Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 MEI 2024. - Wet tot invoering van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren
Titre
18 MAI 2024. - Loi portant introduction de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijziging van de algemene wet van...
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 14 febru...
Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 5 august...
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 15 mei 1...
Afdeling 6. - Wijziging van de wet van 26 juni ...
Afdeling 7. - Wijziging van de programmawet van...
Afdeling 8. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 9. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 10. - Wijziging van de wet van 26 apri...
Afdeling 11. - Wijziging van de wet van 16 nove...
HOOFDSTUK 3. - Autonome bepalingen
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding en overgangsbep...
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modification de la loi générale ...
Section 2. - Modification de la loi du 14 févri...
Section 3. - Modification de l'arrêté royal n° ...
Section 4. - Modification de la loi du 5 août 1...
Section 5. - Modification de la loi du 15 mai 1...
Section 6. - Modification de la loi du 26 juin ...
Section 7. - Modification de la loi-programme d...
Section 8. - Modification de l'arrêté royal du ...
Section 9. - Modification de l'arrêté royal du ...
Section 10. - Modification de la loi du 26 avri...
Section 11. - Modification de la loi du 16 nove...
CHAPITRE 3. - Dispositions autonomes
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur et dispositions...
Tekst (56)
Texte (56)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen
Section 1re. - Modification de la loi générale du 21 juillet 1844 sur les pensions civiles et ecclésiastiques
Art. 2. In de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1. In artikel 2, vervangen bij de wet van 17 juni 1971, worden de woorden "of in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld" ingevoegd tussen de woorden "worden gepensioneerd" en de woorden "wanneer zij";
§ 2. In artikel 3, vervangen bij de wet van 17 juni 1971, worden de woorden "kan pensioen wegens ongeschiktheid niet worden verleend" vervangen door de woorden "kunnen pensioen wegens ongeschiktheid of tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren niet worden verleend".
§ 1. In artikel 2, vervangen bij de wet van 17 juni 1971, worden de woorden "of in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld" ingevoegd tussen de woorden "worden gepensioneerd" en de woorden "wanneer zij";
§ 2. In artikel 3, vervangen bij de wet van 17 juni 1971, worden de woorden "kan pensioen wegens ongeschiktheid niet worden verleend" vervangen door de woorden "kunnen pensioen wegens ongeschiktheid of tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren niet worden verleend".
Art. 2. A la loi générale du 21 juillet 1844 sur les pensions civiles et ecclésiastiques les modifications suivantes sont apportées:
§ 1er. Dans l'article 2, remplacé par la loi du 17 juin 1971, les mots "ou mises en inaptitude temporaire de travail" sont insérés entre les mots "admises à la pension" et les mots ", quels que soient";
§ 2. Dans l'article 3, remplacé par la loi du 17 juin 1971, les mots "la pension pour cause d'inaptitude physique ne peut être octroyée" sont remplacés par les mots "la pension pour cause d'inaptitude physique ou l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ne peuvent être octroyées".
§ 1er. Dans l'article 2, remplacé par la loi du 17 juin 1971, les mots "ou mises en inaptitude temporaire de travail" sont insérés entre les mots "admises à la pension" et les mots ", quels que soient";
§ 2. Dans l'article 3, remplacé par la loi du 17 juin 1971, les mots "la pension pour cause d'inaptitude physique ne peut être octroyée" sont remplacés par les mots "la pension pour cause d'inaptitude physique ou l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ne peuvent être octroyées".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel
Section 2. - Modification de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier
Art. 3. In de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 augustus 2015, wordt het opschrift van titel V aangevuld met volgende woorden:
"en de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren".
"en de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren".
Art. 3. Dans la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, modifiée en dernier lieu par la loi du 10 août 2015, l'intitulé du titre V est complété par les mots suivants:
"et l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires".
"et l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires".
Art. 4. In artikel 117 van dezelfde, gewijzigd bij de wetten van 4 juni 1976, 15 juli 1977, 15 mei 1984 en 30 maart 2001, en bij de koninklijke besluiten van 18 oktober 2004 en 11 december 2013, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
" § 1. Onder voorbehoud van andersluidende statutaire bepalingen die op hem van toepassing zijn, mag het personeelslid dat een vaste of inzake pensioenen daarmee gelijkgestelde benoeming heeft verkregen, in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld worden indien de in § 2 bedoelde bevoegde medische instantie beslist dat het personeelslid voor onbepaalde tijd ongeschikt is om op een regelmatige wijze zijn functies te vervullen.
De in het vorige lid bedoelde beslissing kan pas genomen worden nadat de bevoegde medische instantie voorafgaandelijk vastgesteld heeft dat de werkgever van het personeelslid de nodige inspanningen heeft geleverd om de werkpost aan te passen of om het personeelslid weder tewerk te stellen.
In zoverre het personeelslid in tijdelijke arbeidsongeschiktheid is gesteld, valt het, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling, onder de uitsluitende bevoegdheid van het in § 2 bedoelde Medisch expertisecentrum arbeidsgeschiktheid van het Bestuur van de medische expertise van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu, hierna in dit artikel "Medex" te noemen.
Medex mag op elk tijdstip beslissen om het dossier van het ongeschikt verklaarde personeelslid opnieuw te evalueren. De bevoegde medische instantie bepaalt bij elke ongeschiktverklaring de maximale termijn waarbinnen een nieuwe evaluatie moet plaatsvinden, mits daarbij een minimumtermijn van zes maanden en een maximumtermijn van vijf jaar te respecteren. Medex onderzoekt het dossier van het ongeschikt verklaarde personeelslid ten laatste één maand voor het verstrijken van de bij de vorige evaluatie bepaalde maximumtermijn. De minimumtermijn van zes maanden is niet van toepassing in geval van een nieuwe evaluatie op initiatief van Medex naar aanleiding van een gehele of gedeeltelijke werkhervatting of een gehele of gedeeltelijke wedertewerkstelling van de gerechtigde in een andere functie, ongeacht of de gerechtigde voor deze werkhervatting of wedertewerkstelling al dan niet de voorafgaande toestemming van Medex heeft gevraagd overeenkomstig paragraaf 1/5, eerste lid.
De betrokkene mag steeds een nieuwe evaluatie aanvragen op voorwaarde dat er ten minste zes maanden zijn verstreken sinds de vorige evaluatie.
De tijdelijke arbeidsongeschiktheid verbreekt de vaste of inzake pensioenen daarmee gelijkgestelde benoeming niet van rechtswege."
" § 1. Onder voorbehoud van andersluidende statutaire bepalingen die op hem van toepassing zijn, mag het personeelslid dat een vaste of inzake pensioenen daarmee gelijkgestelde benoeming heeft verkregen, in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld worden indien de in § 2 bedoelde bevoegde medische instantie beslist dat het personeelslid voor onbepaalde tijd ongeschikt is om op een regelmatige wijze zijn functies te vervullen.
De in het vorige lid bedoelde beslissing kan pas genomen worden nadat de bevoegde medische instantie voorafgaandelijk vastgesteld heeft dat de werkgever van het personeelslid de nodige inspanningen heeft geleverd om de werkpost aan te passen of om het personeelslid weder tewerk te stellen.
In zoverre het personeelslid in tijdelijke arbeidsongeschiktheid is gesteld, valt het, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling, onder de uitsluitende bevoegdheid van het in § 2 bedoelde Medisch expertisecentrum arbeidsgeschiktheid van het Bestuur van de medische expertise van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu, hierna in dit artikel "Medex" te noemen.
Medex mag op elk tijdstip beslissen om het dossier van het ongeschikt verklaarde personeelslid opnieuw te evalueren. De bevoegde medische instantie bepaalt bij elke ongeschiktverklaring de maximale termijn waarbinnen een nieuwe evaluatie moet plaatsvinden, mits daarbij een minimumtermijn van zes maanden en een maximumtermijn van vijf jaar te respecteren. Medex onderzoekt het dossier van het ongeschikt verklaarde personeelslid ten laatste één maand voor het verstrijken van de bij de vorige evaluatie bepaalde maximumtermijn. De minimumtermijn van zes maanden is niet van toepassing in geval van een nieuwe evaluatie op initiatief van Medex naar aanleiding van een gehele of gedeeltelijke werkhervatting of een gehele of gedeeltelijke wedertewerkstelling van de gerechtigde in een andere functie, ongeacht of de gerechtigde voor deze werkhervatting of wedertewerkstelling al dan niet de voorafgaande toestemming van Medex heeft gevraagd overeenkomstig paragraaf 1/5, eerste lid.
De betrokkene mag steeds een nieuwe evaluatie aanvragen op voorwaarde dat er ten minste zes maanden zijn verstreken sinds de vorige evaluatie.
De tijdelijke arbeidsongeschiktheid verbreekt de vaste of inzake pensioenen daarmee gelijkgestelde benoeming niet van rechtswege."
Art. 4. Dans l'article 117 de la même loi, modifiée par les lois des 4 juin 1976, 15 juillet 1977, 15 mai 1984 et 30 mars 2001, et par les arrêtés royaux des 18 octobre 2004 et 11 décembre 2013, le paragraphe 1er est remplacé comme suit:
" § 1. Sous réserve des dispositions statutaires contraires qui lui sont applicables, le fonctionnaire qui a obtenu une nomination à titre définitif ou une nomination y assimilée en matière de pensions peut être mis en inaptitude temporaire de travail si l'instance médicale compétente visée au § 2 décide que l'agent est inapte pour une durée indéterminée à exercer d'une manière régulière ses fonctions.
La décision, visée à l'alinéa précédent, ne peut être prise qu'après que l'instance médicale compétente ait, préalablement, constaté que l'employeur du membre du personnel a fait les efforts nécessaires pour adapter le poste de travail ou pour réaffecter le membre du personnel.
Pour autant que le fonctionnaire est mis en inaptitude temporaire de travail, il ressort, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire, de la compétence exclusive du Centre d'expertise médicale pour l'aptitude au travail de l'Administration de l'expertise médicale du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement visé au § 2, dénommé ci-après dans le présent article "Medex".
Medex peut décider de réévaluer le dossier du fonctionnaire déclaré inapte à tout moment. Lors de chaque déclaration d'inaptitude, l'instance médicale compétente détermine le délai maximal dans lequel une nouvelle évaluation doit avoir lieu à condition qu'un délai minimal de six mois et un délai maximal de cinq ans soit respecté. Medex examine le dossier du fonctionnaire déclaré inapte au plus tard un mois avant l'expiration du délai maximal fixé lors de l'évaluation précédente. La période minimale de six mois ne s'applique pas en cas d'une nouvelle évaluation à l'initiative de Medex à la suite d'une reprise totale ou partielle de la fonction ou de la réaffectation totale ou partielle du bénéficiaire dans une autre fonction, indépendamment du fait que le bénéficiaire ait demandé ou non l'autorisation préalable pour cette reprise ou cette réaffectation au Medex conformément au paragraphe 1/5, alinéa 1er.
L'intéressé peut à tout moment solliciter une nouvelle évaluation à condition qu'il se soit écoulé au moins six mois depuis la précédente évaluation.
L'inaptitude temporaire de travail ne met pas fin de plein droit à la nomination à titre définitif ou y assimilée."
" § 1. Sous réserve des dispositions statutaires contraires qui lui sont applicables, le fonctionnaire qui a obtenu une nomination à titre définitif ou une nomination y assimilée en matière de pensions peut être mis en inaptitude temporaire de travail si l'instance médicale compétente visée au § 2 décide que l'agent est inapte pour une durée indéterminée à exercer d'une manière régulière ses fonctions.
La décision, visée à l'alinéa précédent, ne peut être prise qu'après que l'instance médicale compétente ait, préalablement, constaté que l'employeur du membre du personnel a fait les efforts nécessaires pour adapter le poste de travail ou pour réaffecter le membre du personnel.
Pour autant que le fonctionnaire est mis en inaptitude temporaire de travail, il ressort, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire, de la compétence exclusive du Centre d'expertise médicale pour l'aptitude au travail de l'Administration de l'expertise médicale du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement visé au § 2, dénommé ci-après dans le présent article "Medex".
Medex peut décider de réévaluer le dossier du fonctionnaire déclaré inapte à tout moment. Lors de chaque déclaration d'inaptitude, l'instance médicale compétente détermine le délai maximal dans lequel une nouvelle évaluation doit avoir lieu à condition qu'un délai minimal de six mois et un délai maximal de cinq ans soit respecté. Medex examine le dossier du fonctionnaire déclaré inapte au plus tard un mois avant l'expiration du délai maximal fixé lors de l'évaluation précédente. La période minimale de six mois ne s'applique pas en cas d'une nouvelle évaluation à l'initiative de Medex à la suite d'une reprise totale ou partielle de la fonction ou de la réaffectation totale ou partielle du bénéficiaire dans une autre fonction, indépendamment du fait que le bénéficiaire ait demandé ou non l'autorisation préalable pour cette reprise ou cette réaffectation au Medex conformément au paragraphe 1/5, alinéa 1er.
L'intéressé peut à tout moment solliciter une nouvelle évaluation à condition qu'il se soit écoulé au moins six mois depuis la précédente évaluation.
L'inaptitude temporaire de travail ne met pas fin de plein droit à la nomination à titre définitif ou y assimilée."
Art. 5. In artikel 117 van dezelfde wet worden de paragrafen 1/1 tot 1/9 ingevoegd, luidende:
" § 1/1.Tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid kan het personeelslid aanspraak maken op een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren.
Behoudens andersluidende bepaling, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren gelijkgesteld met een rustpensioen toegekend aan een persoon die ambtshalve op rust werd gesteld vóór de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld in artikel 46, § 3, eerste en tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.
Behoudens andersluidende bepaling, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren op dezelfde wijze berekend als het rustpensioen bedoeld in artikel 47 van de voormelde wet van 15 mei 1984.
Voor het bepalen van de ingangsdatum van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren en voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van die uitkering, wordt de dag voorafgaand aan de tijdelijke arbeidsongeschiktheid beschouwd als de dag waarop de betrokkene zijn ambt neerlegt en ophoudt zijn activiteitswedde te ontvangen, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling.
§ 1/2. De perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid worden in aanmerking genomen voor de opening van het recht op een pensioen. Deze perioden worden evenwel niet in aanmerking genomen voor de berekening van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, noch voor de berekening van het bedrag van een pensioen of voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van een van beide, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling doch onverminderd de toepassing van het tweede lid en van paragraaf 1/7, derde lid.
In afwijking van het eerste lid, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, in chronologische volgorde en naar rata van 1/60e van de referentiewedde per jaar dienst, voor ten hoogste 24 maanden in aanmerking genomen voor de berekening van het bedrag van het pensioen en, in voorkomend geval, van elke op die perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid volgende nieuwe tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, op voorwaarde dat de gerechtigde, na de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid en vóór elke volgende nieuwe periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, gedurende ten minste één jaar werkelijke diensten verstrekt.
De perioden waarin een tijdelijk pensioen werd toegekend overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1 zoals hij luidde vóór 1 januari 2025, worden in aanmerking genomen voor de opening van het recht op een pensioen en voor de berekening van het bedrag van het pensioen en van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, indien de gerechtigde na dat tijdelijk pensioen gedurende ten minste één jaar werkelijke diensten heeft verstrekt.
In geval van werkelijke diensten met onvolledige opdracht, worden deze diensten in aanmerking genomen ten belope van het gedeelte dat zij vertegenwoordigen in verhouding tot dezelfde diensten met volledige opdracht.
Voor de toepassing van het tweede en derde lid worden enkel de verloven en afwezigheden met behoud van de volledige bezoldiging, die in aanmerking genomen worden voor de berekening van een rustpensioen, gelijkgesteld met werkelijke diensten.
De perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en tijdelijk pensioen die, overeenkomstig het eerste tot en met het vijfde lid, in aanmerking kunnen komen voor het pensioen of de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, worden slechts in aanmerking genomen in de mate dat zij daartoe niet om een andere reden in aanmerking kunnen worden genomen.
In afwijking van het tweede en derde lid, worden de daarin bedoelde perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en van tijdelijk pensioen niet in aanmerking genomen voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van het pensioen of de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
§ 1/3. Pensioenaanspraakverlenende diensten die tijdens een periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid worden verstrekt naar aanleiding van een werkhervatting of wedertewerkstelling, worden in aanmerking genomen voor het rustpensioen dat erop volgt en, in voorkomend geval, voor elke tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren die, na de definitieve stopzetting van de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid waarin de diensten werden verstrekt, wordt toegekend tijdens een volgende periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
§ 1/4. De tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren valt ten laste van het pensioenstelsel of de pensioenstelsels die de last zouden dragen van het rustpensioen waarmee de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren wordt gelijkgesteld.
De instelling die belast is met de uitbetaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is ertoe gehouden hiervan aangifte te doen aan de pensioengegevensbank bedoeld in artikel 9bis van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
§ 1/5. Voor elke gehele of gedeeltelijke werkhervatting of wedertewerkstelling dient de gerechtigde vooraf de toestemming te verkrijgen van Medex. Elke werkhervatting of wedertewerkstelling zonder de vereiste voorafgaande toestemming wordt gelijkgesteld met een bedrieglijke handeling bedoeld in artikel 59, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977.
In afwijking van het eerste lid is de voorafgaande toestemming van Medex niet vereist voor de uitoefening van:
1° een voltijdse tewerkstelling die geen aanspraak kan verlenen op een pensioen met toepassing van een pensioenregeling van de openbare sector bedoeld in artikel 1 van de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector;
2° een activiteit als zelfstandige in hoofdberoep;
3° een politiek mandaat of een mandaat van voorzitter of van lid van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
4° een mandaat bij een beheers-, bestuurs- of directieorgaan van een openbare instelling, een instelling van openbaar nut, een vereniging van gemeenten of een mandaat van gewoon bestuurder bij een autonoom overheidsbedrijf;
5° vrijwilligerswerk.
Voor de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde activiteiten volstaat een eenvoudige schriftelijke aangifte bij Medex. Elke activiteit bedoeld in het tweede lid, 1° en 2°, zonder voorafgaande schriftelijke aangifte bij Medex wordt gelijkgesteld met een bedrieglijke handeling bedoeld in artikel 59, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977.
§ 1/6. De betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren wordt tijdelijk geschorst wanneer Medex daartoe beslist. De periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt definitief stopgezet wanneer Medex daartoe beslist.
De beslissing tot tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren of tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt door Medex onverwijld ter kennis gebracht van de instelling die belast is met de uitbetaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren. De beslissing tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt door Medex tevens onverwijld ter kennis gebracht van de werkgever van het personeelslid.
Tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is mogelijk in de gevallen door de Koning bepaald. Definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid kan uitsluitend gemotiveerd worden op grond van de lichamelijke geschiktheid van het personeelslid om op een regelmatige wijze zijn functies opnieuw te vervullen.
In afwijking van het derde lid stopt de tijdelijke arbeidsongeschiktheid van rechtswege definitief indien het personeelslid een activiteit aanvat zoals bedoeld in paragraaf 1/5, tweede lid, 1° of 2°.
De tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren door Medex leidt tot de tijdelijke stopzetting van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren door de instelling die belast is met de uitbetaling ervan. De definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid door Medex leidt tot verlies van het bestaande recht op een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren en tot de stopzetting van de betaling ervan door de daarmee belaste instelling.
§ 1/7. Vanaf het ogenblik waarop de gerechtigde op een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren voldoet aan de pensioenvoorwaarden bedoeld in artikel 46 van de voormelde wet van 15 mei 1984 wordt hij ambtshalve op rust gesteld en wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering door de bevoegde pensioendienst ambtshalve omgezet in een rustpensioen.
In afwijking van het eerste lid, wordt de gerechtigde op rust gesteld en wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, op zijn aanvraag, door de bevoegde pensioendienst omgezet in een rustpensioen vanaf het ogenblik waarop hij, vóór de datum waarop hij voldoet aan de pensioenvoorwaarden bedoeld in artikel 46 van de voormelde wet van 15 mei 1984, de preferentiële pensioenvoorwaarden vervult die op hem van toepassing zouden geweest zijn indien hij niet in tijdelijke arbeidsongeschiktheid zou gesteld zijn. Deze afwijking geldt uitsluitend voor de gerechtigden die na de leeftijd van vijftig jaar in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld werden in één van de volgende hoedanigheden:
1° lid van het rijdend personeel van HR Rail, zoals bepaald door het pensioenreglement van de NMBS Holding zoals het van kracht was op 28 december 2011;
2° militair;
3° gewezen militair bedoeld in:
- artikel 10 van de wet van 30 maart 2001 betreffende het pensioen van het personeel van de politiediensten en hun rechthebbenden, voor zover hij uiterlijk op 10 juli 2015 voldeed aan de in dat artikel bepaalde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor de personeelscategorie waartoe hij behoort;
- artikel 10 van de wet van 16 juli 2005 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever;
- artikel 194 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.
Om te bepalen of de gerechtigde de in het tweede lid bedoelde preferentiële pensioenvoorwaarden vervult, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, in afwijking van paragraaf 1/2, eerste lid, voor de opening van het recht op een pensioen in aanmerking genomen als werkelijk verstrekte diensten in de hoedanigheid van, naar gelang het geval, lid van het rijdend personeel van HR Rail, militair of gewezen militair, zoals respectievelijk bedoeld in 1°, 2° of 3° van het tweede lid.
Voor de gerechtigden van wie de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, met toepassing van het tweede lid, op hun verzoek omgezet wordt in een rustpensioen vóór de leeftijd van 60 jaar, wordt de minimumleeftijd bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector vastgesteld op de minimumleeftijd waarop zij het rustpensioen kunnen verkrijgen overeenkomstig de in het tweede lid, 3°, bedoelde wetgeving waarvan zij de toepassing vragen.
De in het tweede lid bedoelde aanvraag tot omzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren in een rustpensioen moet gericht worden aan de instelling die belast is met de uitbetaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren. De aanvraag mag niet meer dan één jaar vóór de gewenste ingangsdatum van het rustpensioen worden ingediend. Het pensioen gaat evenwel ten vroegste in vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de aanvraag werd ingediend. De gevraagde ingangsdatum van het rustpensioen mag in geen geval de uit de toepassing van het eerste lid voortvloeiende ingangsdatum van het rustpensioen overschrijden.
De bevoegde pensioendienst brengt zijn beslissing tot omzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren in een rustpensioen onverwijld ter kennis van Medex.
§ 1/8. Het in paragraaf 1/7, eerste en tweede lid, bedoelde rustpensioen wordt gelijkgesteld met een rustpensioen toegekend aan een persoon die ambtshalve op rust werd gesteld vóór de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld in artikel 46, § 3, eerste en tweede lid, van de voormelde wet van 15 mei 1984.
Het nominaal bedrag van dat rustpensioen wordt berekend overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de berekening van een rustpensioen bedoeld in artikel 47 van de voormelde wet van 15 mei 1984.
Voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van dat rustpensioen, wordt de dag voorafgaand aan de laatste periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid beschouwd als de dag waarop de betrokkene zijn ambt neerlegt en ophoudt zijn activiteitswedde te ontvangen, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling.
Het bedrag van dat pensioen mag niet lager zijn dan het bedrag van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren waarop de betrokkene aanspraak zou kunnen maken indien hij in tijdelijke arbeidsongeschiktheid was gebleven.
§ 1/9. De bepalingen van de paragrafen 1 tot 1/8 zijn niet van toepassing op de leden van de rechterlijke orde."
" § 1/1.Tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid kan het personeelslid aanspraak maken op een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren.
Behoudens andersluidende bepaling, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren gelijkgesteld met een rustpensioen toegekend aan een persoon die ambtshalve op rust werd gesteld vóór de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld in artikel 46, § 3, eerste en tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.
Behoudens andersluidende bepaling, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren op dezelfde wijze berekend als het rustpensioen bedoeld in artikel 47 van de voormelde wet van 15 mei 1984.
Voor het bepalen van de ingangsdatum van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren en voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van die uitkering, wordt de dag voorafgaand aan de tijdelijke arbeidsongeschiktheid beschouwd als de dag waarop de betrokkene zijn ambt neerlegt en ophoudt zijn activiteitswedde te ontvangen, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling.
§ 1/2. De perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid worden in aanmerking genomen voor de opening van het recht op een pensioen. Deze perioden worden evenwel niet in aanmerking genomen voor de berekening van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, noch voor de berekening van het bedrag van een pensioen of voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van een van beide, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling doch onverminderd de toepassing van het tweede lid en van paragraaf 1/7, derde lid.
In afwijking van het eerste lid, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, in chronologische volgorde en naar rata van 1/60e van de referentiewedde per jaar dienst, voor ten hoogste 24 maanden in aanmerking genomen voor de berekening van het bedrag van het pensioen en, in voorkomend geval, van elke op die perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid volgende nieuwe tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, op voorwaarde dat de gerechtigde, na de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid en vóór elke volgende nieuwe periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, gedurende ten minste één jaar werkelijke diensten verstrekt.
De perioden waarin een tijdelijk pensioen werd toegekend overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1 zoals hij luidde vóór 1 januari 2025, worden in aanmerking genomen voor de opening van het recht op een pensioen en voor de berekening van het bedrag van het pensioen en van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, indien de gerechtigde na dat tijdelijk pensioen gedurende ten minste één jaar werkelijke diensten heeft verstrekt.
In geval van werkelijke diensten met onvolledige opdracht, worden deze diensten in aanmerking genomen ten belope van het gedeelte dat zij vertegenwoordigen in verhouding tot dezelfde diensten met volledige opdracht.
Voor de toepassing van het tweede en derde lid worden enkel de verloven en afwezigheden met behoud van de volledige bezoldiging, die in aanmerking genomen worden voor de berekening van een rustpensioen, gelijkgesteld met werkelijke diensten.
De perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en tijdelijk pensioen die, overeenkomstig het eerste tot en met het vijfde lid, in aanmerking kunnen komen voor het pensioen of de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, worden slechts in aanmerking genomen in de mate dat zij daartoe niet om een andere reden in aanmerking kunnen worden genomen.
In afwijking van het tweede en derde lid, worden de daarin bedoelde perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en van tijdelijk pensioen niet in aanmerking genomen voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van het pensioen of de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
§ 1/3. Pensioenaanspraakverlenende diensten die tijdens een periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid worden verstrekt naar aanleiding van een werkhervatting of wedertewerkstelling, worden in aanmerking genomen voor het rustpensioen dat erop volgt en, in voorkomend geval, voor elke tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren die, na de definitieve stopzetting van de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid waarin de diensten werden verstrekt, wordt toegekend tijdens een volgende periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
§ 1/4. De tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren valt ten laste van het pensioenstelsel of de pensioenstelsels die de last zouden dragen van het rustpensioen waarmee de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren wordt gelijkgesteld.
De instelling die belast is met de uitbetaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is ertoe gehouden hiervan aangifte te doen aan de pensioengegevensbank bedoeld in artikel 9bis van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
§ 1/5. Voor elke gehele of gedeeltelijke werkhervatting of wedertewerkstelling dient de gerechtigde vooraf de toestemming te verkrijgen van Medex. Elke werkhervatting of wedertewerkstelling zonder de vereiste voorafgaande toestemming wordt gelijkgesteld met een bedrieglijke handeling bedoeld in artikel 59, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977.
In afwijking van het eerste lid is de voorafgaande toestemming van Medex niet vereist voor de uitoefening van:
1° een voltijdse tewerkstelling die geen aanspraak kan verlenen op een pensioen met toepassing van een pensioenregeling van de openbare sector bedoeld in artikel 1 van de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector;
2° een activiteit als zelfstandige in hoofdberoep;
3° een politiek mandaat of een mandaat van voorzitter of van lid van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
4° een mandaat bij een beheers-, bestuurs- of directieorgaan van een openbare instelling, een instelling van openbaar nut, een vereniging van gemeenten of een mandaat van gewoon bestuurder bij een autonoom overheidsbedrijf;
5° vrijwilligerswerk.
Voor de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde activiteiten volstaat een eenvoudige schriftelijke aangifte bij Medex. Elke activiteit bedoeld in het tweede lid, 1° en 2°, zonder voorafgaande schriftelijke aangifte bij Medex wordt gelijkgesteld met een bedrieglijke handeling bedoeld in artikel 59, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977.
§ 1/6. De betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren wordt tijdelijk geschorst wanneer Medex daartoe beslist. De periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt definitief stopgezet wanneer Medex daartoe beslist.
De beslissing tot tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren of tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt door Medex onverwijld ter kennis gebracht van de instelling die belast is met de uitbetaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren. De beslissing tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid wordt door Medex tevens onverwijld ter kennis gebracht van de werkgever van het personeelslid.
Tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is mogelijk in de gevallen door de Koning bepaald. Definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid kan uitsluitend gemotiveerd worden op grond van de lichamelijke geschiktheid van het personeelslid om op een regelmatige wijze zijn functies opnieuw te vervullen.
In afwijking van het derde lid stopt de tijdelijke arbeidsongeschiktheid van rechtswege definitief indien het personeelslid een activiteit aanvat zoals bedoeld in paragraaf 1/5, tweede lid, 1° of 2°.
De tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren door Medex leidt tot de tijdelijke stopzetting van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren door de instelling die belast is met de uitbetaling ervan. De definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid door Medex leidt tot verlies van het bestaande recht op een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren en tot de stopzetting van de betaling ervan door de daarmee belaste instelling.
§ 1/7. Vanaf het ogenblik waarop de gerechtigde op een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren voldoet aan de pensioenvoorwaarden bedoeld in artikel 46 van de voormelde wet van 15 mei 1984 wordt hij ambtshalve op rust gesteld en wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering door de bevoegde pensioendienst ambtshalve omgezet in een rustpensioen.
In afwijking van het eerste lid, wordt de gerechtigde op rust gesteld en wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, op zijn aanvraag, door de bevoegde pensioendienst omgezet in een rustpensioen vanaf het ogenblik waarop hij, vóór de datum waarop hij voldoet aan de pensioenvoorwaarden bedoeld in artikel 46 van de voormelde wet van 15 mei 1984, de preferentiële pensioenvoorwaarden vervult die op hem van toepassing zouden geweest zijn indien hij niet in tijdelijke arbeidsongeschiktheid zou gesteld zijn. Deze afwijking geldt uitsluitend voor de gerechtigden die na de leeftijd van vijftig jaar in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld werden in één van de volgende hoedanigheden:
1° lid van het rijdend personeel van HR Rail, zoals bepaald door het pensioenreglement van de NMBS Holding zoals het van kracht was op 28 december 2011;
2° militair;
3° gewezen militair bedoeld in:
- artikel 10 van de wet van 30 maart 2001 betreffende het pensioen van het personeel van de politiediensten en hun rechthebbenden, voor zover hij uiterlijk op 10 juli 2015 voldeed aan de in dat artikel bepaalde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor de personeelscategorie waartoe hij behoort;
- artikel 10 van de wet van 16 juli 2005 houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare werkgever;
- artikel 194 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.
Om te bepalen of de gerechtigde de in het tweede lid bedoelde preferentiële pensioenvoorwaarden vervult, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, in afwijking van paragraaf 1/2, eerste lid, voor de opening van het recht op een pensioen in aanmerking genomen als werkelijk verstrekte diensten in de hoedanigheid van, naar gelang het geval, lid van het rijdend personeel van HR Rail, militair of gewezen militair, zoals respectievelijk bedoeld in 1°, 2° of 3° van het tweede lid.
Voor de gerechtigden van wie de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, met toepassing van het tweede lid, op hun verzoek omgezet wordt in een rustpensioen vóór de leeftijd van 60 jaar, wordt de minimumleeftijd bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 14 april 1965 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector vastgesteld op de minimumleeftijd waarop zij het rustpensioen kunnen verkrijgen overeenkomstig de in het tweede lid, 3°, bedoelde wetgeving waarvan zij de toepassing vragen.
De in het tweede lid bedoelde aanvraag tot omzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren in een rustpensioen moet gericht worden aan de instelling die belast is met de uitbetaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren. De aanvraag mag niet meer dan één jaar vóór de gewenste ingangsdatum van het rustpensioen worden ingediend. Het pensioen gaat evenwel ten vroegste in vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de aanvraag werd ingediend. De gevraagde ingangsdatum van het rustpensioen mag in geen geval de uit de toepassing van het eerste lid voortvloeiende ingangsdatum van het rustpensioen overschrijden.
De bevoegde pensioendienst brengt zijn beslissing tot omzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren in een rustpensioen onverwijld ter kennis van Medex.
§ 1/8. Het in paragraaf 1/7, eerste en tweede lid, bedoelde rustpensioen wordt gelijkgesteld met een rustpensioen toegekend aan een persoon die ambtshalve op rust werd gesteld vóór de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld in artikel 46, § 3, eerste en tweede lid, van de voormelde wet van 15 mei 1984.
Het nominaal bedrag van dat rustpensioen wordt berekend overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de berekening van een rustpensioen bedoeld in artikel 47 van de voormelde wet van 15 mei 1984.
Voor het vaststellen van de referentiewedde die als grondslag dient voor de berekening van dat rustpensioen, wordt de dag voorafgaand aan de laatste periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid beschouwd als de dag waarop de betrokkene zijn ambt neerlegt en ophoudt zijn activiteitswedde te ontvangen, niettegenstaande elke andere wettelijke of reglementaire bepaling.
Het bedrag van dat pensioen mag niet lager zijn dan het bedrag van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren waarop de betrokkene aanspraak zou kunnen maken indien hij in tijdelijke arbeidsongeschiktheid was gebleven.
§ 1/9. De bepalingen van de paragrafen 1 tot 1/8 zijn niet van toepassing op de leden van de rechterlijke orde."
Art. 5. Dans l'article 117 de la même loi, sont insérés les paragraphes 1er/1 à 1/9 rédigés comme suit:
" § 1er/1. Pendant la période d'inaptitude temporaire de travail, l'agent peut prétendre à une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires.
Sauf disposition contraire, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est assimilée à une pension de retraite accordée à une personne qui a été mise d'office à la retraite avant l'âge légal de la pension visée à l'article 46, § 3, alinéas 1er et 2, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions.
Sauf disposition contraire, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est calculée de la même manière que la pension de retraite visée à l'article 47 de la loi du 15 mai 1984 précitée.
Pour la détermination de la date de prise de cours de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul de cette allocation, le jour précédant l'inaptitude temporaire de travail est considéré comme le jour auquel l'intéressé cesse ses fonctions et cesse de percevoir son traitement d'activité, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire.
§ 1er/2. Les périodes d'inaptitude temporaire de travail sont prises en compte pour l'ouverture du droit à la pension. Toutefois, ces périodes ne sont pas prises en compte pour le calcul de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, ni pour le calcul du montant d'une pension ou pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul d'une des deux, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire mais sans préjudice de l'application de l'alinéa 2 et du paragraphe 1er/7, alinéa 3.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les périodes d'inaptitude temporaire de travail sont prises en compte, par ordre chronologique et à raison de 1/60e du traitement de référence par année de service, pour une durée maximale de 24 mois, pour le calcul du montant de la pension et, le cas échéant, de chaque nouvelle allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires suivant ces périodes d'inaptitude temporaire de travail, à condition que le bénéficiaire, après la cessation définitive, de son inaptitude temporaire de travail et avant toute nouvelle période ultérieure d'inaptitude temporaire de travail, fournisse des services effectifs pendant au moins un an.
Les périodes pendant lesquelles une pension temporaire a été octroyée conformément aux dispositions du paragraphe 1er tel qu'il était libellé avant le 1er janvier 2025, sont prises en compte pour l'ouverture du droit à la pension et pour le calcul du montant de la pension et de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, si le bénéficiaire a presté des services effectifs pendant un an au moins après cette pension temporaire.
En cas de services effectifs à prestations incomplètes, ces services sont pris en considération à concurrence de la fraction qu'ils représentent par rapport aux mêmes services à prestations complètes.
Pour l'application des alinéas 2 et 3, seuls les congés et absences avec maintien de la rémunération intégrale, qui sont pris en compte pour le calcul d'une pension de retraite, sont assimilés à des services réels.
Les périodes d'inaptitude temporaire de travail et de pension temporaire qui, conformément aux alinéas 1er à 5 inclus, peuvent être prises en compte pour la pension ou l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ne sont prises en compte que dans la mesure où elles ne peuvent l'être pour une autre raison.
Par dérogation aux alinéas 2 et 3, les périodes d'inaptitude temporaire de travail et de pension temporaire y visées ne sont pas prises en compte pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul de la pension ou de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail.
§ 1er/3. Les services ouvrant droit à une pension prestés pendant une période d'inaptitude temporaire de travail à la suite d'une reprise de la fonction ou de réaffectation sont pris en compte pour la pension de retraite qui leur fait suite et, le cas échéant, pour chaque allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires qui, après la cessation définitive de la période d'inaptitude temporaire de travail pendant laquelle les services ont été prestés, est accordée au cours d'une période ultérieure d'inaptitude temporaire de travail.
§ 1er/4. L'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est à charge du ou des régimes de pension qui supporteraient la charge de la pension de retraite à laquelle l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est assimilée.
L'organisme chargé du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est tenu de la déclarer à la banque de données de pension visée à l'article 9bis de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale.
§ 1er/5. Pour chaque reprise partielle ou totale de la fonction ou une réaffectation partielle ou totale, le bénéficiaire est tenu d'obtenir l'autorisation préalable de Medex. Toute reprise ou réaffectation sans l'autorisation préalable requise est assimilée à une manoeuvre frauduleuse visée à l'article 59, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'autorisation préalable de Medex n'est pas requise pour l'exercice:
1° d'une occupation à temps plein qui ne puisse ouvrir aucun droit à une pension en application d'un régime de pension du secteur public visé à l'article 1er de la loi du 14 avril 1965 établissant certaines relations entre les divers régimes de pensions du secteur public;
2° d'une activité en tant que travailleur indépendant à titre principal;
3° d'un mandat politique ou d'un mandat de président ou de membre d'un centre public d'aide sociale;
4° d'un mandat auprès d'un organe de gestion, d'administration ou de direction d'un établissement public, d'un organisme d'intérêt public, d'une association de communes, ou d'un mandat d'administrateur ordinaire dans une entreprise publique autonome;
5° du volontariat.
Pour l'exercice des activités visées à l'alinéa 2, une simple déclaration écrite à Medex suffit. Toute activité visée à l'alinéa 2, 1° et 2°, sans déclaration écrite préalable à Medex est assimilée à une manoeuvre frauduleuse visée à l'article 59, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977.
§ 1er/6. Le paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est temporairement suspendue lorsque Medex le décide. La période d'inaptitude temporaire de travail est définitivement arrêtée lorsque Medex le décide.
Medex notifie, sans délai, la décision de suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ou de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail à l'organisme chargé du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires. Medex notifie, sans délai, la décision de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail également à l'employeur de l'agent.
La suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est possible dans les cas prévus par le Roi. La cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail ne peut être motivée que sur la base de l'aptitude physique de l'agent à exercer à nouveau d'une manière régulière ses fonctions.
Par dérogation à l'alinéa 3, l'inaptitude temporaire de travail cesse définitivement de plein droit si l'agent entame une activité telle que visée au paragraphe 1/5, alinéa 2, 1° ou 2°.
La suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires par Medex entraîne la cessation temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires par l'organisme chargé de son paiement. La cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail par Medex entraîne la perte du droit existant à une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et la cessation de son paiement par l'organisme en charge.
§ 1er/7. A partir du moment où le bénéficiaire d'une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires remplit les conditions de pension visées à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, il est mis d'office à la retraite et son allocation d'inaptitude temporaire de travail est d'office convertie en pension de retraite par le service de pension compétent.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le bénéficiaire est mis à la retraite et son allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est, à sa demande, convertie par le service de pension compétent en pension de retraite à partir du moment où, avant la date à laquelle il répond aux conditions de pension visées à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, il remplit les conditions de pension préférentielles qui lui auraient été d'application s'il n'avait pas été mis en inaptitude temporaire de travail. Cette dérogation vaut exclusivement pour les bénéficiaires qui ont été mis en inaptitude temporaire de travail après l'âge de cinquante ans dans une des qualités suivantes:
1° membre du personnel roulant de HR Rail, tel que défini par le règlement de pension de la SNCB Holding tel qu'il était en vigueur au 28 décembre 2011:
2° militaire;
3° ancien militaire visé à:
- l'article 10 de la loi du 30 mars 2001 relative à la pension du personnel des services de police et de leurs ayants droit, pour autant qu'il satisfaisait au plus tard au 10 juillet 2015 aux conditions d'âge et de durée de services fixées par cet article pour la catégorie de personnel à laquelle il appartient;
- l'article 10 de la loi du 16 juillet 2005 instituant le transfert de certains militaires vers un employeur public;
- l'article 194 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées.
Pour déterminer si le bénéficiaire remplit les conditions de pension préférentielles visées à l'alinéa 2, les périodes d'inaptitude temporaire de travail sont, par dérogation au paragraphe 1er/2, alinéa 1er, prises en compte pour l'ouverture du droit à la pension comme des services réellement prestés en qualité de, selon le cas, membre du personnel roulant de HR Rail, militaire ou ancien militaire, tel que respectivement visé au 1°, 2° ou 3° de l'alinéa 2.
Pour les bénéficiaires dont, en application de l'alinéa 2, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est, à leur demande, convertie en pension de retraite avant l'âge de 60 ans, l'âge minimum prévu à l'article 2, alinéa 2, de la loi du 14 avril 1965 établissant certaines relations entre les divers régimes de pensions du secteur public est fixé à l'âge minimum auquel ils sont mis à la retraite conformément à la législation visée à l'alinéa 2, 3°, dont ils demandent l'application.
La demande de conversion de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires en pension de retraite, visée à l'alinéa 2, doit être adressée à l'organisme chargé du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires. La demande ne peut être introduite plus d'un an avant la date de prise de cours de la pension de retraite souhaitée. Toutefois, la pension prend cours au plus tôt le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la demande a été introduite. La date de prise de cours de la pension de retraite demandée ne peut en aucun cas dépasser la date de prise de cours de la pension de retraite résultant de l'application de l'alinéa 1er.
Le service de pension compétent notifie, sans délai, sa décision de conversion de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires en pension de retraite à Medex.
§ 1er/8. La pension de retraite visée au paragraphe 1/7, alinéas 1er et 2, est assimilée à une pension de retraite accordée à une per-sonne qui a été mise d'office à la retraite avant l'âge légal de la pension visée à l'article 46, § 3, alinéas 1er et 2, de la loi précitée du 15 mai 1984.
Le taux nominal de cette pension de retraite est calculé conformément aux dispositions applicables au calcul d'une pension de retraite visée à l'article 47 de la loi précitée du 15 mai 1984.
Pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul de cette pension de retraite, le jour précédant la dernière période d'inaptitude temporaire de travail est considéré comme le jour auquel l'intéressé cesse ses fonctions et cesse de percevoir son traitement d'activité, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire.
Le montant de cette pension ne pourra être inférieur au montant de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires à laquelle l'intéressé aurait droit s'il était resté en inaptitude temporaire de travail.
§ 1er/9. Les dispositions des paragraphes 1er à 1/8 ne sont pas applicables aux membres de l'ordre judiciaire."
" § 1er/1. Pendant la période d'inaptitude temporaire de travail, l'agent peut prétendre à une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires.
Sauf disposition contraire, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est assimilée à une pension de retraite accordée à une personne qui a été mise d'office à la retraite avant l'âge légal de la pension visée à l'article 46, § 3, alinéas 1er et 2, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions.
Sauf disposition contraire, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est calculée de la même manière que la pension de retraite visée à l'article 47 de la loi du 15 mai 1984 précitée.
Pour la détermination de la date de prise de cours de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul de cette allocation, le jour précédant l'inaptitude temporaire de travail est considéré comme le jour auquel l'intéressé cesse ses fonctions et cesse de percevoir son traitement d'activité, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire.
§ 1er/2. Les périodes d'inaptitude temporaire de travail sont prises en compte pour l'ouverture du droit à la pension. Toutefois, ces périodes ne sont pas prises en compte pour le calcul de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, ni pour le calcul du montant d'une pension ou pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul d'une des deux, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire mais sans préjudice de l'application de l'alinéa 2 et du paragraphe 1er/7, alinéa 3.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les périodes d'inaptitude temporaire de travail sont prises en compte, par ordre chronologique et à raison de 1/60e du traitement de référence par année de service, pour une durée maximale de 24 mois, pour le calcul du montant de la pension et, le cas échéant, de chaque nouvelle allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires suivant ces périodes d'inaptitude temporaire de travail, à condition que le bénéficiaire, après la cessation définitive, de son inaptitude temporaire de travail et avant toute nouvelle période ultérieure d'inaptitude temporaire de travail, fournisse des services effectifs pendant au moins un an.
Les périodes pendant lesquelles une pension temporaire a été octroyée conformément aux dispositions du paragraphe 1er tel qu'il était libellé avant le 1er janvier 2025, sont prises en compte pour l'ouverture du droit à la pension et pour le calcul du montant de la pension et de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, si le bénéficiaire a presté des services effectifs pendant un an au moins après cette pension temporaire.
En cas de services effectifs à prestations incomplètes, ces services sont pris en considération à concurrence de la fraction qu'ils représentent par rapport aux mêmes services à prestations complètes.
Pour l'application des alinéas 2 et 3, seuls les congés et absences avec maintien de la rémunération intégrale, qui sont pris en compte pour le calcul d'une pension de retraite, sont assimilés à des services réels.
Les périodes d'inaptitude temporaire de travail et de pension temporaire qui, conformément aux alinéas 1er à 5 inclus, peuvent être prises en compte pour la pension ou l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ne sont prises en compte que dans la mesure où elles ne peuvent l'être pour une autre raison.
Par dérogation aux alinéas 2 et 3, les périodes d'inaptitude temporaire de travail et de pension temporaire y visées ne sont pas prises en compte pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul de la pension ou de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail.
§ 1er/3. Les services ouvrant droit à une pension prestés pendant une période d'inaptitude temporaire de travail à la suite d'une reprise de la fonction ou de réaffectation sont pris en compte pour la pension de retraite qui leur fait suite et, le cas échéant, pour chaque allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires qui, après la cessation définitive de la période d'inaptitude temporaire de travail pendant laquelle les services ont été prestés, est accordée au cours d'une période ultérieure d'inaptitude temporaire de travail.
§ 1er/4. L'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est à charge du ou des régimes de pension qui supporteraient la charge de la pension de retraite à laquelle l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est assimilée.
L'organisme chargé du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est tenu de la déclarer à la banque de données de pension visée à l'article 9bis de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale.
§ 1er/5. Pour chaque reprise partielle ou totale de la fonction ou une réaffectation partielle ou totale, le bénéficiaire est tenu d'obtenir l'autorisation préalable de Medex. Toute reprise ou réaffectation sans l'autorisation préalable requise est assimilée à une manoeuvre frauduleuse visée à l'article 59, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'autorisation préalable de Medex n'est pas requise pour l'exercice:
1° d'une occupation à temps plein qui ne puisse ouvrir aucun droit à une pension en application d'un régime de pension du secteur public visé à l'article 1er de la loi du 14 avril 1965 établissant certaines relations entre les divers régimes de pensions du secteur public;
2° d'une activité en tant que travailleur indépendant à titre principal;
3° d'un mandat politique ou d'un mandat de président ou de membre d'un centre public d'aide sociale;
4° d'un mandat auprès d'un organe de gestion, d'administration ou de direction d'un établissement public, d'un organisme d'intérêt public, d'une association de communes, ou d'un mandat d'administrateur ordinaire dans une entreprise publique autonome;
5° du volontariat.
Pour l'exercice des activités visées à l'alinéa 2, une simple déclaration écrite à Medex suffit. Toute activité visée à l'alinéa 2, 1° et 2°, sans déclaration écrite préalable à Medex est assimilée à une manoeuvre frauduleuse visée à l'article 59, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 1976-1977.
§ 1er/6. Le paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est temporairement suspendue lorsque Medex le décide. La période d'inaptitude temporaire de travail est définitivement arrêtée lorsque Medex le décide.
Medex notifie, sans délai, la décision de suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ou de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail à l'organisme chargé du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires. Medex notifie, sans délai, la décision de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail également à l'employeur de l'agent.
La suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est possible dans les cas prévus par le Roi. La cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail ne peut être motivée que sur la base de l'aptitude physique de l'agent à exercer à nouveau d'une manière régulière ses fonctions.
Par dérogation à l'alinéa 3, l'inaptitude temporaire de travail cesse définitivement de plein droit si l'agent entame une activité telle que visée au paragraphe 1/5, alinéa 2, 1° ou 2°.
La suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires par Medex entraîne la cessation temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires par l'organisme chargé de son paiement. La cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail par Medex entraîne la perte du droit existant à une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et la cessation de son paiement par l'organisme en charge.
§ 1er/7. A partir du moment où le bénéficiaire d'une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires remplit les conditions de pension visées à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, il est mis d'office à la retraite et son allocation d'inaptitude temporaire de travail est d'office convertie en pension de retraite par le service de pension compétent.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le bénéficiaire est mis à la retraite et son allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est, à sa demande, convertie par le service de pension compétent en pension de retraite à partir du moment où, avant la date à laquelle il répond aux conditions de pension visées à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée, il remplit les conditions de pension préférentielles qui lui auraient été d'application s'il n'avait pas été mis en inaptitude temporaire de travail. Cette dérogation vaut exclusivement pour les bénéficiaires qui ont été mis en inaptitude temporaire de travail après l'âge de cinquante ans dans une des qualités suivantes:
1° membre du personnel roulant de HR Rail, tel que défini par le règlement de pension de la SNCB Holding tel qu'il était en vigueur au 28 décembre 2011:
2° militaire;
3° ancien militaire visé à:
- l'article 10 de la loi du 30 mars 2001 relative à la pension du personnel des services de police et de leurs ayants droit, pour autant qu'il satisfaisait au plus tard au 10 juillet 2015 aux conditions d'âge et de durée de services fixées par cet article pour la catégorie de personnel à laquelle il appartient;
- l'article 10 de la loi du 16 juillet 2005 instituant le transfert de certains militaires vers un employeur public;
- l'article 194 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées.
Pour déterminer si le bénéficiaire remplit les conditions de pension préférentielles visées à l'alinéa 2, les périodes d'inaptitude temporaire de travail sont, par dérogation au paragraphe 1er/2, alinéa 1er, prises en compte pour l'ouverture du droit à la pension comme des services réellement prestés en qualité de, selon le cas, membre du personnel roulant de HR Rail, militaire ou ancien militaire, tel que respectivement visé au 1°, 2° ou 3° de l'alinéa 2.
Pour les bénéficiaires dont, en application de l'alinéa 2, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est, à leur demande, convertie en pension de retraite avant l'âge de 60 ans, l'âge minimum prévu à l'article 2, alinéa 2, de la loi du 14 avril 1965 établissant certaines relations entre les divers régimes de pensions du secteur public est fixé à l'âge minimum auquel ils sont mis à la retraite conformément à la législation visée à l'alinéa 2, 3°, dont ils demandent l'application.
La demande de conversion de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires en pension de retraite, visée à l'alinéa 2, doit être adressée à l'organisme chargé du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires. La demande ne peut être introduite plus d'un an avant la date de prise de cours de la pension de retraite souhaitée. Toutefois, la pension prend cours au plus tôt le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la demande a été introduite. La date de prise de cours de la pension de retraite demandée ne peut en aucun cas dépasser la date de prise de cours de la pension de retraite résultant de l'application de l'alinéa 1er.
Le service de pension compétent notifie, sans délai, sa décision de conversion de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires en pension de retraite à Medex.
§ 1er/8. La pension de retraite visée au paragraphe 1/7, alinéas 1er et 2, est assimilée à une pension de retraite accordée à une per-sonne qui a été mise d'office à la retraite avant l'âge légal de la pension visée à l'article 46, § 3, alinéas 1er et 2, de la loi précitée du 15 mai 1984.
Le taux nominal de cette pension de retraite est calculé conformément aux dispositions applicables au calcul d'une pension de retraite visée à l'article 47 de la loi précitée du 15 mai 1984.
Pour la détermination du traitement de référence servant de base au calcul de cette pension de retraite, le jour précédant la dernière période d'inaptitude temporaire de travail est considéré comme le jour auquel l'intéressé cesse ses fonctions et cesse de percevoir son traitement d'activité, nonobstant toute autre disposition légale ou réglementaire.
Le montant de cette pension ne pourra être inférieur au montant de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires à laquelle l'intéressé aurait droit s'il était resté en inaptitude temporaire de travail.
§ 1er/9. Les dispositions des paragraphes 1er à 1/8 ne sont pas applicables aux membres de l'ordre judiciaire."
Art. 6. In artikel 117, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "op een definitief of tijdelijk voortijdig pensioen" vervangen door de woorden "op een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren".
Art. 6. Dans l'article 117, § 2, alinéa 1er, de la même loi, les mots "à pension prématurée définitive ou temporaire" sont remplacés par les mots "à une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires".
Art. 7. In artikel 117, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "doet ontstaan, die tot het pensioen wegens ongeschiktheid toelaat," vervangen door de woorden "kan doen ontstaan, die de betrokkene in tijdelijke arbeidsongeschiktheid stelt,";
2° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "beslissing tot oppensioenstelling" worden vervangen door de woorden "beslissing tot tijdelijke in arbeidsongeschiktheidstelling";
b) de woorden "zonder dat de oppensioenstelling later mag zijn" worden vervangen door de woorden "zonder dat de tijdelijke in arbeidsongeschiktheidstelling later mag zijn";
3° het derde lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "doet ontstaan, die tot het pensioen wegens ongeschiktheid toelaat," vervangen door de woorden "kan doen ontstaan, die de betrokkene in tijdelijke arbeidsongeschiktheid stelt,";
2° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "beslissing tot oppensioenstelling" worden vervangen door de woorden "beslissing tot tijdelijke in arbeidsongeschiktheidstelling";
b) de woorden "zonder dat de oppensioenstelling later mag zijn" worden vervangen door de woorden "zonder dat de tijdelijke in arbeidsongeschiktheidstelling later mag zijn";
3° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 117, § 3, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "entraînant un droit à pension à charge d'un pouvoir énuméré au § 2, alinéa 1er, qui admet à la retraite pour inaptitude physique," sont remplacés par les mots "pouvant entraîner un droit à pension à charge d'un pouvoir énuméré au § 2, alinéa 1er, qui met l'intéressé en inaptitude temporaire de travail,";
2° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "la décision de mise à la retraite" sont remplacés par les mots "la décision de mise en inaptitude temporaire de travail";
b) les mots "sans que la mise à la retraite puisse être postérieure" sont remplacés par les mots "sans que la mise en inaptitude temporaire de travail ne puisse être postérieure";
3° l'alinéa 3 est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots "entraînant un droit à pension à charge d'un pouvoir énuméré au § 2, alinéa 1er, qui admet à la retraite pour inaptitude physique," sont remplacés par les mots "pouvant entraîner un droit à pension à charge d'un pouvoir énuméré au § 2, alinéa 1er, qui met l'intéressé en inaptitude temporaire de travail,";
2° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "la décision de mise à la retraite" sont remplacés par les mots "la décision de mise en inaptitude temporaire de travail";
b) les mots "sans que la mise à la retraite puisse être postérieure" sont remplacés par les mots "sans que la mise en inaptitude temporaire de travail ne puisse être postérieure";
3° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 8. In artikel 117 van dezelfde wet worden de paragrafen 3/1 tot 3/3 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De beslissing van Medex tot tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de in eerste aanleg gewezen beslissing van Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt wanneer het een beslissing betreft waartegen geen hoger beroep is ingesteld of wanneer deze, na beroep, is bevestigd.
De beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid heeft uitwerking op de eerste dag van de zevende maand die volgt op die gedurende welke de in eerste aanleg gewezen beslissing van Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt wanneer het een beslissing betreft waartegen geen hoger beroep is ingesteld of wanneer deze, na beroep, is bevestigd.
In afwijking van het tweede lid, heeft de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, voor de personeelsleden van het onderwijs, uitwerking op de 1e oktober die volgt op de dag waarop deze beslissing overeenkomstig het tweede lid uitwerking zou krijgen, op voorwaarde dat die beslissing door Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt in de loop van de maanden januari, februari of juni tot en met december.
Voor de toepassing van het derde lid worden onder "personeelsleden van het onderwijs" begrepen: de personeelsleden bedoeld in artikel 77 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen, de vastbenoemde of daarmee gelijkgestelde leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het niet-universitair gemeenschapsonderwijs en de leerondersteuners.
In afwijking van het tweede en derde lid, heeft de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, genomen overeenkomstig paragraaf 1/6, vierde lid, voor het personeelslid bedoeld in paragraaf 1/5, tweede lid, 1° of 2°, uitwerking op de eerste dag van de twaalfde maand die volgt op die gedurende welke de in eerste aanleg gewezen beslissing van Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt wanneer het een beslissing betreft waartegen geen hoger beroep is ingesteld of wanneer deze, na beroep, is bevestigd. In afwachting van de uitwerking van de voormelde beslissing wordt de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren van de gerechtigde geschorst vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de voormelde beslissing aan de gerechtigde bekend werd gemaakt.
Voor de gerechtigde die, op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de in het vijfde lid bedoelde beslissing van Medex aan hem werd bekendgemaakt, de leeftijd van 36 jaar heeft bereikt zonder op die dag te leeftijd van 50 jaar te hebben bereikt, wordt de in het vijfde lid bedoelde twaalfde maand vervangen door de achttiende maand.
Voor de gerechtigde die, op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de in het vijfde lid bedoelde beslissing van Medex aan hem werd bekendgemaakt, de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, wordt de in het vijfde lid bedoelde twaalfde maand vervangen door de vierentwintigste maand.
Indien het in het vijfde lid bedoelde personeelslid, vooraleer de in het vijfde lid bedoelde beslissing van Medex uitwerking krijgt, zijn in § 1/5, tweede lid, 1° of 2°, bedoelde activiteit wordt beëindigd wegens ontslag vanwege zijn werkgever of hij die activiteit moet staken wegens lichamelijke ongeschiktheid, kan het personeelslid de intrekking van de voormelde beslissing vragen aan Medex. In geval van intrekking van die beslissing wordt de schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren van het personeelslid opgeheven vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin het personeelslid zijn aanvraag tot intrekking heeft ingediend, op voorwaarde dat hij vanaf dat ogenblik verzaakt aan elke uitkering waarop hij aanspraak kan maken uit hoofde van de die hem voor zijn in § 1/5, tweede lid, 1° of 2°, bedoelde activiteit.
Het hoger beroep ingesteld tegen een in deze paragraaf bedoelde beslissing van Medex schorst de uitwerking ervan niet.
§ 3/2. Uiterlijk in de loop van de laatste 15 kalenderdagen die voorafgaan aan de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt, onderzoekt Medex of de werkgever, na hem kennis te hebben gegeven van zijn beslissing, het personeelslid passende functies heeft aangeboden. De werkgever bezorgt hiertoe aan Medex tijdig een verslag waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald.
Indien het personeelslid passende functies werden aangeboden en bij de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid het werk hervat heeft of wedertewerkgesteld is, wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren stopgezet vanaf de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt.
Indien het personeelslid passende functies werden aangeboden maar na de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid het werk niet hervat heeft of niet wedertewerkgesteld is, wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren stopgezet vanaf de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt. De betrokkene wordt in dat geval ambtshalve onderworpen aan de verzekering tegen werkloosheid, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering, met toepassing van de artikelen 7 tot en met 12, van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen of van de artikelen 14 tot en met 18 van de wet van 6 februari 2003 houdende sociale bepalingen voor militairen die terugkeren naar het burgerleven.
Indien het personeelslid na de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid geen passende functies aangeboden werden of indien zijn werkgever het in het eerste lid bedoelde verslag niet tijdig en volledig aan Medex heeft toegestuurd, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren van het personeelslid stopgezet vanaf de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt. Het personeelslid bevindt zich vanaf die datum in een bezoldigde administratieve stand bepaald in de rechtspositieregeling die van toepassing is op de personeelscategorie waartoe hij behoort.
Het vierde lid is eveneens van toepassing indien de werkgever passende functies heeft aangeboden waarvan er één door het personeelslid werd aanvaard, maar deze laatste het werk pas hervat heeft of wedertewerkgesteld werd na de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking heeft gekregen. Het personeelslid blijft in dat geval in de bezoldigde administratieve stand bedoeld in het vierde lid, tot op de datum van zijn werkhervatting of wedertewerkstelling.
Indien het in het vierde of vijfde lid bedoelde personeelslid gedurende ten hoogste 60 opeenvolgende kalendermaanden in tijdelijke arbeidsongeschiktheid werd geplaatst, moet zijn werkgever, in afwijking van het vierde en vijfde lid, dit personeelslid in een bezoldigde administratieve stand plaatsen die op alle vlakken gelijkgesteld is met dienstactiviteit.
§ 3/3. De bepalingen van paragraaf 3/2 zijn niet van toepassing op de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1/6, vierde lid, die een activiteit aanvatten zoals bedoeld in paragraaf 1/5, tweede lid, 1° of 2°."
" § 3/1. De beslissing van Medex tot tijdelijke schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de in eerste aanleg gewezen beslissing van Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt wanneer het een beslissing betreft waartegen geen hoger beroep is ingesteld of wanneer deze, na beroep, is bevestigd.
De beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid heeft uitwerking op de eerste dag van de zevende maand die volgt op die gedurende welke de in eerste aanleg gewezen beslissing van Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt wanneer het een beslissing betreft waartegen geen hoger beroep is ingesteld of wanneer deze, na beroep, is bevestigd.
In afwijking van het tweede lid, heeft de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, voor de personeelsleden van het onderwijs, uitwerking op de 1e oktober die volgt op de dag waarop deze beslissing overeenkomstig het tweede lid uitwerking zou krijgen, op voorwaarde dat die beslissing door Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt in de loop van de maanden januari, februari of juni tot en met december.
Voor de toepassing van het derde lid worden onder "personeelsleden van het onderwijs" begrepen: de personeelsleden bedoeld in artikel 77 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen, de vastbenoemde of daarmee gelijkgestelde leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het niet-universitair gemeenschapsonderwijs en de leerondersteuners.
In afwijking van het tweede en derde lid, heeft de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, genomen overeenkomstig paragraaf 1/6, vierde lid, voor het personeelslid bedoeld in paragraaf 1/5, tweede lid, 1° of 2°, uitwerking op de eerste dag van de twaalfde maand die volgt op die gedurende welke de in eerste aanleg gewezen beslissing van Medex aan de gerechtigde bekend werd gemaakt wanneer het een beslissing betreft waartegen geen hoger beroep is ingesteld of wanneer deze, na beroep, is bevestigd. In afwachting van de uitwerking van de voormelde beslissing wordt de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren van de gerechtigde geschorst vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de voormelde beslissing aan de gerechtigde bekend werd gemaakt.
Voor de gerechtigde die, op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de in het vijfde lid bedoelde beslissing van Medex aan hem werd bekendgemaakt, de leeftijd van 36 jaar heeft bereikt zonder op die dag te leeftijd van 50 jaar te hebben bereikt, wordt de in het vijfde lid bedoelde twaalfde maand vervangen door de achttiende maand.
Voor de gerechtigde die, op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de in het vijfde lid bedoelde beslissing van Medex aan hem werd bekendgemaakt, de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, wordt de in het vijfde lid bedoelde twaalfde maand vervangen door de vierentwintigste maand.
Indien het in het vijfde lid bedoelde personeelslid, vooraleer de in het vijfde lid bedoelde beslissing van Medex uitwerking krijgt, zijn in § 1/5, tweede lid, 1° of 2°, bedoelde activiteit wordt beëindigd wegens ontslag vanwege zijn werkgever of hij die activiteit moet staken wegens lichamelijke ongeschiktheid, kan het personeelslid de intrekking van de voormelde beslissing vragen aan Medex. In geval van intrekking van die beslissing wordt de schorsing van de betaling van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren van het personeelslid opgeheven vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin het personeelslid zijn aanvraag tot intrekking heeft ingediend, op voorwaarde dat hij vanaf dat ogenblik verzaakt aan elke uitkering waarop hij aanspraak kan maken uit hoofde van de die hem voor zijn in § 1/5, tweede lid, 1° of 2°, bedoelde activiteit.
Het hoger beroep ingesteld tegen een in deze paragraaf bedoelde beslissing van Medex schorst de uitwerking ervan niet.
§ 3/2. Uiterlijk in de loop van de laatste 15 kalenderdagen die voorafgaan aan de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt, onderzoekt Medex of de werkgever, na hem kennis te hebben gegeven van zijn beslissing, het personeelslid passende functies heeft aangeboden. De werkgever bezorgt hiertoe aan Medex tijdig een verslag waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald.
Indien het personeelslid passende functies werden aangeboden en bij de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid het werk hervat heeft of wedertewerkgesteld is, wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren stopgezet vanaf de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt.
Indien het personeelslid passende functies werden aangeboden maar na de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid het werk niet hervat heeft of niet wedertewerkgesteld is, wordt zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren stopgezet vanaf de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt. De betrokkene wordt in dat geval ambtshalve onderworpen aan de verzekering tegen werkloosheid, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering, met toepassing van de artikelen 7 tot en met 12, van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen of van de artikelen 14 tot en met 18 van de wet van 6 februari 2003 houdende sociale bepalingen voor militairen die terugkeren naar het burgerleven.
Indien het personeelslid na de definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid geen passende functies aangeboden werden of indien zijn werkgever het in het eerste lid bedoelde verslag niet tijdig en volledig aan Medex heeft toegestuurd, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren van het personeelslid stopgezet vanaf de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking krijgt. Het personeelslid bevindt zich vanaf die datum in een bezoldigde administratieve stand bepaald in de rechtspositieregeling die van toepassing is op de personeelscategorie waartoe hij behoort.
Het vierde lid is eveneens van toepassing indien de werkgever passende functies heeft aangeboden waarvan er één door het personeelslid werd aanvaard, maar deze laatste het werk pas hervat heeft of wedertewerkgesteld werd na de datum waarop de beslissing van Medex tot definitieve stopzetting van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid uitwerking heeft gekregen. Het personeelslid blijft in dat geval in de bezoldigde administratieve stand bedoeld in het vierde lid, tot op de datum van zijn werkhervatting of wedertewerkstelling.
Indien het in het vierde of vijfde lid bedoelde personeelslid gedurende ten hoogste 60 opeenvolgende kalendermaanden in tijdelijke arbeidsongeschiktheid werd geplaatst, moet zijn werkgever, in afwijking van het vierde en vijfde lid, dit personeelslid in een bezoldigde administratieve stand plaatsen die op alle vlakken gelijkgesteld is met dienstactiviteit.
§ 3/3. De bepalingen van paragraaf 3/2 zijn niet van toepassing op de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1/6, vierde lid, die een activiteit aanvatten zoals bedoeld in paragraaf 1/5, tweede lid, 1° of 2°."
Art. 8. Dans l'article 117 de la même loi, sont insérés les paragraphes 3/1 à 3/3 rédigés comme suit:
" § 3/1. La décision de Medex de suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires prend effet le premier jour du mois qui suit celui de la notification au bénéficiaire de la décision rendue en première instance par Medex, lorsqu'il s'agit d'une décision à l'égard de laquelle il n'a pas été interjeté appel ou qui a été confirmée en degré d'appel.
La décision de Medex de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail prend effet le premier jour du septième mois qui suit celui de la notification au bénéficiaire de la décision rendue en première instance par Medex, lorsqu'il s'agit d'une décision à l'égard de laquelle il n'a pas été interjeté appel ou qui a été confirmée en degré d'appel.
Par dérogation à l'alinéa 2, la décision de Medex de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail prend effet, pour les membres du personnel de l'enseignement, le 1er octobre suivant le jour auquel cette décision prendrait effet conformément à l'alinéa 2, à condition que cette décision ait été notifiée par Medex au bénéficiaire l'intéressé au cours des mois de janvier, de février ou de juin à décembre inclus.
Pour l'application de l'alinéa 3, sont considérés comme "membres du personnel de l'enseignement": les membres du personnel visés à l'article 77 de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses, les membres du personnel de maîtrise, gens de métier et de service de l'enseignement communautaire non universitaire nommés à titre définitif ou y assimilés et les intervenants en soutien d'apprentissage.
Par dérogation aux alinéas 2 et 3, la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail, prise conformément au paragraphe 1er/6, alinéa 4, pour l'agent visé au paragraphe 1er/5, alinéa 2, 1° ou 2°, prend effet le premier jour du douzième mois qui suit celui de la notification au bénéficiaire de la décision rendue en première instance par Medex, lorsqu'il s'agit d'une décision à l'égard de laquelle il n'a pas été interjeté appel ou qui a été confirmée en degré d'appel. Dans l'attente de la prise d'effet de la décision précitée, le paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires du bénéficiaire est suspendu à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision précitée a été notifiée au bénéficiaire.
Pour le bénéficiaire qui a atteint l'âge de 36 ans le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision de Medex visée à l'alinéa 5 lui a été notifiée, sans avoir atteint l'âge de 50 ans ce jour-là, le douzième mois visé à l'alinéa 5 est remplacé par le dix-huitième mois.
Pour le bénéficiaire qui a atteint l'âge de 50 ans le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision de Medex visée à l'alinéa 5 lui a été notifiée, le douzième mois visé à l'alinéa 5 est remplacé par le vingt-quatrième mois.
Si l'agent visé à l'alinéa 5 doit cesser son activité visée au paragraphe 1er/5, alinéa 2, 1° ou 2°, à cause d'un licenciement du fait de l'employeur ou s'il doit cesser cette activité pour cause d'inaptitude physique avant que la décision de Medex visée à l'alinéa 5 ne prenne effet, l'agent peut demander la révocation de la décision précitée à Medex. En cas de révocation de cette décision, la suspension du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires de l'agent est levée à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent a introduit sa demande de révocation, à condition qu'il renonce à chaque allocation à laquelle il peut prétendre du chef de son activité visée au paragraphe 1er/5, alinéa 2, 1° ou 2°.
L'appel interjeté à l'égard d'une décision de Medex visée au présent paraphe ne suspend pas son effet.
§ 3/2. Au plus tard dans le courant des 15 derniers jours calendriers précédant la date à laquelle la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail prend effet, Medex examine si l'employeur, après lui avoir notifié sa décision, a proposé au membre du personnel des fonctions convenables. A cette fin, l'employeur fournit à Medex, en temps utile, un rapport dont le contenu est déterminé par le Roi.
Si le membre du personnel s'est vu proposer des fonctions convenables et a repris son travail ou a été réaffecté au moment de la cessation définitive de son inaptitude temporaire de travail, son allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires cesse à la date à laquelle la décision de Medex mettant fin définitivement à son inaptitude temporaire de travail prend effet.
Si le membre du personnel s'est vu proposer des fonctions convenables mais n'a pas repris le travail ou n'a pas été réaffecté après la cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail, son allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires prend fin à la date à laquelle la décision du Medex mettant fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail prend effet. Dans ce cas, l'intéressé est soumis d'office à l'assurance contre le chômage, à l'assurance maladie (secteur des indemnités) et à l'assurance maternité, avec l'application des articles 7 à 12 inclus de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses ou des articles 14 à 18 inclus de la loi du 6 février 2003 portant des dispositions sociales pour des militaires qui retournent à la vie civile.
Si le membre du personnel n'a pas reçu d'offres de fonction convenable après la cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail ou si son employeur n'a pas transmis à Medex, en temps utile et dans son intégralité, le rapport visé à l'alinéa 1er, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires de l'agent prend fin à partir de la date à laquelle la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail prend effet. A partir de cette date, l'agent se trouve dans la situation administrative rémunérée fixée par le statut juridique qui s'applique à la catégorie du personnel à laquelle il appartient.
L'alinéa 4 est également d'application si l'employeur a proposé des fonctions convenables dont l'une a été acceptée par l'agent, mais que ce dernier n'a repris le travail ou n'a été réaffecté qu'après la date à laquelle la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail a pris effet. Dans ce cas, l'agent reste dans la situation administrative rémunérée visée à l'alinéa 4, jusqu'à la date de la reprise de sa fonction ou de sa réaffectation.
Si l'agent visé aux alinéa 4 ou 5 a été mis en inaptitude temporaire de travail pendant 60 mois calendriers consécutifs au maximum, son employeur doit, par dérogation aux alinéas 4 et 5, placer cet agent dans une situation administrative rémunérée et assimilée à de l'activité de service à tous les niveaux.
§ 3/3. Les dispositions du paragraphe 3/2 ne sont pas applicables aux agents visés au paragraphe 1/6, alinéa 4, qui entament une activité telle que visée au paragraphe 1/5, alinéa 2, 1° ou 2°."
" § 3/1. La décision de Medex de suspension temporaire du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires prend effet le premier jour du mois qui suit celui de la notification au bénéficiaire de la décision rendue en première instance par Medex, lorsqu'il s'agit d'une décision à l'égard de laquelle il n'a pas été interjeté appel ou qui a été confirmée en degré d'appel.
La décision de Medex de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail prend effet le premier jour du septième mois qui suit celui de la notification au bénéficiaire de la décision rendue en première instance par Medex, lorsqu'il s'agit d'une décision à l'égard de laquelle il n'a pas été interjeté appel ou qui a été confirmée en degré d'appel.
Par dérogation à l'alinéa 2, la décision de Medex de cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail prend effet, pour les membres du personnel de l'enseignement, le 1er octobre suivant le jour auquel cette décision prendrait effet conformément à l'alinéa 2, à condition que cette décision ait été notifiée par Medex au bénéficiaire l'intéressé au cours des mois de janvier, de février ou de juin à décembre inclus.
Pour l'application de l'alinéa 3, sont considérés comme "membres du personnel de l'enseignement": les membres du personnel visés à l'article 77 de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses, les membres du personnel de maîtrise, gens de métier et de service de l'enseignement communautaire non universitaire nommés à titre définitif ou y assimilés et les intervenants en soutien d'apprentissage.
Par dérogation aux alinéas 2 et 3, la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail, prise conformément au paragraphe 1er/6, alinéa 4, pour l'agent visé au paragraphe 1er/5, alinéa 2, 1° ou 2°, prend effet le premier jour du douzième mois qui suit celui de la notification au bénéficiaire de la décision rendue en première instance par Medex, lorsqu'il s'agit d'une décision à l'égard de laquelle il n'a pas été interjeté appel ou qui a été confirmée en degré d'appel. Dans l'attente de la prise d'effet de la décision précitée, le paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires du bénéficiaire est suspendu à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision précitée a été notifiée au bénéficiaire.
Pour le bénéficiaire qui a atteint l'âge de 36 ans le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision de Medex visée à l'alinéa 5 lui a été notifiée, sans avoir atteint l'âge de 50 ans ce jour-là, le douzième mois visé à l'alinéa 5 est remplacé par le dix-huitième mois.
Pour le bénéficiaire qui a atteint l'âge de 50 ans le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision de Medex visée à l'alinéa 5 lui a été notifiée, le douzième mois visé à l'alinéa 5 est remplacé par le vingt-quatrième mois.
Si l'agent visé à l'alinéa 5 doit cesser son activité visée au paragraphe 1er/5, alinéa 2, 1° ou 2°, à cause d'un licenciement du fait de l'employeur ou s'il doit cesser cette activité pour cause d'inaptitude physique avant que la décision de Medex visée à l'alinéa 5 ne prenne effet, l'agent peut demander la révocation de la décision précitée à Medex. En cas de révocation de cette décision, la suspension du paiement de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires de l'agent est levée à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent a introduit sa demande de révocation, à condition qu'il renonce à chaque allocation à laquelle il peut prétendre du chef de son activité visée au paragraphe 1er/5, alinéa 2, 1° ou 2°.
L'appel interjeté à l'égard d'une décision de Medex visée au présent paraphe ne suspend pas son effet.
§ 3/2. Au plus tard dans le courant des 15 derniers jours calendriers précédant la date à laquelle la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail prend effet, Medex examine si l'employeur, après lui avoir notifié sa décision, a proposé au membre du personnel des fonctions convenables. A cette fin, l'employeur fournit à Medex, en temps utile, un rapport dont le contenu est déterminé par le Roi.
Si le membre du personnel s'est vu proposer des fonctions convenables et a repris son travail ou a été réaffecté au moment de la cessation définitive de son inaptitude temporaire de travail, son allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires cesse à la date à laquelle la décision de Medex mettant fin définitivement à son inaptitude temporaire de travail prend effet.
Si le membre du personnel s'est vu proposer des fonctions convenables mais n'a pas repris le travail ou n'a pas été réaffecté après la cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail, son allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires prend fin à la date à laquelle la décision du Medex mettant fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail prend effet. Dans ce cas, l'intéressé est soumis d'office à l'assurance contre le chômage, à l'assurance maladie (secteur des indemnités) et à l'assurance maternité, avec l'application des articles 7 à 12 inclus de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses ou des articles 14 à 18 inclus de la loi du 6 février 2003 portant des dispositions sociales pour des militaires qui retournent à la vie civile.
Si le membre du personnel n'a pas reçu d'offres de fonction convenable après la cessation définitive de l'inaptitude temporaire de travail ou si son employeur n'a pas transmis à Medex, en temps utile et dans son intégralité, le rapport visé à l'alinéa 1er, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires de l'agent prend fin à partir de la date à laquelle la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail prend effet. A partir de cette date, l'agent se trouve dans la situation administrative rémunérée fixée par le statut juridique qui s'applique à la catégorie du personnel à laquelle il appartient.
L'alinéa 4 est également d'application si l'employeur a proposé des fonctions convenables dont l'une a été acceptée par l'agent, mais que ce dernier n'a repris le travail ou n'a été réaffecté qu'après la date à laquelle la décision de Medex de mettre fin définitivement à l'inaptitude temporaire de travail a pris effet. Dans ce cas, l'agent reste dans la situation administrative rémunérée visée à l'alinéa 4, jusqu'à la date de la reprise de sa fonction ou de sa réaffectation.
Si l'agent visé aux alinéa 4 ou 5 a été mis en inaptitude temporaire de travail pendant 60 mois calendriers consécutifs au maximum, son employeur doit, par dérogation aux alinéas 4 et 5, placer cet agent dans une situation administrative rémunérée et assimilée à de l'activité de service à tous les niveaux.
§ 3/3. Les dispositions du paragraphe 3/2 ne sont pas applicables aux agents visés au paragraphe 1/6, alinéa 4, qui entament une activité telle que visée au paragraphe 1/5, alinéa 2, 1° ou 2°."
Art. 9. In artikel 117, § 4, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Indien de betrokkene die ambtshalve op rust gesteld werd overeenkomstig artikel 83 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen of artikel 82 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, zonder een pensioenaanvraag in te dienen, overlijdt binnen één jaar te rekenen vanaf de datum waarop zijn pensioen, mits het indienen van een tijdige aanvraag, had kunnen ingaan, wordt het pensioen hem vanaf die datum ambtshalve toegekend en worden de achterstallen bij zijn nalatenschap gevoegd.";
2° het eerste lid, aangevuld door 1°, wordt vervangen als volgt:
" § 4. Indien de betrokkene die ongeschikt verklaard werd, zonder een aanvraag om tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren in te dienen, overlijdt binnen één jaar te rekenen vanaf de datum waarop zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid overeenkomstig paragraaf 3 van dit artikel is ingegaan, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering hem vanaf die datum ambtshalve toegekend en worden de achterstallen bij zijn nalatenschap gevoegd."
1° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Indien de betrokkene die ambtshalve op rust gesteld werd overeenkomstig artikel 83 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen of artikel 82 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, zonder een pensioenaanvraag in te dienen, overlijdt binnen één jaar te rekenen vanaf de datum waarop zijn pensioen, mits het indienen van een tijdige aanvraag, had kunnen ingaan, wordt het pensioen hem vanaf die datum ambtshalve toegekend en worden de achterstallen bij zijn nalatenschap gevoegd.";
2° het eerste lid, aangevuld door 1°, wordt vervangen als volgt:
" § 4. Indien de betrokkene die ongeschikt verklaard werd, zonder een aanvraag om tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren in te dienen, overlijdt binnen één jaar te rekenen vanaf de datum waarop zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid overeenkomstig paragraaf 3 van dit artikel is ingegaan, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering hem vanaf die datum ambtshalve toegekend en worden de achterstallen bij zijn nalatenschap gevoegd."
Art. 9. Dans l'article 117, § 4, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Lorsque l'intéressé qui a été mis d'office à la retraite conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 de réformes économiques et budgétaires ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police, décède, sans avoir introduit de demande de pension, dans un délai d'un an à compter de la date à laquelle sa pension aurait pris cours en cas d'introduction d'une demande en temps utile, la pension lui est octroyée d'office à partir de cette date et les arriérés sont ajoutés à sa succession.";
2° l'alinéa 1er, complété par 1°, est remplacé comme suit:
" § 4. Lorsque l'intéressé qui a été déclaré inapte, décède, sans avoir introduit de demande d'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, dans un délai d'un an à compter de la date à laquelle son inaptitude temporaire de travail a pris cours conformément au paragraphe 3 du présent article, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail lui est octroyée d'office à partir de cette date et les arriérés sont ajoutés à sa succession."
1° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Lorsque l'intéressé qui a été mis d'office à la retraite conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 de réformes économiques et budgétaires ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police, décède, sans avoir introduit de demande de pension, dans un délai d'un an à compter de la date à laquelle sa pension aurait pris cours en cas d'introduction d'une demande en temps utile, la pension lui est octroyée d'office à partir de cette date et les arriérés sont ajoutés à sa succession.";
2° l'alinéa 1er, complété par 1°, est remplacé comme suit:
" § 4. Lorsque l'intéressé qui a été déclaré inapte, décède, sans avoir introduit de demande d'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, dans un délai d'un an à compter de la date à laquelle son inaptitude temporaire de travail a pris cours conformément au paragraphe 3 du présent article, l'allocation d'inaptitude temporaire de travail lui est octroyée d'office à partir de cette date et les arriérés sont ajoutés à sa succession."
Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 442 van 14 augustus 1986 betreffende de weerslag van sommige administratieve toestanden op de pensioenen van de personeelsleden van de overheidsdiensten
Section 3. - Modification de l'arrêté royal n° 442 du 14 août 1986 relatif à l'incidence de certaines positions administratives sur les pensions des agents des services publics
Art. 10. In artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 442 van 14 augustus 1986 betreffende de weerslag van sommige administratieve toestanden op de pensioenen van de personeelsleden van de overheidsdiensten, gewijzigd bij de wet van 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en tijdelijk pensioen bedoeld in artikel 117, § 1/2, tweede en derde lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.";
2° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "lichamelijke ongeschiktheid," vervangen door de woorden "lichamelijke ongeschiktheid, of indien het voor die leeftijd in tijdelijke arbeidsongeschiktheid werd gesteld,".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en tijdelijk pensioen bedoeld in artikel 117, § 1/2, tweede en derde lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.";
2° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "lichamelijke ongeschiktheid," vervangen door de woorden "lichamelijke ongeschiktheid, of indien het voor die leeftijd in tijdelijke arbeidsongeschiktheid werd gesteld,".
Art. 10. A l'article 3 de l'arrêté royal n° 442 du 14 août 1986 relatif à l'incidence de certaines positions administratives sur les pensions des agents des services publics, modifié par la loi du 13 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par le 7° rédigé comme suit:
"7° les périodes d'inaptitude temporaire de travail et de pension temporaire visées à l'article 117, § 1er/2, alinéas 2 et 3, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier.";
2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er les mots "inaptitude physique," sont remplacés par les mots "inaptitude physique, ou s'il est mis en inaptitude temporaire de travail avant cet âge,".
1° le paragraphe 1er est complété par le 7° rédigé comme suit:
"7° les périodes d'inaptitude temporaire de travail et de pension temporaire visées à l'article 117, § 1er/2, alinéas 2 et 3, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier.";
2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er les mots "inaptitude physique," sont remplacés par les mots "inaptitude physique, ou s'il est mis en inaptitude temporaire de travail avant cet âge,".
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen
Section 4. - Modification de la loi du 5 août 1978 de réformes économiques et budgétaires
Art. 11. In artikel 83 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° In paragraaf 1 worden de woorden " § § 2 en 3" vervangen door de woorden " § § 3 tot 6";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
" § 3. Het personeelslid dat de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt en voldoet aan de voorwaarden om op eigen verzoek een rustpensioen te verkrijgen, wordt ambtshalve in rust gesteld de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij, zonder dat hij lichamelijk ongeschikt is bevonden, sedert de datum waarop hij de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt, hetzij door verlof, hetzij door disponibiliteit, hetzij door beide, 365 dagen afwezigheid wegens ziekte telt, of 548 dagen wanneer het een oorlogsinvalide betreft.";
b) het tweede lid wordt aangevuld met de bepaling onder d), luidende:
"d) de dagen tijdelijke arbeidsongeschiktheid tijdens welke het personeelslid diensten heeft verstrekt naar aanleiding van een gehele of gedeeltelijke werkhervatting of een gehele of gedeeltelijke wedertewerkstelling in een andere functie, waarvoor hij de voorafgaande toestemming heeft verkregen van het Medisch expertisecentrum arbeidsgeschiktheid van het Bestuur van de medische expertise van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu (Medex).";
4° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "wet van 14 februari 1961" vervangen door de woorden "wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel";
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De in § 3 bedoelde maatregel is eveneens toepasselijk op de personen die overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 in tijdelijke arbeidsongeschiktheid zijn gesteld. Daartoe wordt de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, met het oog op de berekening van de termijnen van 365 en 548 dagen, gelijkgesteld met een afwezigheid wegens ziekte.";
5° paragraaf 5 wordt opgeheven;
6° in paragraaf 6 worden de woorden "de § § 2 en 3" vervangen door de woorden "in § 3".
1° In paragraaf 1 worden de woorden " § § 2 en 3" vervangen door de woorden " § § 3 tot 6";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
" § 3. Het personeelslid dat de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt en voldoet aan de voorwaarden om op eigen verzoek een rustpensioen te verkrijgen, wordt ambtshalve in rust gesteld de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij, zonder dat hij lichamelijk ongeschikt is bevonden, sedert de datum waarop hij de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt, hetzij door verlof, hetzij door disponibiliteit, hetzij door beide, 365 dagen afwezigheid wegens ziekte telt, of 548 dagen wanneer het een oorlogsinvalide betreft.";
b) het tweede lid wordt aangevuld met de bepaling onder d), luidende:
"d) de dagen tijdelijke arbeidsongeschiktheid tijdens welke het personeelslid diensten heeft verstrekt naar aanleiding van een gehele of gedeeltelijke werkhervatting of een gehele of gedeeltelijke wedertewerkstelling in een andere functie, waarvoor hij de voorafgaande toestemming heeft verkregen van het Medisch expertisecentrum arbeidsgeschiktheid van het Bestuur van de medische expertise van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu (Medex).";
4° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "wet van 14 februari 1961" vervangen door de woorden "wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel";
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De in § 3 bedoelde maatregel is eveneens toepasselijk op de personen die overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 in tijdelijke arbeidsongeschiktheid zijn gesteld. Daartoe wordt de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, met het oog op de berekening van de termijnen van 365 en 548 dagen, gelijkgesteld met een afwezigheid wegens ziekte.";
5° paragraaf 5 wordt opgeheven;
6° in paragraaf 6 worden de woorden "de § § 2 en 3" vervangen door de woorden "in § 3".
Art. 11. A l'article 83 de la loi du 5 août 1978 de réformes économiques et budgétaires, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots " § § 2 et 3" sont remplacés par les mots " § § 3 à 6";
2° le paragraphe 2 est abrogé;
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) l'alinéa 1er est remplacé comme suit:
" § 3. Le membre du personnel qui a atteint l'âge de 63 ans et qui satisfait aux conditions pour obtenir une pension de retraite à sa demande, est mis d'office à la retraite le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel, sans avoir été reconnu inapte, il compte, depuis la date à laquelle il a atteint l'âge de 63 ans, soit par congé, soit par disponibilité, soit par les deux, 365 jours d'absence pour cause de maladie ou 548 jours, s'il s'agit d'un invalide de guerre.";
b) l'alinéa 2 est complété par le d) rédigé comme suit:
"d) les jours d'inaptitude temporaire de travail pendant lesquels l'agent a presté des services suite à une reprise partielle ou totale de sa fonction ou une réaffectation partielle ou totale dans une autre fonction, pour laquelle il a obtenu l'autorisation préalable du Centre d'expertise médicale pour l'aptitude au travail de l'Administration de l'expertise médicale du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement (Medex).";
4° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "loi du 14 février 1961" sont remplacés par les mots "loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La mesure visée au § 3 est également applicable aux personnes qui ont été mis en inaptitude temporaire de travail conformément à l'article 117 de la loi du 14 février 1961. A cet effet, la période d'inaptitude temporaire de travail est, pour le calcul des délais de 365 et de 548 jours, assimilée à une absence pour cause de maladie.";
5° le paragraphe 5 est abrogé;
6° dans le paragraphe 6, les mots "aux § § 2 et 3" sont remplacés par les mots "au § 3".
1° dans le paragraphe 1er, les mots " § § 2 et 3" sont remplacés par les mots " § § 3 à 6";
2° le paragraphe 2 est abrogé;
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) l'alinéa 1er est remplacé comme suit:
" § 3. Le membre du personnel qui a atteint l'âge de 63 ans et qui satisfait aux conditions pour obtenir une pension de retraite à sa demande, est mis d'office à la retraite le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel, sans avoir été reconnu inapte, il compte, depuis la date à laquelle il a atteint l'âge de 63 ans, soit par congé, soit par disponibilité, soit par les deux, 365 jours d'absence pour cause de maladie ou 548 jours, s'il s'agit d'un invalide de guerre.";
b) l'alinéa 2 est complété par le d) rédigé comme suit:
"d) les jours d'inaptitude temporaire de travail pendant lesquels l'agent a presté des services suite à une reprise partielle ou totale de sa fonction ou une réaffectation partielle ou totale dans une autre fonction, pour laquelle il a obtenu l'autorisation préalable du Centre d'expertise médicale pour l'aptitude au travail de l'Administration de l'expertise médicale du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement (Medex).";
4° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "loi du 14 février 1961" sont remplacés par les mots "loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"La mesure visée au § 3 est également applicable aux personnes qui ont été mis en inaptitude temporaire de travail conformément à l'article 117 de la loi du 14 février 1961. A cet effet, la période d'inaptitude temporaire de travail est, pour le calcul des délais de 365 et de 548 jours, assimilée à une absence pour cause de maladie.";
5° le paragraphe 5 est abrogé;
6° dans le paragraphe 6, les mots "aux § § 2 et 3" sont remplacés par les mots "au § 3".
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen
Section 5. - Modification de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions
Art. 12. Artikel 46, § 1, tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 maart 2018, wordt aangevuld met een vierde punt, luidende:
"4° eveneens in aanmerking genomen, de periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bedoeld in artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel en de duur van de tijdelijke pensioenen die ingegaan zijn na 31 december 2024.".
"4° eveneens in aanmerking genomen, de periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bedoeld in artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel en de duur van de tijdelijke pensioenen die ingegaan zijn na 31 december 2024.".
Art. 12. L'article 46, § 1er, alinéa 2, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, modifiée en dernier lieu par la loi du 30 mars 2018, est complété par un quatrième point, libellé comme suit:
"4° également prises en considération, les périodes d'inaptitude temporaire de travail visées à l'article 117, § 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier et la durée des pensions temporaires ayant pris cours après le 31 décembre 2024.".
"4° également prises en considération, les périodes d'inaptitude temporaire de travail visées à l'article 117, § 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier et la durée des pensions temporaires ayant pris cours après le 31 décembre 2024.".
Afdeling 6. - Wijziging van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen
Section 6. - Modification de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses
Art. 13. In de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014 en bij het koninklijk besluit van 20 december 2020, wordt het opschrift van titel V aangevuld met volgende woorden:
"en de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren".
"en de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren".
Art. 13. Dans la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses, modifiée en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014 et par l'arrêté royal du 20 décembre 2020, l'intitulé du titre V est complété par les mots suivants:
"et l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires".
"et l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires".
Art. 14. In artikel 118 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder f) wordt vervangen als volgt: "f) het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen";
b) de woorden "g) het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie" worden vervangen door de woorden "g) het Fonds voor de pensioenen van de federale politie";
c) de woorden "g) het gesolidariseerd pensioenfonds van de RSZPPO" worden opgeheven;
2° in paragraaf 1, 1°, aangevuld door 1°, worden de woorden "inzake rustpensioenen" vervangen door de woorden "inzake rustpensioenen of tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren";
3° in paragraaf 1, 2°, worden woorden "van het fonds voor de pensioenen van de federale politie of het gesolidariseerd pensioenfonds van de RSZPPO" vervangen door de woorden ", van het fonds voor de pensioenen van de federale politie of van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen";
4° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "bedoeld rust- of overlevingspensioen" vervangen door de woorden "bedoelde tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, rust- of overlevingspensioen".
1° in paragraaf 1, 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder f) wordt vervangen als volgt: "f) het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen";
b) de woorden "g) het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie" worden vervangen door de woorden "g) het Fonds voor de pensioenen van de federale politie";
c) de woorden "g) het gesolidariseerd pensioenfonds van de RSZPPO" worden opgeheven;
2° in paragraaf 1, 1°, aangevuld door 1°, worden de woorden "inzake rustpensioenen" vervangen door de woorden "inzake rustpensioenen of tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren";
3° in paragraaf 1, 2°, worden woorden "van het fonds voor de pensioenen van de federale politie of het gesolidariseerd pensioenfonds van de RSZPPO" vervangen door de woorden ", van het fonds voor de pensioenen van de federale politie of van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen";
4° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "bedoeld rust- of overlevingspensioen" vervangen door de woorden "bedoelde tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, rust- of overlevingspensioen".
Art. 14. Dans l'article 118 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, 1°, les modifications suivantes sont apportées:
a) le f) est remplacé par ce qui suit: "f) le Fonds de pension solidarisé des administrations provinciales et locales";
b) les mots "g) le Fonds des pensions de la police intégrée" sont remplacés par les mots "g) le Fonds des pensions de la police fédérale";
c) les mots "g) le Fonds de pension solidarisé de l'ONSSAPL" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, 1°, modifié par le 1°, les mots "à un régime de pension de retraite" sont remplacés par les mots "à un régime de pension de retraite ou d'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires";
3° dans le paragraphe 1er, 2°, les mots "du Fonds des pensions de la police fédérale ou du Fonds de pension solidarisé de l'ONSSAPL" sont remplacés par les mots "du Fonds des pensions de la police fédérale ou du Fonds de pension solidarisé des administrations provinciales et locales";
4° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "d'une pension de retraite ou de survie" sont remplacés par les mots "d'une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, d'une pension de retraite ou de survie".
1° dans le paragraphe 1er, 1°, les modifications suivantes sont apportées:
a) le f) est remplacé par ce qui suit: "f) le Fonds de pension solidarisé des administrations provinciales et locales";
b) les mots "g) le Fonds des pensions de la police intégrée" sont remplacés par les mots "g) le Fonds des pensions de la police fédérale";
c) les mots "g) le Fonds de pension solidarisé de l'ONSSAPL" sont abrogés;
2° dans le paragraphe 1er, 1°, modifié par le 1°, les mots "à un régime de pension de retraite" sont remplacés par les mots "à un régime de pension de retraite ou d'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires";
3° dans le paragraphe 1er, 2°, les mots "du Fonds des pensions de la police fédérale ou du Fonds de pension solidarisé de l'ONSSAPL" sont remplacés par les mots "du Fonds des pensions de la police fédérale ou du Fonds de pension solidarisé des administrations provinciales et locales";
4° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "d'une pension de retraite ou de survie" sont remplacés par les mots "d'une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, d'une pension de retraite ou de survie".
Art. 15. In artikel 119, § 3, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "of het nominale bedrag van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering" ingevoegd tussen de woorden "bij het nominale pensioenbedrag" en de woorden "wordt gevoegd om".
Art. 15. Dans l'article 119, § 3, alinéa 2, de la même loi, les mots "ou au taux nominal de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail" sont insérés entre les mots "au taux nominal de la pension" et les mots "pour atteindre".
Art. 16. In titel V, hoofdstuk I, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 3 aangevuld met de woorden "en van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren".
Art. 16. Dans le titre V, chapitre Ier, de la même loi, l'intitulé de la section 3 est complété par les mots "et de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires".
Art. 17. In titel V, hoofdstuk I, afdeling 3, van dezelfde wet wordt het opschrift van onderafdeling 2 vervangen als volgt:
"Onderafdeling 2. - Tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren en rustpensioenen wegens lichamelijke ongeschiktheid".
"Onderafdeling 2. - Tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren en rustpensioenen wegens lichamelijke ongeschiktheid".
Art. 17. Dans le titre V, chapitre Ier, section 3, de la même loi, l'intitulé de la sous-section 2 est remplacé comme suit:
"Sous-section 2. - Allocations d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et pensions de retraite pour cause d'inaptitude physique".
"Sous-section 2. - Allocations d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et pensions de retraite pour cause d'inaptitude physique".
Art. 18. In artikel 121 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of artikel 82 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten" ingevoegd tussen de woorden "voormelde wet van 5 augustus 1978" en de woorden ", wordt het gewaarborgd minimumbedrag";
2° paragraaf 1, gewijzigd door 1°, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Voor de in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gestelde personen die een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren genieten en voor de personen die ambtshalve op rust gesteld worden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten van wie het pensioen ingaat na 31 december 2027, wordt het gewaarborgd minimumbedrag vastgesteld op 50 pct. van de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar van de loopbaan met uitsluiting van de elementen van de bezoldiging die niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het rustpensioen.
Voor de personen die op rust gesteld worden wegens lichamelijke ongeschiktheid en voor de personen die ambtshalve op rust gesteld worden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 van wie het pensioen ingaat vóór 1 januari 2028, wordt het gewaarborgd minimumbedrag vastgesteld op:
1° 50 pct. van de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar van de loopbaan met uitsluiting van de elementen van de bezoldiging die niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het rustpensioen, voor een alleenstaande gepensioneerde;
2° 62,50 pct. van deze gemiddelde wedde voor een gehuwde gepensioneerde.
In afwijking van het tweede lid, is het eerste lid eveneens van toepassing op de personen van wie het rustpensioen werd omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren overeenkomstig artikel 41 van de wet van 18 mei 2024 tot invoering van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren.".
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Het gewaarborgd minimumbedrag van een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren mag noch 75 pct. overschrijden van de maximumwedde van de weddeschaal verbonden aan de laatste graad waarvan de betrokkene titularis was vóór zijn tijdelijke in arbeidsongeschiktheidstelling, noch 100 pct. van de gewaarborgde bezoldiging.
Het gewaarborgd minimumbedrag voor de personen die ambtshalve op rust gesteld werden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 van wie het pensioen ingaat na 31 december 2027, mag noch 75 pct. overschrijden van de maximumwedde van de weddeschaal verbonden aan de laatste graad waarvan de betrokkene titularis was voor zijn opruststelling, noch 100 pct. van de gewaarborgde bezoldiging.
Het gewaarborgd minimumbedrag voor de personen die op rust gesteld werden wegens lichamelijke ongeschiktheid en voor de personen die ambtshalve op rust gesteld worden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 van wie het pensioen ingaat vóór 1 januari 2028, mag noch 75 pct. overschrijden van de maximumwedde van de weddeschaal verbonden aan de laatste graad waarvan de betrokkene titularis was voor zijn opruststelling, noch 100 pct. van de gewaarborgde bezoldiging wanneer het gaat om een alleenstaande gepensioneerde of 125 pct. van deze bezoldiging wanneer het gaat om een gehuwde gepensioneerde."
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of artikel 82 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten" ingevoegd tussen de woorden "voormelde wet van 5 augustus 1978" en de woorden ", wordt het gewaarborgd minimumbedrag";
2° paragraaf 1, gewijzigd door 1°, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Voor de in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gestelde personen die een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren genieten en voor de personen die ambtshalve op rust gesteld worden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten van wie het pensioen ingaat na 31 december 2027, wordt het gewaarborgd minimumbedrag vastgesteld op 50 pct. van de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar van de loopbaan met uitsluiting van de elementen van de bezoldiging die niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het rustpensioen.
Voor de personen die op rust gesteld worden wegens lichamelijke ongeschiktheid en voor de personen die ambtshalve op rust gesteld worden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 van wie het pensioen ingaat vóór 1 januari 2028, wordt het gewaarborgd minimumbedrag vastgesteld op:
1° 50 pct. van de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar van de loopbaan met uitsluiting van de elementen van de bezoldiging die niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het rustpensioen, voor een alleenstaande gepensioneerde;
2° 62,50 pct. van deze gemiddelde wedde voor een gehuwde gepensioneerde.
In afwijking van het tweede lid, is het eerste lid eveneens van toepassing op de personen van wie het rustpensioen werd omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren overeenkomstig artikel 41 van de wet van 18 mei 2024 tot invoering van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren.".
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Het gewaarborgd minimumbedrag van een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren mag noch 75 pct. overschrijden van de maximumwedde van de weddeschaal verbonden aan de laatste graad waarvan de betrokkene titularis was vóór zijn tijdelijke in arbeidsongeschiktheidstelling, noch 100 pct. van de gewaarborgde bezoldiging.
Het gewaarborgd minimumbedrag voor de personen die ambtshalve op rust gesteld werden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 van wie het pensioen ingaat na 31 december 2027, mag noch 75 pct. overschrijden van de maximumwedde van de weddeschaal verbonden aan de laatste graad waarvan de betrokkene titularis was voor zijn opruststelling, noch 100 pct. van de gewaarborgde bezoldiging.
Het gewaarborgd minimumbedrag voor de personen die op rust gesteld werden wegens lichamelijke ongeschiktheid en voor de personen die ambtshalve op rust gesteld worden overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 van wie het pensioen ingaat vóór 1 januari 2028, mag noch 75 pct. overschrijden van de maximumwedde van de weddeschaal verbonden aan de laatste graad waarvan de betrokkene titularis was voor zijn opruststelling, noch 100 pct. van de gewaarborgde bezoldiging wanneer het gaat om een alleenstaande gepensioneerde of 125 pct. van deze bezoldiging wanneer het gaat om een gehuwde gepensioneerde."
Art. 18. Dans l'article 121 de la même loi les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police" sont insérés entre les mots "la loi du 5 août 1978 précitée" et les mots ", le montant minimum garanti";
2° le paragraphe 1er, modifié par le 1°, est remplacé comme suit:
" § 1. Pour les personnes mises en inaptitude temporaire de travail qui bénéficient d'une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police dont la pension prend cours après le 31 décembre 2027, le montant minimum garanti est fixé à 50 p.c. du salaire moyen des cinq dernières années de la carrière, à l'exclusion des éléments du salaire qui ne sont pas pris en compte pour le calcul de la pension de retraite.
Pour les personnes mises à la retraite pour cause d'inaptitude physique et pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée dont la pension prend cours avant le 1er janvier 2028, le montant minimum garanti est fixé à:
1° pour un retraité isolé, à 50 p.c. du traitement moyen des cinq dernières années de la carrière à l'exclusion des éléments de la rémunération qui ne sont pas pris en compte pour le calcul de la pension de retraite;
2° pour un retraité marié, à 62,50 p.c. de ce traitement moyen.
Par dérogation à l'alinéa 2, l'alinéa 1er s'applique également aux personnes dont la pension de retraite a été convertie en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires conformément à l'article 41 de la loi du 18 mai 2024 instituant l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires.".
3° le paragraphe 4 est remplacé comme suit:
" § 4. Le montant minimum garanti de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ne peut excéder ni 75 p.c. du traitement maximum de l'échelle barémique attachée au dernier grade dont l'intéressé était titulaire avant sa mise en inaptitude temporaire de travail, ni 100 p.c. de la rétribution garantie.
Le montant minimum garanti pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée dont la pension prend cours après le 31 décembre 2027, ne peut excéder ni 75 p.c. du traitement maximum de l'échelle barémique attachée au dernier grade dont l'intéressé était titulaire avant sa mise à la retraite, ni 100 p.c. de la rétribution garantie.
Le montant minimum garanti pour les personnes mises à la retraite pour cause d'inaptitude physique et pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée dont la pension prend cours avant le 1er janvier 2028, ne peut excéder ni 75 p.c. du traitement maximum de l'échelle barémique attachée au dernier grade dont l'intéressé était titulaire avant sa mise à la retraite, ni 100 p.c. de la rétribution garantie s'il s'agit d'un retraité isolé ou 125 p.c. de cette rétribution s'il s'agit d'un retraité marié."
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police" sont insérés entre les mots "la loi du 5 août 1978 précitée" et les mots ", le montant minimum garanti";
2° le paragraphe 1er, modifié par le 1°, est remplacé comme suit:
" § 1. Pour les personnes mises en inaptitude temporaire de travail qui bénéficient d'une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police dont la pension prend cours après le 31 décembre 2027, le montant minimum garanti est fixé à 50 p.c. du salaire moyen des cinq dernières années de la carrière, à l'exclusion des éléments du salaire qui ne sont pas pris en compte pour le calcul de la pension de retraite.
Pour les personnes mises à la retraite pour cause d'inaptitude physique et pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée dont la pension prend cours avant le 1er janvier 2028, le montant minimum garanti est fixé à:
1° pour un retraité isolé, à 50 p.c. du traitement moyen des cinq dernières années de la carrière à l'exclusion des éléments de la rémunération qui ne sont pas pris en compte pour le calcul de la pension de retraite;
2° pour un retraité marié, à 62,50 p.c. de ce traitement moyen.
Par dérogation à l'alinéa 2, l'alinéa 1er s'applique également aux personnes dont la pension de retraite a été convertie en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires conformément à l'article 41 de la loi du 18 mai 2024 instituant l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires.".
3° le paragraphe 4 est remplacé comme suit:
" § 4. Le montant minimum garanti de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ne peut excéder ni 75 p.c. du traitement maximum de l'échelle barémique attachée au dernier grade dont l'intéressé était titulaire avant sa mise en inaptitude temporaire de travail, ni 100 p.c. de la rétribution garantie.
Le montant minimum garanti pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée dont la pension prend cours après le 31 décembre 2027, ne peut excéder ni 75 p.c. du traitement maximum de l'échelle barémique attachée au dernier grade dont l'intéressé était titulaire avant sa mise à la retraite, ni 100 p.c. de la rétribution garantie.
Le montant minimum garanti pour les personnes mises à la retraite pour cause d'inaptitude physique et pour les personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée dont la pension prend cours avant le 1er janvier 2028, ne peut excéder ni 75 p.c. du traitement maximum de l'échelle barémique attachée au dernier grade dont l'intéressé était titulaire avant sa mise à la retraite, ni 100 p.c. de la rétribution garantie s'il s'agit d'un retraité isolé ou 125 p.c. de cette rétribution s'il s'agit d'un retraité marié."
Art. 19. In artikel 123 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het artikel wordt vervangen als volgt:
"De uitbetaling van het uit de toepassing van artikel 120 voortvloeiend supplement wordt stopgezet tijdens de kalenderjaren gedurende welke de gepensioneerde om het even welke winstgevende activiteit uitoefent die hem een jaarlijks bruto-inkomen oplevert dat gelijk is aan of hoger is dan 607,59 EUR.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op het uit de toepassing van artikel 121 voortvloeiend supplement dat wordt toegevoegd aan een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid dat ingaat vóór 1 januari 2025 of aan een rustpensioen dat ambtshalve wordt toegekend overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 en ingaat vóór 1 januari 2025.
De uitbetaling van een uit de toepassing van artikel 121 voortvloeiend supplement dat wordt toegevoegd aan een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid dat ingaat na 31 december 2024 of aan een rustpensioen dat ambtshalve wordt toegekend overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 en ingaat na 31 december 2024, wordt, indien de beroepsinkomsten van de gerechtigde voor een bepaald kalenderjaar het overeenkomstig de artikelen 80 en 86 van de programmawet van 28 juni 2013 vastgestelde grensbedrag overschrijden, voor datzelfde jaar, verminderd naar rato van het percentage van de overschrijding.";
2° in het derde lid, ingevoegd door 1°, worden de woorden "een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, aan" ingevoegd tussen de woorden "wordt toegevoegd aan" en de woorden "een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid";
3° het artikel, vervangen door 1°, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
"In afwijking van het tweede lid, is het derde lid eveneens van toepassing op de personen van wie het rustpensioen werd omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren overeenkomstig artikel 41 van de wet van 18 mei 2024 tot invoering van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren."
1° het artikel wordt vervangen als volgt:
"De uitbetaling van het uit de toepassing van artikel 120 voortvloeiend supplement wordt stopgezet tijdens de kalenderjaren gedurende welke de gepensioneerde om het even welke winstgevende activiteit uitoefent die hem een jaarlijks bruto-inkomen oplevert dat gelijk is aan of hoger is dan 607,59 EUR.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op het uit de toepassing van artikel 121 voortvloeiend supplement dat wordt toegevoegd aan een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid dat ingaat vóór 1 januari 2025 of aan een rustpensioen dat ambtshalve wordt toegekend overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 en ingaat vóór 1 januari 2025.
De uitbetaling van een uit de toepassing van artikel 121 voortvloeiend supplement dat wordt toegevoegd aan een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid dat ingaat na 31 december 2024 of aan een rustpensioen dat ambtshalve wordt toegekend overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 en ingaat na 31 december 2024, wordt, indien de beroepsinkomsten van de gerechtigde voor een bepaald kalenderjaar het overeenkomstig de artikelen 80 en 86 van de programmawet van 28 juni 2013 vastgestelde grensbedrag overschrijden, voor datzelfde jaar, verminderd naar rato van het percentage van de overschrijding.";
2° in het derde lid, ingevoegd door 1°, worden de woorden "een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren, aan" ingevoegd tussen de woorden "wordt toegevoegd aan" en de woorden "een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid";
3° het artikel, vervangen door 1°, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
"In afwijking van het tweede lid, is het derde lid eveneens van toepassing op de personen van wie het rustpensioen werd omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren overeenkomstig artikel 41 van de wet van 18 mei 2024 tot invoering van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren."
Art. 19. Dans l'article 123 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'article est remplacé comme suit:
"Le supplément découlant de l'application de l'article 120 cesse d'être payé durant les années civiles au cours desquelles le pensionné exerce une activité lucrative quelconque qui lui procure un revenu brut annuel égal ou supérieur à 607,59 euros.
L'alinéa 1er s'applique également au supplément découlant de l'application de l'article 121 ajouté à une pension de retraite pour inaptitude physique prenant cours avant le 1er janvier 2025 ou à une pension de retraite attribuée d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée et prenant cours avant le 1er janvier 2025.
Si, pour une année civile déterminée, les revenus professionnels du bénéficiaire dépassent la limite établie conformément aux articles 80 et 86 de la loi-programme du 28 juin 2013, le supplément découlant de l'application de l'article 121, ajouté à une pension de retraite pour inaptitude physique prenant cours après le 31 décembre 2024 ou à une pension de retraite attribuée d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée et prenant cours après le 31 décembre 2024, est réduit pour la même année au prorata du pourcentage du dépassement.";
2° dans l'alinéa 3, inséré par le 1°, les mots "une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, à" sont insérés entre les mots "ajouté à" et les mots "une pension de retraite pour inaptitude physique";
3° l'article, remplacé par le 1°, est complété par un alinéa 4 libellé comme suit:
"Par dérogation à l'alinéa 2, l'alinéa 3 s'applique également aux personnes dont la pension de retraite a été convertie en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires conformément à l'article 41 de la loi du 18 mai 2024 instituant l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires."
1° l'article est remplacé comme suit:
"Le supplément découlant de l'application de l'article 120 cesse d'être payé durant les années civiles au cours desquelles le pensionné exerce une activité lucrative quelconque qui lui procure un revenu brut annuel égal ou supérieur à 607,59 euros.
L'alinéa 1er s'applique également au supplément découlant de l'application de l'article 121 ajouté à une pension de retraite pour inaptitude physique prenant cours avant le 1er janvier 2025 ou à une pension de retraite attribuée d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée et prenant cours avant le 1er janvier 2025.
Si, pour une année civile déterminée, les revenus professionnels du bénéficiaire dépassent la limite établie conformément aux articles 80 et 86 de la loi-programme du 28 juin 2013, le supplément découlant de l'application de l'article 121, ajouté à une pension de retraite pour inaptitude physique prenant cours après le 31 décembre 2024 ou à une pension de retraite attribuée d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée et prenant cours après le 31 décembre 2024, est réduit pour la même année au prorata du pourcentage du dépassement.";
2° dans l'alinéa 3, inséré par le 1°, les mots "une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, à" sont insérés entre les mots "ajouté à" et les mots "une pension de retraite pour inaptitude physique";
3° l'article, remplacé par le 1°, est complété par un alinéa 4 libellé comme suit:
"Par dérogation à l'alinéa 2, l'alinéa 3 s'applique également aux personnes dont la pension de retraite a été convertie en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires conformément à l'article 41 de la loi du 18 mai 2024 instituant l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires."
Art. 20. In artikel 124 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 februari 2003, worden de woorden "de wet van 5 april 1994 houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen" vervangen door de woorden "de programmawet van 28 juni 2013".
Art. 20. Dans l'article 124 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 3 février 2003, les mots "la loi du 5 avril 1994 régissant le cumul des pensions du secteur public avec des revenus provenant de l'exercice d'une activité professionnelle ou avec un revenu de remplacement" sont remplacés par les mots "la loi-programme du 28 juin 2013".
Art. 21. Artikel 125, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
"Deze paragraaf is niet van toepassing op de supplementen bedoeld in artikel 121, § 1, eerste lid."
"Deze paragraaf is niet van toepassing op de supplementen bedoeld in artikel 121, § 1, eerste lid."
Art. 21. L'article 125, § 2, de la même loi, est complété par un alinéa 2 libellé comme suit:
"Le présent paragraphe ne s'applique pas aux suppléments visés à l'article 121, § 1er, alinéa 1er."
"Le présent paragraphe ne s'applique pas aux suppléments visés à l'article 121, § 1er, alinéa 1er."
Art. 22. In artikel 128, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "of van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren" ingevoegd tussen de woorden "nominale bedrag van het pensioen" en de woorden "de tijdsinkorting".
Art. 22. Dans l'article 128, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, les mots "ou de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires" sont insérés entre les mots "du montant nominal de la pension" et les mots ", il a été fait".
Art. 23. In artikel 130, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "meerdere pensioenen" vervangen door de woorden "meerdere pensioenen of tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren" en worden de woorden "voor elk pensioen, wordt het enkel toegekend voor het pensioen" vervangen door de woorden "voor alle pensioenen of tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, wordt het enkel toegekend voor het pensioen of de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering".
Art. 23. Dans l'article 130, alinéa 1er, de la même loi, les mots "plusieurs pensions" sont remplacés par les mots "plusieurs pensions ou allocations d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires" et les mots "pour chacune des pensions, il est uniquement accordé pour la pension" sont remplacés par les mots "pour toutes les pensions ou allocations d'inaptitude temporaire de travail, il est uniquement accordé pour la pension ou l'allocation d'inaptitude temporaire de travail".
Art. 24. In artikel 134, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "definitief" wordt opgeheven;
2° het lid, gewijzigd door 1°, wordt vervangen als volgt:
"Een forfaitair supplement van 1.215,18 EUR per jaar, dat wordt toegevoegd aan het nominale bedrag of aan het gewaarborgd minimumbedrag van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren of het pensioen, wordt toegekend aan de personen die in tijdelijke arbeidsongeschiktheid of op pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid werden gesteld ten gevolge van een zware handicap die opgelopen werd tijdens de loopbaan en waardoor een einde werd gemaakt aan hun diensten. Dit supplement wordt eveneens toegekend aan de personen die overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of overeenkomstig artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 ambtshalve gepensioneerd zijn en wier afwezigheid wegens ziekte vóór hun pensionering te wijten is aan een zware handicap die tijdens de loopbaan is opgelopen. Dit supplement blijft verworven wanneer de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren waaraan het was toegevoegd, wordt omgezet in een rustpensioen overeenkomstig artikel 117, § 1/7, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel."
1° het woord "definitief" wordt opgeheven;
2° het lid, gewijzigd door 1°, wordt vervangen als volgt:
"Een forfaitair supplement van 1.215,18 EUR per jaar, dat wordt toegevoegd aan het nominale bedrag of aan het gewaarborgd minimumbedrag van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren of het pensioen, wordt toegekend aan de personen die in tijdelijke arbeidsongeschiktheid of op pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid werden gesteld ten gevolge van een zware handicap die opgelopen werd tijdens de loopbaan en waardoor een einde werd gemaakt aan hun diensten. Dit supplement wordt eveneens toegekend aan de personen die overeenkomstig artikel 83 van de voormelde wet van 5 augustus 1978 of overeenkomstig artikel 82 van de voormelde wet van 26 april 2002 ambtshalve gepensioneerd zijn en wier afwezigheid wegens ziekte vóór hun pensionering te wijten is aan een zware handicap die tijdens de loopbaan is opgelopen. Dit supplement blijft verworven wanneer de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren waaraan het was toegevoegd, wordt omgezet in een rustpensioen overeenkomstig artikel 117, § 1/7, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel."
Art. 24. Dans l'article 134, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées:
1° le mot "définitivement" est abrogé;
2° l'alinéa, modifié par le 1°, est remplacé comme suit:
"Un supplément forfaitaire de 1.215,18 euros par an, s'ajoutant au taux nominal ou au montant minimum garanti de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ou de la pension, est accordé aux personnes qui sont mises en inaptitude temporaire de travail ou à la retraite pour cause d'inaptitude physique à la suite d'un handicap grave qui est survenu au cours de la carrière et qui les a écartées du service. Ce supplément est également accordé aux personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée et pour lesquelles les absences pour cause de maladie précédant la mise à la retraite résultent d'un handicap grave survenu au cours de la carrière. Ce supplément reste acquis quand l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires à laquelle il était ajouté est convertie en pension de retraite conformément à l'article 117, § 1er/7, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier."
1° le mot "définitivement" est abrogé;
2° l'alinéa, modifié par le 1°, est remplacé comme suit:
"Un supplément forfaitaire de 1.215,18 euros par an, s'ajoutant au taux nominal ou au montant minimum garanti de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ou de la pension, est accordé aux personnes qui sont mises en inaptitude temporaire de travail ou à la retraite pour cause d'inaptitude physique à la suite d'un handicap grave qui est survenu au cours de la carrière et qui les a écartées du service. Ce supplément est également accordé aux personnes mises à la retraite d'office conformément à l'article 83 de la loi du 5 août 1978 précitée ou à l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 précitée et pour lesquelles les absences pour cause de maladie précédant la mise à la retraite résultent d'un handicap grave survenu au cours de la carrière. Ce supplément reste acquis quand l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires à laquelle il était ajouté est convertie en pension de retraite conformément à l'article 117, § 1er/7, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier."
Art. 25. In artikel 135, van dezelfde wet, aangevuld bij de wet van 3 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "totale pensioenbedrag" vervangen door de woorden "totale bedrag van het pensioen of van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren";
2° in het tweede lid worden de woorden "totale pensioenbedrag" vervangen door de woorden "totale bedrag van het pensioen of van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren" en worden de woorden "met alle rustpensioenen" vervangen door de woorden "met alle tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren, alle rustpensioenen".
1° in het eerste lid worden de woorden "totale pensioenbedrag" vervangen door de woorden "totale bedrag van het pensioen of van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren";
2° in het tweede lid worden de woorden "totale pensioenbedrag" vervangen door de woorden "totale bedrag van het pensioen of van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren" en worden de woorden "met alle rustpensioenen" vervangen door de woorden "met alle tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren, alle rustpensioenen".
Art. 25. Dans l'article 135 de la même loi, complété par la loi du 3 février 2003, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "montant global de pension" sont remplacés par les mots "montant global de la pension ou de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires";
2° dans l'alinéa 2, les mots "montant global de pension" sont remplacés par les mots "montant global de la pension ou de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires" et les mots "de toute pension" sont remplacés par les mots "de toute allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, de toute pension".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "montant global de pension" sont remplacés par les mots "montant global de la pension ou de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires";
2° dans l'alinéa 2, les mots "montant global de pension" sont remplacés par les mots "montant global de la pension ou de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires" et les mots "de toute pension" sont remplacés par les mots "de toute allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, de toute pension".
Art. 26. In artikel 136, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "alle andere pensioenen" vervangen door de woorden "alle andere tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren, pensioenen".
Art. 26. Dans l'article 136, alinéa 1er, de la même loi, les mots "de toute autre pension" sont remplacés par les mots "de toute autre allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires, pension".
Art. 27. In artikel 137 van dezelfde wet worden de woorden "verscheidene rustpensioenen" vervangen door de woorden "verscheidene tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren of rustpensioenen".
Art. 27. Dans l'article 137 de la même loi, les mots "plusieurs pensions de retraite" sont remplacés par les mots "plusieurs allocations d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ou pensions de retraite".
Art. 28. In artikel 137bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het artikel wordt vervangen als volgt:
"De uitbetaling van het uit de toepassing van artikel 134 voortvloeiende supplement wordt, indien voor een bepaald kalenderjaar de beroepsinkomsten het overeenkomstig de artikelen 80 en 86 van de programmawet van 28 juni 2013 vastgestelde grensbedrag overschrijden, voor datzelfde jaar, verminderd naar rato van het percentage van overschrijding, op voorwaarde dat het rustpensioen van de gerechtigde op dat supplement is ingegaan na 31 december 2024.
Indien het rustpensioen van de gerechtigde op het uit de toepassing van artikel 134 voortvloeiende supplement is ingegaan vóór 1 januari 2025, wordt de uitbetaling van dat supplement stopgezet tijdens de kalenderjaren gedurende welke de gepensioneerde om het even welke winstgevende activiteit uitoefent die hem een jaarlijks bruto-inkomen oplevert dat gelijk is aan of hoger is dan 607,59 EUR.":
2° in het eerste lid, vervangen door 1°, worden de woorden "het supplement wordt toegevoegd aan een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren of dat" ingevoegd tussen de woorden "op voorwaarde dat" en de woorden "het rustpensioen van de gerechtigde";
3° het artikel, vervangen door 1°, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
"In afwijking van het tweede lid, is het eerste lid eveneens van toepassing op de personen van wie het rustpensioen werd omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren overeenkomstig artikel 41 van de wet van 18 mei 2024 tot invoering van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren."
1° het artikel wordt vervangen als volgt:
"De uitbetaling van het uit de toepassing van artikel 134 voortvloeiende supplement wordt, indien voor een bepaald kalenderjaar de beroepsinkomsten het overeenkomstig de artikelen 80 en 86 van de programmawet van 28 juni 2013 vastgestelde grensbedrag overschrijden, voor datzelfde jaar, verminderd naar rato van het percentage van overschrijding, op voorwaarde dat het rustpensioen van de gerechtigde op dat supplement is ingegaan na 31 december 2024.
Indien het rustpensioen van de gerechtigde op het uit de toepassing van artikel 134 voortvloeiende supplement is ingegaan vóór 1 januari 2025, wordt de uitbetaling van dat supplement stopgezet tijdens de kalenderjaren gedurende welke de gepensioneerde om het even welke winstgevende activiteit uitoefent die hem een jaarlijks bruto-inkomen oplevert dat gelijk is aan of hoger is dan 607,59 EUR.":
2° in het eerste lid, vervangen door 1°, worden de woorden "het supplement wordt toegevoegd aan een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren of dat" ingevoegd tussen de woorden "op voorwaarde dat" en de woorden "het rustpensioen van de gerechtigde";
3° het artikel, vervangen door 1°, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
"In afwijking van het tweede lid, is het eerste lid eveneens van toepassing op de personen van wie het rustpensioen werd omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren overeenkomstig artikel 41 van de wet van 18 mei 2024 tot invoering van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren."
Art. 28. Dans l'article 137bis de la même loi, inséré par la loi du 3 février 2003, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'article est remplacé comme suit:
"Si, pour une année civile déterminée, les revenus professionnels dépassent la limite fixée conformément aux articles 80 et 86 de la loi-programme du 28 juin 2013, le supplément découlant de l'application de l'article 134, est réduit pour la même année à concurrence du pourcentage de dépassement, à condition que la pension de retraite du bénéficiaire de ce supplément ait débuté après le 31 décembre 2024.
Si la pension de retraite du bénéficiaire du supplément résultant de l'application de l'article 134 a pris cours avant le 1er janvier 2025, le versement de ce supplément cesse pendant les années civiles au cours desquelles le pensionné exerce une activité rémunérée lui procurant un revenu brut annuel égal ou supérieur à 607,59 euros.";
2° dans l'alinéa 1er, remplacé par le 1°, les mots "le supplément est ajouté à une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ou que" sont insérés entre les mots "à condition que" et les mots "la pension de retraite du bénéficiaire";
3° l'article, remplacé par le 1°, est complété par un alinéa 3 libellé comme suit:
"Par dérogation à l'alinéa 2, l'alinéa 1er s'applique également aux personnes dont la pension de retraite a été convertie en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires conformément à l'article 41 de la loi du 18 mai 2024 instituant l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires."
1° l'article est remplacé comme suit:
"Si, pour une année civile déterminée, les revenus professionnels dépassent la limite fixée conformément aux articles 80 et 86 de la loi-programme du 28 juin 2013, le supplément découlant de l'application de l'article 134, est réduit pour la même année à concurrence du pourcentage de dépassement, à condition que la pension de retraite du bénéficiaire de ce supplément ait débuté après le 31 décembre 2024.
Si la pension de retraite du bénéficiaire du supplément résultant de l'application de l'article 134 a pris cours avant le 1er janvier 2025, le versement de ce supplément cesse pendant les années civiles au cours desquelles le pensionné exerce une activité rémunérée lui procurant un revenu brut annuel égal ou supérieur à 607,59 euros.";
2° dans l'alinéa 1er, remplacé par le 1°, les mots "le supplément est ajouté à une allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires ou que" sont insérés entre les mots "à condition que" et les mots "la pension de retraite du bénéficiaire";
3° l'article, remplacé par le 1°, est complété par un alinéa 3 libellé comme suit:
"Par dérogation à l'alinéa 2, l'alinéa 1er s'applique également aux personnes dont la pension de retraite a été convertie en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires conformément à l'article 41 de la loi du 18 mai 2024 instituant l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires."
Art. 29. In artikel 139, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "van de pensioenen" vervangen door de woorden "van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor ambtenaren en van de pensioenen".
Art. 29. Dans l'article 139, alinéa 1er, de la même loi, les mots "minimums de pensions prévus" sont remplacés par les mots "minimums des allocations d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et des pensions prévus".
Afdeling 7. - Wijziging van de programmawet van 28 juni 2013
Section 7. - Modification de la loi-programme du 28 juin 2013
Art. 30. Artikel 76 van de programmawet van 28 juni 2013, laatst gewijzigd bij de wet van 24 december 2020, wordt aangevuld met de bepaling onder 12°, luidende:
"12° moet onder "wettelijke pensioenleeftijd" worden verstaan: de leeftijd bedoeld in artikel 46, § 3, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen".
"12° moet onder "wettelijke pensioenleeftijd" worden verstaan: de leeftijd bedoeld in artikel 46, § 3, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen".
Art. 30. L'article 76 de la loi-programme du 28 juin 2013, modifié en dernier lieu par la loi du 24 décembre 2020, est complété par le 12° rédigé comme suit:
"12° il faut entendre par "âge légal de la pension": l'âge visé à l'article 46, § 3, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions".
"12° il faut entendre par "âge légal de la pension": l'âge visé à l'article 46, § 3, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions".
Art. 31. In titel 8, hoofdstuk 1, van de programmawet van 28 juni 2013, laatst gewijzigd bij de wet van 26 december 2022, worden de woorden "leeftijd van 65 jaar" telkens vervangen door de woorden "wettelijke pensioenleeftijd".
Art. 31. Dans le titre 8, chapitre 1er, de la loi-programme du 28 juin 2013, modifié en dernier lieu par la loi du 26 décembre 2022, les mots "l'âge de 65 ans" sont remplacés à chaque fois par les mots "l'âge légal de la pension".
Art. 32. In artikel 81 van de programmawet van 28 juni 2013, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
"a) een rustpensioen toegekend vóór de wettelijke pensioenleeftijd op grond van een ambtshalve opruststelling, met inbegrip van de opruststelling wegens lichamelijke ongeschiktheid."
"a) een rustpensioen toegekend vóór de wettelijke pensioenleeftijd op grond van een ambtshalve opruststelling, met inbegrip van de opruststelling wegens lichamelijke ongeschiktheid."
Art. 32. Dans l'article 81 de la loi-programme du 28 juin 2013, tel que modifié par la loi du 18 décembre 2015, la disposition sous a) est remplacée par ce qui suit:
"a) les pensions de retraite accordées avant l'âge légal de la pension sur la base d'une mise d'office à la retraite, y compris la mise à la retraite pour cause d'inaptitude physique."
"a) les pensions de retraite accordées avant l'âge légal de la pension sur la base d'une mise d'office à la retraite, y compris la mise à la retraite pour cause d'inaptitude physique."
Art. 33. In artikel 91, vijfde lid, van de programmawet van 28 juni 2013, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
"In afwijking van het eerste lid, mag een rustpensioen toegekend op grond van een ambtshalve opruststelling, met inbegrip van de opruststelling wegens lichamelijke ongeschiktheid, onbeperkt gecumuleerd worden met een in artikel 76, 10°, b), d) of e), bedoeld vervangingsinkomen."
"In afwijking van het eerste lid, mag een rustpensioen toegekend op grond van een ambtshalve opruststelling, met inbegrip van de opruststelling wegens lichamelijke ongeschiktheid, onbeperkt gecumuleerd worden met een in artikel 76, 10°, b), d) of e), bedoeld vervangingsinkomen."
Art. 33. Dans l'article 91, alinéa 5, de la loi-programme du 28 juin 2013, tel que modifié par la loi du 18 décembre 2015, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit:
"Par dérogation à l'alinéa 1er, une pension de retraite accordée sur base d'une mise à la retraite d'office, y compris la mise à la retraite pour cause d'inaptitude physique, peut être cumulée de façon illimitée avec un revenu de remplacement visé à l'article 76, 10°, b), d) ou e)."
"Par dérogation à l'alinéa 1er, une pension de retraite accordée sur base d'une mise à la retraite d'office, y compris la mise à la retraite pour cause d'inaptitude physique, peut être cumulée de façon illimitée avec un revenu de remplacement visé à l'article 76, 10°, b), d) ou e)."
Afdeling 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
Section 8. - Modification de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant exécution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions
Art. 34. In artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
"Voor de toepassing van deze paragraaf en paragraaf 3, 5°, op de pensioenen die ten vroegste op 1 februari 2025 daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bedoeld in artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel in aanmerking genomen."
"Voor de toepassing van deze paragraaf en paragraaf 3, 5°, op de pensioenen die ten vroegste op 1 februari 2025 daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bedoeld in artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel in aanmerking genomen."
Art. 34. Dans l'article 4, § 2, de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant exécution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, modifié en dernier lieu par la loi du 10 août 2015, un alinéa est inséré entre les alinéas 3 et 4, libellé comme suit:
"Pour l'application du présent paragraphe et du paragraphe 3, 5°, aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er février 2025, sont prises en considération les périodes d'inaptitude temporaire de travail visées à l'article 117, § 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier."
"Pour l'application du présent paragraphe et du paragraphe 3, 5°, aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er février 2025, sont prises en considération les périodes d'inaptitude temporaire de travail visées à l'article 117, § 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier."
Afdeling 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie
Section 9. - Modification de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux de pensions et de l'article 3, § 1, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne
Art. 35. In artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 juli 2021, wordt tussen het zesde en het zevende lid een lid ingevoegd, luidende:
"Voor de toepassing van deze paragraaf, op de pensioenen die ten vroegste op 1 februari 2025 daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bedoeld in artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel in aanmerking genomen."
"Voor de toepassing van deze paragraaf, op de pensioenen die ten vroegste op 1 februari 2025 daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan, worden de perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bedoeld in artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel in aanmerking genomen."
Art. 35. Dans l'article 3, § 3, de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux de pensions et de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, modifié en dernier lieu par la loi du 18 juillet 2021, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 6 et 7:
"Pour l'application du présent paragraphe, aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er février 2025, sont prises en considération les périodes d'inaptitude temporaire de travail visées à l'article 117, § 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier."
"Pour l'application du présent paragraphe, aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er février 2025, sont prises en considération les périodes d'inaptitude temporaire de travail visées à l'article 117, § 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier."
Afdeling 10. - Wijziging van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten
Section 10. - Modification de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police
Art. 36. In artikel 82 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 36. Dans l'article 82 de la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police, modifié par la loi du 25 avril 2007, l'alinéa 2 est abrogé.
Afdeling 11. - Wijziging van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen
Section 11. - Modification de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale
Art. 37. Artikel 3, 7°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen, ingevoegd bij de wet van 25 december 2017 en gewijzigd bij de wet van 15 januari 2018, wordt aangevuld met de woorden "en van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren".
Art. 37. L'article 3, 7°, de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale, inséré par la loi du 25 décembre 2017 et modifié par la loi du 15 janvier 2018, est complété par les mots "et de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires".
HOOFDSTUK 3. - Autonome bepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions autonomes
Art. 38. De bevoegdheidsverdeling tussen de medische instanties, bepaald in artikel 117, § 1, derde lid, en § 2, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, op het vlak van het toezicht op de in artikel 117, § 1, eerste lid, van die wet bedoelde re-integratie-inspanningen van de werkgever van het personeelslid, wordt door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning (BOSA) geëvalueerd in de loop van het jaar 2031.
Art. 38. La répartition des compétences entre les instances médicales, déterminée dans l'article 117, § 1er, alinéa 3, et § 2, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, concernant le contrôle des efforts de réintégration par l'employeur du membre du personnel, visé à l'article 117, § 1er, alinéa 1er, de cette loi, sera évaluée au cours de l'année 2031 par le Service public fédéral Stratégie et Appui (BOSA).
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur et dispositions transitoires
Art. 39. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2025, met uitzondering van de artikelen 2 tot 8, 9, 2°, 10, 11, 3°, 4°, b), en 5°, 12, 13, 14, 2° en 4°, 15 tot 17, 18, 2° en 3°, 19, 2° en 3°, 21 tot 23, 24, 2°, 25 tot 27, 28, 2° en 3°, 29, 34 tot 38, 40, vierde tot zesde lid, en 41, die in werking treden op 1 januari 2028.
Art. 39. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2025, à l'exception des articles 2 à 8, 9, 2°, 10, 11, 3°, 4°, b), et 5°, 12, 13, 14, 2° et 4°, 15 à 17, 18, 2° et 3°, 19, 2° et 3°, 21 à 23, 24, 2°, 25 à 27, 28, 2° et 3°, 29, 34 à 38, 40, alinéas 4 à 6, et 41, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2028.
Art. 40. Voor de personeelsleden voor wie een aanvraag tot pensionering wegens lichamelijke ongeschiktheid bij de bevoegde medische instantie werd ingediend vóór 1 januari 2028, wordt de bij die medische instantie lopende procedure afgehandeld volgens de regelgeving die van toepassing was vóór die datum.
Indien de in het eerste lid bedoelde procedure aanleiding geeft tot een pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid dat ingaat na 31 december 2024, verkrijgt het personeelslid, in afwijking van artikel 117, § 1, eerste lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, in alle gevallen een tijdelijk pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid voor een maximumduur van drie jaar.
Indien het verstrijken van de termijn van twaalf maanden bedoeld in artikel 117, § 3, derde lid, van de voormelde wet van 14 februari 1961, aanleiding geeft tot een pensioen dat ingaat na 31 december 2024, verkrijgt het personeelslid, in afwijking van artikel 117, § 3, derde lid, van de voormelde wet van 14 februari 1961, een tijdelijk pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid voor een maximumduur van drie jaar.
Het tijdelijk pensioen bedoeld in het tweede en derde lid wordt, vanaf zijn ingangsdatum en ten vroegste vanaf 1 januari 2028, van rechtswege omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren. De betrokkene wordt in dat geval van rechtswege in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld.
Op de ingangsdatum van de in het vierde lid bedoelde tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren mag het bedrag ervan niet lager zijn dan het bedrag van het tijdelijk pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid waarop de betrokkene aanspraak zou kunnen maken indien het vierde lid niet zou toegepast zijn.
In afwijking van het vierde lid, wordt het tijdelijk pensioen bedoeld in het tweede en derde lid, op 1 januari 2028 en met uitwerking vanaf de ingangsdatum ervan, ambtshalve omgezet in een definitief pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid indien de gerechtigde uiterlijk op 31 december 2027 de pensioenvoorwaarden vervult bedoeld in artikel 46 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.
Indien de in het eerste lid bedoelde procedure aanleiding geeft tot een pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid dat ingaat na 31 december 2024, verkrijgt het personeelslid, in afwijking van artikel 117, § 1, eerste lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, in alle gevallen een tijdelijk pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid voor een maximumduur van drie jaar.
Indien het verstrijken van de termijn van twaalf maanden bedoeld in artikel 117, § 3, derde lid, van de voormelde wet van 14 februari 1961, aanleiding geeft tot een pensioen dat ingaat na 31 december 2024, verkrijgt het personeelslid, in afwijking van artikel 117, § 3, derde lid, van de voormelde wet van 14 februari 1961, een tijdelijk pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid voor een maximumduur van drie jaar.
Het tijdelijk pensioen bedoeld in het tweede en derde lid wordt, vanaf zijn ingangsdatum en ten vroegste vanaf 1 januari 2028, van rechtswege omgezet in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren. De betrokkene wordt in dat geval van rechtswege in tijdelijke arbeidsongeschiktheid gesteld.
Op de ingangsdatum van de in het vierde lid bedoelde tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren mag het bedrag ervan niet lager zijn dan het bedrag van het tijdelijk pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid waarop de betrokkene aanspraak zou kunnen maken indien het vierde lid niet zou toegepast zijn.
In afwijking van het vierde lid, wordt het tijdelijk pensioen bedoeld in het tweede en derde lid, op 1 januari 2028 en met uitwerking vanaf de ingangsdatum ervan, ambtshalve omgezet in een definitief pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid indien de gerechtigde uiterlijk op 31 december 2027 de pensioenvoorwaarden vervult bedoeld in artikel 46 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.
Art. 40. Pour les membres du personnel, dont la demande de pension pour cause d'inaptitude physique a été soumise à l'instance médicale compétente avant le 1er janvier 2028, la procédure en cours devant cette instance médicale est traitée selon les règles applicables avant cette date.
Si la procédure visée à l'alinéa 1er aboutit à une pension pour inaptitude physique prenant cours après le 31 décembre 2024, l'agent obtient, par dérogation à l'article 117, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, dans tous les cas une pension temporaire pour inaptitude physique pour une durée maximum de trois ans.
Si l'expiration du délai de douze mois visé à l'article 117, § 3, alinéa 3, de la loi précitée du 14 février 1961 aboutit à une pension qui prends cours après le 31 décembre 2024, l'agent obtient, par dérogation à l'article 117, § 3, alinéa 3, de la loi précitée du 14 février 1961, une pension temporaire pour inaptitude physique pour une durée maximum de trois ans.
La pension temporaire visée aux alinéas 2 et 3 est, à partir de sa date de prise de cours et à partir du 1er janvier 2028 au plus tôt, convertie de plein droit en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires. Dans ce cas, l'intéressé est mis en inaptitude temporaire de travail de plein droit.
A la date de prise de cours de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires visée à l'alinéa 4, son taux ne pourra être inférieur au montant de la pension pour inaptitude physique temporaire à laquelle l'intéressé aurait droit si l'alinéa 4 n'aurait pas été appliqué.
Par dérogation à l'alinéa 4, la pension temporaire visée aux alinéas 2 et 3 est, au 1er janvier 2028 et avec effet à partir de sa date de prise de cours, convertie d'office en pension définitive pour inaptitude physique, si le bénéficiaire remplit les conditions de pension visées à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions le 31 décembre 2027 au plus tard.
Si la procédure visée à l'alinéa 1er aboutit à une pension pour inaptitude physique prenant cours après le 31 décembre 2024, l'agent obtient, par dérogation à l'article 117, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, dans tous les cas une pension temporaire pour inaptitude physique pour une durée maximum de trois ans.
Si l'expiration du délai de douze mois visé à l'article 117, § 3, alinéa 3, de la loi précitée du 14 février 1961 aboutit à une pension qui prends cours après le 31 décembre 2024, l'agent obtient, par dérogation à l'article 117, § 3, alinéa 3, de la loi précitée du 14 février 1961, une pension temporaire pour inaptitude physique pour une durée maximum de trois ans.
La pension temporaire visée aux alinéas 2 et 3 est, à partir de sa date de prise de cours et à partir du 1er janvier 2028 au plus tôt, convertie de plein droit en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires. Dans ce cas, l'intéressé est mis en inaptitude temporaire de travail de plein droit.
A la date de prise de cours de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires visée à l'alinéa 4, son taux ne pourra être inférieur au montant de la pension pour inaptitude physique temporaire à laquelle l'intéressé aurait droit si l'alinéa 4 n'aurait pas été appliqué.
Par dérogation à l'alinéa 4, la pension temporaire visée aux alinéas 2 et 3 est, au 1er janvier 2028 et avec effet à partir de sa date de prise de cours, convertie d'office en pension définitive pour inaptitude physique, si le bénéficiaire remplit les conditions de pension visées à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions le 31 décembre 2027 au plus tard.
Art. 41. De gepensioneerde die behoorde tot een personeelscategorie waarop artikel 117 van de voormelde wet van 14 februari 1961, zoals van kracht vanaf 1 januari 2028, van toepassing is en die op 1 januari 2028 gerechtigd is op een definitief rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid of op een pensioen dat ambtshalve werd toegekend op grond van artikel 83 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen, kan vragen om zijn rustpensioen, ten vroegste vanaf 1 januari 2028, om te zetten in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren en, in de hoedanigheid van in tijdelijke arbeidsongeschiktheid geplaatst personeelslid, onderworpen te worden aan de bepalingen van artikel 117 van de voormelde wet van 14 februari 1961 zoals van kracht vanaf 1 januari 2028, op voorwaarde dat hij de pensioenvoorwaarden bedoeld in artikel 46 van de voormelde wet van 15 mei 1984 nog niet vervult.
Op de ingangsdatum van de in het eerste lid bedoelde tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is het nominaal bedrag ervan gelijk aan het nominaal bedrag van het omgezette rustpensioen op dat ogenblik.
Medex beslist, op schriftelijke aanvraag van de gepensioneerde, over de in het eerste lid bedoelde omzetting van het rustpensioen na een nieuw onderzoek van het medisch dossier van de gepensioneerde.
De beslissing van Medex tot omzetting van het rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de definitieve beslissing van Medex aan de gerechtigde en aan de bevoegde pensioendienst bekend werd gemaakt.
De beslissing van Medex tot omzetting van het rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is onomkeerbaar van zodra zij uitwerking heeft gekregen.
Op de ingangsdatum van de in het eerste lid bedoelde tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is het nominaal bedrag ervan gelijk aan het nominaal bedrag van het omgezette rustpensioen op dat ogenblik.
Medex beslist, op schriftelijke aanvraag van de gepensioneerde, over de in het eerste lid bedoelde omzetting van het rustpensioen na een nieuw onderzoek van het medisch dossier van de gepensioneerde.
De beslissing van Medex tot omzetting van het rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op die gedurende welke de definitieve beslissing van Medex aan de gerechtigde en aan de bevoegde pensioendienst bekend werd gemaakt.
De beslissing van Medex tot omzetting van het rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor ambtenaren is onomkeerbaar van zodra zij uitwerking heeft gekregen.
Art. 41. Le pensionné qui appartenait à une catégorie de personnel à laquelle s'applique l'article 117 de la loi du 14 février 1961 précitée, tel qu'il est en vigueur à partir du 1er janvier 2028, et qui bénéficie, le 1er janvier 2028, d'une pension de retraite pour inaptitude physique définitive ou d'une pension attribuée d'office en vertu de l'article 83 de la loi du 5 août 1978 de réformes économiques et budgétaires, peut demander la conversion, à partir du 1 janvier 2028 au plus tôt, de sa pension de retraite en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires et la soumission, en qualité d'agent mis en inaptitude temporaire de travail, aux dispositions de l'article 117 de la loi du 14 février 1961 précitée tel qu'il est en vigueur à partir du 1er janvier 2028, à condition qu'il ne remplit pas encore les conditions de pension visées à l'article 46 de la loi du 15 mai 1984 précitée.
A la date de prise de cours de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires visée à l'alinéa 1er, son taux nominal est égal au taux nominal de la pension de retraite converti à ce moment.
Medex décide, sur demande écrite du pensionné, sur la conversion de la pension de retraite visée à l'alinéa 1er après un nouvel examen du dossier médical du pensionné.
La décision de Medex de conversion de la pension de retraite pour inaptitude physique en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires prend effet le premier jour du mois qui suit celui de la notification de la décision de Medex au bénéficiaire et au service de pension compétent.
La décision de Medex de conversion de la pension de retraite pour inaptitude physique en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est irréversible dès qu'elle a prise effet.
A la date de prise de cours de l'allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires visée à l'alinéa 1er, son taux nominal est égal au taux nominal de la pension de retraite converti à ce moment.
Medex décide, sur demande écrite du pensionné, sur la conversion de la pension de retraite visée à l'alinéa 1er après un nouvel examen du dossier médical du pensionné.
La décision de Medex de conversion de la pension de retraite pour inaptitude physique en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires prend effet le premier jour du mois qui suit celui de la notification de la décision de Medex au bénéficiaire et au service de pension compétent.
La décision de Medex de conversion de la pension de retraite pour inaptitude physique en allocation d'inaptitude temporaire de travail pour fonctionnaires est irréversible dès qu'elle a prise effet.