Inhoud
8223
3361/001
3361/001
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
DOC 53
DOC 53
SOMMAIRE
1. Exposé des motifs .................................................
2. Avant-projet ...........................................................
3. Avis du Conseil d’État ............................................
4. Projet de loi ............................................................
INHOUD
1. Memorie van toelichting ........................................
2. Voorontwerp ..........................................................
3. Advies van de Raad van State ..............................
4. Wetsontwerp ..........................................................
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
betreffende de verzekeringen
relatif aux assurances
3
75
231
252
3
75
231
252
Blz.
Pages
13 février 2014
13 februari 2014
2
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
De regering heeft dit wetsontwerp op 13 februari
2014 ingediend.
De “goedkeuring tot drukken” werd op 14 februari
2014 door de Kamer ontvangen.
Le gouvernement a déposé ce projet de loi le
13 février 2014.
Le “bon à tirer” a été reçu à la Chambre le
14 février 2014.
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 53 0000/000: Document parlementaire de la 53e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
VB
:
Vlaams Belang
cdH
:
centre démocrate Humaniste
FDF
:
Fédéralistes Démocrates Francophones
LDD
:
Lijst Dedecker
MLD
:
Mouvement pour la Liberté et la Démocratie
INDEP-ONAFH
:
Indépendant-Onafhankelijk
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 53 0000/000:
Parlementair document van de 53e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
3
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
EXPOSÉ DES MOTIFS
MESDAMES, MESSIEURS,
Considérations générales
En exécution de l’article 26 de la loi du 2 juillet 2010
modifi ant la loi 2 août 2002 relative à la surveillance du
secteur fi nancier et aux services fi nanciers, ainsi que
la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la
Banque Nationale de Belgique, et portant des dispo-
sitions diverses, l’architecture de contrôle du secteur
belge des assurances a été adaptée, par le biais de
l’arrêté royal du 3 mars 2011 mettant en œuvre l’évolu-
tion des structures de contrôle du secteur fi nancier, pour
pouvoir progresser vers un modèle bipolaire.
Ces adaptations ont conduit à la mise en œuvre du
modèle “Twin Peaks” dans l’organisation même du
contrôle du secteur des assurances: les compétences
de contrôle ont été réparties entre la Banque Nationale
de Belgique (ci-après “la Banque Nationale”) et l’Auto-
rité des services et marchés fi nanciers (ci-après “la
FSMA”). Le contrôle du respect des règles prudentielles,
en particulier des règles visant à préserver la stabilité
macro- et microéconomique du secteur, a été confi é à
la Banque Nationale, tandis que le contrôle du respect
des règles axées sur la protection du consommateur,
notamment des règles visant la création de processus
de marché plus équitables et plus transparents, des
règles assurant des relations correctes entre les inter-
venants sur le marché et des règles destinées à garantir
un traitement honnête, équitable et professionnel des
clients (règles de conduite), a été placé sous la respon-
sabilité de la FSMA.
L’article 45 de la loi du 2 août 2002 relative à la sur-
veillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers
(ci-après “la loi sur la surveillance fi nancière”) a été
adapté afi n d’organiser les compétences de la FSMA
au sein du cadre législatif existant.
Le 30 juillet 2013 a été adoptée la loi visant à renfor-
cer la protection des utilisateurs de produits et services
fi nanciers ainsi que les compétences de l’Autorité des
services et marchés fi nanciers, et portant des disposi-
tions diverses. Cette loi a été promulguée dans le sillage
de la profonde réforme de l’architecture de contrôle
qui avait déjà été entamée, et a pour principal objectif
d’améliorer encore la protection des utilisateurs de
produits et services fi nanciers.
Le présent projet de loi s’inscrit dans le même
mouvement de réorganisation du contrôle. Il poursuit,
en se concentrant spécifi quement sur le secteur des
MEMORIE VAN TOELICHTING
DAMES EN HEREN,
Algemene overwegingen
In uitvoering van artikel 26 van de wet van 2 juli 2010
tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betref-
fende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nan-
ciële diensten en van de wet van 22 februari 1998 tot
vaststelling van het organiek statuut van de Nationale
Bank van België, en houdende diverse bepalingen,
werd bij middel van het Koninklijk Besluit van 3 maart
2011 betreffende de evolutie van de toezichtstructuur
in de fi nanciële sector, de toezichtsarchitectuur van
de Belgische verzekeringssector aangepast naar een
bipolair model.
Deze aanpassingen hebben geleid tot de implemen-
tatie van het zogenaamde “Twin Peaks” model in het
toezicht op de verzekeringssector: de opsplitsing van de
toezichtsbevoegdheden tussen de Nationale Bank van
België (hierna “de Nationale Bank”) en de Autoriteit voor
Financiële Diensten en Markten (hierna, “de FSMA”). Het
toezicht op de prudentiële regels, inzonderheid de regels
ter bescherming van de macro- en micro-economische
stabiliteit van de sector, werd onder de verantwoordelijk-
heden van de Nationale Bank gebracht, en het toezicht
op de regels gericht op de consumentenbescherming,
inzonderheid de regels gericht op de creatie van meer
rechtvaardige en transparante marktprocessen, alsook
de correcte relaties tussen de marktspelers en de regels
die een loyale, billijke en professionele behandeling van
de cliënten (gedragsregels) moeten waarborgen, werd
onder de verantwoordelijkheid van de FSMA gebracht.
Artikel 45 van de wet van 2 augustus 2002 betref-
fende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nan-
ciële diensten (hierna “de wet fi nancieel toezicht”) werd
aangepast ten einde de bevoegdheden van de FSMA
binnen het bestaande wettelijke kader te organiseren.
Op 30 juli 2013 werd de wet tot versterking van de
bescherming van de afnemers van fi nanciële produc-
ten en diensten alsook van de bevoegdheden van
de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en
houdende diverse bepalingen goedgekeurd. Deze wet
volgde op de eerdere diepgaande hervorming van de
toezichtsarchitectuur en was er voornamelijk op gericht
de bescherming van de afnemers van fi nanciële produc-
ten en diensten verder te verbeteren.
Het voorliggende wetsontwerp kadert bin-
nen dezelfde beweging van de reorganisatie van
het toezicht. Het streeft, specifiek gericht op de
4
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
assurances, le même objectif que celui prôné par les
lois déjà adoptées dans le cadre de la réforme.
Ce projet de loi prend appui sur les quatre
éléments suivants:
1. l’obligation de transposer en droit belge les dis-
positions (relatives aux consommateurs) de la directive
2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du
25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assu-
rance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité
II) (ci-après “la directive Solvabilité II”);
2. l’intérêt de simplifi er la législation actuelle concer-
nant la protection du consommateur d’assurances en
procédant à une codifi cation des dispositions perti-
nentes au sein d’une seule loi;
3. la nécessité de préciser la répartition actuelle des
compétences entre la Banque Nationale et la FSMA;
4. le souhait d’accroître la protection du consom-
mateur d’assurances dans quelques domaines spéci-
fi ques, tels que les obligations d’information générales,
l’organisation de la participation aux bénéfi ces et la
segmentation, lesquelles requièrent une plus grande
transparence, les conditions auxquelles les prestations
d’assurance peuvent dans certains cas être liées à des
fonds d’investissement, et les compétences de l’autorité
de contrôle.
Le 25 novembre 2009, le Parlement européen et le
Conseil ont arrêté la directive Solvabilité II. Cette direc-
tive constitue, dans une large mesure, une codifi cation
des directives existantes en matière d’assurances et
vise principalement à assurer le bon fonctionnement
du marché intérieur ainsi que l’accès des entreprises
d’assurances à ce marché. La directive Solvabilité II
comporte essentiellement, mais pas exclusivement, des
dispositions prudentielles. Elle souligne toutefois, dans
son considérant 16, que le principal objectif de la régle-
mentation et du contrôle en matière d’assurances et de
réassurance est de garantir la protection adéquate des
preneurs d’assurance et des bénéfi ciaires. La stabilité
fi nancière ainsi que la stabilité et l’équité des marchés
constituent d’autres objectifs de la réglementation et du
contrôle en matière d’assurances et de réassurance qui
devraient également être pris en compte, sans détourner
cependant de l’objectif principal.
Eu égard à ce considérant, il a été jugé utile d’exami-
ner si le cadre législatif existant répondait pleinement à
l’objectif principal de la réglementation et du contrôle en
matière d’assurances. Cet examen a particulièrement
verzekeringssector, dezelfde doelstelling na als de
eerdere hervormingswetten.
Het wetsontwerp heeft de volgende viervoudige
achtergrond:
1. de verplichting tot implementatie van de (consu-
mentgerichte) bepalingen van de richtlijn 2009/138/
EG van het Europees Parlement en de Raad van 25
november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefe-
ning van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf
(Solvabiliteit II) (hierna “de richtlijn Solvabiliteit II”) in de
Belgische wetgeving;
2. het belang van de vereenvoudiging van de be-
staande wetgeving inzake de bescherming van de
verzekeringsverbruiker door codifi catie van de relevante
bepalingen in één wet;
3. de noodzaak tot verduidelijking van de bestaande
bevoegdheidsverdeling tussen de Nationale Bank
en de FSMA;
4. de wens tot uitbreiding van de bescherming van
de verzekeringsverbruiker op enkele specifi eke domei-
nen, zoals bij de algemene informatieverplichtingen, de
organisatie van de winstdeling en de segmentatie waar
met name de transparantie dient te worden vergroot,
de voorwaarden waaronder verzekeringsuitkeringen
in bepaalde gevallen mogen worden verbonden aan
beleggingsfondsen, en de bevoegdheden van de
toezichthouder.
Op 25 november 2009 werd de richtlijn Solvabiliteit II
door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd.
Deze richtlijn is in belangrijke mate een codifi catie van de
bestaande verzekeringsrichtlijnen en is er voornamelijk
op gericht de goede werking van de interne markt en de
toegang van de verzekeringsondernemingen tot deze
interne markt te verzekeren. De richtlijn Solvabiliteit II
bevat hoofdzakelijk, doch niet uitsluitend, prudentiële
bepalingen. In overweging 16 van deze richtlijn wordt
echter bepaald dat het voornaamste doel van verzeke-
rings- en herverzekeringsregelgeving en -toezicht het
bewerkstelligen van een adequate bescherming van de
verzekeringnemers en de begunstigden is. Financiële
stabiliteit en eerlijke en stabiele markten zijn andere
doelstellingen van verzekerings- en herverzekerings-
regelgeving en -toezicht die eveneens in aanmerking
moeten worden genomen, maar die geen afbreuk mo-
gen doen aan het voornaamste doel.
Deze overweging indachtig werd het nuttig geacht
te onderzoeken of het bestaande wettelijke kader wel
ten volle beantwoordt aan dit voornaamste doel van de
verzekeringsregelgeving en het toezicht hierop. Tijdens
5
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
mis en exergue le grand éparpillement du cadre légis-
latif actuel. Bien que les dispositions existantes servent
un objectif commun et que le contrôle du respect des
dispositions axées sur la protection du consommateur
d’assurances soit en principe exercé par la FSMA, les
règles visant à assurer la protection dudit consommateur
sont actuellement réparties sur plusieurs lois et arrêtés
d’exécution. Il s’agit aussi bien de lois et d’arrêtés
d’exécution à portée générale que de lois et d’arrêtés
d’exécution portant sur un sujet très spécifi que.
Le présent projet de loi constitue une première étape
sur la voie de la simplifi cation du cadre législatif en
la matière.
Il vise principalement à clarifi er, dans l’intérêt du
consommateur d’assurances, la législation actuelle en
matière d’assurances ayant une portée générale, tant
en ce qui concerne les dispositions normatives qu’en
ce qui concerne les dispositions relatives au contrôle,
en rassemblant les différentes lois existantes dans une
seule loi dont l’objectif est d’assurer la protection des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires
et de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution de contrats
d’assurance. Cette codifi cation devrait accroître la lisi-
bilité du cadre législatif actuel et, partant, la protection
du consommateur d’assurances.
Au sein des lois et des arrêtés d’exécution à portée
générale, tant quelques dispositions de la loi du 9 juillet
1975 relative au contrôle des entreprises d’assurances
(ci-après “la loi de contrôle”) que les règles relatives aux
contrats d’assurance et celles relatives à l’intermédia-
tion en assurances revêtent une importance primor-
diale pour la protection des droits du consommateur
d’assurances.
Le projet de loi constitue dès lors essentiellement une
codifi cation de la législation actuelle suivante:
— une partie des dispositions de la loi de contrôle;
— la plupart des dispositions de la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre (ci-après “la loi sur
le contrat d’assurance terrestre”);
— les dispositions de la loi du 11 juin 1874 contenant
les titres X et XI, livre Ier, du code de commerce. Des
assurances en général - De quelques assurances ter-
restres en particulier (ci-après “la loi du 11 juin 1874”); et
— les dispositions de la loi du 27 mars 1995 relative
à l’intermédiation en assurances et en réassurances et
dit onderzoek viel vooral de grote versnippering van het
bestaande wettelijk kader op. Hoewel de bestaande
bepalingen een gemeenschappelijk doel dienen en het
toezicht op deze bepalingen gericht op de bescherming
van de verzekeringsverbruiker in principe door de FSMA
gebeurt, zijn de regels ter bescherming van deze ver-
bruiker vandaag verspreid over verschillende wetten en
uitvoeringsbesluiten. Het betreft hier zowel wetten en
uitvoeringsbesluiten met een algemene strekking, als
wetten en uitvoeringsbesluiten met een zeer specifi ek
onderwerp.
Het voorliggende wetsontwerp is een eerste stap om
het wetgevend kader in dit verband te vereenvoudigen.
Het wetsontwerp is er hoofdzakelijk op gericht de
bestaande verzekeringswetgeving met een algemene
strekking, zowel wat betreft de normatieve bepalin-
gen, als wat betreft de bepalingen in verband met het
toezicht, in het belang van verzekeringsverbruiker te
verduidelijken door de verschillende bestaande wet-
ten samen te brengen in één wet ter bescherming van
de verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigde
en de derden die belang hebben bij de uitvoering van
verzekeringsovereenkomsten. Deze codifi catie dient
de leesbaarheid van het bestaande wettelijke kader,
en hiermee samenhangend, de bescherming van de
verzekeringsverbruiker, te verhogen.
Bij de wetten en de uitvoeringsbesluiten met een
algemene strekking zijn zowel enkele bepalingen uit de
wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verze-
keringsondernemingen (hierna “de controlewet”), als de
regels met betrekking tot de verzekeringsovereenkom-
sten en de regels met betrekking tot de verzekeringsbe-
middeling van primordiaal belang voor de bescherming
van de rechten van de verzekeringsverbruiker.
Het wetsontwerp codifi ceert in grote mate de vol-
gende bestaande wetgeving:
— een deel van de bepalingen uit de controlewet;
— de meeste bepalingen uit de wet van 25 juni 1992
op de landverzekeringsovereenkomst (hierna “de wet
op de landverzekeringsovereenkomst”);
— de bepalingen uit de wet van 11 juni 1874 hou-
dende de titels X en XI, boek I van het Wetboek van
Koophandel. Verzekering in het algemeen. Enige ver-
zekeringen in het bijzonder (hierna “de wet van 11 juni
1874”); en
— de bepalingen uit de wet van 27 maart 1995 betref-
fende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
6
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
à la distribution d’assurances (ci-après “la loi relative à
l’intermédiation en assurances”).
La plupart des dispositions de la loi sur le contrat
d’assurance terrestre, de la loi du 11 juin 1874 et de
la loi relative à l’intermédiation en assurances ont été
reprises telles quelles. Lorsque le texte a été modifi é, il
s’agit principalement de modifi cations qui ne portent pas
sur le fond mais qui ont pour but de rendre l’ensemble
plus compréhensible et plus cohérent. Parmi les modi-
fi cations de fond, l’on relèvera surtout l’extension de la
possibilité pour la FSMA de prendre des mesures de
redressement, tant à l’égard des assureurs qu’à l’égard
des intermédiaires d’assurances et de réassurance.
Comme la loi de contrôle comporte aussi bien des
dispositions prudentielles que des dispositions axées
sur la protection du consommateur, ces dispositions
ne pouvaient, quant à elles, être reprises intégralement
dans le projet de loi.
Bien que la loi de contrôle ait été adaptée selon la
nouvelle architecture de contrôle (la Banque Nationale
ayant été désignée comme l’autorité chargée d’assurer
le contrôle général du respect des dispositions de cette
loi, tout en ayant des obligations d’information envers
la FSMA), il reste évident que le texte de base de la loi
date d’avant la répartition des compétences et qu’en
termes de conception et de structure, ce texte n’est pas
bien adapté au nouveau modèle de contrôle bipolaire.
Le fait également que la compétence précise dont la
FSMA reste dotée au regard de la loi de contrôle soit
réglée par le biais d’une disposition de renvoi fi gurant
dans la loi sur la surveillance fi nancière, n’est pas pro-
pice à la bonne lisibilité du texte. L’application de la loi,
dans la pratique, montre également qu’en dépit des
efforts fournis pour répartir clairement les compétences,
il subsiste encore quelques zones d’ombre. Compte
tenu de ces éléments, il s’avère indiqué de scinder non
seulement les compétences, mais également le cadre
législatif. L’insécurité juridique et le manque de clarté ne
servent en effet aucunement l’intérêt du consommateur
d’assurances, ni celui de l’assureur.
Gardant à l’esprit l’objectif général de la directive
Solvabilité II, le présent projet vise dès lors notamment à
extraire de la loi de contrôle les dispositions qui relèvent
du domaine de compétence de la FSMA pour les loger
dans la nouvelle loi générale axée sur la protection
des intérêts du consommateur d’assurances. Une
plus grande clarté (et surtout lisibilité) sur le plan de la
répartition des compétences en matière de contrôle est
profi table tant aux assureurs qu’aux consommateurs
d’assurances.
en de distributie van verzekeringen (hierna “de wet op
de verzekeringsbemiddeling”).
De meeste bepalingen van de wet op de landverze-
keringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874 en de
wet op de verzekeringsbemiddeling werden ongewijzigd
overgenomen. Waar de tekst toch werd gewijzigd betreft
dit hoofdzakelijk niet-inhoudelijke wijzigingen bedoeld
om het geheel begrijpelijker en meer coherent te maken.
Eén van de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen betreft
de uitbreiding van de mogelijkheden van de FSMA om
herstelmaatregelen te nemen, zowel jegens de verzeke-
raars als jegens de (her)verzekeringstussenpersonen.
De controlewet bevat echter zowel prudentiële be-
palingen als bepalingen gericht op de bescherming van
de verzekeringsverbruiker. Deze bepalingen konden dus
niet zonder meer in hun geheel worden overgenomen
in het ontwerp.
Hoewel de controlewet werd aangepast aan de
nieuwe toezichtstructuur (de Nationale Bank werd aan-
gesteld als de algemene toezichthouder op de naleving
van de bepalingen van de controlewet, met informatie-
plichten naar de FSMA), blijft het duidelijk dat de basis-
tekst van de wet dateert van voor de splitsing van de
bevoegdheden en qua opzet en opdeling dus niet goed
is aangepast aan het nieuwe bipolaire toezichtsmodel.
Ook het feit dat de precieze nog bestaande bevoegd-
heid van de FSMA ten aanzien van de controlewet door
middel van een verwijzingsbepaling in de wet fi nancieel
toezicht wordt geregeld, komt de leesbaarheid van de
tekst niet ten goede. Uit de toepassing in de praktijk
blijkt tevens dat er, ondanks de inspanningen om de
bevoegdheden duidelijk op te delen, toch nog enkele
grijze zones blijven bestaan. Gelet hierop is het aange-
wezen om niet enkel de bevoegdheden op te splitsen,
maar ook het wetgevend kader. Juridische onzekerheid
en onduidelijkheid is immers niet in het belang van de
verzekeringsverbruiker, noch van de verzekeraar.
De algemene doelstelling van de richtlijn Solvabiliteit
II indachtig, beoogt voorliggend ontwerp dan ook onder
meer die bepalingen uit de controlewet die tot de be-
voegdheidssfeer van de FSMA behoren af te splitsen
van de controlewet en onder te brengen in de nieuwe
algemene wet ter bescherming van de belangen van
de verzekeringsverbruiker. Een grotere duidelijkheid
(en vooral leesbaarheid) op het vlak van de bevoegd-
heidsverdeling inzake het toezicht is in het belang van
zowel de verzekeraars, als de verzekeringsverbruikers.
7
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Le projet de loi assure par ailleurs déjà la trans-
position de la plupart des dispositions de la directive
Solvabilité II qui portent sur la protection des consom-
mateurs d’assurances. Il confère notamment un ancrage
légal aux dispositions de la directive Solvabilité II qui
traitent de l’information précontractuelle et contractuelle.
Outre les dispositions insérées sur la base de la direc-
tive Solvabilité II, le projet de loi comporte également
quelques autres innovations normatives allant dans le
sens de la protection du consommateur d’assurances.
C’est ainsi qu’il énonce quelques obligations par-
ticulières à respecter dans le cas des assurances qui
relèvent du groupe d’activités “vie” et qui sont liées à
un fonds d’investissement. Si le preneur d’assurance
est un client de détail et que l’engagement est situé en
Belgique, les prestations d’assurance ne pourront, selon
le projet, être liées qu’aux actifs et/ou fonds d’investis-
sement dont il donne la liste.
Le projet de loi instaure en outre des limitations
légales en matière de segmentation pour les contrats
d’assurance les plus fréquents (en prévoyant principale-
ment une interdiction de discrimination et une obligation
de plus grande transparence) et accroît également la
transparence concernant la participation aux bénéfi ces.
Enfi n, comme on l’a brièvement évoqué ci-dessus et
toujours dans le souci d’assurer une protection aussi
adéquate que possible du consommateur d’assurances,
le projet de loi contient quelques dispositions particu-
lières ayant un impact sur le contrôle et les possibilités
d’intervention de l’autorité de contrôle.
Les possibilités pour la FSMA d’agir de manière indé-
pendante et directe en cas d’infraction à la loi en projet et
de prendre des mesures adéquates en toute autonomie
(avec, le cas échéant, une obligation d’information vis-
à-vis de la Banque Nationale) ont été élargies, tant à
l’égard des assureurs qu’à l’égard des intermédiaires.
Le choix a également été fait de doter la loi en projet
d’un champ d’application général qui soit large. Le
principe de base est que les obligations imposées par
la loi aux assureurs ou aux intermédiaires d’assurances
et de réassurance sont applicables, sans préjudice des
limitations du champ d’application prévues par la loi
même, à tous les assureurs belges et à tous les assu-
reurs étrangers qui ont un établissement en Belgique
ou qui exercent des activités d’assurance en Belgique
sans y être établis, ainsi qu’aux intermédiaires d’assu-
rances et aux intermédiaires de réassurance dont l’État
Het ontwerp voorziet tevens reeds in de omzetting
van de meeste bepalingen uit de richtlijn Solvabiliteit
II die betrekking hebben op de bescherming van de
verzekeringsverbruikers. Zo wordt er onder meer een
wettelijke verankering gegeven aan de bepalingen uit de
richtlijn Solvabiliteit II in verband met de precontractuele
en contractuele informatie.
Naast de bepalingen die werden opgenomen op
grond van de richtlijn Solvabiliteit II, worden ook enkele
andere normatieve nieuwigheden ter bescherming van
de verzekeringsverbruiker voorgesteld.
Zo werden er enkele bijzondere verplichtingen op-
genomen voor die verzekeringen die behoren tot de
groep activiteiten “leven” en die verbonden zijn met
een beleggingsfonds. Voor zover de verzekeringne-
mer een niet-professionele cliënt is en de verbintenis
in België ligt, zullen de verzekeringsuitkeringen op
grond van het ontwerp slechts verbonden mogen zijn
met de in het ontwerp opgenomen lijst van activa en/of
beleggingsfondsen.
Verder werden wettelijke beperkingen inzake seg-
mentatie bij de meest voorkomende verzekerings-
contracten voorzien (met voornamelijk een verbod op
discriminatie en een verscherping van de transparantie)
en werd de transparantie in verband met de winstde-
ling vergroot.
Tenslotte werden, zoals reeds kort vermeld, en tevens
met het oog op een zo adequaat mogelijke bescherming
van de verzekeringsverbruiker, in het wetsontwerp en-
kele bijzondere bepalingen met impact op het toezicht
en de interventiemogelijkheden van de toezichthouder
opgenomen.
De mogelijkheden voor de FSMA om zelfstandig en
rechtstreeks op te treden tegen overtredingen van de
ontwerpwet en om zelfstandig passende maatregelen te
nemen (desgevallend met een informatieplicht jegens de
Bank) werden verruimd, zowel jegens de verzekeraars
als tegen de tussenpersonen.
Wat het toepassingsgebied betreft, werd er voor
geopteerd om te vertrekken van een ruim algemeen
toepassingsgebied. Het uitgangspunt is dat de verplich-
tingen die overeenkomstig deze ontwerpwet worden
opgelegd aan verzekeraars, dan wel de (her)verzeke-
ringstussenpersonen, onverminderd de in de wet zelf
vastgestelde beperkingen aan het toepassingsgebied,
van toepassing zijn op alle Belgische verzekeraars
en alle buitenlandse verzekeraars die een vestiging
hebben in België of die in België verzekeringsacti-
viteiten uitoefenen zonder er gevestigd te zijn en de
8
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
membre d’origine est la Belgique ou qui exercent leur
activité en Belgique.
À la différence de ce que fait, par exemple, l’article 63
de la loi de contrôle, il a été jugé préférable de ne pas
utiliser, dans le projet de loi, une disposition de renvoi
pour désigner les articles qui s’appliquent ou non aux
entreprises d’assurances de l’EEE et/ou à d’autres
assureurs étrangers. Une disposition de renvoi n’accroît
pas, en général, la lisibilité d’une loi. Le risque existe en
outre, lorsqu’il est fait usage d’une disposition de ren-
voi, que les modifi cations ultérieures de la loi ne soient
pas apportées correctement dans cette loi. Ainsi, par
exemple, l’article 63, § 2, de la loi de contrôle renvoie
à l’article 20, § 1er, de cette loi, alors que l’article 20
en question n’est entre-temps plus subdivisé en para-
graphes. A cela s’ajoute que l’application de la plupart
des dispositions de la loi en projet ne dépend pas de
l’origine de l’assureur, mais du lieu où est situé le risque
ou l’engagement, ou du droit applicable au contrat.
Compte tenu de ce qui précède, la loi en projet ne
recourt pas à une disposition de renvoi pour limiter, si
nécessaire, le champ d’application (territorial), mais
procède à une limitation dudit champ d’application
directement dans ses dispositions mêmes, par section
ou par article.
Eu égard au caractère technique et complexe de la
réglementation en matière d’assurances, il est impos-
sible pour le législateur d’arrêter directement toutes les
règles applicables. C’est pourquoi plusieurs dispositions
comportent une habilitation au Roi qui pourra ainsi, sur
avis de la FSMA, élaborer de manière plus précise et
affiner le cadre législatif.
L’intention est que les dispositions relatives à la
protection du consommateur d’assurances qui fi gurent
dans les arrêtés d’exécution existants, tels que l’arrêté
royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif
au contrôle des entreprises d’assurances (ci-après “le
règlement général”) et l’arrêté royal du 14 novembre
2003 relatif à l’activité d’assurance sur la vie (ci-après
“l’arrêté royal Vie”), demeurent, par le biais de la loi en
projet, applicables comme base légale aussi longtemps
qu’elles ne sont pas abrogées ou modifi ées. En cas
de contradiction avec la loi en projet, ce sont les dis-
positions de cette loi qui prévalent. Ce point est réglé
explicitement à l’article 348, § 2, du projet de loi.
verzekeringstussenpersonen en de herverzekeringstus-
senpersonen met België als lidstaat van herkomst of die
in België werkzaam zijn.
Anders dan in bijvoorbeeld artikel 63 van de contro-
lewet werd ervoor geopteerd om in het wetsontwerp
niet te werken met een verwijzingsbepaling om aan
te duiden welke artikelen wel of niet gelden voor EER
verzekeringsondernemingen en/of andere buitenlandse
verzekeraars. Zulke verwijzingsbepalingen verhogen
in het algemeen de leesbaarheid van een wet niet. Bij
zulke verwijzingsbepalingen bestaat altijd het risico dat
latere wijzigingen aan de wet hierin niet correct worden
verwerkt. Zo verwijst het artikel 63, § 2 van de controle-
wet bijvoorbeeld naar artikel 20, § 1 van de controlewet,
terwijl artikel 20 van de controlewet ondertussen niet
langer is opgedeeld in paragrafen. Bovendien is de toe-
passing van de meeste bepalingen van de ontwerpwet
niet afhankelijk van de herkomst van de verzekeraar,
maar wel van de plaats van het risico of de verbintenis
of van het op de overeenkomst toepasselijke recht.
Gelet op het bovenstaande vertrekt het wetsontwerp
niet van een verwijzingsbepaling om het (territoriale)
toepassingsgebied waar nodig te beperken, maar werd
de toepassing van de bepalingen rechtstreeks in de
bepalingen zelf, per sectie of per artikel, beperkt.
Rekening houdende met het technisch en complex
karakter van de verzekeringsregelgeving, waarbij het
voor de wetgever onmogelijk is om rechtstreeks alle
toepasselijke regels vast te leggen, werd voorzien
verschillende bepalingen ook in een machtiging aan
de Koning om, na advies van de FSMA, het wettelijke
kader verder uit te werken en te verfi jnen.
Het is de bedoeling dat de bepalingen in verband
met de bescherming van de verzekeringsverbruiker in
de bestaande uitvoeringsbesluiten, zoals het Koninklijk
Besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen
reglement betreffende de controle op de verzekerings-
ondernemingen (hierna het “algemeen reglement”) en
Koninklijk Besluit van 14 november 2003 betreffende
de levensverzekeringsactiviteit (hierna “KB Leven”),
met dit wetsontwerp als wettelijke basis van toepassing
blijven zolang zij niet worden opgeheven of gewijzigd. In
geval van tegenstrijdigheid met dit ontwerp, prevaleren
de bepalingen van dit ontwerp. Dit wordt uitdrukkelijk
geregeld in artikel 348, § 2, van het wetsontwerp.
9
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
COMMENTAIRE DES ARTICLES
PARTIE 1RE
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
Articles 1er à 4
Objet et champ d’application
Ces articles précisent le champ d’application de la
loi en projet.
Le principe de base est que les dispositions de la
loi en projet auxquelles sont soumis les assureurs
s’appliquent à tous les assureurs belges et à tous
les assureurs étrangers qui ont un établissement en
Belgique ou qui exercent des activités d’assurance en
Belgique sans y être établis, et que les dispositions de
la loi en projet auxquelles sont soumis les intermédiaires
d’assurances et/ou les intermédiaires de réassurance
s’appliquent aux intermédiaires d’assurances et aux
intermédiaires de réassurance dont l’État membre
d’origine est la Belgique ou qui exercent leur activité
en Belgique, à moins que la loi ne déroge à cette règle.
Comme on l’a déjà précisé ci-dessus, ce champ d’appli-
cation est affiné dans la loi même (directement par titre,
par chapitre, par section et/ou par disposition).
La notion d’assureur est prise dans une acception
large (sa teneur exacte est précisée à l’article 5 du
projet, qui contient les termes défi nis). En effet, sous
l’angle de la protection du consommateur d’assurances,
ni la taille d’une entité, ni sa qualité professionnelle,
ni sa façon d’opérer n’ont vraiment d’importance.
Un assureur, qu’il soit soumis ou non à l’obligation
d’agrément, qu’il soit autorisé ou non, doit en principe
toujours se conformer aux règles visant la protection du
consommateur d’assurances et, en ce qui concerne le
respect de cette obligation, être soumis au contrôle de
la FSMA. Le fait pour un assureur de tomber ou non
dans le champ d’application de la loi dépend donc en
principe uniquement de l’activité qu’il exerce et non
de la détention ou non, dans son chef, d’un agrément
permettant d’exercer cette activité.
Le projet de loi ne porte pas sur les matières pru-
dentielles, celles-ci relevant des compétences de la
Banque Nationale.
Étant donné que le projet de loi vise principalement la
protection du consommateur d’assurances, l’exclusion
des entreprises de réassurance, actuellement prévue
par la loi de contrôle, a été reprise partiellement. La
plupart des dispositions du projet de loi ne sont donc pas
applicables aux entreprises qui exercent uniquement
ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING:
DEEL 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikelen 1 t/m 4
Doel en toepassingsgebied
Deze artikelen verduidelijken het toepassingsgebied
van het wetsontwerp.
Het uitgangspunt van het wetsontwerp is dat de bepa-
lingen ervan die van toepassing zijn op de verzekeraars,
toepasselijk zijn voor alle Belgische verzekeraars en
voor alle buitenlandse verzekeraars die een vestiging
hebben in België of die in België verzekeringsactiviteiten
uitoefenen zonder er gevestigd te zijn, en de bepalingen
ervan die van toepassing zijn op de verzekeringstus-
senpersonen en/of de herverzekeringstussenpersonen,
toepasselijk zijn voor de verzekeringstussenpersonen
en de herverzekeringstussenpersonen met België als
lidstaat van herkomst of die in België werkzaam zijn,
tenzij de wet zelf hiervan afwijkt. Zoals hierboven reeds
toegelicht wordt het toepassingsgebied in het wets-
ontwerp zelf verder verfi jnd (rechtstreeks per titel, per
hoofdstuk, per afdeling, en/of per bepaling).
Het begrip “verzekeraar” krijgt een ruime invulling (de
precieze betekenis wordt verduidelijkt in artikel 5 van het
ontwerp dat de gedefi nieerde termen bevat). In het licht
van de bescherming van de verzekeringsverbruiker is
immers noch de grootte, noch de beroepshoedanigheid,
noch de werkwijze van de betrokken entiteit van belang.
Een verzekeraar moet zich in principe altijd, vergun-
ningplichtig of niet, toegelaten of niet, houden aan de
regels ter bescherming van de verzekeringsverbruiker,
en wat de naleving van deze verplichtingen betreft onder
het toezicht van de FSMA vallen. Het al dan niet onder
het toepassingsgebied van het wetsontwerp vallen is
in principe dan ook enkel afhankelijk van de door hem
verrichte activiteit en niet van het al dan niet verkregen
hebben van een vergunning voor die activiteit.
Het ontwerp van wet heeft geen betrekking op pru-
dentiële materies, welke tot de bevoegdheid van de
Nationale Bank behoren.
Aangezien het wetsontwerp hoofdzakelijk de be-
scherming van de verzekeringsverbruiker tot doel
heeft, werd, wat de herverzekeringsondernemingen
betreft, de momenteel in de controlewet bestaande uit-
sluiting ten dele overgenomen. De meeste bepalingen
van het ontwerp zijn bijgevolg niet van toepassing op
10
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’activité de réassurance, sans effectuer d’opérations
d’assurance directe, soit elles-mêmes, soit par le
biais d’un établissement. La restriction actuelle a été
adaptée en ce sens que ces entreprises ne peuvent
effectuer nulle part d’opérations d’assurance directe,
cette interdiction ne visant plus uniquement le territoire
belge. L’on tend ainsi à éviter que des entreprises de
réassurance belges puissent proposer des opérations
d’assurance directe à l’étranger sans que la FSMA ait
la faculté d’intervenir en cas de pratiques abusives à
l’égard des consommateurs dans l’exercice de ces
activités à l’étranger.
Les dispositions restreignant le champ d’application
général ont été en grande partie reprises de la loi de
contrôle, moyennant, le cas échéant, quelques adap-
tations visant à aligner la terminologie utilisée sur celle
de la directive Solvabilité II.
Le pouvoir d’exclusion, d’adaptation et/ou de limita-
tion du champ d’application que le projet de loi confère
au Roi en ce qui concerne les associations d’assu-
rances mutuelles et les sociétés mutualistes est celui
que prévoient actuellement la loi de contrôle et la loi
sur le contrat d’assurance terrestre. En ce qui concerne
le pouvoir d’exclusion, d’adaptation et/ou de limitation
prévu pour les associations d’assurances mutuelles,
le projet de loi n’entend toutefois pas dépasser la
portée de l’habilitation au Roi qui fi gure dans la loi de
contrôle. Aussi cette habilitation ne vise-t-elle, en ce qui
concerne les dispositions du projet de loi reprises de la
loi de contrôle, que l’instauration d’exceptions pour les
associations d’assurances mutuelles locales.
Les autres habilitations données au Roi proviennent
de la loi de contrôle. La disposition en vertu de laquelle
le Roi, en vue de l’exécution d’obligations découlant
pour la Belgique de traités ou d’accords internationaux,
est habilité à dispenser les assureurs ou intermédiaires
d’assurances étrangers de tout ou partie des obligations
résultant de la loi, a été précisée en ce sens que cette
habilitation ne peut s’exercer que par le biais d’un arrêté
délibéré en Conseil des ministres.
Tous les pouvoirs d’exclusion, de limitation ou d’adap-
tation conférés au Roi ne peuvent s’exercer que sur avis
de la FSMA. Dans l’avis qu’il a rendu sur l’avant-projet
de loi, le Conseil d’État relève que les mots “op advies
van”, pourtant souvent utilisés dans le passé, que ce
soit dans la loi de contrôle ou dans d’autres législations,
et repris tels quels dans l’avant-projet de loi, ne sont
pas clairs et semblent être la contraction, d’une part,
des mots “na advies van” et, d’autre part, des mots
“op voorstel van” (point 4.6). Compte tenu de cette
remarque, les mots “op advies van” ont été remplacés,
dans l’ensemble du projet, par les mots “na advies van”.
ondernemingen die enkel aan herverzekeringen doen
zonder eveneens, zelf dan wel via een vestiging, aan
rechtstreekse verzekeringen te doen. De bestaande
beperking werd aangepast in die zin dat de onder-
nemingen nergens aan rechtstreekse verzekeringen
mogen doen en niet enkel niet in België. Zo tracht men
te vermijden dat Belgische herverzekeraars in het bui-
tenland rechtstreekse verzekeringen zouden kunnen
aanbieden zonder dat de FSMA zou kunnen optreden
bij wanpraktijken jegens de verbruikers bij het uitoefenen
van deze activiteiten in het buitenland.
De wettelijke beperkingen aan het algemene toepas-
singsgebied werden grotendeels overgenomen uit de
controlewet, desgevallend aangepast aan de termino-
logie van de richtlijn Solvabiliteit II.
De bevoegdheid tot uitsluiting, aanpassing en/of be-
perking voor de onderlinge verzekeringsverenigingen
en de maatschappijen van onderlinge bijstand die aan
de Koning werd gegeven, werd overgenomen uit de
controlewet en uit de wet op de landverzekeringsover-
eenkomst. Het is echter niet de bedoeling om wat de
bevoegdheid tot uitsluiting, aanpassing en/of beperking
voor de onderlinge verzekeringsverenigingen betreft,
verder te gaan dan wat de huidige bevoegdheidsbe-
paling uit de controlewet toelaat. Wat de bepalingen
betreft die in het wetsontwerp werden overgenomen
uit de controlewet, is deze bevoegdheid dan ook enkel
gericht op uitzonderingen voor de lokale onderlinge
verzekeringsverenigingen.
De andere mogelijkheden voor de Koning werden
overgenomen uit de controlewet. Bij de machtiging
aan de Koning om, met het oog op de uitvoering van
verplichtingen die voor België uit internationale verdra-
gen of overeenkomsten voortvloeien, de buitenlandse
verzekeraars of verzekeringstussenpersonen van de
verplichtingen uit deze wet of van een gedeelte ervan
te ontslaan, werd toegevoegd dat dit enkel bij een in de
Ministerraad overlegd besluit kan gebeuren.
Alle bevoegdheden tot uitsluiting, beperking of aan-
passing door de Koning werden onderworpen aan een
advies door de FSMA. In het advies van de Raad van
State over het voorontwerp van wet wordt aangegeven
dat de in het verleden in de controlewet en in andere
wetgeving veelvuldig gebruikte en als dusdanig in het
voorontwerp overgenomen terminologie “op advies van”,
niet duidelijk is en een samentrekking lijkt te zijn van
enerzijds “na advies van” en anderzijds “op voorstel van”
(punt 4.6). Gelet hierop werden de woorden “op advies
van” doorheen het ontwerp gewijzigd in “na advies van”.
Waar de woorden “op voorstel van” werden gebruikt in
11
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Les mots “op voorstel van” ont en revanche été mainte-
nus lorsqu’ils fi guraient tels quels dans les dispositions
légales existantes, désormais reprises dans le projet
de loi. L’avis du Conseil d’État, initialement établi en
néerlandais, répercute dans sa traduction française la
même remarque concernant l’usage des mots “sur avis
de”. Or, le risque de confusion entre les expressions “sur
avis de” et “sur proposition de” n’existe pas en français,
dans la mesure où ces expressions ont un sens bien dis-
tinct. En effet, un “avis” suppose toujours une demande
préalable de l’autorité investie du pouvoir de décision.
L’expression “sur avis de” a donc été maintenue dans
le projet au sens de “na advies van”.
L’article 4 du projet de loi énumère, en son para-
graphe 7, les entités qui sont actuellement exclues du
champ d’application de la loi de contrôle en vertu de
l’article 2, § 2, de cette loi, et les exclut du champ d’appli-
cation de l’ensemble du projet de loi. Le point 3° de ce
paragraphe vise à mettre en œuvre l’article 9, point 2),
de la directive Solvabilité II. Les exclusions prévues ont
principalement pour but d’éviter tout chevauchement ou
contradiction avec les lois de contrôle particulières qui
existent déjà. Comme, en raison du caractère technique
et complexe de la réglementation en matière d’assu-
rances, il est impossible pour le législateur d’arrêter
directement toutes les règles applicables, le paragraphe
8 prévoit la possibilité pour le Roi de déclarer, par voie
d’arrêté délibéré en Conseil des ministres, certaines
parties de la loi applicables à une ou plusieurs de ces
entités exclues, si cela s’avère nécessaire pour pouvoir
garantir une protection adéquate du consommateur
d’assurances.
Article 5
Défi nitions
Cet article défi nit un certain nombre de notions qui
sont utilisées dans le projet de loi.
Il reprend certaines notions défi nies dans la loi de
contrôle, lesquelles ont été sélectionnées en fonc-
tion de leur pertinence pour le présent projet de loi. Il
reprend également les défi nitions fi gurant dans la loi
sur le contrat d’assurance terrestre et la loi relative à
l’intermédiation en assurances qui sont pertinentes
pour l’ensemble du projet de loi. Les autres défi nitions
de ces deux lois ont, quant à elles, été intégrées dans
les parties spécifi ques du projet qui règlent le contrat
d’assurance terrestre et l’intermédiation en assurances.
Quelques défi nitions ont été reprises des lois exis-
tantes sans aucune modification. D’autres ont été
adaptées afi n de veiller à la cohérence des différentes
de bestaande wettelijke bepalingen, werden deze als
dusdanig behouden in de overgenomen bepalingen. Het
advies van de Raad van State, dat oorspronkelijk in het
Nederlands werd opgesteld, bevat in de Franse vertaling
dezelfde opmerking in verband met het gebruik van de
woorden “sur avis de”. In het Frans hebben de uitdruk-
kingen “sur avis de” en “sur proposition de” echter een
duidelijk onderscheiden betekenis en bestaat er geen
risico op verwarring tussen beide. Een advies (“un avis”)
veronderstelt immers steeds een voorafgaand verzoek
tot advies van de bevoegde overheid. In het ontwerp
werd de uitdrukking “sur avis de” in de betekenis van
“na advies van” dan ook behouden.
In het artikel 4, § 7 van het wetsontwerp werden de op
grond van artikel 2, § 2 van de controlewet uitgesloten
entiteiten overgenomen en dus uitgesloten uit het toe-
passingsgebied van de volledige ontwerpwet. Punt 3 van
deze paragraaf werd opgenomen ter implementatie van
artikel 9.2 van de richtlijn Solvabiliteit II. De uitsluitingen
hebben hoofdzakelijk tot doel overlap en contradicties
met de reeds bestaande bijzondere toezichtswetten te
vermijden. Gelet op het technisch en complex karakter
van de verzekeringsregelgeving, waarbij het voor de
wetgever onmogelijk is om rechtstreeks alle toepasse-
lijke regels vast te leggen, werd in paragraaf 8 voorzien
in de mogelijkheid voor de Koning om, indien dit nodig
zou blijken om een adequate bescherming van de ver-
zekeringsverbruiker te kunnen garanderen, via een in
de Ministerraad overlegd besluit bepaalde delen van de
wet toch van toepassing te maken op een of meerdere
van deze uitgesloten entiteiten.
Artikel 5
Defi nities
Dit artikel defi nieert een aantal begrippen die in het
ontwerp van wet worden gebruikt.
Uit de controlewet werd een selectie gemaakt van
de begrippen die relevant zijn in dit ontwerp van wet.
Uit de wet op de landverzekeringsovereenkomst en
de wet op de verzekeringsbemiddeling werden in dit
artikel de defi nities overgenomen die relevant zijn voor
het ontwerp van wet in zijn geheel. In de specifi eke
delen die de landverzekeringsovereenkomst en de
verzekeringsbemiddeling regelen werden de overige
defi nities hernomen.
Enkele defi nities werden ongewijzigd overgenomen
uit de bestaande wetten. Andere werden aangepast ten
einde coherentie te verkrijgen tussen de verschillende
12
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
dispositions légales, puisque plusieurs lois sont doré-
navant rassemblées dans une seule loi.
Quelques défi nitions ont également été ajoutées.
Elles concernent les termes “assureur”, “assureur
belge”, “entreprise d’assurances belge”, “assureur de
l’EEE”, “entreprise d’assurances de l’EEE”, “assureur
étranger”, “entreprise d’assurances étrangère”, “assu-
reur d’un pays tiers”, “entreprise d’assurances d’un pays
tiers”, “agrément” et “siège principal”.
Eu égard à l’objectif de la loi et au large champ
d’application qui en découle, le choix a été fait d’utiliser
la notion d’”assureur” et non celle d’”entreprise d’assu-
rances” comme notion de base. En effet, en vertu de la
directive Solvabilité II et de la législation belge relative au
contrôle prudentiel, le terme “entreprise d’assurances”
est réservé aux entreprises qui sont soumises à un
contrôle prudentiel ou qui, en raison simplement de leur
taille modeste, sont dispensées du respect des obliga-
tions imposées par la législation prudentielle. Comme
on l’a déjà indiqué ci-dessus (voir le commentaire de
l’article 3), la loi en projet ne vise pas uniquement ces
entreprises. La défi nition de la notion d’assureur est
large: elle inclut toute personne ou entreprise qui, en
tant que partie contractante, offre de souscrire un ou
des contrats d’assurance, quelle que soit la qualité
professionnelle de cette personne et qu’il soit fait usage
ou non de techniques actuarielles lors de la conclusion
du contrat.
Étant donné que la défi nition précise de la notion
d’entreprise d’assurances relève du domaine prudentiel,
la loi en projet ne défi nit pas ce terme. L’article 6, § 4,
indique en revanche ce qu’il y a lieu d’entendre par
“entreprise d’assurances” pour l’application de cette loi
et de ses arrêtés d’exécution. La loi précise par ailleurs
expressément ce que visent les notions d’ “entreprise
d’assurances belge “et d’ “entreprise d’assurances
de l’EEE”.
Par “entreprise d’assurances belge”, l’on entend toute
entreprise d’assurances dont le siège principal est situé
en Belgique et qui a obtenu de la Banque Nationale un
agrément pour l’exercice d’activités d’assurance ou qui,
en vertu du régime instauré en Belgique en application
de l’article 4 de la directive 2009/138/CE, est autorisée
à exercer des activités d’assurance en Belgique sans
disposer d’un agrément.
La loi en projet comporte également une défi nition de
la notion d’”entreprise d’assurances de l’EEE”. Dans les
dispositions normatives de la loi, la notion d’”entreprise
d’assurances de l’EEE” est principalement utilisée pour
indiquer celles des dispositions de la loi qui, compte
wetsbepalingen gelet op de samenvoeging van verschil-
lende wetten in een wet.
Er zijn tevens enkele defi nities toegevoegd. De ter-
men “verzekeraar”, “Belgische verzekeraar”, “Belgische
verzekeringsonderneming”, “EER verzekeraar”, “EER
verzekeringsonderneming”, “buitenlandse verzekeraar”,
“buitenlandse verzekeringsonderneming”, “verzekeraar
van een derde land”, “verzekeringsonderneming van een
derde land”, “vergunning” en “hoofdkantoor” werden
gedefi nieerd.
Gelet op het doel van de wet en het hiermee sa-
menhangende ruime toepassingsgebied, werd ervoor
geopteerd om het begrip “verzekeraar” en niet “verze-
keringsonderneming” te hanteren als basisbegrip. Op
grond van de Richtlijn Solvabiliteit II en de Belgische
prudentiële controlewetgeving is de term “verzeke-
ringsonderneming” immers voorbehouden voor die
ondernemingen die onder prudentiëel toezicht staan
of die louter omwille van hun bescheiden omvang zijn
vrijgesteld van de verplichtingen uit de prudentiële
wetgeving. Zoals hierboven reeds toegelicht (zie de
toelichting bij artikel 3), is deze wet hiertoe echter niet
beperkt. De omschrijving van het begrip “verzekeraar”
is ruim en omvat elke persoon of onderneming die als
contractspartij verzekeringsovereenkomst(en) aanbiedt,
ongeacht de beroepshoedanigheid van deze persoon
en ongeacht of bij het afsluiten van de overeenkomst
gebruik wordt gemaakt van actuariële technieken.
Aangezien de precieze invulling van dit begrip tot
het prudentiële domein behoort, bevat deze wet geen
defi nitie van het begrip verzekeringsonderneming. Wel
wordt in artikel 6, § 4 toegelicht wie er voor de toepassing
van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten als “verzeke-
ringsonderneming” wordt beschouwd. De wet bepaalt
ook uitdrukkelijk wat er dient te worden verstaan onder
de begrippen “Belgische verzekeringsonderneming” en
“EER verzekeringsonderneming”.
Onder “Belgische verzekeringsonderneming” wordt
verstaan elke verzekeringsonderneming waarvan het
hoofdkantoor in België ligt en die een vergunning van de
Nationale Bank heeft verkregen om verzekeringsactivi-
teiten te verrichten, of die, op grond van het in uitvoering
van artikel 4 van de Richtlijn 2009/138/EG in België
geldende regime, toegelaten is om zonder vergunning
verzekeringsactiviteiten te verrichten in België.
Het wetsontwerp bevat ook een defi nitie van de term
“EER verzekeringsonderneming”. Wat de normatieve
bepalingen van de wet betreft, wordt de term “EER
verzekeringsonderneming” hoofdzakelijk gebruikt om
aan te duiden welke bepalingen ten gevolge van het
13
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
tenu du passeport européen, ne s’appliquent pas à ce
type d’entreprises. Il s’agit, dans ce cas, de matières qui
relèvent des compétences de l’État membre d’origine
de l’entreprise et qui ne sont pas soumises aux règles
d’intérêt général en vigueur en Belgique. Etant donné
que le passeport européen, à savoir le droit d’exercer
ses activités en libre prestation de services, que ce soit
par voie de succursale ou non, concerne uniquement
les entreprises agréées dans d’autres États membres
de l’EEE, la notion d’”entreprise d’assurances de l’EEE”
est réservée aux entreprises d’assurances qui ont
obtenu, dans leur État membre d’origine, un agrément
pour l’exercice d’activités d’assurance. Les entreprises
de taille modeste qui sont autorisées, en vertu du régime
instauré dans leur État membre d’origine en application
de l’article 4 de la directive 2009/138/CE, à exercer des
activités d’assurance sans disposer d’un agrément, ne
sont pas incluses, pour l’application de la présente loi,
dans la notion d’”entreprise d’assurances de l’EEE”.
La défi nition des termes “établissement”, “succur-
sale”, “État membre d’origine”, “État membre où le risque
est situé”, “État membre de l’engagement” et “grands
risques” a été adaptée selon la terminologie de la direc-
tive Solvabilité II. Le choix a été fait d’utiliser, comme
dans cette directive, la notion d’”engagement”, dès lors
que les opérations relevant du groupe d’activités “vie”
comprennent également des opérations telles que des
opérations de capitalisation qui ne comportent stricto
sensu aucun risque assuré.
La directive Solvabilité II subdivise les assurances
en “assurances non-vie” et en “assurances vie”. Le
projet de loi opère la même distinction sous les termes
“assurances du groupe d’activités “non-vie”” et “assu-
rances du groupe d’activités “vie””. Le terme “assurance
de dommages” est utilisé dans le projet de loi dans le
sens qui lui est donné par la loi sur le contrat d’assu-
rance terrestre, qui entend par là une “assurance dans
laquelle la prestation d’assurance dépend d’un événe-
ment incertain qui cause un dommage au patrimoine
d’une personne”, terme à distinguer de l’”assurance
de personnes”, laquelle est défi nie comme une “assu-
rance dans laquelle la prestation d’assurance ou la
prime dépend d’un événement incertain qui affecte la
vie, l’intégrité physique ou la situation familiale d’une
personne”. Cette défi nition est elle aussi reprise telle
quelle de la loi sur le contrat d’assurance terrestre,
mis à part une modifi cation d’ordre linguistique dans la
version néerlandaise.
La défi nition précitée comporte néanmoins un ajout,
précisant que, pour l’application de la loi en projet, les
opérations de capitalisation sont considérées comme
des contrats d’assurance et, plus précisément, comme
des assurances de personnes. Les dispositions
Europese paspoort niet van toepassing zijn op deze on-
dernemingen. Het gaat dan met name om zaken die tot
de bevoegdheid van de lidstaat van herkomst behoren
en die niet tot de in België geldende regels van alge-
meen belang behoren. Gelet op het feit dat dit Europese
paspoort, zijnde het recht op vrije dienstverrichting,
al dan niet via een bijkantoor, enkel geldt voor de in
andere lidstaten van de EER vergunde ondernemin-
gen, werd het begrip “EER verzekeringsonderneming”
voorbehouden voor die verzekeringsondernemingen
die in hun lidstaat van herkomst een vergunning heb-
ben gekregen om verzekeringsactiviteiten te verrichten.
De ondernemingen van bescheiden omvang voor wie
het op grond van het in uitvoering van artikel 4 van de
Richtlijn 2009/138/EG in hun lidstaat van herkomst
geldende regime, toegelaten is om zonder vergunning
verzekeringsactiviteiten te verrichten, vallen, voor de
toepassing van deze wet, niet onder het begrip “EER
verzekeringsonderneming”.
De defi nitie van “vestiging”, “bijkantoor”, “lidstaat
van herkomst”, “lidstaat van het risico”, “lidstaat van de
verbintenis” en “grote risico’s” werd aangepast aan de
terminologie van de richtlijn Solvabiliteit II. Er werd, net
als in deze richtlijn, voor geopteerd om te werken met het
begrip “verbintenis”, omdat onder de verrichtingen die tot
de groep activiteiten “leven” behoren ook verrichtingen
zoals kapitalisatieverrichtingen vallen waarbij er stricto
sensu geen verzekerd risico is.
De richtlijn Solvabiliteit II deelt de verzekeringen op
in “schadeverzekeringen” en “levensverzekeringen”. In
het wetsontwerp wordt dezelfde opdeling gemaakt onder
de termen “verzekeringen uit de groep “niet-leven”” en
“verzekeringen uit de groep “leven””. De term “schade-
verzekeringen” wordt in het ontwerp immers gebruikt
in de betekenis die eraan wordt gegeven in de wet op
de landverzekeringsovereenkomst, zijnde een “verze-
kering waarbij de verzekeringsprestatie afhankelijk is
van een onzeker voorval dat schade veroorzaakt aan
iemands vermogen”, waarbij deze term wordt gebruikt
in onderscheid met de persoonsverzekering, zijnde
een “verzekering waarbij de verzekeringsprestatie of
de premie afhankelijk is van een onzeker voorval dat
iemands leven, fysieke integriteit of gezinstoestand aan-
tast”. Ook deze defi nitie werd, een taalkundige wijziging
uitgezonderd, ongewijzigd overgenomen uit de wet op
de landverzekeringsovereenkomst.
Er werd verduidelijkt dat voor de toepassing van
deze wet kapitalisatieverrichtingen als verzekerings-
overeenkomsten en meerbepaald als persoonsverze-
keringen worden beschouwd. De relevante bepalingen
van deel 4 van de wet zullen desgevallend moeten
14
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
pertinentes de la partie 4 de la loi devront, le cas
échéant, leur être appliquées. Il conviendra, à cet égard,
de tenir compte du fait que, vu le caractère particulier
des opérations de capitalisation (l’absence de risque
assuré au sens strict), certaines de ces dispositions
seront dénuées de sens ou d’objet pour ces opérations.
Les dispositions pertinentes du titre Ier, du chapitre 1er
du titre II et des chapitres 1er et 3 du titre IV de la partie
4 de la loi devront être appliquées si les opérations en
question sont régies par le droit belge. Compte tenu de
l’observation formulée par le Conseil d’État à ce sujet
(point 5.4 de son avis), la liste des dispositions qui,
compte tenu du caractère particulier des opérations
de capitalisation (l’absence de risque assuré), seraient
dénuées de sens ou d’objet pour ces opérations, a été
reprise dans la loi. Les dispositions du chapitre 2 du titre
II, du titre III dans sa totalité et des chapitres 2, 4 et 5 du
titre IV de la partie 4 de la loi ne seront, par défi nition,
pas applicables à de telles opérations en raison de la
nature particulière des assurances que ces dispositions
régissent. Par dérogation à cette règle, l’article 160
prévoit expressément que les 167 et 178 sont, quant à
eux, applicables aux opérations de capitalisation.
La défi nition de “grands risques” est également inté-
grée dans la loi. En vertu de la directive Solvabilité II,
les États membres conservent la faculté d’inclure, dans
la liste des grands risques, certains risques assurés
par des associations professionnelles, des coentre-
prises ou des associations momentanées. Le projet de
loi ne reprend toutefois plus ces risques dans la liste
des grands risques, étant donné que ces risques com-
prennent également des risques relevant des branches
10 et 13 (assurances de la responsabilité) et impliquant
des tiers qui ne répondent pas eux-mêmes aux condi-
tions de la défi nition.
Pour la notion d’”entreprise de réassurance”, le projet
reprend la défi nition fi gurant dans la loi relative à l’inter-
médiation en assurances. À l’article 1er, 10°, de la loi
précitée, cette notion est défi nie comme “une entreprise
de réassurance au sens de l’article 91bis, 3°, de la loi
de contrôle des assurances”. En son article 91bis, 3°, la
loi de contrôle renvoie à son tour à l’article 82, 3°, de la
loi du 16 février 2009 relative à la réassurance.
L’article 6 précise, en ses paragraphes 1er et 2, dans
quelles circonstances le risque ou l’engagement est
réputé être situé en Belgique. Pour les assurances
du groupe d’activités “vie”, le choix a été fait d’utili-
ser, comme dans la directive Solvabilité II, la notion
d’”engagement” plutôt que celle de “risque”, dès lors
que ce groupe d’assurances comprend également des
opérations telles que des opérations de capitalisation
qui ne comportent stricto sensu aucun risque assuré.
worden toegepast. Hierbij moet steeds rekening wor-
den gehouden met het feit dat, gelet op het bijzonder
karakter van de kapitalisatieverrichting (de afwezigheid
van een verzekerd risico stricto sensu), sommige van
deze bepalingen zonder betekenis of zonder voorwerp
zullen zijn voor kapitalisatieverrichtingen. De relevante
bepalingen van titel I, van hoofdstuk 1 van titel II, en
van hoofdstuk 1 en 3 van titel IV van deel 4 van de wet,
zullen moeten worden toegepast indien de verrichtin-
gen onderworpen zijn aan het Belgische recht. Gelet
op de opmerking van de Raad van State in dit verband
(punt 5.4) werd in de wet een lijst opgenomen van die
bepalingen die, rekening houdende met het bijzonder
karakter van de kapitalisatieverrichting (de afwezigheid
van een verzekerd risico), zonder betekenis of zonder
voorwerp zouden zijn voor kapitalisatieverrichtingen.
De bepalingen van hoofdstuk 2 van titel II, van titel III in
zijn geheel, en van de hoofdstukken 2, 4 en 5 van titel
IV van deel 4 zijn per defi nitie niet van toepassing door
de eigen aard van de verzekeringen die zij regelen. In
afwijking hiervan bepaalt artikel 160 uitdrukkelijk dat
de artikelen 167 en 178 tevens van toepassing zijn op
kapitalisatieverrichtingen.
De defi nitie van “grote risico’s” werd in de wet opge-
nomen. Op grond van de richtlijn Solvabiliteit II behou-
den de lidstaten de mogelijkheid om bepaalde risico’s
die door beroepsverenigingen, joint ventures of tijdelijke
verenigingen worden verzekerd op te nemen in de lijst
van de grote risico’s. Deze risico’s werden in het wets-
ontwerp echter niet langer opgenomen in de lijst van
grote risico’s, aangezien hiertoe ook risico’s behoren uit
tak 10 en 13 (aansprakelijkheidsverzekeringen) waarbij
er derden betrokken zijn die zelf niet voldoen aan de
voorwaarden van de defi nitie.
Voor het begrip “herverzekeringsonderneming” werd
de defi nitie van de wet op de verzekeringsbemiddeling
overgenomen. In artikel 1, 10° van voormelde wet werd
dit begrip gedefi nieerd als “een herverzekeringsonder-
neming in de zin van art. 91bis, 3°, van de controlewet
verzekeringen”. De controlewet op haar beurt verwijst
in artikel 91bis, 3° naar artikel 82 3° van de wet van
16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf.
Artikel 6, §§ 1 en 2, omschrijft wanneer het risico, dan
wel de verbintenis wordt geacht in België te liggen. Voor
verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”, werd, zo-
als in de richtlijn Solvabiliteit II, geopteerd om te werken
met het begrip “verbintenis” in plaats van “risico” omdat
deze groep van verzekeringen ook verrichtingen omvat
zoals kapitalisatieverrichtingen, waarbij er stricto sensu
geen verzekerd risico is.
15
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Enfi n, l’article 6 donne, en son paragraphe 5, une
énumération des assureurs qui sont considérés, pour
l’application de la loi, comme des “assureurs autorisés
en vertu de la loi à exercer des activités d’assurance en
Belgique”. Cette disposition est importante, notamment,
pour l’application de l’article 8.
PARTIE 2
DISPOSITIONS SPÉCIFIQUES CONCERNANT
L’EXERCICE DES ACTIVITÉS
TITRE IER
Dispositions générales
Article 7
L’article 7 reprend l’article 2, §§ 1er et 1erbis, de la loi
de contrôle, en y ajoutant néanmoins une référence à
cette loi. Cet article dispose expressément que l’appli-
cation de cette partie de la loi ne porte pas atteinte aux
obligations qui découlent, pour les entreprises d’assu-
rances, de la loi du 9 juillet 1975, de la loi du 10 avril 1971
sur les accidents du travail et de la loi du 3 juillet 1967 sur
la prévention et la réparation des dommages résultant
des accidents du travail, des accidents survenus sur
le chemin du travail et des maladies professionnelles
dans le secteur public. La mention expresse de l’appli-
cabilité possible des lois précitées est celle qui fi gurait
déjà dans la loi de contrôle. Cela ne signifi e pas que
les dispositions contenues dans d’autres lois visant la
protection du consommateur, telles que la loi du 6 avril
2010 relative aux pratiques du marché et à la protec-
tion du consommateur et la loi du 10 mai 2007 tendant
à lutter contre certaines formes de discrimination, ne
seraient pas applicables. Ces dispositions continuent à
s’appliquer intégralement au domaine des assurances,
à moins que la législation en matière d’assurances ne
prévoie une protection spécifi que plus poussée.
Article 8
L’article 8 énonce la sanction civile de nullité qui était
déjà prévue par l’article 3, § 3, de la loi de contrôle en
cas d’offre irrégulière de contrats d’assurance.
La FSMA dispose, en vertu de la loi sur la surveil-
lance fi nancière, de la faculté d’intervenir à l’encontre
des entités qui exercent des activités d’assurance en
Belgique sans y être autorisées conformément aux
dispositions légales applicables en la matière (contrôle
dit “du périmètre”). Conformément à l’article 45, § 1er,
Artikel 6, §5 van het wetsontwerp bevat ten slotte
nog een opsomming van die verzekeraars die voor de
toepassing van deze wet als “krachtens de wet voor
de uitoefening van verzekeringsactiviteiten in België
toegelaten verzekeraars” worden beschouwd. Dit is
met name van belang voor de toepassing van artikel 8.
DEEL 2
SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING
TOT DE BEDRIJFSVOERING
TITEL I
Algemene bepalingen
Artikel 7
Dit artikel herneemt artikel 2, §§ 1 en 1bis van de
controlewet. Er werd tevens een verwijzing naar de con-
trolewet zelf opgenomen. Dit artikel bepaalt uitdrukkelijk
dat de toepassing van dit deel van de wet geen afbreuk
doet aan de verplichtingen die voor de verzekeringson-
dernemingen voortvloeien uit de wet van 9 juli 1975, de
arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de wet van
3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schade-
vergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op
de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in
de overheidssector. De uitdrukkelijke vermelding van de
mogelijke toepasselijkheid van voormelde wetten werd
overgenomen uit de controlewet. Dit betekent niet dat
de bepalingen van andere wetgeving ter bescherming
van de consument, zoals bijvoorbeeld de wet van 6
april 2010 betreffende de marktpraktijken en de con-
sumentenbescherming en de wet van 10 mei 2007 ter
bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, niet
van toepassing zouden zijn. Deze bepalingen blijven
onverkort van toepassing inzake verzekeringen, tenzij
de verzekeringswetgeving voorziet in een specifi eke,
meer verregaande bescherming.
Artikel 8
Artikel 8 herneemt de burgerrechterlijke sanctie van
de nietigheid die reeds was voorzien in artikel 3, § 3
van de controlewet bij het onregelmatig aanbieden van
verzekeringsovereenkomsten.
De FSMA is op grond van de wet fi nancieel toe-
zicht bevoegd om op te treden tegen entiteiten die in
België verzekeringsactiviteiten verrichten zonder dat
dit overeenkomstig de relevante wettelijke bepalingen
toegelaten is (de zogenaamde perimetercontrole).
Overeenkomstig artikel 45, § 1, 5° van de wet fi nancieel
16
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
5°, de la loi sur la surveillance fi nancière, la FSMA est
chargée de contribuer au respect des règles visant à
protéger les utilisateurs de produits ou services fi nan-
ciers et les emprunteurs contre l’offre ou la fourniture
illicite de produits ou services fi nanciers ou de crédits.
Les dispositions relatives à l’interdiction de toute
offre irrégulière de contrats d’assurance et de toute
intermédiation portant sur de tels contrats, qui fi guraient
dans l’avant-projet de loi (aux articles 8, 9, § 1er, et 10),
n’ont pas été reprises dans le projet de loi, compte tenu
de l’observation du Conseil d’État selon laquelle ces
dispositions paraissaient superfl ues à cet endroit (point
4.4.2 et point 8 de l’avis).
Le Conseil d’État ayant estimé, dans son avis, que
l’article 10 de l’avant-projet de loi était superfl u parce
que la même obligation découlait déjà de l’article
268, § 1er, 5° (article 272, § 1er, 5°, de l’avant-projet), la
sanction pénale prévue à l’article 304 (article 306 de
l’avant-projet) qui était liée à la violation de l’article 10
de l’avant-projet et qui, elle, devait être maintenue, a été
liée à la violation de l’article 268, § 1er, 5° (article 272,
§ 1er, 5°, de l’avant-projet).
En outre, eu égard à son impact direct sur le consom-
mateur d’assurances, la sanction civile de nullité (et le
contrôle exercé à cet égard par la FSMA) a été main-
tenue. Il convient à cet égard de noter que la loi sur la
surveillance fi nancière comporte, de son côté, un article
qui règle les conséquences de toute offre irrégulière
de contrats d’assurance relevant des branches 21, 23
ou 26 du groupe d’activités “vie” (article 86ter, § 1er,
5°, de la loi sur la surveillance fi nancière). Dans la loi
de contrôle, la sanction de nullité n’est pas limitée aux
contrats d’assurance relevant des branches 21, 23 ou
26 du groupe d’activités “vie”, mais, en revanche, les
conséquences de la nullité sont tempérées pour le
preneur d’assurance ayant souscrit de bonne foi. La
loi sur la surveillance fi nancière ne comporte pas de
disposition tempérant ces conséquences.
Compte tenu de l’avis du Conseil d’État portant sur
cet aspect (point 7), les deux régimes devaient être
harmonisés.
C’est ainsi que le régime prévu par la loi de contrôle,
y compris la modération des conséquences de la nullité
pour le preneur d’assurance ayant souscrit de bonne foi,
a été maintenu dans le projet et, dans la foulée, étendu
à tous les contrats d’assurance. Le régime prévu par la
loi sur la surveillance fi nancière a été supprimé.
Eu égard à l’article 86ter, § 1er, alinéa 2, de la loi sur
la surveillance fi nancière, il a par ailleurs été précisé
toezicht is de FSMA bevoegd om bij te dragen tot de
naleving van de regels bedoeld om de afnemers van
fi nanciële producten of diensten en kredietnemers te
beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale
levering van fi nanciële producten of diensten of van
kredieten.
De in het voorontwerp opgenomen bepalingen in
verband met het verbod op de onregelmatige aanbie-
ding van verzekeringsovereenkomsten of bemiddeling
bij zulke overeenkomsten zelf (artikelen 8, 9, § 1 en
10 van het voorontwerp), werden, gelet op het advies
van de Raad van State waarin werd gesteld dat deze
bepalingen hier overbodig lijken (punt 4.4.2 en punt 8),
niet langer hernomen.
Uit het advies van de Raad van State blijkt dat artikel
10 uit het voorontwerp overbodig is omdat dezelfde ver-
plichting reeds voortvloeit uit artikel 268, § 1, 5° (artikel
272, § 1, 5° van het voorontwerp). De strafsanctie uit
artikel 304 (artikel 306 van het voorontwerp), die ver-
bonden was aan de schending van artikel 10 van het
voorontwerp, werd wel behouden en verbonden aan de
schending van artikel 268, § 1, 5° (artikel 272, § 1, 5°
van het voorontwerp).
Tevens werd, gelet op de rechtstreekse impact hier-
van op de verzekeringsverbruiker, de burgerrechterlijke
sanctie van de nietigheid (en het toezicht hierop door
de FSMA), behouden. In dit verband moet worden op-
gemerkt dat ook de wet fi nancieel toezicht een artikel
bevat dat de gevolgen van de onregelmatige aanbieding
voor de verzekeringsovereenkomsten behorende tot de
takken 21, 23 of 26 van de groep activiteiten “leven”,
regelt (artikel 86ter, § 1, 5° wet fi nancieel toezicht). In
de controlewet wordt de sanctie van de nietigheid niet
beperkt tot de verzekeringsovereenkomsten behorende
tot de takken 21, 23 of 26 van de groep activiteiten
“leven”, maar worden daarentegen de gevolgen van de
nietigheid wel getemperd voor de verzekeringnemer
te goeder trouw. De wet fi nancieel toezicht bevat geen
zulke matiging.
Gelet op het advies van de Raad van State in dit
verband (punt 7), moesten beide regelingen op elkaar
worden afgestemd.
In het ontwerp werd daarom de regeling uit de con-
trolewet, inclusief de tempering van de gevolgen van de
nietigheid voor de verzekeringnemer te goeder trouw,
behouden en wel voor alle verzekeringsovereenkom-
sten. De regeling uit de wet fi nancieel toezicht werd
geschrapt.
Gelet op artikel 86ter, § 1, 2de lid van de wet fi nancieel
toezicht, werd er nog aan toegevoegd dat de verzekeraar
17
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
que l’assureur, nonobstant toute stipulation contraire
défavorable au preneur d’assurance, à l’assuré et/
ou au bénéfi ciaire, est également tenu à la réparation
du dommage causé par la nullité du contrat concerné
dans le chef du preneur d’assurance, de l’assuré ou
du bénéfi ciaire. Le dommage est présumé, de manière
irréfragable, résulter de la conclusion illégale du contrat
d’assurance par un assureur non autorisé en vertu de
la loi à exercer des activités d’assurance en Belgique.
Compte tenu de la communication interprétative de la
Commission européenne, intitulée “Liberté de prestation
de services et intérêt général dans le secteur des assu-
rances”, à laquelle le Conseil d’État se réfère dans son
avis (point 7) et dont il ressort que la procédure légale
de notifi cation poursuit un simple objectif d’information
mutuelle des autorités de contrôle et ne constitue pas
une mesure visant la protection des consommateurs, la
défi nition d’”assureur autorisé en vertu de la loi à exercer
des activités d’assurance en Belgique” a été adaptée.
L’application correcte, par les entreprises d’assurances
de l’EEE, de la procédure légale de notifi cation qu’elles
doivent respecter avant de commencer à exercer leurs
activités en Belgique, n’est pas une condition nécessaire
pour pouvoir les considérer, aux fi ns de l’application
de la présente loi visant la protection des consomma-
teurs d’assurances, comme des “assureurs autorisés
en vertu de la loi à exercer des activités d’assurance
en Belgique”. Les entreprises d’assurances de l’EEE
peuvent conclure des contrats d’assurance valables en
Belgique, qu’elles aient ou non accompli correctement
la procédure légale de notifi cation.
Article 9
Cet article reprend l’article 9, § 1er, alinéa 1er, der-
nière phrase, de la loi de contrôle. Pour des raisons
de cohérence, le terme “contractants” a été omis. La
disposition a également été adaptée eu égard à l’objet
du projet de loi. Les statuts des assureurs belges doivent
exclure toute disposition préjudiciable aux preneurs
d’assurance, aux assurés, aux bénéfi ciaires et aux tiers
ayant un intérêt à l’exécution du contrat d’assurance.
En réponse à l’observation émise par le Conseil d’État
dans son avis (point 5.1), l’on précise que le champ
d’application personnel a effectivement été élargi par
rapport au champ d’application initial. Cette disposi-
tion énonce, en effet, une règle générale qui vise la
protection du consommateur d’assurances et qui n’est
pas spécifi quement liée au statut d’entreprise soumise
à un contrôle prudentiel. Elle est dès lors applicable à
tous les assureurs belges, qu’il s’agisse d’entreprises
d’assurances ou non.
tevens, niettegenstaande elk andersluidend beding in
het nadeel van de verzekeringnemer, de verzekerde, en/
of de begunstigde, gehouden is tot vergoeding van de
schade veroorzaakt door de nietigheid van de betrokken
overeenkomst in hoofde van de verzekeringnemer, de
verzekerde, dan wel de begunstigde. De schade wordt
op onweerlegbare wijze geacht het gevolg te zijn van
de illegale afsluiting van de verzekeringsovereenkomst
door een niet krachtens de wet voor de uitoefening
van verzekeringsactiviteiten in België toegelaten
verzekeraar.
Gelet op de interpretatieve mededeling van de
Europese Commissie betreffende “Vrij verrichten van
diensten en algemeen belang in het verzekeringsbedrijf”,
waarnaar wordt verwezen in het advies van de Raad
van State (punt 7) en waaruit blijkt dat de wettelijke ken-
nisgevingsprocedure louter gericht is op de wederzijdse
informatie van de toezichthoudende autoriteiten en
geen maatregel van consumentenbescherming inhoudt,
werd bovendien de omschrijving van de “krachtens de
wet voor de uitoefening van verzekeringsactiviteiten in
België toegelaten verzekeraar” aangepast. De correcte
naleving van de wettelijke kennisgevingsprocedure door
de EER verzekeringsondernemingen alvorens hun acti-
viteiten in België aan te vangen, is geen noodzakelijke
voorwaarde opdat zij voor de toepassing van deze wet
ter bescherming van de verzekeringverbruiker als een
“krachtens de wet voor de uitoefening van verzekerings-
activiteiten in België toegelaten verzekeraar” dienen te
worden beschouwd. De EER verzekeringsondernemin-
gen kunnen in België geldige verzekeringscontracten
afsluiten, ongeacht of zij de wettelijke kennisgevings-
procedure al dan niet correct hebben doorlopen.
Artikel 9
Dit artikel neemt artikel 9, § 1, lid 1, laatste zin van
de controlewet over. Om coherentieredenen werd de
term “onderschrijvers” niet overgenomen. De bepaling
werd tevens aangepast gelet op het doel van het wets-
ontwerp. De statuten van de Belgische verzekeraars
moeten elke bepaling weren die nadelig is voor de
verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden
en derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst. Rekening houdende met
het advies van de Raad van State (punt 5.1), dient te
worden toegelicht dat het personele toepassingsgebied
wel werd uitgebreid ten opzichte van het oorspronkelijke
toepassingsgebied. Het betreft immers een algemene
regel ter bescherming van de verzekeringsverbruiker
die niet specifi ek verbonden is met het statuut van
prudentieel gecontroleerde onderneming. Daarom
geldt deze bepaling voor alle Belgische verzekeraars,
verzekeringsonderneming of niet.
18
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Articles 10 et 11
Ces articles reprennent certaines obligations prévues
par l’article 11, alinéa 2, et l’article 15bis, § 1er, 1°, a) et
b), de la loi de contrôle en ce qui concerne les statuts
des associations belges d’assurances mutuelles. Il
résulte en effet de l’article 45, § 1er, 3°, e, de la loi sur
la surveillance fi nancière et de l’article 22, § 1er, in fi ne,
de la loi de contrôle que le contrôle du respect de ces
dispositions incombe à la FSMA.
Articles 12 et 13
Ces articles traitent de la procédure à suivre par les
entreprises d’assurances en cas de modifi cations ap-
portées aux statuts ou en cas de décisions susceptibles
d’avoir une incidence sur les droits et obligations des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires
et des tiers ayant un intérêt à l’exécution des contrats
d’assurance. Ils reprennent en substance les disposi-
tions des deux premiers paragraphes de l’article 22 de
la loi de contrôle, dont le champ d’application n’est pas
modifi é. Tout comme dans la loi de contrôle, la notifi ca-
tion a priori s’applique, par conséquent, uniquement aux
entreprises d’assurances belges. La notifi cation a pos-
teriori est celle que prévoit actuellement le paragraphe
2 de l’article 22 de la loi de contrôle, paragraphe qui,
contrairement au paragraphe 1er de cet article, parle non
pas d’entreprises d’assurances, mais d’entreprises. En
vertu de l’article 63, § 2, de la loi de contrôle, l’obligation
visée n’est pas applicable aux entreprises d’assurances
de l’EEE. Compte tenu de ces éléments, le projet de
loi prévoit que cette obligation vaut aussi bien pour les
assureurs belges que pour les assureurs étrangers,
mais pas pour les entreprises d’assurances de l’EEE. La
description des décisions à communiquer a toutefois été
adaptée, eu égard à l’objet spécifi que du projet de loi.
Article 14
Cet article reprend l’article 21, § 1erbis, alinéas 1er et
2, de la loi de contrôle. Outre une modifi cation purement
terminologique dans la version néerlandaise, il est doré-
navant précisé que les assureurs belges sont tenus de
conserver tous les documents, tandis que les assureurs
étrangers ne sont soumis à cette obligation de conser-
vation que pour les documents de leur établissement
belge ou pour les documents relatifs aux assurances
dont le risque ou l’engagement est situé en Belgique.
Tout comme l’actuel article 21, § 1erbis, alinéas 1er et
2, de la loi de contrôle, l’article 14 du projet de loi ne
s’applique pas aux entreprises d’assurances de l’EEE,
compte tenu du passeport européen dont bénéfi cient
Artikel 10 en 11
Deze artikelen nemen bepaalde verplichtingen uit
het artikel 11, lid 2 en artikel 15bis, § 1, 1°, a) en b) van
controlewet in verband met de statuten van de Belgische
onderlinge verzekeringsverenigingen over. Uit artikel 45,
§ 1, 3°, e. van de wet fi nancieel toezicht en uit artikel 22,
§ 1, in fi ne van de controlewet zelf volgt immers dat het
toezicht op deze bepalingen aan de FSMA toebehoort.
Artikel 12 en 13
Deze artikelen handelen over de door de verzeke-
ringsondernemingen te volgen procedure in geval van
wijzigingen aan de statuten, dan wel beslissingen die
een weerslag zouden kunnen hebben op de rechten
en de verplichtingen van de verzekeringnemers, verze-
kerden, de begunstigden en derden die belang hebben
bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
De bepalingen hernemen in essentie de eerste twee
paragrafen van artikel 22 van de controlewet. Aan het
toepassingsgebied werd niet geraakt. De a priori ken-
nisgeving geldt bijgevolg, net als in de controlewet,
enkel voor de Belgische verzekeringsondernemingen.
De kennisgeving a posteriori werd overgenomen uit de
tweede paragraaf van artikel 22 van de controlewet, in
welke paragraaf er, in tegenstelling tot de eerste para-
graaf van dit artikel, geen sprake is van verzekeringson-
dernemingen, maar wel van ondernemingen. Op grond
van artikel 63, § 2 van de controlewet is de verplichting
niet van toepassing voor EER verzekeringsonderne-
mingen. Gelet hierop werd in de ontwerpwet bepaald
dat deze verplichting geldt voor zowel de Belgische als
de buitenlandse verzekeraars, maar niet voor de EER
verzekeringsondernemingen. De omschrijving van de
mee te delen beslissingen werd wel aangepast gelet
op het specifi eke doel van deze ontwerpwet.
Artikel 14
Dit artikel herneemt artikel 21, § 1bis, eerste en twee-
de lid van de controlewet. Naast een puur terminologi-
sche wijziging, werd ook verduidelijkt dat de Belgische
verzekeraars alle documenten moeten bewaren, terwijl
voor de buitenlandse verzekeraars deze verplichting
enkel geldt voor de documenten van hun Belgische
vestiging dan wel de documenten die betrekking hebben
op verzekeringen waarvan het risico of de verbintenis
in België is gelegen. Het artikel is, net zoals het oor-
spronkelijke artikel 21, § 1bis, eerste en tweede lid van
de controlewet en gelet op het Europese paspoort van
zulke ondernemingen, niet van toepassing op de EER
verzekeringsondernemingen. Rekening houdende met
19
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
de telles entreprises. En réponse à l’observation émise
par le Conseil d’État dans son avis (point 5.1), l’on
précise que le champ d’application personnel a effec-
tivement été élargi par rapport au champ d’application
initial, en ce sens que non seulement les entreprises
d’assurances, mais également l’ensemble des assu-
reurs (à l’exception des entreprises d’assurances de
l’EEE) doivent conserver les documents pertinents. La
charge administrative supplémentaire qui pourrait en
résulter pour les assureurs qui n’étaient pas soumis
jusqu’ici à cette obligation parce qu’ils n’étaient pas
des “entreprises d’assurances”, ne fait pas le poids par
rapport aux avantages potentiels de cette obligation de
conservation, compte tenu notamment du fait que le
contrôle exercé par la FSMA sur le respect de la loi doit
en grande partie s’effectuer a posteriori. C’est la raison
pour laquelle cette disposition s’applique, exception faite
des entreprises d’assurances de l’EEE, à tous les assu-
reurs, qu’il s’agisse d’entreprises d’assurances ou non.
L’article 14 a été complété par un alinéa relatif à
l’archivage électronique des documents. Ce nouvel ali-
néa est basé sur l’article 71 de la loi coordonnée du 24
décembre 1996 portant organisation du secteur public
du crédit et de la détention des participations du secteur
public dans certaines sociétés fi nancières de droit privé.
Article 15
L’article 15 du projet de loi reprend l’obligation pré-
vue à l’article 64, § 2, de la loi de contrôle. L’obligation
légale de respecter les dispositions d’intérêt général
ne porte pas atteinte, en ce qui concerne les assureurs
autres que des entreprises d’assurances de l’EEE, à
l’obligation qui leur incombe de respecter les autres
dispositions légales et réglementaires.
Article 16
L’article 16 du projet de loi a été intégré dans la nou-
velle loi eu égard à la disposition de l’article 45, § 1er,
3°, f, de la loi sur la surveillance fi nancière.
TITRE II
Les cessions de contrats d’assurance
Article 17
Cet article règle l’opposabilité juridique, au preneur
d’assurance, à l’assuré, aux bénéfi ciaires et aux tiers,
des cessions de droits et obligations résultant de
het advies van de Raad van State (punt 5.1), dient te
worden toegelicht dat het personele toepassingsgebied
wel werd uitgebreid ten opzichte van het oorspronkelijke
toepassingsgebied in die zin dat niet enkel de verzeke-
ringsondernemingen, maar alle verzekeraars (met uit-
zondering van de EER verzekeringsondernemingen) de
relevante documenten moeten bewaren. De eventuele
bijkomende administratieve last voor die verzekeraars
die voorheen niet gebonden waren door deze verplich-
ting omdat zij geen “verzekeringsonderneming” zijn,
weegt niet op tegen de potentiële voordelen van deze
bewaarplicht, met name rekening houdende met het feit
dat het toezicht door de FSMA op de naleving van de
wet grotendeels a posteriori dient te gebeuren. Daarom
geldt deze bepaling, met uitzondering voor de EER
verzekeringsondernemingen, voor alle verzekeraars,
verzekeringsonderneming of niet.
In het artikel werd een lid toegevoegd in verband met
de elektronische archivering van de documenten. Deze
toevoeging werd gebaseerd op artikel 71 van de geco-
ordineerde wet van 24 december 1996 tot organisatie
van de openbare kredietsector en van het bezit van
de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde
privaatrechtelijke fi nanciële vennootschappen.
Artikel 15
Artikel 15 van het wetsontwerp neemt de verplichting
uit artikel 64, § 2 van de controlewet over. De wettelijke
plicht om de bepalingen van algemeen belang na te
leven doet, wat de verzekeraars betreft die geen EER
verzekeringsonderneming zijn, geen afbreuk aan de
verplichte naleving van de andere wettelijke en regle-
mentaire bepalingen.
Artikel 16
Artikel 16 van het wetsontwerp werd opgenomen
gelet op de bepaling van artikel 45, §1, 3°, f. van de wet
fi nancieel toezicht.
TITEL II
Overdrachten van verzekeringsovereenkomsten
Artikel 17
Dit artikel regelt de juridische tegenstelbaarheid aan
de verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigden
en derden van de overdrachten van de rechten en de
20
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
contrats d’assurance relatifs à des risques ou enga-
gements situés en Belgique. Il reprend l’article 76 de
la loi de contrôle. Bien que la décision portant sur
l’admissibilité de la cession soit prise dans le cadre du
contrôle prudentiel et relève donc des compétences
de la Banque Nationale ou, selon le cas, des autorités
compétentes d’un autre État membre, le contrôle du
respect de la disposition relative à l’opposabilité juri-
dique revient, en vertu de l’article 45, § 1er, 3°, e, de la
loi sur la surveillance fi nancière, à la FSMA. L’article
initial a été adapté selon la répartition utilisée dans le
projet de loi - sur la base de la directive Solvabilité II -
entre les risques (dans le cas d’assurances du groupe
d’activités “non-vie”) et les engagements (dans le cas
d’assurances du groupe d’activités “vie”). Pour des
raisons de cohérence, la terminologie concernant les
‘tiers concernés’ a elle aussi été adaptée.
Le renvoi aux articles 32 et 34 vise à préciser que la
publication au Moniteur belge ne porte pas atteinte à
l’obligation d’informer le preneur d’assurance, person-
nellement et par écrit, de la cession en question.
Article 18
Cet article reprend l’article 77 de la loi de contrôle
et règle le droit de résiliation qui appartient au preneur
d’assurance en cas de cession. Bien que la décision
portant sur l’admissibilité de la cession soit prise dans
le cadre du contrôle prudentiel et relève donc des
compétences de la Banque Nationale ou, selon le cas,
des autorités compétentes d’un autre État membre, le
contrôle du respect de la disposition relative au droit de
résiliation revient, en vertu de l’article 45, § 1er, 3°, e,
de la loi sur la surveillance fi nancière, à la FSMA. Les
modalités de résiliation et les délais applicables ont été
alignés, pour des raisons d’uniformité, sur ceux prévus
par la loi sur le contrat d’assurance terrestre (lesquels
sont également repris plus loin dans le présent pro-
jet de loi).
TITRE III
Règles particulières concernant les assurances
du groupe d’activités “vie” liées à des fonds
d’investissement
Articles 19 et 20
Sous l’angle de la protection du consommateur, il
est indiqué de créer, dans la législation belge, un “level
playing fi eld” pour ce type de produits (comme, par
exemple, des organismes de placement collectif publics
à nombre variable de parts, d’une part, et des produits
verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomsten waar-
van de risico’s dan wel de verbintenissen in België lig-
gen. Het artikel herneemt artikel 76 van de controlewet.
Hoewel de beslissing in verband met de toelaatbaarheid
van de overdracht zelf samenhangt met het prudentiële
toezicht en dus een bevoegdheid is van de Nationale
Bank, dan wel van de bevoegde autoriteiten van een an-
dere lidstaat, behoort het toezicht op de naleving van de
bepaling in verband met de juridische tegenstelbaarheid,
op grond van artikel 45, § 1, 3°, e. van de wet fi nancieel
toezicht, toe aan de FSMA. Het oorspronkelijke artikel
werd aangepast aan de in het wetsontwerp, op basis van
de richtlijn Solvabiliteit II, gehanteerde opdeling tussen
risico’s (bij verzekeringen uit de groep “niet-leven”) en
verbintenissen (bij verzekeringen uit de groep “leven”).
Om redenen van coherentie werd ook de terminologie
van de “betrokken derden” aangepast.
De verwijzing naar de artikelen 32 en 34 werd op-
genomen om te verduidelijken dat de bekendmaking
in het Belgisch Staatsblad geen afbreuk doet aan de
verplichting om de verzekeringnemer persoonlijk en
schriftelijk te informeren van de overdracht.
Artikel 18
Dit artikel neemt artikel 77 van de controlewet over en
regelt het opzegrecht van de verzekeringnemer in geval
van overdracht. Hoewel de beslissing in verband met
de toelaatbaarheid van de overdracht zelf samenhangt
met het prudentiële toezicht en dus een bevoegdheid
is van de Nationale Bank, dan wel van de bevoegde
autoriteiten van een andere lidstaat, behoort het toe-
zicht op de naleving van de bepaling in verband met
het opzegrecht, op grond van artikel 45, § 1, 3°, e. van
de wet fi nancieel toezicht, toe aan de FSMA. De opzeg-
gingswijzen en de termijnen werden om redenen van
uniformiteit afgestemd op de termijnen uit de wet op de
landverzekeringsovereenkomst (welke tevens worden
overgenomen in deze ontwerpwet).
TITEL III
Bijzondere regels met betrekking tot verzekeringen
uit de groep activiteiten “leven” verbonden met
beleggingsfondsen
Artikel 19 en 20
Vanuit het oogpunt van de consumentenbescherming
is het aangewezen dat in de Belgische wetgeving voor
soortgelijke producten (zoals bijvoorbeeld openbare in-
stellingen voor collectieve belegging met een verander-
lijk aantal rechten enerzijds en verzekeringsproducten
21
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’assurance dans le cadre desquels le risque d’inves-
tissement est supporté par le preneur d’assurance,
d’autre part) en ce qui concerne les types d’actifs ou
de valeurs de référence auxquels les prestations dues
en vertu des contrats d’assurance peuvent être liées.
Comme le Conseil d’État l’indique dans son avis
(point 4.3.1.), les dispositions relatives aux règles
d’investissement et au principe de la liberté d’investis-
sement prôné par la directive Solvabilité II constituent
un élément du statut prudentiel des entreprises. Bien
que l’article 133, paragraphe 3, de la directive évoque
les actifs auxquels les prestations d’assurance sont
liées et dispose en outre expressément qu’il ne porte
que sur les produits dont le risque d’investissement
est supporté par le preneur d’assureur (et donc pas
par l’entreprise d’assurances), cette disposition fait
elle aussi partie, eu égard à la place qu’elle occupe
dans la directive, des dispositions qui régissent le
statut prudentiel des entreprises. Il en résulte que la
compétence relative à ces limites d’investissement
appartient aux États membres d’origine des entreprises
d’assurances. Les États membres ne doivent toutefois
transposer les dispositions pertinentes de la directive
que pour le 31 mars 2015. Cette date a, en outre, déjà
été postposée plusieurs fois depuis la publication de
la directive. A cela s’ajoute qu’avec la réglementation
européenne en préparation qui vise à améliorer la
protection des consommateurs lors de la prestation de
services fi nanciers, un cadre réglementaire transversal
pour les produits “PRIPs” (Packaged Retail Investment
Products) sera normalement mis en place. Compte tenu
de ces éléments, le choix a été fait de ne pas limiter,
à ce stade, le champ d’application des règles prévues
dans la loi en fonction de l’origine de l’assureur. L’article
349 du projet de loi habilite le Roi à prendre les mesures
nécessaires pour assurer la transposition des dispo-
sitions obligatoires résultant de traités internationaux
ou d’actes internationaux pris en vertu de ceux-ci. Les
arrêtés pris à cet effet devront être confi rmés par une loi.
L’article 19 du projet de loi énonce une règle géné-
rale visant à protéger le consommateur d’assurances
qui supporte lui-même le risque d’investissement. Il
impose une obligation expresse de transparence pré-
contractuelle concernant les risques supportés. Cette
règle est particulièrement importante dans le cas de
produits complexes et structurés.
L’article 20 du projet de loi dispose que si le preneur
d’assurance est un client de détail, les prestations
d’assurance ne peuvent être liées qu’à:
— des parts d’organismes de placement collectif
inscrits sur la liste visée à l’article 33 ou à l’article 149
waarbij het beleggingsrisico wordt gedragen door de
verzekeringnemer anderzijds) een “level playing fi eld”
wordt gecreëerd wat de soorten activa of referentie-
waarden betreft waaraan de uitkeringen op grond van
verzekeringsovereenkomsten mogen verbonden zijn.
Zoals uiteengezet in het advies van de Raad van
State (punt 4.3.1.), vormen de bepalingen in verband
met de beleggingsregels en de principiële beleggings-
vrijheid uit de richtlijn Solvabiliteit II een onderdeel van
die bepalingen die het bedrijfseconomisch statuut van
de ondernemingen regelen. Hoewel artikel 133, lid 3
van de richtlijn refereert naar de activa waaraan de
verzekeringsuitkeringen zijn verbonden en bovendien
uitdrukkelijk bepaalt dat het enkel die producten betreft
waarvan het beleggingsrisico bij de verzekeringnemer
ligt (en dus niet bij de verzekeringsonderneming), maakt
ook deze bepaling, gelet op haar plaats in de richtlijn,
deel uit van de bepalingen die het bedrijfseconomisch
statuut van de ondernemingen regelen. Ten gevolge
hiervan behoort de bevoegdheid inzake deze beleg-
gingsbeperkingen dan ook tot de lidstaten van herkomst
van de verzekeringsondernemingen. De lidstaten dienen
de relevante bepalingen van de richtlijn echter maar
om te zetten tegen 31 maart 2015. Deze datum werd
bovendien al verschillende malen uitgesteld sinds de
publicatie van de richtlijn. Bovendien wordt er met de in
voorbereiding zijnde Europese regelgeving om de con-
sumentenbescherming in de fi nanciële dienstverlening
te verbeteren een transversaal regelgevingskader voor
de zogenaamde PRIPs (Packaged Retail Investment
Products) in het vooruitzicht gesteld. Gelet hierop werd
er voor geopteerd het toepassingsgebied van de in de
wet opgenomen regels vooralsnog niet te beperken
afhankelijk van de herkomst van de verzekeraar. In
artikel 349 werd de Koning gemachtigd om de nodige
maatregelen te treffen ter omzetting van de dwingende
bepalingen uit internationale verdragen of krachtens
zulke verdragen genomen internationale akten. Deze
besluiten moeten bij wet worden bekrachtigd.
In artikel 19 van het wetsontwerp werd een algemene
regel opgenomen ter bescherming van de verzekerings-
verbruiker die zelf het risico draagt van de belegging.
Er wordt een uitdrukkelijke precontractuele transparan-
tieplicht in verband met de gedragen risico’s opgelegd.
Dit is in het bijzonder van belang bij ingewikkelde en
gestructureerde producten.
In artikel 20 van het wetsontwerp wordt bepaald dat
indien de verzekeringnemer een niet-professionele
cliënt is, de verzekeringsuitkeringen enkel verbonden
mogen zijn met:
— rechten van deelneming in instellingen voor col-
lectieve belegging die zijn ingeschreven op de lijsten
22
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de
gestion collective de portefeuilles d’investissement;
— des parts d’organismes de placement collectif en
valeurs mobilières constitués selon le droit belge ou
selon le droit d’un État membre de l’Espace écono-
mique européen;
— des actifs appartenant aux catégories de place-
ments ouvertes aux organismes de placement collectif
en valeurs mobilières de droit belge, pour autant que les
règles énoncées aux chapitres VII et X de la directive
2009/65/CE soient respectées;
— des actifs appartenant aux catégories de place-
ments ouvertes aux organismes de placement collectif
publics de droit belge, pour autant que les règles
régissant la politique de placement du fonds auquel les
prestations sont liées, ne s’écartent pas de celles qui
s’appliquent à la catégorie de placements correspon-
dante ouverte à ces organismes de placement collectif
publics de droit belge.
Par dérogation à ces règles de base, un fonds auquel
sont liées des prestations d’assurance peut placer plus
de 20 % de la valeur de ses actifs dans des dépôts
auprès d’un seul et même établissement de crédit, ou
dans des obligations et autres instruments fi nanciers
à revenu fi xe émis par un seul et même établissement
de crédit. Il est également permis qu’un fonds auquel
sont liées des prestations d’assurance place plus de
20 % de la valeur de ses actifs dans des instruments
fi nanciers émis ou garantis par certaines administra-
tions. Dans ces cas, il ne peut être fait mention d’une
quelconque garantie de capital et cette caractéristique
doit être explicitement mentionnée dans les informations
précontractuelles et dans la publicité.
Le projet de loi prévoit également que l’application
des règles et limites d’investissement peut être évaluée
sur une base “look through”. Dans pareil cas, le com-
missaire de l’assureur devra certifi er chaque année que
les règles et limites d’investissement sont respectées
et que la structure d’organisation du fonds ne nuit pas
aux intérêts des preneurs d’assurance et n’engendre
pas une augmentation des frais courants au sens de la
directive 2009/65/CE.
Le Roi est habilité à préciser ces règles, sans por-
ter atteinte au principe de base selon lequel la FSMA
peut accepter que, pour l’application du paragraphe
1er, c et d, les positions directes soient combinées
avec les positions des organismes de placement dans
lesquels l’investissement est opéré. L’article 20, § 6,
habilite le Roi à prendre, le cas échéant, des mesures
bedoeld in artikel 33 of artikel 149 van de wet van
3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van col-
lectief beheer van beleggingsportefeuilles;
— rechten van deelneming in een instelling voor
collectieve belegging in effecten naar Belgisch recht
of naar het recht van een lidstaat van de Europese
economische ruimte;
— activa uit de categorieën van beleggingen die
openstaan voor de Belgische instellingen voor col-
lectieve belegging in effecten voor zover de regels van
Hoofdstuk VII en X van de richtlijn 2009/65/EG worden
nageleefd;
— activa uit de categorieën van beleggingen die
openstaan voor Belgische openbare instellingen voor
collectieve belegging voor zover de regels inzake het
beleggingsbeleid van het fonds waaraan de uitkeringen
zijn verbonden niet afwijken van de geldende regels voor
de overeenstemmende categorie van beleggingen die
openstaat voor deze Belgische openbare instellingen
voor collectieve belegging.
In afwijking van deze basisregels kan een fonds
waaraan verzekeringsuitkeringen zijn verbonden meer
dan 20 % van de waarde van de activa beleggen in
deposito’s bij één en dezelfde kredietinstelling, of in
obligaties en andere vastrentende fi nanciële instrumen-
ten uitgegeven door één en dezelfde kredietinstelling.
Ook wordt toegelaten dat een fonds waaraan verzeke-
ringsuitkeringen zijn verbonden meer dan 20 % van de
waarde van haar activa belegt in fi nanciële instrumenten
uitgegeven of gewaarborgd door bepaalde overheden.
In deze gevallen mag er geen melding van enige ka-
pitaalgarantie worden gemaakt en moet dit kenmerk
uitdrukkelijk worden vermeld in de precontractuele
informatie en in de publiciteit.
Het ontwerp van wet bepaalt ook dat de toepassing
van de beleggingsregels en -limieten kan worden be-
oordeeld op een “look through” basis. In een dergelijk
geval zou de commissaris van de verzekeraar jaarlijks
moeten attesteren dat de beleggingsregels en -limieten
worden nageleefd, dat de organisatiestructuur van het
fonds de belangen van de verzekeringsnemers niet
schaadt en niet leidt tot hogere lopende kosten in de
zin van richtlijn 2009/65/EG.
De Koning kan deze regels verder uitwerken, zonder
afbreuk te doen aan het basisprincipe dat de FSMA kan
aanvaarden dat voor de toepassing van paragraaf 1, c.
en d., de rechtstreekse posities worden gecombineerd
met de posities van de beleggingsinstellingen waarin
wordt belegd. In artikel 20, § 6 werd de Koning ook ge-
machtigd om desgevallend begeleidende maatregelen
23
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’accompagnement afi n d’imposer l’insertion d’une
mise en garde dans les documents publicitaires et
autres documents précontractuels.
Les dispositions de la partie 2, titre III, du projet de
loi s’appliquent en principe uniquement aux contrats
d’assurance souscrits après l’entrée en vigueur de
la loi. A partir de ce moment-là, un candidat preneur
d’assurance ayant la qualité de client de détail ne pourra
plus se voir proposer des produits existants lors de la
conclusion d’un nouveau contrat que pour autant que
celui-ci soit conforme aux nouvelles règles. Pour les
contrats d’assurance qui ont été souscrits avant l’entrée
en vigueur de la loi, les nouvelles règles ne sont en
principe pas applicables, sauf si l’une des modifi cations
suivantes est apportée au contrat:
— le contrat d’assurance existant est lié à un ou plu-
sieurs nouveaux fonds d’investissement ou le règlement
de gestion est modifi é; ou
— les conditions relatives au rendement (minimum)
sont modifi ées.
PARTIE 3
L’OFFRE ET LA CONCLUSION DE CONTRATS:
INFORMATION, PUBLICITÉ, TARIFICATION,
SEGMENTATION ET PARTICIPATION
AUX BÉNÉFICES
TITRE IER
Dispositions générales
Articles 21 à 25
Ces articles du projet de loi imposent des obligations
générales portant sur le contenu, la forme et d’autres
aspects concernant les contrats d’assurance et tous
les autres documents qui ont trait à la conclusion et à
l’exécution de ces contrats. Compte tenu de l’obser-
vation émise par le Conseil d’État dans son avis (point
11.1), la limitation territoriale du champ d’application
du titre Ier de la partie 3 que prévoyait l’avant-projet de
loi, n’a pas été reprise dans la version fi nale du projet
de loi. Les dispositions de ce titre reprennent, en effet,
en grande partie des dispositions de la loi de contrôle
(à savoir l’article 19, § 1er, l’article 19bis, l’article 19ter,
l’article 28sexies, l’article 65 et l’article 28septies) dont
le champ d’application n’est pas, à l’heure actuelle,
délimité en fonction de la localisation du risque ou de
l’engagement.
te treffen ten einde een waarschuwingsbepaling in
publicitaire en andere precontractuele documenten
verplicht te maken.
De bepalingen van deel 2, titel III van het wets-
ontwerp zijn in principe enkel van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten die worden aangegaan
na de inwerkingtreding van de wet. Aan een kandidaat-
verzekeringnemer die een niet-professionele cliënt is,
zullen bestaande producten dan enkel nog mogen
worden aangeboden in nieuwe overeenkomsten voor
zover deze de nieuwe regels eerbiedigen. Voor de ver-
zekeringsovereenkomsten die aangegaan zijn vóór de
inwerkingtreding van deze wet, zijn de nieuwe regels
in principe niet van toepassing, tenzij indien een van
de volgende wijzigingen wordt aangebracht aan de
overeenkomst:
— de bestaande verzekeringsovereenkomst wordt
verbonden met een of meerdere nieuwe beleggings-
fondsen, of het beheersreglement wordt gewijzigd; of
— de voorwaarden inzake het (minimum)rendement
worden gewijzigd.
DEEL 3
HET AANBIEDEN EN SLUITEN VAN
OVEREENKOMSTEN: INFORMATIE, PUBLICITEIT,
TARIFERING, SEGMENTATIE EN WINSTDELING
TITEL I
Algemene bepalingen
Artikel 21 t/m 25
Deze artikelen van het wetsontwerp leggen algemene
verplichtingen op aangaande de inhoud, de vorm en
andere aspecten in verband met de verzekeringsover-
eenkomsten en met alle andere documenten die betrek-
king hebben op het sluiten en het uitvoeren van deze
overeenkomsten. Gelet op het advies van de Raad van
State (punt 11.1) werd de in het voorontwerp opgeno-
men territoriale beperking van het toepassingsgebied
van Titel I van Deel 3 niet hernomen in het uiteindelijke
ontwerp van wet. De bepalingen uit deze titel hernemen
immers grotendeels bepalingen uit de controlewet (met
name artikel 19, § 1, artikel 19bis, artikel 19ter, artikel
28sexies, artikel 65 en artikel 28septies) waarvan het
toepassingsgebied niet wordt afgebakend aan de hand
van lokalisatie van het risico of de verbintenis.
24
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’article 21 du projet de loi habilite le Roi à fi xer les
règles auxquelles les assureurs et les intermédiaires
doivent se conformer lors de la rédaction des documents
relatifs à la conclusion et à l’exécution des contrats d’as-
surance. L’habilitation précitée est, du moins en ce qui
concerne les entreprises d’assurances, celle que prévoit
l’actuel article 19, § 1er, de la loi de contrôle, article dont
le contrôle du respect relève explicitement, en vertu de
l’article 45, § 1er, 3°, e, de la loi sur la surveillance fi nan-
cière, des compétences de la FSMA. L’article 19, § 1er,
de la loi de contrôle traite également des conditions et
des tarifs. Eu égard au champ d’application particulier
des dispositions traitant de ces aspects, celles-ci ont
toutefois été intégrées dans le projet de loi à un autre
endroit, à savoir à l’article 40 et à l’article 41.
L’article 22 du projet de loi reprend les règles actuelle-
ment prévues par l’article 19bis de la loi de contrôle. Le
contrôle du respect de cette disposition revient, en vertu
de l’article 45, § 1er, 3°, e, de la loi sur la surveillance
fi nancière, à la FSMA. La terminologie a été adaptée
afi n de clarifi er le texte et de rendre l’ensemble plus
cohérent. Le membre de phrase “[t]outes clauses et tous
accords” a été remplacé par “[l]es conditions générales,
particulières et spéciales, les contrats d’assurance
dans leur ensemble, ainsi que toutes les clauses prises
séparément”. Les règles s’appliquent donc à tous les
éléments du contrat, tant aux conditions générales
et conditions spéciales (c’est-à-dire les conditions
générales qui s’appliquent à une catégorie déterminée
d’assurés ou de risques) qu’aux conditions particulières,
et tant au contrat dans son ensemble qu’aux différentes
clauses prises séparément. Comme l’intention n’est
pas de modifi er le champ d’application initial de cette
disposition, le champ d’application matériel qui était
prévu dans l’avant-projet de loi a, compte tenu de l’avis
du Conseil d’État à ce sujet (point 11.1), été adapté dans
la version fi nale du projet de loi. Si les contrats ne sont
pas conformes aux dispositions des parties 2 et 3 de
la présente loi ou aux dispositions de la loi de contrôle,
et à leurs arrêtés et règlements d’exécution, ils sont
censés avoir été établis, dès la conclusion du contrat,
en conformité avec les dispositions pertinentes, selon
le cas, de la présente loi ou de la loi de contrôle.
Du paragraphe 2 de l’article 19bis de la loi de contrôle,
seule la dernière phrase a été reprise. L’alinéa 1er de
ce paragraphe est une simple disposition transitoire qui
règle la manière dont l’article 19bis de la loi de contrôle,
tel que modifi é par la loi du 19 juillet 1991 modifi ant la
loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises
d’assurances et fi xant certaines dispositions relatives au
fonctionnement de l’Office de Contrôle des Assurances,
Artikel 21 van het wetsontwerp bevat een machtiging
aan de Koning voor het vaststellen van de regels waar-
aan de verzekeraars en de tussenpersonen zich moeten
houden bij het opstellen van de documenten die be-
trekking hebben op het sluiten en het uitvoeren van de
verzekeringsovereenkomsten. Deze machtiging werd,
althans wat de verzekeringsondernemingen betreft, over-
genomen uit artikel 19, § 1 van de controlewet, welk artikel
op basis van artikel 45, § 1, 3°, e. van de wet fi nancieel
toezicht uitdrukkelijk onder de toezichtsbevoegdheid van
de FSMA valt. Artikel 19, § 1 van de controlewet handelt
ook over de voorwaarden en de tarieven. Gelet op het
bijzondere toepassingsgebied van de bepalingen in dit
verband, werden deze echter elders in het ontwerp, met
name in artikel 40 en artikel 41, hernomen.
Artikel 22 van het wetsontwerp herneemt de regeling
van artikel 19bis van de controlewet. Het toezicht op de
naleving van deze bepaling komt op basis van artikel 45,
§ 1, 3°, e. van de wet fi nancieel toezicht uitdrukkelijk toe
aan de FSMA. De terminologie werd aangepast ten einde
de tekst te verduidelijken en het geheel meer coherent
te maken. De zinsnede “[a]lle clausules en overeenkom-
sten” werd vervangen door “[d]e algemene, bijzondere en
speciale voorwaarden, de verzekeringsovereenkomsten
in hun geheel, evenals alle clausules afzonderlijk”. De
regeling geldt dus voor alle onderdelen van de overeen-
komst, zowel de algemene voorwaarden, de speciale
voorwaarden (dit zijn de algemene voorwaarden die
gelden voor een bepaalde categorie van verzekerden of
risico’s), als de bijzondere voorwaarden, en zowel voor de
overeenkomst in haar geheel, als voor de verschillende
clausules afzonderlijk. Aangezien men niet de intentie
heeft het oorspronkelijke toepassingsgebied van deze
bepaling te wijzigen, werd, gelet op het advies van de
Raad van State in dit verband (punt 11.1), het materiële
toepassingsgebied zoals dit werd opgenomen in het
voorontwerp, aangepast in het uiteindelijke wetsontwerp.
Indien de overeenkomsten niet in overeenstemming zijn
met de bepalingen van deel 2 en deel 3 van deze wet
of met de bepalingen van de controlewet, en met hun
uitvoeringsbesluiten en -reglementen, worden zij vanaf
het sluiten van de overeenkomst geacht te zijn opgesteld
in overeenstemming met de relevante bepalingen van
deze wet, dan wel de controlewet.
Van paragraaf 2 van artikel 19bis van de controlewet
werd enkel de laatste zin hier overgenomen. Het eerste
lid van deze paragraaf is een loutere overgangsbepaling
die de toepassing regelt van het bij wet van 19 juli 1991
tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle der verzekeringsondernemingen en tot vaststel-
ling van een aantal bepalingen betreffende de werking
van de Controledienst voor de Verzekeringen gewijzigde
25
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
s’applique aux contrats qui ont été conclus avant l’entrée
en vigueur de cette loi modifi cative de 1991.
L’article 23 du projet de loi est une nouvelle disposi-
tion qui vise à renforcer la protection du consommateur
d’assurances en cas de discussion sur l’interprétation
de dispositions contractuelles. Dans l’esprit de ce que
prévoit également l’article 40, § 2, de la loi du 6 avril 2010
relative aux pratiques du marché et à la protection du
consommateur, il précise, en vue de protéger la partie
contractante jugée plus faible, qu’en cas de doute sur
le sens d’une clause d’un contrat d’assurance, c’est
l’interprétation la plus favorable au preneur d’assurance
qui prévaut. Une exception est prévue pour les contrats
d’assurance relatifs à certains grands risques.
L’article 23 inclut également dans le projet de loi l’in-
terdiction énoncée à l’article 14 du règlement général,
en vertu de laquelle les contrats d’assurance ne peuvent
contenir aucune clause de nature à porter atteinte à
l’équivalence entre les engagements de l’assureur et
ceux du preneur d’assurance.
L’article 24 du projet de loi reprend l’article 19ter de
la loi de contrôle.
Articles 25 à 27
Assurances obligatoires
Le règlement (CE) n° 593/2008 du Parlement euro-
péen et du Conseil du 17 juin 2008 sur la loi applicable
aux obligations contractuelles (Rome I) (ci-après “le
règlement Rome I”) étant d’application directe, il est
proposé de ne reprendre les chapitres de la loi de
contrôle qui traitent de la loi applicable que dans les
dispositions transitoires du projet de loi, à l’exception
de quelques dispositions particulières. L’une de ces
dispositions particulières est l’article 28sexies de la
loi de contrôle qui dispose que les contrats destinés à
satisfaire à une obligation d’assurance imposée par la
loi belge sont régis par la loi belge. L’article 25 du projet
de loi reprend cet article. En vertu de l’article 7, para-
graphe 4, b), du règlement (CE) n° 593/2008 précité, les
États membres ont en effet le droit de disposer que le
contrat d’assurance est régi par la loi de l’État membre
qui impose l’obligation de souscrire une assurance.
Le Gouvernement propose de maintenir cette règle
dans le futur.
En vertu de l’article 181, paragraphe 2, de la direc-
tive Solvabilité II, les États membres qui imposent
artikel 19bis van de controlewet op de overeenkomsten
die werden afgesloten voor de inwerkingtreding van deze
wijzigingswet van 1991.
Artikel 23 van het wetsontwerp is een nieuwe bepaling
ter versterking van de bescherming van de verzekerings-
consument in geval van discussie over de interpretatie
van contractuele bepalingen. In de geest van wat ook
voorzien is in artikel 40, § 2 van de wet van 6 april 2010
betreffende marktpraktijken en consumentenbescher-
ming werd, ter bescherming van de contractueel zwak-
ker geachte partij, bepaald dat in geval van twijfel over
de betekenis van een beding van een verzekeringsover-
eenkomst de voor de verzekeringnemer meest gunstige
interpretatie prevaleert. Er is een uitzondering voorzien
voor die verzekeringsovereenkomsten die betrekking
hebben op bepaalde grote risico’s.
Via artikel 23 wordt ook het verbod uit artikel 14 van
het algemeen reglement om in verzekeringsovereen-
komsten clausules op te nemen die een inbreuk maken
op de gelijkwaardigheid tussen de verbintenissen van
de verzekeraar en de verzekeringnemer, in het wets-
ontwerp opgenomen.
Artikel 24 van het wetsontwerp herneemt artikel 19ter
van de controlewet.
Artikel 25 t/m 27
Verplichte verzekeringen
Gelet op de rechtstreekse werking van de Verordening
(EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de
Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepas-
sing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)
(hierna “verordening Rome I”) wordt voorgesteld om
de hoofdstukken uit de controlewet die handelen over
het toepasselijke recht, enkele bijzondere bepalingen
uitgezonderd, enkel op te nemen in de overgangsbepa-
lingen van het wetsontwerp. Eén van deze bijzondere
bepalingen is artikel 28sexies van de controlewet dat
bepaalt dat overeenkomsten die bestemd zijn om te vol-
doen aan een door de Belgische wetgeving opgelegde
verzekeringsplicht worden beheerst door het Belgische
recht. Artikel 25 van het ontwerp herneemt dit artikel. Op
grond van artikel 7, 4., b) van de voormelde Verordening
(EG) nr. 593/2008 hebben lidstaten immers het recht om
te bepalen dat de verzekeringsovereenkomst wordt be-
heerst door het recht van de lidstaat die de verplichting
oplegt om een verzekering af te sluiten. De regering
stelt voor deze regel ook in de toekomst te behouden.
Op grond van artikel 181, lid 2, van de richtlijn
Solvabiliteit II hebben de lidstaten die bepaalde
26
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’obligation de souscrire une assurance, ont le droit
d’exiger des entreprises d’assurances qu’elles commu-
niquent à leur autorité de contrôle, préalablement à leur
utilisation, les “conditions générales et particulières[sic]”
de cette assurance. L’article 26 du projet de loi met en
œuvre cette faculté.
L’obligation actuelle de communiquer ces conditions
est répartie sur plusieurs dispositions. Ces règles
ont en outre une portée différente selon l’origine des
entreprises. La terminologie utilisée n’est pas non plus
uniforme. L’article 65 de la loi de contrôle impose aux
entreprises de l’EEE l’obligation de communiquer à la
Banque Nationale et à la FSMA “les conditions géné-
rales et spéciales” des assurances rendues obligatoires
en Belgique, préalablement à leur utilisation. L’article 16,
§ 1er, 3°, a), et l’article 30ter, § 2, 3°, du règlement général
énoncent les règles applicables, respectivement, aux
entreprises belges et aux entreprises de pays tiers, et
prévoient uniquement l’obligation expresse de joindre
“les conditions générales et spéciales” à la requête
d’agrément (laquelle doit être adressée à la Banque
Nationale).
Le manque d’uniformité dans la terminologie utilisée
existe déjà au niveau des directives européennes. Alors
que la version anglaise tant de la directive Solvabilité II
que de la directive 92/49/CEE du 18 juin 1992 (troisième
directive “assurance non vie”) parle de “special condi-
tions”, ce terme a été traduit dans la version française
de l’une de ces directives par “conditions particulières”
(directive Solvabilité II) et dans celle de l’autre directive
par “conditions spéciales” (troisième directive “assu-
rance non vie”).
Ce manque actuel d’uniformité dans la terminologie
utilisée peut être source de confusion quant à savoir
de quelles conditions il s’agit exactement, soit des
spéciales soit des particulières. Le projet de loi tente
de clarifi er et d’uniformiser le régime existant.
L’article 26 du projet de loi dispose, en son para-
graphe 1er, que les assureurs qui proposent des assu-
rances du groupe d’activités “non-vie” rendues obliga-
toires en Belgique, sont tenus d’en informer la FSMA.
Le paragraphe 2 de cet article prévoit que la FSMA
peut exiger de ces assureurs qu’ils lui communiquent,
préalablement à leur diffusion, les conditions générales
et spéciales de ces assurances du groupe d’activités
“non-vie” rendues obligatoires en Belgique.
— Conformément à la directive Solvabilité II, l’obliga-
tion a été limitée aux assurances obligatoires du groupe
d’activités “non-vie”.
verzekeringen verplicht stellen, het recht te eisen dat
verzekeringsondernemingen hun toezichthoudende
autoriteit in kennis stellen van “de algemene en
bijzondere[sic] voorwaarden” van dergelijke verzeke-
ringen voordat van deze voorwaarden gebruik wordt
gemaakt. Artikel 26 van het wetsontwerp voert deze
mogelijkheid uit.
De huidige verplichting om deze voorwaarden mee
te delen staat verspreid over verschillende bepalingen.
Bovendien hebben de regels een verschillende draag-
wijdte afhankelijk van de herkomst van de onderne-
mingen. Ook de gebruikte terminologie is niet uniform.
Artikel 65 van de controlewet bevat de verplichting
voor de EER ondernemingen om “de algemene en de
bijzondere voorwaarden” van de in België verplicht
gestelde verzekeringen aan de Bank en de FSMA mee
te delen voordat er gebruik van wordt gemaakt. Artikel
16, § 1, 3°, a) en artikel 30ter, § 2, 3° van het algemeen
reglement bevat de regeling voor respectievelijk de
Belgische ondernemingen en de ondernemingen uit
derde landen, en legt enkel de uitdrukkelijke verplichting
op “de algemene en speciale” voorwaarden te voegen
bij de toelatingsaanvraag (welke aan de Nationale Bank
moet worden gericht).
Het gebrek aan uniformiteit in de gebruikte terminolo-
gie bestaat reeds op het niveau van de Europese richt-
lijnen. Hoewel de Engelse versie van zowel de richtlijn
Solvabiliteit II als de derde schaderichtlijn 92/49/EEG
van 18 juni 1992 spreekt over “special conditions”, wordt
dit in de Franse versie in de ene richtlijn vertaald als “les
conditions particulières” (in de richtlijn Solvabiliteit II) en
in de andere richtlijn als “les conditions spéciales” (in
de derde richtlijn schadeverzekering).
Het huidige gebrek aan uniformiteit in de gebruikte
terminologie kan aanleiding geven tot onduidelijkheid
over welke voorwaarden het precies gaat, de speciale,
dan wel de bijzondere. Het wetsontwerp tracht de be-
staande regeling te verduidelijken en te uniformiseren.
Artikel 26, § 1 van het wetsontwerp legt aan de ver-
zekeraars die in België verplicht gestelde verzekeringen
uit de groep “niet-leven” aanbieden de verplichting op
dit aan de FSMA mee te delen. In de tweede paragraaf
wordt voorzien dat de FSMA aan deze verzekeraars
de plicht kan opleggen de algemene en de speciale
voorwaarden van deze in België verplicht gestelde
verzekeringen uit de groep “niet-leven” aan de FSMA
mee te delen voordat er gebruik van wordt gemaakt.
— In uitvoering van de richtlijn Solvabiliteit II werd de
verplichting beperkt tot de verplichte verzekeringen uit
de groep “niet-leven”.
27
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— L’obligation de communiquer les conditions s’ap-
plique à toutes les entités qui tombent dans le champ
d’application de la loi et qui offrent des assurances
rendues obligatoires en Belgique.
— La communication des conditions n’est pas une
obligation légale automatique, mais une possibilité qui
peut être imposée par la FSMA et qui ne s’applique pas
uniquement au moment de la demande d’agrément.
La FSMA peut imposer qu’une copie des conditions
générales et spéciales lui soit communiquée avant leur
première utilisation.
— Il a été précisé que les conditions visées sont les
conditions générales et spéciales, et non les condi-
tions particulières. Compte tenu de l’avis du Conseil
d’État à ce sujet (point 11.2), l’on rappelle qu’il convient
d’entendre par “conditions spéciales” les conditions
générales qui s’appliquent à une catégorie déterminée
d’assurés ou de risques.
L’article 27 du projet de loi reprend l’article 28septies
de la loi de contrôle et met en œuvre l’option prévue à
l’article 179, paragraphe 3, de la directive Solvabilité II.
TITRE II
Règles en matière de transparence
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales concernant les publicités
et autres documents et avis
Article 28
L’article 28 du projet de loi comporte des règles
relatives à la publicité. Compte tenu des observations
émises par le Conseil d’État dans son avis en ce qui
concerne le champ d’application spatial de cet article
(point 13), il a été décidé de scinder le titre II de la partie
3 de la loi en deux chapitres. Le chapitre 1er contient
une disposition énonçant les obligations générales
applicables à toute forme de publicité sur le territoire
belge. Le point de repère de cette disposition est la
commercialisation sur le territoire belge, quelle que soit
l’origine de l’assureur et quelle que soit la localisation
défi nitive du risque ou de l’engagement.
Le paragraphe 1er de l’article 28 traite des docu-
ments portés à la connaissance du public en Belgique
et reprend la deuxième partie de la première phrase
de l’article 20 de la loi de contrôle. Le paragraphe 2
habilite le Roi à fi xer des règles particulières concernant
— De verplichting om de voorwaarden over te maken
geldt voor alle entiteiten die onder het toepassingsge-
bied van de wet vallen en die in België verplicht gestelde
verzekeringen aanbieden.
— De mededeling is geen automatische wettelijke
plicht, maar een mogelijkheid die kan worden opgelegd
door de FSMA, en die niet beperkt is tot het moment
van de toelatingsaanvraag. De FSMA kan opleggen dat
een kopie van de algemene en speciale voorwaarden
moet worden meegedeeld telkens voordat er voor de
eerste keer gebruik van wordt gemaakt.
— Er werd verduidelijkt dat de algemene en de spe-
ciale voorwaarden worden bedoeld en niet de bijzon-
dere. Gelet op het advies van de Raad van State in dit
verband (punt 11.2) dient te worden toegelicht dat onder
de speciale voorwaarden wordt begrepen, de algemene
voorwaarden die gelden voor een bepaalde categorie
van verzekerden of risico’s.
Artikel 27 van het wetsontwerp herneemt artikel
28septies van de controlewet en is een implementatie
van de optie die wordt geboden in artikel 179, lid 3 van
de richtlijn Solvabiliteit II.
TITEL II
Transparantievoorschriften
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen inzake reclame en andere
documenten en berichten
Artikel 28
Artikel 28 van het wetsontwerp bevat regels in ver-
band met de publiciteit. Gelet op de opmerkingen in
het advies van de Raad van State met betrekking tot
het ruimtelijk toepassingsgebied van dit artikel (punt
13), werd besloten titel II van deel 3 op te splitsen in
twee hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat een
bepaling met de algemene verplichtingen die gelden
voor elke vorm van publiciteit op het Belgische grond-
gebied. Aanknopingspunt is de commercialisatie op het
Belgische grondgebied, ongeacht de herkomst van de
verzekeraar en ongeacht de uiteindelijke plaats van het
risico of de verbintenis.
De eerste paragraaf van artikel 28 handelt over de
documenten die in België ter algemene kennis worden
gebracht en herneemt het tweede deel van de eerste zin
van artikel 20 van de controlewet. De tweede paragraaf
bevat een machtiging aan de Koning om bijzondere
28
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
le contenu et le mode de présentation de la publicité
diffusée, sous quelque forme que ce soit, à savoir par
voie électronique, sur papier ou autrement encore.
Ces règles s’appliquent à toute publicité, qu’il s’agisse
d’avis, de communications à caractère promotionnel
ou de tous autres documents de commercialisation. Le
paragraphe 3 énonce quelques conditions auxquelles
la publicité doit toujours au moins satisfaire. Le para-
graphe 4 précise ce qu’il y a lieu d’entendre exactement
par “commercialisation”, cette notion visant aussi bien
les activités des assureurs que celles des intermédiaires
d’assurances. Le paragraphe 5 impose l’obligation de
conserver une copie de la publicité pendant une période
déterminée.
CHAPITRE 2
Des informations
Article 29
Conformément à l’article 29 du projet de loi, les règles
énoncées dans ce chapitre s’appliquent uniquement
dans le cas où le risque ou l’engagement du contrat
concerné est situé en Belgique. Selon les articles 183,
paragraphe 3, et 185, paragraphe 8, de la directive
Solvabilité II, les modalités de mise en œuvre des obli-
gations d’information sont, en effet, établies par l’État
membre où le risque ou l’engagement est situé.
Article 30
Le projet de loi scinde l’article 20, alinéa 1er, de la loi
de contrôle pour en faire deux dispositions distinctes.
Tandis que l’article 28, § 1er, du projet de loi traite de
manière générale des documents portés à la connais-
sance du public et fi gure dans l’article général relatif
à la publicité, l’article 30 du projet de loi porte sur les
documents destinés au preneur d’assurance, à l’assuré,
au bénéfi ciaire et à tout tiers ayant un intérêt à l’exécu-
tion du contrat et, partant, également sur l’information
précontractuelle. L’article 30 du projet de loi reprend
dans une large mesure la première partie de la première
phrase de l’article 20 de la loi de contrôle. La description
des tiers concernés a été adaptée selon la terminologie
utilisée dans le projet de loi pour qualifi er ce groupe.
Article 31
L’article 31 du projet de loi vise à mettre en œuvre les
options prévues par l’article 179, paragraphe 4, point
b) et l’article 179, paragraphe 4, in fi ne, de la directive
Solvabilité II.
regels in verband met de inhoud en de voorstellings-
wijze van de publiciteit, onder welke vorm dan ook dat
deze gebeurt — elektronisch, op papier of anderszins
— vast te stellen. De regels gelden voor alle publiciteit,
zowel onder de vorm van berichten en reclame, als alle
andere op de commercialisering gerichte documenten.
De derde paragraaf bevat enkele minimumvoorwaarden
waaraan de publiciteit altijd moet beantwoorden. In de
vierde paragraaf wordt verduidelijkt wat er precies wordt
verstaan onder commercialisering, waaronder zowel
de activiteiten van de verzekeraar als deze van de ver-
zekeringstussenpersonen worden begrepen. De vijfde
paragraaf legt een verplichting op om een kopie van de
publiciteit te bewaren gedurende een bepaalde periode.
HOOFDSTUK 2
Informatie
Artikel 29
Overeenkomstig artikel 29 zijn de regels uit dit hoofd-
stuk slechts van toepassing in het geval het risico of de
verbintenis van de betrokken overeenkomst in België is
gelegen. Gelet op de artikelen 183, lid 3 en 185, lid 8
van de richtlijn Solvabiliteit II worden de gedetailleerde
voorschriften inzake informatieverplichtingen immers
vastgesteld door de lidstaat waar het risico dan wel de
verbintenis is gelegen.
Artikel 30
In het wetsontwerp werd het artikel 20, lid 1 van de
controlewet opgesplitst in twee aparte bepalingen.
Waar artikel 28, § 1 van het ontwerp in het algemeen
handelt over documenten die ter algemene kennis
worden gebracht en werd opgenomen in het algemene
artikel over publiciteit, heeft artikel 30 van het ontwerp
betrekking op documenten die bestemd zijn voor de
verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigde en
alle derden die belang hebben bij de uitvoering en dus
ook op de precontractuele informatie. Artikel 30 van het
wetsontwerp herneemt in grote mate het eerste deel
van de eerste zin van artikel 20 van de controlewet. De
omschrijving van de relevante derden werd aangepast
aan de terminologie die ter omschrijving van deze groep
wordt gehanteerd in het ontwerp.
Artikel 31
Artikel 31 van het wetsontwerp werd opgenomen ter
implementatie van de opties uit artikel 179, lid 4, punt b)
en artikel 179, lid 4 in fi ne van de richtlijn Solvabiliteit II.
29
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Articles 32 à 38
Les articles 32 à 38 du projet de loi énoncent les
obligations d’information générales, tant précontrac-
tuelles que contractuelles. Ces obligations d’information
transposent les articles 183, 184 et 185 de la directive
Solvabilité II et reprennent en grande partie les dispo-
sitions fi gurant à l’article 15 du règlement général. Tant
au moment de la conclusion d’un contrat d’assurance
que pendant la durée de celui-ci, il est primordial pour le
preneur d’assurance d’être bien informé. Les exigences
d’information de base prévues par le règlement général
sont reprises dans la loi même. Le Roi est habilité à les
défi nir de manière plus précise, voire à les étendre si
nécessaire.
La ventilation actuelle entre les obligations d’informa-
tion applicables aux assurances du groupe d’activités
“vie” et celles applicables au groupe d’activités “non-vie”
a été maintenue dans le projet de loi. Les articles 32 et
33 énoncent les obligations à respecter avant la conclu-
sion du contrat pour les assurances du groupe d’acti-
vités “non-vie”, l’article 35 précisant celles à respecter
avant la conclusion du contrat pour les assurances du
groupe d’activité “vie”. L’article 35 cite également, parmi
les informations à communiquer, celle qui concerne le
traitement fi scal des prestations à l’échéance fi nale du
contrat et en cas de rachat anticipé, telle que prévue par
l’arrêté royal Vie. Les obligations d’information précon-
tractuelles prévues par le projet de loi s’appliquent sans
préjudice des obligations d’information à respecter en
vertu d’autres lois, arrêtés et/ou règlements.
Les dispositions qui ont trait à la participation aux
bénéfi ces ont été intégrées dans le projet de loi sous
un titre distinct.
Les articles 34 et 36 précisent celles des modifi ca-
tions éventuellement apportées à ces informations qui
doivent être communiquées pendant toute la durée du
contrat. Au point c) de l’article 36, qui reprend l’article
15, § 2, du règlement général, une modifi cation d’ordre
terminologique a été opérée afi n de clarifi er le contenu
de la disposition.
Ces dispositions règlent uniquement les obligations
d’information à respecter avant ou après une modifi -
cation éventuelle du contrat d’assurance et ne traitent
aucunement de la manière dont un tel contrat peut être
modifi é. Les obligations d’information reprises dans la
loi ne portent dès lors pas atteinte à la règle générale
qui veut que les contrats ne puissent être modifi és que
de commun accord.
Artikel 32 t/m 38
De artikelen 32 tot en met 38 van het wetsontwerp
bevatten algemene precontractuele en contractuele
informatieplichten. De informatieplichten implementeren
de artikelen 183, 184 en 185 van de richtlijn Solvabiliteit
II en nemen grotendeels over wat er in artikel 15 van
het algemeen reglement staat. Zowel bij het afsluiten
van een verzekeringsovereenkomst als gedurende de
looptijd ervan, is goed geïnformeerd zijn van primordiaal
belang voor de verzekeringnemer. De basisinformatie-
vereisten uit het algemeen reglement werden in de wet
zelf opgenomen. Aan de Koning wordt de machtiging
gegeven om deze verder uit te werken, dan wel uit te
breiden, indien nodig.
De bestaande opsplitsing tussen de informatieplich-
ten van toepassing op de verzekeringen uit de groep
“leven” en de groep “niet-leven” werd behouden in het
wetsontwerp. De artikelen 32 en 33 van het wetsont-
werp bevatten de verplichtingen vóór het sluiten van
de overeenkomst voor de verzekeringen uit de groep
“niet-leven”, het ontwerpartikel 35 bevat de verplich-
tingen vóór het sluiten van de overeenkomst voor de
verzekeringen uit de groep “leven”. In artikel 35 werd ook
de specifi eke informatie over fi scale behandeling van
prestaties op de eindvervaldag van de overeenkomst
en in geval van vervroegde afkoop uit het KB Leven
opgenomen. De in het wetsontwerp opgenomen precon-
tractuele informatieplichten gelden onverminderd de op
grond van andere wetten, besluiten en/of reglementen
na te leven informatieplichten.
De bepalingen die verband houden met de winstde-
ling, werden in het wetsontwerp in een afzonderlijke
titel opgenomen.
De artikelen 34 en 36 bevatten de eventuele wijzigin-
gen aan deze informatie die gedurende de looptijd van
de overeenkomst moeten worden meegedeeld. In punt
c) van artikel 36, hetwelk artikel 15, § 2 van het alge-
meen reglement herneemt, werd een terminologische
wijziging doorgevoerd om de inhoud van de bepaling
te verduidelijken.
Deze bepalingen regelen louter de informatieplichten
voor of na een eventuele wijziging en betekenen op zich
niets voor de wijze waarop een verzekeringsovereen-
komst kan worden gewijzigd. De in de wet opgenomen
informatieplichten doen dan ook geen afbreuk aan de
algemene regel dat overeenkomsten slechts kunnen
worden gewijzigd na onderlinge toestemming.
30
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’article 37 du projet de loi constitue la transpo-
sition de l’article 185, paragraphe 6, de la directive
Solvabilité II.
L’article 38 du projet de loi est basé sur l’article 20,
alinéa 2, de la loi de contrôle et confère au Roi une
habilitation générale pour expliciter et/ou étendre les
obligations d’information. Cette habilitation devra être
concrétisée dans le respect de l’article 185, paragraphe
7, de la directive Solvabilité II, qui prévoit que, dans le
cas d’opérations relevant du groupe d’activités “vie”,
l’État membre de l’engagement peut uniquement exiger
la fourniture d’informations supplémentaires par rap-
port à celles énumérées aux paragraphes 2 à 5 de cet
article 185 si la fourniture de ces informations supplé-
mentaires est nécessaire à la compréhension effective
par le preneur d’assurance des éléments essentiels de
l’engagement.
TITRE III
La tarifi cation, les conditions et la segmentation
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 39
La limitation du champ d’application spatial qui était
prévue par l’avant-projet de loi n’a pas été maintenue
en ce qui concerne les assureurs belges, étant donné
que le champ d’application de l’article initial de la loi
de contrôle n’était pas non plus limité en fonction de la
localisation du risque ou de l’engagement en Belgique
(voir dans ce sens l’avis du Conseil d’État sur le champ
d’application de l’article 19bis de la loi de contrôle, point
11.1). Les assureurs belges sont également tenus au
respect de ces dispositions dans l’exercice de leurs
activités à l’étranger.
Article 40
L’article 40 du projet de loi reprend l’article 19, § 1er,
de la loi de contrôle en ce qui concerne les tarifs et les
conditions. Bien que le contrôle du respect de l’article
19, § 1er, de la loi de contrôle incombe, conformément
à l’article 45, § 1er, 3°, e, de la loi sur la surveillance
financière, à la FSMA, une interférence entre les
règles de conduite relatives aux tarifs et conditions et
les règles prudentielles en la matière n’est pas exclue.
C’est la raison pour laquelle l’habilitation au Roi prévoit
désormais une compétence d’avis non seulement dans
le chef de la FSMA, mais également dans le chef de
Artikel 37 van het wetsontwerp is een omzetting van
artikel 185, lid 6 van de richtlijn Solvabiliteit II.
Artikel 38 van het wetsontwerp is gebaseerd op arti-
kel 20, lid 2 van de controlewet en bevat een algemene
machtiging aan de Koning om de informatieplichten toe
te lichten en/of uit te breiden. Die machtiging geldt met
inachtneming van artikel 185, punt 7, van de richtlijn
Solvabiliteit II, waarin is bepaald dat bij verrichtingen
die behoren tot de groep activiteiten “leven” de lidstaat
van verbintenis slechts mag verlangen dat aanvullende
gegevens worden verstrekt naast de gegevens die
zijn vermeld in de punten 2 tot en met 5 van datzelfde
artikel 185, wanneer het verstrekken van die aanvul-
lende gegevens nodig is voor een goed begrip door de
verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van
de verbintenis.
TITEL III
Tarifering, voorwaarden en segmentatie
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 39
De in het voorontwerp opgenomen beperking van het
ruimtelijke toepassingsgebied werd niet langer herno-
men wat de Belgische verzekeraars betreft, aangezien
ook het toepassingsgebied van het oorspronkelijke
artikel uit de controlewet niet werd beperkt aan de hand
van de lokalisatie van het risico of de verbintenis in
België (zie in dezelfde zin het advies van de Raad van
State over het toepassingsgebied van artikel 19bis van
de controlewet, punt 11.1). De Belgische verzekeraars
zijn ook voor hun activiteiten in het buitenland gebonden
door deze bepalingen.
Artikel 40
Artikel 40 van het wetsontwerp herneemt artikel 19, §
1 van de controlewet wat de tarieven en de voorwaarden
betreft. Hoewel het toezicht op artikel 19, § 1 van de
controlewet overeenkomstig artikel 45, § 1, 3°, e. van
de wet fi nancieel toezicht aan de FSMA toebehoort,
is interferentie tussen de gedragsregels in verband
met de tarieven en de voorwaarden en de prudentiële
regels in dit verband niet uitgesloten. Daarom werd in
de machtiging aan de Koning niet enkel een adviesbe-
voegdheid voor de FSMA opgenomen, maar tevens een
voor de Nationale Bank. Paragraaf 2 werd opgenomen
31
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
la Banque Nationale. Le paragraphe 2 met en œuvre
l’article 63, § 2, de la loi de contrôle qui exclut l’appli-
cation de l’article 19, en ce qui concerne les tarifs, pour
les entreprises d’assurances de l’EEE. L’alinéa 2 de ce
paragraphe a été inséré afi n de pouvoir parer aux effets
que l’arrêt de la Cour de Justice européenne du 7 mars
2013 serait susceptible d’avoir notamment sur les règles
relatives aux tarifs de l’assurance soins de santé.
Article 41
Cet article reprend l’article 21octies, § 2, alinéa 3,
de la loi de contrôle. Conformément à l’article 45, § 1er,
3°, e, de la loi sur la surveillance fi nancière, la FSMA
est chargée de veiller au respect de cette disposition.
CHAPITRE 2
De la segmentation
Articles 42 à 46
La segmentation touche à l’essence même de la tech-
nique de l’assurance professionnelle. L’intention n’est
donc pas d’interdire la segmentation, mais de renforcer,
dans certains cas, la protection du preneur d’assurance,
de l’assuré et/ou du bénéfi ciaire contre toute différen-
ciation arbitraire. Les dispositions en projet généralisent
dès lors l’interdiction légale de discrimination qui exis-
tait déjà pour les assurances considérées comme des
assurances de base, et la déclarent applicable quels que
soient les critères de segmentation utilisés. Le dispositif
légal constitue une mesure d’intérêt général. Il est, par
conséquent, applicable à tout assureur exerçant des
activités en Belgique, indépendamment de l’origine ou
du statut de l’assureur en question, mais son application
est, en revanche, limitée aux contrats dont le risque ou
l’engagement est situé en Belgique.
La technique de l’assurance a pour particularité de
chercher à composer des groupes de risques com-
parables. Elle permet, pour un groupe de personnes
ayant un profi l de risque similaire, de calculer les coûts
probables à supporter par l’assureur à la suite de la
garantie accordée et de fi xer la prime totale qui sera
demandée. Cette solidarité aléatoire est caractéristique
de la technique de l’assurance.
De même que la technique de l’assurance a pour
particularité de chercher à composer des groupes de
risques comparables, l’assureur devra chercher à éviter
in uitvoering van artikel 63, § 2 van de controlewet dat
artikel 19, wat betreft de tarieven, uitsluit voor EER
verzekeringsondernemingen. Het tweede lid van deze
paragraaf werd opgenomen om, gelet op het arrest van
het Europese Hof van Justitie van 7 maart 2013, de
impact op onder andere de regels inzake de tarieven
van de ziektekostenverzekering te kunnen opvangen.
Artikel 41
Dit artikel herneemt artikel 21octies, §2, 3de lid van
de controlewet. Overeenkomstig artikel 45, §1, 3°, e. van
de wet fi nancieel toezicht is de FSMA bevoegd voor het
toezicht op deze bepaling.
HOOFDSTUK 2
Segmentatie
Artikel 42 t/m 46
Segmentatie raakt aan de essentie van de profes-
sionele verzekeringstechniek. De bedoeling is dan ook
niet om segmentatie te verbieden, maar wel om, in
bepaalde gevallen, de bescherming van de verzeke-
ringnemer, de verzekerde en/of de begunstigde tegen
willekeurige differentiatie te versterken. In de ontwerp-
bepalingen wordt daarom het reeds bestaande wettelijke
antidiscriminatieverbod voor die verzekeringen die als
basisverzekeringen worden beschouwd, veralgemeend
en van toepassing gemaakt ongeacht de gehanteerde
segmentatiecriteria. De wettelijke regeling betreft een
maatregel van algemeen belang. Om deze reden is
hij van toepassing op elke verzekeraar die activiteiten
verricht in België, ongeacht de herkomst of het statuut
van deze verzekeraar, maar is anderszins de toepassing
ervan ook beperkt tot die overeenkomsten waarvan het
risico dan wel de verbintenis in België is gelegen.
Het is eigen aan de verzekeringstechniek om ernaar
te streven groepen van vergelijkbare risico’s samen
te stellen. Voor een groep van personen met een ge-
lijkaardig risicoprofi el kan de waarschijnlijke door de
verzekeraar ten gevolge van de verleende dekking te
dragen kosten worden berekend en kan de vereiste
totale premie worden vastgesteld. Deze kanssolidariteit
is kenmerkend voor de verzekeringstechniek.
Net zoals het eigen is aan de verzekeringstechniek
om ernaar te streven groepen van vergelijkbare risico’s
samen te stellen zal de verzekeraar subsidiërende
32
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
autant que possible la solidarité subventionnelle, dans
laquelle les personnes présentant de bons risques
paient trop de prime au profi t d’autres personnes.
Une segmentation illimitée et arbitraire comporte
toutefois le risque que les assurances deviennent,
de manière générale, difficiles à payer, voire que cer-
taines personnes ou certains groupes de personnes ne
puissent plus du tout souscrire d’assurance.
Compte tenu de ces éléments, le projet de loi vise,
dans le chapitre 2 du titre III, à encadrer légalement la
pratique de la segmentation pour certaines assurances
qui sont considérées en Belgique comme des assu-
rances de base.
A cet égard, il convient de relever que les assureurs
sont également tenus de respecter l’interdiction de
discrimination telle qu’elle est imposée par la législation
anti-discrimination belge. Cela signifi e que l’assureur,
dans les décisions qu’il prend en matière d’acceptation,
de tarifi cation et de garantie, ne peut pas opérer de
différenciation sur la base des critères énumérés dans
cette législation (religion, sexe, ...).
En complément aux règles déjà applicables en vertu
de la législation anti-discrimination belge, le projet de
loi introduit une obligation particulière de transparence
et de motivation en cas de segmentation opérée dans
le cadre de certaines assurances, dont il donne une
énumération. Ces obligations supplémentaires sont
toutefois limitées aux cas où le preneur d’assurance
est un consommateur au sens de la loi du 6 avril 2010
relative aux pratiques du marché.
La protection instaurée par l’article 43 va plus loin
que celle prévue par la législation anti-discrimination
belge. En ce qui concerne les assurances énumérées
à l’article 43 (et pour autant que le preneur d’assurance
soit un consommateur), toute différenciation opérée (sur
la base de n’importe quel critère, donc pas uniquement
sur la base des critères énumérés dans la législation
anti-discrimination) sur le plan de l’acceptation, de la
tarifi cation et de la garantie ‘doit être objectivement
justifi ée par un objectif légitime, et les moyens de réali-
ser cet objectif doivent être appropriés et nécessaires’.
L’article 43 n’est en revanche applicable que si les
conditions particulières prévues par cet article sont
également remplies (tant en ce qui concerne la nature
du contrat qu’en ce qui concerne la qualité du preneur
d’assurance). Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil
des ministres, pris sur avis de la FSMA et de la Banque
Nationale, étendre la liste des assurances visées par les
nouvelles règles instaurées par le chapitre 2 et y inclure
d’autres contrats d’assurance.
solidariteit, waarbij de goede risico’s te veel betalen,
zo veel als mogelijk trachten te vermijden.
Onbegrensde, willekeurige segmentatie brengt echter
het gevaar met zich mee dat verzekeringen in het alge-
meen moeilijk betaalbaar zouden worden of zelfs dat
bepaalde personen of groepen van personen helemaal
geen verzekering meer zouden kunnen afsluiten.
Gelet hierop beoogt het ontwerp van wet in het
segmentatiehoofdstuk de segmentatiepraktijk voor
bepaalde verzekeringen die in België als basisverze-
keringen worden beschouwd, wettelijk te omkaderen.
In dit verband dient erop te worden gewezen dat de
verzekeraars ook gebonden zijn door het verbod op
discriminatie zoals dit wordt opgelegd door de Belgische
antidiscriminatiewetgeving. Dit betekent dat de verzeke-
raar bij zijn beslissingen op vlak van acceptatie, tarifering
en dekking niet mag discrimineren op grond van de in
deze wetgeving opgesomde criteria (religie, geslacht, ...).
In aanvulling van de regels die reeds gelden op grond
van de Belgische antidiscriminatiewetgeving, legt het
wetsontwerp een bijzondere transparantie- en motive-
ringsplicht op in geval van segmentatie bij bepaalde
in de wet opgesomde verzekeringen. De bijkomende
verplichtingen zijn wel beperkt tot die gevallen waar de
verzekeringnemer een consument is in de zin van de
wet marktpraktijken van 6 april 2010.
De bescherming op grond van artikel 43 gaat verder
dan de Belgische antidiscriminatiewetgeving. Voor
die verzekeringen die worden opgesomd in artikel 43
(en voor zover de verzekeringnemer een consument
is), moet èlk onderscheid (op grond van eender welk
criterium, dus niet enkel op grond van de criteria op-
gesomd in de antidiscriminatiewetgeving) op het vlak
van acceptatie, tarifering en dekking ‘objectief worden
gerechtvaardigd door een legitiem doel en moeten de
middelen voor het bereiken van dat doel passend en
noodzakelijk zijn’. Hiertegenover staat dat artikel 43 wel
enkel van toepassing als ook de bijzondere voorwaar-
den uit dit artikel zijn vervuld (zowel met betrekking tot
de aard van de overeenkomst als met betrekking tot de
hoedanigheid van de verzekeringnemer). De Koning
is, op advies van de FSMA en de Nationale Bank, ge-
machtigd om bij een in de Ministerraad overlegd besluit
de lijst van verzekeringen waarvoor de uitgebreide
regeling van hoofdstuk 2 geldt uit te breiden tot andere
verzekeringsovereenkomsten.
33
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
L’article 311, § 2, du projet de loi accorde aux assu-
reurs une période transitoire pour se conformer, en
ce qui concerne les contrats existants, à l’obligation
énoncée à l’article 44. A l’issue de cette période, tant
les contrats qui existaient déjà avant l’entrée en vigueur
de la loi que les nouveaux contrats devront satisfaire aux
exigences légales. Il ne pourra plus être opéré entre ces
contrats de distinction, par exemple sur le plan des tarifs,
qui ne soit pas objectivement justifi ée par un objectif
légitime, les moyens de réaliser cet objectif devant pour
leur part être appropriés et nécessaires.
L’objectif principal des nouvelles dispositions est
d’accroître la transparence concernant les critères de
segmentation utilisés et d’imposer une obligation de
motivation expresse. Elles faciliteront ainsi le contrôle,
tant par le preneur d’assurance que par l’autorité de
contrôle, du respect de l’interdiction de segmentation
non objectivement justifi ée.
L’assureur doit publier sur son site web, par type de
contrat d’assurance, les critères de segmentation qu’il
utilise. L’assureur doit également fournir sur son site web
des explications sur la répartition opérée et les critères
de segmentation utilisés.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, imposer l’utilisa-
tion de certains critères ou, au contraire, l’interdire. En
imposant ou interdisant l’utilisation de certains critères,
le Roi peut, par exemple pour des raisons d’intérêt
général, intervenir dans la politique de segmentation des
assureurs, même si cette politique de segmentation est
basée sur une justifi cation objective et n’est pas en soi
contraire aux dispositions de la loi en projet.
Lors de la formulation d’une offre, l’assureur doit
motiver, à l’intention du preneur d’assurance concerné,
les critères de segmentation qu’il a utilisés. La même
obligation de motivation s’applique en cas d’adaptation
du contrat d’assurance à la suite de la modifi cation d’un
risque ou en cas de résiliation. Cette exigence ne porte
pas atteinte à l’obligation qui incombe à l’assureur de
se conformer aux autres règles légales applicables en
cas de modifi cation ou de résiliation du contrat.
L’explication concernant les critères susceptibles
d’avoir, dans le futur, un impact sur les conditions du
contrat vise à offrir au preneur d’assurance une protec-
tion supplémentaire, basée sur la mention des critères
dont on peut raisonnablement admettre qu’ils auront
dans le futur un impact sur les conditions du contrat.
Cette mention ne soustrait pas ces critères au test à
effectuer à l’aune de l’article 44, notamment au moment
Op grond van artikel 311, § 2 van het wetsontwerp
wordt er een overgangstermijn voorzien voor de verzeke-
raars om, wat de bestaande overeenkomsten betreft, te
voldoen aan de verplichting uit artikel 44. Na afl oop van
deze termijn moeten zowel de voor de inwerkingtreding
van de ontwerpwet reeds bestaande overeenkomsten
als de nieuwe overeenkomsten beantwoorden aan de
wettelijke vereisten. Er zal dan, bijvoorbeeld op het vlak
van de tarieven, tussen deze overeenkomsten geen
onderscheid meer mogen bestaan dat niet objectief
wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel, waarbij
de middelen voor het bereiken van dat doel passend en
noodzakelijk moeten zijn.
Het voornaamste doel van de nieuwe bepalingen is
om de transparantie omtrent de gebruikte segmentatie-
criteria te vergroten en een uitdrukkelijke motiverings-
plicht op te leggen. Op deze wijze wordt de controle
op de naleving van het verbod op niet objectief verant-
woorde segmentatie, zowel door de verzekeringnemer,
als door de toezichthouder, vergemakkelijkt.
De verzekeraar moet op haar website per type van
verzekeringsovereenkomst de segmenteringscriteria
publiceren die zij gebruikt. Op haar website moet de
verzekeraar ook duiding geven bij de opdeling en de
gebruikte segmentatiecriteria.
De Koning is, op advies van de FSMA, gemachtigd
om bij een in de Ministerraad overlegd besluit het gebruik
van bepaalde criteria op te leggen, dan wel te verbieden.
Door bepaalde criteria op te leggen of te verbieden kan
de Koning, bijvoorbeeld om redenen van algemeen be-
lang, ingrijpen in de segmentatiepolitiek van de verzeke-
raars, zelfs indien deze segmentatiepolitiek gebaseerd
is op een objectieve rechtvaardigingsgrond en op zich
niet in strijd is met de bepalingen van deze ontwerpwet.
Bij het formuleren van een aanbod dient de verzeke-
raar de gebruikte segmentatiecriteria te motiveren ten
aanzien van de individuele verzekeringsnemer. Dezelfde
motiveringsplicht geldt bij aanpassing van de verzeke-
ringsovereenkomst in functie van een gewijzigd risico of
bij opzegging. Dit doet geen afbreuk aan de verplichting
van de verzekeraar om zich aan de overige toepasselijke
wettelijke voorschriften te houden in geval van wijziging
of opzegging van de overeenkomst.
De toelichting inzake criteria die in de toekomst een
impact kunnen hebben op de contractsvoorwaarden
beoogt de verzekeringnemer bijkomend te bescher-
men door criteria waarvan redelijkerwijze kan worden
aangenomen dat zij in de toekomst een impact op de
contractsvoorwaarden zullen hebben, te vermelden.
Dergelijke vermelding onttrekt deze criteria niet aan de
toets van artikel 44, met name op het ogenblik dat de
34
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
où leur impact devient réalité. La mention de futurs
critères ne peut dès lors être utilisée pour procéder, de
manière arbitraire, à une adaptation de la tarifi cation
ou de la garantie accordée sur la base d’un critère
dont l’impact pouvait bel et bien être prévu ou estimé
au moment de la conclusion du contrat d’assurance.
Un refus d’octroi d’assurance doit lui aussi être
motivé, le cas échéant, par l’assureur. Le projet de loi
prévoit une possibilité — limitée — d’exception à cette
obligation de motivation. Cette exception concerne
uniquement l’obligation de motivation et ne porte pas
atteinte aux autres obligations énoncées dans le cha-
pitre consacré à la segmentation, telle que celle prévue
par l’article 44. Dans des cas exceptionnels où la com-
munication du motif de son refus serait susceptible de
porter gravement préjudice à l’activité de l’assureur,
compte tenu notamment du caractère mutualiste de
l’activité d’assurance, ou l’amènerait à enfreindre une
obligation de secret imposée par la loi, l’assureur n’est
pas tenu de communiquer explicitement ce motif de
refus au candidat preneur d’assurance. Lorsque la
non-communication du motif de refus au candidat pre-
neur d’assurance ne peut être justifi ée par le respect
d’une obligation de secret imposée par la loi, l’assureur
ne peut se prévaloir de l’exception susvisée qu’à la
condition que le motif de refus en question fi gure dans
une liste limitative de motifs de refus confi dentiels qui
aura été préalablement communiquée à la FSMA et
approuvée par celle-ci. L’assureur est en outre tenu de
procéder, pour tous les refus de contrats où il aura fait
usage de l’exception à l’obligation de motivation, à un
stockage centralisé dans l’un de ses établissements
belges ou, s’il ne dispose pas d’un établissement belge,
à son siège principal, pour autant qu’il soit situé au sein
de l’EEE, ou en tout autre lieu préalablement approuvé
par la FSMA, en veillant à mentionner chaque fois le
motif de refus concerné.
Le projet de loi prévoit la possibilité pour le Roi de
prendre des arrêtés d’exécution concernant le contenu
précis de la motivation des décisions, ainsi que les
délais et les modalités de communication à respecter.
Les nouvelles dispositions ne portent pas atteinte aux
règles de protection déjà prévues par le droit applicable
au contrat d’assurance. Ainsi, par exemple, la dispo-
sition actuelle de l’article 14 du règlement général qui
énonce l’interdiction légale d’inclure dans les contrats
d’assurance des clauses de nature à porter atteinte
à l’équivalence entre les engagements de l’assureur
et ceux du preneur d’assurance, reste intégralement
d’application. Cette interdiction fi gure explicitement à
l’article 23 du projet de loi.
impact actueel zou worden. De vermelding van toekom-
stige criteria kan dan ook niet worden aangewend om
op willekeurige wijze een aanpassing van de tarifering
of verleende dekking door te voeren op grond van een
criterium waarvan de impact op het ogenblik van het
aangaan van de verzekeringsovereenkomst wel degelijk
kon worden voorzien of ingeschat.
Ook een weigering van verzekering moet desgeval-
lend worden gemotiveerd door de verzekeraar. Het wets-
ontwerp bevat een beperkte uitzonderingsmogelijkheid
op deze motiveringsplicht. De mogelijke uitzondering
betreft enkel de motiveringsplicht en doet geen afbreuk
aan de andere verplichtingen uit het segmentatiehoofd-
stuk, zoals bijvoorbeeld de verplichting uit artikel 44.
In uitzonderlijke gevallen waarbij de bekendmaking
van de weigeringsgrond ernstige schade zou kunnen
berokkenen aan het bedrijf van de verzekeraar, onder
andere rekening houdende met het mutualistisch ka-
rakter van het verzekeringsbedrijf, dan wel indien de
bekendmaking zou leiden tot een schending van een
wettelijke geheimhoudingsplicht, dient de verzekeraar
deze weigeringsgrond niet expliciet mee te delen aan
de kandidaat-verzekeringnemer. Voor zover het niet
mededelen van de weigeringsgrond aan de kandidaat-
verzekeringnemer niet kan worden verantwoord door de
naleving van een wettelijke geheimhoudingsplicht, kan
de verzekeraar zich enkel beroepen op de uitzondering
indien de relevante weigeringsgrond werd opgenomen in
een limitatieve lijst met confi dentiële weigeringsgronden
die op voorhand werd meegedeeld aan en goedgekeurd
door de FSMA. Bovendien dient de verzekeraar alle
contractsweigeringen waarbij een beroep werd gedaan
op de uitzondering aan de motiveringsplicht centraal
op te slaan, met vermelding van de relevante weige-
ringsgrond, in één van zijn Belgische vestigingen, dan
wel, indien hij geen Belgische vestiging heeft, in zijn
hoofdkantoor, voor zover dit binnen de EER gelegen
is, of op een andere voorafgaandelijk door de FSMA
goedgekeurde plaats.
De mogelijkheid wordt voorzien voor de Koning om
met betrekking tot de precieze inhoud van de motive-
ring, de termijnen en de mededelingsmodaliteiten in
uitvoeringsbesluiten te nemen.
De nieuwe bepalingen doen geen afbreuk aan de
reeds voordien in het recht van toepassing op de verze-
keringsovereenkomst bestaande beschermingsregels.
Zo blijft bijvoorbeeld het reeds bestaande wettelijke
verbod uit artikel 14 van het algemeen reglement, om
in verzekeringsovereenkomsten clausules op te nemen
die een inbreuk maken op de gelijkwaardigheid tussen
de verbintenissen van de verzekeraar en de verzeke-
ringnemer, onverkort van toepassing. Dit verbod werd
uitdrukkelijk in de ontwerpwet opgenomen in artikel 23.
35
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
TITRE IV
La participation aux bénéfi ces
Articles 47 à 53
Les dispositions du titre IV portent sur les contrats
d’assurance dont le risque ou l’engagement est situé
en Belgique. Selon l’article 185, paragraphe 8, de la
directive Solvabilité II, les modalités de mise en œuvre
des obligations d’information à respecter en matière de
participation aux bénéfi ces sont, en effet, établies par
l’État membre de l’engagement.
La loi de contrôle donne, en son article 96, § 1er, 2°,
une large habilitation au Roi pour fi xer les règles à res-
pecter par les entreprises en matière de participation
aux bénéfi ces au profi t des assurés. Le projet de loi
instaure un cadre légal comportant les règles de base
en matière de transparence, d’information et de publicité
concernant la participation aux bénéfi ces. Le Roi est
habilité à défi nir ces règles de manière plus précise.
Ces règles ne concernent pas les ristournes qui sont
prévues dans les statuts des associations d’assurances
mutuelles et qui sont, le cas échéant, versées par ces
associations à leurs assurés.
Conformément à l’article 48 du projet de loi, la men-
tion, si le risque ou l’engagement est situé en Belgique,
de la participation aux bénéfi ces dans les supports
publicitaires ne sera encore possible que pour autant
qu’il existe à l’avenir une obligation légale ou contrac-
tuelle de prévoir, aux conditions prévues par la loi ou
le contrat, une participation aux bénéfi ces. Dans le
cas d’une participation aux bénéfi ces contractuelle, le
droit à la participation aux bénéfi ces ne doit pas être
préétabli, en ce qui concerne les pourcentages précis et
les montants absolus. Il doit néanmoins être clair que si
certains paramètres, à fi xer par l’assureur, sont remplis,
un droit à la participation aux bénéfi ces existe. Ces para-
mètres doivent être communiqués au (candidat) preneur
d’assurance. Si le droit à la participation aux bénéfi ces
dépend toutefois d’un pouvoir de décision discrétion-
naire de l’assureur, ni les performances passées, ni les
prévisions pour le futur ne peuvent être utilisées dans la
publicité portant sur le contrat d’assurance.
Les articles 49 et 50 du projet de loi reprennent en
grande partie l’article 185, paragraphe 5, point d), de
la directive Solvabilité II. Le projet de loi ne limite tou-
tefois pas l’application des règles aux assurances qui
font partie du groupe d’activités “vie”. Ces dispositions
visent à faire en sorte que le preneur d’assurance soit
TITEL IV
Winstdeling
Artikel 47 t/m 53
De bepalingen van deze titel hebben betrekking op
de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan
wel de verbintenis in België is gelegen. Gelet op artikel
185, lid 8 van de richtlijn Solvabiliteit II worden de gede-
tailleerde voorschriften inzake de informatieverplichtin-
gen in verband met de winstdeling immers vastgesteld
door de lidstaat waar de verbintenis is gelegen.
De controlewet vertrekt in artikel 96, § 1, 2° van een
ruime machtiging aan de Koning om de door de onder-
nemingen na te leven regels inzake deelneming in de
winst ten voordele van de verzekerden te bepalen. In
het ontwerp wordt een wettelijk kader voorzien met de
basisregels inzake transparantie, informatie en publi-
citeit in verband met de winstdeling. De Koning wordt
gemachtigd om deze regels verder uit te werken.
Deze regels zijn niet gericht op de ristorno’s zoals
voorzien in de statuten van de onderlinge verzeke-
ringsverenigingen en die in voorkomend geval door
deze verenigingen worden uitgekeerd aan de bij hen
verzekerden.
Op basis van artikel 48 van het wetsontwerp zal,
indien het risico dan wel de verbintenis in België gele-
gen is, de vermelding van de winstdeling in publicitair
materiaal enkel nog mogelijk zijn voor zover er naar de
toekomst toe een contractuele dan wel wettelijke plicht
is om onder de in de wet of de overeenkomst bepaalde
voorwaarden tot winstdeling over te gaan. In geval het
een contractuele winstdeelname betreft, moet het recht
op deelname in de winst wat de precieze percentages
en de absolute bedragen betreft niet op voorhand be-
paald zijn, maar het moet wel vaststaan dat als zekere,
door de verzekeraar te bepalen, parameters vervuld
zijn, er een recht op winstdeling is. Deze parameters
moeten bekend worden gemaakt aan de (kandidaat-)
verzekeringnemer. Indien het recht op winstdeling echter
afhankelijk is van een willekeurige beslissingsmacht
van de verzekeraar, mogen noch de in het verleden
gehaalde rendementen, noch de prognoses voor de
toekomst worden gebruikt in de reclame met betrekking
tot de verzekeringsovereenkomst.
De artikelen 49 en 50 van het wetsontwerp herne-
men grotendeels artikel 185, lid 5, d) van de richtlijn
Solvabiliteit II. In het ontwerp worden de regels echter
niet beperkt tot de verzekeringen die behoren tot de
groep “leven”. Deze bepalingen hebben tot doel de ver-
zekeringnemer duidelijk te informeren over de eventuele
36
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
clairement informé de l’éventuelle participation aux
bénéfi ces liée au contrat qu’il a souscrit. Une copie
standardisée des communications faites à cet égard
au preneur d’assurance doit être transmise à la FSMA.
Si la participation aux bénéfi ces est mentionnée dans
les publicités et/ou autres documents de commerciali-
sation, les assureurs doivent établir, à titre d’information
pour les preneurs d’assurance, un plan de participation
aux bénéfi ces. En réponse à l’observation formulée par
le Conseil d’État dans son avis quant à la question de
savoir si l’obligation d’établir un plan de participation
aux bénéfi ces est bien à sa place dans le dispositif
prévu par la loi en projet et n’est pas davantage liée
aux normes prudentielles qui concernent également
la solidité fi nancière des entreprises d’assurances, il
y a lieu de préciser qu’il s’agit en l’occurrence d’une
obligation d’information supplémentaire à l’égard des
consommateurs d’assurances et qu’il convient, pour
ce motif, de la distinguer des obligations en matière
de solidité fi nancière à respecter par les entreprises
soumises à un contrôle prudentiel. A cet égard, l’on
relèvera également que le plan ne peut porter atteinte
à l’obligation de respecter les règles applicables ayant
pour but de préserver la solidité fi nancière et que, quoi
qu’il en soit, seuls des bénéfi ces peuvent être distribués,
dans le respect de cette obligation. Les assureurs sont
donc tenus de tenir compte des règles qui leur sont
applicables en matière de solidité fi nancière pour établir
leur plan (pour les entreprises d’assurances belges,
il s’agira des règles belges et, pour les entreprises
d’assurances de l’EEE, il s’agira des règles en vigueur
dans leur État membre d’origine). Comme l’exclusion
des entreprises d’assurances de l’EEE prévue par
l’avant-projet de loi était source de confusion quant à
la portée réelle de cette obligation d’information (voir
l’avis du Conseil d’État à ce sujet, point 4.4), le projet
de loi a reformulé celle-ci pour en faire une obligation
d’application générale. Conformément à l’article 51 du
projet de loi, le plan doit être mis à la disposition du
preneur d’assurance avant la conclusion du contrat et
doit exposer les éléments suivants:
— le mode de calcul du bénéfi ce distribuable total;
— la manière de déterminer si et à concurrence de
quel montant ce bénéfi ce distribuable sera versé ou
attribué aux actionnaires et à la collectivité des contrats
d’assurance prévoyant une participation aux bénéfi ces;
— le mode d’établissement de la clé de répartition
entre les actionnaires et la collectivité des contrats
d’assurance qui sera appliquée; et
winstdeling verbonden aan het door hem gesloten con-
tract. Een gestandaardiseerde kopie van de mededelin-
gen die in dit verband aan de verzekeringnemers wordt
gedaan moet aan de FSMA worden bezorgd.
De verzekeraars moeten ter informatie van de verze-
keringnemers een winstdelingsplan opstellen indien de
winstdeling wordt vermeld in reclame en/of andere op
commercialisering gerichte documenten. Gelet op het
advies van de Raad van State waarin de vraag werd
gesteld of de plicht om een winstdelingsplan op te stellen
niet nauwer aanleunt bij de prudentiële normen die mee
de fi nanciële soliditeit van de verzekeringsonderneming
betreffen, dan bij de bepalingen van dit wetsontwerp,
dient te worden verduidelijkt dat het hier een bijkomende
informatieplicht jegens de verzekeringverbruikers betreft
en in die zin moet worden onderscheiden van de ver-
plichtingen aangaande de fi nanciële soliditeit die de pru-
dentieel gecontroleerde ondernemingen moeten nale-
ven. Dienaangaande dient overigens te worden bemerkt
dat het plan geen afbreuk kan en mag doen aan de plicht
tot naleving van de toepasselijke regels ter bescherming
van de fi nanciële soliditeit en dat er hoe dan ook maar
winst kan worden gedeeld met inachtname van deze
verplichtingen. De verzekeraars dienen dus rekening
te houden met de op hen toepasselijke regels inzake
fi nanciële soliditeit bij het opstellen van hun plan (voor
de Belgische verzekeringsondernemingen zullen dit de
Belgische regels zijn, voor de EER verzekeringsonder-
nemingen de regels van hun lidstaat van herkomst).
Omdat de in het voorontwerp voorziene uitsluiting van
EER verzekeringsonderneming verwarring creëerde
over de eigenlijke draagwijdte van deze verplichting (zie
het advies van de Raad van State in dit verband, punt
4.4), werd deze informatieplicht in het ontwerp algemeen
toepasselijk gemaakt. Overeenkomstig artikel 51 van
het wetsontwerp, moet het plan op voorhand aan de
verzekeringnemer ter beschikking worden gesteld en
moet het het volgende bepalen:
— de wijze waarop de totale uitkeerbare winst
wordt berekend,
— de wijze waarop wordt bepaald of en hoeveel van
deze uitkeerbare winst zal worden uitgekeerd of toege-
kend aan de aandeelhouders en aan de collectiviteit
van de verzekeringsovereenkomsten met winstdeling;
— de wijze waarop wordt bepaald welke verdeelsleu-
tel zal worden gehanteerd tussen de aandeelhouders en
de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten; en
37
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— les critères sur la base desquels la participation
aux bénéfi ces sera attribuée aux contrats d’assurance
distincts et les conditions auxquelles cette attribution
s’effectuera.
La répartition, entre les contrats d’assurance dis-
tincts, du bénéfi ce attribué à la collectivité des contrats
d’assurance doit s’effectuer dans le respect de l’équité
entre preneurs d’assurance. L’assureur peut, lors de
la répartition entre les contrats distincts, tenir compte
par exemple de la contribution individuelle des contrats
concernés aux bénéfi ces d’investissement, de mortalité
et/ou de gestion, ainsi que de la tarifi cation individuelle,
en ce compris le taux d’intérêt garanti contractuelle-
ment ou non.
Le Roi est habilité à préciser le contenu du plan de
participation aux bénéfi ces et à déterminer les critères
que l’assureur peut ou ne peut pas utiliser lors de l’attri-
bution de la participation aux bénéfi ces aux contrats
d’assurance distincts.
Les exigences linguistiques sont celles prévues à
l’article 185, paragraphe 6, de la directive Solvabilité II.
Le projet de loi ne prévoit pas un système légal de
participation aux bénéfi ces à caractère obligatoire. Il
habilite en revanche le Roi à établir, par arrêté délibéré
en Conseil des ministres, un tel système de participa-
tion aux bénéfi ces qui soit légalement obligatoire. Ce
système de participation obligatoire aux bénéfi ces ne
pourra, lui non plus, porter atteinte à l’obligation de res-
pecter les exigences légales de solvabilité auxquelles
sont soumises les entreprises d’assurances. C’est
précisément la raison pour laquelle l’habilitation au Roi
prévoit également la possibilité de déterminer à quelles
conditions la répartition des bénéfi ces en faveur des
contrats d’assurance n’emporte pas la renonciation
défi nitive à ces montants, et qu’il est expressément
indiqué que l’arrêté pris par le Roi ne peut l’être que sur
avis de la FSMA et de la Banque Nationale.
PARTIE 4
LE CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE
Les dispositions de la partie 4 du projet de loi
reprennent en grande partie les dispositions actuelles
de la loi sur le contrat d’assurance terrestre. Les dispo-
sitions reprises telles quelles ou modifi ées sur un plan
purement linguistique ou formel ne font pas l’objet d’un
commentaire particulier.
— de criteria op basis waarvan de winstdeling zal
worden toegekend aan de afzonderlijke verzekerings-
overeenkomsten en de voorwaarden waaronder dit
zal gebeuren.
Bij de toekenning van de aan de collectiviteit van de
verzekeringsovereenkomsten toegekende winst aan de
afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten, moet de bil-
lijkheid onder de verzekeringnemers worden eerbiedigd.
De verzekeraar kan bij de verdeling over de afzonderlijke
overeenkomsten bijvoorbeeld rekening houden met de
individuele bijdrage van de betrokken overeenkomsten
tot de beleggings-, sterfte- en/of beheerswinst en met
de individuele tarifering, hierin begrepen de al dan niet
contractueel gewaarborgde rentevoet.
De Koning is gemachtigd om de inhoud van het
winstdelingsplan nader te bepalen en ook om te bepalen
welke criteria de verzekeraar wel of niet mag gebruiken
bij de toekenning van de winst aan de afzonderlijke
verzekeringsovereenkomsten.
De taalvereisten werden overgenomen uit artikel 185,
lid 6 van de richtlijn Solvabiliteit II.
In het wetsontwerp wordt geen wettelijk systeem van
een verplichte winstdeling voorzien. Wel wordt aan de
Koning, via een in de Ministerraad overlegd besluit,
een machtiging gegeven om zulk systeem van wettelijk
verplichte winstdeling vast te leggen. Ook zulk systeem
van verplichte winstdeling zal geen afbreuk mogen doen
aan de plicht tot naleving van de wettelijke solvabili-
teitsvereisten waaraan de verzekeringsondernemingen
zijn onderworpen. Net daarom wordt in de machtiging
aan de Koning ook voorzien dat kan worden bepaald
onder welke voorwaarden de verdeling van de winsten
ten gunste van de verzekeringsovereenkomsten niet
de defi nitieve afstand van deze bedragen inhoudt, en
wordt uitdrukkelijk bepaald dat het besluit maar kan
worden genomen na advies van de FSMA en van de
Nationale Bank.
DEEL 4
DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
De bepalingen van deel 4 van het wetsontwerp her-
nemen grotendeels ongewijzigd de bepalingen van de
wet op de landverzekeringsovereenkomst. Voor zover de
bepalingen ongewijzigd, dan wel met enkel taalkundige
of vormelijke wijzigingen, werden overgenomen in het
ontwerp, wordt hieraan geen verdere toelichting geven.
38
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
TITRE IER
Champ d’application et défi nitions
Article 54
L’article 54 du projet de loi reprend l’article 2, § 1er, de
la loi précitée. Il précise que cette partie de la nouvelle
loi s’applique aux contrats régis par le droit belge. Les
autres paragraphes de l’article 2 ont été intégrés dans
les dispositions générales du projet de loi qui portent
sur le champ d’application.
Article 55
L’article 55 reprend les défi nitions fi gurant à l’article
1er de la loi sur le contrat d’assurance terrestre, pour
autant que celles-ci n’aient pas été intégrées dans les
dispositions générales du projet de loi.
TITRE II
Le contrat d’assurance en général
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes
à tous les contrats
Section Ire
Conclusion du contrat
Article 57
Eu égard à l’article 9, § 1er, de l’arrêté royal Vie, qui
n’opère pas de distinction selon le mode de formation
du contrat, les dispositions relatives au droit de rétrac-
tation ont été adaptées. Le paragraphe 2 de l’actuel
article 4 de la loi sur le contrat d’assurance terrestre a
été scindé en trois paragraphes distincts. Le premier
paragraphe ajouté (paragraphe 2 de l’article 57) reprend
l’alinéa 1er et les deux premières phrases de l’alinéa 2
du paragraphe initial. Le deuxième paragraphe ajouté
(paragraphe 3 de l’article 57) règle le droit de rétrac-
tation du preneur d’assurance. Le droit de rétractation
du preneur d’assurance vaut désormais, en ce qui
concerne les contrats d’assurance sur la vie et les
opérations de capitalisation, pour tous les contrats
d’assurance et pas uniquement pour ceux qui ont été
formés au moyen d’une “demande d’assurance” ou
d’une “police présignée”. Enfi n, le dernier paragraphe
ajouté (paragraphe 4 de l’article 57) traite du droit de
TITEL I
Toepassingsgebied en defi nities
Artikel 54
In artikel 54 van het wetsontwerp werd artikel 2, § 1
van voormelde wet hernomen. Het werd verduidelijkt
dat dit deel van toepassing is op overeenkomsten die
onderworpen zijn aan het Belgische recht. De overige
paragrafen van dit artikel 2 werden in de algemene
bepalingen van het wetsontwerp met betrekking tot het
toepassingsgebied hernomen.
Artikel 55
In artikel 55 worden de defi nities uit artikel 1 van de
wet op de landverzekeringsovereenkomst overgeno-
men, voor zover deze nog niet werden opgenomen in
de algemene bepalingen van het wetsontwerp.
TITEL II
De verzekeringsovereenkomst in het algemeen
HOOFDSTUK 1
Bepalingen betreffende alle
verzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Het sluiten van de overeenkomst
Artikel 57
Gelet op artikel 9, § 1 van het KB Leven, dat geen
onderscheid maakt al naargelang van de wijze van
totstandkoming van de overeenkomst, werden de bepa-
lingen in verband met het bedenkingsrecht aangepast.
Paragraaf 2 van het oorspronkelijke artikel 4 van de wet
op de landverzekeringsovereenkomst werd opgesplitst
in drie afzonderlijke paragrafen. De eerste toegevoegde
paragraaf (paragraaf 2 van artikel 57) herneemt lid 1 en
de eerste twee zinnen van lid 2 van de oorspronkelijke
paragraaf. In de tweede toegevoegde paragraaf (para-
graaf 3 van artikel 57) wordt het bedenkingsrecht van
de verzekeringnemer geregeld. Het bedenkingsrecht
van de verzekeringnemer geldt, wat de levensverzeke-
ringsovereenkomsten en de kapitalisatieverrichtingen
betreft, voor alle verzekeringsovereenkomsten, en niet
enkel voor degene die tot stand zijn gekomen door
middel van een “verzekeringsaanvraag”, dan wel een
“voorafgetekende polis”. In de laatste toegevoegde
39
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
rétractation de l’assureur. Au paragraphe 5 de l’article
57, la référence faite à la loi du 14 juillet 1991 sur les pra-
tiques du commerce et sur l’information et la protection
du consommateur a été remplacée par une référence
à la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques du marché
et à la protection du consommateur. Le paragraphe 6,
nouveau, habilite le Roi à préciser les modalités appli-
cables en cas de recours aux possibilités de résiliation
prévues par cet article.
Article 61
L’actuel article 95 de la loi sur le contrat d’assurance
terrestre a été déplacé et intégré dans le chapitre com-
portant les dispositions communes à tous les contrats
d’assurance.
A la place où elle se trouvait initialement, cette dis-
position s’appliquait uniquement aux assurances de
personnes. Or, dans la mesure où elle traite de l’infor-
mation médicale, son champ d’application peut être bien
plus large et concerner des assurances autres que les
assurances de personnes. L’on pense par exemple au
règlement de dommages corporels dans les assurances
de la responsabilité ou à la conclusion d’assurances
dans lesquelles l’état de santé du candidat assuré est un
facteur de détermination de la couverture d’assurance,
comme tel est le cas pour les assurances assistance
voyage et les assurances annulation. Cette disposition
étant désormais déplacée, il ne sera plus contestable
à l’avenir que l’article s’applique chaque fois que l’état
de santé est un élément pris en compte lors de la
conclusion d’un contrat d’assurance ou du règlement
d’un sinistre, qu’il s’agisse d’un contrat d’assurance de
personnes ou d’un contrat d’assurance de dommages.
Section II
Etendue de la garantie
Section III
Preuve et contenu du contrat
paragraaf (paragraaf 4 van artikel 57) tenslotte wordt
het bedenkingsrecht van de verzekeraar overgenomen.
In paragraaf 5 van artikel 57 van het wetsontwerp werd
de verwijzing naar de wet van 14 juli 1991 betreffende
de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming
van de consument vervangen door de wet van 6 april
2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbe-
scherming. Er werd een nieuwe paragraaf 6 opgenomen
waarin de Koning wordt gemachtigd om de verdere
modaliteiten van de in dit artikel vastgestelde opzeg-
gingsmogelijkheden te bepalen.
Artikel 61
Het huidige artikel 95 van de wet landverzekeringsover-
eenkomst werd verplaatst naar het hoofdstuk met de be-
palingen betreffende alle verzekeringsovereenkomsten.
De oorspronkelijke plaats van deze bepaling had tot
gevolg dat de toepassing er van beperkt werd tot de
persoonsverzekeringen alleen. Deze bepaling handelt
over de medische informatie en kan een ruimer toepas-
singsgebied vinden dan de persoonsverzekeringen
alleen. Met name kan worden gedacht aan het afhan-
delen van lichamelijke schade in de aansprakelijkheids-
verzekeringen of het sluiten van verzekeringen waarbij
de gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde
een factor is bij het bepalen van de verzekeringsdek-
king zoals de reisbijstands-, en annulatieverzekerin-
gen. Ingevolge de verplaatsing van deze bepaling zal
er in de toekomst geen betwisting meer bestaan dat
het artikel toepassing zal vinden telkens wanneer de
gezondheidstoestand een element is bij het afsluiten
van een verzekeringsovereenkomst of het regelen van
een schadegeval, of het nu een persoons- dan wel een
schadeverzekeringsovereenkomst betreft.
Afdeling II
Omvang van de dekking
Afdeling III
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
40
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section IV
Exécution du contrat
Article 67
L’article 67 du projet de loi reprend l’article 13 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre. La référence
à la loi relative à l’intermédiation en assurances a été
supprimée étant donné que cette loi a été intégrée dans
le projet de loi et que la notion d’”intermédiaire d’assu-
rances” est défi nie dans le projet de loi.
Article 68
L’article 68 du projet de loi est nouveau. Il impose
un régime spécifi que prévoyant que tous les montants
qui sont payés aux mineurs, aux interdits et aux autres
incapables en vertu d’un contrat d’assurance doivent
l’être sur un compte bloqué. Ceci vaudra tant pour les
assurances de personnes que pour les assurances de
dommages. Bien entendu, ces fonds ne pourront être
utilisés qu’au profi t du mineur en tenant compte des
règles générales régissant la gestion d’un tel compte.
Cet ajout s’inscrit dans le cadre d’une série de modi-
fi cations qui résultent de l’arrêt de la Cour européenne
des Droits de l’Homme du 7 juillet 2009 ‘Stagno contre
la Belgique’, concernant l’application du délai de pres-
cription légal dans des circonstances particulières.
Article 70
L’article 70 du projet de loi reprend l’article 15 de la loi
sur le contrat d’assurance terrestre. Dans un souci de
sécurité juridique, l’alinéa 3 de cet article a été complété
par une disposition augmentant le nombre de mentions
qui doivent être reprises dans la mise en demeure de
suspension de la garantie et/ou de résiliation du contrat
que l’assureur peut adresser au preneur d’assurance
en cas de défaut de paiement de la prime.
La mise en demeure doit désormais comporter,
outre les éléments dont la mention était déjà imposée
(sommation de payer dans le délai qu’elle fi xe, date
d’échéance de la prime et conséquences du défaut de
paiement dans le délai), le montant de la prime dont le
preneur d’assurance est redevable ainsi que tous les
éléments permettant de déterminer le moment exact de
la prise d’effet de la suspension ou de la résiliation (à
savoir le point de départ du délai et la précision selon
Afdeling IV
Uitvoering van de overeenkomst
Artikel 67
In artikel 67 van het wetsontwerp wordt artikel 13 van
de wet op de landverzekeringsovereenkomst hernomen.
De verwijzing naar de wet inzake de verzekeringsbemid-
deling werd geschrapt aangezien deze wet geïntegreerd
werd in het ontwerp en het begrip “verzekeringstus-
senpersoon” een gedefi nieerde term is in het ontwerp.
Artikel 68
Er werd een nieuw artikel 68 opgenomen in het
wetsontwerp. Het artikel legt een specifi eke regeling
op die bepaalt dat alle bedragen die op grond van een
verzekeringsovereenkomst aan minderjarigen dan
wel onbekwaamverklaarden worden betaald, op een
geblokkeerde rekening moeten worden gestort. Dit zal
gelden voor zowel de persoonsverzekeringen, als de
schadeverzekeringen. Uiteraard kunnen deze gelden
aangewend worden ten bate van de minderjarige maar
dan met inachtneming van de algemene voorschriften
die het beheer van een dergelijke rekening regelen.
Deze toevoeging kadert in een reeks van wijzigingen
die volgen op het arrest van het Europees Hof van de
Rechten van de Mens van 7 juli 2009 in de zaak Stagno
tegen België, in verband met de toepassing van de wet-
telijke verjaringstermijn in specifi eke omstandigheden.
Artikel 70
Artikel 70 van het wetsontwerp herneemt artikel 15
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. In lid
3 van artikel 70 werden de verplichte vermeldingen in de
ingebrekestelling waarmee kennis wordt gegeven van
de schorsing van de dekking en/of de opzegging van
de overeenkomst en die de verzekeraar aan de verze-
keringnemer kan richten in geval van niet-betaling van
de premie, uitgebreid, met als doel de rechtszekerheid
te vergroten.
Naast de gegevens die al verplicht vermeld moesten
worden (aanmaning om de premie te betalen binnen
de termijn bepaald in de ingebrekestelling, vervaldag
van de premie en gevolgen van niet-betaling binnen de
gestelde termijn), moet in de ingebrekestelling voortaan
ook het premiebedrag worden vermeld dat de verze-
keringnemer verschuldigd is, evenals alle gegevens
die het mogelijk maken het precieze tijdstip te bepa-
len waarop de schorsing of de opzegging uitwerking
41
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
laquelle la suspension ou la résiliation prend effet le
lendemain du jour où le délai prend fi n).
Par “conséquences du défaut de paiement dans le
délai”, l’on entend, outre les conséquences en termes
de suspension et de résiliation, le droit de l’assureur de
réclamer s’il y a lieu des intérêts de retard et les frais
de recouvrement.
Article 71
L’article 71 du projet de loi reprend l’article 16 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre.
La prime étant “payée” dès lors qu’elle est en pos-
session de l’assureur (c’est-à-dire lorsqu’elle se trouve
sur le compte bancaire de celui-ci) et non au moment
où le preneur d’assurance donne ordre de paiement, il
n’est pas possible à ce dernier de calculer exactement
le montant des intérêts dont il est éventuellement rede-
vable, en plus des primes échues, et dont il est censé
s’acquitter. Le texte de l’alinéa 2 est donc modifi é de
manière telle que le paiement des primes échues suffit
à mettre fi n à la suspension de la garantie.
Suite à la modifi cation apportée aux alinéas 3 et 4,
il ressort désormais expressément des articles 69 à
71 du projet de loi qu’en cas de défaut de paiement de
prime par le preneur d’assurance, l’assureur dispose de
trois possibilités. Soit il résilie le contrat sans suspendre
sa garantie au préalable, à défaut pour le preneur de
s’exécuter dans le délai fi xé par la mise en demeure
(article 69, alinéa 1er). Soit il suspend sa garantie et,
dans la même mise en demeure, manifeste d’emblée
au preneur sa volonté de résilier le contrat s’il n’a pas
régularisé sa situation à l’expiration de la période de
suspension (article 71, alinéa 3). Soit il suspend sim-
plement sa garantie, sans plus; dans ce cas, il ne peut
résilier le contrat que moyennant une nouvelle mise en
demeure (article 71, alinéa 4). Dans tous les cas, la mise
en demeure doit comporter les mentions énumérées à
l’article 70 du projet de loi.
hebben (namelijk de aanvang van de termijn en de
vermelding dat de schorsing of de opzegging uitwerking
hebben vanaf de dag volgend op de dag waarop de
termijn eindigt)
Onder “gevolgen van niet-betaling binnen de gestelde
termijn” dient niet alleen te worden verstaan de gevolgen
in termen van schorsing en opzegging maar ook het
recht van de verzekeraar om eventueel nalatigheidin-
tresten en invorderingskosten te eisen.
Artikel 71
Artikel 71 van het wetsontwerp herneemt artikel 16
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst.
Aangezien de premie pas betaald is wanneer ze in
het bezit komt van de verzekeraar (dit wil zeggen, wan-
neer ze op de bankrekening van de verzekeraar staat)
en niet wanneer de verzekeringnemer de opdracht tot
betaling geeft, kan deze laatste onmogelijk het precieze
bedrag berekenen van de intresten die hij eventueel
verschuldigd is naast de vervallen premies en die hij
geacht wordt te betalen. Het tweede lid is dus in die zin
aangepast dat de betaling van de vervallen premies
volstaat om een einde te maken aan de schorsing van
de dekking.
Door de wijzigingen die in het derde en vierde lid
zijn aangebracht, blijkt voortaan uitdrukkelijk uit de
artikelen 69 tot en met 71 dat de verzekeraar over drie
mogelijkheden beschikt indien de verzekeringnemer de
premie niet betaalt. Ofwel zegt hij de overeenkomst op
zonder eerst de dekking te schorsen, indien de verze-
keringnemer zijn situatie niet regulariseert binnen de
termijn die vastgesteld is in de ingebrekestelling (artikel
69, eerste lid). Ofwel schorst hij de dekking en geeft
hij in de ingebrekestelling meteen ook kennis van zijn
voornemen om de overeenkomst op te zeggen indien de
verzekeringnemer zijn situatie niet geregulariseerd heeft
bij het verstrijken van de schorsingstermijn (artikel 71,
derde lid). Ofwel schorst hij zonder meer zijn dekking;
in dat geval kan hij de overeenkomst slechts opzeggen
via een nieuwe ingebrekestelling (artikel 71, vierde lid).
In de ingebrekestelling moeten in elk geval de gegevens
worden vermeld die opgesomd zijn in artikel 70.
42
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section V
Stipulation pour autrui
Article 77
L’article 77 du projet de loi comporte une disposition
habilitant le Roi à préciser, sur avis de la FSMA, les
règles auxquelles doivent satisfaire les stipulations
pour autrui en vue de protéger les droits des assurés
et de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution du contrat
d’assurance.
Section VI
Inexistence et modifi cation du risque
Article 81
L’article 81 du projet de loi reprend l’article 26 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre, tout en l’adaptant
pour tenir compte des nouvelles dispositions en matière
de segmentation.
Section VII
Coassurance et apérition
Section VIII
Formes de résiliation
Section IX
Durée et fi n du contrat
Article 85
L’article 85 du projet de loi reprend l’article 30 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre. Il y a été précisé
que la durée maximale d’un an, qui ne s’appliquait déjà
pas aux contrats d’assurance maladie et d’assurance
sur la vie, ne s’applique pas non plus aux opérations
de capitalisation.
Article 86
L’article 86 du projet de loi reprend l’article 31 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre. Les alinéas 2 et
3 du paragraphe 1er ont toutefois été adaptés.
Afdeling V
Beding ten behoeve van derden
Artikel 77
In artikel 77 van het wetsontwerp werd een mach-
tiging aan de Koning opgenomen om, op advies van
de FSMA, nadere regels te bepalen waaraan be-
dingen ten behoeve van derden moeten voldoen ter
bescherming van de rechten van de verzekerden en
alle derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst.
Afdeling VI
Niet-bestaan en wijziging van het risico
Artikel 81
Artikel 81 van het wetsontwerp herneemt artikel 26
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst en
werd aangepast rekening houdend met de nieuwe be-
palingen inzake segmentatie.
Afdeling VII
Medeverzekering en taak van de eerste verzekeraar
Afdeling VIII
Opzeggingswijzen
Afdeling IX
Duur en einde van de overeenkomst
Artikel 85
Artikel 85 van het wetsontwerp herneemt artikel 30
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. Er
werd verduidelijkt dat de maximale duur van één jaar,
naast ziekte- en levensverzekeringen, ook niet van
toepassing is voor kapitalisatieverrichtingen.
Artikel 86
Artikel 86 van het wetsontwerp herneemt artikel 31
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. Lid
2 en 3 van paragraaf 1 werden aangepast.
43
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Afi n de garantir la sécurité juridique, le libellé de
l’article 31 de la loi sur le contrat d’assurance terrestre
a été mis en concordance avec les articles 70 et 84
du projet de loi (qui reprennent respectivement les
articles 15 et 29 de la loi sur le contrat d’assurance
terrestre). Dès lors, il n’y a plus de différence entre
l’article 86 et les articles 70 et 84 du projet de loi en ce
qui concerne le moment de la prise de cours du délai
de résiliation après sinistre. Concrètement, dans toutes
ces situations, le délai commence à courir à compter du
lendemain de la signifi cation, du lendemain de la date
du récépissé ou du lendemain de la date du dépôt de
l’envoi recommandé à la poste.
La deuxième modifi cation du texte vise à autoriser
la résiliation après le délai visé à l’alinéa 1er lorsqu’une
fraude est constatée alors que l’indemnisation a
déjà eu lieu.
Section X
Prescription
Article 89
L’article 89 du projet de loi reprend l’article 35 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre. Le paragraphe
1er a toutefois été adapté.
Cette adaptation s’inscrit elle aussi dans le cadre
d’une série de modifi cations qui résultent de l’arrêt de
la Cour européenne des Droits de l’Homme du 7 juillet
2009 ‘Stagno contre la Belgique’, arrêt dans lequel la
Cour considère que l’application rigide d’un délai de
prescription, qui ne tient pas compte des circonstances
particulières de l’affaire, a empêché les requérantes de
faire usage d’un recours qui leur était disponible.
La Cour a estimé dans cette affaire que la limitation
au droit d’accès à un tribunal imposée aux requérantes
n’était pas proportionnée au but visant à garantir la
sécurité juridique et la bonne administration de la justice.
Même si l’arrêt ‘Stagno’ portait sur l’application de
l’article 32, alinéa 1er, de la loi du 11 juin 1874, il est
proposé de modifi er également la disposition énoncée
à l’article 93 du projet de loi, qui se trouvait initialement
dans la loi sur le contrat d’assurance terrestre. Le para-
graphe 1er a dès lors été adapté en ce sens qu’il précise
que la prescription contre les mineurs, interdits et autres
incapables ne court pas jusqu’au jour de la majorité ou
de la levée de l’incapacité.
Om rechtszekerheid te garanderen wordt de tekst van
artikel 31 van de wet op de landverzekeringsovereen-
komst in overeenstemming gebracht met de artikelen 70
en 84 (die respectievelijk de artikelen 15 en 29 van de
wet op de landverzekeringsovereenkomst hernemen).
Er is bijgevolg geen verschil meer tussen artikel 86 en
de artikelen 70 en 84 met betrekking tot het ogenblik
van het van kracht worden van de opzeggingstermijn na
schadegeval. Meer bepaald begint in al deze omstan-
digheden de termijn te lopen van de dag volgend op de
betekening, dan wel de dag volgend op de datum van
het ontvangstbewijs of de dag volgend op de afgifte ter
post van een aangetekende brief.
De tweede wijziging van de tekst wordt ingegeven
door de zorg een opzeggingsmogelijkheid toe te laten
na het verstrijken van de termijn bedoeld in het eerste lid
en wanneer er fraude wordt vastgesteld nadat er reeds
een uitbetaling is geschied.
Afdeling X
Verjaring
Artikel 89
Artikel 89 van het wetsontwerp herneemt artikel
35 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst.
Paragraaf 1 werd aangepast.
Ook deze wijziging kadert in een reeks van wijzigin-
gen die volgen op het arrest van het Europees Hof van
de Rechten van de Mens van 7 juli 2009 in de zaak
Stagno tegen België waarbij het Hof de mening was
toegedaan dat de starre toepassing van een verja-
ringstermijn die geen rekening houdt met de bijzondere
omstandigheden van de zaak, de verzoekende partijen
belet heeft om een verhaal uit te oefenen waarover ze
in beginsel beschikten.
Het Hof meende dat in de betreffende zaak de be-
perking van de toegang tot de rechtbank die aan de
verzoekers werd opgelegd, onevenredig was met de
nagestreefde oogmerken van rechtszekerheid en een
goede rechtsgang.
Hoewel het arrest Stagno handelde over de toepas-
sing van artikel 32, eerste lid, van de wet van 11 juni
1874, wordt voorgesteld om ook deze bepaling die
oorspronkelijk uit de wet op de landverzekeringsover-
eenkomst komt, te wijzigen. Paragraaf 1 werd dan ook
in die zin aangepast dat de verjaring niet loopt tegen
minderjarigen en onbekwaamverklaarden tot op de
dag van de meerderjarigheid of de opheffing van de
onbekwaamverklaring.
44
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section XI
Arbitrage
CHAPITRE 2
Dispositions propres aux assurances à caractère
indemnitaire
CHAPITRE 3
Dispositions propres aux assurances à caractère
forfaitaire
TITRE III
Les assurances de dommages
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
CHAPITRE 2
Des contrats d’assurance de choses
Section Ire
Dispositions communes à toutes
les assurances de choses
Section II
Dispositions propres à certaines
assurances de choses
Article 124
A l’article 124 du projet de loi, l’interprétation légale
de la notion d’”inondation” a été intégrée dans la dis-
position même, au point a).
Le point a) a, en outre, été complété par les mots
“ainsi que les glissements et affaissements de terrain
qui en résultent”, afi n qu’il ne subsiste plus aucun doute
sur le fait que les glissements et affaissements de terrain
qui résultent d’une inondation entrent également dans
la défi nition de “catastrophe naturelle”. Au point b), in
fi ne, le texte néerlandais a été mis en concordance avec
le texte français.
Afdeling XI
Scheidsrechterlijke uitspraken
HOOFDSTUK 2
Bepalingen eigen aan de verzekeringen tot
vergoeding van schade
HOOFDSTUK 3
Bepalingen eigen aan de verzekering tot uitkering
van een vast bedrag
TITEL III
Schadeverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2
Zaakverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende alle
zaakverzekeringen
Afdeling II
Nadere bepalingen betreffende sommige
zaakverzekeringen
Artikel 124
In artikel 124 van het wetsontwerp werd onder a) de
wettelijke interpretatie van het begrip “overstroming”
opgenomen in de bepaling zelf.
In punt a) werd tevens “alsmede de aardverschui-
vingen of grondverzakkingen die eruit voortvloeien”
opgenomen, zodat er geen twijfel meer over kan bestaan
dat ook de aardverschuivingen of grondverzakkingen
die voortvloeien uit een overstroming binnen de om-
schrijving van het begrip natuurramp vallen. In punt b),
in fi ne, werd de Nederlandse tekst in overeenstemming
gebracht met de Franse tekst.
45
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 130
L’article 130 du projet de loi reprend l’article 68-8 de
la loi sur le contrat d’assurance terrestre. Le paragraphe
2 de l’article en projet prévoit une publication non plus
par la FSMA, mais par la Banque Nationale.
Article 131
L’article 131, § 4 (article 135, § 4, de l’avant-projet
de loi) reprend l’actuel article 68-9 (§ 4) de la loi sur le
contrat d’assurance terrestre. Cet article 68-9, § 4, dis-
pose que l’assureur qui ne respecte pas les obligations
prévues par ou en vertu de cet article, est présumé ne
plus fonctionner en conformité avec les dispositions de
la loi de contrôle. Cet article avait été inséré dans la
loi sur le contrat d’assurance terrestre par la loi du 21
mai 2003 modifi ant la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre et la loi du 12 juillet 1976 relative
à la réparation de certains dommages causés à des
biens privés par des catastrophes naturelles. Il ressort
de l’exposé des motifs de cette loi modifi cative que le
renvoi à la loi de contrôle avait été fait afi n de permettre
d’appliquer “toute la gamme des sanctions” prévues par
la loi de contrôle aux assureurs qui ne respecteraient
pas les obligations prévues par ou en vertu de cet
article. Cet article date toutefois d’avant la répartition
des compétences relatives au contrôle des entreprises
d’assurances. Dans la constellation actuelle, le renvoi
fait dans la loi sur le contrat d’assurance terrestre (loi
dont la FSMA est chargée de contrôler le respect) à la
loi de contrôle (loi dont le contrôle du respect incombe
en grande partie à la Banque Nationale) est source de
confusion. Etant donné qu’en vertu de la loi en projet, la
FSMA pourra désormais aussi appliquer toute une série
de sanctions aux assureurs qui ne respectent pas leurs
obligations, il ne semble, en outre, plus nécessaire de
renvoyer à la loi de contrôle pour permettre l’application
de sanctions. Ce renvoi a dès lors été supprimé dans
le projet de loi. Cette modifi cation met certes fi n à la
possibilité pour la Banque Nationale de procéder, le
cas échéant, directement à la révocation de l’agrément
en cas de non-respect des obligations prévues par ou
en vertu de cet article. Conformément à l’article 288,
§ 4, du projet de loi, la FSMA disposera, quant à elle,
de la possibilité de demander à la Banque Nationale
de révoquer l’agrément en cas d’infraction grave et
systématique aux règles.
Article 132
L’article 132 du projet de loi reprend l’article 68-10 de
la loi sur le contrat d’assurance terrestre. Le paragraphe
Artikel 130
Artikel 130 van het wetsontwerp herneemt artikel 68-8
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. In de
tweede paragraaf van dit artikel werd de bekendmaking
door de FSMA vervangen door een bekendmaking door
de Nationale Bank.
Artikel 131
Artikel 131, § 4 (artikel 135, § 4 in het voorontwerp)
neemt het bestaande artikel 68-9 (§ 4) van de wet op de
landverzekeringsovereenkomst over. Dit artikel 68-9, § 4
bepaalt dat de verzekeraar die de door en krachtens dit
artikel bepaalde verplichtingen niet naleeft, wordt geacht
niet meer in overeenstemming te zijn met de bepalingen
van de controlewet. Het artikel werd in de wet op de
landverzekeringsovereenkomst ingevoegd bij wet van
21 mei 2003 tot wijziging van de wet van 25 juni 1992
op de landverzekeringsovereenkomst en de wet van
12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade
veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen.
Uit de Memorie van Toelichting bij deze wijzigingswet
blijkt dat de verwijzing naar de controlewet werd opge-
nomen teneinde het mogelijk te maken om het “hele
gamma van sancties” uit de controlewet toe te passen
op de verzekeraars die de door en krachtens dit artikel
bepaalde verplichtingen niet zouden naleven. Het artikel
dateert echter nog van voor de bevoegdheidssplitsing
inzake het toezicht op verzekeringsondernemingen.
Binnen de huidige constellatie creëert de verwijzing in
de wet op de landverzekeringsovereenkomst (een wet
waarvoor de FSMA bevoegd is voor het toezicht) naar de
controlewet (een wet waarvoor de Nationale Bank gro-
tendeels bevoegd is voor het toezicht) verwarring. Gelet
op het feit dat er nu ook op basis van de ontwerpwet een
heel gamma van sancties door de FSMA kan worden
toegepast op verzekeraars die hun verplichtingen niet
naleven, lijkt het bovendien niet langer noodzakelijk te
verwijzen naar de controlewet om het toepassen van
sancties mogelijk te maken. In het ontwerp werd de
verwijzing dan ook geschrapt. Hierdoor vervalt wel de
mogelijkheid voor de Nationale Bank om desgevallend
rechtstreeks de vergunning in te trekken bij niet-naleving
van de verplichtingen door en krachtens dit artikel. Op
grond van artikel 288, § 4 van de ontwerpwet heeft de
FSMA wel de mogelijkheid om de Nationale Bank te
verzoeken de vergunning in te trekken bij ernstige en
stelselmatige overtreding van de regels.
Artikel 132
Artikel 132 van het wetsontwerp herneemt artikel 68-
10 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. In
46
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
1er, alinéa 2, habilite le Roi à confi er à la Caisse de
Compensation, dans le cadre de la couverture des ca-
tastrophes naturelles, une mission de coordination entre
l’assureur direct et la Caisse nationale des Calamités.
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de la responsabilité
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance de la
protection juridique
Article 152
L’article 152 du projet de loi reprend l’article 88 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre, moyennant, dans
le texte néerlandais, une adaptation visant à aligner son
libellé sur le texte français, le mot “op” ayant ainsi été
remplacé par le mot “of”.
Le droit de recours est, par ailleurs, désormais limité
à la part de responsabilité incombant personnellement
à l’assuré. Le droit de recours de l’assureur s’appuie
sur un manquement contractuel de l’assuré. Le fait
qu’une autre personne que l’assuré soit coresponsable
est indépendant de la volonté de l’assuré et ne peut,
par conséquent, pas lui être imputé. Dès lors, la charge
de l’insolvabilité d’un coresponsable ne peut pas être
reportée sur l’assuré responsable in solidum.
TITRE IV
Les assurances de personnes
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes
Article 159
A l’article 159 du projet de loi, qui est basé sur l’article
96 de la loi sur le contrat d’assurance terrestre, l’interdic-
tion absolue a été remplacée par une habilitation au Roi
qui Lui permet d’imposer des conditions particulières
pour les assurances qui prévoient des prestations en
cas de naissance d’une personne mort-née ou de décès
d’une personne de moins de cinq ans accomplis.
paragraaf 1 werd in het tweede lid werd een machtiging
aan de Koning opgenomen om in het raam van de dek-
king van de natuurrampen aan de Compensatiekas
een opdracht tot coördinatie tussen de rechtstreekse
verzekeraar en de Nationale Kas voor Rampenschade
toe te vertrouwen.
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheidsverzekeringen
HOOFDSTUK 4
Rechtsbijstandverzekeringen
Artikel 152
Artikel 152 van het wetsontwerp herneemt artikel 88
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. De
Nederlandse tekst werd aangepast aan de Franse tekst
en het woord “op” werd vervangen door “of”.
Verder werd het verhaalsrecht beperkt tot het per-
soonlijk aandeel van de verzekerde in de aansprakelijk-
heid. Het verhaalsrecht van de verzekeraar is gesteund
op een contractuele tekortkoming van de verzekerde.
Het feit dat een andere persoon dan de verzekerde
mede aansprakelijk is, is onafhankelijk van de wil van
de verzekerde en kan hem bijgevolg niet aangerekend
worden. Bijgevolg kan de last van de insolvabiliteit van
een medeaansprakelijke niet op de in solidum aanspra-
kelijke verzekerde worden gelegd.
TITEL IV
Persoonsverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 159
In artikel 159 van het wetsontwerp, dat gebaseerd is
op artikel 96 van de wet op de landverzekeringsover-
eenkomst, werd het absolute verbod vervangen door
een machtiging aan de Koning om bijzondere voor-
waarden op te leggen aan verzekeringen die voorzien
in uitkeringen voor het geval dat een kind dood geboren
wordt of overlijdt voordat het de volle leeftijd van vijf jaar
heeft bereikt.
47
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
Des contrats d’assurance sur la vie
Section Ire
Dispositions générales
Article 160
L’article 160 du projet de loi reprend l’article 97 de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre.
Compte tenu de l’avis du Conseil d’État (point 19), les
précisions apportées par la loi interprétative du 19 juillet
2013 concernant l’article 97 de la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre ont été intégrées
dans l’article 160 du projet de loi. Il y a également été
précisé que les articles 167 et 178 sont applicables aux
opérations de capitalisation.
Le chapitre relatif aux contrats d’assurance sur la
vie comporte des articles qui sont difficilement appli-
cables, notamment, aux assurances de groupe et qui
sont parfois en contradiction avec d’autres lois comme,
par exemple, celles qui régissent les pensions complé-
mentaires (la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions
complémentaires et au régime fi scal de celles-ci et de
certains avantages complémentaires en matière de
sécurité sociale (LPC) et la loi-programme (I) du 24
décembre 2002, titre II, chapitre 1er, section 4 (LPCI)).
Les articles en question concernent, entre autres, l’attri-
bution bénéfi ciaire, le droit à l’avance, le rachat, la mise
en gage et la réduction.
L’alinéa 2 de l’article 160 insère dans ce chapitre une
disposition habilitant le Roi à déclarer certains articles
dudit chapitre non applicables ou à y donner une autre
lecture en ce qui concerne les contrats d’assurance
qu’Il désignera. L’on pense en particulier aux contrats
d’assurance qui sont utilisés dans le cadre de la consti-
tution de pensions complémentaires.
Section II
Risque assuré
Section III
Paiement des primes et prise d’effet du contrat
HOOFDSTUK 2
Levensverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Algemene bepalingen
Artikel 160
Artikel 160 van het wetsontwerp herneemt artikel 97
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst.
Gelet op het advies van de Raad van State (punt
19) werd de interpretatieve wet van 19 juli 2013 ten
aanzien van artikel 97 van de wet van 25 juni 1992 op
de landverzekeringsovereenkomst verwerkt in artikel
160 van het wetsontwerp. Er werd tevens opgenomen
dat de artikelen 167 en 178 van toepassing zijn op
kapitalisatieverrichtingen.
Het hoofdstuk over levensverzekeringen bevat arti-
kelen die moeilijk toe te passen zijn op onder andere
groepsverzekeringen en soms haaks staan op andere
wetgevingen zoals bijvoorbeeld de wetten op de aanvul-
lende pensioenen (de wet van 28 april 2003 betreffende
de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van
die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
inzake sociale zekerheid (WAP) en titel II, hoofdstuk 1,
afdeling 4 van de programmawet (I) van 24 december
2002 (WAPZ)). Het betreft onder andere de bepalingen
inzake de begunstiging, recht van voorschot, afkoop, in
pandgeving en reductie.
Lid 2 van artikel 160 voegt een bepaling toe aan
dit hoofdstuk waarbij aan de Koning de bevoegdheid
wordt gegeven om bepaalde artikelen ervan niet van
toepassing te verklaren of er een andere lezing aan te
geven voor wat betreft de verzekeringscontracten die
Hij zal aanduiden. In het bijzonder wordt gedacht aan
de verzekeringsovereenkomsten die gebruikt worden in
het kader van de opbouw van aanvullende pensioenen.
Afdeling II
Verzekerd risico
Afdeling III
Betaling van de premies en inwerkingtreding van de
overeenkomst
48
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section IV
Droits du preneur d’assurance
Article 171
A l’article 171, alinéa 1er, du projet de loi, la référence
faite par l’actuel article 108 de la loi sur le contrat
d’assurance terrestre à l’article 299 du Code civil a été
supprimée. Cette référence à l’article 299 du Code civil a
été remplacée par une référence aux articles 193 ou 196
de la loi en projet. Les articles 193 et 196 déterminent
en effet les circonstances dans lesquelles le conjoint
bénéfi ciaire reste bénéfi ciaire même après le divorce.
La relation entre le régime des avantages tel que prévu
à l’article 299 du Code civil, et celui de l’assurance sur
la vie est réglée dans ces dispositions.
Section V
Droits du bénéfi ciaire
Section VI
Effets du divorce ou de la séparation de corps dans les
assurances entre époux communs en biens
L’intitulé de cette section a été adapté pour tenir
compte de la modifi cation de son contenu.
Article 191
Dans la loi sur le contrat d’assurance terrestre, il est
encore question de “divorce pour cause déterminée”. Or,
la loi du 27 avril 2007 réformant le divorce a supprimé
le divorce pour cause déterminée. C’est la raison pour
laquelle, dans le titre IV, chapitre 2, section VI, du projet
de loi, la mention du divorce pour cause déterminée a
été remplacée, dans l’intitulé du point A “Divorce pour
cause déterminée”, par la mention du divorce pour cause
de désunion irrémédiable.
Article 193
L’article 193 du projet de loi, qui reprend l’article 131
de la loi sur le contrat d’assurance terrestre, règle le sort
des prestations d’assurance sur la vie après un divorce
pour cause de désunion irrémédiable. Le projet de loi
maintient le régime actuellement prévu par la loi sur
le contrat d’assurance terrestre, moyennant quelques
adaptations visant à tenir compte des modifi cations ap-
portées au droit du divorce depuis la loi du 27 avril 2007.
Afdeling IV
Rechten van de verzekeringnemer
Artikel 171
In artikel 171, eerste lid van het wetsontwerp werd de
verwijzing in artikel 108 van de wet op de landverzeke-
ringsovereenkomst naar artikel 299 van het Burgerlijk
Wetboek geschrapt. In de plaats van de verwijzing
naar dit artikel 299 BW werd een verwijzing naar de
artikelen 193 of 196 van het ontwerp opgenomen. De
artikelen 193 en 196 leggen immers vast onder welke
omstandigheden de begunstigde echtgenoot ook na
de echtscheiding begunstigde blijft. De verhouding
tussen het stelsel van de voordelen zoals bepaald in
artikel 299 van het Burgerlijk Wetboek, en dat van de
levensverzekering, wordt geregeld in deze bepalingen.
Afdeling V
Rechten van de begunstigde
Afdeling VI
Gevolgen van de echtscheiding of van de scheiding van
tafel en bed bij verzekering tussen in gemeenschap van
goederen getrouwde echtgenoten
De titel van deze afdeling werd aangepast gelet op
de gewijzigde inhoud.
Artikel 191
In de wet op de landverzekeringsovereenkomst
wordt nog gesproken van “echtscheiding op grond van
bepaalde feiten”. De wet van 27 april 2007 betreffende
de hervorming van de echtscheiding heeft evenwel de
echtscheiding op grond van bepaalde feiten afgeschaft.
Daarom werd in titel IV, hoofdstuk 2, afdeling VI van het
wetsontwerp in de titel van punt A. de echtscheiding op
grond van bepaalde feiten vervangen door de echtschei-
ding op grond van onherstelbare ontwrichting.
Artikel 193
In artikel 193 van het wetsontwerp, dat artikel 131 van
de wet op de landverzekeringsovereenkomst overneemt,
wordt het lot van de prestaties van de levensverzekering
na echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrich-
ting geregeld. Het wetsontwerp behoudt de huidige re-
geling uit de wet op de landverzekeringsovereenkomst,
mits enige aanpassingen gelet op het sinds de wet van
27 april 2007 gewijzigde echtscheidingsrecht.
49
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Alors qu’avant les modifi cations apportées par la loi
du 27 avril 2007, seul le conjoint à l’encontre duquel le
divorce avait été prononcé perdait les avantages, cette
règle est à présent d’application générale. En vertu de
l’article 299 du Code civil, les deux conjoints perdent,
après le divorce, les avantages qu’ils se sont faits depuis
qu’ils ont contracté mariage. Si l’attribution du bénéfi ce
de l’assurance sur la vie peut être qualifi ée d’avantage
octroyé pendant le mariage par l’un des conjoints à
l’autre conjoint, c’est l’article 299 du Code civil qui
devra être appliqué et non l’article 193 du projet de loi.
Si l’attribution du bénéfi ce de l’assurance sur la vie
ne constitue pas un avantage au sens de l’article 299
du Code civil, c’est l’article 193 du projet de loi qui
devra être appliqué. Comme le prévoit déjà actuellement
l’article 131 de la loi sur le contrat d’assurance terrestre,
le conjoint divorcé qui avait été désigné nommément
comme bénéfi ciaire, restera ainsi bénéfi ciaire. Le projet
de loi prévoit toutefois explicitement la possibilité de
déroger à ce principe. Les conjoints peuvent stipuler
dans le contrat d’assurance sur la vie ou ultérieurement,
par analogie avec ce que prévoit déjà actuellement la loi
sur le contrat d’assurance terrestre en cas de divorce
par consentement mutuel, que le conjoint ne sera plus
bénéfi ciaire après le divorce et désigner, nommément ou
non, un autre bénéfi ciaire. L’assureur doit dans ce cas
être informé du divorce, ou de la nouvelle désignation.
Article 196
L’article 196 du projet de loi, qui reprend l’article 134
de la loi sur le contrat d’assurance terrestre, règle le sort
des prestations d’assurance sur la vie après un divorce
par consentement mutuel. Le projet de loi maintient
le régime actuellement prévu par la loi sur le contrat
d’assurance terrestre, moyennant quelques adaptations
visant à tenir compte des modifi cations apportées au
droit du divorce depuis la loi du 27 avril 2007.
Ainsi, tout comme l’article 193, l’article 196 du projet
de loi fait mention de l’application éventuelle de l’article
299 du Code civil. L’article 299 du Code civil n’opère en
effet pas de distinction entre le divorce pour cause de
désunion irrémédiable et le divorce par consentement
mutuel. C’est la raison pour laquelle l’article 196 tient
compte d’une éventuelle application de l’article 299 du
Code civil, tel que modifi é par la loi du 27 avril 2007, qui
prévoit que les conjoints perdent, après le divorce, les
avantages qu’ils se sont faits depuis qu’ils ont contracté
mariage. Si l’attribution du bénéfi ce de l’assurance sur
la vie peut être qualifi ée d’avantage octroyé pendant le
mariage par l’un des conjoints à l’autre conjoint, c’est
Waar voor de wijzigingen die werden doorgevoerd
door de wet van 27 april 2007 enkel de echtgenoot
tegen wie de echtscheiding was uitgesproken de voor-
delen verloor, geldt dit nu algemeen. Op grond van
artikel 299 van het Burgerlijk Wetboek verliezen de
beide echtgenoten na echtscheiding de voordelen die
zij elkaar hebben toegekend tijdens het huwelijk. Indien
de levensverzekering kwalifi ceert als een voordeel dat
tijdens het huwelijk door de ene echtgenoot werd toe-
gekend aan de andere echtgenoot, zal artikel 299 BW
moeten worden toegepast en niet artikel 193.
Indien de begunstiging in de levensverzekering geen
voordeel in de zin van artikel 299 van het Burgerlijk
Wetboek is, zal artikel 193 moeten worden toegepast.
Net zoals dit reeds het geval is in het huidige artikel 131
van de wet op de landverzekeringsovereenkomst, zal
de uit de echt gescheiden echtgenoot die bij name als
begunstigde werd aangeduid, dan begunstigde blijven.
Het wetsontwerp voorziet uitdrukkelijk de mogelijkheid
om af te wijken van dit principe. De echtgenoten kun-
nen in de levensverzekeringsovereenkomst of later,
naar analogie van wat reeds voorzien was in de wet op
de landverzekeringsovereenkomst in geval van echt-
scheiding met onderlinge toestemming, bepalen dat de
echtgenoot na echtscheiding geen begunstigde meer
zal zijn en, al dan niet bij name, een andere begunstigde
aanduiden. De verzekeraar dient dan wel op de hoogte
te worden gebracht van de echtscheiding, dan wel van
de nieuwe aanwijzing.
Artikel 196
In artikel 196 van het wetsontwerp, dat artikel 134 van
de wet op de landverzekeringsovereenkomst overneemt,
wordt het lot van de prestaties van de levensverzekering
na echtscheiding met onderlinge toestemming geregeld.
Het wetsontwerp behoudt de huidige regeling uit de
wet op de landverzekeringsovereenkomst, mits enige
aanpassingen gelet op het sinds de wet van 27 april
2007 gewijzigde echtscheidingsrecht.
Zo wordt, net als in artikel 193, ook in artikel 196 van
het ontwerp een verwijzing naar de mogelijke toepassing
van artikel 299 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen.
Artikel 299 BW maakt immers geen onderscheid tussen
de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrich-
ting, dan wel na onderlinge toestemming. In het artikel
196 werd dan ook rekening gehouden met een mogelijke
toepassing van het artikel 299 BW, zoals dit werd gewij-
zigd door de wet van 27 april 2007, dat bepaalt dat de
echtgenoten na echtscheiding de voordelen verliezen
die zij elkaar hebben toegekend tijdens het huwelijk.
Indien de levensverzekering kwalifi ceert als een voor-
deel dat door de ene echtgenoot werd toegekend aan
50
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’article 299 du Code civil qui devra être appliqué et non
l’article 196 du projet de loi.
Si l’attribution du bénéfi ce de l’assurance sur la vie
ne constitue pas un avantage au sens de l’article 299
du Code civil, c’est le régime prévu par l’article 196 du
projet de loi qui devra être appliqué. Comme le prévoit
déjà actuellement l’article 134 de la loi sur le contrat
d’assurance terrestre, le conjoint nommément désigné
comme bénéfi ciaire restera ainsi bénéfi ciaire. L’article
134 de la loi sur le contrat d’assurance terrestre prévoit
également la possibilité de déroger, de commun accord,
à ce principe au moment du divorce. Le projet de loi
maintient cette possibilité. Il prévoit en outre explicite-
ment que les époux peuvent déroger à ce principe en
stipulant dans le contrat d’assurance sur la vie que le
conjoint ne sera plus bénéfi ciaire après le divorce et en
désignant, nommément ou non, un autre bénéfi ciaire.
L’assureur doit dans ce cas être informé du divorce, ou
de la nouvelle désignation.
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de personnes autres
que les contrats d’assurance sur la vie
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance maladie
Article 206
article 138bis-6 de la loi sur le contrat d’assurance
terrestre instaure une procédure qui permet aux ma-
lades chroniques et aux personnes handicapées de faire
valoir, à certaines conditions, un droit à une assurance
soins de santé. L’alinéa 4 de cet article confère à cette
disposition un caractère temporaire, qui pourra éven-
tuellement être prorogé par le Roi. Comme il ressort
d’un rapport du Centre fédéral d’Expertise des soins
de santé que l’application de cette disposition ne donne
pas lieu à controverse, l’alinéa 4 et, partant, le caractère
temporaire de cet article ont été supprimés. L’article 206
du projet de loi, qui reprend l’article 138bis-6 précité,
refl ète cette adaptation.
de andere echtgenoot tijdens het huwelijk zal artikel
299 BW moeten worden toegepast en niet artikel 196
van het wetsontwerp.
Indien de begunstiging in de levensverzekering geen
voordeel in de zin van artikel 299 van het Burgerlijk
Wetboek is, zal de regeling van artikel 196 van het
wetsontwerp moeten worden toegepast. Net zoals dit
reeds het geval is in het huidige artikel 134 van de wet
op de landverzekeringsovereenkomst, zal de bij name
aangeduide begunstigde echtgenoot dan begunstigde
blijven. Artikel 134 van de wet op de landverzeke-
ringsovereenkomst voorzag reeds de mogelijkheid om
hier op het moment van de echtscheiding in onderling
overleg van af te wijken. De ontwerpwet behoudt deze
mogelijkheid. Daarnaast werd ook uitdrukkelijk voorzien
dat de echtgenoten hier van kunnen afwijken door in
de levensverzekeringsovereenkomst zelf te bepalen
dat de echtgenoot na echtscheiding geen begunstigde
meer zal zijn en, al dan niet bij name, een andere be-
gunstigde aan te duiden. De verzekeraar moet dan wel
op de hoogte worden gebracht van de echtscheiding,
dan wel van de nieuwe aanwijzing.
HOOFDSTUK 3
Persoonsverzekeringen andere dan
levensverzekeringen
HOOFDSTUK 4
Ziekteverzekeringsovereenkomsten
Artikel 206
Artikel 138bis-6, van de wet op de landverzekerings-
overeenkomst stelt een procedure in waarbij chronisch
zieken en gehandicapten onder bepaalde voorwaarden
toch het recht op een ziektekostenverzekering kunnen
laten gelden. Het vierde lid van dit artikel geeft aan
deze bepaling een tijdelijk karakter dat evenwel door de
Koning kan worden verlengd. Aangezien uit een verslag
van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheids-
zorg blijkt dat de toepassing van deze bepaling niet
controversieel is, wordt het vierde lid, en dus het tijdelijk
karakter van dit artikel, opgeheven. Het artikel 206, dat
dit artikel 138bis-6 herneemt in het wetsontwerp, werd
in die zin opgenomen in het wetsontwerp.
51
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 5
Dispositions propres à certains contrats
d’assurance qui garantissent le remboursement
du capital d’un crédit
Article 212
L’article 212 du projet de loi énonce, en son para-
graphe 1er, une disposition habilitant le Roi à fi xer des
dispositions d’exécution pour un ou plusieurs des points
défi nis dans la loi.
Le projet de loi précise par ailleurs que le Roi, lors
de l’élaboration des règles d’exécution, pourra rendre
obligatoire la production d’une déclaration sur l’honneur
concernant l’objet du contrat d’assurance.
Le choix a en outre été fait de reprendre telles quelles
dans la loi les dispositions prévoyant une sanction civile
en cas de non-respect des dispositions arrêtées par
ou en vertu des articles du chapitre 5. Ces dispositions
fi gurent dans le paragraphe 3 de l’article 212 du pro-
jet de loi.
Article 214
L’article 214 du projet de loi habilite le Roi à prévoir
que le réassureur ne doit pas procéder à une réévalua-
tion des propositions de surprime lorsque cette surprime
est inférieure ou égale à un pourcentage déterminé de
la prime de base, fi xé par le Roi. Ce pourcentage à
fi xer par le Roi s’élève à maximum 25 %. Pour ce qui
est de la transmission du dossier et de l’exécution ou
non d’une réévaluation, l’assureur et le réassureur sont
uniquement responsables du respect de leurs propres
obligations en la matière.
Article 217
Le projet de loi reprend la possibilité prévue par la loi
sur le contrat d’assurance terrestre de créer un Bureau
du suivi de la tarifi cation, dont la composition est fi xée
par la loi. Ce Bureau a notamment pour mission d’exa-
miner si les surprimes demandées par les entreprises
d’assurances se justifi ent d’un point de vue médical et
au regard de la technique de l’assurance. Le Bureau
formule à cet égard des propositions contraignantes,
conformément aux dispositions de la loi.
Les tâches du Bureau du suivi de la tarifi cation ont
été adaptées sur deux points. D’une part, le Roi peut
prendre des mesures visant à limiter le fl ux de dos-
siers de révision lorsque la surprime demandée par
HOOFDSTUK 5
Nadere bepalingen betreffende sommige
verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling
van het kapitaal van een krediet waarborgen
Artikel 212
In artikel 212 wordt de Koning in paragraaf 1 gemach-
tigd om uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor één
of meerdere van de in de wet bepaalde punten.
Anderzijds werd er eveneens bepaald dat de Koning,
bij het uitwerken van de uitvoeringsregelen, kan ver-
plichten tot het voorleggen van een verklaring op eer
over het voorwerp van de verzekeringsovereenkomst.
Bovendien werd er de voorkeur aan gegeven om de
bepalingen die voorzien in een burgerlijke sanctie bij de
niet-naleving van de bepalingen die door of krachtens
de artikelen van hoofdstuk 5 worden vastgesteld, als
dusdanig in de wet op te nemen (in artikel 212, § 3, van
het ontwerp).
Artikel 214
In artikel 214 werd de Koning gemachtigd om te
bepalen dat de herverzekeraar geen herbeoordeling
moet verrichten van voorstellen van bijpremie wanneer
deze bijpremie lager of gelijk is aan een door de Koning
bepaald percentage van de basispremie. Dit door de
Koning te bepalen percentage bedraagt maximaal 25 %.
Inzake de overzending van het dossier en het al dan niet
uitvoeren van een herbeoordeling zijn de verzekeraar
en de herverzekeraar slechts verantwoordelijk voor de
eigen verplichtingen in dit verband.
Artikel 217
Het wetsontwerp herneemt de mogelijkheid uit de
wet op de landverzekeringsovereenkomst om een
Opvolgingsbureau voor tarifering op te richten, waarvan
de samenstelling bij wet werd vastgelegd. Dit Bureau
dient onder meer na te gaan of de door verzekerings-
ondernemingen gevraagde bijpremies medisch en
verzekeringstechnisch verantwoord zijn. Het Bureau
formuleert, overeenkomstig de bepalingen van de wet,
dienaangaande bindende voorstellen.
De taken van het Opvolgingsbureau werden op
twee punten bijgeschaafd. Enerzijds kan de Koning
maatregelen nemen om de doorstroming van de her-
zieningsdossiers te beperken wanneer de door de
52
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’entreprise d’assurances reste en dessous d’un certain
seuil. L’objectif est de faire en sorte que le Bureau ne
s’occupe que de dossiers dans lesquels la surprime
demandée en raison de l’état de santé du candidat
assuré dépasse un certain seuil, ce qui est d’ailleurs
indicatif du degré de gravité de son affection médicale.
Cette nouvelle disposition fi gure à l’article 217, § 1er,
alinéa 2, du projet de loi. D’autre part, il paraît indiqué
que la loi confi rme expressément que le Bureau peut
connaître des cas dans lesquels la gravité de l’affection
médicale est telle qu’elle amène l’entreprise d’assu-
rances à refuser le contrat. Cette précision a été insérée
à l’article 217, §§ 1er et 3, du projet de loi.
L’article 221 du projet de loi prévoit en outre, en ses
paragraphes 4 et 5, des dispositions portant sur le
fi nancement des frais de fonctionnement du Bureau du
suivi de la tarifi cation et sur la prise en charge de ses
tâches de secrétariat. Les frais de fonctionnement du
Bureau du suivi de la tarifi cation comprennent notam-
ment les indemnités versées aux membres du Bureau,
les frais de fonctionnement du secrétariat, ainsi que les
honoraires d’experts.
PARTIE 5
LE CONTRAT D’ASSURANCE AUTRE QUE LE
CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE VISÉ
DANS LA PARTIE 4
Les dispositions de la partie 5 du projet de loi
reprennent en grande partie les dispositions de la loi
du 11 juin 1874 sans y apporter de modifi cations. Il y
est cependant précisé que cette partie de la loi est
applicable aux contrats régis par le droit belge. L’article
1er, alinéa 1er, de la loi du 11 juin 1874, qui comportait
une défi nition distincte du “contrat d’assurance”, a en
outre été omis, compte tenu de l’avis du Conseil d’État
(point 20). Les autres dispositions existantes ayant été
reprises telles quelles ou moyennant uniquement des
adaptations d’ordre linguistique ou formel, elles ne font
pas l’objet d’un commentaire particulier, à l’exception
de l’article 32 de la loi précitée qui a été modifi é.
Article 246
L’article 246 du projet de loi reprend l’article 22 de la
loi du 11 juin 1874.
Cet article a été complété par une disposition pré-
cisant que l’assureur qui effectue un paiement à un
mineur, un interdit ou un autre incapable en application
d’un contrat d’assurance, l’effectue sur un compte
verzekeringsonderneming gevraagde bijpremie onder
een bepaalde drempel blijft. Aldus kan men garanderen
dat het Opvolgingsbureau zich enkel moet inlaten met
dossiers waar de gevraagde bijpremie omwille van de
gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde
een bepaalde drempel overschrijdt, wat overigens de
ernst van zijn medische aandoening aantoont (artikel
217, § 1, tweede lid van het wetsontwerp). Anderzijds
lijkt het aangewezen dat de wet uitdrukkelijk bevestigt
dat het Opvolgingsbureau kennis kan nemen van de
gevallen waar de ernst van de medische aandoening
zodanig is, dat zij leidt tot contractsweigering door de
verzekeringsonderneming (artikel 217, §§ 1 en 3 van
het wetsontwerp).
Verder werden in paragrafen 4 en 5 bepalingen
ingevoegd met het oog op het vervullen van de secre-
tariaatstaken en de fi nanciering van de werkingskosten
van het Opvolgingsbureau voor de tarifering. Onder de
werkingskosten van het Opvolgingsbureau voor de tari-
fering worden onder meer de vergoedingen van de leden
van het bureau, de werkingskosten van het secretariaat,
evenals de honoraria van experten begrepen.
DEEL 5
DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST, ANDERE
DAN DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
ZOALS BEDOELD IN DEEL 4
De bepalingen van deel 5 van het wetsontwerp her-
nemen grotendeels ongewijzigd de bepalingen van de
wet van 11 juni 1874. Er werd verduidelijkt dat dit deel
van toepassing is op overeenkomsten onderworpen aan
het Belgische recht. Artikel 1, lid 1 van de wet van 11 juni
1874 welke bepaling een aparte defi nitie bevatte van de
“verzekeringsovereenkomst” werd, gelet op het advies
van de Raad van State (punt 20), niet overgenomen.
Aangezien de overige bepalingen, artikel 32 van de
wet van 11 juni 1874 uitgezonderd, ongewijzigd, dan wel
met enkel taalkundige of vormelijke wijzigingen, werden
overgenomen in het wetsontwerp, wordt hieraan geen
verdere toelichting geven.
Artikel 246
Artikel 246 van het wetsontwerp herneemt artikel 22
van de wet van 11 juni 1874.
In dit artikel werd opgenomen dat de verzekeraar die
aan een minderjarige, onbekwaamverklaarde of andere
onbekwame een betaling verricht bij toepassing van een
verzekeringsovereenkomst, dit doet op een rekening die
53
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
ouvert à son nom, frappé d’indisponibilité jusqu’à la
majorité ou à la levée de l’incapacité, sans préjudice
du droit de jouissance légale.
Cette modifi cation a été opérée en raison de la dispo-
sition similaire qui a été reprise dans la partie du projet
de loi intégrant les dispositions de la loi sur le contrat
d’assurance terrestre (article 72 du projet de loi). Cette
modifi cation s’inscrit dans le cadre de la même série
de modifi cations qui résultent de l’arrêt de la Cour euro-
péenne des Droits de l’homme du 7 juillet 2009 ‘Stagno
contre la Belgique’.
Article 256
L’article 256 du projet de loi reprend l’article 32 de
la loi du 11 juin 1874. L’alinéa 1er a toutefois été adapté.
Cette adaptation s’inscrit elle aussi dans le cadre
de la série de modifi cations qui résultent de l’arrêt de
la Cour européenne des Droits de l’Homme du 7 juillet
2009 ‘Stagno contre la Belgique’, arrêt dans lequel la
Cour considère que l’application rigide d’un délai de
prescription, qui ne tient pas compte des circonstances
particulières de l’affaire, a empêché les requérantes de
faire usage d’un recours qui leur était disponible.
La Cour a estimé dans cette affaire que la limitation
au droit d’accès à un tribunal imposée aux requérantes
n’était pas proportionnée au but visant à garantir la
sécurité juridique et la bonne administration de la justice.
A l’article 261 du projet de loi, l’alinéa 1er a dès lors
été adapté en ce sens qu’il précise que la prescription
contre les mineurs, interdits et autres incapables ne
court pas jusqu’au jour de la majorité ou de la levée
de l’incapacité.
PARTIE 6
L’INTERMÉDIATION EN ASSURANCES ET LA
DISTRIBUTION D’ASSURANCES
Les dispositions de la partie 6 du projet de loi
reprennent en grande partie les dispositions actuelles
de la loi relative à l’intermédiation en assurances. Les
dispositions reprises telles quelles ou modifi ées sur un
plan purement linguistique ou formel ne font pas l’objet
d’un commentaire particulier.
op zijn naam is geopend en die onbeschikbaar is tot de
meerderjarigheid of het opheffen van de onbekwaam-
heid, onverminderd het recht op wettelijk genot.
Deze wijziging werd opgenomen gelet op de soort-
gelijke bepaling die werd opgenomen in het deel van
de ontwerpwet dat de bepalingen van de wet op de
landverzekeringsovereenkomst incorporeert (artikel 72
van het wetsontwerp). Deze wijziging kadert in dezelfde
reeks van wijzigingen die volgen op het arrest van het
Europees Hof van de Rechten van de Mens van 7 juli
2009 in de zaak Stagno tegen België.
Artikel 256
Artikel 256 van het wetsontwerp herneemt artikel
32 van de wet van 11 juni 1874. Het eerste lid werd
gewijzigd.
Ook deze wijziging kadert in de reeks van wijzigingen
die volgen op het arrest van het Europees Hof van de
Rechten van de Mens van 7 juli 2009 in de zaak Stagno
tegen België waarbij het Hof de mening was toegedaan
dat de starre toepassing van een verjaringstermijn die
geen rekening houdt met de bijzondere omstandighe-
den van de zaak, de verzoekende partijen belet heeft
om een verhaal uit te oefenen waarover ze in beginsel
beschikten.
Het Hof meende dat in de betreffende zaak de be-
perking van de toegang tot de rechtbank die aan de
verzoekers werd opgelegd, onevenredig was met de
nagestreefde oogmerken van rechtszekerheid en een
goede rechtsgang.
Lid 1 werd dan ook in die zin aangepast dat de verja-
ring niet loopt tegen minderjarigen en onbekwaamver-
klaarden tot op de dag van de meerderjarigheid of de
opheffing van de onbekwaamverklaring.
DEEL 6
VERZEKERINGSBEMIDDELING EN DE
DISTRIBUTIE VAN VERZEKERINGEN
De bepalingen van deel 6 van het wetsontwerp
hernemen grotendeels ongewijzigd de bepalingen van
de wet op de verzekeringsbemiddeling. Voor zover de
bepalingen ongewijzigd, dan wel met enkel taalkundige
of vormelijke wijzigingen, werden overgenomen in het
wetsontwerp, wordt hieraan geen verdere toelich-
ting geven.
54
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 1ER
Défi nitions
Article 257
L’article 257 du projet de loi reprend les défi nitions
fi gurant à l’article 1er de la loi relative à l’intermédiation
en assurances, pour autant que celles-ci n’aient pas
été intégrées dans les dispositions générales du projet
de loi. Dans son avis (point 21), le Conseil d’État pose
la question de savoir si la défi nition d’”intermédiation
en assurances” ne devrait pas fi gurer dans cet article,
plutôt qu’à l’article 5 du projet de loi. Cette défi nition
a néanmoins été maintenue à l’article 5, car la notion
qu’elle couvre n’est pas utilisée uniquement dans cette
partie de la loi (elle l’est par exemple aussi dans la
défi nition d’intermédiaire d’assurances). Les défi nitions
de “courtier d’assurances” et d’”agent d’assurances”
ont, quant à elles, été maintenues dans cette partie de
la loi parce que c’est spécifi quement dans cette partie
que la subdivision entre les différents intermédiaires
est opérée et que cette subdivision est pertinente pour
l’application des obligations qui peuvent être différentes
selon l’intermédiaire concerné. Les autres obligations
prévues par la loi s’appliquent aux intermédiaires en
général, indépendamment du type d’intermédiaire.
Dans l’avant-projet de loi, la défi nition d’”État membre
d’origine” et celle d’”État membre d’accueil” précisaient
qu’il s’agissait, pour l’application de cette partie de la
loi, de l’État membre d’origine ou de l’État membre
d’accueil de l’intermédiaire, ceci afi n de pouvoir les dis-
tinguer de l’État membre d’origine et de l’État membre
d’accueil de l’assureur. Compte tenu de l’avis du Conseil
d’État (point 21) qui a jugé que cette façon de faire pou-
vait prêter à confusion, la terminologie a été adaptée.
La loi utilise à présent les termes expressément défi nis
“État membre d’origine IMD”, “État membre d’accueil
IMD” et “autorités IMD”.
CHAPITRE 2
Dispositions générales
Articles 258 à 261
Ces articles du projet de loi reprennent les articles
2, §§ 2 et 3, 3 et 4 de la loi relative à l’intermédiation
en assurances. La terminologie a, si nécessaire, été
alignée sur celle utilisée dans les autres parties du
projet de loi.
HOOFDSTUK 1
Defi nities
Artikel 257
In artikel 257 van het wetsontwerp worden de
defi nities uit artikel 1 van de wet op de verzekerings-
bemiddeling overgenomen, voor zover deze nog
niet werden opgenomen in de algemene bepalingen
van het wetsontwerp. In het advies van de Raad van
State (punt 21) wordt de vraag gesteld of de defi nitie
van “verzekeringsbemiddeling” niet beter zou worden
opgenomen in dit artikel in plaats van in artikel 5. De
defi nitie werd behouden in artikel 5, aangezien de term
niet enkel in dit deel van de wet wordt gebruikt (het
begrip wordt bijvoorbeeld ook gebruikt in de defi nitie
van de verzekeringstussenpersoon). De defi nities van
verzekeringsmakelaar en -agent werden in dit specifi eke
deel behouden omdat het specifi ek in dit deel is dat de
opdeling tussen de verschillende tussenpersonen ge-
beurt en waar deze opdeling ook relevant is in verband
met de toepassing van de verschillende verplichtingen.
De overige verplichtingen uit de wet gelden voor de tus-
senpersonen in het algemeen, ongeacht het specifi eke
karakter van de tussenpersoon.
In het voorontwerp werd bij de defi nitie van de lidstaat
van herkomst en lidstaat van ontvangst verduidelijkt dat
het voor de toepassing van dit deel om de lidstaat van
herkomst, dan wel ontvangst, van de tussenpersoon
gaat, ten einde het onderscheid te kunnen maken
met de lidstaat van herkomst en van ontvangst van de
verzekeraars. Gelet op het advies van de Raad van
State (punt 21) waarin werd gesteld dat dit verwarring
zou kunnen creëren, werd de terminologie aangepast.
De wet vertrekt nu van de uitdrukkelijk gedefi nieerde
termen “IMD lidstaat van herkomst”, “IMD lidstaat van
ontvangst”, en “IMD autoriteiten”.
HOOFDSTUK 2
Algemene bepalingen
Artikelen 258 t/m 261
Deze artikelen van het wetsontwerp hernemen de
artikelen 2, §2 en §3, 3 en 4 van de wet op de verze-
keringsbemiddeling. De gebruikte terminologie werd
waar nodig afgestemd op de elders in het wetsontwerp
gebruikte termen.
55
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 3
De l’inscription
Section Ire
Dispositions générales
Section II
Procédure et conditions
Article 267
Il a été précisé, à l’article 267 du projet de loi, que si
l’organisme central est une entreprise d’assurances ou
de réassurance, il doit s’agir d’une entreprise d’assu-
rances ou de réassurance agréée. Une autorisation
obtenue sous le régime particulier prévu par l’article 4
de la directive Solvabilité II ne suffit pas.
Article 268
L’article 268 du projet de loi reprend l’article 10 de la
loi relative à l’intermédiation en assurances. Le point
3° de l’article 10 a été intégré dans un paragraphe 2
distinct. Etant donné que le droit applicable au contrat
d’assurance n’est pas déterminé par l’origine de
l’entreprise d’assurances, le point 5° de l’article 10, qui
constitue désormais le point 4° de l’article 268, a été
réécrit. L’intermédiaire doit s’abstenir de participer à la
promotion, à la conclusion et à l’exécution de contrats
d’assurance ou de réassurance qui sont manifeste-
ment contraires aux règles de droit belge applicables
à ces contrats mêmes et/ou aux règles de droit belge
applicables en ce qui concerne l’offre et la conclu-
sion de tels contrats. L’intermédiaire a donc le devoir
d’examiner, dans la mesure du possible, si les produits
d’assurance qui sont vendus en Belgique, satisfont aux
exigences légales applicables selon le droit belge. Si,
par exemple, un contrat d’assurance terrestre à conclure
est régi par le droit belge, l’intermédiaire devra s’assurer
que ce contrat n’est manifestement pas contraire aux
modalités prévues par la partie 4 de la présente loi. Si,
par exemple, une assurance de dommages à conclure
couvre un risque situé en Belgique, l’intermédiaire devra
s’assurer que les règles de transparence prévues par
le titre II de la partie 3 de cette loi n’ont manifestement
pas été enfreintes. Le point 6° de l’article 10 susvisé
constitue le point 5° de l’article 268 du projet de loi.
La terminologie de cette disposition a été adaptée en
fonction de celle utilisée ailleurs dans la loi. Quant au
point 6°bis de l’article 10, ses alinéas 2 et 3 portant sur
le système extrajudiciaire de traitement des plaintes
HOOFDSTUK 3
Inschrijving
Afdeling I
Algemene bepalingen
Afdeling II
Procedure en voorwaarden
Artikel 267
In artikel 267 van het wetsontwerp werd gespe-
cifi ceerd dat indien de centrale instelling een (her)
verzekeringsonderneming is, dit een vergunde (her)
verzekeringsonderneming moet zijn. Een toelating in de
zin van het bijzondere regime zoals voorzien in artikel 4
van de richtlijn Solvabiliteit II is niet voldoende.
Artikel 268
Artikel 268 van het wetsontwerp herneemt artikel
10 van de wet op de verzekeringsbemiddeling. Punt
3° van artikel 10 werd opgenomen in een aparte para-
graaf twee. Daar het op de verzekeringsovereenkomst
toepasselijk recht niet wordt bepaald door de herkomst
van de verzekeringsonderneming, werd punt 5° van
artikel 10 herschreven in punt 4° van artikel 268. De
tussenpersoon dient zich te onthouden van deelname
aan de promotie, de sluiting en de uitvoering van verze-
kerings- of herverzekeringsovereenkomsten die klaar-
blijkelijk strijdig zijn met de op deze overeenkomsten
zelf toepasselijke regels van Belgisch recht en/of met de
toepasselijke regels van Belgisch recht in verband met
het sluiten en aanbieden van deze overeenkomsten. De
tussenpersoon heeft dus, in de mate van het mogelijke,
de plicht te onderzoeken of de verzekeringsproducten
die in België worden verkocht, beantwoorden aan de
toepasselijke wettelijke vereisten van Belgisch recht.
Als het Belgisch recht bijvoorbeeld van toepassing is op
een af te sluiten landverzekeringsovereenkomst, zal de
tussenpersoon zich ervan moeten vergewissen dat de
overeenkomst niet klaarblijkelijk in strijd is met de mo-
daliteiten van deel 4 van deze wet. Als bijvoorbeeld het
verzekerd risico van een af te sluiten schadeverzekering
zich in België bevindt, zal de tussenpersoon zich ervan
moeten vergewissen dat de transparantievoorschriften
van titel II van deel 3 van deze wet niet klaarblijkelijk
werden geschonden. Punt 6° van artikel 10 werden her-
nomen in punt 5° van artikel 268 van het wetsontwerp en
werd wat de gebruikte terminologie aangepast aan de
elders in de wet gebruikte termen. Uit het punt 6bis° van
56
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
n’ont pas été repris dans l’article 268 du projet de loi,
étant donné que le volet de contrôle de la loi comporte
un titre distinct consacré au système extrajudiciaire de
traitement des plaintes.
Article 270
L’article 270 du projet de loi reprend l’article 11 de la
loi relative à l’intermédiation en assurances. Les dispo-
sitions relatives aux connaissances techniques ont été
adaptées en tenant compte, d’une part, de la codifi cation
de la législation existante opérée par le présent projet
de loi et, d’autre part, d’autres législations en vigueur.
Section III
Mode de paiement de la prime et de la prestation
d’assurance
CHAPITRE 4
Des obligations en matière d’informations et
autres règles de conduite
PARTIE 7
L’ORGANISATION DU CONTRÔLE
TITRE IER
L’organisation du contrôle et la collaboration
entre autorités
Articles 280 à 285
Les articles 280 à 285 énoncent des dispositions gé-
nérales concernant l’organisation du contrôle et la col-
laboration entre les différentes autorités compétentes.
L’article 280 du projet de loi dispose, en son para-
graphe 1er, que la FSMA assure le contrôle du respect de
la loi et de ses arrêtés et règlements d’exécution. Cette
disposition est fondée sur les dispositions de la loi de
contrôle (article 1er), de la loi sur le contrat d’assurance
terrestre (article 140, alinéa 1er) et de la loi relative à
l’intermédiation en assurances (article 13, § 1er, alinéa
1er) qui régissent l’exercice des compétences en matière
de contrôle.
artikel 10 werden lid 2 en lid 3 over de buitengerechtelijke
klachtenregeling niet hernomen in deze bepaling van het
wetsontwerp aangezien in het toezichtsluik van de wet
een aparte titel in verband met de buitengerechtelijke
klachtenregeling werd opgenomen.
Artikel 270
Artikel 270 van het wetsontwerp herneemt artikel
11 van de wet op de verzekeringsbemiddeling. De be-
palingen in verband met de technische kennis werden
aangepast gelet op de codifi catie van de bestaande
wetgeving in deze ontwerpwet en de vandaag geldende
wetgeving in het algemeen.
Afdeling III
Wijze van betaling van de premie en van de
verzekeringsprestatie
HOOFDSTUK 4
Informatievereisten en
andere gedragsregels
DEEL 7
ORGANISATIE VAN HET TOEZICHT
TITEL I
Organisatie van het toezicht en samenwerking tussen
de autoriteiten
Artikel 280 t/m 285
In de artikelen 280 tot en met 285 werden algemene
bepalingen met betrekking tot de organisatie van het
toezicht en de samenwerking tussen de verschillende
bevoegde autoriteiten opgenomen.
Artikel 280 van het wetsontwerp verleent in de eerste
paragraaf aan de FSMA de bevoegdheid om toe te zien
op de naleving van deze ontwerpwet en haar uitvoe-
ringsbesluiten en -reglementen. De bepaling is gestoeld
op die bepalingen uit de controlewet (artikel 1), de wet
op de landverzekeringsovereenkomst (artikel 140, lid 1)
en de wet op de verzekeringsbemiddeling (artikel 13, §1,
lid 1) die de toezichtsbevoegdheid regelen.
57
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Le paragraphe 2 de cet article confi rme la compé-
tence particulière dévolue à l’Office de contrôle des mu-
tualités et des unions nationales de mutualités à l’égard
des sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5,
et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités, et à
l’égard des intermédiaires d’assurances visés à l’article
68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions
diverses en matière d’organisation de l’assurance mala-
die complémentaire (I). L’alinéa 1er de ce paragraphe a
été repris tel quel de la loi sur le contrat d’assurance
terrestre (article 140, alinéas 2 et 3) et de la loi relative à
l’intermédiation en assurances (article 13, § 4). L’alinéa
2 indique explicitement que, s’agissant des pouvoirs de
contrôle et de sanction exercés à l’égard de ces sociétés
mutualistes et de ces intermédiaires d’assurances, “la
FSMA” doit se lire, dans les dispositions pertinentes de
la loi, comme “l’OCM”. Cette règle n’est pas applicable
dans le cas des dispositions qui établissent une compé-
tence réglementaire de la FSMA, comme par exemple
l’article 14, alinéa 4, et l’article 268, § 3, ni dans le cas
des dispositions concernant lesquelles la loi elle-même
prévoit un régime distinct pour le contrôle exercé par
l’OCM, comme par exemple l’article 262, § 3, et l’article
270, § 8. Cette précision expresse est basée sur la défi -
nition de la FSMA qui fi gure dans la loi de contrôle, telle
qu’elle a été complétée par la loi du 26 avril 2010 portant
des dispositions diverses en matière d’organisation de
l’assurance maladie complémentaire (I).
Il est également précisé que, dans les cas où la loi
confère à la FSMA une compétence d’avis pour un
arrêté déterminé, l’avis de l’OCM devra également être
recueilli s’il est prévu que les sociétés mutualistes et/ou
les intermédiaires d’assurances relevant du domaine de
compétence de l’OCM tombent dans le champ d’appli-
cation de cet arrêté.
Dans les dispositions qui attribuent à la FSMA des
droits, obligations ou compétences autres que les pou-
voirs de contrôle et de sanction à l’égard des assureurs
et/ou des intermédiaires d’assurances, le principe
selon lequel “la FSMA” doit se lire comme “l’OCM” ne
s’applique pas. Il s’agit, entre autres, de l’article 282
(concernant le protocole que doivent conclure la Banque
Nationale et la FSMA), de l’article 301, § 5 (concernant
le secrétariat de la Commission des Assurances), de
l’article 302, § 3 (concernant la représentation au sein du
service ombudsman), de l’article 302, § 4, 3e et 4e tirets
(concernant la récolte des demandes et retraits d’adhé-
sion et concernant le recouvrement des cotisations) et
de l’article 345, § 3 (concernant l’évaluation de la loi).
In paragraaf twee van dit artikel wordt de bijzondere
bevoegdheid bevestigd van de controledienst voor de
ziekenfondsen en de landsbonden van de zieken-
fondsen jegens de maatschappijen van onderlinge
bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70,
§§ 6, 7 en 8, van de wet 6 augustus 1990 betreffende de
ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen,
en met betrekking tot de verzekeringstussenpersonen
zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010
houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van
de aanvullende ziekteverzekering (I). Het eerste lid van
deze paragraaf werd ongewijzigd overgenomen uit de
wet op de landverzekeringsovereenkomst (artikel 140, lid
2 en 3) en de wet op de verzekeringsbemiddeling (artikel
13, § 4). Het tweede lid is de expliciete toelichting dat,
wat de toezichts- en sanctiebevoegdheden jegens deze
maatschappijen van onderlinge bijstand en jegens deze
verzekeringstussenpersonen betreft, in de relevante
bepalingen van de ontwerpwet “de FSMA” moet worden
gelezen als “de CDZ”. Dit geldt met uitzondering van
de reglementaire bevoegdheden van de FSMA, zoals
bijvoorbeeld de bevoegdheden uit artikel 14, lid 4 en
artikel 268, §3, en met uitzondering van de bepalingen
waarvoor in de wet zelf een afzonderlijke regeling in
verband met het toezicht door de CDZ is opgenomen,
zoals bijvoorbeeld in artikel 262, § 3 en artikel 270, §
8. Deze expliciete toelichting is gebaseerd op de defi -
nitie van de FSMA in de controlewet, zoals deze werd
aangevuld bij wet van 26 april 2010 houdende diverse
bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I).
Er is ook bepaald dat, in de gevallen dat de FSMA
een wettelijke adviesbevoegdheid heeft bij een besluit,
tevens het advies van de CDZ moet worden ingewonnen
indien de maatschappijen van onderlinge bijstand en/
of de verzekeringstussenpersonen waarvoor de CDZ
bevoegd is, onder het toepassingsgebied van dit besluit
zouden vallen.
In de bepalingen die voor de FSMA andere rechten,
plichten of bevoegdheden bevatten dan de toezichts-
en sanctiebevoegdheden jegens de verzekeraars en/
of de verzekeringstussenpersonen, geldt het principe
dat “FSMA” dient te worden gelezen als “CDZ” niet.
Het betreft onder andere artikel 282 (met betrekking
tot het protocol dat moet worden afgesloten tus-
sen de Nationale Bank en de FSMA), artikel 301,
§ 5 (met betrekking tot het secretariaat van de Commissie
voor Verzekeringen), artikel 302, §3 (met betrekking tot
de vertegenwoordiging bij de ombudsdienst), artikel 302,
§ 4, 3de en 4de streepje (met betrekking tot de verzame-
ling van de aanvragen om toetreding en uittreding en
met betrekking tot de inning van de bijdragen) en artikel
345, § 3 (met betrekking tot de evaluatie van de wet).
58
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’article 281 du projet de loi concerne le contrôle du
respect des dispositions qui, conformément à l’article
45, § 1er, 3°, f, de la loi sur la surveillance fi nancière,
visent à garantir un traitement honnête, équitable et
professionnel des parties intéressées. L’application
correcte des règles de conduite par les entreprises
requiert que celles-ci mettent en place une organisation
adéquate à cet effet. Il relève des compétences de la
FSMA de juger si l’organisation de ces entreprises est
adéquate au regard des obligations légales que celles-ci
doivent respecter et au respect desquelles la FSMA est
chargée de veiller.
A l’article 284 du projet de loi, il est précisé que la
Banque Nationale est elle aussi considérée comme
une autorité compétente avec laquelle la FSMA doit
coopérer et avec laquelle elle peut échanger des infor-
mations confi dentielles. La loi du 30 juillet 2013 visant
à renforcer la protection des utilisateurs de produits
et services fi nanciers ainsi que les compétences de
l’Autorité des services et marchés fi nanciers, et portant
des dispositions diverses a déjà modifi é, à cet égard,
l’article 75, § 1er, de la loi sur la surveillance fi nancière
en ce sens que la FSMA peut désormais communiquer
des informations confi dentielles à la Banque Nationale.
TITRE II
L’exercice du contrôle
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 286
En vertu de l’article 34, paragraphe 1, de la directive
Solvabilité II, l’autorité de contrôle doit se voir conférer le
pouvoir de prendre des mesures préventives et correc-
tives en vue de garantir le respect, par les entreprises
d’assurances, des dispositions législatives, réglemen-
taires et administratives qui leur sont applicables.
L’article 286 du projet de loi reprend, en son para-
graphe 1er, l’article 21, § 1er, de la loi de contrôle et
confère à la FSMA le pouvoir de déterminer les infor-
mations qui doivent lui être fournies pour qu’elle puisse
vérifi er si les dispositions légales et réglementaires
applicables ont été respectées. Le paragraphe 2 de cet
article constitue une codifi cation des alinéas 3 à 7 de
l’article 21, § 1erbis, de la loi de contrôle, de l’article 69
de la loi de contrôle et des alinéas 2 et 3 de l’article 13,
§ 1er, de la loi relative à l’intermédiation en assurances.
Il impose l’obligation de fournir tous renseignements
Artikel 281 betreft het toezicht op de bepalingen
die, overeenkomstig artikel 45, § 1, 3°, f. van de wet
fi nancieel toezicht, een loyale, billijke en professionele
behandeling van de belanghebbende partijen moeten
waarborgen. De correcte naleving van de gedragsregels
door de onderneming vereist een hiervoor passende
organisatie van de onderneming. De FSMA is bevoegd
om te beoordelen of de organisatie van de onderneming
passend is, gelet op die wettelijke verplichtingen die de
onderneming moet naleven, en waarvan het toezicht op
de naleving tot de bevoegdheid van de FSMA behoort.
In artikel 284 van het wetsontwerp werd verduidelijk
dat ook de Nationale Bank als een bevoegde autoriteit
wordt beschouwd waarmee de FSMA dient samen te
werken en waarmee zij vertrouwelijke informatie kan
uitwisselen. De wet van 30 juli 2013 tot versterking van
de bescherming van de afnemers van fi nanciële produc-
ten en diensten alsook van de bevoegdheden van de
Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en hou-
dende diverse bepalingen wijzigde in dit verband reeds
artikel 75, § 1 van de wet fi nancieel toezicht waardoor
het voor de FSMA mogelijk wordt om aan de Nationale
Bank vertrouwelijke informatie mee te delen.
TITEL II
Uitoefening van het toezicht
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 286
Op grond van artikel 34, lid 1 van de richtlijn
Solvabiliteit II moet aan de toezichthouder de bevoegd-
heid worden verleend om preventieve en corrigerende
maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de
verzekeringsondernemingen voldoen aan de wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen die op hen van toe-
passing zijn.
Artikel 286, § 1 van het wetsontwerp herneemt artikel
21, § 1 van de controlewet en verleent aan de FSMA de
bevoegdheid om de gegevens te bepalen die moeten
worden verstrekt opdat kan worden nagegaan of de
toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen
werden nageleefd. Artikel 286, § 2 is een codifi catie
van de leden 3 tot en met 7 van artikel 21, § 1bis van
de controlewet, artikel 69 van de controlewet en lid 2
en 3 van artikel 13, § 1 van de wet op de verzekerings-
bemiddeling. In deze bepalingen worden de verplich-
ting om op eenvoudig verzoek en binnen de door de
59
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
à la FSMA, sur simple demande de celle-ci et dans
le délai qu’elle détermine, et défi nit les compétences
de la FSMA en matière d’inspections. Les deux para-
graphes sont également applicables au contrôle des
intermédiaires.
Le paragraphe 3 de l’article 286 du projet de loi
reprend l’article 21, § 1erter, de la loi de contrôle. Au
dernier alinéa, la terminologie a été adaptée selon la
terminologie générale utilisée dans la codifi cation, tandis
que le membre de phrase relatif au contrôle prudentiel
a été omis.
CHAPITRE 2
Des mesures de redressement
Article 292
L’article 292 intègre l’article 21octies, § 1er, de la loi
de contrôle dans le chapitre du projet de loi qui porte
sur les mesures de redressement.
Article 288
L’article 34 de la directive Solvabilité II dispose, en
son paragraphe 1, que les autorités de contrôle doivent
être en mesure de prendre des mesures préventives et
correctives. Cet article prévoit, en son paragraphe 2, que
les autorités de contrôle ont le pouvoir de prendre toutes
mesures nécessaires. Un contrôle effectif n’est en effet
possible que si l’autorité de contrôle a également la
faculté d’intervenir si la loi n’est pas respectée par les
entreprises contrôlées. Dès lors que les compétences
relatives au contrôle des entreprises d’assurances et
les domaines de contrôle portant sur ces entreprises
ont été répartis entre la Banque Nationale et la FSMA,
il est indispensable que la FSMA puisse elle aussi
intervenir en toute indépendance en cas d’infraction aux
dispositions relevant de son domaine de compétence.
Or, la loi de contrôle, en son article 71, ne confère une
compétence autonome à la FSMA qu’à l’égard des
entreprises d’assurances de l’EEE. C’est la raison pour
laquelle l’article 285 attribue à la FSMA une compétence
autonome qui lui permettra d’intervenir également à
l’encontre des assureurs belges et à l’encontre des
assureurs étrangers autres que des entreprises d’assu-
rances de l’EEE: elle pourra, en vertu du paragraphe
1er, fi xer le délai dans lequel il devra être remédié à une
situation contraire à la loi et, en vertu du paragraphe 2,
prendre des mesures de redressement s’il n’a pas été
remédié à la situation dans le délai imparti.
FSMA vastgestelde termijn aan de FSMA inlichtingen
te verstrekken en de inspectiebevoegdheden van de
FSMA vastgesteld. In beide paragrafen werden ook de
tussenpersonen opgenomen.
In paragraaf 3 van artikel 286 van het wetsontwerp
werd artikel 21, § 1ter van de controlewet overgenomen.
In het laatste lid werd de terminologie aangepast aan de
in de codifi catie algemeen gehanteerde terminologie en
werd het prudentieel toezicht weggelaten.
HOOFDSTUK 2
Herstelmaatregelen
Artikel 292
Artikel 292 herneemt artikel 21octies , §1 van de
controlewet in het hoofdstuk over de herstelmaatregelen
van de nieuwe wet.
Artikel 288
Artikel 34, lid 1 van de richtlijn Solvabiliteit II stelt dat
de toezichthoudende overheden in staat moeten zijn om
preventieve en corrigerende maatregelen te treffen. Lid 2
van dit artikel 34 bepaalt verder dat de toezichthoudende
overheden de bevoegdheid hebben alle nodige maatre-
gelen te treffen. Een effectief toezicht is immers maar
mogelijk indien de toezichthouder ook de mogelijkheid
heeft om op te treden indien de wet niet wordt nageleefd
door de gecontroleerde ondernemingen. Aangezien het
toezicht op de verzekeringsondernemingen en de voor
deze ondernemingen relevante toezichtsdomeinen werd
opgesplitst tussen de Nationale Bank en de FSMA, is het
onontbeerlijk dat ook de FSMA zelfstandig kan optreden
in geval van inbreuken op de bepalingen die binnen haar
toezichtsdomein vallen. De controlewet voorziet echter
in artikel 71 enkel in een zelfstandige bevoegdheid voor
de FSMA voor EER verzekeringsondernemingen. Artikel
285 verleent daarom ook een zelfstandige bevoegd-
heid aan de FSMA om op te treden tegen de Belgische
verzekeraars en tegen de buitenlandse verzekeraars
die geen EER verzekeringsonderneming zijn, en, om
op grond van paragraaf 1, een termijn vast te stellen
om aan een bepaalde toestand in strijd met de wet te
verhelpen, en, op grond van paragraaf 2, herstelmaat-
regelen te treffen indien niet binnen de gestelde termijn
aan de toestand is verholpen.
60
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Si les mesures envisagées par la FSMA sont sus-
ceptibles d’entraîner la suspension ou l’interdiction
de l’exercice direct ou indirect de l’activité d’une
entreprise d’assurances, la FSMA informe la Banque
Nationale préalablement des mesures qu’elle souhaite
prendre. L’article 288 du projet de loi prévoit, en son
paragraphe 3, la procédure particulière qui devra dans
ce cas être suivie.
Par analogie avec les modifi cations qu’il est prévu
d’apporter à l’article 36 de la loi sur la surveillance fi nan-
cière, le projet de loi prévoit en outre expressément la
possibilité pour la FSMA d’interdire dans certains cas la
commercialisation de contrats d’assurance spécifi ques.
Il peut en effet s’avérer nécessaire, pour la protection
des utilisateurs de produits et services fi nanciers, que
la FSMA, lorsqu’elle met un assureur en demeure de
se conformer à certaines dispositions de la loi ou des
arrêtés ou règlements pris pour son exécution, puisse
également suspendre la commercialisation du contrat
d’assurance concerné aussi longtemps que les dis-
positions légales ou réglementaires en question ne
sont pas respectées (y compris donc pendant le délai
mentionné par la mise en demeure pour se conformer
à la législation applicable). Cette mesure permettra
d’éviter que la commercialisation ne se poursuive alors
que l’assureur concerné ne s’est pas encore conformé
à ses obligations, sur le plan par exemple de la rédac-
tion et du contenu des documents d’information et des
publicités, et que les clients ne bénéfi cient donc pas
encore de la protection que les dispositions légales ou
réglementaires en question visent à leur offrir. Il est à
noter que la nouvelle disposition autorise la FSMA à
limiter la suspension de la commercialisation à certaines
formes de commercialisation (par exemple, la commer-
cialisation via Internet) si le problème constaté n’affecte
pas toutes les formes de commercialisation du contrat
d’assurance concerné.
Afi n de garantir l’efficacité de l’injonction de sus-
pension de la commercialisation émise par la FSMA,
l’assureur concerné est tenu de communiquer cette sus-
pension à toutes les personnes auxquelles il fait appel
en vue de la commercialisation du contrat concerné
sur le territoire belge et auxquelles cette suspension
s’étend. De cette façon, l’injonction de suspendre la
commercialisation sera connue au sein de la chaîne de
commercialisation. La suspension de commercialisation
peut être limitée à la commercialisation via une partie
des personnes auxquelles il est fait appel en vue de la
commercialisation sur le territoire belge, par exemple si
l’objectif est de viser uniquement la commercialisation
effectuée par les intermédiaires auxquels la documen-
tation problématique a été fournie. Si ces personnes
poursuivent la commercialisation du contrat en dépit de
Indien de door de FSMA voorgenomen maatregelen
tot gevolg zouden hebben dat de rechtstreekse of on-
rechtstreekse uitoefening van het bedrijf van en verze-
keringsonderneming zou worden geschorst of verboden,
stelt de FSMA de Bank op voorhand in kennis van de
maatregelen die zij wenst te nemen. In artikel 288, § 3
werd een bijzondere procedure opgenomen die in dat
geval van toepassing is.
Naar analogie van de wijzigingen die zullen worden
doorgevoerd in artikel 36 van de wet fi nancieel toezicht,
wordt bovendien ook in deze wet uitdrukkelijk de mo-
gelijkheid voorzien voor de FSMA om de commercia-
lisatie van specifi eke verzekeringsovereenkomsten in
bepaalde gevallen te verbieden. Voor de bescherming
van de afnemers van fi nanciële producten en diensten
kan het immers nodig zijn dat de FSMA, wanneer zij een
verzekeraar aanmaant zich te voegen naar sommige
bepalingen van deze wet of de besluiten of reglementen
genomen ter uitvoering ervan, de commercialisering
van de betrokken verzekeringsovereenkomst kan op-
schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire
bepalingen niet zijn nageleefd (en dus ook tijdens de
termijn die in de aanmaning wordt voorzien om zich
naar de betrokken wetgeving te voegen). Op die ma-
nier kan worden vermeden dat de commercialisering
nog wordt voortgezet terwijl de betrokken verzekeraar
zich nog niet heeft gevoegd naar zijn verplichtingen,
bijvoorbeeld op het vlak van de opstelling en de inhoud
van informatiedocumenten en reclame, en de cliënten
bijgevolg nog niet genieten van de bescherming die
de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen
hen beogen te bieden. Er wordt ook opgemerkt dat de
bepaling de FSMA toelaat om de opschorting van de
commercialisering te beperken tot bepaalde vormen
van commercialisering (bijvoorbeeld de commercialise-
ring via internet) indien het vastgestelde probleem niet
voorkomt bij alle vormen van commercialisering van de
betrokken verzekeringsovereenkomst.
Om de uitwerking van dit bevel tot opschorting te
verzekeren, moet de betrokken verzekeraar de door de
FSMA opgelegde opschorting van de commercialise-
ring meedelen aan alle personen op wie hij een beroep
doet voor de commercialisering van de betrokken over-
eenkomst op het Belgisch grondgebied en tot wie de
opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. Op
die manier wordt het bevel om de commercialisering op
te schorten bekend binnen de keten van commerciali-
sering. De opschorting van de commercialisering kan
worden beperkt tot de commercialisering via een deel
van de personen op wie beroep wordt gedaan voor de
commercialisering op het Belgisch grondgebied, om
bijvoorbeeld enkel de commercialisering te viseren die
gebeurt door tussenpersonen aan wie de problemati-
sche documentatie werd bezorgd. Indien deze laatste
61
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
la communication qui leur a été faite de la suspension
de celle-ci, des mesures adéquates pourront, le cas
échéant, être prises à leur encontre sur la base du statut
qui leur est applicable.
Dans l’intérêt des utilisateurs de produits et ser-
vices fi nanciers, la FSMA peut rendre cette injonction
publique. Cette possibilité de publication est également
prévue par l’article 67 de la loi du 16 juin 2006 relative
aux offres publiques d’instruments de placement et aux
admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés (ci-après “la loi du 16
juin 2006”), pour la suspension d’une offre publique.
Rien n’empêche la FSMA de porter cette publication
spécifi quement à l’attention de certaines personnes de
la chaîne de commercialisation. Une telle publication
constitue également un élément factuel qui pourra, le
cas échéant, permettre de prendre les mesures adé-
quates à l’encontre des personnes qui poursuivent la
commercialisation du contrat.
Article 289
L’article 289 du projet de loi reprend l’article 28 de
la loi de contrôle.
Article 290
L’article 290 reprend l’article 26, § 1er, alinéa 2, de
la loi de contrôle.
Article 291
L’article 291 reprend l’article 71 de la loi de contrôle
et règle le pouvoir de la FSMA d’intervenir à l’encontre
des entreprises d’assurances de l’EEE. La terminolo-
gie a été adaptée pour assurer la cohérence du texte
avec le reste de la loi. La publication et la notifi cation
des décisions sont réglées dans un article distinct. La
disposition insérée au paragraphe 3 est une disposition
similaire à celle introduite par l’article 288, § 5.
Article 292
L’article 292 du projet de loi reprend, dans une large
mesure, l’article 13bis de la loi relative à l’intermédiation
en assurances et donne compétence à la FSMA de
prendre des mesures de redressement à l’égard des
intermédiaires.
En vertu des paragraphes 1er et 2 de cet article,
la radiation de l’inscription résulte automatiquement,
personen ondanks die mededeling toch de overeen-
komst blijven commercialiseren, kunnen tegen hen
desgevallend de gepaste maatregelen worden genomen
op basis van het op hen toepasselijke statuut.
In het belang van de afnemers van fi nanciële produc-
ten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar
maken. Deze mogelijkheid tot bekendmaking is ook
voorzien in artikel 67 van de wet van 16 juni 2006 op
de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten
en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt (hierna
“de wet van de 16 juni 2006”), voor de opschorting van
een openbare aanbieding. Niets belet de FSMA om
deze openbaarmaking onder de specifi eke aandacht te
brengen van bepaalde personen uit de keten van com-
mercialisering. Ook zo’n openbaarmaking vormt een
feitelijk gegeven dat desgevallend kan toelaten om de
gepaste maatregelen te nemen tegen de personen die
de overeenkomst blijven commercialiseren.
Artikel 289
Artikel 289 van het wetsontwerp herneemt artikel 28
van de controlewet.
Artikel 290
Artikel 290 herneemt artikel 26, § 1, tweede lid van
de controlewet.
Artikel 291
Artikel 291 herneemt artikel 71 van de controlewet en
regelt de bevoegdheid van de FSMA om op te treden
tegen de EER verzekeringsonderneming. De terminolo-
gie werd aangepast omwille van de coherentie met de
rest van de wet. De publicatie en kennisgeving van de
beslissingen werden in een apart artikel opgenomen.
Er werd in de derde paragraaf tevens een soortgelijke
bepaling als artikel 288, § 5 opgenomen.
Artikel 292
Artikel 292 van het wetsontwerp herneemt in grote
mate artikel 13bis van de wet op de verzekeringsbemid-
deling en stelt de bevoegdheid van de FSMA tot het
nemen van herstelmaatregelen jegens de tussenper-
sonen vast.
Op grond van paragrafen 1 en 2 is de schrapping het
automatische gevolg, zonder appreciatiebevoegdheid
62
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
sans que la FSMA dispose à cet égard d’un pouvoir
d’appréciation, du fait qu’il n’a pas été remédié aux
manquements dans le délai de redressement imposé
par la FSMA. Les manquements visés sont liés au non-
respect des conditions d’inscription. Lorsque, de l’avis
de la FSMA, une ou plusieurs conditions d’inscription
ne sont plus remplies, il est logique qu’une radiation
automatique de l’inscription en soit la conséquence.
Le régime prévu par la loi actuelle n’est pas modifi é
sur ce point.
Dans le cas d’une violation des règles de conduite
telles qu’énoncées aux articles 273, 275 et 277 du pro-
jet de loi, un régime plus nuancé doit être prévu, étant
donné que la situation sera souvent beaucoup moins
“noire ou blanche”. Un régime offrant, en matière de
mesures de redressement, davantage de possibilités
à la FSMA est donc à cet égard justifi é.
C’est ainsi qu’a été ajouté un paragraphe 3 qui
prévoit la possibilité (et non l’obligation) pour la FSMA
de prendre les mesures visées à l’article 36bis, § 2,
de la loi sur la surveillance fi nancière à l’égard des
intermédiaires qui enfreignent les règles de conduite
fi gurant aux articles 273, 275 et 277 du projet de loi et
qui ne remédient pas à la situation dans le délai imposé
par la FSMA. La FSMA a donc la faculté de radier
l’inscription de l’intermédiaire, mais pourra également
prendre d’autres mesures à l’encontre de l’intermédiaire
concerné. Elle bénéfi ciera à cet effet d’une marge
d’appréciation.
Article 293
L’article 293 du projet de loi reprend l’article 26, § 2,
de la loi de contrôle, l’article 13quater de la loi relative
à l’intermédiation en assurances, la dernière phrase de
l’article 71, § 1er, de la loi de contrôle et l’article 71, § 2,
alinéa 3, de la loi de contrôle. Il règle la notifi cation, la
mise en œuvre et la publication des mesures prises.
Le terme “mesure d’interdiction”, trop restrictif, a été
remplacé par le terme “mesure”. La terminologie a été
adaptée par souci de cohérence avec le reste de la loi.
Article 294
Eu égard aux modifi cations que la loi du 30 juillet
2013 visant à renforcer la protection des utilisateurs
de produits et services fi nanciers ainsi que les compé-
tences de l’Autorité des services et marchés fi nanciers,
et portant des dispositions diverses (I) a apportées aux
règles légales relatives aux astreintes et à la publication
par la FSMA de son point de vue, il a semblé indiqué
van de FSMA, van het niet verhelpen van de tekort-
komingen binnen de hersteltermijn opgelegd door de
FSMA. Deze tekortkomingen die worden bedoeld, zijn
tekortkomingen aan de inschrijvingsvoorwaarden. Als
één of meerdere inschrijvingsvoorwaarden niet meer
vervuld zijn naar het oordeel van de FSMA, is het logisch
dat een automatische schrapping daar het gevolg van
is. De regeling van de huidige wet is op dit punt niet
gewijzigd.
In het geval van een schending van de gedragsregels,
zoals opgenomen in de artikelen 273, 275 en 277 van
het wetsontwerp, moet een meer genuanceerde rege-
ling getroffen worden, daar de situatie vaak veel minder
“zwart of wit” zal zijn. Een regeling voor de herstelmaat-
regelen die meer mogelijkheden biedt aan de FSMA is
dus hier verantwoord.
Er werd derhalve een nieuwe paragraaf 3 toegevoegd
waarin de mogelijkheid (en niet de verplichting) werd
opgenomen voor de FSMA om de maatregelen uit artikel
36bis, § 2 wet fi nancieel toezicht te treffen jegens de
tussenpersonen die de gedragsregels zoals opgenomen
in de artikelen 273, 275 en 277 van het wetsontwerp
schenden en dit niet rechtzetten binnen de door de
FSMA opgelegde termijn. De FSMA heeft dus ook de
mogelijkheid om de tussenpersoon te schrappen, maar
zal ook andere maatregelen kunnen treffen jegens de
betreffende tussenpersoon. Hiervoor zal zij gebruik
kunnen maken van een appreciatiemarge.
Artikel 293
Artikel 293 van het wetsontwerp herneemt artikel 26,
§ 2 van de controlewet, artikel 13quater van de wet op de
verzekeringsbemiddeling, de laatste zin van artikel 71,
§ 1 van de controlewet en artikel 71, § 2, derde lid van de
controlewet en regelt de bekendmaking, de uitwerking
en de publicatie van de genomen maatregelen. De term
verbodsmaatregelen werd vervangen door maatregelen
omdat verbodsmaatregelen te beperkend is. De termi-
nologie werd aangepast omwille van de coherentie met
de rest van de wet.
Artikel 294
Gelet op de wijzigingen die via de wet van 30 juli 2013
tot versterking van de bescherming van de afnemers
van fi nanciële producten en diensten alsook van de be-
voegdheden van de Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten en houdende diverse bepalingen (I) werden
doorgevoerd aan de wettelijke regelingen met betrek-
king tot de dwangsom en de publicatie door de FSMA
63
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’uniformiser, dans le cadre du présent projet de loi, les
dispositions légales en la matière pour l’ensemble des
assureurs et des entreprises de réassurance tombant
dans le champ d’application de cette loi. L’article 294
du projet de loi est basé sur l’article 140 de la loi sur le
contrat d’assurance terrestre et sur l’article 15bis, § 1er,
de la loi relative à l’intermédiation en assurances.
Pour des raisons d’uniformisation, le champ d’appli-
cation de ces dispositions n’a toutefois pas été limité
aux parties spécifi ques du projet de loi qui codifi ent les
dispositions de la loi sur le contrat d’assurance terrestre
ou de la loi relative à l’intermédiation en assurances.
Le choix a par ailleurs été fait de distinguer le régime
relatif aux astreintes et à la publication du point de vue
de la FSMA, d’une part, et le régime relatif aux amendes
administratives, d’autre part, celui-ci étant repris plus
loin dans le projet de loi.
Le paragraphe 3 de l’article 296 est basé sur l’article
36, § 1er, dernier alinéa, de la loi sur la surveillance
fi nancière.
Article 295
L’article 295 du projet de loi contient des dispositions
similaires à celles de l’article 294, mais portant cette fois
sur les intermédiaires d’assurances et de réassurance.
Cet article est basé sur l’article 15bis de la loi relative à
l’intermédiation en assurances et sur l’article 36, § 1er,
dernier alinéa, de la loi sur la surveillance fi nancière.
CHAPITRE 3
De la responsabilité
Article 296
L’article 296 du projet de loi reprend l’article 28bis
de la loi de contrôle, moyennant quelques adaptations
d’ordre terminologique.
CHAPITRE 4
Des compétences particulières dans le cas
de procédures de liquidation et de mesures
d’assainissement
Articles 297 et 298
Ces articles reprennent les articles 73/4 et 73/3 de la
loi de contrôle. L’article 297 mentionne également les
van haar standpunt, werd besloten dat het aangewezen
was om de wettelijke regeling in dit verband, wat deze
ontwerpwet betreft, te uniformiseren voor alle verzeke-
raars en herverzekeringsondernemingen die onder het
toepassingsgebied van deze wet vallen. Artikel 294 van
het wetsontwerp is gebaseerd op artikel 140 van de
wet op de landverzekeringsovereenkomst en op artikel
15bis, § 1 van de wet op de verzekeringsbemiddeling.
Het toepassingsgebied werd om redenen van uni-
formisering echter niet beperkt tot die specifi eke delen
van het wetsontwerp die de bepalingen van de wet op
de landverzekeringsovereenkomst of de wet op de ver-
zekeringsbemiddeling codifi ceren. Bovendien werd er
ook voor geopteerd om de regeling inzake de dwangsom
en de publicatie af te splitsen van de bepalingen met
betrekking tot de administratieve boete die verder in het
wetsontwerp worden opgenomen.
Paragraaf 3 is gebaseerd op artikel 36, § 1, laatste
lid van de wet fi nancieel toezicht.
Artikel 295
Artikel 295 van het wetsontwerp bevat een soortge-
lijke bepaling als artikel 294, maar dan voor de (her)
verzekeringstussenpersonen. Zij is gebaseerd op artikel
15bis van de wet op de verzekeringsbemiddeling en op
artikel 36, § 1 laatste lid van de wet fi nancieel toezicht.
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheid
Artikel 296
Artikel 296 van het wetsontwerp herneemt artikel
28bis van de controlewet mits enkele terminologische
aanpassingen.
HOOFDSTUK 4
Bijzondere bevoegdheden bij
liquidatieprocedures en saneringsmaatregelen
Artikelen 297 en 298
Deze artikelen hernemen artikel 73/4 en 73/3 van
de controlewet. In artikel 297 werden ook de bevoegde
64
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
autorités belges compétentes, pour le motif que la FSMA
doit avoir la possibilité de recueillir des informations
auprès de la Banque Nationale.
TITRE III
Les sanctions administratives
Articles 299 et 300
Ces articles sont basés sur l’article 140 de la loi sur
le contrat d’assurance terrestre et sur l’article 16 de la
loi relative à l’intermédiation en assurances. Pour des
raisons d’uniformisation, les articles 81 et 82 de la loi
de contrôle n’ont pas été repris dans le projet de loi.
TITRE IV
La Commission des Assurances
Article 301
Ce titre intègre dans le projet de loi l’article 41 de la
loi de contrôle. Lorsque cela s’avérait nécessaire, la
terminologie a été adaptée par souci de cohérence avec
le reste de la loi. La condition imposant que les membres
de la Commission soient de nationalité belge, n’a pas
été reprise dans le projet de loi. Il est par ailleurs prévu
que l’Office de contrôle des mutualités et des unions
nationales de mutualités, ainsi que la FSMA, puissent
déléguer un représentant observateur.
TITRE V
Le système extrajudiciaire de traitement des plaintes
L’objet des dispositions de ce titre est de prévoir une
base légale pour permettre l’organisation d’un système
extrajudiciaire de traitement des plaintes en matière
d’assurances. Ce titre est applicable à l’ensemble des
entreprises d’assurances et des intermédiaires opérant
en Belgique, quelle que soit leur origine.
Article 302
L’article 302 dispose qu’un service ombudsman
chargé de traiter les différends en matière d’assurances
directes doit être organisé.
Les paragraphes 1er à 3 sont basés sur l’actuel article
15bis du règlement général. Le paragraphe 4 habilite
le Roi à expliciter les éléments contenus dans les
Belgische autoriteiten opgenomen omdat de FSMA de
mogelijkheid moet hebben om bij de Nationale Bank
informatie in te winnen.
TITEL III
Administratieve sancties
Artikel 299 en 300
Deze artikelen zijn gebaseerd op artikel 140 van de
wet op de landverzekeringsovereenkomst en op artikel
16 van de wet verzekeringsbemiddeling. Artikel 81 en
82 van de controlewet werden om redenen van unifor-
misering niet langer hernomen.
TITEL IV
Commissie voor verzekeringen
Artikel 301
Deze titel neemt artikel 41 van de controlewet op
in het wetsontwerp. Waar nodig werd de terminologie
aangepast omwille van de coherentie met de rest van
de wet. De vereiste dat de leden van de Commissie
de Belgische nationaliteit moeten hebben werd niet
hernomen in het ontwerp. Er werd voorzien dat de con-
troledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden
van de ziekenfondsen en de FSMA een waarnemend
vertegenwoordiger kunnen afvaardigen.
TITEL V
Buitengerechtelijke klachtenregeling
Het doel van de bepalingen onder deze titel is een
wettelijke basis te voorzien voor de organisatie van een
buitengerechtelijke klachtenregeling inzake verzekerin-
gen. Deze titel is van toepassing op alle verzekerings-
ondernemingen en tussenpersonen actief in België,
ongeacht hun herkomst.
Artikel 302
In artikel 302 wordt voorzien dat een ombudsdienst
voor geschillen inzake directe verzekeringen moet wor-
den georganiseerd.
Paragrafen 1 t/m 3 zijn gebaseerd op het huidige
artikel 15bis van het algemeen reglement. Paragraaf 4
geeft een machtiging aan de Koning om het voorgaande
65
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
paragraphes précédents. Cette disposition est basée
sur l’article 10, 6°bis, de la loi relative à l’intermédiation
en assurances.
Article 303
L’article 303 reprend l’article 15ter du règle-
ment général.
PARTIE 8
DISPOSITIONS PÉNALES
Articles 304 à 310
Ces articles reprennent, à l’exception de l’article 83
de la loi de contrôle, les dispositions pénales prévues
dans la loi de contrôle, la loi sur le contrat d’assu-
rance terrestre et la loi relative à l’intermédiation en
assurances.
PARTIE 9
DISPOSITIONS DE NATURE DIVERSE
TITRE IER
Dispositions transitoires
Article 311
L’article 311 du projet de loi établit, en son paragraphe
1er, un régime transitoire en ce qui concerne les restric-
tions imposées par la loi pour les contrats d’assurance
dont les prestations sont liées à un fonds d’investisse-
ment et qui ont été souscrits avant la date d’entrée en
vigueur de la loi.
Les dispositions de la partie 2, titre III, du projet de
loi ne sont pas applicables aux contrats qui ont été
souscrits avant la date d’entrée en vigueur de la loi et
qui continuent à exister tels quels après la date d’entrée
en vigueur de cette loi. Dès le moment toutefois où
les conditions relatives au rendement (minimum) sont
modifi ées, ou que le contrat existant est lié à un ou
plusieurs nouveaux fonds d’investissement ou que le
règlement de gestion est modifi é, les règles énoncées
dans la partie 2, titre III, du projet de loi doivent être res-
pectées. Les nouveaux fonds d’investissement susvisés
sont à comprendre comme des fonds autres que ceux
auxquels le contrat était initialement lié, qu’il s’agisse
de fonds existant déjà ou de fonds nouvellement consti-
tués. Le contenu minimum du règlement de gestion est
verder uit te werken. Deze bepaling is gebaseerd op arti-
kel 10, 6bis° van de wet op de verzekeringsbemiddeling.
Artikel 303
Artikel 303 herneemt artikel 15ter van het algemeen
reglement.
DEEL 8
STRAFBEPALINGEN
Artikelen 304 t/m 310
Deze artikelen hernemen, met uitzondering van artikel
83 van de controlewet, de strafbepalingen uit de con-
trolewet, de wet op de landverzekeringsovereenkomst
en de wet op de verzekeringsbemiddeling.
DEEL 9
BEPALINGEN VAN VERSCHILLENDE AARD
TITEL I
Overgangsbepalingen
Artikel 311
Paragraaf 1 van dit artikel legt een overgangsrege-
ling vast voor wat betreft de beperkingen die deze wet
oplegt in verband met de verzekeringsovereenkomsten
waarvan de uitkeringen zijn verbonden met een beleg-
gingsfonds en die werden afgesloten voor de inwerking-
treding van deze wet.
Voor de overeenkomsten die werden afgesloten voor
de inwerkingtreding van de wet, en die ongewijzigd blij-
ven voortbestaan na de inwerkingtreding van de wet,
zijn de regels van Titel III van Deel 2 van het wetsont-
werp niet van toepassing. Van zodra de voorwaarden
inzake het (minimum)rendement worden gewijzigd,
of de bestaande overeenkomst wordt verbonden met
één of meerdere nieuwe beleggingsfondsen, of het
beheersreglement wordt gewijzigd, zullen de regels
van Titel III van Deel 2 van het wetsontwerp wel moe-
ten worden nageleefd. Met nieuwe beleggingsfondsen
worden andere fondsen dan de fondsen waarmee de
overeenkomst eerst was verbonden bedoeld, ongeacht
of het reeds bestaande of nieuw opgerichte fondsen
betreft. De minimale inhoud van het beheerreglement is
66
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
légalement fi xé par l’article 72, § 2, de l’arrêté royal Vie.
Il s’agit de données dont le contenu et la modifi cation
éventuelle ont ou sont susceptibles d’avoir un impact
fondamental sur le produit d’assurance sous-jacent. Si
une décision prise concernant le fonds d’investissement
est à ce point radicale qu’elle nécessite une modifi cation
du règlement de gestion, cette situation doit, au regard
de l’application de la partie 2, titre III, du projet de loi,
être assimilée à la situation dans laquelle un nouveau
contrat ou un nouveau produit est proposé. L’assureur
devra, dès ce moment-là, respecter les dispositions de
la partie 2, titre III, du projet de loi, même si le contrat
avait initialement été souscrit avant la date d’entrée en
vigueur de la loi.
Le paragraphe 2 prévoit, pour les contrats d’assu-
rance qui ont été souscrits avant la date d’entrée en
vigueur de la loi, une période transitoire devant per-
mettre aux entreprises d’assurances de se mettre en
règle avec les articles 44, 50 et 51 de la loi.
Le paragraphe 3 indique expressément que, sous
réserve de ce que prévoit le paragraphe 4 et à l’excep-
tion du chapitre 5 du titre IV de la partie 4, les disposi-
tions des parties 4 et 5 de la loi seront immédiatement
applicables tant aux contrats conclus après la date
d’entrée en vigueur de cette loi qu’aux contrats conclus
antérieurement qui sont toujours en cours à cette date.
Le paragraphe 4 prévoit un régime transitoire pour
l’application des articles 89 et 256, deuxième phrase,
de la loi.
Le paragraphe 5 reprend la mesure transitoire pré-
vue pour les intermédiaires d’assurances qui sont déjà
inscrits au registre tenu par la FSMA à la date du 30
avril 2014.
Le paragraphe 6 dispose que les assureurs doivent
procéder à l’adaptation formelle des contrats d’assu-
rance et autres documents d’assurance aux dispositions
de la loi au plus tard le premier jour du 13e mois suivant
celui de la publication de cette loi. Jusqu’à cette date,
les contrats existants et nouveaux peuvent ne pas être
conformes quant à la forme aux dispositions de la loi.
Articles 312 à 316
Les articles 312 à 316 du projet de loi reprennent
les articles 28ter, 28quater, 28quinquies et 28octies
de la loi de contrôle qui traitent de la loi applicable. Ils
wettelijk vastgelegd in artikel 72, §2 van het KB Leven.
Het betreft gegevens waarvan de inhoud en de eventu-
ele wijziging ervan een fundamentele impact (kunnen)
hebben op het onderliggende verzekeringsproduct.
Als er in verband met het beleggingsfonds een beslis-
sing wordt genomen die dusdanig ingrijpend is dat zij
een wijziging van het beheerreglement noodzakelijk
maakt, moet dit wat de toepassing van titel III van deel
2 betreft worden gelijkgesteld met de situatie waarin er
een nieuwe overeenkomst of een nieuw product wordt
aangeboden. De verzekeraar zal de voorschriften van
Titel III van Deel 2 van het wetsontwerp vanaf dan in acht
moeten nemen, ook al werd de overeenkomst initieel
afgesloten voor de inwerkingtreding van de wet.
In paragraaf 2 wordt, wat de verzekeringsover-
eenkomsten betreft die werden afgesloten voor de
inwerkingtreding van deze wet, een overgangstermijn
voorzien voor de verzekeringsondernemingen om zich
in regel te stellen met de artikelen 44, 50 en 51 van
deze ontwerpwet.
In paragraaf 3 wordt uitdrukkelijk bepaald dat deel
4 en 5 van het wetsontwerp, onder voorbehoud van
wat bepaald is in paragraaf 4 en met uitzondering van
hoofdstuk 5 van titel IV van deel 4, onmiddellijk van
toepassing zullen zijn op zowel de overeenkomsten
gesloten na de inwerkingtreding van deze wet, evenals
op de op die datum nog lopende overeenkomsten die
eerder werden gesloten.
In paragraaf 4 wordt een overgangsregeling voorzien
voor de toepassing van de artikelen 89 en 256, tweede
zin, van het wetsontwerp.
In paragraaf 5 wordt de overgangsmaatregel her-
nomen die voorzien is voor de verzekeringstussen-
personen die op 30 april 2014 reeds zijn ingeschreven
bij de FSMA.
In paragraaf 6 wordt bepaald dat verzekeraars die-
nen over te gaan over tot de formele aanpassing van
de verzekeringsovereenkomsten en andere verzeke-
ringsdocumenten aan de bepalingen van deze wet, ten
laatste op de eerste dag van de 13de maand volgend op
die waarin de wet is bekendgemaakt. Tot op die datum
hoeven de bestaande en de nieuwe verzekeringsover-
eenkomsten niet naar de vorm overeen te stemmen met
de bepalingen van deze wet.
Artikelen 312 t/m 316
De artikelen 312 tot en met 316 van het ontwerp van
wet hernemen de artikelen 28ter, 28quater, 28quinquies
en 28octies van de controlewet in verband met het
67
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
s’appliquent aux contrats d’assurance relatifs à des
risques situés dans les États membres de l’EEE qui
relèvent du groupe d’activités “non-vie” et qui ont été
conclus avant la date d’application du règlement Rome
I, et aux contrats d’assurance relatifs à des risques
situés dans les États membres de l’EEE qui relèvent du
groupe d’activités “non-vie” et qui ne tombent pas dans
le champ d’application du règlement Rome I.
Articles 317 à 319
Les articles 317 à 319 du projet de loi reprennent les
articles 28nonies et 28decies de la loi de contrôle qui
traitent de la loi applicable. Ils s’appliquent aux contrats
d’assurance relatifs à des engagements situés dans
les États membres de l’EEE qui relèvent du groupe
d’activités “vie” et qui ont été conclus avant la date
d’application du règlement Rome I, et aux contrats
d’assurance relatifs à des risques situés dans les États
membres de l’EEE qui relèvent du groupe d’activités
“vie” et qui ne tombent pas dans le champ d’application
du règlement Rome I.
TITRE II
Arrêtés d’exécution
Articles 320 à 322
Les articles du projet de loi qui traitent des arrêtés
d’exécution reprennent les dispositions pertinentes sur
ce point qui fi gurent actuellement dans les différentes
lois dont le projet de loi constitue la codifi cation.
En ce qui concerne l’habilitation générale, les délais
et la désignation du ou des ministres sur la proposition
desquels les arrêtés d’exécution devront être pris, il
s’agit d’une partie de l’article 96 de la loi de contrôle
(article 320 du projet de loi), de l’article 141 de la loi
sur le contrat d’assurance terrestre (article 321, §§ 1er
et 2 du projet de loi) et de l’article 20 de la loi relative
à l’intermédiation en assurances (article 321, § 3, du
projet de loi).
L’article 322 du projet de loi reprend, en ce qui concerne
la compétence d’avis attribuée à la Commission des
Assurances pour certains arrêtés d’exécution à prendre
en vertu de la loi en projet, l’article 96 de la loi de
contrôle et l’article 14 de la loi relative à l’intermédiation
en assurances. Le paragraphe 2 de cet article confère
à la Commission des Assurances une compétence
d’avis en cas de modifi cations apportées aux arrêtés
toepasselijk recht en zijn van toepassing op verzeke-
ringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s gelegen
in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep
van activiteiten “niet-leven” die werden afgesloten voor
de datum dat de verordening Rome I van toepassing
werd, en op de verzekeringsovereenkomsten met be-
trekking tot risico’s gelegen in de lidstaten van de EER
die behoren tot de groep van activiteiten “niet-leven”
die buiten het toepassingsgebied van de verordening
Rome I vallen.
Artikelen 317 t/m 319
De artikelen 317 tot en met 319 van het ontwerp van
wet hernemen de artikelen 28nonies en 28decies van de
controlewet in verband met het toepasselijk recht en zijn
van toepassing op verzekeringsovereenkomsten met
betrekking tot verbintenissen gelegen in de lidstaten van
de EER die behoren tot de groep van activiteiten “leven”
die werden afgesloten voor de datum dat de verordening
Rome I van toepassing werd, en op de verzekerings-
overeenkomsten met betrekking tot risico’s gelegen in
de lidstaten van de EER die behoren tot de groep van
activiteiten “leven” die buiten het toepassingsgebied van
de verordening Rome I vallen.
TITEL II
Uitvoeringsbesluiten
Artikel 320 t/m 322
De ontwerpbepalingen in verband met de uitvoerings-
besluiten hernemen de in dit verband relevante bepalin-
gen uit de verschillende wetten die in dit wetsontwerp
worden gecodifi ceerd.
Voor wat betreft de algemene bevoegdheid, de ter-
mijnen en de aanduiding van de minister(s) op wiens
voordracht de uitvoeringsbesluiten moeten worden
genomen, betreft het een gedeelte van artikel 96 van
de controlewet (artikel 320 van het wetsontwerp), artikel
141 van de wet op de landverzekeringsovereenkomsten
(artikel 321, §§ 1 en 2 van het wetsontwerp) en artikel
20 van de wet op de verzekeringsbemiddeling (artikel
321, § 3 van het wetsontwerp).
Artikel 322 van het wetsontwerp herneemt, wat be-
treft de vaststelling van de adviesbevoegdheid van de
Commissie voor verzekeringen bij bepaalde uitvoerings-
besluiten op grond van deze wet, de bevoegdheden uit
het artikel 96 van de controlewet en deze uit het artikel 14
van de wet op de verzekeringsbemiddeling. In paragraaf
2 wordt aan de Commissie voor verzekeringen een ad-
viesbevoegdheid verleend in geval van wijzigingen aan
68
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
d’exécution pris en vertu de l’article 212, § 1er, et en
cas d’abrogation ou de remplacement de ces arrêtés.
TITRE III
Dispositions modifi catives
Articles 323 à 332
Ces articles modifi ent les articles 21, 21octies, 22,
28, 69, 71, 73/3, 73/4, 81 et 82 de la loi du 9 juillet 1975
relative au contrôle des entreprises d’assurances, afi n
de supprimer dans cette loi les dispositions normatives
dont la FSMA est chargée de contrôler le respect et afi n
d’effectuer quelques modifi cations d’ordre terminolo-
gique liées à cet état de fait. Les dispositions de la loi
de contrôle qui attribuent une compétence d’avis à la
FSMA sont maintenues.
Articles 333 à 336
Ces articles modifi ent les articles 30ter, 36, 36bis et
45 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du
secteur fi nancier et aux services fi nanciers.
L’article 30ter est modifi é afi n de rendre la pré-
somption établie à l’article 30ter, § 1er, de la loi sur la
surveillance fi nancière également applicable en cas de
violation de l’article 273, § 3, de la loi en projet, pour
autant que le Roi ait fait usage de l’habilitation prévue
à l’article 30ter, § 1er, alinéa 2, 4°, de la loi sur la surveil-
lance fi nancière en ce qui concerne les intermédiaires
d’assurances et de réassurance.
L’article 36 de la loi sur la surveillance fi nancière est
lui aussi modifi é. Il peut s’avérer nécessaire, pour la
protection des utilisateurs de produits et services fi nan-
ciers, que la FSMA, lorsqu’elle enjoint à une personne
de se conformer à certaines dispositions du chapitre II
de la loi sur la surveillance fi nancière ou des arrêtés ou
règlements pris pour son exécution, puisse également
suspendre la commercialisation du produit fi nancier
concerné aussi longtemps que les dispositions légales
ou réglementaires en question ne sont pas respectées (y
compris donc pendant le délai mentionné par l’injonction
pour se conformer à la législation applicable). Il en va de
même dans le cas d’une injonction pour violation des
règles visées à l’article 45, § 4, de la même loi (qui rend
l’article 36 applicable en cas de violation des règles qui
y sont mentionnées). Cette mesure permettra d’éviter
que la commercialisation ne se poursuive alors que la
personne concernée ne s’est pas encore conformée à
ses obligations, sur le plan par exemple de la rédaction
de uitvoeringsbesluiten vastgesteld op grond van artikel
212, § 1 en in geval van opheffing dan wel vervanging
van deze besluiten.
TITEL III
Wijzigingsbepalingen
Artikel 323 t/m 332
Deze artikelen wijzigen de artikelen 21, 21octies, 22,
28, 69, 71, 73/3, 73/4, 81 en 82 van de wet van 9 juli 1975
betreffende de controle van de verzekeringsonderne-
mingen, ten einde de normatieve bepalingen die onder
de toezichtsbevoegdheid van de FSMA vallen uit deze
wet te schrappen en ten einde enkele hiermee verband
houdende terminologische wijzigingen door te voeren.
De bepalingen uit de controlewet die een adviesbe-
voegdheid verlenen aan de FSMA werden behouden.
Artikel 333 t/m 336
Deze artikelen wijzigen de artikelen 30ter, 36, 36bis
en 45 van de wet 2 augustus 2002 betreffende het toe-
zicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten.
Artikel 30ter wordt gewijzigd ten einde het in para-
graaf 1 van artikel 30ter van de wet fi nancieel toezicht
vastgestelde vermoeden ook van toepassing te maken
ingeval artikel 273, §3 van de ontwerpwet zou worden
overtreden, voor zover de Koning gebruik heeft gemaakt
van de machtiging voorzien in artikel 30ter, § 1, tweede
lid, 4° van de wet fi nancieel toezicht wat betreft de
verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen.
Ook artikel 36 van de wet fi nancieel toezicht wordt
gewijzigd. Voor de bescherming van de afnemers van
fi nanciële producten en diensten kan het nodig zijn
dat de FSMA, wanneer zij aan een persoon een bevel
geeft om zich te voegen naar sommige bepalingen
van hoofdstuk II van de wet fi nancieel toezicht of de
besluiten of reglementen genomen ter uitvoering ervan,
de commercialisering van het betrokken fi nancieel pro-
duct kan opschorten zolang de betrokken wettelijke of
reglementaire bepalingen niet zijn nageleefd (en dus
ook tijdens de termijn van het bevel om zich naar de
betrokken wetgeving te voegen). Hetzelfde geldt bij een
bevel voor de schending van de regels vermeld in artikel
45, § 4, van dezelfde wet (dat artikel 36 van toepassing
maakt bij schending van de erin vermelde regels). Op
die manier kan worden vermeden dat de commercialise-
ring nog wordt voortgezet terwijl de betrokken persoon
zich nog niet heeft gevoegd naar zijn verplichtingen,
bijvoorbeeld op het vlak van de opstelling en de inhoud
69
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
et du contenu des documents d’information et des
publicités, et que les clients ne bénéfi cient donc pas
encore de la protection que les dispositions légales ou
réglementaires en question visent à leur offrir. Il est à
noter que la nouvelle disposition autorise la FSMA à
limiter la suspension de la commercialisation à certaines
formes de commercialisation (par exemple, la commer-
cialisation via Internet) si le problème constaté n’affecte
pas toutes les formes de commercialisation du produit
fi nancier concerné.
Afi n de garantir l’efficacité de l’injonction de sus-
pension de la commercialisation émise par la FSMA,
la personne concernée (par exemple, le fabriquant du
produit) est tenue de communiquer cette suspension à
toutes les personnes auxquelles elle fait appel en vue
de la commercialisation du produit fi nancier concerné
sur le territoire belge et auxquelles cette suspension
s’étend. De cette façon, l’injonction de suspendre la
commercialisation sera connue au sein de la chaîne de
commercialisation. La suspension de commercialisation
peut être limitée à la commercialisation via une partie
des personnes auxquelles il est fait appel en vue de la
commercialisation sur le territoire belge, par exemple si
l’objectif est de viser uniquement la commercialisation
effectuée par les intermédiaires auxquels la documen-
tation problématique a été fournie. Si ces personnes
(par exemple, des intermédiaires ou des distributeurs)
poursuivent la commercialisation du produit en dépit de
la communication qui leur a été faite de la suspension
de celle-ci, des mesures adéquates pourront, le cas
échéant, être prises à leur encontre sur la base du statut
qui leur est applicable.
Dans l’intérêt des utilisateurs de produits et ser-
vices fi nanciers, la FSMA peut rendre cette injonction
publique. Cette possibilité de publication est également
prévue par l’article 67 de la loi du 16 juin 2006 pour
la suspension d’une offre publique. Rien n’empêche
la FSMA de porter cette publication spécifi quement à
l’attention de certaines personnes de la chaîne de com-
mercialisation. Une telle publication constitue également
un élément factuel qui pourra, le cas échéant, permettre
de prendre les mesures adéquates à l’encontre des per-
sonnes qui poursuivent la commercialisation du produit.
Cette disposition vise la commercialisation d’un pro-
duit fi nancier déterminé. Elle ne porte donc pas atteinte
à l’application de l’article 36bis, § 2, alinéa 1er, 1°, de la
loi sur la surveillance fi nancière, qui permet à la FSMA
de prendre une mesure de nature structurelle consistant
à interdire à une entreprise déterminée de continuer à
proposer certains services à ses clients ou de conti-
nuer à faire porter ces services sur certains produits
fi nanciers. Afi n de rendre plus claire la distinction entre
ces deux dispositions, le texte précise dorénavant que
van informatiedocumenten en reclame, en de cliënten
bijgevolg nog niet genieten van de bescherming die
de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen
hen beogen te bieden. Er wordt ook opgemerkt dat de
bepaling de FSMA toelaat om de opschorting van de
commercialisering te beperken tot bepaalde vormen
van commercialisering (bijvoorbeeld de commercialise-
ring via internet) indien het vastgestelde probleem niet
voorkomt bij alle vormen van commercialisering van het
betrokken fi nanciële product.
Om de uitwerking van dit bevel te verzekeren, moet
de betrokken persoon (bijvoorbeeld de fabrikant van
het product) de door de FSMA opgelegde opschorting
van de commercialisering meedelen aan alle personen
op wie hij een beroep doet voor de commercialisering
van het betrokken fi nancieel product op het Belgisch
grondgebied en tot wie de opschorting van de com-
mercialisering zich uitstrekt. Op die manier wordt het
bevel om de commercialisering op te schorten bekend
binnen de keten van commercialisering. De opschorting
van de commercialisering kan worden beperkt tot de
commercialisering via een deel van de personen op
wie beroep wordt gedaan voor de commercialisering
op het Belgisch grondgebied, om bijvoorbeeld enkel
de commercialisering te viseren die gebeurt door tus-
senpersonen aan wie de problematische documentatie
werd bezorgd. Indien deze laatste personen (bv. tussen-
personen of distributeurs) ondanks die mededeling toch
het product blijven commercialiseren, kunnen tegen hen
desgevallend de gepaste maatregelen worden genomen
op basis van het op hen toepasselijke statuut.
In het belang van de afnemers van fi nanciële produc-
ten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar
maken. Deze mogelijkheid tot bekendmaking is ook
voorzien in artikel 67 van de wet van 16 juni 2006, voor
de opschorting van een openbare aanbieding. Niets
belet de FSMA om deze openbaarmaking onder de
specifi eke aandacht te brengen van bepaalde personen
uit de keten van commercialisering. Ook zo’n openbaar-
making vormt een feitelijk gegeven dat desgevallend kan
toelaten om de gepaste maatregelen te nemen tegen
de personen die het product blijven commercialiseren.
Deze bepaling is gericht op de commercialisering
van een welbepaald fi nancieel product. Ze doet dan
ook geen afbreuk aan de toepassing van artikel 36bis,
§ 2, eerste lid, 1°, van de wet fi nancieel toezicht, dat de
FSMA toelaat om een maatregel van structurele aard te
nemen door een bepaalde onderneming te verbieden
nog langer bepaalde diensten aan haar cliënten aan te
bieden dan wel deze diensten nog langer betrekking te
laten hebben op bepaalde fi nanciële producten. Om het
onderscheid tussen de twee bepalingen duidelijker te
70
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
la mesure visée à l’article 36bis, § 2, alinéa 1er, 1°, de
la loi sur la surveillance fi nancière porte sur “certaines
catégories de produits fi nanciers”.
En ce qui concerne les modifi cations apportées à
l’article 36bis de la loi sur la surveillance fi nancière,
l’on se reportera au commentaire donné ci-dessus
concernant la modifi cation proposée pour l’article 36
de la même loi.
Le paragraphe 1er de l’article 45 de la loi sur la sur-
veillance fi nancière est modifi é afi n d’intégrer la loi en
projet dans la liste des dispositions légales au respect
desquelles la FSMA est chargée de veiller.
Depuis qu’il a été modifi é par la loi du 26 avril 2010
portant des dispositions diverses en matière d’organi-
sation de l’assurance maladie complémentaire, l’article
45 de la loi sur la surveillance fi nancière dispose que le
contrôle du respect de la législation sur les assurances
par les sociétés mutualistes qui offrent des assurances
maladies est effectué par l’Office de contrôle des
mutualités et des unions nationales de mutualités. Eu
égard notamment à l’extension des règles de conduite
MiFID aux entreprises d’assurances, la référence faite
par l’article 45 à la législation pertinente en matière
d’assurances est toutefois devenue trop limitée. Il en va
de même pour les arrêtés royaux qui imposeraient, en
vertu de l’article 45, § 2, des règles supplémentaires en
vue de protéger les preneurs d’assurance, les assurés
ou les bénéfi ciaires. C’est la raison pour laquelle l’article
45 est également modifi é afi n de préciser que le contrôle
du respect de ce type de règles par les sociétés mutua-
listes sera, lui aussi, effectué par l’Office de contrôle et
non par la FSMA.
Article 337
Cet article a pour objet de compléter la défi nition
des instruments de placement, afi n que soient visées
par la loi du 16 juin 2006 les constructions permettant
d’effectuer un investissement de type fi nancier, par
lesquelles des biens meubles, une exploitation agricole
ou d’autres biens déterminés par le Roi sont organisés
dans une association de droit ou de fait, une indivision
ou un groupement et sont gérés collectivement par un
professionnel. Une exception est cependant prévue
lorsque ces droits comprennent une livraison incondi-
tionnelle, irrévocable et intégrale des biens en nature.
maken, wordt voortaan in de wettekst gepreciseerd dat
de maatregel als bedoeld in artikel 36bis, § 2, eerste
lid, 1°, van de wet fi nancieel toezicht betrekking heeft
op “bepaalde categorieën van fi nanciële producten”.
Met betrekking tot de wijzigingen aan artikel 36bis
van de wet fi nancieel toezicht wordt verwezen naar de
commentaar bij de voorgestelde wijziging van artikel 36
van de wet fi nancieel toezicht.
In de eerste paragraaf van artikel 45 werden wijzi-
gingen doorgevoerd, ten einde dit wetsontwerp op te
nemen in de lijst van wetgeving die onder de toezichts-
bevoegdheid van de FSMA valt.
Sedert de wijziging ervan door de wet van 26 april
2010 houdende diverse bepalingen inzake de organi-
satie van de aanvullende ziekteverzekering, bepaalt
artikel 45 van de wet fi nancieel toezicht dat het toezicht
op de naleving door de maatschappijen van onderlinge
bijstand die ziekteverzekeringen aanbieden van de
verzekeringswetgeving gebeurt door de Controledienst
voor de ziekenfondsen en de landsbonden van de zie-
kenfondsen. Gelet op onder meer de uitbreiding van de
MiFID-gedragsregels naar de verzekeringsondernemin-
gen, is de verwijzing door artikel 45 naar de relevante
verzekeringswetgeving evenwel te beperkt geworden.
Hetzelfde geldt voor koninklijke besluiten die op grond
van artikel 45, § 2, bijkomende regels zouden opleg-
gen ter bescherming van de verzekeringnemers, de
verzekerden of de begunstigden. Daarom wordt artikel
45 ook aangepast teneinde te verduidelijken dat ook
het toezicht op de naleving van dit soort regels door de
maatschappijen van onderlinge bijstand gebeurt door
de Controledienst en niet door de FSMA.
Artikel 337
Dit artikel heeft tot doel om de defi nitie van beleg-
gingsinstrument aan te vullen om constructies onder
het toepassingsgebied van de wet van 16 juni 2006 te
brengen die het mogelijk maken een fi nanciële beleg-
ging uit te voeren, waarbij roerende goederen, een
agrarische exploitatie of andere goederen aangeduid
door de Koning, worden ondergebracht in een juridische
of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering
en collectief worden beheerd door een persoon die
beroepshalve optreedt. Een uitzondering wordt even-
wel voorzien indien deze rechten onvoorwaardelijk en
onherroepelijk aanleiding geven tot volledige levering
in natura van de goederen.
71
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
En pratique, il a en effet été constaté que des projets
d’investissement sont parfois structurés de manière
telle que chaque investisseur se voit octroyer une partie
spécifi que d’un bien, telle qu’un are identifi é au sein
d’une plantation d’arbres, et perçoit le revenu éventuel
de sa partie spécifi que, de sorte que l’investisseur sup-
porte uniquement les risques liés à sa partie du bien.
Dans cette hypothèse, les investisseurs ne participent
pas aux pertes et bénéfi ces liés à l’exploitation de
l’ensemble du bien.
Une telle construction n’emporte pas de renonciation
à la jouissance privative, de sorte qu’actuellement, ces
produits ne peuvent être qualifi és d’instruments de
placement au sens de l’article 4, § 1, 3° de la loi du 16
juin 2006.
L’adaptation proposée de la défi nition des instruments
de placement vise à assimiler ces produits à des instru-
ments de placement afi n que la protection prévue par la
loi du 16 juin 2006 s’applique également à ce type de
produits. En effet, ce type de produits permet d’obtenir
un rendement en espèces, lié à l’évolution de la valeur
des biens, de sorte qu’il constitue un placement fi nan-
cier. Peu importe à cet égard que le rendement du pro-
duit soit fi xe ou variable et qu’il soit périodique ou perçu
lors de la cession des biens. Par contre, si l’ensemble
des conventions prévoit une livraison inconditionnelle,
irrévocable et intégrale des biens en nature, cette assi-
milation n’a pas lieu d’être. La livraison inconditionnelle
et irrévocable des biens en nature entraîne en effet la
libre disposition de ceux-ci par leur propriétaire.
Afi n de pouvoir réagir rapidement aux évolutions des
marchés fi nanciers et de pouvoir assurer la protection
des investisseurs de manière adéquate, il est indiqué
d’habiliter le Roi à désigner d’autres biens susceptibles
de faire l’objet de ce genre de constructions.
Cette qualifi cation en tant qu’instruments de place-
ment ne porte pas préjudice au pouvoir dont dispose
la FSMA en vertu de l’article 30bis de la loi sur la sur-
veillance fi nancière d’arrêter des règlements qui inter-
disent ou subordonnent à des conditions restrictives la
commercialisation de certains produits fi nanciers auprès
des clients de détail.
Articles 338 à 340
Ces articles abrogent les dispositions modifica-
tives, non encore entrées en vigueur, de la loi du 31
juillet 2009 modifi ant la loi du 27 mars 1995 relative à
In de praktijk wordt immers vastgesteld dat beleg-
gingsprojecten soms zo worden gestructureerd, dat aan
elke belegger een specifi ek deel van een goed, zoals
een geïdentifi ceerde are van een plantage van bomen,
wordt toegewezen, waarbij aan elke belegger de even-
tuele opbrengst in geld van zijn specifi eke deel wordt
uitgekeerd zodat die belegger enkel de risico’s draagt
verbonden aan dat specifi eke deel van het goed. In dat
geval delen beleggers niet in winst en verlies verbonden
aan de exploitatie van de totaliteit van het goed.
Dergelijke constructie houdt in dat geen afstand wordt
gedaan van het privatief genot, met als gevolg dat de
producten niet kwalifi ceren als beleggingsinstrument in
de zin van artikel 4, § 1, 3° van de wet van 16 juni 2006.
De voorgestelde aanpassing van de defi nitie van
beleggingsinstrument heeft tot doel om deze producten
gelijk te stellen aan beleggingsinstrumenten opdat de
bescherming waarin de wet van 16 juni 2006 voorziet
ook van toepassing zou zijn op dergelijke producten.
Deze producten laten immers toe om een rendement
in geld te ontvangen afhankelijk van de evolutie van
de waarde van de goederen en vormen in die zin een
fi nanciële belegging, ongeacht of de opbrengst van het
product vast of variabel is, dan wel periodiek of bij de
overdracht van de goederen wordt uitgekeerd. Voorziet
het geheel van de contractuele afspraken in een on-
voorwaardelijke, onherroepelijke en volledige levering
in natura van de goederen, dan geldt de gelijkstelling
niet. De onvoorwaardelijke en onherroepelijke levering in
natura impliceert inderdaad de vrije beschikking erover
door hun eigenaar.
Teneinde snel te kunnen inspelen op evoluties in de
fi nanciële markten en de belangen van de beleggers
adequaat te kunnen beschermen, is het aangewezen
dat aan de Koning de bevoegdheid wordt verleend om
bijkomende goederen aan te wijzen die het voorwerp
kunnen uitmaken van dergelijke constructies.
Deze kwalifi catie als beleggingsinstrument doet geen
afbreuk aan de bevoegdheid toegekend aan de FSMA
krachtens artikel 30bis van de wet fi nancieel toezicht,
om reglementen te bepalen die de commercialisering
van bepaalde fi nanciële producten aan niet-professione-
le cliënten aan beperkingen onderwerpen of verbieden.
Artikel 338 t/m 340
Deze artikelen heffen de nog niet in werking getre-
den wijzigingsbepalingen van de wet van 31 juli 2009
tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende
72
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’intermédiation en assurances et en réassurances et
à la distribution d’assurances et la loi du 22 mars 2006
relative à l’intermédiation en services bancaires et en
services d’investissement et à la distribution d’instru-
ments fi nanciers.
Articles 341 à 343
Ces articles abrogent les dispositions modifi catives,
non encore entrées en vigueur, de la loi du 21 janvier
2010 modifi ant la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre en ce qui concerne les assurances
du solde restant dû pour les personnes présentant un
risque de santé accru.
Articles 344 à 346
Ces articles modifi ent, avec entrée en vigueur retar-
dée, les articles 4 et 270 du projet de loi et insèrent,
également avec entrée en vigueur retardée, un article
270bis nouveau. Il s’agit des modifi cations actuellement
prévues par la loi du 31 juillet 2009 modifi ant la loi du
27 mars 1995 relative à l’intermédiation en assurances
et en réassurances et à la distribution d’assurances
et la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en
services bancaires et en services d’investissement et
à la distribution d’instruments fi nanciers, dont la date
d’entrée en vigueur doit être fi xée par le Roi.
TITRE IV
Dispositions abrogatoires
Article 347
Les dispositions énumérées dans cet article sont
abrogées dans la mesure où elles sont incluses dans
la codifi cation opérée par le projet de loi.
TITRE V
Autres dispositions
Article 348
Le paragraphe 1er de cet article prévoit que les dis-
positions légales non contraires à la loi en projet, qui
font référence à des dispositions de la loi du 9 juillet
1975 relative au contrôle des entreprises d’assurances,
de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance
terrestre, de la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X
et XI, livre Ier, du code de commerce et de la loi du 27
de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en
de distributie van verzekeringen en van de wet van 22
maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en
beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële
instrumenten op.
Artikel 341 t/m 343
Deze artikelen wijzigen de artikelen heffen de nog
niet in werking getreden wijzigingsbepalingen van de
wet van 21 januari 2010 tot wijziging van de wet van
25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst wat
de schuldsaldoverzekeringen voor personen met een
verhoogd gezondheidsrisico betreft op.
Artikel 344 t/m 346
Deze artikelen wijzigen, met uitgestelde inwerkingtre-
ding, de artikelen 4 en 270 van het wetsontwerp en voe-
ren, tevens met uitgestelde werking, een nieuw artikel
270bis in. Het betreft de wijzigingen die momenteel zijn
voorzien in de wet van 31 juli 2009 tot wijziging van de
wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verze-
keringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende
de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de
distributie van fi nanciële instrumenten waarvan de da-
tum van inwerkingtreding door de Koning is te bepalen.
TITEL IV
Opheffingsbepalingen
Artikel 347
Gelet op de codifi catie van deze bepalingen in het
wetsontwerp worden de in dit artikel opgesomde bepa-
lingen opgeheven.
TITEL V
Andere bepalingen
Artikel 348
In paragraaf 1 wordt bepaald dat de wetsbepalingen
die niet strijdig zijn met deze wet en waarbij verwezen
wordt naar bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betref-
fende de controle van de verzekeringsondernemingen,
de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsover-
eenkomst, de wet van 11 juni 1874 houdende de titels
X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel
73
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
mars 1995 relative à l’intermédiation en assurances et
en réassurances et à la distribution d’assurances, sont
présumées faire référence aux dispositions équivalentes
de la loi en projet.
Le paragraphe 2 confirme que les dispositions
réglementaires qui ont été prises en exécution des dis-
positions de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle
des entreprises d’assurances, de la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre, de la loi du 11 juin
1874 contenant les titres X et XI, livre Ier, du code de
commerce et de la loi du 27 mars 1995 relative à l’inter-
médiation en assurances et en réassurances et à la
distribution d’assurances, reprises dans la loi en projet,
et qui ne sont pas contraires à cette loi, demeurent en
vigueur jusqu’à leur abrogation ou leur remplacement
par des arrêtés pris en exécution de la loi en projet.
Le paragraphe 3 précise que la loi sera évaluée deux
ans après son entrée en vigueur.
Article 349
Par analogie avec ce que prévoit l’article 146 de
la loi sur la surveillance fi nancière, le Roi est habilité
à prendre les mesures nécessaires pour assurer la
transposition des dispositions obligatoires résultant de
traités internationaux ou d’actes internationaux pris en
vertu de ceux-ci, dans les matières réglées par les dis-
positions de la loi en projet. Ces arrêtés royaux doivent
être confi rmés par une loi.
Article 350
L’article 350 confi rme l’arrêté royal du [•] 2014 relatif
aux modalités d’application au secteur des assurances
des articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers, ainsi que l’arrêté royal du [•] 2014 modifi ant
la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation en
assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances.
TITRE VI
Entrée en vigueur
Articles 351 et 352
Sauf en ce qui concerne les dispositions dont la date
d’entrée en vigueur est fi xée conformément à l’article
352 et en ce qui concerne l’article 350 qui entre en
en de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzeke-
rings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie
van verzekeringen worden geacht te verwijzen naar de
overeenkomstige bepalingen in deze wet.
In paragraaf 2 wordt bevestigd dat de reglementaire
bepalingen genomen in uitvoering van de bepalingen
die in deze wet werden overgenomen van de wet van
9 juli 1975 betreffende de controle van de verzeke-
ringsondernemingen, de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874
houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek
van Koophandel en de wet van 27 maart 1995 betref-
fende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
en de distributie van verzekeringen, die niet strijdig zijn
met deze wet, van kracht blijven totdat ze worden op-
geheven of vervangen door besluiten die ter uitvoering
van deze wet worden genomen.
In paragraaf 3 wordt bepaald dat de wet twee jaar
na de inwerkingtreding ervan zal worden geëvalueerd.
Artikel 349
Naar analogie van wat bepaald is in artikel 146 van de
wet fi nancieel toezicht wordt de Koning gemachtigd om
de nodige maatregelen te treffen ter omzetting van de
dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale
verdragen of uit internationale akten genomen krach-
tens dergelijke verdragen, in de materies die door de
bepalingen van deze wet zijn geregeld. Deze koninklijke
besluiten moeten bij wet worden bekrachtigd.
Artikel 350
In artikel 350 worden het koninklijk besluit van [•] 2014
over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot
28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het
toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten
op de verzekeringssector en het koninklijk besluit van [•]
2014 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betref-
fende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
en de distributie van verzekeringen, bekrachtigd.
TITEL VI
Inwerkingtreding
Artikel 351 en 352
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de
maand na afl oop van een termijn van zes maanden te
rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van
74
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
vigueur le lendemain de la publication de la loi au
Moniteur belge, la loi en projet entrera en vigueur le
premier jour du mois qui suit l’expiration d’un délai de
six mois prenant cours le lendemain de sa publication
au Moniteur belge. Les assureurs et les intermédiaires
disposeront ainsi du temps nécessaire pour pouvoir
effectuer les adaptations requises sur le plan organi-
sationnel afi n de se mettre en règle avec les nouvelles
dispositions de la loi.
Le vice-premier ministre et ministre de l’Économie,
des Consommateurs et de la Mer du Nord,
Johan VANDE LANOTTE
deze wet in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering
van de bepalingen waarvan de datum van inwerking-
treding bepaald wordt overeenkomstig artikel 352 en
met uitzondering van artikel 350 dat in werking treedt
op de dag volgend op de bekendmaking van deze wet
in het Belgisch Staatsblad. Op deze manier wordt aan
de verzekeraars en de tussenpersonen de nodige tijd
verleend om de vereiste organisatorische aanpassingen
door te voeren ten einde zich in regel te kunnen stellen
met de nieuwe bepalingen van deze wet.
De vice-eersteminister en minister van Economie,
Consumenten en Noordzee,
Johan VANDE LANOTTE
75
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
AVANT-PROJET DE LOI
soumis à l’avis du Conseil d’État
Avant-projet de loi relatif aux assurances
PARTIE 1ÈRE
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 78 de la
Constitution.
Article 2
La présente loi assure la transposition partielle de la direc-
tive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du
25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assurance et
de la réassurance et leur exercice (solvabilité II).
Article 3
Objet
La présente loi a pour objet de protéger les droits des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires et de
tous tiers ayant un intérêt à l’exécution de contrats d’assurance
et, à cette fi n:
— de fi xer les conditions et les règles qui visent à garantir
un traitement honnête, équitable et professionnel des parties
intéressées et qui sont applicables à l’activité des assureurs;
— de déterminer les règles d’information à respecter lors de
l’offre et de la conclusion d’un contrat d’assurance et pendant
la durée de ce contrat;
— d’arrêter les règles relatives à la publicité et aux obliga-
tions d’information en cas de commercialisation en Belgique;
— d’imposer des règles d’information et autres règles en ce
qui concerne la tarifi cation, la segmentation et la participation
aux bénéfi ces;
— d’établir, eu égard au principe de l’exécution de bonne
foi des contrats, les conditions et les règles qui organisent la
relation contractuelle entre l’assureur, le preneur d’assurance
et, le cas échéant, l’assuré et/ou le bénéfi ciaire;
— de fi xer les conditions relatives à l’accès à l’activité d’in-
termédiation en assurances et en réassurance , à l’exercice
VOORONTWERP VAN WET
onderworpen aan het advies van de Raad van State
Voorontwerp van wet betreffende de verzekeringen
DEEL 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel
78 van de Grondwet.
Artikel 2
Deze wet betreft een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn
2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25
november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van
het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II).
Artikel 3
Doel
Deze wet heeft tot doel de rechten te beschermen van
de verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden
en van de derden die belang hebben bij de uitvoering van
verzekeringsovereenkomsten en daartoe:
— voorwaarden en regels vast te stellen die een loyale,
billijke en professionele behandeling van de belanghebbende
partijen moeten waarborgen en waaraan de activiteit van de
verzekeraars onderworpen is;
— informatieregels vast te leggen bij het aanbieden en het
sluiten van een verzekeringsovereenkomst en gedurende de
looptijd ervan;
— regels vast te leggen met betrekking tot de publiciteit
en de informatieplichten in het geval van commercialisatie
in België;
— informatie- en andere regels op te leggen in verband
met tarifering, segmentatie en winstdeling;
— gelet op het beginsel van uitvoering van overeenkomsten
te goeder trouw, voorwaarden en regels vast te stellen die de
contractuele relatie tussen de verzekeraar, de verzekering-
nemer en desgevallend de verzekerde en/of de begunstigde
organiseren;
— de voorwaarden betreffende de toegang tot en de
uitoefening van de werkzaamheid van verzekerings- en
76
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
de cette activité et à la distribution d’assurances, ainsi que les
règles régissant l’information du public dans ce domaine; et
— d’organiser le contrôle du respect de ces règles.
Article 4
Champ d’application
§ 1er. Les obligations auxquelles les assureurs sont soumis
en vertu de la présente loi sont, conformément à l’article 3 et
sans préjudice des limitations du champ d’application fi xées
par la loi même, applicables aux entités suivantes:
— les assureurs belges;
— les assureurs étrangers qui ont un établissement en
Belgique; et
— les assureurs étrangers qui exercent des activités
d’assurance en Belgique sans y être établis.
Les entreprises qui exercent uniquement l’activité de
réassurance, sans effectuer d’opérations d’assurance directe,
soit elles-mêmes, soit par le biais d’un établissement, sont
soumises aux seules dispositions des articles 267, § 2, 268,
alinéa 2, 274, § 4, 2°, dernier alinéa, et 304, § 7, ainsi qu’aux
règles en matière de contrôle et aux dispositions de sanction,
énoncées respectivement dans la partie 7 et dans la partie 8.
§ 2. Les obligations auxquelles les intermédiaires d’assu-
rances et/ou les intermédiaires de réassurance sont soumis
en vertu de la présente loi, sont applicables aux intermédiaires
d’assurances et aux intermédiaires de réassurance dont l’État
membre d’origine est la Belgique ou qui exercent leur activité
en Belgique.
La Belgique est réputée être l’État membre d’origine d’un
intermédiaire d’assurances ou de réassurance si
a) l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance ayant
la qualité de personne physique est domicilié en Belgique et
y exerce ses activités;
b) l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance ayant la
qualité de personne morale a son siège social en Belgique.
§ 3. Le Roi peut, en vue de l’exécution d’obligations décou-
lant pour la Belgique de traités ou d’accords internationaux,
dispenser, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les
assureurs ou intermédiaires d’assurances étrangers de tout
ou partie des obligations résultant de la présente loi; dans
ce cas, le Roi peut, sur avis de la FSMA, fi xer les règles et
conditions auxquelles sont soumises ces personnes.
herverzekeringsbemiddeling, de distributie van verzekeringen,
alsook de regels betreffende de informatie aan het publiek in
dit verband vast te stellen, en
— de controle op de naleving van deze regels te
organiseren.
Artikel 4
Toepassingsgebied
§ 1. De verplichtingen die overeenkomstig deze wet van
toepassing zijn voor verzekeraars, zijn, overeenkomstig artikel
3 en onverminderd de in de wet zelf vastgestelde beperkingen
aan het toepassingsgebied, van toepassing op de volgende
entiteiten:
— de Belgische verzekeraars;
— de buitenlandse verzekeraars die een vestiging hebben
in België; en
— de buitenlandse verzekeraars die in België verzekerings-
activiteiten uitoefenen zonder er gevestigd te zijn.
Op de ondernemingen die enkel aan herverzekeringen
doen zonder eveneens, zelf dan wel via een vestiging, aan
rechtstreekse verzekeringen te doen, zijn enkel artikel 267,
§ 2, artikel 268, lid 2, artikel 274, § 4, 2°, laatste lid, en artikel
304, § 7 van toepassing, met inbegrip van de regels inzake
het toezicht en de sanctiebepalingen, vastgesteld in respec-
tievelijk deel 7 en deel 8.
§ 2. De verplichtingen die overeenkomstig deze wet
van toepassing zijn voor de verzekeringstussenpersonen
en/of herverzekeringstussenpersonen zijn van toepassing op
de verzekeringstussenpersonen en de herverzekeringstus-
senpersonen met België als lidstaat van herkomst of die in
België werkzaam zijn.
België wordt geacht de lidstaat van herkomst van een ver-
zekerings- of een herverzekeringstussenpersoon te zijn indien
a) de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die
een natuurlijke persoon is zijn woonplaats heeft in België en
er zijn werkzaamheden uitoefent;
b) de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die
een rechtspersoon is, zijn maatschappelijke zetel heeft in
België.
§ 3. Met het oog op de uitvoering van verplichtingen die
voor België uit internationale verdragen of overeenkomsten
voortvloeien, kan de Koning, via een in de Ministerraad over-
legd besluit, de buitenlandse verzekeraars of verzekerings-
tussenpersonen van de verplichtingen uit deze wet of van
een gedeelte ervan ontslaan; in dat geval kan de Koning, op
advies van de FSMA, de regels en voorwaarden vaststellen
waaraan deze personen onderworpen zijn.
77
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 4. Afi n de tenir compte des particularités de cette forme
d’assurance, le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil
des ministres, pris sur avis de la FSMA et de l’OCM, dispenser
les sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et 70,
§§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités
et aux unions nationales de mutualités, de l’application d’une
ou de plusieurs dispositions de la présente loi et préciser les
règles qui leur sont applicables en lieu et place.
§ 5. La présente loi est également applicable aux asso-
ciations d’assurances mutuelles. Afi n de tenir compte des
particularités de cette forme d’assurance, le Roi peut toutefois,
sur avis de la FSMA, déterminer les dispositions de la présente
loi qui ne leur sont pas applicables et fi xer les modalités selon
lesquelles d’autres dispositions le sont. Le Roi arrête dans ce
cas, sur avis de la FSMA, les règles et modalités spéciales
auxquelles sont soumises ces associations.
§ 6. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dispenser de l’appli-
cation de tout ou partie de la présente loi, les sociétés coopé-
ratives qui restreignent leur activité d’assurance à la commune
de leur siège social ou à cette commune et aux communes
voisines et qui satisfont aux conditions complémentaires qu’Il
fi xe. Le Roi fi xe, sur avis de la FSMA, les règles et modalités
spéciales auxquelles sont soumises ces sociétés.
§ 7. La présente loi n’est pas applicable aux entreprises
suivantes:
1° les sociétés mutualistes qui sont reconnues conformé-
ment à la loi du 23 juin 1894 et qui ne sont pas visées par la
loi du 6 août 1990 précitée;
2° les mutualités, les unions nationales de mutualités et
les sociétés mutualistes visées par la loi du 6 août 1990 pré-
citée qui ne peuvent pas proposer des assurances et dont
les services visés à l’article 3, alinéa 1er, b) et c), de cette loi
répondent à chacune des conditions prévues à l’article 67,
alinéa 1er, de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions
diverses en matière d’organisation de l’assurance maladie
complémentaire (I);
3° les institutions de retraite professionnelle visées par la
loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de
retraite professionnelle;
4° les caisses communes, entreprises privées à primes
fi xes et institutions publiques en ce qui concerne les opéra-
tions visées par les lois relatives au régime de retraite et de
survie des ouvriers, des employés, des ouvriers mineurs, des
marins et des travailleurs indépendants;
5° pour autant qu’elles ne soient pas soumises à la pré-
sente loi pour d’autres opérations, les entreprises exerçant
une activité d’assistance qui remplit les conditions suivantes:
§ 4. Om rekening te houden met de bijzondere kenmerken
van deze verzekeringsvorm, kan de Koning, bij een koninklijk
besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op advies
van de FSMA en de CDZ, de maatschappijen van onderlinge
bijstand, bedoeld in artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8
van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfond-
sen en de landsbonden van ziekenfondsen vrijstellen van
de toepassing van een of meerdere bepalingen van deze
wet en aangeven welke bepalingen in plaats daarvan van
toepassing zijn.
§ 5. Deze wet is van toepassing op de onderlinge verze-
keringsverenigingen. Om rekening te houden met de bijzon-
dere kenmerken van deze verzekeringsvorm, kan de Koning
evenwel, op advies van de FSMA, de bepalingen van deze
wet aangeven die niet op de onderlinge verzekeringsvereni-
gingen van toepassing zijn en de wijze bepalen waarop andere
bepalingen dat wel zijn. De Koning stelt dan, op advies van
de FSMA, de bijzondere regels en modaliteiten vast waaraan
deze verenigingen onderworpen zijn.
§ 6. De Koning kan, op advies van de FSMA, de coöpe-
ratieve vennootschappen die hun verzekeringsbedrijvigheid
beperken tot de gemeente waar hun maatschappelijke zetel
is gevestigd of tot die gemeente en de omliggende gemeen-
ten, en die voldoen aan de bijkomende voorwaarden die Hij
bepaalt, vrijstellen van de gehele of gedeeltelijke toepassing
van deze wet. De Koning stelt, op advies van de FSMA, de
bijzondere regels en modaliteiten vast waaraan deze ven-
nootschappen onderworpen zijn.
§ 7. Deze wet is niet van toepassing op de volgende
ondernemingen:
1° de maatschappijen van onderlinge bijstand die zijn er-
kend overeenkomstig de wet van 23 juni 1894 en niet onder
de voormelde wet van 6 augustus 1990 vallen;
2° de ziekenfondsen, de landsbonden van ziekenfondsen
en de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in
de voormelde wet van 6 augustus 1990, die geen verzekerin-
gen mogen aanbieden en waarvan de diensten als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, b) en c), van die wet, voldoen aan alle in
artikel 67, eerste lid, van de wet van 26 april 2010 houdende
diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I) gestelde voorwaarden;
3° de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening zoals
bedoeld in de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toe-
zicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen;
4° de gemeenschappelijke fondsen, private ondernemin-
gen met vaste premies, openbare instellingen, wat betreft de
verrichtingen bedoeld bij de wetten betreffende de rust- en
overlevingspensioenen van arbeiders, bedienden, mijnwer-
kers, zeelieden en zelfstandigen;
5° voor zover zij niet aan deze wet onderworpen zijn voor
andere verrichtingen, de ondernemingen die een hulpverle-
ningsactiviteit uitoefenen die aan de volgende voorwaarden
voldoet:
78
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
a) l’assistance est fournie à l’occasion d’un accident ou
d’une panne affectant un véhicule routier, lorsque l’accident
ou la panne survient sur le territoire de l’État membre ou du
pays d’origine de l’entreprise qui accorde la couverture;
b) l’engagement au titre de l’assistance est limité aux
opérations suivantes:
i. le dépannage sur place, pour lequel l’entreprise utilise,
dans la plupart des circonstances, son personnel et son
matériel propres;
ii. l’acheminement du véhicule jusqu’au lieu de réparation
le plus proche ou le plus approprié où la réparation pourra
être effectuée, ainsi que l’éventuel accompagnement, nor-
malement par le même moyen de secours, du conducteur et
des passagers, jusqu’au lieu le plus proche d’où ils pourront
poursuivre leur voyage par d’autres moyens.
Dans les cas visés au 5°, point b), i. et ii., la condition
que l’accident ou la panne soient survenus sur le territoire
de l’État membre ou du pays d’origine de l’entreprise qui
accorde la couverture, n’est pas applicable lorsque l’entreprise
est un organisme dont le bénéfi ciaire est membre et que le
dépannage ou l’acheminement du véhicule est effectué, sur
simple présentation de la carte de membre, sans paiement
de surprime, par un organisme similaire du pays concerné
sur la base d’un accord de réciprocité.
§ 8. Par dérogation aux dispositions du paragraphe 7, le
Roi peut, sur avis de la FSMA, soumettre les entités visées au
paragraphe 7, 1°, 3°, 4° et 5°, à l’application de tout ou partie
de la présente loi.
§ 9. Les dispositions de la présente loi sont d’application,
dans la mesure des règles et modalités spéciales à fi xer par
le Roi, sur avis de la FSMA, aux institutions publiques qui
exercent des activités d’assurance.
§ 10. Le Roi peut dispenser les assureurs de l’application
de tout ou partie de la présente loi, en ce qui concerne les
opérations d’assurance suivantes:
1° les assurances relatives aux transports ou à des risques
industriels ou commerciaux;
2° les assurances relatives à des risques spéciaux ou
exceptionnels qu’Il détermine;
3° les opérations de réassurance et de coassurance qu’Il
détermine.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, fi xer des règles spéciales
relatives aux obligations et au contrôle de ces assureurs.
a) de hulp wordt verleend bij een ongeval met of defect
aan een wegvoertuig dat zich voordoet op het grondgebied
van de lidstaat of het land van herkomst van de onderneming
die dekking verleent,
b) de verplichting tot hulpverlening blijft beperkt tot de
volgende verrichtingen:
i. technische hulp ter plaatse, waarvoor de onderneming in
de meeste gevallen eigen personeel en uitrusting gebruiken;
ii. het vervoer van het voertuig naar de plaats van reparatie
die het dichtst bij is of het meest geschikt is voor het uitvoeren
van de reparatie, alsmede het eventuele vervoer van bestuur-
der en passagiers, normaliter met hetzelfde hulpmiddel, naar
de dichtstbijzijnde plaats van waaruit zij hun reis met andere
middelen kunnen voortzetten;
In de in 5°, onder b), in de punten i. en ii. bedoelde geval-
len is de voorwaarde dat het ongeval of defect zich heeft
voorgedaan op het grondgebied van de lidstaat of het land
van herkomst van de onderneming die dekking verleent niet
van toepassing wanneer de onderneming een organisatie
is waarvan de belanghebbende lid is en de hulpverlening
of het vervoer van het voertuig enkel op vertoon van de
lidmaatschapskaart, zonder betaling van een extra premie,
wordt uitgevoerd door een soortgelijke organisatie van het
betrokken land op grond van een reciprociteitsovereenkomst.
§ 8. In afwijking van hetgeen bepaald is in paragraaf 7, kan
de Koning, op advies van de FSMA, de entiteiten bedoeld
in paragraaf 7, punten 1°, 3°, 4° en 5°, onderwerpen aan de
gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet.
§ 9. De bepalingen van deze wet zijn, binnen de perken
van de bijzondere regels en modaliteiten door de Koning, op
advies van de FSMA, vast te stellen, van toepassing op de
openbare instellingen die verzekeringsactiviteiten verrichten.
§ 10. De Koning kan de verzekeraars vrijstellen van de
gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet, wat de
volgende verzekeringsverrichtingen betreft:
1° de verzekeringen betreffende het vervoer of de indus-
triële of commerciële risico’s;
2° de verzekeringen betreffende bijzondere of uitzonderlijke
risico’s die Hij bepaalt;
3° de verrichtingen van herverzekering en medeverzeke-
ring die Hij bepaalt.
De Koning kan, op advies van de FSMA, bijzondere regels
vaststellen betreffende de verplichtingen van en de controle
op die verzekeraars.
79
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 5
Défi nitions
Pour l’application de la présente loi et de ses arrêtés et
règlements d’exécution, il y a lieu d’entendre, sauf mention
contraire explicite, par:
1° “assureur”: toute personne ou entreprise qui, en tant
que partie contractante, offre de souscrire un ou des contrats
d’assurance, quelle que soit la qualité professionnelle de
cette personne et qu’il soit fait usage ou non de techniques
actuarielles lors de la conclusion du contrat;
2° “entreprise d’assurances”: toute entreprise dont l’accès
aux activités d’assurance directe a été approuvé par les
autorités compétentes conformément à la législation de son
pays d’origine;
3° “assureur belge “: toute entreprise ou personne qui
répond à la défi nition d’assureur et dont le siège principal
est situé en Belgique;
4° “entreprise d’assurances belge”: une entreprise d’assu-
rances dont le siège principal est situé en Belgique et qui a
obtenu de la Banque l’autorisation d’exercer des activités
d’assurance;
5° “assureur de l’EEE”: toute entreprise ou personne qui
répond à la défi nition d’assureur et dont le siège principal est
situé dans un État membre de l’EEE, autre que la Belgique;
6° “entreprise d’assurances de l’EEE”: une entreprise
d’assurances dont le siège principal est situé dans un État
membre de l’EEE, autre que la Belgique, et qui a obtenu,
conformément à la législation de son État membre d’origine,
un agrément pour l’exercice d’activités d’assurance;
7° “assureur étranger”: toute entreprise ou personne qui
répond à la défi nition d’assureur et dont le siège principal est
situé en dehors de la Belgique;
8° “entreprise d’assurances étrangère”: une entreprise
d’assurances dont le siège principal est situé en dehors de
la Belgique et qui, conformément à la législation de son pays
d’origine, a obtenu l’approbation requise pour exercer des
activités d’assurance;
9° “assureur d’un pays tiers”: toute entreprise ou personne
qui répond à la défi nition d’assureur et dont le siège principal
est situé en dehors de l’EEE;
10° “entreprise d’assurances d’un pays tiers”: une entre-
prise d’assurances dont le siège principal est situé en dehors
de l’EEE, qui, si elle avait son siège principal dans l’EEE, serait
tenue d’obtenir une autorisation pour exercer des activités
d’assurance, et qui, conformément à la législation de son
pays d’origine, a obtenu l’approbation requise dans ce pays
pour exercer des activités d’assurance;
Artikel 5
Defi nities
Tenzij hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken, wordt voor
de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en
-reglementen verstaan onder:
1° “Verzekeraar”: elke persoon of onderneming die als con-
tractspartij verzekeringsovereenkomst(en) aanbiedt, ongeacht
de beroepshoedanigheid van deze persoon en ongeacht of
bij het afsluiten van de overeenkomst gebruik wordt gemaakt
van actuariële technieken;
2° “Verzekeringsonderneming”: elke onderneming waar-
voor de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf is goed-
gekeurd door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de
wetgeving van haar land van herkomst;
3° “Belgische verzekeraar”: elke onderneming of persoon
die beantwoordt aan de defi nitie van een verzekeraar en
waarvan het hoofdkantoor in België is gelegen;
4° “Belgische verzekeringsonderneming”: een verzeke-
ringsonderneming waarvan het hoofdkantoor in België ligt
en die een toelating heeft verkregen van de Bank om verze-
keringsactiviteiten te verrichten;
5° “EER verzekeraar”: elke onderneming of persoon die
beantwoordt aan de defi nitie van een verzekeraar en waarvan
het hoofdkantoor in een lidstaat van de EER, andere dan
België, is gelegen;
6° “EER verzekeringsonderneming”: een verzekeringson-
derneming waarvan het hoofdkantoor in een lidstaat van de
EER, andere dan België, is gevestigd en die overeenkomstig
de wetgeving van haar lidstaat van herkomst een vergunning
heeft gekregen om verzekeringsactiviteiten te verrichten;
7° “Buitenlandse verzekeraar”: elke onderneming of per-
soon die beantwoordt aan de defi nitie van een verzekeraar en
waarvan het hoofdkantoor buiten België is gelegen;
8° “Buitenlandse verzekeringsonderneming”: een verze-
keringsonderneming waarvan het hoofdkantoor buiten België
gevestigd is en die overeenkomstig de wetgeving van haar
land van herkomst de vereiste goedkeuring heeft gekregen
om verzekeringsactiviteiten te verrichten;
9° “Verzekeraar van een derde land”: elke onderneming of
persoon die beantwoordt aan de defi nitie van een verzekeraar
en waarvan het hoofdkantoor buiten de EER is gelegen;
10° “Verzekeringsonderneming van derde land”: een ver-
zekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor buiten de
EER is gevestigd, die, indien ze haar hoofdkantoor in de EER
zou hebben, een toelating zou moeten verkrijgen voor het ver-
richten van verzekeringsactiviteiten, en die overeenkomstig
de wetgeving van haar land van herkomst de daar vereiste
goedkeuring heeft gekregen om verzekeringsactiviteiten te
verrichten;
80
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
11° “autorisation”: un agrément, ou une autorisation
obtenue sous le régime particulier prévu conformément à
l’article 4 de la directive 2009/138/CE, pour exercer des
activités d’assurance;
12° “agrément”: l’agrément délivré par les autorités com-
pétentes, conformément à la législation de l’État membre
d’origine, en vue de l’exercice d’activités d’assurance au sens
de l’article 14 de la directive 2009/138/CE;
13° “assurances du groupe d’activités “non-vie””: toutes
les opérations portant sur les risques qui relèvent du groupe
d’activités “non-vie” tel que déterminé dans l’annexe I de l’ar-
rêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif
au contrôle des entreprises d’assurances, ou qui relèvent des
branches d’assurance non-vie telles que mentionnées dans
l’annexe I, partie A, de la directive 2009/138/CE;
14° “assurances du groupe d’activités “vie””: toutes les
opérations portant sur les risques qui relèvent du groupe
d’activités “vie” tel que déterminé dans l’annexe I de l’arrêté
royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif
au contrôle des entreprises d’assurances, ou qui relèvent
des branches d’assurance vie telles que mentionnées dans
l’annexe II de la directive 2009/138/CE;
15° “assurance de dommages”: l’assurance dans laquelle
la prestation d’assurance dépend d’un événement incertain
qui cause un dommage au patrimoine d’une personne;
16° “assurance de personnes”: l’assurance dans laquelle
la prestation d’assurance ou la prime dépend d’un événement
incertain qui affecte la vie, l’intégrité physique ou la situation
familiale d’une personne. Pour l’application de la présente loi,
les opérations de capitalisation sont également considérées
comme des assurances de personnes;
17° “contrat d’assurance”: un contrat en vertu duquel,
moyennant le paiement d’une prime fi xe ou variable, une
partie, l’assureur, s’engage envers une autre partie, le preneur
d’assurance, à fournir une prestation stipulée dans le contrat
au cas où surviendrait un événement incertain que, selon le
cas, l’assuré ou le bénéfi ciaire, a intérêt à ne pas voir se réali-
ser. Pour l’application de la présente loi, l’on entend également
par “contrat d’assurance” un contrat portant sur des opérations
de capitalisation, c’est-à-dire des opérations basées sur une
technique actuarielle, dans le cadre desquelles, en contrepar-
tie de versements uniques ou périodiques fi xés à l’avance, une
partie, l’assureur, prend envers une autre partie, le preneur
de l’opération de capitalisation, des engagements déterminés
quant à leur durée et à leur montant et indépendants de tout
événement aléatoire quelconque. Pour ces opérations, les
mots “preneur d’assurance” s’entendent comme “preneur
d’une opération de capitalisation”;
18° “assuré”:
a. dans une assurance de dommages: la personne garantie
par l’assurance contre les pertes patrimoniales;
11° “Toelating”: een vergunning, dan wel een toelating
onder het bijzonder regime in uitvoering van artikel 4 van
de Richtlijn 2009/138/EG, om verzekeringsactiviteiten te
verrichten;
12° “Vergunning”: de overeenkomstig de wetgeving van de
lidstaat van herkomst door de bevoegde autoriteiten verleende
vergunning om verzekeringsactiviteiten uit te oefenen in de
zin van artikel 14 van de Richtlijn 2009/138/EG;
13° “Verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven””:
alle verrichtingen met betrekking tot de risico’s die behoren tot
de groep van activiteiten “niet-leven” zoals bepaald in Bijlage I
bij het Koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende alge-
meen reglement betreffende de controle op de verzekerings-
ondernemingen, dan wel tot de schadeverzekeringstakken
zoals bepaald in Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG;
14° “Verzekeringen uit de groep activiteiten “leven””: alle
verrichtingen met betrekking tot de risico’s die behoren tot de
groep van activiteiten “leven” zoals bepaald in Bijlage I bij het
Koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen
reglement betreffende de controle op de verzekeringsonder-
nemingen, dan wel tot de levensverzekeringstakken zoals
bepaald in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG;
15° “Schadeverzekering”: verzekering waarbij de verze-
keringsprestatie afhankelijk is van een onzeker voorval dat
schade veroorzaakt aan iemands vermogen;
16° “Persoonsverzekering”: verzekering waarbij de verze-
keringsprestatie of de premie afhankelijk is van een onzeker
voorval dat iemands leven, fysieke integriteit of gezinstoe-
stand aantast. Voor de toepassing van deze wet worden
kapitalisatieverrichtingen tevens als persoonsverzekeringen
beschouwd;
17° “Verzekeringsovereenkomst”: een overeenkomst,
waarbij een partij, de verzekeraar, zich er tegen betaling
van een vaste of veranderlijke premie tegenover een andere
partij, de verzekeringnemer, toe verbindt een in de overeen-
komst bepaalde prestatie te leveren in het geval zich een
onzekere gebeurtenis voordoet waarbij, naargelang van het
geval, de verzekerde of de begunstigde belang heeft dat die
zich niet voordoet. Voor de toepassing van deze wet wordt
onder een verzekeringsovereenkomst tevens verstaan, een
overeenkomst met betrekking tot kapitalisatieverrichtingen;
dit wil zeggen de verrichtingen gebaseerd op een actuariële
techniek, waarbij een partij, de verzekeraar, tegen betaling
van van tevoren vastgestelde enige of periodieke stortingen,
tegenover een andere partij, die de kapitalisatieverrichting
sluit, verplichtingen aangaat die, voor wat betreft hun duur en
hun bedrag, bepaald zijn en die onafhankelijk zijn van om het
even welke toevallige gebeurtenis. Voor deze verrichtingen
wordt onder verzekeringnemer verstaan diegene die een
kapitalisatieverrichting sluit.
18° “verzekerde”:
a. bij schadeverzekering: degene die door de verzekering
is gedekt tegen vermogensschade;
81
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
b. dans une assurance de personnes: la personne sur la
tête de laquelle repose le risque de survenance de l’événe-
ment assuré;
19° “bénéfi ciaire”: la personne en faveur de laquelle sont
stipulées des prestations d’assurance;
20° “prime”: toute espèce de rémunération demandée par
l’assureur en contrepartie de ses engagements;
21° “intermédiaire d’assurances”: toute personne morale ou
physique ayant la qualité de travailleur indépendant au sens
de la législation sociale et exerçant des activités d’intermé-
diation en assurances, même à titre occasionnel, ou ayant
accès à cette activité;
22° “intermédiaire de réassurance”: toute personne morale
ou physique ayant la qualité de travailleur indépendant au sens
de la législation sociale et exerçant des activités d’intermédia-
tion en réassurance, même à titre occasionnel, ou accédant
à cette activité;
23° “établissement”: le siège principal ou la succursale
d’une entreprise ou d’une personne;
24° “siège principal”: dans le cas d’une personne morale,
le siège réel et, dans le cas d’une personne physique, le
centre des affaires;
25° “succursale”: toute agence ou succursale d’une entre-
prise qui est établie dans un pays autre que le pays d’origine
de celle-ci; est assimilée à une succursale toute présence
permanente d’une entreprise, même si cette présence n’a
pas pris la forme d’une succursale ou d’une agence, mais
s’exerce par le moyen d’un simple bureau géré par le propre
personnel de l’entreprise, ou d’une personne indépendante
mais mandatée pour agir en permanence pour l’entreprise
comme le ferait une agence;
26° “l’EEE”: l’Espace économique européen;
27° “État membre”: un État qui est membre de l’EEE;
28° “pays tiers”: un État qui n’est pas membre de l’EEE;
29° “libre prestation de services”: l’activité par laquelle
une entreprise d’assurances de l’EEE couvre des risques ou
prend des engagements dans un autre État membre, à partir
de son siège principal ou d’une succursale située dans un
autre État membre. Pour autant que cela soit conforme à la
législation belge en la matière, cette notion couvre égale-
ment l’activité par laquelle une entreprise d’assurances d’un
pays tiers couvre des risques ou prend des engagements en
Belgique, à partir de son siège principal ou d’une succursale
située dans un autre pays;
30° “État membre d’origine”: l’un des États membres
suivants:
a. concernant les assurances du groupe d’activités “non-
vie”, l’État membre dans lequel est situé le siège principal
de l’assureur qui couvre le risque;
b. bij persoonsverzekering: degene in wiens persoon het
risico van het zich voordoen van het verzekerde voorval
gelegen is;
19° “Begunstigde”: degene in wiens voordeel verzekerings-
prestaties bedongen zijn;
20° “Premie”: iedere vorm van vergoeding door de verze-
keraar gevraagd als tegenprestatie voor zijn verbintenissen;
21° “Verzekeringstussenpersoon”: elke rechtspersoon of
elke natuurlijke persoon werkzaam als zelfstandige in de zin
van de sociale wetgeving, die activiteiten van verzekerings-
bemiddeling uitoefent, zelfs occasioneel, of die er toegang
toe heeft;
22° “Herverzekeringstussenpersoon”: elke rechtspersoon
of elke natuurlijke persoon werkzaam als zelfstandige in de
zin van de sociale wetgeving, die activiteiten van herverze-
keringsbemiddeling uitoefent, zelfs occasioneel, of die er
toegang toe heeft;
23° “Vestiging”: het hoofdkantoor of bijkantoor van een
onderneming of een persoon.
24° “Hoofdkantoor”: in het geval van een rechtspersoon,
dan wel een natuurlijke persoon, respectievelijk de werkelijke
zetel, dan wel het centrum van de zakelijke belangen;
25° “Bijkantoor”: ieder agentschap of bijkantoor van een on-
derneming in een ander land dan haar land van herkomst. Met
een bijkantoor wordt gelijkgesteld, elke permanente aanwezig-
heid van een onderneming, zelfs indien die aanwezigheid niet
de vorm heeft van een bijkantoor of een agentschap, maar
bestaat uit een gewoon bureau dat door het eigen personeel
van de onderneming wordt beheerd of door een zelfstandig
persoon die evenwel gemachtigd is om voor de onderneming
duurzaam op te treden zoals een agentschap zou doen;
26° “de EER”: de Europese Economische Ruimte;
27° “Lidstaat”: een staat die lid is van de EER;
28° “Derde land”: een staat die geen lid is van de EER;
29° “Vrije dienstverrichting”: de activiteit waarbij een EER
verzekeringsonderneming vanuit haar hoofdkantoor of vanuit
een bijkantoor gelegen in een andere lidstaat, in een andere
lidstaat gelegen risico’s dekt of verbintenissen aangaat. Voor
zover dit in overeenstemming met de Belgische wetgeving ter
zake is, wordt hieronder tevens verstaan de activiteit waarbij
een verzekeringsonderneming van een derde land vanuit haar
hoofdkantoor of vanuit een bijkantoor gelegen in een ander
land, in België gelegen risico’s dekt of verbintenissen aangaat;
30° “Lidstaat van herkomst”: een van de volgende lidstaten:
a. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven”: de
lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar
die het risico dekt;
82
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
b. concernant les assurances du groupe d’activités “vie”,
l’État membre dans lequel est situé le siège principal de
l’assureur qui prend l’engagement;
31° “pays d’origine”: l’un des pays suivants:
a. concernant les assurances du groupe d’activités
“non-vie”, le pays dans lequel est situé le siège principal de
l’assureur qui couvre le risque;
b. concernant les assurances du groupe d’activités “vie”,
le pays dans lequel est situé le siège principal de l’assureur
qui prend l’engagement;
32° “État membre d’accueil”: l’État membre, autre que le
pays ou l’État membre d’origine, dans lequel un assureur a
une succursale ou fournit des services; pour les assurances
du groupe d’activités “vie” et celles du groupe d’activités “non-
vie”, l’on entend par l’État membre de fourniture des services,
respectivement, l’État membre de l’engagement ou l’État
membre où le risque est situé, lorsque ledit engagement ou
risque est couvert par un assureur ou une succursale situé
dans un autre État membre;
33° “État membre où le risque est situé”: l’un des États
membres suivants:
a. l’État membre où se trouvent les biens, lorsque l’assu-
rance est relative soit à des immeubles, soit à des immeubles
et à leur contenu, dans la mesure où celui-ci est couvert par
la même police d’assurance;
b. l’État membre d’immatriculation, lorsque l’assurance est
relative à des véhicules de toute nature;
c. l’État membre où le preneur d’assurance souscrit la
police, s’il s’agit d’un contrat d’une durée inférieure ou égale
à quatre mois, relatif à des risques encourus au cours d’un
voyage ou de vacances, quelle que soit la branche concernée;
d. dans tous les cas non expressément couverts par les
points a), b) ou c), l’État membre où l’un des éléments sui-
vants est situé:
i. la résidence habituelle du preneur d’assurance; ou
ii. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le contrat se
rapporte;
34° “État membre de l’engagement”: l’État membre où l’un
des éléments suivants est situé:
a. la résidence habituelle du preneur d’assurance;
b. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le contrat se
rapporte;
35° “autorités compétentes”: les autorités nationales habi-
litées, en vertu d’une loi ou d’une réglementation, à contrôler
les entreprises d’assurances et/ou l’activité des assureurs
b. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”: de
lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar
die de verbintenis aangaat;
31°
“Land van herkomst” een van de volgende landen:
a. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven”: het
land waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar
die het risico dekt;
b. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”: het
land waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar
die de verbintenis aangaat;
32° “Lidstaat van ontvangst”: de lidstaat waar een verze-
keraar een bijkantoor heeft of diensten verricht en die niet het
land of de lidstaat van herkomst is; in het geval van verzeke-
ringen uit de groep activiteiten “leven” of “niet leven” wordt
onder lidstaat van dienstverrichting verstaan, respectievelijk
de lidstaat van de verbintenis en de lidstaat waar het risico is
gelegen; de verbintenis of het risico wordt gedekt door een
verzekeraar of een bijkantoor in een andere lidstaat;
33°
“Lidstaat van het risico”: een van de volgende
lidstaten:
a. de lidstaat waar de goederen zich bevinden, wanneer
de verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed,
hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor zover
deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst wordt gedekt;
b. de lidstaat van registratie, wanneer de verzekering
betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het even
welk type;
c. de lidstaat waar de verzekeringnemer de overeenkomst
heeft gesloten, indien het overeenkomsten betreft met een
looptijd van vier maanden of minder die betrekking hebben op
tijdens een reis of vakantie gelopen risico’s, ongeacht de tak;
d. in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd on-
der a), b) of c): de lidstaat waarin zich een van het volgende
bevindt:
i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringnemer; of
ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is: de
vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst
betrekking heeft;
34° “Lidstaat van de verbintenis”: de lidstaat waarin zich
een van het volgende bevindt:
a. de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer;
b. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is: de
vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst
betrekking heeft;
35° “Bevoegde autoriteiten”: de nationale autoriteiten die
krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen toe-
zicht uitoefenen op verzekeringsondernemingen en/of op de
83
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
au regard de la protection des preneurs d’assurance, des
assurés, des bénéfi ciaires et de tous tiers ayant un intérêt à
l’exécution du contrat d’assurance;
36° “le ministre”: le ministre qui a les Assurances dans
ses attributions;
37° “la Banque”: la Banque Nationale de Belgique, visée
dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la
Banque Nationale de Belgique;
38° “la FSMA”: l’Autorité des services et marchés fi nan-
ciers, visée à l’article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers;
39° “l’OCM”: l’Office de contrôle des mutualités et des
unions nationales de mutualités, visé à l’article 49 de la loi du
6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales
de mutualités;
40° “grands risques”:
a. les risques relevant des branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 de
l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assurances, ou
classés sous les branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 de l’annexe I,
partie A, de la directive 2009/138/CE;
b. les risques relevant des branches 14 et 15 de l’annexe I
de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général
relatif au contrôle des entreprises d’assurances, ou classés
sous les branches 14 et 15 de l’annexe I, partie A, de la direc-
tive 2009/138/CE, lorsque le preneur d’assurance exerce à
titre professionnel une activité industrielle, commerciale ou
libérale et que les risques sont relatifs à cette activité;
c. les risques relevant des branches 3, 8, 9, 10, 13 et 16 de
l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assurances, ou
classés sous les branches 3, 8, 9, 10, 13 et 16 de l’annexe
I, partie A, de la directive 2009/138/CE, pour autant que le
preneur d’assurance dépasse les limites chiffrées d’au moins
deux des critères suivants:
i. un total de bilan de 6 200 000 euros;
ii. un montant net du chiffre d’affaires, au sens de la qua-
trième directive 78/660/CEE du Conseil du 25 juillet 1978
fondée sur l’article 54, paragraphe 3, point g), du traité et
concernant les comptes annuels de certaines formes de
sociétés, de 12 800 000 euros;
iii. un nombre de 250 employés en moyenne au cours de
l’exercice.
Si le preneur d’assurance fait partie d’un ensemble d’en-
treprises pour lequel des comptes consolidés sont établis
conformément à la directive 83/349/CEE, les critères énoncés
à l’alinéa 1er, point c), sont appliqués sur la base des comptes
consolidés;
activiteit van de verzekeraars in het licht van de bescherming
van de verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden
en de derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst;
36° “de minister”: de minister die de verzekeringen onder
zijn bevoegdheden heeft;
37° “de Bank”: de Nationale Bank van België, bedoeld in
de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek
statuut van de Nationale Bank van België;
38° “de FSMA”: de Autoriteit voor Financiële Diensten en
Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de
fi nanciële diensten.
39° “CDZ”: de controledienst voor de ziekenfondsen en de
landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in artikel 49 van de
wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en
de landsbonden van ziekenfondsen;
40°
“Grote risico’s”:
a. de risico’s die behoren tot de in punt 4, 5, 6, 7, 11 en
12 van Bijlage I bij het Koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle op
de verzekeringsondernemingen, dan wel in deel A, 4, 5, 6, 7,
11 en 12, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG,
vermelde takken;
b. de risico’s die behoren tot de in punt 14 en 15 van Bijlage
I bij het Koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende alge-
meen reglement betreffende de controle op de verzekerings-
ondernemingen, dan wel in deel A, 14 en 15, van Bijlage I, deel
A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken wanneer de
verzekeringnemer in het kader van een bedrijf of beroep een
industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij beroep
uitoefent en het risico daarop betrekking heeft;
c. de risico’s die behoren tot de in punt 3, 8, 9, 10, 13 en
16 van Bijlage I bij het Koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle op de
verzekeringsondernemingen, dan wel in deel A, 3, 8, 9, 10,
13 en 16, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG,
vermelde takken, voor zover de verzekeringnemer ten minste
twee van de drie volgende criteria overschrijdt:
i. balanstotaal: 6 200 000 euro;
ii. netto-omzet in de zin van de Vierde Richtlijn 78/660/
EEG van de Raad van de Raad van25 juli 1978 op de grond-
slag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betref-
fende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen:
12 800 000 euro;
iii. gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar:
250.
Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een
groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde jaarreke-
ning overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG wordt opgesteld,
worden de in het eerste lid, onder c), vermelde criteria op basis
van de geconsolideerde rekening toegepast;
84
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
41° “entreprise de réassurance”: une entreprise telle que
défi nie à l’article 82, 3°, de la loi du 16 février 2009 relative
à la réassurance;
42° “la loi du 2 août 2002”: la loi du 2 août 2002 relative à
la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers;
43° “la loi du 9 juillet 1975”: la loi du 9 juillet 1975 relative
au contrôle des entreprises d’assurances;
44° “la directive 2002/92/CE”: la directive 2002/92/CE du
Parlement européen et du Conseil du 9 décembre 2002 sur
l’intermédiation en assurance;
45° “la directive 2009/138/CE”: la directive 2009/138/CE
du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009
sur l’accès aux activités de l’assurance et de la réassurance
et leur exercice (solvabilité II);
46° “la directive 2009/65/CE”: la directive 2009/65/CE du
Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant
coordination des dispositions législatives, réglementaires et
administratives concernant certains organismes de placement
collectif en valeurs mobilières (OPCVM);
47° “intermédiation en assurances”: toute activité consis-
tant à présenter ou à proposer des contrats d’assurance ou à
réaliser d’autres travaux préparatoires à leur conclusion ou à
les conclure, ou à contribuer à leur gestion et à leur exécution;
ne sont pas considérées comme une intermédiation en
assurances:
—les activités exercées par une entreprise d’assurances
ou un salarié d’une entreprise d’assurances qui agit sous la
responsabilité de cette dernière;
—les activités consistant à fournir des informations à titre
occasionnel dans le cadre d’une autre activité professionnelle
pour autant que ces activités n’aient pas pour objet d’aider
le client à conclure ou à exécuter un contrat d’assurance, la
gestion, à titre professionnel, des sinistres d’une entreprise
d’assurances ou les activités d’estimation et de liquidation
des sinistres;
48° “intermédiation en réassurance: toute activité consis-
tant à présenter ou à proposer des contrats de réassurance ou
à réaliser d’autres travaux préparatoires à leur conclusion ou à
les conclure, ou à contribuer à leur gestion et à leur exécution;
ne sont pas considérées comme une intermédiation en
réassurance:
— les activités exercées par une entreprise de réassurance
ou un salarié d’une entreprise de réassurance qui agit sous
la responsabilité de cette dernière;
41° “Herverzekeringsonderneming”: een onderneming als
gedefi nieerd in artikel 82, 3° van de wet van 16 februari 2009
op het herverzekeringsbedrijf;
42° “Wet van 2 augustus 2002”: de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de
fi nanciële diensten;
43° “Wet van 9 juli 1975”: de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle der verzekeringsondernemingen;
44° “Richtlijn 2002/92/EG”: Richtlijn 2002/92/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 be-
treffende verzekeringsbemiddeling.
45° “Richtlijn 2009/138/EG”: richtlijn 2009/138/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009
betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzeke-
rings- en herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II).
46° “Richtlijn 2009/65/EG”: richtlijn 2009/65/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coör-
dinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen
betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging
in effecten (icbe’s).
47° “Verzekeringsbemiddeling”: de werkzaamheden die
bestaan in het aanbieden, het voorstellen, het verrichten van
voorbereidend werk tot het sluiten van verzekeringsovereen-
komsten of het sluiten van verzekeringsovereenkomsten, dan
wel in het assisteren bij het beheer en de uitvoering ervan;
worden niet als verzekeringsbemiddeling beschouwd:
— werkzaamheden uitgeoefend door een verzekeringson-
derneming of door een werknemer van een verzekeringson-
derneming onder de verantwoordelijkheid van deze laatste;
— werkzaamheden bestaande uit incidentiele informatie-
verstrekking in het kader van een andere beroepswerkzaam-
heid, mits het doel van deze werkzaamheden niet bestaat in
het assisteren van de cliënt bij de sluiting of uitvoering van een
verzekeringsovereenkomst, in het beroepshalve verrichten
van schadebeheer voor een verzekeringsonderneming of in
schaderegeling en schade-expertise.
48° “Herverzekeringsbemiddeling”: de werkzaamheden
die bestaan in het aanbieden, het voorstellen, het verrichten
van voorbereidend werk tot het sluiten van herverzekerings-
overeenkomsten of het sluiten van herverzekeringsover-
eenkomsten, dan wel in het assisteren bij het beheer en de
uitvoering ervan;
worden niet als herverzekeringsbemiddeling beschouwd:
— werkzaamheden uitgeoefend door een herverzeke-
ringsonderneming of door een werknemer van een herver-
zekeringsonderneming onder de verantwoordelijkheid van
deze laatste;
85
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— les activités consistant à fournir des informations à titre
occasionnel dans le cadre d’une autre activité professionnelle
pour autant que ces activités n’aient pas pour objet d’aider le
client à conclure ou à exécuter un contrat de réassurance, la
gestion, à titre professionnel, des sinistres d’une entreprise
de réassurance ou les activités d’estimation et de liquidation
des sinistres.
Article 6
§ 1er. Pour l’application de la présente loi et de ses arrêtés
et règlements d’exécution en ce qui concerne les assurances
du groupe d’activités “non-vie”, le risque est réputé être situé
en Belgique lorsque:
a) les biens se trouvent en Belgique, dans le cas d’une as-
surance relative soit à des immeubles, soit à des immeubles
et à leur contenu, dans la mesure où celui-ci est couvert par
la même police d’assurance;
b) l’immatriculation s’effectue en Belgique, dans le cas
d’une assurance relative à des véhicules de toute nature;
c) le preneur d’assurance a souscrit la police en Belgique,
s’il s’agit d’un contrat d’une durée inférieure ou égale à quatre
mois, relatif à des risques encourus au cours d’un voyage ou
de vacances, quelle que soit la branche concernée;
d) dans tous les cas non expressément couverts par les
points a), b) ou c), l’un des éléments suivants est situé en
Belgique:
i. la résidence habituelle du preneur d’assurance; ou
ii. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le contrat se
rapporte.
§ 2. Pour l’application de la présente loi et de ses arrêtés
et règlements d’exécution en ce qui concerne les assurances
du groupe d’activités “vie”, l’engagement est réputé être situé
en Belgique lorsque:
a) la résidence habituelle du preneur d’assurance est
située en Belgique;
b) l’établissement du preneur d’assurance qui est une
personne morale et auquel le contrat se rapporte, est situé
en Belgique.
§ 3. Pour l’application de la présente loi, le “preneur d’assu-
rance” doit être compris comme étant le “candidat preneur
d’assurance” s’il s’agit d’obligations précontractuelles.
§ 4. Pour l’application de la présente loi, l’on entend par une
“entreprise d’assurances habilitée en vertu de la loi à exercer
des activités d’assurance” toute entreprise légalement autori-
sée à exercer des activités d’assurance en Belgique, à savoir:
— soit une entreprise d’assurances belge;
— werkzaamheden bestaande uit incidentele informatie-
verstrekking in het kader van een andere beroepswerkzaam-
heid, mits het doel van deze werkzaamheden niet bestaat in
het assisteren van de cliënt bij de sluiting of uitvoering van een
herverzekeringsovereenkomst, in het beroepshalve verrichten
van schadebeheer voor een herverzekeringsonderneming of
in schaderegeling en schade-expertise.
Artikel 6
§ 1. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoerings-
besluiten en -reglementen bij verzekeringen uit de groep
activiteiten “niet leven”, wordt het risico geacht in België te
liggen als:
a) de goederen zich in België bevinden, wanneer de ver-
zekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed, hetzij op
onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor zover deze
door dezelfde verzekeringsovereenkomst wordt gedekt;
b) de registratie in België gebeurt, wanneer de verzekering
betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het even
welk type;
c) de verzekeringnemer de overeenkomst in België heeft
gesloten, indien het overeenkomsten betreft met een looptijd
van vier maanden of minder die betrekking hebben op tijdens
een reis of vakantie gelopen risico’s, ongeacht de tak;
d) in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd onder
a), b) of c) indien een van het volgende zich in België bevindt:
i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringnemer; of
ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is, de
vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst
betrekking heeft.
§ 2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoerings-
besluiten en -reglementen bij verzekeringen uit de groep
activiteiten “leven”, wordt de verbintenis geacht in België te
liggen als:
a) België de gewone verblijfplaats is van de
verzekeringnemer;
b)
de vestiging van de verzekeringnemer die een rechts-
persoon is en waarop de overeenkomst betrekking heeft in
België ligt.
§ 3. Voor de toepassing van deze wet wordt de “verze-
keringnemer” gelezen als de “kandidaat-verzekeringnemer”
indien het precontractuele verplichtingen betreft.
§ 4. Voor de toepassing van deze wet wordt onder een
“krachtens de wet voor de uitoefening van verzekeringsacti-
viteit gemachtigde verzekeringsonderneming” verstaan, elke
onderneming die de wettelijk vereiste toelating heeft om in
België verzekeringsactiviteiten uit te oefenen:
— hetzij een Belgische verzekeringsonderneming;
86
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
—soit une entreprise d’assurances de l’EEE qui a accompli
les obligations légales de notifi cation pour pouvoir exercer des
activités en Belgique sous le régime de la libre prestation de
services ou par voie de succursale;
—soit une entreprise d’assurances étrangère qui a obtenu
de la Banque l’autorisation d’exercer des activités d’assurance
en Belgique par voie de succursale;
—soit une entreprise d’assurances d’un pays tiers qui
remplit toutes les conditions légales pour exercer des activités
en Belgique sous le régime de la libre prestation de services.
PARTIE 2
DISPOSITIONS SPÉCIFIQUES CONCERNANT
L’EXERCICE DES ACTIVITÉS
TITRE IER
Dispositions générales
Article 7
La présente partie ne porte pas atteinte aux obligations
incombant aux entreprises d’assurances en application des
dispositions de la loi du 9 juillet 1975, de la loi du 10 avril 1971
sur les accidents du travail et de la loi du 3 juillet 1967 sur
la prévention et la réparation des dommages résultant des
accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du
travail et des maladies professionnelles dans le secteur public.
Article 8
Un assureur dont l’accès aux activités d’assurance directe
est subordonné à l’approbation des autorités compétentes,
ne peut exercer des activités d’assurance en Belgique qu’à
la condition d’y avoir été habilité en vertu de la loi. Pour les
assureurs d’un pays tiers, cette disposition doit se lire comme
concernant un assureur qui, s’il avait son siège principal dans
l’EEE, serait tenu d’obtenir une autorisation pour pouvoir avoir
accès aux activités d’assurance directe.
Article 9
§ 1er. Il est interdit à tout assureur dont l’accès aux activités
d’assurance directe est subordonné à l’approbation des auto-
rités compétentes, qu’il agisse pour compte propre ou pour
le compte d’un tiers, de souscrire ou d’offrir de souscrire des
contrats d’assurance s’il n’a pas été préalablement habilité,
en vertu de la loi, à exercer cette activité.
Dans le cas d’un assureur étranger, cette interdiction est
limitée aux contrats qu’il souscrit ou offre de souscrire en
Belgique, ou à ceux qui portent sur des risques ou engage-
ments situés en Belgique.
— hetzij een EER verzekeringsonderneming die de wet-
telijke notifi catieplichten om in België via vrije dienstverrichting
of via een bijkantoor activiteiten te kunnen verrichten heeft
vervuld;
— hetzij een buitenlandse verzekeringsonderneming die
door de Bank een toelating heeft gekregen om in België via
een bijkantoor verzekeringsactiviteiten uit te oefenen;
— hetzij een verzekeringsonderneming van een derde land
die alle wettelijke voorwaarden om in België via vrije dienstver-
richting activiteiten uit te oefenen heeft vervuld.
DEEL 2
SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE
BEDRIJFSVOERING
TITEL I
Algemene bepalingen
Artikel 7
Dit deel doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de
verzekeringsondernemingen met toepassing van de bepa-
lingen van de wet van 9 juli 1975, de arbeidsongevallenwet
van 10 april 1971 en de wet van 3 juli 1967 betreffende de
preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongeval-
len, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor
beroepsziekten in de overheidssector.
Artikel 8
Een verzekeraar waarvoor de toegang tot het directe ver-
zekeringsbedrijf afhankelijk is van een goedkeuring door de
bevoegde autoriteiten, mag slechts verzekeringsactiviteiten
uitoefenen in België mits hij hiertoe krachtens de wet gemach-
tigd is. Voor verzekeraars van een derde land, moet deze
bepaling gelezen worden als betreffende een verzekeraar
die, indien hij zijn hoofdkantoor in de EER zou hebben, een
toelating zou moeten verkrijgen om toegang tot het directe
verzekeringsbedrijf te kunnen krijgen.
Artikel 9
§ 1. Het is elke verzekeraar waarvoor de toegang tot het
directe verzekeringsbedrijf afhankelijk is van een goedkeuring
door de bevoegde autoriteiten, ongeacht of zij voor eigen
rekening dan wel voor rekening van een derde handelt,
verboden verzekeringsovereenkomsten te sluiten of aan te
bieden, zonder vooraf krachtens de wet voor de uitoefening
van die activiteit gemachtigd te zijn.
Voor buitenlandse verzekeraars is dit verbod beperkt tot
overeenkomsten die in België worden afgesloten of aange-
boden, dan wel die betrekking hebben op in België gelegen
risico’s of verbintenissen.
87
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Les contrats relatifs à des risques ou engagements
situés en Belgique et conclus en violation du paragraphe 1er
par une entreprise non habilitée à exercer cette activité en
vertu de la loi, sont nuls.
Toutefois, si le preneur d’assurance a souscrit de bonne
foi, l’assureur est tenu de remplir les obligations qu’il a
contractées.
Article 10
Il est interdit à tout intermédiaire d’assurances d’intervenir
dans la souscription de contrats d’assurance conclus en
contravention avec l’article 9.
Article 11
Les assureurs belges doivent écarter de leurs statuts
toute disposition préjudiciable aux preneurs d’assurance,
aux assurés, aux bénéfi ciaires et aux tiers ayant un intérêt à
l’exécution du contrat d’assurance.
Article 12
Les statuts des associations belges d’assurances mu-
tuelles doivent mentionner à peine de nullité
— les conditions et le mode d’admission, de démission et
d’exclusion des associés;
— le mode de fi xation et de recouvrement des cotisations
ou des primes ainsi que des suppléments éventuels en vue
du règlement des sinistres;
— la procédure à suivre en cas de modifi cations des
statuts ou de liquidation de l’association, sans préjudice des
dispositions de la présente partie.
Article 13
Concernant les comptes de sociétaires, les statuts des
associations belges d’assurances mutuelles disposent:
a. qu’il n’est possible d’effectuer des paiements en faveur
des membres à partir de ces comptes que si cela n’a pas
pour effet de faire descendre les éléments constitutifs des
fonds propres réglementaires au-dessous du niveau requis
ou, après dissolution de l’entreprise, que si toutes ses autres
dettes ont été réglées;
b. que la Banque est avertie au moins un mois à l’avance
de tout paiement effectué à d’autres fi ns que la résiliation
individuelle de l’affiliation, et qu’elle peut, pendant ce délai,
interdire le paiement.
§ 2. De overeenkomsten, die betrekking hebben op in
België gelegen risico’s of verbintenissen en die in strijd met
paragraaf 1 door een niet krachtens de wet voor de uitoefening
van die activiteit gemachtigde onderneming zijn gesloten,
zijn nietig.
Indien de verzekeringnemer de overeenkomst echter te
goeder trouw heeft gesloten, is de verzekeraar gehouden tot
het nakomen van de verplichtingen die zij heeft aangegaan.
Artikel 10
Het is alle verzekeringstussenpersonen verboden te be-
middelen bij het sluiten van verzekeringsovereenkomsten die
worden aangegaan in strijd met artikel 9.
Artikel 11
De Belgische verzekeraars moeten uit hun statuten elke
bepaling weren die nadelig is voor de verzekeringnemers, de
verzekerden, de begunstigden en derden die belang hebben
bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.
Artikel 12
De statuten van de Belgische onderlinge verzekeringsver-
enigingen moeten op straffe van nietigheid vermelden:
— de voorwaarden en de wijze van toelating, ontslag en
uitsluiting van de vennoten;
— de wijze van vaststelling en inning van de bijdragen
of de premies, evenals van de eventuele supplementen tot
afwikkeling van de schadegevallen;
— de procedure in geval van wijzigingen in de statuten of
van vereffening van de vereniging, onverminderd de bepa-
lingen van dit deel.
Artikel 13
Inzake de ledenrekeningen bepalen de statuten van de
Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen dat:
a. er vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan leden
mogen worden verricht als zulks geen daling van de reglemen-
taire elementen van het eigen vermogen tot onder het vereiste
niveau veroorzaakt, of, na ontbinding van de onderneming,
als alle andere schulden zijn voldaan;
b. dat de Bank ten minste een maand van tevoren in kennis
moet worden gesteld van elke betaling voor andere doelein-
den dan de individuele opzegging van het lidmaatschap en
dat zij gedurende deze termijn de voorgenomen betaling kan
verbieden.
88
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 14
1er. Les entreprises d’assurances belges communiquent à
la FSMA au moins trois semaines avant la réunion de l’assem-
blée générale ou, à son défaut, de l’organe de décision de
l’entreprise, les projets de modifi cations aux statuts, ainsi que
les projets des décisions qu’elles se proposent de prendre
lors de cette réunion et qui sont susceptibles d’avoir une inci-
dence sur les droits et obligations des preneurs d’assurance,
des assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant un intérêt à
l’exécution des contrats d’assurance.
La FSMA peut exiger que les observations qu’elle formule
concernant ces projets soient portées, selon les modalités
qu’elle détermine, à la connaissance de l’assemblée générale
ou, à son défaut, de l’organe de décision de l’entreprise. Ces
observations et les réponses qui y sont apportées doivent
fi gurer au procès-verbal.
§ 2. Les dispositions des statuts des associations belges
d’assurances mutuelles qui portent sur les critères visés à
l’article 13 ne peuvent être modifi ées qu’après que la FSMA
a déclaré ne pas s’opposer à la modifi cation.
Article 15
Les entreprises d’assurances belges et les entreprises
d’assurances étrangères autres que des entreprises d’assu-
rances de l’EEE communiquent à la FSMA dans le mois
suivant leur approbation par l’assemblée générale ou, à son
défaut, par l’organe de décision, les modifi cations aux statuts
ainsi que les décisions qui peuvent avoir une incidence sur les
droits et obligations des preneurs d’assurance, des assurés,
des bénéfi ciaires et des tiers ayant un intérêt à l’exécution
des contrats d’assurance.
La FSMA s’oppose, dans le délai maximum d’un mois à
partir de la date où elle en a eu connaissance, à l’exécution en
Belgique de toutes modifi cations ou décisions visées à l’alinéa
précédent, qui violeraient les dispositions de la présente loi
ou de ses arrêtés et règlements d’exécution.
Article 16
Les assureurs belges doivent conserver tous les docu-
ments relatifs aux contrats d’assurance qu’ils ont souscrits.
Les assureurs étrangers autres que des entreprises d’assu-
rances de l’EEE doivent conserver tous les documents
relatifs aux contrats souscrits par leur établissement belge,
ou relatifs aux contrats dont le risque ou l’engagement est
situé en Belgique.
Les assureurs belges conservent ces documents à leur
siège principal et les assureurs étrangers au siège belge de
leurs succursales, ou en tout autre lieu préalablement agréé
par la FSMA et la Banque.
Artikel 14
§ 1. Ten minste drie weken vóór het samenkomen van
de algemene vergadering of bij ontstentenis ervan, van het
beslissingsorgaan van de onderneming, stellen de Belgische
verzekeringsondernemingen de FSMA in kennis van de ont-
werpen van wijzigingen aan de statuten en de ontwerpen van
de beslissingen die zij van plan zijn tijdens die vergadering
te nemen en die een weerslag zouden kunnen hebben op
de rechten en de verplichtingen van de verzekeringnemers,
verzekerden, de begunstigden en derden die belang hebben
bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
De FSMA kan eisen dat de door haar geformuleerde
opmerkingen betreffende die ontwerpen op de wijze die zij
voorschrijft ter kennis worden gebracht van de algemene ver-
gadering of, bij ontstentenis ervan, van het beslissingsorgaan
van de onderneming. Die opmerkingen en de antwoorden
moeten in de notulen worden opgenomen.
§ 2. De bepalingen in de statuten van de Belgische on-
derlinge verzekeringsverenigingen betreffende de criteria
bedoeld in artikel 13 kunnen pas worden gewijzigd wanneer
de FSMA verklaard heeft geen bezwaar tegen deze wijziging
te hebben.
Artikel 15
Binnen de maand die volgt op hun goedkeuring door de
algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, door het
beslissingsorgaan, stellen de Belgische verzekeringsonderne-
mingen en de buitenlandse verzekeringsondernemingen die
geen EER verzekeringsonderneming zijn, de FSMA in kennis
van de wijzigingen aan de statuten en van de beslissingen
die een weerslag zouden kunnen hebben op de rechten en
de verplichtingen van de verzekeringnemers, verzekerden,
begunstigden en derden die belang hebben bij de uitvoering
van de verzekeringsovereenkomsten.
Binnen een termijn van ten hoogste één maand, te rekenen
van de datum af waarop zij er kennis van gekregen heeft,
verzet de FSMA zich tegen de toepassing in België van elk
der door het vorige lid bedoelde wijzigingen of beslissingen
die strijdig zijn met de bepalingen van deze wet of haar uit-
voeringsbesluiten en -reglementen.
Artikel 16
De Belgische verzekeraars moeten alle documenten in
verband met de door hen gesloten verzekeringsovereenkom-
sten bewaren. De buitenlandse verzekeraars die geen EER
verzekeringsonderneming zijn, moeten alle documenten be-
treffende de overeenkomsten die door hun Belgische vestiging
zijn gesloten, dan wel betreffende de overeenkomsten waar-
van het risico of de verbintenis in België is gelegen, bewaren.
De Belgische verzekeraars bewaren deze documenten
in hun hoofdkantoor, de buitenlandse verzekeraars in de
Belgische zetel van hun bijkantoren, hetzij op enige andere
plaats die vooraf toegelaten is door de FSMA en de Bank.
89
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Les copies photographiques, microphotographiques,
magnétiques, électroniques ou optiques des documents
détenus par les assureurs belges et les assureurs étrangers
autres que des entreprises d’assurances de l’EEE font foi
comme les originaux, dont elles sont présumées, sauf preuve
contraire, être une copie fi dèle lorsqu’elles ont été établies
par un de ces assureurs ou sous son contrôle. Le Roi peut,
sur avis de la FSMA, fi xer les conditions et les modalités de
l’établissement de ces copies.
Sans préjudice d’autres dispositions légales, la FSMA et
la Banque peuvent fi xer, par voie de règlement, le délai de
conservation obligatoire de ces documents.
Article 17
Les assureurs qui exercent des activités d’assurance en
Belgique sont tenus de respecter les dispositions légales et
réglementaires d’intérêt général qui s’appliquent en Belgique
aux assureurs et à leurs opérations.
Article 18
Les entreprises d’assurances belges et les entreprises
d’assurances de pays tiers adoptent les mesures organi-
sationnelles nécessaires sur le plan de leur structure de
gestion, de leur organisation administrative et comptable, de
leurs mécanismes de contrôle et de sécurité dans le domaine
informatique et de leur contrôle interne, en vue de respecter
les règles qui, conformément à l’article 45, § 1er, 3°, f, de la
loi du 2 août 2002, visent à garantir un traitement honnête,
équitable et professionnel des parties intéressées.
TITRE II
Les cessions de contrats d’assurance
Article 19
Les cessions de droits et obligations résultant de contrats
relatifs à des risques ou engagements situés en Belgique,
sont opposables aux preneurs d’assurance, aux assurés,
aux bénéfi ciaires et à tous tiers ayant un intérêt à l’exécution
du contrat d’assurance lorsqu’elles ont été autorisées par
la Banque ou par les autorités compétentes d’un autre État
membre.
Sans préjudice de l’application des articles 38 et 40, cette
opposabilité prend effet à la date de la publication visée à
l’article 78 de la loi du 9 juillet 1975.
Article 20
§ 1er. Les preneurs d’assurance ont la faculté de résilier
leur contrat dans les formes prescrites à l’article 88, § 1er,
dans un délai de trois mois à partir de la publication visée à
De fotografi sche, microfotografi sche, magnetische, elek-
tronische of optische afschriften van de documenten van de
Belgische verzekeraars en de buitenlandse verzekeraars die
geen EER verzekeringsonderneming zijn bewijskrachtig zoals
de originele stukken waarvan zij, behoudens bewijs van het
tegendeel, worden verondersteld een afschrift te zijn indien zij
werden opgesteld door één van deze verzekeraars of onder
haar toezicht. De Koning kan, op advies van de FSMA, de
voorwaarden en modaliteiten vaststellen om deze afschriften
op te stellen.
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kunnen de
FSMA en de Bank bij reglement de termijn bepalen gedurende
welke deze documenten bewaard moeten worden.
Artikel 17
De verzekeraars die in België verzekeringsactiviteiten
uitoefenen moeten de in België op de verzekeraars en hun
verrichtingen van toepassing zijnde wettelijke en reglemen-
taire bepalingen van algemeen belang naleven.
Artikel 18
De Belgische verzekeringsondernemingen en de verzeke-
ringsondernemingen van derde landen treffen de noodzake-
lijke organisatorische maatregelen inzake hun beleidsstruc-
tuur, hun administratieve en boekhoudkundige organisatie,hun
controle- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de
elektronische informatieverwerking, en hun interne controle
met het oog op de naleving van de regels die, overeenkomstig
artikel 45, § 1, 3°, f. van de wet van 2 augustus 2002, een
loyale, billijke en professionele behandeling van de belang-
hebbende partijen moeten waarborgen.
TITEL II
Overdrachten van verzekeringsovereenkomsten
Artikel 19
De overdrachten van de rechten en de verplichtingen
die voortvloeien uit overeenkomsten betreffende risico’s of
verbintenissen gelegen in België zijn tegenstelbaar aan de
verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden en alle
derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzeke-
ringsovereenkomst wanneer ze werden toegestaan door de
Bank of door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat.
Onverminderd de toepassing van artikel 38 en artikel 40,
heeft die tegenstelbaarheid uitwerking vanaf de dag van de
in artikel 78 van de wet van 9 juli 1975 bedoelde publicatie.
Artikel 20
§ 1. De verzekeringnemers hebben de mogelijkheid hun
overeenkomst volgens de in artikel 88, §1 voorgeschreven
wijzen op te zeggen binnen een termijn van drie maanden te
90
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’article 78 de la loi du 9 juillet 1975. Cette résiliation prend
effet à l’expiration d’un délai d’un mois à compter du lende-
main de la signifi cation de l’exploit d’huissier, du lendemain
de la date du récépissé ou du lendemain du dépôt de la lettre
recommandée à la poste, ou le jour d’échéance annuelle de
la prime s’il est antérieur.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s’appliquent pas
aux fusions et scissions d’entreprises d’assurances, ni aux
cessions effectuées dans le cadre d’un apport de la généralité
des biens ou d’une branche d’activité, ni aux autres cessions
entre entreprises d’assurances qui font partie d’un même
ensemble consolidé.
TITRE III
Règles particulières concernant les assurances du groupe
d’activités “vie” liées à des fonds d’investissement
Article 21
Les règles énoncées au présent titre sont applicables aux
activités d’assurance qui portent sur les assurances du groupe
d’activités “vie” liées à un fonds d’investissement.
Article 22
§ 1er. S’agissant de contrats d’assurance dans le cadre
desquels le risque d’investissement est supporté directement
ou indirectement par le preneur d’assurance, les prestations
d’assurance ne peuvent être liées, directement ou indirec-
tement, qu’à des actifs et instruments dont l’assureur est en
mesure de bien évaluer les risques.
L’assureur informe le preneur d’assurance, avant la conclu-
sion du contrat et en des termes clairs, sur le risque que ce
dernier supporte.
§ 2. Le contrat ne peut comporter une garantie d’un
rendement minimum que si cette garantie fait l’objet d’une
couverture prise auprès d’une entreprise agréée à cet effet
dans l’Union européenne.
Article 23
§ 1er. Lorsque le preneur d’assurance est une personne
physique et que l’engagement est situé en Belgique, les
prestations d’assurance ne peuvent être liées, directement
ou indirectement, qu’à:
a. des parts d’organismes de placement collectif en valeurs
mobilières, inscrits sur la liste visée à l’article 33 ou à l’article
149 de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de
gestion collective de portefeuilles d’investissement;
rekenen vanaf de publicatie bedoeld in artikel 78 van de wet
van 9 juli 1975. Die opzegging gaat in na het verstrijken van
een termijn van een maand, te rekenen van de dag volgend op
de betekening van het deurwaardersexploot, de dag volgend
op de datum van het ontvangstbewijs of de dag volgend op de
afgifte ter post van de aangetekende brief, of op de jaarlijkse
premievervaldag indien die vroeger valt.
§ 2. De bepalingen van de paragraaf 1 zijn niet van toe-
passing op fusies en splitsingen van verzekeringsonderne-
mingen, noch op overdrachten uitgevoerd in het kader van
een inbreng van de algemeenheid van goederen of van een
tak van werkzaamheid, noch op andere overdrachten tussen
verzekeringsondernemingen die deel uitmaken van eenzelfde
geconsolideerd geheel.
TITEL III
Bijzondere regels met betrekking tot verzekeringen
uit de groep activiteiten “leven” verbonden met
beleggingsfondsen
Artikel 21
De regels van deze titel zijn van toepassing op de ver-
zekeringactiviteiten in verband met de verzekeringen uit
de groep activiteiten “leven” die verbonden zijn met een
beleggingsfonds.
Artikel 22
§ 1. Bij verzekeringsovereenkomsten waarbij het beleg-
gingsrisico rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gedragen
door de verzekeringnemer, mogen de verzekeringsuitkeringen
slechts verbonden zijn, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks,
met activa en instrumenten waarvan de verzekeraar de risico’s
goed kan inschatten.
De verzekeraar licht de verzekeringnemer voor het sluiten
van de overeenkomst in duidelijke bewoordingen in over het
door hem gedragen risico.
§ 2. De overeenkomst mag enkel een waarborg van een
minimumrendement bevatten als die waarborg het voorwerp
uitmaakt van een dekking door een in de Europese Unie
daarvoor toegelaten onderneming:
Artikel 23
§ 1. Voor zover de verzekeringnemer een natuurlijke
persoon is en de verbintenis in België is gelegen, mogen
de verzekeringsprestaties, rechtstreeks of onrechtstreeks,
slechts verbonden zijn met:
a. rechten van deelneming in instellingen voor collec-
tieve belegging in effecten die zijn ingeschreven op de lijst
bedoeld bij artikel 33 of artikel 149 de wet van 3 augustus
2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van
beleggingsportefeuilles;
91
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
b. des parts d’organismes de placement collectif en valeurs
mobilières, tels que visés dans la directive 2009/65/CE;
c. des actifs appartenant aux catégories de placements
ouvertes aux organismes de placement collectif en valeurs
mobilières de droit belge, pour autant que les règles énon-
cées aux chapitres VII et X de la directive 2009/65/CE soient
respectées;
d. des actifs appartenant aux catégories de placements
ouvertes aux organismes de placement collectif publics de
droit belge, pour autant que les règles régissant la politique
de placement du fonds d’investissement interne ou externe
ne s’écartent pas de celles qui s’appliquent à la catégorie
de placements correspondante ouverte aux organismes de
placement collectif de droit belge.
§ 2. A condition que tous les documents utilisés en vue
de la commercialisation du contrat d’assurance fassent clai-
rement mention du risque de crédit lié à de tels instruments
fi nanciers et qu’aucun de ces documents ne fasse mention
d’une garantie de capital totale ou partielle, il est permis, en
dérogation au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la
valeur des actifs propres dans des dépôts auprès d’un seul
et même établissement de crédit, tel que visé aux titres II à
V de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit, pour autant qu’il s’agisse d’un
établissement de crédit dont le siège social est situé dans un
État membre de l’EEE et qui a obtenu un agrément auprès de
l’autorité de contrôle compétente à cet effet.
§ 3. A condition que tous les documents utilisés en vue
de la commercialisation du contrat d’assurance fassent clai-
rement mention du risque de crédit lié à de tels instruments
fi nanciers et qu’aucun de ces documents ne fasse mention
d’une garantie de capital totale ou partielle, il est permis, en
dérogation au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la
valeur des actifs propres dans des valeurs mobilières admises
à la négociation sur un marché réglementé au sens de l’article
2, 3°, 5° ou 6°, de la loi du 2 août 2002, pour autant que ces
valeurs mobilières soient émises ou garanties par une admi-
nistration centrale, régionale ou locale d’un État membre de
l’EEE ou par un organisme international à caractère public
dont font partie un ou plusieurs États membres de l’EEE, et/
ou dans des instruments du marché monétaire (i) qui sont
émis ou garantis par une administration centrale, régionale
ou locale d’un État membre de l’EEE ou par un organisme
international à caractère public dont font partie un ou plusieurs
États membres de l’EEE et (ii) dont l’émission ou l’émetteur,
dans le cas d’instruments du marché monétaire qui ne sont
pas admis à la négociation sur un marché réglementé au
sens de l’article 2, 3°, 5° ou 6°, de la loi du 2 août 2002, sont
eux-mêmes soumis à une réglementation visant à protéger
les investisseurs et l’épargne.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, la FSMA peut, aux
conditions qu’elle détermine, accepter qu’aux fi ns de l’appli-
cation du paragraphe 1er, 3°, les positions directes soient
combinées avec les positions des organismes de placement
b. rechten van deelneming in instellingen voor collectieve
belegging in effecten zoals bedoeld in Richtlijn 2009/65/EG;
c. activa uit de categorieën van beleggingen die openstaan
voor de instellingen voor collectieve belegging in effecten naar
Belgisch recht voor zover de regels van Hoofdstukken VII en
X van de Richtlijn 2009/65/EG worden nageleefd;
d. activa uit de categorieën van beleggingen die openstaan
voor openbare instellingen voor collectieve belegging naar
Belgisch recht voor zover de regels inzake het beleggingsbe-
leid van het intern of extern beleggingsfonds niet afwijken van
de geldende regels voor de overeenstemmende categorie van
beleggingen die openstaat voor instellingen voor collectieve
belegging naar Belgisch recht.
§ 2. Op voorwaarde dat op alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekeringsover-
eenkomst een duidelijke melding wordt gemaakt van het
kredietrisico van dergelijke fi nanciële instrumenten en dat op
geen van deze documenten melding wordt gemaakt van een
gehele of gedeeltelijke kapitaalsgarantie, kan in afwijking van
de eerste paragraaf kan meer dan 20 % van de waarde van de
eigen activa belegd worden in deposito’s bij één en dezelfde
kredietinstelling zoals bedoeld in Titel II tot en met V van de
wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen, waarvan de maatschappelijke zetel in
een lidstaat van de EER is gevestigd en die een vergunning
heeft gekregen van de daartoe bevoegde toezichthoudende
overheid.
§ 3. Op voorwaarde dat op alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekeringsover-
eenkomst een duidelijke melding wordt gemaakt van het
kredietrisico van dergelijke fi nanciële instrumenten en dat op
geen van deze documenten melding wordt gemaakt van een
gehele of gedeeltelijke kapitaalsgarantie, kan in afwijking van
de eerste paragraaf meer dan 20 % van de waarde van de
eigen activa belegd worden in effecten die zijn toegelaten tot
verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van
artikel 2, 3°, 5° of 6° van de wet van 2 augustus 2002, voor
zover deze effecten worden uitgegeven door of gewaarborgd
door een centrale, regionale of plaatselijke overheid van
een lidstaat van de EER, dan wel door een internationale
publiekrechtelijke instelling waarin één of meerdere lidstaten
van de EER deelnemen, en/of in geldmarktinstrumenten die
(i) worden uitgegeven door of gewaarborgd door een centrale,
regionale of plaatselijke overheid van een lidstaat van de EER,
dan wel door een internationale publiekrechtelijke instelling
waarin één of meerdere lidstaten van de EER deelnemen,
en (ii) waarvan de emissie of de emittent, voor zover deze
geldmarktinstrumenten niet zijn toegelaten tot verhandeling
op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, 3°, 5°
of 6° van de wet van 2 augustus 2002, zelf aan regelgeving is
onderworpen met het oog op de bescherming van beleggers
en spaargelden.
§ 4. In afwijking van de eerste paragraaf kan de FSMA,
op de door haar gestelde voorwaarden, aanvaarden dat
voor de toepassing van paragraaf 1, 3°, de rechtstreekse
posities worden gecombineerd met de posities van de
92
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
collectif dans lesquels des placements sont opérés. L’assureur
prévoit à cet effet des procédures de contrôle garantissant le
suivi des positions combinées.
Les règles relatives à l’établissement et à la perception
des commissions et frais mis directement ou indirectement
à charge des preneurs d’assurance doivent être claires et
précises.
Le commissaire de l’assureur établit chaque année un
rapport dans lequel il certifi e que les dispositions de l’alinéa
1er sont respectées et que la structure d’organisation ne nuit
pas aux intérêts des preneurs d’assurance et n’engendre
pas de frais courants plus élevés au préjudice des preneurs
d’assurance.
§ 5. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA et de
la Banque, défi nir de manière plus précise les règles prévues
aux paragraphes 1er à 4.
PARTIE 3
L’OFFRE ET LA CONCLUSION DE CONTRATS:
INFORMATION, PUBLICITÉ, TARIFICATION,
SEGMENTATION ET PARTICIPATION AUX BÉNÉFICES
TITRE IER
Dispositions générales
Article 24
Les dispositions du présent titre portent sur les contrats
d’assurance dont le risque ou l’engagement est situé en
Belgique.
Article 25
Pour l’établissement et l’application de tous les docu-
ments relatifs à la conclusion et à l’exécution des contrats
d’assurance, les assureurs et les intermédiaires d’assurances
sont tenus de se conformer aux règles fi xées, en vertu de la
présente loi, par le Roi sur avis de la FSMA.
Article 26
§ 1er. Les conditions générales, particulières et spéciales,
les contrats d’assurance dans leur ensemble, ainsi que toutes
les clauses prises séparément qui ne sont pas conformes aux
dispositions de la présente loi et de ses arrêtés et règlements
d’exécution, sont censés avoir été établis dès la conclusion
du contrat en conformité avec les dispositions de la présente
loi et de ses arrêtés et règlements d’exécution.
§ 2. Le paragraphe 1er ne s’applique pas aux tarifs.
beleggingsinstellingen waarin wordt belegd. Hiertoe voorziet
de verzekeraar in controleprocedures die de opvolging ga-
randeren van de gecombineerde posities.
De regels met betrekking tot de vaststelling en de inning
van provisies en kosten die rechtstreeks of onrechtstreeks
ten laste van de verzekeringsnemers vallen, moeten duidelijk
en nauwkeurig zijn.
De commissaris van de verzekeraar stelt jaarlijks een ver-
slag op waarin hij attesteert dat de bepalingen van het eerste
lid worden nageleefd, de organisatiestructuur de belangen
van de verzekeringsnemers niet schaadt noch leidt tot hogere
lopende kosten ten nadele van de verzekeringsnemers.
§ 5. De Koning kan de regels bepaald in de paragrafen 1
tot en met 4 nader preciseren bij besluit genomen na advies
van de FSMA en de Bank.
DEEL 3
HET AANBIEDEN EN SLUITEN VAN
OVEREENKOMSTEN: INFORMATIE, PUBLICITEIT,
TARIFERING, SEGMENTATIE EN WINSTDELING
TITEL I
Algemene bepalingen
Artikel 24
De bepalingen van deze titel hebben betrekking op de
verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de
verbintenis in België is gelegen.
Artikel 25
Voor het vaststellen en toepassen van alle documenten
die betrekking hebben op het sluiten en het uitvoeren van
de verzekeringsovereenkomsten, zijn de verzekeraars en
de verzekeringstussenpersonen gehouden zich te gedragen
naar de regels die krachtens deze wet door de Koning worden
vastgesteld, op advies van de FSMA.
Artikel 26
§ 1. De algemene, bijzondere en speciale voorwaarden,
de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel, evenals alle
clausules afzonderlijk, die niet in overeenstemming zijn met
de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
en -reglementen, worden vanaf het sluiten van de overeen-
komst geacht te zijn opgesteld in overeenstemming met de
bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en
-reglementen.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de tarieven.
93
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 27
§ 1er. Les conditions des contrats doivent être rédigées
en termes clairs et précis. Elles ne peuvent contenir aucune
clause de nature à porter atteinte à l’équivalence entre les
engagements de l’assureur et ceux du preneur d’assurance.
§ 2. Si le preneur d’assurance est une personne physique,
c’est, en cas de doute sur le sens d’une clause, l’interpréta-
tion la plus favorable au preneur d’assurance qui prévaut.
Si le preneur d’assurance et l’assuré ne sont pas une seule
et même personne, c’est l’interprétation la plus favorable à
l’assuré qui prévaut.
Article 28
Sans préjudice de l’application des traités ou accords
internationaux, sont nuls toutes clauses et tous accords attri-
buant aux tribunaux étrangers, à l’exclusion du juge belge,
compétence pour connaître de toutes contestations relatives
aux contrats d’assurance.
Article 29
Les contrats destinés à satisfaire à une obligation d’assu-
rance imposée par la loi belge sont régis par le droit belge.
Lorsque le contrat d’assurance fournit la couverture dans
plusieurs États membres dont l’un au moins impose une
obligation de souscrire une assurance, le contrat est consi-
déré, pour l’application du présent article, comme comportant
plusieurs contrats dont chacun ne se rapporterait qu’à un seul
État membre.
Article 30
§ 1er. Les assureurs qui proposent des assurances du
groupe d’activités “non-vie” rendues obligatoires en Belgique,
sont tenus d’en informer la FSMA.
§ 2. La FSMA peut exiger des assureurs visés au para-
graphe 1er qu’ils communiquent à la FSMA et à la Banque,
préalablement à leur diffusion, les conditions générales et
spéciales de ces assurances du groupe d’activités “non-vie”
rendues obligatoires en Belgique.
§ 3. Les informations et documents visés aux paragraphes
1er et 2 doivent être rédigés au moins dans la langue imposée
par la loi ou le décret.
Article 31
Si l’assureur doit, en vertu de la loi belge qui impose l’obli-
gation d’assurance, déclarer toute cessation de garantie aux
Artikel 27
§ 1. De voorwaarden van de overeenkomsten moeten in
duidelijke en nauwkeurige bewoordingen worden opgesteld.
Ze mogen geen enkele clausule bevatten die een inbreuk
uitmaakt op de gelijkwaardigheid tussen de verbintenissen
van de verzekeraar en die van de verzekeringnemer.
§ 2. Indien de verzekeringnemer een natuurlijke persoon
is, prevaleert in geval van twijfel over de betekenis van een
beding, de voor de verzekeringnemer meest gunstige interpre-
tatie. Indien de verzekeringnemer en de verzekerde niet één
en dezelfde persoon zijn, prevaleert de voor de verzekerde
meest gunstige interpretatie.
Artikel 28
Onverminderd de toepassing van internationale verdragen
of overeenkomsten, zijn nietig alle clausules en overeen-
komsten die, met uitsluiting van de Belgische rechter, aan
de buitenlandse rechtbanken de bevoegdheid toewijzen om
kennis te nemen van alle geschillen die betrekking hebben
op de verzekeringsovereenkomsten.
Artikel 29
De overeenkomsten die bestemd zijn om te voldoen aan
een door de Belgische wetgeving opgelegde verzekerings-
plicht worden beheerst door het Belgische recht.
Wanneer een verzekeringsovereenkomst dekking ver-
leent in verscheidene lidstaten waarvan minstens één een
verplichting tot verzekering oplegt, wordt de overeenkomst
voor de toepassing van dit artikel beschouwd als bestaande
uit verscheidene overeenkomsten waarvan elk betrekking
heeft op één lidstaat.
Artikel 30
§ 1. De verzekeraars die in België verplicht gestelde ver-
zekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven” aanbieden,
moeten dit aan de FSMA meedelen.
§ 2. De FSMA kan aan de verzekeraars uit paragraaf 1
opleggen dat zij de algemene en de speciale voorwaarden van
deze in België verplicht gestelde verzekeringen uit de groep
activiteiten “niet-leven” aan de FSMA en de Bank meedelen
voordat er gebruik van wordt gemaakt.
§ 3. De in de eerste en tweede paragraaf bedoelde inlich-
tingen en documenten dienen minstens in de taal te worden
gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
Artikel 31
Wanneer de verzekeraar, bij toepassing van de Belgische
wetgeving die de verplichting tot verzekeren oplegt, het
94
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
autorités, cette cessation n’est opposable aux tiers lésés que
dans les conditions prévues par la loi belge.
TITRE II
Règles en matière de transparence
Article 32
Les dispositions du présent titre portent sur les contrats
d’assurance dont le risque ou l’engagement est situé en
Belgique.
Article 33
§ 1er. Tous documents portés à la connaissance du public
en Belgique par les assureurs ou les intermédiaires d’assu-
rances doivent comprendre les mentions fi xées par le Roi,
sur avis de la FSMA.
§ 2. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, fi xer des règles
concernant le contenu et le mode de présentation des avis,
publicités et autres documents de commercialisation qui se
rapportent aux contrats d’assurance offerts et/ou commer-
cialisés en Belgique par un assureur ou un intermédiaire
d’assurances.
§ 3. Les avis, publicités et autres documents qui se rap-
portent aux contrats d’assurance offerts et/ou commercialisés
en Belgique par un assureur ou un intermédiaire d’assurances
doivent au moins remplir les conditions suivantes:
1° les informations qu’ils contiennent ne peuvent être
trompeuses ou inexactes;
2° les données qu’ils contiennent sont compatibles avec
les autres informations dont la loi prévoit la communication
obligatoire au candidat preneur d’assurance.
Les communications à caractère promotionnel doivent être
clairement reconnaissables en tant que telles.
§ 4. Aux fi ns du présent article, l’on entend par “commercia-
lisation” la présentation d’un contrat d’assurance, de quelque
manière que ce soit, en vue d’inciter le preneur d’assurance
ou le preneur d’assurance potentiel à souscrire un contrat
d’assurance.
§ 5. Tant que le délai de prescription prévu pour les actions
intentées à l’égard d’un assureur ou d’un intermédiaire
d’assurances n’est pas écoulé et pendant une période d’au
moins deux ans à compter de l’expiration du dernier contrat
d’assurance auquel se rapportent ces avis, publicités et autres
documents, les assureurs et les intermédiaires d’assurances
conservent une copie des avis, publicités et autres documents
visés au paragraphe 3.
beëindigen van de waarborg aan de autoriteiten moet melden,
kan die beëindiging aan de benadeelde derden slechts wor-
den tegengeworpen onder de door de Belgische wetgeving
voorziene voorwaarden.
TITEL II
Transparantievoorschriften
Artikel 32
De bepalingen van deze titel hebben betrekking op de
verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de
verbintenis in België is gelegen.
Artikel 33
§ 1. Ieder document dat door de verzekeraars of de verze-
keringstussenpersonen in België ter algemene kennis wordt
gebracht, moeten de door de Koning, op advies van de FSMA,
bepaalde vermeldingen bevatten.
§ 2. De Koning kan op advies van de FSMA regels vast-
stellen aangaande de inhoud en de voorstellingswijze van de
berichten, de reclame en andere op de commercialisering ge-
richte documenten die betrekking hebben op de verzekerings-
overeenkomsten die een verzekeraar of een verzekeringstus-
senpersoon in België aanbiedt en/of commercialiseert.
§ 3. De berichten, de reclame en andere documenten die
betrekking hebben op de verzekeringsovereenkomsten die
een verzekeraar of een verzekeringstussenpersoon in België
aanbiedt en/of commercialiseert moeten minstens voldoen
aan de volgende voorwaarden:
1° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of mislei-
dend zijn;
2° de erin vervatte gegevens stemmen overeen met de an-
dere wettelijk verplichte aan de kandidaat-verzekeringnemer
over te maken informatie .
Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
§ 4. Voor de doeleinden van dit artikel wordt onder com-
mercialisering verstaan het voorstellen van een verzekerings-
overeenkomst, ongeacht de wijze waarop dit gebeurt, om de
verzekeringnemer of de potentiële verzekeringnemer aan
te zetten tot het sluiten van een verzekeringsovereenkomst.
§ 5. Zolang de verjaringstermijn voor vorderingen jegens
de verzekeraar, dan wel de tussenpersoon, niet verstreken
is en gedurende een periode van ten minste twee jaar na het
verstrijken van de laatste verzekeringsovereenkomst waarop
deze berichten, reclame en andere documenten betrekking
hebben, houden de verzekeraars en de tussenpersonen een
kopie bij van de berichten, de reclame en andere documenten
bedoeld in paragraaf 3.
95
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 6. Les copies photographiques, microphotographiques,
magnétiques, électroniques ou optiques des avis, publicités
et autres documents font foi comme les originaux, dont elles
sont présumées, sauf preuve contraire, être une copie fi dèle
lorsqu’elles ont été établies par les assureurs et/ou les inter-
médiaires d’assurances ou sous leur contrôle. Le Roi peut,
sur avis de la FSMA, fi xer les conditions et les modalités de
l’établissement de ces copies.
Article 34
Tous documents destinés au preneur d’assurance, à
l’assuré, au bénéfi ciaire et à tout tiers ayant un intérêt à
l’exécution du contrat d’assurance doivent comprendre les
mentions fi xées par le Roi, sur avis de la FSMA.
Article 35
Lorsque la loi belge exige une preuve de la souscription
d’une assurance obligatoire, l’assureur doit délivrer à l’assuré
une attestation certifi ant que le contrat d’assurance obligatoire
a été souscrit.
Le Roi détermine, sur avis de la FSMA, les éléments qui
doivent fi gurer dans cette attestation.
Article 36
Pour les assurances du groupe d’activités “non-vie”, l’assu-
reur doit, avant la conclusion du contrat, dans le cas où le
preneur d’assurance est une personne physique, au moins:
a) fournir à ce dernier des informations sur le droit appli-
cable au contrat, en précisant:
i. lorsque les parties n’ont pas de liberté de choix, le droit
qui sera applicable au contrat;
ii. lorsque les parties ont la liberté de choix:
— le fait que les parties ont la liberté de choisir le droit
applicable,
— le droit que l’assureur propose, le cas échéant, de
choisir, et
— le droit qui sera applicable, selon la législation perti-
nente, à défaut d’accord entre les parties ou de choix exprès
posé par celles-ci;
et
b) l’informer des dispositions relatives au traitement des
plaintes des preneurs d’assurance au sujet des contrats, y
compris de l’existence du service ombudsman des assu-
rances, sans préjudice de la possibilité pour le preneur
d’assurance d’intenter une action en justice.
§ 6. De fotografi sche, microfotografi sche, magnetische,
elektronische of optische afschriften van berichten, reclame
en andere documenten zijn bewijskrachtig zoals de originele
stukken waarvan zij, behoudens bewijs van het tegendeel,
worden verondersteld een afschrift te zijn indien zij werden
opgesteld door de verzekeraars en/of de verzekeringstus-
senpersonen of onder hun toezicht. De Koning kan, op advies
van de FSMA, de voorwaarden en modaliteiten vaststellen
om deze afschriften op te stellen.
Artikel 34
Alle documenten die bestemd zijn voor de verzekeringne-
mer, de verzekerde, de begunstigde en alle derden die belang
hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst
moeten de door de Koning, op advies van de FSMA, bepaalde
vermeldingen bevatten.
Artikel 35
Indien de Belgische wet een bewijs verlangt dat een ver-
plichte verzekering werd afgesloten, moet de verzekeraar
de verzekerde een verklaring bezorgen waaruit blijkt dat de
verplichte verzekeringsovereenkomst werd afgesloten.
De Koning bepaalt, in een besluit genomen op advies van
de FSMA, welke gegevens moeten worden opgenomen in
deze verklaring.
Artikel 36
Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven”
moet de verzekeraar voor het sluiten van de overeenkomst
de verzekeringnemer die een natuurlijke persoon is minstens:
a) informatie verschaffen over het op de overeenkomst
toepasselijke recht, als volgt:
i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze heb-
ben, het recht dat op de overeenkomst van toepassing is;
ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze hebben:
— het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij kunnen
kiezen,
— de keuze die de verzekeraar desgevallend voorstelt, en
— het recht dat volgens de relevante wetgeving van toepas-
sing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een uitdrukkelijke
keuze door partijen;
en
b) in kennis stellen van de regelingen voor het behandelen
van klachten van verzekeringnemers over de overeenkomst,
met inbegrip van het bestaan van de ombudsdienst inzake
verzekeringen, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid
voor de verzekeringnemer een gerechtelijke procedure aan
te spannen.
96
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 37
§ 1er. Lorsqu’une assurance du groupe d’activités “non-vie”
est proposée par un assureur étranger, le preneur d’assurance
doit être informé, avant la conclusion de tout engagement,
du nom du pays où sont situés le siège principal et, le cas
échéant, la succursale avec laquelle le contrat sera conclu.
Tous les documents fournis au preneur d’assurance com-
portent l’information visée à l’alinéa 1er.
Dans le cas où l’assureur étranger est une entreprise
d’assurances de l’EEE, les obligations énoncées aux alinéas
1er et 2 ne concernent pas les grands risques.
§ 2. Le contrat ou tout autre document accordant la cou-
verture, ainsi que la proposition d’assurance dans le cas où
elle lie le preneur d’assurance, indiquent le nom et l’adresse
du siège principal et, le cas échéant, de la succursale de
l’assureur qui accorde la couverture.
Les documents visés à l’alinéa 1er mentionnent également
le nom et l’adresse du représentant de l’assureur, tel que visé
à l’article 68 de la loi du 9 juillet 1975.
Article 38
Pour les assurances du groupe d’activités “non-vie”, l’assu-
reur informe le preneur d’assurance, pendant toute la durée
du contrat, de toute modifi cation concernant les informations
suivantes:
a) le nom et l’adresse du siège principal et, le cas échéant,
de la succursale de l’assureur qui accorde la couverture;
b) le nom et l’adresse du représentant de l’assureur, tel
que visé à l’article 68 de la loi du 9 juillet 1975.
L’assureur transmet à la FSMA une copie de ces
communications.
Article 39
§ 1er. Pour les assurances du groupe d’activités “vie”,
l’assureur doit, avant la conclusion du contrat, communiquer
au preneur d’assurance au moins les informations mention-
nées aux paragraphes 2 et 3.
§ 2. Sans préjudice d’autres obligations légales, les infor-
mations suivantes concernant l’assureur sont communiquées:
a) la dénomination ou la raison sociale et la forme juri-
dique de l’assureur;
Artikel 37
§ 1. Wanneer een verzekering uit de groep activiteiten “niet-
leven” wordt aangeboden door een buitenlandse verzekeraar,
wordt aan de verzekeringnemer vóór het aangaan van enige
verbintenis meegedeeld in welk land het hoofdkantoor en, in
voorkomend geval, het bijkantoor waarmee de overeenkomst
wordt gesloten, is gevestigd.
Wanneer aan de verzekeringnemer documenten worden
verstrekt, wordt daarin de in het eerste lid bedoelde informatie
vermeld.
In het geval de buitenlandse verzekeraar een EER verze-
keringsonderneming is, gelden de in het eerste en de tweede
lid bedoelde verplichtingen niet voor grote risico’s.
§ 2. In de overeenkomst of andere documenten waarbij de
dekking wordt verleend, alsmede in het verzekeringsvoorstel
wanneer de verzekeringnemer daardoor wordt gebonden,
wordt de naam en het adres vermeld van het hoofdkantoor en,
in voorkomend geval, van het bijkantoor van de verzekeraar
die de dekking verleent.
In de in het eerste lid bedoelde documenten wordt ook
de naam en het adres van de vertegenwoordiger van de
verzekeraar zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 9 juli
1975, vermeld.
Artikel 38
Bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven”, licht
de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende de gehele
looptijd van de overeenkomst in over elke wijziging van de
volgende gegevens:
a) naam en adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend
geval, van het bijkantoor van de verzekeraar die de dekking
verleent;
b) de naam en het adres van de vertegenwoordiger van
de verzekeraar zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 9
juli 1975.
De verzekeraar bezorgt de FSMA een afschrift van deze
mededelingen.
Artikel 39
§ 1. Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”
moet de verzekeraar voor het sluiten van de overeenkomst de
verzekeringnemer minstens de gegevens uit de paragrafen
2 en 3 meedelen.
§ 2. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen, wor-
den de volgende inlichtingen betreffende de verzekeraar
medegedeeld:
a) naam of fi rmanaam, rechtsvorm;
97
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
b) le nom du pays où sont situés le siège principal et, le cas
échéant, la succursale avec laquelle le contrat sera conclu;
c) l’adresse du siège principal et, le cas échéant, de la
succursale avec laquelle le contrat sera conclu;
d) une référence concrète au rapport sur la solvabilité et la
situation fi nancière prévu à l’article 51 de la directive 2009/138/
CE, qui permet au preneur d’assurance d’accéder facilement
à ces informations.
§ 3. Sans préjudice d’autres obligations légales, les
informations suivantes concernant l’engagement sont
communiquées:
a) la défi nition de chaque garantie et de chaque option;
b) la durée du contrat;
c) les modalités de résiliation du contrat;
d) les modalités de paiement des primes et la durée des
paiements;
e) les modalités de calcul et d’attribution des participations
aux bénéfi ces;
f) des indications sur les valeurs de rachat et de réduction
et sur la nature des garanties y afférentes;
g) des informations sur les primes relatives à chaque
garantie, qu’elle soit principale ou complémentaire, lorsque
de telles informations se révèlent appropriées;
h) une énumération des valeurs de référence utilisées
(unités de compte) dans les assurances liées à des fonds
d’investissement;
i) des indications sur la nature des actifs représentatifs des
assurances liées à des fonds d’investissement;
j) les modalités d’exercice du droit de renonciation;
k) des indications générales relatives au régime fi scal
applicable au type de police, y compris une information
concernant le traitement fi scal des prestations à l’échéance
fi nale du contrat et en cas de rachat anticipé;
l) les dispositions relatives au traitement des plaintes des
preneurs d’assurance, assurés ou bénéfi ciaires, au sujet des
contrats, y compris l’existence du service ombudsman des
assurances, sans préjudice de la possibilité d’intenter une
action en justice;
m) des informations sur le droit applicable au contrat, en
précisant:
i. lorsque les parties n’ont pas de liberté de choix, le droit
qui sera applicable au contrat;
b) naam van het land waar het hoofdkantoor en, in voor-
komend geval, het bijkantoor waarmee de overeenkomst zal
worden gesloten, is gevestigd;
c) adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, van
het bijkantoor waarmee de overeenkomst zal worden gesloten;
d) een concrete verwijzing naar het in artikel 51 van de
Richtlijn 2009/138/EG bedoelde rapport over de solvabiliteit
en fi nanciële positie, zodat de verzekeringnemer gemakkelijk
kennis kan nemen van deze informatie.
§ 3. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen,
worden de volgende inlichtingen betreffende de verbintenis
medegedeeld:
a) omschrijving van elke verzekeringsdekking en
keuzemogelijkheid;
b) de looptijd van de overeenkomst;
c) de wijze van beëindiging van de overeenkomst;
d) de wijze en duur van betaling van de premies;
e) wijze van berekening en toewijzing van winstdelingen;
f) gegevens over de afkoop- en reductiewaarden en in
hoeverre deze zijn gegarandeerd;
g) inlichtingen over de premies voor iedere verzekerings-
dekking, zowel de hoofddekking als de aanvullende dekkin-
gen, indien zulke inlichtingen dienstig blijken;
h) opsomming van de gebruikte referentiewaar-
den (rekeneenheden) in verzekeringen verbonden met
beleggingsfondsen;
i) gegevens over de aard van de activa die tegenover de
verzekeringen verbonden met beleggingsfondsen staan;
j) wijze van uitoefening van het recht van opzegging;
k) algemene informatie betreffende de op het type over-
eenkomst toepasselijke belastingregeling, met inbegrip van
informatie betreffende de fi scale behandeling van prestaties
op de eindvervaldag van de overeenkomst en in geval van
vervroegde afkoop;
l) regelingen voor het behandelen van klachten van verze-
keringnemers, verzekerden of begunstigden over de overeen-
komst, met inbegrip van het bestaan van de ombudsdienst
inzake verzekeringen, onverminderd de mogelijkheid een
gerechtelijke procedure aan te spannen;
m) informatie over het op de overeenkomst toepasselijke
recht, als volgt:
i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze heb-
ben, het recht dat op de overeenkomst van toepassing is;
98
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
ii. lorsque les parties ont la liberté de choix:
— le fait que les parties ont la liberté de choisir le droit
applicable,
— le droit que l’assureur propose, le cas échéant, de
choisir, et
— le droit qui sera applicable, selon la législation perti-
nente, à défaut d’accord entre les parties ou de choix exprès
posé par celles-ci.
En outre, des informations spécifi ques sont fournies afi n
de permettre de bien percevoir les risques sous-jacents au
contrat qui sont assumés par le preneur d’assurance.
Article 40
Pour les assurances du groupe d’activités “vie”, l’assureur
informe le preneur d’assurance, pendant toute la durée du
contrat, de toute modifi cation concernant les informations
suivantes:
a) les conditions générales, spéciales et particulières de
la police;
b) la dénomination ou la raison sociale de l’assureur, sa
forme juridique ou l’adresse de son siège principal et, le
cas échéant, de sa succursale avec laquelle le contrat a été
conclu;
c) toutes informations énumérées à l’article 39, § 3, points
d) à j), que la modifi cation résulte d’un avenant au contrat
ou soit la conséquence d’une modifi cation de la législation
applicable au contrat;
d) chaque année, des informations concernant la situation
de la participation aux bénéfi ces.
L’entreprise d’assurances transmet à la FSMA une copie
de ces communications.
Article 41
Les informations visées aux articles 39 et 40 doivent être
formulées de manière claire et précise, par écrit, et être four-
nies dans une des langues officielles de la Belgique.
Ces informations peuvent toutefois être fournies au preneur
d’assurance dans une autre langue si celui-ci le demande ou
s’il a la liberté de choisir le droit applicable.
Article 42
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, défi nir de manière plus
précise les informations requises au titre des articles 36 à
40 et déterminer les informations complémentaires que les
assureurs et/ou les intermédiaires doivent fournir au preneur
ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze hebben:
— het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij kunnen
kiezen,
— de keuze die de verzekeraar desgevallend voorstelt, en
— het recht dat volgens de relevante wetgeving van toepas-
sing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een uitdrukkelijke
keuze door partijen;
Bovendien wordt specifi eke informatie verstrekt om ervoor
te zorgen dat de verzekeringnemer goed begrijpt welke risico’s
hij loopt door de overeenkomst te sluiten.
Artikel 40
Bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”, licht
de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende de gehele
looptijd van de overeenkomst in over elke wijziging van de
volgende gegevens:
a) de algemene, speciale en bijzondere voorwaarden;
b) de naam of fi rmanaam, de rechtsvorm en het adres van
het hoofdkantoor van de verzekeraar en, in voorkomend geval,
van het bijkantoor waarmede de overeenkomst is gesloten;
c) alle in artikel 39, §3, onder d) tot en met j), bedoelde
inlichtingen zowel indien de wijziging het gevolg is van een
addendum aan de overeenkomst dan wel van een op de
overeenkomst van toepassing zijnde wetswijziging;
d) elk jaar inlichtingen betreffende de situatie van de
winstdeling.
De verzekeringsonderneming bezorgt de FSMA een af-
schrift van deze mededelingen.
Artikel 41
De in de artikel 39 en artikel 40 bedoelde inlichtingen
worden duidelijk, nauwkeurig, en schriftelijk verstrekt in één
van de officiële Belgische landstalen.
Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere taal
aan de verzekeringnemer worden verstrekt indien de verze-
keringnemer daarom verzoekt, dan wel indien de verzekering-
nemer vrij het toepasselijke recht kan kiezen.
Artikel 42
De Koning kan, op advies van de FSMA, de vereiste inlich-
tingen uit het artikel 36 tot en met artikel 40 verder uitwerken
en bijkomende inlichtingen bepalen die de verzekeraars en/
of de tussenpersonen aan de verzekeringnemer moeten
99
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’assurance avant la conclusion du contrat et pendant la
durée de celui-ci, ainsi que le mode de communication de
ces informations.
TITRE III
La tarifi cation, les conditions et la segmentation
Article 43
Les dispositions du présent titre portent sur les contrats
d’assurance dont le risque ou l’engagement est situé en
Belgique.
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 44
§ 1er. Pour l’établissement et l’application de leurs tarifs
et conditions, les assureurs sont tenus de se conformer aux
règles fi xées, en vertu de la présente loi, par le Roi sur avis
de la FSMA et de la Banque.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les entreprises
d’assurances de l’EEE doivent se conformer, pour l’établis-
sement et l’application de leurs tarifs, à la législation de leur
État membre d’origine.
L’alinéa 1er ne porte toutefois pas atteinte à l’obligation pour
les entreprises d’assurances de l’EEE de se conformer aux
règles impératives d’intérêt général prévues par le droit belge
qui instaurent un cadre technique pour le développement de
tarifs au sein duquel les entreprises d’assurances doivent
calculer leurs primes.
Article 45
Si la Banque prend des mesures conformément à l’ar-
ticle 21octies, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 9 juillet 1975,
le relèvement d’un tarif s’applique aux contrats souscrits à
partir de la notifi cation de la décision de la Banque et, sans
préjudice du droit à la résiliation du preneur d’assurance, il
s’applique également aux primes et cotisations de contrats
en cours, qui viennent à échéance à partir du premier jour
du deuxième mois qui suit la notifi cation de la décision de
la Banque.
CHAPITRE 2
De la segmentation
Article 46
En cas de segmentation opérée sur le plan de l’acceptation,
de la tarifi cation et/ou de la garantie accordée, l’assureur
meedelen vóór het sluiten van de overeenkomst en gedurende
de looptijd ervan, en de wijze waarop dit moet gebeuren.
TITEL III
Tarifering, voorwaarden en segmentatie
Artikel 43
De bepalingen van deze titel hebben betrekking op de
verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de
verbintenis in België is gelegen.
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 44
§ 1. Voor het vaststellen en toepassen van hun tarieven en
voorwaarden, zijn de verzekeraars gehouden zich te gedragen
naar de regels die krachtens deze wet door de Koning worden
vastgesteld, op advies van de FSMA en de Bank.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, moeten de EER verzeke-
ringsondernemingen zich voor het vaststellen en toepassen
van hun tarieven gedragen naar de wetgeving van hun lidstaat
van herkomst.
Het eerste lid doet echter geen afbreuk aan de verplichting
van de EER verzekeringsondernemingen om zich te houden
aan de Belgische dwingende regels van algemeen belang
die een technisch kader voor de tariefontwikkeling instellen
waarbinnen de verzekeringsondernemingen hun premies
moeten berekenen.
Artikel 45
Indien de Bank maatregelen neemt overeenkomstig artikel
21octies, § 2, eerste en tweede lid van de wet van 9 juli 1975,
wordt de tariefverhoging toegepast op de overeenkomsten
die worden gesloten vanaf de kennisgeving van de beslis-
sing van de Bank en, onverminderd het opzeggingrecht van
de verzekeringnemer, wordt ze eveneens toegepast op de
premies en bijdragen van de lopende overeenkomsten, die
vervallen vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt
op de kennisgeving van de beslissing van de Bank.
HOOFDSTUK 2
Segmentatie
Artikel 46
In geval van segmentatie op het vlak van acceptatie, tari-
fering en/of verleende dekking is de verzekeraar gebonden
100
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
est tenu au respect de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter
contre certaines formes de discrimination et de la loi du 10
mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les
femmes et les hommes.
Article 47
§ 1er. Les articles 48 à 50 sont applicables aux contrats
d’assurance énumérés ci-dessous, dans la mesure où le
preneur d’assurance est un consommateur au sens de l’article
2, 3°, de la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques du marché
et à la protection du consommateur:
— L’assurance obligatoire de la responsabilité en matière
de véhicules automoteurs;
— L’assurance contre l’incendie et autres périls en ce qui
concerne les habitations présentant un risque simple au sens
de l’article 5 de l’arrêté royal du 31 décembre 1992 portant
exécution de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance
terrestre;
— L’assurance couvrant la responsabilité civile extra-
contractuelle relative à la vie privée;
— L’assurance protection juridique;
— L’assurance individuelle sur la vie; et
— Le contrat d’assurance maladie visé à l’article 205,
§ 1er, 1°.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des mi-
nistres, pris sur avis de la FSMA, étendre l’application de tout
ou partie du présent chapitre à d’autres contrats d’assurance
et déterminer les modalités de cette extension.
§ 3. Le présent chapitre s’applique sans préjudice des
obligations imposées par la partie 4 de la présente loi et les
arrêtés et/ou règlements pris pour son exécution.
Article 48
Toute segmentation opérée sur le plan de l’acceptation,
de la tarifi cation et/ou de l’étendue de la garantie doit être
objectivement justifi ée par un objectif légitime, et les moyens
de réaliser cet objectif doivent être appropriés et nécessaires.
Article 49
§ 1er. L’assureur publie sur son site web, par type de contrat
d’assurance tel que visé à l’article 47, § 1er, les critères qu’il
utilise dans le cadre de la segmentation opérée sur le plan de
l’acceptation, de la tarifi cation et/ou de l’étendue de la garan-
tie. L’assureur explique sur son site web, de manière claire et
compréhensible pour le preneur d’assurance, la raison pour
laquelle il utilise ces critères.
door de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde
vormen van discriminatie en door de wet van 10 mei 2007
ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.
Artikel 47
§ 1. Artikel 48 tot en met artikel 50 zijn van toepassing op
de hieronder opgesomde verzekeringsovereenkomsten voor
zover de verzekeringnemer een consument is in de zin van
artikel 2, 3° van de wet van 6 april 2010 betreffende markt-
praktijken en consumentenbescherming:
— De verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake
motorrijtuigen;
— De verzekering tegen brand en andere gevaren wat
betreft de woningen die een eenvoudige risico zijn vol-
gens artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 december
1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst;
— De verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke
aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot
het privéleven;
— De rechtsbijstandsverzekeringen;
— De individuele levensverzekering; en
— De ziekteverzekeringsovereenkomst zoals bepaald in
artikel 205, § 1, 1°.
§ 2. De Koning kan, bij een in de Ministerraad overlegd
besluit genomen op advies van de FSMA, de toepassing
van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot andere
verzekeringsovereenkomsten en de modaliteiten bepalen.
§ 3. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de verplichtingen
die overeenkomstig Deel 4 van deze wet en de besluiten en/
of reglementen genomen ter uitvoering hiervan van toepas-
sing zijn.
Artikel 48
Elke segmentatie op het vlak van acceptatie, tarifering
en/of de omvang van de dekking moet objectief worden ge-
rechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het
bereiken van dat doel moeten passend en noodzakelijk zijn.
Artikel 49
§ 1. De verzekeraar publiceert op zijn website per type van
verzekeringsovereenkomst zoals vermeld in artikel 47, §1 de
criteria die hij gebruikt in het kader van de segmentatie op
het vlak van acceptatie, tarifering en/of de omvang van de
dekking. Op de website van de verzekeraar wordt op een
duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze
toegelicht waarom deze criteria worden gehanteerd.
101
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des mi-
nistres, pris sur avis de la FSMA, déterminer, le cas échéant
par type de contrat d’assurance, les critères de segmentation
qui peuvent être utilisés par l‘assureur, ou indiquer, le cas
échéant par type de contrat d’assurance, les critères de
segmentation qui ne peuvent pas l’être.
Article 50
§ 1er. Dans son offre au preneur d’assurance, l’assureur
mentionne les critères de segmentation qu’il a utilisés pour
déterminer les conditions tarifaires du contrat et l’étendue de
la garantie. Cette information est fournie individuellement et de
manière claire et compréhensible pour le preneur d’assurance.
Dans son explication concernant les critères de segmen-
tation utilisés, l’assureur opère une distinction entre:
— les critères utilisés pour déterminer les conditions qui
seront applicables lors de la prise de cours du contrat; et
— les critères susceptibles d’avoir, dans le futur, un impact
sur les conditions du contrat.
§ 2. Lorsque l’assureur décide, pendant la durée du contrat
d’assurance, de transmettre au preneur d’assurance, en rai-
son de la modifi cation d’un risque, une proposition de modi-
fi cation des conditions tarifaires ou de la garantie accordée, il
doit, sans préjudice d’autres obligations légales éventuelles,
présenter sa proposition au preneur d’assurance par écrit, de
manière expresse et motivée.
La proposition et sa motivation doivent être communiquées
au preneur d’assurance individuellement et formulées dans
un langage clair et compréhensible pour ce dernier. Dans la
motivation, l’assureur expose en particulier les données, com-
muniquées ou non par le preneur d’assurance, qu’il a utilisées
lors de l’évaluation du risque modifi é, ainsi que les critères de
segmentation qu’il a appliqués, et qui l’ont amené à formuler
sa proposition. La proposition explique également, de manière
claire et compréhensible pour le preneur d’assurance, ce qu’il
advient du contrat d’assurance en cours selon que le preneur
d’assurance décide de donner suite ou non à la proposition.
§ 3. Lorsque l’assureur décide, pendant la durée du contrat
d’assurance, de résilier celui-ci en raison de la modifi cation
d’un risque, il doit, sans préjudice d’autres obligations légales
éventuelles, en aviser le preneur d’assurance par écrit, de
manière expresse et motivée, sauf dans les cas visés à
l’article 61, §§ 2 et 3.
Cette décision et sa motivation doivent être communiquées
au preneur d’assurance individuellement et formulées dans
un langage clair et compréhensible pour ce dernier. Dans
la motivation, l’assureur expose en particulier les données,
communiquées ou non par le preneur d’assurance, qu’il a
utilisées lors de l’évalution du risque, ainsi que les critères de
segmentation qu’il a appliqués, et qui l’ont amené à prendre
sa décision.
§ 2. De Koning kan bij een in de Ministerraad overlegd
besluit genomen na advies van de FSMA aanduiden, des-
gevallend per type van verzekeringsovereenkomst, welke
segmenteringscriteria mogen worden gehanteerd door de
verzekeraar, dan wel aanduiden, desgevallend per type van
verzekeringsovereenkomst, welke segmenteringscriteria niet
mogen worden gehanteerd.
Artikel 50
§ 1. In haar aanbod aan de verzekeringnemer vermeldt de
verzekeraar welke segmenteringscriteria hij heeft gebruikt bij
de bepaling van de tariefvoorwaarden van de overeenkomst
en de omvang van de dekking. Deze informatie wordt op indivi-
duele wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer
begrijpelijke wijze gegeven.
Bij de toelichting van de gebruikte segmenteringscriteria
maakt de verzekeraar een onderscheid tussen:
— de criteria die worden gebruikt om de voorwaarden te be-
palen die zullen gelden bij aanvang van de overeenkomst; en
— de criteria die in de toekomst een impact kunnen hebben
op de contractsvoorwaarden.
§ 2. Wanneer de verzekeraar beslist om gedurende de
looptijd van de verzekeringsovereenkomst omwille van een
gewijzigd risico aan de verzekeringnemer een voorstel tot
wijziging van de tariefvoorwaarden of de verleende dekking
over te maken, moet hij dit, onverminderd eventuele andere
wettelijke verplichtingen, uitdrukkelijk, schriftelijk en op gemo-
tiveerde wijze voorleggen aan de verzekeringnemer.
Het voorstel en de motivering moet op individuele wijze en
op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke
wijze aan de verzekeringnemer worden medegedeeld. In de
motivering vermeldt de verzekeraar in het bijzonder de bij de
beoordeling van het gewijzigde risico gehanteerde gegevens,
al dan niet meegedeeld door de verzekeringnemer, en de door
hem gehanteerde segmenteringscriteria die hebben geleid tot
het voorstel. Het voorstel licht ook, op een duidelijke en voor de
verzekeringnemer begrijpelijke wijze, toe wat er gebeurt met
de lopende verzekeringsovereenkomst naargelang de verze-
keringnemer al of niet beslist om op het voorstel in te gaan.
§ 3. Wanneer de verzekeraar beslist om een verzekering
gedurende de looptijd ervan op te zeggen omwille van een
gewijzigd risico, moet hij, onverminderd eventuele andere
wettelijke verplichtingen, dit uitdrukkelijk, schriftelijk en op
gemotiveerde wijze meedelen aan de verzekeringnemer,
behalve in de gevallen bedoeld in artikel 61, §§ 2 en 3.
Deze beslissing en de motivering moet op individuele wijze
en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpe-
lijke wijze aan de verzekeringnemer worden medegedeeld.
In de motivering vermeldt de verzekeraar in het bijzonder de
bij de beoordeling van het risico gehanteerde gegevens, al
dan niet meegedeeld door de verzekeringnemer, en de door
hem gehanteerde segmenteringscriteria die hebben geleid
tot de beslissing.
102
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 4. Lorsqu’un assureur décide de refuser l’octroi d’une
assurance, il doit en aviser le preneur d’assurance par écrit,
de manière expresse et motivée.
Cette décision et sa motivation doivent être communiquées
au preneur d’assurance individuellement et formulées dans
un langage clair et compréhensible pour ce dernier. Dans
la motivation, l’assureur expose en particulier les données,
communiquées ou non par le preneur d’assurance, qu’il a
utilisées lors de l’évaluation du risque, ainsi que les critères de
segmentation qu’il a appliqués, et qui l’ont amené à prendre
sa décision.
Dans le cas où la communication du motif de son refus
serait susceptible de porter gravement préjudice à l’activité
de l’assureur ou dans le cas où cette communication l’amè-
nerait à enfreindre une obligation de secret imposée par
la loi, l’assureur n’est pas tenu, moyennant le respect des
conditions décrites dans l’alinéa suivant, de communiquer le
motif spécifi que sous-tendant sa décision de refus.
Lorsque la non-communication du motif de refus au candi-
dat preneur d’assurance ne peut être justifi ée par le respect
d’une obligation de secret imposée par la loi, l’assureur ne
peut se prévaloir de l’exception à l’obligation de motivation
telle que prévue à l’alinéa précédent qu’à la condition que
le motif de refus sous-tendant sa décision fi gure dans une
liste limitative de motifs de refus confi dentiels qui aura été
préalab lement communiquée à la FSMA et approuvée par
celle-ci. L’assureur tient en outre de manière centralisée,
dans l’un de ses établissements belges ou, s’il ne dispose
pas d’un établissement belge, à son siège principal situé au
sein de l’EEE ou en tout autre lieu préalablement approuvé
par la FSMA, une liste des assurances qu’il a refusées dont le
motif spécifi que sous-tendant sa décision de refus n’a pas été
communiqué, en mentionnant le motif de refus concerné, tel
que celui-ci fi gurait dans la liste de motifs de refus confi den-
tiels préalablement transmise à la FSMA, ou en se référant à
la base légale régissant son obligation de secret.
§ 5. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, imposer des règles sup-
plémentaires concernant le contenu précis de la motivation
visée dans les paragraphes précédents, la manière dont la
décision doit être communiquée et les délais à respecter par
les assureurs.
TITRE IV
La participation aux bénéfi ces
Article 51
Les dispositions du présent titre portent sur les contrats
d’assurance dont le risque ou l’engagement est situé en
Belgique.
§ 4. Wanneer een verzekeraar beslist om een verzekering
te weigeren moet dit door de verzekeraar uitdrukkelijk, schrif-
telijk en op gemotiveerde wijze worden medegedeeld aan de
verzekeringnemer.
Deze beslissing en de motivering moet op individuele wijze
en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpe-
lijke wijze aan de verzekeringnemer worden medegedeeld.
In de motivering vermeldt de verzekeraar in het bijzonder de
bij de beoordeling van het risico gehanteerde gegevens, al
dan niet meegedeeld door de verzekeringnemer, en de door
hem gehanteerde segmenteringscriteria die hebben geleid
tot de beslissing.
Indien de bekendmaking van de weigeringsgrond ernstige
schade zou kunnen toebrengen aan het bedrijf van de verze-
keraar of indien de bekendmaking van deze weigeringsgrond
zou leiden tot een schending van een wettelijke geheimhou-
dingsplicht, moet de verzekeraar, mits naleving van de in
het volgende lid omschreven voorwaarden, de specifi eke
weigeringsgrond niet meedelen in zijn weigeringsbeslissing.
Als het niet mededelen van de weigeringsgrond aan de
kandidaat-verzekeringnemer niet kan worden verantwoord
door de naleving van een wettelijke geheimhoudingsplicht,
kan de verzekeraar zich enkel beroepen op de in het vorige
lid omschreven uitzondering op de motiveringsplicht indien de
weigeringsgrond waarop de beslissing steunt, is opgenomen
in een limitatieve lijst van vertrouwelijke weigeringsgronden
die op voorhand werd meegedeeld aan en goedgekeurd door
de FSMA. Bovendien houdt de verzekeraar gecentraliseerd in
één van zijn Belgische vestigingen, dan wel, indien hij geen
Belgische vestiging heeft, in zijn binnen de EER gelegen
hoofdkantoor of op een andere voorafgaandelijk door de
FSMA goedgekeurde plaats, een lijst bij van de door hem
geweigerde verzekeringen waarvan de specifi eke weige-
ringsgrond niet meegedeeld is in de weigeringsbeslissing,
met vermelding van de relevante weigeringsgrond, zoals
deze werd opgenomen in de vooraf aan de FSMA overge-
maakte lijst met vertrouwelijke weigeringsgronden, dan wel
met verwijzing naar de relevante wettelijke basis voor de
geheimhoudingsplicht.
§ 5. De Koning kan, bij een in de Ministerraad overlegd
besluit genomen op advies van de FSMA, bijkomende regels
opleggen aangaande de precieze inhoud van de motivering
vermeld in de voorgaande paragrafen, de wijze waarop de
beslissing moet worden meegedeeld en de termijnen waaraan
de verzekeraars zich moeten houden.
TITEL IV
Winstdeling
Artikel 51
De bepalingen van deze titel hebben betrekking op de
verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de
verbintenis in België is gelegen.
103
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 52
La participation aux bénéfi ces ne peut être mentionnée
dans les supports publicitaires que pour autant que l’assureur
ait l’obligation légale ou contractuelle de prévoir une parti-
cipation aux bénéfi ces et que le droit à la participation aux
bénéfi ces dans le cadre d’un contrat individuel ne dépende
pas du pouvoir de décision discrétionnaire de l’assureur.
Article 53
Avant la conclusion du contrat d’assurance, l’assureur
informe le candidat preneur d’assurance individuellement
sur le point de savoir si et à quelles conditions un droit de
participation aux bénéfi ces existe en faveur des contrats
d’assurance. Les modalités de calcul et d’attribution de la
participation aux bénéfi ces lui sont exposées.
Article 54
§ 1er. Le preneur d’assurance reçoit au moins une fois par
an une information sur la situation de la participation aux
bénéfi ces et est tenu informé pendant toute la durée du contrat
de toute modifi cation concernant cette situation.
§ 2. Dans le cas où l’assureur, en rapport avec l’offre ou
la conclusion d’un contrat d’assurance du groupe d’activités
“vie”, communique des projections concernant la participation
aux bénéfi ces, il fournit au preneur d’assurance un exemple
de calcul dans lequel le possible versement à échéance est
exposé sur la base d’un calcul appliquant trois taux d’intérêt
différents. Ceci ne s’applique pas aux assurances décès
temporaires. L’assureur informe le preneur d’assurance, de
manière claire et compréhensible, que cet exemple de calcul
n’est que l’application d’un modèle fondé sur de pures hypo-
thèses et que le preneur d’assurance ne tire de cet exemple
de calcul aucun droit contractuel.
§ 3. Dans le cas d’assurances avec participation aux béné-
fi ces, l’assureur informe le preneur d’assurance, annuellement
et par écrit, de la situation des droits du preneur d’assurance,
en incluant la participation aux bénéfi ces. En outre, lorsqu’il
a communiqué des projections concernant la participation
aux bénéfi ces, l’assureur informe le preneur d’assurance des
différences entre l’évolution constatée et les données initiales.
§ 4. L’assureur transmet à la FSMA une copie des commu-
nications faites au preneur d’assurance conformément aux
paragraphes précédents.
Article 55
§ 1er. Si la possibilité de verser une participation aux
bénéfi ces est prévue par la loi ou le contrat, l’assureur, à
l’exception de l’entreprise d’assurances de l’EEE, établit un
plan de participation aux bénéfi ces. L’assureur met ce plan à la
disposition du candidat preneur d’assurance avant la conclu-
sion du contrat d’assurance. Toutes modifi cations apportées
Artikel 52
De winstdeling mag enkel worden vermeld in publicitair
materiaal voor zover de verzekeraar wettelijk, dan wel contrac-
tueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en voor zover
het recht op winstdeling van een individuele overeenkomst
niet afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid
van de verzekeraar.
Artikel 53
Voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst deelt de
verzekeraar aan de kandidaat-verzekeringnemer op individu-
ele wijze mee of en onder welke voorwaarden er een recht op
winstdeling ten gunste van de verzekeringsovereenkomsten
is. De wijze van berekening en van toewijzing wordt toegelicht.
Artikel 54
§ 1. De verzekeringnemer wordt minstens één maal per
jaar ingelicht over de situatie van de winstdeling en wordt
gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst ingelicht
over elke wijziging aan de situatie van de winstdeling.
§ 2. Wanneer de verzekeraar in samenhang met een aan-
bod voor of het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst
uit de groep activiteiten “leven” projecties met betrekking tot de
winstdeling verstrekt, legt de verzekeraar de verzekeringne-
mer een modelberekening voor waarin de potentiële uitkering
aan het eind van de looptijd wordt vermeld op basis van een
berekening bij drie verschillende rentepercentages. Dit geldt
niet voor tijdelijke overlijdensverzekeringen. De verzekeraar
deelt de verzekeringnemer op duidelijke en begrijpelijke
wijze mee dat de modelberekening slechts een voorbeeld
is, dat is gebaseerd op theoretische aannamen, en dat de
verzekeringnemer uit de modelberekening geen contractuele
aanspraken mag afl eiden.
§ 3. In geval van verzekeringen met winstdeling stelt de
verzekeraar de verzekeringnemer jaarlijks schriftelijk in ken-
nis van de stand van zijn vorderingen met inbegrip van de
winstdeling. Indien de verzekeraar projecties met betrekking
tot de winstdeling heeft verstrekt, wijst hij de verzekeringnemer
bovendien op afwijkingen tussen de feitelijke ontwikkeling en
de aanvankelijke gegevens.
§ 4. De verzekeraar bezorgt de FSMA een kopie van de
in bovenstaande paragrafen vermelde mededelingen aan de
verzekeringnemer.
Artikel 55
§ 1. Indien wettelijk dan wel contractueel de mogelijkheid
is voorzien om tot winstdeling over te gaan, stelt de verze-
keraar, met uitzondering van de EER verzekeringsonderne-
ming, een winstdelingsplan op. De verzekeraar stelt dit plan
ter beschikking van de kandidaat-verzekeringnemer voordat
de verzekeringsovereenkomst wordt afgesloten. Voor zover
104
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
ultérieurement à ce plan, dans la mesure où elles ont une
incidence sur les contrats d’assurance, sont communiquées
sans délai, par écrit, aux preneurs d’assurance.
§ 2. Ce plan de participation aux bénéfi ces expose, en
des termes clairs pour le preneur d’assurance, les éléments
suivants:
— le mode de calcul du bénéfi ce distribuable total;
— la manière de déterminer si et à concurrence de quel
montant ce bénéfi ce distribuable sera versé ou attribué aux
actionnaires et à la collectivité des contrats d’assurance pré-
voyant une participation aux bénéfi ces;
— le mode d’établissement de la clé de répartition entre
les actionnaires et la collectivité des contrats d’assurance qui
sera appliquée; et
— les critères sur la base desquels la participation aux
bénéfi ces sera attribuée aux contrats d’assurance distincts
et les conditions auxquelles cette attribution s’effectuera.
§ 3. La répartition, entre les contrats d’assurance distincts,
du bénéfi ce attribué à la collectivité des contrats d’assurance
doit s’effectuer dans le respect de l’équité entre preneurs
d’assurance.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA et de
la Banque, préciser le contenu du plan de participation aux
bénéfi ces et déterminer les critères que l’assureur peut ou doit
appliquer lors de l’attribution de la participation aux bénéfi ces
aux contrats d’assurance distincts.
Article 56
§ 1er. Les informations visées aux articles 52 à 55 doivent
être formulées de manière claire et précise, par écrit, et être
fournies dans une des langues officielles de la Belgique.
Ces informations peuvent toutefois être fournies au preneur
d’assurance dans une autre langue si celui-ci le demande ou
s’il a la liberté de choisir le droit applicable.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA, préci-
ser le contenu et le mode de communication des informations
visées aux articles 52 à 55.
Article 57
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres,
pris sur avis de la FSMA et de la Banque, prévoir, pour une
ou plusieurs activités d’assurance, des dispositions précisant:
1° qu’une partie du bénéfi ce distribuable doit être répartie
au sein de la collectivité des contrats d’assurance, et selon
quelles modalités cette partie du bénéfi ce ainsi que la clé de
deze een invloed hebben op de verzekeringsovereenkomsten,
worden latere wijzigingen aan het plan onverwijld schriftelijk
meegedeeld aan de verzekeringnemers.
§ 2. In dit winstdelingsplan wordt het volgende in voor de
verzekeringnemer begrijpelijke termen uiteengezet:
— de wijze waarop de totale uitkeerbare winst wordt
berekend,
— de wijze waarop wordt bepaald of en hoeveel van deze
uitkeerbare winst zal worden uitgekeerd of toegekend aan de
aandeelhouders en aan de collectiviteit van de verzekerings-
overeenkomsten met winstdeling;
— de wijze waarop wordt bepaald welke verdeelsleutel zal
worden gehanteerd tussen de aandeelhouders en de collec-
tiviteit van de verzekeringsovereenkomsten; en
— de criteria op basis waarvan de winstdeling zal worden
toegekend aan de afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten
en de voorwaarden waaronder dit zal gebeuren.
§ 3. Bij de toekenning van de aan de collectiviteit van de
verzekeringsovereenkomsten verdeelde winst tussen de af-
zonderlijke verzekeringsovereenkomsten, moet de billijkheid
onder verzekeringnemers worden eerbiedigd.
§ 4. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de
FSMA en de Bank, de inhoud van het winstdelingsplan nader
bepalen en tevens bepalen welke criteria de verzekeraar mag
of moet toepassen bij de toekenning van de winstdeling aan
de afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten.
Artikel 56
§ 1. De in artikel 52 tot en met artikel 55 bedoelde inlich-
tingen worden duidelijk, nauwkeurig en schriftelijk verstrekt
in één van de officiële Belgische landstalen.
Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere taal
aan de verzekeringnemer worden gesteld indien de verzeke-
ringnemer daarom verzoekt, dan wel indien de verzekering-
nemer vrij het toepasselijke recht kan kiezen.
§ 2. De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de
FSMA, de inhoud van en de wijze waarop de in artikel 52 tot
en met artikel 55 bedoelde inlichtingen moet worden verstrekt,
verder bepalen.
Artikel 57
De Koning kan, via een in de Ministerraad overlegd besluit,
na advies van de FSMA en de Bank, voor één of meerdere
verzekeringsactiviteiten, bepalen:
1° dat een deel van de uitkeerbare winst moet worden ver-
deeld onder de collectiviteit van de verzekeringsovereenkom-
sten en volgens welke modaliteiten dit deel van de winst en
105
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
répartition entre les actionnaires et la collectivité des contrats
doivent être calculées;
2° à quelles conditions la répartition des bénéfi ces en
faveur des contrats d’assurance n’emporte pas la renoncia-
tion défi nitive à ces montants dans le chef de l’entreprise
d’assurances, de sorte que celle-ci pourra encore les utiliser,
pendant une période limitée dans le temps, aux fi ns du respect
des exigences légales en matière de solvabilité;
3° à quel moment les montants attribués sont réputés
défi nitivement acquis par les bénéfi ciaires;
4° de quelle manière les éléments mentionnés dans les
points ci-dessus doivent être traités dans la comptabilité de
l’entreprise d’assurances.
PARTIE 4
LE CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE
TITRE IER
Champ d’application et défi nitions
Article 58
Champ d’application
Les dispositions de la présente partie s’appliquent à tous
les contrats d’assurance terrestre régis par le droit belge, dans
la mesure où il n’y est pas dérogé par des lois particulières.
Elles ne s’appliquent ni à la réassurance, ni aux assurances
des transports de marchandises, assurances bagages et
déménagements exceptées.
Article 59
Défi nitions
Au sens de la présente partie, l’on entend par:
1° “personne lésée”: dans une assurance de responsa-
bilité, la personne victime d’un dommage dont l’assuré est
responsable;
2° “prestation d’assurance”: le montant payable ou le
service à fournir par l’assureur en exécution du contrat
d’assurance;
3° “assurance à caractère indemnitaire”: celle dans laquelle
l’assureur s’engage à fournir la prestation nécessaire pour
réparer tout ou partie d’un dommage subi par l’assuré ou dont
celui-ci est responsable;
de gebruikte verdeelsleutel tussen de aandeelhouders en de
collectiviteit van de overeenkomsten moet worden berekend;
2° onder welke voorwaarden de verdeling van de winsten
ten gunste van de verzekeringsovereenkomsten niet de
defi nitieve afstand van deze bedragen inhoudt voor de ver-
zekeringsonderneming, zodat deze gedurende een beperkte
periode in de tijd nog kunnen worden aangewend voor de
vervulling van de wettelijke solvabiliteitsvereisten;
3° op welk ogenblik de toegekende bedragen worden ge-
acht defi nitief verworven te zijn door de begunstigden;
4° op welke wijze de bovenstaande punten door de verzeke-
ringsonderneming boekhoudkundig moeten worden verwerkt.
DEEL 4
DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
TITEL I
Toepassingsgebied en defi nities
Artikel 58
Toepassingsgebied
De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op alle
landverzekeringsovereenkomsten die onderworpen zijn aan
het Belgische recht voor zover er niet wordt van afgeweken
door bijzondere wetten.
Zij zijn niet van toepassing op de herverzekering noch op
de verzekeringen van goederenvervoer, met uitzondering van
de bagage- en verhuisverzekeringen.
Artikel 59
Defi nities
In dit deel wordt verstaan onder:
1° “Benadeelde”: in een aansprakelijkheidsverzekering,
degene aan wie schade is toegebracht waarvoor de verze-
kerde aansprakelijk is.
2° “Verzekeringsprestatie”: het door de verzekeraar uit
te betalen bedrag of de door hem te verstrekken dienst ter
uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.
3° “Verzekering tot vergoeding van schade”: verzekering
waarbij de verzekeraar zich ertoe verbindt de prestatie te
leveren die nodig is om de schade die de verzekerde geleden
heeft of waarvoor hij aansprakelijk is, geheel of gedeeltelijk
te vergoeden.
106
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
4° “assurance à caractère forfaitaire”: celle dans laquelle
la prestation de l’assureur ne dépend pas de l’importance
du dommage;
5° “demande d’assurance”: un formulaire émanant de
l’assureur par lequel celui-ci offre de prendre le risque en
charge provisoirement, à la demande du preneur d’assurance;
6° “proposition d’assurance”: un formulaire émanant de
l’assureur, à remplir par le preneur d’assurance, et destiné
à éclairer l’assureur sur la nature de l’opération et sur les
faits et circonstances qui constituent pour lui des éléments
d’appréciation du risque;
7° “police présignée”: une police d’assurance signée préa-
lablement par l’assureur et contenant une offre de contracter
aux conditions qui y sont décrites, éventuellement complétées
par les spécifi cations que le preneur d’assurance mentionne
aux endroits prévus à cet effet;
8° “réduction en assurance à caractère indemnitaire”: une
sanction consistant pour l’assureur à diminuer sa prestation,
eu égard au manquement, par le preneur d’assurance ou l’as-
suré, à l’une des obligations découlant du contrat d’assurance.
Article 60
Règles impératives
Sauf lorsque la possibilité d’y déroger par des conventions
particulières résulte de leur rédaction même, les dispositions
de la présente partie sont impératives.
TITRE II
Le contrat d’assurance en général
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes à tous les contrats
Section Ire
Conclusion du contrat
Article 61
Proposition d’assurance, police présignée et demande
d’assurance
§ 1er. La proposition d’assurance n’engage ni le candidat
preneur d’assurance ni l’assureur à conclure le contrat. Si
dans les trente jours de la réception de la proposition, l’assu-
reur n’a pas notifi é au candidat preneur d’assurance, soit
une offre d’assurance, soit la subordination de l’assurance à
une demande d’enquête, soit le refus d’assurer, il s’oblige à
conclure le contrat sous peine de dommages et intérêts. Ces
4° “Verzekering tot uitkering van een vast bedrag”: verze-
kering waarbij de prestatie van de verzekeraar niet afhankelijk
is van de omvang van de schade.
5° “Verzekeringsaanvraag”: een formulier dat uitgaat van de
verzekeraar waarbij deze laatste aanbiedt het risico voorlopig
ten laste te nemen op verzoek van de verzekeringnemer.
6° “Verzekeringsvoorstel”: een formulier dat uitgaat van
de verzekeraar en in te vullen door de verzekeringnemer
met het doel de verzekeraar in te lichten over de aard van de
verrichting en over de feiten en de omstandigheden die voor
hem gegevens zijn voor de beoordeling van het risico.
7° “Voorafgetekende polis”: een verzekeringspolis die
vooraf door de verzekeraar ondertekend is en houdende
aanbod tot het sluiten van een overeenkomst onder de voor-
waarden die erin beschreven zijn, eventueel aangevuld met
de nadere bijzonderheden die de verzekeringnemer aanduidt
op de daartoe voorziene plaatsen.
8° “Vermindering bij de verzekering tot vergoeding van
schade”: sanctie waardoor de verzekeraar zijn prestatie ver-
mindert gelet op de tekortkoming door de verzekeringnemer of
de verzekerde aan een van de verplichtingen die voortvloeien
uit de verzekeringsovereenkomst.
Artikel 60
Dwingende regels
De bepalingen van dit deel zijn van dwingend recht, tenzij
uit de bewoordingen zelf blijkt dat de mogelijkheid wordt ge-
laten om er van af te wijken door bijzondere bedingen.
TITEL II
De verzekeringsovereenkomst in het algemeen
HOOFDSTUK 1
Bepalingen betreffende alle
verzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Het sluiten van de overeenkomst
Artikel 61
Verzekeringsvoorstel, voorafgetekende polis en
verzekeringsaanvraag
§ 1. Het verzekeringsvoorstel verbindt noch de kandidaat-
verzekeringnemer, noch de verzekeraar tot het sluiten van
de overeenkomst. Indien binnen dertig dagen na de ont-
vangst van het voorstel de verzekeraar aan de kandidaat-
verzekeringnemer geen verzekeringsaanbod heeft ter kennis
gebracht of de verzekering afhankelijk heeft gesteld van een
aanvraag tot onderzoek of de verzekering heeft geweigerd,
107
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
dispositions, ainsi que la mention selon laquelle la signature
de la proposition ne fait pas courir la couverture, doivent fi gurer
expressément dans la proposition d’assurance
§ 2. En cas de police présignée ou de demande d’assu-
rance, le contrat est formé dès la signature de l’un de ces
documents par le preneur d’assurance.
Sauf convention contraire, la garantie prend cours le len-
demain de la réception par l’assureur de la police présignée
ou de la demande. L’assureur communiquera cette date au
preneur d’assurance. Dans les deux cas, le preneur d’assu-
rance doit, sauf pour les contrats d’une durée inférieure à
trente jours, disposer de la faculté de résilier le contrat, avec
effet immédiat au moment de la notifi cation, dans un délai
de trente jours pour les contrats d’assurance sur la vie et de
quatorze jours pour les autres contrats d’assurance, à compter
de la réception par l’assureur de la police présignée ou de la
demande. De son côté, l’assureur peut, sauf pour les contrats
d’une durée inférieure à trente jours, résilier le contrat dans
un délai de trente jours pour les contrats d’assurance sur la
vie et de quatorze jours pour les autres contrats d’assurance,
à compter de la réception de la police présignée ou de la
demande, la résiliation devenant effective huit jours après
sa notifi cation. Ces dispositions doivent expressément être
mentionnées dans les conditions de la police présignée ou
de la demande. La demande et la proposition doivent être
signées séparément.
§ 3. Tout contrat d’assurance à distance, au sens du cha-
pitre 3, section 2, de la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques
du marché et à la protection du consommateur, est conclu
quand l’assureur reçoit l’acceptation du preneur d’assurance.
Le preneur d’assurance et l’assureur disposent d’un délai
de quatorze jours pour résilier le contrat d’assurance, sans
pénalité et sans obligation de motivation. Toutefois, pour les
contrats d’assurance sur la vie, ce délai est porté à trente
jours.
Le délai dans lequel peut s’exercer le droit de résiliation
commence à courir:
— à compter du jour de la conclusion du contrat d’assu-
rance, sauf pour les contrats d’assurance sur la vie, pour
lesquels le délai commence à courir au moment où le preneur
d’assurance est informé par l’assureur que le contrat d’assu-
rance a été conclu;
— à compter du jour où le preneur d’assurance reçoit les
conditions contractuelles et toutes autres informations com-
plémentaires, si ce dernier jour est postérieur à celui visé au
premier tiret.
verbindt hij zich tot het sluiten van de overeenkomst op straffe
van schadevergoeding. Die bepalingen, evenals de vermel-
ding dat de ondertekening van het voorstel geen dekking
meebrengt, moeten uitdrukkelijk in het verzekeringsvoorstel
worden opgenomen.
§ 2. Bij een voorafgetekende polis of een verzekeringsaan-
vraag komt de overeenkomst tot stand bij de ondertekening
van een van deze stukken door de verzekeringnemer.
Tenzij anders is bedongen, gaat de waarborg in de dag
volgend op de ontvangst door de verzekeraar van de voor-
afgetekende polis of de aanvraag. De verzekeraar zal de
verzekeringnemer mededeling geven van deze datum. In
beide gevallen, behalve voor overeenkomsten met een loop-
tijd van minder dan dertig dagen, moet de verzekeringnemer
de mogelijkheid hebben de overeenkomst op te zeggen,
met onmiddellijk gevolg op het ogenblik van de kennisge-
ving, binnen een termijn van dertig dagen voor levensver-
zekeringsovereenkomsten en van veertien dagen voor de
andere verzekeringsovereenkomsten na ontvangst door de
verzekeraar van de voorafgetekende polis of aanvraag. De
verzekeraar mag van zijn kant de overeenkomst opzeggen,
behalve voor overeenkomsten met een looptijd van minder
dan dertig dagen, binnen een termijn van dertig dagen voor
levensverzekeringsovereenkomsten en van veertien dagen
voor de andere verzekeringsovereenkomsten na ontvangst
van de voorafgetekende polis of van de aanvraag, met inwer-
kingtreding van de opzegging acht dagen na de kennisgeving
ervan. Deze bepalingen moeten uitdrukkelijk worden opge-
nomen in de voorwaarden van de voorafgetekende polis of
van de aanvraag. De aanvraag en het voorstel dienen beide
afzonderlijk te worden ondertekend.
§ 3. Elke verzekeringsovereenkomst op afstand, in de
zin van Hoofdstuk 3, Afdeling 2, van de wet van 6 april 2010
betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming,
wordt gesloten wanneer de verzekeraar de aanvaarding van
de verzekeringnemer ontvangt.
De verzekeringnemer en de verzekeraar beschikken over
een termijn van veertien dagen om de verzekeringsovereen-
komst zonder boete en zonder verplichte opgave van rede-
nen op te zeggen. Voor levensverzekeringsovereenkomsten
bedraagt de termijn evenwel dertig dagen.
De termijn waarbinnen het opzeggingsrecht kan worden
uitgeoefend gaat in:
— vanaf de dag van het sluiten van de verzekeringsover-
eenkomst, behalve met betrekking tot de levensverzekerings-
overeenkomsten, waarvoor de termijn ingaat op het tijdstip
waarop de verzekeraar aan de verzekeringnemer meedeelt
dat de overeenkomst is gesloten;
— vanaf de dag waarop de verzekeringnemer de contracts-
voorwaarden en alle bijkomende informatie ontvangt, indien
deze laatste dag na deze valt, bedoeld bij het eerste streepje.
108
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
La résiliation émanant du preneur d’assurance prend effet
au moment de la notifi cation, celle émanant de l’assureur huit
jours après sa notifi cation.
Le droit de résiliation ne s’applique pas aux polices
d’assurance de voyage ou de bagages ou aux polices d’assu-
rance similaires à court terme d’une durée inférieure à un
mois, ni aux contrats d’assurance sur la vie, liés à un fonds
d’investissement.
§ 4. Le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la Banque,
préciser les modalités applicables en cas d’exercice du droit
de résiliation visé aux paragraphes 2 et 3.
§ 5. Dès leur réception, l’assureur procédera au datage
systématique des propositions d’assurance, des polices
présignées et des demandes d’assurance.
Article 62
Obligation de délaration
Le preneur d’assurance a l’obligation de déclarer exacte-
ment, lors de la conclusion du contrat, toutes les circonstances
connues de lui et qu’il doit raisonnablement considérer comme
constituant pour l’assureur des éléments d’appréciation du
risque. Toutefois, il ne doit pas déclarer à l’assureur les cir-
constances déjà connues de celui-ci ou que celui-ci devrait
raisonnablement connaître. Les données génétiques ne
peuvent pas être communiquées.
S’il n’est point répondu à certaines questions écrites de
l’assureur et si ce dernier a néanmoins conclu le contrat, il
ne peut, hormis le cas de fraude, se prévaloir ultérieurement
de cette omission.
Article 63
Omission ou inexactitude intentionnelles
Lorsque l’omission ou l’inexactitude intentionnelles dans
la déclaration induisent l’assureur en erreur sur les éléments
d’appréciation du risque, le contrat d’assurance est nul.
Les primes échues jusqu’au moment où l’assureur a eu
connaissance de l’omission ou de l’inexactitude intention-
nelles lui sont dues.
Article 64
Omission ou inexactitude non intentionnelles
§ 1er. Lorsque l’omission ou l’inexactitude dans la décla-
ration ne sont pas intentionnelles, le contrat n’est pas nul.
De opzegging die uitgaat van de verzekeringnemer treedt in
werking op het ogenblik van de kennisgeving, deze die uitgaat
van de verzekeraar acht dagen na de kennisgeving ervan.
Het opzeggingsrecht is niet van toepassing op reis- en
bagageverzekeringspolissen of soortgelijke kortetermijnverze-
keringspolissen met een looptijd van minder dan één maand,
noch op levensverzekeringsovereenkomsten gebonden aan
een beleggingsfonds.
§ 4. De Koning kan op advies van de FSMA en de Bank de
verdere modaliteiten bepalen die van toepassing zijn bij de
uitoefening van het opzeggingsrecht uit de paragrafen 2 en 3.
§ 5. De verzekeraar zal de inkomende verzekeringsvoor-
stellen, voorafgetekende polissen en verzekeringsaanvra-
gen, bij het binnenkomen systematisch voorzien van de
datumstempel.
Artikel 62
Mededelingsplicht
De verzekeringnemer is verplicht bij het sluiten van de
overeenkomst alle hem bekende omstandigheden nauwkeu-
rig mee te delen die hij redelijkerwijs moet beschouwen als
gegevens die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van
het risico door de verzekeraar. Hij moet de verzekeraar echter
geen omstandigheden meedelen die deze laatste reeds kende
of redelijkerwijs had moeten kennen. Genetische gegevens
mogen niet worden meegedeeld.
Indien op sommige schriftelijke vragen van de verzekeraar
niet wordt geantwoord en indien deze toch de overeenkomst
heeft gesloten, kan hij zich, behalve in geval van bedrog, later
niet meer op dat verzuim beroepen.
Artikel 63
Opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van
gegevens
Wanneer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk on-
juist meedelen van gegevens over het risico de verzekeraar
misleidt bij de beoordeling van dat risico, is de verzekerings-
overeenkomst nietig.
De premies die vervallen zijn tot op het ogenblik waarop
de verzekeraar kennis heeft gekregen van het opzettelijk
verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens,
komen hem toe.
Artikel 64
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist meedelen
van gegevens
§ 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meedelen van
gegevens niet opzettelijk geschiedt, is de overeenkomst niet
nietig.
109
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
L’assureur propose, dans le délai d’un mois à compter du
jour où il a eu connaissance de l’omission ou de l’inexacti-
tude, la modifi cation du contrat avec effet au jour où il a eu
connaissance de l’omission ou de l’inexactitude.
Si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait en aucun cas
assuré le risque, il peut résilier le contrat dans le même délai.
Si la proposition de modifi cation du contrat est refusée par
le preneur d’assurance ou si, au terme d’un délai d’un mois à
compter de la réception de cette proposition, cette dernière
n’est pas acceptée, l’assureur peut résilier le contrat dans
les quinze jours.
L’assureur qui n’a pas résilié le contrat ni proposé sa modi-
fi cation dans les délais indiqués ci-dessus ne peut plus se
prévaloir à l’avenir des faits qui lui sont connus.
§ 2. Si l’omission ou la déclaration inexacte ne peut être
reprochée au preneur d’assurance et si un sinistre survient
avant que la modifi cation du contrat ou la résiliation ait pris
effet, l’assureur doit fournir la prestation convenue.
§ 3. Si l’omission ou la déclaration inexacte peut être
reprochée au preneur d’assurance et si un sinistre survient
avant que la modifi cation du contrat ou la résiliation ait pris
effet, l’assureur n’est tenu de fournir une prestation que selon
le rapport entre la prime payée et la prime que le preneur
d’assurance aurait dû payer s’il avait régulièrement déclaré
le risque.
Toutefois, si lors d’un sinistre, l’assureur apporte la preuve
qu’il n’aurait en aucun cas assuré le risque dont la nature
réelle est révélée par le sinistre, sa prestation est limitée au
remboursement de la totalité des primes payées.
§ 4. Si une circonstance inconnue des deux parties lors
de la conclusion du contrat vient à être connue en cours
d’exécution de celui-ci, il est fait application de l’article 84 ou
de l’article 85 suivant que ladite circonstance constitue une
diminution ou une aggravation du risque assuré.
Article 65
Information médicale
Le médecin choisi par l’assuré peut remettre à l’assuré
qui en fait la demande, les certifi cats médicaux nécessaires
à la conclusion ou à l’exécution du contrat. Ces certifi cats se
limitent à une description de l’état de santé actuel.
De verzekeraar stelt, binnen de termijn van een maand,
te rekenen van de dag waarop hij van het verzwijgen of van
het onjuist meedelen van gegevens kennis heeft gekregen,
voor de overeenkomst te wijzigen met uitwerking op de dag
waarop hij kennis heeft gekregen van het verzwijgen of van
het onjuist meedelen.
Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het risico
nooit zou hebben verzekerd, kan hij de overeenkomst opzeg-
gen binnen dezelfde termijn.
Indien het voorstel tot wijziging van de overeenkomst
wordt geweigerd door de verzekeringnemer of indien, na het
verstrijken van de termijn van een maand te rekenen vanaf
de ontvangst van dit voorstel, dit laatste niet aanvaard wordt,
kan de verzekeraar de overeenkomst opzeggen binnen vijftien
dagen.
De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft opgezegd
noch een wijziging heeft voorgesteld binnen de hierboven
bepaalde termijnen, kan zich nadien niet meer beroepen op
feiten die hem bekend waren.
§ 2. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen van ge-
gevens niet kan verweten worden aan de verzekeringnemer
en indien een schadegeval zich voordoet voordat de wijziging
of de opzegging van kracht is geworden, is de verzekeraar tot
de overeengekomen prestatie gehouden.
§ 3. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen van
gegevens kan verweten worden aan de verzekeringnemer
en indien een schadegeval zich voordoet voordat de wijziging
of de opzegging van kracht is geworden, is de verzekeraar
slechts tot prestatie gehouden op basis van de verhouding
tussen de betaalde premie en de premie die de verzekering-
nemer zou hebben moeten betalen, indien hij het risico naar
behoren had meegedeeld.
Indien de verzekeraar echter bij een schadegeval het be-
wijs levert dat hij het risico, waarvan de ware aard door dat
schadegeval aan het licht komt, in geen geval zou hebben
verzekerd, wordt zijn prestatie beperkt tot het betalen van een
bedrag dat gelijk is aan alle betaalde premies.
§ 4. Wanneer gedurende de loop van de verzekering een
omstandigheid bekend wordt die beide partijen op het ogenblik
van het sluiten van de overeenkomst onbekend was, wordt
artikel 84 of artikel 85 toegepast, naargelang die omstandig-
heid een vermindering of een verzwaring van het verzekerde
risico tot gevolg heeft.
Artikel 65
Medische informatie
De door de verzekerde gekozen arts kan de verzekerde die
erom verzoekt de geneeskundige verklaringen afl everen die
voor het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst nodig
zijn. Deze verklaringen beperken zich tot een beschrijving van
de huidige gezondheidstoestand.
110
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Ces certifi cats ne peuvent être remis qu’au médecin-
conseil de l’assureur. Ce dernier ne peut communiquer aucune
information non pertinente eu égard au risque pour lequel
les certifi cats ont été établis ou relative à d’autres personnes
que l’assuré.
L’examen médical, nécessaire à la conclusion et à l’exé-
cution du contrat, ne peut être fondé que sur les antécédents
déterminant l’état de santé actuel du candidat-assuré et non
sur des techniques d’analyse génétique propres à déterminer
son état de santé futur.
Pour autant que l’assureur justifi e de l’accord préalable de
l’assuré, le médecin de celui-ci transmet au médecin-conseil
de l’assureur un certifi cat établissant la cause du décès.
Lorsqu’il n’existe plus de risque pour l’assureur, le médecin-
conseil restitue, à leur demande, les certifi cats médicaux à
l’assuré ou, en cas de décès, à ses ayants droit.
Section II
Etendue de la garantie
Article 66
Dol et faute
Nonobstant toute convention contraire, l’assureur ne peut
être tenu de fournir sa garantie à l’égard de quiconque a causé
intentionnellement le sinistre.
L’assureur répond des sinistres causés par la faute, même
lourde, du preneur d’assurance, de l’assuré ou du bénéfi ciaire.
Toutefois, l’assureur peut s’exonérer de ses obligations pour
les cas de faute lourde déterminés expressément et limitati-
vement dans le contrat.
Le Roi peut établir une liste limitative des faits qui ne
peuvent être qualifi és de faute lourde.
Article 67
Guerre
Sauf convention contraire, l’assureur ne répond pas des
sinistres causés par la guerre ou par des faits de même nature
et par la guerre civile.
L’assureur doit faire la preuve du fait qui l’exonère de sa
garantie.
Le Roi peut toutefois fi xer des règles allégeant la charge
de la preuve du fait qui exonère l’assureur de sa garantie.
Deze verklaringen mogen uitsluitend aan de adviserend
arts van de verzekeraar worden bezorgd. Deze mag de ver-
zekeraar geen informatie geven die niet-pertinent is gezien
het risico waarvoor de verklaringen werden opgemaakt of
betreffende andere personen dan de verzekerde.
Het medisch onderzoek, noodzakelijk voor het sluiten en
het uitvoeren van de overeenkomst, kan slechts steunen op
de voorgeschiedenis van de huidige gezondheidstoestand van
de kandidaat-verzekerde en niet op technieken van genetisch
onderzoek die dienen om de toekomstige gezondheidstoe-
stand te bepalen.
Mits de verzekeraar aantoont de voorafgaande toestem-
ming van de verzekerde te bezitten, geeft de arts van de
verzekerde aan de adviserend arts van de verzekeraar een
verklaring af over de doodsoorzaak.
Wanneer er geen risico meer bestaat voor de verzekeraar,
bezorgt de adviserend arts de geneeskundige verklaringen,
op hun verzoek, terug aan de verzekerde of, in geval van
overlijden, aan zijn rechthebbenden.
Afdeling II
Omvang van de dekking
Artikel 66
Bedrog en schuld
Niettegenstaande enig andersluidend beding, kan de ver-
zekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan hem die
het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
De verzekeraar dekt de schade veroorzaakt door de
schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer, van
de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich
echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van
grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de
overeenkomst zijn bepaald.
De Koning kan een beperkende lijst opstellen van feiten die
niet als grove schuld aangemerkt mogen worden.
Artikel 67
Oorlog
Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar geen
schade veroorzaakt door oorlog of gelijkaardige feiten en
door burgeroorlog.
De verzekeraar moet het bewijs leveren van het feit dat
hem van het verlenen van dekking bevrijdt.
De Koning kan echter regels vaststellen die de bewijslast
van het feit dat de verzekeraar bevrijdt van het verlenen van
dekking verlichten.
111
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section III
Preuve et contenu du contrat
Article 68
Preuve et contenu du contrat
§ 1er. Sous réserve de l’aveu et du serment, et quelle que
soit la valeur des engagements, le contrat d’assurance ainsi
que ses modifi cations se prouvent par écrit entre parties. Il
n’est reçu aucune preuve par témoins ou par présomptions
contre et outre le contenu de l’acte.
Toutefois, lorsqu’il existe un commencement de preuve par
écrit, la preuve par témoins ou par présomptions est admise.
L’article 1328 du Code civil n’est pas applicable au contrat
d’assurance ou à ses modifi cations.
§ 2. Le contrat d’assurance mentionne au moins:
1° la date à laquelle le contrat d’assurance est conclu et la
date à laquelle l’assurance prend cours;
2° la durée du contrat;
3° l’identité du preneur d’assurance et, le cas échéant, de
l’assuré et du bénéfi ciaire;
4° le nom et l’adresse de l’assureur ou des coassureurs;
5° le cas échéant, le nom et l’adresse de l’intermédiaire
d’assurance;
6° les risques couverts;
7° le montant de la prime ou la manière de la déterminer.
§ 3. L’assureur est tenu de délivrer au preneur d’assurance,
au plus tard au moment de la conclusion du contrat, une copie
des renseignements que ce dernier a communiqués par écrit
au sujet du risque à couvrir.
Section IV
Exécution du contrat
Article 69
Déchéance partielle ou totale du droit à la prestation
d’assurance
Le contrat d’assurance ne peut prévoir la déchéance par-
tielle ou totale du droit à la prestation d’assurance qu’en raison
de l’inexécution d’une obligation déterminée imposée par le
Afdeling III
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Artikel 68
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
§ 1. Onder voorbehoud van de bekentenis en de eed,
en ongeacht het bedrag van de verbintenissen, worden de
verzekeringsovereenkomst alsook de wijzigingen ervan tus-
sen partijen door geschrift bewezen. Geen enkel bewijs door
getuigen of door vermoedens tegen en boven de inhoud van
het geschrift is toegelaten.
Indien evenwel een begin van bewijs door geschrift
wordt geleverd, is het bewijs door getuigen of vermoedens
toegelaten.
Artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepas-
sing op de verzekeringsovereenkomst of op de wijzigingen
ervan.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst bevat ten minste:
1° de datum waarop de verzekeringsovereenkomst is ge-
sloten en de datum waarop de verzekering begint te lopen;
2° de duur van de overeenkomst;
3° de identiteit van de verzekeringnemer en, in voorkomend
geval, de identiteit van de verzekerde en van de begunstigde;
4° de naam en het adres van de verzekeraar of van de
medeverzekeraars;
5° in voorkomend geval, de naam en het adres van de
verzekeringstussenpersoon;
6° de gedekte risico’s;
7° het bedrag van de premie of de wijze waarop de premie
kan worden bepaald.
§ 3. De verzekeraar is ertoe gehouden uiterlijk bij het sluiten
van de overeenkomst aan de verzekeringnemer een afschrift
te verstrekken van de inlichtingen die deze laatste schriftelijk
heeft medegedeeld over het te dekken risico.
Afdeling IV
Uitvoering van de overeenkomst
Artikel 69
Geheel of gedeeltelijk verval van het recht op
verzekeringsprestatie
In de verzekeringsovereenkomst mag geen geheel of
gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie be-
dongen worden dan wegens niet-nakoming van een bepaalde,
112
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
contrat et à la condition que le manquement soit en relation
causale avec la survenance du sinistre.
Toutefois, le Roi peut réglementer la déchéance partielle
ou totale du droit à la prestation d’assurance.
Article 70
Polices combinées
A défaut de convention contraire, lorsque, dans un même
contrat, l’assureur s’engage à diverses prestations, soit en
raison des garanties promises, soit en raison des risques
assurés, la cause de résiliation relative à l’une des prestations
n’affecte pas le contrat dans son ensemble.
Si l’assureur résilie la garantie relative à une ou plusieurs
prestations, le preneur d’assurance peut alors résilier le
contrat dans son ensemble.
La cause de nullité relative à l’une des prestations n’affecte
pas le contrat dans son ensemble.
Article 71
Modalités de paiement de la prime et de la prestation
d’assurance
La prime d’assurance est quérable.
A défaut d’être fait directement à l’assureur, est libératoire le
paiement de la prime fait au tiers qui le requiert et qui apparaît
comme le mandataire de l’assureur pour le recevoir.
Lorsque l’assureur ne verse pas directement à l’assuré ou
à son ayant droit les montants dont il lui est redevable dans
le cadre de l’exécution du contrat d’assurance, mais effectue
ce versement par le biais d’un intermédiaire d’assurances,
seule la réception effective de ce paiement par l’assuré ou
son ayant droit libère l’assureur de ses obligations.
Article 72
Paiement aux mineurs d’âge, interdits
et autres incapables
L’assureur qui effectue un paiement à un mineur, un interdit
ou un autre incapable en application d’un contrat d’assurance,
l’effectue sur un compte ouvert à son nom, frappé d’indispo-
nibilité jusqu’à la majorité ou à la levée de l’incapacité, sans
préjudice du droit de jouissance légale.
in de overeenkomst opgelegde verplichting, en mits er een
oorzakelijk verband bestaat tussen de tekortkoming en het
schadegeval.
De Koning kan echter regels vaststellen met betrek-
king tot het geheel of gedeeltelijk verval van het recht op
verzekeringsprestatie.
Artikel 70
Combinatiepolissen
Wanneer de verzekeraar zich in een zelfde overeenkomst
tot verschillende prestaties verbindt, hetzij omwille van de ge-
geven dekking, hetzij omwille van de verzekerde risico’s, geldt
de grond van opzegging betreffende een van die prestaties
niet voor de gehele overeenkomst, tenzij anders is bedongen.
Indien de verzekeraar de waarborg met betrekking tot één
of meer prestaties opzegt, dan mag de verzekeringnemer de
gehele verzekeringsovereenkomst opzeggen.
De grond van nietigheid betreffende één van de prestaties
geldt niet voor de gehele overeenkomst.
Artikel 71
Wijze van betaling van de premie en van de
verzekeringsprestatie
De verzekeringspremie is een haalschuld.
Wanneer de premie niet rechtstreeks aan de verzekeraar
wordt betaald, is de premiebetaling aan een derde bevrijdend
indien deze de betaling vordert en hij voor de inning van
die premie klaarblijkelijk als lasthebber van de verzekeraar
optreedt.
Wanneer de verzekeraar de bedragen die hij in het kader
van de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst aan
de verzekerde of zijn rechthebbende is verschuldigd, niet
rechtstreeks aan deze laatsten betaalt, maar via een verze-
keringstussenpersoon, bevrijdt enkel de werkelijke ontvangst
van deze betaling door de verzekerde of zijn rechthebbende
de verzekeraar van zijn verplichtingen.
Artikel 72
Betaling aan minderjarigen, onbekwaamverklaarden en
andere onbekwamen
De verzekeraar die aan een minderjarige, onbekwaamver-
klaarde of andere onbekwame een betaling verricht bij toe-
passing van een verzekeringsovereenkomst, doet dit op een
rekening die op zijn naam is geopend en die onbeschikbaar is
tot de meerderjarigheid of het opheffen van de onbekwaam-
heid, onverminderd het recht op wettelijk genot.
113
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 73
Défaut de paiement de la prime
Le défaut de paiement de la prime à l’échéance peut don-
ner lieu à la suspension de la garantie ou à la résiliation du
contrat à condition que le débiteur ait été mis en demeure.
Le contrat d’assurance peut toutefois prévoir que la garan-
tie ne prend cours qu’après le paiement de la première prime.
Article 74
Sommation de payer
La mise en demeure visée à l’article 73 est faite soit par
exploit d’huissier soit par lettre recommandée à la poste.
Elle comporte sommation de payer la prime dans le délai
qu’elle fi xe. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours à
compter du lendemain de la signifi cation ou du lendemain du
dépôt de la lettre recommandée à la poste.
La mise en demeure rappelle la date d’échéance de la
prime et le montant de celle-ci. Elle rappelle également les
conséquences du défaut du paiement de la prime dans le
délai fi xé, le point de départ de ce délai et précise que la
suspension de la garantie ou la résiliation du contrat prend
effet à compter du lendemain du jour où le délai prend fi n.
Article 75
Prise d’effet de la suspension de la garantie ou de la
résiliation du contrat
La suspension ou la résiliation n’ont d’effet qu’à l’expiration
du délai visé à l’article 74, alinéa 2.
Si la garantie a été suspendue, le paiement par le preneur
d’assurance des primes échues met fi n à cette suspension.
L’assureur qui suspend son obligation de garantie, peut
résilier le contrat dans la même mise en demeure. Dans ce
cas, la résiliation prend effet à l’expiration d’un délai qui ne
peut être inférieur à quinze jours à compter du premier jour
de la suspension.
Si l’assureur n’a pas notifi é la résiliation du contrat dans la
mise en demeure même, la résiliation ne peut intervenir que
moyennant une nouvelle mise en demeure faite conformément
à l’article 74.
Les dispositions du présent article relatives à la suspension
de la garantie ne s’appliquent pas aux contrats d’assurance
pour lesquels le paiement de la prime est facultatif.
Artikel 73
Niet-betaling van de premie
Niet-betaling van de premie op de vervaldag kan grond
opleveren tot schorsing van de dekking of tot opzegging van
de overeenkomst mits de schuldenaar in gebreke is gesteld.
De verzekeringsovereenkomst kan echter bepalen dat de
dekking pas aanvangt na de betaling van de eerste premie.
Artikel 74
Aanmaning tot betaling
De ingebrekestelling bedoeld in artikel 73 geschiedt bij
deurwaardersexploot of bij een ter post aangetekende brief.
Daarbij wordt aangemaand om de premie te betalen binnen
de termijn bepaald in de ingebrekestelling. Dit termijn mag
niet korter zijn dan vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag
volgend op de betekening of de dag volgend op de afgifte ter
post van de aangetekende brief.
In de ingebrekestelling wordt aan de premievervaldag en
aan het premiebedrag herinnerd alsook aan de gevolgen
van niet-betaling van de premie binnen de gestelde termijn
en aan de aanvang van die termijn. Er wordt ook in vermeld
dat de schorsing van de dekking of de opzegging van de
overeenkomst uitwerking hebben vanaf de dag volgend op
de dag waarop de termijn eindigt.
Artikel 75
Uitwerking van de schorsing van de dekking of van de
opzegging van de overeenkomst
De schorsing of de opzegging hebben slechts uitwerking na
het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 74, tweede lid.
Als de dekking geschorst is, wordt als gevolg van de beta-
ling van de achterstallige premies door de verzekeringnemer
een einde gemaakt aan die schorsing.
De verzekeraar die zijn verplichting tot het verlenen van
dekking schorst, kan de overeenkomst opzeggen in dezelfde
ingebrekestelling; in dat geval wordt de opzegging van kracht
na het verstrijken van een termijn die niet korter mag zijn
dan vijftien dagen te rekenen vanaf de eerste dag van de
schorsing.
Indien de verzekeraar de overeenkomst niet heeft opge-
zegd in dezelfde ingebrekestelling, kan de opzegging slechts
geschieden mits een nieuwe ingebrekestelling is gedaan
overeenkomstig artikel 74.
De bepalingen van dit artikel met betrekking tot de schor-
sing van de dekking zijn niet van toepassing op de verzeke-
ringsovereenkomsten met vrije premiebetaling.
114
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 76
Effets de la suspension à l’égard des primes à échoir
La suspension de la garantie ne porte pas atteinte au droit
de l’assureur de réclamer les primes venant ultérieurement à
échéance à condition que le preneur d’assurance ait été mis
en demeure conformément à l’article 74. Dans ce cas, la mise
en demeure rappelle la suspension de la garantie.
Le droit de l’assureur est toutefois limité aux primes affé-
rentes à deux années consécutives.
Article 77
Crédit de prime
Lorsque le contrat est résilié pour quelque cause que ce
soit, les primes payées afférentes à la période d’assurance
postérieure à la date de prise d’effet de la résiliation sont rem-
boursées dans un délai de trente jours à compter de la prise
d’effet de la résiliation ou, en cas d’application de l’article 61,
§ 3, à compter de la réception par l’assureur de la notifi cation
de la résiliation.
En cas de résiliation partielle ou de tout autre diminution
des prestations d’assurance, l’alinéa 1er ne s’applique qu’à la
partie des primes correspondant à cette diminution et dans
la mesure de celle-ci.
Article 78
Déclaration du sinistre
§ 1er. L’assuré doit, dès que possible et en tout cas dans
le délai fi xé par le contrat, donner avis à l’assureur de la sur-
venance du sinistre.
Toutefois, l’assureur ne peut se prévaloir de ce que le délai
prévu au contrat pour donner l’avis mentionné à l’alinéa 1er n’a
pas été respecté, si cet avis a été donné aussi rapidement
que cela pouvait raisonnablement se faire.
§ 2. L’assuré doit fournir sans retard à l’assureur tous ren-
seignements utiles et répondre aux demandes qui lui sont
faites pour déterminer les circonstances et fi xer l’étendue
du sinistre.
Article 79
Devoirs de l’assuré en cas de sinistre
Dans toute assurance à caractère indemnitaire, l’assuré
doit prendre toutes mesures raisonnables pour prévenir et
atténuer les conséquences du sinistre.
Artikel 76
Gevolgen van de schorsing ten aanzien van de nog te
vervallen premies
De schorsing van de dekking doet geen afbreuk aan het
recht van de verzekeraar de later nog te vervallen premies
te eisen op voorwaarde dat de verzekeringnemer in gebreke
werd gesteld overeenkomstig artikel 74. In dit geval herinnert
de ingebrekestelling aan de schorsing van de waarborg.
Het recht van de verzekeraar wordt evenwel beperkt tot de
premies voor twee opeenvolgende jaren.
Artikel 77
Premiekrediet
In geval van opzegging van de overeenkomst op welke
gronden ook, worden de betaalde premies met betrekking
op de verzekerde periode na het van kracht worden van de
opzegging terugbetaald binnen een termijn van dertig dagen
vanaf de inwerkingtreding van de opzegging of, in geval van
toepassing van artikel 61, §3, vanaf de ontvangst door de
verzekeraar van de kennisgeving van de opzegging.
Bij gedeeltelijke opzegging of bij enige andere verminde-
ring van de verzekeringsprestaties zijn de bepalingen van
het eerste lid alleen van toepassing op het gedeelte van de
premie dat betrekking heeft op en in verhouding staat tot die
vermindering.
Artikel 78
Melding van het schadegeval
§ 1. De verzekerde moet, zodra mogelijk en in elk geval bin-
nen de termijn bepaald in de overeenkomst het schadegeval
aan de verzekeraar melden.
De verzekeraar kan er zich echter niet op beroepen dat de
in de overeenkomst gestelde termijn om de in het eerste lid
bedoelde melding te doen niet in acht is genomen, indien die
melding zo spoedig als redelijkerwijze mogelijk is geschiedt.
§ 2. De verzekerde moet zonder verwijl aan de verzekeraar
alle nuttige inlichtingen verstrekken en op de vragen antwoor-
den die hem worden gesteld, teneinde de omstandigheden
en de omvang van de schade te kunnen vaststellen.
Artikel 79
Verplichtingen van de verzekerde bij schadegeval
Bij elke verzekering tot vergoeding van schade moet de
verzekerde alle redelijke maatregelen nemen om de gevolgen
van het schadegeval te voorkomen en te beperken.
115
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 80
Sanctions
§ 1er. Si l’assuré ne remplit pas une des obligations pré-
vues aux articles 78 et 79 et qu’il en résulte un préjudice pour
l’assureur, celui-ci a le droit de prétendre à une réduction de
sa prestation, à concurrence du préjudice qu’il a subi.
§ 2. L’assureur peut décliner sa garantie si, dans une
intention frauduleuse, l’assuré n’a pas exécuté les obligations
énoncées aux articles 78 et 79.
Section V
Stipulation pour autrui
Article 81
Stipulation pour autrui
Les parties peuvent convenir à tout moment qu’un tiers
peut prétendre au bénéfi ce de l’assurance aux conditions
qu’elles déterminent.
Ce tiers ne doit pas être désigné ni même être conçu au
moment de la stipulation, mais il doit être déterminable au
jour de l’exigibilité des prestations d’assurances.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, préciser les règles aux-
quelles doivent satisfaire les stipulations pour autrui en vue
de protéger les droits des assurés et de tous tiers ayant un
intérêt à l’exécution du contrat d’assurance.
Article 82
Communication des conditions de la garantie
Tout bénéfi ciaire à titre onéreux d’une garantie d’assurance
a le droit d’obtenir du preneur d’assurance ou, à son défaut,
de l’assureur, communication des conditions de la garantie.
Section VI
Inexistence et modifi cation du risque
Article 83
Inexistence du risque
Lorsque, au moment de la conclusion du contrat, le risque
n’existe pas ou s’est déjà réalisé, l’assurance est nulle.
Il en est de même en cas d’assurance d’un risque futur, si
celui-ci ne naît pas.
Artikel 80
Sancties
§ 1. Indien de verzekerde één van de verplichtingen hem
opgelegd door artikel 78 en artikel 79 niet nakomt en er
daardoor een nadeel ontstaat voor de verzekeraar, kan deze
aanspraak maken op een vermindering van zijn prestatie tot
beloop van het door hem geleden nadeel.
§ 2. De verzekeraar kan zijn dekking weigeren, indien de
verzekerde de in artikel 78 en artikel 79 bedoelde verplich-
tingen met bedrieglijk opzet niet is nagekomen.
Afdeling V
Beding ten behoeve van derden
Artikel 81
Beding ten behoeve van derden
Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen dat een derde,
onder de voorwaarden welke zij bepalen, aanspraak kan heb-
ben op de door de verzekering geboden voordelen.
Die derde moet niet aangeduid zijn of zelfs niet verwekt
zijn op het ogenblik dat het beding wordt gemaakt, maar hij
moet aanwijsbaar zijn op de dag dat de verzekeringsprestaties
opeisbaar zijn.
De Koning kan, op advies van de FSMA, nadere regels
bepalen waaraan bedingen ten behoeve van derden moeten
voldoen ter bescherming van de rechten van de verzekerden
en alle derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst.
Artikel 82
Mededeling van de voorwaarden van de dekking
Iedere begunstigde die onder bezwarende titel recht heeft
op de dekking van een verzekering, heeft het recht van de
verzekeringnemer of, zo nodig, van de verzekeraar medede-
ling te krijgen van de voorwaarden van de dekking.
Afdeling VI
Niet bestaan en wijziging van het risico
Artikel 83
Niet-bestaan van het risico
De verzekering is nietig, wanneer bij het sluiten van de
overeenkomst het risico niet bestaat of reeds verwezenlijkt is.
Hetzelfde geldt voor de verzekering van een toekomstig
risico, indien dit zich niet voordoet.
116
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Lorsque, dans les cas visés aux alinéas 1er et 2, le preneur
d’assurance a contracté de mauvaise foi ou en commettant
une erreur inexcusable, l’assureur conserve la prime relative
à la période allant de la date prévue pour la prise d’effet du
contrat jusqu’au jour où il apprend l’inexistence du risque.
Article 84
Diminution du risque
Lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat d’assurance
autre qu’un contrat d’assurance sur la vie ou d’assurance
maladie, le risque de survenance de l’événement assuré
a diminué d’une façon sensible et durable au point que, si
la diminution avait existé au moment de la souscription,
l’assureur aurait consenti l’assurance à d’autres conditions,
celui-ci est tenu d’accorder une diminution de la prime à due
concurrence à partir du jour où il a eu connaissance de la
diminution du risque.
Si les parties contractantes ne parviennent pas à un accord
sur la prime nouvelle dans un délai d’un mois à compter de la
demande de diminution formée par le preneur d’assurance,
celui-ci peut résilier le contrat.
Article 85
Aggravation du risque
§ 1er. Sauf s’il s’agit d’un contrat d’assurance sur la vie,
d’assurance maladie ou d’assurance-crédit, le preneur
d’assurance a l’obligation de déclarer, en cours de contrat,
dans les conditions de l’article 62, les circonstances nouvelles
ou les modifi cations de circonstance qui sont de nature à
entraîner une aggravation sensible et durable du risque de
survenance de l’événement assuré.
Sans préjudice des dispositions de la partie 3, titre III, cha-
pitre 2, lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat d’assu-
rance autre qu’un contrat d’assurance sur la vie, d’assurance
maladie ou d’assurance-crédit, le risque de survenance de
l’événement assuré s’est aggravé de telle sorte que, si l’aggra-
vation avait existé au moment de la souscription, l’assureur
n’aurait consenti l’assurance qu’à d’autres conditions, il doit,
dans le délai d’un mois à compter du jour où il a eu connais-
sance de l’aggravation, proposer la modifi cation du contrat
avec effet rétroactif au jour de l’aggravation.
Si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait en aucun cas
assuré le risque aggravé, il peut résilier le contrat dans le
même délai.
Si la proposition de modifi cation du contrat d’assurance est
refusée par le preneur d’assurance ou si, au terme d’un délai
d’un mois à compter de la réception de cette proposition, cette
Wanneer de verzekeringnemer, in de gevallen bedoeld in
het eerste en tweede lid, te kwader trouw heeft gehandeld
bij het sluiten van de overeenkomst of een onverschoonbare
vergissing heeft begaan, behoudt de verzekeraar de premie
die verschuldigd is voor de periode die loopt vanaf de dag
waarop de overeenkomst van kracht wordt tot de dag waarop
hij het niet-bestaan van het risico verneemt.
Artikel 84
Vermindering van het risico
Wanneer gedurende de loop van een verzekeringsover-
eenkomst, andere dan een levensverzekering of ziekteverze-
keringsovereenkomst, het risico dat het verzekerde voorval
zich voordoet, aanzienlijk en blijvend verminderd is en wel
zo dat de verzekeraar, indien die vermindering bij het sluiten
van de overeenkomst had bestaan, op andere voorwaarden
zou hebben verzekerd, is hij verplicht een overeenkomstige
vermindering van de premie toe te staan vanaf de dag waarop
hij van de vermindering van het risico kennis heeft gekregen.
Indien de contractanten het over de nieuwe premie niet
eens worden binnen een maand na de aanvraag tot ver-
mindering door de verzekeringnemer, kan deze laatste de
overeenkomst opzeggen.
Artikel 85
Verzwaring van het risico
§ 1. Behalve wanneer het om een levensverzekeringsover-
eenkomst, een ziekteverzekering of een kredietverzekerings-
overeenkomst gaat, heeft de verzekeringnemer de verplichting
in de loop van de overeenkomst en onder de voorwaarden van
artikel 62 de nieuwe omstandigheden of de wijzigingen van
de omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een
aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het
verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen.
Onverminderd hetgeen bepaald is in Deel 3, Titel III,
Hoofdstuk 2, wanneer gedurende de loop van een verze-
keringsovereenkomst, andere dan een levensverzekering,
een ziekteverzekering of een kredietverzekeringsovereen-
komst, het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet
zo verzwaard is dat de verzekeraar, indien die verzwaring
bij het sluiten van de overeenkomst had bestaan, op andere
voorwaarden zou hebben verzekerd, moet binnen een termijn
van een maand, te rekenen vanaf de dag waarop hij van de
verzwaring kennis heeft gekregen, de wijziging van de over-
eenkomst voorstellen met terugwerkende kracht tot de dag
van de verzwaring.
Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het ver-
zwaarde risico in geen geval zou hebben verzekerd, kan hij
de overeenkomst opzeggen binnen dezelfde termijn.
Indien het voorstel tot wijziging van de verzekeringsover-
eenkomst wordt geweigerd door de verzekeringnemer of
indien, bij het verstrijken van een termijn van een maand te
117
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
dernière n’est pas acceptée, l’assureur peut résilier le contrat
dans les quinze jours suivant l’expiration du délai précité.
L’assureur qui n’a pas résilié le contrat ni proposé sa modi-
fi cation dans les délais indiqués ci-dessus ne peut plus se
prévaloir à l’avenir de l’aggravation du risque.
§ 2. Si un sinistre survient avant que la modifi cation du
contrat ou la résiliation ait pris effet et si le preneur d’assu-
rance a rempli l’obligation visée au paragraphe 1er du présent
article, l’assureur est tenu d’effectuer la prestation convenue.
§ 3. Si un sinistre survient et que le preneur d’assurance
n’a pas rempli l’obligation visée au paragraphe 1er du présent
article:
a) l’assureur est tenu d’effectuer la prestation convenue
lorsque le défaut de déclaration ne peut être reproché au
preneur d’assurance;
b) l’assureur n’est tenu d’effectuer sa prestation que selon
le rapport entre la prime payée et la prime que le preneur
d’assurance aurait dû payer si l’aggravation avait été prise
en considération, lorsque le défaut de déclaration peut être
reproché au preneur d’assurance.
Toutefois, si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait en
aucun cas assuré le risque aggravé, sa prestation en cas
de sinistre est limitée au remboursement de la totalité des
primes payées;
c) si le preneur d’assurance a agi dans une intention
frauduleuse, l’assureur peut refuser sa garantie. Les primes
échues jusqu’au moment où l’assureur a eu connaissance
de la fraude lui sont dues à titre de dommages et intérêts.
Section VII
Coassurance et apérition
Article 86
Coassurance
Sauf convention contraire, la coassurance n’implique pas
la solidarité.
Article 87
Apérition
En cas de coassurance, un apériteur doit être désigné dans
le contrat. Celui-ci est réputé mandataire des autres assureurs
pour recevoir les déclarations prévues par le contrat et faire
rekenen vanaf de ontvangst van dit voorstel, dit laatste niet
wordt aanvaard, kan de verzekeraar de overeenkomst opzeg-
gen binnen vijftien dagen na het verstrijken van voornoemde
termijn.
De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft opgezegd
noch binnen de hierboven bepaalde termijnen een wijziging
heeft voorgesteld, kan zich later niet meer beroepen op de
verzwaring van het risico.
§ 2. Indien zich een schadegeval voordoet voordat de
wijziging van de overeenkomst of de opzegging van kracht is
geworden, en indien de verzekeringnemer de verplichting van
paragraaf 1 van dit artikel heeft vervuld, dan is de verzekeraar
tot de overeengekomen prestatie gehouden.
§ 3. Als een schadegeval zich voordoet en de verzekering-
nemer de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde verplichting
niet is nagekomen:
a) is de verzekeraar ertoe gehouden de overeengekomen
prestatie te leveren wanneer het ontbreken van de kennis-
geving niet kan worden verweten aan de verzekeringnemer;
b) is de verzekeraar er slechts toe gehouden de prestatie
te leveren naar de verhouding tussen de betaalde premie
en de premie die de verzekeringnemer had moeten betalen
indien de verzwaring in aanmerking was genomen, wanneer
het ontbreken van de kennisgeving aan de verzekeringnemer
kan worden verweten.
Zo de verzekeraar evenwel het bewijs aanbrengt dat hij het
verzwaarde risico in geen enkel geval zou verzekerd hebben,
dan is zijn prestatie bij schadegeval beperkt tot de terugbeta-
ling van alle betaalde premies;
c) zo de verzekeringnemer met bedrieglijk opzet gehandeld
heeft, kan de verzekeraar zijn dekking weigeren. De premies,
vervallen tot op het ogenblik waarop de verzekeraar kennis
heeft gekregen van het bedrieglijk verzuim, komen hem toe
als schadevergoeding.
Afdeling VII
Medeverzekering en taak van de eerste verzekeraar
Artikel 86
Medeverzekering
Medeverzekering houdt geen hoofdelijkheid in, tenzij an-
ders is bedongen.
Artikel 87
Taak van de eerste verzekeraar
Bij medeverzekering dient een eerste verzekeraar te wor-
den aangewezen in de overeenkomst. Deze wordt geacht
de lasthebber te zijn van de overige verzekeraars voor het
118
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
les diligences requises en vue du règlement des sinistres,
en ce compris la détermination du montant de l’indemnité.
En conséquence, l’assuré peut lui adresser toutes les
signifi cations et les notifi cations, sauf celles relatives à une
action en justice intentée contre les autres coassureurs. Si
aucun apériteur n’a été désigné dans le contrat, l’assuré peut
considérer n’importe lequel des coassureurs comme apériteur
pour l’application du présent article. L’assuré doit cependant
toujours s’adresser au même coassureur comme apériteur.
Section VIII
Formes de résiliation
Article 88
Formes de résiliation
§ 1er. La résiliation du contrat se fait par lettre recommandée
à la poste, par exploit d’huissier ou par remise de la lettre de
résiliation contre récépissé.
Dans le cas visé à l’article 75, la résiliation se fait par l’acte
de mise en demeure visé à l’article 74.
§ 2. Sauf dans les cas visés aux articles 61, § 2, 75 et 90,
§ 1er, la résiliation n’a d’effet qu’à l’expiration d’un délai d’un
mois minimum à compter du lendemain de la signifi cation ou
du lendemain de la date du récépissé ou, dans le cas d’une
lettre recommandée, à compter du lendemain de son dépôt
à la poste.
Le délai visé à l’alinéa 1er doit être indiqué dans le contrat
et rappelé dans l’acte de résiliation.
Section IX
Durée et fi n du contrat
Article 89
Durée des obligations
§ 1er. La durée du contrat d’assurance ne peut excéder
un an. Sauf si l’une des parties s’y oppose, dans les formes
prescrites à l’article 88, au moins trois mois avant l’arrivée du
terme du contrat, celui-ci est reconduit tacitement pour des
périodes consécutives d’un an.
Le contrat ne peut imposer d’autres délais de préavis.
ontvangen van de kennisgevingen bepaald in de overeen-
komst en om het nodige te doen om de schadegevallen te
regelen, met inbegrip van de vaststelling van het bedrag van
de schadevergoeding.
Dientengevolge kan de verzekerde hem alle betekeningen
en kennisgevingen doen, met uitzondering van deze die
betrekking hebben op rechtsvorderingen ingesteld tegen
de andere medeverzekeraars. Indien er in de overeenkomst
geen eerste verzekeraar was aangeduid dan kan de verze-
kerde om het even wie van de medeverzekeraars als eerste
verzekeraar beschouwen voor de toepassing van dit artikel.
Niettemin moet de verzekerde zich steeds wenden tot dezelfde
medeverzekeraar als eerste verzekeraar.
Afdeling VIII
Opzeggingswijzen
Artikel 88
Opzeggingswijzen
§ 1. De overeenkomst kan worden opgezegd bij een ter post
aangetekende brief, bij deurwaardersexploot of door afgifte
van de opzeggingsbrief tegen ontvangstbewijs.
In het geval van artikel 75 geschiedt de opzegging bij de
akte van ingebrekestelling, bedoeld in artikel 74.
§ 2. Behoudens voor de in artikel 61, § 2, artikel 75 en
artikel 90, § 1 bedoelde gevallen heeft de opzegging eerst
uitwerking na het verstrijken van een termijn van ten minste
een maand te rekenen van de dag volgend op de betekening
of de dag volgend op de datum van het ontvangstbewijs of,
ingeval van een aangetekende brief, te rekenen van de dag
die volgt op zijn afgifte ter post.
De termijn bedoeld in het eerste lid moet worden vermeld
in de overeenkomst en herhaald in de opzegging.
Afdeling IX
Duur en einde van de overeenkomst
Artikel 89
Duur van de verplichtingen
§ 1. De duur van de verzekeringsovereenkomst mag
niet langer zijn dan één jaar. Behalve wanneer een van de
partijen ten minste drie maanden vóór de vervaldag van de
overeenkomst zich ertegen verzet, volgens de in artikel 88
voorgeschreven wijzen, wordt ze stilzwijgend verlengd voor
opeenvolgende periodes van één jaar.
De overeenkomst mag geen andere opzeggingstermijnen
opleggen.
119
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Les parties peuvent cependant résilier le contrat lorsque,
entre la date de sa conclusion et celle de sa prise d’effet,
s’écoule un délai supérieur à un an. Cette résiliation doit être
notifi ée au plus tard trois mois avant la prise d’effet du contrat.
Les alinéas 1er et 2 ne s’appliquent pas aux contrats d’assu-
rance maladie et d’assurance sur la vie. Toutefois, quelle que
soit la durée de ces contrats, le preneur d’assurance peut
les résilier chaque année, soit à la date anniversaire de la
prise de cours de l’assurance, soit à la date de l’échéance
annuelle de la prime.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas appli-
cables aux contrats d’assurance portant sur les risques que
le Roi détermine.
Toutefois, les risques suivants ne peuvent pas être exclus:
— Responsabilité civile et corps de véhicules en matière
de véhicules automoteurs;
— Incendie (risques simples);
— Responsabilité civile extra-contractuelle relative à la
vie privée;
— Accidents corporels couverts à titre individuel;
— Assistance;
— Protection juridique.
§ 3. Le présent article n’est pas applicable aux contrats
d’assurance d’une durée inférieure à un an.
Article 90
Résiliation après sinistre
§ 1er. Dans les cas où l’assureur se réserve le droit de
résilier le contrat après la survenance d’un sinistre, le preneur
d’assurance dispose du même droit. Cette résiliation est
notifi ée au plus tard un mois après le paiement ou le refus
de paiement de l’indemnité.
La résiliation prend effet à l’expiration d’un délai d’au moins
trois mois à compter du lendemain de la signifi cation, du len-
demain de la date du récépissé ou du lendemain de la date
du dépôt de l’envoi recommandé à la poste.
Lorsque le preneur d’assurance, l’assuré ou le bénéfi ciaire
a manqué à l’une des obligations nées de la survenance du
sinistre dans l’intention de tromper l’assureur, ce dernier peut,
en tout temps, résilier le contrat d’assurance dès qu’il a déposé
plainte, avec constitution de partie civile, contre une de ces
personnes devant un juge d’instruction ou l’a citée devant la
De partijen mogen de overeenkomst evenwel opzeggen
wanneer, tussen de datum van het sluiten en die van de
inwerkingtreding ervan, een termijn van meer dan één jaar
verloopt. Van deze opzegging moet uiterlijk drie maanden
vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst kennis ge-
geven worden.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op
de ziekte- en levensverzekeringsovereenkomsten. Ongeacht
de duur van die overeenkomsten kan de verzekeringnemer
ze evenwel jaarlijks opzeggen, hetzij op de jaardag van de
ingangsdatum van de verzekering, hetzij op de jaarlijkse
vervaldag van de premie.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing
op de verzekeringsovereenkomsten betreffende de risico’s
die de Koning bepaalt.
De volgende risico’s kunnen evenwel niet worden
uitgesloten:
— Burgerrechtelijke aansprakelijkheid en voertuigcasco
inzake motorrijtuigen;
— Brand (eenvoudige risico’s);
— Burgerrechtelijke extracontractuele aansprakelijkheid
met betrekking tot het privéleven;
— Lichamelijke ongevallen op persoonlijke titel gedekt;
— Hulpverlening;
— Rechtsbijstand.
§ 3. Dit artikel is niet van toepassing op de verzekerings-
overeenkomsten waarvan de duur korter is dan één jaar.
Artikel 90
Opzegging na schadegeval
§ 1. In de gevallen waarin de verzekeraar zich het recht
voorbehoudt de overeenkomst na het zich voordoen van een
schadegeval op te zeggen, beschikt de verzekeringnemer
over hetzelfde recht. Die opzegging geschiedt ten laatste één
maand na de uitbetaling of de weigering tot uitbetaling van
de schadevergoeding.
De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een
termijn van ten minste drie maanden te rekenen van de dag
volgend op de betekening, de dag volgend op de datum van
het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende zen-
ding, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte ter post.
Indien de verzekeringnemer, de verzekerde of de begun-
stigde één van zijn verplichtingen, ontstaan door het scha-
degeval, niet is nagekomen met de bedoeling de verzekeraar
te misleiden, kan deze laatste te allen tijde de verzekerings-
overeenkomst opzeggen, zodra hij bij een onderzoeksrechter
een klacht met burgerlijke partijstelling heeft ingediend tegen
120
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
juridiction de jugement sur la base des articles 193, 196, 197,
496 ou 510 à 520 du Code pénal. La résiliation prend effet au
plus tôt un mois à compter du lendemain de la signifi cation,
du lendemain de la date du récépissé ou du lendemain de la
date du dépôt de l’envoi recommandé à la poste.
L’assureur est tenu de réparer le dommage résultant de
cette résiliation s’il s’est désisté de son action ou si l’action
publique a abouti à un non-lieu ou à un acquittement.
§ 2. En assurance sur la vie ou en assurance maladie,
l’assureur ne peut se réserver le droit de résilier le contrat
après sinistre.
§ 3. En assurance couvrant la responsabilité civile obli-
gatoire en matière de véhicules automoteurs, l’assureur ne
peut se réserver le droit de résilier le contrat après sinistre
que s’il a payé ou devra payer des indemnités en faveur de
personnes lésées, à l’exception des paiements effectués en
application de l’article 29bis de la loi du 21 novembre 1989
relative à l’assurance obligatoire de la responsabilité en
matière de véhicules automoteurs.
Dans les cas où la résiliation n’est pas autorisée au sens de
l’alinéa précédent, la résiliation par l’assureur d’une garantie
annexe au contrat couvrant la responsabilité civile, ne lui
permet pas d’invoquer les dispositions de l’article 70 pour
résilier ce dernier.
§ 4. Les dispositions du paragraphe 1er du présent article
ne sont pas applicables aux contrats d’assurance portant sur
les risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques visés à l’article 89, § 2, alinéa 2, ne
peuvent pas être exclus.
Article 91
Faillite du preneur d’assurance
En cas de faillite du preneur d’assurance, l’assurance
subsiste au profi t de la masse des créanciers qui devient
débitrice envers l’assureur du montant des primes à échoir à
partir de la déclaration de la faillite.
L’assureur et le curateur de la faillite ont néanmoins le droit
de résilier le contrat. Toutefois, la résiliation du contrat par
l’assureur ne peut se faire au plus tôt que trois mois après la
déclaration de la faillite tandis que le curateur de la faillite ne
peut résilier le contrat que dans les trois mois qui suivent la
déclaration de la faillite.
Le présent article ne s’applique pas aux assurances de
personnes.
één van deze personen of hem voor het vonnisgerecht heeft
gedagvaard, op basis van de artikelen 193, 196, 197, 496 of
510 tot 520 van het Strafwetboek. De opzegging wordt van
kracht ten vroegste een maand te rekenen van de dag vol-
gend op de betekening, de dag volgend op de datum van het
ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende zending,
te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte ter post.
De verzekeraar moet de schade als gevolg van die opzeg-
ging vergoeden indien hij afstand doet van zijn vordering of
indien de strafvordering uitmondt in een buitenvervolgingstel-
ling of een vrijspraak.
§ 2. De verzekeraar kan zich niet het recht voorbehouden
de overeenkomst op te zeggen na schadegeval bij de levens-
of de ziekteverzekering.
§ 3. Bij een verzekering die de verplichte burgerrechtelijke
aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen dekt, kan de verzeke-
raar zich slechts het recht voorbehouden de overeenkomst
op te zeggen na een schadegeval, als hij de schadeloos-
stellingen ten gunste van de benadeelden heeft betaald of
zal moeten betalen, met uitzondering van de betalingen die
werden verricht met toepassing van artikel 29bis van de wet
van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprake-
lijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
Wanneer de opzegging niet is toegestaan in de zin van
het vorige lid, maakt de opzegging door de verzekeraar van
een waarborg als bijlage bij de overeenkomst die de burger-
rechtelijke aansprakelijkheid dekt, het hem niet mogelijk zich
te beroepen op de bepalingen van artikel 70 om de overeen-
komst op te zeggen.
§ 4. De bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel zijn niet
van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten betref-
fende de risico’s die de Koning bepaalt.
De risico’s, bedoeld in artikel 89, §2, tweede lid, kunnen
evenwel niet uitgesloten worden.
Artikel 91
Faillissement van de verzekeringnemer
In geval van faillissement van de verzekeringnemer blijft
de verzekering bestaan ten voordele van de massa van de
schuldeisers, die jegens de verzekeraar instaan voor de
betaling van de premies die nog moeten vervallen na de
faillietverklaring.
Niettemin hebben de verzekeraar en de curator van het fail-
lissement het recht de overeenkomst op te zeggen. Evenwel
kan de opzegging van de overeenkomst door de verzekeraar
slechts gebeuren ten vroegste drie maanden na de faillietver-
klaring, terwijl de curator van het faillissement dit slechts kan
gedurende de drie maanden na de faillietverklaring.
Dit artikel is niet van toepassing op de persoons-
verzekeringen.
121
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section X
Prescription
Article 92
Délai de prescription
§ 1er. Le délai de prescription de toute action dérivant du
contrat d’assurance est de trois ans. En assurance sur la vie,
le délai est de trente ans en ce qui concerne l’action relative
à la réserve formée, à la date de la résiliation ou de l’arrivée
du terme, par les primes payées, déduction faite des sommes
consommées.
Le délai court à partir du jour de l’événement qui donne
ouverture à l’action. Toutefois, lorsque celui à qui appartient
l’action prouve qu’il n’a eu connaissance de cet événement
qu’à une date ultérieure, le délai ne commence à courir qu’à
cette date, sans pouvoir excéder cinq ans à dater de l’événe-
ment, le cas de fraude excepté.
En matière d’assurance de la responsabilité, le délai
court, en ce qui concerne l’action récursoire de l’assuré
contre l’assureur, à partir de la demande en justice de la
personne lésée, soit qu’il s’agisse d’une demande originaire
d’indemnisation, soit qu’il s’agisse d’une demande ultérieure
ensuite de l’aggravation du dommage ou de la survenance
d’un dommage nouveau.
En matière d’assurance de personnes, le délai court, en
ce qui concerne l’action du bénéfi ciaire, à partir du jour où
celui-ci a connaissance à la fois de l’existence du contrat, de
sa qualité de bénéfi ciaire et de la survenance de l’événement
duquel dépend l’exigibilité des prestations d’assurance.
§ 2. Sous réserve de dispositions légales particulières,
l’action résultant du droit propre que la personne lésée pos-
sède contre l’assureur en vertu de l’article 154 se prescrit par
cinq ans à compter du fait générateur du dommage ou, s’il y a
infraction pénale à compter du jour où celle-ci a été commise.
Toutefois, lorsque la personne lésée prouve qu’elle n’a eu
connaissance de son droit envers l’assureur qu’à une date
ultérieure, le délai ne commence à courir qu’à cette date,
sans pouvoir excéder dix ans à compter du fait générateur
du dommage ou, s’il y a infraction pénale, du jour où celle-ci
a été commise.
§ 3. L’action récursoire de l’assureur contre l’assuré se
prescrit par trois ans à compter du jour du paiement par
l’assureur, le cas de fraude excepté.
Afdeling X
Verjaring
Artikel 92
Verjaringstermijn
§ 1. De verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voort-
vloeiend uit een verzekeringsovereenkomst bedraagt drie jaar.
In de levensverzekering bedraagt de termijn dertig jaar voor
wat betreft de rechtsvordering aangaande de reserve die op
de datum van opzegging of op de einddatum gevormd is door
de betaalde premies, onder aftrek van de verbruikte sommen.
De termijn begint te lopen vanaf de dag van het voorval
dat het vorderingsrecht doet ontslaan. Wanneer degene aan
wie de rechtsvordering toekomt, bewijst dat hij past op een
later tijdstip van het voorval kennis heeft gekregen, begint
de termijn te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk
geval vijf jaar na het voorval, behoudens bedrog.
In de aansprakelijkheidsverzekering begint de termijn, wat
de regresvordering van de verzekerde tegen de verzekeraar
betreft, te lopen vanaf het instellen van de rechtsvordering
door de benadeelde, onverschillig of het gaat om een oor-
spronkelijke eis tot schadeloosstelling dan wel om een latere
eis naar aanleiding van een verzwaring van de schade of van
het ontslaan van een nieuwe schade.
In de persoonsverzekering begint de termijn, wat de
rechtsvordering van de begunstigde betreft, te lopen vanaf
de dag waarop deze tegelijk kennis heeft van het bestaan van
de overeenkomst, van zijn hoedanigheid van begunstigde
en van het voorval dat de verzekeringsprestaties opeisbaar
doet worden.
§ 2.Onder voorbehoud van bijzondere wettelijke bepalin-
gen, verjaart de vordering die voortvloeit uit het eigen recht
dat de benadeelde tegen de verzekeraar heeft krachtens
artikel 154 door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het
schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag
waarop dit is gepleegd.
Indien de benadeelde evenwel bewijst dat hij pas op een
later tijdstip kennis heeft gekregen van zijn recht tegen de
verzekeraar, begint de termijn pas te lopen vanaf dat tijdstip,
maar hij verstrijkt in elk geval na verloop van tien jaar, te re-
kenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf
is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
§ 3. De regresvordering van de verzekeraar tegen de verze-
kerde verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de
dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens bedrog.
122
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 93
Suspension et interruption de la prescription
§ 1er. La prescription contre les mineurs, interdits et autres
incapables ne court pas jusqu’au jour de la majorité ou de la
levée de l’incapacité.
§ 2. La prescription ne court pas contre l’assuré, le béné-
fi ciaire ou la personne lésée qui se trouve par force majeure
dans l’impossibilité d’agir dans les délais prescrits.
§ 3. Si la déclaration de sinistre a été faite en temps utile,
la prescription est interrompue jusqu’au moment où l’assureur
a fait connaître sa décision par écrit à l’autre partie.
§ 4. L’interruption ou la suspension de la prescription
de l’action de la personne lésée contre un assuré entraîne
l’interruption ou la suspension de la prescription de son
action contre l’assureur. L’interruption ou la suspension de la
prescription de l’action de la personne lésée contre l’assureur
entraîne l’interruption ou la suspension de la prescription de
son action contre l’assuré.
§ 5. La prescription de l’action visée à l’article 92, § 2, est
interrompue dès que l’assureur est informé de la volonté de
la personne lésée d’obtenir l’indemnisation de son préju-
dice. Cette interruption cesse au moment où l’assureur fait
connaître par écrit, à la personne lésée, sa décision d’indem-
nisation ou son refus.
Section XI
Arbitrage
Article 94
Arbitrage
§ 1er. La clause par laquelle les parties à un contrat d’assu-
rance s’engagent d’avance à soumettre à des arbitres les
contestations à naître du contrat est réputée non écrite.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er du présent article
ne sont pas applicables aux contrats d’assurance portant sur
les risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques visés à l’article 89, § 2, alinéa 2, ne
peuvent pas être exclus.
Artikel 93
Schorsing en stuiting van de verjaring
§ 1. De verjaring tegen minderjarigen, onbekwaamver-
klaarden en andere onbekwamen loopt niet tot de dag van de
meerderjarigheid of van de opheffing van de onbekwaamheid.
§ 2. De verjaring loopt niet tegen de verzekerde, de be-
gunstigde of de benadeelde die zich door overmacht in de
onmogelijkheid bevindt om binnen de voorgeschreven termijn
op te treden.
§ 3. Indien het schadegeval tijdig is aangemeld, wordt
de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de verzekeraar
aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft gegeven van zijn
beslissing.
§ 4. Stuiting of schorsing van de verjaring van de rechts-
vordering van de benadeelde tegen een verzekerde heeft
stuiting of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering
tegen de verzekeraar tot gevolg. Stuiting of schorsing van de
verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen de
verzekeraar heeft stuiting of schorsing van de verjaring van
zijn rechtsvordering tegen de verzekerde tot gevolg.
§ 5. De verjaring van de vordering bedoeld in artikel 92, §2,
wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt van de wil van
de benadeelde om een vergoeding te bekomen voor de door
hem geleden schade. De stuiting eindigt op het ogenblik dat
de verzekeraar aan de benadeelde schriftelijk kennis geeft
van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering.
Afdeling XI
Scheidsrechterlijke uitspraken
Artikel 94
Scheidsrechterlijke uitspraken
§ 1. Het beding waarbij de partijen bij een verzekerings-
overeenkomst zich vooraf verbinden de geschillen die uit de
overeenkomst zouden ontstaan, voor te leggen aan scheids-
rechters, wordt voor niet geschreven gehouden.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel zijn niet
van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten betref-
fende de risico’s die de Koning bepaalt.
De risico’s, bedoeld in artikel 89, §2, tweede lid, kunnen
evenwel niet uitgesloten worden.
123
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
Dispositions propres aux assurances à caractère
indemnitaire
Article 95
Intérêt d’assurance
L’assuré doit pouvoir justifi er d’un intérêt économique à la
conservation de la chose ou à l’intégrité du patrimoine.
Article 96
Assurance pour compte
L’assurance peut être souscrite pour compte de qui il appar-
tiendra. Dans ce cas, l’assuré est celui qui justifi e de l’intérêt
d’assurance lors de la survenance du sinistre.
Les exceptions inhérentes au contrat d’assurance que
l’assureur pourrait opposer au preneur d’assurance sont
également opposables à l’assuré quel qu’il soit.
Article 97
Etendue de la prestation d’assurance
La prestation due par l’assureur est limitée au préjudice
subi par l’assuré.
Ce préjudice peut notamment consister dans la privation
de l’usage du bien assuré ainsi que dans le défaut de profi t
espéré.
Article 98
Cumul d’assurances à caractères différents
Sauf convention contraire, les prestations dues en exé-
cution d’un contrat d’assurance à caractère indemnitaire ne
sont pas diminuées des prestations dues en exécution d’un
contrat d’assurance à caractère forfaitaire.
Article 99
Subrogation de l’assureur
L’assureur qui a payé l’indemnité est subrogé, à concur-
rence du montant de celle-ci, dans les droits et actions de
l’assuré ou du bénéfi ciaire contre les tiers responsables du
dommage.
Si, par le fait de l’assuré ou du bénéfi ciaire, la subrogation
ne peut plus produire ses effets en faveur de l’assureur, celui-
ci peut lui réclamer la restitution de l’indemnité versée dans
la mesure du préjudice subi.
HOOFDSTUK 2
Bepalingen eigen aan de verzekeringen tot vergoeding
van schade
Artikel 95
Belang bij het verzekerde
De verzekerde moet kunnen aantonen dat hij een in geld
waardeerbaar belang heeft bij het behoud van de zaak of bij
de gaafheid van het vermogen.
Artikel 96
Verzekering ten behoeve van een derde
De verzekering kan worden gesloten ten behoeve van wie
het aangaat. In dat geval is de verzekerde hij die in geval van
schade aantoont belang te hebben bij het verzekerde.
Alle excepties eigen aan de verzekeringsovereenkomst en
waarop de verzekeraar zich tegen de verzekeringnemer kan
beroepen zijn tegenstelbaar aan de verzekerde, wie het ook zij.
Artikel 97
Omvang van de verzekeringsprestatie
De prestatie die de verzekeraar verschuldigd is, mag de
door de verzekerde geleden schade niet te boven gaan.
Deze schade kan ondermeer bestaan in verlies van gebruik
van het verzekerde goed en in derving van verwachte winst.
Artikel 98
Samenloop van verzekeringen van verschillende aard
Tenzij anders is bedongen, wordt de prestatie die voort-
vloeit uit een verzekeringsovereenkomst tot vergoeding van
schade niet verminderd met de prestatie die voortvloeit uit
een verzekering tot uitkering van een vast bedrag.
Artikel 99
Indeplaatsstelling van de verzekeraar
De verzekeraar die de schadevergoeding betaald heeft,
treedt ten belope van het bedrag van die vergoeding in de
rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de be-
gunstigde tegen de aansprakelijke derden.
Indien, door toedoen van de verzekerde of de begunstigde,
de indeplaatsstelling geen gevolg kan hebben ten voordele
van de verzekeraar, kan deze van hem de terugbetaling vor-
deren van de betaalde schadevergoeding in de mate van het
geleden nadeel.
124
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
La subrogation ne peut nuire à l’assuré ou au bénéfi ciaire
qui n’aurait été indemnisé qu’en partie. Dans ce cas, il peut
exercer ses droits, pour ce qui lui reste dû, de préférence à
l’assureur.
Sauf en cas de malveillance, l’assureur n’a aucun recours
contre les descendants, les ascendants, le conjoint et les alliés
en ligne directe de l’assuré, ni contre les personnes vivant à
son foyer, ses hôtes et les membres de son personnel domes-
tique. En cas de malveillance occasionnée par des mineurs,
le Roi peut limiter le droit de recours de l’assureur couvrant la
responsabilité civile extra-contractuelle relative à la vie privée.
Toutefois l’assureur peut exercer un recours contre ces
personnes dans la mesure où leur responsabilité est effecti-
vement garantie par un contrat d’assurance.
Article 100
Surassurance de bonne foi
Lorsque le montant assuré de bonne foi, par un ou plusieurs
contrats souscrits auprès du même assureur, dépasse l’intérêt
assurable, chacune des parties a le droit de le réduire à due
concurrence.
Lorsque le montant assuré est réparti entre plusieurs
contrats souscrits auprès de plusieurs assureurs, cette réduc-
tion s’opère, à défaut d’un accord entre toutes les parties, sur
les montants assurés par les contrats dans l’ordre de leur date
en commençant par le plus récent et comporte éventuellement
la résiliation d’un ou de plusieurs contrats dont le montant
assuré serait ainsi rendu nul.
Article 101
Surassurance de mauvaise foi
Lorsqu’un même intérêt assurable est assuré de mauvaise
foi pour un montant trop élevé, par un ou plusieurs contrats
souscrits auprès d’un ou de plusieurs assureurs, les contrats
sont nuls, et l’assureur ou les assureurs, s’ils sont de bonne
foi, ont le droit de conserver les primes perçues à titre de
dommages et intérêts.
Article 102
Sous-assurance: règle proportionnelle
§ 1er. Sauf convention contraire, si la valeur de l’intérêt
assurable est déterminable et si le montant assuré lui est
inférieur, l’assureur n’est tenu de fournir sa prestation que
dans le rapport de ce montant à cette valeur.
De indeplaatsstelling mag de verzekerde of de begun-
stigde, die slechts gedeeltelijk vergoed is, niet benadelen. In
dat geval kan hij zijn rechten uitoefenen voor hetgeen hem
nog verschuldigd is, bij voorrang boven de verzekeraar.
De verzekeraar heeft geen verhaal op de bloedverwanten
in de rechte opgaande of nederdalende lijn, de echtgenoot en
de aanverwanten in de rechte lijn van de verzekerde, noch op
de bij hem inwonende personen, zijn gasten en zijn huisperso-
neel, behoudens kwaad opzet. In geval van kwaad opzet door
minderjarigen kan de Koning het recht van verhaal beperken
van de verzekeraar die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid
buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven dekt.
De verzekeraar kan evenwel verhaal uitoefenen op de in
het vorige lid genoemde personen, voor zover hun aanspra-
kelijkheid daadwerkelijk door een verzekeringsovereenkomst
is gedekt.
Artikel 100
Oververzekering te goeder trouw
Wanneer een bedrag te goeder trouw te hoog is verzekerd
bij een of meer overeenkomsten afgesloten bij dezelfde ver-
zekeraar, heeft elke partij het recht dit te verminderen tot de
waarde van het verzekerde.
Wanneer het verzekerde bedrag is verdeeld over verschil-
lende overeenkomsten, afgesloten bij verschillende verzeke-
raars, wordt de vermindering, bij gebrek aan overeenstemming
tussen alle partijen, toegepast op de bij de overeenkomsten
verzekerde bedragen, naar hun tijdsorde, te beginnen met de
jongste overeenkomst, en brengt zij de opzegging mee van
één of verscheidene overeenkomsten waarvan het verzekerde
bedrag aldus tot nul wordt teruggebracht.
Artikel 101
Oververzekering te kwader trouw
Wanneer een zelfde verzekerbaar belang door een of meer
overeenkomsten te kwader trouw verzekerd is voor een te
hoog bedrag, bij een of meer verzekeraars, zijn de overeen-
komsten nietig en hebben de verzekeraar of de verzekeraars,
indien zij te goeder trouw zijn, het recht de geïnde premies te
behouden als schadevergoeding.
Artikel 102
Onderverzekering: evenredigheidsbeginsel
§ 1. Indien de waarde van het verzekerbaar belang be-
paalbaar is en indien het verzekerd bedrag lager is dan die
waarde dan is de verzekeraar slechts tot prestatie gehouden
naar de verhouding van dat bedrag tot die waarde, tenzij
anders is bedongen.
125
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Le Roi peut, pour certains risques, limiter ou interdire
la sous-assurance et l’application de la règle proportionnelle.
Article 103
Répartition de la charge du sinistre en cas de pluralité
de contrats
§ 1er. Si un même intérêt est assuré contre le même risque
auprès de plusieurs assureurs, l’assuré peut, en cas de
sinistre, demander l’indemnisation à chaque assureur, dans
les limites des obligations de chacun d’eux, et à concurrence
de l’indemnité à laquelle il a droit.
Sauf en cas de fraude, aucun des assureurs ne peut se
prévaloir de l’existence d’autres contrats couvrant le même
risque pour refuser sa garantie.
§ 2. Sauf accord entre les assureurs au sujet d’un autre
mode de répartition, la charge du sinistre se répartit comme
suit:
1° Si la valeur de l’intérêt assurable est déterminable, la
répartition s’effectue entre les assureurs proportionnellement
à leurs obligations respectives;
2° Si la valeur de l’intérêt assurable n’est pas détermi-
nable, la répartition s’effectue par parts égales entre tous les
contrats jusqu’à concurrence du montant maximum commun
assuré par l’ensemble des contrats; sans qu’il ne soit plus
tenu compte des contrats dont la garantie effectivement
accordée atteint ce dernier montant, le solde éventuel de
l’indemnité se répartit de la même manière entre les autres
contrats, cette technique de répartition étant reproduite par
tranches successives jusqu’à la hauteur du montant total de
l’indemnité ou des garanties effectivement accordées par
l’ensemble des contrats;
3° Lorsqu’un ou plusieurs assureurs ne peuvent payer tout
ou partie de leur quote-part, celle-ci est répartie entre les
autres assureurs de la manière prévue au 2°, sans toutefois
que le montant assuré par chacun puisse être dépassé.
§ 3. Lorsqu’un ou plusieurs assureurs ne peuvent payer tout
ou partie de leur quote-part, les autres assureurs disposent
contre eux d’un droit de recours dans la mesure où ils ont
assumé une charge supplémentaire.
Article 104
Décès du preneur d’assurance bénéfi ciaire
de la garantie
En cas de transmission, à la suite du décès du preneur
d’assurance, de l’intérêt assuré, les droits et obligations nés
du contrat d’assurance sont transmis au nouveau titulaire de
cet intérêt.
§ 2. De Koning kan voor bepaalde risico’s de onderver-
zekering en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel
beperken of verbieden.
Artikel 103
Verdeling van de last van het schadegeval in geval
samenloop van verzekeringen
§ 1. Wanneer een zelfde belang is verzekerd bij verschei-
dene verzekeraars tegen hetzelfde risico, kan de verzekerde,
in geval van schade, van elke verzekeraar schadevergoeding
vorderen binnen de grenzen van ieders verplichtingen en ten
belope van de vergoeding waarop hij recht heeft.
Behalve in geval van fraude, kan geen verzekeraar zich
beroepen op het bestaan van andere overeenkomsten die
hetzelfde risico dekken om zijn waarborg te weigeren.
§ 2. Tenzij de verzekeraars een andere verdeelsleutel
bedongen hebben, wordt de last van het schadegeval om-
geslagen als volgt:
1° Indien de waarde van het verzekeraar belang bepaalbaar
is, geschiedt de omslag over de verzekeraars naar evenredig-
heid van hun respectieve verplichtingen;
2° Indien de waarde van het verzekeraar belang niet
bepaalbaar is, dragen alle overeenkomsten met een gelijk
aandeel bij ten belope van het hoogste bedrag dat door alle
overeenkomsten gemeenschappelijk verzekerd is; zonder dat
nog rekening wordt gehouden met de overeenkomsten waar-
van de daadwerkelijke dekking met dat bedrag overeenkomt,
wordt het overblijvende gedeelte van de schadevergoeding
op dezelfde wijze verdeeld. Die verdelingstechniek wordt
telkens herhaald totdat de schade geheel is vergoed of totdat
is voldaan aan de dekkingen die door de gezamenlijke over-
eenkomsten daadwerkelijk worden verleend;
3° Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn hun
aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, wordt dit over de
andere verzekeraars omgeslagen op de wijze bepaald in het
2°, evenwel zonder dat de door ieder van hen verzekerde som
wordt overschreden.
§ 3. Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn hun
aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, hebben de andere
verzekeraars op hen een recht van verhaal in verhouding tot
de bijkomende laste die zij gedragen hebben.
Artikel 104
Overlijden van de verzekeringnemer,
begunstigde van de dekking
In geval van overgang van het verzekerde belang ten ge-
volge van het overlijden van de verzekeringsnemer, gaan de
rechten en verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst
over op de nieuwe houder van dat belang.
126
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Toutefois, le nouveau titulaire de l’intérêt assuré et l’assu-
reur peuvent notifi er la résiliation du contrat, le premier par
lettre recommandée à la poste dans les trois mois et qua-
rante jours du décès, le second dans les formes prescrites
par l’article 88, § 1er, dans les trois mois du jour où il a eu
connaissance du décès.
Article 105
Contrats conclus intuitu personae
Par dérogation à l’article 104, le contrat qui a été conclu en
considération de la personne de l’assuré prend fi n de plein
droit au décès de celui-ci.
CHAPITRE 3
Dispositions propres aux assurances à caractère
forfaitaire
Article 106
Intérêt d’assurance
Le bénéfi ciaire doit avoir un intérêt personnel et licite à la
non-survenance de l’événement assuré.
Il est suffisamment justifi é de cet intérêt lorsque l’assuré a
donné son consentement au contrat.
Article 107
Absence de subrogation
Sauf convention contraire, l’assureur qui a exécuté les
prestations assurées n’est pas subrogé contre les tiers dans
les droits du preneur d’assurance ou du bénéfi ciaire.
Article 108
Cumul d’indemnités et prestations
Sauf convention contraire, les indemnités ou prestations
que le bénéfi ciaire obtient à un autre titre ne réduisent pas
les obligations de l’assureur.
De nieuwe houder van het verzekerde belang en de verze-
keraar kunnen evenwel kennis geven van de beëindiging van
de overeenkomst, de eerste bij een ter post aangetekende
brief, binnen drie maanden en veertig dagen na het overlijden,
de tweede in de bij artikel 88, §1, voorgeschreven vormen,
binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop hij
kennis heeft gekregen van het overlijden.
Artikel 105
Overeenkomsten gesloten intuitu personae
In afwijking van artikel 104 eindigt de overeenkomst die uit
hoofde van de persoon van de verzekerde is gesloten, van
rechtswege door diens overlijden.
HOOFDSTUK 3
Bepalingen eigen aan de verzekering tot uitkering van
een vast bedrag
Artikel 106
Belang bij het verzekerde
De begunstigde moet een persoonlijk en geoorloofd be-
lang hebben bij het zich niet voordoen van de verzekerde
gebeurtenis.
Dat belang is voldoende aangetoond wanneer de verze-
kerde met de overeenkomst heeft ingestemd.
Artikel 107
Geen indeplaatsstelling
Tenzij anders is bedongen, treedt de verzekeraar die de
verzekerde prestaties heeft uitgevoerd, niet in de rechten
van de verzekeringnemer of de begunstigde jegens derden.
Artikel 108
Samenloop van schadevergoedingen en prestaties
Tenzij anders is bedongen, worden de verplichtingen van
de verzekeraar niet verminderd door de schadevergoedingen
of prestaties die de begunstigde op andere gronden verkrijgt.
127
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
TITRE III
Les assurances de dommages
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 109
Principe indemnitaire
Toute assurance de dommages a un caractère indemnitaire.
Article 110
Frais de sauvetage
Les frais découlant aussi bien des mesures demandées
par l’assureur aux fi ns de prévenir ou d’atténuer les consé-
quences du sinistre que des mesures urgentes et raisonnables
prises d’initiative par l’assuré pour prévenir le sinistre en cas
de danger imminent ou, si le sinistre a commencé, pour en
prévenir ou en atténuer les conséquences, sont supportés par
l’assureur lorsqu’ils ont été exposés en bon père de famille,
alors même que les diligences faites l’auraient été sans résul-
tat. Ils sont à sa charge même au-delà du montant assuré.
Le Roi peut, pour les contrats d’assurance de la responsa-
bilité autre que celle visée par la loi du 21 novembre 1989 rela-
tive à l’assurance obligatoire de la responsabilité en matière
de véhicules automoteurs et pour les contrats d’assurance de
choses, limiter les frais visés à l’alinéa 1er du présent article.
CHAPITRE 2
Des contrats d’assurance de choses
Section Ire
Dispositions communes à toutes
les assurances de choses
Sous-section 1re
Valeur assurable
Article 111
Modalités d’évaluation
Les parties peuvent déterminer la manière dont les biens
doivent être évalués en vue de leur assurance. Par dérogation
à l’article 97, elles peuvent convenir d’une valeur de recons-
truction, de reconstitution ou de remplacement, même sans
en déduire la dépréciation résultant de la vétusté.
TITEL III
Schadeverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 109
Het beginsel van de schadevergoeding
Elke schadeverzekering beoogt de vergoeding van schade.
Artikel 110
Reddingskosten
De kosten die voortvloeien zowel uit de maatregelen die
de verzekeraar heeft gevraagd om de gevolgen van het scha-
degeval te voorkomen of te beperken als uit de dringende en
redelijke maatregelen die de verzekerde uit eigen beweging
heeft genomen om bij nakend gevaar een schadegeval te
voorkomen, of, zodra het schadegeval ontstaat, om de ge-
volgen ervan te voorkomen of te beperken, worden mits zij
met de zorg van een goed huisvader zijn gemaakt, door de
verzekeraar gedragen, ook wanneer de aangewende pogin-
gen vruchteloos zijn geweest. Zij komen te zijnen laste zelfs
boven de verzekerde som.
Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere dan
die bedoeld in de wet van 21 november 1989 betreffende de
verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen
en voor de zaakverzekeringsovereenkomsten, kan de Koning
de in het eerste lid van dit artikel bedoelde kosten beperken.
HOOFDSTUK 2
Zaakverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende alle
zaakverzekeringen
Onderafdeling 1
Verzekerbare waarde
Artikel 111
Wijze van waardebepaling
De partijen kunnen bepalen op welke wijze de waarde van
de goederen wordt begroot voor de verzekering. In afwijking
van artikel 97 kunnen zij een herbouwwaarde, een herstel-
waarde of een vervangingswaarde bedingen, zelfs zonder
aftrek van de waardevermindering wegens ouderdom.
128
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 112
Fixation du montant assuré
Le montant assuré est fi xé par le preneur d’assurance. Ce
montant est censé être égal à la valeur de l’intérêt assurable
s’il est fi xé en accord avec le mandataire de l’assureur.
Les parties peuvent convenir que ce montant sera adapté
de plein droit selon les critères qu’elles déterminent.
Article 113
Valeur agréée
Les parties peuvent agréer expressément la valeur qu’elles
entendent attribuer à des biens déterminés. Cette valeur les
engage, sauf fraude.
Si le bien assuré en valeur agréée vient à perdre une part
sensible de sa valeur, chacune des parties est néanmoins
fondée à réduire le montant de la valeur agréée ou à résilier
le contrat.
Sous-section 2
Obligations de l’assuré
Article 114
État des lieux
L’assuré ne peut, de sa propre autorité, apporter sans
nécessité au bien sinistré des modifi cations de nature à rendre
impossible ou plus difficile la détermination des causes du
sinistre ou l’estimation du dommage.
Si l’assuré ne remplit pas l’obligation visée à l’alinéa 1er et
qu’il en résulte un préjudice pour l’assureur, celui-ci a le droit
de prétendre à une réduction de sa prestation à concurrence
du préjudice qu’il a subi ou de réclamer des dommages et
intérêts.
L’assureur peut décliner sa garantie si, dans une intention
frauduleuse, l’assuré n’a pas exécuté l’obligation visée à
l’alinéa 1er.
Artikel 112
Vaststelling van de verzekerde som
De verzekerde som wordt vastgesteld door de verzekering-
nemer. Deze som wordt geacht gelijk te zijn aan de waarde van
het verzekerbaar belang indien ze is vastgesteld in akkoord
met de gemandateerde van de verzekeraar.
Partijen kunnen overeenkomen dat die som van rechts-
wege wordt aangepast volgens maatstaven die zij bepalen.
Artikel 113
Voorafgaande taxatie
Partijen kunnen bij een uitdrukkelijk beding aan bepaalde
goederen een getaxeerde waarde toekennen. Die waarde is
voor partijen bindend, behoudens bedrog.
Wanneer een goed waarvoor een getaxeerde waarde is
bedongen een aanzienlijke waardevermindering ondergaat,
kan elke partij het bedrag van de getaxeerde waarde vermin-
deren of een einde maken aan de overeenkomst.
Onderafdeling 2
Verplichtingen van de verzekerde
Artikel 114
Gesteldheid van de plaats
De verzekerde mag behalve indien het echt noodzakelijk
is op eigen gezag geen veranderingen aanbrengen aan het
beschadigde goed waardoor het onmogelijk of moeilijker
wordt de oorzaken van de schade te bepalen of de schade
te taxeren.
Indien de verzekerde de in het eerste lid bedoelde ver-
plichting niet nakomt en er daardoor nadeel ontstaat voor
de verzekeraar, kan deze laatste aanspraak maken op een
vermindering van zijn prestatie tot beloop van het door hem
geleden nadeel of kan hij schadevergoeding vorderen.
Komt de verzekerde de in het eerste lid bedoelde verplich-
ting met bedrieglijk opzet niet na, dan kan de verzekeraar zijn
dekking weigeren.
129
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Sous-section 3
Cession entre vifs
Article 115
Cession entre vifs d’une chose assurée
§ 1er. En cas de cession entre vifs d’un immeuble, l’assu-
rance prend fi n de plein droit trois mois après la date de
passation de l’acte authentique.
Jusqu’à l’expiration du délai visé à l’alinéa 1er, la garantie
accordée au cédant est acquise au cessionnaire, sauf si ce
dernier bénéfi cie d’une garantie résultant d’un autre contrat.
§ 2. En cas de cession entre vifs d’un meuble, l’assurance
prend fi n de plein droit dès que l’assuré n’a plus la possession
du bien, sauf si les parties au contrat d’assurance conviennent
d’une autre date.
Sous-section 4
Paiement de l’indemnité et privilège de l’assureur
Article 116
Créanciers privilégiés et hypothécaires
Dans la mesure où l’indemnité due à la suite de la perte ou
de la détérioration d’un bien n’est pas entièrement appliquée
à la réparation ou au remplacement de ce bien, elle est affec-
tée au paiement des créances privilégiées ou hypothécaires,
selon le rang de chacune d’elles.
Néanmoins, le paiement de l’indemnité fait à l’assuré libère
l’assureur si les créanciers dont le privilège ne fait pas l’objet
d’une publicité n’ont pas au préalable formé opposition.
Les alinéas 1er et 2 ne portent pas atteinte aux dispositions
légales relatives aux actions directes contre l’assureur dans
des cas particuliers.
Article 117
Faillite de l’assuré
En cas de faillite de l’assuré, l’indemnité revient à la masse
faillie. Si toutefois certains biens assurés sont insaisissables,
l’indemnité due en vertu du contrat d’assurance de ces biens
revient au failli.
Onderafdeling 3
Overdracht onder de levenden
Artikel 115
Overdracht onder de levenden van een verzekerde zaak
§ 1. In geval van overdracht onder de levenden van een
onroerend goed, eindigt de verzekering van rechtswege drie
maanden na de datum van het verlijden van de authentieke
akte.
Tot het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn,
blijft de aan de overdrager verleende dekking gelden voor de
overnemer, tenzij deze laatste dekking geniet uit hoofde van
een andere overeenkomst.
§ 2. In geval van overdracht onder de levenden van een
roerend goed, eindigt de verzekering van rechtswege zodra
de verzekerde het goed niet meer in zijn bezit heeft, tenzij de
partijen bij de verzekeringsovereenkomst een andere datum
hebben bedongen.
Onderafdeling 4
Betaling van de schadevergoeding en voorrecht van de
verzekeraar
Artikel 116
Bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers
In zover de schadevergoeding die verschuldigd is wegens
het verlies of de beschadiging van een goed niet geheel ge-
bruikt wordt voor de herstelling of de vervanging van dat goed,
wordt zij aangewend voor de betaling van de bevoorrechte
of hypothecaire schuldvorderingen, ieder volgens haar rang.
De betaling van de vergoeding aan de verzekerde bevrijdt
niettemin de verzekeraar indien de schuldeisers wier voor-
recht niet openbaar gemaakt wordt, geen voorafgaand verzet
hebben gedaan.
Het eerste en het tweede lid doen geen afbreuk aan de wet-
telijk voorschriften betreffende de rechtstreekse vorderingen
tegen de verzekeraar in bijzondere gevallen.
Artikel 117
Faillissement van de verzekerde
In geval van faillissement van de verzekerde komt de ver-
goeding toe aan de failliete boedel. Zijn sommige van de ver-
zekerde goederen evenwel niet vatbaar voor beslag, dan komt
de vergoeding die verschuldigd is krachtens de overeenkomst
tot verzekering van die goederen, aan de gefailleerde toe.
130
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 118
Privilège de l’assureur
L’assureur a un privilège sur la chose assurée pour la prime
relative à la période pendant laquelle il a couvert effectivement
le risque. Le privilège n’existe, quelles que soient les modalités
de paiement de la prime, que pour une somme correspondant
à deux primes annuelles.
Ce privilège est dispensé de toute inscription. Il prend rang
immédiatement après celui des frais de justice.
Section II
Dispositions propres à certaines
assurances de choses
Sous-section 1re
L’assurance contre l’incendie
Article 119
Garantie normale
Sauf convention contraire, l’assurance contre l’incendie
garantit les biens assurés contre les dégâts causés par
l’incendie, par la foudre, par l’explosion, par l’implosion ainsi
que par la chute ou le heurt d’appareils de navigation aérienne
ou d’objets qui en tombent ou qui en sont projetés et par le
heurt de tous autres véhicules ou d’animaux.
Article 120
Extensions de garantie
Même lorsque le sinistre se produit en dehors des biens
assurés, la garantie de l’assurance s’étend aux dégâts causés
à ceux-ci par:
1° les secours ou tout moyen convenable d’extinction, de
préservation ou de sauvetage;
2° les démolitions ou destructions ordonnées pour arrêter
les progrès d’un sinistre;
3° les effondrements résultant directement et exclusive-
ment d’un sinistre;
4° la fermentation ou la combustion spontanée suivies
d’incendie ou d’explosion.
Artikel 118
Voorrecht van de verzekeraar
Het voorrecht geldt slechts op de verzekerde zaak voor de
premie die betrekking heeft op de periode waarin de verzeke-
raar het risico daadwerkelijk heeft gedekt. Het geldt slechts
voor een bedrag gelijk aan twee jaarpremies, ongeacht de
wijze van betaling van de premie.
Dat voorrecht heeft niet te worden ingeschreven. Het volgt
in rang onmiddellijk na dat van de gerechtskosten.
Afdeling II
Nadere bepalingen betreffende sommige
zaakverzekeringen
Onderafdeling 1
Brandverzekering
Artikel 119
Normale dekking
Tenzij anders is bedongen, dekt de brandverzekering
de verzekerde goederen tegen schade veroorzaakt door
brand, door blikseminslag, door ontploffing, door implosie,
alsmede door het neerstorten van of het getroffen worden
door luchtvaartuigen of door voorwerpen die ervan afvallen
of eruit vallen, en door het getroffen worden door enig ander
voertuig of door dieren.
Artikel 120
Uitbreiding van de dekking
Ook wanneer het schadegeval zich voordoet buiten de
verzekerde goederen, strekt de verzekeringsdekking zich uit
tot schade die aan deze goederen is veroorzaakt door:
1° hulpverlening of enig dienstig middel tot het behoud, het
blussen of de redding;
2° afbraak of vernietiging bevolen om verdere uitbreiding
van de schade te voorkomen;
3° instorting als rechtstreeks en uitsluitend gevolg van een
schadegeval;
4° gisting of zelfontbranding gevolgd door brand of
ontploffing.
131
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 121
Assurance du mobilier
Le mobilier assuré qui garnit tout ou partie d’un bâtiment
comprend, outre celui qui appartient à l’assuré, celui de toutes
les personnes vivant à son foyer, le preneur d’assurance étant
réputé avoir souscrit à leur profi t.
Néanmoins, les parties peuvent convenir d’exclure du
mobilier assuré certains meubles déterminés dans le contrat.
Article 122
Assurance des responsabilités connexes
Sauf convention contraire, l’assurance des responsabilités
encourues par suite d’un sinistre frappant les biens désignés
par le contrat et dont la cause ou l’objet sont mentionnés aux
articles 119 à 121 ne couvre pas les dommages résultant de
lésions corporelles.
Article 123
Clauses d’exclusivité
L’assureur ne peut obliger le preneur d’assurance à faire
assurer par lui:
1° l’augmentation des montants assurés;
2° des dommages autres que ceux qui sont initialement
garantis.
L’alinéa 1er ne porte pas atteinte à l’application de l’article
112, alinéa 2.
Article 124
Droits des créanciers privilégiés et hypothécaires
§ 1er. Aucune exception ou déchéance dérivant d’un fait
postérieur au sinistre ne peut être opposée par l’assureur
au créancier jouissant sur les biens assurés d’un droit de
préférence connu de l’assureur.
§ 2. La suspension de la garantie de l’assureur, la réduction
du montant de l’assurance et la résiliation du contrat sont
opposables aux créanciers visés au paragraphe 1er.
Artikel 121
Inboedelverzekering
De verzekering van de inboedel waarmee een gebouw of
een gedeelte van een gebouw gestoffeerd is, omvat niet al-
leen de goederen die aan de verzekerde toebehoren, maar
ook die van alle bij hem inwonende personen, ten behoeve
van wie de verzekeringnemer geacht wordt de verzekering
mede te hebben gesloten.
Niettemin kunnen de partijen overeenkomen van de verze-
kerde inboedel bepaalde goederen, die in de overeenkomst
worden bepaald, uit te sluiten.
Artikel 122
Verzekering van de met schade samenhangende
aansprakelijkheid
Tenzij anders is bedongen wordt de schade voortkomend
uit lichamelijke letsels niet gedekt door de verzekering van de
aansprakelijkheid opgelopen tengevolge van een schadegeval
dat de in de overeenkomst aangewezen goederen treft en
waarvan de oorzaak of het voorwerp wordt vermeld in artikel
119 tot artikel 121.
Artikel 123
Exclusiviteitsclausules
De verzekeraar kan de verzekeringnemer niet verplichten
om bij hem te verzekeren:
1° de verhoging van de verzekerde bedragen;
2° andere schade dan die waarvoor aanvankelijk dekking
is verleend.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de toepassing van
artikel 112, tweede lid.
Artikel 124
Rechten van bevoorrechte en hypothecaire
schuldeisers
§ 1. Geen verweermiddel of verval van recht voortvloeiend
uit een feit dat zich na het schadegeval heeft voorgedaan, kan
door de verzekeraar worden tegengeworpen aan de schuld-
eiser die op de verzekerde goederen een recht van voorrang
heeft, dat de verzekeraar bekend is.
§ 2. De schorsing van de dekking van de verzekeraar, de
vermindering van het bedrag en de opzegging van de over-
eenkomst kunnen aan de schuldeisers bedoeld in paragraaf
1 worden tegengeworpen.
132
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Toutefois, si l’un de ces créanciers a avisé l’assureur
de l’existence de son droit de préférence, la suspension,
la réduction ou la résiliation ne lui seront opposables qu’à
l’expiration du délai d’un mois à compter de la notifi cation
que l’assureur en fait par lettre recommandée à la poste; le
délai commence à courir le lendemain du jour où la lettre a
été déposée à la poste.
Lorsque la suspension ou la résiliation sont intervenues à la
suite du non-paiement de la prime par le preneur d’assurance,
le créancier peut en éviter les conséquences moyennant le
paiement, dans le mois de la notifi cation faite par l’assureur,
des primes échues augmentées s’il y a lieu des intérêts et
des frais de recouvrement judiciaire.
Article 125
Paiement de l’indemnité
§ 1er. Les parties peuvent convenir que l’indemnité n’est
payable qu’au fur et à mesure de la reconstitution ou de la
reconstruction des biens assurés.
Le défaut de reconstruction ou de reconstitution desdits
biens pour une cause étrangère à la volonté de l’assuré est
sans effet sur le calcul de l’indemnité, sauf qu’il rend inappli-
cable la clause de valeur à neuf.
§ 2. En ce qui concerne les risques simples défi nis par le
Roi, l’indemnité est payée de la manière suivante:
1° l’assureur verse le montant destiné à couvrir les frais de
relogement et les autres frais de première nécessité au plus
tard dans les quinze jours qui suivent la date de la communi-
cation de la preuve que lesdits frais ont été exposés;
2° l’assureur paie la partie de l’indemnité incontestablement
due constatée de commun accord entre les parties dans les
trente jours qui suivent cet accord. En cas de contestation du
montant de l’indemnité, l’assuré désigne un expert qui fi xera
le montant de l’indemnité en concertation avec l’assureur. A
défaut d’un accord, les deux experts désignent un troisième
expert. La décision défi nitive quant au montant de l’indemnité
est alors prise par les experts à la majorité des voix. Les coûts
de l’expert désigné par l’assuré et le cas échéant du troisième
expert sont avancés par l’assureur et sont à charge de la partie
à laquelle il n’a pas été donné raison.
La clôture de l’expertise ou la fi xation du montant du dom-
mage doit avoir lieu dans les nonante jours qui suivent la date
à laquelle l’assuré a informé l’assureur de la désignation de
son expert. L’indemnité doit être payée dans les trente jours
qui suivent la date de clôture de l’expertise ou, à défaut, la
date de la fi xation du montant du dommage;
Indien een van die schuldeisers aan de verzekeraar
mededeling heeft gedaan van het bestaan van zijn recht
van voorrang, kunnen de schorsing, de vermindering en de
opzegging hem eerst worden tegengeworpen na verloop van
een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving
die de verzekeraar daarvan doet bij ter post aangetekende
brief, de termijn gaat in volgend op die waarop de brief ter
post is afgegeven.
Wanneer de schorsing of de opzegging het gevolg is van
wanbetaling van de premie door de verzekeringnemer, kan de
schuldeiser de gevolgen daarvan afwenden door binnen een
maand na de kennisgeving door de verzekeraar, de achterstal-
lige premies te betalen, in voorkomend geval vermeerderd met
de intrest en de kosten van gerechtelijke invordering.
Artikel 125
Betaling van schadevergoeding
§ 1. De partijen kunnen overeenkomen dat de vergoeding
slechts betaalbaar zal zijn naarmate de verzekerde goederen
worden wedersamengesteld of wederopgebouwd.
De niet-wederopbouw of -wedersamenstelling van die
goederen buiten de wil van de verzekerde, heeft geen invloed
op de berekening van de vergoeding, behalve dat het nieuw-
waardebeding ontoepasselijk wordt.
§ 2. Voor wat betreft de eenvoudige risico’s bepaald door
de Koning, wordt de vergoeding betaald als volgt:
1° de verzekeraar stort het bedrag tot dekking van de kosten
van huisvesting en van andere eerste hulp ten laatste binnen
vijftien dagen die volgen op de datum van de mededeling van
het bewijs dat deze kosten werden gemaakt;
2° de verzekeraar betaalt het gedeelte van de vergoeding
dat zonder betwisting bij onderling akkoord tussen de partijen
is vastgesteld binnen dertig dagen die volgen op dit akkoord.
In geval van betwisting van het bedrag van de schadevergoe-
ding, stelt de verzekerde een expert aan die in samenspraak
met de verzekeraar het bedrag van de schadevergoeding zal
vaststellen. Indien er dan nog geen akkoord bereikt wordt,
stellen beide experten een derde expert aan. De defi nitieve
beslissing over het bedrag van de schadevergoeding wordt
dan door de experten genomen met meerderheid van de stem-
men. De kosten van de expert aangesteld door de verzekerde
en desgevallend de derde expert worden voorgeschoten
door de verzekeraar en zijn ten laste van de in het ongelijk
gestelde partij.
De beëindiging van de expertise of de vaststelling van het
bedrag van de schade moet plaatsvinden binnen 90 dagen
die volgen op de datum waarop de verzekerde de verzekeraar
heeft op de hoogte gebracht van de aanstelling van zijn expert.
De schadevergoeding moet betaald worden binnen 30 dagen
die volgen op de datum van de beëindiging van de expertise
of, bij gebreke daaraan, op de datum van de vaststelling van
het schadebedrag;
133
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
3° en cas de reconstruction ou de reconstitution des
biens sinistrés, l’assureur est tenu de verser à l’assuré dans
les trente jours qui suivent la date de clôture de l’expertise
ou, à défaut, la date de la fi xation du montant du dommage,
une première tranche égale à l’indemnité minimale fi xée au
paragraphe 4, 1°, b).
Le restant de l’indemnité peut être payé par tranches au
fur et à mesure de l’avancement de la reconstruction ou de
la reconstitution pour autant que la tranche précédente soit
épuisée.
Les parties peuvent convenir après le sinistre une autre
répartition du paiement des tranches d’indemnité;
4° en cas de remplacement du bâtiment sinistré par
l’acquisition d’un autre bâtiment, l’assureur est tenu de verser
à l’assuré dans les trente jours qui suivent la date de clôture
de l’expertise ou, à défaut d’expertise, de la fi xation du mon-
tant du dommage, une première tranche égale à l’indemnité
minimale fi xée au paragraphe 4, 1°, b.
Le solde est versé à la passation de l’acte authentique
d’acquisition du bien de remplacement;
5° dans tous les autres cas, l’indemnité est payable dans
les trente jours qui suivent la date de clôture de l’expertise
ou à défaut la date de la fi xation du montant du dommage;
6° la clôture de l’expertise ou l’estimation du dommage
visées aux 3°, 4° et 5° ci-dessus doit avoir lieu dans les
nonante jours qui suivent la date de la déclaration du sinistre.
§ 3. Les délais prévus au paragraphe 2 sont suspendus
dans les cas suivants:
1° L’assuré n’a pas exécuté, à la date de clôture de l’exper-
tise, toutes les obligations mises à sa charge par le contrat
d’assurance. Dans ce cas, les délais ne commencent à courir
que le lendemain du jour où l’assuré a exécuté lesdites obli-
gations contractuelles;
2° Il s’agit d’un vol ou il existe des présomptions que le
sinistre peut être dû à un fait intentionnel dans le chef de
l’assuré ou du bénéfi ciaire d’assurance. Dans ce cas, l’assu-
reur peut se réserver le droit de lever préalablement copie
du dossier répressif. La demande d’autorisation d’en prendre
connaissance doit être formulée au plus tard dans les trente
jours de la clôture de l’expertise ordonnée par lui. L’éventuel
paiement doit intervenir dans les trente jours où l’assureur a
eu connaissance des conclusions dudit dossier, pour autant
que l’assuré ou le bénéfi ciaire, qui réclame l’indemnité, ne
soit pas poursuivi pénalement;
3° Le sinistre est dû à une catastrophe naturelle défi nie
à la sous-section 2 de la présente section. Dans ce cas, le
3° in geval van wederopbouw of wedersamenstelling van
de beschadigde goederen, is de verzekeraar ertoe gehouden
de verzekerde, binnen dertig dagen die volgen op de datum
van sluiting van de expertise of, bij ontstentenis, de datum
van de vaststelling van het bedrag van de schade, een eerste
gedeelte uit te betalen dat gelijk is aan de in paragraaf 4, 1°,
b) bepaalde minimumvergoeding.
De rest van de vergoeding mag worden betaald in schijven
naargelang de wederopbouw of wedersamenstelling vorde-
ren, voor zover de voorgaande schijf uitgeput is.
De partijen kunnen na het schadegeval een andere
verdeling van de betaling van de vergoedingsschijven
overeenkomen;
4° in geval van vervanging van het beschadigde gebouw
door de aankoop van een ander gebouw is de verzekeraar er
toe gehouden de verzekerde, binnen dertig dagen die volgen
op de datum van de sluiting van de expertise of bij ontstentenis
eraan, van de bepaling van het bedrag van de schade, een
eerste gedeelte uit te betalen dat gelijk is aan de in paragraaf
4, 1°, b) bepaalde minimumvergoeding.
Het saldo wordt gestort bij het verlijden van de authentieke
akte van aankoop van het vervangingsgoed;
5° in alle andere gevallen is de vergoeding betaalbaar bin-
nen dertig dagen die volgen op de datum van de sluiting van
de expertise of bij ontstentenis, de datum van de vaststelling
van het bedrag van de schade;
6° de sluiting van de expertise of de schatting van de
schade bedoeld bij 3°, 4° en 5° hierboven moet plaatsvinden
binnen negentig dagen die volgen op de datum van de aangifte
van het schadegeval.
§ 3. De termijnen bedoeld bij paragraaf 2 worden opge-
schort in de volgende gevallen:
1° De verzekerde heeft op de datum van sluiting van de
expertise niet alle verplichtingen vervuld die hem door de ver-
zekeringsovereenkomst zijn opgelegd. In dit geval beginnen
de termijnen pas te lopen vanaf de dag die volgt op de dag
waarop de verzekerde de genoemde contractuele verplich-
tingen is nagekomen;
2° Het gaat over een diefstal of er bestaan vermoedens
dat het schadegeval opzettelijk veroorzaakt kan zijn door de
verzekerde of de verzekeringsbegunstigde. In dit geval kan de
verzekeraar zich het recht voorbehouden vooraf kopie van het
strafdossier te nemen. Het verzoek om kennis ervan te mogen
nemen moet uiterlijk binnen dertig dagen na de afsluiting van
de door hem bevolen expertise geformuleerd worden. Indien
de verzekerde of de begunstigde die om vergoeding vraagt
niet strafrechtelijk wordt vervolgd, moet de eventuele betaling
geschieden binnen dertig dagen nadat de verzekeraar kennis
genomen heeft van de conclusies van het genoemde dossier;
3° Het schadegeval is veroorzaakt door een natuurramp
bedoeld bij Onderafdeling 2 van deze afdeling. In dit geval kan
134
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions
peut allonger les délais prévus au paragraphe 2, 1°, 2° et 6°;
4° L’assureur a fait connaître par écrit à l’assuré les raisons
indépendantes de sa volonté et de celle de ses mandataires,
qui empêchent la clôture de l’expertise ou l’estimation des
dommages visées au paragraphe 2, 6°.
§ 4. 1° Sans préjudice de l’application des autres disposi-
tions de la présente loi qui permettent de réduire l’indemnité,
l’indemnité visée au paragraphe 2 ne peut être inférieure:
a) en cas d’assurance en valeur à neuf, lorsque l’assuré
reconstruit, reconstitue ou remplace le bien sinistré, à 100 %
de cette valeur à neuf, vétusté déduite conformément au
paragraphe 5.
Toutefois, si le prix de reconstruction, de reconstitution
ou la valeur de remplacement est inférieur à l’indemnité pour
le bien sinistré calculée en valeur à neuf au jour du sinistre,
l’indemnité est au moins égale à cette valeur de reconstruc-
tion, de reconstitution ou de remplacement majorée de 80 %
de la différence entre l’indemnité initialement prévue et cette
valeur de reconstruction, de reconstitution ou de rempla-
cement déduction faite du pourcentage de vétusté du bien
sinistré et des taxes et droits qui seraient redevables sur cette
différence, vétusté déduite, conformément au paragraphe 5;
b) en cas d’assurance en valeur à neuf, lorsque l’assuré ne
reconstruit, ne reconstitue ou ne remplace pas le bien sinistré,
à 80 % de cette valeur à neuf, vétusté déduite, conformément
au paragraphe 5;
c) dans le cas d’une assurance en une autre valeur, à
100 % de cette valeur;
2° en cas de reconstruction, de reconstitution ou de rem-
placement du bien sinistré, l’indemnité visée au paragraphe
2 comprend tous taxes et droits généralement quelconques;
3° si le contrat comporte une formule d’adaptation automa-
tique, l’indemnité pour le bâtiment sinistré, calculée au jour
du sinistre, diminuée de l’indemnité déjà payée, est majorée
en fonction de la majoration éventuelle du dernier indice
connu au moment du sinistre, pendant le délai normal de
reconstruction qui commence à courir à la date du sinistre
sans que l’indemnité totale ainsi majorée puisse dépasser
120 % de l’indemnité initialement fi xée ni excéder le coût total
de la reconstruction.
§ 5. En cas d’assurance en valeur à neuf, la vétuste d’un
bien sinistré ou de la partie sinistrée d’un bien ne peut être
déduite que si elle excède 30 % de la valeur à neuf.
§ 6. Les paragraphes 1er, 4 et 5 du présent article ne
s’appliquent pas à l’assurance de la responsabilité.
de minister bevoegd voor Economische Zaken de termijnen
bedoeld bij paragraaf 2, 1°, 2° en 6°, verlengen;
4° De verzekeraar heeft de verzekerde schriftelijk de re-
denen, buiten zijn wil en die van zijn gemachtigden, duidelijk
gemaakt, redenen die de sluiting van de expertise of de raming
van de schade, bedoeld in paragraaf 2, 6° beletten.
§ 4. 1° Onverminderd de toepassing van de andere bepa-
lingen van deze wet die een vermindering van de vergoeding
mogelijk maken, mag de vergoeding bedoeld in paragraaf 2
niet minder zijn dan:
a) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde, wanneer
de verzekerde het beschadigde goed wederopbouwt, we-
dersamenstelt of vervangt, 100 % van deze nieuwwaarde na
aftrek van slijtage overeenkomstig paragraaf 5.
Zo evenwel de wederopbouwprijs, de wedersamenstel-
lingsprijs of de vervangingswaarde lager ligt dan de vergoe-
ding voor het beschadigde goed, berekend in nieuwwaarde op
de dag van het schadegeval, is de vergoeding minstens gelijk
aan deze wederopbouw-, wedersamenstellings- of vervan-
gingswaarde verhoogd met 80 % van het verschil tussen de
oorspronkelijk voorziene vergoeding en deze wederopbouw-,
wedersamenstellings- of vervangingswaarde verminderd met
het slijtagepercentage van het beschadigde goed en met de
taksen en rechten die zouden verschuldigd zijn op dit verschil
na aftrek van de slijtage, overeenkomstig paragraaf 5;
b) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde, wanneer
de verzekerde het beschadigde goed niet wederopbouwt,
wedersamenstelt of vervangt, 80 % van deze nieuwwaarde
na aftrek van de slijtage, overeenkomstig paragraaf 5;
c) in geval van verzekering tegen een andere waarde,
100 % van deze waarde;
2° in geval van wederopbouw, wedersamenstelling of
vervanging van het beschadigde goed, omvat de vergoeding
bedoeld bij paragraaf 2 alle taksen en rechten;
3° indien de overeenkomst een formule van automatische
aanpassing bevat, wordt de vergoeding voor het beschadigde
gebouw, berekend op de dag van het schadegeval, vermin-
derd met de vergoeding die reeds werd uitbetaald, verhoogd
volgens de eventuele verhoging van het op het ogenblik van
het schadegeval bekende jongste indexcijfer, gedurende de
normale heropbouwperiode die begint te lopen op de datum
van het schadegeval zonder dat de op die wijze verhoogde
totale vergoeding 120 % van de oorspronkelijk vastgestelde
vergoeding mag overschrijden en evenmin meer mag bedra-
gen dan de totale kostprijs van de heropbouw.
§ 5. In geval van verzekering tegen nieuwwaarde mag de
slijtage van een beschadigd goed of van het beschadigde
gedeelte van een goed slechts worden afgetrokken indien
deze hoger ligt dan 30 % van de nieuwwaarde.
§ 6. De paragrafen 1, 4 en 5 van dit artikel zijn niet van
toepassing op de aansprakelijkheidsverzekering.
135
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 7. En cas de non-respect des délais visés au paragraphe
2, la partie de l’indemnité qui n’est pas versée dans les délais
porte de plein droit intérêt au double du taux de l’intérêt légal
à dater du jour suivant celui de l’expiration du délai jusqu’à
celui du paiement effectif, à moins que l’assureur ne prouve
que le retard n’est pas imputable à lui-même ou à un de ses
mandataires.
Article 126
Droit propre du propriétaire et des tiers
L’indemnité due par l’assureur de la responsabilité locative
est dévolue, tant en cas de location que de sous-location, au
propriétaire du bien loué, à l’exclusion des autres créanciers
du locataire ou du sous-locataire.
L’indemnité due par l’assureur du recours des tiers est
dévolue exclusivement à ces derniers.
Le propriétaire et les tiers possèdent un droit propre contre
l’assureur.
Sous-section 2
L’assurance contre les catastrophes naturelles en ce qui
concerne des risques simples
Article 127
Couverture des catastrophes naturelles
L’assureur du contrat d’assurance de choses afférent au
péril incendie qui couvre les risques simples tels qu’ils sont
défi nis en exécution de l’article 125, § 2, délivre obligatoi-
rement la garantie des catastrophes naturelles énumérées
ci-dessous selon les conditions visées dans la présente
sous-section:
a) le tremblement de terre;
b) l’inondation;
c) le débordement ou le refoulement des égouts publics;
d) le glissement ou l’affaissement de terrain.
Toute suspension, nullité, expiration ou résiliation de la
garantie des catastrophes naturelles entraîne de plein droit
celle de la garantie afférente au péril incendie. De même, toute
suspension, nullité, expiration ou résiliation de la garantie
afférente au péril incendie entraîne de plein droit celle de la
garantie des catastrophes naturelles.
L’ensemble des périls visés par la présente sous-section
forme une seule et même garantie qui ne peut être limitée
§ 7. In geval van niet-eerbiediging van de termijnen bedoeld
bij paragraaf 2, brengt het gedeelte van de vergoeding dat
niet wordt betaald binnen de termijnen van rechtswege een
intrest op die gelijk is aan tweemaal de wettelijke intrestvoet
te rekenen vanaf de dag die volgt op het verstrijken van de
termijn tot op de dag van de daadwerkelijke betaling, tenzij
de verzekeraar bewijst dat de vertraging niet te wijten is aan
hemzelf of aan een van zijn gemachtigden.
Artikel 126
Eigen recht van eigenaar en derden
De verzekeraar van de huurdersaansprakelijkheid keert,
zowel in geval van huur als van onderhuur, de vergoeding
uit aan de eigenaar van het gehuurde goed, met uitsluiting
van alle andere schuldeisers van de huurder of van de
onderhuurder.
De verzekeraar van het verhaal van derden keert de ver-
goeding uitsluitend aan die derden uit.
De eigenaar en de derden bezitten een eigen recht jegens
de verzekeraar.
Onderafdeling 2
De verzekering tegen natuurrampen wat betreft
eenvoudige risico’s
Artikel 127
Dekking van het risico van natuurrampen
De verzekeraar van de zaakverzekeringsovereenkomst
met betrekking tot het gevaar brand die dekking verleent voor
eenvoudige risico’s, zoals bepaald ter uitvoering van artikel
125, § 2, verleent verplicht de waarborg tegen de hierna op-
gesomde natuurrampen volgens de voorwaarden bedoeld bij
deze onderafdeling:
a) de aardbeving;
b) de overstroming;
c) het overlopen of de opstuwing van de openbare riolen;
d) de aardverschuiving of grondverzakking”;
Elke schorsing, nietigheid, beëindiging of opzegging van de
waarborg tegen natuurrampen brengt van rechtswege deze
van de waarborg met betrekking tot het gevaar brand met
zich. Elke schorsing, nietigheid, beëindiging of opzegging van
de waarborg tegen brand brengt eveneens van rechtswege
deze van de waarborg met betrekking tot het gevaar natuur-
rampen met zich.
Het geheel van de bij deze onderafdeling bedoelde geva-
ren vormt een enkele en dezelfde waarborg en mag slechts
136
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
à une quotité des montants qui sont assurés sur le bâtiment
et le contenu que selon les règles déterminées par le Roi.
Sauf dispositions contraires, les dispositions de la sous-
section 1ère s’appliquent à la garantie visée par la présente
sous-section.
Article 128
Catastrophe naturelle: défi nition
§ 1er. Par catastrophe naturelle, l’on entend:
a) soit une inondation, à savoir un débordement de cours
d’eau, canaux, lacs, étangs ou mers suite à des précipitations
atmosphériques, un ruissellement d’eau résultant du manque
d’absorption du sol suite à des précipitations atmosphériques,
une fonte des neiges ou des glaces, une rupture de digues ou
un raz-de-marée, ainsi que les glissements et affaissements
de terrain qui en résultent;
b) soit un tremblement de terre d’origine naturelle qui
— détruit, brise ou endommage des biens assurables
contre ce péril dans les 10 kilomètres du bâtiment assuré,
— ou a été enregistré avec une magnitude minimale de 4
degrés sur l’échelle de Richter,
— ainsi que les inondations, les débordements et refoule-
ments d’égouts publics, les glissements et affaissements de
terrain qui en résultent;
c) soit un débordement ou un refoulement d’égouts publics
occasionné par des crues, des précipitations atmosphé-
riques, une tempête, une fonte des neiges ou de glace ou
une inondation;
d) soit un glissement ou affaissement de terrain, à savoir
un mouvement d’une masse importante de terrain qui détruit
ou endommage des biens, dû en tout ou en partie à un phé-
nomène naturel autre qu’une inondation ou un tremblement
de terre.
§ 2. Peuvent être utilisées pour la constatation des catas-
trophes naturelles visées au paragraphe 1er, a) à d), les
mesures effectuées par des établissements publics compé-
tents ou, à défaut, privés, qui disposent des compétences
scientifi ques requises.
§ 3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, étendre la liste des catastrophes naturelles visées
au paragraphe 1er.
Article 129
Catastrophe naturelle: unicité
§ 1er. Sont considérés comme un seul et même tremblement
de terre, le séisme initial et ses répliques survenues dans
worden beperkt tot een gedeelte van de verzekerde bedragen
op het gebouw en de inhoud, volgens de door de Koning
bepaalde maatregelen.
Behoudens andersluidende bepalingen, worden de bepa-
lingen van Onderafdeling 1 toegepast op de waarborg bedoeld
bij deze onderafdeling.
Artikel 128
Natuurramp: omschrijving
§ 1. Onder natuurramp wordt verstaan:
a) hetzij een overstroming, te weten het buiten de oevers
treden van waterlopen, kanalen, meren, vijvers of zeeën ten
gevolge van atmosferische neerslag, het afvloeien van water
wegens onvoldoende absorptie door de grond ten gevolge van
atmosferische neerslag, het smelten van sneeuw of ijs, een
dijkbreuk of een vloedgolf, alsmede de aardverschuivingen
of grondverzakkingen die eruit voortvloeien;
b) hetzij een aardbeving van natuurlijke oorsprong die
— tegen dit gevaar verzekerbare goederen vernietigt,
breekt of beschadigt binnen 10 kilometer van het verzekerde
gebouw,
— of werd geregistreerd met een minimum magnitude van
vier graden op de schaal van Richter,
— alsmede de overstromingen, het overlopen of het
opstuwen van openbare riolen, de aardverschuivingen of
grondverzakkingen die eruit voortvloeien;
c) hetzij een overlopen of een opstuwing van openbare
riolen veroorzaakt door het wassen van het water of door
atmosferische neerslag, een storm, het smelten van sneeuw
of ijs of een overstroming;
d) hetzij een aardverschuiving of grondverzakking, te weten
een beweging van een belangrijke massa van de bodemlaag,
die goederen vernielt of beschadigt, welke geheel of ten dele
te wijten is aan een natuurlijk fenomeen anders dan een
overstroming of een aardbeving.
§ 2. Metingen uitgevoerd door bevoegde openbare instel-
lingen of bij ontstentenis door private instellingen die over de
nodige wetenschappelijke bevoegdheden beschikken, kun-
nen gebruikt worden voor de vaststelling van natuurrampen
bedoeld in paragraaf 1, a) tot d).
§ 3. De Koning kan, bij een in de Ministerraad overlegd
besluit, de lijst van de in paragraaf 1 bedoelde natuurrampen
uitbreiden.
Artikel 129
Natuurramp: eenheid
§ 1. Worden beschouwd als één enkele aardbeving, de
initiële aardbeving en haar naschokken die optreden binnen
137
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
les 72 heures, ainsi que les périls assurés qui en résultent
directement.
§ 2. Sont considérés comme une seule et même inonda-
tion, le débordement initial d’un cours d’eau, d’un canal, d’un
lac, d’un étang ou d’une mer et tout débordement survenu
dans un délai de 168 heures après la décrue, c’est-à-dire le
retour de ce cours d’eau, ce canal, ce lac, cet étang ou cette
mer dans ses limites habituelles, ainsi que les périls assurés
qui en résultent directement.
Article 130
Etendue de la garantie
La garantie couvre au minimum:
a) les dégâts causés directement aux biens assurés par
une catastrophe naturelle telle que défi nie à l’article 128 ou un
péril assuré qui en résulte directement, notamment, l’incendie,
l’explosion, en ce compris celle d’explosifs, et l’implosion;
b) les dégâts aux biens assurés qui résulteraient de me-
sures prises dans le cas précité par une autorité légalement
constituée pour la sauvegarde et la protection des biens et
des personnes, en ce compris les inondations résultant de
l’ouverture ou de la destruction d’écluses, de barrages ou
de digues dans le but d’éviter une inondation éventuelle ou
l’extension de celle-ci;
c) les frais de déblaiement et de démolition nécessaires
à la reconstruction ou à la reconstitution des biens assurés
endommagés;
d) pour les habitations, les frais de relogement exposés
au cours des trois mois qui suivent la survenance du sinistre
lorsque les locaux d’habitation sont devenus inhabitables.
Le Roi peut imposer des conditions minimales supplémen-
taires concernant la garantie.
Article 131
Exclusions générales
§ 1er. Sont en principe exclus de la garantie visée par la
présente sous-section, sauf stipulation expresse du contrat
d’assurance, les récoltes non engrangées, les cheptels
vifs hors bâtiment, les sols, les cultures et les peuplements
forestiers.
§ 2. Peuvent être exclus de la garantie visée par la présente
sous-section:
a) les objets se trouvant en dehors des bâtiments sauf s’ils
y sont fi xés à demeure;
72 uur, alsook de verzekerde gevaren die er rechtstreeks uit
voortvloeien.
§ 2. Als één enkele overstroming wordt beschouwd, de initi-
ele overstroming van een waterloop, kanaal, meer, vijver of zee
en elke overloop die optreedt binnen 168 uur na het zakken
van het waterpeil, te weten de terugkeer binnen zijn gewone
limieten van de waterloop, kanaal, meer, vijver of zee alsook
de verzekerde gevaren die er rechtstreeks uit voortvloeien.
Artikel 130
Omvang van de waarborg
De waarborg dekt op zijn minst:
a) de schade die rechtstreeks aan de verzekerde goede-
ren wordt veroorzaakt door een natuurramp zoals bepaald
in artikel 128 of een verzekerd gevaar dat er rechtstreeks uit
voortvloeit, inzonderheid brand, ontploffing met inbegrip van
ontploffing van springstoffen, en implosie;
b) de schade aan de verzekerde goederen die zou voort-
spruiten uit maatregelen die in voornoemd geval zouden zijn
genomen door een bij wet ingesteld gezag voor de beveiliging
en de bescherming van de goederen en personen, daarbij
inbegrepen de overstromingen die het gevolg zijn van het
openzetten of de vernietiging van sluizen, stuwdammen of
dijken, met het doel een eventuele overstroming of de uitbrei-
ding ervan te voorkomen;
c) de opruimings- en afbraakkosten nodig voor het her-
bouwen of voor de wedersamenstelling van de beschadigde
verzekerde goederen;
d) voor woningen, de huisvestingskosten gedaan in de loop
van de drie maanden die volgen op het schadegeval wanneer
de woonlokalen onbewoonbaar zijn geworden.
De Koning kan bijkomende minimumvoorwaarden betref-
fende de waarborg opleggen.
Artikel 131
Algemene uitsluitingen
§ 1. Behalve andersluidende uitdrukkelijke bepalingen
van de verzekeringsovereenkomst, zijn in principe van de
waarborg bedoeld bij deze onderafdeling uitgesloten de
niet-binnengehaalde oogsten, de levende veestapel buiten
het gebouw, de bodem, de teelten en de bosaanplantingen.
§ 2. Kunnen van de waarborg bedoeld bij deze onderafde-
ling worden uitgesloten:
a) de voorwerpen die zich buiten een gebouw bevinden,
behalve als ze er voorgoed aan vastgemaakt zijn;
138
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
b) les constructions faciles à déplacer ou à démonter,
délabrées ou en cours de démolition et leur contenu éventuel,
sauf si ces constructions constituent le logement principal
de l’assuré;
c) les abris de jardin, remises, débarras et leur contenu
éventuel, les clôtures et les haies de n’importe quelle nature,
les jardins, plantations, accès et cours, terrasses, ainsi que les
biens à caractère somptuaire tels que piscines, tennis et golfs;
d) les bâtiments ou parties de bâtiment en cours de
construction, de transformation ou de réparation et leur
contenu éventuel, sauf s’ils sont habités ou normalement
habitables;
e) les corps de véhicules terrestres, aériens, maritimes,
lacustres et fl uviaux;
f) les biens transportés;
g) les biens dont la réparation des dommages est
organisée par des lois particulières ou par des conventions
internationales;
h) les dommages causés par toute source de rayonnements
ionisants;
i) le vol, le vandalisme, les dégradations immobilières et
mobilières commises lors d’un vol ou d’une tentative de vol
et les actes de malveillance rendus possibles ou facilités par
un sinistre couvert.
§ 3. Le Roi peut préciser les exclusions visées aux para-
graphes précédents.
Article 132
Exclusions pour le péril inondation et les
débordements et refoulements d’égouts publics
Peuvent être exclus de la garantie visée par la présente
sous-section mais uniquement en ce qui concerne le péril
inondation et débordements et refoulement d’égouts publics,
les dégâts causés au contenu des caves entreposé à moins
de 10 cm du sol, à l’exception des installations de chauffage,
d’électricité et d’eau qui y sont fi xés à demeure.
Par cave, l’on entend tout local dont le sol est situé à plus
de 50 cm sous le niveau de l’entrée principale vers les pièces
d’habitation du bâtiment qui le contient, à l’exception des
locaux de cave aménagés de façon permanente en pièces
d’habitation ou pour l’exercice d’une profession.
b) de constructies die gemakkelijk verplaatsbaar of uiteen
te nemen zijn of die bouwvallig zijn of in afbraak zijn, en
hun eventuele inhoud, behalve indien deze constructies als
hoofdverblijf van de verzekerde dienen;
c) tuinhuisjes, schuurtjes, berghokken en hun eventuele
inhoud, afsluitingen en hagen van om het even welke aard,
de tuinen, aanplantingen, toegangen en binnenplaatsen,
terrassen, alsook de luxegoederen zoals zwembaden, ten-
nis- en golfterreinen;
d) de gebouwen of gedeelten van gebouwen in opbouw,
verbouwing of herstelling en hun eventuele inhoud, behalve
indien zij bewoond of normaal bewoonbaar zijn;
e) de voertuigen en de lucht-, zee-, meer- en rivier-
vaartuigen;
f) de vervoerde goederen;
g) de goederen waarvan de herstelling van de schade wordt
georganiseerd door bijzondere wetten of door internationale
overeenkomsten;
h) schade veroorzaakt door elke bron van ioniserende
stralingen;
i) diefstal, vandalisme, onroerende en roerende beschadi-
gingen gepleegd bij een diefstal of een poging tot diefstal en
daden van kwaadwilligheid die mogelijk gemaakt werden of
vergemakkelijkt door een verzekerd schadegeval.
§ 3. De Koning kan de bij de voorgaande paragrafen be-
doelde uitsluitingen nader omschrijven.
Artikel 132
Uitsluitingen voor het gevaar overstroming en het
overlopen of de opstuwing van openbare riolen
Uit de door deze onderafdeling bedoelde waarborg, maar
alleen voor het gevaar overstroming en het overlopen of de
opstuwing van openbare riolen kan worden gesloten, de
schade veroorzaakt aan de inhoud van kelders die op minder
dan 10 centimeter van de grond is opgesteld, met uitzondering
van de verwarmings-, elektriciteits- en waterinstallaties die er
blijvend zijn bevestigd.
Onder een kelder verstaat men elk vertrek waarvan de
grondoppervlakte zich bevindt op meer dan 50 centimeter
beneden het niveau van de hoofdingang die leidt naar de
woonvertrekken van het gebouw, met uitzondering van de
kelderlokalen die blijvend als woonvertrekken of voor de
uitoefening van een beroep zijn ingericht.
139
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 133
Zones à risque
§ 1er. Par zones à risque, l’on entend les endroits qui ont
été ou peuvent être exposés à des inondations répétitives et
importantes.
§ 2. Le Roi détermine, en accord avec les régions, les
critères sur la base desquels celles-ci doivent formuler leurs
propositions en matière de délimitation des zones à risque.
Le Roi délimite ensuite les zones à risque.
Il ne peut étendre ou réduire les zones à risque qu’en
accord avec les régions. Il fi xe enfi n les modalités de la publi-
cation des zones à risque.
§ 3. Par dérogation à l’article 127, alinéa 3, l’assureur du
contrat d’assurance de choses afférent au péril incendie peut
refuser de délivrer une couverture contre l’inondation lorsqu’il
couvre un bâtiment, une partie de bâtiment ou le contenu d’un
bâtiment qui ont été construits plus de dix-huit mois après la
date de publication au Moniteur belge de l’arrêté royal clas-
sant la zone où ce bâtiment est situé comme zone à risque
conformément au paragraphe 2.
Les biens visés à l’alinéa précédent sont les biens en cours
de construction, de transformation ou de réparation qui sont
défi nitivement clos avec portes et fenêtres terminées et posées
à demeure et qui sont défi nitivement et entièrement couverts.
Cette dérogation est également applicable aux extensions
au sol des biens existant avant la date de classement visée
à l’alinéa 1er.
Cette dérogation n’est pas applicable aux biens ou par-
ties de biens qui sont reconstruits ou reconstitués après un
sinistre et qui correspondent à la valeur de reconstruction ou
de reconstitution des biens avant le sinistre.
§ 4. L’information sur le fait qu’un bien se situe dans une
zone à risques est fournie:
— par le comité d’acquisition ou le notaire, dans l’acte
authentique, en cas d’acte translatif de droit réel sur un bien
immobilier;
— par l’architecte, par écrit dans le contrat, en cas de
construction, restauration ou extension d’un bien immobilier;
— par le cédant, par écrit dans le contrat, en cas d’acte
translatif de droit réel sur un bien immobilier;
— par le bailleur, par écrit, dans le contrat ou un document
spécifi que, pour les biens immobiliers donnés en location et
érigés postérieurement à la délimitation des zones à risques;
Artikel 133
Risicozones
§ 1. Onder risicozones verstaat men de plaatsen die aan
terugkerende en belangrijke overstromingen blootgesteld
werden of blootgesteld kunnen worden.
§ 2. De Koning bepaalt, in overeenstemming met de gewes-
ten de criteria op basis waarvan de gewesten hun voorstellen
inzake de afbakening van de risicozones dienen te formuleren.
De Koning bakent vervolgens de risicozones af.
De Koning kan de risicozones slechts uitbreiden of verklei-
nen in onderling overleg met de gewesten. Hij bepaalt tenslotte
de modaliteiten van de bekendmaking van de risicozones.
§ 3. In afwijking van artikel 127, derde lid, kan de verzeke-
raar van de zaakverzekeringsovereenkomst met betrekking
tot het gevaar brand weigeren dekking te verlenen tegen de
overstroming als hij een gebouw, een gedeelte van een ge-
bouw of de inhoud van een gebouw dekt, die werden gebouwd
meer dan achttien maanden na de datum van bekendmaking
in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit, dat de
zone waarin het gebouw zich bevindt, in overeenstemming
met paragraaf 2, als risicozone klasseert.
De goederen bedoeld in het vorig lid zijn de goederen in
opbouw, verbouwing of herstelling, die defi nitief zijn gesloten
met afgewerkte en vast geplaatste deuren en ramen, en de-
fi nitief en volledig gedekt zijn.
Deze uitzondering is eveneens van toepassing op de uit-
breidingen op de grond van de goederen die bestonden voor
de datum van klassering, bedoeld in het eerste lid.
Deze uitzondering is niet van toepassing op de goederen of
delen van de goederen die werden heropgebouwd of wedersa-
mengesteld na een schadegeval en die overeenstemmen met
de waarde van de wederopbouw of de wedersamenstelling
van de goederen voor het schadegeval.
§ 4. De informatie over het feit dat een goed in een risico-
zone gelegen is, wordt verstrekt:
— door het comité van aankoop of de notaris, in de au-
thentieke akte, in het geval van akte van overdracht van een
zakelijk recht op een onroerend goed;
— door de architect, schriftelijk in de overeenkomst, in het
geval van bouw, restauratie of uitbreiding van een onroerend
goed;
— door de overdrager, schriftelijk in de overeenkomst, in
geval van akte van overdracht van een zakelijk recht op een
onroerend goed;
— door de verhuurder, schriftelijk in de overeenkomst of
in een bijzonder document, voor de in verhuur gegeven on-
roerende goederen die na de afbakening van de risicozones
werden opgericht;
140
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— par les agents désignés à cette fi n par le Roi;
— par les administrations communales en ce qui concerne
les zones à risque situées sur leur territoire.
Article 134
Paiement de l’indemnité
§ 1er. Sauf application du paragraphe 2, l’indemnité est
payée selon les dispositions de l’article 125.
Le contrat d’assurance ne peut appliquer, pour les risques
catastrophes naturelles et autres périls exceptionnels, une
franchise supérieure à 610 euros par sinistre. Ce montant
est lié à l’évolution de l’indice des prix à la consommation,
l’indice de base étant celui de décembre 1983, soit 119,64
(Base 1981 = 100).
§ 2. L’assureur peut limiter le total des indemnités qu’il devra
payer lors de la survenance d’une catastrophe naturelle au
montant le moins élevé de ceux obtenus en appliquant les
formules suivantes:
a) (0,45 x P + 0,05 x S) avec un minimum de 2.000.000
euros;
b) (1,05 x 0,45 x P) avec un minimum de 2.000.000 euros;
où:
P est l’encaissement des primes et accessoires, hors frais
d’acquisition et commissions, pour les garanties incendie et
périls connexes plus électricité des risques simples visés à
l’article 125, § 2, encaissement réalisé par l’assureur au cours
de l’exercice comptable précédant le sinistre;
S est le montant des indemnités dues par l’assureur pour
une catastrophe naturelle autre qu’un tremblement de terre
excédant le montant de 0,45 x P.
Dans le cas d’un tremblement de terre, l’assureur peut
limiter le total des indemnités qu’il devra payer au montant
le moins élevé de ceux obtenus en appliquant les formules
suivantes:
a) (1,20 x P + 0,05 x S’) avec un minimum de 2.000.000
euros;
b) (1,05 x 1,20 x P) avec un minimum de 2.000.000 euros;
où:
P est l’encaissement des primes et accessoires, hors frais
d’acquisition et commissions, pour les garanties incendie et
périls connexes plus électricité des risques simples visés à
l’article 125, § 2, encaissement réalisé par l’assureur au cours
de l’exercice comptable précédant le sinistre;
— door de daartoe door de Koning aangewezen
ambtenaren;
— door de gemeentelijke administraties, wat betreft de
risicozone’s die zich op hun grondgebied bevinden.
Artikel 134
Betaling van de vergoeding
§ 1. Behoudens toepassing van paragraaf 2, wordt de
vergoeding betaald volgens de bepalingen van artikel 125.
De verzekeringsovereenkomst mag voor de risico’s na-
tuurrampen en andere uitzonderlijke gevaren geen hogere
vrijstelling toepassen dan 610 euro per schadegeval. Dit be-
drag is gekoppeld aan de ontwikkeling van het indexcijfer der
consumptieprijzen met als basisindexcijfer dat van december
1983, namelijk 119,64 (Basis 1981 = 100).
§ 2.De verzekeraar mag het totaal van de vergoedingen
die hij zal moeten betalen bij een natuurramp, beperken tot
het laagste bedrag van die welke door toepassing van de
volgende formules worden verkregen:
a) (0,45 x P + 0,05 x S) met een minimum van 2.000.000
euro;
b) (1,05 x 0,45 x P) met een minimum van 2.000.000 euro;
waar:
P het incasso is van de premies en bijkomende kosten,
zonder commissie en acquisitiekosten voor de waarborgen
brand en aanverwante gevaren plus elektriciteit van de een-
voudige risico’s, bedoeld in artikel 125, § 2, incasso dat door
de verzekeraar gerealiseerd werd gedurende het boekjaar
voorafgaand aan het schadegeval;
S het bedrag is van de vergoedingen te betalen door de
verzekeraar voor een natuurramp anders dan een aardbeving
dat 0,45 x P overschrijdt.
In het geval van een aardbeving mag de verzekeraar het
totaal van de vergoedingen die hij zal moeten betalen beper-
ken tot het laagste bedrag van die welke door toepassing van
de volgende formules worden verkregen:
a) (1,20 x P + 0,05 x S’) met een minimum van 2.000.000
euro;
b) (1,05 x 1,20 x P) met een minimum van 2.000.000 euro;
waar:
P is het incasso van de premies en bijkomende kosten,
zonder commissie en acquisitiekosten voor de waarborgen
brand en aanverwante gevaren plus elektriciteit van de een-
voudige risico’s, bedoeld in artikel 125, § 2, incasso dat door
de verzekeraar gerealiseerd werd gedurende het boekjaar
voorafgaand aan het schadegeval;
141
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
S’ est le montant des indemnités dues par l’assureur pour
un tremblement de terre excédant 1,20 x P.
Le montant de 2 000 000 euros, visé dans le présent para-
graphe, est indexé conformément à la prescription de l’article
19, § 3, de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assurances et
publié par la Banque.
§ 3. Lorsqu’un assureur applique les dispositions du para-
graphe précédent, l’indemnité qu’il doit payer en vertu de
chacun des contrats d’assurance qu’il a conclu, est réduite à
due concurrence lorsque les limites prescrites à l’article 34-
3, alinéa 3, de la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation
de certains dommages causés à des biens privés par des
calamités naturelles sont dépassées.
Article 135
Bureau de tarifi cation
§ 1er. En vue d’assurer la couverture des risques visés par
la présente sous-section, le Roi met en place un Bureau de
tarifi cation qui a pour mission de préciser les conditions tari-
faires pour les risques qui ne trouvent pas de couverture. Sauf
dans les cas visés à l’article 133, § 3, tout candidat preneur
d’assurance a accès aux conditions tarifaires du Bureau de
tarifi cation conformément à ce qui est prévu au paragraphe 2.
Le Roi fi xe la date d’entrée en vigueur du Bureau.
Le Bureau de tarifi cation n’est pas considéré comme un
intermédiaire d’assurances au sens de l’article 5, 15°.
§ 2. L’assureur, qui refuse un candidat preneur d’assurance
ou qui propose une prime ou une franchise qui excède les
conditions tarifaires du Bureau, doit communiquer d’initiative
aux candidats preneurs d’assurance les conditions tarifaires
du Bureau de tarifi cation et informer simultanément le candidat
preneur d’assurance qu’il peut éventuellement s’adresser à
un autre assureur.
§ 3. Le Bureau se compose de quatre membres repré-
sentant les entreprises d’assurances et quatre membres
représentant les consommateurs, nommés par le Roi pour
un terme de six ans.
Les membres du Bureau sont choisis sur une liste double
présentée par les associations professionnelles des entre-
prises d’assurances et par les associations susceptibles de
représenter les intérêts des consommateurs.
Le Roi nomme, pour un terme de six ans, un président
n’appartenant pas aux catégories précédentes.
Le Roi fi xe les indemnités auxquelles le président et les
membres du bureau de tarifi cation ont droit.
S’ het bedrag is van de vergoedingen te betalen door de
verzekeraar voor een aardbeving dat 1,20 x P overschrijdt.
Het bedrag van 2 000 000 euro, bedoeld bij deze paragraaf
wordt geïndexeerd overeenkomstig het voorschrift van artikel
19, § 3, van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 hou-
dende algemeen reglement betreffende de controle op de ver-
zekeringsondernemingen en door de Bank bekendgemaakt.
§ 3. Indien een verzekeraar de bepalingen van vorige
paragraaf toepast, wordt de vergoeding, door hem verschul-
digd uit hoofde van elke door hem gesloten verzekerings-
overeenkomst, evenredig verminderd wanneer de limieten
voorgeschreven door artikel 34-3, derde lid, van de wet
van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade
veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen over-
schreden worden.
Artikel 135
Tariferingsbureau
§ 1. Teneinde de dekking van de door deze onderafde-
ling bedoelde risico’s te verzekeren, richt de Koning een
Tariferingsbureau op met als opdracht de tariefvoorwaarden
vast te stellen voor de risico’s die geen dekking vinden.
Behoudens de gevallen bedoeld in artikel 133, § 3, heeft elke
kandidaat-verzekeringnemer toegang tot de tariefvoorwaar-
den van het Tariferingsbureau overeenkomstig het bepaalde
in paragraaf 2.
De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van het
Bureau vast.
Het Tariferingsbureau wordt niet beschouwd als een ver-
zekeringstussenpersoon in de zin van artikel 5, 15°.
§ 2. De verzekeraar, die de kandidaat-verzekeringsnemer
weigert of die een premie of een vrijstelling voorstelt die ho-
ger ligt dan de tariefvoorwaarden van het Bureau, moet de
kandidaat-verzekeringsnemer op eigen initiatief informeren
over de tariefvoorwaarden van het Tariferingsbureau en tege-
lijk melding maken aan de kandidaat-verzekeringsnemer dat
deze zich eventueel kan wenden tot een andere verzekeraar.
§ 3. Het Bureau is samengesteld uit vier leden die de ver-
zekeringsondernemingen vertegenwoordigen en uit vier leden
die de consumenten vertegenwoordigen, benoemd door de
Koning voor een termijn van zes jaar.
De leden van het Bureau worden gekozen uit een dub-
bele lijst, voorgesteld door de beroepsverenigingen van de
verzekeringsondernemingen en door de verenigingen die in
aanmerking komen om de belangen van de consumenten te
vertegenwoordigen.
De Koning benoemt, voor een periode van zes jaar, een
voorzitter die niet bij de vorige categorieën hoort.
De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de voorzitter
en de leden van het tariferingsbureau recht hebben.
142
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le Roi désigne également pour chaque membre un sup-
pléant. Les suppléants sont choisis de la même manière que
les membres effectifs.
Le Bureau peut s’adjoindre des experts n’ayant pas voie
délibérative.
Les ministres ayant l’Economie, l’Intérieur et la Protection
de la Consommation dans leurs attributions peuvent déléguer
un observateur auprès du Bureau.
A moins que le Roi n’en décide autrement, le Bureau
exerce ses activités dans le cadre de la Caisse nationale
des Calamités visée à l’article 35 de la loi du 12 juillet 1976
relative à la réparation de certains dommages causés à des
biens privés par des calamités naturelles, qui en assure le
secrétariat et la gestion journalière.
§ 4. Le Roi détermine les conditions de fonctionnement
du Bureau et les obligations des assureurs. L’assureur qui
ne respecte pas les obligations prévues par ou en vertu du
présent article est présumé ne plus fonctionner en conformité
avec les dispositions de la loi du 9 juillet 1975.
§ 5. Les risques de catastrophes naturelles tarifés aux
conditions du Bureau sont assurés par l’ensemble des
assureurs pratiquant l’assurance incendie risques simples
en Belgique. La gestion de ces risques est assumée par
l’assureur du contrat d’assurance de choses afférant au péril
incendie risque simple du preneur d’assurance ou, à défaut,
par un autre assureur choisi par le candidat preneur d’assu-
rance dans cet ensemble d’assureurs qui couvrent les risques
simples en incendie en Belgique. Le résultat de cette gestion
ainsi que les frais de fonctionnement du Bureau sont répartis
entre les assureurs pratiquant l’assurance incendie risques
simples en Belgique.
§ 6. Le Bureau fait annuellement rapport de son fonc-
tionnement. Ce rapport comprend notamment une analyse
des conditions tarifaires appliquées par les assureurs. Il est
transmis sans délai aux Chambres législatives fédérales.
Article 136
Caisse de Compensation des Catastrophes naturelles
§ 1er. Le Roi agrée, aux conditions qu’Il détermine, une
Caisse de Compensation des Catastrophes naturelles, ci-
après dénommée Caisse de Compensation, qui a pour mis-
sion de fi xer la clé de répartition de la charge des sinistres
dont les risques ont été tarifés aux conditions du Bureau,
entre tous les assureurs qui offrent en Belgique l’assurance
des risques simples en incendie.
Le Roi peut en outre confi er à la Caisse de Compensation,
dans le cadre de la couverture des catastrophes naturelles,
une mission de coordination entre un assureur et la Caisse
nationale des Calamités.
De Koning wijst eveneens voor ieder lid een plaatsvervan-
ger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde manier
gekozen als de effectieve leden.
Het Bureau kan er deskundigen bij nemen die niet stem-
gerechtigd zijn.
De ministers bevoegd voor Economie, Binnenlandse
Zaken en Consumentenzaken kunnen een waarnemer naar
het Bureau afvaardigen.
Tenzij de Koning er anders over beslist, oefent het Bureau
zijn activiteiten uit bij de Nationale Kas voor Rampenschade,
bedoeld bij artikel 35 van de wet van 12 juli 1976 betreffende
het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goede-
ren door natuurrampen, die er het secretariaat en het dagelijks
beheer van waarneemt.
§ 4. De Koning legt de voorwaarden vast van de werking
van het Bureau en de verplichtingen van de verzekeraars.
De verzekeraar die de door en krachtens dit artikel bepaalde
verplichtingen niet naleeft, wordt geacht niet meer in overeen-
stemming te zijn met de bepalingen van de wet van 9 juli 1975.
§ 5. De aan de voorwaarden van het Bureau getarifeerde
natuurrampenrisico’s worden verzekerd door al de verzeke-
raars die in België de verzekering van de eenvoudige risico’s
tegen brand aanbieden. Het beheer van deze risico’s wordt
waargenomen door de zaakschadeverzekeraar eenvoudig
risico brand van de verzekeringsnemer of, bij gebreke daar-
aan, door een andere door de kandidaat-verzekeringsnemer
gekozen verzekeraar uit het geheel van de verzekeraars die
in België de verzekering van de eenvoudige risico’s tegen
brand aanbieden. Het resultaat van dit beheer alsmede de
werkingskosten van het Bureau worden omgeslagen over de
verzekeraars die in België de verzekering van de eenvoudige
risico’s tegen brand aanbieden.
§ 6. Het Bureau maakt jaarlijks een verslag over zijn wer-
king. Dit verslag bevat onder meer een analyse van de door
de verzekeraars toegepaste tariefvoorwaarden en wordt on-
verwijld overgezonden aan de Federale Wetgevende Kamers.
Artikel 136
Compensatiekas natuurrampen
§ 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij
bepaalt, een Compensatiekas Natuurrampen, hierna
Compensatiekas genoemd, met als opdracht de verdeelsleu-
tel vast te stellen die toelaat de schadelast van de aan de
voorwaarden van het Bureau getarifeerde risico’s te verdelen
tussen al de verzekeraars die in België de verzekering van de
eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden.
Bovendien kan de Koning aan de Compensatiekas in het
raam van de dekking van natuurrampen een opdracht tot co-
ordinatie tussen een verzekeraar en de Nationale Kas voor
Rampenschade toevertrouwen.
143
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Le Roi approuve les statuts et réglemente le contrôle
des activités de la Caisse de Compensation. Il indique les
actes qui doivent faire l’objet d’une publication au Moniteur
belge . Au besoin, le Roi crée la Caisse de Compensation.
§ 3. Les assureurs qui pratiquent en Belgique l’assurance
des risques simples en incendie sont solidairement tenus
d’effectuer, à la Caisse de Compensation, les versements
nécessaires pour l’accomplissement de sa mission et pour
en supporter les frais de fonctionnement.
Si la Caisse de Compensation est créée par le Roi, un
arrêté royal fi xe chaque année les règles de calcul des ver-
sements à effectuer par les assureurs.
§ 4. L’agrément est retiré si la Caisse de Compensation
n’agit pas conformément aux lois, aux règlements ou à ses
statuts.
Dans ce cas, le Roi peut prendre toutes mesures propres à
sauvegarder les droits des preneurs d’assurance, des assurés
et des personnes lésées.
La Caisse de Compensation reste soumise au contrôle
pendant la durée de la liquidation.
Le Roi nomme un liquidateur spécial chargé de cette
liquidation.
Sous-section 3
L’assurance des récoltes
Article 137
Résiliation après sinistre
Par dérogation à l’article 90, lorsque en matière d’assu-
rance des récoltes, l’assureur s’est réservé le droit de résilier
le contrat après la survenance d’un sinistre, cette résiliation
ne peut avoir d’effet qu’à l’expiration de la période normale
des récoltes.
Sous-section 4
L’assurance-crédit et l’assurance-caution
Article 138
Champ d’application
La présente sous-section s’applique aux contrats d’assu-
rance qui ont pour objet de garantir l’assuré contre les risques
de non-paiement de créances et contre les autres risques qui
y sont assimilables et qui sont déterminés par le Roi.
§ 2. De Koning keurt de statuten goed en reglementeert
de controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij wijst
de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad moe-
ten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt de Koning de
Compensatiekas in.
§ 3. De verzekeraars die in België de verzekering van de
eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden, zijn hoofdelijk
gehouden aan de Compensatiekas de stortingen te doen die
nodig zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar
werkingskosten te dragen.
Indien de Compensatiekas door de Koning is ingesteld,
legt een koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het be-
rekenen van de stortingen die door de verzekeraars moeten
worden gedaan.
§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de
Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten,
reglementen of haar statuten.
In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen ne-
men tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers,
de verzekerden en de benadeelden.
Zolang de vereffening duurt blijft de Compensatiekas aan
de controle onderworpen.
De Koning benoemt voor deze vereffening een bijzonder
vereffenaar.
Onderafdeling 3
Oogstverzekering
Artikel 137
Opzegging na schadegeval
In afwijking van artikel 90 wanneer de verzekeraar zich
inzake oogstverzekering het recht heeft voorbehouden de
verzekering na een schadegeval op te zeggen, heeft deze
opzegging eerst gevolg na het verstrijken van de normale
oogstperiode.
Onderafdeling 4
Krediet- en borgverzekering
Artikel 138
Toepassingsgebied
Deze onderafdeling is toepasselijk op de verzekerings-
overeenkomsten tegen niet-betaling aan de verzekerde
van schuldvorderingen, alsook tegen de andere risico’s die
daarmee kunnen gelijkgesteld worden en die door de Koning
worden bepaald.
144
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 139
Dispositions légales inapplicables ou supplétives
Les articles 61, 64, 85, 89, 90, 91, 94 et 99 ne sont pas
applicables à l’assurance-crédit et à l’assurance-caution.
Les articles 70, alinéas 2 et 3, et 84 sont supplétifs en ce
qui concerne l’assurance-crédit et l’assurance-caution.
Article 140
Exclusions
La présente partie n’est pas applicable:
1° à l’assurance-crédit et à l’assurance-caution qui garan-
tissent des créances sur l’étranger;
2° aux assurances qui relèvent de l’Office national du
Ducroire et que celui-ci délivre directement ou indirectement
pour le compte ou avec la garantie de l’État en exécution de
la loi du 31 août 1939 sur l’Office national du Ducroire.
Article 141
Refus défi nitif de la garantie
Par dérogation aux articles 75, alinéa 2, et 76, lorsque le
preneur d’assurance n’effectue pas le paiement des primes
échues dans le mois de la sommation de payer, l’assureur a
la faculté de refuser défi nitivement sa garantie; dans ce cas,
le preneur d’assurance reste tenu du paiement des primes
échues.
Article 142
Omission ou inexactitude non intentionnelles dans la
déclaration du risque et aggravation du risque
Sauf clause contraire, les règles suivantes s’appliquent:
§ 1er. Lorsque l’omission ou l’inexactitude dans la décla-
ration ne sont pas intentionnelles, l’assureur peut réduire sa
prestation dans le rapport entre la prime payée et la prime
que le preneur d’assurance aurait dû payer s’il avait réguliè-
rement déclaré le risque. L’assureur peut néanmoins décliner
sa garantie s’il établit qu’il n’aurait en aucun cas assuré le
risque réel. Dans ce cas, il restitue la prime.
Si une circonstance inconnue des deux parties lors de la
conclusion du contrat vient à être connue en cours d’exécution
de celui-ci, il sera fait application du paragraphe 2 si ladite
circonstance constitue une aggravation du risque assuré.
Artikel 139
Niet-toepasselijke of aanvullende wetsbepalingen
Artikel 61, artikel 64, artikel 85, artikel 89, artikel 90, arti-
kel 91, artikel 94 en artikel 99 zijn niet van toepassing op de
kredietverzekering en op de borgtochtverzekering.
Artikel 70, tweede en derde lid, en artikel 84 zijn aanvullend
wat de krediet- en borgtochtverzekering betreft.
Artikel 140
Uitsluitingen
Dit deel is niet toepasselijk op:
1° de kredietverzekering en de borgtochtverzekering tot
dekking van schuldvorderingen op het buitenland;
2° de verzekeringen die behoren tot de bevoegdheid van
de Nationale Delcrederedienst en die deze dienst rechtstreeks
of onrechtstreeks verleent voor rekening of met waarborg van
de Staat bij toepassing van de wet van 31 augustus 1939 op
de Nationale Delcrederedienst.
Artikel 141
Defi nitieve weigering van de dekking
In afwijking van artikel 75, tweede lid en artikel 76, kan
de verzekeraar definitief dekking weigeren wanneer de
verzekeringnemer een maand na de aanmaning tot betaling
de achterstallige premies niet heeft betaald; in dat geval is
de verzekeringnemer nog tot betaling van de achterstallige
premies gehouden.
Artikel 142
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist
meedelen van gegevens bij de aangifte van het risico
en verzwaring van het risico
Tenzij anders is bedongen, geldt:
§ 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meedelen van
gegevens niet opzettelijk geschiedt, kan de verzekeraar zijn
prestatie verminderen op basis van de verhouding tussen de
betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer zou
hebben moeten betalen indien hij het risico naar behoren had
opgegeven. De verzekeraar kan niettemin zijn waarborg weige-
ren zo hij bewijst dat hij in geen enkel geval het werkelijke risico
zou verzekerd hebben. In dat geval betaalt hij de premie terug.
Wanneer in de loop van een verzekering een omstandig-
heid bekend wordt die beide partijen op het ogenblik van het
sluiten van de overeenkomst onbekend was, wordt paragraaf
2 toegepast zo deze omstandigheid een verzwaring van het
verzekerde risico uitmaakt.
145
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat, le risque
de survenance d’un événement assuré s’est aggravé, le pre-
neur d’assurance doit en faire immédiatement la déclaration
à l’assureur.
Si un sinistre survient et que le preneur d’assurance ait
omis, dans une intention frauduleuse, de déclarer l’aggra-
vation, l’assureur a le droit de décliner toute garantie et de
conserver la prime.
Si le preneur d’assurance est de bonne foi, l’assureur peut
réduire sa prestation selon le rapport entre la prime payée et
la prime que le preneur d’assurance aurait dû payer si l’aggra-
vation avait été prise en considération. L’assureur peut néan-
moins décliner sa garantie s’il établit qu’il n’aurait en aucun
cas assuré le risque aggravé. Dans ce cas, il restitue la prime.
Article 143
Recours de l’assureur
Tous les droits et actions de l’assuré relatifs à la créance
faisant l’objet de l’assurance sont transférés à l’assureur qui
a indemnisé, même partiellement, l’assuré.
Les articles 1689 à 1701 et 2075 du Code civil ne sont pas
applicables au transfert de droits et d’actions visé à l’alinéa 1er.
Sauf convention contraire, toutes les sommes récupé-
rées après sinistre sont réparties entre l’assureur et l’assuré
proportionnellement à leurs parts respectives dans la perte.
Si, par le fait de l’assuré, le transfert ne peut plus produire
ses effets en faveur de l’assureur, celui-ci peut lui réclamer
la restitution de l’indemnité versée dans la mesure du pré-
judice subi.
Article 144
Cession des droits et obligations
découlant du contrat
La cession à un tiers des droits et obligations découlant
d’un contrat d’assurance-crédit ou d’assurance-caution n’est
opposable à l’assureur que si celui-ci a donné son consen-
tement par écrit.
§ 2. Wanneer in de loop van de uitvoering van de overeen-
komst het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet, is
verzwaard, moet de verzekeringnemer daarvan onmiddellijk
mededeling doen aan de verzekeraar.
Indien zich een schadegeval voordoet en de verzekering-
nemer met bedrieglijk opzet verzuimd heeft van de verzwaring
kennis te geven, is de verzekeraar niet tot prestatie gehouden
en heeft hij het recht de premie te behouden.
Indien de verzekeringnemer te goeder trouw is, kan de ver-
zekeraar zijn uitkering verminderen naar de verhouding tussen
de betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer had
moeten betalen indien de verzwaring in aanmerking was ge-
nomen. De verzekeraar kan niettemin zijn waarborg weigeren
zo hij bewijst dat hij in geen enkel geval het verzwaarde risico
zou verzekerd hebben. In dat geval betaalt hij de premie terug.
Artikel 143
Verhaalrecht van de verzekeraar
Alle rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde
betreffende de schuldvordering, die het voorwerp uitmaakt
van de verzekering, gaan over op de verzekeraar die de ver-
zekerde, zelfs gedeeltelijk, schadeloos heeft gesteld.
De artikelen 1689 tot 1701 en 2075 van het Burgerlijk
Wetboek zijn niet van toepassing op de overgang van rechten
en rechtsvorderingen bedoeld in het eerste lid.
Tenzij anders is bedongen, worden alle sommen die na
schadegeval zijn ingevorderd, verdeeld tussen de verzeke-
raar en de verzekerde naar verhouding van hun aandeel in
het verlies.
Indien de overdracht door het toedoen van de verzekerde
geen gevolg kan hebben ten voordele van de verzekeraar,
kan deze hem de terugbetaling vorderen van de betaalde
schadevergoeding in de mate waarin hij een nadeel heeft
ondergaan.
Artikel 144
Overdracht van de uit de overeenkomst voortvloeiende
rechten en verplichtingen
De overdracht aan een derde van de rechten en verplich-
tingen die uit een overeenkomst van krediet- of borgtochtver-
zekering voortvloeien, kan aan de verzekeraar slechts worden
tegengeworpen indien deze zijn schriftelijke toestemming
heeft gegeven.
146
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de la responsabilité
Article 145
Champ d’application
Le présent chapitre est applicable aux contrats d’assurance
qui ont pour objet de garantir l’assuré contre toute demande
en réparation fondée sur la survenance du dommage prévu
au contrat, et de tenir, dans les limites de la garantie, son
patrimoine indemne de toute dette résultant d’une respon-
sabilité établie.
Article 146
Obligations de l’assureur postérieures
à l’expiration du contrat
§ 1er. La garantie d’assurance porte sur le dommage sur-
venu pendant la durée du contrat et s’étend aux réclamations
formulées après la fi n de ce contrat.
§ 2. Pour les branches de la responsabilité civile générale,
autres que la responsabilité civile afférente aux véhicules
automoteurs, que le Roi détermine, les parties peuvent
convenir que la garantie d’assurance porte uniquement sur
les demandes en réparation formulées par écrit à l’encontre
de l’assuré ou de l’assureur pendant la durée du contrat pour
un dommage survenu pendant cette même durée.
Dans ce cas, sont également prises en considération, à
condition qu’elles soient formulées par écrit à l’encontre de
l’assuré ou de l’assureur dans un délai de trente-six mois à
compter de la fi n du contrat, les demandes en réparation qui
se rapportent:
— à un dommage survenu pendant la durée de ce contrat
si, à la fi n de ce contrat, le risque n’est pas couvert par un
autre assureur;
— à des actes ou des faits pouvant donner lieu à un dom-
mage, survenus et déclarés à l’assureur pendant la durée
de ce contrat.
Article 147
Direction du litige
A partir du moment où la garantie de l’assureur est due,
et pour autant qu’il y soit fait appel, celui-ci a l’obligation de
prendre fait et cause pour l’assuré dans les limites de la
garantie.
En ce qui concerne les intérêts civils, et dans la mesure où
les intérêts de l’assureur et de l’assuré coïncident, l’assureur a
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheidsverzekeringen
Artikel 145
Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de verzekeringsovereen-
komsten die ertoe strekken de verzekerde dekking te geven
tegen alle vorderingen tot vergoeding wegens het voorvallen
van de schade die in de overeenkomst is beschreven, en zijn
vermogen binnen de grenzen van de dekking te vrijwaren
tegen alle schulden uit een vaststaande aansprakelijkheid.
Artikel 146
Verplichtingen van de verzekeraar na het einde
van de overeenkomst
§ 1. De verzekeringswaarborg slaat op de schade voor-
gevallen tijdens de duur van de overeenkomst en strekt zich
uit tot vorderingen die na het einde van deze overeenkomst
worden ingediend.
§ 2. Voor de takken die deel uitmaken van de algemene
burgerrechtelijke aansprakelijkheid, andere dan de burger-
rechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen, die door
de Koning worden bepaald, kunnen de partijen overeenkomen
dat de verzekeringswaarborg alleen slaat op de vorderingen
die schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerde of de
verzekeraar tijdens de duur van de overeenkomst voor schade
voorgevallen tijdens diezelfde duur.
In dat geval worden ook in aanmerking genomen, op
voorwaarde dat ze schriftelijk worden ingesteld tegen de
verzekerde of de verzekeraar binnen zesendertig maanden te
rekenen van het einde van de overeenkomst, de vorderingen
tot vergoeding die betrekking hebben op:
— schade die zich tijdens de duur van deze overeenkomst
heeft voorgedaan indien bij het einde van deze overeenkomst
het risico niet door een andere verzekeraar is gedekt;
— daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot schade,
die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn voorgevallen
en aan de verzekeraar zijn aangegeven.
Artikel 147
Leiding van het geschil
Vanaf het ogenblik dat de verzekeraar tot het geven van
dekking is gehouden en voor zover deze wordt ingeroepen,
is hij verplicht zich achter de verzekerde te stellen binnen de
grenzen van de dekking.
Ten aanzien van de burgerrechtelijke belangen en in zo-
ver de belangen van de verzekeraar en van de verzekerde
147
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
le droit de combattre, à la place de l’assuré, la réclamation de
la personne lésée. Il peut indemniser cette dernière s’il y a lieu.
Ces interventions de l’assureur n’impliquent aucune recon-
naissance de responsabilité dans le chef de l’assuré et ne
peuvent lui causer préjudice.
Article 148
Transmission des pièces
Tout acte judiciaire ou extra-judiciaire relatif à un sinistre
doit être transmis à l’assureur dès sa notifi cation, sa signifi ca-
tion ou sa remise à l’assuré, sous peine, en cas de négligence,
de tous dommages et intérêts dus à l’assureur en réparation
du préjudice qu’il a subi.
Article 149
Défaut de comparaître
Lorsque par négligence l’assuré ne comparaît pas ou ne
se soumet pas à une mesure d’instruction ordonnée par le
tribunal, il doit réparer le préjudice subi par l’assureur.
Article 150
Paiement par l’assureur du principal,
des intérêts et des frais
A concurrence de la garantie, l’assureur paie l’indemnité
due en principal.
L’assureur paie, même au-delà des limites de la garantie,
les intérêts afférents à l’indemnité due en principal.
L’assureur paie, même au-delà des limites de la garantie,
les frais afférents aux actions civiles ainsi que les honoraires
et les frais des avocats et des experts, mais seulement dans
la mesure où ces frais ont été exposés par lui ou avec son
accord ou, en cas de confl it d’intérêts qui ne soit pas imputable
à l’assuré, pour autant que ces frais n’aient pas été engagés
de manière déraisonnable.
Le Roi peut, pour les risques couverts dans les contrats
d’assurance de la responsabilité autre que celle visée par la
loi du 21 novembre 1989 relative à l’assurance obligatoire de
la responsabilité en matière de véhicules automoteurs, limiter
les intérêts et frais visés aux alinéas 2 et 3 du présent article.
samenvallen, heeft de verzekeraar het recht om, in de plaats
van de verzekerde, de vordering van de benadeelde te be-
strijden. Hij kan deze laatste vergoeden indien daartoe grond
bestaat.
De tussenkomsten van de verzekeraar houden geen enkele
erkenning in van aansprakelijkheid vanwege de verzekerde
en zij mogen hem ook geen nadeel berokkenen.
Artikel 148
Overdracht van de stukken
Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken betreffen-
de een schadegeval moeten onmiddellijk na de kennisgeving,
de betekening of de terhandstelling aan de verzekerde, over-
gezonden worden aan de verzekeraar, bij verzuim waarvan de
verzekerde de verzekeraar moet vergoeden voor de schade
die deze geleden heeft.
Artikel 149
Niet-verschijning
Wanneer de verzekerde bij verzuim niet verschijnt of zich
niet onderwerpt aan een door de rechtbank bevolen onder-
zoeksmaatregel, moet hij de schade die de verzekeraar zou
hebben geleden vergoeden.
Artikel 150
Betaling door de verzekeraar van de hoofdsom, de
intrest en de kosten
De verzekeraar betaalt de in hoofdsom verschuldigde
schadevergoeding ten belope van de dekking.
De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkingsgrenzen,
de intrest op de in hoofdsom verschuldigde schadevergoeding.
De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkingsgrenzen,
de kosten betreffende burgerlijke rechtsvorderingen, alsook
de honoraria en de kosten van de advocaten en de deskun-
digen, maar alleen in zover die kosten door hem of met zijn
toestemming zijn gemaakt of, in geval van belangenconfl ict
dat niet te wijten is aan de verzekerde, voor zover die kosten
niet onredelijk zijn gemaakt.
Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere dan
die bedoeld in de wet van 21 november 1989 betreffende de
verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtui-
gen, kan de Koning de intresten en de kosten bedoeld in het
tweede en het derde lid van dit artikel beperken.
148
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 151
Libre disposition de l’indemnité
La personne lésée dispose librement de l’indemnité due
par l’assureur. Le montant de cette indemnité ne peut varier
en fonction de l’usage qu’en fera la personne lésée.
Article 152
Quittance pour solde de compte
Une quittance pour solde de compte partiel ou pour solde
de tout compte n’implique pas que la personne lésée renonce
à ses droits.
Une quittance pour solde de tout compte doit mentionner
les éléments du dommage sur lesquels porte ce compte.
Article 153
Indemnisation par l’assuré
L’indemnisation ou la promesse d’indemnisation de la
personne lésée faite par l’assuré sans l’accord de l’assureur
n’est pas opposable a ce dernier.
L’aveu de la matérialité d’un fait ou la prise en charge par
l’assuré des premiers secours pécuniaires et des soins médi-
caux immédiats ne peuvent constituer une cause de refus de
garantie par l’assureur.
Article 154
Droit propre de la personne lésée
L’assurance fait naître au profi t de la personne lésée un
droit propre contre l’assureur.
L’indemnité due par l’assureur est acquise à la personne
lésée, à l’exclusion des autres créanciers de l’assuré.
S’il y a plusieurs personnes lésées et si le total des
indemnités dues excède la somme assurée, les droits des
personnes lésées contre l’assureur sont réduits proportion-
nellement jusqu’à concurrence de cette somme. Cependant,
l’assureur qui a versé de bonne foi à une personne lésée une
somme supérieure à la part lui revenant, parce qu’il ignorait
l’existence d’autres prétentions, ne demeure tenu envers les
autres personnes lésées qu’à concurrence du restant de la
somme assurée.
Artikel 151
Vrije beschikking over de schadevergoeding
De benadeelde beschikt vrij over de door de verzekeraar
verschuldigde schadevergoeding. Het bedrag van de schade-
vergoeding mag niet verschillen naar gelang van het gebruik
dat de benadeelde ervan zal maken.
Artikel 152
Kwitantie ter afrekening
Elke kwitantie voor een gedeeltelijke afrekening of ter fi nale
afrekening betekent voor de benadeelde niet dat hij van zijn
rechten afziet.
Een kwitantie ter fi nale afrekening moet de elementen van
de schade vermelden waarop die afrekening slaat.
Artikel 153
Schadeloosstelling door de verzekerde
Wanneer de verzekerde de benadeelde heeft vergoed of
hem een vergoeding heeft toegezegd, zonder de toestem-
ming van de verzekeraar, kan zulks tegen deze laatste niet
worden ingeroepen.
Het erkennen van feiten of het verstrekken van eerste
geldelijke of medische hulp door de verzekerde kunnen voor
de verzekeraar geen grond opleveren om zijn dekking te
weigeren.
Artikel 154
Eigen recht van de benadeelde
De verzekering geeft de benadeelde een eigen recht tegen
de verzekeraar.
De door de verzekeraar verschuldigde schadevergoeding
komt toe aan de benadeelde, met uitsluiting van de overige
schuldeisers van de verzekerde.
Indien er meer dan één benadeelde is en het totaal bedrag
van de verschuldigde schadeloosstellingen de verzekerde
som overschrijdt, worden de rechten van de benadeelden
tegen de verzekeraar naar evenredigheid verminderd ten
belope van deze som. Niettemin blijft de verzekeraar die,
onbekend met het bestaan van vorderingen van andere be-
nadeelden, te goeder trouw aan een benadeelde een groter
bedrag dan het aan deze toekomende deel heeft uitgekeerd,
jegens die anderen slechts gehouden tot het beloop van het
overblijvende gedeelte van de verzekerde som.
149
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 155
Opposabilité des exceptions, nullités
et déchéances
§ 1er. Dans les assurances obligatoires de la responsabi-
lité civile, les exceptions, franchises, nullités et déchéances
dérivant de la loi ou du contrat, et trouvant leur cause dans
un fait antérieur ou postérieur au sinistre, sont inopposables
à la personne lésée.
Sont toutefois opposables à la personne lésée l’annulation,
la résiliation, l’expiration ou la suspension du contrat, interve-
nues avant la survenance du sinistre.
§ 2. Pour les autres catégories d’assurances de la respon-
sabilité civile, l’assureur ne peut opposer à la personne lésée
que les exceptions, nullités et déchéances dérivant de la loi
ou du contrat et trouvant leur cause dans un fait antérieur
au sinistre.
Le Roi peut cependant étendre le champ d’application du
paragraphe 1er aux catégories d’assurances de la responsa-
bilité civile non obligatoires qu’Il détermine.
Article 156
Droit de recours de l’assureur contre le preneur
d’assurance
L’assureur peut se réserver un droit de recours contre le
preneur d’assurance et, s’il y a lieu, contre l’assuré autre que
le preneur d’assurance à concurrence de la part de respon-
sabilité leur incombant personnellement, dans la mesure où
il aurait pu refuser ou réduire ses prestations d’après la loi ou
le contrat d’assurance.
Sous peine de perdre son droit de recours, l’assureur a
l’obligation de notifi er au preneur d’assurance, s’il y a lieu,
à l’assuré autre que le preneur d’assurance, son intention
d’exercer un recours aussitôt qu’il a connaissance des faits
justifi ant cette décision.
Le Roi peut limiter le recours dans les cas et dans la mesure
qu’Il détermine.
Article 157
Interventions dans la procédure
§ 1er. Aucun jugement n’est opposable à l’assureur, à
l’assuré ou à la personne lésée que s’ils ont été présents ou
appelés à l’instance.
Artikel 155
Tegenstelbaarheid van de excepties, nietigheid en
verval van recht
§ 1. Bij de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijk-
heidsverzekeringen kunnen de excepties, vrijstellingen, de
nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of
de overeenkomst en die hun oorzaak vinden in een feit dat
zich voor of na het schadegeval heeft voorgedaan, aan de
benadeelde niet worden tegengeworpen.
Indien de nietigverklaring, de opzegging, de beëindiging of
de schorsing van de overeenkomst geschied is voordat het
schadegeval zich heeft voorgedaan, kan zij echter aan de
benadeelde worden tegengeworpen.
§ 2. Voor de andere soorten burgerrechtelijke aansprake-
lijkheidsverzekeringen kan de verzekeraar slechts de excep-
ties, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit
de wet of de overeenkomst tegenwerpen aan de benadeelde
persoon voor zover deze hun oorzaak vinden in een feit dat
het schadegeval voorafgaat.
De Koning kan het toepassingsgebied van paragraaf 1
echter uitbreiden tot de soorten van niet verplichte burger-
rechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen die Hij bepaalt.
Artikel 156
Recht van verhaal van de verzekeraar op de
verzekeringnemer
De verzekeraar kan zich, voor zover hij volgens de wet of
de verzekeringsovereenkomst de prestaties had kunnen wei-
geren of verminderen, een recht van verhaal voorbehouden
tegen de verzekeringnemer en, indien daartoe grond bestaat,
tegen de verzekerde die niet de verzekeringnemer is ten
belope van hun persoonlijk aandeel in de aansprakelijkheid.
De verzekeraar is op straffe van verval van zijn recht van
verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend
geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis
te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij
op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is.
De Koning kan het recht van verhaal beperken in de geval-
len en in de mate die Hij bepaalt.
Artikel 157
Tussenkomst in de rechtspleging
§ 1. Een vonnis kan aan de verzekeraar, aan de verzekerde
of aan de benadeelde slechts worden tegengeworpen, indien
zij in het geding partij zijn geweest of daarin zijn geroepen.
150
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Toutefois, le jugement rendu dans une instance entre la
personne lésée et l’assuré est opposable à l’assureur, s’il est
établi qu’il a, en fait, assumé la direction du procès.
§ 2. L’assureur peut intervenir volontairement dans le pro-
cès intenté par la personne lésée contre l’assuré.
L’assuré peut intervenir volontairement dans le procès
intenté par la personne lésée contre l’assureur.
§ 3. L’assureur peut appeler l’assuré à la cause dans le
procès qui lui est intenté par la personne lésée.
L’assuré peut appeler l’assureur à la cause dans le procès
qui lui est intenté par la personne lésée.
§ 4. Le preneur d’assurance, s’il est autre que l’assuré,
peut intervenir volontairement ou être mis en cause dans tout
procès intenté contre l’assureur ou l’assuré.
§ 5. Lorsque le procès contre l’assuré est porté devant la
juridiction répressive, l’assureur peut être mis en cause par la
personne lésée ou par l’assuré et peut intervenir volontaire-
ment, dans les mêmes conditions que si le procès était porté
devant la juridiction civile, sans cependant que la juridiction
répressive puisse statuer sur les droits que l’assureur peut
faire valoir contre l’assuré ou le preneur d’assurance.
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance de la protection juridique
Article 158
Champ d’application
Les articles 159 à 161 s’appliquent aux contrats d’assu-
rance par lesquels l’assureur s’engage à fournir des services
et à prendre en charge des frais afi n de permettre à l’assuré
de faire valoir ses droits en tant que demandeur ou défendeur,
soit dans une procédure judiciaire, administrative ou autre,
soit en dehors de toute procédure.
La défense de l’assuré assumée par l’assureur de la res-
ponsabilité en application des articles 147 et 150 n’est pas
visée par les articles 159 à 161.
Article 159
Amendes et transactions pénales
Aucune amende ni transaction pénale ne peuvent faire
l’objet d’un contrat d’assurance, à l’exception de celles qui
sont à charge de la personne civilement responsable et qui
sont sans rapport avec les lois et arrêtés d’exécution relatifs
à la circulation routière ou au transport par route.
Niettemin kan het vonnis dat in een geschil tussen de bena-
deelde en de verzekerde is gewezen, worden tegengeworpen
aan de verzekeraar indien vaststaat dat deze laatste in feite
de leiding van het geding op zich heeft genomen.
§ 2. De verzekeraar kan vrijwillig tussenkomen in een ge-
ding dat door de benadeelde tegen de verzekerde is ingesteld.
De verzekerde kan vrijwillig tussenkomen in een geding
dat door de benadeelde tegen de verzekeraar is ingesteld.
§ 3. De verzekeraar kan de verzekerde in het geding roepen
dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
De verzekerde kan de verzekeraar in het geding roepen
dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
§ 4. De verzekeringnemer, die niet de verzekerde is, kan
vrijwillig tussenkomen of in het geding worden geroepen dat
tegen de verzekeraar of de verzekerde is ingesteld.
§ 5. Wanneer het geding tegen de verzekerde is ingesteld
voor het strafgerecht, kan de verzekeraar door de benadeelde
of door de verzekerde in de zaak worden betrokken en kan hij
vrijwillig tussenkomen, onder dezelfde voorwaarden als zou
de vordering voor het burgerlijk gerecht gebracht zijn, maar
het strafgerecht kan geen uitspraak doen over de rechten die
de verzekeraar kan doen gelden tegenover de verzekerde of
de verzekeringnemer.
HOOFDSTUK 4
Rechtsbijstandverzekeringen
Artikel 158
Toepassingsgebied
Artikel 159 tot artikel 161 zijn toepasselijk op de verzeke-
ringsovereenkomsten waarbij de verzekeraar zich verbindt
diensten te verrichten en kosten op zich te nemen, ten einde
de verzekerde in staat te stellen zijn rechten te doen gelden,
als eiser of als verweerder, hetzij in een gerechtelijke, adminis-
tratieve of andere procedure, tenzij los van enige procedure.
De verdediging van de verzekerde door de aansprakelijk-
heidsverzekeraar uit hoofde van artikel 147 en artikel 150 valt
niet onder toepassing van artikel 159 tot artikel 161.
Artikel 159
Geldboeten en minnelijke schikkingen in strafzaken
Geen enkele geldboete of geen enkele minnelijke schikking
in strafzaken kan het voorwerp zijn van een verzekeringsover-
eenkomst, met uitzondering van die welke ten laste zijn van
de persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is en die geen
betrekking hebben op de wetten en de uitvoeringsbesluiten
betreffende het wegverkeer of betreffende het vervoer over
de weg.
151
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 160
Libre choix des conseils
Tout contrat d’assurance de la protection juridique stipule
explicitement au moins que:
1° lorsqu’il faut recourir à une procédure judiciaire ou
administrative, l’assuré a la liberté de choisir pour défendre,
représenter ou servir ses intérêts, un avocat ou toute autre
personne ayant les qualifi cations requises par la loi applicable
à la procédure;
2° chaque fois que surgit un confl it d’intérêts avec son
assureur, l’assuré a la liberté de choisir, pour la défense de
ses intérêts, un avocat ou, s’il le préfère, toute autre personne
ayant les qualifi cations requises par la loi applicable à la
procédure.
Article 161
Droit de l’assureur de refuser sa garantie
Sans préjudice de la possibilité d’engager une procédure
judiciaire, l’assuré peut consulter un avocat de son choix,
en cas de divergence d’opinion avec son assureur quant à
l’attitude à adopter pour régler le sinistre et après notifi cation
par l’assureur de son point de vue ou de son refus de suivre
la thèse de l’assuré.
Si l’avocat confi rme la position de l’assureur, l’assuré
est remboursé de la moitié des frais et honoraires de cette
consultation.
Si, contre l’avis de cet avocat, l’assuré engage à ses frais
une procédure et obtient un meilleur résultat que celui qu’il
aurait obtenu s’il avait accepté le point de vue de l’assureur,
l’assureur qui n’a pas voulu suivre la thèse de l’assuré est
tenu de fournir sa garantie et de rembourser les frais de la
consultation qui seraient restés à charge de l’assuré.
Si l’avocat consulté confi rme la thèse de l’assuré, l’assureur
est tenu, quelle que soit l’issue de la procédure, de fournir sa
garantie y compris les frais et honoraires de la consultation.
Artikel 160
Vrije keuze van raadslieden
In elke verzekeringsovereenkomst inzake rechtsbijstand
moet uitdrukkelijk ten minste worden bepaald dat:
1° wanneer moet worden overgegaan tot een gerechtelijke
of administratieve procedure, de verzekerde vrij is in de keuze
van een advocaat of van iedere andere persoon die de vereiste
kwalifi caties heeft krachtens de op de procedure toepasselijke
wet om zijn belangen te verdedigen, te vertegenwoordigen
of te behartigen;
2° telkens er zich een belangenconfl ict met zijn verzekeraar
voordoet, de verzekerde vrij is in de keuze van een advocaat
of zo hij er de voorkeur aan geeft, iedere andere persoon die
de vereiste kwalifi caties heeft krachtens de op de procedure
toepasselijke wet om zijn belangen te verdedigen.
Artikel 161
Recht van de verzekeraar om dekking te weigeren
De verzekerde, bij verschil van mening met zijn verzekeraar
over de gedragslijn die zal worden gevolgd voor de regeling
van het schadegeval en na kennisgeving door de verzekeraar
van diens standpunt of van diens weigering om de stelling van
de verzekerde te volgen, heeft het recht een advocaat van
zijn keuze te raadplegen onverminderd de mogelijkheid om
een rechtsvordering in te stellen.
Zo de advocaat het standpunt van de verzekeraar bevestigt
wordt aan de verzekerde de helft terugbetaald van de kosten
en honoraria van deze raadpleging.
Indien tegen het advies van deze advocaat de verzekerde
op zijn kosten een procedure begint en een beter resultaat
bekomt dan hetgeen hij zou hebben bekomen indien hij het
standpunt van de verzekeraar zou hebben gevolgd, is de
verzekeraar die de stelling van de verzekerde niet heeft willen
volgen gehouden zijn dekking te verlenen en de kosten van de
raadpleging terug te betalen die ten laste van de verzekerde
zouden zijn gebleven.
Indien de geraadpleegde advocaat de stelling van de ver-
zekerde bevestigt, is de verzekeraar, ongeacht de afl oop van
de procedure, ertoe gehouden zijn dekking te verlenen met
inbegrip van de kosten en de honoraria van de raadpleging.
152
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
TITRE IV
Les assurances de personnes
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes
Article 162
Caractère nominatif de la police
La police doit être établie au nom du preneur d’assurance;
elle ne peut être ni à ordre, ni au porteur.
Article 163
Assurance d’enfants en bas-âge
Le Roi peut imposer des conditions particulières pour les
assurances qui prévoient des prestations en cas de naissance
d’une personne mort-née ou de décès d’une personne de
moins de cinq ans accomplis.
Chapitre 2
Des contrats d’assurance sur la vie
Section Ire
Dispositions générales
Article 164
Champ d’application
Le présent chapitre s’applique à tous les contrats d’assu-
rance de personnes dans lesquels la survenance de l’événe-
ment assuré ne dépend que de la durée de la vie humaine.
Ces assurances ont exclusivement un caractère forfaitaire.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres,
pris sur avis de la FSMA et de la Banque, indiquer les dispo-
sitions du présent chapitre qui ne sont pas applicables aux
assurances sur la vie qu’Il désigne et préciser les règles qui
leur sont applicables en lieu et place.
Article 165
Cumul et absence de subrogation
Pour l’application du présent chapitre, la convention
contraire autorisée par les articles 107 et 108 est nulle.
TITEL IV
Persoonsverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 162
Naamgebondenheid van de polis
De polis moet op naam van de verzekeringnemer worden
gesteld; zij kan niet aan order of aan toonder zijn.
Artikel 163
Verzekering van zeer jonge kinderen
De Koning kan bijzondere voorwaarden opleggen aan
verzekeringen die voorzien in uitkeringen voor het geval dat
een kind dood geboren wordt of overlijdt voordat het de volle
leeftijd van vijf jaar heeft bereikt.
HOOFDSTUK 2
Levensverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Algemene bepalingen
Artikel 164
Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle persoonsverzeke-
ringen waarbij het zich voordoen van het verzekerd voorval
alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur. Die ver-
zekeringen zijn uitsluitend verzekeringen tot uitkering van
een vast bedrag.
De Koning kan in een in de Ministerraad overlegd besluit,
op advies van de FSMA en de Bank, de bepalingen van dit
hoofdstuk aanduiden die niet van toepassing zijn op de levens-
verzekeringen die Hij aanduidt en aangeven welke bepalingen
in plaats daarvan van toepassing zijn.
Artikel 165
Samenloop en niet-indeplaatsstelling
Voor de toepassing van dit hoofdstuk is elk tegenstrijdig
beding, toegelaten door artikel 107 en artikel 108, nietig.
153
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section II
Risque assuré
Article 166
Incontestabilité
Dès la prise d’effet du contrat d’assurance sur la vie, l’assu-
reur ne peut plus invoquer les omissions ou inexactitudes non
intentionnelles dans les déclarations du preneur d’assurance
ou de l’assuré.
Le Roi peut autoriser les parties à différer l’incontestabilité
dans les conditions qu’Il détermine.
Article 167
Erreur sur l’âge de l’assuré
Si l’âge de l’assuré est inexactement déclaré, les presta-
tions de chacune des parties sont augmentées ou réduites en
fonction de l’âge réel qui aurait dû être pris en considération.
Article 168
Risques exclus
§ 1er. Sauf convention contraire, l’assurance ne couvre pas
le suicide de l’assuré survenu moins d’un an après la prise
d’effet du contrat. L’assurance couvre le suicide survenu un
an ou plus d’un an après la prise d’effet du contrat. La preuve
du suicide incombe à l’assureur.
§ 2. Sauf convention contraire, l’assureur ne garantit pas
le décès de l’assuré:
1° lorsque ce décès procède de l’exécution d’une condam-
nation judiciaire à la peine capitale;
2° lorsqu’il a pour cause immédiate et directe un crime ou
un délit intentionnel dont l’assuré est auteur ou coauteur et
dont il a pu prévoir les conséquences.
Article 169
Survenance d’un risque exclu
En cas de décès de l’assuré par suite de survenance d’un
risque exclu, l’assureur paie au bénéfi ciaire le produit de la
capitalisation des primes payées afférentes à la période pos-
térieure à la date du décès et limité à la prestation assurée
en cas de décès.
Afdeling II
Verzekerd risico
Artikel 166
Onbetwistbaarheid
Zodra de levensverzekeringsovereenkomst in werking
treedt, kan de verzekeraar zich niet meer beroepen op het
onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen
van gegevens door de verzekeringnemer of de verzekerde.
De Koning kan de partijen toestaan om de onbetwistbaar-
heid uit te stellen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.
Artikel 167
Dwaling omtrent de leeftijd van de verzekerde
Wanneer de leeftijd van de verzekerde onjuist is opge-
geven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd of
verminderd in verhouding tot de werkelijke leeftijd die in acht
had moeten genomen worden.
Artikel 168
Uitgesloten risico’s
§ 1. Tenzij het tegendeel is bedongen, dekt de verzekering
de zelfmoord van de verzekerde niet die gebeurt minder dan
een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst. De
verzekering dekt de zelfmoord die gebeurt een jaar of meer
dan een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst.
Het bewijs van de zelfmoord moet door de verzekeraar wor-
den geleverd.
§ 2. Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar de
dood van de verzekerde niet:
1° wanneer de dood het gevolg is van de tenuitvoerlegging
van een rechterlijke veroordeling tot de doodstraf;
2° wanneer de dood zijn onmiddellijke en rechtstreekse
oorzaak vindt in een misdaad of een wanbedrijf, door de
verzekerde als dader of mededader opzettelijk gepleegd en
waarvan de gevolgen door hem konden worden voorzien.
Artikel 169
Het zich voordoen van een uitgesloten risico
Indien de verzekerde overleden is ten gevolge van een
uitgesloten risico, betaalt de verzekeraar de begunstigde
de opbrengst terug van de kapitalisatie van de premies die
betrekking hebben op de periode na de datum van het over-
lijden, en beperkt tot de verzekerde prestatie bij overlijden.
154
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section III
Paiement des primes et prise d’effet du contrat
Article 170
Paiement de la première prime
Sauf convention contraire, le contrat d’assurance sur la
vie ne produit ses effets qu’à partir du jour où la première
prime est payée.
Article 171
Défaut de paiement d’une prime
Le défaut de paiement d’une prime ne donne lieu à aucune
action en exécution forcée de la part de l’assureur; il entraîne
seulement, selon les règles fi xées par le Roi, soit la résiliation
du contrat, soit la réduction des prestations de l’assureur.
Article 172
Obligation de payer les primes
Le preneur d’assurance peut, par une convention autre que
le contrat d’assurance sur la vie qu’il a conclu, s’engager à
demeurer dans les liens de ce dernier contrat en en payant
les primes.
Section IV
Droits du preneur d’assurance
a) Attribution bénéfi ciaire
Article 173
Désignation du bénéfi ciaire
§ 1er. Le preneur d’assurance a le droit de désigner un ou
plusieurs bénéfi ciaires. Ce droit lui appartient à titre exclusif
et ne peut être exercé ni par son conjoint, ni par ses repré-
sentants légaux, ni par ses héritiers ou ayants cause, ni par
ses créanciers.
La preuve du droit du bénéfi ciaire est établie conformément
à l’article 68.
§ 2. Le bénéfi ciaire doit être une personne dont l’identité
est déterminable lorsque les prestations assurées deviennent
exigibles.
Afdeling III
Betaling van de premie en inwerkingtreding van de
overeenkomst
Artikel 170
Betaling van de eerste premie
Tenzij anders is bedongen, treedt de levensverzekerings-
overeenkomst eerst in werking op de dag dat de eerste premie
wordt betaald.
Artikel 171
Niet-betaling van een premie
Niet-betaling van een premie geeft geen aanleiding tot
enige vordering tot gedwongen tenuitvoerlegging vanwege
de verzekeraar; volgens de door de Koning vastgestelde
voorschriften brengt niet-betaling alleen de ontbinding van
de overeenkomst mee of de vermindering van de prestaties
van de verzekeraar.
Artikel 172
Verplichting tot betaling van de premies
De verzekeringnemer kan door een andere overeenkomst
dan de levensverzekeringsovereenkomst die hij heeft aange-
gaan, er zich toe verbinden om binnen het verband van de
laatstgenoemde overeenkomst te blijven door er de premies
van te betalen.
Afdeling IV
Rechten van de verzekeringnemer
a) Begunstiging
Artikel 173
Aanwijzing van de begunstigde
§ 1. De verzekeringnemer heeft het recht één of meer be-
gunstigden aan te wijzen. Dat recht komt uitsluitend aan hem
toe en kan noch door de echtgenoot, noch door zijn wettelijke
vertegenwoordigers, noch door zijn erfgenamen of rechtheb-
benden, noch door zijn schuldeisers worden uitgeoefend.
Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt geleverd
overeenkomstig artikel 68.
§ 2. De begunstigde moet identifi ceerbaar zijn wanneer de
verzekerde prestaties opeisbaar worden.
155
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. L’assureur est libéré de toute obligation lorsqu’il a fait
de bonne foi le paiement au bénéfi ciaire avant la réception
de tout écrit modifi ant la désignation.
Article 174
Absence de bénéfi ciaire
Lorsque l’assurance ne comporte pas de désignation de
bénéfi ciaire ou de désignation de bénéfi ciaire qui puisse
produire effet, ou lorsque la désignation du bénéfi ciaire a été
révoquée, les prestations d’assurance sont dues au preneur
d’assurance ou à la succession de celui-ci.
Article 175
Désignation du conjoint
Lorsque le conjoint est nommément désigné comme béné-
fi ciaire et qu’il reste, après le divorce, bénéfi ciaire au sens de
l’article 197 ou de l’article 200, le bénéfi ce du contrat lui est
maintenu en cas de remariage du preneur d’assurance, sauf
stipulation contraire.
Lorsque le conjoint n’est pas nommément désigné comme
bénéfi ciaire, le bénéfi ce du contrat est attribué à la personne
qui a cette qualité lors de l’exigibilité des prestations assurées.
Article 176
Désignation des enfants
Lorsque les enfants ne sont pas nommément désignés
comme bénéfi ciaires, le bénéfi ce du contrat est attribué aux
personnes qui ont cette qualité lors de l’exigibilité des pres-
tations assurées. Les descendants en ligne directe viennent
par représentation de l’enfant prédécédé.
Article 177
Désignation conjointe des enfants et du conjoint
comme bénéfi ciaires
Lorsque le conjoint et les enfants, avec ou sans indication
de leurs noms, sont désignés conjointement comme béné-
fi ciaires, le bénéfi ce du contrat est attribué, sauf stipulation
contraire, pour moitié au conjoint et pour moitié aux enfants.
§ 3. De verzekeraar is van iedere verbintenis bevrijd door
de uitkering die hij te goeder trouw aan de begunstigde heeft
gedaan voordat hij enig geschrift heeft ontvangen waarbij de
aanwijzing wordt gewijzigd.
Artikel 174
Geen begunstigde
Wanneer bij de verzekering geen begunstigde is aange-
wezen of wanneer de aanwijzing van de begunstigde geen
gevolgen kan hebben of herroepen is, is de verzekerings-
prestatie verschuldigd aan de verzekeringnemer of aan zijn
nalatenschap.
Artikel 175
Aanwijzing van de echtgenoot
Wanneer de echtgenoot bij name als begunstigde wordt
aangewezen en hij in de zin van artikel 197 of artikel 200
begunstigde blijft na echtscheiding, behoudt hij zijn recht op
prestatie wanneer de verzekeringnemer een nieuw huwelijk
aangaat, tenzij deze het tegendeel heeft bedongen.
Wordt de echtgenoot niet bij name als begunstigde aan-
gewezen, dan komt het recht op prestatie toe aan hem die
bij het opeisbaar worden van de verzekerde prestaties die
hoedanigheid heeft.
Artikel 176
Aanwijzing van de kinderen
Wanneer de kinderen niet bij name als begunstigden wor-
den aangewezen, dan wordt het recht op prestaties verleend
aan de personen die bij het opeisbaar worden van de presta-
ties deze hoedanigheid hebben. De afstammelingen in rechte
lijn van een vooroverleden kind komen bij plaatsvervulling op.
Artikel 177
Gezamenlijke aanwijzing van de kinderen en van de
echtgenoot als begunstigden
Wanneer de echtgenoot en de kinderen al of niet bij name
gezamenlijk als begunstigden worden aangewezen, dan
wordt het recht op prestaties voor de helft verleend aan de
echtgenoot en voor de helft aan de kinderen, tenzij anders
is bedongen.
156
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 178
Désignation des héritiers légaux comme
bénéfi ciaires
Lorsque les héritiers légaux sont désignés comme bénéfi -
ciaires sans indication de leurs noms, les prestations d’assu-
rance sont dues, jusqu’à preuve du contraire ou sauf clause
contraire, à la succession du preneur d’assurance.
Article 179
Prédécès du bénéfi ciaire
En cas de décès du bénéfi ciaire avant l’exigibilité des
prestations d’assurance et même si le bénéfi ciaire en avait
accepté le bénéfi ce, ces prestations sont dues au preneur
d’assurance ou à la succession de celui-ci, à moins qu’il ait
désigné un autre bénéfi ciaire à titre subsidiaire.
b) Révocation du bénéfi ce
Article 180
Droit de révocation
Tant qu’il n’y a pas eu acceptation par le bénéfi ciaire,
le preneur d’assurance a le droit de révoquer l’attribution
bénéfi ciaire jusqu’au moment de l’exigibilité des prestations
assurées.
La preuve de la révocation est établie conformément à
l’article 68.
Le droit de révocation appartient exclusivement au pre-
neur d’assurance. Il peut seul l’exercer, à l’exclusion de son
conjoint, de ses représentants légaux, de ses créanciers et,
sauf le cas visé à l’article 957 du Code civil, de ses héritiers
ou ayants droit.
Article 181
Effets de la révocation
La révocation de l’attribution bénéfi ciaire fait perdre le droit
au bénéfi ce des prestations assurées.
c) Rachat et réduction
Article 182
Droits au rachat et à la réduction
Le droit au rachat et le droit à la réduction du contrat appar-
tiennent au preneur d’assurance. Ces droits ne peuvent être
exercés ni par son conjoint, ni par ses créanciers. Le Roi en
fi xe les conditions d’existence et d’exercice.
Artikel 178
Aanwijzing van de wettelijke erfgenamen als
begunstigden
Wanneer de wettelijke erfgenamen als begunstigden wor-
den aangewezen zonder bij name te zijn vermeld, is, onder
voorbehoud van tegenbewijs of andersluidend beding, de
verzekeringsprestatie verschuldigd aan de nalatenschap van
de verzekeringnemer.
Artikel 179
Vooroverlijden van de aangewezen begunstigde
Indien de begunstigde overlijdt voor het opeisbaar worden
van de verzekeringsprestatie en zelfs indien de begunstigde
had aanvaard komt het recht op prestatie aan de verzekering-
nemer of aan zijn nalatenschap toe, tenzij hij subsidiair een
andere begunstigde heeft aangewezen.
b) Herroeping van de begunstiging
Artikel 180
Recht van herroeping
Zolang zij niet door de aangewezen begunstigde is aan-
vaard, is de verzekeringnemer gerechtigd de begunstiging te
herroepen totdat de verzekerde prestaties opeisbaar worden.
De herroeping wordt bewezen overeenkomstig artikel 68.
Het recht van herroeping komt uitsluitend toe aan de ver-
zekeringnemer. Het kan alleen door hem worden uitgeoefend
en niet door zijn echtgenoot, wettelijke vertegenwoordigers,
schuldeisers en behoudens het geval van artikel 957 van het
Burgerlijk Wetboek, door zijn erfgenamen of rechthebbenden.
Artikel 181
Gevolgen van de herroeping
Herroeping van de begunstiging doet het recht op de ver-
zekerde prestaties vervallen.
c) Afkoop en reductie
Artikel 182
Recht van afkoop en reductie
Het recht van afkoop en het recht van reductie komen toe
aan de verzekeringnemer. Die rechten kunnen noch door zijn
echtgenoot noch door zijn schuldeisers worden uitgeoefend.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder zij bestaan en
kunnen worden uitgeoefend.
157
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
En cas d’acceptation du bénéfi ce, l’exercice du droit au
rachat est subordonné au consentement du bénéfi ciaire.
d) Remise en vigueur du contrat
Article 183
Remise en vigueur
Lorsque le contrat a été résilié pour non-paiement de la
prime ou a été réduit, il peut être remis en vigueur dans les
cas et selon les conditions fi xés par le Roi.
e) Avance sur les prestations assurées par le contrat
Article 184
Droit à l’avance
Le droit d’obtenir de l’assureur une avance sur les presta-
tions assurées appartient au preneur d’assurance. Ce droit ne
peut être exercé ni par son conjoint, ni par ses créanciers. Le
Roi en fi xe les conditions d’existence et d’exercice.
En cas d’acceptation du bénéfi ce, l’exercice du droit à
l’avance est subordonné au consentement du bénéfi ciaire.
f) Mise en gage des droits résultant du contrat
Article 185
Droit de mise en gage
Les droits résultant du contrat d’assurance peuvent être mis
en gage; ils ne peuvent l’être que par le preneur d’assurance,
à l’exclusion de son conjoint et de ses créanciers.
En cas d’acceptation du bénéfi ce, la mise en gage est
subordonnée au consentement du bénéfi ciaire.
Article 186
Forme
La mise en gage du contrat ne peut s’opérer que par ave-
nant signé par le preneur d’assurance, le créancier gagiste
et l’assureur.
Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uitoefening
van het recht van afkoop de toestemming van de begunstigde
vereist.
d) Opnieuw in werking stellen van de overeenkomst
Artikel 183
Opnieuw in werking stellen
Bij opzegging van de verzekering wegens niet-betaling van
de premie of bij reductie, kan de verzekering weer in werking
worden gesteld in de gevallen en onder de voorwaarden door
de Koning te bepalen.
e) Voorschot op de in de overeenkomst verzekerde pres-
taties
Artikel 184
Recht van voorschot
Het recht om van de verzekeraar een voorschot op de
verzekerde prestaties te verkrijgen, komt toe aan de verze-
keringnemer. Dat recht kan noch door zijn echtgenoot, noch
door zijn schuldeisers worden uitgeoefend. De Koning bepaalt
de voorwaarden waaronder dat recht bestaat en kan worden
uitgeoefend.
Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uitoefening
van het recht van voorschot de toestemming van de begun-
stigde vereist.
f) Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst
Artikel 185
Recht van inpandgeving
De uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende rech-
ten kunnen in pand worden gegeven, en wel alleen door de
verzekeringnemer, met uitsluiting van zijn echtgenoot en zijn
schuldeisers.
In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt de
inpandgeving afhankelijk gemaakt van de toestemming van
de begunstigde.
Artikel 186
Vormvoorschrift
Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst kan al-
leen geschieden door middel van een bijvoegsel, getekend
door de verzekeringnemer, de pandhoudende schuldeiser
en de verzekeraar
158
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
g) Cession des droits résultant du contrat
Article 187
Droit de cession
Les droits résultant du contrat d’assurance peuvent être
cédés en tout ou en partie par le preneur d’assurance. Ce
droit de cession ne peut être exercé ni par son conjoint, ni
par ses créanciers.
En cas d’acceptation du bénéfi ce, l’exercice du droit de
cession est subordonné au consentement du bénéfi ciaire.
Article 188
Forme
La cession de tout ou partie des droits résultant du contrat
ne peut s’opérer que par avenant signé par le cédant, le ces-
sionnaire et l’assureur.
Toutefois, le preneur d’assurance peut stipuler dans le
contrat qu’à son décès, tout ou partie de ses droits seront
transmis à la personne désignée à cet effet.
Section V
Droits du bénéfi ciaire
a) Droit aux prestations d’assurance
Article 189
Droit aux prestations d’assurance
Par le seul fait de sa désignation, le bénéfi ciaire a droit aux
prestations d’assurance.
Ce droit devient irrévocable par l’acceptation du bénéfi ce,
sans préjudice de la révocation des donations prévue aux
articles 953 à 958 et 1096 du Code civil et sous réserve de
l’application de l’article 179.
b) Acceptation du bénéfi ce
Article 190
Droit d’acceptation
Le bénéfi ciaire peut accepter le bénéfi ce à tout moment,
même après que les prestations d’assurance soient devenues
exigibles.
Le droit d’acceptation appartient exclusivement au béné-
fi ciaire. Il ne peut être exercé ni par son conjoint, ni par ses
créanciers.
g) Overdracht van de rechten uit de overeenkomst
Artikel 187
Recht van overdracht
De verzekeringnemer kan de uit de verzekeringsovereen-
komst voortvloeiende rechten geheel of ten dele overdragen.
Dat recht van overdracht kan niet worden uitgeoefend door
zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.
In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt de
uitoefening van het recht van overdracht afhankelijk gemaakt
van de toestemming van de begunstigde.
Artikel 188
Vormvoorschrift
De overdracht van de uit de overeenkomst voortvloeiende
rechten, of van een gedeelte ervan, kan alleen geschieden
door middel van een bijvoegsel, getekend door de overdrager,
de overnemer en de verzekeraar.
Evenwel kan de verzekeringnemer in de overeenkomst
bedingen dat bij zijn overlijden zijn rechten geheel of ten dele
zullen overgaan aan een persoon die hij daartoe aanwijst.
Afdeling V
Rechten van de begunstigde
a) Recht op verzekeringsprestaties
Artikel 189
Recht op de verzekeringsprestaties
De begunstigde heeft door het enkele feit van zijn aanwij-
zing recht op de verzekeringsprestaties.
Dat recht wordt onherroepelijk door de aanvaarding van de
begunstiging, onverminderd de herroeping van de schenkin-
gen overeenkomstig de artikelen 953 tot 958 en 1096 van het
Burgerlijk Wetboek en behoudens toepassing van artikel 179.
b) Aanvaarding van de begunstiging
Artikel 190
Recht van aanvaarding
De begunstigde kan de begunstiging te allen tijde aan-
vaarden, ook nadat de verzekeringsprestaties opeisbaar zijn
geworden.
Het recht van aanvaarding komt uitsluitend toe aan de
begunstigde. Het kan niet worden uitgeoefend door zijn
echtgenoot of zijn schuldeisers.
159
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 191
Forme
Tant que le preneur d’assurance est en vie, l’acceptation ne
peut se faire que par un avenant à la police, portant les signa-
tures du bénéfi ciaire, du preneur d’assurance et de l’assureur.
Après le décès du preneur d’assurance, l’acceptation peut
être expresse ou tacite. Elle n’a toutefois d’effet à l’égard de
l’assureur que si elle lui est notifi ée par écrit.
c) Droits des héritiers du preneur d’assurance à l’égard
du bénéfi ciaire
Article 192
Rapport ou réduction en cas de décès du preneur
d’assurance
En cas de décès du preneur d’assurance, la prestation
d’assurance est, conformément au Code civil, sujette à réduc-
tion et, pour autant que le preneur d’assurance l’a spécifi é
expressément, à rapport.
d) Droits des créanciers du preneur d’assurance à l’égard
du bénéfi ciaire
Article 193
Prestations d’assurance
Les créanciers du preneur d’assurance n’ont aucun droit
sur les prestations d’assurance dues au bénéfi ciaire.
Article 194
Remboursement des primes
Les créanciers du preneur d’assurance ne peuvent récla-
mer au bénéfi ciaire à titre gratuit le remboursement des primes
que dans la mesure où les versements effectués de ce chef
étaient manifestement exagérés eu égard à la situation de
fortune du preneur d’assurance et seulement dans le cas où
ces versements ont eu lieu en fraude de leurs droits au sens
de l’article 1167 du Code civil.
Ce remboursement ne peut excéder le montant des pres-
tations d’assurance dues au bénéfi ciaire.
Artikel 191
Vormvoorschrift
Zolang de verzekeringnemer leeft kan de aanvaarding
slechts geschieden door een bijvoegsel bij de polis met de
handtekening van de begunstigde, de verzekeringnemer en
de verzekeraar.
Na het overlijden van de verzekeringnemer kan de aan-
vaarding uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden. Ten aanzien
van de verzekeraar echter heeft de aanvaarding eerst gevolg
nadat hem daarvan schriftelijk kennis is gegeven.
c) Rechten van de erfgenamen van de verzekeringnemer
ten aanzien van de begunstigde
Artikel 192
Inbreng of inkorting in geval van overlijden van de
verzekeringnemer
In geval van overlijden van de verzekeringnemer is de ver-
zekeringsprestatie, overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek,
onderworpen aan de inkorting en, voor zover de verzeke-
ringnemer dit uitdrukkelijk heeft bedongen, aan de inbreng.
d) Rechten van de schuldeisers van de verzekeringnemer
ten aanzien van de begunstigde
Artikel 193
Verzekeringsprestaties
De schuldeisers van de verzekeringnemer hebben geen
enkel recht op verzekeringsprestaties die aan de begunstigde
verschuldigd zijn.
Artikel 194
Terugbetaling van de premies
De schuldeisers van de verzekeringnemer kunnen van
de begunstigde om niet geen terugbetaling vorderen van de
premies behalve voor zover deze kennelijk buiten verhouding
staan tot de vermogenstoestand van de verzekeringnemer en
voor zover ze betaald zijn met bedrieglijke benadeling van hun
rechten in de zin van artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek.
Die terugbetaling mag het bedrag van de aan de begunstig-
de verschuldigde verzekeringsprestaties niet overschrijden.
160
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section VI
Effets du divorce ou de la séparation de corps dans les
assurances entre époux communs en biens
A. Divorce pour cause de désunion irrémédiable
Article 195
Droits du preneur d’assurance durant l’instance en
divorce
L’exercice des droits appartenant au preneur d’assurance
en vertu des articles 173 à 188 est maintenu durant l’instance
en divorce, sauf application des articles 1280 et 1283 du
Code judiciaire.
Article 196
Droit aux prestations d’assurance durant l’instance
en divorce
Les prestations d’assurance devenues exigibles durant
l’instance en divorce sont payées valablement au conjoint
désigné comme bénéfi ciaire, sauf application des articles
1280 et 1283 du Code judiciaire.
Article 197
Droit aux prestations d’assurance échéant après la
transcription du divorce
Sous réserve de l’application de l’article 299 du Code
civil, les prestations d’assurance devenues exigibles après la
transcription du divorce sont payées valablement au conjoint
divorcé désigné comme bénéfi ciaire, à moins que, dans le
contrat même, une autre personne n’ait été désignée, nom-
mément ou non, comme bénéfi ciaire en cas de divorce et que
l’assureur n’ait été informé du divorce, ou à moins que les
époux n’en soient convenus autrement pendant la procédure
de divorce ou ultérieurement et n’aient informé l’assureur de
la nouvelle désignation.
B. Divorce par consentement mutuel
Article 198
Droits du preneur d’assurance durant le temps des
épreuves
L’exercice des droits appartenant au preneur d’assurance
en vertu des articles 173 à 188 est maintenu durant le temps
des épreuves, à moins que les époux n’en soient convenus
autrement conformément à l’article 1287 du Code judiciaire.
Cette convention n’est opposable à l’assureur qu’après lui
avoir été notifi ée.
Afdeling VI
Gevolgen van de echtscheiding of van scheiding van
tafel en bed bij verzekering tussen in gemeenschap van
goederen getrouwde echtgenoten
A. Echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting
Artikel 195
Rechten van de verzekeringnemer gedurende de
echtscheidingsprocedure
De rechten die aan de verzekeringnemer toekomen
krachtens artikel 173 tot artikel 188, blijven gedurende de
echtscheidingsprocedure behouden, behoudens toepassing
van de artikelen 1280 en 1283 van het Gerechtelijk Wetboek.
Artikel 196
Recht op verzekeringsprestaties gedurende de
echtscheidingsprocedure
De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden gedu-
rende de echtscheidingsprocedure, worden rechtsgeldig
betaald aan de als begunstigde aangewezen echtgenoot,
behoudens toepassing van de artikelen 1280 en 1283 van
het Gerechtelijk Wetboek.
Artikel 197
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden
na de overschrijving van de echtscheiding
Behoudens toepassing van artikel 299 van het Burgerlijk
Wetboek, worden de verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden na de overschrijving van de echtscheiding rechtsgel-
dig betaald aan de uit de echt gescheiden echtgenoot die als
begunstigde is aangewezen, tenzij in de overeenkomst zelf
iemand anders, al dan niet bij name, als begunstigde wordt
aangewezen in geval van echtscheiding en de verzekeraar
op de hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel
tenzij de echtgenoten gedurende de echtscheidingsprocedure
of nadien anders hebben bedongen, en zij de verzekeraar op
de hoogte hebben gebracht van de nieuwe aanwijzing.
B. Echtscheiding door onderlinge toestemming
Artikel 198
Rechten van de verzekeringnemer gedurende de
proeftijd
De rechten die krachtens de artikel 173 tot artikel 188
aan de verzekeringnemer toekomen, blijven gedurende de
proeftijd behouden, tenzij de echtgenoten anders hebben
bedongen bij overeenkomst bedoeld in artikel 1287 van het
Gerechtelijk Wetboek. De overeenkomst kan slechts aan de
verzekeraar worden tegengeworpen nadat hij daarvan op de
hoogte werd gesteld.
161
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 199
Droit aux prestations d’assurance échéant durant le
temps des épreuves
Les prestations d’assurance devenues exigibles durant
le temps des épreuves sont payées valablement par l’assu-
reur au conjoint désigné comme bénéfi ciaire, à moins que
les époux n’en soient convenus autrement conformément à
l’article 1287 du Code judiciaire et n’aient informé l’assureur
de la nouvelle désignation.
Article 200
Droit aux prestations d’assurance échéant après la
transcription du divorce
Sous réserve de l’application de l’article 299 du Code
civil, les prestations d’assurance devenues exigibles après la
transcription du divorce sont payées valablement au conjoint
divorcé désigné comme bénéfi ciaire, à moins que, dans le
contrat même, une autre personne n’ait été désignée, nom-
mément ou non, comme bénéfi ciaire en cas de divorce et
que l’assureur n’ait été informé du divorce, ou à moins que
les époux n’en soient convenus autrement conformément à
l’article 1287 du Code judiciaire et n’aient informé l’assureur
de la nouvelle désignation.
C. Séparation de corps
Article 201
Séparation de corps
§ 1er. Les articles 195 à 197 sont applicables à la séparation
de corps pour cause de désunion irrémédiable.
§ 2. Les articles 198 à 200 sont applicables à la séparation
de corps par consentement mutuel.
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de personnes autres que les
contrats d’assurance sur la vie
Article 202
Caractère des garanties
Les assurances de personnes autres que les assurances
sur la vie ont un caractère indemnitaire ou un caractère for-
faitaire selon ce qui est déterminé par la volonté des parties.
Artikel 199
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden
tijdens de proeftijd
De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden tijdens de
proeftijd, worden rechtsgeldig betaald aan de als begunstigde
aangewezen echtgenoot, tenzij de echtgenoten anders heb-
ben bedongen bij overeenkomst bedoeld in artikel 1287 van
het Gerechtelijk Wetboek, en zij de verzekeraar op de hoogte
hebben gebracht van de nieuwe aanwijzing.
Artikel 200
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden
na de overschrijving van de echtscheiding
Behoudens toepassing van artikel 299 van het Burgerlijk
Wetboek, worden de verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden na de overschrijving van de echtscheiding, rechtsgel-
dig betaald aan de uit de echt gescheiden echtgenoot die als
begunstigde is aangewezen, tenzij in de overeenkomst zelf
iemand anders, al dan niet bij name, als begunstigde wordt
aangewezen in geval van echtscheiding en de verzekeraar
op de hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel
tenzij de echtgenoten bij overeenkomst bedoeld in artikel
1287 van het Gerechtelijk Wetboek, anders hebben bedongen
en zij de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht van de
nieuwe aanwijzing.
C. Scheiding van tafel en bed
Artikel 201
Scheiding van tafel en bed
§ 1. In geval van scheiding van tafel en bed op grond van
onherstelbare ontwrichting zijn artikel 195 tot artikel 197 van
toepassing.
§ 2. In geval van scheiding van tafel en bed door onderlinge
toestemming zijn artikel 198 tot artikel 200 van toepassing.
HOOFDSTUK 3
Persoonsverzekeringsovereenkomsten andere dan
levensverzekeringen
Artikel 202
Aard van de dekking
Persoonsverzekeringen, andere dan levensverzekeringen,
strekken tot vergoeding van schade of tot uitkering van een
vast bedrag, naargelang partijen bedongen hebben.
162
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 203
Assurances à caractère forfaitaire autres que les
assurances sur la vie
Le Roi détermine dans quelle mesure et selon quelles
modalités les dispositions de la présente loi relatives aux
contrats d’assurance sur la vie sont applicables aux contrats
d’assurance de personnes à caractère forfaitaire pour les-
quels la survenance de l’événement assuré ne dépend pas
exclusivement de la durée de la vie humaine.
Article 204
Choix du médecin
Pour ses soins, l’assuré a le libre choix de son médecin.
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance maladie
Section Ire
Dispositions préliminaires
Article 205
Défi nitions
§ 1er. Par contrat d’assurance maladie, l’on entend:
1° l’assurance soins de santé qui garantit, en cas de
maladie ou en cas de maladie et d’accident, des prestations
relatives à tout traitement médical préventif, curatif ou diagnos-
tique nécessaire à la préservation et/ou au rétablissement
de la santé;
2° l’assurance incapacité de travail qui, en cas de maladie
ou en cas de maladie et d’accident, indemnise totalement ou
partiellement la diminution ou la perte de revenus profession-
nels due à l’incapacité de travail d’une personne;
3° l’assurance invalidité qui garantit une prestation en cas
de maladie ou en cas de maladie et d’accident;
4° l’assurance soins non obligatoire qui prévoit des presta-
tions en cas de perte totale ou partielle d’autonomie.
Sont exclues de la définition du contrat d’assurance
maladie:
a) les assurances voyage et assistance temporaires qui
garantissent les prestations visées à l’alinéa 1er;
b) l’assurance accidents de travail loi et les assurances
accidents complémentaires qui y sont liées;
Artikel 203
Verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag,
andere dan levensverzekeringen
De Koning bepaalt in hoever en volgens welke regels de
bepalingen van deze wet die betrekking hebben op de levens-
verzekeringsovereenkomsten ook van toepassing zullen zijn
op persoonsverzekeringsovereenkomsten tot uitkering van
een vast bedrag, waarbij het zich voordoen van het verzekerde
voorval niet uitsluitend afhangt van de menselijke levensduur.
Artikel 204
Keuze van de arts
Voor zijn verzorging kiest de verzekerde vrij zijn arts.
HOOFDSTUK 4
Ziekteverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Inleidende bepalingen
Artikel 205
Begripsomschrijvingen
§ 1. Onder ziekteverzekeringsovereenkomst wordt
verstaan:
1° de ziektekostenverzekering die, in geval van ziekte of in
geval van ziekte en ongeval, prestaties waarborgt met betrek-
king tot elke preventieve, curatieve of diagnostische medische
behandeling welke noodzakelijk is voor het behoud en/of het
herstel van de gezondheid;
2° de arbeidsongeschiktheidsverzekering die, in geval van
ziekte of in geval van ziekte en ongeval, de vermindering of
verlies van beroepsinkomen ten gevolge van de arbeidsonge-
schiktheid van een persoon geheel of gedeeltelijk vergoedt;
3° de invaliditeitsverzekering die een prestatie waarborgt
in geval van ziekte of in geval van ziekte en ongeval;
4° de niet-verplichte zorgverzekering die in prestaties
voorziet in geval van geheel of gedeeltelijk verlies van de
zelfredzaamheid.
Va l l e n b u i t e n d e z e o m s c h r i j v i n g v a n d e
ziekteverzekeringsovereenkomst:
a) de tijdelijke reis- en hulpverleningsverzekeringen die de
in het eerste lid bedoelde prestaties waarborgen;
b) de wettelijke arbeidsongevallenverzekering en de daar-
mee verbonden aanvullende ongevallenverzekeringen;
163
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
c) les assurances accident;
d) les prestations de solidarité visées à l’article 1er de l’arrêté
royal du 14 novembre 2003 fi xant les prestations de solidarité
liées aux régimes de pension complémentaires sociaux;
e) les prestations de solidarité visées à l’article 1er de l’arrêté
royal du 15 décembre 2003 fi xant les prestations de solidarité
liées aux conventions sociales de pension.
§ 2. L’on entend par “contrat d’assurance maladie lié à
l’activité professionnelle” tout contrat d’assurance maladie
conclu par un ou plusieurs preneurs d’assurance au profi t
d’une ou plusieurs personnes liées professionnellement au(x)
preneur(s) d’assurance au moment de l’affiliation.
§ 3. L’on entend par “assuré principal” la personne au profi t
de laquelle le contrat d’assurance maladie est conclu.
§ 4. L’on entend par “assurés secondaires” les membres de
la famille de l’assuré principal affiliés au contrat d’assurance
maladie.
Section II
Contrats d’assurance maladie non liés à l’activité
professionnelle
Article 206
Champ d’application
Les dispositions de la présente section sont applicables
aux contrats d’assurance maladie non liés à l’activité
professionnelle.
Ces dispositions sont applicables au preneur d’assurance,
à l’assuré principal et aux assurés secondaires.
Article 207
Durée du contrat d’assurance
§ 1er. Sans préjudice de l’application des articles 63, 64,
69, 73, 74, 75, 76 et 83 et hormis le cas de fraude, les contrats
d’assurance maladie visés à l’article 205, § 1er, 1°, 3° et 4°
sont conclus à vie. Les contrats d’assurance maladie visés à
l’article 205, § 1er, 2°, valent jusqu’à l’âge de 65 ans ou un âge
antérieur, si cet âge est l’âge normal auquel l’assuré met com-
plètement et défi nitivement fi n à son activité professionnelle.
c) de ongevallenverzekeringen;
d) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in artikel 1
van het koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststel-
ling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale
aanvullende pensioenstelsels;
e) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in artikel 1
van het koninklijk besluit van 15 december 2003 tot vaststel-
ling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale
pensioenovereenkomsten.
§ 2. Onder beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereen-
komst wordt verstaan: de ziekteverzekeringsovereenkomst
die gesloten is door één of meerdere verzekeringnemers ten
behoeve van één of meerdere personen die op het moment
van de aansluiting bij de verzekering beroepsmatig met de
verzekeringnemer(s) verbonden zijn.
§ 3. Onder hoofdverzekerde wordt verstaan: degene ten
behoeve van wie de ziekteverzekeringsovereenkomst wordt
afgesloten.
§ 4. Onder bijverzekerden wordt verstaan: de gezinsleden
van de hoofdverzekerde die bij de ziekteverzekeringsovereen-
komst worden aangesloten.
Afdeling II
Andere dan beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomsten
Artikel 206
Toepassingsgebied
De bepalingen van deze afdeling zijn van toe-
passing op de andere dan beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomsten.
Deze bepalingen gelden voor de verzekeringnemer, de
hoofdverzekerde en de bijverzekerden.
Artikel 207
Duur van de verzekeringsovereenkomst
§ 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 63, 64,
69, 73, 74, 75, 76 en 83 en behoudens in geval van bedrog,
worden de in artikel 205, § 1, 1°, 3° en 4°, bedoelde ziekte-
verzekerings-overeenkomsten voor het leven aangegaan.
De in artikel 205, § 1, 2°, bedoelde ziekteverzekeringsover-
eenkomsten gelden ten minste tot de leeftijd van 65 jaar of
tot een jongere leeftijd, wanneer deze de normale leeftijd is
waarop de verzekerde zijn beroepswerkzaamheid volledig
en defi nitief stopzet.
164
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Sans préjudice de l’application de l’article 89, § 3,
les contrats peuvent être conclus pour une durée limitée à
la demande expresse de l’assuré principal et s’il y va de son
intérêt.
§ 3. Les dispositions du présent article ne sont pas
applicables aux contrats d’assurance maladie offerts à titre
accessoire par rapport au risque principal, dont la durée n’est
pas à vie.
Article 208
Modifi cations tarifaires et contractuelles
§ 1er. Sauf accord réciproque des parties et à la demande
exclusive de l’assuré principal, ainsi que dans les cas visés
aux paragraphes 2, 3 et 4, l’assureur ne peut plus apporter
de modifi cations aux bases techniques de la prime ni aux
conditions de couverture après que le contrat d’assurance
maladie ait été conclu.
La modifi cation des bases techniques de la prime et/ou
des conditions de couverture, moyennant l’accord réciproque
des parties, prévue à l’alinéa 1er, ne peut s’effectuer que dans
l’intérêt des assurés.
§ 2. La prime, la franchise et la prestation peuvent être
adaptées à la date d’échéance annuelle de la prime sur la
base de l’indice des prix à la consommation.
§ 3. La prime, la franchise et la prestation peuvent être
adaptées, à la date d’échéance annuelle de la prime et sur
la base d’un ou plusieurs indices spécifi ques, aux coûts des
services couverts par les contrats privés d’assurance maladie
si et dans la mesure où l’évolution de cet ou de ces indices
dépasse celle de l’indice des prix à la consommation.
Le Roi, sur proposition conjointe des ministres qui ont les
Assurances et les Affaires sociales dans leurs attributions et
après consultation du Centre fédéral d’expertise des soins de
santé (ci-après “le Centre d’expertise”), détermine la méthode
de construction de ces indices. A cet effet, Il:
— sélectionne un ensemble de paramètres objectifs et
représentatifs;
— détermine le mode de calcul des valeurs de ces
paramètres;
— détermine les poids respectifs de ces paramètres dans
le ou les indices.
Cette méthode peut être évaluée par le Centre d’expertise,
à la demande conjointe des ministres qui ont les Affaires
sociales et les Assurances dans leurs attributions.
Sur la base de la méthode fi xée par le Roi, le SPF Economie
calcule et publie annuellement au Moniteur belge la valeur
§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 89, §3, kunnen
de overeenkomsten worden aangegaan voor een beperkte
duurtijd op uitdrukkelijk verzoek van de hoofdverzekerde en
indien deze daar belang bij heeft.
§ 3. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing
op de ziekteverzekeringsovereenkomsten die op bijkomende
wijze worden aangeboden bij een hoofdrisico dat niet levens-
lang is.
Artikel 208
Wijziging van het tarief en de voorwaarden van de
overeenkomst
§ 1. Behoudens wederzijds akkoord van de partijen en op
uitsluitend verzoek van de hoofdverzekerde alsmede in de in
paragrafen 2, 3 en 4 vermelde gevallen, kan de verzekeraar
de technische grondslagen van de premie en de dekkings-
voorwaarden, na het sluiten van een ziekteverzekeringsover-
eenkomst niet meer wijzigen.
De wijziging van de technische grondslagen van de pre-
mie en/of dekkingsvoorwaarden bij wederzijds akkoord van
de partijen, zoals bepaald bij het eerste lid, kan enkel in het
belang van de verzekerden gebeuren.
§ 2. De premie, de vrijstelling en de prestatie mogen worden
aangepast op de jaarlijkse premievervaldag, op grond van het
indexcijfer der consumptieprijzen.
§ 3. De premie, of de vrijstelling en de prestaties mogen
worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag, op
grond van een of verschillende specifi eke indexcijfers aan de
kosten van de diensten die gedekt worden door de private
ziekteverzekeringsovereenkomsten, indien en voor zover de
evolutie van dat of deze het indexcijfer der consumptieprijzen
overschrijdt.
De Koning, op gemeenschappelijk voorstel van de minis-
ters tot wier bevoegdheid de verzekeringen en de sociale
zaken behoren en na raadpleging van het Federaal kenniscen-
trum voor de gezondheidszorg (hierna “het Kenniscentrum “)
bepaalt de wijze waarop die indexcijfers worden opgebouwd.
Hiertoe:
— selecteert Hij een geheel van objectieve en represen-
tatieve parameters;
— bepaalt Hij de berekeningswijze van deze parameters;
— bepaalt Hij het respectieve gewicht van deze parameters
in het of de indexcijfers.
Deze methode kan worden geëvalueerd door het
Kenniscentrum op gemeenschappelijke vraag van de minis-
ters die bevoegd zijn voor Verzekeringen en de Sociale Zaken.
Op basis van de door de Koning vastgestelde methode
gaat de FOD Economie over tot de berekening en publiceert
165
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
de l’indice ou des indices, sur la base des chiffres connus
au 30 juin. La publication du résultat se fait au plus tard le
1er septembre. Les modalités de collaboration entre le Centre
d’expertise et le SPF Economie font l’objet d’un protocole
signé entre ces deux institutions.
Le Roi peut augmenter la fréquence du calcul et de la
publication de la valeur de l’indice ou des indices.
Les personnes et institutions qui disposent des renseigne-
ments nécessaires au calcul sont tenues de les communiquer
au Centre d’expertise et au SPF Economie à la demande de
ceux-ci.
§ 4. L’application du présent article ne porte pas préjudice
à l’article 45 de la présente loi, ni à l’article 21octies de la loi
du 9 juillet 1975.
§ 5. La prime, la période de carence et les conditions de
couverture peuvent être adaptées de manière raisonnable
et proportionnelle:
1. aux modifi cations intervenues dans la profession de
l’assuré, en ce qui concerne l’assurance soins de santé non
obligatoire, l’assurance incapacité de travail, l’assurance
invalidité et l’assurance soins et/ou
2. aux modifi cations intervenues dans le revenu de l’assuré,
en ce qui concerne l’assurance incapacité de travail et l’assu-
rance invalidité et/ou
3. lorsque celui-ci change de statut dans le système de
sécurité sociale, en ce qui concerne l’assurance soins de
santé et l’assurance incapacité de travail, pour autant que ces
modifi cations aient une infl uence signifi cative sur le risque et/
ou le coût ou l’étendue des prestations garanties.
Article 209
Incontestabilité
Dès qu’un délai de deux ans s’est écoulé à compter de
l’entrée en vigueur du contrat d’assurance maladie, l’assureur
ne peut invoquer l’article 64 en ce qui concerne les omissions
ou inexactitudes non intentionnelles dans les déclarations du
preneur d’assurance ou de l’assuré, lorsque ces omissions ou
inexactitudes se rapportent à une maladie ou une affection
dont les symptômes s’étaient déjà manifestés au moment de
la conclusion du contrat et qui n’a pas été diagnostiquée dans
le même délai de deux ans.
L’assureur ne peut invoquer une omission ou inexactitude
non intentionnelle lorsque la maladie ou une affection ne
s’était encore manifestée d’aucune manière au moment de
la conclusion du contrat d’assurance.
hij de waarde van het of de indexcijfers jaarlijks in het
Belgisch Staatsblad op basis van de cijfers die zijn gekend
op 30 juni. De publicatie van het resultaat gebeurt ten laat-
ste op 1 september. De wijze van samenwerking tussen het
Kenniscentrum en de FOD Economie wordt bepaald door een
protocol tussen deze twee instellingen.
De Koning kan de regelmaat van de berekening en bekend-
making van de waarde van het of de indexcijfers verhogen.
De personen en instellingen die beschikken over de
gegevens die nodig zijn voor de berekening moeten deze
meedelen aan het Kenniscentrum en de FOD Economie als
deze instellingen ze vragen.
§ 4. De toepassing van dit artikel laat artikel 45 van deze
wet en artikel 21octies van de wet van 9 juli 1975 onverlet.
§ 5. De premie, de vrijstellingstermijn en de dekkingsvoor-
waarden mogen op redelijke en proportionele wijze worden
aangepast:
1. aan de wijzigingen in het beroep van de verzekerde wat
de niet-verplichte ziektekostenverzekering, de arbeidson-
geschiktheidsverzekering, de invaliditeitsverzekering en de
zorgverzekering betreft en/of
2. aan de wijzigingen in het inkomen van de verzekerde
wat de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de invaliditeits-
verzekering betreft en/of
3. wanneer deze laatste verandert van statuut in het stelsel
van sociale zekerheid wat de ziektekostenverzekering en de
arbeidsongeschiktheidsverzekering betreft, voor zover deze
wijzigingen een betekenisvolle invloed hebben op het risico
en/of de kosten of de omvang van de verleende dekking.
Artikel 209
Onbetwistbaarheid
Zodra een termijn van twee jaar verstreken is te rekenen
van de inwerkingtreding van de ziekteverzekeringsover-
eenkomst, kan de verzekeraar zich niet meer beroepen op
artikel 64 met betrekking op het onopzettelijk verzwijgen of
het onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens door de
verzekeringnemer of de verzekerde, wanneer deze gegevens
betrekking hebben op een ziekte of aandoening waarvan
de symptomen zich op het ogenblik van het sluiten van de
verzekeringsovereenkomst reeds hadden gemanifesteerd en
deze ziekte of aandoening niet gediagnosticeerd werd binnen
diezelfde termijn van twee jaar.
De verzekeraar kan zich niet beroepen op een onopzettelijk
verzwijgen of onopzettelijk onjuist mededelen van gegevens,
wanneer deze gegevens betrekking hebben op een ziekte of
aandoening die zich op het ogenblik van het sluiten van de
verzekeringsovereenkomst nog op geen enkele wijze had
gemanifesteerd.
166
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 210
Malades chroniques et personnes handicapées
Le candidat assuré principal qui souffre d’une maladie
chronique ou d’un handicap et qui n’a pas atteint l’âge de
soixante-cinq ans, a droit à une assurance soins de santé,
étant entendu que les coûts liés à la maladie ou au handicap
qui existe au moment de la conclusion du contrat d’assurance
peuvent, sans préjudice de l’application de l’article 209 être
exclus de la couverture. La prime doit être celle qui serait
réclamée à la même personne si elle n’était pas malade
chronique ou handicapée.
Sans préjudice de l’application des articles 62 et 65 en ce
qui concerne l’information relative aux données génétiques,
un document qui établit avec précision la maladie ou le
handicap visé ainsi que les coûts exclus de la couverture ou
qui font l’objet d’une couverture limitée, est joint au contrat
d’assurance. Le modèle du document est arrêté par le Roi.
Sans préjudice de la compétence des cours et tribunaux,
les litiges portant sur les coûts exclus de la couverture ou
faisant l’objet d’une couverture limitée sont d’abord soumis
à un organe de conciliation constitué par le Roi par arrêté
délibéré en Conseil des ministres.
Article 211
§ 1er. L’assuré principal informe l’assureur, par écrit ou
par voie électronique, du moment où un assuré secondaire
quitte le contrat d’assurance ainsi que du nouveau lieu de
résidence de celui-ci.
Sur la base de ces données, l’assureur soumet à l’assuré
secondaire, dans les trente jours, une offre d’assurance
conforme aux articles 207 et 208. L’assureur informe l’assuré
secondaire que l’offre vaut également pour les membres de sa
famille. Il ne peut invoquer le fait que le risque est déjà réalisé.
L’assuré secondaire dispose d’un délai de soixante jours
pour accepter la proposition d’assurance par écrit ou par voie
électronique. Le droit d’accepter l’offre s’éteint à l’expiration
de ce délai.
§ 2. Le contrat d’assurance que l’assuré secondaire a
accepté commence à courir au moment où celui-ci perd le
bénéfi ce de l’assurance précédente.
Artikel 210
Chronisch zieken en personen met een handicap
De kandidaat-verzekerde die chronisch ziek of gehandicapt
is en de leeftijd van vijfenzestig jaar niet heeft bereikt, heeft
recht op een ziektekostenverzekering, met dien verstande dat
de kosten die verband houden met de ziekte of de handicap
welke bestaat op het ogenblik van het sluiten van de verzeke-
ringsovereenkomst, onverminderd de toepassing van artikel
209 van de dekking mogen worden uitgesloten. De premie
moet deze zijn die aangerekend zou worden aan dezelfde
persoon indien hij of zij niet chronisch ziek of gehandicapt was.
Onverminderd de toepassing van artikel 62 en artikel 65
wat de informatie met betrekking tot de genetische gegevens
betreft, wordt aan de verzekeringsovereenkomst een docu-
ment gehecht dat nauwkeurig de bedoelde ziekte of handicap
alsmede de kosten bepaalt die van de dekking uitgesloten
zijn of slechts beperkt worden gedekt. De Koning bepaalt het
model van het document.
Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en recht-
banken worden de geschillen met betrekking tot de kosten
die van de dekking uitgesloten zijn of slechts beperkt gedekt
worden, eerst voorgelegd aan een door de Koning bij een
besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, opgericht
bemiddelingsorgaan.
Artikel 211
§ 1. De hoofdverzekerde brengt de verzekeraar, schrifte-
lijk of elektronisch op de hoogte van het tijdstip waarop een
bijverzekerde de verzekeringsovereenkomst verlaat en van
diens nieuwe verblijfplaats.
Op basis van deze gegevens doet de verzekeraar de bij-
verzekerde binnen de dertig dagen een verzekeringsaanbod
dat in overeenstemming is met artikel 207 en artikel 208. De
verzekeraar informeert de bijverzekerde dat het aanbod ook
geldt voor de leden van zijn gezin. Hij kan niet inroepen dat
het risico reeds verwezenlijkt is.
De bijverzekerde, beschikt over een termijn van zestig
dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektronisch
te aanvaarden. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het
recht om het aanbod te aanvaarden.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst die de bijverzekerde
heeft aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij het voordeel
van de vorige verzekering verliest.
167
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section III
Poursuite individuelle d’un contrat d’assurance maladie lié
à l’activité professionnelle
Article 212
Conditions d’octroi
§ 1er. Sauf si elle perd le bénéfi ce du contrat d’assurance
maladie lié à l’activité professionnelle pour les raisons visées
aux articles 63, 64, 73, 74, 76 et 83 et, de manière générale,
en cas de fraude, toute personne affiliée à une assurance liée
à l’activité professionnelle a le droit de poursuivre, en tout ou
en partie, cette assurance individuellement lorsqu’elle perd le
bénéfi ce de l’assurance liée à l’activité professionnelle, sans
devoir subir un examen médical supplémentaire ni devoir
remplir un nouveau questionnaire médical.
A cet effet, l’assuré principal doit, durant les deux années
précédant la perte du contrat d’assurance maladie lié à
l’activité professionnelle qui est poursuivi, avoir été affilié de
manière ininterrompue à un ou plusieurs contrats d’assurance
maladie successifs souscrits auprès d’une entreprise d’assu-
rances au sens de la présente loi.
§ 2. Le preneur d’assurance ou, en cas de faillite ou de liqui-
dation, le curateur ou le liquidateur du preneur d’assurance
informe l’assuré principal, par écrit ou par voie électronique,
au plus tard dans les trente jours suivant la perte du bénéfi ce
de l’assurance liée à l’activité professionnelle, du moment pré-
cis de cette perte et de la possibilité de poursuivre le contrat
individuellement. De plus, il informe l’assuré principal du délai
dans lequel celui-ci et, le cas échéant, le coassuré peuvent
exercer leur droit à la poursuite individuelle. Le preneur d’assu-
rance ou, en cas de faillite ou de liquidation, le curateur ou le
liquidateur transmet en même temps à l’assuré principal les
coordonnées de l’entreprise d’assurances concernée.
L’assuré principal et, le cas échéant, le coassuré disposent
d’un délai de trente jours pour informer par écrit ou par voie
électronique l’assureur de leur intention de poursuivre le
contrat d’assurance maladie lié à l’activité professionnelle,
en tout ou en partie, individuellement. Le délai commence à
courir le jour de réception du courrier par lequel le preneur
d’assurance ou, en cas de faillite ou de liquidation, le curateur
ou le liquidateur du preneur d’assurance informe l’assuré prin-
cipal par écrit ou par voie électronique qu’il peut décider de
poursuivre individuellement le contrat d’assurance maladie lié
à l’activité professionnelle dont il a perdu le bénéfi ce. L’assuré
principal et, le cas échéant, le coassuré disposent du droit de
prolonger ce délai de trente jours, à condition d’en informer
l’assureur par écrit ou par voie électronique. Ce droit doit lui
être signifi é par l’employeur, conformément à l’alinéa 1er. Ce
délai expire en tout cas après cent cinq jours à compter du
jour de la perte du bénéfi ce de l’assurance maladie liée à
l’activité professionnelle.
Afdeling III
Individuele voortzetting van beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst
Artikel 212
Toekenningsvoorwaarden
§ 1. Behalve in geval hij het voordeel van de beroepsge-
bonden ziekteverzekeringsovereenkomst verliest omwille
van de bedoelde redenen in artikel 63, artikel 64, artikel 73,
artikel 74, artikel 76 en artikel 83 en, in het algemeen, in geval
van bedrog, heeft elke persoon die bij een beroepsgebonden
verzekering is aangesloten het recht om deze verzekering in-
dividueel geheel of gedeeltelijk voort te zetten wanneer hij het
voordeel van de beroepsgebonden verzekering verliest, zon-
der een bijkomend medisch onderzoek te moeten ondergaan
noch een nieuwe medische vragenlijst te moeten invullen.
Daartoe moet de hoofdverzekerde gedurende de twee ja-
ren die aan het verlies van de voortgezette beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst vooraf gaan, ononderbroken
aangesloten geweest zijn bij een of meer opeenvolgende
ziekteverzekeringsovereenkomsten die bij een verzekerings-
onderneming zoals bedoeld in deze wet waren aangegaan.
§ 2. De verzekeringnemer of, in geval van faillissement
of vereffening, de curator respectievelijk de vereffenaar
van de verzekeringnemer, brengt de hoofdverzekerde ten
laatste dertig dagen na het verlies van het voordeel van de
beroepsgebonden verzekering schriftelijk of elektronisch op
de hoogte van het precieze tijdstip van dit verlies en van de
mogelijkheid om de overeenkomst individueel voort te zetten.
Daarbij informeert hij de hoofdverzekerde over de termijn
waarbinnen deze en, in voorkomend geval, de medeverzeker-
den het recht op individuele voortzetting kunnen uitoefenen.
De verzekeringnemer of, in geval van faillissement of veref-
fening, de curator respectievelijk de vereffenaar maakt de
hoofdverzekerde tegelijkertijd de contactgegevens over van
de betrokken verzekeringsonderneming.
De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de mede-
verzekerde, beschikken over een termijn van dertig dagen
om de verzekeraar schriftelijk of elektronisch kennis te geven
van zijn voornemen om de beroepsgebonden ziekteverzeke-
ringsovereenkomst geheel of gedeeltelijk individueel voort te
zetten. De termijn begint te lopen op de dag van de ontvangst
van het schrijven waarin de verzekeringnemer of, in geval
van faillissement of vereffening, de curator respectievelijk de
vereffenaar van de verzekeringnemer, de hoofdverzekerde
schriftelijk of elektronisch ervan in kennis stelt dat hij kan
beslissen de beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereen-
komst waarvan hij het voordeel verloren heeft, individueel
voort te zetten. De hoofdverzekerde en in voorkomend geval
de medeverzekerde hebben het recht die termijn met dertig
dagen te verlengen, op voorwaarde dat de verzekeraar
daarvan schriftelijk of elektronisch in kennis wordt gesteld.
Overeenkomstig het eerste lid moet de werkgever hem in
kennis stellen van dat recht. Deze termijn verstrijkt in elk geval
honderdenvijf dagen na het verlies van het voordeel van de
beroepsgebonden ziekteverzekering.
168
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’assureur dispose d’un délai de quinze jours pour sou-
mettre à l’assuré principal et, le cas échéant, au coassuré, par
écrit ou par voie électronique, une offre d’assurance conforme
aux articles 207 et 208. L’assureur ne peut invoquer le fait que
le risque est déjà réalisé.
En même temps qu’il adresse son offre, l’assureur informe
l’assuré principal et, le cas échéant, le coassuré sur les condi-
tions de garantie, notamment les prestations couvertes, les
exclusions, le délai de déclaration. Il rappelle également à
l’assuré principal et, le cas échéant, au coassuré le délai de
trente jours dont il dispose pour accepter l’offre soit par écrit,
soit par voie électronique.
L’assuré principal et, le cas échéant, le coassuré disposent
d’un délai de trente jours pour accepter l’offre d’assurance par
écrit ou par voie électronique. Ce délai commence à courir
le jour de la réception de l’offre de l’assureur visée à l’alinéa
3. Le droit à la poursuite individuelle s’éteint à l’expiration de
ce délai.
§ 3. Lorsque le coassuré perd le bénéfi ce de l’assurance
liée à l’activité professionnelle pour une autre raison que la
perte du bénéfi ce de cette assurance par l’assuré principal,
le coassuré dispose d’un délai de cent cinq jours, à partir du
moment où il perd le bénéfi ce précité, pour informer l’assureur,
par écrit ou par voie électronique, de son intention d’exercer
son droit à la poursuite individuelle.
L’assureur dispose d’un délai de quinze jours pour lui faire,
par voie électronique ou par écrit, une offre d’assurance
conforme aux articles 207 et 208. L’assureur ne peut invoquer
le fait que le risque est déjà réalisé.
Le coassuré dispose d’un délai de trente jours pour accep-
ter l’offre d’assurance par écrit ou par voie électronique. Ce
délai commence à courir le jour de la réception de l’offre de
l’assureur visée à l’alinéa 2. Le droit à la poursuite individuelle
s’éteint à l’expiration de ce délai.
§ 4. Le contrat d’assurance accepté par l’assuré prend
cours au moment où il perd l’avantage de l’assurance liée à
l’activité professionnelle.
Article 213
Information à fournir par l’assureur
§ 1er. L’assureur informe le preneur d’assurance de la
possibilité pour l’assuré de payer individuellement une prime
complémentaire. Le preneur d’assurance transmet cette
information sans délai à l’assuré principal.
Le paiement de ces primes complémentaires, pour autant
qu’elles aient été payées année par année sans interruption,
De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien dagen
om de hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de medever-
zekerde schriftelijk of elektronisch een verzekeringsaanbod
te doen dat in overeenstemming is met artikel 207 en artikel
208. De verzekeraar kan niet inroepen dat het risico reeds
verwezenlijkt is.
Tegelijk met het bezorgen van zijn aanbod stelt de ver-
zekeraar de hoofdverzekerde en, in voorkomend geval de
medeverzekerde in kennis van de dekkingsvoorwaarden,
inzonderheid de gedekte prestaties, de uitsluitingen en de
aangiftetermijn. Voorts herinnert hij de hoofdverzekerde en
in voorkomend geval de medeverzekerde aan de termijn van
dertig dagen waarover hij beschikt om het aanbod schriftelijk
dan wel elektronisch te aanvaarden.
De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de mede-
verzekerde, beschikken over een termijn van dertig dagen
om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektronisch te
aanvaarden. Deze termijn begint te lopen op de dag van de
ontvangst van het in het derde lid bedoelde aanbod van de
verzekeraar. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het
recht op individuele voortzetting.
§ 3. Wanneer de medeverzekerde het voordeel van de
beroepsgebonden verzekering verliest om een andere reden
dan het verlies van het voordeel van die verzekering door
de hoofdverzekerde, beschikt de medeverzekerde over een
termijn van honderdenvijf dagen te rekenen van het tijdstip
waarop hij voornoemd voordeel verliest om de verzekeraar
schriftelijk of elektronisch in kennis te stellen van zijn voorne-
men om het recht op individuele voortzetting uit te oefenen.
De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien dagen
om hem schriftelijk of elektronisch een verzekeringsaanbod
te doen dat in overeenstemming is met artikel 207 en artikel
208. De verzekeraar kan niet inroepen dat het risico reeds
verwezenlijkt is.
De medeverzekerde beschikt over een termijn van dertig
dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektronisch
te aanvaarden. Deze termijn begint te lopen op de dag van
de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde aanbod van
de verzekeraar. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het
recht op individuele voortzetting.
§ 4 De verzekeringsovereenkomst, die de verzekerde heeft
aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij het voordeel van
de beroepsgebonden verzekering verliest.
Artikel 213
Door de verzekeraar te verstrekken informatie
§ 1. De verzekeraar licht de verzekeringnemer in over de
mogelijkheid voor de verzekerde om individueel een bijko-
mende premie te betalen. De verzekeringnemer bezorgt die
informatie onmiddellijk aan de hoofdverzekerde.
De betaling van die bijkomende premies, mits zij jaar na
jaar ononderbroken werden betaald, heeft tot gevolg dat de in
169
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
a pour effet qu’en cas de poursuite individuelle la prime
visée à l’article 215 est fi xée en tenant compte de l’âge de
l’assuré au moment où il a commencé à payer les primes
complémentaires.
L’âge retenu pour le calcul de la prime visée à l’article 215
est relevé proportionnellement, en cas d’interruption tem-
poraire du paiement des primes complémentaires visées à
l’alinéa 2, en fonction de cette interruption.
§ 2. Si l’assureur a négligé de remplir le devoir d’information
visé au paragraphe 1er, la prime du contrat d’assurance mala-
die poursuivi individuellement est, par dérogation à l’article
215, calculée en tenant compte de l’âge de l’assuré principal
ou du coassuré au moment de son affiliation à l’assurance
liée à l’activité professionnelle. Il appartient à l’assureur de
démontrer qu’il a rempli le devoir d’information visé au para-
graphe 1er.
Si le preneur d’assurance a omis de transmettre l’informa-
tion visée au paragraphe 1er à l’assuré principal, le preneur
d’assurance est tenu de verser à l’assureur la différence entre
la prime calculée sur la base de l’âge atteint au moment de
l’exercice du droit de la poursuite individuelle du contrat et la
prime calculée sur la base de l’âge de l’assuré principal au
moment de son affiliation à l’assurance liée à l’activité profes-
sionnelle. La prime relative au contrat d’assurance maladie
poursuivi individuellement qui est réclamée à l’assuré principal
est également dans ce cas, par dérogation à l’article 215,
calculée en tenant compte de l’âge de l’assuré principal au
moment de son affiliation à l’assurance liée à l’activité profes-
sionnelle Il appartient au preneur d’assurance de démontrer
qu’il a transmis l’information visée au paragraphe 1er.
Article 214
Garanties
§ 1er. Le contrat d’assurance maladie poursuivi indivi-
duellement offre au moins des garanties similaires à celles
offertes par le contrat d’assurance maladie lié à l’activité
professionnelle poursuivi.
Les garanties de l’assurance soins de santé individuelle
sont considérées comme similaires si les éléments suivants
de l’assurance soins de santé liée à l’activité professionnelle
sont repris:
1° le choix de la chambre: le remboursement intégral ou
partiel ou le non-remboursement des frais supportés dans
une chambre individuelle, double ou commune;
2° la formule de remboursement: le remboursement
(partiel) des frais réels ou le remboursement des frais sur
la base du niveau de remboursement INAMI dans le cadre
de l’assurance soins de santé légale, ou la possibilité d’une
intervention forfaitaire;
artikel 215 bedoelde premie in geval van individuele voortzet-
ting berekend wordt rekening houdend met de leeftijd waarop
de verzekerde de bijkomende premies is beginnen te betalen.
De leeftijd, die in aanmerking komt voor de berekening
van de in artikel 215 bedoelde premie wordt proportioneel
opgetrokken in geval van en in functie van de tijdelijke on-
derbreking van de betaling van de in het tweede lid bedoelde
bijkomende premies.
§ 2. Indien de verzekeraar nagelaten heeft de in paragraaf 1
opgelegde informatieplicht na te komen, wordt de premie voor
de individueel voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst
in afwijking van artikel 215 berekend rekening houdend met
de leeftijd van de hoofd- of medeverzekerde op het ogenblik
van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden verzekering, De
bewijslast inzake de nakoming van de in paragraaf 1 bedoelde
informatieplicht berust bij de verzekeraar.
Indien de verzekeringnemer nagelaten heeft de in para-
graaf 1 bedoelde informatie te bezorgen aan de hoofdver-
zekerde, is de verzekeringnemer aan de verzekeraar het
verschil verschuldigd tussen de premie die berekend wordt
op grond van de leeftijd welke bereikt is op het ogenblik van
de uitoefening van het recht op individuele voortzetting en de
premie die berekend wordt op grond van de leeftijd van de
hoofdverzekerde op het ogenblik van zijn aansluiting bij de
beroepsgebonden verzekering. De premie voor de individueel
voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst, die aangere-
kend wordt aan de hoofdverzekerde, wordt ook in dat geval,
in afwijking van artikel 215, berekend rekening houdend met
de leeftijd van de hoofdverzekerde, op het ogenblik van zijn
aansluiting bij de beroepsgebonden verzekering. De bewijs-
last inzake het bezorgen van de in paragraaf 1 bedoelde
informatie berust bij de verzekeringnemer.
Artikel 214
Waarborgen
§ 1. De individueel voortgezette ziekteverzekeringsover-
eenkomst biedt minstens waarborgen die gelijksoortig zijn met
die welke geboden worden door de voortgezette beroepsge-
bonden ziekteverzekeringsovereenkomst.
De waarborgen van de individuele ziektekostenverzeke-
ring worden als gelijksoortig beschouwd indien de volgende
elementen van de beroepsgebonden ziektekostenverzekering
worden overgenomen:
1° de keuze van de kamer: het al dan niet geheel of ten
dele terugbetalen van de kosten die gedragen zijn in een één-,
twee- of meerpersoonskamer;
2° de terugbetalingsformule: het (ten dele) terugbetalen van
de werkelijk gedragen kosten, of het vergoeden van de kosten
op grond van het RIZIV-terugbetalingsniveau in het raam van
de wettelijke ziektekostenverzekering, of het voorzien in een
forfaitaire tegemoetkoming;
170
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
3° la pré- et posthospitalisation: la prise en charge ou non
des frais ambulatoires liés à l’hospitalisation et qui surviennent
dans un délai déterminé avant ou après l’hospitalisation; si ces
frais sont couverts, ce délai doit être d’une durée minimale
d’un mois avant et de trois mois après l’hospitalisation;
4° les maladies graves: la prise en charge ou non des frais
ambulatoires liés aux maladies graves.
Les garanties de l’assurance incapacité de travail indivi-
duelle sont considérées comme similaires si elles prévoient,
comme l’assurance incapacité de travail liée à l’activité profes-
sionnelle, le versement d’un même pourcentage de la perte de
revenus subie ou un même montant fi xe, toutefois limité le cas
échéant à la perte de revenus subie. L’assurance incapacité
de travail individuelle, qui poursuit l’assurance incapacité de
travail liée à l’activité professionnelle, vaut jusqu’à l’âge légal
de la pension ou un âge antérieur, s’il s’agit de l’âge normal
auquel l’assuré cesse complètement et défi nitivement son
activité professionnelle.
Les garanties de l’assurance invalidité individuelle sont
considérées comme similaires si elles prévoient le versement
d’un même montant fi xe ou une indemnisation calculée sur
la base des mêmes paramètres que ceux qui sont pris en
compte dans le cadre de l’assurance invalidité liée à l’activité
professionnelle.
Les garanties de l’assurance dépendance individuelle
sont considérées comme similaires si elles prévoient, comme
l’assurance soins liée à l’activité professionnelle, le versement
d’un même montant fi xe ou une indemnisation identique des
frais dus à la perte totale ou partielle d’autonomie.
§ 2. Sans préjudice de l’article 207, § 1er, la poursuite
individuelle du contrat d’assurance maladie lié à l’activité pro-
fessionnelle a lieu sans imposer un nouveau délai d’attente.
La garantie ne peut pas être limitée et aucune prime supplé-
mentaire ne peut être imposée en raison de l’évolution de
l’état de santé de l’assuré au cours du contrat d’assurance
maladie liée à l’activité professionnelle.
Article 215
Prime
Pour le calcul de la prime du contrat d’assurance maladie
poursuivi individuellement, il est tenu compte uniquement:
1° de l’âge de l’assuré au moment de la poursuite indivi-
duelle du contrat, sans préjudice de l’article 213, § 1er;
2° des éléments d’évaluation du risque, tels qu’ils existaient
et furent évalués lors de l’affiliation au contrat d’assurance
maladie liée à l’activité professionnelle poursuivi;
3° de pre- en posthospitalisatie: het al dan niet ten laste
nemen van de ambulante kosten die verband houden met de
hospitalisatie en die voorvallen in een welbepaalde termijn
vóór of na de hospitalisatie; in de mate dat deze ambulante
kosten gedekt zijn, dient de termijn minstens één maand
te bedragen vóór de hospitalisatie en drie maanden na de
hospitalisatie;
4° de zware ziekten: het al dan niet ten laste nemen van
de ambulante kosten die verband houden met zware ziekten.
De waarborgen van de individuele arbeidsongeschiktheids-
verzekering worden als gelijksoortig beschouwd indien deze,
net als de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzeke-
ring, voorzien in de uitkering van eenzelfde percentage van het
geleden inkomstenverlies, dan wel in eenzelfde vast bedrag,
dat in voorkomend geval beperkt wordt tot het effectief gele-
den inkomensverlies. De individuele arbeidsongeschiktheids-
verzekering, die de beroepsgebonden arbeidsongeschikt-
heidsverzekering voortzet, geldt tot de pensioengerechtigde
leeftijd of tot een jongere leeftijd, wanneer deze de normale
leeftijd is waarop de verzekerde zijn beroepswerkzaamheid
volledig en defi nitief stopzet.
De waarborgen van de individuele invaliditeitsverzekering
worden als gelijksoortig beschouwd indien ze voorzien in de
uitkering van eenzelfde vast bedrag dan wel in een vergoeding
die berekend wordt op grond van dezelfde parameters als die
welke in aanmerking genomen worden in de beroepsgebon-
den invaliditeitsverzekering.
De waarborgen van de individuele zorgverzekering worden
als gelijksoortig beschouwd indien ze net als de beroepsge-
bonden zorgverzekering, voorzien in de uitkering van een-
zelfde vast bedrag, dan wel in een identieke vergoeding van
de kosten die het gevolg zijn van het geheel of gedeeltelijk
verlies van de zelfredzaamheid.
§ 2 Onverminderd artikel 207, § 1, gebeurt de individuele
voortzetting van de beroepsgebonden ziekteverzekerings-
overeenkomst zonder instelling van een nieuwe wachttermijn.
De waarborg kan niet worden beperkt en geen bijpremie kan
worden opgelegd wegens de evolutie van de gezondheids-
toestand van de verzekerde tijdens de duur van de beroeps-
gebonden ziekteverzekeringsovereenkomst.
Artikel 215
Premie
Bij de berekening van de premie voor de individueel
voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst wordt alleen
rekening gehouden met:
1° de leeftijd van de verzekerde op het ogenblik van de
individuele voortzetting, onverminderd artikel 213, § 1;
2° de elementen ter beoordeling van het risico, zoals
die bestonden en beoordeeld werden op het ogenblik
van het toetreden tot de voortgezette beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst;
171
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
3° du régime de sécurité sociale et du statut auxquels
l’assuré est assujetti;
4° en ce qui concerne l’assurance soins de santé, de
l’assurance invalidité et de l’assurance soins, ainsi que de la
profession de l’assuré;
5° en ce qui concerne l’assurance incapacité de travail, de
la profession et du revenu professionnel de l’assuré.
CHAPITRE 5
Dispositions propres à certains contrats d’assurance
qui garantissent le remboursement du capital d’un
crédit
Article 216
§ 1er. Le Roi peut, sur proposition conjointe du ministre et
du ministre ayant la Santé publique dans ses attributions et
après consultation de la Commission de la protection de la vie
privée, fi xer des dispositions d’exécution pour un ou plusieurs
des points suivants:
1° dans quels cas et pour quels types de crédit ou pour
quels montants assurés un questionnaire médical standardisé
doit être complété;
2° le contenu du questionnaire médical standardisé, étant
entendu qu’il doit être établi dans le respect de la loi du 8
décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à
l’égard des traitements de données à caractère personnel et
de l’article 8 de la Convention de sauvegarde des Droits de
l’Homme et des Libertés fondamentales du 4 novembre 1950;
3° la manière dont les assureurs tiennent compte du ques-
tionnaire dans leur décision d’attribuer ou non l’assurance et
pour la fi xation de la prime;
4° les cas où les assureurs peuvent demander un examen
médical complémentaire au candidat à l’assurance, ainsi que
le contenu de cet examen et le droit à l’information concernant
les résultats de cet examen;
5° le délai dans lequel les assureurs doivent communiquer
leur décision relative à la demande d’assurance au candidat à
l’assurance, étant entendu que la durée globale de traitement
des dossiers de demande de prêt immobilier par les établis-
sements de crédit et les assureurs ne pourra pas excéder
cinq semaines à compter de la réception du dossier complet;
6° la manière dont les établissements de crédit prennent
également en considération d’autres garanties que l’assu-
rance du solde restant dû lors de l’octroi d’un crédit;
7° les conditions auxquelles les candidats à l’assurance
qui se voient refuser l’accès à une assurance du solde restant
dû peuvent faire appel au Bureau du suivi de la tarifi cation
visé à l’article 221, § 1er;
3° het stelsel en het statuut van sociale zekerheid waaraan
de verzekerde is onderworpen;
4° wat betreft de ziektekostenverzekering, de invaliditeits-
verzekering en de zorgverzekering, alsook het beroep van
de verzekerde;
5° wat betreft de arbeidsongeschiktheidsverzekering, het
beroep en het beroepsinkomen van de verzekerde.
HOOFDSTUK 5
Nadere bepalingen betreffende sommige
verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling van
het kapitaal van een krediet waarborgen
Artikel 216
§ 1. De Koning kan, op gezamenlijk voorstel van de minister
en de minister bevoegd voor de Volksgezondheid, na advies
van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer, uitvoeringsbepalingen vaststellen voor één of
meerdere van volgende punten:
1° in welke gevallen en voor welke soorten krediet of welke
verzekerde bedragen een standaard medische vragenlijst
moet worden ingevuld;
2° de inhoud van de standaard medische vragenlijst, met
dien verstande dat die moet worden bepaald met inachtne-
ming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van
de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking
van persoonsgegevens, alsook van artikel 8 van het Verdrag
tot bescherming van de rechten van de mens en de funda-
mentele vrijheden van 4 november 1950;
3° op welke wijze de verzekeraars bij hun beslissing over
het al dan niet toekennen van de verzekering en het bepalen
van de premie rekening houden met de vragenlijst;
4° de gevallen waarin de verzekeraars een bijkomend me-
disch onderzoek mogen vragen aan de kandidaat-verzekerde,
evenals de inhoud van dit onderzoek en het recht op informatie
over de resultaten van deze onderzoeken;
5° de termijn waarbinnen de verzekeraars hun beslissing
over de aanvraag van de verzekering aan de kandidaat-ver-
zekerde moeten meedelen, met dien verstande dat de totale
duur van de behandeling door de kredietinstellingen en de
verzekeraars van de aanvraagdossiers voor een woonkrediet
niet meer dan vijf weken mag bedragen, te rekenen van de
ontvangst van het volledige dossier;
6° op welke wijze de kredietinstellingen ook andere waar-
borgen dan de schuldsaldoverzekering in overweging nemen
bij het verstrekken van een krediet;
7° onder welke voorwaarden de kandidaat-verzekerden
een beroep kunnen doen op het in artikel 221, § 1, bedoelde
Opvolgingsbureau voor de tarifering, indien hen een schuld-
saldoverzekering wordt geweigerd;
172
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
8° l’obligation dans le chef des entreprises d’assurances
et des établissements de crédit de diffuser largement et de
façon compréhensible l’information sur l’existence du présent
mécanisme d’assurances du solde restant dû pour les per-
sonnes présentant un risque de santé accru.
9° les cas dans lesquels une déclaration sur l’honneur doit
être produite en ce qui concerne l’objet du contrat d’assurance.
Les conditions visées à l’alinéa 1er, 7°, fi xent notamment le
nombre de refus de la part des entreprises d’assurances que
le candidat à l’assurance doit avoir essuyé avant de pouvoir
s’adresser au Bureau du suivi de la tarifi cation, ainsi que la
hauteur des primes assimilées à un refus de la demande.
§ 2. Le Roi peut régler ou interdire l’utilisation des ques-
tionnaires médicaux.
Le Roi peut déterminer, reformuler ou interdire des ques-
tions relatives à la santé de l’assuré. Il peut limiter la portée
d’une question dans le temps.
Le Roi peut déterminer le montant assuré au-dessous
duquel seul le questionnaire médical peut être utilisé.
§ 3. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable au
candidat preneur d’assurance, l’assureur est tenu de la répa-
ration du préjudice causé par le non-respect des dispositions
arrêtées en vertu du paragraphe 1er. Le préjudice causé au
candidat preneur d’assurance est, sauf preuve contraire,
présumé résulter du non-respect des dispositions précitées.
Article 217
L’assureur qui propose une prime au preneur d’assurance
est tenu de scinder celle-ci entre la prime de base et la sur-
prime imputée en raison de l’état de santé de l’assuré.
S’il décide de refuser l’assurance ou d’en ajourner l’octroi,
d’exclure certains risques de la couverture ou d’imputer une
surprime, l’assureur en avise par courrier le candidat preneur
d’assurance, de façon claire et explicite, et en motivant les
raisons de ses décisions. Le candidat preneur d’assurance est
informé, par le même courrier, de la faculté qu’il a de prendre
contact par écrit avec le médecin de l’assureur, directement ou
par l’intermédiaire d’un médecin de son choix, pour connaître
les raisons médicales sur lesquelles l’assureur a fondé ses
décisions. Dans ce même courrier, l’assureur attire l’attention
sur l’existence et mentionne les coordonnées du Bureau du
suivi de la tarifi cation et de l’organe de conciliation en matière
d’assurance du solde restant dû.
L’assureur indique si la prime proposée peut être prise en
considération pour l’application du mécanisme de solidarité
par la Caisse de compensation visée à l’article 224.
8° de verplichting voor de verzekeringsmaatschappijen en
de kredietinstellingen om de informatie over het bestaan van
dit mechanisme van schuldsaldoverzekering voor personen
met een verhoogd gezondheidsrisico ruim en op begrijpelijke
wijze te verspreiden.
9° in welke gevallen een verklaring op eer over het voorwerp
van de verzekeringsovereenkomst moet worden afgelegd.
De in het eerste lid, 7°, bedoelde voorwaarden defi niëren
onder meer na hoeveel door de verzekeringsinstellingen
geweigerde aanvragen een kandidaat-verzekerde zich kan
wenden tot het Opvolgingsbureau voor de tarifering, evenals
de hoogte van de premies die met een weigering van de
aanvraag gelijkgesteld worden.
§ 2. De Koning kan het gebruik van medische vragenlijsten
regelen of verbieden.
De Koning kan vragen die betrekking hebben op de ge-
zondheidstoestand van de verzekerde bepalen, herformuleren
of verbieden. Hij kan de draagwijdte van een vraag in de tijd
beperken.
De Koning kan het verzekerde bedrag vaststellen waar-
onder enkel de medische vragenlijst kan worden gebruikt.
§3. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de kandidaat-verzekeringnemer is de verzeke-
raar verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door
het niet-naleven van de bepalingen die worden vastgesteld
krachtens paragraaf 1. Het nadeel dat aan de kandidaat-
verzekeringnemer wordt berokkend, wordt, behoudens te-
genbewijs, geacht het gevolg te zijn van de niet-naleving van
vermelde bepalingen.
Artikel 217
De verzekeraar die aan de verzekeringnemer een premie
voorstelt, is er toe gehouden die premie op te splitsen in de
basispremie en de bijpremie die om reden van de gezond-
heidstoestand van de verzekerde wordt aangerekend.
Zo de verzekeraar beslist de verzekering te weigeren of
de toekenning ervan uit te stellen, bepaalde risico’s van de
dekking uit te sluiten of een bijpremie aan te rekenen, stelt
hij de kandidaat-verzekeringnemer daarvan duidelijk en uit-
drukkelijk per brief in kennis, waarbij hij de redenen motiveert
waarop hij zijn beslissingen steunt. In diezelfde brief wordt de
kandidaat-verzekeringnemer meegedeeld dat hij, rechtstreeks
of via een arts naar keuze, schriftelijk contact kan opnemen
met de arts van de verzekeraar, om te vernemen op welke
medische gronden de verzekeraar zijn beslissingen heeft
gesteund. In zijn brief wijst de verzekeraar op het bestaan van
het Opvolgingsbureau voor de tarifering en van de bemidde-
lingsinstantie inzake schuldsaldoverzekeringen en vermeldt
hij de contactgegevens ervan.
De verzekeraar deelt mee of de voorgestelde premie in
aanmerking komt voor de toepassing van het solidariteitsme-
chanisme door de Compensatiekas, bedoeld in artikel 224.
173
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 218
Le preneur d’assurance qui n’est pas d’accord avec la
prime proposée en informe l’assureur. L’assureur transmet
immédiatement l’ensemble du dossier au réassureur, en lui
demandant de le réévaluer.
Le réassureur décide sur la seule base du dossier transmis.
Tout contact direct entre d’une part, le réassureur et d’autre
part, le preneur d’assurance, l’assuré ou le médecin traitant
est interdit.
Article 219
Lorsque le réassureur décide d’appliquer une surprime
inférieure à celle initialement fi xée par l’assureur, ce dernier
modifi e en ce sens la proposition d’assurance.
Dans le cas contraire, l’assureur confi rme sa proposition
initiale.
Article 220
Le délai entre la demande d’assurance initiale et la com-
munication de la décision ne peut pas excéder quinze jours.
Un nouveau délai de quinze jours court à dater de la prise
de connaissance, par l’assureur, du refus, visé à l’article 218.
Article 221
§ 1er. Le Roi crée un Bureau du suivi de la tarifi cation, qui a
pour mission d’examiner les propositions de surprime ou les
refus d’assurance, à la demande de la partie la plus diligente.
Le Roi peut, à cet égard, prévoir que le Bureau du suivi
de la tarifi cation n’examine pas les propositions de surprime
lorsque cette surprime ne représente pas un ratio minimum
de la prime de base.
§ 2. Le Bureau du suivi de la tarifi cation se compose
de deux membres qui représentent les entreprises d’assu-
rances, d’un membre qui représente les consommateurs et
d’un membre qui représente les patients. Les membres sont
nommés par le Roi pour un terme de six ans.
Ils sont choisis sur une liste double présentée par les
associations professionnelles des entreprises d’assurances
et par les associations représentatives des intérêts des
consommateurs et des patients.
Le Bureau est présidé par un magistrat indépendant,
nommé par le Roi pour un terme de six ans.
Le Roi fi xe les indemnités auxquelles le président et les
membres du Bureau du suivi de la tarifi cation ont droit ainsi
que l’indemnité des experts.
Artikel 218
De verzekeringnemer die niet akkoord gaat met de voor-
gestelde premie brengt hiervan de verzekeraar op de hoogte.
De verzekeraar zendt onverwijld het hele dossier over aan de
herverzekeraar met het verzoek het opnieuw te beoordelen.
De herverzekeraar beslist alleen op grond van het toege-
zonden dossier. Elk rechtstreeks contact tussen enerzijds
de herverzekeraar en anderzijds de verzekeringnemer, de
verzekerde of de behandelende geneesheer is verboden.
Artikel 219
Wanneer de herverzekeraar tot een bijpremie besluit die la-
ger is dan de oorspronkelijk door de verzekeraar voorgestelde
bijpremie, past de verzekeraar in die zin zijn voorstel aan.
In het tegengestelde geval bevestigt de verzekeraar zijn
oorspronkelijk aanbod.
Artikel 220
De termijn tussen de oorspronkelijke verzekeringsaanvraag
en het meedelen van de beslissing mag vijftien dagen niet
te boven gaan. Een nieuwe termijn van vijftien dagen loopt
vanaf het ogenblik waarop de verzekeraar kennisneemt van
de in artikel 218 bedoelde weigering.
Artikel 221
§ 1. De Koning richt een Opvolgingsbureau voor de tari-
fering op dat tot taak heeft op verzoek van de meest gerede
partij de voorstellen tot bijpremie of de weigeringen van de
verzekeringen te onderzoeken.
De Koning kan hierbij bepalen dat het Opvolgingsbureau
voor tarifering geen onderzoek voert naar voorstellen van
bijpremie wanneer deze bijpremie geen minimale ratio van
de basispremie vertegenwoordigt.
§ 2. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering is samenge-
steld uit twee leden die de verzekeringsondernemingen verte-
genwoordigen, een lid dat de consumenten vertegenwoordigt
en een lid dat de patiënten vertegenwoordigt. De leden worden
door de Koning benoemd voor een termijn van zes jaar.
Zij worden gekozen uit een dubbele lijst die wordt voor-
gesteld door de beroepsverenigingen van de verzekerings-
ondernemingen en de verenigingen die de belangen van de
consumenten en de patiënten vertegenwoordigen.
Het Opvolgingsbureau wordt voorgezeten door een onaf-
hankelijk magistraat, die door de Koning wordt benoemd voor
een termijn van zes jaar.
De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de voorzitter
en de leden van het Opvolgingsbureau recht hebben, alsook
de vergoeding van de deskundigen.
174
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le Roi désigne également un suppléant pour chaque
membre. Les suppléants sont choisis de la même manière
que les membres effectifs.
Les ministres ayant les Assurances et la Santé publique
dans leurs attributions peuvent déléguer un observateur
auprès du Bureau.
Le Bureau peut s’adjoindre des experts, sans voix
délibérative.
§ 3. Le Bureau examine si la surprime proposée ou le refus
d’assurance se justifi e objectivement et raisonnablement
d’un point de vue médical et au regard de la technique de
l’assurance.
Ce Bureau peut être saisi directement par le candidat
à l’assurance, l’Ombudsman des assurances ou un des
membres du Bureau.
Il fait une proposition contraignante dans un délai de
quinze jours ouvrables prenant cours à la date de réception
du dossier.
§ 4. La Caisse de compensation supporte les frais de
fonctionnement du Bureau du suivi de la tarifi cation, selon
les modalités déterminées par le Roi.
§ 5. Le service ombudsman visé à l’article 304 assure le
secrétariat du Bureau du suivi de la tarifi cation.
Article 222
La Commission des Assurances, visée dans la partie 7,
titre IV, est chargée d’évaluer l’application des dispositions
du présent chapitre. Elle remet à cet effet, tous les deux
ans, un rapport au Roi et à la Chambre des représentants.
Elle peut associer à ses travaux les experts et représentants
qu’elle désigne.
Ce rapport sera accompagné d’une étude réalisée par le
Centre fédéral d’expertise des soins de santé évaluant l’adé-
quation des tarifs appliqués par les assureurs à l’évolution
des techniques médicales et des soins de santé dans les
principales pathologies concernées.
Article 223
Accès aux assurances aux conditions proposées par le
Bureau du suivi de la tarifi cation
§ 1er. Le Bureau du suivi de la tarifi cation fi xe les conditions
et les primes auxquels le candidat preneur d’assurance a
accès à une assurance sur la vie ou, le cas échéant, à une
assurance contre l’invalidité qui garantit un crédit hypothé-
caire, un crédit à la consommation ou un crédit professionnel.
De Koning wijst eveneens voor ieder lid een plaatsvervan-
ger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde manier
gekozen als de effectieve leden.
D e m i n i s ter s b evo e g d vo o r Ver ze ker i n g e n
en Volksgezondheid kunnen een waarnemer in het
Opvolgingsbureau afvaardigen.
Het Opvolgingsbureau kan zich laten bijstaan door des-
kundigen, die evenwel geen stemrecht hebben.
§ 3. Het Opvolgingsbureau gaat na of de voorgestelde
bijpremie dan wel de weigering van de verzekering medisch
en verzekeringstechnisch objectief en redelijk verantwoord is.
Het kan rechtstreeks worden aangezocht door de kandi-
daat-verzekeringnemer, de Ombudsman van de verzekerin-
gen of een van de leden van het Opvolgingsbureau.
Het doet binnen een tijdspanne van vijftien werkdagen
te rekenen van de ontvangst van het dossier, een bindend
voorstel.
§ 4. De Compensatiekas draagt de werkingskosten van
het Opvolgingsbureau voor de tarifering, volgens de door de
Koning vastgestelde modaliteiten.
§ 5. De ombudsdienst bedoeld in artikel 304 staat in voor
het secretariaat van het Opvolgingsbureau voor tarifering.
Artikel 222
De Commissie voor verzekeringen zoals bedoeld in Deel
7, Titel IV is ermee belast de toepassing van de bepalingen
van dit hoofdstuk te evalueren. Met dat doel bezorgt zij twee-
jaarlijks een verslag aan de Koning en aan de Kamer van
volksvertegenwoordigers. Zij kan de door haar aangestelde
deskundigen bij haar werkzaamheden betrekken.
Dit verslag gaat vergezeld van een door het Federaal
Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg verrichte studie,
waarin wordt beoordeeld of de tarieven die de verzekeraars
hanteren afgestemd zijn op de evolutie van de geneeskun-
dige technieken en van de gezondheidszorg aangaande de
belangrijkste betrokken ziektebeelden.
Artikel 223
Toegang tot verzekeringen onder de door het
Opvolgingsbureau voor de tarifering voorgestelde voorwaarden
§ 1. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering bepaalt onder
welke voorwaarden en premies de kandidaat-verzekeringne-
mer toegang heeft tot een levensverzekering, desgevallend
invaliditeitsverzekering, die een hypothecair krediet, consu-
mentenkrediet of professioneel krediet waarborgt.
175
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Le Bureau revoit ses conditions d’accès et primes tous
les deux ans en fonction des données scientifi ques les plus
récentes relatives à l’évolution des risques de décès ou, le
cas échéant, d’invalidité et à la probabilité d’une dégradation
de la santé des personnes présentant un risque accru à la
suite de leur état de santé.
§ 2. L’assureur qui refuse le candidat preneur d’assurance
ou qui propose une prime ou une franchise qui excède celle
applicable en vertu des conditions tarifaires proposées par le
Bureau du suivi de la tarifi cation communique d’initiative au
candidat preneur d’assurance les conditions d’accès et les
tarifs proposés par le Bureau et l’informe qu’il peut éventuel-
lement s’adresser à un autre assureur.
L’assureur communique par écrit et de manière claire,
explicite et non équivoque les motifs du refus d’assurance
ou les raisons pour lesquelles une surprime ou une franchise
plus élevée sont proposées, ainsi que la composition précise
de celles-ci.
Article 224
§ 1er. Le Roi agrée, aux conditions qu’Il détermine, une
Caisse de compensation qui a pour mission de répartir la
charge des surprimes.
§ 2. Le Roi approuve les statuts et règle le contrôle de
l’activité de la Caisse de compensation. Il indique les actes
qui doivent faire l’objet d’une publication au Moniteur belge.
Au besoin, Il crée la Caisse de compensation.
§ 3. Les assureurs qui pratiquent l’assurance vie comme
garantie d’un crédit hypothécaire, ainsi que les prêteurs
hypothécaires, sont solidairement tenus d’effectuer à la
Caisse de compensation les versements nécessaires pour
l’accomplissement de sa mission et pour supporter ses frais
de fonctionnement.
Si la Caisse de compensation est créée par le Roi, un arrêté
royal fi xe chaque année les règles de calcul des versements
à effectuer par les assureurs et les prêteurs hypothécaires.
§ 4. L’agrément est retiré si la Caisse de compensation
n’agit pas conformément aux lois et règlements ou à ses
statuts.
Dans ce cas, le Roi peut prendre toutes mesures propres à
sauvegarder les droits des preneurs d’assurance, des assurés
et des personnes lésées.
La Caisse de compensation reste soumise au contrôle
pendant toute la durée de la liquidation.
Le Roi nomme un liquidateur spécial chargé de cette
liquidation.
Het Opvolgingsbureau herziet om de twee jaar zijn toe-
gangsvoorwaarden en premies rekening houdend met de
meest recente wetenschappelijke gegevens inzake de evolutie
van de risico’s op overlijden, desgevallend invaliditeit, en de
kans op een verslechtering van de gezondheid van personen
met een verhoogd risico ingevolge hun gezondheidstoestand.
§ 2. De verzekeraar die de kandidaat-verzekeringsnemer
weigert of die een premie of een vrijstelling voorstelt die hoger
ligt dan die welke van toepassing is krachtens de tariefvoor-
waarden die het Opvolgingsbureau voor de tarifering heeft
voorgesteld informeert de kandidaat-verzekeringsnemer op
eigen initiatief over de toegangsvoorwaarden en tarieven die
het Bureau heeft voorgesteld en deelt hem mee dat hij zich
eventueel kan wenden tot een andere verzekeraar.
De verzekeraar deelt schriftelijk en op duidelijke, uitdruk-
kelijke en ondubbelzinnige wijze mee om welke redenen de
verzekering geweigerd wordt of waarom een bijpremie of
verhoogde vrijstelling wordt voorgesteld en hoe deze precies
zijn samengesteld.
Artikel 224
§ 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij be-
paalt, een Compensatiekas die tot taak heeft de last van de
bijpremies te verdelen.
§ 2. De Koning keurt de statuten goed en regelt de controle
op de activiteit van de Compensatiekas. Hij wijst de hande-
lingen aan die in het Belgisch Staatsblad moeten worden
bekendgemaakt. Zo nodig stelt Hij de Compensatiekas in.
§ 3. De verzekeraars die levensverzekeringen als waarborg
voor kredieten aanbieden, alsook de hypothecaire kredietge-
vers, zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de
stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van haar
opdracht en om haar werkingskosten te dragen.
Indien de kas door de Koning is ingesteld, legt een ko-
ninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het berekenen van
de stortingen die door de verzekeraars en de hypothecaire
kredietgevers moeten worden gedaan.
§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de
Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten,
reglementen of haar statuten.
In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen ne-
men tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers,
de verzekerden en de benadeelden.
Zolang de vereffening duurt, blijft de Compensatiekas aan
de controle onderworpen.
Voor deze vereffening benoemt de Koning een bijzonder
vereffenaar.
176
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 225
Organe de conciliation en matière d’assurances du
solde restant dû
Sans préjudice de la compétence des cours et tribunaux,
les litiges relatifs à l’application des mesures d’exécution
visées à l’article 216 sont d’abord soumis à l’organe de conci-
liation visé à l’article 210, alinéa 3.
Article 226
L’assureur qui impute une surprime supérieure à 200 % de
la prime de base, est tenu d’offrir la garantie standardisée au
preneur d’assurance.
Cette garantie standardisée est d’un montant maximal de
200 000 euros si le candidat assuré souscrit seul le crédit
hypothécaire. Dans le cas de co-emprunteurs, le candidat
assuré peut s’assurer pour le même montant mais limité à
50 % du capital emprunté.
Le Roi peut adapter les montants déterminés au présent
article afi n de tenir compte de l’évolution des prix.
Article 227
L’assureur qui applique une surprime supérieure à un seuil
exprimé en pourcentage de la prime de base, est tenu de faire
intervenir la Caisse de compensation.
La Caisse de compensation est tenue de payer la partie
de la surprime qui dépasse ce seuil, sans que pour autant,
la surprime ne puisse dépasser un plafond exprimé en pour-
centage de la prime de base.
La prime de base est assimilée à la prime la plus basse
proposée par l’entreprise d’assurances pour une personne
du même âge.
Le Roi fi xe ce seuil et ce plafond afi n qu’ils répondent à
une nécessaire solidarité envers les preneurs d’assurance
concernés, sans que ce seuil ne puisse excéder 200 % de la
prime de base. L’évaluation prévue à l’article 222 fera égale-
ment rapport sur ce point.
A la demande de la Caisse de compensation, l’assureur
délivre un double du dossier d’assurance. Le cas échéant, il
donne les explications nécessaires.
Article 228
Les articles 216 à 227 sont d’application aux contrats
d’assurance qui garantissent le remboursement du capital
d’un crédit hypothécaire contracté en vue de la transformation
Artikel 225
Bemiddelingsorgaan inzake schuldsaldoverzekeringen
Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en rechtban-
ken worden de geschillen met betrekking tot de toepassing
van de in artikel 216 bedoelde uitvoeringsmaatregelen, eerst
voorgelegd aan het bemiddelingsorgaan bedoeld in artikel
210, derde lid.
Artikel 226
De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die meer
dan 200 % van de basispremie bedraagt, is ertoe gehouden
de gestandaardiseerde waarborg aan te bieden aan de
verzekeringnemer.
Deze gestandaardiseerde waarborg bedraagt maximaal
200 000 euro indien de kandidaat-verzekerde het hypothe-
caire krediet alleen aangaat. Indien er een mede-kredietnemer
is, kan de kandidaat-verzekerde zich verzekeren tot hetzelfde
bedrag, maar beperkt tot 50 % van het ontleend kapitaal.
De Koning kan het in dit artikel vermelde bedrag aanpassen
om rekening te houden met de prijzenevolutie.
Artikel 227
De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die hoger
ligt dan een in een percentage van de basispremie uitge-
drukte drempel, is ertoe gehouden de tussenkomst van de
Compensatiekas te vragen.
De Compensatiekas is ertoe gehouden het deel van de
bijpremie te betalen dat deze drempel overschrijdt, zonder
dat de bijpremie echter hoger mag liggen dan een in een
percentage van de basispremie uitgedrukt maximumbedrag.
De basispremie is gelijkgesteld met de laagste premie die
de verzekeringsonderneming aanbiedt voor een persoon van
dezelfde leeftijd.
De Koning bepaalt die drempel en dat maximumbedrag
zodat ze beantwoorden aan een noodzakelijke solidariteit
ten aanzien van de betrokken verzekeringnemers, zonder
dat die drempel echter hoger mag liggen dan 200 % van de
basispremie. De in artikel 222 bedoelde evaluatie zal ook
daarover rapporteren.
Op vraag van de Compensatiekas bezorgt de verzekeraar
een afschrift van het verzekeringsdossier. Hij verstrekt in
voorkomend geval de nodige uitleg.
Artikel 228
Artikel 216 tot artikel 227 zijn van toepassing op de verze-
keringsovereenkomsten die de terugbetaling waarborgen van
het kapitaal van een hypothecair krediet dat wordt aangegaan
177
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
ou de l’acquisition de l’habitation propre et unique du preneur
d’assurance.
Le Roi peut étendre le champ d’application de ces articles
à d’autres contrats d’assurance qui garantissent le rembour-
sement du capital d’un crédit.
PARTIE 5
LE CONTRAT D’ASSURANCE AUTRE QUE LE
CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE VISÉ DANS LA
PARTIE 4
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 229
Les dispositions de la présente partie sont applicables aux
contrats d’assurance régis par le droit belge. Dans la mesure
où il n’y est pas dérogé par des articles spéciaux, elles sont
applicables aux assurances maritimes, ainsi qu’aux assu-
rances sur le transport par terre, rivières et canaux.
Elles ne sont pas applicables aux contrats d’assurance
soumis aux dispositions de la partie 4.
Article 230
Pour l’application de la présente partie, l’on entend par
“assurance” ou “contrat d’assurance” le contrat par lequel
l’assureur s’oblige, moyennant une prime, à indemniser
l’assuré des pertes ou dommages qu’éprouverait celui-ci par
suite de certains événements fortuits ou de force majeure.
Article 231
Le profi t espéré peut être assuré dans les cas prévus par
la loi.
Article 232
Les associations d’assurances mutuelles sont régies par
leurs règlements, par les principes généraux du droit, par les
dispositions légales particulières qui leur sont applicables et
par les dispositions de la présente partie, en tant qu’elles ne
sont point incompatibles avec ces sortes d’assurances.
Elles sont représentées en justice par leurs directeurs.
voor de verbouwing of verwerving van de eigen en enige
gezinswoning van de verzekeringnemer.
De Koning kan het toepassingsgebied van die artikelen
uitbreiden tot andere verzekeringsovereenkomsten die de
terugbetaling van het kapitaal van een krediet waarborgen.
DEEL 5
DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST, ANDERE DAN
DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST ZOALS
BEDOELD IN DEEL 4
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 229
De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten die onderworpen zijn aan het
Belgische recht. Voor zover daarvan door bijzondere artike-
len niet wordt afgeweken, zijn ze mede van toepassing op
de zeeverzekering en op de verzekering betreffende land-,
rivier- en kanaalvervoer.
Zij zijn niet van toepassing op de verzekeringsovereenkom-
sten die onder de bepalingen van Deel 4 vallen.
Artikel 230
Voor de toepassing van dit deel wordt onder verzekering of
verzekeringsovereenkomst verstaan de overeenkomst waarbij
de verzekeraar zich tegen betaling van een premie verbindt
de verzekerde schadeloos te stellen voor verlies of schade
ten gevolge van toevallige gebeurtenissen of van overmacht.
Artikel 231
Verwachte winst kan worden verzekerd in de gevallen bij
de wet bepaald.
Artikel 232
De verenigingen van onderlinge verzekering worden
beheerst door hun reglementen, door de algemene rechts-
beginselen, door de bijzondere op hen van toepassing zijnde
wettelijke bepalingen en door de bepalingen van dit deel, die
met een zodanige verzekering niet onverenigbaar zijn.
Zij worden in rechte vertegenwoordigd door hun directeurs.
178
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
Des personnes qui peuvent faire assurer
Article 233
Un objet peut être assuré par toute personne ayant intérêt
à sa conservation, à raison d’un droit de propriété ou autre
droit réel ou à raison de la responsabilité à laquelle elle se
trouve engagée relativement à la chose assurée.
Article 234
§ 1er. L’assurance peut être contractée pour compte d’autrui
en vertu d’un mandat général ou spécial ou même sans
mandat. Les effets en sont réglés en ce dernier cas par les
dispositions relatives à la gestion d’affaires.
§ 2. S’il ne résulte pas de l’assurance qu’elle est faite pour
compte d’un tiers, l’assuré est censé avoir contracté pour
lui-même.
Article 235
§ 1er. Un créancier peut faire assurer la solvabilité de son
débiteur; l’assureur pourra se prévaloir du bénéfi ce de dis-
cussion, sauf convention contraire.
§ 2. Les créanciers saisissants ou nantis d’un gage et les
créanciers privilégiés et hypothécaires peuvent faire assurer
en leur nom personnel les biens affectés au payement de
leurs créances.
Dans ce cas, l’indemnité due à raison du sinistre est
subrogée de plein droit, à leur égard, aux biens assurés qui
formaient leur gage.
Article 236
Lorsque des objets mobiliers ont été assurés, le payement
de l’indemnité fait à l’assuré libère l’assureur s’il n’a point été
formé d’opposition entre ses mains.
Article 237
Les dispositions des deux articles précédents n’auront
d’effet qu’en tant que le créancier viendrait en ordre utile
dans la collocation ou dans la distribution, si la perte des
objets saisis, engagés, hypothéqués ou sur lesquels existe
le privilège n’était pas arrivée.
HOOFDSTUK 2
Personen die een verzekering kunnen aangaan
Artikel 233
Ieder die bij het behoud van een zaak belang heeft we-
gens een recht van eigendom of een ander zakelijk recht of
wegens enige aansprakelijkheid in verband met de zaak, kan
die laten verzekeren.
Artikel 234
§ 1. De verzekering kan voor rekening van een ander wor-
den aangegaan krachtens een algemene of een bijzondere
lastgeving, of zelfs zonder lastgeving. In het laatst bedoelde
geval worden de gevolgen geregeld overeenkomstig de be-
palingen betreffende de zaakwaarneming.
§ 2. Indien uit de verzekering niet volgt dat zij voor een
derde is aangegaan, wordt de verzekerde geacht ze voor
zichzelf te hebben gesloten.
Artikel 235
§ 1. Een schuldeiser kan de gegoedheid van zijn schul-
denaar laten verzekeren; de verzekeraar kan zich beroepen
op het voorrecht van uitwinning, voor zover niet anders is
overeengekomen.
§ 2. De beslagleggende of pandhoudende schuldeisers,
alsook de bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers, kunnen
de voor de betaling van hun schuldvorderingen verbonden
goederen in hun eigen naam laten verzekeren.
In dat geval treedt de vergoeding voor het schadegeval, wat
hen betreft, van rechtswege in de plaats van de verzekerde
goederen die hun pand uitmaken.
Artikel 236
Bij verzekering van roerende zaken wordt de verzekeraar
bevrijd door betaling van de vergoeding aan de verzekerde,
indien geen verzet onder hem gedaan is.
Artikel 237
De bepalingen van de twee vorige artikelen hebben slechts
gevolg in zover de schuldeiser bij de rangregeling of bij de
verdeling in batige rang zou zijn gekomen, indien de in beslag
genomen, in pand gegeven, met hypotheek bezwaarde of
bij voorrecht verbonden zaken niet verloren waren gegaan.
179
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 3
Des obligations de l’assureur et de l’assuré
Article 238
Toute réticence, toute fausse déclaration de la part de
l’assuré, même sans mauvaise foi, rendent l’assurance nulle
lorsqu’elles diminuent l’opinion du risque ou en changent le
sujet, de telle sorte que l’assureur, s’il en avait eu connais-
sance, n’aurait pas contracté aux mêmes conditions.
Article 239
Dans tous les cas où le contrat d’assurance est annulé, en
tout ou en partie, l’assureur doit, si l’assuré a agi de bonne
foi, restituer la prime, soit pour le tout, soit pour la partie pour
laquelle il n’a pas couru de risques.
La bonne foi ne pourra être invoquée dans le cas de l’article
241, alinéa 1er.
Article 240
Si le contrat est annulé pour cause de dol, fraude ou
mauvaise foi, l’assureur conserve la prime, sans préjudice
de l’action publique, s’il y a lieu.
Article 241
Les choses assurées dont la valeur entière est couverte
par une première assurance ne peuvent plus faire l’objet d’une
nouvelle assurance contre les mêmes risques au profi t de la
même personne.
Si l’entière valeur n’est pas assurée par le premier
contrat, les assureurs qui ont signé les contrats subséquents
répondent de l’excédent en suivant l’ordre de la date des
contrats.
Toutes les assurances contractées le même jour seront
censées faites simultanément.
Article 242
La perte, soit totale, soit partielle, se répartit entre les
diverses assurances de même date, dans la proportion des
sommes assurées par chacune, et entre les diverses assu-
rances de date différente, en proportion de la valeur dont
chacune répond.
HOOFDSTUK 3
Verplichtingen van de verzekeraar en van de
verzekerde
Artikel 238
Elke verzwijging of onjuiste opgave van de zijde van de
verzekerde, zelfs zonder kwade trouw, maakt de verzekering
nietig, wanneer daardoor de waardering van het risico zoda-
nig wordt verminderd of het voorwerp ervan zodanig wordt
veranderd dat de verzekeraar, indien hij daarvan kennis had
gedragen, de overeenkomst niet op dezelfde voorwaarden
zou hebben aangegaan.
Artikel 239
In alle gevallen waarin de verzekeringsovereenkomst
geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, moet de verzekeraar,
wanneer de verzekerde te goeder trouw heeft gehandeld,
de premie teruggeven, hetzij voor het geheel, hetzij voor het
gedeelte waarvoor hij geen risico heeft gelopen.
De goede trouw kan niet worden ingeroepen in het geval
van artikel 241, eerste lid.
Artikel 240
Wanneer de overeenkomst vernietigd wordt uit oorzaak
van bedrog, arglist of kwade trouw, behoudt de verzekeraar
de premie, onverminderd de strafvordering, indien daartoe
grond bestaat.
Artikel 241
De verzekerde zaken waarvan de volle waarde reeds door
een verzekering gedekt is, kunnen niet een tweede maal
tegen dezelfde risico’s worden verzekerd ten voordele van
dezelfde persoon.
Wanneer door de eerste overeenkomst niet de volle waarde
verzekerd is, zijn de verzekeraars die de volgende overeen-
komsten hebben getekend, verbonden voor het meerdere, in
de volgorde van dagtekening van de overeenkomsten.
Alle verzekeringen die dezelfde dag zijn aangegaan, wor-
den geacht tegelijkertijd te zijn gesloten.
Artikel 242
Het gehele of gedeeltelijke verlies wordt over de onder-
scheiden verzekeringen omgeslagen, naar evenredigheid van
de bedragen waarvoor ze gesloten zijn ingeval ze van dezelfde
datum zijn, of naar evenredigheid van de waarde waarvoor
ieder moet instaan ingeval ze van verschillende datum zijn.
180
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 243
Les assurances successives des mêmes valeurs contre
les mêmes risques et au profi t des mêmes personnes auront
néanmoins effet:
1° si elles ont lieu du consentement de chacun des assu-
reurs; la perte se répartit, dans ce cas, comme si les deux
assurances avaient été prises simultanément;
2° si l’assuré décharge le premier assureur de toute obli-
gation pour l’avenir, sans préjudice de ses propres obliga-
tions.
La renonciation doit, dans ce dernier cas, être notifi ée à
l’assureur, et il en est fait mention, à peine de nullité, dans la
nouvelle police.
Article 244
L’assuré peut faire assurer la prime de l’assurance.
Article 245
Aucune perte ou dommage, causé par le fait ou par la faute
grave de l’assuré, n’est à la charge de l’assureur; celui-ci peut
même retenir ou réclamer la prime s’il a déjà commencé à
courir les risques.
Article 246
Dans toute assurance, l’assuré doit faire toute diligence
pour prévenir ou atténuer le dommage; il doit, aussitôt que le
dommage est arrivé, en donner connaissance à l’assureur,
le tout à peine de dommages-intérêts, s’il y a lieu.
Les frais faits par l’assuré, aux fi ns d’atténuer le dommage,
sont à charge de l’assureur, lors même que le montant de ces
frais, joint au montant du dommage, excéderait la somme
assurée et que les diligences faites auraient été sans résul-
tat.
Néanmoins, les tribunaux et les arbitres, lorsque les parties
s’y seront référées, pourront les réduire ou même refuser de
les allouer, s’ils jugent qu’ils ont été faits inconsidérément,
soit en tout, soit en partie.
Article 247
L’assureur ne répond pas des pertes et dommages résul-
tant immédiatement du vice propre de la chose, à moins de
stipulation contraire.
Artikel 243
Achtereenvolgende verzekeringen van dezelfde waarden
tegen dezelfde risico’s en ten voordele van dezelfde personen
hebben nochtans gevolg:
1° wanneer zij zijn aangegaan met instemming van elk van
de verzekeraars; het verlies wordt in dat geval omgeslagen
alsof beide verzekeringen tegelijkertijd waren gesloten;
2° wanneer de verzekerde de eerste verzekeraar ontslaat
van elke verbintenis voor de toekomst, onverminderd zijn
eigen verbintenissen.
De afstand moet in het laatstbedoelde geval ter kennis
worden gebracht van de verzekeraar en op straffe van nietig-
heid in de nieuwe polis vermeld worden.
Artikel 244
De verzekerde kan de verzekeringspremie laten verzekeren.
Artikel 245
Verlies of schade, veroorzaakt door opzet of grove schuld
van de verzekerde, komt niet ten laste van de verzekeraar;
deze kan zelfs de premie behouden of vorderen indien hij
reeds enig risico heeft gelopen.
Artikel 246
Bij elke verzekering moet de verzekerde al het nodige doen
om de schade te voorkomen of te beperken; dadelijk nadat
de schade ontstaan is, moet hij daarvan kennis geven aan de
verzekeraar; een en ander op straffe van schadevergoeding,
indien daartoe grond bestaat.
De kosten, door de verzekerde gemaakt om de schade te
beperken, komen ten laste van de verzekeraar, ook wanneer
het gezamenlijk bedrag van die kosten en van de schade de
verzekerde som te boven gaat en de aangewende pogingen
vruchteloos gebleven zijn.
Niettemin kunnen de rechtbanken en de scheidsrechters,
wanneer de partijen zich tot hen hebben gewend, die kosten
verminderen of zelfs weigeren toe te kennen, indien zij oor-
delen dat ze geheel of gedeeltelijk op onbedachtzame wijze
zijn gemaakt.
Artikel 247
De verzekeraar staat niet in voor het verlies en de schade
die onmiddellijk volgen uit een eigen gebrek van de zaak,
tenzij het tegendeel bedongen is.
181
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 248
L’assurance ne comprend ni les risques de guerre, ni les
pertes ou dommages occasionnés par émeutes, sauf conven-
tion contraire.
Article 249
Dans toute assurance, l’indemnité, en cas de sinistre,
est réglée à raison de la valeur de l’objet, au temps du
sinistre.
Si la valeur assurée a été préalablement estimée par
experts, convenus entre parties, l’assureur ne peut contester
cette estimation, hors le cas de fraude.
La valeur de l’objet peut être établie par tous moyens de
droit. Le juge peut même, en cas d’insuffisance des preuves,
déférer d’office le serment à l’assuré.
Article 250
Dans tous les cas où l’assurance ne couvre qu’une partie
de la valeur de l’objet assuré, l’assuré est considéré lui-même
comme assureur pour le surplus de la valeur, sauf convention
contraire.
Article 251
L’assureur qui a payé le dommage est subrogé à tous les
droits de l’assuré contre les tiers du chef de ce dommage, et
l’assuré est responsable de tout acte qui préjudicierait aux
droits de l’assureur contre les tiers.
Dans les assurances permises par l’article 235, § 2, l’assu-
reur qui a payé l’indemnité est subrogé à l’action du créancier
contre le débiteur.
La subrogation ne peut, en aucun cas, nuire à l’assuré qui
n’a été indemnisé qu’en partie; celui-ci peut exercer ses droits
pour le surplus et conserve à cet égard la préférence sur l’as-
sureur, conformément à l’article 1252 du Code civil.
L’assureur qui effectue un paiement à un mineur, un interdit
ou un autre incapable en application d’un contrat d’assurance,
l’effectue sur un compte ouvert à son nom, frappé d’indispo-
nibilité jusqu’à la majorité ou à la levée de l’incapacité, sans
préjudice du droit de jouissance légale.
Artikel 248
Oorlogsrisico en verlies of schade veroorzaakt door oproer,
zijn niet verzekerd tenzij het tegendeel bedongen is.
Artikel 249
Bij elke verzekering wordt de vergoeding van de schade
bepaald naar de waarde van de zaak ten tijde van het
schadegeval.
Wanneer de verzekerde waarde vooraf geschat is door
deskundigen omtrent wie partijen zijn overeengekomen, kan
de verzekeraar deze schatting niet betwisten, behalve in geval
van bedrog. De waarde van de zaak kan bewezen worden
door alle wettelijke middelen.
De rechter kan zelfs, ingeval de bewijzen onvoldoende zijn,
aan de verzekerde ambtshalve de eed opleggen.
Artikel 250
Telkens als de verzekering slechts een gedeelte van de
waarde van de zaak dekt, wordt de verzekerde zelf als ver-
zekeraar voor het overige beschouwd, tenzij het tegendeel
bedongen is.
Artikel 251
De verzekeraar die de schade betaald heeft, treedt in alle
rechten die de verzekerde, ter zake van die schade, tegenover
derden mocht hebben, en de verzekerde is aansprakelijk voor
elke handeling die de rechten van de verzekeraar tegenover
derden mocht benadelen.
In de verzekeringen die krachtens artikel 235, § 2, mogen
worden gesloten, treedt de verzekeraar die de vergoeding
betaald heeft, in de plaats van de schuldeiser voor diens
rechtsvordering tegen de schuldenaar.
De indeplaatsstelling kan in geen geval tot nadeel strek-
ken van de verzekerde die slechts gedeeltelijk schadeloos
gesteld is; deze kan zijn rechten voor het overige uitoefenen
en behoudt te dien aanzien de voorkeur boven de verzekeraar
overeenkomstig artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek.
De verzekeraar die aan een minderjarige, onbekwaamver-
klaarde of andere onbekwame een betaling verricht bij toe-
passing van een verzekeringsovereenkomst, doet dit op een
rekening die op zijn naam is geopend en die onbeschikbaar is
tot de meerderjarigheid of het opheffen van de onbekwaam-
heid, onverminderd het recht op wettelijk genot.
182
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 252
L’assureur a un privilège sur la chose assurée.
Ce privilège est dispensé de toute inscription. Il prend rang
immédiatement après celui des frais de justice.
Il n’existe, quel que soit le mode de payement de la
prime, que pour une somme correspondant à deux annui-
tés.
Article 253
L’assureur peut toujours faire réassurer l’objet de l’assu-
rance.
CHAPITRE 4
De la preuve et du contenu du contrat
Article 254
Le contrat d’assurance doit être prouvé par écrit, quelle
que soit la valeur de l’objet du contrat.
Néanmoins, la preuve testimoniale peut être ad-
mise, lorsqu’il existe un commencement de preuve par
écrit.
Article 255
La même police peut contenir plusieurs assurances, soit à
raison des choses assurées, soit à raison du taux de la prime,
soit à raison des différents assureurs.
Article 256
La police d’assurance énonce:
1° la date du jour où l’assurance est contractée;
2° le nom de la personne qui fait assurer pour son compte
ou pour le compte d’autrui;
3° les risques que l’assureur prend sur lui et les temps
auxquels les risques doivent commencer et fi nir.
CHAPITRE 5
De quelques cas de résolution du contrat
Article 257
L’assurance ne peut avoir d’effet si la chose assurée n’a
point été mise en risque ou si le dommage prévu existait déjà
au moment du contrat.
Artikel 252
De verzekeraar heeft een voorrecht op de verzekerde zaak.
Dit voorrecht behoeft niet te worden ingeschreven. Het komt
in rang onmiddellijk na het voorrecht van de gerechtskosten.
Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee jaar
premie, onverschillig op welke wijze deze betaald wordt.
Artikel 253
De verzekeraar kan het voorwerp van de verzekering altijd
laten herverzekeren.
HOOFDSTUK 4
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Artikel 254
De verzekeringsovereenkomst moet worden bewezen
door geschrift, ongeacht de waarde van het voorwerp der
overeenkomst.
Niettemin kan het bewijs door getuigen worden toegelaten,
wanneer er een begin van schriftelijk bewijs aanwezig is.
Artikel 255
Eenzelfde polis mag verscheidene verzekeringen bevat-
ten, die verschillen ten aanzien van de verzekerde zaken, het
premiepercentage of de verzekeraars.
Artikel 256
De verzekeringspolis vermeldt:
1° de dag waarop de verzekering is gesloten;
2° de naam van degene die de verzekering voor eigen
rekening of voor rekening van een derde aangaat;
3° de risico’s die de verzekeraar op zich neemt, en de
tijdstippen waarop de risico’s beginnen te lopen en eindigen.
HOOFDSTUK 5
Enige gevallen van ontbinding van de overeenkomst
Artikel 257
De verzekering kan geen gevolg hebben wanneer de ver-
zekerde zaak niet aan het risico blootgesteld is geweest of
wanneer de schade reeds bestond ten tijde van het sluiten
van de overeenkomst.
183
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 258
Si l’assureur tombe en faillite lorsque le risque n’est pas
encore fi ni, l’assuré peut demander caution ou, à défaut de
caution, la résiliation du contrat.
L’assureur a le même droit en cas de faillite de l’assu-
ré.
Article 259
En cas d’aliénation de la chose assurée, l’assurance profi te
de plein droit, sauf convention contraire, au nouveau proprié-
taire, à raison de tous les risques pour lesquels la prime a été
payée au moment de l’aliénation.
Elle profite également au nouveau propriétaire, sauf
convention contraire dans la police, lorsqu’il a été subrogé
aux droits et obligations du précédent propriétaire envers les
assureurs ou lorsque, de commun accord entre l’assureur et
le nouveau propriétaire, le contrat d’assurance continue à
recevoir son exécution.
Article 260
Les obligations de l’assureur cessent lorsqu’un fait de
l’assuré transforme les risques par le changement d’une
circonstance essentielle ou les aggrave de telle sorte que si
le nouvel état des choses avait existé à l’époque du contrat,
l’assureur n’aurait point consenti à l’assurance ou ne l’aurait
consentie qu’à d’autres conditions.
Ne peut se prévaloir de cette disposition, l’assureur qui,
après avoir eu connaissance des modifi cations apportées aux
risques, a néanmoins continué à exécuter le contrat.
CHAPITRE 6
De la prescription
Article 261
Toute action dérivant d’une police d’assurance est prescrite
après trois ans, à compter de l’événement qui y donne ouver-
ture. La prescription contre les mineurs, interdits et autres
incapables ne court pas jusqu’au jour de la majorité ou de la
levée de l’incapacité.
Toutefois en cas d’action récursoire de l’assuré contre
l’assureur, le délai ne prend cours qu’à partir de la demande
en justice de la victime, soit qu’il s’agisse d’une demande
originaire d’indemnisation, soit qu’il s’agisse d’une demande
ultérieure en suite de l’aggravation du dommage ou de la
survenance d’un dommage nouveau.
Artikel 258
Ingeval de verzekeraar failliet gaat voordat het risico ge-
eindigd is, kan de verzekerde vorderen dat een borg gesteld
wordt, of, bij gebreke van een borg, dat de overeenkomst
wordt beëindigd.
Gaat de verzekerde failliet, dan heeft de verzekeraar
hetzelfde recht.
Artikel 259
Bij vervreemding van de verzekerde zaak loopt de ver-
zekering van rechtswege, tenzij het tegendeel bedongen is,
ten voordele van de nieuwe eigenaar, ten aanzien van alle
risico’s waarvoor de premie betaald was ten tijde van de
vervreemding.
Zij loopt eveneens ten voordele van de nieuwe eigenaar,
tenzij het tegendeel in de polis bedongen is, wanneer deze
in de rechten en verplichtingen van de voorgaande eigenaar
jegens de verzekeraars gesteld is of wanneer de verzekerings-
overeenkomst verder wordt uitgevoerd in onderlinge over-
eenstemming tussen de verzekeraar en de nieuwe eigenaar.
Artikel 260
De verbintenissen van de verzekeraar houden op, wanneer
een daad van de verzekerde de risico’s door verandering van
een essentiële omstandigheid wijzigt of die risico’s verzwaart
in zodanige mate dat de verzekeraar de verzekering niet zou
hebben aangegaan of daarin slechts op andere voorwaarden
zou hebben toegestemd, indien de nieuwe staat van zaken ten
tijde van het sluiten der overeenkomst had bestaan.
De verzekeraar kan zich op deze bepaling niet beroepen,
wanneer hij is voortgegaan met de uitvoering van de over-
eenkomst, nadat hij kennis had gekregen van de verandering
in het risico.
HOOFDSTUK 6
Verjaring
Artikel 261
Elke rechtsvordering die uit een verzekeringspolis ontstaat,
verjaart door verloop van drie jaren, te rekenen van de gebeur-
tenis waarop ze gegrond is. De verjaring tegen minderjarigen,
onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen loopt niet
tot de dag van de meerderjarigheid of van de opheffing van
de onbekwaamheid.
In geval van regresvordering van de verzekerde tegen de
verzekeraar loopt de termijn echter eerst vanaf het instellen
van de rechtsvordering door de getroffene, onverschillig of het
gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloosstelling dan wel
om een latere eis naar aanleiding van een verzwaring van de
schade of van het ontstaan van nieuwe schade.
184
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 6
L’INTERMÉDIATION EN ASSURANCES ET LA
DISTRIBUTION D’ASSURANCES
CHAPITRE 1ER
Défi nitions
Article 262
Pour l’application de la présente partie, il y a lieu d’entendre
par:
1° “responsable de la distribution”:
a) toute personne physique appartenant à la direction
d’un intermédiaire d’assurances ou de réassurance, ou tout
employé au service d’un tel intermédiaire, et qui, de facto,
assume la responsabilité de l’activité d’intermédiation en assu-
rances et en réassurance ou en exerce le contrôle;
b) toute personne physique qui, dans une entreprise
d’assurances, assume de facto la responsabilité à l’égard de
personnes chargées de la distribution de produits d’assurance
ou exerce le contrôle sur de telles personnes;
2° “courtier d’assurances”: l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance qui met en relation des preneurs d’assurance
et des entreprises d’assurances, ou des entreprises d’assu-
rances et des entreprises de réassurance, sans être lié par
le choix de celles-ci;
3° “agent d’assurances”: l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance qui, en raison d’une ou plusieurs conventions
ou procurations, au nom et pour le compte d’une seule ou
de plusieurs entreprises d’assurances ou de réassurance,
exerce des activités d’intermédiation en assurances ou en
réassurance;
4° “sous-agent d’assurances”: l’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance, autre que celui visé aux points 2° et 3°, qui
agit sous la responsabilité des personnes visées aux points
2° et 3°;
5° “État membre d’origine”:
a) si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance est
une personne physique, l’État membre où il est domicilié et
où il exerce ses activités;
b) si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance est
une personne morale, l’État membre où est établi son siège
social ou, si cette personne morale n’a pas de siège social
aux termes de son droit national, l’État membre où est située
son administration centrale.
Pour l’application de la présente partie, l’on entend par “État
membre d’origine” l’État membre d’origine de l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance;
DEEL 6
VERZEKERINGSBEMIDDELING EN DE DISTRIBUTIE
VAN VERZEKERINGEN
HOOFDSTUK 1
Defi nities
Artikel 262
Voor de toepassing van dit deel wordt verstaan onder:
1° “verantwoordelijke voor de distributie”:
a) elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van of
elke werknemer in dienst van een verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon, die de facto de verantwoordelijkheid
heeft van of toezicht uitoefent op de werkzaamheid van ver-
zekerings- en herverzekeringsbemiddeling;
b) elke natuurlijke persoon die in een verzekeringsonderne-
ming de facto de verantwoordelijkheid heeft over of toezicht
uitoefent op personen die instaan voor de distributie van
verzekeringsproducten;
2° “verzekeringsmakelaar”: de verzekerings- of herverze-
kerings-tussenpersoon die verzekeringsnemers en verze-
keringsondernemingen, of verzekeringsondernemingen en
herverzekeringsondernemingen, met elkaar in contact brengt,
zonder in de keuze van deze gebonden te zijn;
3° “verzekeringsagent”: de verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon die, uit hoofde van een of meer overeen-
komsten of volmachten, in naam en voor rekening van één of
meerdere verzekerings- of herverzekerings-ondernemingen
werkzaamheden van verzekerings- of herverzekeringsbemid-
deling uitoefent;
4° “verzekeringssubagent”: de verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon, andere dan deze bedoeld in de punten
2° en 3°, die handelt onder de verantwoordelijkheid van de in
punten 2° en 3° bedoelde personen;
5° “lidstaat van herkomst”:
a) indien de verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar hij zijn
woonplaats heeft en zijn werkzaamheden uitoefent;
b) indien de verzekerings- of herverzekeringstussenper-
soon een rechtspersoon is, de lidstaat waar zijn maatschappe-
lijke zetel is gevestigd of, indien deze rechtspersoon volgens
zijn nationale recht geen maatschappelijke zetel heeft, de
lidstaat waar zijn hoofdkantoor is gevestigd;
Voor de toepassing van dit deel wordt onder de lidstaat
van herkomst verstaan, de lidstaat van herkomst van de ver-
zekerings- of de herverzekeringstussenpersoon;
185
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
6° “État membre d’accueil”: l’État membre, autre que l’État
membre d’origine, où un intermédiaire d’assurances ou de
réassurance a une succursale ou exerce une activité en libre
prestation de services.
Pour l’application de la présente partie, l’on entend par “État
membre d’accueil” l’État membre d’accueil de l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance;
7° “autorités compétentes”: les autorités au sens de l’article
2, point 11, de la directive 2002/92/CE;
8° “support durable”: tout instrument permettant au client
de stocker des informations qui lui sont adressées person-
nellement, de telle sorte qu’elles puissent être consultées
ultérieurement pendant une période adaptée à l’objectif de
ces informations, et permettant la reproduction exacte des
informations stockées;
— en particulier, la notion de support durable inclut les
disquettes informatiques, les CD-ROM, les DVD et le disque
dur de l’ordinateur du consommateur sur lequel le courrier
électronique est stocké, mais ne comprend pas un site
Internet, sauf si ce site satisfait aux critères spécifi és dans la
défi nition du support durable.
CHAPITRE 2
Dispositions générales
Article 263
La présente partie ne s’applique pas aux intermé-
diaires d’assurances et de réassurance dans les cas sui-
vants:
1° lorsqu’ils exercent leurs activités exclusivement en vue
d’assurer ou de réassurer des risques de leur entreprise propre
ou du groupe d’entreprises auquel ils appartiennent;
2° lorsque l’intermédiation en assurances ou en réassu-
rance porte sur des contrats d’assurance ou de réassurance
pour lesquels toutes les conditions suivantes sont rem-
plies:
a. le contrat requiert uniquement une connaissance de la
couverture offerte par l’assurance;
b. le contrat n’est pas un contrat d’assurance vie;
c. le contrat ne comporte aucune couverture de la respon-
sabilité civile;
d. l’intermédiation en assurances ou en réassurance ne
constitue pas l’activité professionnelle principale des per-
sonnes considérées;
e. l’assurance constitue un complément au produit ou au
service fourni par un fournisseur quel qu’il soit, lorsqu’elle
couvre:
6° “lidstaat van ontvangst”: de lidstaat, andere dan de
lidstaat van herkomst, waarin een verzekerings- of herver-
zekeringstussenpersoon een bijkantoor heeft of vrij diensten
verricht;
Voor de toepassing van dit deel wordt onder de lidstaat
van ontvangst verstaan, de lidstaat van ontvangst van de
verzekerings- of de herverzekeringstussenpersoon;
7° “bevoegde autoriteiten”: de autoriteiten in de zin van
artikel 2, punt 11 van de richtlijn 2002/92/EG;
8° “duurzame drager”: elk hulpmiddel dat de cliënt in staat
stelt aan hem persoonlijk gerichte informatie op zodanige
wijze op te slaan dat hij deze gedurende een voor het doel
van de informatie toereikende periode kan raadplegen en
waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden
gereproduceerd;
— onder duurzame drager wordt in het bijzonder verstaan
computerdiskettes, cd-rom’s, DVD’s en de harde schijf van
de computer van de consument waarop de elektronische
post wordt opgeslagen, maar niet internetwebsites, tenzij
die voldoen aan de in de defi nitie van duurzame drager op-
genomen criteria;
HOOFDSTUK 2
Algemene bepalingen
Artikel 263
Dit deel is niet van toepassing op de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen, in de hiernavolgende gevallen:
1° wanneer zij hun activiteiten uitsluitend uitoefenen met het
oog op het verzekeren of het herverzekeren van risico’s van
de eigen onderneming of van de groep van ondernemingen
waartoe ze behoren;
2° wanneer de verzekerings- of herverzekeringsbemidde-
ling betrekking heeft op verzekerings- of herverzekeringsover-
eenkomsten met betrekking tot dewelke alle hiernavolgende
voorwaarden vervuld zijn:
a. de overeenkomst vergt slechts kennis van de verzeke-
ringsdekking die geboden wordt;
b .
d e
o v e r e e n k o m s t
i s
g e e n
levensverzekeringsovereenkomst;
c. de overeenkomst dekt geen aansprakelijkheidsrisico’s;
d. de persoon in kwestie heeft een andere hoofdberoepswerk-
zaamheid dan verzekerings- of herverzekeringsbemiddeling;
e. de verzekering is een aanvulling op de levering van een
product of de verrichting van een dienst door eender welke
aanbieder, en dekt:
186
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— le risque de mauvais fonctionnement, de perte ou
d’endommagement des biens fournis par ce fournisseur;
ou
— le risque d’endommagement ou de perte de bagages
et les autres risques liés à un voyage réservé auprès de ce
fournisseur, même si l’assurance couvre la vie ou la respon-
sabilité civile, à la condition que cette couverture soit acces-
soire à la couverture principale relative aux risques liés à ce
voyage;
f. le montant de la prime annuelle ne dépasse pas 500
euros et la durée totale du contrat, reconductions éventuelles
comprises, n’est pas supérieure à cinq ans.
Article 264
Les personnes qui sont désignées comme responsables
de la distribution dans une entreprise d’assurances exerçant
des activités d’assurance en Belgique, doivent satisfaire aux
mêmes conditions en matière de connaissances profession-
nelles et d’aptitude et d’honorabilité professionnelle que celles
prévues pour les intermédiaires d’assurances à l’article 272,
§ 1er, 1° et 2°, et § 2.
Les autres personnes d’une entreprise d’assurances exer-
çant des activités d’assurance en Belgique qui, de quelque
manière que ce soit, sont en contact avec le public en vue
d’offrir en vente ou de vendre des produits de leur entreprise,
doivent satisfaire aux conditions en matière de connaissances
professionnelles fi xées à l’article 274, § 2.
Article 265
Toute personne morale ou physique qui occupe des tra-
vailleurs et est inscrite comme intermédiaire d’assurances ou
de réassurance, désigne un responsable de la distribution
conformément à l’article 266. Le responsable de la distribution
doit satisfaire aux conditions relatives aux connaissances pro-
fessionnnelles et à l’aptitude et l’honorabilité professionnelle
visées à l’article 272, § 1er, 1° et 2°, et § 2.
Les autres personnes qui, auprès d’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance, s’occupent directement
d’intermédiation en assurances ou en réassurance, en par-
ticulier toute personne qui, à cet effet et de quelque manière
que ce soit, est en contact avec le public, doivent satisfaire
aux conditions en matière de connaissances professionnelles
fi xées à l’article 274, § 2.
Article 266
Les intermédiaires en assurances et en réassurance ainsi
que les entreprises d’assurances désignent une ou plusieurs
personnes physiques comme responsables de la distribution.
Leur nombre est adapté à l’organisation et aux activités de
l’intermédiaire ou de l’entreprise. Le Roi fi xe ce nombre sur
proposition conjointe du ministre ayant les Assurances dans
ses attributions et du ministre des Affaires sociales.
— het risico van defect, verlies of beschadiging van door
die aanbieder geleverde goederen; of
— het risico van beschadiging of verlies van bagage en
andere risico’s die verbonden zijn aan een bij die aanbieder
geboekte reis, zelfs indien deze verzekering de dekking omvat
van levensverzekerings- of aansprakelijkheidsrisico’s, maar
dan wel op voorwaarde dat de dekking bijkomend is aan de
hoofddekking van de met de reis verbonden risico’s;
f. het bedrag van de jaarlijkse premie is niet hoger dan
500 euro en de volledige looptijd van de overeenkomst, met
inbegrip van eventuele verlengingen, bedraagt niet meer
dan vijf jaar.
Artikel 264
De personen die als verantwoordelijke voor de distribu-
tie zijn aangewezen in een verzekeringsonderneming die
verzekeringsactiviteiten uitoefent in België, moeten voldoen
aan dezelfde vereisten van beroepskennis, geschiktheid en
professionele betrouwbaarheid als de verzekeringstussenper-
sonen zoals voorgeschreven in artikel 272, § 1, 1°, 2° en § 2.
De andere personen van een verzekeringsonderneming
die verzekeringsactiviteiten uitoefent in België die op welke
wijze ook in contact staan met het publiek met het oog op
het te koop aanbieden of verkopen van de producten van
hun onderneming moeten voldoen aan de in artikel 274, §2,
bepaalde vereisten inzake beroepskennis.
Artikel 265
Elke rechtspersoon en elke natuurlijke persoon die werkne-
mers in dienst heeft, die ingeschreven is als verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon, wijst een verantwoordelijke
voor de distributie aan als bepaald bij artikel 266. De verant-
woordelijke voor de distributie moet voldoen aan de vereisten
van beroepskennis, geschiktheid en professionele betrouw-
baarheid, als bedoeld in artikel 272, § 1, 1°, 2° en § 2.
De andere personen die zich in een verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon rechtstreeks met verzekerings-
en herverzekeringsbemiddeling bezig houden, inzonderheid
iedere persoon die daartoe op welke wijze ook in contact
staat met het publiek, moeten voldoen aan de vereisten van
beroepskennis als bedoeld in artikel 274, §2.
Artikel 266
De verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen en
de verzekeringsondernemingen wijzen een of meer natuurlijke
personen aan als verantwoordelijken voor de distributie. Het
aantal verantwoordelijken voor de distributie is aangepast aan
de organisatie en de activiteiten van de tussenpersoon of de
onderneming. De Koning stelt dit aantal vast op gezamenlijk
voorstel van de minister die de Verzekeringen in zijn bevoegd-
heid heeft en van de minister van Sociale Zaken.
187
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 3
De l’inscription
Section Ire
Dispositions générales
Article 267
§ 1er. Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassurance
dont la Belgique est l’État membre d’origine ne peut exercer
l’activité d’intermédiation en assurances ou en réassurance,
s’il n’est préalablement inscrit au registre des intermédiaires
d’assurances et de réassurance tenu par la FSMA.
Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassurance ayant
comme État membre d’origine un pays autre que la Belgique
ne peut exercer en Belgique l’activité d’intermédiation en
assurances ou en réassurance, s’il n’est préalablement inscrit
en qualité d’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
par l’autorité compétente de son État membre d’origine, sans
préjudice des dispositions de l’article 270, § 2.
Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassurance ayant
son domicile ou son siège social dans un pays non membre de
l’EEE ne peut exercer en Belgique l’activité d’intermédiation en
assurances ou en réassurance, s’il n’est préalablement inscrit
au registre des intermédiaires d’assurances et de réassurance
tenu par la FSMA.
Le registre des intermédiaires d’assurances et de réas-
surance tenu par la FSMA est constitué des catégories sui-
vantes: “courtiers d’assurances”, “agents d’assurances” et
“sous-agents d’assurances”.
Un intermédiaire d’assurances ou de réassurance ne peut
être inscrit qu’à l’une des catégories précitées.
§ 2. Les entreprises d’assurances ou de réassurance
qui ont un établissement en Belgique ou qui y exercent leur
activité sans y être établies ne peuvent faire appel à un inter-
médiaire d’assurances ou de réassurance qui n’est pas inscrit
conformément aux dispositions du paragraphe 1er.
Si elles font néanmoins appel à un intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance non inscrit, elles sont civilement
responsables pour les actes posés par ces intermédiaires
dans le cadre de leur activité d’intermédiation en assurances
ou en réassurance.
§ 3. Par dérogation aux dispositions du paragraphe 1er,
les intermédiaires d’assurances visés à l’article 68 de la loi
du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en matière
d’organisation de l’assurance maladie complémentaire (I),
sont inscrits au registre tenu par l’OCM.
Le Roi détermine, sur avis de l’OCM, les modalités selon
lesquelles doit s’opérer l’inscription au registre.
HOOFDSTUK 3
Inschrijving
Afdeling I
Algemene bepalingen
Artikel 267
§ 1. Geen enkele verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon met België als lidstaat van herkomst, mag de
activiteit van verzekerings- of herverzekeringsbemiddeling
uitoefenen, zonder vooraf ingeschreven te zijn in het register
van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
bijgehouden door de FSMA.
Geen enkele verzekerings- of herverzekeringstussenper-
soon met een andere lidstaat van herkomst dan België mag
in België de activiteit van verzekerings- of herverzekerings-
bemiddeling uitoefenen zonder vooraf ingeschreven te zijn
als verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon door de
bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst, onvermin-
derd het bepaalde bij artikel 270, § 2.
Geen enkele verzekerings- of herverzekeringstussenper-
soon met woonplaats of maatschappelijke zetel in een land
buiten de EER, mag in België de activiteit van verzekerings-
en herverzekeringsbemiddeling uitoefenen, zonder vooraf
ingeschreven te zijn in het register van de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen bijgehouden door de FSMA.
Het door de FSMA bijgehouden register van de verzeke-
rings- en herverzekeringstussenpersonen wordt onderver-
deeld in de categorieën “verzekeringsmakelaars”, “verzeke-
ringsagenten” en “verzekeringssubagenten”.
Een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
kan slechts in een van de voormelde categorieën worden
ingeschreven.
§ 2. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, die
een vestiging hebben in België of er hun activiteiten uitoefenen
zonder er gevestigd te zijn, mogen geen beroep doen op een
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die niet is
ingeschreven overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 1.
Indien zij niettemin beroep doen op een niet ingeschre-
ven verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon zijn zij
burgerrechtelijk aansprakelijk voor de handelingen van deze
tussenpersonen verricht in het kader van hun activiteit van
verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling.
§ 3. In afwijking van de bepalingen in paragraaf 1 worden
de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in artikel 68
van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen
inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering
(I) ingeschreven in het register bijgehouden door de CDZ.
De Koning bepaalt, op advies van de CDZ, de modaliteiten
volgens dewelke deze registerinschrijving moet gebeuren.
188
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Les arrêtés royaux portant exécution du présent para-
graphe, sont pris sur la proposition conjointe du ministre qui
a les Assurances dans ses attributions et du ministre des
Affaires sociales.
Article 268
L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance qui sou-
haite être inscrit dans la catégorie “courtiers d’assurances”
joint à sa demande d’inscription une déclaration sur l’honneur
de laquelle il ressort qu’il exerce ses activités professionnelles
en dehors de tout contrat d’agence exclusive ou de tout autre
engagement juridique lui imposant de placer la totalité ou une
partie déterminée de sa production auprès d’une entreprise
d’assurances ou de réassurance ou de plusieurs entreprises
d’assurances ou de réassurance appartenant au même
groupe.
Sans préjudice des dispositions légales relatives à l’invio-
labilité du domicile et à la protection de la vie privée, la FSMA
peut effectuer toute enquête, y compris dans les locaux où
l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance exerce son
activité ou au siège des entreprises d’assurances ou de
réassurance concernées, en vue de contrôler la véracité de
cette déclaration.
Toute modifi cation aux données sur lesquelles porte la
déclaration sur l’honneur visée à l’alinéa 1er doit être commu-
niquée sans délai à la FSMA.
Article 269
Pour les activités visées par la présente partie, nul ne peut
porter le titre de courtier d’assurances, agent d’assurances
ou sous-agent d’assurances, ou de courtier, agent ou sous-
agent, pour indiquer l’activité d’assurance, de réassurance
ou d’intermédiation en assurances ou en réassurance, s’il
n’est inscrit au registre des intermédiaires d’assurances et
de réassurance, respectivement dans la catégorie “courtiers
d’assurances”, “agents d’assurances” ou “sous-agents d’assu-
rances”.
Article 270
§ 1er. Tout intermédiaire d’assurances ou de réassurance
inscrit en Belgique qui envisage d’exercer pour la première fois
des activités dans un autre État membre sous le régime de
liberté d’établissement ou de libre prestation de services, en
avise préalablement la FSMA. Le registre indique dans quels
États membres l’intermédiaire opère en vertu de la liberté
d’établissement ou de la libre prestation de services.
Dans le mois de la notifi cation, la FSMA informe de cette
intention l’autorité compétente de l’État membre d’accueil qui
le souhaite, et communique cette notifi cation à l’intermédiaire
concerné.
De Koninklijke besluiten ter uitvoering van deze paragraaf,
worden genomen op gezamenlijke voordracht van de minister
die de verzekeringen in zijn bevoegdheid heeft en de minister
van Sociale Zaken.
Artikel 268
De verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die
ingeschreven wil worden in de categorie “verzekeringsma-
kelaars” voegt bij zijn verzoek om inschrijving een verklaring
op erewoord waaruit blijkt dat hij zijn beroepswerkzaamhe-
den uitoefent buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst
of elke andere juridische verbintenis die hem verplicht zijn
hele productie of een bepaald deel ervan te plaatsen bij een
verzekerings- of een herverzekeringsonderneming of meer-
dere verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die tot
eenzelfde groep behoren.
Onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende de
onschendbaarheid van de woning en de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer, mag de FSMA een onderzoek
uitvoeren, inclusief in de lokalen die door de verzekerings-
of herverzekeringstussenpersoon worden gebruikt voor de
uitoefening van zijn werkzaamheid of op de zetel van de
betrokken verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
om de juistheid van deze verklaring na te gaan.
Elke wijziging in de gegevens waarop de verklaring op
erewoord bedoeld in het eerste lid betrekking heeft, moet
onverwijld aan de FSMA meegedeeld worden.
Artikel 269
Voor de werkzaamheden bedoeld bij dit deel, mag niemand
de titel dragen van verzekeringsmakelaar, verzekeringsagent
of verzekeringssubagent, of van makelaar, agent, of subagent,
met verwijzing naar de activiteit van verzekeringen, herver-
zekeringen, verzekerings- of herverzekeringsbemiddeling,
tenzij hij in het register van de verzekerings- en herverzeke-
ringstussenpersonen is ingeschreven, respectievelijk in de
categorie “verzekeringsmakelaars”, “verzekeringsagenten”
of “verzekeringssubagenten”.
Artikel 270
§ 1. Elke in België ingeschreven verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon die voornemens is voor het eerst in een
andere lidstaat werkzaamheden uit te oefenen in het stelsel
van vrijheid van vestiging of vrijheid van dienstverrichting,
stelt de FSMA daarvan vooraf in kennis. In het register wordt
aangegeven in welke lidstaten de tussenpersoon werkzaam
is door middel van vrijheid van vestiging of vrijheid van
dienstverrichting.
De FSMA stelt binnen een maand na deze kennisgeving
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst die dit
wenst van dit voornemen in kennis, en brengt de betrokken
tussenpersoon van deze kennisgeving op de hoogte.
189
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
inscrit dans un État membre autre que la Belgique peut
commencer ses activités en Belgique, soit sous le régime de
liberté d’établissement, soit sous celui de libre prestation de
services, après en avoir avisé l’autorité compétente de son
État membre d’origine, et après que cette autorité a averti
la FSMA conformément à la disposition de droit européen
en la matière. La FSMA publie la liste de ces intermédiaires
d’assurances et de réassurance sur son site web et veille à
sa mise à jour régulière sur la base des données dont elle
dispose.
L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance visé à
l’alinéa 1er doit respecter, dans l’exercice de ses activités, les
dispositions légales et réglementaires applicables en Belgique
aux intermédiaires d’assurances et de réassurance pour des
motifs d’intérêt général. La FSMA communique à ces intermé-
diaires d’assurances et de réassurance quelles dispositions
sont, à sa connaissance, d’intérêt général.
§ 3. Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
visés au paragraphe 1er, alinéa 2, ainsi que les intermédiaires
d’assurances et de réassurance visés au paragraphe 2,
peuvent commencer leurs activités dans l’État membre d’ac-
cueil concerné au plus tôt un mois après avoir été avisés par
l’autorité compétente de leur État membre d’origine.
Section II
Procédure et conditions
Article 271
§ 1er. Toute demande d’inscription est envoyée à la FSMA
dans les formes et dans les conditions fi xées par le Roi. Dans
sa demande, le candidat doit indiquer dans quelle catégorie il
souhaite être inscrit et mentionner celui ou ceux des groupes
de branches visés à l’annexe II de l’arrêté royal du 22 février
1991 portant règlement général relatif au contrôle des entre-
prises d’assurances, dans lequel ou lesquels il exerce ses
activités.
Si le candidat souhaite exercer l’intermédiation en assu-
rances ou en réassurance, en matière d’assurance contre les
accidents du travail telle que visée par la loi du 10 avril 1971
sur les accidents du travail ou par la loi du 3 juillet 1967 sur
la prévention ou la réparation des dommages résultant des
accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin
du travail et des maladies professionnelles dans le secteur
public, il doit l’indiquer dans sa demande.
Le demandeur doit fournir, à l’appui de sa demande, les
documents nécessaires prouvant qu’il satisfait à toutes les
conditions.
Sans préjudice des dispositions de l’article 272, plusieurs
candidats peuvent introduire leur demande d’inscription
§ 2. De in een andere lidstaat dan België ingeschreven
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon kan zijn
werkzaamheden in België aanvangen, hetzij door middel
van vrijheid van vestiging, hetzij door middel van vrijheid
van dienstverrichting, nadat hij de bevoegde autoriteit van
zijn lidstaat van herkomst hiervan in kennis heeft gesteld,
en nadat deze autoriteit de FSMA op de hoogte gebracht
heeft overeenkomstig de Europeesrechtelijke bepalingen
ter zake. De FSMA maakt de lijst van deze verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen bekend op haar website en
zorgt voor een regelmatige actualisering ervan op basis van
de haar beschikbare gegevens.
De in het eerste lid bedoelde verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon moet bij de uitoefening van zijn werk-
zaamheden de wettelijke en reglementaire bepalingen nale-
ven die in België van toepassing zijn op de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen om redenen van algemeen
belang. De FSMA deelt de hier bedoelde verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen mee welke bepalingen naar
haar weten van algemeen belang zijn.
§ 3. De verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen bedoeld in paragraaf 2,
kunnen hun werkzaamheden in de betrokken lidstaat van
ontvangst ten vroegste aanvangen één maand na de datum
van hun in kennisstelling door de bevoegde autoriteit van hun
lidstaat van herkomst.
Afdeling II
Procedure en voorwaarden
Artikel 271
§ 1. Elke aanvraag om inschrijving wordt overeenkomstig
de door de Koning vastgestelde vormen en voorwaarden
gericht aan de FSMA. In zijn aanvraag moet de kandidaat
aanduiden in welke categorie hij ingeschreven wenst te
worden en vermelden in welke groep of groepen van takken,
zoals bedoeld in Bijlage II van het Koninklijke besluit van
22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende
de controle van verzekeringsondernemingen, hij zijn werk-
zaamheden uitoefent.
Indien de kandidaat verzekerings- of herverzekeringsbe-
middeling wenst uit te oefenen inzake de arbeidsongevallen-
verzekering, bedoeld in de arbeidsongevallenwet van 10 april
1971 of in de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van
of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor onge-
vallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten
in de overheidssector, moet hij dat in zijn aanvraag vermelden.
De aanvrager moet zijn aanvraag staven met de nodige do-
cumenten die aantonen dat hij aan alle voorwaarden voldoet.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 272
kunnen meerdere kandidaten hun aanvraag tot inschrijving
190
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
collectivement si le respect de leurs obligations visées à
l’article 272 est vérifi é par un organisme central. Cet orga-
nisme central doit être un intermédiaire d’assurances, un
intermédiaire de réassurance, une entreprise d’assurances
agréée pour l’exercice d’activités d’assurance, une entreprise
de réassurance agréée pour l’exercice de l’activité de réassu-
rance, une entreprise d’assurances soumise à la surveillance
complémentaire sur les entreprises d’assurances au sens de
l’article 91ter de la loi du 9 juillet 1975, ou un autre organisme
ou entreprise qui remplit les conditions déterminées par le
Roi sur proposition de la FSMA. En ce cas, la demande
d’inscription est introduite par l’organisme central sous sa
responsabilité. Pour l’application de la présente loi, leur dos-
sier sera traité comme s’il s’agissait d’une seule entreprise.
L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance est radié
d’office du registre lorsque l’organisme central demande le
retrait de son inscription.
La FSMA décide, dans les soixante jours de la réception
de la demande et des documents requis, d’inscrire ou non le
candidat au registre dans la catégorie qu’il a demandée. La
FSMA notifi e sa décision au demandeur par lettre recomman-
dée à la poste. En cas de refus, la FSMA doit motiver ce refus.
Toute modifi cation aux données des documents mentionnés
au présent paragraphe doit être communiquée immédiatement
à la FSMA, sans préjudice du droit de la FSMA de recueillir
des informations auprès de l’intéressé ou de lui réclamer des
documents probants.
Si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance ne se
trouve plus dans les circonstances qu’il a mentionnées dans
la déclaration sur l’honneur visée à l’article 268, alinéa 1er, il
est inscrit dans une autre catégorie du registre.
§ 2. Les listes des intermédiaires d’assurances et de
réassurance inscrits est publiée sur le site web de la FSMA.
Cette dernière se charge d’actualiser régulièrement ce site
web sur la base des données dont elle dispose. La liste des
intermédiaires d’assurances inscrits auprès de l’OCM est
accessible via le site web de la FSMA.
Le site web mentionne pour chaque intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance les données nécessaires à son
identifi cation, la date de son inscription, la catégorie dans
laquelle il est inscrit, le cas échéant la date de sa radiation,
ainsi que toute autre information que la FSMA estime utile pour
une information correcte du public. La FSMA et l’OCM pour
ce qui concerne les intermédiaires d’assurances visés par
l’article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions
diverses en matière d’organisation de l’assurance maladie
complémentaire (I) déterminent les conditions auxquelles la
mention de la radiation d’un intermédiaire est retirée du site
web.
collectief indienen, indien de naleving van hun verplichtingen
als bedoeld in artikel 272 door een centrale instelling wordt
geverifi eerd. Deze centrale instelling moet een verzekerings-
tussenpersoon zijn, een herverzekeringstussenpersoon,
een verzekeringsonderneming die een vergunning heeft om
verzekeringsactiviteiten uit te oefenen, een herverzekerings-
onderneming die een vergunning heeft om herverzekerings-
activiteiten uit te oefenen, een verzekeringsonderneming
onderworpen aan het aanvullend toezicht op een verzeke-
ringsonderneming in de zin van artikel 91ter van de Wet van 9
juli 1975, of een andere onderneming of instelling die voldoet
aan de voorwaarden door de Koning bepaald op voorstel van
de FSMA. In dit geval wordt de inschrijvingsaanvraag door de
centrale instelling ingediend onder haar verantwoordelijkheid.
Voor de toepassing van deze wet wordt hun dossier behandeld
alsof het om een enkele onderneming ging. De verzekerings-
of herverzekeringstussenpersoon wordt ambtshalve uit het
register geschrapt wanneer de centrale instelling de intrekking
van diens inschrijving vraagt.
Binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag en
van de vereiste documenten beslist de FSMA de kandidaat
al dan niet in te schrijven in het register onder de door hem
gevraagde categorie. De FSMA brengt haar beslissing ter
kennis van de aanvrager bij een ter post aangetekende brief.
In geval van weigering moet de FSMA deze weigering motive-
ren. Elke wijziging van de gegevens van de in deze paragraaf
vermelde documenten moet onverwijld aan de FSMA worden
medegedeeld, onverminderd het recht van de FSMA om bij
de betrokkene informatie in te winnen of bewijskrachtige
documenten op te vragen.
Indien de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
niet meer verkeert in de omstandigheden die hij in de ver-
klaring op erewoord, bedoeld bij artikel 268, eerste lid, heeft
vermeld, wordt hij naar een andere categorie in het inschrij-
vingsregister overgebracht.
§ 2. De lijsten van de ingeschreven verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen wordt bekendgemaakt op de
website van de FSMA. De FSMA zorgt voor een regelmatige
actualisering van de website op basis van de haar beschik-
bare gegevens. De lijst van de bij de CDZ ingeschreven
verzekeringstussenpersonen is toegankelijk via de website
van de FSMA.
De website vermeldt voor iedere verzekerings- en herver-
zekeringstussenpersoon, de gegevens noodzakelijk voor zijn
identifi catie, de datum van inschrijving, de categorie waarin
hij is ingeschreven, desgevallend de datum van schrapping,
evenals alle andere informatie die de FSMA nuttig acht voor
een correcte informatie van het publiek. De FSMA en de
CDZ voor wat de verzekeringstussenpersonen zoals be-
doeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende
diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I) bepaalt de voorwaarden waaronder de
vermelding van schrapping van een tussenpersoon wordt
weggelaten van de website.
191
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 272
§ 1er. Pour pouvoir être inscrit au registre des intermédiaires
d’assurances et de réassurance et pouvoir conserver cette
inscription, l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
intéressé doit:
1° posséder les connaissances professionnelles requises
telles qu’elles sont déterminées par l’article 274;
2° posséder une aptitude et une honorabilité profession-
nelle suffisantes;
3° faire l’objet d’une assurance de la responsabilité civile
professionnelle couvrant tout le territoire de l’EEE;
Le contrat d’assurance contient une disposition qui oblige
l’entreprise d’assurances, lorsqu’il est mis fi n au contrat , à
en aviser la FSMA.
Sont toutefois dispensés de cette obligation d’assurer leur
responsabilité professionnelle, les intermédiaires d’assu-
rances ou de réassurance agissant pour le compte et au nom
d’entreprises d’assurances ou de réassurance ou d’autres
intermédiaires d’assurances ou de réassurance, y compris
les établissements de crédit, qui assument cette responsa-
bilité.
Le Roi fi xe, sur proposition de la FSMA, les conditions de
l’assurance.
4° s’abstenir de participer à la promotion, à la conclusion
et à l’exécution de contrats d’assurance ou de réassurance
manifestement contraires
— aux dispositions législatives et réglementaires belges qui
sont d’ordre public et de droit impératif, s’il s’agit de contrats
conclus avec une entreprise d’assurances ou une entreprise
de réassurance qui a obtenu de la Banque l’autorisation
d’exercer, respectivement, des activités d’assurance ou
l’activité de réassurance;
— aux dispositions législatives et réglementaires du droit
belge qui sont d’intérêt général, s’il s’agit de contrats conclus
avec une entreprise d’assurances de l’EEE ou avec une
entreprise de réassurance étrangère;
5° en ce qui concerne leur activité d’intermédiation en
assurances ou en réassurance en Belgique, ne traiter qu’avec
des entreprises d’assurances ou de réassurance habilitées,
en vertu de la loi, à exercer, respectivement, des activités
d’assurance ou l’activité de réassurance en Belgique;
6° adhérer à un système extrajudiciaire de traitement des
plaintes. Il doit soit avoir adhéré lui-même à un tel système,
soit être membre d’une association professionnelle ayant
adhéré à un tel système. Il est tenu de contribuer au fi nan-
cement dudit système et de donner suite à toute demande
d’information qui lui serait adressée dans le cadre du traite-
ment des plaintes via ce système;
Artikel 272
§ 1. Om in het register van de verzekerings- en herver-
zekeringstussenpersonen te worden ingeschreven en die
inschrijving te behouden, moet de betrokken verzekerings- en
herverzekeringstussenpersoon:
1° de vereiste beroepskennis bezitten, als bepaald bij
artikel 274;
2° een voldoende geschiktheid en professionele betrouw-
baarheid bezitten;
3° het voorwerp zijn van een beroepsaansprakelijkheids-
verzekering die het gehele grondgebied van de EER dekt;
De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling die de
verzekeringsonderneming bij beëindiging van de overeen-
komst de verplichting oplegt de FSMA hiervan in kennis te
stellen.
Van deze vereiste van beroepsaansprakelijkheidsverze-
kering zijn evenwel vrijgesteld de verzekerings- en herver-
zekeringstussenpersonen voor zover de verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen of andere verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen, met inbegrip van de krediet-
instellingen, voor rekening en in naam waarvan zij optreden,
die aansprakelijkheid op zich nemen.
De Koning bepaalt op voorstel van de FSMA de voorwaar-
den van de verzekering.
4° zich ervan onthouden deel te nemen aan de promotie,
de sluiting en de uitvoering van verzekerings- of herverzeke-
ringsovereenkomsten die klaarblijkelijk strijdig zijn
— met de Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen
van openbare orde en van dwingend recht , wanneer het gaat
om overeenkomsten gesloten met een verzekeringsonderne-
ming of een herverzekeringsonderneming die van de Bank
een toelating heeft verkregen om verzekeringsactiviteiten,
respectievelijk herverzekeringsactiviteiten, uit te oefenen;
— met de wettelijke en reglementaire bepalingen van
het Belgisch recht die van algemeen belang zijn, wan-
neer het gaat om overeenkomsten gesloten met een
EER verzekeringsonderneming of met een buitenlandse
herverzekeringsonderneming;
5° wat hun activiteit van verzekerings- of herverzeke-
ringsbemiddeling in België betreft, slechts handelen met
verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die
krachtens de wet gemachtigd zijn voor de uitoefening in
België van respectievelijk verzekeringsactiviteiten, dan wel
herverzekeringsactiviteiten;
6° toetreden tot een buitengerechtelijke klachtenregeling.
Hij dient ofwel zelf toegetreden te zijn tot een dergelijke klach-
tenregeling, ofwel lid te zijn van een beroepsvereniging die is
toegetreden tot een dergelijke klachtenregeling. Hij dient bij
te dragen tot de fi nanciering van bedoelde klachtenregeling
en in te gaan op elk verzoek om informatie dat hij in het kader
van die regeling ontvangt;
192
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
7° respecter, le cas échéant, les dispositions des articles
277, 278 et 279;
8° payer les contributions aux frais de fonctionnement de
la FSMA, déterminées conformément à l’article 56 de la loi
du 2 août 2002;
9° se conformer à la loi du 11 janvier 1993 relative à la
prévention de l’utilisation du système fi nancier aux fi ns du
blanchiment de capitaux et du fi nancement du terrorisme et
aux arrêtés d’exécution de celle-ci, pour autant que l’intermé-
diaire intéressé soit soumis à cette législation.
§ 2. Pour pouvoir être inscrit au registre des intermédiaires
d’assurances et de réassurance et pouvoir conserver cette
inscription, l’intéressé ne peut se trouver dans l’un des cas
prévus à l’article 19 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut
et au contrôle des établissements de crédit.
§ 3. Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
ainsi que, dans le cas visé à l’article 271, § 1er, alinéa 4,
l’organisme central, doivent démontrer à la FSMA, selon des
règles précisées par cette dernière par voie de règlement, y
compris en matière de périodicité, le respect des dispositions
prévues par les paragraphes 1er et 2.
Article 273
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance ayant
la qualité de personne morale ne sont en outre inscrits, et ne
conservent leur inscription, qu’à condition:
1° que les personnes à qui est confi ée la direction effective
ne se trouvent pas dans l’un des cas énumérés à l’article 19
de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit et disposent de l’aptitude et de
l’honorabilité professionnelle nécessaires, des connaissances
professionnelles requises visées à l’article 274 et de l’expé-
rience adéquate pour exercer cette fonction;
2° que la FSMA ait été informée de l’identité des personnes
qui, directement ou indirectement, exercent le contrôle sur
l’intermédiaire, et considère qu’elles présentent les qualités
nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion
saine et prudente; les intermédiaires d’assurances et de
réassurance informent la FSMA de toute modifi cation de ce
contrôle.
Article 274
§ 1er. Par les connaissances professionnelles requises
visées à l’article 272, 1°, il y a lieu d’entendre:
1° Une connaissance suffisante des matières sui-
vantes:
7° in voorkomend geval, het bepaalde naleven bij artikel
277, artikel 278, artikel 279;
8° de bijdragen in de werkingskosten van de FSMA beta-
len, vastgesteld overeenkomstig artikel 56 van de wet van 2
augustus 2002;
9° voldoen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming
van het gebruik van het fi nanciële stelsel voor het witwassen
van geld en de fi nanciering van terrorisme en aan de beslui-
ten ter uitvoering daarvan, voor zover deze wetgeving van
toepassing is op de betrokken tussenpersoon.
§ 2. Om in het register van de verzekerings- en herver-
zekeringstussenpersonen te worden ingeschreven en die
inschrijving te behouden, mag de betrokkene zich niet in een
van de gevallen bevinden als bedoeld in artikel 19 van de wet
van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen.
§ 3. De verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen,
en in het geval bedoeld in artikel 271, § 1, vierde lid, de centrale
instelling, dienen de FSMA, volgens nadere regels door haar
bepaald bij reglement, met inbegrip van de periodiciteit, de
naleving aan te tonen van het bepaalde in de eerste en de
tweede paragraaf.
Artikel 273
De verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen,
met de hoedanigheid van rechtspersoon worden bovendien
slechts ingeschreven, en hun inschrijving wordt slechts ge-
handhaafd, op voorwaarde dat:
1° de personen die met de effectieve leiding worden belast
zich niet bevinden in een van de gevallen die zijn opgesomd in
artikel 19 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en
het toezicht op de kredietinstellingen, en over de noodzakelijke
geschiktheid en professionele betrouwbaarheid, de vereiste
beroepskennis als bepaald bij artikel 274, en de passende
ervaring beschikken om deze functie waar te nemen;
2° de FSMA in kennis is gesteld van de identiteit van, en
gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig be-
leid overtuigd is van de geschiktheid van, de personen die
rechtstreeks of onrechtstreeks de controle uitoefenen over
de tussenpersoon; de verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen informeren de FSMA over elke wijziging in
bedoelde controle.
Artikel 274
§ 1. Onder de vereiste beroepskennis bedoeld in artikel
272, 1°, wordt verstaan:
1° Een voldoende kennis van de volgende materies:
193
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
A.
Connaissances techniques:
a) la présente loi et ses arrêtés et règlements d’exécution
en ce qui concerne les règles d’information et les règles appli-
cables aux conditions des contrats d’assurance et à la conclu-
sion de tels contrats, ainsi que les dispositions importantes
de la réglementation européenne en la matière;
b) la législation relative au contrôle prudentiel des entre-
prises d’assurances, dans la mesure où cette législation peut
avoir un impact sur la conclusion des contrats d’assurance,
y compris les dispositions importantes de la réglementation
européenne en la matière ;
c) la législation relative aux pratiques du marché et à la
protection du consommateur;
d) la réglementation, la technique et les aspects fi scaux
des différentes branches d’assurance;
e) la législation anti-blanchiment, pour autant que l’inter-
médiaire d’assurances ou de réassurance soit soumis à la loi
du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l’utilisation du
système fi nancier aux fi ns du blanchiment de capitaux et du
fi nancement du terrorisme.
B.
Connaissances de gestion d’entreprises:
a) principes fondamentaux de la comptabilité;
b) principes fondamentaux du droit fi scal et social de la
profession.
2° Une expérience pratique en assurances, dont la durée
est fi xée conformément au paragraphe 4.
La FSMA détermine la structure et le contenu de cette
expérience pratique, ainsi que les actes pouvant être accom-
plis sous la supervision d’une personne inscrite au cours de
la période d’acquisition de l’expérience pratique.
§ 2. 1° Les personnes visées à l’article 262, 4°, à l’article
264, alinéa 2, et à l’article 265, alinéa 2, sont dispensées de
la connaissance des matières énumérées au paragraphe
1er, 1°, A, b) et c), et B, ainsi que de l’expérience pratique en
assurances fi xée au paragraphe 1er, 2°. Pour ces personnes,
les connaissances énumérées au paragraphe 1er, 1°, A, a) et
d), sont limitées à une connaissance de base de la législation
sur le contrat d’assurance et de la réglementation, la technique
et les aspects fi scaux des produits d’assurances qu’elles
offrent en vente ou vendent. Les personnes visées à l’article
264, alinéa 1er, et à l’article 265, alinéa 1er, sont dispensées
de la connaissance des matières énumérées au paragraphe
1er, 1°, B.
2° Les intermédiaires de réassurance sont exemptés de la
connaissance des matières déterminées au paragraphe 1er,
1°, A, a) et c).
3° Pour les intermédiaires d’assurances et de réassurance
qui limitent leurs activités à l’un ou plusieurs des groupes
de branches énumérés à l’annexe II de l’arrêté royal du 22
A. Technische kennis:
a) deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen
wat de informatieregels en de regels van toepassing op de
voorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten en het
sluiten van zulke overeenkomsten betreft, evenals de belang-
rijke bepalingen van de Europese regelgeving in dit verband;
b) de wetgeving betreffende de prudentiële controle op de
verzekeringsondernemingen voor zover deze wetgeving een
mogelijke impact heeft op het sluiten van de verzekerings-
overeenkomsten, met inbegrip van de belangrijke bepalingen
van de Europese regelgeving in dit verband;
c) de wetgeving betreffende marktpraktijken en
consumentenbescherming;
d) de reglementering, de techniek en de fi scale aspecten
van de onderscheiden verzekeringstakken;
e) de witwaswetgeving, voor zover de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon onderworpen is aan de wet
van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het
fi nancieel stelsel voor het witwassen van geld en de fi nan-
ciering van het terrorisme.
B.
Bedrijfsbeheer:
a) grondbegrippen van boekhouding;
b) grondbegrippen van fi scaal en sociaal recht in verband
met het beroep.
2° Een praktische ervaring in verzekeringen waarvan de
duur wordt bepaald overeenkomstig paragraaf 4.
De FSMA bepaalt de structuur en de inhoud van die prak-
tische ervaring, alsook de handelingen die onder supervisie
van een ingeschreven persoon kunnen worden verricht tijdens
de periode waarin praktische ervaring wordt opgedaan.
§ 2. 1° De personen bedoeld in artikel 262, 4°, artikel 264,
tweede lid, en in artikel 265, tweede lid, worden vrijgesteld
van de kennis van de materies bepaald in paragraaf 1, 1°, A,
b) en c), en B, alsook van de praktische ervaring in verzeke-
ringen vastgesteld in paragraaf 1, 2°. Voor die personen wordt
de kennis bepaald in paragraaf 1, 1°, A, a) en d), beperkt
tot een basiskennis van de wetgeving op de verzekerings-
overeenkomst en van de reglementering, de techniek en de
fi scale aspecten van de verzekeringsproducten die zij te koop
aanbieden of verkopen. De personen bedoeld in artikel 264,
eerste lid, en in artikel 265, eerste lid, worden vrijgesteld van
de kennis van de materies opgesomd in paragraaf 1, 1°, B.
2° De herverzekeringstussenpersonen zijn vrijgesteld van
de kennis van de materies bepaald in paragraaf 1, 1°, A, a)
en c).
3° Voor de verzekerings- en herverzekeringstussenper-
sonen die hun werkzaamheden beperken tot een of meer
groepen van takken vermeld in Bijlage II van het Koninklijk
194
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des
entreprises d’assurances ou à l’assurance légale contre les
accidents du travail, les connaissances techniques visées
au paragraphe 1er, 1°, A, d), sont limitées à celui ou ceux des
groupes de branches dans lequel ou lesquels elles exercent
leurs activités. Le cas échéant, cette limitation de l’activité est
portée au registre.
§ 3. Par les connaissances professionnelles requises telles
que visées à l’article 273, 1°, l’on entend une connaissance
suffisante de la matière déterminée au paragraphe 1er, 1°, B.
Cette connaissance est également requise lorsque les per-
sonnes visées audit article revêtent la qualité de responsable
de la distribution.
§ 4. La preuve des connaissances professionnelles
requises est fournie par:
1° les porteurs de l’un des certifi cats d’enseignement
supérieur énumérés par le Roi, qui ont acquis une expé-
rience pratique dont la durée est déterminée par le Roi mais
ne pourra excéder deux années. Pour les intermédiaires de
réassurance, la durée de l’expérience pratique est fi xée à cinq
ans;
2° les porteurs d’un certifi cat de l’enseignement secon-
daire supérieur qui auront suivi avec fruit un cours spécialisé
en assurances organisé par ou en vertu d’un décret, d’une
organisation professionnelle représentative, d’une entreprise
d’assurances ou de réassurance ou d’un intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance, en ce compris les établissements
de crédit. Ce cours spécialisé doit être agréé par la FSMA.
Le Roi peut, sur proposition de la FSMA, préciser les règles
auxquelles doivent répondre les examens liés au cours
d’assurance visé ici. L’intéressé doit également justifi er d’une
expérience pratique dont la durée sera fi xée par le Roi mais
ne pourra excéder deux années. Pour les intermédiaires de
réassurance, la durée de l’expérience pratique est fi xée à cinq
ans.
La durée de cette expérience pratique est réduite de moitié
pour les intermédiaires d’assurances qui ne demandent pas
leur inscription au registre des intermédiaires d’assurances
et de réassurance dans la catégorie “courtiers d’assu-
rances”.
Les entreprises d’assurances et de réassurance, les orga-
nisations professionnelles et les intermédiaires d’assurances
ou de réassurance, y compris les établissements de crédit,
communiquent à la FSMA la structure et le contenu de leur
programme de formation. La FSMA vérifi e si le programme de
formation répond aux exigences requises en vertu du présent
article et si les lauréats ont suivi le programme avec fruit. La
FSMA peut, si nécessaire, retirer son agrément.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 4:
1° pour les personnes qui ont été inscrites au registre des
intermédiaires d’assurances sous le bénéfi ce des mesures
transitoires en matière de connaissances professionnelles
Besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement
betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen
of tot de wettelijke arbeidsongevallenverzekering, wordt de
technische kennis, bedoeld in paragraaf 1, 1°, A, d), beperkt
tot de groep of groepen van takken waarin zij hun werkzaam-
heden uitoefenen. In voorkomend geval wordt deze beperking
van de werkzaamheid vermeld in het register.
§ 3. Onder de vereiste beroepskennis bedoeld in artikel
273, 1° wordt verstaan, een voldoende kennis van de materie
bepaald bij paragraaf 1, 1°, B. Deze kennis is vereist, ook
indien de in dat artikel bedoelde personen de hoedanigheid
hebben van verantwoordelijke voor de distributie.
§ 4. Het bewijs van de vereiste beroepskennis wordt ge-
leverd door:
1° de houders van een van de door de Koning opgesomde
getuigschriften van hoger onderwijs, die een praktische er-
varing hebben opgedaan waarvan de duur door de Koning
wordt bepaald doch die niet langer mag zijn dan twee jaar.
Voor herverzekeringstussenpersonen wordt de duur van de
praktische ervaring op vijf jaar vastgesteld;
2° de houders van een getuigschrift van hoger middelbaar
onderwijs, die een gespecialiseerde cursus in verzekeringen
georganiseerd door of krachtens een decreet, een repre-
sentatieve beroepsorganisatie, een verzekerings- of herver-
zekeringsonderneming of een verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon, met inbegrip van de kredietinstellingen,
met vrucht gevolgd hebben. Deze gespecialiseerde cursus
dient erkend te worden door de FSMA. De Koning kan, op
voorstel van de FSMA, de nadere regelen vaststellen waar-
aan de examens in verband met de hier bedoelde cursus in
verzekeringen moeten voldoen. Betrokkene dient ook een
praktische ervaring aan te tonen waarvan de duur door de
Koning wordt bepaald, doch die niet langer mag zijn dan twee
jaar. Voor herverzekeringstussenpersonen wordt de duur van
de praktische ervaring op vijf jaar vastgesteld.
Voor de verzekeringstussenpersonen die geen inschrijving
in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussen-
personen in de categorie “verzekeringsmakelaars” aanvragen,
wordt de duurtijd van die praktische ervaring verminderd tot
de helft.
De verzekerings- en herverzekeringsondernemingen,
de beroepsorganisaties en de verzekerings- of herverze-
keringstussenpersonen, met inbegrip van de kredietinstel-
lingen, delen aan de FSMA de structuur en de inhoud van
hun opleidingsprogramma mee. De FSMA controleert of het
opleidingsprogramma aan de in dit artikel gestelde eisen
voldoet en of de geslaagde deelnemers met goed gevolg
het programma hebben afgewerkt. Zo nodig kan de FSMA
de erkenning intrekken.
§ 5. In afwijking van paragraaf 4:
1° blijft, voor de personen die in het register van de verze-
keringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest krachtens
de bij artikel 18 van de wet van 27 maart 1995 betreffende de
195
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
fi xées par l’article 18 de la loi du 27 mars 1995 relative à
l’intermédiation en assurances et en réassurances et à la
distribution d’assurances, tel qu’il était rédigé avant sa modi-
fi cation par la loi du 22 février 2006, et qui ont été omises du
registre, la dispense d’apporter la preuve des connaissances
professionnelles reste acquise en cas de demande de réins-
cription dans les cinq ans, quelle que soit la catégorie du
registre sur laquelle porte la nouvelle demande.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel
que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre, les
personnes précitées ne doivent pas produire le certifi cat de
l’enseignement secondaire supérieur visé au paragraphe 4,
alinéa 1er, 2°;
2° les personnes autres que celles visées au 1° qui ont déjà
été inscrites au registre des intermédiaires d’assurances mais
qui en ont été omises, ne doivent pas, en cas de demande de
réinscription dans les cinq ans et quelle que soit la catégorie
du registre sur laquelle porte la nouvelle demande, prouver
qu’elles satisfont aux exigences en matière de connais-
sances professionnelles auxquelles elles avaient déjà été
considérées comme satisfaisant lors de leur précédente
inscription.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel
que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre, les
personnes précitées ne doivent pas produire le certifi cat de
l’enseignement secondaire supérieur visé au paragraphe 4,
alinéa 1er, 2°.
Les dérogations prévues à l’alinéa précédent ne sont pas
applicables si l’omission du registre résulte d’une mesure
de radiation pour cause de manquement aux exigences en
matière de connaissances professionnelles.
Les dispositions des alinéas précédents sont applicables
par analogie aux personnes qui ont été désignées comme
responsables de la distribution.
§ 6. Les entreprises d’assurances et, le cas échéant, les
intermédiaires d’assurances et de réassurance, répondent
de la formation de base suffisante fi xée au paragraphe 2 des
personnes visées à l’article 264, alinéa 2, et à l’article 265,
alinéa 2. Cette formation de base doit être agréée par la FSMA
conformément au paragraphe 4, 2°, alinéa 3.
§ 7. Les connaissances professionnelles et la formation
de base visées au présent article font l’objet d’un recyclage
régulier. La FSMA est compétente pour agréer ces recy-
clages.
§ 8. Par dérogation aux dispositions des paragraphes 4, 6
et 7, les examens relatifs à la preuve des connaissances pro-
fessionnelles requises, par les intermédiaires d’assurances,
visés à l’article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dis-
positions diverses en matière d’organisation de l’assurance
maladie complémentaire (I), par leurs responsables de la
distribution ainsi que par leur personnel en contact avec le
verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distribu-
tie van verzekeringen vastgestelde overgangsmaatregelen
in verband met de beroepskennis, zoals dat was opgesteld
vóór het werd gewijzigd bij de wet van 22 februari 2006, en
daar vervolgens uit weggelaten zijn geweest, de vrijstelling
verworven van de verplichting om het bewijs te leveren dat
zij over de vereiste beroepskennis beschikken, wanneer zij
binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te
worden ingeschreven, ongeacht de categorie van het register
waarop dat nieuwe verzoek betrekking heeft.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer zij
verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven
en ongeacht de termijn die verstreken is sinds hun weglating
uit dat register, het in paragraaf 4, eerste lid, 2°, bedoelde ge-
tuigschrift van hoger middelbaar onderwijs niet voor te leggen;
2° hoeven de andere dan de in de bepaling onder 1° bedoel-
de personen die al in het register van de verzekeringstussen-
personen ingeschreven zijn geweest, maar daar vervolgens
uit weggelaten zijn geweest, wanneer zij binnen de vijf jaar
verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven
en ongeacht de categorie van het register waarop dat nieuwe
verzoek betrekking heeft, niet te bewijzen dat zij voldoen aan
de vereisten inzake beroepskennis waaraan zij bij hun vorige
inschrijving al geacht werden te voldoen.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer zij
verzoeken om opnieuw in het register te worden ingeschreven
en ongeacht de termijn die verstreken is sinds hun weglating
uit dat register, het in paragraaf 4, eerste lid, 2°, bedoelde ge-
tuigschrift van hoger middelbaar onderwijs niet voor te leggen.
De in het vorige lid bepaalde afwijkingen zijn niet van
toepassing als de weglating uit het register voortvloeit uit
een schrappingsmaatregel die is genomen op grond van een
inbreuk op de vereisten inzake beroepskennis.
De bepalingen van de vorige leden zijn van overeenkom-
stige toepassing op de personen die als verantwoordelijken
voor de distributie zijn aangewezen.
§ 6. De verzekeringsondernemingen en, in voorkomend
geval, de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
staan in voor de in paragraaf 2 bepaalde voldoende basis-
opleiding van de personen bedoeld in artikel 264, tweede
lid, en in artikel 265, tweede lid. Die basisopleiding moet
door de FSMA erkend worden overeenkomstig paragraaf 4,
2° derde lid.
§ 7. De in dit artikel bedoelde beroepskennis en basisoplei-
ding maken het voorwerp uit van een geregelde bijscholing.
De FSMA is bevoegd om deze bijscholingen te erkennen.
§ 8. In afwijking van de bepalingen in de paragrafen 4, 6 en
7, kunnen de examens met betrekking tot het bewijs van de
vereiste beroepskennis door de verzekeringstussenpersonen,
zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 hou-
dende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aan-
vullende ziekteverzekering (I), en door hun verantwoordelijken
voor de distributie, alsook door hun personeel in contact met
196
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
public, ainsi que les examens relatifs à la preuve des connais-
sances professionnelles requises par les responsables de
la distribution, ainsi que par le personnel en contact avec le
public des sociétés mutualistes visées aux articles 43bis,
§ 5, et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités peuvent
être organisés par le Collège intermutualiste national, par
une société mutualiste susvisée ou par une mutualité. Ces
examens doivent être agréés par l’OCM. Celui-ci détermine
les modalités auxquelles ils doivent répondre.
§ 9. Le Roi peut, sur proposition de la FSMA, modifi er les
dispositions des paragraphes précédents afi n de les mettre
en concordance avec les dispositions légales ou réglemen-
taires modifi ées en matière d’enseignement supérieur ou
secondaire.
Article 275
Les entreprises d’assurances concernées rendent pério-
diquement compte à la FSMA de l’exécution de la disposition
de l’article 264, alinéa 1er, en lui communiquant une liste nomi-
native des personnes visées, ainsi que le relevé de toutes les
modifi cations apportées ultérieurement à cette liste.
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance intéres-
sés rendent périodiquement compte à la FSMA de l’exécution
de la disposition de l’article 265, alinéa 1er, en lui communi-
quant une liste nominative des personnes responsables ainsi
que le relevé de toutes les modifi cations apportées ultérieure-
ment à cette liste. La FSMA inscrit ces personnes au registre
en mentionnant le numéro d’inscription de l’intermédiaire
d’assurances et de réassurance qui les emploie. L’article 271
s’applique par analogie.
En ce qui concerne toutes les personnes visées à l’article
264 et à l’article 265, l’employeur conserve la liste et les pièces
y afférentes et les tient à la disposition de la FSMA.
Section III
Mode de paiement de la prime et de la prestation
d’assurance
Article 276
L’article 71 s’applique à toute intermédiation en assu-
rances relevant du champ d’application de la présente par-
tie.
het publiek, alsook de examens met betrekking tot het bewijs
van de vereiste beroepskennis door de verantwoordelijken
voor de distributie, alsook door het personeel in contact met
het publiek van de maatschappijen voor onderlinge bijstand,
zoals bedoeld in artikelen 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van
de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen
en de landsbonden van ziekenfondsen, georganiseerd wor-
den door het Nationaal Intermutualistisch College, door een
voormelde maatschappij van onderlinge bijstand, of door
een ziekenfonds. Deze examens dienen te worden erkend
door de CDZ. De CDZ bepaalt de modaliteiten waaraan deze
examens moet voldoen.
§ 9. De Koning kan, op voorstel van de FSMA, de bepalin-
gen van de vorige paragrafen wijzigen om ze in overeenstem-
ming te brengen met de gewijzigde wettelijke of reglementaire
bepalingen inzake het hoger of secundair onderwijs.
Artikel 275
De betrokken verzekeringsondernemingen geven over het
bepaalde in artikel 264, eerste lid, periodiek rekenschap aan
de FSMA door mededeling van een naamlijst van de betref-
fende personen en van alle latere wijzigingen in die lijst.
De betrokken verzekerings- en herverzekeringstussenper-
sonen geven over de uitvoering van het bepaalde in artikel
265, eerste lid, periodiek rekenschap aan de FSMA door me-
dedeling van een naamlijst van de verantwoordelijke personen
en van alle latere wijzigingen in die lijst. Die personen worden
door de FSMA ingeschreven in het register met vermelding
van het inschrijvingsnummer van de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersoon die hen tewerkstelt. artikel 271
is van overeenkomstige toepassing.
Betreffende al de personen bedoeld in artikel 264 en artikel
265, bewaart de werkgever de lijst met de bijhorende stukken
en houdt ze ter beschikking van de FSMA.
Afdeling III
Wijze van betaling van de premie en van de
verzekeringsprestatie
Artikel 276
Artikel 71 is toepasselijk op elke verzekeringsbemiddeling
die onder de toepassing van dit deel valt.
197
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 4
Des obligations en matière d’informations et autres
règles de conduite
Section Ire
Informations à fournir par l’intermédiaire d’assurances
Article 277
§ 1er. Avant la conclusion d’un contrat d’assurance et, si
nécessaire, à l’occasion de sa modifi cation ou de son renou-
vellement, un intermédiaire d’assurances fournit au client au
moins les informations suivantes:
1° son identité et son adresse;
2° le registre d’intermédiaires d’assurances dans lequel
il a été inscrit, son numéro d’inscription et, en l’absence de
numéro d’inscription, les moyens de vérifi er qu’il a été inscrit,
ainsi que, le cas échéant, la catégorie dans laquelle il a été
inscrit;
3° le nom et l’adresse de l’entreprise d’assurances dans
laquelle il détient une participation, directe ou indirecte, supé-
rieure à 10 % des droits de vote ou du capital;
4° le nom et l’adresse de l’entreprise d’assurances ou de
l’entreprise mère d’une entreprise d’assurances qui détient
une participation, directe ou indirecte, supérieure à 10 %
des droits de vote ou du capital de l’intermédiaire d’assu-
rances;
5° le nom et l’adresse de l’organisme auprès duquel les
clients et autres parties intéressées peuvent porter plainte
concernant des intermédiaires d’assurances.
En outre, l’intermédiaire d’assurances indique au client, en
ce qui concerne le contrat fourni:
1° s’il fonde ses conseils sur une analyse impartiale répon-
dant aux dispositions du paragraphe 2, ou
2° s’il est soumis à une obligation contractuelle de travail-
ler, dans le secteur de l’assurance, exclusivement avec une
seule entreprise d’assurances ou avec plusieurs entreprises
d’assurances; dans ce cas, il communique, à la demande du
client, le nom et l’adresse de cette (ces) entreprise(s) d’assu-
rances, ou
3° s’il n’est pas soumis à l’obligation contractuelle de tra-
vailler, dans le secteur de l’assurance, exclusivement avec
une seule entreprise d’assurances ou avec plusieurs entre-
prises d’assurances et s’il ne fonde pas ses conseils sur une
obligation d’analyse impartiale répondant aux dispositions du
paragraphe 2; dans ce cas, il communique, à la demande du
client, le nom et l’adresse de l’entreprise ou des entreprises
d’assurances avec laquelle (lesquelles) il peut travailler et
travaille.
HOOFDSTUK 4
Informatievereisten en andere gedragsregels
Afdeling I
Door de verzekeringstussenpersoon te verstrekken
informatie
Artikel 277
§ 1. Voordat een verzekeringsovereenkomst gesloten
wordt, en, zo nodig, wanneer de overeenkomst gewijzigd of
verlengd wordt, verstrekt de verzekeringstussenpersoon de
cliënt ten minste de volgende informatie:
1° zijn identiteit en adres;
2° het register van de verzekeringstussenpersonen waarin
hij is ingeschreven, zijn inschrijvingsnummer in het register,
en, bij afwezigheid van een inschrijvingsnummer, hoe zijn
registerinschrijving kan worden geverifi eerd, en desgevallend,
de categorie waarin hij is ingeschreven;
3° de naam en het adres van de verzekeringsonderneming
waarin hij een rechtstreekse of middellijke deelneming van
10 % of meer van de stemrechten of van het kapitaal bezit;
4° de naam en het adres van de verzekeringsonderneming
of de moederonderneming van een verzekeringsonderne-
ming, die een rechtstreekse of middellijke deelneming bezit
van meer dan 10 % van de stemrechten of van het kapitaal
van de verzekeringstussenpersoon;
5° de naam en het adres van de instantie waarbij cliënten
en andere belanghebbenden klachten over verzekeringstus-
senpersonen kunnen indienen.
Bovendien deelt de verzekeringstussenpersoon de cliënt
met betrekking tot de aangeboden overeenkomst mee:
1° dat hij adviseert op grond van een onpartijdige analyse
die beantwoordt aan de bepalingen van paragraaf 2, dan wel,
2° dat hij een contractuele verplichting heeft om uitsluitend
met één verzekeringsonderneming of met meerdere verzeke-
ringsondernemingen verzekeringszaken te doen; in dat geval
deelt hij op verzoek van de cliënt tevens de naam en het adres
van deze verzekeringsonderneming(en) mee, dan wel,
3° dat hij geen contractuele verplichting heeft om uitsluitend
met één verzekeringsonderneming of met meerdere verze-
keringsondernemingen verzekeringszaken te doen, en niet
adviseert op grond van een verplichting tot een onpartijdige
analyse die beantwoordt aan de bepalingen van paragraaf
2; in dit geval deelt hij op verzoek van de cliënt tevens de
naam en het adres mee van de verzekeringsonderneming(en)
waarmee hij zaken doet of kan doen.
198
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Dans les cas où il est exigé de fournir ces informations à la
demande du client, celui-ci est informé du droit dont il dispose
de solliciter ces informations.
§ 2. Lorsque l’intermédiaire d’assurances informe le client
qu’il fonde ses conseils sur une analyse impartiale, il est tenu
de fonder ces conseils sur l’analyse d’un nombre suffisant
de contrats d’assurance offerts sur le marché, de façon à
pouvoir recommander, en fonction de critères profession-
nels, le contrat d’assurance qui serait adapté aux besoins du
client.
§ 3. Avant la conclusion d’un contrat d’assurance spéci-
fi que, l’intermédiaire d’assurances détermine, en particulier
sur la base des informations fournies par le client, au mini-
mum les exigences et les besoins de ce client, et précise les
raisons qui motivent tout conseil fourni au client quant à un
produit d’assurance déterminé. Ces précisions sont modu-
lées en fonction de la complexité du contrat d’assurance
proposé.
§ 4. Il n’est pas nécessaire de fournir les informations visées
aux paragraphes 1er, 2 et 3 lorsque l’intermédiation en assu-
rances porte sur la couverture de grands risques.
Article 278
L’intermédiaire d’assurances mentionne sur son papier à
lettre ainsi que sur les autres documents relatifs à son activité
d’intermédiation en assurances et émanant de lui, de même
que dans sa publicité, son numéro d’inscription au registre
des intermédiaires d’assurances et de réassurance.
A la demande du client, il lui communique la nature et la
portée de ses compétences.
Les mentions obligatoires visées à l’alinéa 1er sont com-
plétées, en ce qui concerne les agents d’assurances, par les
noms de toutes les entreprises d’assurances au nom et pour
le compte desquelles ils exercent des activités d’intermédia-
tion en assurances et, en ce qui concerne les sous-agents
d’assurances, par le nom de l’intermédiaire d’assurances pour
lequel ils agissent.
Les personnes visées à l’article 264, mentionnent à chaque
contact avec le public le nom de l’entreprise d’assurances pour
laquelle elles travaillent directement ou indirectement. Les
personnes visées à l’article 265, § 1er, mentionnent à chaque
contact avec le public le nom de l’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance pour lequel elles agissent.
Section II
Modalités d’information
Article 279
Toute information fournie aux clients en vertu des articles
277 et 278 est communiquée:
In de gevallen waarin is voorzien dat bepaalde informatie
op verzoek van de cliënt wordt verstrekt, wordt deze in ken-
nis gesteld van zijn recht om dergelijke informatie te vragen.
§ 2. Wanneer de verzekeringstussenpersoon de cliënt mee-
deelt dat hij adviseert op grond van een onpartijdige analyse,
is hij verplicht zijn advies te baseren op een analyse van een
toereikend aantal op de markt verkrijgbare verzekeringsover-
eenkomsten, zodat hij overeenkomstig professionele criteria
in staat is de verzekeringsovereenkomst aan te bevelen die
aan de behoeften van de cliënt voldoet.
§ 3. Voorafgaand aan de sluiting van een verzekeringsover-
eenkomst identifi ceert de verzekeringstussenpersoon, in het
bijzonder rekening houdend met de door de cliënt verstrekte
informatie, ten minste de verlangens en behoeften van deze
cliënt, en preciseert de elementen waarop zijn advies over
een bepaald verzekeringsproduct is gebaseerd. Deze preci-
seringen variëren in functie van de graad van ingewikkeldheid
van de aangeboden verzekeringsovereenkomst.
§ 4. De in de paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde informatie moet
niet worden gegeven wanneer de verzekeringsbemiddeling
betrekking heeft op de verzekering van grote risico’s.
Artikel 278
De verzekeringstussenpersoon vermeldt op zijn briefpa-
pier en op de andere documenten betreffende zijn activiteit
van verzekeringsbemiddeling die van hem uitgaan, alsook in
zijn reclame, zijn inschrijvingsnummer in het register van de
verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen.
Op vraag van de cliënt deelt hij hem de aard en de draag-
wijdte van zijn bevoegdheden mee.
De verplichte vermeldingen bedoeld in het eerste lid
worden, voor wat betreft de verzekeringsagenten, aange-
vuld met de namen van alle verzekeringsondernemingen in
wiens naam en voor wiens rekening zij werkzaamheden van
verzekeringsbemiddeling uitoefenen, en, voor wat betreft de
verzekeringssubagenten, met de naam van de verzekerings-
tussenpersoon voor wie ze optreden.
De personen bedoeld in artikel 264, vermelden bij elk
contact met het publiek de naam van de verzekeringsonder-
neming waarvoor zij op directe of indirecte wijze werken. De
personen bedoeld in artikel 265, § 1, vermelden bij elk contact
met het publiek de naam van de verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon voor wie zij optreden.
Afdeling II
Voorwaarden inzake informatieverstrekking
Artikel 279
Alle informatie die de cliënten op grond van artikel 277 en
artikel 278 moet worden meegedeeld, wordt verstrekt:
199
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
a) sur papier ou sur tout autre support durable disponible
et accessible au client;
b) avec clarté et exactitude, d’une manière compréhensible
pour le client;
c) dans l’une des langues officielles de la Belgique ou
dans toute autre langue convenue par les parties.
Les informations visées peuvent être fournies oralement
lorsque le client le demande, dans le cas où la couverture
entre en vigueur immédiatement. Dans ce cas, les informa-
tions sont communiquées au client immédiatement après
la conclusion du contrat d’assurance, conformément aux
dispositions de l’alinéa 1er.
En cas de vente par téléphone, les informations fournies
au client sont communiquées en application des dispositions
de la loi du 24 août 2005 visant à transposer certaines dispo-
sitions de la directive services fi nanciers à distance et de la
directive vie privée et communications électroniques. En ce
cas, les informations sont, de même, communiquées au client
immédiatement après la conclusion du contrat d’assurance,
conformément aux dispositions de l’alinéa 1er.
Section III
Informations à fournir par l’entreprise
d’assurances
Article 280
Les dispositions de l’article 277, § 1er, alinéa 1er, 5°, et
§§ 3 et 4, et de l’article 279 s’appliquent par analogie aux
entreprises d’assurances dans leurs contacts directs avec
les clients.
Section IV
Autres règles de conduite
Article 281
§ 1er. Les intermédiaires d’assurances doivent agir d’une
manière honnête, équitable et professionnelle servant au
mieux les intérêts de leurs clients. Les informations qu’ils
fournissent doivent être correctes, claires et non trom-
peuses.
Les intermédiaires d’assurances doivent, dans leur activité
d’intermédiation, respecter les règles de conduite applicables
aux entreprises d’assurances. Par arrêté délibéré en Conseil
des ministres, pris sur avis de la FSMA, le Roi peut, pour
l’ensemble des catégories d’intermédiaires d’assurances ou
certaines d’entre elles, prévoir une version adaptée de ces
règles de conduite ou déclarer certaines de ces règles en
tout ou en partie non applicables, afi n de tenir compte des
particularités de leur rôle.
§ 2. Les intermédiaires d’assurances ne font porter leur
activité d’intermédiation que sur des contrats d’assurance
a) op papier of op een andere duurzame drager die voor
de cliënt beschikbaar en toegankelijk is;
b) op duidelijke, nauwkeurige, en voor de cliënt begrijpe-
lijke wijze;
c) in een van de officiële talen van België of in elke andere
taal die door partijen is overeengekomen.
Bedoelde informatie mag op verzoek van de cliënt monde-
ling worden meegedeeld in het geval de verzekeringsdekking
onmiddellijk ingaat. In dit geval wordt de informatie onmid-
dellijk na de sluiting van de overeenkomst aan de cliënt
meegedeeld, overeenkomstig het bepaalde bij het eerste lid.
In geval van telefonische verkoop geschiedt de aan de
cliënt te verstrekken informatie met toepassing van het be-
paalde bij de wet van 24 augustus 2005 tot omzetting van
verschillende bepalingen van de richtlijn fi nanciële diensten op
afstand en van de richtlijn privacy en elektronische communi-
catie. In dat geval wordt de informatie eveneens onmiddellijk
na de sluiting van de overeenkomst aan de cliënt meegedeeld,
overeenkomstig het bepaalde bij het eerste lid.
Afdeling III
Door de verzekeringsonderneming te verstrekken
informatie
Artikel 280
Het bepaalde bij artikel 277, §1, eerste lid, 5°, en §§3 en
4, en artikel 279 is van overeenkomstige toepassing op de
verzekeringsondernemingen in hun rechtstreekse contacten
met cliënten.
Afdeling IV
Andere gedragsregels
Artikel 281
§ 1. De verzekeringstussenpersonen dienen zich op loyale,
billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen
van hun cliënteel. De door hen verstrekte informatie moet
correct, duidelijk en niet misleidend zijn.
De verzekeringtussenpersonen dienen, bij hun bemidde-
lingsactiviteit, de gedragsregels na te leven die van toepassing
zijn op verzekeringsondernemingen. De Koning kan, bij een
besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen
op advies van de FSMA, voor alle of bepaalde categorieën
van verzekeringstussenpersonen in een aangepaste versie
van deze gedragsregels voorzien of bepaalde van deze re-
gels geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren, om
rekening te houden met de specifi citeit van hun rol.
§ 2. De verzekeringstussenpersonen bemiddelen enkel
met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten waarvan zij,
200
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
dont eux-mêmes, leurs responsables de la distribution, et
les personnes visées à l’article 265, alinéa 2, qu’ils occupent,
connaissent et sont capables d’expliquer aux clients les
caractéristiques essentielles.
Les entreprises d’assurances n’offrent de souscrire que
des contrats d’assurance dont leurs responsables de la
distribution et les personnes visées à l’article 264, alinéa 2,
qu’elles occupent, connaissent et sont capables d’expliquer
aux clients les caractéristiques essentielles.
§ 3. Sans préjudice des dispositions des articles 26 et 27
de la loi du 2 août 2002, le Roi est habilité à fi xer, par arrêté
délibéré en Conseil des ministres, pris sur avis de la FSMA,
en exécution des paragraphes 1er et 2, des règles de conduite
et des règles visant à prévenir les confl its d’intérêts, que les
intermédiaires d’assurances doivent respecter.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, modifi er, compléter,
remplacer ou abroger les autres dispositions de la présente
loi afi n d’en aligner le contenu sur les règles de conduite
visées au présent article et d’en assurer la cohérence avec
ces règles. Les arrêtés pris en vertu de cette habilitation sont
abrogés de plein droit s’ils n’ont pas été confi rmés par la loi
dans les douze mois qui suivent leur publication au Moniteur
belge.
PARTIE 7
L’ORGANISATION DU CONTRÔLE
TITRE IER
L’organisation du contrôle et la collaboration
entre autorités
Article 282
§ 1er. Sauf disposition contraire explicite prévue par la
présente loi, la FSMA assure le contrôle du respect des
dispositions de cette loi et de ses arrêtés et règlements
d’exécution.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l’OCM est chargé
du contrôle du respect des dispositions de la présente loi et
de ses arrêtés d’exécution qui concernent les sociétés mutua-
listes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi
du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales
de mutualités, et de celles qui concernent les intermédiaires
d’assurances visés à l’article 68 de la loi du 26 avril 2010
portant des dispositions diverses en matière d’organisation
de l’assurance maladie complémentaire (I).
La FSMA et l’OCM concluent un accord de coopération
qui règle notamment l’échange d’informations et organise
l’application uniforme de la loi.
hun verantwoordelijken voor de distributie en de personen
die zij tewerkstellen als bedoeld in artikel 265, tweede lid, de
essentiële kenmerken kennen en in staat zijn deze aan de
cliënten toe te lichten.
De verzekeringsondernemingen bieden enkel verzeke-
ringsovereenkomsten aan waarvan hun verantwoordelijken
voor de distributie en de personen die zij tewerkstellen als
bedoeld in artikel 264, tweede lid, de essentiële kenmerken
kennen en in staat zijn deze aan de cliënten toe te lichten.
§ 3. Onverminderd het bepaalde bij de artikelen 26 en 27
van de wet van 2 augustus 2002, is de Koning bevoegd om
door middel van een na overleg in de Ministerraad vastgesteld
besluit, genomen na advies van de FSMA, in uitvoering van
paragrafen 1 en 2 gedragsregels en regels ter voorkoming
van belangenconfl icten die de verzekeringstussenpersonen
moeten naleven nader te bepalen.
§ 4. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg
in de Ministerraad en genomen op advies van de FSMA, de
overige bepalingen van deze wet wijzigingen, aanvullen, ver-
vangen of opheffen teneinde de inhoud ervan af te stemmen
op en coherent te maken met de gedragsregels bedoeld in
dit artikel. De krachtens deze machtiging genomen besluiten
zijn van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn
bekrachtigd binnen twaalf maanden na hun bekendmaking
in het Belgisch Staatsblad.
DEEL 7
ORGANISATIE VAN HET TOEZICHT
TITEL I
Organisatie van het toezicht en samenwerking
tussen de autoriteiten
Artikel 282
§ 1. Behalve voor zover uitdrukkelijk anders bepaald in
deze wet, ziet de FSMA toe op de naleving van de bepalingen
van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de CDZ belast met
het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en
de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot de maatschappijen
van onderlinge bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 5,
en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet 6 augustus 1990 betreffende
de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen,
en met betrekking tot de verzekeringstussenpersonen zoals
bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende
diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I).
De FSMA en de CDZ sluiten een samenwerkingsovereen-
komst. De samenwerkingsovereenkomst regelt onder meer
de uitwisseling van informatie en de eenvormige toepassing
van deze wet.
201
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 283
La FSMA est chargée du contrôle du respect, par les entre-
prises d’assurances belges et les entreprises d’assurances
étrangères, à l’exception des entreprises d’assurances de
l’EEE, des règles qui, conformément à l’article 45, § 1er, 3°, f, de
la loi du 2 août 2002, visent à garantir un traitement honnête,
équitable et professionnel des parties intéressées.
Article 284
En vue d’assurer un contrôle efficace et coordonné des
entreprises d’assurances, la Banque et la FSMA concluent un
protocole, qu’elles publient sur leur site web respectif.
Ce protocole détermine les modalités de la collaboration
entre la Banque et la FSMA dans tous les cas où la loi prévoit
un avis, une consultation, une information ou tout autre contact
entre les deux institutions, ainsi que dans les cas où une
concertation entre les deux institutions est nécessaire pour
assurer une application uniforme de la législation.
Article 285
Lorsque, dans l’exercice de son contrôle du respect des
dispositions de la partie 6 de la présente loi, la FSMA relève
des pratiques contraires à des législations autres que cette
loi, elle en informe les autorités qui ont ces matières dans
leurs attributions. De même, celles-ci informent la FSMA
lorsque leurs services ont constaté des infractions aux lois,
arrêtés ou règlements commises par des entreprises et per-
sonnes soumises à la présente loi. Ces informations restent
soumises au secret professionnel auquel ces autorités sont
tenues.
Article 286
En vue de permettre une bonne application de la présente
loi et de ses arrêtés et règlements d’exécution, la FSMA
coopère avec la Banque, avec les autorités compétentes des
États membres de l’EEE, avec les autorités compétentes au
sens de l’article 2, point 11, de la directive 2002/92/CE ainsi
qu’avec les autorités de pays tiers à vocation similaire, et peut
échanger avec ces autorités des informations confi dentielles
conformément aux dispositions des articles 75 et 77, §§ 1er et
2, de la loi du 2 août 2002.
Article 287
Toute plainte du chef d’infractions à la présente loi doit être
portée à la connaissance de la FSMA par l’instance judiciaire
ou administrative qui en est saisie.
Artikel 283
De FSMA is bevoegd voor het toezicht op de naleving door
de Belgische verzekeringsondernemingen en de buitenlandse
verzekeringsondernemingen, met uitzondering van de EER
verzekeringsondernemingen, van de regels die, overeenkom-
stig artikel 45, § 1, 3°, f. van de wet van 2 augustus 2002, een
loyale billijke en professionele behandeling van de belangheb-
bende partijen moeten waarborgen.
Artikel 284
Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd toezicht
op de verzekeringsondernemingen sluiten de Bank en de
FSMA een protocol dat op hun respectieve websites wordt
bekend gemaakt.
Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samenwerking
tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen waar de wet
een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen
de twee instellingen voorziet of waar overleg tussen beide
instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing
van de wetgeving te verzekeren.
Artikel 285
Wanneer de FSMA in haar toezicht op de naleving van de
bepalingen van deel 6 praktijken vaststelt die strijdig zijn met
andere wetgevingen dan deze wet, brengt zij de overheden
die bevoegd zijn voor deze materies daarvan op de hoogte.
Evenzo brengen die overheden de FSMA op de hoogte van
de door hen vastgestelde inbreuken op wetten, besluiten of
reglementen door de ondernemingen en personen onder-
worpen aan deze wet. Deze inlichtingen blijven onderworpen
aan de regels van het beroepsgeheim waartoe die overheden
zijn gehouden.
Artikel 286
Met het oog op een goede toepassing van deze wet en
haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen werkt de FSMA
samen met de Bank, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten
van de EER, de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 2,
punt 11 van de richtlijn 2002/92/EG, en met de autoriteiten
van derde landen met een gelijkaardige opdracht, en kan zij
met deze autoriteiten vertrouwelijke informatie uitwisselen
overeenkomstig het bepaalde bij artikel 75 en 77, §§ 1 en 2,
van de wet van 2 augustus 2002.
Artikel 287
Elke klacht wegens overtreding van deze wet wordt ter ken-
nis van de FSMA gebracht door de gerechtelijke of bestuurlijke
instantie waarbij zij aanhangig is gemaakt.
202
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Toute action pénale du chef des infractions visées à l’alinéa
1er doit être portée à la connaissance de la FSMA à la diligence
du greffe de la juridiction répressive qui en est saisie.
TITRE II
L’exercice du contrôle
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 288
§ 1er. La FSMA détermine les informations que les assu-
reurs, les entreprises de réassurance ainsi que les intermé-
diaires d’assurances et de réassurance sont tenus de lui
fournir pour lui permettre de vérifi er si ces assureurs, entre-
prises et intermédiaires respectent les dispositions légales et
réglementaires qui leur sont applicables. La FSMA détermine
également la fréquence et les modalités de transmission de
ces informations.
§ 2. Sur simple demande de la FSMA, les assureurs,
les entreprises de réassurance ainsi que les intermédiaires
d’assurances et de réassurance sont tenus de lui fournir tous
renseignements et de lui délivrer tous documents nécessaires
à l’exécution de sa mission, et ce dans le délai qu’elle déter-
mine. Les renseignements et documents visés dans cet alinéa
doivent être rédigés au moins dans la langue imposée par la
loi ou le décret.
La FSMA peut procéder à des inspections au siège prin-
cipal belge des assureurs, des entreprises de réassurance
ainsi que des intermédiaires d’assurances et de réassurance
ou auprès de leurs succursales, agences et bureaux en
Belgique et prendre connaissance et copie sur place de toute
information en possession des assureurs, des entreprises de
réassurance ainsi que des intermédiaires d’assurances et
de réassurance, après, dans le cas d’une entreprise d’assu-
rances de l’EEE, en avoir informé les autorités compétentes
de l’État membre d’origine de l’entreprise concernée.
La FSMA peut procéder aux inspections visées à l’alinéa
2 auprès des succursales d’assureurs belges établies à
l’étranger, moyennant, dans le cas d’une succursale d’entre-
prise d’assurances belge établie dans un État membre de
l’EEE, l’information préalable des autorités compétentes de
cet État. Elle peut, de même, demander aux autorités com-
pétentes de l’État membre de la succursale d’une entreprise
d’assurances belge, de procéder pour son compte à ces
inspections.
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance sont
tenus de fournir à la FSMA, sur simple demande, tous ren-
seignements concernant les contrats d’assurance qu’ils
détiennent.
Elke strafvordering uit hoofde van misdrijven als bedoeld
in het eerste lid, wordt ter kennis van de FSMA gebracht
door de zorg van de griffier van het strafgerecht waarbij zij
aanhangig is gemaakt.
TITEL II
Uitoefening van het toezicht
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 288
§ 1. De FSMA bepaalt de gegevens die de verzekeraars,
de herverzekeringsondernemingen en de verzekerings- en
de herverzekeringstussenpersonen dienen te verstrekken
opdat zou kunnen worden nagegaan of de wettelijke en
reglementaire bepalingen waaraan zij zijn onderworpen, zijn
nageleefd. De FSMA bepaalt voor deze gegevens tevens de
rapporteringsfrequentie en -modaliteiten.
§ 2. Op eenvoudig verzoek van de FSMA zijn de verzeke-
raars en de herverzekeringsondernemingen en de verzeke-
rings- en de herverzekeringstussenpersonen ertoe gehouden
alle inlichtingen te verstrekken en alle documenten in te le-
veren die de FSMA nodig heeft ter uitvoering van haar taken
en dit binnen de termijn die de FSMA vaststelt. De in dit lid
bedoelde inlichtingen en documenten dienen minstens in de
taal te worden gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
De FSMA kan in het Belgische hoofdkantoor van de
verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen en de
verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen of in
hun bijkantoren, agentschappen en kantoren in België, in-
specties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie
maken van elk gegeven in het bezit van de verzekeraars, de
herverzekeringsondernemingen en de verzekerings- en de
herverzekeringstussenpersonen na, ingeval het een EER
verzekeringsonderneming betreft, voorafgaande kennisgeving
aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst
van de verzekeringsonderneming.
De FSMA kan bij de bijkantoren van Belgische verzeke-
raars in het buitenland na, ingeval het een bijkantoor van een
Belgische verzekeringsonderneming in een lidstaat van de
EER betreft, voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde
autoriteiten van die lidstaat, de in het tweede lid bedoelde
inspecties verrichten. Evenzo kan zij de bevoegde autori-
teiten van de lidstaat van het bijkantoor van een Belgische
verzekeringsonderneming verzoeken voor haar rekening die
inspecties te verrichten.
De verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen
zijn gehouden tot het verstrekken aan de FSMA, op eenvoudig
verzoek, van alle inlichtingen betreffende de verzekerings-
overeenkomsten die zij in hun bezit hebben.
203
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
La FSMA peut, pour l’exécution du présent article, déléguer
des membres de son personnel ou des experts indépendants
mandatés à cet effet, qui lui font rapport.
§ 3. S’il est fait application à un assureur des dispositions
de l’article 290, la FSMA peut:
a. étendre la demande de renseignements ou de docu-
ments ainsi que la vérifi cation sur place visées au paragraphe
2, alinéas 1er et 2, à toute entreprise établie en Belgique sur
laquelle l’assureur, seul ou conjointement ou de concert
avec d’autres, exerce, de droit ou de fait, le contrôle au sens
du livre II, titre II, de l’arrêté royal du 30 janvier 2001 portant
exécution du code des sociétés;
b. faire de même à l’égard des entreprises ou organismes
établis en Belgique qui ont passé avec l’assureur une conven-
tion de gestion, de réassurance ou une autre convention
susceptibles de transférer la gestion;
c. étendre, dans le cadre de conventions internationales,
le contrôle visé au paragraphe 2 aux succursales et fi liales,
établies à l’étranger, d’assureurs belges. La FSMA peut, pour
l’application du présent point c, conclure des accords avec
les autorités étrangères.
Cette extension, qui doit faire l’objet d’une décision motivée,
ne peut avoir d’autre objectif que la vérifi cation du respect
par l’assureur des engagements qu’il a contractés à l’égard
des preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires
ou de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution des contrats
d’assurance.
CHAPITRE 2
Des mesures de redressement
Article 289
Sans préjudice de l’application de l’article 26, la FSMA
exige le retrait ou la réformation des documents à caractère
contractuel ou publicitaire dont elle constate qu’ils ne sont
pas conformes aux dispositions prévues par ou en vertu de
la loi.
La FSMA informe la Banque des cas où elle a exigé le
retrait ou la réformation des documents à caractère contrac-
tuel, conformément à l’alinéa 1er.
Article 290
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’un assureur belge ou
un assureur étranger, autre qu’une entreprise d’assurances de
l’EEE, ne fonctionne pas en conformité avec les dispositions
de la présente loi et de ses arrêtés et règlements d’exécution,
elle fi xe le délai dans lequel il doit être remédié à la situation
constatée.
De FSMA kan, voor de uitvoering van dit artikel perso-
neelsleden of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskundigen
delegeren, die haar verslag uitbrengen.
§ 3. Indien op de verzekeraar de bepalingen van artikel
290 worden toegepast kan de FSMA:
a. het verzoek om inlichtingen en documenten en de inzage
ter plaatse bedoeld in paragraaf 2, eerste en tweede lid, uit-
breiden tot elke in België gevestigde onderneming waarop de
verzekeraar, alleen of samen met of in overleg met anderen, in
rechte of in feite, controle uitoefent in de zin van Boek 2, Titel
II van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering
van het wetboek van vennootschappen;
b. hetzelfde doen ten aanzien van in België gevestigde
ondernemingen of instellingen waarmee de verzekeraar een
beheersovereenkomst, een herverzekeringsovereenkomst of
een andere overeenkomst heeft gesloten waardoor het beheer
kan worden overgedragen;
c. de in de paragraaf 2 bedoelde controle in het kader van
internationale overeenkomsten eveneens uitbreiden tot in het
buitenland gevestigde bijkantoren en dochterondernemingen
van Belgische verzekeraars. De FSMA kan voor de toepassing
van dit punt c akkoorden sluiten met buitenlandse autoriteiten.
Die uitbreiding die onderwerp moet zijn van een met
redenen omklede beslissing, kan slechts het nazicht tot
doel hebben van de nakoming van de verplichtingen die de
verzekeraar jegens de verzekeringsnemers, verzekerden,
de begunstigden of derden die een belang hebben bij de uit-
voering van verzekeringsovereenkomsten heeft aangegaan.
HOOFDSTUK 2
Herstelmaatregelen
Artikel 289
Onverminderd de toepassing van artikel 26 eist de FSMA
de intrekking of omvorming van de documenten met con-
tractueel of publicitair karakter waarvan zij vaststelt dat zij
met de door of krachtens de wet gestelde bepalingen niet
overeenstemmen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van haar eis tot intrek-
king of omvorming van de documenten met een contractueel
karakter overeenkomstig het eerste lid.
Artikel 290
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een Belgische ver-
zekeraar of een buitenlandse verzekeraar die geen EER
verzekeringsonderneming is, niet werkt overeenkomstig de
bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -re-
glementen, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand
moet worden verholpen.
204
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par ou
en vertu de la loi et sans préjudice de l’application possible
de l’article 36bis de la loi du 2 août 2002, la FSMA peut, s’il
n’a pas été remédié à la situation au terme du délai qu’elle a
imposé conformément au paragraphe 1er, prendre toutes les
mesures appropriées et notamment interdire aux assureurs
de conclure de nouveaux contrats d’assurance, étant entendu
que, dans le cas d’assureurs étrangers, cette interdiction ne
portera que sur les contrats d’assurance relatifs à des risques
ou engagements situés en Belgique.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle a prises
en vertu du présent paragraphe.
§ 3. Si les mesures envisagées par la FSMA sont suscep-
tibles d’entraîner la suspension ou l’interdiction de l’exercice
direct ou indirect de l’activité d’une entreprise d’assurances, la
FSMA informe la Banque préalablement des mesures qu’elle
souhaite prendre.
A compter de la réception de cette information, la Banque
dispose d’un délai de dix jours pour s’opposer aux mesures en-
visagées. A l’expiration de ce délai de dix jours, la Banque est
réputée ne pas s’opposer aux mesures envisagées.
La Banque motive sa décision de s’opposer aux mesures
envisagées et la communique à la FSMA par tous les moyens
utiles. La Banque détermine le délai durant lequel les mesures
envisagées ne peuvent être exécutées, sans que ce délai
puisse excéder 30 jours. Ce délai peut être prolongé moyen-
nant l’assentiment de la FSMA.
A défaut d’accord entre la Banque et la FSMA, la Banque
peut mettre en place la procédure d’arbitrage visée à l’article
36bis, § 4, de la loi du 2 août 2002. Si elle recourt à cette
procédure, la Banque en informe la FSMA avant l’expiration
du délai précité.
Si la Banque ne fait pas usage de la possibilité prévue à
l’alinéa 2 ou à l’alinéa 4, la FSMA peut prendre les mesures
envisagées en application du paragraphe 2.
§ 4. En cas d’infraction grave et systématique aux règles
visées à l’article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, ou § 2, de la loi du 2
août 2002, la Banque peut révoquer l’agrément sur demande
de la FSMA selon la procédure et les modalités fi xées par
l’article 36bis de cette même loi.
Article 291
Lorsque les autorités compétentes d’un autre État membre
dans lequel une entreprise d’assurances belge a établi une
succursale ou exerce des activités en libre prestation de
services, avertissent la FSMA que cette entreprise a enfreint
des dispositions légales, réglementaires ou administratives
applicables dans cet État membre, au respect desquelles ces
autorités sont chargées de veiller et qui en Belgique relèvent
du domaine de compétence de la FSMA, la FSMA prend, dans
§ 2. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door
of krachtens de wet en onverminderd de mogelijke toepassing
van artikel 36bis van de wet van 2 augustus 2002, kan de
FSMA, indien de toestand na de door haar overeenkomstig
paragaaf 1 opgelegde termijn niet is verholpen, alle passende
maatregelen nemen en inzonderheid de verzekeraars verbie-
den nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten, met dien
verstande dat indien het buitenlandse verzekeraars betreft,
het verbod enkel betrekking kan hebben op overeenkomsten
waarvan de risico’s of verbintenissen in België liggen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de op grond van deze
paragraaf getroffen maatregelen.
§ 3 Indien de door de FSMA voorgenomen maatregelen
tot gevolg zouden hebben dat de rechtstreekse of onrecht-
streekse uitoefening van het bedrijf van een verzekeringson-
derneming zou worden geschorst of verboden, stelt de FSMA
de Bank op voorhand in kennis van de maatregelen die zij
wenst te nemen.
Vanaf de ontvangst van deze kennisgeving beschikt de
Bank over een termijn van tien dagen om zich te verzetten
tegen de voorgenomen maatregelen. Na verloop van de ter-
mijn van tien dagen wordt de Bank geacht zich niet tegen de
voorgenomen maatregelen te verzetten.
De Bank motiveert de beslissing waarbij zij zich verzet
tegen de voorgenomen maatregelen en deelt deze mee aan
de FSMA met alle dienstige middelen. De Bank bepaalt de
termijn gedurende dewelke de voorgenomen maatregelen niet
kunnen worden uitgevoerd, zonder dat deze termijn meer dan
30 dagen mag bedragen. Deze termijn kan worden verlengd
mits akkoord van de FSMA.
Bij gebrek aan een akkoord tussen de Bank en de FSMA
kan de Bank de arbitrageprocedure bedoeld in artikel 36bis,
§4 van de wet van 2 augustus 2002 opstarten. Als de pro-
cedure wordt opgestart, stelt de Bank de FSMA hiervan in
kennis voor het verstrijken van de termijn.
Indien de Bank geen gebruik maakt van de mogelijkheid
voorzien in het tweede of vierde lid, kan de FSMA de betrokken
maatregelen treffen in toepassing van paragraaf 2.
§ 4. Bij ernstige en stelselmatige overtreding van de regels
bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, van de wet
van 2 augustus 2002, kan de Bank de toelating intrekken op
verzoek van de FSMA, volgens de procedure en de regels
bepaald bij artikel 36bis van diezelfde wet.
Artikel 291
Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat
waar een Belgische verzekeringsonderneming een bijkan-
toor heeft gevestigd of er werkzaamheden uitoefent in vrije
dienstverrichting, de FSMA ervan in kennis stellen dat die
onderneming de wettelijke, reglementaire of bestuursrechte-
lijke bepalingen die deze lidstaat heeft vastgesteld en waarop
genoemde autoriteiten toezien en die in België tot de bevoegd-
heidssfeer van de FSMA behoren, heeft overtreden, neemt de
205
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
les plus brefs délais, les mesures les plus appropriées telles
que prévues à l’article 290 pour que l’entreprise concernée
mette fi n à cette situation irrégulière. La FSMA en avise les
autorités précitées.
Article 292
En cas d’extrême urgence, la FSMA peut adopter les
mesures visées aux articles 290 et 291 sans qu’un délai de
redressement ne soit préalablement fi xé.
Article 293
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’une entreprise d’assu-
rances de l’EEE ne se conforme pas aux dispositions légis-
latives et réglementaires applicables en Belgique dans son
domaine de compétence, elle met l’entreprise d’assurances
en demeure de remédier, dans le délai qu’elle détermine, à
la situation constatée.
La FSMA informe la Banque de son intention de faire
application de l’alinéa précédent.
Si, au terme du délai susvisé, il n’a pas été remédié à
la situation, la FSMA en informe les autorités compétentes
de l’État membre d’origine de l’entreprise d’assurances de
l’EEE.
En cas de persistance des manquements, la FSMA peut,
après en avoir informé les autorités compétentes de l’État
membre d’origine de l’entreprise d’assurances de l’EEE,
prendre les mesures appropriées pour prévenir de nouvelles
irrégularités. La FSMA peut notamment, si les circonstances
l’exigent, interdire à cette entreprise d’assurances de conti-
nuer à conclure des contrats d’assurance relatifs à des risques
ou engagements situés en Belgique.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle a prises
en application des alinéas précédents.
§ 2. Sans préjudice de l’application du paragraphe 1er, la
FSMA peut, en cas d’urgence, prendre des mesures appro-
priées pour prévenir les infractions aux règles qui sont appli-
cables à l’entreprise d’assurances de l’EEE et qui relèvent
de son domaine de compétence. La FSMA peut notamment
interdire à l’entreprise d’assurances de continuer à conclure
des contrats d’assurance relatifs à des risques ou engage-
ments situés en Belgique.
La FSMA informe immédiatement la Banque et les auto-
rités compétentes de l’État membre d’origine de l’entreprise
d’assurances des mesures qu’elle a prises.
§ 3. La FSMA peut, à la demande des autorités belges
compétentes en la matière, faire application des paragraphes
1er et 2 à l’égard d’une entreprise d’assurances de l’EEE
lorsqu’elle a accompli en Belgique des actes contraires aux
dispositions législatives ou réglementaires d’intérêt général,
telles que visées à l’article 17.
FSMA zo spoedig mogelijk de meest passende maatregelen
zoals bedoeld in artikel 290 opdat de betrokken onderneming
een einde maakt aan die onregelmatigheden. De FSMA brengt
dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten.
Artikel 292
In uiterst spoedeisende gevallen kan de FSMA de in artikel
290 en artikel 291 bedoelde maatregelen treffen zonder vooraf
een hersteltermijn op te leggen.
Artikel 293
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een EER verzekerings-
onderneming zich niet conformeert aan de in België geldende
wettelijke en reglementaire bepalingen die tot haar bevoegd-
heidssfeer behoren, maant zij de verzekeringsonderneming
aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde
toestand te verhelpen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van haar voornemen
toepassing te maken van het vorige lid.
Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, stelt de
FSMA de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst
van de EER verzekeringsonderneming hiervan in kennis.
Wanneer de inbreuken blijven aanhouden, kan de FSMA
passende maatregelen nemen om verdere onregelmatighe-
den te voorkomen nadat de FSMA de bevoegde autoriteiten
van de lidstaat van herkomst van de EER verzekeringson-
derneming daarvan op de hoogte heeft gebracht. Met name
kan de FSMA, voor zover de omstandigheden het vereisen,
de verzekeringsonderneming verbieden om nog verdere
verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband houden
met in België gelegen risico’s of verbintenissen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de maatregelen
getroffen met toepassing van de vorige leden.
§ 2. Onverminderd de toepassing van de paragraaf 1,
kan de FSMA in dringende gevallen passende maatregelen
nemen om inbreuken te voorkomen op de regels die van
toepassing zijn op de EER verzekeringsonderneming en die
tot haar bevoegdheidssfeer behoren. De FSMA kan onder
meer de verzekeringsonderneming verbieden om nog verdere
verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband houden
met in België gelegen risico’s of verbintenissen.
De FSMA brengt de Bank en de bevoegde autoriteiten van
de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming
onmiddellijk op de hoogte van de genomen maatregelen.
§ 3. De FSMA kan, op verzoek van de ter zake bevoegde
Belgische autoriteiten, de paragrafen 1 en 2 toepassen op
een EER verzekeringsonderneming wanneer zij in België
handelingen heeft gesteld die strijdig zijn met wettelijke of
reglementaire bepalingen van algemeen belang, zoals be-
doeld in artikel 17.
206
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 294
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance ne fonctionne pas en conformité
avec les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés et
règlements d’exécution, autres que les articles 277, 279 et
281, elle identifi e ces manquements et fi xe le délai dans lequel
il doit être remédié à la situation constatée.
Elle peut interdire pour la durée de ce délai l’exercice de
tout ou partie de l’activité de l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance et suspendre l’inscription au registre.
Si, au terme du délai qu’elle a imposé conformément à
l’alinéa 1er, la FSMA constate qu’il n’a pas été remédié aux
manquements, elle radie l’inscription de l’intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance concerné.
La radiation entraîne l’interdiction d’exercer l’activité régle-
mentée et de porter le titre.
§ 2. Par dérogation aux dispositions du paragraphe 1er,
lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire d’assurances
ou de réassurance ne respecte pas les dispositions de l’article
272, § 1er, 3°, 6° et 8°, elle met celui-ci en demeure de remédier
au manquement dans un délai d’un mois à compter de la mise
en demeure.
Si, dans les cas visés à l’alinéa 1er, au terme du délai d’un
mois, il n’a pas été remédié au manquement, ainsi qu’en cas
de déclaration de faillite de l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance, l’inscription de ce dernier au registre expire
d’office. La FSMA en avise l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance concerné.
§ 3. Lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance ne fonctionne pas en conformité
avec les dispositions des articles 277, 279 et 281 et/ou avec
les arrêtés et règlements pris pour leur exécution, elle iden-
tifi e ces manquements et fi xe le délai dans lequel il doit être
remédié à la situation constatée.
Elle peut interdire pour la durée de ce délai l’exercice de
tout ou partie de l’activité de l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance et suspendre l’inscription au registre.
Sans préjudice des autres mesures prévues par ou en vertu
de la loi, la FSMA peut, s’il n’a pas été remédié à la situation
au terme du délai qu’elle a imposé conformément à l’alinéa
1er, prendre à l’égard de l’intermédiaire d’assurances ou de
réassurance les mesures visées à l’article 36bis, § 2, de la
loi du 2 août 2002.
Si, au terme du délai qu’elle a imposé conformément à
l’alinéa 1er, la FSMA constate qu’il n’a pas été remédié aux
manquements, elle peut radier l’inscription de l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance concerné.
Artikel 294
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon niet werkt overeenkomstig
de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en
-reglementen, andere dan artikel 277, artikel 279 en artikel
281, identifi ceert zij deze tekortkomingen en stelt de termijn
vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
Zij kan voor deze termijn het uitoefenen van een deel of
het geheel van de activiteit van de verzekerings- of herver-
zekeringstussenpersoon verbieden en de inschrijving in het
register schorsen.
Indien de FSMA na afl oop van de door haar overeenkom-
stig lid 1 opgelegde termijn vaststelt dat de tekortkomingen
niet zijn verholpen, schrapt zij de inschrijving van de betrokken
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon.
De schrapping houdt het verbod in de gereglementeerde
werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voeren.
§ 2. In afwijking van het bepaalde in paragraaf 1, wanneer
de FSMA vaststelt dat een verzekerings- of herverzekerings-
tussenpersoon het bepaalde in artikel 272, § 1, 3°, 6° en 8°,
niet nakomt, maant zij deze aan de tekortkoming te verhelpen
binnen een maand na datum van aanmaning.
Wanneer, in de in het eerste lid bedoelde gevallen, na de
termijn van een maand de tekortkoming niet is verholpen,
alsook in geval van faillietverklaring van een verzekerings-
of herverzekeringstussenpersoon, vervalt ambtshalve de
inschrijving van de verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon in het register. De FSMA brengt de betrokken
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon hiervan op
de hoogte.
§ 3. Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon niet werkt overeenkomstig
artikel 277, artikel 279 en artikel 281 en/of de besluiten en
reglementen genomen ter uitvoering van deze bepalingen,
identifi ceert zij deze tekortkomingen en stelt de termijn vast
waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
Zij kan voor deze termijn het uitoefenen van een deel of
het geheel van de activiteit van de verzekerings- of herver-
zekeringstussenpersoon verbieden en de inschrijving in het
register schorsen.
Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of
krachtens de wet, kan de FSMA, indien de toestand na de door
haar overeenkomstig lid 1 opgelegde termijn niet is verholpen,
ten aanzien van de verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon de maatregelen uit artikel 36bis, paragraaf 2 van de
wet van 2 augustus 2002 treffen.
Indien de FSMA na afl oop van de door haar overeenkom-
stig lid 1 opgelegde termijn vaststelt dat de tekortkomingen
niet zijn verholpen, kan zij de inschrijving van de betrokken
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon schrappen.
207
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
La radiation entraîne l’interdiction d’exercer l’activité régle-
mentée et de porter le titre.
Article 295
§ 1er. Les décisions de la FSMA visées aux articles 290 à
294 sortissent leurs effets à l’égard de l’assureur, de l’entre-
prise de réassurance ou de l’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance à dater de leur notifi cation à celui-ci ou
celle-ci par lettre recommandée à la poste ou avec accusé
de réception. S’agissant des mesures prises à l’égard des
assureurs ou des entreprises de réassurance, elles sortissent
leurs effets à l’égard des tiers à dater de leur publication au
Moniteur belge.
§ 2. Le comité de direction de la FSMA peut confi er à un
membre du personnel de la FSMA désigné par lui la notifi -
cation de décisions d’inscription ou de refus d’inscription au
registre des intermédiaires d’assurances et de réassurance,
ainsi que de décisions de modifi cation, de mise en demeure,
de suspension et de radiation de l’inscription.
§ 3. La FSMA peut faire procéder, aux frais de l’assureur
ou de l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance, à la
publication des mesures qu’elle a prises à l’égard de celui-ci,
dans les journaux et publications de son choix ou dans les
lieux et pendant la durée qu’elle détermine. Elle peut égale-
ment publier ces mesures sur son site web.
Article 296
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par ou
en vertu de la loi, si l’assureur ou l’entreprise de réassurance
auquel/à laquelle elle a enjoint de se mettre en règle avec les
dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés et règlements
d’exécution, reste en défaut à l’expiration du délai qu’elle lui
a imposé, la FSMA peut, l’assureur ou l’entreprise de réas-
surance ayant pu faire valoir ses moyens:
1° infl iger à ce dernier/cette dernière une astreinte qui
ne peut être, par jour calendrier de retard, supérieure à
50 000 euros, ni au total, pour la méconnaissance d’une même
injonction, supérieure à 2 500 000 euros;
2° rendre public son point de vue concernant l’infraction
ou le manquement en cause.
§ 2. Les astreintes imposées en application du présent
article sont recouvrées au profi t du Trésor par l’administration
du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines.
§ 3. Dans les cas urgents, la FSMA peut rendre public
son point de vue concernant l’infraction ou le manquement
en cause sans injonction préalable de mise en règle, l’assu-
reur ou l’entreprise de réassurance ayant pu faire valoir ses
moyens.
De schrapping houdt het verbod in de gereglementeerde
werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voeren.
Artikel 295
§ 1. De in artikel 290 tot en met artikel 294 bedoelde
beslissingen van de FSMA hebben voor de verzekeraar, de
herverzekeringsonderneming, dan wel de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon uitwerking vanaf de datum van
hun kennisgeving met een aangetekende brief of een brief met
ontvangstbewijs. Voor derden hebben zij, wat de maatregelen
jegens de verzekeraars of de herverzekeringsondernemingen
betreft, uitwerking vanaf de datum van hun bekendmaking in
het Belgisch Staatsblad.
§ 2. Het directiecomité van de FSMA kan de notifi catie van
beslissingen tot inschrijving of tot weigering van inschrijving in
het register van de verzekerings- en herverzekeringstussen-
personen, alsmede van beslissingen tot wijziging, aanmaning,
schorsing en schrapping van inschrijving, opdragen aan een
door hem aangeduid lid van het personeel van de FSMA.
§ 3. De FSMA kan op kosten van de verzekeraar of de
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon tot publicatie
van de genomen maatregelen overgaan in de kranten en tijd-
schriften van haar keuze of op plaatsen en voor de duur die zij
bepaalt. De FSMA kan de genomen maatregelen eveneens
op haar website publiceren.
Artikel 296
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door
of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de verzekeraar
of een herverzekeringsonderneming tot wie zij een bevel
heeft gericht om zich in regel te stellen met deze wet, haar
uitvoeringsbesluiten of -reglementen, in gebreke blijft bij het
verstrijken van de door de FSMA opgelegde termijn, en op
voorwaarde dat die verzekeraar of de herverzekeringsonder-
neming zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag vertraging
niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in totaal meer
dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel;
2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk
of tekortkoming bekendmaken.
§ 2. De dwangsommen die met toepassing van dit artikel
worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist
geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie
en de Domeinen.
§ 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar stand-
punt met betrekking tot de betrokken inbreuk of tekortkoming
bekendmaken zonder voorafgaand bevel om zich in regel te
stellen, mits de verzekeraar of de herverzekeringsonderne-
ming zijn middelen heeft kunnen laten gelden.
208
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 297
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par ou
en vertu de la loi, si l’intermédiaire d’assurances ou de réas-
surance auquel elle a enjoint de se mettre en règle avec les
dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés et règlements
d’exécution, reste en défaut à l’expiration du délai qu’elle lui
a imposé, la FSMA peut, l’intermédiaire ayant pu faire valoir
ses moyens:
1° infl iger à ce dernier une astreinte qui ne peut être, par
jour calendrier de retard, supérieure à 5 000 euros, ni au total,
pour la méconnaissance d’une même injonction, supérieure
à 75 000 euros;
2° rendre public son point de vue concernant l’infraction
ou le manquement en cause.
§ 2. Les astreintes imposées en application du présent
article sont recouvrées au profi t du Trésor par l’administration
du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines.
§ 3. Dans les cas urgents, la FSMA peut rendre public son
point de vue concernant l’infraction ou le manquement en
cause sans injonction préalable de mise en règle, l’intermé-
diaire d’assurances ou de réassurance ayant pu faire valoir
ses moyens.
CHAPITRE 3
De la responsabilité
Article 298
Les administrateurs, gérants ou mandataires généraux
d’entreprises d’assurances sont responsables envers les
preneurs d’assurance, les assurés, les bénéfi ciaires ou tous
tiers ayant un intérêt à l’exécution de contrats d’assurance,
de tous dommages résultant de la violation des obligations
imposées aux entreprises d’assurances par la présente loi et
par ses arrêtés et règlements d’exécution.
Ils ne sont déchargés de cette responsabilité quant aux
infractions auxquelles ils n’ont pas pris part que si aucune
faute ne leur est imputable et si l’on ne peut leur reprocher de
n’avoir pas mis en œuvre tous les moyens à leur disposition
pour empêcher ou limiter le dommage.
Lorsque plusieurs personnes sont, conformément aux
alinéas précédents, responsables d’un même dommage, la
solidarité peut être invoquée.
Artikel 297
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door
of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon tot wie zij een bevel heeft ge-
richt om zich in regel te stellen met deze wet, haar uitvoerings-
besluiten of -reglementen, in gebreke blijft bij het verstrijken
van de door de FSMA opgelegde termijn, en op voorwaarde
dat die persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag vertraging
niet meer mag bedragen dan 5 000 euro, noch in totaal meer
dan 75 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel;
2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk
of tekortkoming bekendmaken.
§ 2. De dwangsommen die met toepassing van dit artikel
worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist
geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie
en de Domeinen.
§ 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar stand-
punt met betrekking tot de betrokken inbreuk of tekortkoming
bekendmaken zonder voorafgaand bevel om zich in regel te
stellen, mits de verzekerings- of herverzekeringstussenper-
soon zijn middelen heeft kunnen laten gelden.
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheid
Artikel 298
De bestuurders, zaakvoerders of algemene lasthebbers
van verzekeringsondernemingen zijn aansprakelijk tegenover
de verzekeringnemers, verzekerden, de begunstigden of
alle derden die belang hebben bij de uitvoering van verzeke-
ringsovereenkomsten voor elke schade die zou voortvloeien
uit de niet-nakoming van de verplichtingen die deze wet of
haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen oplegt aan de
verzekeringsondernemingen.
Wat de inbreuken betreft waaraan zij niet hebben deelgeno-
men, worden zij slechts van hun aansprakelijkheid ontslagen
indien hun geen enkele fout kan worden aangerekend en men
hun niet kan verwijten dat zij nagelaten hebben alle hun ter
beschikking staande middelen aan te wenden om de schade
te voorkomen of te beperken.
Wanneer verscheidene personen overeenkomstig de
voorgaande leden aansprakelijk zijn voor eenzelfde schade,
kan de hoofdelijkheid worden ingeroepen.
209
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 4
Des compétences particulières dans le cas
de procédures de liquidation et de mesures
d’assainissement
Article 299
§ 1er. La FSMA peut demander aux autorités belges
compétentes et aux autorités compétentes de l’État membre
d’origine d’une entreprise d’assurances des informations sur
le déroulement d’une mesure d’assainissement ou d’une
procédure de liquidation.
§ 2. Pour l’application du présent chapitre, les notions de
mesure d’assainissement et de procédure de liquidation sont
à comprendre au sens qui leur est donné dans la loi du 9 juillet
1975.
Article 300
Lorsque les autorités compétentes d’une entreprise d’assu-
rances ont pris la décision d’ouvrir une procédure de liqui-
dation ou d’adopter une mesure d’assainissement, la FSMA
peut, après concertation avec les autorités compétentes de
l’entreprise d’assurances, faire publier un avis au Moniteur
belge et dans deux quotidiens ou périodiques à diffusion
régionale.
Cet avis contient au moins un extrait de cette décision et
mentionne les autorités compétentes, le droit applicable et,
le cas échéant, le liquidateur désigné ou le commissaire à
l’assainissement, et est publié au moins dans une des langues
officielles de la Belgique.
TITRE III
Les sanctions administratives
Article 301
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par ou
en vertu de la loi, la FSMA peut, lorsqu’elle constate une
infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrê-
tés et règlements d’exécution dans le chef d’un assureur ou
d’une entreprise de réassurance, infl iger au contrevenant une
amende administrative, qui ne peut excéder, pour le même fait
ou pour le même ensemble de faits, 2.500.000 euros.
§ 2. Les amendes imposées en application du présent
article sont recouvrées au profi t du Trésor par l’administration
du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines.
Article 302
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par ou
en vertu de la loi, la FSMA peut, lorsqu’elle constate une
infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés
et règlements d’exécution dans le chef d’un intermédiaire
HOOFDSTUK 4
Bijzondere bevoegdheden bij liquidatieprocedures en
saneringsmaatregelen
Artikel 299
§ 1. De FSMA kan de bevoegde Belgische autoriteiten en
de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van
een verzekeringsonderneming om informatie over het verloop
van een saneringsmaatregel of van een liquidatieprocedure
verzoeken.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk hebben de
begrippen saneringsmaatregel en liquididatieprocedure de
betekenis die hieraan wordt gegeven in de wet van 9 juli 1975.
Artikel 300
Wanneer de bevoegde autoriteiten van een verzekerings-
onderneming een beslissing tot opening van een liquidatiepro-
cedure of tot vaststelling van een saneringsmaatregel hebben
genomen, kan de FSMA, na overleg met de bevoegde auto-
riteiten van de verzekeringsonderneming , een bericht laten
publiceren in het Belgisch Staatsblad en in twee dagbladen
of periodieke uitgaven met regionale spreiding.
Dat bericht bevat minstens een uittreksel uit die beslis-
sing en vermeldt de bevoegde autoriteiten, het toepasselijke
recht en, in voorkomend geval, de aangewezen liquidateur of
saneringscommissaris en wordt bekendgemaakt in minstens
één van de Belgische officiële talen.
TITEL III
Administratieve sancties
Artikel 301
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of
krachtens de wet, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vast-
stelt door een verzekeraar of herverzekeringsonderneming op
de bepalingen van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten
of -reglementen, aan de overtreder een administratieve boete
opleggen die niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro
voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 2. De boetes die met toepassing van dit artikel worden
opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door
de administratie van het Kadaster, de Registratie en de
Domeinen.
Artikel 302
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of
krachtens de wet, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt
door een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon op
de bepalingen van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten
210
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
d’assurances ou de réassurance, infl iger au contrevenant une
amende administrative, qui ne peut excéder, pour le même fait
ou pour le même ensemble de faits, 75 000 euros.
§ 2. Les amendes imposées en application du présent
article sont recouvrées au profi t du Trésor par l’administration
du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines.
TITRE IV
La Commission des Assurances
Article 303
§ 1er. Il est institué sous le nom de “Commission des
Assurances” un comité consultatif qui a pour mission de
délibérer sur toutes questions qui lui sont soumises par le
ministre ou par la FSMA.
La Commission peut émettre ses avis d’initiative sur toutes
questions concernant les opérations d’assurance qui relèvent
des compétences de la FSMA.
§ 2. La Commission se compose de vingt-six membres
effectifs, nommés par le Roi.
Onze membres sont choisis parmi les représentants
d’entreprises d’assurances habilitées, en vertu de la loi, à
exercer des activités d’assurance en Belgique, dont huit sont
présentés sur une liste double par les organisations profes-
sionnelles les plus représentatives.
Six membres sont choisis parmi les personnes susceptibles
de représenter les intérêts des consommateurs; deux d’entre
elles sont présentées sur une liste double par le Conseil de la
Consommation. L’un de ces six membres représente les inté-
rêts des entreprises industrielles et commerciales.
Trois membres sont choisis parmi les représentants des
intermédiaires d’assurances opérant en Belgique, présentés
sur une liste double par les organisations professionnelles
les plus représentatives.
Les six autres membres, dont un sera nommé sur propo-
sition du ministre des Finances, doivent présenter dans le
domaine des activités contrôlées par la FSMA des qualifi ca-
tions et une expérience professionnelle.
Les ministres ayant dans leur compétence les problèmes
concernant la prévention, la responsabilité ou la réparation
des dommages causés accidentellement aux personnes ou
aux biens peuvent, de même que l’OCM, la FSMA et le Fonds
des accidents du travail, déléguer un observateur auprès de
la Commission.
Le Roi désigne également pour chaque membre un sup-
pléant. Les suppléants sont choisis de la même manière que
les membres effectifs.
of -reglementen, aan de overtreder een administratieve boete
opleggen die niet meer mag bedragen dan 75 000 euro voor
hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 2. De boetes opgelegd met toepassing van dit artikel
worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de admi-
nistratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
TITEL IV
Commissie voor verzekeringen
Artikel 303
§ 1. Onder de naam “Commissie voor Verzekeringen”,
wordt een adviescommissie ingesteld, met opdracht overleg
te plegen omtrent alle vragen die haar door de minister of
door de FSMA worden voorgelegd.
De Commissie kan uit eigen beweging adviezen geven over
alle problemen betreffende de verzekeringsverrichtingen die
binnen de bevoegdheden van de FSMA vallen.
§ 2. De Commissie bestaat uit zesentwintig vaste leden,
te benoemen door de Koning.
Elf leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers van
de verzekeringsondernemingen die krachtens de wet gemach-
tigd zijn om in België verzekeringsactiviteiten te verrichten,
waarvan acht op een dubbele lijst worden voorgedragen door
de meest representatieve beroepsorganisaties.
Zes leden worden gekozen uit de personen die in aan-
merking komen om de belangen der verbruikers te ver-
tegenwoordigen; twee ervan worden op een dubbele lijst
voorgedragen door de Raad voor het Verbruik. Een van deze
zes leden vertegenwoordigt de belangen van de industriële
en handelsondernemingen.
Drie leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers
van in België bedrijvige verzekeringsbemiddelaars, op een
dubbele lijst voorgedragen door de meest representatieve
beroepsorganisaties.
De overige zes leden, waarvan een lid op voordracht van
de minister van Financiën zal benoemd worden, moeten
bevoegd zijn en blijk geven van beroepservaring op het stuk
van de door de FSMA gecontroleerde activiteiten.
De ministers, die bevoegd zijn voor de problemen betref-
fende het voorkomen, de aansprakelijkheid of de vergoeding
van aan personen of goederen bij ongeval veroorzaakte
schade, evenals de CDZ, de FSMA en het Fonds voor ar-
beidsongevallen kunnen een waarnemer bij de Commissie
afvaardigen.
De Koning benoemt eveneens een plaatsvervanger voor
elk lid. De plaatsvervangers worden op dezelfde wijze gekozen
als de vaste leden.
211
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. La Commission peut constituer en son sein des
sections spécialisées par branche ou groupe de branches
d’assurance; des sections propres aux opérations de prêts
hypothécaires ou de capitalisation peuvent également être
constituées.
Ces sections sont chargées de la préparation des tra-
vaux de la Commission. Les sections sont constituées en
tenant compte des particularités techniques des opérations
considérées et en respectant l’équilibre entre les intérêts des
prestataires de services et des consommateurs. Chaque sec-
tion comporte au moins quatre membres de la Commission.
Tant la Commission que les sections peuvent faire appel aux
experts non membres de la Commission dont elles croient
utile de recueillir l’avis.
§ 4. La durée du mandat des membres de la Commission
est de six ans; il est renouvelable.
Exceptionnellement, lors de la première nomination,
le mandat de sept membres, désignés par tirage au sort,
sera limité à deux ans. Le mandat de huit autres membres,
également désignés par tirage au sort, sera limité à quatre
ans.
Le Roi désigne le Président de la Commission parmi les
membres qui la composent et détermine les indemnités dont
bénéfi cient les membres de la Commission et les experts
éventuellement requis.
§ 5. La FSMA assume le secrétariat de la Commission
et des sections. Les membres du comité de direction de
la FSMA, qui peuvent se faire assister par tout membre du
personnel de la FSMA, peuvent assister à toutes les séances
de la Commission ou des sections.
La Commission établit son règlement d’ordre intérieur et
le soumet à l’approbation du ministre.
TITRE V
Le système extrajudiciaire de traitement des plaintes
Article 304
§ 1er. Il est instauré un système extrajudiciaire de traitement
des plaintes chargé de contribuer à résoudre les différends
entre, d’une part, les entreprises d’assurances et les intermé-
diaires d’assurances et, d’autre part, leurs clients, en rendant
un avis ou en intervenant en qualité de médiateur.
Ce service ombudsman des assurances doit prendre la
forme d’une personne morale.
§ 2. Le service ombudsman a les missions sui-
vantes:
1° examiner toutes les plaintes des preneurs d’assurance,
des assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant un intérêt à
l’exécution du contrat d’assurance, portant sur
§ 3. De Commissie kan in haar schoot per tak of groep
van verzekeringstakken gespecialiseerde deels oprichten;
deels eigen aan de verrichtingen van hypothecaire leningen
of kapitalisatie kunnen eveneens opgericht worden.
Die deels bereiden de werkzaamheden van de Commissie
voor. Bij het oprichten van de deels wordt rekening gehouden
met de technische eigenheden der betrokken verrichtingen
en wordt gelet op het bewaren van het evenwicht tussen de
belangen der dienstverleners en der verbruikers. Elke deel
bestaat uit ten minste vier leden van de Commissie. Zowel
de Commissie als de deels kunnen een beroep doen op des-
kundigen die geen lid van de Commissie zijn en wier advies
zij nuttig oordelen.
§ 4. De leden van de Commissie worden voor zes jaar
benoemd; zij zijn herbenoembaar.
Uitzonderlijk wordt, bij de eerste benoeming, het mandaat
van zeven door loting aangewezen leden tot twee jaar beperkt.
Het mandaat van acht andere, eveneens door loting aange-
wezen leden wordt tot vier jaar beperkt.
De Koning wijst uit de leden de Voorzitter van de
Commissie aan en bepaalt de vergoedingen die de leden en
de deskundigen, waarop eventueel een beroep wordt gedaan,
zullen genieten.
§ 5. De FSMA neemt het secretariaat van de Commissie en
van de deels op zich. De leden van het directiecomité van de
FSMA die zich kunnen laten bijstaan door elk personeelslid
van de FSMA, mogen alle Commissie- of deelvergaderingen
bijwonen.
De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en
legt het aan de minister ter goedkeuring voor.
TITEL V
Buitengerechtelijke klachtenregeling
Artikel 304
§ 1. Er wordt een buitengerechtelijke klachtenregeling in-
zake verzekeringen ingesteld met als doel geschillen tussen
verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen
aan de ene kant, en hun cliënten, aan de andere kant, te
helpen oplossen door hierover advies te verstrekken of op te
treden als bemiddelaar.
Deze ombudsdienst inzake verzekeringen dient onder de
vorm van een rechtspersoon te worden opgericht.
§ 2. De ombudsdienst heeft de volgende opdrachten:
1° onderzoeken van alle klachten van de verzekering-
nemers, verzekerden, begunstigden en derden die belang
hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst,
die verband houden met:
212
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— les activités des entreprises d’assurances relevant du
champ d’application de la présente loi ou de la loi du 9 juillet
1975, y compris les entreprises d’assurances de l’EEE qui ont
un établissement en Belgique et/ou y exercent des activités
d’assurance, pour les contrats régis par le droit belge , et/ou
portant sur
— les activités des intermédiaires d’assurances relevant
du champ d’application de la présente loi, y compris les inter-
médiaires d’assurances qui ont comme État membre d’origine
un autre État membre de l’EEE et qui opèrent en Belgique,
pour les actes régis par des dispositions d’intérêt général qui
leur sont applicables,
et proposer une solution;
2° faire de la médiation pour faciliter la résolution à l’amiable
des litiges qui font l’objet d’une plainte telle que visée au 1°,
étant entendu qu’il n’est pas porté préjudice aux compétences
que les articles 58, 8° et 9°, 64bis et 64ter de la loi du 10 avril
1971 sur les accidents du travail attribuent au Fonds des acci-
dents du travail en ce qui concerne la médiation, le contrôle de
l’indemnisation et l’assistance sociale aux victimes;
3° se prononcer sur les questions relatives à l’application du
volet “consommateurs” des codes de conduite des entreprises
d’assurances et des intermédiaires d’assurances;
4° formuler des avis et des recommandations dans le
cadre de ses missions, également à l’intention des entre-
prises d’assurances et des intermédiaires d’assurances
individuels.
§ 3. Au sein du service ombudsman des assurances,
un conseil de surveillance est institué. Il se compose d’un
représentant des entreprises d’assurances, d’un représen-
tant des intermédiaires d’assurances, de deux représentants
des consommateurs, d’un représentant de la FSMA, d’un
représentant du ministre et du SPF Economie, PME, Classes
moyennes et Energie et d’un expert en assurances indépen-
dant.
Les missions du conseil de surveillance sont les sui-
vantes:
1° formuler des avis à l’intention du conseil d’administration
du service ombudsman sur l’organisation et le fonctionnement
du service ombudsman;
2° exercer une surveillance générale de l’indépendance
et l’impartialité du service ombudsman;
3° faire annuellement rapport au Roi du fonctionnement
du service ombudsman;
4° assurer le secrétariat du Bureau du suivi de la tarifi cation,
visé à l’article 220.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, expliciter les dispositions
des paragraphes précédents et déterminer en particulier les
éléments suivants:
— de activiteiten van de verzekeringsondernemingen die
vallen onder het toepassingsgebied van deze wet of van de
wet van 9 juli 1975, met inbegrip van de EER verzekerings-
ondernemingen die in België een vestiging hebben en/of er
verzekeringsactiviteiten verrichten, wat betreft de overeen-
komsten waarop het Belgisch recht toepasselijk is, en/of met
— de activiteiten van de verzekeringstussenpersonen die
vallen onder het toepassingsgebied van deze wet of, met
inbegrip van de verzekeringstussenpersonen met een andere
lidstaat van de EER als lidstaat van herkomst die in België
werkzaam zijn, wat betreft de handelingen waarop bepalingen
van algemeen belang van toepassing zijn,
en een oplossing voorstellen;
2° bemiddelen om een minnelijke schikking te vergemak-
kelijken in geschillen die het voorwerp uitmaken van een klacht
zoals bedoeld in 1°, met dien verstande dat geen afbreuk wordt
gedaan aan de bevoegdheden die de artikelen 58, 8° en 9°,
64bis en 64ter van de wet van 10 april 1971 op de arbeidson-
gevallen toekennen aan het Fonds voor Arbeidsongevallen
betreffende de bemiddeling, de controle van de vergoeding
en de sociale bijstand aan slachtoffers;
3° oordelen over vragen met betrekking tot de toepassing
van het luik “consumenten” van de gedragscodes van ver-
zekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen;
4° adviezen en aanbevelingen uitbrengen binnen het kader
van zijn opdrachten, ook aan individuele verzekeringsonder-
nemingen en verzekeringstussenpersonen.
§ 3. Binnen de ombudsdienst verzekeringen wordt een
raad van toezicht ingesteld. De raad van toezicht bestaat uit
één vertegenwoordiger van de verzekeringsondernemingen,
één vertegenwoordiger van de verzekeringstussenpersonen,
twee vertegenwoordigers van de consumenten, één verte-
genwoordiger van de FSMA, één vertegenwoordiger van de
minister en de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
en één onafhankelijke deskundige in het verzekeringswezen.
De opdrachten van de raad van toezicht zijn:
1° Het formuleren van adviezen aan de raad van bestuur
van de ombudsdienst aangaande de organisatie en de wer-
king van de ombudsdienst;
2° Het uitoefenen van een algemeen toezicht op de onaf-
hankelijkheid en onpartijdigheid van de ombudsdienst;
3° Het jaarlijks rapporteren aan de Koning over de werking
van de ombudsdienst;
4° Het secretariaat waarnemen van het Opvolgingsbureau
voor de tarifering bedoeld in artikel 220.
§ 4. De Koning kan, bij besluit genomen in de Ministerraad,
op advies van de FSMA, de vorige paragrafen verder uitwer-
ken en inzonderheid het volgende bepalen:
213
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— le type de plaintes et de différends qui peuvent être
soumis au service ombudsman;
— la composition des organes et le fonctionnement du
service ombudsman;
— les modalités d’adhésion au service ombudsman; le Roi
peut également charger la FSMA de récolter les demandes
et retraits d’adhésion et d’en informer le service ombuds-
man;
— les modalités de fi nancement du service ombudsman;
le fi nancement se fait par toutes les entreprises d’assurances
habilitées, en vertu de la loi, à exercer des activités d’assu-
rance en Belgique, et par les intermédiaires d’assurances
habilités à exercer une activité d’intermédiation en assurances
en Belgique, que ce soit ou non par le biais de l’association
professionnelle à laquelle ils ont adhéré; le Roi peut également
régler les modalités du paiement des cotisations et charger
la FSMA du recouvrement de ces cotisations;
— la procédure à suivre et le délai dans lequel l’avis doit
être rendu ou la médiation avoir lieu;
— la forme sous laquelle l’avis ou l’intervention du médiateur
doit, le cas échéant, être rendu(e) public (publique);
— les modalités et le contenu du rapport annuel.
Article 305
LA FSMA peut demander au service ombudsman des
assurances les informations nécessaires pour accomplir ses
missions légales.
La FSMA détermine le contenu des informations souhai-
tées ainsi que le mode et la forme selon lesquels ces infor-
mations doivent être fournies.
Le SPF Economie, PME, Classes moyennes et Energie
peut, en vertu du rapport annuel du service ombudsman,
obtenir des informations complémentaires auprès du service
ombudsman des assurances, à chaque fois que le Service
public fédéral l’estime nécessaire pour mettre au point des
initiatives législatives ou réglementaires.
PARTIE 8
DISPOSITIONS PÉNALES
Article 306
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq ans
et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une de ces
peines seulement, les intermédiaires d’assurances qui sont
intervenus dans la souscription d’un contrat d’assurance en
contravention avec l’article 10.
— welke soort klachten en geschillen kunnen worden
voorgelegd aan de ombudsdienst;
— de samenstelling van de organen en de werking van
de ombudsdienst;
— de toetredingsmodaliteiten tot de ombudsdienst; De
Koning kan de FSMA ook gelasten om de aanvragen om
toetreding en uittreding te verzamelen en de ombudsdienst
daarvan in kennis te stellen;
— de modaliteiten van fi nanciering van de ombudsdienst;
de fi nanciering gebeurt door alle verzekeringsondernemingen
die krachtens de wet gemachtigd zijn om in België verzeke-
ringsactiviteiten uit te oefenen, en door de verzekeringstus-
senpersonen die gemachtigd zijn om in België de activiteit
van verzekeringsbemiddeling uit te oefenen, al dan niet via de
beroepsvereniging tot dewelke zij zijn toegetreden; De Koning
kan ook de modaliteiten voor de betaling van de bijdragen
regelen en de FSMA met de inning van die bijdragen belasten;
— de te volgen procedure en de termijnen waarbinnen
advies dient te worden uitgebracht of als bemiddelaar moet
worden opgetreden;
— in welke vorm de adviezen of het optreden desgevallend
moet worden bekendgemaakt;
— de modaliteiten en de inhoud van het jaarlijks verslag.
Artikel 305
De FSMA kan bij de ombudsdienst verzekeringen de
informatie opvragen die nodig is voor het vervullen van haar
wettelijke opdrachten.
De FSMA bepaalt de inhoud van de gewenste informa-
tie, alsook de wijze en de vorm waarin deze moet worden
verstrekt.
De FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie mag
bij de ombudsdienst verzekeringen bijkomende informatie
inwinnen, telkenmale de Federale Overheidsdienst dit nodig
acht op grond van het jaarverslag van de ombudsdienst, met
het oog op het ontwikkelen van wetgevende of reglementaire
initiatieven.
DEEL 8
STRAFBEPALINGEN
Artikel 306
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met
geldboete van 1 000 tot 10 000 euro, of met een van die straf-
fen alleen worden gestraft de verzekeringstussenpersonen die
bij het sluiten van een verzekeringsovereenkomst bemiddelen
met overtreding van artikel 10.
214
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 307
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq ans et
d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une de ces peines
seulement, les administrateurs, les personnes chargées de la
direction effective, les gérants ou les mandataires d’un assu-
reur qui sciemment et volontairement ont fait des déclarations
inexactes à la FSMA, aux membres de son personnel ou aux
personnes mandatées par elle, ou qui ont refusé de fournir
les renseignements demandés en exécution de la présente
loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution.
Les mêmes peines sont applicables aux administrateurs,
personnes chargées de la direction effective, commissaires,
gérants ou mandataires d’un assureur qui ne se sont pas
conformés aux obligations qui leur sont imposées par la
présente loi ou par ses arrêtés et règlements d’exécu-
tion.
Article 308
Sont assimilées aux loteries et passibles des peines visées
par les articles 302 et 303 du Code pénal, toutes opérations
d’épargne, de capitalisation ou d’assurance comportant
l’accumulation de sommes à répartir entre les intéressés,
soit par voie de tirage au sort, soit par l’effet d’une stipulation
de survie exclusive de tout engagement mathématiquement
déterminé en fonction des contributions ou participations
individuelles.
Article 309
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq ans
et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une de ces
peines seulement:
1° ceux qui, en qualité d’assureur ou de mandataire d’un
assureur, tentent de conclure ou concluent des contrats nuls
en vertu des articles 101 ou 163;
2° ceux qui, en qualité d’intermédiaire d’assurances, inter-
viennent dans la conclusion de tels contrats;
3° ceux qui, en qualité d’assureur ou de mandataire d’un
assureur, ne respectent pas les dispositions prévues aux
articles 217 à 221.
Article 310
§ 1er. Sans préjudice de l’application de peines plus sévères
prévues par le Code pénal, sera puni d’un emprisonnement
de huit jours à trois mois et d’une amende de 200 à 2 000
euros ou d’une de ces peines seulement, celui qui dans une
intention frauduleuse:
— exerce l’activité d’intermédiaire d’assurances ou de
réassurance sans être inscrit conformément aux dispositions
de l’article 267;
Artikel 307
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met
geldboete van 1 000 tot 10 000 euro, of met een van die straf-
fen alleen worden gestraft de bestuurders, de personen belast
met de effectieve leiding, de zaakvoerders of de lasthebbers
van de verzekeraars die wetens en willens onjuiste verkla-
ringen afl eggen aan de FSMA, aan haar personeelsleden of
aan de door haar gevolmachtigde personen, of die weigeren
de ter uitvoering van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en
-reglementen gevraagde inlichtingen te verstrekken.
Dezelfde straffen zijn toepasselijk op de bestuurders,
personen belast met de effectieve leiding, commissarissen,
zaakvoerders of lasthebbers van de verzekeraars die niet
hebben voldaan aan de verplichtingen hun opgelegd door
deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of -reglementen.
Artikel 308
Met loterijen worden gelijkgesteld en aan de straffen
gesteld in de artikelen 302 en 303 van het Strafwetboek zijn
onderworpen alle spaar-, kapitalisatie- of verzekeringsver-
richtingen die de samenvoeging behelzen van bedragen
welke onder de betrokkenen worden verdeeld hetzij door
loting, hetzij door uitwerking van een overlevingsclausule
die niet berust op een mathematisch bepaalde verbintenis
vastgesteld naar verhouding van de individuele bijdragen of
deelnemingen.
Artikel 309
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met
een geldboete van 1 000 tot 10 000 euro of met een van die
straffen alleen worden gestraft:
1° zij die als verzekeraar of lasthebber van een verzekeraar
overeenkomsten pogen te sluiten of sluiten die nietig zijn op
grond van artikel 101 of artikel 163;
2° zij die als verzekeringstussenpersoon bij het sluiten van
zulke overeenkomsten bemiddelen.
3° zij die als verzekeraar of lasthebber van een verzekeraar
de regeling bedoeld in artikel 217 tot artikel 221 niet naleven.
Artikel 310
§ 1. Onverminderd de toepassing van strengere in het
Strafwetboek gestelde straffen, wordt met gevangenisstraf
van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 200
euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen gestraft,
hij die met bedrieglijk opzet:
— de werkzaamheid van verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon uitoefent zonder ingeschreven te zijn
overeenkomstig het bepaalde bij artikel 267;
215
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— ne respecte pas les dispositions de l’article
269;
— charge un travailleur d’offrir en vente des assurances
lorsque celui-ci ne remplit pas les conditions fi xées par la
partie 6;
— accepte des contrats d’assurance présentés par un inter-
médiaire d’assurances ou de réassurance non inscrit;
— offre un contrat d’agence à un intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance non inscrit;
— omet de communiquer à la FSMA la cessation ou la
rupture du contrat visée à l’article 272, § 1er, 3°;
— omet de mentionner des informations visées aux articles
277, 278 et 279;
— omet de communiquer à la FSMA les modifi cations aux
informations faisant partie de son dossier d’inscription en
exécution des dispositions de la partie 6, chapitre 2.
Les personnes condamnées pour une des infractions
visées ci-dessus peuvent se voir infl iger la fermeture défi ni-
tive ou provisoire d’une partie ou de l’ensemble des locaux
affectés à l’exercice de l’activité d’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance.
Si ces infractions sont dues à la négligence, elles seront
punies d’une amende de 1 à 25 euros.
§ 2. Toute personne qui refuse de fournir les renseigne-
ments et documents que la FSMA a demandés afi n de pou-
voir contrôler l’application des dispositions de la partie 6, qui
s’oppose aux mesures d’investigation ou qui fait une fausse
déclaration, sera punie d’un emprisonnement de huit à quinze
jours et d’une amende de 26 à 1 000 euros ou d’une de ces
peines seulement.
Article 311
Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans
exception du chapitre VII et de l’article 85, sont applicables
aux infractions prévues par la présente loi.
Article 312
Les assureurs sont civilement responsables des amendes
auxquelles sont condamnés leurs administrateurs, commis-
saires, directeurs, gérants ou mandataires, en application des
dispositions qui précèdent.
— het bepaalde bij artikel 269 niet naleeft;
— aan een werknemer opdracht heeft gegeven verzeke-
ringen te koop aan te bieden zonder dat die werknemer aan
de in Deel 6 gestelde voorwaarden voldoet;
— verzekeringen aanneemt aangebracht door een niet-in-
geschreven verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon;
— aan een niet-ingeschreven verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon een agentuurovereenkomst aanbiedt;
— nalaat de in de artikel 272, § 1, 3°, bedoelde beëindiging
of verbreking aan de FSMA mee te delen;
— nalaat bij de artikel 277, artikel 278 en artikel 279 be-
doelde informatie te vermelden;
— nalaat om wijzigingen mee te delen aan de FSMA
met betrekking tot informatie die deel uitmaakt van zijn in-
schrijvingsdossier in uitvoering van het bepaalde bij Deel 6,
Hoofdstuk 2.
Aan de personen die wegens een van bovenvermelde
inbreuken veroordeeld worden, kan een definitieve of
tijdelijke sluiting worden opgelegd van een deel van de
lokalen of van alle lokalen die worden gebruikt voor de
uitoefening van de werkzaamheid van verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon.
Indien deze inbreuken te wijten zijn aan nalatigheid, worden
zij gestraft met geldboete van 1 euro tot 25 euro.
§ 2. Elke persoon die weigert aan de FSMA de door hem
gevraagde inlichtingen en documenten te verstrekken die
nodig zijn voor de controle op de toepassing van Deel 6 of
zich tegen de onderzoeksmaatregelen verzet of een valse
verklaring afl egt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht
dagen tot vijftien dagen en met geldboete van 26 euro tot
1 000 euro of met een van die straffen alleen.
Artikel 311
Alle bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek,
hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk
op de misdrijven in deze wet omschreven.
Artikel 312
De verzekeraars zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor
de geldboeten waartoe hun bestuurders, beheerders, com-
missarissen, directeurs, zaakvoerders of lasthebbers worden
veroordeeld met toepassing van de voorgaande bepalingen.
216
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 9
DISPOSITIONS DE NATURE DIVERSE
TITRE IER
Dispositions transitoires
Article 313
§ 1er. Les dispositions de la partie 2, titre III, de la présente
loi sont applicables aux contrats d’assurance souscrits après
l’entrée en vigueur de cette loi. Pour les contrats d’assurance
qui ont été souscrits avant l’entrée en vigueur de cette loi,
elles ne s’appliquent qu’à partir de la date à laquelle l’une des
modifi cations suivantes est apportée au contrat:
— le contrat d’assurance existant est lié à un ou plusieurs
nouveaux fonds d’investissement ou le règlement de gestion
est modifi é; ou
— les conditions relatives au rendement (minimum) sont
modifi ées.
§ 2. L’article 48 s’applique immédiatement aux contrats
offerts et/ou conclus après l’entrée en vigueur de la présente
loi. Pour les contrats d’assurance qui ont été souscrits avant
l’entrée en vigueur de cette loi, il s’applique dès la modifi cation
et/ou la reconduction de ces contrats et au plus tard le premier
jour du 13e mois suivant l’entrée en vigueur de la loi.
§ 3. Les assureurs procèdent à l’adaptation formelle des
contrats d’assurance et autres documents d’assurance aux
dispositions de la présente loi au plus tard le premier jour du
13e mois suivant celui de la publication de la loi. Jusqu’à cette
date, les contrats d’assurance existants et nouveaux peuvent
ne pas être conformes quant à la forme aux dispositions de
la présente loi.
Aussi longtemps que les contrats d’assurance et autres
documents d’assurance n’ont pas été adaptés conformé-
ment à l’alinéa 1er du présent paragraphe, les clauses de ces
documents qui font référence à des dispositions de la loi du 9
juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d’assurances,
de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre,
de la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI, livre Ier,
du code de commerce et de la loi du 27 mars 1995 relative
à l’intermédiation en assurances et en réassurances et à la
distribution d’assurances, sont présumées faire référence aux
dispositions équivalentes de la présente loi.
Article 314
Les articles 315 à 317 sont applicables aux contrats d’assu-
rance relatifs à des risques situés dans les États membres
de l’EEE qui relèvent du groupe d’activités “non-vie” et qui
ont été conclus avant la date du 17 décembre 2009, telle que
mentionnée à l’article 28 du règlement (CE) n° 593/2008 du
DEEL 9
BEPALINGEN VAN VERSCHILLENDE AARD
TITEL I
Overgangsbepalingen
Artikel 313
§ 1. De bepalingen van Titel III van Deel 2 van deze wet
zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten die
worden aangegaan na de inwerkingtreding van deze wet. Voor
de verzekeringsovereenkomsten die aangegaan zijn vóór de
inwerkingtreding van deze wet, zijn ze eerst van toepassing
vanaf de dag dat een van de volgende wijzigingen wordt
aangebracht aan de overeenkomst:
— de bestaande verzekeringsovereenkomst wordt ver-
bonden met een of meerdere nieuwe beleggingsfondsen, of
het beheersreglement wordt gewijzigd; of
— de voorwaarden inzake het (minimum)rendement wor-
den gewijzigd.
§ 2. artikel 48 is onmiddellijk van toepassing op de over-
eenkomsten die worden aangeboden en/of afgesloten na de
inwerkingtreding van deze wet. Voor de verzekeringsover-
eenkomsten die aangegaan zijn vóór de inwerkingtreding
van deze wet, is het van toepassing van zodra deze worden
gewijzigd en/of verlengd en ten laatste op de eerste dag van
de 13de maand volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
§ 3. De verzekeraars gaan over tot de formele aanpassing
van de verzekeringsovereenkomsten en andere verzekerings-
documenten aan de bepalingen van deze wet, ten laatste op
de eerste dag van de 13de maand volgend op die waarin de
wet is bekendgemaakt. Tot op die datum hoeven de bestaande
en de nieuwe verzekeringsovereenkomsten niet naar de vorm
overeen te stemmen met de bepalingen van deze wet.
Zolang de verzekeringsovereenkomsten en andere verze-
keringsdocumenten niet werden aangepast overeenkomstig
het eerste lid van deze paragraaf worden de bepalingen uit
deze documenten waarin wordt verwezen naar bepalingen
van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de
verzekeringsondernemingen, de wet van 25 juni 1992 op
de landverzekeringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874
houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van
Koophandel en de wet van 27 maart 1995 betreffende de
verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie
van verzekeringen, geacht te verwijzen naar de overeenkom-
stige bepalingen in deze wet.
Artikel 314
Artikel 315 tot en met artikel 317 zijn van toepassing op
verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s
gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep
van activiteiten “niet-leven” en die werden afgesloten voor
17 december 2009, datum zoals vermeld in artikel 28 van de
217
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008 sur la loi
applicable aux obligations contractuelles (Rome I).
Ces dispositions sont également applicables aux contrats
d’assurance relatifs à des risques situés dans les États
membres de l’EEE qui relèvent du groupe d’activités “non-
vie” et qui ne tombent pas dans le champ d’application du
règlement (CE) n° 593/2008 du Parlement européen et du
Conseil du 17 juin 2008 sur la loi applicable aux obligations
contractuelles (Rome I).
Article 315
§ 1er. Nonobstant toute clause contraire, lorsque le contrat
est relatif à des risques situés en Belgique et que le preneur
d’assurance y a sa résidence habituelle ou son administration
centrale, la loi applicable est la loi belge.
Par dérogation à l’alinéa 1er, lorsque le contrat est relatif
à des risques situés en Belgique et que le preneur d’assu-
rance n’y a pas sa résidence habituelle ou son administration
centrale, les parties au contrat d’assurance peuvent choisir
d’appliquer soit la loi belge, soit la loi du pays où le preneur
d’assurance a sa résidence habituelle ou son administration
centrale.
§ 2. Lorsque le contrat est relatif à des risques situés dans
un État membre de l’EEE, autre que la Belgique, et que les
parties n’ont pas choisi la loi applicable, le contrat est régi par
la loi de l’État membre où le risque est situé.
§ 3. Lorsque le preneur d’assurance exerce une activité
commerciale, industrielle ou libérale et que le contrat couvre
deux ou plusieurs risques relatifs à ces activités situés en
Belgique et dans un ou plusieurs autres États membres
de l’EEE, les parties au contrat peuvent choisir les lois des
États membres où ces risques sont situés ou celle du pays
où le preneur d’assurance a sa résidence habituelle ou son
administration centrale.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 2, et les para-
graphes 2 et 3, lorsque les États membres visés dans ces
paragraphes accordent une plus grande liberté de choix de
la loi applicable au contrat, les parties peuvent se prévaloir
de cette liberté.
§ 5. Nonobstant les paragraphes 1er, 2 et 3, lorsque le
contrat est relatif à des risques situés en Belgique mais que
ces risques sont limités à des sinistres qui peuvent survenir
dans un autre État membre de l’EEE, les parties au contrat
peuvent choisir la loi de cet État.
§ 6. Pour les grands risques, les parties au contrat ont le
libre choix de la loi applicable.
En ce cas, le choix par les parties d’une loi autre que
la loi belge ne peut, lorsque tous les éléments du contrat
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement
en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepas-
sing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de verze-
keringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s gelegen
in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep van acti-
viteiten “niet-leven” die buiten het toepassingsgebied van de
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement
en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepas-
sing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) vallen.
Artikel 315
§ 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op in
België gelegen risico’s en wanneer de verzekeringsnemer er
zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur heeft, dan is
het toepasselijk recht het Belgisch recht, niettegenstaande
elk tegenstrijdig beding.
In afwijking van lid 1 kunnen de partijen bij de overeen-
komst, wanneer de overeenkomst betrekking heeft op in
België gelegen risico’s en wanneer de verzekeringsnemer
er zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur niet heeft,
kiezen tussen de toepassing ofwel van het Belgisch recht,
ofwel van het recht van het land waar de verzekeringsnemer
zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur heeft.
§ 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op risico’s
gelegen in een lidstaat van de EER, andere dan België, en de
partijen het toepasselijk recht niet hebben gekozen dan wordt
de overeenkomst beheerst door het recht van de lidstaat waar
het risico is gelegen.
§ 3. Wanneer de verzekeringsnemer een commerciële of
industriële activiteit of een vrij beroep uitoefent en wanneer de
overeenkomst twee of meer risico’s dekt die verband houden
met die activiteit en gelegen zijn in België en in één of meer
andere lidstaten van de EER, dan hebben de partijen bij de
overeenkomst de keuze tussen de toepassing van het recht
van de lidstaten waar die risico’s gelegen zijn of het recht van
het land waar de verzekeringsnemer zijn gewone verblijfplaats
of zijn hoofdbestuur heeft.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 1, tweede lid, en paragra-
fen 2 en 3 mogen de partijen, wanneer de in die paragrafen
bedoelde lidstaten een ruimere keuzevrijheid van het op de
overeenkomst toepasselijk recht toestaan, zich op die vrij-
heid beroepen.
§ 5. Niettegenstaande de paragrafen 1, 2 en 3 mogen de
partijen bij de overeenkomst, wanneer de overeenkomst be-
trekking heeft op in België gelegen risico’s maar die risico’s
beperkt zijn tot schadegevallen die zich kunnen voordoen in
een andere lidstaat van de EER, het recht van die staat kiezen.
§ 6. Voor de grote risico’s mogen de partijen bij de over-
eenkomst het toepasselijk recht vrij kiezen.
In dat geval mag de keuze van de partijen van een ander
recht dan het Belgische geen afbreuk doen aan de dwingende
218
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
sont localisés au moment de ce choix sur le territoire de la
Belgique, porter atteinte aux dispositions impératives du droit
belge.
§ 7. Le choix visé au paragraphe 1er, alinéa 2, et aux para-
graphes 2 à 6 doit être exprès ou résulter de façon certaine
des clauses du contrat ou des circonstances de la cause. Si
tel n’est pas le cas ou si aucun choix n’a été fait, le contrat est
régi par la loi de celui, parmi les États membres qui entrent
en ligne de compte aux termes du paragraphe 1er, alinéa 2,
et des paragraphes 2 à 6, avec lequel il présente les liens les
plus étroits.
Si une partie du contrat est séparable du reste du contrat et
présente un lien plus étroit avec un autre des États membres
qui entrent en ligne de compte conformément aux para-
graphes précités, il pourra être fait application à cette partie
du contrat de la loi de cet autre État membre.
Il est présumé que le contrat présente les liens les plus
étroits avec l’État membre où le risque est situé.
§ 8. Lorsqu’un État membre comprend plusieurs unités
territoriales dont chacune a ses propres règles de droit en
matière d’obligations contractuelles, chaque unité est consi-
dérée comme un État aux fi ns d’identifi er la loi applicable en
vertu des articles 315 à 317.
Article 316
§ 1er. Si le juge belge est saisi, les dispositions de l’article
315 ne peuvent porter atteinte à l’application des règles de
la loi belge qui régissent impérativement la situation, quelle
que soit la loi applicable au contrat.
Il peut être donné effet aux dispositions impératives de la
loi de l’État membre où le risque est situé ou d’un État membre
qui impose l’obligation d’assurance, si, et dans la mesure
où, selon le droit de cet État membre, ces dispositions sont
applicables quelle que soit la loi régissant le contrat.
§ 2. Les dispositions impératives du droit belge sont appli-
cables quelle que soit la loi choisie par les parties lorsque le
risque est situé en Belgique ou lorsque la Belgique impose
l’obligation d’assurance.
§ 3. Lorsque le contrat couvre des risques situés dans plus
d’un État membre, le contrat est considéré, pour l’application
du présent article, comme comportant plusieurs contrats dont
chacun ne se rapporterait qu’à un seul État membre.
Article 317
Lorsqu’en cas d’assurance obligatoire il y a contradiction
entre la loi de l’État membre où le risque est situé et celle
bepalingen van het Belgisch recht wanneer op het tijdstip
van de keuze alle elementen van de overeenkomst op het
grondgebied van België gelokaliseerd zijn.
§ 7. De in paragraaf 1, tweede lid en de paragrafen 2 tot
en met 6 bedoelde keuze moet uitdrukkelijk zijn of voldoende
duidelijk blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de
omstandigheden van de zaak. Indien dat niet het geval is of
indien geen keuze werd gemaakt, wordt de overeenkomst
beheerst door het recht van die lidstaat, onder al de lidstaten
die volgens de bepalingen van paragraaf 1, tweede lid en de
paragrafen 2 tot en met 6 in aanmerking komen, waarmee ze
het nauwst verbonden is.
Wanneer een deel van de overeenkomst kan worden
afgescheiden van de rest van de overeenkomst en een
nauwere band vertoont met een andere lidstaat die volgens
de voornoemde paragrafen in aanmerking komt, dan mag
op dat deel van de overeenkomst het recht van die lidstaat
worden toegepast.
Er wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst verbon-
den is met de lidstaat waar het risico is gelegen.
§ 8. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale
eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels voor
verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke eenheid als
een staat beschouwd voor de aanduiding van het volgens het
artikel 315 tot en met artikel 317 toepasselijk recht.
Artikel 316
§ 1. Indien een zaak bij een Belgische rechter aanhangig
wordt gemaakt dan mogen de bepalingen van artikel 315 geen
afbreuk doen aan de toepassing van de Belgische rechtsre-
gels die, ongeacht het op de overeenkomst toepasselijk recht,
het geval dwingend beheersen.
Er kan gevolg toegekend worden aan de dwingende
bepalingen van het recht van de lidstaat waar het risico is
gelegen of van de lidstaat die de verplichting tot verzekering
oplegt indien en voor zover die bepalingen volgens het recht
van die lidstaat toepasselijk zijn, ongeacht het recht dat de
overeenkomst beheerst.
§ 2. De dwingende bepalingen van het Belgisch recht
inzake verplichte verzekeringen zijn van toepassing onge-
acht het door de partijen gekozen recht, wanneer het risico
in België gelegen is of wanneer België de verplichting tot
verzekering oplegt
§ 3. Wanneer de overeenkomst risico’s dekt die in meer
dan één lidstaat gelegen zijn, dan wordt de overeenkomst
voor de toepassing van dit artikel beschouwd als bestaande
uit verscheidene overeenkomsten waarvan elk betrekking
heeft op één lidstaat.
Artikel 317
Wanneer bij verplichte verzekering het recht van de lidstaat
waar het risico gelegen is, in strijd is met het recht van de
219
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
de l’État membre qui impose l’obligation de souscrire une
assurance, cette dernière prévaut.
Article 318
Les articles 29, 31 et 315 à 317 ne sont pas applicables
aux contrats conclus avant la date d’entrée en vigueur de
l’article 16 de l’arrêté royal du 22 février 1991 modifi ant la loi
du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d’assu-
rances.
Article 319
Les articles 320 et 321 sont applicables aux contrats
d’assurance relatifs à des engagements situés dans les États
membres de l’EEE qui relèvent du groupe d’activités “vie” et
qui ont été conclus avant la date du 17 décembre 2009, telle
que mentionnée à l’article 28 du règlement (CE) n° 593/2008
du Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008 sur la
loi applicable aux obligations contractuelles (Rome I).
Ces dispositions sont également applicables aux contrats
d’assurance relatifs à des risques situés dans les États
membres de l’EEE qui relèvent du groupe d’activités “vie” et
qui ne tombent pas dans le champ d’application du règlement
(CE) n° 593/2008 du Parlement européen et du Conseil du
17 juin 2008 sur la loi applicable aux obligations contractuelles
(Rome I).
Article 320
§ 1er. Nonobstant toute clause contraire, lorsque le contrat
est relatif à des engagements situés en Belgique, la loi appli-
cable est la loi belge.
Par dérogation à l’alinéa 1er, lorsque le preneur d’assurance
est une personne physique qui a sa résidence habituelle en
Belgique mais est ressortissant d’un État membre de l’EEE
autre que la Belgique, les parties peuvent choisir d’appliquer
la loi de cet État membre.
§ 2. Lorsque le contrat est relatif à des engagements situés
dans un État membre de l’EEE, autre que la Belgique, et que
les parties n’ont pas choisi la loi applicable, le contrat est régi
par la loi de l’État membre où l’engagement est situé.
§ 3. Lorsqu’un État membre comprend plusieurs unités
territoriales dont chacune a ses propres règles de droit en
matière d’obligations contractuelles, chaque unité est consi-
dérée comme un État aux fi ns d’identifi er la loi applicable en
vertu des articles 320 et 321.
Article 321
§ 1er. Si le juge belge est saisi, les dispositions de l’article
320 ne peuvent porter atteinte à l’application des règles de
lidstaat die de verplichting tot verzekering oplegt, heeft dat
laatste voorrang.
Artikel 318
Artikel 29, artikel 31, en artikel 315 tot en met artikel 317 zijn
niet van toepassing op de overeenkomsten afgesloten voor de
datum van inwerkingtreding van artikel 16 van het koninklijk
besluit van 22 februari 1991 tot wijziging van de wet van 9 juli
1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.
Artikel 319
Artikel 320 en artikel 321 zijn van toepassing op verzeke-
ringsovereenkomsten met betrekking tot verbintenissen gele-
gen in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep van
activiteiten “leven” en die werden afgesloten voor 17 december
2009, datum zoals vermeld in artikel 28 van de Verordening
(EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad
van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op
verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de verzeke-
ringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s gelegen in de
lidstaten van de EER die behoren tot de groep van activiteiten
“leven” die buiten het toepassingsgebied van de Verordening
(EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad
van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op
verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) vallen.
Artikel 320
§ 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op in
België gelegen verbintenissen, dan is het toepasselijk recht
het Belgische recht, niettegenstaande elk tegenstrijdig beding.
In afwijking van lid 1 kunnen de partijen, wanneer de ver-
zekeringnemer een natuurlijke persoon is die zijn gewone
verblijfplaats in België heeft maar onderdaan is van een
lidstaat van de EER andere dan België, de toepassing van
het recht van die lidstaat kiezen.
§ 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
verbintenissen gelegen in een lidstaat van de EER, andere
dan België, en de partijen het toepasselijk recht niet hebben
gekozen dan wordt de overeenkomst beheerst door het recht
van de lidstaat waar de verbintenis is gelegen.
§ 3. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale
eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels voor
verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke eenheid
als een staat beschouwd voor de aanduiding van het volgens
artikel 320 en artikel 321 toepasselijk recht.
Artikel 321
§ 1. Indien een geschil bij een Belgische rechter aanhangig
wordt gemaakt dan mogen de bepalingen van artikel 320 geen
220
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
la loi belge qui régissent impérativement la situation, quelle
que soit la loi applicable au contrat. Il peut être donné effet
aux dispositions impératives de la loi de l’État membre où
l’engagement est situé, si, et dans la mesure où, selon le droit
de cet État membre, ces dispositions sont applicables quelle
que soit la loi régissant le contrat.
§ 2. Les dispositions impératives du droit belge sont appli-
cables quelle que soit la loi choisie par les parties lorsque
l’engagement est situé en Belgique.
Article 322
L’article 26, § 1er, ne s’applique pas aux contrats conclus
avant l’entrée en vigueur de la loi du 19 juillet 1991 modifi ant
la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises
d’assurances et fi xant certaines dispositions relatives au
fonctionnement de l’Office de Contrôle des Assurances. Il
s’applique cependant aux contrats qui ont été reconduits ou
modifi és par les parties depuis cette date.
TITRE II
Arrêtés d’exécution
Article 323
Le Roi prend, sur avis de la FSMA, les arrêtés nécessaires
à l’exécution de la présente loi.
Le ministre peut fi xer les délais dans lesquels la FSMA doit
émettre son avis. En cas de non-respect de ces délais, l’avis
en question n’est plus requis.
Article 324
§ 1er. Les arrêtés royaux délibérés en Conseil des ministres
et portant exécution de l’article 4, § 4, sont pris sur la propo-
sition conjointe du ministre de la Justice, du ministre et du
ministre des Affaires sociales.
§ 2. Les arrêtés royaux pris en exécution de la partie 4 le
sont sur la proposition conjointe du ministre de la Justice et
du ministre.
Toutefois, les arrêtés royaux pris en exécution des articles
66, 102, 163, 171, 182 à 184 et 203 le seront sur la seule
proposition du ministre.
Les arrêtés royaux pris en exécution des articles 216 à 228
le seront sur la proposition conjointe du ministre et du ministre
de la Santé publique.
§ 3. Le Roi exerce les pouvoirs à Lui confiés par
les dispositions de la partie 6 de la présente loi] sur la
afbreuk doen aan de toepassing van de Belgische rechtsre-
gels die, ongeacht het op de overeenkomst toepasselijk recht,
het geval dwingend beheersen. Er kan gevolg toegekend
worden aan de dwingende bepalingen van het recht van de
lidstaat waar de verbintenis is gelegen indien en voor zover
die bepalingen volgens het recht van die lidstaat toepasselijk
zijn, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst.
§ 2. Wanneer de verbintenis in België gelegen is, zijn de
dwingende bepalingen van het Belgische recht van toepassing
welke ook het door de partijen gekozen recht is.
Artikel 322
Artikel 26, § 1 is niet van toepassing op de overeenkomsten
die gesloten zijn vóór de inwerkingtreding van de wet van 19
juli 1991 tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle der verzekeringsondernemingen en tot vaststel-
ling van een aantal bepalingen betreffende de werking van
de Controledienst voor de Verzekeringen. Zij is wel van toe-
passing op de overeenkomsten die sinds die datum werden
verlengd of gewijzigd door de partijen.
TITEL II
Uitvoeringsbesluiten
Artikel 323
De Koning neemt op advies van de FSMA de besluiten die
voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk zijn.
De minister kan termijnen bepalen waarbinnen de FSMA
haar advies dient uit te brengen. In geval van niet-naleving
van deze termijnen is het bedoelde advies niet meer vereist.
Artikel 324
§ 1. De Koninklijke besluiten ter uitvoering van artikel 4,
§ 4, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, worden geno-
men op gezamenlijke voordracht van de minister van Justitie,
van de minister en van minister van Sociale Zaken.
§ 2. De Koninklijke besluiten ter uitvoering van Deel 4
worden genomen op gezamenlijke voordracht van de minister
van Justitie en van de minister.
Evenwel worden de Koninklijke besluiten ter uitvoering
van artikel 66, artikel 102, artikel 163, artikel 171, artikel 182
tot artikel 184 en artikel 203 genomen op voordracht van de
minister alleen.
De Koninklijke besluiten ter uitvoering van artikel 216 tot
artikel 228 worden genomen op gezamenlijk voorstel van de
minister en de minister van Volksgezondheid.
§ 3. De Koning oefent de bevoegdheden die hem zijn toe-
gekend door de bepalingen van Deel 6 van deze wet] uit op
221
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
proposition conjointe du ministre et du ministre des Classes
moyennes.
Article 325
§ 1er. La Commission des Assurances, visée dans la partie
7, titre IV, est compétente pour émettre des avis concernant
les arrêtés à prendre en exécution de l’article 4, des titres Ier
et II de la partie 2, des titres Ier et II de la partie 3, du chapitre
1er du titre III de la partie 3 et de la partie 6.
La consultation de la Commission des Assurances n’est
pas requise pour ce qui est des règles à fi xer par le Roi en ap-
plication de l’article 4, § 4, et de l’article 272, § 1er, 8°.
§ 2. La Commission des Assurances est également com-
pétente pour émettre des avis sur les modifi cations apportées
aux arrêtés d’exécution pris en vertu de l’article 216, § 1er,
ainsi sur l’abrogation éventuelle ou le remplacement de ces
arrêtés d’exécution.
TITRE III
Dispositions modifi catives
Modifi cations de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances
Article 326
A l’article 21 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle
des entreprises d’assurances, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. La Banque détermine les informations que les
entreprises d’assurances sont tenues de lui fournir pour lui
permettre de vérifi er si ces entreprises respectent les dispo-
sitions légales et réglementaires qui leur sont applicables et
qui relèvent du domaine de compétence de la Banque. La
Banque détermine également la fréquence et les modalités
de transmission de ces informations.”;
2° le paragraphe 1erbis, alinéa 3, est remplacé par ce qui
suit:
“Sur simple demande de la Banque, les entreprises
d’assurances visées à l’article 2, § 1er, sont tenues de fournir
tous renseignements et de délivrer tous documents qui sont
nécessaires à l’exécution de sa mission.”;
3° le paragraphe 1erbis, alinéa 4, est remplacé par ce qui
suit:
“La Banque peut, au siège des entreprises ou de leurs
succursales, agences et bureaux en Belgique, prendre
connaissance de tous livres, pièces comptables, prospectus
et autres documents, ainsi que procéder à toutes investiga-
tions relatives à la situation fi nancière et aux activités de ces
entreprises.”;
de gezamenlijke voordracht van de minister en de minister
voor Middenstand.
Artikel 325
§ 1. De Commissie voor Verzekeringen zoals bedoeld in
Deel 7 Titel IV is bevoegd om adviezen uit te brengen in
verband met de besluiten te nemen ter uitvoering van artikel
4, Titel I en II van Deel 2, Titel I en II van Deel 3, Hoofdstuk 1
van Titel III van deel 3 en Deel 6.
De raadpleging van de Commissie voor Verzekeringen is
niet vereist voor de door de Koning met toepassing van artikel
4, §4 en artikel 272, §1, 8° te bepalen regels.
§ 2. De Commissie voor Verzekeringen is tevens bevoegd
om adviezen uit te brengen over de wijzigingen aan de uit-
voeringsbesluiten vastgesteld op grond van artikel 216, § 1,
alsmede over de eventuele opheffing, dan wel de vervanging
van deze uitvoeringsbesluiten.
TITEL III
Wijzigingsbepalingen
Wijzigingen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle van de verzekeringsondernemingen
Artikel 326
In artikel 21 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de con-
trole van de verzekeringsondernemingen worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1°
paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De Bank bepaalt de gegevens die de verzekeringson-
dernemingen dienen te verstrekken opdat zou kunnen worden
nagegaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen waar-
aan zij zijn onderworpen en die tot de bevoegdheden van de
Bank behoren, zijn nageleefd. De Bank bepaalt voor deze
gegevens tevens de rapporteringsfrequentie en -modaliteiten.”
2° paragraaf 1bis, lid 3 wordt vervangen als volgt:
“Op eenvoudig verzoek van de Bank zijn de ondernemin-
gen bedoeld in artikel 2, § 1 ertoe gehouden alle inlichtingen
te verstrekken en alle documenten in te leveren die de Bank
nodig heeft ter uitvoering van haar taken.”
3° Paragraaf 1bis, lid 4 wordt vervangen als volgt:
“De Bank kan in de zetel van de ondernemingen of van hun
fi lialen, agentschappen en kantoren in België, inzage nemen
van alle boeken, boekingsstukken, prospectussen en andere
bescheiden, en ook alle onderzoekingen doen naar de fi nan-
ciële toestand en de bedrijvigheid van die ondernemingen.”
222
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
4° le paragraphe 1erbis, alinéa 5, est remplacé par ce qui
suit:
“La Banque peuvent procéder auprès des succursales
des entreprises belges établies dans un autre État membre,
moyennant l’information préalable des autorités compétentes
de cet État, aux inspections visées à l’alinéa 4. Elle peut,
de même, demander aux autorités compétentes de l’État
membre de la succursale, de procéder pour son compte à
ces inspections.”;
5° le paragraphe 1erbis, alinéa 6, est remplacé par ce qui
suit:
“Les agents, courtiers ou intermédiaires d’assurances
sont tenus de fournir, sur simple demande, à la Banque,
pour ce qui est de son domaine de compétence, tous ren-
seignements concernant les contrats d’assurance qu’ils
détiennent.”;
6° le paragraphe 1erbis, alinéa 7, est remplacé par ce qui
suit:
“La Banque peut, pour l’exécution des alinéas précédents,
déléguer des membres de son personnel ou des experts indé-
pendants mandatés à cet effet, qui lui font rapport.”;
7° au paragraphe 1erter, alinéa 1er, les mots “la Banque et la
FSMA, chacune dans son domaine de compétence, peuvent”,
sont remplacés par les mots “la Banque peut”;
8° au paragraphe 1erter, alinéa 1er, deuxième tiret, les mots
“La Banque et la FSMA peuvent” sont remplacés par les mots
“La Banque peut”;
9° au paragraphe 1erter, dernier alinéa, les mots “ainsi que
du respect par cette entreprise des engagements qu’elle a
contractés à l’égard des assurés ou bénéfi ciaires des contrats
d’assurance” sont supprimés.
Article 327
A l’article 21octies de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. La Banque exige le retrait ou la réformation des docu-
ments à caractère contractuel ou publicitaire dont elle constate
qu’ils ne sont pas conformes aux dispositions prévues par ou
en vertu de la loi. Elle en informe la FSMA.”;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots “l’article 138bis -4,
§§ 2 et 3, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance
terrestre” sont remplacés par les mots “l’article 208, §§ 2 et
3, de la loi du [date et intitulé de la présente loi]” et les mots
“l’article 138bis -2, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre” sont remplacés par les mots “l’article
206 de la loi du [date et intitulé de la présente loi]”.
4° paragraaf 1bis, lid 5 wordt vervangen als volgt:
“De Bank kan bij de bijkantoren van Belgische ondernemin-
gen die in een andere lidstaat zijn gevestigd, na voorafgaande
kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, de
in het vierde lid bedoelde inspecties verrichten. Evenzo kan
zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor
verzoeken voor haar rekening die inspecties verrichten.”
5° paragraaf 1bis, lid 6 wordt vervangen als volgt:
“De agenten, makelaars of tussenpersonen inzake verze-
keringen zijn, op eenvoudig verzoek, gehouden tot het ver-
strekken aan de Bank, voor wat haar bevoegdheden betreft,
van alle inlichtingen betreffende de verzekeringscontracten
die zij in hun bezit hebben.”
6° paragraaf 1bis, lid 7 wordt vervangen als volgt:
“De Bank kan voor de uitvoering van de voorgaande leden
personeelsleden of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskun-
digen delegeren, die haar verslag uitbrengen.”
7° in paragraaf 1ter, lid 1 worden de woorden “kunnen de
Bank en de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft”,
vervangen door: “kan de Bank”.
8° in paragraaf 1ter, lid 1, tweede streepje worden de
woorden “De Bank en de FSMA kunnen” door “De Bank kan”.
9° in paragraaf 1ter, laatste lid van de wet van 9 juli 1975
worden de woorden “alsmede van de nakoming van de ver-
plichtingen die ze jegens de verzekerden of begunstigden van
verzekeringscontracten heeft aangegaan” geschrapt.
Artikel 327
In artikel 21octies van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De Bank eist de intrekking of omvorming van de do-
cumenten met contractueel of publicitair karakter waarvan
zij vaststelt dat zij met de door of krachtens de wet gestelde
bepalingen niet overeenstemmen. De Bank stelt de FSMA
hiervan in kennis.”
2° in paragraaf 2, lid 2 worden de woorden “artikel
138bis -4, §§ 2 en 3 van de wet van 25 juni 1992 op de land-
verzekeringsovereenkomst” vervangen door “Artikel 208,
§§ 2 en 3 van de wet van [“datum en titel van deze wet”]” en
worden de woorden “artikel 138bis -2 van de wet van 25 juni
1992 op de landverzekeringsovereenkomst” vervangen door
“Artikel 206, van de wet van [“datum en titel van deze wet”]”.
223
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 328
A l’article 22 de la même loi, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “et à la FSMA”
sont supprimés;
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “La Banque et la
FSMA peuvent” sont remplacés par les mots “La Banque
peut” et les mots “qu’elles formulent” sont remplacés par les
mots “qu’elle formule”;
3° au paragraphe 1er, alinéa 4, les mots “la FSMA et la
Banque ont déclaré” sont remplacés par les mots “la Banque
a déclaré”;
4° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots “et à la FSMA” sont
supprimés;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots “ou la FSMA,
chacune dans son domaine de compétence,” sont suppri-
més.
Article 329
L’article 28 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 28. Lorsque les autorités compétentes d’un autre État
membre dans lequel une entreprise d’assurances de droit
belge a établi une succursale ou effectue des activités en
libre prestation de services, avertissent la Banque que cette
entreprise a enfreint des dispositions légales, réglementaires
ou administratives applicables dans cet État membre, au res-
pect desquelles ces autorités sont chargées de veiller et qui en
Belgique relèvent du domaine de compétence de la Banque,
la Banque prend, dans les plus brefs délais, les mesures les
plus appropriées parmi celles prévues aux articles 26 et 27
pour que l’entreprise concernée mette fi n à cette situation
irrégulière. Elle en avise les autorités précitées.”.
Article 330
L’article 69 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 69. Sur demande de la Banque, les entreprises
d’assurances doivent soumettre tous renseignements et
fournir tous documents en vue du contrôle du respect des
dispositions légales et réglementaires d’intérêt général qui
sont d’application en Belgique aux entreprises d’assurances
et à leurs activités et qui relèvent du domaine de compétence
de la Banque. Les renseignements et pièces visés dans cet
alinéa doivent être rédigés dans la langue imposée par la loi
ou le décret.
Dans le même but, la Banque peut procéder à des inspec-
tions sur place dans la succursale belge ou prendre copie de
Artikel 328
In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, lid 1 worden de woorden “en de FSMA”
geschrapt;
2° in paragraaf 1, lid 2, worden de woorden “De Bank en
de FSMA kunnen” vervangen door “De Bank kan”;
3° in paragraaf 1, lid 4 worden de woorden “de FSMA
en de Bank verklaard hebben” vervangen door “de Bank
verklaard heeft”;
4° in paragraaf 2, lid 1 worden de woorden “en de FSMA”
geschrapt;
5° in paragraaf 2, lid 2 worden de woorden “of de FSMA,
ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft” geschrapt.
Artikel 329
Artikel 28 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 28. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere
Lid-Staat waar een verzekeringsonderneming naar Belgisch
recht een bijkantoor heeft gevestigd of er werkzaamheden
uitoefent in vrije dienstverrichting, de Bank ervan in kennis
stellen dat die onderneming de wettelijke, reglementaire of
bestuursrechtelijke bepalingen die deze Lid-Staat heeft vast-
gesteld en waarop genoemde autoriteiten toezien en die in
België tot de bevoegdheidssfeer van de Bank behoren, heeft
overtreden, neemt de Bank zo spoedig mogelijk de meest
passende maatregelen onder deze bedoeld in de artikelen
26 en 27 opdat de betrokken onderneming een einde maakt
aan die onregelmatigheden. Zij brengt dit ter kennis van de
voornoemde autoriteiten.”
Artikel 330
Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 69. Op verzoek van de Bank zijn de verzekeringson-
dernemingen ertoe gehouden alle inlichtingen te verstrekken
en alle documenten over te leggen met het oog op het toezicht
op de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen
van algemeen belang die in België van toepassing zijn op
de verzekeringsondernemingen en hun activiteiten en die
tot de bevoegdheidssfeer van de Bank behoren. De in dit lid
bedoelde inlichtingen en bescheiden dienen minstens in de
taal te worden gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
Met hetzelfde doel kan de Bank in het Belgisch bijkantoor
inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een
224
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
toute information en possession de l’entreprise d’assurances,
après en avoir informé les autorités compétentes de l’État
membre d’origine.
Dans le même but, les agents, courtiers ou intermédiaires
d’assurance sont tenus de fournir à la Banque, sur simple
demande, tous renseignements concernant les contrats
d’assurance relatifs à des risques situés en Belgique, qu’ils
détiennent.
La Banque peut, pour l’exécution des trois alinéas pré-
cédents, déléguer des membres de son personnel ou des
experts indépendants mandatés à cet effet, qui lui font rap-
port.”.
Article 331
A l’article 71 de la même loi, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. Lorsqu’une entreprise d’assurances ne se conforme
pas aux dispositions législatives et réglementaires appli-
cables en Belgique dans le domaine de compétence de la
Banque, celle-ci met l’entreprise d’assurances en demeure
de remédier, dans le délai qu’elle détermine, à la situation
constatée.
La Banque informe la FSMA de son intention de faire
application de l’alinéa précédent.
Si, au terme du délai susvisé, il n’a pas été remédié à la
situation, la Banque en informe les autorités compétentes de
l’État membre d’origine concerné.
En cas de persistance des manquements, la Banque peut,
après en avoir informé les autorités compétentes de l’État
membre d’origine, prendre les mesures appropriées pour
prévenir de nouvelles irrégularités. La Banque peut notam-
ment, si les circonstances l’exigent, interdire à cette entreprise
d’assurances de continuer à conclure des contrats d’assu-
rance relatifs à des risques situés en Belgique. La Banque
peut faire procéder, aux frais de l’entreprise d’assurances, à
la publication de la mesure d’interdiction dans les journaux
et publications de son choix ou dans les lieux et pendant la
durée qu’elle détermine.
L’article 26, § 2bis, est applicable.
La Banque informe la FSMA des mesures qu’elle a prises
en application des alinéas précédents.”;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
“§ 2. Sans préjudice de l’application du § 1er, la Banque
peut, en cas d’urgence, prendre des mesures appropriées
pour prévenir les infractions aux règles qui sont applicables
aux entreprises d’assurances et qui relèvent de son domaine
de compétence. La Banque peut notamment empêcher
les entreprises d’assurances de continuer à conclure de
nouveaux contrats relatifs à des risques belges. Elle peut
kopie maken van elk gegeven in het bezit van de verzeke-
ringsonderneming, na voorafgaande kennisgeving aan de
bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst.
Met hetzelfde doel zijn de agenten, makelaars of tussen-
personen inzake verzekeringen gehouden tot het verstrekken
aan de Bank, op eenvoudig verzoek, van alle inlichtingen over
verzekeringsovereenkomsten betreffende risico’s gelegen in
België, die zij in hun bezit hebben.
De Bank kan voor de uitvoering van de drie voorgaande le-
den naast personeelsleden ook zelfstandige hiertoe gemach-
tigde deskundigen delegeren, die haar verslag uitbrengen.”
Artikel 331
In artikel 71 van dezelfde wet worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. Wanneer de Bank vaststelt dat een verzekeringson-
derneming zich niet conformeert aan de in België geldende
wettelijke en reglementaire bepalingen die tot haar bevoegd-
heidssfeer behoort, maant zij de verzekeringsonderneming
aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde
toestand te verhelpen.
De Bank stelt de FSMA in kennis van haar voornemen
toepassing te maken van het vorige lid.
Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, stelt
de Bank de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van her-
komst hiervan in kennis.
Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de
Bank, na de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van
herkomst daarvan op de hoogte te hebben gebracht, pas-
sende maatregelen nemen om verdere onregelmatigheden te
voorkomen. Met name kan de Bank, voor zover de omstandig-
heden het vereisen, de verzekeringsonderneming verbieden
om nog verdere verzekeringsovereenkomsten te sluiten die
verband houden met in België gelegen risico’s. De Bank kan
op kosten van de verzekeringsonderneming tot publicatie van
de verbodsbepalingen overgaan in de kranten en tijdschriften
van haar keuze of op plaatsen en voor de duur die zij bepaalt.
Artikel 26, § 2bis is van toepassing.
De Bank stelt de FSMA in kennis van de maatregelen
getroffen met toepassing van de vorige leden.”
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
“§ 2. Onverminderd de toepassing van de § 1, kan de
Bank in dringende gevallen passende maatregelen treffen
om inbreuken te voorkomen op de regels die van toepas-
sing zijn op de verzekeringsondernemingen en die tot haar
bevoegdheidssfeer behoren. Met name kan de Bank de
verzekeringsondernemingen onder meer beletten nieuwe
verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot Belgische
225
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
faire procéder, aux frais de l’entreprise d’assurances, à la
publication de la mesure d’interdiction dans les journaux et
publications de son choix ou dans les lieux et pendant la durée
qu’elle détermine.
La Banque informe immédiatement la FSMA et les autorités
compétentes de l’État membre d’origine des mesures qu’elle
a prises.”;
3° au paragraphe 4, les mots “La FSMA et la Banque
peuvent” sont remplacés par les mots “La Banque
peut”.
Article 332
A l’article 73/3 de la même loi, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, la phrase “La Banque et la FSMA peuvent
faire publier un avis au Moniteur belge et dans deux quotidiens
ou périodiques à diffusion régionale.” est remplacée par la
phrase “L’article 300 de la loi du [date et intitulé de la présente
loi] est applicable.”;
2° l’alinéa 2 est abrogé.
Article 333
A l’article 73/4 de la même loi, les mots “et la FSMA
peuvent” sont remplacés par le mot “peut”.
Article 334
A l’article 81 de la même loi, les mots “ou la FSMA, selon
le cas,” sont supprimés.
Article 335
A l’article 82, § 1er, de la même loi, les mots “la FSMA
ou” et les mots “, selon le cas, de la FSMA ou” sont suppri-
més.
Modifi cations de la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers
Article 336
A l’article 45 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveil-
lance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers, les
modifi cations suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, e, les mots “la loi du
27 mars 1995 relative à l’intermédiation en assurances et
en réassurances et à la distribution d’assurances” sont rem-
placés par les mots “la loi du [date et intitulé de la présente
loi]”;
risico’s te sluiten. Zij kan op kosten van de verzekeringson-
derneming tot publicatie van de verbodsbepalingen overgaan
in de kranten en tijdschriften van haar keuze of op plaatsen
en voor de duur die zij bepaalt.
De Bank brengt de FSMA en de bevoegde autoriteiten van
de Lid-Staat van herkomst onmiddellijk op de hoogte van de
genomen maatregelen.”
3° in paragraaf 4 worden de woorden “De FSMA en de
Bank kunnen” vervangen door “De Bank kan”.
Artikel 332
In artikel 73/3 van dezelfde wet worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° in lid 1 wordt de zin “De Bank en de FSMA kunnen een
bericht laten publiceren in het Belgisch Staatsblad en in twee
dagbladen of periodieke uitgaven met regionale spreiding”
vervangen door de zin “Artikel 300 van de wet [“datum en titel
van deze wet] is van toepassing.”;
2° lid 2 wordt geschrapt.
Artikel 333
In artikel 73/4 van dezelfde wet worden de woorden “en de
FSMA kunnen” vervangen door het woord “kan”.
Artikel 334
In artikel 81 van dezelfde wet worden de woorden “of de
FSMA, al naargelang het geval” geschrapt.
Artikel 335
In artikel 82, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden
“de FSMA of” en de woorden “al naargelang het geval, van
de FSMA of” geschrapt.
Wijzigingen aan de wet 2 augustus 2002 betreffende
het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële
diensten
Artikel 336
In artikel 45 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende
het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, e. worden de woorden
“de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzeke-
ringen” vervangen door de woorden “de wet van [“datum en
titel van deze wet”]”;
226
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, le c. est remplacé par
ce qui suit:
“c. la loi du [date et intitulé de la présente loi], ainsi que ses
arrêtés et règlements d’exécution;”;
3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, le e. est abro-
gé;
4° au paragraphe 1er, alinéa 3, le mot “c,” est suppri-
mé.
Article 337
A l’article 30ter, § 3, de la même loi, inséré par la loi du
30 juillet 2013, il est inséré un 3°/1 rédigé comme
suit:
“3°/1 pour autant que le Roi ait fait usage de l’habilitation
prévue au paragraphe 1er, alinéa 2, 4°, en ce qui concerne les
intermédiaires d’assurances et de réassurance, l’article 277,
§ 3, de la loi du [date et intitulé de la présente loi]”.
Modifi cations de la loi du 31 juillet 2009 modifi ant
la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation en
assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances et de la loi du 22 mars 2006 relative à
l’intermédiation en services bancaires et en services
d’investissement et à la distribution d’instruments
fi nanciers
Article 338
A l’article 3 de la loi du 31 juillet 2009 modifi ant la loi du
27 mars 1995 relative à l’intermédiation en assurances et
en réassurances et à la distribution d’assurances et de la
loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en services
bancaires et en services d’investissement et à la distribution
d’instruments fi nanciers, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° le a) est abrogé;
2° le b) est abrogé;
3° le d) est abrogé;
4° le e) est abrogé.
Article 339
L’article 7 de la même loi est abrogé.
Article 340
Le chapitre 4 de la même loi est abrogé.
2° paragraaf 1, eerste lid, 3°, c. wordt vervangen als volgt:
“c. de wet van [“titel en datum van deze wet”] en haar
uitvoeringsbesluiten en -reglementen;”;
3° paragraaf 1, eerste lid, 3°, e. wordt opgeheven;
4° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord “c,” opgeheven.
Artikel 337
In artikel 30ter, § 3 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet
van 30 juli 2013, wordt een bepaling 3°/1 ingevoegd, luidende:
“3°/1 voorzover de Koning gebruik heeft gemaakt van de
machtiging voorzien in paragraaf 1, tweede lid, 4° wat betreft
de verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen, ar-
tikel 277, § 3 van de wet van “[datum en titel van deze wet]”;”.
Wijzigingen aan de wet van 31 juli 2009 tot wijziging
van de wet van 27 maart 1995 betreffende de
verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de
distributie van verzekeringen en van de wet van 22
maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en
beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële
instrumenten
Artikel 338
In artikel 3 van de wet van 31 juli 2009 tot wijziging van de
wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en her-
verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen
en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling
in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële
instrumenten worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder punt a) wordt opgeheven;
2° de bepaling onder punt b) wordt opgeheven;
3° de bepaling onder punt d) wordt opgeheven;
4° de bepaling onder punt e) wordt opgeheven;
Artikel 339
Artikel 7 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Artikel 340
Het Hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt opgeheven.
227
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Modifi cations de la loi du 21 janvier 2010 modifi ant la
loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre
en ce qui concerne les assurances du solde restant
dû pour les personnes présentant un risque de santé
accru
Article 341
L’article 2 de la loi du 21 janvier 2010 modifi ant la loi
du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre en ce
qui concerne les assurances du solde restant dû pour les
personnes présentant un risque de santé accru est abro-
gé.
Article 342
Les articles 4 à 17 de la même loi sont abrogés.
Article 343
A l’article 18 de la même loi, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° l’alinéa 1er est abrogé;
2° à l’alinéa 2, le mot “Toutefois,” est supprimé.
Modifi cations de la loi du [date et intitulé
de la présente loi]
Article 344
A l’article 4, § 1er, alinéa 2, de la loi du [date et intitulé de la
présente loi], les mots “[274]bis” sont insérés entre les mots
“dernier alinéa,” et les mots “et 304, § 7”.
Article 345
A l’article 274 de la même loi, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° au paragraphe 4, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce
qui suit:
“2° les porteurs d’un certifi cat de l’enseignement secon-
daire supérieur qui auront réussi un examen organisé par ou
en vertu d’un décret, par une organisation professionnelle
représentative, une entreprise d’assurances ou de réassu-
rance, un intermédiaire d’assurances ou de réassurance ou
un établissement de crédit, et destiné à vérifi er la possession
desdites connaissances professionnelles. L’examen visé à la
présente disposition doit être agrée par la FSMA. La FSMA
peut, par voie de règlement, préciser les règles auxquelles
doivent répondre les examens qui sont organisés. L’intéressé
doit également justifi er d’une expérience pratique dont la
durée sera fi xée par le Roi mais ne pourra excéder deux
années. Pour les intermédiaires de réassurance, la durée de
l’expérience pratique est fi xée à cinq ans.”;
Wijzigingen aan de wet van 21 januari 2010
tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op
de landverzekeringsovereenkomst wat de
schuldsaldoverzekeringen voor personen met een
verhoogd gezondheidsrisico betreft
Artikel 341
Artikel 2 van de wet van 21 januari 2010 tot wijziging van
de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst
wat de schuldsaldoverzekeringen voor personen met een
verhoogd gezondheidsrisico betreft wordt opgeheven.
Artikel 342
De artikelen 4 tot en met 17 van dezelfde wet worden
opgeheven.
Artikel 343
Artikel 18 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt:
1° lid 1 wordt opgeheven;
2° in lid 2 wordt het woord “echter” geschrapt.
Wijzigingen aan de wet van [“datum en titel
van deze wet”]
Artikel 344
In artikel 4, § 1, tweede lid van de wet van [“datum en titel
van deze wet”] worden tussen de woorden “laatste lid,” en
“en artikel 304, § 7”, de woorden “Artikel [274]bis” ingevoegd.
Artikel 345
Artikel 274 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt:
1° in paragraaf 4, lid 1 , wordt de bepaling onder 2° ver-
vangen als volgt:
“2° de houders van een getuigschrift van hoger middel-
baar onderwijs die zijn geslaagd voor een examen dat, door
of krachtens een decreet, wordt georganiseerd door een
representatieve beroepsorganisatie, een verzekerings- of
herverzekeringsonderneming, een verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon of een kredietinstelling, en dat bedoeld
is om te controleren of de betrokkenen over de vermelde
beroepskennis beschikken. Het hier bedoelde examen dient
door de FSMA te worden erkend. De FSMA kan, bij reglement,
de nadere regels vaststellen waaraan de georganiseerde
examens moeten voldoen. De betrokkene dient ook een
praktische ervaring aan te tonen waarvan de duur door de
Koning wordt bepaald, maar die niet meer mag bedragen
dan twee jaar. Voor herverzekeringstussenpersonen wordt
de duur van de praktische ervaring vastgesteld op vijf jaar.”;
228
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
2° au paragraphe 4, l’alinéa 3 est remplacé par ce qui
suit:
“Les entreprises d’assurances et de réassurance, les orga-
nisations professionnelles, les intermédiaires d’assurances ou
de réassurance et les établissements de crédit communiquent
à la FSMA le contenu et les modalités de l’examen qu’ils
organisent conformément à l’alinéa 1er, 2°. La FSMA vérifi e
si les examens qui sont organisés répondent aux exigences
requises en vertu du présent article. Elle peut, si nécessaire,
retirer son agrément.”;
3° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit:
“§ 6. Les entreprises d’assurances et, le cas échéant, les
intermédiaires d’assurances et de réassurance, répondent
de la connaissance de base suffisante fi xée au paragraphe
2 des personnes visées à l’article 264, alinéa 2, et à l’article
265, alinéa 2. La possession de cette connaissance de base
est vérifi ée par un examen qui doit être agréé par la FSMA
conformément au paragraphe 4, alinéa 3.”;
4° au paragraphe 7, les mots “et la formation de base” sont
supprimés.
Article 346
Dans la même loi, il est inséré un [article 274bis] rédigé
comme suit:
“Art. [274]bis. Les entreprises d’assurances et de réassu-
rance, les organisations professionnelles, les intermédiaires
d’assurances ou de réassurance et les établissements de
crédit visés à l’article 274, § 4, alinéa 3, dont la FSMA a agréé
le programme de formation avant la date d’entrée en vigueur
du présent article, fi xée par le Roi, sont tenus de communi-
quer à la FSMA le contenu et les modalités de l’examen qu’ils
organisent conformément à l’article 274, § 4, alinéa 1er, 2°,
dans les six mois au plus tard de la date précitée.”.
TITRE IV
Dispositions abrogatoires
Article 347
Sont abrogés:
— l’article 3, § 3, l’article 9, § 1er, alinéa 1er, dernière
phrase, l’article 19, § 1er, l’article 19bis, l’article 19ter, l’article
20, l’article 21, § 1erbis, alinéas 1er et 2, l’article 21octies, § 2,
alinéa 3, les articles 28ter à 28decies, l’article 41, l’article 65,
l’article 76 et l’article 77 de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances;
2° in paragraaf 4, wordt het derde lid vervangen als volgt:
“De verzekerings- en herverzekerings-ondernemingen, de
beroepsorganisaties, de verzekerings- of herverzekerings-
tussenpersonen en de krediet-instellingen stellen de FSMA
in kennis van de inhoud en de modaliteiten van het examen
dat zij organiseren conform het eerste lid, 2°. De FSMA con-
troleert of de georganiseerde examens voldoen aan de in dit
artikel gestelde eisen. Zo nodig, kan de FSMA de erkenning
intrekken.”;
3° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
“ §6. De verzekeringsondernemingen en, in voorkomend
geval, de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
staan in voor de in paragraaf 2 bepaalde toereikende basis-
kennis van de personen bedoeld in artikel 264, tweede lid,
en in artikel 265, tweede lid. Dat de betrokken personen over
die basiskennis beschikken, wordt gecontroleerd aan de hand
van een examen dat door de FSMA moet worden erkend
overeenkomstig paragraaf 4, derde lid.”;
4° in paragraaf 7 worden de woorden “en basisopleiding”
opgeheven en wordt het woord “maken” vervangen door het
woord “maakt”.
Artikel 346
In dezelfde wet wordt een nieuw [Artikel 274bis] ingevoegd,
luidende:
“Art. [274]bis. De verzekerings- en herverzekeringson-
dernemingen, de beroepsorganisaties, de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersonen en de kredietinstellingen
bedoeld in artikel 274, § 4, derde lid, waarvan de FSMA
het opleidingsprogramma heeft erkend vóór de datum van
inwerkingtreding van dit artikel, zoals vastgesteld door de
Koning, dienen de FSMA uiterlijk binnen zes maanden na die
datum in kennis te stellen van de inhoud en de modaliteiten
van het examen dat zij organiseren conform artikel 274, § 4,
eerste lid, 2°.”
TITEL IV
Opheffingsbepalingen
Artikel 347
Worden opgeheven:
— artikel 3, § 3, artikel 9, §1, lid 1, laatste zin, artikel 19,
§ 1, artikel 19bis, artikel 19ter, artikel 20, artikel 21, § 1bis,
lid 1 en 2, artikel 21octies, § 2 derde lid, de artikelen 28ter
tot en met 28decies, artikel 41, artikel 65, artikel 76 en artikel
77 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de
verzekeringsondernemingen;
229
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation en
assurances et en réassurances et à la distribution d’assu-
rances;
— les chapitres II, III et IV du titre I, le titre II, les chapitres Ier,
III, IV et V du titre III, les sections I, II, III, IV et V du chapitre II
du titre III et la sous-section II du chapitre II du titre III de la loi
du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre;
— la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI, livre
Ier, du code de commerce. Des assurances en général - De
quelques assurances terrestres en particulier.
TITRE V
Autres dispositions
Article 348
§ 1er. Les dispositions légales non contraires à la présente
loi, qui font référence à des dispositions de la loi du 9 juillet
1975 relative au contrôle des entreprises d’assurances, de
la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre,
de la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI, livre Ier,
du code de commerce et de la loi du 27 mars 1995 relative
à l’intermédiation en assurances et en réassurances et à la
distribution d’assurances, sont présumées faire référence aux
dispositions équivalentes de la présente loi.
§ 2. Les dispositions réglementaires qui ont été prises en
exécution des dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances, de la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre, de la loi du 11 juin 1874
contenant les titres X et XI, livre Ier, du code de commerce et
de la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation en assu-
rances et en réassurances et à la distribution d’assurances,
reprises dans la présente loi, et qui ne sont pas contraires
à cette loi, demeurent en vigueur jusqu’à leur abrogation ou
leur remplacement par des arrêtés pris en exécution de la
présente loi.
§ 3. Deux ans après l’entrée en vigueur de la présente loi,
la FSMA en évalue l’application et le fonctionnement. Elle
recueille à cet effet l’avis de la Banque, de l’OCM et de la
Commission des Assurances. La FSMA peut, sur la base de
cette évaluation, formuler des recommandations à l’intention
du ministre.
TITRE VI
Entrée en vigueur
Article 349
Sauf en ce qui concerne les dispositions dont la date
d’entrée en vigueur est fi xée conformément à l’article 350, la
présente loi entre en vigueur le premier jour du mois qui suit
— de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzeke-
rings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van
verzekeringen;
— Hoofdstuk II, III en IV van Titel I, Titel II, Hoofdstuk
I, III, IV en V van Titel III, Afdeling I, II, III, IV en V van
Hoofdstuk II van Titel III, Onderafdeling II van Hoofdstuk
II van Titel III betreffende de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst;
— de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van
Boek I van het Wetboek van Koophandel, Verzekering in het
algemeen, Enige verzekeringen in het bijzonder;
TITEL V
Andere bepalingen
Artikel 348
§ 1. De wetsbepalingen die niet strijdig zijn met deze wet,
waarbij verwezen wordt naar bepalingen van de wet van 9
juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsonder-
nemingen, de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings-
overeenkomst, de wet van 11 juni 1874 houdende de titels
X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel en
de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzeke-
ringen worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige
bepalingen in deze wet.
§ 2. De reglementaire bepalingen genomen in uitvoering
van de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle van de verzekeringsondernemingen, de wet van 25
juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, de wet van
11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het
Wetboek van Koophandel en de wet van 27 maart 1995 be-
treffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en
de distributie van verzekeringen die werden overgenomen in
deze wet, die niet strijdig zijn met deze wet, blijven van kracht
totdat ze worden opgeheven of vervangen door besluiten ter
uitvoering van deze wet genomen.
§ 3. Twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet dient
de FSMA de toepassing en de werking ervan te evalueren.
Zij wint hiervoor het advies in van de Bank, de CDZ en de
Commissie voor Verzekeringen. Op grond van deze evalu-
atie kan de FSMA aanbevelingen formuleren ter attentie van
de minister.
TITEL VI
Inwerkingtreding
Artikel 349
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de maand
na afl oop van een termijn van zes maanden te rekenen van
de dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het
230
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’expiration d’un délai de six mois prenant cours le jour après
sa publication au Moniteur belge.
Article 350
§ 1er. Le Roi fi xe, dans un délai de douze mois prenant cours
le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge,
la date d’entrée en vigueur du chapitre 5 intitulé “Dispositions
propres à certains contrats d’assurance qui garantissent le
remboursement du capital d’un crédit”, qui fi gure dans la partie
4, titre II, de cette loi, ou, le cas échéant, la date d’entrée en
vigueur d’un ou de plusieurs articles dudit chapitre.
§ 2. Le Roi fi xe la date d’entrée en vigueur des articles 344,
345 et 346 de la présente loi.
Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de bepalingen
waarvan de datum van inwerkingtreding bepaald wordt over-
eenkomstig artikel 350.
Artikel 350
§ 1. De Koning bepaalt, binnen een termijn van twaalf
maanden die ingaat op de dag van de bekendmaking van
deze wet in het Belgisch Staatsblad, de datum van inwerking-
treding van het “hoofdstuk 5 Nadere bepalingen betreffende
sommige verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling
van het kapitaal van een krediet waarborgen” in Deel 4, Titel
II, of desgevallend van één of meerdere artikelen van dit
hoofdstuk 5.
§ 2. De Koning bepaalt wanneer artikel 344, artikel 345 en
artikel 346 in werking treden.
231
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
AVIS DU CONSEIL D’ÉTAT
N° 54.452/1 DU 20 DÉCEMBRE 2013
Le 8 novembre 2013, le Conseil d’État, section de législa-
tion, a été invité par le Ministre de l’Économie à communiquer
un avis, dans un délai de trente jours, prorogé jusqu’au
23 décembre 2013, sur un avant-projet de loi “relative aux
assurances’”
L’avant-projet a été examiné par la première chambre
en ses séances des 10 décembre 2013, 12 décembre
2013 et 17 décembre 2013. La chambre était composée de
Wilfried VAN VAERENBERGH, conseiller d’État, président, Kaat
LEUS et Wouter PAS, conseillers d’État, Michel TISON, assesseur,
et Marleen VERSCHRAEGHEN, greffier assumé.
Le rapport a été présenté par Paul DEPUYDT, premier audi-
teur chef de section.
La concordance entre la version française et la version
néerlandaise de l’avis a été vérifi ée sous le contrôle de Wouter
PAS, conseiller d’État.
L’avis, dont le texte suit, a été donné le 20 décembre 2013.
*
1. En application de l’article 84, § 3, alinéa 1er, des lois sur
le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973, la section
de législation a fait porter son examen essentiellement sur
la compétence de l’auteur de l’acte, le fondement juridique 1
et l’accomplissement des formalités prescrites.
*
PORTÉE DE L’AVANT-PROJET DE LOI
2. L’avant-projet de loi soumis pour avis a pour objet
d’élaborer un régime général en matière de protection du
consommateur d’assurances et de contrôle des entreprises
d’assurances par l’Autorité des services et marchés fi nanciers
(ci-après: la FSMA).
À cet égard, le projet rassemble essentiellement la légis-
lation actuelle en matière d’assurances ayant une portée
générale, tant en ce qui concerne les dispositions normatives
qu’en ce qui concerne les dispositions relatives au contrôle,
dans une seule loi dont l’objectif est d’assurer la protection
des preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires et
des tiers ayant un intérêt à l’exécution de contrats d’assurance.
Le projet poursuit à cet effet les objectifs suivants:
— le respect de l’obligation de transposer en droit belge
les dispositions (relatives au consommateur) de la direc-
tive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du
1
S’agissant d’un avant-projet de loi, on entend par “fondement
juridique” la conformité aux normes supérieures.
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
NR. 54.452/2 VAN 20 DECEMBER 2013
Op 8 november 2013 is de Raad van State, afdeling
Wetgeving, door de Minister van Economie verzocht binnen
een termijn van dertig dagen, verlengd tot 23 december 2013,
een advies te verstrekken over een voorontwerp van wet
“betreffende de verzekeringen”.
Het voorontwerp is door de eerste kamer onderzocht
op de zittingen van 10 december 2013, 12 december 2013
en 17 december 2013. De kamer was samengesteld uit
Wilfried VAN VAERENBERGH, staatsraad, voorzitter, Kaat LEUS
en Wouter PAS, staatsraden, Michel TISON, assessor, en
Marleen VERSCHRAEGHEN, toegevoegd griffier.
Het verslag is uitgebracht door Paul DEPUYDT, eerste
auditeur-afdelingshoofd.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse
tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wouter
PAS, staatsraad.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op
20 december 2013.
*
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wet-
ten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de
rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen
vormvereisten is voldaan.
*
STREKKING VAN HET VOORONTWERP VAN WET
2. Het om advies voorgelegde voorontwerp van wet strekt
ertoe een algemene regeling tot stand te brengen inzake de
bescherming van de verzekeringsverbruiker en inzake het
toezicht op verzekeringsondernemingen door de Autoriteit
voor Financiële Diensten en Markten (hierna: de FSMA).
Daartoe brengt het ontwerp in hoofdzaak de bestaande
verzekeringswetgeving met een algemene strekking, zowel
wat betreft de normatieve bepalingen als wat betreft de be-
palingen in verband met het toezicht, samen in één wet ter
bescherming van de rechten van de verzekeringnemer, de
verzekerde, de begunstigde en de derden die belang hebben
bij de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten.
Het ontwerp streeft hierbij de volgende doelstellingen na:
— het naleven van de verplichting tot implementatie van de
(consumentgerichte) bepalingen van de richtlijn 2009/138/EG
van het Europees Parlement en de Raad van 25 november
1
Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder
“rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen
verstaan.
232
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
25 novembre 2009 “sur l’accès aux activités de l’assurance
et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II)” (ci-après:
la directive Solvabilité II);
— la simplifi cation de la législation actuelle concernant la
protection du consommateur d’assurances en procédant à une
codifi cation des dispositions pertinentes dans une seule loi;
— la clarifi cation de la répartition actuelle des compétences
entre la Banque nationale de Belgique (ci-après: la BNB) et
la FSMA;
— l’extension de la protection du consommateur d’assu-
rances à quelques domaines spécifiques, tels que les
obligations d’information générales, l’organisation de la
participation aux bénéfi ces et la segmentation, lesquelles
nécessitent notamment une plus grande transparence, les
conditions auxquelles les prestations d’assurances peuvent
dans certains cas être liées à des fonds d’investissement, et
les compétences de l’autorité de contrôle.
Le projet est structuré comme suit. La partie 1 contient les
dispositions générales, et plus particulièrement les défi nitions
d’un certain nombre de notions. La partie 2 comporte des
“dispositions spécifi ques concernant l’exercice des activités”,
emprunte et réécrit essentiellement des dispositions de la loi
du 9 juillet 1975 “relative au contrôle des entreprises d’assu-
rances” (ci-après: la loi de contrôle). Cette partie transpose
également plusieurs dispositions de la directive Solvabilité II.
La partie 3 règle “l’offre et la conclusion de contrats: informa-
tion, publicité, tarifi cation, segmentation et participation aux
bénéfi ces” et comporte essentiellement de nouvelles disposi-
tions. La partie 4 concerne “le contrat d’assurance terrestre”
et contient une codifi cation de la loi du 25 juin 1992 “sur le
contrat d’assurance terrestre”. La partie 5 règle “[l]e contrat
d’assurance autre que le contrat d’assurance terrestre visé
dans la partie 4” et comporte contient une codifi cation de la loi
du 11 juin 1874 “contenant les titres X et XI, livre Ier, du Code
de commerce. Des assurances en général – De quelques
assurances terrestres en particulier”. La partie 6 règle “l’inter-
médiation en assurances et la distribution d’assurances” et
comporte une codifi cation de la loi du 27 mars 1995 “relative
à l’intermédiation en assurances et en réassurances et à la
distribution d’assurances’. La partie 7 traite de “l’organisation
du contrôle”, emprunte et réécrit notamment des dispositions
de la loi de contrôle. La partie 8 contient des “dispositions
pénales” et la partie 9, enfi n, des “dispositions de nature
diverse”.
FORMALITÉS
3. Il découle de l’article 19/1, § 1er, de la loi du 5 mai 1997
‘relative à la coordination de la politique fédérale de déve-
loppement durable’ que les avant-projets de loi, les projets
d’arrêté royal et les propositions de décisions devant être
soumises à l’approbation du Conseil des ministres, doivent
en principe faire l’objet d’un examen préalable de la nécessité
de réaliser une évaluation d’incidence sur le développement
durable.
Il ne peut pas être déduit du dossier que cette formalité a
déjà été accomplie, de sorte qu’un tel examen doit sans doute
encore être réalisé. Si cet examen préalable devait en outre
révéler qu’une évaluation d’incidence au sens de l’article 19/2
2009 “betreffende de toegang tot en uitoefening van het
verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit Il)”
(hierna: Solvabiliteit II-richtlijn) in de Belgische wetgeving;
— de vereenvoudiging van de bestaande wetgeving inzake
de bescherming van de verzekeringsverbruiker door codifi ca-
tie van de relevante bepalingen in één wet;
— de verduidelijking van de bestaande bevoegdheidsver-
deling tussen de Nationale Bank van België (hierna: NBB)
en de FSMA;
— de uitbreiding van de bescherming van de verzeke-
ringsverbruiker op enkele specifi eke domeinen, zoals bij de
algemene informatieverplichtingen, de organisatie van de
winstdeling en de segmentatie, waar met name de transparan-
tie dient te worden vergroot, de voorwaarden waaronder een
verzekeringsuitkeringen in bepaalde gevallen mogen worden
verbonden aan beleggingsfondsen, en de bevoegdheden van
de toezichthouder.
Het ontwerp is opgebouwd als volgt. Deel 1 bevat de alge-
mene bepalingen, met in het bijzonder de defi nities van een
aantal begrippen. Deel 2 bevat “[s]pecifi eke bepalingen met
betrekking tot de bedrijfsvoering” en herneemt en herschrijft
in hoofdzaak bepalingen uit de wet van 9 juli 1975 “betref-
fende de controle der verzekeringsondernemingen” (hierna:
Controlewet). Dit deel bevat ook de omzetting van een aantal
bepalingen uit de Solvabiliteit II-richtlijn. Deel 3 regelt “[h]
et aanbieden en sluiten van overeenkomsten: informatie,
publiciteit, tarifering, segmentatie en winstdeling” en bevat in
hoofdzaak nieuwe bepalingen. Deel 4 handelt over “[d]e land-
verzekeringsovereenkomst” en bevat een codifi catie van de
wet van 25 juni 1992 “op de landverzekeringsovereenkomst”.
Deel 5 houdt een regeling in inzake “[d]e verzekeringsover-
eenkomst, andere dan de landverzekeringsovereenkomst
zoals bedoeld in Deel 4” en bevat een codifi catie van de wet
van 11 juni 1874 “houdende de titels X en XI van Boek I van
het Wetboek van Koophandel. Verzekering in het algemeen.
Enige verzekeringen in het bijzonder”. Deel 6 regelt de “[v]
erzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen”
en bevat een codifi catie van de wet van 27 maart 1995 “be-
treffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
en de distributie van verzekeringen”. Deel 7 handelt over de
“[o]rganisatie van het toezicht” en herneemt en herschrijft
onder meer bepalingen uit de Controlewet. Deel 8 bevat “[s]
trafbepalingen” en deel 9, ten slotte, bevat “[b]epalingen van
verschillende aard”.
VORMVEREISTEN
3. Uit artikel 19/1, § 1, van de wet van 5 mei 1997 ‘betref-
fende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame
ontwikkeling’ vloeit voort dat in beginsel elk voorontwerp van
wet, elk ontwerp van koninklijk besluit en elk voorstel van
beslissing dat ter goedkeuring aan de Ministerraad moet
worden voorgelegd, aanleiding moet geven tot een vooraf-
gaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een
effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren.
Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat aan dit vorm-
vereiste reeds is voldaan, zodat dergelijk onderzoek wellicht
nog dient te gebeuren. Indien uit dit voorafgaand onderzoek
bovendien zou blijken dat een effectbeoordeling in de zin van
233
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
de cette même loi est nécessaire et si, consécutivement à
cette évaluation d’incidence, des modifi cations devaient être
apportées au texte du projet, tel qu’il est actuellement soumis
pour avis au Conseil d’État, section de législation, il y aurait
lieu de soumettre également ces modifi cations à l’avis de la
section de législation.
EXAMEN DU TEXTE
OBSERVATIONS GÉNÉRALES
4.1.
Selon son exposé des motifs, l’un des objectifs du
projet de loi soumis pour avis consiste à préciser la répartition
des compétences entre la FSMA et la BNB en s’appuyant à
cet égard sur la réforme dite “Twin Peaks” du contrôle fi nan-
cier, qui a été concrétisée par l’arrêté royal du 3 mars 2011
“mettant en œuvre l’évolution des structures de contrôle du
secteur fi nancier”, et instaurée le 1er avril 2011. Le projet sou-
mis pour avis poursuit sur cette base, plus particulièrement
en scindant les dispositions de la loi de contrôle qui relèvent
de la sphère de compétences de la FSMA et en les intégrant,
avec la législation relative aux contrats d’assurance et aux
intermédiaires d’assurances, dans une nouvelle loi visant la
protection des intérêts du consommateur d’assurances. Par
ailleurs, le projet transpose les dispositions de la directive
Solvabilité II qui concernent la protection des consommateurs
d’assurances 2.
4.2. L’approche proposée par l’auteur du projet consiste,
d’une part, à regrouper des dispositions concernant la rela-
tion juridique entre les assureurs et le preneur d’assurance
ou le bénéfi ciaire de celle-ci. D’autre part, cette approche se
traduira par un dispersement sur des lois disparates des dis-
positions régissant le contrôle des entreprises d’assurances.
Certes, il revient en premier lieu au législateur de déterminer
les modalités d’élaboration des différents régimes, en tenant
compte des principes relatifs à l’organisation du contrôle
fi nancier qui ont déjà été arrêtés dans différentes réformes
législatives antérieures. Toutefois, pour des raisons de sécu-
rité juridique, le résultat doit répondre aux exigences de clarté
et de cohérence interne tout en tant compte également de
la nécessité de prévoir une transposition correcte en droit
national de la régulation européenne en matière d’assurances.
Le projet de loi à l’examen soulève plusieurs questions à
cet égard.
2
À cet égard, il faut relever que dans la version actuelle de la
directive Solvabilité II, la transposition en droit national devait
être effectuée le 30 juin 2013 au plus tard, ces dispositions de
transposition devant entrer en vigueur le 1er janvier 2014 au
plus tard (article 309 de la directive Solvabilité II, modifi é par la
directive 2012/23/UE). Toutefois, la Commission européenne a
proposé une modifi cation de la directive qui reporterait la date
de transposition au 1er janvier 2015, de ces dispositions entrant
en vigueur le 1er janvier 2016 au plus tard (Voir COM(2013) 680
fi nal du 2 octobre 2013).
artikel 19/2 van dezelfde wet noodzakelijk is, en als gevolg
van die effectbeoordeling wijzigingen zouden worden aange-
bracht in de tekst van het ontwerp, zoals die thans om advies
aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, is voorgelegd,
zullen deze wijzigingen eveneens om advies moeten worden
voorgelegd.
ONDERZOEK VAN DE TEKST
ALGEMENE OPMERKINGEN
4.1.
Luidens de memorie van toelichting ervan, bestaat
één van de doelstellingen van het om advies voorgelegde
ontwerp van wet erin om de bevoegdheidsverdeling tussen
de FSMA en de NBB te verduidelijken, hierbij voortbouwend
op de zogenaamde “Twin Peaks”-hervorming van het fi nan-
cieel toezicht waaraan vorm is gegeven met het koninklijk
besluit van 3 maart 2011 “betreffende de evolutie van de toe-
zichtsarchitectuur voor de fi nanciële sector”, die met ingang
van 1 april 2011 is ingevoerd. Het om advies voorgelegde
ontwerp bouwt hierop verder, met name door de bepalingen
van de Controlewet die tot de bevoegdheidssfeer van de
FSMA behoren, af te splitsen en, samen met de wetgeving
op het gebied van de verzekeringsovereenkomsten en de
verzekeringstussenpersonen, in een nieuwe wet ter bescher-
ming van de belangen van de verzekeringverbruiker onder
te brengen. Tevens voorziet het ontwerp in de omzetting van
de bepalingen van de Solvabiliteit II-richtlijn die betrekking
hebben op de bescherming van de verzekeringsverbruikers.2
4.2. De door de steller van het ontwerp voorgestelde
benadering resulteert enerzijds in een hergroepering van
bepalingen die de rechtsverhouding tussen de verzekeraars
en de verzekeringnemer of begunstigde van de verzekering
aanbelangen. Anderzijds leidt die benadering ertoe dat de
bepalingen die het toezicht op verzekeringsondernemingen
regelen, verspreid zullen liggen over uiteenlopende wetten.
Het komt weliswaar in eerste instantie aan de wetgever toe
om, rekening houdend met de uitgangspunten betreffende de
organisatie van het fi nancieel toezicht die reeds in eerdere
wetgevende hervormingen werden vastgelegd, te bepalen
op welke wijze de verschillende regelingen verder worden
uitgewerkt. Het resultaat ervan moet evenwel, om redenen
van rechtszekerheid, beantwoorden aan de vereisten van
duidelijkheid en onderlinge consistentie, hierbij ook rekening
houdend met de noodzaak om te voorzien in een correcte
omzetting in intern recht van de Europese regulering inzake
verzekeringen.
Het voorliggend wetsontwerp roept in dit verband meerdere
vragen op.
2
In dit verband wordt er op gewezen dat in de huidige versie van
de Solvabiliteit II-richtlijn de omzetting in nationaal recht diende te
zijn gebeurd tegen uiterlijk 30 juni 2013, met inwerkingtreding van
deze omzettingsbepalingen tegen uiterlijk 1 januari 2014 (artikel
309 Solvabiliteit II-richtlijn, zoals gewijzigd door richtlijn 2012/23/
EU). Evenwel heeft de Europese Commissie een wijziging van
de richtlijn voorgesteld die de omzettingstermijn zou verschuiven
naar 1 januari 2015, met inwerkingtreding van deze bepalingen
uiterlijk op 1 januari 2016 (zie COM(2013) 680 fi nal van 2 oktober
2013).
234
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
4.3.1. Tout d’abord, en ce qui concerne la ventilation de
la régulation et du contrôle entre, d’une part, le système
d’agréments et le contrôle prudentiel, qui revient à la BNB, et,
d’autre part, la régulation des contrats d’assurance et le code
de conduite des assureurs, dont le contrôle est confi é à la
FSMA, il faut tenir compte de la répartition des compétences
que la directive Solvabilité II impose entre l’État membre
d’origine et l’État membre d’accueil à l’égard des entreprises
d’assurances exerçant des activités transfrontalières au sein
de l’Espace économique européen. La directive Solvabilité II
part notamment du principe que, sauf exceptions expresses,
la régulation et le contrôle des matières harmonisées dans la
directive touchant au statut prudentiel, sont du ressort exclusif
du pays d’origine de l’entreprise d’assurances.
Dans ce contexte, les dispositions en projet qui portent sur
la politique d’investissement des assurances du groupe d’acti-
vités “vie” liées à un fonds d’investissement (articles 21 à 23 du
projet) posent problème. Les auteurs du projet se réfèrent à cet
égard à l’article 133, paragraphe 3, de la directive Solvabilité
II, qui autorise les États membres, par dérogation au principe
de la liberté d’investissement, à prévoir des restrictions à la
politique d’investissement si le preneur d’assurance est une
personne physique. Cette disposition constitue toutefois un
élément du statut prudentiel des entreprises d’assurances,
de sorte que le législateur belge ne peut arrêter ces règles
d’investissement que pour les entreprises d’assurances pour
lesquelles l’État membre d’origine est la Belgique. L’article
23 du projet vise cependant à appliquer les restrictions à la
politique d’investissement dès que l’engagement est situé
en Belgique 3, les entreprises d’assurances, dont le siège
principal est établi dans un autre État membre de l’EEE,
étant donc également soumises à cette disposition pour les
contrats dont l’engagement est localisé en Belgique. L’article
23 en projet ne peut dès lors pas se concrétiser à l’égard de
cette dernière catégorie d’entreprises d’assurances.
4.3.2. Une constatation identique s’impose à l’égard de
l’article 22 du projet, dont le régime, en tant qu’élément de
la politique d’investissement relative au contrat d’assurance,
suit également le principe de la régulation et du contrôle par
le pays d’origine.
4.4.1. La distinction entre des matières qui relèvent de la
sphère de compétences prudentielle de la BNB et celles qui
constituent un élément de la régulation des règles de conduite
qui relèveraient de la compétence de la FSMA, n’est pas
toujours opérée de manière cohérente dans les dispositions
du projet de loi à l’examen.
4.4.2. Ainsi, les articles 8 et 9 du projet interdisent aux
assureurs soumis à agrément d’exercer des activités d’assu-
rance ou de souscrire ou d’offrir des contrats d’assurance
en Belgique. Toutefois, ces dispositions font double emploi
avec les interdictions contenues dans les articles 2bis et 3,
3
Tel est le cas, sur la base de l’article 5, 33°, en projet, lorsque soit
la résidence habituelle, soit, pour le preneur d’assurances qui est
une personne morale, l’établissement du preneur d’assurance
est situé en Belgique.
4.3.1. Vooreerst, wat de opsplitsing van de regulering en
het toezicht betreft tussen enerzijds het vergunningenstelsel
en het bedrijfseconomisch (“prudentieel”) toezicht, dat aan
de NBB toekomt, en anderzijds de regulering van de verze-
keringsovereenkomsten en het gedrag van de verzekeraars,
waarvan het toezicht aan de FSMA wordt toevertrouwd, moet
rekening worden gehouden met de bevoegdheidsverde-
ling die de Solvabiliteit II-richtlijn oplegt tussen de lidstaat
van herkomst en de lidstaat van ontvangst ten aanzien van
grensoverschrijdend actieve verzekeringsondernemingen
binnen de Europese Economische Ruimte. De Solvabiliteit
II-richtlijn gaat er met name van uit dat, behoudens uitdruk-
kelijke uitzonderingen, de regulering van en het toezicht op
de in de richtlijn geharmoniseerde materies die raken aan het
prudentiële statuut, uitsluitend toekomt aan het herkomstland
van de verzekeringsonderneming.
Tegen deze achtergrond zijn de ontworpen bepalingen die
betrekking hebben op het beleggingsbeleid van verzekeringen
uit de groep activiteiten “leven” die verbonden zijn met een
beleggingsfonds (artikelen 21 tot en met 23 van het ontwerp)
problematisch. De stellers van het ontwerp refereren in dit
verband aan artikel 133, lid 3, van de Solvabiliteit II-richtlijn,
dat de lidstaten toelaat om, in afwijking van het principe van
de beleggingsvrijheid, te voorzien in beperkingen op het be-
leggingsbeleid indien de verzekeringnemer een natuurlijke
persoon is. Deze bepaling vormt evenwel een onderdeel van
het bedrijfseconomisch statuut van verzekeringsondernemin-
gen, zodat de Belgische wetgever deze beleggingsregelen
enkel kan vastleggen voor de verzekeringsondernemingen
waarvoor België de lidstaat van herkomst vormt. Artikel 23
van het ontwerp strekt er evenwel toe de beperkingen op het
beleggingsbeleid toe te passen zodra de verbintenis in België
is gelegen3, waardoor ook verzekeringsondernemingen met
hoofdzetel in een andere EER-lidstaat aan deze bepaling zijn
onderworpen voor de overeenkomsten waarvan de verbintenis
in België is gelokaliseerd. Ten aanzien van laatstgenoemde
categorie van verzekeringsondernemingen kan het ontworpen
artikel 23 dan ook geen doorgang vinden.
4.3.2. Eenzelfde vaststelling dringt zich op voor artikel 22
van het ontwerp, waarvan de regeling eveneens, als onderdeel
van het beleggingsbeleid met betrekking tot de verzekerings-
overeenkomst, het principe van de regulering en het toezicht
door het land van herkomst volgt.
4.4.1. Het onderscheid tussen aangelegenheden die bin-
nen de prudentiële bevoegdheidssfeer van de NBB vallen en
deze die een onderdeel uitmaken van de gedragsregulering
waarvoor de FSMA bevoegd zou zijn, wordt in de bepalingen
van het voorliggende wetsontwerp niet steeds consequent
doorgevoerd.
4.4.2. Zo voorzien de artikelen 8 en 9 van het ontwerp in
het verbod voor vergunningsplichtige verzekeraars om in
België verzekeringsactiviteiten te voeren of verzekeringsover-
eenkomsten aan te bieden of af te sluiten. Die bepalingen
overlappen evenwel met de verbodsbepalingen die besloten
3
Dit is, op grond van het ontworpen artikel 5, 33°, van het ontwerp
het geval wanneer hetzij de gewone verblijfplaats, hetzij, voor de
verzekeringnemer die een rechtspersoon is, de vestiging van de
verzekeringnemer zich in België bevindt.
235
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 1er, de la loi de contrôle. En outre, les dispositions précitées
paraissent superfl ues, comme l’indique l’exposé des motifs,
pour assurer le “contrôle du périmètre” par la FSMA sur les
activités d’assurances non agrées (c’est-à-dire non autori-
sées): en effet, la loi du 2 août 2002 ‘relative à la surveillance
du secteur fi nancier et aux services fi nanciers’ permet déjà à
la FSMA de rechercher l’exercice illicite d’une activité d’assu-
rance et de le sanctionner, le cas échéant, par des amendes
administratives 4.
4.4.3. On n’aperçoit pas davantage pourquoi les disposi-
tions des articles 19 et 20 en projet sont distraites de la loi
de contrôle pour être insérées dans la loi à adopter, dont le
projet est actuellement à l’examen. En effet, les dispositions en
projet règlent de manière simplifi ée l’opposabilité de contrats
d’assurance à des tiers à la suite d’une cession de contrats
d’assurance ou de portefeuilles d’assurances autorisée par la
BNB ou par les autorités compétentes d’un autre État membre.
Il s’agit en d’autres termes, de l’effet juridique d’une décision
liée au contrôle prudentiel et à propos de laquelle la FSMA
n’a aucune compétence dans le modèle bipolaire de contrôle
développé dans le projet.
4.4.4. Une question identique se pose à propos de l’article
55 en projet. Dans la mesure où cette disposition vise à impo-
ser l’établissement d’un plan de participation aux bénéfi ces
lorsque la loi ou le contrat prévoit la possibilité de verser une
participation aux bénéfi ces, la question de pose de savoir
si cette disposition est bien à sa place dans le projet de loi
soumis pour avis, et si un tel dispositif n’est pas davantage
lié aux normes prudentielles qui concernent également la
solidité fi nancière de l’entreprise d’assurances. Dans ce cas,
pareil dispositif semble plutôt relever du domaine régi par la
loi de contrôle, de sorte que son insertion dans cette loi doit
être envisagée. La circonstance que les auteurs du projet ne
souhaitent pas appliquer le dispositif en projet aux entreprises
d’assurances de l’EEE constitue en tout cas une indication
en ce sens, au même titre que l’article 57, 2°, du projet, dès
lors que cette disposition établit en la matière un lien avec
les exigences de solvabilité. En effet, cet article 57, 2°, vise à
habiliter le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres,
pris sur avis de la FSMA et de la BNB, à prévoir, pour une
ou plusieurs activités d’assurances, à quelles conditions la
répartition des bénéfi ces en faveur des contrats d’assurance
n’emporte pas la renonciation défi nitive à ces montants dans le
chef de l’entreprise d’assurances, de sorte que celle-ci pourra
encore les utiliser, pendant une période limitée, aux fi ns du
respect des exigences légales en matière de solvabilité.
4.5. Le projet comporte de nombreuses délégations de
pouvoirs au Roi. Des pouvoirs étendus sont parfois conférés
(voir par exemple les articles 44, 49, § 2 et 164, alinéa 2, du
projet). En ce qui concerne les délégations de pouvoirs au Roi,
il y a lieu de rappeler les principes qui régissent les relations
entre le pouvoir législatif et le pouvoir exécutif. Conformément
à ces principes, les choix politiques essentiels doivent être
fi xés par le pouvoir législatif mais le soin d’arrêter les modalités
4
Voir, notamment, les articles 35 et 86bis de la loi du 2 août 2002.
liggen in de artikelen 2bis en 3, § 1, van de Controlewet. De
genoemde bepalingen lijken bovendien overbodig om, zoals
de memorie van toelichting aangeeft, de “perimetercontrole”
door de FSMA op niet-vergunde (i.e. niet-toegelaten) ver-
zekeringsactiviteiten te waarborgen: de wet van 2 augustus
2002 ‘betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de
fi nanciële diensten’ biedt de FSMA immers al de mogelijkheid
om de onwettige uitoefening van een verzekeringsactiviteit in
België op te sporen en gebeurlijk door middel van adminis-
tratieve geldboetes te sanctioneren.4
4.4.3. Evenmin is duidelijk waarom de bepalingen van de
ontworpen artikelen 19 en 20 worden overgeheveld uit de
Controlewet naar de uit te vaardigen wet die thans in ontwerp-
vorm voorligt. De ontworpen bepalingen houden immers een
vereenvoudigde regeling in betreffende de tegenstelbaarheid
van verzekeringsovereenkomsten aan derden ingevolge een
overdracht van verzekeringsovereenkomsten of verzekerings-
portefeuilles die door de NBB of door de bevoegde autori-
teiten van een andere lidstaat zijn toegestaan. Het betreft
met andere woorden het rechtsgevolg van een beslissing die
samenhangt met het prudentiële toezicht, en waaromtrent de
FSMA geen bevoegdheid heeft in het door het ontwerp nader
uitgewerkte bipolaire toezichtsmodel.
4.4.4. Eenzelfde vraag rijst wat het ontworpen artikel 55
betreft. In de mate deze bepaling ertoe strekt de verplichting
op te leggen om een winstdelingsplan op te stellen wanneer
wettelijk of contractueel in de mogelijkheid wordt voorzien om
tot winstdeling over te gaan, rijst de vraag of deze bepaling
wel thuishoort in het om advies voorgelegde ontwerp van
wet, en of een dergelijke regeling niet nauwer aanleunt bij de
prudentiële normen die mee de fi nanciële soliditeit van de
verzekeringsonderneming betreffen. In dat geval lijkt derge-
lijke regeling veeleer binnen het domein te vallen dat door de
Controlewet wordt beheerst, zodat dient te worden overwogen
om haar in die wet op te nemen. De omstandigheid dat de
stellers van het ontwerp de ontworpen regeling niet wensen
toe te passen op de EER-verzekeringsondernemingen, vormt
alvast een aanwijzing in die zin, evenals artikel 57, 2°, van
het ontwerp, nu die bepaling ter zake een verband met de
solvabiliteitsvereisten legt. Dat artikel 57, 2°, strekt er immers
toe de Koning te machtigen om bij een in de Ministerraad
overlegd besluit, na advies van de FSMA en de NBB, voor
één of meer verzekeringsactiviteiten te bepalen onder welke
voorwaarden de verdeling van de winsten ten gunste van de
verzekeringsovereenkomsten niet de defi nitieve afstand van
deze bedragen inhoudt voor de verzekeringsonderneming,
zodat deze gedurende een beperkte periode nog zouden kun-
nen worden aangewend voor de vervulling van de wettelijke
solvabiliteitsvereisten.
4.5. Het ontwerp bevat tal van bevoegdheidsdelegaties
aan de Koning. Soms worden ruime bevoegdheden gedele-
geerd (zie bijvoorbeeld de artikelen 44, 49, § 2 en 164, tweede
lid, van het ontwerp). Wat betreft delegaties van bevoegdhe-
den aan de Koning, dient te worden herinnerd aan de begin-
selen die de verhouding tussen de wetgevende en de uitvoe-
rende macht regelen. Overeenkomstig die beginselen dienen
de essentiële beleidskeuzen door de wetgevende macht te
4
Zie onder meer de artikelen 35 en 86bis van de wet van 2 au-
gustus 2002.
236
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
de leur mise en œuvre peut être laissé au pouvoir exécutif. Ce
procédé garantit que l’essence des normes pourra faire l’objet
d’un débat au sein d’une assemblée délibérante démocrati-
quement élue. Cette exigence est d’autant plus importante
lorsque des droits fondamentaux y sont associés, telle l’égalité
de traitement des justiciables, ce qui peut par exemple se
poser lorsque des critères de segmentation sont fi xés (voir
ci-dessous).
4.6.
Les habilitations précitées en vue d’adopter des
réglementations (arrêter des modalités) requièrent générale-
ment un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres “pris
sur avis de la FSMA”, ou encore “pris sur avis de la FSMA et
de la Banque” (voir par exemple les articles 44, 47, § 2, 56,
§ 2, et 164, alinéa 2, du projet). À d’autres endroits du projet,
à tout le moins dans sa version néerlandaise, il est par ailleurs
prévu que l’arrêté royal concerné est pris “na advies van de
FSMA en de Bank” (voir par exemple les articles 23, § 5, 49,
§ 2, 55, § 4, et 57 du projet).
Toutefois, les mots “sur avis” – à l’instar des mots “op
advies” – semblent être la contraction, d’une part, des mots
“après avis de”, et, d’autre part, des mots “sur la proposi-
tion de”. La question se pose dès lors de savoir quelle est
précisément l’intention. Si l’intention est de soumettre le
projet de réglementation à adopter, pour avis, à la FSMA et/
ou à la BNB, il est préférable d’écrire “après avis de”. Par
contre, si l’intention est que la FSMA et/ou la BNB doivent
elles-mêmes élaborer un projet, mieux vaudrait alors écrire
“sur la proposition de”. On indiquerait ainsi avec plus de
précision qui doit prendre l’initiative. Si l’intention est que les
deux instances (FSMA et BNB) formulent une proposition, il
peut être utile d’indiquer si elles peuvent ou doivent le faire
conjointement ou séparément.
Quoi qu’il en soit, le manque d’uniformité rédactionnelle
dans le texte néerlandais (tantôt “op advies”, tantôt “na
advies”) prête à confusion en ce qui concerne sa portée.
4.7.
Dans bon nombre de dispositions du texte néerlan-
dais, le mot “artikel” est écrit avec une majuscule, bien que
dans un texte continu, ce qui n’est pas correct et, en outre,
perturbant. Le projet doit être corrigé sur ce point.
DISPOSITIF
Article 5
5.1. L’article 5 en projet comporte une défi nition légale,
d’une part, de l’“assureur” (article 5, 1°), et, d’autre part,
de l’“entreprise d’assurances” (article 5, 2°), la première
notion citée ayant un contenu plus étendu: la qualifi cation
d’“assureur” s’applique quelle que soit la qualité profession-
nelle de la personne qui, en tant que partie contractante,
offre de souscrire des contrats d’assurance 5, alors que la
5
La notion d’“assureur” est également utilisée dans la loi
actuelle du 25 juin 1992 “sur le contrat d’assurance terrestre”,
mais sans que la loi prévoit une défi nition légale à cet égard.
worden vastgesteld maar mag de nadere uitwerking ervan
aan de uitvoerende macht worden overgelaten. Die werkwijze
verzekert dat over de essentie van de normering een debat
kan worden gevoerd in een beraadslagende vergadering die
democratisch is verkozen. Die vereiste is des te belangrijker
wanneer daarbij fundamentele rechten zijn betrokken zoals
de gelijke behandeling van rechtsonderhorigen, hetgeen bij-
voorbeeld aan de orde kan zijn wanneer segmentatiecriteria
worden bepaald (zie infra).
4.6.
De hiervoor bedoelde machtigingen om (na-
dere) regelingen uit te vaardigen vereisen veelal een in de
Ministerraad overlegd koninklijk besluit “op advies van de
FSMA” of, nog, “op advies van de FSMA en de Bank” (zie
bijvoorbeeld de artikelen 44, 47, § 2, 56, § 2, en 164, tweede
lid, van het ontwerp). Op andere plaatsen in het ontwerp,
althans in de Nederlandstalige versie ervan, wordt dan weer
bepaald dat het betrokken koninklijk besluit wordt genomen
“na advies van de FSMA en de Bank” (zie bijvoorbeeld de
artikelen 23, § 5, 49, § 2, 55, § 4, en 57 van het ontwerp).
De woorden “op advies” – net zoals de woorden “sur avis”
– lijken evenwel een samentrekking te zijn van enerzijds “na
advies van” en anderzijds “op voorstel van”. De vraag rijst dan
ook wat precies de bedoeling is. Indien de bedoeling voorligt
dat het ontwerp van de uit te vaardigen regeling om advies
wordt voorgelegd aan de FSMA en/of aan de NBB, dan is
het beter te schrijven “na advies van”. Is het daarentegen
de bedoeling dat de FSMA en/of de NBB zelf een ontwerp
dienen uit te werken, dan is het beter te schijven “op voorstel
van”. Daarmee wordt duidelijker aangegeven wie het initiatief
dient te nemen. Indien het de bedoeling is dat beide instanties
(FSMA en NBB) een voorstel formuleren, kan het nuttig zijn
aan te geven of zij dat gezamenlijk of afzonderlijk kunnen of
moeten doen.
In ieder geval schept het gebrek aan redactionele unifor-
miteit (nu eens “op advies” dan weer “na advies”) verwarring
nopens de draagwijdte ervan.
4.7.
In tal van ontworpen bepalingen wordt het woord
“artikel”, hoewel in een doorlopende tekst, met een hoofdlet-
ter geschreven, wat niet correct en bovendien storend is. Het
ontwerp dient op dat punt te worden verbeterd.
DISPOSITIEF
Artikel 5
5.1. Het ontworpen artikel 5 bevat een wettelijke defi nitie
van, enerzijds, de “[v]erzekeraar” (artikel 5, 1°), en anderzijds
de “verzekeringsonderneming” (artikel 5, 2°), waarbij eerstge-
noemde notie een ruimere begripsinhoud heeft: de kwalifi catie
als “verzekeraar” geldt ongeacht de beroepshoedanigheid van
de persoon die als contractspartij verzekeringsovereenkom-
sten aanbiedt,5 terwijl de kwalifi catie als “verzekeringsonder-
5
De notie “verzekeraar” wordt in de bestaande wet van 25 juni
1992 “betreffende de landverzekeringsovereenkomst” ook
gebruikt, doch zonder dat de wet hiervoor in een wettelijke defi -
nitie voorziet.
237
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
qualifi cation d’“entreprise d’assurances” exige d’être en pos-
session de l’agrément (administratif) requis pour avoir accès
aux activités d’assurance 6. À cet égard, l’exposé des motifs
concernant la disposition en projet mentionne à propos de la
notion d’“assureur”: “Le fait de tomber ou non dans le champ
d’application de la loi dépend uniquement de l’activité exer-
cée et non de la détention ou non d’un agrément permettant
d’exercer cette activité”.
Toutefois, la question se pose de savoir si la distinction
opérée entre les deux mots est utilisée de manière suffisam-
ment cohérente dans l’ensemble du projet. On n’aperçoit pas,
notamment dans les parties du projet qui concernent plutôt
les aspects du contrôle des règles de conduite (entre autres
les parties 2 et 3) 7, dans quelle mesure l’application de ces
dispositions peut se concevoir à des assureurs autres que
les “entreprises d’assurances” agréées. Le cas échéant, les
auteurs du projet devront préciser ce point dans l’exposé
des motifs.
5.2. L’article 5, 11°, en projet, comprend sous la notion
d’“autorisation” soit l’“agrément” pour exercer des activités
d’assurance au sens de l’article 14 de la directive Solvabilité
II, soit “une autorisation obtenue sous le régime particulier
prévu conformément à l’article 4 de la directive 2009/138/CE,
pour exercer des activités d’assurance”. Certes, l’article 4 de
la directive précitée prévoit un régime dérogatoire, en vertu
duquel certaines entreprises d’assurances ne sont pas sou-
mises à la directive, mais ne le lie pas à une “autorisation” ou
à tout autre acte administratif constatant que les conditions
sont remplies 8.
Reste alors à savoir ce que le projet entend précisément
par la notion d’“autorisation”. En effet, même s’il s’agit d’une
entreprise d’une taille modeste qui néanmoins – possibilité
que prévoit l’article 4 de la directive Solvabilité II – demande
volontairement un agrément et l’obtient ou conserve l’agré-
ment obtenu par le passé, alors qu’elle n’est plus soumise
à agrément, elle continuera à relever du régime juridique
applicable aux entreprises agréées. Par contre, s’il s’agit
d’une entreprise qui n’est pas soumise à agrément et qui n’a
pas non plus demandé d’agrément sur une base volontaire,
il est alors tout simplement question d’entreprise autorisée,
sans que celle-ci ait besoin à cet égard d’une “autorisation
préalable” délivrée par les pouvoirs publics, ce qui pourrait
cependant suggérer, fût-ce erronément, l’utilisation de la
notion d’“autorisation”. La question se pose dès lors de
savoir s’il ne vaudrait pas mieux utiliser la notion d’“entreprise
autorisée” ou d’“assureur autorisé” au lieu de la notion
d’“autorisation”. L’“assureur autorisé” engloberait alors tant
l’assureur agréé (obligé ou volontaire) que l’assureur qui peut
6
Ainsi, pour la portée de la notion d’“entreprises d’assurances”,
il convient de se reporter au champ d’application personnel de
la loi de contrôle.
7
Contrairement aux parties 4 et 5, qui concernent principalement
le droit des contrats d’assurance, et où l’utilisation du mot “assu-
reur”, même s’il n’est pas défi ni juridiquement, était déjà courante
également dans la législation existante.
8
L’autorité de contrôle ne peut constater qu’une entreprise
d’assurances n’est plus soumise à la directive que lorsque cette
entreprise était initialement soumise à agrément, mais que ses
activités ne dépassent pas par la suite des seuils quantitatifs
déterminés (article 4.4 de la directive Solvabilité II).
neming” het bezit van de vereiste (administratieve) vergun-
ning voor de toegang tot het verzekeringsbedrijf vereist.6 De
memorie van toelichting bij de ontworpen bepaling vermeldt
in dit verband wat het begrip “verzekeraar” betreft: “Het al
dan niet onder het toepassingsgebied van het wetsontwerp
vallen is enkel afhankelijk van de verrichte activiteit en niet
van het al dan niet verkregen hebben van een vergunning
voor die activiteit.”
Het is evenwel de vraag of het onderscheid tussen beide
termen op voldoende consequente wijze wordt gehanteerd
doorheen het ontwerp. Met name in de onderdelen van het
ontwerp die veeleer de aspecten van gedragstoezicht be-
treffen (onder meer de delen 2 en 3)7 is het niet duidelijk in
welke mate de toepassing van deze bepalingen denkbaar is
op andere verzekeraars dan de vergunde “verzekeringson-
dernemingen”. In voorkomend geval dienen de stellers van
het ontwerp dit nader te verduidelijken in de memorie van
toelichting.
5.2. Het ontworpen artikel 5, 11°, begrijpt onder de notie
“[t]oelating” hetzij de “vergunning” om verzekeringsactivitei-
ten uit te oefenen in de zin van artikel 14 van de Solvabiliteit
II-richtlijn, hetzij “een toelating onder het bijzonder regime in
uitvoering van artikel 4 van de Richtlijn 2009/138/EG, om ver-
zekeringsactiviteiten te verrichten”. Artikel 4 van voornoemde
richtlijn voorziet weliswaar in een afwijkend regime, waarbij
verzekeringsondernemingen niet onderworpen zijn aan de
richtlijn, maar koppelt dit niet aan een ‘toelating’ of enige
andere administratieve rechtshandeling die vaststelt dat aan
de voorwaarden is voldaan.8
De vraag rijst dan wat in het ontwerp precies wordt ver-
staan onder de notie “toelating”. Immers, zelfs indien het gaat
om een onderneming van bescheiden omvang die alsnog
– mogelijkheid waarin artikel 4 van de Solvabiliteit II-richtlijn
voorziet –, vrijwillig een vergunning aanvraagt en deze ver-
krijgt, dan wel de eerder verkregen vergunning, nadat zij niet
langer vergunningsplichtig is, behoudt, blijft zij vallen onder
het juridisch stelsel dat geldt voor vergunde ondernemingen.
Betreft het daarentegen een niet-vergunningsplichtige on-
derneming die ook geen vergunning op vrijwillige basis heeft
aangevraagd, dan gaat het eenvoudigweg om een toegelaten
onderneming zonder dat deze daarvoor een voorafgaande
“toelating” van overheidswege behoeft, hetgeen het gebruik
van het begrip “toelating”, zij het verkeerdelijk, nochtans zou
kunnen suggereren. De vraag rijst dan ook of niet beter het
begrip “toegelaten onderneming” of “toegelaten verzekeraar”
zou worden gehanteerd, in plaats van “toelating”. De “toege-
laten verzekeraar” omvat dan zowel de vergunde (verplicht
of vrijwillig) verzekeraar evenals de verzekeraar die zonder
6
Aldus dient voor de reikwijdte van het begrip “verzekerings-
onderneming” teruggegrepen te worden naar het personele
toepassingsgebied van de Controlewet.
7
In tegenstelling tot de delen 4 en 5, die voornamelijk het verze-
keringscontractenrecht betreffen, en waar het gebruik van de
term “verzekeraar”, hoewel niet juridisch gedefi nieerd, ook in de
bestaande wetgeving al gangbaar was.
8
Enkel wanneer een verzekeringsonderneming aanvankelijk ver-
gunningsplichtig was, maar haar activiteiten naderhand onder
bepaalde kwantitatieve drempels blijven, kan de toezichthou-
dende overheid vaststellen dat de onderneming niet langer aan
de richtlijn is onderworpen (artikel 4.4 Solvabiliteit IIrichtlijn).
238
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
déployer certaines activités d’assurance sans agrément sur
la base de l’article 4 de la directive Solvabilité II.
La défi nition à l’article 5, 11°, du projet doit de toute façon
être adaptée.
5.3. D’une manière plus générale, le Conseil d’État, sec-
tion de législation, constate que le mot ‘autorisation’ n’est pas
toujours utilisé de façon univoque dans l’ensemble du projet 9,
mais qu’il est également fait usage d’autres termes, comme
‘habilitation’ ou ‘approbation’ 10.
Ainsi, par exemple, l’article 8, première phrase, en projet,
fait état d’une “approbation”, alors que l’on vise en fait un
“agrément” (préalable). La même observation vaut sans doute
pour l’article 8, deuxième phrase, du projet, qui utilise la notion
d’“autorisation”, alors que l’on vise sans doute “agrément”. Une
observation identique doit être formulée à propos de l’article
9, qui mentionne de nouveaux “approbation” et “habilité”, alors
que la fi gure juridique de l’agrément semble chaque fois visée.
En effet, l’agrément est l’acte administratif unilatéral émanant
de l’autorité compétente qui, en vertu de la réglementation
pertinente, est rendu obligatoire et implique une habilitation
préalable pour permettre au justiciable d’avoir accès à l’activité
visée de l’entreprise. Il s’agit, en tant que tel, d’une forme de
contrôle préventif. Il n’est pas requis uniquement pour les
entreprises visées à l’article 4 de la directive Solvabilité II
auxquelles le principe de la liberté de commerce et d’industrie
s’applique dès lors sans restrictions.
Dans un souci de sécurité juridique, il est recommandé
d’utiliser une terminologie uniforme permettant de déterminer
clairement quelles entreprises sont précisément visées par
chacune des dispositions.
5.4. La défi nition légale de “contrat d’assurance” (article 5,
17°, en projet) dispose qu’une opération de capitalisation est
assimilée, pour l’application de la loi, à un contrat d’assurance,
dans le cadre duquel le preneur de l’opération de capitalisa-
tion est considéré comme le “preneur d’assurance”. Si cette
assimilation est fonctionnelle pour l’application des règles
en matière de “contrôle des règles de conduite” qui sont
insérées dans le projet à l’examen 11, elle est plus ambiguë
pour l’application des dispositions en matière de droit des
contrats d’assurance (parties 4 et 5 du projet): dès lors que
des opérations de capitalisation se caractérisent par l’absence
de risque assuré, bon nombre de ces dispositions seront
dénuées de sens ou d’objet. Les auteurs du projet feraient
bien d’examiner en premier lieu quelles sont les implications
9
Voir par exemple l’article 6, § 4, du projet qui, en se référant à
l’“autorisation” légalement requise pour exercer des activités
d’assurance en Belgique, vise d’autres situations que celles
qui relèvent de la notion d’‘autorisation’, défi nie à l’article 5, 11°,
notamment pour des entreprises qui ne sont pas originaires de
l’EEE.
10
Voir par exemple les articles 8, 9, 22, § 2, 272, § 1er, 303, § 1er,
et 304, § 4, du projet.
11
Au demeurant, les opérations de capitalisation font déjà partie,
dans la réglementation actuelle sur les assurances, du groupe
d’activités “vie”: voir annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991
“portant règlement général relatif au contrôle des entreprises
d’assurances”.
vergunning bepaalde verzekeringsactiviteiten mag ontplooien
op grond van artikel 4 van de Solvabiliteit II-richtlijn.
De defi nitie in artikel 5, 11°, van het ontwerp moet in ieder
geval worden aangepast.
5.3. Meer in het algemeen stelt de Raad van State,
afdeling Wetgeving, vast dat doorheen het ontwerp de term
“toelating” niet steeds op eenduidige wijze wordt gebruikt,9
maar dat eveneens gebruik wordt gemaakt van andere ter-
men, zoals “machtiging” of “goedkeuring”.10
Zo wordt bijvoorbeeld in het ontworpen artikel 8, eerste
zin, gewag gemaakt van een “goedkeuring” terwijl eigenlijk
een (voorafgaande) “vergunning” wordt bedoeld. Hetzelfde
geldt wellicht voor artikel 8, tweede zin, waar het begrip
“toelating” wordt gehanteerd terwijl allicht “vergunning” wordt
bedoeld. Eenzelfde opmerking moet worden gemaakt wat
artikel 9 betreft waar opnieuw sprake is van “goedkeuring”
en “gemachtigd” terwijl telkens weer de rechtsfi guur van de
vergunning lijkt te worden bedoeld. De vergunning is immers
de door de bevoegde autoriteit uitgevaardigde eenzijdige
administratieve rechtshandeling die krachtens de relevante re-
gelgeving verplicht is gesteld en een voorafgaande machtiging
impliceert opdat de rechtsonderhorige toegang zou krijgen tot
de betrokken ondernemings- of bedrijfsactiviteit. Het betreft,
als dusdanig, een vorm van preventieve controle. Zij is enkel
niet vereist voor de ondernemingen geviseerd door artikel 4
van de Solvabiliteit II-richtlijn, waarvoor derhalve het begin-
sel van de vrijheid van handel en nijverheid onverkort geldt.
Het verdient aanbeveling om, ter wille van de rechtszeker-
heid, een eenvormige terminologie te hanteren die toelaat om
duidelijk af te bakenen welke ondernemingen precies door elk
van de bepalingen worden bedoeld.
5.4.
In de wettelijke defi nitie van “[v]erzekeringsover-
eenkomst” (ontworpen artikel 5, 17°) wordt bepaald dat een
kapitalisatieverrichting voor de toepassing van de wet wordt
gelijkgesteld met een verzekeringsovereenkomst, waarbij die-
gene die de kapitalisatieverrichting sluit als de “verzekeringne-
mer” wordt beschouwd. Terwijl deze gelijkstelling werkbaar is
voor de toepassing van de regelen inzake “gedragstoezicht”
die in het voorliggende ontwerp worden opgenomen,11 is
deze gelijkstelling bij de toepassing van de bepalingen inzake
verzekeringscontractenrecht (delen 4 en 5 van het ontwerp)
minder eenduidig: aangezien kapitalisatieverrichtingen zich
kenmerken door de afwezigheid van een verzekerd risico,
zullen vele van deze bepalingen zonder betekenis of voorwerp
zijn. De stellers van het ontwerp doen er goed aan eerst te
9
Zie bijvoorbeeld artikel 6, § 4, van het ontwerp, dat, met verwijzing
naar de wettelijk vereiste “toelating” om in België verzekerings-
activiteiten uit te oefenen, andere situaties omvat dan deze die
onder de “toelating”, zoals gedefi nieerd in artikel 5, 11°, vallen,
met name voor ondernemingen die niet uit de EER afkomstig
zijn.
10
Zie bijvoorbeeld de artikelen 8, 9, 22, § 2, 272, § 1, 303, § 1, en
304, § 4, van het ontwerp.
11
Overigens behoren kapitalisatieverrichtingen in de huidige
verzekeringsregelgeving al tot de groep activiteiten “leven”:
zie bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 “hou-
dende algemeen reglement betreffende de controle op de
verzekeringsondernemingen”.
239
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
concrètes de cette assimilation avant de l’instaurer. Le cas
échéant, ils devront également indiquer de manière plus
explicite si les opérations de capitalisation assimilées à un
contrat d’assurance doivent se concevoir comme un contrat
d’assurance terrestre qui relève de l’application de la partie 4
ou comme un autre contrat d’assurance auquel s’applique la
partie 5 du projet.
Article 7
6. À la question de savoir s’il n’y a pas une disconcordance
entre la disposition en projet, d’une part, et le commentaire
y afférent dans l’exposé des motifs, d’autre part, le délégué
a répondu ce qui suit:
“Inderdaad, de tekst van de Memorie kan duidelijker (zowel
inhoudelijk als grammaticaal). De Memorie zou dan als volgt
kunnen worden aangepast: ‘Dit artikel herneemt artikel 2,
§§ 1 en 1bis, van de controlewet. Er werd tevens een verwij-
zing naar de controlewet zelf opgenomen. Dit artikel bepaalt
uitdrukkelijk dat de toepassing van dit deel van de wet geen
afbreuk aan de verplichtingen die voor de verzekeringsonder-
nemingen voortvloeien uit de wet van 9 juli 1975, de arbeids-
ongevallenwet van 10 april 1971 en de wet van 3 juli 1967
betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor
arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van
het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. De
uitdrukkelijke vermelding van de mogelijke toepasselijkheid
van voormelde wetten werd overgenomen uit de controlewet.
Dit betekent niet dat de bepalingen van andere wetgeving ter
bescherming van de consument, zoals bijvoorbeeld de wet
van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en de consu-
mentenbescherming en de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding
van bepaalde vormen van discriminatie, niet van toepassing
zouden zijn. Deze bepalingen blijven onverkort van toepas-
sing inzake verzekeringen, tenzij de verzekeringswetgeving
voorziet in een specifi eke, meer verregaande bescherming.’
De bepaling in de wet zou ook kunnen worden verduidelijkt
als volgt: ‘Dit deel doet geen afbreuk aan de verplichtingen
die voor de verzekeringsondernemingen voortvloeien uit de
wet van 9 juli 1975, de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971
en de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de
schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen
op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in
de overheidssector”.
On peut se rallier à ces propositions.
Article 9
7. Subsidiairement à l’observation générale formulée au
point 4.4.2, les auteurs du projet doivent examiner de quelle
manière la nullité des contrats prévue par l’article 9, § 2, du
projet s’articule avec la possibilité pour le juge, prévue à
l’article 86ter, § 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002 ‘relative à la
surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers’,
de prononcer la nullité de certains contrats d’assurance vie
conclus par des assureurs non agréés. Cette observation
onderzoeken welke de concrete implicaties zijn van deze
gelijkstelling vooraleer deze door te voeren. In voorkomend
geval dienen ze ook uitdrukkelijker aan te geven of de met
een verzekeringsovereenkomst gelijkgestelde kapitalisatiever-
richtingen op te vatten zijn als een landverzekeringsovereen-
komst die onder de toepassing van deel 4 valt, dan wel als
een andere verzekeringsovereenkomst, waarvoor deel 5 van
het ontwerp geldt.
Artikel 7
6. Gevraagd of er geen gebrek aan concordantie is tussen
de ontworpen bepaling enerzijds en de toelichting die erbij
wordt verstrekt in de memorie van toelichting anderzijds,
antwoordde de gemachtigde wat volgt:
“Inderdaad, de tekst van de Memorie kan duidelijker (zowel
inhoudelijk als grammaticaal). De Memorie zou dan als volgt
kunnen worden aangepast: ‘Dit artikel herneemt artikel 2, §§
1 en 1bis, van de controlewet. Er werd tevens een verwijzing
naar de controlewet zelf opgenomen. Dit artikel bepaalt
uitdrukkelijk dat de toepassing van dit deel van de wet geen
afbreuk aan de verplichtingen die voor de verzekerings-
ondernemingen voortvloeien uit de wet van 9 juli 1975, de
arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de wet van 3 juli
1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding
voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en
van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.
De uitdrukkelijke vermelding van de mogelijke toepasselijkheid
van voormelde wetten werd overgenomen uit de controlewet.
Dit betekent niet dat de bepalingen van andere wetgeving ter
bescherming van de consument, zoals bijvoorbeeld de wet
van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en de consu-
mentenbescherming en de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding
van bepaalde vormen van discriminatie, niet van toepassing
zouden zijn. Deze bepalingen blijven onverkort van toepas-
sing inzake verzekeringen, tenzij de verzekeringswetgeving
voorziet in een specifi eke, meer verregaande bescherming.’
De bepaling in de wet zou ook kunnen worden verduidelijkt
als volgt: ‘Dit deel doet geen afbreuk aan de verplichtingen
die voor de verzekeringsondernemingen voortvloeien uit de
wet van 9 juli 1975, de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971
en de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de
schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen
op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in
de overheidssector.’”
Met die voorstellen kan worden ingestemd.
Artikel 9
7. Subsidiair aan de sub 4.4.2 gemaakte algemene opmer-
king, dienen de stellers van het ontwerp na te gaan op welke
wijze de nietigheid van de overeenkomsten waarin artikel 9,
§ 2, van het ontwerp voorziet, zich verhoudt tot de mogelijkheid
voor de rechter om de nietigheid uit te spreken van bepaalde
door niet-vergunde verzekeraars gesloten levensverzeke-
ringsovereenkomsten, die is opgenomen in artikel 86ter, § 1,
5°, van de wet van 2 augustus 2002 ‘betreffende het toezicht
240
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
s’impose d’autant plus que l’article 9, § 2, alinéa 2, en projet,
de la loi tempère les effets juridique de la nullité pour le pre-
neur d’assurance de bonne foi, alors que tel n’est pas le cas
de la sanction visée à l’article 86ter de la loi du 2 août 2002.
En outre, la sanction de la nullité prévue par l’article 9, § 2,
du projet se heurte aux principes du droit européen de la libre
circulation, dans la mesure où elle frappe également la simple
méconnaissance de l’obligation de notifi cation préalable à
l’utilisation du passeport européen par des entreprises d’assu-
rances ayant leur siège principal dans un autre État membre
de l’EEE. En effet, il ressort de la défi nition d’“entreprise
d’assurances habilitée en vertu de la loi à exercer des activités
d’assurance”, fi gurant à l’article 6, § 4, du projet, qu’il s’agit
également de ces entreprises.
Dans sa communication interprétative concernant la
“Liberté de prestation de services et intérêt général dans
le secteur des assurances”, la Commission européenne a
déclaré à ce propos ce qui suit:
“La Commission considère que la procédure de notifi cation
prévue par les troisièmes directives de coordination (tant pour
les succursales que pour la prestation de services) poursuit
un simple objectif d’information mutuelle des autorités de
contrôle et n’est pas une mesure visant la protection des
consommateurs. Elle ne devrait pas être considérée, de l’avis
de la Commission, comme une condition affectant la validité
des contrats d’assurance conclus sans avoir préalablement
rempli cette procédure.”
Sur ce point également, le dispositif en projet paraît, en
ce qui concerne les contrats d’assurance vie, incompatible
avec l’article 86ter précité de la loi du 2 août 2002: en effet,
l’article 86ter, § 3, prévoit précisément que la nullité ne
s’applique pas en cas de méconnaissance des obligations
de notifi cation par les entreprises qui souhaitent exercer leurs
activités en Belgique par le biais de l’établissement d’une
succursale ou de la libre prestation de services.
Il convient dès lors de mieux harmoniser les deux régimes.
Article 10
8. L’article 10 du projet vise à interdire aux intermédiaires
d’assurance d’intervenir dans la souscription de contrats
d’assurance conclus en contravention avec l’interdiction
contenue à l’article 9 du projet. Cette disposition fait double
emploi avec la règle énoncée à l’article 272, 5°, du projet.
Article 23
9.1. Le Conseil d’État se réfère à l’observation générale
relative à cette disposition formulée au point 4.3.1.
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten’. Dit klemt
des te meer, nu het ontworpen artikel 9, § 2, tweede lid, van
de wet, de rechtsgevolgen van de nietigheid tempert voor
de verzekeringnemer te goeder trouw, terwijl dit niet het ge-
val is voor de sanctie vervat in artikel 86ter van de wet van
2 augustus 2002.
Daarenboven staat de nietigheidssanctie waarin artikel 9,
§ 2, van het ontwerp voorziet op gespannen voet met de
Europeesrechtelijke beginselen van vrij verkeer, in de mate
deze ook de loutere miskenning van de notifi catieplicht voor-
afgaand aan het gebruik van het Europese paspoort door
verzekeringsondernemingen met hoofdzetel in een andere
lidstaat van de EER treft. Uit de omschrijving van de “krach-
tens de wet voor de uitoefening van verzekeringsactiviteit
gemachtigde verzekeringsonderneming” in artikel 6, § 4,
van het ontwerp, blijkt immers dat ook deze ondernemingen
bedoeld zijn.
In haar interpretatieve mededeling betreffende “Vrij ver-
richten van diensten en algemeen belang in het verzeke-
ringsbedrijf”, heeft de Europese Commissie hieromtrent het
volgende gesteld:
“De Commissie is van mening dat de in de derde coördina-
tierichtlijnen voorziene kennisgevingsprocedure (zowel voor
bijkantoren als voor het verrichten van diensten) louter gericht
is op de wederzijdse informatie van de toezichthoudende
autoriteiten en geen maatregel met betrekking tot de consu-
mentenbescherming is. Zij moet volgens de Commissie niet
worden beschouwd als een voorwaarde voor de geldigheid
van verzekeringsovereenkomsten die zijn gesloten zonder
dat vooraf aan deze procedure is voldaan.”
Ook op dit punt lijkt de ontworpen regeling, wat levensver-
zekeringsovereenkomsten betreft, onverenigbaar met het eer-
der aangehaalde artikel 86ter van de wet van 2 augustus 2002:
artikel 86ter, § 3, voorziet immers precies dat de nietigheid niet
geldt bij de miskenning van de kennisgevingsverplichtingen
door ondernemingen die in België werkzaam wensen te zijn
via de vestiging van een bijkantoor of de vrije dienstverlening.
Beide regimes dienen bijgevolg beter op elkaar te worden
afgestemd.
Artikel 10
8. Artikel 10 van het ontwerp strekt ertoe verzekeringstus-
senpersonen te verbieden om te bemiddelen bij het sluiten
van verzekeringsovereenkomsten die worden aangegaan in
strijd met het in artikel 9 van het ontwerp vervatte verbod. Dit
vormt een overlapping met hetgeen is bepaald in artikel 272,
5°, van het ontwerp.
Artikel 23
9.1.De Raad van State verwijst naar de algemene opmer-
king betreffende deze bepaling sub 4.3.1.
241
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Subsidiairement, il convient d’observer qu’il y a une dis-
cordance entre, d’une part, le texte de l’article 23, § 2, qui fait
mention de la technique d’une “garantie de capital”, et d’autre
part, l’exposé des motifs qui fait état de “protection de capital”.
Dès lors que dans le contexte d’autres législations fi nancières,
la défi nition des deux termes est clairement différenciée 12,
cette discordance doit être supprimée.
9.2. Au paragraphe 4, alinéa 1er, il faut remplacer la réfé-
rence au “paragraphe ler, 3°” par une référence au “paragraphe
1er, c)”.
9.3. Il y a lieu de clarifi er l’articulation entre, d’une part,
l’habilitation conférée au Roi par l’article 23, § 5, du projet en
vue de préciser les règles par arrêté et, d’autre part, la possi-
bilité pour la FSMA d’accorder des dérogations dans des cas
individuels en vertu du paragraphe 4, alinéa 1er, de ce même
article. En effet, la question se pose de savoir si la mise en
œuvre de l’habilitation au Roi en vue d’édicter des règlements
a pour effet de ne plus permettre à la FSMA d’accorder les
dérogations individuelles.
Article 25
10. L’article 25 en projet vise à prévoir que “pour l’éta-
blissement et l’application de tous les documents relatifs à
la conclusion et à l’exécution des contrats d’assurance”, les
assureurs et les intermédiaires d’assurances sont tenus de
se conformer aux règles fi xées, en vertu de la loi en projet,
par le Roi “sur avis” de la FSMA.
On n’aperçoit pas ce que l’on entend par “l’application de
tous les documents”. Il convient de le préciser.
Article 26
11.1. L’article 26 du projet reproduit, dans une forme
modifi ée, l’article 19bis de la loi de contrôle – abrogé par
l’article 347, premier tiret, du projet –, selon lequel les clauses
des contrats qui ne sont pas conformes à la loi de contrôle
ou à ses arrêtés ou règlements pris pour son exécution sont
censés, dès la conclusion du contrat, être en conformité avec
ces dispositions. La portée de l’article 26 en projet diffère à
double titre de l’article 19bis existant de la loi de contrôle.
En premier lieu, l’article 19bis de la loi de contrôle porte sur
la méconnaissance des obligations imposées par ou en vertu
de la loi de contrôle aux entreprises d’assurances. L’article 26,
§ 1er, du projet, dans sa formulation actuelle, s’applique en
revanche à la méconnaissance de toute disposition du projet
de loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution qui
seront adoptés sur cette base, qui englobent tant le contrôle
des règles de conduite proprement dit que le droit des contrats
d’assurance, mais pas les obligations prudentielles. En deu-
xième lieu, l’article 19bis de la loi de contrôle s’étend à toutes
les entreprises d’assurances actives en Belgique, alors que
12
Voir, en particulier, l’article 68 de l’arrêté royal du 4 mars 2005
“relatif à certains organismes de placement collectif publics”,
MB, 9 mars 2005.
Bijkomend dient te worden opgemerkt dat er een discre-
pantie is tussen enerzijds de tekst van artikel 23, § 2, waarin
melding wordt gemaakt van de techniek van een “kapitaalga-
rantie”, en anderzijds de memorie van toelichting, die gewag
maakt van “kapitaalbescherming”. Nu aan beide termen in de
context van andere fi nanciële wetgeving een duidelijk onder-
scheiden begripsinhoud toekomt,12 dient deze discrepantie te
worden weggewerkt.
9.2. In paragraaf 4, eerste lid, dient de verwijzing naar
“paragraaf 1, 3°” te worden vervangen door een verwijzing
naar “paragraaf 1, c)”.
9.3. De onderlinge verhouding tussen enerzijds de in ar-
tikel 23, § 5, van het ontwerp verleende machtiging aan de
Koning om bij besluit de regels te preciseren en anderzijds
de mogelijkheid voor de FSMA om, op grond van paragraaf 4,
eerste lid, van datzelfde artikel, in individuele gevallen afwij-
kingen te aanvaarden, dient nader verduidelijkt te worden.
De vraag rijst immers of de uitvoering van de machtiging aan
de Koning om verordenend op te treden tot gevolg heeft dat
de FSMA niet langer individuele afwijkingen kan toestaan.
Artikel 25
10. Het ontworpen artikel 25 strekt ertoe te bepalen dat
“voor het vaststellen en toepassen van alle documenten die
betrekking hebben op het sluiten en het uitvoeren van de
verzekeringsovereenkomsten”, de verzekeraars en de verze-
keringstussenpersonen ertoe gehouden zijn zich te gedragen
naar de regels die krachtens de ontworpen wet door de Koning
worden vastgesteld, “op advies” van de FSMA.
Het is onduidelijk wat wordt bedoeld met het “toepassen
van alle documenten”. Dit dient te worden verduidelijkt.
Artikel 26
11.1. Artikel 26 van het ontwerp herneemt, in gewijzigde
vorm, het bepaalde in artikel 19bis van de Controlewet – dat
met artikel 347, eerste streepje, van het ontwerp wordt opge-
heven –, naar luid waarvan de bepalingen in overeenkomsten
die in strijd zijn met de Controlewet of haar uitvoeringsbeslui-
ten of verordeningen, vanaf het sluiten van de overeenkomst
geacht worden in overeenstemming te zijn met die bepalingen.
De reikwijdte van het ontworpen artikel 26 verschilt in tweeër-
lei opzicht van het bestaande artikel 19bis van de Controlewet.
Ten eerste, heeft artikel 19bis van de Controlewet betrekking
op de miskenning van de verplichtingen die door of krachtens
de Controlewet aan de verzekeringsondernemingen worden
opgelegd. Artikel 26, § 1, van het ontwerp daarentegen,
zoals het thans is verwoord, geldt voor de miskenning van
elke bepaling van het wetsontwerp en van de uitvoerings-
besluiten en reglementen die op grond ervan zullen worden
genomen, die zowel het eigenlijke gedragstoezicht als het
verzekeringscontractenrecht omvatten, doch niet de pruden-
tiële verplichtingen. Ten tweede, strekt artikel 19bis van de
12
Zie in het bijzonder artikel 68 van het koninklijk besluit van 4 maart
2005 “met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor
collectieve belegging”, BS 9 maart 2005.
242
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
le champ d’application spatial de l’article 26 du projet, lu en
combinaison avec l’article 24 du projet, est délimité sur la base
de la localisation du risque ou de l’engagement en Belgique 13.
Ces constatations donnent lieu aux observations formulées
ci-dessous.
En premier lieu, la place de l’article 26 en projet dans la
structure générale de la loi semble indiquer que la disposition
qu’il contient ne s’applique que si les (conditions des) contrats
d’assurance ne sont pas conformes aux dispositions légales
ou aux dispositions d’exécution qui fi gurent dans la partie 3
du projet. Toutefois, la formulation en termes larges de l’article
26 en projet paraît également indiquer que cet article trouve
à s’appliquer à la méconnaissance de chaque disposition du
projet ou des arrêtés ou règlements à prendre en exécution
de celui-ci. Si une portée aussi large est attribuée à cette
disposition, il faut envisager d’insérer la disposition en projet
dans la partie 1 du projet.
Ensuite, il y a lieu de constater qu’en insérant l’article 26 en
projet dans le titre Ier de la partie 3, on restreint le champ d’ap-
plication spatial de cette disposition aux contrats d’assurance
dont soit le risque soit l’engagement est situé en Belgique.
Il faut observer à cet égard que les règles de rattachement
du droit international privé relatives aux contrats d’assurance
laissant une marge – certes limitée pour les risques autres
que les grands risques – à l’autonomie de volonté dans la
détermination du droit applicable aux contrats d’assurance 14.
Il résulte de l’utilisation des critères de localisation concernant
le risque ou l’engagement pour l’application de l’article 26 en
projet que cette disposition ne s’appliquera pas lorsque le
risque ou l’engagement est situé en dehors de la Belgique,
même si les parties ont inclus dans le contrat qui les lie une
clause de choix du droit applicable en faveur du droit belge.
La question se pose dès lors de savoir si la délimitation in-
staurée par l’article 24 du projet, et les effets corrélatifs pour
l’application de l’article 26 du projet, est conforme dans tous
les cas à l’intention de l’auteur du projet.
Enfi n, il convient de lire l’article 26, § 1er, du projet conjoin-
tement avec la disposition transitoire contenue à l’article 322
du projet. Cette disposition, qui reproduit l’article 19bis, ali-
néa 2, actuel, de la loi de contrôle, revient à déclarer l’article
26, § 1er, en projet, applicable à tous les contrats qui ont été
conclus, prorogés ou modifi és depuis l’entrée en vigueur
de la loi du 19 juillet 1991 ‘modifi ant la loi du 9 juillet 1975
relative au contrôle des entreprises d’assurances et fi xant
certaines dispositions relatives au fonctionnement de l’Office
de Contrôle des Assurances’. La portée matérielle ainsi que la
13
Voir, pour les notions de “État membre où le risque est situé” et
“État membre de l’engagement”, respectivement l’article 5, 33°,
et l’article 5, 34°, du projet.
14
Voir l’article 7 du règlement 593/2008 du Parlement européen
et du Conseil du 17 juin 2008 ‘sur la loi applicable aux obliga-
tions contractuelles (Rome I)’, JO UE L 177, 4 juillet 2008, p. 6.
Controlewet zich uit tot alle verzekeringsondernemingen die
in België actief zijn, terwijl het ruimtelijke toepassingsgebied
van artikel 26 van het ontwerp, in samenhang gelezen met
artikel 24 van het ontwerp, wordt afgebakend aan de hand van
de lokalisatie van het risico of van de verbintenis in België.13
Die vaststellingen leiden tot het maken van de hierna
volgende opmerkingen.
Vooreerst lijkt de plaats van het ontworpen artikel 26 in
de algemene structuur van de wet aan te geven dat de erin
vervatte bepaling enkel geldt wanneer de (voorwaarden van
de) verzekeringsovereenkomsten niet in overeenstemming
zijn met wetsbepalingen of uitvoeringsbepalingen die in deel
3 van het ontwerp zijn opgenomen. De ruime bewoordingen
van het ontworpen artikel 26 lijken evenwel ook aan te geven
dat dit artikel toepassing vindt op de miskenning van elke
bepaling van het ontwerp of van de in uitvoering ervan te
nemen besluiten of reglementen. Indien aan deze bepaling
een dermate ruime draagwijdte wordt toegekend, dient te
worden overwogen om de ontworpen bepaling in deel 1 van
het ontwerp op te nemen.
Voorts dient te worden vastgesteld dat, door het ontwor-
pen artikel 26 op te nemen in titel I van deel 3, het ruimtelijk
toepassingsgebied van deze bepaling wordt beperkt tot de
verzekeringsovereenkomsten waarvan hetzij het risico, hetzij
de verbintenis in België is gelegen. Er dient in dat verband
te worden opgemerkt dat de internationaalprivaatrechtelijke
verwijzingsregelen betreffende verzekeringsovereenkomsten
– voor de andere dan grote risico’s een weliswaar beperkte –
ruimte bieden voor de wilsautonomie bij de bepaling van het
toepasselijke recht op verzekeringsovereenkomsten.14 Het
gebruik van de lokalisatiecriteria betreffende het risico of de
verbintenis voor de toepassing van het ontworpen artikel 26,
heeft tot gevolg dat deze bepaling geen toepassing zal krijgen
wanneer het risico of de verbintenis buiten België is gelegen,
ook al hebben partijen in de overeenkomst die hen bindt een
rechtskeuzebeding opgenomen ten gunste van het Belgisch
recht. Het is bijgevolg de vraag of de met artikel 24 van het
ontwerp doorgevoerde afbakening en de daarmee samenhan-
gende gevolgen voor wat de toepassing van artikel 26 van
het ontwerp betreft, in alle gevallen strookt met de bedoeling
van de steller van het ontwerp.
Tot slot dient artikel 26, § 1, van het ontwerp in samen-
hang te worden gelezen met de overgangsbepaling vervat
in artikel 322 van het ontwerp. Deze bepaling, die het thans
bestaande artikel 19bis, tweede lid, van de Controlewet
overneemt, komt erop neer dat het ontworpen artikel 26, § 1,
van toepassing wordt verklaard op alle overeenkomsten die
sedert de inwerkingtreding van de wet van 19 juli 1991 ‘tot
wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der
verzekeringsondernemingen en tot vaststelling van een aantal
bepalingen betreffende de werking van de Controledienst voor
13
Zie voor de begrippen “Lidstaat van het risico” en “Lidstaat van
de verbintenis” artikel 5, 33° respectievelijk artikel 5, 34° van het
ontwerp.
14
Zie artikel 7 van de verordening 593/2008 van het Europees
Parlement en de Raad van 17 juni 2008 ‘betreffende het recht
dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome
I)’, Pb.EU L 177, 4 juli 2008, p. 6.
243
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
délimitation spatiale de l’article 26, § 1er, en projet, ayant été
fortement modifi ées par rapport à l’article 19bis, actuel, de la
loi de contrôle, cette disposition transitoire risque d’affecter
de manière rétroactive les contrats d’assurance existants,
qui n’étaient pas précédemment visés par l’article 19bis de
la loi de contrôle.
Il découle de ce qui précède que tant la formulation de
l’article 26 du projet et la place de cette disposition dans le
projet que le régime transitoire précité doivent encore faire
l’objet d’un examen approfondi.
11.2. La disposition en projet utilise côte à côte les notions
de “conditions particulières et spéciales” sans indiquer clai-
rement la différence entre les conditions particulières, d’une
part, et les conditions spéciales, d’autre part. La même obser-
vation vaut pour l’article 30 du projet, dont le paragraphe 2
en projet fait à nouveau mention de “conditions spéciales”.
Cette observation s’impose d’autant plus que l’exposé des
motifs précise en ce qui concerne cette dernière disposition
qu’“il existe une différence de terminologie entre les versions
française et néerlandaise de la directive Solvabilité II et la
réglementation belge. Ce manque de cohérence peut être
source de confusion quant à savoir de quelles conditions il
s’agit exactement, soit des spéciales soit des particulières”.
Dans le texte du projet ou, à tout le moins, dans l’exposé
des motifs, il faudra dès lors préciser soit dans la partie 3
du projet, soit dans son article 5 ce qu’il faut entendre par
“conditions particulières” ou “conditions spéciales”.
Article 27
12. Selon l’exposé des motifs concernant l’article 27 du
projet, la disposition en projet vise à renforcer la protection
du consommateur d’assurances. Le paragraphe 2 en projet
de cet article dispose qu’en cas de doute sur le sens d’une
clause c’est l’interprétation la plus favorable au preneur
d’assurance qui prévaut si le preneur d’assurance est une
personne physique.
Il n’est toutefois pas précisé pour quelle raison le dispositif
en projet ne s’applique que dans les cas où l’assureur est
une personne physique et non lorsqu’il s’agit d’une personne
morale. Interrogé à ce sujet par l’auditeur rapporteur, le délé-
gué a répondu ce qui suit:
“Deze bepaling is analoog aan artikel 40, § 2 van de wet
marktpraktijken. De ‘ongelijke behandeling’ vloeit voort uit de
wens om de zwakkere partij in de contractuele verhouding te
beschermen. Indien de verzekeringnemer een rechtspersoon
is, kan de onderhandelingspositie van beide partijen in de
meeste gevallen meer als gelijkwaardig worden beschouwd,
waardoor de automatische wettelijke bescherming in geval
van twijfel over een beding niet nodig is (desgevallend zal
de rechter hier dan over moeten oordelen, o.a. rekening
houdende met ontwerpartikel 27, § 1)”.
de Verzekeringen’ werden gesloten, verlengd of gewijzigd.
Aangezien zowel de materieelrechtelijke reikwijdte als de
ruimtelijke afbakening van het ontworpen artikel 26, § 1, sterk
zijn gewijzigd in vergelijking met het bestaande artikel 19bis
van de Controlewet, dreigt deze overgangsbepaling ertoe te
leiden dat op retroactieve wijze wordt ingegrepen in bestaande
verzekeringsovereenkomsten die voorheen niet door artikel
19bis van de Controlewet werden gevat.
Uit wat voorafgaat volgt dat zowel de formulering van arti-
kel 26 van het ontwerp en de plaats van deze bepaling in het
ontwerp als de voormelde overgangsregeling nog aan een
grondig onderzoek moeten worden onderworpen.
11.2. In de ontworpen bepaling worden de begrippen
“bijzondere en speciale voorwaarden” naast elkaar gebruikt
zonder dat duidelijk wordt gemaakt wat het onderscheid is
tussen de bijzondere voorwaarden enerzijds en de speciale
voorwaarden anderzijds. Eenzelfde opmerking geldt voor
artikel 30 van het ontwerp, waar in de ontworpen paragraaf 2
opnieuw sprake is van “speciale voorwaarden”. Dit klemt des
te meer nu in de memorie van toelichting bij die laatste bepa-
ling wordt gesteld dat er “een verschil bestaat in terminologie
tussen de Franse en de Nederlandse versies van de richtlijn
Solvabiliteit II en de Belgische regelgeving. Dit kan aanleiding
geven tot onduidelijkheid over welke voorwaarden het precies
gaat, de speciale, dan wel de bijzondere.”
Er dient dan ook te worden verduidelijkt in de tekst van het
ontwerp, of minstens in de memorie van toelichting ervan,
wat moet worden verstaan onder “bijzondere voorwaarden”
respectievelijk “speciale voorwaarden” hetzij in deel 3 van het
ontwerp, hetzij in artikel 5 ervan.
Artikel 27
12. Luidens de memorie van toelichting bij artikel 27 van het
ontwerp strekt de ontworpen bepaling er toe de bescherming
van de verzekeringsconsument te versterken. De ontworpen
paragraaf 2 van dat artikel bepaalt dat ingeval van twijfel over
de betekenis van een beding, de voor de verzekeringnemer
meest gunstige interpretatie prevaleert indien de verzekering-
nemer een natuurlijke persoon is.
Er wordt evenwel niet verantwoord waarom de ontworpen
regeling slechts geldt in de gevallen waarin de verzekeraar
een natuurlijke persoon is en niet geldt wanneer het een
rechtspersoon betreft. Hierover ondervraagd door de audi-
teur-verslaggever, antwoordde de gemachtigde het volgende:
“Deze bepaling is analoog aan artikel 40, § 2 van de wet
marktpraktijken. De ‘ongelijke behandeling’ vloeit voort uit de
wens om de zwakkere partij in de contractuele verhouding te
beschermen. Indien de verzekeringnemer een rechtspersoon
is, kan de onderhandelingspositie van beide partijen in de
meeste gevallen meer als gelijkwaardig worden beschouwd,
waardoor de automatische wettelijke bescherming in geval
van twijfel over een beding niet nodig is (desgevallend zal
de rechter hier dan over moeten oordelen, o.a. rekening
houdende met ontwerpartikel 27, § 1).”
244
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
À cet égard, il faut observer que si l’article 40, § 2, de la
loi du 6 avril 2010 ‘relative aux pratiques du marché et à la
protection du consommateur’ fixe la règle d’interprétation en
faveur d’un “consommateur”, tel que défini à l’article 2, 3°, de
cette loi 15, l’article 27 du projet étend toutefois cette protection
à toute “personne physique”, c’est-à-dire également lorsque
celle-ci agit dans le cadre de ses activités professionnelles.
Si l’intention est, comme semble le suggérer l’exposé des
motifs, de protéger le consommateur d’assurances au sens de
l’article 2, 3°, de la loi du 6 avril 2010, il conviendra d’adapter
la disposition en projet en ce sens. Si en revanche l’intention
est, comme le laisse entendre le texte du projet, de protéger
également le preneur d’assurance qui est une personne
physique lorsque celle-ci agit dans le cadre de ses activités
professionnelles, mais de ne pas offrir la même protection
au preneur d’assurance qui est une personne morale, il faut
pouvoir y donner une justifi cation raisonnablement admissible
à la lumière du principe constitutionnel de l’égalité.
Les règles constitutionnelles de l’égalité et de la non-dis-
crimination n’excluent pas qu’une différence de traitement soit
établie entre des catégories de personnes, pour autant qu’elle
repose sur un critère objectif et qu’elle soit raisonnablement
justifi ée. Selon la jurisprudence de la Cour constitutionnelle,
une différence de traitement ne peut toutefois se concilier
avec le principe constitutionnel de l’égalité et de la non-dis-
crimination que lorsque cette différence repose sur un critère
objectif et est raisonnablement justifi ée. L’existence d’une telle
justifi cation doit s’apprécier compte tenu du but et des effets
de la mesure concernée ainsi que de la nature des principes
en cause; le principe d’égalité est violé lorsqu’il n’existe pas
de rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens
employés et le but visé.
La différence de traitement qui découle du dispositif en
projet doit dès lors faire l’objet d’une justifi cation dans le sens
précité. Il est recommandé d’insérer cette justifi cation dans
l’exposé des motifs.
Articles 32 et 33
13. Le champ d’application spatial des règles en matière
de transparence fi gurant dans la partie 3, titre II, du projet,
est délimité, sur la base de l’article 32 en projet, par référence
à la situation du risque ou de l’engagement en Belgique.
L’article 33 du projet délimite toutefois les obligations qui y
sont contenues en faisant référence soit à la communication
de documents, soit à l’offre ou à la commercialisation de
contrats d’assurance “en Belgique”. La portée de ce dernier
critère de délimitation spatial, combiné avec l’article 32, n’est
pas claire: si l’intention est de limiter davantage le critère
15
L’article 2, 3°, de la loi du 6 avril 2010 défi nit le “consommateur”
comme “toute personne physique qui acquiert ou utilise à des
fi ns excluant tout caractère professionnel des produits mis sur
le marché”.
In dat verband moet worden opgemerkt dat, terwijl in
artikel 40, § 2, van de wet van 6 april 2010 ‘betreffende
marktpraktijken en consumentenbescherming’ de interpre-
tatieregel wordt vastgelegd ten gunste van een “consument”,
zoals gedefi nieerd in artikel 2, 3°, van die wet,15 artikel 27 van
het ontwerp deze bescherming uitbreidt tot elke “natuurlijke
persoon”, dat wil zeggen ook wanneer deze handelt binnen
het kader van zijn beroepswerkzaamheden.
Indien het de bedoeling is, zoals de memorie van toelichting
lijkt aan te geven, om de verzekeringsconsument in de zin van
artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 te beschermen, dan
dient de ontworpen bepaling in die zin te worden aangepast.
Wanneer het daarentegen de bedoeling is, zoals de tekst van
het ontwerp laat uitschijnen, om de verzekeringnemer die
een natuurlijke persoon is ook te beschermen wanneer deze
handelt binnen het kader van zijn beroepswerkzaamheden,
doch eenzelfde bescherming niet te bieden aan de verzeke-
ringnemer die een rechtspersoon is, dient daarvoor in het licht
van het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel een in redelijkheid
aanvaardbare verantwoording te kunnen worden gegeven.
De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-
discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling
tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover
dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk
verantwoord is. Volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk
Hof is een verschil in behandeling evenwel slechts verenig-
baar met het grondwettelijke beginsel van gelijkheid en niet-
discriminatie, wanneer dat verschil op een objectief criterium
berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een
dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld, rekening
houdend met het doel en de gevolgen van de betrokken maat-
regel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het
gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer er geen redelijk
verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende
middelen en het beoogde doel.
Voor de verschillende behandeling die uit de ontworpen
regeling voortvloeit dient dan ook een verantwoording in voor-
noemde zin voorhanden te zijn. Het verdient aanbeveling om
die verantwoording in de memorie van toelichting op te nemen.
Artikelen 32 en 33
13. Het ruimtelijk toepassingsgebied van de transparantie-
voorschriften opgenomen in deel 3, titel II, van het ontwerp
wordt op grond van het ontworpen artikel 32 afgebakend met
verwijzing naar de ligging van het risico of van de verbintenis
in België. Artikel 33 van het ontwerp bakent de erin vervatte
verplichtingen evenwel af door verwijzing naar de mededeling
van documenten, dan wel het aanbod of de commercialisatie
van verzekeringsovereenkomsten “in België”. De draagwijdte
van laatstgenoemd ruimtelijk afbakeningscriterium is, gelezen
in samenhang met artikel 32, niet duidelijk: indien het de
bedoeling is om het in artikel 32 vervatte criterium verder in
15
Artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 defi nieert “consument”
als “iedere natuurlijke persoon die, uitsluitend voor niet-beroeps-
matige doeleinden, op de markt gebrachte producten verwerft
of gebruikt”.
245
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
contenu à l’article 32, les auteurs du projet devront en préciser
la portée, sinon mieux vaudrait supprimer chaque fois l’ajout
“en Belgique” dans l’article 33.
Article 42
14. L’article 42 du projet vise à habiliter le Roi, “sur avis de
la FSMA”, à défi nir de manière plus précise les informations
requises visées aux articles 36 et 37 du projet et à déterminer
les informations complémentaires que les assureurs ou les
intermédiaires doivent fournir au preneur d’assurance avant
la conclusion du contrat et pendant la durée de celui-ci, ainsi
que le mode de communication de ces informations.
Cette habilitation doit bien entendu toujours être lue en te-
nant compte de l’article 185, point 7, de la directive Solvabilité
Il, qui prévoit que l’État membre de l’engagement ne peut
exiger des entreprises d’assurance vie la fourniture d’infor-
mations supplémentaires par rapport à celles mentionnées
aux points 2 à 5 du même article 185. Il n’en va autrement que
lorsque la fourniture de ces informations supplémentaires est
nécessaire à la compréhension effective par le preneur des
éléments essentiels de l’engagement.
Par souci de clarté, il est recommandé, pour les assurances
du groupe “vie” (voir les articles 39 et 40 du projet), d’insérer
expressément cette dernière condition dans la disposition
d’habilitation.
Article 44
15. À l’article 44, § 1er, du projet, on supprimera les termes
“en vertu de la présente loi”, qui sont superfl us. En effet, c’est
le dispositif en projet lui-même qui habilite le Roi à fi xer, “sur
avis de la FSMA et de la banque”, les règles auxquelles les
assureurs sont tenus de se conformer pour l’établissement
et l’application de leurs tarifs et conditions.
Articles 46 à 50
16.1.1. L’article 46 du projet, combiné avec l’article 43 de
celui-ci, tend à prévoir, en ce qui concerne les contrats d’assu-
rance dont le risque ou l’engagement est situé en Belgique,
qu’en cas de segmentation, l’assureur est tenu au respect de
la loi du 10 mai 2007 “tendant à lutter contre certaines formes
de discrimination” et de la loi du 10 mai 2007 “tendant à lutter
contre la discrimination entre les femmes et les hommes’”
L’article 48 du projet dispose que toute segmentation opérée
sur le plan de l’acceptation, de la tarifi cation et/ou de l’étendue
de la garantie doit être objectivement justifi ée par un objectif
légitime, et les moyens de réaliser cet objectif doivent être
appropriés et nécessaires.
Interrogé sur le rapport entre les articles 46 et 48 du projet
et les lois anti-discrimination, le délégué a répondu ce qui suit:
te perken, dienen de stellers van het ontwerp de draagwijdte
ervan nader te bepalen, zo niet wordt de toevoeging “in België”
in artikel 33 beter telkens geschrapt.
Artikel 42
14. Artikel 42 van het ontwerp beoogt de Koning te mach-
tigen om “op advies van de FSMA”, de vereiste inlichtingen
als bedoeld in de artikelen 36 en 37 van het ontwerp verder
uit te werken en bijkomende inlichtingen te bepalen die de
verzekeraars of de tussenpersonen aan de verzekeringnemer
moeten meedelen vóór het sluiten van de overeenkomst en
gedurende de looptijd ervan, evenals de wijze waarop dit
moet gebeuren.
Die machtiging moet uiteraard, zoals dat steeds het geval
is, worden gelezen met inachtneming van artikel 185, punt 7,
van de Solvabiliteit II-richtlijn, waarin is bepaald dat de lidstaat
van de verbintenis van de levensverzekeringsondernemingen
niet mag verlangen dat zij aanvullende gegevens verstrek-
ken naast de gegevens die zijn vermeld in de punten 2 tot en
met 5 van datzelfde artikel 185. Dit is slechts anders wanneer
het verstrekken van die aanvullende gegevens nodig is voor
een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke
bestanddelen van de verbintenis.
Het verdient voor de duidelijkheid aanbeveling om, met
betrekking tot verzekeringen van de groep “leven” (zie de
artikelen 39 en 40 van het ontwerp), laatstgenoemde voor-
waarde uitdrukkelijk in de machtigingsbepaling op te nemen.
Artikel 44
15. In artikel 44, § 1, van het ontwerp, schrappe men de
woorden “krachtens deze wet”, die overbodig zijn. Het is
immers in de ontworpen regeling zelf dat aan de Koning de
machtiging wordt verleend om “op advies van de FSMA en
de Bank” de regels vast te stellen waarnaar de verzekeraars
gehouden zijn zich te gedragen, voor het vaststellen en toe-
passen van hun tarieven en voorwaarden.
Artikelen 46 tot 50
16.1.1. Artikel 46 van het ontwerp, in samenhang gelezen
met artikel 43 ervan, strekt ertoe, wat de verzekeringsover-
eenkomsten betreft waarvan het risico dan wel de verbinte-
nis in België is gelegen, te bepalen dat de verzekeraar bij
segmentatie gebonden is aan de wet van 10 mei 2007 “ter
bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie” en aan de
wet van 10 mei 2007 “ter bestrijding van discriminatie tussen
vrouwen en mannen”. Artikel 48 van het ontwerp bepaalt dat
elke segmentatie op het vlak van acceptatie, tarifering en/of
de omvang van de dekking objectief moet worden gerecht-
vaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het
bereiken van dat doel passend en noodzakelijk moeten zijn.
Gevraagd naar de verhouding tussen de artikelen 46 en 48
van het ontwerp en de anti-discriminatiewetten, antwoordde
de gemachtigde wat volgt:
246
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
“Op grond van ontwerpartikel 46 is elke verzekeraar
in zijn beslissingen op vlak van acceptatie, tarifering en
dekking voor overeenkomsten waarvan het risico dan wel
de verbintenis in België is gelegen, gebonden door de
antidiscriminatiewetgeving. Dit betekent dat de verzekeraar
bij deze beslissingen niet mag discrimineren op grond van de
in deze wetgeving opgesomde criteria (religie, geslacht, ...).
Het artikel is eigenlijk een loutere bevestiging van het van
toepassing zijn van de antidiscriminatiewet in de (pre-)
contractuele relaties tussen de verzekeraar en de verzeke-
ringnemer indien het een overeenkomst betreft waarvan het
risico dan wel de verbintenis in België is gelegen.
De bescherming op grond van ontwerpartikel 48 gaat
verder. Voor die verzekeringen die worden opgesomd in ont-
werpartikel 47 (en voor zover de verzekeringnemer een con-
sument is), moet elk onderscheid (op grond van eender welk
criterium, dus niet enkel op grond van de criteria opgesomd
in de antidiscriminatiewetgeving) op het vlak van acceptatie,
tarifering en dekking ‘objectief worden gerechtvaardigd door
een legitiem doel en moeten de middelen voor het bereiken
van dat doel passend en noodzakelijk zijn’.
Ontwerpartikel 46 is van toepassing van zodra het risico
dan wel de verbintenis in België is gelegen, ontwerpartikel 48
is enkel van toepassing als ook de bijkomende voorwaarden
uit ontwerpartikel 47 zijn vervuld (aard van de overeenkomst
en hoedanigheid van de verzekeringnemer). Binnen haar
beperktere toepassingsgebied ‘omvat’ ontwerpartikel 48
in zekere zin ontwerpartikel 46 wel, omdat op grond van
ontwerpartikel 48 èlk onderscheid (dus ook op grond van
de criteria opgesomd in de antidiscriminatiewetgeving)
op het vlak van acceptatie, tarifering en dekking ‘objectief
worden gerechtvaardigd door een legitiem doel en moeten
de middelen voor het bereiken van dat doel passend en
noodzakelijk zijn”.
Interrogé sur la nécessité d’insérer la liste des contrats
d’assurance dans l’article 47, § 1er, le délégué a encore
répondu ce qui suit:
“Ja, want het is enkel voor die ‘basisverzekeringen’ dat
de meer verregaande segmentatieregeling geldt (verbod
op discriminerend onderscheid op basis van eender welk
criterium (ontwerpartikel 48) + absolute transparantie over
de gehanteerde criteria (ontwerpartikel 49, § 1, eerste zin)
+ motivering om aan te tonen dat het geen discriminatie is
(ontwerpartikel 49, § 1, tweede zin))”.
En ce qui concerne fi nalement le rapport entre les articles
46, 48 et 49, en projet, le délégué a déclaré:
“Ontwerpartikel 49 bepaalt hoe de verzekeraar moet
‘aantonen’ dat hij ontwerpartikel 48 naleeft, door een
transparantie- en motiveringsplicht in verband met de
gebruikte criteria op te leggen 16.
16
L’article 49, § 2, du projet habilite le Roi à imposer on exclure cer-
tains critères (même si l’usage de ce critère nécessite une justifi -
cation “objective” et “appropriée” au sens de l’article 48 du projet).
“Op grond van ontwerpartikel 46 is elke verzekeraar in zijn
beslissingen op vlak van acceptatie, tarifering en dekking voor
overeenkomsten waarvan het risico dan wel de verbintenis
in België is gelegen, gebonden door de antidiscriminatiewet-
geving. Dit betekent dat de verzekeraar bij deze beslissingen
niet mag discrimineren op grond van de in deze wetgeving
opgesomde criteria (religie, geslacht, ...). Het artikel is eigenlijk
een loutere bevestiging van het van toepassing zijn van de
antidiscriminatiewet in de (pre)contractuele relaties tussen
de verzekeraar en de verzekeringnemer indien het een over-
eenkomst betreft waarvan het risico dan wel de verbintenis
in België is gelegen.
De bescherming op grond van ontwerpartikel 48 gaat
verder. Voor die verzekeringen die worden opgesomd in ont-
werpartikel 47 (en voor zover de verzekeringnemer een con-
sument is), moet èlk onderscheid (op grond van eender welk
criterium, dus niet enkel op grond van de criteria opgesomd
in de antidiscriminatiewetgeving) op het vlak van acceptatie,
tarifering en dekking ‘objectief worden gerechtvaardigd door
een legitiem doel en moeten de middelen voor het bereiken
van dat doel passend en noodzakelijk zijn’.
Ontwerpartikel 46 is van toepassing van zodra het risico
dan wel de verbintenis in België is gelegen, ontwerpartikel 48
is enkel van toepassing als ook de bijkomende voorwaarden
uit ontwerpartikel 47 zijn vervuld (aard van de overeenkomst
en hoedanigheid van de verzekeringnemer). Binnen haar
beperktere toepassingsgebied ‘omvat’ ontwerpartikel 48 in
zekere zin ontwerpartikel 46 wel, omdat op grond van ont-
werpartikel 48 èlk onderscheid (dus ook op grond van de
criteria opgesomd in de antidiscriminatiewetgeving) op het
vlak van acceptatie, tarifering en dekking ‘objectief worden ge-
rechtvaardigd door een legitiem doel en moeten de middelen
voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.”
Gevraagd of het noodzakelijk is om de lijst van verzeke-
ringsovereenkomsten in artikel 47, § 1, op te nemen, ant-
woordde de gemachtigde nog het volgende:
“Ja, want het is enkel voor die ‘basisverzekeringen’ dat
de meer verregaande segmentatieregeling geldt (verbod
op discriminerend onderscheid op basis van eender welk
criterium (ontwerpartikel 48) + absolute transparantie over
de gehanteerde criteria (ontwerpartikel 49, § 1, eerste zin)
+ motivering om aan te tonen dat het geen discriminatie is
(ontwerpartikel 49, § 1, tweede zin)).”
Wat ten slotte de verhouding tussen de ontworpen artikelen
46, 48 en 49 betreft, verklaarde de gemachtigde:
“Ontwerpartikel 49 bepaalt hoe de verzekeraar moet
‘aantonen’ dat hij ontwerpartikel 48 naleeft, door een trans-
parantie- en motiveringsplicht in verband met de gebruikte
criteria op te leggen16.
16
In artikel 49, § 2, van het ontwerp wordt de Koning gemachtigd
om bepaalde criteria te verplichten, dan wel uit te sluiten (ook
al zou er voor het gebruik van dat criterium een “objectieve” en
“passende” rechtvaardiging zijn in de zin van artikel 48 van het
ontwerp).
247
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Er is geen directe verhouding tussen ontwerpartikel 49
en ontwerpartikel 46, aangezien ontwerpartikel 49 specifi ek
betrekking heeft op de situaties die onder ontwerpartikel 47
vallen. Zie ook hierboven, i.v.m. de verhouding tussen de
ontwerpartikelen 46 en 48”.
16.1.2. Mieux vaudrait que l’explication fournie, à savoir
que, spécifi quement en ce qui concerne les “contrats de
base” visés à l’article 47, § 1er, du projet, outre les obligations
qui découlent déjà des lois anti-discrimination existantes,
s’appliquera l’obligation en projet à l’article 48 17 selon laquelle
chaque segmentation, quel que soit le critère sur lequel elle se
fonde, doit pouvoir être justifi ée objectivement par un but légi-
time et les moyens d’atteindre celui-ci doivent être appropriés
et nécessaires, fi gure explicitement dans l’exposé des motifs.
Ensuite, on n’aperçoit pas ce qu’ajoute l’article 46 du
projet, combiné avec l’article 43 du projet, à l’ordonnance-
ment juridique existant. En effet, les lois anti-discrimination
mentionnées à l’article 46 du projet sont applicables à toutes
personnes, tant dans le secteur public que dans le secteur
privé, en ce compris les pouvoirs publics, en ce qui concerne
“l’accès aux biens et services et la fourniture de biens et ser-
vices à la disposition du public”. Si la disposition en projet,
combinée avec l’article 43 (qui vise tous les contrats d’assu-
rance dont le risque ou l’engagement est situé en Belgique),
a pour objet, en tant que lex specialis, d’infl uencer encore le
champ d’application des lois générales anti-discrimination à
l’égard des contrats d’assurance, il y a lieu de le préciser et,
le cas échéant (en cas de restriction du champ d’application)
de pouvoir le justifi er. En effet, à première vue, l’assujettis-
sement aux lois anti-discrimination découle déjà du champ
d’application de ces lois.
En outre, la question se pose de savoir pourquoi l’article
46 en projet se réfère uniquement aux lois anti-discrimination
qui y sont mentionnées. Ainsi, il n’est pas fait référence – par
exemple pour les cas de discrimination indirecte – à la loi du
30 juillet 1981 ‘tendant à réprimer certains actes inspirés par
le racisme ou la xénophobie’.
16.2. L’article 47, § 2, du projet autorise le Roi, par arrêté
délibéré en Conseil des ministres, pris “sur avis” de la FSMA,
à étendre, l’application “de tout ou partie” des dispositions
du chapitre en projet (dont font partie les articles 46 à 50) à
d’“autres contrats d’assurance” et à déterminer les modalités
de cette extension.
Dès lors que l’article 46, qui vise tous les contrats d’assu-
rance dont le risque ou l’engagement est situé en Belgique,
fait également partie du chapitre concerné, on n’aperçoit pas
à quels autres contrats d’assurance l’application de cet article
46 peut être étendue. On n’aperçoit pas non plus si l’habilita-
tion à étendre le champ d’application des articles 48 à 50, que
prévoit l’article 47, § 2, du projet, demeure limitée à d’autres
17
Ainsi que les obligations connexes en matière de motivation et
de transparence, mentionnées aux articles 49 et 50 du projet.
Er is geen directe verhouding tussen ontwerpartikel 49
en ontwerpartikel 46, aangezien ontwerpartikel 49 specifi ek
betrekking heeft op de situaties die onder ontwerpartikel 47
vallen. Zie ook hierboven, i.v.m. de verhouding tussen de
ontwerpartikelen 46 en 48.”
16.1.2. De verstrekte toelichting, met name dat specifi ek
voor de in artikel 47, § 1, van het ontwerp bedoelde “ba-
sisovereenkomsten”, bovenop de verplichtingen die reeds
voortvloeien uit de bestaande anti-discriminatiewetten, de in
artikel 4817 ontworpen verplichting zal gelden dat elke segmen-
tatie, ongeacht het criterium waarop zij is gesteund, objectief
moet kunnen worden verantwoord door een legitiem doel en
dat de middelen voor het bereiken van dat doel passend en
noodzakelijk moeten zijn, wordt beter met zoveel woorden in
de memorie van toelichting opgenomen.
Voorts blijft het onduidelijk wat artikel 46 van het ontwerp,
in samenhang gelezen met artikel 43 van het ontwerp, aan de
bestaande rechtsordening toevoegt. Immers, de in artikel 46
van het ontwerp vermelde anti-discriminatiewetten zijn van
toepassing zowel in de overheidssector als in de private sec-
tor, met inbegrip van overheidsinstanties, op alle personen
met betrekking tot “de toegang tot en het aanbod van goe-
deren en diensten die publiekelijk beschikbaar zijn”. Indien
de ontworpen bepaling, in samenhang gelezen met artikel
43 (dat alle verzekeringsovereenkomsten beoogt waarvan
het risico dan wel de verbintenis in België gelegen is), als lex
specialis, ertoe strekt alsnog het toepassingsgebied van de
algemene antidiscriminatiewetten te beïnvloeden wat verze-
keringsovereenkomsten betreft, moet dat worden toegelicht
en, in voorkomend geval (in geval van een beperking van het
toepassingsgebied) verantwoord kunnen worden. Immers, op
het eerste gezicht vloeit de onderworpenheid aan de anti-
discriminatiewetten reeds voort uit het toepassingsgebied
van die wetten.
Bovendien rijst de vraag waarom in het ontworpen artikel
46 enkel naar de daarin vermelde anti-discriminatiewetten
wordt verwezen. Zo wordt niet verwezen – bijvoorbeeld voor
gevallen van indirecte discriminatie – naar de wet van 30 juli
1981 ‘tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie
ingegeven daden’.
16.2. Met artikel 47, § 2, van het ontwerp wordt de Koning
gemachtigd om, bij een in de Ministerraad overlegd besluit
genomen “op advies” van de FSMA, de toepassing van de
bepalingen van het ontworpen hoofdstuk (waartoe de artikelen
46 tot 50 behoren) “geheel of gedeeltelijk” uit te breiden tot
“andere verzekeringsovereenkomsten” en om de modaliteiten
(lees: de nadere regelen) van die uitbreiding (“les modalités
de cette extension”) te bepalen.
Het is niet duidelijk, nu ook artikel 46, dat alle verzeke-
ringsovereenkomsten viseert waarvan het risico dan wel de
verbintenis in België is gelegen, tot het betrokken hoofdstuk
behoort, tot welke andere verzekeringsovereenkomsten de
toepassing van dit artikel 46 kan worden uitgebreid. Evenmin
is duidelijk of de machtiging tot uitbreiding van het toepas-
singsgebied van de artikelen 48 tot 50 waarin artikel 47,
17
Evenals de daarbij aansluitende motiverings- en transparantie-
verplichtingen vermeld in de artikelen 49 en 50 van het ontwerp.
248
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
contrats d’assurance conclus avec un consommateur au sens
de l’article 2, 3°, de la loi du 6 avril 2010 (tel qu’il est visé à
l’article 47, § 1er, du projet), ou si cette habilitation en matière
d’extension et de fi xation des modalités de celle-ci peut
également se rapporter à des contrats d’assurance conclus
avec d’autres preneurs d’assurance que des consommateurs.
Il y a lieu dès lors de le préciser dans la disposition en
projet.
16.3. Ensuite, l’article 47, § 2, en projet, ne concorde pas
avec ce que l’exposé des motifs mentionne à ce sujet. En
effet, l’habilitation en projet prévoit que le Roi prendra l’arrêté,
après sa délibération en Conseil des ministres, “sur avis de
la FSMA”, alors que l’exposé des motifs indique que l’arrêté
d’extension à adopter est pris “sur avis de la FSMA et de la
Banque Nationale”, ce qui paraît plus conforme à l’intention
des auteurs du projet. En tout cas, il faudra veiller à ce que la
disposition en projet et son commentaire dans l’exposé des
motifs soient mis en conformité.
16.4. Enfi n, l’article 49, § 2, du projet habilite le Roi à
déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres,
pris sur avis de la FSMA, le cas échéant par type de contrat
d’assurance, les critères de segmentation qui peuvent être
utilisés par l’assureur ou qui ne peuvent pas l’être. Il s’agit
en l’occurrence d’une délégation étendue dont on peut se
demander si elle ne concerne pas un aspect essentiel du
dispositif de segmentation, de sorte qu’il reviendrait plutôt
au législateur d’opérer à ce sujet les choix essentiels. En tout
cas, lorsqu’il prendra l’arrêté, le Roi sera lié par les normes
supérieures et, en particulier, par le principe constitutionnel
d’égalité, l’interdiction de discrimination et la législation anti-
discrimination précitée.
Article 52
17. À l’article 52, on écrira, comme dans d’autres disposi-
tions du projet (voir l’article 33, § 2, du projet), “publicités” ou
éventuellement “ publicités et autres documents de commer-
cialisation” au lieu de “supports publicitaires”.
Article 135
18. L’article 135, § 4, en projet, reproduit les articles 68
et 69 existants de la loi de contrôle et prévoit qu’un assureur
qui ne respecte pas les obligations prévues par ou en vertu
de l’article 135 du projet “est présumé ne plus fonctionner en
conformité avec les dispositions de la loi du 9 juillet 1975”. La
portée de cette disposition n’est pas claire: si l’intention de
l’auteur du projet est de confi er le contrôle du non-respect de
cette disposition à la BNB en tant qu’élément de son contrôle
général du respect de la loi du 9 juillet 1975, il y a lieu d’envi-
sager de ne pas transférer la disposition dans le projet de loi
à l’examen. Si, en revanche, les auteurs du projet entendent
confi er le contrôle du respect de cet article à la FSMA, il
§ 2, van het ontwerp voorziet, beperkt blijft tot andere ver-
zekeringsovereenkomsten met een consument in de zin van
artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 (zoals bedoeld is in
artikel 47, § 1, van het ontwerp), dan wel of die machtiging tot
uitbreiding en tot het bepalen van de nadere regelen ervan
ook kan slaan op verzekeringsovereenkomsten met andere
verzekeringnemers dan consumenten.
Dit dient dan ook in de ontworpen bepaling te worden
verduidelijkt.
16.3. Voorts spoort het ontworpen artikel 47, § 2, niet met
hetgeen daaromtrent wordt gesteld in de memorie van toelich-
ting. Immers, in de ontworpen machtiging is bepaald dat de
Koning het besluit, nadat het in de Ministerraad is overlegd,
zal nemen “op advies van de FSMA” terwijl in de memorie
van toelichting ervan gewag wordt gemaakt dat het te nemen
uitbreidingsbesluit wordt genomen “op advies van de FSMA
en de Nationale Bank” wat meer met de bedoeling van de
stellers van het ontwerp lijkt te sporen. In ieder geval dient
er op toegezien te worden dat de ontworpen bepaling en de
bespreking ervan in de memorie van toelichting met elkaar
in overeenstemming worden gebracht.
16.4. Tot slot, bij artikel 49, § 2, van het ontwerp wordt
de Koning ertoe gemachtigd om bij een in de Ministerraad
overlegd koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA,
desgevallend per type van verzekeringsovereenkomst, aan
te duiden welke segmenteringscriteria door de verzekeraar
mogen worden gehanteerd, dan wel niet mogen worden ge-
hanteerd. Het betreft hier een ruime delegatie waarbij de vraag
rijst of deze niet een wezenlijk aspect van de regeling inzake
segmentering betreft, zodat het veeleer aan de wetgever zou
toekomen om hieromtrent de essentiële keuzen te maken. In
ieder geval zal de Koning bij het te nemen besluit gebonden
zijn door de hogere rechtsregels en, in het bijzonder, door het
grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, het verbod van discrimi-
natie en de eerder vermelde antidiscriminatiewetgeving.
Artikel 52
17. In artikel 52 schrijve men, zoals elders in het ontwerp
(zie artikel 33, § 2, van het ontwerp), “reclame” of, eventueel,
“reclame en andere op de commercialisering gerichte docu-
menten” in plaats van “publicitair materiaal”.
Artikel 135
18. Het ontworpen artikel 135, § 4, neemt de bestaande
artikelen 68 en 69 van de Controlewet over, en bepaalt dat
een verzekeraar die de door en krachtens artikel 135 van het
ontwerp bepaalde verplichtingen niet naleeft, “wordt geacht
niet meer in overeenstemming te zijn met de bepalingen van
de wet van 9 juli 1975.” De draagwijdte van deze bepaling
is niet duidelijk: indien het de bedoeling van de steller van
het ontwerp is om het toezicht op de nietnaleving van deze
bepaling toe te vertrouwen aan de NBB als onderdeel van
haar algemeen toezicht op de naleving van de wet van 9 juli
1975, dient overwogen te worden om de bepaling niet naar
het onderhavige wetsontwerp over te hevelen. Indien de
249
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
faudra remplacer la référence que l’article 135, § 4, fait à la
loi du 9 juillet 1975 par une référence à la loi dont le projet est
actuellement à l’examen.
Article 164
19. En ce qui concerne la portée étendue de l’habilitation
accordée au Roi par l’article 164, alinéa 2, du projet, on se
reportera à l’observation formulée au point 4.5.
Interrogé sur les effets de la disposition en projet en ce qui
concerne la loi interprétative du 19 juillet 2013 ‘de l’article 97
de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre’,
qui n’est manifestement pas reproduite, le délégué a déclaré:
“De interpretatieve wet bepaalt dat artikel 97 van de wet
van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst in die
zin wordt uitgelegd dat, enerzijds, het toepassingsgebied
van hoofdstuk II van titel III alle persoonsverzekeringsover-
eenkomsten bestrijkt waarbij het zich voordoen van het
verzekerde voorval alleen afhankelijk is van de menselijke
levensduur, zelfs indien de partijen de wederzijdse presta-
ties hebben geëvalueerd zonder rekening te houden met de
voorvalswetten en, anderzijds, de bij dit hoofdstuk bedoelde
verzekeringen geacht worden uitsluitend gericht te zijn op de
uitkering van een vast bedrag.
De interpretatieve wet blijft momenteel bestaan, maar kan
eventueel worden verwerkt in het ontwerp”.
Le projet doit apporter des précisions à cet égard.
Article 230
20.
On n’aperçoit pas pourquoi une défi nition légale
distincte des termes “contrat d’assurance” (voir l’article 5,
17°, du projet) vaut pour l’application de la partie 5 du projet,
qui concerne “le contrat d’assurance autre que le contrat
d’assurance terrestre visé dans la partie 4”. Si cette défi nition
devait encore être supprimée, il faudrait veiller à ce que la
partie 5 du projet fasse systématiquement mention de “contrat
d’assurance” au lieu d’“assurance”.
Article 262
21. L’article 262 du projet comporte, pour l’application de
la partie 6, “L’intermédiation en assurances et la distribution
d’assurances”, une liste de défi nitions dont le lien avec la liste
des défi nitions fi gurant à l’article 5 du projet, n’est pas toujours
claire. Ainsi, la notion de “intermédiation en assurances” et sa
défi nition fi gurent à l’article 5 du projet, mais la question se
pose de savoir s’il ne vaut pas mieux l’insérer dans l’article 262
en projet. La même question se pose en sens inverse pour
les notions de “courtier d’assurances” et “agent d’assurances”
fi gurant à l’article 262, 2° et 3°, du projet.
stellers van het ontwerp het toezicht op de naleving van dit
artikel daarentegen aan de FSMA wensen toe te vertrouwen,
dient de verwijzing in artikel 135, § 4, naar de wet van 9 juli
1975 vervangen te worden door een verwijzing naar de wet
die thans in ontwerpvorm voorligt.
Artikel 164
19. Wat de ruime draagwijdte van de bij artikel 164, tweede
lid, van het ontwerp aan de Koning verleende machtiging
betreft, wordt verwezen naar hetgeen sub 4.5 is opgemerkt.
Gevraagd naar de gevolgen van de ontworpen bepaling
met betrekking tot de interpretatieve wet van 19 juli 2013 ‘ten
aanzien van artikel 97 van de wet van 25 juni 1992 op de land-
verzekeringsovereenkomst’, die kennelijk niet overgenomen
wordt, verklaarde de gemachtigde:
“De interpretatieve wet bepaalt dat artikel 97 van de wet
van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst in die
zin wordt uitgelegd dat, enerzijds, het toepassingsgebied van
hoofdstuk II van titel III alle persoonsverzekeringsovereenkom-
sten bestrijkt waarbij het zich voordoen van het verzekerde
voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur,
zelfs indien de partijen de wederzijdse prestaties hebben ge-
evalueerd zonder rekening te houden met de voorvalswetten
en, anderzijds, de bij dit hoofdstuk bedoelde verzekeringen
geacht worden uitsluitend gericht te zijn op de uitkering van
een vast bedrag.
De interpretatieve wet blijft momenteel bestaan, maar kan
eventueel worden verwerkt in het ontwerp.”
Het ontwerp dient hieromtrent duidelijkheid te verschaffen.
Artikel 230
20. Het valt niet in te zien waarom voor de toepassing
van deel 5 van het ontwerp, dat betrekking heeft op “[d]e
verzekeringsovereenkomst, andere dan de landverzekerings-
overeenkomst zoals bedoeld in Deel 4”, een afzonderlijke
wettelijke defi nitie geldt van “verzekeringsovereenkomst” (zie
artikel 5, 17°, van het ontwerp). Indien deze defi nitie alsnog
zou worden geschrapt, moet erop worden toegezien dat in
deel 5 van het ontwerp systematisch gewag wordt gemaakt
van “verzekeringsovereenkomst” in plaats van “verzekering”.
Artikel 262
21. Artikel 262 van het ontwerp bevat een lijst van defi nities
voor de toepassing van deel 6, “Verzekeringsbemiddeling en
de distributie van verzekeringen”, waarbij het niet steeds dui-
delijk is welke de verhouding is tussen die lijst en de lijst van
defi nities in artikel 5 van het ontwerp. Zo komt het begrip “verze-
keringsbemiddeling” en de omschrijving ervan voor in artikel 5
van het ontwerp doch rijst de vraag of deze niet beter wordt
verplaatst naar het ontworpen artikel 262. Dezelfde vraag rijst
in omgekeerde zin voor de begrippen “verzekeringsmakelaar”
en “verzekeringsagent” in artikel 262, 2° en 3°, van het ontwerp.
250
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Toujours à ce propos, il faut observer de manière plus
générale que l’insertion de défi nitions s’appliquant spécifi -
quement à la partie 6 (notamment “État membre d’origine”,
“État membre d’accueil”, “autorités compétentes”, ...) est de
nature à créer une ambiguïté, dès lors que l’article 5 du projet
contient déjà une défi nition générale de notions identiques, qui
vaudra pour l’application du projet et des arrêtés à prendre en
exécution de celui-ci. Il est dès lors recommandé de différen-
cier suffisamment les notions pour éviter toute confusion à ce
sujet. Ainsi, par exemple, la notion d’“État membre d’origine
de l’intermédiaire d’assurances” peut spécifi quement être
défi nie dans la partie 6, laquelle notion doit alors être utilisée
de manière conséquente dans cette partie.
Article 263
22. Interrogé sur le point de savoir pourquoi l’actuel article
2, § 1er, de la loi du 27 mars 1995 ‘relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la distribution d’assu-
rances’ n’est pas reproduit dans le projet, ce qui ne contribue
pas à la clarté du champ d’application de la partie 6 du projet
ni à celle des exclusions visées à l’article 263, le délégué a
répondu:
“Artikel 2, § 1 W1995 wordt wel overgenomen, nl. in ont-
werpartikel 4, § 2 (zie ook de informatieve concordantietabel).
Het toepassingsgebied van de wet wordt in het algemene
deel uiteengezet; het toepassingsgebied van deel 6 (en de
uitsluitingen hierop wat dit deel betreft) wordt duidelijk door
ontwerpartikel 4, § 2 samen te lezen met ontwerpartikel 263.
Artikel 2, § 1 W1995 werd vooraan in het algemene deel
opgenomen, omdat de ontwerpwet niet enkel in deel 6 ver-
plichtingen voor tussenpersonen bevat”.
Article 264
23. À la question de savoir si le membre de phrase “exer-
çant des activités d’assurance” fi gurant dans l’article 264
en projet est bien utilisé correctement, dès lors que cette
disposition concerne une entreprise d’assurances exerçant
l’activité de la distribution directe et non celle d’assurance, le
délégué a répondu ce qui suit:
“Akkoord. Het begrip werd gewijzigd vanuit het algemene
idee om doorheen de wet een coherent woordgebruik te han-
teren, maar in deze bepaling kan de omschrijving inderdaad
terug worden gewijzigd in de oorspronkelijke tekst van de
W1995 ‘die in België werkzaam is’”.
Il y a lieu d’adapter l’article en projet dans ce sens.
Article 303
24. À l’article 303, § 3, du projet, on écrira dans le texte
néerlandais “gespecialiseerde afdelingen” au lieu de “ge-
specialiseerde deels” et “afdelingen eigen aan” au lieu de
“deels eigen aan”.
Nog in dat verband moet, meer in het algemeen, worden
opgemerkt dat het opnemen van defi nities die specifi ek voor
deel 6 gelden (o.m. “lidstaat van herkomst”, “lidstaat van
ontvangst”, “bevoegde autoriteiten”, ...) van aard is om on-
duidelijkheid te creëren, nu artikel 5 van het ontwerp al een
algemene defi nitie voor identieke begrippen bevat die zal
gelden voor de toepassing van het ontwerp en de in uitvoering
daarvan te nemen besluiten. Het verdient dan ook aanbeveling
om voldoende differentiatie door te voeren in de begrippen om
begripsverwarring te vermijden. Zo kan bijvoorbeeld in deel
6 specifi ek het begrip “lidstaat van herkomst van de verzeke-
ringstussenpersoon” worden gedefi nieerd, dat dan vervolgens
in dat deel op consequente wijze moet worden gehanteerd.
Artikel 263
22. Gevraagd waarom het huidige artikel 2, § 1, van de wet
van 27 maart 1995 ‘betreffende de verzekerings – en herver-
zekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen’
niet wordt overgenomen in het ontwerp, waardoor noch het
toepassingsgebied van deel 6 van het ontwerp, noch de door
artikel 263 beoogde uitsluitingen, duidelijk zijn, antwoordde
de gemachtigde:
“Artikel 2, § 1 W1995 wordt wel overgenomen, nl. in ont-
werpartikel 4, § 2 (zie ook de informatieve concordantietabel).
Het toepassingsgebied van de wet wordt in het algemene
deel uiteengezet; het toepassingsgebied van deel 6 (en de
uitsluitingen hierop wat dit deel betreft) wordt duidelijk door
ontwerpartikel 4, § 2 samen te lezen met ontwerpartikel 263.
Artikel 2, § 1 W1995 werd vooraan in het algemene deel
opgenomen, omdat de ontwerpwet niet enkel in deel 6 ver-
plichtingen voor tussenpersonen bevat.”
Artikel 264
23. Op de vraag of de zinsnede “die verzekeringsactivitei-
ten uitoefent” in het ontworpen artikel 264 wel correct wordt
gebruikt nu die bepaling handelt over een verzekerings-
onderneming die de activiteit van rechtstreekse distributie
verricht en niet de activiteit van verzekeren, antwoordde de
gemachtigde het volgende:
“Akkoord. Het begrip werd gewijzigd vanuit het algemene
idee om doorheen de wet een coherent woordgebruik te han-
teren, maar in deze bepaling kan de omschrijving inderdaad
terug worden gewijzigd in de oorspronkelijke tekst van de
W1995 ‘die in België werkzaam is’.”
Het ontworpen artikel dient in die zin te worden aangepast.
Artikel 303
24. In artikel 303, § 3, van het ontwerp, schrijve men “ge-
specialiseerde afdelingen” in plaats van “gespecialiseerde
deels” en “afdelingen eigen aan” in plaats van “deels eigen
aan”.
251
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Articles 344 à 346
25. Du point de vue de la technique législative, il n’est pas
d’usage d’insérer déjà dans un projet de loi des dispositions
visant à modifi er certaines dispositions de celui-ci, lesquelles
entreront en vigueur à une date ultérieure à celle de la loi en
projet.
Il peut être envisagé d’insérer dans le projet deux versions
des dispositions concernées, à savoir une version qui entre
d’abord en vigueur et une deuxième version qui s’appliquera
dans le futur. À cet égard, il faudra alors prévoir explicitement
que la deuxième version entrera en vigueur à une date à fi xer
par le Roi et qu’à cette date, la première version sera abrogée.
Le greffier,
Le président,
Marleen
Wilfried
VERSCHRAEGHEN
VAN VAERENBERGH
Artikelen 344 tot 346
25. Het is vanuit legistiek oogpunt ongebruikelijk om in
een ontwerp van wet reeds bepalingen op te nemen die ertoe
strekken wijzigingen aan te brengen in sommige bepalingen
ervan, die dan in werking treden op een latere datum dan de
ontworpen wet.
Er kan worden overwogen om in het ontwerp van de be-
trokken bepalingen twee versies op te nemen, te weten een
versie die eerst in werking treedt en een tweede versie die
in de toekomst zal gelden. Daarbij dient dan uitdrukkelijk te
worden bepaald dat de tweede versie in werking zal treden op
een door de Koning te bepalen datum en dat op dat ogenblik
de eerste versie wordt opgeheven.
De grifffier,
De voorzitter,
Marleen
Wilfried
VERSCHRAEGHEN
VAN VAERENBERGH
252
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
PROJET DE LOI
PHILIPPE,
ROI DES BELGES,
À tous, présents et à venir,
SALUT.
Vu les lois sur le Conseil d’État, coordonnées le
12 janvier 1973, l’article 3, §§ 1er et 2;
Vu l’avis 54.452/1 du Conseil d’État, donné le
20 décembre 2013;
Sur la proposition du ministre de l’Economie et de
l’avis des ministres qui en ont délibéré en Conseil,
NOUS AVONS ARRÊTÉ ET ARRÊTONS:
Le ministre de l’Economie est chargé de présenter
en Notre nom aux Chambres législatives et de déposer
à la Chambre des représentants le projet de loi dont la
teneur suit:
PARTIE 1RE
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 78
de la Constitution.
Article 2
La présente loi assure la transposition partielle de
la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du
Conseil du 25 novembre 2009 sur l’accès aux activités
de l’assurance et de la réassurance et leur exercice
(solvabilité II).
Article 3
Objet
La présente loi a pour objet de protéger les droits des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires et
de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution de contrats
d’assurance et, à cette fi n:
WETSONTWERP
FILIP,
KONING DER BELGEN,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
ONZE GROET.
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördi-
neerd op 12 januari 1973, artikel 3, §§ 1 en 2;
Gelet op advies 54.452/1 van de Raad van State,
gegeven op 20 december 2013;
Op de voordracht van de minister van Economie en
op het advies van de in Raad vergaderde ministers,
HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ:
De minister van Economie is ermee belast het ont-
werp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze
naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en
bij de Kamer van volksvertegenwoordigers in te dienen:
DEEL 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 78 van de Grondwet.
Artikel 2
Deze wet betreft een gedeeltelijke omzetting van
Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang
tot en uitoefening van het verzekerings- en herverzeke-
ringsbedrijf (Solvabiliteit II).
Artikel 3
Doel
Deze wet heeft tot doel de rechten te beschermen
van de verzekeringnemers, de verzekerden, de be-
gunstigden en van de derden die belang hebben bij de
uitvoering van verzekeringsovereenkomsten en daartoe:
253
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— de fi xer les conditions et les règles qui visent à
garantir un traitement honnête, équitable et profession-
nel des parties intéressées et qui sont applicables à
l’activité des assureurs;
— de déterminer les règles d’information à respecter
lors de l’offre et de la conclusion d’un contrat d’assu-
rance et pendant la durée de ce contrat;
— d’arrêter les règles relatives à la publicité et aux
obligations d’information en cas de commercialisation
en Belgique;
— d’imposer des règles d’information et autres règles
en ce qui concerne la tarifi cation, la segmentation et la
participation aux bénéfi ces;
— d’établir, eu égard au principe de l’exécution de
bonne foi des contrats, les conditions et les règles qui
organisent la relation contractuelle entre l’assureur, le
preneur d’assurance et, le cas échéant, l’assuré et/ou
le bénéfi ciaire;
— de fi xer les conditions relatives à l’accès à l’activité
d’intermédiation en assurances et en réassurance, à
l’exercice de cette activité et à la distribution d’assu-
rances, ainsi que les règles régissant l’information du
public dans ce domaine; et
— d’organiser le contrôle du respect de ces règles.
Article 4
Champ d’application
§ 1er. Les obligations auxquelles les assureurs sont
soumis en vertu de la présente loi sont, conformément
à l’article 3 et sans préjudice des limitations du champ
d’application fi xées par la loi même, applicables aux
entités suivantes:
— les assureurs belges;
— les assureurs étrangers qui ont un établissement
en Belgique; et
— les assureurs étrangers qui exercent des activités
d’assurance en Belgique sans y être établis.
Les entreprises qui exercent uniquement l’activité de
réassurance, sans effectuer d’opérations d’assurance
directe, soit elles-mêmes, soit par le biais d’un établis-
sement, sont soumises aux seules dispositions des
articles 262, § 2, 263, alinéa 2 et 270, § 4, 2°, dernier
— voorwaarden en regels vast te stellen die een
loyale, billijke en professionele behandeling van de
belanghebbende partijen moeten waarborgen en waar-
aan de activiteit van de verzekeraars onderworpen is;
— informatieregels vast te leggen bij het aanbieden
en het sluiten van een verzekeringsovereenkomst en
gedurende de looptijd ervan;
— regels vast te leggen met betrekking tot de pu-
bliciteit en de informatieplichten in het geval van com-
mercialisatie in België;
— informatie – en andere regels op te leggen in ver-
band met tarifering, segmentatie en winstdeling;
— gelet op het beginsel van uitvoering van overeen-
komsten te goeder trouw, voorwaarden en regels vast te
stellen die de contractuele relatie tussen de verzekeraar,
de verzekeringnemer en desgevallend de verzekerde
en/of de begunstigde organiseren;
— de voorwaarden betreffende de toegang tot en de
uitoefening van de werkzaamheid van verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling, de distributie van verzeke-
ringen, alsook de regels betreffende de informatie aan
het publiek in dit verband vast te stellen, en
— het toezicht op de naleving van deze regels te
organiseren.
Artikel 4
Toepassingsgebied
§ 1. De verplichtingen die overeenkomstig deze wet
van toepassing zijn voor verzekeraars, zijn, overeen-
komstig artikel 3 en onverminderd de in de wet zelf
vastgestelde beperkingen aan het toepassingsgebied,
van toepassing op de volgende entiteiten:
— de Belgische verzekeraars;
— de buitenlandse verzekeraars die een vestiging
hebben in België; en
— de buitenlandse verzekeraars die in België verze-
keringsactiviteiten uitoefenen zonder er gevestigd te zijn.
Op de ondernemingen die enkel aan herverzeke-
ringen doen zonder eveneens, zelf dan wel via een
vestiging, aan rechtstreekse verzekeringen te doen, zijn
enkel artikel 262, §2, artikel 263, lid 2 en artikel 270, §4,
2°, laatste lid van toepassing, met inbegrip van de regels
254
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
alinéa, ainsi qu’aux règles en matière de contrôle et
aux dispositions de sanction, énoncées respectivement
dans la partie 7 et dans la partie 8.
§ 2. Les obligations auxquelles les intermédiaires
d’assurances et/ou les intermédiaires de réassurance
sont soumis en vertu de la présente loi, sont applicables
aux intermédiaires d’assurances et aux intermédiaires
de réassurance dont l’État membre d’origine est la
Belgique ou qui exercent leur activité en Belgique.
La Belgique est réputée être l’État membre d’origine
d’un intermédiaire d’assurances ou de réassurance si
a) l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant la qualité de personne physique est domicilié en
Belgique et y exerce ses activités;
b) l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant la qualité de personne morale a son siège social
en Belgique.
§ 3. Le Roi peut, en vue de l’exécution d’obligations
découlant pour la Belgique de traités ou d’accords inter-
nationaux, dispenser, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, les assureurs ou intermédiaires d’assurances
étrangers de tout ou partie des obligations résultant de
la présente loi; dans ce cas, le Roi peut, sur avis de la
FSMA, fi xer les règles et conditions auxquelles sont
soumises ces personnes.
§ 4. Afi n de tenir compte des particularités de cette
forme d’assurance, le Roi peut, par arrêté délibéré
en Conseil des ministres, pris sur avis de la FSMA et
de l’OCM, dispenser les sociétés mutualistes visées
aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi
du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions
nationales de mutualités, de l’application d’une ou de
plusieurs dispositions de la présente loi et préciser les
règles qui leur sont applicables en lieu et place.
§ 5. La présente loi est également applicable aux
associations d’assurances mutuelles. Afi n de tenir
compte des particularités de cette forme d’assurance,
le Roi peut toutefois, sur avis de la FSMA, déterminer
les dispositions de la présente loi qui ne leur sont pas
applicables et fixer les modalités selon lesquelles
d’autres dispositions le sont. Le Roi arrête dans ce cas,
sur avis de la FSMA, les règles et modalités spéciales
auxquelles sont soumises ces associations.
inzake het toezicht en de sanctiebepalingen, vastgesteld
in respectievelijk deel 7 en deel 8.
§ 2. De verplichtingen die overeenkomstig deze wet
van toepassing zijn voor de verzekeringstussenper-
sonen en/of herverzekeringstussenpersonen zijn van
toepassing op de verzekeringstussenpersonen en de
herverzekeringstussenpersonen met België als lidstaat
van herkomst of die in België werkzaam zijn.
België wordt geacht de lidstaat van herkomst van een
verzekerings- of een herverzekeringstussenpersoon te
zijn indien
a) de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
die een natuurlijke persoon is zijn woonplaats heeft in
België en er zijn werkzaamheden uitoefent;
b) de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
die een rechtspersoon is, zijn maatschappelijke zetel
heeft in België.
§ 3. Met het oog op de uitvoering van verplichtin-
gen die voor België uit internationale verdragen of
overeenkomsten voortvloeien, kan de Koning, via een
in de Ministerraad overlegd besluit, de buitenlandse
verzekeraars of verzekeringstussenpersonen van de
verplichtingen uit deze wet of van een gedeelte ervan
ontslaan; in dat geval kan de Koning, na advies van de
FSMA, de regels en voorwaarden vaststellen waaraan
deze personen onderworpen zijn.
§ 4. Om rekening te houden met de bijzondere ken-
merken van deze verzekeringsvorm, kan de Koning,
bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad en na advies van de FSMA en de CDZ,
de maatschappijen van onderlinge bijstand, bedoeld
in artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8 van de wet
van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en
de landsbonden van ziekenfondsen vrijstellen van de
toepassing van een of meerdere bepalingen van deze
wet en aangeven welke bepalingen in plaats daarvan
van toepassing zijn.
§ 5. Deze wet is van toepassing op de onderlinge
verzekeringsverenigingen. Om rekening te houden met
de bijzondere kenmerken van deze verzekeringsvorm,
kan de Koning evenwel, na advies van de FSMA, de
bepalingen van deze wet aangeven die niet op de on-
derlinge verzekeringsverenigingen van toepassing zijn
en de wijze bepalen waarop andere bepalingen dat wel
zijn. De Koning stelt dan, na advies van de FSMA, de
bijzondere regels en modaliteiten vast waaraan deze
verenigingen onderworpen zijn.
255
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 6. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dispenser de
l’application de tout ou partie de la présente loi, les
sociétés coopératives qui restreignent leur activité d’as-
surance à la commune de leur siège social ou à cette
commune et aux communes voisines et qui satisfont
aux conditions complémentaires qu’Il fi xe. Le Roi fi xe,
sur avis de la FSMA, les règles et modalités spéciales
auxquelles sont soumises ces sociétés.
§ 7. La présente loi n’est pas applicable aux entre-
prises suivantes:
1° les sociétés mutualistes qui sont reconnues confor-
mément à la loi du 23 juin 1894 et qui ne sont pas visées
par la loi du 6 août 1990 précitée;
2° les mutualités, les unions nationales de mutua-
lités et les sociétés mutualistes visées par la loi du
6 août 1990 précitée qui ne peuvent pas proposer
des assurances et dont les services visés à l’article
3, alinéa 1er, b) et c), de cette loi répondent à chacune
des conditions prévues à l’article 67, alinéa 1er, de la loi
du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en
matière d’organisation de l’assurance maladie com-
plémentaire (I);
3° les institutions de retraite professionnelle visées
par la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des
institutions de retraite professionnelle;
4° les caisses communes, entreprises privées à
primes fi xes et institutions publiques en ce qui concerne
les opérations visées par les lois relatives au régime
de retraite et de survie des ouvriers, des employés,
des ouvriers mineurs, des marins et des travailleurs
indépendants;
5° pour autant qu’elles ne soient pas soumises à la
présente loi pour d’autres opérations, les entreprises
exerçant une activité d’assistance qui remplit les condi-
tions suivantes:
a) l’assistance est fournie à l’occasion d’un accident
ou d’une panne affectant un véhicule routier, lorsque
l’accident ou la panne survient sur le territoire de l’État
membre ou du pays d’origine de l’entreprise qui accorde
la couverture;
b) l’engagement au titre de l’assistance est limité aux
opérations suivantes:
§ 6. De Koning kan, na advies van de FSMA, de
coöperatieve vennootschappen die hun verzekerings-
bedrijvigheid beperken tot de gemeente waar hun
maatschappelijke zetel is gevestigd of tot die gemeente
en de omliggende gemeenten, en die voldoen aan de
bijkomende voorwaarden die Hij bepaalt, vrijstellen van
de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet. De
Koning stelt, na advies van de FSMA, de bijzondere re-
gels en modaliteiten vast waaraan deze vennootschap-
pen onderworpen zijn.
§ 7. Deze wet is niet van toepassing op de volgende
ondernemingen:
1° de maatschappijen van onderlinge bijstand die zijn
erkend overeenkomstig de wet van 23 juni 1894 en niet
onder de voormelde wet van 6 augustus 1990 vallen;
2° de ziekenfondsen, de landsbonden van zieken-
fondsen en de maatschappijen van onderlinge bijstand
als bedoeld in de voormelde wet van 6 augustus 1990,
die geen verzekeringen mogen aanbieden en waarvan
de diensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c),
van die wet, voldoen aan alle in artikel 67, eerste lid, van
de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen
inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverze-
kering (I) gestelde voorwaarden;
3° de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzie-
ning zoals bedoeld in de wet van 27 oktober 2006
betreffende het toezicht op de instellingen voor
bedrijfspensioenvoorzieningen;
4° de gemeenschappelijke fondsen, private onderne-
mingen met vaste premies, openbare instellingen, wat
betreft de verrichtingen bedoeld bij de wetten betref-
fende de rust – en overlevingspensioenen van arbeiders,
bedienden, mijnwerkers, zeelieden en zelfstandigen;
5° voor zover zij niet aan deze wet onderworpen zijn
voor andere verrichtingen, de ondernemingen die een
hulpverleningsactiviteit uitoefenen die aan de volgende
voorwaarden voldoet:
a) de hulp wordt verleend bij een ongeval met of
defect aan een wegvoertuig dat zich voordoet op het
grondgebied van de lidstaat of het land van herkomst
van de onderneming die dekking verleent,
b) de verplichting tot hulpverlening blijft beperkt tot
de volgende verrichtingen:
256
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
i. le dépannage sur place, pour lequel l’entreprise
utilise, dans la plupart des circonstances, son personnel
et son matériel propres;
ii. l’acheminement du véhicule jusqu’au lieu de
réparation le plus proche ou le plus approprié où la
réparation pourra être effectuée, ainsi que l’éventuel
accompagnement, normalement par le même moyen de
secours, du conducteur et des passagers, jusqu’au lieu
le plus proche d’où ils pourront poursuivre leur voyage
par d’autres moyens.
Dans les cas visés au 5°, point b), i. et ii., la condition
que l’accident ou la panne soient survenus sur le terri-
toire de l’État membre ou du pays d’origine de l’entre-
prise qui accorde la couverture, n’est pas applicable
lorsque l’entreprise est un organisme dont le bénéfi ciaire
est membre et que le dépannage ou l’acheminement
du véhicule est effectué, sur simple présentation de la
carte de membre, sans paiement de surprime, par un
organisme similaire du pays concerné sur la base d’un
accord de réciprocité.
§ 8. Par dérogation aux dispositions du paragraphe 7,
le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres,
pris sur avis de la FSMA, soumettre les entités visées
au paragraphe 7, 1°, 3°, 4° et 5°, à l’application de tout
ou partie de la présente loi.
§ 9. Les dispositions de la présente loi sont d’applica-
tion, dans la mesure des règles et modalités spéciales
à fi xer par le Roi, sur avis de la FSMA, aux institutions
publiques qui exercent des activités d’assurance.
§ 10. Le Roi peut dispenser les assureurs de l’appli-
cation de tout ou partie de la présente loi, en ce qui
concerne les opérations d’assurance suivantes:
1° les assurances relatives aux transports ou à des
risques industriels ou commerciaux;
2° les assurances relatives à des risques spéciaux
ou exceptionnels qu’Il détermine;
3° les opérations de réassurance et de coassurance
qu’Il détermine.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, fi xer des règles
spéciales relatives aux obligations et au contrôle de
ces assureurs.
i. technische hulp ter plaatse, waarvoor de onder-
neming in de meeste gevallen eigen personeel en
uitrusting gebruiken;
ii. het vervoer van het voertuig naar de plaats van
reparatie die het dichtst bij is of het meest geschikt is
voor het uitvoeren van de reparatie, alsmede het even-
tuele vervoer van bestuurder en passagiers, normaliter
met hetzelfde hulpmiddel, naar de dichtstbijzijnde plaats
van waaruit zij hun reis met andere middelen kunnen
voortzetten;
In de in 5°, onder b), in de punten i. en ii. bedoelde
gevallen is de voorwaarde dat het ongeval of defect zich
heeft voorgedaan op het grondgebied van de lidstaat of
het land van herkomst van de onderneming die dekking
verleent, niet van toepassing wanneer de onderneming
een organisatie is waarvan de belanghebbende lid is
en de hulpverlening of het vervoer van het voertuig
enkel op vertoon van de lidmaatschapskaart, zonder
betaling van een extra premie, wordt uitgevoerd door
een soortgelijke organisatie van het betrokken land op
grond van een reciprociteitsovereenkomst.
§ 8. In afwijking van hetgeen bepaald is in paragraaf
7, kan de Koning, bij een in de Ministerrraad overlegd
besluit, genomen na advies van de FSMA, de entiteiten
bedoeld in paragraaf 7, punten 1°, 3°, 4° en 5°, onder-
werpen aan de gehele of gedeeltelijke toepassing van
deze wet.
§ 9. De bepalingen van deze wet zijn, binnen de
perken van de bijzondere regels en modaliteiten door
de Koning, na advies van de FSMA, vast te stellen, van
toepassing op de openbare instellingen die verzeke-
ringsactiviteiten verrichten.
§ 10. De Koning kan de verzekeraars vrijstellen van
de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet, wat
de volgende verzekeringsverrichtingen betreft:
1° de verzekeringen betreffende het vervoer of de
industriële of commerciële risico’s;
2° de verzekeringen betreffende bijzondere of uitzon-
derlijke risico’s die Hij bepaalt;
3° de verrichtingen van herverzekering en medever-
zekering die Hij bepaalt.
De Koning kan, na advies van de FSMA, bijzondere
regels vaststellen betreffende de verplichtingen van en
de controle op die verzekeraars.
257
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 5
Défi nitions
Pour l’application de la présente loi et de ses arrêtés
et règlements d’exécution, il y a lieu d’entendre, sauf
mention contraire explicite, par:
1° “assureur”: toute personne ou entreprise qui, en
tant que partie contractante, offre de souscrire un ou
des contrats d’assurance, quelle que soit la qualité
professionnelle de cette personne et qu’il soit fait usage
ou non de techniques actuarielles lors de la conclusion
du contrat;
2° “assureur belge “: toute personne ou entreprise
qui répond à la défi nition d’assureur et dont le siège
principal est situé en Belgique;
3° “assureur de l’EEE”: toute personne ou entreprise
qui répond à la défi nition d’assureur et dont le siège
principal est situé dans un État membre de l’EEE, autre
que la Belgique;
4° “assureur étranger”: toute personne ou entreprise
qui répond à la défi nition d’assureur et dont le siège
principal est situé en dehors de la Belgique;
5° “assureur d’un pays tiers”: toute personne ou
entreprise qui répond à la défi nition d’assureur et dont
le siège principal est situé en dehors de l’EEE;
6° “entreprise d’assurances belge”: une entreprise
d’assurances dont le siège principal est situé en
Belgique et qui a obtenu de la Banque un agrément pour
l’exercice d’activités d’assurance ou qui, en vertu du
régime instauré en Belgique en application de l’article
4 de la directive 2009/138/CE, est autorisée à exercer
des activités d’assurance en Belgique sans disposer
d’un agrément;
7° “entreprise d’assurances de l’EEE”: une entreprise
d’assurances dont le siège principal est situé dans un
État membre de l’EEE, autre que la Belgique, et qui
a obtenu, conformément à la législation de son État
membre d’origine, un agrément pour l’exercice d’acti-
vités d’assurance;
8° “entreprise d’assurances étrangère”: une entre-
prise d’assurances dont le siège principal est situé en
dehors de la Belgique;
Artikel 5
Defi nities
Tenzij hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken, wordt
voor de toepassing van deze wet en haar uitvoerings-
besluiten en – reglementen verstaan onder:
1° “Verzekeraar”: elke persoon of onderneming die als
contractspartij verzekeringsovereenkomst(en) aanbiedt,
ongeacht de beroepshoedanigheid van deze persoon
en ongeacht of bij het afsluiten van de overeenkomst
gebruik wordt gemaakt van actuariële technieken;
2° “Belgische verzekeraar”: elke persoon of onderne-
ming die beantwoordt aan de defi nitie van een verzeke-
raar en waarvan het hoofdkantoor in België is gelegen;
3° “EER verzekeraar”: elke persoon of onderneming
die beantwoordt aan de defi nitie van een verzekeraar en
waarvan het hoofdkantoor in een lidstaat van de EER,
andere dan België, is gelegen;
4° “Buitenlandse verzekeraar”: elke persoon of on-
derneming die beantwoordt aan de defi nitie van een
verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor buiten België
is gelegen;
5° “Verzekeraar van een derde land”: elke persoon
of onderneming die beantwoordt aan de defi nitie van
een verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor buiten
de EER is gelegen;
6° “Belgische verzekeringsonderneming”: een ver-
zekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor in
België ligt en die een vergunning heeft verkregen van de
Bank om verzekeringsactiviteiten te verrichten, of die, op
grond van het in uitvoering van artikel 4 van de Richtlijn
2009/138/EG in België geldende regime, toegelaten is
om zonder vergunning verzekeringsactiviteiten te ver-
richten in België;
7° “EER verzekeringsonderneming”: een verzeke-
ringsonderneming waarvan het hoofdkantoor in een
lidstaat van de EER, andere dan België, is gevestigd
en die overeenkomstig de wetgeving van haar lidstaat
van herkomst een vergunning heeft gekregen om ver-
zekeringsactiviteiten te verrichten;
8° “Buitenlandse verzekeringsonderneming”: een
verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor
buiten België gevestigd is;
258
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
9° “entreprise d’assurances d’un pays tiers”: une
entreprise d’assurances dont le siège principal est situé
en dehors de l’EEE;
10° “agrément”: l’agrément délivré par les autorités
compétentes, conformément à la législation de l’État
membre d’origine, en vue de l’exercice d’activités
d’assurance au sens de l’article 14 de la directive
2009/138/CE;
11° “assurances du groupe d’activités “non-vie””:
toutes les opérations portant sur les risques qui relèvent
du groupe d’activités “non-vie” tel que déterminé dans
l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant
règlement général relatif au contrôle des entreprises
d’assurances, ou qui relèvent des branches d’assu-
rance non-vie telles que mentionnées dans l’annexe,
point A, de la directive 73/239/CEE du Conseil du
24 juillet 1973 portant coordination des dispositions
législatives, réglementaires et administratives concer-
nant l’accès à l’activité de l’assurance directe autre que
l’assurance sur la vie, et son exercice, ou dans l’annexe
I, partie A, de la directive 2009/138/CE;
12° “assurances du groupe d’activités “vie””: toutes
les opérations portant sur les risques qui relèvent du
groupe d’activités “vie” tel que déterminé dans l’annexe
I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assu-
rances, ou qui relèvent des branches d’assurance vie
telles que mentionnées dans l’annexe I de la directive
2002/83/CE du Parlement européen et du Conseil du
5 novembre 2002 concernant l’assurance directe sur
la vie, ou dans l’annexe II de la directive 2009/138/CE;
13° “opération de capitalisation”: une opération basée
sur une technique actuarielle, dans le cadre de laquelle,
en contrepartie de versements uniques ou périodiques
fi xés à l’avance, une partie, l’assureur, prend envers une
autre partie, le preneur de l’opération de capitalisation,
des engagements déterminés quant à leur durée et à
leur montant et indépendants de tout événement aléa-
toire quelconque;
14° “contrat d’assurance”: un contrat en vertu duquel,
moyennant le paiement d’une prime fi xe ou variable, une
partie, l’assureur, s’engage envers une autre partie, le
preneur d’assurance, à fournir une prestation stipulée
dans le contrat au cas où surviendrait un événement
incertain que, selon le cas, l’assuré ou le bénéfi ciaire,
a intérêt à ne pas voir se réaliser. Pour l’application
de la présente loi et de ses arrêtés et règlements
d’exécution, les contrats portant sur des opérations de
capitalisation sont également considérés comme des
contrats d’assurance. Pour ces opérations, les mots
9° “Verzekeringsonderneming van derde land”: een
verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor
buiten de EER is gevestigd;
10° “Vergunning”: de overeenkomstig de wetgeving
van de lidstaat van herkomst door de bevoegde autori-
teiten verleende vergunning om verzekeringsactiviteiten
uit te oefenen in de zin van artikel 14 van de Richtlijn
2009/138/EG;
11° “Verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven””: alle verrichtingen met betrekking tot de risico’s
die behoren tot de groep van activiteiten “niet-leven”
zoals bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van
22 februari 1991 houdende algemeen reglement betref-
fende de controle op de verzekeringsondernemingen,
dan wel tot de schadeverzekeringstakken zoals bepaald
in de Bijlage, punt A van de Richtlijn 73/239/EEG van de
Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang
tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van
de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daar-
van of in Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG;
12° “Verzekeringen uit de groep activiteiten “leven””:
alle verrichtingen met betrekking tot de risico’s die be-
horen tot de groep van activiteiten “leven” zoals bepaald
in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen, dan wel tot de le-
vensverzekeringstakken zoals bepaald in Bijlage I bij de
Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 5 november 2002 betreffende de levens-
verzekering of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG;
13° “Kapitalisatieverrichting”: een verrichting geba-
seerd op een actuariële techniek, waarbij een partij, de
verzekeraar, tegen betaling van van tevoren vastgestel-
de enige of periodieke stortingen, tegenover een andere
partij, die de kapitalisatieverrichting sluit, verplichtingen
aangaat die, voor wat betreft hun duur en hun bedrag,
bepaald zijn en die onafhankelijk zijn van om het even
welke toevallige gebeurtenis;
14° “Verzekeringsovereenkomst”: een overeenkomst,
waarbij een partij, de verzekeraar, zich er tegen betaling
van een vaste of veranderlijke premie tegenover een
andere partij, de verzekeringnemer, toe verbindt een in
de overeenkomst bepaalde prestatie te leveren in het
geval zich een onzekere gebeurtenis voordoet waarbij,
naargelang van het geval, de verzekerde of de begun-
stigde belang heeft dat die zich niet voordoet. Voor de
toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
en – reglementen worden overeenkomsten met betrek-
king tot kapitalisatieverrichtingen tevens beschouwd als
259
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
“preneur d’assurance” s’entendent comme “preneur
d’une opération de capitalisation”;
15° “assurance de dommages”: l’assurance dans
laquelle la prestation d’assurance dépend d’un événe-
ment incertain qui cause un dommage au patrimoine
d’une personne;
16° “assurance de personnes”: l’assurance dans
laquelle la prestation d’assurance ou la prime dépend
d’un événement incertain qui affecte la vie, l’intégrité
physique ou la situation familiale d’une personne. Pour
l’application de la présente loi et de ses arrêtés et
règlements d’exécution, les opérations de capitalisation
sont également considérées comme des assurances de
personnes. Toutefois, eu égard à l’absence de risque
assuré dans les opérations de capitalisation, les articles
58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, § 2, point 6°, et § 3, 69, 70, 71,
72, 74, 75, 76, 79, 80, 81, 84, § 2, 86, 87, 159 et 200, ainsi
que le chapitre 3 du titre II de la partie 4 de la présente
loi ne sont pas applicables à ces opérations;
17° “assuré”:
a) dans une assurance de dommages: la personne
garantie par l’assurance contre les pertes patrimoniales;
b) dans une assurance de personnes: la personne
sur la tête de laquelle repose le risque de survenance
de l’événement assuré. Dans une opération de capita-
lisation, il n’y a pas d’assuré;
18° “bénéfi ciaire”: la personne en faveur de laquelle
sont stipulées des prestations d’assurance;
19° “prime”: toute espèce de rémunération demandée
par l’assureur en contrepartie de ses engagements;
20° “intermédiaire d’assurances”: toute personne
morale ou physique ayant la qualité de travailleur indé-
pendant au sens de la législation sociale et exerçant des
activités d’intermédiation en assurances, même à titre
occasionnel, ou ayant accès à cette activité;
21° “intermédiaire de réassurance”: toute personne
morale ou physique ayant la qualité de travailleur indé-
pendant au sens de la législation sociale et exerçant des
activités d’intermédiation en réassurance, même à titre
occasionnel, ou accédant à cette activité;
22° “établissement”: le siège principal ou la succur-
sale d’une entreprise ou d’une personne;
verzekeringsovereenkomsten. Voor deze verrichtingen
wordt onder verzekeringnemer verstaan diegene die
een kapitalisatieverrichting sluit;
15° “Schadeverzekering”: verzekering waarbij de
verzekeringsprestatie afhankelijk is van een onzeker
voorval dat schade veroorzaakt aan iemands vermogen;
16° “Persoonsverzekering”: verzekering waarbij de
verzekeringsprestatie of de premie afhankelijk is van een
onzeker voorval dat iemands leven, fysieke integriteit of
gezinstoestand aantast. Voor de toepassing van deze
wet en haar uitvoeringsbesluiten en – reglementen
worden kapitalisatieverrichtingen tevens als persoons-
verzekeringen beschouwd. Gelet op de afwezigheid
van een verzekerd risico bij zulke verrichtingen, zijn de
artikelen 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, § 2, 6°, en § 3, 69,
70, 71, 72, 74, 75, 76, 79, 80, 81, 84, § 2, 86, 87, 159 en
200 en hoofdstuk 3 van titel II van deel 4 van de wet
echter niet van toepassing op de kapitalisatieverrichting;
17° “Verzekerde”:
a) bij schadeverzekering: degene die door de verze-
kering is gedekt tegen vermogensschade;
b) bij persoonsverzekering: degene in wiens persoon
het risico van het zich voordoen van het verzekerde
voorval gelegen is. Bij een kapitalisatieverrichting is er
geen verzekerde;
18° “Begunstigde”: degene in wiens voordeel verze-
keringsprestaties bedongen zijn;
19° “Premie”: iedere vorm van vergoeding door
de verzekeraar gevraagd als tegenprestatie voor zijn
verbintenissen;
20° “Verzekeringstussenpersoon”: elke rechtsper-
soon of elke natuurlijke persoon werkzaam als zelfstan-
dige in de zin van de sociale wetgeving, die activiteiten
van verzekeringsbemiddeling uitoefent, zelfs occasio-
neel, of die er toegang toe heeft;
21° “Herverzekeringstussenpersoon”: elke rechts-
persoon of elke natuurlijke persoon werkzaam als
zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving, die
activiteiten van herverzekeringsbemiddeling uitoefent,
zelfs occasioneel, of die er toegang toe heeft;
22° “Vestiging”: het hoofdkantoor of bijkantoor van
een onderneming of een persoon.
260
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
23° “siège principal”: dans le cas d’une personne
morale, le siège réel et, dans le cas d’une personne
physique, le centre des affaires;
24° “succursale”: toute agence ou succursale d’une
entreprise qui est établie dans un pays autre que le pays
d’origine de celle-ci; est assimilée à une succursale
toute présence permanente d’une entreprise, même si
cette présence n’a pas pris la forme d’une succursale ou
d’une agence, mais s’exerce par le moyen d’un simple
bureau géré par le propre personnel de l’entreprise,
ou d’une personne indépendante mais mandatée pour
agir en permanence pour l’entreprise comme le ferait
une agence;
25° “l’EEE”: l’Espace économique européen;
26° “État membre”: un État qui est membre de l’EEE;
27° “pays tiers”: un État qui n’est pas membre de
l’EEE;
28° “libre prestation de services”: l’activité par
laquelle une entreprise d’assurances de l’EEE couvre
des risques ou prend des engagements dans un autre
État membre, à partir de son siège principal ou d’une
succursale située dans un autre État membre. Pour
autant que cela soit conforme à la législation belge
en la matière, cette notion couvre également l’activité
par laquelle une entreprise d’assurances d’un pays
tiers couvre des risques ou prend des engagements
en Belgique, à partir de son siège principal ou d’une
succursale située dans un autre pays;
29° “État membre d’origine”: l’un des États membres
suivants:
a. concernant les assurances du groupe d’activités
“non-vie”, l’État membre dans lequel est situé le siège
principal de l’assureur qui couvre le risque;
b. concernant les assurances du groupe d’activités
“vie”, l’État membre dans lequel est situé le siège prin-
cipal de l’assureur qui prend l’engagement;
30° “pays d’origine”: l’un des pays suivants:
a. concernant les assurances du groupe d’activités
“non-vie”, le pays dans lequel est situé le siège principal
de l’assureur qui couvre le risque;
b. concernant les assurances du groupe d’activités
“vie”, le pays dans lequel est situé le siège principal de
l’assureur qui prend l’engagement;
23° “Hoofdkantoor”: in het geval van een rechtsper-
soon, dan wel een natuurlijke persoon, respectievelijk
de werkelijke zetel, dan wel het centrum van de zakelijke
belangen;
24° “Bijkantoor”: ieder agentschap of bijkantoor van
een onderneming in een ander land dan haar land van
herkomst. Met een bijkantoor wordt gelijkgesteld, elke
permanente aanwezigheid van een onderneming, zelfs
indien die aanwezigheid niet de vorm heeft van een bij-
kantoor of een agentschap, maar bestaat uit een gewoon
bureau dat door het eigen personeel van de onderne-
ming wordt beheerd of door een zelfstandig persoon
die evenwel gemachtigd is om voor de onderneming
duurzaam op te treden zoals een agentschap zou doen;
25° “de EER”: de Europese Economische Ruimte;
26° “Lidstaat”: een staat die lid is van de EER;
27° “Derde land”: een staat die geen lid is van de EER;
28° “Vrije dienstverrichting”: de activiteit waarbij een
EER verzekeringsonderneming vanuit haar hoofdkan-
toor of vanuit een bijkantoor gelegen in een andere
lidstaat, in een andere lidstaat gelegen risico’s dekt of
verbintenissen aangaat. Voor zover dit in overeenstem-
ming met de Belgische wetgeving ter zake is, wordt
hieronder tevens verstaan de activiteit waarbij een
verzekeringsonderneming van een derde land vanuit
haar hoofdkantoor of vanuit een bijkantoor gelegen in
een ander land, in België gelegen risico’s dekt of ver-
bintenissen aangaat;
29° “Lidstaat van herkomst”: een van de volgende
lidstaten:
a. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven”: de lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd
van de verzekeraar die het risico dekt;
b. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”:
de lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de
verzekeraar die de verbintenis aangaat;
30° “Land van herkomst” een van de volgende
landen:
a. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven”: het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van
de verzekeraar die het risico dekt;
b. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”:
het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van de
verzekeraar die de verbintenis aangaat;
261
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
31° “État membre d’accueil”: l’État membre, autre
que le pays ou l’État membre d’origine, dans lequel
un assureur a une succursale ou fournit des services;
pour les assurances du groupe d’activités “vie” et celles
du groupe d’activités “non-vie”, l’on entend par l’État
membre de fourniture des services, respectivement,
l’État membre de l’engagement ou l’État membre où le
risque est situé, lorsque ledit engagement ou risque est
couvert par un assureur ou une succursale situé dans
un autre État membre;
32° “État membre où le risque est situé”: l’un des
États membres suivants:
a. l’État membre où se trouvent les biens, lorsque
l’assurance est relative soit à des immeubles, soit à des
immeubles et à leur contenu, dans la mesure où celui-ci
est couvert par la même police d’assurance;
b. l’État membre d’immatriculation, lorsque l’assu-
rance est relative à des véhicules de toute nature;
c. l’État membre où le preneur d’assurance souscrit
la police, s’il s’agit d’un contrat d’une durée inférieure
ou égale à quatre mois, relatif à des risques encourus
au cours d’un voyage ou de vacances, quelle que soit
la branche concernée;
d. dans tous les cas non expressément couverts
par les points a), b) ou c), l’État membre où l’un des
éléments suivants est situé:
i. la résidence habituelle du preneur d’assurance; ou
ii. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le
contrat se rapporte;
33° “État membre de l’engagement”: l’État membre
où l’un des éléments suivants est situé:
a. la résidence habituelle du preneur d’assurance;
b. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le
contrat se rapporte;
34° “autorités compétentes”: les autorités nationales
habilitées, en vertu d’une loi ou d’une réglementa-
tion, à contrôler les entreprises d’assurances et/ou
l’activité des assureurs au regard de la protection des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires
et de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution du contrat
d’assurance;
31° “Lidstaat van ontvangst”: de lidstaat waar een
verzekeraar een bijkantoor heeft of diensten verricht en
die niet het land of de lidstaat van herkomst is; in het
geval van verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”
of “niet leven” wordt onder lidstaat van dienstverrichting
verstaan, respectievelijk de lidstaat van de verbintenis
en de lidstaat waar het risico is gelegen; de verbintenis
of het risico wordt gedekt door een verzekeraar of een
bijkantoor in een andere lidstaat;
32° “Lidstaat van het risico”: een van de volgende
lidstaten:
a. de lidstaat waar de goederen zich bevinden, wan-
neer de verzekering betrekking heeft hetzij op onroe-
rend goed, hetzij op onroerend goed en op de inhoud
daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekerings-
overeenkomst wordt gedekt;
b. de lidstaat van registratie, wanneer de verzekering
betrekking heeft op voer – en vaartuigen van om het
even welk type;
c. de lidstaat waar de verzekeringnemer de over-
eenkomst heeft gesloten, indien het overeenkomsten
betreft met een looptijd van vier maanden of minder
die betrekking hebben op tijdens een reis of vakantie
gelopen risico’s, ongeacht de tak;
d. in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd
onder a), b) of c): de lidstaat waarin zich een van het
volgende bevindt:
i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringne-
mer; of
ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon
is: de vestiging van die verzekeringnemer waarop de
overeenkomst betrekking heeft;
33° “Lidstaat van de verbintenis”: de lidstaat waarin
zich een van het volgende bevindt:
a. de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer;
b. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is:
de vestiging van die verzekeringnemer waarop de
overeenkomst betrekking heeft;
34° “Bevoegde autoriteiten”: de nationale autoriteiten
die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalin-
gen toezicht uitoefenen op verzekeringsondernemingen
en/of op de activiteit van de verzekeraars in het licht van
de bescherming van de verzekeringnemers, de verze-
kerden, de begunstigden en de derden die belang heb-
ben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst;
262
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
35° “le ministre”: le ministre qui a les assurances
dans ses attributions;
36° “la Banque”: la Banque Nationale de Belgique,
visée dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut
organique de la Banque Nationale de Belgique. Pour
les sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5,
et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités, les
mots “la Banque” fi gurant aux articles 5, point 6°, 17 et
41 doivent se lire comme “l’OCM”;
37° “la FSMA”: l’Autorité des services et marchés
fi nanciers, visée à l’article 44 de la loi du 2 août 2002
relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux
services fi nanciers;
38° “l’OCM”: l’Office de contrôle des mutualités et
des unions nationales de mutualités, visé à l’article 49
de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux
unions nationales de mutualités;
39° “grands risques”:
a) les risques relevant des branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12
de l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant
règlement général relatif au contrôle des entreprises
d’assurances, ou classés sous les branches 4, 5, 6,
7, 11 et 12 de l’annexe, point A, de la directive 73/239/
CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination
des dispositions législatives, réglementaires et adminis-
tratives concernant l’accès à l’activité de l’assurance
directe autre que l’assurance sur la vie, et son exercice,
ou sous les branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 de l’annexe I,
partie A, de la directive 2009/138/CE;
b) les risques relevant des branches 14 et 15 de
l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant
règlement général relatif au contrôle des entreprises
d’assurances, ou classés sous les branches 14 et 15 de
l’annexe, point A, de la directive 73/239/CEE du Conseil
du 24 juillet 1973 portant coordination des dispositions
législatives, réglementaires et administratives concer-
nant l’accès à l’activité de l’assurance directe autre
que l’assurance sur la vie, et son exercice, ou sous les
branches 14 et 15 de l’annexe I, partie A, de la directive
2009/138/CE, lorsque le preneur d’assurance exerce à
titre professionnel une activité industrielle, commerciale
ou libérale et que les risques sont relatifs à cette activité;
c) les risques relevant des branches 3, 8, 9, 10, 13 et
16 de l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 por-
tant règlement général relatif au contrôle des entreprises
35° “de minister”: de minister die de verzekeringen
onder zijn bevoegdheden heeft;
36° “de Bank”: de Nationale Bank van België, bedoeld
in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het
organiek statuut van de Nationale Bank van België.
Voor de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals
bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de
wet 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en
de landsbonden van ziekenfondsen, dienen de woorden
“de Bank” in de artikel 5, punt 6°, en de artikelen 17 en
41 te worden gelezen als “de CDZ”;
37° “de FSMA”: de Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 au-
gustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële
sector en de fi nanciële diensten;
38° “de CDZ”: de controledienst voor de ziekenfond-
sen en de landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in
artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de
ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
39° “Grote risico’s”:
a) de risico’s die behoren tot de in punt 4, 5, 6, 7, 11 en
12 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari
1991 houdende algemeen reglement betreffende de
controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in
punt A, 4, 5, 6, 7, 11 en 12 van de Bijlage van de Richtlijn
73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen be-
treffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf,
met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en
de uitoefening daarvan , of in deel A, 4, 5, 6, 7, 11 en
12, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG,
vermelde takken;
b) de risico’s die behoren tot de in punt 14 en 15 van
Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 14
en 15 van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de
Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang
tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering
van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening
daarvan , of in deel A, 14 en 15, van Bijlage I, deel A bij
de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken wanneer de
verzekeringnemer in het kader van een bedrijf of beroep
een industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij
beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft;
c) de risico’s die behoren tot de in punt 3, 8, 9, 10, 13
en 16 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 fe-
bruari 1991 houdende algemeen reglement betreffende
263
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’assurances, ou classés sous les branches 3, 8, 9, 10,
13 et 16 de l’annexe, point A, de la directive 73/239/
CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination
des dispositions législatives, réglementaires et adminis-
tratives concernant l’accès à l’activité de l’assurance
directe autre que l’assurance sur la vie, et son exercice,
ou sous les branches 3, 8, 9, 10, 13 et 16 de l’annexe I,
partie A, de la directive 2009/138/CE, pour autant que
le preneur d’assurance dépasse les limites chiffrées
d’au moins deux des critères suivants:
i. un total de bilan de 6 200 000 euros;
ii. un montant net du chiffre d’affaires, au sens de la
quatrième directive 78/660/CEE du Conseil du 25 juil-
let 1978 fondée sur l’article 54, paragraphe 3, point g),
du traité et concernant les comptes annuels de certaines
formes de sociétés, de 12 800 000 euros;
iii. un nombre de 250 employés en moyenne au cours
de l’exercice.
Si le preneur d’assurance fait partie d’un ensemble
d’entreprises pour lequel des comptes consolidés sont
établis conformément à la directive 83/349/CEE, les
critères énoncés à l’alinéa 1er, point c), sont appliqués
sur la base des comptes consolidés;
40° “entreprise de réassurance”: une entreprise telle
que défi nie à l’article 82, 3°, de la loi du 16 février 2009
relative à la réassurance;
41° “la loi du 2 août 2002”: la loi du 2 août 2002
relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux
services fi nanciers;
42° “la loi du 9 juillet 1975”: la loi du 9 juillet 1975
relative au contrôle des entreprises d’assurances;
43° “la directive 2002/92/CE”: la directive 2002/92/
CE du Parlement européen et du Conseil du 9 dé-
cembre 2002 sur l’intermédiation en assurance;
44° “la directive 2009/138/CE”: la directive 2009/138/
CE du Parlement européen et du Conseil du 25 no-
vembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assurance et
de la réassurance et leur exercice (solvabilité II);
45° “la directive 2009/65/CE”: la directive 2009/65/CE
du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009
portant coordination des dispositions législatives,
de controle op de verzekeringsondernemingen, dan
wel in punt A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van de Bijlage van
de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973
tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen betreffende de toegang tot het directe ver-
zekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensver-
zekeringsbranche, en de uitoefening daarvan , of in
deel A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van Bijlage I, deel A bij de
Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken, voor zover de
verzekeringnemer ten minste twee van de drie volgende
criteria overschrijdt:
i. balanstotaal: 6 200 000 euro;
ii. netto-omzet in de zin van de Vierde Richtlijn
78/660/EEG van de Raad van de Raad van25 juli 1978
op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het
Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde ven-
nootschapsvormen: 12 800 000 euro;
iii. gemiddeld personeelsbestand gedurende het
boekjaar: 250.
Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een
groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde
jaarrekening overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG
wordt opgesteld, worden de in het eerste lid, onder
c), vermelde criteria op basis van de geconsolideerde
rekening toegepast.
40° “Herverzekeringsonderneming”: een onderne-
ming als gedefi nieerd in artikel 82, 3° van de wet van
16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf;
41° “Wet van 2 augustus 2002”: de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en
de fi nanciële diensten;
42° “Wet van 9 juli 1975”: de wet van 9 juli 1975 be-
treffende de controle der verzekeringsondernemingen;
43° “Richtlijn 2002/92/EG”: Richtlijn 2002/92/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 9 december
2002 betreffende verzekeringsbemiddeling;
44° “Richtlijn 2009/138/EG”: Richtlijn 2009/138/
EG van het Europees Parlement en de Raad van 25
november 2009 betreffende de toegang tot en uitoe-
fening van het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf
(Solvabiliteit II);
45° “Richtlijn 2009/65/EG”: Richtlijn 2009/65/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009
tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke
264
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
réglementaires et administratives concernant certains
organismes de placement collectif en valeurs mobilières
(OPCVM);
46° “intermédiation en assurances”: toute acti-
vité consistant à fournir des conseils sur des contrats
d’assurance, à présenter ou à proposer des contrats
d’assurance ou à réaliser d’autres travaux préparatoires
à leur conclusion ou à les conclure, ou à contribuer à
leur gestion et à leur exécution;
ne sont pas considérées comme une intermédiation
en assurances:
— les activités exercées par une entreprise d’assu-
rances ou un salarié d’une entreprise d’assurances qui
agit sous la responsabilité de cette dernière;
— les activités consistant à fournir des informations
à titre occasionnel dans le cadre d’une autre activité
professionnelle pour autant que ces activités n’aient pas
pour objet d’aider le client à conclure ou à exécuter un
contrat d’assurance, la gestion, à titre professionnel, des
sinistres d’une entreprise d’assurances ou les activités
d’estimation et de liquidation des sinistres;
47° “conseil”: la fourniture de recommandations
personnalisées à un client, soit à sa demande, soit à
l’initiative de l’intermédiaire d’assurances en ce qui
concerne un ou plusieurs contrat(s) d’assurance;
48° “recommandation personnalisée”: une recom-
mandation qui est présentée comme adaptée à cette
personne, ou est fondée sur l’examen de la situation
propre à cette personne en rapport avec un ou plusieurs
contrat(s) d’assurance.
Une recommandation n’est pas réputée personnali-
sée si elle est exclusivement diffusée par des canaux
de distribution au sens de l’article 2, alinéa 1er, 26°, de
la loi du 2 août 2002, ou est destinée au public;
49° v“intermédiation en réassurance: toute activité
consistant à présenter ou à proposer des contrats de
réassurance ou à réaliser d’autres travaux préparatoires
à leur conclusion ou à les conclure, ou à contribuer à
leur gestion et à leur exécution;
ne sont pas considérées comme une intermédiation
en réassurance:
bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor col-
lectieve belegging in effecten (icbe’s);
46° “Verzekeringsbemiddeling”: de werkzaamhe-
den die bestaan in het adviseren over verzekerings-
overeenkomsten, het aanbieden, het voorstellen, het
verrichten van voorbereidend werk tot het sluiten van
verzekeringsovereenkomsten of het sluiten van verze-
keringsovereenkomsten, dan wel in het assisteren bij
het beheer en de uitvoering ervan;
worden niet als verzekeringsbemiddeling beschouwd:
— werkzaamheden uitgeoefend door een verze-
keringsonderneming of door een werknemer van een
verzekeringsonderneming onder de verantwoordelijk-
heid van deze laatste;
— werkzaamheden bestaande uit incidentiele infor-
matieverstrekking in het kader van een andere beroeps-
werkzaamheid, mits het doel van deze werkzaamheden
niet bestaat in het assisteren van de cliënt bij de sluiting
of uitvoering van een verzekeringsovereenkomst, in
het beroepshalve verrichten van schadebeheer voor
een verzekeringsonderneming of in schaderegeling en
schade-expertise;
47° “Advies”: het verstrekken van gepersonaliseerde
aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op zijn verzoek, het-
zij op initiatief van de verzekeringstussenpersoon, met
betrekking tot een of meer verzekeringsovereenkomsten;
48° “Gepersonaliseerde aanbeveling”: een aanbeve-
ling met betrekking tot een of meer verzekeringsover-
eenkomsten, die wordt voorgesteld als een aanbeveling
die geschikt is voor de persoon in kwestie, of berust op
een afweging van zijn persoonlijke omstandigheden.
Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aanbeve-
ling als deze uitsluitend via distributiekanalen, in de zin
van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus
2002, of aan het publiek wordt gedaan;
49° “Herverzekeringsbemiddeling”: de werkzaam-
heden die bestaan in het aanbieden, het voorstellen,
het verrichten van voorbereidend werk tot het sluiten
van herverzekeringsovereenkomsten of het sluiten van
herverzekeringsovereenkomsten, dan wel in het assis-
teren bij het beheer en de uitvoering ervan;
worden niet als herverzekeringsbemiddeling
beschouwd:
265
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— les activités exercées par une entreprise de réas-
surance ou un salarié d’une entreprise de réassurance
qui agit sous la responsabilité de cette dernière;
— les activités consistant à fournir des informations
à titre occasionnel dans le cadre d’une autre activité
professionnelle pour autant que ces activités n’aient pas
pour objet d’aider le client à conclure ou à exécuter un
contrat de réassurance, la gestion, à titre professionnel,
des sinistres d’une entreprise de réassurance ou les
activités d’estimation et de liquidation des sinistres;
50° “client de détail”: un client de détail au sens de
l’article 2, alinéa 1er, 29°, de la loi du 2 août 2002.
Article 6
§ 1er. Pour l’application de la présente loi et de ses
arrêtés et règlements d’exécution en ce qui concerne
les assurances du groupe d’activités “non-vie”, le risque
est réputé être situé en Belgique lorsque:
a) les biens se trouvent en Belgique, dans le cas
d’une assurance relative soit à des immeubles, soit à
des immeubles et à leur contenu, dans la mesure où
celui-ci est couvert par la même police d’assurance;
b) l’immatriculation s’effectue en Belgique, dans le
cas d’une assurance relative à des véhicules de toute
nature;
c) le preneur d’assurance a souscrit la police en
Belgique, s’il s’agit d’un contrat d’une durée inférieure
ou égale à quatre mois, relatif à des risques encourus
au cours d’un voyage ou de vacances, quelle que soit
la branche concernée;
d) dans tous les cas non expressément couverts par
les points a), b) ou c), l’un des éléments suivants est
situé en Belgique:
i. la résidence habituelle du preneur d’assurance; ou
ii. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le
contrat se rapporte.
§ 2. Pour l’application de la présente loi et de ses
arrêtés et règlements d’exécution en ce qui concerne
— werkzaamheden uitgeoefend door een herverze-
keringsonderneming of door een werknemer van een
herverzekeringsonderneming onder de verantwoorde-
lijkheid van deze laatste;
— werkzaamheden bestaande uit incidentele infor-
matieverstrekking in het kader van een andere beroeps-
werkzaamheid, mits het doel van deze werkzaamheden
niet bestaat in het assisteren van de cliënt bij de sluiting
of uitvoering van een herverzekeringsovereenkomst,
in het beroepshalve verrichten van schadebeheer voor
een herverzekeringsonderneming of in schaderegeling
en schade-expertise;
50° Niet-professionele cliënt: de niet-professionele
cliënt in de zin van artikel 2, eerste lid, 29° van de wet
van 2 augustus 2002.
Artikel 6
§ 1. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoe-
ringsbesluiten en – reglementen bij verzekeringen uit de
groep activiteiten “niet leven”, wordt het risico geacht in
België te liggen als:
a) de goederen zich in België bevinden, wanneer de
verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed,
hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor
zover deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst
wordt gedekt;
b) de registratie in België gebeurt, wanneer de ver-
zekering betrekking heeft op voer – en vaartuigen van
om het even welk type;
c) de verzekeringnemer de overeenkomst in België
heeft gesloten, indien het overeenkomsten betreft met
een looptijd van vier maanden of minder die betrekking
hebben op tijdens een reis of vakantie gelopen risico’s,
ongeacht de tak;
d) in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd
onder a), b) of c) indien een van het volgende zich in
België bevindt:
i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringne-
mer; of
ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon
is, de vestiging van die verzekeringnemer waarop de
overeenkomst betrekking heeft.
§ 2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoe-
ringsbesluiten en – reglementen bij verzekeringen uit de
266
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
les assurances du groupe d’activités “vie”, l’engagement
est réputé être situé en Belgique lorsque:
a) la résidence habituelle du preneur d’assurance est
située en Belgique;
b) l’établissement du preneur d’assurance qui est
une personne morale et auquel le contrat se rapporte,
est situé en Belgique.
§ 3. Pour l’application de la présente loi, le “pre-
neur d’assurance” doit être compris comme étant le
“candidat preneur d’assurance” s’il s’agit d’obligations
précontractuelles.
§ 4. Pour l’application de la présente loi, l’on entend
par “entreprise d’assurances” chacune des entreprises
suivantes:
— une entreprise d’assurances belge;
— une entreprise d’assurances de l’EEE;
— une entreprise d’assurances étrangère qui n’est
pas une entreprise d’assurances de l’EEE et qui a
obtenu de la Banque l’autorisation légalement requise
pour exercer des activités d’assurance en Belgique par
voie de succursale;
— une entreprise d’assurances d’un pays tiers qui
remplit toutes les conditions légales pour exercer des
activités en Belgique sous le régime de la libre presta-
tion de services.
§ 5. Pour l’application de la présente loi, l’on entend
par un “assureur autorisé en vertu de la loi à exercer des
activités d’assurance en Belgique” l’un des assureurs
suivants:
— soit une entreprise d’assurances belge;
— soit une entreprise d’assurances de l’EEE;
— soit une entreprise d’assurances étrangère qui
n’est pas une entreprise d’assurances de l’EEE et qui
a obtenu de la Banque l’autorisation légalement requise
pour exercer des activités d’assurance en Belgique par
voie de succursale;
— soit une entreprise d’assurances d’un pays tiers
qui remplit toutes les conditions légales pour exercer
des activités en Belgique sous le régime de la libre
prestation de services;
— soit un assureur, autre que les précédents, qui,
le cas échéant, sur la base de la législation qui lui est
applicable, s’est conformé aux modalités légalement
requises pour exercer des activités d’assurance en
Belgique.
groep activiteiten “leven”, wordt de verbintenis geacht
in België te liggen als:
a) België de gewone verblijfplaats is van de
verzekeringnemer;
b) de vestiging van de verzekeringnemer die een
rechtspersoon is en waarop de overeenkomst betrek-
king heeft in België ligt.
§ 3. Voor de toepassing van deze wet wordt de “ver-
zekeringnemer” gelezen als de “kandidaat-verzekering-
nemer” indien het precontractuele verplichtingen betreft.
§ 4. Voor de toepassing van deze wet wordt onder
een “verzekeringsonderneming”verstaan, elk van de
volgende ondernemingen:
— een Belgische verzekeringsonderneming;
— een EER verzekeringsonderneming;
— een buitenlandse verzekeringsonderneming die
geen EER verzekeringsonderneming is en die van de
Bank de wettelijk vereiste toelating heeft gekregen om
in België via een bijkantoor verzekeringsactiviteiten uit
te oefenen;
— een verzekeringsonderneming van een derde land
die alle wettelijke voorwaarden om in België via vrije
dienstverrichting activiteiten uit te oefenen heeft vervuld.
§ 5. Voor de toepassing van deze wet wordt onder een
“krachtens de wet voor de uitoefening van verzekerings-
activiteit in België toegelaten verzekeraar” verstaan, elk
van de volgende verzekeraars:
— hetzij een Belgische verzekeringsonderneming;
— hetzij een EER verzekeringsonderneming;
— hetzij een buitenlandse verzekeringsonderneming
die geen EER verzekeringsonderneming is en die van
de Bank de wettelijk vereiste toelating heeft gekregen
om in België via een bijkantoor verzekeringsactiviteiten
uit te oefenen;
— hetzij een verzekeringsonderneming van een
derde land die alle wettelijke voorwaarden om in België
via vrije dienstverrichting activiteiten uit te oefenen heeft
vervuld;
— hetzij een verzekeraar, andere dan de voorgaande,
die desgevallend, op basis van de op hem toepasselijke
wetgeving, de wettelijk vereiste modaliteiten heeft ver-
vuld om in België verzekeringsactiviteiten uit te oefenen.
267
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 2
DISPOSITIONS SPÉCIFIQUES CONCERNANT
L’EXERCICE DES ACTIVITÉS
TITRE IER
Dispositions générales
Article 7
La présente partie ne porte pas atteinte aux obliga-
tions qui découlent, pour les entreprises d’assurances,
de la loi du 9 juillet 1975, de la loi du 10 avril 1971 sur
les accidents du travail et de la loi du 3 juillet 1967 sur
la prévention et la réparation des dommages résultant
des accidents du travail, des accidents survenus sur le
chemin du travail et des maladies professionnelles dans
le secteur public.
Article 8
Les contrats d’assurance qui sont conclus par un
assureur non autorisé en vertu de la loi à exercer des
activités d’assurance en Belgique, sont nuls. Pour les
assureurs étrangers, cette sanction de nullité est limi-
tée aux contrats relatifs à des risques ou engagements
situés en Belgique.
L’assureur est toutefois tenu de remplir les obligations
qu’il a contractées si le preneur d’assurance a souscrit
de bonne foi. Nonobstant toute stipulation contraire
défavorable au preneur d’assurance, à l’assuré et/
ou au bénéfi ciaire, l’assureur est également tenu à la
réparation du dommage causé par la nullité du contrat
concerné dans le chef du preneur d’assurance, de
l’assuré ou du bénéfi ciaire. Le dommage est présumé,
de manière irréfragable, résulter de la conclusion illégale
du contrat d’assurance par un assureur non autorisé
en vertu de la loi à exercer des activités d’assurance
en Belgique.
Article 9
Les assureurs belges doivent écarter de leurs statuts
toute disposition préjudiciable aux preneurs d’assu-
rance, aux assurés, aux bénéfi ciaires et aux tiers ayant
un intérêt à l’exécution du contrat d’assurance.
DEEL 2
SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING
TOT DE BEDRIJFSVOERING
TITEL I
Algemene bepalingen
Artikel 7
Dit deel doet geen afbreuk aan de verplichtingen die
voor de verzekeringsondernemingen voortvloeien uit de
wet van 9 juli 1975, de arbeidsongevallenwet van 10 april
1971 en de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie
van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen,
voor ongevallen op de weg naar en van het werk en
voor beroepsziekten in de overheidssector.
Artikel 8
De verzekeringsovereenkomsten die door een niet
krachtens de wet voor de uitoefening van verzeke-
ringsactiviteiten in België toegelaten verzekeraar zijn
gesloten, zijn nietig. Voor buitenlandse verzekeraars is
deze nietigheidssanctie beperkt tot die overeenkomsten
die betrekking hebben op in België gelegen risico’s of
verbintenissen.
De verzekeraar is echter gehouden tot het nakomen
van de verplichtingen die hij heeft aangegaan indien
de verzekeringnemer de overeenkomst te goeder trouw
heeft gesloten. De verzekeraar is tevens, niettegen-
staande elk andersluidend beding in het nadeel van de
verzekeringnemer, de verzekerde, en/of de begunstigde,
gehouden tot vergoeding van de schade veroorzaakt
door de nietigheid van de betrokken overeenkomst in
hoofde van de verzekeringnemer, de verzekerde, dan
wel de begunstigde. De schade wordt op onweerlegbare
wijze geacht het gevolg te zijn van de illegale afsluiting
van de verzekeringsovereenkomst door een niet krach-
tens de wet voor de uitoefening van verzekeringsactivi-
teiten in België toegelaten verzekeraar.
Artikel 9
De Belgische verzekeraars moeten uit hun statuten
elke bepaling weren die nadelig is voor de verzeke-
ringnemers, de verzekerden, de begunstigden en
derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst.
268
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 10
Les statuts des associations belges d’assurances
mutuelles doivent mentionner à peine de nullité
— les conditions et le mode d’admission, de démis-
sion et d’exclusion des associés;
— le mode de fixation et de recouvrement des
cotisations ou des primes ainsi que des suppléments
éventuels en vue du règlement des sinistres;
— la procédure à suivre en cas de modifi cations des
statuts ou de liquidation de l’association, sans préjudice
des dispositions de la présente partie.
Article 11
Concernant les comptes de sociétaires, les sta-
tuts des associations belges d’assurances mutuelles
disposent:
a. qu’il n’est possible d’effectuer des paiements en
faveur des membres à partir de ces comptes que si
cela n’a pas pour effet de faire descendre les éléments
constitutifs des fonds propres réglementaires au-des-
sous du niveau requis ou, après dissolution de l’entre-
prise, que si toutes ses autres dettes ont été réglées;
b. que la Banque est avertie au moins un mois à
l’avance de tout paiement effectué à d’autres fi ns que
la résiliation individuelle de l’affiliation, et qu’elle peut,
pendant ce délai, interdire le paiement.
Article 12
§ 1er. Les entreprises d’assurances belges commu-
niquent à la FSMA au moins trois semaines avant la
réunion de l’assemblée générale ou, à son défaut, de
l’organe de décision de l’entreprise, les projets de modi-
fi cations aux statuts, ainsi que les projets des décisions
qu’elles se proposent de prendre lors de cette réunion
et qui sont susceptibles d’avoir une incidence sur les
droits et obligations des preneurs d’assurance, des
assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant un intérêt
à l’exécution des contrats d’assurance.
La FSMA peut exiger que les observations qu’elle
formule concernant ces projets soient portées, selon
les modalités qu’elle détermine, à la connaissance de
l’assemblée générale ou, à son défaut, de l’organe
de décision de l’entreprise. Ces observations et les
réponses qui y sont apportées doivent figurer au
procès-verbal.
Artikel 10
De statuten van de Belgische onderlinge verzeke-
ringsverenigingen moeten op straffe van nietigheid
vermelden:
— de voorwaarden en de wijze van toelating, ontslag
en uitsluiting van de vennoten;
— de wijze van vaststelling en inning van de bijdragen
of de premies, evenals van de eventuele supplementen
tot afwikkeling van de schadegevallen;
— de procedure in geval van wijzigingen in de statu-
ten of van vereffening van de vereniging, onverminderd
de bepalingen van dit deel.
Artikel 11
Inzake de ledenrekeningen bepalen de statuten van
de Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen dat:
a. er vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan
leden mogen worden verricht als zulks geen daling van
de reglementaire elementen van het eigen vermogen
tot onder het vereiste niveau veroorzaakt, of, na ont-
binding van de onderneming, als alle andere schulden
zijn voldaan;
b. dat de Bank ten minste een maand van tevoren
in kennis moet worden gesteld van elke betaling voor
andere doeleinden dan de individuele opzegging van
het lidmaatschap en dat zij gedurende deze termijn de
voorgenomen betaling kan verbieden.
Artikel 12
§ 1. Ten minste drie weken vóór het samenkomen
van de algemene vergadering of bij ontstentenis ervan,
van het beslissingsorgaan van de onderneming, stellen
de Belgische verzekeringsondernemingen de FSMA in
kennis van de ontwerpen van wijzigingen aan de sta-
tuten en de ontwerpen van de beslissingen die zij van
plan zijn tijdens die vergadering te nemen en die een
weerslag zouden kunnen hebben op de rechten en de
verplichtingen van de verzekeringnemers, verzekerden,
de begunstigden en derden die belang hebben bij de
uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
De FSMA kan eisen dat de door haar geformuleerde
opmerkingen betreffende die ontwerpen op de wijze
die zij voorschrijft ter kennis worden gebracht van de
algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, van
het beslissingsorgaan van de onderneming. Die opmer-
kingen en de antwoorden moeten in de notulen worden
opgenomen.
269
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Les dispositions des statuts des associations
belges d’assurances mutuelles qui portent sur les
critères visés à l’article 11 ne peuvent être modifi ées
qu’après que la FSMA a déclaré ne pas s’opposer à la
modifi cation.
Article 13
Les assureurs belges et les assureurs étrangers
autres que des entreprises d’assurances de l’EEE
communiquent à la FSMA dans le mois suivant leur
approbation par l’assemblée générale ou, à son défaut,
par l’organe de décision, les modifi cations aux statuts
ainsi que les décisions qui peuvent avoir une incidence
sur les droits et obligations des preneurs d’assurance,
des assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant un
intérêt à l’exécution des contrats d’assurance.
La FSMA s’oppose, dans le délai maximum d’un
mois à partir de la date où elle en a eu connaissance,
à l’exécution en Belgique de toutes modifi cations ou
décisions visées à l’alinéa précédent, qui violeraient
les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés et
règlements d’exécution.
Article 14
Les assureurs belges doivent conserver tous les
documents relatifs aux contrats d’assurance qu’ils
ont souscrits. Les assureurs étrangers autres que des
entreprises d’assurances de l’EEE doivent conserver
tous les documents relatifs aux contrats souscrits par
leur établissement belge, ou relatifs aux contrats dont
le risque ou l’engagement est situé en Belgique.
Les assureurs belges conservent ces documents à
leur siège principal et les assureurs étrangers au siège
belge de leurs succursales, ou en tout autre lieu préa-
lablement agréé par la FSMA et la Banque.
Les copies photographiques, microphotographiques,
magnétiques, électroniques ou optiques des documents
détenus par les assureurs belges et les assureurs
étrangers autres que des entreprises d’assurances
de l’EEE font foi comme les originaux, dont elles sont
présumées, sauf preuve contraire, être une copie fi dèle
lorsqu’elles ont été établies par un de ces assureurs ou
sous son contrôle. Le Roi peut, sur avis de la FSMA,
fi xer les conditions et les modalités de l’établissement
de ces copies.
§ 2. De bepalingen in de statuten van de Belgische
onderlinge verzekeringsverenigingen betreffende de
criteria bedoeld in artikel 11 kunnen pas worden gewij-
zigd wanneer de FSMA verklaard heeft geen bezwaar
tegen deze wijziging te hebben.
Artikel 13
Binnen de maand die volgt op hun goedkeuring door
de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, door
het beslissingsorgaan, stellen de Belgische verzeke-
raars en de buitenlandse verzekeraars die geen EER
verzekeringsonderneming zijn, de FSMA in kennis van
de wijzigingen aan de statuten en van de beslissingen
die een weerslag zouden kunnen hebben op de rechten
en de verplichtingen van de verzekeringnemers, ver-
zekerden, begunstigden en derden die belang hebben
bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
Binnen een termijn van ten hoogste één maand,
te rekenen van de datum af waarop zij er kennis van
gekregen heeft, verzet de FSMA zich tegen de toepas-
sing in België van elk der door het vorige lid bedoelde
wijzigingen of beslissingen die strijdig zijn met de
bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten
en – reglementen.
Artikel 14
De Belgische verzekeraars moeten alle documenten
in verband met de door hen gesloten verzekeringsover-
eenkomsten bewaren. De buitenlandse verzekeraars
die geen EER verzekeringsonderneming zijn, moeten
alle documenten betreffende de overeenkomsten die
door hun Belgische vestiging zijn gesloten, dan wel
betreffende de overeenkomsten waarvan het risico of
de verbintenis in België is gelegen, bewaren.
De Belgische verzekeraars bewaren deze documen-
ten in hun hoofdkantoor, de buitenlandse verzekeraars
in de Belgische zetel van hun bijkantoren, hetzij op
enige andere plaats die vooraf toegelaten is door de
FSMA en de Bank.
De fotografi sche, microfotografi sche, magnetische,
elektronische of optische afschriften van de documenten
van de Belgische verzekeraars en de buitenlandse ver-
zekeraars die geen EER verzekeringsonderneming zijn
bewijskrachtig zoals de originele stukken waarvan zij,
behoudens bewijs van het tegendeel, worden veronder-
steld een afschrift te zijn indien zij werden opgesteld door
één van deze verzekeraars of onder haar toezicht. De
Koning kan, na advies van de FSMA, de voorwaarden en
modaliteiten vaststellen om deze afschriften op te stellen.
270
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Sans préjudice d’autres dispositions légales, la FSMA
et la Banque peuvent fi xer, par voie de règlement, le
délai de conservation obligatoire de ces documents.
Article 15
Les assureurs qui exercent des activités d’assurance
en Belgique sont tenus de respecter les dispositions
légales et réglementaires d’intérêt général qui s’ap-
pliquent en Belgique aux assureurs et à leurs opérations.
Article 16
Les entreprises d’assurances belges et les entre-
prises d’assurances étrangères qui exercent des acti-
vités d’assurance en Belgique autrement que sous le
régime de la libre prestation de services, adoptent les
mesures organisationnelles nécessaires sur le plan de
leur structure de gestion, de leur organisation adminis-
trative et comptable, de leurs mécanismes de contrôle
et de sécurité dans le domaine informatique et de leur
contrôle interne, en vue de respecter les règles visant à
garantir un traitement honnête, équitable et profession-
nel des parties intéressées.
TITRE II
Les cessions de contrats d’assurance
Article 17
Les cessions de droits et obligations résultant de
contrats relatifs à des risques ou engagements situés en
Belgique, sont opposables aux preneurs d’assurance,
aux assurés, aux bénéfi ciaires et à tous tiers ayant un
intérêt à l’exécution du contrat d’assurance lorsqu’elles
ont été autorisées par la Banque ou par les autorités
compétentes d’un autre État membre.
Sans préjudice de l’application des articles 34 et 36,
cette opposabilité prend effet à la date de la publication
visée à l’article 78 de la loi du 9 juillet 1975.
Article 18
§ 1er. Les preneurs d’assurance ont la faculté de
résilier leur contrat dans les formes prescrites à l’article
84, § 1er, dans un délai de trois mois à partir de la publi-
cation visée à l’article 78 de la loi du 9 juillet 1975. Cette
résiliation prend effet à l’expiration d’un délai d’un mois
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kunnen
de FSMA en de Bank bij reglement de termijn bepalen
gedurende welke deze documenten bewaard moeten
worden.
Artikel 15
De verzekeraars die in België verzekeringsactiviteiten
uitoefenen, moeten de in België op de verzekeraars en
hun verrichtingen van toepassing zijnde wettelijke en re-
glementaire bepalingen van algemeen belang naleven.
Artikel 16
De Belgische verzekeringsondernemingen en de
buitenlandse verzekeringsondernemingen die anders
dan in vrije dienstverrichting verzekeringsactiviteiten
verrichten in België, treffen de noodzakelijke organisa-
torische maatregelen inzake hun beleidsstructuur, hun
administratieve en boekhoudkundige organisatie, hun
controle – en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot
de elektronische informatieverwerking, en hun interne
controle met het oog op de naleving van de regels die
een loyale, billijke en professionele behandeling van de
belanghebbende partijen moeten waarborgen.
TITEL II
Overdrachten van verzekeringsovereenkomsten
Artikel 17
De overdrachten van de rechten en de verplichtingen
die voortvloeien uit overeenkomsten betreffende risico’s
of verbintenissen gelegen in België, zijn tegenstelbaar
aan de verzekeringnemers, de verzekerden, de begun-
stigden en alle derden die belang hebben bij de uit-
voering van de verzekeringsovereenkomst wanneer ze
werden toegestaan door de Bank of door de bevoegde
autoriteiten van een andere lidstaat.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 34 en
36, heeft die tegenstelbaarheid uitwerking vanaf de dag
van de in artikel 78 van de wet van 9 juli 1975 bedoelde
publicatie.
Artikel 18
§ 1. De verzekeringnemers hebben de mogelijkheid
hun overeenkomst volgens de in artikel 84, §1 voorge-
schreven wijzen op te zeggen binnen een termijn van
drie maanden te rekenen vanaf de publicatie bedoeld in
artikel 78 van de wet van 9 juli 1975. Die opzegging gaat
271
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
à compter du lendemain de la signifi cation de l’exploit
d’huissier, du lendemain de la date du récépissé ou
du lendemain du dépôt de la lettre recommandée à la
poste, ou le jour d’échéance annuelle de la prime s’il
est antérieur.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s’appliquent
pas aux fusions et scissions d’entreprises d’assurances,
ni aux cessions effectuées dans le cadre d’un apport
de la généralité des biens ou d’une branche d’activité,
ni aux autres cessions entre entreprises d’assurances
qui font partie d’un même ensemble consolidé.
TITRE III
Règles particulières concernant les assurances
du groupe d’activités “vie” liées à des fonds
d’investissement
Article 19
§ 1er. S’agissant de contrats d’assurance dans le
cadre desquels le risque d’investissement est supporté
directement ou indirectement par le preneur d’assu-
rance, les prestations d’assurance ne peuvent être
liées, directement ou indirectement, qu’à des actifs
et instruments dont l’assureur est en mesure de bien
évaluer les risques.
L’assureur informe le preneur d’assurance, avant
la conclusion du contrat et en des termes clairs, sur le
risque que ce dernier supporte.
§ 2. Le contrat ne peut comporter une garantie d’un
rendement minimum que si cette garantie fait l’objet
d’une couverture prise auprès d’une entreprise agréée
à cet effet dans l’Union européenne.
Article 20
§ 1er. Lorsque le preneur d’assurance est un client
de détail et que l’engagement est situé en Belgique, les
prestations d’assurance ne peuvent être liées, directe-
ment ou indirectement, qu’à:
a. des parts d’organismes de placement collectif,
inscrits sur la liste visée à l’article 33 ou à l’article 149
de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de
gestion collective de portefeuilles d’investissement,
in na het verstrijken van een termijn van een maand,
te rekenen van de dag volgend op de betekening van
het deurwaardersexploot, de dag volgend op de datum
van het ontvangstbewijs of de dag volgend op de afgifte
ter post van de aangetekende brief, of op de jaarlijkse
premievervaldag indien die vroeger valt.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van
toepassing op fusies en splitsingen van verzekerings-
ondernemingen, noch op overdrachten uitgevoerd in het
kader van een inbreng van de algemeenheid van goede-
ren of van een tak van werkzaamheid, noch op andere
overdrachten tussen verzekeringsondernemingen die
deel uitmaken van eenzelfde geconsolideerd geheel.
TITEL III
Bijzondere regels met betrekking tot verzekeringen
uit de groep activiteiten “leven” verbonden met
beleggingsfondsen
Artikel 19
§1. Bij verzekeringsovereenkomsten waarbij het
beleggingsrisico rechtstreeks of onrechtstreeks wordt
gedragen door de verzekeringnemer, mogen de verze-
keringsuitkeringen slechts verbonden zijn, zowel recht-
streeks als onrechtstreeks, met activa en instrumenten
waarvan de verzekeraar de risico’s goed kan inschatten.
De verzekeraar licht de verzekeringnemer voor het
sluiten van de overeenkomst in duidelijke bewoordingen
in over het door hem gedragen risico.
§ 2. De overeenkomst mag enkel een waarborg van
een minimumrendement bevatten als die waarborg het
voorwerp uitmaakt van een dekking door een in de
Europese Unie daarvoor toegelaten onderneming.
Artikel 20
§ 1. Voor zover de verzekeringnemer een niet-profes-
sionele cliënt is en de verbintenis in België is gelegen,
mogen de verzekeringsprestaties, rechtstreeks of on-
rechtstreeks, slechts verbonden zijn met:
a. rechten van deelneming in instellingen voor collec-
tieve belegging die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld
bij artikel 33 of artikel 149 de wet van 3 augustus 2012
betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van
beleggingsportefeuilles,
272
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
b. des parts d’organismes de placement collectif
en valeurs mobilières, tels que visés dans la directive
2009/65/CE,
c. des actifs appartenant aux catégories de place-
ments ouvertes aux organismes de placement collectif
en valeurs mobilières de droit belge, pour autant que les
règles énoncées aux chapitres VII et X de la directive
2009/65/CE soient respectées;
d. des actifs appartenant aux catégories de pla-
cements ouvertes aux organismes de placement
collectif publics de droit belge, pour autant que les
règles régissant la politique de placement du fonds
d’investissement interne ou externe ne s’écartent pas
de celles qui s’appliquent à la catégorie de placements
correspondante ouverte aux organismes de placement
collectif de droit belge.
§ 2. A condition que tous les documents utilisés en
vue de la commercialisation du contrat d’assurance
fassent clairement mention du risque de crédit lié à de
tels instruments fi nanciers, il est permis, en dérogation
au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la valeur
des actifs propres dans des dépôts auprès d’un seul
et même établissement de crédit, tel que visé aux titres
II à V de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit, pour autant qu’il
s’agisse d’un établissement de crédit dont le siège
social est situé dans un État membre de l’EEE et qui
a obtenu un agrément auprès de l’autorité de contrôle
compétente à cet effet. Les documents utilisés en vue
de la commercialisation du contrat d’assurance ne
peuvent faire mention d’une garantie de capital totale ou
partielle. Ils ne peuvent faire mention d’une protection du
capital à l’échéance fi nale que si la structure fi nancière
sousjacente offre cette protection à l’échéance fi nale.
§ 3. A condition que tous les documents utilisés en
vue de la commercialisation du contrat d’assurance
fassent clairement mention du risque de crédit lié à de
tels instruments fi nanciers, il est permis, en dérogation
au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la valeur
des actifs propres dans des obligations non subordon-
nées, non échangeables et non convertibles ou dans
d’autres produits fi nanciers à revenu fi xe, émis par la
Banque ou par un seul et même établissement de crédit,
tel que visé aux titres II à V de la loi du 22 mars 1993
relative au statut et au contrôle des établissements de
crédit, pour autant qu’il s’agisse d’un établissement de
crédit dont le siège social est situé dans un État membre
de l’EEE et qui a obtenu un agrément auprès de l’auto-
rité de contrôle compétente à cet effet. La durée de ces
instruments fi nanciers doit coïncider avec la durée du
contrat d’assurance. Les documents utilisés en vue de
b. rechten van deelneming in instellingen voor col-
lectieve belegging in effecten zoals bedoeld in Richtlijn
2009/65/EG,
c. activa uit de categorieën van beleggingen die open-
staan voor de instellingen voor collectieve belegging in
effecten naar Belgisch recht voor zover de regels van
de hoofdstukken VII en X van de Richtlijn 2009/65/EG
worden nageleefd;
d. activa uit de categorieën van beleggingen die
openstaan voor openbare instellingen voor collectieve
belegging naar Belgisch recht voor zover de regels
inzake het beleggingsbeleid van het intern of extern
beleggingsfonds niet afwijken van de geldende regels
voor de overeenstemmende categorie van beleggingen
die openstaat voor instellingen voor collectieve beleg-
ging naar Belgisch recht.
§ 2. Op voorwaarde dat alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekerings-
overeenkomst duidelijk het kredietrisico van dergelijke
fi nanciële instrumenten vermelden, kan in afwijking van
de eerste paragraaf meer dan 20 % van de waarde van
de eigen activa belegd worden in deposito’s bij één en
dezelfde kredietinstelling zoals bedoeld in Titel II tot
en met V van de wet van 22 maart 1993 op het statuut
van en het toezicht op de kredietinstellingen, waarvan
de maatschappelijke zetel in een lidstaat van de EER
is gevestigd en die een vergunning heeft gekregen van
de daartoe bevoegde toezichthoudende overheid. De
documenten die worden gebruikt ter commercialise-
ring van de verzekeringsovereenkomst mogen geen
melding maken van een gehele of gedeeltelijke kapi-
taalgarantie. Er mag slechts melding worden gemaakt
van kapitaalbescherming op eindvervaldag, indien de
onderliggende fi naciële structuur op de eindvervaldag
deze bescherming biedt.
§ 3. Op voorwaarde dat alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekerings-
overeenkomst duidelijk het kredietrisico van dergelijke
fi nanciële instrumenten vermelden, kan in afwijking van
de eerste paragraaf meer dan 20 % van de waarde van
de eigen activa belegd worden in niet achtergestelde,
niet omwisselbare en niet converteerbare obligaties of
andere vastrentende fi nanciële producten, uitgegeven
door de Bank of door één en dezelfde kredietinstelling
zoals bedoeld in Titel II tot en met V van de wet van 22
maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen, waarvan de maatschappelijke zetel
in een lidstaat van de EER is gevestigd en die een ver-
gunning heeft gekregen van de daartoe bevoegde toe-
zichthoudende overheid. De looptijd van deze fi nanciële
instrumenten moet samenvallen met de looptijd van de
verzekeringsovereenkomst. De documenten die worden
273
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
la commercialisation du contrat d’assurance ne peuvent
faire mention d’une garantie de capital totale ou par-
tielle. Ils ne peuvent faire mention d’une protection du
capital à l’échéance fi nale que si la structure fi nancière
sousjacente offre cette protection à l’échéance fi nale.
§ 4. A condition que tous les documents utilisés en
vue de la commercialisation du contrat d’assurance
fassent clairement mention du risque de crédit lié à de
tels instruments fi nanciers, il est permis, en dérogation
au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la valeur
des actifs propres dans des valeurs mobilières admises
à la négociation sur un marché réglementé au sens de
l’article 2, 3°, 5° ou 6°, de la loi du 2 août 2002, pour
autant que ces valeurs mobilières soient émises ou
garanties par une administration centrale, régionale ou
locale d’un État membre de l’EEE ou par un organisme
international à caractère public dont font partie un ou
plusieurs États membres de l’EEE, et/ou dans des
instruments du marché monétaire (i) qui sont émis ou
garantis par une administration centrale, régionale ou
locale d’un État membre de l’EEE ou par un organisme
international à caractère public dont font partie un ou
plusieurs États membres de l’EEE et (ii) dont l’émission
ou l’émetteur, dans le cas d’instruments du marché
monétaire qui ne sont pas admis à la négociation sur
un marché réglementé au sens de l’article 2, 3°, 5° ou
6°, de la loi du 2 août 2002, sont eux-mêmes soumis à
une réglementation visant à protéger les investisseurs
et l’épargne. Les documents utilisés en vue de la com-
mercialisation du contrat d’assurance ne peuvent faire
mention d’une garantie de capital totale ou partielle.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, la FSMA peut,
aux conditions qu’elle détermine, accepter qu’aux fi ns
de l’application du paragraphe 1er, c. et d., les posi-
tions directes soient combinées avec les positions des
organismes de placement collectif dans lesquels des
placements sont opérés. L’assureur prévoit à cet effet
des procédures de contrôle garantissant le suivi des
positions combinées.
Les règles relatives à l’établissement et à la percep-
tion des commissions et frais mis directement ou indi-
rectement à charge des preneurs d’assurance doivent
être claires et précises.
Le commissaire de l’assureur établit chaque année
un rapport dans lequel il certifi e que les dispositions de
l’alinéa 1er sont respectées et que la structure d’orga-
nisation ne nuit pas aux intérêts des preneurs d’assu-
rance et n’engendre pas de frais courants plus élevés
au préjudice des preneurs d’assurance.
gebruikt ter commercialisering van de verzekeringsover-
eenkomst mogen geen melding maken van een gehele
of gedeeltelijke kapitaalgarantie. Er mag slechts melding
worden gemaakt van kapitaalbescherming op eindver-
valdag, indien de onderliggende fi naciële structuur op
de eindvervaldag deze bescherming biedt.
§ 4. Op voorwaarde dat alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekerings-
overeenkomst duidelijk het kredietrisico van dergelijke
fi nanciële instrumenten vermelden, kan in afwijking van
de eerste paragraaf meer dan 20 % van de waarde van
de eigen activa belegd worden in effecten die zijn toege-
laten tot verhandeling op een gereglementeerde markt in
de zin van artikel 2, 3°, 5° of 6° van de wet van 2 augustus
2002, voor zover deze effecten worden uitgegeven door
of gewaarborgd door een centrale, regionale of plaatse-
lijke overheid van een lidstaat van de EER, dan wel door
een internationale publiekrechtelijke instelling waarin
één of meerdere lidstaten van de EER deelnemen, en/
of in geldmarktinstrumenten die (i) worden uitgegeven
door of gewaarborgd door een centrale, regionale of
plaatselijke overheid van een lidstaat van de EER, dan
wel door een internationale publiekrechtelijke instelling
waarin één of meerdere lidstaten van de EER deelne-
men, en (ii) waarvan de emissie of de emittent, voor
zover deze geldmarktinstrumenten niet zijn toegelaten
tot verhandeling op een gereglementeerde markt in de
zin van artikel 2, 3°, 5° of 6° van de wet van 2 augustus
2002, zelf aan regelgeving is onderworpen met het oog
op de bescherming van beleggers en spaargelden. De
documenten die worden gebruikt ter commercialisering
van de verzekeringsovereenkomst mogen geen melding
maken van een gehele of gedeeltelijke kapitaalgarantie.
§ 5. In afwijking van de eerste paragraaf kan de
FSMA, op de door haar gestelde voorwaarden, aan-
vaarden dat voor de toepassing van paragraaf 1, c. en
d., de rechtstreekse posities worden gecombineerd
met de posities van de beleggingsinstellingen waarin
wordt belegd. Hiertoe voorziet de verzekeraar in con-
troleprocedures die de opvolging garanderen van de
gecombineerde posities.
De regels met betrekking tot de vaststelling en de
inning van provisies en kosten die rechtstreeks of on-
rechtstreeks ten laste van de verzekeringnemers vallen,
moeten duidelijk en nauwkeurig zijn.
De commissaris van de verzekeraar stelt jaarlijks een
verslag op waarin hij attesteert dat de bepalingen van
het eerste lid worden nageleefd, de organisatiestructuur
de belangen van de verzekeringnemers niet schaadt
noch leidt tot hogere lopende kosten ten nadele van de
verzekeringnemers.
274
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 6. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA
et de la Banque, défi nir de manière plus précise les
règles prévues aux paragraphes 1er à 5. Le Roi peut,
par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prendre,
le cas échéant, des mesures d’accompagnement afi n
de prévoir une mise en garde des preneurs d’assurance
dans les publicités et autres documents et avis et/ou
dans les informations précontractuelles.
PARTIE 3
L’OFFRE ET LA CONCLUSION DE CONTRATS:
INFORMATION, PUBLICITÉ, TARIFICATION,
SEGMENTATION ET PARTICIPATION AUX
BÉNÉFICES
TITRE IER
Dispositions générales
Article 21
Pour la rédaction de tous les documents relatifs à la
conclusion et à l’exécution des contrats d’assurance,
les assureurs et les intermédiaires d’assurances sont
tenus de se conformer aux règles fi xées, en vertu de la
présente loi, par le Roi sur avis de la FSMA.
Article 22
§ 1er. Les conditions générales, particulières et spé-
ciales, les contrats d’assurance dans leur ensemble,
ainsi que toutes les clauses prises séparément qui ne
sont pas conformes aux dispositions des parties 2 et
3 de la présente loi et de leurs arrêtés et règlements
d’exécution, ou aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975
et de ses arrêtés et règlements d’exécution, sont censés
avoir été établis dès la conclusion du contrat en confor-
mité, selon le cas, avec les dispositions des parties 2
et 3 de la présente loi et de leurs arrêtés et règlements
d’exécution, ou avec les dispositions de la loi du 9 juil-
let 1975 et de ses arrêtés et règlements d’exécution.
§ 2. Le paragraphe 1er ne s’applique pas aux tarifs.
Article 23
§ 1er. Les conditions générales, particulières et spé-
ciales, les contrats d’assurance dans leur ensemble,
ainsi que toutes les clauses prises séparément doivent
être rédigés en termes clairs et précis. Ils ne peuvent
contenir aucune clause de nature à porter atteinte à
§ 6. De Koning kan de regels bepaald in de paragra-
fen 1 tot en met 5 nader preciseren bij besluit genomen
na advies van de FSMA en de Bank. De Koning kan via
een in de Ministerraad overlegd besluit desgevallend
begeleidende maatregelen treffen om voor de verzeke-
ringsnemers een waarschuwingsbepaling te voorzien in
de reclame en andere documenten en berichten en/of
in de precontractuele informatie.
DEEL 3
HET AANBIEDEN EN SLUITEN VAN
OVEREENKOMSTEN: INFORMATIE, PUBLICITEIT,
TARIFERING, SEGMENTATIE EN WINSTDELING
TITEL I
Algemene bepalingen
Artikel 21
Bij het opstellen van alle documenten die betrekking
hebben op het sluiten en het uitvoeren van de verzeke-
ringsovereenkomsten, zijn de verzekeraars en de ver-
zekeringstussenpersonen gehouden zich te gedragen
naar de regels die krachtens deze wet door de Koning
worden vastgesteld, na advies van de FSMA.
Artikel 22
§ 1. De algemene, bijzondere en speciale voorwaar-
den, de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel,
evenals alle clausules afzonderlijk, die niet in overeen-
stemming zijn met de bepalingen van deel 2 en deel 3
van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten en – regle-
menten, of met de bepalingen van de wet van 9 juli 1975
en haar uitvoeringsbesluiten en – reglementen, worden
vanaf het sluiten van de overeenkomst geacht te zijn
opgesteld in overeenstemming met, al naargelang het
geval, de bepalingen van deel 2 en deel 3 van deze wet
en hun uitvoeringsbesluiten en – reglementen, dan wel
met de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 en haar
uitvoeringsbesluiten en – reglementen.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de tarieven.
Artikel 23
§ 1. De algemene, bijzondere en speciale voorwaar-
den, de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel,
evenals alle clausules afzonderlijk, moeten in duidelijke
en nauwkeurige bewoordingen worden opgesteld. Ze
mogen geen enkele clausule bevatten die een inbreuk
275
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
l’équivalence entre les engagements de l’assureur et
ceux du preneur d’assurance.
§ 2. En cas de doute sur le sens d’une clause,
l’interprétation la plus favorable au preneur d’assurance
prévaut dans tous les cas. Si le preneur d’assurance et
l’assuré ne sont pas une seule et même personne, c’est
l’interprétation la plus favorable à l’assuré qui prévaut.
L’alinéa 1er n’est pas applicable aux contrats d’assu-
rance relatifs à des grands risques, à l’exception des
risques visés à l’article 5, 39°, point b), pour autant que
le preneur d’assurance exerce une profession libérale
et que le risque porte sur l’exercice de cette profession.
Article 24
Sans préjudice de l’application des traités ou accords
internationaux, sont nuls toutes clauses et tous accords
attribuant aux tribunaux étrangers, à l’exclusion du juge
belge, compétence pour connaître de toutes contesta-
tions relatives aux contrats d’assurance.
Article 25
Les contrats destinés à satisfaire à une obligation
d’assurance imposée par la loi belge sont régis par le
droit belge.
Lorsque le contrat d’assurance fournit la couverture
dans plusieurs États membres dont l’un au moins
impose une obligation de souscrire une assurance,
le contrat est considéré, pour l’application du présent
article, comme comportant plusieurs contrats dont
chacun ne se rapporterait qu’à un seul État membre.
Article 26
§ 1er. Les assureurs qui proposent des assurances
du groupe d’activités “non-vie” rendues obligatoires en
Belgique, sont tenus d’en informer la FSMA.
§ 2. La FSMA peut exiger des assureurs visés au
paragraphe 1er qu’ils communiquent à la FSMA et à la
Banque, préalablement à leur diffusion, les conditions
générales et spéciales de ces assurances du groupe
d’activités “non-vie” rendues obligatoires en Belgique.
§ 3. Les informations et documents visés aux para-
graphes 1er et 2 doivent être rédigés au moins dans la
langue imposée par la loi ou le décret.
uitmaakt op de gelijkwaardigheid tussen de verbintenis-
sen van de verzekeraar en die van de verzekeringnemer.
§ 2. In geval van twijfel over de betekenis van een
beding, prevaleert in alle gevallen de voor de verzeke-
ringnemer meest gunstige interpretatie. Indien de ver-
zekeringnemer en de verzekerde niet één en dezelfde
persoon zijn, prevaleert de voor de verzekerde meest
gunstige interpretatie.
Het eerste lid is niet van toepassing op verzekerings-
overeenkomsten met betrekking tot grote risico’s, met
uitzondering van de risico’s omschreven in artikel 5,
39°, punt b) voor zover de verzekeringsnemer een vrij
beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft.
Artikel 24
Onverminderd de toepassing van internationale ver-
dragen of overeenkomsten, zijn nietig alle clausules en
overeenkomsten die, met uitsluiting van de Belgische
rechter, aan de buitenlandse rechtbanken de bevoegd-
heid toewijzen om kennis te nemen van alle geschillen die
betrekking hebben op de verzekeringsovereenkomsten.
Artikel 25
De overeenkomsten die bestemd zijn om te voldoen
aan een door de Belgische wetgeving opgelegde verze-
keringsplicht worden beheerst door het Belgische recht.
Wanneer een verzekeringsovereenkomst dekking
verleent in verscheidene lidstaten waarvan minstens één
een verplichting tot verzekering oplegt, wordt de over-
eenkomst voor de toepassing van dit artikel beschouwd
als bestaande uit verscheidene overeenkomsten waar-
van elk betrekking heeft op één lidstaat.
Artikel 26
§ 1. De verzekeraars die in België verplicht gestelde
verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven” aan-
bieden, moeten dit aan de FSMA meedelen.
§ 2. De FSMA kan aan de verzekeraars uit paragraaf 1
opleggen dat zij de algemene en de speciale voorwaar-
den van deze in België verplicht gestelde verzekeringen
uit de groep activiteiten “niet-leven” aan de FSMA en de
Bank meedelen voordat er gebruik van wordt gemaakt.
§ 3. De in de eerste en tweede paragraaf bedoelde
inlichtingen en documenten dienen minstens in de taal
te worden gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
276
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 27
Si l’assureur doit, en vertu de la loi belge qui impose
l’obligation d’assurance, déclarer toute cessation de
garantie aux autorités, cette cessation n’est opposable
aux tiers lésés que dans les conditions prévues par la
loi belge.
TITRE II
Règles en matière de transparence
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales concernant les publicités
et autres documents et avis
Article 28
§ 1er. Tous documents portés à la connaissance du
public en Belgique par les assureurs ou les intermé-
diaires d’assurances doivent comprendre les mentions
fi xées par le Roi, sur avis de la FSMA.
§ 2. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, fi xer des règles
concernant le contenu et le mode de présentation des
avis, publicités et autres documents de commercialisa-
tion qui se rapportent aux contrats d’assurance offerts
et/ou commercialisés en Belgique par un assureur ou
un intermédiaire d’assurances.
§ 3. Les avis, publicités et autres documents qui
se rapportent aux contrats d’assurance offerts et/ou
commercialisés en Belgique par un assureur ou un
intermédiaire d’assurances doivent au moins remplir
les conditions suivantes:
1° les informations qu’ils contiennent ne peuvent être
trompeuses ou inexactes;
2° les données qu’ils contiennent sont compatibles
avec les autres informations dont la loi prévoit la com-
munication obligatoire au candidat preneur d’assurance.
Les communications à caractère promotionnel doivent
être clairement reconnaissables en tant que telles.
§ 4. Aux fi ns du présent article, l’on entend par “com-
mercialisation” la présentation d’un contrat d’assurance,
de quelque manière que ce soit, en vue d’inciter le pre-
neur d’assurance ou le preneur d’assurance potentiel
à souscrire un contrat d’assurance.
Artikel 27
Wanneer de verzekeraar, bij toepassing van de
Belgische wetgeving die de verplichting tot verzekeren
oplegt, het beëindigen van de waarborg aan de autori-
teiten moet melden, kan die beëindiging aan de bena-
deelde derden slechts worden tegengeworpen onder de
door de Belgische wetgeving voorziene voorwaarden.
TITEL II
Transparantievoorschriften
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen inzake reclame en andere
documenten en berichten
Artikel 28
§ 1. Ieder document dat door de verzekeraars of de
verzekeringstussenpersonen in België ter algemene
kennis wordt gebracht, moeten de door de Koning, na
advies van de FSMA, bepaalde vermeldingen bevatten.
§ 2. De Koning kan na advies van de FSMA regels
vaststellen aangaande de inhoud en de voorstellings-
wijze van de berichten, de reclame en andere op de
commercialisering gerichte documenten die betrekking
hebben op de verzekeringsovereenkomsten die een
verzekeraar of een verzekeringstussenpersoon in België
aanbiedt en/of commercialiseert.
§ 3. De berichten, de reclame en andere documenten
die betrekking hebben op de verzekeringsovereenkom-
sten die een verzekeraar of een verzekeringstussenper-
soon in België aanbiedt en/of commercialiseert moeten
minstens voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of
misleidend zijn;
2° de erin vervatte gegevens stemmen overeen
met de andere wettelijk verplichte aan de kandidaat-
verzekeringnemer over te maken informatie.
Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
§4. Voor de doeleinden van dit artikel wordt onder
commercialisering verstaan het voorstellen van een
verzekeringsovereenkomst, ongeacht de wijze waarop
dit gebeurt, om de verzekeringnemer of de potentiële
verzekeringnemer aan te zetten tot het sluiten van een
verzekeringsovereenkomst.
277
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 5. Tant que le délai de prescription prévu pour les
actions intentées à l’égard d’un assureur ou d’un inter-
médiaire d’assurances n’est pas écoulé et pendant une
période d’au moins deux ans à compter de l’expiration
du dernier contrat d’assurance auquel se rapportent
ces avis, publicités et autres documents, les assureurs
et les intermédiaires d’assurances conservent une
copie des avis, publicités et autres documents visés
au paragraphe 3.
§ 6. Les copies photographiques, microphotogra-
phiques, magnétiques, électroniques ou optiques des
avis, publicités et autres documents font foi comme
les originaux, dont elles sont présumées, sauf preuve
contraire, être une copie fi dèle lorsqu’elles ont été
établies par les assureurs et/ou les intermédiaires
d’assurances ou sous leur contrôle. Le Roi peut, sur
avis de la FSMA, fi xer les conditions et les modalités
de l’établissement de ces copies.
CHAPITRE 2
Des informations
Article 29
Les dispositions du présent chapitre portent sur les
contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Article 30
Tous documents destinés au preneur d’assurance, à
l’assuré, au bénéfi ciaire et à tout tiers ayant un intérêt à
l’exécution du contrat d’assurance doivent comprendre
les mentions fi xées par le Roi, sur avis de la FSMA.
Article 31
Lorsque la loi belge exige une preuve de la sous-
cription d’une assurance obligatoire, l’assureur doit
délivrer à l’assuré une attestation certifi ant que le contrat
d’assurance obligatoire a été souscrit.
Le Roi détermine, sur avis de la FSMA, les éléments
qui doivent fi gurer dans cette attestation.
§ 5. Zolang de verjaringstermijn voor vorderingen
jegens de verzekeraar, dan wel de tussenpersoon, niet
verstreken is en gedurende een periode van ten minste
twee jaar na het verstrijken van de laatste verzeke-
ringsovereenkomst waarop deze berichten, reclame
en andere documenten betrekking hebben, houden
de verzekeraars en de tussenpersonen een kopie bij
van de berichten, de reclame en andere documenten
bedoeld in paragraaf 3.
§ 6. De fotografi sche, microfotografi sche, magneti-
sche, elektronische of optische afschriften van berich-
ten, reclame en andere documenten zijn bewijskrachtig
zoals de originele stukken waarvan zij, behoudens
bewijs van het tegendeel, worden verondersteld een
afschrift te zijn indien zij werden opgesteld door de
verzekeraars en/of de verzekeringstussenpersonen of
onder hun toezicht. De Koning kan, na advies van de
FSMA, de voorwaarden en modaliteiten vaststellen om
deze afschriften op te stellen.
HOOFDSTUK 2
Informatie
Artikel 29
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking
op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico
dan wel de verbintenis in België is gelegen.
Artikel 30
Alle documenten die bestemd zijn voor de verze-
keringnemer, de verzekerde, de begunstigde en alle
derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst moeten de door de Koning
bepaalde vermeldingen bevatten. Dit besluit wordt ge-
nomen na advies van de FSMA.
Artikel 31
Indien de Belgische wet een bewijs verlangt dat een
verplichte verzekering werd afgesloten, moet de verze-
keraar de verzekerde een verklaring bezorgen waaruit
blijkt dat de verplichte verzekeringsovereenkomst werd
afgesloten.
De Koning bepaalt, in een besluit genomen na advies
van de FSMA, welke gegevens moeten worden opge-
nomen in deze verklaring.
278
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 32
Pour les assurances du groupe d’activités “non-vie”,
l’assureur doit, avant la conclusion du contrat, dans le
cas où le preneur d’assurance est une personne phy-
sique, au moins:
a) fournir à ce dernier des informations sur le droit
applicable au contrat, en précisant:
i. lorsque les parties n’ont pas de liberté de choix, le
droit qui sera applicable au contrat;
ii. lorsque les parties ont la liberté de choix:
— le fait que les parties ont la liberté de choisir le
droit applicable,
— le droit que l’assureur propose, le cas échéant,
de choisir, et
— le droit qui sera applicable, selon la législation
pertinente, à défaut d’accord entre les parties ou de
choix exprès posé par celles-ci;
et
b) l’informer des dispositions relatives au traitement
des plaintes des preneurs d’assurance au sujet des
contrats, y compris de l’existence du service ombuds-
man des assurances, sans préjudice de la possibilité
pour le preneur d’assurance d’intenter une action en
justice.
Article 33
§ 1er. Lorsqu’une assurance du groupe d’activités
“non-vie” est proposée par un assureur étranger, le pre-
neur d’assurance doit être informé, avant la conclusion
de tout engagement, du nom du pays où sont situés le
siège principal et, le cas échéant, la succursale avec
laquelle le contrat sera conclu.
Tous les documents fournis au preneur d’assurance
comportent l’information visée à l’alinéa 1er.
Dans le cas où l’assureur étranger est une entreprise
d’assurances de l’EEE, les obligations énoncées aux
alinéas 1er et 2 ne concernent pas les grands risques.
§ 2. Le contrat ou tout autre document accordant la
couverture, ainsi que la proposition d’assurance dans
le cas où elle lie le preneur d’assurance, indiquent le
Artikel 32
Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven” moet de verzekeraar voor het sluiten van de
overeenkomst de verzekeringnemer die een natuurlijke
persoon is minstens:
a) informatie verschaffen over het op de overeen-
komst toepasselijke recht, als volgt:
i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze
hebben, het recht dat op de overeenkomst van toepas-
sing is;
ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze
hebben:
— het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij
kunnen kiezen,
— de keuze die de verzekeraar desgevallend voor-
stelt, en
— het recht dat volgens de relevante wetgeving van
toepassing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een
uitdrukkelijke keuze door partijen;
en
b) in kennis stellen van de regelingen voor het be-
handelen van klachten van verzekeringnemers over de
overeenkomst, met inbegrip van het bestaan van de
ombudsdienst inzake verzekeringen, zonder afbreuk
te doen aan de mogelijkheid voor de verzekeringnemer
een gerechtelijke procedure aan te spannen.
Artikel 33
§ 1. Wanneer een verzekering uit de groep activiteiten
“niet-leven” wordt aangeboden door een buitenlandse
verzekeraar, wordt aan de verzekeringnemer vóór het
aangaan van enige verbintenis meegedeeld in welk land
het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, het bijkantoor
waarmee de overeenkomst wordt gesloten, is gevestigd.
Wanneer aan de verzekeringnemer documenten wor-
den verstrekt, wordt daarin de in het eerste lid bedoelde
informatie vermeld.
In het geval de buitenlandse verzekeraar een EER
verzekeringsonderneming is, gelden de in het eerste en
de tweede lid bedoelde verplichtingen niet voor grote
risico’s.
§ 2. In de overeenkomst of andere documenten waar-
bij de dekking wordt verleend, alsmede in het verzeke-
ringsvoorstel wanneer de verzekeringnemer daardoor
279
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
nom et l’adresse du siège principal et, le cas échéant,
de la succursale de l’assureur qui accorde la couverture.
Les documents visés à l’alinéa 1er mentionnent égale-
ment le nom et l’adresse du représentant de l’assureur,
tel que visé à l’article 68 de la loi du 9 juillet 1975.
Article 34
Pour les assurances du groupe d’activités “non-vie”,
l’assureur informe le preneur d’assurance, pendant
toute la durée du contrat, de toute modifi cation concer-
nant les informations suivantes:
a) le nom et l’adresse du siège principal et, le cas
échéant, de la succursale de l’assureur qui accorde la
couverture;
b) le nom et l ’adresse du représentant
de l’assureur, tel que visé à l’article 68 de la loi
du 9 juillet 1975.
L’assureur transmet à la FSMA une copie de ces
communications.
Article 35
§ 1er. Pour les assurances du groupe d’activités “vie”,
l’assureur doit, avant la conclusion du contrat, communi-
quer au preneur d’assurance au moins les informations
mentionnées aux paragraphes 2 et 3.
§ 2. Sans préjudice d’autres obligations légales,
les informations suivantes concernant l’assureur sont
communiquées:
a) la dénomination ou la raison sociale et la forme
juridique de l’assureur;
b) le nom du pays où sont situés le siège principal et,
le cas échéant, la succursale avec laquelle le contrat
sera conclu;
c) l’adresse du siège principal et, le cas échéant, de
la succursale avec laquelle le contrat sera conclu;
d) une référence concrète au rapport sur la solvabilité
et la situation fi nancière prévu à l’article 51 de la direc-
tive 2009/138/CE, qui permet au preneur d’assurance
d’accéder facilement à ces informations.
§ 3. Sans préjudice d’autres obligations légales, les
informations suivantes concernant l’engagement sont
communiquées:
wordt gebonden, wordt de naam en het adres vermeld
van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, van het
bijkantoor van de verzekeraar die de dekking verleent.
In de in het eerste lid bedoelde documenten wordt
ook de naam en het adres van de vertegenwoordiger
van de verzekeraar zoals bedoeld in artikel 68 van de
wet van 9 juli 1975, vermeld.
Artikel 34
Bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven”,
licht de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende
de gehele looptijd van de overeenkomst in over elke
wijziging van de volgende gegevens:
a) naam en adres van het hoofdkantoor en, in voor-
komend geval, van het bijkantoor van de verzekeraar
die de dekking verleent;
b) de naam en het adres van de vertegenwoordiger
van de verzekeraar zoals bedoeld in artikel 68 van de
wet van 9 juli 1975.
De verzekeraar bezorgt de FSMA een afschrift van
deze mededelingen.
Artikel 35
§ 1. Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten
“leven” moet de verzekeraar voor het sluiten van de over-
eenkomst de verzekeringnemer minstens de gegevens
uit de paragrafen 2 en 3 meedelen.
§ 2. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen,
worden de volgende inlichtingen betreffende de verze-
keraar medegedeeld:
a) naam of fi rmanaam, rechtsvorm;
b) naam van het land waar het hoofdkantoor en, in
voorkomend geval, het bijkantoor waarmee de overeen-
komst zal worden gesloten, is gevestigd;
c) adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend
geval, van het bijkantoor waarmee de overeenkomst
zal worden gesloten;
d) een concrete verwijzing naar het in artikel 51 van de
Richtlijn 2009/138/EG bedoelde rapport over de solva-
biliteit en fi nanciële positie, zodat de verzekeringnemer
gemakkelijk kennis kan nemen van deze informatie.
§ 3. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen,
worden de volgende inlichtingen betreffende de verbin-
tenis medegedeeld:
280
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
a) la défi nition de chaque garantie et de chaque
option;
b) la durée du contrat;
c) les modalités de résiliation du contrat;
d) les modalités de paiement des primes et la durée
des paiements;
e) les modalités de calcul et d’attribution des partici-
pations aux bénéfi ces;
f) des indications sur les valeurs de rachat et de
réduction et sur la nature des garanties y afférentes;
g) des informations sur les primes relatives à chaque
garantie, qu’elle soit principale ou complémentaire,
lorsque de telles informations se révèlent appropriées;
h) une énumération des valeurs de référence utilisées
(unités de compte) dans les assurances liées à des
fonds d’investissement;
i) des indications sur la nature des actifs représenta-
tifs des assurances liées à des fonds d’investissement;
j) les modalités d’exercice du droit de renonciation;
k) des indications générales relatives au régime fi scal
applicable au type de police, y compris une informa-
tion concernant le traitement fi scal des prestations à
l’échéance fi nale du contrat et en cas de rachat anticipé;
l) les dispositions relatives au traitement des plaintes
des preneurs d’assurance, assurés ou bénéfi ciaires,
au sujet des contrats, y compris l’existence du service
ombudsman des assurances, sans préjudice de la
possibilité d’intenter une action en justice;
m) des informations sur le droit applicable au contrat,
en précisant:
i. lorsque les parties n’ont pas de liberté de choix, le
droit qui sera applicable au contrat;
ii. lorsque les parties ont la liberté de choix:
— le fait que les parties ont la liberté de choisir le
droit applicable,
— le droit que l’assureur propose, le cas échéant,
de choisir, et
a) omschrijving van elke verzekeringsdekking en
keuzemogelijkheid;
b) de looptijd van de overeenkomst;
c) de wijze van beëindiging van de overeenkomst;
d) de wijze en duur van betaling van de premies;
e) wijze van berekening en toewijzing van
winstdelingen;
f) gegevens over de afkoop – en reductiewaarden en
in hoeverre deze zijn gegarandeerd;
g) inlichtingen over de premies voor iedere verzeke-
ringsdekking, zowel de hoofddekking als de aanvullende
dekkingen, indien zulke inlichtingen dienstig blijken;
h) opsomming van de gebruikte referentiewaarden
(rekeneenheden) in verzekeringen verbonden met
beleggingsfondsen;
i) gegevens over de aard van de activa die tegenover
de verzekeringen verbonden met beleggingsfondsen
staan;
j) wijze van uitoefening van het recht van opzegging;
k) algemene informatie betreffende de op het type
overeenkomst toepasselijke belastingregeling, met in-
begrip van informatie betreffende de fi scale behandeling
van prestaties op de eindvervaldag van de overeen-
komst en in geval van vervroegde afkoop;
l) regelingen voor het behandelen van klachten van
verzekeringnemers, verzekerden of begunstigden over
de overeenkomst, met inbegrip van het bestaan van
de ombudsdienst inzake verzekeringen, onverminderd
de mogelijkheid een gerechtelijke procedure aan te
spannen;
m) informatie over het op de overeenkomst toepas-
selijke recht, als volgt:
i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze
hebben, het recht dat op de overeenkomst van toepas-
sing is;
ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze
hebben:
— het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij
kunnen kiezen,
— de keuze die de verzekeraar desgevallend voor-
stelt, en
281
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— le droit qui sera applicable, selon la législation
pertinente, à défaut d’accord entre les parties ou de
choix exprès posé par celles-ci.
En outre, des informations spécifi ques sont fournies
afi n de permettre de bien percevoir les risques sous-
jacents au contrat qui sont assumés par le preneur
d’assurance.
Article 36
Pour les assurances du groupe d’activités “vie”, l’as-
sureur informe le preneur d’assurance, pendant toute
la durée du contrat, de toute modifi cation concernant
les informations suivantes:
a) les conditions générales, spéciales et particulières
de la police;
b) la dénomination ou la raison sociale de l’assureur,
sa forme juridique ou l’adresse de son siège principal
et, le cas échéant, de sa succursale avec laquelle le
contrat a été conclu;
c) toutes informations énumérées à l’article 35, § 3,
points d) à j), que la modifi cation résulte d’un avenant
au contrat ou soit la conséquence d’une modifi cation
de la législation applicable au contrat;
d) chaque année, des informations concernant la
situation de la participation aux bénéfi ces.
L’assureur transmet à la FSMA une copie de ces
communications.
Article 37
Les informations visées aux articles 35 et 36 doivent
être formulées de manière claire et précise, par écrit,
et être fournies dans une des langues officielles de la
Belgique.
Ces informations peuvent toutefois être fournies au
preneur d’assurance dans une autre langue si celui-ci le
demande ou s’il a la liberté de choisir le droit applicable.
Article 38
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, défi nir de manière
plus précise les informations requises au titre des articles
32 à 36 et déterminer les informations complémentaires
— het recht dat volgens de relevante wetgeving van
toepassing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een
uitdrukkelijke keuze door partijen;
Bovendien wordt specifi eke informatie verstrekt om
ervoor te zorgen dat de verzekeringnemer goed begrijpt
welke risico’s hij loopt door de overeenkomst te sluiten.
Artikel 36
Bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”,
licht de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende
de gehele looptijd van de overeenkomst in over elke
wijziging van de volgende gegevens:
a) de algemene, speciale en bijzondere voorwaarden;
b) de naam of fi rmanaam, de rechtsvorm en het
adres van het hoofdkantoor van de verzekeraar en, in
voorkomend geval, van het bijkantoor waarmede de
overeenkomst is gesloten;
c) alle in artikel 35, §3, onder d) tot en met j), be-
doelde inlichtingen zowel indien de wijziging het gevolg
is van een addendum aan de overeenkomst dan wel
van een op de overeenkomst van toepassing zijnde
wetswijziging;
d) elk jaar inlichtingen betreffende de situatie van de
winstdeling.
De verzekeraar bezorgt de FSMA een afschrift van
deze mededelingen.
Artikel 37
De in de artikelen 35 en 36 bedoelde inlichtingen
worden duidelijk, nauwkeurig, en schriftelijk verstrekt
in één van de officiële Belgische landstalen.
Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere
taal aan de verzekeringnemer worden verstrekt indien
de verzekeringnemer daarom verzoekt, dan wel indien
de verzekeringnemer vrij het toepasselijke recht kan
kiezen.
Artikel 38
De Koning kan, na advies van de FSMA, de vereiste
inlichtingen uit de artikelen 32 tot en met 36 verder
uitwerken en bijkomende inlichtingen bepalen die de
282
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
que les assureurs et/ou les intermédiaires doivent fournir
au preneur d’assurance avant la conclusion du contrat
et pendant la durée de celui-ci, ainsi que le mode de
communication de ces informations.
TITRE III
La tarifi cation, les conditions et la segmentation
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 39
En ce qui concerne les assureurs étrangers, les dis-
positions du présent chapitre portent uniquement sur
les contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Article 40
§ 1er. Pour l’établissement et l’application de leurs
tarifs et conditions, les assureurs sont tenus de se
conformer aux règles fi xées par le Roi, sur avis de la
FSMA et de la Banque.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les entreprises
d’assurances de l’EEE doivent se conformer, pour l’éta-
blissement et l’application de leurs tarifs, à la législation
de leur État membre d’origine.
L’alinéa 1er ne porte toutefois pas atteinte à l’obli-
gation pour les entreprises d’assurances de l’EEE de
se conformer aux règles impératives d’intérêt général
prévues par le droit belge qui instaurent un cadre tech-
nique pour le développement de tarifs au sein duquel les
entreprises d’assurances doivent calculer leurs primes.
Article 41
Si la Banque prend des mesures conformément à
l’article 21octies, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 9 juil-
let 1975, le relèvement d’un tarif s’applique aux contrats
souscrits à partir de la notifi cation de la décision de
la Banque et, sans préjudice du droit à la résiliation
du preneur d’assurance, il s’applique également aux
primes et cotisations de contrats en cours, qui viennent
à échéance à partir du premier jour du deuxième mois
qui suit la notifi cation de la décision de la Banque.
verzekeraars en/of de tussenpersonen aan de verze-
keringnemer moeten meedelen vóór het sluiten van de
overeenkomst en gedurende de looptijd ervan, en de
wijze waarop dit moet gebeuren.
TITEL III
Tarifering, voorwaarden en segmentatie
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 39
Wat de buitenlandse verzekeraars betreft, hebben de
bepalingen van dit hoofdstuk slechts betrekking op de
verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan
wel de verbintenis in België is gelegen.
Artikel 40
§ 1. Voor het vaststellen en toepassen van hun ta-
rieven en voorwaarden, zijn de verzekeraars gehouden
zich te gedragen naar de regels die door de Koning wor-
den vastgesteld, na advies van de FSMA en de Bank.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, moeten de EER
verzekeringsondernemingen zich voor het vaststellen en
toepassen van hun tarieven gedragen naar de wetgeving
van hun lidstaat van herkomst.
Het eerste lid doet echter geen afbreuk aan de ver-
plichting van de EER verzekeringsondernemingen om
zich te houden aan de Belgische dwingende regels
van algemeen belang die een technisch kader voor
de tariefontwikkeling instellen waarbinnen de verzeke-
ringsondernemingen hun premies moeten berekenen.
Artikel 41
Indien de Bank maatregelen neemt overeenkomstig
artikel 21octies, § 2, 1ste en 2de lid van de wet van
9 juli 1975, wordt de tariefverhoging toegepast op de
overeenkomsten die worden gesloten vanaf de kennis-
geving van de beslissing van de Bank en, onverminderd
het opzeggingrecht van de verzekeringnemer, wordt ze
eveneens toegepast op de premies en bijdragen van de
lopende overeenkomsten, die vervallen vanaf de eerste
dag van de tweede maand die volgt op de kennisgeving
van de beslissing van de Bank.
283
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
De la segmentation
Article 42
Les dispositions du présent chapitre portent sur les
contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Article 43
§ 1er. Les articles 44 à 46 sont applicables aux
contrats d’assurance énumérés ci-dessous, dans la
mesure où le preneur d’assurance est un consomma-
teur au sens de l’article 2, 3°, de la loi du 6 avril 2010
relative aux pratiques du marché et à la protection du
consommateur:
— L’assurance obligatoire de la responsabilité en
matière de véhicules automoteurs;
— L’assurance contre l’incendie et autres périls en
ce qui concerne les habitations présentant un risque
simple au sens de l’article 5 de l’arrêté royal du 31 dé-
cembre 1992 portant exécution de la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre;
— L’assurance couvrant la responsabilité civile extra-
contractuelle relative à la vie privée;
— L’assurance protection juridique;
— L’assurance individuelle sur la vie; et
— Le contrat d’assurance maladie visé à l’article
201, § 1er, 1°.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, étendre l’application
de tout ou partie du présent chapitre à d’autres contrats
d’assurance.
§ 3. Le présent chapitre s’applique sans préjudice des
obligations imposées par la partie 4 de la présente loi
et les arrêtés et/ou règlements pris pour son exécution.
Article 44
Toute segmentation opérée sur le plan de l’accepta-
tion, de la tarifi cation et/ou de l’étendue de la garantie
doit être objectivement justifi ée par un objectif légitime,
HOOFDSTUK 2
Segmentatie
Artikel 42
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking
op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico
dan wel de verbintenis in België is gelegen.
Artikel 43
§ 1. Artikel 44 tot en met 46 zijn van toepassing op
de hieronder opgesomde verzekeringsovereenkomsten
voor zover de verzekeringnemer een consument is in de
zin van artikel 2, 3° van de wet van 6 april 2010 betref-
fende marktpraktijken en consumentenbescherming:
— De verplichte aansprakelijkheidsverzekering in-
zake motorrijtuigen;
— De verzekering tegen brand en andere gevaren
wat betreft de woningen die een eenvoudige risico zijn
volgens artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 de-
cember 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992
op de landverzekeringsovereenkomst;
— De verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke
aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking
tot het privéleven;
— De rechtsbijstandsverzekeringen;
— De individuele levensverzekering; en
— De ziekteverzekeringsovereenkomst zoals bepaald
in artikel 201, §1, 1°.
§ 2. De Koning kan, bij een in de Ministerraad
overlegd besluit genomen na advies van de FSMA,
de toepassing van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk
uitbreiden tot andere verzekeringsovereenkomsten.
§ 3. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de verplich-
tingen die overeenkomstig deel 4 van deze wet en de
besluiten en/of reglementen genomen ter uitvoering
hiervan van toepassing zijn.
Artikel 44
Elke segmentatie op het vlak van acceptatie, tarifering
en/of de omvang van de dekking moet objectief worden
gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen
284
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
et les moyens de réaliser cet objectif doivent être appro-
priés et nécessaires.
Article 45
§ 1er. L’assureur publie sur son site web, par type de
contrat d’assurance tel que visé à l’article 43, § 1er, les
critères qu’il utilise dans le cadre de la segmentation
opérée sur le plan de l’acceptation, de la tarifi cation
et/ou de l’étendue de la garantie. L’assureur explique
sur son site web, de manière claire et compréhensible
pour le preneur d’assurance, la raison pour laquelle il
utilise ces critères.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, déterminer, le cas
échéant par type de contrat d’assurance, les critères de
segmentation qui peuvent être utilisés par l‘assureur, ou
indiquer, le cas échéant par type de contrat d’assurance,
les critères de segmentation qui ne peuvent pas l’être.
Article 46
§ 1er. Dans son offre au preneur d’assurance, l’assu-
reur mentionne les critères de segmentation qu’il a utili-
sés pour déterminer les conditions tarifaires du contrat
et l’étendue de la garantie. Cette information est fournie
individuellement et de manière claire et compréhensible
pour le preneur d’assurance.
Dans son explication concernant les critères de seg-
mentation utilisés, l’assureur opère une distinction entre:
— les critères utilisés pour déterminer les conditions
qui seront applicables lors de la prise de cours du
contrat; et
— les critères susceptibles d’avoir, dans le futur, un
impact sur les conditions du contrat.
§ 2. Lorsque l’assureur décide, pendant la durée du
contrat d’assurance, de transmettre au preneur d’assu-
rance, en raison de la modifi cation d’un risque, une
proposition de modifi cation des conditions tarifaires ou
de la garantie accordée, il doit, sans préjudice d’autres
obligations légales éventuelles, présenter sa proposition
au preneur d’assurance par écrit, de manière expresse
et motivée.
La proposition et sa motivation doivent être com-
muniquées au preneur d’assurance individuellement
et formulées dans un langage clair et compréhensible
pour ce dernier. Dans la motivation, l’assureur expose
voor het bereiken van dat doel moeten passend en
noodzakelijk zijn.
Artikel 45
§ 1. De verzekeraar publiceert op zijn website per
type van verzekeringsovereenkomst zoals vermeld in
artikel 43, §1 de criteria die hij gebruikt in het kader van
de segmentatie op het vlak van acceptatie, tarifering en/
of de omvang van de dekking. Op de website van de
verzekeraar wordt op een duidelijke en voor de verze-
keringnemer begrijpelijke wijze toegelicht waarom deze
criteria worden gehanteerd.
§ 2. De Koning kan bij een in de Ministerraad overlegd
besluit, genomen na advies van de FSMA, aanduiden,
desgevallend per type van verzekeringsovereenkomst,
welke segmenteringscriteria mogen worden gehanteerd
door de verzekeraar, dan wel aanduiden, desgevallend
per type van verzekeringsovereenkomst, welke segmen-
teringscriteria niet mogen worden gehanteerd.
Artikel 46
§ 1. In haar aanbod aan de verzekeringnemer ver-
meldt de verzekeraar welke segmenteringscriteria hij
heeft gebruikt bij de bepaling van de tariefvoorwaarden
van de overeenkomst en de omvang van de dekking.
Deze informatie wordt op individuele wijze en op een
duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke
wijze gegeven.
Bij de toelichting van de gebruikte segmenterings-
criteria maakt de verzekeraar een onderscheid tussen:
— de criteria die worden gebruikt om de voorwaar-
den te bepalen die zullen gelden bij aanvang van de
overeenkomst; en
— de criteria die in de toekomst een impact kunnen
hebben op de contractsvoorwaarden.
§ 2. Wanneer de verzekeraar beslist om gedurende
de looptijd van de verzekeringsovereenkomst omwille
van een gewijzigd risico aan de verzekeringnemer een
voorstel tot wijziging van de tariefvoorwaarden of de
verleende dekking over te maken, moet hij dit, onvermin-
derd eventuele andere wettelijke verplichtingen, uitdruk-
kelijk, schriftelijk en op gemotiveerde wijze voorleggen
aan de verzekeringnemer.
Het voorstel en de motivering moet op individuele
wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer
begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden
medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar
285
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
en particulier les données, communiquées ou non par le
preneur d’assurance, qu’il a utilisées lors de l’évaluation
du risque modifi é, ainsi que les critères de segmentation
qu’il a appliqués, et qui l’ont amené à formuler sa pro-
position. La proposition explique également, de manière
claire et compréhensible pour le preneur d’assurance,
ce qu’il advient du contrat d’assurance en cours selon
que le preneur d’assurance décide de donner suite ou
non à la proposition.
§ 3. Lorsque l’assureur décide, pendant la durée du
contrat d’assurance, de résilier celui-ci en raison de la
modifi cation d’un risque, il doit, sans préjudice d’autres
obligations légales éventuelles, en aviser le preneur
d’assurance par écrit, de manière expresse et motivée,
sauf dans les cas visés à l’article 57, §§ 2 et 3.
Cette décision et sa motivation doivent être com-
muniquées au preneur d’assurance individuellement
et formulées dans un langage clair et compréhensible
pour ce dernier. Dans la motivation, l’assureur expose
en particulier les données, communiquées ou non par le
preneur d’assurance, qu’il a utilisées lors de l’évalution
du risque, ainsi que les critères de segmentation qu’il
a appliqués, et qui l’ont amené à prendre sa décision.
§ 4. Lorsqu’un assureur décide de refuser l’octroi
d’une assurance, il doit en aviser le preneur d’assurance
par écrit, de manière expresse et motivée.
Cette décision et sa motivation doivent être com-
muniquées au preneur d’assurance individuellement
et formulées dans un langage clair et compréhensible
pour ce dernier. Dans la motivation, l’assureur expose
en particulier les données, communiquées ou non par le
preneur d’assurance, qu’il a utilisées lors de l’évaluation
du risque, ainsi que les critères de segmentation qu’il
a appliqués, et qui l’ont amené à prendre sa décision.
Dans le cas où la communication du motif de son
refus serait susceptible de porter gravement préjudice à
l’activité de l’assureur ou dans le cas où cette communi-
cation l’amènerait à enfreindre une obligation de secret
imposée par la loi, l’assureur n’est pas tenu, moyennant
le respect des conditions décrites dans l’alinéa suivant,
de communiquer le motif spécifi que sous-tendant sa
décision de refus.
Lorsque la non-communication du motif de refus au
candidat preneur d’assurance ne peut être justifi ée par
le respect d’une obligation de secret imposée par la loi,
l’assureur ne peut se prévaloir de l’exception à l’obliga-
tion de motivation telle que prévue à l’alinéa précédent
qu’à la condition que le motif de refus sous-tendant sa
in het bijzonder de bij de beoordeling van het gewijzigde
risico gehanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld
door de verzekeringnemer, en de door hem gehan-
teerde segmenteringscriteria die hebben geleid tot het
voorstel. Het voorstel licht ook, op een duidelijke en
voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze, toe wat
er gebeurt met de lopende verzekeringsovereenkomst
naargelang de verzekeringnemer al of niet beslist om
op het voorstel in te gaan.
§ 3. Wanneer de verzekeraar beslist om een verzeke-
ring gedurende de looptijd ervan op te zeggen omwille
van een gewijzigd risico, moet hij, onverminderd even-
tuele andere wettelijke verplichtingen, dit uitdrukkelijk,
schriftelijk en op gemotiveerde wijze meedelen aan de
verzekeringnemer, behalve in de gevallen bedoeld in
artikel 57, §§ 2 en 3.
Deze beslissing en de motivering moet op individuele
wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer
begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden
medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar
in het bijzonder de bij de beoordeling van het risico ge-
hanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld door de
verzekeringnemer, en de door hem gehanteerde seg-
menteringscriteria die hebben geleid tot de beslissing.
§ 4. Wanneer een verzekeraar beslist om een ver-
zekering te weigeren moet dit door de verzekeraar uit-
drukkelijk, schriftelijk en op gemotiveerde wijze worden
medegedeeld aan de verzekeringnemer.
Deze beslissing en de motivering moet op individuele
wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer
begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden
medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar
in het bijzonder de bij de beoordeling van het risico ge-
hanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld door de
verzekeringnemer, en de door hem gehanteerde seg-
menteringscriteria die hebben geleid tot de beslissing.
Indien de bekendmaking van de weigeringsgrond
ernstige schade zou kunnen toebrengen aan het bedrijf
van de verzekeraar of indien de bekendmaking van deze
weigeringsgrond zou leiden tot een schending van een
wettelijke geheimhoudingsplicht, moet de verzekeraar,
mits naleving van de in het volgende lid omschreven
voorwaarden, de specifi eke weigeringsgrond niet mee-
delen in zijn weigeringsbeslissing.
Als het niet mededelen van de weigeringsgrond aan
de kandidaat-verzekeringnemer niet kan worden ver-
antwoord door de naleving van een wettelijke geheim-
houdingsplicht, kan de verzekeraar zich enkel beroepen
op de in het vorige lid omschreven uitzondering op de
motiveringsplicht indien de weigeringsgrond waarop de
286
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
décision fi gure dans une liste limitative de motifs de
refus confi dentiels qui aura été préalablement commu-
niquée à la FSMA et approuvée par celle-ci. L’assureur
tient en outre de manière centralisée, dans l’un de ses
établissements belges ou, s’il ne dispose pas d’un éta-
blissement belge, à son siège principal situé au sein de
l’EEE ou en tout autre lieu préalablement approuvé par
la FSMA, une liste des assurances qu’il a refusées dont
le motif spécifi que sous-tendant sa décision de refus
n’a pas été communiqué, en mentionnant le motif de
refus concerné, tel que celui-ci fi gurait dans la liste de
motifs de refus confi dentiels préalablement transmise
à la FSMA, ou en se référant à la base légale régissant
son obligation de secret.
§ 5. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, imposer des règles
supplémentaires concernant le contenu précis de la
motivation visée dans les paragraphes précédents, la
manière dont la décision doit être communiquée et les
délais à respecter par les assureurs.
TITRE IV
La participation aux bénéfi ces
Article 47
Les dispositions du présent titre portent sur les
contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Article 48
La participation aux bénéfi ces ne peut être mention-
née dans les publicités et autres documents de commer-
cialisation que pour autant que l’assureur ait l’obligation
légale ou contractuelle de prévoir une participation aux
bénéfi ces et que le droit à la participation aux bénéfi ces
dans le cadre d’un contrat individuel ne dépende pas
du pouvoir de décision discrétionnaire de l’assureur.
Article 49
Avant la conclusion du contrat d’assurance, l’assu-
reur informe le candidat preneur d’assurance individuel-
lement sur le point de savoir si et à quelles conditions
un droit de participation aux bénéfi ces existe en faveur
des contrats d’assurance. Les modalités de calcul et
d’attribution de la participation aux bénéfi ces lui sont
exposées.
beslissing steunt, is opgenomen in een limitatieve lijst
van vertrouwelijke weigeringsgronden die op voorhand
werd meegedeeld aan en goedgekeurd door de FSMA.
Bovendien houdt de verzekeraar gecentraliseerd in
één van zijn Belgische vestigingen, dan wel, indien hij
geen Belgische vestiging heeft, in zijn binnen de EER
gelegen hoofdkantoor of op een andere voorafgaandelijk
door de FSMA goedgekeurde plaats, een lijst bij van
de door hem geweigerde verzekeringen waarvan de
specifi eke weigeringsgrond niet meegedeeld is in de
weigeringsbeslissing, met vermelding van de relevante
weigeringsgrond, zoals deze werd opgenomen in de
vooraf aan de FSMA overgemaakte lijst met vertrouwe-
lijke weigeringsgronden, dan wel met verwijzing naar de
relevante wettelijke basis voor de geheimhoudingsplicht.
§ 5. De Koning kan, bij een in de Ministerraad
overlegd besluit genomen na advies van de FSMA,
bijkomende regels opleggen aangaande de precieze
inhoud van de motivering vermeld in de voorgaande
paragrafen, de wijze waarop de beslissing moet worden
meegedeeld en de termijnen waaraan de verzekeraars
zich moeten houden.
TITEL IV
Winstdeling
Artikel 47
De bepalingen van deze titel hebben betrekking op
de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan
wel de verbintenis in België is gelegen.
Artikel 48
De winstdeling mag enkel worden vermeld in reclame
en andere op commercialisering gerichte documenten
voor zover de verzekeraar wettelijk, dan wel contrac-
tueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en voor
zover het recht op winstdeling van een individuele
overeenkomst niet afhangt van de discretionaire beslis-
singsbevoegdheid van de verzekeraar.
Artikel 49
Voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst
deelt de verzekeraar aan de kandidaat-verzekering-
nemer op individuele wijze mee of en onder welke
voorwaarden er een recht op winstdeling ten gunste
van de verzekeringsovereenkomsten is. De wijze van
berekening en van toewijzing wordt toegelicht.
287
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 50
§ 1er. Le preneur d’assurance reçoit au moins une
fois par an une information sur la situation de la partici-
pation aux bénéfi ces et est tenu informé pendant toute
la durée du contrat de toute modifi cation concernant
cette situation.
§ 2. Dans le cas où l’assureur, en rapport avec l’offre
ou la conclusion d’un contrat d’assurance du groupe
d’activités “vie”, communique des projections concer-
nant la participation aux bénéfi ces, il fournit au preneur
d’assurance un exemple de calcul dans lequel le pos-
sible versement à échéance est exposé sur la base
d’un calcul appliquant trois taux d’intérêt différents. Ceci
ne s’applique pas aux assurances décès temporaires.
L’assureur informe le preneur d’assurance, de manière
claire et compréhensible, que cet exemple de calcul
n’est que l’application d’un modèle fondé sur de pures
hypothèses et que le preneur d’assurance ne tire de cet
exemple de calcul aucun droit contractuel.
§ 3. Dans le cas d’assurances avec participation aux
bénéfi ces, l’assureur informe le preneur d’assurance,
annuellement et par écrit, de la situation des droits du
preneur d’assurance, en incluant la participation aux
bénéfi ces. En outre, lorsqu’il a communiqué des projec-
tions concernant la participation aux bénéfi ces, l’assu-
reur informe le preneur d’assurance des différences
entre l’évolution constatée et les données initiales.
§ 4. L’assureur transmet à la FSMA une copie des
communications faites au preneur d’assurance confor-
mément aux paragraphes précédents.
Article 51
§ 1er. Si la participation aux bénéfi ces est mentionnée
dans les publicités et/ou autres documents de commer-
cialisation, l’assureur établit, à titre d’information pour
les preneurs d’assurance, un plan de participation aux
bénéfi ces. L’assureur met ce plan à la disposition du
candidat preneur d’assurance avant la conclusion du
contrat d’assurance. Toutes modifi cations apportées
ultérieurement à ce plan, dans la mesure où elles
ont une incidence sur les contrats d’assurance, sont
communiquées sans délai, par écrit, aux preneurs
d’assurance.
§ 2. Ce plan de participation aux bénéfi ces expose,
en des termes clairs pour le preneur d’assurance, les
éléments suivants:
Artikel 50
§ 1. De verzekeringnemer wordt minstens één maal
per jaar ingelicht over de situatie van de winstdeling en
wordt gedurende de gehele looptijd van de overeen-
komst ingelicht over elke wijziging aan de situatie van
de winstdeling.
§ 2. Wanneer de verzekeraar in samenhang met een
aanbod voor of het afsluiten van een verzekeringsover-
eenkomst uit de groep activiteiten “leven” projecties
met betrekking tot de winstdeling verstrekt, legt de
verzekeraar de verzekeringnemer een modelberekening
voor waarin de potentiële uitkering aan het eind van de
looptijd wordt vermeld op basis van een berekening bij
drie verschillende rentepercentages. Dit geldt niet voor
tijdelijke overlijdensverzekeringen. De verzekeraar deelt
de verzekeringnemer op duidelijke en begrijpelijke wijze
mee dat de modelberekening slechts een voorbeeld is,
dat is gebaseerd op theoretische aannamen, en dat
de verzekeringnemer uit de modelberekening geen
contractuele aanspraken mag afl eiden.
§ 3. In geval van verzekeringen met winstdeling stelt
de verzekeraar de verzekeringnemer jaarlijks schriftelijk
in kennis van de stand van zijn vorderingen met inbegrip
van de winstdeling. Indien de verzekeraar projecties met
betrekking tot de winstdeling heeft verstrekt, wijst hij de
verzekeringnemer bovendien op afwijkingen tussen de
feitelijke ontwikkeling en de aanvankelijke gegevens.
§ 4. De verzekeraar bezorgt de FSMA een kopie van
de in bovenstaande paragrafen vermelde mededelingen
aan de verzekeringnemer.
Artikel 51
§ 1. Indien de winstdeling wordt vermeld in reclame
en/of andere op commercialisering gerichte documen-
ten, stelt de verzekeraar ter informatie van de verzeke-
ringnemers een winstdelingsplan op. De verzekeraar
stelt dit plan ter beschikking van de kandidaat-verzeke-
ringnemer voordat de verzekeringsovereenkomst wordt
afgesloten. Voor zover deze een invloed hebben op de
verzekeringsovereenkomsten, worden latere wijzigingen
aan het plan onverwijld schriftelijk meegedeeld aan de
verzekeringnemers.
§ 2. In dit winstdelingsplan wordt het volgende in voor
de verzekeringnemer begrijpelijke termen uiteengezet:
288
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— le mode de calcul du bénéfi ce distribuable total;
— la manière de déterminer si et à concurrence de
quel montant ce bénéfi ce distribuable sera versé ou
attribué aux actionnaires et à la collectivité des contrats
d’assurance prévoyant une participation aux bénéfi ces;
— le mode d’établissement de la clé de répartition
entre les actionnaires et la collectivité des contrats
d’assurance qui sera appliquée; et
— les critères sur la base desquels la participation
aux bénéfi ces sera attribuée aux contrats d’assurance
distincts et les conditions auxquelles cette attribution
s’effectuera.
§ 3. La répartition, entre les contrats d’assurance dis-
tincts, du bénéfi ce attribué à la collectivité des contrats
d’assurance doit s’effectuer dans le respect de l’équité
entre preneurs d’assurance.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA
et de la Banque, préciser le contenu du plan de parti-
cipation aux bénéfi ces et déterminer les critères que
l’assureur peut ou doit appliquer lors de l’attribution de
la participation aux bénéfi ces aux contrats d’assurance
distincts.
Article 52
§ 1er. Les informations visées aux articles 48 à 51
doivent être formulées de manière claire et précise, par
écrit, et être fournies dans une des langues officielles
de la Belgique.
Ces informations peuvent toutefois être fournies au
preneur d’assurance dans une autre langue si celui-ci le
demande ou s’il a la liberté de choisir le droit applicable.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA,
préciser le contenu et le mode de communication des
informations visées aux articles 48 à 51.
Article 53
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA et de la Banque,
prévoir, pour une ou plusieurs activités d’assurance,
des dispositions précisant:
1° qu’une partie du bénéfi ce distribuable doit être ré-
partie au sein de la collectivité des contrats d’assurance,
et selon quelles modalités cette partie du bénéfi ce ainsi
— de wijze waarop de totale uitkeerbare winst wordt
berekend;
— de wijze waarop wordt bepaald of en hoeveel van
deze uitkeerbare winst zal worden uitgekeerd of toege-
kend aan de aandeelhouders en aan de collectiviteit
van de verzekeringsovereenkomsten met winstdeling;
— de wijze waarop wordt bepaald welke verdeelsleu-
tel zal worden gehanteerd tussen de aandeelhouders en
de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten; en
— de criteria op basis waarvan de winstdeling zal
worden toegekend aan de afzonderlijke verzekerings-
overeenkomsten en de voorwaarden waaronder dit zal
gebeuren.
§ 3. Bij de toekenning van de aan de collectiviteit van
de verzekeringsovereenkomsten verdeelde winst tussen
de afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten, moet de
billijkheid onder verzekeringnemers worden eerbiedigd.
§ 4. De Koning kan, bij besluit genomen na advies
van de FSMA en de Bank, de inhoud van het winst-
delingsplan nader bepalen en tevens bepalen welke
criteria de verzekeraar mag of moet toepassen bij de
toekenning van de winstdeling aan de afzonderlijke
verzekeringsovereenkomsten.
Artikel 52
§ 1. De in de artikelen 48 tot en met 51 bedoelde
inlichtingen worden duidelijk, nauwkeurig en schriftelijk
verstrekt in één van de officiële Belgische landstalen.
Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere
taal aan de verzekeringnemer worden gesteld indien de
verzekeringnemer daarom verzoekt, dan wel indien de
verzekeringnemer vrij het toepasselijke recht kan kiezen.
§ 2. De Koning kan, bij besluit genomen na advies
van de FSMA, de inhoud van en de wijze waarop de in
de artikelen 48 tot en met 51 bedoelde inlichtingen moet
worden verstrekt, verder bepalen.
Artikel 53
De Koning kan, via een in de Ministerraad overlegd
besluit genomen na advies van de FSMA en de Bank,
voor één of meerdere verzekeringsactiviteiten, bepalen:
1° dat een deel van de uitkeerbare winst moet worden
verdeeld onder de collectiviteit van de verzekeringsover-
eenkomsten en volgens welke modaliteiten dit deel van
289
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
que la clé de répartition entre les actionnaires et la col-
lectivité des contrats doivent être calculées;
2° à quelles conditions la répartition des bénéfi ces
en faveur des contrats d’assurance n’emporte pas la
renonciation défi nitive à ces montants dans le chef de
l’entreprise d’assurances, de sorte que celle-ci pourra
encore les utiliser, pendant une période limitée dans le
temps, aux fi ns du respect des exigences légales en
matière de solvabilité;
3° à quel moment les montants attribués sont réputés
défi nitivement acquis par les bénéfi ciaires;
4°
de quelle manière les éléments mentionnés
dans les points ci-dessus doivent être traités dans la
comptabilité de l’entreprise d’assurances.
PARTIE 4
LE CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE
Titre Ier
Champ d’application et défi nitions
Article 54
Champ d’application
Les dispositions de la présente partie s’appliquent à
tous les contrats d’assurance terrestre régis par le droit
belge, dans la mesure où il n’y est pas dérogé par des
lois particulières.
Elles ne s’appliquent ni à la réassurance, ni aux assu-
rances des transports de marchandises, assurances
bagages et déménagements exceptées.
Article 55
Défi nitions
Au sens de la présente partie, l’on entend par:
1° “personne lésée”: dans une assurance de res-
ponsabilité, la personne victime d’un dommage dont
l’assuré est responsable;
2° “prestation d’assurance”: le montant payable ou le
service à fournir par l’assureur en exécution du contrat
d’assurance;
de winst en de gebruikte verdeelsleutel tussen de aan-
deelhouders en de collectiviteit van de overeenkomsten
moet worden berekend;
2° onder welke voorwaarden de verdeling van de
winsten ten gunste van de verzekeringsovereenkom-
sten niet de defi nitieve afstand van deze bedragen
inhoudt voor de verzekeringsonderneming, zodat deze
gedurende een beperkte periode in de tijd nog kunnen
worden aangewend voor de vervulling van de wettelijke
solvabiliteitsvereisten;
3° op welk ogenblik de toegekende bedragen worden
geacht defi nitief verworven te zijn door de begunstigden;
4° op welke wijze de bovenstaande punten door de
verzekeringsonderneming boekhoudkundig moeten
worden verwerkt.
DEEL 4
DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
TITEL I
Toepassingsgebied en defi nities
Artikel 54
Toepassingsgebied
De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op
alle landverzekeringsovereenkomsten die onderworpen
zijn aan het Belgische recht voor zover er niet wordt van
afgeweken door bijzondere wetten.
Zij zijn niet van toepassing op de herverzekering
noch op de verzekeringen van goederenvervoer, met
uitzondering van de bagage – en verhuisverzekeringen.
Artikel 55
Defi nities
In dit deel wordt verstaan onder:
1° “Benadeelde”: in een aansprakelijkheidsverzeke-
ring, degene aan wie schade is toegebracht waarvoor
de verzekerde aansprakelijk is.
2° “Verzekeringsprestatie”: het door de verzekeraar
uit te betalen bedrag of de door hem te verstrekken
dienst ter uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.
290
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
3° “assurance à caractère indemnitaire”: celle dans
laquelle l’assureur s’engage à fournir la prestation
nécessaire pour réparer tout ou partie d’un dommage
subi par l’assuré ou dont celui-ci est responsable;
4° “assurance à caractère forfaitaire”: celle dans
laquelle la prestation de l’assureur ne dépend pas de
l’importance du dommage;
5° “demande d’assurance”: un formulaire émanant de
l’assureur par lequel celui-ci offre de prendre le risque
en charge provisoirement, à la demande du preneur
d’assurance;
6° “proposition d’assurance”: un formulaire émanant
de l’assureur, à remplir par le preneur d’assurance, et
destiné à éclairer l’assureur sur la nature de l’opération
et sur les faits et circonstances qui constituent pour lui
des éléments d’appréciation du risque;
7° “police présignée”: une police d’assurance signée
préalablement par l’assureur et contenant une offre de
contracter aux conditions qui y sont décrites, éventuel-
lement complétées par les spécifi cations que le preneur
d’assurance mentionne aux endroits prévus à cet effet;
8° “réduction en assurance à caractère indemnitaire”:
une sanction consistant pour l’assureur à diminuer sa
prestation, eu égard au manquement, par le preneur
d’assurance ou l’assuré, à l’une des obligations décou-
lant du contrat d’assurance.
Article 56
Règles impératives
Sauf lorsque la possibilité d’y déroger par des conven-
tions particulières résulte de leur rédaction même, les
dispositions de la présente partie sont impératives.
3° “Verzekering tot vergoeding van schade”: verze-
kering waarbij de verzekeraar zich ertoe verbindt de
prestatie te leveren die nodig is om de schade die de
verzekerde geleden heeft of waarvoor hij aansprakelijk
is, geheel of gedeeltelijk te vergoeden.
4° “Verzekering tot uitkering van een vast bedrag”:
verzekering waarbij de prestatie van de verzekeraar niet
afhankelijk is van de omvang van de schade.
5° “Verzekeringsaanvraag”: een formulier dat uitgaat
van de verzekeraar waarbij deze laatste aanbiedt het
risico voorlopig ten laste te nemen op verzoek van de
verzekeringnemer.
6° “Verzekeringsvoorstel”: een formulier dat uitgaat
van de verzekeraar en in te vullen door de verzeke-
ringnemer met het doel de verzekeraar in te lichten
over de aard van de verrichting en over de feiten en de
omstandigheden die voor hem gegevens zijn voor de
beoordeling van het risico.
7° “Voorafgetekende polis”: een verzekeringspolis die
vooraf door de verzekeraar ondertekend is en houdende
aanbod tot het sluiten van een overeenkomst onder de
voorwaarden die erin beschreven zijn, eventueel aan-
gevuld met de nadere bijzonderheden die de verzeke-
ringnemer aanduidt op de daartoe voorziene plaatsen.
8° “Vermindering bij de verzekering tot vergoeding van
schade”: sanctie waardoor de verzekeraar zijn prestatie
vermindert gelet op de tekortkoming door de verzeke-
ringnemer of de verzekerde aan een van de verplichtin-
gen die voortvloeien uit de verzekeringsovereenkomst.
Artikel 56
Dwingende regels
De bepalingen van dit deel zijn van dwingend recht,
tenzij uit de bewoordingen zelf blijkt dat de mogelijkheid
wordt gelaten om er van af te wijken door bijzondere
bedingen.
291
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
TITRE II
Le contrat d’assurance en général
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes à tous les contrats
Section Ire
Conclusion du contrat
Article 57
Proposition d’assurance, police présignée et de-
mande d’assurance
§ 1er. La proposition d’assurance n’engage ni le
candidat preneur d’assurance ni l’assureur à conclure
le contrat. Si dans les trente jours de la réception de
la proposition, l’assureur n’a pas notifi é au candidat
preneur d’assurance, soit une offre d’assurance, soit la
subordination de l’assurance à une demande d’enquête,
soit le refus d’assurer, il s’oblige à conclure le contrat
sous peine de dommages et intérêts. Ces dispositions,
ainsi que la mention selon laquelle la signature de la
proposition ne fait pas courir la couverture, doivent
fi gurer expressément dans la proposition d’assurance
§ 2. En cas de police présignée ou de demande
d’assurance, le contrat est formé dès la signature de
l’un de ces documents par le preneur d’assurance.
Sauf convention contraire, la garantie prend cours le
lendemain de la réception par l’assureur de la police
présignée ou de la demande. L’assureur communiquera
cette date au preneur d’assurance.
§ 3. Sauf pour les contrats d’une durée inférieure
à trente jours, le preneur d’assurance doit disposer
de la faculté de résilier le contrat, avec effet immédiat
au moment de la notifi cation, dans un délai de trente
jours pour les contrats d’assurance sur la vie et pour
les opérations de capitalisation et dans un délai de
quatorze jours pour les autres contrats d’assurance, à
compter de la prise de cours du contrat. Cette faculté
doit expressément être mentionnée dans les conditions
de la police. Dans le cas de contrats qui ne sont ni des
contrats d’assurance sur la vie ni des opérations de
capitalisation, le preneur d’assurance ne dispose de
TITEL II
De verzekeringsovereenkomst in het algemeen
HOOFDSTUK 1
Bepalingen betreffende alle verzekerings-
overeenkomsten
Afdeling I
Het sluiten van de overeenkomst
Artikel 57
Verzekeringsvoorstel, voorafgetekende polis en
verzekeringsaanvraag
§ 1. Het verzekeringsvoorstel verbindt noch de kan-
didaat-verzekeringnemer, noch de verzekeraar tot het
sluiten van de overeenkomst. Indien binnen dertig dagen
na de ontvangst van het voorstel de verzekeraar aan de
kandidaat-verzekeringnemer geen verzekeringsaanbod
heeft ter kennis gebracht of de verzekering afhankelijk
heeft gesteld van een aanvraag tot onderzoek of de
verzekering heeft geweigerd, verbindt hij zich tot het
sluiten van de overeenkomst op straffe van schadever-
goeding. Die bepalingen, evenals de vermelding dat
de ondertekening van het voorstel geen dekking mee-
brengt, moeten uitdrukkelijk in het verzekeringsvoorstel
worden opgenomen.
§ 2. Bij een voorafgetekende polis of een verze-
keringsaanvraag komt de overeenkomst tot stand bij
de ondertekening van een van deze stukken door de
verzekeringnemer.
Tenzij anders is bedongen, gaat de waarborg in de
dag volgend op de ontvangst door de verzekeraar van
de voorafgetekende polis of de aanvraag. De verzeke-
raar zal de verzekeringnemer mededeling geven van
deze datum.
§ 3. Behalve voor overeenkomsten met een looptijd
van minder dan dertig dagen, moet de verzekeringne-
mer de mogelijkheid hebben de overeenkomst op te
zeggen, met onmiddellijk gevolg op het ogenblik van
de kennisgeving, binnen een termijn van dertig dagen
voor levensverzekeringsovereenkomsten en voor kapi-
talisatieverrichtingen en binnen een termijn van veertien
dagen voor de andere verzekeringsovereenkomsten
na de inwerkingtreding ervan. Deze mogelijkheid moet
uitdrukkelijk worden opgenomen in de voorwaarden van
de polis. Voor de overeenkomsten die geen levensver-
zekeringsovereenkomsten of kapitalisatieverrichtingen
292
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
cette faculté que si le contrat a été formé par la voie
d’une police présignée ou d’une demande d’assurance.
§ 4. Sauf pour les contrats d’une durée inférieure à
trente jours, l’assureur peut résilier le contrat qui a été
formé via une police présignée ou une demande d’assu-
rance, dans un délai de trente jours pour les contrats
d’assurance sur la vie et de quatorze jours pour les
autres contrats d’assurance, à compter de la réception
de la police présignée ou de la demande, la résiliation
devenant effective huit jours après sa notifi cation. Ces
dispositions doivent expressément être mentionnées
dans les conditions de la police présignée ou de la
demande. La demande et la proposition doivent être
signées séparément.
§ 5. Tout contrat d’assurance à distance, au sens du
chapitre 3, section 2, de la loi du 6 avril 2010 relative
aux pratiques du marché et à la protection du consom-
mateur, est conclu quand l’assureur reçoit l’acceptation
du preneur d’assurance.
Le preneur d’assurance et l’assureur disposent d’un
délai de quatorze jours pour résilier le contrat d’assu-
rance, sans pénalité et sans obligation de motivation.
Toutefois, pour les contrats d’assurance sur la vie, ce
délai est porté à trente jours.
Le délai dans lequel peut s’exercer le droit de rési-
liation commence à courir:
— à compter du jour de la conclusion du contrat
d’assurance, sauf pour les contrats d’assurance sur la
vie, pour lesquels le délai commence à courir au moment
où le preneur d’assurance est informé par l’assureur
que le contrat d’assurance a été conclu;
— à compter du jour où le preneur d’assurance reçoit
les conditions contractuelles et toutes autres informa-
tions complémentaires, si ce dernier jour est postérieur
à celui visé au premier tiret.
La résiliation émanant du preneur d’assurance prend
effet au moment de la notifi cation, celle émanant de
l’assureur huit jours après sa notifi cation.
Le droit de résiliation ne s’applique pas aux polices
d’assurance de voyage ou de bagages ou aux polices
d’assurance similaires à court terme d’une durée
zijn, heeft de verzekeringnemer deze mogelijkheid
slechts indien de overeenkomst via een voorafgete-
kende polis dan wel een verzekeringsaanvraag tot stand
is gekomen.
§ 4. Behalve voor overeenkomsten met een looptijd
van minder dan dertig dagen, mag de verzekeraar de
overeenkomst die via een voorafgetekende polis dan
wel een verzekeringsaanvraag tot stand is gekomen,
opzeggen binnen een termijn van dertig dagen voor
levensverzekeringsovereenkomsten en van veertien
dagen voor de andere verzekeringsovereenkomsten
na ontvangst van de voorafgetekende polis of van de
aanvraag, met inwerkingtreding van de opzegging acht
dagen na de kennisgeving ervan. Deze bepalingen moe-
ten uitdrukkelijk worden opgenomen in de voorwaarden
van de voorafgetekende polis of van de aanvraag. De
aanvraag en het voorstel dienen beide afzonderlijk te
worden ondertekend.
§ 5. Elke verzekeringsovereenkomst op afstand, in de
zin van hoofdstuk 3, Afdeling 2, van de wet van 6 april
2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbe-
scherming, wordt gesloten wanneer de verzekeraar de
aanvaarding van de verzekeringnemer ontvangt.
De verzekeringnemer en de verzekeraar beschikken
over een termijn van veertien dagen om de verzeke-
ringsovereenkomst zonder boete en zonder verplichte
opgave van redenen op te zeggen. Voor levensverze-
keringsovereenkomsten bedraagt de termijn evenwel
dertig dagen.
De termijn waarbinnen het opzeggingsrecht kan
worden uitgeoefend gaat in:
— vanaf de dag van het sluiten van de verzekerings-
overeenkomst, behalve met betrekking tot de levensver-
zekeringsovereenkomsten, waarvoor de termijn ingaat
op het tijdstip waarop de verzekeraar aan de verzeke-
ringnemer meedeelt dat de overeenkomst is gesloten;
— vanaf de dag waarop de verzekeringnemer de
contractsvoorwaarden en alle bijkomende informatie
ontvangt, indien deze laatste dag na deze valt, bedoeld
bij het eerste streepje.
De opzegging die uitgaat van de verzekeringnemer
treedt in werking op het ogenblik van de kennisgeving,
deze die uitgaat van de verzekeraar acht dagen na de
kennisgeving ervan.
Het opzeggingsrecht is niet van toepassing op
reis – en bagageverzekeringspolissen of soortgelijke
kortetermijnverzekeringspolissen met een looptijd van
293
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
inférieure à un mois, ni aux contrats d’assurance sur la
vie, liés à un fonds d’investissement.
§ 6. Le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la Banque,
préciser les modalités applicables en cas d’exercice du
droit de résiliation visé aux paragraphes 3, 4 et 5.
§ 7. Dès leur réception, l’assureur procédera au
datage systématique des propositions d’assurance,
des polices présignées et des demandes d’assurance.
Article 58
Obligation de délaration
Le preneur d’assurance a l’obligation de déclarer
exactement, lors de la conclusion du contrat, toutes
les circonstances connues de lui et qu’il doit raisonna-
blement considérer comme constituant pour l’assureur
des éléments d’appréciation du risque. Toutefois, il ne
doit pas déclarer à l’assureur les circonstances déjà
connues de celui-ci ou que celui-ci devrait raisonna-
blement connaître. Les données génétiques ne peuvent
pas être communiquées.
S’il n’est point répondu à certaines questions écrites
de l’assureur et si ce dernier a néanmoins conclu le
contrat, il ne peut, hormis le cas de fraude, se prévaloir
ultérieurement de cette omission.
Article 59
Omission ou inexactitude intentionnelles
Lorsque l’omission ou l’inexactitude intentionnelles
dans la déclaration induisent l’assureur en erreur sur
les éléments d’appréciation du risque, le contrat d’assu-
rance est nul.
Les primes échues jusqu’au moment où l’assureur
a eu connaissance de l’omission ou de l’inexactitude
intentionnelles lui sont dues.
minder dan één maand, noch op levensverzekerings-
overeenkomsten gebonden aan een beleggingsfonds.
§ 6. De Koning kan, na advies van de FSMA en de
Bank, de verdere modaliteiten bepalen die van toepas-
sing zijn bij de uitoefening van het opzeggingsrecht uit
de paragrafen 3, 4, en 5.
§ 7. De verzekeraar zal de inkomende verzekerings-
voorstellen, voorafgetekende polissen en verzekerings-
aanvragen, bij het binnenkomen systematisch voorzien
van de datumstempel.
Artikel 58
Mededelingsplicht
De verzekeringnemer is verplicht bij het sluiten van
de overeenkomst alle hem bekende omstandigheden
nauwkeurig mee te delen die hij redelijkerwijs moet
beschouwen als gegevens die van invloed kunnen zijn
op de beoordeling van het risico door de verzekeraar.
Hij moet de verzekeraar echter geen omstandigheden
meedelen die deze laatste reeds kende of redelijkerwijs
had moeten kennen. Genetische gegevens mogen niet
worden meegedeeld.
Indien op sommige schriftelijke vragen van de ver-
zekeraar niet wordt geantwoord en indien deze toch
de overeenkomst heeft gesloten, kan hij zich, behalve
in geval van bedrog, later niet meer op dat verzuim
beroepen.
Artikel 59
Opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist
meedelen van gegevens
Wanneer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk
onjuist meedelen van gegevens over het risico de ver-
zekeraar misleidt bij de beoordeling van dat risico, is de
verzekeringsovereenkomst nietig.
De premies die vervallen zijn tot op het ogenblik
waarop de verzekeraar kennis heeft gekregen van het
opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen
van gegevens, komen hem toe.
294
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 60
Omission ou inexactitude non intentionnelles
§ 1er. Lorsque l’omission ou l’inexactitude dans la
déclaration ne sont pas intentionnelles, le contrat n’est
pas nul.
L’assureur propose, dans le délai d’un mois à comp-
ter du jour où il a eu connaissance de l’omission ou
de l’inexactitude, la modifi cation du contrat avec effet
au jour où il a eu connaissance de l’omission ou de
l’inexactitude.
Si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait en aucun
cas assuré le risque, il peut résilier le contrat dans le
même délai.
Si la proposition de modifi cation du contrat est refu-
sée par le preneur d’assurance ou si, au terme d’un
délai d’un mois à compter de la réception de cette pro-
position, cette dernière n’est pas acceptée, l’assureur
peut résilier le contrat dans les quinze jours.
L’assureur qui n’a pas résilié le contrat ni proposé sa
modifi cation dans les délais indiqués ci-dessus ne peut
plus se prévaloir à l’avenir des faits qui lui sont connus.
§ 2. Si l’omission ou la déclaration inexacte ne peut
être reprochée au preneur d’assurance et si un sinistre
survient avant que la modifi cation du contrat ou la rési-
liation ait pris effet, l’assureur doit fournir la prestation
convenue.
§ 3. Si l’omission ou la déclaration inexacte peut
être reprochée au preneur d’assurance et si un sinistre
survient avant que la modifi cation du contrat ou la rési-
liation ait pris effet, l’assureur n’est tenu de fournir une
prestation que selon le rapport entre la prime payée et
la prime que le preneur d’assurance aurait dû payer s’il
avait régulièrement déclaré le risque.
Toutefois, si lors d’un sinistre, l’assureur apporte la
preuve qu’il n’aurait en aucun cas assuré le risque dont
la nature réelle est révélée par le sinistre, sa prestation
est limitée au remboursement de la totalité des primes
payées.
Artikel 60
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist
meedelen van gegevens
§ 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meedelen
van gegevens niet opzettelijk geschiedt, is de overeen-
komst niet nietig.
De verzekeraar stelt, binnen de termijn van een
maand, te rekenen van de dag waarop hij van het
verzwijgen of van het onjuist meedelen van gegevens
kennis heeft gekregen, voor de overeenkomst te wijzigen
met uitwerking op de dag waarop hij kennis heeft ge-
kregen van het verzwijgen of van het onjuist meedelen.
Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het
risico nooit zou hebben verzekerd, kan hij de overeen-
komst opzeggen binnen dezelfde termijn.
Indien het voorstel tot wijziging van de overeenkomst
wordt geweigerd door de verzekeringnemer of indien, na
het verstrijken van de termijn van een maand te reke-
nen vanaf de ontvangst van dit voorstel, dit laatste niet
aanvaard wordt, kan de verzekeraar de overeenkomst
opzeggen binnen vijftien dagen.
De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft op-
gezegd noch een wijziging heeft voorgesteld binnen de
hierboven bepaalde termijnen, kan zich nadien niet meer
beroepen op feiten die hem bekend waren.
§ 2. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen
van gegevens niet kan verweten worden aan de verze-
keringnemer en indien een schadegeval zich voordoet
voordat de wijziging of de opzegging van kracht is
geworden, is de verzekeraar tot de overeengekomen
prestatie gehouden.
§ 3. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen van
gegevens kan verweten worden aan de verzekeringne-
mer en indien een schadegeval zich voordoet voordat de
wijziging of de opzegging van kracht is geworden, is de
verzekeraar slechts tot prestatie gehouden op basis van
de verhouding tussen de betaalde premie en de premie
die de verzekeringnemer zou hebben moeten betalen,
indien hij het risico naar behoren had meegedeeld.
Indien de verzekeraar echter bij een schadegeval het
bewijs levert dat hij het risico, waarvan de ware aard
door dat schadegeval aan het licht komt, in geen geval
zou hebben verzekerd, wordt zijn prestatie beperkt tot
het betalen van een bedrag dat gelijk is aan alle betaalde
premies.
295
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 4. Si une circonstance inconnue des deux parties
lors de la conclusion du contrat vient à être connue en
cours d’exécution de celui-ci, il est fait application de
l’article 80 ou de l’article 81 suivant que ladite circons-
tance constitue une diminution ou une aggravation du
risque assuré.
Article 61
Information médicale
Le médecin choisi par l’assuré peut remettre à
l’assuré qui en fait la demande, les certifi cats médicaux
nécessaires à la conclusion ou à l’exécution du contrat.
Ces certifi cats se limitent à une description de l’état de
santé actuel.
Ces certifi cats ne peuvent être remis qu’au médecin-
conseil de l’assureur. Ce dernier ne peut communiquer
aucune information non pertinente eu égard au risque
pour lequel les certifi cats ont été établis ou relative à
d’autres personnes que l’assuré.
L’examen médical, nécessaire à la conclusion et
à l’exécution du contrat, ne peut être fondé que sur
les antécédents déterminant l’état de santé actuel du
candidat-assuré et non sur des techniques d’analyse
génétique propres à déterminer son état de santé futur.
Pour autant que l’assureur justifi e de l’accord pré-
alable de l’assuré, le médecin de celui-ci transmet au
médecin-conseil de l’assureur un certifi cat établissant
la cause du décès.
Lorsqu’il n’existe plus de risque pour l’assureur, le
médecin-conseil restitue, à leur demande, les certifi cats
médicaux à l’assuré ou, en cas de décès, à ses ayants
droit.
Section II
Etendue de la garantie
Article 62
Dol et faute
Nonobstant toute convention contraire, l’assureur
ne peut être tenu de fournir sa garantie à l’égard de
quiconque a causé intentionnellement le sinistre.
§ 4. Wanneer gedurende de loop van de verzekering
een omstandigheid bekend wordt die beide partijen
op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst
onbekend was, wordt artikel 80 of artikel 81 toegepast,
naargelang die omstandigheid een vermindering of een
verzwaring van het verzekerde risico tot gevolg heeft.
Artikel 61
Medische informatie
De door de verzekerde gekozen arts kan de ver-
zekerde die erom verzoekt de geneeskundige verkla-
ringen afl everen die voor het sluiten of het uitvoeren
van de overeenkomst nodig zijn. Deze verklaringen
beperken zich tot een beschrijving van de huidige
gezondheidstoestand.
Deze verklaringen mogen uitsluitend aan de advi-
serend arts van de verzekeraar worden bezorgd. Deze
mag de verzekeraar geen informatie geven die niet-
pertinent is gezien het risico waarvoor de verklaringen
werden opgemaakt of betreffende andere personen
dan de verzekerde.
Het medisch onderzoek, noodzakelijk voor het slui-
ten en het uitvoeren van de overeenkomst, kan slechts
steunen op de voorgeschiedenis van de huidige gezond-
heidstoestand van de kandidaat-verzekerde en niet op
technieken van genetisch onderzoek die dienen om de
toekomstige gezondheidstoestand te bepalen.
Mits de verzekeraar aantoont de voorafgaande
toestemming van de verzekerde te bezitten, geeft de
arts van de verzekerde aan de adviserend arts van de
verzekeraar een verklaring af over de doodsoorzaak.
Wanneer er geen risico meer bestaat voor de verze-
keraar, bezorgt de adviserend arts de geneeskundige
verklaringen, op hun verzoek, terug aan de verzekerde
of, in geval van overlijden, aan zijn rechthebbenden.
Afdeling II
Omvang van de dekking
Artikel 62
Bedrog en schuld
Niettegenstaande enig andersluidend beding, kan de
verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan
hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
296
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’assureur répond des sinistres causés par la faute,
même lourde, du preneur d’assurance, de l’assuré ou
du bénéfi ciaire. Toutefois, l’assureur peut s’exonérer de
ses obligations pour les cas de faute lourde déterminés
expressément et limitativement dans le contrat.
Le Roi peut établir une liste limitative des faits qui ne
peuvent être qualifi és de faute lourde.
Article 63
Guerre
Sauf convention contraire, l’assureur ne répond pas
des sinistres causés par la guerre ou par des faits de
même nature et par la guerre civile.
L’assureur doit faire la preuve du fait qui l’exonère
de sa garantie.
Le Roi peut toutefois fi xer des règles allégeant la
charge de la preuve du fait qui exonère l’assureur de
sa garantie.
Section III
Preuve et contenu du contrat
Article 64
Preuve et contenu du contrat
§ 1er. Sous réserve de l’aveu et du serment, et quelle
que soit la valeur des engagements, le contrat d’assu-
rance ainsi que ses modifi cations se prouvent par écrit
entre parties. Il n’est reçu aucune preuve par témoins
ou par présomptions contre et outre le contenu de l’acte.
Toutefois, lorsqu’il existe un commencement de
preuve par écrit, la preuve par témoins ou par présomp-
tions est admise.
L’article 1328 du Code civil n’est pas applicable au
contrat d’assurance ou à ses modifi cations.
§ 2. Le contrat d’assurance mentionne au moins:
1° la date à laquelle le contrat d’assurance est conclu
et la date à laquelle l’assurance prend cours;
De verzekeraar dekt de schade veroorzaakt door de
schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer,
van de verzekerde of van de begunstigde. De verzeke-
raar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden
voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke
en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald.
De Koning kan een beperkende lijst opstellen van fei-
ten die niet als grove schuld aangemerkt mogen worden.
Artikel 63
Oorlog
Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar geen
schade veroorzaakt door oorlog of gelijkaardige feiten
en door burgeroorlog.
De verzekeraar moet het bewijs leveren van het feit
dat hem van het verlenen van dekking bevrijdt.
De Koning kan echter regels vaststellen die de be-
wijslast van het feit dat de verzekeraar bevrijdt van het
verlenen van dekking verlichten.
Afdeling III
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Artikel 64
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
§ 1. Onder voorbehoud van de bekentenis en de eed,
en ongeacht het bedrag van de verbintenissen, worden
de verzekeringsovereenkomst alsook de wijzigingen
ervan tussen partijen door geschrift bewezen. Geen
enkel bewijs door getuigen of door vermoedens tegen
en boven de inhoud van het geschrift is toegelaten.
Indien evenwel een begin van bewijs door geschrift
wordt geleverd, is het bewijs door getuigen of vermoe-
dens toegelaten.
Artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek is niet van
toepassing op de verzekeringsovereenkomst of op de
wijzigingen ervan.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst bevat ten minste:
1° de datum waarop de verzekeringsovereenkomst
is gesloten en de datum waarop de verzekering begint
te lopen;
297
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
2° la durée du contrat;
3° l’identité du preneur d’assurance et, le cas
échéant, de l’assuré et du bénéfi ciaire;
4° le nom et l’adresse de l’assureur ou des
coassureurs;
5° le cas échéant, le nom et l’adresse de l’intermé-
diaire d’assurance;
6° les risques couverts;
7° le montant de la prime ou la manière de la
déterminer.
§ 3. L’assureur est tenu de délivrer au preneur d’as-
surance, au plus tard au moment de la conclusion du
contrat, une copie des renseignements que ce dernier
a communiqués par écrit au sujet du risque à couvrir.
Section IV
Exécution du contrat
Article 65
Déchéance partielle ou totale du droit à la
prestation d’assurance
Le contrat d’assurance ne peut prévoir la déchéance
partielle ou totale du droit à la prestation d’assurance
qu’en raison de l’inexécution d’une obligation déter-
minée imposée par le contrat et à la condition que le
manquement soit en relation causale avec la surve-
nance du sinistre.
Toutefois, le Roi peut réglementer la déchéance
partielle ou totale du droit à la prestation d’assurance.
Article 66
Polices combinées
A défaut de convention contraire, lorsque, dans un
même contrat, l’assureur s’engage à diverses pres-
tations, soit en raison des garanties promises, soit
en raison des risques assurés, la cause de résiliation
relative à l’une des prestations n’affecte pas le contrat
dans son ensemble.
2° de duur van de overeenkomst;
3° de identiteit van de verzekeringnemer en, in voor-
komend geval, de identiteit van de verzekerde en van
de begunstigde;
4° de naam en het adres van de verzekeraar of van
de medeverzekeraars;
5° in voorkomend geval, de naam en het adres van
de verzekeringstussenpersoon;
6° de gedekte risico’s;
7° het bedrag van de premie of de wijze waarop de
premie kan worden bepaald.
§ 3. De verzekeraar is ertoe gehouden uiterlijk bij het
sluiten van de overeenkomst aan de verzekeringnemer
een afschrift te verstrekken van de inlichtingen die deze
laatste schriftelijk heeft medegedeeld over het te dek-
ken risico.
Afdeling IV
Uitvoering van de overeenkomst
Artikel 65
Geheel of gedeeltelijk verval van het recht op
verzekeringsprestatie
In de verzekeringsovereenkomst mag geen geheel of
gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringspres-
tatie bedongen worden dan wegens niet-nakoming van
een bepaalde, in de overeenkomst opgelegde verplich-
ting, en mits er een oorzakelijk verband bestaat tussen
de tekortkoming en het schadegeval.
De Koning kan echter regels vaststellen met betrek-
king tot het geheel of gedeeltelijk verval van het recht
op verzekeringsprestatie.
Artikel 66
Combinatiepolissen
Wanneer de verzekeraar zich in een zelfde over-
eenkomst tot verschillende prestaties verbindt, hetzij
omwille van de gegeven dekking, hetzij omwille van
de verzekerde risico’s, geldt de grond van opzegging
betreffende een van die prestaties niet voor de gehele
overeenkomst, tenzij anders is bedongen.
298
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Si l’assureur résilie la garantie relative à une ou plu-
sieurs prestations, le preneur d’assurance peut alors
résilier le contrat dans son ensemble.
La cause de nullité relative à l’une des prestations
n’affecte pas le contrat dans son ensemble.
Article 67
Modalités de paiement de la prime et de la
prestation d’assurance
La prime d’assurance est quérable.
A défaut d’être fait directement à l’assureur, est libé-
ratoire le paiement de la prime fait au tiers qui le requiert
et qui apparaît comme le mandataire de l’assureur pour
le recevoir.
Lorsque l’assureur ne verse pas directement à
l’assuré ou à son ayant droit les montants dont il lui
est redevable dans le cadre de l’exécution du contrat
d’assurance, mais effectue ce versement par le biais
d’un intermédiaire d’assurances, seule la réception
effective de ce paiement par l’assuré ou son ayant droit
libère l’assureur de ses obligations.
Article 68
Paiement aux mineurs d’âge, interdits et autres
incapables
L’assureur qui effectue un paiement à un mineur,
un interdit ou un autre incapable en application d’un
contrat d’assurance, l’effectue sur un compte ouvert
à son nom, frappé d’indisponibilité jusqu’à la majorité
ou à la levée de l’incapacité, sans préjudice du droit de
jouissance légale.
Article 69
Défaut de paiement de la prime
Le défaut de paiement de la prime à l’échéance
peut donner lieu à la suspension de la garantie ou à la
résiliation du contrat à condition que le débiteur ait été
mis en demeure.
Indien de verzekeraar de waarborg met betrekking tot
één of meer prestaties opzegt, dan mag de verzekering-
nemer de gehele verzekeringsovereenkomst opzeggen.
De grond van nietigheid betreffende één van de pres-
taties geldt niet voor de gehele overeenkomst.
Artikel 67
Wijze van betaling van de premie en van de
verzekeringsprestatie
De verzekeringspremie is een haalschuld.
Wanneer de premie niet rechtstreeks aan de verzeke-
raar wordt betaald, is de premiebetaling aan een derde
bevrijdend indien deze de betaling vordert en hij voor de
inning van die premie klaarblijkelijk als lasthebber van
de verzekeraar optreedt.
Wanneer de verzekeraar de bedragen die hij in het
kader van de uitvoering van de verzekeringsovereen-
komst aan de verzekerde of zijn rechthebbende is ver-
schuldigd, niet rechtstreeks aan deze laatsten betaalt,
maar via een verzekeringstussenpersoon, bevrijdt enkel
de werkelijke ontvangst van deze betaling door de ver-
zekerde of zijn rechthebbende de verzekeraar van zijn
verplichtingen.
Artikel 68
Betaling aan minderjarigen,
onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen
De verzekeraar die aan een minderjarige, onbe-
kwaamverklaarde of andere onbekwame een betaling
verricht bij toepassing van een verzekeringsovereen-
komst, doet dit op een rekening die op zijn naam is ge-
opend en die onbeschikbaar is tot de meerderjarigheid
of het opheffen van de onbekwaamheid, onverminderd
het recht op wettelijk genot.
Artikel 69
Niet-betaling van de premie
Niet-betaling van de premie op de vervaldag kan
grond opleveren tot schorsing van de dekking of tot
opzegging van de overeenkomst mits de schuldenaar
in gebreke is gesteld.
299
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Le contrat d’assurance peut toutefois prévoir que
la garantie ne prend cours qu’après le paiement de la
première prime.
Article 70
Sommation de payer
La mise en demeure visée à l’article 69 est faite soit
par exploit d’huissier soit par lettre recommandée à la
poste.
Elle comporte sommation de payer la prime dans le
délai qu’elle fi xe. Ce délai ne peut être inférieur à quinze
jours à compter du lendemain de la signifi cation ou du
lendemain du dépôt de la lettre recommandée à la poste.
La mise en demeure rappelle la date d’échéance de
la prime et le montant de celle-ci. Elle rappelle égale-
ment les conséquences du défaut du paiement de la
prime dans le délai fi xé, le point de départ de ce délai et
précise que la suspension de la garantie ou la résiliation
du contrat prend effet à compter du lendemain du jour
où le délai prend fi n.
Article 71
Prise d’effet de la suspension de la garantie ou de
la résiliation du contrat
La suspension ou la résiliation n’ont d’effet qu’à
l’expiration du délai visé à l’article 70, alinéa 2.
Si la garantie a été suspendue, le paiement par le
preneur d’assurance des primes échues met fi n à cette
suspension.
L’assureur qui suspend son obligation de garantie,
peut résilier le contrat dans la même mise en demeure.
Dans ce cas, la résiliation prend effet à l’expiration d’un
délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter
du premier jour de la suspension.
Si l’assureur n’a pas notifi é la résiliation du contrat
dans la mise en demeure même, la résiliation ne peut
intervenir que moyennant une nouvelle mise en demeure
faite conformément à l’article 70.
De verzekeringsovereenkomst kan echter bepalen
dat de dekking pas aanvangt na de betaling van de
eerste premie.
Artikel 70
Aanmaning tot betaling
De ingebrekestelling bedoeld in artikel 69 geschiedt
bij deurwaardersexploot of bij een ter post aangete-
kende brief.
Daarbij wordt aangemaand om de premie te betalen
binnen de termijn bepaald in de ingebrekestelling. Die
termijn mag niet korter zijn dan vijftien dagen, te rekenen
vanaf de dag volgend op de betekening of de dag vol-
gend op de afgifte ter post van de aangetekende brief.
In de ingebrekestelling wordt aan de premieverval-
dag en aan het premiebedrag herinnerd alsook aan de
gevolgen van niet-betaling van de premie binnen de
gestelde termijn en aan de aanvang van die termijn.
Er wordt ook in vermeld dat de schorsing van de dek-
king of de opzegging van de overeenkomst uitwerking
hebben vanaf de dag volgend op de dag waarop de
termijn eindigt.
Artikel 71
Uitwerking van de schorsing van de dekking of
van de opzegging van de overeenkomst
De schorsing of de opzegging hebben slechts uitwer-
king na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel
70, tweede lid.
Als de dekking geschorst is, wordt als gevolg van
de betaling van de achterstallige premies door de ver-
zekeringnemer een einde gemaakt aan die schorsing.
De verzekeraar die zijn verplichting tot het verlenen
van dekking schorst, kan de overeenkomst opzeggen in
dezelfde ingebrekestelling; in dat geval wordt de opzeg-
ging van kracht na het verstrijken van een termijn die
niet korter mag zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf
de eerste dag van de schorsing.
Indien de verzekeraar de overeenkomst niet heeft op-
gezegd in dezelfde ingebrekestelling, kan de opzegging
slechts geschieden mits een nieuwe ingebrekestelling
is gedaan overeenkomstig artikel 70.
300
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Les dispositions du présent article relatives à la sus-
pension de la garantie ne s’appliquent pas aux contrats
d’assurance pour lesquels le paiement de la prime est
facultatif.
Article 72
Effets de la suspension à l’égard des primes à
échoir
La suspension de la garantie ne porte pas atteinte
au droit de l’assureur de réclamer les primes venant
ultérieurement à échéance à condition que le preneur
d’assurance ait été mis en demeure conformément à
l’article 70. Dans ce cas, la mise en demeure rappelle
la suspension de la garantie.
Le droit de l’assureur est toutefois limité aux primes
afférentes à deux années consécutives.
Article 73
Crédit de prime
Lorsque le contrat est résilié pour quelque cause
que ce soit, les primes payées afférentes à la période
d’assurance postérieure à la date de prise d’effet de
la résiliation sont remboursées dans un délai de trente
jours à compter de la prise d’effet de la résiliation ou,
en cas d’application de l’article 57, § 3, à compter
de la réception par l’assureur de la notifi cation de la
résiliation.
En cas de résiliation partielle ou de tout autre
diminution des prestations d’assurance, l’alinéa 1er ne
s’applique qu’à la partie des primes correspondant à
cette diminution et dans la mesure de celle-ci.
Article 74
Déclaration du sinistre
§ 1er. L’assuré doit, dès que possible et en tout cas
dans le délai fi xé par le contrat, donner avis à l’assureur
de la survenance du sinistre.
Toutefois, l’assureur ne peut se prévaloir de ce que
le délai prévu au contrat pour donner l’avis mentionné à
l’alinéa 1er n’a pas été respecté, si cet avis a été donné
aussi rapidement que cela pouvait raisonnablement
se faire.
De bepalingen van dit artikel met betrekking tot de
schorsing van de dekking zijn niet van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten met vrije premiebetaling.
Artikel 72
Gevolgen van de schorsing ten aanzien van de
nog te vervallen premies
De schorsing van de dekking doet geen afbreuk aan
het recht van de verzekeraar de later nog te vervallen
premies te eisen op voorwaarde dat de verzekering-
nemer in gebreke werd gesteld overeenkomstig artikel
70. In dit geval herinnert de ingebrekestelling aan de
schorsing van de waarborg.
Het recht van de verzekeraar wordt evenwel beperkt
tot de premies voor twee opeenvolgende jaren.
Artikel 73
Premiekrediet
In geval van opzegging van de overeenkomst op
welke gronden ook, worden de betaalde premies met
betrekking op de verzekerde periode na het van kracht
worden van de opzegging terugbetaald binnen een
termijn van dertig dagen vanaf de inwerkingtreding van
de opzegging of, in geval van toepassing van artikel
57, § 3, vanaf de ontvangst door de verzekeraar van de
kennisgeving van de opzegging.
Bij gedeeltelijke opzegging of bij enige andere vermin-
dering van de verzekeringsprestaties zijn de bepalingen
van het eerste lid alleen van toepassing op het gedeelte
van de premie dat betrekking heeft op en in verhouding
staat tot die vermindering.
Artikel 74
Melding van het schadegeval
§ 1. De verzekerde moet, zodra mogelijk en in elk
geval binnen de termijn bepaald in de overeenkomst
het schadegeval aan de verzekeraar melden.
De verzekeraar kan er zich echter niet op beroepen
dat de in de overeenkomst gestelde termijn om de in
het eerste lid bedoelde melding te doen niet in acht is
genomen, indien die melding zo spoedig als redelijker-
wijze mogelijk is geschiedt.
301
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. L’assuré doit fournir sans retard à l’assureur tous
renseignements utiles et répondre aux demandes qui
lui sont faites pour déterminer les circonstances et fi xer
l’étendue du sinistre.
Article 75
Devoirs de l’assuré en cas de sinistre
Dans toute assurance à caractère indemnitaire,
l’assuré doit prendre toutes mesures raisonnables pour
prévenir et atténuer les conséquences du sinistre.
Article 76
Sanctions
§ 1er. Si l’assuré ne remplit pas une des obligations
prévues aux articles 74 et 75 et qu’il en résulte un pré-
judice pour l’assureur, celui-ci a le droit de prétendre
à une réduction de sa prestation, à concurrence du
préjudice qu’il a subi.
§ 2. L’assureur peut décliner sa garantie si, dans
une intention frauduleuse, l’assuré n’a pas exécuté les
obligations énoncées aux articles 74 et 75.
Section V
Stipulation pour autrui
Article 77
Stipulation pour autrui
Les parties peuvent convenir à tout moment qu’un
tiers peut prétendre au bénéfi ce de l’assurance aux
conditions qu’elles déterminent.
Ce tiers ne doit pas être désigné ni même être
conçu au moment de la stipulation, mais il doit être
déterminable au jour de l’exigibilité des prestations
d’assurances.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, préciser les règles
auxquelles doivent satisfaire les stipulations pour autrui
en vue de protéger les droits des assurés et de tous tiers
ayant un intérêt à l’exécution du contrat d’assurance.
§ 2. De verzekerde moet zonder verwijl aan de ver-
zekeraar alle nuttige inlichtingen verstrekken en op de
vragen antwoorden die hem worden gesteld, teneinde
de omstandigheden en de omvang van de schade te
kunnen vaststellen.
Artikel 75
Verplichtingen van de verzekerde bij schadegeval
Bij elke verzekering tot vergoeding van schade moet
de verzekerde alle redelijke maatregelen nemen om
de gevolgen van het schadegeval te voorkomen en te
beperken.
Artikel 76
Sancties
§ 1. Indien de verzekerde één van de verplichtingen
hem opgelegd door de artikelen 74 en 75 niet nakomt
en er daardoor een nadeel ontstaat voor de verzeke-
raar, kan deze aanspraak maken op een vermindering
van zijn prestatie tot beloop van het door hem geleden
nadeel.
§ 2. De verzekeraar kan zijn dekking weigeren, indien
de verzekerde de in de artikelen 74 en 75 bedoelde
verplichtingen met bedrieglijk opzet niet is nagekomen.
Afdeling V
Beding ten behoeve van derden
Artikel 77
Beding ten behoeve van derden
Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen dat een
derde, onder de voorwaarden welke zij bepalen, aan-
spraak kan hebben op de door de verzekering geboden
voordelen.
Die derde moet niet aangeduid zijn of zelfs niet ver-
wekt zijn op het ogenblik dat het beding wordt gemaakt,
maar hij moet aanwijsbaar zijn op de dag dat de verze-
keringsprestaties opeisbaar zijn.
De Koning kan, na advies van de FSMA, nadere
regels bepalen waaraan bedingen ten behoeve van
derden moeten voldoen ter bescherming van de rechten
van de verzekerden en alle derden die belang hebben
bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.
302
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 78
Communication des conditions de la garantie
Tout bénéficiaire à titre onéreux d’une garantie
d’assurance a le droit d’obtenir du preneur d’assurance
ou, à son défaut, de l’assureur, communication des
conditions de la garantie.
Section VI
Inexistence et modifi cation du risque
Article 79
Inexistence du risque
Lorsque, au moment de la conclusion du contrat, le
risque n’existe pas ou s’est déjà réalisé, l’assurance
est nulle.
Il en est de même en cas d’assurance d’un risque
futur, si celui-ci ne naît pas.
Lorsque, dans les cas visés aux alinéas 1er et 2, le
preneur d’assurance a contracté de mauvaise foi ou en
commettant une erreur inexcusable, l’assureur conserve
la prime relative à la période allant de la date prévue
pour la prise d’effet du contrat jusqu’au jour où il apprend
l’inexistence du risque.
Article 80
Diminution du risque
Lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat
d’assurance autre qu’un contrat d’assurance sur la vie
ou d’assurance maladie, le risque de survenance de
l’événement assuré a diminué d’une façon sensible
et durable au point que, si la diminution avait existé au
moment de la souscription, l’assureur aurait consenti
l’assurance à d’autres conditions, celui-ci est tenu
d’accorder une diminution de la prime à due concur-
rence à partir du jour où il a eu connaissance de la
diminution du risque.
Si les parties contractantes ne parviennent pas à un
accord sur la prime nouvelle dans un délai d’un mois
à compter de la demande de diminution formée par le
preneur d’assurance, celui-ci peut résilier le contrat.
Artikel 78
Mededeling van de voorwaarden van de dekking
Iedere begunstigde die onder bezwarende titel recht
heeft op de dekking van een verzekering, heeft het
recht van de verzekeringnemer of, zo nodig, van de
verzekeraar mededeling te krijgen van de voorwaarden
van de dekking.
Afdeling VI
Niet bestaan en wijziging van het risico
Artikel 79
Niet-bestaan van het risico
De verzekering is nietig, wanneer bij het sluiten van
de overeenkomst het risico niet bestaat of reeds ver-
wezenlijkt is.
Hetzelfde geldt voor de verzekering van een toekom-
stig risico, indien dit zich niet voordoet.
Wanneer de verzekeringnemer, in de gevallen be-
doeld in het eerste en tweede lid, te kwader trouw heeft
gehandeld bij het sluiten van de overeenkomst of een
onverschoonbare vergissing heeft begaan, behoudt
de verzekeraar de premie die verschuldigd is voor de
periode die loopt vanaf de dag waarop de overeenkomst
van kracht wordt tot de dag waarop hij het niet-bestaan
van het risico verneemt.
Artikel 80
Vermindering van het risico
Wanneer gedurende de loop van een verzekerings-
overeenkomst, andere dan een levensverzekering of
ziekteverzekeringsovereenkomst, het risico dat het
verzekerde voorval zich voordoet, aanzienlijk en blijvend
verminderd is en wel zo dat de verzekeraar, indien die
vermindering bij het sluiten van de overeenkomst had
bestaan, op andere voorwaarden zou hebben verzekerd,
is hij verplicht een overeenkomstige vermindering van
de premie toe te staan vanaf de dag waarop hij van de
vermindering van het risico kennis heeft gekregen.
Indien de contractanten het over de nieuwe premie
niet eens worden binnen een maand na de aanvraag
tot vermindering door de verzekeringnemer, kan deze
laatste de overeenkomst opzeggen.
303
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 81
Aggravation du risque
§ 1er. Sauf s’il s’agit d’un contrat d’assurance sur
la vie, d’assurance maladie ou d’assurance-crédit,
le preneur d’assurance a l’obligation de déclarer, en
cours de contrat, dans les conditions de l’article 58,
les circonstances nouvelles ou les modifi cations de
circonstance qui sont de nature à entraîner une aggra-
vation sensible et durable du risque de survenance de
l’événement assuré.
Sans préjudice des dispositions de la partie 3, titre III,
chapitre 2, lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat
d’assurance autre qu’un contrat d’assurance sur la vie,
d’assurance maladie ou d’assurance-crédit, le risque
de survenance de l’événement assuré s’est aggravé de
telle sorte que, si l’aggravation avait existé au moment
de la souscription, l’assureur n’aurait consenti l’assu-
rance qu’à d’autres conditions, il doit, dans le délai
d’un mois à compter du jour où il a eu connaissance de
l’aggravation, proposer la modifi cation du contrat avec
effet rétroactif au jour de l’aggravation.
Si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait en aucun
cas assuré le risque aggravé, il peut résilier le contrat
dans le même délai.
Si la proposition de modifi cation du contrat d’assu-
rance est refusée par le preneur d’assurance ou si, au
terme d’un délai d’un mois à compter de la réception
de cette proposition, cette dernière n’est pas acceptée,
l’assureur peut résilier le contrat dans les quinze jours
suivant l’expiration du délai précité.
L’assureur qui n’a pas résilié le contrat ni proposé sa
modifi cation dans les délais indiqués ci-dessus ne peut
plus se prévaloir à l’avenir de l’aggravation du risque.
§ 2. Si un sinistre survient avant que la modifi cation du
contrat ou la résiliation ait pris effet et si le preneur d’as-
surance a rempli l’obligation visée au paragraphe 1er,
l’assureur est tenu d’effectuer la prestation convenue.
§ 3. Si un sinistre survient et que le preneur d’assu-
rance n’a pas rempli l’obligation visée au paragraphe 1er:
Artikel 81
Verzwaring van het risico
§ 1. Behalve wanneer het om een levensverze-
keringsovereenkomst, een ziekteverzekering of een
kredietverzekeringsovereenkomst gaat, heeft de
verzekeringnemer de verplichting in de loop van de
overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 58
de nieuwe omstandigheden of de wijzigingen van de
omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een
aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat
het verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen.
Onverminderd hetgeen bepaald is in deel 3, titel
III, hoofdstuk 2, wanneer gedurende de loop van een
verzekeringsovereenkomst, andere dan een levensver-
zekering, een ziekteverzekering of een kredietverzeke-
ringsovereenkomst, het risico dat het verzekerde voorval
zich voordoet zo verzwaard is dat de verzekeraar, indien
die verzwaring bij het sluiten van de overeenkomst had
bestaan, op andere voorwaarden zou hebben verzekerd,
moet binnen een termijn van een maand, te rekenen
vanaf de dag waarop hij van de verzwaring kennis heeft
gekregen, de wijziging van de overeenkomst voorstellen
met terugwerkende kracht tot de dag van de verzwaring.
Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het ver-
zwaarde risico in geen geval zou hebben verzekerd, kan
hij de overeenkomst opzeggen binnen dezelfde termijn.
Indien het voorstel tot wijziging van de verzekerings-
overeenkomst wordt geweigerd door de verzekeringne-
mer of indien, bij het verstrijken van een termijn van een
maand te rekenen vanaf de ontvangst van dit voorstel,
dit laatste niet wordt aanvaard, kan de verzekeraar de
overeenkomst opzeggen binnen vijftien dagen na het
verstrijken van voornoemde termijn.
De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft op-
gezegd noch binnen de hierboven bepaalde termijnen
een wijziging heeft voorgesteld, kan zich later niet meer
beroepen op de verzwaring van het risico.
§ 2. Indien zich een schadegeval voordoet voordat
de wijziging van de overeenkomst of de opzegging van
kracht is geworden, en indien de verzekeringnemer de
verplichting van paragraaf 1 heeft vervuld, dan is de ver-
zekeraar tot de overeengekomen prestatie gehouden.
§ 3. Als een schadegeval zich voordoet en de ver-
zekeringnemer de in paragraaf 1 bedoelde verplichting
niet is nagekomen:
304
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
a) l’assureur est tenu d’effectuer la prestation
convenue lorsque le défaut de déclaration ne peut être
reproché au preneur d’assurance;
b) l’assureur n’est tenu d’effectuer sa prestation que
selon le rapport entre la prime payée et la prime que
le preneur d’assurance aurait dû payer si l’aggravation
avait été prise en considération, lorsque le défaut de
déclaration peut être reproché au preneur d’assurance.
Toutefois, si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait
en aucun cas assuré le risque aggravé, sa prestation
en cas de sinistre est limitée au remboursement de la
totalité des primes payées;
c) si le preneur d’assurance a agi dans une inten-
tion frauduleuse, l’assureur peut refuser sa garantie.
Les primes échues jusqu’au moment où l’assureur a
eu connaissance de la fraude lui sont dues à titre de
dommages et intérêts.
Section VII
Coassurance et apérition
Article 82
Coassurance
Sauf convention contraire, la coassurance n’implique
pas la solidarité.
Article 83
Apérition
En cas de coassurance, un apériteur doit être dési-
gné dans le contrat. Celui-ci est réputé mandataire des
autres assureurs pour recevoir les déclarations prévues
par le contrat et faire les diligences requises en vue du
règlement des sinistres, en ce compris la détermination
du montant de l’indemnité.
En conséquence, l’assuré peut lui adresser toutes
les signifi cations et les notifi cations, sauf celles rela-
tives à une action en justice intentée contre les autres
coassureurs. Si aucun apériteur n’a été désigné dans
le contrat, l’assuré peut considérer n’importe lequel
des coassureurs comme apériteur pour l’application
a) is de verzekeraar ertoe gehouden de overeen-
gekomen prestatie te leveren wanneer het ontbreken
van de kennisgeving niet kan worden verweten aan de
verzekeringnemer;
b) is de verzekeraar er slechts toe gehouden de pres-
tatie te leveren naar de verhouding tussen de betaalde
premie en de premie die de verzekeringnemer had
moeten betalen indien de verzwaring in aanmerking was
genomen, wanneer het ontbreken van de kennisgeving
aan de verzekeringnemer kan worden verweten.
Zo de verzekeraar evenwel het bewijs aanbrengt
dat hij het verzwaarde risico in geen enkel geval zou
verzekerd hebben, dan is zijn prestatie bij schadegeval
beperkt tot de terugbetaling van alle betaalde premies;
c) zo de verzekeringnemer met bedrieglijk opzet
gehandeld heeft, kan de verzekeraar zijn dekking wei-
geren. De premies, vervallen tot op het ogenblik waarop
de verzekeraar kennis heeft gekregen van het bedrieglijk
verzuim, komen hem toe als schadevergoeding.
Afdeling VII
Medeverzekering en taak van de eerste verzekeraar
Artikel 82
Medeverzekering
Medeverzekering houdt geen hoofdelijkheid in, tenzij
anders is bedongen.
Artikel 83
Taak van de eerste verzekeraar
Bij medeverzekering dient een eerste verzekeraar te
worden aangewezen in de overeenkomst. Deze wordt
geacht de lasthebber te zijn van de overige verzekeraars
voor het ontvangen van de kennisgevingen bepaald in
de overeenkomst en om het nodige te doen om de scha-
degevallen te regelen, met inbegrip van de vaststelling
van het bedrag van de schadevergoeding.
Dientengevolge kan de verzekerde hem alle bete-
keningen en kennisgevingen doen, met uitzondering
van deze die betrekking hebben op rechtsvorderingen
ingesteld tegen de andere medeverzekeraars. Indien er
in de overeenkomst geen eerste verzekeraar was aan-
geduid dan kan de verzekerde om het even wie van de
305
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
du présent article. L’assuré doit cependant toujours
s’adresser au même coassureur comme apériteur.
Section VIII
Formes de résiliation
Article 84
Formes de résiliation
§ 1er. La résiliation du contrat se fait par lettre recom-
mandée à la poste, par exploit d’huissier ou par remise
de la lettre de résiliation contre récépissé.
Dans le cas visé à l’article 71, la résiliation se fait par
l’acte de mise en demeure visé à l’article 70.
§ 2. Sauf dans les cas visés aux articles 57, § 2, 71 et
86, § 1er, la résiliation n’a d’effet qu’à l’expiration d’un
délai d’un mois minimum à compter du lendemain de
la signifi cation ou du lendemain de la date du récépissé
ou, dans le cas d’une lettre recommandée, à compter
du lendemain de son dépôt à la poste.
Le délai visé à l’alinéa 1er doit être indiqué dans le
contrat et rappelé dans l’acte de résiliation.
Section IX
Durée et fi n du contrat
Article 85
Durée des obligations
§ 1er. La durée du contrat d’assurance ne peut excé-
der un an. Sauf si l’une des parties s’y oppose, dans
les formes prescrites à l’article 84, au moins trois mois
avant l’arrivée du terme du contrat, celui-ci est reconduit
tacitement pour des périodes consécutives d’un an.
Le contrat ne peut imposer d’autres délais de préavis.
Les parties peuvent cependant résilier le contrat
lorsque, entre la date de sa conclusion et celle de sa
prise d’effet, s’écoule un délai supérieur à un an. Cette
medeverzekeraars als eerste verzekeraar beschouwen
voor de toepassing van dit artikel. Niettemin moet de
verzekerde zich steeds wenden tot dezelfde medever-
zekeraar als eerste verzekeraar.
Afdeling VIII
Opzeggingswijzen
Artikel 84
Opzeggingswijzen
§ 1. De overeenkomst kan worden opgezegd bij
een ter post aangetekende brief, bij deurwaarders-
exploot of door afgifte van de opzeggingsbrief tegen
ontvangstbewijs.
In het geval van artikel 71 geschiedt de opzegging
bij de akte van ingebrekestelling, bedoeld in artikel 70.
§ 2. Behoudens voor de in de artikelen 57, § 2, 71
en 86, § 1 bedoelde gevallen heeft de opzegging eerst
uitwerking na het verstrijken van een termijn van ten
minste een maand te rekenen van de dag volgend op
de betekening of de dag volgend op de datum van het
ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende brief,
te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte ter post.
De termijn bedoeld in het eerste lid moet worden ver-
meld in de overeenkomst en herhaald in de opzegging.
Afdeling IX
Duur en einde van de overeenkomst
Artikel 85
Duur van de verplichtingen
§ 1. De duur van de verzekeringsovereenkomst mag
niet langer zijn dan één jaar. Behalve wanneer een van
de partijen ten minste drie maanden vóór de vervaldag
van de overeenkomst zich ertegen verzet, volgens de in
artikel 84 voorgeschreven wijzen, wordt ze stilzwijgend
verlengd voor opeenvolgende periodes van één jaar.
De overeenkomst mag geen andere opzeggingster-
mijnen opleggen.
De partijen mogen de overeenkomst evenwel opzeg-
gen wanneer, tussen de datum van het sluiten en die van
de inwerkingtreding ervan, een termijn van meer dan
306
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
résiliation doit être notifi ée au plus tard trois mois avant
la prise d’effet du contrat.
Les alinéas 1er et 2 ne s’appliquent pas aux opérations
de capitalisation ni aux contrats d’assurance maladie
et d’assurance sur la vie. Toutefois, quelle que soit la
durée de ces contrats, le preneur d’assurance peut les
résilier chaque année, soit à la date anniversaire de la
prise de cours du contrat, soit à la date de l’échéance
annuelle de la prime.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas
applicables aux contrats d’assurance portant sur les
risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques suivants ne peuvent pas être
exclus:
— Responsabilité civile et corps de véhicules en
matière de véhicules automoteurs;
— Incendie (risques simples);
— Responsabilité civile extra-contractuelle relative
à la vie privée;
— Accidents corporels couverts à titre individuel;
— Assistance;
— Protection juridique.
§ 3. Le présent article n’est pas applicable aux
contrats d’assurance d’une durée inférieure à un an.
Article 86
Résiliation après sinistre
§ 1er. Dans les cas où l’assureur se réserve le droit
de résilier le contrat après la survenance d’un sinistre,
le preneur d’assurance dispose du même droit. Cette
résiliation est notifi ée au plus tard un mois après le
paiement ou le refus de paiement de l’indemnité.
La résiliation prend effet à l’expiration d’un délai d’au
moins trois mois à compter du lendemain de la signi-
fi cation, du lendemain de la date du récépissé ou du
lendemain de la date du dépôt de l’envoi recommandé
à la poste.
Lorsque le preneur d’assurance, l’assuré ou le
bénéfi ciaire a manqué à l’une des obligations nées de
la survenance du sinistre dans l’intention de tromper
l’assureur, ce dernier peut, en tout temps, résilier le
één jaar verloopt. Van deze opzegging moet uiterlijk drie
maanden vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst
kennis gegeven worden.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepas-
sing op de kapitalisatieverrichtingen en de ziekte – en
levensverzekeringsovereenkomsten. Ongeacht de duur
van die overeenkomsten kan de verzekeringnemer ze
evenwel jaarlijks opzeggen, hetzij op de jaardag van
de ingangsdatum van de overeenkomst, hetzij op de
jaarlijkse vervaldag van de premie.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toe-
passing op de verzekeringsovereenkomsten betreffende
de risico’s die de Koning bepaalt.
De volgende risico’s kunnen evenwel niet worden
uitgesloten:
— Burgerrechtelijke aansprakelijkheid en voertuig-
casco inzake motorrijtuigen;
— Brand (eenvoudige risico’s);
— Burgerrechtelijke extracontractuele aansprakelijk-
heid met betrekking tot het privéleven;
— Lichamelijke ongevallen op persoonlijke titel
gedekt;
— Hulpverlening;
— Rechtsbijstand.
§ 3. Dit artikel is niet van toepassing op de verzeke-
ringsovereenkomsten waarvan de duur korter is dan
één jaar.
Artikel 86
Opzegging na schadegeval
§ 1. In de gevallen waarin de verzekeraar zich het
recht voorbehoudt de overeenkomst na het zich voor-
doen van een schadegeval op te zeggen, beschikt de
verzekeringnemer over hetzelfde recht. Die opzegging
geschiedt ten laatste één maand na de uitbetaling of
de weigering tot uitbetaling van de schadevergoeding.
De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van
een termijn van ten minste drie maanden te rekenen van
de dag volgend op de betekening, de dag volgend op
de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van een
aangetekende zending, te rekenen van de dag die volgt
op zijn afgifte ter post.
Indien de verzekeringnemer, de verzekerde of de
begunstigde één van zijn verplichtingen, ontstaan door
het schadegeval, niet is nagekomen met de bedoeling
de verzekeraar te misleiden, kan deze laatste te allen
307
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
contrat d’assurance dès qu’il a déposé plainte, avec
constitution de partie civile, contre une de ces personnes
devant un juge d’instruction ou l’a citée devant la juridic-
tion de jugement sur la base des articles 193, 196, 197,
496 ou 510 à 520 du Code pénal. La résiliation prend
effet au plus tôt un mois à compter du lendemain de la
signifi cation, du lendemain de la date du récépissé ou du
lendemain de la date du dépôt de l’envoi recommandé
à la poste.
L’assureur est tenu de réparer le dommage résul-
tant de cette résiliation s’il s’est désisté de son action
ou si l’action publique a abouti à un non-lieu ou à un
acquittement.
§ 2. En assurance sur la vie ou en assurance mala-
die, l’assureur ne peut se réserver le droit de résilier le
contrat après sinistre.
§ 3. En assurance couvrant la responsabilité civile
obligatoire en matière de véhicules automoteurs, l’assu-
reur ne peut se réserver le droit de résilier le contrat
après sinistre que s’il a payé ou devra payer des indem-
nités en faveur de personnes lésées, à l’exception des
paiements effectués en application de l’article 29bis
de la loi du 21 novembre 1989 relative à l’assurance
obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules
automoteurs.
Dans les cas où la résiliation n’est pas autorisée au
sens de l’alinéa précédent, la résiliation par l’assureur
d’une garantie annexe au contrat couvrant la responsa-
bilité civile, ne lui permet pas d’invoquer les dispositions
de l’article 66 pour résilier ce dernier.
§ 4. Les dispositions du paragraphe 1er du présent
article ne sont pas applicables aux contrats d’assurance
portant sur les risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques visés à l’article 85, § 2, alinéa 2,
ne peuvent pas être exclus.
Article 87
Faillite du preneur d’assurance
En cas de faillite du preneur d’assurance, l’assurance
subsiste au profi t de la masse des créanciers qui devient
débitrice envers l’assureur du montant des primes à
échoir à partir de la déclaration de la faillite.
tijde de verzekeringsovereenkomst opzeggen, zodra
hij bij een onderzoeksrechter een klacht met burger-
lijke partijstelling heeft ingediend tegen één van deze
personen of hem voor het vonnisgerecht heeft gedag-
vaard, op basis van de artikelen 193, 196, 197, 496 of
510 tot 520 van het Strafwetboek. De opzegging wordt
van kracht ten vroegste een maand te rekenen van
de dag volgend op de betekening, de dag volgend op
de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van een
aangetekende zending, te rekenen van de dag die volgt
op zijn afgifte ter post.
De verzekeraar moet de schade als gevolg van die
opzegging vergoeden indien hij afstand doet van zijn
vordering of indien de strafvordering uitmondt in een
buitenvervolgingstelling of een vrijspraak.
§ 2. De verzekeraar kan zich niet het recht voorbe-
houden de overeenkomst op te zeggen na schadegeval
bij de levens – of de ziekteverzekering.
§ 3. Bij een verzekering die de verplichte burgerrech-
telijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen dekt, kan
de verzekeraar zich slechts het recht voorbehouden de
overeenkomst op te zeggen na een schadegeval, als hij
de schadeloosstellingen ten gunste van de benadeelden
heeft betaald of zal moeten betalen, met uitzondering
van de betalingen die werden verricht met toepassing
van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989
betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen.
Wanneer de opzegging niet is toegestaan in de zin
van het vorige lid, maakt de opzegging door de verzeke-
raar van een waarborg als bijlage bij de overeenkomst
die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dekt, het hem
niet mogelijk zich te beroepen op de bepalingen van
artikel 66 om de overeenkomst op te zeggen.
§ 4. De bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel zijn
niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten
betreffende de risico’s die de Koning bepaalt.
De risico’s, bedoeld in artikel 85, §2, tweede lid, kun-
nen evenwel niet uitgesloten worden.
Artikel 87
Faillissement van de verzekeringnemer
In geval van faillissement van de verzekeringnemer
blijft de verzekering bestaan ten voordele van de massa
van de schuldeisers, die jegens de verzekeraar instaan
voor de betaling van de premies die nog moeten verval-
len na de faillietverklaring.
308
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’assureur et le curateur de la faillite ont néanmoins
le droit de résilier le contrat. Toutefois, la résiliation du
contrat par l’assureur ne peut se faire au plus tôt que
trois mois après la déclaration de la faillite tandis que
le curateur de la faillite ne peut résilier le contrat que
dans les trois mois qui suivent la déclaration de la faillite.
Le présent article ne s’applique pas aux assurances
de personnes.
Section X
Prescription
Article 88
Délai de prescription
§ 1er. Le délai de prescription de toute action dérivant
du contrat d’assurance est de trois ans. En assurance
sur la vie, le délai est de trente ans en ce qui concerne
l’action relative à la réserve formée, à la date de la rési-
liation ou de l’arrivée du terme, par les primes payées,
déduction faite des sommes consommées.
Le délai court à partir du jour de l’événement qui
donne ouverture à l’action. Toutefois, lorsque celui à
qui appartient l’action prouve qu’il n’a eu connaissance
de cet événement qu’à une date ultérieure, le délai
ne commence à courir qu’à cette date, sans pouvoir
excéder cinq ans à dater de l’événement, le cas de
fraude excepté.
En matière d’assurance de la responsabilité, le délai
court, en ce qui concerne l’action récursoire de l’assuré
contre l’assureur, à partir de la demande en justice de la
personne lésée, soit qu’il s’agisse d’une demande origi-
naire d’indemnisation, soit qu’il s’agisse d’une demande
ultérieure ensuite de l’aggravation du dommage ou de
la survenance d’un dommage nouveau.
En matière d’assurance de personnes, le délai court,
en ce qui concerne l’action du bénéfi ciaire, à partir du
jour où celui-ci a connaissance à la fois de l’existence
du contrat, de sa qualité de bénéfi ciaire et de la surve-
nance de l’événement duquel dépend l’exigibilité des
prestations d’assurance.
§ 2. Sous réserve de dispositions légales particu-
lières, l’action résultant du droit propre que la personne
lésée possède contre l’assureur en vertu de l’article 150
se prescrit par cinq ans à compter du fait générateur
Niettemin hebben de verzekeraar en de curator van
het faillissement het recht de overeenkomst op te zeg-
gen. Evenwel kan de opzegging van de overeenkomst
door de verzekeraar slechts gebeuren ten vroegste
drie maanden na de faillietverklaring, terwijl de curator
van het faillissement dit slechts kan gedurende de drie
maanden na de faillietverklaring.
Dit artikel is niet van toepassing op de
persoonsverzekeringen.
Afdeling X
Verjaring
Artikel 88
Verjaringstermijn
§ 1. De verjaringstermijn voor elke rechtsvordering
voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst be-
draagt drie jaar. In de levensverzekering bedraagt de
termijn dertig jaar voor wat betreft de rechtsvordering
aangaande de reserve die op de datum van opzegging
of op de einddatum gevormd is door de betaalde pre-
mies, onder aftrek van de verbruikte sommen.
De termijn begint te lopen vanaf de dag van het
voorval dat het vorderingsrecht doet ontslaan. Wanneer
degene aan wie de rechtsvordering toekomt, bewijst dat
hij pas op een later tijdstip van het voorval kennis heeft
gekregen, begint de termijn te lopen vanaf dat tijdstip,
maar hij verstrijkt in elk geval vijf jaar na het voorval,
behoudens bedrog.
In de aansprakelijkheidsverzekering begint de ter-
mijn, wat de regresvordering van de verzekerde tegen
de verzekeraar betreft, te lopen vanaf het instellen van
de rechtsvordering door de benadeelde, onverschillig
of het gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloos-
stelling dan wel om een latere eis naar aanleiding van
een verzwaring van de schade of van het ontslaan van
een nieuwe schade.
In de persoonsverzekering begint de termijn, wat de
rechtsvordering van de begunstigde betreft, te lopen
vanaf de dag waarop deze tegelijk kennis heeft van het
bestaan van de overeenkomst, van zijn hoedanigheid
van begunstigde en van het voorval dat de verzeke-
ringsprestaties opeisbaar doet worden.
§ 2.Onder voorbehoud van bijzondere wettelijke
bepalingen, verjaart de vordering die voortvloeit uit het
eigen recht dat de benadeelde tegen de verzekeraar
heeft krachtens artikel 150 door verloop van vijf jaar, te
309
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
du dommage ou, s’il y a infraction pénale à compter du
jour où celle-ci a été commise.
Toutefois, lorsque la personne lésée prouve qu’elle
n’a eu connaissance de son droit envers l’assureur qu’à
une date ultérieure, le délai ne commence à courir qu’à
cette date, sans pouvoir excéder dix ans à compter du
fait générateur du dommage ou, s’il y a infraction pénale,
du jour où celle-ci a été commise.
§ 3. L’action récursoire de l’assureur contre l’assuré
se prescrit par trois ans à compter du jour du paiement
par l’assureur, le cas de fraude excepté.
Article 89
Suspension et interruption de la prescription
§ 1er. La prescription contre les mineurs, interdits
et autres incapables ne court pas jusqu’au jour de la
majorité ou de la levée de l’incapacité.
§ 2. La prescription ne court pas contre l’assuré,
le bénéfi ciaire ou la personne lésée qui se trouve par
force majeure dans l’impossibilité d’agir dans les délais
prescrits.
§ 3. Si la déclaration de sinistre a été faite en temps
utile, la prescription est interrompue jusqu’au moment
où l’assureur a fait connaître sa décision par écrit à
l’autre partie.
§ 4. L’interruption ou la suspension de la prescrip-
tion de l’action de la personne lésée contre un assuré
entraîne l’interruption ou la suspension de la prescrip-
tion de son action contre l’assureur. L’interruption ou la
suspension de la prescription de l’action de la personne
lésée contre l’assureur entraîne l’interruption ou la sus-
pension de la prescription de son action contre l’assuré.
§ 5. La prescription de l’action visée à l’article 88,
§ 2, est interrompue dès que l’assureur est informé de
la volonté de la personne lésée d’obtenir l’indemnisation
de son préjudice. Cette interruption cesse au moment où
l’assureur fait connaître par écrit, à la personne lésée,
sa décision d’indemnisation ou son refus.
rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er
misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
Indien de benadeelde evenwel bewijst dat hij pas op
een later tijdstip kennis heeft gekregen van zijn recht te-
gen de verzekeraar, begint de termijn pas te lopen vanaf
dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval na verloop van
tien jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of,
indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
§ 3. De regresvordering van de verzekeraar tegen de
verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te reke-
nen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar,
behoudens bedrog.
Artikel 89
Schorsing en stuiting van de verjaring
§ 1. De verjaring tegen minderjarigen, onbekwaam-
verklaarden en andere onbekwamen loopt niet tot de
dag van de meerderjarigheid of van de opheffing van
de onbekwaamheid.
§ 2. De verjaring loopt niet tegen de verzekerde, de
begunstigde of de benadeelde die zich door overmacht
in de onmogelijkheid bevindt om binnen de voorgeschre-
ven termijn op te treden.
§ 3. Indien het schadegeval tijdig is aangemeld,
wordt de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de
verzekeraar aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft
gegeven van zijn beslissing.
§ 4. Stuiting of schorsing van de verjaring van de
rechtsvordering van de benadeelde tegen een verze-
kerde heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn
rechtsvordering tegen de verzekeraar tot gevolg. Stuiting
of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering
van de benadeelde tegen de verzekeraar heeft stuiting
of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering
tegen de verzekerde tot gevolg.
§ 5. De verjaring van de vordering bedoeld in artikel
88, § 2, wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt
van de wil van de benadeelde om een vergoeding te
bekomen voor de door hem geleden schade. De stui-
ting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de
benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing
om te vergoeden of van zijn weigering.
310
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section XI
Arbitrage
Article 90
Arbitrage
§ 1er. La clause par laquelle les parties à un contrat
d’assurance s’engagent d’avance à soumettre à des
arbitres les contestations à naître du contrat est réputée
non écrite.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas
applicables aux contrats d’assurance portant sur les
risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques visés à l’article 85, § 2, alinéa
2, ne peuvent pas être exclus.
CHAPITRE 2
Dispositions propres aux assurances
à caractère indemnitaire
Article 91
Intérêt d’assurance
L’assuré doit pouvoir justifi er d’un intérêt écono-
mique à la conservation de la chose ou à l’intégrité du
patrimoine.
Article 92
Assurance pour compte
L’assurance peut être souscrite pour compte de
qui il appartiendra. Dans ce cas, l’assuré est celui qui
justifi e de l’intérêt d’assurance lors de la survenance
du sinistre.
Les exceptions inhérentes au contrat d’assurance
que l’assureur pourrait opposer au preneur d’assurance
sont également opposables à l’assuré quel qu’il soit.
Afdeling XI
Scheidsrechterlijke uitspraken
Artikel 90
Scheidsrechterlijke uitspraken
§ 1. Het beding waarbij de partijen bij een verzeke-
ringsovereenkomst zich vooraf verbinden de geschillen
die uit de overeenkomst zouden ontstaan, voor te leg-
gen aan scheidsrechters, wordt voor niet geschreven
gehouden.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toe-
passing op de verzekeringsovereenkomsten betreffende
de risico’s die de Koning bepaalt.
De risico’s, bedoeld in artikel 85, § 2, tweede lid,
kunnen evenwel niet uitgesloten worden.
HOOFDSTUK 2
Bepalingen eigen aan de verzekeringen tot
vergoeding van schade
Artikel 91
Belang bij het verzekerde
De verzekerde moet kunnen aantonen dat hij een in
geld waardeerbaar belang heeft bij het behoud van de
zaak of bij de gaafheid van het vermogen.
Artikel 92
Verzekering ten behoeve van een derde
De verzekering kan worden gesloten ten behoeve
van wie het aangaat. In dat geval is de verzekerde hij
die in geval van schade aantoont belang te hebben bij
het verzekerde.
Alle excepties eigen aan de verzekeringsovereen-
komst en waarop de verzekeraar zich tegen de verze-
keringnemer kan beroepen zijn tegenstelbaar aan de
verzekerde, wie het ook zij.
311
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 93
Etendue de la prestation d’assurance
La prestation due par l’assureur est limitée au préju-
dice subi par l’assuré.
Ce préjudice peut notamment consister dans la
privation de l’usage du bien assuré ainsi que dans le
défaut de profi t espéré.
Article 94
Cumul d’assurances à caractères différents
Sauf convention contraire, les prestations dues en
exécution d’un contrat d’assurance à caractère indemni-
taire ne sont pas diminuées des prestations dues en exé-
cution d’un contrat d’assurance à caractère forfaitaire.
Article 95
Subrogation de l’assureur
L’assureur qui a payé l’indemnité est subrogé, à
concurrence du montant de celle-ci, dans les droits et
actions de l’assuré ou du bénéfi ciaire contre les tiers
responsables du dommage.
Si, par le fait de l’assuré ou du bénéfi ciaire, la subro-
gation ne peut plus produire ses effets en faveur de
l’assureur, celui-ci peut lui réclamer la restitution de
l’indemnité versée dans la mesure du préjudice subi.
La subrogation ne peut nuire à l’assuré ou au béné-
fi ciaire qui n’aurait été indemnisé qu’en partie. Dans ce
cas, il peut exercer ses droits, pour ce qui lui reste dû,
de préférence à l’assureur.
Sauf en cas de malveillance, l’assureur n’a aucun
recours contre les descendants, les ascendants, le
conjoint et les alliés en ligne directe de l’assuré, ni
contre les personnes vivant à son foyer, ses hôtes et
les membres de son personnel domestique. En cas
de malveillance occasionnée par des mineurs, le Roi
peut limiter le droit de recours de l’assureur couvrant
la responsabilité civile extra-contractuelle relative à la
vie privée.
Artikel 93
Omvang van de verzekeringsprestatie
De prestatie die de verzekeraar verschuldigd is, mag
de door de verzekerde geleden schade niet te boven
gaan.
Deze schade kan ondermeer bestaan in verlies van
gebruik van het verzekerde goed en in derving van
verwachte winst.
Artikel 94
Samenloop van verzekeringen van
verschillende aard
Tenzij anders is bedongen, wordt de prestatie die
voortvloeit uit een verzekeringsovereenkomst tot ver-
goeding van schade niet verminderd met de prestatie
die voortvloeit uit een verzekering tot uitkering van een
vast bedrag.
Artikel 95
Indeplaatsstelling van de verzekeraar
De verzekeraar die de schadevergoeding betaald
heeft, treedt ten belope van het bedrag van die ver-
goeding in de rechten en rechtsvorderingen van de
verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke
derden.
Indien, door toedoen van de verzekerde of de begun-
stigde, de indeplaatsstelling geen gevolg kan hebben
ten voordele van de verzekeraar, kan deze van hem de
terugbetaling vorderen van de betaalde schadevergoe-
ding in de mate van het geleden nadeel.
De indeplaatsstelling mag de verzekerde of de
begunstigde, die slechts gedeeltelijk vergoed is, niet
benadelen. In dat geval kan hij zijn rechten uitoefenen
voor hetgeen hem nog verschuldigd is, bij voorrang
boven de verzekeraar.
De verzekeraar heeft geen verhaal op de bloedver-
wanten in de rechte opgaande of nederdalende lijn, de
echtgenoot en de aanverwanten in de rechte lijn van de
verzekerde, noch op de bij hem inwonende personen,
zijn gasten en zijn huispersoneel, behoudens kwaad
opzet. In geval van kwaad opzet door minderjarigen kan
de Koning het recht van verhaal beperken van de verze-
keraar die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten
overeenkomst met betrekking tot het privéleven dekt.
312
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Toutefois l’assureur peut exercer un recours contre
ces personnes dans la mesure où leur responsabilité
est effectivement garantie par un contrat d’assurance.
Article 96
Surassurance de bonne foi
Lorsque le montant assuré de bonne foi, par un ou
plusieurs contrats souscrits auprès du même assureur,
dépasse l’intérêt assurable, chacune des parties a le
droit de le réduire à due concurrence.
Lorsque le montant assuré est réparti entre plusieurs
contrats souscrits auprès de plusieurs assureurs, cette
réduction s’opère, à défaut d’un accord entre toutes
les parties, sur les montants assurés par les contrats
dans l’ordre de leur date en commençant par le plus
récent et comporte éventuellement la résiliation d’un
ou de plusieurs contrats dont le montant assuré serait
ainsi rendu nul.
Article 97
Surassurance de mauvaise foi
Lorsqu’un même intérêt assurable est assuré de
mauvaise foi pour un montant trop élevé, par un ou
plusieurs contrats souscrits auprès d’un ou de plusieurs
assureurs, les contrats sont nuls, et l’assureur ou les
assureurs, s’ils sont de bonne foi, ont le droit de conser-
ver les primes perçues à titre de dommages et intérêts.
Article 98
Sous-assurance: règle proportionnelle
§ 1er . Sauf convention contraire, si la valeur de l’inté-
rêt assurable est déterminable et si le montant assuré
lui est inférieur, l’assureur n’est tenu de fournir sa pres-
tation que dans le rapport de ce montant à cette valeur.
§ 2. Le Roi peut, pour certains risques, limiter ou
interdire la sous-assurance et l’application de la règle
proportionnelle.
De verzekeraar kan evenwel verhaal uitoefenen op
de in het vorige lid genoemde personen, voor zover hun
aansprakelijkheid daadwerkelijk door een verzekerings-
overeenkomst is gedekt.
Artikel 96
Oververzekering te goeder trouw
Wanneer een bedrag te goeder trouw te hoog is
verzekerd bij een of meer overeenkomsten afgesloten
bij dezelfde verzekeraar, heeft elke partij het recht dit te
verminderen tot de waarde van het verzekerde.
Wanneer het verzekerde bedrag is verdeeld over ver-
schillende overeenkomsten, afgesloten bij verschillende
verzekeraars, wordt de vermindering, bij gebrek aan
overeenstemming tussen alle partijen, toegepast op de
bij de overeenkomsten verzekerde bedragen, naar hun
tijdsorde, te beginnen met de jongste overeenkomst, en
brengt zij de opzegging mee van één of verscheidene
overeenkomsten waarvan het verzekerde bedrag aldus
tot nul wordt teruggebracht.
Artikel 97
Oververzekering te kwader trouw
Wanneer een zelfde verzekerbaar belang door een of
meer overeenkomsten te kwader trouw verzekerd is voor
een te hoog bedrag, bij een of meer verzekeraars, zijn
de overeenkomsten nietig en hebben de verzekeraar of
de verzekeraars, indien zij te goeder trouw zijn, het recht
de geïnde premies te behouden als schadevergoeding.
Artikel 98
Onderverzekering: evenredigheidsbeginsel
§ 1. Indien de waarde van het verzekerbaar belang
bepaalbaar is en indien het verzekerd bedrag lager is
dan die waarde, dan is de verzekeraar slechts tot pres-
tatie gehouden naar de verhouding van dat bedrag tot
die waarde, tenzij anders is bedongen.
§ 2. De Koning kan voor bepaalde risico’s de onder-
verzekering en de toepassing van het evenredigheids-
beginsel beperken of verbieden.
313
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 99
Répartition de la charge du sinistre en cas de
pluralité de contrats
§ 1er. Si un même intérêt est assuré contre le même
risque auprès de plusieurs assureurs, l’assuré peut,
en cas de sinistre, demander l’indemnisation à chaque
assureur, dans les limites des obligations de chacun
d’eux, et à concurrence de l’indemnité à laquelle il a
droit.
Sauf en cas de fraude, aucun des assureurs ne peut
se prévaloir de l’existence d’autres contrats couvrant le
même risque pour refuser sa garantie.
§ 2. Sauf accord entre les assureurs au sujet d’un
autre mode de répartition, la charge du sinistre se
répartit comme suit:
1° Si la valeur de l’intérêt assurable est déterminable,
la répartition s’effectue entre les assureurs proportion-
nellement à leurs obligations respectives;
2° Si la valeur de l’intérêt assurable n’est pas déter-
minable, la répartition s’effectue par parts égales entre
tous les contrats jusqu’à concurrence du montant
maximum commun assuré par l’ensemble des contrats;
sans qu’il ne soit plus tenu compte des contrats dont
la garantie effectivement accordée atteint ce dernier
montant, le solde éventuel de l’indemnité se répartit
de la même manière entre les autres contrats, cette
technique de répartition étant reproduite par tranches
successives jusqu’à la hauteur du montant total de
l’indemnité ou des garanties effectivement accordées
par l’ensemble des contrats;
3° Lorsqu’un ou plusieurs assureurs ne peuvent payer
tout ou partie de leur quote-part, celle-ci est répartie
entre les autres assureurs de la manière prévue au 2°,
sans toutefois que le montant assuré par chacun puisse
être dépassé.
§ 3. Lorsqu’un ou plusieurs assureurs ne peuvent
payer tout ou partie de leur quote-part, les autres assu-
reurs disposent contre eux d’un droit de recours dans la
mesure où ils ont assumé des charges supplémentaires.
Artikel 99
Verdeling van de last van het schadegeval in
geval van samenloop van verzekeringen
§ 1. Wanneer een zelfde belang is verzekerd bij ver-
scheidene verzekeraars tegen hetzelfde risico, kan de
verzekerde, in geval van schade, van elke verzekeraar
schadevergoeding vorderen binnen de grenzen van
ieders verplichtingen en ten belope van de vergoeding
waarop hij recht heeft.
Behalve in geval van fraude, kan geen verzekeraar
zich beroepen op het bestaan van andere overeen-
komsten die hetzelfde risico dekken om zijn waarborg
te weigeren.
§ 2. Tenzij de verzekeraars een andere verdeelsleutel
bedongen hebben, wordt de last van het schadegeval
omgeslagen als volgt:
1° Indien de waarde van het verzekeraar belang be-
paalbaar is, geschiedt de omslag over de verzekeraars
naar evenredigheid van hun respectieve verplichtingen;
2° Indien de waarde van het verzekeraar belang niet
bepaalbaar is, dragen alle overeenkomsten met een
gelijk aandeel bij ten belope van het hoogste bedrag dat
door alle overeenkomsten gemeenschappelijk verzekerd
is; zonder dat nog rekening wordt gehouden met de
overeenkomsten waarvan de daadwerkelijke dekking
met dat bedrag overeenkomt, wordt het overblijvende
gedeelte van de schadevergoeding op dezelfde wijze
verdeeld. Die verdelingstechniek wordt telkens herhaald
totdat de schade geheel is vergoed of totdat is voldaan
aan de dekkingen die door de gezamenlijke overeen-
komsten daadwerkelijk worden verleend;
3° Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn
hun aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, wordt dit
over de andere verzekeraars omgeslagen op de wijze
bepaald in 2°, evenwel zonder dat de door ieder van
hen verzekerde som wordt overschreden.
§ 3. Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn
hun aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, hebben
de andere verzekeraars op hen een recht van verhaal
in verhouding tot de bijkomende lasten die zij gedragen
hebben.
314
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 100
Décès du preneur d’assurance bénéfi ciaire de la
garantie
En cas de transmission, à la suite du décès du
preneur d’assurance, de l’intérêt assuré, les droits et
obligations nés du contrat d’assurance sont transmis
au nouveau titulaire de cet intérêt.
Toutefois, le nouveau titulaire de l’intérêt assuré et
l’assureur peuvent notifi er la résiliation du contrat, le
premier par lettre recommandée à la poste dans les
trois mois et quarante jours du décès, le second dans
les formes prescrites par l’article 84, § 1er, dans les trois
mois du jour où il a eu connaissance du décès.
Article 101
Contrats conclus intuitu personae
Par dérogation à l’article 100, le contrat qui a été
conclu en considération de la personne de l’assuré
prend fi n de plein droit au décès de celui-ci.
CHAPITRE 3
Dispositions propres aux assurances à caractère
forfaitaire
Article 102
Intérêt d’assurance
Le bénéfi ciaire doit avoir un intérêt personnel et licite
à la non-survenance de l’événement assuré.
Il est suffisamment justifi é de cet intérêt lorsque
l’assuré a donné son consentement au contrat.
Article 103
Absence de subrogation
Sauf convention contraire, l’assureur qui a exécuté
les prestations assurées n’est pas subrogé contre les
tiers dans les droits du preneur d’assurance ou du
bénéfi ciaire.
Artikel 100
Overlijden van de verzekeringnemer, begunstigde
van de dekking
In geval van overgang van het verzekerde belang ten
gevolge van het overlijden van de verzekeringnemer,
gaan de rechten en verplichtingen uit de verzekerings-
overeenkomst over op de nieuwe houder van dat belang.
De nieuwe houder van het verzekerde belang en de
verzekeraar kunnen evenwel kennis geven van de beëin-
diging van de overeenkomst, de eerste bij een ter post
aangetekende brief, binnen drie maanden en veertig
dagen na het overlijden, de tweede in de bij artikel 84,
§ 1, voorgeschreven vormen, binnen drie maanden te
rekenen vanaf de dag waarop hij kennis heeft gekregen
van het overlijden.
Artikel 101
Overeenkomsten gesloten intuitu personae
In afwijking van artikel 100 eindigt de overeenkomst
die uit hoofde van de persoon van de verzekerde is
gesloten, van rechtswege door diens overlijden.
HOOFDSTUK 3
Bepalingen eigen aan de verzekering tot uitkering
van een vast bedrag
Artikel 102
Belang bij het verzekerde
De begunstigde moet een persoonlijk en geoorloofd
belang hebben bij het zich niet voordoen van de verze-
kerde gebeurtenis.
Dat belang is voldoende aangetoond wanneer de
verzekerde met de overeenkomst heeft ingestemd.
Artikel 103
Geen indeplaatsstelling
Tenzij anders is bedongen, treedt de verzekeraar die
de verzekerde prestaties heeft uitgevoerd, niet in de
rechten van de verzekeringnemer of de begunstigde
jegens derden.
315
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 104
Cumul d’indemnités et prestations
Sauf convention contraire, les indemnités ou pres-
tations que le bénéfi ciaire obtient à un autre titre ne
réduisent pas les obligations de l’assureur.
TITRE III
Les assurances de dommages
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 105
Principe indemnitaire
Toute assurance de dommages a un caractère
indemnitaire.
Article 106
Frais de sauvetage
Les frais découlant aussi bien des mesures deman-
dées par l’assureur aux fi ns de prévenir ou d’atténuer
les conséquences du sinistre que des mesures urgentes
et raisonnables prises d’initiative par l’assuré pour
prévenir le sinistre en cas de danger imminent ou, si le
sinistre a commencé, pour en prévenir ou en atténuer les
conséquences, sont supportés par l’assureur lorsqu’ils
ont été exposés en bon père de famille, alors même que
les diligences faites l’auraient été sans résultat. Ils sont
à sa charge même au-delà du montant assuré.
Le Roi peut, pour les contrats d’assurance de
la responsabilité autre que celle visée par la loi du
21 novembre 1989 relative à l’assurance obligatoire de
la responsabilité en matière de véhicules automoteurs
et pour les contrats d’assurance de choses, limiter les
frais visés à l’alinéa 1er du présent article.
Artikel 104
Samenloop van schadevergoedingen en
prestaties
Tenzij anders is bedongen, worden de verplichtingen
van de verzekeraar niet verminderd door de schadever-
goedingen of prestaties die de begunstigde op andere
gronden verkrijgt.
TITEL III
Schadeverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 105
Het beginsel van de schadevergoeding
Elke schadeverzekering beoogt de vergoeding van
schade.
Artikel 106
Reddingskosten
De kosten die voortvloeien zowel uit de maatregelen
die de verzekeraar heeft gevraagd om de gevolgen van
het schadegeval te voorkomen of te beperken als uit de
dringende en redelijke maatregelen die de verzekerde
uit eigen beweging heeft genomen om bij nakend gevaar
een schadegeval te voorkomen, of, zodra het schade-
geval ontstaat, om de gevolgen ervan te voorkomen of
te beperken, worden mits zij met de zorg van een goed
huisvader zijn gemaakt, door de verzekeraar gedragen,
ook wanneer de aangewende pogingen vruchteloos
zijn geweest. Zij komen te zijnen laste zelfs boven de
verzekerde som.
Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere
dan die bedoeld in de wet van 21 november 1989 be-
treffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen en voor de zaakverzekeringsover-
eenkomsten, kan de Koning de in het eerste lid van dit
artikel bedoelde kosten beperken.
316
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
Des contrats d’assurance de choses
Section Ire
Dispositions communes à toutes les assurances de choses
Sous-section 1re
Valeur assurable
Article 107
Modalités d’évaluation
Les parties peuvent déterminer la manière dont les
biens doivent être évalués en vue de leur assurance.
Par dérogation à l’article 93, elles peuvent convenir
d’une valeur de reconstruction, de reconstitution ou de
remplacement, même sans en déduire la dépréciation
résultant de la vétusté.
Article 108
Fixation du montant assuré
Le montant assuré est fi xé par le preneur d’assu-
rance. Ce montant est censé être égal à la valeur de
l’intérêt assurable s’il est fi xé en accord avec le man-
dataire de l’assureur.
Les parties peuvent convenir que ce montant
sera adapté de plein droit selon les critères qu’elles
déterminent.
Article 109
Valeur agréée
Les parties peuvent agréer expressément la valeur
qu’elles entendent attribuer à des biens déterminés.
Cette valeur les engage, sauf fraude.
Si le bien assuré en valeur agréée vient à perdre
une part sensible de sa valeur, chacune des parties
est néanmoins fondée à réduire le montant de la valeur
agréée ou à résilier le contrat.
HOOFDSTUK 2
Zaakverzekeringsovereen-komsten
Afdeling I
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende alle
zaakverzekeringen
Onderafdeling 1
Verzekerbare waarde
Artikel 107
Wijze van waardebepaling
De partijen kunnen bepalen op welke wijze de waarde
van de goederen wordt begroot voor de verzekering. In
afwijking van artikel 93 kunnen zij een herbouwwaarde,
een herstelwaarde of een vervangingswaarde bedingen,
zelfs zonder aftrek van de waardevermindering wegens
ouderdom.
Artikel 108
Vaststelling van de verzekerde som
De verzekerde som wordt vastgesteld door de ver-
zekeringnemer. Deze som wordt geacht gelijk te zijn
aan de waarde van het verzekerbaar belang indien ze
is vastgesteld in akkoord met de gemandateerde van
de verzekeraar.
Partijen kunnen overeenkomen dat die som van
rechtswege wordt aangepast volgens maatstaven die
zij bepalen.
Artikel 109
Voorafgaande taxatie
Partijen kunnen bij een uitdrukkelijk beding aan be-
paalde goederen een getaxeerde waarde toekennen.
Die waarde is voor partijen bindend, behoudens bedrog.
Wanneer een goed waarvoor een getaxeerde waarde
is bedongen een aanzienlijke waardevermindering on-
dergaat, kan elke partij het bedrag van de getaxeerde
waarde verminderen of een einde maken aan de
overeenkomst.
317
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Sous-section 2
Obligations de l’assuré
Article 110
État des lieux
L’assuré ne peut, de sa propre autorité, apporter sans
nécessité au bien sinistré des modifi cations de nature à
rendre impossible ou plus difficile la détermination des
causes du sinistre ou l’estimation du dommage.
Si l’assuré ne remplit pas l’obligation visée à l’alinéa
1er et qu’il en résulte un préjudice pour l’assureur, celui-ci
a le droit de prétendre à une réduction de sa prestation
à concurrence du préjudice qu’il a subi ou de réclamer
des dommages et intérêts.
L’assureur peut décliner sa garantie si, dans une
intention frauduleuse, l’assuré n’a pas exécuté l’obli-
gation visée à l’alinéa 1er.
Sous-section 3
Cession entre vifs
Article 111
Cession entre vifs d’une chose assurée
§ 1er. En cas de cession entre vifs d’un immeuble,
l’assurance prend fi n de plein droit trois mois après la
date de passation de l’acte authentique.
Jusqu’à l’expiration du délai visé à l’alinéa 1er, la ga-
rantie accordée au cédant est acquise au cessionnaire,
sauf si ce dernier bénéfi cie d’une garantie résultant
d’un autre contrat.
§ 2. En cas de cession entre vifs d’un meuble, l’assu-
rance prend fi n de plein droit dès que l’assuré n’a plus
la possession du bien, sauf si les parties au contrat
d’assurance conviennent d’une autre date.
Onderafdeling 2
Verplichtingen van de verzekerde
Artikel 110
Gesteldheid van de plaats
De verzekerde mag behalve indien het echt noodza-
kelijk is op eigen gezag geen veranderingen aanbrengen
aan het beschadigde goed waardoor het onmogelijk of
moeilijker wordt de oorzaken van de schade te bepalen
of de schade te taxeren.
Indien de verzekerde de in het eerste lid bedoelde
verplichting niet nakomt en er daardoor nadeel ontstaat
voor de verzekeraar, kan deze laatste aanspraak maken
op een vermindering van zijn prestatie tot beloop van het
door hem geleden nadeel of kan hij schadevergoeding
vorderen.
Komt de verzekerde de in het eerste lid bedoelde
verplichting met bedrieglijk opzet niet na, dan kan de
verzekeraar zijn dekking weigeren.
Onderafdeling 3
Overdracht onder de levenden
Artikel 111
Overdracht onder de levenden van een
verzekerde zaak
§ 1. In geval van overdracht onder de levenden van
een onroerend goed, eindigt de verzekering van rechts-
wege drie maanden na de datum van het verlijden van
de authentieke akte.
Tot het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde
termijn, blijft de aan de overdrager verleende dekking
gelden voor de overnemer, tenzij deze laatste dekking
geniet uit hoofde van een andere overeenkomst.
§ 2. In geval van overdracht onder de levenden van
een roerend goed, eindigt de verzekering van rechtswe-
ge zodra de verzekerde het goed niet meer in zijn bezit
heeft, tenzij de partijen bij de verzekeringsovereenkomst
een andere datum hebben bedongen.
318
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Sous-section 4
Paiement de l’indemnité et privilège de l’assureur
Article 112
Créanciers privilégiés et hypothécaires
Dans la mesure où l’indemnité due à la suite de la
perte ou de la détérioration d’un bien n’est pas entiè-
rement appliquée à la réparation ou au remplacement
de ce bien, elle est affectée au paiement des créances
privilégiées ou hypothécaires, selon le rang de chacune
d’elles.
Néanmoins, le paiement de l’indemnité fait à l’assuré
libère l’assureur si les créanciers dont le privilège ne
fait pas l’objet d’une publicité n’ont pas au préalable
formé opposition.
Les alinéas 1er et 2 ne portent pas atteinte aux dis-
positions légales relatives aux actions directes contre
l’assureur dans des cas particuliers.
Article 113
Faillite de l’assuré
En cas de faillite de l’assuré, l’indemnité revient à la
masse faillie. Si toutefois certains biens assurés sont
insaisissables, l’indemnité due en vertu du contrat
d’assurance de ces biens revient au failli.
Article 114
Privilège de l’assureur
L’assureur a un privilège sur la chose assurée pour la
prime relative à la période pendant laquelle il a couvert
effectivement le risque. Le privilège n’existe, quelles que
soient les modalités de paiement de la prime, que pour
une somme correspondant à deux primes annuelles.
Ce privilège est dispensé de toute inscription. Il prend
rang immédiatement après celui des frais de justice.
Onderafdeling 4
Betaling van de schadevergoeding en voorrecht van de
verzekeraar
Artikel 112
Bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers
In zover de schadevergoeding die verschuldigd is
wegens het verlies of de beschadiging van een goed
niet geheel gebruikt wordt voor de herstelling of de
vervanging van dat goed, wordt zij aangewend voor de
betaling van de bevoorrechte of hypothecaire schuld-
vorderingen, ieder volgens haar rang.
De betaling van de vergoeding aan de verzekerde
bevrijdt niettemin de verzekeraar indien de schuldeisers
wier voorrecht niet openbaar gemaakt wordt, geen
voorafgaand verzet hebben gedaan.
Het eerste en het tweede lid doen geen afbreuk aan
de wettelijke voorschriften betreffende de rechtstreekse
vorderingen tegen de verzekeraar in bijzondere gevallen.
Artikel 113
Faillissement van de verzekerde
In geval van faillissement van de verzekerde komt
de vergoeding toe aan de failliete boedel. Zijn som-
mige van de verzekerde goederen evenwel niet vatbaar
voor beslag, dan komt de vergoeding die verschuldigd
is krachtens de overeenkomst tot verzekering van die
goederen, aan de gefailleerde toe.
Artikel 114
Voorrecht van de verzekeraar
Het voorrecht geldt slechts op de verzekerde zaak
voor de premie die betrekking heeft op de periode waarin
de verzekeraar het risico daadwerkelijk heeft gedekt.
Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee jaar-
premies, ongeacht de wijze van betaling van de premie.
Dat voorrecht heeft niet te worden ingeschreven. Het
volgt in rang onmiddellijk na dat van de gerechtskosten.
319
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section II
Dispositions propres à certaines assurances de choses
Sous-section 1re
L’assurance contre l’incendie
Article 115
Garantie normale
Sauf convention contraire, l’assurance contre l’incen-
die garantit les biens assurés contre les dégâts causés
par l’incendie, par la foudre, par l’explosion, par l’implo-
sion ainsi que par la chute ou le heurt d’appareils de
navigation aérienne ou d’objets qui en tombent ou qui
en sont projetés et par le heurt de tous autres véhicules
ou d’animaux.
Article 116
Extensions de garantie
Même lorsque le sinistre se produit en dehors des
biens assurés, la garantie de l’assurance s’étend aux
dégâts causés à ceux-ci par:
1° les secours ou tout moyen convenable d’extinction,
de préservation ou de sauvetage;
2° les démolitions ou destructions ordonnées pour
arrêter les progrès d’un sinistre;
3° les effondrements résultant directement et exclu-
sivement d’un sinistre;
4° la fermentation ou la combustion spontanée suivies
d’incendie ou d’explosion.
Article 117
Assurance du mobilier
Le mobilier assuré qui garnit tout ou partie d’un bâti-
ment comprend, outre celui qui appartient à l’assuré,
celui de toutes les personnes vivant à son foyer, le pre-
neur d’assurance étant réputé avoir souscrit à leur profi t.
Afdeling II
Nadere bepalingen betreffende sommige
zaakverzekeringen
Onderafdeling 1
Brandverzekering
Artikel 115
Normale dekking
Tenzij anders is bedongen, dekt de brandverzekering
de verzekerde goederen tegen schade veroorzaakt
door brand, door blikseminslag, door ontploffing, door
implosie, alsmede door het neerstorten van of het ge-
troffen worden door luchtvaartuigen of door voorwerpen
die ervan afvallen of eruit vallen, en door het getroffen
worden door enig ander voertuig of door dieren.
Artikel 116
Uitbreiding van de dekking
Ook wanneer het schadegeval zich voordoet buiten
de verzekerde goederen, strekt de verzekeringsdekking
zich uit tot schade die aan deze goederen is veroorzaakt
door:
1° hulpverlening of enig dienstig middel tot het be-
houd, het blussen of de redding;
2° afbraak of vernietiging bevolen om verdere uitbrei-
ding van de schade te voorkomen;
3° instorting als rechtstreeks en uitsluitend gevolg
van een schadegeval;
4° gisting of zelfontbranding gevolgd door brand of
ontploffing.
Artikel 117
Inboedelverzekering
De verzekering van de inboedel waarmee een ge-
bouw of een gedeelte van een gebouw gestoffeerd is,
omvat niet alleen de goederen die aan de verzekerde
toebehoren, maar ook die van alle bij hem inwonende
personen, ten behoeve van wie de verzekeringnemer
geacht wordt de verzekering mede te hebben gesloten.
320
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Néanmoins, les parties peuvent convenir d’exclure
du mobilier assuré certains meubles déterminés dans
le contrat.
Article 118
Assurance des responsabilités connexes
Sauf convention contraire, l’assurance des respon-
sabilités encourues par suite d’un sinistre frappant les
biens désignés par le contrat et dont la cause ou l’objet
sont mentionnés aux articles 115 à 117 ne couvre pas
les dommages résultant de lésions corporelles.
Article 119
Clauses d’exclusivité
L’assureur ne peut obliger le preneur d’assurance à
faire assurer par lui:
1° l’augmentation des montants assurés;
2° des dommages autres que ceux qui sont initiale-
ment garantis.
L’alinéa 1er ne porte pas atteinte à l’application de
l’article 108, alinéa 2.
Article 120
Droits des créanciers privilégiés et hypothécaires
§ 1er. Aucune exception ou déchéance dérivant d’un
fait postérieur au sinistre ne peut être opposée par
l’assureur au créancier jouissant sur les biens assurés
d’un droit de préférence connu de l’assureur.
§ 2. La suspension de la garantie de l’assureur, la
réduction du montant de l’assurance et la résiliation
du contrat sont opposables aux créanciers visés au
paragraphe 1er.
Toutefois, si l’un de ces créanciers a avisé l’assureur
de l’existence de son droit de préférence, la suspension,
la réduction ou la résiliation ne lui seront opposables
qu’à l’expiration du délai d’un mois à compter de la noti-
fi cation que l’assureur en fait par lettre recommandée à
Niettemin kunnen de partijen overeenkomen van
de verzekerde inboedel bepaalde goederen, die in de
overeenkomst worden bepaald, uit te sluiten.
Artikel 118
Verzekering van de met schade samenhangende
aansprakelijkheid
Tenzij anders is bedongen wordt de schade voort-
komend uit lichamelijke letsels niet gedekt door de
verzekering van de aansprakelijkheid opgelopen tenge-
volge van een schadegeval dat de in de overeenkomst
aangewezen goederen treft en waarvan de oorzaak of
het voorwerp wordt vermeld in de artikelen 115 tot 117.
Artikel 119
Exclusiviteitsclausules
De verzekeraar kan de verzekeringnemer niet ver-
plichten om bij hem te verzekeren:
1° de verhoging van de verzekerde bedragen;
2° andere schade dan die waarvoor aanvankelijk
dekking is verleend.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de toepassing
van artikel 108, tweede lid.
Artikel 120
Rechten van bevoorrechte en hypothecaire
schuldeisers
§ 1. Geen verweermiddel of verval van recht voort-
vloeiend uit een feit dat zich na het schadegeval heeft
voorgedaan, kan door de verzekeraar worden tegen-
geworpen aan de schuldeiser die op de verzekerde
goederen een recht van voorrang heeft, dat de verze-
keraar bekend is.
§ 2. De schorsing van de dekking van de verzekeraar,
de vermindering van het bedrag en de opzegging van
de overeenkomst kunnen aan de schuldeisers bedoeld
in paragraaf 1 worden tegengeworpen.
Indien een van die schuldeisers aan de verzekeraar
mededeling heeft gedaan van het bestaan van zijn recht
van voorrang, kunnen de schorsing, de vermindering
en de opzegging hem eerst worden tegengeworpen na
verloop van een termijn van een maand te rekenen vanaf
321
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
la poste. Le délai commence à courir le lendemain du
jour où la lettre a été déposée à la poste.
Lorsque la suspension ou la résiliation sont inter-
venues à la suite du non-paiement de la prime par le
preneur d’assurance, le créancier peut en éviter les
conséquences moyennant le paiement, dans le mois
de la notifi cation faite par l’assureur, des primes échues
augmentées s’il y a lieu des intérêts et des frais de
recouvrement judiciaire.
Article 121
Paiement de l’indemnité
§ 1er. Les parties peuvent convenir que l’indemnité
n’est payable qu’au fur et à mesure de la reconstitution
ou de la reconstruction des biens assurés.
Le défaut de reconstruction ou de reconstitution
desdits biens pour une cause étrangère à la volonté
de l’assuré est sans effet sur le calcul de l’indemnité,
sauf qu’il rend inapplicable la clause de valeur à neuf.
§ 2. En ce qui concerne les risques simples défi nis
par le Roi, l’indemnité est payée de la manière suivante:
1° l’assureur verse le montant destiné à couvrir les
frais de relogement et les autres frais de première
nécessité au plus tard dans les quinze jours qui suivent
la date de la communication de la preuve que lesdits
frais ont été exposés;
2° l’assureur paie la partie de l’indemnité incontes-
tablement due constatée de commun accord entre les
parties dans les trente jours qui suivent cet accord. En
cas de contestation du montant de l’indemnité, l’assuré
désigne un expert qui fi xera le montant de l’indemnité
en concertation avec l’assureur. A défaut d’un accord,
les deux experts désignent un troisième expert. La
décision défi nitive quant au montant de l’indemnité est
alors prise par les experts à la majorité des voix. Les
coûts de l’expert désigné par l’assuré et le cas échéant
du troisième expert sont avancés par l’assureur et sont à
charge de la partie à laquelle il n’a pas été donné raison.
La clôture de l’expertise ou la fi xation du montant
du dommage doit avoir lieu dans les nonante jours qui
suivent la date à laquelle l’assuré a informé l’assureur
de la désignation de son expert. L’indemnité doit être
de kennisgeving die de verzekeraar daarvan doet bij ter
post aangetekende brief. De termijn gaat in volgend op
die waarop de brief ter post is afgegeven.
Wanneer de schorsing of de opzegging het gevolg is
van wanbetaling van de premie door de verzekeringne-
mer, kan de schuldeiser de gevolgen daarvan afwenden
door binnen een maand na de kennisgeving door de
verzekeraar, de achterstallige premies te betalen, in
voorkomend geval vermeerderd met de intrest en de
kosten van gerechtelijke invordering.
Artikel 121
Betaling van schadevergoeding
§ 1. De partijen kunnen overeenkomen dat de
vergoeding slechts betaalbaar zal zijn naarmate de
verzekerde goederen worden wedersamengesteld of
wederopgebouwd.
De niet-wederopbouw of – wedersamenstelling van
die goederen buiten de wil van de verzekerde, heeft
geen invloed op de berekening van de vergoeding, be-
halve dat het nieuwwaardebeding ontoepasselijk wordt.
§ 2. Voor wat betreft de eenvoudige risico’s bepaald
door de Koning, wordt de vergoeding betaald als volgt:
1° de verzekeraar stort het bedrag tot dekking van de
kosten van huisvesting en van andere eerste hulp ten
laatste binnen vijftien dagen die volgen op de datum van
de mededeling van het bewijs dat deze kosten werden
gemaakt;
2° de verzekeraar betaalt het gedeelte van de ver-
goeding dat zonder betwisting bij onderling akkoord
tussen de partijen is vastgesteld binnen dertig dagen die
volgen op dit akkoord. In geval van betwisting van het
bedrag van de schadevergoeding, stelt de verzekerde
een expert aan die in samenspraak met de verzekeraar
het bedrag van de schadevergoeding zal vaststellen.
Indien er dan nog geen akkoord bereikt wordt, stellen
beide experten een derde expert aan. De defi nitieve
beslissing over het bedrag van de schadevergoeding
wordt dan door de experten genomen met meerderheid
van de stemmen. De kosten van de expert aangesteld
door de verzekerde en desgevallend de derde expert
worden voorgeschoten door de verzekeraar en zijn ten
laste van de in het ongelijk gestelde partij.
De beëindiging van de expertise of de vaststelling van
het bedrag van de schade moet plaatsvinden binnen
90 dagen die volgen op de datum waarop de verze-
kerde de verzekeraar heeft op de hoogte gebracht van
322
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
payée dans les trente jours qui suivent la date de clô-
ture de l’expertise ou, à défaut, la date de la fi xation du
montant du dommage;
3° en cas de reconstruction ou de reconstitution des
biens sinistrés, l’assureur est tenu de verser à l’assuré
dans les trente jours qui suivent la date de clôture de
l’expertise ou, à défaut, la date de la fi xation du montant
du dommage, une première tranche égale à l’indemnité
minimale fi xée au paragraphe 4, 1°, b).
Le restant de l’indemnité peut être payé par tranches
au fur et à mesure de l’avancement de la reconstruc-
tion ou de la reconstitution pour autant que la tranche
précédente soit épuisée.
Les parties peuvent convenir après le sinistre une
autre répartition du paiement des tranches d’indemnité;
4° en cas de remplacement du bâtiment sinistré par
l’acquisition d’un autre bâtiment, l’assureur est tenu
de verser à l’assuré dans les trente jours qui suivent la
date de clôture de l’expertise ou, à défaut d’expertise,
de la fi xation du montant du dommage, une première
tranche égale à l’indemnité minimale fi xée au para-
graphe 4, 1°, b).
Le solde est versé à la passation de l’acte authentique
d’acquisition du bien de remplacement;
5° dans tous les autres cas, l’indemnité est payable
dans les trente jours qui suivent la date de clôture de
l’expertise ou à défaut la date de la fi xation du montant
du dommage;
6° la clôture de l’expertise ou l’estimation du dom-
mage visées aux 3°, 4° et 5° ci-dessus doit avoir lieu
dans les nonante jours qui suivent la date de la décla-
ration du sinistre.
§ 3. Les délais prévus au paragraphe 2 sont suspen-
dus dans les cas suivants:
1° L’assuré n’a pas exécuté, à la date de clôture de
l’expertise, toutes les obligations mises à sa charge par
le contrat d’assurance. Dans ce cas, les délais ne com-
mencent à courir que le lendemain du jour où l’assuré
a exécuté lesdites obligations contractuelles;
de aanstelling van zijn expert. De schadevergoeding
moet betaald worden binnen 30 dagen die volgen op
de datum van de beëindiging van de expertise of, bij
gebreke daaraan, op de datum van de vaststelling van
het schadebedrag;
3° in geval van wederopbouw of wedersamenstel-
ling van de beschadigde goederen, is de verzekeraar
ertoe gehouden de verzekerde, binnen dertig dagen
die volgen op de datum van sluiting van de expertise
of, bij ontstentenis, de datum van de vaststelling van
het bedrag van de schade, een eerste gedeelte uit te
betalen dat gelijk is aan de in paragraaf 4, 1°, b) bepaalde
minimumvergoeding.
De rest van de vergoeding mag worden betaald in
schijven naargelang de wederopbouw of wedersa-
menstelling vorderen, voor zover de voorgaande schijf
uitgeput is.
De partijen kunnen na het schadegeval een andere
verdeling van de betaling van de vergoedingsschijven
overeenkomen;
4° in geval van vervanging van het beschadigde
gebouw door de aankoop van een ander gebouw is de
verzekeraar er toe gehouden de verzekerde, binnen
dertig dagen die volgen op de datum van de sluiting van
de expertise of bij ontstentenis eraan, van de bepaling
van het bedrag van de schade, een eerste gedeelte
uit te betalen dat gelijk is aan de in paragraaf 4, 1°, b)
bepaalde minimumvergoeding.
Het saldo wordt gestort bij het verlijden van de au-
thentieke akte van aankoop van het vervangingsgoed;
5° in alle andere gevallen is de vergoeding betaalbaar
binnen dertig dagen die volgen op de datum van de
sluiting van de expertise of bij ontstentenis, de datum
van de vaststelling van het bedrag van de schade;
6° de sluiting van de expertise of de schatting van de
schade bedoeld bij 3°, 4° en 5° hierboven moet plaats-
vinden binnen negentig dagen die volgen op de datum
van de aangifte van het schadegeval.
§ 3. De termijnen bedoeld bij paragraaf 2 worden
opgeschort in de volgende gevallen:
1° De verzekerde heeft op de datum van sluiting van
de expertise niet alle verplichtingen vervuld die hem
door de verzekeringsovereenkomst zijn opgelegd. In dit
geval beginnen de termijnen pas te lopen vanaf de dag
die volgt op de dag waarop de verzekerde de genoemde
contractuele verplichtingen is nagekomen;
323
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
2° Il s’agit d’un vol ou il existe des présomptions que
le sinistre peut être dû à un fait intentionnel dans le
chef de l’assuré ou du bénéfi ciaire d’assurance. Dans
ce cas, l’assureur peut se réserver le droit de lever
préalablement copie du dossier répressif. La demande
d’autorisation d’en prendre connaissance doit être
formulée au plus tard dans les trente jours de la clôture
de l’expertise ordonnée par lui. L’éventuel paiement
doit intervenir dans les trente jours où l’assureur a eu
connaissance des conclusions dudit dossier, pour autant
que l’assuré ou le bénéfi ciaire, qui réclame l’indemnité,
ne soit pas poursuivi pénalement;
3° Le sinistre est dû à une catastrophe naturelle
défi nie à la sous-section 2 de la présente section. Dans
ce cas, le ministre qui a les Affaires économiques dans
ses attributions peut allonger les délais prévus au para-
graphe 2, 1°, 2° et 6°;
4° L’assureur a fait connaître par écrit à l’assuré les
raisons indépendantes de sa volonté et de celle de ses
mandataires, qui empêchent la clôture de l’expertise ou
l’estimation des dommages visées au paragraphe 2, 6°.
§ 4. 1°. Sans préjudice de l’application des autres
dispositions de la présente loi qui permettent de réduire
l’indemnité, l’indemnité visée au paragraphe 2 ne peut
être inférieure:
a) en cas d’assurance en valeur à neuf, lorsque
l’assuré reconstruit, reconstitue ou remplace le bien
sinistré, à 100 % de cette valeur à neuf, vétusté déduite
conformément au paragraphe 5.
Toutefois, si le prix de reconstruction, de recons-
titution ou la valeur de remplacement est inférieur à
l’indemnité pour le bien sinistré calculée en valeur à
neuf au jour du sinistre, l’indemnité est au moins égale
à cette valeur de reconstruction, de reconstitution ou
de remplacement majorée de 80 % de la différence
entre l’indemnité initialement prévue et cette valeur de
reconstruction, de reconstitution ou de remplacement
déduction faite du pourcentage de vétusté du bien
sinistré et des taxes et droits qui seraient redevables
sur cette différence, vétusté déduite, conformément au
paragraphe 5;
b) en cas d’assurance en valeur à neuf, lorsque
l’assuré ne reconstruit, ne reconstitue ou ne remplace
pas le bien sinistré, à 80 % de cette valeur à neuf, vétusté
déduite, conformément au paragraphe 5;
2°
Het gaat over een diefstal of er bestaan vermoe-
dens dat het schadegeval opzettelijk veroorzaakt kan
zijn door de verzekerde of de verzekeringsbegunstigde.
In dit geval kan de verzekeraar zich het recht voorbe-
houden vooraf kopie van het strafdossier te nemen.
Het verzoek om kennis ervan te mogen nemen moet
uiterlijk binnen dertig dagen na de afsluiting van de door
hem bevolen expertise geformuleerd worden. Indien de
verzekerde of de begunstigde die om vergoeding vraagt
niet strafrechtelijk wordt vervolgd, moet de eventuele
betaling geschieden binnen dertig dagen nadat de ver-
zekeraar kennis genomen heeft van de conclusies van
het genoemde dossier;
3° Het schadegeval is veroorzaakt door een natuur-
ramp bedoeld bij Onderafdeling 2 van deze Afdeling. In
dit geval kan de minister bevoegd voor Economische
Zaken de termijnen bedoeld bij paragraaf 2, 1°, 2° en
6°, verlengen.
4° De verzekeraar heeft de verzekerde schriftelijk de
redenen duidelijk gemaakt die, buiten zijn wil en die van
zijn gemachtigden om, , de sluiting van de expertise of
de raming van de schade, bedoeld in paragraaf 2, 6°,
beletten.
§ 4. 1°. Onverminderd de toepassing van de andere
bepalingen van deze wet die een vermindering van de
vergoeding mogelijk maken, mag de vergoeding be-
doeld in paragraaf 2 niet minder zijn dan:
a) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde,
wanneer de verzekerde het beschadigde goed weder-
opbouwt, wedersamenstelt of vervangt, 100 % van deze
nieuwwaarde na aftrek van slijtage overeenkomstig
paragraaf 5.
Zo evenwel de wederopbouwprijs, de wedersamen-
stellingsprijs of de vervangingswaarde lager ligt dan
de vergoeding voor het beschadigde goed, berekend
in nieuwwaarde op de dag van het schadegeval, is de
vergoeding minstens gelijk aan deze wederopbouw-,
wedersamenstellings – of vervangingswaarde verhoogd
met 80 % van het verschil tussen de oorspronkelijk
voorziene vergoeding en deze wederopbouw-, weder-
samenstellings – of vervangingswaarde verminderd met
het slijtagepercentage van het beschadigde goed en
met de taksen en rechten die zouden verschuldigd zijn
op dit verschil na aftrek van de slijtage, overeenkomstig
paragraaf 5;
b) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde, wan-
neer de verzekerde het beschadigde goed niet weder-
opbouwt, wedersamenstelt of vervangt, 80 % van deze
nieuwwaarde na aftrek van de slijtage, overeenkomstig
paragraaf 5;
324
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
c) dans le cas d’une assurance en une autre valeur,
à 100 % de cette valeur;
2° en cas de reconstruction, de reconstitution ou de
remplacement du bien sinistré, l’indemnité visée au
paragraphe 2 comprend tous taxes et droits générale-
ment quelconques;
3° si le contrat comporte une formule d’adaptation au-
tomatique, l’indemnité pour le bâtiment sinistré, calculée
au jour du sinistre, diminuée de l’indemnité déjà payée,
est majorée en fonction de la majoration éventuelle du
dernier indice connu au moment du sinistre, pendant le
délai normal de reconstruction qui commence à courir
à la date du sinistre sans que l’indemnité totale ainsi
majorée puisse dépasser 120 % de l’indemnité initiale-
ment fi xée ni excéder le coût total de la reconstruction.
§ 5. En cas d’assurance en valeur à neuf, la vétuste
d’un bien sinistré ou de la partie sinistrée d’un bien ne
peut être déduite que si elle excède 30 % de la valeur
à neuf.
§ 6. Les paragraphes 1er, 4 et 5 ne s’appliquent pas
à l’assurance de la responsabilité.
§ 7. En cas de non-respect des délais visés au para-
graphe 2, la partie de l’indemnité qui n’est pas versée
dans les délais porte de plein droit intérêt au double du
taux de l’intérêt légal à dater du jour suivant celui de
l’expiration du délai jusqu’à celui du paiement effectif,
à moins que l’assureur ne prouve que le retard n’est
pas imputable à lui-même ou à un de ses mandataires.
Article 122
Droit propre du propriétaire et des tiers
L’indemnité due par l’assureur de la responsabilité
locative est dévolue, tant en cas de location que de
sous-location, au propriétaire du bien loué, à l’exclusion
des autres créanciers du locataire ou du sous-locataire.
L’indemnité due par l’assureur du recours des tiers
est dévolue exclusivement à ces derniers.
Le propriétaire et les tiers possèdent un droit propre
contre l’assureur.
c) in geval van verzekering tegen een andere waarde,
100 % van deze waarde;
2° in geval van wederopbouw, wedersamenstelling of
vervanging van het beschadigde goed, omvat de ver-
goeding bedoeld bij paragraaf 2 alle taksen en rechten;
3° indien de overeenkomst een formule van auto-
matische aanpassing bevat, wordt de vergoeding voor
het beschadigde gebouw, berekend op de dag van
het schadegeval, verminderd met de vergoeding die
reeds werd uitbetaald, verhoogd volgens de eventuele
verhoging van het op het ogenblik van het schadegeval
bekende jongste indexcijfer, gedurende de normale her-
opbouwperiode die begint te lopen op de datum van het
schadegeval zonder dat de op die wijze verhoogde totale
vergoeding 120 % van de oorspronkelijk vastgestelde
vergoeding mag overschrijden en evenmin meer mag
bedragen dan de totale kostprijs van de heropbouw.
§ 5. In geval van verzekering tegen nieuwwaarde
mag de slijtage van een beschadigd goed of van het
beschadigde gedeelte van een goed slechts worden
afgetrokken indien deze hoger ligt dan 30 % van de
nieuwwaarde.
§ 6. De paragrafen 1, 4 en 5 zijn niet van toepassing
op de aansprakelijkheidsverzekering.
§ 7. In geval van niet-eerbiediging van de termijnen
bedoeld bij paragraaf 2, brengt het gedeelte van de ver-
goeding dat niet wordt betaald binnen de termijnen van
rechtswege een intrest op die gelijk is aan tweemaal de
wettelijke intrestvoet te rekenen vanaf de dag die volgt
op het verstrijken van de termijn tot op de dag van de
daadwerkelijke betaling, tenzij de verzekeraar bewijst
dat de vertraging niet te wijten is aan hemzelf of aan
een van zijn gemachtigden.
Artikel 122
Eigen recht van eigenaar en derden
De verzekeraar van de huurdersaansprakelijkheid
keert, zowel in geval van huur als van onderhuur, de
vergoeding uit aan de eigenaar van het gehuurde goed,
met uitsluiting van alle andere schuldeisers van de
huurder of van de onderhuurder.
De verzekeraar van het verhaal van derden keert de
vergoeding uitsluitend aan die derden uit.
De eigenaar en de derden bezitten een eigen recht
jegens de verzekeraar.
325
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Sous-section 2
L’assurance contre les catastrophes naturelles en ce qui
concerne des risques simples
Article 123
Couverture des catastrophes naturelles
L’assureur du contrat d’assurance de choses afférent
au péril incendie qui couvre les risques simples tels
qu’ils sont défi nis en exécution de l’article 121, § 2,
délivre obligatoirement la garantie des catastrophes
naturelles énumérées ci-dessous selon les conditions
visées dans la présente sous-section:
a) le tremblement de terre;
b) l’inondation;
c) le débordement ou le refoulement des égouts
publics;
d) le glissement ou l’affaissement de terrain.
Toute suspension, nullité, expiration ou résiliation de
la garantie des catastrophes naturelles entraîne de plein
droit celle de la garantie afférente au péril incendie. De
même, toute suspension, nullité, expiration ou résilia-
tion de la garantie afférente au péril incendie entraîne
de plein droit celle de la garantie des catastrophes
naturelles.
L’ensemble des périls visés par la présente sous-
section forme une seule et même garantie qui ne peut
être limitée à une quotité des montants qui sont assu-
rés sur le bâtiment et le contenu que selon les règles
déterminées par le Roi.
Sauf dispositions contraires, les dispositions de la
sous-section 1ère s’appliquent à la garantie visée par
la présente sous-section.
Article 124
Catastrophe naturelle: défi nition
§ 1er. Par catastrophe naturelle, l’on entend:
a) soit une inondation, à savoir un débordement de
cours d’eau, canaux, lacs, étangs ou mers suite à des
précipitations atmosphériques, un ruissellement d’eau
résultant du manque d’absorption du sol suite à des
précipitations atmosphériques, une fonte des neiges ou
des glaces, une rupture de digues ou un raz-de-marée,
Onderafdeling 2
De verzekering tegen natuurrampen wat betreft
eenvoudige risico’s
Artikel 123
Dekking van het risico van natuurrampen
De verzekeraar van de zaakverzekeringsovereen-
komst met betrekking tot het gevaar brand die dekking
verleent voor eenvoudige risico’s, zoals bepaald ter
uitvoering van artikel 121, § 2, verleent verplicht de
waarborg tegen de hierna opgesomde natuurrampen
volgens de voorwaarden bedoeld bij deze onderafdeling:
a) de aardbeving;
b) de overstroming;
c) het overlopen of de opstuwing van de openbare
riolen;
d) de aardverschuiving of grondverzakking”;
Elke schorsing, nietigheid, beëindiging of opzeg-
ging van de waarborg tegen natuurrampen brengt van
rechtswege deze van de waarborg met betrekking tot
het gevaar brand met zich. Elke schorsing, nietigheid,
beëindiging of opzegging van de waarborg tegen brand
brengt eveneens van rechtswege deze van de waarborg
met betrekking tot het gevaar natuurrampen met zich.
Het geheel van de bij deze onderafdeling bedoelde
gevaren vormt een enkele en dezelfde waarborg en mag
slechts worden beperkt tot een gedeelte van de verze-
kerde bedragen op het gebouw en de inhoud, volgens
de door de Koning bepaalde maatregelen.
Behoudens andersluidende bepalingen, worden de
bepalingen van onderafdeling 1 toegepast op de waar-
borg bedoeld bij deze onderafdeling.
Artikel 124
Natuurramp: omschrijving
§ 1. Onder natuurramp wordt verstaan:
a) hetzij een overstroming, te weten het buiten de
oevers treden van waterlopen, kanalen, meren, vijvers
of zeeën ten gevolge van atmosferische neerslag, het
afvloeien van water wegens onvoldoende absorptie
door de grond ten gevolge van atmosferische neerslag,
het smelten van sneeuw of ijs, een dijkbreuk of een
326
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
ainsi que les glissements et affaissements de terrain
qui en résultent;
b) soit un tremblement de terre d’origine naturelle qui
— détruit, brise ou endommage des biens assurables
contre ce péril dans les 10 kilomètres du bâtiment
assuré,
— ou a été enregistré avec une magnitude minimale
de 4 degrés sur l’échelle de Richter,
ainsi que les inondations, les débordements et refou-
lements d’égouts publics, les glissements et affaisse-
ments de terrain qui en résultent;
c) soit un débordement ou un refoulement d’égouts
publics occasionné par des crues, des précipitations
atmosphériques, une tempête, une fonte des neiges ou
de glace ou une inondation;
d) soit un glissement ou affaissement de terrain, à
savoir un mouvement d’une masse importante de terrain
qui détruit ou endommage des biens, dû en tout ou en
partie à un phénomène naturel autre qu’une inondation
ou un tremblement de terre.
§ 2. Peuvent être utilisées pour la constatation des
catastrophes naturelles visées au paragraphe 1er, a)
à d), les mesures effectuées par des établissements
publics compétents ou, à défaut, privés, qui disposent
des compétences scientifi ques requises.
§ 3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, étendre la liste des catastrophes naturelles
visées au paragraphe 1er.
Article 125
Catastrophe naturelle: unicité
§ 1er. Sont considérés comme un seul et même
tremblement de terre, le séisme initial et ses répliques
survenues dans les 72 heures, ainsi que les périls
assurés qui en résultent directement.
§ 2. Sont considérés comme une seule et même
inondation, le débordement initial d’un cours d’eau,
d’un canal, d’un lac, d’un étang ou d’une mer et tout
débordement survenu dans un délai de 168 heures
après la décrue, c’est-à-dire le retour de ce cours d’eau,
ce canal, ce lac, cet étang ou cette mer dans ses limites
habituelles, ainsi que les périls assurés qui en résultent
directement.
vloedgolf, alsmede de aardverschuivingen of grondver-
zakkingen die eruit voortvloeien;
b) hetzij een aardbeving van natuurlijke oorsprong die
— tegen dit gevaar verzekerbare goederen vernie-
tigt, breekt of beschadigt binnen 10 kilometer van het
verzekerde gebouw,
— of werd geregistreerd met een minimum magnitude
van vier graden op de schaal van Richter,
alsmede de overstromingen, het overlopen of het
opstuwen van openbare riolen, de aardverschuivingen
of grondverzakkingen die eruit voortvloeien;
c) hetzij een overlopen of een opstuwing van open-
bare riolen veroorzaakt door het wassen van het water
of door atmosferische neerslag, een storm, het smelten
van sneeuw of ijs of een overstroming;
d) hetzij een aardverschuiving of grondverzakking, te
weten een beweging van een belangrijke massa van de
bodemlaag, die goederen vernielt of beschadigt, welke
geheel of ten dele te wijten is aan een natuurlijk feno-
meen anders dan een overstroming of een aardbeving.
§ 2. Metingen uitgevoerd door bevoegde openbare
instellingen of bij ontstentenis door private instellingen
die over de nodige wetenschappelijke bevoegdheden
beschikken, kunnen gebruikt worden voor de vaststel-
ling van natuurrampen bedoeld in paragraaf 1, a) tot d).
§ 3. De Koning kan, bij een in de Ministerraad over-
legd besluit, de lijst van de in paragraaf 1 bedoelde
natuurrampen uitbreiden.
Artikel 125
Natuurramp: eenheid
§ 1. Worden beschouwd als één enkele aardbeving,
de initiële aardbeving en haar naschokken die optreden
binnen 72 uur, alsook de verzekerde gevaren die er
rechtstreeks uit voortvloeien.
§ 2. Als één enkele overstroming wordt beschouwd,
de initiële overstroming van een waterloop, kanaal,
meer, vijver of zee en elke overloop die optreedt binnen
168 uur na het zakken van het waterpeil, te weten de
terugkeer binnen zijn gewone limieten van de waterloop,
kanaal, meer, vijver of zee alsook de verzekerde gevaren
die er rechtstreeks uit voortvloeien.
327
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 126
Etendue de la garantie
La garantie couvre au minimum:
a) les dégâts causés directement aux biens assurés
par une catastrophe naturelle telle que défi nie à l’article
124 ou un péril assuré qui en résulte directement,
notamment, l’incendie, l’explosion, en ce compris celle
d’explosifs, et l’implosion;
b) les dégâts aux biens assurés qui résulteraient de
mesures prises dans le cas précité par une autorité
légalement constituée pour la sauvegarde et la pro-
tection des biens et des personnes, en ce compris les
inondations résultant de l’ouverture ou de la destruction
d’écluses, de barrages ou de digues dans le but d’éviter
une inondation éventuelle ou l’extension de celle-ci;
c) les frais de déblaiement et de démolition néces-
saires à la reconstruction ou à la reconstitution des biens
assurés endommagés;
d) pour les habitations, les frais de relogement expo-
sés au cours des trois mois qui suivent la survenance
du sinistre lorsque les locaux d’habitation sont devenus
inhabitables.
Le Roi peut imposer des conditions minimales sup-
plémentaires concernant la garantie.
Article 127
Exclusions générales
§ 1er. Sont en principe exclus de la garantie visée par
la présente sous-section, sauf stipulation expresse du
contrat d’assurance, les récoltes non engrangées, les
cheptels vifs hors bâtiment, les sols, les cultures et les
peuplements forestiers.
§ 2. Peuvent être exclus de la garantie visée par la
présente sous-section:
a) les objets se trouvant en dehors des bâtiments
sauf s’ils y sont fi xés à demeure;
b) les constructions faciles à déplacer ou à démonter,
délabrées ou en cours de démolition et leur contenu
éventuel, sauf si ces constructions constituent le loge-
ment principal de l’assuré;
Artikel 126
Omvang van de waarborg
De waarborg dekt op zijn minst:
a) de schade die rechtstreeks aan de verzekerde
goederen wordt veroorzaakt door een natuurramp
zoals bepaald in artikel 124 of een verzekerd gevaar
dat er rechtstreeks uit voortvloeit, inzonderheid brand,
ontploffing met inbegrip van ontploffing van springstof-
fen, en implosie;
b) de schade aan de verzekerde goederen die zou
voortspruiten uit maatregelen die in voornoemd geval
zouden zijn genomen door een bij wet ingesteld gezag
voor de beveiliging en de bescherming van de goederen
en personen, daarbij inbegrepen de overstromingen die
het gevolg zijn van het openzetten of de vernietiging van
sluizen, stuwdammen of dijken, met het doel een even-
tuele overstroming of de uitbreiding ervan te voorkomen.
c) de opruimings – en afbraakkosten nodig voor het
herbouwen of voor de wedersamenstelling van de be-
schadigde verzekerde goederen;
d) voor woningen, de huisvestingskosten gedaan in
de loop van de drie maanden die volgen op het scha-
degeval wanneer de woonlokalen onbewoonbaar zijn
geworden.
De Koning kan bijkomende minimumvoorwaarden
betreffende de waarborg opleggen.
Artikel 127
Algemene uitsluitingen
§ 1. Behalve andersluidende uitdrukkelijke bepalin-
gen van de verzekeringsovereenkomst, zijn in principe
van de waarborg bedoeld bij deze onderafdeling uit-
gesloten de niet-binnengehaalde oogsten, de levende
veestapel buiten het gebouw, de bodem, de teelten en
de bosaanplantingen.
§ 2. Kunnen van de waarborg bedoeld bij deze on-
derafdeling worden uitgesloten:
a) de voorwerpen die zich buiten een gebouw bevin-
den, behalve als ze er voorgoed aan vastgemaakt zijn;
b) de constructies die gemakkelijk verplaatsbaar of
uiteen te nemen zijn of die bouwvallig zijn of in afbraak
zijn, en hun eventuele inhoud, behalve indien deze
constructies als hoofdverblijf van de verzekerde dienen;
328
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
c) les abris de jardin, remises, débarras et leur
contenu éventuel, les clôtures et les haies de n’importe
quelle nature, les jardins, plantations, accès et cours,
terrasses, ainsi que les biens à caractère somptuaire
tels que piscines, tennis et golfs;
d) les bâtiments ou parties de bâtiment en cours de
construction, de transformation ou de réparation et leur
contenu éventuel, sauf s’ils sont habités ou normale-
ment habitables;
e) les corps de véhicules terrestres, aériens, mari-
times, lacustres et fl uviaux;
f) les biens transportés;
g) les biens dont la réparation des dommages est
organisée par des lois particulières ou par des conven-
tions internationales;
h) les dommages causés par toute source de rayon-
nements ionisants;
i) le vol, le vandalisme, les dégradations immobilières
et mobilières commises lors d’un vol ou d’une tentative
de vol et les actes de malveillance rendus possibles ou
facilités par un sinistre couvert.
§ 3. Le Roi peut préciser les exclusions visées aux
paragraphes précédents.
Article 128
Exclusions pour le péril inondation et les
débordements et refoulements d’égouts publics
Peuvent être exclus de la garantie visée par la pré-
sente sous-section mais uniquement en ce qui concerne
le péril inondation et débordements et refoulement
d’égouts publics, les dégâts causés au contenu des
caves entreposé à moins de 10 cm du sol, à l’exception
des installations de chauffage, d’électricité et d’eau qui
y sont fi xés à demeure.
Par cave, l’on entend tout local dont le sol est situé
à plus de 50 cm sous le niveau de l’entrée principale
vers les pièces d’habitation du bâtiment qui le contient,
à l’exception des locaux de cave aménagés de façon
permanente en pièces d’habitation ou pour l’exercice
d’une profession.
c) tuinhuisjes, schuurtjes, berghokken en hun even-
tuele inhoud, afsluitingen en hagen van om het even
welke aard, de tuinen, aanplantingen, toegangen en
binnenplaatsen, terrassen, alsook de luxegoederen
zoals zwembaden, tennis – en golfterreinen;
d) de gebouwen of gedeelten van gebouwen in
opbouw, verbouwing of herstelling en hun eventuele
inhoud, behalve indien zij bewoond of normaal bewoon-
baar zijn;
e) de voertuigen en de lucht-, zee-, meer – en
riviervaartuigen;
f) de vervoerde goederen;
g) de goederen waarvan de herstelling van de schade
wordt georganiseerd door bijzondere wetten of door
internationale overeenkomsten;
h) schade veroorzaakt door elke bron van ioniserende
stralingen;
i) diefstal, vandalisme, onroerende en roerende be-
schadigingen gepleegd bij een diefstal of een poging
tot diefstal en daden van kwaadwilligheid die mogelijk
gemaakt werden of vergemakkelijkt door een verzekerd
schadegeval.
§ 3. De Koning kan de bij de voorgaande paragrafen
bedoelde uitsluitingen nader omschrijven.
Artikel 128
Uitsluitingen voor het gevaar overstroming en het
overlopen of de opstuwing van openbare riolen
Uit de door deze onderafdeling bedoelde waarborg,
maar alleen voor het gevaar overstroming en het over-
lopen of de opstuwing van openbare riolen kan worden
uitgesloten, de schade veroorzaakt aan de inhoud van
kelders die op minder dan 10 centimeter van de grond
is opgesteld, met uitzondering van de verwarmings-,
elektriciteits – en waterinstallaties die er blijvend zijn
bevestigd.
Onder een kelder verstaat men elk vertrek waarvan
de grondoppervlakte zich bevindt op meer dan 50
centimeter beneden het niveau van de hoofdingang
die leidt naar de woonvertrekken van het gebouw,
met uitzondering van de kelderlokalen die blijvend als
woonvertrekken of voor de uitoefening van een beroep
zijn ingericht.
329
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 129
Zones à risque
§ 1er. Par zones à risque, l’on entend les endroits
qui ont été ou peuvent être exposés à des inondations
répétitives et importantes.
§ 2. Le Roi détermine, en accord avec les régions, les
critères sur la base desquels celles-ci doivent formuler
leurs propositions en matière de délimitation des zones
à risque.
Le Roi délimite ensuite les zones à risque.
Il ne peut étendre ou réduire les zones à risque qu’en
accord avec les régions. Il fi xe enfi n les modalités de la
publication des zones à risque.
§ 3. Par dérogation à l’article 123, alinéa 3, l’assu-
reur du contrat d’assurance de choses afférent au
péril incendie peut refuser de délivrer une couverture
contre l’inondation lorsqu’il couvre un bâtiment, une
partie de bâtiment ou le contenu d’un bâtiment qui ont
été construits plus de dix-huit mois après la date de
publication au Moniteur belge de l’arrêté royal classant
la zone où ce bâtiment est situé comme zone à risque
conformément au paragraphe 2.
Les biens visés à l’alinéa précédent sont les biens
en cours de construction, de transformation ou de
réparation qui sont défi nitivement clos avec portes et
fenêtres terminées et posées à demeure et qui sont
défi nitivement et entièrement couverts.
Cette dérogation est également applicable aux
extensions au sol des biens existant avant la date de
classement visée à l’alinéa 1er.
Cette dérogation n’est pas applicable aux biens ou
parties de biens qui sont reconstruits ou reconstitués
après un sinistre et qui correspondent à la valeur de
reconstruction ou de reconstitution des biens avant le
sinistre.
§ 4. L’information sur le fait qu’un bien se situe dans
une zone à risques est fournie:
— par le comité d’acquisition ou le notaire, dans l’acte
authentique, en cas d’acte translatif de droit réel sur un
bien immobilier;
Artikel 129
Risicozones
§ 1. Onder risicozones verstaat men de plaatsen
die aan terugkerende en belangrijke overstromingen
blootgesteld werden of blootgesteld kunnen worden.
§ 2. De Koning bepaalt, in overeenstemming met de
gewesten de criteria op basis waarvan de gewesten hun
voorstellen inzake de afbakening van de risicozones
dienen te formuleren.
De Koning bakent vervolgens de risicozones af.
De Koning kan de risicozones slechts uitbreiden of
verkleinen in onderling overleg met de gewesten. Hij
bepaalt tenslotte de modaliteiten van de bekendmaking
van de risicozones.
§ 3. In afwijking van artikel 123, derde lid, kan de
verzekeraar van de zaakverzekeringsovereenkomst
met betrekking tot het gevaar brand weigeren dekking
te verlenen tegen de overstroming als hij een gebouw,
een gedeelte van een gebouw of de inhoud van een
gebouw dekt, die werden gebouwd meer dan acht-
tien maanden na de datum van bekendmaking in het
Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit, dat de
zone waarin het gebouw zich bevindt, in overeenstem-
ming met paragraaf 2, als risicozone klasseert.
De goederen bedoeld in het vorig lid zijn de goederen
in opbouw, verbouwing of herstelling, die defi nitief zijn
gesloten met afgewerkte en vast geplaatste deuren en
ramen, en defi nitief en volledig gedekt zijn.
Deze uitzondering is eveneens van toepassing op
de uitbreidingen op de grond van de goederen die
bestonden voor de datum van klassering, bedoeld in
het eerste lid.
Deze uitzondering is niet van toepassing op de goe-
deren of delen van de goederen die werden heropge-
bouwd of wedersamengesteld na een schadegeval en
die overeenstemmen met de waarde van de wederop-
bouw of de wedersamenstelling van de goederen voor
het schadegeval.
§ 4. De informatie over het feit dat een goed in een
risicozone gelegen is, wordt verstrekt:
— door het comité van aankoop of de notaris, in de
authentieke akte, in het geval van akte van overdracht
van een zakelijk recht op een onroerend goed;
330
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— par l’architecte, par écrit dans le contrat, en cas
de construction, restauration ou extension d’un bien
immobilier;
— par le cédant, par écrit dans le contrat, en cas
d’acte translatif de droit réel sur un bien immobilier;
— par le bailleur, par écrit, dans le contrat ou un
document spécifi que, pour les biens immobiliers donnés
en location et érigés postérieurement à la délimitation
des zones à risques;
— par les agents désignés à cette fi n par le Roi;
— par les administrations communales en ce qui
concerne les zones à risque situées sur leur territoire.
Article 130
Paiement de l’indemnité
§ 1er. Sauf application du paragraphe 2, l’indemnité
est payée selon les dispositions de l’article 121.
Le contrat d’assurance ne peut appliquer, pour les
risques catastrophes naturelles et autres périls excep-
tionnels, une franchise supérieure à 610 euros par
sinistre. Ce montant est lié à l’évolution de l’indice des
prix à la consommation, l’indice de base étant celui de
décembre 1983, soit 119,64 (Base 1981 = 100).
§ 2. L’assureur peut limiter le total des indemnités qu’il
devra payer lors de la survenance d’une catastrophe
naturelle au montant le moins élevé de ceux obtenus
en appliquant les formules suivantes:
a) (0,45 x P + 0,05 x S) avec un minimum de
2 000 000 euros;
b) (1,05 x 0,45 x P) avec un minimum de 2 000 000
euros;
où:
P est l’encaissement des primes et accessoires, hors
frais d’acquisition et commissions, pour les garanties
incendie et périls connexes plus électricité des risques
simples visés à l’article 121, § 2, encaissement réalisé
par l’assureur au cours de l’exercice comptable précé-
dant le sinistre;
— door de architect, schriftelijk in de overeenkomst,
in het geval van bouw, restauratie of uitbreiding van een
onroerend goed;
— door de overdrager, schriftelijk in de overeenkomst,
in geval van akte van overdracht van een zakelijk recht
op een onroerend goed;
— door de verhuurder, schriftelijk in de overeenkomst
of in een bijzonder document, voor de in verhuur gege-
ven onroerende goederen die na de afbakening van de
risicozones werden opgericht;
— door de daartoe door de Koning aangewezen
ambtenaren;
— door de gemeentelijke administraties, wat betreft
de risicozone’s die zich op hun grondgebied bevinden.
Artikel 130
Betaling van de vergoeding
§ 1. Behoudens toepassing van paragraaf 2, wordt
de vergoeding betaald volgens de bepalingen van
artikel 121.
De verzekeringsovereenkomst mag voor de risico’s
natuurrampen en andere uitzonderlijke gevaren geen
hogere vrijstelling toepassen dan 610 euro per scha-
degeval. Dit bedrag is gekoppeld aan de ontwikkeling
van het indexcijfer der consumptieprijzen met als ba-
sisindexcijfer dat van december 1983, namelijk 119,64
(Basis 1981 = 100).
§ 2.De verzekeraar mag het totaal van de vergoe-
dingen die hij zal moeten betalen bij een natuurramp,
beperken tot het laagste bedrag van die welke door
toepassing van de volgende formules worden verkregen:
a) (0,45 x P + 0,05 x S) met een minimum van
2 000 000 euro;
b) (1,05 x 0,45 x P) met een minimum van 2 000 000
euro;
waar:
P het incasso is van de premies en bijkomende
kosten, zonder commissie en acquisitiekosten voor de
waarborgen brand en aanverwante gevaren plus elek-
triciteit van de eenvoudige risico’s, bedoeld in artikel
121, § 2, incasso dat door de verzekeraar gerealiseerd
werd gedurende het boekjaar voorafgaand aan het
schadegeval;
331
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
S est le montant des indemnités dues par l’assureur
pour une catastrophe naturelle autre qu’un tremblement
de terre excédant le montant de 0,45 x P.
Dans le cas d’un tremblement de terre, l’assureur
peut limiter le total des indemnités qu’il devra payer au
montant le moins élevé de ceux obtenus en appliquant
les formules suivantes:
a) (1,20 x P + 0,05 x S’) avec un minimum de
2 000 000 euros;
b) (1,05 x 1,20 x P) avec un minimum de 2 000 000
euros;
où:
P est l’encaissement des primes et accessoires, hors
frais d’acquisition et commissions, pour les garanties
incendie et périls connexes plus électricité des risques
simples visés à l’article 121, § 2, encaissement réalisé
par l’assureur au cours de l’exercice comptable précé-
dant le sinistre;
S’ est le montant des indemnités dues par l’assureur
pour un tremblement de terre excédant 1,20 x P.
Le montant de 2 000 000 euros, visé dans le présent
paragraphe, est indexé conformément à la prescription
de l’article 19, § 3, de l’arrêté royal du 22 février 1991
portant règlement général relatif au contrôle des entre-
prises d’assurances et publié par la Banque.
§ 3. Lorsqu’un assureur applique les dispositions
du paragraphe précédent, l’indemnité qu’il doit payer
en vertu de chacun des contrats d’assurance qu’il a
conclu, est réduite à due concurrence lorsque les limites
prescrites à l’article 34-3, alinéa 3, de la loi du 12 juil-
let 1976 relative à la réparation de certains dommages
causés à des biens privés par des calamités naturelles
sont dépassées.
Article 131
Bureau de tarifi cation
§ 1er. En vue d’assurer la couverture des risques
visés par la présente sous-section, le Roi met en place
un Bureau de tarifi cation qui a pour mission de préciser
les conditions tarifaires pour les risques qui ne trouvent
pas de couverture. Sauf dans les cas visés à l’article
129, § 3, tout candidat preneur d’assurance a accès aux
S het bedrag is van de vergoedingen te betalen door
de verzekeraar voor een natuurramp anders dan een
aardbeving dat 0,45 x P overschrijdt.
In het geval van een aardbeving mag de verzekeraar
het totaal van de vergoedingen die hij zal moeten beta-
len beperken tot het laagste bedrag van die welke door
toepassing van de volgende formules worden verkregen:
a) (1,20 x P + 0,05 x S’) met een minimum van
2 000 000 euro;
b) (1,05 x 1,20 x P) met een minimum van 2 000 000
euro;
waar:
P is het incasso van de premies en bijkomende
kosten, zonder commissie en acquisitiekosten voor de
waarborgen brand en aanverwante gevaren plus elek-
triciteit van de eenvoudige risico’s, bedoeld in artikel
121, § 2, incasso dat door de verzekeraar gerealiseerd
werd gedurende het boekjaar voorafgaand aan het
schadegeval;
S’ het bedrag is van de vergoedingen te betalen
door de verzekeraar voor een aardbeving dat 1,20 x P
overschrijdt.
Het bedrag van 2 000 000 euro, bedoeld bij deze
paragraaf wordt geïndexeerd overeenkomstig het voor-
schrift van artikel 19, § 3, van het koninklijk besluit van
22 februari 1991 houdende algemeen reglement betref-
fende de controle op de verzekeringsondernemingen en
door de Bank bekendgemaakt.
§ 3. Indien een verzekeraar de bepalingen van vo-
rige paragraaf toepast, wordt de vergoeding, door hem
verschuldigd uit hoofde van elke door hem gesloten
verzekeringsovereenkomst, evenredig verminderd wan-
neer de limieten voorgeschreven door artikel 34-3, derde
lid, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel
van zekere schade veroorzaakt aan private goederen
door natuurrampen overschreden worden.
Artikel 131
Tariferingsbureau
§ 1. Teneinde de dekking van de door deze onderaf-
deling bedoelde risico’s te verzekeren, richt de Koning
een Tariferingsbureau op met als opdracht de tariefvoor-
waarden vast te stellen voor de risico’s die geen dekking
vinden. Behoudens de gevallen bedoeld in artikel 129,
§ 3, heeft elke kandidaat-verzekeringnemer toegang tot
332
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
conditions tarifaires du Bureau de tarifi cation conformé-
ment à ce qui est prévu au paragraphe 2.
Le Roi fi xe la date d’entrée en vigueur du Bureau.
Le Bureau de tarifi cation n’est pas considéré comme
un intermédiaire d’assurances au sens de l’article 5, 20°.
§ 2. L’assureur, qui refuse un candidat preneur
d’assurance ou qui propose une prime ou une fran-
chise qui excède les conditions tarifaires du Bureau,
doit communiquer d’initiative aux candidats preneurs
d’assurance les conditions tarifaires du Bureau de tari-
fi cation et informer simultanément le candidat preneur
d’assurance qu’il peut éventuellement s’adresser à un
autre assureur.
§ 3. Le Bureau se compose de quatre membres
représentant les entreprises d’assurances et quatre
membres représentant les consommateurs, nommés
par le Roi pour un terme de six ans.
Les membres du Bureau sont choisis sur une liste
double présentée par les associations profession-
nelles des entreprises d’assurances et par les asso-
ciations susceptibles de représenter les intérêts des
consommateurs.
Le Roi nomme, pour un terme de six ans, un président
n’appartenant pas aux catégories précédentes.
Le Roi fi xe les indemnités auxquelles le président et
les membres du bureau de tarifi cation ont droit.
Le Roi désigne également pour chaque membre un
suppléant. Les suppléants sont choisis de la même
manière que les membres effectifs.
Le Bureau peut s’adjoindre des experts n’ayant pas
voie délibérative.
Les ministres ayant l’Economie, l’Intérieur et la
Protection de la Consommation dans leurs attributions
peuvent déléguer un observateur auprès du Bureau.
A moins que le Roi n’en décide autrement, le Bureau
exerce ses activités dans le cadre de la Caisse nationale
des Calamités visée à l’article 35 de la loi du 12 juil-
let 1976 relative à la réparation de certains dommages
causés à des biens privés par des calamités naturelles,
qui en assure le secrétariat et la gestion journalière.
de tariefvoorwaarden van het Tariferingsbureau over-
eenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.
De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van
het Bureau vast.
Het Tariferingsbureau wordt niet beschouwd als een
verzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 5, 20°.
§ 2. De verzekeraar, die de kandidaat-verzekering-
nemer weigert of die een premie of een vrijstelling
voorstelt die hoger ligt dan de tariefvoorwaarden van
het Bureau, moet de kandidaat-verzekeringnemer op
eigen initiatief informeren over de tariefvoorwaarden van
het Tariferingsbureau en tegelijk melding maken aan de
kandidaat-verzekeringnemer dat deze zich eventueel
kan wenden tot een andere verzekeraar.
§ 3. Het Bureau is samengesteld uit vier leden die
de verzekeringsondernemingen vertegenwoordigen en
uit vier leden die de consumenten vertegenwoordigen,
benoemd door de Koning voor een termijn van zes jaar.
De leden van het Bureau worden gekozen uit een
dubbele lijst, voorgesteld door de beroepsverenigingen
van de verzekeringsondernemingen en door de vereni-
gingen die in aanmerking komen om de belangen van
de consumenten te vertegenwoordigen.
De Koning benoemt, voor een periode van zes jaar,
een voorzitter die niet bij de vorige categorieën hoort.
De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de
voorzitter en de leden van het tariferingsbureau recht
hebben.
De Koning wijst eveneens voor ieder lid een plaats-
vervanger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde
manier gekozen als de effectieve leden.
Het Bureau kan er deskundigen bij nemen die niet
stemgerechtigd zijn.
De ministers bevoegd voor Economie, Binnenlandse
Zaken en Consumentenzaken kunnen een waarnemer
naar het Bureau afvaardigen.
Tenzij de Koning er anders over beslist, oefent het
Bureau zijn activiteiten uit bij de Nationale Kas voor
Rampenschade, bedoeld bij artikel 35 van de wet van
12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade
veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen,
die er het secretariaat en het dagelijks beheer van
waarneemt.
333
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 4. Le Roi détermine les conditions de fonctionne-
ment du Bureau et les obligations des assureurs.
§ 5. Les risques de catastrophes naturelles tarifés
aux conditions du Bureau sont assurés par l’ensemble
des assureurs pratiquant l’assurance incendie risques
simples en Belgique. La gestion de ces risques est assu-
mée par l’assureur du contrat d’assurance de choses
afférant au péril incendie risque simple du preneur
d’assurance ou, à défaut, par un autre assureur choisi
par le candidat preneur d’assurance dans cet ensemble
d’assureurs qui couvrent les risques simples en incendie
en Belgique. Le résultat de cette gestion ainsi que les
frais de fonctionnement du Bureau sont répartis entre
les assureurs pratiquant l’assurance incendie risques
simples en Belgique.
§ 6. Le Bureau fait annuellement rapport de son
fonctionnement. Ce rapport comprend notamment une
analyse des conditions tarifaires appliquées par les
assureurs. Il est transmis sans délai aux Chambres
législatives fédérales.
Article 132
Caisse de Compensation des Catastrophes
naturelles
§ 1er. Le Roi agrée, aux conditions qu’Il détermine,
une Caisse de Compensation des Catastrophes natu-
relles, ci-après dénommée Caisse de Compensation,
qui a pour mission de fi xer la clé de répartition de la
charge des sinistres dont les risques ont été tarifés
aux conditions du Bureau, entre tous les assureurs qui
offrent en Belgique l’assurance des risques simples
en incendie.
Le Roi peut en outre confier à la Caisse de
Compensation, dans le cadre de la couverture des
catastrophes naturelles, une mission de coordination
entre un assureur et la Caisse nationale des Calamités.
§ 2. Le Roi approuve les statuts et réglemente le
contrôle des activités de la Caisse de Compensation.
Il indique les actes qui doivent faire l’objet d’une publi-
cation au Moniteur belge . Au besoin, le Roi crée la
Caisse de Compensation.
§ 3. Les assureurs qui pratiquent en Belgique l’assu-
rance des risques simples en incendie sont solidaire-
ment tenus d’effectuer, à la Caisse de Compensation,
les versements nécessaires pour l’accomplissement
de sa mission et pour en supporter les frais de
fonctionnement.
§ 4. De Koning legt de voorwaarden vast van de
werking van het Bureau en de verplichtingen van de
verzekeraars.
§ 5. De aan de voorwaarden van het Bureau geta-
rifeerde natuurrampenrisico’s worden verzekerd door
al de verzekeraars die in België de verzekering van
de eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden. Het
beheer van deze risico’s wordt waargenomen door de
zaakschadeverzekeraar eenvoudig risico brand van de
verzekeringnemer of, bij gebreke daaraan, door een
andere door de kandidaat-verzekeringnemer gekozen
verzekeraar uit het geheel van de verzekeraars die in
België de verzekering van de eenvoudige risico’s tegen
brand aanbieden. Het resultaat van dit beheer alsmede
de werkingskosten van het Bureau worden omgeslagen
over de verzekeraars die in België de verzekering van
de eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden.
§ 6. Het Bureau maakt jaarlijks een verslag over zijn
werking. Dit verslag bevat onder meer een analyse van
de door de verzekeraars toegepaste tariefvoorwaarden
en wordt onverwijld overgezonden aan de Federale
Wetgevende Kamers.
Artikel 132
Compensatiekas natuurrampen
§ 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij
bepaalt, een Compensatiekas Natuurrampen, hierna
Compensatiekas genoemd, met als opdracht de ver-
deelsleutel vast te stellen die toelaat de schadelast van
de aan de voorwaarden van het Bureau getarifeerde
risico’s te verdelen tussen al de verzekeraars die in
België de verzekering van de eenvoudige risico’s tegen
brand aanbieden.
Bovendien kan de Koning aan de Compensatiekas
in het raam van de dekking van natuurrampen een
opdracht tot coördinatie tussen een verzekeraar en de
Nationale Kas voor Rampenschade toevertrouwen.
§ 2. De Koning keurt de statuten goed en reglemen-
teert de controle op de activiteit van de Compensatiekas.
Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch
Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig
stelt de Koning de Compensatiekas in.
§ 3. De verzekeraars die in België de verzekering
van de eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden,
zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de
stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van
haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen.
334
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Si la Caisse de Compensation est créée par le Roi,
un arrêté royal fi xe chaque année les règles de calcul
des versements à effectuer par les assureurs.
§ 4. L’agrément est retiré si la Caisse de Compensation
n’agit pas conformément aux lois, aux règlements ou
à ses statuts.
Dans ce cas, le Roi peut prendre toutes mesures
propres à sauvegarder les droits des preneurs d’assu-
rance, des assurés et des personnes lésées.
La Caisse de Compensation reste soumise au
contrôle pendant la durée de la liquidation.
Le Roi nomme un liquidateur spécial chargé de cette
liquidation.
Sous-section 3
L’assurance des récoltes
Article 133
Résiliation après sinistre
Par dérogation à l’article 86, lorsque en matière d’as-
surance des récoltes, l’assureur s’est réservé le droit
de résilier le contrat après la survenance d’un sinistre,
cette résiliation ne peut avoir d’effet qu’à l’expiration de
la période normale des récoltes.
Sous-section 4
L’assurance-crédit et l’assurance-caution
Article 134
Champ d’application
La présente sous-section s’applique aux contrats
d’assurance qui ont pour objet de garantir l’assuré
contre les risques de non-paiement de créances et
contre les autres risques qui y sont assimilables et qui
sont déterminés par le Roi.
Article 135
Dispositions légales inapplicables ou supplétives
Les articles 57, 60, 81, 85, 86, 87, 90 et 95 ne sont pas
applicables à l’assurance-crédit et à l’assurance-caution.
Indien de Compensatiekas door de Koning is in-
gesteld, legt een koninklijk besluit jaarlijks de regels
vast voor het berekenen van de stortingen die door de
verzekeraars moeten worden gedaan.
§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de
Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wet-
ten, reglementen of haar statuten.
In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen
nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekering-
nemers, de verzekerden en de benadeelden.
Zolang de vereffening duurt blijft de Compensatiekas
aan de controle onderworpen.
De Koning benoemt voor deze vereffening een bij-
zonder vereffenaar.
Onderafdeling 3
Oogstverzekering
Artikel 133
Opzegging na schadegeval
In afwijking van artikel 86 wanneer de verzekeraar
zich inzake oogstverzekering het recht heeft voorbehou-
den de verzekering na een schadegeval op te zeggen,
heeft deze opzegging eerst gevolg na het verstrijken
van de normale oogstperiode.
Onderafdeling 4
Krediet – en borgverzekering
Artikel 134
Toepassingsgebied
Deze onderafdeling is toepasselijk op de verzeke-
ringsovereenkomsten tegen niet-betaling aan de verze-
kerde van schuldvorderingen, alsook tegen de andere
risico’s die daarmee kunnen gelijkgesteld worden en
die door de Koning worden bepaald.
Artikel 135
Niet-toepasselijke of aanvullende wetsbepalingen
De artikelen 57, 60, 81, 85, 86, 87, 90 en 95 zijn niet
van toepassing op de kredietverzekering en op de
borgtochtverzekering.
335
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Les articles 66, alinéas 2 et 3, et 80 sont sup-
plétifs en ce qui concerne l’assurance-crédit et
l’assurance-caution.
Article 136
Exclusions
La présente partie n’est pas applicable:
1° à l’assurance-crédit et à l’assurance-caution qui
garantissent des créances sur l’étranger;
2° aux assurances qui relèvent de l’Office national du
Ducroire et que celui-ci délivre directement ou indirec-
tement pour le compte ou avec la garantie de l’État en
exécution de la loi du 31 août 1939 sur l’Office national
du Ducroire.
Article 137
Refus défi nitif de la garantie
Par dérogation aux articles 71, alinéa 2, et 72, lorsque
le preneur d’assurance n’effectue pas le paiement
des primes échues dans le mois de la sommation de
payer, l’assureur a la faculté de refuser défi nitivement
sa garantie; dans ce cas, le preneur d’assurance reste
tenu du paiement des primes échues.
Article 138
Omission ou inexactitude non intentionnelles
dans la déclaration du risque et aggravation du
risque
Sauf clause contraire, les règles suivantes
s’appliquent:
§ 1er. Lorsque l’omission ou l’inexactitude dans la
déclaration ne sont pas intentionnelles, l’assureur peut
réduire sa prestation dans le rapport entre la prime
payée et la prime que le preneur d’assurance aurait
dû payer s’il avait régulièrement déclaré le risque.
L’assureur peut néanmoins décliner sa garantie s’il
établit qu’il n’aurait en aucun cas assuré le risque réel.
Dans ce cas, il restitue la prime.
Si une circonstance inconnue des deux parties lors
de la conclusion du contrat vient à être connue en
cours d’exécution de celui-ci, il sera fait application
De artikelen 66, tweede en derde lid, en 80 zijn aan-
vullend wat de krediet – en borgtochtverzekering betreft.
Artikel 136
Uitsluitingen
Dit deel is niet toepasselijk op:
1° de kredietverzekering en de borgtochtverzekering
tot dekking van schuldvorderingen op het buitenland;
2° de verzekeringen die behoren tot de bevoegdheid
van de Nationale Delcrederedienst en die deze dienst
rechtstreeks of onrechtstreeks verleent voor rekening
of met waarborg van de Staat bij toepassing van de wet
van 31 augustus 1939 op de Nationale Delcrederedienst.
Artikel 137
Defi nitieve weigering van de dekking
In afwijking van de artikelen 71, tweede lid en 72,
kan de verzekeraar defi nitief dekking weigeren wanneer
de verzekeringnemer een maand na de aanmaning tot
betaling de achterstallige premies niet heeft betaald; in
dat geval is de verzekeringnemer nog tot betaling van
de achterstallige premies gehouden.
Artikel 138
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist
meedelen van gegevens bij de aangifte van het
risico en verzwaring van het risico
Tenzij anders is bedongen, geldt:
§ 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meede-
len van gegevens niet opzettelijk geschiedt, kan de
verzekeraar zijn prestatie verminderen op basis van de
verhouding tussen de betaalde premie en de premie
die de verzekeringnemer zou hebben moeten betalen
indien hij het risico naar behoren had opgegeven. De
verzekeraar kan niettemin zijn waarborg weigeren zo
hij bewijst dat hij in geen enkel geval het werkelijke
risico zou verzekerd hebben. In dat geval betaalt hij de
premie terug.
Wanneer in de loop van een verzekering een omstan-
digheid bekend wordt die beide partijen op het ogenblik
van het sluiten van de overeenkomst onbekend was,
336
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
du paragraphe 2 si ladite circonstance constitue une
aggravation du risque assuré.
§ 2. Lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat,
le risque de survenance d’un événement assuré s’est
aggravé, le preneur d’assurance doit en faire immédia-
tement la déclaration à l’assureur.
Si un sinistre survient et que le preneur d’assurance
ait omis, dans une intention frauduleuse, de déclarer
l’aggravation, l’assureur a le droit de décliner toute
garantie et de conserver la prime.
Si le preneur d’assurance est de bonne foi, l’assureur
peut réduire sa prestation selon le rapport entre la prime
payée et la prime que le preneur d’assurance aurait dû
payer si l’aggravation avait été prise en considération.
L’assureur peut néanmoins décliner sa garantie s’il éta-
blit qu’il n’aurait en aucun cas assuré le risque aggravé.
Dans ce cas, il restitue la prime.
Article 139
Recours de l’assureur
Tous les droits et actions de l’assuré relatifs à la
créance faisant l’objet de l’assurance sont transférés
à l’assureur qui a indemnisé, même partiellement,
l’assuré.
Les articles 1689 à 1701 et 2075 du Code civil ne
sont pas applicables au transfert de droits et d’actions
visé à l’alinéa 1er.
Sauf convention contraire, toutes les sommes récu-
pérées après sinistre sont réparties entre l’assureur et
l’assuré proportionnellement à leurs parts respectives
dans la perte.
Si, par le fait de l’assuré, le transfert ne peut plus
produire ses effets en faveur de l’assureur, celui-ci peut
lui réclamer la restitution de l’indemnité versée dans la
mesure du préjudice subi.
wordt paragraaf 2 toegepast zo deze omstandigheid een
verzwaring van het verzekerde risico uitmaakt.
§ 2. Wanneer in de loop van de uitvoering van de
overeenkomst het risico dat het verzekerde voorval zich
voordoet, is verzwaard, moet de verzekeringnemer daar-
van onmiddellijk mededeling doen aan de verzekeraar.
Indien zich een schadegeval voordoet en de verze-
keringnemer met bedrieglijk opzet verzuimd heeft van
de verzwaring kennis te geven, is de verzekeraar niet
tot prestatie gehouden en heeft hij het recht de premie
te behouden.
Indien de verzekeringnemer te goeder trouw is, kan
de verzekeraar zijn uitkering verminderen naar de ver-
houding tussen de betaalde premie en de premie die
de verzekeringnemer had moeten betalen indien de ver-
zwaring in aanmerking was genomen. De verzekeraar
kan niettemin zijn waarborg weigeren zo hij bewijst dat
hij in geen enkel geval het verzwaarde risico zou ver-
zekerd hebben. In dat geval betaalt hij de premie terug.
Artikel 139
Verhaalrecht van de verzekeraar
Alle rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde
betreffende de schuldvordering, die het voorwerp uit-
maakt van de verzekering, gaan over op de verzekeraar
die de verzekerde, zelfs gedeeltelijk, schadeloos heeft
gesteld.
De artikelen 1689 tot 1701 en 2075 van het Burgerlijk
Wetboek zijn niet van toepassing op de overgang van
rechten en rechtsvorderingen bedoeld in het eerste lid.
Tenzij anders is bedongen, worden alle sommen die
na schadegeval zijn ingevorderd, verdeeld tussen de
verzekeraar en de verzekerde naar verhouding van hun
aandeel in het verlies.
Indien de overdracht door het toedoen van de ver-
zekerde geen gevolg kan hebben ten voordele van de
verzekeraar, kan deze hem de terugbetaling vorderen
van de betaalde schadevergoeding in de mate waarin
hij een nadeel heeft ondergaan.
337
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 140
Cession des droits et obligations découlant du
contrat
La cession à un tiers des droits et obligations décou-
lant d’un contrat d’assurance-crédit ou d’assurance-
caution n’est opposable à l’assureur que si celui-ci a
donné son consentement par écrit.
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de la responsabilité
Article 141
Champ d’application
Le présent chapitre est applicable aux contrats d’as-
surance qui ont pour objet de garantir l’assuré contre
toute demande en réparation fondée sur la survenance
du dommage prévu au contrat, et de tenir, dans les
limites de la garantie, son patrimoine indemne de toute
dette résultant d’une responsabilité établie.
Article 142
Obligations de l’assureur postérieures à
l’expiration du contrat
§ 1er. La garantie d’assurance porte sur le dommage
survenu pendant la durée du contrat et s’étend aux
réclamations formulées après la fi n de ce contrat.
§ 2. Pour les branches de la responsabilité civile
générale, autres que la responsabilité civile afférente
aux véhicules automoteurs, que le Roi détermine, les
parties peuvent convenir que la garantie d’assurance
porte uniquement sur les demandes en réparation for-
mulées par écrit à l’encontre de l’assuré ou de l’assureur
pendant la durée du contrat pour un dommage survenu
pendant cette même durée.
Dans ce cas, sont également prises en considéra-
tion, à condition qu’elles soient formulées par écrit à
l’encontre de l’assuré ou de l’assureur dans un délai
de trente-six mois à compter de la fi n du contrat, les
demandes en réparation qui se rapportent:
Artikel 140
Overdracht van de uit de overeenkomst
voortvloeiende rechten en verplichtingen
De overdracht aan een derde van de rechten en
verplichtingen die uit een overeenkomst van krediet – of
borgtochtverzekering voortvloeien, kan aan de verze-
keraar slechts worden tegengeworpen indien deze zijn
schriftelijke toestemming heeft gegeven.
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheidsverzekeringen
Artikel 141
Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de verzekerings-
overeenkomsten die ertoe strekken de verzekerde
dekking te geven tegen alle vorderingen tot vergoeding
wegens het voorvallen van de schade die in de over-
eenkomst is beschreven, en zijn vermogen binnen de
grenzen van de dekking te vrijwaren tegen alle schulden
uit een vaststaande aansprakelijkheid.
Artikel 142
Verplichtingen van de verzekeraar na het einde
van de overeenkomst
§ 1. De verzekeringswaarborg slaat op de schade
voorgevallen tijdens de duur van de overeenkomst en
strekt zich uit tot vorderingen die na het einde van deze
overeenkomst worden ingediend.
§ 2. Voor de takken die deel uitmaken van de alge-
mene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, andere dan
de burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motor-
rijtuigen, die door de Koning worden bepaald, kunnen
de partijen overeenkomen dat de verzekeringswaarborg
alleen slaat op de vorderingen die schriftelijk worden
ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeraar tijdens
de duur van de overeenkomst voor schade voorgevallen
tijdens diezelfde duur.
In dat geval worden ook in aanmerking genomen, op
voorwaarde dat ze schriftelijk worden ingesteld tegen de
verzekerde of de verzekeraar binnen zesendertig maan-
den te rekenen van het einde van de overeenkomst, de
vorderingen tot vergoeding die betrekking hebben op:
338
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— à un dommage survenu pendant la durée de ce
contrat si, à la fi n de ce contrat, le risque n’est pas
couvert par un autre assureur;
— à des actes ou des faits pouvant donner lieu à un
dommage, survenus et déclarés à l’assureur pendant
la durée de ce contrat.
Article 143
Direction du litige
A partir du moment où la garantie de l’assureur
est due, et pour autant qu’il y soit fait appel, celui-ci a
l’obligation de prendre fait et cause pour l’assuré dans
les limites de la garantie.
En ce qui concerne les intérêts civils, et dans la
mesure où les intérêts de l’assureur et de l’assuré
coïncident, l’assureur a le droit de combattre, à la place
de l’assuré, la réclamation de la personne lésée. Il peut
indemniser cette dernière s’il y a lieu.
Ces interventions de l’assureur n’impliquent aucune
reconnaissance de responsabilité dans le chef de
l’assuré et ne peuvent lui causer préjudice.
Article 144
Transmission des pièces
Tout acte judiciaire ou extra-judiciaire relatif à un
sinistre doit être transmis à l’assureur dès sa notifi cation,
sa signifi cation ou sa remise à l’assuré, sous peine, en
cas de négligence, de tous dommages et intérêts dus à
l’assureur en réparation du préjudice qu’il a subi.
Article 145
Défaut de comparaître
Lorsque par négligence l’assuré ne comparaît pas
ou ne se soumet pas à une mesure d’instruction ordon-
née par le tribunal, il doit réparer le préjudice subi par
l’assureur.
— schade die zich tijdens de duur van deze over-
eenkomst heeft voorgedaan indien bij het einde van
deze overeenkomst het risico niet door een andere
verzekeraar is gedekt;
— daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot
schade, die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn
voorgevallen en aan de verzekeraar zijn aangegeven.
Artikel 143
Leiding van het geschil
Vanaf het ogenblik dat de verzekeraar tot het geven
van dekking is gehouden en voor zover deze wordt in-
geroepen, is hij verplicht zich achter de verzekerde te
stellen binnen de grenzen van de dekking.
Ten aanzien van de burgerrechtelijke belangen en
in zover de belangen van de verzekeraar en van de
verzekerde samenvallen, heeft de verzekeraar het
recht om, in de plaats van de verzekerde, de vordering
van de benadeelde te bestrijden. Hij kan deze laatste
vergoeden indien daartoe grond bestaat.
De tussenkomsten van de verzekeraar houden geen
enkele erkenning in van aansprakelijkheid vanwege
de verzekerde en zij mogen hem ook geen nadeel
berokkenen.
Artikel 144
Overdracht van de stukken
Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken be-
treffende een schadegeval moeten onmiddellijk na de
kennisgeving, de betekening of de terhandstelling aan
de verzekerde, overgezonden worden aan de verzeke-
raar, bij verzuim waarvan de verzekerde de verzekeraar
moet vergoeden voor de schade die deze geleden heeft.
Artikel 145
Niet-verschijning
Wanneer de verzekerde bij verzuim niet verschijnt
of zich niet onderwerpt aan een door de rechtbank be-
volen onderzoeksmaatregel, moet hij de schade die de
verzekeraar zou hebben geleden, vergoeden.
339
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 146
Paiement par l’assureur du principal, des intérêts
et des frais
A concurrence de la garantie, l’assureur paie l’indem-
nité due en principal.
L’assureur paie, même au-delà des limites de la
garantie, les intérêts afférents à l’indemnité due en
principal.
L’assureur paie, même au-delà des limites de la
garantie, les frais afférents aux actions civiles ainsi que
les honoraires et les frais des avocats et des experts,
mais seulement dans la mesure où ces frais ont été
exposés par lui ou avec son accord ou, en cas de
confl it d’intérêts qui ne soit pas imputable à l’assuré,
pour autant que ces frais n’aient pas été engagés de
manière déraisonnable.
Le Roi peut, pour les risques couverts dans les
contrats d’assurance de la responsabilité autre que
celle visée par la loi du 21 novembre 1989 relative à
l’assurance obligatoire de la responsabilité en matière
de véhicules automoteurs, limiter les intérêts et frais
visés aux alinéas 2 et 3 .
Article 147
Libre disposition de l’indemnité
La personne lésée dispose librement de l’indemnité
due par l’assureur. Le montant de cette indemnité ne
peut varier en fonction de l’usage qu’en fera la personne
lésée.
Article 148
Quittance pour solde de compte
Une quittance pour solde de compte partiel ou pour
solde de tout compte n’implique pas que la personne
lésée renonce à ses droits.
Une quittance pour solde de tout compte doit men-
tionner les éléments du dommage sur lesquels porte
ce compte.
Artikel 146
Betaling door de verzekeraar van de hoofdsom,
de intrest en de kosten
De verzekeraar betaalt de in hoofdsom verschuldigde
schadevergoeding ten belope van de dekking.
De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkings-
grenzen, de intrest op de in hoofdsom verschuldigde
schadevergoeding.
De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkingsgren-
zen, de kosten betreffende burgerlijke rechtsvorderin-
gen, alsook de honoraria en de kosten van de advocaten
en de deskundigen, maar alleen in zover die kosten door
hem of met zijn toestemming zijn gemaakt of, in geval
van belangenconfl ict dat niet te wijten is aan de verze-
kerde, voor zover die kosten niet onredelijk zijn gemaakt.
Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere
dan die bedoeld in de wet van 21 november 1989 be-
treffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen, kan de Koning de intresten en de
kosten bedoeld in het tweede en het derde lid beperken.
Artikel 147
Vrije beschikking over de schadevergoeding
De benadeelde beschikt vrij over de door de verzeke-
raar verschuldigde schadevergoeding. Het bedrag van
de schadevergoeding mag niet verschillen naar gelang
van het gebruik dat de benadeelde ervan zal maken.
Artikel 148
Kwitantie ter afrekening
Elke kwitantie voor een gedeeltelijke afrekening of ter
fi nale afrekening betekent voor de benadeelde niet dat
hij van zijn rechten afziet.
Een kwitantie ter fi nale afrekening moet de elementen
van de schade vermelden waarop die afrekening slaat.
Artikel 149
340
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 149
Indemnisation par l’assuré
L’indemnisation ou la promesse d’indemnisation de
la personne lésée faite par l’assuré sans l’accord de
l’assureur n’est pas opposable a ce dernier.
L’aveu de la matérialité d’un fait ou la prise en charge
par l’assuré des premiers secours pécuniaires et des
soins médicaux immédiats ne peuvent constituer une
cause de refus de garantie par l’assureur.
Article 150
Droit propre de la personne lésée
L’assurance fait naître au profi t de la personne lésée
un droit propre contre l’assureur.
L’indemnité due par l’assureur est acquise à la per-
sonne lésée, à l’exclusion des autres créanciers de
l’assuré.
S’il y a plusieurs personnes lésées et si le total des
indemnités dues excède la somme assurée, les droits
des personnes lésées contre l’assureur sont réduits
proportionnellement jusqu’à concurrence de cette
somme. Cependant, l’assureur qui a versé de bonne
foi à une personne lésée une somme supérieure à
la part lui revenant, parce qu’il ignorait l’existence
d’autres prétentions, ne demeure tenu envers les autres
personnes lésées qu’à concurrence du restant de la
somme assurée.
Article 151
Opposabilité des exceptions, nullités et
déchéances
§ 1er. Dans les assurances obligatoires de la res-
ponsabilité civile, les exceptions, franchises, nullités
et déchéances dérivant de la loi ou du contrat, et trou-
vant leur cause dans un fait antérieur ou postérieur au
sinistre, sont inopposables à la personne lésée.
Sont toutefois opposables à la personne lésée
l’annulation, la résiliation, l’expiration ou la suspension
du contrat, intervenues avant la survenance du sinistre.
Schadeloosstelling door de verzekerde
Wanneer de verzekerde de benadeelde heeft vergoed
of hem een vergoeding heeft toegezegd, zonder de
toestemming van de verzekeraar, kan zulks tegen deze
laatste niet worden ingeroepen.
Het erkennen van feiten of het verstrekken van eerste
geldelijke of medische hulp door de verzekerde kunnen
voor de verzekeraar geen grond opleveren om zijn dek-
king te weigeren.
Artikel 150
Eigen recht van de benadeelde
De verzekering geeft de benadeelde een eigen recht
tegen de verzekeraar.
De door de verzekeraar verschuldigde schadevergoe-
ding komt toe aan de benadeelde, met uitsluiting van de
overige schuldeisers van de verzekerde.
Indien er meer dan één benadeelde is en het totaal
bedrag van de verschuldigde schadeloosstellingen de
verzekerde som overschrijdt, worden de rechten van de
benadeelden tegen de verzekeraar naar evenredigheid
verminderd ten belope van deze som. Niettemin blijft de
verzekeraar die, onbekend met het bestaan van vorde-
ringen van andere benadeelden, te goeder trouw aan
een benadeelde een groter bedrag dan het aan deze
toekomende deel heeft uitgekeerd, jegens die anderen
slechts gehouden tot het beloop van het overblijvende
gedeelte van de verzekerde som.
Artikel 151
Tegenstelbaarheid van de excepties, nietigheid en
verval van recht
§ 1. Bij de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijk-
heidsverzekeringen kunnen de excepties, vrijstellingen,
de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend
uit de wet of de overeenkomst en die hun oorzaak
vinden in een feit dat zich voor of na het schadegeval
heeft voorgedaan, aan de benadeelde niet worden
tegengeworpen.
Indien de nietigverklaring, de opzegging, de beëin-
diging of de schorsing van de overeenkomst geschied
is voordat het schadegeval zich heeft voorgedaan, kan
zij echter aan de benadeelde worden tegengeworpen.
341
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Pour les autres catégories d’assurances de la
responsabilité civile, l’assureur ne peut opposer à la per-
sonne lésée que les exceptions, nullités et déchéances
dérivant de la loi ou du contrat et trouvant leur cause
dans un fait antérieur au sinistre.
Le Roi peut cependant étendre le champ d’application
du paragraphe 1er aux catégories d’assurances de la
responsabilité civile non obligatoires qu’Il détermine.
Article 152
Droit de recours de l’assureur contre le preneur
d’assurance
L’assureur peut se réserver un droit de recours contre
le preneur d’assurance et, s’il y a lieu, contre l’assuré
autre que le preneur d’assurance à concurrence de la
part de responsabilité leur incombant personnellement,
dans la mesure où il aurait pu refuser ou réduire ses
prestations d’après la loi ou le contrat d’assurance.
Sous peine de perdre son droit de recours, l’assureur
a l’obligation de notifi er au preneur d’assurance, s’il y
a lieu, à l’assuré autre que le preneur d’assurance, son
intention d’exercer un recours aussitôt qu’il a connais-
sance des faits justifi ant cette décision.
Le Roi peut limiter le recours dans les cas et dans la
mesure qu’Il détermine.
Article 153
Interventions dans la procédure
§ 1er. Aucun jugement n’est opposable à l’assureur, à
l’assuré ou à la personne lésée que s’ils ont été présents
ou appelés à l’instance.
Toutefois, le jugement rendu dans une instance entre
la personne lésée et l’assuré est opposable à l’assu-
reur, s’il est établi qu’il a, en fait, assumé la direction
du procès.
§ 2. L’assureur peut intervenir volontairement dans
le procès intenté par la personne lésée contre l’assuré.
§ 2. Voor de andere soorten burgerrechtelijke
aansprakelijkheidsverzekeringen kan de verzekeraar
slechts de excepties, de nietigheid en het verval van
recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst
tegenwerpen aan de benadeelde persoon voor zover
deze hun oorzaak vinden in een feit dat het schadegeval
voorafgaat.
De Koning kan het toepassingsgebied van paragraaf
1 echter uitbreiden tot de soorten van niet verplichte
burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen die
Hij bepaalt.
Artikel 152
Recht van verhaal van de verzekeraar op de
verzekeringnemer
De verzekeraar kan zich, voor zover hij volgens de
wet of de verzekeringsovereenkomst de prestaties had
kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal
voorbehouden tegen de verzekeringnemer en, indien
daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet
de verzekeringnemer is ten belope van hun persoonlijk
aandeel in de aansprakelijkheid.
De verzekeraar is op straffe van verval van zijn recht
van verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorko-
mend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer
is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te
stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop
dat besluit gegrond is.
De Koning kan het recht van verhaal beperken in de
gevallen en in de mate die Hij bepaalt.
Artikel 153
Tussenkomst in de rechtspleging
§ 1. Een vonnis kan aan de verzekeraar, aan de ver-
zekerde of aan de benadeelde slechts worden tegen-
geworpen, indien zij in het geding partij zijn geweest of
daarin zijn geroepen.
Niettemin kan het vonnis dat in een geschil tussen
de benadeelde en de verzekerde is gewezen, worden
tegengeworpen aan de verzekeraar indien vaststaat dat
deze laatste in feite de leiding van het geding op zich
heeft genomen.
§ 2. De verzekeraar kan vrijwillig tussenkomen in een
geding dat door de benadeelde tegen de verzekerde is
ingesteld.
342
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’assuré peut intervenir volontairement dans le procès
intenté par la personne lésée contre l’assureur.
§ 3. L’assureur peut appeler l’assuré à la cause dans
le procès qui lui est intenté par la personne lésée.
L’assuré peut appeler l’assureur à la cause dans le
procès qui lui est intenté par la personne lésée.
§ 4. Le preneur d’assurance, s’il est autre que l’assu-
ré, peut intervenir volontairement ou être mis en cause
dans tout procès intenté contre l’assureur ou l’assuré.
§ 5. Lorsque le procès contre l’assuré est porté
devant la juridiction répressive, l’assureur peut être mis
en cause par la personne lésée ou par l’assuré et peut
intervenir volontairement, dans les mêmes conditions
que si le procès était porté devant la juridiction civile,
sans cependant que la juridiction répressive puisse
statuer sur les droits que l’assureur peut faire valoir
contre l’assuré ou le preneur d’assurance.
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance de la protection
juridique
Article 154
Champ d’application
Les articles 155 à 157 s’appliquent aux contrats
d’assurance par lesquels l’assureur s’engage à fournir
des services et à prendre en charge des frais afi n de
permettre à l’assuré de faire valoir ses droits en tant
que demandeur ou défendeur, soit dans une procédure
judiciaire, administrative ou autre, soit en dehors de
toute procédure.
La défense de l’assuré assumée par l’assureur de
la responsabilité en application des articles 143 et 146
n’est pas visée par les articles 155 à 157.
Article 155
Amendes et transactions pénales
Aucune amende ni transaction pénale ne peuvent
faire l’objet d’un contrat d’assurance, à l’exception
de celles qui sont à charge de la personne civilement
De verzekerde kan vrijwillig tussenkomen in een
geding dat door de benadeelde tegen de verzekeraar
is ingesteld.
§ 3. De verzekeraar kan de verzekerde in het geding
roepen dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
De verzekerde kan de verzekeraar in het geding
roepen dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
§ 4. De verzekeringnemer, die niet de verzekerde
is, kan vrijwillig tussenkomen of in het geding worden
geroepen dat tegen de verzekeraar of de verzekerde
is ingesteld.
§ 5. Wanneer het geding tegen de verzekerde is
ingesteld voor het strafgerecht, kan de verzekeraar
door de benadeelde of door de verzekerde in de zaak
worden betrokken en kan hij vrijwillig tussenkomen,
onder dezelfde voorwaarden als zou de vordering voor
het burgerlijk gerecht gebracht zijn, maar het strafge-
recht kan geen uitspraak doen over de rechten die de
verzekeraar kan doen gelden tegenover de verzekerde
of de verzekeringnemer.
HOOFDSTUK 4
Rechtsbijstandverzekeringen
Artikel 154
Toepassingsgebied
De artikelen 155 tot 157 zijn toepasselijk op de
verzekeringsovereenkomsten waarbij de verzekeraar
zich verbindt diensten te verrichten en kosten op zich
te nemen, ten einde de verzekerde in staat te stellen
zijn rechten te doen gelden, als eiser of als verweerder,
hetzij in een gerechtelijke, administratieve of andere
procedure, tenzij los van enige procedure.
De verdediging van de verzekerde door de aanspra-
kelijkheidsverzekeraar uit hoofde van de artikelen 143
en 146 valt niet onder toepassing van de artikel 155
tot 157.
Artikel 155
Geldboeten en minnelijke schikkingen in
strafzaken
Geen enkele geldboete of geen enkele minnelijke
schikking in strafzaken kan het voorwerp zijn van een
verzekeringsovereenkomst, met uitzondering van die
343
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
responsable et qui sont sans rapport avec les lois et
arrêtés d’exécution relatifs à la circulation routière ou
au transport par route.
Article 156
Libre choix des conseils
Tout contrat d’assurance de la protection juridique
stipule explicitement au moins que:
1° lorsqu’il faut recourir à une procédure judiciaire
ou administrative, l’assuré a la liberté de choisir pour
défendre, représenter ou servir ses intérêts, un avocat
ou toute autre personne ayant les qualifi cations requises
par la loi applicable à la procédure;
2° chaque fois que surgit un confl it d’intérêts avec
son assureur, l’assuré a la liberté de choisir, pour la
défense de ses intérêts, un avocat ou, s’il le préfère,
toute autre personne ayant les qualifi cations requises
par la loi applicable à la procédure.
Article 157
Droit de l’assureur de refuser sa garantie
Sans préjudice de la possibilité d’engager une pro-
cédure judiciaire, l’assuré peut consulter un avocat de
son choix, en cas de divergence d’opinion avec son
assureur quant à l’attitude à adopter pour régler le
sinistre et après notifi cation par l’assureur de son point
de vue ou de son refus de suivre la thèse de l’assuré.
Si l’avocat confi rme la position de l’assureur, l’assuré
est remboursé de la moitié des frais et honoraires de
cette consultation.
Si, contre l’avis de cet avocat, l’assuré engage à ses
frais une procédure et obtient un meilleur résultat que
celui qu’il aurait obtenu s’il avait accepté le point de
vue de l’assureur, l’assureur qui n’a pas voulu suivre
la thèse de l’assuré est tenu de fournir sa garantie et
de rembourser les frais de la consultation qui seraient
restés à charge de l’assuré.
welke ten laste zijn van de persoon die burgerrechtelijk
aansprakelijk is en die geen betrekking hebben op de
wetten en de uitvoeringsbesluiten betreffende het weg-
verkeer of betreffende het vervoer over de weg.
Artikel 156
Vrije keuze van raadslieden
In elke verzekeringsovereenkomst inzake rechtsbij-
stand moet uitdrukkelijk ten minste worden bepaald dat:
1° wanneer moet worden overgegaan tot een gerech-
telijke of administratieve procedure, de verzekerde vrij
is in de keuze van een advocaat of van iedere andere
persoon die de vereiste kwalifi caties heeft krachtens
de op de procedure toepasselijke wet om zijn belangen
te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen;
2° telkens er zich een belangenconflict met zijn
verzekeraar voordoet, de verzekerde vrij is in de keuze
van een advocaat of zo hij er de voorkeur aan geeft,
iedere andere persoon die de vereiste kwalifi caties heeft
krachtens de op de procedure toepasselijke wet om zijn
belangen te verdedigen.
Artikel 157
Recht van de verzekeraar om dekking te weigeren
De verzekerde, bij verschil van mening met zijn ver-
zekeraar over de gedragslijn die zal worden gevolgd
voor de regeling van het schadegeval en na kennisge-
ving door de verzekeraar van diens standpunt of van
diens weigering om de stelling van de verzekerde te
volgen, heeft het recht een advocaat van zijn keuze
te raadplegen onverminderd de mogelijkheid om een
rechtsvordering in te stellen.
Zo de advocaat het standpunt van de verzekeraar
bevestigt wordt aan de verzekerde de helft terugbetaald
van de kosten en honoraria van deze raadpleging.
Indien tegen het advies van deze advocaat de ver-
zekerde op zijn kosten een procedure begint en een
beter resultaat bekomt dan hetgeen hij zou hebben
bekomen indien hij het standpunt van de verzekeraar
zou hebben gevolgd, is de verzekeraar die de stelling
van de verzekerde niet heeft willen volgen gehouden zijn
dekking te verlenen en de kosten van de raadpleging
terug te betalen die ten laste van de verzekerde zouden
zijn gebleven.
344
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Si l’avocat consulté confi rme la thèse de l’assuré,
l’assureur est tenu, quelle que soit l’issue de la pro-
cédure, de fournir sa garantie y compris les frais et
honoraires de la consultation.
TITRE IV
Les assurances de personnes
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes
Article 158
Caractère nominatif de la police
La police doit être établie au nom du preneur d’assu-
rance; elle ne peut être ni à ordre, ni au porteur.
Article 159
Assurance d’enfants en bas-âge
Le Roi peut imposer des conditions particulières pour
les assurances qui prévoient des prestations en cas de
naissance d’une personne mort-née ou de décès d’une
personne de moins de cinq ans accomplis.
CHAPITRE 2
Des contrats d’assurance sur la vie
Section Ire
Dispositions générales
Article 160
Champ d’application
Le présent chapitre s’applique à tous les contrats
d’assurance de personnes dans lesquels la survenance
de l’événement assuré ne dépend que de la durée de la
vie humaine, même lorsque les prestations réciproques
des parties ont été évaluées par elles sans tenir compte
des lois de survenance. Ces assurances sont réputées
avoir exclusivement un caractère forfaitaire. Les articles
167 et 178 sont également applicables aux opérations
de capitalisation.
Indien de geraadpleegde advocaat de stelling van de
verzekerde bevestigt, is de verzekeraar, ongeacht de
afl oop van de procedure, ertoe gehouden zijn dekking
te verlenen met inbegrip van de kosten en de honoraria
van de raadpleging.
TITEL IV
Persoonsverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 158
Naamgebondenheid van de polis
De polis moet op naam van de verzekeringnemer
worden gesteld; zij kan niet aan order of aan toonder zijn.
Artikel 159
Verzekering van zeer jonge kinderen
De Koning kan bijzondere voorwaarden opleggen aan
verzekeringen die voorzien in uitkeringen voor het geval
dat een kind dood geboren wordt of overlijdt voordat het
de volle leeftijd van vijf jaar heeft bereikt.
HOOFDSTUK 2
Levensverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Algemene bepalingen
Artikel 160
Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle persoonsver-
zekeringen waarbij het zich voordoen van het verzekerd
voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levens-
duur, zelfs indien de partijen de wederzijdse prestaties
hebben geëvalueerd zonder rekening te houden met
de voorvalswetten. Die verzekeringen worden geacht
uitsluitend te zijn gericht op de uitkering van een vast
bedrag. De artikelen 167 en 178 zijn tevens van toepas-
sing op kapitalisatieverrichtingen.
345
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA et de la Banque,
indiquer les dispositions du présent chapitre qui ne
sont pas applicables aux assurances sur la vie qu’Il
désigne et préciser les règles qui leur sont applicables
en lieu et place.
Article 161
Cumul et absence de subrogation
Pour l’application du présent chapitre, la convention
contraire autorisée par les articles 103 et 104 est nulle.
Section II
Risque assuré
Article 162
Incontestabilité
Dès la prise d’effet du contrat d’assurance sur la
vie, l’assureur ne peut plus invoquer les omissions ou
inexactitudes non intentionnelles dans les déclarations
du preneur d’assurance ou de l’assuré.
Le Roi peut autoriser les parties à différer l’incontes-
tabilité dans les conditions qu’Il détermine.
Article 163
Erreur sur l’âge de l’assuré
Si l’âge de l’assuré est inexactement déclaré, les
prestations de chacune des parties sont augmentées
ou réduites en fonction de l’âge réel qui aurait dû être
pris en considération.
Article 164
Risques exclus
§ 1er. Sauf convention contraire, l’assurance ne
couvre pas le suicide de l’assuré survenu moins d’un
an après la prise d’effet du contrat. L’assurance couvre
le suicide survenu un an ou plus d’un an après la prise
d’effet du contrat. La preuve du suicide incombe à
l’assureur.
De Koning kan in een in de Ministerraad overlegd
besluit genomen na advies van de FSMA en de Bank,
de bepalingen van dit hoofdstuk aanduiden die niet van
toepassing zijn op de levensverzekeringen die Hij aan-
duidt en aangeven welke bepalingen in plaats daarvan
van toepassing zijn.
Artikel 161
Samenloop en niet-indeplaatsstelling
Voor de toepassing van dit hoofdstuk is elk tegen-
strijdig beding, toegelaten door de artikelen 103 en
104, nietig.
Afdeling II
Verzekerd risico
Artikel 162
Onbetwistbaarheid
Zodra de levensverzekeringsovereenkomst in werking
treedt, kan de verzekeraar zich niet meer beroepen op
het onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist
meedelen van gegevens door de verzekeringnemer of
de verzekerde.
De Koning kan de partijen toestaan om de onbe-
twistbaarheid uit te stellen onder de voorwaarden die
Hij bepaalt.
Artikel 163
Dwaling omtrent de leeftijd van de verzekerde
Wanneer de leeftijd van de verzekerde onjuist is opge-
geven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd
of verminderd in verhouding tot de werkelijke leeftijd die
in acht had moeten genomen worden.
Artikel 164
Uitgesloten risico’s
§ 1. Tenzij het tegendeel is bedongen, dekt de verze-
kering de zelfmoord van de verzekerde niet die gebeurt
minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de over-
eenkomst. De verzekering dekt de zelfmoord die gebeurt
een jaar of meer dan een jaar na de inwerkingtreding
van de overeenkomst. Het bewijs van de zelfmoord moet
door de verzekeraar worden geleverd.
346
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Sauf convention contraire, l’assureur ne garantit
pas le décès de l’assuré:
1° lorsque ce décès procède de l’exécution d’une
condamnation judiciaire à la peine capitale;
2° lorsqu’il a pour cause immédiate et directe un
crime ou un délit intentionnel dont l’assuré est auteur
ou coauteur et dont il a pu prévoir les conséquences.
Article 165
Survenance d’un risque exclu
En cas de décès de l’assuré par suite de survenance
d’un risque exclu, l’assureur paie au bénéfi ciaire le pro-
duit de la capitalisation des primes payées afférentes à
la période postérieure à la date du décès et limité à la
prestation assurée en cas de décès.
Section III
Paiement des primes et prise d’effet du contrat
Article 166
Paiement de la première prime
Sauf convention contraire, le contrat d’assurance
sur la vie ne produit ses effets qu’à partir du jour où la
première prime est payée.
Article 167
Défaut de paiement d’une prime
Le défaut de paiement d’une prime ne donne lieu à
aucune action en exécution forcée de la part de l’assu-
reur; il entraîne seulement, selon les règles fi xées par
le Roi, soit la résiliation du contrat, soit la réduction des
prestations de l’assureur.
Article 168
Obligation de payer les primes
Le preneur d’assurance peut, par une convention
autre que le contrat d’assurance sur la vie qu’il a conclu,
s’engager à demeurer dans les liens de ce dernier
§ 2. Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar
de dood van de verzekerde niet:
1° wanneer de dood het gevolg is van de tenuit-
voerlegging van een rechterlijke veroordeling tot de
doodstraf;
2° wanneer de dood zijn onmiddellijke en recht-
streekse oorzaak vindt in een misdaad of een wanbedrijf,
door de verzekerde als dader of mededader opzettelijk
gepleegd en waarvan de gevolgen door hem konden
worden voorzien.
Artikel 165
Het zich voordoen van een uitgesloten risico
Indien de verzekerde overleden is ten gevolge van
een uitgesloten risico, betaalt de verzekeraar de be-
gunstigde de opbrengst terug van de kapitalisatie van
de premies die betrekking hebben op de periode na de
datum van het overlijden, en beperkt tot de verzekerde
prestatie bij overlijden.
Afdeling III
Betaling van de premie en inwerkingtreding van de
overeenkomst
Artikel 166
Betaling van de eerste premie
Tenzij anders is bedongen, treedt de levensverzeke-
ringsovereenkomst eerst in werking op de dag dat de
eerste premie wordt betaald.
Artikel 167
Niet-betaling van een premie
Niet-betaling van een premie geeft geen aanleiding
tot enige vordering tot gedwongen tenuitvoerlegging
vanwege de verzekeraar; volgens de door de Koning
vastgestelde voorschriften brengt niet-betaling alleen de
ontbinding van de overeenkomst mee of de vermindering
van de prestaties van de verzekeraar.
Artikel 168
Verplichting tot betaling van de premies
De verzekeringnemer kan door een andere overeen-
komst dan de levensverzekeringsovereenkomst die hij
heeft aangegaan, er zich toe verbinden om binnen het
347
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
contrat en en payant les primes.
Section IV
Droits du preneur d’assurance
a) Attribution bénéfi ciaire
Article 169
Désignation du bénéfi ciaire
§ 1er. Le preneur d’assurance a le droit de désigner
un ou plusieurs bénéfi ciaires. Ce droit lui appartient à
titre exclusif et ne peut être exercé ni par son conjoint,
ni par ses représentants légaux, ni par ses héritiers ou
ayants cause, ni par ses créanciers.
La preuve du droit du bénéfi ciaire est établie confor-
mément à l’article 64.
§ 2. Le bénéfi ciaire doit être une personne dont l’iden-
tité est déterminable lorsque les prestations assurées
deviennent exigibles.
§ 3. L’assureur est libéré de toute obligation lorsqu’il
a fait de bonne foi le paiement au bénéfi ciaire avant la
réception de tout écrit modifi ant la désignation.
Article 170
Absence de bénéfi ciaire
Lorsque l’assurance ne comporte pas de désigna-
tion de bénéfi ciaire ou de désignation de bénéfi ciaire
qui puisse produire effet, ou lorsque la désignation du
bénéfi ciaire a été révoquée, les prestations d’assurance
sont dues au preneur d’assurance ou à la succession
de celui-ci.
Article 171
Désignation du conjoint
Lorsque le conjoint est nommément désigné comme
bénéfi ciaire et qu’il reste, après le divorce, bénéfi ciaire
au sens de l’article 193 ou de l’article 196, le bénéfi ce du
contrat lui est maintenu en cas de remariage du preneur
d’assurance, sauf stipulation contraire.
verband van de laatstgenoemde overeenkomst te blijven
door er de premies van te betalen.
Afdeling IV
Rechten van de verzekeringnemer
a) Begunstiging
Artikel 169
Aanwijzing van de begunstigde
§ 1. De verzekeringnemer heeft het recht één of meer
begunstigden aan te wijzen. Dat recht komt uitsluitend
aan hem toe en kan noch door de echtgenoot, noch
door zijn wettelijke vertegenwoordigers, noch door zijn
erfgenamen of rechthebbenden, noch door zijn schuld-
eisers worden uitgeoefend.
Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt
geleverd overeenkomstig artikel 64.
§ 2. De begunstigde moet identifi ceerbaar zijn wan-
neer de verzekerde prestaties opeisbaar worden.
§ 3. De verzekeraar is van iedere verbintenis bevrijd
door de uitkering die hij te goeder trouw aan de be-
gunstigde heeft gedaan voordat hij enig geschrift heeft
ontvangen waarbij de aanwijzing wordt gewijzigd.
Artikel 170
Geen begunstigde
Wanneer bij de verzekering geen begunstigde is aan-
gewezen of wanneer de aanwijzing van de begunstigde
geen gevolgen kan hebben of herroepen is, is de verze-
keringsprestatie verschuldigd aan de verzekeringnemer
of aan zijn nalatenschap.
Artikel 171
Aanwijzing van de echtgenoot
Wanneer de echtgenoot bij name als begunstigde
wordt aangewezen en hij in de zin van artikel 193 of van
artikel 196 begunstigde blijft na echtscheiding, behoudt
hij zijn recht op prestatie wanneer de verzekeringnemer
een nieuw huwelijk aangaat, tenzij deze het tegendeel
heeft bedongen.
348
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Lorsque le conjoint n’est pas nommément désigné
comme bénéfi ciaire, le bénéfi ce du contrat est attribué
à la personne qui a cette qualité lors de l’exigibilité des
prestations assurées.
Article 172
Désignation des enfants
Lorsque les enfants ne sont pas nommément dési-
gnés comme bénéfi ciaires, le bénéfi ce du contrat est
attribué aux personnes qui ont cette qualité lors de
l’exigibilité des prestations assurées. Les descendants
en ligne directe viennent par représentation de l’enfant
prédécédé.
Article 173
Désignation conjointe des enfants et du conjoint
comme bénéfi ciaires
Lorsque le conjoint et les enfants, avec ou sans
indication de leurs noms, sont désignés conjointement
comme bénéfi ciaires, le bénéfi ce du contrat est attribué,
sauf stipulation contraire, pour moitié au conjoint et pour
moitié aux enfants.
Article 174
Désignation des héritiers légaux comme
bénéfi ciaires
Lorsque les héritiers légaux sont désignés comme
bénéfi ciaires sans indication de leurs noms, les presta-
tions d’assurance sont dues, jusqu’à preuve du contraire
ou sauf clause contraire, à la succession du preneur
d’assurance.
Article 175
Prédécès du bénéfi ciaire
En cas de décès du bénéfi ciaire avant l’exigibilité
des prestations d’assurance et même si le bénéfi ciaire
en avait accepté le bénéfi ce, ces prestations sont dues
au preneur d’assurance ou à la succession de celui-ci,
à moins qu’il ait désigné un autre bénéfi ciaire à titre
subsidiaire.
Wordt de echtgenoot niet bij name als begunstigde
aangewezen, dan komt het recht op prestatie toe aan
hem die bij het opeisbaar worden van de verzekerde
prestaties die hoedanigheid heeft.
Artikel 172
Aanwijzing van de kinderen
Wanneer de kinderen niet bij name als begunstigden
worden aangewezen, dan wordt het recht op prestaties
verleend aan de personen die bij het opeisbaar worden
van de prestaties deze hoedanigheid hebben. De af-
stammelingen in rechte lijn van een vooroverleden kind
komen bij plaatsvervulling op.
Artikel 173
Gezamenlijke aanwijzing van de kinderen en van
de echtgenoot als begunstigden
Wanneer de echtgenoot en de kinderen al of niet bij
name gezamenlijk als begunstigden worden aange-
wezen, dan wordt het recht op prestaties voor de helft
verleend aan de echtgenoot en voor de helft aan de
kinderen, tenzij anders is bedongen.
Artikel 174
Aanwijzing van de wettelijke erfgenamen als
begunstigden
Wanneer de wettelijke erfgenamen als begunstigden
worden aangewezen zonder bij name te zijn vermeld,
is, onder voorbehoud van tegenbewijs of andersluidend
beding, de verzekeringsprestatie verschuldigd aan de
nalatenschap van de verzekeringnemer.
Artikel 175
Vooroverlijden van de aangewezen begunstigde
Indien de begunstigde overlijdt voor het opeisbaar
worden van de verzekeringsprestatie en zelfs indien de
begunstigde had aanvaard komt het recht op prestatie
aan de verzekeringnemer of aan zijn nalatenschap
toe, tenzij hij subsidiair een andere begunstigde heeft
aangewezen.
349
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
b) Révocation du bénéfi ce
Article 176
Droit de révocation
Tant qu’il n’y a pas eu acceptation par le bénéfi ciaire,
le preneur d’assurance a le droit de révoquer l’attribu-
tion bénéfi ciaire jusqu’au moment de l’exigibilité des
prestations assurées.
La preuve de la révocation est établie conformément
à l’article 64.
Le droit de révocation appartient exclusivement au
preneur d’assurance. Il peut seul l’exercer, à l’exclusion
de son conjoint, de ses représentants légaux, de ses
créanciers et, sauf le cas visé à l’article 957 du Code
civil, de ses héritiers ou ayants droit.
Article 177
Effets de la révocation
La révocation de l’attribution bénéfi ciaire fait perdre
le droit au bénéfi ce des prestations assurées.
c) Rachat et réduction
Article 178
Droits au rachat et à la réduction
Le droit au rachat et le droit à la réduction du contrat
appartiennent au preneur d’assurance. Ces droits ne
peuvent être exercés ni par son conjoint, ni par ses
créanciers. Le Roi en fi xe les conditions d’existence
et d’exercice.
En cas d’acceptation du bénéfice, l’exercice du
droit au rachat est subordonné au consentement du
bénéfi ciaire.
d) Remise en vigueur du contrat
Article 179
Remise en vigueur
Lorsque le contrat a été résilié pour non-paiement de
la prime ou a été réduit, il peut être remis en vigueur
b) Herroeping van de begunstiging
Artikel 176
Recht van herroeping
Zolang zij niet door de aangewezen begunstigde is
aanvaard, is de verzekeringnemer gerechtigd de be-
gunstiging te herroepen totdat de verzekerde prestaties
opeisbaar worden.
De herroeping wordt bewezen overeenkomstig artikel
64.
Het recht van herroeping komt uitsluitend toe aan
de verzekeringnemer. Het kan alleen door hem worden
uitgeoefend en niet door zijn echtgenoot, wettelijke
vertegenwoordigers, schuldeisers en behoudens het
geval van artikel 957 van het Burgerlijk Wetboek, door
zijn erfgenamen of rechthebbenden.
Artikel 177
Gevolgen van de herroeping
Herroeping van de begunstiging doet het recht op de
verzekerde prestaties vervallen.
c) Afkoop en reductie
Artikel 178
Recht van afkoop en reductie
Het recht van afkoop en het recht van reductie komen
toe aan de verzekeringnemer. Die rechten kunnen noch
door zijn echtgenoot noch door zijn schuldeisers wor-
den uitgeoefend. De Koning bepaalt de voorwaarden
waaronder zij bestaan en kunnen worden uitgeoefend.
Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uit-
oefening van het recht van afkoop de toestemming van
de begunstigde vereist.
d) Opnieuw in werking stellen van de overeenkomst
Artikel 179
Opnieuw in werking stellen
Bij opzegging van de verzekering wegens niet-beta-
ling van de premie of bij reductie, kan de verzekering
350
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
dans les cas et selon les conditions fi xés par le Roi.
e) Avance sur les prestations assurées par le contrat
Article 180
Droit à l’avance
Le droit d’obtenir de l’assureur une avance sur les
prestations assurées appartient au preneur d’assu-
rance. Ce droit ne peut être exercé ni par son conjoint,
ni par ses créanciers. Le Roi en fi xe les conditions
d’existence et d’exercice.
En cas d’acceptation du bénéfice, l’exercice du
droit à l’avance est subordonné au consentement du
bénéfi ciaire.
f) Mise en gage des droits résultant du contrat
Article 181
Droit de mise en gage
Les droits résultant du contrat d’assurance peuvent
être mis en gage; ils ne peuvent l’être que par le pre-
neur d’assurance, à l’exclusion de son conjoint et de
ses créanciers.
En cas d’acceptation du bénéfi ce, la mise en gage
est subordonnée au consentement du bénéfi ciaire.
Article 182
Forme
La mise en gage du contrat ne peut s’opérer que par
avenant signé par le preneur d’assurance, le créancier
gagiste et l’assureur.
weer in werking worden gesteld in de gevallen en onder
de voorwaarden door de Koning te bepalen.
e) Voorschot op de in de overeenkomst verzekerde
prestaties
Artikel 180
Recht van voorschot
Het recht om van de verzekeraar een voorschot op
de verzekerde prestaties te verkrijgen, komt toe aan de
verzekeringnemer. Dat recht kan noch door zijn echtge-
noot, noch door zijn schuldeisers worden uitgeoefend.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder dat recht
bestaat en kan worden uitgeoefend.
Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uit-
oefening van het recht van voorschot de toestemming
van de begunstigde vereist.
f) Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst
Artikel 181
Recht van inpandgeving
De uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende
rechten kunnen in pand worden gegeven, en wel alleen
door de verzekeringnemer, met uitsluiting van zijn echt-
genoot en zijn schuldeisers.
In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt
de inpandgeving afhankelijk gemaakt van de toestem-
ming van de begunstigde.
Artikel 182
Vormvoorschrift
Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst
kan alleen geschieden door middel van een bijvoegsel,
getekend door de verzekeringnemer, de pandhoudende
schuldeiser en de verzekeraar
351
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
g) Cession des droits résultant du contrat
Article 183
Droit de cession
Les droits résultant du contrat d’assurance peuvent
être cédés en tout ou en partie par le preneur d’assu-
rance. Ce droit de cession ne peut être exercé ni par
son conjoint, ni par ses créanciers.
En cas d’acceptation du bénéfice, l’exercice du
droit de cession est subordonné au consentement du
bénéfi ciaire.
Article 184
Forme
La cession de tout ou partie des droits résultant du
contrat ne peut s’opérer que par avenant signé par le
cédant, le cessionnaire et l’assureur.
Toutefois, le preneur d’assurance peut stipuler dans
le contrat qu’à son décès, tout ou partie de ses droits
seront transmis à la personne désignée à cet effet.
Section V
Droits du bénéfi ciaire
a) Droit aux prestations d’assurance
Article 185
Droit aux prestations d’assurance
Par le seul fait de sa désignation, le bénéfi ciaire a
droit aux prestations d’assurance.
Ce droit devient irrévocable par l’acceptation du
bénéfi ce, sans préjudice de la révocation des donations
prévue aux articles 953 à 958 et 1096 du Code civil et
sous réserve de l’application de l’article 175.
g) Overdracht van de rechten uit de overeenkomst
Artikel 183
Recht van overdracht
De verzekeringnemer kan de uit de verzekeringsover-
eenkomst voortvloeiende rechten geheel of ten dele
overdragen. Dat recht van overdracht kan niet worden
uitgeoefend door zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.
In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt
de uitoefening van het recht van overdracht afhankelijk
gemaakt van de toestemming van de begunstigde.
Artikel 184
Vormvoorschrift
De overdracht van de uit de overeenkomst voortvloei-
ende rechten, of van een gedeelte ervan, kan alleen
geschieden door middel van een bijvoegsel, getekend
door de overdrager, de overnemer en de verzekeraar.
Evenwel kan de verzekeringnemer in de overeen-
komst bedingen dat bij zijn overlijden zijn rechten geheel
of ten dele zullen overgaan aan een persoon die hij
daartoe aanwijst.
Afdeling V
Rechten van de begunstigde
a) Recht op verzekeringsprestaties
Artikel 185
Recht op de verzekeringsprestaties
De begunstigde heeft door het enkele feit van zijn
aanwijzing recht op de verzekeringsprestaties.
Dat recht wordt onherroepelijk door de aanvaarding
van de begunstiging, onverminderd de herroeping van
de schenkingen overeenkomstig de artikelen 953 tot
958 en 1096 van het Burgerlijk Wetboek en behoudens
toepassing van artikel 175.
352
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
b) Acceptation du bénéfi ce
Article 186
Droit d’acceptation
Le bénéficiaire peut accepter le bénéfice à tout
moment, même après que les prestations d’assurance
soient devenues exigibles.
Le droit d’acceptation appartient exclusivement au
bénéfi ciaire. Il ne peut être exercé ni par son conjoint,
ni par ses créanciers.
Article 187
Forme
Tant que le preneur d’assurance est en vie, l’accep-
tation ne peut se faire que par un avenant à la police,
portant les signatures du bénéficiaire, du preneur
d’assurance et de l’assureur.
Après le décès du preneur d’assurance, l’acceptation
peut être expresse ou tacite. Elle n’a toutefois d’effet à
l’égard de l’assureur que si elle lui est notifi ée par écrit.
c) Droits des héritiers du preneur d’assurance à
l’égard du bénéfi ciaire
Article 188
Rapport ou réduction en cas de décès du preneur
d’assurance
En cas de décès du preneur d’assurance, la pres-
tation d’assurance est, conformément au Code civil,
sujette à réduction et, pour autant que le preneur d’assu-
rance l’a spécifi é expressément, à rapport.
d) Droits des créanciers du preneur d’assurance à
l’égard du bénéfi ciaire
Article 189
Prestations d’assurance
Les créanciers du preneur d’assurance n’ont
aucun droit sur les prestations d’assurance dues au
bénéfi ciaire.
b) Aanvaarding van de begunstiging
Artikel 186
Recht van aanvaarding
De begunstigde kan de begunstiging te allen tijde
aanvaarden, ook nadat de verzekeringsprestaties op-
eisbaar zijn geworden.
Het recht van aanvaarding komt uitsluitend toe aan
de begunstigde. Het kan niet worden uitgeoefend door
zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.
Artikel 187
Vormvoorschrift
Zolang de verzekeringnemer leeft kan de aanvaarding
slechts geschieden door een bijvoegsel bij de polis met
de handtekening van de begunstigde, de verzekering-
nemer en de verzekeraar.
Na het overlijden van de verzekeringnemer kan de
aanvaarding uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden.
Ten aanzien van de verzekeraar echter heeft de aan-
vaarding eerst gevolg nadat hem daarvan schriftelijk
kennis is gegeven.
c) Rechten van de erfgenamen van de verzekering-
nemer ten aanzien van de begunstigde
Artikel 188
Inbreng of inkorting in geval van overlijden van de
verzekeringnemer
In geval van overlijden van de verzekeringnemer is
de verzekeringsprestatie, overeenkomstig het Burgerlijk
Wetboek, onderworpen aan de inkorting en, voor zover
de verzekeringnemer dit uitdrukkelijk heeft bedongen,
aan de inbreng.
d) Rechten van de schuldeisers van de verzekering-
nemer ten aanzien van de begunstigde
Artikel 189
Verzekeringsprestaties
De schuldeisers van de verzekeringnemer hebben
geen enkel recht op verzekeringsprestaties die aan de
begunstigde verschuldigd zijn.
353
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 190
Remboursement des primes
Les créanciers du preneur d’assurance ne peuvent
réclamer au bénéfi ciaire à titre gratuit le remboursement
des primes que dans la mesure où les versements
effectués de ce chef étaient manifestement exagérés eu
égard à la situation de fortune du preneur d’assurance
et seulement dans le cas où ces versements ont eu
lieu en fraude de leurs droits au sens de l’article 1167
du Code civil.
Ce remboursement ne peut excéder le montant des
prestations d’assurance dues au bénéfi ciaire.
Section VI
Effets du divorce ou de la séparation de corps dans les
assurances entre époux communs en biens
A. Divorce pour cause de désunion irrémédiable
Article 191
Droits du preneur d’assurance durant l’instance
en divorce
L’exercice des droits appartenant au preneur d’assu-
rance en vertu des articles 169 à 184 est maintenu
durant l’instance en divorce, sauf application des articles
1280 et 1283 du Code judiciaire.
Article 192
Droit aux prestations d’assurance durant
l’instance en divorce
Les prestations d’assurance devenues exigibles
durant l’instance en divorce sont payées valablement au
conjoint désigné comme bénéfi ciaire, sauf application
des articles 1280 et 1283 du Code judiciaire.
Artikel 190
Terugbetaling van de premies
De schuldeisers van de verzekeringnemer kunnen
van de begunstigde om niet geen terugbetaling vorde-
ren van de premies behalve voor zover deze kennelijk
buiten verhouding staan tot de vermogenstoestand van
de verzekeringnemer en voor zover ze betaald zijn met
bedrieglijke benadeling van hun rechten in de zin van
artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek.
Die terugbetaling mag het bedrag van de aan de
begunstigde verschuldigde verzekeringsprestaties niet
overschrijden.
Afdeling VI
Gevolgen van de echtscheiding of van scheiding van
tafel en bed bij verzekering tussen in gemeenschap van
goederen getrouwde echtgenoten
A. Echtscheiding op grond van onherstelbare
ontwrichting
Artikel 191
Rechten van de verzekeringnemer gedurende de
echtscheidingsprocedure
De rechten die aan de verzekeringnemer toekomen
krachtens de artikelen 169 tot 184, blijven gedurende
de echtscheidingsprocedure behouden, behoudens
toepassing van de artikelen 1280 en 1283 van het
Gerechtelijk Wetboek.
Artikel 192
Recht op verzekeringsprestaties gedurende de
echtscheidingsprocedure
De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden
gedurende de echtscheidingsprocedure, worden rechts-
geldig betaald aan de als begunstigde aangewezen
echtgenoot, behoudens toepassing van de artikelen
1280 en 1283 van het Gerechtelijk Wetboek.
354
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 193
Droit aux prestations d’assurance échéant après
la transcription du divorce
Sous réserve de l’application de l’article 299 du Code
civil, les prestations d’assurance devenues exigibles
après la transcription du divorce sont payées valable-
ment au conjoint divorcé désigné comme bénéfi ciaire,
à moins que, dans le contrat même, une autre per-
sonne n’ait été désignée, nommément ou non, comme
bénéfi ciaire en cas de divorce et que l’assureur n’ait
été informé du divorce, ou à moins que les époux n’en
soient convenus autrement pendant la procédure de
divorce ou ultérieurement et n’aient informé l’assureur
de la nouvelle désignation.
B. Divorce par consentement mutuel
Article 194
Droits du preneur d’assurance durant le temps
des épreuves
L’exercice des droits appartenant au preneur d’assu-
rance en vertu des articles 169 à 184 est maintenu
durant le temps des épreuves, à moins que les époux
n’en soient convenus autrement conformément à
l’article 1287 du Code judiciaire. Cette convention n’est
opposable à l’assureur qu’après lui avoir été notifi ée.
Article 195
Droit aux prestations d’assurance échéant durant
le temps des épreuves
Les prestations d’assurance devenues exigibles
durant le temps des épreuves sont payées valablement
par l’assureur au conjoint désigné comme bénéfi ciaire,
à moins que les époux n’en soient convenus autrement
conformément à l’article 1287 du Code judiciaire et
n’aient informé l’assureur de la nouvelle désignation.
Article 196
Droit aux prestations d’assurance échéant après
la transcription du divorce
Sous réserve de l’application de l’article 299 du Code
civil, les prestations d’assurance devenues exigibles
Artikel 193
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden na de overschrijving van de echtscheiding
Behoudens toepassing van artikel 299 van het
Burgerlijk Wetboek, worden de verzekeringsprestaties
die opeisbaar worden na de overschrijving van de
echtscheiding rechtsgeldig betaald aan de uit de echt
gescheiden echtgenoot die als begunstigde is aange-
wezen, tenzij in de overeenkomst zelf iemand anders, al
dan niet bij name, als begunstigde wordt aangewezen
in geval van echtscheiding en de verzekeraar op de
hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel
tenzij de echtgenoten gedurende de echtscheidings-
procedure of nadien anders hebben bedongen, en zij
de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht van de
nieuwe aanwijzing.
B. Echtscheiding door onderlinge toestemming
Artikel 194
Rechten van de verzekeringnemer gedurende
de proeftijd
De rechten die krachtens de artikelen 169 tot 184
aan de verzekeringnemer toekomen, blijven gedurende
de proeftijd behouden, tenzij de echtgenoten anders
hebben bedongen bij overeenkomst bedoeld in artikel
1287 van het Gerechtelijk Wetboek. De overeenkomst
kan slechts aan de verzekeraar worden tegengeworpen
nadat hij daarvan op de hoogte werd gesteld.
Artikel 195
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden tijdens de proeftijd
De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden
tijdens de proeftijd, worden rechtsgeldig betaald aan
de als begunstigde aangewezen echtgenoot, tenzij de
echtgenoten anders hebben bedongen bij overeenkomst
bedoeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek,
en zij de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht
van de nieuwe aanwijzing.
Artikel 196
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden na de overschrijving van de echtscheiding
Behoudens toepassing van artikel 299 van het
Burgerlijk Wetboek, worden de verzekeringsprestaties
355
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
après la transcription du divorce sont payées valable-
ment au conjoint divorcé désigné comme bénéfi ciaire,
à moins que, dans le contrat même, une autre per-
sonne n’ait été désignée, nommément ou non, comme
bénéfi ciaire en cas de divorce et que l’assureur n’ait
été informé du divorce, ou à moins que les époux n’en
soient convenus autrement conformément à l’article
1287 du Code judiciaire et n’aient informé l’assureur
de la nouvelle désignation.
C. Séparation de corps
Article 197
Séparation de corps
§ 1er. Les articles 191 à 193 sont applicables à la sépa-
ration de corps pour cause de désunion irrémédiable.
§ 2. Les articles 194 à 196 sont applicables à la sépa-
ration de corps par consentement mutuel.
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de personnes autres
que les contrats d’assurance sur la vie
Article 198
Caractère des garanties
Les assurances de personnes autres que les assu-
rances sur la vie ont un caractère indemnitaire ou un
caractère forfaitaire selon ce qui est déterminé par la
volonté des parties.
Article 199
Assurances à caractère forfaitaire autres que les
assurances sur la vie
Le Roi détermine dans quelle mesure et selon quelles
modalités les dispositions de la présente loi relatives
aux contrats d’assurance sur la vie sont applicables
aux contrats d’assurance de personnes à caractère
forfaitaire pour lesquels la survenance de l’événement
assuré ne dépend pas exclusivement de la durée de la
vie humaine.
die opeisbaar worden na de overschrijving van de
echtscheiding, rechtsgeldig betaald aan de uit de echt
gescheiden echtgenoot die als begunstigde is aange-
wezen, tenzij in de overeenkomst zelf iemand anders, al
dan niet bij name, als begunstigde wordt aangewezen
in geval van echtscheiding en de verzekeraar op de
hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel
tenzij de echtgenoten bij overeenkomst bedoeld in arti-
kel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek, anders hebben
bedongen en zij de verzekeraar op de hoogte hebben
gebracht van de nieuwe aanwijzing.
C. Scheiding van tafel en bed
Artikel 197
Scheiding van tafel en bed
§ 1. In geval van scheiding van tafel en bed op grond
van onherstelbare ontwrichting zijn de artikelen 191 tot
193 van toepassing.
§ 2. In geval van scheiding van tafel en bed door
onderlinge toestemming zijn de artikelen 194 tot 196
van toepassing.
HOOFDSTUK 3
Persoonsverzekeringsovereenkomsten andere
dan levensverzekeringen
Artikel 198
Aard van de dekking
Persoonsverzekeringen, andere dan levensverze-
keringen, strekken tot vergoeding van schade of tot
uitkering van een vast bedrag, naargelang partijen
bedongen hebben.
Artikel 199
Verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag,
andere dan levensverzekeringen
De Koning bepaalt in hoever en volgens welke regels
de bepalingen van deze wet die betrekking hebben op de
levensverzekeringsovereenkomsten ook van toepassing
zullen zijn op persoonsverzekeringsovereenkomsten tot
uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen
van het verzekerde voorval niet uitsluitend afhangt van
de menselijke levensduur.
356
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 200
Choix du médecin
Pour ses soins, l’assuré a le libre choix de son
médecin.
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance maladie
Section Ire
Dispositions préliminaires
Article 201
Défi nitions
§ 1er. Par contrat d’assurance maladie, l’on entend:
1° l’assurance soins de santé qui garantit, en cas
de maladie ou en cas de maladie et d’accident, des
prestations relatives à tout traitement médical préventif,
curatif ou diagnostique nécessaire à la préservation et/
ou au rétablissement de la santé;
2° l’assurance incapacité de travail qui, en cas de
maladie ou en cas de maladie et d’accident, indemnise
totalement ou partiellement la diminution ou la perte
de revenus professionnels due à l’incapacité de travail
d’une personne;
3° l’assurance invalidité qui garantit une prestation
en cas de maladie ou en cas de maladie et d’accident;
4° l’assurance soins non obligatoire qui prévoit
des prestations en cas de perte totale ou partielle
d’autonomie.
Sont exclues de la défi nition du contrat d’assurance
maladie:
a) les assurances voyage et assistance temporaires
qui garantissent les prestations visées à l’alinéa 1er;
b) l’assurance accidents de travail loi et les assu-
rances accidents complémentaires qui y sont liées;
c) les assurances accident;
d) les prestations de solidarité visées à l’article 1er de
l’arrêté royal du 14 novembre 2003 fi xant les prestations
Artikel 200
Keuze van de arts
Voor zijn verzorging kiest de verzekerde vrij zijn arts.
HOOFDSTUK 4
Ziekteverzekerings-overeenkomsten
Afdeling I
Inleidende bepalingen
Artikel 201
Begripsomschrijvingen
§ 1. Onder ziekteverzekeringsovereenkomst wordt
verstaan:
1° de ziektekostenverzekering die, in geval van ziekte
of in geval van ziekte en ongeval, prestaties waarborgt
met betrekking tot elke preventieve, curatieve of diag-
nostische medische behandeling welke noodzakelijk is
voor het behoud en/of het herstel van de gezondheid;
2° de arbeidsongeschiktheidsverzekering die, in
geval van ziekte of in geval van ziekte en ongeval, de
vermindering of verlies van beroepsinkomen ten gevolge
van de arbeidsongeschiktheid van een persoon geheel
of gedeeltelijk vergoedt;
3° de invaliditeitsverzekering die een prestatie
waarborgt in geval van ziekte of in geval van ziekte en
ongeval;
4° de niet-verplichte zorgverzekering die in prestaties
voorziet in geval van geheel of gedeeltelijk verlies van
de zelfredzaamheid.
Vallen buiten deze omschrijving van de
ziekteverzekeringsovereenkomst:
a) de tijdelijke reis – en hulpverleningsverzekeringen
die de in het eerste lid bedoelde prestaties waarborgen;
b) de wettelijke arbeidsongevallenverze-
kering en de daarmee verbonden aanvullende
ongevallenverzekeringen;
c) de ongevallenverzekeringen;
d) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in
artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 november 2003
357
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
de solidarité liées aux régimes de pension complémen-
taires sociaux;
e) les prestations de solidarité visées à l’article 1er de
l’arrêté royal du 15 décembre 2003 fi xant les prestations
de solidarité liées aux conventions sociales de pension.
§ 2. L’on entend par “contrat d’assurance maladie
lié à l’activité professionnelle” tout contrat d’assurance
maladie conclu par un ou plusieurs preneurs d’assu-
rance au profi t d’une ou plusieurs personnes liées
professionnellement au(x) preneur(s) d’assurance au
moment de l’affiliation.
§ 3. L’on entend par “assuré principal” la personne
au profi t de laquelle le contrat d’assurance maladie est
conclu.
§ 4. L’on entend par “assurés secondaires” les
membres de la famille de l’assuré principal affiliés au
contrat d’assurance maladie.
Section II
Contrats d’assurance maladie non liés à l’activité
professionnelle
Article 202
Champ d’application
Les dispositions de la présente section sont appli-
cables aux contrats d’assurance maladie non liés à
l’activité professionnelle.
Ces dispositions sont applicables au preneur d’assu-
rance, à l’assuré principal et aux assurés secondaires.
Article 203
Durée du contrat d’assurance
§ 1er. Sans préjudice de l’application des articles 59,
60, 65, 69, 70, 71, 72 et 81 et hormis le cas de fraude, les
contrats d’assurance maladie visés à l’article 201, § 1er,
1°, 3° et 4° sont conclus à vie. Les contrats d’assurance
maladie visés à l’article 201, § 1er, 2°, valent jusqu’à l’âge
de 65 ans ou un âge antérieur, si cet âge est l’âge normal
auquel l’assuré met complètement et défi nitivement fi n
à son activité professionnelle.
tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden
met de sociale aanvullende pensioenstelsels;
e) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in
artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 december 2003
tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden
met de sociale pensioenovereenkomsten.
§ 2. Onder beroepsgebonden ziekteverzekerings-
overeenkomst wordt verstaan: de ziekteverzekerings-
overeenkomst die gesloten is door één of meerdere
verzekeringnemers ten behoeve van één of meerdere
personen die op het moment van de aansluiting bij de
verzekering beroepsmatig met de verzekeringnemer(s)
verbonden zijn.
§ 3. Onder hoofdverzekerde wordt verstaan: degene
ten behoeve van wie de ziekteverzekeringsovereen-
komst wordt afgesloten.
§ 4. Onder bijverzekerden wordt verstaan: de gezins-
leden van de hoofdverzekerde die bij de ziekteverzeke-
ringsovereenkomst worden aangesloten.
Afdeling II
Andere dan beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomsten
Artikel 202
Toepassingsgebied
De bepalingen van deze afdeling zijn van toe-
passing op de andere dan beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomsten.
Deze bepalingen gelden voor de verzekeringnemer,
de hoofdverzekerde en de bijverzekerden.
Artikel 203
Duur van de verzekeringsovereenkomst
§ 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen
59, 60, 65, 69, 70, 71, 72 en 81 en behoudens in geval
van bedrog, worden de in artikel 201, § 1, 1°, 3° en 4°,
bedoelde ziekteverzekerings-overeenkomsten voor het
leven aangegaan. De in artikel 201, § 1, 2°, bedoelde
ziekteverzekeringsovereenkomsten gelden ten minste
tot de leeftijd van 65 jaar of tot een jongere leeftijd, wan-
neer deze de normale leeftijd is waarop de verzekerde
zijn beroepswerkzaamheid volledig en defi nitief stopzet.
358
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Sans préjudice de l’application de l’article 85,
§ 3, les contrats peuvent être conclus pour une durée
limitée à la demande expresse de l’assuré principal et
s’il y va de son intérêt.
§ 3. Les dispositions du présent article ne sont pas
applicables aux contrats d’assurance maladie offerts à
titre accessoire par rapport au risque principal, dont la
durée n’est pas à vie.
Article 204
Modifi cations tarifaires et contractuelles
§ 1er. Sauf accord réciproque des parties et à la de-
mande exclusive de l’assuré principal, ainsi que dans les
cas visés aux paragraphes 2, 3 et 4, l’assureur ne peut
plus apporter de modifi cations aux bases techniques
de la prime ni aux conditions de couverture après que
le contrat d’assurance maladie ait été conclu.
La modifi cation des bases techniques de la prime et/
ou des conditions de couverture, moyennant l’accord
réciproque des parties, prévue à l’alinéa 1er, ne peut
s’effectuer que dans l’intérêt des assurés.
§ 2. La prime, la franchise et la prestation peuvent être
adaptées à la date d’échéance annuelle de la prime sur
la base de l’indice des prix à la consommation.
§ 3. La prime, la franchise et la prestation peuvent
être adaptées, à la date d’échéance annuelle de la prime
et sur la base d’un ou plusieurs indices spécifi ques,
aux coûts des services couverts par les contrats privés
d’assurance maladie si et dans la mesure où l’évolution
de cet ou de ces indices dépasse celle de l’indice des
prix à la consommation.
Le Roi, sur proposition conjointe des ministres qui
ont les Assurances et les Affaires sociales dans leurs
attributions et après consultation du Centre fédéral
d’expertise des soins de santé (ci-après “le Centre
d’expertise”), détermine la méthode de construction de
ces indices. A cet effet, Il:
— sélectionne un ensemble de paramètres objectifs
et représentatifs;
— détermine le mode de calcul des valeurs de ces
paramètres;
— détermine les poids respectifs de ces paramètres
dans le ou les indices.
§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 85, § 3,
kunnen de overeenkomsten worden aangegaan voor
een beperkte duurtijd op uitdrukkelijk verzoek van de
hoofdverzekerde en indien deze daar belang bij heeft.
§ 3. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepas-
sing op de ziekteverzekeringsovereenkomsten die op
bijkomende wijze worden aangeboden bij een hoofdri-
sico dat niet levenslang is.
Artikel 204
Wijziging van het tarief en de voorwaarden van de
overeenkomst
§ 1. Behoudens wederzijds akkoord van de partijen
en op uitsluitend verzoek van de hoofdverzekerde als-
mede in de in paragrafen 2, 3 en 4 vermelde gevallen,
kan de verzekeraar de technische grondslagen van de
premie en de dekkingsvoorwaarden, na het sluiten van
een ziekteverzekeringsovereenkomst niet meer wijzigen.
De wijziging van de technische grondslagen van de
premie en/of dekkingsvoorwaarden bij wederzijds ak-
koord van de partijen, zoals bepaald bij het eerste lid,
kan enkel in het belang van de verzekerden gebeuren.
§ 2. De premie, de vrijstelling en de prestatie mogen
worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag, op
grond van het indexcijfer der consumptieprijzen.
§ 3. De premie, of de vrijstelling en de prestaties mo-
gen worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag,
op grond van één of verschillende specifi eke indexcijfers
aan de kosten van de diensten die gedekt worden door
de private ziekteverzekeringsovereenkomsten, indien en
voor zover de evolutie van dat of deze het indexcijfer
der consumptieprijzen overschrijdt.
De Koning, op gemeenschappelijk voorstel van de
ministers tot wier bevoegdheid de verzekeringen en
de sociale zaken behoren en na raadpleging van het
Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg
(hierna “het Kenniscentrum “) bepaalt de wijze waarop
die indexcijfers worden opgebouwd. Hiertoe:
— selecteert Hij een geheel van objectieve en repre-
sentatieve parameters;
— bepaalt Hij de berekeningswijze van deze
parameters;
— bepaalt Hij het respectieve gewicht van deze pa-
rameters in het of de indexcijfers.
359
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Cette méthode peut être évaluée par le Centre
d’expertise, à la demande conjointe des ministres qui
ont les Affaires sociales et les Assurances dans leurs
attributions.
Sur la base de la méthode fi xée par le Roi, le SPF
Economie calcule et publie annuellement au Moniteur
belge la valeur de l’indice ou des indices, sur la base
des chiffres connus au 30 juin. La publication du résul-
tat se fait au plus tard le 1er septembre. Les modalités
de collaboration entre le Centre d’expertise et le SPF
Economie font l’objet d’un protocole signé entre ces
deux institutions.
Le Roi peut augmenter la fréquence du calcul et de
la publication de la valeur de l’indice ou des indices.
Les personnes et institutions qui disposent des
renseignements nécessaires au calcul sont tenues
de les communiquer au Centre d’expertise et au SPF
Economie à la demande de ceux-ci.
§ 4. L’application du présent article ne porte pas
préjudice à l’article 41 de la présente loi, ni à l’article
21octies de la loi du 9 juillet 1975.
§ 5. La prime, la période de carence et les conditions
de couverture peuvent être adaptées de manière raison-
nable et proportionnelle:
1. aux modifi cations intervenues dans la profession
de l’assuré, en ce qui concerne l’assurance soins de
santé non obligatoire, l’assurance incapacité de travail,
l’assurance invalidité et l’assurance soins et/ou
2. aux modifi cations intervenues dans le revenu de
l’assuré, en ce qui concerne l’assurance incapacité de
travail et l’assurance invalidité et/ou
3. lorsque celui-ci change de statut dans le système
de sécurité sociale, en ce qui concerne l’assurance
soins de santé et l’assurance incapacité de travail,
pour autant que ces modifi cations aient une infl uence
signifi cative sur le risque et/ou le coût ou l’étendue des
prestations garanties.
Article 205
Incontestabilité
Dès qu’un délai de deux ans s’est écoulé à compter
de l’entrée en vigueur du contrat d’assurance mala-
die, l’assureur ne peut invoquer l’article 60 en ce qui
Deze methode kan worden geëvalueerd door het
Kenniscentrum op gemeenschappelijke vraag van de
ministers die bevoegd zijn voor Verzekeringen en de
Sociale Zaken.
Op basis van de door de Koning vastgestelde me-
thode gaat de FOD Economie over tot de berekening
en publiceert hij de waarde van het of de indexcijfers
jaarlijks in het Belgisch Staatsblad op basis van de
cijfers die zijn gekend op 30 juni. De publicatie van het
resultaat gebeurt ten laatste op 1 september. De wijze
van samenwerking tussen het Kenniscentrum en de
FOD Economie wordt bepaald door een protocol tussen
deze twee instellingen.
De Koning kan de regelmaat van de berekening en
bekendmaking van de waarde van het of de indexcijfers
verhogen.
De personen en instellingen die beschikken over de
gegevens die nodig zijn voor de berekening moeten
deze meedelen aan het Kenniscentrum en de FOD
Economie als deze instellingen ze vragen.
§ 4. De toepassing van dit artikel laat artikel 41 van
deze wet en artikel 21octies van de wet van 9 juli 1975
onverlet.
§ 5. De premie, de vrijstellingstermijn en de dekkings-
voorwaarden mogen op redelijke en proportionele wijze
worden aangepast:
1. aan de wijzigingen in het beroep van de verzekerde
wat de niet-verplichte ziektekostenverzekering, de ar-
beidsongeschiktheidsverzekering, de invaliditeitsverze-
kering en de zorgverzekering betreft en/of
2. aan de wijzigingen in het inkomen van de verze-
kerde wat de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de
invaliditeitsverzekering betreft en/of
3. wanneer deze laatste verandert van statuut in het
stelsel van sociale zekerheid wat de ziektekostenverze-
kering en de arbeidsongeschiktheidsverzekering betreft,
voor zover deze wijzigingen een betekenisvolle invloed
hebben op het risico en/of de kosten of de omvang van
de verleende dekking.
Artikel 205
Onbetwistbaarheid
Zodra een termijn van twee jaar verstreken is te
rekenen van de inwerkingtreding van de ziekteverzeke-
ringsovereenkomst, kan de verzekeraar zich niet meer
360
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
concerne les omissions ou inexactitudes non intention-
nelles dans les déclarations du preneur d’assurance
ou de l’assuré, lorsque ces omissions ou inexactitudes
se rapportent à une maladie ou une affection dont les
symptômes s’étaient déjà manifestés au moment de la
conclusion du contrat et qui n’a pas été diagnostiquée
dans le même délai de deux ans.
L’assureur ne peut invoquer une omission ou inexac-
titude non intentionnelle lorsque la maladie ou une
affection ne s’était encore manifestée d’aucune manière
au moment de la conclusion du contrat d’assurance.
Article 206
Malades chroniques et personnes handicapées
Le candidat assuré principal qui souffre d’une mala-
die chronique ou d’un handicap et qui n’a pas atteint
l’âge de soixante-cinq ans, a droit à une assurance
soins de santé, étant entendu que les coûts liés à la
maladie ou au handicap qui existe au moment de la
conclusion du contrat d’assurance peuvent, sans pré-
judice de l’application de l’article 205 être exclus de la
couverture. La prime doit être celle qui serait réclamée à
la même personne si elle n’était pas malade chronique
ou handicapée.
Sans préjudice de l’application des articles 58 et 61
en ce qui concerne l’information relative aux données
génétiques, un document qui établit avec précision la
maladie ou le handicap visé ainsi que les coûts exclus
de la couverture ou qui font l’objet d’une couverture
limitée, est joint au contrat d’assurance. Le modèle du
document est arrêté par le Roi.
Sans préjudice de la compétence des cours et tribu-
naux, les litiges portant sur les coûts exclus de la cou-
verture ou faisant l’objet d’une couverture limitée sont
d’abord soumis à un organe de conciliation constitué
par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Article 207
§ 1er. L’assuré principal informe l’assureur, par écrit
ou par voie électronique, du moment où un assuré
secondaire quitte le contrat d’assurance ainsi que du
nouveau lieu de résidence de celui-ci.
beroepen op artikel 60 met betrekking tot het onopzet-
telijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen
van gegevens door de verzekeringnemer of de verze-
kerde, wanneer deze gegevens betrekking hebben op
een ziekte of aandoening waarvan de symptomen zich
op het ogenblik van het sluiten van de verzekerings-
overeenkomst reeds hadden gemanifesteerd en deze
ziekte of aandoening niet gediagnosticeerd werd binnen
diezelfde termijn van twee jaar.
De verzekeraar kan zich niet beroepen op een onop-
zettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist mededelen
van gegevens, wanneer deze gegevens betrekking heb-
ben op een ziekte of aandoening die zich op het ogenblik
van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst nog
op geen enkele wijze had gemanifesteerd.
Artikel 206
Chronisch zieken en personen met een handicap
De kandidaat-verzekerde die chronisch ziek of ge-
handicapt is en de leeftijd van vijfenzestig jaar niet heeft
bereikt, heeft recht op een ziektekostenverzekering, met
dien verstande dat de kosten die verband houden met
de ziekte of de handicap welke bestaat op het ogenblik
van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst, on-
verminderd de toepassing van artikel 205 van de dek-
king mogen worden uitgesloten. De premie moet deze
zijn die aangerekend zou worden aan dezelfde persoon
indien hij of zij niet chronisch ziek of gehandicapt was.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 58 en
61 wat de informatie met betrekking tot de genetische
gegevens betreft, wordt aan de verzekeringsovereen-
komst een document gehecht dat nauwkeurig de be-
doelde ziekte of handicap alsmede de kosten bepaalt
die van de dekking uitgesloten zijn of slechts beperkt
worden gedekt. De Koning bepaalt het model van het
document.
Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en
rechtbanken worden de geschillen met betrekking tot
de kosten die van de dekking uitgesloten zijn of slechts
beperkt gedekt worden, eerst voorgelegd aan een door
de Koning bij een besluit vastgelegd na overleg in de
Ministerraad, opgericht bemiddelingsorgaan.
Artikel 207
§ 1. De hoofdverzekerde brengt de verzekeraar,
schriftelijk of elektronisch op de hoogte van het tijdstip
waarop een bijverzekerde de verzekeringsovereenkomst
verlaat en van diens nieuwe verblijfplaats.
361
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Sur la base de ces données, l’assureur soumet
à l’assuré secondaire, dans les trente jours, une
offre d’assurance conforme aux articles 203 et 204.
L’assureur informe l’assuré secondaire que l’offre vaut
également pour les membres de sa famille. Il ne peut
invoquer le fait que le risque est déjà réalisé.
L’assuré secondaire dispose d’un délai de soixante
jours pour accepter la proposition d’assurance par écrit
ou par voie électronique. Le droit d’accepter l’offre
s’éteint à l’expiration de ce délai.
§ 2. Le contrat d’assurance que l’assuré secondaire
a accepté commence à courir au moment où celui-ci
perd le bénéfi ce de l’assurance précédente.
Section III
Poursuite individuelle d’un contrat d’assurance maladie lié
à l’activité professionnelle
Article 208
Conditions d’octroi
§ 1er. Sauf si elle perd le bénéfi ce du contrat d’assu-
rance maladie lié à l’activité professionnelle pour les
raisons visées aux articles 59, 60, 69, 70, 72 et 79 et,
de manière générale, en cas de fraude, toute personne
affiliée à une assurance liée à l’activité professionnelle
a le droit de poursuivre, en tout ou en partie, cette assu-
rance individuellement lorsqu’elle perd le bénéfi ce de
l’assurance liée à l’activité professionnelle, sans devoir
subir un examen médical supplémentaire ni devoir rem-
plir un nouveau questionnaire médical.
A cet effet, l’assuré principal doit, durant les deux
années précédant la perte du contrat d’assurance mala-
die lié à l’activité professionnelle qui est poursuivi, avoir
été affilié de manière ininterrompue à un ou plusieurs
contrats d’assurance maladie successifs souscrits
auprès d’une entreprise d’assurances au sens de la
présente loi.
§ 2. Le preneur d’assurance ou, en cas de faillite ou
de liquidation, le curateur ou le liquidateur du preneur
d’assurance informe l’assuré principal, par écrit ou par
voie électronique, au plus tard dans les trente jours sui-
vant la perte du bénéfi ce de l’assurance liée à l’activité
professionnelle, du moment précis de cette perte et de
la possibilité de poursuivre le contrat individuellement.
De plus, il informe l’assuré principal du délai dans
lequel celui-ci et, le cas échéant, le coassuré peuvent
exercer leur droit à la poursuite individuelle. Le preneur
Op basis van deze gegevens doet de verzekeraar de
bijverzekerde binnen de dertig dagen een verzekerings-
aanbod dat in overeenstemming is met de artikelen 203
en 204. De verzekeraar informeert de bijverzekerde dat
het aanbod ook geldt voor de leden van zijn gezin. Hij
kan niet inroepen dat het risico reeds verwezenlijkt is.
De bijverzekerde beschikt over een termijn van
zestig dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of
elektronisch te aanvaarden. Bij het verstrijken van deze
termijn vervalt het recht om het aanbod te aanvaarden.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst die de bijverze-
kerde heeft aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij
het voordeel van de vorige verzekering verliest.
Afdeling III
Individuele voortzetting van beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst
Artikel 208
Toekenningsvoorwaarden
§ 1. Behalve in geval hij het voordeel van de beroeps-
gebonden ziekteverzekeringsovereenkomst verliest om-
wille van de bedoelde redenen in de artikelen 59, 60, 69,
70, 72 en 79 en, in het algemeen, in geval van bedrog,
heeft elke persoon die bij een beroepsgebonden ver-
zekering is aangesloten het recht om deze verzekering
individueel geheel of gedeeltelijk voort te zetten wanneer
hij het voordeel van de beroepsgebonden verzekering
verliest, zonder een bijkomend medisch onderzoek te
moeten ondergaan noch een nieuwe medische vragen-
lijst te moeten invullen.
Daartoe moet de hoofdverzekerde gedurende de
twee jaren die aan het verlies van de voortgezette be-
roepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst vooraf
gaan, ononderbroken aangesloten geweest zijn bij een
of meer opeenvolgende ziekteverzekeringsovereenkom-
sten die bij een verzekeringsonderneming zoals bedoeld
in deze wet waren aangegaan.
§ 2. De verzekeringnemer of, in geval van faillissement
of vereffening, de curator respectievelijk de vereffenaar
van de verzekeringnemer, brengt de hoofdverzekerde
ten laatste dertig dagen na het verlies van het voordeel
van de beroepsgebonden verzekering schriftelijk of
elektronisch op de hoogte van het precieze tijdstip van
dit verlies en van de mogelijkheid om de overeenkomst
individueel voort te zetten. Daarbij informeert hij de
hoofdverzekerde over de termijn waarbinnen deze en,
in voorkomend geval, de medeverzekerden het recht op
362
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
d’assurance ou, en cas de faillite ou de liquidation, le
curateur ou le liquidateur transmet en même temps
à l’assuré principal les coordonnées de l’entreprise
d’assurances concernée.
L’assuré principal et, le cas échéant, le coassuré dis-
posent d’un délai de trente jours pour informer par écrit
ou par voie électronique l’assureur de leur intention de
poursuivre le contrat d’assurance maladie lié à l’activité
professionnelle, en tout ou en partie, individuellement.
Le délai commence à courir le jour de réception du
courrier par lequel le preneur d’assurance ou, en cas
de faillite ou de liquidation, le curateur ou le liquidateur
du preneur d’assurance informe l’assuré principal par
écrit ou par voie électronique qu’il peut décider de
poursuivre individuellement le contrat d’assurance
maladie lié à l’activité professionnelle dont il a perdu
le bénéfi ce. L’assuré principal et, le cas échéant, le
coassuré disposent du droit de prolonger ce délai de
trente jours, à condition d’en informer l’assureur par écrit
ou par voie électronique. Ce droit doit lui être signifi é
par l’employeur, conformément à l’alinéa 1er. Ce délai
expire en tout cas après cent cinq jours à compter du
jour de la perte du bénéfi ce de l’assurance maladie liée
à l’activité professionnelle.
L’assureur dispose d’un délai de quinze jours pour
soumettre à l’assuré principal et, le cas échéant,
au coassuré, par écrit ou par voie électronique, une
offre d’assurance conforme aux articles 203 et 204.
L’assureur ne peut invoquer le fait que le risque est
déjà réalisé.
En même temps qu’il adresse son offre, l’assu-
reur informe l’assuré principal et, le cas échéant, le
coassuré sur les conditions de garantie, notamment
les prestations couvertes, les exclusions, le délai de
déclaration. Il rappelle également à l’assuré principal
et, le cas échéant, au coassuré le délai de trente jours
dont il dispose pour accepter l’offre soit par écrit, soit
par voie électronique.
L’assuré principal et, le cas échéant, le coassuré
disposent d’un délai de trente jours pour accepter l’offre
d’assurance par écrit ou par voie électronique. Ce délai
commence à courir le jour de la réception de l’offre
de l’assureur visée à l’alinéa 3. Le droit à la poursuite
individuelle s’éteint à l’expiration de ce délai.
§ 3. Lorsque le coassuré perd le bénéfi ce de l’assu-
rance liée à l’activité professionnelle pour une autre
individuele voortzetting kunnen uitoefenen. De verzeke-
ringnemer of, in geval van faillissement of vereffening,
de curator respectievelijk de vereffenaar maakt de
hoofdverzekerde tegelijkertijd de contactgegevens over
van de betrokken verzekeringsonderneming.
De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de
medeverzekerde, beschikken over een termijn van dertig
dagen om de verzekeraar schriftelijk of elektronisch
kennis te geven van zijn voornemen om de beroeps-
gebonden ziekteverzekeringsovereenkomst geheel
of gedeeltelijk individueel voort te zetten. De termijn
begint te lopen op de dag van de ontvangst van het
schrijven waarin de verzekeringnemer of, in geval van
faillissement of vereffening, de curator respectievelijk
de vereffenaar van de verzekeringnemer, de hoofdver-
zekerde schriftelijk of elektronisch ervan in kennis stelt
dat hij kan beslissen de beroepsgebonden ziekteverze-
keringsovereenkomst waarvan hij het voordeel verloren
heeft, individueel voort te zetten. De hoofdverzekerde
en in voorkomend geval de medeverzekerde hebben
het recht die termijn met dertig dagen te verlengen, op
voorwaarde dat de verzekeraar daarvan schriftelijk of
elektronisch in kennis wordt gesteld. Overeenkomstig
het eerste lid moet de werkgever hem in kennis stellen
van dat recht. Deze termijn verstrijkt in elk geval hon-
derdenvijf dagen na het verlies van het voordeel van de
beroepsgebonden ziekteverzekering.
De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien
dagen om de hoofdverzekerde en, in voorkomend ge-
val, de medeverzekerde schriftelijk of elektronisch een
verzekeringsaanbod te doen dat in overeenstemming
is met de artikelen 203 en 204. De verzekeraar kan niet
inroepen dat het risico reeds verwezenlijkt is.
Tegelijk met het bezorgen van zijn aanbod stelt de
verzekeraar de hoofdverzekerde en, in voorkomend
geval, de medeverzekerde in kennis van de dekkings-
voorwaarden, inzonderheid de gedekte prestaties, de
uitsluitingen en de aangiftetermijn. Voorts herinnert hij
de hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de mede-
verzekerde aan de termijn van dertig dagen waarover hij
beschikt om het aanbod schriftelijk dan wel elektronisch
te aanvaarden.
De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de
medeverzekerde, beschikken over een termijn van dertig
dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektro-
nisch te aanvaarden. Deze termijn begint te lopen op de
dag van de ontvangst van het in het derde lid bedoelde
aanbod van de verzekeraar. Bij het verstrijken van deze
termijn vervalt het recht op individuele voortzetting.
§ 3. Wanneer de medeverzekerde het voordeel van de
beroepsgebonden verzekering verliest om een andere
363
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
raison que la perte du bénéfi ce de cette assurance par
l’assuré principal, le coassuré dispose d’un délai de
cent cinq jours, à partir du moment où il perd le bénéfi ce
précité, pour informer l’assureur, par écrit ou par voie
électronique, de son intention d’exercer son droit à la
poursuite individuelle.
L’assureur dispose d’un délai de quinze jours pour lui
faire, par voie électronique ou par écrit, une offre d’assu-
rance conforme aux articles 203 et 204. L’assureur ne
peut invoquer le fait que le risque est déjà réalisé.
Le coassuré dispose d’un délai de trente jours pour
accepter l’offre d’assurance par écrit ou par voie électro-
nique. Ce délai commence à courir le jour de la réception
de l’offre de l’assureur visée à l’alinéa 2. Le droit à la
poursuite individuelle s’éteint à l’expiration de ce délai.
§ 4. Le contrat d’assurance accepté par l’assuré
prend cours au moment où il perd l’avantage de l’assu-
rance liée à l’activité professionnelle.
Article 209
Information à fournir par l’assureur
§ 1er. L’assureur informe le preneur d’assurance de la
possibilité pour l’assuré de payer individuellement une
prime complémentaire. Le preneur d’assurance trans-
met cette information sans délai à l’assuré principal.
Le paiement de ces primes complémentaires, pour
autant qu’elles aient été payées année par année
sans interruption, a pour effet qu’en cas de poursuite
individuelle la prime visée à l’article 211 est fi xée en
tenant compte de l’âge de l’assuré au moment où il a
commencé à payer les primes complémentaires.
L’âge retenu pour le calcul de la prime visée à l’article
211 est relevé proportionnellement, en cas d’interruption
temporaire du paiement des primes complémentaires
visées à l’alinéa 2, en fonction de cette interruption.
§ 2. Si l’assureur a négligé de remplir le devoir
d’information visé au paragraphe 1er, la prime du
contrat d’assurance maladie poursuivi individuellement
est, par dérogation à l’article 211, calculée en tenant
compte de l’âge de l’assuré principal ou du coassuré au
moment de son affiliation à l’assurance liée à l’activité
reden dan het verlies van het voordeel van die verze-
kering door de hoofdverzekerde, beschikt de medever-
zekerde over een termijn van honderdenvijf dagen te
rekenen van het tijdstip waarop hij voornoemd voordeel
verliest om de verzekeraar schriftelijk of elektronisch in
kennis te stellen van zijn voornemen om het recht op
individuele voortzetting uit te oefenen.
De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien
dagen om hem schriftelijk of elektronisch een verzeke-
ringsaanbod te doen dat in overeenstemming is met de
artikelen 203 en 204. De verzekeraar kan niet inroepen
dat het risico reeds verwezenlijkt is.
De medeverzekerde beschikt over een termijn van
dertig dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of
elektronisch te aanvaarden. Deze termijn begint te lopen
op de dag van de ontvangst van het in het tweede lid
bedoelde aanbod van de verzekeraar. Bij het verstrij-
ken van deze termijn vervalt het recht op individuele
voortzetting.
§ 4 De verzekeringsovereenkomst die de verzekerde
heeft aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij het
voordeel van de beroepsgebonden verzekering verliest.
Artikel 209
Door de verzekeraar te verstrekken informatie
§ 1. De verzekeraar licht de verzekeringnemer in
over de mogelijkheid voor de verzekerde om indivi-
dueel een bijkomende premie te betalen. De verzeke-
ringnemer bezorgt die informatie onmiddellijk aan de
hoofdverzekerde.
De betaling van die bijkomende premies, mits zij jaar
na jaar ononderbroken werden betaald, heeft tot gevolg
dat de in artikel 211 bedoelde premie in geval van indi-
viduele voortzetting berekend wordt rekening houdend
met de leeftijd waarop de verzekerde de bijkomende
premies is beginnen te betalen.
De leeftijd die in aanmerking komt voor de berekening
van de in artikel 211 bedoelde premie, wordt proporti-
oneel opgetrokken in geval van en in functie van de
tijdelijke onderbreking van de betaling van de in het
tweede lid bedoelde bijkomende premies.
§ 2. Indien de verzekeraar nagelaten heeft de in
paragraaf 1 opgelegde informatieplicht na te komen,
wordt de premie voor de individueel voortgezette ziek-
teverzekeringsovereenkomst in afwijking van artikel
211 berekend rekening houdend met de leeftijd van de
hoofd – of medeverzekerde op het ogenblik van zijn
364
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
professionnelle. Il appartient à l’assureur de démontrer
qu’il a rempli le devoir d’information visé au paragraphe
1er.
Si le preneur d’assurance a omis de transmettre
l’information visée au paragraphe 1er à l’assuré principal,
le preneur d’assurance est tenu de verser à l’assureur
la différence entre la prime calculée sur la base de l’âge
atteint au moment de l’exercice du droit de la poursuite
individuelle du contrat et la prime calculée sur la base
de l’âge de l’assuré principal au moment de son affi-
liation à l’assurance liée à l’activité professionnelle. La
prime relative au contrat d’assurance maladie poursuivi
individuellement qui est réclamée à l’assuré principal
est également dans ce cas, par dérogation à l’article
211, calculée en tenant compte de l’âge de l’assuré
principal au moment de son affiliation à l’assurance
liée à l’activité professionnelle. Il appartient au preneur
d’assurance de démontrer qu’il a transmis l’information
visée au paragraphe 1er.
Article 210
Garanties
§ 1er. Le contrat d’assurance maladie poursuivi indi-
viduellement offre au moins des garanties similaires à
celles offertes par le contrat d’assurance maladie lié à
l’activité professionnelle poursuivi.
Les garanties de l’assurance soins de santé indivi-
duelle sont considérées comme similaires si les élé-
ments suivants de l’assurance soins de santé liée à
l’activité professionnelle sont repris:
1° le choix de la chambre: le remboursement intégral
ou partiel ou le non-remboursement des frais supportés
dans une chambre individuelle, double ou commune;
2° la formule de remboursement: le remboursement
(partiel) des frais réels ou le remboursement des frais
sur la base du niveau de remboursement INAMI dans
le cadre de l’assurance soins de santé légale, ou la
possibilité d’une intervention forfaitaire;
3° la pré – et posthospitalisation: la prise en charge
ou non des frais ambulatoires liés à l’hospitalisation et
qui surviennent dans un délai déterminé avant ou après
l’hospitalisation; si ces frais sont couverts, ce délai doit
être d’une durée minimale d’un mois avant et de trois
mois après l’hospitalisation;
aansluiting bij de beroepsgebonden verzekering, De
bewijslast inzake de nakoming van de in paragraaf 1
bedoelde informatieplicht berust bij de verzekeraar.
Indien de verzekeringnemer nagelaten heeft de in
paragraaf 1 bedoelde informatie te bezorgen aan de
hoofdverzekerde, is de verzekeringnemer aan de ver-
zekeraar het verschil verschuldigd tussen de premie die
berekend wordt op grond van de leeftijd welke bereikt
is op het ogenblik van de uitoefening van het recht op
individuele voortzetting en de premie die berekend wordt
op grond van de leeftijd van de hoofdverzekerde op het
ogenblik van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden
verzekering. De premie voor de individueel voortgezette
ziekteverzekeringsovereenkomst, die aangerekend
wordt aan de hoofdverzekerde, wordt ook in dat geval,
in afwijking van artikel 211, berekend rekening hou-
dend met de leeftijd van de hoofdverzekerde, op het
ogenblik van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden
verzekering. De bewijslast inzake het bezorgen van
de in paragraaf 1 bedoelde informatie berust bij de
verzekeringnemer.
Artikel 210
Waarborgen
§ 1. De individueel voortgezette ziekteverzekerings-
overeenkomst biedt minstens waarborgen die gelijksoor-
tig zijn met die welke geboden worden door de voortgezet-
te beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst.
De waarborgen van de individuele ziektekostenver-
zekering worden als gelijksoortig beschouwd indien de
volgende elementen van de beroepsgebonden ziekte-
kostenverzekering worden overgenomen:
1° de keuze van de kamer: het al dan niet geheel of
ten dele terugbetalen van de kosten die gedragen zijn
in een één-, twee – of meerpersoonskamer;
2° de terugbetalingsformule: het (ten dele) terug-
betalen van de werkelijk gedragen kosten, of het
vergoeden van de kosten op grond van het RIZIV-
terugbetalingsniveau in het raam van de wettelijke ziek-
tekostenverzekering, of het voorzien in een forfaitaire
tegemoetkoming;
3° de pre – en posthospitalisatie: het al dan niet ten
laste nemen van de ambulante kosten die verband
houden met de hospitalisatie en die voorvallen in een
welbepaalde termijn vóór of na de hospitalisatie; in de
mate dat deze ambulante kosten gedekt zijn, dient de
termijn minstens één maand te bedragen vóór de hos-
pitalisatie en drie maanden na de hospitalisatie;
365
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
4° les maladies graves: la prise en charge ou non des
frais ambulatoires liés aux maladies graves.
Les garanties de l’assurance incapacité de travail
individuelle sont considérées comme similaires si elles
prévoient, comme l’assurance incapacité de travail liée
à l’activité professionnelle, le versement d’un même
pourcentage de la perte de revenus subie ou un même
montant fi xe, toutefois limité le cas échéant à la perte de
revenus subie. L’assurance incapacité de travail indivi-
duelle, qui poursuit l’assurance incapacité de travail liée
à l’activité professionnelle, vaut jusqu’à l’âge légal de la
pension ou un âge antérieur, s’il s’agit de l’âge normal
auquel l’assuré cesse complètement et défi nitivement
son activité professionnelle.
Les garanties de l’assurance invalidité individuelle
sont considérées comme similaires si elles prévoient
le versement d’un même montant fi xe ou une indem-
nisation calculée sur la base des mêmes paramètres
que ceux qui sont pris en compte dans le cadre de
l’assurance invalidité liée à l’activité professionnelle.
Les garanties de l’assurance dépendance indi-
viduelle sont considérées comme similaires si elles
prévoient, comme l’assurance soins liée à l’activité
professionnelle, le versement d’un même montant fi xe
ou une indemnisation identique des frais dus à la perte
totale ou partielle d’autonomie.
§ 2. Sans préjudice de l’article 203, § 1er, la poursuite
individuelle du contrat d’assurance maladie lié à l’acti-
vité professionnelle a lieu sans imposer un nouveau
délai d’attente. La garantie ne peut pas être limitée et
aucune prime supplémentaire ne peut être imposée en
raison de l’évolution de l’état de santé de l’assuré au
cours du contrat d’assurance maladie liée à l’activité
professionnelle.
Article 211
Prime
Pour le calcul de la prime du contrat d’assurance
maladie poursuivi individuellement, il est tenu compte
uniquement:
1° de l’âge de l’assuré au moment de la poursuite indi-
viduelle du contrat, sans préjudice de l’article 209, § 1er;
4° de zware ziekten: het al dan niet ten laste nemen
van de ambulante kosten die verband houden met
zware ziekten.
De waarborgen van de individuele arbeidsongeschikt-
heidsverzekering worden als gelijksoortig beschouwd
indien deze, net als de beroepsgebonden arbeidson-
geschiktheidsverzekering, voorzien in de uitkering van
eenzelfde percentage van het geleden inkomstenverlies,
dan wel in eenzelfde vast bedrag, dat in voorkomend ge-
val beperkt wordt tot het effectief geleden inkomensver-
lies. De individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering,
die de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverze-
kering voortzet, geldt tot de pensioengerechtigde leeftijd
of tot een jongere leeftijd, wanneer deze de normale
leeftijd is waarop de verzekerde zijn beroepswerkzaam-
heid volledig en defi nitief stopzet.
De waarborgen van de individuele invaliditeitsver-
zekering worden als gelijksoortig beschouwd indien
ze voorzien in de uitkering van eenzelfde vast bedrag
dan wel in een vergoeding die berekend wordt op
grond van dezelfde parameters als die welke in aan-
merking genomen worden in de beroepsgebonden
invaliditeitsverzekering.
De waarborgen van de individuele zorgverzekering
worden als gelijksoortig beschouwd indien ze net als de
beroepsgebonden zorgverzekering, voorzien in de uitke-
ring van eenzelfde vast bedrag, dan wel in een identieke
vergoeding van de kosten die het gevolg zijn van het
geheel of gedeeltelijk verlies van de zelfredzaamheid.
§ 2 Onverminderd artikel 203, § 1, gebeurt de indi-
viduele voortzetting van de beroepsgebonden ziekte-
verzekeringsovereenkomst zonder instelling van een
nieuwe wachttermijn. De waarborg kan niet worden
beperkt en geen bijpremie kan worden opgelegd we-
gens de evolutie van de gezondheidstoestand van de
verzekerde tijdens de duur van de beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst.
Artikel 211
Premie
Bij de berekening van de premie voor de individueel
voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst wordt
alleen rekening gehouden met:
1° de leeftijd van de verzekerde op het ogenblik van
de individuele voortzetting, onverminderd artikel 209,
§ 1;
366
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
2° des éléments d’évaluation du risque, tels qu’ils
existaient et furent évalués lors de l’affiliation au contrat
d’assurance maladie liée à l’activité professionnelle
poursuivi;
3° du régime de sécurité sociale et du statut auxquels
l’assuré est assujetti;
4° en ce qui concerne l’assurance soins de santé, de
l’assurance invalidité et de l’assurance soins, ainsi que
de la profession de l’assuré;
5° en ce qui concerne l’assurance incapacité de
travail, de la profession et du revenu professionnel de
l’assuré.
CHAPITRE 5
Dispositions propres à certains contrats
d’assurance qui garantissent le remboursement
du capital d’un crédit
Article 212
§ 1er. Le Roi peut, sur proposition conjointe du
ministre et du ministre ayant la Santé publique dans
ses attributions et après consultation de la Commission
de la protection de la vie privée, fi xer des dispositions
d’exécution pour un ou plusieurs des points suivants:
1° dans quels cas et pour quels types de crédit ou
pour quels montants assurés un questionnaire médical
standardisé doit être complété;
2° le contenu du questionnaire médical standardisé,
étant entendu qu’il doit être établi dans le respect de
la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de
la vie privée à l’égard des traitements de données à
caractère personnel et de l’article 8 de la Convention
de sauvegarde des Droits de l’Homme et des Libertés
fondamentales du 4 novembre 1950;
3° la manière dont les assureurs tiennent compte
du questionnaire dans leur décision d’attribuer ou non
l’assurance et pour la fi xation de la prime;
4° les cas où les assureurs peuvent demander un
examen médical complémentaire au candidat à l’assu-
rance, ainsi que le contenu de cet examen et le droit à
l’information concernant les résultats de cet examen;
2° de elementen ter beoordeling van het risico, zoals
die bestonden en beoordeeld werden op het ogenblik
van het toetreden tot de voortgezette beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst;
3° het stelsel en het statuut van sociale zekerheid
waaraan de verzekerde is onderworpen;
4° wat betreft de ziektekostenverzekering, de inva-
liditeitsverzekering en de zorgverzekering, alsook het
beroep van de verzekerde;
5° wat betreft de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
het beroep en het beroepsinkomen van de verzekerde.
HOOFDSTUK 5
Nadere bepalingen betreffende sommige
verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling
van het kapitaal van een krediet waarborgen
Artikel 212
§ 1. De Koning kan, op gezamenlijk voorstel van de mi-
nister en de minister bevoegd voor de Volksgezondheid,
na advies van de Commissie voor de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer, uitvoeringsbepalingen
vaststellen voor één of meerdere van volgende punten:
1° in welke gevallen en voor welke soorten krediet of
welke verzekerde bedragen een standaard medische
vragenlijst moet worden ingevuld;
2° de inhoud van de standaard medische vragenlijst,
met dien verstande dat die moet worden bepaald met
inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot be-
scherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte
van de verwerking van persoonsgegevens, alsook van
artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rech-
ten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4
november 1950;
3° op welke wijze de verzekeraars bij hun beslissing
over het al dan niet toekennen van de verzekering en
het bepalen van de premie rekening houden met de
vragenlijst;
4° de gevallen waarin de verzekeraars een bijkomend
medisch onderzoek mogen vragen aan de kandidaat-
verzekerde, evenals de inhoud van dit onderzoek en
het recht op informatie over de resultaten van deze
onderzoeken;
367
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
5° le délai dans lequel les assureurs doivent commu-
niquer leur décision relative à la demande d’assurance
au candidat à l’assurance, étant entendu que la durée
globale de traitement des dossiers de demande de prêt
immobilier par les établissements de crédit et les assu-
reurs ne pourra pas excéder cinq semaines à compter
de la réception du dossier complet;
6° la manière dont les établissements de crédit
prennent également en considération d’autres garan-
ties que l’assurance du solde restant dû lors de l’octroi
d’un crédit;
7° les conditions auxquelles les candidats à l’assu-
rance qui se voient refuser l’accès à une assurance du
solde restant dû peuvent faire appel au Bureau du suivi
de la tarifi cation visé à l’article 217, § 1er;
8° l’obligation dans le chef des entreprises d’assu-
rances et des établissements de crédit de diffuser
largement et de façon compréhensible l’information
sur l’existence du présent mécanisme d’assurances
du solde restant dû pour les personnes présentant un
risque de santé accru.
9° les cas dans lesquels une déclaration sur l’honneur
doit être produite en ce qui concerne l’objet du contrat
d’assurance.
Les conditions visées à l’alinéa 1er, 7°, fi xent notam-
ment le nombre de refus de la part des entreprises
d’assurances que le candidat à l’assurance doit avoir
essuyé avant de pouvoir s’adresser au Bureau du suivi
de la tarifi cation, ainsi que la hauteur des primes assi-
milées à un refus de la demande.
§ 2. Le Roi peut régler ou interdire l’utilisation des
questionnaires médicaux.
Le Roi peut déterminer, reformuler ou interdire des
questions relatives à la santé de l’assuré. Il peut limiter
la portée d’une question dans le temps.
Le Roi peut déterminer le montant assuré au-dessous
duquel seul le questionnaire médical peut être utilisé.
§ 3. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable
au candidat preneur d’assurance, l’assureur est tenu
de la réparation du préjudice causé par le non-respect
des dispositions arrêtées en vertu du paragraphe 1er. Le
préjudice causé au candidat preneur d’assurance est,
sauf preuve contraire, présumé résulter du non-respect
des dispositions précitées.
5°
de termijn waarbinnen de verzekeraars hun
beslissing over de aanvraag van de verzekering aan
de kandidaat-verzekerde moeten meedelen, met dien
verstande dat de totale duur van de behandeling door
de kredietinstellingen en de verzekeraars van de aan-
vraagdossiers voor een woonkrediet niet meer dan vijf
weken mag bedragen, te rekenen van de ontvangst van
het volledige dossier;
6° op welke wijze de kredietinstellingen ook andere
waarborgen dan de schuldsaldoverzekering in overwe-
ging nemen bij het verstrekken van een krediet;
7° onder welke voorwaarden de kandidaat-verzeker-
den een beroep kunnen doen op het in Artikel 217, § 1,
bedoelde Opvolgingsbureau voor de tarifering, indien
hen een schuldsaldoverzekering wordt geweigerd;
8° de verplichting voor de verzekeringsmaatschap-
pijen en de kredietinstellingen om de informatie over het
bestaan van dit mechanisme van schuldsaldoverzeke-
ring voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico
ruim en op begrijpelijke wijze te verspreiden.
9° in welke gevallen een verklaring op eer over het
voorwerp van de verzekeringsovereenkomst moet
worden afgelegd.
De in het eerste lid, 7°, bedoelde voorwaarden defi ni-
eren onder meer na hoeveel door de verzekeringsinstel-
lingen geweigerde aanvragen een kandidaat-verzekerde
zich kan wenden tot het Opvolgingsbureau voor de
tarifering, evenals de hoogte van de premies die met
een weigering van de aanvraag gelijkgesteld worden.
§ 2. De Koning kan het gebruik van medische vra-
genlijsten regelen of verbieden.
De Koning kan vragen die betrekking hebben op
de gezondheidstoestand van de verzekerde bepalen,
herformuleren of verbieden. Hij kan de draagwijdte van
een vraag in de tijd beperken.
De Koning kan het verzekerde bedrag vaststellen waar-
onder enkel de medische vragenlijst kan worden gebruikt.
§ 3. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de kandidaat-verzekeringnemer is de verze-
keraar verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt
door het niet-naleven van de bepalingen die worden
vastgesteld krachtens paragraaf 1. Het nadeel dat aan
de kandidaat-verzekeringnemer wordt berokkend, wordt,
behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van
de niet-naleving van vermelde bepalingen.
368
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 213
L’assureur qui propose une prime au preneur d’assu-
rance est tenu de scinder celle-ci entre la prime de base
et la surprime imputée en raison de l’état de santé de
l’assuré.
S’il décide de refuser l’assurance ou d’en ajourner
l’octroi, d’exclure certains risques de la couverture ou
d’imputer une surprime, l’assureur en avise par cour-
rier le candidat preneur d’assurance, de façon claire et
explicite, et en motivant les raisons de ses décisions.
Le candidat preneur d’assurance est informé, par le
même courrier, de la faculté qu’il a de prendre contact
par écrit avec le médecin de l’assureur, directement
ou par l’intermédiaire d’un médecin de son choix, pour
connaître les raisons médicales sur lesquelles l’assu-
reur a fondé ses décisions. Dans ce même courrier,
l’assureur attire l’attention sur l’existence et mentionne
les coordonnées du Bureau du suivi de la tarifi cation et
de l’organe de conciliation en matière d’assurance du
solde restant dû.
L’assureur indique si la prime proposée peut être
prise en considération pour l’application du mécanisme
de solidarité par la Caisse de compensation visée à
l’article 220.
Article 214
Le preneur d’assurance qui n’est pas d’accord avec
la prime proposée en informe l’assureur. L’assureur
transmet immédiatement l’ensemble du dossier au
réassureur, en lui demandant de le réévaluer.
Le réassureur décide sur la seule base du dossier
transmis. Tout contact direct entre d’une part, le réas-
sureur et d’autre part, le preneur d’assurance, l’assuré
ou le médecin traitant est interdit.
Le Roi peut à cet égard prévoir, par arrêté délibéré
en Conseil des ministres, que le réassureur ne doit
pas procéder à une réévaluation des propositions de
surprime lorsque cette surprime est inférieure ou égale
à un pourcentage déterminé de la prime de base, fi xé
par le Roi. Ce pourcentage à fi xer par le Roi s’élève à
maximum 25 %.
Artikel 213
De verzekeraar die aan de verzekeringnemer een
premie voorstelt, is er toe gehouden die premie op te
splitsen in de basispremie en de bijpremie die om reden
van de gezondheidstoestand van de verzekerde wordt
aangerekend.
Zo de verzekeraar beslist de verzekering te weigeren
of de toekenning ervan uit te stellen, bepaalde risico’s
van de dekking uit te sluiten of een bijpremie aan te re-
kenen, stelt hij de kandidaat-verzekeringnemer daarvan
duidelijk en uitdrukkelijk per brief in kennis, waarbij hij de
redenen motiveert waarop hij zijn beslissingen steunt.
In diezelfde brief wordt de kandidaat-verzekeringnemer
meegedeeld dat hij, rechtstreeks of via een arts naar
keuze, schriftelijk contact kan opnemen met de arts van
de verzekeraar, om te vernemen op welke medische
gronden de verzekeraar zijn beslissingen heeft ge-
steund. In zijn brief wijst de verzekeraar op het bestaan
van het Opvolgingsbureau voor de tarifering en van de
bemiddelingsinstantie inzake schuldsaldoverzekeringen
en vermeldt hij de contactgegevens ervan.
De verzekeraar deelt mee of de voorgestelde premie
in aanmerking komt voor de toepassing van het solida-
riteitsmechanisme door de Compensatiekas, bedoeld
in artikel 220.
Artikel 214
De verzekeringnemer die niet akkoord gaat met de
voorgestelde premie brengt hiervan de verzekeraar op
de hoogte. De verzekeraar zendt onverwijld het hele
dossier over aan de herverzekeraar met het verzoek
het opnieuw te beoordelen.
De herverzekeraar beslist alleen op grond van het
toegezonden dossier. Elk rechtstreeks contact tussen
enerzijds de herverzekeraar en anderzijds de verzeke-
ringnemer, de verzekerde of de behandelende genees-
heer is verboden.
De Koning kan hierbij, via een in de Ministerraad
overlegd besluit, bepalen dat de herverzekeraar geen
herbeoordeling moet verrichten van voorstellen van
bijpremie wanneer deze bijpremie kleiner of gelijk is
aan een door de Koning bepaald percentage van de
basispremie. Dit door de Koning te bepalen percentage
bedraagt maximaal 25 %.
369
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 215
Lorsque le réassureur décide d’appliquer une sur-
prime inférieure à celle initialement fi xée par l’assu-
reur, ce dernier modifie en ce sens la proposition
d’assurance.
Dans le cas contraire, l’assureur confi rme sa propo-
sition initiale.
Article 216
Le délai entre la demande d’assurance initiale et
la communication de la décision ne peut pas excéder
quinze jours. Un nouveau délai de quinze jours court
à dater de la prise de connaissance, par l’assureur, du
refus, visé à l’article 214.
Article 217
§ 1er. Le Roi crée un Bureau du suivi de la tarifi ca-
tion, qui a pour mission d’examiner les propositions de
surprime ou les refus d’assurance, à la demande de la
partie la plus diligente.
Le Roi peut, à cet égard, prévoir que le Bureau du
suivi de la tarifi cation n’examine pas les propositions
de surprime lorsque cette surprime ne représente pas
un ratio minimum de la prime de base.
§ 2. Le Bureau du suivi de la tarifi cation se compose
de deux membres qui représentent les entreprises
d’assurances, d’un membre qui représente les consom-
mateurs et d’un membre qui représente les patients.
Les membres sont nommés par le Roi pour un terme
de six ans.
Ils sont choisis sur une liste double présentée par les
associations professionnelles des entreprises d’assu-
rances et par les associations représentatives des
intérêts des consommateurs et des patients.
Le Bureau est présidé par un magistrat indépendant,
nommé par le Roi pour un terme de six ans.
Le Roi fi xe les indemnités auxquelles le président et
les membres du Bureau du suivi de la tarifi cation ont
droit ainsi que l’indemnité des experts.
Le Roi désigne également un suppléant pour chaque
membre. Les suppléants sont choisis de la même
manière que les membres effectifs.
Artikel 215
Wanneer de herverzekeraar tot een bijpremie besluit
die lager is dan de oorspronkelijk door de verzekeraar
voorgestelde bijpremie, past de verzekeraar in die zin
zijn voorstel aan.
In het tegengestelde geval bevestigt de verzekeraar
zijn oorspronkelijk aanbod.
Artikel 216
De termijn tussen de oorspronkelijke verzekerings-
aanvraag en het meedelen van de beslissing mag vijftien
dagen niet te boven gaan. Een nieuwe termijn van vijftien
dagen loopt vanaf het ogenblik waarop de verzekeraar
kennisneemt van de in artikel 214 bedoelde weigering.
Artikel 217
§ 1. De Koning richt een Opvolgingsbureau voor de
tarifering op dat tot taak heeft op verzoek van de meest
gerede partij de voorstellen tot bijpremie of de weigerin-
gen van de verzekeringen te onderzoeken.
De Koning kan hierbij bepalen dat het Opvolgingsbureau
voor tarifering geen onderzoek voert naar voorstellen
van bijpremie wanneer deze bijpremie geen minimale
ratio van de basispremie vertegenwoordigt.
§ 2. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering is sa-
mengesteld uit twee leden die de verzekeringsonderne-
mingen vertegenwoordigen, een lid dat de consumenten
vertegenwoordigt en een lid dat de patiënten vertegen-
woordigt. De leden worden door de Koning benoemd
voor een termijn van zes jaar.
Zij worden gekozen uit een dubbele lijst die wordt
voorgesteld door de beroepsverenigingen van de
verzekeringsondernemingen en de verenigingen die
de belangen van de consumenten en de patiënten
vertegenwoordigen.
Het Opvolgingsbureau wordt voorgezeten door een
onafhankelijk magistraat, die door de Koning wordt
benoemd voor een termijn van zes jaar.
De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de
voorzitter en de leden van het Opvolgingsbureau recht
hebben, alsook de vergoeding van de deskundigen.
De Koning wijst eveneens voor ieder lid een plaats-
vervanger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde
manier gekozen als de effectieve leden.
370
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Les ministres ayant les Assurances et la Santé
publique dans leurs attributions peuvent déléguer un
observateur auprès du Bureau.
Le Bureau peut s’adjoindre des experts, sans voix
délibérative.
§ 3. Le Bureau examine si la surprime proposée ou
le refus d’assurance se justifi e objectivement et raison-
nablement d’un point de vue médical et au regard de la
technique de l’assurance.
Ce Bureau peut être saisi directement par le candidat
à l’assurance, l’Ombudsman des assurances ou un des
membres du Bureau.
Il fait une proposition contraignante dans un délai
de quinze jours ouvrables prenant cours à la date de
réception du dossier.
§ 4. La Caisse de compensation supporte les frais
de fonctionnement du Bureau du suivi de la tarifi cation,
selon les modalités déterminées par le Roi.
§ 5. Le service ombudsman visé à l’article 302 assure
le secrétariat du Bureau du suivi de la tarifi cation.
Article 218
La Commission des Assurances, visée dans la par-
tie 7, titre IV, est chargée d’évaluer l’application des
dispositions du présent chapitre. Elle remet à cet effet,
tous les deux ans, un rapport au Roi et à la Chambre
des représentants. Elle peut associer à ses travaux les
experts et représentants qu’elle désigne.
Ce rapport sera accompagné d’une étude réalisée
par le Centre fédéral d’expertise des soins de santé éva-
luant l’adéquation des tarifs appliqués par les assureurs
à l’évolution des techniques médicales et des soins de
santé dans les principales pathologies concernées.
Article 219
Accès aux assurances aux conditions proposées par
le Bureau du suivi de la tarifi cation
§ 1er. Le Bureau du suivi de la tarifi cation fi xe les
conditions et les primes auxquels le candidat preneur
d’assurance a accès à une assurance sur la vie ou,
De ministers bevoegd voor Verzekeringen en
Volksgezondheid kunnen een waarnemer in het
Opvolgingsbureau afvaardigen.
Het Opvolgingsbureau kan zich laten bijstaan door
deskundigen, die evenwel geen stemrecht hebben.
§ 3. Het Opvolgingsbureau gaat na of de voorgestelde
bijpremie dan wel de weigering van de verzekering
medisch en verzekeringstechnisch objectief en redelijk
verantwoord is.
Het kan rechtstreeks worden aangezocht door
de kandidaat-verzekeringnemer, de Ombudsman
van de verzekeringen of een van de leden van het
Opvolgingsbureau.
Het doet binnen een tijdspanne van vijftien werkda-
gen te rekenen van de ontvangst van het dossier, een
bindend voorstel.
§ 4. De Compensatiekas draagt de werkingskosten
van het Opvolgingsbureau voor de tarifering, volgens
de door de Koning vastgestelde modaliteiten.
§ 5. De ombudsdienst bedoeld in artikel 302 staat in
voor het secretariaat van het Opvolgingsbureau voor
tarifering.
Artikel 218
De Commissie voor verzekeringen zoals bedoeld
in deel 7, titel IV is ermee belast de toepassing van de
bepalingen van dit hoofdstuk te evalueren. Met dat doel
bezorgt zij tweejaarlijks een verslag aan de Koning en
aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. Zij kan de
door haar aangestelde deskundigen bij haar werkzaam-
heden betrekken.
Dit verslag gaat vergezeld van een door het Federaal
Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg verrichte stu-
die, waarin wordt beoordeeld of de tarieven die de ver-
zekeraars hanteren afgestemd zijn op de evolutie van de
geneeskundige technieken en van de gezondheidszorg
aangaande de belangrijkste betrokken ziektebeelden.
Artikel 219
Toegang tot verzekeringen onder de door het
Opvolgingsbureau voor de tarifering voorgestelde
voorwaarden
§ 1. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering bepaalt
onder welke voorwaarden en premies de kandidaat-ver-
zekeringnemer toegang heeft tot een levensverzekering,
371
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
le cas échéant, à une assurance contre l’invalidité qui
garantit un crédit hypothécaire, un crédit à la consom-
mation ou un crédit professionnel.
Le Bureau revoit ses conditions d’accès et primes
tous les deux ans en fonction des données scientifi ques
les plus récentes relatives à l’évolution des risques de
décès ou, le cas échéant, d’invalidité et à la probabilité
d’une dégradation de la santé des personnes présentant
un risque accru à la suite de leur état de santé.
§ 2. L’assureur qui refuse le candidat preneur d’assu-
rance ou qui propose une prime ou une franchise qui
excède celle applicable en vertu des conditions tarifaires
proposées par le Bureau du suivi de la tarifi cation com-
munique d’initiative au candidat preneur d’assurance les
conditions d’accès et les tarifs proposés par le Bureau
et l’informe qu’il peut éventuellement s’adresser à un
autre assureur.
L’assureur communique par écrit et de manière claire,
explicite et non équivoque les motifs du refus d’assu-
rance ou les raisons pour lesquelles une surprime ou
une franchise plus élevée sont proposées, ainsi que la
composition précise de celles-ci.
Article 220
§ 1er. Le Roi agrée, aux conditions qu’Il détermine,
une Caisse de compensation qui a pour mission de
répartir la charge des surprimes.
§ 2. Le Roi approuve les statuts et règle le contrôle
de l’activité de la Caisse de compensation. Il indique
les actes qui doivent faire l’objet d’une publication
au Moniteur belge. Au besoin, Il crée la Caisse de
compensation.
§ 3. Les assureurs qui pratiquent l’assurance vie
comme garantie d’un crédit hypothécaire, ainsi que
les prêteurs hypothécaires, sont solidairement tenus
d’effectuer à la Caisse de compensation les versements
nécessaires pour l’accomplissement de sa mission et
pour supporter ses frais de fonctionnement.
Si la Caisse de compensation est créée par le Roi,
un arrêté royal fi xe chaque année les règles de calcul
des versements à effectuer par les assureurs et les
prêteurs hypothécaires.
§ 4. L’agrément est retiré si la Caisse de compensa-
tion n’agit pas conformément aux lois et règlements ou
à ses statuts.
desgevallend invaliditeitsverzekering, die een hypo-
thecair krediet, consumentenkrediet of professioneel
krediet waarborgt.
Het Opvolgingsbureau herziet om de twee jaar zijn
toegangsvoorwaarden en premies rekening houdend
met de meest recente wetenschappelijke gegevens
inzake de evolutie van de risico’s op overlijden, desge-
vallend invaliditeit, en de kans op een verslechtering van
de gezondheid van personen met een verhoogd risico
ingevolge hun gezondheidstoestand.
§ 2. De verzekeraar die de kandidaat-verzekeringne-
mer weigert of die een premie of een vrijstelling voorstelt
die hoger ligt dan die welke van toepassing is krach-
tens de tariefvoorwaarden die het Opvolgingsbureau
voor de tarifering heeft voorgesteld, informeert de
kandidaat-verzekeringnemer op eigen initiatief over de
toegangsvoorwaarden en tarieven die het Bureau heeft
voorgesteld, en deelt hem mee dat hij zich eventueel
kan wenden tot een andere verzekeraar.
De verzekeraar deelt schriftelijk en op duidelijke,
uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze mee om welke
redenen de verzekering geweigerd wordt of waarom een
bijpremie of verhoogde vrijstelling wordt voorgesteld en
hoe deze precies zijn samengesteld.
Artikel 220
§ 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij
bepaalt, een Compensatiekas die tot taak heeft de last
van de bijpremies te verdelen.
§ 2. De Koning keurt de statuten goed en regelt de
controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij
wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad
moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt Hij de
Compensatiekas in.
§ 3. De verzekeraars die levensverzekeringen als
waarborg voor kredieten aanbieden, alsook de hypo-
thecaire kredietgevers, zijn hoofdelijk gehouden aan
de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig
zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar
werkingskosten te dragen.
Indien de kas door de Koning is ingesteld, legt een
koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het bere-
kenen van de stortingen die door de verzekeraars en
de hypothecaire kredietgevers moeten worden gedaan.
§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de
Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wet-
ten, reglementen of haar statuten.
372
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Dans ce cas, le Roi peut prendre toutes mesures
propres à sauvegarder les droits des preneurs d’assu-
rance, des assurés et des personnes lésées.
La Caisse de compensation reste soumise au
contrôle pendant toute la durée de la liquidation.
Le Roi nomme un liquidateur spécial chargé de cette
liquidation.
Article 221
Organe de conciliation en matière d’assurances
du solde restant dû
Sans préjudice de la compétence des cours et tri-
bunaux, les litiges relatifs à l’application des mesures
d’exécution visées à l’article 212 sont d’abord soumis
à l’organe de conciliation visé à l’article 206, alinéa 3.
Article 222
L’assureur qui impute une surprime supérieure à
200 % de la prime de base, est tenu d’offrir la garantie
standardisée au preneur d’assurance.
Cette garantie standardisée est d’un montant maxi-
mal de 200.000 euros si le candidat assuré souscrit seul
le crédit hypothécaire. Dans le cas de co-emprunteurs,
le candidat assuré peut s’assurer pour le même montant
mais limité à 50 % du capital emprunté.
Le Roi peut adapter les montants déterminés au pré-
sent article afi n de tenir compte de l’évolution des prix.
Article 223
L’assureur qui applique une surprime supérieure à
un seuil exprimé en pourcentage de la prime de base,
est tenu de faire intervenir la Caisse de compensation.
La Caisse de compensation est tenue de payer la
partie de la surprime qui dépasse ce seuil, sans que
pour autant, la surprime ne puisse dépasser un plafond
exprimé en pourcentage de la prime de base.
In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen
nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekering-
nemers, de verzekerden en de benadeelden.
Zolang de vereffening duurt, blijft de Compensatiekas
aan de controle onderworpen.
Voor deze vereffening benoemt de Koning een bij-
zonder vereffenaar.
Artikel 221
Bemiddelingsorgaan inzake
schuldsaldoverzekeringen
Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en
rechtbanken worden de geschillen met betrekking tot
de toepassing van de in artikel 212 bedoelde uitvoe-
ringsmaatregelen, eerst voorgelegd aan het bemidde-
lingsorgaan bedoeld in artikel 206, derde lid.
Artikel 222
De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die meer
dan 200 % van de basispremie bedraagt, is ertoe ge-
houden de gestandaardiseerde waarborg aan te bieden
aan de verzekeringnemer.
Deze gestandaardiseerde waarborg bedraagt maxi-
maal 200.000 euro indien de kandidaat-verzekerde
het hypothecaire krediet alleen aangaat. Indien er een
mede-kredietnemer is, kan de kandidaat-verzekerde
zich verzekeren tot hetzelfde bedrag, maar beperkt tot
50 % van het ontleend kapitaal.
De Koning kan het in dit artikel vermelde bedrag aan-
passen om rekening te houden met de prijzenevolutie.
Artikel 223
De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die ho-
ger ligt dan een in een percentage van de basispremie
uitgedrukte drempel, is ertoe gehouden de tussenkomst
van de Compensatiekas te vragen.
De Compensatiekas is ertoe gehouden het deel van
de bijpremie te betalen dat deze drempel overschrijdt,
zonder dat de bijpremie echter hoger mag liggen dan
een in een percentage van de basispremie uitgedrukt
maximumbedrag.
373
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
La prime de base est assimilée à la prime la plus
basse proposée par l’entreprise d’assurances pour une
personne du même âge.
Le Roi fi xe ce seuil et ce plafond afi n qu’ils répondent
à une nécessaire solidarité envers les preneurs d’assu-
rance concernés, sans que ce seuil ne puisse excéder
200 % de la prime de base. L’évaluation prévue à l’article
218 fera également rapport sur ce point.
A la demande de la Caisse de compensation, l’assu-
reur délivre un double du dossier d’assurance. Le cas
échéant, il donne les explications nécessaires.
Article 224
Les articles 212 à 223 sont d’application aux contrats
d’assurance qui garantissent le remboursement du
capital d’un crédit hypothécaire contracté en vue de la
transformation ou de l’acquisition de l’habitation propre
et unique du preneur d’assurance.
Le Roi peut étendre le champ d’application de ces
articles à d’autres contrats d’assurance qui garantissent
le remboursement du capital d’un crédit.
PARTIE 5
LE CONTRAT D’ASSURANCE AUTRE QUE LE
CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE VISÉ
DANS LA PARTIE 4
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 225
Les dispositions de la présente partie sont appli-
cables aux contrats d’assurance régis par le droit
belge. Dans la mesure où il n’y est pas dérogé par des
articles spéciaux, elles sont applicables aux assurances
maritimes, ainsi qu’aux assurances sur le transport par
terre, rivières et canaux.
Elles ne sont pas applicables aux contrats d’assu-
rance soumis aux dispositions de la partie 4.
De basispremie is gelijkgesteld met de laagste premie
die de verzekeringsonderneming aanbiedt voor een
persoon van dezelfde leeftijd.
De Koning bepaalt die drempel en dat maximum-
bedrag zodat ze beantwoorden aan een noodzakelijke
solidariteit ten aanzien van de betrokken verzekering-
nemers, zonder dat die drempel echter hoger mag lig-
gen dan 200 % van de basispremie. De in artikel 218
bedoelde evaluatie zal ook daarover rapporteren.
Op vraag van de Compensatiekas bezorgt de ver-
zekeraar een afschrift van het verzekeringsdossier. Hij
verstrekt in voorkomend geval de nodige uitleg.
Artikel 224
De artikelen 212 tot 223 zijn van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling
waarborgen van het kapitaal van een hypothecair
krediet dat wordt aangegaan voor de verbouwing of
verwerving van de eigen en enige gezinswoning van
de verzekeringnemer.
De Koning kan het toepassingsgebied van die artike-
len uitbreiden tot andere verzekeringsovereenkomsten
die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet
waarborgen.
DEEL 5
DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST, ANDERE
DAN DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
ZOALS BEDOELD IN DEEL 4
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 225
De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten die onderworpen zijn aan
het Belgische recht. Voor zover daarvan door bijzon-
dere artikelen niet wordt afgeweken, zijn ze mede van
toepassing op de zeeverzekering en op de verzekering
betreffende land-, rivier – en kanaalvervoer.
Zij zijn niet van toepassing op de verzekeringsover-
eenkomsten die onder de bepalingen van deel 4 val-
len.
374
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 226
Le profi t espéré peut être assuré dans les cas prévus
par la loi.
Article 227
Les associations d’assurances mutuelles sont régies
par leurs règlements, par les principes généraux du
droit, par les dispositions légales particulières qui leur
sont applicables et par les dispositions de la présente
partie, en tant qu’elles ne sont pas incompatibles avec
ces sortes d’assurances.
Elles sont représentées en justice par leurs directeurs.
CHAPITRE 2
Des personnes pouvant souscrire un contrat
d’assurance
Article 228
Un objet peut être assuré par toute personne ayant
intérêt à sa conservation, à raison d’un droit de propriété
ou autre droit réel ou à raison de la responsabilité à
laquelle elle se trouve engagée relativement à la chose
assurée.
Article 229
§ 1er. L’assurance peut être contractée pour compte
d’autrui en vertu d’un mandat général ou spécial ou
même sans mandat. Les effets en sont réglés en ce
dernier cas par les dispositions relatives à la gestion
d’affaires.
§ 2. S’il ne résulte pas du contrat d’assurance qu’il
est souscrit pour compte d’un tiers, l’assuré est censé
l’avoir souscrit pour lui-même.
Article 230
§ 1er. Un créancier peut faire assurer la solvabilité de
son débiteur; l’assureur pourra se prévaloir du bénéfi ce
de discussion, sauf convention contraire.
§ 2. Les créanciers saisissants ou nantis d’un gage
et les créanciers privilégiés et hypothécaires peuvent
Artikel 226
Verwachte winst kan worden verzekerd in de gevallen
bij de wet bepaald.
Artikel 227
De verenigingen van onderlinge verzekering worden
beheerst door hun reglementen, door de algemene
rechtsbeginselen, door de bijzondere op hen van toe-
passing zijnde wettelijke bepalingen en door de bepa-
lingen van dit deel, die met een zodanige verzekering
niet onverenigbaar zijn.
Zij worden in rechte vertegenwoordigd door hun
directeurs.
HOOFDSTUK 2
Personen die een verzekeringsovereenkomst
kunnen aangaan
Artikel 228
Ieder die bij het behoud van een zaak belang heeft
wegens een recht van eigendom of een ander zakelijk
recht of wegens enige aansprakelijkheid in verband met
de zaak, kan die laten verzekeren.
Artikel 229
§ 1. De verzekering kan voor rekening van een ander
worden aangegaan krachtens een algemene of een
bijzondere lastgeving, of zelfs zonder lastgeving. In het
laatst bedoelde geval worden de gevolgen geregeld
overeenkomstig de bepalingen betreffende de zaak-
waarneming.
§ 2. Indien uit de verzekeringsovereenkomst niet
volgt dat zij voor een derde is aangegaan, wordt de
verzekerde geacht ze voor zichzelf te hebben geslo-
ten.
Artikel 230
§ 1. Een schuldeiser kan de gegoedheid van zijn
schuldenaar laten verzekeren; de verzekeraar kan zich
beroepen op het voorrecht van uitwinning, voor zover
niet anders is overeengekomen.
§ 2. De beslagleggende of pandhoudende schuld-
eisers, alsook de bevoorrechte en hypothecaire
375
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
faire assurer en leur nom personnel les biens affectés
au payement de leurs créances.
Dans ce cas, l’indemnité due à raison du sinistre est
subrogée de plein droit, à leur égard, aux biens assurés
qui formaient leur gage.
Article 231
Lorsque des objets mobiliers ont été assurés, le paye-
ment de l’indemnité fait à l’assuré libère l’assureur s’il
n’a pas été formé d’opposition entre ses mains.
Article 232
Les dispositions des deux articles précédents
n’auront d’effet qu’en tant que le créancier viendrait en
ordre utile dans la collocation ou dans la distribution, si
la perte des objets saisis, engagés, hypothéqués ou sur
lesquels existe le privilège n’était pas arrivée.
CHAPITRE 3
Des obligations de l’assureur et de l’assuré
Article 233
Toute réticence, toute fausse déclaration de la part
de l’assuré, même sans mauvaise foi, rendent le contrat
d’assurance nul lorsqu’elles diminuent l’opinion du
risque ou en changent le sujet, de telle sorte que l’assu-
reur, s’il en avait eu connaissance, n’aurait pas conclu
le contrat aux mêmes conditions.
Article 234
Dans tous les cas où le contrat d’assurance est
annulé, en tout ou en partie, l’assureur doit, si l’assuré a
agi de bonne foi, restituer la prime, soit pour le tout, soit
pour la partie pour laquelle il n’a pas couru de risques.
La bonne foi ne pourra être invoquée dans le cas de
l’article 236, alinéa 1er.
schuldeisers, kunnen de voor de betaling van hun
schuldvorderingen verbonden goederen in hun eigen
naam laten verzekeren.
In dat geval treedt de vergoeding voor het schade-
geval, wat hen betreft, van rechtswege in de plaats van
de verzekerde goederen die hun pand uitmaken.
Artikel 231
Bij verzekering van roerende zaken wordt de ver-
zekeraar bevrijd door betaling van de vergoeding aan
de verzekerde, indien geen verzet onder hem gedaan
is.
Artikel 232
De bepalingen van de twee vorige artikelen hebben
slechts gevolg in zover de schuldeiser bij de rangrege-
ling of bij de verdeling in batige rang zou zijn gekomen,
indien de in beslag genomen, in pand gegeven, met
hypotheek bezwaarde of bij voorrecht verbonden zaken
niet verloren waren gegaan.
HOOFDSTUK 3
Verplichtingen van de verzekeraar en van de
verzekerde
Artikel 233
Elke verzwijging of onjuiste opgave van de zijde van
de verzekerde, zelfs zonder kwade trouw, maakt de
verzekeringsovereenkomst nietig, wanneer daardoor
de waardering van het risico zodanig wordt verminderd
of het voorwerp ervan zodanig wordt veranderd dat de
verzekeraar, indien hij daarvan kennis had gedragen,
de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden zou
hebben aangegaan.
Artikel 234
In alle gevallen waarin de verzekeringsovereen-
komst geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, moet de
verzekeraar, wanneer de verzekerde te goeder trouw
heeft gehandeld, de premie teruggeven, hetzij voor het
geheel, hetzij voor het gedeelte waarvoor hij geen risico
heeft gelopen.
De goede trouw kan niet worden ingeroepen in het
geval van artikel 236, eerste lid.
376
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 235
Si le contrat est annulé pour cause de dol, fraude
ou mauvaise foi, l’assureur conserve la prime, sans
préjudice de l’action publique, s’il y a lieu.
Article 236
Les choses assurées dont la valeur entière est cou-
verte par un premier contrat d’assurance ne peuvent
plus faire l’objet d’une nouvelle assurance contre les
mêmes risques au profi t de la même personne.
Si l’entière valeur n’est pas assurée par le premier
contrat, les assureurs qui ont signé les contrats subsé-
quents répondent de l’excédent en suivant l’ordre de
la date des contrats.
Tous les contrats d’assurance souscrits le même jour
seront réputés conclus simultanément.
Article 237
La perte, soit totale, soit partielle, se répartit entre
les divers contrats d’assurance de même date, dans la
proportion des sommes assurées par chacun, et entre
les divers contrats d’assurance de date différente, en
proportion de la valeur dont chacun répond.
Article 238
Les contrats successifs assurant les mêmes valeurs
contre les mêmes risques et au profi t des mêmes per-
sonnes auront néanmoins effet:
1° s’ils ont lieu du consentement de chacun des
assureurs; la perte se répartit, dans ce cas, comme
si les deux contrats d’assurance avaient été conclus
simultanément;
2° si l’assuré décharge le premier assureur de toute
obligation pour l’avenir, sans préjudice de ses propres
obligations.
La renonciation doit, dans ce dernier cas, être notifi ée
à l’assureur, et il en est fait mention, à peine de nullité,
dans la nouvelle police.
Artikel 235
Wanneer de overeenkomst vernietigd wordt uit oor-
zaak van bedrog, arglist of kwade trouw, behoudt de
verzekeraar de premie, onverminderd de strafvordering,
indien daartoe grond bestaat.
Artikel 236
De verzekerde zaken waarvan de volle waarde reeds
door een verzekeringsovereenkomst gedekt is, kunnen
niet een tweede maal tegen dezelfde risico’s worden
verzekerd ten voordele van dezelfde persoon.
Wanneer door de eerste overeenkomst niet de volle
waarde verzekerd is, zijn de verzekeraars die de vol-
gende overeenkomsten hebben getekend, verbonden
voor het meerdere, in de volgorde van dagtekening van
de overeenkomsten.
Alle verzekeringsovereenkomsten die dezelfde dag
zijn aangegaan, worden geacht tegelijkertijd te zijn
gesloten.
Artikel 237
Het gehele of gedeeltelijke verlies wordt over de
onderscheiden verzekeringsovereenkomsten omge-
slagen, naar evenredigheid van de bedragen waarvoor
ze gesloten zijn ingeval ze van dezelfde datum zijn, of
naar evenredigheid van de waarde waarvoor ieder moet
instaan ingeval ze van verschillende datum zijn.
Artikel 238
Achtereenvolgende verzekeringsovereenkomsten
van dezelfde waarden tegen dezelfde risico’s en ten
voordele van dezelfde personen hebben nochtans ge-
volg:
1° wanneer zij zijn aangegaan met instemming van
elk van de verzekeraars; het verlies wordt in dat geval
omgeslagen alsof beide verzekeringsovereenkomsten
tegelijkertijd waren gesloten;
2° wanneer de verzekerde de eerste verzekeraar
ontslaat van elke verbintenis voor de toekomst, onver-
minderd zijn eigen verbintenissen.
De afstand moet in het laatstbedoelde geval ter kennis
worden gebracht van de verzekeraar en op straffe van
nietigheid in de nieuwe polis vermeld worden.
377
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 239
L’assuré peut faire assurer la prime de l’assurance.
Article 240
Aucune perte ou dommage, causé par le fait ou par la
faute grave de l’assuré, n’est à la charge de l’assureur;
celui-ci peut même retenir ou réclamer la prime s’il a
déjà commencé à courir les risques.
Article 241
Dans toute assurance, l’assuré doit faire toute dili-
gence pour prévenir ou atténuer le dommage; il doit,
aussitôt que le dommage est arrivé, en donner connais-
sance à l’assureur, le tout à peine de dommages-inté-
rêts, s’il y a lieu.
Les frais faits par l’assuré, aux fi ns d’atténuer le
dommage, sont à charge de l’assureur, lors même que
le montant de ces frais, joint au montant du dommage,
excéderait la somme assurée et que les diligences faites
auraient été sans résultat.
Néanmoins, les tribunaux et les arbitres, lorsque
les parties s’y seront référées, pourront les réduire ou
même refuser de les allouer, s’ils jugent qu’ils ont été
faits inconsidérément, soit en tout, soit en partie.
Article 242
L’assureur ne répond pas des pertes et dommages
résultant immédiatement du vice propre de la chose, à
moins de stipulation contraire.
Article 243
L’assurance ne comprend ni les risques de guerre,
ni les pertes ou dommages occasionnés par émeutes,
sauf convention contraire.
Article 244
Dans toute assurance, l’indemnité, en cas de sinistre,
est réglée à raison de la valeur de l’objet, au temps du
sinistre.
Artikel 239
De verzekerde kan de verzekeringspremie laten
verzekeren.
Artikel 240
Verlies of schade, veroorzaakt door opzet of grove
schuld van de verzekerde, komt niet ten laste van de
verzekeraar; deze kan zelfs de premie behouden of vor-
deren indien hij reeds enig risico heeft gelopen.
Artikel 241
Bij elke verzekering moet de verzekerde al het no-
dige doen om de schade te voorkomen of te beperken;
dadelijk nadat de schade ontstaan is, moet hij daarvan
kennis geven aan de verzekeraar; een en ander op
straffe van schadevergoeding, indien daartoe grond
bestaat.
De kosten, door de verzekerde gemaakt om de
schade te beperken, komen ten laste van de verze-
keraar, ook wanneer het gezamenlijk bedrag van die
kosten en van de schade de verzekerde som te boven
gaat en de aangewende pogingen vruchteloos gebleven
zijn.
Niettemin kunnen de rechtbanken en de scheidsrech-
ters, wanneer de partijen zich tot hen hebben gewend,
die kosten verminderen of zelfs weigeren toe te kennen,
indien zij oordelen dat ze geheel of gedeeltelijk op on-
bedachtzame wijze zijn gemaakt.
Artikel 242
De verzekeraar staat niet in voor het verlies en de
schade die onmiddellijk volgen uit een eigen gebrek
van de zaak, tenzij het tegendeel bedongen is.
Artikel 243
Oorlogsrisico en verlies of schade veroorzaakt door
oproer, zijn niet verzekerd tenzij het tegendeel bedongen
is.
Artikel 244
Bij elke verzekering wordt de vergoeding van de
schade bepaald naar de waarde van de zaak ten tijde
van het schadegeval.
378
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Si la valeur assurée a été préalablement estimée
par experts, convenus entre parties, l’assureur ne peut
contester cette estimation, hors le cas de fraude.
La valeur de l’objet peut être établie par tous moyens
de droit. Le juge peut même, en cas d’insuffisance des
preuves, déférer d’office le serment à l’assuré.
Article 245
Dans tous les cas où le contrat d’assurance ne couvre
qu’une partie de la valeur de l’objet assuré, l’assuré est
considéré lui-même comme assureur pour le surplus de
la valeur, sauf convention contraire.
Article 246
L’assureur qui a payé le dommage est subrogé à
tous les droits de l’assuré contre les tiers du chef de ce
dommage, et l’assuré est responsable de tout acte qui
préjudicierait aux droits de l’assureur contre les tiers.
Dans les contrats d’assurance permis par l’article
230, § 2, l’assureur qui a payé l’indemnité est subrogé
à l’action du créancier contre le débiteur.
La subrogation ne peut, en aucun cas, nuire à l’assuré
qui n’a été indemnisé qu’en partie; celui-ci peut exer-
cer ses droits pour le surplus et conserve à cet égard
la préférence sur l’assureur, conformément à l’article
1252 du Code civil.
L’assureur qui effectue un paiement à un mineur,
un interdit ou un autre incapable en application d’un
contrat d’assurance, l’effectue sur un compte ouvert
à son nom, frappé d’indisponibilité jusqu’à la majorité
ou à la levée de l’incapacité, sans préjudice du droit de
jouissance légale.
Article 247
L’assureur a un privilège sur la chose assurée.
Wanneer de verzekerde waarde vooraf geschat is
door deskundigen omtrent wie partijen zijn overeenge-
komen, kan de verzekeraar deze schatting niet betwis-
ten, behalve in geval van bedrog.
De waarde van de zaak kan bewezen worden door
alle wettelijke middelen.
De rechter kan zelfs, ingeval de bewijzen onvol-
doende zijn, aan de verzekerde ambtshalve de eed
opleggen.
Artikel 245
Telkens als de verzekeringsovereenkomst slechts
een gedeelte van de waarde van de zaak dekt, wordt
de verzekerde zelf als verzekeraar voor het overige
beschouwd, tenzij het tegendeel bedongen is.
Artikel 246
De verzekeraar die de schade betaald heeft, treedt in
alle rechten die de verzekerde, ter zake van die schade,
tegenover derden mocht hebben, en de verzekerde
is aansprakelijk voor elke handeling die de rechten
van de verzekeraar tegenover derden mocht benade-
len.
In de verzekeringsovereenkomsten die krachtens
artikel 230, § 2, mogen worden gesloten, treedt de ver-
zekeraar die de vergoeding betaald heeft, in de plaats
van de schuldeiser voor diens rechtsvordering tegen de
schuldenaar.
De indeplaatsstelling kan in geen geval tot nadeel
strekken van de verzekerde die slechts gedeeltelijk
schadeloos gesteld is; deze kan zijn rechten voor het
overige uitoefenen en behoudt te dien aanzien de voor-
keur boven de verzekeraar overeenkomstig artikel 1252
van het Burgerlijk Wetboek.
De verzekeraar die aan een minderjarige, onbe-
kwaamverklaarde of andere onbekwame een betaling
verricht bij toepassing van een verzekeringsovereen-
komst, doet dit op een rekening die op zijn naam is ge-
opend en die onbeschikbaar is tot de meerderjarigheid
of het opheffen van de onbekwaamheid, onverminderd
het recht op wettelijk genot.
Artikel 247
De verzekeraar heeft een voorrecht op de verzekerde
zaak.
379
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Ce privilège est dispensé de toute inscription. Il prend
rang immédiatement après celui des frais de justice.
Il n’existe, quel que soit le mode de payement de
la prime, que pour une somme correspondant à deux
annuités.
Article 248
L’assureur peut toujours faire réassurer l’objet de
l’assurance.
CHAPITRE 4
De la preuve et du contenu du contrat
Article 249
Le contrat d’assurance doit être prouvé par écrit,
quelle que soit la valeur de l’objet du contrat.
Néanmoins, la preuve testimoniale peut être admise,
lorsqu’il existe un commencement de preuve par écrit.
Article 250
La même police peut contenir plusieurs assurances,
soit à raison des choses assurées, soit à raison du taux
de la prime, soit à raison des différents assureurs.
Article 251
La police d’assurance énonce:
1° la date du jour où le contrat d’assurance est conclu;
2° le nom de la personne qui souscrit le contrat d’as-
surance pour son compte ou pour le compte d’autrui;
3° les risques que l’assureur prend sur lui et les temps
auxquels les risques doivent commencer et fi nir.
Dit voorrecht behoeft niet te worden ingeschreven.
Het komt in rang onmiddellijk na het voorrecht van de
gerechtskosten.
Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee
jaar premie, onverschillig op welke wijze deze betaald
wordt.
Artikel 248
De verzekeraar kan het voorwerp van de verzekering
altijd laten herverzekeren.
HOOFDSTUK 4
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Artikel 249
De verzekeringsovereenkomst moet worden bewezen
door geschrift, ongeacht de waarde van het voorwerp
der overeenkomst.
Niettemin kan het bewijs door getuigen worden toe-
gelaten, wanneer er een begin van schriftelijk bewijs
aanwezig is.
Artikel 250
Eenzelfde polis mag verscheidene verzekeringen be-
vatten, die verschillen ten aanzien van de verzekerde za-
ken, het premiepercentage of de verzekeraars.
Artikel 251
De verzekeringspolis vermeldt:
1° de dag waarop de verzekeringsovereenkomst is
gesloten;
2° de naam van degene die de verzekeringsover-
eenkomst voor eigen rekening of voor rekening van een
derde aangaat;
3° de risico’s die de verzekeraar op zich neemt, en
de tijdstippen waarop de risico’s beginnen te lopen en
eindigen.
380
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 5
De quelques cas de résolution du contrat
Article 252
Le contrat d’assurance ne peut avoir d’effet si la
chose assurée n’a pas été mise en risque ou si le dom-
mage prévu existait déjà au moment de la conclusion
du contrat.
Article 253
Si l’assureur tombe en faillite lorsque le risque n’est
pas encore fi ni, l’assuré peut demander caution ou, à
défaut de caution, la résiliation du contrat.
L’assureur a le même droit en cas de faillite de
l’assuré.
Article 254
En cas d’aliénation de la chose assurée, le contrat
d’assurance profi te de plein droit, sauf convention
contraire, au nouveau propriétaire, à raison de tous les
risques pour lesquels la prime a été payée au moment
de l’aliénation.
Il profi te également au nouveau propriétaire, sauf
convention contraire dans la police, lorsque celui-ci a
été subrogé aux droits et obligations du précédent pro-
priétaire envers les assureurs ou lorsque, de commun
accord entre l’assureur et le nouveau propriétaire, le
contrat d’assurance continue à recevoir son exécution.
Article 255
Les obligations de l’assureur cessent lorsqu’un fait
de l’assuré transforme les risques par le changement
d’une circonstance essentielle ou les aggrave de telle
sorte que si le nouvel état des choses avait existé à
l’époque de la conclusion du contrat d’assurance,
l’assureur n’aurait pas conclu ce contrat ou ne l’aurait
conclu qu’à d’autres conditions.
Ne peut se prévaloir de cette disposition, l’assureur
qui, après avoir eu connaissance des modifi cations
apportées aux risques, a néanmoins continué à exé-
cuter le contrat.
HOOFDSTUK 5
Enige gevallen van ontbinding van de
overeenkomst
Artikel 252
De verzekeringsovereenkomst kan geen gevolg
hebben wanneer de verzekerde zaak niet aan het
risico blootgesteld is geweest of wanneer de schade
reeds bestond ten tijde van het sluiten van de overeen-
komst.
Artikel 253
Ingeval de verzekeraar failliet gaat voordat het risico
geëindigd is, kan de verzekerde vorderen dat een borg
gesteld wordt, of, bij gebreke van een borg, dat de
overeenkomst wordt beëindigd.
Gaat de verzekerde failliet, dan heeft de verzekeraar
hetzelfde recht.
Artikel 254
Bij vervreemding van de verzekerde zaak loopt de
verzekeringsovereenkomst van rechtswege, tenzij het
tegendeel bedongen is, ten voordele van de nieuwe ei-
genaar, ten aanzien van alle risico’s waarvoor de premie
betaald was ten tijde van de vervreemding.
Zij loopt eveneens ten voordele van de nieuwe ei-
genaar, tenzij het tegendeel in de polis bedongen is,
wanneer deze in de rechten en verplichtingen van de
voorgaande eigenaar jegens de verzekeraars gesteld is
of wanneer de verzekeringsovereenkomst verder wordt
uitgevoerd in onderlinge overeenstemming tussen de
verzekeraar en de nieuwe eigenaar.
Artikel 255
De verbintenissen van de verzekeraar houden op,
wanneer een daad van de verzekerde de risico’s door
verandering van een essentiële omstandigheid wijzigt
of die risico’s verzwaart in zodanige mate dat de verze-
keraar de verzekeringsovereenkomst niet zou hebben
aangegaan of daarin slechts op andere voorwaarden
zou hebben toegestemd, indien de nieuwe staat van
zaken ten tijde van het sluiten der overeenkomst had
bestaan.
De verzekeraar kan zich op deze bepaling niet be-
roepen, wanneer hij is voortgegaan met de uitvoering
van de overeenkomst, nadat hij kennis had gekregen
van de verandering in het risico.
381
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 6
De la prescription
Article 256
Toute action dérivant d’une police d’assurance est
prescrite après trois ans, à compter de l’événement qui
y donne ouverture. La prescription contre les mineurs,
interdits et autres incapables ne court pas jusqu’au jour
de la majorité ou de la levée de l’incapacité.
Toutefois en cas d’action récursoire de l’assuré
contre l’assureur, le délai ne prend cours qu’à partir de
la demande en justice de la victime, soit qu’il s’agisse
d’une demande originaire d’indemnisation, soit qu’il
s’agisse d’une demande ultérieure en suite de l’aggra-
vation du dommage ou de la survenance d’un dommage
nouveau.
PARTIE 6
L’INTERMÉDIATION EN ASSURANCES ET LA
DISTRIBUTION D’ASSURANCES
CHAPITRE 1ER
Défi nitions
Article 257
Pour l’application de la présente partie, il y a lieu
d’entendre par:
1° “responsable de la distribution”:
a) toute personne physique appartenant à la direction
d’un intermédiaire d’assurances ou de réassurance,
ou tout employé au service d’un tel intermédiaire, et
qui, de facto, assume la responsabilité de l’activité
d’intermédiation en assurances et en réassurance ou
en exerce le contrôle;
b) toute personne physique qui, dans une entreprise
d’assurances, assume de facto la responsabilité à
l’égard de personnes chargées de la distribution de
produits d’assurance ou exerce le contrôle sur de telles
personnes;
2° “courtier d’assurances”: l’intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance qui met en relation des
preneurs d’assurance et des entreprises d’assurances,
ou des entreprises d’assurances et des entreprises de
réassurance, sans être lié par le choix de celles-ci;
HOOFDSTUK 6
Verjaring
Artikel 256
Elke rechtsvordering die uit een verzekeringspolis
ontstaat, verjaart door verloop van drie jaren, te rekenen
van de gebeurtenis waarop ze gegrond is. De verjaring
tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere
onbekwamen loopt niet tot de dag van de meerderjarig-
heid of van de opheffing van de onbekwaamheid.
In geval van regresvordering van de verzekerde tegen
de verzekeraar loopt de termijn echter eerst vanaf het
instellen van de rechtsvordering door de getroffene,
onverschillig of het gaat om een oorspronkelijke eis
tot schadeloosstelling dan wel om een latere eis naar
aanleiding van een verzwaring van de schade of van
het ontstaan van nieuwe schade.
DEEL 6
VERZEKERINGSBEMIDDELING EN DE
DISTRIBUTIE VAN VERZEKERINGEN
HOOFDSTUK 1
Defi nities
Artikel 257
Voor de toepassing van dit deel wordt verstaan on-
der:
1° “verantwoordelijke voor de distributie”:
a) elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van
of elke werknemer in dienst van een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon, die de facto de ver-
antwoordelijkheid heeft van of toezicht uitoefent op de
werkzaamheid van verzekerings- en herverzekerings-
bemiddeling;
b) elke natuurlijke persoon die in een verzekerings-
onderneming de facto de verantwoordelijkheid heeft
over of toezicht uitoefent op personen die instaan voor
de distributie van verzekeringsproducten;
2° “verzekeringsmakelaar”: de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon die verzekeringnemers
en verzekeringsondernemingen, of verzekeringson-
dernemingen en herverzekeringsondernemingen, met
elkaar in contact brengt, zonder in de keuze van deze
gebonden te zijn;
382
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
3° “agent d’assurances”: l’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance qui, en raison d’une ou plusieurs
conventions ou procurations, au nom et pour le compte
d’une seule ou de plusieurs entreprises d’assurances
ou de réassurance, exerce des activités d’intermédiation
en assurances ou en réassurance;
4° “sous-agent d’assurances”: l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance, autre que celui visé
aux points 2° et 3°, qui agit sous la responsabilité des
personnes visées aux points 2° et 3°;
5° “agent d’assurances lié”: l’agent d’assurances
qui, en raison d’une ou plusieurs convention(s) ou
procuration(s), ne peut exercer une activité d’intermé-
diation en assurance, au nom et pour le compte, que:
— d’une seule entreprise d’assurances; ou
— de plusieurs entreprises d’assurances pour
autant que les contrats d’assurance de ces entreprises
n’entrent pas en concurrence entre eux;
et agit sous l’entière responsabilité de celle(s)-ci
pour les contrats d’assurances qui les concernent
respectivement.
Au sens du présent article, les contrats d’assurance
suivants sont considérés comme des contrats d’assu-
rance entrant en concurrence entre eux:
— les contrats d’assurance relevant du groupe d’acti-
vités “vie” visé à l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février
1991 portant règlement général relatif au contrôle des
entreprises d’assurances, ainsi que les contrats d’assu-
rance relevant des branches d’assurance vie visées
à l’annexe I de la directive 2002/83/CE du Parlement
européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concer-
nant l’assurance directe sur la vie ou à l’annexe II de la
directive 2009/138/CE, qui répondent aux défi nitions des
assurances d’épargne ou d’investissement telles que
visées à l’article 1er de l’arrêté royal du [•] 2014 relatif
aux modalités d’application au secteur des assurances
des articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers;
— les contrats d’assurance relevant du groupe d’acti-
vités “vie” visé à l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février
1991 portant règlement général relatif au contrôle des
entreprises d’assurances, ainsi que les contrats d’assu-
rance relevant des branches d’assurance vie visées
3° “verzekeringsagent”: de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon die, uit hoofde van een
of meer overeenkomsten of volmachten, in naam en
voor rekening van één of meerdere verzekerings- of
herverzekerings-ondernemingen werkzaamheden van
verzekerings- of herverzekeringsbemiddeling uitoe-
fent;
4° “verzekeringssubagent”: de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon, andere dan deze bedoeld
in de punten 2° en 3°, die handelt onder de verantwoor-
delijkheid van de in punten 2° en 3° bedoelde perso-
nen;
5° “verbonden verzekeringsagent”: de verzekerings-
agent die, uit hoofde van een of meer overeenkomsten of
volmachten, werkzaamheden van verzekeringsbemid-
deling slechts mag uitoefenen in naam en voor rekening
van:
— één enkele verzekeringsonderneming; of
— verschillende verzekeringsondernemingen in
zoverre de verzekeringsovereenkomsten van die on-
dernemingen geen onderling concurrerende verzeke-
ringsovereenkomsten zijn;
en onder de volledige verantwoordelijkheid van die
onderneming(en) handelt voor de verzekeringsover-
eenkomsten die haar (hen) respectievelijk aanbelan-
gen.
In de zin van dit artikel worden de volgende verze-
keringsovereenkomsten als “onderling concurrerende
verzekeringsovereenkomsten” beschouwd:
— de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken
van de groep van activiteiten “leven” zoals bepaald in
Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen, alsook de verzeke-
ringovereenkomsten die deel uitmaken van levensverze-
keringstakken zoals bepaald in Bijlage I bij de Richtlijn
2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering
of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG, die beant-
woorden aan de defi nitie van spaar – of beleggingsver-
zekeringen zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk
besluit van [•] 2014 over de regels voor de toepassing
van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en
de fi nanciële diensten op de verzekeringssector;
— de andere verzekeringsovereenkomsten die deel
uitmaken van de groep van activiteiten “leven” zoals
bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 fe-
bruari 1991 houdende algemeen reglement betreffende
de controle op de verzekeringsondernemingen, alsook
383
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
à l’annexe I de la directive 2002/83/CE du Parlement
européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concer-
nant l’assurance directe sur la vie ou à l’annexe II de la
directive 2009/138/CE, autres que ceux qui répondent
aux défi nitions des assurances d’épargne ou d’investis-
sement telles que visées à l’article 1er de l’arrêté royal
du [•] 2014 susmentionné; ainsi que,
— les contrats d’assurance relevant du groupe
d’activités “non-vie” lorsqu’ils relèvent d’une même
branche au sens de l’annexe I de l’arrêté royal du 22
février 1991 portant règlement général relatif au contrôle
des entreprises d’assurances, de l’annexe, point A, de
la directive 73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973
portant coordination des dispositions législatives,
réglementaires et administratives concernant l’accès à
l’activité de l’assurance directe autre que l’assurance
sur la vie, et son exercice, ou de l’annexe I, partie A, de
la directive 2009/138/CE;”;
6° “État membre d’origine IMD”:
a) si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
est une personne physique, l’État membre où il est
domicilié et où il exerce ses activités;
b) si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
est une personne morale, l’État membre où est établi
son siège social ou, si cette personne morale n’a pas
de siège social aux termes de son droit national, l’État
membre où est située son administration centrale.
7° “État membre d’accueil IMD”: l’État membre, autre
que l’État membre d’origine IMD, où un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance a une succursale ou
exerce une activité en libre prestation de services.
8° “autorités IMD”: les autorités au sens de l’article
2, point 11, de la directive 2002/92/CE;
9° “support durable”: tout instrument permettant au
client de stocker des informations qui lui sont adressées
personnellement, de telle sorte qu’elles puissent être
consultées ultérieurement pendant une période adaptée
à l’objectif de ces informations, et permettant la repro-
duction exacte des informations stockées;
en particulier, la notion de support durable inclut les
disquettes informatiques, les CD-ROM, les DVD et le
disque dur de l’ordinateur du consommateur sur lequel
le courrier électronique est stocké, mais ne comprend
de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van
de levensverzekeringstakken zoals bepaald in Bijlage I
bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 5 november 2002 betreffende de le-
vensverzekering of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/
EG, dan deze die beantwoorden aan de defi nitie van
spaar – of beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in
artikel 1 van het voornoemde koninklijk besluit van [•]
2014; evenals,
— de verzekeringsovereenkomsten die deel uitma-
ken van de groep van activiteiten “niet-leven”, wanneer
zij tot eenzelfde tak behoren in de zin van Bijlage I bij
het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende
algemeen reglement betreffende de controle op de
verzekeringsondernemingen, van de Bijlage, punt A bij
de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973
tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen betreffende de toegang tot het directe ver-
zekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensver-
zekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of van
Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG;”;
6° “IMD lidstaat van herkomst “:
a) indien de verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar hij
zijn woonplaats heeft en zijn werkzaamheden uitoefent;
b) indien de verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon een rechtspersoon is, de lidstaat waar
zijn maatschappelijke zetel is gevestigd of, indien deze
rechtspersoon volgens zijn nationale recht geen maat-
schappelijke zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkan-
toor is gevestigd;
7° “IMD lidstaat van ontvangst”: de lidstaat, andere
dan de IMD lidstaat van herkomst, waarin een verzeke-
rings- of herverzekeringstussenpersoon een bijkantoor
heeft of vrij diensten verricht;
8° “IMD autoriteiten”: de autoriteiten in de zin van
artikel 2, punt 11 van de Richtlijn 2002/92/EG;
9° “duurzame drager”: elk hulpmiddel dat de cliënt in
staat stelt aan hem persoonlijk gerichte informatie op
zodanige wijze op te slaan dat hij deze gedurende een
voor het doel van de informatie toereikende periode
kan raadplegen en waarmee de opgeslagen informatie
ongewijzigd kan worden gereproduceerd;
onder duurzame drager wordt in het bijzonder
verstaan computerdiskettes, cd-rom’s, DVD’s en
de harde schijf van de computer van de consument
waarop de elektronische post wordt opgeslagen, maar
384
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
pas un site Internet, sauf si ce site satisfait aux critères
spécifi és dans la défi nition du support durable;
10° “l’arrêté royal relatif aux règles de conduite de
niveau 1”: l’arrêté royal du [•] 2014 relatif aux modalités
d’application au secteur des assurances des articles 27
à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance
du secteur fi nancier et aux services fi nanciers;
11° “l’arrêté royal relatif aux règles de conduite de
niveau 2”: l’arrêté royal du [•] 2014 relatif aux règles de
conduite et aux règles relatives à la gestion des confl its
d’intérêts, fi xées en vertu de la loi, en ce qui concerne
le secteur des assurances.
CHAPITRE 2
Dispositions générales
Article 258
La présente partie ne s’applique pas aux intermé-
diaires d’assurances et de réassurance dans les cas
suivants:
1° lorsqu’ils exercent leurs activités exclusivement
en vue d’assurer ou de réassurer des risques de leur
entreprise propre ou du groupe d’entreprises auquel
ils appartiennent;
2° lorsque l’intermédiation en assurances ou en
réassurance porte sur des contrats d’assurance ou
de réassurance pour lesquels toutes les conditions
suivantes sont remplies:
a. le contrat requiert uniquement une connaissance
de la couverture offerte par l’assurance;
b. le contrat n’est pas un contrat d’assurance vie;
c. le contrat ne comporte aucune couverture de la
responsabilité civile;
d. l’intermédiation en assurances ou en réassurance
ne constitue pas l’activité professionnelle principale des
personnes considérées;
e. l’assurance constitue un complément au produit
ou au service fourni par un fournisseur quel qu’il soit,
lorsqu’elle couvre:
— le risque de mauvais fonctionnement, de perte ou
d’endommagement des biens fournis par ce fournisseur;
niet internetwebsites, tenzij die voldoen aan de in de
defi nitie van duurzame drager opgenomen criteria;
10° “koninklijk besluit over de gedragsregels van ni-
veau 1”: het koninklijk besluit van [•] 2014 over de regels
voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van
de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten op de
verzekeringssector;
11° “koninklijk besluit over de gedragsregels van
niveau 2”: het koninklijk besluit van [•] 2014 inzake de
krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels
over het beheer van belangenconfl icten, wat de verze-
keringssector betreft.
HOOFDSTUK 2
Algemene bepalingen
Artikel 258
Dit deel is niet van toepassing op de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen, in de hiernavolgende
gevallen:
1° wanneer zij hun activiteiten uitsluitend uitoefenen
met het oog op het verzekeren of het herverzekeren van
risico’s van de eigen onderneming of van de groep van
ondernemingen waartoe ze behoren;
2° wanneer de verzekerings- of herverzekeringsbe-
middeling betrekking heeft op verzekerings- of herver-
zekeringsovereenkomsten met betrekking tot dewelke
alle hiernavolgende voorwaarden vervuld zijn:
a. de overeenkomst vergt slechts kennis van de ver-
zekeringsdekking die geboden wordt;
b. de overeenkomst is geen levensverzekeringsover-
eenkomst;
c. de overeenkomst dekt geen aansprakelijkheidsri-
sico’s;
d. de persoon in kwestie heeft een andere hoofdbe-
roepswerkzaamheid dan verzekerings- of herverzeke-
ringsbemiddeling;
e. de verzekering is een aanvulling op de levering
van een product of de verrichting van een dienst door
eender welke aanbieder, en dekt:
— het risico van defect, verlies of beschadiging van
door die aanbieder geleverde goederen;
385
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
ou
— le risque d’endommagement ou de perte de
bagages et les autres risques liés à un voyage réservé
auprès de ce fournisseur, même si l’assurance couvre
la vie ou la responsabilité civile, à la condition que cette
couverture soit accessoire à la couverture principale
relative aux risques liés à ce voyage;
f. le montant de la prime annuelle ne dépasse pas
500 euros et la durée totale du contrat, reconductions
éventuelles comprises, n’est pas supérieure à cinq ans.
Article 259
Les personnes qui sont désignées comme respon-
sables de la distribution dans une entreprise d’assu-
rances opérant en Belgique, doivent satisfaire aux
mêmes conditions en matière de connaissances profes-
sionnelles et d’aptitude et d’honorabilité professionnelle
que celles prévues pour les intermédiaires d’assurances
à l’article 268, § 1er, 1° et 2°, et § 2.
Les autres personnes d’une entreprise d’assurances
qui, de quelque manière que ce soit, sont en contact
avec le public en vue d’offrir en vente ou de vendre des
produits de leur entreprise, doivent satisfaire aux condi-
tions en matière de connaissances professionnelles
fi xées à l’article 270, § 2.
Article 260
Toute personne morale ou physique qui occupe
des travailleurs et est inscrite comme intermédiaire
d’assurances ou de réassurance, désigne un respon-
sable de la distribution conformément à l’article 261.
Le responsable de la distribution doit satisfaire aux
conditions relatives aux connaissances professionnelles
et à l’aptitude et l’honorabilité professionnelle visées à
l’article 268, § 1er, 1° et 2°, et § 2.
Les autres personnes qui, auprès d’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance, s’occupent directement
d’intermédiation en assurances ou en réassurance, en
particulier toute personne qui, à cet effet et de quelque
manière que ce soit, est en contact avec le public, doivent
satisfaire aux conditions en matière de connaissances
professionnelles fi xées à l’article 270, § 2.
Article 261
Les intermédiaires en assurances et en réassurance
ainsi que les entreprises d’assurances désignent une ou
of
— het risico van beschadiging of verlies van bagage
en andere risico’s die verbonden zijn aan een bij die
aanbieder geboekte reis, zelfs indien deze verzekering
de dekking omvat van levensverzekerings- of aanspra-
kelijkheidsrisico’s, maar dan wel op voorwaarde dat de
dekking bijkomend is aan de hoofddekking van de met
de reis verbonden risico’s;
f. het bedrag van de jaarlijkse premie is niet hoger dan
500 euro en de volledige looptijd van de overeenkomst,
met inbegrip van eventuele verlengingen, bedraagt niet
meer dan vijf jaar.
Artikel 259
De personen die als verantwoordelijke voor de dis-
tributie zijn aangewezen in een verzekeringsonderne-
ming die in België werkzaam is, moeten voldoen aan
dezelfde vereisten van beroepskennis, geschiktheid en
professionele betrouwbaarheid als de verzekeringstus-
senpersonen zoals voorgeschreven in artikel 268, § 1,
1°, 2° en § 2.
De andere personen van een verzekeringsonderne-
ming die op welke wijze ook in contact staan met het
publiek met het oog op het te koop aanbieden of ver-
kopen van de producten van hun onderneming moeten
voldoen aan de in artikel 270, § 2, bepaalde vereisten
inzake beroepskennis.
Artikel 260
Elke rechtspersoon en elke natuurlijke persoon die
werknemers in dienst heeft, die ingeschreven is als ver-
zekerings- of herverzekeringstussenpersoon, wijst een
verantwoordelijke voor de distributie aan als bepaald
bij Artikel 261. De verantwoordelijke voor de distributie
moet voldoen aan de vereisten van beroepskennis,
geschiktheid en professionele betrouwbaarheid, als
bedoeld in artikel 268, § 1, 1°, 2° en § 2. A
De andere personen die zich in een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon rechtstreeks met verze-
kerings- en herverzekeringsbemiddeling bezig houden,
inzonderheid iedere persoon die daartoe op welke wijze
ook in contact staat met het publiek, moeten voldoen
aan de vereisten van beroepskennis als bedoeld in
artikel 270, § 2.
Artikel 261
De verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
en de verzekeringsondernemingen wijzen een of meer
386
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
plusieurs personnes physiques comme responsables de
la distribution. Leur nombre est adapté à l’organisation
et aux activités de l’intermédiaire ou de l’entreprise. Le
Roi fi xe ce nombre sur proposition conjointe du ministre
ayant les Assurances dans ses attributions et du ministre
des Affaires sociales.
CHAPITRE 3
De l’inscription
Section Ire
Dispositions générales
Article 262
§ 1er. Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassu-
rance dont la Belgique est l’État membre d’origine IMD
ne peut exercer l’activité d’intermédiation en assurances
ou en réassurance, s’il n’est préalablement inscrit au
registre des intermédiaires d’assurances et de réassu-
rance tenu par la FSMA.
Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant comme État membre d’origine IMD un pays autre
que la Belgique ne peut exercer en Belgique l’activité
d’intermédiation en assurances ou en réassurance, s’il
n’est préalablement inscrit en qualité d’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance par l’autorité IMD de
son État membre d’origine, sans préjudice des dispo-
sitions de l’article 266, § 2.
Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant son domicile ou son siège social dans un pays
non membre de l’EEE ne peut exercer en Belgique
l’activité d’intermédiation en assurances ou en réas-
surance, s’il n’est préalablement inscrit au registre des
intermédiaires d’assurances et de réassurance tenu
par la FSMA.
Le registre des intermédiaires d’assurances et
de réassurance tenu par la FSMA est constitué des
catégories suivantes: “courtiers d’assurances”, “agents
d’assurances” et “sous-agents d’assurances”.
Un intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ne peut être inscrit qu’à l’une des catégories précitées.
natuurlijke personen aan als verantwoordelijken voor
de distributie. Het aantal verantwoordelijken voor de
distributie is aangepast aan de organisatie en de acti-
viteiten van de tussenpersoon of de onderneming. De
Koning stelt dit aantal vast op gezamenlijk voorstel van
de minister die de Verzekeringen in zijn bevoegdheid
heeft en van de minister van Sociale Zaken.
HOOFDSTUK 3
Inschrijving
Afdeling I
Algemene bepalingen
Artikel 262
§ 1. Geen enkele verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon met België als IMD lidstaat van
herkomst, mag de activiteit van verzekerings- of herver-
zekeringsbemiddeling uitoefenen, zonder vooraf inge-
schreven te zijn in het register van de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen bijgehouden door de
FSMA.
Geen enkele verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon met een andere IMD lidstaat van herkomst dan
België mag in België de activiteit van verzekerings- of
herverzekeringsbemiddeling uitoefenen zonder vooraf
ingeschreven te zijn als verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon door de IMD autoriteit van zijn
lidstaat van herkomst, onverminderd het bepaalde bij
artikel 266, § 2.
Geen enkele verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon met woonplaats of maatschappelijke zetel
in een land buiten de EER, mag in België de activiteit
van verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
uitoefenen, zonder vooraf ingeschreven te zijn in het
register van de verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen bijgehouden door de FSMA.
Het door de FSMA bijgehouden register van de ver-
zekerings- en herverzekeringstussenpersonen wordt
onderverdeeld in de categorieën “verzekeringsmake-
laars”, “verzekeringsagenten” en “verzekeringssubagen-
ten”.
Een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
kan slechts in een van de voormelde categorieën wor-
den ingeschreven.
387
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Les entreprises d’assurances ou de réassurance
qui ont un établissement en Belgique ou qui y exercent
leur activité sans y être établies ne peuvent faire appel
à un intermédiaire d’assurances ou de réassurance
qui n’est pas inscrit conformément aux dispositions du
paragraphe 1er.
Si elles font néanmoins appel à un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance non inscrit, elles sont
civilement responsables pour les actes posés par ces
intermédiaires dans le cadre de leur activité d’intermé-
diation en assurances ou en réassurance.
§ 3. Par dérogation aux dispositions du paragraphe
1er, les intermédiaires d’assurances visés à l’article
68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions
diverses en matière d’organisation de l’assurance
maladie complémentaire (I), sont inscrits au registre
tenu par l’OCM.
Le Roi détermine, sur avis de l’OCM, les modalités
selon lesquelles doit s’opérer l’inscription au registre.
Les arrêtés royaux portant exécution du présent
paragraphe, sont pris sur la proposition conjointe du
ministre qui a les Assurances dans ses attributions et
du ministre des Affaires sociales.
Article 263
L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
qui souhaite être inscrit dans la catégorie “courtiers
d’assurances” joint à sa demande d’inscription une
déclaration sur l’honneur de laquelle il ressort qu’il
exerce ses activités professionnelles en dehors de tout
contrat d’agence exclusive ou de tout autre engagement
juridique lui imposant de placer la totalité ou une partie
déterminée de sa production auprès d’une entreprise
d’assurances ou de réassurance ou de plusieurs entre-
prises d’assurances ou de réassurance appartenant au
même groupe.
Sans préjudice des dispositions légales relatives
à l’inviolabilité du domicile et à la protection de la vie
privée, la FSMA peut effectuer toute enquête, y compris
dans les locaux où l’intermédiaire d’assurances ou de
réassurance exerce son activité ou au siège des entre-
prises d’assurances ou de réassurance concernées, en
vue de contrôler la véracité de cette déclaration.
§ 2. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,
die een vestiging hebben in België of er hun activiteiten
uitoefenen zonder er gevestigd te zijn, mogen geen
beroep doen op een verzekerings- of herverzekerings-
tussenpersoon die niet is ingeschreven overeenkomstig
het bepaalde in paragraaf 1.
Indien zij niettemin beroep doen op een niet inge-
schreven verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon zijn zij burgerrechtelijk aansprakelijk voor de
handelingen van deze tussenpersonen verricht in het
kader van hun activiteit van verzekerings- en herverze-
keringsbemiddeling.
§ 3. In afwijking van de bepalingen in paragraaf 1
worden de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld
in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende
diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvul-
lende ziekteverzekering (I) ingeschreven in het register
bijgehouden door de CDZ.
De Koning bepaalt, na advies van de CDZ, de moda-
liteiten volgens dewelke deze registerinschrijving moet
gebeuren.
De Koninklijke besluiten ter uitvoering van deze pa-
ragraaf, worden genomen op gezamenlijke voordracht
van de minister die de verzekeringen in zijn bevoegdheid
heeft en de minister van Sociale Zaken.
Artikel 263
De verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
die ingeschreven wil worden in de categorie “verzeke-
ringsmakelaars” voegt bij zijn verzoek om inschrijving
een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat hij zijn
beroepswerkzaamheden uitoefent buiten elke exclu-
sieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische
verbintenis die hem verplicht zijn hele productie of een
bepaald deel ervan te plaatsen bij een verzekerings- of
een herverzekeringsonderneming of meerdere ver-
zekerings- of herverzekeringsondernemingen die tot
eenzelfde groep behoren.
Onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende
de onschendbaarheid van de woning en de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer, mag de FSMA een
onderzoek uitvoeren, inclusief in de lokalen die door de
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon worden
gebruikt voor de uitoefening van zijn werkzaamheid of
op de zetel van de betrokken verzekerings- of herver-
zekeringsondernemingen om de juistheid van deze
verklaring na te gaan.
388
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Toute modifi cation aux données sur lesquelles porte
la déclaration sur l’honneur visée à l’alinéa 1er doit être
communiquée sans délai à la FSMA.
Article 264
§ 1er. L’intermédiaire d’assurances inscrit dans la
catégorie d’agent d’assurances qui est soumis à une
obligation contractuelle de travailler, dans le secteur de
l’assurance, exclusivement avec une seule entreprise
d’assurances ou avec plusieurs entreprises d’assu-
rances pour des contrats d’assurance non concurrents
entre eux, de sorte qu’il répond à la défi nition d’agent
d’assurances lié, le notifi e à la FSMA. Il lui communique
également le nom, l’adresse de cette (ces) entreprise(s)
d’assurances ainsi que le(s) groupe(s) d’activité et les
branches d’assurances concernés.
§ 2. L’entreprise d’assurances notifi e à la FSMA le(s)
nom(s) et adresse(s) du/des agent(s) d’assurances
lié(s) avec le(s)quel(s) elle collabore. Elle communique
également à la FSMA le(s) groupe(s) d’activité et les
branches d’assurances concernés.
§ 3. Toute modifi cation apportée aux données visées
aux paragraphes 1er ou 2 est notifi ée sans délai à la
FSMA.
Article 265
Pour les activités visées par la présente partie, nul
ne peut porter le titre de courtier d’assurances, agent
d’assurances ou sous-agent d’assurances, ou de
courtier, agent ou sous-agent, pour indiquer l’activité
d’assurance, de réassurance ou d’intermédiation en
assurances ou en réassurance, s’il n’est inscrit au
registre des intermédiaires d’assurances et de réas-
surance, respectivement dans la catégorie “courtiers
d’assurances”, “agents d’assurances” ou “sous-agents
d’assurances”.
Article 266
§ 1er. Tout intermédiaire d’assurances ou de réassu-
rance inscrit en Belgique qui envisage d’exercer pour la
première fois des activités dans un autre État membre
sous le régime de liberté d’établissement ou de libre
prestation de services, en avise préalablement la FSMA.
Le registre indique dans quels États membres l’inter-
médiaire opère en vertu de la liberté d’établissement
ou de la libre prestation de services.
Elke wijziging in de gegevens waarop de verklaring op
erewoord bedoeld in het eerste lid betrekking heeft, moet
onverwijld aan de FSMA meegedeeld worden.
Artikel 264
§ 1. De verzekeringstussenpersoon die in de cate-
gorie van verzekeringsagenten is ingeschreven, en die
contractueel verplicht is om, binnen de verzekerings-
sector, uitsluitend met één verzekeringsonderneming
of met meerdere verzekeringsondernemingen verzeke-
ringszaken te doen met betrekking tot verzekeringsover-
eenkomsten die geen onderling concurrerende verzeke-
ringsovereenkomsten zijn, zodat hij beantwoordt aan de
defi nitie van verbonden verzekeringsagent stelt de FSMA
hiervan in kennis. Hij deel de FSMA tevens de naam en
het adres van deze verzekeringsonderneming(en) mee,
alsook de betrokken groep(en) van activiteiten en de
betrokken verzekeringstakken.
§ 2. De verzekeringsonderneming stelt de FSMA in
kennis van de na(a)m(en) en het/de adres(sen) van de
verbonden verzekeringsagent(en) met wie zij samen-
werkt. Zij deelt aan de FSMA ook de groep(en) van
activiteiten en de betrokken verzekeringstakken mee.
§ 3. Elke wijziging in de gegevens als bedoeld in
paragrafen 1 of 2 wordt onverwijld ter kennis gebracht
van de FSMA.
Artikel 265
Voor de werkzaamheden bedoeld bij dit deel, mag
niemand de titel dragen van verzekeringsmakelaar, ver-
zekeringsagent of verzekeringssubagent, of van make-
laar, agent, of subagent, met verwijzing naar de activiteit
van verzekeringen, herverzekeringen, verzekerings- of
herverzekeringsbemiddeling, tenzij hij in het register
van de verzekerings- en herverzekeringstussenper-
sonen is ingeschreven, respectievelijk in de categorie
“verzekeringsmakelaars”, “verzekeringsagenten” of
“verzekeringssubagenten”.
Artikel 266
§ 1. Elke in België ingeschreven verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon die voornemens is voor het
eerst in een andere lidstaat werkzaamheden uit te oefe-
nen in het stelsel van vrijheid van vestiging of vrijheid van
dienstverrichting, stelt de FSMA daarvan vooraf in kennis.
In het register wordt aangegeven in welke lidstaten de
tussenpersoon werkzaam is door middel van vrijheid van
vestiging of vrijheid van dienstverrichting.
389
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Dans le mois de la notifi cation, la FSMA informe de
cette intention l’autorité IMD de l’État membre d’accueil
IMD qui le souhaite, et communique cette notifi cation à
l’intermédiaire concerné.
§ 2. L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
inscrit dans un État membre autre que la Belgique peut
commencer ses activités en Belgique, soit sous le
régime de liberté d’établissement, soit sous celui de libre
prestation de services, après en avoir avisé l’autorité
IMD de son État membre d’origine, et après que cette
autorité a averti la FSMA conformément à la disposition
de droit européen en la matière. La FSMA publie la liste
de ces intermédiaires d’assurances et de réassurance
sur son site web et veille à sa mise à jour régulière sur
la base des données dont elle dispose.
L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
visé à l’alinéa 1er doit respecter, dans l’exercice de ses
activités, les dispositions légales et réglementaires
applicables en Belgique aux intermédiaires d’assu-
rances et de réassurance pour des motifs d’intérêt
général. La FSMA communique à ces intermédiaires
d’assurances et de réassurance quelles dispositions
sont, à sa connaissance, d’intérêt général.
§ 3. Les intermédiaires d’assurances et de réassu-
rance visés au paragraphe 1er, alinéa 2, ainsi que les
intermédiaires d’assurances et de réassurance visés au
paragraphe 2, peuvent commencer leurs activités dans
l’État membre d’accueil IMD concerné au plus tôt un
mois après avoir été avisés par l’autorité IMD de leur
État membre d’origine.
Section II
Procédure et conditions
Article 267
§ 1er. Toute demande d’inscription est envoyée à la
FSMA dans les formes et dans les conditions fi xées par
le Roi. Dans sa demande, le candidat doit indiquer dans
quelle catégorie il souhaite être inscrit et mentionner
celui ou ceux des groupes de branches visés à l’annexe
II de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assurances,
dans lequel ou lesquels il exerce ses activités.
De FSMA stelt binnen een maand na deze kennisge-
ving de IMD autoriteit van de IMD lidstaat van ontvangst
die dit wenst van dit voornemen in kennis, en brengt de
betrokken tussenpersoon van deze kennisgeving op de
hoogte.
§ 2. De in een andere lidstaat dan België ingeschre-
ven verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon kan
zijn werkzaamheden in België aanvangen, hetzij door
middel van vrijheid van vestiging, hetzij door middel van
vrijheid van dienstverrichting, nadat hij de IMD autoriteit
van zijn lidstaat van herkomst hiervan in kennis heeft
gesteld, en nadat deze autoriteit de FSMA op de hoogte
gebracht heeft overeenkomstig de Europeesrechtelijke
bepalingen ter zake. De FSMA maakt de lijst van deze
verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen be-
kend op haar website en zorgt voor een regelmatige
actualisering ervan op basis van de haar beschikbare
gegevens.
De in het eerste lid bedoelde verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon moet bij de uitoefening van
zijn werkzaamheden de wettelijke en reglementaire
bepalingen naleven die in België van toepassing zijn
op de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
om redenen van algemeen belang. De FSMA deelt de
hier bedoelde verzekerings- en herverzekeringstussen-
personen mee welke bepalingen naar haar weten van
algemeen belang zijn.
§ 3. De verzekerings- en herverzekeringstussenper-
sonen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en de verze-
kerings- en herverzekeringstussenpersonen bedoeld in
paragraaf 2, kunnen hun werkzaamheden in de betrok-
ken IMD lidstaat van ontvangst ten vroegste aanvangen
één maand na de datum van hun in kennisstelling door
de IMD autoriteit van hun lidstaat van herkomst.
Afdeling II
Procedure en voorwaarden
Artikel 267
§ 1. Elke aanvraag om inschrijving wordt overeen-
komstig de door de Koning vastgestelde vormen en
voorwaarden gericht aan de FSMA. In zijn aanvraag
moet de kandidaat aanduiden in welke categorie hij
ingeschreven wenst te worden en vermelden in welke
groep of groepen van takken, zoals bedoeld in Bijlage
II van het Koninklijke besluit van 22 februari 1991 hou-
dende algemeen reglement betreffende de controle van
verzekeringsondernemingen, hij zijn werkzaamheden
uitoefent.
I n d i e n d e k a n d i d a at ve r ze ke r i n g s - o f
390
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Si le candidat souhaite exercer l’intermédiation en
assurances ou en réassurance, en matière d’assurance
contre les accidents du travail telle que visée par la loi
du 10 avril 1971 sur les accidents du travail ou par la loi
du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des
dommages résultant des accidents du travail, des acci-
dents survenus sur le chemin du travail et des maladies
professionnelles dans le secteur public, il doit l’indiquer
dans sa demande.
Le demandeur doit fournir, à l’appui de sa demande,
les documents nécessaires prouvant qu’il satisfait à
toutes les conditions.
Sans préjudice des dispositions de l’article 268,
plusieurs candidats peuvent introduire leur demande
d’inscription collectivement si le respect de leurs obliga-
tions visées à l’article 268 est vérifi é par un organisme
central. Cet organisme central doit être un intermé-
diaire d’assurances, un intermédiaire de réassurance,
une entreprise d’assurances agréée pour l’exercice
d’activités d’assurance, une entreprise de réassurance
agréée pour l’exercice de l’activité de réassurance,
une entreprise d’assurances soumise à la surveillance
complémentaire sur les entreprises d’assurances au
sens de l’article 91ter de la loi du 9 juillet 1975, ou un
autre organisme ou entreprise qui remplit les conditions
déterminées par le Roi sur proposition de la FSMA.
En ce cas, la demande d’inscription est introduite par
l’organisme central sous sa responsabilité. Pour l’appli-
cation de la présente loi, leur dossier sera traité comme
s’il s’agissait d’une seule entreprise. L’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance est radié d’office du
registre lorsque l’organisme central demande le retrait
de son inscription.
La FSMA décide, dans les soixante jours de la récep-
tion de la demande et des documents requis, d’inscrire
ou non le candidat au registre dans la catégorie qu’il a
demandée. La FSMA notifi e sa décision au demandeur
par lettre recommandée à la poste. En cas de refus,
la FSMA doit motiver ce refus. Toute modifi cation aux
données des documents mentionnés au présent para-
graphe doit être communiquée immédiatement à la
FSMA, sans préjudice du droit de la FSMA de recueillir
des informations auprès de l’intéressé ou de lui réclamer
des documents probants.
Si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance ne
se trouve plus dans les circonstances qu’il a mention-
nées dans la déclaration sur l’honneur visée à l’article
263, alinéa 1er, il est inscrit dans une autre catégorie
du registre.
herverzekeringsbemiddeling wenst uit te oefenen in-
zake de arbeidsongevallenverzekering, bedoeld in de
arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 of in de wet van
3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schade-
vergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op
de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten
in de overheidssector, moet hij dat in zijn aanvraag
vermelden.
De aanvrager moet zijn aanvraag staven met de
nodige documenten die aantonen dat hij aan alle voor-
waarden voldoet.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van arti-
kel 268 kunnen meerdere kandidaten hun aanvraag tot
inschrijving collectief indienen, indien de naleving van
hun verplichtingen als bedoeld in artikel 268 door een
centrale instelling wordt geverifi eerd. Deze centrale in-
stelling moet een verzekeringstussenpersoon zijn, een
herverzekeringstussenpersoon, een verzekeringsonder-
neming die een vergunning heeft om verzekeringsactivi-
teiten uit te oefenen, een herverzekeringsonderneming
die een vergunning heeft om herverzekeringsactiviteiten
uit te oefenen, een verzekeringsonderneming onderwor-
pen aan het aanvullend toezicht op een verzekerings-
onderneming in de zin van artikel 91ter van de Wet van
9 juli 1975, of een andere onderneming of instelling die
voldoet aan de voorwaarden door de Koning bepaald
op voorstel van de FSMA. In dit geval wordt de inschrij-
vingsaanvraag door de centrale instelling ingediend
onder haar verantwoordelijkheid. Voor de toepassing
van deze wet wordt hun dossier behandeld alsof het
om een enkele onderneming ging. De verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon wordt ambtshalve uit
het register geschrapt wanneer de centrale instelling
de intrekking van diens inschrijving vraagt.
Binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag
en van de vereiste documenten beslist de FSMA de
kandidaat al dan niet in te schrijven in het register onder
de door hem gevraagde categorie. De FSMA brengt
haar beslissing ter kennis van de aanvrager bij een ter
post aangetekende brief. In geval van weigering moet
de FSMA deze weigering motiveren. Elke wijziging van
de gegevens van de in deze paragraaf vermelde docu-
menten moet onverwijld aan de FSMA worden mede-
gedeeld, onverminderd het recht van de FSMA om bij
de betrokkene informatie in te winnen of bewijskrachtige
documenten op te vragen.
Indien de verzekerings- of herverzekeringstussenper-
soon niet meer verkeert in de omstandigheden die hij in
de verklaring op erewoord, bedoeld bij artikel 263, eerste
lid, heeft vermeld, wordt hij naar een andere categorie
in het inschrijvingsregister overgebracht.
391
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Les listes des intermédiaires d’assurances et
de réassurance inscrits est publiée sur le site web de
la FSMA. Cette dernière se charge d’actualiser régu-
lièrement ce site web sur la base des données dont
elle dispose. La liste des intermédiaires d’assurances
inscrits auprès de l’OCM est accessible via le site web
de la FSMA.
Le site web mentionne pour chaque intermédiaire
d’assurances ou de réassurance les données néces-
saires à son identifi cation, la date de son inscription, la
catégorie dans laquelle il est inscrit, le cas échéant la
date de sa radiation, ainsi que toute autre information
que la FSMA estime utile pour une information correcte
du public. La FSMA et l’OCM pour ce qui concerne les
intermédiaires d’assurances visés par l’article 68 de la
loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses
en matière d’organisation de l’assurance maladie com-
plémentaire (I) déterminent les conditions auxquelles
la mention de la radiation d’un intermédiaire est retirée
du site web.
Article 268
§ 1er. Pour pouvoir être inscrit au registre des inter-
médiaires d’assurances et de réassurance et pouvoir
conserver cette inscription, l’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance intéressé doit:
1° posséder les connaissances professionnelles re-
quises telles qu’elles sont déterminées par l’article 270;
2° posséder une aptitude et une honorabilité profes-
sionnelle suffisantes;
3° faire l’objet d’une assurance de la responsabilité
civile professionnelle couvrant tout le territoire de l’EEE;
Le contrat d’assurance contient une disposition qui
oblige l’entreprise d’assurances, lorsqu’il est mis fi n au
contrat, à en aviser la FSMA.
Sont toutefois dispensés de cette obligation d’assurer
leur responsabilité professionnelle, les intermédiaires
d’assurances ou de réassurance agissant pour le
compte et au nom d’entreprises d’assurances ou de
réassurance ou d’autres intermédiaires d’assurances
ou de réassurance, y compris les établissements de
crédit, qui assument cette responsabilité.
Le Roi fi xe, sur proposition de la FSMA, les conditions
de l’assurance.
§ 2. De lijsten van de ingeschreven verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen wordt bekendgemaakt
op de website van de FSMA. De FSMA zorgt voor een
regelmatige actualisering van de website op basis van
de haar beschikbare gegevens. De lijst van de bij de
CDZ ingeschreven verzekeringstussenpersonen is
toegankelijk via de website van de FSMA.
De website vermeldt voor iedere verzekerings- en
herverzekeringstussenpersoon, de gegevens noodza-
kelijk voor zijn identifi catie, de datum van inschrijving,
de categorie waarin hij is ingeschreven, desgevallend
de datum van schrapping, evenals alle andere informatie
die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatie
van het publiek. De FSMA en de CDZ voor wat de
verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in artikel
68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse
bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I) bepaalt de voorwaarden waaronder
de vermelding van schrapping van een tussenpersoon
wordt weggelaten van de website.
Artikel 268
§ 1. Om in het register van de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen te worden ingeschreven
en die inschrijving te behouden, moet de betrokken ver-
zekerings- en herverzekeringstussenpersoon:
1° de vereiste beroepskennis bezitten, als bepaald
bij artikel 270;
2° een voldoende geschiktheid en professionele
betrouwbaarheid bezitten;
3° het voorwerp zijn van een beroepsaansprakelijk-
heidsverzekering die het gehele grondgebied van de
EER dekt;
De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling
die de verzekeringsonderneming bij beëindiging van de
overeenkomst de verplichting oplegt de FSMA hiervan
in kennis te stellen.
Van deze vereiste van beroepsaansprakelijkheids-
verzekering zijn evenwel vrijgesteld de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen voor zover de verze-
kerings- of herverzekeringsondernemingen of andere
verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen, met
inbegrip van de kredietinstellingen, voor rekening en in
naam waarvan zij optreden, die aansprakelijkheid op
zich nemen.
De Koning bepaalt op voorstel van de FSMA de
voorwaarden van de verzekering.
392
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
4° s’abstenir de participer à la promotion, à la
conclusion et à l’exécution de contrats d’assurance ou
de réassurance qui sont manifestement contraires aux
règles de droit belge applicables à ces contrats mêmes
et/ou aux règles de droit belge applicables en ce qui
concerne l’offre et la conclusion de tels contrats;
5° en ce qui concerne leur activité d’intermédiation en
assurances ou en réassurance en Belgique, ne traiter,
selon le cas, qu’avec des entreprises d’assurances
autorisées en application de la législation de contrôle
belge pertinente à exercer des activités d’assurance
en Belgique, ou avec des entreprises de réassurance
autorisées en application de la législation de contrôle
belge pertinente à exercer l’activité de réasssurance
en Belgique;
6° adhérer à un système extrajudiciaire de traite-
ment des plaintes. Il doit soit avoir adhéré lui-même
à un tel système, soit être membre d’une association
professionnelle ayant adhéré à un tel système. Il est
tenu de contribuer au fi nancement dudit système et de
donner suite à toute demande d’information qui lui serait
adressée dans le cadre du traitement des plaintes via
ce système;
7° respecter, le cas échéant, les dispositions des
articles 273, 274 et 275;
8° payer les contributions aux frais de fonctionnement
de la FSMA, déterminées conformément à l’article 56
de la loi du 2 août 2002;
9° se conformer à la loi du 11 janvier 1993 relative à
la prévention de l’utilisation du système fi nancier aux
fi ns du blanchiment de capitaux et du fi nancement du
terrorisme et aux arrêtés d’exécution de celle-ci, pour
autant que l’intermédiaire intéressé soit soumis à cette
législation.
Par dérogation aux dispositions de l’alinéa 1er, 8°,
les intermédiaires d’assurances visés à l’article 68 de
la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses
en matière d’organisation de l’assurance maladie
complémentaire (I), paient leur contribution aux frais de
fonctionnement de l’OCM.
§ 2. Pour pouvoir être inscrit au registre des inter-
médiaires d’assurances et de réassurance et pouvoir
conserver cette inscription, l’intéressé ne peut se trouver
dans l’un des cas prévus à l’article 19 de la loi du 22
mars 1993 relative au statut et au contrôle des établis-
sements de crédit.
4° zich ervan onthouden deel te nemen aan de pro-
motie, de sluiting en de uitvoering van verzekerings- of
herverzekeringsovereenkomsten die klaarblijkelijk strij-
dig zijn met de op deze overeenkomsten zelf toepasse-
lijke regels van Belgisch recht en/of met de toepasselijke
regels van Belgisch recht in verband met het aanbieden
en sluiten van deze overeenkomsten;
5° wat hun activiteit van verzekerings- of herverze-
keringsbemiddeling in België betreft, slechts handelen
met met toepassing van de relevante Belgische con-
trolewetgeving voor de uitoefening van verzekerings-
activiteiten in België toegelaten verzekeringsonderne-
mingen, dan wel met met toepassing van de relevante
Belgische controlewetgeving voor de uitoefening van
herverzekeringsactiviteiten in België toegelaten
herverzekeringsondernemingen;
6° toetreden tot een buitengerechtelijke klachtenre-
geling. Hij dient ofwel zelf toegetreden te zijn tot een
dergelijke klachtenregeling, ofwel lid te zijn van een
beroepsvereniging die is toegetreden tot een dergelijke
klachtenregeling. Hij dient bij te dragen tot de fi nancie-
ring van bedoelde klachtenregeling en in te gaan op
elk verzoek om informatie dat hij in het kader van die
regeling ontvangt;
7° in voorkomend geval, het bepaalde naleven bij de
artikelen 273, 274 en 275;
8° de bijdragen in de werkingskosten van de FSMA
betalen, vastgesteld overeenkomstig artikel 56 van de
wet van 2 augustus 2002;
9° voldoen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorko-
ming van het gebruik van het fi nanciële stelsel voor het
witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme
en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover
deze wetgeving van toepassing is op de betrokken tus-
senpersoon.
In afwijking van de bepalingen in het eerste lid, 8°, be-
talen de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in
artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse
bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I), hun bijdrage in de werkingskosten
van de CDZ.
§ 2. Om in het register van de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen te worden ingeschreven
en die inschrijving te behouden, mag de betrokkene
zich niet in een van de gevallen bevinden als bedoeld in
artikel 19 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut
van en het toezicht op de kredietinstellingen.
393
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. Les intermédiaires d’assurances et de réassu-
rance ainsi que, dans le cas visé à l’article 267, § 1er,
alinéa 4, l’organisme central, doivent démontrer à la
FSMA, selon des règles précisées par cette dernière par
voie de règlement, y compris en matière de périodicité,
le respect des dispositions prévues par les paragraphes
1er et 2.
Article 269
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
ayant la qualité de personne morale ne sont en outre
inscrits, et ne conservent leur inscription, qu’à condition:
1° que les personnes à qui est confi ée la direction
effective ne se trouvent pas dans l’un des cas énumérés
à l’article 19 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut
et au contrôle des établissements de crédit et disposent
de l’aptitude et de l’honorabilité professionnelle néces-
saires, des connaissances professionnelles requises
visées à l’article 270 et de l’expérience adéquate pour
exercer cette fonction;
2° que la FSMA ait été informée de l’identité des
personnes qui, directement ou indirectement, exercent
le contrôle sur l’intermédiaire, et considère qu’elles
présentent les qualités nécessaires au regard du besoin
de garantir une gestion saine et prudente; les intermé-
diaires d’assurances et de réassurance informent la
FSMA de toute modifi cation de ce contrôle.
Article 270
§ 1er. Par les connaissances professionnelles re-
quises visées à l’article 268, 1°, il y a lieu d’entendre:
1° Une connaissance suffisante des matières
suivantes:
A. Connaissances techniques:
a) la présente loi et ses arrêtés et règlements d’exé-
cution en ce qui concerne les règles d’information
et les règles applicables aux conditions des contrats
d’assurance et à la conclusion de tels contrats, ainsi
que les dispositions importantes de la réglementation
européenne en la matière;
b) la législation relative au contrôle prudentiel des
entreprises d’assurances, dans la mesure où cette légis-
lation peut avoir un impact sur la conclusion des contrats
d’assurance, y compris les dispositions importantes de
la réglementation européenne en la matière ;
§ 3. De verzekerings- en herverzekeringstussenperso-
nen, en in het geval bedoeld in artikel 267, § 1, vierde lid,
de centrale instelling, dienen de FSMA, volgens nadere
regels door haar bepaald bij reglement, met inbegrip
van de periodiciteit, de naleving aan te tonen van het
bepaalde in de eerste en de tweede paragraaf.
Artikel 269
De verzekerings- en herverzekeringstussenperso-
nen, met de hoedanigheid van rechtspersoon worden
bovendien slechts ingeschreven, en hun inschrijving
wordt slechts gehandhaafd, op voorwaarde dat:
1° de personen die met de effectieve leiding worden
belast zich niet bevinden in een van de gevallen die zijn
opgesomd in artikel 19 van de wet van 22 maart 1993
op het statuut van en het toezicht op de kredietinstel-
lingen, en over de noodzakelijke geschiktheid en pro-
fessionele betrouwbaarheid, de vereiste beroepskennis
als bepaald bij artikel 270, en de passende ervaring
beschikken om deze functie waar te nemen;
2° de FSMA in kennis is gesteld van de identiteit van,
en gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid overtuigd is van de geschiktheid van, de per-
sonen die rechtstreeks of onrechtstreeks de controle
uitoefenen over de tussenpersoon; de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen informeren de FSMA
over elke wijziging in bedoelde controle.
Artikel 270
§ 1. Onder de vereiste beroepskennis bedoeld in
artikel 268, 1°, wordt verstaan: Article 270
1° Een voldoende kennis van de volgende materies:
A. Technische kennis:
a) deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en – re-
glementen wat de informatieregels en de regels van
toepassing op de voorwaarden van de verzekerings-
overeenkomsten en het sluiten van zulke overeenkom-
sten betreft, evenals de belangrijke bepalingen van de
Europese regelgeving in dit verband;
b) de wetgeving betreffende de prudentiële controle
op de verzekeringsondernemingen voor zover deze
wetgeving een mogelijke impact heeft op het sluiten van
de verzekeringsovereenkomsten, met inbegrip van de
belangrijke bepalingen van de Europese regelgeving in
dit verband;
394
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
c) la législation relative aux pratiques du marché et
à la protection du consommateur;
d) la réglementation, la technique et les aspects
fi scaux des différentes branches d’assurance;
e) la législation anti-blanchiment, pour autant que
l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance soit
soumis à la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention
de l’utilisation du système fi nancier aux fi ns du blan-
chiment de capitaux et du fi nancement du terrorisme;
f) les règles de conduite telles que visées par la pré-
sente partie, l’arrêté royal relatif aux règles de niveau 1
et l’arrêté royal relatif aux règles de niveau 2.
B. Connaissances de gestion d’entreprises:
a) principes fondamentaux de la comptabilité;
b) principes fondamentaux du droit fi scal et social
de la profession.
2° Une expérience pratique en assurances, dont la
durée est fi xée conformément au paragraphe 4.
La FSMA détermine la structure et le contenu de cette
expérience pratique, ainsi que les actes pouvant être
accomplis sous la supervision d’une personne inscrite
au cours de la période d’acquisition de l’expérience
pratique.
§ 2. 1° Les personnes visées à l’article 257, 4°, à
l’article 259, alinéa 2, et à l’article 260, alinéa 2, sont dis-
pensées de la connaissance des matières énumérées
au paragraphe 1er, 1°, A, b) et c), et B, ainsi que de l’expé-
rience pratique en assurances fi xée au paragraphe 1er,
2°. Pour ces personnes, les connaissances énumérées
au paragraphe 1er, 1°, A, a) et d), sont limitées à une
connaissance de base de la législation sur le contrat
d’assurance et de la réglementation, la technique et
les aspects fi scaux des produits d’assurances qu’elles
offrent en vente ou vendent. Les personnes visées à
l’article 259, alinéa 1er, et à l’article 260, alinéa 1er, sont
dispensées de la connaissance des matières énumé-
rées au paragraphe 1er, 1°, B.
2° Les intermédiaires de réassurance sont exemptés
de la connaissance des matières déterminées au para-
graphe 1er, 1°, A, a), c) et f).
3° Pour les intermédiaires d’assurances et de réas-
surance qui limitent leurs activités à l’un ou plusieurs
c) de wetgeving betreffende marktpraktijken en con-
sumentenbescherming;
d) de reglementering, de techniek en de fi scale
aspecten van de onderscheiden verzekeringstak-
ken;
e) de witwaswetgeving, voor zover de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon onderworpen is aan de
wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik
van het fi nancieel stelsel voor het witwassen van geld
en de fi nanciering van het terrorisme;
f) de gedragsregels als bepaald in dit deel, het konink-
lijk besluit over de gedragsregels van niveau 1 en het
koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 2.
B. Bedrijfsbeheer:
a) grondbegrippen van boekhouding;
b) grondbegrippen van fi scaal en sociaal recht in
verband met het beroep.
2° Een praktische ervaring in verzekeringen waar-
van de duur wordt bepaald overeenkomstig paragraaf
4.
FSMA bepaalt de structuur en de inhoud van die
praktische ervaring, alsook de handelingen die onder
supervisie van een ingeschreven persoon kunnen
worden verricht tijdens de periode waarin praktische
ervaring wordt opgedaan.
§ 2. 1° De personen bedoeld in artikel 257, 4°, in artikel
259, tweede lid, en in artikel 260, tweede lid, worden
vrijgesteld van de kennis van de materies bepaald in pa-
ragraaf 1, 1°, A, b) en c), en B, alsook van de praktische
ervaring in verzekeringen vastgesteld in paragraaf 1, 2°.
Voor die personen wordt de kennis bepaald in paragraaf
1, 1°, A, a) en d), beperkt tot een basiskennis van de
wetgeving op de verzekeringsovereenkomst en van de
reglementering, de techniek en de fi scale aspecten van
de verzekeringsproducten die zij te koop aanbieden of
verkopen. De personen bedoeld in artikel 259, eerste
lid, en in artikel 260, eerste lid, worden vrijgesteld van
de kennis van de materies opgesomd in paragraaf 1,
1°, B.
2° De herverzekeringstussenpersonen zijn vrijgesteld
van de kennis van de materies bepaald in paragraaf 1,
1°, A, a), c) en f).
3° Voor de verzekerings- en herverzekeringstussen-
personen die hun werkzaamheden beperken tot een
395
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
des groupes de branches énumérés à l’annexe II de
l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement géné-
ral relatif au contrôle des entreprises d’assurances ou
à l’assurance légale contre les accidents du travail, les
connaissances techniques visées au paragraphe 1er,
1°, A, d), sont limitées à celui ou ceux des groupes de
branches dans lequel ou lesquels elles exercent leurs
activités. Le cas échéant, cette limitation de l’activité
est portée au registre.
§ 3. Par les connaissances professionnelles requises
telles que visées à l’article 269, 1°, l’on entend une
connaissance suffisante de la matière déterminée au
paragraphe 1er, 1°, B. Cette connaissance est égale-
ment requise lorsque les personnes visées audit article
revêtent la qualité de responsable de la distribution.
§ 4. La preuve des connaissances professionnelles
requises est fournie par:
1° les porteurs de l’un des certifi cats d’enseignement
supérieur énumérés par le Roi, qui ont acquis une
expérience pratique dont la durée est déterminée par
le Roi mais ne pourra excéder deux années. Pour les
intermédiaires de réassurance, la durée de l’expérience
pratique est fi xée à cinq ans;
2° les porteurs d’un certifi cat de l’enseignement
secondaire supérieur qui auront suivi avec fruit un
cours spécialisé en assurances organisé par ou en
vertu d’un décret, d’une organisation professionnelle
représentative, d’une entreprise d’assurances ou de
réassurance ou d’un intermédiaire d’assurances ou
de réassurance, en ce compris les établissements de
crédit. Ce cours spécialisé doit être agréé par la FSMA.
Le Roi peut, sur proposition de la FSMA, préciser les
règles auxquelles doivent répondre les examens liés au
cours d’assurance visé ici. L’intéressé doit également
justifi er d’une expérience pratique dont la durée sera
fi xée par le Roi mais ne pourra excéder deux années.
Pour les intermédiaires de réassurance, la durée de
l’expérience pratique est fi xée à cinq ans.
La durée de cette expérience pratique est réduite
de moitié pour les intermédiaires d’assurances qui ne
demandent pas leur inscription au registre des inter-
médiaires d’assurances et de réassurance dans la
catégorie “courtiers d’assurances”.
Les entreprises d’assurances et de réassurance,
les organisations professionnelles et les intermédiaires
d’assurances ou de réassurance, y compris les éta-
blissements de crédit, communiquent à la FSMA la
structure et le contenu de leur programme de formation.
of meer groepen van takken vermeld in Bijlage II van
het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende
algemeen reglement betreffende de controle op de
verzekeringsondernemingen of tot de wettelijke arbeids-
ongevallenverzekering, wordt de technische kennis,
bedoeld in paragraaf 1, 1°, A, d), beperkt tot de groep
of groepen van takken waarin zij hun werkzaamheden
uitoefenen. In voorkomend geval wordt deze beperking
van de werkzaamheid vermeld in het register.
§ 3. Onder de vereiste beroepskennis bedoeld in ar-
tikel 269, 1° wordt verstaan, een voldoende kennis van
de materie bepaald bij paragraaf 1, 1°, B. Deze kennis is
vereist, ook indien de in dat artikel bedoelde personen
de hoedanigheid hebben van verantwoordelijke voor
de distributie.
§ 4. Het bewijs van de vereiste beroepskennis wordt
geleverd door:
1° de houders van een van de door de Koning op-
gesomde getuigschriften van hoger onderwijs, die een
praktische ervaring hebben opgedaan waarvan de duur
door de Koning wordt bepaald doch die niet langer mag
zijn dan twee jaar. Voor herverzekeringstussenpersonen
wordt de duur van de praktische ervaring op vijf jaar
vastgesteld;
2° de houders van een getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs, die een gespecialiseerde cursus in
verzekeringen georganiseerd door of krachtens een
decreet, een representatieve beroepsorganisatie, een
verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, met
inbegrip van de kredietinstellingen, met vrucht gevolgd
hebben. Deze gespecialiseerde cursus dient erkend
te worden door de FSMA. De Koning kan, op voorstel
van de FSMA, de nadere regelen vaststellen waaraan
de examens in verband met de hier bedoelde cursus in
verzekeringen moeten voldoen. Betrokkene dient ook
een praktische ervaring aan te tonen waarvan de duur
door de Koning wordt bepaald, doch die niet langer mag
zijn dan twee jaar. Voor herverzekeringstussenpersonen
wordt de duur van de praktische ervaring op vijf jaar
vastgesteld.
Voor de verzekeringstussenpersonen die geen
inschrijving in het register van de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen in de categorie “ver-
zekeringsmakelaars” aanvragen, wordt de duurtijd van
die praktische ervaring verminderd tot de helft.
De verzekerings- en herverzekeringsondernemin-
gen, de beroepsorganisaties en de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersonen, met inbegrip van de
kredietinstellingen, delen aan de FSMA de structuur
en de inhoud van hun opleidingsprogramma mee. De
396
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
La FSMA vérifi e si le programme de formation répond
aux exigences requises en vertu du présent article et si
les lauréats ont suivi le programme avec fruit. La FSMA
peut, si nécessaire, retirer son agrément.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 4:
1° pour les personnes qui ont été inscrites au registre
des intermédiaires d’assurances sous le bénéfi ce des
mesures transitoires en matière de connaissances pro-
fessionnelles fi xées par l’article 18 de la loi du 27 mars
1995 relative à l’intermédiation en assurances et en
réassurances et à la distribution d’assurances, tel qu’il
était rédigé avant sa modifi cation par la loi du 22 février
2006, et qui ont été omises du registre, la dispense
d’apporter la preuve des connaissances profession-
nelles reste acquise en cas de demande de réinscription
dans les cinq ans, quelle que soit la catégorie du registre
sur laquelle porte la nouvelle demande.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel
que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre,
les personnes précitées ne doivent pas produire le cer-
tifi cat de l’enseignement secondaire supérieur visé au
paragraphe 4, alinéa 1er, 2°;
2° les personnes autres que celles visées au 1° qui
ont déjà été inscrites au registre des intermédiaires
d’assurances mais qui en ont été omises, ne doivent
pas, en cas de demande de réinscription dans les cinq
ans et quelle que soit la catégorie du registre sur laquelle
porte la nouvelle demande, prouver qu’elles satisfont
aux exigences en matière de connaissances profes-
sionnelles auxquelles elles avaient déjà été considérées
comme satisfaisant lors de leur précédente inscription.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel
que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre,
les personnes précitées ne doivent pas produire le cer-
tifi cat de l’enseignement secondaire supérieur visé au
paragraphe 4, alinéa 1er, 2°.
Les dérogations prévues à l’alinéa précédent ne
sont pas applicables si l’omission du registre résulte
d’une mesure de radiation pour cause de manque-
ment aux exigences en matière de connaissances
professionnelles.
FSMA controleert of het opleidingsprogramma aan de
in dit artikel gestelde eisen voldoet en of de geslaagde
deelnemers met goed gevolg het programma hebben
afgewerkt. Zo nodig kan de FSMA de erkenning intrek-
ken.
§ 5. In afwijking van paragraaf 4:
1° blijft, voor de personen die in het register van de
verzekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest
krachtens de bij artikel 18 van de wet van 27 maart 1995
betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemid-
deling en de distributie van verzekeringen vastgestelde
overgangsmaatregelen in verband met de beroepsken-
nis, zoals dat was opgesteld vóór het werd gewijzigd
bij de wet van 22 februari 2006, en daar vervolgens uit
weggelaten zijn geweest, de vrijstelling verworven van
de verplichting om het bewijs te leveren dat zij over de
vereiste beroepskennis beschikken, wanneer zij binnen
de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te
worden ingeschreven, ongeacht de categorie van het
register waarop dat nieuwe verzoek betrekking heeft.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer
zij verzoeken om opnieuw in het register te worden
ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken
is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf
4, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs niet voor te leggen;
2° hoeven de andere dan de in de bepaling onder
1° bedoelde personen die al in het register van de ver-
zekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest,
maar daar vervolgens uit weggelaten zijn geweest,
wanneer zij binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw
in het register te worden ingeschreven en ongeacht de
categorie van het register waarop dat nieuwe verzoek
betrekking heeft, niet te bewijzen dat zij voldoen aan
de vereisten inzake beroepskennis waaraan zij bij hun
vorige inschrijving al geacht werden te voldoen.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer
zij verzoeken om opnieuw in het register te worden
ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken
is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf
4, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs niet voor te leggen.
De in het vorige lid bepaalde afwijkingen zijn niet van
toepassing als de weglating uit het register voortvloeit
uit een schrappingsmaatregel die is genomen op grond
van een inbreuk op de vereisten inzake beroepsken-
nis.
397
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Les dispositions des alinéas précédents sont appli-
cables par analogie aux personnes qui ont été dési-
gnées comme responsables de la distribution.
§ 6. Les entreprises d’assurances et, le cas échéant,
les intermédiaires d’assurances et de réassurance,
répondent de la formation de base suffisante fi xée au
paragraphe 2 des personnes visées à l’article 259,
alinéa 2, et à l’article 260, alinéa 2. Cette formation de
base doit être agréée par la FSMA conformément au
paragraphe 4, 2°, alinéa 3.
§ 7. Les connaissances professionnelles et la forma-
tion de base visées au présent article font l’objet d’un
recyclage régulier. La FSMA est compétente pour agréer
ces recyclages.
§ 8. Par dérogation aux dispositions des paragraphes
4, 6 et 7, les examens relatifs à la preuve des connais-
sances professionnelles requises, par les intermédiaires
d’assurances, visés à l’article 68 de la loi du 26 avril
2010 portant des dispositions diverses en matière
d’organisation de l’assurance maladie complémentaire
(I), par leurs responsables de la distribution ainsi que
par leur personnel en contact avec le public, ainsi que
les examens relatifs à la preuve des connaissances
professionnelles requises par les responsables de la
distribution, ainsi que par le personnel en contact avec
le public des sociétés mutualistes visées aux articles
43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990
relative aux mutualités et aux unions nationales de
mutualités peuvent être organisés par le Collège inter-
mutualiste national, par une société mutualiste susvisée
ou par une mutualité. Ces examens doivent être agréés
par l’OCM. Celui-ci détermine les modalités auxquelles
ils doivent répondre.
§ 9. Le Roi peut, sur proposition de la FSMA, modifi er
les dispositions des paragraphes précédents afi n de les
mettre en concordance avec les dispositions légales ou
réglementaires modifi ées en matière d’enseignement
supérieur ou secondaire.
Article 271
Les entreprises d’assurances concernées rendent
périodiquement compte à la FSMA de l’exécution de la
disposition de l’article 259, alinéa 1er, en lui communi-
quant une liste nominative des personnes visées, ainsi
que le relevé de toutes les modifi cations apportées
ultérieurement à cette liste.
De bepalingen van de vorige leden zijn van overeen-
komstige toepassing op de personen die als verantwoor-
delijken voor de distributie zijn aangewezen.
§ 6. De verzekeringsondernemingen en, in voorko-
mend geval, de verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen staan in voor de in paragraaf 2 bepaalde
voldoende basisopleiding van de personen bedoeld
in artikel 259, tweede lid, en in artikel 260, tweede lid.
Die basisopleiding moet door de FSMA erkend worden
overeenkomstig paragraaf 4, 2° derde lid.
§ 7. De in dit artikel bedoelde beroepskennis en ba-
sisopleiding maken het voorwerp uit van een geregelde
bijscholing. De FSMA is bevoegd om deze bijscholingen
te erkennen.
§ 8. In afwijking van de bepalingen in de paragrafen 4,
6 en 7, kunnen de examens met betrekking tot het bewijs
van de vereiste beroepskennis door de verzekerings-
tussenpersonen, zoals bedoeld in artikel 68 van de wet
van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake
de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering
(I), en door hun verantwoordelijken voor de distributie,
alsook door hun personeel in contact met het publiek,
alsook de examens met betrekking tot het bewijs van
de vereiste beroepskennis door de verantwoordelij-
ken voor de distributie, alsook door het personeel in
contact met het publiek van de maatschappijen voor
onderlinge bijstand, zoals bedoeld in artikelen 43bis,
§ 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus
1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden
van ziekenfondsen, georganiseerd worden door het
Nationaal Intermutualistisch College, door een voor-
melde maatschappij van onderlinge bijstand, of door een
ziekenfonds. Deze examens dienen te worden erkend
door de CDZ. De CDZ bepaalt de modaliteiten waaraan
deze examens moet voldoen.
§ 9. De Koning kan, op voorstel van de FSMA, de
bepalingen van de vorige paragrafen wijzigen om ze in
overeenstemming te brengen met de gewijzigde wet-
telijke of reglementaire bepalingen inzake het hoger of
secundair onderwijs.
Artikel 271
De betrokken verzekeringsondernemingen geven
over het bepaalde in artikel 259, eerste lid, periodiek
rekenschap aan de FSMA door mededeling van een
naamlijst van de betreffende personen en van alle latere
wijzigingen in die lijst.
398
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
intéressés rendent périodiquement compte à la FSMA
de l’exécution de la disposition de l’article 260, alinéa
1er, en lui communiquant une liste nominative des per-
sonnes responsables ainsi que le relevé de toutes les
modifi cations apportées ultérieurement à cette liste. La
FSMA inscrit ces personnes au registre en mentionnant
le numéro d’inscription de l’intermédiaire d’assurances
et de réassurance qui les emploie. L’article 267 s’ap-
plique par analogie.
En ce qui concerne toutes les personnes visées à
l’article 259 et à l’article 260, l’employeur conserve la
liste et les pièces y afférentes et les tient à la disposition
de la FSMA.
Section III
Mode de paiement de la prime et de la prestation
d’assurance
Article 272
L’article 67 s’applique à toute intermédiation en assu-
rances relevant du champ d’application de la présente
partie.
CHAPITRE 4
Des obligations en matière d’informations et
autres règles de conduite
Section Ire
Informations à fournir par l’intermédiaire
d’assurances
Article 273
§ 1er. Avant la conclusion d’un contrat d’assurance et,
si nécessaire, à l’occasion de sa modifi cation ou de son
renouvellement, un intermédiaire d’assurances fournit
au client au moins les informations suivantes:
1° son identité et son adresse;
2° le registre d’intermédiaires d’assurances dans
lequel il a été inscrit, son numéro d’inscription et, en
l’absence de numéro d’inscription, les moyens de
vérifi er qu’il a été inscrit, ainsi que, le cas échéant, la
catégorie dans laquelle il a été inscrit;
De betrokken verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen geven over de uitvoering van het bepaalde
in artikel 260, eerste lid, periodiek rekenschap aan
de FSMA door mededeling van een naamlijst van de
verantwoordelijke personen en van alle latere wijzigin-
gen in die lijst. Die personen worden door de FSMA
ingeschreven in het register met vermelding van het
inschrijvingsnummer van de verzekerings- en herver-
zekeringstussenpersoon die hen tewerkstelt. Artikel 267
is van overeenkomstige toepassing.
Betreffende al de personen bedoeld in artikel 259
en artikel 260, bewaart de werkgever de lijst met de
bijhorende stukken en houdt ze ter beschikking van de
FSMA.
Afdeling III
Wijze van betaling van de premie en van de
verzekeringsprestatie
Artikel 272
Artikel 67 is toepasselijk op elke verzekeringsbemid-
deling die onder de toepassing van dit deel valt.
HOOFDSTUK 4
Informatievereisten en andere gedragsregels
Afdeling I
Door de verzekeringstussenpersoon te verstrekken
informatie
Artikel 273
§ 1. Voordat een verzekeringsovereenkomst gesloten
wordt, en, zo nodig, wanneer de overeenkomst gewij-
zigd of verlengd wordt, verstrekt de verzekeringstus-
senpersoon de cliënt ten minste de volgende informa-
tie:
1° zijn identiteit en adres;
2° het register van de verzekeringstussenpersonen
waarin hij is ingeschreven, zijn inschrijvingsnummer
in het register, en, bij afwezigheid van een inschrij-
vingsnummer, hoe zijn registerinschrijving kan worden
geverifi eerd, en desgevallend, de categorie waarin hij
is ingeschreven;
399
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
3° le nom et l’adresse de l’entreprise d’assurances
dans laquelle il détient une participation, directe ou indi-
recte, supérieure à 10 % des droits de vote ou du capital;
4° le nom et l’adresse de l’entreprise d’assurances ou
de l’entreprise mère d’une entreprise d’assurances qui
détient une participation, directe ou indirecte, supérieure
à 10 % des droits de vote ou du capital de l’intermédiaire
d’assurances;
5° le nom et l’adresse de l’organisme auprès duquel
les clients et autres parties intéressées peuvent porter
plainte concernant des intermédiaires d’assurances;
6° le fait qu’il fournit ou non tout type de conseil sur
les contrats d’assurance proposés au client.
En outre, l’intermédiaire d’assurances indique au
client, en ce qui concerne le contrat fourni:
1° s’il fonde ses conseils sur une analyse impartiale
répondant aux dispositions du paragraphe 2, ou
2° s’il est soumis à une obligation contractuelle de
travailler, dans le secteur de l’assurance, exclusivement
avec une seule entreprise d’assurances ou avec plu-
sieurs entreprises d’assurances; dans ce cas, il com-
munique, à la demande du client, le nom et l’adresse
de cette (ces) entreprise(s) d’assurances, ou
3° s’il n’est pas soumis à l’obligation contractuelle
de travailler, dans le secteur de l’assurance, exclusive-
ment avec une seule entreprise d’assurances ou avec
plusieurs entreprises d’assurances et s’il ne fonde pas
ses conseils sur une obligation d’analyse impartiale
répondant aux dispositions du paragraphe 2; dans ce
cas, il communique, à la demande du client, le nom et
l’adresse de l’entreprise ou des entreprises d’assu-
rances avec laquelle (lesquelles) il peut travailler et
travaille.
Dans les cas où il est exigé de fournir ces informations
à la demande du client, celui-ci est informé du droit dont
il dispose de solliciter ces informations.
§ 2. Lorsque l’intermédiaire d’assurances informe le
client qu’il fonde ses conseils sur une analyse impartiale,
il est tenu de fonder ces conseils sur l’analyse d’un
nombre suffisant de contrats d’assurance offerts sur le
marché, de façon à pouvoir recommander, en fonction
3° de naam en het adres van de verzekeringson-
derneming waarin hij een rechtstreekse of middellijke
deelneming van 10 % of meer van de stemrechten of
van het kapitaal bezit;
4° de naam en het adres van de verzekeringsonder-
neming of de moederonderneming van een verzeke-
ringsonderneming, die een rechtstreekse of middellijke
deelneming bezit van meer dan 10 % van de stemrech-
ten of van het kapitaal van de verzekeringstussenper-
soon;
5° de naam en het adres van de instantie waarbij
cliënten en andere belanghebbenden klachten over
verzekeringstussenpersonen kunnen indienen;
6° het feit dat hij al dan niet enig advies verstrekt over
de aan de cliënt voorgestelde verzekeringsovereenkom-
sten.
Bovendien deelt de verzekeringstussenpersoon de
cliënt met betrekking tot de aangeboden overeenkomst
mee:
1° dat hij adviseert op grond van een onpartijdige
analyse die beantwoordt aan de bepalingen van para-
graaf 2, dan wel,
2°
dat hij een contractuele verplichting heeft
om uitsluitend met één verzekeringsonderneming of
met meerdere verzekeringsondernemingen verzeke-
ringszaken te doen; in dat geval deelt hij op verzoek
van de cliënt tevens de naam en het adres van deze
verzekeringsonderneming(en) mee, dan wel,
3° dat hij geen contractuele verplichting heeft om
uitsluitend met één verzekeringsonderneming of met
meerdere verzekeringsondernemingen verzekerings-
zaken te doen, en niet adviseert op grond van een ver-
plichting tot een onpartijdige analyse die beantwoordt
aan de bepalingen van paragraaf 2; in dit geval deelt hij
op verzoek van de cliënt tevens de naam en het adres
mee van de verzekeringsonderneming(en) waarmee hij
zaken doet of kan doen.
In de gevallen waarin is voorzien dat bepaalde infor-
matie op verzoek van de cliënt wordt verstrekt, wordt
deze in kennis gesteld van zijn recht om dergelijke
informatie te vragen.
§ 2. Wanneer de verzekeringstussenpersoon de
cliënt meedeelt dat hij adviseert op grond van een on-
partijdige analyse, is hij verplicht zijn advies te baseren
op een analyse van een toereikend aantal op de markt
verkrijgbare verzekeringsovereenkomsten, zodat hij
400
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
de critères professionnels, le contrat d’assurance qui
serait adapté aux besoins du client.
§ 3. Avant la conclusion d’un contrat d’assurance
spécifi que, l’intermédiaire d’assurances détermine, en
particulier sur la base des informations fournies par le
client, au minimum les exigences et les besoins de ce
client et veille à ce que le contrat d’assurance proposé
au client réponde à ces exigences et besoins. A cette
occasion, l’intermédiaire d’assurances précise les rai-
sons qui motivent tout conseil fourni au client quant à un
contrat d’assurance déterminé si l’intermédiaire fournit
des conseils. Ces précisions sont modulées en fonction
de la complexité du contrat d’assurance proposé.
§ 4. Il n’est pas nécessaire de fournir les informations
visées aux paragraphes 1er, 2 et 3 lorsque l’intermédia-
tion en assurances porte sur la couverture de grands
risques.
Article 274
L’intermédiaire d’assurances mentionne sur son
papier à lettre ainsi que sur les autres documents
relatifs à son activité d’intermédiation en assurances
et émanant de lui, de même que dans sa publicité, son
numéro d’inscription au registre des intermédiaires
d’assurances et de réassurance.
A la demande du client, il lui communique la nature
et la portée de ses compétences.
Les mentions obligatoires visées à l’alinéa 1er sont
complétées, en ce qui concerne les agents d’assu-
rances, par les noms de toutes les entreprises d’assu-
rances au nom et pour le compte desquelles ils exercent
des activités d’intermédiation en assurances et, en ce
qui concerne les sous-agents d’assurances, par le nom
de l’intermédiaire d’assurances pour lequel ils agissent.
Les personnes visées à l’article 259, mentionnent
à chaque contact avec le public le nom de l’entreprise
d’assurances pour laquelle elles travaillent directement
ou indirectement. Les personnes visées à l’article 260,
§ 1er, mentionnent à chaque contact avec le public le
nom de l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
pour lequel elles agissent.
overeenkomstig professionele criteria in staat is de
verzekeringsovereenkomst aan te bevelen die aan de
behoeften van de cliënt voldoet.
§ 3. Voorafgaand aan de sluiting van een specifi eke
verzekeringsovereenkomst, identifi ceert de verzeke-
ringstussenpersoon, in het bijzonder rekening houdend
met de door de cliënt verstrekte informatie, ten minste
de verlangens en behoeften van deze cliënt, en ziet hij
erop toe dat de aangeboden verzekeringsovereenkomst
aan die verlangens en behoeften beantwoordt. Als een
verzekeringstussenpersoon advies verstrekt, preciseert
hij bij die gelegenheid ook de elementen waarop zijn
advies over een bepaalde verzekeringsovereenkomst
is gebaseerd. Deze preciseringen variëren in functie
van de graad van complexiteit van de aangeboden
verzekeringsovereenkomst.
§ 4. De in de paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde informatie
moet niet worden gegeven wanneer de verzekeringsbe-
middeling betrekking heeft op de verzekering van grote
risico’s.
Artikel 274
De verzekeringstussenpersoon vermeldt op zijn
briefpapier en op de andere documenten betreffende
zijn activiteit van verzekeringsbemiddeling die van hem
uitgaan, alsook in zijn reclame, zijn inschrijvingsnummer
in het register van de verzekerings- en herverzekerings-
tussenpersonen.
Op vraag van de cliënt deelt hij hem de aard en de
draagwijdte van zijn bevoegdheden mee.
De verplichte vermeldingen bedoeld in het eerste
lid worden, voor wat betreft de verzekeringsagenten,
aangevuld met de namen van alle verzekeringsonder-
nemingen in wiens naam en voor wiens rekening zij
werkzaamheden van verzekeringsbemiddeling uitoefe-
nen, en, voor wat betreft de verzekeringssubagenten,
met de naam van de verzekeringstussenpersoon voor
wie ze optreden.
De personen bedoeld in artikel 259, vermelden bij
elk contact met het publiek de naam van de verzeke-
ringsonderneming waarvoor zij op directe of indirecte
wijze werken. De personen bedoeld in artikel 260, § 1,
vermelden bij elk contact met het publiek de naam van
de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon voor
wie zij optreden.
401
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section II
Modalités d’information
Article 275
§1er. Toute information fournie aux clients en vertu
des articles 273 et 274 est communiquée:
a) sur papier ou sur tout autre support durable dis-
ponible et accessible au client;
b) avec clarté et exactitude, d’une manière compré-
hensible pour le client;
c) dans l’une des langues officielles de la Belgique
ou dans toute autre langue convenue par les parties.
§ 2. L’utilisation d’un support durable autre que le
papier pour fournir une information aux clients n’est
autorisée qu’à la condition que:
a) la fourniture de cette information sur ce support est
appropriée eu égard aux opérations commerciales qui
ont lieu entre l’intermédiaire d’assurances et le client; et
b) le client s’est vu proposer de recevoir l’information
soit sur papier, soit sur cet autre support durable, et il a
opté spécifi quement pour la fourniture de l’information
sur cet autre support.
Pour l’application du présent paragraphe, la four-
niture d’informations au moyen de communications
électroniques sera considérée comme appropriée aux
opérations commerciales qui ont ou auront lieu entre
l’intermédiaire d’assurances et le client s’il est prouvé
que le client a un accès régulier à l’internet. La four-
niture par le client d’une adresse électronique comme
moyen de communication aux fi ns de ces opérations
commerciales sera interprétée comme une preuve de
cet accès régulier.
§ 3. Les informations visées peuvent être fournies
oralement lorsque le client le demande, dans le cas où
la couverture entre en vigueur immédiatement. Dans
ce cas, les informations sont communiquées au client
immédiatement après la conclusion du contrat d’assu-
rance, conformément aux dispositions de l’alinéa 1er.
§ 4. En cas de vente par téléphone, les informations
fournies au client sont communiquées en application des
dispositions de la loi du 24 août 2005 visant à transposer
certaines dispositions de la directive services fi nanciers
à distance et de la directive vie privée et communica-
tions électroniques. En ce cas, les informations sont, de
Afdeling II
Voorwaarden inzake informatieverstrekking
Artikel 275
§ 1. Alle informatie die de cliënten op grond van de
artikelen 273 en 274 moet worden meegedeeld, wordt
verstrekt:
a) op papier of op een andere duurzame drager die
voor de cliënt beschikbaar en toegankelijk is;
b) op duidelijke, nauwkeurige, en voor de cliënt be-
grijpelijke wijze;
c) in een van de officiële talen van België of in elke an-
dere taal die door partijen is overeengekomen.
§ 2. Het gebruik van een andere duurzame drager
dan papier om informatie te verstrekken aan cliënten,
is enkel toegestaan als:
a) de verstrekking van deze informatie op de
desbetreffende drager past in de context waarin de
verzekeringstussenpersoon zakendoet met de cliënt;
en
b) de cliënt de keuze heeft gekregen tussen informa-
tie op papier of op die andere duurzame drager, en hij
specifi ek voor die andere drager heeft gekozen.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de ver-
strekking van informatie via elektronische mededelingen
geacht te passen in de context waarin de verzekerings-
tussenpersoon met de cliënt zakendoet of gaat zaken-
doen als bewezen is dat de cliënt regelmatig toegang
heeft tot internet. Dit wordt als bewezen aangemerkt
als de cliënt een e-mailadres als communicatiemiddel
opgeeft om zaken te kunnen doen.
§ 3. Bedoelde informatie mag op verzoek van de
cliënt mondeling worden meegedeeld in het geval de
verzekeringsdekking onmiddellijk ingaat. In dit geval
wordt de informatie onmiddellijk na de sluiting van de
overeenkomst aan de cliënt meegedeeld, overeenkom-
stig het bepaalde bij het eerste lid.
§ 4. In geval van telefonische verkoop geschiedt de
aan de cliënt te verstrekken informatie met toepassing
van het bepaalde bij de wet van 24 augustus 2005 tot
omzetting van verschillende bepalingen van de richtlijn
fi nanciële diensten op afstand en van de richtlijn privacy
en elektronische communicatie. In dat geval wordt de
402
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
même, communiquées au client immédiatement après
la conclusion du contrat d’assurance, conformément
aux dispositions de l’alinéa 1er.
Section III
Informations à fournir par l’entreprise
d’assurances
Article 276
Les dispositions de l’article 273, § 1er, alinéa 1er, 5° et
6°, et §§ 3 et 4, et de l’article 275 s’appliquent par ana-
logie aux entreprises d’assurances dans leurs contacts
directs avec les clients.
Section IV
Autres règles de conduite
Article 277
§ 1er. Les intermédiaires d’assurances doivent agir
d’une manière honnête, équitable et professionnelle
servant au mieux les intérêts de leurs clients. Les infor-
mations qu’ils fournissent doivent être correctes, claires
et non trompeuses.
Les intermédiaires d’assurances doivent, dans
leur activité d’intermédiation, respecter les règles de
conduite applicables aux entreprises d’assurances.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pris sur
avis de la FSMA, le Roi peut, pour l’ensemble des
catégories d’intermédiaires d’assurances ou certaines
d’entre elles, prévoir une version adaptée de ces règles
de conduite ou déclarer certaines de ces règles en tout
ou en partie non applicables, afi n de tenir compte des
particularités de leur rôle.
§ 2. Les intermédiaires d’assurances ne font por-
ter leur activité d’intermédiation que sur des contrats
d’assurance dont eux-mêmes, leurs responsables de
la distribution, et les personnes visées à l’article 260,
alinéa 2, qu’ils occupent, connaissent et sont capables
d’expliquer aux clients les caractéristiques essentielles.
Les entreprises d’assurances n’offrent de souscrire
que des contrats d’assurance dont leurs responsables
de la distribution et les personnes visées à l’article
259, alinéa 2, qu’elles occupent, connaissent et sont
capables d’expliquer aux clients les caractéristiques
essentielles.
informatie eveneens onmiddellijk na de sluiting van de
overeenkomst aan de cliënt meegedeeld, overeenkom-
stig het bepaalde bij het eerste lid.
Afdeling III
Door de verzekeringsonderneming te verstrekken
informatie
Artikel 276
Het bepaalde bij Artikel 273, § 1, eerste lid, 5° en 6°,
en § § 3 en 4, en bij artikel 275 is van overeenkomstige
toepassing op de verzekeringsondernemingen in hun
rechtstreekse contacten met cliënten.
Afdeling IV
Andere gedragsregels
Artikel 277
§ 1. De verzekeringstussenpersonen dienen zich op
loyale, billijke en professionele wijze in te zetten voor
de belangen van hun cliënteel. De door hen verstrekte
informatie moet correct, duidelijk en niet misleidend
zijn.
De verzekeringtussenpersonen dienen, bij hun be-
middelingsactiviteit, de gedragsregels na te leven die
van toepassing zijn op verzekeringsondernemingen. De
Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad en genomen na advies van de FSMA, voor
alle of bepaalde categorieën van verzekeringstussen-
personen in een aangepaste versie van deze gedrags-
regels voorzien of bepaalde van deze regels geheel of
gedeeltelijk buiten toepassing verklaren, om rekening
te houden met de specifi citeit van hun rol.
§ 2. De verzekeringstussenpersonen bemiddelen
enkel met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten
waarvan zij, hun verantwoordelijken voor de distributie
en de personen die zij tewerkstellen als bedoeld in artikel
260, tweede lid, de essentiële kenmerken kennen en in
staat zijn deze aan de cliënten toe te lichten.
De verzekeringsondernemingen bieden enkel ver-
zekeringsovereenkomsten aan waarvan hun verant-
woordelijken voor de distributie en de personen die zij
tewerkstellen als bedoeld in artikel 259, tweede lid, de
essentiële kenmerken kennen en in staat zijn deze aan
de cliënten toe te lichten.
403
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. Sans préjudice des dispositions des articles 26
et 27 de la loi du 2 août 2002, le Roi est habilité à fi xer,
par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pris sur avis
de la FSMA, en exécution des paragraphes 1er et 2, des
règles de conduite et des règles visant à prévenir les
confl its d’intérêts, que les intermédiaires d’assurances
doivent respecter.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, modifi er, complé-
ter, remplacer ou abroger les autres dispositions de la
présente loi afi n d’en aligner le contenu sur les règles
de conduite visées au présent article et d’en assurer la
cohérence avec ces règles. Les arrêtés pris en vertu de
cette habilitation sont abrogés de plein droit s’ils n’ont
pas été confi rmés par la loi dans les douze mois qui
suivent leur publication au Moniteur belge.
Section V
Conservation des données
Article 278
§ 1er. Les intermédiaires d’assurances conservent
un enregistrement de toute activité d’intermédiation
en assurances exercée afi n de permettre à la FSMA
de vérifi er si l’intermédiaire d’assurances se conforme
aux dispositions de la présente partie, de l’arrêté royal
relatif aux règles de conduite de niveau 1 et de l’arrêté
royal relatif aux règles de conduite de niveau 2, et, en
particulier s’il respecte ses obligations à l’égard de ses
clients ou clients potentiels.
§ 2. La FSMA peut préciser les dispositions du pré-
sent article par voie de règlement pris en exécution des
articles 49, § 3, et 64, de la loi du 2 août 2002.
Section VI
Responsabilité
Article 279
§ 1er. Les entreprises d’assurances qui collaborent
avec des agents d’assurances liés assument la res-
ponsabilité entière et inconditionnelle de toute action
effectuée ou de toute omission commise par ces agents
d’assurances liés lorsqu’ils agissent en leur nom et
pour leur compte, dans la mesure où cette action ou
omission concerne les règles de conduite visées par
§ 3. Onverminderd het bepaalde bij de artikelen 26
en 27 van de wet van 2 augustus 2002, is de Koning
bevoegd om door middel van een na overleg in de
Ministerraad vastgesteld besluit, genomen na advies
van de FSMA, in uitvoering van paragrafen 1 en 2,
gedragsregels en regels ter voorkoming van belangen-
confl icten die de verzekeringstussenpersonen moeten
naleven, nader te bepalen.
§ 4. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad en genomen na advies van de
FSMA, de overige bepalingen van deze wet wijzigingen,
aanvullen, vervangen of opheffen teneinde de inhoud
ervan af te stemmen op en coherent te maken met de
gedragsregels bedoeld in dit artikel. De krachtens deze
machtiging genomen besluiten zijn van rechtswege
opgeheven indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen
twaalf maanden na hun bekendmaking in het Belgisch
Staatsblad.
Afdeling V
Bewaring van gegevens
Artikel 278
§ 1. De verzekeringstussenpersonen bewaren een
registratie van elke verrichte activiteit van verzekerings-
bemiddeling, om de FSMA in staat te stellen na te gaan
of de verzekeringstussenpersoon zich conformeert aan
de bepalingen van dit deel, het koninklijk besluit over de
gedragsregels van niveau 1 en van het koninklijk besluit
over de gedragsregels van niveau 2, en inzonderheid
of hij zijn verplichtingen ten aanzien van zijn cliënten of
potentiële cliënten nakomt.
§ 2. De FSMA kan de bepalingen van dit artikel ver-
duidelijken aan de hand van reglementen genomen ter
uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet
van 2 augustus 2002.
Afdeling VI
Aansprakelijkheid
Artikel 279
§ 1. Verzekeringsondernemingen die samenwerken
met verbonden verzekeringsagenten, blijven volledig en
onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke handeling
of elk verzuim van die verbonden verzekeringsagenten
die in naam en voor rekening van die ondernemingen
optreden, in zoverre die handeling of dat verzuim betrek-
king heeft op de gedragsregels als bedoeld in dit deel,
404
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
la présente partie, l’arrêté royal relatif aux règles de
conduite de niveau 1 ou l’arrêté royal relatif aux règles
de conduite de niveau 2. Toutefois l’agent d’assurances
lié reste également responsable en cas de manquement
manifeste.
Les entreprises d’assurances veillent à ce que les
agents d’assurances liés avec lesquels elles collaborent
indiquent en quelle qualité ils agissent avant de traiter
avec un client.
Les entreprises d’assurances sont tenues de contrô-
ler les activités des agents d’assurances liés avec
lesquels elles collaborent.
§ 2. Les agents d’assurances et les courtiers
d’assurances qui collaborent avec des sous-agents
d’assurances assument la responsabilité entière et
inconditionnelle de toute action effectuée ou de toute
omission commise par ces sous-agents d’assurances
lorsqu’ils agissent pour leur compte.
Les agents d’assurances et les courtiers d’assu-
rances veillent à ce que les sous-agents d’assurances
avec lesquels ils collaborent indiquent en quelle qualité
ils agissent avant de traiter avec un client.
Les agents d’assurances et les courtiers d’assu-
rances sont tenus de contrôler les activités des sous-
agents d’assurances avec lesquels ils collaborent.
PARTIE 7
L’ORGANISATION DU CONTRÔLE
TITRE IER
L’organisation du contrôle et la collaboration entre
autorités
Article 280
§ 1er. Sauf disposition contraire explicite prévue par la
présente loi, la FSMA assure le contrôle du respect des
dispositions de cette loi et de ses arrêtés et règlements
d’exécution.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l’OCM est
chargé du contrôle du respect des dispositions de la
présente loi et de ses arrêtés d’exécution qui concernent
les sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5,
et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités, et de
celles qui concernent les intermédiaires d’assurances
het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau
1 of het koninklijk besluit over de gedragsregels van ni-
veau 2. Toch blijft ook de verbonden verzekeringsagent
verantwoordelijk als er sprake is van een kennelijke
tekortkoming.
De verzekeringsondernemingen zien erop toe dat de
verbonden verzekeringsagenten met wie zij samenwer-
ken, kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden
voordat zij zakendoen met een cliënt.
De verzekeringsondernemingen dienen de werk-
zaamheden van de verbonden verzekeringsagenten
met wie zij samenwerken, te controleren.
§ 2. Verzekeringsagenten en verzekeringsmakelaars
die samenwerken met verzekeringssubagenten blijven
volledig en onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke
handeling of elk verzuim van die verzekeringssubagen-
ten die voor hun rekening optreden.
De verzekeringsagenten en de verzekeringsmake-
laars zien erop toe dat de verzekeringssubagenten
met wie zij samenwerken, kenbaar maken in welke
hoedanigheid zij optreden voordat zij zakendoen met
een cliënt.
De verzekeringsagenten en de verzekeringsmake-
laars dienen de werkzaamheden van de verzekerings-
subagenten met wie zij samenwerken, te controle-
ren.
DEEL 7
ORGANISATIE VAN HET TOEZICHT
TITEL I
Organisatie van het toezicht en samenwerking tussen
de autoriteiten
Artikel 280
§ 1. Behalve voor zover uitdrukkelijk anders bepaald
in deze wet, ziet de FSMA toe op de naleving van de
bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
en – reglementen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de CDZ belast
met het toezicht op de naleving van de bepalingen van
deze wet en de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot
de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals be-
doeld in artikel 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de
wet 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en
de landsbonden van ziekenfondsen, en met betrekking
405
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
visés à l’article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant
des dispositions diverses en matière d’organisation de
l’assurance maladie complémentaire (I).
S’agissant des pouvoirs de contrôle et de sanction
prévus par la présente loi et ses arrêtés d’exécution à
l’égard des sociétés mutualistes et des intermédiaires
d’assurances mentionnés à l’alinéa 1er, “la FSMA” doit
se lire comme “l’OCM”, sauf dans les dispositions qui
établissent une compétence réglementaire de la FSMA
et dans les dispositions concernant lesquelles la loi
elle-même prévoit un régime distinct pour le contrôle
exercé par l’OCM. Pour les arrêtés que le Roi devra
prendre en vertu de la présente loi, sur avis de la FSMA,
il conviendra également de recueillir l’avis de l’OCM s’il
est prévu que les sociétés mutualistes et/ou les intermé-
diaires d’assurances mentionnés à l’alinéa 1er tombent
dans le champ d’application des arrêtés en question.
La FSMA et l’OCM concluent un accord de coopé-
ration qui règle notamment l’échange d’informations et
organise l’application uniforme de la loi.
Article 281
La FSMA est chargée du contrôle du respect, par
les entreprises d’assurances belges et les entreprises
d’assurances étrangères, à l’exception des entreprises
d’assurances de l’EEE, des règles qui, conformément
à l’article 45, § 1er, 3°, f, de la loi du 2 août 2002, visent
à garantir un traitement honnête, équitable et profes-
sionnel des parties intéressées.
Article 282
En vue d’assurer un contrôle efficace et coordonné
des entreprises d’assurances, la Banque et la FSMA
concluent un protocole, qu’elles publient sur leur site
web respectif.
Ce protocole détermine les modalités de la collabo-
ration entre la Banque et la FSMA dans tous les cas où
la loi prévoit un avis, une consultation, une information
ou tout autre contact entre les deux institutions, ainsi
que dans les cas où une concertation entre les deux
institutions est nécessaire pour assurer une application
uniforme de la législation.
tot de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in ar-
tikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse
bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I).
Voor de in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
opgenomen toezichts – en sanctiebevoegdheden ten
opzichte van de in het eerste lid vermelde maatschap-
pijen van onderlinge bijstand en verzekeringstussen-
personen, wordt “de FSMA” gelezen als “de CDZ”, met
uitzondering van die bepalingen die een reglementaire
bevoegdheid van de FSMA vaststellen en die bepalin-
gen in verband waarmee in de wet zelf een afzonderlijke
regeling voor het toezicht door de CDZ is opgenomen.
Voor de besluiten van de Koning die op grond van deze
wet moeten worden genomen na advies van de FSMA,
moet tevens het advies van de CDZ worden ingewonnen
indien de in het eerste lid vermelde maatschappijen van
onderlinge bijstand en/of verzekeringstussenpersonen
onder het toepassingsgebied van de Koninklijke beslui-
ten in kwestie zullen vallen.
De FSMA en de CDZ sluiten een samenwerkings-
overeenkomst. De samenwerkingsovereenkomst regelt
onder meer de uitwisseling van informatie en de een-
vormige toepassing van deze wet.
Artikel 281
De FSMA is bevoegd voor het toezicht op de nale-
ving door de Belgische verzekeringsondernemingen
en de buitenlandse verzekeringsondernemingen, met
uitzondering van de EER verzekeringsondernemingen,
van de regels die, overeenkomstig artikel 45, § 1, 3°,
f. van de wet van 2 augustus 2002, een loyale, billijke
en professionele behandeling van de belanghebbende
partijen moeten waarborgen.
Artikel 282
Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd
toezicht op de verzekeringsondernemingen sluiten de
Bank en de FSMA een protocol dat op hun respectieve
websites wordt bekend gemaakt.
Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samen-
werking tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen
waar de wet een advies, raadpleging, informatie of
ander contact tussen de twee instellingen voorziet of
waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is
om een eenvormige toepassing van de wetgeving te
verzekeren.
406
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 283
Lorsque, dans l’exercice de son contrôle du respect
des dispositions de la partie 6 de la présente loi, la
FSMA relève des pratiques contraires à des législa-
tions autres que cette loi, elle en informe les autorités
qui ont ces matières dans leurs attributions. De même,
celles-ci informent la FSMA lorsque leurs services ont
constaté des infractions aux lois, arrêtés ou règlements
commises par des entreprises et personnes soumises
à la présente loi. Ces informations restent soumises au
secret professionnel auquel ces autorités sont tenues.
Article 284
En vue de permettre une bonne application de la
présente loi et de ses arrêtés et règlements d’exécution,
la FSMA coopère avec la Banque, avec les autorités
compétentes des États membres de l’EEE, avec les
autorités compétentes au sens de l’article 2, point 11,
de la directive 2002/92/CE ainsi qu’avec les autorités de
pays tiers à vocation similaire, et peut échanger avec ces
autorités des informations confi dentielles conformément
aux dispositions des articles 75 et 77, §§ 1er et 2, de la
loi du 2 août 2002.
Article 285
Toute plainte du chef d’infractions à la présente loi
doit être portée à la connaissance de la FSMA par
l’instance judiciaire ou administrative qui en est saisie.
Toute action pénale du chef des infractions visées
à l’alinéa 1er doit être portée à la connaissance de la
FSMA à la diligence du greffe de la juridiction répressive
qui en est saisie.
TITRE II
L’exercice du contrôle
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Article 286
§ 1er. La FSMA détermine les informations que les
assureurs, les entreprises de réassurance ainsi que
les intermédiaires d’assurances et de réassurance
sont tenus de lui fournir pour lui permettre de vérifi er
si ces assureurs, entreprises et intermédiaires res-
pectent les dispositions légales et réglementaires qui
Artikel 283
Wanneer de FSMA in haar toezicht op de naleving van
de bepalingen van deel 6 praktijken vaststelt die strij-
dig zijn met andere wetgevingen dan deze wet, brengt
zij de overheden die bevoegd zijn voor deze materies
daarvan op de hoogte. Evenzo brengen die overheden
de FSMA op de hoogte van de door hen vastgestelde
inbreuken op wetten, besluiten of reglementen door de
ondernemingen en personen onderworpen aan deze
wet. Deze inlichtingen blijven onderworpen aan de
regels van het beroepsgeheim waartoe die overheden
zijn gehouden.
Artikel 284
Met het oog op een goede toepassing van deze wet
en haar uitvoeringsbesluiten en – reglementen werkt de
FSMA samen met de Bank, de bevoegde autoriteiten
van de lidstaten van de EER, de bevoegde autoriteiten
in de zin van artikel 2, punt 11 van de Richtlijn 2002/92/
EG, en met de autoriteiten van derde landen met een
gelijkaardige opdracht, en kan zij met deze autoriteiten
vertrouwelijke informatie uitwisselen overeenkomstig
het bepaalde bij artikel 75 en 77, §§ 1 en 2, van de wet
van 2 augustus 2002.
Artikel 285
Elke klacht wegens overtreding van deze wet wordt ter
kennis van de FSMA gebracht door de gerechtelijke of
bestuurlijke instantie waarbij zij aanhangig is gemaakt.
Elke strafvordering uit hoofde van misdrijven als be-
doeld in het eerste lid, wordt ter kennis van de FSMA
gebracht door de zorg van de griffier van het strafgerecht
waarbij zij aanhangig is gemaakt.
TITEL II
Uitoefening van het toezicht
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 286
§ 1. De FSMA bepaalt de gegevens die de verzeke-
raars, de herverzekeringsondernemingen en de verze-
kerings- en de herverzekeringstussenpersonen dienen
te verstrekken opdat zou kunnen worden nagegaan of
de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan zij
zijn onderworpen, zijn nageleefd. De FSMA bepaalt
407
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
leur sont applicables. La FSMA détermine également
la fréquence et les modalités de transmission de ces
informations.
§ 2. Sur simple demande de la FSMA, les assureurs,
les entreprises de réassurance ainsi que les intermé-
diaires d’assurances et de réassurance sont tenus de
lui fournir tous renseignements et de lui délivrer tous
documents nécessaires à l’exécution de sa mission, et
ce dans le délai qu’elle détermine. Les renseignements
et documents visés dans cet alinéa doivent être rédigés
au moins dans la langue imposée par la loi ou le décret.
La FSMA peut procéder à des inspections au siège
principal belge des assureurs, des entreprises de réas-
surance ainsi que des intermédiaires d’assurances et de
réassurance ou auprès de leurs succursales, agences
et bureaux en Belgique et prendre connaissance et
copie sur place de toute information en possession des
assureurs, des entreprises de réassurance ainsi que des
intermédiaires d’assurances et de réassurance, après,
dans le cas d’une entreprise d’assurances de l’EEE,
en avoir informé les autorités compétentes de l’État
membre d’origine de l’entreprise concernée.
La FSMA peut procéder aux inspections visées à
l’alinéa 2 auprès des succursales d’assureurs belges
établies à l’étranger, moyennant, dans le cas d’une suc-
cursale d’entreprise d’assurances belge établie dans
un État membre de l’EEE, l’information préalable des
autorités compétentes de cet État. Elle peut, de même,
demander aux autorités compétentes de l’État membre
de la succursale d’une entreprise d’assurances belge,
de procéder pour son compte à ces inspections.
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
sont tenus de fournir à la FSMA, sur simple demande,
tous renseignements concernant les contrats d’assu-
rance qu’ils détiennent.
La FSMA peut, pour l’exécution du présent article,
déléguer des membres de son personnel ou des experts
indépendants mandatés à cet effet, qui lui font rapport.
§ 3. S’il est fait application à un assureur des dispo-
sitions de l’article 288, la FSMA peut:
a. étendre la demande de renseignements ou de
documents ainsi que la vérifi cation sur place visées au
paragraphe 2, alinéas 1er et 2, à toute entreprise établie
en Belgique sur laquelle l’assureur, seul ou conjointe-
ment ou de concert avec d’autres, exerce, de droit ou
voor deze gegevens tevens de rapporteringsfrequentie
en – modaliteiten.
§ 2. Op eenvoudig verzoek van de FSMA zijn de
verzekeraars en de herverzekeringsondernemingen en
de verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen
ertoe gehouden alle inlichtingen te verstrekken en alle
documenten in te leveren die de FSMA nodig heeft ter
uitvoering van haar taken en dit binnen de termijn die
de FSMA vaststelt. De in dit lid bedoelde inlichtingen
en documenten dienen minstens in de taal te worden
gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
De FSMA kan in het Belgische hoofdkantoor van de
verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen en de
verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen of
in hun bijkantoren, agentschappen en kantoren in België,
inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en
een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de
verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen en de
verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen
na, ingeval het een EER verzekeringsonderneming
betreft, voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde
autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de verze-
keringsonderneming.
De FSMA kan bij de bijkantoren van Belgische verze-
keraars in het buitenland na, ingeval het een bijkantoor
van een Belgische verzekeringsonderneming in een
lidstaat van de EER betreft, voorafgaande kennisgeving
aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, de in het
tweede lid bedoelde inspecties verrichten. Evenzo kan
zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bij-
kantoor van een Belgische verzekeringsonderneming
verzoeken voor haar rekening die inspecties te verrich-
ten.
De verzekerings- en de herverzekeringstussenperso-
nen zijn gehouden tot het verstrekken aan de FSMA, op
eenvoudig verzoek, van alle inlichtingen betreffende de
verzekeringsovereenkomsten die zij in hun bezit heb-
ben.
De FSMA kan, voor de uitvoering van dit artikel perso-
neelsleden of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskun-
digen delegeren, die haar verslag uitbrengen.
§ 3. Indien op de verzekeraar de bepalingen van
artikel 288 worden toegepast, kan de FSMA:
a. het verzoek om inlichtingen en documenten en
de inzage ter plaatse bedoeld in paragraaf 2, eerste
en tweede lid, uitbreiden tot elke in België gevestigde
onderneming waarop de verzekeraar, alleen of samen
met of in overleg met anderen, in rechte of in feite,
408
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
de fait, le contrôle au sens du livre II, titre II, de l’arrêté
royal du 30 janvier 2001 portant exécution du code des
sociétés;
b. faire de même à l’égard des entreprises ou orga-
nismes établis en Belgique qui ont passé avec l’assureur
une convention de gestion, de réassurance ou une autre
convention susceptibles de transférer la gestion;
c. étendre, dans le cadre de conventions internatio-
nales, le contrôle visé au paragraphe 2 aux succursales
et fi liales, établies à l’étranger, d’assureurs belges.
La FSMA peut, pour l’application du présent point c,
conclure des accords avec les autorités étrangères.
Cette extension, qui doit faire l’objet d’une décision
motivée, ne peut avoir d’autre objectif que la vérifi ca-
tion du respect par l’assureur des engagements qu’il
a contractés à l’égard des preneurs d’assurance, des
assurés, des bénéfi ciaires ou de tous tiers ayant un
intérêt à l’exécution des contrats d’assurance.
CHAPITRE 2
Des mesures de redressement
Article 287
Sans préjudice de l’application de l’article 22, la
FSMA exige le retrait ou la réformation des documents
à caractère contractuel ou publicitaire dont elle constate
qu’ils ne sont pas conformes aux dispositions prévues
par ou en vertu de la loi.
La FSMA informe la Banque des cas où elle a exigé
le retrait ou la réformation des documents à caractère
contractuel, conformément à l’alinéa 1er.
Article 288
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’un assureur
belge ou un assureur étranger, autre qu’une entreprise
d’assurances de l’EEE, ne fonctionne pas en confor-
mité avec les dispositions de la présente loi et de ses
arrêtés et règlements d’exécution, elle met l’assureur en
demeure de remédier, dans le délai qu’elle détermine,
à la situation constatée.
La FSMA informe la Banque des faits constatés dans
le chef de l’entreprise d’assurances concernée.
controle uitoefent in de zin van Boek 2, Titel II van het
koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van
het wetboek van vennootschappen;
b. hetzelfde doen ten aanzien van in België gevestigde
ondernemingen of instellingen waarmee de verzekeraar
een beheersovereenkomst, een herverzekeringsover-
eenkomst of een andere overeenkomst heeft gesloten
waardoor het beheer kan worden overgedragen;
c. de in de paragraaf 2 bedoelde controle in het kader
van internationale overeenkomsten eveneens uitbreiden
tot in het buitenland gevestigde bijkantoren en dochter-
ondernemingen van Belgische verzekeraars. De FSMA
kan voor de toepassing van dit punt c akkoorden sluiten
met buitenlandse autoriteiten.
Die uitbreiding die onderwerp moet zijn van een met
redenen omklede beslissing, kan slechts het nazicht tot
doel hebben van de nakoming van de verplichtingen die
de verzekeraar jegens de verzekeringnemers, verzeker-
den, de begunstigden of derden die een belang hebben
bij de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten heeft
aangegaan.
HOOFDSTUK 2
Herstelmaatregelen
Artikel 287
Onverminderd de toepassing van Artikel 22 eist de
FSMA de intrekking of omvorming van de documenten
met contractueel of publicitair karakter waarvan zij vast-
stelt dat zij met de door of krachtens de wet gestelde
bepalingen niet overeenstemmen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van haar eis tot
intrekking of omvorming van de documenten met
een contractueel karakter overeenkomstig het eerste
lid.
Artikel 288
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een Belgische
verzekeraar of een buitenlandse verzekeraar die geen
EER verzekeringsonderneming is, niet werkt overeen-
komstig de bepalingen van deze wet, haar uitvoerings-
besluiten en – reglementen, maant zij de verzekeraar
aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastge-
stelde toestand te verhelpen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de feiten die
in hoofde van de betrokken verzekeringsonderneming
zijn vastgesteld.
409
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues
par ou en vertu de la loi, la FSMA peut, s’il n’a pas été
remédié à la situation au terme du délai qu’elle a imposé
conformément au paragraphe 1er, prendre toutes les
mesures appropriées et notamment interdire aux assu-
reurs de conclure de nouveaux contrats d’assurance ou
certaines catégories de nouveaux contrats d’assurance,
étant entendu que, dans le cas d’assureurs étrangers,
cette interdiction ne portera que sur les contrats d’assu-
rance relatifs à des risques ou engagements situés en
Belgique.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle
a prises, en vertu du présent paragraphe, à l’égard
d’entreprises d’assurances.
§ 3. Si les mesures envisagées par la FSMA sont
susceptibles d’entraîner la suspension ou l’interdic-
tion de l’exercice direct ou indirect de l’activité d’une
entreprise d’assurances, la FSMA informe la Banque
préalablement des mesures qu’elle souhaite prendre.
A compter de la réception de cette information, la
Banque dispose d’un délai de dix jours pour s’opposer
aux mesures envisagées. A l’expiration de ce délai de
dix jours, la Banque est réputée ne pas s’opposer aux
mesures envisagées.
La Banque motive sa décision de s’opposer aux
mesures envisagées et la communique à la FSMA par
tous les moyens utiles. La Banque détermine le délai
durant lequel les mesures envisagées ne peuvent être
exécutées, sans que ce délai puisse excéder 30 jours.
Ce délai peut être prolongé moyennant l’assentiment
de la FSMA.
A défaut d’accord entre la Banque et la FSMA, la
Banque peut mettre en place la procédure d’arbitrage
visée à l’article 36bis, § 4, de la loi du 2 août 2002. Si
elle recourt à cette procédure, la Banque en informe la
FSMA avant l’expiration du délai précité.
Si la Banque ne fait pas usage de la possibilité prévue
à l’alinéa 2 ou à l’alinéa 4, la FSMA peut prendre les
mesures envisagées en application du paragraphe 2.
§ 4. En cas d’infraction grave et systématique aux
règles visées à l’article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, ou §
2, de la loi du 2 août 2002, la Banque peut révoquer
§ 2. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de
toestand na de door haar overeenkomstig paragaaf 1
opgelegde termijn niet is verholpen, alle passende maat-
regelen nemen en inzonderheid de verzekeraars ver-
bieden nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten
of bepaalde categorieën van nieuwe verzekeringsover-
eenkomsten te sluiten, met dien verstande dat indien
het buitenlandse verzekeraars betreft, het verbod enkel
betrekking kan hebben op overeenkomsten waarvan de
risico’s of verbintenissen in België liggen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de op grond
van deze paragraaf jegens verzekeringsondernemingen
getroffen maatregelen. La FSMA informe la Banque
des mesures qu’elle a prises, en vertu du présent pa-
ragraphe, à l’égard d’entreprises d’assurances.
§ 3 Indien de door de FSMA voorgenomen maatre-
gelen tot gevolg zouden hebben dat de rechtstreekse
of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van een
verzekeringsonderneming zou worden geschorst of
verboden, stelt de FSMA de Bank op voorhand in kennis
van de maatregelen die zij wenst te nemen.
Vanaf de ontvangst van deze kennisgeving beschikt
de Bank over een termijn van tien dagen om zich te
verzetten tegen de voorgenomen maatregelen. Na
verloop van de termijn van tien dagen wordt de Bank
geacht zich niet tegen de voorgenomen maatregelen te
verzetten.
De Bank motiveert de beslissing waarbij zij zich verzet
tegen de voorgenomen maatregelen en deelt deze mee
aan de FSMA met alle dienstige middelen. De Bank
bepaalt de termijn gedurende dewelke de voorgenomen
maatregelen niet kunnen worden uitgevoerd, zonder
dat deze termijn meer dan 30 dagen mag bedragen.
Deze termijn kan worden verlengd mits akkoord van de
FSMA.
Bij gebrek aan een akkoord tussen de Bank en de
FSMA kan de Bank de arbitrageprocedure bedoeld in
artikel 36bis, § 4 van de wet van 2 augustus 2002 op-
starten. Als de procedure wordt opgestart, stelt de Bank
de FSMA hiervan in kennis voor het verstrijken van de
termijn.
Indien de Bank geen gebruik maakt van de mogelijk-
heid voorzien in het tweede of vierde lid, kan de FSMA
de betrokken maatregelen treffen in toepassing van
paragraaf 2.
§ 4. Bij ernstige en stelselmatige overtreding van
de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of §
2, van de wet van 2 augustus 2002, kan de Bank de
410
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’agrément sur demande de la FSMA selon la procé-
dure et les modalités fi xées par l’article 36bis de cette
même loi.
§ 5. La FSMA peut enjoindre à l’assureur auquel
elle adresse une mise en demeure en application du
paragraphe 1er de suspendre la commercialisation
ou certaines formes de commercialisation du contrat
d’assurance concerné sur le territoire belge aussi long-
temps que les dispositions légales ou réglementaires
en question ne sont pas respectées. L’injonction de
suspension de la commercialisation peut s’étendre à
la commercialisation via l’ensemble ou une partie des
personnes auxquelles l’assureur auquel l’injonction de
la FSMA est adressée, fait appel en vue de la commer-
cialisation. L’assureur auquel l’injonction est adressée, a
l’obligation de communiquer immédiatement cette sus-
pension de la commercialisation à toutes les personnes
auxquelles il fait appel en vue de la commercialisation
du contrat d’assurance en question sur le territoire belge
et auxquelles la suspension de la commercialisation
s’étend. Dans l’intérêt des utilisateurs de produits et
services fi nanciers, la FSMA peut rendre cette décision
publique. La suspension de la commercialisation est
levée par la FSMA lorsqu’il est établi que les dispositions
légales ou réglementaires concernées sont désormais
respectées.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle a
prises en vertu de l’alinéa 1er.
§ 6. Sans préjudice des dispositions de l’article 277, §
2, l’OCM est seul compétent pour adopter les mesures
prévues au présent article à l’égard des sociétés mutua-
listes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8,
de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux
unions nationales de mutualités.
Article 289
Lorsque les autorités compétentes d’un autre État
membre dans lequel une entreprise d’assurances belge
a établi une succursale ou exerce des activités en libre
prestation de services, avertissent la FSMA que cette
entreprise a enfreint des dispositions légales, régle-
mentaires ou administratives applicables dans cet État
membre, au respect desquelles ces autorités sont char-
gées de veiller et qui en Belgique relèvent du domaine
de compétence de la FSMA, la FSMA prend, dans les
plus brefs délais, les mesures les plus appropriées
telles que prévues à l’article 288 pour que l’entreprise
concernée mette fi n à cette situation irrégulière. La
FSMA en avise les autorités précitées.
vergunning intrekken op verzoek van de FSMA, volgens
de procedure en de regels bepaald bij artikel 36bis van
diezelfde wet.
§ 5. De FSMA kan de verzekeraar aan wie zij een
aanmaning richt met toepassing van de eerste paragraaf
bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen
van de commercialisering van de betrokken verzeke-
ringsovereenkomst op het Belgisch grondgebied op te
schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire
bepalingen niet zijn nageleefd. Het bevel tot opschorting
van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de
commercialisering via alle of een deel van de personen
op wie de verzekeraar, aan wie de FSMA het bevel richt,
een beroep doet voor de commercialisering. De verze-
keraar aan wie het bevel is gericht moet deze opschor-
ting van de commercialisering onmiddellijk meedelen
aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de
commercialisering van de betrokken verzekeringsover-
eenkomst op het Belgisch grondgebied en tot wie de
opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In
het belang van de afnemers van fi nanciële producten
en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar
maken. De opschorting van de commercialisering wordt
door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de
betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn
nageleefd.
De FSMA brengt de Bank op de hoogte van de op
grond van het eerste lid genomen maatregelen.
§ 6. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 277,
§ 2 is de CDZ jegens de maatschappijen van onderlinge
bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70,
§§ 6, 7 en 8, van de wet 6 augustus 1990 betreffende de
ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen
als enige bevoegd om de maatregelen voorzien in dit
artikel te nemen.
Artikel 289
Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere
lidstaat waar een Belgische verzekeringsonderneming
een bijkantoor heeft gevestigd of er werkzaamheden uit-
oefent in vrije dienstverrichting, de FSMA ervan in kennis
stellen dat die onderneming de wettelijke, reglementaire
of bestuursrechtelijke bepalingen die deze lidstaat heeft
vastgesteld en waarop genoemde autoriteiten toezien
en die in België tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA
behoren, heeft overtreden, neemt de FSMA zo spoedig
mogelijk de meest passende maatregelen zoals bedoeld
in artikel 288 opdat de betrokken onderneming een ein-
de maakt aan die onregelmatigheden. De FSMA brengt
dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten.
411
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 290
Sans préjudice de l’application possible de l’article
288, § 5, la FSMA peut, en cas d’extrême urgence,
adopter les mesures visées aux articles 288 et 289 sans
qu’un délai de redressement ne soit préalablement fi xé.
Article 291
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’une entreprise
d’assurances de l’EEE ne se conforme pas aux dis-
positions législatives et réglementaires applicables en
Belgique dans son domaine de compétence, elle met
l’entreprise d’assurances en demeure de remédier,
dans le délai qu’elle détermine, à la situation constatée.
La FSMA informe la Banque des faits constatés
dans le chef de l’entreprise d’assurances de l’EEE
concernée.
§ 2. S’il n’a pas été remédié à la situation au terme
du délai qu’elle a imposé conformément au paragraphe
1er, la FSMA en informe les autorités compétentes de
l’État membre d’origine de l’entreprise d’assurances
de l’EEE.
En cas de persistance des manquements, la FSMA
peut, après en avoir informé les autorités compétentes
de l’État membre d’origine de l’entreprise d’assu-
rances de l’EEE, prendre les mesures appropriées
pour prévenir de nouvelles irrégularités. La FSMA peut
notamment, si les circonstances l’exigent, interdire à
cette entreprise d’assurances de continuer à conclure
des contrats d’assurance ou certaines catégories de
contrats d’assurance relatifs à des risques ou engage-
ments situés en Belgique.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle a
prises en application de l’alinéa 2.
§ 3. La FSMA peut également enjoindre à l’entreprise
d’assurances de l’EEE à laquelle elle adresse une
mise en demeure en application du paragraphe 1er de
suspendre la commercialisation ou certaines formes de
commercialisation du contrat d’assurance concerné sur
le territoire belge aussi longtemps que les dispositions
légales ou réglementaires en question ne sont pas
respectées. L’injonction de suspension de la commer-
cialisation peut s’étendre à la commercialisation via
l’ensemble ou une partie des personnes auxquelles
l’entreprise d’assurances de l’EEE à laquelle l’injonc-
tion de la FSMA est adressée, fait appel en vue de la
commercialisation. L’entreprise d’assurances de l’EEE
Artikel 290
Onverminderd de mogelijke toepassing van artikel
288, § 5, kan de FSMA in uiterst spoedeisende gevallen
de in de artikelen 288 en 289 bedoelde maatregelen
treffen zonder vooraf een hersteltermijn op te leg-
gen.
Artikel 291
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een EER ver-
zekeringsonderneming zich niet conformeert aan de in
België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen
die tot haar bevoegdheidssfeer behoren, maant zij de
verzekeringsonderneming aan om, binnen de termijn
die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhel-
pen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de feiten die in
hoofde van de betrokken EER verzekeringsonderneming
zijn vastgesteld.
§ 2. Indien de toestand na de door haar overeenkom-
stig paragraaf 1 opgelegde termijn niet is verholpen,
stelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van de lidstaat
van herkomst van de EER verzekeringsonderneming
hiervan in kennis.
Wanneer de inbreuken blijven aanhouden, kan de
FSMA passende maatregelen nemen om verdere
onregelmatigheden te voorkomen nadat de FSMA de
bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst
van de EER verzekeringsonderneming daarvan op de
hoogte heeft gebracht. Met name kan de FSMA, voor
zover de omstandigheden het vereisen, de verzeke-
ringsonderneming verbieden om nog verdere verze-
keringsovereenkomsten of bepaalde categorieën van
verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband
houden met in België gelegen risico’s of verbintenissen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de maatregelen
getroffen met toepassing van het tweede lid.
§ 3. De FSMA kan de EER verzekeringsonderneming
aan wie zij een aanmaning richt met toepassing van de
eerste paragraaf tevens bevelen om de commerciali-
sering of bepaalde vormen van de commercialisering
van de betrokken verzekeringsovereenkomst op het
Belgisch grondgebied op te schorten zolang de be-
trokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn
nageleefd. Het bevel tot opschorting van de commerci-
alisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering
via alle of een deel van de personen op wie de EER
verzekeringsonderneming, aan wie de FSMA het bevel
richt, een beroep doet voor de commercialisering. De
EER verzekeringsonderneming aan wie het bevel is
412
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
à laquelle l’injonction est adressée, a l’obligation de
communiquer immédiatement cette suspension de la
commercialisation à toutes les personnes auxquelles
elle fait appel en vue de la commercialisation du contrat
d’assurance en question sur le territoire belge et aux-
quelles la suspension de la commercialisation s’étend.
Dans l’intérêt des utilisateurs de produits et services
fi nanciers, la FSMA peut rendre cette décision publique.
La suspension de la commercialisation est levée par la
FSMA lorsqu’il est établi que les dispositions légales ou
réglementaires concernées sont désormais respectées.
La FSMA informe la Banque, ainsi que les autorités
compétentes de l’État membre d’origine de l’entreprise
d’assurances de l’EEE, des mesures qu’elle a prises
en vertu de l’alinéa 1er.
§ 4. Sans préjudice de l’application des paragraphes
1er, 2 ou 3, la FSMA peut, en cas d’urgence, prendre
des mesures appropriées pour prévenir les infractions
aux règles qui sont applicables à l’entreprise d’assu-
rances de l’EEE et qui relèvent de son domaine de
compétence. La FSMA peut notamment interdire à
l’entreprise d’assurances de continuer à conclure
des contrats d’assurance ou certaines catégories de
contrats d’assurance relatifs à des risques ou engage-
ments situés en Belgique.
La FSMA informe immédiatement la Banque et les
autorités compétentes de l’État membre d’origine de
l’entreprise d’assurances des mesures qu’elle a prises.
§ 5. La FSMA peut, à la demande des autorités belges
compétentes en la matière, faire application des para-
graphes précédents à l’égard d’une entreprise d’assu-
rances de l’EEE lorsqu’elle a accompli en Belgique
des actes contraires aux dispositions législatives ou
réglementaires d’intérêt général, telles que visées à
l’article 15.
Article 292
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ne fonctionne pas en
conformité avec les dispositions de la présente loi ou
de ses arrêtés et règlements d’exécution, autres que
les articles 273, 275 et 277, elle identifi e ces manque-
ments et fi xe le délai dans lequel il doit être remédié à
la situation constatée.
Elle peut interdire pour la durée de ce délai l’exercice
de tout ou partie de l’activité de l’intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance et suspendre l’inscription
au registre.
gericht moet deze opschorting van de commercialise-
ring onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie
hij een beroep doet voor de commercialisering van de
betrokken verzekeringsovereenkomst op het Belgisch
grondgebied en tot wie de opschorting van de commer-
cialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers
van fi nanciële producten en diensten kan de FSMA
deze beslissing openbaar maken. De opschorting van
de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven
wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of regle-
mentaire bepalingen zijn nageleefd.
De FSMA brengt de Bank en de bevoegde autoriteiten
van de lidstaat van herkomst van de EER verzekerings-
onderneming op de hoogte van de op grond van het
eerste lid genomen maatregelen.
§ 4. Onverminderd de toepassing van de paragrafen
1, 2 of 3, kan de FSMA in dringende gevallen passende
maatregelen nemen om inbreuken te voorkomen op
de regels die van toepassing zijn op de EER verzeke-
ringsonderneming en die tot haar bevoegdheidssfeer
behoren. De FSMA kan onder meer de verzekerings-
onderneming verbieden om nog verdere verzekerings-
overeenkomsten of bepaalde categorieën van verzeke-
ringsovereenkomsten te sluiten die verband houden met
in België gelegen risico’s of verbintenissen.
De FSMA brengt de Bank en de bevoegde autoriteiten
van de lidstaat van herkomst van de verzekeringson-
derneming onmiddellijk op de hoogte van de genomen
maatregelen.
§ 5. De FSMA kan, op verzoek van de ter zake be-
voegde Belgische autoriteiten, de vorige paragrafen
toepassen op een EER verzekeringsonderneming wan-
neer zij in België handelingen heeft gesteld die strijdig
zijn met wettelijke of reglementaire bepalingen van
algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 15.
Artikel 292
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzeke-
rings- of herverzekeringstussenpersoon niet werkt
overeenkomstig de bepalingen van deze wet of haar
uitvoeringsbesluiten en – reglementen, andere dan
de artikelen 273, 275 en 277, identifi ceert zij deze te-
kortkomingen en stelt de termijn vast waarbinnen deze
toestand moet worden verholpen.
Zij kan voor deze termijn het uitoefenen van een deel
of het geheel van de activiteit van de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon verbieden en de inschrij-
ving in het register schorsen.
413
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Si, au terme du délai qu’elle a imposé conformément
à l’alinéa 1er, la FSMA constate qu’il n’a pas été remédié
aux manquements, elle radie l’inscription de l’intermé-
diaire d’assurances ou de réassurance concerné.
La radiation entraîne l’interdiction d’exercer l’activité
réglementée et de porter le titre.
§ 2. Par dérogation aux dispositions du paragraphe
1er, lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ne respecte pas les
dispositions de l’article 268, § 1er, 3°, 6° et 8°, elle met
celui-ci en demeure de remédier au manquement dans
un délai d’un mois à compter de la mise en demeure.
Si, dans les cas visés à l’alinéa 1er, au terme du délai
d’un mois, il n’a pas été remédié au manquement,
ainsi qu’en cas de déclaration de faillite de l’intermé-
diaire d’assurances ou de réassurance, l’inscription
de ce dernier au registre expire d’office. La FSMA en
avise l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
concerné.
§ 3. Lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ne fonctionne pas en
conformité avec les dispositions des articles 273, 275 et
277 et/ou avec les arrêtés et règlements pris pour leur
exécution, elle identifi e ces manquements et fi xe le délai
dans lequel il doit être remédié à la situation constatée.
Elle peut interdire pour la durée de ce délai l’exercice
de tout ou partie de l’activité de l’intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance et suspendre l’inscription
au registre.
Sans préjudice des autres mesures prévues par ou en
vertu de la loi, la FSMA peut, s’il n’a pas été remédié à la
situation au terme du délai qu’elle a imposé conformé-
ment à l’alinéa 1er, prendre à l’égard de l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance les mesures visées à
l’article 36bis, § 2, de la loi du 2 août 2002.
Si, au terme du délai qu’elle a imposé conformément
à l’alinéa 1er, la FSMA constate qu’il n’a pas été remé-
dié aux manquements, elle peut radier l’inscription de
l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance con
cerné.
La radiation entraîne l’interdiction d’exercer l’activité
réglementée et de porter le titre.
Indien de FSMA na afl oop van de door haar overeen-
komstig lid 1 opgelegde termijn vaststelt dat de tekort-
komingen niet zijn verholpen, schrapt zij de inschrijving
van de betrokken verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon.
De schrapping houdt het verbod in de gereglemen-
teerde werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voe-
ren.
§ 2. In afwijking van het bepaalde in paragraaf 1,
wanneer de FSMA vaststelt dat een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon het bepaalde in artikel
268, § 1, 3°, 6° en 8°, niet nakomt, maant zij deze aan
de tekortkoming te verhelpen binnen een maand na
datum van aanmaning.
Wanneer, in de in het eerste lid bedoelde gevallen,
na de termijn van een maand de tekortkoming niet is
verholpen, alsook in geval van faillietverklaring van een
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, vervalt
ambtshalve de inschrijving van de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon in het register. De FSMA
brengt de betrokken verzekerings- of herverzekerings-
tussenpersoon hiervan op de hoogte.
§ 3. Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzeke-
rings- of herverzekeringstussenpersoon niet werkt
overeenkomstig de artikelen 273, 275 en 277 en/of de
besluiten en reglementen genomen ter uitvoering van
deze bepalingen, identifi ceert zij deze tekortkomingen
en stelt de termijn vast waarbinnen deze toestand moet
worden verholpen.
Zij kan voor deze termijn het uitoefenen van een deel
of het geheel van de activiteit van de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon verbieden en de inschrij-
ving in het register schorsen.
Onverminderd de overige maatregelen bepaald door
of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de toestand
na de door haar overeenkomstig lid 1 opgelegde termijn
niet is verholpen, ten aanzien van de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon de maatregelen uit arti-
kel 36bis, paragraaf 2 van de wet van 2 augustus 2002
treffen.
Indien de FSMA na afl oop van de door haar over-
eenkomstig lid 1 opgelegde termijn vaststelt dat de
tekortkomingen niet zijn verholpen, kan zij de inschrijving
van de betrokken verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon schrappen.
De schrapping houdt het verbod in de gereglemen-
teerde werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voe-
ren.
414
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 293
§ 1er. Les décisions de la FSMA visées aux articles
288 à 292 sortissent leurs effets à l’égard de l’assureur,
de l’entreprise de réassurance ou de l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance à dater de leur notifi -
cation à celui-ci ou celle-ci par lettre recommandée à la
poste ou avec accusé de réception. S’agissant des me-
sures prises à l’égard des assureurs ou des entreprises
de réassurance, elles sortissent leurs effets à l’égard
des tiers à dater de leur publication au Moniteur belge.
§ 2. Le comité de direction de la FSMA peut confi er à
un membre du personnel de la FSMA désigné par lui la
notifi cation de décisions d’inscription ou de refus d’ins-
cription au registre des intermédiaires d’assurances et
de réassurance, ainsi que de décisions de modifi cation,
de mise en demeure, de suspension et de radiation de
l’inscription.
§ 3. La FSMA peut faire procéder, aux frais de l’assu-
reur ou de l’intermédiaire d’assurances ou de réassu-
rance, à la publication des mesures qu’elle a prises à
l’égard de celui-ci, dans les journaux et publications de
son choix ou dans les lieux et pendant la durée qu’elle
détermine. Elle peut également publier ces mesures
sur son site web.
Article 294
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues
par ou en vertu de la loi, si l’assureur ou l’entreprise
de réassurance auquel/à laquelle elle a enjoint de se
mettre en règle avec les dispositions de la présente
loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution, reste
en défaut à l’expiration du délai qu’elle lui a imposé, la
FSMA peut, l’assureur ou l’entreprise de réassurance
ayant pu faire valoir ses moyens:
1° infl iger à ce dernier/cette dernière une astreinte qui
ne peut être, par jour calendrier de retard, supérieure
à 50.000 euros, ni au total, pour la méconnaissance
d’une même injonction, supérieure à 2 500 000 euros;
2° rendre public son point de vue concernant l’infrac-
tion ou le manquement en cause.
§ 2. Les astreintes imposées en application du
présent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
Artikel 293
§ 1. De in de artikelen 288 tot en met 292 bedoelde
beslissingen van de FSMA hebben voor de verzekeraar,
de herverzekeringsonderneming, dan wel de verze-
kerings- of herverzekeringstussenpersoon uitwerking
vanaf de datum van hun kennisgeving met een aan-
getekende brief of een brief met ontvangstbewijs. Voor
derden hebben zij, wat de maatregelen jegens de ver-
zekeraars of de herverzekeringsondernemingen betreft,
uitwerking vanaf de datum van hun bekendmaking in het
Belgisch Staatsblad.
§ 2. Het directiecomité van de FSMA kan de notifi catie
van beslissingen tot inschrijving of tot weigering van
inschrijving in het register van de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen, alsmede van beslissingen
tot wijziging, aanmaning, schorsing en schrapping van
inschrijving, opdragen aan een door hem aangeduid lid
van het personeel van de FSMA.
§ 3. De FSMA kan op kosten van de verzekeraar
of de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
tot publicatie van de genomen maatregelen overgaan
in de kranten en tijdschriften van haar keuze of op
plaatsen en voor de duur die zij bepaalt. De FSMA kan
de genomen maatregelen eveneens op haar website
publiceren.
Artikel 294
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de ver-
zekeraar of een herverzekeringsonderneming tot wie zij
een bevel heeft gericht om zich in regel te stellen met
deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of – reglementen,
in gebreke blijft bij het verstrijken van de door de FSMA
opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die verzeke-
raar of de herverzekeringsonderneming zijn middelen
heeft kunnen laten gelden:
1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag ver-
traging niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch
in totaal meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning
van eenzelfde bevel;
2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken
inbreuk of tekortkoming bekendmaken.
§ 2. De dwangsommen die met toepassing van dit
artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de
Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster,
de Registratie en de Domeinen.
415
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. Dans les cas urgents, la FSMA peut rendre public
son point de vue concernant l’infraction ou le manque-
ment en cause sans injonction préalable de mise en
règle, l’assureur ou l’entreprise de réassurance ayant
pu faire valoir ses moyens.
Article 295
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
ou en vertu de la loi, si l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance auquel elle a enjoint de se mettre en
règle avec les dispositions de la présente loi ou de ses
arrêtés et règlements d’exécution, reste en défaut à
l’expiration du délai qu’elle lui a imposé, la FSMA peut,
l’intermédiaire ayant pu faire valoir ses moyens:
1° infl iger à ce dernier une astreinte qui ne peut être,
par jour calendrier de retard, supérieure à 5.000 euros,
ni au total, pour la méconnaissance d’une même injonc-
tion, supérieure à 75.000 euros;
2° rendre public son point de vue concernant l’infrac-
tion ou le manquement en cause.
§ 2. Les astreintes imposées en application du
présent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
§ 3. Dans les cas urgents, la FSMA peut rendre public
son point de vue concernant l’infraction ou le manque-
ment en cause sans injonction préalable de mise en
règle, l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant pu faire valoir ses moyens.
CHAPITRE 3
De la responsabilité
Article 296
Les administrateurs, gérants ou mandataires géné-
raux d’entreprises d’assurances sont responsables
envers les preneurs d’assurance, les assurés, les
bénéfi ciaires ou tous tiers ayant un intérêt à l’exécution
de contrats d’assurance, de tous dommages résultant
de la violation des obligations imposées aux entreprises
d’assurances par la présente loi et par ses arrêtés et
règlements d’exécution.
§ 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar
standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of
tekortkoming bekendmaken zonder voorafgaand bevel
om zich in regel te stellen, mits de verzekeraar of de
herverzekeringsonderneming zijn middelen heeft kun-
nen laten gelden.
Artikel 295
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de ver-
zekerings- of herverzekeringstussenpersoon tot wie zij
een bevel heeft gericht om zich in regel te stellen met
deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of – reglementen,
in gebreke blijft bij het verstrijken van de door de FSMA
opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die persoon
zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag ver-
traging niet meer mag bedragen dan 5.000 euro, noch
in totaal meer dan 75.000 euro voor de miskenning van
eenzelfde bevel;
2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken
inbreuk of tekortkoming bekendmaken.
§ 2. De dwangsommen die met toepassing van dit
artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de
Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster,
de Registratie en de Domeinen.
§ 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar
standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of
tekortkoming bekendmaken zonder voorafgaand bevel
om zich in regel te stellen, mits de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon zijn middelen heeft kunnen
laten gelden.
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheid
Artikel 296
De bestuurders, zaakvoerders of algemene lastheb-
bers van verzekeringsondernemingen zijn aansprakelijk
tegenover de verzekeringnemers, verzekerden, de
begunstigden of alle derden die belang hebben bij de
uitvoering van verzekeringsovereenkomsten voor elke
schade die zou voortvloeien uit de niet-nakoming van de
verplichtingen die deze wet of haar uitvoeringsbesluiten
en – reglementen oplegt aan de verzekeringsonderne-
mingen.
416
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Ils ne sont déchargés de cette responsabilité quant
aux infractions auxquelles ils n’ont pas pris part que si
aucune faute ne leur est imputable et si l’on ne peut leur
reprocher de n’avoir pas mis en œuvre tous les moyens
à leur disposition pour empêcher ou limiter le dommage.
Lorsque plusieurs personnes sont, conformément
aux alinéas précédents, responsables d’un même
dommage, la solidarité peut être invoquée.
CHAPITRE 4
Des compétences particulières dans le cas
de procédures de liquidation et de mesures
d’assainissement
Article 297
§ 1er. La FSMA peut demander aux autorités belges
compétentes et aux autorités compétentes de l’État
membre d’origine d’une entreprise d’assurances des
informations sur le déroulement d’une mesure d’assai-
nissement ou d’une procédure de liquidation.
§ 2. Pour l’application du présent chapitre, les notions
de mesure d’assainissement et de procédure de liqui-
dation sont à comprendre au sens qui leur est donné
dans la loi du 9 juillet 1975.
Article 298
Lorsque les autorités compétentes d’une entreprise
d’assurances ont pris la décision d’ouvrir une procé-
dure de liquidation ou d’adopter une mesure d’assai-
nissement, la FSMA peut, après concertation avec les
autorités compétentes de l’entreprise d’assurances,
faire publier un avis au Moniteur belge et dans deux
quotidiens ou périodiques à diffusion régionale.
Cet avis contient au moins un extrait de cette déci-
sion et mentionne les autorités compétentes, le droit
applicable et, le cas échéant, le liquidateur désigné
ou le commissaire à l’assainissement, et est publié au
moins dans une des langues officielles de la Belgique.
Wat de inbreuken betreft waaraan zij niet hebben
deelgenomen, worden zij slechts van hun aanspra-
kelijkheid ontslagen indien hun geen enkele fout kan
worden aangerekend en men hun niet kan verwijten dat
zij nagelaten hebben alle hun ter beschikking staande
middelen aan te wenden om de schade te voorkomen
of te beperken.
Wanneer verscheidene personen overeenkomstig
de voorgaande leden aansprakelijk zijn voor eenzelfde
schade, kan de hoofdelijkheid worden ingeroepen.
HOOFDSTUK 4
Bijzondere bevoegdheden bij
liquidatieprocedures en saneringsmaatregelen
Artikel 297
§ 1. De FSMA kan de bevoegde Belgische autoriteiten
en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van her-
komst van een verzekeringsonderneming om informatie
over het verloop van een saneringsmaatregel of van een
liquidatieprocedure verzoeken.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk hebben de
begrippen saneringsmaatregel en liquididatieprocedure
de betekenis die hieraan wordt gegeven in de wet van
9 juli 1975.
Artikel 298
Wanneer de bevoegde autoriteiten van een verze-
keringsonderneming een beslissing tot opening van
een liquidatieprocedure of tot vaststelling van een sa-
neringsmaatregel hebben genomen, kan de FSMA, na
overleg met de bevoegde autoriteiten van de verzeke-
ringsonderneming , een bericht laten publiceren in het
Belgisch Staatsblad en in twee dagbladen of periodieke
uitgaven met regionale spreiding.
Dat bericht bevat minstens een uittreksel uit die
beslissing en vermeldt de bevoegde autoriteiten, het
toepasselijke recht en, in voorkomend geval, de aan-
gewezen liquidateur of saneringscommissaris en wordt
bekendgemaakt in minstens één van de Belgische of-
fi ciële talen.
417
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
TITRE III
Les sanctions administratives
Article 299
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
ou en vertu de la loi, la FSMA peut, lorsqu’elle constate
une infraction aux dispositions de la présente loi ou de
ses arrêtés et règlements d’exécution dans le chef d’un
assureur ou d’une entreprise de réassurance, infl iger au
contrevenant une amende administrative, qui ne peut
excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble
de faits, 2 500 000 euros.
§ 2. Les amendes imposées en application du pré-
sent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
Article 300
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
ou en vertu de la loi, la FSMA peut, lorsqu’elle constate
une infraction aux dispositions de la présente loi ou de
ses arrêtés et règlements d’exécution dans le chef d’un
intermédiaire d’assurances ou de réassurance, infl iger
au contrevenant une amende administrative, qui ne peut
excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble
de faits, 75.000 euros.
§ 2. Les amendes imposées en application du pré-
sent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
TITRE IV
La Commission des Assurances
Article 301
§ 1er. Il est institué sous le nom de “Commission des
Assurances” un comité consultatif qui a pour mission
de délibérer sur toutes questions qui lui sont soumises
par le ministre ou par la FSMA.
La Commission peut émettre ses avis d’initiative sur
toutes questions concernant les opérations d’assurance
qui relèvent des compétences de la FSMA.
TITEL III
Administratieve sancties
Artikel 299
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien zij een
inbreuk vaststelt door een verzekeraar of herverzeke-
ringsonderneming op de bepalingen van deze wet of
van haar uitvoeringsbesluiten of – reglementen, aan de
overtreder een administratieve boete opleggen die niet
meer mag bedragen dan 2 500 000 euro voor hetzelfde
feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 2. De boetes die met toepassing van dit artikel
worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist
geïnd door de administratie van het Kadaster, de
Registratie en de Domeinen.
Artikel 300
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien zij een
inbreuk vaststelt door een verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon op de bepalingen van deze wet of
van haar uitvoeringsbesluiten of – reglementen, aan de
overtreder een administratieve boete opleggen die niet
meer mag bedragen dan 75.000 euro voor hetzelfde feit
of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 2. De boetes opgelegd met toepassing van dit ar-
tikel worden ten voordele van de Schatkist geïnd door
de administratie van het Kadaster, de Registratie en de
Domeinen.
TITEL IV
Commissie voor verzekeringen
Artikel 301
§ 1. Onder de naam “Commissie voor Verzekeringen”,
wordt een adviescommissie ingesteld, met opdracht
overleg te plegen omtrent alle vragen die haar door de
minister of door de FSMA worden voorgelegd.
De Commissie kan uit eigen beweging adviezen ge-
ven over alle problemen betreffende de verzekeringsver-
richtingen die binnen de bevoegdheden van de FSMA
vallen.
418
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. La Commission se compose de vingt-six
membres effectifs, nommés par le Roi.
Onze membres sont choisis parmi les représen-
tants d’entreprises d’assurances autorisées à exercer
des activités d’assurance en Belgique, dont huit sont
présentés sur une liste double par les organisations
professionnelles les plus représentatives.
Six membres sont choisis parmi les personnes sus-
ceptibles de représenter les intérêts des consomma-
teurs; deux d’entre elles sont présentées sur une liste
double par le Conseil de la Consommation. L’un de ces
six membres représente les intérêts des entreprises
industrielles et commerciales.
Trois membres sont choisis parmi les représentants
des intermédiaires d’assurances opérant en Belgique,
présentés sur une liste double par les organisations
professionnelles les plus représentatives.
Les six autres membres, dont un sera nommé sur
proposition du ministre des Finances, doivent présenter
dans le domaine des activités contrôlées par la FSMA
des qualifi cations et une expérience professionnelle.
Les ministres ayant dans leur compétence les pro-
blèmes concernant la prévention, la responsabilité ou la
réparation des dommages causés accidentellement aux
personnes ou aux biens peuvent, de même que l’OCM,
la FSMA et le Fonds des accidents du travail, déléguer
un observateur auprès de la Commission.
Le Roi désigne également pour chaque membre un
suppléant. Les suppléants sont choisis de la même
manière que les membres effectifs.
§ 3. La Commission peut constituer en son sein
des sections spécialisées par branche ou groupe
de branches d’assurance; des sections propres aux
opérations de prêts hypothécaires ou de capitalisation
peuvent également être constituées.
Ces sections sont chargées de la préparation des
travaux de la Commission. Les sections sont consti-
tuées en tenant compte des particularités techniques
des opérations considérées et en respectant l’équilibre
entre les intérêts des prestataires de services et des
consommateurs. Chaque section comporte au moins
quatre membres de la Commission. Tant la Commission
que les sections peuvent faire appel aux experts non
membres de la Commission dont elles croient utile de
recueillir l’avis.
§ 2. De Commissie bestaat uit zesentwintig vaste
leden, te benoemen door de Koning.
Elf leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers
van de voor de uitoefening van verzekeringsactiviteit in
België toegelaten verzekeringsondernemingenen, waar-
van acht op een dubbele lijst worden voorgedragen door
de meest representatieve beroepsorganisaties.
Zes leden worden gekozen uit de personen die in
aanmerking komen om de belangen der verbruikers te
vertegenwoordigen; twee ervan worden op een dubbele
lijst voorgedragen door de Raad voor het Verbruik. Een
van deze zes leden vertegenwoordigt de belangen van
de industriële en handelsondernemingen.
Drie leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers
van in België bedrijvige verzekeringsbemiddelaars, op
een dubbele lijst voorgedragen door de meest repre-
sentatieve beroepsorganisaties.
De overige zes leden, waarvan een lid op voordracht
van de minister van Financiën zal benoemd worden,
moeten bevoegd zijn en blijk geven van beroepserva-
ring op het stuk van de door de FSMA gecontroleerde
activiteiten.
De ministers, die bevoegd zijn voor de problemen
betreffende het voorkomen, de aansprakelijkheid of de
vergoeding van aan personen of goederen bij ongeval
veroorzaakte schade, evenals de CDZ, de FSMA en het
Fonds voor arbeidsongevallen kunnen een waarnemer
bij de Commissie afvaardigen.
De Koning benoemt eveneens een plaatsvervanger
voor elk lid. De plaatsvervangers worden op dezelfde
wijze gekozen als de vaste leden.
§ 3. De Commissie kan in haar schoot per tak of groep
van verzekeringstakken gespecialiseerde afdelingen
oprichten; afdelingen eigen aan de verrichtingen van
hypothecaire leningen of kapitalisatie kunnen eveneens
opgericht worden.
Die afdelingen bereiden de werkzaamheden van de
Commissie voor. Bij het oprichten van de afdelingen
wordt rekening gehouden met de technische eigenhe-
den der betrokken verrichtingen en wordt gelet op het
bewaren van het evenwicht tussen de belangen der
dienstverleners en der verbruikers. Elke afdeling bestaat
uit ten minste vier leden van de Commissie. Zowel de
Commissie als de afdelingen kunnen een beroep doen
op deskundigen die geen lid van de Commissie zijn en
wier advies zij nuttig oordelen.
419
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 4. La durée du mandat des membres de la
Commission est de six ans; il est renouvelable.
Exceptionnellement, lors de la première nomination,
le mandat de sept membres, désignés par tirage au
sort, sera limité à deux ans. Le mandat de huit autres
membres, également désignés par tirage au sort, sera
limité à quatre ans.
Le Roi désigne le Président de la Commission parmi
les membres qui la composent et détermine les indem-
nités dont bénéfi cient les membres de la Commission
et les experts éventuellement requis.
§ 5. La FSMA assume le secrétariat de la Commission
et des sections. Les membres du comité de direction de
la FSMA, qui peuvent se faire assister par tout membre
du personnel de la FSMA, peuvent assister à toutes les
séances de la Commission ou des sections.
La Commission établit son règlement d’ordre intérieur
et le soumet à l’approbation du ministre.
TITRE V
Le système extrajudiciaire de traitement des plaintes
Article 302
§ 1er. Il est instauré un système extrajudiciaire de
traitement des plaintes chargé de contribuer à résoudre
les différends entre, d’une part, les entreprises d’assu-
rances et les intermédiaires d’assurances et, d’autre
part, leurs clients, en rendant un avis ou en intervenant
en qualité de médiateur.
Ce service ombudsman des assurances doit prendre
la forme d’une personne morale.
§ 2. Le service ombudsman a les missions suivantes:
1° examiner toutes les plaintes des preneurs d’assu-
rance, des assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant
un intérêt à l’exécution du contrat d’assurance, portant
sur
— les activités des entreprises d’assurances relevant
du champ d’application de la présente loi ou de la loi du
9 juillet 1975, y compris les entreprises d’assurances
de l’EEE qui ont un établissement en Belgique et/ou y
§ 4. De leden van de Commissie worden voor zes
jaar benoemd; zij zijn herbenoembaar.
Uitzonderlijk wordt, bij de eerste benoeming, het man-
daat van zeven door loting aangewezen leden tot twee
jaar beperkt. Het mandaat van acht andere, eveneens
door loting aangewezen leden wordt tot vier jaar beperkt.
De Koning wijst uit de leden de Voorzitter van de
Commissie aan en bepaalt de vergoedingen die de le-
den en de deskundigen, waarop eventueel een beroep
wordt gedaan, zullen genieten.
§ 5. De FSMA neemt het secretariaat van de
Commissie en van de afdelingen op zich. De leden
van het directiecomité van de FSMA die zich kunnen
laten bijstaan door elk personeelslid van de FSMA,
mogen alle Commissie – of afdelingsvergaderingen
bijwonen.
De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement
op en legt het aan de minister ter goedkeuring voor.
La Commission établit son règlement d’ordre intérieur
et le soumet à l’approbation du ministre.
TITEL V
Buitengerechtelijke klachtenregeling
Artikel 302
§ 1. Er wordt een buitengerechtelijke klachtenregeling
inzake verzekeringen ingesteld met als doel geschillen
tussen verzekeringsondernemingen en verzekerings-
tussenpersonen aan de ene kant, en hun cliënten, aan
de andere kant, te helpen oplossen door hierover advies
te verstrekken of op te treden als bemiddelaar.
Deze ombudsdienst inzake verzekeringen dient
onder de vorm van een rechtspersoon te worden op-
gericht.
§ 2. De ombudsdienst heeft de volgende opdrach-
ten:
1° onderzoeken van alle klachten van de verzeke-
ringnemers, verzekerden, begunstigden en derden die
belang hebben bij de uitvoering van de verzekerings-
overeenkomst, die verband houden met:
— de activiteiten van de verzekeringsondernemingen
die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet
of van de wet van 9 juli 1975, met inbegrip van de EER
verzekeringsondernemingen die in België een vestiging
420
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
exercent des activités d’assurance, pour les contrats
régis par le droit belge , et/ou portant sur
— les activités des intermédiaires d’assurances
relevant du champ d’application de la présente loi, y
compris les intermédiaires d’assurances qui ont comme
État membre d’origine un autre État membre de l’EEE
et qui opèrent en Belgique, pour les actes régis par des
dispositions d’intérêt général qui leur sont applicables,
et proposer une solution;
2° faire de la médiation pour faciliter la résolution à
l’amiable des litiges qui font l’objet d’une plainte telle
que visée au 1°, étant entendu qu’il n’est pas porté
préjudice aux compétences que les articles 58, 8° et
9°, 64bis et 64ter de la loi du 10 avril 1971 sur les acci-
dents du travail attribuent au Fonds des accidents du
travail en ce qui concerne la médiation, le contrôle de
l’indemnisation et l’assistance sociale aux victimes;
3° se prononcer sur les questions relatives à l’appli-
cation du volet “consommateurs” des codes de conduite
des entreprises d’assurances et des intermédiaires
d’assurances;
4° formuler des avis et des recommandations dans
le cadre de ses missions, également à l’intention des
entreprises d’assurances et des intermédiaires d’assu-
rances individuels.
§ 3. Au sein du service ombudsman des assurances,
un conseil de surveillance est institué. Il se compose
d’un représentant des entreprises d’assurances, d’un
représentant des intermédiaires d’assurances, de deux
représentants des consommateurs, d’un représentant
de la FSMA, d’un représentant du ministre et du SPF
Economie, PME, Classes moyennes et Energie et d’un
expert en assurances indépendant.
Les missions du conseil de surveillance sont les
suivantes:
1° formuler des avis à l’intention du conseil d’admi-
nistration du service ombudsman sur l’organisation et
le fonctionnement du service ombudsman;
2° exercer une surveillance générale de l’indépen-
dance et l’impartialité du service ombudsman;
3° faire annuellement rapport au Roi du fonctionne-
ment du service ombudsman;
hebben en/of er verzekeringsactiviteiten verrichten, wat
betreft de overeenkomsten waarop het Belgisch recht
toepasselijk is, en/of met
— de activiteiten van de verzekeringstussenpersonen
die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet
of, met inbegrip van de verzekeringstussenpersonen
met een andere lidstaat van de EER als lidstaat van
herkomst die in België werkzaam zijn, wat betreft de
handelingen waarop bepalingen van algemeen belang
van toepassing zijn,
en een oplossing voorstellen;
2° bemiddelen om een minnelijke schikking te ver-
gemakkelijken in geschillen die het voorwerp uitmaken
van een klacht zoals bedoeld in 1°, met dien verstande
dat geen afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden
die de artikelen 58, 8° en 9°, 64bis en 64ter van de wet
van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen toekennen
aan het Fonds voor Arbeidsongevallen betreffende
de bemiddeling, de controle van de vergoeding en de
sociale bijstand aan slachtoffers;
3° oordelen over vragen met betrekking tot de
toepassing van het luik “consumenten” van de ge-
dragscodes van verzekeringsondernemingen en
verzekeringstussenpersonen;
4° adviezen en aanbevelingen uitbrengen binnen
het kader van zijn opdrachten, ook aan individuele
verzekeringsondernemingen en verzekeringstussen-
personen.
§ 3. Binnen de ombudsdienst verzekeringen wordt
een raad van toezicht ingesteld. De raad van toezicht
bestaat uit één vertegenwoordiger van de verzeke-
ringsondernemingen, één vertegenwoordiger van de
verzekeringstussenpersonen, twee vertegenwoordigers
van de consumenten, één vertegenwoordiger van de
FSMA, één vertegenwoordiger van de minister en de
FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie en
één onafhankelijke deskundige in het verzekeringswe-
zen.
De opdrachten van de raad van toezicht zijn:
1° Het formuleren van adviezen aan de raad van be-
stuur van de ombudsdienst aangaande de organisatie
en de werking van de ombudsdienst;
2° Het uitoefenen van een algemeen toezicht op de
onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de ombuds-
dienst;
3° Het jaarlijks rapporteren aan de Koning over de
werking van de ombudsdienst;
421
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
4° assurer le secrétariat du Bureau du suivi de la
tarifi cation, visé à l’article 216.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, expliciter les dis-
positions des paragraphes précédents et déterminer en
particulier les éléments suivants:
— le type de plaintes et de différends qui peuvent
être soumis au service ombudsman;
— la composition des organes et le fonctionnement
du service ombudsman;
— les modalités d’adhésion au service ombudsman;
le Roi peut également charger la FSMA de récolter les
demandes et retraits d’adhésion et d’en informer le
service ombudsman;
— les modalités de fi nancement du service ombuds-
man; le fi nancement se fait par toutes les entreprises
d’assurances belges et toutes les entreprises d’assu-
rances étrangères qui exercent des activités d’assu-
rance en Belgique, et par les intermédiaires d’assu-
rances habilités à exercer une activité d’intermédiation
en assurances en Belgique, que ce soit ou non par le
biais de l’association professionnelle à laquelle ils ont
adhéré; le Roi peut également régler les modalités du
paiement des cotisations et charger la FSMA du recou-
vrement de ces cotisations;
— la procédure à suivre et le délai dans lequel l’avis
doit être rendu ou la médiation avoir lieu;
— la forme sous laquelle l’avis ou l’intervention du
médiateur doit, le cas échéant, être rendu(e) public
(publique);
— les modalités et le contenu du rapport annuel.
Article 303
LA FSMA peut demander au service ombudsman des
assurances les informations nécessaires pour accomplir
ses missions légales.
La FSMA détermine le contenu des informations
souhaitées ainsi que le mode et la forme selon lesquels
ces informations doivent être fournies.
Le SPF Economie, PME, Classes moyennes et
Energie peut, en vertu du rapport annuel du service
ombudsman, obtenir des informations complémen-
taires auprès du service ombudsman des assurances,
à chaque fois que le Service public fédéral l’estime
nécessaire pour mettre au point des initiatives législa-
tives ou réglementaires.
4° Het secretariaat waarnemen van het
Opvolgingsbureau voor de tarifering bedoeld in artikel
216.
§ 4. De Koning kan, bij besluit genomen in de
Ministerraad, na advies van de FSMA, de vorige para-
grafen verder uitwerken en inzonderheid het volgende
bepalen:
— welke soort klachten en geschillen kunnen worden
voorgelegd aan de ombudsdienst;
— de samenstelling van de organen en de werking
van de ombudsdienst;
— de toetredingsmodaliteiten tot de ombudsdienst;
De Koning kan de FSMA ook gelasten om de aanvra-
gen om toetreding en uittreding te verzamelen en de
ombudsdienst daarvan in kennis te stellen;
— de modaliteiten van fi nanciering van de ombuds-
dienst; de fi nanciering gebeurt door alle Belgische
verzekeringsondernemingen en alle buitenlandse ver-
zekeringsondernemingen die verzekeringsactiviteiten
verrichten in België, en door de verzekeringstussenper-
sonen die gemachtigd zijn om in België de activiteit van
verzekeringsbemiddeling uit te oefenen, al dan niet via
de beroepsvereniging tot dewelke zij zijn toegetreden;
De Koning kan ook de modaliteiten voor de betaling van
de bijdragen regelen en de FSMA met de inning van die
bijdragen belasten;
— de te volgen procedure en de termijnen waarbin-
nen advies dient te worden uitgebracht of als bemid-
delaar moet worden opgetreden;
— in welke vorm de adviezen of het optreden desge-
vallend moet worden bekendgemaakt;
— de modaliteiten en de inhoud van het jaarlijks
verslag.
Artikel 303
De FSMA kan bij de ombudsdienst verzekeringen de
informatie opvragen die nodig is voor het vervullen van
haar wettelijke opdrachten.
De FSMA bepaalt de inhoud van de gewenste infor-
matie, alsook de wijze en de vorm waarin deze moet
worden verstrekt.
De FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
mag bij de ombudsdienst verzekeringen bijko-
mende informatie inwinnen, telkenmale de Federale
Overheidsdienst dit nodig acht op grond van het
jaarverslag van de ombudsdienst, met het oog op het
ontwikkelen van wetgevende of reglementaire initiatie-
ven.
422
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 8
DISPOSITIONS PÉNALES
Article 304
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq
ans et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une
de ces peines seulement, les intermédiaires d’assu-
rances qui sont intervenus dans la souscription d’un
contrat d’assurance en contravention avec l’article 268,
§ 1er, 5°.
Article 305
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq
ans et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une
de ces peines seulement, les administrateurs, les per-
sonnes chargées de la direction effective, les gérants
ou les mandataires d’un assureur qui sciemment et
volontairement ont fait des déclarations inexactes à
la FSMA, aux membres de son personnel ou aux per-
sonnes mandatées par elle, ou qui ont refusé de fournir
les renseignements demandés en exécution de la pré-
sente loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution.
Les mêmes peines sont applicables aux adminis-
trateurs, personnes chargées de la direction effective,
commissaires, gérants ou mandataires d’un assureur
qui ne se sont pas conformés aux obligations qui leur
sont imposées par la présente loi ou par ses arrêtés et
règlements d’exécution.
Article 306
Sont assimilées aux loteries et passibles des peines
visées par les articles 302 et 303 du Code pénal, toutes
opérations d’épargne, de capitalisation ou d’assurance
comportant l’accumulation de sommes à répartir entre
les intéressés, soit par voie de tirage au sort, soit par
l’effet d’une stipulation de survie exclusive de tout enga-
gement mathématiquement déterminé en fonction des
contributions ou participations individuelles.
Article 307
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq
ans et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une
de ces peines seulement:
DEEL 8
STRAFBEPALINGEN
Artikel 304
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met geldboete van 1 000 tot 10 000 euro, of met een van
die straffen alleen worden gestraft de verzekeringstus-
senpersonen die bij het sluiten van een verzekerings-
overeenkomst bemiddelen met overtreding van artikel
268, § 1, 5°.
Artikel 305
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met geldboete van 1 000 tot 10 000 euro, of met een
van die straffen alleen worden gestraft de bestuurders,
de personen belast met de effectieve leiding, de zaak-
voerders of de lasthebbers van de verzekeraars die
wetens en willens onjuiste verklaringen afl eggen aan
de FSMA, aan haar personeelsleden of aan de door
haar gevolmachtigde personen, of die weigeren de
ter uitvoering van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten
en – reglementen gevraagde inlichtingen te verstrek-
ken.
Dezelfde straffen zijn toepasselijk op de bestuurders,
personen belast met de effectieve leiding, commissaris-
sen, zaakvoerders of lasthebbers van de verzekeraars
die niet hebben voldaan aan de verplichtingen hun
opgelegd door deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of
– reglementen.
Artikel 306
Met loterijen worden gelijkgesteld en aan de straffen
gesteld in de artikelen 302 en 303 van het Strafwetboek
zijn onderworpen alle spaar-, kapitalisatie – of verzeke-
ringsverrichtingen die de samenvoeging behelzen van
bedragen welke onder de betrokkenen worden verdeeld
hetzij door loting, hetzij door uitwerking van een over-
levingsclausule die niet berust op een mathematisch
bepaalde verbintenis vastgesteld naar verhouding van
de individuele bijdragen of deelnemingen.
Artikel 307
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met een geldboete van 1 000 tot 10 000 euro of met
een van die straffen alleen worden gestraft:
423
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
1° ceux qui, en qualité d’assureur ou de mandataire
d’un assureur, tentent de conclure ou concluent des
contrats nuls en vertu des articles 97 ou 159;
2° ceux qui, en qualité d’intermédiaire d’assurances,
interviennent dans la conclusion de tels contrats;
3° ceux qui, en qualité d’assureur ou de mandataire
d’un assureur, ne respectent pas les dispositions pré-
vues aux articles 213 à 217.
Article 308
§ 1er. Sans préjudice de l’application de peines plus
sévères prévues par le Code pénal, sera puni d’un
emprisonnement de huit jours à trois mois et d’une
amende de 200 à 2 000 euros ou d’une de ces peines
seulement, celui qui dans une intention frauduleuse:
— exerce l’activité d’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance sans être inscrit conformément aux
dispositions de l’article 262;
— ne respecte pas les dispositions de l’article 265;
— charge un travailleur d’offrir en vente des assu-
rances lorsque celui-ci ne remplit pas les conditions
fi xées par la partie 6;
— accepte des contrats d’assurance présentés par
un intermédiaire d’assurances ou de réassurance non
inscrit;
— offre un contrat d’agence à un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance non inscrit;
— omet de communiquer à la FSMA la cessation ou
la rupture du contrat visée à l’article 268, § 1er, 3°;
— omet de mentionner des informations visées aux
articles 273, 274 et 275;
— omet de communiquer à la FSMA les modifi ca-
tions aux informations faisant partie de son dossier
d’inscription en exécution des dispositions de la partie
6, chapitre 2.
Les personnes condamnées pour une des infractions
visées ci-dessus peuvent se voir infl iger la fermeture
défi nitive ou provisoire d’une partie ou de l’ensemble
des locaux affectés à l’exercice de l’activité d’intermé-
diaire d’assurances ou de réassurance.
Si ces infractions sont dues à la négligence, elles
seront punies d’une amende de 1 à 25 euros.
§ 2. Toute personne qui refuse de fournir les rensei-
gnements et documents que la FSMA a demandés afi n
1° zij die als verzekeraar of lasthebber van een ver-
zekeraar overeenkomsten pogen te sluiten of sluiten die
nietig zijn op grond van de artikelen 97 of 159;
2° zij die als verzekeringstussenpersoon bij het sluiten
van zulke overeenkomsten bemiddelen.
3° zij die als verzekeraar of lasthebber van een ver-
zekeraar de regeling bedoeld in de artikelen 213 tot 217
niet naleven.
Artikel 308
§ 1. Onverminderd de toepassing van strengere in het
Strafwetboek gestelde straffen, wordt met gevangenis-
straf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete
van 200 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen
alleen gestraft, hij die met bedrieglijk opzet:
— de werkzaamheid van verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon uitoefent zonder ingeschreven te
zijn overeenkomstig het bepaalde bij artikel 262;
— het bepaalde bij artikel 265 niet naleeft;
— aan een werknemer opdracht heeft gegeven
verzekeringen te koop aan te bieden zonder dat die
werknemer aan de in deel 6 gestelde voorwaarden
voldoet;
— verzekeringen aanneemt aangebracht door een
niet-ingeschreven verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon;
— aan een niet-ingeschreven verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon een agentuurovereenkomst
aanbiedt;
— nalaat de in de artikel 268, § 1, 3°, bedoelde beëin-
diging of verbreking aan de FSMA mee te delen;
— nalaat de bij de artikelen 273, 274 en 275 bedoelde
informatie te vermelden;
— nalaat om wijzigingen mee te delen aan de FSMA
met betrekking tot informatie die deel uitmaakt van zijn
inschrijvingsdossier in uitvoering van het bepaalde bij
deel 6, hoofdstuk 2.
Aan de personen die wegens een van bovenvermelde
inbreuken veroordeeld worden, kan een defi nitieve of
tijdelijke sluiting worden opgelegd van een deel van de
lokalen of van alle lokalen die worden gebruikt voor de
uitoefening van de werkzaamheid van verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon.
Indien deze inbreuken te wijten zijn aan nalatigheid,
worden zij gestraft met geldboete van 1 euro tot 25
euro.
§ 2. Elke persoon die weigert aan de FSMA de
door hem gevraagde inlichtingen en documenten te
424
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
de pouvoir contrôler l’application des dispositions de la
partie 6, qui s’oppose aux mesures d’investigation ou
qui fait une fausse déclaration, sera punie d’un empri-
sonnement de huit à quinze jours et d’une amende de
26 à 1.000 euros ou d’une de ces peines seulement.
Article 309
Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal,
sans exception du chapitre VII et de l’article 85, sont
applicables aux infractions prévues par la présente loi.
Article 310
Les assureurs sont civilement responsables des
amendes auxquelles sont condamnés leurs adminis-
trateurs, commissaires, directeurs, gérants ou manda-
taires, en application des dispositions qui précèdent.
PARTIE 9
DISPOSITIONS DE NATURE DIVERSE
TITRE IER
Dispositions transitoires
Article 311
§ 1er. Les dispositions de la partie 2, titre III, de la
présente loi sont applicables aux contrats d’assurance
souscrits après la date d’entrée en vigueur de cette
loi. Pour les contrats d’assurance qui ont été souscrits
avant la date d’entrée en vigueur de cette loi, elles ne
s’appliquent qu’à partir de la date à laquelle l’une des
modifi cations suivantes est apportée au contrat:
— le contrat d’assurance existant est lié à un ou plu-
sieurs nouveaux fonds d’investissement ou le règlement
de gestion est modifi é; ou
— les conditions relatives au rendement (minimum)
sont modifi ées.
§ 2. Les articles 44, 50 et 51 s’appliquent immédia-
tement aux contrats offerts et/ou conclus après la date
d’entrée en vigueur de la présente loi. Pour les contrats
d’assurance qui ont été souscrits avant la date d’entrée
en vigueur de cette loi, ces articles s’appliquent dès la
modifi cation et/ou la reconduction de ces contrats et
verstrekken die nodig zijn voor de controle op de toepas-
sing van deel 6 of zich tegen de onderzoeksmaatregelen
verzet of een valse verklaring afl egt, wordt gestraft met
gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en
met geldboete van 26 euro tot 1.000 euro of met een
van die straffen alleen.
Artikel 309
Alle bepalingen van het eerste boek van het
Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitge-
zonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven in deze wet
omschreven.
Artikel 310
De verzekeraars zijn burgerrechtelijk aansprakelijk
voor de geldboeten waartoe hun bestuurders, beheer-
ders, commissarissen, directeurs, zaakvoerders of
lasthebbers worden veroordeeld met toepassing van
de voorgaande bepalingen.
DEEL 9
BEPALINGEN VAN VERSCHILLENDE AARD
TITEL I
Overgangsbepalingen
Artikel 311
§ 1. De bepalingen van deel 2, titel III van deze wet
zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten
die worden aangegaan na de inwerkingtreding van deze
wet. Voor de verzekeringsovereenkomsten die aange-
gaan zijn vóór de datum van inwerkingtreding van deze
wet, zijn ze eerst van toepassing vanaf de dag dat een
van de volgende wijzigingen wordt aangebracht aan de
overeenkomst:
— de bestaande verzekeringsovereenkomst wordt
verbonden met een of meerdere nieuwe beleggings-
fondsen, of het beheersreglement wordt gewijzigd; of
— de voorwaarden inzake het (minimum)rendement
worden gewijzigd.
§ 2. De artikelen 44, 50 en 51 zijn onmiddellijk van
toepassing op de overeenkomsten die worden aan-
geboden en/of afgesloten na de inwerkingtreding van
deze wet. Voor de verzekeringsovereenkomsten die
aangegaan zijn vóór de datum van inwerkingtreding van
deze wet, zijn deze artikelen van toepassing van zodra
425
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
au plus tard le premier jour du 13e mois suivant la date
d’entrée en vigueur de la loi.
§ 3. Sous réserve du paragraphe 4 et à l’exception du
chapitre 5 du titre IV de la partie 4, les dispositions des
parties 4 et 5 de la présente loi sont applicables tant aux
contrats conclus à ou après la date d’entrée en vigueur
de cette loi qu’aux contrats conclus antérieurement qui
sont toujours en cours à cette date.
§ 4. Si l’événement donnant ouverture à l’action
récursoire visée à l’article 88 est survenu avant la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, l’article 89, § 1er,
n’est applicable à la prescription de l’action récursoire
que pour autant que le délai de prescription courant en
vertu de l’article 35, § 1er, juncto l’article 34 de la loi du
25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, ne
soit pas encore arrivé à expiration à la date d’entrée
en vigueur de la loi.
Si l’événement donnant ouverture à l’action récur-
soire visée à l’article 256 est survenu avant la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, l’article 256,
deuxième phrase, n’est applicable à la prescription
de l’action récursoire que pour autant que le délai de
prescription courant en vertu de l’article 32 de la loi
du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI du code de
commerce ne soit pas encore arrivé à expiration à la
date d’entrée en vigueur de la loi.
§ 5. Les intermédiaires d’assurances qui, en date
du 30 avril 2014, étaient inscrits au registre des inter-
médiaires d’assurances tenu par la FSMA en vertu de
l’article 262, § 1er, doivent, pour conserver leur inscrip-
tion, se conformer à l’article 270, § 1er, 1°, A, littéra f),
au plus tard en date du 1er mai 2015.
§ 6. Les assureurs procèdent à l’adaptation formelle
des contrats d’assurance et autres documents d’assu-
rance aux dispositions de la présente loi au plus tard le
premier jour du 13e mois suivant celui de la publication
de la loi. Jusqu’à cette date, les contrats d’assurance
existants et nouveaux peuvent ne pas être conformes
quant à la forme aux dispositions de la présente loi.
Aussi longtemps que les contrats d’assurance et
autres documents d’assurance n’ont pas été adaptés
conformément à l’alinéa 1er du présent paragraphe,
les clauses de ces documents qui font référence à
des dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances, de la loi du 25
juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, de la loi
de overeenkomsten worden gewijzigd en/of verlengd
en ten laatste op de eerste dag van de 13de maand
volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
§ 3. Onder voorbehoud van paragraaf 4 en met uit-
zondering van hoofdstuk 5 van titel IV van deel 4, zijn
de bepalingen van deel 4 en deel 5 van deze wet van
toepassing zowel op de overeenkomsten gesloten op
of na de datum van inwerkingtreding van deze wet, als
op die datum nog lopende overeenkomsten die eerder
werden gesloten.
§ 4. Indien het voorval dat de regresvordering zo-
als vermeld in artikel 88 doet ontstaan, reeds heeft
plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding
van de wet, is artikel 89, § 1 slechts van toepassing
op de verjaring van de regresvordering voor zover de
verjaringstermijn die loopt op grond van artikel 35,
§ 1 juncto artikel 34 van de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst nog niet is afgelopen op
het moment van inwerkingtreding van de wet.
Indien het voorval dat de rechtsvordering zoals ver-
meld in artikel 256 doet ontstaan, reeds heeft plaats-
gevonden voor de datum van inwerkingtreding van de
wet, is artikel 256, tweede zin, slechts van toepassing
op de verjaring van de rechtsvordering voor zover de
verjaringstermijn die loopt op grond van artikel 32 van
de wet van 11 juni 1874 houdende Titels X en XI van het
wetboek van koophandel nog niet is afgelopen op het
moment van inwerkingtreding van de wet.
§ 5. De verzekeringstussenpersonen die op datum
van 30 april 2014 reeds ingeschreven waren in het re-
gister van de verzekeringstussenpersonen bijgehouden
door de FSMA op grond van artikel 262, § 1, moeten
zich, ten einde hun inschrijving te behouden, ten laatste
op 1 mei 2015 in regel stellen met artikel 270, § 1, 1°, A,
punt f).
§ 6. De verzekeraars gaan over tot de formele aan-
passing van de verzekeringsovereenkomsten en andere
verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van deze
wet, ten laatste op de eerste dag van de 13de maand
volgend op die waarin de wet is bekendgemaakt. Tot
op die datum hoeven de bestaande en de nieuwe ver-
zekeringsovereenkomsten niet naar de vorm overeen te
stemmen met de bepalingen van deze wet.
Zolang de verzekeringsovereenkomsten en andere
verzekeringsdocumenten niet werden aangepast over-
eenkomstig het eerste lid van deze paragraaf worden de
bepalingen uit deze documenten waarin wordt verwezen
naar bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle van de verzekeringsondernemingen, de wet
van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst,
426
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI, livre Ier, du
code de commerce et de la loi du 27 mars 1995 relative
à l’intermédiation en assurances et en réassurances et à
la distribution d’assurances, sont présumées faire réfé-
rence aux dispositions équivalentes de la présente loi.
Article 312
Les articles 313 à 315 sont applicables aux contrats
d’assurance relatifs à des risques situés dans les
États membres de l’EEE qui relèvent du groupe d’acti-
vités “non-vie” et qui ont été conclus avant la date du
17 décembre 2009, telle que mentionnée à l’article 28
du règlement (CE) n° 593/2008 du Parlement européen
et du Conseil du 17 juin 2008 sur la loi applicable aux
obligations contractuelles (Rome I).
Ces dispositions sont également applicables aux
contrats d’assurance relatifs à des risques situés dans
les États membres de l’EEE qui relèvent du groupe
d’activités “non-vie” et qui ne tombent pas dans le
champ d’application du règlement (CE) n° 593/2008 du
Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008 sur
la loi applicable aux obligations contractuelles (Rome I).
Article 313
§ 1er. Nonobstant toute clause contraire, lorsque le
contrat est relatif à des risques situés en Belgique et
que le preneur d’assurance y a sa résidence habituelle
ou son administration centrale, la loi applicable est la
loi belge.
Par dérogation à l’alinéa 1er, lorsque le contrat est
relatif à des risques situés en Belgique et que le preneur
d’assurance n’y a pas sa résidence habituelle ou son
administration centrale, les parties au contrat d’assu-
rance peuvent choisir d’appliquer soit la loi belge, soit
la loi du pays où le preneur d’assurance a sa résidence
habituelle ou son administration centrale.
§ 2. Lorsque le contrat est relatif à des risques situés
dans un État membre de l’EEE, autre que la Belgique,
et que les parties n’ont pas choisi la loi applicable, le
contrat est régi par la loi de l’État membre où le risque
est situé.
§ 3. Lorsque le preneur d’assurance exerce une acti-
vité commerciale, industrielle ou libérale et que le contrat
couvre deux ou plusieurs risques relatifs à ces activités
de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van
Boek I van het Wetboek van Koophandel en de wet
van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verze-
keringen, geacht te verwijzen naar de overeenkomstige
bepalingen in deze wet.
Artikel 312
De artikelen 313 tot en met 315 zijn van toepassing
op verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot ri-
sico’s gelegen in de lidstaten van de EER die behoren
tot de groep van activiteiten “niet-leven” en die werden
afgesloten voor 17 december 2009, datum zoals vermeld
in artikel 28 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I).
Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s
gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de
groep van activiteiten “niet-leven” die buiten het toepas-
singsgebied van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I) vallen.
Artikel 313
§ 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
in België gelegen risico’s en wanneer de verzekering-
nemer er zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur
heeft, dan is het toepasselijk recht het Belgisch recht,
niettegenstaande elk tegenstrijdig beding.
In afwijking van lid 1 kunnen de partijen bij de over-
eenkomst, wanneer de overeenkomst betrekking heeft
op in België gelegen risico’s en wanneer de verzekering-
nemer er zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur
niet heeft, kiezen tussen de toepassing ofwel van het
Belgisch recht, ofwel van het recht van het land waar
de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats of zijn
hoofdbestuur heeft.
§ 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
risico’s gelegen in een lidstaat van de EER, andere dan
België, en de partijen het toepasselijk recht niet hebben
gekozen dan wordt de overeenkomst beheerst door het
recht van de lidstaat waar het risico is gelegen.
§ 3. Wanneer de verzekeringnemer een commerciële
of industriële activiteit of een vrij beroep uitoefent en
wanneer de overeenkomst twee of meer risico’s dekt
427
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
situés en Belgique et dans un ou plusieurs autres États
membres de l’EEE, les parties au contrat peuvent choisir
les lois des États membres où ces risques sont situés ou
celle du pays où le preneur d’assurance a sa résidence
habituelle ou son administration centrale.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 2, et les
paragraphes 2 et 3, lorsque les États membres visés
dans ces paragraphes accordent une plus grande liberté
de choix de la loi applicable au contrat, les parties
peuvent se prévaloir de cette liberté.
§ 5. Nonobstant les paragraphes 1er, 2 et 3, lorsque
le contrat est relatif à des risques situés en Belgique
mais que ces risques sont limités à des sinistres qui
peuvent survenir dans un autre État membre de l’EEE,
les parties au contrat peuvent choisir la loi de cet État.
§ 6. Pour les grands risques, les parties au contrat
ont le libre choix de la loi applicable.
En ce cas, le choix par les parties d’une loi autre que
la loi belge ne peut, lorsque tous les éléments du contrat
sont localisés au moment de ce choix sur le territoire de
la Belgique, porter atteinte aux dispositions impératives
du droit belge.
§ 7. Le choix visé au paragraphe 1er, alinéa 2, et aux
paragraphes 2 à 6 doit être exprès ou résulter de façon
certaine des clauses du contrat ou des circonstances
de la cause. Si tel n’est pas le cas ou si aucun choix
n’a été fait, le contrat est régi par la loi de celui, parmi
les États membres qui entrent en ligne de compte aux
termes du paragraphe 1er, alinéa 2, et des paragraphes
2 à 6, avec lequel il présente les liens les plus étroits.
Si une partie du contrat est séparable du reste du
contrat et présente un lien plus étroit avec un autre
des États membres qui entrent en ligne de compte
conformément aux paragraphes précités, il pourra être
fait application à cette partie du contrat de la loi de cet
autre État membre.
Il est présumé que le contrat présente les liens les
plus étroits avec l’État membre où le risque est situé.
§ 8. Lorsqu’un État membre comprend plusieurs
unités territoriales dont chacune a ses propres règles
de droit en matière d’obligations contractuelles, chaque
die verband houden met die activiteit en gelegen zijn in
België en in één of meer andere lidstaten van de EER,
dan hebben de partijen bij de overeenkomst de keuze
tussen de toepassing van het recht van de lidstaten
waar die risico’s gelegen zijn of het recht van het land
waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats of
zijn hoofdbestuur heeft.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 1, tweede lid, en
paragrafen 2 en 3 mogen de partijen, wanneer de in die
paragrafen bedoelde lidstaten een ruimere keuzevrijheid
van het op de overeenkomst toepasselijk recht toestaan,
zich op die vrijheid beroepen.
§ 5. Niettegenstaande de paragrafen 1, 2 en 3 mogen
de partijen bij de overeenkomst, wanneer de overeen-
komst betrekking heeft op in België gelegen risico’s
maar die risico’s beperkt zijn tot schadegevallen die
zich kunnen voordoen in een andere lidstaat van de
EER, het recht van die staat kiezen.
§ 6. Voor de grote risico’s mogen de partijen bij de
overeenkomst het toepasselijk recht vrij kiezen.
In dat geval mag de keuze van de partijen van een
ander recht dan het Belgische geen afbreuk doen aan de
dwingende bepalingen van het Belgisch recht wanneer
op het tijdstip van de keuze alle elementen van de over-
eenkomst op het grondgebied van België gelokaliseerd
zijn.
§ 7. De in paragraaf 1, tweede lid en de paragrafen
2 tot en met 6 bedoelde keuze moet uitdrukkelijk zijn
of voldoende duidelijk blijken uit de bepalingen van
de overeenkomst of de omstandigheden van de zaak.
Indien dat niet het geval is of indien geen keuze werd
gemaakt, wordt de overeenkomst beheerst door het
recht van die lidstaat, onder al de lidstaten die volgens
de bepalingen van paragraaf 1, tweede lid en de para-
grafen 2 tot en met 6 in aanmerking komen, waarmee
ze het nauwst verbonden is.
Wanneer een deel van de overeenkomst kan worden
afgescheiden van de rest van de overeenkomst en een
nauwere band vertoont met een andere lidstaat die vol-
gens de voornoemde paragrafen in aanmerking komt,
dan mag op dat deel van de overeenkomst het recht
van die lidstaat worden toegepast.
Er wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst
verbonden is met de lidstaat waar het risico is gele-
gen.
§ 8. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale
eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels
voor verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke
428
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
unité est considérée comme un État aux fi ns d’identifi er
la loi applicable en vertu des articles 313 à 315.
Article 314
§ 1er. Si le juge belge est saisi, les dispositions de
l’article 313 ne peuvent porter atteinte à l’application
des règles de la loi belge qui régissent impérativement
la situation, quelle que soit la loi applicable au contrat.
Il peut être donné effet aux dispositions impératives
de la loi de l’État membre où le risque est situé ou d’un
État membre qui impose l’obligation d’assurance, si, et
dans la mesure où, selon le droit de cet État membre,
ces dispositions sont applicables quelle que soit la loi
régissant le contrat.
§ 2. Les dispositions impératives du droit belge sont
applicables quelle que soit la loi choisie par les parties
lorsque le risque est situé en Belgique ou lorsque la
Belgique impose l’obligation d’assurance.
§ 3. Lorsque le contrat couvre des risques situés
dans plus d’un État membre, le contrat est considéré,
pour l’application du présent article, comme comportant
plusieurs contrats dont chacun ne se rapporterait qu’à
un seul État membre.
Article 315
Lorsqu’en cas d’assurance obligatoire il y a contra-
diction entre la loi de l’État membre où le risque est
situé et celle de l’État membre qui impose l’obligation
de souscrire une assurance, cette dernière prévaut.
Article 316
Les articles 25, 27 et 313 à 315 ne sont pas appli-
cables aux contrats conclus avant la date d’entrée en
vigueur de l’article 16 de l’arrêté royal du 22 février 1991
modifi ant la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des
entreprises d’assurances.
eenheid als een staat beschouwd voor de aanduiding
van het volgens de artikelen 313 tot en met 315 toepas-
selijk recht.
Artikel 314
§ 1. Indien een zaak bij een Belgische rechter aan-
hangig wordt gemaakt dan mogen de bepalingen van
Artikel 313 geen afbreuk doen aan de toepassing van
de Belgische rechtsregels die, ongeacht het op de
overeenkomst toepasselijk recht, het geval dwingend
beheersen.
Er kan gevolg toegekend worden aan de dwingende
bepalingen van het recht van de lidstaat waar het risico is
gelegen of van de lidstaat die de verplichting tot verzeke-
ring oplegt indien en voor zover die bepalingen volgens
het recht van die lidstaat toepasselijk zijn, ongeacht het
recht dat de overeenkomst beheerst.
§ 2. De dwingende bepalingen van het Belgisch recht
inzake verplichte verzekeringen zijn van toepassing
ongeacht het door de partijen gekozen recht, wanneer
het risico in België gelegen is of wanneer België de
verplichting tot verzekering oplegt.
§ 3. Wanneer de overeenkomst risico’s dekt die in
meer dan één lidstaat gelegen zijn, dan wordt de over-
eenkomst voor de toepassing van dit artikel beschouwd
als bestaande uit verscheidene overeenkomsten waar-
van elk betrekking heeft op één lidstaat.
Artikel 315
Wanneer bij verplichte verzekering het recht van de
lidstaat waar het risico gelegen is, in strijd is met het
recht van de lidstaat die de verplichting tot verzekering
oplegt, heeft dat laatste voorrang.
Artikel 316
De artikelen 25 en 27 en de artikelen 313 tot en met
315 zijn niet van toepassing op de overeenkomsten
afgesloten voor de datum van inwerkingtreding van
artikel 16 van het koninklijk besluit van 22 februari 1991
tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle der verzekeringsondernemingen.
429
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 317
Les articles 318 et 319 sont applicables aux contrats
d’assurance relatifs à des engagements situés dans
les États membres de l’EEE qui relèvent du groupe
d’activités “vie” et qui ont été conclus avant la date du
17 décembre 2009, telle que mentionnée à l’article 28
du règlement (CE) n° 593/2008 du Parlement européen
et du Conseil du 17 juin 2008 sur la loi applicable aux
obligations contractuelles (Rome I).
Ces dispositions sont également applicables aux
contrats d’assurance relatifs à des risques situés dans
les États membres de l’EEE qui relèvent du groupe
d’activités “vie” et qui ne tombent pas dans le champ
d’application du règlement (CE) n° 593/2008 du
Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008 sur
la loi applicable aux obligations contractuelles (Rome I).
Article 318
§ 1er. Nonobstant toute clause contraire, lorsque le
contrat est relatif à des engagements situés en Belgique,
la loi applicable est la loi belge.
Par dérogation à l’alinéa 1er, lorsque le preneur d’as-
surance est une personne physique qui a sa résidence
habituelle en Belgique mais est ressortissant d’un État
membre de l’EEE autre que la Belgique, les parties
peuvent choisir d’appliquer la loi de cet État membre.
§ 2. Lorsque le contrat est relatif à des engagements
situés dans un État membre de l’EEE, autre que la
Belgique, et que les parties n’ont pas choisi la loi appli-
cable, le contrat est régi par la loi de l’État membre où
l’engagement est situé.
§ 3. Lorsqu’un État membre comprend plusieurs
unités territoriales dont chacune a ses propres règles
de droit en matière d’obligations contractuelles, chaque
unité est considérée comme un État aux fi ns d’identifi er
la loi applicable en vertu des articles 318 et 319.
Article 319
§ 1er. Si le juge belge est saisi, les dispositions de
l’article 318 ne peuvent porter atteinte à l’application
des règles de la loi belge qui régissent impérativement
la situation, quelle que soit la loi applicable au contrat.
Artikel 317
De artikelen 318 en 319 zijn van toepassing op ver-
zekeringsovereenkomsten met betrekking tot verbinte-
nissen gelegen in de lidstaten van de EER die behoren
tot de groep van activiteiten “leven” en die werden af-
gesloten voor 17 december 2009, datum zoals vermeld
in artikel 28 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I).
Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s
gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de
groep van activiteiten “leven” die buiten het toepas-
singsgebied van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I) vallen.
Artikel 318
§ 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
in België gelegen verbintenissen, dan is het toepas-
selijk recht het Belgische recht, niettegenstaande elk
tegenstrijdig beding.
In afwijking van lid 1 kunnen de partijen, wanneer de
verzekeringnemer een natuurlijke persoon is die zijn
gewone verblijfplaats in België heeft maar onderdaan
is van een lidstaat van de EER andere dan België, de
toepassing van het recht van die lidstaat kiezen.
§ 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
verbintenissen gelegen in een lidstaat van de EER, an-
dere dan België, en de partijen het toepasselijk recht niet
hebben gekozen dan wordt de overeenkomst beheerst
door het recht van de lidstaat waar de verbintenis is
gelegen.
§ 3. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale
eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels
voor verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke
eenheid als een staat beschouwd voor de aanduiding
van het volgens de artikelen 318 en 319 toepasselijk
recht.
Artikel 319
§ 1. Indien een geschil bij een Belgische rechter
aanhangig wordt gemaakt dan mogen de bepalingen
van artikel 318 geen afbreuk doen aan de toepassing
van de Belgische rechtsregels die, ongeacht het op de
430
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Il peut être donné effet aux dispositions impératives de
la loi de l’État membre où l’engagement est situé, si, et
dans la mesure où, selon le droit de cet État membre,
ces dispositions sont applicables quelle que soit la loi
régissant le contrat.
§ 2. Les dispositions impératives du droit belge sont
applicables quelle que soit la loi choisie par les parties
lorsque l’engagement est situé en Belgique.
TITRE II
Arrêtés d’exécution
Article 320
Le Roi prend, sur avis de la FSMA, les arrêtés néces-
saires à l’exécution de la présente loi.
Le ministre peut fi xer les délais dans lesquels la
FSMA doit émettre son avis. En cas de non-respect de
ces délais, l’avis en question n’est plus requis.
Article 321
§ 1er. Les arrêtés royaux délibérés en Conseil des
ministres et portant exécution de l’article 4, § 4, sont pris
sur la proposition conjointe du ministre de la Justice, du
ministre et du ministre des Affaires sociales.
§ 2. Les arrêtés royaux pris en exécution de la partie
4 le sont sur la proposition conjointe du ministre de la
Justice et du ministre.
Toutefois, les arrêtés royaux pris en exécution des
articles 62, 98, 159, 167, 178 à 180 et 199 le seront sur
la seule proposition du ministre.
Les arrêtés royaux pris en exécution des articles 212
à 224 le seront sur la proposition conjointe du ministre
et du ministre de la Santé publique.
§ 3. Le Roi exerce les pouvoirs à Lui confi és par les
dispositions de la partie 6 sur la proposition conjointe
du ministre et du ministre des Classes moyennes.
overeenkomst toepasselijk recht, het geval dwingend
beheersen. Er kan gevolg toegekend worden aan de
dwingende bepalingen van het recht van de lidstaat
waar de verbintenis is gelegen indien en voor zover die
bepalingen volgens het recht van die lidstaat toepas-
selijk zijn, ongeacht het recht dat de overeenkomst
beheerst.
§ 2. Wanneer de verbintenis in België gelegen is,
zijn de dwingende bepalingen van het Belgische recht
van toepassing welke ook het door de partijen gekozen
recht is.
TITEL II
Uitvoeringsbesluiten
Artikel 320
De Koning neemt na advies van de FSMA de beslui-
ten die voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk zijn.
De minister kan termijnen bepalen waarbinnen de
FSMA haar advies dient uit te brengen. In geval van
niet-naleving van deze termijnen is het bedoelde advies
niet meer vereist.
Artikel 321
§ 1. De koninklijke besluiten ter uitvoering van artikel
4, § 4, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, worden
genomen op gezamenlijke voordracht van de minister
van Justitie, van de minister en van minister van Sociale
Zaken.
§ 2. De koninklijke besluiten ter uitvoering van deel
4 worden genomen op gezamenlijke voordracht van de
minister van Justitie en van de minister.
Evenwel worden de koninklijke besluiten ter uitvoering
van de artikelen 62, 98, 159, 167, 178 tot 180 en 199
genomen op voordracht van de minister alleen.
De koninklijke besluiten ter uitvoering van de artikelen
212 tot 224 worden genomen op gezamenlijk voorstel van
de minister en de minister van Volksgezondheid.
§ 3. De Koning oefent de bevoegdheden die hem
zijn toegekend door de bepalingen van deel 6 uit op de
gezamenlijke voordracht van de minister en de minister
voor Middenstand.
431
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 322
§ 1er. La Commission des Assurances, visée dans
la partie 7, titre IV, est compétente pour émettre des
avis concernant les arrêtés à prendre en exécution de
l’article 4, des titres Ier et II de la partie 2, des titres Ier
et II de la partie 3, du chapitre 1er du titre III de la partie
3 et de la partie 6.
La consultation de la Commission des Assurances
n’est pas requise pour ce qui est des règles à fi xer par
le Roi en application de l’article 4, § 4, et de l’article
268, § 1er, 8°.
§ 2. La Commission des Assurances est également
compétente pour émettre des avis sur les modifi cations
apportées aux arrêtés d’exécution pris en vertu de
l’article 212, § 1er, ainsi sur l’abrogation éventuelle ou
le remplacement de ces arrêtés d’exécution.
TITRE III
Dispositions modifi catives
Modifi cations de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances
Article 323
A l’article 21 de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. La Banque détermine les informations que les
entreprises d’assurances sont tenues de lui fournir pour
lui permettre de vérifi er si ces entreprises respectent les
dispositions légales et réglementaires qui leur sont appli-
cables et qui relèvent du domaine de compétence de la
Banque. La Banque détermine également la fréquence
et les modalités de transmission de ces informations.”;
2° le paragraphe 1erbis, alinéa 3, est remplacé par
ce qui suit:
“Sur simple demande de la Banque, les entreprises
d’assurances visées à l’article 2, § 1er, sont tenues de
fournir tous renseignements et de délivrer tous docu-
ments qui sont nécessaires à l’exécution de sa mission.”;
3° le paragraphe 1erbis, alinéa 4, est remplacé par
ce qui suit:
Artikel 322
§ 1. De Commissie voor Verzekeringen zoals bedoeld
in deel 7, titel IV, is bevoegd om adviezen uit te brengen
in verband met de besluiten te nemen ter uitvoering van
artikel 4, titels I en II van deel 2, titels I en II van deel 3,
hoofdstuk 1 van titel III van deel 3 en deel 6.
De raadpleging van de Commissie voor Verzekeringen
is niet vereist voor de door de Koning met toepassing
van artikel 4, § 4 en artikel 268, § 1, 8° te bepalen re-
gels.
§ 2. De Commissie voor Verzekeringen is tevens
bevoegd om adviezen uit te brengen over de wijzigingen
aan de uitvoeringsbesluiten vastgesteld op grond van
artikel 212, § 1, alsmede over de eventuele opheffing,
dan wel de vervanging van deze uitvoeringsbesluiten.
TITEL III
Wijzigingsbepalingen
Wijzigingen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle van de verzekeringsondernemingen
Artikel 323
In artikel 21 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle van de verzekeringsondernemingen worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De Bank bepaalt de gegevens die de verzeke-
ringsondernemingen dienen te verstrekken opdat zou
kunnen worden nagegaan of de wettelijke en reglemen-
taire bepalingen waaraan zij zijn onderworpen en die tot
de bevoegdheden van de Bank behoren, zijn nageleefd.
De Bank bepaalt voor deze gegevens tevens de rap-
porteringsfrequentie en – modaliteiten.”
2° paragraaf 1bis, lid 3 wordt vervangen als
volgt:
“Op eenvoudig verzoek van de Bank zijn de onder-
nemingen bedoeld in artikel 2, § 1 ertoe gehouden
alle inlichtingen te verstrekken en alle documenten in
te leveren die de Bank nodig heeft ter uitvoering van
haar taken.”
3° Paragraaf 1bis, lid 4 wordt vervangen als volgt:
432
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
“La Banque peut, au siège des entreprises ou de leurs
succursales, agences et bureaux en Belgique, prendre
connaissance de tous livres, pièces comptables, pros-
pectus et autres documents, ainsi que procéder à toutes
investigations relatives à la situation fi nancière et aux
activités de ces entreprises.”;
4° le paragraphe 1erbis, alinéa 5, est remplacé par
ce qui suit:
“La Banque peuvent procéder auprès des succur-
sales des entreprises belges établies dans un autre État
membre, moyennant l’information préalable des autori-
tés compétentes de cet État, aux inspections visées à
l’alinéa 4. Elle peut, de même, demander aux autorités
compétentes de l’État membre de la succursale, de
procéder pour son compte à ces inspections.”;
5° le paragraphe 1erbis, alinéa 6, est remplacé par
ce qui suit:
“Les agents, courtiers ou intermédiaires d’assurances
sont tenus de fournir, sur simple demande, à la Banque,
pour ce qui est de son domaine de compétence, tous
renseignements concernant les contrats d’assurance
qu’ils détiennent.”;
6° le paragraphe 1erbis, alinéa 7, est remplacé par
ce qui suit:
“La Banque peut, pour l’exécution des alinéas pré-
cédents, déléguer des membres de son personnel ou
des experts indépendants mandatés à cet effet, qui lui
font rapport.”;
7° au paragraphe 1erter, alinéa 1er, les mots “la Banque
et la FSMA, chacune dans son domaine de compétence,
peuvent”, sont remplacés par les mots “la Banque peut”;
8° au paragraphe 1erter, alinéa 1er, troisième tiret, les
mots “La Banque et la FSMA peuvent” sont remplacés
par les mots “La Banque peut”;
9° au paragraphe 1erter, dernier alinéa, les mots “ainsi
que du respect par cette entreprise des engagements
qu’elle a contractés à l’égard des assurés ou bénéfi -
ciaires des contrats d’assurance” sont supprimés.
Article 324
A l’article 21octies de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
“De Bank kan in de zetel van de ondernemingen of
van hun fi lialen, agentschappen en kantoren in België,
inzage nemen van alle boeken, boekingsstukken,
prospectussen en andere bescheiden, en ook alle on-
derzoekingen doen naar de fi nanciële toestand en de
bedrijvigheid van die ondernemingen.”
4° paragraaf 1bis, lid 5 wordt vervangen als
volgt:
“De Bank kan bij de bijkantoren van Belgische on-
dernemingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd,
na voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde au-
toriteiten van die lidstaat, de in het vierde lid bedoelde
inspecties verrichten. Evenzo kan zij de bevoegde au-
toriteiten van de lidstaat van het bijkantoor verzoeken
voor haar rekening die inspecties te verrichten.”
5° paragraaf 1bis, lid 6 wordt vervangen als
volgt:
“De agenten, makelaars of tussenpersonen inzake
verzekeringen zijn, op eenvoudig verzoek, gehouden tot
het verstrekken aan de Bank, voor wat haar bevoegd-
heden betreft, van alle inlichtingen betreffende de ver-
zekeringscontracten die zij in hun bezit hebben.”
6° paragraaf 1bis, lid 7 wordt vervangen als
volgt:
“De Bank kan voor de uitvoering van de voorgaande
leden personeelsleden of zelfstandige hiertoe gemach-
tigde deskundigen delegeren, die haar verslag uitbren-
gen.”
7° in paragraaf 1ter, lid 1 worden de woorden “kunnen
de Bank en de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden
betreft”, vervangen door: “kan de Bank”.
8° in paragraaf 1ter, lid 1, derde streepje worden de
woorden “De Bank en de FSMA kunnen” door “De Bank
kan”.
9° in paragraaf 1ter, laatste lid van de wet van 9 juli
1975 worden de woorden “alsmede van de nakoming
van de verplichtingen die ze jegens de verzekerden of
begunstigden van verzekeringscontracten heeft aange-
gaan” geschrapt.
Artikel 324
In artikel 21octies van dezelfde wet worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
433
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“1er. La Banque exige le retrait ou la réformation des
documents à caractère contractuel ou publicitaire dont
elle constate qu’ils ne sont pas conformes aux disposi-
tions prévues par ou en vertu de la loi. Elle en informe
la FSMA.”;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots “l’article 138bis
– 4, §§ 2 et 3, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre” sont remplacés par les mots
“l’article 204, §§ 2 et 3, de la loi du [date et intitulé de
la présente loi]” et les mots “l’article 138bis – 2, de la
loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre”
sont remplacés par les mots “l’article 202 de la loi du
[date et intitulé de la présente loi]”.
Article 325
A l’article 22 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “et à la
FSMA” sont supprimés;
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “La Banque
et la FSMA peuvent” sont remplacés par les mots “La
Banque peut” et les mots “qu’elles formulent” sont
remplacés par les mots “qu’elle formule”;
3° au paragraphe 1er, alinéa 4, les mots “la FSMA et
la Banque ont déclaré” sont remplacés par les mots “la
Banque a déclaré”;
4° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots “et à la FSMA”
sont supprimés;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots “ou la FSMA,
chacune dans son domaine de compétence,” sont
supprimés.
Article 326
L’article 28 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 28. Lorsque les autorités compétentes d’un autre
État membre dans lequel une entreprise d’assurances
de droit belge a établi une succursale ou effectue des
activités en libre prestation de services, avertissent la
Banque que cette entreprise a enfreint des dispositions
légales, réglementaires ou administratives applicables
dans cet État membre, au respect desquelles ces auto-
rités sont chargées de veiller et qui en Belgique relèvent
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De Bank eist de intrekking of omvorming van
de documenten met contractueel of publicitair karakter
waarvan zij vaststelt dat zij met de door of krachtens
de wet gestelde bepalingen niet overeenstemmen. De
Bank stelt de FSMA hiervan in kennis.”
2° in paragraaf 2, lid 2 worden de woorden “artikel
138bis – 4, § § 2 en 3 van de wet van 25 juni 1992 op
de landverzekeringsovereenkomst” vervangen door
“artikel 204, § § 2 en 3 van de wet van [“datum en titel
van deze wet”]” en worden de woorden “artikel 138bis
– 2 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings-
overeenkomst” vervangen door “artikel 202, van de wet
van [“datum en titel van deze wet”]”.
Artikel 325
In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, lid 1 worden de woorden “en de
FSMA” geschrapt;
2° in paragraaf 1, lid 2, worden de woorden “De
Bank en de FSMA kunnen” vervangen door “De Bank
kan”;
3° in paragraaf 1, lid 4 worden de woorden “de FSMA
en de Bank verklaard hebben” vervangen door “de Bank
verklaard heeft”;
4° in paragraaf 2, lid 1 worden de woorden “en de
FSMA” geschrapt;
5°
in paragraaf 2, lid 2 worden de woorden “of
de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft”
geschrapt.
Artikel 326
Artikel 28 van dezelfde wet wordt vervangen als
volgt:
“Art. 28. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een
andere Lid-Staat waar een verzekeringsonderneming
naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of
er werkzaamheden uitoefent in vrije dienstverrichting,
de Bank ervan in kennis stellen dat die onderneming
de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke
bepalingen die deze Lid-Staat heeft vastgesteld en
waarop genoemde autoriteiten toezien en die in België
434
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
du domaine de compétence de la Banque, la Banque
prend, dans les plus brefs délais, les mesures les plus
appropriées parmi celles prévues aux articles 26 et 27
pour que l’entreprise concernée mette fi n à cette situa-
tion irrégulière. Elle en avise les autorités précitées.”.
Article 327
L’article 69 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 69. Sur demande de la Banque, les entreprises
d’assurances doivent soumettre tous renseignements
et fournir tous documents en vue du contrôle du respect
des dispositions légales et réglementaires d’intérêt
général qui sont d’application en Belgique aux entre-
prises d’assurances et à leurs activités et qui relèvent
du domaine de compétence de la Banque. Les rensei-
gnements et pièces visés dans cet alinéa doivent être
rédigés dans la langue imposée par la loi ou le décret.
Dans le même but, la Banque peut procéder à des
inspections sur place dans la succursale belge ou
prendre copie de toute information en possession de
l’entreprise d’assurances, après en avoir informé les
autorités compétentes de l’État membre d’origine.
Dans le même but, les agents, courtiers ou intermé-
diaires d’assurance sont tenus de fournir à la Banque,
sur simple demande, tous renseignements concernant
les contrats d’assurance relatifs à des risques situés en
Belgique, qu’ils détiennent.
La Banque peut, pour l’exécution des trois alinéas
précédents, déléguer des membres de son personnel
ou des experts indépendants mandatés à cet effet, qui
lui font rapport.”.
Article 328
A l’article 71 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. Lorsqu’une entreprise d’assurances ne se
conforme pas aux dispositions législatives et régle-
mentaires applicables en Belgique dans le domaine
de compétence de la Banque, celle-ci met l’entreprise
tot de bevoegdheidssfeer van de Bank behoren, heeft
overtreden, neemt de Bank zo spoedig mogelijk de
meest passende maatregelen onder deze bedoeld in
de artikelen 26 en 27 opdat de betrokken onderneming
een einde maakt aan die onregelmatigheden. Zij brengt
dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten.”
Artikel 327
Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen als
volgt:
“Art. 69. Op verzoek van de Bank zijn de verzeke-
ringsondernemingen ertoe gehouden alle inlichtingen
te verstrekken en alle documenten over te leggen met
het oog op het toezicht op de naleving van de wet-
telijke en reglementaire bepalingen van algemeen
belang die in België van toepassing zijn op de verze-
keringsondernemingen en hun activiteiten en die tot de
bevoegdheidssfeer van de Bank behoren. De in dit lid
bedoelde inlichtingen en bescheiden dienen minstens
in de taal te worden gesteld die bij wet of decreet wordt
opgelegd.
Met hetzelfde doel kan de Bank in het Belgisch bijkan-
toor inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen
en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van
de verzekeringsonderneming, na voorafgaande kennis-
geving aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat
van herkomst.
Met hetzelfde doel zijn de agenten, makelaars of
tussenpersonen inzake verzekeringen gehouden tot
het verstrekken aan de Bank, op eenvoudig verzoek,
van alle inlichtingen over verzekeringsovereenkomsten
betreffende risico’s gelegen in België, die zij in hun bezit
hebben.
De Bank kan voor de uitvoering van de drie voor-
gaande leden naast personeelsleden ook zelfstandige
hiertoe gemachtigde deskundigen delegeren, die haar
verslag uitbrengen.”
Artikel 328
In artikel 71 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. Wanneer de Bank vaststelt dat een verzeke-
ringsonderneming zich niet conformeert aan de in
België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen
die tot haar bevoegdheidssfeer behoort, maant zij de
435
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’assurances en demeure de remédier, dans le délai
qu’elle détermine, à la situation constatée.
La Banque informe la FSMA de son intention de faire
application de l’alinéa précédent.
Si, au terme du délai susvisé, il n’a pas été remédié
à la situation, la Banque en informe les autorités com-
pétentes de l’État membre d’origine concerné.
En cas de persistance des manquements, la Banque
peut, après en avoir informé les autorités compétentes
de l’État membre d’origine, prendre les mesures
appropriées pour prévenir de nouvelles irrégularités. La
Banque peut notamment, si les circonstances l’exigent,
interdire à cette entreprise d’assurances de continuer à
conclure des contrats d’assurance relatifs à des risques
situés en Belgique. La Banque peut faire procéder, aux
frais de l’entreprise d’assurances, à la publication de la
mesure d’interdiction dans les journaux et publications
de son choix ou dans les lieux et pendant la durée
qu’elle détermine.
L’article 26, § 2bis, est applicable.
La Banque informe la FSMA des mesures qu’elle a
prises en application des alinéas précédents.”;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
“§ 2. Sans préjudice de l’application du § 1er, la
Banque peut, en cas d’urgence, prendre des mesures
appropriées pour prévenir les infractions aux règles qui
sont applicables aux entreprises d’assurances et qui
relèvent de son domaine de compétence. La Banque
peut notamment empêcher les entreprises d’assurances
de continuer à conclure de nouveaux contrats relatifs à
des risques belges. Elle peut faire procéder, aux frais
de l’entreprise d’assurances, à la publication de la
mesure d’interdiction dans les journaux et publications
de son choix ou dans les lieux et pendant la durée
qu’elle détermine.
La Banque informe immédiatement la FSMA et les
autorités compétentes de l’État membre d’origine des
mesures qu’elle a prises.”;
3° au paragraphe 4, les mots “La FSMA et la Banque
peuvent” sont remplacés par les mots “La Banque peut”.
verzekeringsonderneming aan om, binnen de termijn
die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhel-
pen.
De Bank stelt de FSMA in kennis van haar voornemen
toepassing te maken van het vorige lid.
Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen,
stelt de Bank de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat
van herkomst hiervan in kennis.
Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan
de Bank, na de bevoegde autoriteiten van de Lid-
Staat van herkomst daarvan op de hoogte te hebben
gebracht, passende maatregelen nemen om verdere
onregelmatigheden te voorkomen. Met name kan de
Bank, voor zover de omstandigheden het vereisen, de
verzekeringsonderneming verbieden om nog verdere
verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband
houden met in België gelegen risico’s. De Bank kan op
kosten van de verzekeringsonderneming tot publicatie
van de verbodsbepalingen overgaan in de kranten en
tijdschriften van haar keuze of op plaatsen en voor de
duur die zij bepaalt.
Artikel 26, § 2bis is van toepassing.
De Bank stelt de FSMA in kennis van de maatregelen
getroffen met toepassing van de vorige leden.”
2°
paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
“§ 2. Onverminderd de toepassing van de § 1, kan
de Bank in dringende gevallen passende maatregelen
treffen om inbreuken te voorkomen op de regels die
van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen
en die tot haar bevoegdheidssfeer behoren. Met name
kan de Bank de verzekeringsondernemingen onder
meer beletten nieuwe verzekeringsovereenkomsten met
betrekking tot Belgische risico’s te sluiten. Zij kan op
kosten van de verzekeringsonderneming tot publicatie
van de verbodsbepalingen overgaan in de kranten en
tijdschriften van haar keuze of op plaatsen en voor de
duur die zij bepaalt.
De Bank brengt de FSMA en de bevoegde autoriteiten
van de Lid-Staat van herkomst onmiddellijk op de hoogte
van de genomen maatregelen.”
3° in paragraaf 4 worden de woorden “De FSMA en de
Bank kunnen” vervangen door “De Bank kan”.
436
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Article 329
A l’article 73/3 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, la phrase “La Banque et la FSMA
peuvent faire publier un avis au Moniteur belge et dans
deux quotidiens ou périodiques à diffusion régionale.”
est remplacée par la phrase “L’article 298 de la loi du
[date et intitulé de la présente loi] est applicable.”;
2° l’alinéa 2 est abrogé.
Article 330
A l’article 73/4 de la même loi, les mots “et la FSMA
peuvent” sont remplacés par le mot “peut”.
Article 331
A l’article 81 de la même loi, les mots “ou la FSMA,
selon le cas,” sont supprimés.
Article 332
A l’article 82, § 1er, de la même loi, les mots “la FSMA
ou” et les mots “, selon le cas, de la FSMA ou” sont
supprimés.
Modifi cations de la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers
Article 333
A l’article 30ter, § 3, de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers, inséré par la loi du 30 juillet 2013, il est inséré
un 3°/1 rédigé comme suit:
“3°/1 pour autant que le Roi ait fait usage de l’habili-
tation prévue au paragraphe 1er, alinéa 2, 4°, en ce qui
concerne les intermédiaires d’assurances et de réas-
surance, l’article 273, § 3, de la loi du [date et intitulé
de la présente loi];”.
Artikel 329
In artikel 73/3 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in lid 1 wordt de zin “De Bank en de FSMA kunnen
een bericht laten publiceren in het Belgisch Staatsblad
en in twee dagbladen of periodieke uitgaven met regio-
nale spreiding” vervangen door de zin “Artikel 298 van
de wet [“datum en titel van deze wet] is van toepas-
sing.”;
2° lid 2 wordt geschrapt.
Artikel 330
In artikel 73/4 van dezelfde wet worden de woor-
den “en de FSMA kunnen” vervangen door het woord
“kan”.
Artikel 331
In artikel 81 van dezelfde wet worden de woorden “of
de FSMA, al naargelang het geval” geschrapt.
Artikel 332
In artikel 82, § 1, van dezelfde wet, worden de woor-
den “de FSMA of” en de woorden “al naargelang het
geval, van de FSMA of” geschrapt.
Wijzigingen aan de wet 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de fi nanciële sector
en de fi nanciële diensten
Artikel 333
In artikel 30ter, § 3 van de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de
fi nanciële diensten, ingevoegd door de wet van 30
juli 2013, wordt een bepaling 3°/1 ingevoegd, luiden-
de:
“3°/1 voorzover de Koning gebruik heeft gemaakt van
de machtiging voorzien in paragraaf 1, tweede lid, 4°
wat betreft de verzekerings- en de herverzekeringstus-
senpersonen, artikel 273, § 3 van de wet van “[datum
en titel van deze wet];”.
437
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 334
L’article 36, § 1er, de la même loi, modifi é par l’arrêté
royal du 3 mars 2011 et la loi du 30 juillet 2013, est
complété par un alinéa rédigé comme suit:
“La FSMA peut en outre enjoindre à la personne à
laquelle elle adresse une injonction en application de
l’alinéa 1er de suspendre la commercialisation ou cer-
taines formes de commercialisation du produit fi nancier
concerné sur le territoire belge aussi longtemps que les
dispositions légales ou réglementaires en question ne
sont pas respectées. L’injonction de suspension de la
commercialisation peut s’étendre à la commercialisation
via l’ensemble ou une partie des personnes auxquelles
la personne à laquelle l’injonction de la FSMA est adres-
sée, fait appel en vue de la commercialisation. La per-
sonne à laquelle l’injonction est adressée, a l’obligation
de communiquer immédiatement cette suspension de
la commercialisation à toutes les personnes auxquelles
elle fait appel en vue de la commercialisation du produit
fi nancier en question sur le territoire belge et auxquelles
la suspension de la commercialisation s’étend. Dans
l’intérêt des utilisateurs de produits et services fi nan-
ciers, la FSMA peut rendre cette décision publique. La
suspension de la commercialisation est levée par la
FSMA lorsqu’il est établi que les dispositions légales ou
réglementaires concernées sont désormais respectées.”
Article 335
A l’article 36bis, § 2, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les
mots “certains instruments fi nanciers, produits d’inves-
tissement ou produits d’assurance” sont remplacés par
les mots “certaines catégories de produits fi nanciers”.
Article 336
A l’article 45, § 1er, de la même loi, remplacé par
l’arrêté royal du 3 mars 2011 et modifi é par les lois des
13 novembre 2011 et 30 juillet 2013, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, 2°, e, les mots “la loi du 27 mars 1995
relative à l’intermédiation en assurances et en réassu-
rances et à la distribution d’assurances” sont remplacés
par les mots “la loi du [date et intitulé de la présente loi]”;
2° à l’alinéa 1er, 3°, le c. est remplacé par ce qui suit:
“c. la loi du [date et intitulé de la présente loi], ainsi
que ses arrêtés et règlements d’exécution;”;
Artikel 334
Artikel 36, § 1 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011 en de wet van 30 juli
2013, wordt aangevuld met een lid, luidende:
“De FSMA kan de persoon aan wie zij een bevel richt
met toepassing van het eerste lid bovendien bevelen
om de commercialisering of bepaalde vormen van de
commercialisering van het betrokken fi nancieel product
op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de
betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn
nageleefd. Het bevel tot opschorting van de commerci-
alisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering
via alle of een deel van de personen op wie de persoon,
aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor
de commercialisering. De persoon aan wie het bevel is
gericht moet deze opschorting van de commercialisering
onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een
beroep doet voor de commercialisering van het betrok-
ken fi nancieel product op het Belgisch grondgebied en
tot wie de opschorting van de commercialisering zich
uitstrekt. In het belang van de afnemers van fi nanciële
producten en diensten kan de FSMA deze beslissing
openbaar maken. De opschorting van de commercialise-
ring wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat
dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen
zijn nageleefd.”
Artikel 335
In artikel 36bis, § 2, eerste lid, 1°, van dezelfde wet
worden de woorden “bepaalde fi nanciële instrumenten,
beleggingsproducten of verzekeringsproducten” ver-
vangen door de woorden “bepaalde categorieën van
fi nanciële producten”.
Artikel 336
In artikel 45, § 1 van dezelfde wet, vervangen bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011 en gewijzigd bij de
wetten van 13 november 2011 en 30 juli 2013, worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1°
in het eerste lid, 2°, e. worden de woorden “de
wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van ver-
zekeringen” vervangen door de woorden “de wet van
[“datum en titel van deze wet”]”;
2°
het eerste lid, 3°, c. wordt vervangen als
volgt:
“c. de wet van [“titel en datum van deze wet”] en haar
uitvoeringsbesluiten en – reglementen;”;
438
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
3° à l’alinéa 1er, 3°, le e. est abrogé;
4° l’alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
“Par dérogation à l’alinéa 1er, le contrôle du respect
des règles visées à l’alinéa 1er, 3°, et au § 2, par les
sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et
70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités relève
des compétences de l’Office de contrôle des mutualités
et des unions nationales de mutualités.”.
Modifi cations de la loi du 16 juin 2006 relative aux
offres publiques d’instruments de placement et
aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés
Article 337
L’article 4, § 1er, de la loi du 16 juin 2006 relative aux
offres publiques d’instruments de placement et aux
admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés est complété par un 3°bis
rédigé comme suit:
“3°bis les droits qui permettent d’effectuer un inves-
tissement de type fi nancier et qui portent directement
ou indirectement sur un ou plusieurs biens meubles, sur
une exploitation agricole ou sur d’autres biens déter-
minés par le Roi, organisés en association, indivision
ou groupement de droit ou de fait, et dont la gestion,
organisée collectivement, est confi ée à une ou plu-
sieurs personnes agissant à titre professionnel, sauf si
ces droits comprennent une livraison inconditionnelle,
irrévocable et intégrale des biens en nature;”.
Modifi cations de la loi du 31 juillet 2009 modifi ant
la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la
distribution d’assurances et de la loi du 22 mars
2006 relative à l’intermédiation en services
bancaires et en services d’investissement et à la
distribution d’instruments fi nanciers
Article 338
A l’article 3 de la loi du 31 juillet 2009 modifi ant la loi du
27 mars 1995 relative à l’intermédiation en assurances
et en réassurances et à la distribution d’assurances et
de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en
services bancaires et en services d’investissement et à
3°
het eerste lid, 3°, e. wordt opgeheven;
4°
het derde lidwordt vervangen als volgt:
“In afwijking van het eerste lid, behoort het toezicht op
de naleving van de regels bedoeld in het eerste lid, 3°,
en § 2, door de maatschappijen van onderlinge bijstand
bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, § § 6, 7 en 8,
van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de zieken-
fondsen en de landsbonden van ziekenfondsen tot de
bevoegdheid van de Controledienst voor de ziekenfond-
sen en de landsbonden van ziekenfondsen.”
Wijzigingen aan de wet van 16 juni 2006 op de
openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten
en de toelating van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt
Artikel 337
Artikel 4, § 1, van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande-
ling op een gereglementeerde markt wordt aangevuld
met een 3°bis luidende:
“3°bis rechten die het mogelijk maken een fi nanciële
belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrecht-
streeks betrekking hebben op een of meer roerende
goederen, op een agrarische exploitatie of op andere
goederen als bepaald door de Koning, die zijn on-
dergebracht in een juridische of feitelijke vereniging,
onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief
beheer wordt opgedragen aan één of meer personen
die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten
voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en
volledige levering in natura van de goederen;”
Wijzigingen aan de wet van 31 juli 2009
tot wijziging van de wet van 27 maart
1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie
van verzekeringen en van de wet van 22 maart
2006 betreffende de bemiddeling in bank –
en beleggingsdiensten en de distributie van
fi nanciële instrumenten
Artikel 338
In artikel 3 van de wet van 31 juli 2009 tot wijziging van
de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings-
en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van
verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betref-
fende de bemiddeling in bank – en beleggingsdiensten
439
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
la distribution d’instruments fi nanciers, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° le a) est abrogé;
2° le b) est abrogé;
3° le d) est abrogé;
4° le e) est abrogé.
Article 339
L’article 7 de la même loi est abrogé.
Article 340
Le chapitre 4 de la même loi est abrogé.
Modifi cations de la loi du 21 janvier 2010
modifi ant la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre en ce qui concerne
les assurances du solde restant dû pour les
personnes présentant un risque de santé accru
Article 341
L’article 2 de la loi du 21 janvier 2010 modifi ant la
loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre
en ce qui concerne les assurances du solde restant
dû pour les personnes présentant un risque de santé
accru est abrogé.
Article 342
Les articles 4 à 17 de la même loi sont abrogés.
Article 343
A l’article 18 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° l’alinéa 1er est abrogé;
2° à l’alinéa 2, le mot “Toutefois,” est supprimé.
en de distributie van fi nanciële instrumenten worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder punt a) wordt opgeheven;
2° de bepaling onder punt b) wordt opgeheven;
3° de bepaling onder punt d) wordt opgeheven;
4° de bepaling onder punt e) wordt opgeheven;
Artikel 339
Artikel 7 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Artikel 340
Het Hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt opgehe-
ven.
Wijzigingen aan de wet van 21 januari 2010
tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op
de landverzekeringsovereenkomst wat de
schuldsaldoverzekeringen voor personen met een
verhoogd gezondheidsrisico betreft
Artikel 341
Artikel 2 van de wet van 21 januari 2010 tot wijziging
van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings-
overeenkomst wat de schuldsaldoverzekeringen voor
personen met een verhoogd gezondheidsrisico betreft
wordt opgeheven.
Artikel 342
De artikelen 4 tot en met 17 van dezelfde wet worden
opgeheven.
Artikel 343
Artikel 18 van dezelfde wet wordt gewijzigd als
volgt:
1° Lid 1 wordt opgeheven;
2° In lid 2 wordt het woord “echter” geschrapt.
440
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Modifi cations de la loi du [date et intitulé de la
présente loi]
Article 344
A l’article 4, § 1er, alinéa 2, de la loi du [date et intitulé
de la présente loi], le mot “et” est supprimé et les mots
“270bis” sont insérés entre les mots “dernier alinéa,” et
les mots “, ainsi qu’aux”.
Article 345
A l’article 270 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° au paragraphe 4, alinéa 1er, le 2° est remplacé par
ce qui suit:
“2° les porteurs d’un certifi cat de l’enseignement
secondaire supérieur qui auront réussi un examen
organisé par ou en vertu d’un décret, par une organi-
sation professionnelle représentative, une entreprise
d’assurances ou de réassurance, un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ou un établissement
de crédit, et destiné à vérifi er la possession desdites
connaissances professionnelles. L’examen visé à la
présente disposition doit être agrée par la FSMA. La
FSMA peut, par voie de règlement, préciser les règles
auxquelles doivent répondre les examens qui sont
organisés. L’intéressé doit également justifi er d’une
expérience pratique dont la durée sera fi xée par le Roi
mais ne pourra excéder deux années. Pour les inter-
médiaires de réassurance, la durée de l’expérience
pratique est fi xée à cinq ans.”;
2° au paragraphe 4, l’alinéa 3 est remplacé par ce
qui suit:
“Les entreprises d’assurances et de réassurance,
les organisations professionnelles, les intermédiaires
d’assurances ou de réassurance et les établissements
de crédit communiquent à la FSMA le contenu et les
modalités de l’examen qu’ils organisent conformément
à l’alinéa 1er, 2°. La FSMA vérifi e si les examens qui
sont organisés répondent aux exigences requises en
vertu du présent article. Elle peut, si nécessaire, retirer
son agrément.”;
3° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit:
“§ 6. Les entreprises d’assurances et, le cas échéant,
les intermédiaires d’assurances et de réassurance,
répondent de la connaissance de base suffisante fi xée
au paragraphe 2 des personnes visées à l’article 259,
Wijzigingen aan de wet van [“datum en titel van
deze wet”]]
Artikel 344
In artikel 4, § 1, tweede lid van de wet van [“datum
en titel van deze wet”] wordt het woord “en” geschrapt
en worden tussen de woorden “laatste lid,” en “van
toepassing”, de woorden “270bis” ingevoegd.
Artikel 345
Artikel 270 van dezelfde wet wordt gewijzigd als
volgt:
1° in paragraaf 4, lid 1 , wordt de bepaling onder 2°
vervangen als volgt:
“2° de houders van een getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs die zijn geslaagd voor een examen
dat, door of krachtens een decreet, wordt georganiseerd
door een representatieve beroepsorganisatie, een
verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon of een
kredietinstelling, en dat bedoeld is om te controleren
of de betrokkenen over de vermelde beroepskennis
beschikken. Het hier bedoelde examen dient door de
FSMA te worden erkend. De FSMA kan, bij reglement,
de nadere regels vaststellen waaraan de georgani-
seerde examens moeten voldoen. De betrokkene dient
ook een praktische ervaring aan te tonen waarvan de
duur door de Koning wordt bepaald, maar die niet meer
mag bedragen dan twee jaar. Voor herverzekeringstus-
senpersonen wordt de duur van de praktische ervaring
vastgesteld op vijf jaar.”;
2° in paragraaf 4, wordt het derde lid vervangen als
volgt:
“De verzekerings- en herverzekerings-onderne-
mingen, de beroepsorganisaties, de verzekerings- of
herverzekerings-tussenpersonen en de krediet-
instellingen stellen de FSMA in kennis van de inhoud
en de modaliteiten van het examen dat zij organiseren
conform het eerste lid, 2°. De FSMA controleert of de
georganiseerde examens voldoen aan de in dit artikel
gestelde eisen. Zo nodig, kan de FSMA de erkenning
intrekken.”;
3° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
“§ 6. De verzekeringsondernemingen en, in voorko-
mend geval, de verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen staan in voor de in paragraaf 2 bepaalde
toereikende basiskennis van de personen bedoeld in
441
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
alinéa 2, et à l’article 260, alinéa 2. La possession de
cette connaissance de base est vérifi ée par un examen
qui doit être agréé par la FSMA conformément au para-
graphe 4, alinéa 3.”;
4° au paragraphe 7, les mots “et la formation de base”
sont supprimés.
Article 346
Dans la même loi, il est inséré un article 270bis rédigé
comme suit:
“Art. 270bis. Les entreprises d’assurances et de
réassurance, les organisations professionnelles, les
intermédiaires d’assurances ou de réassurance et les
établissements de crédit visés à l’article 270, § 4, alinéa
3, dont la FSMA a agréé le programme de formation
avant la date d’entrée en vigueur du présent article, fi xée
par le Roi, sont tenus de communiquer à la FSMA le
contenu et les modalités de l’examen qu’ils organisent
conformément à l’article 270, § 4, alinéa 1er, 2°, dans
les six mois au plus tard de la date précitée.”.
TITRE IV
Dispositions abrogatoires
Article 347
Sont abrogés:
— l’article 3, § 3, l’article 9, § 1er, alinéa 1er, dernière
phrase, l’article 19, § 1er, l’article 19bis, l’article 19ter,
l’article 20, l’article 21, § 1erbis, alinéas 1er et 2, l’article
21octies, § 2, alinéa 3, les articles 28ter à 28decies,
l’article 41, l’article 65, l’article 76 et l’article 77 de la
loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises
d’assurances;
— la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances;
— les chapitres II, III et IV du titre I, le titre II, les cha-
pitres Ier, III, IV et V du titre III, les sections I, à l’exception
de l’article 97, II, III, IV et V du chapitre II du titre III et
la sous-section II de la section VI du chapitre II du titre
III de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance
terrestre;
artikel 259, tweede lid, en in artikel 260, tweede lid. Dat
de betrokken personen over die basiskennis beschikken,
wordt gecontroleerd aan de hand van een examen dat
door de FSMA moet worden erkend overeenkomstig
paragraaf 4, derde lid.”;
4° in paragraaf 7 worden de woorden “en basisoplei-
ding” opgeheven en wordt het woord “maken” vervangen
door het woord “maakt”.
Artikel 346
In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 270bis inge-
voegd, luidende:
“Art. 270bis. De verzekerings- en herverzekeringson-
dernemingen, de beroepsorganisaties, de verzekerings-
of herverzekeringstussenpersonen en de kredietinstel-
lingen bedoeld in artikel 270, § 4, derde lid, waarvan
de FSMA het opleidingsprogramma heeft erkend vóór
de datum van inwerkingtreding van dit artikel, zoals
vastgesteld door de Koning, dienen de FSMA uiterlijk
binnen zes maanden na die datum in kennis te stel-
len van de inhoud en de modaliteiten van het examen
dat zij organiseren conform artikel 270, § 4, eerste lid,
2°.”
TITEL IV
Opheffingsbepalingen
Artikel 347
Worden opgeheven:
— artikel 3, § 3, artikel 9, § 1, lid 1, laatste zin, artikel
19, § 1, artikel 19bis, artikel 19ter, artikel 20, artikel 21,
§ 1bis, lid 1 en 2, artikel 21octies, § 2 derde lid, de artike-
len 28ter tot en met 28decies, artikel 41, artikel 65, artikel
76 en artikel 77 van de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle van de verzekeringsondernemingen;
— de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzeke-
rings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie
van verzekeringen;
— Hoofdstuk II, III en IV van Titel I, Titel II, Hoofdstuk
I, III, IV en V van Titel III, Afdeling I, met uitzondering
van artikel 97, II, III, IV en V van Hoofdstuk II van Titel
III, Onderafdeling II van Afdeling VI van Hoofdstuk II
van Titel III betreffende de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst;
442
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI,
livre Ier, du code de commerce. Des assurances en géné-
ral – De quelques assurances terrestres en particulier;
— l’article 86ter, § 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002
relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux
services fi nanciers.
TITRE V
Autres dispositions
Article 348
§ 1er. Les dispositions légales non contraires à la
présente loi, qui font référence à des dispositions de la
loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises
d’assurances, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre, de la loi du 11 juin 1874 conte-
nant les titres X et XI, livre Ier, du code de commerce
et de la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances, sont présumées faire référence aux dis-
positions équivalentes de la présente loi.
§ 2. Les dispositions réglementaires qui ont été prises
en exécution des dispositions de la loi du 9 juillet 1975
relative au contrôle des entreprises d’assurances, de la
loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre,
de la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI, livre
Ier, du code de commerce et de la loi du 27 mars 1995
relative à l’intermédiation en assurances et en réassu-
rances et à la distribution d’assurances, reprises dans
la présente loi, et qui ne sont pas contraires à cette loi,
demeurent en vigueur jusqu’à leur abrogation ou leur
remplacement par des arrêtés pris en exécution de la
présente loi.
§ 3. Deux ans après l’entrée en vigueur de la présente
loi, la FSMA en évalue l’application et le fonctionnement.
Elle recueille à cet effet l’avis de la Banque, de l’OCM
et de la Commission des Assurances. La FSMA peut,
sur la base de cette évaluation, formuler des recom-
mandations à l’intention du ministre.
Article 349
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le
Roi peut, sur avis de la FSMA, prendre les mesures
nécessaires pour assurer la transposition des disposi-
tions obligatoires résultant de traités internationaux ou
d’actes internationaux pris en vertu de ceux-ci, dans
— de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X
en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel,
Verzekering in het algemeen, Enige verzekeringen in
het bijzonder;
— artikel 86ter, § 1, 5° van de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector
en de fi nanciële diensten.
TITEL V
Andere bepalingen
Artikel 348
§ 1. De wetsbepalingen die niet strijdig zijn met deze
wet, waarbij verwezen wordt naar bepalingen van de wet
van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verze-
keringsondernemingen, de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874
houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek
van Koophandel en de wet van 27 maart 1995 betref-
fende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
en de distributie van verzekeringen worden geacht te
verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in deze
wet.
§ 2. De reglementaire bepalingen genomen in uitvoe-
ring van de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betref-
fende de controle van de verzekeringsondernemingen,
de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereen-
komst, de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en
XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel en de
wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van ver-
zekeringen die werden overgenomen in deze wet, die
niet strijdig zijn met deze wet, blijven van kracht totdat
ze worden opgeheven of vervangen door besluiten ter
uitvoering van deze wet genomen.
§ 3. Twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet
dient de FSMA de toepassing en de werking ervan te
evalueren. Zij wint hiervoor het advies in van de Bank,
de CDZ en de Commissie voor Verzekeringen. Op
grond van deze evaluatie kan de FSMA aanbevelingen
formuleren ter attentie van de minister.
Artikel 349
Bij een besluit vastgelegd na overleg in de minister-
raad kan de Koning, op advies van de FSMA, de nodige
maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende
bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen
of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke
443
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
les matières réglées par les dispositions de la présente
loi. Les arrêtés pris en vertu du présent article peuvent
modifi er, compléter, remplacer ou abroger les disposi-
tions légales en vigueur.
Les arrêtés royaux visés au présent article sont abro-
gés de plein droit lorsqu’ils n’ont pas été confi rmés par la
loi dans les vingt-quatre mois qui suivent leur publication
au Moniteur belge.
Article 350
Sont confi rmés avec effet à la date de leur entrée en
vigueur respective:
— l’arrêté royal du [•] 2014 relatif aux modalités
d’application au secteur des assurances des articles 27
à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance
du secteur fi nancier et aux services fi nanciers;
— l’arrêté royal du [•] 2014 modifi ant la loi du 27 mars
1995 relative à l’intermédiation en assurances et en
réassurances et à la distribution d’assurances.
TITRE VI
Entrée en vigueur
Article 351
La présente loi entre en vigueur le premier jour du
mois qui suit l’expiration d’un délai de six mois prenant
cours le lendemain de sa publication au Moniteur belge,
sauf en ce qui concerne les dispositions dont la date
d’entrée en vigueur est fi xée conformément à l’article
352 et en ce qui concerne l’article 350 qui entre en
vigueur le lendemain de la publication de cette loi au
Moniteur belge.
Article 352
§ 1er. Le Roi fi xe, dans un délai de douze mois pre-
nant cours le jour de la publication de la présente loi au
Moniteur belge, la date d’entrée en vigueur du chapitre 5
intitulé “Dispositions propres à certains contrats d’assu-
rance qui garantissent le remboursement du capital d’un
crédit”, qui fi gure dans la partie 4, titre IV, de cette loi,
ou, le cas échéant, la date d’entrée en vigueur d’un ou
de plusieurs articles dudit chapitre.
verdragen, in de materies die door de bepalingen van
deze wet zijn geregeld. De krachtens dit artikel genomen
besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen
wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
De in dit artikel bedoelde koninklijke besluiten zijn
van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn
bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de be-
kendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 350
Worden bekrachtigd met uitwerking op de datum van
hun respectieve inwerkingtreding:
1. het koninklijk besluit van [•] 2014 over de regels
voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van
de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten op de
verzekeringssector;
2.
het koninklijk besluit van [•] 2014 tot wijziging
van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzeke-
rings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie
van verzekeringen.
TITEL VI
Inwerkingtreding
Artikel 351
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de
maand na afl oop van een termijn van zes maanden te
rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van
deze wet in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering
van de bepalingen waarvan de datum van inwerkingtre-
ding bepaald wordt overeenkomstig artikel 352 en met
uitzondering van artikel 350 dat in werking treedt op de
dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het
Belgisch Staatsblad.
Artikel 352
§ 1. De Koning bepaalt, binnen een termijn van twaalf
maanden die ingaat op de dag van de bekendmaking
van deze wet in het Belgisch Staatsblad, de datum van
inwerkingtreding van het “hoofdstuk 5 Nadere bepalin-
gen betreffende sommige verzekeringsovereenkomsten
die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet
waarborgen” in deel 4, titel IV, of desgevallend van één
of meerdere artikelen van dit hoofdstuk 5.
444
3361/001
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Le Roi fi xe la date d’entrée en vigueur des articles
344, 345 et 346 de la présente loi.
Donné à Bruxelles, le 13 février 2014
PHILIPPE
PAR LE ROI:
Le ministre de l’Économie,
Johan VANDE LANOTTE
§ 2. De Koning bepaalt wanneer de artikelen 344,
345 en 346 in werking treden.
Gegeven te Brussel, 13 februari 2014
FILIP
VAN KONINGSWEGE:
De minister van Economie,
Johan VANDE LANOTTE
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale