Document 54K1125/004

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 1125 Verslag 🌐 NL

Inhoud

1962 DOC 54 1125/004 DOC 54 1125/004 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 15 juni 2015 15 juin 2015 AMENDEMENTS déposés en commission des Finances et du Budget AMENDEMENTEN ingediend in de commissie voor de Financiën en de Begroting Voir: Doc 54 1125/ (2014/2015): 001: Projet de loi. 002 et 003: Amendements. Zie: Doc 54 1125/ (2014/2015): 001: Wetsontwerp. 002 en 003: Amendementen. PROJET DE LOI-PROGRAMME ONTWERP VAN PROGRAMMAWET 2 1125/004 DOC 54 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 NR. 5 VAN DE HEER MATHOT c.s. Hoofdstuk 5 (nieuw) In titel 4, een hoofdstuk 5 invoegen: “Intercom- munale verenigingen”. N° 5 DE M. MATHOT ET CONSORTS Chapitre 5 (nouveau) Dans le titre 4, insérer un chapitre 5: “Intercom- munales”. Alain MATHOT (PS) Stéphane CRUSNIERE (PS) Ahmed LAAOUEJ (PS) Peter VANVELTHOVEN (sp.a) 3 1125/004 DOC 54 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 NR. 6 VAN DE HEER MATHOT c.s. Art. 85/1 (nieuw) In voormeld hoofdstuk 5, een artikel 85/1 invoe- gen, luidende: “Art. 85/1. In het Wetboek van de inkomstenbelastin- gen 1992 wordt een artikel 180/1 ingevoegd, luidende: “Art. 180/1. Aan de vennootschapsbelasting zijn niet onderworpen: • de intercommunale verenigingen die ressorteren onder de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales; • de intercommunale verenigingen die ressor- teren onder het decreet van het Waals Gewest van 5  december  1996  betreffende de Waalse intercommunales; • de samenwerkingsverbanden, met uitzondering van de interlokale verenigingen die ressorteren on- der het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwer- king, en de projectverenigingen die ressorteren onder het decreet van het Waals Gewest van 19 juli 2006 tot wijziging van Boek V van het eerste deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decen- tralisatie en betreffende de wijzen van intergemeente- lijke samenwerking; • de autonome gemeentebedrijven die belast zijn met taken van gemeentelijk belang die slechts bijkomstig op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen betrekking hebben of die niet volgens nijverheids- of handelsmethoden worden uitgevoerd.”.”. N° 6 DE M. MATHOT ET CONSORTS Art. 85/1 (nouveau) Dans le chapitre 5 précité, insérer un article 85/1, rédigé comme suit: “Art. 85/1. Dans le Code des impôts sur les revenus 1992 est inséré un article 180/1, rédigé comme suit: “Art. 180/1.  Ne sont pas assujettis à l’impôt des sociétés: • les intercommunales régies par la loi du 22 décem- bre 1986 relative aux intercommunales; • les intercommunales régies par le décret de la Région wallonne du 5 décembre 1996 relatif aux inter- communales wallonnes; • les structures de coopération, à l’exception des associations inter-locales, régies par le décret de la Communauté fl amande du 6 juillet 2001 portant régle- mentation de la coopération intercommunale, et les associations de projet régies par le décret de la Région wallonne du 19 juillet 2006 modifi ant le Livre V de la première partie du Code de la démocratie locale et de la décentralisation et relatif aux modes de coopération entre communes; • les régies communales autonomes qui sont char- gées de missions d’intérêt communal ne comportant qu’accessoirement des opérations industrielles, com- merciales ou agricoles ou ne mettant pas en œuvre des méthodes industrielles ou commerciales.”.”. Alain MATHOT (PS) Stéphane CRUSNIERE (PS) Ahmed LAAOUEJ (PS) Peter VANVELTHOVEN (sp.a) 4 1125/004 DOC 54 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 Nr. 7 VAN DE HEER MATHOT c.s. Art. 85/2 (nieuw) In voormeld hoofdstuk 5 een artikel 85/2 invoe- gen, luidende: “Art. 85/2. Artikel 220, 2°, van hetzelfde wetboek, wordt vervangen door wat volgt: “2° de rechtspersonen die ingevolge artikel 180 of artikel 180bis niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen;”.”. VERANTWOORDING De indieners van dit amendement achten het niet raadzaam intercommunales die tot doel hebben in de non-profi tsector en/of in de sector van gemeentelijk belang actief te zijn, te onderwerpen aan de vennootschapsbelasting. In de memorie van toelichting van de programmawet van 19 december 2014 is sprake van een eerlijke fi scale con- currentie tussen de private en de openbare sector. Indien de regering beoogt de fi scale concurrentie weg te werken, waarom dan vennootschapsbelasting opleggen aan non- profi tsectoren? Het mededingingsargument houdt per defi nitie geen steek in de non-profi tsector. De rechtsonzekerheid ingevolge de tekst van de program- mawet van 19 december 2014 was al aan de kaak gesteld. De wettekst is niet duidelijk, en de minister van Financiën erkende zelf dat een reeks circulaires moest worden uitgebracht om de draagwijdte van de wet nader te bepalen. Ten slotte zal een belasting op de in de non-profi tsector actieve intercommunales onvermijdelijk een weerslag hebben op de facturen van de consumenten. Tal van ziekenhuisinstellingen verkeren bijvoorbeeld al in een moeilijke fi nanciële situatie; de maatregel zou die alleen maar verergeren, met alle mogelijke gevolgen van dien voor de patiënten. Voor gas en elektriciteit hebben verscheidene intercom- munales nu al een stijging van de factuur aangekondigd: ORES heeft het over een stijging van 3 tot 6 %, terwijl EANDIS een impact van 100 miljoen euro op de consumenten heeft aangekondigd, wat overeenstemt met een jaarlijkse toename N° 7 DE M. MATHOT ET CONSORTS Art. 85/2 (nouveau) Dans le chapitre 5 précité, insérer un article 85/2, rédigé comme suit: “Art. 85/2. L’article 220, 2°, de la même loi est rem- placée comme suit: “2° les personnes morales qui, en vertu de l’article 180 ou 180bis, ne sont pas assujetties à l’impôt des sociétés;”.”. JUSTIFICATION  Les auteurs du présent amendement estime qu’il n’est pas prudent de soumettre à l’ISOC des intercommunales qui ont pour objet d’œuvrer dans des secteurs non-marchand et/ou d’intérêt communal. Dans l’exposé des motifs de la loi-programme du 19 décembre 2014, il est question de concurrence fi scale loyale entre le secteur privé et public. Si l’objectif du gouverne- ment est d’annuler la concurrence fi scale, pourquoi soumettre à des secteurs non-marchand l’impôt des sociétés? En effet, de par son objet même, l’argument de la concurrence ne tient pas dans le secteur du non-marchand. L’insécurité juridique du texte de la loi-programme du 19 décembre 2014 avait déjà été dénoncée. Le texte de loi n’est pas clair, le ministre des Finances lui-même reconnais- sait qu’il fallait prendre une série de circulaires pour spécifi er la portée de la loi. Enfi n, taxer les intercommunales dédiées aux secteurs non-marchand aura immanquablement une répercussion sur les factures des consommateurs. Un grand nombre d’institutions hospitalières par exemple se trouvent déjà une situation fi nancière difficile; la mesure ne ferait que l’accentuer, avec des conséquences possibles sur les patients. Pour le gaz et l’électricité, plusieurs intercommunales ont d’ores et déjà annoncé une augmentation sur la facture: ORES parle d’une augmentation de 3 à 6 % tandis qu’EANDIS annonce une répercussion de 100 millions sur les consom- mateurs ce qui représente une hausse qui est de l’ordre de 5 1125/004 DOC 54 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 met ongeveer 150 euro. In zijn energiehoofdstuk bepaalde het regeerakkoord nochtans dat voor de burgers geen sprake zou zijn van enige stijging van de elektriciteits- en gasfactuur. Hetzelfde zal ongetwijfeld het geval zijn voor de huisvuil- ophaling of de waterfactuur. Her en der valt te horen dat de regering bepaalde sectoren zou vrijstellen, maar de indieners willen dienaangaande waarschuwen dat dit het discriminatoir gehalte van de maatregel alleen maar zou aanscherpen. Die discriminatie is meer bepaald al aangeklaagd in verband met de autonome bedrijven, met als voorbeeld de haven van Antwerpen, die niet aan de vennootschapsbelasting zou worden onderworpen. 150 € par an. Or, dans son volet énergie, l’accord de gou- vernement stipulait qu’il n’y aurait aucune augmentation de facture d’électricité et de gaz des citoyens. Il en sera certainement de même pour la collecte des déchets ou encore la facture d’eau. On entend çà et là que le gouvernement exonérerait certains secteurs mais les auteurs veulent mettre en garde que cela ne ferait qu’accentuer la discrimination de la mesure. Discrimination déjà dénoncée par rapport notamment aux régies autonomes qui fait en sorte que le port d’Anvers par exemple, lui ne serait pas soumis à l’ISOC. Alain MATHOT (PS) Stéphane CRUSNIERE (PS) Ahmed LAAOUEJ (PS) Peter VANVELTHOVEN (sp.a) 6 1125/004 DOC 54 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 Nr. 8 VAN DE HEER MATHOT c.s. Art. 85/3 (nieuw) In voormeld hoofdstuk 5 een artikel 85/3 invoe- gen, luidende: “Art. 85/3. In artikel 26, 2°, van de programmawet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1/ de bepaling onder 2° wordt vervangen door wat volgt: “2° de voorheen gereserveerde winsten, al dan niet geïncorporeerd in het kapitaal, de herwaarde- ringsmeerwaarden, alsmede de voorzieningen voor risico’s en kosten die door de intercommunale, het samenwerkingsverband of de projectvereniging zijn ge- boekt in haar jaarrekening met betrekking tot boekjaren afgesloten voor het boekjaar dat verbonden is aan het eerste aanslagjaar waarvoor de intercommunale, het samenwerkingsverband of de projectvereniging aan de vennootschapsbelasting is onderworpen, worden op- genomen onder de “Toestand van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk (en dit onder hun eigen benaming)”; 2/ in het bepaalde onder 3° worden het tweede en het derde lid opgeheven.”. VERANTWOORDING Op 19  december  2005  stelde de heer Chastel vraag nr. 1043 (Schriftelijke vragen en antwoorden, Kamer, 2005- 2006, nr. 114, blz. 21922-21925), die als volgt luidde: “Hoe moet de winst die een VZW die (sic) in het stelsel van de Rechtspersonenbelasting (RPB) heeft gemaakt worden aangemerkt wanneer die vereniging belastbaar wordt in het stelsel van de Vennootschapsbelasting (Ven.B.)?”. De toen- malige minister van Financiën heeft daarop geantwoord “dat de winsten die voortkomen uit verrichtingen die door een VZW werden verwezenlijkt tijdens de periode waaraan zij aan de rechtspersonenbelasting was onderworpen, belaste reserves vormen op de eerste dag van het belastbare tijdperk tijdens hetwelk de betrokken VZW voor het eerst aan de vennoot- schapsbelasting onderworpen is”. N° 8 DE M. MATHOT ET CONSORTS Art. 85/3 (nouveau) Dans le chapitre 5 précité, insérer un article 85/3, rédigé comme suit: “Art. 85/3. A l’article 26, 2°, de la loi-programme du 19 décembre 2014 sont apportées les modifi cations suivantes: 1/ le 2° est remplacé comme suit: “2° les bénéfi ces antérieurement réservés, incor- porés ou non au capital, les plus-values de réévalua- tion ainsi que les provisions pour risques et charges, comptabilisés par l’intercommunale, la structure de coopération ou l’association de projet dans ses comp- tes annuels afférents aux exercices sociaux clôturés avant l’exercice social se rattachant au premier exercice d’imposition pour lequel l’intercommunale, la structure de coopération ou l’association de projet est assujettie à l’impôt des sociétés, sont repris en “Situation des réserves taxées au début de la période imposable sous leur dénomination propre”; 2/ au 3°, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.”. JUSTIFICATION  A la question n°1043 de M. Chastel du 19 décembre 2005 (Questions et Réponses, Chambre, 2005-2006, n° 114, p. 21922-21925) qui était la suivante: “Comment qualifi er le bénéfi ce d’une ASBL réalisé sous régime de l’Impôt des personnes morales (IPM) quand celle-ci devient imposable à l’Impôt des sociétés (Isoc)?”, le ministre des Finances avait répondu “que les bénéfi ces résultant des opérations réalisées par une ASBL, pendant son assujettissement à l’impôt des personnes morales constituent des réserves taxées au 1er jour de la période imposable pour laquelle l’ASBL en question est assujettie à l’impôt des sociétés pour la première fois”. 7 1125/004 DOC 54 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 De minister voegde daaraan toe dat “[d]e bestaande voorzieningen voor risico’s en kosten die werden aangelegd tijdens de periode dat de VZW onderworpen was aan de rechtspersonenbelasting, […] op datzelfde tijdstip eveneens als belaste reserves [moeten] worden aangemerkt”. Uit dat antwoord kon worden afgeleid dat het eerste jaar van onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting, het als reserve gevormde resultaat onder het stelsel van de rechtspersonenbelasting (RPB) alsook de voorzieningen moeten worden ondergebracht onder de “Toestand van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk (en dit onder hun eigen benaming)”. Uit dat antwoord vloeit een totaal ander resultaat voort dan uit de tekst die de meerderheid in december 2014 heeft aangenomen. De memorie van toelichting van de programmawet van 19 december 2014 maakt niet duidelijk waarom de intercom- munales die voor het eerst aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen, anders moeten worden behandeld dan de vzw’s die het voordeel van het stelsel van de rechtsper- sonenbelasting verliezen. De door de regering voorgestelde oplossing lokt felle kritiek uit in de academische wereld. Zo valt in L’Echo van woensdag 3 december 2014 te lezen dat die oplossing afbreuk doet aan: • het grondwettelijk beginsel van de annualiteit van de belasting: het staat immers buiten kijf dat de intercommuna- les aan de rechtspersonenbelasting waren onderworpen tot aan de inwerkingtreding van de bepalingen waarbij zij aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen. Bijgevolg zou een “inhaalbeweging”, waarbij de onder het RPB-stelsel gevormde winst zou worden belast volgens het stelsel van de vennootschapsbelasting, dat grondwettelijk beginsel kun- nen schenden; • het non bis in idem-beginsel: worden de intercommunales voortaan niet dubbel belast van rechtswege? Op de gevormde winst werd immers al de daarop toepasselijke belasting in het raam van het RPB-stelsel geheven. Door het boemerangeffect zal die winst op termijn worden onderworpen aan een nieuw fi scaal stelsel, dat op andere grondslagen stoelt; • het eigendomsrecht: gaat het niet om onteigening langs fi scale weg, die strafbaar is uit het oogpunt van artikel 16 van de Grondwet en van artikel 1 van het Eerste aanvullend proto- col bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens? Le même ministre avait également ajouté que: “doivent également être considérées comme réserves taxées au même moment les provisions pour risques et charges existantes et constituées pendant les périodes imposables de l’assujettis- sement à l’impôt des personnes morales”. Sur la base de cette réponse, il apparaissait que la première année de l’assujettissement à l’impôt des sociétés, le résultat mis en réserve sous régime de l’Impôt des personnes morales (IPM) ainsi que les provisions doivent être repris en “Situation des réserves taxées au début de la période imposable (sous leur dénomination propre)”. Le résultat découlant de cette réponse est totalement dif- férent de ce que la majorité a voté en décembre 2014. L’exposé des motifs de la loi-programme du 19 décembre 2014 ne fait pas apparaître pour quelles raisons les intercommunales qui sont assujetties pour la première fois à l’impôt des sociétés doivent être traitées différemment que les ASBL qui perdent le bénéfi ce du régime de l’impôt des personnes morales. La solution proposée par le gouvernement est fortement critiquée par le monde académique. Ainsi, dans l’Echo publié ce mercredi 3 décembre on peut lire que cette solution porte atteinte: • au principe constitutionnel de l’annualité de l’impôt: il n’est, en effet, pas contestable que les intercommunales étaient soumises à l’IPM jusqu’à l’entrée en vigueur des dispositions organisant leur assujettissement à l’ISoc. Par conséquent, un “rattrapage” organisant une taxation à l’ISoc des bénéfi ces accumulés sous le régime de l’IPM pourrait constituer une violation de ce principe constitutionnel. • au principe “non bis in idem”: ne constitue-t-elle pas une double imposition juridique dans le chef des intercommu- nales? En effet, les bénéfi ces accumulés ont déjà subi leur régime fi scal propre sous le régime de l’IPM. L’effet “boome- rang” a pour effet de les soumettre, à terme, à un nouveau régime fi scal reposant sur d’autres fondements; • au droit de propriété: ne s’agit-il pas d’une expropriation par la voie fi scale, laquelle est susceptible de sanction sous l’angle de l’article 16 de la Constitution et de l’article 1er du premier Protocole additionnel à la Convention européenne des droits de l’homme? 8 1125/004 DOC 54 2014 C H A M B R E 2 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 2 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2015 • het beginsel van de rechtszekerheid, dat zijn grondslag in de rechtsstaat vindt en aldus eveneens een grondwettelijke inslag heeft. Gelet op de bestuurspraktijk en de door de academische kringen aangehaalde juridische argumenten, moet de oplos- sing zijn ingegeven door “fi scale neutraliteit”, wat meer be- paald inhoudt dat het als reserve gevormde resultaat onder het stelsel van de rechtspersonenbelasting (RPB), alsook de voorzieningen, moeten worden ondergebracht onder de “Toestand van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk (en dit onder hun eigen benaming)”. Die oplossing werd overigens bevestigd door de belastingadmi- nistratie naar aanleiding van de vraag van de heer Chastel en het antwoord daarop door de toenmalige minister, aangezien alleen die oplossing ingebed is in het normgevend raamwerk dat het Belgisch fi scaal stelsel regelt. • au principe de sécurité juridique qui, trouvant son fon- dement dans l’État de droit, revêt également une valeur constitutionnelle? Compte tenu de la pratique administrative et des arguments juridiques évoqués par le monde académique, la solution qui doit être retenue est celle de la “neutralité fi scale” à savoir que le résultat mis en réserve sous régime de l’Impôt des personnes morales (IPM) ainsi que les provisions doivent être repris en “Situation des réserves taxées au début de la période imposable (sous leur dénomination propre)”. C’est d’ailleurs celle qui a été consacrée par l’administration fi scale suite à la question posée par Monsieur Chastel et la réponse du ministre de l’époque dans la mesure où cette solution est la seule qui s’inscrit dans le cadre normatif organisant notre système fi scal belge. Alain MATHOT (PS) Stéphane CRUSNIERE (PS) Ahmed LAAOUEJ (PS) Peter VANVELTHOVEN (sp.a) Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot