Inhoud
8440
DOC 53 3361/004
DOC 53 3361/004
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
6 maart 2014
6 mars 2014
NAMENS DE COMMISSIE VOOR HET BEDRIJFSLEVEN,
HET WETENSCHAPSBELEID, HET ONDERWIJS,
DE NATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN CULTURELE
INSTELLINGEN, DE MIDDENSTAND
EN DE LANDBOUW
UITGEBRACHT DOOR
DE HEER Karel UYTTERSPROT
FAIT AU NOM DE LA COMMISSION DE L’ÉCONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE, DE L’ÉDUCATION,
DES INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES, DES CLASSES MOYENNES
ET DE L’AGRICULTURE
PAR
M. Karel UYTTERSPROT
VERSLAG
RAPPORT
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
betreffende de verzekeringen
relatif aux assurances
PROPOSITION DE LOI
WETSVOORSTEL
tot wijziging van de wet van 25 juni 1992
op de landverzekeringsovereenkomst,
waarbij de verzekeraar de
verzekeringsovereenkomst niet
langer mag opzeggen na een schadegeval
modifiant la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre
en supprimant la possibilité de résiliation
après sinistre par l’assureur
PROPOSITION DE LOI
WETSVOORSTEL
tot wijziging van de wet van 25 juni 1992
op de landverzekeringsovereenkomst
om het gebruik van segmenteringscriteria
te verduidelijken
modifiant la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre
afin de clarifier les critères
de segmentation
2
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 53 0000/000: Document parlementaire de la 53e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
VB
:
Vlaams Belang
cdH
:
centre démocrate Humaniste
FDF
:
Fédéralistes Démocrates Francophones
LDD
:
Lijst Dedecker
MLD
:
Mouvement pour la Liberté et la Démocratie
INDEP-ONAFH
:
Indépendant-Onafhankelijk
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 53 0000/000:
Parlementair document van de 53e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
Composition de la commission à la date de dépôt du rapport/
Samenstelling van de commissie op de datum van indiening van het verslag
Président/Voorzitter: Liesbeth Van der Auwera
A. — Titulaires / Vaste leden:
B. — Suppléants / Plaatsvervangers:
N-VA
Cathy Coudyser, Peter Dedecker, Peter Luykx, Karel
Uyttersprot
Zuhal Demir, Jan Van Esbroeck, Flor Van Noppen, Steven Vandeput,
Bert Wollants
PS
Isabelle Emmery, Mohammed Jabour, Karine Lalieux,
Laurence Meire
Colette Burgeon, Laurent Devin, Linda Musin
CD&V
Leen Dierick, Liesbeth Van der Auwera
Jenne De Potter, Nathalie Muylle, Jef Van den Bergh
MR
Kattrin Jadin, Valérie Warzée-Caverenne
David Clarinval, Corinne De Permentier, Olivier Destrebecq
sp.a
Ann Vanheste
Caroline Gennez, Bruno Tuybens
Ecolo-Groen
Kristof Calvo
Meyrem Almaci, Ronny Balcaen
Open Vld
Willem-Frederik Schiltz
Mathias De Clercq, Frank Wilrycx
VB
Peter Logghe
Hagen Goyvaerts, Barbara Pas
cdH
Joseph George
Christophe Bastin, Benoît Drèze
3
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
INHOUD
I. Inleidende uiteenzetting van de vice-eersteminis-
ter en minister van Economie, Consumenten en
Noordzee ...............................................................
II. Algemene bespreking ............................................
III. Artikelsgewijze bespreking en stemmingen ..........
SOMMAIRE
I. Exposé introductif du vice-premier ministre et
ministre de l’Économie, des Consommateurs et de
la Mer du Nord .......................................................
II. Discussion générale ……………………
III. Discussion des articles et votes ............................
4
7
29
4
7
29
Blz.
Pages
Documents précédents:
Doc 53 3361/ (2013/2014):
001:
Projet de loi.
002:
Annexe.
003:
Amendements.
Voir aussi:
005:
Texte adopté par la commission.
Doc 53 0230/ (2010 S.E.):
001:
Proposition de loi de Mme Lalieux et consorts.
Doc 53 0785/ (2010/2011):
001:
Proposition de loi de Mmes Lalieux et Vanheste.
Voorgaande documenten:
Doc 53 3361/ (2013/2014):
001:
Wetsontwerp.
002:
Bijlage.
003:
Amendementen.
Zie ook:
005:
Tekst aangenomen door de commissie.
Doc 53 0230/ (2010 B.Z.):
001:
Wetvoorstel van mevrouw Lalieux c.s.
Doc 53 0785/ (2010/2011):
001:
Wetvoorstel van de dames Lalieux en Vanheste.
4
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
MESDAMES, MESSIEURS,
Votre commission a examiné ces projets et pro-
positions de loi au cours de ses réunions des 18 et
25 février 2014.
I. — EXPOSÉ INTRODUCTIF DU VICE-PREMIER
MINISTRE ET MINISTRE DE L’ÉCONOMIE, DES
CONSOMMATEURS ET DE LA MER DU NORD
M. Johan Vande Lanotte, vice-premier ministre et
ministre de l’Économie, des Consommateurs et de la
Mer du Nord, explique que le projet de loi à l’examen
repose sur les quatre éléments suivants:
1. l’obligation de transposer en droit belge les dis-
positions (relatives au consommateur) de la directive
Solvabilité II;
2. l’importance de simplifi er la législation actuelle
concernant la protection du consommateur d’assu-
rances en procédant à une codifi cation des dispositions
pertinentes dans une seule loi;
3. la nécessité de clarifi er la répartition actuelle des
compétences entre la Banque nationale de Belgique (ci-
après: la BNB) et l’Autorité des services et des marchés
fi nanciers (FSMA) suite à la réforme Twin Peaks;
4. le souhait d’étendre la protection du consommateur
d’assurances à quelques domaines spécifi ques, tels
que les obligations d’information générales, l’organisa-
tion de la participation aux bénéfi ces et la segmentation,
lesquelles nécessitent notamment une plus grande
transparence, les conditions auxquelles les prestations
d’assurances peuvent dans certains cas être liées à
des fonds d’investissement, et les compétences de
l’autorité de contrôle.
Le 25 novembre 2009, le Parlement européen et le
Conseil ont arrêté la directive Solvabilité II. Cette direc-
tive constitue, dans une large mesure, une codifi cation
des directives existantes en matière d’assurances et
vise principalement à assurer le bon fonctionnement
du marché intérieur ainsi que l’accès des entreprises
d’assurances à ce marché. La directive Solvabilité II
comporte essentiellement, mais pas exclusivement, des
dispositions prudentielles. Elle souligne toutefois, dans
son considérant 16, que le principal objectif de la régle-
mentation et du contrôle en matière d’assurances et de
réassurance est de garantir la protection adéquate des
preneurs d’assurance et des bénéfi ciaires. La stabilité
fi nancière ainsi que la stabilité et l’équité des marchés
DAMES EN HEREN,
Uw commissie heeft de voorliggende wetsontwerpen
en -voorstellen besproken tijdens haar vergaderingen
van 18 en 25 februari 2014.
I. — INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE
VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN
ECONOMIE, CONSUMENTEN EN NOORDZEE
De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste-minister
en minister van Economie, Consumenten en Noordzee,
verklaart dat het ter behandeling voorliggende
wetsontwerp de volgende viervoudige achtergrond
heeft:
1. de verplichting tot implementatie van de
(consumentgerichte) bepalingen van Solvency 2 richtlijn
in de Belgische wetgeving;
2. het belang van de vereenvoudiging van de
bestaande wetgeving inzake de bescherming van de
verzekeringsverbruiker door codifi catie van de meest
relevante bepalingen in één wet;
3. de noodzaak tot verduidelijking van de bestaande
bevoegdheidsverdeling tussen de Nationale Bank
van België (NBB) en de Autoriteit voor Financiële
Diensten en Markten (FSMA), ingevolge de twin peaks
hervorming;
4. de wens tot uitbreiding van de bescherming van
de verzekeringsverbruiker op enkele specifi eke domei-
nen, zoals bij de algemene informatieverplichtingen, de
organisatie van de winstdeling, de segmentatie waar
met name de transparantie dient te worden vergroot,
de voorwaarden waaronder verzekeringsuitkeringen
in bepaalde gevallen mogen worden verbonden aan
beleggingsfondsen, en de bevoegdheden van de
toezichthouder.
Op 25 november 2009 werd de richtlijn Solvabiliteit II
door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd.
Deze richtlijn is in belangrijke mate een codifi catie van de
bestaande verzekeringsrichtlijnen en is er voornamelijk
op gericht de goede werking van de interne markt en de
toegang van de verzekeringsondernemingen tot deze
interne markt te verzekeren. De richtlijn Solvabiliteit II
bevat hoofdzakelijk, doch niet uitsluitend, prudentiële
bepalingen. In overweging 16 van deze richtlijn wordt
echter bepaald dat het voornaamste doel van verzeke-
rings- en herverzekeringsregelgeving en -toezicht het
bewerkstelligen van een adequate bescherming van de
verzekeringnemers en de begunstigden is. Financiële
stabiliteit en eerlijke en stabiele markten zijn andere
5
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
constituent d’autres objectifs de la réglementation et du
contrôle en matière d’assurances et de réassurance qui
devraient également être pris en compte, sans détourner
cependant de l’objectif principal.
Eu égard à ce considérant, il a été jugé utile d’exa-
miner si le cadre législatif existant répondait pleinement
à l’objectif principal de la réglementation et du contrôle
en matière d’assurances. Cet examen a particulière-
ment mis en exergue le grand éparpillement du cadre
législatif actuel.
Bien que les dispositions existantes servent un objec-
tif commun et que le contrôle du respect des dispositions
axées sur la protection du consommateur d’assurances
soit en principe exercé par la FSMA, les règles visant à
assurer la protection dudit consommateur sont actuelle-
ment réparties sur plusieurs lois et arrêtés d’exécution. Il
s’agit aussi bien de lois et d’arrêtés d’exécution à portée
générale que de lois et d’arrêtés d’exécution portant sur
un sujet très spécifi que.
Le présent projet de loi constitue une première étape
sur la voie de la simplifi cation du cadre législatif en
la matière.
Il vise principalement à clarifi er, dans l’intérêt du
consommateur d’assurances, la législation actuelle en
matière d’assurances ayant une portée générale, tant
en ce qui concerne les dispositions normatives qu’en
ce qui concerne les dispositions relatives au contrôle,
en rassemblant les différentes lois existantes dans une
seule loi dont l’objectif est d’assurer la protection des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires
et de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution de contrats
d’assurance. Cette codifi cation devrait accroître la lisi-
bilité du cadre législatif actuel et, partant, la protection
du consommateur d’assurances.
Au sein des lois et des arrêtés d’exécution à portée
générale, tant quelques dispositions de la loi du 9 juil-
let 1975 relative au contrôle des entreprises d’assu-
rances (ci-après: “la loi de contrôle”) que les règles
relatives aux contrats d’assurance et celles relatives à
l’intermédiation en assurances revêtent une importance
primordiale pour la protection des droits du consomma-
teur d’assurances.
Le projet de loi constitue dès lors essentiellement une
codifi cation de la législation actuelle suivante:
— une partie des dispositions de la loi de contrôle;
doelstellingen van verzekerings- en herverzekerings-
regelgeving en -toezicht die eveneens in aanmerking
moeten worden genomen, maar die geen afbreuk mo-
gen doen aan het voornaamste doel.
Deze overweging indachtig werd het nuttig geacht
te onderzoeken of het bestaande wettelijke kader wel
ten volle beantwoordt aan dit voornaamste doel van de
verzekeringsregelgeving en het toezicht hierop. Tijdens
dit onderzoek viel vooral de grote versnippering van het
bestaande wettelijk kader op.
Hoewel de bestaande bepalingen een gemeenschap-
pelijk doel dienen en het toezicht op deze bepalingen
gericht op de bescherming van de verzekeringsverbrui-
ker in principe door de FSMA gebeurt, zijn de regels ter
bescherming van deze verbruiker vandaag verspreid
over verschillende wetten en uitvoeringsbesluiten. Het
betreft hier zowel wetten en uitvoeringsbesluiten met
een algemene strekking, als wetten en uitvoeringsbe-
sluiten met een zeer specifi ek onderwerp.
Het voorliggende wetsontwerp is een eerste stap om
het wetgevend kader in dit verband te vereenvoudigen.
Het wetsontwerp is er hoofdzakelijk op gericht de
bestaande verzekeringswetgeving met een algemene
strekking (zowel inzake de normatieve bepalingen als
inzake de bepalingen in verband met het toezicht) in het
belang van verzekeringsverbruiker te verduidelijken door
de verschillende bestaande wetten samen te brengen in
één wet ter bescherming van de verzekeringnemer, de
verzekerde, de begunstigde en alle derden die belang
hebben bij de uitvoering van verzekeringsovereenkom-
sten. Deze codifi catie zou de bevattelijkheid van het
bestaande wettelijke kader, en hiermee samenhangend,
de bescherming van de verzekeringsverbruiker, moeten
verbeteren.
Bij de wetten en de uitvoeringsbesluiten met een
algemene strekking zijn zowel enkele bepalingen uit de
wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verze-
keringsondernemingen (hierna “de controlewet”), als de
regels met betrekking tot de verzekeringsovereenkom-
sten en de regels met betrekking tot de verzekeringsbe-
middeling van heel groot belang voor de bescherming
van de rechten van de verzekeringsverbruiker.
Het wetsontwerp codifi ceert in grote mate de vol-
gende bestaande wetgeving:
— een deel van de bepalingen uit de controlewet;
6
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— la plupart des dispositions de la loi du
25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre (ci-
après “la loi sur le contrat d’assurance terrestre”);
— les dispositions de la loi du 11 juin 1874 contenant
les titres X et XI, livre Ier, du Code de commerce. Des
assurances en général - De quelques assurances ter-
restres en particulier (ci-après: “la loi du 11 juin 1874”); et
— les dispositions de la loi du 27 mars 1995 relative
à l’intermédiation en assurances et en réassurances et
à la distribution d’assurances (ci-après “la loi relative à
l’intermédiation en assurances”).
La plupart des dispositions de la loi sur le contrat
d’assurance terrestre et de la loi du 11 juin 1874 ont été
reprises telles quelles. Lorsque le texte a été modifi é, il
s’agit principalement de modifi cations qui ne portent pas
sur le fond mais qui ont pour but de rendre l’ensemble
plus compréhensible et plus cohérent. Parmi les modi-
fi cations de fond, l’on relèvera surtout l’extension de la
possibilité pour la FSMA de prendre des mesures de
redressement, tant à l’égard des assureurs qu’à l’égard
des intermédiaires d’assurances et de réassurance.
Comme la loi de contrôle comporte aussi bien des
dispositions prudentielles que des dispositions axées
sur la protection du consommateur, ces dispositions
ne pouvaient, quant à elles, être reprises intégralement
dans le projet de loi.
Bien que la loi de contrôle ait été adaptée selon la
nouvelle architecture de contrôle (la Banque nationale
ayant été désignée comme l’autorité chargée d’assurer
le contrôle général du respect des dispositions de cette
loi, tout en ayant des obligations d’information envers
la FSMA), il reste évident que le texte de base de la loi
date d’avant la répartition des compétences et qu’en
termes de conception et de structure, ce texte n’est pas
bien adapté au nouveau modèle de contrôle bipolaire.
Le fait également que la compétence précise dont la
FSMA reste dotée au regard de la loi de contrôle soit
réglée par le biais d’une disposition de renvoi fi gurant
dans la loi sur la surveillance fi nancière, n’est pas pro-
pice à la bonne lisibilité du texte.
L’application de la loi, dans la pratique, montre
également qu’en dépit des efforts fournis pour répartir
clairement les compétences, il subsiste encore quelques
zones d’ombre. Compte tenu de ces éléments, il s’avère
indiqué de scinder non seulement les compétences,
mais également le cadre législatif. L’insécurité juridique
— de meeste bepalingen uit de wet van 25 juni 1992 op
de landverzekeringsovereenkomst (hierna “de wet op de
landverzekeringsovereenkomst”);
— de bepalingen uit de wet van 11 juni 1874 hou-
dende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek
van Koophandel. Verzekering in het algemeen. Enige
verzekeringen in het bijzonder (hierna “de wet van
11 juni 1874”); en
— de bepalingen uit de wet van 27 maart 1995 betref-
fende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
en de distributie van verzekeringen (hierna “de wet op
de verzekeringsbemiddeling”).
De meeste bepalingen van de wet op de landverze-
keringsovereenkomst en de wet van 11 juni 1874 werden
ongewijzigd overgenomen. Waar de tekst toch werd
gewijzigd betreft dit hoofdzakelijk niet-inhoudelijke
wijzigingen bedoeld om het geheel begrijpelijker en
meer coherent te maken. Eén van de belangrijkste
inhoudelijke wijzigingen betreft de uitbreiding van de
mogelijkheden van de FSMA om herstelmaatregelen
te nemen, zowel jegens de verzekeraars als jegens de
(her)verzekeringstussenpersonen.
De controlewet bevat echter zowel prudentiële be-
palingen als bepalingen die de bescherming van de
consument beogen. Die bepalingen konden dus niet
zonder meer integraal worden overgenomen in het
wetsontwerp.
Hoewel de controlewet werd aangepast aan de
nieuwe toezichtstructuur (de Nationale Bank werd aan-
gesteld als de algemene toezichthouder op de naleving
van de bepalingen van de controlewet, met informatie-
plichten jegens de FSMA), blijft het duidelijk dat de ba-
sistekst van de wet dateert van vóór de splitsing van de
bevoegdheden en qua opzet en opdeling dus niet goed
is aangepast aan het nieuwe bipolaire toezichtsmodel.
Ook het feit dat de precieze, nog bestaande bevoegd-
heid van de FSMA ten aanzien van de controlewet wordt
geregeld via een verwijzingsbepaling in de wet betref-
fende het fi nancieel toezicht, komt de bevattelijkheid
van de tekst niet ten goede.
Uit de toepassing van de wet in de praktijk blijkt tevens
dat, ondanks de inspanningen om de bevoegdheden
duidelijk op te delen, toch nog enkele grijze zones
blijven bestaan. Gelet op een en ander is het aange-
wezen om niet enkel de bevoegdheden te splitsen,
maar ook het wetgevend kader. Juridische onzekerheid
7
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
et le manque de clarté ne servent en effet aucunement
l’intérêt du consommateur d’assurances, ni celui de
l’assureur.
Gardant à l’esprit l’objectif général de la directive
Solvabilité II, le présent projet vise dès lors notamment à
extraire de la loi de contrôle les dispositions qui relèvent
du domaine de compétence de la FSMA pour les loger
dans la nouvelle loi générale axée sur la protection
des intérêts du consommateur d’assurances. Une
plus grande clarté (et surtout lisibilité) sur le plan de la
répartition des compétences en matière de contrôle est
profi table tant aux assureurs qu’aux consommateurs
d’assurances.
Le projet de loi assure par ailleurs déjà la trans-
position de la plupart des dispositions de la directive
Solvabilité II qui portent sur la protection des consom-
mateurs d’assurances. Il confère notamment un ancrage
légal aux dispositions de la directive Solvabilité II qui
traitent de l’information précontractuelle et contractuelle.
Outre les dispositions insérées sur la base de la direc-
tive Solvabilité II, le projet de loi à l’examen comporte
également quelques autres innovations normatives
allant dans le sens de la protection du consommateur
d’assurances.
C’est ainsi qu’il énonce quelques obligations par-
ticulières à respecter dans le cas des assurances qui
relèvent du groupe d’activités “vie” et qui sont liées à
un fonds d’investissement. Si le preneur d’assurance
est un client de détail et que l’engagement est situé en
Belgique, les prestations d’assurance ne pourront, selon
le projet, être liées qu’aux actifs et/ou fonds d’investis-
sement dont il donne la liste.
Le projet de loi à l’examen instaure en outre des
limitations légales en matière de segmentation pour
les contrats d’assurance les plus fréquents et accroît
également la transparence concernant la participation
aux bénéfi ces.
Enfi n, comme cela a brièvement été évoqué ci-dessus
et toujours dans le souci d’assurer une protection aussi
adéquate que possible du consommateur d’assurances,
le projet de loi à l’examen contient quelques dispositions
particulières ayant un impact sur le contrôle et les pos-
sibilités d’intervention de l’autorité de contrôle.
Les possibilités pour la FSMA d’agir de manière indé-
pendante et directe en cas d’infraction à la loi en projet
et de prendre des mesures adéquates en toute autono-
mie (avec, le cas échéant, une obligation d’information
en onduidelijkheid is immers niet in het belang van de
verzekeringsverbruiker, noch van de verzekeraar.
De algemene doelstelling van de “Richtlijn Solvabiliteit
II” indachtig, beoogt dit wetsontwerp dan ook onder
meer de bepalingen uit de controlewet die tot de be-
voegdheidssfeer van de FSMA behoren, af te splitsen
van de controlewet en onder te brengen in de nieuwe
algemene wet ter bescherming van de belangen van
de verzekeringsverbruiker. Een grotere duidelijkheid
(en vooral bevattelijkheid) op het vlak van de bevoegd-
heidsverdeling inzake het toezicht is in het belang van
zowel de verzekeraars als de verzekeringsverbruikers.
Het wetsontwerp voorziet tevens reeds in de om-
zetting van de meeste bepalingen uit de “Richtlijn
Solvabiliteit II” die betrekking hebben op de bescher-
ming van de verzekeringsverbruikers. Zo worden de
bepalingen uit de “Richtlijn Solvabiliteit II” in verband
met de precontractuele en contractuele informatie wet-
telijk verankerd.
Naast de bepalingen die werden opgenomen op
grond van de richtlijn Solvabiliteit II, worden ook enkele
bijkomende regels ter bescherming van de verzekerings-
verbruiker voorgesteld.
Zo werden er enkele bijzondere verplichtingen op-
genomen voor die verzekeringen die behoren tot de
groep activiteiten “leven” en die verbonden zijn met
een beleggingsfonds. Voor zover de verzekeringne-
mer een niet-professionele cliënt is en de verbintenis
in België ligt, zullen de verzekeringsuitkeringen op
grond van het ontwerp slechts verbonden mogen zijn
met de in het ontwerp opgenomen lijst van activa en/of
beleggingsfondsen.
Verder werden wettelijke beperkingen inzake seg-
mentatie bij de meest voorkomende verzekeringscon-
tracten voorzien en werd de transparantie in verband
met de winstdeling vergroot.
Ten slotte werden, zoals reeds kort vermeld, en
tevens met het oog op een zo adequaat mogelijke
bescherming van de verzekeringsverbruiker, in het
wetsontwerp enkele bijzondere bepalingen met impact
op het toezicht en de interventiemogelijkheden van de
toezichthouder opgenomen.
De mogelijkheden voor de FSMA om zelfstandig en
rechtstreeks op te treden tegen overtredingen van de
ontwerpwet en om zelfstandig passende maatregelen te
nemen (desgevallend met een informatieplicht jegens de
8
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
vis-à- vis de la Banque nationale) ont été élargies, tant
à l’égard des assureurs qu’à l’égard des intermédiaires.
II. — DISCUSSION GÉNÉRALE
M. Peter Dedecker (N-VA) souligne que l’objectif
principal du ministre est de réaliser une codifi cation
partielle, alors que la proposition de loi est très frag-
mentaire. L’on pourrait présupposer que les assurances
forment un tout, mais le ministre segmente la matière
entre plusieurs commissions.
De plus, le projet de loi à l’examen transpose certains
volets de la directive 2009/138/CE du Parlement euro-
péen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l’accès
aux activités de l’assurance et de la réassurance et
leur exercice (Solvabilité II) par le biais de cette com-
mission, et d’autres par le biais d’autres commissions.
L’approche du ministre manque de cohérence, et la
directive n’est de surcroît toujours pas entrée en vigueur.
La section de législation du Conseil d’État émet des ré-
serves concernant les transpositions partielles de règles
de droit européen qui ne sont pas encore d’application.
Le membre estime que le ministre agit dans la préci-
pitation. Certes, il a sollicité l’avis de la FSMA, confor-
mément à la procédure, mais que dit la Commission des
Assurances dans son avis sur le projet “loi assurances
FSMA”? Il s’agit “d’un des travaux législatifs les plus
fondamentaux menés dans ce domaine au cours des
dernières années. La Commission est toutefois éton-
née de constater qu’il soit prévu si peu de temps et de
marge de manœuvre pour procéder à une consultation
sérieuse des différents groupes d’intérêts et experts
concernés et pour mener une analyse et une discus-
sion approfondies du projet. Elle déplore en particulier
qu’elle ait à rendre son avis sur un projet de loi aussi
volumineux et fondamental dans un délai de deux mois,
à savoir essentiellement les mois de juillet et août, qui
sont de surcroît des mois de vacances. Il ne lui a par
ailleurs été soumis, dans ce délai très strict, qu’un
projet de texte incomplet dans lequel ne fi gurent pas
les dispositions d’exécution, ni les dispositions modi-
fi catives et les dispositions abrogatoires. Elle n’a pas
davantage reçu d’exposé des motifs et de tableaux de
concordance, et il ne lui a été fourni aucune explication
sur la relation du texte en projet par rapport à d’autres
législations existantes (en matière d’assurances), ni
aucune étude sur les conséquences économiques et
sociales des nouvelles dispositions. (…) La Commission
des Assurances est favorable à l’idée d’un projet visant
à revoir le cadre juridique en matière d’assurances, à
Bank) werden verruimd, zowel jegens de verzekeraars
als tegen de tussenpersonen.
II.— ALGEMENE BESPREKING
De heer Peter Dedecker (N-VA) stelt dat de belang-
rijkste doelstelling van de minister erin bestaat een
gedeeltelijke codifi catie te verwezenlijken, terwijl het
wetsvoorstel uit stukjes en beetjes bestaat. Men zou
ervan uit kunnen gaan, dat verzekeringen een geheel
vormen, maar de minister zorgt voor een versnippering
van de materie tussen verschillende commissies.
Meer nog, sommige onderdelen van Richtlijn
2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en
uitoefening van het verzekerings- en het herverzeke-
ringsbedrijf (Solvabiliteit II) worden met het voorliggende
wetsontwerp omgezet in deze commissie, de andere
elders. De minister geeft blijk van een weinig coherente
aanpak, en bovendien is de Richtlijn nog steeds niet in
werking getreden. De afdeling wetgeving van de Raad
van State maakt voorbehoud bij partiële omzettingen
van Europees recht dat nog geen toepassing kent.
Het lid vindt dat de minister te hard van stapel loopt. Hij
heeft wel advies gevraagd aan de FSMA zoals het hoort,
maar wat zegt de Commissie Verzekeringen in haar
advies over het ontwerp “FSMA Wet Verzekeringen”?
Dit is ‘“één van de meest fundamentele legislatieve
werkzaamheden in dit domein van de laatste jaren. De
Commissie stelt echter tot haar verwondering vast dat
bijzonder weinig tijd en ruimte wordt geboden voor een
ernstige consultatie van de diverse betrokken belangen-
groepen en experten en voor een grondige analyse In
het bijzonder betreurt de Commissie ten zeerste dat zij
over dergelijk omvangrijk en fundamenteel ontwerp van
wet advies dient te verlenen binnen een termijn van twee
maanden, zijnde in hoofdzaak de vakantiemaanden juli
en augustus. Voorts wordt haar binnen de strikte timing
enkel een onvolledige ontwerptekst voorgelegd, waarin
de uitvoerings-, wijzigings-, en opheffingsbepalingen
niet zijn opgenomen. Bovendien ontbreken een me-
morie van toelichting en concordantietabellen, alsook
iedere duiding over de relatie tot andere bestaande
wetgeving (inzake verzekeringen) en enige studie over
de economische en sociale gevolgen van de nieuwe
bepalingen (…). De Commissie voor verzekeringen kan
zich goed vinden in een project tot hernieuwing van
het juridisch kader inzake verzekeringen, maar clan
onder de voorwaarden dat het geheel gestructureerd
en coherent is en de nodige tijd wordt geboden voor
een grondige analyse en reflectie en een emstige
9
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
condition toutefois qu’il s’agisse d’un ensemble struc-
turé et cohérent et que l’on prévoie le temps nécessaire
pour procéder à une analyse et à une réfl exion appro-
fondies et pour consulter sérieusement les différents
groupes d’intérêts et experts concernés.1”
Sortir, en pleine période de vacances, une brique de
470 pages et la présenter au Parlement sans exposé des
motifs ni la moindre explication, ce n’est pas sérieux.
La Commission des assurances s’étonne de la préci-
pitation dont le ministre fait preuve pour transposer une
directive qui n’est pas encore entrée en vigueur. On
peut d’ailleurs se demander si le projet de loi à l’exa-
men est suffisamment soutenu par la Commission des
assurances ou par un certain nombre de professeurs de
droit des assurances, qui se sont exprimés de façon très
critique dans une lettre ouverte: “On peut par ailleurs se
demander pourquoi on n’a pas repris toutes les lois et
tous les arrêtés royaux qui réglementent les branches
d’assurance qui concernent l’immense majorité des
consommateurs (RC automobile, assistance judiciaire,
assurance-vie, etc.), si l’objectif est d’élaborer un véri-
table Code des assurances, comparable au modèle
français?”2 (traduction)
La Commission des assurances estime nécessaire
de procéder à une révision approfondie du projet de
loi à l’examen et de mener une réfl exion poussée sur
cette matière.
Quelle est, selon le ministre, la légitimité de la régle-
mentation proposée?
*
* *
M. Peter Logghe (VB) souscrit pour partie aux propos
de l’intervenant précédent. Il ajoute qu’il souhaite poser
trois questions.
À propos de la répartition des compétences entre la
Financial Services and Markets Authority (FSMA) et
la Banque nationale de Belgique (BNB), l’exposé des
motifs précise que: “Compte tenu de ces éléments, il
s’avère indiqué de scinder non seulement les compé-
tences, mais également le cadre législatif. L’insécurité
juridique et le manque de clarté ne servent en effet
aucunement l’intérêt du consommateur d’assurances,
ni celui de l’assureur.” (DOC 53 3361/001, p. 6). Le
projet de loi à l’examen vise à première vue surtout à
1
http://www.fsma.be/~/media/Files/fsmafi les/advorg/advorgcvv/
fr/advice_c_2013_3.ashx
2
“Verzekeringsrecht wordt verkeerd gecodificeerd”, De
Tijd, 25 octobre 2013. Cf.: http://www.tijd.be/dossier/mo-
biliteit / Verzekeringsrecht _wordt _verkeerd _gecodi-
fi ceerd.9424094-2336.art
consultatie van de diverse betrokken belangengroepen
en experten.”1
In volle vakantieperiode een kanjer droppen van
470 bladzijden zonder memorie van toelichting of enige
uitleg, en het zo aan het Parlement voorleggen, is niet
meer ernstig. De Commissie Verzekeringen verwon-
dert zich over de haast die de minister aan de dag legt
om een Richtlijn om te zetten, die nog niet in werking
is getreden. Overigens kan men zich afvragen of het
wetsontwerp wel voldoende gedragen wordt door de
Commissie Verzekeringen, of door een aantal profes-
soren verzekeringsrecht, die zich in een open brief
zeer kritisch hebben uitgedrukt: “Ver der kan men zich
de vraag stel len waar om niet de wet ten en ko nink lij ke
be slui ten zijn op ge no men die de ver ze ke rings tak ken
re gle men te ren die de over gro te meer der heid van de
con su men ten aan be lan gen (BA auto, rechts bij stand,
le vens ver ze ke ring, enz.), als het de be doe ling is om een
echt wet boek ver ze ke rin gen te maken, ver ge lijk baar
met het Frans model?” 2
De Commissie Verzekeringen acht het noodzakelijk
om het wetsontwerp grondig te herzien en grondig over
de materie na te denken.
Waar is het draagvlak van de minister?
*
* *
De heer Peter Logghe (VB) heeft voor een stuk de-
zelfde insteek als de vorige spreker. Hij voegt eraan toe
dat hij drie vragen wenst voor te leggen.
Over de opsplitsing van de bevoegdheden tussen
de Financial Services and Markets Authority (FSMA)
en de nationale Bank van België (NBB) staat in de me-
morie van toelichting: “Gelet hierop is het aangewezen
om niet enkel de bevoegdheden op te splitsen, maar
ook het wetgevend kader. Juridische onzekerheid en
onduidelijkheid is immers niet in het belang van de
verzekeringsverbruiker, noch van de verzekeraar.”
(DOC 53 3361/001, p. 6). Het wetsontwerp beoogt op
het eerste gezicht vooral de verzekeringsverbruiker te
1
http://www.fsma.be/~/media/Files/fsmafi les/advorg/advorgcvv/
nl/advice_c_2013_3.ashx
2
“Verzekeringsrecht wordt verkeerd gecodificeerd”, De
Tijd, 25 oktober 2013. Zie: http://www.tijd.be/dossier/
mobiliteit/Verzekeringsrecht_wordt_verkeerd_gecodifi-
ceerd.9424094-2336.art
10
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
protéger le consommateur d’assurances. Il convient
encore d’analyser jusqu’où va la protection de l’assu-
reur. En tout état de cause, le membre demande de la
considération pour tous les acteurs.
L’exposé des motifs énonce encore “quelques
obligations particulières à respecter dans le cas des
assurances qui relèvent du groupe d’activités “vie” et
qui sont liées à un fonds d’investissement. Si le preneur
d’assurance est un client de détail et que l’engagement
est situé en Belgique, les prestations d’assurance ne
pourront, selon le projet, être liées qu’aux actifs et/ou
fonds d’investissement dont il donne la liste.” (ibid.,
p. 7). N’est-il pas exact que les assureurs vie sont déjà
en partie liés par des obligations en matière d’investis-
sements réalisés dans des actifs?
C’est surtout l’alinéa suivant qui incite à la réfl exion:
“Le projet de loi instaure en outre des limitations légales
en matière de segmentation pour les contrats d’assu-
rance les plus fréquents (en prévoyant principalement
une interdiction de discrimination et une obligation de
plus grande transparence) (…)” (ibid., p. 7). L’intervenant
en déduit que le ministre veut limiter la segmentation du
marché, ce qui représente malgré tout une intervention
notable. A-t-on réalisé une étude d’incidences, dès
lors qu’il s’agit d’un marché occupant des dizaines de
milliers de travailleurs? Le ministre a-t-il organisé une
concertation?
Enfi n, l’intervenant regrette que l’on ne profi te pas
du projet de loi à l’examen pour procéder à la révision
de l’assurance RC auto.
L’intervenant souhaite des précisions à ce propos.
*
* *
Le ministre invite à nuancer ces propos. La
Commission des assurances travaille sur ce dossier
depuis des années. Dans leur grande majorité, les pro-
fesseurs mentionnés siègent dans cette commission. Il
n’est donc pas nécessaire d’établir une distinction entre
l’avis de la commission et la lettre ouverte citée.
Il est toutefois exact que l’équilibre recherché est
davantage applaudi par les consommateurs. Les repré-
sentants des consommateurs au sein de la Commission
des assurances ont d’ailleurs fait savoir que leurs
remarques n’avaient pas été entièrement reprises
dans le rapport de la Commission. Cela illustre bien la
difficulté d’aboutir à un équilibre entre consommateurs
et prestataires de services.
beschermen. Hoever de bescherming van de verzeke-
raar reikt, moet nog nader worden bekeken. In ieder
geval vraagt het lid aandacht voor alle actoren.
De memorie van toelichting vermeldt nog “bijzondere
verplichtingen opgenomen voor die verzekeringen die
behoren tot de groep activiteiten “leven” en die ver-
bonden zijn met een beleggingsfonds. Voor zover de
verzekeringnemer een niet-professionele cliënt is en
de verbintenis in België ligt, zullen de verzekeringsuit-
keringen op grond van het ontwerp slechts verbonden
mogen zijn met de in het ontwerp opgenomen lijst van
activa en/of beleggingsfondsen.” (ibid., p. 7). Is het
dan niet zo dat levensverzekeraars nu al gedeeltelijk
gebonden zijn door verplichtingen met betrekking to
beleggingen in activa?
Vooral het volgende lid geeft aanleiding tot nadenken:
“Verder werden wettelijke beperkingen inzake segmen-
tatie bij de meest voorkomende verzekeringscontracten
voorzien (met voornamelijk een verbod op discriminatie
en een verscherping van de transparantie) (…)”(ibid.,
p. 7). De spreker begrijpt hieruit dat de minister de seg-
mentatie van de markt wil beperken, wat toch een bete-
kenisvolle ingreep betekent. Is er een effectenonderzoek
gebeurd, nu het een markt met tienduizenden werkne-
mers betreft? Heeft de minister overleg gepleegd?
Tot slot betreurt de spreker dat de BA-autoverzekering
naar aanleiding van het voorliggende wetsontwerp niet
werd herzien.
Graag ontvangt het lid meer uitleg.
*
* *
De minister nodigt uit tot nuancering. De Commissie
Verzekeringen werkt reeds jaren aan het dossier. De
aangehaalde professoren maken ook veelal deel uit van
die commissie. Het is dus niet nodig een onderscheid
te maken tussen het advies van de commissie en het
opinieartikel.
Het klopt echter wel dat het gezochte evenwicht meer
door de consumenten wordt toegejuicht. De vertegen-
woordigers van de consumenten in de Commissie voor
Verzekeringen hebben trouwens laten weten dat hun
opmerkingen niet volledig opgenomen zijn in het verslag
van de Commissie. Dit illustreert hoe moeilijk het is om
tot een evenwicht tussen verbruikers en dienstverleners
te komen.
11
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
C’est pourquoi le gouvernement a demandé à la
Commission des assurances de rendre, entre le 1er juillet
et le 23 septembre 2013, un avis sur une matière dont
elle s’occupe depuis des années déjà. S’il s’avère qu’un
consensus ne peut être dégagé, le gouvernement doit,
à un moment donné, trancher et fournir un instrument
opérationnel. Les compagnies d’assurances font preuve
d’un certain conservatisme et réagissent plutôt défensi-
vement, ce qui n’est pas la meilleure attitude à adopter.
On ne peut nier qu’il n’existe pas de consensus au
sein du monde des assurances. S’il en est ainsi, le
gouvernement doit trouver un soutien au Parlement. La
FSMA a aussi mené à bonne fi n la tâche qui lui avait
été confi ée, dans la mesure où le projet a également de
nombreux mérites. On ne peut pas attendre indéfi niment
qu’il y ait un consensus. On peut discuter quant à savoir
si deux mois et demi, c’est long ou c’est court. On peut
tout autant faire valoir que la période des vacances est
la meilleure période pour réfl échir à une discipline dont
on s’occupe. De plus, le projet de loi devait aussi être
présenté à la section de législation du Conseil d’État.
Le processus législatif prend fi nalement beaucoup
de temps.
Quoi qu’il en soit, dans un Parlement, il faut que les
choses avancent. Le ministre aurait aussi tout simple-
ment pu annuler cette consultation pour donner plus de
temps aux membres.
Par ailleurs, le projet de loi vise également à modifi er
en vue de son exécution la loi du 21 janvier 2010 modi-
fi ant la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance
terrestre en ce qui concerne les assurances du solde
restant dû pour les personnes présentant un risque de
santé accru (ci-après: loi Partyka). La base juridique
des arrêtés royaux a été examinée par la section de
législation du Conseil d’État et est maintenant reprise.
L’approbation du projet de loi à l’examen signifi e que
les arrêtés royaux peuvent être fi nalisés.
*
* *
Mme Karine Lalieux (PS) confi rme qu’aussi loin
qu’elle remonte dans le temps, elle ne peut se souvenir
d’aucun accord entre les consommateurs et les assu-
reurs. Il ne faut pas non plus exagérer la signifi cation
de l’avis de la Commission des assurances. C’est
toujours au Parlement qu’il appartient de légiférer.
Une période de deux mois et demi est certainement
largement suffisante, en comparaison avec le temps
laissé aux membres de la commission de la Chambre,
qui ne disposent que de dix jours à peine pour examiner
De regering heeft daarom de Commissie
Verzekeringen gevraagd om tussen 1 juli en 23 sep-
tember 2013 advies uit te brengen over een materie
waarmee ze zich reeds jaren onledig houden. Wanneer
blijkt dat een consensus niet kan worden bereikt, moet
de regering op een bepaald ogenblik de knoop doorhak-
ken en voor een werkbaar instrument zorgen. De ver-
zekeringsondernemingen worden enigszins geteisterd
door een conservatieve houding en reageren veeleer
defensief, wat niet de beste attitude is.
Dat er geen consensusdraagvlak is in de verze-
keringswereld, moet niet worden geloochend. Als
dat zo is, moet de regering een draagvlak zoeken in
het Parlement. De FSMA heeft de haar toegewezen
taak ook tot een goed einde gebracht, nu het ontwerp
ook heel wat verdiensten heeft. Men kan niet eeuwig
wachten tot er overeenstemming ontstaat. Of twee en
een halve maand lang is dan wel kort, is voor discus-
sie vatbaar. Men kan evengoed argumenteren dat de
vakantieperiode het best geschikt is om te refl ecteren
over een discipline die je bezighoudt. Bovendien moest
het wetsontwerp ook aan de afdeling wetgeving van de
Raad van State worden voorgelegd. Het wetgevingspro-
ces neemt uiteindelijk heel wat tijd in beslag.
Hoe het ook zij, in een Parlement moeten de zaken
vooruitgaan. De minister had ook die consultatieronde
gewoon kunnen overslaan, om zo de leden meer
tijd te geven.
Daarnaast wil het wetsontwerp ook wijzigingen aan-
brengen om uitvoering te kunnen geven aan de wet van
21 januari 2010 tot wijziging van de wet op de landverze-
keringsovereenkomst wat de schuldsaldoverzekeringen
voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico
betreft (hierna: wet-Partyka). De juridische grondslag
voor de koninklijke besluiten werd door de afdeling
wetgeving van de Raad van State onderzocht en wordt
thans opgenomen. De goedkeuring van het voorlig-
gende wetsontwerp betekent meteen dat de koninklijke
besluiten kunnen worden gefi naliseerd.
*
* *
Mevrouw Karine Lalieux (PS) bevestigt dat hoe ver
ze ook teruggaat in de tijd, ze zich geen akkoord tussen
consumenten en verzekeraars voor de geest kan halen.
Men moet nu ook niet de betekenis van het advies van
de Commissie Verzekeringen overdrijven. Het komt
nog altijd het Parlement toe om wetten te maken. Twee
en een halve maand is zeker ruimschoots voldoende,
vergeleken met de tijd die aan de commissieleden in
de Kamer wordt gegund, want zij beschikken nauwelijks
over tien dagen om het wetsontwerp te bestuderen,
12
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
le projet de loi, en débattre et procéder au vote. Si les
membres de la commission de l’Économie peuvent le
faire, de véritables professionnels qui s’occupent quo-
tidiennement de cette matière en sont indéniablement
aussi capables.
En attendant, il est grand temps d’examiner du pro-
jet de loi afi n de parvenir à un équilibre. La demande
exprimée par la société est également urgente, car les
preneurs d’assurance sont systématiquement perdants
quand des litiges les opposent aux assureurs, lesquels
ne veulent, en fi n de compte, assurer que les “bons
risques”.
*
* *
M. Joseph George (cdH) retrace l’histoire juridique du
droit des assurances. Il annonce le dépôt de questions
techniques, mais il est d’ores et déjà d’accord pour dire
que des progrès doivent intervenir rapidement.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) juge la réponse du ministre
insuffisante. Recommencer à zéro n’est pas aussi
simple que le ministre le laisse entendre. Conseiller sur
un projet existant, c’est autre chose.
*
* *
Le ministre répond que les assureurs auraient pu se
mettre au travail plus tôt. Même sur la loi Partyka, il n’y
a pas d’accord. Le ministre n’aurait pas demandé mieux
que de partir d’une proposition de consensus. Mais les
intérêts sont contraires et les parties ne parviennent
pas à un accord.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) conteste la réponse du
ministre. Le membre ne peut marquer son accord sur
la manière dont les choses sont présentées, à savoir
que les opinions des consommateurs et des assureurs
divergent profondément. En effet, les professeurs évo-
qués par le membre ci-dessus ne sont effectivement
pas des assureurs. Dans ce cas-là, il ne s’agit donc pas
du secteur ayant un intérêt opposé à celui du consom-
mateur. Quant à la méthode, le membre constate que
chacun bénéfi cie de temps, sauf le Parlement.
*
* *
erover te debatteren en te stemmen. Als de leden van
de commissie voor het Bedrijfsleven dat kunnen, dan zijn
echte professionals die dag aan dag met deze materie
bezig zijn daar ongetwijfeld ook toe in staat.
Inmiddels wordt het wel hoog tijd om het wetsontwerp
te behandelen, om voor een evenwicht te zorgen. De
vraag vanuit de samenleving is ook dringend, omdat
verzekeringnemers systematisch aan het kortste eind
trekken in geschillen met verzekeraars, die uiteindelijk
alleen maar “goede risico’s” willen verzekeren.
*
* *
De heer Joseph George (cdH) overloopt de juridische
geschiedenis van het verzekeringsrecht. Hij kondigt de
indiening van technische vragen aan. Hij is het er alvast
mee eens dat snel vooruitgang moet worden geboekt.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) vindt het antwoord
van de minister ontoereikend. Vanaf nul beginnen is niet
zo eenvoudig als de minister laat uitschijnen. Advies
geven over een bestaand ontwerp is al wat anders.
*
* *
De minister antwoordt dat de verzekeraars reeds
eerder aan de slag hadden kunnen gaan. Zelfs over
de wet-Partyka was er geen akkoord. De minister zou
niets lievers willen dan met een consensusvoorstel van
wal te steken. Maar de belangen zijn tegenstrijdig en de
partijen komen niet tot een akkoord.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) betwist het antwoord
van de minister. Het lid is het niet eens met de voorstel-
ling van zaken, als zouden consumenten en verzeke-
raars grondig van mening verschillen. De academici aan
wie het lid hoger refereert, zijn immers niet de verzeke-
raars. Het gaat in dat geval niet om de sector met een
tegengesteld belang aan dat van de consument. Over
de werkwijze stelt het lid vast, dat iedereen tijd krijgt,
behalve het Parlement.
*
* *
13
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Mme Liesbeth Van der Auwera, présidente, fait
observer que cela fait longtemps déjà que les membres
de la commission de l’Économie analysent et examinent
la problématique. Des auditions y ont fi nalement même
été consacrées.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) renvoie à un courriel
qui lui a été adressé, dont il ressort que le projet de
loi à l’examen ne suscite pas tant l’enthousiasme de
l’Union professionnelle des entreprises d’assurances,
Assuralia, que le ministre ne le suppose. Elle formule
une observation concernant le nouveau calcul du solde
restant dû. L’assurance-vie est une curiosité, dès lors
que l’on compte une surprime relativement élevée pour
la moindre chose. Même des personnes en parfaite
santé, qui prennent moins qu’une aspirine, payent une
surprime considérable de près de 100 %.
Actuellement, le nouvel assureur doit reprendre le
dossier depuis le début et il s’avère qu’en cas de risque
nul, l’assuré doit payer un pourcentage de 97, le seuil de
25 % étant dès lors immédiatement franchi. Assuralia
considère que le plan du gouvernement est irréaliste,
dès lors que 18 000 dossiers par an devront être revus,
soit 82 par jour. Assuralia craint un blocage du système,
au détriment des preneurs d’assurance, que la majorité
vise précisément à protéger. On peut se demander
comment il peut être procédé à une nouvelle évaluation
à partir d’une surprime de 25 %, cas qui ne se présent
quasi jamais dans la pratique. Cela rejoint-il encore la
philosophie à la base de la loi Partyka?
Cette loi vise en effet à protéger les personnes
confrontées à de graves problèmes de santé et de nom-
breux citoyens payant une surprime de 100 % n’ont pas
de problèmes, si bien que les dossiers des personnes
ayant des problèmes sérieux ne pourront être traités
dans les délais. Les surprimes inférieures à 50 % sont
fréquentes (6 000 cas), on dénombre 7 616 cas de sur-
primes entre 50 et 100 %, 3 272 cas entre 100 et 200 %
et, dans 882 cas, la surprime est supérieure à 200 %.
Le nombre total de cas s’élève à 17 797.
Le membre estime qu’il n’est parfois pas mauvais de
recalculer les primes, mais il convient toutefois de veiller
à ne pas faire en sorte que les cas lourds ne puissent
plus être examinés.
Mevrouw Liebeth Van der Auwera, voorzitter,
wijst erop dat de leden van de commissie voor het
Bedrijfsleven al geruime tijd de problematiek onderzoe-
ken en bespreken. Tenslotte werden zelfs hoorzittingen
eraan gewijd.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) verwijst naar een e-
mailbericht dat het lid ontvangen heeft, waaruit blijkt dat
de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen
“Assuralia” niet zo enthousiast staat tegenover het
voorliggende wetsontwerp als de minister vermoedt.
Ze maakt een opmerking inzake de herberekening van
het schuldsaldo. De levensverzekering is een curiosum,
want men rekent voor het minste een vrij hoge bijpremie
aan. Zelfs kerngezonde mensen, die minder dan een
aspirientje slikken, betalen een aanzienlijke premie van
bijna 100 procent.
Momenteel moet de nieuwe verzekeraar het dossier
van voren af bekijken en het blijkt dat voor een nulrisico
de verzekerde aankijkt tegen een percentage van 97,
waarmee onmiddellijk de drempel van 25 procent wordt
overschreden. Assuralia beschouwt het plan van de
regering als onrealistisch, omdat jaarlijks 18 000 dos-
siers andermaal zullen moeten worden onderzocht,
ofwel 82 per dag. Assuralia vreest een blokkering van
het systeem, ten nadele van de verzekeringnemers,
die de meerderheid net wil beschermen. Men kan zich
afvragen in welke mate een nieuwe evaluatie mogelijk is
vanaf een bijpremie van 25 procent — wat in de praktijk
haast niet voorkomt. Strookt dat nog wel degelijk met de
fi losofi e ten grondslag aan de wet-Partyka?
Die wet beoogt immers de personen met ernstige
gezondheidsproblemen te beschermen en vele burgers
met een bijpremie van 100 procent lijden geen proble-
men, waardoor de dossiers van diegenen die wel ern-
stige problemen ondervinden niet tijdig behandeld gaan
worden. Bijpremies minder dan 50 procent komen nog
frequent voor (6 000 gevallen), tussen 50 en 100 procent
telt men 7 616 gevallen, 100 tot 200 procent zijn dat
3 272 gevallen en 882 betalen meer dan 200 procent.
Het totaal aantal cases bedraagt 17 797.
Het lid acht het soms niet slecht om de premies op-
nieuw te berekenen, maar men dient er zich wel voor te
hoeden dat de zware gevallen niet meer onder de loep
kunnen worden genomen.
14
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Quelle est la position du ministre par rapport aux
critiques formulées par Assuralia? A-t-il évalué le risque
et les frais supplémentaires? S’il y a un coût, celui-ci
sera évidemment réclamé aux clients.
*
* *
Le ministre exécute la loi Partyka, qui a été ample-
ment discutée au Parlement. Lorsqu’un assuré se voit
imposer une surprime, il peut demander à l’assureur
une réévaluation. C’est comme une deuxième chance.
La loi dispose qu’un seuil peut être instauré — il ne
s’agit pas d’une obligation —, mais qu’il ne doit jamais
dépasser 25 %. Si la surprime dépasse 30 %, l’assuré
peut demander une réévaluation. Cela concerne-t-il
beaucoup de personnes? Le nombre de 18 000 per-
sonnes concernées est considérable, mais sur un total
de quatre millions de propriétaires, dont un bon million
peut-être rembourse une hypothèque, ce nombre est
relatif. En fi n de compte, ces 18 000 personnes ne
représentent à peine qu’un pour cent.
En cas de dépassement d’un seuil déterminé (disons
75 %), l’assuré peut se plaindre auprès du Bureau du
suivi que cela lui semble trop élevé. Il se peut toutefois
que ce seuil soit approuvé.
Il y a en outre un troisième mécanisme qui entre en
jeu, à savoir la caisse de compensation, qui intervient
dans les frais à partir de 125 % jusqu’à 800 % environ
au maximum.
Au début, cela représentera probablement une
charge de travail supplémentaire, parce que de nom-
breux assurés vont examiner leur dossier. Mais à un
moment donné, on y verra plus clair en pratique du côté
des réassureurs. Il serait étonnant que les 18 000 inté-
ressés contestent tous leur surprime. Les montants dont
il s’agit ne sont pas toujours importants. Les assurés
qui paient une prime mensuelle de 10 à 20 euros et qui
se voient imputer un supplément de 50 % ne vont pas
directement chercher un bureau d’assurance pour un
supplément de 5 à 10 euros.
Pour rester fi dèle à l’esprit de la loi Partyka, il est
aussi préférable que le projet de loi conserve les dis-
positions proposées. Il faut en tout cas éviter que la loi
ne soit vidée de sa substance. Les préoccupations du
membre sont légitimes, mais il y a loin de la coupe aux
lèvres. Il faut tenir compte de la prime, qui correspond à
97 %. Il ne s’agit peut-être que de 10 euros. La remarque
va à l’encontre de l’objectif intrinsèque de la loi Partyka,
Wat is het standpunt van de minister tegenover de
kritiek van Assuralia? Heeft hij een risico en de bijko-
mende kosten ingeschat? Zo er een kost ontstaat, zal
die natuurlijk de cliënten worden aangerekend.
*
* *
De minister geeft uitvoering aan de wet-Partyka,
die ampel werd besproken in het Parlement. Een partij
kan aan de verzekeraar vragen om een herevaluatie te
krijgen van de verzekeraar, wanneer hij een bijpremie
krijgt, om de evaluatie andermaal te bekijken. Het is als
een tweede kans.
De wet bepaalt dat een drempel kan ingevoerd wor-
den — het is geen verplichting —, maar die nooit meer
dan 25 procent bedraagt. Indien de bijpremie meer dan
30 % zou bedragen, kan de verzekerde een herevalu-
atie vragen. Slaat dat op veel mensen? 18 000 zijn er
behoorlijk wat, maar op een totaal van een vier miljoen
eigenaars is dat aantal betrekkelijk, van wie misschien
een goed miljoen een hypotheek afbetaalt. Uiteindelijk
vertegenwoordigen die 18 000 nauwelijks 1 %.
Bij het overschrijden van een bepaalde drempel (stel
75 %) kan de verzekerde bij het opvolgingsbureau zijn
beklag maken, omdat het hem teveel lijkt. Misschien
wordt die drempel echter wel goedgekeurd.
Er treedt tevens een derde mechanisme in werking,
namelijk de compensatiekas, die vanaf 125 % en tot
circa 800 % maximaal in de kosten tegemoetkomt.
In het begin zal dat vermoedelijk extra werk voor-
stellen, omdat veel verzekerden hun dossier gaan
bespreken. Maar op een bepaald ogenblik gaat in de
praktijk bij de herverzekeraars een lichtje branden. Het
zou verwonderlijk zijn, indien de 18 000 allemaal hun
bijpremie betwisten. De bedragen waarover het gaat, zijn
niet altijd aanzienlijk. Een verzekerde, die maandelijks
een premie van 10 à 20 euro betaalt waar 50 % bijkomt,
gaat niet meteen onmiddellijk een herverzekeringsbu-
reau opzoeken voor een bedrag van 5 à 10 euro meer.
Om de geest van de wet-Partyka te volgen, houdt het
wetsontwerp het beste ook de voorgestelde bepalingen
aan. De uitholling van de wet moet in ieder geval worden
vermeden. De bekommering van het lid is wel begrij-
pelijk, maar tussen lepel en mond valt veel pap op de
grond. Men moet rekening houden met de premie, wat
97 % betekent. Misschien gaat het slechts om 10 euro.
De opmerking druist in tegen het eigenlijke oogmerk
15
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
adoptée au cours de la législature précédente par la
majorité et l’opposition, alors que le ministre s’efforce
de l’exécuter correctement.
*
* *
M. Peter Logghe (VB) focalise son intervention sur la
segmentation, qui constitue une pratique discriminatoire.
Les compagnies d’assurances segmentent à tout
va et établissent une distinction entre les risques plus
ou moins attractifs. C’est ainsi que, dans le secteur
des assurances incendie, une telle segmentation est
appliquée aux entreprises; pour les accidents corporels,
la segmentation est encore plus poussée, et ce, en
fonction des sports pratiqués.
Quelle segmentation sera encore tolérée sur la base
du projet de loi à l’examen?
Aux termes de l’exposé des motifs, “lors de la formu-
lation d’une offre, l’assureur doit motiver, à l’intention
du preneur d’assurance concerné, les critères de
segmentation qu’il a utilisés. La même obligation de
motivation s’applique en cas d’adaptation du contrat
d’assurance à la suite de la modifi cation d’un risque ou
en cas de résiliation. (…) L’explication concernant les
critères susceptibles d’avoir, dans le futur, un impact
sur les conditions du contrat vise à offrir au preneur
d’assurance une protection supplémentaire, basée sur
la mention des critères dont on peut raisonnablement
admettre qu’ils auront dans le futur un impact sur les
conditions du contrat.” (DOC 53 3361/001, p. 33).
La première partie est encore compréhensible, mais
comment une compagnie d’assurances doit-elle évaluer
des critères susceptibles d’avoir, dans le futur, un impact
sur les conditions du contrat?
On peut lire dans le commentaire des articles: “La
segmentation touche à l’essence même de la technique
de l’assurance professionnelle” (ibid., p. 31). La seg-
mentation est en effet importante, et il convient donc
de continuer à y prêter attention.
Les compagnies d’assurances incendie mutuelles
ayant une existence autonome et souvent un ancrage
local — le phénomène a certes diminué — relèvent-elles
du champ d’application du projet de loi à l’examen?
Le ministre ne confond-il pas les assurances de
personnes et de dommages avec les assurances vie et
non-vie? Les deux catégories ne se chevauchent pas
entièrement. Dans quelle catégorie classe-t-il l’assurance
van de wet-Partyka, die door meerderheid en oppositie
tijdens de vorige zittingsperiode werd goedgekeurd,
terwijl de minister poogt ze correct uit te voeren.
*
* *
De heer Peter Logghe (VB) spitst zijn tussenkomst
op de segmentatie toe, die een discriminerende praktijk
betekent.
Verzekeringsmaatschappijen segmenteren bij de
vleet en maken een onderscheid tussen aantrekkelijke
en minder aantrekkelijke risico’s. Zo wordt in de brand-
verzekeringssector dergelijke segmentatie toegepast
op bedrijven; voor lichamelijke ongevallen treedt seg-
mentatie nog nadrukkelijker op en wel naargelang van
de sportbeoefening.
Welke segmentatie zal nog worden toegestaan op
basis van het voorliggende wetsontwerp?
De memorie van toelichting stelt: “Bij het formuleren
van een aanbod dient de verzekeraar de gebruikte
segmentatiecriteria te motiveren ten aanzien van de indi-
viduele verzekeringsnemer. Dezelfde motiveringsplicht
geldt bij aanpassing van de verzekeringsovereenkomst
in functie van een gewijzigd risico of bij opzegging.(…)
De toelichting inzake criteria die in de toekomst een
impact kunnen hebben op de contractsvoorwaarden
beoogt de verzekeringnemer bijkomend te bescher-
men door criteria waarvan redelijkerwijze kan worden
aangenomen dat zij in de toekomst een impact op de
contractsvoorwaarden zullen hebben, te vermelden.”
(DOC 53 3361/001, p. 33).
Het eerste deel is nog begrijpelijk, maar hoe moet
een verzekeringsmaatschappij criteria inschatten, die
in de toekomst een impact op de contractsvoorwaarden
kunnen hebben?
In de artikelsgewijze bespreking staat te lezen:
“Segmentatie raakt aan de essentie van de professio-
nele verzekeringstechniek”. (ibid., p. 31). Segmentatie
is inderdaad belangrijk,en moet dus onder de aan-
dacht blijven.
Vallen onderlinge brandverzekeringsmaatschappijen
met een zelfstandig bestaan en vaak een lokale inbed-
ding — het fenomeen is weliswaar verminderd — in het
toepassingsgebied van het voorliggende wetsontwerp?
Verwart de minister persoons- en schadeverzeke-
ringen niet met levens- en niet-levensverzekeringen?
Beide categorieën overlappen elkaar niet volledig.
Waar plaatst hij de hospitalisatieverzekering en het
16
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
hospitalisation et le revenu garanti? Le membre plaide
pour que l’on garantisse un maximum de sécurité juri-
dique; c’est pourquoi il faudrait clarifi er les choses.
La notion de “grands risques” n’est pas non plus
défi nie précisément: “La défi nition de “grands risques”
est également intégrée dans la loi. (…). Le projet de
loi ne reprend toutefois plus ces risques dans la liste
des grands risques, étant donné que ces risques com-
prennent également des risques relevant des branches
10 et 13 (assurances de la responsabilité) et impliquant
des tiers qui ne répondent pas eux-mêmes aux condi-
tions de la défi nition.” (ibid., p. 14).
Le projet de loi vise toutes les compagnies d’assu-
rances, mais les compagnies d’assurances qui tra-
vaillent en Belgique avec des courtiers indépendants
sans établissement matériel actif dans notre pays
relèvent-elles également de son champ d’application
(cf. les courtiers de la région de Knokke qui collaboraient
autrefois avec des compagnies d’assurances néerlan-
daises et proposaient exclusivement des assurances
omnium pour des véhicules de prestige)?
Le délai pose par ailleurs également question (ibid.,
p. 107). Les parties disposent d’un délai de réfl exion
pour la conclusion du contrat. Il va sans dire que cela
implique plusieurs possibilités. Si les parties au contrat
résilient un contrat pendant le délai de réfl exion, ou ne
parviennent pas à s’entendre, y a-t-il eu couverture
dans l’intervalle? L’entreprise d’assurance intervient-
elle fi nancièrement pour un sinistre survenu au cours
de cette période?
L’exposé du ministre ne clarifi e pas les choses en
la matière.
En ce qui concerne l’obligation de déclaration, il est
prévu que les données génétiques ne peuvent être
communiquées (ibid., p 108). Sur quel fondement juri-
dique cela repose-t-il? Le secret médical, ou une autre
interdiction?
Le membre estime que la disposition relative aux
sentences arbitrales est contraire à d’autres disposi-
tions relative au règlement extrajudiciaire des litiges
de consommation (cf. DOC 53 3360/001): “La clause
par laquelle les parties à un contrat d’assurance
s’engagent d’avance à soumettre à des arbitres les
contestations à naître du contrat est réputée non écrite.”
(DOC 53 3361/001, p. 122). Pourquoi les litiges nés de
contrats d’assurance ne peuvent-ils, contrairement à
d’autres, faire l’objet d’une décision arbitrale? Un règle-
ment amiable est quand même toujours préférable à un
recours au tribunal?
gewaarborgd inkomen? Het lid pleit voor de grootst
mogelijke rechtszekerheid en daarom is meer duidelijk-
heid wenselijk.
Ook het begrip “grote risico’s” wordt niet precies
afgelijnd: “De defi nitie van “grote risico’s” werd in de
wet opgenomen. (…). Deze risico’s werden in het wets-
ontwerp echter niet langer opgenomen in de lijst van
grote risico’s, aangezien hiertoe ook risico’s behoren uit
tak 10 en 13 (aansprakelijkheidsverzekeringen) waarbij
er derden betrokken zijn die zelf niet voldoen aan de
voorwaarden van de defi nitie.” (ibid., p. 14).
Het wetsontwerp neemt alle verzekeringsmaatschap-
pijen in het vizier, maar vallen verzekeringsmaatschap-
pijen die in België via zelfstandige verzekeringsma-
kelaars werken zonder plaatselijke actieve materiële
vestiging er ook onder (cf. makelaars in het Knokse die
eertijds met Nederlandse verzekeringsmaatschappijen
samenwerkten en uitsluitend omniumverzekeringen
aanbood voor prestigevoertuigen)?
Voorts roept ook de termijn vragen op (ibid., p. 107).
Wat het sluiten van de overeenkomst betreft, beschik-
ken partijen over bedenktijd. Dit impliceert uiteraard
verschillende mogelijkheden. Als contractpartijen
een overeenkomst opzeggen tijdens de bedenktijd, of
geen overeenkomst bereiken, is er dan in de tussentijd
dekking geweest? Treedt de verzekeringsmaatschap-
pij financieel tegemoet voor een schadegeval dat
dan opduikt?
De toelichting van de minister verschaft hieromtrent
geen duidelijkheid.
Inzake de mededelingsplicht geldt dat genetische ge-
gevens niet mogen worden meegedeeld (ibid., p. 108).
Wat is daarvan de rechtsgrond? Het medisch geheim,
of een ander verbod?
De bepaling met betrekking tot de scheidsrechterlijke
uitspraken vindt het lid strijdig met andere bepalingen be-
treffende de buitengerechtelijke regeling van consumen-
tengeschillen (cf. DOC 53 3360/001): “Het beding waarbij
de partijen bij een verzekeringsovereenkomst zich vooraf
verbinden de geschillen die uit de overeenkomst zouden
ontstaan, voor te leggen aan scheidsrechters, wordt voor
niet geschreven gehouden.” (DOC 53 3361/001, p. 122).
Waarom mogen geschillen die uit verzekeringsovereen-
komsten voortvloeien in tegenstelling tot andere niet aan
een scheidsrechtelijke beslissing worden onderworpen?
Een minnelijke schikking valt toch immer te verkiezen dan
verhaal voor de rechter te zoeken?
17
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
*
* *
M. Joseph George (cdH) souhaiterait obtenir deux
précisions, qui ne sont pas négligeables pour les travaux
préparatoires parlementaires.
Formulant tout d’abord une observation d’ordre
général, le membre précise qu’en tant que co-auteur
de la proposition de loi dont est issue la Loi Partyka,
il peut garantir que les assureurs n’ont pas été d’une
grande aide. Il est permis de le rappeler, alors que peu
de temps après l’élaboration de la loi, la norme a été
contestée, afi n de lui ôter tout sens.
Force est de constater que la société repose sur des
liens de solidarité et qu’une sélection des risques en
matière d’assurances solde restant dû, afi n d’exclure
certaines personnes qui pourraient raisonnablement
prétendre aux assurances en question, est inacceptable.
Si la rationalité économique sous-jacente peut
s’expliquer — ne s’agit-il pas, en défi nitive, d’entre-
prises poursuivant un but lucratif et qui tendent, à tout
le moins, à un équilibre économique, et qui, d’ailleurs,
rendent de grands services à la société —, le secteur
des assurances a livré une bataille dans laquelle il aurait
mieux fait de ne pas se lancer. C’était une erreur.
En ce qui concerne l’analyse juridique, le membre
renvoie d’abord à l’article 70 du projet de loi à l’examen
(DOC 53 3361/001, p. 299, soit la sommation de payer),
qui reprend, en partie, l’article 15 de la loi sur le contrat
d’assurance terrestre. Les deux dispositions peuvent
prêter à confusion et l’application de l’article 15 est dès
lors sujet à controverse.
En réalité, ces articles portent sur la suspension de
la garantie. Dans le cadre de certaines assurances de
responsabilité, le sinistre n’est pas nécessairement
visible le jour même de la survenance du fait géné-
rateur. Le membre renvoie à des malfaçons dans la
construction, qui apparaissent parfois plusieurs années
après les faits.
On constate parfois que certains assureurs veulent
limiter la garantie aux réclamations qui sont communi-
quées pendant la durée de validité du contrat. Autrement
dit, lorsque l’assuré réclame à son assureur une
garantie pour un fait qui s’est produit quatre ans plus
tôt, l’assureur invoque une suspension de la garantie
pour paiement tardif de la prime, par exemple, deux ans
après le fait en question.
*
* *
De heer Joseph George (cdH) verlangt twee preci-
seringen, die voor de parlementaire voorbereiding niet
onbelangrijk zijn.
Het lid, dat eerst een algemene contextuele opmer-
king formuleert, was mede-indiener van het wetsvoor-
stel-Partyka en kan de leden garanderen dat de verze-
keraars niet veel hulp hebben geboden. Dit mag toch
wel in herinnering worden gebracht, nu vrij snel na de
totstandkoming van de wet de norm werd aangevochten,
teneinde haar elke betekenis te ontnemen.
Men dient zich er rekenschap van te geven dat de
samenleving op solidariteitsbanden berust en dat risi-
coselectie ten aanzien van schuldsaldoverzekeringen,
teneinde bepaalde mensen uit te sluiten die redelijker-
wijze op deze verzekeringen aanspraak zouden kunnen
maken, onaanvaardbaar is.
Hoewel de achterliggende economische rationaliteit
te verklaren valt — uiteindelijk gaat het toch om bedrij-
ven die een winstoogmerk hebben en op zijn minst een
economisch evenwicht nastreven, en de samenleving
overigens grote diensten bewijzen —, heeft de verze-
keringensector een strijd geleverd, waarin hij zich beter
niet had gestort. Dat was een vergissing.
Wat de juridische analyse betreft, refereert het lid
ten eerste aan artikel 70 van het voorliggende wets-
ontwerp (DOC 53 3361/001, p. 299, d.i. de aanmaning
tot betaling), wat gedeeltelijk artikel 15 van de wet op
de landverzekeringsovereenkomst overneemt. Beide
bepalingen kunnen tot verwarring aanleiding geven en
er bestaat dan ook veel discussie omtrent de toepas-
sing van artikel 15.
Eigenlijk hebben deze artikelen betrekking op de
schorsing van de dekking. In het kader van sommige
aansprakelijkheidsverzekeringen is de schade niet
noodzakelijk zichtbaar op de dag zelf van het schade-
veroorzakende feit. Het lid verwijst naar constructie-
fouten in de bouw, die soms jaren na de feiten aan het
licht komen.
Soms stelt men vast dat bepaalde verzekeraars de
dekking willen beperken tot de klachten die tijdens de
geldigheidsduur van het contract worden meegedeeld.
Wanneer de verzekerde, met andere woorden, aan zijn
verzekeraar een dekking vraagt voor een feit dat vier
jaar eerder heeft plaatsgehad, roept de verzekeraar een
schorsing van de dekking in wegens een laattijdige be-
taling van de premie, bijvoorbeeld twee jaar na dat feit.
18
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
L’interprétation de cette disposition est particulière-
ment problématique et, depuis l’entrée en vigueur de la
loi sur le contrat d’assurance terrestre, les clauses de
“réclamation de la victime” (claims made) sont interdites
pour les assurances de responsabilité civile. Le membre
renvoie à l’article 78 de la loi en question.
Dès lors que l’article 70 du projet de loi à l’examen
prévoit que “la mise en demeure rappelle la date
d’échéance de la prime et le montant de celle-ci [et
qu’elle] rappelle également les conséquences du
défaut du paiement de la prime dans le délai fi xé”, il
serait opportun de rappeler que seul le sinistre causé
durant la période de suspension n’est pas couvert.
Il faut éviter que la technique de la suspension soit
utilisée pour exclure de la couverture le sinistre dont
l’origine peut être établie avant la suspension. Ce
commentaire fourni par le ministre au cours des travaux
parlementaires, et qui fait l’unanimité, peut régler le pro-
blème. Au besoin, un amendement peut être présenté.
La deuxième observation du membre concerne l’ar-
ticle 156 du projet de loi à l’examen (ibid., p. 343 “Libre
choix des conseils”). Contrairement aux dispositions
du 1°, en vertu desquelles, “lorsqu’il faut recourir à
une procédure judiciaire ou administrative, l’assuré
a la liberté de choisir pour défendre, représenter ou
servir ses intérêts, un avocat ou toute autre personne
ayant les qualifi cations requises par la loi applicable à
la procédure”, dans la pratique, il peut arriver que les
assurés n’aient pas le choix. Parfois, une distinction
dépourvue de fondement juridique est invoquée comme
argument: il s’agit de la différence entre “précontentieux”
et “contentieux en tant que tel”.
Certains assureurs (cf. lésions corporelles) entendent
garantir leurs possibilités de négociations mutuelles
sur la base de certains barèmes indicatifs, sans aucun
fondement.
Il convient de préciser que la liberté de choix est
garantie dès la survenance du différend.
Le membre rappelle le cas d’une dame enserrée
dans un corset métallique et dont la propre assurance
lui avait offert 240 000 euros à des fi ns d’assistance
juridique. À l’issue de la procédure, elle a fi nalement
reçu 2 600 000 euros.
Il importe donc de maintenir des limites. Les plus
faibles ont indubitablement le droit d’être bien aidés
le plus rapidement possible, mais, souvent (surtout en
De interpretatie van die bepaling is bijzonder proble-
matisch en sinds de inwerkingtreding van de wet op de
landverzekeringsovereenkomsten zijn “claims made
verzekeringspolissen” verboden voor verzekeringen
voor burgerlijke aansprakelijkheid. Het lid verwijst naar
artikel 78 van de bewuste wet.
Wanneer nu artikel 70 van het voorliggende wets-
ontwerp bepaalt, dat “[i]n de ingebrekestelling (…) aan
de premievervaldag en aan het premiebedrag [wordt]
herinnerd alsook aan de gevolgen van niet-betaling van
de premie binnen de gestelde termijn” is het raadzaam
eraan te herinneren dat alleen de schade, die zich heeft
voorgedaan tijdens de periode van de schorsing, niet
wordt gedekt.
Het komt erop aan te vermijden dat door de schor-
singstechniek de schade, waarvan de oorsprong voor de
schorsing kan worden vastgelegd, van de dekking wordt
uitgesloten. Commentaar van de minister in de parle-
mentaire voorbereiding, waarmee iedereen instemt kan
het probleem oplossen, of desnoods een amendement.
De tweede opmerking van het lid betreft artikel
156 van het voorliggende wetsontwerp (ibid., p.
343 “vrije keuze van raadslieden”). In tegenstelling tot
het voorschrift onder 1° dat “wanneer moet worden
overgegaan tot een gerechtelijke of administratieve
procedure, de verzekerde vrij is in de keuze van een
advocaat of van iedere andere persoon die de vereiste
kwalifi caties heeft krachtens de op de procedure toe-
passelijke wet om zijn belangen te verdedigen, te ver-
tegenwoordigen of te behartigen”, hebben verzekerden
in de praktijk soms geen keuzevrijheid. Soms wordt een
onderscheid ingeroepen als argument, dat geen enkele
juridische grondslag bezit, namelijk tussen zogenaamde
“prégeschillen” en de “eigenlijke geschillen”.
Sommige verzekeraars (cf. lichamelijke letsels) willen
hun onderhandelingsmogelijkheden onderling vrijwaren
op grond van bepaalde indicatieve barema’s zonder
enige basis.
Het komt erop aan duidelijk te maken dat de keuze-
vrijheid gewaarborgd wordt zodra het geschil ontstaat.
Het lid herinnert zich het geval van een dame dat in
een metalen korset gehuld was en haar eigen verze-
kering voor juridische bijstand bood haar 240 000 euro
aan. Na afl oop van de procedure heeft ze uiteindelijk
2 600 000 euro ontvangen.
Het is dus van belang de zaken binnen een krijtveld
te houden. Ongetwijfeld hebben de zwaksten het recht
om zo snel mogelijk goed te worden bijgestaan, maar
19
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
cas de lésions corporelles), les preuves doivent être
fournies assez vite.
Il s’agit bien sûr de cas exceptionnels, mais tellement
importants.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) aborde à son tour le pro-
blème de la segmentation. La technique demande un
effort de la part des compagnies d’assurance et génère
donc un coût. Qui le supportera? Il sera sans doute
facturé au consommateur. Le ministre a-t-il une idée
de la question? Et comment se déroulera le contrôle
de la segmentation?
Par ailleurs, le membre fait observer que des produits
assortis d’une protection du capital — ayant donc aussi
un rendement moindre — sont proposés. Ces produits
ne risquent-ils pas tout simplement de disparaître en
raison de la structure des coûts sous-jacente à la seg-
mentation du marché et tout ce qui s’ensuit?
Le projet de loi instaure en outre une obligation
d’acceptation implicite pour chaque assuré. Les refus
à l’égard d’un candidat preneur d’assurance ne sont
en principe pas acceptés, à moins qu’une motivation
légitime puisse être avancée. Qu’en est-il alors des
“casse-cou” ou des toxicomanes?
Le projet de loi a-t-il pour objectif que ces candidats
puissent également bénéfi cier d’une assurance ? Si
certaines catégories de la population ne peuvent être
exclues des assurances, le coût de celles-ci augmentera
bien sûr pour tout le monde.
L’obligation de rendre publiques les techniques sur
la base desquelles les personnes sont acceptées ou
non comme assurées pose également problème. La
transparence est peut-être un objectif légitime, mais les
techniques présidant à l’acceptation des assurés et la
détermination du prix font justement partie des connais-
sances spécifi ques d’un assureur, et les acteurs étran-
gers pourront en tirer profi t. La connaissance du marché
belge favorisera la concurrence à l’étranger. À court
terme, cela peut être une perspective attrayante pour les
assurés belges, qui paieront peut-être des primes moins
importantes, mais quelles seront les conséquences à
long terme pour les compagnies d’assurances de notre
pays? Cela ne sera-t-il pas néfaste pour elles? Enfi n,
elles souffriront d’un handicap concurrentiel, car les
informations sur le marché ne sont pas aussi acces-
sibles à l’étranger qu’en vertu du projet de loi.
vaak is het zo (voornamelijk bij lichamelijke letsels) dat
de bewijzen vrij snel moeten worden aangeleverd.
Het betreft welteverstaan uitzonderlijke gevallen,
maar die wel o zo belangrijk zijn.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) haalt op zijn beurt het
probleem van de segmentatie aan. De techniek vergt
een inspanning van de verzekeringsmaatschappijen en
genereert dus een kost. Wie gaat daarvoor opdraaien?
Allicht zal dat aan de consument worden gefactureerd.
Heeft de minister hierop een overzicht? En hoe zal het
toezicht op de segmentatie verlopen?
Daarnaast werpt het lid op dat er producten met
kapitaalsbescherming worden aangeboden — dus ook
met een lagere opbrengst. Bestaat er geen vrees dat die
producten gewoon zullen verdwijnen als gevolg van de
achterliggende kostenstructuur van marktsegmentering
en alles wat daarbij komt kijken?
Het wetsontwerp voert bovendien een impliciete
acceptatieverplichting voor iedere verzekerde in.
Weigeringen ten aanzien van een kandidaat verzeke-
ringnemer worden in principe niet aanvaard, tenzij een
legitieme motivering kan worden voorgelegd. Hoe zit het
dan met “brokkenpiloten” of druggebruikers?
Heeft het wetsontwerp als oogmerk om ook deze kan-
didaten op te nemen in de verzekering? Indien bepaalde
categorieën van de bevolking niet kunnen worden
uitgesloten uit het verzekeringwezen, zal uiteraard de
kostprijs van de verzekering voor iedereen toenemen.
Eveneens problematisch is het feit dat de technieken
op grond waarvan iemand tot de verzekering wordt
toegelaten of niet, openbaar moeten worden gemaakt.
Transparantie mag dan wel een legitiem doel zijn, maar
de technieken van aanvaarding van verzekerden en de
prijsbepaling maken net deel uit van de specifi eke ken-
nis van een verzekeraar en buitenlandse spelers zullen
hierbij wel goed spinnen kunnen garen. Kennis van de
Belgische markt zal de concurrentie in het buitenland tot
voordeel strekken. Op korte termijn kan dat misschien
een aantrekkelijk perspectief zijn voor de Belgische
verzekerden, die misschien lagere premies zullen be-
talen, maar wat zijn de gevolgen op lange termijn voor
de binnenlandse verzekeringsmaatschappijen? Zal dat
voor hen niet nefast zijn? Tenslotte lijden zij een concur-
rentiehandicap, want in het buitenland is de informatie
over de markt niet even toegankelijk als hetgeen het
wetsontwerp vooropstelt.
20
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le dernier point de l’intervention concerne l’article
51, § 3, du projet de loi à l’examen: “La répartition,
entre les contrats d’assurance distincts, du bénéfi ce
attribué à la collectivité des contrats d’assurance doit
s’effectuer dans le respect de l’équité entre preneurs
d’assurance.” (DOC 53 3361/001, p. 288). Qu’entend
le ministre par “équité”? Qui défi nit le contenu de ce
terme? Les autorités ne sont-elles pas dotées d’une
trop large compétence pour déterminer le bénéfi ce et
la marge bénéfi ciaire?
*
* *
Le ministre commence par expliciter que le service
de médiation des assurances prend également en
charge le secrétariat du bureau de suivi. Si cela génère
beaucoup de travail, il faudra également en adapter le
fi nancement. Cela signifi e que l’on peut demander un
fi nancement au secteur, ce qui explique la nervosité
observée.
Les mots “les critères susceptibles d’avoir, dans le
futur, un impact sur les conditions du contrat” ne visent
pas des conditions susceptibles d’être modifi ées ulté-
rieurement. Il s’agit des critères du contrat qui peuvent
avoir un impact sur la prime, etc.
S’agissant de la question relative aux assurances
de personnes et de dommages, aux assurances vie
et non-vie, il convient de préciser que le projet de loi
à l’examen concerne les contrats offerts en Belgique,
hormis les exceptions prévues explicitement par la loi.
La distinction n’a en fait pas été modifi ée. Il existe
bien une distinction entre les assurances de personnes
et de dommages, d’une part, et les assurances du
groupe d’activités “vie” et du groupe d’activités “non-
vie”, d’autre part.
Les défi nitions des assurances de personnes et
de dommages ont été reprises telles qu’elles fi gurent
dans la loi sur le contrat d’assurance terrestre et cette
distinction est surtout pertinente pour les dispositions
provenant de cette loi, dans la mesure où des dispo-
sitions différentes sont applicables selon que l’on se
trouve en présence d’assurances de personnes ou
d’assurances de dommages.
Les autres assurances du groupe d’activités “vie”
et du groupe d’activités “non-vie” sont reprises de la
directive Solvabilité II, mais elles existaient déjà dans
des directives précédentes. C’est également la subdi-
vision qui fi gure dans l’annexe I du règlement général,
mais cela ne change rien quant au fond.
Het laatste punt van de tussenkomst betreft artikel 51,
§ 3, van het wetsontwerp: “Bij de toekenning van de aan
de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten
verdeelde winst tussen de afzonderlijke verzekerings-
overeenkomsten, moet de billijkheid onder verzekering-
nemers worden geëerbiedigd.” (DOC 53 3361/001, p.
288). Wat verstaat de minister onder het begrip “billijk-
heid”? Wie bepaalt de inhoud van deze term? Heeft de
overheid geen te ruime bevoegdheid om de winst en de
winstmarge te bepalen?
*
* *
De minister expliciteert eerst nog dat de ombuds-
dienst voor verzekeringen ook het secretariaat van het
opvolgingsingsbureau verzekert. Indien daar veel werk
is, zal men de fi nanciering daarvoor ook moeten aan-
passen. Dat betekent dat men fi nanciering kan vragen
aan de sector, hetgeen de zenuwachtigheid verklaart.
Met “criteria die in de toekomst een impact kun-
nen hebben op de contractsvoorwaarden” worden
geen voorwaarden bedoeld, die later kunnen worden
gewijzigd. Het gaat daarbij om criteria van de overeen-
komst, die een impact kunnen hebben op de premie
en dies meer.
Inzake de vraag met betrekking tot persoons- en
schadeverzekeringen, levens- en niet-levensverzeke-
ringen, moet worden gesteld dat het wetsontwerp op
de in België aangeboden contracten slaat, behoudens
expliciet bij wet bepaalde uitzonderingen.
Het onderscheid is eigenlijk niet veranderd. Er be-
staat wel degelijk een onderscheid tussen persoons- en
schadeverzekeringen enerzijds, en verzekeringen uit de
groep activiteiten “leven” en de groep activiteiten “niet
leven” anderzijds.
De defi nities van persoons- en schadeverzekeringen
werden overgenomen, zoals ze reeds in de wet landver-
zekeringsovereenkomsten bestaan en dat onderscheid
is vooral voor de bepalingen, die uit die wet komen,
relevant, omdat er verschillende bepalingen gelden
naargelang men met persoons- dan wel schadeverze-
keringen te maken heeft.
De andere verzekeringen uit de groep activiteiten
“leven” en de groep activiteiten “niet leven” zijn overge-
nomen uit Solvabiliteit II, maar bestonden al in eerdere
richtlijnen. Dit is ook de opdeling die in de bijlage I van
het algemeen reglement staat, maar wijzigt er inhou-
delijk niets aan.
21
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Dans l’intervalle, on est en principe couvert. En cas
d’accident durant cette phase, le consommateur ne rési-
liera pas l’assurance. L’assureur peut résilier par la suite.
Les sentences arbitrales doivent voir le jour sur une
base volontaire conformément à la directive ADR et non
être anticipées par voie de contrat type. De facto, elles
sont pourtant généralement imposées.
La défi nition des “grands risques” a été reprise de
Solvabilité II.
En ce qui concerne la remarque relative à l’article 70,
le ministre résume le problème. Un assuré n’a pas payé
et reçoit une sommation de son assureur, qui lui indique
que la garantie disparaîtra en cas de non-paiement dans
les quinze jours. Et voilà qu’un incident survient cinq
jours avant l’échéance de ce délai de paiement, sans
que quelqu’un en soit informé et le constat est fait soit
quelques jours avant ou dix jours après l’échéance du
délai de paiement.
D’aucuns affirment que si aucune notifi cation de
sinistre n’a été faite avant l’expiration du délai et
qu’aucun paiement n’a non plus été fait, il n’y aura pas
de couverture, même si le fait générateur du dommage
s’est produit avant l’expiration du délai.
Quelle est la signifi cation juridique de tout cela?
La loi n’a pas réglé le problème jusqu’ici, car la dis-
position a été reprise en tant que telle de la législation
existante.
En ce qui concerne l’observation relative à l’article
156, le ministre déduit de l’analyse faite par le membre
que les entreprises d’assurance établissent une distinc-
tion sur la base de la distinction entre la procédure judi-
ciaire et la procédure administrative, en supposant que
la procédure administrative porte sur le “précontentieux”,
et la procédure judiciaire sur le “litige proprement dit”.
Cela ne signifi e pas pour autant que des honoraires
peuvent être imposés au hasard. Bien que la liberté de
choix doive être préservée, cela ne signifi e pas que les
frais d’avocats ne peuvent pas être limités. Par frais
d’avocats, le ministre n’entend pas le nombre d’heures
nécessaires à la défense d’une cause, mais plutôt le
tarif de l’avocat, qui ne peut être excessif.
In de tussenperiode is men in principe gedekt. Als
men trouwens in die fase een ongeval heeft, zal de con-
sument de verzekering niet opzeggen. De verzekeraar
kan wel nadien opzeggen.
Scheidsrechterlijke uitspraken moeten op vrijwillige
basis tot stand komen conform de ADR-richtlijn en niet
bij typecontract worden geanticipeerd. De facto is het
meestal wel gedwongen.
De defi nitie van “grote risico’s” werd overgenomen
uit Solvabiliteit II.
Met betrekking tot de opmerking betreffende artikel
70 vat de minister het probleem samen. Een verzekerde
heeft niet betaald en ontvangt een aanmaning van zijn
verzekeraar, waarin hem wordt meegedeeld dat de
waarborg verdwijnt bij ontstentenis van betaling binnen
vijftien dagen. Nu treedt een voorval vijf dagen voor
afl oop van deze betalingstermijn op, zonder dat iemand
hierover kennis heeft en de vaststelling wordt gedaan
hetzij enkele dagen voor of tien dagen na afl oop van
de betalingstermijn.
Sommigen beweren dat indien geen schademeldin-
gen gebeurden voor de afl oop van de termijn en er ook
geen betaling gebeurde, er geen dekking zal zijn, ook
al vond het schadeverwekkend feit plaats voor afl oop
van de termijn.
Wat betekent een en ander nu juridisch?
De wet heeft het probleem tot op heden niet geregeld,
want de bepaling werd als dusdanig overgenomen uit
de bestaande wetgeving.
Met betrekking tot de opmerking betreffende artikel
156 begrijpt de minister uit de analyse van het lid dat de
verzekeringsmaatschappijen hun onderscheid funderen
op het onderscheid de gerechtelijke en de administra-
tieve procedure, waarbij ze van de verondertstelling
uitgaan dat de administratieve procedure op het “pré-
geschil” en de gerechtelijke op het “eigenlijke geschil”
betrekking heeft.
Dit betekent daarom nog niet dat honoraria zomaar
lukraak mogen worden opgelegd. Ofschoon de keuze-
vrijheid gevrijwaard dient te worden, betekent dit niet dat
advocatenkosten niet mogen worden ingeperkt. Onder
advocatenkosten verstaat de minister niet het aantal
uren, dat voor de behartiging van een zaak noodzake-
lijk is, maar veeleer het tarief van de advocaat dat niet
buitensporig mag zijn.
22
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Il est important qu’en l’occurrence, les choses soient
claires. C’est aller trop vite en besogne que de dire que
la procédure judiciaire ou administrative ne concerne
pas ce qui précède la citation. Il est clair que ce qui
précède la phase judiciaire a un tel impact que les
choses ne peuvent être dissociées. C’est clairement
l’interprétation devant être retenue.
Le ministre défi nit ensuite la segmentation comme
étant la prolongation à la relation entre le consommateur
et l’entreprise d’assurance du principe constitutionnel
de l’égalité appliqué aux pouvoirs publics et à la relation
entre le citoyen et l’autorité.
Si elle est correcte et proportionnelle, une inégalité
peut en effet être instaurée sur des bases objectives.
L’ensemble de la jurisprudence relative à l’interdiction
de mesures discriminatoires peut en fait parfaitement
s’appliquer à la segmentation.
Pour ce qui est du coût présumé découlant de la
segmentation, le ministre fait une comparaison avec le
boulanger. Lorsque le boulanger allume son four, cela
lui coûte également de l’argent. Il en va de même pour
les assureurs et la segmentation: si le produit ne peut
être adapté, l’essence même de l’assurance est perdue
de vue. La segmentation revient à défi nir des groupes
homogènes, pour lesquels on détermine les facteurs
de risques et les revenus. La segmentation entraîne-t-
elle un coût supplémentaire? Non, parce qu’elle a déjà
lieu de facto. C’est la raison pour laquelle cela n’a pas
non plus d’incidence sur les produits avec protection
du capital. On peut éventuellement supposer que les
entreprises d’assurance qui enregistraient de moins
bons résultats auront davantage de frais, et que celles
dont les résultats étaient bons auront peut-être moins de
frais. L’objectif est du reste que les entreprises belges
puissent toujours proposer ces produits, en gardant à
l’esprit la Solvabilité II.
La directive Solvabilité II impose d’ailleurs la constitu-
tion de groupes homogènes, car c’est la seule manière
d’exercer le contrôle prudentiel. Sans cela, comment
une autorité de contrôle peut-elle évaluer le degré de
risque? Ce qu’ajoute le projet de loi, c’est que la seg-
mentation ne peut être arbitraire, elle doit respecter les
règles et être transparente.
Il faut en effet bien comprendre que les assurances
constituent un élément essentiel de la société moderne
et qu’elles affranchissent l’homme d’une vision fataliste
du monde. Sans assurance auto, la mobilité n’est pas
concevable, sans assurance maladie, pas de système
de soins, sans assurance incendie et sans assurance
solde restant dû, pas de propriété, etc.
Duidelijkheid verschaffen is hier wel van belang.
Als men zegt dat de gerechtelijke of administratieve
procedure geen betrekking heeft op hetgeen aan de
dagvaarding voorafgaat, gaat men te kort door de
bocht. Het is duidelijk dat hetgeen de gerechtelijke fase
voorafgaat zodanig een impact heeft, dat het ene niet
uit het andere kan worden gehaald. Dit is duidelijk de
interpretatie die moet gelden.
De minister defi nieert vervolgens segmentatie als het
doortrekken van het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel
voor publieke overheden, voor de verhouding tussen
burger en overheid, naar de verhouding tussen consu-
ment en verzekeringsmaatschappij.
Op objectieve grondslagen mag ongelijkheid immers
worden ingevoerd, als die correct en proportioneel
geschiedt. Heel de rechtspraak met betrekking tot het
non discriminatieverbod kan eigenlijk perfect op de
segmentering worden toegepast.
Verwijzend naar de vermeende kostprijs die segmen-
tering veroorzaakt, maakt de minister een vergelijking
met het uitbaten van een bakkerij. Wanneer een bak-
ker zijn oven aansteekt, kost hem dat ook geld. Met
de verzekeraars en segmentatie is het net zo; als het
product niet kan worden aangepast, verliest men de
essentie zelf van het verzekeringwezen uit het oog.
Segmenteren betekent homogene groepen defi niëren,
voor dewelke risicofactoren en inkomsten worden be-
paald. Veroorzaakt segmenteren een extra kost? Neen,
want de facto gebeurt het al. Daarom heeft dat ook
geen impact op de producten met kapitaalbescherming.
Eventueel kan men vermoeden dat verzekeringsmaat-
schappijen die het minder goed deden, meer kosten
zullen hebben, en zij die goed werkten, zullen misschien
minder kosten hebben. Bedoeling is overigens dat de
Belgische maatschappijen nog steeds die producten
kunnen aanbieden, met Solvabiliteit II in het achterhoofd.
Overigens legt de richtlijn Solvabiliteit II het samen-
stellen van homogene groepen op, omdat dit ook de
enige manier is om prudentieel toezicht uit te oefenen.
Hoe anders kan een toezichthouder oordelen wat de
risicograad is? Wat het wetsontwerp eraan toevoegt,
is dat de segmentering niet willekeurig mag zijn, het
verloopt volgens regels en op transparante wijze.
Men moet immers goed beseffen dat verzekeringen
een essentieel onderdeel uitmaken van de moderne
samenleving en de mens ontvoogden van een fatalis-
tische wereldbeschouwing. Zonder autoverzekering is
mobiliteit ondenkbaar, zonder ziekteverzekering bestaat
er geen zorgverstrekking, zonder brandverzekering en
schuldsaldoverzekering is geen eigendom mogelijk, enz.
23
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
La transparence est essentielle et il est exact que
les compagnies d’assurance étrangères comprendront
le fonctionnement du marché belge. Mais si elles sou-
haitent être actives sur le marché belge, elles devront,
à leur tour, faire preuve de transparence. Le projet de loi
porte sur les contrats proposés en Belgique. La seule
conclusion que l’on puisse tirer est que l’ensemble du
marché gagne en transparence.
Le ministre met l’accent sur une obligation d’accep-
tation et une obligation de motivation en cas de refus.
Il n’existe pas d’obligation d’accepter, uniquement une
obligation de motiver un refus. L’obligation de motiver
le refus d’octroyer un permis de construire n’équivaut
tout de même pas à une obligation de construire? En
tout état de cause, le ministre conteste l’interprétation
selon laquelle le projet de loi impose une obligation
d’acceptation, que l’on y chercherait d’ailleurs en vain.
Ce qu’il prévoit, c’est qu’une motivation est nécessaire
et que les critères doivent être respectés. Un refus est
donc possible et il n’existe donc aucune obligation
d’acceptation.
“L’équité” est délibérément un concept vague, de
manière à ce qu’il puisse être tenu compte des cir-
constances concrètes. Pour les contrats dormants, par
exemple, il est équitable de répartir les bénéfi ces d’une
autre manière. L’assureur peut ainsi tenir compte de
la contribution réelle de chaque assuré. Cette notion
instaure une possibilité de contrôle.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) s’étonne du raisonnement
du ministre sur l’équité. Si un travailleur change d’em-
ployeur, peut-être que ce dernier proposera une autre
assurance de groupe. Or, brusquement, il ne pourrait
plus y avoir de participation aux bénéfi ces, alors qu’un
capital n’en a pas moins été constitué dans le cadre de
la première assurance.
En outre, le membre estime que la segmentation,
telle que proposée par la directive Solvabilité II, est
raisonnable et réaliste. Mais le prix appliqué au sein de
chaque catégorie est fi xé sur la base des paramètres qui
lui sont propres. Même au sein d’un groupe homogène,
personne ne paie le même prix.
*
* *
Le ministre répond que l’exemple n’est pas juste.
Si l’on peut tenir compte de ce qui s’est passé précé-
demment, il faut que ce soit équitable par rapport au
patrimoine constitué et à tout le reste. C’est pourquoi
le terme fi gure dans le projet de loi.
De transparantie is belangrijk en het klopt dat bui-
tenlandse verzekeringsmaatschappijen inzicht zullen
verwerven in de Belgische markt. Maar indien zij actief
willen zijn op de Belgische markt, moeten zij op hun
beurt voor transparantie zorgen. Het wetsontwerp heeft
betrekking op in België aangeboden contracten. Men
kan niet anders besluiten dat op deze wijze heel de
markt transparant wordt.
De minister legt de nadruk op het onderscheid tussen
een acceptatieverplichting en een motiveringsplicht in
geval van weigering. Er is geen verplichting om te ac-
cepteren, alleen maar een verplichting om een weige-
ring te motiveren. De plicht om een weigering om een
bouwvergunning te verlenen te motiveren, staat toch
ook niet gelijk met een bouwverplichting? In ieder geval
is de minister het niet eens met de interpretatie dat het
wetsontwerp een acceptatieverplichting oplegt. Dat
valt er ook nergens in te lezen. Wel dat een motivering
noodzakelijk is en dat de criteria moeten worden geres-
pecteerd. Een weigering is dus mogelijk en bijgevolg
bestaat er geen acceptatieverplichting.
“Billijkheid” is bewust een vaag begrip, zodat rekening
kan worden gehouden met de concrete omstandighe-
den. Voor sommige contracten, bijvoorbeeld, kan het
billijk zijn om de winst op een andere manier te verdelen.
Op die manier kan de verzekeraar rekening houden met
de werkelijke bijdrage van elke verzekeringnemer. Dit
begrip stelt een controlemogelijkheid in.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) verwondert zich over
de redenering van de minister rond de billijkheid. Als een
werknemer van werkgever verandert, biedt de nieuwe
werkgever misschien een andere groepsverzekering
aan. Maar in de eerste verzekering werd niettemin de-
gelijk een kapitaal opgebouwd en plotseling mag niet
meer in de winst worden gedeeld.
Voorts meent het lid dat segmentering zoals de richt-
lijn Solvabiliteit II voorstelt, redelijk en haalbaar is. Maar
de prijs binnen elke categorie wordt bepaald op basis
van de parameters van elke categorie. Zelfs binnen een
homogene groep betaalt niemand dezelfde prijs.
*
* *
De minister antwoordt dat het voorbeeld niet billijk
is. Men mag rekening houden met hetgeen voorheen
gebeurd is, maar het moet billijk zijn ten opzichte van het
opgebouwde vermogen en ten opzichte van alles. Dat
is de reden waarom de term in het wetsontwerp staat.
24
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le ministre reconnaît qu’il est possible que des prix
différents soient pratiqués au sein d’une même catégo-
rie. Mais, dans un groupe homogène, il faut de l’homo-
généité et chaque distinction doit être clairement défi nie.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) en déduit qu’un nombre
colossal de groupes homogènes verront le jour.
Il considère également la notion “d’équité” comme
particulièrement vague. L’explication donnée par le
ministre à ce terme donne lieu à la législation la plus
imprécise qui soit. On ne comprend absolument pas ce
que ce terme signifi e.
*
* *
Le ministre explique qu’une règle vague est préfé-
rable à une absence totale de règle. On ne peut pas
non plus résumer en un tournemain une notion comme
celle de “ex aequo et bono”. C’est la raison pour laquelle
elle n’est pas défi nie par la loi, ce qui n’empêche que
les juges peuvent examiner les dossiers au cas par
cas en s’appuyant sur ces notions. Rien ne crée autant
d’insécurité juridique qu’une loi détaillée et qui pêche
par excès de précision. D’où l’utilité d’une certaine
imprécision.
On obtient des groupes homogènes par segmenta-
tion. Les tarifs ne sont pas nécessairement identiques
au sein d’un groupe homogène, mais on peut cependant
donner une fourchette. Un assureur a toutefois intérêt à
maintenir cette fourchette dans certaines limites, et de
manière claire, d’ailleurs, en vue du contrôle prudentiel.
En outre, la directive Solvabilité II impose toute une série
de choses. Il faut évidemment éviter l’arbitraire. On doit
disposer de critères clairs, qui soient acceptables.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) en déduit que le nombre
de paramètres au sein d’un groupe donné doit être très
limité. Étant donné que les paramètres sont actuelle-
ment très nombreux, il y aura énormément de groupes
homogènes.
*
* *
Le ministre répond que cela reste à voir. Ainsi qu’il a
déjà été indiqué, la segmentation est déjà appliquée. Il
De minister erkent de mogelijkheid dat een verschil-
lende prijs wordt gehanteerd binnen eenzelfde catego-
rie. Maar in een homogene groep moet wel homogeniteit
zijn, en elk onderscheid moet duidelijk worden bepaald.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) leidt hieruit af dat
er gigantisch veel homogene groepen zullen ontstaan.
Hij beschouwt ook de notie “billijkheid” als een bij-
zonder wazig begrip. De manier waarop de minister de
term verklaart, geeft de meest onduidelijke wetgeving
die mogelijk is. Men begrijpt absoluut niet wat die
term betekent.
*
* *
De minister legt uit dat een vage regel te verkiezen
valt boven helemaal geen regel. Ook een begrip als
“naar recht en billijkheid” kan niet in een handomdraai
worden samengevat. Het wordt daarom ook niet bij wet
gedefi nieerd, maar de rechters kunnen wel geval per
geval bekijken aan de hand van die begrippen. Niets
veroorzaakt zoveel rechtsonzekerheid als een gedetail-
leerde en overdreven nauwkeurige wet. Vandaar het nut
van enige vaagheid.
Men verkrijgt homogene groepen via segmentatie.
Tarieven zijn niet noodzakelijk dezelfde binnen een
homogene groep, maar men kan wel een marge geven.
Een verzekeraar heeft er wel enig belang bij om die
marge binnen bepaalde perken te houden, en op een
duidelijke manier, overigens, met het oog op het pru-
dentieel toezicht. Bovendien wordt een en ander door
de richtlijn Solvabiliteit II opgelegd. Willekeur is uiteraard
uit den boze. Men moet duidelijke criteria hebben, die
aanvaardbaar zijn.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) leidt hieruit af dat
het aantal parameters binnen een gegeven groep zeer
beperkt moet zijn. Aangezien er thans veel parameters
zijn, zullen er zeer veel homogene groepen zijn.
*
* *
De minister antwoordt dat dit nog af te wachten valt.
Segmentering wordt, zoals eerder aangegeven, reeds
25
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
n’est pas crédible d’affirmer qu’elle entraîne un surcroît
de travail.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) le conteste: en fi n de
compte, il faut à chaque fois expliciter et publier la raison
pour laquelle on crée des segments déterminés. De
plus, la publicité doit être conservée pendant deux ans.
On ne peut nier que cela entraîne un énorme surcroît
de travail.
*
* *
Le ministre répète que la segmentation est déjà
appliquée. Une bonne gestion est également rentable.
L’entreprise se porte d’autant mieux qu’elle gère bien
son administration interne. Son efficacité s’en trouve
nécessairement améliorée à long terme.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) ne souscrit pas à la
réponse du ministre concernant l’obligation d’accepta-
tion implicite. La comparaison avec un permis de bâtir
n’est pas pertinente. Dès lors que le droit administratif
en la matière implique une restriction du droit de pro-
priété, il est aussi logique que la restriction ne puisse
être acceptée qu’à des conditions très strictes. Or, une
assurance, c’est précisément l’inverse.
Les nouveaux assureurs qui apparaîtront sur le
marché belge pourront se réserver la meilleure part du
gâteau grâce à la transparence d’autres assureurs. En
fi xant des critères très spécifi ques, ils parviendront à
attirer les clients les plus lucratifs.
*
* *
Le ministre précise qu’à l’heure actuelle, un assureur
peut se montrer très sélectif, même sans le projet de
loi. Mais les critères doivent être objectifs. Un assureur
pourrait s’aviser de se concentrer uniquement sur des
secteurs lucratifs et, par exemple, d’assurer les voiture
anciennes, en partant du principe que les propriétaires
de voitures anciennes sont également fortunés et repré-
sentent donc un public intéressant.
Le problème est toutefois que cette catégorie de la
population est très limitée et que le marché de l’assu-
rance restera de ce fait lui aussi limité.
toegepast. Dat het extra werk teweegbrengt, is niet
geloofwaardig.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) betwist dit: per slot
van rekening moet telkens geëxpliciteerd en gepubli-
ceerd worden, waarom bepaalde segmenten worden
gecreëerd. Bovendien moet de reclame twee jaar wor-
den bewaard. Men kan niet ontkennen dat dit immens
meer werk veroorzaakt.
*
* *
De minister herhaalt dat segmentering reeds wordt
toegepast. En goed beheer brengt ook op. Hoe beter
de interne administratie wordt gehouden, hoe beter het
bedrijf loopt. Op termijn verbetert dit noodzakelijkerwijs
zijn efficiëntie.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) gaat niet akkoord met
het antwoord van de minister betreffende de impliciete
acceptatieverplichting. De vergelijking met een bouw-
vergunning gaat niet op. Omdat het bestuursrecht op
dat vlak een beperking van het eigendomsrecht inhoudt,
is het ook logisch dat de beperking slechts onder zeer
strikte voorwaarden kan worden aanvaard. Een verze-
kering is net het omgekeerde daarvan.
Nieuwe verzekeraars die op de Belgische markt
komen, zullen door de transparantie van andere verze-
keraars de krenten uit de pap kunnen vissen. Door zeer
specifi eke criteria vast te leggen, zullen ze erin slagen
de meest lucratieve klanten voor zich te winnen.
*
* *
De minister stelt dat op dit ogenblik een verzeke-
raar ook zonder het wetsontwerp zeer selectief tewerk
kan gaan. Maar de criteria moeten objectief zijn. Een
verzekeraar zou het in zijn hoofd kunnen halen om al-
leen lucratieve sectoren aan te boren en bijvoorbeeld
oldtimers te verzekeren, vanuit de veronderstelling dat
eigenaars van oude auto’s ook kapitaalkrachtig zijn en
dus een interessant publiek voorstellen.
Probleem is wel dat die bevolkingscategorie heel
beperkt is, waardoor de verzekering ook geen grote
business zal worden.
26
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Compte tenu de l’importance de l’aménagement
du territoire, des règles impératives sont imposées en
matière de droit des assurances afi n, d’une part, de
permettre un contrôle prudentiel et, d’autre part, de
donner à la population un accès égal à une assurance,
sans discrimination, parce que le secteur est devenu
tellement important et que la société accorde aussi
beaucoup plus d’importance à la sécurité qu’aupara-
vant. Des règles s’imposent dès lors, d’une part pour
permettre au secteur des assurances d’opérer des
distinctions et de refuser des clients et, d’autre part,
pour organiser ce secteur. Le législateur doit donc rele-
ver deux défi s sociétaux. Cela fi gure en partie dans la
directive Solvabilité II et dans la législature existante.
En soi, les règles impératives n’ont d’ailleurs rien
de neuf. L’obligation de motivation en cas de licencie-
ment dans le droit du travail est également impérative,
et le droit locatif contient, lui aussi, des dispositions
impératives.
On peut en conclure que le droit des assurances, qui
était à l’origine une matière privée, devient partiellement
d’intérêt public. Mais cela correspond aussi à la réalité
de la vie. Il s’agit d’éléments essentiels de la société
moderne. Peut-on s’imaginer une société sans assu-
rance incendie ou automobile? La limitation des risques
fait partie intégrante de notre droit et nous empêche de
devenir la victime du comportement d’autrui.
*
* *
M. Peter Logghe (VB) demande si l’on peut alors
dire que le droit des assurances est d’ordre public. Y
a-t-il donc une différence tellement importante avec la
situation d’il y a vingt ans, lorsque les règles n’étaient
pas d’ordre public? Le ministre estime-t-il également
que la segmentation doit être réduite?
*
* *
Le ministre répond que le droit des assurances
contient des règles impératives. Il y a bien sûr une dif-
férence importante, notamment en raison du contrôle
prudentiel, qui est organisé et en raison du fait que la
directive Solvabilité impose des groupes homogènes. Et
l’absence de règles strictes entraîne une discrimination.
Le secteur des assurances marche, dans un certain
sens, sur les traces du secteur bancaire. Des règles im-
pératives sont imposées en vue d’éviter des problèmes.
Gezien het belang voor de maatschappelijke orde-
ning, worden dwingende regels opgelegd in het verze-
keringsrecht, teneinde enerzijds prudentieel toezicht
mogelijk te maken, en anderzijds de bevolking een
gelijke toegang te verschaffen tot een verzekering,
zonder discriminatie, omdat het zo’n belangrijke sector
is geworden en zekerheid in de maatschappij ook veel
belangrijker dan vroeger. Regels om onderscheid te
maken, om te weigeren en die sector te organiseren
zijn bijgevolg nodig. De wetgever staat aldus voor twee
maatschappelijke uitdagingen. Voor een deel staat dit
in Solvabiliteit II en in de bestaande wetgeving.
Dwingende regels zijn op zich trouwens niets nieuws.
De motiverinsgplicht bij ontslag in het arbeidsrecht is
eveneens dwingend, en ook in het huurrecht staan
dwingende bepalingen.
Conclusie is dat het verzekeringsrecht, dat wel
oorspronkelijk een privaatrechtelijke aangelegenheid
is, gedeeltelijk van openbaar belang wordt. Maar dit
strookt ook met de realiteit van het leven. Het gaat om
essentiële onderdelen van de moderne samenleving.
Kan men zich een maatschappij voorstellen zonder
brand- of autoverzekering? Het beperken van risico’s
maakt deel uit van ons recht, en verhindert dat men
slachtoffer wordt van andermans gedrag.
*
* *
De heer Peter Logghe (VB) vraagt of het verzeke-
ringsrecht dan van openbare orde is. Is er dan zo’n groot
verschil met de situatie twintig jaar geleden, toen de
regels niet van openbare orde waren? Zegt de minister
ook dat segmentering moet worden teruggedrongen?
*
* *
De minister repliceert dat het verzekeringsrecht
regels van dwingend recht bevat. Natuurlijk is er een
groot verschil, onder meer door het prudentieel toezicht,
dat wordt georganiseerd en doordat Solvabiliteit homo-
gene groepen oplegt. En zonder strikte regels ontstaat
discriminatie.
De verzekeringssector treedt enigszins de banken-
sector in het spoor. Dwingende regels worden opgelegd
om ongelukken te vermijden.
27
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
La segmentation ne peut en tout cas pas avoir un ca-
ractère discriminatoire. Elle ne peut avoir pour effet que
des personnes soient exclues de facto d’une assurance.
*
* *
M. Peter Logghe (VB) examine ensuite la durée
du contrat, qui vient en principe à échéance après un
an, à moins que la reconduction tacite ne soit accep-
tée. L’article 86 du projet de loi concerne la résiliation
des contrats d’assurance après sinistre. L’article 86,
§ 2 (DOC 53 3361/001, p. 306) est rédigé comme suit:
“Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas appli-
cables aux contrats d’assurance portant sur les risques
que le Roi détermine. Toutefois, les risques suivants ne
peuvent pas être exclus:
— Responsabilité civile et corps de véhicules en
matière de véhicules automoteurs;
— Incendie (risques simples); (…)”.
Peut-on en déduire que les risques précités peuvent
se voir accorder une couverture de plus d’un an? Il
s’agissait d’une des possibilités pour rendre les contrats
abordables pour les jeunes.
En ce qui concerne la participation aux bénéfi ces
visée à l’article 50 (ibid., p. 287), cet article n’introduit
probablement pas de nouvelle pratique:
“§ 1er. Le preneur d’assurance reçoit au moins une
fois par an une information sur la situation de la partici-
pation aux bénéfi ces et est tenu informé pendant toute
la durée du contrat de toute modifi cation concernant
cette situation.”
Le § 2, en revanche, semble nouveau:
“Dans le cas où l’assureur, en rapport avec l’offre
ou la conclusion d’un contrat d’assurance du groupe
d’activités “vie”, communique des projections concer-
nant la participation aux bénéfi ces, il fournit au preneur
d’assurance un exemple de calcul dans lequel le pos-
sible versement à échéance est exposé sur la base d’un
calcul appliquant trois taux d’intérêt différents. Ceci ne
s’applique pas aux assurances décès temporaires.”
Pourquoi les assurances décès temporaires sont-
elles exclues, et surtout quelle est la motivation du § 2?
Les exigences linguistiques posées notamment
à l’article 37 (ibid., p. 281) suscitent un certain
mécontentement:
Segmentering mag alleszins geen discriminerend
karakter hebben. Het mag er niet toe leiden dat mensen
de facto van een verzekering worden uitgesloten.
*
* *
De heer Peter Logghe (VB) bekijkt vervolgens de
duur van het contract, dat in principe na een jaar ten
einde loopt, tenzij de stilzwijgende verlenging wordt aan-
vaard. Artikel 86 van het wetsontwerp heeft betrekking
op de opzegging van verzekeringsovereenkomsten na
schadegeval. Art. 86, § 2, bepaalt (DOC 53 3361/001,
p. 306): “de bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van
toepassing op de verzekeringsovereenkomsten betref-
fende de risico’s die de Koning bepaalt. De volgende
risico’s kunnen evenwel niet worden uitgesloten:
— Burgerrechtelijke aansprakelijkheid en voertuig-
casco inzake motorrijtuigen;
— Brand (eenvoudige risico’s); (…)”.
Kan men daaruit afl eiden dat voormelde risico’s een
dekking van langer dan één jaar kunnen krijgen? Dit
was een van de mogelijkheden om de contracten voor
jongeren betaalbaar te maken.
Wat de winstdeling betreft zoals in artikel 50 wordt
bepaald (ibid., p. 287), introduceert dit artikel vermoe-
delijk geen nieuwe praktijk:
“§ 1. De verzekeringnemer wordt minstens één maal
per jaar ingelicht over de situatie van de winstdeling en
wordt gedurende de gehele looptijd van de overeen-
komst ingelicht over elke wijziging aan de situatie van
de winstdeling.”
Nieuw lijkt wel § 2:
“Wanneer de verzekeraar in samenhang met een
aanbod voor of het afsluiten van een verzekeringsover-
eenkomst uit de groep activiteiten “leven” projecties
met betrekking tot de winstdeling verstrekt, legt de
verzekeraar de verzekeringnemer een modelberekening
voor waarin de potentiële uitkering aan het eind van de
looptijd wordt vermeld op basis van een berekening bij
drie verschillende rentepercentages. Dit geldt niet voor
tijdelijke overlijdensverzekeringen.”
Waarom vallen tijdelijke overlijdensverzekeringen
erbuiten, en vooral wat is het motief van § 2?
De taalvereisten in o.m. artikel 37 (ibid., p. 281) wek-
ken enige ontevredenheid:
28
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
“Les informations visées aux articles 35 et 36 doivent
être formulées de manière claire et précise, par écrit,
et être fournies dans une des langues officielles de
la Belgique. Ces informations peuvent toutefois être
fournies au preneur d’assurance dans une autre langue
si celui-ci le demande ou s’il a la liberté de choisir le
droit applicable.”
Le membre suppose que les informations ne seront
fournies dans une autre langue qu’en cas de demande
explicite de la part du preneur d’assurance. Si ce der-
nier ne le demande pas explicitement et qu’il reçoit
néanmoins les informations dans une autre langue,
on suppose qu’ultérieurement il pourra invoquer le fait
qu’il a reçu les conditions dans une autre langue pour
contester l’ensemble du contrat.
Enfi n, le membre évoque les contrats d’assurance
légalement obligatoires, dont il est question à l’article
31 du projet de loi (ibid., p. 277).
“Lorsque la loi belge exige une preuve de la sous-
cription d’une assurance obligatoire, l’assureur doit
délivrer à l’assuré une attestation certifi ant que le
contrat d’assurance obligatoire a été souscrit.”
Ne serait-il pas opportun de compléter cette dis-
position par les mots “et une preuve de paiement de
la prime”? On pourrait en effet conclure un contrat
d’assurance obligatoire. Chacun sait que l’envoi de
conditions générales et particulières d’un contrat ne
pose pas problème.
*
* *
Le ministre répond que la situation existante est
maintenue. La durée n’excède pas une année et le Roi
ne peut en tout cas pas prévoir que les contrats ont une
durée plus longue. La validité des contrats responsabi-
lité civile et corps de véhicules en matière de véhicules
automoteurs ne peut donc excéder un an.
La directive Solvabilité II explique l’insertion du § 2,
à l’instar des exigences linguistiques, qui sont mention-
nées à l’article 185.6:
“Les informations visées aux paragraphes 2 à
5 doivent être formulées de manière claire et précise,
par écrit, et être fournies dans une langue officielle de
l’État membre de l’engagement. Toutefois, ces infor-
mations peuvent être rédigées dans une autre langue
si le preneur le demande et le droit de l’État membre
le permet ou si le preneur a la liberté de choisir le droit
applicable.”
“De in de artikelen 35 en 36 bedoelde inlichtingen
worden duidelijk, nauwkeurig, en schriftelijk verstrekt
in één van de officiële Belgische landstalen. Deze in-
lichtingen mogen evenwel ook in een andere taal aan
de verzekeringnemer worden verstrekt indien de verze-
keringnemer daarom verzoekt, dan wel indien de ver-
zekeringnemer vrij het toepasselijke recht kan kiezen.”
Het lid gaat ervan uit dat de inlichtingen alleen in een
andere taal worden verstrekt als de verzekeringsnemer
er uitdrukkelijk om verzoekt. Als de verzekeringsnemer
er niet uitdrukkelijk om verzoekt en hij ontvangt de in-
lichtingen toch in een andere taal, zal hij zich achteraf
toch wel mogen beroepen op het feit dat hij voorwaarden
heeft ontvangen in een andere taal om de hele over-
eenkomst aan te vechten?
Tot slot haalt het lid de wettelijk verplichte verzeke-
ringsovereenkomsten van artikel 31 van het wetsont-
werp aan (ibid., p. 277):
“Indien de Belgische wet een bewijs verlangt dat
een verplichte verzekering werd afgesloten, moet de
verzekeraar de verzekerde een verklaring bezorgen
waaruit blijkt dat de verplichte verzekeringsovereen-
komst werd afgesloten.”
Is het niet raadzaam om die bepaling te vervolledigen
met de woorden “en met het bewijs van de premiebe-
taling”? Men zou immers een verplichte verzekerings-
overeenkomsten kunnen sluiten. Het versturen van
algemene en bijzondere contractvoorwaarden is, zoals
iedereen weet, geen probleem.
*
* *
De minister antwoordt dat de bestaande situatie be-
houden blijft. De duur is niet langer dan één jaar en de
Koning kan alleszins niet vastleggen dat de contracten
langer mogen zijn. Contracten inzake burgerrechtelijke
aansprakelijkheid en voertuigcasco inzake motorrijtui-
gen kunnen dus niet langer dan een jaar gelden.
Solvabiliteit II verklaart de invoering van § 2, net zo-
als de taalvereisten, die in artikel 185.6 van de richtlijn
vermeld staan:
“De in de leden 2 tot en met 5 bedoelde inlichtingen
worden duidelijk, nauwkeurig en schriftelijk verstrekt
in een officiële taal van de lidstaat van de verbintenis.
Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere taal
worden gesteld indien de verzekeringnemer daarom
verzoekt en de wetgeving van de lidstaat zulks toestaat,
dan wel indien de verzekeringnemer vrij het toepas-
selijke recht kan kiezen.”
29
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
En outre, le ministre précise, concernant l’article
31, qu’un contrat souscrit doit être compris comme un
contrat qui a été signé. L’insertion des mots proposés
ajoute un élément à l’obligation légale d’être assuré, à
savoir le fait d’avoir payé en temps utile. Il s’agit d’un
problème entre l’assureur et le preneur d’assurance.
Cela signifi erait que l’on n’est plus en règle en cas de
paiement tardif.
*
* *
M. Peter Logghe (VB) fait observer que, selon la
directive, les informations peuvent toutefois également
être rédigées dans une autre langue. Le membre en
déduit que le preneur d’assurance, s’il n’a pas exprimé
la demande de recevoir les informations dans une autre
langue, s’il a eu la liberté de choisir le droit applicable,
et s’il reçoit quand même le contrat dans une autre
langue, pourra néanmoins invoquer le fait qu’il n’a
pas demandé les informations dans une autre langue.
Pourra-t-il contester l’application du contrat dans une
autre langue ?
En ce qui concerne l’article 31, la signature d’un
contrat n’implique pas d’emblée le paiement de primes.
Certaines assurances sont désormais obligatoires,
afi n de protéger des tiers.
*
* *
Le ministre répond que c’est au preneur d’assurance
d’en faire la demande. S’il ne le fait pas, il ne peut pas
se plaindre.
Si le preneur d’assurance reçoit les informations dans
une autre langue alors qu’il ne l’a pas demandé, l’acte
est contraire à l’article 37, alinéa 1er. Si les informations
ne sont pas demandées dans une autre langue, elles
sont fournies “dans une des langues officielles de la
Belgique.” (ibid., p. 281).
En ce qui concerne l’article 31, le ministre indique
que, même si un preneur d’assurance n’a pas payé, le
tiers reste assuré, à moins que l’assureur ait résilié le
contrat sur la base de la loi précitée. Lorsqu’un preneur
d’assurance a souscrit un contrat et n’a pas payé à
temps, il doit résilier le contrat dans un délai déterminé,
après lequel il n’est plus assuré. Avant cette échéance,
l’assurance reste valable.
*
* *
Verder preciseert de minister m.b.t. art. 31 dat een
gesloten overeenkomst moet worden begrepen als een
overeenkomst die getekend werd. De inlassing van de
voorgestelde woorden voegt iets toe aan de wettelijke
verplichting verzekerd te zijn, namelijk op tijd betaald
te hebben. Dit is een probleem tussen verzekeraar en
verzekeringnemer. Dit zou betekenen dat men niet meer
in orde is, wanneer men te laat betaalt, en dergelijke.
*
* *
De heer Peter Logghe (VB) merkt op dat de richtlijn
bepaalt dat de inlichtingen evenwel ook in een andere
taal mogen worden gesteld. Hieruit leidt het lid af dat
de verzekeringnemer zich toch kan beroepen op het feit
dat hij niet om de inlichtingen in een andere taal heeft
verzocht, indien hij geen verzoek heeft uitgedrukt om
de inlichtingen in een andere taal te ontvangen, hij vrij
het toepasselijke heeft kunnen kiezen en hij het contract
toch in een andere taal ontvangt. Zal hij de toepassing
van het contract in een andere taal kunnen betwisten?
Wat artikel 31 betreft, impliceert het tekenen van een
overeenkomst nog niet meteen het betalen van premies.
Bepaalde verzekeringen zijn nu net verplicht, om
derden te beschermen.
*
* *
De minister antwoordt dat de verzekeringnemer erom
moet vragen. Doet hij dat niet, dan moet hij er geen
probleem van maken.
Als de verzekeringnemer de inlichtingen niet een an-
dere taal verzoekt, en hij ontvangt ze toch in een andere
taal, dan is de handeling strijdig met art. 37, eerste lid.
Als men de inlichtingen niet in een andere taal verzoekt,
worden ze verstrekt “in één van de officiële Belgische
landstalen.” (ibid., p. 281).
Wat artikel 31 betreft, stelt de minister dat ook al heeft
een verzekeringnemer niet betaald heeft, de derde toch
verzekerd is, tenzij de verzekeraar het opgezegd heeft
op grond van de eerder aangehaalde wet en het dus
voorbij is. Wanneer een verzekeringnemer een contract
heeft gesloten en niet op tijd heeft betaald, moet hij het
contract opzeggen met een bepaalde termijn en dan is
hij niet meer verzekerd. Ervoor wel.
*
* *
30
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
M. Peter Logghe (VB) cite un exemple concret dans
le contexte de l’assurance RC auto (légalement obli-
gatoire). Le courtier donne au conducteur une preuve
provisoire que l’assurance est encore valable un mois,
pendant lequel il doit effectuer le paiement. La compa-
gnie d’assurance est parfaitement en droit d’envoyer
des conditions générales et particulières. Bien que la
prime n’ait pas été payée, une carte verte d’une validité
d’un mois est délivrée.
*
* *
Le ministre affirme que le preneur d’assurance est
encore assuré pour la durée de ce mois, et pas au-delà.
*
* *
M. Peter Logghe (VB) estime qu’il est souhaitable
d’insérer les mots proposés. Cela permettrait d’éviter
de nombreuses discussions.
*
* *
Mme Isabelle Emmery (PS) applaudit le projet de
loi, notamment les règles relatives à la segmentation,
qui permettent de faire un pas non négligeable dans la
bonne direction et qui répondent également à la pro-
position de loi déposée par les membres des groupes
socialistes. La transparence en matière de calcul des
primes est de mise: en fi n de compte, le consommateur
a le droit de connaître son sort. Tous les assureurs ne
se comportent pas de manière correcte. Ils sont souvent
mus par l’appât du gain et le droit du consommateur
n’est qu’accessoire. Un consommateur a également le
droit de savoir en vertu de quels critères une assurance
peut lui être refusée. Pour certaines questions, concer-
nant par exemple les patients souffrant de diabète, les
choses doivent être clarifi ées.
*
* *
Le ministre aborde ce dernier élément, qui constitue
un cas un peu limite. Il est autorisé de demander une
prime supplémentaire aux diabétiques qui souhaitent
prendre une assurance solde restant dû, car le risque
de décès est plus élevé. Mais, dans ce cas, une contri-
bution est également donnée, parce que tout le monde
doit avoir accès aux assurances. Ce n’est pas la faute
du diabétique s’il souffre de cette maladie.
La loi instaure un traitement différentié. Ceci étant
dit, les critères doivent être liés au but de l’assurance.
De heer Peter Logghe (VB) haalt een concreet voor-
beeld aan in de context van de (wettelijk verplichte)
BA-autoverzekering. De makelaar geeft de bestuurder
een voorlopig bewijs dat nog een maand geldig is,
gedurende de periode in dewelke hij moet betalen. De
verzekeringsmaatschappij kan perfect algemene en
bijzondere voorwaarden opsturen. De premie is niet
betaald, en toch werd een groen document van een
maand afgegeven.
*
* *
De minister zegt dat de verzekeringnemer gedurende
die maand nog verzekerd is, daarna niet meer.
*
* *
De heer Peter Logghe (VB) acht het wenselijk om de
voorgestelde woorden toe te voegen. Hiermee worden
veel discussies vermeden.
*
* *
Mevrouw Isabelle Emmery (PS) juicht het wetsont-
werp toe, onder meer de regels op het vlak van seg-
mentering, waarmee een belangrijke stap in de goede
richting wordt gedaan en dat het wetsvoorstel, dat de
leden van de socialistische fracties hadden ingediend,
ook tegemoet treedt. Transparantie voor de berekening
van premies is wel aan de orde: uiteindelijk heeft de
consument het recht te weten wat zijn lot zal zijn. Niet
alle verzekeraars gedragen zich even fair. Vaak worden
ze gedreven door winstbejag en komt het recht van de
consument op de tweede plaats. Ook mag een consu-
ment weten volgens welke criteria een verzekering hem
mogelijk wordt geweigerd. Voor bepaalde kwesties,
die bijvoorbeeld suikerzieke patiënten aanbelangen,
moeten de zaken uitgeklaard worden.
*
* *
De minister gaat in op dit laatste element, dat een
beetje een randgeval is. Aan diabetici die een schuld-
saldoverzekering wensen, is het geoorloofd om een
bijkomende premie te vragen omdat de overlijdenswaar-
schijnlijkheid hoger ligt. Maar dan wordt ook een bijdrage
gegeven, omdat iedereen toegang tot de verzekering
moet krijgen. Een diabeticus kan het niet verhelpen dat
hij aan een kwaal lijdt.
De wet voert een gedifferentieerde behandeling in.
Dit gezegd zijnde, de criteria moeten verband houden
31
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Les critères arbitraires visant à engranger le plus pos-
sible de gains ne sont pas autorisés. Tout l’art consiste
à distinguer les risques assurables de l’arbitraire. La
motivation est donc importante.
III. — DISCUSSION DES ARTICLES
ET VOTES
Article 1er
Cet article précise le fondement constitutionnel de la
compétence de la Chambre et du Sénat.
Il ne donne lieu à aucune discussion.
L’article 1er est adopté à l’unanimité.
Art. 2
Cet article ne donne lieu à aucune discussion.
L’article 2 est adopté par 8 voix et 4 absentions.
Art. 3 à 29
Ces articles ne donnent lieu à aucune discussion.
Ils sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 30 à 34
Ces articles ne donnent lieu à aucune discussion.
Ils sont successivement adoptés par 8 voix et
4 abstentions.
Art. 35 et 36
Ces articles ne donnent lieu à aucune discussion.
Ils sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
met het doel van de verzekering. Willekeurige criteria
om louter zoveel mogelijk winst te boeken, is niet toe-
gestaan. De kunst bestaat erin om verzekerbare risico’s
en willekeur van elkaar te onderscheiden. Motivering is
dus belangrijk.
III.— ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING
EN STEMMINGEN
Artikel 1
Dit artikel bepaalt de constitutionele rechtsgrond voor
de bevoegdheid van Kamer en Senaat.
Het geeft geen aanleiding tot discussie.
Artikel 1 wordt eenparig aangenomen.
Art. 2
Dit artikel geeft geen aanleiding tot discussie.
Artikel 2 wordt aangenomen met 8 stemmen en
4 onthoudingen.
Art. 3 tot 29
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 30 tot 34
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met
8 stemmen en 4 onthoudingen.
Art. 35 tot 36
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
32
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 37
Cet article ne donne lieu à aucune discussion.
L’article 37 est adopté par 8 voix et 4 abstentions.
Art. 38 et 39
Ces articles ne donnent lieu à aucune discussion.
Ils sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 40 à 45
Ces articles ne donnent lieu à aucune discussion.
Ils sont successivement adoptés par 8 voix et
4 abstentions.
Art. 46
Cet article a trait aux critères de segmentation.
L’amendement n° 1 (DOC 53 3361/003) du gouver-
nement vise à apporter une correction technique.
Cet amendement est adopté par 8 voix et 4 abstentions.
L’article 46, ainsi modifi é, est adopté par 8 voix et
4 abstentions.
Art. 47 à 51
Ces articles ne donnent lieu à aucune observa-
tion et sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 52
Cet article ne donne lieu à aucune observation et est
adopté par 8 voix et 4 abstentions.
Art. 37
Dit artikel geeft geen aanleiding tot discussie.
Artikel 37 wordt aangenomen met 8 stemmen en
4 onthoudingen.
Art. 38 tot 39
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 40 tot 45
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met
8 stemmen en 4 onthoudingen.
Art. 46
Dit artikel heeft betrekking op de segmentatiecriteria.
Amendement nr. 1 (DOC 53 3361/003) van de rege-
ring strekt ertoe een technische aanpassing in te voeren.
Dit amendement wordt aangenomen met 8 stemmen
en 4 onthoudingen.
Artikel 46 wordt, zoals gewijzigd, aangenomen met
8 stemmen en 4 onthoudingen.
Art. 47 tot art. 51
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 9 stem-
men en 3 onthoudingen.
Art. 52
Dit artikel geeft geen aanleiding tot discussie.
Artikel 52 wordt aangenomen met 8 stemmen en
4 onthoudingen.
33
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 53 à 69
Ces articles ne donnent lieu à aucune observa-
tion et sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 70
Cet article concerne la sommation de payer.
L’amendement n° 7 (DOC 53 3361/003) de M. Joseph
George et consorts tend à compléter l’alinéa 3 de cet
article. Pour plus d’explications, il est renvoyé à la dis-
cussion générale et à la justifi cation de cet amendement.
Cet amendement est adopté par 9 voix et 3 abstentions.
L’article 70, ainsi modifi é, est adopté par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 71 à 83
Ces articles ne donnent lieu à aucune observa-
tion et sont successivement adoptés par 8 voix et
4 abstentions.
Art. 84
Cet article porte sur les critères de segmentation.
L’amendement n° 6 (DOC 53 3361/003) du gouver-
nement tend à apporter une modifi cation technique.
Cet amendement est adopté par 8 voix et 4 abstentions.
L’article 84, ainsi modifi é, est adopté par 8 voix et
4 abstentions.
Art. 85 à 90
Ces articles ne donnent lieu à aucune observa-
tion et sont successivement adoptés par 8 voix et
4 abstentions.
Art. 53 tot 69
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 70
Dit artikel heeft betrekking op de aanmaning
tot betaling.
Amendement nr. 7 (DOC 53 3361/003) van de heer
Joseph George c.s. strekt ertoe het derde lid van dit
artikel aan te vullen. Voor meer uitleg wordt verwezen
naar de algemene bespreking en de verantwoording bij
dit amendement.
Dit amendement wordt aangenomen met 9 stemmen
en 3 onthoudingen.
Artikel 70 wordt, zoals gewijzigd, aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 71 tot 83
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 8 stem-
men en 4 onthoudingen.
Art. 84
Dit artikel heeft betrekking op de segmentatiecriteria
Amendement nr. 6 (DOC 53 3361/003) van de rege-
ring voert een technische aanpassing in.
Dit amendement wordt aangenomen met 8 stemmen
en 4 onthoudingen.
Artikel 84 wordt, zoals gewijzigd, aangenomen met
8 stemmen en 4 onthoudingen.
Art. 85 tot 90
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 8 stem-
men en 4 onthoudingen.
34
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 91 à 155
Ces articles ne donnent lieu à aucune observa-
tion et sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 156
Cet article ne donne lieu à aucune observation et est
adopté par 8 voix et 4 abstentions.
Art. 156 à 310
Ces articles ne donnent lieu à aucune observa-
tion et sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 311
Cet article contient des dispositions transitoires.
L’amendement n° 2 (DOC 53 3361/003) du gouver-
nement tend à traiter sur un pied d’égalité les intermé-
diaires et les sociétés mutualistes.
Les règles de conduite MiFID prévoient une période
transitoire en faveur des intermédiaires existants, afi n
de leur permettre de démontrer qu’ils ont acquis les
connaissances professionnelles. Ce dispositif est éga-
lement souhaitable en faveur des sociétés mutualistes.
Les deux groupes seront ainsi mis sur un pied d’égalité.
Cet amendement est adopté par 9 voix et 3 abstentions.
L’article 311, ainsi modifi é, est adopté par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 312 à 336
Ces articles ne donnent lieu à aucune observa-
tion et sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 337
Cet article implique des modifi cations de la loi du
16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments de pla-
cement à la négociation sur des marchés réglementés.
Art. 91 tot 155
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 9 stem-
men en 3 onthoudingen.
Art. 156
Dit artikel geeft geen aanleiding tot discussie.
Artikel 156 wordt aangenomen met 8 stemmen en
4 onthoudingen.
Art. 156 tot 310
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 9 stem-
men en 3 onthoudingen.
Art. 311
Dit artikel bevat overgangsbepalingen.
Amendement nr. 2 (DOC 53 3361/003) van de rege-
ring beoogt tussenpersonen en maatschappijen van
onderlinge bijstand op gelijke voet te behandelen.
Bij de MiFID-gedragsregels is er voor de bestaande
tussenpersonen een overgangsperiode bepaald, om
aan te tonen dat de beroepskennis verworven werd.
Ook voor maatschappijen van onderlinge bijstand is
deze regeling wenselijk. Beide groepen worden aldus
gelijkgeschakeld.
Dit amendement wordt aangenomen met 9 stemmen
en 3 onthoudingen.
Artikel 311 wordt, zoals gewijzigd, aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 312 tot 336
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met 9 stem-
men en 3 onthoudingen.
Art. 337
Dit artikel impliceert wijzigingen aan de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggings-
instrumenten en de toelating van beleggingsinstrumen-
ten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
35
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
L’amendement n° 3 (DOC 53 3361/003) du gouverne-
ment vise notamment à permettre au Roi de restreindre
la défi nition des instruments de placement et pas seu-
lement de l’étendre, comme le prévoit actuellement le
texte proposé. Le but est de pouvoir réagir de manière
fl exible aux nouvelles évolutions des marchés fi nanciers.
M. Peter Dedecker (N-VA) trouve singulier que l’on
tente de mettre en place un outil de protection adapté
à certains instruments de placement liés à des biens
meubles ou des exploitations agricoles spécifi ques.
*
* *
Le ministre donne un exemple. Un produit d’assu-
rance de la branche 23 est créé et un des instruments de
placement qu’il comprend est le revenu d’une plantation
de teak. Un des revenus intervenant dans ce fonds de
placement est non pas le revenu de la plantation de teak
dans son ensemble, mais de chaque arbre spécifi que
dans cette plantation. Cela signifi e que l’instrument est
incontrôlable et qu’il comporte des magouilles consi-
dérables. Jusqu’à présent, on ne peut pas l’empêcher.
L’instrument est tellement difficile à contrôler qu’il ne
peut être proposé au consommateur lambda. Sinon, le
consommateur achèterait un placement de type branche
23 comportant une partie qui reste impénétrable pour lui.
Il s’agit d’un exemple-type qui est utlisé par la FSMA
dans le cadre d’un nouveau règlement qui a déjà été
soumis à consultation et sur la base duquel l’Autorité
entend combattre de telles pratiques. La loi en projet
vise elle aussi à mettre un terme à ces pratiques, étant
donné qu’il s’agit de produits éminemment douteux.
Actuellement, ils ne relèvent pas de la défi nition de
l’instrument de placement, si bien qu’ils sont exemptés
de l’obligation de prospectus. En les y intégrant, on les
soumet à la surveillance de la FSMA.
*
* *
M. Peter Dedecker (N-VA) s’interroge sur les possibi-
lités créées par cet amendement pour aller au-delà des
simples mesures luttant contre ces produits bizarres.
Serait-il possible d’interdire un fonds ou un produit
investissant dans une affaire à prime avec option de
livraison pour les producteurs de pommes de terre?
*
* *
Amendement nr. 3 (DOC 53 3361/003) van de rege-
ring strekt er ondermeer toe de Koning toe te staan de
defi nitie van beleggingsinstrument te beperken, en niet
slechts uit te breiden zoals thans het geval is. Bedoeling
is om fl exibel in te kunnen spelen op nieuwe evoluties
op de fi nanciële markten.
De heer Peter Dedecker (N-VA) zegt dat het hem op-
valt dat een beschermingsinstrument wordt gezocht voor
bepaalde aan roerende goederen verbonden beleg-
gingsinstrumenten of specifi eke agrarische exploitaties.
*
* *
De minister geeft een voorbeeld. Er komt een
verzekeringsproduct TAK-23, en een van de erin ver-
vatte beleggingsinstrumenten is de opbrengst in een
teakplantage en een van de opbrengsten die in dat
beleggingsfonds komen, is niet de opbrengst van de
teakplantage in haar geheel als naamloze vennoot-
schap, maar van elke specifi eke boom in die plantage.
Dat betekent dat het oncontroleerbaar is en dat er aan-
zienlijk wat gesjoemeld wordt. Tot op vandaag kan men
dat niet verhinderen. Het instrument is zodanig moeilijk
te controleren, dat het niet aan de gewone consument
mag worden aangeboden. Anders zou de consument
een TAK-23 kopen, met daarin een stuk dat voor hem
ondoordringbaar blijft.
Het betreft een type-voorbeeld dat door de FSMA
wordt gehanteerd in het kader van een nieuw reglement
dat reeds ter consultatie werd aangeboden, en op grond
waarvan de FSMA zulke praktijken wil tegengaan. Ook
via deze wet wenst men zulke praktijken aan banden
te leggen aangezien het typisch dubieuze produc-
ten betreft.
Momenteel vallen ze niet onder de defi nitie van beleg-
gingsinstrument, waardoor ze ook buiten de prospec-
tusplicht vallen. Door ze eronder te brengen, vallen ze
onder het toezicht van de FSMA.
*
* *
De heer Peter Dedecker (N-VA) vraagt zich af welke
deuren dit amendement openzet om verder te gaan dan
enkel het aanpakken van die rare producten. Zou het
mogelijk zijn om een fonds of product te verbieden dat
in een premieaffaire met optie van levering investeert
voor aardappelkwekers?
*
* *
36
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le ministre répond que l’obligation de prospectus
est imposée et que des informations sont donc com-
muniquées. La FSMA peut également agir, mais non
de façon arbitraire, dès lors qu’il existe une procédure.
Si ce fonds ou ce produit est présenté de manière suf-
fi samment claire dans le prospectus, il sera autorisé.
*
* *
L’amendement est adopté par 9 voix et 3 abstentions.
L’article 337, ainsi modifi é, est adopté par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 338 à 350
Ces articles ne donnent lieu à aucune observation.
Ils sont successivement adoptés par 9 voix et
3 abstentions.
Art. 350/1 (nouveau)
L’amendement n° 4 (DOC 53 3361/003) du gouverne-
ment tend à insérer un nouvel article. Pour plus d’expli-
cations, il est renvoyé à l’amendement n° 2 (supra).
Cet amendement est adopté par 9 voix et 3 abstentions.
Art. 351
Cet article concerne l’entrée en vigueur.
L’amendement n° 5 (DOC 53 3361/003) du gouverne-
ment tend à remplacer l’article 351. Pour plus d’explica-
tions, il est renvoyé à la justifi cation de cet amendement.
Cet amendement est adopté par 8 voix et 4 abstentions.
L’article 351, ainsi modifi é, est adopté par 8 voix et
4 abstentions.
De minister antwoordt dat de prospectusverplichting
wordt opgelegd, dus daarbij wordt informatie mee-
gedeeld. De FSMA kan tevens optreden, maar niet
arbitrair, want er bestaat een procedure. Als dat fonds
of product voldoende duidelijk is in de prospectus, zal
het geoorloofd zijn.
*
* *
Dit amendement wordt aangenomen met 9 en
3 onthoudingen.
Artikel 337 wordt, zoals gewijzigd, aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 338 tot 350
Deze artikelen geven geen aanleiding tot discussie.
Ze worden achtereenvolgens aangenomen met
9 stemmen en 3 onthoudingen.
Art. 350/1 (nieuw)
Amendement nr. 4 (DOC 53 3361/003) van de
regering strekt ertoe een nieuw artikel in te voegen.
Voor nadere uitleg wordt verwezen naar amendement
nr. 2 (supra).
Dit amendement wordt aangenomen met 9 stemmen
en 3 onthoudingen.
Art. 351
Dit artikel heeft betrekking op de inwerkingtreding.
Amendement nr. 5 (DOC 53 3361/003) van de rege-
ring strekt ertoe artikel 351 te vervangen door de bepa-
lingen van het amendement. Voor nadere uitleg wordt
verwezen bij de verantwoording bij dit amendement.
Dit amendement wordt aangenomen met 8 stemmen
en 4 onthoudingen.
Artikel 351 wordt, zoals gewijzigd, aangenomen met
8 stemmen en 4 onthoudingen.
37
3361/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 352
Cet article ne donne lieu à aucune discussion.
Il est adopté par 8 voix et 4 abstentions.
*
* *
L’ensemble du projet de loi, y compris certaines cor-
rections d’ordre linguistique et légistique, est adopté
immédiatement, sans qu’il soit fait application de
l’article 82, 1, du Règlement de la Chambre, par 9 voix
et 4 abstentions.
Les propositions de loi jointes deviennent par consé-
quent sans objet.
Le rapporteur,
La présidente,
Karel
Liesbeth
UYTTERSPROT
VAN DER AUWERA
Liste des dispositions nécessitant des mesures
d’exécution (art. 78, 2, alinéa 4, du Règlement de la
Chambre): non communiquée.
Art. 352
Dit artikel geeft geen aanleiding tot discussie.
Artikel 352 wordt aangenomen met 8 stemmen en
4 onthoudingen.
*
* *
Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van
taalkundige en wetstechnische correcties en zonder
gebruik te maken van artikel 82, 1 van het Reglement
van de Kamer, onmiddellijk aangenomen met 9 stem-
men en 4 onthoudingen.
Bijgevolg vervallen de toegevoegde wetsvoorstellen.
De rapporteur,
De voorzitter,
Karel
Liesbeth
UYTTERSPROT
VAN DER AUWERA
Lijst van bepalingen die uitvoeringsmaatregelen
vergen (artikel 78, 2, vierde lid, van het Reglement van
de Kamer): niet meegedeeld.
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale