre ses membres.
  7. L'audit de suivi annuel
  7.1. Méthodologie d'audit
  Les audits de suivi annuels sont réalisés suivant la méthodologie AMUREBA et doivent être réalisés par un auditeur labellisé AMUREBA de type généraliste dénomination Industrie.
  Le rapport d'audit est conforme au canevas AMUREBA d'audit de suivi publié par l'Administration.
  7.2. Rapport d'audit
  Le rapport d'audit est conforme au canevas AMUREBA d'audit de suivi publié par l'Administration. Il rependra en plus :
  1° les investissements mis en oeuvre ;
  2° la consommation d'énergie issue de sources renouvelables et bas carbone, par catégories ;
  3° la consommation électricité générée à partir de sources décarbonées, par catégories ;
  4° les propositions de modifications structurelles et d'ajustement conjoncturels.
  Le rapport de suivi de l'entité et de la communauté carbone sont transmis à l'administration et à l'expert technique, 30 jours ouvrables minimum avant la tenue du comité technique.
  Les propositions de modifications structurelles et d'ajustement conjoncturels seront soumises à l'Expert technique désigné, 30 jours ouvrables minimum avant la tenue du comité technique.
Art. N4.   Bijlage 4. Technische deskundigen
  1. Aanwijzing van de technische deskundigen
  De Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Woonbeleid, Erfgoed en Energie en het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" wijzen via een overheidsopdracht dienstverleners aan om de onafhankelijke expertise te leveren die nodig is om de koolstofovereenkomsten te ondersteunen. De technische deskundigen worden voor 4 jaar aangewezen.
  2. Rol van de technische deskundigen
  De deskundigen helpen bij het voorbereiden, analyseren en opmaken van de informatie die nodig is om de koolstofovereenkomsten te beheren. De deskundigen zijn de methodologische adviseurs van de koolstofovereenkomsten, aangewezen door de Waalse Regering.
  De deskundigen garanderen een gelijke methodologische behandeling voor alle leden en alle koolstofgemeenschappen.
  De deskundigen staan garant voor de methodologie en technische adviseurs, ook ten dienste van de auditeurs, de koolstofgemeenschappen en hun leden, in het kader van de opdracht die hen werd toevertrouwd door de Waalse Regering.
  Deskundigen kunnen optreden als bemiddelaar tussen vertegenwoordigers van de overheid, koolstofgemeenschappen en entiteiten.
  In overeenstemming met de artikelen 7 en 8 van het besluit van de Waalse Regering van 1 februari 2024 betreffende de koolstofovereenkomsten, zetelen de deskundigen in de technische en strategische comités met een adviserende rol.
  3. Opdracht van de technische deskundigen
  De technische deskundigen geven technisch advies aan het Technisch en Strategisch Comité, zodat zij beslissingen kunnen nemen, doelstellingen kunnen valideren, wijzigingen kunnen aanbrengen, jaarlijkse controles kunnen uitvoeren en, indien nodig, sancties kunnen opleggen.
  1° Met betrekking tot de globale audits analyseren de technische deskundigen de methodologische conformiteit van elke globale audit in de achtjarige cyclus, (ingang, tussentijds en eind);
  2° ze analyseren de technische kwaliteit van energiemodellen;
  3° ze analyseren de technische kwaliteit van de actieplannen van de leden en de koolstofgemeenschap;
  4° ze beoordelen de verbintenis van de leden en de koolstofgemeenschap met betrekking tot de criteria die door de Waalse Regering zijn vastgelegd in (Bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 1 februari 2024);
  5° ze helpen een koolstofgemeenschap bij de consolidatie van gegevens door de consistentie van gegevens te controleren;
  Met betrekking tot opvolgingsaudits hebben de technische deskundigen de volgende taken:
  1° ze analyseren de voorgestelde structurele en cyclische aanpassingen van de indexen;
  2° zij stellen voorstellen op voor verbeteringen die worden voorgelegd aan de technische en strategische comités om de technische problemen op te lossen die zich op individuele basis voordoen;
  3° ze volgen de trajecten van elke koolstofgemeenschap naar hun contractuele doelstelling nauwgezet;
  4° ze valideren de algemene resultaten van de koolstofgemeenschappen op het niveau van het technisch comité en van het mechanisme als geheel op het niveau van het strategisch comité;
  5° ze dragen aan de voorbereiding van jaar- en vierjaarlijkse verslagen bij;
  6° ze neem deel aan de openbare presentatie van de resultaten van de overeenkomsten.
  De deskundigen nemen de rol van methodologische referentie op zich en garanderen de correcte toepassing van het technische kader van de overeenkomsten, zowel op het niveau van individuele entiteiten als op het niveau van gepoolde koolstofgemeenschappen. In dit kader hebben de deskundigen de volgende taken:
  1° ze werken de methodologische AMUREBA-nota bij en, indien nodig, stellen wijzigingen voor aan bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 1 februari 2024 betreffende de koolstofovereenkomsten, als en wanneer dit wordt vereist door de Waalse overheden en wanneer de aangetroffen situatie van toepassing is voor alle deelnemers aan de verschillende overeenkomsten;
  2° ze bieden technische antwoorden aan AMUREBA- gecertificeerde auditeurs als onderdeel van koolstofovereenkomsten;
  3° ze organiseren opleidingen voor AMUREBA-gecertificeerde auditeurs.
  In de uitoefening van hun opdracht werken de deskundigen in volledige neutraliteit en onafhankelijkheid ten opzichte van de betrokken entiteiten en koolstofgemeenschappen. Ze zijn gebonden door een strikte geheimhoudingsplicht.
Art. N4.   Annexe 4. Experts techniques
  1. Désignation des experts techniques
  Le Service public de Wallonne Territoire, Logement, Patrimoine et Energie et l'Agence wallonne de l'Air et du Climat désignent par marché public des prestataires de services pour assurer l'expertise indépendante requise pour l'accompagnement des conventions carbone. Les experts techniques sont désignés pour 4 ans.
  2. Rôle des experts techniques
  Les experts facilitent la préparation, l'analyse et la mise en forme des informations nécessaires au pilotage des conventions carbones. Les experts sont les conseillers méthodologiques des conventions carbones que le Gouvernement wallon désigne.
  Les experts garantissent l'égalité de traitement méthodologique entre tous les membres et toutes les communautés carbone.
  Les experts sont les garants méthodologiques et les conseillers techniques, également au service des auditeurs, des communautés carbone et de leurs membres, dans la mesure de la mission qui leur est confiée par le Gouvernement wallon.
  Les experts peuvent jouer le rôle de modérateur entre les représentants de l'autorité publique, les communautés carbone et les entités.
  Conformément aux articles 7 et 8 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er février 2024 conventions carbone, les experts siègent à titre consultatif dans les comités techniques et stratégiques.
  3. Mission des experts techniques
  Les experts techniques communiquent des avis techniques à destination des comités technique et stratégique, afin de leur permettre de se positionner pour leurs prises de décision, validation des objectifs, amendements, suivi annuel et éventuels manquements et sanctions.
  1° Relativement aux audits globaux, les experts techniques : analysent la conformité méthodologique de chaque audit global du cycle de huit ans, entrée, intermédiaire et final ;
  2° analysent la qualité technique des modèles énergétiques ;
  3° analysent la qualité technique des plans d'action des membres et de la communauté carbone ;
  4° évaluent l'engagement des membres et de la communauté carbone au regard des critères fixés par le Gouvernement wallon à (l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er février 2024);
  5° assistent une communauté carbone dans son travail de consolidation des données en vérifiant leur cohérence ;
  Relativement aux audits de suivi, les experts techniques :
  1° analysent les propositions d'ajustements structurels et conjoncturels des indices ;
  2° rédigent des propositions d'amélioration à destination des comités techniques et stratégiques pour résoudre les problèmes techniques rencontrés individuellement ;
  3° assurent le suivi rigoureux des trajectoires de chaque communauté carbone vers leur objectif contractuel ;
  4° valident les résultats globaux des communautés carbone au niveau du comité technique et de l'ensemble du mécanisme au niveau du comité stratégique ;
  5° contribuent à la préparation des rapports annuels et quadri-annuels ;
  6° participent à la présentation publique des résultats des conventions.
  Les experts assument le rôle de référent méthodologique et garantissent la bonne application du cadre technique des conventions, tant au niveau individuel des entités qu'au niveau mutualisé des communautés carbone. Dans ce cadre, les experts :
  1° mettent à jour la note méthodologique AMUREBA et, le cas échéant, proposent des amendements à l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er février 2024 relatif aux conventions carbone, au fur et à mesure des besoins exprimés par les Autorités wallonnes et lorsque la situation rencontrée est valable pour tous les participants aux différentes conventions ;
  2° proposent des réponses techniques aux auditeurs labellisés AMUREBA dans le cadre des conventions carbone ;
  3° organisent les formations à destination des auditeurs labellisés AMUREBA.
  Dans l'exercice de leur mission, les experts travaillent en toute neutralité et indépendance vis-à-vis des entités et des communautés carbones concernées. Ils sont tenus à un devoir de stricte confidentialité.
Art. N4.   Bijlage 4. Technische deskundigen
  1. Aanwijzing van de technische deskundigen
  De Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Woonbeleid, Erfgoed en Energie en het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" wijzen via een overheidsopdracht dienstverleners aan om de onafhankelijke expertise te leveren die nodig is om de koolstofovereenkomsten te ondersteunen. De technische deskundigen worden voor 4 jaar aangewezen.
  2. Rol van de technische deskundigen
  De deskundigen helpen bij het voorbereiden, analyseren en opmaken van de informatie die nodig is om de koolstofovereenkomsten te beheren. De deskundigen zijn de methodologische adviseurs van de koolstofovereenkomsten, aangewezen door de Waalse Regering.
  De deskundigen garanderen een gelijke methodologische behandeling voor alle leden en alle koolstofgemeenschappen.
  De deskundigen staan garant voor de methodologie en technische adviseurs, ook ten dienste van de auditeurs, de koolstofgemeenschappen en hun leden, in het kader van de opdracht die hen werd toevertrouwd door de Waalse Regering.
  Deskundigen kunnen optreden als bemiddelaar tussen vertegenwoordigers van de overheid, koolstofgemeenschappen en entiteiten.
  In overeenstemming met de artikelen 7 en 8 van het besluit van de Waalse Regering van 1 februari 2024 betreffende de koolstofovereenkomsten, zetelen de deskundigen in de technische en strategische comités met een adviserende rol.
  3. Opdracht van de technische deskundigen
  De technische deskundigen geven technisch advies aan het Technisch en Strategisch Comité, zodat zij beslissingen kunnen nemen, doelstellingen kunnen valideren, wijzigingen kunnen aanbrengen, jaarlijkse controles kunnen uitvoeren en, indien nodig, sancties kunnen opleggen.
  1° Met betrekking tot de globale audits analyseren de technische deskundigen de methodologische conformiteit van elke globale audit in de achtjarige cyclus, (ingang, tussentijds en eind);
  2° ze analyseren de technische kwaliteit van energiemodellen;
  3° ze analyseren de technische kwaliteit van de actieplannen van de leden en de koolstofgemeenschap;
  4° ze beoordelen de verbintenis van de leden en de koolstofgemeenschap met betrekking tot de criteria die door de Waalse Regering zijn vastgelegd in (Bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 1 februari 2024);
  5° ze helpen een koolstofgemeenschap bij de consolidatie van gegevens door de consistentie van gegevens te controleren;
  Met betrekking tot opvolgingsaudits hebben de technische deskundigen de volgende taken:
  1° ze analyseren de voorgestelde structurele en cyclische aanpassingen van de indexen;
  2° zij stellen voorstellen op voor verbeteringen die worden voorgelegd aan de technische en strategische comités om de technische problemen op te lossen die zich op individuele basis voordoen;
  3° ze volgen de trajecten van elke koolstofgemeenschap naar hun contractuele doelstelling nauwgezet;
  4° ze valideren de algemene resultaten van de koolstofgemeenschappen op het niveau van het technisch comité en van het mechanisme als geheel op het niveau van het strategisch comité;
  5° ze dragen aan de voorbereiding van jaar- en vierjaarlijkse verslagen bij;
  6° ze neem deel aan de openbare presentatie van de resultaten van de overeenkomsten.
  De deskundigen nemen de rol van methodologische referentie op zich en garanderen de correcte toepassing van het technische kader van de overeenkomsten, zowel op het niveau van individuele entiteiten als op het niveau van gepoolde koolstofgemeenschappen. In dit kader hebben de deskundigen de volgende taken:
  1° ze werken de methodologische AMUREBA-nota bij en, indien nodig, stellen wijzigingen voor aan bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 1 februari 2024 betreffende de koolstofovereenkomsten, als en wanneer dit wordt vereist door de Waalse overheden en wanneer de aangetroffen situatie van toepassing is voor alle deelnemers aan de verschillende overeenkomsten;
  2° ze bieden technische antwoorden aan AMUREBA- gecertificeerde auditeurs als onderdeel van koolstofovereenkomsten;
  3° ze organiseren opleidingen voor AMUREBA-gecertificeerde auditeurs.
  In de uitoefening van hun opdracht werken de deskundigen in volledige neutraliteit en onafhankelijkheid ten opzichte van de betrokken entiteiten en koolstofgemeenschappen. Ze zijn gebonden door een strikte geheimhoudingsplicht.
Art. N4.   Annexe 4. Experts techniques
  1. Désignation des experts techniques
  Le Service public de Wallonne Territoire, Logement, Patrimoine et Energie et l'Agence wallonne de l'Air et du Climat désignent par marché public des prestataires de services pour assurer l'expertise indépendante requise pour l'accompagnement des conventions carbone. Les experts techniques sont désignés pour 4 ans.
  2. Rôle des experts techniques
  Les experts facilitent la préparation, l'analyse et la mise en forme des informations nécessaires au pilotage des conventions carbones. Les experts sont les conseillers méthodologiques des conventions carbones que le Gouvernement wallon désigne.
  Les experts garantissent l'égalité de traitement méthodologique entre tous les membres et toutes les communautés carbone.
  Les experts sont les garants méthodologiques et les conseillers techniques, également au service des auditeurs, des communautés carbone et de leurs membres, dans la mesure de la mission qui leur est confiée par le Gouvernement wallon.
  Les experts peuvent jouer le rôle de modérateur entre les représentants de l'autorité publique, les communautés carbone et les entités.
  Conformément aux articles 7 et 8 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er février 2024 conventions carbone, les experts siègent à titre consultatif dans les comités techniques et stratégiques.
  3. Mission des experts techniques
  Les experts techniques communiquent des avis techniques à destination des comités technique et stratégique, afin de leur permettre de se positionner pour leurs prises de décision, validation des objectifs, amendements, suivi annuel et éventuels manquements et sanctions.
  1° Relativement aux audits globaux, les experts techniques : analysent la conformité méthodologique de chaque audit global du cycle de huit ans, entrée, intermédiaire et final ;
  2° analysent la qualité technique des modèles énergétiques ;
  3° analysent la qualité technique des plans d'action des membres et de la communauté carbone ;
  4° évaluent l'engagement des membres et de la communauté carbone au regard des critères fixés par le Gouvernement wallon à (l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er février 2024);
  5° assistent une communauté carbone dans son travail de consolidation des données en vérifiant leur cohérence ;
  Relativement aux audits de suivi, les experts techniques :
  1° analysent les propositions d'ajustements structurels et conjoncturels des indices ;
  2° rédigent des propositions d'amélioration à destination des comités techniques et stratégiques pour résoudre les problèmes techniques rencontrés individuellement ;
  3° assurent le suivi rigoureux des trajectoires de chaque communauté carbone vers leur objectif contractuel ;
  4° valident les résultats globaux des communautés carbone au niveau du comité technique et de l'ensemble du mécanisme au niveau du comité stratégique ;
  5° contribuent à la préparation des rapports annuels et quadri-annuels ;
  6° participent à la présentation publique des résultats des conventions.
  Les experts assument le rôle de référent méthodologique et garantissent la bonne application du cadre technique des conventions, tant au niveau individuel des entités qu'au niveau mutualisé des communautés carbone. Dans ce cadre, les experts :
  1° mettent à jour la note méthodologique AMUREBA et, le cas échéant, proposent des amendements à l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er février 2024 relatif aux conventions carbone, au fur et à mesure des besoins exprimés par les Autorités wallonnes et lorsque la situation rencontrée est valable pour tous les participants aux différentes conventions ;
  2° proposent des réponses techniques aux auditeurs labellisés AMUREBA dans le cadre des conventions carbone ;
  3° organisent les formations à destination des auditeurs labellisés AMUREBA.
  Dans l'exercice de leur mission, les experts travaillent en toute neutralité et indépendance vis-à-vis des entités et des communautés carbones concernées. Ils sont tenus à un devoir de stricte confidentialité.