Inhoud
1929
DOC 54 1125/002
DOC 54 1125/002
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
10 juni 2015
10 juin 2015
AMENDEMENTS
déposés en commission
des Affaires sociales
AMENDEMENTEN
ingediend in de commissie
voor de Sociale Zaken
10 juni 2015
10 juin 2015
Voir:
Doc 54 1125/ (2014/2015):
001:
Projet de loi.
Zie:
Doc 54 1125/ (2014/2015):
001:
Wetsontwerp.
PROJET DE LOI-PROGRAMME
ONTWERP VAN PROGRAMMAWET
2
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 1 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/1 (nieuw)
Onder een subafdeling 1/1, met als opschrift
“Wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende
de bescherming van het loon der werknemers” een
artikel 18/1 invoegen, luidend als volgt:
“Art. 18/1. In artikel 35/1, § 1, van de wet van
12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon
der werknemers, ingevoegd bij wet van 29 maart 2012,
wordt de bepaling bij 8° vervangen als volgt:
“8° verschuldigd loon: het loon dat al eisbaar is op
het moment van de aanvang van de hoofdelijke aan-
sprakelijkheid evenals het loon dat eisbaar zal worden
tijdens de duurtijd van de periode van hoofdelijke
aansprakelijkheid zoals bepaald in artikel 35/3, § 4,
met uitzondering van de vergoedingen waarop de
werknemer recht heeft ingevolge de beëindiging van
de arbeidsovereenkomst.”.
VERANTWOORDING
Hoofdstuk V/1, afdeling 1, “Algemene regeling” werd inge-
voegd in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming
van het loon der werknemers door de programmawet van
29 maart 2012. Deze programmawet voerde een hoofdelijke
aansprakelijkheid in voor de loonschulden voor opdrachtge-
vers, aannemers, onderaannemers voor de loonschulden van
hun (onder)aannemers.
Deze aansprakelijkheid geldt gedurende een door de in-
spectie te bepalen periode na vaststelling door de inspectie
van zwaarwichtige tekortkoming in de loonbetalingen, waar-
van de opdrachtgever, aannemer of onderaannemer in kennis
werd gesteld, met een maximum van 1 jaar voor de schulden,
vanaf 14 dagen na die kennisgeving.
Met deze aansprakelijkheid kunnen dus enkel eventuele
toekomstige loonschulden worden geregulariseerd.
Veel logischer is de regeling in afdeling 2, Bijzondere rege-
ling, in geval van tewerkstelling van een illegaal verblijvende
onderdaan van een derde land” van dat zelfde hoofdstuk,
N° 1 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/1 (nouveau)
Dans une sous-section 1/1 intitulée “Modifi cation
de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de
la rémunération des travailleurs”, insérer un article
18/1 rédigé comme suit:
“Art. 18/1. Dans l’article 35/1, § 1er, de la loi du
12 avril 1965 concernant la protection de la rémunéra-
tion des travailleurs, inséré par la loi du 29 mars 2012,
le 8° est remplacé par ce qui suit:
“8° rémunération due: la rémunération qui est déjà
exigible au moment où la période de responsabilité
solidaire prend cours, ainsi que la rémunération qui
deviendra exigible pendant la durée de la période de
responsabilité solidaire telle que défi nie dans l’article
35/3, § 4, à l’exception des indemnités auxquelles le
travailleur a droit à la suite de la rupture du contrat de
travail.”.
JUSTIFICATION
Le chapitre VI/1, section 1 (“Régime général”), a été
inséré dans la loi du 12 avril 1965 concernant la protection
de la rémunération des travailleurs par la loi-programme du
29 mars 2012. Cette loi-programme a instauré une responsa-
bilité solidaire des donneurs d’ordre, entrepreneurs et sous-
traitants pour les dettes salariales de leurs entrepreneurs ou
sous-traitants.
Cette responsabilité s’applique durant une période à
déterminer par l’inspection après constatation par cette
dernière d’un manquement grave à l’obligation de payer les
rémunérations, notifi ée au donneur d’ordre, à l’entrepreneur
ou au sous-traitant, qui ne peut excéder un an et s’applique
aux dettes contractées après l’expiration d’un délai de 14 jours
après cette notifi cation.
Seules les éventuelles dettes salariales futures peuvent
donc être régularisées par le biais de cette responsabilité.
Le régime prévu dans la section 2, “Régime particulier
en cas d’occupation d’un ressortissant d’un pays tiers
en séjour illégal”, du même chapitre, insérée par la loi du
3
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
ingevoegd door de wet van 11 februari 2013 tot vaststelling
van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal
verblijvende onderdanen van derde landen. Daarin geldt deze
aansprakelijkheid ook voor loonschulden uit het verleden
tijdens een periode waarin arbeidsprestaties in het voordeel
van betrokkenen werden geleverd.
Met dit amendement willen wij een gelijkaardige hoof-
delijke aansprakelijkheid invoeren in de algemene regeling
voor de loonschulden uit het verleden, met betrekking tot alle
prestaties verricht ten behoeve van de diegene die hoofdelijk
aansprakelijk werd gesteld.
Deze aanpassing is des te pertinenter daar met de huidige
stand van de wetgeving grove onrechtvaardigheden niet kun-
nen worden rechtgezet.
Het is niet realistisch te verwachten dat alle uitgebuite en
onderbetaalde buitenlandse gedetacheerde werknemers
hun rechten zullen toepassen met een aanmaning van hun-
nentwege (als ze die bepalingen überhaupt al kennen en
begrijpen!). Vandaag moeten zij bij de minste betwisting naar
de arbeidsrechtbank stappen. Hierdoor mist de maatregel zijn
doel. Bijna niemand van de gedetacheerden stapt vandaag
naar de arbeidsrechtbank!
Bovendien is het ook moeilijk uit te leggen dat de arbeids-
inspectie zeer veel moeite moet doen om bewijzen te verza-
melen die aantonen dat er een zwaarwichtige tekortkoming
is in de loonbetaling, als basis voor de kennisgeving (fase 1),
doch later (fase 2), bij de eigenlijke aanmaning, de bewijsver-
zameling volledig moet overdoen om het loontegoed opnieuw
in kaart te brengen vanaf het begin van de periode van de
hoofdelijke aansprakelijkheid, zonder het reeds vroeger vast-
gesteld loontekort te kunnen opeisen via de aanmaning. Dit is
niet alleen dubbel werk maar onaanvaardbaar onrechtvaardig.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
11 février 2013 prévoyant des sanctions et des mesures à
l’encontre des employeurs de ressortissants de pays tiers en
séjour illégal, est beaucoup plus logique. Cette responsabi-
lité y est également d’application pour les dettes salariales
contractées dans le passé, lorsque des prestations de travail
étaient effectuées au bénéfi ce des intéressés.
Le présent amendement vise à introduire dans le régime
général une responsabilité solidaire similaire pour les dettes
salariales contractées dans le passé en ce qui concerne
toutes les prestations effectuées en faveur de celui qui a été
tenu solidairement responsable.
Cette adaptation est d’autant plus pertinente que l’état
actuel de la législation ne permet pas de remédier à certaines
injustices fl agrantes.
Il n’est pas réaliste de s’attendre à ce que tous les travail-
leurs étrangers détachés qui sont exploités et sous-payés
fassent valoir leurs droits en envoyant une sommation (si
tant est qu’ils connaissent et comprennent ces dispositions!).
À l’heure actuelle, ils doivent saisir le tribunal du travail à la
moindre contestation. La mesure manque ainsi son objectif.
Presqu’aucun travailleur détaché ne s’adresse actuellement
au tribunal du travail!
En outre, il est aussi difficilement explicable que l’ins-
pection du travail doive s’échiner à rassembler les preuves
d’un manquement grave à l’obligation de payer pour les faire
fi gurer dans sa notifi cation (phase 1), alors qu’elle devra, lors
de la sommation proprement dite (phase 2), recommencer
entièrement la collecte des preuves des arriérés de rému-
nération depuis le début de la période de la responsabilité
solidaire, sans pouvoir réclamer le défi cit salarial constaté
précédemment au moyen de la sommation. Non seulement
cela fait double emploi, mais cela constitue aussi une injustice
inacceptable.
4
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 2 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/2 (nieuw)
In dezelfde onderafdeling 1/1, een artikel 18/2 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 18/2. In artikel 35/3, § 3, van dezelfde wet, in-
gevoegd bij wet van 29 maart 2012, wordt het tweede
lid vervangen als volgt:
“Wanneer echter niet kan worden vastgesteld welke
prestaties de betrokken werknemers hebben geleverd,
in het raam van de werken die de hoofdelijk aanspra-
kelijke, hetzij rechtstreeks, hetzij via intermediaire aan-
nemers of onderaannemers laat uitvoeren, of in geval
het toezicht wordt verhinderd, dan wordt vermoed
dat de hoofdelijke aansprakelijkheid betrekking heeft
op de betaling aan elke betrokken werknemer die is
vermeld op een lijst die samen met de in § 1 bedoelde
aanmaning wordt overgemaakt door de inspectie, van
het minimumloon voor voltijdse prestaties, overeenstem-
mend met de sectorale bepalingen van het bevoegde
paritaire comité waaronder hij ressorteert, behoudens
het tegenbewijs geleverd door de hoofdelijke aanspra-
kelijke van de werkelijke prestaties.”
VERANTWOORDING
Dit amendement past de bestaande wetgeving aan die de
toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid in de praktijk
zwaar hypothekeert.
Het betreft de bepaling dat indien niet kan worden vast-
gesteld welke prestaties de betrokken werknemers heb-
ben geleverd in het raam van de werken die de hoofdelijk
aansprakelijke, hetzij rechtstreeks, hetzij via intermediaire
aannemers of onderaannemers laat uitvoeren, de hoofdelijke
aansprakelijkheid betrekking heeft op de betaling aan elke
betrokken werknemer die is vermeld op een lijst die samen
met de in § 1 bedoelde aanmaning wordt overgemaakt door
de inspectie, van een percentage van een door de koning
bepaald minimumloon.
Dit percentage is gelijk aan het aandeel, die de activiteiten
die door de betrokken werkgever worden uitgevoerd in het
raam van de opdracht die de hoofdelijk aansprakelijke, hetzij
N° 2 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/2 (nouveau)
Dans la même sous-section 1/1, insérer un article
18/2 rédigé comme suit:
“Art. 18/2. Dans l’article 35/3, § 3, de la même loi,
inséré par la loi du 29 mars 2012, l’alinéa 2 est remplacé
par ce qui suit:
“S’il ne peut toutefois pas être déterminé quelles
prestations ont été fournies par les travailleurs con-
cernés dans le cadre des travaux que le responsable
solidaire fait effectuer, soit directement, soit par le biais
d’entrepreneurs ou de sous-traitants intermédiaires, ou
s’il est fait obstacle au contrôle, il est présumé que la
responsabilité solidaire concerne le paiement à chaque
travailleur concerné fi gurant sur une liste transmise par
l’inspection en même temps que la sommation visée au
§ 1er, du salaire minimum pour des prestations à temps
plein, conformément aux dispositions sectorielles de la
commission paritaire compétente dont il relève, sauf
preuve contraire des prestations réelles apportée par
le responsable solidaire.”
JUSTIFICATION
Le présent amendement modifi e la législation existante,
qui, dans la pratique, compromet gravement l’application de
la responsabilité solidaire.
Il s’agit de la disposition qui prévoit que s’il ne peut
être déterminé quelles prestations ont été fournies par les
travailleurs concernés dans le cadre des travaux que le
responsable solidaire fait effectuer, soit directement, soit par
le biais d’entrepreneurs ou de sous-traitants intermédiaires,
la responsabilité solidaire concerne alors le paiement d’un
pourcentage d’un salaire minimum fi xé par le Roi à chaque
travailleur concerné fi gurant sur une liste transmise par l’ins-
pection en même temps que la sommation visée au § 1er.
Ce pourcentage correspond à la part que représentent,
dans le chiffre d’affaires de l’employeur concerné, pendant
une période de référence déterminée par le Roi, les activités
5
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
rechtstreeks, hetzij via intermediaire aannemers of onder-
aannemers, laat uitvoeren, vertegenwoordigen in de omzet
van de betrokken werkgever gedurende een door de koning
bepaalde referteperiode.
In veel gevallen wordt de inbreuk gepleegd door proble-
matische onderaannemers (in het buitenland gevestigde), als
laatsten in de keten van onderaanneming.
Vaak is er verhindering van toezicht, met een totaal gemis
aan vast te stellen prestaties.
Daarom stelt dit amendement dat, indien de prestaties niet
kunnen bewezen worden, er een weerlegbaar vermoeden ont-
staat dat de prestaties vermoed zijn voltijds te zijn gepresteerd
overeenkomstig de normale effectieve voltijdse tewerkstelling
in de betrokken sector.
De hoofdelijke aansprakelijke kan het tegendeel bewijzen
door de werkelijke prestaties aan te tonen.
De aanvang van de werkzaamheden van de gedetacheer-
de werknemers zijn meestal gemakkelijk te achterhalen, de
juiste prestaties niet.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
effectuées par l’employeur concerné dans le cadre du mar-
ché que le responsable solidaire fait réaliser, soit directe-
ment, soit par le biais d’entrepreneurs ou de sous-traitants
intermédiaires.
Dans de nombreux cas, l’infraction est commise par
des sous-traitants problématiques (dont le siège est établi
à l’étranger) qui arrivent en dernier dans la chaîne des
sous-traitants.
Il y a alors souvent une obstruction au contrôle, avec une
impossibilité totale de vérifi er les prestations.
C’est la raison pour laquelle nous proposons que, lorsque
les prestations ne peuvent être vérifi ées, il soit présumé,
jusqu’à preuve du contraire, que les prestations ont été
effectuées à temps plein, conformément aux prestations
effectuées dans le cadre d’un emploi à plein temps effectif
dans le secteur concerné.
Le responsable peut apporter la preuve du contraire en
établissant les prestations effectives.
Le début des travaux effectués par les travailleurs détachés
est généralement facile à déterminer, mais ce n’est pas le cas
de la nature exacte des prestations.
6
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 3 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/3 (nieuw)
In dezelfde onderafdeling 1/1, een artikel 18/3 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 18/3. In artikel 35/1, § 1, van dezelfde wet, inge-
voegd bij de wet van 29 maart 2012, wordt de bepaling
onder 1° opgeheven.”.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
N° 3 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/3 (nouveau)
Dans la même sous-section 1re/1, insérer un arti-
cle 18/3 rédigé comme suit:
“Art. 18/3. Dans l’article 35/1, § 1er, de la même loi,
inséré par la loi du 29 mars 2012, le 1° est abrogé.”.
7
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 4 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/4 (nieuw)
In dezelfde onderafdeling 1/1, een artikel 18/4 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 18/4. In artikel 35/2, § 1, van de zelfde wet
worden de woorden “voor de in artikel 35/1, § 1, 1°,
bepaalde werken” opgeheven.”.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
N° 4 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/4 (nouveau)
Dans la même sous-section 1re/1, insérer un
article 18/4 rédigé comme suit:
“Art. 18/4. Dans l’article 35/2, § 1er, de la même loi,
les mots “, pour les activités défi nies à l’article 35/1,
§ 1er, 1°,” sont abrogés.”.
8
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 5 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/5 (nieuw)
In dezelfde onderafdeling 1/1, een artikel 18/5 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 18/5. In artikel 35/2, § 2, van de zelfde wet
worden de woorden “de betrokken sectors” vervangen
door de woorden “voor iedere sector”.
VERANTWOORDING
Deze amendement veralgemenen het toepassingsge-
bied van de hoofdelijke aansprakelijkheidsregeling voor de
loonschulden.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
N° 5 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/5 (nouveau)
Dans la même sous-section 1re/1, insérer un
article 18/5 rédigé comme suit:
“Art. 18/5. Dans l’article 35/2, § 2, de la même loi,
les mots “pour les secteurs concernés” sont remplacés
par les mots “pour chaque secteur”.
JUSTIFICATION
Ces amendements généralisent le champ d’application du
régime de la responsabilité solidaire pour les dettes salariales.
9
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 6 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/6 (nieuw)
In dezelfde onderafdeling 1/1, een artikel 18/6 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 18/6. In artikel 35/3, § 4, van dezelfde wet, inge-
voegd bij wet van 29 maart 2012, worden de woorden
“na het verstrijken van 14 werkdagen” opgeheven.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement schrapt de bepaling die zegt dat de
hoofdelijke aansprakelijkheid slechts slaat op loonschulden
van de nalatige werkgever die eisbaar zijn geworden na het
verstrijken van 14 werkdagen na de kennisgeving door de
inspectie aan de hoofdelijk aansprakelijken.
Door een snelle interventie van de hoofdaannemer (weg-
zending van de werf, inruilen door een andere onderaannemer)
kan de hoofdelijk aansprakelijke nu gemakkelijk ontsnappen
aan zijn aansprakelijkheid. Dit fenomeen kan sociale dumping
in stand houden. Onderaannemers worden gewoon ingewis-
seld. Reeds in advies nr. 1795 van 7 februari 2012 wees de
NAR op het risico van mogelijke carrousels.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
N° 6 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/6 (nouveau)
Dans la même sous-section 1re/1, insérer un
article 18/6 rédigé comme suit:
“Art. 18/6. Dans l’article 35/3, § 4, de la même loi,
inséré par la loi du 29 mars 2012, les mots “après
l’expiration d’un délai de 14 jours ouvrables” sont
abrogés.”.
JUSTIFICATION
Le présent amendement abroge la disposition en vertu de
laquelle la responsabilité solidaire ne s’applique qu’aux dettes
salariales de l’employeur défaillant qui sont devenues exigi-
bles après l’expiration d’un délai de 14 jours ouvrables après
la notifi cation de l’inspection aux responsables solidaires.
Grâce à une intervention rapide de l’entrepreneur principal
(renvoi du chantier, remplacement par un autre sous-traitant),
le responsable solidaire peut actuellement échapper facile-
ment à ses responsabilités. Ce phénomène peut entraîner le
maintien du dumping social. Les sous-traitants sont simple-
ment remplacés. Dans son avis n° 1795 du 7 février 2012,
le CNT avait déjà souligné le risque potentiel de carrousels.
10
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 7 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/7 (nieuw)
In dezelfde onderafdeling 1/1, een artikel 18/7 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 18/7. In dezelfde wet wordt een artikel 37/7 in-
gevoegd, luidend als volgt:
“Art. 37/7. De aannemer die beroep doet op een on-
deraannemer brengt de opdrachtgever hiervan uiterlijk
vijf dagen voor de aanvang van de activiteit van die
onderaannemer op de hoogte.
Iedere onderaannemer die op zijn beurt beroep
doet op een volgende onderaannemer brengt de voor
hem komende onderaannemers, de aannemer en de
opdrachtgever hiervan uiterlijk tien dagen voor de aan-
vang van de activiteit van die volgende onderaannemer
op de hoogte.”.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
N° 7 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/7 (nouveau)
Dans la même sous-section 1re/1, insérer un arti-
cle 18/7 rédigé comme suit:
“Art. 18/7. Dans la même loi, il est inséré un article
37/7 rédigé comme suit:
“Art. 37/7. L’entrepreneur qui fait appel à un sous-
traitant en informe le donneur d’ordre au plus tard cinq
jours avant le début de l’activité de ce sous-traitant.
Tout sous-traitant qui, à son tour, fait appel à un sous-
traitant suivant en informe les sous-traitants précédents,
l’entrepreneur et le donneur d’ordre au plus tard dix
jours avant le début de l’activité de ce sous-traitant
suivant.”.
11
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 8 VAN MEVROUW KITIR c.s.
Art. 18/8 (nieuw)
In dezelfde onderafdeling 1/1, een artikel 18/8 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 18/8. 8 In dezelfde wet wordt een artikel 37/8 in-
gevoegd, luidend als volgt:
“Art. 37/8. Bij de Algemene Directie Toezicht op de
Sociale Wetten van Federale Overheidsdienst Werk
en Sociaal Overleg wordt een voor opdrachtgevers en
werkgevers consulteerbaar contactpunt opgerich t die
weergeeft of een bepaalde werkgever op het moment
van consultatie al dan niet is opgenomen in een data-
bank omwille van één of meerdere van volgende feiten:
• verhindering van toezicht door de Inspectie;
• weigering van regularisatie van loonschulden;
• recidive inzake loonschulden;
• strafrechtelijke vervolging ingevolge een inbreuk
vastgesteld door de Inspectie.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement dient in samenhang gelezen te worden
met het amendement dat de periode van 14 werkdagen na
de kennisgeving alvorens de hoofdelijke aansprakelijkheid
operationeel wordt, schrapt. Het is wenselijk dat een opdracht-
gever, een hoofdaannemer of een onderaannemer vooraf op
de hoogte is van het feit dat er extra werkgevers bij de keten
van (onder)aanneming komen. Verder is het wenselijk dat
opdrachtgevers en werkgevers ervan op de hoogte zijn dat
een bepaalde werkgever bij de inspectiediensten is gekend of
niet omwille van ernstige inbreuken op de sociale wetgeving
alvorens zij een contract sluiten met deze werkgever.
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Frédéric DAERDEN (PS)
N° 8 DE MME KITIR ET CONSORTS
Art. 18/8 (nouveau)
Dans la même sous-section 1re/1, insérer un arti-
cle 18/8 rédigé comme suit:
“Art. 18/8. Dans la même loi, il est inséré un article
37/8 rédigé comme suit:
“Art. 37/8. Il est créé auprès de la Direction Générale
Contrôle des lois sociales du Service public fédéral
Emploi, Travail et Concertation sociale un point de
contact consultable par les donneurs d’ordre et les
employeurs qui indique si, au moment de la consul-
tation, un employeur donné fi gure ou non dans une
banque de données en raison de l’un ou de plusieurs
des faits suivants:
• l’entrave à un contrôle par l’Inspection;
• le refus de régulariser des dettes salariales;
• la récidive en matière de dettes salariales;
• des poursuites judiciaires à la suite d’une infraction
constatée par l’Inspection.”.
JUSTIFICATION
Cet amendement doit être lu conjointement avec l’amen-
dement qui supprime la période de 14 jours ouvrables suivant
la notifi cation avant que la responsabilité solidaire ne soit
opérationnelle. Il est souhaitable qu’un donneur d’ordre, un
entrepreneur principal ou un sous-traitant soit préalablement
mis au courant que d’autres employeurs s’ajoutent à la chaîne
des entrepreneurs. Si un employeur déterminé est connu
des services d’inspection pour avoir gravement enfreint
la législation sociale, il convient en outre d’en informer les
donneurs d’ordre et les employeurs avant qu’ils ne signent
un contrat avec lui.
12
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 9 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 4
Het woord “aanwezigheidsregistratie” vervangen
door de woorden “registratie van de aanwezigheid
en van de gepresteerde arbeidsuren”.
N° 9 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 4
Entre les mots “présences” et “est instauré”, insérer
les mots “et des heures de travail prestées”.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
13
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 10 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 6
De volgende wijzigingen aanbrengen:
1. in § 1, eerste lid, inleidende zin, worden de
woorden “wordt de aanwezigheid” vervangen door
de woorden “worden de aanwezigheid en de gepres-
teerde arbeidsuren”;
2. in § 1, eerste lid, 1°, de woorden “elektronisch
aanwezigheidsregistratiesysteem” vervangen door de
woorden “systeem voor de registratie van de aanwezig-
heid en van de gepresteerde arbeidsuren”;
3. paragraaf 2, eerste lid, aanvullen met een punt
7°, luidende:
“7° de gepresteerde arbeidsuren”.
N° 10 DE M.DAERDEN ET CONSORTS
Art. 6
Apporter les modifi cations suivantes:
1. au § 1er, alinéa 1er, phrase introductive, entre les
mots “la présence” et “de chaque”, insérer les mots
“et les heures de travail prestées”;
2. au § 1er, alinéa 1er, 1°, entre les mots “présence”
et “, ci-après”, insérer les mots “et des heures de
travail prestées”;
3. compléter le § 2 par le 7° suivant:
“7° les heures de travail prestées.”.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
14
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 11 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 9
In § 1, tussen de woorden “op de arbeidsplaats”
en de woorden “te registreren” de woorden “en zijn
werktijdregeling” invoegen.
N° 11 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 9
Compléter le § 1er par les mots “et ses heures de
travail prestées”.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
15
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 12 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 11
Tussen het woord “aanwezigheidsregistratie” en de
woorden “, die in toepassing” de woorden “en met de
gepresteerde arbeidsuren” invoegen.
N° 12 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 11
Entre les mots “présences” et “, qui en application”,
insérer les mots “et des heures de travail prestées”.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
16
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 13 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 15
In het ontworpen artikel 137/2, tussen de woor-
den “zijn aanwezigheid” en de woorden “niet onmid-
dellijk” de woorden “en zijn gepresteerde arbeidsu-
ren” invoegen.
VERANTWOORDING (IN VERBAND MET DE AMENDE-
MENTEN NRS. 9 TOT 13)
Om de sociale fraude en de schendingen van het arbeids-
recht efficiënter te kunnen bestrijden, is het zinvol niet alleen
de aanwezigheid op de werkplek, maar ook de gepresteerde
arbeidsuren te registreren.
Deze amendementen gaan dus in die richting en stellen
voor ook de gepresteerde arbeidsuren te registreren.
N° 13 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 15
Compléter l’article 137/2 proposé par les mots
suivants “et ses heures de travail prestées”.
JUSTIFICATION (POUR LES AMENDEMENTS 9 À 13)
Pour permettre de lutter plus efficacement contre la fraude
sociale et les violations du droit du travail, il est inutile d’enre-
gistrer non seulement les présences sur le lieu de travail mais
également les heures de travail prestées.
Le présent amendement va donc en ce sens et propose
d’enregistrer également les heures de travail prestées.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
17
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 14 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 17
Dit artikel weglaten.
VERANTWOORDING
In een rechtsstaat is het essentieel dat ieders rechten
gewaarborgd worden.
De onschendbaarheid van de woning en het fundamentele
recht op eerbiediging van het privéleven zijn twee essentiële
rechten die gewaarborgd worden bij de Grondwet en andere
internationale normen.
Het ontworpen artikel strekt ertoe artikel 23 van de wet
van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale
vooruitgang en fi nancieel herstel, weg te laten. Álle demo-
cratische partijen waren het nochtans eens met dit artikel
omdat het de inachtneming van die basisvrijheden voor de
werkzoekenden garandeert.
Die waarborg schrappen betekent dus dat ten opzichte van
het beoogde doel, namelijk de strijd tegen de sociale fraude,
op buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan aan onze bij de
Grondwet bekrachtigde waarden.
De RVA erkent immers zelf dat die nieuwe maatregel geen
enkel nut zou hebben, aangezien deze dienst nu al alle nodige
hulpmiddelen ter beschikking heeft om controles uit te voeren.
Er bestaan dus zeker maatregelen die de vrijheden minder
aantasten, die minder intrusief zijn en die meer oog hebben
voor de basisrechten om het beoogde doel te bereiken.
Dit amendement strekt er bijgevolg toe het ontworpen
artikel weg te laten en de huidige procedure, die garant staat
voor onze democratische en bij de Grondwet bekrachtigde
waarden, te behouden.
N° 14 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 17
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
Dans un état de droit, il est essentiel de garantir les droits
de tout à chacun.
L’inviolabilité du domicile et le droit fondamental au respect
de la vie privée sont tous deux des droits essentiels garantis
par la constitution et d’autres normes internationales.
L’article en projet vise à supprimer l’article 23 de la loi du
14 février 1961 d’expansion économique, de progrès social et
de redressement social qui avait fait l’unanimité au sein des
partis démocratiques tant il garantit, pour les demandeurs
d’emploi, le respect de ces libertés fondamentales.
Supprimer cette garantie revient donc à mettre à mal nos
valeurs constitutionnelles de façon disproportionnée par rap-
port au but recherché, à savoir la lutte contre la fraude sociale.
En effet, de l’aveu même de l’ONEm, cette nouvelle
mesure ne servirait à rien car il dispose déjà de tous les outils
nécessaires pour les contrôles. Il existe donc assurément
des mesures moins attentatoires, moins intrusives et plus
respectueuses des droits fondamentaux pour atteindre le
but recherché.
Le présent amendement vise donc à supprimer l’article
du projet et conserver la procédure actuelle garante de nos
valeurs démocratiques et constitutionnelles.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
18
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 15 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 21
Dit artikel weglaten.
N° 15 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 21
Supprimer cet article.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
19
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 16 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 22
Dit artikel weglaten.
VERANTWOORDING
In een rechtsstaat is het belangrijk dat eenieders rechten
worden gewaarborgd.
De regering staat op het punt de betaling van de arbeidson-
geschiktheidsuitkeringen vanaf 1 juli 2015 op te schorten ge-
durende de periode waarin de als arbeidsongeschikt erkende
gerechtigde in hechtenis is of in de gevangenis is opgesloten.
Zodoende worden de gedetineerden die arbeidsongeschikt
worden verklaard, een tweede maal gestraft, waardoor zij so-
ciaal nog meer uitgesloten raken en de schadelijke gevolgen
van de hechtenis nog meer worden benadrukt. Ook wordt de
resocialisering zo sterk bemoeilijkt.
Bovendien doet deze maatregel het vermoeden van on-
schuld geweld aan, aangezien hij betrekking heeft op zowel de
veroordeelde gedetineerden als op de velen die in voorlopige
hechtenis zijn genomen.
Een opschorting van de luttele rechten die gedetineerden
hebben, beknot de kansen van het herstelrecht en bestraft
uiteindelijk ook de slachtoffers, die geen herstelvergoeding
zullen kunnen verkrijgen.
Bovendien wordt daardoor ook de familie van de gedeti-
neerde gestraft, aangezien hij zijn familiale verantwoordelijk-
heden niet langer in acht zal kunnen nemen.
Het recht op sociale zekerheid wordt nochtans gewaar-
borgd door artikel 23 van de Grondwet, waaraan een stand-
still-effect is verleend; de wetgever kan de sociale rechten in
principe niet beknotten, tenzij de beperkingen terdege zijn
gerechtvaardigd in het licht van een rechtmatig doel en aan-
vaardbaar zijn wat de evenredigheid ervan betreft.
Deze maatregel zal evenwel een aanzienlijke impact heb-
ben op de als arbeidsongeschikt erkende gedetineerden, van
wie de rechten zullen worden opgeschort, terwijl de opgele-
verde begrotingsbesparing minimaal is.
N° 16 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 22
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
Dans un état de droit, il est essentiel de garantir les droits
de tout à chacun.
Le Gouvernement prévoit de suspendre le paiement des
indemnités d’incapacité de travail à partir du 1er juillet 2015,
pendant la période de détention ou d’incarcération du béné-
fi ciaire reconnu incapable de travailler.
Il s’agit pour les détenus en incapacité de travail d’une
nouvelle peine qui constitue une double peine venant appro-
fondir leur exclusion sociale, accentuant les effets préjudi-
ciables de la détention ce qui constitue un obstacle majeur
à la réinsertion.
En outre, cette mesure bafoue la présomption d’innocence
car elle vise tant les détenus condamnés que les nombreuses
personnes en détention préventive.
Suspendre les quelques droits qui subsistent en milieu
carcéral restreint davantage les possibilités de justice répa-
ratrice et sanctionne, in fi ne, également les victimes qui ne
pourront obtenir réparation.
Suspendre les quelques droits restant pénalise la famille
du détenu qui ne pourra plus supporter ses responsabilités
familiales.
Le droit à la sécurité sociale est pourtant protégé par
l’article 23 de notre constitution auquel un effet de standstill
est attaché ce qui empêche, en principe, le législateur de
restreindre les droits sociaux sauf si les restrictions qui y sont
apportées sont dûment justifi ées par rapport à un but légitime
et acceptables sous l’angle de proportionnalité.
Or, il apparaît que cette mesure aura un impact consi-
dérable sur les détenus en incapacité de travail qui verront
leurs droits suspendus tandis que l’économie budgétaire
est minime.
20
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
De maatregel is derhalve onevenredig ten opzichte van het
nagestreefde doel en dus ongrondwettig.
Dit amendement strekt er dan ook toe deze bepaling
weg te laten.
La mesure est dès lors disproportionnée par rapport au
but recherché et partant, inconstitutionnelle.
Pour cette raison, les auteurs du présent amendement
proposent de la supprimer.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
21
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 17 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 35
Dit artikel weglaten.
N° 17 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 35
Supprimer cet article.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
22
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 18 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 36
Dit artikel weglaten.
N° 18 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 36
Supprimer cet article.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
23
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 19 VAN DE HEER DAERDEN c.s.
Art. 37
Dit artikel weglaten.
VERANTWOORDING
De afdeling Wetgeving van de Raad van State wees er al te-
recht op: men moet zich afvragen of dit artikel wel nodig, gelet
op de strekking die de memorie van toelichting eraan verleent.
Bovendien is elke maatregel die voorziet in een index-
sprong of een loonmatiging van dien aard dat afbreuk wordt
gedaan aan de collectieve arbeidsovereenkomsten en dus
aan de vrijheid van collectieve onderhandeling, die deel uit-
maakt van de fundamentele vrijheden.
Daarom moet dit soort maatregel een legitiem doel dienen
en noodzakelijk zijn.
De regering verantwoordt de indexsprong door de nood-
zaak om het concurrentievermogen van onze ondernemingen
te herstellen met het oog op het creëren van banen. Behalve
dat het, zoals al aangetoond, niet noodzakelijk is om te voor-
zien in een indexsprong opdat onze ondernemingen concur-
rerend zouden zijn, maakt een indexsprong voor de sociale
uitkeringen het onze ondernemingen geenszins mogelijk
meer concurrentievermogen te hebben en banen te creëren.
Daarom zijn de maatregelen die voorzien in een index-
sprong, niet naar behoren verantwoord, in het bijzonder met
betrekking tot de sociale uitkeringen, en zijn ze dus in strijd
met de vrijheid van collectieve onderhandeling en met de
vrijheid van vereniging. Daarom zijn ze ongrondwettig en in
strijd met het internationaal recht.
Om die redenen strekt dit amendement ertoe de bestreden
bepalingen uit het ontwerp van programmawet weg te laten.
N° 19 DE M. DAERDEN ET CONSORTS
Art. 37
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
La section de législation du Conseil d’État le fait remarqué
à juste titre, il y a lieu de s’interroger sur la nécessité de prévoir
cet article compte tenu de la portée qui lui est attribuée dans
l’exposé des motifs.
En outre, toute mesure prévoyant un saut d’index ou une
modération salariale est de nature à portée atteinte aux
conventions collectives de travail et donc à la liberté de négo-
ciation collective qui fait partie des libertés fondamentales.
Dès lors, ce type de mesure doit servir un but légitime et
être nécessaire.
Or, nous le savons, le gouvernement justifi e le saut d’index
par la nécessité de rétablir la compétitivité de nos entreprises
pour créer de l’emploi. Outre le fait qu’il n’est pas nécessaire,
comme cela a déjà été démontré, de prévoir un saut d’index
pour que nos entreprises soient compétitives, procéder à
un saut d’index sur les allocations sociales ne permet en
rien à nos entreprises de gagner en compétitivité et créer
de l’emploi.
Dès lors, les mesures prévoyant un saut d’index sont
indûment justifi ées et singulièrement en ce qui concerne les
allocations sociales et sont donc contraires aux libertés de
négociation collective et d’associations. Partant, elles sont
inconstitutionnelles et contraires au droit international.
Pour ces raisons, le présent amendement vise à supprimer
du projet de loi-programme les dispositions litigieuses.
Frédéric DAERDEN (PS)
Meryame KITIR (sp.a)
Jean-Marc DELIZÉE (PS)
Eric MASSIN (PS)
Özlem OZEN (PS)
24
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
NR. 20 VAN DE DAMES KITIR EN PEHLIVAN
Art. 20/1 (nieuw)
Onder een afdeling 4/1 luidende “Doeltreffendere
inspecties”, artikel 20/1 invoegen, luidend als volgt:
“Art. 20/1. In artikel 337/2, tweede lid, van de pro-
grammawet van 27 december 2006, ingevoegd bij de
wet van 25 augustus 2012, worden de woorden “onder
andere op basis van de in deze wet bepaalde algemene
criteria” vervangen door de woorden “behalve door de
in deze wet bepaalde algemene criteria”.
VERANTWOORDING
Door deze bepaling, die met dit amendement wordt ge-
wijzigd, is het voor de inspectiediensten in de praktijk vaak
ondoenbaar om de arbeidsrelatie te herkwalifi ceren opdat
hij zou beantwoorden aan de feitelijke socio-economische
verhouding tussen de partijen.
In een moderne arbeidsorganisatie met steeds meer ‘ge-
kwalifi ceerde’ beroepen, organiseren werknemers zelf het
werk en de arbeidstijd (denken we maar aan de trend van
plaats- en tijdsonafhankelijk werken). Dit amendement ligt ook
in de geest van de tweede zin van artikel 331 van dezelfde wet.
Meryame KITIR (sp.a)
Fatma PEHLIVAN (sp.a)
N° 20 DE MMES KITIR ET PEHLIVAN
Art. 20/1 (nouveau)
Dans une section 4/1 intitulée “Inspections plus
efficaces”, insérer un article 20/1 rédigé comme suit:
“Art. 20/1. Dans l’article 337/2, § 2, alinéa 2, de la
loi-programme du 27 décembre 2006, inséré par la loi
du 25 août 2012, les mots “et notamment sur la base
des critères généraux fi xés dans la présente loi” sont
remplacés par les mots “, sauf par les critères généraux
fi xés dans la présente loi”.
JUSTIFICATION
Dans la pratique, cette disposition, modifi ée par le présent
amendement, empêche souvent les services d’inspection de
requalifi er la relation de travail pour qu’elle refl ète le rapport
socio-économique réel entre les parties.
Dans une organisation du travail moderne, qui requiert
toujours plus de qualifi cations, les travailleurs organisent eux-
mêmes le travail et le temps de travail (il suffit de songer à la
tendance au travail sans endroit ni horaire fi xes, par exemple).
Le présent amendement s’inscrit également dans l’esprit de
la deuxième phrase de l’article 331 de la même loi.
25
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 21 VAN DE DAMES KITIR EN PEHLIVAN
Art. 34/1 (nieuw)
In titel II, een hoofdstuk 7 invoegen luidende
“Bijkomende versterking van de competitiviteit, dat
een artikel 34/1 bevat, luidend als volgt:
“Art. 34/1. Vanaf 1 januari 2016 wordt structureel
2,6 miljard euro ter beschikking gesteld voor de verster-
king van de competitiviteit door een grotere verlaging
van de loonkosten.
Dit gebeurt door twee derde van dat bedrag toe te
wijzen aan een versterking van het bedrag F en een der-
de van deze opbrengst toe te wijzen aan een verhoging
van de loongrens S0, gedefi nieerd in artikel 331, eerste
lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002.
De koning bepaalt met welke waarden F en S0 kun-
nen worden aangepast door de toepassing van dit
artikel.”.
Meryame KITIR (sp.a)
Fatma PEHLIVAN (sp.a)
N° 21 DE MMES KITIR ET PEHLIVAN
Art. 34/1 (nouveau)
Dans le titre II, insérer un chapitre 7 intitulé
“Renforcement supplémentaire de la compétitivité”,
contenant un article 34/1, rédigé comme suit:
“Art. 34/1. À partir du 1er janvier 2016, 2,6 milliards
d’euros de fonds structurels seront mis à disposition
pour renforcer la compétitivité par une diminution plus
importante des coûts salariaux.
Deux tiers de ce montant seront affectés au
renforcement du montant F et un tiers sera affecté
à l’augmentation du plafond salarial S0, défini à
l’article 331, alinéa 1er, de la loi-programme (I) du
24 décembre 2002.
Le Roi détermine selon quelles valeurs les montants
F et S0 peuvent être adaptés en application de cet
article.”.
26
1125/002
DOC 54
2014
C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2015
Nr. 22 VAN DE DAMES KITIR EN PEHLIVAN
Art. 34/2 (nieuw)
In het voornoemde hoofdstuk 7, artikel 34/2 in-
voegen, luidend als volgt:
“Art. 34/2. In artikel 331 van de programmawet (I)
van 24 december 2002, laatst gewijzigd bij de wet van
19 december 2014, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1/ er wordt een derde lid ingevoegd, luidend als volgt:
“Per 1 januari 2016 wordt F voor een werknemer van
categorie 1 daarenboven verhoogd met een door de
koning te bepalen bedrag dat het resultaat is van de
toepassing van artikel 2 van de programmawet van …
. Het derde lid wordt het vierde lid, enzovoort.”;
2/ er wordt een negende lid ingevoegd, luidend
als volgt:
“Vanaf het eerste kwartaal 2016 wordt S0, als
bepaald door de koning op basis van het zesde lid,
verhoogd met een bedrag dat het resultaat is van de
toepassing van artikel 2 van de programmawet van
…. Het bestaande negende lid wordt het tiende lid,
enzovoort.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement hangt nauw samen met amendement
nr. 21. Er moet structureel 2,6 miljard euro extra worden toege-
wezen aan de versterking van het concurrentievermogen door
de loonkost voor de bedrijven verder te verlagen. Dit kan door
de bijdragevermindering, bepaald in het competitiviteitspact
en de wet van 15 mei 2014, te verhogen. Twee derde van dat
extra bedrag dient voor de verhoging van de vaste structurele
bijdragevermindering, een derde ervan moet dienen voor
een extra versterking van de lagelonencomponent van die
structurele vermindering. De koning wordt gemachtigd om
daartoe de waarden F en S0 te bepalen, met inachtname van
de voormelde, bij wet geregelde toewijzing.
Meryame KITIR (sp.a)
Fatma PEHLIVAN (sp.a)
N° 22 DE MMES KITIR ET PEHLIVAN
Art. 34/2 (nouveau)
Dans le chapitre 7 précité, insérer un article
34/2 rédigé comme suit:
“Art. 34/2. Dans l’article 331 de la loi-programme (I)
du 24 décembre 2002, modifi é en dernier lieu par la
loi du 19 décembre 2014, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1/ il est inséré un alinéa 3 rédigé comme suit:
“Au 1er janvier 2016, pour un travailleur relevant de la
catégorie 1, F est encore majoré d’un montant fi xé par
le roi. Ce montant résulte de l’application de l’article
2 de la loi programme du … . L’alinéa 3 devient l’alinéa
4, et ainsi de suite.”;
2/ il est inséré un alinéa 9 rédigé comme suit:
“À partir du premier trimestre 2016, S0, fi xé par le
Roi sur la base de l’alinéa 6, est majoré d’un montant
qui résulte de l’application de l’article 2 de la loi pro-
gramme du …. L’actuel alinéa 9 devient l’alinéa 10, et
ainsi de suite.”.
JUSTIFICATION
Le présent amendement est étroitement lié à l’amende-
ment n° 21. Il y a lieu d’affecter structurellement un montant
supplémentaire de 2,6 milliards d’euros au renforcement de
la compétitivité en continuant à réduire les coûts salariaux
auxquels sont soumises les entreprises. Et ce, par une aug-
mentation de la réduction de cotisations prévue par le pacte
de compétitivité et la loi du 15 mai 2014. Deux tiers de ce
montant supplémentaire seront affectés à l’augmentation de la
réduction de cotisations structurelle fi xe, tandis qu’un tiers du
montant servira à renforcer la composante “bas salaires” de la
réduction structurelle. Le Roi est habilité à fi xer les valeurs F
et S0 dans le respect de l’attribution précitée, réglée par la loi.
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale