Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 MEI 2024. - Wet tot wijziging van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens
Titre
16 MAI 2024. - Loi modifiant la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers
Art.2. In artikel 2 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens, worden de woorden "de Richtlijn 2004/82/CE van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verplichting voor vervoerders om passagiersgegevens door te geven, en" opgeheven.
Art.2. A l'article 2 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers, les mots "la directive 2004/82/CE du Conseil du 29 avril 2004 concernant l'obligation pour les transporteurs de communiquer les données relatives aux passagers, et" sont abrogés.
Art.3. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
  "5° "vervoer over het spoor": elke internationale reizigersvervoerdienst per hogesnelheidstrein die uitgevoerd wordt op een hogesnelheidslijn in de zin van bijlage 14 van de Spoorwegcodex en waarvan het station van vertrek, aankomst, of transit gelegen is in België;";
  b) de bepalingen onder 15° en 16° worden opgeheven;
  c) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 19° luidende:
  "19° "bevoegde instantie": een dienst die voorkomt op de lijst zoals bekend gemaakt aan de Europese Commissie op grond van artikel 7, lid 3, van de Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit.".
Art.3. Dans l'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 5° est remplacé par ce qui suit:
  "5° "transport par voie ferroviaire": tout service international de transport de voyageurs par train à grande vitesse qui est exploité sur une ligne à grande vitesse au sens de l'annexe 14 du Code ferroviaire et dont la gare de départ, d'arrivée ou de transit est située en Belgique;";
  b) les 15° et 16° sont abrogés;
  c) l'article est complété par un 19° rédigé comme suit:
  "19° "autorité compétente": une autorité mentionnée sur la liste notifiée à la Commission européenne en vertu de l'article 7, paragraphe 3, de la directive (UE) 2016/681 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relative à l'utilisation des données des dossiers passagers (PNR) pour la prévention et la détection des infractions terroristes et des formes graves de criminalité, ainsi que pour les enquêtes et les poursuites en la matière.".
Art.4. Artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 juli 2018 en gedeeltelijk vernietigd bij het arrest nr. 131/2023 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 8. § 1. De passagiersgegevens mogen alleen worden verwerkt met het oog op het voorkomen, detecteren, opsporen en vervolgen van, ofwel:
  1° terroristische misdrijven zoals bepaald in het Strafwetboek op grond van Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake de strijd tegen het terrorisme en ter vervanging van het Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad; ofwel
  2° de in bijlage II, bij de Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, genoemde strafbare feiten van ernstige criminaliteit die naar nationaal recht strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.
  § 2. De terroristische misdrijven en strafbare feiten van ernstige criminaliteit moeten een objectief verband, direct of indirect, hebben met het internationaal vervoer.
  § 3. Op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor Binnenlandse zaken en de minister bevoegd voor Justitie, stelt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, een lijst op van de in paragraaf 1 bedoelde strafbare feiten, teneinde een referentiekader te bieden voor de bevoegde instanties en de PIE. De lijst wordt minstens driejaarlijks geëvalueerd, en geactualiseerd in voorkomend geval.".
Art.4. L'article 8 de la même loi, modifié par la loi du 15 juillet 2018 et partiellement annulé par l'arrêt n° 131/2023 de la Cour constitutionnelle, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 8. § 1er. Les données des passagers peuvent uniquement être traitées à des fins de prévention, de détection, d'enquêtes et de poursuites en la matière, soit:
  1° des infractions terroristes prévues par le Code pénal en vertu de la directive (UE) 2017/541 du Parlement européen et du Conseil du 15 mars 2017 relative à la lutte contre le terrorisme et remplaçant la décision-cadre 2002/475/JAI du Conseil et modifiant la décision 2005/671/JAI du Conseil; soit
  2° des infractions de criminalité grave, listées à l'Annexe II de la directive (UE) 2016/681 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relative à l'utilisation des données des dossiers passagers (PNR) pour la prévention et la détection des infractions terroristes et des formes graves de criminalité, ainsi que pour les enquêtes et les poursuites en la matière, qui sont passibles d'une peine privative de liberté d'une durée maximale d'au moins trois ans au titre du droit national.
  § 2. Les infractions terroristes et de criminalité grave doivent présenter un lien objectif, direct ou indirect, avec le transport international.
  § 3. Sur la proposition conjointe du ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions et du ministre qui a la Justice dans ses attributions, le Roi établit par arrêté délibéré en Conseil des ministres, une liste des infractions visées au paragraphe 1er, en vue de fournir un cadre de référence aux autorités compétentes et à l'UIP. La liste est évaluée, au moins tous les trois ans, et actualisée le cas échéant.".
Art.5. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1 worden de woorden "Wat de reservatiegegevens betreft, bevatten de passagiersgegevens maximaal" vervangen door "De passagiersgegevens bevatten maximaal";
  b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt:
  "18° alle voorafgaande passagiersgegevens (API-gegevens) die werden verzameld en maximaal het volgende bevatten:
  - het soort, het nummer, het land van afgifte en de vervaldatum van het reisdocument;
  - de nationaliteit, familienaam en voornaam, geslacht en geboortedatum van de passagier;
  - de vervoerder/reisoperator, het nummer van het vervoer, de datum, het tijdstip en de plaats van vertrek, de datum, het tijdstip en de plaats van aankomst;
  - het totale aantal vervoerde personen;
  - het zitplaatsnummer;
  - de PNR-bestandslocatiecode;
  - het aantal, het gewicht en de identificatie van de bagage;
  - de grensdoorlaatpost van binnenkomst op nationaal grondgebied;";
  c) paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art.5. Dans l'article 9 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, les mots "En ce qui concerne les données de réservation," sont abrogés;
  b) le 18° est remplacé par ce qui suit:
  "18° toutes les données préalables sur les passagers (données API) qui ont été collectées et qui contiennent au maximum:
  - le type, le numéro, le pays de délivrance et la date d'expiration du document de voyage;
  - la nationalité, le nom de famille et prénom, le sexe et la date de naissance du passager;
  - le transporteur/opérateur de voyage, le numéro du transport, la date, l'heure et le lieu de départ, la date, l'heure et le lieu d'arrivée;
  - le nombre total de personnes transportées;
  - le numéro de siège;
  - le code repère du PNR;
  - le nombre, le poids et l'identification des bagages;
  - le point de passage frontalier utilisé pour entrer sur le territoire national;";
  c) le paragraphe 2 est abrogé.
Art.6. In artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 juli 2018 en de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " § 1, 1°, 2°, 4° en 5°, of met betrekking tot de dreigingen bedoeld in de artikelen 8, 1°, a), b), c), d), f), g), en 11, § 2, van de organieke wet van 30 november 1998 betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten" opgeheven;
  b) paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art.6. Dans l'article 24 de la même loi, modifié par la loi du 15 juillet 2018 et la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " § 1er, 1°, 2°, 4° et 5°, ou relatives aux menaces mentionnées aux articles 8, 1°, a), b), c), d), f), g), et 11, § 2, de la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité" sont abrogés;
  b) le paragraphe 3 est abrogé.
Art.7. In hoofdstuk 10 van dezelfde wet wordt een afdeling 1/1 ingevoegd, luidende "Afdeling 1/1. Analyse van passagiersgegevens met het oog op het formuleren van vooraf vastgestelde criteria", dat artikel 25 omvat.
Art.7. Dans le chapitre 10 de la même loi, il est inséré une section 1re/1 intitulée "Section 1re/1. L'analyse des données des passagers en vue de définir des critères préétablis" comportant l'article 25.
Art.8. Artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 juli 2018, wordt opgeheven.
Art.8. L'article 26 de la même loi, modifié par la loi du 15 juillet 2018, est abrogé.
Art.9. Artikel 27 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 mei 2019 en gedeeltelijk vernietigd bij het arrest nr. 131/2023 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 27. § 1. De bevoegde instanties kunnen, geval per geval, een met redenen omkleed verzoek indienen om passagiersgegevens of het verwerkingsresultaat van deze gegevens aan hen te verstrekken en in een specifiek geval te verwerken, met het oog op de in artikel 8 bepaalde doeleinden.
  § 2. In de motivering wordt vermeld:
  1° de omstandigheden die het verzoek rechtvaardigen;
  2° het gerelateerde strafbare feit en het objectieve verband ervan met het internationaal vervoer;
  3° de objectieve elementen die aanleiding geven tot een redelijk vermoeden van betrokkenheid van de betrokken persoon of personen bij het strafbare feit.
  § 3. Het verzoek wordt aan de PIE overgemaakt nadat deze voorafgaandelijk door een onafhankelijke en onpartijdige instantie werd goedgekeurd. Deze beslissing wordt toegevoegd aan het verzoek.
  § 4. In geval van voldoende gemotiveerde hoogdringendheid wordt de in paragraaf 3 bedoelde controle zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen de 48 uur nadien uitgevoerd.
  Indien de vereiste goedkeuring zoals bepaald in paragraaf 3 niet wordt verkregen, wist de bevoegde instantie die de gegevens ontvangen heeft deze onmiddellijk.
  § 5. Indien de controle zoals bedoeld in de paragrafen 3 en 4 niet door een rechterlijke instantie wordt verricht, wordt de functionaris voor gegevensbescherming in kennis gesteld van de verstrekte gegevens en kan hij een controle nadien uitvoeren.
  § 6. In afwijking van de paragrafen 4 en 5 kunnen de in de eerste paragraaf bedoelde passagiersgegevens verstrekt aan het Openbaar Ministerie en de hoven en rechtbanken van het gemeen recht in het kader van strafrechtelijke onderzoeken en procedures enkel gecontroleerd en verwijderd worden overeenkomstig de regels van het Wetboek van Strafvordering.".
Art.9. L'article 27 de la même loi, remplacé par la loi du 2 mai 2019 et partiellement annulé par l'arrêt n° 131/2023 de la Cour constitutionnelle, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 27. § 1er. Les autorités compétentes peuvent introduire, au cas par cas, une demande dûment motivée visant à ce que des données des passagers ou le résultat du traitement de ces données leur soient communiqués et à ce que celles-ci fassent l'objet d'un traitement dans un cas spécifique, aux fins prévues à l'article 8.
  § 2. Dans la motivation, sont mentionnés:
  1° les circonstances qui justifient la demande;
  2° l'infraction en cause et son lien objectif avec le transport international;
  3° les éléments objectifs fondant un soupçon raisonnable d'implication de la personne ou des personnes concernées dans ladite infraction.
  § 3. La demande est transmise à l'UIP après qu'elle a été approuvée au préalable par une autorité indépendante et impartiale. Cette décision est jointe à la demande.
  § 4. En cas d'urgence dûment justifiée, le contrôle visé au paragraphe 3 est réalisé dans les meilleurs délais et au plus tard dans les 48 heures.
  Si l'approbation prévue au paragraphe 3 n'est pas obtenue, l'autorité compétente qui a reçu les données les efface immédiatement.
  § 5. Lorsque le contrôle visé aux paragraphes 3 et 4 n'est pas réalisé par une autorité judiciaire, le délégué à la protection des données est informé des communications de données effectuées et peut procéder à un contrôle postérieur.
  § 6. Par dérogation aux paragraphes 4 et 5, les données des passagers visées au paragraphe 1er qui sont communiquées au Ministère public et aux cours et tribunaux de droit commun dans le cadre d'enquêtes et de procédures pénales ne peuvent être vérifiées et effacées que conformément aux règles du Code d'instruction criminelle.".
Art.10. In artikel 37 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "opgenomen in het protocolakkoord bedoeld in artikel 34" alsook de woorden "en die nog niet werden gedepersonaliseerd door afscherming, overeenkomstig artikel 19" opgeheven;
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. De in dit artikel verzochte gegevens kunnen enkel door de PIE worden bezorgd wanneer aan alle bepalingen van artikel 27 werden voldaan en een onafhankelijke en onpartijdige instantie van de verzoekende lidstaat de aanvraag vooraf heeft goedgekeurd.
  De PIE weigert het doorgeven van gevraagde gegevens indien het verzoek de beslissing door de instantie bedoeld in lid 1 niet bevat of indien de uitvoering in strijd is met de openbare orde.".
Art.10. A l'article 37 de la même loi, modifié par la loi du 15 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "repris dans le protocole d'accord visé à l'article 34" ainsi que les mots "et qui n'ont pas encore été dépersonnalisées par masquage, conformément à l'article 19" sont abrogés;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
  " § 3. Les données demandées en vertu du présent article ne sont transmises par l'UIP que si toutes les dispositions de l'article 27 sont respectées et si une autorité indépendante et impartiale de l'Etat membre requérant a préalablement approuvé la demande.
  L'UIP refuse de transmettre les données demandées si la demande ne contient pas la décision prise par l'autorité visée à l'alinéa 1er ou si son exécution porte atteinte à l'ordre public.".
Art.11. Artikel 38 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 15 juli 2018, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3. De aanvraag zoals bedoeld in paragraaf 1 wordt onderworpen aan de controle georganiseerd door artikel 27, §§ 3 en 4.".
Art.11. L'article 38 de la même loi, remplacé par la loi du 15 juillet 2018, est complété par le paragraphe 3 rédigé comme suit:
  " § 3. La demande visée au paragraphe 1er est soumise au contrôle organisé à l'article 27, §§ 3 et 4.".
Art.12. In paragraaf 1 van artikel 52 van dezelfde wet worden de woorden "drie jaar na de inwerkingtreding" vervangen door de woorden "om de drie jaar".
Art.12. Dans le paragraphe 1er de l'article 52 de la même loi, les mots "trois ans après son entrée en vigueur" sont remplacés par les mots "tous les trois ans".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Sectie 1. - Wijziging van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens
Section 1er. - Modification de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel
Art.13. In artikel 169 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Deze ondertitel is van toepassing op elke verwerking van persoonsgegevens door de PIE in het kader van de finaliteiten bedoeld in artikel 8 van de wet van 25 december 2016 wanneer deze onder de bevoegdheid van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten vallen.".
Art.13. Dans l'article 169 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Le présent sous-titre s'applique à tout traitement de données à caractère personnel par l'UIP effectué dans le cadre des finalités visées à l'article 8 de la loi du 25 décembre 2016 lorsqu'elles relèvent de la compétence des services de renseignement et de sécurité.".
Sectie 2. - Wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoördineerd op 18 juli 1977
Section 2. - Modification de la loi générale sur les douanes et accises, coordonnée le 18 juillet 1977
Art.14. In artikel 281 van de algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoördineerd op 18 juli 1977, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 februari 2022, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
  " § 4. Onder de voorwaarden bepaald in artikel 27 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens, kan een ambtenaar met de titel van adviseur-generaal, aangesteld door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen, aan het Controleorgaan op de politionele informatie zoals bedoeld in artikel 71 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, een verzoek om toegang tot passagiersgegevens voorleggen.
  Het Controleorgaan op de politionele informatie onderzoekt de gegrondheid van de aanvraag en ziet toe op een billijk evenwicht tussen de belangen die op het spel staan en beslist of het verzoek kan worden doorgestuurd naar de passagiersinformatie-eenheid.
  In naar behoren gemotiveerde spoedeisende gevallen kan de in lid 1 bedoelde ambtenaar de leidend ambtenaar van de PIE rechtstreeks verzoeken de nodige passagiersgegevens te verstrekken. Hij deelt zijn schriftelijk en met redenen omkleed verzoek en de verzamelde gegevens onverwijld en uiterlijk binnen 24 uur mee aan het Controleorgaan op de politionele informatie. Deze laatste verbiedt de administrateur-generaal van de douane en accijnzen om de verzamelde gegevens te verwerken als niet aan de wettelijke vereisten is voldaan en beveelt het onmiddellijk wissen van de gegevens.".
Art.14. A l'article 281 de la loi générale sur les douanes et accises, coordonnée le 18 juillet 1977, modifié en dernier lieu par la loi du 23 février 2022, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
  " § 4. Dans les conditions fixées à l'article 27 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers, un fonctionnaire ayant le titre de conseiller général, désigné par l'Administrateur général des Douanes et Accises, peut soumettre à l'Organe de contrôle de l'information policière visé à l'article 71 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, une demande d'accès aux données des passagers.
  L'Organe de contrôle de l'information policière examine le bien-fondé de la demande en veillant à assurer un juste équilibre entre les intérêts en cause et décide si la demande peut être transmise à l'Unité d'information des passagers.
  En cas d'urgence dûment justifiée, le fonctionnaire visé à l'alinéa 1er peut requérir directement du fonctionnaire dirigeant de l'UIP la communication des données des passagers nécessaires. Il communique sa demande écrite et motivée ainsi que les données recueillies sans délai et au plus tard dans les 24 heures à l'Organe de contrôle de l'information policière. Ce dernier interdit à l'Administrateur général des Douanes et Accises de traiter les données recueillies si les conditions légales n'ont pas été respectées et ordonne l'effacement immédiat des données.".
Sectie 3. - Wijziging van het Wetboek van Strafvordering van 17 november 1808
Section 3. - Modification du Code d'Instruction Criminelle de 17 novembre 1808
Art.15. In boek één, hoofdstuk IV, afdeling II, van het Wetboek van Strafvordering, wordt artikel 46septies, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 131/2023 van het Grondwettelijk Hof, vervangen als volgt:
  "Art. 46septies. § 1. Bij het opsporen van de misdaden en wanbedrijven bedoeld in artikel 8 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens, kan de procureur des Konings, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing tot gerichte opzoeking en, behoudens in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid, na voorafgaande machtiging door de onderzoeksrechter, zelf of met een opdracht aan een officier van gerechtelijke politie de Passagiersinformatie-eenheid vorderen tot het meedelen van de passagiersgegevens overeenkomstig artikel 27 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens.
  § 2. Met het oog op de machtiging bedoeld in paragraaf 1, maakt de procureur des Konings zijn beslissing over aan de onderzoeksrechter. De onderzoeksrechter gaat enkel na of de beslissing voldoet aan de voorwaarden van proportionaliteit en subsidiariteit, aan de finaliteit bepaald in artikel 8 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens en of de feiten, minstens indirect, een objectief verband vertonen met het betrokken vervoermiddel. Vervolgens maakt de onderzoeksrechter zijn machtiging onverwijld over aan de procureur des Konings.
  § 3. In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan iedere officier van gerechtelijke politie, na mondelinge en voorafgaande instemming van de procureur des Konings, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, de leidend ambtenaar van de Passagiersinformatie-eenheid vorderen tot het meedelen van de passagiersgegevens als bedoeld in paragraaf 1. De officier van gerechtelijke politie deelt zijn beslissing en de verkregen informatie onverwijld en uiterlijk binnen 24 uur mee aan de procureur des Konings en motiveert tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid.
  § 4. Met hetzelfde doel als bepaald in paragraaf 1, kan de procureur des Konings de Passagiersinformatie-eenheid vorderen een voorafgaande beoordeling uit te voeren overeenkomstig artikel 24, § 2, 1°, van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens. Deze maatregel van voorafgaande beoordeling kan betrekking hebben op een geheel van gegevens die betrekking hebben op een specifiek onderzoek. In dit geval preciseert de procureur des Konings de duur van de maatregel die niet langer kan zijn dan een maand, te rekenen vanaf de beslissing, onverminderd hernieuwing.
  In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan iedere officier van gerechtelijke politie, na mondelinge en voorafgaande instemming van de procureur des Konings, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, de leidend ambtenaar van de Passagiersinformatie-eenheid hiervoor vorderen. De officier van de gerechtelijke politie deelt onverwijld en uiterlijk binnen de 24 uur zijn beslissing mee aan de procureur des Konings en motiveert tevens de uiterst dringende noodzakelijkheid.".
Art.15. Au livre premier, chapitre IV, section II, du Code d'instruction criminelle, l'article 46septies, inséré par la loi du 25 décembre 2016 et partiellement annulé par l'arrêt n° 131/2023 de la Cour constitutionnelle, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 46septies. § 1er. En recherchant les crimes et délits visés à l'article 8 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers, le procureur du Roi, par une décision écrite et motivée de recherche ponctuelle et, sauf en cas d'extrême urgence, après autorisation préalable par le juge d'instruction, peut lui-même ou par ordonnance à un officier de police judiciaire requérir l'Unité d'information des passagers de communiquer les données des passagers conformément à l'article 27 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers.
  § 2. Aux fins de l'autorisation visée au paragraphe 1er, le procureur du Roi transmet sa décision au juge d'instruction. Le juge d'instruction vérifie seulement si la décision satisfait aux conditions de la proportionnalité et de la subsidiarité, à la finalité visée à l'article 8 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers et si les faits présentent un lien objectif, à tout le moins indirect, avec le moyen de transport concerné. Ensuite, le juge d'instruction transmet sans délai son autorisation au procureur du Roi.
  § 3. En cas d'extrême urgence, chaque officier de police judiciaire, après l'accord oral et préalable du procureur du Roi, par une décision écrite et motivée, peut requérir du fonctionnaire dirigeant de l'Unité d'information des passagers la communication des données des passagers visées au paragraphe 1er. L'officier de police judiciaire communique sa décision ainsi que les informations recueillies sans délai et au plus tard dans les 24 heures au procureur du Roi et motive par ailleurs l'extrême urgence.
  § 4. Aux mêmes fins visées au paragraphe 1er, le procureur du Roi peut requérir de l'Unité d'information des passagers qu'elle procède à une évaluation préalable, conformément à l'article 24, § 2, 1°, de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers. Cette mesure d'évaluation préalable peut porter sur un ensemble de données relatives à une enquête spécifique. Dans ce cas, le procureur du Roi précise la durée de la mesure qui ne peut excéder un mois à dater de la décision, sans préjudice de renouvellement.
  En cas d'extrême urgence, tout officier de police judiciaire, après l'accord oral et préalable du procureur du Roi, et par une décision écrite et motivée, peut à cet effet requérir le fonctionnaire dirigeant de l'Unité d'information des passagers. L'officier de police judiciaire communique sans délai et au plus tard dans les 24 heures sa décision au procureur du Roi et motive par ailleurs l'extrême urgence.".
Sectie 4. - Wijziging van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
Section 4. - Modification de la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignements et de sécurité
Art.16. Artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt aangevuld met een bepaling onder 28°, luidende:
  "28° "werkdag": alle dagen, behalve zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.".
Art.16. L'article 3 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, est complété par le 28° rédigé comme suit:
  "28° "jour ouvrable": tous les jours, sauf les samedis, dimanches et jours fériés.".
Art. 17. In hoofdstuk III, afdeling 4, onderafdeling 1, van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt in de plaats van artikel 16/3, vernietigd bij arrest nr. 131/2023 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende artikel 16/3 ingevoegd:
  "Art. 16/3. § 1. In het kader van artikel 27 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens, kunnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in het belang van de uitoefening van hun opdrachten, mits afdoende motivering, beslissen om toegang te hebben tot de passagiersgegevens bedoeld in artikel 9 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens.
  § 2. Met uitzondering van de in de paragrafen 4 en 5 bedoelde gevallen, kan de in paragraaf 1 bedoelde methode slechts worden aangewend nadat de voorzitter van de Commissie, of een ander lid indien de voorzitter niet onmiddellijk beschikbaar is, een voorafgaande controle heeft uitgevoerd op de schriftelijke en met redenen omklede beslissing van het betrokken diensthoofd of zijn gedelegeerde.
  De beslissing van het betrokken diensthoofd of zijn gedelegeerde vermeldt:
  1° de natuurlijke personen die het voorwerp uitmaken van de methode;
  2° de feitelijke omstandigheden die de methode rechtvaardigen, de motivering inzake subsidiariteit en proportionaliteit;
  3° de afdoende gemotiveerde aanduiding van het directe verband tussen de opdrachten uit artikelen 7, 8 en 11 van deze wet en de doelen vermeld in artikel 8 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens;
  4° in voorkomend geval, de redenen die de hoogdringendheid rechtvaardigen.
  De in het tweede lid bedoelde vermeldingen zijn op straffe van onwettigheid voorgeschreven.
  § 3. De voorzitter van de Commissie, of een ander lid indien de voorzitter niet onmiddellijk beschikbaar is, brengt een schriftelijk antwoord uit ten laatste de eerste werkdag na ontvangst van de in paragraaf 2 bedoelde beslissing.
  Indien de voorzitter van de Commissie, of een ander lid indien de voorzitter niet onmiddellijk beschikbaar is, een schriftelijk positief antwoord uitbrengt aan het betrokken diensthoofd of zijn gedelegeerde, mag de methode voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten onmiddellijk worden aangewend.
  De Commissie zendt alle documenten bedoeld in de paragrafen 2 en 3 onverwijld over aan het Vast Comité I. De Commissie stelt het Vast Comité I op eigen initiatief en onverwijld in kennis indien zij geen schriftelijk antwoord heeft uitgebracht.
  § 4. Indien de voorzitter van de Commissie, of een ander lid indien de voorzitter niet onmiddellijk beschikbaar is, een schriftelijk negatief antwoord uitbrengt of nalaat een schriftelijk antwoord uit te brengen binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, kan het betrokken diensthoofd of zijn gedelegeerde het Vast Comité I vatten, dat zo spoedig mogelijk antwoord zal geven om de methode voor het verzamelen van gegevens aan te wenden. Het Vast Comité I deelt zijn antwoord mee aan het betrokken diensthoofd of zijn gedelegeerde en aan de Commissie.
  § 5. In geval van hoogdringendheid kan het betrokken diensthoofd of zijn gedelegeerde mondeling over de methode beslissen nadat hij een mondeling positief antwoord heeft verkregen van de voorzitter van de Commissie, of een ander lid indien de voorzitter niet onmiddellijk beschikbaar is. Deze mondelinge beslissing wordt bevestigd door een met redenen omklede schriftelijke beslissing die de vermeldingen bedoeld in paragraaf 2 bevat, en die uiterlijk de eerste werkdag volgend op de datum van de mondelinge beslissing moet toekomen op de zetel van de Commissie.
  § 6. De in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt door het betrokken diensthoofd of zijn gedelegeerde overgemaakt aan de Passagiersinformatie-eenheid bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens.
  § 7. De Commissie en het Vast Comité I kunnen op elk ogenblik controle uitoefenen op de wettigheid van de methode voor het verzamelen van gegevens, hierbij inbegrepen de in artikel 13 bepaalde principes, en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verbieden deze gegevens, verkregen in omstandigheden die de vigerende wettelijke bepalingen niet naleven, te exploiteren.
  Wanneer het Vast Comité I vaststelt dat de gegevens werden verzameld in omstandigheden die de vigerende wettelijke bepalingen niet naleven, beveelt het hun vernietiging.".
Art. 17. Dans le chapitre III, section 4, sous-section 1, de la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité, à la place de l'article 16/3 annulé par l'arrêt 131/2023 de la Cour Constitutionnelle, il est inséré un article 16/3 rédigé comme suit:
  "Art. 16/3. § 1. Dans le cadre de l'article 27 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers, les services de renseignement et de sécurité peuvent, dans l'intérêt de l'exercice de leurs missions, décider de façon dûment motivée d'accéder aux données des passagers visées à l'article 9 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers.
  § 2. A l'exception des cas prévus aux paragraphes 4 et 5, la méthode visée au paragraphe 1er ne peut être mise en oeuvre qu'après que le président de la Commission, ou un autre membre si celui-ci n'est pas immédiatement disponible, a effectué un contrôle préalable de la décision écrite et motivée du dirigeant du service concerné ou de son délégué.
  La décision du dirigeant de service concerné ou de son délégué comprend:
  1° les personnes physiques qui font l'objet de la méthode;
  2° les circonstances de fait qui justifient la méthode ainsi que la motivation relative à la subsidiarité et à la proportionnalité;
  3° l'indication dûment motivée du lien direct entre les missions des articles 7, 8 et 11 de la présente loi et les finalités énoncées à l'article 8 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers;
  4° le cas échéant, les raisons qui justifient l'urgence.
  Les mentions visées au deuxième alinéa sont prescrites à peine d'illégalité.
  § 3. Le président de la Commission, ou un autre membre si celui-ci n'est pas immédiatement disponible, adresse une réponse écrite au plus tard le premier jour ouvrable après réception de la décision visée au paragraphe 2.
  Lorsque le président de la Commission, ou un autre membre si celui-ci n'est pas immédiatement disponible, transmet une réponse écrite positive au dirigeant du service concerné ou son délégué, la méthode de recueil de données des services de renseignement et de sécurité peut être immédiatement mise en oeuvre.
  La Commission transmet sans délai tous les documents visés aux paragraphes 2 et 3 au Comité permanent R. La Commission informe le Comité permanent R de sa propre initiative et sans délai qu'elle n'a fourni aucune réponse écrite.
  § 4. Lorsque le président de la Commission, ou un autre membre si celui-ci n'est pas immédiatement disponible, transmet une réponse écrite négative ou ne transmet pas de réponse écrite dans le délai visé au paragraphe 3, alinéa 1er, le dirigeant du service concerné ou son délégué peut en informer le Comité permanent R, qui se prononce dans les plus brefs délais sur la mise en oeuvre de la méthode de recueil de données. Le Comité permanent R communique sa réponse au dirigeant de service concerné ou son délégué et à la Commission.
  § 5. En cas d'extrême urgence, le dirigeant de service concerné ou son délégué peut décider de la méthode oralement après avoir obtenu une réponse orale positive du président de la Commission, ou d'un autre membre si le président n'est pas immédiatement disponible. Cette décision verbale est confirmée par une décision écrite motivée contenant les informations visées au paragraphe 2, qui devra parvenir au siège de la Commission au plus tard le premier jour ouvrable suivant la date de la décision verbale.
  § 6. La décision visée au paragraphe 1er est transmise par le dirigeant de service concerné ou son délégué à l'Unité d'information des passagers visée au chapitre 7 de la loi du 25 décembre 2016 relative au traitement des données des passagers.
  § 7. La Commission et le Comité permanent R peuvent à tout moment contrôler la légalité de la méthode de recueil de données, en ce compris les principes énoncés à l'article 13, et interdisent aux services de renseignement et de sécurité d'exploiter les données obtenues dans des conditions qui ne respectent pas les dispositions légales en vigueur.
  Si le Comité permanent R constate que les données ont été recueillies dans des conditions qui ne respectent pas les dispositions légales en vigueur, il ordonne leur destruction.".