Document 56K0272/004

🏛️ KAMER Legislatuur 56 📁 0272 Verslag 🌐 NL

Inhoud

15 april 2025 15 avril 2025 0272/004 DOC 56 0272/004 DOC 56 01452 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 56 e  Z I T T I N G S P E R I O D E 2024 2025 C H A M B R E 2e S E S S I O N D E L A 56 e  L É G I S L AT U R E Chambre des représentants de Belgique Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers Amendementen Amendements Voir: Doc 56 0272/ (S.E. 2024): 001: Proposition de loi de M. Goffin et consorts. 002: Amendements. 003: Avis du Conseil d’État. Zie: Doc 56 0272/ (B.Z. 2024): 001: Wetsvoorstel van de heer Goffin c.s. 002: Amendementen. 003: Advies van de Raad van State. tot wijziging van de artikelen 572bis en 1184 van het Gerechtelijk Wetboek, van het hoofdstuk VI, van boek IV, van het vierde deel van hetzelfde Wetboek, met betrekking tot de verdelingen en veilingen, evenals van artikel 4.101 van het Burgerlijk Wetboek WETSVOORSTEL modifiant les articles 572bis et 1184 du Code judiciaire, le chapitre VI, du livre IV, de la quatrième partie du même Code, relatif aux partages et licitations, ainsi que l’article 4.101 du Code civil PROPOSITION DE LOI 0272/004 DOC 56 2 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 56 e  Z I T T I N G S P E R I O D E 2024 2025 C H A M B R E 2e S E S S I O N D E L A 56 e  L É G I S L AT U R E N° 7 de MM. Goffin et Jadoul (sous-amendement à l’amendement n° 2) Art. 3 Dans le 1°, dans le 0°, a), proposé, remplacer les mots “par simple demande écrite déposée ou adressée au greffe.” par les mots: “par simple demande écrite déposée ou adressée au greffe. La demande contient l’identité des parties ainsi qu’un exposé des difficultés. Par pli judiciaire, le greffe notifie cette demande aux parties et les convoque, ainsi que le notaire, pour une audience en chambre du conseil.” JUSTIFICATION Le présent sous-amendement fait suite à la suggestion for- mulée par le Conseil d’État aux termes de son avis n° 77.378/2 du 6 février 2025 (DOC 0272/003). Le Conseil d’État observe, en effet, que les auteurs de la proposition entendent résoudre la question du mode de sai- sine du juge de paix par le notaire confronté à une difficulté dans le cadre d’un inventaire et prévoient, à cette fin, la mise en place d’un mode de saisine “simplifiée”. Ce mode de saisine “simplifiée” existe déjà dans le Code judiciaire, notamment en ce qui concerne la demande de remplacement du notaire-liquidateur (article 1211 du Code judiciaire), la demande de désignation d’un gestionnaire de la masse indivise (article  1212 du Code judiciaire), la demande de désignation d’un expert (article 1213, § 3, du Code judiciaire) ou encore la demande visant à obtenir du tribunal la réduction des délais légaux (article 1218, § 4, du Code judiciaire). Le Conseil d’État relève toutefois, à juste titre, qu’ “(à) la différence des hypothèses prévues ci-dessus dans les- quelles une instance est déjà introduite, la “simple demande écrite déposée ou adressée au greffe”, dans le cadre de l’article 1184 du Code judiciaire, constituerait, en l’espèce, un acte introductif d’instance.”. Nr. 7 van de heren Goffin en Jadoul (subamendement op amendement nr. 2) Art. 3 In de bepaling onder 1°, in de voorgestelde bepa- ling onder 0°, a), de woorden “bij eenvoudig schriftelijk verzoek neergelegd bij of gericht aan de griffie.” ver- vangen door de woorden: “bij eenvoudig schriftelijk verzoek neergelegd bij of gericht aan de griffie. Het verzoek bevat de identiteit van de partijen evenals een uiteenzetting van de moei- lijkheden. De griffie geeft kennis van dit verzoek bij gerechtsbrief aan de partijen en roept hen, evenals de notaris, op voor een zitting in raadkamer.” VERANTWOORDING Dit subamendement volgt op de suggestie van de Raad van State in advies nr. 77.378/2 van 6 februari 2025 (DOC 0272/003). De Raad van State merkt inderdaad op dat de auteurs van het voorstel de kwestie willen oplossen van de wijze van aanhangig maken bij de vrederechter door de notaris die met een moeilijkheid wordt geconfronteerd in het kader van een boedelbeschrijving en hiervoor de invoering van een “vereenvoudigde” procedure voorzien. Deze “vereenvoudigde” wijze van aanhangigmaking be- staat al in het Gerechtelijk Wetboek, met name wat betreft het verzoek tot vervanging van de notaris-vereffenaar (artikel 1211 van het Gerechtelijk Wetboek), het verzoek tot benoeming van een beheerder van de onverdeelde massa (artikel 1212 van het Gerechtelijk Wetboek), het verzoek tot benoeming van een deskundige (artikel 1213, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek) of het verzoek om de wettelijke termijnen door de rechtbank te laten verkorten (artikel 1218, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek). De Raad van State merkt echter terecht op dat “Anders dan in de hierboven geschetste gevallen waarin reeds een vordering ingesteld wordt, zou het “eenvoudig schriftelijk verzoek” dat in het kader van artikel 1184 van het Gerechtelijk Wetboek wordt “neergelegd bij of gericht aan de griffie”, in dit geval een akte van rechtsingang zijn.”. 3 0272/004 DOC 56 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 56 e  Z I T T I N G S P E R I O D E 2024 2025 C H A M B R E 2e S E S S I O N D E L A 56 e  L É G I S L AT U R E Le Conseil d’État estime dès lors que le texte proposé devrait être adapté au regard de cette particularité et invite le législateur à: définir le contenu de la demande simplifiée: le Conseil d’État suggère, à cet égard, de “(…) prévoir que cette demande simplifiée contient un exposé des difficultés” ainsi que “l’identité des parties”; préciser la procédure devant être observée après récep- tion, par le greffe, de la demande simplifiée: le Conseil d’État suggère, sur ce point, de “(…) prévoir, à tout le moins, une notification de la demande introduite par le notaire aux parties et la fixation d’une audience”. Le présent sous-amendement entend se conformer à ces suggestions. Il est précisé que si la disposition proposée prévoit la convocation, par le greffe, des parties et du notaire, ce dernier ne doit toutefois pas nécessairement comparaître à l’audience; le juge de paix peut, le cas échéant, apprécier la demande sur la base des explications fournies par le notaire aux termes de sa demande écrite. Philippe Goffin (MR) Pierre Jadoul (MR) De Raad van State is daarom van mening dat de voor- gestelde tekst moet worden aangepast in het licht van deze bijzonderheid en nodigt de wetgever uit om: de inhoud van het vereenvoudigde verzoek te definiëren: de Raad van State stelt in dit verband voor dat “Er dient te worden bepaald dat dit vereenvoudigde verzoek een uiteen- zetting van de moeilijkheden bevat” evenals “de identiteit van de partijen moeten vermelden.”; de procedure te specificeren die moet worden gevolgd na ontvangst van het vereenvoudigde verzoek door de griffie: de Raad van State stelt op dit punt voor dat: “(…) de wetgever op zijn minst moet voorzien dat het door de notaris ingediende verzoek ter kennis wordt gebracht van de partijen, en dat er een terechtzitting wordt vastgesteld”. Dit subamendement wil voldoen aan deze suggesties. Er wordt nader bepaald dat, indien de voorgestelde bepa- ling voorziet in de oproeping door de griffie van de partijen en de notaris, deze laatste niet noodzakelijkerwijs op de zitting hoeft te verschijnen; de vrederechter kan, in voorkomend geval, het verzoek beoordelen op basis van de uitleg die de notaris schriftelijk heeft verstrekt. 0272/004 DOC 56 4 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 56 e  Z I T T I N G S P E R I O D E 2024 2025 C H A M B R E 2e S E S S I O N D E L A 56 e  L É G I S L AT U R E  N° 8 de MM. Goffin et Jadoul (sous-amendement à l’amendement n° 2) Art. 3 Dans le 2°, dans le 1°/1 proposé, compléter l’alinéa proposé par la phrase suivante: “Lorsque l’une de ces juridictions a été saisie d’une difficulté, cette même difficulté ne peut être soumise à l’autre juridiction.” JUSTIFICATION Le présent sous-amendement fait suite à la suggestion for- mulée par le Conseil d’État aux termes de son avis n° 77.378/2 du 6 février 2025 (DOC 0272/003). En effet, aux termes de son avis précité, le Conseil d’État observe que “1. Les auteurs de la proposition entendent confirmer la compétence concurrente du juge de paix et du tribunal de la famille pour trancher les difficultés liées aux opérations d’inventaire auxquelles le notaire en charge de la liquidation serait confronté. 2. Les justifications avancées concernant l’amendement n° 2 indiquent que l’intention n’est pas de permettre que le notaire puisse saisir les deux juridic- tions de manière successive mais bien que le notaire puisse disposer d’une alternative: soit saisir le juge de paix, soit saisir le tribunal de la famille, selon la juridiction qu’il estime la plus adéquate pour solutionner le litige ou la difficulté, en manière telle que la juridiction choisie sera saisie de manière définitive.” Le Conseil d’État estime toutefois que “(c)e caractère définitif ne ressort cependant clairement ni de l’article  3 initial de la proposition ni de sa reformulation proposée par l’amendement n° 2.” Dès lors, “(d)ans un souci de sécurité juridique et afin de rencontrer adéquatement l’intention poursuivie” le Conseil d’État suggère que “le législateur (veille) à mieux faire appa- raître que, dans le cadre de l’alternative laissée au notaire, le choix que ce dernier opérera pour l’une ou l’autre juridiction aura un caractère définitif.”. Sur le fond, la suggestion du Conseil d’État est assurément opportune.  Nr. 8 van de heren Goffin en Jadoul (subamendement op amendement nr. 2) Art. 3 In de bepaling onder 2°, in de voorgestelde bepa- ling onder 1°/1, het voorgestelde lid aanvullen met de volgende zin: “Wanneer een van deze rechtsmachten met een moeilijkheid is gevat, kan diezelfde moeilijkheid niet worden voorgelegd aan de andere rechtsmacht.” VERANTWOORDING Dit subamendement volgt op de suggestie van de Raad van State in advies nr. 77.378/2 van 6 februari 2025 (DOC 0272/003). In het bovengenoemde advies merkt de Raad van State immers op dat “1. De indieners van het voorstel beogen te bevestigen dat de vrederechter en de familierechtbank een gedeelde bevoegdheid hebben om de moeilijkheden inzake de boedelbeschrijving te beslechten waarmee de notaris die met de vereffening is belast, mogelijk wordt geconfronteerd. 2. Luidens de verantwoording van amendement nr. 2 is het niet de bedoeling ervoor te zorgen dat de notaris zich achter- eenvolgens tot beide rechtsinstanties kan wenden, maar wel dat hij de keuzemogelijkheid heeft: hij kan zich, naargelang van de rechtsinstantie die hij het meest geschikt acht om het geschil te beslechten of de moeilijkheid op te lossen, ofwel tot de vrederechter ofwel tot de familierechtbank wenden, en wel zo dat de keuze van rechtsinstantie een definitieve keuze is.” De Raad van State is echter van oordeel dat “(d)at definitie- ve karakter blijkt evenwel niet duidelijk uit het oorspronkelijke artikel 3 van het voorstel, noch uit de herformulering ervan die voorgesteld wordt in amendement nr. 2.” Bijgevolg, “(t)er wille van de rechtszekerheid en om het nagestreefde doel naar behoren te bereiken, moet de wetge- ver duidelijker aangeven dat, gelet op de keuzemogelijkheid die aan de notaris wordt gelaten, de keuze die deze laatste maakt voor de ene of de andere rechtsinstantie definitief is.”. Inhoudelijk is de suggestie van de Raad van State zeker opportuun. 5 0272/004 DOC 56 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 56 e  Z I T T I N G S P E R I O D E 2024 2025 C H A M B R E 2e S E S S I O N D E L A 56 e  L É G I S L AT U R E Toutefois, afin d’éviter les difficultés d’interprétation que pourrait susciter l’usage du mot “définitif” suggéré par le Conseil d’État, le présent amendement propose d’exprimer la précision préconisée par le Conseil d’État moyennant une (autre) formulation, qui fait clairement apparaître que l’inten- tion n’est pas de permettre au notaire-liquidateur de saisir successivement les deux juridictions d’une même difficulté: une fois qu’il a saisi l’une des deux juridictions compétentes d’une difficulté déterminée, il ne peut ensuite soumettre cette même difficulté à l’autre juridiction. Philippe Goffin (MR) Pierre Jadoul (MR) Om interpretatieproblemen te voorkomen die het gebruik van het woord “definitief” zoals voorgesteld door de Raad van State zou kunnen veroorzaken, stelt dit amendement evenwel voor om de door de Raad van State aanbevolen precisering uit te drukken met een (andere) formulering, die duidelijk maakt dat het niet de bedoeling is om de notaris-vereffenaar toe te staan om achtereenvolgens beide rechtsmachten met dezelfde moeilijkheid te vatten: zodra hij één van de twee bevoegde rechtsmachten met een bepaalde moeilijkheid heeft gevat, kan hij diezelfde moeilijkheid vervolgens niet voorleggen aan de andere rechtsmacht. Centrale drukkerij - Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot