Artikel 1. Aan artikel 7, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt een punt 39° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"39° bewijs VGT:
a) een diploma van graduaat in de tolk Vlaamse Gebarentaal;
b) een diploma van master in het tolken met Vlaamse Gebarentaal als derde taal;
c) een diploma van postgraduaat tolken Vlaamse Gebarentaal;
d) een diploma van bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs (Nederlands) gebarentaal;
e) een diploma van bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs Nederlands doventolk;
f) een certificaat Vlaamse gebarentaal richtgraad 2;
g) een GVSO groep 1 gebarentaal;
h) een diploma van HOKT tolk voor doven;
i) een diploma van HSO tolk voor doven.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal
Titre
5 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Tekst (36)
Texte (34)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire
Article 1er. Dans l'article 7, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au régime de rémunération dans l'enseignement fondamental ordinaire, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, il est ajouté un point 39°, rédigé comme suit :
" 39° titre LSF :
a) un diplôme de graduat en interprétariat en langue des signes flamande ;
b) un diplôme de master en interprétariat avec la langue des signes flamande en troisième langue ;
c) un diplôme de post-graduat en interprétariat en langue des signes flamande ;
d) un diplôme de bachelier en enseignement : enseignement secondaire en langue des signes (néerlandaise) ;
e) un diplôme de bachelier en enseignement : enseignement secondaire interprète gestuel néerlandais ;
f) un certificat de langue des signes flamande, degré-guide 2 ;
g) un AES groupe 1 langue des signes ;
h) un diplôme d'ESTC interprète pour les sourds ;
i) un diplôme d'ESS interprète pour les sourds. ".
" 39° titre LSF :
a) un diplôme de graduat en interprétariat en langue des signes flamande ;
b) un diplôme de master en interprétariat avec la langue des signes flamande en troisième langue ;
c) un diplôme de post-graduat en interprétariat en langue des signes flamande ;
d) un diplôme de bachelier en enseignement : enseignement secondaire en langue des signes (néerlandaise) ;
e) un diplôme de bachelier en enseignement : enseignement secondaire interprète gestuel néerlandais ;
f) un certificat de langue des signes flamande, degré-guide 2 ;
g) un AES groupe 1 langue des signes ;
h) un diplôme d'ESTC interprète pour les sourds ;
i) un diplôme d'ESS interprète pour les sourds. ".
Art. 2. In artikel 15bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, 9 september 2022 en 15 september 2023, wordt de datum "1 september 2023" vervangen door de datum "1 september 2024".
Art. 2. Dans l'article 15bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 mai 2019, 9 septembre 2022 et 15 septembre 2023, la date " 1er septembre 2023 " est remplacée par la date " 1er septembre 2024 ".
Art. 3. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt vervangen door de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. L'annexe I du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, est remplacée par l'annexe 1re, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997betreffende de programmatie- en de rationalisatienormen in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation et de rationalisation dans l'enseignement fondamental ordinaire.
Art. 4. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie- en de rationalisatienormen in het gewoon basisonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, wordt een punt 6° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"6° bis taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet;".
"6° bis taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet;".
Art. 4. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation et de rationalisation dans l'enseignement fondamental ordinaire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, il est inséré un point 6° bis, rédigé comme suit :
" 6° bis section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande : la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, visée à l'article 3, 52° bis/2, du décret ; ".
" 6° bis section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande : la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, visée à l'article 3, 52° bis/2, du décret ; ".
Art. 5. In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 16 mei 2008, wordt het opschrift van afdeling 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Afdeling 2. Oprichting van een taalafdeling Nederlands-Vlaamse gebarentaal".
"Afdeling 2. Oprichting van een taalafdeling Nederlands-Vlaamse gebarentaal".
Art. 5. Au chapitre 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003 et 16 mai 2008, l'intitulé de la section 2 est rétabli dans la rédaction suivante :
" Section 2. Création d'une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande ".
" Section 2. Création d'une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande ".
Art. 6. Artikel 4 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2008, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 4. Conform artikel 112bis van het decreet kan een school die voldoet aan de normen, vermeld in artikel 3 of 6 van dit besluit, vanaf 1 september een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal oprichten en worden gefinancierd of gesubsidieerd als ze op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar de programmatienormen, vermeld in het derde en het vierde lid, bereikt.
Voor een verdere financiering of subsidiëring moet de taalafdeling in het tweede en derde bestaansjaar telkens op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar de programmatienormen, vermeld in het derde of vierde lid, bereiken.
Als er bij de oprichting, vermeld in het eerste lid, nog geen taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 6.
Als er bij de oprichting, vermeld in het eerste lid, al een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 18.".
"Art. 4. Conform artikel 112bis van het decreet kan een school die voldoet aan de normen, vermeld in artikel 3 of 6 van dit besluit, vanaf 1 september een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal oprichten en worden gefinancierd of gesubsidieerd als ze op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar de programmatienormen, vermeld in het derde en het vierde lid, bereikt.
Voor een verdere financiering of subsidiëring moet de taalafdeling in het tweede en derde bestaansjaar telkens op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar de programmatienormen, vermeld in het derde of vierde lid, bereiken.
Als er bij de oprichting, vermeld in het eerste lid, nog geen taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 6.
Als er bij de oprichting, vermeld in het eerste lid, al een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 18.".
Art. 6. L'article 4 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mai 2008, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 4. Conformément à l'article 112bis du décret, une école qui satisfait aux normes, énoncées à l'article 3 ou 6 du présent arrêté, peut créer à partir du 1er septembre une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande et être financée ou subventionnée si elle satisfait le premier jour de classe du mois d'octobre de l'année de création aux normes de programmation, visées aux alinéas 3 et 4.
Pour un renouvellement du financement ou du subventionnement, la section de régime linguistique doit satisfaire au premier jour de classe du mois d'octobre de l'année scolaire en cours des deuxième et troisième années d'existence aux normes de programmation visées à l'alinéa 3 ou 4.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 1er, aucune section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande n'existe encore dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 6.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 1er, une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande existe déjà dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 18. ".
" Art. 4. Conformément à l'article 112bis du décret, une école qui satisfait aux normes, énoncées à l'article 3 ou 6 du présent arrêté, peut créer à partir du 1er septembre une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande et être financée ou subventionnée si elle satisfait le premier jour de classe du mois d'octobre de l'année de création aux normes de programmation, visées aux alinéas 3 et 4.
Pour un renouvellement du financement ou du subventionnement, la section de régime linguistique doit satisfaire au premier jour de classe du mois d'octobre de l'année scolaire en cours des deuxième et troisième années d'existence aux normes de programmation visées à l'alinéa 3 ou 4.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 1er, aucune section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande n'existe encore dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 6.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 1er, une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande existe déjà dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 18. ".
Art. 7. Artikel 7 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 7. Om met toepassing van artikel 112bis en 120 van het decreet, na het derde bestaansjaar van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven, moet de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal op de teldag, vermeld in artikel 114 van het decreet, de rationalisatienormen, vermeld in het tweede of derde lid, bereiken.
Als er bij de oprichting, vermeld in artikel 4, nog geen taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 6.
Als er bij de oprichting, vermeld in artikel 4, al een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 12.".
"Art. 7. Om met toepassing van artikel 112bis en 120 van het decreet, na het derde bestaansjaar van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven, moet de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal op de teldag, vermeld in artikel 114 van het decreet, de rationalisatienormen, vermeld in het tweede of derde lid, bereiken.
Als er bij de oprichting, vermeld in artikel 4, nog geen taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 6.
Als er bij de oprichting, vermeld in artikel 4, al een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in een school van die groep binnen de provincie bestaat, is de norm 12.".
Art. 7. L'article 7 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 7. Pour rester financée ou subventionnée en application des articles 112bis et 120 du décret, après la troisième année d'existence de la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande doit au jour de comptage visé à l'article 114 du décret, atteindre les normes de rationalisation visées à l'alinéa 2 ou 3.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 4, aucune section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande n'existe encore dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 6.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 4, il existe déjà une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 12. ".
" Art. 7. Pour rester financée ou subventionnée en application des articles 112bis et 120 du décret, après la troisième année d'existence de la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande doit au jour de comptage visé à l'article 114 du décret, atteindre les normes de rationalisation visées à l'alinéa 2 ou 3.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 4, aucune section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande n'existe encore dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 6.
Si lors de la création, visée à l'alinéa 4, il existe déjà une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande dans une école de ce groupe dans la province, la norme appliquée est la norme 12. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997relatif à la charge du personnel dans l'enseignement fondamental
Art. 8. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
"5° onderwijzend personeel:
a) onderwijzer, onderwijzer ASV, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal, kleuteronderwijzer, kleuteronderwijzer ASV, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal, leermeester lichamelijke opvoeding en leermeester compensatietechniek Braille in type 6;
b) leermeester godsdienst, leermeester niet-confessionele zedenleer;".
"5° onderwijzend personeel:
a) onderwijzer, onderwijzer ASV, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal, kleuteronderwijzer, kleuteronderwijzer ASV, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal, leermeester lichamelijke opvoeding en leermeester compensatietechniek Braille in type 6;
b) leermeester godsdienst, leermeester niet-confessionele zedenleer;".
Art. 8. Dans l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif à la charge du personnel dans l'enseignement fondamental, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° corps enseignant :
a) l'instituteur primaire, l'instituteur primaire ASV (formation générale et sociale), l'instituteur en langue des signes flamande, l'instituteur préscolaire, l'instituteur préscolaire ASV, l'instituteur préscolaire en langue des signes flamande, le maître d'éducation physique et le maître de techniques de compensation Braille du type 6 ;
b) le maître de religion, le maître de morale non confessionnelle ; ".
" 5° corps enseignant :
a) l'instituteur primaire, l'instituteur primaire ASV (formation générale et sociale), l'instituteur en langue des signes flamande, l'instituteur préscolaire, l'instituteur préscolaire ASV, l'instituteur préscolaire en langue des signes flamande, le maître d'éducation physique et le maître de techniques de compensation Braille du type 6 ;
b) le maître de religion, le maître de morale non confessionnelle ; ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 9. In artikel 5bis van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van 26 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 2° wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan paragraaf 1 wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De basisomkadering van het kleuteronderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, wordt als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal:
1° van de basisomkadering van het kleuteronderwijs worden de lestijden onderwijsopdracht die, in voorkomend geval, de directeur of de adjunct-directeur presteren in het kleuteronderwijs, afgetrokken;
2° de overige lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.";
4° in paragraaf 4, 3° wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
5° in paragraaf 4 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
6° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
" § 5. De basisomkadering van het lager onderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, wordt als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal:
1° van de basisomkadering van het lager onderwijs worden, in voorkomend geval, de lestijden onderwijsopdracht afgetrokken die de directeur of de adjunct-directeur presteren in het lager onderwijs;
2° de overige lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen.".
1° in paragraaf 1, 2° wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan paragraaf 1 wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De basisomkadering van het kleuteronderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, wordt als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal:
1° van de basisomkadering van het kleuteronderwijs worden de lestijden onderwijsopdracht die, in voorkomend geval, de directeur of de adjunct-directeur presteren in het kleuteronderwijs, afgetrokken;
2° de overige lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.";
4° in paragraaf 4, 3° wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
5° in paragraaf 4 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
6° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
" § 5. De basisomkadering van het lager onderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, wordt als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal:
1° van de basisomkadering van het lager onderwijs worden, in voorkomend geval, de lestijden onderwijsopdracht afgetrokken die de directeur of de adjunct-directeur presteren in het lager onderwijs;
2° de overige lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen.".
Art. 9. A l'article 5bis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire, modifié en dernier lieu par l'arrêté du 26 février 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 3° rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande tel que visé à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. L'encadrement de base de l'enseignement maternel, obtenu selon l'article 131 du décret, est converti comme suit en emplois à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de l'instituteur préscolaire, du maître d'éducation physique ou, le cas échéant, de l'instituteur préscolaire en langue des signes flamande :
1° les périodes de charge d'enseignement que le directeur ou le directeur adjoint preste, le cas échéant, dans l'enseignement maternel sont déduites de l'encadrement de base de l'enseignement maternel ;
2° les autres périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. " ;
4° dans le paragraphe 4, 3°, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
5° le paragraphe 4 est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande tel que mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
6° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. L'encadrement de base de l'enseignement primaire, obtenu selon l'article 131 du décret, est converti comme suit en emplois à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de l'instituteur, du maître d'éducation physique, du maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, de l'instituteur en langue des signes flamande :
1° les périodes de charge d'enseignement que le directeur ou le directeur adjoint preste dans l'enseignement primaire sont déduites de l'encadrement de base de l'enseignement primaire ;
2° les autres périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
1° dans le paragraphe 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 3° rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande tel que visé à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. L'encadrement de base de l'enseignement maternel, obtenu selon l'article 131 du décret, est converti comme suit en emplois à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de l'instituteur préscolaire, du maître d'éducation physique ou, le cas échéant, de l'instituteur préscolaire en langue des signes flamande :
1° les périodes de charge d'enseignement que le directeur ou le directeur adjoint preste, le cas échéant, dans l'enseignement maternel sont déduites de l'encadrement de base de l'enseignement maternel ;
2° les autres périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. " ;
4° dans le paragraphe 4, 3°, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
5° le paragraphe 4 est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande tel que mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
6° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. L'encadrement de base de l'enseignement primaire, obtenu selon l'article 131 du décret, est converti comme suit en emplois à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de l'instituteur, du maître d'éducation physique, du maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, de l'instituteur en langue des signes flamande :
1° les périodes de charge d'enseignement que le directeur ou le directeur adjoint preste dans l'enseignement primaire sont déduites de l'encadrement de base de l'enseignement primaire ;
2° les autres périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
Art. 10. In artikel 20bis, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 2° wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
1° in het eerste lid, 2° wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
Art. 10. A l'article 20bis, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2, du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
1° dans l'alinéa 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2, du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
Art. 11. In artikel 20ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 3° wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
2° aan het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
1° in het eerste lid, 3° wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
2° aan het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
Art. 11. A l'article 20ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 3°, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
2° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
3° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
1° dans l'alinéa 1er, 3°, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
2° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
3° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
Art. 12. In artikel 20quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan paragraaf 1, eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° paragraaf 1, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
5° aan paragraaf 2, eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
6° paragraaf 2, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan paragraaf 1, eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° paragraaf 1, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
5° aan paragraaf 2, eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
6° paragraaf 2, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
Art. 12. A l'article 20quinquies du même arrêté, inséré par l'arrêté du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, un point 3° est ajouté, rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
6° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, un point 3° est ajouté, rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
6° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
Art. 13. In artikel 20sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan paragraaf 1, eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° paragraaf 1, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
5° aan paragraaf 2, eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
6° paragraaf 2, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede "opvoeding." vervangen door de zinsnede "opvoeding;";
2° aan paragraaf 1, eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd dat luidt als volgt:
"3° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
3° paragraaf 1, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of, in voorkomend geval, kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.";
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "zedenleer." vervangen door de zinsnede "zedenleer;";
5° aan paragraaf 2, eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
"4° voor de scholen gewoon basisonderwijs die een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal als vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet inrichten, ook in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.";
6° paragraaf 2, tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding, leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer of, in voorkomend geval, onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
Art. 13. A l'article 20sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
6° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, le membre de phrase " éducation. " est remplacé par le membre de phrase " éducation ; " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. " ;
3° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire, de maître d'éducation physique ou, le cas échéant, d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " morale. " est remplacé par le membre de phrase " morale ; " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° pour les écoles de l'enseignement fondamental ordinaire qui créent une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande comme mentionné à l'article 3, 52° bis/2 du décret, également dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. " ;
6° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Les périodes de cours sont converties en emplois financés ou subventionnés, à temps plein ou à temps partiel, d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur, de maître d'éducation physique, de maître de religion ou de morale non confessionnelle ou, le cas échéant, d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
Art. 14. Onderafdeling 3 van hoofdstuk III, afdeling B, van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van 12 oktober 2012, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Onderafdeling 3. Aanvullende lestijden voor de inrichting van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal".
"Onderafdeling 3. Aanvullende lestijden voor de inrichting van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal".
Art. 14. La sous-section 3 du chapitre III, section B, du même arrêté, abrogé par l'arrêté du 12 octobre 2012, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Sous-section 3. Périodes de cours complémentaires pour la création d'une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande ".
" Sous-section 3. Périodes de cours complémentaires pour la création d'une section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande ".
Art. 15. Artikel 23 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van 12 oktober 2012, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 23. § 1. Met toepassing van artikel 139vicies, § 5, van het decreet kunnen, uit de lestijden die conform artikel 139vicies, § 2, van het decreet verkregen worden, in het gewoon kleuteronderwijs betrekkingen worden ingericht in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.
De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.
§ 2. Met toepassing van artikel 139vicies, § 5, van het decreet kunnen, uit de lestijden die conform artikel 139vicies, § 3, van het decreet verkregen worden, in het gewoon lager onderwijs betrekkingen worden ingericht in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.
De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
"Art. 23. § 1. Met toepassing van artikel 139vicies, § 5, van het decreet kunnen, uit de lestijden die conform artikel 139vicies, § 2, van het decreet verkregen worden, in het gewoon kleuteronderwijs betrekkingen worden ingericht in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal.
De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.
§ 2. Met toepassing van artikel 139vicies, § 5, van het decreet kunnen, uit de lestijden die conform artikel 139vicies, § 3, van het decreet verkregen worden, in het gewoon lager onderwijs betrekkingen worden ingericht in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal.
De lestijden worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.".
Art. 15. L'article 23 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du 12 octobre 2012, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 23. § 1er. En application de l'article 139vicies, § 5 du décret, à partir des périodes obtenues conformément à l'article 139vicies, § 2, du décret, des emplois peuvent être créés dans l'enseignement maternel ordinaire dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande.
Les périodes de cours sont converties en emplois d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein.
§ 2. En application de l'article 139vicies, § 5 du décret, à partir des périodes obtenues conformément à l'article 139vicies, § 3, du décret, des emplois peuvent être créés dans l'enseignement primaire ordinaire dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande.
Les périodes de cours sont converties en emplois d'instituteur en langue des signes flamande à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
" Art. 23. § 1er. En application de l'article 139vicies, § 5 du décret, à partir des périodes obtenues conformément à l'article 139vicies, § 2, du décret, des emplois peuvent être créés dans l'enseignement maternel ordinaire dans la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande.
Les périodes de cours sont converties en emplois d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein.
§ 2. En application de l'article 139vicies, § 5 du décret, à partir des périodes obtenues conformément à l'article 139vicies, § 3, du décret, des emplois peuvent être créés dans l'enseignement primaire ordinaire dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande.
Les périodes de cours sont converties en emplois d'instituteur en langue des signes flamande à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés de la manière suivante : les périodes de cours sont divisées par 24 à l'unité pour la fonction d'instituteur en langue des signes flamande. Le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1998 betreffende de regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 1998 déterminant la forme et la procédure de délivrance du certificat d'enseignement fondamental
Art. 16. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1998 betreffende de regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2015, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/1. Aan het getuigschrift basisonderwijs wordt bij leerlingen ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 52° bis/2 van het decreet, een studiebewijssupplement Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur, toegevoegd.";
2° aan paragraaf 3 wordt de zinsnede "en of het studiebewijssupplement Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur aan het getuigschrift basisonderwijs werd toegevoegd" toegevoegd.
1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/1. Aan het getuigschrift basisonderwijs wordt bij leerlingen ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 52° bis/2 van het decreet, een studiebewijssupplement Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur, toegevoegd.";
2° aan paragraaf 3 wordt de zinsnede "en of het studiebewijssupplement Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur aan het getuigschrift basisonderwijs werd toegevoegd" toegevoegd.
Art. 16. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 1998 déterminant la forme et la procédure de délivrance du certificat d'enseignement fondamental, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2015, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un paragraphe 1er/1, rédigé comme suit :
" § 1er/1. Il est ajouté au certificat d'enseignement fondamental pour les élèves inscrits dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, comme visé à l'article 52° bis/2 du décret, un supplément au titre langue des signes flamande et culture sourde. " ;
2° au paragraphe 3, les mots " et si le supplément au titre langue des signes flamande et culture sourde a été ajouté au certificat d'enseignement fondamental " sont ajoutés.
1° il est inséré un paragraphe 1er/1, rédigé comme suit :
" § 1er/1. Il est ajouté au certificat d'enseignement fondamental pour les élèves inscrits dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, comme visé à l'article 52° bis/2 du décret, un supplément au titre langue des signes flamande et culture sourde. " ;
2° au paragraphe 3, les mots " et si le supplément au titre langue des signes flamande et culture sourde a été ajouté au certificat d'enseignement fondamental " sont ajoutés.
Art. 17. Aan artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2022, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het studiebewijssupplement Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur wordt opgesteld overeenkomstig het model dat bij dit besluit is gevoegd.".
"Het studiebewijssupplement Vlaamse Gebarentaal en dovencultuur wordt opgesteld overeenkomstig het model dat bij dit besluit is gevoegd.".
Art. 17. A l'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2022, il est ajouté un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Le supplément au titre langue des signes flamande et culture sourde est rédigé conformément au modèle joint au présent arrêté. ".
" Le supplément au titre langue des signes flamande et culture sourde est rédigé conformément au modèle joint au présent arrêté. ".
Art. 18. Bijlage 2 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2022, wordt opnieuw opgenomen met de bijlage 2 die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 18. L'annexe 2 du même arrêté, abrogée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2022, est réinsérée avec l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 19. Aan artikel 2, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs worden een punt f) en een punt g) toegevoegd, die luiden als volgt:
"f) kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
g) onderwijzer Vlaamse Gebarentaal;".
"f) kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
g) onderwijzer Vlaamse Gebarentaal;".
Art. 19. Dans l'article 2, 1° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 déterminant et classant les fonctions dans les établissements de l'enseignement fondamental ordinaire, sont ajoutés un point f) et un point g) rédigés comme suit :
" f) instituteur préscolaire en langue des signes flamande ;
g) instituteur en langue des signes flamande ; ".
" f) instituteur préscolaire en langue des signes flamande ;
g) instituteur en langue des signes flamande ; ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement
Art. 20. In het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt een artikel 2quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2quinquies. De niet-verworven salarisschaal 020 wordt toegekend aan de tijdelijke of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in een van de volgende ambten, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap hun salaris of salaristoelage uitbetaalt, en die in het bezit zijn van een bewijs VGT als vermeld in artikel 7, § 1, 39°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs:
1° de kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
2° de onderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
3° de kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;
4° de onderwijzer algemene en sociale vorming.".
"Art. 2quinquies. De niet-verworven salarisschaal 020 wordt toegekend aan de tijdelijke of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in een van de volgende ambten, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap hun salaris of salaristoelage uitbetaalt, en die in het bezit zijn van een bewijs VGT als vermeld in artikel 7, § 1, 39°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs:
1° de kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
2° de onderwijzer Vlaamse Gebarentaal;
3° de kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;
4° de onderwijzer algemene en sociale vorming.".
Art. 20. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, il est inséré un article 2quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 2quinquies. L'échelle salariale non acquise 020 est accordée aux membres du personnel temporaires ou nommés à titre définitif qui sont désignés ou affectés dans un emploi dans l'une des fonctions suivantes, pour lesquelles la Communauté flamande verse leur traitement ou subvention-traitement, et qui sont en possession d'un titre LSF comme mentionné à l'article 7, § 1er, 39°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire :
1° l'instituteur préscolaire en langue des signes flamande ;
2° l'instituteur en langue des signes flamande ;
3° l'instituteur préscolaire de formation générale et sociale ;
4° l'instituteur de formation générale et sociale. ".
" Art. 2quinquies. L'échelle salariale non acquise 020 est accordée aux membres du personnel temporaires ou nommés à titre définitif qui sont désignés ou affectés dans un emploi dans l'une des fonctions suivantes, pour lesquelles la Communauté flamande verse leur traitement ou subvention-traitement, et qui sont en possession d'un titre LSF comme mentionné à l'article 7, § 1er, 39°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire :
1° l'instituteur préscolaire en langue des signes flamande ;
2° l'instituteur en langue des signes flamande ;
3° l'instituteur préscolaire de formation générale et sociale ;
4° l'instituteur de formation générale et sociale. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 établissant les règles coordinatrices pour le bureau central d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille
Art. 21. Aan artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2020, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het tweede lid wordt in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de ten laste genomen dienstverlening, vermeld in het tweede lid, voor een gebruiker die is ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, beperkt tot 20% van het maximumaantal lesuren dat aan een gebruiker kan worden toegekend, vermeld in het tweede lid.".
"In afwijking van het tweede lid wordt in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, vermeld in artikel 3, 52° bis/2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de ten laste genomen dienstverlening, vermeld in het tweede lid, voor een gebruiker die is ingeschreven in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, beperkt tot 20% van het maximumaantal lesuren dat aan een gebruiker kan worden toegekend, vermeld in het tweede lid.".
Art. 21. A l'article 6, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 établissant les règles coordinatrices pour le bureau central d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2020, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
" Par dérogation de l'alinéa 2, dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, mentionnée à l'article 3, 52° bis/2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, la prestation de services prise en charge, mentionnée à l'alinéa 2, pour un utilisateur inscrit dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, est limitée à 20 % du nombre maximal d'heures de cours pouvant être attribué à un utilisateur, visé à l'alinéa 2. ".
" Par dérogation de l'alinéa 2, dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, mentionnée à l'article 3, 52° bis/2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, la prestation de services prise en charge, mentionnée à l'alinéa 2, pour un utilisateur inscrit dans la section de régime linguistique néerlandais-langue des signes flamande, est limitée à 20 % du nombre maximal d'heures de cours pouvant être attribué à un utilisateur, visé à l'alinéa 2. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement
Art. 22. De bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023 wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 22. L'annexe à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, est remplacée par l'annexe, jointe en tant qu'annexe 3 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 23. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2024, met uitzondering van artikel 22 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2022.
Art. 23. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2024, à l'exception de l'article 22 qui produit ses effets à partir du 1er janvier 2022.
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 24. Le ministre flamand qui a l'Enseignement et la Formation dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
-
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-08-2024, p. 99662)
-