Inhoud
8441
3361/005
3361/005
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
DOC 53
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
TEKST AANGENOMEN DOOR DE
COMMISSIE VOOR HET BEDRIJFSLEVEN,
HET WETENSCHAPSBELEID, HET ONDERWIJS,
DE NATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE MIDDENSTAND
EN DE LANDBOUW
TEXTE ADOPTÉ PAR LA
COMMISSION DE L’ÉCONOMIE, DE LA POLITIQUE
SCIENTIFIQUE, DE L’ÉDUCATION, DES INSTITUTIONS
SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET
DE L’AGRICULTURE
6 maart 2014
6 mars 2014
Documents précédents:
Doc 53 3361/ (2013/2014):
001:
Projet de loi.
002: Annexe.
003: Amendements.
004: Rapport.
Voorgaande documenten:
Doc 53 3361/ (2013/2014):
001:
Wetsontwerp.
002: Bijlage.
003: Amendementen.
004: Verslag.
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
betreffende de verzekeringen
relatif aux assurances
2
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 53 0000/000: Document parlementaire de la 53e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications offi cielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Offi ciële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
VB
:
Vlaams Belang
cdH
:
centre démocrate Humaniste
FDF
:
Fédéralistes Démocrates Francophones
LDD
:
Lijst Dedecker
MLD
:
Mouvement pour la Liberté et la Démocratie
INDEP-ONAFH
:
Indépendant-Onafhankelijk
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 53 0000/000:
Parlementair document van de 53e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
3
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 1RE
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 78
de la Constitution.
Art. 2
La présente loi assure la transposition partielle de
la directive 2009/138/CE du Parlement européen et du
Conseil du 25 novembre 2009 sur l’accès aux activités
de l’assurance et de la réassurance et leur exercice
(solvabilité II).
Art. 3
Objet
La présente loi a pour objet de protéger les droits des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires et
de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution de contrats
d’assurance et, à cette fi n:
— de fi xer les conditions et les règles qui visent à
garantir un traitement honnête, équitable et profession-
nel des parties intéressées et qui sont applicables à
l’activité des assureurs;
— de déterminer les règles d’information à respecter
lors de l’offre et de la conclusion d’un contrat d’assu-
rance et pendant la durée de ce contrat;
— d’arrêter les règles relatives à la publicité et aux
obligations d’information en cas de commercialisation
en Belgique;
— d’imposer des règles d’information et autres règles
en ce qui concerne la tarifi cation, la segmentation et la
participation aux bénéfi ces;
— d’établir, eu égard au principe de l’exécution de
bonne foi des contrats, les conditions et les règles qui
organisent la relation contractuelle entre l’assureur, le
preneur d’assurance et, le cas échéant, l’assuré et/ou
le bénéfi ciaire;
— de fi xer les conditions relatives à l’accès à l’activité
d’intermédiation en assurances et en réassurance, à
l’exercice de cette activité et à la distribution d’assu-
rances, ainsi que les règles régissant l’information du
public dans ce domaine; et
DEEL 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Deze wet betreft een gedeeltelijke omzetting van
Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang
tot en uitoefening van het verzekerings- en het herver-
zekeringsbedrijf (Solvabiliteit II).
Art. 3
Doel
Deze wet heeft tot doel de rechten te beschermen
van de verzekeringnemers, de verzekerden, de be-
gunstigden en van de derden die belang hebben bij de
uitvoering van verzekeringsovereenkomsten en daartoe:
— voorwaarden en regels vast te stellen die een
loyale, billijke en professionele behandeling van de
belanghebbende partijen moeten waarborgen en waar-
aan de activiteit van de verzekeraars onderworpen is;
— informatieregels vast te leggen bij het aanbieden
en het sluiten van een verzekeringsovereenkomst en
gedurende de looptijd ervan;
— regels vast te leggen met betrekking tot de pu-
bliciteit en de informatieplichten in het geval van com-
mercialisatie in België;
— informatie en andere regels op te leggen in verband
met tarifering, segmentatie en winstdeling;
— gelet op het beginsel van uitvoering van overeen-
komsten te goeder trouw, voorwaarden en regels vast te
stellen die de contractuele relatie tussen de verzekeraar,
de verzekeringnemer en desgevallend de verzekerde
en/of de begunstigde organiseren;
— de voorwaarden betreffende de toegang tot en de
uitoefening van de werkzaamheid van verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling, de distributie van verzeke-
ringen, alsook de regels betreffende de informatie aan
het publiek in dit verband vast te stellen, en
4
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— d’organiser le contrôle du respect de ces règles.
Art. 4
Champ d’application
§ 1er. Les obligations auxquelles les assureurs sont
soumis en vertu de la présente loi sont, conformément
à l’article 3 et sans préjudice des limitations du champ
d’application fi xées par la loi même, applicables aux
entités suivantes:
— les assureurs belges;
— les assureurs étrangers qui ont un établissement
en Belgique; et
— les assureurs étrangers qui exercent des activités
d’assurance en Belgique sans y être établis.
Les entreprises qui exercent uniquement l’activité de
réassurance, sans effectuer d’opérations d’assurance
directe, soit elles-mêmes, soit par le biais d’un établis-
sement, sont soumises aux seules dispositions des
articles 262, § 2, 263, alinéa 2 et 270, § 4, 2°, dernier
alinéa, ainsi qu’aux règles en matière de contrôle et
aux dispositions de sanction, énoncées respectivement
dans la partie 7 et dans la partie 8.
§ 2. Les obligations auxquelles les intermédiaires
d’assurances et/ou les intermédiaires de réassurance
sont soumis en vertu de la présente loi, sont applicables
aux intermédiaires d’assurances et aux intermédiaires
de réassurance dont l’État membre d’origine est la
Belgique ou qui exercent leur activité en Belgique.
La Belgique est réputée être l’État membre d’origine
d’un intermédiaire d’assurances ou de réassurance si
a) l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant la qualité de personne physique est domicilié en
Belgique et y exerce ses activités;
b) l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant la qualité de personne morale a son siège social
en Belgique.
§ 3. Le Roi peut, en vue de l’exécution d’obligations
découlant pour la Belgique de traités ou d’accords inter-
nationaux, dispenser, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, les assureurs ou intermédiaires d’assurances
étrangers de tout ou partie des obligations résultant de
— het toezicht op de naleving van deze regels te
organiseren.
Art. 4
Toepassingsgebied
§ 1. De verplichtingen die overeenkomstig deze wet
van toepassing zijn voor verzekeraars, zijn, overeen-
komstig artikel 3 en onverminderd de in de wet zelf
vastgestelde beperkingen aan het toepassingsgebied,
van toepassing op de volgende entiteiten:
— de Belgische verzekeraars;
— de buitenlandse verzekeraars die een vestiging
hebben in België; en
— de buitenlandse verzekeraars die in België verze-
keringsactiviteiten uitoefenen zonder er gevestigd te zijn.
Op de ondernemingen die enkel aan herverzeke-
ringen doen zonder eveneens, zelf dan wel via een
vestiging, aan rechtstreekse verzekeringen te doen, zijn
enkel artikel 262, §2, artikel 263, tweede lid en artikel
270, §4, 2°, laatste lid, van toepassing, met inbegrip van
de regels inzake het toezicht en de sanctiebepalingen,
vastgesteld in respectievelijk deel 7 en deel 8.
§ 2. De verplichtingen die overeenkomstig deze wet
van toepassing zijn voor de verzekeringstussenper-
sonen en/of herverzekeringstussenpersonen zijn van
toepassing op de verzekeringstussenpersonen en de
herverzekeringstussenpersonen met België als lidstaat
van herkomst of die in België werkzaam zijn.
België wordt geacht de lidstaat van herkomst van een
verzekerings- of een herverzekeringstussenpersoon te
zijn indien
a) de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
die een natuurlijke persoon is zijn woonplaats heeft in
België en er zijn werkzaamheden uitoefent;
b) de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
die een rechtspersoon is, zijn maatschappelijke zetel
heeft in België.
§ 3. Met het oog op de uitvoering van verplichtingen
die voor België uit internationale verdragen of overeen-
komsten voortvloeien, kan de Koning, bij een besluit
vastgesteld na overleg in de Ministeraad, de buiten-
landse verzekeraars of verzekeringstussenpersonen
5
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
la présente loi; dans ce cas, le Roi peut, sur avis de la
FSMA, fi xer les règles et conditions auxquelles sont
soumises ces personnes.
§ 4. Afi n de tenir compte des particularités de cette
forme d’assurance, le Roi peut, par arrêté délibéré
en Conseil des ministres, pris sur avis de la FSMA et
de l’OCM, dispenser les sociétés mutualistes visées
aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi
du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions
nationales de mutualités, de l’application d’une ou de
plusieurs dispositions de la présente loi et préciser les
règles qui leur sont applicables en lieu et place.
§ 5. La présente loi est également applicable aux
associations d’assurances mutuelles. Afi n de tenir
compte des particularités de cette forme d’assurance,
le Roi peut toutefois, sur avis de la FSMA, déterminer
les dispositions de la présente loi qui ne leur sont pas
applicables et fixer les modalités selon lesquelles
d’autres dispositions le sont. Le Roi arrête dans ce cas,
sur avis de la FSMA, les règles et modalités spéciales
auxquelles sont soumises ces associations.
§ 6. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dispenser de
l’application de tout ou partie de la présente loi, les
sociétés coopératives qui restreignent leur activité d’as-
surance à la commune de leur siège social ou à cette
commune et aux communes voisines et qui satisfont
aux conditions complémentaires qu’Il fi xe. Le Roi fi xe,
sur avis de la FSMA, les règles et modalités spéciales
auxquelles sont soumises ces sociétés.
§ 7. La présente loi n’est pas applicable aux entre-
prises suivantes:
1° les sociétés mutualistes qui sont reconnues confor-
mément à la loi du 23 juin 1894 et qui ne sont pas visées
par la loi du 6 août 1990 précitée;
2° les mutualités, les unions nationales de mutua-
lités et les sociétés mutualistes visées par la loi du
6 août 1990 précitée qui ne peuvent pas proposer
des assurances et dont les services visés à l’article
3, alinéa 1er, b) et c), de cette loi répondent à chacune
des conditions prévues à l’article 67, alinéa 1er, de la loi
du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses en
matière d’organisation de l’assurance maladie com-
plémentaire (I);
van de verplichtingen uit deze wet of van een gedeelte
ervan ontslaan; in dat geval kan de Koning, na advies
van de FSMA, de regels en voorwaarden vaststellen
waaraan deze personen onderworpen zijn.
§ 4. Om rekening te houden met de bijzondere ken-
merken van deze verzekeringsvorm, kan de Koning,
bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad en na advies van de FSMA en de CDZ,
de maatschappijen van onderlinge bijstand, bedoeld
in artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8 van de wet
van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en
de landsbonden van ziekenfondsen vrijstellen van de
toepassing van een of meerdere bepalingen van deze
wet en aangeven welke bepalingen in plaats daarvan
van toepassing zijn.
§ 5. Deze wet is van toepassing op de onderlinge
verzekeringsverenigingen. Om rekening te houden met
de bijzondere kenmerken van deze verzekeringsvorm,
kan de Koning evenwel, na advies van de FSMA, de
bepalingen van deze wet aangeven die niet op de on-
derlinge verzekeringsverenigingen van toepassing zijn
en de wijze bepalen waarop andere bepalingen dat wel
zijn. De Koning stelt dan, na advies van de FSMA, de
bijzondere regels en modaliteiten vast waaraan deze
verenigingen onderworpen zijn.
§ 6. De Koning kan, na advies van de FSMA, de
coöperatieve vennootschappen die hun verzekerings-
bedrijvigheid beperken tot de gemeente waar hun
maatschappelijke zetel is gevestigd of tot die gemeente
en de omliggende gemeenten, en die voldoen aan de
bijkomende voorwaarden die Hij bepaalt, vrijstellen van
de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet. De
Koning stelt, na advies van de FSMA, de bijzondere re-
gels en modaliteiten vast waaraan deze vennootschap-
pen onderworpen zijn.
§ 7. Deze wet is niet van toepassing op de volgende
ondernemingen:
1° de maatschappijen van onderlinge bijstand die zijn
erkend overeenkomstig de wet van 23 juni 1894 en niet
onder de voormelde wet van 6 augustus 1990 vallen;
2° de ziekenfondsen, de landsbonden van zieken-
fondsen en de maatschappijen van onderlinge bijstand
als bedoeld in de voormelde wet van 6 augustus 1990,
die geen verzekeringen mogen aanbieden en waarvan
de diensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c),
van die wet, voldoen aan alle in artikel 67, eerste lid, van
de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen
inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverze-
kering (I) gestelde voorwaarden;
6
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
3° les institutions de retraite professionnelle visées
par la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des
institutions de retraite professionnelle;
4° les caisses communes, entreprises privées à
primes fi xes et institutions publiques en ce qui concerne
les opérations visées par les lois relatives au régime
de retraite et de survie des ouvriers, des employés,
des ouvriers mineurs, des marins et des travailleurs
indépendants;
5° pour autant qu’elles ne soient pas soumises à la
présente loi pour d’autres opérations, les entreprises
exerçant une activité d’assistance qui remplit les condi-
tions suivantes:
a) l’assistance est fournie à l’occasion d’un accident
ou d’une panne affectant un véhicule routier, lorsque
l’accident ou la panne survient sur le territoire de l’État
membre ou du pays d’origine de l’entreprise qui accorde
la couverture;
b) l’engagement au titre de l’assistance est limité aux
opérations suivantes:
i. le dépannage sur place, pour lequel l’entreprise
utilise, dans la plupart des circonstances, son personnel
et son matériel propres;
ii. l’acheminement du véhicule jusqu’au lieu de
réparation le plus proche ou le plus approprié où la
réparation pourra être effectuée, ainsi que l’éventuel
accompagnement, normalement par le même moyen de
secours, du conducteur et des passagers, jusqu’au lieu
le plus proche d’où ils pourront poursuivre leur voyage
par d’autres moyens.
Dans les cas visés au 5°, point b), i. et ii., la condition
que l’accident ou la panne soient survenus sur le terri-
toire de l’État membre ou du pays d’origine de l’entre-
prise qui accorde la couverture, n’est pas applicable
lorsque l’entreprise est un organisme dont le bénéfi ciaire
est membre et que le dépannage ou l’acheminement
du véhicule est effectué, sur simple présentation de la
carte de membre, sans paiement de surprime, par un
organisme similaire du pays concerné sur la base d’un
accord de réciprocité.
§ 8. Par dérogation aux dispositions du paragraphe 7,
le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres,
pris sur avis de la FSMA, soumettre les entités visées
au paragraphe 7, 1°, 3°, 4° et 5°, à l’application de tout
ou partie de la présente loi.
3° de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzie-
ning zoals bedoeld in de wet van 27 oktober 2006
betreffende het toezicht op de instellingen voor
bedrijfspensioenvoorzieningen;
4° de gemeenschappelijke fondsen, private onderne-
mingen met vaste premies, openbare instellingen, wat
betreft de verrichtingen bedoeld bij de wetten betref-
fende de rust- en overlevingspensioenen van arbeiders,
bedienden, mijnwerkers, zeelieden en zelfstandigen;
5° voor zover zij niet aan deze wet onderworpen zijn
voor andere verrichtingen, de ondernemingen die een
hulpverleningsactiviteit uitoefenen die aan de volgende
voorwaarden voldoet:
a) de hulp wordt verleend bij een ongeval met of
defect aan een wegvoertuig dat zich voordoet op het
grondgebied van de lidstaat of het land van herkomst
van de onderneming die dekking verleent,
b) de verplichting tot hulpverlening blijft beperkt tot
de volgende verrichtingen:
i. technische hulp ter plaatse, waarvoor de onder-
neming in de meeste gevallen eigen personeel en
uitrusting gebruiken;
ii. het vervoer van het voertuig naar de plaats van
reparatie die het dichtst bij is of het meest geschikt is
voor het uitvoeren van de reparatie, alsmede het even-
tuele vervoer van bestuurder en passagiers, normaliter
met hetzelfde hulpmiddel, naar de dichtstbijzijnde plaats
van waaruit zij hun reis met andere middelen kunnen
voortzetten;
In de in 5°, onder b), in de punten i. en ii. bedoelde
gevallen is de voorwaarde dat het ongeval of defect zich
heeft voorgedaan op het grondgebied van de lidstaat of
het land van herkomst van de onderneming die dekking
verleent, niet van toepassing wanneer de onderneming
een organisatie is waarvan de belanghebbende lid is
en de hulpverlening of het vervoer van het voertuig
enkel op vertoon van de lidmaatschapskaart, zonder
betaling van een extra premie, wordt uitgevoerd door
een soortgelijke organisatie van het betrokken land op
grond van een reciprociteitsovereenkomst.
§ 8. In afwijking van hetgeen bepaald is in paragraaf
7, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
in de Ministeraad, genomen na advies van de FSMA,
de entiteiten bedoeld in paragraaf 7, punten 1°, 3°, 4° en
5°, onderwerpen aan de gehele of gedeeltelijke toepas-
sing van deze wet.
7
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 9. Les dispositions de la présente loi sont d’applica-
tion, dans la mesure des règles et modalités spéciales
à fi xer par le Roi, sur avis de la FSMA, aux institutions
publiques qui exercent des activités d’assurance.
§ 10. Le Roi peut dispenser les assureurs de l’appli-
cation de tout ou partie de la présente loi, en ce qui
concerne les opérations d’assurance suivantes:
1° les assurances relatives aux transports ou à des
risques industriels ou commerciaux;
2° les assurances relatives à des risques spéciaux
ou exceptionnels qu’Il détermine;
3° les opérations de réassurance et de coassurance
qu’Il détermine.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, fi xer des règles
spéciales relatives aux obligations et au contrôle de
ces assureurs.
Art. 5
Défi nitions
Pour l’application de la présente loi et de ses arrêtés
et règlements d’exécution, il y a lieu d’entendre, sauf
mention contraire explicite, par:
1° “assureur”: toute personne ou entreprise qui, en
tant que partie contractante, offre de souscrire un ou des
contrats d’assurance, quelle que soit la qualité profession-
nelle de cette personne et qu’il soit fait usage ou non de
techniques actuarielles lors de la conclusion du contrat;
2° “assureur belge”: toute personne ou entreprise
qui répond à la défi nition d’assureur et dont le siège
principal est situé en Belgique;
3° “assureur de l’EEE”: toute personne ou entreprise
qui répond à la défi nition d’assureur et dont le siège
principal est situé dans un État membre de l’EEE, autre
que la Belgique;
4° “assureur étranger”: toute personne ou entreprise
qui répond à la défi nition d’assureur et dont le siège
principal est situé en dehors de la Belgique;
5° “assureur d’un pays tiers”: toute personne ou
entreprise qui répond à la défi nition d’assureur et dont
le siège principal est situé en dehors de l’EEE;
§ 9. De bepalingen van deze wet zijn, binnen de
perken van de bijzondere regels en modaliteiten door
de Koning, na advies van de FSMA, vast te stellen, van
toepassing op de openbare instellingen die verzeke-
ringsactiviteiten verrichten.
§ 10. De Koning kan de verzekeraars vrijstellen van
de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet, wat
de volgende verzekeringsverrichtingen betreft:
1° de verzekeringen betreffende het vervoer of de
industriële of commerciële risico’s;
2° de verzekeringen betreffende bijzondere of uitzon-
derlijke risico’s die Hij bepaalt;
3° de verrichtingen van herverzekering en medever-
zekering die Hij bepaalt.
De Koning kan, na advies van de FSMA, bijzondere
regels vaststellen betreffende de verplichtingen van en
de controle op die verzekeraars.
Art. 5
Defi nities
Tenzij hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken, wordt
voor de toepassing van deze wet en haar uitvoerings-
besluiten en -reglementen verstaan onder:
1° “Verzekeraar”: elke persoon of onderneming die als
contractspartij verzekeringsovereenkomst(en) aanbiedt,
ongeacht de beroepshoedanigheid van deze persoon
en ongeacht of bij het afsluiten van de overeenkomst
gebruik wordt gemaakt van actuariële technieken;
2° “Belgische verzekeraar”: elke persoon of onderne-
ming die beantwoordt aan de defi nitie van een verzeke-
raar en waarvan het hoofdkantoor in België is gelegen;
3° “EER verzekeraar”: elke persoon of onderneming
die beantwoordt aan de defi nitie van een verzekeraar en
waarvan het hoofdkantoor in een lidstaat van de EER,
andere dan België, is gelegen;
4° “Buitenlandse verzekeraar”: elke persoon of on-
derneming die beantwoordt aan de defi nitie van een
verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor buiten België
is gelegen;
5° “Verzekeraar van een derde land”: elke persoon
of onderneming die beantwoordt aan de defi nitie van
een verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor buiten
de EER is gelegen;
8
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
6° “entreprise d’assurances belge”: une entreprise
d’assurances dont le siège principal est situé en
Belgique et qui a obtenu de la Banque un agrément pour
l’exercice d’activités d’assurance ou qui, en vertu du
régime instauré en Belgique en application de l’article
4 de la directive 2009/138/CE, est autorisée à exercer
des activités d’assurance en Belgique sans disposer
d’un agrément;
7° “entreprise d’assurances de l’EEE”: une entreprise
d’assurances dont le siège principal est situé dans un
État membre de l’EEE, autre que la Belgique, et qui
a obtenu, conformément à la législation de son État
membre d’origine, un agrément pour l’exercice d’acti-
vités d’assurance;
8° “entreprise d’assurances étrangère”: une entre-
prise d’assurances dont le siège principal est situé en
dehors de la Belgique;
9° “entreprise d’assurances d’un pays tiers”: une
entreprise d’assurances dont le siège principal est situé
en dehors de l’EEE;
10° “agrément”: l’agrément délivré par les autorités
compétentes, conformément à la législation de l’État
membre d’origine, en vue de l’exercice d’activités
d’assurance au sens de l’article 14 de la directive
2009/138/CE;
11° “assurances du groupe d’activités “non-vie””:
toutes les opérations portant sur les risques qui relèvent
du groupe d’activités “non-vie” tel que déterminé dans
l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant
règlement général relatif au contrôle des entreprises
d’assurances, ou qui relèvent des branches d’assu-
rance non-vie telles que mentionnées dans l’annexe,
point A, de la directive 73/239/CEE du Conseil du
24 juillet 1973 portant coordination des dispositions
législatives, réglementaires et administratives concer-
nant l’accès à l’activité de l’assurance directe autre que
l’assurance sur la vie, et son exercice, ou dans l’annexe
I, partie A, de la directive 2009/138/CE;
12° “assurances du groupe d’activités “vie””: toutes
les opérations portant sur les risques qui relèvent du
groupe d’activités “vie” tel que déterminé dans l’annexe
I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assu-
rances, ou qui relèvent des branches d’assurance vie
telles que mentionnées dans l’annexe I de la directive
2002/83/CE du Parlement européen et du Conseil du
5 novembre 2002 concernant l’assurance directe sur
la vie, ou dans l’annexe II de la directive 2009/138/CE;
6° “Belgische verzekeringsonderneming”: een ver-
zekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor in
België ligt en die een vergunning heeft verkregen van de
Bank om verzekeringsactiviteiten te verrichten, of die, op
grond van het in uitvoering van artikel 4 van de Richtlijn
2009/138/EG in België geldende regime, toegelaten is
om zonder vergunning verzekeringsactiviteiten te ver-
richten in België;
7° “EER verzekeringsonderneming”: een verzeke-
ringsonderneming waarvan het hoofdkantoor in een
lidstaat van de EER, andere dan België, is gevestigd
en die overeenkomstig de wetgeving van haar lidstaat
van herkomst een vergunning heeft gekregen om ver-
zekeringsactiviteiten te verrichten;
8° “Buitenlandse verzekeringsonderneming”: een
verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor
buiten België gevestigd is;
9° “Verzekeringsonderneming van derde land”: een
verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor
buiten de EER is gevestigd;
10° “Vergunning”: de overeenkomstig de wetgeving
van de lidstaat van herkomst door de bevoegde autori-
teiten verleende vergunning om verzekeringsactiviteiten
uit te oefenen in de zin van artikel 14 van de Richtlijn
2009/138/EG;
11° “Verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven””: alle verrichtingen met betrekking tot de risico’s
die behoren tot de groep van activiteiten “niet-leven”
zoals bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van
22 februari 1991 houdende algemeen reglement betref-
fende de controle op de verzekeringsondernemingen,
dan wel tot de schadeverzekeringstakken zoals bepaald
in de Bijlage, punt A van de Richtlijn 73/239/EEG van de
Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang
tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van
de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daar-
van of in Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG;
12° “Verzekeringen uit de groep activiteiten “leven””:
alle verrichtingen met betrekking tot de risico’s die be-
horen tot de groep van activiteiten “leven” zoals bepaald
in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen, dan wel tot de le-
vensverzekeringstakken zoals bepaald in Bijlage I bij de
Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 5 november 2002 betreffende de levens-
verzekering of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG;
9
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
13° “opération de capitalisation”: une opération basée
sur une technique actuarielle, dans le cadre de laquelle,
en contrepartie de versements uniques ou périodiques
fi xés à l’avance, une partie, l’assureur, prend envers une
autre partie, le preneur de l’opération de capitalisation,
des engagements déterminés quant à leur durée et à
leur montant et indépendants de tout événement aléa-
toire quelconque;
14° “contrat d’assurance”: un contrat en vertu duquel,
moyennant le paiement d’une prime fi xe ou variable, une
partie, l’assureur, s’engage envers une autre partie, le
preneur d’assurance, à fournir une prestation stipulée
dans le contrat au cas où surviendrait un événement
incertain que, selon le cas, l’assuré ou le bénéfi ciaire,
a intérêt à ne pas voir se réaliser. Pour l’application
de la présente loi et de ses arrêtés et règlements
d’exécution, les contrats portant sur des opérations de
capitalisation sont également considérés comme des
contrats d’assurance. Pour ces opérations, les mots
“preneur d’assurance” s’entendent comme “preneur
d’une opération de capitalisation”;
15° “assurance de dommages”: l’assurance dans
laquelle la prestation d’assurance dépend d’un événe-
ment incertain qui cause un dommage au patrimoine
d’une personne;
16° “assurance de personnes”: l’assurance dans
laquelle la prestation d’assurance ou la prime dépend
d’un événement incertain qui affecte la vie, l’intégrité
physique ou la situation familiale d’une personne. Pour
l’application de la présente loi et de ses arrêtés et
règlements d’exécution, les opérations de capitalisation
sont également considérées comme des assurances de
personnes. Toutefois, eu égard à l’absence de risque
assuré dans les opérations de capitalisation, les articles
58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, § 2, point 6°, et § 3, 69, 70,
71, 72, 74, 75, 76, 79, 80, 81, 84, § 2, 86, 87, 159 et 200,
ainsi que le chapitre 3 du titre II de la partie 4 ne sont
pas applicables à ces opérations;
17° “assuré”:
a) dans une assurance de dommages: la personne
garantie par l’assurance contre les pertes patrimoniales;
b) dans une assurance de personnes: la personne
sur la tête de laquelle repose le risque de survenance
de l’événement assuré. Dans une opération de capita-
lisation, il n’y a pas d’assuré;
18° “bénéfi ciaire”: la personne en faveur de laquelle
sont stipulées des prestations d’assurance;
13° “Kapitalisatieverrichting”: een verrichting geba-
seerd op een actuariële techniek, waarbij een partij, de
verzekeraar, tegen betaling van van tevoren vastgestel-
de enige of periodieke stortingen, tegenover een andere
partij, die de kapitalisatieverrichting sluit, verplichtingen
aangaat die, voor wat betreft hun duur en hun bedrag,
bepaald zijn en die onafhankelijk zijn van om het even
welke toevallige gebeurtenis;
14° “Verzekeringsovereenkomst”: een overeenkomst,
waarbij een partij, de verzekeraar, zich er tegen betaling
van een vaste of veranderlijke premie tegenover een
andere partij, de verzekeringnemer, toe verbindt een in
de overeenkomst bepaalde prestatie te leveren in het
geval zich een onzekere gebeurtenis voordoet waarbij,
naargelang van het geval, de verzekerde of de begun-
stigde belang heeft dat die zich niet voordoet. Voor de
toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
en -reglementen worden overeenkomsten met betrek-
king tot kapitalisatieverrichtingen tevens beschouwd als
verzekeringsovereenkomsten. Voor deze verrichtingen
wordt onder verzekeringnemer verstaan diegene die
een kapitalisatieverrichting sluit;
15° “Schadeverzekering”: verzekering waarbij de
verzekeringsprestatie afhankelijk is van een onzeker
voorval dat schade veroorzaakt aan iemands vermogen;
16° “Persoonsverzekering”: verzekering waarbij de
verzekeringsprestatie of de premie afhankelijk is van
een onzeker voorval dat iemands leven, fysieke integri-
teit of gezinstoestand aantast. Voor de toepassing van
deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen
worden kapitalisatieverrichtingen tevens als persoons-
verzekeringen beschouwd. Gelet op de afwezigheid
van een verzekerd risico bij zulke verrichtingen, zijn de
artikelen 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, § 2, 6°, en § 3, 69,
70, 71, 72, 74, 75, 76, 79, 80, 81, 84, § 2, 86, 87, 159 en
200 en hoofdstuk 3 van titel II van deel 4 echter niet van
toepassing op de kapitalisatieverrichting;
17° “Verzekerde”:
a) bij schadeverzekering: degene die door de verze-
kering is gedekt tegen vermogensschade;
b) bij persoonsverzekering: degene in wiens persoon
het risico van het zich voordoen van het verzekerde
voorval gelegen is. Bij een kapitalisatieverrichting is er
geen verzekerde;
18° “Begunstigde”: degene in wiens voordeel verze-
keringsprestaties bedongen zijn;
10
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
19° “prime”: toute espèce de rémunération demandée
par l’assureur en contrepartie de ses engagements;
20° “intermédiaire d’assurances”: toute personne
morale ou physique ayant la qualité de travailleur indé-
pendant au sens de la législation sociale et exerçant des
activités d’intermédiation en assurances, même à titre
occasionnel, ou ayant accès à cette activité;
21° “intermédiaire de réassurance”: toute personne
morale ou physique ayant la qualité de travailleur indé-
pendant au sens de la législation sociale et exerçant des
activités d’intermédiation en réassurance, même à titre
occasionnel, ou accédant à cette activité;
22° “établissement”: le siège principal ou la succur-
sale d’une entreprise ou d’une personne;
23° “siège principal”: dans le cas d’une personne
morale, le siège réel et, dans le cas d’une personne
physique, le centre des affaires;
24° “succursale”: toute agence ou succursale d’une
entreprise qui est établie dans un pays autre que le pays
d’origine de celle-ci; est assimilée à une succursale
toute présence permanente d’une entreprise, même si
cette présence n’a pas pris la forme d’une succursale ou
d’une agence, mais s’exerce par le moyen d’un simple
bureau géré par le propre personnel de l’entreprise,
ou d’une personne indépendante mais mandatée pour
agir en permanence pour l’entreprise comme le ferait
une agence;
25° “l’EEE”: l’Espace économique européen;
26° “État membre”: un État qui est membre de l’EEE;
27° “pays tiers”: un État qui n’est pas membre de
l’EEE;
28° “libre prestation de services”: l’activité par
laquelle une entreprise d’assurances de l’EEE couvre
des risques ou prend des engagements dans un autre
État membre, à partir de son siège principal ou d’une
succursale située dans un autre État membre. Pour
autant que cela soit conforme à la législation belge
en la matière, cette notion couvre également l’activité
par laquelle une entreprise d’assurances d’un pays
tiers couvre des risques ou prend des engagements
en Belgique, à partir de son siège principal ou d’une
succursale située dans un autre pays;
19° “Premie”: iedere vorm van vergoeding door
de verzekeraar gevraagd als tegenprestatie voor zijn
verbintenissen;
20° “Verzekeringstussenpersoon”: elke rechtsper-
soon of elke natuurlijke persoon werkzaam als zelfstan-
dige in de zin van de sociale wetgeving, die activiteiten
van verzekeringsbemiddeling uitoefent, zelfs occasio-
neel, of die er toegang toe heeft;
21° “Herverzekeringstussenpersoon”: elke rechts-
persoon of elke natuurlijke persoon werkzaam als
zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving, die
activiteiten van herverzekeringsbemiddeling uitoefent,
zelfs occasioneel, of die er toegang toe heeft;
22° “Vestiging”: het hoofdkantoor of bijkantoor van
een onderneming of een persoon.
23° “Hoofdkantoor”: in het geval van een rechtsper-
soon, dan wel een natuurlijke persoon, respectievelijk
de werkelijke zetel, dan wel het centrum van de zakelijke
belangen;
24° “Bijkantoor”: ieder agentschap of bijkantoor van
een onderneming in een ander land dan haar land van
herkomst. Met een bijkantoor wordt gelijkgesteld, elke
permanente aanwezigheid van een onderneming, zelfs
indien die aanwezigheid niet de vorm heeft van een bij-
kantoor of een agentschap, maar bestaat uit een gewoon
bureau dat door het eigen personeel van de onderne-
ming wordt beheerd of door een zelfstandig persoon
die evenwel gemachtigd is om voor de onderneming
duurzaam op te treden zoals een agentschap zou doen;
25° “de EER”: de Europese Economische Ruimte;
26° “Lidstaat”: een staat die lid is van de EER;
27° “Derde land”: een staat die geen lid is van de EER;
28° “Vrije dienstverrichting”: de activiteit waarbij een
EER verzekeringsonderneming vanuit haar hoofdkan-
toor of vanuit een bijkantoor gelegen in een andere
lidstaat, in een andere lidstaat gelegen risico’s dekt of
verbintenissen aangaat. Voor zover dit in overeenstem-
ming met de Belgische wetgeving ter zake is, wordt
hieronder tevens verstaan de activiteit waarbij een
verzekeringsonderneming van een derde land vanuit
haar hoofdkantoor of vanuit een bijkantoor gelegen in
een ander land, in België gelegen risico’s dekt of ver-
bintenissen aangaat;
11
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
29° “État membre d’origine”: l’un des États membres
suivants:
a. concernant les assurances du groupe d’activités
“non-vie”, l’État membre dans lequel est situé le siège
principal de l’assureur qui couvre le risque;
b. concernant les assurances du groupe d’activités
“vie”, l’État membre dans lequel est situé le siège prin-
cipal de l’assureur qui prend l’engagement;
30° “pays d’origine”: l’un des pays suivants:
a. concernant les assurances du groupe d’activités
“non-vie”, le pays dans lequel est situé le siège principal
de l’assureur qui couvre le risque;
b. concernant les assurances du groupe d’activités
“vie”, le pays dans lequel est situé le siège principal de
l’assureur qui prend l’engagement;
31° “État membre d’accueil”: l’État membre, autre
que le pays ou l’État membre d’origine, dans lequel
un assureur a une succursale ou fournit des services;
pour les assurances du groupe d’activités “vie” et celles
du groupe d’activités “non-vie”, l’on entend par l’État
membre de fourniture des services, respectivement,
l’État membre de l’engagement ou l’État membre où le
risque est situé, lorsque ledit engagement ou risque est
couvert par un assureur ou une succursale situé dans
un autre État membre;
32° “État membre où le risque est situé”: l’un des
États membres suivants:
a. l’État membre où se trouvent les biens, lorsque
l’assurance est relative soit à des immeubles, soit à des
immeubles et à leur contenu, dans la mesure où celui-ci
est couvert par la même police d’assurance;
b. l’État membre d’immatriculation, lorsque l’assu-
rance est relative à des véhicules de toute nature;
c. l’État membre où le preneur d’assurance souscrit
la police, s’il s’agit d’un contrat d’une durée inférieure
ou égale à quatre mois, relatif à des risques encourus
au cours d’un voyage ou de vacances, quelle que soit
la branche concernée;
d. dans tous les cas non expressément couverts
par les points a), b) ou c), l’État membre où l’un des
éléments suivants est situé:
29° “Lidstaat van herkomst”: een van de volgende
lidstaten:
a. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven”: de lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd
van de verzekeraar die het risico dekt;
b. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”:
de lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de
verzekeraar die de verbintenis aangaat;
30° “Land van herkomst” een van de volgende
landen:
a. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven”: het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van
de verzekeraar die het risico dekt;
b. bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”:
het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van de
verzekeraar die de verbintenis aangaat;
31° “Lidstaat van ontvangst”: de lidstaat waar een
verzekeraar een bijkantoor heeft of diensten verricht en
die niet het land of de lidstaat van herkomst is; in het
geval van verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”
of “niet leven” wordt onder lidstaat van dienstverrichting
verstaan, respectievelijk de lidstaat van de verbintenis
en de lidstaat waar het risico is gelegen; de verbintenis
of het risico wordt gedekt door een verzekeraar of een
bijkantoor in een andere lidstaat;
32° “Lidstaat van het risico”: een van de volgende
lidstaten:
a. de lidstaat waar de goederen zich bevinden, wan-
neer de verzekering betrekking heeft hetzij op onroe-
rend goed, hetzij op onroerend goed en op de inhoud
daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekerings-
overeenkomst wordt gedekt;
b. de lidstaat van registratie, wanneer de verzekering
betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het
even welk type;
c. de lidstaat waar de verzekeringnemer de over-
eenkomst heeft gesloten, indien het overeenkomsten
betreft met een looptijd van vier maanden of minder
die betrekking hebben op tijdens een reis of vakantie
gelopen risico’s, ongeacht de tak;
d. in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd
onder a), b) of c): de lidstaat waarin zich een van het
volgende bevindt:
12
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
i. la résidence habituelle du preneur d’assurance; ou
ii. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le
contrat se rapporte;
33° “État membre de l’engagement”: l’État membre
où l’un des éléments suivants est situé:
a. la résidence habituelle du preneur d’assurance;
b. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le
contrat se rapporte;
34° “autorités compétentes”: les autorités nationales
habilitées, en vertu d’une loi ou d’une réglementa-
tion, à contrôler les entreprises d’assurances et/ou
l’activité des assureurs au regard de la protection des
preneurs d’assurance, des assurés, des bénéfi ciaires
et de tous tiers ayant un intérêt à l’exécution du contrat
d’assurance;
35° “le ministre”: le ministre qui a les assurances
dans ses attributions;
36° “la Banque”: la Banque Nationale de Belgique,
visée dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut
organique de la Banque Nationale de Belgique. Pour
les sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5,
et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités, les
mots “la Banque” fi gurant aux articles 5, point 6°, 17 et
41 doivent se lire comme “l’OCM”;
37° “la FSMA”: l’Autorité des services et marchés
fi nanciers, visée à l’article 44 de la loi du 2 août 2002
relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux
services fi nanciers;
38° “l’OCM”: l’Office de contrôle des mutualités et
des unions nationales de mutualités, visé à l’article 49
de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux
unions nationales de mutualités;
39° “grands risques”:
a) les risques relevant des branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12
de l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant
règlement général relatif au contrôle des entreprises
d’assurances, ou classés sous les branches 4, 5, 6,
7, 11 et 12 de l’annexe, point A, de la directive 73/239/
CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coordination
des dispositions législatives, réglementaires et adminis-
tratives concernant l’accès à l’activité de l’assurance
i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringne-
mer; of
ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon
is: de vestiging van die verzekeringnemer waarop de
overeenkomst betrekking heeft;
33° “Lidstaat van de verbintenis”: de lidstaat waarin
zich een van het volgende bevindt:
a. de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer;
b. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is:
de vestiging van die verzekeringnemer waarop de
overeenkomst betrekking heeft;
34° “Bevoegde autoriteiten”: de nationale autoriteiten
die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalin-
gen toezicht uitoefenen op verzekeringsondernemingen
en/of op de activiteit van de verzekeraars in het licht van
de bescherming van de verzekeringnemers, de verze-
kerden, de begunstigden en de derden die belang heb-
ben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst;
35° “de minister”: de minister die de verzekeringen
onder zijn bevoegdheden heeft;
36° “de Bank”: de Nationale Bank van België, bedoeld
in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het
organiek statuut van de Nationale Bank van België.
Voor de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals
bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de
wet 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en
de landsbonden van ziekenfondsen, dienen de woorden
“de Bank” in de artikel 5, punt 6°, en de artikelen 17 en
41 te worden gelezen als “de CDZ”;
37° “de FSMA”: de Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 au-
gustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële
sector en de fi nanciële diensten;
38° “de CDZ”: de controledienst voor de ziekenfond-
sen en de landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in
artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de
ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
39° “Grote risico’s”:
a) de risico’s die behoren tot de in punt 4, 5, 6, 7, 11 en
12 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari
1991 houdende algemeen reglement betreffende de
controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in
punt A, 4, 5, 6, 7, 11 en 12 van de Bijlage van de Richtlijn
73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen be-
treffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf,
13
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
directe autre que l’assurance sur la vie, et son exercice,
ou sous les branches 4, 5, 6, 7, 11 et 12 de l’annexe I,
partie A, de la directive 2009/138/CE;
b) les risques relevant des branches 14 et 15 de
l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant
règlement général relatif au contrôle des entreprises
d’assurances, ou classés sous les branches 14 et 15 de
l’annexe, point A, de la directive 73/239/CEE du Conseil
du 24 juillet 1973 portant coordination des dispositions
législatives, réglementaires et administratives concer-
nant l’accès à l’activité de l’assurance directe autre
que l’assurance sur la vie, et son exercice, ou sous les
branches 14 et 15 de l’annexe I, partie A, de la directive
2009/138/CE, lorsque le preneur d’assurance exerce à
titre professionnel une activité industrielle, commerciale
ou libérale et que les risques sont relatifs à cette activité;
c) les risques relevant des branches 3, 8, 9, 10, 13
et 16 de l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991
portant règlement général relatif au contrôle des entre-
prises d’assurances, ou classés sous les branches 3,
8, 9, 10, 13 et 16 de l’annexe, point A, de la directive
73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973 portant coor-
dination des dispositions législatives, réglementaires
et administratives concernant l’accès à l’activité de
l’assurance directe autre que l’assurance sur la vie,
et son exercice, ou sous les branches 3, 8, 9, 10, 13 et
16 de l’annexe I, partie A, de la directive 2009/138/CE,
pour autant que le preneur d’assurance dépasse les
limites chiffrées d’au moins deux des critères suivants:
i. un total de bilan de 6 200 000 euros;
ii. un montant net du chiffre d’affaires, au sens de la
quatrième directive 78/660/CEE du Conseil du 25 juil-
let 1978 fondée sur l’article 54, paragraphe 3, point g),
du traité et concernant les comptes annuels de certaines
formes de sociétés, de 12 800 000 euros;
iii. un nombre de 250 employés en moyenne au cours
de l’exercice.
Si le preneur d’assurance fait partie d’un ensemble
d’entreprises pour lequel des comptes consolidés sont
établis conformément à la directive 83/349/CEE, les
critères énoncés à l’alinéa 1er, point c), sont appliqués
sur la base des comptes consolidés;
40° “entreprise de réassurance”: une entreprise telle
que défi nie à l’article 82, 3°, de la loi du 16 février 2009
relative à la réassurance;
met uitzondering van de levensverzekeringsbranche,
en de uitoefening daarvan, of in deel A, 4, 5, 6, 7, 11 en
12, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG,
vermelde takken;
b) de risico’s die behoren tot de in punt 14 en 15 van
Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 14
en 15 van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de
Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang
tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering
van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening
daarvan , of in deel A, 14 en 15, van Bijlage I, deel A bij
de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken wanneer de
verzekeringnemer in het kader van een bedrijf of beroep
een industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij
beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft;
c) de risico’s die behoren tot de in punt 3, 8, 9, 10,
13 en 16 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22
februari 1991 houdende algemeen reglement betref-
fende de controle op de verzekeringsondernemingen,
dan wel in punt A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van de Bijlage
van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli
1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuurs-
rechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het
directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de
levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan
, of in deel A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van Bijlage I, deel
A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken, voor
zover de verzekeringnemer ten minste twee van de drie
volgende criteria overschrijdt:
i. balanstotaal: 6 200 000 euro;
ii. netto-omzet in de zin van de Vierde Richtlijn
78/660/EEG van de Raad van de Raad van25 juli 1978
op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het
Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde ven-
nootschapsvormen: 12 800 000 euro;
iii. gemiddeld personeelsbestand gedurende het
boekjaar: 250.
Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een
groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde
jaarrekening overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG
wordt opgesteld, worden de in het eerste lid, onder
c), vermelde criteria op basis van de geconsolideerde
rekening toegepast.
40° “Herverzekeringsonderneming”: een onderne-
ming als gedefi nieerd in artikel 82, 3°, van de wet van
16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf;
14
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
41° “la loi du 2 août 2002”: la loi du 2 août 2002
relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux
services fi nanciers;
42° “la loi du 9 juillet 1975”: la loi du 9 juillet 1975
relative au contrôle des entreprises d’assurances;
43° “la directive 2002/92/CE”: la directive 2002/92/
CE du Parlement européen et du Conseil du 9 dé-
cembre 2002 sur l’intermédiation en assurance;
44° “la directive 2009/138/CE”: la directive 2009/138/
CE du Parlement européen et du Conseil du 25 no-
vembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assurance et
de la réassurance et leur exercice (solvabilité II);
45° “la directive 2009/65/CE”: la directive 2009/65/CE
du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009
portant coordination des dispositions législatives,
réglementaires et administratives concernant certains
organismes de placement collectif en valeurs mobilières
(OPCVM);
46° “intermédiation en assurances”: toute acti-
vité consistant à fournir des conseils sur des contrats
d’assurance, à présenter ou à proposer des contrats
d’assurance ou à réaliser d’autres travaux préparatoires
à leur conclusion ou à les conclure, ou à contribuer à
leur gestion et à leur exécution;
ne sont pas considérées comme une intermédiation
en assurances:
— les activités exercées par une entreprise d’assu-
rances ou un salarié d’une entreprise d’assurances qui
agit sous la responsabilité de cette dernière;
— les activités consistant à fournir des informations
à titre occasionnel dans le cadre d’une autre activité
professionnelle pour autant que ces activités n’aient pas
pour objet d’aider le client à conclure ou à exécuter un
contrat d’assurance, la gestion, à titre professionnel, des
sinistres d’une entreprise d’assurances ou les activités
d’estimation et de liquidation des sinistres;
47° “conseil”: la fourniture de recommandations
personnalisées à un client, soit à sa demande, soit à
l’initiative de l’intermédiaire d’assurances en ce qui
concerne un ou plusieurs contrat(s) d’assurance;
41° “Wet van 2 augustus 2002”: de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en
de fi nanciële diensten;
42° “Wet van 9 juli 1975”: de wet van 9 juli 1975 be-
treffende de controle der verzekeringsondernemingen;
43° “Richtlijn 2002/92/EG”: Richtlijn 2002/92/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 9 december
2002 betreffende verzekeringsbemiddeling;
44° “Richtlijn 2009/138/EG”: Richtlijn 2009/138/
EG van het Europees Parlement en de Raad van 25
november 2009 betreffende de toegang tot en uitoe-
fening van het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf
(Solvabiliteit II);
45° “Richtlijn 2009/65/EG”: Richtlijn 2009/65/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009
tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor col-
lectieve belegging in effecten (icbe’s);
46° “Verzekeringsbemiddeling”: de werkzaamheden
die bestaan in het adviseren over verzekeringsovereen-
komsten, het aanbieden, het voorstellen, het verrichten
van voorbereidend werk tot het sluiten van verzekerings-
overeenkomsten of het sluiten van verzekeringsovereen-
komsten, dan wel in het assisteren bij het beheer en de
uitvoering ervan;
worden niet als verzekeringsbemiddeling beschouwd:
— werkzaamheden uitgeoefend door een verze-
keringsonderneming of door een werknemer van een
verzekeringsonderneming onder de verantwoordelijk-
heid van deze laatste;
— werkzaamheden bestaande uit incidentele infor-
matieverstrekking in het kader van een andere beroeps-
werkzaamheid, mits het doel van deze werkzaamheden
niet bestaat in het assisteren van de cliënt bij de sluiting
of uitvoering van een verzekeringsovereenkomst, in
het beroepshalve verrichten van schadebeheer voor
een verzekeringsonderneming of in schaderegeling en
schade-expertise;
47° “Advies”: het verstrekken van gepersonaliseerde
aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op zijn verzoek, het-
zij op initiatief van de verzekeringstussenpersoon, met
betrekking tot een of meer verzekeringsovereenkomsten;
15
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
48° “recommandation personnalisée”: une recom-
mandation qui est présentée comme adaptée à cette
personne, ou est fondée sur l’examen de la situation
propre à cette personne en rapport avec un ou plusieurs
contrat(s) d’assurance.
Une recommandation n’est pas réputée personnali-
sée si elle est exclusivement diffusée par des canaux
de distribution au sens de l’article 2, alinéa 1er, 26°, de
la loi du 2 août 2002, ou est destinée au public;
49° “intermédiation en réassurance”: toute activité
consistant à présenter ou à proposer des contrats de
réassurance ou à réaliser d’autres travaux préparatoires
à leur conclusion ou à les conclure, ou à contribuer à
leur gestion et à leur exécution;
ne sont pas considérées comme une intermédiation
en réassurance:
— les activités exercées par une entreprise de réas-
surance ou un salarié d’une entreprise de réassurance
qui agit sous la responsabilité de cette dernière;
— les activités consistant à fournir des informations
à titre occasionnel dans le cadre d’une autre activité
professionnelle pour autant que ces activités n’aient pas
pour objet d’aider le client à conclure ou à exécuter un
contrat de réassurance, la gestion, à titre professionnel,
des sinistres d’une entreprise de réassurance ou les
activités d’estimation et de liquidation des sinistres;
50° “client de détail”: un client de détail au sens de
l’article 2, alinéa 1er, 29°, de la loi du 2 août 2002.
Art. 6
§ 1er. Pour l’application de la présente loi et de ses
arrêtés et règlements d’exécution en ce qui concerne
les assurances du groupe d’activités “non-vie”, le risque
est réputé être situé en Belgique lorsque:
a) les biens se trouvent en Belgique, dans le cas
d’une assurance relative soit à des immeubles, soit à
des immeubles et à leur contenu, dans la mesure où
celui-ci est couvert par la même police d’assurance;
b) l’immatriculation s’effectue en Belgique, dans le
cas d’une assurance relative à des véhicules de toute
nature;
48° “Gepersonaliseerde aanbeveling”: een aanbeve-
ling met betrekking tot een of meer verzekeringsover-
eenkomsten, die wordt voorgesteld als een aanbeveling
die geschikt is voor de persoon in kwestie, of berust op
een afweging van zijn persoonlijke omstandigheden.
Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aanbeve-
ling als deze uitsluitend via distributiekanalen, in de zin
van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus
2002, of aan het publiek wordt gedaan;
49° “Herverzekeringsbemiddeling”: de werkzaam-
heden die bestaan in het aanbieden, het voorstellen,
het verrichten van voorbereidend werk tot het sluiten
van herverzekeringsovereenkomsten of het sluiten van
herverzekeringsovereenkomsten, dan wel in het assis-
teren bij het beheer en de uitvoering ervan;
worden niet als herverzekeringsbemiddeling
beschouwd:
— werkzaamheden uitgeoefend door een herverze-
keringsonderneming of door een werknemer van een
herverzekeringsonderneming onder de verantwoorde-
lijkheid van deze laatste;
— werkzaamheden bestaande uit incidentele infor-
matieverstrekking in het kader van een andere beroeps-
werkzaamheid, mits het doel van deze werkzaamheden
niet bestaat in het assisteren van de cliënt bij de sluiting
of uitvoering van een herverzekeringsovereenkomst,
in het beroepshalve verrichten van schadebeheer voor
een herverzekeringsonderneming of in schaderegeling
en schade-expertise;
50° “Niet-professionele cliënt”: de niet-professionele
cliënt in de zin van artikel 2, eerste lid, 29°, van de wet
van 2 augustus 2002.
Art. 6
§ 1. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoe-
ringsbesluiten en -reglementen bij verzekeringen uit de
groep activiteiten “niet leven”, wordt het risico geacht in
België te liggen als:
a) de goederen zich in België bevinden, wanneer de
verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed,
hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor
zover deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst
wordt gedekt;
b) de registratie in België gebeurt, wanneer de ver-
zekering betrekking heeft op voer- en vaartuigen van
om het even welk type;
16
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
c) le preneur d’assurance a souscrit la police en
Belgique, s’il s’agit d’un contrat d’une durée inférieure
ou égale à quatre mois, relatif à des risques encourus
au cours d’un voyage ou de vacances, quelle que soit
la branche concernée;
d) dans tous les cas non expressément couverts par
les points a), b) ou c), l’un des éléments suivants est
situé en Belgique:
i. la résidence habituelle du preneur d’assurance; ou
ii. si le preneur d’assurance est une personne morale,
l’établissement du preneur d’assurance auquel le
contrat se rapporte.
§ 2. Pour l’application de la présente loi et de ses
arrêtés et règlements d’exécution en ce qui concerne
les assurances du groupe d’activités “vie”, l’engagement
est réputé être situé en Belgique lorsque:
a) la résidence habituelle du preneur d’assurance est
située en Belgique;
b) l’établissement du preneur d’assurance qui est
une personne morale et auquel le contrat se rapporte,
est situé en Belgique.
§ 3. Pour l’application de la présente loi, le “pre-
neur d’assurance” doit être compris comme étant le
“candidat preneur d’assurance” s’il s’agit d’obligations
précontractuelles.
§ 4. Pour l’application de la présente loi, l’on entend
par “entreprise d’assurances” chacune des entreprises
suivantes:
— une entreprise d’assurances belge;
— une entreprise d’assurances de l’EEE;
— une entreprise d’assurances étrangère qui n’est
pas une entreprise d’assurances de l’EEE et qui a
obtenu de la Banque l’autorisation légalement requise
pour exercer des activités d’assurance en Belgique par
voie de succursale;
— une entreprise d’assurances d’un pays tiers qui
remplit toutes les conditions légales pour exercer des
activités en Belgique sous le régime de la libre presta-
tion de services.
c) de verzekeringnemer de overeenkomst in België
heeft gesloten, indien het overeenkomsten betreft met
een looptijd van vier maanden of minder die betrekking
hebben op tijdens een reis of vakantie gelopen risico’s,
ongeacht de tak;
d) in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd
onder a), b) of c) indien een van het volgende zich in
België bevindt:
i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringne-
mer; of
ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon
is, de vestiging van die verzekeringnemer waarop de
overeenkomst betrekking heeft.
§ 2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoe-
ringsbesluiten en -reglementen bij verzekeringen uit de
groep activiteiten “leven”, wordt de verbintenis geacht
in België te liggen als:
a) België de gewone verblijfplaats is van de
verzekeringnemer;
b) de vestiging van de verzekeringnemer die een
rechtspersoon is en waarop de overeenkomst betrek-
king heeft in België ligt.
§ 3. Voor de toepassing van deze wet wordt de “ver-
zekeringnemer” gelezen als de “kandidaat-verzekering-
nemer” indien het precontractuele verplichtingen betreft.
§ 4. Voor de toepassing van deze wet wordt onder
een “verzekeringsonderneming”verstaan, elk van de
volgende ondernemingen:
— een Belgische verzekeringsonderneming;
— een EER verzekeringsonderneming;
— een buitenlandse verzekeringsonderneming die
geen EER verzekeringsonderneming is en die van de
Bank de wettelijk vereiste toelating heeft gekregen om
in België via een bijkantoor verzekeringsactiviteiten uit
te oefenen;
— een verzekeringsonderneming van een derde land
die alle wettelijke voorwaarden om in België via vrije
dienstverrichting activiteiten uit te oefenen heeft vervuld.
17
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 5. Pour l’application de la présente loi, l’on entend
par un “assureur autorisé en vertu de la loi à exercer des
activités d’assurance en Belgique” l’un des assureurs
suivants:
— soit une entreprise d’assurances belge;
— soit une entreprise d’assurances de l’EEE;
— soit une entreprise d’assurances étrangère qui
n’est pas une entreprise d’assurances de l’EEE et qui
a obtenu de la Banque l’autorisation légalement requise
pour exercer des activités d’assurance en Belgique par
voie de succursale;
— soit une entreprise d’assurances d’un pays tiers
qui remplit toutes les conditions légales pour exercer
des activités en Belgique sous le régime de la libre
prestation de services;
— soit un assureur, autre que les précédents, qui,
le cas échéant, sur la base de la législation qui lui est
applicable, s’est conformé aux modalités légalement
requises pour exercer des activités d’assurance en
Belgique.
§ 5. Voor de toepassing van deze wet wordt onder een
“krachtens de wet voor de uitoefening van verzekerings-
activiteit in België toegelaten verzekeraar” verstaan, elk
van de volgende verzekeraars:
— hetzij een Belgische verzekeringsonderneming;
— hetzij een EER verzekeringsonderneming;
— hetzij een buitenlandse verzekeringsonderneming
die geen EER verzekeringsonderneming is en die van
de Bank de wettelijk vereiste toelating heeft gekregen
om in België via een bijkantoor verzekeringsactiviteiten
uit te oefenen;
— hetzij een verzekeringsonderneming van een
derde land die alle wettelijke voorwaarden om in België
via vrije dienstverrichting activiteiten uit te oefenen heeft
vervuld;
— hetzij een verzekeraar, andere dan de voorgaande,
die desgevallend, op basis van de op hem toepasselijke
wetgeving, de wettelijk vereiste modaliteiten heeft ver-
vuld om in België verzekeringsactiviteiten uit te oefenen.
18
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 2
DISPOSITIONS SPÉCIFIQUES CONCERNANT
L’EXERCICE DES ACTIVITÉS
TITRE IER
Dispositions générales
Art. 7
La présente partie ne porte pas atteinte aux obliga-
tions qui découlent, pour les entreprises d’assurances,
de la loi du 9 juillet 1975, de la loi du 10 avril 1971 sur
les accidents du travail et de la loi du 3 juillet 1967 sur
la prévention et la réparation des dommages résultant
des accidents du travail, des accidents survenus sur le
chemin du travail et des maladies professionnelles dans
le secteur public.
Art. 8
Les contrats d’assurance qui sont conclus par un
assureur non autorisé en vertu de la loi à exercer des
activités d’assurance en Belgique, sont nuls. Pour les
assureurs étrangers, cette sanction de nullité est limi-
tée aux contrats relatifs à des risques ou engagements
situés en Belgique.
L’assureur est toutefois tenu de remplir les obligations
qu’il a contractées si le preneur d’assurance a souscrit
de bonne foi. Nonobstant toute stipulation contraire
défavorable au preneur d’assurance, à l’assuré et/
ou au bénéfi ciaire, l’assureur est également tenu à la
réparation du dommage causé par la nullité du contrat
concerné dans le chef du preneur d’assurance, de
l’assuré ou du bénéfi ciaire. Le dommage est présumé,
de manière irréfragable, résulter de la conclusion illégale
du contrat d’assurance par un assureur non autorisé
en vertu de la loi à exercer des activités d’assurance
en Belgique.
Art. 9
Les assureurs belges doivent écarter de leurs statuts
toute disposition préjudiciable aux preneurs d’assu-
rance, aux assurés, aux bénéfi ciaires et aux tiers ayant
un intérêt à l’exécution du contrat d’assurance.
DEEL 2
SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING
TOT DE BEDRIJFSVOERING
TITEL I
Algemene bepalingen
Art. 7
Dit deel doet geen afbreuk aan de verplichtingen die
voor de verzekeringsondernemingen voortvloeien uit de
wet van 9 juli 1975, de arbeidsongevallenwet van 10 april
1971 en de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie
van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen,
voor ongevallen op de weg naar en van het werk en
voor beroepsziekten in de overheidssector.
Art. 8
De verzekeringsovereenkomsten die door een niet
krachtens de wet voor de uitoefening van verzeke-
ringsactiviteiten in België toegelaten verzekeraar zijn
gesloten, zijn nietig. Voor buitenlandse verzekeraars is
deze nietigheidssanctie beperkt tot die overeenkomsten
die betrekking hebben op in België gelegen risico’s of
verbintenissen.
De verzekeraar is echter gehouden tot het nakomen
van de verplichtingen die hij heeft aangegaan indien
de verzekeringnemer de overeenkomst te goeder trouw
heeft gesloten. De verzekeraar is tevens, niettegen-
staande elk andersluidend beding in het nadeel van de
verzekeringnemer, de verzekerde, en/of de begunstigde,
gehouden tot vergoeding van de schade veroorzaakt
door de nietigheid van de betrokken overeenkomst in
hoofde van de verzekeringnemer, de verzekerde, dan
wel de begunstigde. De schade wordt op onweerlegbare
wijze geacht het gevolg te zijn van de illegale afsluiting
van de verzekeringsovereenkomst door een niet krach-
tens de wet voor de uitoefening van verzekeringsactivi-
teiten in België toegelaten verzekeraar.
Art. 9
De Belgische verzekeraars moeten uit hun statuten
elke bepaling weren die nadelig is voor de verzeke-
ringnemers, de verzekerden, de begunstigden en
derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst.
19
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 10
Les statuts des associations belges d’assurances
mutuelles doivent mentionner à peine de nullité
— les conditions et le mode d’admission, de démis-
sion et d’exclusion des associés;
— le mode de fixation et de recouvrement des
cotisations ou des primes ainsi que des suppléments
éventuels en vue du règlement des sinistres;
— la procédure à suivre en cas de modifi cations des
statuts ou de liquidation de l’association, sans préjudice
des dispositions de la présente partie.
Art. 11
Concernant les comptes de sociétaires, les sta-
tuts des associations belges d’assurances mutuelles
disposent:
a. qu’il n’est possible d’effectuer des paiements en
faveur des membres à partir de ces comptes que si
cela n’a pas pour effet de faire descendre les éléments
constitutifs des fonds propres réglementaires au-des-
sous du niveau requis ou, après dissolution de l’entre-
prise, que si toutes ses autres dettes ont été réglées;
b. que la Banque est avertie au moins un mois à
l’avance de tout paiement effectué à d’autres fi ns que
la résiliation individuelle de l’affiliation, et qu’elle peut,
pendant ce délai, interdire le paiement.
Art. 12
§ 1er. Les entreprises d’assurances belges commu-
niquent à la FSMA au moins trois semaines avant la
réunion de l’assemblée générale ou, à son défaut, de
l’organe de décision de l’entreprise, les projets de modi-
fi cations aux statuts, ainsi que les projets des décisions
qu’elles se proposent de prendre lors de cette réunion
et qui sont susceptibles d’avoir une incidence sur les
droits et obligations des preneurs d’assurance, des
assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant un intérêt
à l’exécution des contrats d’assurance.
La FSMA peut exiger que les observations qu’elle
formule concernant ces projets soient portées, selon
les modalités qu’elle détermine, à la connaissance de
l’assemblée générale ou, à son défaut, de l’organe
de décision de l’entreprise. Ces observations et les
réponses qui y sont apportées doivent figurer au
procès-verbal.
Art. 10
De statuten van de Belgische onderlinge verzeke-
ringsverenigingen moeten op straffe van nietigheid
vermelden:
— de voorwaarden en de wijze van toelating, ontslag
en uitsluiting van de vennoten;
— de wijze van vaststelling en inning van de bijdragen
of de premies, evenals van de eventuele supplementen
tot afwikkeling van de schadegevallen;
— de procedure in geval van wijzigingen in de statu-
ten of van vereffening van de vereniging, onverminderd
de bepalingen van dit deel.
Art. 11
Inzake de ledenrekeningen bepalen de statuten van
de Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen dat:
a. er vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan
leden mogen worden verricht als zulks geen daling van
de reglementaire elementen van het eigen vermogen
tot onder het vereiste niveau veroorzaakt, of, na ont-
binding van de onderneming, als alle andere schulden
zijn voldaan;
b. dat de Bank ten minste een maand van tevoren
in kennis moet worden gesteld van elke betaling voor
andere doeleinden dan de individuele opzegging van
het lidmaatschap en dat zij gedurende deze termijn de
voorgenomen betaling kan verbieden.
Art. 12
§ 1. Ten minste drie weken vóór het samenkomen
van de algemene vergadering of bij ontstentenis ervan,
van het beslissingsorgaan van de onderneming, stellen
de Belgische verzekeringsondernemingen de FSMA in
kennis van de ontwerpen van wijzigingen aan de sta-
tuten en de ontwerpen van de beslissingen die zij van
plan zijn tijdens die vergadering te nemen en die een
weerslag zouden kunnen hebben op de rechten en de
verplichtingen van de verzekeringnemers, verzekerden,
de begunstigden en derden die belang hebben bij de
uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
De FSMA kan eisen dat de door haar geformuleerde
opmerkingen betreffende die ontwerpen op de wijze
die zij voorschrijft ter kennis worden gebracht van de
algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, van
het beslissingsorgaan van de onderneming. Die opmer-
kingen en de antwoorden moeten in de notulen worden
opgenomen.
20
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Les dispositions des statuts des associations
belges d’assurances mutuelles qui portent sur les
critères visés à l’article 11 ne peuvent être modifi ées
qu’après que la FSMA a déclaré ne pas s’opposer à la
modifi cation.
Art. 13
Les assureurs belges et les assureurs étrangers
autres que des entreprises d’assurances de l’EEE
communiquent à la FSMA dans le mois suivant leur
approbation par l’assemblée générale ou, à son défaut,
par l’organe de décision, les modifi cations aux statuts
ainsi que les décisions qui peuvent avoir une incidence
sur les droits et obligations des preneurs d’assurance,
des assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant un
intérêt à l’exécution des contrats d’assurance.
La FSMA s’oppose, dans le délai maximum d’un
mois à partir de la date où elle en a eu connaissance,
à l’exécution en Belgique de toutes modifi cations ou
décisions visées à l’alinéa précédent, qui violeraient
les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés et
règlements d’exécution.
Art. 14
Les assureurs belges doivent conserver tous les
documents relatifs aux contrats d’assurance qu’ils
ont souscrits. Les assureurs étrangers autres que des
entreprises d’assurances de l’EEE doivent conserver
tous les documents relatifs aux contrats souscrits par
leur établissement belge, ou relatifs aux contrats dont
le risque ou l’engagement est situé en Belgique.
Les assureurs belges conservent ces documents à
leur siège principal et les assureurs étrangers au siège
belge de leurs succursales, ou en tout autre lieu préa-
lablement agréé par la FSMA et la Banque.
Les copies photographiques, microphotographiques,
magnétiques, électroniques ou optiques des documents
détenus par les assureurs belges et les assureurs
étrangers autres que des entreprises d’assurances
de l’EEE font foi comme les originaux, dont elles sont
présumées, sauf preuve contraire, être une copie fi dèle
lorsqu’elles ont été établies par un de ces assureurs ou
sous son contrôle. Le Roi peut, sur avis de la FSMA,
fi xer les conditions et les modalités de l’établissement
de ces copies.
§ 2. De bepalingen in de statuten van de Belgische
onderlinge verzekeringsverenigingen betreffende de
criteria bedoeld in artikel 11 kunnen pas worden gewij-
zigd wanneer de FSMA verklaard heeft geen bezwaar
tegen deze wijziging te hebben.
Art. 13
Binnen de maand die volgt op hun goedkeuring door
de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, door
het beslissingsorgaan, stellen de Belgische verzeke-
raars en de buitenlandse verzekeraars die geen EER
verzekeringsonderneming zijn, de FSMA in kennis van
de wijzigingen aan de statuten en van de beslissingen
die een weerslag zouden kunnen hebben op de rechten
en de verplichtingen van de verzekeringnemers, ver-
zekerden, begunstigden en derden die belang hebben
bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
Binnen een termijn van ten hoogste één maand,
te rekenen van de datum af waarop zij er kennis van
gekregen heeft, verzet de FSMA zich tegen de toepas-
sing in België van elk der door het vorige lid bedoelde
wijzigingen of beslissingen die strijdig zijn met de be-
palingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en
-reglementen.
Art. 14
De Belgische verzekeraars moeten alle documenten
in verband met de door hen gesloten verzekeringsover-
eenkomsten bewaren. De buitenlandse verzekeraars
die geen EER verzekeringsonderneming zijn, moeten
alle documenten betreffende de overeenkomsten die
door hun Belgische vestiging zijn gesloten, dan wel
betreffende de overeenkomsten waarvan het risico of
de verbintenis in België is gelegen, bewaren.
De Belgische verzekeraars bewaren deze documen-
ten in hun hoofdkantoor, de buitenlandse verzekeraars
in de Belgische zetel van hun bijkantoren, hetzij op
enige andere plaats die vooraf toegelaten is door de
FSMA en de Bank.
De fotografi sche, microfotografi sche, magnetische,
elektronische of optische afschriften van de documenten
van de Belgische verzekeraars en de buitenlandse ver-
zekeraars die geen EER verzekeringsonderneming zijn
bewijskrachtig zoals de originele stukken waarvan zij,
behoudens bewijs van het tegendeel, worden veronder-
steld een afschrift te zijn indien zij werden opgesteld door
één van deze verzekeraars of onder haar toezicht. De
Koning kan, na advies van de FSMA, de voorwaarden en
modaliteiten vaststellen om deze afschriften op te stellen.
21
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Sans préjudice d’autres dispositions légales, la FSMA
et la Banque peuvent fi xer, par voie de règlement, le
délai de conservation obligatoire de ces documents.
Art. 15
Les assureurs qui exercent des activités d’assurance
en Belgique sont tenus de respecter les dispositions
légales et réglementaires d’intérêt général qui s’ap-
pliquent en Belgique aux assureurs et à leurs opérations.
Art. 16
Les entreprises d’assurances belges et les entre-
prises d’assurances étrangères qui exercent des acti-
vités d’assurance en Belgique autrement que sous le
régime de la libre prestation de services, adoptent les
mesures organisationnelles nécessaires sur le plan de
leur structure de gestion, de leur organisation adminis-
trative et comptable, de leurs mécanismes de contrôle
et de sécurité dans le domaine informatique et de leur
contrôle interne, en vue de respecter les règles visant à
garantir un traitement honnête, équitable et profession-
nel des parties intéressées.
TITRE II
Les cessions de contrats d’assurance
Art. 17
Les cessions de droits et obligations résultant de
contrats relatifs à des risques ou engagements situés en
Belgique, sont opposables aux preneurs d’assurance,
aux assurés, aux bénéfi ciaires et à tous tiers ayant un
intérêt à l’exécution du contrat d’assurance lorsqu’elles
ont été autorisées par la Banque ou par les autorités
compétentes d’un autre État membre.
Sans préjudice de l’application des articles 34 et 36,
cette opposabilité prend effet à la date de la publication
visée à l’article 78 de la loi du 9 juillet 1975.
Art. 18
§ 1er. Les preneurs d’assurance ont la faculté de
résilier leur contrat dans les formes prescrites à l’article
84, § 1er, dans un délai de trois mois à partir de la publi-
cation visée à l’article 78 de la loi du 9 juillet 1975. Cette
résiliation prend effet à l’expiration d’un délai d’un mois
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kunnen
de FSMA en de Bank bij reglement de termijn bepalen
gedurende welke deze documenten bewaard moeten
worden.
Art. 15
De verzekeraars die in België verzekeringsactiviteiten
uitoefenen, moeten de in België op de verzekeraars en
hun verrichtingen van toepassing zijnde wettelijke en re-
glementaire bepalingen van algemeen belang naleven.
Art. 16
De Belgische verzekeringsondernemingen en de
buitenlandse verzekeringsondernemingen die anders
dan in vrije dienstverrichting verzekeringsactiviteiten
verrichten in België, treffen de noodzakelijke organisa-
torische maatregelen inzake hun beleidsstructuur, hun
administratieve en boekhoudkundige organisatie, hun
controle- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot
de elektronische informatieverwerking, en hun interne
controle met het oog op de naleving van de regels die
een loyale, billijke en professionele behandeling van de
belanghebbende partijen moeten waarborgen.
TITEL II
Overdrachten van verzekeringsovereenkomsten
Art. 17
De overdrachten van de rechten en de verplichtingen
die voortvloeien uit overeenkomsten betreffende risico’s
of verbintenissen gelegen in België, zijn tegenstelbaar
aan de verzekeringnemers, de verzekerden, de begun-
stigden en alle derden die belang hebben bij de uit-
voering van de verzekeringsovereenkomst wanneer ze
werden toegestaan door de Bank of door de bevoegde
autoriteiten van een andere lidstaat.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 34 en
36, heeft die tegenstelbaarheid uitwerking vanaf de dag
van de in artikel 78 van de wet van 9 juli 1975 bedoelde
publicatie.
Art. 18
§ 1. De verzekeringnemers hebben de mogelijkheid
hun overeenkomst volgens de in artikel 84, §1 voorge-
schreven wijzen op te zeggen binnen een termijn van
drie maanden te rekenen vanaf de publicatie bedoeld in
artikel 78 van de wet van 9 juli 1975. Die opzegging gaat
22
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
à compter du lendemain de la signifi cation de l’exploit
d’huissier, du lendemain de la date du récépissé ou du
lendemain du dépôt de la lettre recommandée ou le
jour d’échéance annuelle de la prime s’il est antérieur.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s’appliquent
pas aux fusions et scissions d’entreprises d’assurances,
ni aux cessions effectuées dans le cadre d’un apport
de la généralité des biens ou d’une branche d’activité,
ni aux autres cessions entre entreprises d’assurances
qui font partie d’un même ensemble consolidé.
TITRE III
Règles particulières concernant les assurances
du groupe d’activités “vie” liées à des fonds
d’investissement
Art. 19
§ 1er. S’agissant de contrats d’assurance dans le
cadre desquels le risque d’investissement est supporté
directement ou indirectement par le preneur d’assu-
rance, les prestations d’assurance ne peuvent être
liées, directement ou indirectement, qu’à des actifs
et instruments dont l’assureur est en mesure de bien
évaluer les risques.
L’assureur informe le preneur d’assurance, avant
la conclusion du contrat et en des termes clairs, sur le
risque que ce dernier supporte.
§ 2. Le contrat ne peut comporter une garantie d’un
rendement minimum que si cette garantie fait l’objet
d’une couverture prise auprès d’une entreprise agréée
à cet effet dans l’Union européenne.
Art. 20
§ 1er. Lorsque le preneur d’assurance est un client
de détail et que l’engagement est situé en Belgique, les
prestations d’assurance ne peuvent être liées, directe-
ment ou indirectement, qu’à:
a. des parts d’organismes de placement collectif,
inscrits sur la liste visée à l’article 33 ou à l’article 149
de la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de
gestion collective de portefeuilles d’investissement,
in na het verstrijken van een termijn van een maand, te
rekenen van de dag volgend op de betekening van het
deurwaardersexploot, de dag volgend op de datum van
het ontvangstbewijs of de dag volgend op de afgifte van
de aangetekende brief, of op de jaarlijkse premieverval-
dag indien die vroeger valt.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van
toepassing op fusies en splitsingen van verzekerings-
ondernemingen, noch op overdrachten uitgevoerd in het
kader van een inbreng van de algemeenheid van goede-
ren of van een tak van werkzaamheid, noch op andere
overdrachten tussen verzekeringsondernemingen die
deel uitmaken van eenzelfde geconsolideerd geheel.
TITEL III
Bijzondere regels met betrekking tot verzekeringen
uit de groep activiteiten “leven” verbonden met
beleggingsfondsen
Art. 19
§1. Bij verzekeringsovereenkomsten waarbij het
beleggingsrisico rechtstreeks of onrechtstreeks wordt
gedragen door de verzekeringnemer, mogen de verze-
keringsuitkeringen slechts verbonden zijn, zowel recht-
streeks als onrechtstreeks, met activa en instrumenten
waarvan de verzekeraar de risico’s goed kan inschatten.
De verzekeraar licht de verzekeringnemer voor het
sluiten van de overeenkomst in duidelijke bewoordingen
in over het door hem gedragen risico.
§ 2. De overeenkomst mag enkel een waarborg van
een minimumrendement bevatten als die waarborg het
voorwerp uitmaakt van een dekking door een in de
Europese Unie daarvoor toegelaten onderneming.
Art. 20
§ 1. Voor zover de verzekeringnemer een niet-profes-
sionele cliënt is en de verbintenis in België is gelegen,
mogen de verzekeringsprestaties, rechtstreeks of on-
rechtstreeks, slechts verbonden zijn met:
a. rechten van deelneming in instellingen voor collec-
tieve belegging die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld
bij artikel 33 of artikel 149 de wet van 3 augustus 2012
betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van
beleggingsportefeuilles,
23
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
b. des parts d’organismes de placement collectif
en valeurs mobilières, tels que visés dans la directive
2009/65/CE,
c. des actifs appartenant aux catégories de place-
ments ouvertes aux organismes de placement collectif
en valeurs mobilières de droit belge, pour autant que les
règles énoncées aux chapitres VII et X de la directive
2009/65/CE soient respectées;
d. des actifs appartenant aux catégories de pla-
cements ouvertes aux organismes de placement
collectif publics de droit belge, pour autant que les
règles régissant la politique de placement du fonds
d’investissement interne ou externe ne s’écartent pas
de celles qui s’appliquent à la catégorie de placements
correspondante ouverte aux organismes de placement
collectif de droit belge.
§ 2. A condition que tous les documents utilisés en
vue de la commercialisation du contrat d’assurance
fassent clairement mention du risque de crédit lié à de
tels instruments fi nanciers, il est permis, en dérogation
au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la valeur
des actifs propres dans des dépôts auprès d’un seul
et même établissement de crédit, tel que visé aux titres
II à V de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit, pour autant qu’il
s’agisse d’un établissement de crédit dont le siège
social est situé dans un État membre de l’EEE et qui
a obtenu un agrément auprès de l’autorité de contrôle
compétente à cet effet. Les documents utilisés en vue
de la commercialisation du contrat d’assurance ne
peuvent faire mention d’une garantie de capital totale ou
partielle. Ils ne peuvent faire mention d’une protection du
capital à l’échéance fi nale que si la structure fi nancière
sousjacente offre cette protection à l’échéance fi nale.
§ 3. A condition que tous les documents utilisés en
vue de la commercialisation du contrat d’assurance
fassent clairement mention du risque de crédit lié à de
tels instruments fi nanciers, il est permis, en dérogation
au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la valeur
des actifs propres dans des obligations non subordon-
nées, non échangeables et non convertibles ou dans
d’autres produits fi nanciers à revenu fi xe, émis par la
Banque ou par un seul et même établissement de crédit,
tel que visé aux titres II à V de la loi du 22 mars 1993
relative au statut et au contrôle des établissements de
crédit, pour autant qu’il s’agisse d’un établissement de
crédit dont le siège social est situé dans un État membre
de l’EEE et qui a obtenu un agrément auprès de l’auto-
rité de contrôle compétente à cet effet. La durée de ces
instruments fi nanciers doit coïncider avec la durée du
contrat d’assurance. Les documents utilisés en vue de
b. rechten van deelneming in instellingen voor col-
lectieve belegging in effecten zoals bedoeld in Richtlijn
2009/65/EG,
c. activa uit de categorieën van beleggingen die open-
staan voor de instellingen voor collectieve belegging in
effecten naar Belgisch recht voor zover de regels van
de hoofdstukken VII en X van de Richtlijn 2009/65/EG
worden nageleefd;
d. activa uit de categorieën van beleggingen die
openstaan voor openbare instellingen voor collectieve
belegging naar Belgisch recht voor zover de regels
inzake het beleggingsbeleid van het intern of extern
beleggingsfonds niet afwijken van de geldende regels
voor de overeenstemmende categorie van beleggingen
die openstaat voor instellingen voor collectieve beleg-
ging naar Belgisch recht.
§ 2. Op voorwaarde dat alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekerings-
overeenkomst duidelijk het kredietrisico van dergelijke
fi nanciële instrumenten vermelden, kan in afwijking van
de eerste paragraaf meer dan 20 % van de waarde van
de eigen activa belegd worden in deposito’s bij één en
dezelfde kredietinstelling zoals bedoeld in Titel II tot
en met V van de wet van 22 maart 1993 op het statuut
van en het toezicht op de kredietinstellingen, waarvan
de maatschappelijke zetel in een lidstaat van de EER
is gevestigd en die een vergunning heeft gekregen van
de daartoe bevoegde toezichthoudende overheid. De
documenten die worden gebruikt ter commercialise-
ring van de verzekeringsovereenkomst mogen geen
melding maken van een gehele of gedeeltelijke kapi-
taalgarantie. Er mag slechts melding worden gemaakt
van kapitaalbescherming op eindvervaldag, indien de
onderliggende fi naciële structuur op de eindvervaldag
deze bescherming biedt.
§ 3. Op voorwaarde dat alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekerings-
overeenkomst duidelijk het kredietrisico van dergelijke
fi nanciële instrumenten vermelden, kan in afwijking van
de eerste paragraaf meer dan 20 % van de waarde van
de eigen activa belegd worden in niet achtergestelde,
niet omwisselbare en niet converteerbare obligaties of
andere vastrentende fi nanciële producten, uitgegeven
door de Bank of door één en dezelfde kredietinstelling
zoals bedoeld in Titel II tot en met V van de wet van
22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen, waarvan de maatschappelijke zetel
in een lidstaat van de EER is gevestigd en die een ver-
gunning heeft gekregen van de daartoe bevoegde toe-
zichthoudende overheid. De looptijd van deze fi nanciële
instrumenten moet samenvallen met de looptijd van de
verzekeringsovereenkomst. De documenten die worden
24
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
la commercialisation du contrat d’assurance ne peuvent
faire mention d’une garantie de capital totale ou par-
tielle. Ils ne peuvent faire mention d’une protection du
capital à l’échéance fi nale que si la structure fi nancière
sousjacente offre cette protection à l’échéance fi nale.
§ 4. A condition que tous les documents utilisés en
vue de la commercialisation du contrat d’assurance
fassent clairement mention du risque de crédit lié à de
tels instruments fi nanciers, il est permis, en dérogation
au paragraphe 1er, de placer plus de 20 % de la valeur
des actifs propres dans des valeurs mobilières admises
à la négociation sur un marché réglementé au sens de
l’article 2, 3°, 5° ou 6°, de la loi du 2 août 2002, pour
autant que ces valeurs mobilières soient émises ou
garanties par une administration centrale, régionale ou
locale d’un État membre de l’EEE ou par un organisme
international à caractère public dont font partie un ou
plusieurs États membres de l’EEE, et/ou dans des
instruments du marché monétaire (i) qui sont émis ou
garantis par une administration centrale, régionale ou
locale d’un État membre de l’EEE ou par un organisme
international à caractère public dont font partie un ou
plusieurs États membres de l’EEE et (ii) dont l’émission
ou l’émetteur, dans le cas d’instruments du marché
monétaire qui ne sont pas admis à la négociation sur
un marché réglementé au sens de l’article 2, 3°, 5° ou
6°, de la loi du 2 août 2002, sont eux-mêmes soumis à
une réglementation visant à protéger les investisseurs
et l’épargne. Les documents utilisés en vue de la com-
mercialisation du contrat d’assurance ne peuvent faire
mention d’une garantie de capital totale ou partielle.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, la FSMA peut,
aux conditions qu’elle détermine, accepter qu’aux fi ns
de l’application du paragraphe 1er, c. et d., les posi-
tions directes soient combinées avec les positions des
organismes de placement collectif dans lesquels des
placements sont opérés. L’assureur prévoit à cet effet
des procédures de contrôle garantissant le suivi des
positions combinées.
Les règles relatives à l’établissement et à la percep-
tion des commissions et frais mis directement ou indi-
rectement à charge des preneurs d’assurance doivent
être claires et précises.
Le commissaire de l’assureur établit chaque année
un rapport dans lequel il certifi e que les dispositions de
l’alinéa 1er sont respectées et que la structure d’orga-
nisation ne nuit pas aux intérêts des preneurs d’assu-
rance et n’engendre pas de frais courants plus élevés
au préjudice des preneurs d’assurance.
gebruikt ter commercialisering van de verzekeringsover-
eenkomst mogen geen melding maken van een gehele
of gedeeltelijke kapitaalgarantie. Er mag slechts melding
worden gemaakt van kapitaalbescherming op eindver-
valdag, indien de onderliggende fi naciële structuur op
de eindvervaldag deze bescherming biedt.
§ 4. Op voorwaarde dat alle documenten die worden
gebruikt ter commercialisering van de verzekerings-
overeenkomst duidelijk het kredietrisico van dergelijke
fi nanciële instrumenten vermelden, kan in afwijking van
de eerste paragraaf meer dan 20 % van de waarde van
de eigen activa belegd worden in effecten die zijn toege-
laten tot verhandeling op een gereglementeerde markt in
de zin van artikel 2, 3°, 5° of 6° van de wet van 2 augustus
2002, voor zover deze effecten worden uitgegeven door
of gewaarborgd door een centrale, regionale of plaatse-
lijke overheid van een lidstaat van de EER, dan wel door
een internationale publiekrechtelijke instelling waarin
één of meerdere lidstaten van de EER deelnemen, en/
of in geldmarktinstrumenten die (i) worden uitgegeven
door of gewaarborgd door een centrale, regionale of
plaatselijke overheid van een lidstaat van de EER, dan
wel door een internationale publiekrechtelijke instelling
waarin één of meerdere lidstaten van de EER deelne-
men, en (ii) waarvan de emissie of de emittent, voor
zover deze geldmarktinstrumenten niet zijn toegelaten
tot verhandeling op een gereglementeerde markt in de
zin van artikel 2, 3°, 5° of 6° van de wet van 2 augustus
2002, zelf aan regelgeving is onderworpen met het oog
op de bescherming van beleggers en spaargelden. De
documenten die worden gebruikt ter commercialisering
van de verzekeringsovereenkomst mogen geen melding
maken van een gehele of gedeeltelijke kapitaalgarantie.
§ 5. In afwijking van de eerste paragraaf kan de
FSMA, op de door haar gestelde voorwaarden, aan-
vaarden dat voor de toepassing van paragraaf 1, c. en
d., de rechtstreekse posities worden gecombineerd
met de posities van de beleggingsinstellingen waarin
wordt belegd. Hiertoe voorziet de verzekeraar in con-
troleprocedures die de opvolging garanderen van de
gecombineerde posities.
De regels met betrekking tot de vaststelling en de
inning van provisies en kosten die rechtstreeks of on-
rechtstreeks ten laste van de verzekeringnemers vallen,
moeten duidelijk en nauwkeurig zijn.
De commissaris van de verzekeraar stelt jaarlijks een
verslag op waarin hij attesteert dat de bepalingen van
het eerste lid worden nageleefd, de organisatiestructuur
de belangen van de verzekeringnemers niet schaadt
noch leidt tot hogere lopende kosten ten nadele van de
verzekeringnemers.
25
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 6. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA
et de la Banque, défi nir de manière plus précise les
règles prévues aux paragraphes 1er à 5. Le Roi peut,
par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prendre,
le cas échéant, des mesures d’accompagnement afi n
de prévoir une mise en garde des preneurs d’assurance
dans les publicités et autres documents et avis et/ou
dans les informations précontractuelles.
PARTIE 3
L’OFFRE ET LA CONCLUSION DE CONTRATS:
INFORMATION, PUBLICITÉ, TARIFICATION,
SEGMENTATION ET PARTICIPATION AUX
BÉNÉFICES
TITRE IER
Dispositions générales
Art. 21
Pour la rédaction de tous les documents relatifs à la
conclusion et à l’exécution des contrats d’assurance,
les assureurs et les intermédiaires d’assurances sont
tenus de se conformer aux règles fi xées, en vertu de la
présente loi, par le Roi sur avis de la FSMA.
Art. 22
§ 1er. Les conditions générales, particulières et spé-
ciales, les contrats d’assurance dans leur ensemble,
ainsi que toutes les clauses prises séparément qui
ne sont pas conformes aux dispositions des parties
2 et 3 et de leurs arrêtés et règlements d’exécution,
ou aux dispositions de la loi du 9 juillet 1975 et de ses
arrêtés et règlements d’exécution, sont censés avoir
été établis dès la conclusion du contrat en conformité,
selon le cas, avec les dispositions des parties 2 et 3 et
de leurs arrêtés et règlements d’exécution, ou avec les
dispositions de la loi du 9 juillet 1975 et de ses arrêtés
et règlements d’exécution.
§ 2. Le paragraphe 1er ne s’applique pas aux tarifs.
Art. 23
§ 1er. Les conditions générales, particulières et spé-
ciales, les contrats d’assurance dans leur ensemble,
ainsi que toutes les clauses prises séparément doivent
être rédigés en termes clairs et précis. Ils ne peuvent
contenir aucune clause de nature à porter atteinte à
§ 6. De Koning kan de regels bepaald in de paragra-
fen 1 tot en met 5 nader preciseren bij besluit genomen
na advies van de FSMA en de Bank. De Koning kan via
een in de Ministerraad overlegd besluit desgevallend
begeleidende maatregelen treffen om voor de verzeke-
ringsnemers een waarschuwingsbepaling te voorzien in
de reclame en andere documenten en berichten en/of
in de precontractuele informatie.
DEEL 3
HET AANBIEDEN EN SLUITEN VAN
OVEREENKOMSTEN: INFORMATIE, PUBLICITEIT,
TARIFERING, SEGMENTATIE EN WINSTDELING
TITEL I
Algemene bepalingen
Art. 21
Bij het opstellen van alle documenten die betrekking
hebben op het sluiten en het uitvoeren van de verzeke-
ringsovereenkomsten, zijn de verzekeraars en de ver-
zekeringstussenpersonen gehouden zich te gedragen
naar de regels die krachtens deze wet door de Koning
worden vastgesteld, na advies van de FSMA.
Art. 22
§ 1. De algemene, bijzondere en speciale voorwaar-
den, de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel,
evenals alle clausules afzonderlijk, die niet in overeen-
stemming zijn met de bepalingen van deel 2 en deel 3
en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen, of met
de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 en haar uit-
voeringsbesluiten en -reglementen, worden vanaf het
sluiten van de overeenkomst geacht te zijn opgesteld
in overeenstemming met, al naargelang het geval, de
bepalingen van deel 2 en deel 3 en hun uitvoeringsbe-
sluiten en -reglementen, dan wel met de bepalingen
van de wet van 9 juli 1975 en haar uitvoeringsbesluiten
en -reglementen.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de tarieven.
Art. 23
§ 1. De algemene, bijzondere en speciale voorwaar-
den, de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel,
evenals alle clausules afzonderlijk, moeten in duidelijke
en nauwkeurige bewoordingen worden opgesteld. Ze
mogen geen enkele clausule bevatten die een inbreuk
26
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’équivalence entre les engagements de l’assureur et
ceux du preneur d’assurance.
§ 2. En cas de doute sur le sens d’une clause,
l’interprétation la plus favorable au preneur d’assurance
prévaut dans tous les cas. Si le preneur d’assurance et
l’assuré ne sont pas une seule et même personne, c’est
l’interprétation la plus favorable à l’assuré qui prévaut.
L’alinéa 1er n’est pas applicable aux contrats d’assu-
rance relatifs à des grands risques, à l’exception des
risques visés à l’article 5, 39°, point b), pour autant que
le preneur d’assurance exerce une profession libérale
et que le risque porte sur l’exercice de cette profession.
Art. 24
Sans préjudice de l’application des traités ou accords
internationaux, sont nuls toutes clauses et tous accords
attribuant aux tribunaux étrangers, à l’exclusion du juge
belge, compétence pour connaître de toutes contesta-
tions relatives aux contrats d’assurance.
Art. 25
Les contrats destinés à satisfaire à une obligation
d’assurance imposée par la loi belge sont régis par le
droit belge.
Lorsque le contrat d’assurance fournit la couverture
dans plusieurs États membres dont l’un au moins
impose une obligation de souscrire une assurance,
le contrat est considéré, pour l’application du présent
article, comme comportant plusieurs contrats dont
chacun ne se rapporterait qu’à un seul État membre.
Art. 26
§ 1er. Les assureurs qui proposent des assurances
du groupe d’activités “non-vie” rendues obligatoires en
Belgique, sont tenus d’en informer la FSMA.
§ 2. La FSMA peut exiger des assureurs visés au
paragraphe 1er qu’ils communiquent à la FSMA et à la
Banque, préalablement à leur diffusion, les conditions
générales et spéciales de ces assurances du groupe
d’activités “non-vie” rendues obligatoires en Belgique.
§ 3. Les informations et documents visés aux para-
graphes 1er et 2 doivent être rédigés au moins dans la
langue imposée par la loi ou le décret.
uitmaakt op de gelijkwaardigheid tussen de verbintenis-
sen van de verzekeraar en die van de verzekeringnemer.
§ 2. In geval van twijfel over de betekenis van een
beding, prevaleert in alle gevallen de voor de verzeke-
ringnemer meest gunstige interpretatie. Indien de ver-
zekeringnemer en de verzekerde niet één en dezelfde
persoon zijn, prevaleert de voor de verzekerde meest
gunstige interpretatie.
Het eerste lid is niet van toepassing op verzekerings-
overeenkomsten met betrekking tot grote risico’s, met
uitzondering van de risico’s omschreven in artikel 5,
39°, punt b) voor zover de verzekeringsnemer een vrij
beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft.
Art. 24
Onverminderd de toepassing van internationale ver-
dragen of overeenkomsten, zijn nietig alle clausules en
overeenkomsten die, met uitsluiting van de Belgische
rechter, aan de buitenlandse rechtbanken de bevoegd-
heid toewijzen om kennis te nemen van alle geschillen die
betrekking hebben op de verzekeringsovereenkomsten.
Art. 25
De overeenkomsten die bestemd zijn om te voldoen
aan een door de Belgische wetgeving opgelegde verze-
keringsplicht worden beheerst door het Belgische recht.
Wanneer een verzekeringsovereenkomst dekking
verleent in verscheidene lidstaten waarvan minstens één
een verplichting tot verzekering oplegt, wordt de over-
eenkomst voor de toepassing van dit artikel beschouwd
als bestaande uit verscheidene overeenkomsten waar-
van elk betrekking heeft op één lidstaat.
Art. 26
§ 1. De verzekeraars die in België verplicht gestelde
verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven” aan-
bieden, moeten dit aan de FSMA meedelen.
§ 2. De FSMA kan aan de verzekeraars uit paragraaf 1
opleggen dat zij de algemene en de speciale voorwaar-
den van deze in België verplicht gestelde verzekeringen
uit de groep activiteiten “niet-leven” aan de FSMA en de
Bank meedelen voordat er gebruik van wordt gemaakt.
§ 3. De in de eerste en tweede paragraaf bedoelde
inlichtingen en documenten dienen minstens in de taal
te worden gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
27
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 27
Si l’assureur doit, en vertu de la loi belge qui impose
l’obligation d’assurance, déclarer toute cessation de
garantie aux autorités, cette cessation n’est opposable
aux tiers lésés que dans les conditions prévues par la
loi belge.
TITRE II
Règles en matière de transparence
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales concernant les publicités
et autres documents et avis
Art. 28
§ 1er. Tous documents portés à la connaissance du
public en Belgique par les assureurs ou les intermé-
diaires d’assurances doivent comprendre les mentions
fi xées par le Roi, sur avis de la FSMA.
§ 2. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, fi xer des règles
concernant le contenu et le mode de présentation des
avis, publicités et autres documents de commercialisa-
tion qui se rapportent aux contrats d’assurance offerts
et/ou commercialisés en Belgique par un assureur ou
un intermédiaire d’assurances.
§ 3. Les avis, publicités et autres documents qui
se rapportent aux contrats d’assurance offerts et/ou
commercialisés en Belgique par un assureur ou un
intermédiaire d’assurances doivent au moins remplir
les conditions suivantes:
1° les informations qu’ils contiennent ne peuvent être
trompeuses ou inexactes;
2° les données qu’ils contiennent sont compatibles
avec les autres informations dont la loi prévoit la com-
munication obligatoire au candidat preneur d’assurance.
Les communications à caractère promotionnel doivent
être clairement reconnaissables en tant que telles.
§ 4. Aux fi ns du présent article, l’on entend par “com-
mercialisation” la présentation d’un contrat d’assurance,
de quelque manière que ce soit, en vue d’inciter le pre-
neur d’assurance ou le preneur d’assurance potentiel
à souscrire un contrat d’assurance.
Art. 27
Wanneer de verzekeraar, bij toepassing van de
Belgische wetgeving die de verplichting tot verzekeren
oplegt, het beëindigen van de waarborg aan de autori-
teiten moet melden, kan die beëindiging aan de bena-
deelde derden slechts worden tegengeworpen onder de
door de Belgische wetgeving voorziene voorwaarden.
TITEL II
Transparantievoorschriften
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen inzake reclame en andere
documenten en berichten
Art. 28
§ 1. Ieder document dat door de verzekeraars of de
verzekeringstussenpersonen in België ter algemene
kennis wordt gebracht, moet de door de Koning, na
advies van de FSMA, bepaalde vermeldingen bevatten.
§ 2. De Koning kan na advies van de FSMA regels
vaststellen aangaande de inhoud en de voorstellings-
wijze van de berichten, de reclame en andere op de
commercialisering gerichte documenten die betrekking
hebben op de verzekeringsovereenkomsten die een
verzekeraar of een verzekeringstussenpersoon in België
aanbiedt en/of commercialiseert.
§ 3. De berichten, de reclame en andere documenten
die betrekking hebben op de verzekeringsovereenkom-
sten die een verzekeraar of een verzekeringstussenper-
soon in België aanbiedt en/of commercialiseert moeten
minstens voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of
misleidend zijn;
2° de erin vervatte gegevens stemmen overeen
met de andere wettelijk verplichte aan de kandidaat-
verzekeringnemer over te maken informatie.
Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
§ 4. Voor de doeleinden van dit artikel wordt onder
commercialisering verstaan het voorstellen van een
verzekeringsovereenkomst, ongeacht de wijze waarop
dit gebeurt, om de verzekeringnemer of de potentiële
verzekeringnemer aan te zetten tot het sluiten van een
verzekeringsovereenkomst.
28
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 5. Tant que le délai de prescription prévu pour les
actions intentées à l’égard d’un assureur ou d’un inter-
médiaire d’assurances n’est pas écoulé et pendant une
période d’au moins deux ans à compter de l’expiration
du dernier contrat d’assurance auquel se rapportent
ces avis, publicités et autres documents, les assureurs
et les intermédiaires d’assurances conservent une
copie des avis, publicités et autres documents visés
au paragraphe 3.
§ 6. Les copies photographiques, microphotogra-
phiques, magnétiques, électroniques ou optiques des
avis, publicités et autres documents font foi comme
les originaux, dont elles sont présumées, sauf preuve
contraire, être une copie fi dèle lorsqu’elles ont été
établies par les assureurs et/ou les intermédiaires
d’assurances ou sous leur contrôle. Le Roi peut, sur
avis de la FSMA, fi xer les conditions et les modalités
de l’établissement de ces copies.
CHAPITRE 2
Des informations
Art. 29
Les dispositions du présent chapitre portent sur les
contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Art. 30
Tous documents destinés au preneur d’assurance, à
l’assuré, au bénéfi ciaire et à tout tiers ayant un intérêt à
l’exécution du contrat d’assurance doivent comprendre
les mentions fi xées par le Roi, sur avis de la FSMA.
Art. 31
Lorsque la loi belge exige une preuve de la sous-
cription d’une assurance obligatoire, l’assureur doit
délivrer à l’assuré une attestation certifi ant que le contrat
d’assurance obligatoire a été souscrit.
Le Roi détermine, sur avis de la FSMA, les éléments
qui doivent fi gurer dans cette attestation.
§ 5. Zolang de verjaringstermijn voor vorderingen
jegens de verzekeraar, dan wel de tussenpersoon, niet
verstreken is en gedurende een periode van ten minste
twee jaar na het verstrijken van de laatste verzeke-
ringsovereenkomst waarop deze berichten, reclame
en andere documenten betrekking hebben, houden
de verzekeraars en de tussenpersonen een kopie bij
van de berichten, de reclame en andere documenten
bedoeld in paragraaf 3.
§ 6. De fotografi sche, microfotografi sche, magneti-
sche, elektronische of optische afschriften van berich-
ten, reclame en andere documenten zijn bewijskrachtig
zoals de originele stukken waarvan zij, behoudens
bewijs van het tegendeel, worden verondersteld een
afschrift te zijn indien zij werden opgesteld door de
verzekeraars en/of de verzekeringstussenpersonen of
onder hun toezicht. De Koning kan, na advies van de
FSMA, de voorwaarden en modaliteiten vaststellen om
deze afschriften op te stellen.
HOOFDSTUK 2
Informatie
Art. 29
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking
op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico
dan wel de verbintenis in België is gelegen.
Art. 30
Alle documenten die bestemd zijn voor de verze-
keringnemer, de verzekerde, de begunstigde en alle
derden die belang hebben bij de uitvoering van de
verzekeringsovereenkomst moeten de door de Koning
bepaalde vermeldingen bevatten. Dit besluit wordt ge-
nomen na advies van de FSMA.
Art. 31
Indien de Belgische wet een bewijs verlangt dat een
verplichte verzekering werd afgesloten, moet de verze-
keraar de verzekerde een verklaring bezorgen waaruit
blijkt dat de verplichte verzekeringsovereenkomst werd
afgesloten.
De Koning bepaalt, in een besluit genomen na advies
van de FSMA, welke gegevens moeten worden opge-
nomen in deze verklaring.
29
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 32
Pour les assurances du groupe d’activités “non-vie”,
l’assureur doit, avant la conclusion du contrat, dans le
cas où le preneur d’assurance est une personne phy-
sique, au moins:
a) fournir à ce dernier des informations sur le droit
applicable au contrat, en précisant:
i. lorsque les parties n’ont pas de liberté de choix, le
droit qui sera applicable au contrat;
ii. lorsque les parties ont la liberté de choix:
— le fait que les parties ont la liberté de choisir le
droit applicable,
— le droit que l’assureur propose, le cas échéant,
de choisir, et
— le droit qui sera applicable, selon la législation
pertinente, à défaut d’accord entre les parties ou de
choix exprès posé par celles-ci;
et
b) l’informer des dispositions relatives au traitement
des plaintes des preneurs d’assurance au sujet des
contrats, y compris de l’existence du service ombuds-
man des assurances, sans préjudice de la possibilité
pour le preneur d’assurance d’intenter une action en
justice.
Art. 33
§ 1er. Lorsqu’une assurance du groupe d’activités
“non-vie” est proposée par un assureur étranger, le pre-
neur d’assurance doit être informé, avant la conclusion
de tout engagement, du nom du pays où sont situés le
siège principal et, le cas échéant, la succursale avec
laquelle le contrat sera conclu.
Tous les documents fournis au preneur d’assurance
comportent l’information visée à l’alinéa 1er.
Dans le cas où l’assureur étranger est une entreprise
d’assurances de l’EEE, les obligations énoncées aux
alinéas 1er et 2 ne concernent pas les grands risques.
§ 2. Le contrat ou tout autre document accordant la
couverture, ainsi que la proposition d’assurance dans
le cas où elle lie le preneur d’assurance, indiquent le
Art. 32
Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-
leven” moet de verzekeraar voor het sluiten van de
overeenkomst de verzekeringnemer die een natuurlijke
persoon is minstens:
a) informatie verschaffen over het op de overeen-
komst toepasselijke recht, als volgt:
i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze
hebben, het recht dat op de overeenkomst van toepas-
sing is;
ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze
hebben:
— het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij
kunnen kiezen,
— de keuze die de verzekeraar desgevallend voor-
stelt, en
— het recht dat volgens de relevante wetgeving van
toepassing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een
uitdrukkelijke keuze door partijen;
en
b) in kennis stellen van de regelingen voor het be-
handelen van klachten van verzekeringnemers over de
overeenkomst, met inbegrip van het bestaan van de
ombudsdienst inzake verzekeringen, zonder afbreuk
te doen aan de mogelijkheid voor de verzekeringnemer
een gerechtelijke procedure aan te spannen.
Art. 33
§ 1. Wanneer een verzekering uit de groep activiteiten
“niet-leven” wordt aangeboden door een buitenlandse
verzekeraar, wordt aan de verzekeringnemer vóór het
aangaan van enige verbintenis meegedeeld in welk land
het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, het bijkantoor
waarmee de overeenkomst wordt gesloten, is gevestigd.
Wanneer aan de verzekeringnemer documenten wor-
den verstrekt, wordt daarin de in het eerste lid bedoelde
informatie vermeld.
In het geval de buitenlandse verzekeraar een EER
verzekeringsonderneming is, gelden de in het eerste en
de tweede lid bedoelde verplichtingen niet voor grote
risico’s.
§ 2. In de overeenkomst of andere documenten waar-
bij de dekking wordt verleend, alsmede in het verzeke-
ringsvoorstel wanneer de verzekeringnemer daardoor
30
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
nom et l’adresse du siège principal et, le cas échéant,
de la succursale de l’assureur qui accorde la couverture.
Les documents visés à l’alinéa 1er mentionnent égale-
ment le nom et l’adresse du représentant de l’assureur,
tel que visé à l’article 68 de la loi du 9 juillet 1975.
Art. 34
Pour les assurances du groupe d’activités “non-vie”,
l’assureur informe le preneur d’assurance, pendant
toute la durée du contrat, de toute modifi cation concer-
nant les informations suivantes:
a) le nom et l’adresse du siège principal et, le cas
échéant, de la succursale de l’assureur qui accorde la
couverture;
b) le nom et l ’adresse du représentant
de l’assureur, tel que visé à l’article 68 de la loi
du 9 juillet 1975.
L’assureur transmet à la FSMA une copie de ces
communications.
Art. 35
§ 1er. Pour les assurances du groupe d’activités “vie”,
l’assureur doit, avant la conclusion du contrat, communi-
quer au preneur d’assurance au moins les informations
mentionnées aux paragraphes 2 et 3.
§ 2. Sans préjudice d’autres obligations légales,
les informations suivantes concernant l’assureur sont
communiquées:
a) la dénomination ou la raison sociale et la forme
juridique de l’assureur;
b) le nom du pays où sont situés le siège principal et,
le cas échéant, la succursale avec laquelle le contrat
sera conclu;
c) l’adresse du siège principal et, le cas échéant, de
la succursale avec laquelle le contrat sera conclu;
d) une référence concrète au rapport sur la solvabilité
et la situation fi nancière prévu à l’article 51 de la direc-
tive 2009/138/CE, qui permet au preneur d’assurance
d’accéder facilement à ces informations.
§ 3. Sans préjudice d’autres obligations légales, les
informations suivantes concernant l’engagement sont
communiquées:
wordt gebonden, wordt de naam en het adres vermeld
van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, van het
bijkantoor van de verzekeraar die de dekking verleent.
In de in het eerste lid bedoelde documenten wordt
ook de naam en het adres van de vertegenwoordiger
van de verzekeraar zoals bedoeld in artikel 68 van de
wet van 9 juli 1975, vermeld.
Art. 34
Bij verzekeringen uit de groep activiteiten “niet-leven”,
licht de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende
de gehele looptijd van de overeenkomst in over elke
wijziging van de volgende gegevens:
a) naam en adres van het hoofdkantoor en, in voor-
komend geval, van het bijkantoor van de verzekeraar
die de dekking verleent;
b) de naam en het adres van de vertegenwoordiger
van de verzekeraar zoals bedoeld in artikel 68 van de
wet van 9 juli 1975.
De verzekeraar bezorgt de FSMA een afschrift van
deze mededelingen.
Art. 35
§ 1. Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten
“leven” moet de verzekeraar voor het sluiten van de over-
eenkomst de verzekeringnemer minstens de gegevens
uit de paragrafen 2 en 3 meedelen.
§ 2. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen,
worden de volgende inlichtingen betreffende de verze-
keraar medegedeeld:
a) naam of fi rmanaam, rechtsvorm;
b) naam van het land waar het hoofdkantoor en, in
voorkomend geval, het bijkantoor waarmee de overeen-
komst zal worden gesloten, is gevestigd;
c) adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend
geval, van het bijkantoor waarmee de overeenkomst
zal worden gesloten;
d) een concrete verwijzing naar het in artikel 51 van de
Richtlijn 2009/138/EG bedoelde rapport over de solva-
biliteit en fi nanciële positie, zodat de verzekeringnemer
gemakkelijk kennis kan nemen van deze informatie.
§ 3. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen,
worden de volgende inlichtingen betreffende de verbin-
tenis medegedeeld:
31
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
a) la défi nition de chaque garantie et de chaque
option;
b) la durée du contrat;
c) les modalités de résiliation du contrat;
d) les modalités de paiement des primes et la durée
des paiements;
e) les modalités de calcul et d’attribution des partici-
pations aux bénéfi ces;
f) des indications sur les valeurs de rachat et de
réduction et sur la nature des garanties y afférentes;
g) des informations sur les primes relatives à chaque
garantie, qu’elle soit principale ou complémentaire,
lorsque de telles informations se révèlent appropriées;
h) une énumération des valeurs de référence utilisées
(unités de compte) dans les assurances liées à des
fonds d’investissement;
i) des indications sur la nature des actifs représenta-
tifs des assurances liées à des fonds d’investissement;
j) les modalités d’exercice du droit de renonciation;
k) des indications générales relatives au régime fi scal
applicable au type de police, y compris une informa-
tion concernant le traitement fi scal des prestations à
l’échéance fi nale du contrat et en cas de rachat anticipé;
l) les dispositions relatives au traitement des plaintes
des preneurs d’assurance, assurés ou bénéfi ciaires,
au sujet des contrats, y compris l’existence du service
ombudsman des assurances, sans préjudice de la
possibilité d’intenter une action en justice;
m) des informations sur le droit applicable au contrat,
en précisant:
i. lorsque les parties n’ont pas de liberté de choix, le
droit qui sera applicable au contrat;
ii. lorsque les parties ont la liberté de choix:
— le fait que les parties ont la liberté de choisir le
droit applicable,
— le droit que l’assureur propose, le cas échéant,
de choisir, et
a) omschrijving van elke verzekeringsdekking en
keuzemogelijkheid;
b) de looptijd van de overeenkomst;
c) de wijze van beëindiging van de overeenkomst;
d) de wijze en duur van betaling van de premies;
e) wijze van berekening en toewijzing van
winstdelingen;
f) gegevens over de afkoop- en reductiewaarden en
in hoeverre deze zijn gegarandeerd;
g) inlichtingen over de premies voor iedere verzeke-
ringsdekking, zowel de hoofddekking als de aanvullende
dekkingen, indien zulke inlichtingen dienstig blijken;
h) opsomming van de gebruikte referentiewaarden
(rekeneenheden) in verzekeringen verbonden met
beleggingsfondsen;
i) gegevens over de aard van de activa die tegenover
de verzekeringen verbonden met beleggingsfondsen
staan;
j) wijze van uitoefening van het recht van opzegging;
k) algemene informatie betreffende de op het type
overeenkomst toepasselijke belastingregeling, met in-
begrip van informatie betreffende de fi scale behandeling
van prestaties op de eindvervaldag van de overeen-
komst en in geval van vervroegde afkoop;
l) regelingen voor het behandelen van klachten van
verzekeringnemers, verzekerden of begunstigden over
de overeenkomst, met inbegrip van het bestaan van
de ombudsdienst inzake verzekeringen, onverminderd
de mogelijkheid een gerechtelijke procedure aan te
spannen;
m) informatie over het op de overeenkomst toepas-
selijke recht, als volgt:
i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze
hebben, het recht dat op de overeenkomst van toepas-
sing is;
ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze
hebben:
— het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij
kunnen kiezen,
— de keuze die de verzekeraar desgevallend voor-
stelt, en
32
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— le droit qui sera applicable, selon la législation
pertinente, à défaut d’accord entre les parties ou de
choix exprès posé par celles-ci.
En outre, des informations spécifi ques sont fournies
afi n de permettre de bien percevoir les risques sous-
jacents au contrat qui sont assumés par le preneur
d’assurance.
Art. 36
Pour les assurances du groupe d’activités “vie”, l’as-
sureur informe le preneur d’assurance, pendant toute
la durée du contrat, de toute modifi cation concernant
les informations suivantes:
a) les conditions générales, spéciales et particulières
de la police;
b) la dénomination ou la raison sociale de l’assureur,
sa forme juridique ou l’adresse de son siège principal
et, le cas échéant, de sa succursale avec laquelle le
contrat a été conclu;
c) toutes informations énumérées à l’article 35, § 3,
points d) à j), que la modifi cation résulte d’un avenant
au contrat ou soit la conséquence d’une modifi cation
de la législation applicable au contrat;
d) chaque année, des informations concernant la
situation de la participation aux bénéfi ces.
L’assureur transmet à la FSMA une copie de ces
communications.
Art. 37
Les informations visées aux articles 35 et 36 doivent
être formulées de manière claire et précise, par écrit,
et être fournies dans une des langues officielles de la
Belgique.
Ces informations peuvent toutefois être fournies au
preneur d’assurance dans une autre langue si celui-ci le
demande ou s’il a la liberté de choisir le droit applicable.
Art. 38
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, défi nir de manière
plus précise les informations requises au titre des articles
32 à 36 et déterminer les informations complémentaires
— het recht dat volgens de relevante wetgeving van
toepassing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een
uitdrukkelijke keuze door partijen;
Bovendien wordt specifi eke informatie verstrekt om
ervoor te zorgen dat de verzekeringnemer goed begrijpt
welke risico’s hij loopt door de overeenkomst te sluiten.
Art. 36
Bij verzekeringen uit de groep activiteiten “leven”,
licht de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende
de gehele looptijd van de overeenkomst in over elke
wijziging van de volgende gegevens:
a) de algemene, speciale en bijzondere voorwaarden;
b) de naam of fi rmanaam, de rechtsvorm en het
adres van het hoofdkantoor van de verzekeraar en, in
voorkomend geval, van het bijkantoor waarmede de
overeenkomst is gesloten;
c) alle in artikel 35, §3, onder d) tot en met j), be-
doelde inlichtingen zowel indien de wijziging het gevolg
is van een addendum aan de overeenkomst dan wel
van een op de overeenkomst van toepassing zijnde
wetswijziging;
d) elk jaar inlichtingen betreffende de situatie van de
winstdeling.
De verzekeraar bezorgt de FSMA een afschrift van
deze mededelingen.
Art. 37
De in de artikelen 35 en 36 bedoelde inlichtingen
worden duidelijk, nauwkeurig, en schriftelijk verstrekt
in één van de officiële Belgische landstalen.
Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere
taal aan de verzekeringnemer worden verstrekt indien
de verzekeringnemer daarom verzoekt, dan wel indien
de verzekeringnemer vrij het toepasselijke recht kan
kiezen.
Art. 38
De Koning kan, na advies van de FSMA, de vereiste
inlichtingen uit de artikelen 32 tot en met 36 verder
uitwerken en bijkomende inlichtingen bepalen die de
33
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
que les assureurs et/ou les intermédiaires doivent fournir
au preneur d’assurance avant la conclusion du contrat
et pendant la durée de celui-ci, ainsi que le mode de
communication de ces informations.
TITRE III
La tarifi cation, les conditions et la segmentation
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Art. 39
En ce qui concerne les assureurs étrangers, les dis-
positions du présent chapitre portent uniquement sur
les contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Art. 40
§ 1er. Pour l’établissement et l’application de leurs
tarifs et conditions, les assureurs sont tenus de se
conformer aux règles fi xées par le Roi, sur avis de la
FSMA et de la Banque.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les entreprises
d’assurances de l’EEE doivent se conformer, pour l’éta-
blissement et l’application de leurs tarifs, à la législation
de leur État membre d’origine.
L’alinéa 1er ne porte toutefois pas atteinte à l’obli-
gation pour les entreprises d’assurances de l’EEE de
se conformer aux règles impératives d’intérêt général
prévues par le droit belge qui instaurent un cadre tech-
nique pour le développement de tarifs au sein duquel les
entreprises d’assurances doivent calculer leurs primes.
Art. 41
Si la Banque prend des mesures conformément à
l’article 21octies, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 9 juil-
let 1975, le relèvement d’un tarif s’applique aux contrats
souscrits à partir de la notifi cation de la décision de
la Banque et, sans préjudice du droit à la résiliation
du preneur d’assurance, il s’applique également aux
primes et cotisations de contrats en cours, qui viennent
à échéance à partir du premier jour du deuxième mois
qui suit la notifi cation de la décision de la Banque.
verzekeraars en/of de tussenpersonen aan de verze-
keringnemer moeten meedelen vóór het sluiten van de
overeenkomst en gedurende de looptijd ervan, en de
wijze waarop dit moet gebeuren.
TITEL III
Tarifering, voorwaarden en segmentatie
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Art. 39
Wat de buitenlandse verzekeraars betreft, hebben de
bepalingen van dit hoofdstuk slechts betrekking op de
verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan
wel de verbintenis in België is gelegen.
Art. 40
§ 1. Voor het vaststellen en toepassen van hun ta-
rieven en voorwaarden, zijn de verzekeraars gehouden
zich te gedragen naar de regels die door de Koning wor-
den vastgesteld, na advies van de FSMA en de Bank.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, moeten de EER
verzekeringsondernemingen zich voor het vaststellen en
toepassen van hun tarieven gedragen naar de wetgeving
van hun lidstaat van herkomst.
Het eerste lid doet echter geen afbreuk aan de ver-
plichting van de EER verzekeringsondernemingen om
zich te houden aan de Belgische dwingende regels
van algemeen belang die een technisch kader voor
de tariefontwikkeling instellen waarbinnen de verzeke-
ringsondernemingen hun premies moeten berekenen.
Art. 41
Indien de Bank maatregelen neemt overeenkomstig
artikel 21octies, § 2, eerste en tweede lid, van de wet
van 9 juli 1975, wordt de tariefverhoging toegepast op de
overeenkomsten die worden gesloten vanaf de kennis-
geving van de beslissing van de Bank en, onverminderd
het opzeggingrecht van de verzekeringnemer, wordt ze
eveneens toegepast op de premies en bijdragen van de
lopende overeenkomsten, die vervallen vanaf de eerste
dag van de tweede maand die volgt op de kennisgeving
van de beslissing van de Bank.
34
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
De la segmentation
Art. 42
Les dispositions du présent chapitre portent sur les
contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Art. 43
§ 1er. Les articles 44 à 46 sont applicables aux
contrats d’assurance énumérés ci-dessous, dans la
mesure où le preneur d’assurance est un consomma-
teur au sens de l’article 2, 3°, de la loi du 6 avril 2010
relative aux pratiques du marché et à la protection du
consommateur:
— L’assurance obligatoire de la responsabilité en
matière de véhicules automoteurs;
— L’assurance contre l’incendie et autres périls en
ce qui concerne les habitations présentant un risque
simple au sens de l’article 5 de l’arrêté royal du 31 dé-
cembre 1992 portant exécution de la loi du 25 juin 1992
sur le contrat d’assurance terrestre;
— L’assurance couvrant la responsabilité civile extra-
contractuelle relative à la vie privée;
— L’assurance protection juridique;
— L’assurance individuelle sur la vie; et
— Le contrat d’assurance maladie visé à l’article
201, § 1er, 1°.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, étendre l’application
de tout ou partie du présent chapitre à d’autres contrats
d’assurance.
§ 3. Le présent chapitre s’applique sans préjudice des
obligations imposées par la partie 4 de la présente loi
et les arrêtés et/ou règlements pris pour son exécution.
Art. 44
Toute segmentation opérée sur le plan de l’accepta-
tion, de la tarifi cation et/ou de l’étendue de la garantie
doit être objectivement justifi ée par un objectif légitime,
HOOFDSTUK 2
Segmentatie
Art. 42
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking
op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico
dan wel de verbintenis in België is gelegen.
Art. 43
§ 1. Artikel 44 tot en met 46 zijn van toepassing op
de hieronder opgesomde verzekeringsovereenkomsten
voor zover de verzekeringnemer een consument is in de
zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betref-
fende marktpraktijken en consumentenbescherming:
— De verplichte aansprakelijkheidsverzekering in-
zake motorrijtuigen;
— De verzekering tegen brand en andere gevaren
wat betreft de woningen die een eenvoudige risico zijn
volgens artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 de-
cember 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992
op de landverzekeringsovereenkomst;
— De verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke
aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking
tot het privéleven;
— De rechtsbijstandsverzekeringen;
— De individuele levensverzekering; en
— De ziekteverzekeringsovereenkomst zoals bepaald
in artikel 201, §1, 1°.
§ 2. De Koning kan, bij een in de Ministerraad
overlegd besluit genomen na advies van de FSMA,
de toepassing van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk
uitbreiden tot andere verzekeringsovereenkomsten.
§ 3. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de verplich-
tingen die overeenkomstig deel 4 van deze wet en de
besluiten en/of reglementen genomen ter uitvoering
hiervan van toepassing zijn.
Art. 44
Elke segmentatie op het vlak van acceptatie, tarifering
en/of de omvang van de dekking moet objectief worden
gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen
35
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
et les moyens de réaliser cet objectif doivent être appro-
priés et nécessaires.
Art. 45
§ 1er. L’assureur publie sur son site web, par type de
contrat d’assurance tel que visé à l’article 43, § 1er, les
critères qu’il utilise dans le cadre de la segmentation
opérée sur le plan de l’acceptation, de la tarifi cation
et/ou de l’étendue de la garantie. L’assureur explique
sur son site web, de manière claire et compréhensible
pour le preneur d’assurance, la raison pour laquelle il
utilise ces critères.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, déterminer, le cas
échéant par type de contrat d’assurance, les critères de
segmentation qui peuvent être utilisés par l‘assureur, ou
indiquer, le cas échéant par type de contrat d’assurance,
les critères de segmentation qui ne peuvent pas l’être.
Art. 46
§ 1er. Dans son offre au preneur d’assurance, l’assu-
reur mentionne les critères de segmentation qu’il a utili-
sés pour déterminer les conditions tarifaires du contrat
et l’étendue de la garantie. Cette information est fournie
individuellement et de manière claire et compréhensible
pour le preneur d’assurance.
Dans son explication concernant les critères de seg-
mentation utilisés, l’assureur opère une distinction entre:
— les critères utilisés pour déterminer les conditions
qui seront applicables lors de la prise de cours du
contrat; et
— les critères susceptibles d’avoir, dans le futur, un
impact sur les conditions du contrat.
§ 2. Lorsque l’assureur décide, pendant la durée du
contrat d’assurance, de transmettre au preneur d’assu-
rance, en raison de la modifi cation d’un risque, une
proposition de modifi cation des conditions tarifaires ou
de la garantie accordée, il doit, sans préjudice d’autres
obligations légales éventuelles, présenter sa proposition
au preneur d’assurance par écrit, de manière expresse
et motivée.
La proposition et sa motivation doivent être com-
muniquées au preneur d’assurance individuellement
et formulées dans un langage clair et compréhensible
voor het bereiken van dat doel moeten passend en
noodzakelijk zijn.
Art. 45
§ 1. De verzekeraar publiceert op zijn website per
type van verzekeringsovereenkomst zoals vermeld in
artikel 43, §1, de criteria die hij gebruikt in het kader
van de segmentatie op het vlak van acceptatie, tarife-
ring en/of de omvang van de dekking. Op de website
van de verzekeraar wordt op een duidelijke en voor de
verzekeringnemer begrijpelijke wijze toegelicht waarom
deze criteria worden gehanteerd.
§ 2. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na
overleg in de Ministerraad, genomen na advies van
de FSMA, aanduiden, desgevallend per type van ver-
zekeringsovereenkomst, welke segmenteringscriteria
mogen worden gehanteerd door de verzekeraar, dan
wel aanduiden, desgevallend per type van verzekerings-
overeenkomst, welke segmenteringscriteria niet mogen
worden gehanteerd.
Art. 46
§ 1. In haar aanbod aan de verzekeringnemer ver-
meldt de verzekeraar welke segmenteringscriteria hij
heeft gebruikt bij de bepaling van de tariefvoorwaarden
van de overeenkomst en de omvang van de dekking.
Deze informatie wordt op individuele wijze en op een
duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke
wijze gegeven.
Bij de toelichting van de gebruikte segmenterings-
criteria maakt de verzekeraar een onderscheid tussen:
— de criteria die worden gebruikt om de voorwaar-
den te bepalen die zullen gelden bij aanvang van de
overeenkomst; en
— de criteria die in de toekomst een impact kunnen
hebben op de contractsvoorwaarden.
§ 2. Wanneer de verzekeraar beslist om gedurende
de looptijd van de verzekeringsovereenkomst omwille
van een gewijzigd risico aan de verzekeringnemer een
voorstel tot wijziging van de tariefvoorwaarden of de
verleende dekking over te maken, moet hij dit, onvermin-
derd eventuele andere wettelijke verplichtingen, uitdruk-
kelijk, schriftelijk en op gemotiveerde wijze voorleggen
aan de verzekeringnemer.
Het voorstel en de motivering moet op individuele
wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer
begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden
36
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
pour ce dernier. Dans la motivation, l’assureur expose
en particulier les données, communiquées ou non par le
preneur d’assurance, qu’il a utilisées lors de l’évaluation
du risque modifi é, ainsi que les critères de segmentation
qu’il a appliqués, et qui l’ont amené à formuler sa pro-
position. La proposition explique également, de manière
claire et compréhensible pour le preneur d’assurance,
ce qu’il advient du contrat d’assurance en cours selon
que le preneur d’assurance décide de donner suite ou
non à la proposition.
§ 3. Lorsque l’assureur décide, pendant la durée du
contrat d’assurance, de résilier celui-ci en raison de la
modifi cation d’un risque, il doit, sans préjudice d’autres
obligations légales éventuelles, en aviser le preneur
d’assurance par écrit, de manière expresse et motivée,
sauf dans les cas visés à l’article 57, §§ 3, 4 et 5.
Cette décision et sa motivation doivent être com-
muniquées au preneur d’assurance individuellement
et formulées dans un langage clair et compréhensible
pour ce dernier. Dans la motivation, l’assureur expose
en particulier les données, communiquées ou non par le
preneur d’assurance, qu’il a utilisées lors de l’évalution
du risque, ainsi que les critères de segmentation qu’il
a appliqués, et qui l’ont amené à prendre sa décision.
§ 4. Lorsqu’un assureur décide de refuser l’octroi
d’une assurance, il doit en aviser le preneur d’assurance
par écrit, de manière expresse et motivée.
Cette décision et sa motivation doivent être com-
muniquées au preneur d’assurance individuellement
et formulées dans un langage clair et compréhensible
pour ce dernier. Dans la motivation, l’assureur expose
en particulier les données, communiquées ou non par le
preneur d’assurance, qu’il a utilisées lors de l’évaluation
du risque, ainsi que les critères de segmentation qu’il
a appliqués, et qui l’ont amené à prendre sa décision.
Dans le cas où la communication du motif de son
refus serait susceptible de porter gravement préjudice à
l’activité de l’assureur ou dans le cas où cette communi-
cation l’amènerait à enfreindre une obligation de secret
imposée par la loi, l’assureur n’est pas tenu, moyennant
le respect des conditions décrites dans l’alinéa suivant,
de communiquer le motif spécifi que sous-tendant sa
décision de refus.
Lorsque la non-communication du motif de refus au
candidat preneur d’assurance ne peut être justifi ée par
le respect d’une obligation de secret imposée par la loi,
l’assureur ne peut se prévaloir de l’exception à l’obliga-
tion de motivation telle que prévue à l’alinéa précédent
medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar
in het bijzonder de bij de beoordeling van het gewijzigde
risico gehanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld
door de verzekeringnemer, en de door hem gehan-
teerde segmenteringscriteria die hebben geleid tot het
voorstel. Het voorstel licht ook, op een duidelijke en
voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze, toe wat
er gebeurt met de lopende verzekeringsovereenkomst
naargelang de verzekeringnemer al of niet beslist om
op het voorstel in te gaan.
§ 3. Wanneer de verzekeraar beslist om een verzeke-
ring gedurende de looptijd ervan op te zeggen omwille
van een gewijzigd risico, moet hij, onverminderd even-
tuele andere wettelijke verplichtingen, dit uitdrukkelijk,
schriftelijk en op gemotiveerde wijze meedelen aan de
verzekeringnemer, behalve in de gevallen bedoeld in
artikel 57, §§ 3, 4 en 5.
Deze beslissing en de motivering moet op individuele
wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer
begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden
medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar
in het bijzonder de bij de beoordeling van het risico ge-
hanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld door de
verzekeringnemer, en de door hem gehanteerde seg-
menteringscriteria die hebben geleid tot de beslissing.
§ 4. Wanneer een verzekeraar beslist om een ver-
zekering te weigeren moet dit door de verzekeraar uit-
drukkelijk, schriftelijk en op gemotiveerde wijze worden
medegedeeld aan de verzekeringnemer.
Deze beslissing en de motivering moet op individuele
wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer
begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden
medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar
in het bijzonder de bij de beoordeling van het risico ge-
hanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld door de
verzekeringnemer, en de door hem gehanteerde seg-
menteringscriteria die hebben geleid tot de beslissing.
Indien de bekendmaking van de weigeringsgrond
ernstige schade zou kunnen toebrengen aan het bedrijf
van de verzekeraar of indien de bekendmaking van deze
weigeringsgrond zou leiden tot een schending van een
wettelijke geheimhoudingsplicht, moet de verzekeraar,
mits naleving van de in het volgende lid omschreven
voorwaarden, de specifi eke weigeringsgrond niet mee-
delen in zijn weigeringsbeslissing.
Als het niet mededelen van de weigeringsgrond aan
de kandidaat-verzekeringnemer niet kan worden ver-
antwoord door de naleving van een wettelijke geheim-
houdingsplicht, kan de verzekeraar zich enkel beroepen
op de in het vorige lid omschreven uitzondering op de
37
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
qu’à la condition que le motif de refus sous-tendant sa
décision fi gure dans une liste limitative de motifs de
refus confi dentiels qui aura été préalablement commu-
niquée à la FSMA et approuvée par celle-ci. L’assureur
tient en outre de manière centralisée, dans l’un de ses
établissements belges ou, s’il ne dispose pas d’un éta-
blissement belge, à son siège principal situé au sein de
l’EEE ou en tout autre lieu préalablement approuvé par
la FSMA, une liste des assurances qu’il a refusées dont
le motif spécifi que sous-tendant sa décision de refus
n’a pas été communiqué, en mentionnant le motif de
refus concerné, tel que celui-ci fi gurait dans la liste de
motifs de refus confi dentiels préalablement transmise
à la FSMA, ou en se référant à la base légale régissant
son obligation de secret.
§ 5. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, imposer des règles
supplémentaires concernant le contenu précis de la
motivation visée dans les paragraphes précédents, la
manière dont la décision doit être communiquée et les
délais à respecter par les assureurs.
TITRE IV
La participation aux bénéfi ces
Art. 47
Les dispositions du présent titre portent sur les
contrats d’assurance dont le risque ou l’engagement
est situé en Belgique.
Art. 48
La participation aux bénéfi ces ne peut être mention-
née dans les publicités et autres documents de commer-
cialisation que pour autant que l’assureur ait l’obligation
légale ou contractuelle de prévoir une participation aux
bénéfi ces et que le droit à la participation aux bénéfi ces
dans le cadre d’un contrat individuel ne dépende pas
du pouvoir de décision discrétionnaire de l’assureur.
Art. 49
Avant la conclusion du contrat d’assurance, l’assu-
reur informe le candidat preneur d’assurance individuel-
lement sur le point de savoir si et à quelles conditions
un droit de participation aux bénéfi ces existe en faveur
motiveringsplicht indien de weigeringsgrond waarop de
beslissing steunt, is opgenomen in een limitatieve lijst
van vertrouwelijke weigeringsgronden die op voorhand
werd meegedeeld aan en goedgekeurd door de FSMA.
Bovendien houdt de verzekeraar gecentraliseerd in
één van zijn Belgische vestigingen, dan wel, indien hij
geen Belgische vestiging heeft, in zijn binnen de EER
gelegen hoofdkantoor of op een andere voorafgaandelijk
door de FSMA goedgekeurde plaats, een lijst bij van
de door hem geweigerde verzekeringen waarvan de
specifi eke weigeringsgrond niet meegedeeld is in de
weigeringsbeslissing, met vermelding van de relevante
weigeringsgrond, zoals deze werd opgenomen in de
vooraf aan de FSMA overgemaakte lijst met vertrouwe-
lijke weigeringsgronden, dan wel met verwijzing naar de
relevante wettelijke basis voor de geheimhoudingsplicht.
§ 5. De Koning kan, bij een in de Ministerraad
overlegd besluit genomen na advies van de FSMA,
bijkomende regels opleggen aangaande de precieze
inhoud van de motivering vermeld in de voorgaande
paragrafen, de wijze waarop de beslissing moet worden
meegedeeld en de termijnen waaraan de verzekeraars
zich moeten houden.
TITEL IV
Winstdeling
Art. 47
De bepalingen van deze titel hebben betrekking op
de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan
wel de verbintenis in België is gelegen.
Art. 48
De winstdeling mag enkel worden vermeld in reclame
en andere op commercialisering gerichte documenten
voor zover de verzekeraar wettelijk, dan wel contrac-
tueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en voor
zover het recht op winstdeling van een individuele
overeenkomst niet afhangt van de discretionaire beslis-
singsbevoegdheid van de verzekeraar.
Art. 49
Voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst
deelt de verzekeraar aan de kandidaat-verzekering-
nemer op individuele wijze mee of en onder welke
voorwaarden er een recht op winstdeling ten gunste
38
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
des contrats d’assurance. Les modalités de calcul et
d’attribution de la participation aux bénéfi ces lui sont
exposées.
Art. 50
§ 1er. Le preneur d’assurance reçoit au moins une
fois par an une information sur la situation de la partici-
pation aux bénéfi ces et est tenu informé pendant toute
la durée du contrat de toute modifi cation concernant
cette situation.
§ 2. Dans le cas où l’assureur, en rapport avec l’offre
ou la conclusion d’un contrat d’assurance du groupe
d’activités “vie”, communique des projections concer-
nant la participation aux bénéfi ces, il fournit au preneur
d’assurance un exemple de calcul dans lequel le pos-
sible versement à échéance est exposé sur la base
d’un calcul appliquant trois taux d’intérêt différents. Ceci
ne s’applique pas aux assurances décès temporaires.
L’assureur informe le preneur d’assurance, de manière
claire et compréhensible, que cet exemple de calcul
n’est que l’application d’un modèle fondé sur de pures
hypothèses et que le preneur d’assurance ne tire de cet
exemple de calcul aucun droit contractuel.
§ 3. Dans le cas d’assurances avec participation aux
bénéfi ces, l’assureur informe le preneur d’assurance,
annuellement et par écrit, de la situation des droits du
preneur d’assurance, en incluant la participation aux
bénéfi ces. En outre, lorsqu’il a communiqué des projec-
tions concernant la participation aux bénéfi ces, l’assu-
reur informe le preneur d’assurance des différences
entre l’évolution constatée et les données initiales.
§ 4. L’assureur transmet à la FSMA une copie des
communications faites au preneur d’assurance confor-
mément aux paragraphes précédents.
Art. 51
§ 1er. Si la participation aux bénéfi ces est mentionnée
dans les publicités et/ou autres documents de commer-
cialisation, l’assureur établit, à titre d’information pour
les preneurs d’assurance, un plan de participation aux
bénéfi ces. L’assureur met ce plan à la disposition du
candidat preneur d’assurance avant la conclusion du
contrat d’assurance. Toutes modifi cations apportées
ultérieurement à ce plan, dans la mesure où elles
ont une incidence sur les contrats d’assurance, sont
communiquées sans délai, par écrit, aux preneurs
d’assurance.
van de verzekeringsovereenkomsten is. De wijze van
berekening en van toewijzing wordt toegelicht.
Art. 50
§ 1. De verzekeringnemer wordt minstens één maal
per jaar ingelicht over de situatie van de winstdeling en
wordt gedurende de gehele looptijd van de overeen-
komst ingelicht over elke wijziging aan de situatie van
de winstdeling.
§ 2. Wanneer de verzekeraar in samenhang met een
aanbod voor of het afsluiten van een verzekeringsover-
eenkomst uit de groep activiteiten “leven” projecties
met betrekking tot de winstdeling verstrekt, legt de
verzekeraar de verzekeringnemer een modelberekening
voor waarin de potentiële uitkering aan het eind van de
looptijd wordt vermeld op basis van een berekening bij
drie verschillende rentepercentages. Dit geldt niet voor
tijdelijke overlijdensverzekeringen. De verzekeraar deelt
de verzekeringnemer op duidelijke en begrijpelijke wijze
mee dat de modelberekening slechts een voorbeeld is,
dat is gebaseerd op theoretische aannamen, en dat
de verzekeringnemer uit de modelberekening geen
contractuele aanspraken mag afl eiden.
§ 3. In geval van verzekeringen met winstdeling stelt
de verzekeraar de verzekeringnemer jaarlijks schriftelijk
in kennis van de stand van zijn vorderingen met inbegrip
van de winstdeling. Indien de verzekeraar projecties met
betrekking tot de winstdeling heeft verstrekt, wijst hij de
verzekeringnemer bovendien op afwijkingen tussen de
feitelijke ontwikkeling en de aanvankelijke gegevens.
§ 4. De verzekeraar bezorgt de FSMA een kopie van
de in bovenstaande paragrafen vermelde mededelingen
aan de verzekeringnemer.
Art. 51
§ 1. Indien de winstdeling wordt vermeld in reclame
en/of andere op commercialisering gerichte documen-
ten, stelt de verzekeraar ter informatie van de verzeke-
ringnemers een winstdelingsplan op. De verzekeraar
stelt dit plan ter beschikking van de kandidaat-verzeke-
ringnemer voordat de verzekeringsovereenkomst wordt
afgesloten. Voor zover deze een invloed hebben op de
verzekeringsovereenkomsten, worden latere wijzigingen
aan het plan onverwijld schriftelijk meegedeeld aan de
verzekeringnemers.
39
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Ce plan de participation aux bénéfi ces expose,
en des termes clairs pour le preneur d’assurance, les
éléments suivants:
— le mode de calcul du bénéfi ce distribuable total;
— la manière de déterminer si et à concurrence de
quel montant ce bénéfi ce distribuable sera versé ou
attribué aux actionnaires et à la collectivité des contrats
d’assurance prévoyant une participation aux bénéfi ces;
— le mode d’établissement de la clé de répartition
entre les actionnaires et la collectivité des contrats
d’assurance qui sera appliquée; et
— les critères sur la base desquels la participation
aux bénéfi ces sera attribuée aux contrats d’assurance
distincts et les conditions auxquelles cette attribution
s’effectuera.
§ 3. La répartition, entre les contrats d’assurance dis-
tincts, du bénéfi ce attribué à la collectivité des contrats
d’assurance doit s’effectuer dans le respect de l’équité
entre preneurs d’assurance.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA
et de la Banque, préciser le contenu du plan de parti-
cipation aux bénéfi ces et déterminer les critères que
l’assureur peut ou doit appliquer lors de l’attribution de
la participation aux bénéfi ces aux contrats d’assurance
distincts.
Art. 52
§ 1er. Les informations visées aux articles 48 à 51
doivent être formulées de manière claire et précise, par
écrit, et être fournies dans une des langues officielles
de la Belgique.
Ces informations peuvent toutefois être fournies au
preneur d’assurance dans une autre langue si celui-ci le
demande ou s’il a la liberté de choisir le droit applicable.
§ 2. Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA,
préciser le contenu et le mode de communication des
informations visées aux articles 48 à 51.
Art. 53
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA et de la Banque,
prévoir, pour une ou plusieurs activités d’assurance,
des dispositions précisant:
§ 2. In dit winstdelingsplan wordt het volgende in voor
de verzekeringnemer begrijpelijke termen uiteengezet:
— de wijze waarop de totale uitkeerbare winst wordt
berekend;
— de wijze waarop wordt bepaald of en hoeveel van
deze uitkeerbare winst zal worden uitgekeerd of toege-
kend aan de aandeelhouders en aan de collectiviteit
van de verzekeringsovereenkomsten met winstdeling;
— de wijze waarop wordt bepaald welke verdeelsleu-
tel zal worden gehanteerd tussen de aandeelhouders en
de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten; en
— de criteria op basis waarvan de winstdeling zal
worden toegekend aan de afzonderlijke verzekerings-
overeenkomsten en de voorwaarden waaronder dit zal
gebeuren.
§ 3. Bij de toekenning van de aan de collectiviteit van
de verzekeringsovereenkomsten verdeelde winst tussen
de afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten, moet de
billijkheid onder verzekeringnemers worden eerbiedigd.
§ 4. De Koning kan, bij besluit genomen na advies
van de FSMA en de Bank, de inhoud van het winst-
delingsplan nader bepalen en tevens bepalen welke
criteria de verzekeraar mag of moet toepassen bij de
toekenning van de winstdeling aan de afzonderlijke
verzekeringsovereenkomsten.
Art. 52
§ 1. De in de artikelen 48 tot en met 51 bedoelde
inlichtingen worden duidelijk, nauwkeurig en schriftelijk
verstrekt in één van de officiële Belgische landstalen.
Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere
taal aan de verzekeringnemer worden gesteld indien de
verzekeringnemer daarom verzoekt, dan wel indien de
verzekeringnemer vrij het toepasselijke recht kan kiezen.
§ 2. De Koning kan, bij besluit genomen na advies
van de FSMA, de inhoud van en de wijze waarop de in
de artikelen 48 tot en met 51 bedoelde inlichtingen moet
worden verstrekt, verder bepalen.
Art. 53
De Koning kan, via een in de Ministerraad overlegd
besluit genomen na advies van de FSMA en de Bank,
voor één of meerdere verzekeringsactiviteiten, bepalen:
40
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
1° qu’une partie du bénéfi ce distribuable doit être
répartie au sein de la collectivité des contrats d’assu-
rance, et selon quelles modalités cette partie du béné-
fi ce ainsi que la clé de répartition entre les actionnaires
et la collectivité des contrats doivent être calculées;
2° à quelles conditions la répartition des bénéfi ces
en faveur des contrats d’assurance n’emporte pas la
renonciation défi nitive à ces montants dans le chef de
l’entreprise d’assurances, de sorte que celle-ci pourra
encore les utiliser, pendant une période limitée dans le
temps, aux fi ns du respect des exigences légales en
matière de solvabilité;
3° à quel moment les montants attribués sont réputés
défi nitivement acquis par les bénéfi ciaires;
4°
de quelle manière les éléments mentionnés
dans les points ci-dessus doivent être traités dans la
comptabilité de l’entreprise d’assurances.
PARTIE 4
LE CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE
Titre Ier
Champ d’application et défi nitions
Art. 54
Champ d’application
Les dispositions de la présente partie s’appliquent à
tous les contrats d’assurance terrestre régis par le droit
belge, dans la mesure où il n’y est pas dérogé par des
lois particulières.
Elles ne s’appliquent ni à la réassurance, ni aux assu-
rances des transports de marchandises, assurances
bagages et déménagements exceptées.
Art. 55
Défi nitions
Au sens de la présente partie, l’on entend par:
1° “personne lésée”: dans une assurance de res-
ponsabilité, la personne victime d’un dommage dont
l’assuré est responsable;
1° dat een deel van de uitkeerbare winst moet worden
verdeeld onder de collectiviteit van de verzekeringsover-
eenkomsten en volgens welke modaliteiten dit deel van
de winst en de gebruikte verdeelsleutel tussen de aan-
deelhouders en de collectiviteit van de overeenkomsten
moet worden berekend;
2° onder welke voorwaarden de verdeling van de
winsten ten gunste van de verzekeringsovereenkom-
sten niet de defi nitieve afstand van deze bedragen
inhoudt voor de verzekeringsonderneming, zodat deze
gedurende een beperkte periode in de tijd nog kunnen
worden aangewend voor de vervulling van de wettelijke
solvabiliteitsvereisten;
3° op welk ogenblik de toegekende bedragen worden
geacht defi nitief verworven te zijn door de begunstigden;
4° op welke wijze de bovenstaande punten door de
verzekeringsonderneming boekhoudkundig moeten
worden verwerkt.
DEEL 4
DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
TITEL I
Toepassingsgebied en defi nities
Art. 54
Toepassingsgebied
De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op
alle landverzekeringsovereenkomsten die onderworpen
zijn aan het Belgische recht voor zover er niet wordt van
afgeweken door bijzondere wetten.
Zij zijn niet van toepassing op de herverzekering
noch op de verzekeringen van goederenvervoer, met
uitzondering van de bagage- en verhuisverzekeringen.
Art. 55
Defi nities
In dit deel wordt verstaan onder:
1° “benadeelde”: in een aansprakelijkheidsverzeke-
ring, degene aan wie schade is toegebracht waarvoor
de verzekerde aansprakelijk is.
41
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
2° “prestation d’assurance”: le montant payable ou le
service à fournir par l’assureur en exécution du contrat
d’assurance;
3° “assurance à caractère indemnitaire”: celle dans
laquelle l’assureur s’engage à fournir la prestation
nécessaire pour réparer tout ou partie d’un dommage
subi par l’assuré ou dont celui-ci est responsable;
4° “assurance à caractère forfaitaire”: celle dans
laquelle la prestation de l’assureur ne dépend pas de
l’importance du dommage;
5° “demande d’assurance”: un formulaire émanant de
l’assureur par lequel celui-ci offre de prendre le risque
en charge provisoirement, à la demande du preneur
d’assurance;
6° “proposition d’assurance”: un formulaire émanant
de l’assureur, à remplir par le preneur d’assurance, et
destiné à éclairer l’assureur sur la nature de l’opération
et sur les faits et circonstances qui constituent pour lui
des éléments d’appréciation du risque;
7° “police présignée”: une police d’assurance signée
préalablement par l’assureur et contenant une offre de
contracter aux conditions qui y sont décrites, éventuel-
lement complétées par les spécifi cations que le preneur
d’assurance mentionne aux endroits prévus à cet effet;
8° “réduction en assurance à caractère indemnitaire”:
une sanction consistant pour l’assureur à diminuer sa
prestation, eu égard au manquement, par le preneur
d’assurance ou l’assuré, à l’une des obligations décou-
lant du contrat d’assurance.
Art. 56
Règles impératives
Sauf lorsque la possibilité d’y déroger par des conven-
tions particulières résulte de leur rédaction même, les
dispositions de la présente partie sont impératives.
2° “verzekeringsprestatie”: het door de verzekeraar
uit te betalen bedrag of de door hem te verstrekken
dienst ter uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.
3° “verzekering tot vergoeding van schade”: verze-
kering waarbij de verzekeraar zich ertoe verbindt de
prestatie te leveren die nodig is om de schade die de
verzekerde geleden heeft of waarvoor hij aansprakelijk
is, geheel of gedeeltelijk te vergoeden.
4° “verzekering tot uitkering van een vast bedrag”:
verzekering waarbij de prestatie van de verzekeraar niet
afhankelijk is van de omvang van de schade.
5° “verzekeringsaanvraag”: een formulier dat uitgaat
van de verzekeraar waarbij deze laatste aanbiedt het
risico voorlopig ten laste te nemen op verzoek van de
verzekeringnemer.
6° “verzekeringsvoorstel”: een formulier dat uitgaat
van de verzekeraar en in te vullen door de verzeke-
ringnemer met het doel de verzekeraar in te lichten
over de aard van de verrichting en over de feiten en de
omstandigheden die voor hem gegevens zijn voor de
beoordeling van het risico.
7° “voorafgetekende polis”: een verzekeringspolis die
vooraf door de verzekeraar ondertekend is en houdende
aanbod tot het sluiten van een overeenkomst onder de
voorwaarden die erin beschreven zijn, eventueel aan-
gevuld met de nadere bijzonderheden die de verzeke-
ringnemer aanduidt op de daartoe voorziene plaatsen.
8° “vermindering bij de verzekering tot vergoeding van
schade”: sanctie waardoor de verzekeraar zijn prestatie
vermindert gelet op de tekortkoming door de verzeke-
ringnemer of de verzekerde aan een van de verplichtin-
gen die voortvloeien uit de verzekeringsovereenkomst.
Art. 56
Dwingende regels
De bepalingen van dit deel zijn van dwingend recht,
tenzij uit de bewoordingen zelf blijkt dat de mogelijkheid
wordt gelaten om er van af te wijken door bijzondere
bedingen.
42
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
TITRE II
Le contrat d’assurance en général
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes à tous les contrats
Section Ire
Conclusion du contrat
Art. 57
Proposition d’assurance, police présignée et
demande d’assurance
§ 1er. La proposition d’assurance n’engage ni le
candidat preneur d’assurance ni l’assureur à conclure
le contrat. Si dans les trente jours de la réception de
la proposition, l’assureur n’a pas notifi é au candidat
preneur d’assurance, soit une offre d’assurance, soit la
subordination de l’assurance à une demande d’enquête,
soit le refus d’assurer, il s’oblige à conclure le contrat
sous peine de dommages et intérêts. Ces dispositions,
ainsi que la mention selon laquelle la signature de la
proposition ne fait pas courir la couverture, doivent
fi gurer expressément dans la proposition d’assurance
§ 2. En cas de police présignée ou de demande
d’assurance, le contrat est formé dès la signature de
l’un de ces documents par le preneur d’assurance.
Sauf convention contraire, la garantie prend cours le
lendemain de la réception par l’assureur de la police
présignée ou de la demande. L’assureur communiquera
cette date au preneur d’assurance.
§ 3. Sauf pour les contrats d’une durée inférieure
à trente jours, le preneur d’assurance doit disposer
de la faculté de résilier le contrat, avec effet immédiat
au moment de la notifi cation, dans un délai de trente
jours pour les contrats d’assurance sur la vie et pour
les opérations de capitalisation et dans un délai de
quatorze jours pour les autres contrats d’assurance, à
compter de la prise de cours du contrat. Cette faculté
doit expressément être mentionnée dans les conditions
de la police. Dans le cas de contrats qui ne sont ni des
contrats d’assurance sur la vie ni des opérations de
capitalisation, le preneur d’assurance ne dispose de
TITEL II
De verzekeringsovereenkomst in het algemeen
HOOFDSTUK 1
Bepalingen betreffende alle verzekerings-
overeenkomsten
Afdeling I
Het sluiten van de overeenkomst
Art. 57
Verzekeringsvoorstel, voorafgetekende polis en
verzekeringsaanvraag
§ 1. Het verzekeringsvoorstel verbindt noch de kan-
didaat-verzekeringnemer, noch de verzekeraar tot het
sluiten van de overeenkomst. Indien binnen dertig dagen
na de ontvangst van het voorstel de verzekeraar aan de
kandidaat-verzekeringnemer geen verzekeringsaanbod
heeft ter kennis gebracht of de verzekering afhankelijk
heeft gesteld van een aanvraag tot onderzoek of de
verzekering heeft geweigerd, verbindt hij zich tot het
sluiten van de overeenkomst op straffe van schadever-
goeding. Die bepalingen, evenals de vermelding dat
de ondertekening van het voorstel geen dekking mee-
brengt, moeten uitdrukkelijk in het verzekeringsvoorstel
worden opgenomen.
§ 2. Bij een voorafgetekende polis of een verze-
keringsaanvraag komt de overeenkomst tot stand bij
de ondertekening van een van deze stukken door de
verzekeringnemer.
Tenzij anders is bedongen, gaat de waarborg in de
dag volgend op de ontvangst door de verzekeraar van
de voorafgetekende polis of de aanvraag. De verzeke-
raar zal de verzekeringnemer mededeling geven van
deze datum.
§ 3. Behalve voor overeenkomsten met een looptijd
van minder dan dertig dagen, moet de verzekeringne-
mer de mogelijkheid hebben de overeenkomst op te
zeggen, met onmiddellijk gevolg op het ogenblik van
de kennisgeving, binnen een termijn van dertig dagen
voor levensverzekeringsovereenkomsten en voor kapi-
talisatieverrichtingen en binnen een termijn van veertien
dagen voor de andere verzekeringsovereenkomsten
na de inwerkingtreding ervan. Deze mogelijkheid moet
uitdrukkelijk worden opgenomen in de voorwaarden van
de polis. Voor de overeenkomsten die geen levensver-
zekeringsovereenkomsten of kapitalisatieverrichtingen
43
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
cette faculté que si le contrat a été formé par la voie
d’une police présignée ou d’une demande d’assurance.
§ 4. Sauf pour les contrats d’une durée inférieure à
trente jours, l’assureur peut résilier le contrat qui a été
formé via une police présignée ou une demande d’assu-
rance, dans un délai de trente jours pour les contrats
d’assurance sur la vie et de quatorze jours pour les
autres contrats d’assurance, à compter de la réception
de la police présignée ou de la demande, la résiliation
devenant effective huit jours après sa notifi cation. Ces
dispositions doivent expressément être mentionnées
dans les conditions de la police présignée ou de la
demande. La demande et la proposition doivent être
signées séparément.
§ 5. Tout contrat d’assurance à distance, au sens du
chapitre 3, section 2, de la loi du 6 avril 2010 relative
aux pratiques du marché et à la protection du consom-
mateur, est conclu quand l’assureur reçoit l’acceptation
du preneur d’assurance.
Le preneur d’assurance et l’assureur disposent d’un
délai de quatorze jours pour résilier le contrat d’assu-
rance, sans pénalité et sans obligation de motivation.
Toutefois, pour les contrats d’assurance sur la vie, ce
délai est porté à trente jours.
Le délai dans lequel peut s’exercer le droit de rési-
liation commence à courir:
— à compter du jour de la conclusion du contrat
d’assurance, sauf pour les contrats d’assurance sur la
vie, pour lesquels le délai commence à courir au moment
où le preneur d’assurance est informé par l’assureur
que le contrat d’assurance a été conclu;
— à compter du jour où le preneur d’assurance reçoit
les conditions contractuelles et toutes autres informa-
tions complémentaires, si ce dernier jour est postérieur
à celui visé au premier tiret.
La résiliation émanant du preneur d’assurance prend
effet au moment de la notifi cation, celle émanant de
l’assureur huit jours après sa notifi cation.
Le droit de résiliation ne s’applique pas aux polices
d’assurance de voyage ou de bagages ou aux polices
d’assurance similaires à court terme d’une durée
zijn, heeft de verzekeringnemer deze mogelijkheid
slechts indien de overeenkomst via een voorafgete-
kende polis dan wel een verzekeringsaanvraag tot stand
is gekomen.
§ 4. Behalve voor overeenkomsten met een looptijd
van minder dan dertig dagen, mag de verzekeraar de
overeenkomst die via een voorafgetekende polis dan
wel een verzekeringsaanvraag tot stand is gekomen,
opzeggen binnen een termijn van dertig dagen voor
levensverzekeringsovereenkomsten en van veertien
dagen voor de andere verzekeringsovereenkomsten
na ontvangst van de voorafgetekende polis of van de
aanvraag, met inwerkingtreding van de opzegging acht
dagen na de kennisgeving ervan. Deze bepalingen moe-
ten uitdrukkelijk worden opgenomen in de voorwaarden
van de voorafgetekende polis of van de aanvraag. De
aanvraag en het voorstel dienen beide afzonderlijk te
worden ondertekend.
§ 5. Elke verzekeringsovereenkomst op afstand, in de
zin van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de wet van 6 april
2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbe-
scherming, wordt gesloten wanneer de verzekeraar de
aanvaarding van de verzekeringnemer ontvangt.
De verzekeringnemer en de verzekeraar beschikken
over een termijn van veertien dagen om de verzeke-
ringsovereenkomst zonder boete en zonder verplichte
opgave van redenen op te zeggen. Voor levensverze-
keringsovereenkomsten bedraagt de termijn evenwel
dertig dagen.
De termijn waarbinnen het opzeggingsrecht kan
worden uitgeoefend gaat in:
— vanaf de dag van het sluiten van de verzekerings-
overeenkomst, behalve met betrekking tot de levensver-
zekeringsovereenkomsten, waarvoor de termijn ingaat
op het tijdstip waarop de verzekeraar aan de verzeke-
ringnemer meedeelt dat de overeenkomst is gesloten;
— vanaf de dag waarop de verzekeringnemer de
contractsvoorwaarden en alle bijkomende informatie
ontvangt, indien deze laatste dag na deze valt, bedoeld
bij het eerste streepje.
De opzegging die uitgaat van de verzekeringnemer
treedt in werking op het ogenblik van de kennisgeving,
deze die uitgaat van de verzekeraar acht dagen na de
kennisgeving ervan.
Het opzeggingsrecht is niet van toepassing op reis- en
bagageverzekeringspolissen of soortgelijke korteter-
mijnverzekeringspolissen met een looptijd van minder
44
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
inférieure à un mois, ni aux contrats d’assurance sur la
vie, liés à un fonds d’investissement.
§ 6. Le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la Banque,
préciser les modalités applicables en cas d’exercice du
droit de résiliation visé aux paragraphes 3, 4 et 5.
§ 7. Dès leur réception, l’assureur procédera au
datage systématique des propositions d’assurance,
des polices présignées et des demandes d’assurance.
Art. 58
Obligation de délaration
Le preneur d’assurance a l’obligation de déclarer
exactement, lors de la conclusion du contrat, toutes
les circonstances connues de lui et qu’il doit raisonna-
blement considérer comme constituant pour l’assureur
des éléments d’appréciation du risque. Toutefois, il ne
doit pas déclarer à l’assureur les circonstances déjà
connues de celui-ci ou que celui-ci devrait raisonna-
blement connaître. Les données génétiques ne peuvent
pas être communiquées.
S’il n’est point répondu à certaines questions écrites
de l’assureur et si ce dernier a néanmoins conclu le
contrat, il ne peut, hormis le cas de fraude, se prévaloir
ultérieurement de cette omission.
Art. 59
Omission ou inexactitude intentionnelles
Lorsque l’omission ou l’inexactitude intentionnelles
dans la déclaration induisent l’assureur en erreur sur
les éléments d’appréciation du risque, le contrat d’assu-
rance est nul.
Les primes échues jusqu’au moment où l’assureur
a eu connaissance de l’omission ou de l’inexactitude
intentionnelles lui sont dues.
dan één maand, noch op levensverzekeringsovereen-
komsten gebonden aan een beleggingsfonds.
§ 6. De Koning kan, na advies van de FSMA en de
Bank, de verdere modaliteiten bepalen die van toepas-
sing zijn bij de uitoefening van het opzeggingsrecht uit
de paragrafen 3, 4, en 5.
§ 7. De verzekeraar zal de inkomende verzekerings-
voorstellen, voorafgetekende polissen en verzekerings-
aanvragen, bij het binnenkomen systematisch voorzien
van de datumstempel.
Art. 58
Mededelingsplicht
De verzekeringnemer is verplicht bij het sluiten van
de overeenkomst alle hem bekende omstandigheden
nauwkeurig mee te delen die hij redelijkerwijs moet
beschouwen als gegevens die van invloed kunnen zijn
op de beoordeling van het risico door de verzekeraar.
Hij moet de verzekeraar echter geen omstandigheden
meedelen die deze laatste reeds kende of redelijkerwijs
had moeten kennen. Genetische gegevens mogen niet
worden meegedeeld.
Indien op sommige schriftelijke vragen van de ver-
zekeraar niet wordt geantwoord en indien deze toch
de overeenkomst heeft gesloten, kan hij zich, behalve
in geval van bedrog, later niet meer op dat verzuim
beroepen.
Art. 59
Opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist
meedelen van gegevens
Wanneer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk
onjuist meedelen van gegevens over het risico de ver-
zekeraar misleidt bij de beoordeling van dat risico, is de
verzekeringsovereenkomst nietig.
De premies die vervallen zijn tot op het ogenblik
waarop de verzekeraar kennis heeft gekregen van het
opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen
van gegevens, komen hem toe.
45
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 60
Omission ou inexactitude non intentionnelles
§ 1er. Lorsque l’omission ou l’inexactitude dans la
déclaration ne sont pas intentionnelles, le contrat n’est
pas nul.
L’assureur propose, dans le délai d’un mois à comp-
ter du jour où il a eu connaissance de l’omission ou
de l’inexactitude, la modifi cation du contrat avec effet
au jour où il a eu connaissance de l’omission ou de
l’inexactitude.
Si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait en aucun
cas assuré le risque, il peut résilier le contrat dans le
même délai.
Si la proposition de modifi cation du contrat est refu-
sée par le preneur d’assurance ou si, au terme d’un
délai d’un mois à compter de la réception de cette pro-
position, cette dernière n’est pas acceptée, l’assureur
peut résilier le contrat dans les quinze jours.
L’assureur qui n’a pas résilié le contrat ni proposé sa
modifi cation dans les délais indiqués ci-dessus ne peut
plus se prévaloir à l’avenir des faits qui lui sont connus.
§ 2. Si l’omission ou la déclaration inexacte ne peut
être reprochée au preneur d’assurance et si un sinistre
survient avant que la modifi cation du contrat ou la rési-
liation ait pris effet, l’assureur doit fournir la prestation
convenue.
§ 3. Si l’omission ou la déclaration inexacte peut
être reprochée au preneur d’assurance et si un sinistre
survient avant que la modifi cation du contrat ou la rési-
liation ait pris effet, l’assureur n’est tenu de fournir une
prestation que selon le rapport entre la prime payée et
la prime que le preneur d’assurance aurait dû payer s’il
avait régulièrement déclaré le risque.
Toutefois, si lors d’un sinistre, l’assureur apporte la
preuve qu’il n’aurait en aucun cas assuré le risque dont
la nature réelle est révélée par le sinistre, sa prestation
est limitée au remboursement de la totalité des primes
payées.
Art. 60
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist
meedelen van gegevens
§ 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meedelen
van gegevens niet opzettelijk geschiedt, is de overeen-
komst niet nietig.
De verzekeraar stelt, binnen de termijn van een
maand, te rekenen van de dag waarop hij van het
verzwijgen of van het onjuist meedelen van gegevens
kennis heeft gekregen, voor de overeenkomst te wijzigen
met uitwerking op de dag waarop hij kennis heeft ge-
kregen van het verzwijgen of van het onjuist meedelen.
Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het
risico nooit zou hebben verzekerd, kan hij de overeen-
komst opzeggen binnen dezelfde termijn.
Indien het voorstel tot wijziging van de overeenkomst
wordt geweigerd door de verzekeringnemer of indien, na
het verstrijken van de termijn van een maand te reke-
nen vanaf de ontvangst van dit voorstel, dit laatste niet
aanvaard wordt, kan de verzekeraar de overeenkomst
opzeggen binnen vijftien dagen.
De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft op-
gezegd noch een wijziging heeft voorgesteld binnen de
hierboven bepaalde termijnen, kan zich nadien niet meer
beroepen op feiten die hem bekend waren.
§ 2. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen
van gegevens niet kan verweten worden aan de verze-
keringnemer en indien een schadegeval zich voordoet
voordat de wijziging of de opzegging van kracht is
geworden, is de verzekeraar tot de overeengekomen
prestatie gehouden.
§ 3. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen van
gegevens kan verweten worden aan de verzekeringne-
mer en indien een schadegeval zich voordoet voordat de
wijziging of de opzegging van kracht is geworden, is de
verzekeraar slechts tot prestatie gehouden op basis van
de verhouding tussen de betaalde premie en de premie
die de verzekeringnemer zou hebben moeten betalen,
indien hij het risico naar behoren had meegedeeld.
Indien de verzekeraar echter bij een schadegeval het
bewijs levert dat hij het risico, waarvan de ware aard
door dat schadegeval aan het licht komt, in geen geval
zou hebben verzekerd, wordt zijn prestatie beperkt tot
het betalen van een bedrag dat gelijk is aan alle betaalde
premies.
46
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 4. Si une circonstance inconnue des deux parties
lors de la conclusion du contrat vient à être connue en
cours d’exécution de celui-ci, il est fait application de
l’article 80 ou de l’article 81 suivant que ladite circons-
tance constitue une diminution ou une aggravation du
risque assuré.
Art. 61
Information médicale
Le médecin choisi par l’assuré peut remettre à
l’assuré qui en fait la demande, les certifi cats médicaux
nécessaires à la conclusion ou à l’exécution du contrat.
Ces certifi cats se limitent à une description de l’état de
santé actuel.
Ces certifi cats ne peuvent être remis qu’au médecin-
conseil de l’assureur. Ce dernier ne peut communiquer
aucune information non pertinente eu égard au risque
pour lequel les certifi cats ont été établis ou relative à
d’autres personnes que l’assuré.
L’examen médical, nécessaire à la conclusion et
à l’exécution du contrat, ne peut être fondé que sur
les antécédents déterminant l’état de santé actuel du
candidat-assuré et non sur des techniques d’analyse
génétique propres à déterminer son état de santé futur.
Pour autant que l’assureur justifi e de l’accord pré-
alable de l’assuré, le médecin de celui-ci transmet au
médecin-conseil de l’assureur un certifi cat établissant
la cause du décès.
Lorsqu’il n’existe plus de risque pour l’assureur, le
médecin-conseil restitue, à leur demande, les certifi cats
médicaux à l’assuré ou, en cas de décès, à ses ayants
droit.
Section II
Etendue de la garantie
Art. 62
Dol et faute
Nonobstant toute convention contraire, l’assureur
ne peut être tenu de fournir sa garantie à l’égard de
quiconque a causé intentionnellement le sinistre.
§ 4. Wanneer gedurende de loop van de verzekering
een omstandigheid bekend wordt die beide partijen
op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst
onbekend was, wordt artikel 80 of artikel 81 toegepast,
naargelang die omstandigheid een vermindering of een
verzwaring van het verzekerde risico tot gevolg heeft.
Art. 61
Medische informatie
De door de verzekerde gekozen arts kan de ver-
zekerde die erom verzoekt de geneeskundige verkla-
ringen afl everen die voor het sluiten of het uitvoeren
van de overeenkomst nodig zijn. Deze verklaringen
beperken zich tot een beschrijving van de huidige
gezondheidstoestand.
Deze verklaringen mogen uitsluitend aan de advi-
serend arts van de verzekeraar worden bezorgd. Deze
mag de verzekeraar geen informatie geven die niet-
pertinent is gezien het risico waarvoor de verklaringen
werden opgemaakt of betreffende andere personen
dan de verzekerde.
Het medisch onderzoek, noodzakelijk voor het slui-
ten en het uitvoeren van de overeenkomst, kan slechts
steunen op de voorgeschiedenis van de huidige gezond-
heidstoestand van de kandidaat-verzekerde en niet op
technieken van genetisch onderzoek die dienen om de
toekomstige gezondheidstoestand te bepalen.
Mits de verzekeraar aantoont de voorafgaande
toestemming van de verzekerde te bezitten, geeft de
arts van de verzekerde aan de adviserend arts van de
verzekeraar een verklaring af over de doodsoorzaak.
Wanneer er geen risico meer bestaat voor de verze-
keraar, bezorgt de adviserend arts de geneeskundige
verklaringen, op hun verzoek, terug aan de verzekerde
of, in geval van overlijden, aan zijn rechthebbenden.
Afdeling II
Omvang van de dekking
Art. 62
Bedrog en schuld
Niettegenstaande enig andersluidend beding, kan de
verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan
hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
47
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
L’assureur répond des sinistres causés par la faute,
même lourde, du preneur d’assurance, de l’assuré ou
du bénéfi ciaire. Toutefois, l’assureur peut s’exonérer de
ses obligations pour les cas de faute lourde déterminés
expressément et limitativement dans le contrat.
Le Roi peut établir une liste limitative des faits qui ne
peuvent être qualifi és de faute lourde.
Art. 63
Guerre
Sauf convention contraire, l’assureur ne répond pas
des sinistres causés par la guerre ou par des faits de
même nature et par la guerre civile.
L’assureur doit faire la preuve du fait qui l’exonère
de sa garantie.
Le Roi peut toutefois fi xer des règles allégeant la
charge de la preuve du fait qui exonère l’assureur de
sa garantie.
Section III
Preuve et contenu du contrat
Art. 64
Preuve et contenu du contrat
§ 1er. Sous réserve de l’aveu et du serment, et quelle
que soit la valeur des engagements, le contrat d’assu-
rance ainsi que ses modifi cations se prouvent par écrit
entre parties. Il n’est reçu aucune preuve par témoins
ou par présomptions contre et outre le contenu de l’acte.
Toutefois, lorsqu’il existe un commencement de
preuve par écrit, la preuve par témoins ou par présomp-
tions est admise.
L’article 1328 du Code civil n’est pas applicable au
contrat d’assurance ou à ses modifi cations.
§ 2. Le contrat d’assurance mentionne au moins:
1° la date à laquelle le contrat d’assurance est conclu
et la date à laquelle l’assurance prend cours;
De verzekeraar dekt de schade veroorzaakt door de
schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer,
van de verzekerde of van de begunstigde. De verzeke-
raar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden
voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke
en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald.
De Koning kan een beperkende lijst opstellen van fei-
ten die niet als grove schuld aangemerkt mogen worden.
Art. 63
Oorlog
Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar geen
schade veroorzaakt door oorlog of gelijkaardige feiten
en door burgeroorlog.
De verzekeraar moet het bewijs leveren van het feit
dat hem van het verlenen van dekking bevrijdt.
De Koning kan echter regels vaststellen die de be-
wijslast van het feit dat de verzekeraar bevrijdt van het
verlenen van dekking verlichten.
Afdeling III
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Art. 64
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
§ 1. Onder voorbehoud van de bekentenis en de eed,
en ongeacht het bedrag van de verbintenissen, worden
de verzekeringsovereenkomst alsook de wijzigingen
ervan tussen partijen door geschrift bewezen. Geen
enkel bewijs door getuigen of door vermoedens tegen
en boven de inhoud van het geschrift is toegelaten.
Indien evenwel een begin van bewijs door geschrift
wordt geleverd, is het bewijs door getuigen of vermoe-
dens toegelaten.
Artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek is niet van
toepassing op de verzekeringsovereenkomst of op de
wijzigingen ervan.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst bevat ten minste:
1° de datum waarop de verzekeringsovereenkomst
is gesloten en de datum waarop de verzekering begint
te lopen;
48
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
2° la durée du contrat;
3° l’identité du preneur d’assurance et, le cas
échéant, de l’assuré et du bénéfi ciaire;
4° le nom et l’adresse de l’assureur ou des
coassureurs;
5° le cas échéant, le nom et l’adresse de l’intermé-
diaire d’assurance;
6° les risques couverts;
7° le montant de la prime ou la manière de la
déterminer.
§ 3. L’assureur est tenu de délivrer au preneur d’as-
surance, au plus tard au moment de la conclusion du
contrat, une copie des renseignements que ce dernier
a communiqués par écrit au sujet du risque à couvrir.
Section IV
Exécution du contrat
Art. 65
Déchéance partielle ou totale du droit à la
prestation d’assurance
Le contrat d’assurance ne peut prévoir la déchéance
partielle ou totale du droit à la prestation d’assurance
qu’en raison de l’inexécution d’une obligation déter-
minée imposée par le contrat et à la condition que le
manquement soit en relation causale avec la surve-
nance du sinistre.
Toutefois, le Roi peut réglementer la déchéance
partielle ou totale du droit à la prestation d’assurance.
Art. 66
Polices combinées
A défaut de convention contraire, lorsque, dans un
même contrat, l’assureur s’engage à diverses pres-
tations, soit en raison des garanties promises, soit
en raison des risques assurés, la cause de résiliation
relative à l’une des prestations n’affecte pas le contrat
dans son ensemble.
2° de duur van de overeenkomst;
3° de identiteit van de verzekeringnemer en, in voor-
komend geval, de identiteit van de verzekerde en van
de begunstigde;
4° de naam en het adres van de verzekeraar of van
de medeverzekeraars;
5° in voorkomend geval, de naam en het adres van
de verzekeringstussenpersoon;
6° de gedekte risico’s;
7° het bedrag van de premie of de wijze waarop de
premie kan worden bepaald.
§ 3. De verzekeraar is ertoe gehouden uiterlijk bij het
sluiten van de overeenkomst aan de verzekeringnemer
een afschrift te verstrekken van de inlichtingen die deze
laatste schriftelijk heeft medegedeeld over het te dek-
ken risico.
Afdeling IV
Uitvoering van de overeenkomst
Art. 65
Geheel of gedeeltelijk verval van het recht op
verzekeringsprestatie
In de verzekeringsovereenkomst mag geen geheel of
gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringspres-
tatie bedongen worden dan wegens niet-nakoming van
een bepaalde, in de overeenkomst opgelegde verplich-
ting, en mits er een oorzakelijk verband bestaat tussen
de tekortkoming en het schadegeval.
De Koning kan echter regels vaststellen met betrek-
king tot het geheel of gedeeltelijk verval van het recht
op verzekeringsprestatie.
Art. 66
Combinatiepolissen
Wanneer de verzekeraar zich in een zelfde over-
eenkomst tot verschillende prestaties verbindt, hetzij
omwille van de gegeven dekking, hetzij omwille van
de verzekerde risico’s, geldt de grond van opzegging
betreffende een van die prestaties niet voor de gehele
overeenkomst, tenzij anders is bedongen.
49
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Si l’assureur résilie la garantie relative à une ou plu-
sieurs prestations, le preneur d’assurance peut alors
résilier le contrat dans son ensemble.
La cause de nullité relative à l’une des prestations
n’affecte pas le contrat dans son ensemble.
Art. 67
Modalités de paiement de la prime et de la
prestation d’assurance
La prime d’assurance est quérable.
A défaut d’être fait directement à l’assureur, est libé-
ratoire le paiement de la prime fait au tiers qui le requiert
et qui apparaît comme le mandataire de l’assureur pour
le recevoir.
Lorsque l’assureur ne verse pas directement à
l’assuré ou à son ayant droit les montants dont il lui
est redevable dans le cadre de l’exécution du contrat
d’assurance, mais effectue ce versement par le biais
d’un intermédiaire d’assurances, seule la réception
effective de ce paiement par l’assuré ou son ayant droit
libère l’assureur de ses obligations.
Art. 68
Paiement aux mineurs d’âge, interdits et autres
incapables
L’assureur qui effectue un paiement à un mineur,
un interdit ou un autre incapable en application d’un
contrat d’assurance, l’effectue sur un compte ouvert
à son nom, frappé d’indisponibilité jusqu’à la majorité
ou à la levée de l’incapacité, sans préjudice du droit de
jouissance légale.
Art. 69
Défaut de paiement de la prime
Le défaut de paiement de la prime à l’échéance
peut donner lieu à la suspension de la garantie ou à la
résiliation du contrat à condition que le débiteur ait été
mis en demeure.
Indien de verzekeraar de waarborg met betrekking tot
één of meer prestaties opzegt, dan mag de verzekering-
nemer de gehele verzekeringsovereenkomst opzeggen.
De grond van nietigheid betreffende één van de pres-
taties geldt niet voor de gehele overeenkomst.
Art. 67
Wijze van betaling van de premie en van de
verzekeringsprestatie
De verzekeringspremie is een haalschuld.
Wanneer de premie niet rechtstreeks aan de verzeke-
raar wordt betaald, is de premiebetaling aan een derde
bevrijdend indien deze de betaling vordert en hij voor de
inning van die premie klaarblijkelijk als lasthebber van
de verzekeraar optreedt.
Wanneer de verzekeraar de bedragen die hij in het
kader van de uitvoering van de verzekeringsovereen-
komst aan de verzekerde of zijn rechthebbende is ver-
schuldigd, niet rechtstreeks aan deze laatsten betaalt,
maar via een verzekeringstussenpersoon, bevrijdt enkel
de werkelijke ontvangst van deze betaling door de ver-
zekerde of zijn rechthebbende de verzekeraar van zijn
verplichtingen.
Art. 68
Betaling aan minderjarigen,
onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen
De verzekeraar die aan een minderjarige, onbe-
kwaamverklaarde of andere onbekwame een betaling
verricht bij toepassing van een verzekeringsovereen-
komst, doet dit op een rekening die op zijn naam is ge-
opend en die onbeschikbaar is tot de meerderjarigheid
of het opheffen van de onbekwaamheid, onverminderd
het recht op wettelijk genot.
Art. 69
Niet-betaling van de premie
Niet-betaling van de premie op de vervaldag kan
grond opleveren tot schorsing van de dekking of tot
opzegging van de overeenkomst mits de schuldenaar
in gebreke is gesteld.
50
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le contrat d’assurance peut toutefois prévoir que
la garantie ne prend cours qu’après le paiement de la
première prime.
Art. 70
Sommation de payer
La mise en demeure visée à l’article 69 est faite soit
par exploit d’huissier soit par lettre recommandée.
Elle comporte sommation de payer la prime dans le
délai qu’elle fi xe. Ce délai ne peut être inférieur à quinze
jours à compter du lendemain de la signifi cation ou du
lendemain du dépôt de la lettre recommandée.
La mise en demeure rappelle la date d’échéance de
la prime et le montant de celle-ci. Elle rappelle égale-
ment les conséquences du défaut du paiement de la
prime dans le délai fi xé, le point de départ de ce délai et
précise que la suspension de la garantie ou la résiliation
du contrat prend effet à compter du lendemain du jour
où le délai prend fi n, sans que cela ne porte préjudice
à la garantie relative à un événement assuré survenu
antérieurement.
Art. 71
Prise d’effet de la suspension de la garantie ou de
la résiliation du contrat
La suspension ou la résiliation n’ont d’effet qu’à
l’expiration du délai visé à l’article 70, alinéa 2.
Si la garantie a été suspendue, le paiement par le
preneur d’assurance des primes échues met fi n à cette
suspension.
L’assureur qui suspend son obligation de garantie,
peut résilier le contrat dans la même mise en demeure.
Dans ce cas, la résiliation prend effet à l’expiration d’un
délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter
du premier jour de la suspension.
Si l’assureur n’a pas notifi é la résiliation du contrat
dans la mise en demeure même, la résiliation ne peut
intervenir que moyennant une nouvelle mise en demeure
faite conformément à l’article 70.
De verzekeringsovereenkomst kan echter bepalen
dat de dekking pas aanvangt na de betaling van de
eerste premie.
Art. 70
Aanmaning tot betaling
De ingebrekestelling bedoeld in artikel 69 geschiedt
bij deurwaardersexploot of bij een aangetekende brief.
Daarbij wordt aangemaand om de premie te betalen
binnen de termijn bepaald in de ingebrekestelling. Die
termijn mag niet korter zijn dan vijftien dagen, te reke-
nen vanaf de dag volgend op de betekening of de dag
volgend op de afgifte van de aangetekende brief.
In de ingebrekestelling wordt aan de premieverval-
dag en aan het premiebedrag herinnerd alsook aan de
gevolgen van niet-betaling van de premie binnen de
gestelde termijn en aan de aanvang van die termijn. Er
wordt ook in vermeld dat de schorsing van de dekking
of de opzegging van de overeenkomst uitwerking heb-
ben vanaf de dag volgend op de dag waarop de termijn
eindigt, zonder dat dit afbreuk doet aan de dekking
die betrekking heeft op een verzekerd voorval dat zich
voordien heeft voorgedaan.
Art. 71
Uitwerking van de schorsing van de dekking of
van de opzegging van de overeenkomst
De schorsing of de opzegging hebben slechts uitwer-
king na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel
70, tweede lid.
Als de dekking geschorst is, wordt als gevolg van
de betaling van de achterstallige premies door de ver-
zekeringnemer een einde gemaakt aan die schorsing.
De verzekeraar die zijn verplichting tot het verlenen
van dekking schorst, kan de overeenkomst opzeggen in
dezelfde ingebrekestelling; in dat geval wordt de opzeg-
ging van kracht na het verstrijken van een termijn die
niet korter mag zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf
de eerste dag van de schorsing.
Indien de verzekeraar de overeenkomst niet heeft op-
gezegd in dezelfde ingebrekestelling, kan de opzegging
slechts geschieden mits een nieuwe ingebrekestelling
is gedaan overeenkomstig artikel 70.
51
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Les dispositions du présent article relatives à la sus-
pension de la garantie ne s’appliquent pas aux contrats
d’assurance pour lesquels le paiement de la prime est
facultatif.
Art. 72
Effets de la suspension à l’égard des primes à
échoir
La suspension de la garantie ne porte pas atteinte
au droit de l’assureur de réclamer les primes venant
ultérieurement à échéance à condition que le preneur
d’assurance ait été mis en demeure conformément à
l’article 70. Dans ce cas, la mise en demeure rappelle
la suspension de la garantie.
Le droit de l’assureur est toutefois limité aux primes
afférentes à deux années consécutives.
Art. 73
Crédit de prime
Lorsque le contrat est résilié pour quelque cause
que ce soit, les primes payées afférentes à la période
d’assurance postérieure à la date de prise d’effet de
la résiliation sont remboursées dans un délai de trente
jours à compter de la prise d’effet de la résiliation ou,
en cas d’application de l’article 57, § 3, à compter
de la réception par l’assureur de la notifi cation de la
résiliation.
En cas de résiliation partielle ou de tout autre
diminution des prestations d’assurance, l’alinéa 1er ne
s’applique qu’à la partie des primes correspondant à
cette diminution et dans la mesure de celle-ci.
Art. 74
Déclaration du sinistre
§ 1er. L’assuré doit, dès que possible et en tout cas
dans le délai fi xé par le contrat, donner avis à l’assureur
de la survenance du sinistre.
Toutefois, l’assureur ne peut se prévaloir de ce que
le délai prévu au contrat pour donner l’avis mentionné à
l’alinéa 1er n’a pas été respecté, si cet avis a été donné
aussi rapidement que cela pouvait raisonnablement
se faire.
De bepalingen van dit artikel met betrekking tot de
schorsing van de dekking zijn niet van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten met vrije premiebetaling.
Art. 72
Gevolgen van de schorsing ten aanzien van de
nog te vervallen premies
De schorsing van de dekking doet geen afbreuk aan
het recht van de verzekeraar de later nog te vervallen
premies te eisen op voorwaarde dat de verzekering-
nemer in gebreke werd gesteld overeenkomstig artikel
70. In dit geval herinnert de ingebrekestelling aan de
schorsing van de waarborg.
Het recht van de verzekeraar wordt evenwel beperkt
tot de premies voor twee opeenvolgende jaren.
Art. 73
Premiekrediet
In geval van opzegging van de overeenkomst op
welke gronden ook, worden de betaalde premies met
betrekking op de verzekerde periode na het van kracht
worden van de opzegging terugbetaald binnen een
termijn van dertig dagen vanaf de inwerkingtreding van
de opzegging of, in geval van toepassing van artikel
57, § 3, vanaf de ontvangst door de verzekeraar van de
kennisgeving van de opzegging.
Bij gedeeltelijke opzegging of bij enige andere vermin-
dering van de verzekeringsprestaties zijn de bepalingen
van het eerste lid alleen van toepassing op het gedeelte
van de premie dat betrekking heeft op en in verhouding
staat tot die vermindering.
Art. 74
Melding van het schadegeval
§ 1. De verzekerde moet, zodra mogelijk en in elk
geval binnen de termijn bepaald in de overeenkomst
het schadegeval aan de verzekeraar melden.
De verzekeraar kan er zich echter niet op beroepen
dat de in de overeenkomst gestelde termijn om de in
het eerste lid bedoelde melding te doen niet in acht is
genomen, indien die melding zo spoedig als redelijker-
wijze mogelijk is geschiedt.
52
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. L’assuré doit fournir sans retard à l’assureur tous
renseignements utiles et répondre aux demandes qui
lui sont faites pour déterminer les circonstances et fi xer
l’étendue du sinistre.
Art. 75
Devoirs de l’assuré en cas de sinistre
Dans toute assurance à caractère indemnitaire,
l’assuré doit prendre toutes mesures raisonnables pour
prévenir et atténuer les conséquences du sinistre.
Art. 76
Sanctions
§ 1er. Si l’assuré ne remplit pas une des obligations
prévues aux articles 74 et 75 et qu’il en résulte un pré-
judice pour l’assureur, celui-ci a le droit de prétendre
à une réduction de sa prestation, à concurrence du
préjudice qu’il a subi.
§ 2. L’assureur peut décliner sa garantie si, dans
une intention frauduleuse, l’assuré n’a pas exécuté les
obligations énoncées aux articles 74 et 75.
Section V
Stipulation pour autrui
Art. 77
Stipulation pour autrui
Les parties peuvent convenir à tout moment qu’un
tiers peut prétendre au bénéfi ce de l’assurance aux
conditions qu’elles déterminent.
Ce tiers ne doit pas être désigné ni même être
conçu au moment de la stipulation, mais il doit être
déterminable au jour de l’exigibilité des prestations
d’assurances.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, préciser les règles
auxquelles doivent satisfaire les stipulations pour autrui
en vue de protéger les droits des assurés et de tous tiers
ayant un intérêt à l’exécution du contrat d’assurance.
§ 2. De verzekerde moet zonder verwijl aan de ver-
zekeraar alle nuttige inlichtingen verstrekken en op de
vragen antwoorden die hem worden gesteld, teneinde
de omstandigheden en de omvang van de schade te
kunnen vaststellen.
Art. 75
Verplichtingen van de verzekerde bij schadegeval
Bij elke verzekering tot vergoeding van schade moet
de verzekerde alle redelijke maatregelen nemen om
de gevolgen van het schadegeval te voorkomen en te
beperken.
Art. 76
Sancties
§ 1. Indien de verzekerde één van de verplichtingen
hem opgelegd door de artikelen 74 en 75 niet nakomt
en er daardoor een nadeel ontstaat voor de verzeke-
raar, kan deze aanspraak maken op een vermindering
van zijn prestatie tot beloop van het door hem geleden
nadeel.
§ 2. De verzekeraar kan zijn dekking weigeren, indien
de verzekerde de in de artikelen 74 en 75 bedoelde
verplichtingen met bedrieglijk opzet niet is nagekomen.
Afdeling V
Beding ten behoeve van derden
Art. 77
Beding ten behoeve van derden
Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen dat een
derde, onder de voorwaarden welke zij bepalen, aan-
spraak kan hebben op de door de verzekering geboden
voordelen.
Die derde moet niet aangeduid zijn of zelfs niet ver-
wekt zijn op het ogenblik dat het beding wordt gemaakt,
maar hij moet aanwijsbaar zijn op de dag dat de verze-
keringsprestaties opeisbaar zijn.
De Koning kan, na advies van de FSMA, nadere
regels bepalen waaraan bedingen ten behoeve van
derden moeten voldoen ter bescherming van de rechten
van de verzekerden en alle derden die belang hebben
bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.
53
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 78
Communication des conditions de la garantie
Tout bénéficiaire à titre onéreux d’une garantie
d’assurance a le droit d’obtenir du preneur d’assurance
ou, à son défaut, de l’assureur, communication des
conditions de la garantie.
Section VI
Inexistence et modifi cation du risque
Art. 79
Inexistence du risque
Lorsque, au moment de la conclusion du contrat, le
risque n’existe pas ou s’est déjà réalisé, l’assurance
est nulle.
Il en est de même en cas d’assurance d’un risque
futur, si celui-ci ne naît pas.
Lorsque, dans les cas visés aux alinéas 1er et 2, le
preneur d’assurance a contracté de mauvaise foi ou en
commettant une erreur inexcusable, l’assureur conserve
la prime relative à la période allant de la date prévue
pour la prise d’effet du contrat jusqu’au jour où il apprend
l’inexistence du risque.
Art. 80
Diminution du risque
Lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat
d’assurance autre qu’un contrat d’assurance sur la vie
ou d’assurance maladie, le risque de survenance de
l’événement assuré a diminué d’une façon sensible
et durable au point que, si la diminution avait existé au
moment de la souscription, l’assureur aurait consenti
l’assurance à d’autres conditions, celui-ci est tenu
d’accorder une diminution de la prime à due concur-
rence à partir du jour où il a eu connaissance de la
diminution du risque.
Si les parties contractantes ne parviennent pas à un
accord sur la prime nouvelle dans un délai d’un mois
à compter de la demande de diminution formée par le
preneur d’assurance, celui-ci peut résilier le contrat.
Art. 78
Mededeling van de voorwaarden van de dekking
Iedere begunstigde die onder bezwarende titel recht
heeft op de dekking van een verzekering, heeft het
recht van de verzekeringnemer of, zo nodig, van de
verzekeraar mededeling te krijgen van de voorwaarden
van de dekking.
Afdeling VI
Niet bestaan en wijziging van het risico
Art. 79
Niet-bestaan van het risico
De verzekering is nietig, wanneer bij het sluiten van
de overeenkomst het risico niet bestaat of reeds ver-
wezenlijkt is.
Hetzelfde geldt voor de verzekering van een toekom-
stig risico, indien dit zich niet voordoet.
Wanneer de verzekeringnemer, in de gevallen be-
doeld in het eerste en tweede lid, te kwader trouw heeft
gehandeld bij het sluiten van de overeenkomst of een
onverschoonbare vergissing heeft begaan, behoudt
de verzekeraar de premie die verschuldigd is voor de
periode die loopt vanaf de dag waarop de overeenkomst
van kracht wordt tot de dag waarop hij het niet-bestaan
van het risico verneemt.
Art. 80
Vermindering van het risico
Wanneer gedurende de loop van een verzekerings-
overeenkomst, andere dan een levensverzekering of
ziekteverzekeringsovereenkomst, het risico dat het
verzekerde voorval zich voordoet, aanzienlijk en blijvend
verminderd is en wel zo dat de verzekeraar, indien die
vermindering bij het sluiten van de overeenkomst had
bestaan, op andere voorwaarden zou hebben verzekerd,
is hij verplicht een overeenkomstige vermindering van
de premie toe te staan vanaf de dag waarop hij van de
vermindering van het risico kennis heeft gekregen.
Indien de contractanten het over de nieuwe premie
niet eens worden binnen een maand na de aanvraag
tot vermindering door de verzekeringnemer, kan deze
laatste de overeenkomst opzeggen.
54
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 81
Aggravation du risque
§ 1er. Sauf s’il s’agit d’un contrat d’assurance sur
la vie, d’assurance maladie ou d’assurance-crédit,
le preneur d’assurance a l’obligation de déclarer, en
cours de contrat, dans les conditions de l’article 58,
les circonstances nouvelles ou les modifi cations de
circonstance qui sont de nature à entraîner une aggra-
vation sensible et durable du risque de survenance de
l’événement assuré.
Sans préjudice des dispositions de la partie 3, titre III,
chapitre 2, lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat
d’assurance autre qu’un contrat d’assurance sur la vie,
d’assurance maladie ou d’assurance-crédit, le risque
de survenance de l’événement assuré s’est aggravé de
telle sorte que, si l’aggravation avait existé au moment
de la souscription, l’assureur n’aurait consenti l’assu-
rance qu’à d’autres conditions, il doit, dans le délai
d’un mois à compter du jour où il a eu connaissance de
l’aggravation, proposer la modifi cation du contrat avec
effet rétroactif au jour de l’aggravation.
Si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait en aucun
cas assuré le risque aggravé, il peut résilier le contrat
dans le même délai.
Si la proposition de modifi cation du contrat d’assu-
rance est refusée par le preneur d’assurance ou si, au
terme d’un délai d’un mois à compter de la réception
de cette proposition, cette dernière n’est pas acceptée,
l’assureur peut résilier le contrat dans les quinze jours
suivant l’expiration du délai précité.
L’assureur qui n’a pas résilié le contrat ni proposé sa
modifi cation dans les délais indiqués ci-dessus ne peut
plus se prévaloir à l’avenir de l’aggravation du risque.
§ 2. Si un sinistre survient avant que la modifi cation du
contrat ou la résiliation ait pris effet et si le preneur d’as-
surance a rempli l’obligation visée au paragraphe 1er,
l’assureur est tenu d’effectuer la prestation convenue.
§ 3. Si un sinistre survient et que le preneur d’assu-
rance n’a pas rempli l’obligation visée au paragraphe 1er:
Art. 81
Verzwaring van het risico
§ 1. Behalve wanneer het om een levensverze-
keringsovereenkomst, een ziekteverzekering of een
kredietverzekeringsovereenkomst gaat, heeft de
verzekeringnemer de verplichting in de loop van de
overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 58
de nieuwe omstandigheden of de wijzigingen van de
omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een
aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat
het verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen.
Onverminderd hetgeen bepaald is in deel 3, titel
III, hoofdstuk 2, wanneer gedurende de loop van een
verzekeringsovereenkomst, andere dan een levensver-
zekering, een ziekteverzekering of een kredietverzeke-
ringsovereenkomst, het risico dat het verzekerde voorval
zich voordoet zo verzwaard is dat de verzekeraar, indien
die verzwaring bij het sluiten van de overeenkomst had
bestaan, op andere voorwaarden zou hebben verzekerd,
moet binnen een termijn van een maand, te rekenen
vanaf de dag waarop hij van de verzwaring kennis heeft
gekregen, de wijziging van de overeenkomst voorstellen
met terugwerkende kracht tot de dag van de verzwaring.
Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het ver-
zwaarde risico in geen geval zou hebben verzekerd, kan
hij de overeenkomst opzeggen binnen dezelfde termijn.
Indien het voorstel tot wijziging van de verzekerings-
overeenkomst wordt geweigerd door de verzekeringne-
mer of indien, bij het verstrijken van een termijn van een
maand te rekenen vanaf de ontvangst van dit voorstel,
dit laatste niet wordt aanvaard, kan de verzekeraar de
overeenkomst opzeggen binnen vijftien dagen na het
verstrijken van voornoemde termijn.
De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft op-
gezegd noch binnen de hierboven bepaalde termijnen
een wijziging heeft voorgesteld, kan zich later niet meer
beroepen op de verzwaring van het risico.
§ 2. Indien zich een schadegeval voordoet voordat
de wijziging van de overeenkomst of de opzegging van
kracht is geworden, en indien de verzekeringnemer de
verplichting van paragraaf 1 heeft vervuld, dan is de ver-
zekeraar tot de overeengekomen prestatie gehouden.
§ 3. Als een schadegeval zich voordoet en de ver-
zekeringnemer de in paragraaf 1 bedoelde verplichting
niet is nagekomen:
55
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
a) l’assureur est tenu d’effectuer la prestation
convenue lorsque le défaut de déclaration ne peut être
reproché au preneur d’assurance;
b) l’assureur n’est tenu d’effectuer sa prestation que
selon le rapport entre la prime payée et la prime que
le preneur d’assurance aurait dû payer si l’aggravation
avait été prise en considération, lorsque le défaut de
déclaration peut être reproché au preneur d’assurance.
Toutefois, si l’assureur apporte la preuve qu’il n’aurait
en aucun cas assuré le risque aggravé, sa prestation
en cas de sinistre est limitée au remboursement de la
totalité des primes payées;
c) si le preneur d’assurance a agi dans une inten-
tion frauduleuse, l’assureur peut refuser sa garantie.
Les primes échues jusqu’au moment où l’assureur a
eu connaissance de la fraude lui sont dues à titre de
dommages et intérêts.
Section VII
Coassurance et apérition
Art. 82
Coassurance
Sauf convention contraire, la coassurance n’implique
pas la solidarité.
Art. 83
Apérition
En cas de coassurance, un apériteur doit être dési-
gné dans le contrat. Celui-ci est réputé mandataire des
autres assureurs pour recevoir les déclarations prévues
par le contrat et faire les diligences requises en vue du
règlement des sinistres, en ce compris la détermination
du montant de l’indemnité.
En conséquence, l’assuré peut lui adresser toutes
les signifi cations et les notifi cations, sauf celles rela-
tives à une action en justice intentée contre les autres
coassureurs. Si aucun apériteur n’a été désigné dans
le contrat, l’assuré peut considérer n’importe lequel
des coassureurs comme apériteur pour l’application
a) is de verzekeraar ertoe gehouden de overeen-
gekomen prestatie te leveren wanneer het ontbreken
van de kennisgeving niet kan worden verweten aan de
verzekeringnemer;
b) is de verzekeraar er slechts toe gehouden de pres-
tatie te leveren naar de verhouding tussen de betaalde
premie en de premie die de verzekeringnemer had
moeten betalen indien de verzwaring in aanmerking was
genomen, wanneer het ontbreken van de kennisgeving
aan de verzekeringnemer kan worden verweten.
Zo de verzekeraar evenwel het bewijs aanbrengt
dat hij het verzwaarde risico in geen enkel geval zou
verzekerd hebben, dan is zijn prestatie bij schadegeval
beperkt tot de terugbetaling van alle betaalde premies;
c) zo de verzekeringnemer met bedrieglijk opzet
gehandeld heeft, kan de verzekeraar zijn dekking wei-
geren. De premies, vervallen tot op het ogenblik waarop
de verzekeraar kennis heeft gekregen van het bedrieglijk
verzuim, komen hem toe als schadevergoeding.
Afdeling VII
Medeverzekering en taak van de eerste verzekeraar
Art. 82
Medeverzekering
Medeverzekering houdt geen hoofdelijkheid in, tenzij
anders is bedongen.
Art. 83
Taak van de eerste verzekeraar
Bij medeverzekering dient een eerste verzekeraar te
worden aangewezen in de overeenkomst. Deze wordt
geacht de lasthebber te zijn van de overige verzekeraars
voor het ontvangen van de kennisgevingen bepaald in
de overeenkomst en om het nodige te doen om de scha-
degevallen te regelen, met inbegrip van de vaststelling
van het bedrag van de schadevergoeding.
Dientengevolge kan de verzekerde hem alle bete-
keningen en kennisgevingen doen, met uitzondering
van deze die betrekking hebben op rechtsvorderingen
ingesteld tegen de andere medeverzekeraars. Indien er
in de overeenkomst geen eerste verzekeraar was aan-
geduid dan kan de verzekerde om het even wie van de
56
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
du présent article. L’assuré doit cependant toujours
s’adresser au même coassureur comme apériteur.
Section VIII
Formes de résiliation
Art. 84
Formes de résiliation
§ 1er. La résiliation du contrat se fait par lettre recom-
mandée, par exploit d’huissier ou par remise de la lettre
de résiliation contre récépissé.
Dans le cas visé à l’article 71, la résiliation se fait par
l’acte de mise en demeure visé à l’article 70.
§ 2. Sauf dans les cas visés aux articles 57, §§ 3,
4 et 5, 71 et 86, § 1er, la résiliation n’a d’effet qu’à
l’expiration d’un délai d’un mois minimum à compter du
lendemain de la signifi cation ou du lendemain de la date
du récépissé ou, dans le cas d’une lettre recommandée,
à compter du lendemain de son dépôt.
Le délai visé à l’alinéa 1er doit être indiqué dans le
contrat et rappelé dans l’acte de résiliation.
Section IX
Durée et fi n du contrat
Art. 85
Durée des obligations
§ 1er. La durée du contrat d’assurance ne peut excé-
der un an. Sauf si l’une des parties s’y oppose, dans
les formes prescrites à l’article 84, au moins trois mois
avant l’arrivée du terme du contrat, celui-ci est reconduit
tacitement pour des périodes consécutives d’un an.
Le contrat ne peut imposer d’autres délais de préavis.
Les parties peuvent cependant résilier le contrat
lorsque, entre la date de sa conclusion et celle de sa
prise d’effet, s’écoule un délai supérieur à un an. Cette
medeverzekeraars als eerste verzekeraar beschouwen
voor de toepassing van dit artikel. Niettemin moet de
verzekerde zich steeds wenden tot dezelfde medever-
zekeraar als eerste verzekeraar.
Afdeling VIII
Opzeggingswijzen
Art. 84
Opzeggingswijzen
§ 1. De overeenkomst kan worden opgezegd bij een
aangetekende brief, bij deurwaardersexploot of door
afgifte van de opzeggingsbrief tegen ontvangstbewijs.
In het geval van artikel 71 geschiedt de opzegging
bij de akte van ingebrekestelling, bedoeld in artikel 70.
§ 2. Behoudens voor de in de artikelen 57, §§ 3, 4 en
5, 71 en 86, § 1, bedoelde gevallen heeft de opzegging
eerst uitwerking na het verstrijken van een termijn van
ten minste een maand te rekenen van de dag volgend
op de betekening of de dag volgend op de datum van
het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende
brief, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte.
De termijn bedoeld in het eerste lid moet worden ver-
meld in de overeenkomst en herhaald in de opzegging.
Afdeling IX
Duur en einde van de overeenkomst
Art. 85
Duur van de verplichtingen
§ 1. De duur van de verzekeringsovereenkomst mag
niet langer zijn dan één jaar. Behalve wanneer een van
de partijen ten minste drie maanden vóór de vervaldag
van de overeenkomst zich ertegen verzet, volgens de in
artikel 84 voorgeschreven wijzen, wordt ze stilzwijgend
verlengd voor opeenvolgende periodes van één jaar.
De overeenkomst mag geen andere opzeggingster-
mijnen opleggen.
De partijen mogen de overeenkomst evenwel opzeg-
gen wanneer, tussen de datum van het sluiten en die van
de inwerkingtreding ervan, een termijn van meer dan
57
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
résiliation doit être notifi ée au plus tard trois mois avant
la prise d’effet du contrat.
Les alinéas 1er et 2 ne s’appliquent pas aux opérations
de capitalisation ni aux contrats d’assurance maladie
et d’assurance sur la vie. Toutefois, quelle que soit la
durée de ces contrats, le preneur d’assurance peut les
résilier chaque année, soit à la date anniversaire de la
prise de cours du contrat, soit à la date de l’échéance
annuelle de la prime.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas
applicables aux contrats d’assurance portant sur les
risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques suivants ne peuvent pas être
exclus:
— Responsabilité civile et corps de véhicules en
matière de véhicules automoteurs;
— Incendie (risques simples);
— Responsabilité civile extra-contractuelle relative
à la vie privée;
— Accidents corporels couverts à titre individuel;
— Assistance;
— Protection juridique.
§ 3. Le présent article n’est pas applicable aux
contrats d’assurance d’une durée inférieure à un an.
Art. 86
Résiliation après sinistre
§ 1er. Dans les cas où l’assureur se réserve le droit
de résilier le contrat après la survenance d’un sinistre,
le preneur d’assurance dispose du même droit. Cette
résiliation est notifi ée au plus tard un mois après le
paiement ou le refus de paiement de l’indemnité.
La résiliation prend effet à l’expiration d’un délai d’au
moins trois mois à compter du lendemain de la signi-
fi cation, du lendemain de la date du récépissé ou du
lendemain de la date du dépôt de l’envoi recommandé.
Lorsque le preneur d’assurance, l’assuré ou le
bénéfi ciaire a manqué à l’une des obligations nées de
la survenance du sinistre dans l’intention de tromper
l’assureur, ce dernier peut, en tout temps, résilier le
één jaar verloopt. Van deze opzegging moet uiterlijk drie
maanden vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst
kennis gegeven worden.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepas-
sing op de kapitalisatieverrichtingen en de ziekte- en
levensverzekeringsovereenkomsten. Ongeacht de duur
van die overeenkomsten kan de verzekeringnemer ze
evenwel jaarlijks opzeggen, hetzij op de jaardag van
de ingangsdatum van de overeenkomst, hetzij op de
jaarlijkse vervaldag van de premie.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toe-
passing op de verzekeringsovereenkomsten betreffende
de risico’s die de Koning bepaalt.
De volgende risico’s kunnen evenwel niet worden
uitgesloten:
— Burgerrechtelijke aansprakelijkheid en voertuig-
casco inzake motorrijtuigen;
— Brand (eenvoudige risico’s);
— Burgerrechtelijke extracontractuele aansprakelijk-
heid met betrekking tot het privéleven;
— Lichamelijke ongevallen op persoonlijke titel
gedekt;
— Hulpverlening;
— Rechtsbijstand.
§ 3. Dit artikel is niet van toepassing op de verzeke-
ringsovereenkomsten waarvan de duur korter is dan
één jaar.
Art. 86
Opzegging na schadegeval
§ 1. In de gevallen waarin de verzekeraar zich het
recht voorbehoudt de overeenkomst na het zich voor-
doen van een schadegeval op te zeggen, beschikt de
verzekeringnemer over hetzelfde recht. Die opzegging
geschiedt ten laatste één maand na de uitbetaling of
de weigering tot uitbetaling van de schadevergoeding.
De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van
een termijn van ten minste drie maanden te rekenen
van de dag volgend op de betekening, de dag volgend
op de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van
een aangetekende zending, te rekenen van de dag die
volgt op zijn afgifte.
Indien de verzekeringnemer, de verzekerde of de
begunstigde één van zijn verplichtingen, ontstaan door
het schadegeval, niet is nagekomen met de bedoeling
de verzekeraar te misleiden, kan deze laatste te allen
58
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
contrat d’assurance dès qu’il a déposé plainte, avec
constitution de partie civile, contre une de ces personnes
devant un juge d’instruction ou l’a citée devant la juridic-
tion de jugement sur la base des articles 193, 196, 197,
496 ou 510 à 520 du Code pénal. La résiliation prend
effet au plus tôt un mois à compter du lendemain de la
signifi cation, du lendemain de la date du récépissé ou du
lendemain de la date du dépôt de l’envoi recommandé.
L’assureur est tenu de réparer le dommage résul-
tant de cette résiliation s’il s’est désisté de son action
ou si l’action publique a abouti à un non-lieu ou à un
acquittement.
§ 2. En assurance sur la vie ou en assurance mala-
die, l’assureur ne peut se réserver le droit de résilier le
contrat après sinistre.
§ 3. En assurance couvrant la responsabilité civile
obligatoire en matière de véhicules automoteurs, l’assu-
reur ne peut se réserver le droit de résilier le contrat
après sinistre que s’il a payé ou devra payer des indem-
nités en faveur de personnes lésées, à l’exception des
paiements effectués en application de l’article 29bis
de la loi du 21 novembre 1989 relative à l’assurance
obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules
automoteurs.
Dans les cas où la résiliation n’est pas autorisée au
sens de l’alinéa précédent, la résiliation par l’assureur
d’une garantie annexe au contrat couvrant la responsa-
bilité civile, ne lui permet pas d’invoquer les dispositions
de l’article 66 pour résilier ce dernier.
§ 4. Les dispositions du paragraphe 1er du présent
article ne sont pas applicables aux contrats d’assurance
portant sur les risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques visés à l’article 85, § 2, alinéa 2,
ne peuvent pas être exclus.
Art. 87
Faillite du preneur d’assurance
En cas de faillite du preneur d’assurance, l’assurance
subsiste au profi t de la masse des créanciers qui devient
débitrice envers l’assureur du montant des primes à
échoir à partir de la déclaration de la faillite.
tijde de verzekeringsovereenkomst opzeggen, zodra hij
bij een onderzoeksrechter een klacht met burgerlijke
partijstelling heeft ingediend tegen één van deze perso-
nen of hem voor het vonnisgerecht heeft gedagvaard, op
basis van de artikelen 193, 196, 197, 496 of 510 tot 520
van het Strafwetboek. De opzegging wordt van kracht
ten vroegste een maand te rekenen van de dag volgend
op de betekening, de dag volgend op de datum van
het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende
zending, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte.
De verzekeraar moet de schade als gevolg van die
opzegging vergoeden indien hij afstand doet van zijn
vordering of indien de strafvordering uitmondt in een
buitenvervolgingstelling of een vrijspraak.
§ 2. De verzekeraar kan zich niet het recht voorbe-
houden de overeenkomst op te zeggen na schadegeval
bij de levens- of de ziekteverzekering.
§ 3. Bij een verzekering die de verplichte burgerrech-
telijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen dekt, kan
de verzekeraar zich slechts het recht voorbehouden de
overeenkomst op te zeggen na een schadegeval, als hij
de schadeloosstellingen ten gunste van de benadeelden
heeft betaald of zal moeten betalen, met uitzondering
van de betalingen die werden verricht met toepassing
van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989
betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen.
Wanneer de opzegging niet is toegestaan in de zin
van het vorige lid, maakt de opzegging door de verzeke-
raar van een waarborg als bijlage bij de overeenkomst
die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dekt, het hem
niet mogelijk zich te beroepen op de bepalingen van
artikel 66 om de overeenkomst op te zeggen.
§ 4. De bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel zijn
niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten
betreffende de risico’s die de Koning bepaalt.
De risico’s, bedoeld in artikel 85, § 2, tweede lid,
kunnen evenwel niet uitgesloten worden.
Art. 87
Faillissement van de verzekeringnemer
In geval van faillissement van de verzekeringnemer
blijft de verzekering bestaan ten voordele van de massa
van de schuldeisers, die jegens de verzekeraar instaan
voor de betaling van de premies die nog moeten verval-
len na de faillietverklaring.
59
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
L’assureur et le curateur de la faillite ont néanmoins
le droit de résilier le contrat. Toutefois, la résiliation du
contrat par l’assureur ne peut se faire au plus tôt que
trois mois après la déclaration de la faillite tandis que
le curateur de la faillite ne peut résilier le contrat que
dans les trois mois qui suivent la déclaration de la faillite.
Le présent article ne s’applique pas aux assurances
de personnes.
Section X
Prescription
Art. 88
Délai de prescription
§ 1er. Le délai de prescription de toute action dérivant
du contrat d’assurance est de trois ans. En assurance
sur la vie, le délai est de trente ans en ce qui concerne
l’action relative à la réserve formée, à la date de la rési-
liation ou de l’arrivée du terme, par les primes payées,
déduction faite des sommes consommées.
Le délai court à partir du jour de l’événement qui
donne ouverture à l’action. Toutefois, lorsque celui à
qui appartient l’action prouve qu’il n’a eu connaissance
de cet événement qu’à une date ultérieure, le délai
ne commence à courir qu’à cette date, sans pouvoir
excéder cinq ans à dater de l’événement, le cas de
fraude excepté.
En matière d’assurance de la responsabilité, le délai
court, en ce qui concerne l’action récursoire de l’assuré
contre l’assureur, à partir de la demande en justice de la
personne lésée, soit qu’il s’agisse d’une demande origi-
naire d’indemnisation, soit qu’il s’agisse d’une demande
ultérieure ensuite de l’aggravation du dommage ou de
la survenance d’un dommage nouveau.
En matière d’assurance de personnes, le délai court,
en ce qui concerne l’action du bénéfi ciaire, à partir du
jour où celui-ci a connaissance à la fois de l’existence
du contrat, de sa qualité de bénéfi ciaire et de la surve-
nance de l’événement duquel dépend l’exigibilité des
prestations d’assurance.
§ 2. Sous réserve de dispositions légales particu-
lières, l’action résultant du droit propre que la personne
lésée possède contre l’assureur en vertu de l’article 150
se prescrit par cinq ans à compter du fait générateur
Niettemin hebben de verzekeraar en de curator van
het faillissement het recht de overeenkomst op te zeg-
gen. Evenwel kan de opzegging van de overeenkomst
door de verzekeraar slechts gebeuren ten vroegste
drie maanden na de faillietverklaring, terwijl de curator
van het faillissement dit slechts kan gedurende de drie
maanden na de faillietverklaring.
Dit artikel is niet van toepassing op de
persoonsverzekeringen.
Afdeling X
Verjaring
Art. 88
Verjaringstermijn
§ 1. De verjaringstermijn voor elke rechtsvordering
voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst be-
draagt drie jaar. In de levensverzekering bedraagt de
termijn dertig jaar voor wat betreft de rechtsvordering
aangaande de reserve die op de datum van opzegging
of op de einddatum gevormd is door de betaalde pre-
mies, onder aftrek van de verbruikte sommen.
De termijn begint te lopen vanaf de dag van het
voorval dat het vorderingsrecht doet ontslaan. Wanneer
degene aan wie de rechtsvordering toekomt, bewijst dat
hij pas op een later tijdstip van het voorval kennis heeft
gekregen, begint de termijn te lopen vanaf dat tijdstip,
maar hij verstrijkt in elk geval vijf jaar na het voorval,
behoudens bedrog.
In de aansprakelijkheidsverzekering begint de ter-
mijn, wat de regresvordering van de verzekerde tegen
de verzekeraar betreft, te lopen vanaf het instellen van
de rechtsvordering door de benadeelde, onverschillig
of het gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloos-
stelling dan wel om een latere eis naar aanleiding van
een verzwaring van de schade of van het ontslaan van
een nieuwe schade.
In de persoonsverzekering begint de termijn, wat de
rechtsvordering van de begunstigde betreft, te lopen
vanaf de dag waarop deze tegelijk kennis heeft van het
bestaan van de overeenkomst, van zijn hoedanigheid
van begunstigde en van het voorval dat de verzeke-
ringsprestaties opeisbaar doet worden.
§ 2.Onder voorbehoud van bijzondere wettelijke
bepalingen, verjaart de vordering die voortvloeit uit het
eigen recht dat de benadeelde tegen de verzekeraar
heeft krachtens artikel 150 door verloop van vijf jaar, te
60
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
du dommage ou, s’il y a infraction pénale à compter du
jour où celle-ci a été commise.
Toutefois, lorsque la personne lésée prouve qu’elle
n’a eu connaissance de son droit envers l’assureur qu’à
une date ultérieure, le délai ne commence à courir qu’à
cette date, sans pouvoir excéder dix ans à compter du
fait générateur du dommage ou, s’il y a infraction pénale,
du jour où celle-ci a été commise.
§ 3. L’action récursoire de l’assureur contre l’assuré
se prescrit par trois ans à compter du jour du paiement
par l’assureur, le cas de fraude excepté.
Art. 89
Suspension et interruption de la prescription
§ 1er. La prescription contre les mineurs, interdits
et autres incapables ne court pas jusqu’au jour de la
majorité ou de la levée de l’incapacité.
§ 2. La prescription ne court pas contre l’assuré,
le bénéfi ciaire ou la personne lésée qui se trouve par
force majeure dans l’impossibilité d’agir dans les délais
prescrits.
§ 3. Si la déclaration de sinistre a été faite en temps
utile, la prescription est interrompue jusqu’au moment
où l’assureur a fait connaître sa décision par écrit à
l’autre partie.
§ 4. L’interruption ou la suspension de la prescrip-
tion de l’action de la personne lésée contre un assuré
entraîne l’interruption ou la suspension de la prescrip-
tion de son action contre l’assureur. L’interruption ou la
suspension de la prescription de l’action de la personne
lésée contre l’assureur entraîne l’interruption ou la sus-
pension de la prescription de son action contre l’assuré.
§ 5. La prescription de l’action visée à l’article 88,
§ 2, est interrompue dès que l’assureur est informé de
la volonté de la personne lésée d’obtenir l’indemnisation
de son préjudice. Cette interruption cesse au moment où
l’assureur fait connaître par écrit, à la personne lésée,
sa décision d’indemnisation ou son refus.
rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er
misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
Indien de benadeelde evenwel bewijst dat hij pas op
een later tijdstip kennis heeft gekregen van zijn recht te-
gen de verzekeraar, begint de termijn pas te lopen vanaf
dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval na verloop van
tien jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of,
indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
§ 3. De regresvordering van de verzekeraar tegen de
verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te reke-
nen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar,
behoudens bedrog.
Art. 89
Schorsing en stuiting van de verjaring
§ 1. De verjaring tegen minderjarigen, onbekwaam-
verklaarden en andere onbekwamen loopt niet tot de
dag van de meerderjarigheid of van de opheffing van
de onbekwaamheid.
§ 2. De verjaring loopt niet tegen de verzekerde, de
begunstigde of de benadeelde die zich door overmacht
in de onmogelijkheid bevindt om binnen de voorgeschre-
ven termijn op te treden.
§ 3. Indien het schadegeval tijdig is aangemeld,
wordt de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de
verzekeraar aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft
gegeven van zijn beslissing.
§ 4. Stuiting of schorsing van de verjaring van de
rechtsvordering van de benadeelde tegen een verze-
kerde heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn
rechtsvordering tegen de verzekeraar tot gevolg. Stuiting
of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering
van de benadeelde tegen de verzekeraar heeft stuiting
of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering
tegen de verzekerde tot gevolg.
§ 5. De verjaring van de vordering bedoeld in artikel
88, § 2, wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt
van de wil van de benadeelde om een vergoeding te
bekomen voor de door hem geleden schade. De stui-
ting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de
benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing
om te vergoeden of van zijn weigering.
61
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section XI
Arbitrage
Art. 90
Arbitrage
§ 1er. La clause par laquelle les parties à un contrat
d’assurance s’engagent d’avance à soumettre à des
arbitres les contestations à naître du contrat est réputée
non écrite.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne sont pas
applicables aux contrats d’assurance portant sur les
risques que le Roi détermine.
Toutefois, les risques visés à l’article 85, § 2, alinéa
2, ne peuvent pas être exclus.
CHAPITRE 2
Dispositions propres aux assurances
à caractère indemnitaire
Art. 91
Intérêt d’assurance
L’assuré doit pouvoir justifi er d’un intérêt écono-
mique à la conservation de la chose ou à l’intégrité du
patrimoine.
Art. 92
Assurance pour compte
L’assurance peut être souscrite pour compte de
qui il appartiendra. Dans ce cas, l’assuré est celui qui
justifi e de l’intérêt d’assurance lors de la survenance
du sinistre.
Les exceptions inhérentes au contrat d’assurance
que l’assureur pourrait opposer au preneur d’assurance
sont également opposables à l’assuré quel qu’il soit.
Afdeling XI
Scheidsrechterlijke uitspraken
Art. 90
Scheidsrechterlijke uitspraken
§ 1. Het beding waarbij de partijen bij een verzeke-
ringsovereenkomst zich vooraf verbinden de geschillen
die uit de overeenkomst zouden ontstaan, voor te leg-
gen aan scheidsrechters, wordt voor niet geschreven
gehouden.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toe-
passing op de verzekeringsovereenkomsten betreffende
de risico’s die de Koning bepaalt.
De risico’s, bedoeld in artikel 85, § 2, tweede lid,
kunnen evenwel niet uitgesloten worden.
HOOFDSTUK 2
Bepalingen eigen aan de verzekeringen tot
vergoeding van schade
Art. 91
Belang bij het verzekerde
De verzekerde moet kunnen aantonen dat hij een in
geld waardeerbaar belang heeft bij het behoud van de
zaak of bij de gaafheid van het vermogen.
Art. 92
Verzekering ten behoeve van een derde
De verzekering kan worden gesloten ten behoeve
van wie het aangaat. In dat geval is de verzekerde hij
die in geval van schade aantoont belang te hebben bij
het verzekerde.
Alle excepties eigen aan de verzekeringsovereen-
komst en waarop de verzekeraar zich tegen de verze-
keringnemer kan beroepen zijn tegenstelbaar aan de
verzekerde, wie het ook zij.
62
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 93
Etendue de la prestation d’assurance
La prestation due par l’assureur est limitée au préju-
dice subi par l’assuré.
Ce préjudice peut notamment consister dans la
privation de l’usage du bien assuré ainsi que dans le
défaut de profi t espéré.
Art. 94
Cumul d’assurances à caractères différents
Sauf convention contraire, les prestations dues en
exécution d’un contrat d’assurance à caractère indemni-
taire ne sont pas diminuées des prestations dues en exé-
cution d’un contrat d’assurance à caractère forfaitaire.
Art. 95
Subrogation de l’assureur
L’assureur qui a payé l’indemnité est subrogé, à
concurrence du montant de celle-ci, dans les droits et
actions de l’assuré ou du bénéfi ciaire contre les tiers
responsables du dommage.
Si, par le fait de l’assuré ou du bénéfi ciaire, la subro-
gation ne peut plus produire ses effets en faveur de
l’assureur, celui-ci peut lui réclamer la restitution de
l’indemnité versée dans la mesure du préjudice subi.
La subrogation ne peut nuire à l’assuré ou au béné-
fi ciaire qui n’aurait été indemnisé qu’en partie. Dans ce
cas, il peut exercer ses droits, pour ce qui lui reste dû,
de préférence à l’assureur.
Sauf en cas de malveillance, l’assureur n’a aucun
recours contre les descendants, les ascendants, le
conjoint et les alliés en ligne directe de l’assuré, ni
contre les personnes vivant à son foyer, ses hôtes et
les membres de son personnel domestique. En cas
de malveillance occasionnée par des mineurs, le Roi
peut limiter le droit de recours de l’assureur couvrant
la responsabilité civile extra-contractuelle relative à la
vie privée.
Art. 93
Omvang van de verzekeringsprestatie
De prestatie die de verzekeraar verschuldigd is, mag
de door de verzekerde geleden schade niet te boven
gaan.
Deze schade kan ondermeer bestaan in verlies van
gebruik van het verzekerde goed en in derving van
verwachte winst.
Art. 94
Samenloop van verzekeringen van
verschillende aard
Tenzij anders is bedongen, wordt de prestatie die
voortvloeit uit een verzekeringsovereenkomst tot ver-
goeding van schade niet verminderd met de prestatie
die voortvloeit uit een verzekering tot uitkering van een
vast bedrag.
Art. 95
Indeplaatsstelling van de verzekeraar
De verzekeraar die de schadevergoeding betaald
heeft, treedt ten belope van het bedrag van die ver-
goeding in de rechten en rechtsvorderingen van de
verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke
derden.
Indien, door toedoen van de verzekerde of de begun-
stigde, de indeplaatsstelling geen gevolg kan hebben
ten voordele van de verzekeraar, kan deze van hem de
terugbetaling vorderen van de betaalde schadevergoe-
ding in de mate van het geleden nadeel.
De indeplaatsstelling mag de verzekerde of de
begunstigde, die slechts gedeeltelijk vergoed is, niet
benadelen. In dat geval kan hij zijn rechten uitoefenen
voor hetgeen hem nog verschuldigd is, bij voorrang
boven de verzekeraar.
De verzekeraar heeft geen verhaal op de bloedver-
wanten in de rechte opgaande of nederdalende lijn, de
echtgenoot en de aanverwanten in de rechte lijn van de
verzekerde, noch op de bij hem inwonende personen,
zijn gasten en zijn huispersoneel, behoudens kwaad
opzet. In geval van kwaad opzet door minderjarigen kan
de Koning het recht van verhaal beperken van de verze-
keraar die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten
overeenkomst met betrekking tot het privéleven dekt.
63
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Toutefois l’assureur peut exercer un recours contre
ces personnes dans la mesure où leur responsabilité
est effectivement garantie par un contrat d’assurance.
Art. 96
Surassurance de bonne foi
Lorsque le montant assuré de bonne foi, par un ou
plusieurs contrats souscrits auprès du même assureur,
dépasse l’intérêt assurable, chacune des parties a le
droit de le réduire à due concurrence.
Lorsque le montant assuré est réparti entre plusieurs
contrats souscrits auprès de plusieurs assureurs, cette
réduction s’opère, à défaut d’un accord entre toutes
les parties, sur les montants assurés par les contrats
dans l’ordre de leur date en commençant par le plus
récent et comporte éventuellement la résiliation d’un
ou de plusieurs contrats dont le montant assuré serait
ainsi rendu nul.
Art. 97
Surassurance de mauvaise foi
Lorsqu’un même intérêt assurable est assuré de
mauvaise foi pour un montant trop élevé, par un ou
plusieurs contrats souscrits auprès d’un ou de plusieurs
assureurs, les contrats sont nuls, et l’assureur ou les
assureurs, s’ils sont de bonne foi, ont le droit de conser-
ver les primes perçues à titre de dommages et intérêts.
Art. 98
Sous-assurance: règle proportionnelle
§ 1er . Sauf convention contraire, si la valeur de l’inté-
rêt assurable est déterminable et si le montant assuré
lui est inférieur, l’assureur n’est tenu de fournir sa pres-
tation que dans le rapport de ce montant à cette valeur.
§ 2. Le Roi peut, pour certains risques, limiter ou
interdire la sous-assurance et l’application de la règle
proportionnelle.
De verzekeraar kan evenwel verhaal uitoefenen op
de in het vorige lid genoemde personen, voor zover hun
aansprakelijkheid daadwerkelijk door een verzekerings-
overeenkomst is gedekt.
Art. 96
Oververzekering te goeder trouw
Wanneer een bedrag te goeder trouw te hoog is
verzekerd bij een of meer overeenkomsten afgesloten
bij dezelfde verzekeraar, heeft elke partij het recht dit te
verminderen tot de waarde van het verzekerde.
Wanneer het verzekerde bedrag is verdeeld over ver-
schillende overeenkomsten, afgesloten bij verschillende
verzekeraars, wordt de vermindering, bij gebrek aan
overeenstemming tussen alle partijen, toegepast op de
bij de overeenkomsten verzekerde bedragen, naar hun
tijdsorde, te beginnen met de jongste overeenkomst, en
brengt zij de opzegging mee van één of verscheidene
overeenkomsten waarvan het verzekerde bedrag aldus
tot nul wordt teruggebracht.
Art. 97
Oververzekering te kwader trouw
Wanneer een zelfde verzekerbaar belang door een of
meer overeenkomsten te kwader trouw verzekerd is voor
een te hoog bedrag, bij een of meer verzekeraars, zijn
de overeenkomsten nietig en hebben de verzekeraar of
de verzekeraars, indien zij te goeder trouw zijn, het recht
de geïnde premies te behouden als schadevergoeding.
Art. 98
Onderverzekering: evenredigheidsbeginsel
§ 1. Indien de waarde van het verzekerbaar belang
bepaalbaar is en indien het verzekerd bedrag lager is
dan die waarde, dan is de verzekeraar slechts tot pres-
tatie gehouden naar de verhouding van dat bedrag tot
die waarde, tenzij anders is bedongen.
§ 2. De Koning kan voor bepaalde risico’s de onder-
verzekering en de toepassing van het evenredigheids-
beginsel beperken of verbieden.
64
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 99
Répartition de la charge du sinistre en cas de
pluralité de contrats
§ 1er. Si un même intérêt est assuré contre le même
risque auprès de plusieurs assureurs, l’assuré peut,
en cas de sinistre, demander l’indemnisation à chaque
assureur, dans les limites des obligations de chacun
d’eux, et à concurrence de l’indemnité à laquelle il a
droit.
Sauf en cas de fraude, aucun des assureurs ne peut
se prévaloir de l’existence d’autres contrats couvrant le
même risque pour refuser sa garantie.
§ 2. Sauf accord entre les assureurs au sujet d’un
autre mode de répartition, la charge du sinistre se
répartit comme suit:
1° Si la valeur de l’intérêt assurable est déterminable,
la répartition s’effectue entre les assureurs proportion-
nellement à leurs obligations respectives;
2° Si la valeur de l’intérêt assurable n’est pas déter-
minable, la répartition s’effectue par parts égales entre
tous les contrats jusqu’à concurrence du montant
maximum commun assuré par l’ensemble des contrats;
sans qu’il ne soit plus tenu compte des contrats dont
la garantie effectivement accordée atteint ce dernier
montant, le solde éventuel de l’indemnité se répartit
de la même manière entre les autres contrats, cette
technique de répartition étant reproduite par tranches
successives jusqu’à la hauteur du montant total de
l’indemnité ou des garanties effectivement accordées
par l’ensemble des contrats;
3° Lorsqu’un ou plusieurs assureurs ne peuvent payer
tout ou partie de leur quote-part, celle-ci est répartie
entre les autres assureurs de la manière prévue au 2°,
sans toutefois que le montant assuré par chacun puisse
être dépassé.
§ 3. Lorsqu’un ou plusieurs assureurs ne peuvent
payer tout ou partie de leur quote-part, les autres assu-
reurs disposent contre eux d’un droit de recours dans la
mesure où ils ont assumé des charges supplémentaires.
Art. 99
Verdeling van de last van het schadegeval in
geval van samenloop van verzekeringen
§ 1. Wanneer een zelfde belang is verzekerd bij ver-
scheidene verzekeraars tegen hetzelfde risico, kan de
verzekerde, in geval van schade, van elke verzekeraar
schadevergoeding vorderen binnen de grenzen van
ieders verplichtingen en ten belope van de vergoeding
waarop hij recht heeft.
Behalve in geval van fraude, kan geen verzekeraar
zich beroepen op het bestaan van andere overeen-
komsten die hetzelfde risico dekken om zijn waarborg
te weigeren.
§ 2. Tenzij de verzekeraars een andere verdeelsleutel
bedongen hebben, wordt de last van het schadegeval
omgeslagen als volgt:
1° Indien de waarde van het verzekeraar belang be-
paalbaar is, geschiedt de omslag over de verzekeraars
naar evenredigheid van hun respectieve verplichtingen;
2° Indien de waarde van het verzekeraar belang niet
bepaalbaar is, dragen alle overeenkomsten met een
gelijk aandeel bij ten belope van het hoogste bedrag dat
door alle overeenkomsten gemeenschappelijk verzekerd
is; zonder dat nog rekening wordt gehouden met de
overeenkomsten waarvan de daadwerkelijke dekking
met dat bedrag overeenkomt, wordt het overblijvende
gedeelte van de schadevergoeding op dezelfde wijze
verdeeld. Die verdelingstechniek wordt telkens herhaald
totdat de schade geheel is vergoed of totdat is voldaan
aan de dekkingen die door de gezamenlijke overeen-
komsten daadwerkelijk worden verleend;
3° Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn
hun aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, wordt dit
over de andere verzekeraars omgeslagen op de wijze
bepaald in 2°, evenwel zonder dat de door ieder van
hen verzekerde som wordt overschreden.
§ 3. Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn
hun aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, hebben
de andere verzekeraars op hen een recht van verhaal
in verhouding tot de bijkomende lasten die zij gedragen
hebben.
65
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 100
Décès du preneur d’assurance bénéfi ciaire de la
garantie
En cas de transmission, à la suite du décès du
preneur d’assurance, de l’intérêt assuré, les droits et
obligations nés du contrat d’assurance sont transmis
au nouveau titulaire de cet intérêt.
Toutefois, le nouveau titulaire de l’intérêt assuré et
l’assureur peuvent notifi er la résiliation du contrat, le
premier par lettre recommandée dans les trois mois
et quarante jours du décès, le second dans les formes
prescrites par l’article 84, § 1er, dans les trois mois du
jour où il a eu connaissance du décès.
Art. 101
Contrats conclus intuitu personae
Par dérogation à l’article 100, le contrat qui a été
conclu en considération de la personne de l’assuré
prend fi n de plein droit au décès de celui-ci.
CHAPITRE 3
Dispositions propres aux assurances à caractère
forfaitaire
Art. 102
Intérêt d’assurance
Le bénéfi ciaire doit avoir un intérêt personnel et licite
à la non-survenance de l’événement assuré.
Il est suffisamment justifi é de cet intérêt lorsque
l’assuré a donné son consentement au contrat.
Art. 103
Absence de subrogation
Sauf convention contraire, l’assureur qui a exécuté
les prestations assurées n’est pas subrogé contre les
tiers dans les droits du preneur d’assurance ou du
bénéfi ciaire.
Art. 100
Overlijden van de verzekeringnemer, begunstigde
van de dekking
In geval van overgang van het verzekerde belang ten
gevolge van het overlijden van de verzekeringnemer,
gaan de rechten en verplichtingen uit de verzekerings-
overeenkomst over op de nieuwe houder van dat belang.
De nieuwe houder van het verzekerde belang en
de verzekeraar kunnen evenwel kennis geven van de
beëindiging van de overeenkomst, de eerste bij een
aangetekende brief, binnen drie maanden en veertig
dagen na het overlijden, de tweede in de bij artikel 84,
§ 1, voorgeschreven vormen, binnen drie maanden te
rekenen vanaf de dag waarop hij kennis heeft gekregen
van het overlijden.
Art. 101
Overeenkomsten gesloten intuitu personae
In afwijking van artikel 100 eindigt de overeenkomst
die uit hoofde van de persoon van de verzekerde is
gesloten, van rechtswege door diens overlijden.
HOOFDSTUK 3
Bepalingen eigen aan de verzekering tot uitkering
van een vast bedrag
Art. 102
Belang bij het verzekerde
De begunstigde moet een persoonlijk en geoorloofd
belang hebben bij het zich niet voordoen van de verze-
kerde gebeurtenis.
Dat belang is voldoende aangetoond wanneer de
verzekerde met de overeenkomst heeft ingestemd.
Art. 103
Geen indeplaatsstelling
Tenzij anders is bedongen, treedt de verzekeraar die
de verzekerde prestaties heeft uitgevoerd, niet in de
rechten van de verzekeringnemer of de begunstigde
jegens derden.
66
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 104
Cumul d’indemnités et prestations
Sauf convention contraire, les indemnités ou pres-
tations que le bénéfi ciaire obtient à un autre titre ne
réduisent pas les obligations de l’assureur.
TITRE III
Les assurances de dommages
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Art. 105
Principe indemnitaire
Toute assurance de dommages a un caractère
indemnitaire.
Art. 106
Frais de sauvetage
Les frais découlant aussi bien des mesures deman-
dées par l’assureur aux fi ns de prévenir ou d’atténuer
les conséquences du sinistre que des mesures urgentes
et raisonnables prises d’initiative par l’assuré pour
prévenir le sinistre en cas de danger imminent ou, si le
sinistre a commencé, pour en prévenir ou en atténuer les
conséquences, sont supportés par l’assureur lorsqu’ils
ont été exposés en bon père de famille, alors même que
les diligences faites l’auraient été sans résultat. Ils sont
à sa charge même au-delà du montant assuré.
Le Roi peut, pour les contrats d’assurance de
la responsabilité autre que celle visée par la loi du
21 novembre 1989 relative à l’assurance obligatoire de
la responsabilité en matière de véhicules automoteurs
et pour les contrats d’assurance de choses, limiter les
frais visés à l’alinéa 1er du présent article.
Art. 104
Samenloop van schadevergoedingen en
prestaties
Tenzij anders is bedongen, worden de verplichtingen
van de verzekeraar niet verminderd door de schadever-
goedingen of prestaties die de begunstigde op andere
gronden verkrijgt.
TITEL III
Schadeverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Art. 105
Het beginsel van de schadevergoeding
Elke schadeverzekering beoogt de vergoeding van
schade.
Art. 106
Reddingskosten
De kosten die voortvloeien zowel uit de maatregelen
die de verzekeraar heeft gevraagd om de gevolgen van
het schadegeval te voorkomen of te beperken als uit de
dringende en redelijke maatregelen die de verzekerde
uit eigen beweging heeft genomen om bij nakend gevaar
een schadegeval te voorkomen, of, zodra het schade-
geval ontstaat, om de gevolgen ervan te voorkomen of
te beperken, worden mits zij met de zorg van een goed
huisvader zijn gemaakt, door de verzekeraar gedragen,
ook wanneer de aangewende pogingen vruchteloos
zijn geweest. Zij komen te zijnen laste zelfs boven de
verzekerde som.
Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere
dan die bedoeld in de wet van 21 november 1989 be-
treffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen en voor de zaakverzekeringsover-
eenkomsten, kan de Koning de in het eerste lid van dit
artikel bedoelde kosten beperken.
67
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
Des contrats d’assurance de choses
Section Ire
Dispositions communes à toutes les assurances de choses
Sous-section 1re
Valeur assurable
Art. 107
Modalités d’évaluation
Les parties peuvent déterminer la manière dont les
biens doivent être évalués en vue de leur assurance.
Par dérogation à l’article 93, elles peuvent convenir
d’une valeur de reconstruction, de reconstitution ou de
remplacement, même sans en déduire la dépréciation
résultant de la vétusté.
Art. 108
Fixation du montant assuré
Le montant assuré est fi xé par le preneur d’assu-
rance. Ce montant est censé être égal à la valeur de
l’intérêt assurable s’il est fi xé en accord avec le man-
dataire de l’assureur.
Les parties peuvent convenir que ce montant
sera adapté de plein droit selon les critères qu’elles
déterminent.
Art. 109
Valeur agréée
Les parties peuvent agréer expressément la valeur
qu’elles entendent attribuer à des biens déterminés.
Cette valeur les engage, sauf fraude.
Si le bien assuré en valeur agréée vient à perdre
une part sensible de sa valeur, chacune des parties
est néanmoins fondée à réduire le montant de la valeur
agréée ou à résilier le contrat.
HOOFDSTUK 2
Zaakverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende alle
zaakverzekeringen
Onderafdeling 1
Verzekerbare waarde
Art. 107
Wijze van waardebepaling
De partijen kunnen bepalen op welke wijze de waarde
van de goederen wordt begroot voor de verzekering. In
afwijking van artikel 93 kunnen zij een herbouwwaarde,
een herstelwaarde of een vervangingswaarde bedingen,
zelfs zonder aftrek van de waardevermindering wegens
ouderdom.
Art. 108
Vaststelling van de verzekerde som
De verzekerde som wordt vastgesteld door de ver-
zekeringnemer. Deze som wordt geacht gelijk te zijn
aan de waarde van het verzekerbaar belang indien ze
is vastgesteld in akkoord met de gemandateerde van
de verzekeraar.
Partijen kunnen overeenkomen dat die som van
rechtswege wordt aangepast volgens maatstaven die
zij bepalen.
Art. 109
Voorafgaande taxatie
Partijen kunnen bij een uitdrukkelijk beding aan be-
paalde goederen een getaxeerde waarde toekennen.
Die waarde is voor partijen bindend, behoudens bedrog.
Wanneer een goed waarvoor een getaxeerde waarde
is bedongen een aanzienlijke waardevermindering on-
dergaat, kan elke partij het bedrag van de getaxeerde
waarde verminderen of een einde maken aan de
overeenkomst.
68
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Sous-section 2
Obligations de l’assuré
Art. 110
État des lieux
L’assuré ne peut, de sa propre autorité, apporter sans
nécessité au bien sinistré des modifi cations de nature à
rendre impossible ou plus difficile la détermination des
causes du sinistre ou l’estimation du dommage.
Si l’assuré ne remplit pas l’obligation visée à l’alinéa
1er et qu’il en résulte un préjudice pour l’assureur, celui-ci
a le droit de prétendre à une réduction de sa prestation
à concurrence du préjudice qu’il a subi ou de réclamer
des dommages et intérêts.
L’assureur peut décliner sa garantie si, dans une
intention frauduleuse, l’assuré n’a pas exécuté l’obli-
gation visée à l’alinéa 1er.
Sous-section 3
Cession entre vifs
Art. 111
Cession entre vifs d’une chose assurée
§ 1er. En cas de cession entre vifs d’un immeuble,
l’assurance prend fi n de plein droit trois mois après la
date de passation de l’acte authentique.
Jusqu’à l’expiration du délai visé à l’alinéa 1er, la ga-
rantie accordée au cédant est acquise au cessionnaire,
sauf si ce dernier bénéfi cie d’une garantie résultant
d’un autre contrat.
§ 2. En cas de cession entre vifs d’un meuble, l’assu-
rance prend fi n de plein droit dès que l’assuré n’a plus
la possession du bien, sauf si les parties au contrat
d’assurance conviennent d’une autre date.
Onderafdeling 2
Verplichtingen van de verzekerde
Art. 110
Gesteldheid van de plaats
De verzekerde mag behalve indien het echt noodza-
kelijk is op eigen gezag geen veranderingen aanbrengen
aan het beschadigde goed waardoor het onmogelijk of
moeilijker wordt de oorzaken van de schade te bepalen
of de schade te taxeren.
Indien de verzekerde de in het eerste lid bedoelde
verplichting niet nakomt en er daardoor nadeel ontstaat
voor de verzekeraar, kan deze laatste aanspraak maken
op een vermindering van zijn prestatie tot beloop van het
door hem geleden nadeel of kan hij schadevergoeding
vorderen.
Komt de verzekerde de in het eerste lid bedoelde
verplichting met bedrieglijk opzet niet na, dan kan de
verzekeraar zijn dekking weigeren.
Onderafdeling 3
Overdracht onder de levenden
Art. 111
Overdracht onder de levenden van een
verzekerde zaak
§ 1. In geval van overdracht onder de levenden van
een onroerend goed, eindigt de verzekering van rechts-
wege drie maanden na de datum van het verlijden van
de authentieke akte.
Tot het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde
termijn, blijft de aan de overdrager verleende dekking
gelden voor de overnemer, tenzij deze laatste dekking
geniet uit hoofde van een andere overeenkomst.
§ 2. In geval van overdracht onder de levenden van
een roerend goed, eindigt de verzekering van rechtswe-
ge zodra de verzekerde het goed niet meer in zijn bezit
heeft, tenzij de partijen bij de verzekeringsovereenkomst
een andere datum hebben bedongen.
69
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Sous-section 4
Paiement de l’indemnité et privilège de l’assureur
Art. 112
Créanciers privilégiés et hypothécaires
Dans la mesure où l’indemnité due à la suite de la
perte ou de la détérioration d’un bien n’est pas entiè-
rement appliquée à la réparation ou au remplacement
de ce bien, elle est affectée au paiement des créances
privilégiées ou hypothécaires, selon le rang de chacune
d’elles.
Néanmoins, le paiement de l’indemnité fait à l’assuré
libère l’assureur si les créanciers dont le privilège ne
fait pas l’objet d’une publicité n’ont pas au préalable
formé opposition.
Les alinéas 1er et 2 ne portent pas atteinte aux dis-
positions légales relatives aux actions directes contre
l’assureur dans des cas particuliers.
Art. 113
Faillite de l’assuré
En cas de faillite de l’assuré, l’indemnité revient à la
masse faillie. Si toutefois certains biens assurés sont
insaisissables, l’indemnité due en vertu du contrat
d’assurance de ces biens revient au failli.
Art. 114
Privilège de l’assureur
L’assureur a un privilège sur la chose assurée pour la
prime relative à la période pendant laquelle il a couvert
effectivement le risque. Le privilège n’existe, quelles que
soient les modalités de paiement de la prime, que pour
une somme correspondant à deux primes annuelles.
Ce privilège est dispensé de toute inscription. Il prend
rang immédiatement après celui des frais de justice.
Onderafdeling 4
Betaling van de schadevergoeding en voorrecht van de
verzekeraar
Art. 112
Bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers
In zover de schadevergoeding die verschuldigd is
wegens het verlies of de beschadiging van een goed
niet geheel gebruikt wordt voor de herstelling of de
vervanging van dat goed, wordt zij aangewend voor de
betaling van de bevoorrechte of hypothecaire schuld-
vorderingen, ieder volgens haar rang.
De betaling van de vergoeding aan de verzekerde
bevrijdt niettemin de verzekeraar indien de schuldeisers
wier voorrecht niet openbaar gemaakt wordt, geen
voorafgaand verzet hebben gedaan.
Het eerste en het tweede lid doen geen afbreuk aan
de wettelijke voorschriften betreffende de rechtstreekse
vorderingen tegen de verzekeraar in bijzondere gevallen.
Art. 113
Faillissement van de verzekerde
In geval van faillissement van de verzekerde komt
de vergoeding toe aan de failliete boedel. Zijn som-
mige van de verzekerde goederen evenwel niet vatbaar
voor beslag, dan komt de vergoeding die verschuldigd
is krachtens de overeenkomst tot verzekering van die
goederen, aan de gefailleerde toe.
Art. 114
Voorrecht van de verzekeraar
Het voorrecht geldt slechts op de verzekerde zaak
voor de premie die betrekking heeft op de periode waarin
de verzekeraar het risico daadwerkelijk heeft gedekt.
Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee jaar-
premies, ongeacht de wijze van betaling van de premie.
Dat voorrecht heeft niet te worden ingeschreven. Het
volgt in rang onmiddellijk na dat van de gerechtskosten.
70
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section II
Dispositions propres à certaines assurances de choses
Sous-section 1re
L’assurance contre l’incendie
Art. 115
Garantie normale
Sauf convention contraire, l’assurance contre l’incen-
die garantit les biens assurés contre les dégâts causés
par l’incendie, par la foudre, par l’explosion, par l’implo-
sion ainsi que par la chute ou le heurt d’appareils de
navigation aérienne ou d’objets qui en tombent ou qui
en sont projetés et par le heurt de tous autres véhicules
ou d’animaux.
Art. 116
Extensions de garantie
Même lorsque le sinistre se produit en dehors des
biens assurés, la garantie de l’assurance s’étend aux
dégâts causés à ceux-ci par:
1° les secours ou tout moyen convenable d’extinction,
de préservation ou de sauvetage;
2° les démolitions ou destructions ordonnées pour
arrêter les progrès d’un sinistre;
3° les effondrements résultant directement et exclu-
sivement d’un sinistre;
4° la fermentation ou la combustion spontanée suivies
d’incendie ou d’explosion.
Art. 117
Assurance du mobilier
Le mobilier assuré qui garnit tout ou partie d’un bâti-
ment comprend, outre celui qui appartient à l’assuré,
celui de toutes les personnes vivant à son foyer, le pre-
neur d’assurance étant réputé avoir souscrit à leur profi t.
Afdeling II
Nadere bepalingen betreffende sommige
zaakverzekeringen
Onderafdeling 1
Brandverzekering
Art. 115
Normale dekking
Tenzij anders is bedongen, dekt de brandverzekering
de verzekerde goederen tegen schade veroorzaakt
door brand, door blikseminslag, door ontploffing, door
implosie, alsmede door het neerstorten van of het ge-
troffen worden door luchtvaartuigen of door voorwerpen
die ervan afvallen of eruit vallen, en door het getroffen
worden door enig ander voertuig of door dieren.
Art. 116
Uitbreiding van de dekking
Ook wanneer het schadegeval zich voordoet buiten
de verzekerde goederen, strekt de verzekeringsdekking
zich uit tot schade die aan deze goederen is veroorzaakt
door:
1° hulpverlening of enig dienstig middel tot het be-
houd, het blussen of de redding;
2° afbraak of vernietiging bevolen om verdere uitbrei-
ding van de schade te voorkomen;
3° instorting als rechtstreeks en uitsluitend gevolg
van een schadegeval;
4° gisting of zelfontbranding gevolgd door brand of
ontploffing.
Art. 117
Inboedelverzekering
De verzekering van de inboedel waarmee een ge-
bouw of een gedeelte van een gebouw gestoffeerd is,
omvat niet alleen de goederen die aan de verzekerde
toebehoren, maar ook die van alle bij hem inwonende
personen, ten behoeve van wie de verzekeringnemer
geacht wordt de verzekering mede te hebben gesloten.
71
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Néanmoins, les parties peuvent convenir d’exclure
du mobilier assuré certains meubles déterminés dans
le contrat.
Art. 118
Assurance des responsabilités connexes
Sauf convention contraire, l’assurance des respon-
sabilités encourues par suite d’un sinistre frappant les
biens désignés par le contrat et dont la cause ou l’objet
sont mentionnés aux articles 115 à 117 ne couvre pas
les dommages résultant de lésions corporelles.
Art. 119
Clauses d’exclusivité
L’assureur ne peut obliger le preneur d’assurance à
faire assurer par lui:
1° l’augmentation des montants assurés;
2° des dommages autres que ceux qui sont initiale-
ment garantis.
L’alinéa 1er ne porte pas atteinte à l’application de
l’article 108, alinéa 2.
Art. 120
Droits des créanciers privilégiés et hypothécaires
§ 1er. Aucune exception ou déchéance dérivant d’un
fait postérieur au sinistre ne peut être opposée par
l’assureur au créancier jouissant sur les biens assurés
d’un droit de préférence connu de l’assureur.
§ 2. La suspension de la garantie de l’assureur, la
réduction du montant de l’assurance et la résiliation
du contrat sont opposables aux créanciers visés au
paragraphe 1er.
Toutefois, si l’un de ces créanciers a avisé l’assureur
de l’existence de son droit de préférence, la suspension,
la réduction ou la résiliation ne lui seront opposables
qu’à l’expiration du délai d’un mois à compter de la noti-
fi cation que l’assureur en fait par lettre recommandée .
Niettemin kunnen de partijen overeenkomen van
de verzekerde inboedel bepaalde goederen, die in de
overeenkomst worden bepaald, uit te sluiten.
Art. 118
Verzekering van de met schade samenhangende
aansprakelijkheid
Tenzij anders is bedongen wordt de schade voort-
komend uit lichamelijke letsels niet gedekt door de
verzekering van de aansprakelijkheid opgelopen tenge-
volge van een schadegeval dat de in de overeenkomst
aangewezen goederen treft en waarvan de oorzaak of
het voorwerp wordt vermeld in de artikelen 115 tot 117.
Art. 119
Exclusiviteitsclausules
De verzekeraar kan de verzekeringnemer niet ver-
plichten om bij hem te verzekeren:
1° de verhoging van de verzekerde bedragen;
2° andere schade dan die waarvoor aanvankelijk
dekking is verleend.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de toepassing
van artikel 108, tweede lid.
Art. 120
Rechten van bevoorrechte en hypothecaire
schuldeisers
§ 1. Geen verweermiddel of verval van recht voort-
vloeiend uit een feit dat zich na het schadegeval heeft
voorgedaan, kan door de verzekeraar worden tegen-
geworpen aan de schuldeiser die op de verzekerde
goederen een recht van voorrang heeft, dat de verze-
keraar bekend is.
§ 2. De schorsing van de dekking van de verzekeraar,
de vermindering van het bedrag en de opzegging van
de overeenkomst kunnen aan de schuldeisers bedoeld
in paragraaf 1 worden tegengeworpen.
Indien een van die schuldeisers aan de verzekeraar
mededeling heeft gedaan van het bestaan van zijn recht
van voorrang, kunnen de schorsing, de vermindering
en de opzegging hem eerst worden tegengeworpen
na verloop van een termijn van een maand te rekenen
72
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le délai commence à courir le lendemain du jour où la
lettre a été déposée.
Lorsque la suspension ou la résiliation sont inter-
venues à la suite du non-paiement de la prime par le
preneur d’assurance, le créancier peut en éviter les
conséquences moyennant le paiement, dans le mois
de la notifi cation faite par l’assureur, des primes échues
augmentées s’il y a lieu des intérêts et des frais de
recouvrement judiciaire.
Art. 121
Paiement de l’indemnité
§ 1er. Les parties peuvent convenir que l’indemnité
n’est payable qu’au fur et à mesure de la reconstitution
ou de la reconstruction des biens assurés.
Le défaut de reconstruction ou de reconstitution
desdits biens pour une cause étrangère à la volonté
de l’assuré est sans effet sur le calcul de l’indemnité,
sauf qu’il rend inapplicable la clause de valeur à neuf.
§ 2. En ce qui concerne les risques simples défi nis
par le Roi, l’indemnité est payée de la manière suivante:
1° l’assureur verse le montant destiné à couvrir les
frais de relogement et les autres frais de première
nécessité au plus tard dans les quinze jours qui suivent
la date de la communication de la preuve que lesdits
frais ont été exposés;
2° l’assureur paie la partie de l’indemnité incontes-
tablement due constatée de commun accord entre les
parties dans les trente jours qui suivent cet accord. En
cas de contestation du montant de l’indemnité, l’assuré
désigne un expert qui fi xera le montant de l’indemnité
en concertation avec l’assureur. A défaut d’un accord,
les deux experts désignent un troisième expert. La
décision défi nitive quant au montant de l’indemnité est
alors prise par les experts à la majorité des voix. Les
coûts de l’expert désigné par l’assuré et le cas échéant
du troisième expert sont avancés par l’assureur et sont à
charge de la partie à laquelle il n’a pas été donné raison.
La clôture de l’expertise ou la fi xation du montant
du dommage doit avoir lieu dans les nonante jours qui
suivent la date à laquelle l’assuré a informé l’assureur
de la désignation de son expert. L’indemnité doit être
vanaf de kennisgeving die de verzekeraar daarvan doet
bij aangetekende brief. De termijn gaat in volgend op
die waarop de brief is afgegeven.
Wanneer de schorsing of de opzegging het gevolg is
van wanbetaling van de premie door de verzekeringne-
mer, kan de schuldeiser de gevolgen daarvan afwenden
door binnen een maand na de kennisgeving door de
verzekeraar, de achterstallige premies te betalen, in
voorkomend geval vermeerderd met de intrest en de
kosten van gerechtelijke invordering.
Art. 121
Betaling van schadevergoeding
§ 1. De partijen kunnen overeenkomen dat de
vergoeding slechts betaalbaar zal zijn naarmate de
verzekerde goederen worden wedersamengesteld of
wederopgebouwd.
De niet-wederopbouw of -wedersamenstelling van die
goederen buiten de wil van de verzekerde, heeft geen
invloed op de berekening van de vergoeding, behalve
dat het nieuwwaardebeding ontoepasselijk wordt.
§ 2. Voor wat betreft de eenvoudige risico’s bepaald
door de Koning, wordt de vergoeding betaald als volgt:
1° de verzekeraar stort het bedrag tot dekking van de
kosten van huisvesting en van andere eerste hulp ten
laatste binnen vijftien dagen die volgen op de datum van
de mededeling van het bewijs dat deze kosten werden
gemaakt;
2° de verzekeraar betaalt het gedeelte van de ver-
goeding dat zonder betwisting bij onderling akkoord
tussen de partijen is vastgesteld binnen dertig dagen die
volgen op dit akkoord. In geval van betwisting van het
bedrag van de schadevergoeding, stelt de verzekerde
een expert aan die in samenspraak met de verzekeraar
het bedrag van de schadevergoeding zal vaststellen.
Indien er dan nog geen akkoord bereikt wordt, stellen
beide experten een derde expert aan. De defi nitieve
beslissing over het bedrag van de schadevergoeding
wordt dan door de experten genomen met meerderheid
van de stemmen. De kosten van de expert aangesteld
door de verzekerde en desgevallend de derde expert
worden voorgeschoten door de verzekeraar en zijn ten
laste van de in het ongelijk gestelde partij.
De beëindiging van de expertise of de vaststelling van
het bedrag van de schade moet plaatsvinden binnen
90 dagen die volgen op de datum waarop de verze-
kerde de verzekeraar heeft op de hoogte gebracht van
73
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
payée dans les trente jours qui suivent la date de clô-
ture de l’expertise ou, à défaut, la date de la fi xation du
montant du dommage;
3° en cas de reconstruction ou de reconstitution des
biens sinistrés, l’assureur est tenu de verser à l’assuré
dans les trente jours qui suivent la date de clôture de
l’expertise ou, à défaut, la date de la fi xation du montant
du dommage, une première tranche égale à l’indemnité
minimale fi xée au paragraphe 4, 1°, b).
Le restant de l’indemnité peut être payé par tranches
au fur et à mesure de l’avancement de la reconstruc-
tion ou de la reconstitution pour autant que la tranche
précédente soit épuisée.
Les parties peuvent convenir après le sinistre une
autre répartition du paiement des tranches d’indemnité;
4° en cas de remplacement du bâtiment sinistré par
l’acquisition d’un autre bâtiment, l’assureur est tenu
de verser à l’assuré dans les trente jours qui suivent la
date de clôture de l’expertise ou, à défaut d’expertise,
de la fi xation du montant du dommage, une première
tranche égale à l’indemnité minimale fi xée au para-
graphe 4, 1°, b).
Le solde est versé à la passation de l’acte authentique
d’acquisition du bien de remplacement;
5° dans tous les autres cas, l’indemnité est payable
dans les trente jours qui suivent la date de clôture de
l’expertise ou à défaut la date de la fi xation du montant
du dommage;
6° la clôture de l’expertise ou l’estimation du dom-
mage visées aux 3°, 4° et 5° ci-dessus doit avoir lieu
dans les nonante jours qui suivent la date de la décla-
ration du sinistre.
§ 3. Les délais prévus au paragraphe 2 sont suspen-
dus dans les cas suivants:
1° L’assuré n’a pas exécuté, à la date de clôture de
l’expertise, toutes les obligations mises à sa charge par
le contrat d’assurance. Dans ce cas, les délais ne com-
mencent à courir que le lendemain du jour où l’assuré
a exécuté lesdites obligations contractuelles;
de aanstelling van zijn expert. De schadevergoeding
moet betaald worden binnen 30 dagen die volgen op
de datum van de beëindiging van de expertise of, bij
gebreke daaraan, op de datum van de vaststelling van
het schadebedrag;
3° in geval van wederopbouw of wedersamenstel-
ling van de beschadigde goederen, is de verzekeraar
ertoe gehouden de verzekerde, binnen dertig dagen
die volgen op de datum van sluiting van de expertise
of, bij ontstentenis, de datum van de vaststelling van
het bedrag van de schade, een eerste gedeelte uit te
betalen dat gelijk is aan de in paragraaf 4, 1°, b) bepaalde
minimumvergoeding.
De rest van de vergoeding mag worden betaald in
schijven naargelang de wederopbouw of wedersa-
menstelling vorderen, voor zover de voorgaande schijf
uitgeput is.
De partijen kunnen na het schadegeval een andere
verdeling van de betaling van de vergoedingsschijven
overeenkomen;
4° in geval van vervanging van het beschadigde
gebouw door de aankoop van een ander gebouw is de
verzekeraar er toe gehouden de verzekerde, binnen
dertig dagen die volgen op de datum van de sluiting van
de expertise of bij ontstentenis eraan, van de bepaling
van het bedrag van de schade, een eerste gedeelte
uit te betalen dat gelijk is aan de in paragraaf 4, 1°, b)
bepaalde minimumvergoeding.
Het saldo wordt gestort bij het verlijden van de au-
thentieke akte van aankoop van het vervangingsgoed;
5° in alle andere gevallen is de vergoeding betaalbaar
binnen dertig dagen die volgen op de datum van de
sluiting van de expertise of bij ontstentenis, de datum
van de vaststelling van het bedrag van de schade;
6° de sluiting van de expertise of de schatting van de
schade bedoeld bij 3°, 4° en 5° hierboven moet plaats-
vinden binnen negentig dagen die volgen op de datum
van de aangifte van het schadegeval.
§ 3. De termijnen bedoeld bij paragraaf 2 worden
opgeschort in de volgende gevallen:
1° De verzekerde heeft op de datum van sluiting van
de expertise niet alle verplichtingen vervuld die hem
door de verzekeringsovereenkomst zijn opgelegd. In dit
geval beginnen de termijnen pas te lopen vanaf de dag
die volgt op de dag waarop de verzekerde de genoemde
contractuele verplichtingen is nagekomen;
74
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
2° Il s’agit d’un vol ou il existe des présomptions que
le sinistre peut être dû à un fait intentionnel dans le
chef de l’assuré ou du bénéfi ciaire d’assurance. Dans
ce cas, l’assureur peut se réserver le droit de lever
préalablement copie du dossier répressif. La demande
d’autorisation d’en prendre connaissance doit être
formulée au plus tard dans les trente jours de la clôture
de l’expertise ordonnée par lui. L’éventuel paiement
doit intervenir dans les trente jours où l’assureur a eu
connaissance des conclusions dudit dossier, pour autant
que l’assuré ou le bénéfi ciaire, qui réclame l’indemnité,
ne soit pas poursuivi pénalement;
3° Le sinistre est dû à une catastrophe naturelle
défi nie à la sous-section 2 de la présente section. Dans
ce cas, le ministre qui a les Affaires économiques dans
ses attributions peut allonger les délais prévus au para-
graphe 2, 1°, 2° et 6°;
4° L’assureur a fait connaître par écrit à l’assuré les
raisons indépendantes de sa volonté et de celle de ses
mandataires, qui empêchent la clôture de l’expertise ou
l’estimation des dommages visées au paragraphe 2, 6°.
§ 4. 1°. Sans préjudice de l’application des autres
dispositions de la présente loi qui permettent de réduire
l’indemnité, l’indemnité visée au paragraphe 2 ne peut
être inférieure:
a) en cas d’assurance en valeur à neuf, lorsque
l’assuré reconstruit, reconstitue ou remplace le bien
sinistré, à 100 % de cette valeur à neuf, vétusté déduite
conformément au paragraphe 5.
Toutefois, si le prix de reconstruction, de recons-
titution ou la valeur de remplacement est inférieur à
l’indemnité pour le bien sinistré calculée en valeur à
neuf au jour du sinistre, l’indemnité est au moins égale
à cette valeur de reconstruction, de reconstitution ou
de remplacement majorée de 80 % de la différence
entre l’indemnité initialement prévue et cette valeur de
reconstruction, de reconstitution ou de remplacement
déduction faite du pourcentage de vétusté du bien
sinistré et des taxes et droits qui seraient redevables
sur cette différence, vétusté déduite, conformément au
paragraphe 5;
b) en cas d’assurance en valeur à neuf, lorsque
l’assuré ne reconstruit, ne reconstitue ou ne remplace
pas le bien sinistré, à 80 % de cette valeur à neuf, vétusté
déduite, conformément au paragraphe 5;
2° Het gaat over een diefstal of er bestaan vermoe-
dens dat het schadegeval opzettelijk veroorzaakt kan
zijn door de verzekerde of de verzekeringsbegunstigde.
In dit geval kan de verzekeraar zich het recht voorbe-
houden vooraf kopie van het strafdossier te nemen.
Het verzoek om kennis ervan te mogen nemen moet
uiterlijk binnen dertig dagen na de afsluiting van de door
hem bevolen expertise geformuleerd worden. Indien de
verzekerde of de begunstigde die om vergoeding vraagt
niet strafrechtelijk wordt vervolgd, moet de eventuele
betaling geschieden binnen dertig dagen nadat de ver-
zekeraar kennis genomen heeft van de conclusies van
het genoemde dossier;
3° Het schadegeval is veroorzaakt door een natuur-
ramp bedoeld bij onderafdeling 2 van deze afdeling. In
dit geval kan de minister bevoegd voor Economische
Zaken de termijnen bedoeld bij paragraaf 2, 1°, 2° en
6°, verlengen;
4° De verzekeraar heeft de verzekerde schriftelijk de
redenen duidelijk gemaakt die, buiten zijn wil en die van
zijn gemachtigden om, , de sluiting van de expertise of
de raming van de schade, bedoeld in paragraaf 2, 6°,
beletten.
§ 4. 1°. Onverminderd de toepassing van de andere
bepalingen van deze wet die een vermindering van de
vergoeding mogelijk maken, mag de vergoeding be-
doeld in paragraaf 2 niet minder zijn dan:
a) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde,
wanneer de verzekerde het beschadigde goed weder-
opbouwt, wedersamenstelt of vervangt, 100 % van deze
nieuwwaarde na aftrek van slijtage overeenkomstig
paragraaf 5.
Zo evenwel de wederopbouwprijs, de wedersamen-
stellingsprijs of de vervangingswaarde lager ligt dan
de vergoeding voor het beschadigde goed, berekend
in nieuwwaarde op de dag van het schadegeval, is de
vergoeding minstens gelijk aan deze wederopbouw-,
wedersamenstellings- of vervangingswaarde verhoogd
met 80 % van het verschil tussen de oorspronkelijk
voorziene vergoeding en deze wederopbouw-, weder-
samenstellings- of vervangingswaarde verminderd met
het slijtagepercentage van het beschadigde goed en
met de taksen en rechten die zouden verschuldigd zijn
op dit verschil na aftrek van de slijtage, overeenkomstig
paragraaf 5;
b) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde, wan-
neer de verzekerde het beschadigde goed niet weder-
opbouwt, wedersamenstelt of vervangt, 80 % van deze
nieuwwaarde na aftrek van de slijtage, overeenkomstig
paragraaf 5;
75
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
c) dans le cas d’une assurance en une autre valeur,
à 100 % de cette valeur;
2° en cas de reconstruction, de reconstitution ou de
remplacement du bien sinistré, l’indemnité visée au
paragraphe 2 comprend tous taxes et droits générale-
ment quelconques;
3° si le contrat comporte une formule d’adaptation au-
tomatique, l’indemnité pour le bâtiment sinistré, calculée
au jour du sinistre, diminuée de l’indemnité déjà payée,
est majorée en fonction de la majoration éventuelle du
dernier indice connu au moment du sinistre, pendant le
délai normal de reconstruction qui commence à courir
à la date du sinistre sans que l’indemnité totale ainsi
majorée puisse dépasser 120 % de l’indemnité initiale-
ment fi xée ni excéder le coût total de la reconstruction.
§ 5. En cas d’assurance en valeur à neuf, la vétuste
d’un bien sinistré ou de la partie sinistrée d’un bien ne
peut être déduite que si elle excède 30 % de la valeur
à neuf.
§ 6. Les paragraphes 1er, 4 et 5 ne s’appliquent pas
à l’assurance de la responsabilité.
§ 7. En cas de non-respect des délais visés au para-
graphe 2, la partie de l’indemnité qui n’est pas versée
dans les délais porte de plein droit intérêt au double du
taux de l’intérêt légal à dater du jour suivant celui de
l’expiration du délai jusqu’à celui du paiement effectif,
à moins que l’assureur ne prouve que le retard n’est
pas imputable à lui-même ou à un de ses mandataires.
Art. 122
Droit propre du propriétaire et des tiers
L’indemnité due par l’assureur de la responsabilité
locative est dévolue, tant en cas de location que de
sous-location, au propriétaire du bien loué, à l’exclusion
des autres créanciers du locataire ou du sous-locataire.
L’indemnité due par l’assureur du recours des tiers
est dévolue exclusivement à ces derniers.
Le propriétaire et les tiers possèdent un droit propre
contre l’assureur.
c) in geval van verzekering tegen een andere waarde,
100 % van deze waarde;
2° in geval van wederopbouw, wedersamenstelling of
vervanging van het beschadigde goed, omvat de ver-
goeding bedoeld bij paragraaf 2 alle taksen en rechten;
3° indien de overeenkomst een formule van auto-
matische aanpassing bevat, wordt de vergoeding voor
het beschadigde gebouw, berekend op de dag van
het schadegeval, verminderd met de vergoeding die
reeds werd uitbetaald, verhoogd volgens de eventuele
verhoging van het op het ogenblik van het schadegeval
bekende jongste indexcijfer, gedurende de normale her-
opbouwperiode die begint te lopen op de datum van het
schadegeval zonder dat de op die wijze verhoogde totale
vergoeding 120 % van de oorspronkelijk vastgestelde
vergoeding mag overschrijden en evenmin meer mag
bedragen dan de totale kostprijs van de heropbouw.
§ 5. In geval van verzekering tegen nieuwwaarde
mag de slijtage van een beschadigd goed of van het
beschadigde gedeelte van een goed slechts worden
afgetrokken indien deze hoger ligt dan 30 % van de
nieuwwaarde.
§ 6. De paragrafen 1, 4 en 5 zijn niet van toepassing
op de aansprakelijkheidsverzekering.
§ 7. In geval van niet-eerbiediging van de termijnen
bedoeld bij paragraaf 2, brengt het gedeelte van de ver-
goeding dat niet wordt betaald binnen de termijnen van
rechtswege een intrest op die gelijk is aan tweemaal de
wettelijke intrestvoet te rekenen vanaf de dag die volgt
op het verstrijken van de termijn tot op de dag van de
daadwerkelijke betaling, tenzij de verzekeraar bewijst
dat de vertraging niet te wijten is aan hemzelf of aan
een van zijn gemachtigden.
Art. 122
Eigen recht van eigenaar en derden
De verzekeraar van de huurdersaansprakelijkheid
keert, zowel in geval van huur als van onderhuur, de
vergoeding uit aan de eigenaar van het gehuurde goed,
met uitsluiting van alle andere schuldeisers van de
huurder of van de onderhuurder.
De verzekeraar van het verhaal van derden keert de
vergoeding uitsluitend aan die derden uit.
De eigenaar en de derden bezitten een eigen recht
jegens de verzekeraar.
76
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Sous-section 2
L’assurance contre les catastrophes naturelles en ce qui
concerne des risques simples
Art. 123
Couverture des catastrophes naturelles
L’assureur du contrat d’assurance de choses afférent
au péril incendie qui couvre les risques simples tels
qu’ils sont défi nis en exécution de l’article 121, § 2,
délivre obligatoirement la garantie des catastrophes
naturelles énumérées ci-dessous selon les conditions
visées dans la présente sous-section:
a) le tremblement de terre;
b) l’inondation;
c) le débordement ou le refoulement des égouts
publics;
d) le glissement ou l’affaissement de terrain.
Toute suspension, nullité, expiration ou résiliation de
la garantie des catastrophes naturelles entraîne de plein
droit celle de la garantie afférente au péril incendie. De
même, toute suspension, nullité, expiration ou résilia-
tion de la garantie afférente au péril incendie entraîne
de plein droit celle de la garantie des catastrophes
naturelles.
L’ensemble des périls visés par la présente sous-
section forme une seule et même garantie qui ne peut
être limitée à une quotité des montants qui sont assu-
rés sur le bâtiment et le contenu que selon les règles
déterminées par le Roi.
Sauf dispositions contraires, les dispositions de la
sous-section 1ère s’appliquent à la garantie visée par
la présente sous-section.
Art. 124
Catastrophe naturelle: défi nition
§ 1er. Par catastrophe naturelle, l’on entend:
a) soit une inondation, à savoir un débordement de
cours d’eau, canaux, lacs, étangs ou mers suite à des
précipitations atmosphériques, un ruissellement d’eau
résultant du manque d’absorption du sol suite à des
précipitations atmosphériques, une fonte des neiges ou
des glaces, une rupture de digues ou un raz-de-marée,
Onderafdeling 2
De verzekering tegen natuurrampen wat betreft
eenvoudige risico’s
Art. 123
Dekking van het risico van natuurrampen
De verzekeraar van de zaakverzekeringsovereen-
komst met betrekking tot het gevaar brand die dekking
verleent voor eenvoudige risico’s, zoals bepaald ter
uitvoering van artikel 121, § 2, verleent verplicht de
waarborg tegen de hierna opgesomde natuurrampen
volgens de voorwaarden bedoeld bij deze onderafdeling:
a) de aardbeving;
b) de overstroming;
c) het overlopen of de opstuwing van de openbare
riolen;
d) de aardverschuiving of grondverzakking”;
Elke schorsing, nietigheid, beëindiging of opzeg-
ging van de waarborg tegen natuurrampen brengt van
rechtswege deze van de waarborg met betrekking tot
het gevaar brand met zich. Elke schorsing, nietigheid,
beëindiging of opzegging van de waarborg tegen brand
brengt eveneens van rechtswege deze van de waarborg
met betrekking tot het gevaar natuurrampen met zich.
Het geheel van de bij deze onderafdeling bedoelde
gevaren vormt een enkele en dezelfde waarborg en mag
slechts worden beperkt tot een gedeelte van de verze-
kerde bedragen op het gebouw en de inhoud, volgens
de door de Koning bepaalde maatregelen.
Behoudens andersluidende bepalingen, worden de
bepalingen van onderafdeling 1 toegepast op de waar-
borg bedoeld bij deze onderafdeling.
Art. 124
Natuurramp: omschrijving
§ 1. Onder natuurramp wordt verstaan:
a) hetzij een overstroming, te weten het buiten de
oevers treden van waterlopen, kanalen, meren, vijvers
of zeeën ten gevolge van atmosferische neerslag, het
afvloeien van water wegens onvoldoende absorptie
door de grond ten gevolge van atmosferische neerslag,
het smelten van sneeuw of ijs, een dijkbreuk of een
77
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
ainsi que les glissements et affaissements de terrain
qui en résultent;
b) soit un tremblement de terre d’origine naturelle qui
— détruit, brise ou endommage des biens assurables
contre ce péril dans les 10 kilomètres du bâtiment
assuré,
— ou a été enregistré avec une magnitude minimale
de 4 degrés sur l’échelle de Richter,
ainsi que les inondations, les débordements et refou-
lements d’égouts publics, les glissements et affaisse-
ments de terrain qui en résultent;
c) soit un débordement ou un refoulement d’égouts
publics occasionné par des crues, des précipitations
atmosphériques, une tempête, une fonte des neiges ou
de glace ou une inondation;
d) soit un glissement ou affaissement de terrain, à
savoir un mouvement d’une masse importante de terrain
qui détruit ou endommage des biens, dû en tout ou en
partie à un phénomène naturel autre qu’une inondation
ou un tremblement de terre.
§ 2. Peuvent être utilisées pour la constatation des
catastrophes naturelles visées au paragraphe 1er, a)
à d), les mesures effectuées par des établissements
publics compétents ou, à défaut, privés, qui disposent
des compétences scientifi ques requises.
§ 3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, étendre la liste des catastrophes naturelles
visées au paragraphe 1er.
Art. 125
Catastrophe naturelle: unicité
§ 1er. Sont considérés comme un seul et même
tremblement de terre, le séisme initial et ses répliques
survenues dans les 72 heures, ainsi que les périls
assurés qui en résultent directement.
§ 2. Sont considérés comme une seule et même
inondation, le débordement initial d’un cours d’eau,
d’un canal, d’un lac, d’un étang ou d’une mer et tout
débordement survenu dans un délai de 168 heures
après la décrue, c’est-à-dire le retour de ce cours d’eau,
ce canal, ce lac, cet étang ou cette mer dans ses limites
habituelles, ainsi que les périls assurés qui en résultent
directement.
vloedgolf, alsmede de aardverschuivingen of grondver-
zakkingen die eruit voortvloeien;
b) hetzij een aardbeving van natuurlijke oorsprong die
— tegen dit gevaar verzekerbare goederen vernie-
tigt, breekt of beschadigt binnen 10 kilometer van het
verzekerde gebouw,
— of werd geregistreerd met een minimum magnitude
van vier graden op de schaal van Richter,
alsmede de overstromingen, het overlopen of het
opstuwen van openbare riolen, de aardverschuivingen
of grondverzakkingen die eruit voortvloeien;
c) hetzij een overlopen of een opstuwing van open-
bare riolen veroorzaakt door het wassen van het water
of door atmosferische neerslag, een storm, het smelten
van sneeuw of ijs of een overstroming;
d) hetzij een aardverschuiving of grondverzakking, te
weten een beweging van een belangrijke massa van de
bodemlaag, die goederen vernielt of beschadigt, welke
geheel of ten dele te wijten is aan een natuurlijk feno-
meen anders dan een overstroming of een aardbeving.
§ 2. Metingen uitgevoerd door bevoegde openbare
instellingen of bij ontstentenis door private instellingen
die over de nodige wetenschappelijke bevoegdheden
beschikken, kunnen gebruikt worden voor de vaststel-
ling van natuurrampen bedoeld in paragraaf 1, a) tot d).
§ 3. De Koning kan, bij een in de Ministerraad over-
legd besluit, de lijst van de in paragraaf 1 bedoelde
natuurrampen uitbreiden.
Art. 125
Natuurramp: eenheid
§ 1. Worden beschouwd als één enkele aardbeving,
de initiële aardbeving en haar naschokken die optreden
binnen 72 uur, alsook de verzekerde gevaren die er
rechtstreeks uit voortvloeien.
§ 2. Als één enkele overstroming wordt beschouwd,
de initiële overstroming van een waterloop, kanaal,
meer, vijver of zee en elke overloop die optreedt binnen
168 uur na het zakken van het waterpeil, te weten de
terugkeer binnen zijn gewone limieten van de waterloop,
kanaal, meer, vijver of zee alsook de verzekerde gevaren
die er rechtstreeks uit voortvloeien.
78
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 126
Etendue de la garantie
La garantie couvre au minimum:
a) les dégâts causés directement aux biens assurés
par une catastrophe naturelle telle que défi nie à l’article
124 ou un péril assuré qui en résulte directement,
notamment, l’incendie, l’explosion, en ce compris celle
d’explosifs, et l’implosion;
b) les dégâts aux biens assurés qui résulteraient de
mesures prises dans le cas précité par une autorité
légalement constituée pour la sauvegarde et la pro-
tection des biens et des personnes, en ce compris les
inondations résultant de l’ouverture ou de la destruction
d’écluses, de barrages ou de digues dans le but d’éviter
une inondation éventuelle ou l’extension de celle-ci;
c) les frais de déblaiement et de démolition néces-
saires à la reconstruction ou à la reconstitution des biens
assurés endommagés;
d) pour les habitations, les frais de relogement expo-
sés au cours des trois mois qui suivent la survenance
du sinistre lorsque les locaux d’habitation sont devenus
inhabitables.
Le Roi peut imposer des conditions minimales sup-
plémentaires concernant la garantie.
Art. 127
Exclusions générales
§ 1er. Sont en principe exclus de la garantie visée par
la présente sous-section, sauf stipulation expresse du
contrat d’assurance, les récoltes non engrangées, les
cheptels vifs hors bâtiment, les sols, les cultures et les
peuplements forestiers.
§ 2. Peuvent être exclus de la garantie visée par la
présente sous-section:
a) les objets se trouvant en dehors des bâtiments
sauf s’ils y sont fi xés à demeure;
b) les constructions faciles à déplacer ou à démonter,
délabrées ou en cours de démolition et leur contenu
éventuel, sauf si ces constructions constituent le loge-
ment principal de l’assuré;
Art. 126
Omvang van de waarborg
De waarborg dekt op zijn minst:
a) de schade die rechtstreeks aan de verzekerde
goederen wordt veroorzaakt door een natuurramp
zoals bepaald in artikel 124 of een verzekerd gevaar
dat er rechtstreeks uit voortvloeit, inzonderheid brand,
ontploffing met inbegrip van ontploffing van springstof-
fen, en implosie;
b) de schade aan de verzekerde goederen die zou
voortspruiten uit maatregelen die in voornoemd geval
zouden zijn genomen door een bij wet ingesteld gezag
voor de beveiliging en de bescherming van de goederen
en personen, daarbij inbegrepen de overstromingen die
het gevolg zijn van het openzetten of de vernietiging van
sluizen, stuwdammen of dijken, met het doel een even-
tuele overstroming of de uitbreiding ervan te voorkomen.
c) de opruimings- en afbraakkosten nodig voor het
herbouwen of voor de wedersamenstelling van de be-
schadigde verzekerde goederen;
d) voor woningen, de huisvestingskosten gedaan in
de loop van de drie maanden die volgen op het scha-
degeval wanneer de woonlokalen onbewoonbaar zijn
geworden.
De Koning kan bijkomende minimumvoorwaarden
betreffende de waarborg opleggen.
Art. 127
Algemene uitsluitingen
§ 1. Behalve andersluidende uitdrukkelijke bepalin-
gen van de verzekeringsovereenkomst, zijn in principe
van de waarborg bedoeld bij deze onderafdeling uit-
gesloten de niet-binnengehaalde oogsten, de levende
veestapel buiten het gebouw, de bodem, de teelten en
de bosaanplantingen.
§ 2. Kunnen van de waarborg bedoeld bij deze on-
derafdeling worden uitgesloten:
a) de voorwerpen die zich buiten een gebouw bevin-
den, behalve als ze er voorgoed aan vastgemaakt zijn;
b) de constructies die gemakkelijk verplaatsbaar of
uiteen te nemen zijn of die bouwvallig zijn of in afbraak
zijn, en hun eventuele inhoud, behalve indien deze
constructies als hoofdverblijf van de verzekerde dienen;
79
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
c) les abris de jardin, remises, débarras et leur
contenu éventuel, les clôtures et les haies de n’importe
quelle nature, les jardins, plantations, accès et cours,
terrasses, ainsi que les biens à caractère somptuaire
tels que piscines, tennis et golfs;
d) les bâtiments ou parties de bâtiment en cours de
construction, de transformation ou de réparation et leur
contenu éventuel, sauf s’ils sont habités ou normale-
ment habitables;
e) les corps de véhicules terrestres, aériens, mari-
times, lacustres et fl uviaux;
f) les biens transportés;
g) les biens dont la réparation des dommages est
organisée par des lois particulières ou par des conven-
tions internationales;
h) les dommages causés par toute source de rayon-
nements ionisants;
i) le vol, le vandalisme, les dégradations immobilières
et mobilières commises lors d’un vol ou d’une tentative
de vol et les actes de malveillance rendus possibles ou
facilités par un sinistre couvert.
§ 3. Le Roi peut préciser les exclusions visées aux
paragraphes précédents.
Art. 128
Exclusions pour le péril inondation et les
débordements et refoulements d’égouts publics
Peuvent être exclus de la garantie visée par la pré-
sente sous-section mais uniquement en ce qui concerne
le péril inondation et débordements et refoulement
d’égouts publics, les dégâts causés au contenu des
caves entreposé à moins de 10 cm du sol, à l’exception
des installations de chauffage, d’électricité et d’eau qui
y sont fi xés à demeure.
Par cave, l’on entend tout local dont le sol est situé
à plus de 50 cm sous le niveau de l’entrée principale
vers les pièces d’habitation du bâtiment qui le contient,
à l’exception des locaux de cave aménagés de façon
permanente en pièces d’habitation ou pour l’exercice
d’une profession.
c) tuinhuisjes, schuurtjes, berghokken en hun even-
tuele inhoud, afsluitingen en hagen van om het even
welke aard, de tuinen, aanplantingen, toegangen en
binnenplaatsen, terrassen, alsook de luxegoederen
zoals zwembaden, tennis- en golfterreinen;
d) de gebouwen of gedeelten van gebouwen in
opbouw, verbouwing of herstelling en hun eventuele
inhoud, behalve indien zij bewoond of normaal bewoon-
baar zijn;
e) de voertuigen en de lucht-, zee-, meer- en
riviervaartuigen;
f) de vervoerde goederen;
g) de goederen waarvan de herstelling van de schade
wordt georganiseerd door bijzondere wetten of door
internationale overeenkomsten;
h) schade veroorzaakt door elke bron van ioniserende
stralingen;
i) diefstal, vandalisme, onroerende en roerende be-
schadigingen gepleegd bij een diefstal of een poging
tot diefstal en daden van kwaadwilligheid die mogelijk
gemaakt werden of vergemakkelijkt door een verzekerd
schadegeval.
§ 3. De Koning kan de bij de voorgaande paragrafen
bedoelde uitsluitingen nader omschrijven.
Art. 128
Uitsluitingen voor het gevaar overstroming en het
overlopen of de opstuwing van openbare riolen
Uit de door deze onderafdeling bedoelde waarborg,
maar alleen voor het gevaar overstroming en het over-
lopen of de opstuwing van openbare riolen kan worden
uitgesloten, de schade veroorzaakt aan de inhoud van
kelders die op minder dan 10 centimeter van de grond
is opgesteld, met uitzondering van de verwarmings-,
elektriciteits- en waterinstallaties die er blijvend zijn
bevestigd.
Onder een kelder verstaat men elk vertrek waarvan
de grondoppervlakte zich bevindt op meer dan 50
centimeter beneden het niveau van de hoofdingang
die leidt naar de woonvertrekken van het gebouw,
met uitzondering van de kelderlokalen die blijvend als
woonvertrekken of voor de uitoefening van een beroep
zijn ingericht.
80
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 129
Zones à risque
§ 1er. Par zones à risque, l’on entend les endroits
qui ont été ou peuvent être exposés à des inondations
répétitives et importantes.
§ 2. Le Roi détermine, en accord avec les régions, les
critères sur la base desquels celles-ci doivent formuler
leurs propositions en matière de délimitation des zones
à risque.
Le Roi délimite ensuite les zones à risque.
Il ne peut étendre ou réduire les zones à risque qu’en
accord avec les régions. Il fi xe enfi n les modalités de la
publication des zones à risque.
§ 3. Par dérogation à l’article 123, alinéa 3, l’assu-
reur du contrat d’assurance de choses afférent au
péril incendie peut refuser de délivrer une couverture
contre l’inondation lorsqu’il couvre un bâtiment, une
partie de bâtiment ou le contenu d’un bâtiment qui ont
été construits plus de dix-huit mois après la date de
publication au Moniteur belge de l’arrêté royal classant
la zone où ce bâtiment est situé comme zone à risque
conformément au paragraphe 2.
Les biens visés à l’alinéa précédent sont les biens
en cours de construction, de transformation ou de
réparation qui sont défi nitivement clos avec portes et
fenêtres terminées et posées à demeure et qui sont
défi nitivement et entièrement couverts.
Cette dérogation est également applicable aux
extensions au sol des biens existant avant la date de
classement visée à l’alinéa 1er.
Cette dérogation n’est pas applicable aux biens ou
parties de biens qui sont reconstruits ou reconstitués
après un sinistre et qui correspondent à la valeur de
reconstruction ou de reconstitution des biens avant le
sinistre.
§ 4. L’information sur le fait qu’un bien se situe dans
une zone à risques est fournie:
— par le comité d’acquisition ou le notaire, dans l’acte
authentique, en cas d’acte translatif de droit réel sur un
bien immobilier;
Art. 129
Risicozones
§ 1. Onder risicozones verstaat men de plaatsen
die aan terugkerende en belangrijke overstromingen
blootgesteld werden of blootgesteld kunnen worden.
§ 2. De Koning bepaalt, in overeenstemming met de
gewesten de criteria op basis waarvan de gewesten hun
voorstellen inzake de afbakening van de risicozones
dienen te formuleren.
De Koning bakent vervolgens de risicozones af.
De Koning kan de risicozones slechts uitbreiden of
verkleinen in onderling overleg met de gewesten. Hij
bepaalt tenslotte de modaliteiten van de bekendmaking
van de risicozones.
§ 3. In afwijking van artikel 123, derde lid, kan de
verzekeraar van de zaakverzekeringsovereenkomst
met betrekking tot het gevaar brand weigeren dekking
te verlenen tegen de overstroming als hij een gebouw,
een gedeelte van een gebouw of de inhoud van een
gebouw dekt, die werden gebouwd meer dan acht-
tien maanden na de datum van bekendmaking in het
Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit, dat de
zone waarin het gebouw zich bevindt, in overeenstem-
ming met paragraaf 2, als risicozone klasseert.
De goederen bedoeld in het vorig lid zijn de goederen
in opbouw, verbouwing of herstelling, die defi nitief zijn
gesloten met afgewerkte en vast geplaatste deuren en
ramen, en defi nitief en volledig gedekt zijn.
Deze uitzondering is eveneens van toepassing op
de uitbreidingen op de grond van de goederen die
bestonden voor de datum van klassering, bedoeld in
het eerste lid.
Deze uitzondering is niet van toepassing op de goe-
deren of delen van de goederen die werden heropge-
bouwd of wedersamengesteld na een schadegeval en
die overeenstemmen met de waarde van de wederop-
bouw of de wedersamenstelling van de goederen voor
het schadegeval.
§ 4. De informatie over het feit dat een goed in een
risicozone gelegen is, wordt verstrekt:
— door het comité van aankoop of de notaris, in de
authentieke akte, in het geval van akte van overdracht
van een zakelijk recht op een onroerend goed;
81
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— par l’architecte, par écrit dans le contrat, en cas
de construction, restauration ou extension d’un bien
immobilier;
— par le cédant, par écrit dans le contrat, en cas
d’acte translatif de droit réel sur un bien immobilier;
— par le bailleur, par écrit, dans le contrat ou un
document spécifi que, pour les biens immobiliers donnés
en location et érigés postérieurement à la délimitation
des zones à risques;
— par les agents désignés à cette fi n par le Roi;
— par les administrations communales en ce qui
concerne les zones à risque situées sur leur territoire.
Art. 130
Paiement de l’indemnité
§ 1er. Sauf application du paragraphe 2, l’indemnité
est payée selon les dispositions de l’article 121.
Le contrat d’assurance ne peut appliquer, pour les
risques catastrophes naturelles et autres périls excep-
tionnels, une franchise supérieure à 610 euros par
sinistre. Ce montant est lié à l’évolution de l’indice des
prix à la consommation, l’indice de base étant celui de
décembre 1983, soit 119,64 (Base 1981 = 100).
§ 2. L’assureur peut limiter le total des indemnités qu’il
devra payer lors de la survenance d’une catastrophe
naturelle au montant le moins élevé de ceux obtenus
en appliquant les formules suivantes:
a) (0,45 x P + 0,05 x S) avec un minimum de
2 000 000 euros;
b) (1,05 x 0,45 x P) avec un minimum de 2 000 000
euros;
où:
P est l’encaissement des primes et accessoires, hors
frais d’acquisition et commissions, pour les garanties
incendie et périls connexes plus électricité des risques
simples visés à l’article 121, § 2, encaissement réalisé
par l’assureur au cours de l’exercice comptable précé-
dant le sinistre;
— door de architect, schriftelijk in de overeenkomst,
in het geval van bouw, restauratie of uitbreiding van een
onroerend goed;
— door de overdrager, schriftelijk in de overeenkomst,
in geval van akte van overdracht van een zakelijk recht
op een onroerend goed;
— door de verhuurder, schriftelijk in de overeenkomst
of in een bijzonder document, voor de in verhuur gege-
ven onroerende goederen die na de afbakening van de
risicozones werden opgericht;
— door de daartoe door de Koning aangewezen
ambtenaren;
— door de gemeentelijke administraties, wat betreft
de risicozone’s die zich op hun grondgebied bevinden.
Art. 130
Betaling van de vergoeding
§ 1. Behoudens toepassing van paragraaf 2, wordt
de vergoeding betaald volgens de bepalingen van
artikel 121.
De verzekeringsovereenkomst mag voor de risico’s
natuurrampen en andere uitzonderlijke gevaren geen
hogere vrijstelling toepassen dan 610 euro per scha-
degeval. Dit bedrag is gekoppeld aan de ontwikkeling
van het indexcijfer der consumptieprijzen met als ba-
sisindexcijfer dat van december 1983, namelijk 119,64
(Basis 1981 = 100).
§ 2.De verzekeraar mag het totaal van de vergoe-
dingen die hij zal moeten betalen bij een natuurramp,
beperken tot het laagste bedrag van die welke door
toepassing van de volgende formules worden verkregen:
a) (0,45 x P + 0,05 x S) met een minimum van
2 000 000 euro;
b) (1,05 x 0,45 x P) met een minimum van 2 000 000
euro;
waar:
P het incasso is van de premies en bijkomende
kosten, zonder commissie en acquisitiekosten voor de
waarborgen brand en aanverwante gevaren plus elek-
triciteit van de eenvoudige risico’s, bedoeld in artikel
121, § 2, incasso dat door de verzekeraar gerealiseerd
werd gedurende het boekjaar voorafgaand aan het
schadegeval;
82
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
S est le montant des indemnités dues par l’assureur
pour une catastrophe naturelle autre qu’un tremblement
de terre excédant le montant de 0,45 x P.
Dans le cas d’un tremblement de terre, l’assureur
peut limiter le total des indemnités qu’il devra payer au
montant le moins élevé de ceux obtenus en appliquant
les formules suivantes:
a) (1,20 x P + 0,05 x S’) avec un minimum de
2 000 000 euros;
b) (1,05 x 1,20 x P) avec un minimum de 2 000 000
euros;
où:
P est l’encaissement des primes et accessoires, hors
frais d’acquisition et commissions, pour les garanties
incendie et périls connexes plus électricité des risques
simples visés à l’article 121, § 2, encaissement réalisé
par l’assureur au cours de l’exercice comptable précé-
dant le sinistre;
S’ est le montant des indemnités dues par l’assureur
pour un tremblement de terre excédant 1,20 x P.
Le montant de 2 000 000 euros, visé dans le présent
paragraphe, est indexé conformément à la prescription
de l’article 19, § 3, de l’arrêté royal du 22 février 1991
portant règlement général relatif au contrôle des entre-
prises d’assurances et publié par la Banque.
§ 3. Lorsqu’un assureur applique les dispositions
du paragraphe précédent, l’indemnité qu’il doit payer
en vertu de chacun des contrats d’assurance qu’il a
conclu, est réduite à due concurrence lorsque les limites
prescrites à l’article 34-3, alinéa 3, de la loi du 12 juil-
let 1976 relative à la réparation de certains dommages
causés à des biens privés par des calamités naturelles
sont dépassées.
Art. 131
Bureau de tarifi cation
§ 1er. En vue d’assurer la couverture des risques
visés par la présente sous-section, le Roi met en place
un Bureau de tarifi cation qui a pour mission de préciser
les conditions tarifaires pour les risques qui ne trouvent
pas de couverture. Sauf dans les cas visés à l’article
129, § 3, tout candidat preneur d’assurance a accès aux
S het bedrag is van de vergoedingen te betalen door
de verzekeraar voor een natuurramp anders dan een
aardbeving dat 0,45 x P overschrijdt.
In het geval van een aardbeving mag de verzekeraar
het totaal van de vergoedingen die hij zal moeten beta-
len beperken tot het laagste bedrag van die welke door
toepassing van de volgende formules worden verkregen:
a) (1,20 x P + 0,05 x S’) met een minimum van
2 000 000 euro;
b) (1,05 x 1,20 x P) met een minimum van 2 000 000
euro;
waar:
P is het incasso van de premies en bijkomende
kosten, zonder commissie en acquisitiekosten voor de
waarborgen brand en aanverwante gevaren plus elek-
triciteit van de eenvoudige risico’s, bedoeld in artikel
121, § 2, incasso dat door de verzekeraar gerealiseerd
werd gedurende het boekjaar voorafgaand aan het
schadegeval;
S’ het bedrag is van de vergoedingen te betalen
door de verzekeraar voor een aardbeving dat 1,20 x P
overschrijdt.
Het bedrag van 2 000 000 euro, bedoeld bij deze
paragraaf wordt geïndexeerd overeenkomstig het voor-
schrift van artikel 19, § 3, van het koninklijk besluit van
22 februari 1991 houdende algemeen reglement betref-
fende de controle op de verzekeringsondernemingen en
door de Bank bekendgemaakt.
§ 3. Indien een verzekeraar de bepalingen van vo-
rige paragraaf toepast, wordt de vergoeding, door hem
verschuldigd uit hoofde van elke door hem gesloten
verzekeringsovereenkomst, evenredig verminderd wan-
neer de limieten voorgeschreven door artikel 34-3, derde
lid, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel
van zekere schade veroorzaakt aan private goederen
door natuurrampen overschreden worden.
Art. 131
Tariferingsbureau
§ 1. Teneinde de dekking van de door deze onderaf-
deling bedoelde risico’s te verzekeren, richt de Koning
een Tariferingsbureau op met als opdracht de tariefvoor-
waarden vast te stellen voor de risico’s die geen dekking
vinden. Behoudens de gevallen bedoeld in artikel 129,
§ 3, heeft elke kandidaat-verzekeringnemer toegang tot
83
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
conditions tarifaires du Bureau de tarifi cation conformé-
ment à ce qui est prévu au paragraphe 2.
Le Roi fi xe la date d’entrée en vigueur du Bureau.
Le Bureau de tarifi cation n’est pas considéré comme
un intermédiaire d’assurances au sens de l’article 5, 20°.
§ 2. L’assureur, qui refuse un candidat preneur
d’assurance ou qui propose une prime ou une fran-
chise qui excède les conditions tarifaires du Bureau,
doit communiquer d’initiative aux candidats preneurs
d’assurance les conditions tarifaires du Bureau de tari-
fi cation et informer simultanément le candidat preneur
d’assurance qu’il peut éventuellement s’adresser à un
autre assureur.
§ 3. Le Bureau se compose de quatre membres
représentant les entreprises d’assurances et quatre
membres représentant les consommateurs, nommés
par le Roi pour un terme de six ans.
Les membres du Bureau sont choisis sur une liste
double présentée par les associations profession-
nelles des entreprises d’assurances et par les asso-
ciations susceptibles de représenter les intérêts des
consommateurs.
Le Roi nomme, pour un terme de six ans, un président
n’appartenant pas aux catégories précédentes.
Le Roi fi xe les indemnités auxquelles le président et
les membres du bureau de tarifi cation ont droit.
Le Roi désigne également pour chaque membre un
suppléant. Les suppléants sont choisis de la même
manière que les membres effectifs.
Le Bureau peut s’adjoindre des experts n’ayant pas
voie délibérative.
Les ministres ayant l’Economie, l’Intérieur et la
Protection de la Consommation dans leurs attributions
peuvent déléguer un observateur auprès du Bureau.
A moins que le Roi n’en décide autrement, le Bureau
exerce ses activités dans le cadre de la Caisse nationale
des Calamités visée à l’article 35 de la loi du 12 juil-
let 1976 relative à la réparation de certains dommages
causés à des biens privés par des calamités naturelles,
qui en assure le secrétariat et la gestion journalière.
de tariefvoorwaarden van het Tariferingsbureau over-
eenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.
De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van
het Bureau vast.
Het Tariferingsbureau wordt niet beschouwd als een
verzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 5, 20°.
§ 2. De verzekeraar, die de kandidaat-verzekering-
nemer weigert of die een premie of een vrijstelling
voorstelt die hoger ligt dan de tariefvoorwaarden van
het Bureau, moet de kandidaat-verzekeringnemer op
eigen initiatief informeren over de tariefvoorwaarden van
het Tariferingsbureau en tegelijk melding maken aan de
kandidaat-verzekeringnemer dat deze zich eventueel
kan wenden tot een andere verzekeraar.
§ 3. Het Bureau is samengesteld uit vier leden die
de verzekeringsondernemingen vertegenwoordigen en
uit vier leden die de consumenten vertegenwoordigen,
benoemd door de Koning voor een termijn van zes jaar.
De leden van het Bureau worden gekozen uit een
dubbele lijst, voorgesteld door de beroepsverenigingen
van de verzekeringsondernemingen en door de vereni-
gingen die in aanmerking komen om de belangen van
de consumenten te vertegenwoordigen.
De Koning benoemt, voor een periode van zes jaar,
een voorzitter die niet bij de vorige categorieën hoort.
De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de
voorzitter en de leden van het tariferingsbureau recht
hebben.
De Koning wijst eveneens voor ieder lid een plaats-
vervanger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde
manier gekozen als de effectieve leden.
Het Bureau kan er deskundigen bij nemen die niet
stemgerechtigd zijn.
De ministers bevoegd voor Economie, Binnenlandse
Zaken en Consumentenzaken kunnen een waarnemer
naar het Bureau afvaardigen.
Tenzij de Koning er anders over beslist, oefent het
Bureau zijn activiteiten uit bij de Nationale Kas voor
Rampenschade, bedoeld bij artikel 35 van de wet van
12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade
veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen,
die er het secretariaat en het dagelijks beheer van
waarneemt.
84
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 4. Le Roi détermine les conditions de fonctionne-
ment du Bureau et les obligations des assureurs.
§ 5. Les risques de catastrophes naturelles tarifés
aux conditions du Bureau sont assurés par l’ensemble
des assureurs pratiquant l’assurance incendie risques
simples en Belgique. La gestion de ces risques est assu-
mée par l’assureur du contrat d’assurance de choses
afférant au péril incendie risque simple du preneur
d’assurance ou, à défaut, par un autre assureur choisi
par le candidat preneur d’assurance dans cet ensemble
d’assureurs qui couvrent les risques simples en incendie
en Belgique. Le résultat de cette gestion ainsi que les
frais de fonctionnement du Bureau sont répartis entre
les assureurs pratiquant l’assurance incendie risques
simples en Belgique.
§ 6. Le Bureau fait annuellement rapport de son
fonctionnement. Ce rapport comprend notamment une
analyse des conditions tarifaires appliquées par les
assureurs. Il est transmis sans délai aux Chambres
législatives fédérales.
Art. 132
Caisse de Compensation des Catastrophes
naturelles
§ 1er. Le Roi agrée, aux conditions qu’Il détermine,
une Caisse de Compensation des Catastrophes natu-
relles, ci-après dénommée Caisse de Compensation,
qui a pour mission de fi xer la clé de répartition de la
charge des sinistres dont les risques ont été tarifés
aux conditions du Bureau, entre tous les assureurs qui
offrent en Belgique l’assurance des risques simples
en incendie.
Le Roi peut en outre confier à la Caisse de
Compensation, dans le cadre de la couverture des
catastrophes naturelles, une mission de coordination
entre un assureur et la Caisse nationale des Calamités.
§ 2. Le Roi approuve les statuts et réglemente le
contrôle des activités de la Caisse de Compensation. Il
indique les actes qui doivent faire l’objet d’une publica-
tion au Moniteur belge. Au besoin, le Roi crée la Caisse
de Compensation.
§ 3. Les assureurs qui pratiquent en Belgique l’assu-
rance des risques simples en incendie sont solidaire-
ment tenus d’effectuer, à la Caisse de Compensation,
les versements nécessaires pour l’accomplissement
de sa mission et pour en supporter les frais de
fonctionnement.
§ 4. De Koning legt de voorwaarden vast van de
werking van het Bureau en de verplichtingen van de
verzekeraars.
§ 5. De aan de voorwaarden van het Bureau geta-
rifeerde natuurrampenrisico’s worden verzekerd door
al de verzekeraars die in België de verzekering van
de eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden. Het
beheer van deze risico’s wordt waargenomen door de
zaakschadeverzekeraar eenvoudig risico brand van de
verzekeringnemer of, bij gebreke daaraan, door een
andere door de kandidaat-verzekeringnemer gekozen
verzekeraar uit het geheel van de verzekeraars die in
België de verzekering van de eenvoudige risico’s tegen
brand aanbieden. Het resultaat van dit beheer alsmede
de werkingskosten van het Bureau worden omgeslagen
over de verzekeraars die in België de verzekering van
de eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden.
§ 6. Het Bureau maakt jaarlijks een verslag over zijn
werking. Dit verslag bevat onder meer een analyse van
de door de verzekeraars toegepaste tariefvoorwaarden
en wordt onverwijld overgezonden aan de Federale
Wetgevende Kamers.
Art. 132
Compensatiekas natuurrampen
§ 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij
bepaalt, een Compensatiekas Natuurrampen, hierna
Compensatiekas genoemd, met als opdracht de ver-
deelsleutel vast te stellen die toelaat de schadelast van
de aan de voorwaarden van het Bureau getarifeerde
risico’s te verdelen tussen al de verzekeraars die in
België de verzekering van de eenvoudige risico’s tegen
brand aanbieden.
Bovendien kan de Koning aan de Compensatiekas
in het raam van de dekking van natuurrampen een
opdracht tot coördinatie tussen een verzekeraar en de
Nationale Kas voor Rampenschade toevertrouwen.
§ 2. De Koning keurt de statuten goed en reglemen-
teert de controle op de activiteit van de Compensatiekas.
Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch
Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig
stelt de Koning de Compensatiekas in.
§ 3. De verzekeraars die in België de verzekering
van de eenvoudige risico’s tegen brand aanbieden,
zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de
stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van
haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen.
85
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Si la Caisse de Compensation est créée par le Roi,
un arrêté royal fi xe chaque année les règles de calcul
des versements à effectuer par les assureurs.
§ 4. L’agrément est retiré si la Caisse de Compensation
n’agit pas conformément aux lois, aux règlements ou
à ses statuts.
Dans ce cas, le Roi peut prendre toutes mesures
propres à sauvegarder les droits des preneurs d’assu-
rance, des assurés et des personnes lésées.
La Caisse de Compensation reste soumise au
contrôle pendant la durée de la liquidation.
Le Roi nomme un liquidateur spécial chargé de cette
liquidation.
Sous-section 3
L’assurance des récoltes
Art. 133
Résiliation après sinistre
Par dérogation à l’article 86, lorsque en matière d’as-
surance des récoltes, l’assureur s’est réservé le droit
de résilier le contrat après la survenance d’un sinistre,
cette résiliation ne peut avoir d’effet qu’à l’expiration de
la période normale des récoltes.
Sous-section 4
L’assurance-crédit et l’assurance-caution
Art. 134
Champ d’application
La présente sous-section s’applique aux contrats
d’assurance qui ont pour objet de garantir l’assuré
contre les risques de non-paiement de créances et
contre les autres risques qui y sont assimilables et qui
sont déterminés par le Roi.
Art. 135
Dispositions légales inapplicables ou supplétives
Les articles 57, 60, 81, 85, 86, 87, 90 et 95 ne sont pas
applicables à l’assurance-crédit et à l’assurance-caution.
Indien de Compensatiekas door de Koning is in-
gesteld, legt een koninklijk besluit jaarlijks de regels
vast voor het berekenen van de stortingen die door de
verzekeraars moeten worden gedaan.
§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de
Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wet-
ten, reglementen of haar statuten.
In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen
nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekering-
nemers, de verzekerden en de benadeelden.
Zolang de vereffening duurt blijft de Compensatiekas
aan de controle onderworpen.
De Koning benoemt voor deze vereffening een bij-
zonder vereffenaar.
Onderafdeling 3
Oogstverzekering
Art. 133
Opzegging na schadegeval
In afwijking van artikel 86 wanneer de verzekeraar
zich inzake oogstverzekering het recht heeft voorbehou-
den de verzekering na een schadegeval op te zeggen,
heeft deze opzegging eerst gevolg na het verstrijken
van de normale oogstperiode.
Onderafdeling 4
Krediet- en borgverzekering
Art. 134
Toepassingsgebied
Deze onderafdeling is toepasselijk op de verzeke-
ringsovereenkomsten tegen niet-betaling aan de verze-
kerde van schuldvorderingen, alsook tegen de andere
risico’s die daarmee kunnen gelijkgesteld worden en
die door de Koning worden bepaald.
Art. 135
Niet-toepasselijke of aanvullende wetsbepalingen
De artikelen 57, 60, 81, 85, 86, 87, 90 en 95 zijn niet
van toepassing op de kredietverzekering en op de
borgtochtverzekering.
86
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Les articles 66, alinéas 2 et 3, et 80 sont sup-
plétifs en ce qui concerne l’assurance-crédit et
l’assurance-caution.
Art. 136
Exclusions
La présente partie n’est pas applicable:
1° à l’assurance-crédit et à l’assurance-caution qui
garantissent des créances sur l’étranger;
2° aux assurances qui relèvent de l’Office national du
Ducroire et que celui-ci délivre directement ou indirec-
tement pour le compte ou avec la garantie de l’État en
exécution de la loi du 31 août 1939 sur l’Office national
du Ducroire.
Art. 137
Refus défi nitif de la garantie
Par dérogation aux articles 71, alinéa 2, et 72, lorsque
le preneur d’assurance n’effectue pas le paiement
des primes échues dans le mois de la sommation de
payer, l’assureur a la faculté de refuser défi nitivement
sa garantie; dans ce cas, le preneur d’assurance reste
tenu du paiement des primes échues.
Art. 138
Omission ou inexactitude non intentionnelles
dans la déclaration du risque et aggravation du
risque
Sauf clause contraire, les règles suivantes
s’appliquent:
§ 1er. Lorsque l’omission ou l’inexactitude dans la
déclaration ne sont pas intentionnelles, l’assureur peut
réduire sa prestation dans le rapport entre la prime
payée et la prime que le preneur d’assurance aurait
dû payer s’il avait régulièrement déclaré le risque.
L’assureur peut néanmoins décliner sa garantie s’il
établit qu’il n’aurait en aucun cas assuré le risque réel.
Dans ce cas, il restitue la prime.
Si une circonstance inconnue des deux parties lors
de la conclusion du contrat vient à être connue en
cours d’exécution de celui-ci, il sera fait application
De artikelen 66, tweede en derde lid, en 80 zijn aan-
vullend wat de krediet- en borgtochtverzekering betreft.
Art. 136
Uitsluitingen
Dit deel is niet toepasselijk op:
1° de kredietverzekering en de borgtochtverzekering
tot dekking van schuldvorderingen op het buitenland;
2° de verzekeringen die behoren tot de bevoegdheid
van de Nationale Delcrederedienst en die deze dienst
rechtstreeks of onrechtstreeks verleent voor rekening
of met waarborg van de Staat bij toepassing van de wet
van 31 augustus 1939 op de Nationale Delcrederedienst.
Art. 137
Defi nitieve weigering van de dekking
In afwijking van de artikelen 71, tweede lid en 72,
kan de verzekeraar defi nitief dekking weigeren wanneer
de verzekeringnemer een maand na de aanmaning tot
betaling de achterstallige premies niet heeft betaald; in
dat geval is de verzekeringnemer nog tot betaling van
de achterstallige premies gehouden.
Art. 138
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist
meedelen van gegevens bij de aangifte van het
risico en verzwaring van het risico
Tenzij anders is bedongen, geldt:
§ 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meede-
len van gegevens niet opzettelijk geschiedt, kan de
verzekeraar zijn prestatie verminderen op basis van de
verhouding tussen de betaalde premie en de premie
die de verzekeringnemer zou hebben moeten betalen
indien hij het risico naar behoren had opgegeven. De
verzekeraar kan niettemin zijn waarborg weigeren zo
hij bewijst dat hij in geen enkel geval het werkelijke
risico zou verzekerd hebben. In dat geval betaalt hij de
premie terug.
Wanneer in de loop van een verzekering een omstan-
digheid bekend wordt die beide partijen op het ogenblik
van het sluiten van de overeenkomst onbekend was,
87
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
du paragraphe 2 si ladite circonstance constitue une
aggravation du risque assuré.
§ 2. Lorsque, au cours de l’exécution d’un contrat,
le risque de survenance d’un événement assuré s’est
aggravé, le preneur d’assurance doit en faire immédia-
tement la déclaration à l’assureur.
Si un sinistre survient et que le preneur d’assurance
ait omis, dans une intention frauduleuse, de déclarer
l’aggravation, l’assureur a le droit de décliner toute
garantie et de conserver la prime.
Si le preneur d’assurance est de bonne foi, l’assureur
peut réduire sa prestation selon le rapport entre la prime
payée et la prime que le preneur d’assurance aurait dû
payer si l’aggravation avait été prise en considération.
L’assureur peut néanmoins décliner sa garantie s’il éta-
blit qu’il n’aurait en aucun cas assuré le risque aggravé.
Dans ce cas, il restitue la prime.
Art. 139
Recours de l’assureur
Tous les droits et actions de l’assuré relatifs à la
créance faisant l’objet de l’assurance sont transférés
à l’assureur qui a indemnisé, même partiellement,
l’assuré.
Les articles 1689 à 1701 et 2075 du Code civil ne
sont pas applicables au transfert de droits et d’actions
visé à l’alinéa 1er.
Sauf convention contraire, toutes les sommes récu-
pérées après sinistre sont réparties entre l’assureur et
l’assuré proportionnellement à leurs parts respectives
dans la perte.
Si, par le fait de l’assuré, le transfert ne peut plus
produire ses effets en faveur de l’assureur, celui-ci peut
lui réclamer la restitution de l’indemnité versée dans la
mesure du préjudice subi.
wordt paragraaf 2 toegepast zo deze omstandigheid een
verzwaring van het verzekerde risico uitmaakt.
§ 2. Wanneer in de loop van de uitvoering van de
overeenkomst het risico dat het verzekerde voorval zich
voordoet, is verzwaard, moet de verzekeringnemer daar-
van onmiddellijk mededeling doen aan de verzekeraar.
Indien zich een schadegeval voordoet en de verze-
keringnemer met bedrieglijk opzet verzuimd heeft van
de verzwaring kennis te geven, is de verzekeraar niet
tot prestatie gehouden en heeft hij het recht de premie
te behouden.
Indien de verzekeringnemer te goeder trouw is, kan
de verzekeraar zijn uitkering verminderen naar de ver-
houding tussen de betaalde premie en de premie die
de verzekeringnemer had moeten betalen indien de ver-
zwaring in aanmerking was genomen. De verzekeraar
kan niettemin zijn waarborg weigeren zo hij bewijst dat
hij in geen enkel geval het verzwaarde risico zou ver-
zekerd hebben. In dat geval betaalt hij de premie terug.
Art. 139
Verhaalrecht van de verzekeraar
Alle rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde
betreffende de schuldvordering, die het voorwerp uit-
maakt van de verzekering, gaan over op de verzekeraar
die de verzekerde, zelfs gedeeltelijk, schadeloos heeft
gesteld.
De artikelen 1689 tot 1701 en 2075 van het Burgerlijk
Wetboek zijn niet van toepassing op de overgang van
rechten en rechtsvorderingen bedoeld in het eerste lid.
Tenzij anders is bedongen, worden alle sommen die
na schadegeval zijn ingevorderd, verdeeld tussen de
verzekeraar en de verzekerde naar verhouding van hun
aandeel in het verlies.
Indien de overdracht door het toedoen van de ver-
zekerde geen gevolg kan hebben ten voordele van de
verzekeraar, kan deze hem de terugbetaling vorderen
van de betaalde schadevergoeding in de mate waarin
hij een nadeel heeft ondergaan.
88
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 140
Cession des droits et obligations découlant du
contrat
La cession à un tiers des droits et obligations décou-
lant d’un contrat d’assurance-crédit ou d’assurance-
caution n’est opposable à l’assureur que si celui-ci a
donné son consentement par écrit.
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de la responsabilité
Art. 141
Champ d’application
Le présent chapitre est applicable aux contrats d’as-
surance qui ont pour objet de garantir l’assuré contre
toute demande en réparation fondée sur la survenance
du dommage prévu au contrat, et de tenir, dans les
limites de la garantie, son patrimoine indemne de toute
dette résultant d’une responsabilité établie.
Art. 142
Obligations de l’assureur postérieures à
l’expiration du contrat
§ 1er. La garantie d’assurance porte sur le dommage
survenu pendant la durée du contrat et s’étend aux
réclamations formulées après la fi n de ce contrat.
§ 2. Pour les branches de la responsabilité civile
générale, autres que la responsabilité civile afférente
aux véhicules automoteurs, que le Roi détermine, les
parties peuvent convenir que la garantie d’assurance
porte uniquement sur les demandes en réparation for-
mulées par écrit à l’encontre de l’assuré ou de l’assureur
pendant la durée du contrat pour un dommage survenu
pendant cette même durée.
Dans ce cas, sont également prises en considéra-
tion, à condition qu’elles soient formulées par écrit à
l’encontre de l’assuré ou de l’assureur dans un délai
de trente-six mois à compter de la fi n du contrat, les
demandes en réparation qui se rapportent:
Art. 140
Overdracht van de uit de overeenkomst
voortvloeiende rechten en verplichtingen
De overdracht aan een derde van de rechten en
verplichtingen die uit een overeenkomst van krediet- of
borgtochtverzekering voortvloeien, kan aan de verze-
keraar slechts worden tegengeworpen indien deze zijn
schriftelijke toestemming heeft gegeven.
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheidsverzekeringen
Art. 141
Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de verzekerings-
overeenkomsten die ertoe strekken de verzekerde
dekking te geven tegen alle vorderingen tot vergoeding
wegens het voorvallen van de schade die in de over-
eenkomst is beschreven, en zijn vermogen binnen de
grenzen van de dekking te vrijwaren tegen alle schulden
uit een vaststaande aansprakelijkheid.
Art. 142
Verplichtingen van de verzekeraar na het einde
van de overeenkomst
§ 1. De verzekeringswaarborg slaat op de schade
voorgevallen tijdens de duur van de overeenkomst en
strekt zich uit tot vorderingen die na het einde van deze
overeenkomst worden ingediend.
§ 2. Voor de takken die deel uitmaken van de alge-
mene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, andere dan
de burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motor-
rijtuigen, die door de Koning worden bepaald, kunnen
de partijen overeenkomen dat de verzekeringswaarborg
alleen slaat op de vorderingen die schriftelijk worden
ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeraar tijdens
de duur van de overeenkomst voor schade voorgevallen
tijdens diezelfde duur.
In dat geval worden ook in aanmerking genomen, op
voorwaarde dat ze schriftelijk worden ingesteld tegen de
verzekerde of de verzekeraar binnen zesendertig maan-
den te rekenen van het einde van de overeenkomst, de
vorderingen tot vergoeding die betrekking hebben op:
89
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— à un dommage survenu pendant la durée de ce
contrat si, à la fi n de ce contrat, le risque n’est pas
couvert par un autre assureur;
— à des actes ou des faits pouvant donner lieu à un
dommage, survenus et déclarés à l’assureur pendant
la durée de ce contrat.
Art. 143
Direction du litige
A partir du moment où la garantie de l’assureur
est due, et pour autant qu’il y soit fait appel, celui-ci a
l’obligation de prendre fait et cause pour l’assuré dans
les limites de la garantie.
En ce qui concerne les intérêts civils, et dans la
mesure où les intérêts de l’assureur et de l’assuré
coïncident, l’assureur a le droit de combattre, à la place
de l’assuré, la réclamation de la personne lésée. Il peut
indemniser cette dernière s’il y a lieu.
Ces interventions de l’assureur n’impliquent aucune
reconnaissance de responsabilité dans le chef de
l’assuré et ne peuvent lui causer préjudice.
Art. 144
Transmission des pièces
Tout acte judiciaire ou extra-judiciaire relatif à un
sinistre doit être transmis à l’assureur dès sa notifi cation,
sa signifi cation ou sa remise à l’assuré, sous peine, en
cas de négligence, de tous dommages et intérêts dus à
l’assureur en réparation du préjudice qu’il a subi.
Art. 145
Défaut de comparaître
Lorsque par négligence l’assuré ne comparaît pas
ou ne se soumet pas à une mesure d’instruction ordon-
née par le tribunal, il doit réparer le préjudice subi par
l’assureur.
— schade die zich tijdens de duur van deze over-
eenkomst heeft voorgedaan indien bij het einde van
deze overeenkomst het risico niet door een andere
verzekeraar is gedekt;
— daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot
schade, die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn
voorgevallen en aan de verzekeraar zijn aangegeven.
Art. 143
Leiding van het geschil
Vanaf het ogenblik dat de verzekeraar tot het geven
van dekking is gehouden en voor zover deze wordt in-
geroepen, is hij verplicht zich achter de verzekerde te
stellen binnen de grenzen van de dekking.
Ten aanzien van de burgerrechtelijke belangen en
in zover de belangen van de verzekeraar en van de
verzekerde samenvallen, heeft de verzekeraar het
recht om, in de plaats van de verzekerde, de vordering
van de benadeelde te bestrijden. Hij kan deze laatste
vergoeden indien daartoe grond bestaat.
De tussenkomsten van de verzekeraar houden geen
enkele erkenning in van aansprakelijkheid vanwege
de verzekerde en zij mogen hem ook geen nadeel
berokkenen.
Art. 144
Overdracht van de stukken
Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken be-
treffende een schadegeval moeten onmiddellijk na de
kennisgeving, de betekening of de terhandstelling aan
de verzekerde, overgezonden worden aan de verzeke-
raar, bij verzuim waarvan de verzekerde de verzekeraar
moet vergoeden voor de schade die deze geleden heeft.
Art. 145
Niet-verschijning
Wanneer de verzekerde bij verzuim niet verschijnt
of zich niet onderwerpt aan een door de rechtbank be-
volen onderzoeksmaatregel, moet hij de schade die de
verzekeraar zou hebben geleden, vergoeden.
90
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 146
Paiement par l’assureur du principal, des intérêts
et des frais
A concurrence de la garantie, l’assureur paie l’indem-
nité due en principal.
L’assureur paie, même au-delà des limites de la
garantie, les intérêts afférents à l’indemnité due en
principal.
L’assureur paie, même au-delà des limites de la
garantie, les frais afférents aux actions civiles ainsi que
les honoraires et les frais des avocats et des experts,
mais seulement dans la mesure où ces frais ont été
exposés par lui ou avec son accord ou, en cas de
confl it d’intérêts qui ne soit pas imputable à l’assuré,
pour autant que ces frais n’aient pas été engagés de
manière déraisonnable.
Le Roi peut, pour les risques couverts dans les
contrats d’assurance de la responsabilité autre que
celle visée par la loi du 21 novembre 1989 relative à
l’assurance obligatoire de la responsabilité en matière
de véhicules automoteurs, limiter les intérêts et frais
visés aux alinéas 2 et 3.
Art. 147
Libre disposition de l’indemnité
La personne lésée dispose librement de l’indemnité
due par l’assureur. Le montant de cette indemnité ne
peut varier en fonction de l’usage qu’en fera la personne
lésée.
Art. 148
Quittance pour solde de compte
Une quittance pour solde de compte partiel ou pour
solde de tout compte n’implique pas que la personne
lésée renonce à ses droits.
Une quittance pour solde de tout compte doit men-
tionner les éléments du dommage sur lesquels porte
ce compte.
Art. 146
Betaling door de verzekeraar van de hoofdsom,
de intrest en de kosten
De verzekeraar betaalt de in hoofdsom verschuldigde
schadevergoeding ten belope van de dekking.
De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkings-
grenzen, de intrest op de in hoofdsom verschuldigde
schadevergoeding.
De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkingsgren-
zen, de kosten betreffende burgerlijke rechtsvorderin-
gen, alsook de honoraria en de kosten van de advocaten
en de deskundigen, maar alleen in zover die kosten door
hem of met zijn toestemming zijn gemaakt of, in geval
van belangenconfl ict dat niet te wijten is aan de verze-
kerde, voor zover die kosten niet onredelijk zijn gemaakt.
Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere
dan die bedoeld in de wet van 21 november 1989 be-
treffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen, kan de Koning de intresten en de
kosten bedoeld in het tweede en het derde lid beperken.
Art. 147
Vrije beschikking over de schadevergoeding
De benadeelde beschikt vrij over de door de verzeke-
raar verschuldigde schadevergoeding. Het bedrag van
de schadevergoeding mag niet verschillen naar gelang
van het gebruik dat de benadeelde ervan zal maken.
Art. 148
Kwitantie ter afrekening
Elke kwitantie voor een gedeeltelijke afrekening of ter
fi nale afrekening betekent voor de benadeelde niet dat
hij van zijn rechten afziet.
Een kwitantie ter fi nale afrekening moet de elementen
van de schade vermelden waarop die afrekening slaat.
91
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 149
Indemnisation par l’assuré
L’indemnisation ou la promesse d’indemnisation de
la personne lésée faite par l’assuré sans l’accord de
l’assureur n’est pas opposable a ce dernier.
L’aveu de la matérialité d’un fait ou la prise en charge
par l’assuré des premiers secours pécuniaires et des
soins médicaux immédiats ne peuvent constituer une
cause de refus de garantie par l’assureur.
Art. 150
Droit propre de la personne lésée
L’assurance fait naître au profi t de la personne lésée
un droit propre contre l’assureur.
L’indemnité due par l’assureur est acquise à la per-
sonne lésée, à l’exclusion des autres créanciers de
l’assuré.
S’il y a plusieurs personnes lésées et si le total des
indemnités dues excède la somme assurée, les droits
des personnes lésées contre l’assureur sont réduits
proportionnellement jusqu’à concurrence de cette
somme. Cependant, l’assureur qui a versé de bonne
foi à une personne lésée une somme supérieure à
la part lui revenant, parce qu’il ignorait l’existence
d’autres prétentions, ne demeure tenu envers les autres
personnes lésées qu’à concurrence du restant de la
somme assurée.
Art. 151
Opposabilité des exceptions, nullités et
déchéances
§ 1er. Dans les assurances obligatoires de la res-
ponsabilité civile, les exceptions, franchises, nullités
et déchéances dérivant de la loi ou du contrat, et trou-
vant leur cause dans un fait antérieur ou postérieur au
sinistre, sont inopposables à la personne lésée.
Sont toutefois opposables à la personne lésée
l’annulation, la résiliation, l’expiration ou la suspension
du contrat, intervenues avant la survenance du sinistre.
Art. 149
Schadeloosstelling door de verzekerde
Wanneer de verzekerde de benadeelde heeft vergoed
of hem een vergoeding heeft toegezegd, zonder de
toestemming van de verzekeraar, kan zulks tegen deze
laatste niet worden ingeroepen.
Het erkennen van feiten of het verstrekken van eerste
geldelijke of medische hulp door de verzekerde kunnen
voor de verzekeraar geen grond opleveren om zijn dek-
king te weigeren.
Art. 150
Eigen recht van de benadeelde
De verzekering geeft de benadeelde een eigen recht
tegen de verzekeraar.
De door de verzekeraar verschuldigde schadevergoe-
ding komt toe aan de benadeelde, met uitsluiting van de
overige schuldeisers van de verzekerde.
Indien er meer dan één benadeelde is en het totaal
bedrag van de verschuldigde schadeloosstellingen de
verzekerde som overschrijdt, worden de rechten van de
benadeelden tegen de verzekeraar naar evenredigheid
verminderd ten belope van deze som. Niettemin blijft de
verzekeraar die, onbekend met het bestaan van vorde-
ringen van andere benadeelden, te goeder trouw aan
een benadeelde een groter bedrag dan het aan deze
toekomende deel heeft uitgekeerd, jegens die anderen
slechts gehouden tot het beloop van het overblijvende
gedeelte van de verzekerde som.
Art. 151
Tegenstelbaarheid van de excepties, nietigheid en
verval van recht
§ 1. Bij de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijk-
heidsverzekeringen kunnen de excepties, vrijstellingen,
de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend
uit de wet of de overeenkomst en die hun oorzaak
vinden in een feit dat zich voor of na het schadegeval
heeft voorgedaan, aan de benadeelde niet worden
tegengeworpen.
Indien de nietigverklaring, de opzegging, de beëin-
diging of de schorsing van de overeenkomst geschied
is voordat het schadegeval zich heeft voorgedaan, kan
zij echter aan de benadeelde worden tegengeworpen.
92
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Pour les autres catégories d’assurances de la
responsabilité civile, l’assureur ne peut opposer à la per-
sonne lésée que les exceptions, nullités et déchéances
dérivant de la loi ou du contrat et trouvant leur cause
dans un fait antérieur au sinistre.
Le Roi peut cependant étendre le champ d’application
du paragraphe 1er aux catégories d’assurances de la
responsabilité civile non obligatoires qu’Il détermine.
Art. 152
Droit de recours de l’assureur contre le preneur
d’assurance
L’assureur peut se réserver un droit de recours contre
le preneur d’assurance et, s’il y a lieu, contre l’assuré
autre que le preneur d’assurance à concurrence de la
part de responsabilité leur incombant personnellement,
dans la mesure où il aurait pu refuser ou réduire ses
prestations d’après la loi ou le contrat d’assurance.
Sous peine de perdre son droit de recours, l’assureur
a l’obligation de notifi er au preneur d’assurance, s’il y
a lieu, à l’assuré autre que le preneur d’assurance, son
intention d’exercer un recours aussitôt qu’il a connais-
sance des faits justifi ant cette décision.
Le Roi peut limiter le recours dans les cas et dans la
mesure qu’Il détermine.
Art. 153
Interventions dans la procédure
§ 1er. Aucun jugement n’est opposable à l’assureur, à
l’assuré ou à la personne lésée que s’ils ont été présents
ou appelés à l’instance.
Toutefois, le jugement rendu dans une instance entre
la personne lésée et l’assuré est opposable à l’assu-
reur, s’il est établi qu’il a, en fait, assumé la direction
du procès.
§ 2. L’assureur peut intervenir volontairement dans
le procès intenté par la personne lésée contre l’assuré.
§ 2. Voor de andere soorten burgerrechtelijke
aansprakelijkheidsverzekeringen kan de verzekeraar
slechts de excepties, de nietigheid en het verval van
recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst
tegenwerpen aan de benadeelde persoon voor zover
deze hun oorzaak vinden in een feit dat het schadegeval
voorafgaat.
De Koning kan het toepassingsgebied van paragraaf
1 echter uitbreiden tot de soorten van niet verplichte
burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen die
Hij bepaalt.
Art. 152
Recht van verhaal van de verzekeraar op de
verzekeringnemer
De verzekeraar kan zich, voor zover hij volgens de
wet of de verzekeringsovereenkomst de prestaties had
kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal
voorbehouden tegen de verzekeringnemer en, indien
daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet
de verzekeringnemer is ten belope van hun persoonlijk
aandeel in de aansprakelijkheid.
De verzekeraar is op straffe van verval van zijn recht
van verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorko-
mend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer
is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te
stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop
dat besluit gegrond is.
De Koning kan het recht van verhaal beperken in de
gevallen en in de mate die Hij bepaalt.
Art. 153
Tussenkomst in de rechtspleging
§ 1. Een vonnis kan aan de verzekeraar, aan de ver-
zekerde of aan de benadeelde slechts worden tegen-
geworpen, indien zij in het geding partij zijn geweest of
daarin zijn geroepen.
Niettemin kan het vonnis dat in een geschil tussen
de benadeelde en de verzekerde is gewezen, worden
tegengeworpen aan de verzekeraar indien vaststaat dat
deze laatste in feite de leiding van het geding op zich
heeft genomen.
§ 2. De verzekeraar kan vrijwillig tussenkomen in een
geding dat door de benadeelde tegen de verzekerde is
ingesteld.
93
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
L’assuré peut intervenir volontairement dans le procès
intenté par la personne lésée contre l’assureur.
§ 3. L’assureur peut appeler l’assuré à la cause dans
le procès qui lui est intenté par la personne lésée.
L’assuré peut appeler l’assureur à la cause dans le
procès qui lui est intenté par la personne lésée.
§ 4. Le preneur d’assurance, s’il est autre que l’assu-
ré, peut intervenir volontairement ou être mis en cause
dans tout procès intenté contre l’assureur ou l’assuré.
§ 5. Lorsque le procès contre l’assuré est porté
devant la juridiction répressive, l’assureur peut être mis
en cause par la personne lésée ou par l’assuré et peut
intervenir volontairement, dans les mêmes conditions
que si le procès était porté devant la juridiction civile,
sans cependant que la juridiction répressive puisse
statuer sur les droits que l’assureur peut faire valoir
contre l’assuré ou le preneur d’assurance.
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance de la protection
juridique
Art. 154
Champ d’application
Les articles 155 à 157 s’appliquent aux contrats
d’assurance par lesquels l’assureur s’engage à fournir
des services et à prendre en charge des frais afi n de
permettre à l’assuré de faire valoir ses droits en tant
que demandeur ou défendeur, soit dans une procédure
judiciaire, administrative ou autre, soit en dehors de
toute procédure.
La défense de l’assuré assumée par l’assureur de
la responsabilité en application des articles 143 et 146
n’est pas visée par les articles 155 à 157.
Art. 155
Amendes et transactions pénales
Aucune amende ni transaction pénale ne peuvent
faire l’objet d’un contrat d’assurance, à l’exception
de celles qui sont à charge de la personne civilement
De verzekerde kan vrijwillig tussenkomen in een
geding dat door de benadeelde tegen de verzekeraar
is ingesteld.
§ 3. De verzekeraar kan de verzekerde in het geding
roepen dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
De verzekerde kan de verzekeraar in het geding
roepen dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
§ 4. De verzekeringnemer, die niet de verzekerde
is, kan vrijwillig tussenkomen of in het geding worden
geroepen dat tegen de verzekeraar of de verzekerde
is ingesteld.
§ 5. Wanneer het geding tegen de verzekerde is
ingesteld voor het strafgerecht, kan de verzekeraar
door de benadeelde of door de verzekerde in de zaak
worden betrokken en kan hij vrijwillig tussenkomen,
onder dezelfde voorwaarden als zou de vordering voor
het burgerlijk gerecht gebracht zijn, maar het strafge-
recht kan geen uitspraak doen over de rechten die de
verzekeraar kan doen gelden tegenover de verzekerde
of de verzekeringnemer.
HOOFDSTUK 4
Rechtsbijstandverzekeringen
Art. 154
Toepassingsgebied
De artikelen 155 tot 157 zijn toepasselijk op de
verzekeringsovereenkomsten waarbij de verzekeraar
zich verbindt diensten te verrichten en kosten op zich
te nemen, ten einde de verzekerde in staat te stellen
zijn rechten te doen gelden, als eiser of als verweerder,
hetzij in een gerechtelijke, administratieve of andere
procedure, tenzij los van enige procedure.
De verdediging van de verzekerde door de aanspra-
kelijkheidsverzekeraar uit hoofde van de artikelen 143
en 146 valt niet onder toepassing van de artikel 155
tot 157.
Art. 155
Geldboeten en minnelijke schikkingen in
strafzaken
Geen enkele geldboete of geen enkele minnelijke
schikking in strafzaken kan het voorwerp zijn van een
verzekeringsovereenkomst, met uitzondering van die
94
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
responsable et qui sont sans rapport avec les lois et
arrêtés d’exécution relatifs à la circulation routière ou
au transport par route.
Art. 156
Libre choix des conseils
Tout contrat d’assurance de la protection juridique
stipule explicitement au moins que:
1° lorsqu’il faut recourir à une procédure judiciaire
ou administrative, l’assuré a la liberté de choisir pour
défendre, représenter ou servir ses intérêts, un avocat
ou toute autre personne ayant les qualifi cations requises
par la loi applicable à la procédure;
2° chaque fois que surgit un confl it d’intérêts avec
son assureur, l’assuré a la liberté de choisir, pour la
défense de ses intérêts, un avocat ou, s’il le préfère,
toute autre personne ayant les qualifi cations requises
par la loi applicable à la procédure.
Art. 157
Droit de l’assureur de refuser sa garantie
Sans préjudice de la possibilité d’engager une pro-
cédure judiciaire, l’assuré peut consulter un avocat de
son choix, en cas de divergence d’opinion avec son
assureur quant à l’attitude à adopter pour régler le
sinistre et après notifi cation par l’assureur de son point
de vue ou de son refus de suivre la thèse de l’assuré.
Si l’avocat confi rme la position de l’assureur, l’assuré
est remboursé de la moitié des frais et honoraires de
cette consultation.
Si, contre l’avis de cet avocat, l’assuré engage à ses
frais une procédure et obtient un meilleur résultat que
celui qu’il aurait obtenu s’il avait accepté le point de
vue de l’assureur, l’assureur qui n’a pas voulu suivre
la thèse de l’assuré est tenu de fournir sa garantie et
de rembourser les frais de la consultation qui seraient
restés à charge de l’assuré.
welke ten laste zijn van de persoon die burgerrechtelijk
aansprakelijk is en die geen betrekking hebben op de
wetten en de uitvoeringsbesluiten betreffende het weg-
verkeer of betreffende het vervoer over de weg.
Art. 156
Vrije keuze van raadslieden
In elke verzekeringsovereenkomst inzake rechtsbij-
stand moet uitdrukkelijk ten minste worden bepaald dat:
1° wanneer moet worden overgegaan tot een gerech-
telijke of administratieve procedure, de verzekerde vrij
is in de keuze van een advocaat of van iedere andere
persoon die de vereiste kwalifi caties heeft krachtens
de op de procedure toepasselijke wet om zijn belangen
te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen;
2° telkens er zich een belangenconflict met zijn
verzekeraar voordoet, de verzekerde vrij is in de keuze
van een advocaat of zo hij er de voorkeur aan geeft,
iedere andere persoon die de vereiste kwalifi caties heeft
krachtens de op de procedure toepasselijke wet om zijn
belangen te verdedigen.
Art. 157
Recht van de verzekeraar om dekking te weigeren
De verzekerde, bij verschil van mening met zijn ver-
zekeraar over de gedragslijn die zal worden gevolgd
voor de regeling van het schadegeval en na kennisge-
ving door de verzekeraar van diens standpunt of van
diens weigering om de stelling van de verzekerde te
volgen, heeft het recht een advocaat van zijn keuze
te raadplegen onverminderd de mogelijkheid om een
rechtsvordering in te stellen.
Zo de advocaat het standpunt van de verzekeraar
bevestigt wordt aan de verzekerde de helft terugbetaald
van de kosten en honoraria van deze raadpleging.
Indien tegen het advies van deze advocaat de ver-
zekerde op zijn kosten een procedure begint en een
beter resultaat bekomt dan hetgeen hij zou hebben
bekomen indien hij het standpunt van de verzekeraar
zou hebben gevolgd, is de verzekeraar die de stelling
van de verzekerde niet heeft willen volgen gehouden zijn
dekking te verlenen en de kosten van de raadpleging
terug te betalen die ten laste van de verzekerde zouden
zijn gebleven.
95
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Si l’avocat consulté confi rme la thèse de l’assuré,
l’assureur est tenu, quelle que soit l’issue de la pro-
cédure, de fournir sa garantie y compris les frais et
honoraires de la consultation.
TITRE IV
Les assurances de personnes
CHAPITRE 1ER
Dispositions communes
Art. 158
Caractère nominatif de la police
La police doit être établie au nom du preneur d’assu-
rance; elle ne peut être ni à ordre, ni au porteur.
Art. 159
Assurance d’enfants en bas-âge
Le Roi peut imposer des conditions particulières pour
les assurances qui prévoient des prestations en cas de
naissance d’une personne mort-née ou de décès d’une
personne de moins de cinq ans accomplis.
CHAPITRE 2
Des contrats d’assurance sur la vie
Section Ire
Dispositions générales
Art. 160
Champ d’application
Le présent chapitre s’applique à tous les contrats
d’assurance de personnes dans lesquels la survenance
de l’événement assuré ne dépend que de la durée de la
vie humaine, même lorsque les prestations réciproques
des parties ont été évaluées par elles sans tenir compte
des lois de survenance. Ces assurances sont réputées
avoir exclusivement un caractère forfaitaire. Les articles
167 et 178 sont également applicables aux opérations
de capitalisation.
Indien de geraadpleegde advocaat de stelling van de
verzekerde bevestigt, is de verzekeraar, ongeacht de
afl oop van de procedure, ertoe gehouden zijn dekking
te verlenen met inbegrip van de kosten en de honoraria
van de raadpleging.
TITEL IV
Persoonsverzekeringen
HOOFDSTUK 1
Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 158
Naamgebondenheid van de polis
De polis moet op naam van de verzekeringnemer
worden gesteld; zij kan niet aan order of aan toonder zijn.
Art. 159
Verzekering van zeer jonge kinderen
De Koning kan bijzondere voorwaarden opleggen aan
verzekeringen die voorzien in uitkeringen voor het geval
dat een kind dood geboren wordt of overlijdt voordat het
de volle leeftijd van vijf jaar heeft bereikt.
HOOFDSTUK 2
Levensverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Algemene bepalingen
Art. 160
Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle persoonsver-
zekeringen waarbij het zich voordoen van het verzekerd
voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levens-
duur, zelfs indien de partijen de wederzijdse prestaties
hebben geëvalueerd zonder rekening te houden met
de voorvalswetten. Die verzekeringen worden geacht
uitsluitend te zijn gericht op de uitkering van een vast
bedrag. De artikelen 167 en 178 zijn tevens van toepas-
sing op kapitalisatieverrichtingen.
96
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA et de la Banque,
indiquer les dispositions du présent chapitre qui ne
sont pas applicables aux assurances sur la vie qu’Il
désigne et préciser les règles qui leur sont applicables
en lieu et place.
Art. 161
Cumul et absence de subrogation
Pour l’application du présent chapitre, la convention
contraire autorisée par les articles 103 et 104 est nulle.
Section II
Risque assuré
Art. 162
Incontestabilité
Dès la prise d’effet du contrat d’assurance sur la
vie, l’assureur ne peut plus invoquer les omissions ou
inexactitudes non intentionnelles dans les déclarations
du preneur d’assurance ou de l’assuré.
Le Roi peut autoriser les parties à différer l’incontes-
tabilité dans les conditions qu’Il détermine.
Art. 163
Erreur sur l’âge de l’assuré
Si l’âge de l’assuré est inexactement déclaré, les
prestations de chacune des parties sont augmentées
ou réduites en fonction de l’âge réel qui aurait dû être
pris en considération.
Art. 164
Risques exclus
§ 1er. Sauf convention contraire, l’assurance ne
couvre pas le suicide de l’assuré survenu moins d’un
an après la prise d’effet du contrat. L’assurance couvre
le suicide survenu un an ou plus d’un an après la prise
d’effet du contrat. La preuve du suicide incombe à
l’assureur.
De Koning kan in een in de Ministerraad overlegd
besluit genomen na advies van de FSMA en de Bank,
de bepalingen van dit hoofdstuk aanduiden die niet van
toepassing zijn op de levensverzekeringen die Hij aan-
duidt en aangeven welke bepalingen in plaats daarvan
van toepassing zijn.
Art. 161
Samenloop en niet-indeplaatsstelling
Voor de toepassing van dit hoofdstuk is elk tegen-
strijdig beding, toegelaten door de artikelen 103 en
104, nietig.
Afdeling II
Verzekerd risico
Art. 162
Onbetwistbaarheid
Zodra de levensverzekeringsovereenkomst in werking
treedt, kan de verzekeraar zich niet meer beroepen op
het onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist
meedelen van gegevens door de verzekeringnemer of
de verzekerde.
De Koning kan de partijen toestaan om de onbe-
twistbaarheid uit te stellen onder de voorwaarden die
Hij bepaalt.
Art. 163
Dwaling omtrent de leeftijd van de verzekerde
Wanneer de leeftijd van de verzekerde onjuist is opge-
geven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd
of verminderd in verhouding tot de werkelijke leeftijd die
in acht had moeten genomen worden.
Art. 164
Uitgesloten risico’s
§ 1. Tenzij het tegendeel is bedongen, dekt de verze-
kering de zelfmoord van de verzekerde niet die gebeurt
minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de over-
eenkomst. De verzekering dekt de zelfmoord die gebeurt
een jaar of meer dan een jaar na de inwerkingtreding
van de overeenkomst. Het bewijs van de zelfmoord moet
door de verzekeraar worden geleverd.
97
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Sauf convention contraire, l’assureur ne garantit
pas le décès de l’assuré:
1° lorsque ce décès procède de l’exécution d’une
condamnation judiciaire à la peine capitale;
2° lorsqu’il a pour cause immédiate et directe un
crime ou un délit intentionnel dont l’assuré est auteur
ou coauteur et dont il a pu prévoir les conséquences.
Art. 165
Survenance d’un risque exclu
En cas de décès de l’assuré par suite de survenance
d’un risque exclu, l’assureur paie au bénéfi ciaire le pro-
duit de la capitalisation des primes payées afférentes à
la période postérieure à la date du décès et limité à la
prestation assurée en cas de décès.
Section III
Paiement des primes et prise d’effet du contrat
Art. 166
Paiement de la première prime
Sauf convention contraire, le contrat d’assurance
sur la vie ne produit ses effets qu’à partir du jour où la
première prime est payée.
Art. 167
Défaut de paiement d’une prime
Le défaut de paiement d’une prime ne donne lieu à
aucune action en exécution forcée de la part de l’assu-
reur; il entraîne seulement, selon les règles fi xées par
le Roi, soit la résiliation du contrat, soit la réduction des
prestations de l’assureur.
Art. 168
Obligation de payer les primes
Le preneur d’assurance peut, par une convention
autre que le contrat d’assurance sur la vie qu’il a conclu,
§ 2. Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar
de dood van de verzekerde niet:
1° wanneer de dood het gevolg is van de tenuit-
voerlegging van een rechterlijke veroordeling tot de
doodstraf;
2° wanneer de dood zijn onmiddellijke en recht-
streekse oorzaak vindt in een misdaad of een wanbedrijf,
door de verzekerde als dader of mededader opzettelijk
gepleegd en waarvan de gevolgen door hem konden
worden voorzien.
Art. 165
Het zich voordoen van een uitgesloten risico
Indien de verzekerde overleden is ten gevolge van
een uitgesloten risico, betaalt de verzekeraar de be-
gunstigde de opbrengst terug van de kapitalisatie van
de premies die betrekking hebben op de periode na de
datum van het overlijden, en beperkt tot de verzekerde
prestatie bij overlijden.
Afdeling III
Betaling van de premie en inwerkingtreding van de
overeenkomst
Art. 166
Betaling van de eerste premie
Tenzij anders is bedongen, treedt de levensverzeke-
ringsovereenkomst eerst in werking op de dag dat de
eerste premie wordt betaald.
Art. 167
Niet-betaling van een premie
Niet-betaling van een premie geeft geen aanleiding
tot enige vordering tot gedwongen tenuitvoerlegging
vanwege de verzekeraar; volgens de door de Koning
vastgestelde voorschriften brengt niet-betaling alleen de
ontbinding van de overeenkomst mee of de vermindering
van de prestaties van de verzekeraar.
Art. 168
Verplichting tot betaling van de premies
De verzekeringnemer kan door een andere overeen-
komst dan de levensverzekeringsovereenkomst die hij
98
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
s’engager à demeurer dans les liens de ce dernier
contrat en en payant les primes.
Section IV
Droits du preneur d’assurance
a) Attribution bénéfi ciaire
Art. 169
Désignation du bénéfi ciaire
§ 1er. Le preneur d’assurance a le droit de désigner
un ou plusieurs bénéfi ciaires. Ce droit lui appartient à
titre exclusif et ne peut être exercé ni par son conjoint,
ni par ses représentants légaux, ni par ses héritiers ou
ayants cause, ni par ses créanciers.
La preuve du droit du bénéfi ciaire est établie confor-
mément à l’article 64.
§ 2. Le bénéfi ciaire doit être une personne dont l’iden-
tité est déterminable lorsque les prestations assurées
deviennent exigibles.
§ 3. L’assureur est libéré de toute obligation lorsqu’il
a fait de bonne foi le paiement au bénéfi ciaire avant la
réception de tout écrit modifi ant la désignation.
Art. 170
Absence de bénéfi ciaire
Lorsque l’assurance ne comporte pas de désigna-
tion de bénéfi ciaire ou de désignation de bénéfi ciaire
qui puisse produire effet, ou lorsque la désignation du
bénéfi ciaire a été révoquée, les prestations d’assurance
sont dues au preneur d’assurance ou à la succession
de celui-ci.
Art. 171
Désignation du conjoint
Lorsque le conjoint est nommément désigné comme
bénéfi ciaire et qu’il reste, après le divorce, bénéfi ciaire
au sens de l’article 193 ou de l’article 196, le bénéfi ce du
heeft aangegaan, er zich toe verbinden om binnen het
verband van de laatstgenoemde overeenkomst te blijven
door er de premies van te betalen.
Afdeling IV
Rechten van de verzekeringnemer
a) Begunstiging
Art. 169
Aanwijzing van de begunstigde
§ 1. De verzekeringnemer heeft het recht één of meer
begunstigden aan te wijzen. Dat recht komt uitsluitend
aan hem toe en kan noch door de echtgenoot, noch
door zijn wettelijke vertegenwoordigers, noch door zijn
erfgenamen of rechthebbenden, noch door zijn schuld-
eisers worden uitgeoefend.
Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt
geleverd overeenkomstig artikel 64.
§ 2. De begunstigde moet identifi ceerbaar zijn wan-
neer de verzekerde prestaties opeisbaar worden.
§ 3. De verzekeraar is van iedere verbintenis bevrijd
door de uitkering die hij te goeder trouw aan de be-
gunstigde heeft gedaan voordat hij enig geschrift heeft
ontvangen waarbij de aanwijzing wordt gewijzigd.
Art. 170
Geen begunstigde
Wanneer bij de verzekering geen begunstigde is aan-
gewezen of wanneer de aanwijzing van de begunstigde
geen gevolgen kan hebben of herroepen is, is de verze-
keringsprestatie verschuldigd aan de verzekeringnemer
of aan zijn nalatenschap.
Art. 171
Aanwijzing van de echtgenoot
Wanneer de echtgenoot bij name als begunstigde
wordt aangewezen en hij in de zin van artikel 193 of van
artikel 196 begunstigde blijft na echtscheiding, behoudt
99
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
contrat lui est maintenu en cas de remariage du preneur
d’assurance, sauf stipulation contraire.
Lorsque le conjoint n’est pas nommément désigné
comme bénéfi ciaire, le bénéfi ce du contrat est attribué
à la personne qui a cette qualité lors de l’exigibilité des
prestations assurées.
Art. 172
Désignation des enfants
Lorsque les enfants ne sont pas nommément dési-
gnés comme bénéfi ciaires, le bénéfi ce du contrat est
attribué aux personnes qui ont cette qualité lors de
l’exigibilité des prestations assurées. Les descendants
en ligne directe viennent par représentation de l’enfant
prédécédé.
Art. 173
Désignation conjointe des enfants et du conjoint
comme bénéfi ciaires
Lorsque le conjoint et les enfants, avec ou sans
indication de leurs noms, sont désignés conjointement
comme bénéfi ciaires, le bénéfi ce du contrat est attribué,
sauf stipulation contraire, pour moitié au conjoint et pour
moitié aux enfants.
Art. 174
Désignation des héritiers légaux comme
bénéfi ciaires
Lorsque les héritiers légaux sont désignés comme
bénéfi ciaires sans indication de leurs noms, les presta-
tions d’assurance sont dues, jusqu’à preuve du contraire
ou sauf clause contraire, à la succession du preneur
d’assurance.
Art. 175
Prédécès du bénéfi ciaire
En cas de décès du bénéfi ciaire avant l’exigibilité
des prestations d’assurance et même si le bénéfi ciaire
en avait accepté le bénéfi ce, ces prestations sont dues
au preneur d’assurance ou à la succession de celui-ci,
à moins qu’il ait désigné un autre bénéfi ciaire à titre
subsidiaire.
hij zijn recht op prestatie wanneer de verzekeringnemer
een nieuw huwelijk aangaat, tenzij deze het tegendeel
heeft bedongen.
Wordt de echtgenoot niet bij name als begunstigde
aangewezen, dan komt het recht op prestatie toe aan
hem die bij het opeisbaar worden van de verzekerde
prestaties die hoedanigheid heeft.
Art. 172
Aanwijzing van de kinderen
Wanneer de kinderen niet bij name als begunstigden
worden aangewezen, dan wordt het recht op prestaties
verleend aan de personen die bij het opeisbaar worden
van de prestaties deze hoedanigheid hebben. De af-
stammelingen in rechte lijn van een vooroverleden kind
komen bij plaatsvervulling op.
Art. 173
Gezamenlijke aanwijzing van de kinderen en van
de echtgenoot als begunstigden
Wanneer de echtgenoot en de kinderen al of niet bij
name gezamenlijk als begunstigden worden aange-
wezen, dan wordt het recht op prestaties voor de helft
verleend aan de echtgenoot en voor de helft aan de
kinderen, tenzij anders is bedongen.
Art. 174
Aanwijzing van de wettelijke erfgenamen als
begunstigden
Wanneer de wettelijke erfgenamen als begunstigden
worden aangewezen zonder bij name te zijn vermeld,
is, onder voorbehoud van tegenbewijs of andersluidend
beding, de verzekeringsprestatie verschuldigd aan de
nalatenschap van de verzekeringnemer.
Art. 175
Vooroverlijden van de aangewezen begunstigde
Indien de begunstigde overlijdt voor het opeisbaar
worden van de verzekeringsprestatie en zelfs indien de
begunstigde had aanvaard komt het recht op prestatie
aan de verzekeringnemer of aan zijn nalatenschap
toe, tenzij hij subsidiair een andere begunstigde heeft
aangewezen.
100
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
b) Révocation du bénéfi ce
Art. 176
Droit de révocation
Tant qu’il n’y a pas eu acceptation par le bénéfi ciaire,
le preneur d’assurance a le droit de révoquer l’attribu-
tion bénéfi ciaire jusqu’au moment de l’exigibilité des
prestations assurées.
La preuve de la révocation est établie conformément
à l’article 64.
Le droit de révocation appartient exclusivement au
preneur d’assurance. Il peut seul l’exercer, à l’exclusion
de son conjoint, de ses représentants légaux, de ses
créanciers et, sauf le cas visé à l’article 957 du Code
civil, de ses héritiers ou ayants droit.
Art. 177
Effets de la révocation
La révocation de l’attribution bénéfi ciaire fait perdre
le droit au bénéfi ce des prestations assurées.
c) Rachat et réduction
Art. 178
Droits au rachat et à la réduction
Le droit au rachat et le droit à la réduction du contrat
appartiennent au preneur d’assurance. Ces droits ne
peuvent être exercés ni par son conjoint, ni par ses
créanciers. Le Roi en fi xe les conditions d’existence
et d’exercice.
En cas d’acceptation du bénéfice, l’exercice du
droit au rachat est subordonné au consentement du
bénéfi ciaire.
b) Herroeping van de begunstiging
Art. 176
Recht van herroeping
Zolang zij niet door de aangewezen begunstigde is
aanvaard, is de verzekeringnemer gerechtigd de be-
gunstiging te herroepen totdat de verzekerde prestaties
opeisbaar worden.
De herroeping wordt bewezen overeenkomstig artikel
64.
Het recht van herroeping komt uitsluitend toe aan
de verzekeringnemer. Het kan alleen door hem worden
uitgeoefend en niet door zijn echtgenoot, wettelijke
vertegenwoordigers, schuldeisers en behoudens het
geval van artikel 957 van het Burgerlijk Wetboek, door
zijn erfgenamen of rechthebbenden.
Art. 177
Gevolgen van de herroeping
Herroeping van de begunstiging doet het recht op de
verzekerde prestaties vervallen.
c) Afkoop en reductie
Art. 178
Recht van afkoop en reductie
Het recht van afkoop en het recht van reductie komen
toe aan de verzekeringnemer. Die rechten kunnen noch
door zijn echtgenoot noch door zijn schuldeisers wor-
den uitgeoefend. De Koning bepaalt de voorwaarden
waaronder zij bestaan en kunnen worden uitgeoefend.
Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uit-
oefening van het recht van afkoop de toestemming van
de begunstigde vereist.
101
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d) Remise en vigueur du contrat
Art. 179
Remise en vigueur
Lorsque le contrat a été résilié pour non-paiement de
la prime ou a été réduit, il peut être remis en vigueur
dans les cas et selon les conditions fi xés par le Roi.
e) Avance sur les prestations assurées par le contrat
Art. 180
Droit à l’avance
Le droit d’obtenir de l’assureur une avance sur les
prestations assurées appartient au preneur d’assu-
rance. Ce droit ne peut être exercé ni par son conjoint,
ni par ses créanciers. Le Roi en fi xe les conditions
d’existence et d’exercice.
En cas d’acceptation du bénéfice, l’exercice du
droit à l’avance est subordonné au consentement du
bénéfi ciaire.
f) Mise en gage des droits résultant du contrat
Art. 181
Droit de mise en gage
Les droits résultant du contrat d’assurance peuvent
être mis en gage; ils ne peuvent l’être que par le pre-
neur d’assurance, à l’exclusion de son conjoint et de
ses créanciers.
En cas d’acceptation du bénéfi ce, la mise en gage
est subordonnée au consentement du bénéfi ciaire.
Art. 182
Forme
La mise en gage du contrat ne peut s’opérer que par
avenant signé par le preneur d’assurance, le créancier
gagiste et l’assureur.
d) Opnieuw in werking stellen van de overeenkomst
Art. 179
Opnieuw in werking stellen
Bij opzegging van de verzekering wegens niet-beta-
ling van de premie of bij reductie, kan de verzekering
weer in werking worden gesteld in de gevallen en onder
de voorwaarden door de Koning te bepalen.
e) Voorschot op de in de overeenkomst verzekerde
prestaties
Art. 180
Recht van voorschot
Het recht om van de verzekeraar een voorschot op
de verzekerde prestaties te verkrijgen, komt toe aan de
verzekeringnemer. Dat recht kan noch door zijn echtge-
noot, noch door zijn schuldeisers worden uitgeoefend.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder dat recht
bestaat en kan worden uitgeoefend.
Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uit-
oefening van het recht van voorschot de toestemming
van de begunstigde vereist.
f) Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst
Art. 181
Recht van inpandgeving
De uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende
rechten kunnen in pand worden gegeven, en wel alleen
door de verzekeringnemer, met uitsluiting van zijn echt-
genoot en zijn schuldeisers.
In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt
de inpandgeving afhankelijk gemaakt van de toestem-
ming van de begunstigde.
Art. 182
Vormvoorschrift
Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst
kan alleen geschieden door middel van een bijvoegsel,
getekend door de verzekeringnemer, de pandhoudende
schuldeiser en de verzekeraar.
102
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
g) Cession des droits résultant du contrat
Art. 183
Droit de cession
Les droits résultant du contrat d’assurance peuvent
être cédés en tout ou en partie par le preneur d’assu-
rance. Ce droit de cession ne peut être exercé ni par
son conjoint, ni par ses créanciers.
En cas d’acceptation du bénéfice, l’exercice du
droit de cession est subordonné au consentement du
bénéfi ciaire.
Art. 184
Forme
La cession de tout ou partie des droits résultant du
contrat ne peut s’opérer que par avenant signé par le
cédant, le cessionnaire et l’assureur.
Toutefois, le preneur d’assurance peut stipuler dans
le contrat qu’à son décès, tout ou partie de ses droits
seront transmis à la personne désignée à cet effet.
Section V
Droits du bénéfi ciaire
a) Droit aux prestations d’assurance
Art. 185
Droit aux prestations d’assurance
Par le seul fait de sa désignation, le bénéfi ciaire a
droit aux prestations d’assurance.
Ce droit devient irrévocable par l’acceptation du
bénéfi ce, sans préjudice de la révocation des donations
prévue aux articles 953 à 958 et 1096 du Code civil et
sous réserve de l’application de l’article 175.
g) Overdracht van de rechten uit de overeenkomst
Art. 183
Recht van overdracht
De verzekeringnemer kan de uit de verzekeringsover-
eenkomst voortvloeiende rechten geheel of ten dele
overdragen. Dat recht van overdracht kan niet worden
uitgeoefend door zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.
In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt
de uitoefening van het recht van overdracht afhankelijk
gemaakt van de toestemming van de begunstigde.
Art. 184
Vormvoorschrift
De overdracht van de uit de overeenkomst voortvloei-
ende rechten, of van een gedeelte ervan, kan alleen
geschieden door middel van een bijvoegsel, getekend
door de overdrager, de overnemer en de verzekeraar.
Evenwel kan de verzekeringnemer in de overeen-
komst bedingen dat bij zijn overlijden zijn rechten geheel
of ten dele zullen overgaan aan een persoon die hij
daartoe aanwijst.
Afdeling V
Rechten van de begunstigde
a) Recht op verzekeringsprestaties
Art. 185
Recht op de verzekeringsprestaties
De begunstigde heeft door het enkele feit van zijn
aanwijzing recht op de verzekeringsprestaties.
Dat recht wordt onherroepelijk door de aanvaarding
van de begunstiging, onverminderd de herroeping van
de schenkingen overeenkomstig de artikelen 953 tot
958 en 1096 van het Burgerlijk Wetboek en behoudens
toepassing van artikel 175.
103
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
b) Acceptation du bénéfi ce
Art. 186
Droit d’acceptation
Le bénéficiaire peut accepter le bénéfice à tout
moment, même après que les prestations d’assurance
soient devenues exigibles.
Le droit d’acceptation appartient exclusivement au
bénéfi ciaire. Il ne peut être exercé ni par son conjoint,
ni par ses créanciers.
Art. 187
Forme
Tant que le preneur d’assurance est en vie, l’accep-
tation ne peut se faire que par un avenant à la police,
portant les signatures du bénéficiaire, du preneur
d’assurance et de l’assureur.
Après le décès du preneur d’assurance, l’acceptation
peut être expresse ou tacite. Elle n’a toutefois d’effet à
l’égard de l’assureur que si elle lui est notifi ée par écrit.
c) Droits des héritiers du preneur d’assurance à
l’égard du bénéfi ciaire
Art. 188
Rapport ou réduction en cas de décès
du preneur d’assurance
En cas de décès du preneur d’assurance, la pres-
tation d’assurance est, conformément au Code civil,
sujette à réduction et, pour autant que le preneur d’assu-
rance l’a spécifi é expressément, à rapport.
d) Droits des créanciers du preneur d’assurance à
l’égard du bénéfi ciaire
Art. 189
Prestations d’assurance
Les créanciers du preneur d’assurance n’ont
aucun droit sur les prestations d’assurance dues au
bénéfi ciaire.
b) Aanvaarding van de begunstiging
Art. 186
Recht van aanvaarding
De begunstigde kan de begunstiging te allen tijde
aanvaarden, ook nadat de verzekeringsprestaties op-
eisbaar zijn geworden.
Het recht van aanvaarding komt uitsluitend toe aan
de begunstigde. Het kan niet worden uitgeoefend door
zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.
Art. 187
Vormvoorschrift
Zolang de verzekeringnemer leeft kan de aanvaarding
slechts geschieden door een bijvoegsel bij de polis met
de handtekening van de begunstigde, de verzekering-
nemer en de verzekeraar.
Na het overlijden van de verzekeringnemer kan de
aanvaarding uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden.
Ten aanzien van de verzekeraar echter heeft de aan-
vaarding eerst gevolg nadat hem daarvan schriftelijk
kennis is gegeven.
c) Rechten van de erfgenamen van de verzekering-
nemer ten aanzien van de begunstigde
Art. 188
Inbreng of inkorting in geval van overlijden
van de verzekeringnemer
In geval van overlijden van de verzekeringnemer is
de verzekeringsprestatie, overeenkomstig het Burgerlijk
Wetboek, onderworpen aan de inkorting en, voor zover
de verzekeringnemer dit uitdrukkelijk heeft bedongen,
aan de inbreng.
d) Rechten van de schuldeisers van de verzekering-
nemer ten aanzien van de begunstigde
Art. 189
Verzekeringsprestaties
De schuldeisers van de verzekeringnemer hebben
geen enkel recht op verzekeringsprestaties die aan de
begunstigde verschuldigd zijn.
104
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 190
Remboursement des primes
Les créanciers du preneur d’assurance ne peuvent
réclamer au bénéfi ciaire à titre gratuit le remboursement
des primes que dans la mesure où les versements
effectués de ce chef étaient manifestement exagérés eu
égard à la situation de fortune du preneur d’assurance
et seulement dans le cas où ces versements ont eu
lieu en fraude de leurs droits au sens de l’article 1167
du Code civil.
Ce remboursement ne peut excéder le montant des
prestations d’assurance dues au bénéfi ciaire.
Section VI
Effets du divorce ou de la séparation de corps dans les
assurances entre époux communs en biens
A. Divorce pour cause de désunion irrémédiable
Art. 191
Droits du preneur d’assurance durant l’instance
en divorce
L’exercice des droits appartenant au preneur d’assu-
rance en vertu des articles 169 à 184 est maintenu
durant l’instance en divorce, sauf application des articles
1280 et 1283 du Code judiciaire.
Art. 192
Droit aux prestations d’assurance durant
l’instance en divorce
Les prestations d’assurance devenues exigibles
durant l’instance en divorce sont payées valablement au
conjoint désigné comme bénéfi ciaire, sauf application
des articles 1280 et 1283 du Code judiciaire.
Art. 190
Terugbetaling van de premies
De schuldeisers van de verzekeringnemer kunnen
van de begunstigde om niet geen terugbetaling vorde-
ren van de premies behalve voor zover deze kennelijk
buiten verhouding staan tot de vermogenstoestand van
de verzekeringnemer en voor zover ze betaald zijn met
bedrieglijke benadeling van hun rechten in de zin van
artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek.
Die terugbetaling mag het bedrag van de aan de
begunstigde verschuldigde verzekeringsprestaties niet
overschrijden.
Afdeling VI
Gevolgen van de echtscheiding of van scheiding van
tafel en bed bij verzekering tussen in gemeenschap van
goederen getrouwde echtgenoten
A. Echtscheiding op grond van onherstelbare
ontwrichting
Art. 191
Rechten van de verzekeringnemer gedurende de
echtscheidingsprocedure
De rechten die aan de verzekeringnemer toekomen
krachtens de artikelen 169 tot 184, blijven gedurende
de echtscheidingsprocedure behouden, behoudens
toepassing van de artikelen 1280 en 1283 van het
Gerechtelijk Wetboek.
Art. 192
Recht op verzekeringsprestaties gedurende de
echtscheidingsprocedure
De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden
gedurende de echtscheidingsprocedure, worden rechts-
geldig betaald aan de als begunstigde aangewezen
echtgenoot, behoudens toepassing van de artikelen
1280 en 1283 van het Gerechtelijk Wetboek.
105
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 193
Droit aux prestations d’assurance échéant après
la transcription du divorce
Sous réserve de l’application de l’article 299 du Code
civil, les prestations d’assurance devenues exigibles
après la transcription du divorce sont payées valable-
ment au conjoint divorcé désigné comme bénéfi ciaire,
à moins que, dans le contrat même, une autre per-
sonne n’ait été désignée, nommément ou non, comme
bénéfi ciaire en cas de divorce et que l’assureur n’ait
été informé du divorce, ou à moins que les époux n’en
soient convenus autrement pendant la procédure de
divorce ou ultérieurement et n’aient informé l’assureur
de la nouvelle désignation.
B. Divorce par consentement mutuel
Art. 194
Droits du preneur d’assurance durant le temps
des épreuves
L’exercice des droits appartenant au preneur d’assu-
rance en vertu des articles 169 à 184 est maintenu
durant le temps des épreuves, à moins que les époux
n’en soient convenus autrement conformément à
l’article 1287 du Code judiciaire. Cette convention n’est
opposable à l’assureur qu’après lui avoir été notifi ée.
Art. 195
Droit aux prestations d’assurance échéant durant
le temps des épreuves
Les prestations d’assurance devenues exigibles
durant le temps des épreuves sont payées valablement
par l’assureur au conjoint désigné comme bénéfi ciaire,
à moins que les époux n’en soient convenus autrement
conformément à l’article 1287 du Code judiciaire et
n’aient informé l’assureur de la nouvelle désignation.
Art. 193
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden na de overschrijving van de echtscheiding
Behoudens toepassing van artikel 299 van het
Burgerlijk Wetboek, worden de verzekeringsprestaties
die opeisbaar worden na de overschrijving van de
echtscheiding rechtsgeldig betaald aan de uit de echt
gescheiden echtgenoot die als begunstigde is aange-
wezen, tenzij in de overeenkomst zelf iemand anders, al
dan niet bij name, als begunstigde wordt aangewezen
in geval van echtscheiding en de verzekeraar op de
hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel
tenzij de echtgenoten gedurende de echtscheidings-
procedure of nadien anders hebben bedongen, en zij
de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht van de
nieuwe aanwijzing.
B. Echtscheiding door onderlinge toestemming
Art. 194
Rechten van de verzekeringnemer gedurende
de proeftijd
De rechten die krachtens de artikelen 169 tot 184
aan de verzekeringnemer toekomen, blijven gedurende
de proeftijd behouden, tenzij de echtgenoten anders
hebben bedongen bij overeenkomst bedoeld in artikel
1287 van het Gerechtelijk Wetboek. De overeenkomst
kan slechts aan de verzekeraar worden tegengeworpen
nadat hij daarvan op de hoogte werd gesteld.
Art. 195
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden tijdens de proeftijd
De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden
tijdens de proeftijd, worden rechtsgeldig betaald aan
de als begunstigde aangewezen echtgenoot, tenzij de
echtgenoten anders hebben bedongen bij overeenkomst
bedoeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek,
en zij de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht
van de nieuwe aanwijzing.
106
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 196
Droit aux prestations d’assurance échéant après
la transcription du divorce
Sous réserve de l’application de l’article 299 du Code
civil, les prestations d’assurance devenues exigibles
après la transcription du divorce sont payées valable-
ment au conjoint divorcé désigné comme bénéfi ciaire,
à moins que, dans le contrat même, une autre per-
sonne n’ait été désignée, nommément ou non, comme
bénéfi ciaire en cas de divorce et que l’assureur n’ait
été informé du divorce, ou à moins que les époux n’en
soient convenus autrement conformément à l’article
1287 du Code judiciaire et n’aient informé l’assureur
de la nouvelle désignation.
C. Séparation de corps
Art. 197
Séparation de corps
§ 1er. Les articles 191 à 193 sont applicables à la sépa-
ration de corps pour cause de désunion irrémédiable.
§ 2. Les articles 194 à 196 sont applicables à la sépa-
ration de corps par consentement mutuel.
CHAPITRE 3
Des contrats d’assurance de personnes autres
que les contrats d’assurance sur la vie
Art. 198
Caractère des garanties
Les assurances de personnes autres que les assu-
rances sur la vie ont un caractère indemnitaire ou un
caractère forfaitaire selon ce qui est déterminé par la
volonté des parties.
Art. 196
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar
worden na de overschrijving van de echtscheiding
Behoudens toepassing van artikel 299 van het
Burgerlijk Wetboek, worden de verzekeringsprestaties
die opeisbaar worden na de overschrijving van de
echtscheiding, rechtsgeldig betaald aan de uit de echt
gescheiden echtgenoot die als begunstigde is aange-
wezen, tenzij in de overeenkomst zelf iemand anders, al
dan niet bij name, als begunstigde wordt aangewezen
in geval van echtscheiding en de verzekeraar op de
hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel
tenzij de echtgenoten bij overeenkomst bedoeld in arti-
kel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek, anders hebben
bedongen en zij de verzekeraar op de hoogte hebben
gebracht van de nieuwe aanwijzing.
C. Scheiding van tafel en bed
Art. 197
Scheiding van tafel en bed
§ 1. In geval van scheiding van tafel en bed op grond
van onherstelbare ontwrichting zijn de artikelen 191 tot
193 van toepassing.
§ 2. In geval van scheiding van tafel en bed door
onderlinge toestemming zijn de artikelen 194 tot 196
van toepassing.
HOOFDSTUK 3
Persoonsverzekeringsovereenkomsten andere
dan levensverzekeringen
Art. 198
Aard van de dekking
Persoonsverzekeringen, andere dan levensverze-
keringen, strekken tot vergoeding van schade of tot
uitkering van een vast bedrag, naargelang partijen
bedongen hebben.
107
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 199
Assurances à caractère forfaitaire autres que les
assurances sur la vie
Le Roi détermine dans quelle mesure et selon quelles
modalités les dispositions de la présente loi relatives
aux contrats d’assurance sur la vie sont applicables
aux contrats d’assurance de personnes à caractère
forfaitaire pour lesquels la survenance de l’événement
assuré ne dépend pas exclusivement de la durée de la
vie humaine.
Art. 200
Choix du médecin
Pour ses soins, l’assuré a le libre choix de son
médecin.
CHAPITRE 4
Des contrats d’assurance maladie
Section Ire
Dispositions préliminaires
Art. 201
Défi nitions
§ 1er. Par contrat d’assurance maladie, l’on entend:
1° l’assurance soins de santé qui garantit, en cas
de maladie ou en cas de maladie et d’accident, des
prestations relatives à tout traitement médical préventif,
curatif ou diagnostique nécessaire à la préservation et/
ou au rétablissement de la santé;
2° l’assurance incapacité de travail qui, en cas de
maladie ou en cas de maladie et d’accident, indemnise
totalement ou partiellement la diminution ou la perte
de revenus professionnels due à l’incapacité de travail
d’une personne;
3° l’assurance invalidité qui garantit une prestation
en cas de maladie ou en cas de maladie et d’accident;
4° l’assurance soins non obligatoire qui prévoit
des prestations en cas de perte totale ou partielle
d’autonomie.
Art. 199
Verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag,
andere dan levensverzekeringen
De Koning bepaalt in hoever en volgens welke regels
de bepalingen van deze wet die betrekking hebben op de
levensverzekeringsovereenkomsten ook van toepassing
zullen zijn op persoonsverzekeringsovereenkomsten tot
uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen
van het verzekerde voorval niet uitsluitend afhangt van
de menselijke levensduur.
Art. 200
Keuze van de arts
Voor zijn verzorging kiest de verzekerde vrij zijn arts.
HOOFDSTUK 4
Ziekteverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I
Inleidende bepalingen
Art. 201
Begripsomschrijvingen
§ 1. Onder ziekteverzekeringsovereenkomst wordt
verstaan:
1° de ziektekostenverzekering die, in geval van ziekte
of in geval van ziekte en ongeval, prestaties waarborgt
met betrekking tot elke preventieve, curatieve of diag-
nostische medische behandeling welke noodzakelijk is
voor het behoud en/of het herstel van de gezondheid;
2° de arbeidsongeschiktheidsverzekering die, in
geval van ziekte of in geval van ziekte en ongeval, de
vermindering of verlies van beroepsinkomen ten gevolge
van de arbeidsongeschiktheid van een persoon geheel
of gedeeltelijk vergoedt;
3° de invaliditeitsverzekering die een prestatie
waarborgt in geval van ziekte of in geval van ziekte en
ongeval;
4° de niet-verplichte zorgverzekering die in prestaties
voorziet in geval van geheel of gedeeltelijk verlies van
de zelfredzaamheid.
108
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Sont exclues de la défi nition du contrat d’assurance
maladie:
a) les assurances voyage et assistance temporaires
qui garantissent les prestations visées à l’alinéa 1er;
b) l’assurance accidents de travail loi et les assu-
rances accidents complémentaires qui y sont liées;
c) les assurances accident;
d) les prestations de solidarité visées à l’article 1er de
l’arrêté royal du 14 novembre 2003 fi xant les prestations
de solidarité liées aux régimes de pension complémen-
taires sociaux;
e) les prestations de solidarité visées à l’article 1er de
l’arrêté royal du 15 décembre 2003 fi xant les prestations
de solidarité liées aux conventions sociales de pension.
§ 2. L’on entend par “contrat d’assurance maladie
lié à l’activité professionnelle” tout contrat d’assurance
maladie conclu par un ou plusieurs preneurs d’assu-
rance au profi t d’une ou plusieurs personnes liées
professionnellement au(x) preneur(s) d’assurance au
moment de l’affiliation.
§ 3. L’on entend par “assuré principal” la personne
au profi t de laquelle le contrat d’assurance maladie est
conclu.
§ 4. L’on entend par “assurés secondaires” les
membres de la famille de l’assuré principal affiliés au
contrat d’assurance maladie.
Section II
Contrats d’assurance maladie non liés à l’activité
professionnelle
Art. 202
Champ d’application
Les dispositions de la présente section sont appli-
cables aux contrats d’assurance maladie non liés à
l’activité professionnelle.
Ces dispositions sont applicables au preneur d’assu-
rance, à l’assuré principal et aux assurés secondaires.
Vallen buiten deze omschrijving van de
ziekteverzekeringsovereenkomst:
a) de tijdelijke reis- en hulpverleningsverzekeringen
die de in het eerste lid bedoelde prestaties waarborgen;
b) de wettelijke arbeidsongevallenverze-
kering en de daarmee verbonden aanvullende
ongevallenverzekeringen;
c) de ongevallenverzekeringen;
d) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in
artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 november 2003
tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden
met de sociale aanvullende pensioenstelsels;
e) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in
artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 december 2003
tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden
met de sociale pensioenovereenkomsten.
§ 2. Onder beroepsgebonden ziekteverzekerings-
overeenkomst wordt verstaan: de ziekteverzekerings-
overeenkomst die gesloten is door één of meerdere
verzekeringnemers ten behoeve van één of meerdere
personen die op het moment van de aansluiting bij de
verzekering beroepsmatig met de verzekeringnemer(s)
verbonden zijn.
§ 3. Onder hoofdverzekerde wordt verstaan: degene
ten behoeve van wie de ziekteverzekeringsovereen-
komst wordt afgesloten.
§ 4. Onder bijverzekerden wordt verstaan: de gezins-
leden van de hoofdverzekerde die bij de ziekteverzeke-
ringsovereenkomst worden aangesloten.
Afdeling II
Andere dan beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomsten
Art. 202
Toepassingsgebied
De bepalingen van deze afdeling zijn van toe-
passing op de andere dan beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomsten.
Deze bepalingen gelden voor de verzekeringnemer,
de hoofdverzekerde en de bijverzekerden.
109
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 203
Durée du contrat d’assurance
§ 1er. Sans préjudice de l’application des articles 59,
60, 65, 69, 70, 71, 72 et 81 et hormis le cas de fraude, les
contrats d’assurance maladie visés à l’article 201, § 1er,
1°, 3° et 4° sont conclus à vie. Les contrats d’assurance
maladie visés à l’article 201, § 1er, 2°, valent jusqu’à l’âge
de 65 ans ou un âge antérieur, si cet âge est l’âge normal
auquel l’assuré met complètement et défi nitivement fi n
à son activité professionnelle.
§ 2. Sans préjudice de l’application de l’article 85,
§ 3, les contrats peuvent être conclus pour une durée
limitée à la demande expresse de l’assuré principal et
s’il y va de son intérêt.
§ 3. Les dispositions du présent article ne sont pas
applicables aux contrats d’assurance maladie offerts à
titre accessoire par rapport au risque principal, dont la
durée n’est pas à vie.
Art. 204
Modifi cations tarifaires et contractuelles
§ 1er. Sauf accord réciproque des parties et à la de-
mande exclusive de l’assuré principal, ainsi que dans les
cas visés aux paragraphes 2, 3 et 4, l’assureur ne peut
plus apporter de modifi cations aux bases techniques
de la prime ni aux conditions de couverture après que
le contrat d’assurance maladie ait été conclu.
La modifi cation des bases techniques de la prime et/
ou des conditions de couverture, moyennant l’accord
réciproque des parties, prévue à l’alinéa 1er, ne peut
s’effectuer que dans l’intérêt des assurés.
§ 2. La prime, la franchise et la prestation peuvent être
adaptées à la date d’échéance annuelle de la prime sur
la base de l’indice des prix à la consommation.
§ 3. La prime, la franchise et la prestation peuvent
être adaptées, à la date d’échéance annuelle de la prime
et sur la base d’un ou plusieurs indices spécifi ques,
aux coûts des services couverts par les contrats privés
d’assurance maladie si et dans la mesure où l’évolution
de cet ou de ces indices dépasse celle de l’indice des
prix à la consommation.
Le Roi, sur proposition conjointe des ministres qui
ont les Assurances et les Affaires sociales dans leurs
Art. 203
Duur van de verzekeringsovereenkomst
§ 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen
59, 60, 65, 69, 70, 71, 72 en 81 en behoudens in geval
van bedrog, worden de in artikel 201, § 1, 1°, 3° en 4°,
bedoelde ziekteverzekerings-overeenkomsten voor het
leven aangegaan. De in artikel 201, § 1, 2°, bedoelde
ziekteverzekeringsovereenkomsten gelden ten minste
tot de leeftijd van 65 jaar of tot een jongere leeftijd, wan-
neer deze de normale leeftijd is waarop de verzekerde
zijn beroepswerkzaamheid volledig en defi nitief stopzet.
§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 85, § 3,
kunnen de overeenkomsten worden aangegaan voor
een beperkte duurtijd op uitdrukkelijk verzoek van de
hoofdverzekerde en indien deze daar belang bij heeft.
§ 3. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepas-
sing op de ziekteverzekeringsovereenkomsten die op
bijkomende wijze worden aangeboden bij een hoofdri-
sico dat niet levenslang is.
Art. 204
Wijziging van het tarief en de voorwaarden van de
overeenkomst
§ 1. Behoudens wederzijds akkoord van de partijen
en op uitsluitend verzoek van de hoofdverzekerde als-
mede in de in paragrafen 2, 3 en 4 vermelde gevallen,
kan de verzekeraar de technische grondslagen van de
premie en de dekkingsvoorwaarden, na het sluiten van
een ziekteverzekeringsovereenkomst niet meer wijzigen.
De wijziging van de technische grondslagen van de
premie en/of dekkingsvoorwaarden bij wederzijds ak-
koord van de partijen, zoals bepaald bij het eerste lid,
kan enkel in het belang van de verzekerden gebeuren.
§ 2. De premie, de vrijstelling en de prestatie mogen
worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag, op
grond van het indexcijfer der consumptieprijzen.
§ 3. De premie, of de vrijstelling en de prestaties mo-
gen worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag,
op grond van één of verschillende specifi eke indexcijfers
aan de kosten van de diensten die gedekt worden door
de private ziekteverzekeringsovereenkomsten, indien en
voor zover de evolutie van dat of deze het indexcijfer
der consumptieprijzen overschrijdt.
De Koning, op gemeenschappelijk voorstel van de
ministers tot wier bevoegdheid de verzekeringen en
110
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
attributions et après consultation du Centre fédéral
d’expertise des soins de santé (ci-après “le Centre
d’expertise”), détermine la méthode de construction de
ces indices. A cet effet, Il:
— sélectionne un ensemble de paramètres objectifs
et représentatifs;
— détermine le mode de calcul des valeurs de ces
paramètres;
— détermine les poids respectifs de ces paramètres
dans le ou les indices.
Cette méthode peut être évaluée par le Centre
d’expertise, à la demande conjointe des ministres qui
ont les Affaires sociales et les Assurances dans leurs
attributions.
Sur la base de la méthode fi xée par le Roi, le SPF
Economie calcule et publie annuellement au Moniteur
belge la valeur de l’indice ou des indices, sur la base
des chiffres connus au 30 juin. La publication du résul-
tat se fait au plus tard le 1er septembre. Les modalités
de collaboration entre le Centre d’expertise et le SPF
Economie font l’objet d’un protocole signé entre ces
deux institutions.
Le Roi peut augmenter la fréquence du calcul et de
la publication de la valeur de l’indice ou des indices.
Les personnes et institutions qui disposent des
renseignements nécessaires au calcul sont tenues
de les communiquer au Centre d’expertise et au SPF
Economie à la demande de ceux-ci.
§ 4. L’application du présent article ne porte pas
préjudice à l’article 41 de la présente loi, ni à l’article
21octies de la loi du 9 juillet 1975.
§ 5. La prime, la période de carence et les conditions
de couverture peuvent être adaptées de manière raison-
nable et proportionnelle:
1. aux modifi cations intervenues dans la profession
de l’assuré, en ce qui concerne l’assurance soins de
santé non obligatoire, l’assurance incapacité de travail,
l’assurance invalidité et l’assurance soins et/ou
2. aux modifi cations intervenues dans le revenu de
l’assuré, en ce qui concerne l’assurance incapacité de
travail et l’assurance invalidité et/ou
de sociale zaken behoren en na raadpleging van het
Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg
(hierna “het Kenniscentrum “) bepaalt de wijze waarop
die indexcijfers worden opgebouwd. Hiertoe:
— selecteert Hij een geheel van objectieve en repre-
sentatieve parameters;
— bepaalt Hij de berekeningswijze van deze
parameters;
— bepaalt Hij het respectieve gewicht van deze pa-
rameters in het of de indexcijfers.
Deze methode kan worden geëvalueerd door het
Kenniscentrum op gemeenschappelijke vraag van de
ministers die bevoegd zijn voor Verzekeringen en de
Sociale Zaken.
Op basis van de door de Koning vastgestelde me-
thode gaat de FOD Economie over tot de berekening
en publiceert hij de waarde van het of de indexcijfers
jaarlijks in het Belgisch Staatsblad op basis van de
cijfers die zijn gekend op 30 juni. De publicatie van het
resultaat gebeurt ten laatste op 1 september. De wijze
van samenwerking tussen het Kenniscentrum en de
FOD Economie wordt bepaald door een protocol tussen
deze twee instellingen.
De Koning kan de regelmaat van de berekening en
bekendmaking van de waarde van het of de indexcijfers
verhogen.
De personen en instellingen die beschikken over de
gegevens die nodig zijn voor de berekening moeten
deze meedelen aan het Kenniscentrum en de FOD
Economie als deze instellingen ze vragen.
§ 4. De toepassing van dit artikel laat artikel 41 van
deze wet en artikel 21octies van de wet van 9 juli 1975
onverlet.
§ 5. De premie, de vrijstellingstermijn en de dekkings-
voorwaarden mogen op redelijke en proportionele wijze
worden aangepast:
1. aan de wijzigingen in het beroep van de verzekerde
wat de niet-verplichte ziektekostenverzekering, de ar-
beidsongeschiktheidsverzekering, de invaliditeitsverze-
kering en de zorgverzekering betreft en/of
2. aan de wijzigingen in het inkomen van de verze-
kerde wat de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de
invaliditeitsverzekering betreft en/of
111
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
3. lorsque celui-ci change de statut dans le système
de sécurité sociale, en ce qui concerne l’assurance
soins de santé et l’assurance incapacité de travail,
pour autant que ces modifi cations aient une infl uence
signifi cative sur le risque et/ou le coût ou l’étendue des
prestations garanties.
Art. 205
Incontestabilité
Dès qu’un délai de deux ans s’est écoulé à compter
de l’entrée en vigueur du contrat d’assurance mala-
die, l’assureur ne peut invoquer l’article 60 en ce qui
concerne les omissions ou inexactitudes non intention-
nelles dans les déclarations du preneur d’assurance
ou de l’assuré, lorsque ces omissions ou inexactitudes
se rapportent à une maladie ou une affection dont les
symptômes s’étaient déjà manifestés au moment de la
conclusion du contrat et qui n’a pas été diagnostiquée
dans le même délai de deux ans.
L’assureur ne peut invoquer une omission ou inexac-
titude non intentionnelle lorsque la maladie ou une
affection ne s’était encore manifestée d’aucune manière
au moment de la conclusion du contrat d’assurance.
Art. 206
Malades chroniques et personnes handicapées
Le candidat assuré principal qui souffre d’une mala-
die chronique ou d’un handicap et qui n’a pas atteint
l’âge de soixante-cinq ans, a droit à une assurance
soins de santé, étant entendu que les coûts liés à la
maladie ou au handicap qui existe au moment de la
conclusion du contrat d’assurance peuvent, sans pré-
judice de l’application de l’article 205 être exclus de la
couverture. La prime doit être celle qui serait réclamée à
la même personne si elle n’était pas malade chronique
ou handicapée.
Sans préjudice de l’application des articles 58 et 61
en ce qui concerne l’information relative aux données
génétiques, un document qui établit avec précision la
maladie ou le handicap visé ainsi que les coûts exclus
de la couverture ou qui font l’objet d’une couverture
limitée, est joint au contrat d’assurance. Le modèle du
document est arrêté par le Roi.
3. wanneer deze laatste verandert van statuut in het
stelsel van sociale zekerheid wat de ziektekostenverze-
kering en de arbeidsongeschiktheidsverzekering betreft,
voor zover deze wijzigingen een betekenisvolle invloed
hebben op het risico en/of de kosten of de omvang van
de verleende dekking.
Art. 205
Onbetwistbaarheid
Zodra een termijn van twee jaar verstreken is te
rekenen van de inwerkingtreding van de ziekteverzeke-
ringsovereenkomst, kan de verzekeraar zich niet meer
beroepen op artikel 60 met betrekking tot het onopzet-
telijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen
van gegevens door de verzekeringnemer of de verze-
kerde, wanneer deze gegevens betrekking hebben op
een ziekte of aandoening waarvan de symptomen zich
op het ogenblik van het sluiten van de verzekerings-
overeenkomst reeds hadden gemanifesteerd en deze
ziekte of aandoening niet gediagnosticeerd werd binnen
diezelfde termijn van twee jaar.
De verzekeraar kan zich niet beroepen op een onop-
zettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist mededelen
van gegevens, wanneer deze gegevens betrekking heb-
ben op een ziekte of aandoening die zich op het ogenblik
van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst nog
op geen enkele wijze had gemanifesteerd.
Art. 206
Chronisch zieken en personen met een handicap
De kandidaat-verzekerde die chronisch ziek of ge-
handicapt is en de leeftijd van vijfenzestig jaar niet heeft
bereikt, heeft recht op een ziektekostenverzekering, met
dien verstande dat de kosten die verband houden met
de ziekte of de handicap welke bestaat op het ogenblik
van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst, on-
verminderd de toepassing van artikel 205 van de dek-
king mogen worden uitgesloten. De premie moet deze
zijn die aangerekend zou worden aan dezelfde persoon
indien hij of zij niet chronisch ziek of gehandicapt was.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 58 en
61 wat de informatie met betrekking tot de genetische
gegevens betreft, wordt aan de verzekeringsovereen-
komst een document gehecht dat nauwkeurig de be-
doelde ziekte of handicap alsmede de kosten bepaalt
die van de dekking uitgesloten zijn of slechts beperkt
worden gedekt. De Koning bepaalt het model van het
document.
112
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Sans préjudice de la compétence des cours et tribu-
naux, les litiges portant sur les coûts exclus de la cou-
verture ou faisant l’objet d’une couverture limitée sont
d’abord soumis à un organe de conciliation constitué
par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Art. 207
§ 1er. L’assuré principal informe l’assureur, par écrit
ou par voie électronique, du moment où un assuré
secondaire quitte le contrat d’assurance ainsi que du
nouveau lieu de résidence de celui-ci.
Sur la base de ces données, l’assureur soumet
à l’assuré secondaire, dans les trente jours, une
offre d’assurance conforme aux articles 203 et 204.
L’assureur informe l’assuré secondaire que l’offre vaut
également pour les membres de sa famille. Il ne peut
invoquer le fait que le risque est déjà réalisé.
L’assuré secondaire dispose d’un délai de soixante
jours pour accepter la proposition d’assurance par écrit
ou par voie électronique. Le droit d’accepter l’offre
s’éteint à l’expiration de ce délai.
§ 2. Le contrat d’assurance que l’assuré secondaire
a accepté commence à courir au moment où celui-ci
perd le bénéfi ce de l’assurance précédente.
Section III
Poursuite individuelle d’un contrat d’assurance maladie lié
à l’activité professionnelle
Art. 208
Conditions d’octroi
§ 1er. Sauf si elle perd le bénéfi ce du contrat d’assu-
rance maladie lié à l’activité professionnelle pour les
raisons visées aux articles 59, 60, 69, 70, 72 et 79 et,
de manière générale, en cas de fraude, toute personne
affiliée à une assurance liée à l’activité professionnelle
a le droit de poursuivre, en tout ou en partie, cette assu-
rance individuellement lorsqu’elle perd le bénéfi ce de
l’assurance liée à l’activité professionnelle, sans devoir
subir un examen médical supplémentaire ni devoir rem-
plir un nouveau questionnaire médical.
A cet effet, l’assuré principal doit, durant les deux
années précédant la perte du contrat d’assurance mala-
die lié à l’activité professionnelle qui est poursuivi, avoir
été affilié de manière ininterrompue à un ou plusieurs
Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en
rechtbanken worden de geschillen met betrekking tot
de kosten die van de dekking uitgesloten zijn of slechts
beperkt gedekt worden, eerst voorgelegd aan een door
de Koning bij een besluit vastgelegd na overleg in de
Ministerraad, opgericht bemiddelingsorgaan.
Art. 207
§ 1. De hoofdverzekerde brengt de verzekeraar,
schriftelijk of elektronisch op de hoogte van het tijdstip
waarop een bijverzekerde de verzekeringsovereenkomst
verlaat en van diens nieuwe verblijfplaats.
Op basis van deze gegevens doet de verzekeraar de
bijverzekerde binnen de dertig dagen een verzekerings-
aanbod dat in overeenstemming is met de artikelen 203
en 204. De verzekeraar informeert de bijverzekerde dat
het aanbod ook geldt voor de leden van zijn gezin. Hij
kan niet inroepen dat het risico reeds verwezenlijkt is.
De bijverzekerde beschikt over een termijn van
zestig dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of
elektronisch te aanvaarden. Bij het verstrijken van deze
termijn vervalt het recht om het aanbod te aanvaarden.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst die de bijverze-
kerde heeft aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij
het voordeel van de vorige verzekering verliest.
Afdeling III
Individuele voortzetting van beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst
Art. 208
Toekenningsvoorwaarden
§ 1. Behalve in geval hij het voordeel van de beroeps-
gebonden ziekteverzekeringsovereenkomst verliest om-
wille van de bedoelde redenen in de artikelen 59, 60, 69,
70, 72 en 79 en, in het algemeen, in geval van bedrog,
heeft elke persoon die bij een beroepsgebonden ver-
zekering is aangesloten het recht om deze verzekering
individueel geheel of gedeeltelijk voort te zetten wanneer
hij het voordeel van de beroepsgebonden verzekering
verliest, zonder een bijkomend medisch onderzoek te
moeten ondergaan noch een nieuwe medische vragen-
lijst te moeten invullen.
Daartoe moet de hoofdverzekerde gedurende de
twee jaren die aan het verlies van de voortgezette be-
roepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst vooraf
gaan, ononderbroken aangesloten geweest zijn bij een
113
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
contrats d’assurance maladie successifs souscrits
auprès d’une entreprise d’assurances au sens de la
présente loi.
§ 2. Le preneur d’assurance ou, en cas de faillite ou
de liquidation, le curateur ou le liquidateur du preneur
d’assurance informe l’assuré principal, par écrit ou par
voie électronique, au plus tard dans les trente jours sui-
vant la perte du bénéfi ce de l’assurance liée à l’activité
professionnelle, du moment précis de cette perte et de
la possibilité de poursuivre le contrat individuellement.
De plus, il informe l’assuré principal du délai dans lequel
celui-ci et, le cas échéant, le coassuré peuvent exercer
leur droit à la poursuite individuelle. Le preneur d’assu-
rance ou, en cas de faillite ou de liquidation, le curateur
ou le liquidateur transmet en même temps à l’assuré
principal les coordonnées de l’entreprise d’assurances
concernée.
L’assuré principal et, le cas échéant, le coassuré dis-
posent d’un délai de trente jours pour informer par écrit
ou par voie électronique l’assureur de leur intention de
poursuivre le contrat d’assurance maladie lié à l’activité
professionnelle, en tout ou en partie, individuellement.
Le délai commence à courir le jour de réception du
courrier par lequel le preneur d’assurance ou, en cas
de faillite ou de liquidation, le curateur ou le liquidateur
du preneur d’assurance informe l’assuré principal par
écrit ou par voie électronique qu’il peut décider de
poursuivre individuellement le contrat d’assurance
maladie lié à l’activité professionnelle dont il a perdu
le bénéfi ce. L’assuré principal et, le cas échéant, le
coassuré disposent du droit de prolonger ce délai de
trente jours, à condition d’en informer l’assureur par écrit
ou par voie électronique. Ce droit doit lui être signifi é
par l’employeur, conformément à l’alinéa 1er. Ce délai
expire en tout cas après cent cinq jours à compter du
jour de la perte du bénéfi ce de l’assurance maladie liée
à l’activité professionnelle.
L’assureur dispose d’un délai de quinze jours pour
soumettre à l’assuré principal et, le cas échéant,
au coassuré, par écrit ou par voie électronique, une
offre d’assurance conforme aux articles 203 et 204.
L’assureur ne peut invoquer le fait que le risque est
déjà réalisé.
En même temps qu’il adresse son offre, l’assu-
reur informe l’assuré principal et, le cas échéant, le
coassuré sur les conditions de garantie, notamment
les prestations couvertes, les exclusions, le délai de
déclaration. Il rappelle également à l’assuré principal
et, le cas échéant, au coassuré le délai de trente jours
of meer opeenvolgende ziekteverzekeringsovereenkom-
sten die bij een verzekeringsonderneming zoals bedoeld
in deze wet waren aangegaan.
§ 2. De verzekeringnemer of, in geval van faillissement
of vereffening, de curator respectievelijk de vereffenaar
van de verzekeringnemer, brengt de hoofdverzekerde
ten laatste dertig dagen na het verlies van het voordeel
van de beroepsgebonden verzekering schriftelijk of
elektronisch op de hoogte van het precieze tijdstip van
dit verlies en van de mogelijkheid om de overeenkomst
individueel voort te zetten. Daarbij informeert hij de
hoofdverzekerde over de termijn waarbinnen deze en,
in voorkomend geval, de medeverzekerden het recht op
individuele voortzetting kunnen uitoefenen. De verzeke-
ringnemer of, in geval van faillissement of vereffening,
de curator respectievelijk de vereffenaar maakt de
hoofdverzekerde tegelijkertijd de contactgegevens over
van de betrokken verzekeringsonderneming.
De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de
medeverzekerde, beschikken over een termijn van dertig
dagen om de verzekeraar schriftelijk of elektronisch
kennis te geven van zijn voornemen om de beroeps-
gebonden ziekteverzekeringsovereenkomst geheel
of gedeeltelijk individueel voort te zetten. De termijn
begint te lopen op de dag van de ontvangst van het
schrijven waarin de verzekeringnemer of, in geval van
faillissement of vereffening, de curator respectievelijk
de vereffenaar van de verzekeringnemer, de hoofdver-
zekerde schriftelijk of elektronisch ervan in kennis stelt
dat hij kan beslissen de beroepsgebonden ziekteverze-
keringsovereenkomst waarvan hij het voordeel verloren
heeft, individueel voort te zetten. De hoofdverzekerde
en in voorkomend geval de medeverzekerde hebben
het recht die termijn met dertig dagen te verlengen, op
voorwaarde dat de verzekeraar daarvan schriftelijk of
elektronisch in kennis wordt gesteld. Overeenkomstig
het eerste lid moet de werkgever hem in kennis stellen
van dat recht. Deze termijn verstrijkt in elk geval hon-
derdenvijf dagen na het verlies van het voordeel van de
beroepsgebonden ziekteverzekering.
De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien
dagen om de hoofdverzekerde en, in voorkomend ge-
val, de medeverzekerde schriftelijk of elektronisch een
verzekeringsaanbod te doen dat in overeenstemming
is met de artikelen 203 en 204. De verzekeraar kan niet
inroepen dat het risico reeds verwezenlijkt is.
Tegelijk met het bezorgen van zijn aanbod stelt de
verzekeraar de hoofdverzekerde en, in voorkomend
geval, de medeverzekerde in kennis van de dekkings-
voorwaarden, inzonderheid de gedekte prestaties, de
uitsluitingen en de aangiftetermijn. Voorts herinnert
hij de hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de
114
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
dont il dispose pour accepter l’offre soit par écrit, soit
par voie électronique.
L’assuré principal et, le cas échéant, le coassuré
disposent d’un délai de trente jours pour accepter l’offre
d’assurance par écrit ou par voie électronique. Ce délai
commence à courir le jour de la réception de l’offre
de l’assureur visée à l’alinéa 3. Le droit à la poursuite
individuelle s’éteint à l’expiration de ce délai.
§ 3. Lorsque le coassuré perd le bénéfi ce de l’assu-
rance liée à l’activité professionnelle pour une autre
raison que la perte du bénéfi ce de cette assurance par
l’assuré principal, le coassuré dispose d’un délai de
cent cinq jours, à partir du moment où il perd le bénéfi ce
précité, pour informer l’assureur, par écrit ou par voie
électronique, de son intention d’exercer son droit à la
poursuite individuelle.
L’assureur dispose d’un délai de quinze jours pour lui
faire, par voie électronique ou par écrit, une offre d’assu-
rance conforme aux articles 203 et 204. L’assureur ne
peut invoquer le fait que le risque est déjà réalisé.
Le coassuré dispose d’un délai de trente jours pour
accepter l’offre d’assurance par écrit ou par voie électro-
nique. Ce délai commence à courir le jour de la réception
de l’offre de l’assureur visée à l’alinéa 2. Le droit à la
poursuite individuelle s’éteint à l’expiration de ce délai.
§ 4. Le contrat d’assurance accepté par l’assuré
prend cours au moment où il perd l’avantage de l’assu-
rance liée à l’activité professionnelle.
Art. 209
Information à fournir par l’assureur
§ 1er. L’assureur informe le preneur d’assurance de la
possibilité pour l’assuré de payer individuellement une
prime complémentaire. Le preneur d’assurance trans-
met cette information sans délai à l’assuré principal.
Le paiement de ces primes complémentaires, pour
autant qu’elles aient été payées année par année
sans interruption, a pour effet qu’en cas de poursuite
individuelle la prime visée à l’article 211 est fi xée en
medeverzekerde aan de termijn van dertig dagen
waarover hij beschikt om het aanbod schriftelijk dan
wel elektronisch te aanvaarden.
De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de
medeverzekerde, beschikken over een termijn van dertig
dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektro-
nisch te aanvaarden. Deze termijn begint te lopen op de
dag van de ontvangst van het in het derde lid bedoelde
aanbod van de verzekeraar. Bij het verstrijken van deze
termijn vervalt het recht op individuele voortzetting.
§ 3. Wanneer de medeverzekerde het voordeel van de
beroepsgebonden verzekering verliest om een andere
reden dan het verlies van het voordeel van die verze-
kering door de hoofdverzekerde, beschikt de medever-
zekerde over een termijn van honderdenvijf dagen te
rekenen van het tijdstip waarop hij voornoemd voordeel
verliest om de verzekeraar schriftelijk of elektronisch in
kennis te stellen van zijn voornemen om het recht op
individuele voortzetting uit te oefenen.
De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien
dagen om hem schriftelijk of elektronisch een verzeke-
ringsaanbod te doen dat in overeenstemming is met de
artikelen 203 en 204. De verzekeraar kan niet inroepen
dat het risico reeds verwezenlijkt is.
De medeverzekerde beschikt over een termijn van
dertig dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of
elektronisch te aanvaarden. Deze termijn begint te lopen
op de dag van de ontvangst van het in het tweede lid
bedoelde aanbod van de verzekeraar. Bij het verstrij-
ken van deze termijn vervalt het recht op individuele
voortzetting.
§ 4. De verzekeringsovereenkomst die de verzekerde
heeft aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij het
voordeel van de beroepsgebonden verzekering verliest.
Art. 209
Door de verzekeraar te verstrekken informatie
§ 1. De verzekeraar licht de verzekeringnemer in
over de mogelijkheid voor de verzekerde om indivi-
dueel een bijkomende premie te betalen. De verzeke-
ringnemer bezorgt die informatie onmiddellijk aan de
hoofdverzekerde.
De betaling van die bijkomende premies, mits zij jaar
na jaar ononderbroken werden betaald, heeft tot gevolg
dat de in artikel 211 bedoelde premie in geval van indi-
viduele voortzetting berekend wordt rekening houdend
115
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
tenant compte de l’âge de l’assuré au moment où il a
commencé à payer les primes complémentaires.
L’âge retenu pour le calcul de la prime visée à l’article
211 est relevé proportionnellement, en cas d’interruption
temporaire du paiement des primes complémentaires
visées à l’alinéa 2, en fonction de cette interruption.
§ 2. Si l’assureur a négligé de remplir le devoir
d’information visé au paragraphe 1er, la prime du contrat
d’assurance maladie poursuivi individuellement est, par
dérogation à l’article 211, calculée en tenant compte de
l’âge de l’assuré principal ou du coassuré au moment
de son affiliation à l’assurance liée à l’activité profes-
sionnelle. Il appartient à l’assureur de démontrer qu’il
a rempli le devoir d’information visé au paragraphe 1er.
Si le preneur d’assurance a omis de transmettre
l’information visée au paragraphe 1er à l’assuré principal,
le preneur d’assurance est tenu de verser à l’assureur
la différence entre la prime calculée sur la base de l’âge
atteint au moment de l’exercice du droit de la poursuite
individuelle du contrat et la prime calculée sur la base
de l’âge de l’assuré principal au moment de son affi-
liation à l’assurance liée à l’activité professionnelle. La
prime relative au contrat d’assurance maladie poursuivi
individuellement qui est réclamée à l’assuré principal
est également dans ce cas, par dérogation à l’article
211, calculée en tenant compte de l’âge de l’assuré
principal au moment de son affiliation à l’assurance
liée à l’activité professionnelle. Il appartient au preneur
d’assurance de démontrer qu’il a transmis l’information
visée au paragraphe 1er.
Art. 210
Garanties
§ 1er. Le contrat d’assurance maladie poursuivi indi-
viduellement offre au moins des garanties similaires à
celles offertes par le contrat d’assurance maladie lié à
l’activité professionnelle poursuivi.
Les garanties de l’assurance soins de santé indivi-
duelle sont considérées comme similaires si les élé-
ments suivants de l’assurance soins de santé liée à
l’activité professionnelle sont repris:
1° le choix de la chambre: le remboursement intégral
ou partiel ou le non-remboursement des frais supportés
dans une chambre individuelle, double ou commune;
met de leeftijd waarop de verzekerde de bijkomende
premies is beginnen te betalen.
De leeftijd die in aanmerking komt voor de berekening
van de in artikel 211 bedoelde premie, wordt proporti-
oneel opgetrokken in geval van en in functie van de
tijdelijke onderbreking van de betaling van de in het
tweede lid bedoelde bijkomende premies.
§ 2. Indien de verzekeraar nagelaten heeft de in
paragraaf 1 opgelegde informatieplicht na te komen,
wordt de premie voor de individueel voortgezette ziek-
teverzekeringsovereenkomst in afwijking van artikel
211 berekend rekening houdend met de leeftijd van
de hoofd- of medeverzekerde op het ogenblik van zijn
aansluiting bij de beroepsgebonden verzekering, De
bewijslast inzake de nakoming van de in paragraaf 1
bedoelde informatieplicht berust bij de verzekeraar.
Indien de verzekeringnemer nagelaten heeft de in
paragraaf 1 bedoelde informatie te bezorgen aan de
hoofdverzekerde, is de verzekeringnemer aan de ver-
zekeraar het verschil verschuldigd tussen de premie die
berekend wordt op grond van de leeftijd welke bereikt
is op het ogenblik van de uitoefening van het recht op
individuele voortzetting en de premie die berekend wordt
op grond van de leeftijd van de hoofdverzekerde op het
ogenblik van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden
verzekering. De premie voor de individueel voortgezette
ziekteverzekeringsovereenkomst, die aangerekend
wordt aan de hoofdverzekerde, wordt ook in dat geval,
in afwijking van artikel 211, berekend rekening hou-
dend met de leeftijd van de hoofdverzekerde, op het
ogenblik van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden
verzekering. De bewijslast inzake het bezorgen van
de in paragraaf 1 bedoelde informatie berust bij de
verzekeringnemer.
Art. 210
Waarborgen
§ 1. De individueel voortgezette ziekteverzekerings-
overeenkomst biedt minstens waarborgen die gelijksoor-
tig zijn met die welke geboden worden door de voortgezet-
te beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst.
De waarborgen van de individuele ziektekostenver-
zekering worden als gelijksoortig beschouwd indien de
volgende elementen van de beroepsgebonden ziekte-
kostenverzekering worden overgenomen:
1° de keuze van de kamer: het al dan niet geheel of
ten dele terugbetalen van de kosten die gedragen zijn
in een één-, twee- of meerpersoonskamer;
116
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
2° la formule de remboursement: le remboursement
(partiel) des frais réels ou le remboursement des frais
sur la base du niveau de remboursement INAMI dans
le cadre de l’assurance soins de santé légale, ou la
possibilité d’une intervention forfaitaire;
3° la pré- et posthospitalisation: la prise en charge
ou non des frais ambulatoires liés à l’hospitalisation et
qui surviennent dans un délai déterminé avant ou après
l’hospitalisation; si ces frais sont couverts, ce délai doit
être d’une durée minimale d’un mois avant et de trois
mois après l’hospitalisation;
4° les maladies graves: la prise en charge ou non des
frais ambulatoires liés aux maladies graves.
Les garanties de l’assurance incapacité de travail
individuelle sont considérées comme similaires si elles
prévoient, comme l’assurance incapacité de travail liée
à l’activité professionnelle, le versement d’un même
pourcentage de la perte de revenus subie ou un même
montant fi xe, toutefois limité le cas échéant à la perte de
revenus subie. L’assurance incapacité de travail indivi-
duelle, qui poursuit l’assurance incapacité de travail liée
à l’activité professionnelle, vaut jusqu’à l’âge légal de la
pension ou un âge antérieur, s’il s’agit de l’âge normal
auquel l’assuré cesse complètement et défi nitivement
son activité professionnelle.
Les garanties de l’assurance invalidité individuelle
sont considérées comme similaires si elles prévoient
le versement d’un même montant fi xe ou une indem-
nisation calculée sur la base des mêmes paramètres
que ceux qui sont pris en compte dans le cadre de
l’assurance invalidité liée à l’activité professionnelle.
Les garanties de l’assurance dépendance indi-
viduelle sont considérées comme similaires si elles
prévoient, comme l’assurance soins liée à l’activité
professionnelle, le versement d’un même montant fi xe
ou une indemnisation identique des frais dus à la perte
totale ou partielle d’autonomie.
§ 2. Sans préjudice de l’article 203, § 1er, la poursuite
individuelle du contrat d’assurance maladie lié à l’acti-
vité professionnelle a lieu sans imposer un nouveau
délai d’attente. La garantie ne peut pas être limitée et
aucune prime supplémentaire ne peut être imposée en
raison de l’évolution de l’état de santé de l’assuré au
cours du contrat d’assurance maladie liée à l’activité
professionnelle.
2° de terugbetalingsformule: het (ten dele) terug-
betalen van de werkelijk gedragen kosten, of het
vergoeden van de kosten op grond van het RIZIV-
terugbetalingsniveau in het raam van de wettelijke ziek-
tekostenverzekering, of het voorzien in een forfaitaire
tegemoetkoming;
3° de pre- en posthospitalisatie: het al dan niet ten
laste nemen van de ambulante kosten die verband
houden met de hospitalisatie en die voorvallen in een
welbepaalde termijn vóór of na de hospitalisatie; in de
mate dat deze ambulante kosten gedekt zijn, dient de
termijn minstens één maand te bedragen vóór de hos-
pitalisatie en drie maanden na de hospitalisatie;
4° de zware ziekten: het al dan niet ten laste nemen
van de ambulante kosten die verband houden met
zware ziekten.
De waarborgen van de individuele arbeidsongeschikt-
heidsverzekering worden als gelijksoortig beschouwd
indien deze, net als de beroepsgebonden arbeidson-
geschiktheidsverzekering, voorzien in de uitkering van
eenzelfde percentage van het geleden inkomstenverlies,
dan wel in eenzelfde vast bedrag, dat in voorkomend ge-
val beperkt wordt tot het effectief geleden inkomensver-
lies. De individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering,
die de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverze-
kering voortzet, geldt tot de pensioengerechtigde leeftijd
of tot een jongere leeftijd, wanneer deze de normale
leeftijd is waarop de verzekerde zijn beroepswerkzaam-
heid volledig en defi nitief stopzet.
De waarborgen van de individuele invaliditeitsver-
zekering worden als gelijksoortig beschouwd indien
ze voorzien in de uitkering van eenzelfde vast bedrag
dan wel in een vergoeding die berekend wordt op
grond van dezelfde parameters als die welke in aan-
merking genomen worden in de beroepsgebonden
invaliditeitsverzekering.
De waarborgen van de individuele zorgverzekering
worden als gelijksoortig beschouwd indien ze net als de
beroepsgebonden zorgverzekering, voorzien in de uitke-
ring van eenzelfde vast bedrag, dan wel in een identieke
vergoeding van de kosten die het gevolg zijn van het
geheel of gedeeltelijk verlies van de zelfredzaamheid.
§ 2 Onverminderd artikel 203, § 1, gebeurt de indi-
viduele voortzetting van de beroepsgebonden ziekte-
verzekeringsovereenkomst zonder instelling van een
nieuwe wachttermijn. De waarborg kan niet worden
beperkt en geen bijpremie kan worden opgelegd we-
gens de evolutie van de gezondheidstoestand van de
verzekerde tijdens de duur van de beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst.
117
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 211
Prime
Pour le calcul de la prime du contrat d’assurance
maladie poursuivi individuellement, il est tenu compte
uniquement:
1° de l’âge de l’assuré au moment de la poursuite indi-
viduelle du contrat, sans préjudice de l’article 209, § 1er;
2° des éléments d’évaluation du risque, tels qu’ils
existaient et furent évalués lors de l’affiliation au contrat
d’assurance maladie liée à l’activité professionnelle
poursuivi;
3° du régime de sécurité sociale et du statut auxquels
l’assuré est assujetti;
4° en ce qui concerne l’assurance soins de santé, de
l’assurance invalidité et de l’assurance soins, ainsi que
de la profession de l’assuré;
5° en ce qui concerne l’assurance incapacité de
travail, de la profession et du revenu professionnel de
l’assuré.
CHAPITRE 5
Dispositions propres à certains contrats
d’assurance qui garantissent le remboursement
du capital d’un crédit
Art. 212
§ 1er. Le Roi peut, sur proposition conjointe du
ministre et du ministre ayant la Santé publique dans
ses attributions et après consultation de la Commission
de la protection de la vie privée, fi xer des dispositions
d’exécution pour un ou plusieurs des points suivants:
1° dans quels cas et pour quels types de crédit ou
pour quels montants assurés un questionnaire médical
standardisé doit être complété;
2° le contenu du questionnaire médical standardisé,
étant entendu qu’il doit être établi dans le respect de
la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de
la vie privée à l’égard des traitements de données à
caractère personnel et de l’article 8 de la Convention
de sauvegarde des Droits de l’Homme et des Libertés
fondamentales du 4 novembre 1950;
Art. 211
Premie
Bij de berekening van de premie voor de individueel
voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst wordt
alleen rekening gehouden met:
1° de leeftijd van de verzekerde op het ogenblik van
de individuele voortzetting, onverminderd artikel 209,
§ 1;
2° de elementen ter beoordeling van het risico, zoals
die bestonden en beoordeeld werden op het ogenblik
van het toetreden tot de voortgezette beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst;
3° het stelsel en het statuut van sociale zekerheid
waaraan de verzekerde is onderworpen;
4° wat betreft de ziektekostenverzekering, de inva-
liditeitsverzekering en de zorgverzekering, alsook het
beroep van de verzekerde;
5° wat betreft de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
het beroep en het beroepsinkomen van de verzekerde.
HOOFDSTUK 5
Nadere bepalingen betreffende sommige
verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling
van het kapitaal van een krediet waarborgen
Art. 212
§ 1. De Koning kan, op gezamenlijk voorstel van de mi-
nister en de minister bevoegd voor de Volksgezondheid,
na advies van de Commissie voor de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer, uitvoeringsbepalingen
vaststellen voor één of meerdere van volgende punten:
1° in welke gevallen en voor welke soorten krediet of
welke verzekerde bedragen een standaard medische
vragenlijst moet worden ingevuld;
2° de inhoud van de standaard medische vragenlijst,
met dien verstande dat die moet worden bepaald met
inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot be-
scherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte
van de verwerking van persoonsgegevens, alsook van
artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rech-
ten van de mens en de fundamentele vrijheden van
4 november 1950;
118
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
3° la manière dont les assureurs tiennent compte
du questionnaire dans leur décision d’attribuer ou non
l’assurance et pour la fi xation de la prime;
4° les cas où les assureurs peuvent demander un
examen médical complémentaire au candidat à l’assu-
rance, ainsi que le contenu de cet examen et le droit à
l’information concernant les résultats de cet examen;
5° le délai dans lequel les assureurs doivent commu-
niquer leur décision relative à la demande d’assurance
au candidat à l’assurance, étant entendu que la durée
globale de traitement des dossiers de demande de prêt
immobilier par les établissements de crédit et les assu-
reurs ne pourra pas excéder cinq semaines à compter
de la réception du dossier complet;
6° la manière dont les établissements de crédit
prennent également en considération d’autres garan-
ties que l’assurance du solde restant dû lors de l’octroi
d’un crédit;
7° les conditions auxquelles les candidats à l’assu-
rance qui se voient refuser l’accès à une assurance du
solde restant dû peuvent faire appel au Bureau du suivi
de la tarifi cation visé à l’article 217, § 1er;
8° l’obligation dans le chef des entreprises d’assu-
rances et des établissements de crédit de diffuser
largement et de façon compréhensible l’information
sur l’existence du présent mécanisme d’assurances
du solde restant dû pour les personnes présentant un
risque de santé accru.
9° les cas dans lesquels une déclaration sur l’honneur
doit être produite en ce qui concerne l’objet du contrat
d’assurance.
Les conditions visées à l’alinéa 1er, 7°, fi xent notam-
ment le nombre de refus de la part des entreprises
d’assurances que le candidat à l’assurance doit avoir
essuyé avant de pouvoir s’adresser au Bureau du suivi
de la tarifi cation, ainsi que la hauteur des primes assi-
milées à un refus de la demande.
§ 2. Le Roi peut régler ou interdire l’utilisation des
questionnaires médicaux.
Le Roi peut déterminer, reformuler ou interdire des
questions relatives à la santé de l’assuré. Il peut limiter
la portée d’une question dans le temps.
3° op welke wijze de verzekeraars bij hun beslissing
over het al dan niet toekennen van de verzekering en
het bepalen van de premie rekening houden met de
vragenlijst;
4° de gevallen waarin de verzekeraars een bijkomend
medisch onderzoek mogen vragen aan de kandidaat-
verzekerde, evenals de inhoud van dit onderzoek en
het recht op informatie over de resultaten van deze
onderzoeken;
5° de termijn waarbinnen de verzekeraars hun
beslissing over de aanvraag van de verzekering aan
de kandidaat-verzekerde moeten meedelen, met dien
verstande dat de totale duur van de behandeling door
de kredietinstellingen en de verzekeraars van de aan-
vraagdossiers voor een woonkrediet niet meer dan vijf
weken mag bedragen, te rekenen van de ontvangst van
het volledige dossier;
6° op welke wijze de kredietinstellingen ook andere
waarborgen dan de schuldsaldoverzekering in overwe-
ging nemen bij het verstrekken van een krediet;
7° onder welke voorwaarden de kandidaat-verzeker-
den een beroep kunnen doen op het in artikel 217, § 1,
bedoelde Opvolgingsbureau voor de tarifering, indien
hen een schuldsaldoverzekering wordt geweigerd;
8° de verplichting voor de verzekeringsmaatschap-
pijen en de kredietinstellingen om de informatie over het
bestaan van dit mechanisme van schuldsaldoverzeke-
ring voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico
ruim en op begrijpelijke wijze te verspreiden.
9° in welke gevallen een verklaring op eer over het
voorwerp van de verzekeringsovereenkomst moet
worden afgelegd.
De in het eerste lid, 7°, bedoelde voorwaarden defi ni-
eren onder meer na hoeveel door de verzekeringsinstel-
lingen geweigerde aanvragen een kandidaat-verzekerde
zich kan wenden tot het Opvolgingsbureau voor de
tarifering, evenals de hoogte van de premies die met
een weigering van de aanvraag gelijkgesteld worden.
§ 2. De Koning kan het gebruik van medische vra-
genlijsten regelen of verbieden.
De Koning kan vragen die betrekking hebben op
de gezondheidstoestand van de verzekerde bepalen,
herformuleren of verbieden. Hij kan de draagwijdte van
een vraag in de tijd beperken.
119
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Le Roi peut déterminer le montant assuré au-dessous
duquel seul le questionnaire médical peut être utilisé.
§ 3. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable
au candidat preneur d’assurance, l’assureur est tenu
de la réparation du préjudice causé par le non-respect
des dispositions arrêtées en vertu du paragraphe 1er. Le
préjudice causé au candidat preneur d’assurance est,
sauf preuve contraire, présumé résulter du non-respect
des dispositions précitées.
Art. 213
L’assureur qui propose une prime au preneur d’assu-
rance est tenu de scinder celle-ci entre la prime de base
et la surprime imputée en raison de l’état de santé de
l’assuré.
S’il décide de refuser l’assurance ou d’en ajourner
l’octroi, d’exclure certains risques de la couverture ou
d’imputer une surprime, l’assureur en avise par cour-
rier le candidat preneur d’assurance, de façon claire et
explicite, et en motivant les raisons de ses décisions.
Le candidat preneur d’assurance est informé, par le
même courrier, de la faculté qu’il a de prendre contact
par écrit avec le médecin de l’assureur, directement
ou par l’intermédiaire d’un médecin de son choix, pour
connaître les raisons médicales sur lesquelles l’assu-
reur a fondé ses décisions. Dans ce même courrier,
l’assureur attire l’attention sur l’existence et mentionne
les coordonnées du Bureau du suivi de la tarifi cation et
de l’organe de conciliation en matière d’assurance du
solde restant dû.
L’assureur indique si la prime proposée peut être
prise en considération pour l’application du mécanisme
de solidarité par la Caisse de compensation visée à
l’article 220.
Art. 214
Le preneur d’assurance qui n’est pas d’accord avec
la prime proposée en informe l’assureur. L’assureur
transmet immédiatement l’ensemble du dossier au
réassureur, en lui demandant de le réévaluer.
Le réassureur décide sur la seule base du dossier
transmis. Tout contact direct entre d’une part, le réas-
sureur et d’autre part, le preneur d’assurance, l’assuré
ou le médecin traitant est interdit.
De Koning kan het verzekerde bedrag vaststellen waar-
onder enkel de medische vragenlijst kan worden gebruikt.
§ 3. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de kandidaat-verzekeringnemer is de verze-
keraar verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt
door het niet-naleven van de bepalingen die worden
vastgesteld krachtens paragraaf 1. Het nadeel dat aan
de kandidaat-verzekeringnemer wordt berokkend, wordt,
behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van
de niet-naleving van vermelde bepalingen.
Art. 213
De verzekeraar die aan de verzekeringnemer een
premie voorstelt, is er toe gehouden die premie op te
splitsen in de basispremie en de bijpremie die om reden
van de gezondheidstoestand van de verzekerde wordt
aangerekend.
Zo de verzekeraar beslist de verzekering te weigeren
of de toekenning ervan uit te stellen, bepaalde risico’s
van de dekking uit te sluiten of een bijpremie aan te re-
kenen, stelt hij de kandidaat-verzekeringnemer daarvan
duidelijk en uitdrukkelijk per brief in kennis, waarbij hij de
redenen motiveert waarop hij zijn beslissingen steunt.
In diezelfde brief wordt de kandidaat-verzekeringnemer
meegedeeld dat hij, rechtstreeks of via een arts naar
keuze, schriftelijk contact kan opnemen met de arts van
de verzekeraar, om te vernemen op welke medische
gronden de verzekeraar zijn beslissingen heeft ge-
steund. In zijn brief wijst de verzekeraar op het bestaan
van het Opvolgingsbureau voor de tarifering en van de
bemiddelingsinstantie inzake schuldsaldoverzekeringen
en vermeldt hij de contactgegevens ervan.
De verzekeraar deelt mee of de voorgestelde premie
in aanmerking komt voor de toepassing van het solida-
riteitsmechanisme door de Compensatiekas, bedoeld
in artikel 220.
Art. 214
De verzekeringnemer die niet akkoord gaat met de
voorgestelde premie brengt hiervan de verzekeraar op
de hoogte. De verzekeraar zendt onverwijld het hele
dossier over aan de herverzekeraar met het verzoek
het opnieuw te beoordelen.
De herverzekeraar beslist alleen op grond van het
toegezonden dossier. Elk rechtstreeks contact tussen
enerzijds de herverzekeraar en anderzijds de verzeke-
ringnemer, de verzekerde of de behandelende genees-
heer is verboden.
120
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le Roi peut à cet égard prévoir, par arrêté délibéré
en Conseil des ministres, que le réassureur ne doit
pas procéder à une réévaluation des propositions de
surprime lorsque cette surprime est inférieure ou égale
à un pourcentage déterminé de la prime de base, fi xé
par le Roi. Ce pourcentage à fi xer par le Roi s’élève à
maximum 25 %.
Art. 215
Lorsque le réassureur décide d’appliquer une sur-
prime inférieure à celle initialement fi xée par l’assu-
reur, ce dernier modifie en ce sens la proposition
d’assurance.
Dans le cas contraire, l’assureur confi rme sa propo-
sition initiale.
Art. 216
Le délai entre la demande d’assurance initiale et
la communication de la décision ne peut pas excéder
quinze jours. Un nouveau délai de quinze jours court
à dater de la prise de connaissance, par l’assureur, du
refus, visé à l’article 214.
Art. 217
§ 1er. Le Roi crée un Bureau du suivi de la tarifi ca-
tion, qui a pour mission d’examiner les propositions de
surprime ou les refus d’assurance, à la demande de la
partie la plus diligente.
Le Roi peut, à cet égard, prévoir que le Bureau du
suivi de la tarifi cation n’examine pas les propositions
de surprime lorsque cette surprime ne représente pas
un ratio minimum de la prime de base.
§ 2. Le Bureau du suivi de la tarifi cation se compose
de deux membres qui représentent les entreprises
d’assurances, d’un membre qui représente les consom-
mateurs et d’un membre qui représente les patients.
Les membres sont nommés par le Roi pour un terme
de six ans.
Ils sont choisis sur une liste double présentée par les
associations professionnelles des entreprises d’assu-
rances et par les associations représentatives des
intérêts des consommateurs et des patients.
De Koning kan hierbij, via een in de Ministerraad
overlegd besluit, bepalen dat de herverzekeraar geen
herbeoordeling moet verrichten van voorstellen van
bijpremie wanneer deze bijpremie kleiner of gelijk is
aan een door de Koning bepaald percentage van de
basispremie. Dit door de Koning te bepalen percentage
bedraagt maximaal 25 %.
Art. 215
Wanneer de herverzekeraar tot een bijpremie besluit
die lager is dan de oorspronkelijk door de verzekeraar
voorgestelde bijpremie, past de verzekeraar in die zin
zijn voorstel aan.
In het tegengestelde geval bevestigt de verzekeraar
zijn oorspronkelijk aanbod.
Art. 216
De termijn tussen de oorspronkelijke verzekerings-
aanvraag en het meedelen van de beslissing mag vijftien
dagen niet te boven gaan. Een nieuwe termijn van vijftien
dagen loopt vanaf het ogenblik waarop de verzekeraar
kennisneemt van de in artikel 214 bedoelde weigering.
Art. 217
§ 1. De Koning richt een Opvolgingsbureau voor de
tarifering op dat tot taak heeft op verzoek van de meest
gerede partij de voorstellen tot bijpremie of de weigerin-
gen van de verzekeringen te onderzoeken.
De Koning kan hierbij bepalen dat het Opvolgingsbureau
voor tarifering geen onderzoek voert naar voorstellen
van bijpremie wanneer deze bijpremie geen minimale
ratio van de basispremie vertegenwoordigt.
§ 2. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering is sa-
mengesteld uit twee leden die de verzekeringsonderne-
mingen vertegenwoordigen, een lid dat de consumenten
vertegenwoordigt en een lid dat de patiënten vertegen-
woordigt. De leden worden door de Koning benoemd
voor een termijn van zes jaar.
Zij worden gekozen uit een dubbele lijst die wordt
voorgesteld door de beroepsverenigingen van de
verzekeringsondernemingen en de verenigingen die
de belangen van de consumenten en de patiënten
vertegenwoordigen.
121
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Le Bureau est présidé par un magistrat indépendant,
nommé par le Roi pour un terme de six ans.
Le Roi fi xe les indemnités auxquelles le président et
les membres du Bureau du suivi de la tarifi cation ont
droit ainsi que l’indemnité des experts.
Le Roi désigne également un suppléant pour chaque
membre. Les suppléants sont choisis de la même
manière que les membres effectifs.
Les ministres ayant les Assurances et la Santé
publique dans leurs attributions peuvent déléguer un
observateur auprès du Bureau.
Le Bureau peut s’adjoindre des experts, sans voix
délibérative.
§ 3. Le Bureau examine si la surprime proposée ou
le refus d’assurance se justifi e objectivement et raison-
nablement d’un point de vue médical et au regard de la
technique de l’assurance.
Ce Bureau peut être saisi directement par le candidat
à l’assurance, l’Ombudsman des assurances ou un des
membres du Bureau.
Il fait une proposition contraignante dans un délai
de quinze jours ouvrables prenant cours à la date de
réception du dossier.
§ 4. La Caisse de compensation supporte les frais
de fonctionnement du Bureau du suivi de la tarifi cation,
selon les modalités déterminées par le Roi.
§ 5. Le service ombudsman visé à l’article 302 assure
le secrétariat du Bureau du suivi de la tarifi cation.
Art. 218
La Commission des Assurances, visée dans la par-
tie 7, titre IV, est chargée d’évaluer l’application des
dispositions du présent chapitre. Elle remet à cet effet,
tous les deux ans, un rapport au Roi et à la Chambre
des représentants. Elle peut associer à ses travaux les
experts et représentants qu’elle désigne.
Ce rapport sera accompagné d’une étude réalisée
par le Centre fédéral d’expertise des soins de santé éva-
luant l’adéquation des tarifs appliqués par les assureurs
Het Opvolgingsbureau wordt voorgezeten door een
onafhankelijk magistraat, die door de Koning wordt
benoemd voor een termijn van zes jaar.
De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de
voorzitter en de leden van het Opvolgingsbureau recht
hebben, alsook de vergoeding van de deskundigen.
De Koning wijst eveneens voor ieder lid een plaats-
vervanger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde
manier gekozen als de effectieve leden.
De ministers bevoegd voor Verzekeringen en
Volksgezondheid kunnen een waarnemer in het
Opvolgingsbureau afvaardigen.
Het Opvolgingsbureau kan zich laten bijstaan door
deskundigen, die evenwel geen stemrecht hebben.
§ 3. Het Opvolgingsbureau gaat na of de voorgestelde
bijpremie dan wel de weigering van de verzekering
medisch en verzekeringstechnisch objectief en redelijk
verantwoord is.
Het kan rechtstreeks worden aangezocht door
de kandidaat-verzekeringnemer, de Ombudsman
van de verzekeringen of een van de leden van het
Opvolgingsbureau.
Het doet binnen een tijdspanne van vijftien werkda-
gen te rekenen van de ontvangst van het dossier, een
bindend voorstel.
§ 4. De Compensatiekas draagt de werkingskosten
van het Opvolgingsbureau voor de tarifering, volgens
de door de Koning vastgestelde modaliteiten.
§ 5. De ombudsdienst bedoeld in artikel 302 staat in
voor het secretariaat van het Opvolgingsbureau voor
tarifering.
Art. 218
De Commissie voor verzekeringen zoals bedoeld
in deel 7, titel IV is ermee belast de toepassing van de
bepalingen van dit hoofdstuk te evalueren. Met dat doel
bezorgt zij tweejaarlijks een verslag aan de Koning en
aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. Zij kan de
door haar aangestelde deskundigen bij haar werkzaam-
heden betrekken.
Dit verslag gaat vergezeld van een door het Federaal
Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg verrichte
studie, waarin wordt beoordeeld of de tarieven die de
122
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
à l’évolution des techniques médicales et des soins de
santé dans les principales pathologies concernées.
Art. 219
Accès aux assurances aux conditions proposées
par le Bureau du suivi de la tarifi cation
§ 1er. Le Bureau du suivi de la tarifi cation fi xe les
conditions et les primes auxquels le candidat preneur
d’assurance a accès à une assurance sur la vie ou,
le cas échéant, à une assurance contre l’invalidité qui
garantit un crédit hypothécaire, un crédit à la consom-
mation ou un crédit professionnel.
Le Bureau revoit ses conditions d’accès et primes
tous les deux ans en fonction des données scientifi ques
les plus récentes relatives à l’évolution des risques de
décès ou, le cas échéant, d’invalidité et à la probabilité
d’une dégradation de la santé des personnes présentant
un risque accru à la suite de leur état de santé.
§ 2. L’assureur qui refuse le candidat preneur d’assu-
rance ou qui propose une prime ou une franchise qui
excède celle applicable en vertu des conditions tarifaires
proposées par le Bureau du suivi de la tarifi cation com-
munique d’initiative au candidat preneur d’assurance les
conditions d’accès et les tarifs proposés par le Bureau
et l’informe qu’il peut éventuellement s’adresser à un
autre assureur.
L’assureur communique par écrit et de manière claire,
explicite et non équivoque les motifs du refus d’assu-
rance ou les raisons pour lesquelles une surprime ou
une franchise plus élevée sont proposées, ainsi que la
composition précise de celles-ci.
Art. 220
§ 1er. Le Roi agrée, aux conditions qu’Il détermine,
une Caisse de compensation qui a pour mission de
répartir la charge des surprimes.
§ 2. Le Roi approuve les statuts et règle le contrôle
de l’activité de la Caisse de compensation. Il indique
les actes qui doivent faire l’objet d’une publication
au Moniteur belge. Au besoin, Il crée la Caisse de
compensation.
verzekeraars hanteren afgestemd zijn op de evolutie
van de geneeskundige technieken en van de ge-
zondheidszorg aangaande de belangrijkste betrokken
ziektebeelden.
Art. 219
Toegang tot verzekeringen onder de door het
Opvolgingsbureau voor de tarifering voorgestelde
voorwaarden
§ 1. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering bepaalt
onder welke voorwaarden en premies de kandidaat-
verzekeringnemer toegang heeft tot een levensverze-
kering, desgevallend invaliditeitsverzekering, die een
hypothecair krediet, consumentenkrediet of professio-
neel krediet waarborgt.
Het Opvolgingsbureau herziet om de twee jaar zijn
toegangsvoorwaarden en premies rekening houdend
met de meest recente wetenschappelijke gegevens
inzake de evolutie van de risico’s op overlijden, desge-
vallend invaliditeit, en de kans op een verslechtering van
de gezondheid van personen met een verhoogd risico
ingevolge hun gezondheidstoestand.
§ 2. De verzekeraar die de kandidaat-verzekeringne-
mer weigert of die een premie of een vrijstelling voorstelt
die hoger ligt dan die welke van toepassing is krach-
tens de tariefvoorwaarden die het Opvolgingsbureau
voor de tarifering heeft voorgesteld, informeert de
kandidaat-verzekeringnemer op eigen initiatief over de
toegangsvoorwaarden en tarieven die het Bureau heeft
voorgesteld, en deelt hem mee dat hij zich eventueel
kan wenden tot een andere verzekeraar.
De verzekeraar deelt schriftelijk en op duidelijke,
uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze mee om welke
redenen de verzekering geweigerd wordt of waarom een
bijpremie of verhoogde vrijstelling wordt voorgesteld en
hoe deze precies zijn samengesteld.
Art. 220
§ 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij
bepaalt, een Compensatiekas die tot taak heeft de last
van de bijpremies te verdelen.
§ 2. De Koning keurt de statuten goed en regelt de
controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij
wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad
moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt Hij de
Compensatiekas in.
123
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. Les assureurs qui pratiquent l’assurance vie
comme garantie d’un crédit hypothécaire, ainsi que
les prêteurs hypothécaires, sont solidairement tenus
d’effectuer à la Caisse de compensation les versements
nécessaires pour l’accomplissement de sa mission et
pour supporter ses frais de fonctionnement.
Si la Caisse de compensation est créée par le Roi,
un arrêté royal fi xe chaque année les règles de calcul
des versements à effectuer par les assureurs et les
prêteurs hypothécaires.
§ 4. L’agrément est retiré si la Caisse de compensa-
tion n’agit pas conformément aux lois et règlements ou
à ses statuts.
Dans ce cas, le Roi peut prendre toutes mesures
propres à sauvegarder les droits des preneurs d’assu-
rance, des assurés et des personnes lésées.
La Caisse de compensation reste soumise au
contrôle pendant toute la durée de la liquidation.
Le Roi nomme un liquidateur spécial chargé de cette
liquidation.
Art. 221
Organe de conciliation en matière d’assurances
du solde restant dû
Sans préjudice de la compétence des cours et tri-
bunaux, les litiges relatifs à l’application des mesures
d’exécution visées à l’article 212 sont d’abord soumis
à l’organe de conciliation visé à l’article 206, alinéa 3.
Art. 222
L’assureur qui impute une surprime supérieure à
200 % de la prime de base, est tenu d’offrir la garantie
standardisée au preneur d’assurance.
Cette garantie standardisée est d’un montant maxi-
mal de 200 000 euros si le candidat assuré souscrit seul
le crédit hypothécaire. Dans le cas de co-emprunteurs,
le candidat assuré peut s’assurer pour le même montant
mais limité à 50 % du capital emprunté.
Le Roi peut adapter les montants déterminés au pré-
sent article afi n de tenir compte de l’évolution des prix.
§ 3. De verzekeraars die levensverzekeringen als
waarborg voor kredieten aanbieden, alsook de hypo-
thecaire kredietgevers, zijn hoofdelijk gehouden aan
de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig
zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar
werkingskosten te dragen.
Indien de kas door de Koning is ingesteld, legt een
koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het bere-
kenen van de stortingen die door de verzekeraars en
de hypothecaire kredietgevers moeten worden gedaan.
§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de
Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wet-
ten, reglementen of haar statuten.
In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen
nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekering-
nemers, de verzekerden en de benadeelden.
Zolang de vereffening duurt, blijft de Compensatiekas
aan de controle onderworpen.
Voor deze vereffening benoemt de Koning een bij-
zonder vereffenaar.
Art. 221
Bemiddelingsorgaan inzake
schuldsaldoverzekeringen
Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en
rechtbanken worden de geschillen met betrekking tot
de toepassing van de in artikel 212 bedoelde uitvoe-
ringsmaatregelen, eerst voorgelegd aan het bemidde-
lingsorgaan bedoeld in artikel 206, derde lid.
Art. 222
De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die meer
dan 200 % van de basispremie bedraagt, is ertoe ge-
houden de gestandaardiseerde waarborg aan te bieden
aan de verzekeringnemer.
Deze gestandaardiseerde waarborg bedraagt maxi-
maal 200 000 euro indien de kandidaat-verzekerde
het hypothecaire krediet alleen aangaat. Indien er een
mede-kredietnemer is, kan de kandidaat-verzekerde
zich verzekeren tot hetzelfde bedrag, maar beperkt tot
50 % van het ontleend kapitaal.
De Koning kan het in dit artikel vermelde bedrag aan-
passen om rekening te houden met de prijzenevolutie.
124
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 223
L’assureur qui applique une surprime supérieure à
un seuil exprimé en pourcentage de la prime de base,
est tenu de faire intervenir la Caisse de compensation.
La Caisse de compensation est tenue de payer la
partie de la surprime qui dépasse ce seuil, sans que
pour autant, la surprime ne puisse dépasser un plafond
exprimé en pourcentage de la prime de base.
La prime de base est assimilée à la prime la plus
basse proposée par l’entreprise d’assurances pour une
personne du même âge.
Le Roi fi xe ce seuil et ce plafond afi n qu’ils répondent
à une nécessaire solidarité envers les preneurs d’assu-
rance concernés, sans que ce seuil ne puisse excéder
200 % de la prime de base. L’évaluation prévue à l’article
218 fera également rapport sur ce point.
A la demande de la Caisse de compensation, l’assu-
reur délivre un double du dossier d’assurance. Le cas
échéant, il donne les explications nécessaires.
Art. 224
Les articles 212 à 223 sont d’application aux contrats
d’assurance qui garantissent le remboursement du
capital d’un crédit hypothécaire contracté en vue de la
transformation ou de l’acquisition de l’habitation propre
et unique du preneur d’assurance.
Le Roi peut étendre le champ d’application de ces
articles à d’autres contrats d’assurance qui garantissent
le remboursement du capital d’un crédit.
Art. 223
De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die ho-
ger ligt dan een in een percentage van de basispremie
uitgedrukte drempel, is ertoe gehouden de tussenkomst
van de Compensatiekas te vragen.
De Compensatiekas is ertoe gehouden het deel van
de bijpremie te betalen dat deze drempel overschrijdt,
zonder dat de bijpremie echter hoger mag liggen dan
een in een percentage van de basispremie uitgedrukt
maximumbedrag.
De basispremie is gelijkgesteld met de laagste premie
die de verzekeringsonderneming aanbiedt voor een
persoon van dezelfde leeftijd.
De Koning bepaalt die drempel en dat maximum-
bedrag zodat ze beantwoorden aan een noodzakelijke
solidariteit ten aanzien van de betrokken verzekering-
nemers, zonder dat die drempel echter hoger mag lig-
gen dan 200 % van de basispremie. De in artikel 218
bedoelde evaluatie zal ook daarover rapporteren.
Op vraag van de Compensatiekas bezorgt de ver-
zekeraar een afschrift van het verzekeringsdossier. Hij
verstrekt in voorkomend geval de nodige uitleg.
Art. 224
De artikelen 212 tot 223 zijn van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling
waarborgen van het kapitaal van een hypothecair
krediet dat wordt aangegaan voor de verbouwing of
verwerving van de eigen en enige gezinswoning van
de verzekeringnemer.
De Koning kan het toepassingsgebied van die artike-
len uitbreiden tot andere verzekeringsovereenkomsten
die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet
waarborgen.
125
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 5
LE CONTRAT D’ASSURANCE AUTRE QUE LE
CONTRAT D’ASSURANCE TERRESTRE VISÉ
DANS LA PARTIE 4
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Art. 225
Les dispositions de la présente partie sont appli-
cables aux contrats d’assurance régis par le droit
belge. Dans la mesure où il n’y est pas dérogé par des
articles spéciaux, elles sont applicables aux assurances
maritimes, ainsi qu’aux assurances sur le transport par
terre, rivières et canaux.
Elles ne sont pas applicables aux contrats d’assu-
rance soumis aux dispositions de la partie 4.
Art. 226
Le profi t espéré peut être assuré dans les cas prévus
par la loi.
Art. 227
Les associations d’assurances mutuelles sont régies
par leurs règlements, par les principes généraux du
droit, par les dispositions légales particulières qui leur
sont applicables et par les dispositions de la présente
partie, en tant qu’elles ne sont pas incompatibles avec
ces sortes d’assurances.
Elles sont représentées en justice par leurs directeurs.
CHAPITRE 2
Des personnes pouvant souscrire un contrat
d’assurance
Art. 228
Un objet peut être assuré par toute personne ayant
intérêt à sa conservation, à raison d’un droit de propriété
ou autre droit réel ou à raison de la responsabilité à
laquelle elle se trouve engagée relativement à la chose
assurée.
DEEL 5
DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST, ANDERE
DAN DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
ZOALS BEDOELD IN DEEL 4
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Art. 225
De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten die onderworpen zijn aan
het Belgische recht. Voor zover daarvan door bijzon-
dere artikelen niet wordt afgeweken, zijn ze mede van
toepassing op de zeeverzekering en op de verzekering
betreffende land-, rivier- en kanaalvervoer.
Zij zijn niet van toepassing op de verzekeringsover-
eenkomsten die onder de bepalingen van deel 4 val-
len.
Art. 226
Verwachte winst kan worden verzekerd in de gevallen
bij de wet bepaald.
Art. 227
De verenigingen van onderlinge verzekering worden
beheerst door hun reglementen, door de algemene
rechtsbeginselen, door de bijzondere op hen van toe-
passing zijnde wettelijke bepalingen en door de bepa-
lingen van dit deel, die met een zodanige verzekering
niet onverenigbaar zijn.
Zij worden in rechte vertegenwoordigd door hun
directeurs.
HOOFDSTUK 2
Personen die een verzekeringsovereenkomst
kunnen aangaan
Art. 228
Ieder die bij het behoud van een zaak belang heeft
wegens een recht van eigendom of een ander zakelijk
recht of wegens enige aansprakelijkheid in verband met
de zaak, kan die laten verzekeren.
126
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 229
§ 1er. L’assurance peut être contractée pour compte
d’autrui en vertu d’un mandat général ou spécial ou
même sans mandat. Les effets en sont réglés en ce
dernier cas par les dispositions relatives à la gestion
d’affaires.
§ 2. S’il ne résulte pas du contrat d’assurance qu’il
est souscrit pour compte d’un tiers, l’assuré est censé
l’avoir souscrit pour lui-même.
Art. 230
§ 1er. Un créancier peut faire assurer la solvabilité de
son débiteur; l’assureur pourra se prévaloir du bénéfi ce
de discussion, sauf convention contraire.
§ 2. Les créanciers saisissants ou nantis d’un gage
et les créanciers privilégiés et hypothécaires peuvent
faire assurer en leur nom personnel les biens affectés
au payement de leurs créances.
Dans ce cas, l’indemnité due à raison du sinistre est
subrogée de plein droit, à leur égard, aux biens assurés
qui formaient leur gage.
Art. 231
Lorsque des objets mobiliers ont été assurés, le paye-
ment de l’indemnité fait à l’assuré libère l’assureur s’il
n’a pas été formé d’opposition entre ses mains.
Art. 232
Les dispositions des deux articles précédents
n’auront d’effet qu’en tant que le créancier viendrait en
ordre utile dans la collocation ou dans la distribution, si
la perte des objets saisis, engagés, hypothéqués ou sur
lesquels existe le privilège n’était pas arrivée.
Art. 229
§ 1. De verzekering kan voor rekening van een ander
worden aangegaan krachtens een algemene of een
bijzondere lastgeving, of zelfs zonder lastgeving. In het
laatst bedoelde geval worden de gevolgen geregeld
overeenkomstig de bepalingen betreffende de zaak-
waarneming.
§ 2. Indien uit de verzekeringsovereenkomst niet
volgt dat zij voor een derde is aangegaan, wordt de
verzekerde geacht ze voor zichzelf te hebben geslo-
ten.
Art. 230
§ 1. Een schuldeiser kan de gegoedheid van zijn
schuldenaar laten verzekeren; de verzekeraar kan zich
beroepen op het voorrecht van uitwinning, voor zover
niet anders is overeengekomen.
§ 2. De beslagleggende of pandhoudende schuldei-
sers, alsook de bevoorrechte en hypothecaire schuld-
eisers, kunnen de voor de betaling van hun schuldvor-
deringen verbonden goederen in hun eigen naam laten
verzekeren.
In dat geval treedt de vergoeding voor het schade-
geval, wat hen betreft, van rechtswege in de plaats van
de verzekerde goederen die hun pand uitmaken.
Art. 231
Bij verzekering van roerende zaken wordt de ver-
zekeraar bevrijd door betaling van de vergoeding aan
de verzekerde, indien geen verzet onder hem gedaan
is.
Art. 232
De bepalingen van de twee vorige artikelen hebben
slechts gevolg in zover de schuldeiser bij de rangrege-
ling of bij de verdeling in batige rang zou zijn gekomen,
indien de in beslag genomen, in pand gegeven, met
hypotheek bezwaarde of bij voorrecht verbonden zaken
niet verloren waren gegaan.
127
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 3
Des obligations de l’assureur et de l’assuré
Art. 233
Toute réticence, toute fausse déclaration de la part
de l’assuré, même sans mauvaise foi, rendent le contrat
d’assurance nul lorsqu’elles diminuent l’opinion du
risque ou en changent le sujet, de telle sorte que l’assu-
reur, s’il en avait eu connaissance, n’aurait pas conclu
le contrat aux mêmes conditions.
Art. 234
Dans tous les cas où le contrat d’assurance est
annulé, en tout ou en partie, l’assureur doit, si l’assuré a
agi de bonne foi, restituer la prime, soit pour le tout, soit
pour la partie pour laquelle il n’a pas couru de risques.
La bonne foi ne pourra être invoquée dans le cas de
l’article 236, alinéa 1er.
Art. 235
Si le contrat est annulé pour cause de dol, fraude
ou mauvaise foi, l’assureur conserve la prime, sans
préjudice de l’action publique, s’il y a lieu.
Art. 236
Les choses assurées dont la valeur entière est cou-
verte par un premier contrat d’assurance ne peuvent
plus faire l’objet d’une nouvelle assurance contre les
mêmes risques au profi t de la même personne.
Si l’entière valeur n’est pas assurée par le premier
contrat, les assureurs qui ont signé les contrats subsé-
quents répondent de l’excédent en suivant l’ordre de
la date des contrats.
Tous les contrats d’assurance souscrits le même jour
seront réputés conclus simultanément.
HOOFDSTUK 3
Verplichtingen van de verzekeraar en van de
verzekerde
Art. 233
Elke verzwijging of onjuiste opgave van de zijde van
de verzekerde, zelfs zonder kwade trouw, maakt de
verzekeringsovereenkomst nietig, wanneer daardoor
de waardering van het risico zodanig wordt verminderd
of het voorwerp ervan zodanig wordt veranderd dat de
verzekeraar, indien hij daarvan kennis had gedragen,
de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden zou
hebben aangegaan.
Art. 234
In alle gevallen waarin de verzekeringsovereen-
komst geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, moet de
verzekeraar, wanneer de verzekerde te goeder trouw
heeft gehandeld, de premie teruggeven, hetzij voor het
geheel, hetzij voor het gedeelte waarvoor hij geen risico
heeft gelopen.
De goede trouw kan niet worden ingeroepen in het
geval van artikel 236, eerste lid.
Art. 235
Wanneer de overeenkomst vernietigd wordt uit oor-
zaak van bedrog, arglist of kwade trouw, behoudt de
verzekeraar de premie, onverminderd de strafvordering,
indien daartoe grond bestaat.
Art. 236
De verzekerde zaken waarvan de volle waarde reeds
door een verzekeringsovereenkomst gedekt is, kunnen
niet een tweede maal tegen dezelfde risico’s worden
verzekerd ten voordele van dezelfde persoon.
Wanneer door de eerste overeenkomst niet de volle
waarde verzekerd is, zijn de verzekeraars die de vol-
gende overeenkomsten hebben getekend, verbonden
voor het meerdere, in de volgorde van dagtekening van
de overeenkomsten.
Alle verzekeringsovereenkomsten die dezelfde dag
zijn aangegaan, worden geacht tegelijkertijd te zijn
gesloten.
128
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 237
La perte, soit totale, soit partielle, se répartit entre
les divers contrats d’assurance de même date, dans la
proportion des sommes assurées par chacun, et entre
les divers contrats d’assurance de date différente, en
proportion de la valeur dont chacun répond.
Art. 238
Les contrats successifs assurant les mêmes valeurs
contre les mêmes risques et au profi t des mêmes per-
sonnes auront néanmoins effet:
1° s’ils ont lieu du consentement de chacun des
assureurs; la perte se répartit, dans ce cas, comme
si les deux contrats d’assurance avaient été conclus
simultanément;
2° si l’assuré décharge le premier assureur de toute
obligation pour l’avenir, sans préjudice de ses propres
obligations.
La renonciation doit, dans ce dernier cas, être notifi ée
à l’assureur, et il en est fait mention, à peine de nullité,
dans la nouvelle police.
Art. 239
L’assuré peut faire assurer la prime de l’assurance.
Art. 240
Aucune perte ou dommage, causé par le fait ou par la
faute grave de l’assuré, n’est à la charge de l’assureur;
celui-ci peut même retenir ou réclamer la prime s’il a
déjà commencé à courir les risques.
Art. 241
Dans toute assurance, l’assuré doit faire toute dili-
gence pour prévenir ou atténuer le dommage; il doit,
aussitôt que le dommage est arrivé, en donner connais-
sance à l’assureur, le tout à peine de dommages-inté-
rêts, s’il y a lieu.
Les frais faits par l’assuré, aux fi ns d’atténuer le
dommage, sont à charge de l’assureur, lors même que
le montant de ces frais, joint au montant du dommage,
Art. 237
Het gehele of gedeeltelijke verlies wordt over de
onderscheiden verzekeringsovereenkomsten omge-
slagen, naar evenredigheid van de bedragen waarvoor
ze gesloten zijn ingeval ze van dezelfde datum zijn, of
naar evenredigheid van de waarde waarvoor ieder moet
instaan ingeval ze van verschillende datum zijn.
Art. 238
Achtereenvolgende verzekeringsovereenkomsten
van dezelfde waarden tegen dezelfde risico’s en ten
voordele van dezelfde personen hebben nochtans ge-
volg:
1° wanneer zij zijn aangegaan met instemming van
elk van de verzekeraars; het verlies wordt in dat geval
omgeslagen alsof beide verzekeringsovereenkomsten
tegelijkertijd waren gesloten;
2° wanneer de verzekerde de eerste verzekeraar
ontslaat van elke verbintenis voor de toekomst, onver-
minderd zijn eigen verbintenissen.
De afstand moet in het laatstbedoelde geval ter kennis
worden gebracht van de verzekeraar en op straffe van
nietigheid in de nieuwe polis vermeld worden.
Art. 239
De verzekerde kan de verzekeringspremie laten
verzekeren.
Art. 240
Verlies of schade, veroorzaakt door opzet of grove
schuld van de verzekerde, komt niet ten laste van de
verzekeraar; deze kan zelfs de premie behouden of vor-
deren indien hij reeds enig risico heeft gelopen.
Art. 241
Bij elke verzekering moet de verzekerde al het no-
dige doen om de schade te voorkomen of te beperken;
dadelijk nadat de schade ontstaan is, moet hij daarvan
kennis geven aan de verzekeraar; een en ander op
straffe van schadevergoeding, indien daartoe grond
bestaat.
De kosten, door de verzekerde gemaakt om de
schade te beperken, komen ten laste van de verze-
keraar, ook wanneer het gezamenlijk bedrag van die
129
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
excéderait la somme assurée et que les diligences faites
auraient été sans résultat.
Néanmoins, les tribunaux et les arbitres, lorsque
les parties s’y seront référées, pourront les réduire ou
même refuser de les allouer, s’ils jugent qu’ils ont été
faits inconsidérément, soit en tout, soit en partie.
Art. 242
L’assureur ne répond pas des pertes et dommages
résultant immédiatement du vice propre de la chose, à
moins de stipulation contraire.
Art. 243
L’assurance ne comprend ni les risques de guerre,
ni les pertes ou dommages occasionnés par émeutes,
sauf convention contraire.
Art. 244
Dans toute assurance, l’indemnité, en cas de sinistre,
est réglée à raison de la valeur de l’objet, au temps du
sinistre.
Si la valeur assurée a été préalablement estimée
par experts, convenus entre parties, l’assureur ne peut
contester cette estimation, hors le cas de fraude.
La valeur de l’objet peut être établie par tous moyens
de droit. Le juge peut même, en cas d’insuffisance des
preuves, déférer d’office le serment à l’assuré.
Art. 245
Dans tous les cas où le contrat d’assurance ne couvre
qu’une partie de la valeur de l’objet assuré, l’assuré est
considéré lui-même comme assureur pour le surplus de
la valeur, sauf convention contraire.
Art. 246
L’assureur qui a payé le dommage est subrogé à
tous les droits de l’assuré contre les tiers du chef de ce
kosten en van de schade de verzekerde som te boven
gaat en de aangewende pogingen vruchteloos gebleven
zijn.
Niettemin kunnen de rechtbanken en de scheidsrech-
ters, wanneer de partijen zich tot hen hebben gewend,
die kosten verminderen of zelfs weigeren toe te kennen,
indien zij oordelen dat ze geheel of gedeeltelijk op on-
bedachtzame wijze zijn gemaakt.
Art. 242
De verzekeraar staat niet in voor het verlies en de
schade die onmiddellijk volgen uit een eigen gebrek
van de zaak, tenzij het tegendeel bedongen is.
Art. 243
Oorlogsrisico en verlies of schade veroorzaakt door
oproer, zijn niet verzekerd tenzij het tegendeel bedongen
is.
Art. 244
Bij elke verzekering wordt de vergoeding van de
schade bepaald naar de waarde van de zaak ten tijde
van het schadegeval.
Wanneer de verzekerde waarde vooraf geschat is
door deskundigen omtrent wie partijen zijn overeenge-
komen, kan de verzekeraar deze schatting niet betwis-
ten, behalve in geval van bedrog.
De waarde van de zaak kan bewezen worden door
alle wettelijke middelen. De rechter kan zelfs, ingeval de
bewijzen onvoldoende zijn, aan de verzekerde ambts-
halve de eed opleggen.
Art. 245
Telkens als de verzekeringsovereenkomst slechts
een gedeelte van de waarde van de zaak dekt, wordt
de verzekerde zelf als verzekeraar voor het overige
beschouwd, tenzij het tegendeel bedongen is.
Art. 246
De verzekeraar die de schade betaald heeft, treedt in
alle rechten die de verzekerde, ter zake van die schade,
130
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
dommage, et l’assuré est responsable de tout acte qui
préjudicierait aux droits de l’assureur contre les tiers.
Dans les contrats d’assurance permis par l’article
230, § 2, l’assureur qui a payé l’indemnité est subrogé
à l’action du créancier contre le débiteur.
La subrogation ne peut, en aucun cas, nuire à l’assuré
qui n’a été indemnisé qu’en partie; celui-ci peut exer-
cer ses droits pour le surplus et conserve à cet égard
la préférence sur l’assureur, conformément à l’article
1252 du Code civil.
L’assureur qui effectue un paiement à un mineur,
un interdit ou un autre incapable en application d’un
contrat d’assurance, l’effectue sur un compte ouvert
à son nom, frappé d’indisponibilité jusqu’à la majorité
ou à la levée de l’incapacité, sans préjudice du droit de
jouissance légale.
Art. 247
L’assureur a un privilège sur la chose assurée.
Ce privilège est dispensé de toute inscription. Il prend
rang immédiatement après celui des frais de justice.
Il n’existe, quel que soit le mode de payement de
la prime, que pour une somme correspondant à deux
annuités.
Art. 248
L’assureur peut toujours faire réassurer l’objet de
l’assurance.
CHAPITRE 4
De la preuve et du contenu du contrat
Art. 249
Le contrat d’assurance doit être prouvé par écrit,
quelle que soit la valeur de l’objet du contrat.
tegenover derden mocht hebben, en de verzekerde
is aansprakelijk voor elke handeling die de rechten
van de verzekeraar tegenover derden mocht benade-
len.
In de verzekeringsovereenkomsten die krachtens
artikel 230, § 2, mogen worden gesloten, treedt de ver-
zekeraar die de vergoeding betaald heeft, in de plaats
van de schuldeiser voor diens rechtsvordering tegen de
schuldenaar.
De indeplaatsstelling kan in geen geval tot nadeel
strekken van de verzekerde die slechts gedeeltelijk
schadeloos gesteld is; deze kan zijn rechten voor het
overige uitoefenen en behoudt te dien aanzien de voor-
keur boven de verzekeraar overeenkomstig artikel 1252
van het Burgerlijk Wetboek.
De verzekeraar die aan een minderjarige, onbe-
kwaamverklaarde of andere onbekwame een betaling
verricht bij toepassing van een verzekeringsovereen-
komst, doet dit op een rekening die op zijn naam is ge-
opend en die onbeschikbaar is tot de meerderjarigheid
of het opheffen van de onbekwaamheid, onverminderd
het recht op wettelijk genot.
Art. 247
De verzekeraar heeft een voorrecht op de verzekerde
zaak.
Dit voorrecht behoeft niet te worden ingeschreven.
Het komt in rang onmiddellijk na het voorrecht van de
gerechtskosten.
Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee
jaar premie, onverschillig op welke wijze deze betaald
wordt.
Art. 248
De verzekeraar kan het voorwerp van de verzekering
altijd laten herverzekeren.
HOOFDSTUK 4
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Art. 249
De verzekeringsovereenkomst moet worden bewezen
door geschrift, ongeacht de waarde van het voorwerp
der overeenkomst.
131
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Néanmoins, la preuve testimoniale peut être admise,
lorsqu’il existe un commencement de preuve par écrit.
Art. 250
La même police peut contenir plusieurs assurances,
soit à raison des choses assurées, soit à raison du taux
de la prime, soit à raison des différents assureurs.
Art. 251
La police d’assurance énonce:
1° la date du jour où le contrat d’assurance est conclu;
2° le nom de la personne qui souscrit le contrat d’as-
surance pour son compte ou pour le compte d’autrui;
3° les risques que l’assureur prend sur lui et les temps
auxquels les risques doivent commencer et fi nir.
CHAPITRE 5
De quelques cas de résolution du contrat
Art. 252
Le contrat d’assurance ne peut avoir d’effet si la
chose assurée n’a pas été mise en risque ou si le dom-
mage prévu existait déjà au moment de la conclusion
du contrat.
Art. 253
Si l’assureur tombe en faillite lorsque le risque n’est
pas encore fi ni, l’assuré peut demander caution ou, à
défaut de caution, la résiliation du contrat.
L’assureur a le même droit en cas de faillite de
l’assuré.
Art. 254
En cas d’aliénation de la chose assurée, le contrat
d’assurance profi te de plein droit, sauf convention
contraire, au nouveau propriétaire, à raison de tous les
Niettemin kan het bewijs door getuigen worden toe-
gelaten, wanneer er een begin van schriftelijk bewijs
aanwezig is.
Art. 250
Eenzelfde polis mag verscheidene verzekeringen be-
vatten, die verschillen ten aanzien van de verzekerde za-
ken, het premiepercentage of de verzekeraars.
Art. 251
De verzekeringspolis vermeldt:
1° de dag waarop de verzekeringsovereenkomst is
gesloten;
2° de naam van degene die de verzekeringsover-
eenkomst voor eigen rekening of voor rekening van een
derde aangaat;
3° de risico’s die de verzekeraar op zich neemt, en
de tijdstippen waarop de risico’s beginnen te lopen en
eindigen.
HOOFDSTUK 5
Enige gevallen van ontbinding van de
overeenkomst
Art. 252
De verzekeringsovereenkomst kan geen gevolg
hebben wanneer de verzekerde zaak niet aan het
risico blootgesteld is geweest of wanneer de schade
reeds bestond ten tijde van het sluiten van de overeen-
komst.
Art. 253
Ingeval de verzekeraar failliet gaat voordat het risico
geëindigd is, kan de verzekerde vorderen dat een borg
gesteld wordt, of, bij gebreke van een borg, dat de
overeenkomst wordt beëindigd.
Gaat de verzekerde failliet, dan heeft de verzekeraar
hetzelfde recht.
Art. 254
Bij vervreemding van de verzekerde zaak loopt de
verzekeringsovereenkomst van rechtswege, tenzij het
tegendeel bedongen is, ten voordele van de nieuwe
132
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
risques pour lesquels la prime a été payée au moment
de l’aliénation.
Il profi te également au nouveau propriétaire, sauf
convention contraire dans la police, lorsque celui-ci a
été subrogé aux droits et obligations du précédent pro-
priétaire envers les assureurs ou lorsque, de commun
accord entre l’assureur et le nouveau propriétaire, le
contrat d’assurance continue à recevoir son exécution.
Art. 255
Les obligations de l’assureur cessent lorsqu’un fait
de l’assuré transforme les risques par le changement
d’une circonstance essentielle ou les aggrave de telle
sorte que si le nouvel état des choses avait existé à
l’époque de la conclusion du contrat d’assurance,
l’assureur n’aurait pas conclu ce contrat ou ne l’aurait
conclu qu’à d’autres conditions.
Ne peut se prévaloir de cette disposition, l’assureur
qui, après avoir eu connaissance des modifi cations
apportées aux risques, a néanmoins continué à exé-
cuter le contrat.
CHAPITRE 6
De la prescription
Art. 256
Toute action dérivant d’une police d’assurance est
prescrite après trois ans, à compter de l’événement qui
y donne ouverture. La prescription contre les mineurs,
interdits et autres incapables ne court pas jusqu’au jour
de la majorité ou de la levée de l’incapacité.
Toutefois en cas d’action récursoire de l’assuré
contre l’assureur, le délai ne prend cours qu’à partir de
la demande en justice de la victime, soit qu’il s’agisse
d’une demande originaire d’indemnisation, soit qu’il
s’agisse d’une demande ultérieure en suite de l’aggra-
vation du dommage ou de la survenance d’un dommage
nouveau.
eigenaar, ten aanzien van alle risico’s waarvoor de pre-
mie betaald was ten tijde van de vervreemding.
Zij loopt eveneens ten voordele van de nieuwe ei-
genaar, tenzij het tegendeel in de polis bedongen is,
wanneer deze in de rechten en verplichtingen van de
voorgaande eigenaar jegens de verzekeraars gesteld is
of wanneer de verzekeringsovereenkomst verder wordt
uitgevoerd in onderlinge overeenstemming tussen de
verzekeraar en de nieuwe eigenaar.
Art. 255
De verbintenissen van de verzekeraar houden op,
wanneer een daad van de verzekerde de risico’s door
verandering van een essentiële omstandigheid wijzigt
of die risico’s verzwaart in zodanige mate dat de verze-
keraar de verzekeringsovereenkomst niet zou hebben
aangegaan of daarin slechts op andere voorwaarden
zou hebben toegestemd, indien de nieuwe staat van
zaken ten tijde van het sluiten der overeenkomst had
bestaan.
De verzekeraar kan zich op deze bepaling niet be-
roepen, wanneer hij is voortgegaan met de uitvoering
van de overeenkomst, nadat hij kennis had gekregen
van de verandering in het risico.
HOOFDSTUK 6
Verjaring
Art. 256
Elke rechtsvordering die uit een verzekeringspolis
ontstaat, verjaart door verloop van drie jaren, te rekenen
van de gebeurtenis waarop ze gegrond is. De verjaring
tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere
onbekwamen loopt niet tot de dag van de meerderjarig-
heid of van de opheffing van de onbekwaamheid.
In geval van regresvordering van de verzekerde tegen
de verzekeraar loopt de termijn echter eerst vanaf het
instellen van de rechtsvordering door de getroffene,
onverschillig of het gaat om een oorspronkelijke eis
tot schadeloosstelling dan wel om een latere eis naar
aanleiding van een verzwaring van de schade of van
het ontstaan van nieuwe schade.
133
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 6
L’INTERMÉDIATION EN ASSURANCES ET LA
DISTRIBUTION D’ASSURANCES
CHAPITRE 1ER
Défi nitions
Art. 257
Pour l’application de la présente partie, il y a lieu
d’entendre par:
1° “responsable de la distribution”:
a) toute personne physique appartenant à la direction
d’un intermédiaire d’assurances ou de réassurance,
ou tout employé au service d’un tel intermédiaire, et
qui, de facto, assume la responsabilité de l’activité
d’intermédiation en assurances et en réassurance ou
en exerce le contrôle;
b) toute personne physique qui, dans une entreprise
d’assurances, assume de facto la responsabilité à
l’égard de personnes chargées de la distribution de
produits d’assurance ou exerce le contrôle sur de telles
personnes;
2° “courtier d’assurances”: l’intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance qui met en relation des
preneurs d’assurance et des entreprises d’assurances,
ou des entreprises d’assurances et des entreprises de
réassurance, sans être lié par le choix de celles-ci;
3° “agent d’assurances”: l’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance qui, en raison d’une ou plusieurs
conventions ou procurations, au nom et pour le compte
d’une seule ou de plusieurs entreprises d’assurances
ou de réassurance, exerce des activités d’intermédiation
en assurances ou en réassurance;
4° “sous-agent d’assurances”: l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance, autre que celui visé
aux points 2° et 3°, qui agit sous la responsabilité des
personnes visées aux points 2° et 3°;
5° “agent d’assurances lié”: l’agent d’assurances
qui, en raison d’une ou plusieurs convention(s) ou
procuration(s), ne peut exercer une activité d’intermé-
diation en assurance, au nom et pour le compte, que:
— d’une seule entreprise d’assurances; ou
DEEL 6
VERZEKERINGSBEMIDDELING EN DE
DISTRIBUTIE VAN VERZEKERINGEN
HOOFDSTUK 1
Defi nities
Art. 257
Voor de toepassing van dit deel wordt verstaan on-
der:
1° “verantwoordelijke voor de distributie”:
a) elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van
of elke werknemer in dienst van een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon, die de facto de ver-
antwoordelijkheid heeft van of toezicht uitoefent op de
werkzaamheid van verzekerings- en herverzekerings-
bemiddeling;
b) elke natuurlijke persoon die in een verzekerings-
onderneming de facto de verantwoordelijkheid heeft
over of toezicht uitoefent op personen die instaan voor
de distributie van verzekeringsproducten;
2° “verzekeringsmakelaar”: de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon die verzekeringnemers
en verzekeringsondernemingen, of verzekeringson-
dernemingen en herverzekeringsondernemingen, met
elkaar in contact brengt, zonder in de keuze van deze
gebonden te zijn;
3° “verzekeringsagent”: de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon die, uit hoofde van een
of meer overeenkomsten of volmachten, in naam en
voor rekening van één of meerdere verzekerings- of
herverzekerings-ondernemingen werkzaamheden van
verzekerings- of herverzekeringsbemiddeling uitoe-
fent;
4° “verzekeringssubagent”: de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon, andere dan deze bedoeld
in de punten 2° en 3°, die handelt onder de verantwoor-
delijkheid van de in punten 2° en 3° bedoelde perso-
nen;
5° “verbonden verzekeringsagent”: de verzekerings-
agent die, uit hoofde van een of meer overeenkomsten of
volmachten, werkzaamheden van verzekeringsbemid-
deling slechts mag uitoefenen in naam en voor rekening
van:
— één enkele verzekeringsonderneming; of
134
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— de plusieurs entreprises d’assurances pour
autant que les contrats d’assurance de ces entreprises
n’entrent pas en concurrence entre eux;
et agit sous l’entière responsabilité de celle(s)-ci
pour les contrats d’assurances qui les concernent
respectivement.
Au sens du présent article, les contrats d’assurance
suivants sont considérés comme des contrats d’assu-
rance entrant en concurrence entre eux:
— les contrats d’assurance relevant du groupe d’acti-
vités “vie” visé à l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février
1991 portant règlement général relatif au contrôle des
entreprises d’assurances, ainsi que les contrats d’assu-
rance relevant des branches d’assurance vie visées
à l’annexe I de la directive 2002/83/CE du Parlement
européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concer-
nant l’assurance directe sur la vie ou à l’annexe II de la
directive 2009/138/CE, qui répondent aux défi nitions des
assurances d’épargne ou d’investissement telles que
visées à l’article 1er de l’arrêté royal du … 2014 relatif
aux modalités d’application au secteur des assurances
des articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers;
— les contrats d’assurance relevant du groupe d’acti-
vités “vie” visé à l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février
1991 portant règlement général relatif au contrôle des
entreprises d’assurances, ainsi que les contrats d’assu-
rance relevant des branches d’assurance vie visées
à l’annexe I de la directive 2002/83/CE du Parlement
européen et du Conseil du 5 novembre 2002 concer-
nant l’assurance directe sur la vie ou à l’annexe II de la
directive 2009/138/CE, autres que ceux qui répondent
aux défi nitions des assurances d’épargne ou d’investis-
sement telles que visées à l’article 1er de l’arrêté royal
du … 2014 susmentionné; ainsi que,
— les contrats d’assurance relevant du groupe
d’activités “non-vie” lorsqu’ils relèvent d’une même
branche au sens de l’annexe I de l’arrêté royal du 22
février 1991 portant règlement général relatif au contrôle
des entreprises d’assurances, de l’annexe, point A, de
la directive 73/239/CEE du Conseil du 24 juillet 1973
portant coordination des dispositions législatives,
réglementaires et administratives concernant l’accès à
l’activité de l’assurance directe autre que l’assurance
— verschillende verzekeringsondernemingen in
zoverre de verzekeringsovereenkomsten van die on-
dernemingen geen onderling concurrerende verzeke-
ringsovereenkomsten zijn;
en onder de volledige verantwoordelijkheid van die
onderneming(en) handelt voor de verzekeringsover-
eenkomsten die haar (hen) respectievelijk aanbelan-
gen.
In de zin van dit artikel worden de volgende verze-
keringsovereenkomsten als “onderling concurrerende
verzekeringsovereenkomsten” beschouwd:
— de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken
van de groep van activiteiten “leven” zoals bepaald in
Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen, alsook de verzeke-
ringovereenkomsten die deel uitmaken van levensverze-
keringstakken zoals bepaald in Bijlage I bij de Richtlijn
2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering
of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG, die beant-
woorden aan de defi nitie van spaar- of beleggingsver-
zekeringen zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk
besluit van … 2014 over de regels voor de toepassing
van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en
de fi nanciële diensten op de verzekeringssector;
— de andere verzekeringsovereenkomsten die deel
uitmaken van de groep van activiteiten “leven” zoals
bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 fe-
bruari 1991 houdende algemeen reglement betreffende
de controle op de verzekeringsondernemingen, alsook
de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van
de levensverzekeringstakken zoals bepaald in Bijlage I
bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 5 november 2002 betreffende de le-
vensverzekering of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/
EG, dan deze die beantwoorden aan de defi nitie van
spaar- of beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in
artikel 1 van het voornoemde koninklijk besluit van …
2014; evenals,
— de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken
van de groep van activiteiten “niet-leven”, wanneer zij tot
eenzelfde tak behoren in de zin van Bijlage I bij het ko-
ninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen
reglement betreffende de controle op de verzekerings-
ondernemingen, van de Bijlage, punt A bij de Richtlijn
73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen be-
treffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf,
135
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
sur la vie, et son exercice, ou de l’annexe I, partie A, de
la directive 2009/138/CE;”;
6° “État membre d’origine IMD”:
a) si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
est une personne physique, l’État membre où il est
domicilié et où il exerce ses activités;
b) si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
est une personne morale, l’État membre où est établi
son siège social ou, si cette personne morale n’a pas
de siège social aux termes de son droit national, l’État
membre où est située son administration centrale.
7° “État membre d’accueil IMD”: l’État membre, autre
que l’État membre d’origine IMD, où un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance a une succursale ou
exerce une activité en libre prestation de services.
8° “autorités IMD”: les autorités au sens de l’article
2, point 11, de la directive 2002/92/CE;
9° “support durable”: tout instrument permettant au
client de stocker des informations qui lui sont adressées
personnellement, de telle sorte qu’elles puissent être
consultées ultérieurement pendant une période adaptée
à l’objectif de ces informations, et permettant la repro-
duction exacte des informations stockées;
en particulier, la notion de support durable inclut les
disquettes informatiques, les CD-ROM, les DVD et le
disque dur de l’ordinateur du consommateur sur lequel
le courrier électronique est stocké, mais ne comprend
pas un site Internet, sauf si ce site satisfait aux critères
spécifi és dans la défi nition du support durable;
10° “l’arrêté royal relatif aux règles de conduite de
niveau 1”: l’arrêté royal du … 2014 relatif aux modalités
d’application au secteur des assurances des articles 27
à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance
du secteur fi nancier et aux services fi nanciers;
11° “l’arrêté royal relatif aux règles de conduite de
niveau 2”: l’arrêté royal du … 2014 relatif aux règles de
conduite et aux règles relatives à la gestion des confl its
d’intérêts, fi xées en vertu de la loi, en ce qui concerne
le secteur des assurances.
met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en
de uitoefening daarvan, of van Bijlage I, deel A bij de
Richtlijn 2009/138/EG;”;
6° “IMD lidstaat van herkomst”:
a) indien de verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar hij
zijn woonplaats heeft en zijn werkzaamheden uitoefent;
b) indien de verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon een rechtspersoon is, de lidstaat waar
zijn maatschappelijke zetel is gevestigd of, indien deze
rechtspersoon volgens zijn nationale recht geen maat-
schappelijke zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkan-
toor is gevestigd;
7° “IMD lidstaat van ontvangst”: de lidstaat, andere
dan de IMD lidstaat van herkomst, waarin een verzeke-
rings- of herverzekeringstussenpersoon een bijkantoor
heeft of vrij diensten verricht;
8° “IMD autoriteiten”: de autoriteiten in de zin van
artikel 2, punt 11 van de Richtlijn 2002/92/EG;
9° “duurzame drager”: elk hulpmiddel dat de cliënt in
staat stelt aan hem persoonlijk gerichte informatie op
zodanige wijze op te slaan dat hij deze gedurende een
voor het doel van de informatie toereikende periode
kan raadplegen en waarmee de opgeslagen informatie
ongewijzigd kan worden gereproduceerd;
onder duurzame drager wordt in het bijzonder ver-
staan computerdiskettes, cd-rom’s, DVD’s en de harde
schijf van de computer van de consument waarop de
elektronische post wordt opgeslagen, maar niet inter-
netwebsites, tenzij die voldoen aan de in de defi nitie van
duurzame drager opgenomen criteria;
10° “koninklijk besluit over de gedragsregels van ni-
veau 1”: het koninklijk besluit van … 2014 over de regels
voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van
de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten op de
verzekeringssector;
11° “koninklijk besluit over de gedragsregels van
niveau 2”: het koninklijk besluit van … 2014 inzake de
krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels
over het beheer van belangenconfl icten, wat de verze-
keringssector betreft.
136
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 2
Dispositions générales
Art. 258
La présente partie ne s’applique pas aux intermé-
diaires d’assurances et de réassurance dans les cas
suivants:
1° lorsqu’ils exercent leurs activités exclusivement
en vue d’assurer ou de réassurer des risques de leur
entreprise propre ou du groupe d’entreprises auquel
ils appartiennent;
2° lorsque l’intermédiation en assurances ou en
réassurance porte sur des contrats d’assurance ou
de réassurance pour lesquels toutes les conditions
suivantes sont remplies:
a. le contrat requiert uniquement une connaissance
de la couverture offerte par l’assurance;
b. le contrat n’est pas un contrat d’assurance vie;
c. le contrat ne comporte aucune couverture de la
responsabilité civile;
d. l’intermédiation en assurances ou en réassurance
ne constitue pas l’activité professionnelle principale des
personnes considérées;
e. l’assurance constitue un complément au produit
ou au service fourni par un fournisseur quel qu’il soit,
lorsqu’elle couvre:
— le risque de mauvais fonctionnement, de perte
ou d’endommagement des biens fournis par ce four-
nisseur; ou
— le risque d’endommagement ou de perte de
bagages et les autres risques liés à un voyage réservé
auprès de ce fournisseur, même si l’assurance couvre
la vie ou la responsabilité civile, à la condition que cette
couverture soit accessoire à la couverture principale
relative aux risques liés à ce voyage;
f. le montant de la prime annuelle ne dépasse pas
500 euros et la durée totale du contrat, reconductions
éventuelles comprises, n’est pas supérieure à cinq ans.
HOOFDSTUK 2
Algemene bepalingen
Art. 258
Dit deel is niet van toepassing op de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen, in de hiernavolgende
gevallen:
1° wanneer zij hun activiteiten uitsluitend uitoefenen
met het oog op het verzekeren of het herverzekeren van
risico’s van de eigen onderneming of van de groep van
ondernemingen waartoe ze behoren;
2° wanneer de verzekerings- of herverzekeringsbe-
middeling betrekking heeft op verzekerings- of herver-
zekeringsovereenkomsten met betrekking tot dewelke
alle hiernavolgende voorwaarden vervuld zijn:
a. de overeenkomst vergt slechts kennis van de ver-
zekeringsdekking die geboden wordt;
b. de overeenkomst is geen levensverzekeringsover-
eenkomst;
c. de overeenkomst dekt geen aansprakelijkheidsri-
sico’s;
d. de persoon in kwestie heeft een andere hoofdbe-
roepswerkzaamheid dan verzekerings- of herverzeke-
ringsbemiddeling;
e. de verzekering is een aanvulling op de levering
van een product of de verrichting van een dienst door
eender welke aanbieder, en dekt:
— het risico van defect, verlies of beschadiging van
door die aanbieder geleverde goederen;
of
— het risico van beschadiging of verlies van bagage
en andere risico’s die verbonden zijn aan een bij die
aanbieder geboekte reis, zelfs indien deze verzekering
de dekking omvat van levensverzekerings- of aanspra-
kelijkheidsrisico’s, maar dan wel op voorwaarde dat de
dekking bijkomend is aan de hoofddekking van de met
de reis verbonden risico’s;
f. het bedrag van de jaarlijkse premie is niet hoger dan
500 euro en de volledige looptijd van de overeenkomst,
met inbegrip van eventuele verlengingen, bedraagt niet
meer dan vijf jaar.
137
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 259
Les personnes qui sont désignées comme respon-
sables de la distribution dans une entreprise d’assu-
rances opérant en Belgique, doivent satisfaire aux
mêmes conditions en matière de connaissances profes-
sionnelles et d’aptitude et d’honorabilité professionnelle
que celles prévues pour les intermédiaires d’assurances
à l’article 268, § 1er, 1° et 2°, et § 2.
Les autres personnes d’une entreprise d’assurances
qui, de quelque manière que ce soit, sont en contact
avec le public en vue d’offrir en vente ou de vendre des
produits de leur entreprise, doivent satisfaire aux condi-
tions en matière de connaissances professionnelles
fi xées à l’article 270, § 2.
Art. 260
Toute personne morale ou physique qui occupe
des travailleurs et est inscrite comme intermédiaire
d’assurances ou de réassurance, désigne un respon-
sable de la distribution conformément à l’article 261.
Le responsable de la distribution doit satisfaire aux
conditions relatives aux connaissances professionnelles
et à l’aptitude et l’honorabilité professionnelle visées à
l’article 268, § 1er, 1° et 2°, et § 2.
Les autres personnes qui, auprès d’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance, s’occupent directement
d’intermédiation en assurances ou en réassurance, en
particulier toute personne qui, à cet effet et de quelque
manière que ce soit, est en contact avec le public, doivent
satisfaire aux conditions en matière de connaissances
professionnelles fi xées à l’article 270, § 2.
Art. 261
Les intermédiaires en assurances et en réassurance
ainsi que les entreprises d’assurances désignent une ou
plusieurs personnes physiques comme responsables de
la distribution. Leur nombre est adapté à l’organisation
et aux activités de l’intermédiaire ou de l’entreprise. Le
Roi fi xe ce nombre sur proposition conjointe du ministre
ayant les Assurances dans ses attributions et du ministre
des Affaires sociales.
Art. 259
De personen die als verantwoordelijke voor de dis-
tributie zijn aangewezen in een verzekeringsonderne-
ming die in België werkzaam is, moeten voldoen aan
dezelfde vereisten van beroepskennis, geschiktheid en
professionele betrouwbaarheid als de verzekeringstus-
senpersonen zoals voorgeschreven in artikel 268, § 1,
1°, 2° en § 2.
De andere personen van een verzekeringsonderne-
ming die op welke wijze ook in contact staan met het
publiek met het oog op het te koop aanbieden of ver-
kopen van de producten van hun onderneming moeten
voldoen aan de in artikel 270, § 2, bepaalde vereisten
inzake beroepskennis.
Art. 260
Elke rechtspersoon en elke natuurlijke persoon die
werknemers in dienst heeft, die ingeschreven is als ver-
zekerings- of herverzekeringstussenpersoon, wijst een
verantwoordelijke voor de distributie aan als bepaald bij
artikel 261. De verantwoordelijke voor de distributie moet
voldoen aan de vereisten van beroepskennis, geschikt-
heid en professionele betrouwbaarheid, als bedoeld in
artikel 268, § 1, 1°, 2° en § 2.
De andere personen die zich in een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon rechtstreeks met verze-
kerings- en herverzekeringsbemiddeling bezig houden,
inzonderheid iedere persoon die daartoe op welke wijze
ook in contact staat met het publiek, moeten voldoen
aan de vereisten van beroepskennis als bedoeld in
artikel 270, § 2.
Art. 261
De verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
en de verzekeringsondernemingen wijzen een of meer
natuurlijke personen aan als verantwoordelijken voor
de distributie. Het aantal verantwoordelijken voor de
distributie is aangepast aan de organisatie en de acti-
viteiten van de tussenpersoon of de onderneming. De
Koning stelt dit aantal vast op gezamenlijk voorstel van
de minister die de Verzekeringen in zijn bevoegdheid
heeft en van de minister van Sociale Zaken.
138
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 3
De l’inscription
Section Ire
Dispositions générales
Art. 262
§ 1er. Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassu-
rance dont la Belgique est l’État membre d’origine IMD
ne peut exercer l’activité d’intermédiation en assurances
ou en réassurance, s’il n’est préalablement inscrit au
registre des intermédiaires d’assurances et de réassu-
rance tenu par la FSMA.
Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant comme État membre d’origine IMD un pays autre
que la Belgique ne peut exercer en Belgique l’activité
d’intermédiation en assurances ou en réassurance, s’il
n’est préalablement inscrit en qualité d’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance par l’autorité IMD de
son État membre d’origine, sans préjudice des dispo-
sitions de l’article 266, § 2.
Aucun intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant son domicile ou son siège social dans un pays
non membre de l’EEE ne peut exercer en Belgique
l’activité d’intermédiation en assurances ou en réas-
surance, s’il n’est préalablement inscrit au registre des
intermédiaires d’assurances et de réassurance tenu
par la FSMA.
Le registre des intermédiaires d’assurances et
de réassurance tenu par la FSMA est constitué des
catégories suivantes: “courtiers d’assurances”, “agents
d’assurances” et “sous-agents d’assurances”.
Un intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ne peut être inscrit qu’à l’une des catégories précitées.
§ 2. Les entreprises d’assurances ou de réassurance
qui ont un établissement en Belgique ou qui y exercent
leur activité sans y être établies ne peuvent faire appel
à un intermédiaire d’assurances ou de réassurance
qui n’est pas inscrit conformément aux dispositions du
paragraphe 1er.
Si elles font néanmoins appel à un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance non inscrit, elles sont
civilement responsables pour les actes posés par ces
HOOFDSTUK 3
Inschrijving
Afdeling I
Algemene bepalingen
Art. 262
§ 1. Geen enkele verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon met België als IMD lidstaat van
herkomst, mag de activiteit van verzekerings- of herver-
zekeringsbemiddeling uitoefenen, zonder vooraf inge-
schreven te zijn in het register van de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen bijgehouden door de
FSMA.
Geen enkele verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon met een andere IMD lidstaat van herkomst dan
België mag in België de activiteit van verzekerings- of
herverzekeringsbemiddeling uitoefenen zonder vooraf
ingeschreven te zijn als verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon door de IMD autoriteit van zijn
lidstaat van herkomst, onverminderd het bepaalde bij
artikel 266, § 2.
Geen enkele verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon met woonplaats of maatschappelijke zetel
in een land buiten de EER, mag in België de activiteit
van verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
uitoefenen, zonder vooraf ingeschreven te zijn in het
register van de verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen bijgehouden door de FSMA.
Het door de FSMA bijgehouden register van de ver-
zekerings- en herverzekeringstussenpersonen wordt
onderverdeeld in de categorieën “verzekeringsmake-
laars”, “verzekeringsagenten” en “verzekeringssubagen-
ten”.
Een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
kan slechts in een van de voormelde categorieën wor-
den ingeschreven.
§ 2. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen,
die een vestiging hebben in België of er hun activiteiten
uitoefenen zonder er gevestigd te zijn, mogen geen
beroep doen op een verzekerings- of herverzekerings-
tussenpersoon die niet is ingeschreven overeenkomstig
het bepaalde in paragraaf 1.
Indien zij niettemin beroep doen op een niet inge-
schreven verzekerings- of herverzekeringstussen-
persoon zijn zij burgerrechtelijk aansprakelijk voor de
139
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
intermédiaires dans le cadre de leur activité d’intermé-
diation en assurances ou en réassurance.
§ 3. Par dérogation aux dispositions du paragraphe
1er, les intermédiaires d’assurances visés à l’article
68 de la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions
diverses en matière d’organisation de l’assurance
maladie complémentaire (I), sont inscrits au registre
tenu par l’OCM.
Le Roi détermine, sur avis de l’OCM, les modalités
selon lesquelles doit s’opérer l’inscription au registre.
Les arrêtés royaux portant exécution du présent
paragraphe, sont pris sur la proposition conjointe du
ministre qui a les Assurances dans ses attributions et
du ministre des Affaires sociales.
Art. 263
L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
qui souhaite être inscrit dans la catégorie “courtiers
d’assurances” joint à sa demande d’inscription une
déclaration sur l’honneur de laquelle il ressort qu’il
exerce ses activités professionnelles en dehors de tout
contrat d’agence exclusive ou de tout autre engagement
juridique lui imposant de placer la totalité ou une partie
déterminée de sa production auprès d’une entreprise
d’assurances ou de réassurance ou de plusieurs entre-
prises d’assurances ou de réassurance appartenant au
même groupe.
Sans préjudice des dispositions légales relatives
à l’inviolabilité du domicile et à la protection de la vie
privée, la FSMA peut effectuer toute enquête, y compris
dans les locaux où l’intermédiaire d’assurances ou de
réassurance exerce son activité ou au siège des entre-
prises d’assurances ou de réassurance concernées, en
vue de contrôler la véracité de cette déclaration.
Toute modifi cation aux données sur lesquelles porte
la déclaration sur l’honneur visée à l’alinéa 1er doit être
communiquée sans délai à la FSMA.
Art. 264
§ 1er. L’intermédiaire d’assurances inscrit dans la
catégorie d’agent d’assurances qui est soumis à une
obligation contractuelle de travailler, dans le secteur de
handelingen van deze tussenpersonen verricht in het
kader van hun activiteit van verzekerings- en herverze-
keringsbemiddeling.
§ 3. In afwijking van de bepalingen in paragraaf 1
worden de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld
in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende
diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvul-
lende ziekteverzekering (I) ingeschreven in het register
bijgehouden door de CDZ.
De Koning bepaalt, na advies van de CDZ, de moda-
liteiten volgens dewelke deze registerinschrijving moet
gebeuren.
De Koninklijke besluiten ter uitvoering van deze pa-
ragraaf, worden genomen op gezamenlijke voordracht
van de minister die de verzekeringen in zijn bevoegdheid
heeft en de minister van Sociale Zaken.
Art. 263
De verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
die ingeschreven wil worden in de categorie “verzeke-
ringsmakelaars” voegt bij zijn verzoek om inschrijving
een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat hij zijn
beroepswerkzaamheden uitoefent buiten elke exclu-
sieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische
verbintenis die hem verplicht zijn hele productie of een
bepaald deel ervan te plaatsen bij een verzekerings- of
een herverzekeringsonderneming of meerdere ver-
zekerings- of herverzekeringsondernemingen die tot
eenzelfde groep behoren.
Onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende
de onschendbaarheid van de woning en de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer, mag de FSMA een
onderzoek uitvoeren, inclusief in de lokalen die door de
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon worden
gebruikt voor de uitoefening van zijn werkzaamheid of
op de zetel van de betrokken verzekerings- of herver-
zekeringsondernemingen om de juistheid van deze
verklaring na te gaan.
Elke wijziging in de gegevens waarop de verklaring op
erewoord bedoeld in het eerste lid betrekking heeft, moet
onverwijld aan de FSMA meegedeeld worden.
Art. 264
§ 1. De verzekeringstussenpersoon die in de
categorie van verzekeringsagenten is ingeschre-
ven, en die contractueel verplicht is om, binnen de
140
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
l’assurance, exclusivement avec une seule entreprise
d’assurances ou avec plusieurs entreprises d’assu-
rances pour des contrats d’assurance non concurrents
entre eux, de sorte qu’il répond à la défi nition d’agent
d’assurances lié, le notifi e à la FSMA. Il lui communique
également le nom, l’adresse de cette (ces) entreprise(s)
d’assurances ainsi que le(s) groupe(s) d’activité et les
branches d’assurances concernés.
§ 2. L’entreprise d’assurances notifi e à la FSMA le(s)
nom(s) et adresse(s) du/des agent(s) d’assurances
lié(s) avec le(s)quel(s) elle collabore. Elle communique
également à la FSMA le(s) groupe(s) d’activité et les
branches d’assurances concernés.
§ 3. Toute modifi cation apportée aux données visées
aux paragraphes 1er ou 2 est notifi ée sans délai à la
FSMA.
Art. 265
Pour les activités visées par la présente partie, nul
ne peut porter le titre de courtier d’assurances, agent
d’assurances ou sous-agent d’assurances, ou de
courtier, agent ou sous-agent, pour indiquer l’activité
d’assurance, de réassurance ou d’intermédiation en
assurances ou en réassurance, s’il n’est inscrit au
registre des intermédiaires d’assurances et de réas-
surance, respectivement dans la catégorie “courtiers
d’assurances”, “agents d’assurances” ou “sous-agents
d’assurances”.
Art. 266
§ 1er. Tout intermédiaire d’assurances ou de réassu-
rance inscrit en Belgique qui envisage d’exercer pour la
première fois des activités dans un autre État membre
sous le régime de liberté d’établissement ou de libre
prestation de services, en avise préalablement la FSMA.
Le registre indique dans quels États membres l’inter-
médiaire opère en vertu de la liberté d’établissement
ou de la libre prestation de services.
Dans le mois de la notifi cation, la FSMA informe de
cette intention l’autorité IMD de l’État membre d’accueil
IMD qui le souhaite, et communique cette notifi cation à
l’intermédiaire concerné.
§ 2. L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
inscrit dans un État membre autre que la Belgique peut
commencer ses activités en Belgique, soit sous le
verzekeringssector, uitsluitend met één verzekerings-
onderneming of met meerdere verzekeringsonderne-
mingen verzekeringszaken te doen met betrekking
tot verzekeringsovereenkomsten die geen onderling
concurrerende verzekeringsovereenkomsten zijn,
zodat hij beantwoordt aan de defi nitie van verbonden
verzekeringsagent stelt de FSMA hiervan in kennis.
Hij deel de FSMA tevens de naam en het adres van
deze verzekeringsonderneming(en) mee, alsook de
betrokken groep(en) van activiteiten en de betrokken
verzekeringstakken.
§ 2. De verzekeringsonderneming stelt de FSMA in
kennis van de na(a)m(en) en het/de adres(sen) van de
verbonden verzekeringsagent(en) met wie zij samen-
werkt. Zij deelt aan de FSMA ook de groep(en) van
activiteiten en de betrokken verzekeringstakken mee.
§ 3. Elke wijziging in de gegevens als bedoeld in
paragrafen 1 of 2 wordt onverwijld ter kennis gebracht
van de FSMA.
Art. 265
Voor de werkzaamheden bedoeld bij dit deel, mag
niemand de titel dragen van verzekeringsmakelaar, ver-
zekeringsagent of verzekeringssubagent, of van make-
laar, agent, of subagent, met verwijzing naar de activiteit
van verzekeringen, herverzekeringen, verzekerings- of
herverzekeringsbemiddeling, tenzij hij in het register
van de verzekerings- en herverzekeringstussenper-
sonen is ingeschreven, respectievelijk in de categorie
“verzekeringsmakelaars”, “verzekeringsagenten” of
“verzekeringssubagenten”.
Art. 266
§ 1. Elke in België ingeschreven verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon die voornemens is voor het
eerst in een andere lidstaat werkzaamheden uit te oefe-
nen in het stelsel van vrijheid van vestiging of vrijheid van
dienstverrichting, stelt de FSMA daarvan vooraf in kennis.
In het register wordt aangegeven in welke lidstaten de
tussenpersoon werkzaam is door middel van vrijheid van
vestiging of vrijheid van dienstverrichting.
De FSMA stelt binnen een maand na deze kennisge-
ving de IMD autoriteit van de IMD lidstaat van ontvangst
die dit wenst van dit voornemen in kennis, en brengt de
betrokken tussenpersoon van deze kennisgeving op de
hoogte.
§ 2. De in een andere lidstaat dan België ingeschre-
ven verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon kan
zijn werkzaamheden in België aanvangen, hetzij door
141
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
régime de liberté d’établissement, soit sous celui de libre
prestation de services, après en avoir avisé l’autorité
IMD de son État membre d’origine, et après que cette
autorité a averti la FSMA conformément à la disposition
de droit européen en la matière. La FSMA publie la liste
de ces intermédiaires d’assurances et de réassurance
sur son site web et veille à sa mise à jour régulière sur
la base des données dont elle dispose.
L’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
visé à l’alinéa 1er doit respecter, dans l’exercice de ses
activités, les dispositions légales et réglementaires
applicables en Belgique aux intermédiaires d’assu-
rances et de réassurance pour des motifs d’intérêt
général. La FSMA communique à ces intermédiaires
d’assurances et de réassurance quelles dispositions
sont, à sa connaissance, d’intérêt général.
§ 3. Les intermédiaires d’assurances et de réassu-
rance visés au paragraphe 1er, alinéa 2, ainsi que les
intermédiaires d’assurances et de réassurance visés au
paragraphe 2, peuvent commencer leurs activités dans
l’État membre d’accueil IMD concerné au plus tôt un
mois après avoir été avisés par l’autorité IMD de leur
État membre d’origine.
Section II
Procédure et conditions
Art. 267
§ 1er. Toute demande d’inscription est envoyée à la
FSMA dans les formes et dans les conditions fi xées par
le Roi. Dans sa demande, le candidat doit indiquer dans
quelle catégorie il souhaite être inscrit et mentionner
celui ou ceux des groupes de branches visés à l’annexe
II de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assurances,
dans lequel ou lesquels il exerce ses activités.
Si le candidat souhaite exercer l’intermédiation en
assurances ou en réassurance, en matière d’assurance
contre les accidents du travail telle que visée par la loi
du 10 avril 1971 sur les accidents du travail ou par la loi
du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des
dommages résultant des accidents du travail, des acci-
dents survenus sur le chemin du travail et des maladies
professionnelles dans le secteur public, il doit l’indiquer
dans sa demande.
middel van vrijheid van vestiging, hetzij door middel van
vrijheid van dienstverrichting, nadat hij de IMD autoriteit
van zijn lidstaat van herkomst hiervan in kennis heeft
gesteld, en nadat deze autoriteit de FSMA op de hoogte
gebracht heeft overeenkomstig de Europeesrechtelijke
bepalingen ter zake. De FSMA maakt de lijst van deze
verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen be-
kend op haar website en zorgt voor een regelmatige
actualisering ervan op basis van de haar beschikbare
gegevens.
De in het eerste lid bedoelde verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon moet bij de uitoefening van
zijn werkzaamheden de wettelijke en reglementaire
bepalingen naleven die in België van toepassing zijn
op de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen
om redenen van algemeen belang. De FSMA deelt de
hier bedoelde verzekerings- en herverzekeringstussen-
personen mee welke bepalingen naar haar weten van
algemeen belang zijn.
§ 3. De verzekerings- en herverzekeringstussenper-
sonen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en de verze-
kerings- en herverzekeringstussenpersonen bedoeld in
paragraaf 2, kunnen hun werkzaamheden in de betrok-
ken IMD lidstaat van ontvangst ten vroegste aanvangen
één maand na de datum van hun in kennisstelling door
de IMD autoriteit van hun lidstaat van herkomst.
Afdeling II
Procedure en voorwaarden
Art. 267
§ 1. Elke aanvraag om inschrijving wordt overeen-
komstig de door de Koning vastgestelde vormen en
voorwaarden gericht aan de FSMA. In zijn aanvraag
moet de kandidaat aanduiden in welke categorie hij
ingeschreven wenst te worden en vermelden in welke
groep of groepen van takken, zoals bedoeld in Bijlage
II van het Koninklijke besluit van 22 februari 1991 hou-
dende algemeen reglement betreffende de controle van
verzekeringsondernemingen, hij zijn werkzaamheden
uitoefent.
Indien de kandidaat verzekerings- of herverzekerings-
bemiddeling wenst uit te oefenen inzake de arbeids-
ongevallenverzekering, bedoeld in de arbeidsongeval-
lenwet van 10 april 1971 of in de wet van 3 juli 1967
betreffende de preventie van of de schadevergoeding
voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar
en van het werk en voor beroepsziekten in de overheids-
sector, moet hij dat in zijn aanvraag vermelden.
142
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Le demandeur doit fournir, à l’appui de sa demande,
les documents nécessaires prouvant qu’il satisfait à
toutes les conditions.
Sans préjudice des dispositions de l’article 268,
plusieurs candidats peuvent introduire leur demande
d’inscription collectivement si le respect de leurs obliga-
tions visées à l’article 268 est vérifi é par un organisme
central. Cet organisme central doit être un intermé-
diaire d’assurances, un intermédiaire de réassurance,
une entreprise d’assurances agréée pour l’exercice
d’activités d’assurance, une entreprise de réassurance
agréée pour l’exercice de l’activité de réassurance,
une entreprise d’assurances soumise à la surveillance
complémentaire sur les entreprises d’assurances au
sens de l’article 91ter de la loi du 9 juillet 1975, ou un
autre organisme ou entreprise qui remplit les conditions
déterminées par le Roi sur proposition de la FSMA.
En ce cas, la demande d’inscription est introduite par
l’organisme central sous sa responsabilité. Pour l’appli-
cation de la présente loi, leur dossier sera traité comme
s’il s’agissait d’une seule entreprise. L’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance est radié d’office du
registre lorsque l’organisme central demande le retrait
de son inscription.
La FSMA décide, dans les soixante jours de la récep-
tion de la demande et des documents requis, d’inscrire
ou non le candidat au registre dans la catégorie qu’il a
demandée. La FSMA notifi e sa décision au demandeur
par lettre recommandée. En cas de refus, la FSMA doit
motiver ce refus. Toute modifi cation aux données des
documents mentionnés au présent paragraphe doit être
communiquée immédiatement à la FSMA, sans préju-
dice du droit de la FSMA de recueillir des informations
auprès de l’intéressé ou de lui réclamer des documents
probants.
Si l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance ne
se trouve plus dans les circonstances qu’il a mention-
nées dans la déclaration sur l’honneur visée à l’article
263, alinéa 1er, il est inscrit dans une autre catégorie
du registre.
§ 2. Les listes des intermédiaires d’assurances et
de réassurance inscrits est publiée sur le site web de
la FSMA. Cette dernière se charge d’actualiser régu-
lièrement ce site web sur la base des données dont
elle dispose. La liste des intermédiaires d’assurances
inscrits auprès de l’OCM est accessible via le site web
de la FSMA.
Le site web mentionne pour chaque intermé-
diaire d’assurances ou de réassurance les données
De aanvrager moet zijn aanvraag staven met de
nodige documenten die aantonen dat hij aan alle voor-
waarden voldoet.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van arti-
kel 268 kunnen meerdere kandidaten hun aanvraag tot
inschrijving collectief indienen, indien de naleving van
hun verplichtingen als bedoeld in artikel 268 door een
centrale instelling wordt geverifi eerd. Deze centrale in-
stelling moet een verzekeringstussenpersoon zijn, een
herverzekeringstussenpersoon, een verzekeringsonder-
neming die een vergunning heeft om verzekeringsactivi-
teiten uit te oefenen, een herverzekeringsonderneming
die een vergunning heeft om herverzekeringsactiviteiten
uit te oefenen, een verzekeringsonderneming onderwor-
pen aan het aanvullend toezicht op een verzekerings-
onderneming in de zin van artikel 91ter van de Wet van
9 juli 1975, of een andere onderneming of instelling die
voldoet aan de voorwaarden door de Koning bepaald
op voorstel van de FSMA. In dit geval wordt de inschrij-
vingsaanvraag door de centrale instelling ingediend
onder haar verantwoordelijkheid. Voor de toepassing
van deze wet wordt hun dossier behandeld alsof het
om een enkele onderneming ging. De verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon wordt ambtshalve uit
het register geschrapt wanneer de centrale instelling
de intrekking van diens inschrijving vraagt.
Binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag
en van de vereiste documenten beslist de FSMA de
kandidaat al dan niet in te schrijven in het register onder
de door hem gevraagde categorie. De FSMA brengt haar
beslissing ter kennis van de aanvrager bij een aangete-
kende brief. In geval van weigering moet de FSMA deze
weigering motiveren. Elke wijziging van de gegevens
van de in deze paragraaf vermelde documenten moet
onverwijld aan de FSMA worden medegedeeld, onver-
minderd het recht van de FSMA om bij de betrokkene
informatie in te winnen of bewijskrachtige documenten
op te vragen.
Indien de verzekerings- of herverzekeringstussenper-
soon niet meer verkeert in de omstandigheden die hij in
de verklaring op erewoord, bedoeld bij artikel 263, eerste
lid, heeft vermeld, wordt hij naar een andere categorie
in het inschrijvingsregister overgebracht.
§ 2. De lijsten van de ingeschreven verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen wordt bekendgemaakt
op de website van de FSMA. De FSMA zorgt voor een
regelmatige actualisering van de website op basis van
de haar beschikbare gegevens. De lijst van de bij de
CDZ ingeschreven verzekeringstussenpersonen is
toegankelijk via de website van de FSMA.
De website vermeldt voor iedere verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersoon, de gegevens noodzakelijk
143
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
nécessaires à son identifi cation, la date de son ins-
cription, la catégorie dans laquelle il est inscrit, le cas
échéant la date de sa radiation, ainsi que toute autre
information que la FSMA estime utile pour une infor-
mation correcte du public. La FSMA et l’OCM pour ce
qui concerne les intermédiaires d’assurances visés par
l’article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant des disposi-
tions diverses en matière d’organisation de l’assurance
maladie complémentaire (I) déterminent les conditions
auxquelles la mention de la radiation d’un intermédiaire
est retirée du site web.
Art. 268
§ 1er. Pour pouvoir être inscrit au registre des inter-
médiaires d’assurances et de réassurance et pouvoir
conserver cette inscription, l’intermédiaire d’assurances
ou de réassurance intéressé doit:
1° posséder les connaissances professionnelles re-
quises telles qu’elles sont déterminées par l’article 270;
2° posséder une aptitude et une honorabilité profes-
sionnelle suffisantes;
3° faire l’objet d’une assurance de la responsabilité
civile professionnelle couvrant tout le territoire de l’EEE;
Le contrat d’assurance contient une disposition qui
oblige l’entreprise d’assurances, lorsqu’il est mis fi n au
contrat, à en aviser la FSMA.
Sont toutefois dispensés de cette obligation d’assurer
leur responsabilité professionnelle, les intermédiaires
d’assurances ou de réassurance agissant pour le
compte et au nom d’entreprises d’assurances ou de
réassurance ou d’autres intermédiaires d’assurances
ou de réassurance, y compris les établissements de
crédit, qui assument cette responsabilité.
Le Roi fi xe, sur proposition de la FSMA, les conditions
de l’assurance.
4° s’abstenir de participer à la promotion, à la
conclusion et à l’exécution de contrats d’assurance ou
de réassurance qui sont manifestement contraires aux
règles de droit belge applicables à ces contrats mêmes
et/ou aux règles de droit belge applicables en ce qui
concerne l’offre et la conclusion de tels contrats;
voor zijn identifi catie, de datum van inschrijving, de cate-
gorie waarin hij is ingeschreven, desgevallend de datum
van schrapping, evenals alle andere informatie die de
FSMA nuttig acht voor een correcte informatie van het
publiek. De FSMA en de CDZ voor wat de verzekerings-
tussenpersonen zoals bedoeld in artikel 68 van de wet
van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake
de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I)
bepaalt de voorwaarden waaronder de vermelding van
schrapping van een tussenpersoon wordt weggelaten
van de website.
Art. 268
§ 1. Om in het register van de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen te worden ingeschreven
en die inschrijving te behouden, moet de betrokken ver-
zekerings- en herverzekeringstussenpersoon:
1° de vereiste beroepskennis bezitten, als bepaald
bij artikel 270;
2° een voldoende geschiktheid en professionele
betrouwbaarheid bezitten;
3° het voorwerp zijn van een beroepsaansprakelijk-
heidsverzekering die het gehele grondgebied van de
EER dekt;
De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling
die de verzekeringsonderneming bij beëindiging van de
overeenkomst de verplichting oplegt de FSMA hiervan
in kennis te stellen.
Van deze vereiste van beroepsaansprakelijkheids-
verzekering zijn evenwel vrijgesteld de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen voor zover de verze-
kerings- of herverzekeringsondernemingen of andere
verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen, met
inbegrip van de kredietinstellingen, voor rekening en in
naam waarvan zij optreden, die aansprakelijkheid op
zich nemen.
De Koning bepaalt op voorstel van de FSMA de
voorwaarden van de verzekering.
4° zich ervan onthouden deel te nemen aan de pro-
motie, de sluiting en de uitvoering van verzekerings- of
herverzekeringsovereenkomsten die klaarblijkelijk strij-
dig zijn met de op deze overeenkomsten zelf toepasse-
lijke regels van Belgisch recht en/of met de toepasselijke
regels van Belgisch recht in verband met het aanbieden
en sluiten van deze overeenkomsten;
144
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
5° en ce qui concerne leur activité d’intermédiation en
assurances ou en réassurance en Belgique, ne traiter,
selon le cas, qu’avec des entreprises d’assurances
autorisées en application de la législation de contrôle
belge pertinente à exercer des activités d’assurance
en Belgique, ou avec des entreprises de réassurance
autorisées en application de la législation de contrôle
belge pertinente à exercer l’activité de réasssurance
en Belgique;
6° adhérer à un système extrajudiciaire de traite-
ment des plaintes. Il doit soit avoir adhéré lui-même
à un tel système, soit être membre d’une association
professionnelle ayant adhéré à un tel système. Il est
tenu de contribuer au fi nancement dudit système et de
donner suite à toute demande d’information qui lui serait
adressée dans le cadre du traitement des plaintes via
ce système;
7° respecter, le cas échéant, les dispositions des
articles 273, 274 et 275;
8° payer les contributions aux frais de fonctionnement
de la FSMA, déterminées conformément à l’article 56
de la loi du 2 août 2002;
9° se conformer à la loi du 11 janvier 1993 relative à
la prévention de l’utilisation du système fi nancier aux
fi ns du blanchiment de capitaux et du fi nancement du
terrorisme et aux arrêtés d’exécution de celle-ci, pour
autant que l’intermédiaire intéressé soit soumis à cette
législation.
Par dérogation aux dispositions de l’alinéa 1er, 8°,
les intermédiaires d’assurances visés à l’article 68 de
la loi du 26 avril 2010 portant des dispositions diverses
en matière d’organisation de l’assurance maladie
complémentaire (I), paient leur contribution aux frais de
fonctionnement de l’OCM.
§ 2. Pour pouvoir être inscrit au registre des inter-
médiaires d’assurances et de réassurance et pouvoir
conserver cette inscription, l’intéressé ne peut se trouver
dans l’un des cas prévus à l’article 19 de la loi du 22
mars 1993 relative au statut et au contrôle des établis-
sements de crédit.
§ 3. Les intermédiaires d’assurances et de réassu-
rance ainsi que, dans le cas visé à l’article 267, § 1er,
alinéa 4, l’organisme central, doivent démontrer à la
FSMA, selon des règles précisées par cette dernière par
voie de règlement, y compris en matière de périodicité,
le respect des dispositions prévues par les paragraphes
1er et 2.
5° wat hun activiteit van verzekerings- of herverze-
keringsbemiddeling in België betreft, slechts handelen
met met toepassing van de relevante Belgische con-
trolewetgeving voor de uitoefening van verzekerings-
activiteiten in België toegelaten verzekeringsonderne-
mingen, dan wel met met toepassing van de relevante
Belgische controlewetgeving voor de uitoefening van
herverzekeringsactiviteiten in België toegelaten
herverzekeringsondernemingen;
6° toetreden tot een buitengerechtelijke klachtenre-
geling. Hij dient ofwel zelf toegetreden te zijn tot een
dergelijke klachtenregeling, ofwel lid te zijn van een
beroepsvereniging die is toegetreden tot een dergelijke
klachtenregeling. Hij dient bij te dragen tot de fi nancie-
ring van bedoelde klachtenregeling en in te gaan op
elk verzoek om informatie dat hij in het kader van die
regeling ontvangt;
7° in voorkomend geval, het bepaalde naleven bij de
artikelen 273, 274 en 275;
8° de bijdragen in de werkingskosten van de FSMA
betalen, vastgesteld overeenkomstig artikel 56 van de
wet van 2 augustus 2002;
9° voldoen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorko-
ming van het gebruik van het fi nanciële stelsel voor het
witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme
en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover
deze wetgeving van toepassing is op de betrokken tus-
senpersoon.
In afwijking van de bepalingen in het eerste lid, 8°, be-
talen de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in
artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse
bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I), hun bijdrage in de werkingskosten
van de CDZ.
§ 2. Om in het register van de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen te worden ingeschreven
en die inschrijving te behouden, mag de betrokkene
zich niet in een van de gevallen bevinden als bedoeld in
artikel 19 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut
van en het toezicht op de kredietinstellingen.
§ 3. De verzekerings- en herverzekeringstussenperso-
nen, en in het geval bedoeld in artikel 267, § 1, vierde lid,
de centrale instelling, dienen de FSMA, volgens nadere
regels door haar bepaald bij reglement, met inbegrip
van de periodiciteit, de naleving aan te tonen van het
bepaalde in de eerste en de tweede paragraaf.
145
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 269
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
ayant la qualité de personne morale ne sont en outre
inscrits, et ne conservent leur inscription, qu’à condition:
1° que les personnes à qui est confi ée la direction
effective ne se trouvent pas dans l’un des cas énumérés
à l’article 19 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut
et au contrôle des établissements de crédit et disposent
de l’aptitude et de l’honorabilité professionnelle néces-
saires, des connaissances professionnelles requises
visées à l’article 270 et de l’expérience adéquate pour
exercer cette fonction;
2° que la FSMA ait été informée de l’identité des
personnes qui, directement ou indirectement, exercent
le contrôle sur l’intermédiaire, et considère qu’elles
présentent les qualités nécessaires au regard du besoin
de garantir une gestion saine et prudente; les intermé-
diaires d’assurances et de réassurance informent la
FSMA de toute modifi cation de ce contrôle.
Art. 270
§ 1er. Par les connaissances professionnelles re-
quises visées à l’article 268, 1°, il y a lieu d’entendre:
1° Une connaissance suffisante des matières
suivantes:
A. Connaissances techniques:
a) la présente loi et ses arrêtés et règlements d’exé-
cution en ce qui concerne les règles d’information
et les règles applicables aux conditions des contrats
d’assurance et à la conclusion de tels contrats, ainsi
que les dispositions importantes de la réglementation
européenne en la matière;
b) la législation relative au contrôle prudentiel des
entreprises d’assurances, dans la mesure où cette légis-
lation peut avoir un impact sur la conclusion des contrats
d’assurance, y compris les dispositions importantes de
la réglementation européenne en la matière ;
c) la législation relative aux pratiques du marché et
à la protection du consommateur;
d) la réglementation, la technique et les aspects
fi scaux des différentes branches d’assurance;
Art. 269
De verzekerings- en herverzekeringstussenperso-
nen, met de hoedanigheid van rechtspersoon worden
bovendien slechts ingeschreven, en hun inschrijving
wordt slechts gehandhaafd, op voorwaarde dat:
1° de personen die met de effectieve leiding worden
belast zich niet bevinden in een van de gevallen die zijn
opgesomd in artikel 19 van de wet van 22 maart 1993
op het statuut van en het toezicht op de kredietinstel-
lingen, en over de noodzakelijke geschiktheid en pro-
fessionele betrouwbaarheid, de vereiste beroepskennis
als bepaald bij artikel 270, en de passende ervaring
beschikken om deze functie waar te nemen;
2° de FSMA in kennis is gesteld van de identiteit van,
en gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid overtuigd is van de geschiktheid van, de per-
sonen die rechtstreeks of onrechtstreeks de controle
uitoefenen over de tussenpersoon; de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen informeren de FSMA
over elke wijziging in bedoelde controle.
Art. 270
§ 1. Onder de vereiste beroepskennis bedoeld in
artikel 268, 1°, wordt verstaan:
1° Een voldoende kennis van de volgende materies:
A. Technische kennis:
a) deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -re-
glementen wat de informatieregels en de regels van
toepassing op de voorwaarden van de verzekerings-
overeenkomsten en het sluiten van zulke overeenkom-
sten betreft, evenals de belangrijke bepalingen van de
Europese regelgeving in dit verband;
b) de wetgeving betreffende de prudentiële controle
op de verzekeringsondernemingen voor zover deze
wetgeving een mogelijke impact heeft op het sluiten van
de verzekeringsovereenkomsten, met inbegrip van de
belangrijke bepalingen van de Europese regelgeving in
dit verband;
c) de wetgeving betreffende marktpraktijken en con-
sumentenbescherming;
d) de reglementering, de techniek en de fi scale
aspecten van de onderscheiden verzekeringstak-
ken;
146
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
e) la législation anti-blanchiment, pour autant que
l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance soit
soumis à la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention
de l’utilisation du système fi nancier aux fi ns du blan-
chiment de capitaux et du fi nancement du terrorisme;
f) les règles de conduite telles que visées par la pré-
sente partie, l’arrêté royal relatif aux règles de niveau 1
et l’arrêté royal relatif aux règles de niveau 2.
B. Connaissances de gestion d’entreprises:
a) principes fondamentaux de la comptabilité;
b) principes fondamentaux du droit fi scal et social
de la profession.
2° Une expérience pratique en assurances, dont la
durée est fi xée conformément au paragraphe 4.
La FSMA détermine la structure et le contenu de cette
expérience pratique, ainsi que les actes pouvant être
accomplis sous la supervision d’une personne inscrite
au cours de la période d’acquisition de l’expérience
pratique.
§ 2. 1° Les personnes visées à l’article 257, 4°, à
l’article 259, alinéa 2, et à l’article 260, alinéa 2, sont dis-
pensées de la connaissance des matières énumérées
au paragraphe 1er, 1°, A, b) et c), et B, ainsi que de l’expé-
rience pratique en assurances fi xée au paragraphe 1er,
2°. Pour ces personnes, les connaissances énumérées
au paragraphe 1er, 1°, A, a) et d), sont limitées à une
connaissance de base de la législation sur le contrat
d’assurance et de la réglementation, la technique et
les aspects fi scaux des produits d’assurances qu’elles
offrent en vente ou vendent. Les personnes visées à
l’article 259, alinéa 1er, et à l’article 260, alinéa 1er, sont
dispensées de la connaissance des matières énumé-
rées au paragraphe 1er, 1°, B.
2° Les intermédiaires de réassurance sont exemptés
de la connaissance des matières déterminées au para-
graphe 1er, 1°, A, a), c) et f).
3° Pour les intermédiaires d’assurances et de réas-
surance qui limitent leurs activités à l’un ou plusieurs
des groupes de branches énumérés à l’annexe II de
l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement géné-
ral relatif au contrôle des entreprises d’assurances ou
à l’assurance légale contre les accidents du travail, les
connaissances techniques visées au paragraphe 1er,
1°, A, d), sont limitées à celui ou ceux des groupes de
branches dans lequel ou lesquels elles exercent leurs
e) de witwaswetgeving, voor zover de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon onderworpen is aan de
wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik
van het fi nancieel stelsel voor het witwassen van geld
en de fi nanciering van het terrorisme;
f) de gedragsregels als bepaald in dit deel, het konink-
lijk besluit over de gedragsregels van niveau 1 en het
koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau 2.
B. Bedrijfsbeheer:
a) grondbegrippen van boekhouding;
b) grondbegrippen van fi scaal en sociaal recht in
verband met het beroep.
2° Een praktische ervaring in verzekeringen waar-
van de duur wordt bepaald overeenkomstig paragraaf
4.
FSMA bepaalt de structuur en de inhoud van die
praktische ervaring, alsook de handelingen die onder
supervisie van een ingeschreven persoon kunnen
worden verricht tijdens de periode waarin praktische
ervaring wordt opgedaan.
§ 2. 1° De personen bedoeld in artikel 257, 4°, in artikel
259, tweede lid, en in artikel 260, tweede lid, worden
vrijgesteld van de kennis van de materies bepaald in pa-
ragraaf 1, 1°, A, b) en c), en B, alsook van de praktische
ervaring in verzekeringen vastgesteld in paragraaf 1, 2°.
Voor die personen wordt de kennis bepaald in paragraaf
1, 1°, A, a) en d), beperkt tot een basiskennis van de
wetgeving op de verzekeringsovereenkomst en van de
reglementering, de techniek en de fi scale aspecten van
de verzekeringsproducten die zij te koop aanbieden of
verkopen. De personen bedoeld in artikel 259, eerste
lid, en in artikel 260, eerste lid, worden vrijgesteld van
de kennis van de materies opgesomd in paragraaf 1,
1°, B.
2° De herverzekeringstussenpersonen zijn vrijgesteld
van de kennis van de materies bepaald in paragraaf 1,
1°, A, a), c) en f).
3° Voor de verzekerings- en herverzekeringstussen-
personen die hun werkzaamheden beperken tot een
of meer groepen van takken vermeld in Bijlage II van
het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende
algemeen reglement betreffende de controle op de
verzekeringsondernemingen of tot de wettelijke arbeids-
ongevallenverzekering, wordt de technische kennis,
bedoeld in paragraaf 1, 1°, A, d), beperkt tot de groep
of groepen van takken waarin zij hun werkzaamheden
147
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
activités. Le cas échéant, cette limitation de l’activité
est portée au registre.
§ 3. Par les connaissances professionnelles requises
telles que visées à l’article 269, 1°, l’on entend une
connaissance suffisante de la matière déterminée au
paragraphe 1er, 1°, B. Cette connaissance est égale-
ment requise lorsque les personnes visées audit article
revêtent la qualité de responsable de la distribution.
§ 4. La preuve des connaissances professionnelles
requises est fournie par:
1° les porteurs de l’un des certifi cats d’enseignement
supérieur énumérés par le Roi, qui ont acquis une
expérience pratique dont la durée est déterminée par
le Roi mais ne pourra excéder deux années. Pour les
intermédiaires de réassurance, la durée de l’expérience
pratique est fi xée à cinq ans;
2° les porteurs d’un certifi cat de l’enseignement
secondaire supérieur qui auront suivi avec fruit un
cours spécialisé en assurances organisé par ou en
vertu d’un décret, d’une organisation professionnelle
représentative, d’une entreprise d’assurances ou de
réassurance ou d’un intermédiaire d’assurances ou
de réassurance, en ce compris les établissements de
crédit. Ce cours spécialisé doit être agréé par la FSMA.
Le Roi peut, sur proposition de la FSMA, préciser les
règles auxquelles doivent répondre les examens liés au
cours d’assurance visé ici. L’intéressé doit également
justifi er d’une expérience pratique dont la durée sera
fi xée par le Roi mais ne pourra excéder deux années.
Pour les intermédiaires de réassurance, la durée de
l’expérience pratique est fi xée à cinq ans.
La durée de cette expérience pratique est réduite
de moitié pour les intermédiaires d’assurances qui ne
demandent pas leur inscription au registre des inter-
médiaires d’assurances et de réassurance dans la
catégorie “courtiers d’assurances”.
Les entreprises d’assurances et de réassurance,
les organisations professionnelles et les intermédiaires
d’assurances ou de réassurance, y compris les éta-
blissements de crédit, communiquent à la FSMA la
structure et le contenu de leur programme de formation.
La FSMA vérifi e si le programme de formation répond
aux exigences requises en vertu du présent article et si
les lauréats ont suivi le programme avec fruit. La FSMA
peut, si nécessaire, retirer son agrément.
uitoefenen. In voorkomend geval wordt deze beperking
van de werkzaamheid vermeld in het register.
§ 3. Onder de vereiste beroepskennis bedoeld in ar-
tikel 269, 1° wordt verstaan, een voldoende kennis van
de materie bepaald bij paragraaf 1, 1°, B. Deze kennis is
vereist, ook indien de in dat artikel bedoelde personen
de hoedanigheid hebben van verantwoordelijke voor
de distributie.
§ 4. Het bewijs van de vereiste beroepskennis wordt
geleverd door:
1° de houders van een van de door de Koning op-
gesomde getuigschriften van hoger onderwijs, die een
praktische ervaring hebben opgedaan waarvan de duur
door de Koning wordt bepaald doch die niet langer mag
zijn dan twee jaar. Voor herverzekeringstussenpersonen
wordt de duur van de praktische ervaring op vijf jaar
vastgesteld;
2° de houders van een getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs, die een gespecialiseerde cursus in
verzekeringen georganiseerd door of krachtens een
decreet, een representatieve beroepsorganisatie, een
verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, met
inbegrip van de kredietinstellingen, met vrucht gevolgd
hebben. Deze gespecialiseerde cursus dient erkend
te worden door de FSMA. De Koning kan, op voorstel
van de FSMA, de nadere regelen vaststellen waaraan
de examens in verband met de hier bedoelde cursus in
verzekeringen moeten voldoen. Betrokkene dient ook
een praktische ervaring aan te tonen waarvan de duur
door de Koning wordt bepaald, doch die niet langer mag
zijn dan twee jaar. Voor herverzekeringstussenpersonen
wordt de duur van de praktische ervaring op vijf jaar
vastgesteld.
Voor de verzekeringstussenpersonen die geen
inschrijving in het register van de verzekerings- en
herverzekeringstussenpersonen in de categorie “ver-
zekeringsmakelaars” aanvragen, wordt de duurtijd van
die praktische ervaring verminderd tot de helft.
De verzekerings- en herverzekeringsondernemin-
gen, de beroepsorganisaties en de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersonen, met inbegrip van de
kredietinstellingen, delen aan de FSMA de structuur
en de inhoud van hun opleidingsprogramma mee. De
FSMA controleert of het opleidingsprogramma aan de
in dit artikel gestelde eisen voldoet en of de geslaagde
deelnemers met goed gevolg het programma hebben
afgewerkt. Zo nodig kan de FSMA de erkenning intrek-
ken.
148
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 5. Par dérogation au paragraphe 4:
1° pour les personnes qui ont été inscrites au registre
des intermédiaires d’assurances sous le bénéfi ce des
mesures transitoires en matière de connaissances pro-
fessionnelles fi xées par l’article 18 de la loi du 27 mars
1995 relative à l’intermédiation en assurances et en
réassurances et à la distribution d’assurances, tel qu’il
était rédigé avant sa modifi cation par la loi du 22 février
2006, et qui ont été omises du registre, la dispense
d’apporter la preuve des connaissances profession-
nelles reste acquise en cas de demande de réinscription
dans les cinq ans, quelle que soit la catégorie du registre
sur laquelle porte la nouvelle demande.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel
que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre,
les personnes précitées ne doivent pas produire le cer-
tifi cat de l’enseignement secondaire supérieur visé au
paragraphe 4, alinéa 1er, 2°;
2° les personnes autres que celles visées au 1° qui
ont déjà été inscrites au registre des intermédiaires
d’assurances mais qui en ont été omises, ne doivent
pas, en cas de demande de réinscription dans les cinq
ans et quelle que soit la catégorie du registre sur laquelle
porte la nouvelle demande, prouver qu’elles satisfont
aux exigences en matière de connaissances profes-
sionnelles auxquelles elles avaient déjà été considérées
comme satisfaisant lors de leur précédente inscription.
En outre, en cas de demande de réinscription et quel
que soit le délai écoulé depuis leur omission du registre,
les personnes précitées ne doivent pas produire le cer-
tifi cat de l’enseignement secondaire supérieur visé au
paragraphe 4, alinéa 1er, 2°.
Les dérogations prévues à l’alinéa précédent ne
sont pas applicables si l’omission du registre résulte
d’une mesure de radiation pour cause de manque-
ment aux exigences en matière de connaissances
professionnelles.
Les dispositions des alinéas précédents sont appli-
cables par analogie aux personnes qui ont été dési-
gnées comme responsables de la distribution.
§ 6. Les entreprises d’assurances et, le cas échéant,
les intermédiaires d’assurances et de réassurance,
répondent de la formation de base suffisante fi xée au
paragraphe 2 des personnes visées à l’article 259,
§ 5. In afwijking van paragraaf 4:
1° blijft, voor de personen die in het register van de
verzekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest
krachtens de bij artikel 18 van de wet van 27 maart 1995
betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemid-
deling en de distributie van verzekeringen vastgestelde
overgangsmaatregelen in verband met de beroepsken-
nis, zoals dat was opgesteld vóór het werd gewijzigd
bij de wet van 22 februari 2006, en daar vervolgens uit
weggelaten zijn geweest, de vrijstelling verworven van
de verplichting om het bewijs te leveren dat zij over de
vereiste beroepskennis beschikken, wanneer zij binnen
de vijf jaar verzoeken om opnieuw in het register te
worden ingeschreven, ongeacht de categorie van het
register waarop dat nieuwe verzoek betrekking heeft.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer
zij verzoeken om opnieuw in het register te worden
ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken
is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf
4, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs niet voor te leggen;
2° hoeven de andere dan de in de bepaling onder
1° bedoelde personen die al in het register van de ver-
zekeringstussenpersonen ingeschreven zijn geweest,
maar daar vervolgens uit weggelaten zijn geweest,
wanneer zij binnen de vijf jaar verzoeken om opnieuw
in het register te worden ingeschreven en ongeacht de
categorie van het register waarop dat nieuwe verzoek
betrekking heeft, niet te bewijzen dat zij voldoen aan
de vereisten inzake beroepskennis waaraan zij bij hun
vorige inschrijving al geacht werden te voldoen.
Bovendien hoeven voornoemde personen, wanneer
zij verzoeken om opnieuw in het register te worden
ingeschreven en ongeacht de termijn die verstreken
is sinds hun weglating uit dat register, het in paragraaf
4, eerste lid, 2°, bedoelde getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs niet voor te leggen.
De in het vorige lid bepaalde afwijkingen zijn niet van
toepassing als de weglating uit het register voortvloeit
uit een schrappingsmaatregel die is genomen op grond
van een inbreuk op de vereisten inzake beroepsken-
nis.
De bepalingen van de vorige leden zijn van overeen-
komstige toepassing op de personen die als verantwoor-
delijken voor de distributie zijn aangewezen.
§ 6. De verzekeringsondernemingen en, in voorko-
mend geval, de verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen staan in voor de in paragraaf 2 bepaalde
voldoende basisopleiding van de personen bedoeld
149
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
alinéa 2, et à l’article 260, alinéa 2. Cette formation de
base doit être agréée par la FSMA conformément au
paragraphe 4, 2°, alinéa 3.
§ 7. Les connaissances professionnelles et la forma-
tion de base visées au présent article font l’objet d’un
recyclage régulier. La FSMA est compétente pour agréer
ces recyclages.
§ 8. Par dérogation aux dispositions des paragraphes
4, 6 et 7, les examens relatifs à la preuve des connais-
sances professionnelles requises, par les intermédiaires
d’assurances, visés à l’article 68 de la loi du 26 avril
2010 portant des dispositions diverses en matière
d’organisation de l’assurance maladie complémentaire
(I), par leurs responsables de la distribution ainsi que
par leur personnel en contact avec le public, ainsi que
les examens relatifs à la preuve des connaissances
professionnelles requises par les responsables de la
distribution, ainsi que par le personnel en contact avec
le public des sociétés mutualistes visées aux articles
43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990
relative aux mutualités et aux unions nationales de
mutualités peuvent être organisés par le Collège inter-
mutualiste national, par une société mutualiste susvisée
ou par une mutualité. Ces examens doivent être agréés
par l’OCM. Celui-ci détermine les modalités auxquelles
ils doivent répondre.
§ 9. Le Roi peut, sur proposition de la FSMA, modifi er
les dispositions des paragraphes précédents afi n de les
mettre en concordance avec les dispositions légales ou
réglementaires modifi ées en matière d’enseignement
supérieur ou secondaire.
Art. 271
Les entreprises d’assurances concernées rendent
périodiquement compte à la FSMA de l’exécution de la
disposition de l’article 259, alinéa 1er, en lui communi-
quant une liste nominative des personnes visées, ainsi
que le relevé de toutes les modifi cations apportées
ultérieurement à cette liste.
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
intéressés rendent périodiquement compte à la FSMA
de l’exécution de la disposition de l’article 260, alinéa
1er, en lui communiquant une liste nominative des per-
sonnes responsables ainsi que le relevé de toutes les
modifi cations apportées ultérieurement à cette liste. La
FSMA inscrit ces personnes au registre en mentionnant
le numéro d’inscription de l’intermédiaire d’assurances
in artikel 259, tweede lid, en in artikel 260, tweede lid.
Die basisopleiding moet door de FSMA erkend worden
overeenkomstig paragraaf 4, 2° derde lid.
§ 7. De in dit artikel bedoelde beroepskennis en ba-
sisopleiding maken het voorwerp uit van een geregelde
bijscholing. De FSMA is bevoegd om deze bijscholingen
te erkennen.
§ 8. In afwijking van de bepalingen in de paragrafen 4,
6 en 7, kunnen de examens met betrekking tot het bewijs
van de vereiste beroepskennis door de verzekerings-
tussenpersonen, zoals bedoeld in artikel 68 van de wet
van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake
de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering
(I), en door hun verantwoordelijken voor de distributie,
alsook door hun personeel in contact met het publiek,
alsook de examens met betrekking tot het bewijs van
de vereiste beroepskennis door de verantwoordelij-
ken voor de distributie, alsook door het personeel in
contact met het publiek van de maatschappijen voor
onderlinge bijstand, zoals bedoeld in artikelen 43bis,
§ 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus
1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden
van ziekenfondsen, georganiseerd worden door het
Nationaal Intermutualistisch College, door een voor-
melde maatschappij van onderlinge bijstand, of door een
ziekenfonds. Deze examens dienen te worden erkend
door de CDZ. De CDZ bepaalt de modaliteiten waaraan
deze examens moet voldoen.
§ 9. De Koning kan, op voorstel van de FSMA, de
bepalingen van de vorige paragrafen wijzigen om ze in
overeenstemming te brengen met de gewijzigde wet-
telijke of reglementaire bepalingen inzake het hoger of
secundair onderwijs.
Art. 271
De betrokken verzekeringsondernemingen geven
over het bepaalde in artikel 259, eerste lid, periodiek
rekenschap aan de FSMA door mededeling van een
naamlijst van de betreffende personen en van alle latere
wijzigingen in die lijst.
De betrokken verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen geven over de uitvoering van het be-
paalde in artikel 260, eerste lid, periodiek rekenschap
aan de FSMA door mededeling van een naamlijst
van de verantwoordelijke personen en van alle latere
wijzigingen in die lijst. Die personen worden door de
FSMA ingeschreven in het register met vermelding
van het inschrijvingsnummer van de verzekerings- en
150
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
et de réassurance qui les emploie. L’article 267 s’ap-
plique par analogie.
En ce qui concerne toutes les personnes visées à
l’article 259 et à l’article 260, l’employeur conserve la
liste et les pièces y afférentes et les tient à la disposition
de la FSMA.
Section III
Mode de paiement de la prime et de la prestation
d’assurance
Art. 272
L’article 67 s’applique à toute intermédiation en assu-
rances relevant du champ d’application de la présente
partie.
CHAPITRE 4
Des obligations en matière d’informations et
autres règles de conduite
Section Ire
Informations à fournir par l’intermédiaire
d’assurances
Art. 273
§ 1er. Avant la conclusion d’un contrat d’assurance et,
si nécessaire, à l’occasion de sa modifi cation ou de son
renouvellement, un intermédiaire d’assurances fournit
au client au moins les informations suivantes:
1° son identité et son adresse;
2° le registre d’intermédiaires d’assurances dans
lequel il a été inscrit, son numéro d’inscription et, en
l’absence de numéro d’inscription, les moyens de
vérifi er qu’il a été inscrit, ainsi que, le cas échéant, la
catégorie dans laquelle il a été inscrit;
3° le nom et l’adresse de l’entreprise d’assurances
dans laquelle il détient une participation, directe ou indi-
recte, supérieure à 10 % des droits de vote ou du capital;
4° le nom et l’adresse de l’entreprise d’assurances ou
de l’entreprise mère d’une entreprise d’assurances qui
détient une participation, directe ou indirecte, supérieure
herverzekeringstussenpersoon die hen tewerkstelt.
artikel 267 is van overeenkomstige toepassing.
Betreffende al de personen bedoeld in artikel 259
en artikel 260, bewaart de werkgever de lijst met de
bijhorende stukken en houdt ze ter beschikking van de
FSMA.
Afdeling III
Wijze van betaling van de premie en van de
verzekeringsprestatie
Art. 272
Artikel 67 is toepasselijk op elke verzekeringsbemid-
deling die onder de toepassing van dit deel valt.
HOOFDSTUK 4
Informatievereisten en andere gedragsregels
Afdeling I
Door de verzekeringstussenpersoon te verstrekken
informatie
Art. 273
§ 1. Voordat een verzekeringsovereenkomst gesloten
wordt, en, zo nodig, wanneer de overeenkomst gewij-
zigd of verlengd wordt, verstrekt de verzekeringstus-
senpersoon de cliënt ten minste de volgende informa-
tie:
1° zijn identiteit en adres;
2° het register van de verzekeringstussenpersonen
waarin hij is ingeschreven, zijn inschrijvingsnummer
in het register, en, bij afwezigheid van een inschrij-
vingsnummer, hoe zijn registerinschrijving kan worden
geverifi eerd, en desgevallend, de categorie waarin hij
is ingeschreven;
3° de naam en het adres van de verzekeringson-
derneming waarin hij een rechtstreekse of middellijke
deelneming van 10 % of meer van de stemrechten of
van het kapitaal bezit;
4° de naam en het adres van de verzekeringsonder-
neming of de moederonderneming van een verzeke-
ringsonderneming, die een rechtstreekse of middellijke
151
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
à 10 % des droits de vote ou du capital de l’intermédiaire
d’assurances;
5° le nom et l’adresse de l’organisme auprès duquel
les clients et autres parties intéressées peuvent porter
plainte concernant des intermédiaires d’assurances;
6° le fait qu’il fournit ou non tout type de conseil sur
les contrats d’assurance proposés au client.
En outre, l’intermédiaire d’assurances indique au
client, en ce qui concerne le contrat fourni:
1° s’il fonde ses conseils sur une analyse impartiale
répondant aux dispositions du paragraphe 2, ou
2° s’il est soumis à une obligation contractuelle de
travailler, dans le secteur de l’assurance, exclusivement
avec une seule entreprise d’assurances ou avec plu-
sieurs entreprises d’assurances; dans ce cas, il com-
munique, à la demande du client, le nom et l’adresse
de cette (ces) entreprise(s) d’assurances, ou
3° s’il n’est pas soumis à l’obligation contractuelle
de travailler, dans le secteur de l’assurance, exclusive-
ment avec une seule entreprise d’assurances ou avec
plusieurs entreprises d’assurances et s’il ne fonde pas
ses conseils sur une obligation d’analyse impartiale
répondant aux dispositions du paragraphe 2; dans ce
cas, il communique, à la demande du client, le nom et
l’adresse de l’entreprise ou des entreprises d’assu-
rances avec laquelle (lesquelles) il peut travailler et
travaille.
Dans les cas où il est exigé de fournir ces informations
à la demande du client, celui-ci est informé du droit dont
il dispose de solliciter ces informations.
§ 2. Lorsque l’intermédiaire d’assurances informe le
client qu’il fonde ses conseils sur une analyse impartiale,
il est tenu de fonder ces conseils sur l’analyse d’un
nombre suffisant de contrats d’assurance offerts sur le
marché, de façon à pouvoir recommander, en fonction
de critères professionnels, le contrat d’assurance qui
serait adapté aux besoins du client.
§ 3. Avant la conclusion d’un contrat d’assurance
spécifi que, l’intermédiaire d’assurances détermine, en
particulier sur la base des informations fournies par le
client, au minimum les exigences et les besoins de ce
deelneming bezit van meer dan 10 % van de stemrech-
ten of van het kapitaal van de verzekeringstussenper-
soon;
5° de naam en het adres van de instantie waarbij
cliënten en andere belanghebbenden klachten over
verzekeringstussenpersonen kunnen indienen;
6° het feit dat hij al dan niet enig advies verstrekt over
de aan de cliënt voorgestelde verzekeringsovereenkom-
sten.
Bovendien deelt de verzekeringstussenpersoon de
cliënt met betrekking tot de aangeboden overeenkomst
mee:
1° dat hij adviseert op grond van een onpartijdige
analyse die beantwoordt aan de bepalingen van para-
graaf 2, dan wel,
2°
dat hij een contractuele verplichting heeft
om uitsluitend met één verzekeringsonderneming of
met meerdere verzekeringsondernemingen verzeke-
ringszaken te doen; in dat geval deelt hij op verzoek
van de cliënt tevens de naam en het adres van deze
verzekeringsonderneming(en) mee, dan wel,
3° dat hij geen contractuele verplichting heeft om
uitsluitend met één verzekeringsonderneming of met
meerdere verzekeringsondernemingen verzekerings-
zaken te doen, en niet adviseert op grond van een ver-
plichting tot een onpartijdige analyse die beantwoordt
aan de bepalingen van paragraaf 2; in dit geval deelt hij
op verzoek van de cliënt tevens de naam en het adres
mee van de verzekeringsonderneming(en) waarmee hij
zaken doet of kan doen.
In de gevallen waarin is voorzien dat bepaalde infor-
matie op verzoek van de cliënt wordt verstrekt, wordt
deze in kennis gesteld van zijn recht om dergelijke
informatie te vragen.
§ 2. Wanneer de verzekeringstussenpersoon de
cliënt meedeelt dat hij adviseert op grond van een on-
partijdige analyse, is hij verplicht zijn advies te baseren
op een analyse van een toereikend aantal op de markt
verkrijgbare verzekeringsovereenkomsten, zodat hij
overeenkomstig professionele criteria in staat is de
verzekeringsovereenkomst aan te bevelen die aan de
behoeften van de cliënt voldoet.
§ 3. Voorafgaand aan de sluiting van een specifi eke
verzekeringsovereenkomst, identifi ceert de verzeke-
ringstussenpersoon, in het bijzonder rekening houdend
met de door de cliënt verstrekte informatie, ten minste
152
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
client et veille à ce que le contrat d’assurance proposé
au client réponde à ces exigences et besoins. A cette
occasion, l’intermédiaire d’assurances précise les rai-
sons qui motivent tout conseil fourni au client quant à un
contrat d’assurance déterminé si l’intermédiaire fournit
des conseils. Ces précisions sont modulées en fonction
de la complexité du contrat d’assurance proposé.
§ 4. Il n’est pas nécessaire de fournir les informations
visées aux paragraphes 1er, 2 et 3 lorsque l’intermédia-
tion en assurances porte sur la couverture de grands
risques.
Art. 274
L’intermédiaire d’assurances mentionne sur son
papier à lettre ainsi que sur les autres documents
relatifs à son activité d’intermédiation en assurances
et émanant de lui, de même que dans sa publicité, son
numéro d’inscription au registre des intermédiaires
d’assurances et de réassurance.
A la demande du client, il lui communique la nature
et la portée de ses compétences.
Les mentions obligatoires visées à l’alinéa 1er sont
complétées, en ce qui concerne les agents d’assu-
rances, par les noms de toutes les entreprises d’assu-
rances au nom et pour le compte desquelles ils exercent
des activités d’intermédiation en assurances et, en ce
qui concerne les sous-agents d’assurances, par le nom
de l’intermédiaire d’assurances pour lequel ils agissent.
Les personnes visées à l’article 259, mentionnent
à chaque contact avec le public le nom de l’entreprise
d’assurances pour laquelle elles travaillent directement
ou indirectement. Les personnes visées à l’article 260,
§ 1er, mentionnent à chaque contact avec le public le
nom de l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
pour lequel elles agissent.
Section II
Modalités d’information
Art. 275
§1er. Toute information fournie aux clients en vertu
des articles 273 et 274 est communiquée:
de verlangens en behoeften van deze cliënt, en ziet hij
erop toe dat de aangeboden verzekeringsovereenkomst
aan die verlangens en behoeften beantwoordt. Als een
verzekeringstussenpersoon advies verstrekt, preciseert
hij bij die gelegenheid ook de elementen waarop zijn
advies over een bepaalde verzekeringsovereenkomst
is gebaseerd. Deze preciseringen variëren in functie
van de graad van complexiteit van de aangeboden
verzekeringsovereenkomst.
§ 4. De in de paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde informatie
moet niet worden gegeven wanneer de verzekeringsbe-
middeling betrekking heeft op de verzekering van grote
risico’s.
Art. 274
De verzekeringstussenpersoon vermeldt op zijn
briefpapier en op de andere documenten betreffende
zijn activiteit van verzekeringsbemiddeling die van hem
uitgaan, alsook in zijn reclame, zijn inschrijvingsnummer
in het register van de verzekerings- en herverzekerings-
tussenpersonen.
Op vraag van de cliënt deelt hij hem de aard en de
draagwijdte van zijn bevoegdheden mee.
De verplichte vermeldingen bedoeld in het eerste
lid worden, voor wat betreft de verzekeringsagenten,
aangevuld met de namen van alle verzekeringsonder-
nemingen in wiens naam en voor wiens rekening zij
werkzaamheden van verzekeringsbemiddeling uitoefe-
nen, en, voor wat betreft de verzekeringssubagenten,
met de naam van de verzekeringstussenpersoon voor
wie ze optreden.
De personen bedoeld in artikel 259, vermelden bij
elk contact met het publiek de naam van de verzeke-
ringsonderneming waarvoor zij op directe of indirecte
wijze werken. De personen bedoeld in artikel 260, § 1,
vermelden bij elk contact met het publiek de naam van
de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon voor
wie zij optreden.
Afdeling II
Voorwaarden inzake informatieverstrekking
Art. 275
§ 1. Alle informatie die de cliënten op grond van de
artikelen 273 en 274 moet worden meegedeeld, wordt
verstrekt:
153
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
a) sur papier ou sur tout autre support durable dis-
ponible et accessible au client;
b) avec clarté et exactitude, d’une manière compré-
hensible pour le client;
c) dans l’une des langues officielles de la Belgique
ou dans toute autre langue convenue par les parties.
§ 2. L’utilisation d’un support durable autre que le
papier pour fournir une information aux clients n’est
autorisée qu’à la condition que:
a) la fourniture de cette information sur ce support est
appropriée eu égard aux opérations commerciales qui
ont lieu entre l’intermédiaire d’assurances et le client; et
b) le client s’est vu proposer de recevoir l’information
soit sur papier, soit sur cet autre support durable, et il a
opté spécifi quement pour la fourniture de l’information
sur cet autre support.
Pour l’application du présent paragraphe, la four-
niture d’informations au moyen de communications
électroniques sera considérée comme appropriée aux
opérations commerciales qui ont ou auront lieu entre
l’intermédiaire d’assurances et le client s’il est prouvé
que le client a un accès régulier à l’internet. La four-
niture par le client d’une adresse électronique comme
moyen de communication aux fi ns de ces opérations
commerciales sera interprétée comme une preuve de
cet accès régulier.
§ 3. Les informations visées peuvent être fournies
oralement lorsque le client le demande, dans le cas où
la couverture entre en vigueur immédiatement. Dans
ce cas, les informations sont communiquées au client
immédiatement après la conclusion du contrat d’assu-
rance, conformément aux dispositions de l’alinéa 1er.
§ 4. En cas de vente par téléphone, les informations
fournies au client sont communiquées en application des
dispositions de la loi du 24 août 2005 visant à transposer
certaines dispositions de la directive services fi nanciers
à distance et de la directive vie privée et communica-
tions électroniques. En ce cas, les informations sont, de
même, communiquées au client immédiatement après
la conclusion du contrat d’assurance, conformément
aux dispositions de l’alinéa 1er.
a) op papier of op een andere duurzame drager die
voor de cliënt beschikbaar en toegankelijk is;
b) op duidelijke, nauwkeurige, en voor de cliënt be-
grijpelijke wijze;
c) in een van de officiële talen van België of in elke an-
dere taal die door partijen is overeengekomen.
§ 2. Het gebruik van een andere duurzame drager
dan papier om informatie te verstrekken aan cliënten,
is enkel toegestaan als:
a) de verstrekking van deze informatie op de
desbetreffende drager past in de context waarin de
verzekeringstussenpersoon zakendoet met de cliënt;
en
b) de cliënt de keuze heeft gekregen tussen informa-
tie op papier of op die andere duurzame drager, en hij
specifi ek voor die andere drager heeft gekozen.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de ver-
strekking van informatie via elektronische mededelingen
geacht te passen in de context waarin de verzekerings-
tussenpersoon met de cliënt zakendoet of gaat zaken-
doen als bewezen is dat de cliënt regelmatig toegang
heeft tot internet. Dit wordt als bewezen aangemerkt
als de cliënt een e-mailadres als communicatiemiddel
opgeeft om zaken te kunnen doen.
§ 3. Bedoelde informatie mag op verzoek van de
cliënt mondeling worden meegedeeld in het geval de
verzekeringsdekking onmiddellijk ingaat. In dit geval
wordt de informatie onmiddellijk na de sluiting van de
overeenkomst aan de cliënt meegedeeld, overeenkom-
stig het bepaalde bij het eerste lid.
§ 4. In geval van telefonische verkoop geschiedt de
aan de cliënt te verstrekken informatie met toepassing
van het bepaalde bij de wet van 24 augustus 2005 tot
omzetting van verschillende bepalingen van de richtlijn
fi nanciële diensten op afstand en van de richtlijn privacy
en elektronische communicatie. In dat geval wordt de
informatie eveneens onmiddellijk na de sluiting van de
overeenkomst aan de cliënt meegedeeld, overeenkom-
stig het bepaalde bij het eerste lid.
154
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Section III
Informations à fournir par l’entreprise
d’assurances
Art. 276
Les dispositions de l’article 273, § 1er, alinéa 1er, 5° et
6°, et §§ 3 et 4, et de l’article 275 s’appliquent par ana-
logie aux entreprises d’assurances dans leurs contacts
directs avec les clients.
Section IV
Autres règles de conduite
Art. 277
§ 1er. Les intermédiaires d’assurances doivent agir
d’une manière honnête, équitable et professionnelle
servant au mieux les intérêts de leurs clients. Les infor-
mations qu’ils fournissent doivent être correctes, claires
et non trompeuses.
Les intermédiaires d’assurances doivent, dans
leur activité d’intermédiation, respecter les règles de
conduite applicables aux entreprises d’assurances.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pris sur
avis de la FSMA, le Roi peut, pour l’ensemble des
catégories d’intermédiaires d’assurances ou certaines
d’entre elles, prévoir une version adaptée de ces règles
de conduite ou déclarer certaines de ces règles en tout
ou en partie non applicables, afi n de tenir compte des
particularités de leur rôle.
§ 2. Les intermédiaires d’assurances ne font por-
ter leur activité d’intermédiation que sur des contrats
d’assurance dont eux-mêmes, leurs responsables de
la distribution, et les personnes visées à l’article 260,
alinéa 2, qu’ils occupent, connaissent et sont capables
d’expliquer aux clients les caractéristiques essentielles.
Les entreprises d’assurances n’offrent de souscrire
que des contrats d’assurance dont leurs responsables
de la distribution et les personnes visées à l’article
259, alinéa 2, qu’elles occupent, connaissent et sont
capables d’expliquer aux clients les caractéristiques
essentielles.
§ 3. Sans préjudice des dispositions des articles 26
et 27 de la loi du 2 août 2002, le Roi est habilité à fi xer,
par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pris sur avis
de la FSMA, en exécution des paragraphes 1er et 2, des
règles de conduite et des règles visant à prévenir les
Afdeling III
Door de verzekeringsonderneming te verstrekken
informatie
Art. 276
Het bepaalde bij artikel 273, § 1, eerste lid, 5° en 6°,
en § § 3 en 4, en bij artikel 275 is van overeenkomstige
toepassing op de verzekeringsondernemingen in hun
rechtstreekse contacten met cliënten.
Afdeling IV
Andere gedragsregels
Art. 277
§ 1. De verzekeringstussenpersonen dienen zich op
loyale, billijke en professionele wijze in te zetten voor
de belangen van hun cliënteel. De door hen verstrekte
informatie moet correct, duidelijk en niet misleidend
zijn.
De verzekeringtussenpersonen dienen, bij hun be-
middelingsactiviteit, de gedragsregels na te leven die
van toepassing zijn op verzekeringsondernemingen. De
Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad en genomen na advies van de FSMA, voor
alle of bepaalde categorieën van verzekeringstussen-
personen in een aangepaste versie van deze gedrags-
regels voorzien of bepaalde van deze regels geheel of
gedeeltelijk buiten toepassing verklaren, om rekening
te houden met de specifi citeit van hun rol.
§ 2. De verzekeringstussenpersonen bemiddelen
enkel met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten
waarvan zij, hun verantwoordelijken voor de distributie
en de personen die zij tewerkstellen als bedoeld in artikel
260, tweede lid, de essentiële kenmerken kennen en in
staat zijn deze aan de cliënten toe te lichten.
De verzekeringsondernemingen bieden enkel ver-
zekeringsovereenkomsten aan waarvan hun verant-
woordelijken voor de distributie en de personen die zij
tewerkstellen als bedoeld in artikel 259, tweede lid, de
essentiële kenmerken kennen en in staat zijn deze aan
de cliënten toe te lichten.
§ 3. Onverminderd het bepaalde bij de artikelen 26
en 27 van de wet van 2 augustus 2002, is de Koning
bevoegd om door middel van een na overleg in de
Ministerraad vastgesteld besluit, genomen na advies
van de FSMA, in uitvoering van paragrafen 1 en 2,
155
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
confl its d’intérêts, que les intermédiaires d’assurances
doivent respecter.
§ 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, modifi er, complé-
ter, remplacer ou abroger les autres dispositions de la
présente loi afi n d’en aligner le contenu sur les règles
de conduite visées au présent article et d’en assurer la
cohérence avec ces règles. Les arrêtés pris en vertu de
cette habilitation sont abrogés de plein droit s’ils n’ont
pas été confi rmés par la loi dans les douze mois qui
suivent leur publication au Moniteur belge.
Section V
Conservation des données
Art. 278
§ 1er. Les intermédiaires d’assurances conservent
un enregistrement de toute activité d’intermédiation
en assurances exercée afi n de permettre à la FSMA
de vérifi er si l’intermédiaire d’assurances se conforme
aux dispositions de la présente partie, de l’arrêté royal
relatif aux règles de conduite de niveau 1 et de l’arrêté
royal relatif aux règles de conduite de niveau 2, et, en
particulier s’il respecte ses obligations à l’égard de ses
clients ou clients potentiels.
§ 2. La FSMA peut préciser les dispositions du pré-
sent article par voie de règlement pris en exécution des
articles 49, § 3, et 64, de la loi du 2 août 2002.
Section VI
Responsabilité
Art. 279
§ 1er. Les entreprises d’assurances qui collaborent
avec des agents d’assurances liés assument la res-
ponsabilité entière et inconditionnelle de toute action
effectuée ou de toute omission commise par ces agents
d’assurances liés lorsqu’ils agissent en leur nom et
pour leur compte, dans la mesure où cette action ou
omission concerne les règles de conduite visées par
la présente partie, l’arrêté royal relatif aux règles de
conduite de niveau 1 ou l’arrêté royal relatif aux règles
de conduite de niveau 2. Toutefois l’agent d’assurances
lié reste également responsable en cas de manquement
manifeste.
gedragsregels en regels ter voorkoming van belangen-
confl icten die de verzekeringstussenpersonen moeten
naleven, nader te bepalen.
§ 4. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad en genomen na advies van de
FSMA, de overige bepalingen van deze wet wijzigingen,
aanvullen, vervangen of opheffen teneinde de inhoud
ervan af te stemmen op en coherent te maken met de
gedragsregels bedoeld in dit artikel. De krachtens deze
machtiging genomen besluiten zijn van rechtswege
opgeheven indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen
twaalf maanden na hun bekendmaking in het Belgisch
Staatsblad.
Afdeling V
Bewaring van gegevens
Art. 278
§ 1. De verzekeringstussenpersonen bewaren een
registratie van elke verrichte activiteit van verzekerings-
bemiddeling, om de FSMA in staat te stellen na te gaan
of de verzekeringstussenpersoon zich conformeert aan
de bepalingen van dit deel, het koninklijk besluit over de
gedragsregels van niveau 1 en van het koninklijk besluit
over de gedragsregels van niveau 2, en inzonderheid
of hij zijn verplichtingen ten aanzien van zijn cliënten of
potentiële cliënten nakomt.
§ 2. De FSMA kan de bepalingen van dit artikel ver-
duidelijken aan de hand van reglementen genomen ter
uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet
van 2 augustus 2002.
Afdeling VI
Aansprakelijkheid
Art. 279
§ 1. Verzekeringsondernemingen die samenwerken
met verbonden verzekeringsagenten, blijven volledig en
onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke handeling
of elk verzuim van die verbonden verzekeringsagenten
die in naam en voor rekening van die ondernemingen
optreden, in zoverre die handeling of dat verzuim betrek-
king heeft op de gedragsregels als bedoeld in dit deel,
het koninklijk besluit over de gedragsregels van niveau
1 of het koninklijk besluit over de gedragsregels van ni-
veau 2. Toch blijft ook de verbonden verzekeringsagent
verantwoordelijk als er sprake is van een kennelijke
tekortkoming.
156
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Les entreprises d’assurances veillent à ce que les
agents d’assurances liés avec lesquels elles collaborent
indiquent en quelle qualité ils agissent avant de traiter
avec un client.
Les entreprises d’assurances sont tenues de contrô-
ler les activités des agents d’assurances liés avec
lesquels elles collaborent.
§ 2. Les agents d’assurances et les courtiers
d’assurances qui collaborent avec des sous-agents
d’assurances assument la responsabilité entière et
inconditionnelle de toute action effectuée ou de toute
omission commise par ces sous-agents d’assurances
lorsqu’ils agissent pour leur compte.
Les agents d’assurances et les courtiers d’assu-
rances veillent à ce que les sous-agents d’assurances
avec lesquels ils collaborent indiquent en quelle qualité
ils agissent avant de traiter avec un client.
Les agents d’assurances et les courtiers d’assu-
rances sont tenus de contrôler les activités des sous-
agents d’assurances avec lesquels ils collaborent.
PARTIE 7
L’ORGANISATION DU CONTRÔLE
TITRE IER
L’organisation du contrôle et la collaboration entre
autorités
Art. 280
§ 1er. Sauf disposition contraire explicite prévue par la
présente loi, la FSMA assure le contrôle du respect des
dispositions de cette loi et de ses arrêtés et règlements
d’exécution.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l’OCM est
chargé du contrôle du respect des dispositions de la
présente loi et de ses arrêtés d’exécution qui concernent
les sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5,
et 70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités, et de
celles qui concernent les intermédiaires d’assurances
visés à l’article 68 de la loi du 26 avril 2010 portant
des dispositions diverses en matière d’organisation de
l’assurance maladie complémentaire (I).
De verzekeringsondernemingen zien erop toe dat de
verbonden verzekeringsagenten met wie zij samenwer-
ken, kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden
voordat zij zakendoen met een cliënt.
De verzekeringsondernemingen dienen de werk-
zaamheden van de verbonden verzekeringsagenten
met wie zij samenwerken, te controleren.
§ 2. Verzekeringsagenten en verzekeringsmakelaars
die samenwerken met verzekeringssubagenten blijven
volledig en onvoorwaardelijk verantwoordelijk voor elke
handeling of elk verzuim van die verzekeringssubagen-
ten die voor hun rekening optreden.
De verzekeringsagenten en de verzekeringsmake-
laars zien erop toe dat de verzekeringssubagenten
met wie zij samenwerken, kenbaar maken in welke
hoedanigheid zij optreden voordat zij zakendoen met
een cliënt.
De verzekeringsagenten en de verzekeringsmake-
laars dienen de werkzaamheden van de verzekerings-
subagenten met wie zij samenwerken, te controle-
ren.
DEEL 7
ORGANISATIE VAN HET TOEZICHT
TITEL I
Organisatie van het toezicht en samenwerking tussen
de autoriteiten
Art. 280
§ 1. Behalve voor zover uitdrukkelijk anders bepaald
in deze wet, ziet de FSMA toe op de naleving van de
bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
en -reglementen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de CDZ belast
met het toezicht op de naleving van de bepalingen van
deze wet en de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot
de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals be-
doeld in artikel 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de
wet 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en
de landsbonden van ziekenfondsen, en met betrekking
tot de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in ar-
tikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse
bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende
ziekteverzekering (I).
157
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
S’agissant des pouvoirs de contrôle et de sanction
prévus par la présente loi et ses arrêtés d’exécution à
l’égard des sociétés mutualistes et des intermédiaires
d’assurances mentionnés à l’alinéa 1er, “la FSMA” doit
se lire comme “l’OCM”, sauf dans les dispositions qui
établissent une compétence réglementaire de la FSMA
et dans les dispositions concernant lesquelles la loi
elle-même prévoit un régime distinct pour le contrôle
exercé par l’OCM. Pour les arrêtés que le Roi devra
prendre en vertu de la présente loi, sur avis de la FSMA,
il conviendra également de recueillir l’avis de l’OCM s’il
est prévu que les sociétés mutualistes et/ou les intermé-
diaires d’assurances mentionnés à l’alinéa 1er tombent
dans le champ d’application des arrêtés en question.
La FSMA et l’OCM concluent un accord de coopé-
ration qui règle notamment l’échange d’informations et
organise l’application uniforme de la loi.
Art. 281
La FSMA est chargée du contrôle du respect, par
les entreprises d’assurances belges et les entreprises
d’assurances étrangères, à l’exception des entreprises
d’assurances de l’EEE, des règles qui, conformément
à l’article 45, § 1er, 3°, f, de la loi du 2 août 2002, visent
à garantir un traitement honnête, équitable et profes-
sionnel des parties intéressées.
Art. 282
En vue d’assurer un contrôle efficace et coordonné
des entreprises d’assurances, la Banque et la FSMA
concluent un protocole, qu’elles publient sur leur site
web respectif.
Ce protocole détermine les modalités de la collabo-
ration entre la Banque et la FSMA dans tous les cas où
la loi prévoit un avis, une consultation, une information
ou tout autre contact entre les deux institutions, ainsi
que dans les cas où une concertation entre les deux
institutions est nécessaire pour assurer une application
uniforme de la législation.
Art. 283
Lorsque, dans l’exercice de son contrôle du respect
des dispositions de la partie 6 de la présente loi, la
FSMA relève des pratiques contraires à des législations
Voor de in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
opgenomen toezichts- en sanctiebevoegdheden ten
opzichte van de in het eerste lid vermelde maatschap-
pijen van onderlinge bijstand en verzekeringstussen-
personen, wordt “de FSMA” gelezen als “de CDZ”, met
uitzondering van die bepalingen die een reglementaire
bevoegdheid van de FSMA vaststellen en die bepalin-
gen in verband waarmee in de wet zelf een afzonderlijke
regeling voor het toezicht door de CDZ is opgenomen.
Voor de besluiten van de Koning die op grond van deze
wet moeten worden genomen na advies van de FSMA,
moet tevens het advies van de CDZ worden ingewonnen
indien de in het eerste lid vermelde maatschappijen van
onderlinge bijstand en/of verzekeringstussenpersonen
onder het toepassingsgebied van de Koninklijke beslui-
ten in kwestie zullen vallen.
De FSMA en de CDZ sluiten een samenwerkings-
overeenkomst. De samenwerkingsovereenkomst regelt
onder meer de uitwisseling van informatie en de een-
vormige toepassing van deze wet.
Art. 281
De FSMA is bevoegd voor het toezicht op de nale-
ving door de Belgische verzekeringsondernemingen
en de buitenlandse verzekeringsondernemingen, met
uitzondering van de EER verzekeringsondernemingen,
van de regels die, overeenkomstig artikel 45, § 1, 3°,
f. van de wet van 2 augustus 2002, een loyale, billijke
en professionele behandeling van de belanghebbende
partijen moeten waarborgen.
Art. 282
Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd
toezicht op de verzekeringsondernemingen sluiten de
Bank en de FSMA een protocol dat op hun respectieve
websites wordt bekend gemaakt.
Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samen-
werking tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen
waar de wet een advies, raadpleging, informatie of
ander contact tussen de twee instellingen voorziet of
waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is
om een eenvormige toepassing van de wetgeving te
verzekeren.
Art. 283
Wanneer de FSMA in haar toezicht op de naleving van
de bepalingen van deel 6 praktijken vaststelt die strij-
dig zijn met andere wetgevingen dan deze wet, brengt
158
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
autres que cette loi, elle en informe les autorités qui
ont ces matières dans leurs attributions. De même,
celles-ci informent la FSMA lorsque leurs services ont
constaté des infractions aux lois, arrêtés ou règlements
commises par des entreprises et personnes soumises
à la présente loi. Ces informations restent soumises au
secret professionnel auquel ces autorités sont tenues.
Art. 284
En vue de permettre une bonne application de la
présente loi et de ses arrêtés et règlements d’exécution,
la FSMA coopère avec la Banque, avec les autorités
compétentes des États membres de l’EEE, avec les
autorités compétentes au sens de l’article 2, point 11,
de la directive 2002/92/CE ainsi qu’avec les autorités de
pays tiers à vocation similaire, et peut échanger avec ces
autorités des informations confi dentielles conformément
aux dispositions des articles 75 et 77, §§ 1er et 2, de la
loi du 2 août 2002.
Art. 285
Toute plainte du chef d’infractions à la présente loi
doit être portée à la connaissance de la FSMA par
l’instance judiciaire ou administrative qui en est saisie.
Toute action pénale du chef des infractions visées
à l’alinéa 1er doit être portée à la connaissance de la
FSMA à la diligence du greffe de la juridiction répressive
qui en est saisie.
TITRE II
L’exercice du contrôle
CHAPITRE 1ER
Dispositions générales
Art. 286
§ 1er. La FSMA détermine les informations que les
assureurs, les entreprises de réassurance ainsi que
les intermédiaires d’assurances et de réassurance sont
tenus de lui fournir pour lui permettre de vérifi er si ces
assureurs, entreprises et intermédiaires respectent les
dispositions légales et réglementaires qui leur sont appli-
cables. La FSMA détermine également la fréquence
et les modalités de transmission de ces informations.
zij de overheden die bevoegd zijn voor deze materies
daarvan op de hoogte. Evenzo brengen die overheden
de FSMA op de hoogte van de door hen vastgestelde
inbreuken op wetten, besluiten of reglementen door de
ondernemingen en personen onderworpen aan deze
wet. Deze inlichtingen blijven onderworpen aan de
regels van het beroepsgeheim waartoe die overheden
zijn gehouden.
Art. 284
Met het oog op een goede toepassing van deze wet
en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen werkt de
FSMA samen met de Bank, de bevoegde autoriteiten
van de lidstaten van de EER, de bevoegde autoriteiten
in de zin van artikel 2, punt 11 van de Richtlijn 2002/92/
EG, en met de autoriteiten van derde landen met een
gelijkaardige opdracht, en kan zij met deze autoriteiten
vertrouwelijke informatie uitwisselen overeenkomstig
het bepaalde bij artikel 75 en 77, §§ 1 en 2, van de wet
van 2 augustus 2002.
Art. 285
Elke klacht wegens overtreding van deze wet wordt ter
kennis van de FSMA gebracht door de gerechtelijke of
bestuurlijke instantie waarbij zij aanhangig is gemaakt.
Elke strafvordering uit hoofde van misdrijven als be-
doeld in het eerste lid, wordt ter kennis van de FSMA
gebracht door de zorg van de griffier van het strafgerecht
waarbij zij aanhangig is gemaakt.
TITEL II
Uitoefening van het toezicht
HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Art. 286
§ 1. De FSMA bepaalt de gegevens die de verzeke-
raars, de herverzekeringsondernemingen en de verze-
kerings- en de herverzekeringstussenpersonen dienen
te verstrekken opdat zou kunnen worden nagegaan of
de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan zij
zijn onderworpen, zijn nageleefd. De FSMA bepaalt voor
deze gegevens tevens de rapporteringsfrequentie en
-modaliteiten.
159
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 2. Sur simple demande de la FSMA, les assureurs,
les entreprises de réassurance ainsi que les intermé-
diaires d’assurances et de réassurance sont tenus de
lui fournir tous renseignements et de lui délivrer tous
documents nécessaires à l’exécution de sa mission, et
ce dans le délai qu’elle détermine. Les renseignements
et documents visés dans cet alinéa doivent être rédigés
au moins dans la langue imposée par la loi ou le décret.
La FSMA peut procéder à des inspections au siège
principal belge des assureurs, des entreprises de réas-
surance ainsi que des intermédiaires d’assurances et de
réassurance ou auprès de leurs succursales, agences
et bureaux en Belgique et prendre connaissance et
copie sur place de toute information en possession des
assureurs, des entreprises de réassurance ainsi que des
intermédiaires d’assurances et de réassurance, après,
dans le cas d’une entreprise d’assurances de l’EEE,
en avoir informé les autorités compétentes de l’État
membre d’origine de l’entreprise concernée.
La FSMA peut procéder aux inspections visées à
l’alinéa 2 auprès des succursales d’assureurs belges
établies à l’étranger, moyennant, dans le cas d’une suc-
cursale d’entreprise d’assurances belge établie dans
un État membre de l’EEE, l’information préalable des
autorités compétentes de cet État. Elle peut, de même,
demander aux autorités compétentes de l’État membre
de la succursale d’une entreprise d’assurances belge,
de procéder pour son compte à ces inspections.
Les intermédiaires d’assurances et de réassurance
sont tenus de fournir à la FSMA, sur simple demande,
tous renseignements concernant les contrats d’assu-
rance qu’ils détiennent.
La FSMA peut, pour l’exécution du présent article,
déléguer des membres de son personnel ou des experts
indépendants mandatés à cet effet, qui lui font rapport.
§ 3. S’il est fait application à un assureur des dispo-
sitions de l’article 288, la FSMA peut:
a. étendre la demande de renseignements ou de
documents ainsi que la vérifi cation sur place visées au
paragraphe 2, alinéas 1er et 2, à toute entreprise établie
en Belgique sur laquelle l’assureur, seul ou conjointe-
ment ou de concert avec d’autres, exerce, de droit ou
de fait, le contrôle au sens du livre II, titre II, de l’arrêté
royal du 30 janvier 2001 portant exécution du code des
sociétés;
§ 2. Op eenvoudig verzoek van de FSMA zijn de
verzekeraars en de herverzekeringsondernemingen en
de verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen
ertoe gehouden alle inlichtingen te verstrekken en alle
documenten in te leveren die de FSMA nodig heeft ter
uitvoering van haar taken en dit binnen de termijn die
de FSMA vaststelt. De in dit lid bedoelde inlichtingen
en documenten dienen minstens in de taal te worden
gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
De FSMA kan in het Belgische hoofdkantoor van de
verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen en de
verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen of
in hun bijkantoren, agentschappen en kantoren in België,
inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en
een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de
verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen en de
verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen
na, ingeval het een EER verzekeringsonderneming
betreft, voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde
autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de verze-
keringsonderneming.
De FSMA kan bij de bijkantoren van Belgische verze-
keraars in het buitenland na, ingeval het een bijkantoor
van een Belgische verzekeringsonderneming in een
lidstaat van de EER betreft, voorafgaande kennisgeving
aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, de in het
tweede lid bedoelde inspecties verrichten. Evenzo kan
zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bij-
kantoor van een Belgische verzekeringsonderneming
verzoeken voor haar rekening die inspecties te verrich-
ten.
De verzekerings- en de herverzekeringstussenperso-
nen zijn gehouden tot het verstrekken aan de FSMA, op
eenvoudig verzoek, van alle inlichtingen betreffende de
verzekeringsovereenkomsten die zij in hun bezit heb-
ben.
De FSMA kan, voor de uitvoering van dit artikel perso-
neelsleden of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskun-
digen delegeren, die haar verslag uitbrengen.
§ 3. Indien op de verzekeraar de bepalingen van
artikel 288 worden toegepast, kan de FSMA:
a. het verzoek om inlichtingen en documenten en
de inzage ter plaatse bedoeld in paragraaf 2, eerste
en tweede lid, uitbreiden tot elke in België gevestigde
onderneming waarop de verzekeraar, alleen of samen
met of in overleg met anderen, in rechte of in feite,
controle uitoefent in de zin van boek 2, titel II van het
koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van
het wetboek van vennootschappen;
160
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
b. faire de même à l’égard des entreprises ou orga-
nismes établis en Belgique qui ont passé avec l’assureur
une convention de gestion, de réassurance ou une autre
convention susceptibles de transférer la gestion;
c. étendre, dans le cadre de conventions internatio-
nales, le contrôle visé au paragraphe 2 aux succursales
et fi liales, établies à l’étranger, d’assureurs belges.
La FSMA peut, pour l’application du présent point c,
conclure des accords avec les autorités étrangères.
Cette extension, qui doit faire l’objet d’une décision
motivée, ne peut avoir d’autre objectif que la vérifi ca-
tion du respect par l’assureur des engagements qu’il
a contractés à l’égard des preneurs d’assurance, des
assurés, des bénéfi ciaires ou de tous tiers ayant un
intérêt à l’exécution des contrats d’assurance.
CHAPITRE 2
Des mesures de redressement
Art. 287
Sans préjudice de l’application de l’article 22, la
FSMA exige le retrait ou la réformation des documents
à caractère contractuel ou publicitaire dont elle constate
qu’ils ne sont pas conformes aux dispositions prévues
par ou en vertu de la loi.
La FSMA informe la Banque des cas où elle a exigé
le retrait ou la réformation des documents à caractère
contractuel, conformément à l’alinéa 1er.
Art. 288
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’un assureur
belge ou un assureur étranger, autre qu’une entreprise
d’assurances de l’EEE, ne fonctionne pas en confor-
mité avec les dispositions de la présente loi et de ses
arrêtés et règlements d’exécution, elle met l’assureur en
demeure de remédier, dans le délai qu’elle détermine,
à la situation constatée.
La FSMA informe la Banque des faits constatés dans
le chef de l’entreprise d’assurances concernée.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues
par ou en vertu de la loi, la FSMA peut, s’il n’a pas été
remédié à la situation au terme du délai qu’elle a imposé
conformément au paragraphe 1er, prendre toutes les
b. hetzelfde doen ten aanzien van in België gevestigde
ondernemingen of instellingen waarmee de verzekeraar
een beheersovereenkomst, een herverzekeringsover-
eenkomst of een andere overeenkomst heeft gesloten
waardoor het beheer kan worden overgedragen;
c. de in de paragraaf 2 bedoelde controle in het kader
van internationale overeenkomsten eveneens uitbreiden
tot in het buitenland gevestigde bijkantoren en dochter-
ondernemingen van Belgische verzekeraars. De FSMA
kan voor de toepassing van dit punt c akkoorden sluiten
met buitenlandse autoriteiten.
Die uitbreiding die onderwerp moet zijn van een met
redenen omklede beslissing, kan slechts het nazicht tot
doel hebben van de nakoming van de verplichtingen die
de verzekeraar jegens de verzekeringnemers, verzeker-
den, de begunstigden of derden die een belang hebben
bij de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten heeft
aangegaan.
HOOFDSTUK 2
Herstelmaatregelen
Art. 287
Onverminderd de toepassing van artikel 22 eist de
FSMA de intrekking of omvorming van de documenten
met contractueel of publicitair karakter waarvan zij vast-
stelt dat zij met de door of krachtens de wet gestelde
bepalingen niet overeenstemmen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van haar eis tot
intrekking of omvorming van de documenten met
een contractueel karakter overeenkomstig het eerste
lid.
Art. 288
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een Belgische
verzekeraar of een buitenlandse verzekeraar die geen
EER verzekeringsonderneming is, niet werkt overeen-
komstig de bepalingen van deze wet, haar uitvoerings-
besluiten en -reglementen, maant zij de verzekeraar aan
om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde
toestand te verhelpen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de feiten die
in hoofde van de betrokken verzekeringsonderneming
zijn vastgesteld.
§ 2. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de
toestand na de door haar overeenkomstig paragaaf
1 opgelegde termijn niet is verholpen, alle passende
161
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
mesures appropriées et notamment interdire aux assu-
reurs de conclure de nouveaux contrats d’assurance ou
certaines catégories de nouveaux contrats d’assurance,
étant entendu que, dans le cas d’assureurs étrangers,
cette interdiction ne portera que sur les contrats d’assu-
rance relatifs à des risques ou engagements situés en
Belgique.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle
a prises, en vertu du présent paragraphe, à l’égard
d’entreprises d’assurances.
§ 3. Si les mesures envisagées par la FSMA sont
susceptibles d’entraîner la suspension ou l’interdic-
tion de l’exercice direct ou indirect de l’activité d’une
entreprise d’assurances, la FSMA informe la Banque
préalablement des mesures qu’elle souhaite prendre.
A compter de la réception de cette information, la
Banque dispose d’un délai de dix jours pour s’opposer
aux mesures envisagées. A l’expiration de ce délai de
dix jours, la Banque est réputée ne pas s’opposer aux
mesures envisagées.
La Banque motive sa décision de s’opposer aux
mesures envisagées et la communique à la FSMA par
tous les moyens utiles. La Banque détermine le délai
durant lequel les mesures envisagées ne peuvent être
exécutées, sans que ce délai puisse excéder 30 jours.
Ce délai peut être prolongé moyennant l’assentiment
de la FSMA.
A défaut d’accord entre la Banque et la FSMA, la
Banque peut mettre en place la procédure d’arbitrage
visée à l’article 36bis, § 4, de la loi du 2 août 2002. Si
elle recourt à cette procédure, la Banque en informe la
FSMA avant l’expiration du délai précité.
Si la Banque ne fait pas usage de la possibilité prévue
à l’alinéa 2 ou à l’alinéa 4, la FSMA peut prendre les
mesures envisagées en application du paragraphe 2.
§ 4. En cas d’infraction grave et systématique aux
règles visées à l’article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, ou § 2,
de la loi du 2 août 2002, la Banque peut révoquer l’agré-
ment sur demande de la FSMA selon la procédure et les
modalités fi xées par l’article 36bis de cette même loi.
maatregelen nemen en inzonderheid de verzekeraars
verbieden nieuwe verzekeringsovereenkomsten te
sluiten of bepaalde categorieën van nieuwe verzeke-
ringsovereenkomsten te sluiten, met dien verstande
dat indien het buitenlandse verzekeraars betreft, het
verbod enkel betrekking kan hebben op overeenkom-
sten waarvan de risico’s of verbintenissen in België
liggen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de op grond
van deze paragraaf jegens verzekeringsondernemingen
getroffen maatregelen.
§ 3. Indien de door de FSMA voorgenomen maatre-
gelen tot gevolg zouden hebben dat de rechtstreekse
of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van een
verzekeringsonderneming zou worden geschorst of
verboden, stelt de FSMA de Bank op voorhand in kennis
van de maatregelen die zij wenst te nemen.
Vanaf de ontvangst van deze kennisgeving beschikt
de Bank over een termijn van tien dagen om zich te
verzetten tegen de voorgenomen maatregelen. Na
verloop van de termijn van tien dagen wordt de Bank
geacht zich niet tegen de voorgenomen maatregelen te
verzetten.
De Bank motiveert de beslissing waarbij zij zich verzet
tegen de voorgenomen maatregelen en deelt deze mee
aan de FSMA met alle dienstige middelen. De Bank
bepaalt de termijn gedurende dewelke de voorgenomen
maatregelen niet kunnen worden uitgevoerd, zonder
dat deze termijn meer dan 30 dagen mag bedragen.
Deze termijn kan worden verlengd mits akkoord van de
FSMA.
Bij gebrek aan een akkoord tussen de Bank en de
FSMA kan de Bank de arbitrageprocedure bedoeld in
artikel 36bis, § 4 van de wet van 2 augustus 2002 op-
starten. Als de procedure wordt opgestart, stelt de Bank
de FSMA hiervan in kennis voor het verstrijken van de
termijn.
Indien de Bank geen gebruik maakt van de mogelijk-
heid voorzien in het tweede of vierde lid, kan de FSMA
de betrokken maatregelen treffen in toepassing van
paragraaf 2.
§ 4. Bij ernstige en stelselmatige overtreding van de
regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2,
van de wet van 2 augustus 2002, kan de Bank de ver-
gunning intrekken op verzoek van de FSMA, volgens
de procedure en de regels bepaald bij artikel 36bis van
diezelfde wet.
162
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 5. La FSMA peut enjoindre à l’assureur auquel
elle adresse une mise en demeure en application du
paragraphe 1er de suspendre la commercialisation
ou certaines formes de commercialisation du contrat
d’assurance concerné sur le territoire belge aussi long-
temps que les dispositions légales ou réglementaires
en question ne sont pas respectées. L’injonction de
suspension de la commercialisation peut s’étendre à
la commercialisation via l’ensemble ou une partie des
personnes auxquelles l’assureur auquel l’injonction de
la FSMA est adressée, fait appel en vue de la commer-
cialisation. L’assureur auquel l’injonction est adressée, a
l’obligation de communiquer immédiatement cette sus-
pension de la commercialisation à toutes les personnes
auxquelles il fait appel en vue de la commercialisation
du contrat d’assurance en question sur le territoire belge
et auxquelles la suspension de la commercialisation
s’étend. Dans l’intérêt des utilisateurs de produits et
services fi nanciers, la FSMA peut rendre cette décision
publique. La suspension de la commercialisation est
levée par la FSMA lorsqu’il est établi que les dispositions
légales ou réglementaires concernées sont désormais
respectées.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle a
prises en vertu de l’alinéa 1er.
§ 6. Sans préjudice des dispositions de l’article 277, §
2, l’OCM est seul compétent pour adopter les mesures
prévues au présent article à l’égard des sociétés mutua-
listes visées aux articles 43bis, § 5, et 70, §§ 6, 7 et 8,
de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux
unions nationales de mutualités.
Art. 289
Lorsque les autorités compétentes d’un autre État
membre dans lequel une entreprise d’assurances belge
a établi une succursale ou exerce des activités en libre
prestation de services, avertissent la FSMA que cette
entreprise a enfreint des dispositions légales, régle-
mentaires ou administratives applicables dans cet État
membre, au respect desquelles ces autorités sont char-
gées de veiller et qui en Belgique relèvent du domaine
de compétence de la FSMA, la FSMA prend, dans les
plus brefs délais, les mesures les plus appropriées
telles que prévues à l’article 288 pour que l’entreprise
concernée mette fi n à cette situation irrégulière. La
FSMA en avise les autorités précitées.
Art. 290
Sans préjudice de l’application possible de l’article
288, § 5, la FSMA peut, en cas d’extrême urgence,
§ 5. De FSMA kan de verzekeraar aan wie zij een
aanmaning richt met toepassing van de eerste paragraaf
bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen
van de commercialisering van de betrokken verzeke-
ringsovereenkomst op het Belgisch grondgebied op te
schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire
bepalingen niet zijn nageleefd. Het bevel tot opschorting
van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de
commercialisering via alle of een deel van de personen
op wie de verzekeraar, aan wie de FSMA het bevel richt,
een beroep doet voor de commercialisering. De verze-
keraar aan wie het bevel is gericht moet deze opschor-
ting van de commercialisering onmiddellijk meedelen
aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de
commercialisering van de betrokken verzekeringsover-
eenkomst op het Belgisch grondgebied en tot wie de
opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In
het belang van de afnemers van fi nanciële producten
en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar
maken. De opschorting van de commercialisering wordt
door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de
betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn
nageleefd.
De FSMA brengt de Bank op de hoogte van de op
grond van het eerste lid genomen maatregelen.
§ 6. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 277, §
2, is de CDZ jegens de maatschappijen van onderlinge
bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70,
§§ 6, 7 en 8, van de wet 6 augustus 1990 betreffende de
ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen
als enige bevoegd om de maatregelen voorzien in dit
artikel te nemen.
Art. 289
Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere
lidstaat waar een Belgische verzekeringsonderneming
een bijkantoor heeft gevestigd of er werkzaamheden uit-
oefent in vrije dienstverrichting, de FSMA ervan in kennis
stellen dat die onderneming de wettelijke, reglementaire
of bestuursrechtelijke bepalingen die deze lidstaat heeft
vastgesteld en waarop genoemde autoriteiten toezien
en die in België tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA
behoren, heeft overtreden, neemt de FSMA zo spoedig
mogelijk de meest passende maatregelen zoals bedoeld
in artikel 288 opdat de betrokken onderneming een ein-
de maakt aan die onregelmatigheden. De FSMA brengt
dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten.
Art. 290
Onverminderd de mogelijke toepassing van artikel
288, § 5, kan de FSMA in uiterst spoedeisende gevallen
163
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
adopter les mesures visées aux articles 288 et 289 sans
qu’un délai de redressement ne soit préalablement fi xé.
Art. 291
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’une entreprise
d’assurances de l’EEE ne se conforme pas aux dis-
positions législatives et réglementaires applicables en
Belgique dans son domaine de compétence, elle met
l’entreprise d’assurances en demeure de remédier,
dans le délai qu’elle détermine, à la situation constatée.
La FSMA informe la Banque des faits constatés
dans le chef de l’entreprise d’assurances de l’EEE
concernée.
§ 2. S’il n’a pas été remédié à la situation au terme
du délai qu’elle a imposé conformément au paragraphe
1er, la FSMA en informe les autorités compétentes de
l’État membre d’origine de l’entreprise d’assurances
de l’EEE.
En cas de persistance des manquements, la FSMA
peut, après en avoir informé les autorités compétentes
de l’État membre d’origine de l’entreprise d’assu-
rances de l’EEE, prendre les mesures appropriées
pour prévenir de nouvelles irrégularités. La FSMA peut
notamment, si les circonstances l’exigent, interdire à
cette entreprise d’assurances de continuer à conclure
des contrats d’assurance ou certaines catégories de
contrats d’assurance relatifs à des risques ou engage-
ments situés en Belgique.
La FSMA informe la Banque des mesures qu’elle a
prises en application de l’alinéa 2.
§ 3. La FSMA peut également enjoindre à l’entreprise
d’assurances de l’EEE à laquelle elle adresse une
mise en demeure en application du paragraphe 1er de
suspendre la commercialisation ou certaines formes de
commercialisation du contrat d’assurance concerné sur
le territoire belge aussi longtemps que les dispositions
légales ou réglementaires en question ne sont pas
respectées. L’injonction de suspension de la commer-
cialisation peut s’étendre à la commercialisation via
l’ensemble ou une partie des personnes auxquelles
l’entreprise d’assurances de l’EEE à laquelle l’injonc-
tion de la FSMA est adressée, fait appel en vue de la
commercialisation. L’entreprise d’assurances de l’EEE
à laquelle l’injonction est adressée, a l’obligation de
communiquer immédiatement cette suspension de la
commercialisation à toutes les personnes auxquelles
elle fait appel en vue de la commercialisation du contrat
de in de artikelen 288 en 289 bedoelde maatregelen
treffen zonder vooraf een hersteltermijn op te leg-
gen.
Art. 291
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een EER ver-
zekeringsonderneming zich niet conformeert aan de in
België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen
die tot haar bevoegdheidssfeer behoren, maant zij de
verzekeringsonderneming aan om, binnen de termijn
die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhel-
pen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de feiten die in
hoofde van de betrokken EER verzekeringsonderneming
zijn vastgesteld.
§ 2. Indien de toestand na de door haar overeenkom-
stig paragraaf 1 opgelegde termijn niet is verholpen,
stelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van de lidstaat
van herkomst van de EER verzekeringsonderneming
hiervan in kennis.
Wanneer de inbreuken blijven aanhouden, kan de
FSMA passende maatregelen nemen om verdere
onregelmatigheden te voorkomen nadat de FSMA de
bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst
van de EER verzekeringsonderneming daarvan op de
hoogte heeft gebracht. Met name kan de FSMA, voor
zover de omstandigheden het vereisen, de verzeke-
ringsonderneming verbieden om nog verdere verze-
keringsovereenkomsten of bepaalde categorieën van
verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband
houden met in België gelegen risico’s of verbintenissen.
De FSMA stelt de Bank in kennis van de maatregelen
getroffen met toepassing van het tweede lid.
§ 3. De FSMA kan de EER verzekeringsonderneming
aan wie zij een aanmaning richt met toepassing van de
eerste paragraaf tevens bevelen om de commerciali-
sering of bepaalde vormen van de commercialisering
van de betrokken verzekeringsovereenkomst op het
Belgisch grondgebied op te schorten zolang de be-
trokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn
nageleefd. Het bevel tot opschorting van de commerci-
alisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering
via alle of een deel van de personen op wie de EER
verzekeringsonderneming, aan wie de FSMA het bevel
richt, een beroep doet voor de commercialisering. De
EER verzekeringsonderneming aan wie het bevel is
gericht moet deze opschorting van de commercialise-
ring onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie
hij een beroep doet voor de commercialisering van de
betrokken verzekeringsovereenkomst op het Belgisch
164
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
d’assurance en question sur le territoire belge et aux-
quelles la suspension de la commercialisation s’étend.
Dans l’intérêt des utilisateurs de produits et services
fi nanciers, la FSMA peut rendre cette décision publique.
La suspension de la commercialisation est levée par la
FSMA lorsqu’il est établi que les dispositions légales ou
réglementaires concernées sont désormais respectées.
La FSMA informe la Banque, ainsi que les autorités
compétentes de l’État membre d’origine de l’entreprise
d’assurances de l’EEE, des mesures qu’elle a prises
en vertu de l’alinéa 1er.
§ 4. Sans préjudice de l’application des paragraphes
1er, 2 ou 3, la FSMA peut, en cas d’urgence, prendre
des mesures appropriées pour prévenir les infractions
aux règles qui sont applicables à l’entreprise d’assu-
rances de l’EEE et qui relèvent de son domaine de
compétence. La FSMA peut notamment interdire à
l’entreprise d’assurances de continuer à conclure
des contrats d’assurance ou certaines catégories de
contrats d’assurance relatifs à des risques ou engage-
ments situés en Belgique.
La FSMA informe immédiatement la Banque et les
autorités compétentes de l’État membre d’origine de
l’entreprise d’assurances des mesures qu’elle a prises.
§ 5. La FSMA peut, à la demande des autorités belges
compétentes en la matière, faire application des para-
graphes précédents à l’égard d’une entreprise d’assu-
rances de l’EEE lorsqu’elle a accompli en Belgique
des actes contraires aux dispositions législatives ou
réglementaires d’intérêt général, telles que visées à
l’article 15.
Art. 292
§ 1er. Lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ne fonctionne pas en
conformité avec les dispositions de la présente loi ou
de ses arrêtés et règlements d’exécution, autres que
les articles 273, 275 et 277, elle identifi e ces manque-
ments et fi xe le délai dans lequel il doit être remédié à
la situation constatée.
Elle peut interdire pour la durée de ce délai l’exercice
de tout ou partie de l’activité de l’intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance et suspendre l’inscription
au registre.
Si, au terme du délai qu’elle a imposé conformé-
ment à l’alinéa 1er, la FSMA constate qu’il n’a pas été
remédié aux manquements, elle radie l’inscription
grondgebied en tot wie de opschorting van de commer-
cialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers
van fi nanciële producten en diensten kan de FSMA
deze beslissing openbaar maken. De opschorting van
de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven
wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of regle-
mentaire bepalingen zijn nageleefd.
De FSMA brengt de Bank en de bevoegde autoriteiten
van de lidstaat van herkomst van de EER verzekerings-
onderneming op de hoogte van de op grond van het
eerste lid genomen maatregelen.
§ 4. Onverminderd de toepassing van de paragrafen
1, 2 of 3, kan de FSMA in dringende gevallen passende
maatregelen nemen om inbreuken te voorkomen op
de regels die van toepassing zijn op de EER verzeke-
ringsonderneming en die tot haar bevoegdheidssfeer
behoren. De FSMA kan onder meer de verzekerings-
onderneming verbieden om nog verdere verzekerings-
overeenkomsten of bepaalde categorieën van verzeke-
ringsovereenkomsten te sluiten die verband houden met
in België gelegen risico’s of verbintenissen.
De FSMA brengt de Bank en de bevoegde autoriteiten
van de lidstaat van herkomst van de verzekeringson-
derneming onmiddellijk op de hoogte van de genomen
maatregelen.
§ 5. De FSMA kan, op verzoek van de ter zake be-
voegde Belgische autoriteiten, de vorige paragrafen
toepassen op een EER verzekeringsonderneming wan-
neer zij in België handelingen heeft gesteld die strijdig
zijn met wettelijke of reglementaire bepalingen van
algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 15.
Art. 292
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzeke-
rings- of herverzekeringstussenpersoon niet werkt
overeenkomstig de bepalingen van deze wet of haar
uitvoeringsbesluiten en -reglementen, andere dan de
artikelen 273, 275 en 277, identifi ceert zij deze tekort-
komingen en stelt de termijn vast waarbinnen deze
toestand moet worden verholpen.
Zij kan voor deze termijn het uitoefenen van een deel
of het geheel van de activiteit van de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon verbieden en de inschrij-
ving in het register schorsen.
Indien de FSMA na afl oop van de door haar overeen-
komstig lid 1 opgelegde termijn vaststelt dat de tekort-
komingen niet zijn verholpen, schrapt zij de inschrijving
165
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
de l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
concerné.
La radiation entraîne l’interdiction d’exercer l’activité
réglementée et de porter le titre.
§ 2. Par dérogation aux dispositions du paragraphe
1er, lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ne respecte pas les
dispositions de l’article 268, § 1er, 3°, 6° et 8°, elle met
celui-ci en demeure de remédier au manquement dans
un délai d’un mois à compter de la mise en demeure.
Si, dans les cas visés à l’alinéa 1er, au terme du délai
d’un mois, il n’a pas été remédié au manquement,
ainsi qu’en cas de déclaration de faillite de l’intermé-
diaire d’assurances ou de réassurance, l’inscription
de ce dernier au registre expire d’office. La FSMA en
avise l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
concerné.
§ 3. Lorsque la FSMA constate qu’un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ne fonctionne pas en
conformité avec les dispositions des articles 273, 275 et
277 et/ou avec les arrêtés et règlements pris pour leur
exécution, elle identifi e ces manquements et fi xe le délai
dans lequel il doit être remédié à la situation constatée.
Elle peut interdire pour la durée de ce délai l’exercice
de tout ou partie de l’activité de l’intermédiaire d’assu-
rances ou de réassurance et suspendre l’inscription
au registre.
Sans préjudice des autres mesures prévues par ou en
vertu de la loi, la FSMA peut, s’il n’a pas été remédié à la
situation au terme du délai qu’elle a imposé conformé-
ment à l’alinéa 1er, prendre à l’égard de l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance les mesures visées à
l’article 36bis, § 2, de la loi du 2 août 2002.
Si, au terme du délai qu’elle a imposé conformément
à l’alinéa 1er, la FSMA constate qu’il n’a pas été remédié
aux manquements, elle peut radier l’inscription de l’in-
termédiaire d’assurances ou de réassurance concerné.
La radiation entraîne l’interdiction d’exercer l’activité
réglementée et de porter le titre.
van de betrokken verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon.
De schrapping houdt het verbod in de gereglemen-
teerde werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voe-
ren.
§ 2. In afwijking van het bepaalde in paragraaf 1,
wanneer de FSMA vaststelt dat een verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon het bepaalde in artikel
268, § 1, 3°, 6° en 8°, niet nakomt, maant zij deze aan
de tekortkoming te verhelpen binnen een maand na
datum van aanmaning.
Wanneer, in de in het eerste lid bedoelde gevallen,
na de termijn van een maand de tekortkoming niet is
verholpen, alsook in geval van faillietverklaring van een
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, vervalt
ambtshalve de inschrijving van de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon in het register. De FSMA
brengt de betrokken verzekerings- of herverzekerings-
tussenpersoon hiervan op de hoogte.
§ 3. Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzeke-
rings- of herverzekeringstussenpersoon niet werkt
overeenkomstig de artikelen 273, 275 en 277 en/of de
besluiten en reglementen genomen ter uitvoering van
deze bepalingen, identifi ceert zij deze tekortkomingen
en stelt de termijn vast waarbinnen deze toestand moet
worden verholpen.
Zij kan voor deze termijn het uitoefenen van een deel
of het geheel van de activiteit van de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon verbieden en de inschrij-
ving in het register schorsen.
Onverminderd de overige maatregelen bepaald door
of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de toestand
na de door haar overeenkomstig lid 1 opgelegde termijn
niet is verholpen, ten aanzien van de verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon de maatregelen uit arti-
kel 36bis, paragraaf 2 van de wet van 2 augustus 2002
treffen.
Indien de FSMA na afl oop van de door haar over-
eenkomstig lid 1 opgelegde termijn vaststelt dat de
tekortkomingen niet zijn verholpen, kan zij de inschrijving
van de betrokken verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon schrappen.
De schrapping houdt het verbod in de gereglemen-
teerde werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voe-
ren.
166
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 293
§ 1er. Les décisions de la FSMA visées aux articles
288 à 292 sortissent leurs effets à l’égard de l’assureur,
de l’entreprise de réassurance ou de l’intermédiaire
d’assurances ou de réassurance à dater de leur notifi -
cation à celui-ci ou celle-ci par lettre recommandée à la
poste ou avec accusé de réception. S’agissant des me-
sures prises à l’égard des assureurs ou des entreprises
de réassurance, elles sortissent leurs effets à l’égard
des tiers à dater de leur publication au Moniteur belge.
§ 2. Le comité de direction de la FSMA peut confi er à
un membre du personnel de la FSMA désigné par lui la
notifi cation de décisions d’inscription ou de refus d’ins-
cription au registre des intermédiaires d’assurances et
de réassurance, ainsi que de décisions de modifi cation,
de mise en demeure, de suspension et de radiation de
l’inscription.
§ 3. La FSMA peut faire procéder, aux frais de l’assu-
reur ou de l’intermédiaire d’assurances ou de réassu-
rance, à la publication des mesures qu’elle a prises à
l’égard de celui-ci, dans les journaux et publications de
son choix ou dans les lieux et pendant la durée qu’elle
détermine. Elle peut également publier ces mesures
sur son site web.
Art. 294
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues
par ou en vertu de la loi, si l’assureur ou l’entreprise
de réassurance auquel/à laquelle elle a enjoint de se
mettre en règle avec les dispositions de la présente
loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution, reste
en défaut à l’expiration du délai qu’elle lui a imposé, la
FSMA peut, l’assureur ou l’entreprise de réassurance
ayant pu faire valoir ses moyens:
1° infl iger à ce dernier/cette dernière une astreinte qui
ne peut être, par jour calendrier de retard, supérieure
à 50 000 euros, ni au total, pour la méconnaissance
d’une même injonction, supérieure à 2 500 000 euros;
2° rendre public son point de vue concernant l’infrac-
tion ou le manquement en cause.
§ 2. Les astreintes imposées en application du
présent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
Art. 293
§ 1. De in de artikelen 288 tot en met 292 bedoelde
beslissingen van de FSMA hebben voor de verzekeraar,
de herverzekeringsonderneming, dan wel de verze-
kerings- of herverzekeringstussenpersoon uitwerking
vanaf de datum van hun kennisgeving met een aan-
getekende brief of een brief met ontvangstbewijs. Voor
derden hebben zij, wat de maatregelen jegens de ver-
zekeraars of de herverzekeringsondernemingen betreft,
uitwerking vanaf de datum van hun bekendmaking in het
Belgisch Staatsblad.
§ 2. Het directiecomité van de FSMA kan de notifi catie
van beslissingen tot inschrijving of tot weigering van
inschrijving in het register van de verzekerings- en her-
verzekeringstussenpersonen, alsmede van beslissingen
tot wijziging, aanmaning, schorsing en schrapping van
inschrijving, opdragen aan een door hem aangeduid lid
van het personeel van de FSMA.
§ 3. De FSMA kan op kosten van de verzekeraar
of de verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon
tot publicatie van de genomen maatregelen overgaan
in de kranten en tijdschriften van haar keuze of op
plaatsen en voor de duur die zij bepaalt. De FSMA kan
de genomen maatregelen eveneens op haar website
publiceren.
Art. 294
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de ver-
zekeraar of een herverzekeringsonderneming tot wie zij
een bevel heeft gericht om zich in regel te stellen met
deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of- reglementen, in
gebreke blijft bij het verstrijken van de door de FSMA
opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die verzeke-
raar of de herverzekeringsonderneming zijn middelen
heeft kunnen laten gelden:
1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag ver-
traging niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch
in totaal meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning
van eenzelfde bevel;
2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken
inbreuk of tekortkoming bekendmaken.
§ 2. De dwangsommen die met toepassing van dit
artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de
Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster,
de Registratie en de Domeinen.
167
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. Dans les cas urgents, la FSMA peut rendre public
son point de vue concernant l’infraction ou le manque-
ment en cause sans injonction préalable de mise en
règle, l’assureur ou l’entreprise de réassurance ayant
pu faire valoir ses moyens.
Art. 295
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
ou en vertu de la loi, si l’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance auquel elle a enjoint de se mettre en
règle avec les dispositions de la présente loi ou de ses
arrêtés et règlements d’exécution, reste en défaut à
l’expiration du délai qu’elle lui a imposé, la FSMA peut,
l’intermédiaire ayant pu faire valoir ses moyens:
1° infl iger à ce dernier une astreinte qui ne peut être,
par jour calendrier de retard, supérieure à 5 000 euros,
ni au total, pour la méconnaissance d’une même injonc-
tion, supérieure à 75 000 euros;
2° rendre public son point de vue concernant l’infrac-
tion ou le manquement en cause.
§ 2. Les astreintes imposées en application du
présent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
§ 3. Dans les cas urgents, la FSMA peut rendre public
son point de vue concernant l’infraction ou le manque-
ment en cause sans injonction préalable de mise en
règle, l’intermédiaire d’assurances ou de réassurance
ayant pu faire valoir ses moyens.
CHAPITRE 3
De la responsabilité
Art. 296
Les administrateurs, gérants ou mandataires géné-
raux d’entreprises d’assurances sont responsables
envers les preneurs d’assurance, les assurés, les
bénéfi ciaires ou tous tiers ayant un intérêt à l’exécution
de contrats d’assurance, de tous dommages résultant
de la violation des obligations imposées aux entreprises
d’assurances par la présente loi et par ses arrêtés et
règlements d’exécution.
§ 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar
standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of
tekortkoming bekendmaken zonder voorafgaand bevel
om zich in regel te stellen, mits de verzekeraar of de
herverzekeringsonderneming zijn middelen heeft kun-
nen laten gelden.
Art. 295
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de ver-
zekerings- of herverzekeringstussenpersoon tot wie zij
een bevel heeft gericht om zich in regel te stellen met
deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of -reglementen, in
gebreke blijft bij het verstrijken van de door de FSMA
opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die persoon
zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag ver-
traging niet meer mag bedragen dan 5 000 euro, noch
in totaal meer dan 75 000 euro voor de miskenning van
eenzelfde bevel;
2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken
inbreuk of tekortkoming bekendmaken.
§ 2. De dwangsommen die met toepassing van dit
artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de
Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster,
de Registratie en de Domeinen.
§ 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar
standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of
tekortkoming bekendmaken zonder voorafgaand bevel
om zich in regel te stellen, mits de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon zijn middelen heeft kunnen
laten gelden.
HOOFDSTUK 3
Aansprakelijkheid
Art. 296
De bestuurders, zaakvoerders of algemene lastheb-
bers van verzekeringsondernemingen zijn aansprakelijk
tegenover de verzekeringnemers, verzekerden, de
begunstigden of alle derden die belang hebben bij de
uitvoering van verzekeringsovereenkomsten voor elke
schade die zou voortvloeien uit de niet-nakoming van de
verplichtingen die deze wet of haar uitvoeringsbesluiten
en -reglementen oplegt aan de verzekeringsonderne-
mingen.
168
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Ils ne sont déchargés de cette responsabilité quant
aux infractions auxquelles ils n’ont pas pris part que si
aucune faute ne leur est imputable et si l’on ne peut leur
reprocher de n’avoir pas mis en œuvre tous les moyens
à leur disposition pour empêcher ou limiter le dommage.
Lorsque plusieurs personnes sont, conformément
aux alinéas précédents, responsables d’un même
dommage, la solidarité peut être invoquée.
CHAPITRE 4
Des compétences particulières dans le cas
de procédures de liquidation et de mesures
d’assainissement
Art. 297
§ 1er. La FSMA peut demander aux autorités belges
compétentes et aux autorités compétentes de l’État
membre d’origine d’une entreprise d’assurances des
informations sur le déroulement d’une mesure d’assai-
nissement ou d’une procédure de liquidation.
§ 2. Pour l’application du présent chapitre, les notions
de mesure d’assainissement et de procédure de liqui-
dation sont à comprendre au sens qui leur est donné
dans la loi du 9 juillet 1975.
Art. 298
Lorsque les autorités compétentes d’une entreprise
d’assurances ont pris la décision d’ouvrir une procé-
dure de liquidation ou d’adopter une mesure d’assai-
nissement, la FSMA peut, après concertation avec les
autorités compétentes de l’entreprise d’assurances,
faire publier un avis au Moniteur belge et dans deux
quotidiens ou périodiques à diffusion régionale.
Cet avis contient au moins un extrait de cette déci-
sion et mentionne les autorités compétentes, le droit
applicable et, le cas échéant, le liquidateur désigné
ou le commissaire à l’assainissement, et est publié au
moins dans une des langues officielles de la Belgique.
Wat de inbreuken betreft waaraan zij niet hebben
deelgenomen, worden zij slechts van hun aanspra-
kelijkheid ontslagen indien hun geen enkele fout kan
worden aangerekend en men hun niet kan verwijten dat
zij nagelaten hebben alle hun ter beschikking staande
middelen aan te wenden om de schade te voorkomen
of te beperken.
Wanneer verscheidene personen overeenkomstig
de voorgaande leden aansprakelijk zijn voor eenzelfde
schade, kan de hoofdelijkheid worden ingeroepen.
HOOFDSTUK 4
Bijzondere bevoegdheden bij
liquidatieprocedures en saneringsmaatregelen
Art. 297
§ 1. De FSMA kan de bevoegde Belgische autoriteiten
en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van her-
komst van een verzekeringsonderneming om informatie
over het verloop van een saneringsmaatregel of van een
liquidatieprocedure verzoeken.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk hebben de
begrippen saneringsmaatregel en liquididatieprocedure
de betekenis die hieraan wordt gegeven in de wet van
9 juli 1975.
Art. 298
Wanneer de bevoegde autoriteiten van een verze-
keringsonderneming een beslissing tot opening van
een liquidatieprocedure of tot vaststelling van een
saneringsmaatregel hebben genomen, kan de FSMA,
na overleg met de bevoegde autoriteiten van de verze-
keringsonderneming, een bericht laten publiceren in het
Belgisch Staatsblad en in twee dagbladen of periodieke
uitgaven met regionale spreiding.
Dat bericht bevat minstens een uittreksel uit die
beslissing en vermeldt de bevoegde autoriteiten, het
toepasselijke recht en, in voorkomend geval, de aan-
gewezen liquidateur of saneringscommissaris en wordt
bekendgemaakt in minstens één van de Belgische of-
fi ciële talen.
169
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
TITRE III
Les sanctions administratives
Art. 299
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
ou en vertu de la loi, la FSMA peut, lorsqu’elle constate
une infraction aux dispositions de la présente loi ou de
ses arrêtés et règlements d’exécution dans le chef d’un
assureur ou d’une entreprise de réassurance, infl iger au
contrevenant une amende administrative, qui ne peut
excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble
de faits, 2 500 000 euros.
§ 2. Les amendes imposées en application du pré-
sent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
Art. 300
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
ou en vertu de la loi, la FSMA peut, lorsqu’elle constate
une infraction aux dispositions de la présente loi ou de
ses arrêtés et règlements d’exécution dans le chef d’un
intermédiaire d’assurances ou de réassurance, infl iger
au contrevenant une amende administrative, qui ne peut
excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble
de faits, 75 000 euros.
§ 2. Les amendes imposées en application du pré-
sent article sont recouvrées au profi t du Trésor par
l’administration du Cadastre, de l’Enregistrement et
des Domaines.
TITRE IV
La Commission des Assurances
Art. 301
§ 1er. Il est institué sous le nom de “Commission des
Assurances” un comité consultatif qui a pour mission
de délibérer sur toutes questions qui lui sont soumises
par le ministre ou par la FSMA.
La Commission peut émettre ses avis d’initiative sur
toutes questions concernant les opérations d’assurance
qui relèvent des compétences de la FSMA.
TITEL III
Administratieve sancties
Art. 299
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien zij een
inbreuk vaststelt door een verzekeraar of herverzeke-
ringsonderneming op de bepalingen van deze wet of
van haar uitvoeringsbesluiten of -reglementen, aan de
overtreder een administratieve boete opleggen die niet
meer mag bedragen dan 2 500 000 euro voor hetzelfde
feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 2. De boetes die met toepassing van dit artikel
worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist
geïnd door de administratie van het Kadaster, de
Registratie en de Domeinen.
Art. 300
§ 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald
door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien zij een
inbreuk vaststelt door een verzekerings- of herverzeke-
ringstussenpersoon op de bepalingen van deze wet of
van haar uitvoeringsbesluiten of -reglementen, aan de
overtreder een administratieve boete opleggen die niet
meer mag bedragen dan 75 000 euro voor hetzelfde feit
of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 2. De boetes opgelegd met toepassing van dit ar-
tikel worden ten voordele van de Schatkist geïnd door
de administratie van het Kadaster, de Registratie en de
Domeinen.
TITEL IV
Commissie voor verzekeringen
Art. 301
§ 1. Onder de naam “Commissie voor Verzekeringen”,
wordt een adviescommissie ingesteld, met opdracht
overleg te plegen omtrent alle vragen die haar door de
minister of door de FSMA worden voorgelegd.
De Commissie kan uit eigen beweging adviezen ge-
ven over alle problemen betreffende de verzekeringsver-
richtingen die binnen de bevoegdheden van de FSMA
vallen.
170
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 2. La Commission se compose de vingt-six
membres effectifs, nommés par le Roi.
Onze membres sont choisis parmi les représen-
tants d’entreprises d’assurances autorisées à exercer
des activités d’assurance en Belgique, dont huit sont
présentés sur une liste double par les organisations
professionnelles les plus représentatives.
Six membres sont choisis parmi les personnes sus-
ceptibles de représenter les intérêts des consomma-
teurs; deux d’entre elles sont présentées sur une liste
double par le Conseil de la Consommation. L’un de ces
six membres représente les intérêts des entreprises
industrielles et commerciales.
Trois membres sont choisis parmi les représentants
des intermédiaires d’assurances opérant en Belgique,
présentés sur une liste double par les organisations
professionnelles les plus représentatives.
Les six autres membres, dont un sera nommé sur
proposition du ministre des Finances, doivent présenter
dans le domaine des activités contrôlées par la FSMA
des qualifi cations et une expérience professionnelle.
Les ministres ayant dans leur compétence les pro-
blèmes concernant la prévention, la responsabilité ou la
réparation des dommages causés accidentellement aux
personnes ou aux biens peuvent, de même que l’OCM,
la FSMA et le Fonds des accidents du travail, déléguer
un observateur auprès de la Commission.
Le Roi désigne également pour chaque membre un
suppléant. Les suppléants sont choisis de la même
manière que les membres effectifs.
§ 3. La Commission peut constituer en son sein
des sections spécialisées par branche ou groupe
de branches d’assurance; des sections propres aux
opérations de prêts hypothécaires ou de capitalisation
peuvent également être constituées.
Ces sections sont chargées de la préparation des
travaux de la Commission. Les sections sont consti-
tuées en tenant compte des particularités techniques
des opérations considérées et en respectant l’équilibre
entre les intérêts des prestataires de services et des
consommateurs. Chaque section comporte au moins
quatre membres de la Commission. Tant la Commission
que les sections peuvent faire appel aux experts non
membres de la Commission dont elles croient utile de
recueillir l’avis.
§ 2. De Commissie bestaat uit zesentwintig vaste
leden, te benoemen door de Koning.
Elf leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers
van de voor de uitoefening van verzekeringsactiviteit in
België toegelaten verzekeringsondernemingenen, waar-
van acht op een dubbele lijst worden voorgedragen door
de meest representatieve beroepsorganisaties.
Zes leden worden gekozen uit de personen die in
aanmerking komen om de belangen der verbruikers te
vertegenwoordigen; twee ervan worden op een dubbele
lijst voorgedragen door de Raad voor het Verbruik. Een
van deze zes leden vertegenwoordigt de belangen van
de industriële en handelsondernemingen.
Drie leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers
van in België bedrijvige verzekeringsbemiddelaars, op
een dubbele lijst voorgedragen door de meest repre-
sentatieve beroepsorganisaties.
De overige zes leden, waarvan een lid op voordracht
van de minister van Financiën zal benoemd worden,
moeten bevoegd zijn en blijk geven van beroepserva-
ring op het stuk van de door de FSMA gecontroleerde
activiteiten.
De ministers, die bevoegd zijn voor de problemen
betreffende het voorkomen, de aansprakelijkheid of de
vergoeding van aan personen of goederen bij ongeval
veroorzaakte schade, evenals de CDZ, de FSMA en het
Fonds voor arbeidsongevallen kunnen een waarnemer
bij de Commissie afvaardigen.
De Koning benoemt eveneens een plaatsvervanger
voor elk lid. De plaatsvervangers worden op dezelfde
wijze gekozen als de vaste leden.
§ 3. De Commissie kan in haar schoot per tak of groep
van verzekeringstakken gespecialiseerde afdelingen
oprichten; afdelingen eigen aan de verrichtingen van
hypothecaire leningen of kapitalisatie kunnen eveneens
opgericht worden.
Die afdelingen bereiden de werkzaamheden van de
Commissie voor. Bij het oprichten van de afdelingen
wordt rekening gehouden met de technische eigenhe-
den der betrokken verrichtingen en wordt gelet op het
bewaren van het evenwicht tussen de belangen der
dienstverleners en der verbruikers. Elke afdeling bestaat
uit ten minste vier leden van de Commissie. Zowel de
Commissie als de afdelingen kunnen een beroep doen
op deskundigen die geen lid van de Commissie zijn en
wier advies zij nuttig oordelen.
171
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 4. La durée du mandat des membres de la
Commission est de six ans; il est renouvelable.
Exceptionnellement, lors de la première nomination,
le mandat de sept membres, désignés par tirage au
sort, sera limité à deux ans. Le mandat de huit autres
membres, également désignés par tirage au sort, sera
limité à quatre ans.
Le Roi désigne le Président de la Commission parmi
les membres qui la composent et détermine les indem-
nités dont bénéfi cient les membres de la Commission
et les experts éventuellement requis.
§ 5. La FSMA assume le secrétariat de la Commission
et des sections. Les membres du comité de direction de
la FSMA, qui peuvent se faire assister par tout membre
du personnel de la FSMA, peuvent assister à toutes les
séances de la Commission ou des sections.
La Commission établit son règlement d’ordre intérieur
et le soumet à l’approbation du ministre.
TITRE V
Le système extrajudiciaire de traitement des plaintes
Art. 302
§ 1er. Il est instauré un système extrajudiciaire de
traitement des plaintes chargé de contribuer à résoudre
les différends entre, d’une part, les entreprises d’assu-
rances et les intermédiaires d’assurances et, d’autre
part, leurs clients, en rendant un avis ou en intervenant
en qualité de médiateur.
Ce service ombudsman des assurances doit prendre
la forme d’une personne morale.
§ 2. Le service ombudsman a les missions suivantes:
1° examiner toutes les plaintes des preneurs d’assu-
rance, des assurés, des bénéfi ciaires et des tiers ayant
un intérêt à l’exécution du contrat d’assurance, portant
sur
— les activités des entreprises d’assurances relevant
du champ d’application de la présente loi ou de la loi du
9 juillet 1975, y compris les entreprises d’assurances
de l’EEE qui ont un établissement en Belgique et/ou y
exercent des activités d’assurance, pour les contrats
régis par le droit belge , et/ou portant sur
§ 4. De leden van de Commissie worden voor zes
jaar benoemd; zij zijn herbenoembaar.
Uitzonderlijk wordt, bij de eerste benoeming, het man-
daat van zeven door loting aangewezen leden tot twee
jaar beperkt. Het mandaat van acht andere, eveneens
door loting aangewezen leden wordt tot vier jaar beperkt.
De Koning wijst uit de leden de Voorzitter van de
Commissie aan en bepaalt de vergoedingen die de le-
den en de deskundigen, waarop eventueel een beroep
wordt gedaan, zullen genieten.
§ 5. De FSMA neemt het secretariaat van de
Commissie en van de afdelingen op zich. De leden
van het directiecomité van de FSMA die zich kunnen
laten bijstaan door elk personeelslid van de FSMA,
mogen alle Commissie- of afdelingsvergaderingen
bijwonen.
De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op
en legt het aan de minister ter goedkeuring voor.
TITEL V
Buitengerechtelijke klachtenregeling
Art. 302
§ 1. Er wordt een buitengerechtelijke klachtenregeling
inzake verzekeringen ingesteld met als doel geschillen
tussen verzekeringsondernemingen en verzekerings-
tussenpersonen aan de ene kant, en hun cliënten, aan
de andere kant, te helpen oplossen door hierover advies
te verstrekken of op te treden als bemiddelaar.
Deze ombudsdienst inzake verzekeringen dient onder
de vorm van een rechtspersoon te worden opgericht.
§ 2. De ombudsdienst heeft de volgende opdrach-
ten:
1° onderzoeken van alle klachten van de verzeke-
ringnemers, verzekerden, begunstigden en derden die
belang hebben bij de uitvoering van de verzekerings-
overeenkomst, die verband houden met:
— de activiteiten van de verzekeringsondernemingen
die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet
of van de wet van 9 juli 1975, met inbegrip van de EER
verzekeringsondernemingen die in België een vestiging
hebben en/of er verzekeringsactiviteiten verrichten, wat
betreft de overeenkomsten waarop het Belgisch recht
toepasselijk is, en/of met
172
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— les activités des intermédiaires d’assurances
relevant du champ d’application de la présente loi, y
compris les intermédiaires d’assurances qui ont comme
État membre d’origine un autre État membre de l’EEE
et qui opèrent en Belgique, pour les actes régis par des
dispositions d’intérêt général qui leur sont applicables,
et proposer une solution;
2° faire de la médiation pour faciliter la résolution à
l’amiable des litiges qui font l’objet d’une plainte telle
que visée au 1°, étant entendu qu’il n’est pas porté
préjudice aux compétences que les articles 58, 8° et
9°, 64bis et 64ter de la loi du 10 avril 1971 sur les acci-
dents du travail attribuent au Fonds des accidents du
travail en ce qui concerne la médiation, le contrôle de
l’indemnisation et l’assistance sociale aux victimes;
3° se prononcer sur les questions relatives à l’appli-
cation du volet “consommateurs” des codes de conduite
des entreprises d’assurances et des intermédiaires
d’assurances;
4° formuler des avis et des recommandations dans
le cadre de ses missions, également à l’intention des
entreprises d’assurances et des intermédiaires d’assu-
rances individuels.
§ 3. Au sein du service ombudsman des assurances,
un conseil de surveillance est institué. Il se compose
d’un représentant des entreprises d’assurances, d’un
représentant des intermédiaires d’assurances, de deux
représentants des consommateurs, d’un représentant
de la FSMA, d’un représentant du ministre et du SPF
Economie, PME, Classes moyennes et Energie et d’un
expert en assurances indépendant.
Les missions du conseil de surveillance sont les
suivantes:
1° formuler des avis à l’intention du conseil d’admi-
nistration du service ombudsman sur l’organisation et
le fonctionnement du service ombudsman;
2° exercer une surveillance générale de l’indépen-
dance et l’impartialité du service ombudsman;
3° faire annuellement rapport au Roi du fonctionne-
ment du service ombudsman;
4° assurer le secrétariat du Bureau du suivi de la
tarifi cation, visé à l’article 216.
— de activiteiten van de verzekeringstussenpersonen
die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet
of, met inbegrip van de verzekeringstussenpersonen
met een andere lidstaat van de EER als lidstaat van
herkomst die in België werkzaam zijn, wat betreft de
handelingen waarop bepalingen van algemeen belang
van toepassing zijn,
en een oplossing voorstellen;
2° bemiddelen om een minnelijke schikking te ver-
gemakkelijken in geschillen die het voorwerp uitmaken
van een klacht zoals bedoeld in 1°, met dien verstande
dat geen afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden
die de artikelen 58, 8° en 9°, 64bis en 64ter van de wet
van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen toekennen
aan het Fonds voor Arbeidsongevallen betreffende
de bemiddeling, de controle van de vergoeding en de
sociale bijstand aan slachtoffers;
3° oordelen over vragen met betrekking tot de
toepassing van het luik “consumenten” van de ge-
dragscodes van verzekeringsondernemingen en
verzekeringstussenpersonen;
4° adviezen en aanbevelingen uitbrengen binnen
het kader van zijn opdrachten, ook aan individuele
verzekeringsondernemingen en verzekeringstussen-
personen.
§ 3. Binnen de ombudsdienst verzekeringen wordt
een raad van toezicht ingesteld. De raad van toezicht
bestaat uit één vertegenwoordiger van de verzekerings-
ondernemingen, één vertegenwoordiger van de verzeke-
ringstussenpersonen, twee vertegenwoordigers van de
consumenten, één vertegenwoordiger van de FSMA, één
vertegenwoordiger van de minister en de FOD Economie,
KMO, Middenstand en Energie en één onafhankelijke
deskundige in het verzekeringswezen.
De opdrachten van de raad van toezicht zijn:
1° het formuleren van adviezen aan de raad van be-
stuur van de ombudsdienst aangaande de organisatie
en de werking van de ombudsdienst;
2° het uitoefenen van een algemeen toezicht op de
onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de ombuds-
dienst;
3° het jaarlijks rapporteren aan de Koning over de
werking van de ombudsdienst;
4° het secretariaat waarnemen van het
Opvolgingsbureau voor de tarifering bedoeld in artikel
216.
173
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, expliciter les dis-
positions des paragraphes précédents et déterminer en
particulier les éléments suivants:
— le type de plaintes et de différends qui peuvent
être soumis au service ombudsman;
— la composition des organes et le fonctionnement
du service ombudsman;
— les modalités d’adhésion au service ombudsman;
le Roi peut également charger la FSMA de récolter les
demandes et retraits d’adhésion et d’en informer le
service ombudsman;
— les modalités de fi nancement du service ombuds-
man; le fi nancement se fait par toutes les entreprises
d’assurances belges et toutes les entreprises d’assu-
rances étrangères qui exercent des activités d’assu-
rance en Belgique, et par les intermédiaires d’assu-
rances habilités à exercer une activité d’intermédiation
en assurances en Belgique, que ce soit ou non par le
biais de l’association professionnelle à laquelle ils ont
adhéré; le Roi peut également régler les modalités du
paiement des cotisations et charger la FSMA du recou-
vrement de ces cotisations;
— la procédure à suivre et le délai dans lequel l’avis
doit être rendu ou la médiation avoir lieu;
— la forme sous laquelle l’avis ou l’intervention du
médiateur doit, le cas échéant, être rendu(e) public
(publique);
— les modalités et le contenu du rapport annuel.
Art. 303
LA FSMA peut demander au service ombudsman des
assurances les informations nécessaires pour accomplir
ses missions légales.
La FSMA détermine le contenu des informations
souhaitées ainsi que le mode et la forme selon lesquels
ces informations doivent être fournies.
Le SPF Economie, PME, Classes moyennes et
Energie peut, en vertu du rapport annuel du service
ombudsman, obtenir des informations complémen-
taires auprès du service ombudsman des assurances,
à chaque fois que le Service public fédéral l’estime
nécessaire pour mettre au point des initiatives législa-
tives ou réglementaires.
§ 4. De Koning kan, bij een besluit, vastgesteld na
overleg in de Ministeraad, na advies van de FSMA, de
vorige paragrafen verder uitwerken en inzonderheid het
volgende bepalen:
— welke soort klachten en geschillen kunnen worden
voorgelegd aan de ombudsdienst;
— de samenstelling van de organen en de werking
van de ombudsdienst;
— de toetredingsmodaliteiten tot de ombudsdienst;
De Koning kan de FSMA ook gelasten om de aanvra-
gen om toetreding en uittreding te verzamelen en de
ombudsdienst daarvan in kennis te stellen;
— de modaliteiten van fi nanciering van de ombuds-
dienst; de fi nanciering gebeurt door alle Belgische
verzekeringsondernemingen en alle buitenlandse ver-
zekeringsondernemingen die verzekeringsactiviteiten
verrichten in België, en door de verzekeringstussenper-
sonen die gemachtigd zijn om in België de activiteit van
verzekeringsbemiddeling uit te oefenen, al dan niet via
de beroepsvereniging tot dewelke zij zijn toegetreden;
De Koning kan ook de modaliteiten voor de betaling van
de bijdragen regelen en de FSMA met de inning van die
bijdragen belasten;
— de te volgen procedure en de termijnen waarbin-
nen advies dient te worden uitgebracht of als bemid-
delaar moet worden opgetreden;
— in welke vorm de adviezen of het optreden desge-
vallend moet worden bekendgemaakt;
— de modaliteiten en de inhoud van het jaarlijks
verslag.
Art. 303
De FSMA kan bij de ombudsdienst verzekeringen de
informatie opvragen die nodig is voor het vervullen van
haar wettelijke opdrachten.
De FSMA bepaalt de inhoud van de gewenste infor-
matie, alsook de wijze en de vorm waarin deze moet
worden verstrekt.
De FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
mag bij de ombudsdienst verzekeringen bijko-
mende informatie inwinnen, telkenmale de Federale
Overheidsdienst dit nodig acht op grond van het
jaarverslag van de ombudsdienst, met het oog op het
ontwikkelen van wetgevende of reglementaire initiatie-
ven.
174
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
PARTIE 8
DISPOSITIONS PÉNALES
Art. 304
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq
ans et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une
de ces peines seulement, les intermédiaires d’assu-
rances qui sont intervenus dans la souscription d’un
contrat d’assurance en contravention avec l’article 268,
§ 1er, 5°.
Art. 305
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq
ans et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une
de ces peines seulement, les administrateurs, les per-
sonnes chargées de la direction effective, les gérants
ou les mandataires d’un assureur qui sciemment et
volontairement ont fait des déclarations inexactes à
la FSMA, aux membres de son personnel ou aux per-
sonnes mandatées par elle, ou qui ont refusé de fournir
les renseignements demandés en exécution de la pré-
sente loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution.
Les mêmes peines sont applicables aux adminis-
trateurs, personnes chargées de la direction effective,
commissaires, gérants ou mandataires d’un assureur
qui ne se sont pas conformés aux obligations qui leur
sont imposées par la présente loi ou par ses arrêtés et
règlements d’exécution.
Art. 306
Sont assimilées aux loteries et passibles des peines
visées par les articles 302 et 303 du Code pénal, toutes
opérations d’épargne, de capitalisation ou d’assurance
comportant l’accumulation de sommes à répartir entre
les intéressés, soit par voie de tirage au sort, soit par
l’effet d’une stipulation de survie exclusive de tout enga-
gement mathématiquement déterminé en fonction des
contributions ou participations individuelles.
Art. 307
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à cinq
ans et d’une amende de 1 000 à 10 000 euros ou d’une
de ces peines seulement:
DEEL 8
STRAFBEPALINGEN
Art. 304
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met geldboete van 1 000 tot 10 000 euro, of met een van
die straffen alleen worden gestraft de verzekeringstus-
senpersonen die bij het sluiten van een verzekerings-
overeenkomst bemiddelen met overtreding van artikel
268, § 1, 5°.
Art. 305
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met geldboete van 1 000 tot 10 000 euro, of met een van
die straffen alleen worden gestraft de bestuurders, de
personen belast met de effectieve leiding, de zaakvoer-
ders of de lasthebbers van de verzekeraars die wetens
en willens onjuiste verklaringen afl eggen aan de FSMA,
aan haar personeelsleden of aan de door haar gevol-
machtigde personen, of die weigeren de ter uitvoering
van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen
gevraagde inlichtingen te verstrekken.
Dezelfde straffen zijn toepasselijk op de bestuurders,
personen belast met de effectieve leiding, commissaris-
sen, zaakvoerders of lasthebbers van de verzekeraars
die niet hebben voldaan aan de verplichtingen hun
opgelegd door deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of
-reglementen.
Art. 306
Met loterijen worden gelijkgesteld en aan de straffen
gesteld in de artikelen 302 en 303 van het Strafwetboek
zijn onderworpen alle spaar-, kapitalisatie- of verzeke-
ringsverrichtingen die de samenvoeging behelzen van
bedragen welke onder de betrokkenen worden verdeeld
hetzij door loting, hetzij door uitwerking van een over-
levingsclausule die niet berust op een mathematisch
bepaalde verbintenis vastgesteld naar verhouding van
de individuele bijdragen of deelnemingen.
Art. 307
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met een geldboete van 1 000 tot 10 000 euro of met
een van die straffen alleen worden gestraft:
175
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
1° ceux qui, en qualité d’assureur ou de mandataire
d’un assureur, tentent de conclure ou concluent des
contrats nuls en vertu des articles 97 ou 159;
2° ceux qui, en qualité d’intermédiaire d’assurances,
interviennent dans la conclusion de tels contrats;
3° ceux qui, en qualité d’assureur ou de mandataire
d’un assureur, ne respectent pas les dispositions pré-
vues aux articles 213 à 217.
Art. 308
§ 1er. Sans préjudice de l’application de peines plus
sévères prévues par le Code pénal, sera puni d’un
emprisonnement de huit jours à trois mois et d’une
amende de 200 à 2 000 euros ou d’une de ces peines
seulement, celui qui dans une intention frauduleuse:
— exerce l’activité d’intermédiaire d’assurances ou
de réassurance sans être inscrit conformément aux
dispositions de l’article 262;
— ne respecte pas les dispositions de l’article 265;
— charge un travailleur d’offrir en vente des assu-
rances lorsque celui-ci ne remplit pas les conditions
fi xées par la partie 6;
— accepte des contrats d’assurance présentés par
un intermédiaire d’assurances ou de réassurance non
inscrit;
— offre un contrat d’agence à un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance non inscrit;
— omet de communiquer à la FSMA la cessation ou
la rupture du contrat visée à l’article 268, § 1er, 3°;
— omet de mentionner des informations visées aux
articles 273, 274 et 275;
— omet de communiquer à la FSMA les modifi ca-
tions aux informations faisant partie de son dossier
d’inscription en exécution des dispositions de la partie
6, chapitre 2.
Les personnes condamnées pour une des infractions
visées ci-dessus peuvent se voir infl iger la fermeture
défi nitive ou provisoire d’une partie ou de l’ensemble
des locaux affectés à l’exercice de l’activité d’intermé-
diaire d’assurances ou de réassurance.
Si ces infractions sont dues à la négligence, elles
seront punies d’une amende de 1 à 25 euros.
§ 2. Toute personne qui refuse de fournir les rensei-
gnements et documents que la FSMA a demandés afi n
1° zij die als verzekeraar of lasthebber van een ver-
zekeraar overeenkomsten pogen te sluiten of sluiten die
nietig zijn op grond van de artikelen 97 of 159;
2° zij die als verzekeringstussenpersoon bij het sluiten
van zulke overeenkomsten bemiddelen.
3° zij die als verzekeraar of lasthebber van een ver-
zekeraar de regeling bedoeld in de artikelen 213 tot 217
niet naleven.
Art. 308
§ 1. Onverminderd de toepassing van strengere in het
Strafwetboek gestelde straffen, wordt met gevangenis-
straf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete
van 200 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen
alleen gestraft, hij die met bedrieglijk opzet:
— de werkzaamheid van verzekerings- of herverze-
keringstussenpersoon uitoefent zonder ingeschreven te
zijn overeenkomstig het bepaalde bij artikel 262;
— het bepaalde bij artikel 265 niet naleeft;
— aan een werknemer opdracht heeft gegeven
verzekeringen te koop aan te bieden zonder dat die
werknemer aan de in deel 6 gestelde voorwaarden
voldoet;
— verzekeringen aanneemt aangebracht door een
niet-ingeschreven verzekerings- of herverzekeringstus-
senpersoon;
— aan een niet-ingeschreven verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersoon een agentuurovereenkomst
aanbiedt;
— nalaat de in de artikel 268, § 1, 3°, bedoelde beëin-
diging of verbreking aan de FSMA mee te delen;
— nalaat de bij de artikelen 273, 274 en 275 bedoelde
informatie te vermelden;
— nalaat om wijzigingen mee te delen aan de FSMA
met betrekking tot informatie die deel uitmaakt van zijn
inschrijvingsdossier in uitvoering van het bepaalde bij
deel 6, hoofdstuk 2.
Aan de personen die wegens een van bovenvermelde
inbreuken veroordeeld worden, kan een defi nitieve of
tijdelijke sluiting worden opgelegd van een deel van de
lokalen of van alle lokalen die worden gebruikt voor de
uitoefening van de werkzaamheid van verzekerings- of
herverzekeringstussenpersoon.
Indien deze inbreuken te wijten zijn aan nalatigheid,
worden zij gestraft met geldboete van 1 euro tot 25
euro.
§ 2. Elke persoon die weigert aan de FSMA de
door hem gevraagde inlichtingen en documenten te
176
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
de pouvoir contrôler l’application des dispositions de la
partie 6, qui s’oppose aux mesures d’investigation ou
qui fait une fausse déclaration, sera punie d’un empri-
sonnement de huit à quinze jours et d’une amende de
26 à 1 000 euros ou d’une de ces peines seulement.
Art. 309
Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal,
sans exception du chapitre VII et de l’article 85, sont
applicables aux infractions prévues par la présente loi.
Art. 310
Les assureurs sont civilement responsables des
amendes auxquelles sont condamnés leurs adminis-
trateurs, commissaires, directeurs, gérants ou manda-
taires, en application des dispositions qui précèdent.
PARTIE 9
DISPOSITIONS DE NATURE DIVERSE
TITRE IER
Dispositions transitoires
Art. 311
§ 1er. Les dispositions de la partie 2, titre III, de la
présente loi sont applicables aux contrats d’assurance
souscrits après la date d’entrée en vigueur de la pré-
sente loi. Pour les contrats d’assurance qui ont été
souscrits avant la date d’entrée en vigueur de la pré-
sente loi, elles ne s’appliquent qu’à partir de la date à
laquelle l’une des modifi cations suivantes est apportée
au contrat:
— le contrat d’assurance existant est lié à un ou plu-
sieurs nouveaux fonds d’investissement ou le règlement
de gestion est modifi é; ou
— les conditions relatives au rendement (minimum)
sont modifi ées.
§ 2. Les articles 44, 50 et 51 s’appliquent immédia-
tement aux contrats offerts et/ou conclus après la date
d’entrée en vigueur de la présente loi. Pour les contrats
d’assurance qui ont été souscrits avant la date d’entrée
en vigueur de la présente loi, ces articles s’appliquent
verstrekken die nodig zijn voor de controle op de toepas-
sing van deel 6 of zich tegen de onderzoeksmaatregelen
verzet of een valse verklaring afl egt, wordt gestraft met
gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en
met geldboete van 26 euro tot 1 000 euro of met een
van die straffen alleen.
Art. 309
Alle bepalingen van het eerste boek van het
Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitge-
zonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven in deze wet
omschreven.
Art. 310
De verzekeraars zijn burgerrechtelijk aansprakelijk
voor de geldboeten waartoe hun bestuurders, beheer-
ders, commissarissen, directeurs, zaakvoerders of
lasthebbers worden veroordeeld met toepassing van
de voorgaande bepalingen.
DEEL 9
BEPALINGEN VAN VERSCHILLENDE AARD
TITEL I
Overgangsbepalingen
Art. 311
§ 1. De bepalingen van deel 2, titel III, van deze wet
zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten
die worden aangegaan na de inwerkingtreding van deze
wet. Voor de verzekeringsovereenkomsten die aange-
gaan zijn vóór de datum van inwerkingtreding van deze
wet, zijn ze eerst van toepassing vanaf de dag dat een
van de volgende wijzigingen wordt aangebracht aan de
overeenkomst:
— de bestaande verzekeringsovereenkomst wordt
verbonden met een of meerdere nieuwe beleggings-
fondsen, of het beheersreglement wordt gewijzigd; of
— de voorwaarden inzake het (minimum)rendement
worden gewijzigd.
§ 2. De artikelen 44, 50 en 51 zijn onmiddellijk van
toepassing op de overeenkomsten die worden aan-
geboden en/of afgesloten na de inwerkingtreding van
deze wet. Voor de verzekeringsovereenkomsten die
aangegaan zijn vóór de datum van inwerkingtreding van
177
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
dès la modifi cation et/ou la reconduction de ces contrats
et au plus tard le premier jour du 13e mois suivant la date
d’entrée en vigueur de la présente loi.
§ 3. Sous réserve du paragraphe 4 et à l’exception
du chapitre 5 du titre IV de la partie 4, les dispositions
des parties 4 et 5 de la présente loi sont applicables
tant aux contrats conclus à ou après la date d’entrée
en vigueur de la présente loi qu’aux contrats conclus
antérieurement qui sont toujours en cours à cette date.
§ 4. Si l’événement donnant ouverture à l’action
récursoire visée à l’article 88 est survenu avant la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, l’article 89, § 1er,
n’est applicable à la prescription de l’action récursoire
que pour autant que le délai de prescription courant en
vertu de l’article 35, § 1er, juncto l’article 34 de la loi du
25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, ne
soit pas encore arrivé à expiration à la date d’entrée en
vigueur de la présente loi.
Si l’événement donnant ouverture à l’action récur-
soire visée à l’article 256 est survenu avant la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, l’article 256,
deuxième phrase, n’est applicable à la prescription
de l’action récursoire que pour autant que le délai de
prescription courant en vertu de l’article 32 de la loi
du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI du code de
commerce ne soit pas encore arrivé à expiration à la
date d’entrée en vigueur de la présente loi.
§ 5. Les intermédiaires d’assurances qui, en date
du 30 avril 2014, étaient inscrits au registre des inter-
médiaires d’assurances tenu par la FSMA en vertu de
l’article 262, § 1er, ou au registre des intermédiaires
d’assurances tenu par l’OCM, en vertu de l’article 262,
§ 3, doivent, pour conserver leur inscription, se confor-
mer à l’article 270, § 1er, 1°, A, littéra f), au plus tard en
date du 1er mai 2015.
§ 6. Les assureurs procèdent à l’adaptation formelle
des contrats d’assurance et autres documents d’assu-
rance aux dispositions de la présente loi au plus tard le
premier jour du 13e mois suivant celui de la publication
de la loi. Jusqu’à cette date, les contrats d’assurance
existants et nouveaux peuvent ne pas être conformes
quant à la forme aux dispositions de la présente loi.
Aussi longtemps que les contrats d’assurance et
autres documents d’assurance n’ont pas été adaptés
conformément à l’alinéa 1er du présent paragraphe,
les clauses de ces documents qui font référence à
deze wet, zijn deze artikelen van toepassing van zodra
de overeenkomsten worden gewijzigd en/of verlengd
en ten laatste op de eerste dag van de 13de maand
volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
§ 3. Onder voorbehoud van paragraaf 4 en met uit-
zondering van hoofdstuk 5 van titel IV van deel 4, zijn
de bepalingen van deel 4 en deel 5 van deze wet van
toepassing zowel op de overeenkomsten gesloten op
of na de datum van inwerkingtreding van deze wet, als
op die datum nog lopende overeenkomsten die eerder
werden gesloten.
§ 4. Indien het voorval dat de regresvordering zo-
als vermeld in artikel 88 doet ontstaan, reeds heeft
plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding
van de wet, is artikel 89, § 1 slechts van toepassing
op de verjaring van de regresvordering voor zover de
verjaringstermijn die loopt op grond van artikel 35,
§ 1 juncto artikel 34 van de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst nog niet is afgelopen op
het moment van inwerkingtreding van de wet.
Indien het voorval dat de rechtsvordering zoals ver-
meld in artikel 256 doet ontstaan, reeds heeft plaats-
gevonden voor de datum van inwerkingtreding van de
wet, is artikel 256, tweede zin, slechts van toepassing
op de verjaring van de rechtsvordering voor zover de
verjaringstermijn die loopt op grond van artikel 32 van
de wet van 11 juni 1874 houdende Titels X en XI van het
wetboek van koophandel nog niet is afgelopen op het
moment van inwerkingtreding van de wet.
§ 5. De verzekeringstussenpersonen die op datum
van 30 april 2014 reeds ingeschreven waren in het re-
gister van de verzekeringstussenpersonen bijgehouden
door de FSMA op grond van artikel 262, § 1, of in het
register van de verzekeringstussenpersonen bijgehou-
den door de CDZ op grond van artikel 262, § 3, moeten
zich, ten einde hun inschrijving te behouden, ten laatste
op 1 mei 2015 in regel stellen met artikel 270, § 1, 1°, A,
punt f).
§ 6. De verzekeraars gaan over tot de formele aan-
passing van de verzekeringsovereenkomsten en andere
verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van deze
wet, ten laatste op de eerste dag van de 13de maand
volgend op die waarin de wet is bekendgemaakt. Tot
op die datum hoeven de bestaande en de nieuwe ver-
zekeringsovereenkomsten niet naar de vorm overeen te
stemmen met de bepalingen van deze wet.
Zolang de verzekeringsovereenkomsten en andere
verzekeringsdocumenten niet werden aangepast over-
eenkomstig het eerste lid van deze paragraaf worden de
bepalingen uit deze documenten waarin wordt verwezen
178
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
des dispositions de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances, de la loi du 25
juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, de la loi
du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI, livre Ier, du
code de commerce et de la loi du 27 mars 1995 relative
à l’intermédiation en assurances et en réassurances et à
la distribution d’assurances, sont présumées faire réfé-
rence aux dispositions équivalentes de la présente loi.
Art. 312
Les articles 313 à 315 sont applicables aux contrats
d’assurance relatifs à des risques situés dans les
États membres de l’EEE qui relèvent du groupe d’acti-
vités “non-vie” et qui ont été conclus avant la date du
17 décembre 2009, telle que mentionnée à l’article 28
du règlement (CE) n° 593/2008 du Parlement européen
et du Conseil du 17 juin 2008 sur la loi applicable aux
obligations contractuelles (Rome I).
Ces dispositions sont également applicables aux
contrats d’assurance relatifs à des risques situés dans
les États membres de l’EEE qui relèvent du groupe
d’activités “non-vie” et qui ne tombent pas dans le
champ d’application du règlement (CE) n° 593/2008 du
Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008 sur
la loi applicable aux obligations contractuelles (Rome I).
Art. 313
§ 1er. Nonobstant toute clause contraire, lorsque le
contrat est relatif à des risques situés en Belgique et
que le preneur d’assurance y a sa résidence habituelle
ou son administration centrale, la loi applicable est la
loi belge.
Par dérogation à l’alinéa 1er, lorsque le contrat est
relatif à des risques situés en Belgique et que le preneur
d’assurance n’y a pas sa résidence habituelle ou son
administration centrale, les parties au contrat d’assu-
rance peuvent choisir d’appliquer soit la loi belge, soit
la loi du pays où le preneur d’assurance a sa résidence
habituelle ou son administration centrale.
§ 2. Lorsque le contrat est relatif à des risques situés
dans un État membre de l’EEE, autre que la Belgique,
et que les parties n’ont pas choisi la loi applicable, le
contrat est régi par la loi de l’État membre où le risque
est situé.
naar bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle van de verzekeringsondernemingen, de wet
van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst,
de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van
Boek I van het Wetboek van Koophandel en de wet
van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verze-
keringen, geacht te verwijzen naar de overeenkomstige
bepalingen in deze wet.
Art. 312
De artikelen 313 tot en met 315 zijn van toepassing
op verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot ri-
sico’s gelegen in de lidstaten van de EER die behoren
tot de groep van activiteiten “niet-leven” en die werden
afgesloten voor 17 december 2009, datum zoals vermeld
in artikel 28 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I).
Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s
gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de
groep van activiteiten “niet-leven” die buiten het toepas-
singsgebied van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I) vallen.
Art. 313
§ 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
in België gelegen risico’s en wanneer de verzekering-
nemer er zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur
heeft, dan is het toepasselijk recht het Belgisch recht,
niettegenstaande elk tegenstrijdig beding.
In afwijking van het eerste lid kunnen de partijen bij
de overeenkomst, wanneer de overeenkomst betrek-
king heeft op in België gelegen risico’s en wanneer de
verzekeringnemer er zijn gewone verblijfplaats of zijn
hoofdbestuur niet heeft, kiezen tussen de toepassing
ofwel van het Belgisch recht, ofwel van het recht van
het land waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijf-
plaats of zijn hoofdbestuur heeft.
§ 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
risico’s gelegen in een lidstaat van de EER, andere dan
België, en de partijen het toepasselijk recht niet hebben
gekozen dan wordt de overeenkomst beheerst door het
recht van de lidstaat waar het risico is gelegen.
179
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. Lorsque le preneur d’assurance exerce une acti-
vité commerciale, industrielle ou libérale et que le contrat
couvre deux ou plusieurs risques relatifs à ces activités
situés en Belgique et dans un ou plusieurs autres États
membres de l’EEE, les parties au contrat peuvent choisir
les lois des États membres où ces risques sont situés ou
celle du pays où le preneur d’assurance a sa résidence
habituelle ou son administration centrale.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 2, et les
paragraphes 2 et 3, lorsque les États membres visés
dans ces paragraphes accordent une plus grande liberté
de choix de la loi applicable au contrat, les parties
peuvent se prévaloir de cette liberté.
§ 5. Nonobstant les paragraphes 1er, 2 et 3, lorsque
le contrat est relatif à des risques situés en Belgique
mais que ces risques sont limités à des sinistres qui
peuvent survenir dans un autre État membre de l’EEE,
les parties au contrat peuvent choisir la loi de cet État.
§ 6. Pour les grands risques, les parties au contrat
ont le libre choix de la loi applicable.
En ce cas, le choix par les parties d’une loi autre que
la loi belge ne peut, lorsque tous les éléments du contrat
sont localisés au moment de ce choix sur le territoire de
la Belgique, porter atteinte aux dispositions impératives
du droit belge.
§ 7. Le choix visé au paragraphe 1er, alinéa 2, et aux
paragraphes 2 à 6 doit être exprès ou résulter de façon
certaine des clauses du contrat ou des circonstances
de la cause. Si tel n’est pas le cas ou si aucun choix
n’a été fait, le contrat est régi par la loi de celui, parmi
les États membres qui entrent en ligne de compte aux
termes du paragraphe 1er, alinéa 2, et des paragraphes
2 à 6, avec lequel il présente les liens les plus étroits.
Si une partie du contrat est séparable du reste du
contrat et présente un lien plus étroit avec un autre
des États membres qui entrent en ligne de compte
conformément aux paragraphes précités, il pourra être
fait application à cette partie du contrat de la loi de cet
autre État membre.
Il est présumé que le contrat présente les liens les
plus étroits avec l’État membre où le risque est situé.
§ 3. Wanneer de verzekeringnemer een commerciële
of industriële activiteit of een vrij beroep uitoefent en
wanneer de overeenkomst twee of meer risico’s dekt
die verband houden met die activiteit en gelegen zijn in
België en in één of meer andere lidstaten van de EER,
dan hebben de partijen bij de overeenkomst de keuze
tussen de toepassing van het recht van de lidstaten
waar die risico’s gelegen zijn of het recht van het land
waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats of
zijn hoofdbestuur heeft.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 1, tweede lid, en
paragrafen 2 en 3 mogen de partijen, wanneer de in die
paragrafen bedoelde lidstaten een ruimere keuzevrijheid
van het op de overeenkomst toepasselijk recht toestaan,
zich op die vrijheid beroepen.
§ 5. Niettegenstaande de paragrafen 1, 2 en 3 mogen
de partijen bij de overeenkomst, wanneer de overeen-
komst betrekking heeft op in België gelegen risico’s
maar die risico’s beperkt zijn tot schadegevallen die
zich kunnen voordoen in een andere lidstaat van de
EER, het recht van die staat kiezen.
§ 6. Voor de grote risico’s mogen de partijen bij de
overeenkomst het toepasselijk recht vrij kiezen.
In dat geval mag de keuze van de partijen van een
ander recht dan het Belgische geen afbreuk doen aan de
dwingende bepalingen van het Belgisch recht wanneer
op het tijdstip van de keuze alle elementen van de over-
eenkomst op het grondgebied van België gelokaliseerd
zijn.
§ 7. De in paragraaf 1, tweede lid, en de paragrafen
2 tot en met 6 bedoelde keuze moet uitdrukkelijk zijn
of voldoende duidelijk blijken uit de bepalingen van
de overeenkomst of de omstandigheden van de zaak.
Indien dat niet het geval is of indien geen keuze werd
gemaakt, wordt de overeenkomst beheerst door het
recht van die lidstaat, onder al de lidstaten die volgens
de bepalingen van paragraaf 1, tweede lid en de para-
grafen 2 tot en met 6 in aanmerking komen, waarmee
ze het nauwst verbonden is.
Wanneer een deel van de overeenkomst kan worden
afgescheiden van de rest van de overeenkomst en een
nauwere band vertoont met een andere lidstaat die vol-
gens de voornoemde paragrafen in aanmerking komt,
dan mag op dat deel van de overeenkomst het recht
van die lidstaat worden toegepast.
Er wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst
verbonden is met de lidstaat waar het risico is gele-
gen.
180
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
§ 8. Lorsqu’un État membre comprend plusieurs
unités territoriales dont chacune a ses propres règles
de droit en matière d’obligations contractuelles, chaque
unité est considérée comme un État aux fi ns d’identifi er
la loi applicable en vertu des articles 313 à 315.
Art. 314
§ 1er. Si le juge belge est saisi, les dispositions de
l’article 313 ne peuvent porter atteinte à l’application
des règles de la loi belge qui régissent impérativement
la situation, quelle que soit la loi applicable au contrat.
Il peut être donné effet aux dispositions impératives
de la loi de l’État membre où le risque est situé ou d’un
État membre qui impose l’obligation d’assurance, si, et
dans la mesure où, selon le droit de cet État membre,
ces dispositions sont applicables quelle que soit la loi
régissant le contrat.
§ 2. Les dispositions impératives du droit belge sont
applicables quelle que soit la loi choisie par les parties
lorsque le risque est situé en Belgique ou lorsque la
Belgique impose l’obligation d’assurance.
§ 3. Lorsque le contrat couvre des risques situés
dans plus d’un État membre, le contrat est considéré,
pour l’application du présent article, comme comportant
plusieurs contrats dont chacun ne se rapporterait qu’à
un seul État membre.
Art. 315
Lorsqu’en cas d’assurance obligatoire il y a contra-
diction entre la loi de l’État membre où le risque est
situé et celle de l’État membre qui impose l’obligation
de souscrire une assurance, cette dernière prévaut.
Art. 316
Les articles 25, 27 et 313 à 315 ne sont pas appli-
cables aux contrats conclus avant la date d’entrée en
vigueur de l’article 16 de l’arrêté royal du 22 février 1991
modifi ant la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des
entreprises d’assurances.
§ 8. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale
eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels voor
verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke een-
heid als een staat beschouwd voor de aanduiding van
het volgens de artikelen 313 tot en met 315 toepasselijk
recht.
Art. 314
§ 1. Indien een zaak bij een Belgische rechter aan-
hangig wordt gemaakt dan mogen de bepalingen van
artikel 313 geen afbreuk doen aan de toepassing van
de Belgische rechtsregels die, ongeacht het op de
overeenkomst toepasselijk recht, het geval dwingend
beheersen.
Er kan gevolg toegekend worden aan de dwingende
bepalingen van het recht van de lidstaat waar het risico is
gelegen of van de lidstaat die de verplichting tot verzeke-
ring oplegt indien en voor zover die bepalingen volgens
het recht van die lidstaat toepasselijk zijn, ongeacht het
recht dat de overeenkomst beheerst.
§ 2. De dwingende bepalingen van het Belgisch recht
inzake verplichte verzekeringen zijn van toepassing
ongeacht het door de partijen gekozen recht, wanneer
het risico in België gelegen is of wanneer België de
verplichting tot verzekering oplegt.
§ 3. Wanneer de overeenkomst risico’s dekt die in
meer dan één lidstaat gelegen zijn, dan wordt de over-
eenkomst voor de toepassing van dit artikel beschouwd
als bestaande uit verscheidene overeenkomsten waar-
van elk betrekking heeft op één lidstaat.
Art. 315
Wanneer bij verplichte verzekering het recht van de
lidstaat waar het risico gelegen is, in strijd is met het
recht van de lidstaat die de verplichting tot verzekering
oplegt, heeft dat laatste voorrang.
Art. 316
De artikelen 25 en 27 en de artikelen 313 tot en met
315 zijn niet van toepassing op de overeenkomsten
afgesloten voor de datum van inwerkingtreding van
artikel 16 van het koninklijk besluit van 22 februari 1991
tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle der verzekeringsondernemingen.
181
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 317
Les articles 318 et 319 sont applicables aux contrats
d’assurance relatifs à des engagements situés dans
les États membres de l’EEE qui relèvent du groupe
d’activités “vie” et qui ont été conclus avant la date du
17 décembre 2009, telle que mentionnée à l’article 28
du règlement (CE) n° 593/2008 du Parlement européen
et du Conseil du 17 juin 2008 sur la loi applicable aux
obligations contractuelles (Rome I).
Ces dispositions sont également applicables aux
contrats d’assurance relatifs à des risques situés dans
les États membres de l’EEE qui relèvent du groupe
d’activités “vie” et qui ne tombent pas dans le champ
d’application du règlement (CE) n° 593/2008 du
Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008 sur
la loi applicable aux obligations contractuelles (Rome I).
Art. 318
§ 1er. Nonobstant toute clause contraire, lorsque le
contrat est relatif à des engagements situés en Belgique,
la loi applicable est la loi belge.
Par dérogation à l’alinéa 1er, lorsque le preneur d’as-
surance est une personne physique qui a sa résidence
habituelle en Belgique mais est ressortissant d’un État
membre de l’EEE autre que la Belgique, les parties
peuvent choisir d’appliquer la loi de cet État membre.
§ 2. Lorsque le contrat est relatif à des engagements
situés dans un État membre de l’EEE, autre que la
Belgique, et que les parties n’ont pas choisi la loi appli-
cable, le contrat est régi par la loi de l’État membre où
l’engagement est situé.
§ 3. Lorsqu’un État membre comprend plusieurs
unités territoriales dont chacune a ses propres règles
de droit en matière d’obligations contractuelles, chaque
unité est considérée comme un État aux fi ns d’identifi er
la loi applicable en vertu des articles 318 et 319.
Art. 319
§ 1er. Si le juge belge est saisi, les dispositions de
l’article 318 ne peuvent porter atteinte à l’application
des règles de la loi belge qui régissent impérativement
Art. 317
De artikelen 318 en 319 zijn van toepassing op ver-
zekeringsovereenkomsten met betrekking tot verbinte-
nissen gelegen in de lidstaten van de EER die behoren
tot de groep van activiteiten “leven” en die werden af-
gesloten voor 17 december 2009, datum zoals vermeld
in artikel 28 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I).
Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de
verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico’s
gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de
groep van activiteiten “leven” die buiten het toepas-
singsgebied van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst (Rome I) vallen.
Art. 318
§ 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
in België gelegen verbintenissen, dan is het toepas-
selijk recht het Belgische recht, niettegenstaande elk
tegenstrijdig beding.
In afwijking van het eerste lid kunnen de partijen,
wanneer de verzekeringnemer een natuurlijke persoon
is die zijn gewone verblijfplaats in België heeft maar
onderdaan is van een lidstaat van de EER andere dan
België, de toepassing van het recht van die lidstaat
kiezen.
§ 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op
verbintenissen gelegen in een lidstaat van de EER, an-
dere dan België, en de partijen het toepasselijk recht niet
hebben gekozen dan wordt de overeenkomst beheerst
door het recht van de lidstaat waar de verbintenis is
gelegen.
§ 3. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale
eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels
voor verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke
eenheid als een staat beschouwd voor de aanduiding
van het volgens de artikelen 318 en 319 toepasselijk
recht.
Art. 319
§ 1. Indien een geschil bij een Belgische rechter
aanhangig wordt gemaakt dan mogen de bepalingen
van artikel 318 geen afbreuk doen aan de toepassing
182
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
la situation, quelle que soit la loi applicable au contrat.
Il peut être donné effet aux dispositions impératives de
la loi de l’État membre où l’engagement est situé, si, et
dans la mesure où, selon le droit de cet État membre,
ces dispositions sont applicables quelle que soit la loi
régissant le contrat.
§ 2. Les dispositions impératives du droit belge sont
applicables quelle que soit la loi choisie par les parties
lorsque l’engagement est situé en Belgique.
TITRE II
Arrêtés d’exécution
Art. 320
Le Roi prend, sur avis de la FSMA, les arrêtés néces-
saires à l’exécution de la présente loi.
Le ministre peut fi xer les délais dans lesquels la
FSMA doit émettre son avis. En cas de non-respect de
ces délais, l’avis en question n’est plus requis.
Art. 321
§ 1er. Les arrêtés royaux délibérés en Conseil des
ministres et portant exécution de l’article 4, § 4, sont pris
sur la proposition conjointe du ministre de la Justice, du
ministre et du ministre des Affaires sociales.
§ 2. Les arrêtés royaux pris en exécution de la partie
4 le sont sur la proposition conjointe du ministre de la
Justice et du ministre.
Toutefois, les arrêtés royaux pris en exécution des
articles 62, 98, 159, 167, 178 à 180 et 199 le seront sur
la seule proposition du ministre.
Les arrêtés royaux pris en exécution des articles 212
à 224 le seront sur la proposition conjointe du ministre
et du ministre de la Santé publique.
§ 3. Le Roi exerce les pouvoirs à Lui confi és par les
dispositions de la partie 6 sur la proposition conjointe
du ministre et du ministre des Classes moyennes.
van de Belgische rechtsregels die, ongeacht het op de
overeenkomst toepasselijk recht, het geval dwingend
beheersen. Er kan gevolg toegekend worden aan de
dwingende bepalingen van het recht van de lidstaat
waar de verbintenis is gelegen indien en voor zover die
bepalingen volgens het recht van die lidstaat toepas-
selijk zijn, ongeacht het recht dat de overeenkomst
beheerst.
§ 2. Wanneer de verbintenis in België gelegen is,
zijn de dwingende bepalingen van het Belgische recht
van toepassing welke ook het door de partijen gekozen
recht is.
TITEL II
Uitvoeringsbesluiten
Art. 320
De Koning neemt na advies van de FSMA de beslui-
ten die voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk zijn.
De minister kan termijnen bepalen waarbinnen de
FSMA haar advies dient uit te brengen. In geval van
niet-naleving van deze termijnen is het bedoelde advies
niet meer vereist.
Art. 321
§ 1. De koninklijke besluiten ter uitvoering van artikel
4, § 4, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, worden
genomen op gezamenlijke voordracht van de minister
van Justitie, van de minister en van minister van Sociale
Zaken.
§ 2. De koninklijke besluiten ter uitvoering van deel
4 worden genomen op gezamenlijke voordracht van de
minister van Justitie en van de minister.
Evenwel worden de koninklijke besluiten ter uitvoering
van de artikelen 62, 98, 159, 167, 178 tot 180 en 199
genomen op voordracht van de minister alleen.
De koninklijke besluiten ter uitvoering van de artikelen
212 tot 224 worden genomen op gezamenlijk voorstel van
de minister en de minister van Volksgezondheid.
§ 3. De Koning oefent de bevoegdheden die hem
zijn toegekend door de bepalingen van deel 6 uit op de
gezamenlijke voordracht van de minister en de minister
voor Middenstand.
183
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 322
§ 1er. La Commission des Assurances, visée dans
la partie 7, titre IV, est compétente pour émettre des
avis concernant les arrêtés à prendre en exécution de
l’article 4, des titres Ier et II de la partie 2, des titres Ier
et II de la partie 3, du chapitre 1er du titre III de la partie
3 et de la partie 6.
La consultation de la Commission des Assurances
n’est pas requise pour ce qui est des règles à fi xer par
le Roi en application de l’article 4, § 4, et de l’article
268, § 1er, 8°.
§ 2. La Commission des Assurances est également
compétente pour émettre des avis sur les modifi cations
apportées aux arrêtés d’exécution pris en vertu de
l’article 212, § 1er, ainsi sur l’abrogation éventuelle ou
le remplacement de ces arrêtés d’exécution.
TITRE III
Dispositions modifi catives
Modifi cations de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances
Art. 323
A l’article 21 de la loi du 9 juillet 1975 relative au
contrôle des entreprises d’assurances, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. La Banque détermine les informations que les
entreprises d’assurances sont tenues de lui fournir pour
lui permettre de vérifi er si ces entreprises respectent les
dispositions légales et réglementaires qui leur sont appli-
cables et qui relèvent du domaine de compétence de la
Banque. La Banque détermine également la fréquence
et les modalités de transmission de ces informations.”;
2° le paragraphe 1erbis, alinéa 3, est remplacé par
ce qui suit:
“Sur simple demande de la Banque, les entreprises
d’assurances visées à l’article 2, § 1er, sont tenues de
fournir tous renseignements et de délivrer tous docu-
ments qui sont nécessaires à l’exécution de sa mission.”;
3° le paragraphe 1erbis, alinéa 4, est remplacé par
ce qui suit:
Art. 322
§ 1. De Commissie voor Verzekeringen zoals bedoeld
in deel 7, titel IV, is bevoegd om adviezen uit te brengen
in verband met de besluiten te nemen ter uitvoering van
artikel 4, titels I en II van deel 2, titels I en II van deel 3,
hoofdstuk 1 van titel III van deel 3 en deel 6.
De raadpleging van de Commissie voor Verzekeringen
is niet vereist voor de door de Koning met toepassing
van artikel 4, § 4, en artikel 268, § 1, 8°, te bepalen
regels.
§ 2. De Commissie voor Verzekeringen is tevens
bevoegd om adviezen uit te brengen over de wijzigingen
aan de uitvoeringsbesluiten vastgesteld op grond van
artikel 212, § 1, alsmede over de eventuele opheffing,
dan wel de vervanging van deze uitvoeringsbesluiten.
TITEL III
Wijzigingsbepalingen
Wijzigingen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle van de verzekeringsondernemingen
Art. 323
In artikel 21 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de
controle van de verzekeringsondernemingen worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De Bank bepaalt de gegevens die de verzeke-
ringsondernemingen dienen te verstrekken opdat zou
kunnen worden nagegaan of de wettelijke en reglemen-
taire bepalingen waaraan zij zijn onderworpen en die tot
de bevoegdheden van de Bank behoren, zijn nageleefd.
De Bank bepaalt voor deze gegevens tevens de rap-
porteringsfrequentie en -modaliteiten.”
2° paragraaf 1bis, derde lid, wordt vervangen als
volgt:
“Op eenvoudig verzoek van de Bank zijn de onder-
nemingen bedoeld in artikel 2, § 1 ertoe gehouden
alle inlichtingen te verstrekken en alle documenten in
te leveren die de Bank nodig heeft ter uitvoering van
haar taken.”
3° paragraaf 1bis, vierde lid, wordt vervangen als
volgt:
184
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
“La Banque peut, au siège des entreprises ou de leurs
succursales, agences et bureaux en Belgique, prendre
connaissance de tous livres, pièces comptables, pros-
pectus et autres documents, ainsi que procéder à toutes
investigations relatives à la situation fi nancière et aux
activités de ces entreprises.”;
4° le paragraphe 1erbis, alinéa 5, est remplacé par
ce qui suit:
“La Banque peuvent procéder auprès des succur-
sales des entreprises belges établies dans un autre État
membre, moyennant l’information préalable des autori-
tés compétentes de cet État, aux inspections visées à
l’alinéa 4. Elle peut, de même, demander aux autorités
compétentes de l’État membre de la succursale, de
procéder pour son compte à ces inspections”.
5° le paragraphe 1erbis, alinéa 6, est remplacé par
ce qui suit:
“Les agents, courtiers ou intermédiaires d’assurances
sont tenus de fournir, sur simple demande, à la Banque,
pour ce qui est de son domaine de compétence, tous
renseignements concernant les contrats d’assurance
qu’ils détiennent.”;
6° le paragraphe 1erbis, alinéa 7, est remplacé par
ce qui suit:
“La Banque peut, pour l’exécution des alinéas pré-
cédents, déléguer des membres de son personnel ou
des experts indépendants mandatés à cet effet, qui lui
font rapport.”;
7° au paragraphe 1erter, alinéa 1er, les mots “la Banque
et la FSMA, chacune dans son domaine de compétence,
peuvent”, sont remplacés par les mots “la Banque peut”;
8° au paragraphe 1erter, alinéa 1er, troisième tiret, les
mots “La Banque et la FSMA peuvent” sont remplacés
par les mots “La Banque peut”;
9° au paragraphe 1erter, dernier alinéa, les mots “ainsi
que du respect par cette entreprise des engagements
qu’elle a contractés à l’égard des assurés ou bénéfi -
ciaires des contrats d’assurance” sont supprimés.
Art. 324
A l’article 21octies de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
“De Bank kan in de zetel van de ondernemingen of
van hun fi lialen, agentschappen en kantoren in België,
inzage nemen van alle boeken, boekingsstukken,
prospectussen en andere bescheiden, en ook alle on-
derzoekingen doen naar de fi nanciële toestand en de
bedrijvigheid van die ondernemingen.”
4° paragraaf 1bis, vijfde lid, wordt vervangen als
volgt:
“De Bank kan bij de bijkantoren van Belgische on-
dernemingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd,
na voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde au-
toriteiten van die lidstaat, de in het vierde lid bedoelde
inspecties verrichten. Evenzo kan zij de bevoegde au-
toriteiten van de lidstaat van het bijkantoor verzoeken
voor haar rekening die inspecties te verrichten”.
5° paragraaf 1bis, zesde lid, wordt vervangen als
volgt:
“De agenten, makelaars of tussenpersonen inzake
verzekeringen zijn, op eenvoudig verzoek, gehouden tot
het verstrekken aan de Bank, voor wat haar bevoegd-
heden betreft, van alle inlichtingen betreffende de ver-
zekeringscontracten die zij in hun bezit hebben.”
6° paragraaf 1bis, zevende lid, wordt vervangen als
volgt:
“De Bank kan voor de uitvoering van de voorgaande
leden personeelsleden of zelfstandige hiertoe gemach-
tigde deskundigen delegeren, die haar verslag uitbren-
gen.”
7° in paragraaf 1ter, eerste lid, worden de woor-
den “kunnen de Bank en de FSMA, ieder voor wat
zijn bevoegdheden betreft”, vervangen door: “kan de
Bank”.
8° in paragraaf 1ter, eerste lid, derde streepje worden
de woorden “De Bank en de FSMA kunnen” door “De
Bank kan”.
9° in paragraaf 1ter, laatste lid, van de wet van 9 juli
1975 worden de woorden “alsmede van de nakoming
van de verplichtingen die ze jegens de verzekerden of
begunstigden van verzekeringscontracten heeft aange-
gaan” geschrapt.
Art. 324
In artikel 21octies van dezelfde wet worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
185
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“1er. La Banque exige le retrait ou la réformation des
documents à caractère contractuel ou publicitaire dont
elle constate qu’ils ne sont pas conformes aux disposi-
tions prévues par ou en vertu de la loi. Elle en informe
la FSMA.”;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots “l’article
138bis – 4, §§ 2 et 3, de la loi du 25 juin 1992 sur le
contrat d’assurance terrestre” sont remplacés par les
mots “l’article 204, §§ 2 et 3, de la loi du … relative aux
assurances et les mots “l’article 138bis – 2, de la loi du
25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre” sont
remplacés par les mots “l’article 202 de la loi du …
relative aux assurances.
Art. 325
A l’article 22 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “et à la
FSMA” sont supprimés;
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “La Banque
et la FSMA peuvent” sont remplacés par les mots “La
Banque peut” et les mots “qu’elles formulent” sont
remplacés par les mots “qu’elle formule”;
3° au paragraphe 1er, alinéa 4, les mots “la FSMA et
la Banque ont déclaré” sont remplacés par les mots “la
Banque a déclaré”;
4° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots “et à la FSMA”
sont supprimés;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots “ou la FSMA,
chacune dans son domaine de compétence,” sont
supprimés.
Art. 326
L’article 28 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 28. Lorsque les autorités compétentes d’un autre
État membre dans lequel une entreprise d’assurances
de droit belge a établi une succursale ou effectue des
activités en libre prestation de services, avertissent la
Banque que cette entreprise a enfreint des dispositions
légales, réglementaires ou administratives applicables
dans cet État membre, au respect desquelles ces auto-
rités sont chargées de veiller et qui en Belgique relèvent
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De Bank eist de intrekking of omvorming van
de documenten met contractueel of publicitair karakter
waarvan zij vaststelt dat zij met de door of krachtens
de wet gestelde bepalingen niet overeenstemmen. De
Bank stelt de FSMA hiervan in kennis.”
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden
“artikel 138bis – 4, §§ 2 en 3, van de wet van 25 juni
1992 op de landverzekeringsovereenkomst” vervangen
door “artikel 204, §§ 2 en 3, van de wet van … betref-
fende de verzekeringen en worden de woorden “artikel
138bis – 2 van de wet van 25 juni 1992 op de landverze-
keringsovereenkomst” vervangen door “artikel 202 van
de wet van … betreffende de verzekeringen.
Art. 325
In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “en
de FSMA” geschrapt;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “De
Bank en de FSMA kunnen” vervangen door “De Bank
kan”;
3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden “de
FSMA en de Bank verklaard hebben” vervangen door
“de Bank verklaard heeft”;
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden “en
de FSMA” geschrapt;
5°
in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden
“of de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft”
geschrapt.
Art. 326
Artikel 28 van dezelfde wet wordt vervangen als
volgt:
“Art. 28. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een
andere lidstaat waar een verzekeringsonderneming
naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of
er werkzaamheden uitoefent in vrije dienstverrichting,
de Bank ervan in kennis stellen dat die onderneming
de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke be-
palingen die deze lidstaat heeft vastgesteld en waarop
genoemde autoriteiten toezien en die in België tot de
186
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
du domaine de compétence de la Banque, la Banque
prend, dans les plus brefs délais, les mesures les plus
appropriées parmi celles prévues aux articles 26 et 27
pour que l’entreprise concernée mette fi n à cette situa-
tion irrégulière. Elle en avise les autorités précitées.”.
Art. 327
L’article 69 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 69. Sur demande de la Banque, les entreprises
d’assurances doivent soumettre tous renseignements
et fournir tous documents en vue du contrôle du respect
des dispositions légales et réglementaires d’intérêt
général qui sont d’application en Belgique aux entre-
prises d’assurances et à leurs activités et qui relèvent
du domaine de compétence de la Banque. Les rensei-
gnements et pièces visés dans cet alinéa doivent être
rédigés dans la langue imposée par la loi ou le décret.
Dans le même but, la Banque peut procéder à des
inspections sur place dans la succursale belge ou
prendre copie de toute information en possession de
l’entreprise d’assurances, après en avoir informé les
autorités compétentes de l’État membre d’origine.
Dans le même but, les agents, courtiers ou intermé-
diaires d’assurance sont tenus de fournir à la Banque,
sur simple demande, tous renseignements concernant
les contrats d’assurance relatifs à des risques situés en
Belgique, qu’ils détiennent.
La Banque peut, pour l’exécution des trois alinéas
précédents, déléguer des membres de son personnel
ou des experts indépendants mandatés à cet effet, qui
lui font rapport.”.
Art. 328
A l’article 71 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. Lorsqu’une entreprise d’assurances ne se
conforme pas aux dispositions législatives et régle-
mentaires applicables en Belgique dans le domaine
de compétence de la Banque, celle-ci met l’entreprise
bevoegdheidssfeer van de Bank behoren, heeft over-
treden, neemt de Bank zo spoedig mogelijk de meest
passende maatregelen onder deze bedoeld in de arti-
kelen 26 en 27 opdat de betrokken onderneming een
einde maakt aan die onregelmatigheden. Zij brengt dit
ter kennis van de voornoemde autoriteiten.”
Art. 327
Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen als
volgt:
“Art. 69. Op verzoek van de Bank zijn de verzeke-
ringsondernemingen ertoe gehouden alle inlichtingen
te verstrekken en alle documenten over te leggen met
het oog op het toezicht op de naleving van de wet-
telijke en reglementaire bepalingen van algemeen
belang die in België van toepassing zijn op de verze-
keringsondernemingen en hun activiteiten en die tot de
bevoegdheidssfeer van de Bank behoren. De in dit lid
bedoelde inlichtingen en bescheiden dienen minstens
in de taal te worden gesteld die bij wet of decreet wordt
opgelegd.
Met hetzelfde doel kan de Bank in het Belgisch bijkan-
toor inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen
en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van
de verzekeringsonderneming, na voorafgaande kennis-
geving aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat
van herkomst.
Met hetzelfde doel zijn de agenten, makelaars of
tussenpersonen inzake verzekeringen gehouden tot
het verstrekken aan de Bank, op eenvoudig verzoek,
van alle inlichtingen over verzekeringsovereenkomsten
betreffende risico’s gelegen in België, die zij in hun bezit
hebben.
De Bank kan voor de uitvoering van de drie voor-
gaande leden naast personeelsleden ook zelfstandige
hiertoe gemachtigde deskundigen delegeren, die haar
verslag uitbrengen.”
Art. 328
In artikel 71 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. Wanneer de Bank vaststelt dat een verzeke-
ringsonderneming zich niet conformeert aan de in
België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen
die tot haar bevoegdheidssfeer behoort, maant zij de
187
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’assurances en demeure de remédier, dans le délai
qu’elle détermine, à la situation constatée.
La Banque informe la FSMA de son intention de faire
application de l’alinéa précédent.
Si, au terme du délai susvisé, il n’a pas été remédié
à la situation, la Banque en informe les autorités com-
pétentes de l’État membre d’origine concerné.
En cas de persistance des manquements, la Banque
peut, après en avoir informé les autorités compétentes
de l’État membre d’origine, prendre les mesures
appropriées pour prévenir de nouvelles irrégularités. La
Banque peut notamment, si les circonstances l’exigent,
interdire à cette entreprise d’assurances de continuer à
conclure des contrats d’assurance relatifs à des risques
situés en Belgique. La Banque peut faire procéder, aux
frais de l’entreprise d’assurances, à la publication de la
mesure d’interdiction dans les journaux et publications
de son choix ou dans les lieux et pendant la durée
qu’elle détermine.
L’article 26, § 2bis, est applicable.
La Banque informe la FSMA des mesures qu’elle a
prises en application des alinéas précédents.”;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
“§ 2. Sans préjudice de l’application du § 1er, la
Banque peut, en cas d’urgence, prendre des mesures
appropriées pour prévenir les infractions aux règles qui
sont applicables aux entreprises d’assurances et qui
relèvent de son domaine de compétence. La Banque
peut notamment empêcher les entreprises d’assurances
de continuer à conclure de nouveaux contrats relatifs à
des risques belges. Elle peut faire procéder, aux frais
de l’entreprise d’assurances, à la publication de la
mesure d’interdiction dans les journaux et publications
de son choix ou dans les lieux et pendant la durée
qu’elle détermine.
La Banque informe immédiatement la FSMA et les
autorités compétentes de l’État membre d’origine des
mesures qu’elle a prises.”
3° au paragraphe 4, les mots “La FSMA et la Banque
peuvent” sont remplacés par les mots “La Banque peut”.
verzekeringsonderneming aan om, binnen de termijn
die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhel-
pen.
De Bank stelt de FSMA in kennis van haar voornemen
toepassing te maken van het vorige lid.
Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen,
stelt de Bank de bevoegde autoriteiten van de lidstaat
van herkomst hiervan in kennis.
Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan
de Bank, na de bevoegde autoriteiten van de Lid-
Staat van herkomst daarvan op de hoogte te hebben
gebracht, passende maatregelen nemen om verdere
onregelmatigheden te voorkomen. Met name kan de
Bank, voor zover de omstandigheden het vereisen, de
verzekeringsonderneming verbieden om nog verdere
verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband
houden met in België gelegen risico’s. De Bank kan op
kosten van de verzekeringsonderneming tot publicatie
van de verbodsbepalingen overgaan in de kranten en
tijdschriften van haar keuze of op plaatsen en voor de
duur die zij bepaalt.
Artikel 26, § 2bis, is van toepassing.
De Bank stelt de FSMA in kennis van de maatregelen
getroffen met toepassing van de vorige leden.”
2°
paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
“§ 2. Onverminderd de toepassing van de § 1, kan
de Bank in dringende gevallen passende maatregelen
treffen om inbreuken te voorkomen op de regels die
van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen
en die tot haar bevoegdheidssfeer behoren. Met name
kan de Bank de verzekeringsondernemingen onder
meer beletten nieuwe verzekeringsovereenkomsten met
betrekking tot Belgische risico’s te sluiten. Zij kan op
kosten van de verzekeringsonderneming tot publicatie
van de verbodsbepalingen overgaan in de kranten en
tijdschriften van haar keuze of op plaatsen en voor de
duur die zij bepaalt.
De Bank brengt de FSMA en de bevoegde autoriteiten
van de Lid-Staat van herkomst onmiddellijk op de hoogte
van de genomen maatregelen.”
3° in paragraaf 4 worden de woorden “De FSMA en de
Bank kunnen” vervangen door “De Bank kan”.
188
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Art. 329
A l’article 73/3 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, la phrase “La Banque et la FSMA
peuvent faire publier un avis au Moniteur belge et dans
deux quotidiens ou périodiques à diffusion régionale.”
est remplacée par la phrase “L’article 298 … relative
aux assurances est applicable.”;
2° l’alinéa 2 est abrogé.
Art. 330
A l’article 73/4 de la même loi, les mots “et la FSMA
peuvent” sont remplacés par le mot “peut”.
Art. 331
A l’article 81 de la même loi, les mots “ou la FSMA,
selon le cas,” sont supprimés.
Art. 332
A l’article 82, § 1er, de la même loi, les mots “la FSMA
ou” et les mots “, selon le cas, de la FSMA ou” sont
supprimés.
Modifi cations de la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers
Art. 333
A l’article 30ter, § 3, de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers, inséré par la loi du 30 juillet 2013, il est inséré
un 3°/1 rédigé comme suit:
“3°/1 pour autant que le Roi ait fait usage de l’habi-
litation prévue au paragraphe 1er, alinéa 2, 4°, en ce
qui concerne les intermédiaires d’assurances et de
réassurance, l’article 273, § 3, de la loi du … relative
aux assurances;”.
Art. 329
In artikel 73/3 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zin “De Bank en de FSMA
kunnen een bericht laten publiceren in het Belgisch
Staatsblad en in twee dagbladen of periodieke uitgaven
met regionale spreiding” vervangen door de zin “Artikel
298 van de wet … betreffende de verzekeringen is van
toepassing.”;
2° het tweede lid wordt geschrapt.
Art. 330
In artikel 73/4 van dezelfde wet worden de woor-
den “en de FSMA kunnen” vervangen door het woord
“kan”.
Art. 331
In artikel 81 van dezelfde wet worden de woorden “of
de FSMA, al naargelang het geval” geschrapt.
Art. 332
In artikel 82, § 1, van dezelfde wet, worden de woor-
den “de FSMA of” en de woorden “al naargelang het
geval, van de FSMA of” geschrapt.
Wijzigingen aan de wet 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de fi nanciële sector
en de fi nanciële diensten
Art. 333
In artikel 30ter, § 3 van de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en
de fi nanciële diensten, ingevoegd door de wet van
30 juli 2013, wordt een bepaling 3°/1 ingevoegd, lui-
dende:
“3°/1 voorzover de Koning gebruik heeft gemaakt van
de machtiging voorzien in paragraaf 1, tweede lid, 4°,
wat betreft de verzekerings- en de herverzekeringstus-
senpersonen, artikel 273, § 3 van de wet van … betref-
fende de verzekeringen;”.
189
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Art. 334
L’article 36, § 1er, de la même loi, modifi é par l’arrêté
royal du 3 mars 2011 et la loi du 30 juillet 2013, est
complété par un alinéa rédigé comme suit:
“La FSMA peut en outre enjoindre à la personne à
laquelle elle adresse une injonction en application de
l’alinéa 1er de suspendre la commercialisation ou cer-
taines formes de commercialisation du produit fi nancier
concerné sur le territoire belge aussi longtemps que les
dispositions légales ou réglementaires en question ne
sont pas respectées. L’injonction de suspension de la
commercialisation peut s’étendre à la commercialisation
via l’ensemble ou une partie des personnes auxquelles
la personne à laquelle l’injonction de la FSMA est adres-
sée, fait appel en vue de la commercialisation. La per-
sonne à laquelle l’injonction est adressée, a l’obligation
de communiquer immédiatement cette suspension de
la commercialisation à toutes les personnes auxquelles
elle fait appel en vue de la commercialisation du produit
fi nancier en question sur le territoire belge et auxquelles
la suspension de la commercialisation s’étend. Dans
l’intérêt des utilisateurs de produits et services fi nan-
ciers, la FSMA peut rendre cette décision publique. La
suspension de la commercialisation est levée par la
FSMA lorsqu’il est établi que les dispositions légales ou
réglementaires concernées sont désormais respectées.”
Art. 335
A l’article 36bis, § 2, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les
mots “certains instruments fi nanciers, produits d’inves-
tissement ou produits d’assurance” sont remplacés par
les mots “certaines catégories de produits fi nanciers”.
Art. 336
A l’article 45, § 1er, de la même loi, remplacé par
l’arrêté royal du 3 mars 2011 et modifi é par les lois des
13 novembre 2011 et 30 juillet 2013, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, 2°, e, les mots “la loi du 27 mars 1995
relative à l’intermédiation en assurances et en réassu-
rances et à la distribution d’assurances” sont remplacés
par les mots “la loi du … relative aux assurances”;
2° à l’alinéa 1er, 3°, le c. est remplacé par ce qui suit:
“c. la loi du … relative aux assurances, ainsi que ses
arrêtés et règlements d’exécution;”;
Art. 334
Artikel 36, § 1 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011 en de wet van 30 juli
2013, wordt aangevuld met een lid, luidende:
“De FSMA kan de persoon aan wie zij een bevel richt
met toepassing van het eerste lid bovendien bevelen
om de commercialisering of bepaalde vormen van de
commercialisering van het betrokken fi nancieel product
op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de
betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn
nageleefd. Het bevel tot opschorting van de commerci-
alisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering
via alle of een deel van de personen op wie de persoon,
aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor
de commercialisering. De persoon aan wie het bevel is
gericht moet deze opschorting van de commercialisering
onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een
beroep doet voor de commercialisering van het betrok-
ken fi nancieel product op het Belgisch grondgebied en
tot wie de opschorting van de commercialisering zich
uitstrekt. In het belang van de afnemers van fi nanciële
producten en diensten kan de FSMA deze beslissing
openbaar maken. De opschorting van de commercialise-
ring wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat
dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen
zijn nageleefd.”
Art. 335
In artikel 36bis, § 2, eerste lid, 1°, van dezelfde wet
worden de woorden “bepaalde fi nanciële instrumenten,
beleggingsproducten of verzekeringsproducten” ver-
vangen door de woorden “bepaalde categorieën van
fi nanciële producten”.
Art. 336
In artikel 45, § 1 van dezelfde wet, vervangen bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011 en gewijzigd bij de
wetten van 13 november 2011 en 30 juli 2013, worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1°
in het eerste lid, 2°, e. worden de woorden “de
wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van ver-
zekeringen” vervangen door de woorden “de wet van
… betreffende de verzekeringen”;
2°
het eerste lid, 3°, c. wordt vervangen als
volgt:
“c. de wet van … betreffende de verzekeringen en
haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen;”;
190
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
3° à l’alinéa 1er, 3°, le e. est abrogé;
4° l’alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
“Par dérogation à l’alinéa 1er, le contrôle du respect
des règles visées à l’alinéa 1er, 3°, et au § 2, par les
sociétés mutualistes visées aux articles 43bis, § 5, et
70, §§ 6, 7 et 8, de la loi du 6 août 1990 relative aux
mutualités et aux unions nationales de mutualités relève
des compétences de l’Office de contrôle des mutualités
et des unions nationales de mutualités.”.
Modifi cations de la loi du 16 juin 2006 relative aux
offres publiques d’instruments de placement et
aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés
Art. 337
L’article 4, § 1er, de la loi du 16 juin 2006 relative aux
offres publiques d’instruments de placement et aux
admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés est complété par un 3°bis
rédigé comme suit:
“3°bis les droits qui permettent d’effectuer un inves-
tissement de type fi nancier et qui portent directement
ou indirectement sur un ou plusieurs biens meubles ou
sur une exploitation agricole, organisés en association,
indivision ou groupement de droit ou de fait, et dont la
gestion, organisée collectivement, est confi ée à une ou
plusieurs personnes agissant à titre professionnel, sauf
si ces droits comprennent une livraison inconditionnelle,
irrévocable et intégrale des biens en nature;
Le Roi peut, par arrêté royal pris sur avis de la FSMA,
étendre ou restreindre les types de biens visés à l’ali-
néa 1er”.
Modifi cations de la loi du 31 juillet 2009 modifi ant
la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la
distribution d’assurances et de la loi du 22 mars
2006 relative à l’intermédiation en services
bancaires et en services d’investissement et à la
distribution d’instruments fi nanciers
Art. 338
A l’article 3 de la loi du 31 juillet 2009 modifi ant la loi du
27 mars 1995 relative à l’intermédiation en assurances
3°
het eerste lid, 3°, e. wordt opgeheven;
4°
het derde lid wordt vervangen als volgt:
“In afwijking van het eerste lid, behoort het toezicht op
de naleving van de regels bedoeld in het eerste lid, 3°,
en § 2, door de maatschappijen van onderlinge bijstand
bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, § § 6, 7 en 8,
van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de zieken-
fondsen en de landsbonden van ziekenfondsen tot de
bevoegdheid van de Controledienst voor de ziekenfond-
sen en de landsbonden van ziekenfondsen.”
Wijzigingen aan de wet van 16 juni 2006 op de
openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten
en de toelating van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt
Art. 337
Artikel 4, § 1, van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande-
ling op een gereglementeerde markt wordt aangevuld
met een 3°bis luidende:
“3°bis rechten die het mogelijk maken een fi nanciële
belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrecht-
streeks betrekking hebben op een of meer roerende
goederen of op een agrarische exploitatie, die zijn
ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging,
onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief
beheer wordt opgedragen aan één of meer personen
die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten
voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en
volledige levering in natura van de goederen;
De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na
advies van de FSMA, de soorten goederen beoogd in
het eerste lid, uitbreiden of beperken”.
Wijzigingen aan de wet van 31 juli 2009
tot wijziging van de wet van 27 maart
1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie
van verzekeringen en van de wet van 22 maart
2006 betreffende de bemiddeling in bank- en
beleggingsdiensten en de distributie van
fi nanciële instrumenten
Art. 338
In artikel 3 van de wet van 31 juli 2009 tot wijzi-
ging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de
191
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
et en réassurances et à la distribution d’assurances et
de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en
services bancaires et en services d’investissement et à
la distribution d’instruments fi nanciers, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° le a) est abrogé;
2° le b) est abrogé;
3° le d) est abrogé;
4° le e) est abrogé.
Art. 339
L’article 7 de la même loi est abrogé.
Art. 340
Le chapitre 4 de la même loi est abrogé.
Modifi cations de la loi du 21 janvier 2010
modifi ant la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre en ce qui concerne
les assurances du solde restant dû pour les
personnes présentant un risque de santé accru
Art. 341
L’article 2 de la loi du 21 janvier 2010 modifi ant la
loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre
en ce qui concerne les assurances du solde restant
dû pour les personnes présentant un risque de santé
accru est abrogé.
Art. 342
Les articles 4 à 17 de la même loi sont abrogés.
Art. 343
A l’article 18 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° l’alinéa 1er est abrogé;
2° à l’alinéa 2, le mot “Toutefois,” est supprimé.
verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en
de distributie van verzekeringen en van de wet van
22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en
beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële
instrumenten worden de volgende wijzigingen aange-
bracht:
1° de bepaling onder punt a) wordt opgeheven;
2° de bepaling onder punt b) wordt opgeheven;
3° de bepaling onder punt d) wordt opgeheven;
4° de bepaling onder punt e) wordt opgeheven;
Art. 339
Artikel 7 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 340
Hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt opgehe-
ven.
Wijzigingen van de wet van 21 januari 2010
tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op
de landverzekeringsovereenkomst wat de
schuldsaldoverzekeringen voor personen met een
verhoogd gezondheidsrisico betreft
Art. 341
Artikel 2 van de wet van 21 januari 2010 tot wijziging
van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings-
overeenkomst wat de schuldsaldoverzekeringen voor
personen met een verhoogd gezondheidsrisico betreft
wordt opgeheven.
Art. 342
De artikelen 4 tot en met 17 van dezelfde wet worden
opgeheven.
Art. 343
In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid wordt het woord “echter” ge-
schrapt.
192
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Modifi cations de la loi du … relative
aux assurances
Art. 344
A l’article 4, § 1er, alinéa 2, de la loi du … relative
aux assurances, le mot “et” est supprimé et les mots
“270bis” sont insérés entre les mots “dernier alinéa,” et
les mots “, ainsi qu’aux”.
Art. 345
A l’article 270 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° au paragraphe 4, alinéa 1er, le 2° est remplacé par
ce qui suit:
“2° les porteurs d’un certifi cat de l’enseignement
secondaire supérieur qui auront réussi un examen
organisé par ou en vertu d’un décret, par une organi-
sation professionnelle représentative, une entreprise
d’assurances ou de réassurance, un intermédiaire
d’assurances ou de réassurance ou un établissement
de crédit, et destiné à vérifi er la possession desdites
connaissances professionnelles. L’examen visé à la
présente disposition doit être agrée par la FSMA. La
FSMA peut, par voie de règlement, préciser les règles
auxquelles doivent répondre les examens qui sont
organisés. L’intéressé doit également justifi er d’une
expérience pratique dont la durée sera fi xée par le Roi
mais ne pourra excéder deux années. Pour les inter-
médiaires de réassurance, la durée de l’expérience
pratique est fi xée à cinq ans.”;
2° au paragraphe 4, l’alinéa 3 est remplacé par ce
qui suit:
“Les entreprises d’assurances et de réassurance,
les organisations professionnelles, les intermédiaires
d’assurances ou de réassurance et les établissements
de crédit communiquent à la FSMA le contenu et les
modalités de l’examen qu’ils organisent conformément
à l’alinéa 1er, 2°. La FSMA vérifi e si les examens qui
sont organisés répondent aux exigences requises en
vertu du présent article. Elle peut, si nécessaire, retirer
son agrément.”;
3° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit:
“§ 6. Les entreprises d’assurances et, le cas échéant,
les intermédiaires d’assurances et de réassurance,
répondent de la connaissance de base suffisante fi xée
au paragraphe 2 des personnes visées à l’article 259,
Wijzigingen van de wet van … betreffende de
verzekeringen
Art. 344
In artikel 4, § 1, tweede lid, van de wet van … betref-
fende de verzekeringen wordt het woord “en” geschrapt
en worden tussen de woorden “laatste lid,” en “van
toepassing”, de woorden “270bis” ingevoegd.
Art. 345
Artikel 270 van dezelfde wet wordt gewijzigd als
volgt:
1° in paragraaf 4, eerste lid , wordt de bepaling onder
2° vervangen als volgt:
“2° de houders van een getuigschrift van hoger mid-
delbaar onderwijs die zijn geslaagd voor een examen
dat, door of krachtens een decreet, wordt georganiseerd
door een representatieve beroepsorganisatie, een
verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een
verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon of een
kredietinstelling, en dat bedoeld is om te controleren
of de betrokkenen over de vermelde beroepskennis
beschikken. Het hier bedoelde examen dient door de
FSMA te worden erkend. De FSMA kan, bij reglement,
de nadere regels vaststellen waaraan de georgani-
seerde examens moeten voldoen. De betrokkene dient
ook een praktische ervaring aan te tonen waarvan de
duur door de Koning wordt bepaald, maar die niet meer
mag bedragen dan twee jaar. Voor herverzekeringstus-
senpersonen wordt de duur van de praktische ervaring
vastgesteld op vijf jaar.”;
2° in paragraaf 4, wordt het derde lid vervangen als
volgt:
“De verzekerings- en herverzekeringsondernemin-
gen, de beroepsorganisaties, de verzekerings- of her-
verzekeringstussenpersonen en de kredietinstellingen
stellen de FSMA in kennis van de inhoud en de moda-
liteiten van het examen dat zij organiseren conform het
eerste lid, 2°. De FSMA controleert of de georganiseerde
examens voldoen aan de in dit artikel gestelde eisen. Zo
nodig, kan de FSMA de erkenning intrekken.”;
3° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt:
“§ 6. De verzekeringsondernemingen en, in voorko-
mend geval, de verzekerings- en herverzekeringstus-
senpersonen staan in voor de in paragraaf 2 bepaalde
toereikende basiskennis van de personen bedoeld in
193
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
alinéa 2, et à l’article 260, alinéa 2. La possession de
cette connaissance de base est vérifi ée par un examen
qui doit être agréé par la FSMA conformément au para-
graphe 4, alinéa 3.”;
4° au paragraphe 7, les mots “et la formation de base”
sont supprimés.
Art. 346
Dans la même loi, il est inséré un article 270bis rédigé
comme suit:
“Art. 270bis. Les entreprises d’assurances et de
réassurance, les organisations professionnelles, les
intermédiaires d’assurances ou de réassurance et les
établissements de crédit visés à l’article 270, § 4, alinéa
3, dont la FSMA a agréé le programme de formation
avant la date d’entrée en vigueur du présent article, fi xée
par le Roi, sont tenus de communiquer à la FSMA le
contenu et les modalités de l’examen qu’ils organisent
conformément à l’article 270, § 4, alinéa 1er, 2°, dans
les six mois au plus tard de la date précitée.”.
TITRE IV
Dispositions abrogatoires
Art. 347
Sont abrogés:
— l’article 3, § 3, l’article 9, § 1er, alinéa 1er, dernière
phrase, l’article 19, § 1er, l’article 19bis, l’article 19ter,
l’article 20, l’article 21, § 1erbis, alinéas 1er et 2, l’article
21octies, § 2, alinéa 3, les articles 28ter à 28decies,
l’article 41, l’article 65, l’article 76 et l’article 77 de la
loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises
d’assurances;
— la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances;
— les chapitres II, III et IV du titre I, le titre II, les cha-
pitres Ier, III, IV et V du titre III, les sections I, à l’exception
de l’article 97, II, III, IV et V du chapitre II du titre III et
la sous-section II de la section VI du chapitre II du titre
III de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance
terrestre;
artikel 259, tweede lid, en in artikel 260, tweede lid. Dat
de betrokken personen over die basiskennis beschikken,
wordt gecontroleerd aan de hand van een examen dat
door de FSMA moet worden erkend overeenkomstig
paragraaf 4, derde lid.”;
4° in paragraaf 7 worden de woorden “en basisoplei-
ding” opgeheven en wordt het woord “maken” vervangen
door het woord “maakt”.
Art. 346
In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 270bis inge-
voegd, luidende:
“Art. 270bis. De verzekerings- en herverzekeringson-
dernemingen, de beroepsorganisaties, de verzekerings-
of herverzekeringstussenpersonen en de kredietinstel-
lingen bedoeld in artikel 270, § 4, derde lid, waarvan
de FSMA het opleidingsprogramma heeft erkend vóór
de datum van inwerkingtreding van dit artikel, zoals
vastgesteld door de Koning, dienen de FSMA uiterlijk
binnen zes maanden na die datum in kennis te stel-
len van de inhoud en de modaliteiten van het examen
dat zij organiseren conform artikel 270, § 4, eerste lid,
2°.”
TITEL IV
Opheffingsbepalingen
Art. 347
Worden opgeheven:
— artikel 3, § 3, artikel 9, § 1, lid 1, laatste zin, artikel
19, § 1, artikel 19bis, artikel 19ter, artikel 20, artikel 21,
§ 1bis, lid 1 en 2, artikel 21octies, § 2 derde lid, de artike-
len 28ter tot en met 28decies, artikel 41, artikel 65, artikel
76 en artikel 77 van de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle van de verzekeringsondernemingen;
— de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzeke-
rings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie
van verzekeringen;
— hoofdstuk II, III en IV van titel I, titel II, hoofdstuk
I, III, IV en V van titel III, afdeling I, met uitzondering
van artikel 97, II, III, IV en V van hoofdstuk II van titel
III, onderafdeling II van afdeling VI van hoofdstuk II van
titel III van de wet van 25 juni 1992 op de landverzeke-
ringsovereenkomst;
194
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
— la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI,
livre Ier, du code de commerce. Des assurances en géné-
ral – De quelques assurances terrestres en particulier;
— l’article 86ter, § 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002
relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux
services fi nanciers.
TITRE V
Autres dispositions
Art. 348
§ 1er. Les dispositions légales non contraires à la
présente loi, qui font référence à des dispositions de la
loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises
d’assurances, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat
d’assurance terrestre, de la loi du 11 juin 1874 conte-
nant les titres X et XI, livre Ier, du code de commerce
et de la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances, sont présumées faire référence aux dis-
positions équivalentes de la présente loi.
§ 2. Les dispositions réglementaires qui ont été prises
en exécution des dispositions de la loi du 9 juillet 1975
relative au contrôle des entreprises d’assurances, de la
loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre,
de la loi du 11 juin 1874 contenant les titres X et XI, livre
Ier, du code de commerce et de la loi du 27 mars 1995
relative à l’intermédiation en assurances et en réassu-
rances et à la distribution d’assurances, reprises dans
la présente loi, et qui ne sont pas contraires à cette loi,
demeurent en vigueur jusqu’à leur abrogation ou leur
remplacement par des arrêtés pris en exécution de la
présente loi.
§ 3. Deux ans après l’entrée en vigueur de la présente
loi, la FSMA en évalue l’application et le fonctionnement.
Elle recueille à cet effet l’avis de la Banque, de l’OCM
et de la Commission des Assurances. La FSMA peut,
sur la base de cette évaluation, formuler des recom-
mandations à l’intention du ministre.
Art. 349
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le
Roi peut, sur avis de la FSMA, prendre les mesures
nécessaires pour assurer la transposition des disposi-
tions obligatoires résultant de traités internationaux ou
d’actes internationaux pris en vertu de ceux-ci, dans
— de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X
en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel,
Verzekering in het algemeen, Enige verzekeringen in
het bijzonder;
— artikel 86ter, § 1, 5° van de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector
en de fi nanciële diensten.
TITEL V
Andere bepalingen
Art. 348
§ 1. De wetsbepalingen die niet strijdig zijn met deze
wet, waarbij verwezen wordt naar bepalingen van de wet
van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verze-
keringsondernemingen, de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874
houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek
van Koophandel en de wet van 27 maart 1995 betref-
fende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling
en de distributie van verzekeringen worden geacht te
verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in deze
wet.
§ 2. De reglementaire bepalingen genomen in uitvoe-
ring van de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betref-
fende de controle van de verzekeringsondernemingen,
de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereen-
komst, de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en
XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel en de
wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en
herverzekeringsbemiddeling en de distributie van ver-
zekeringen die werden overgenomen in deze wet, die
niet strijdig zijn met deze wet, blijven van kracht totdat
ze worden opgeheven of vervangen door besluiten ter
uitvoering van deze wet genomen.
§ 3. Twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet
dient de FSMA de toepassing en de werking ervan te
evalueren. Zij wint hiervoor het advies in van de Bank,
de CDZ en de Commissie voor Verzekeringen. Op
grond van deze evaluatie kan de FSMA aanbevelingen
formuleren ter attentie van de minister.
Art. 349
Bij een besluit vastgelegd na overleg in de minister-
raad kan de Koning, op advies van de FSMA, de nodige
maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende
bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen
of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke
195
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
les matières réglées par les dispositions de la présente
loi. Les arrêtés pris en vertu du présent article peuvent
modifi er, compléter, remplacer ou abroger les disposi-
tions légales en vigueur.
Les arrêtés royaux visés au présent article sont abro-
gés de plein droit lorsqu’ils n’ont pas été confi rmés par la
loi dans les vingt-quatre mois qui suivent leur publication
au Moniteur belge.
Art. 350
Sont confi rmés avec effet à la date de leur entrée en
vigueur respective:
— l’arrêté royal du … 2014 relatif aux modalités
d’application au secteur des assurances des articles 27
à 28bis de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance
du secteur fi nancier et aux services fi nanciers;
— l’arrêté royal du … 2014 modifi ant la loi du 27 mars
1995 relative à l’intermédiation en assurances et en
réassurances et à la distribution d’assurances.
Art. 351 (nouveau)
Les intermédiaires d’assurances qui, en date du 30
avril 2014, sont inscrits au registre des intermédiaires
d’assurances tenu par l’OCM en vertu de l’article 5, §
3, de la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances doivent, pour conserver leur inscription,
se conformer à l’article 11, § 1er, 1°, A, f), de la même
loi, tel que modifi é par l’arrêté royal du … 2014 modi-
fi ant la loi du 27 mars 1995 relative à l’intermédiation
en assurances et en réassurances et à la distribution
d’assurances, au plus tard en date du 1er mai 2015.
TITRE VI
Entrée en vigueur
Art. 352 (ancien art. 351)
La présente loi entre en vigueur le premier jour du
mois qui suit l’expiration d’un délai de six mois prenant
cours le lendemain de sa publication au Moniteur belge,
sauf en ce qui concerne les dispositions dont la date
d’entrée en vigueur est fi xée conformément à l’article
353.
verdragen, in de materies die door de bepalingen van
deze wet zijn geregeld. De krachtens dit artikel genomen
besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen
wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
De in dit artikel bedoelde koninklijke besluiten zijn
van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn
bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de be-
kendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 350
Worden bekrachtigd met uitwerking op de datum van
hun respectieve inwerkingtreding:
— het koninklijk besluit van … 2014 over de regels
voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van
de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten op de
verzekeringssector;
— het koninklijk besluit van … 2014 tot wijziging van
de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings-
en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van
verzekeringen.
Art. 351 (nieuw)
De verzekeringstussenpersonen die op 30 april 2014
zijn ingeschreven in het register van de verzekerings-
tussenpersonen bijgehouden door de CDZ krachtens
artikel 5, § 3, van de wet van 27 maart 1995 betreffende
de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en
de distributie van verzekeringen, moeten zich, om hun
inschrijving te kunnen behouden, uiterlijk op 1 mei 2015,
conformeren aan artikel 11, § 1, 1°, A, f), van dezelfde
wet, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van … 2014
tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende
de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de
distributie van verzekeringen.
TITEL VI
Inwerkingtreding
Art. 352 (vroeger art. 351)
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de
maand na afl oop van een termijn van zes maanden te
rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van
deze wet in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering
van de bepalingen waarvan de datum van inwerkingtre-
ding wordt bepaald overeenkomstig artikel 353.
196
3361/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Par dérogation à l’alinéa 1er , les articles 334 et 335
entrent en vigueur le dixième jour qui suit celui de la
publication de la présente loi au Moniteur belge, l’article
350 entre en vigueur le lendemain de la publication de
la présente loi au Moniteur belge et l’article 351 entre
en vigueur le 30 avril 2014.
Art. 353 (ancien art. 352)
§ 1er. Le Roi fi xe, dans un délai de douze mois pre-
nant cours le jour de la publication de la présente loi
au Moniteur belge, la date d’entrée en vigueur du cha-
pitre 5 intitulé “Dispositions propres à certains contrats
d’assurance qui garantissent le remboursement du
capital d’un crédit”, qui fi gure dans la partie 4, titre IV,
ou, le cas échéant, la date d’entrée en vigueur d’un ou
de plusieurs articles dudit chapitre.
§ 2. Le Roi fi xe la date d’entrée en vigueur des articles
344, 345 et 346.
In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 334
en 335 in werking op de tiende dag na de bekendmaking
van deze wet in het Belgisch Staatsblad, treedt artikel
350 in werking op de dag volgend op de bekendmaking
van deze wet in het Belgisch Staatsblad, en treedt artikel
351 in werking op 30 april 2014.
Art. 353 (vroeger art. 352)
§ 1. De Koning bepaalt, binnen een termijn van twaalf
maanden die ingaat op de dag van de bekendmaking
van deze wet in het Belgisch Staatsblad, de datum van
inwerkingtreding van het “hoofdstuk 5 Nadere bepalin-
gen betreffende sommige verzekeringsovereenkomsten
die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet
waarborgen” in deel 4, titel IV, of desgevallend van één
of meerdere artikelen van dit hoofdstuk 5.
§ 2. De Koning bepaalt wanneer de artikelen 344,
345 en 346 in werking treden.
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale