Inhoud
TEXTE ADOPTÉ EN SÉANCE PLÉNIÈRE
ET TRANSMIS AU SÉNAT
TEKST AANGENOMEN IN PLENAIRE VERGADERING
EN OVERGEZONDEN AAN DE SENAAT
Documents précédents:
Doc 53 3088/ (2013/2014):
001:
Projet de loi.
002:
Amendements.
003:
Rapport.
004: Texte corrigé par la commission.
Voir aussi:
Compte rendu intégral:
5 décembre 2013.
Voorgaande documenten:
Doc 53 3088/ (2013/2014):
001:
Wetsontwerp.
002:
Amendementen.
003:
Verslag.
004: Tekst verbeterd door de commissie.
Zie ook:
Integraal verslag:
5 december 2013.
7510
DOC 53 3088/005
DOC 53 3088/005
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
5 december 2013
5 décembre 2013
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
betreffende diverse bepalingen inzake de
financiering voor kleine en middelgrote
ondernemingen
relative à diverses dispositions concernant
le financement des petites et moyennes
entreprises
2
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 53 0000/000: Document parlementaire de la 53e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications offi cielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier cerifi é FSC
Offi ciële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi eerd papier
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
VB
:
Vlaams Belang
cdH
:
centre démocrate Humaniste
FDF
:
Fédéralistes Démocrates Francophones
LDD
:
Lijst Dedecker
MLD
:
Mouvement pour la Liberté et la Démocratie
INDEP-ONAFH
:
Indépendant-Onafhankelijk
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 53 0000/000:
Parlementair document van de 53e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
3
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article
78 de la Constitution.
CHAPITRE 1ER
Defi nitions et champ d’application
Art. 2
Pour l’application de la présente loi, sont défi nis
comme suit:
1° l’intermédiaire de crédit: une personne physique ou
morale qui n’agit pas en qualité de prêteur et qui, dans
le cadre de l’exercice de ses activités commerciales
ou professionnelles, contre une rémunération qui peut
être pécuniaire ou revêtir toute autre forme d’avantage
économique ayant fait l’objet d’un accord:
a) présente ou propose des contrats de crédit aux
entreprises;
b) assiste les entreprises en réalisant pour des
contrats de crédit des travaux préparatoires autres que
ceux visés au point a);
c) conclut des contrats de crédit avec des entreprises
pour le compte du prêteur. Est assimilé à celui-ci, la
personne qui offre ou consent des contrats de crédit,
lorsque ces contrats font l’objet d’une cession ou d’une
subrogation immédiate au profi t d’un autre prêteur
agréé, désigné dans le contrat;
2° le prêteur: toute personne physique ou morale
ou tout groupement de ces personnes qui consent un
crédit dans le cadre de ses activités commerciales ou
professionnelles, à l’exception de la personne ou de
tout groupement de personnes qui offre ou conclut un
contrat de crédit lorsque ce contrat fait l’objet d’une
cession ou d’une subrogation immédiate au profi t d’un
prêteur agréé désigné dans le contrat;
3° le contrat de crédit: tout contrat en vertu duquel
un prêteur consent ou s’engage à consentir à une
entreprise un crédit, sous la forme d’un prêt ou de
toute autre facilité similaire, à l’exception des contrats
de crédit qui tombent sous l’application de la loi du
12 juin 1991 relative au crédit à la consommation et de
la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire;
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 1
Defi nities en toepassingsgebied
Art. 2
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan
onder:
1° kredietbemiddelaar: een natuurlijke persoon of
rechtspersoon die niet optreedt als kredietgever en
die in het raam van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten
tegen een vergoeding in de vorm van geld of een ander
overeengekomen economisch voordeel:
a) aan ondernemingen kredietovereenkomsten voor-
stelt of aanbiedt;
b) ondernemingen anderszins dan onder a) bedoeld,
bijstaat bij de voorbereiding van het sluiten van kredie-
tovereenkomsten;
c) namens de kredietgever met ondernemingen
kredietovereenkomsten sluit. Wordt hiermee gelijkge-
steld de persoon die kredietovereenkomsten aanbiedt
of toestaat wanneer deze overeenkomsten het voor-
werp uitmaken van een onmiddellijke overdracht of
indeplaatsstelling ten gunste van een andere erkende
kredietgever aangewezen in de overeenkomst;
2° kredietgever: elke natuurlijke persoon, elke rechts-
persoon of elke groep van dergelijke personen, die een
krediet toestaat binnen het kader van zijn gebruikelijke
handels- of beroepsactiviteiten, met uitzondering van
de persoon of van elke groep van personen die een
kredietovereenkomst aanbiedt of sluit wanneer deze
overeenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddel-
lijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een
erkende kredietgever aangewezen in de overeenkomst;
3° de kredietovereenkomst: elke overeenkomst waar-
bij een kredietgever een krediet verleent of toezegt aan
een onderneming, in de vorm van een lening, of van
elke andere gelijkaardige regeling, met uitsluiting van
de kredietovereenkomsten die vallen onder de wet van
12 juni 1991 op het consumentenkrediet en de wet van
4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
4
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
4° l’entreprise: l’entreprise telle que visée à l’article
2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 6 avril 2010 relative aux
pratiques du marché et à la protection du consomma-
teur, ou la personne exerçant une profession libérale
telle que visée à l’article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du
2 août 2002 relative à la publicité trompeuse et à la
publicité comparative, aux clauses abusives et aux
contrats à distance en ce qui concerne les professions
libérales, laquelle répond au moment de la demande
du crédit aux critères applicables fi xés à l’article 15,
§ 1er, du Code des Sociétés.
Art. 3
La présente loi s’applique aux contrats de crédit
conclus avec une entreprise ayant son établissement
ou siège social dans l’Espace économique européen,
à condition que:
1° le prêteur exerce son activité commerciale ou
professionnelle en Belgique, ou
2° le prêteur par tout moyen, dirige cette activité vers
la Belgique ou vers plusieurs pays, dont la Belgique,
et que le contrat de crédit rentre dans le cadre de
cette activité en Belgique.
CHAPITRE 2
Devoir de rigueur
Art. 4
Le prêteur, l’intermédiaire de crédit et l’entreprise
se comportent de bonne foi et équitablement dans
leurs relations juridiques réciproques. Les informations
qu’ils fournissent doivent être correctes, claires et non
trompeuses.
CHAPITRE 3
Devoir d’information
Art. 5
Le prêteur et, le cas échéant, l’intermédiaire de cré-
dit demandent à l’entreprise sollicitant un contrat de
crédit et, le cas échéant, à la personne qui constitue
une sûreté personnelle, les renseignements pertinents
qu’ils jugent nécessaires afi n d’apprécier la faisabilité
du projet proposé pour lequel le crédit est demandé, leur
situation fi nancière et leurs capacités de remboursement
4° onderneming: de onderneming bedoeld in artikel
2, eerste lid, 1°, van de wet van 6 april 2010 betreffende
de marktpraktijken en de consumentenbescherming of
de persoon die een vrij beroep uitoefent als bedoeld
in artikel 2, eerste lid, 1°, van de wet van 2 augus-
tus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende
reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand
gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen, en
die op het ogenblik van de kredietaanvraag valt binnen
de criteria vastgesteld in artikel 15, § 1, van het Wetboek
van vennootschappen.
Art. 3
Deze wet is van toepassing op de kredietovereenkom-
sten gesloten met een onderneming die in de Europese
Economische Ruimte haar vestiging of maatschappe-
lijke zetel heeft, op voorwaarde dat:
1° de kredietgever zijn commerciële of beroepsacti-
viteiten ontplooit in België, of
2° de kredietgever dergelijke activiteiten met onge-
acht welke middelen richt op België of op verscheidene
landen, met inbegrip van België,
en de kredietovereenkomst onder die activiteiten in
België valt.
HOOFDSTUK 2
Zorgvuldigheidsplicht
Art. 4
De kredietgever, de kredietbemiddelaar en de onder-
neming gedragen zich in hun onderlinge rechtsverhou-
dingen te goeder trouw en billijk. De door hen verstrekte
informatie moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn.
HOOFDSTUK 3
Informatieplicht
Art. 5
De kredietgever, en in voorkomend geval de kre-
dietbemiddelaar, vragen aan de onderneming die om
een kredietovereenkomst verzoekt en, in voorkomend
geval, de persoon die een persoonlijke zekerheid stelt,
de pertinente informatie die zij noodzakelijk achten om
de haalbaarheid van het beoogde project waarvoor het
krediet wordt aangevraagd, hun fi nanciële toestand en
5
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
et leurs engagements fi nanciers en cours. L’entreprise
et, le cas échéant, la personne qui constitue une sûreté
personnelle sont tenues d’y répondre de manière exacte
et complète.
Art. 6
Le prêteur et, le cas échéant l’intermédiaire de crédit
recherchent, dans le cadre des contrats de crédit qu’ils
offrent habituellement ou pour lesquels ils interviennent
habituellement, le type de crédit le mieux adapté,
compte tenu de la situation fi nancière de l’entreprise
au moment de la conclusion du contrat de crédit et du
but du crédit.
Art. 7
§ 1er. Les prêteurs et, le cas échéant, les intermé-
diaires de crédit fournissent à l’entreprise, au moment
de la demande de crédit, une notice explicative adé-
quate pour lui permettre d’avoir une vue d’ensemble
des formes de crédit qui lui sont adaptées. La notice
explicative reprend en tout cas les caractéristiques
les plus importantes des formes de crédit adaptées à
l’entreprise et les implications spécifi ques qui y sont
liées pour l’entreprise. La notice explicative mentionne
également le nom et de l’adresse de l’organisme com-
pétente désignée conformément à l’article 8, alinéa 2,
2 °, de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation
en services bancaires et en services d’investissement
et à la distribution d’instruments fi nanciers.
§ 2. Il est remis à l’entreprise, au moment de l’offre de
crédit, sur simple demande et sans frais, un exemplaire
du projet de la convention de crédit.
Au projet de convention de crédit est annexé, sur le
même support, un document d’information succinct,
dont le contenu est fi xé par le code de conduite visé à
l’article 10.
§ 3. Le présent article ne s’applique pas si, au
moment de la demande, le prêteur n’est pas disposé à
conclure la convention de crédit avec l’entreprise.
hun terugbetalingsmogelijkheden en hun lopende fi nan-
ciële verbintenissen te beoordelen. De onderneming en
in voorkomend geval de steller van een persoonlijke
zekerheid zijn ertoe gehouden daarop juist en volledig
te antwoorden.
Art. 6
De kredietgever en, in voorkomend geval de krediet-
bemiddelaar zoeken voor de kredietovereenkomsten
die zij gewoonlijk aanbieden of waarvoor zij gewoonlijk
bemiddelen, het krediet dat qua soort het best is aange-
past, rekening houdend met de fi nanciële toestand van
de onderneming op het ogenblik van het sluiten van de
kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.
Art. 7
§ 1. De kredietgevers en, in voorkomend geval, de
kredietbemiddelaars verstrekken de onderneming op
het moment van de kredietaanvraag een passende
schriftelijke toelichting om deze in staat te stellen zich
een algemeen beeld te kunnen vormen van de voor
haar relevante kredietvormen. De toelichting omvat in
elk geval de belangrijkste kenmerken van de voor de
onderneming relevante kredietvormen en de specifi eke
gevolgen hieraan verbonden voor de onderneming. De
schriftelijke toelichting vermeldt eveneens de naam en
het adres van de bevoegde instantie aangewezen in
uitvoering van artikel 8, tweede lid, 2°, van de wet van
22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en
beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële
instrumenten.
§ 2. Aan de onderneming wordt op het moment van
het kredietaanbod, op verzoek en kosteloos, een exem-
plaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt.
Bij de ontwerpkredietovereenkomst wordt, op dezelf-
de drager, een summier informatiedocument gevoegd,
waarvan de inhoud wordt bepaald door de gedragscode
bedoeld in artikel 10.
§ 3. Dit artikel is niet van toepassing indien de krediet-
gever ten tijde van het verzoek niet voornemens is de
kredietovereenkomst met de onderneming aan te gaan.
6
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 4
Refus d’octroi d’un crédit
Art. 8
En cas de refus d’octroi d’un crédit, le prêteur et, le
cas échéant, l’intermédiaire de crédit informent l’entre-
prise des éléments essentiels sur lesquels ce refus est
basé ou qui ont infl uencé l’évaluation des risques, et ce,
de manière transparente et dans des termes compré-
hensibles pour l’entreprise, soit par écrit, soit oralement.
L’entreprise peut obtenir que la notifi cation verbale soit
clarifi ée par écrit. Cette disposition ne porte pas atteinte
à la liberté contractuelle du prêteur et ne crée pas de
droit au crédit pour l’entreprise.
CHAPITRE 5
Remboursement anticipé
Art. 9
§ 1er. L’entreprise a le droit de rembourser en tout
ou en partie et à tout moment le solde du capital res-
tant dû par anticipation, sans que ce droit puisse être
subordonné à l’accomplissement de conditions supplé-
mentaires, à l’exception de l’indemnité de remploi telle
que défi nie au § 2 .
Elle avise le prêteur de son intention par lettre recom-
mandée à la poste, au moins dix jours ouvrables avant
le remboursement.
§ 2. Si le crédit ne peut pas être qualifi é de prêt à
intérêt tel que visé à l’article 1907bis du Code civil,
l’indemnité de remploi, si elle a été stipulée, ne peut
excéder six mois d’intérêts, calculés sur la somme rem-
boursée et au taux fi xé dans le contrat, pour les crédits
aux entreprises dont le montant initial ne dépasse pas
1 million d’euros.
Pour les crédits aux entreprises dont le montant
dépasse 1 million d’euros, sans préjudice de l’article
1907bis du Code civil, le montant de l’indemnité de
remploi est établi contractuellement entre le prêteur et
l’entreprise, étant entendu que ce montant doit être
en conformité avec les modalités de calcul énoncées à
cet égard dans le code de conduite visé à l’article 10.
HOOFDSTUK 4
Kredietweigering
Art. 8
Ingeval een krediet wordt geweigerd stellen de
kredietgever, of in voorkomend geval de kredietbemid-
delaar, de onderneming in kennis van de belangrijkste
elementen waarop deze weigering is gebaseerd of die
de risico-inschatting hebben beïnvloed, en dit op een
transparante en in voor de onderneming verstaanbare
bewoordingen, hetzij op schriftelijke of mondelinge
wijze. De onderneming kan een schriftelijke verduidelij-
king van de mondelinge kennisgeving verkrijgen. Deze
bepaling doet geen afbreuk aan de contractuele vrijheid
van de kredietgever en roept geen recht op krediet in
het leven voor de onderneming.
HOOFDSTUK 5
Vervroegde terugbetaling
Art. 9
§ 1. De onderneming heeft te allen tijde het recht om
geheel of gedeeltelijk het verschuldigd kapitaalsaldo
vervroegd terug te betalen, zonder dat dit recht, met
uitzondering van de wederbeleggingsvergoeding als
bepaald in § 2, afhankelijk kan worden gemaakt van het
vervullen van bijkomende voorwaarden.
Hij brengt de kredietgever ten minste tien werkdagen
voor de terugbetaling bij ter post aangetekende brief van
zijn voornemen op de hoogte.
§ 2. In het geval het krediet niet gekwalifi ceerd kan
worden als een lening op interest als bedoeld in artikel
1907bis van het Burgerlijk Wetboek, bedraagt de we-
derbeleggingsvergoeding, indien deze is bedongen,
maximaal zes maanden interest, berekend over de
terugbetaalde som en naar de in de overeenkomst be-
paalde rentevoet, voor ondernemingskredieten waarvan
het oorspronkelijke kredietbedrag hoogstens 1 miljoen
euro bedraagt.
Voor ondernemingskredieten waarvan het kredietbe-
drag meer dan 1 miljoen euro bedraagt wordt, onver-
minderd artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek, de
hoogte van de wederbeleggingsvergoeding contractueel
vastgesteld tussen kredietgever en onderneming, met
dien verstande dat deze in overeenstemming moet zijn
met de berekeningsmodaliteiten hieromtrent vastgesteld
in de gedragscode als bedoeld in artikel 10.
7
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
§ 3. Aucune indemnité n’est due dans les cas sui-
vants: le remboursement anticipé en exécution d’un
contrat d’assurance destiné conventionnellement à
garantir le remboursement du crédit, le regroupement
de crédits existants chez le même prêteur, ou la modi-
fi cation non substantielle de la convention de crédit.
CHAPITRE 6
Code de conduite
Art. 10
§ 1er. Les organisations patronales représenta-
tives, visées à l’article 7 des lois coordonnées du
28 mai 1979 sur l’organisation des Classes moyennes,
qui défendent les intérêts des PME et l’organisation
représentative du secteur du crédit sont chargées d’éla-
borer de commun accord dans un délai de trois mois
suivant la publication au Moniteur belge de la présente
loi, un code de conduite, qui stipule au moins ce qui suit:
1° le contenu et la forme de la notice explicative et
du document d’information succinct tels que visés à
l’article 7, §§ 1er et 2, alinéa 2;
2° les modalités en ce qui concerne les informations
qui sont jugées nécessaires pour évaluer la situation
fi nancière et les facultés de remboursement de l’entre-
prise telles que visées à l’article 5, alinéa 1er, en par-
ticulier les documents que l’entreprise doit fournir au
prêteur pour le démontrer;
3° les modalités de calcul de l’indemnité de remploi
pour les prêts aux entreprises telle que prévue à l’article
9, § 2, alinéa 2;
4° le contenu de l’information qui doit être fournie
à l’entreprise en cas de refus d’octroi de crédit par le
prêteur, comme visée à l’article 8.
Le Roi fi xe la date d’entrée en vigueur du code de
conduite et y confère force obligatoire par arrêté royal
délibéré en Conseil des ministres.
§ 2. À défaut du code de conduite visé au § 1er dans
un délai de trois mois suivant l’entrée en vigueur de
la présente loi ou à défaut d’une ratifi cation par le Roi
telle que visée dans le paragraphe précédent, le Roi est
habilité à fi xer les modalités relatives aux dispositions
visées au § 1er, 1° à 4°, par arrêté royal délibéré en
conseil des ministres.
§ 3. Geen enkele vergoeding is verschuldigd in geval
van: vervroegde terugbetaling in uitvoering van een
verzekeringsovereenkomst die contractueel de terug-
betaling van het krediet waarborgt, de hergroepering
van bestaande kredieten bij dezelfde kredietgever of de
niet-substantiële wijziging van de kredietovereenkomst.
HOOFDSTUK 6
Gedragscode
Art. 10
§ 1. De representatieve werkgeversorganisaties,
bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van
28 mei 1979 betreffende de organisatie van de Midden-
stand, die de belangen van de KMO’s behartigen en de
representatieve organisatie van de kredietsector worden
ermee belast binnen drie maanden na de bekendmaking
in het Belgisch Staatsblad van deze wet in onderling
overleg een gedragscode uit te werken, die minstens
het volgende bepaalt:
1° de inhoud en de vorm van de toelichting en het
summier informatiedocument als bedoeld in artikel 7,
§§ 1 en 2, tweede lid;
2° de nadere regels inzake de informatie die nood-
zakelijk wordt geacht om de fi nanciële toestand en de
terugbetalingsmogelijkheden van de onderneming te
beoordelen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, in het
bijzonder de documenten die de onderneming moet
verstrekken aan de kredietgever om dit aan te tonen;
3° de berekeningsmodaliteiten van de wederbeleg-
gingsvergoeding voor de ondernemingskredieten als
bedoeld in artikel 9, § 2, tweede lid;
4° de inhoud van de informatie die moet worden ge-
leverd aan de onderneming in geval van een weigering
van een krediet door de kredietgever als bedoeld in
artikel 8.
De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van
de gedragscode en verleent hieraan bindende kracht
bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. Bij gebreke van de in § 1 bedoelde gedrags-
code binnen de drie maanden na de inwerkingtreding
van deze wet of bij gebreke aan bekrachtiging door de
Koning zoals bedoeld in de vorige paragraaf wordt de
Koning gemachtigd om de nadere regels vast te stellen
met betrekking tot de bepalingen bedoeld in § 1, 1° tot 4°,
bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
8
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 7
Sanctions civiles et clauses abusives
Art. 11
Si le prêteur, ou le cas échéant l’intermédiaire de
crédit, n’a pas respecté ou a enfreint les dispositions
visées à l’article 6, le juge peut, sans préjudice des
conséquences de droit commun, ordonner la conver-
sion sans frais du crédit en une forme de crédit dont
le type est mieux adapté, compte tenu de la situation
fi nancière de l’entreprise au moment de la conclusion
du contrat de crédit et du but du crédit.
La conversion visée à l’alinéa 1er n’est pas considérée
comme un refi nancement de la dette. Les garanties et
sûretés existantes sont maintenues.
La conversion visée à l’alinéa premier ne produit
ses effets qu’à compter de la date de la décision de la
juridiction saisie.
Art. 12
En cas de violation de l’article 9, § 2, alinéa 1er, et § 3,
l’indemnité de remploi est limitée à l’indemnité prévue
par ces dispositions.
En cas de violation de l’article 9, § 2, alinéa 2, lorsque
l’article 1907bis du Code civil n’est pas applicable, le
juge détermine en équité l’indemnité due, conformément
aux modalités de calcul énoncées à cet égard dans le
code de conduite visé à l’article 10.
Est nulle de plein droit, toute clause pénale, quelle
que soit la manière dont elle est formulée, qui attribue
au prêteur, directement ou indirectement, un montant
supplémentaire en cas de remboursement anticipé, en
plus de l’indemnité prévue à l’article 9, §§ 2 et 3.
Art. 13
Dans les contrats de crédit conclus entre un prêteur et
une entreprise, sont en tout cas abusives, les clauses et
conditions ou les combinaisons de clauses et conditions
qui ont pour objet de:
HOOFDSTUK 7
Burgerlijke sancties en onrechtmatige bedingen
Art. 11
In het geval de kredietgever, of in voorkomend ge-
val de kredietbemiddelaar, de bepalingen bedoeld in
artikel 6 niet heeft nageleefd of heeft miskend, kan de
rechter, onverminderd de gemeenrechtelijke gevolgen,
de kosteloze omzetting van het krediet bevelen naar
een kredietvorm die qua soort beter is aangepast,
rekening houdend met de fi nanciële toestand van de
onderneming op het ogenblik van het sluiten van de
kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.
De omzetting als bedoeld in het eerste lid wordt niet
beschouwd als een schuldhernieuwing. De bestaande
waarborgen en zekerheden blijven behouden.
De omzetting als bedoeld in het eerste lid heeft
slechts uitwerking vanaf de datum van de beslissing
van de geadieerde rechter.
Art. 12
In geval van een schending van artikel 9, § 2, eerste
lid, en § 3, wordt de vergoeding beperkt tot de vergoe-
ding die is voorzien in deze bepalingen.
In geval van een schending van artikel 9, § 2, tweede
lid, bepaalt de rechter, als artikel 1907bis van het Bur-
gerlijk Wetboek niet van toepassing is, ex aequo et bono
de vergoeding die verschuldigd is, overeenkomstig de
berekeningswijze die hiertoe voorzien is in de gedrags-
code bedoeld in artikel 10.
Is van rechtswege nietig, ieder schadebeding, on-
geacht de wijze van formulering, dat rechtstreeks of
onrechtstreeks een bijkomende vergoeding voor de
kredietgever vaststelt ingeval van vervroegde terugbe-
taling bovenop de vergoeding als voorzien in artikel 9,
§§ 2 en 3.
Art. 13
In de kredietovereenkomsten gesloten tussen een
kredietgever en een onderneming zijn in elk geval on-
rechtmatig, de bedingen en voorwaarden of de combi-
naties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken:
9
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
1° prévoir un engagement irrévocable de l’entreprise,
alors que l’exécution des prestations du prêteur est
soumise à une condition dont la réalisation dépend de
sa seule volonté;
2° sauf en cas d’inexécution de la part de l’entre-
prise, autoriser le prêteur à mettre fi n unilatéralement
au contrat à durée déterminée, sans dédommagement
raisonnable pour l’entreprise, hormis le cas de force
majeure;
3° sauf en cas d’inexécution de la part de l’entre-
prise, autoriser le prêteur à mettre fi n unilatéralement au
contrat à durée indéterminée sans un délai de préavis
raisonnable pour l’entreprise, hormis le cas de force
majeure;
Toute clause abusive est interdite et nulle. Le contrat
reste contraignant pour les parties s’il peut subsister
sans les clauses abusives.
CHAPITRE 8
Évaluation
Art. 14
La présente loi et le code de conduite visé à l’article
10 doivent être soumis à une évaluation tous les deux
ans.
Le Roi peut, sur proposition du ministre des Finances
et du ministre compétent pour les PME, apporter des
modifi cations à ce code de conduite, par arrêté royal
délibéré en Conseil des ministres.
Le Roi fi xe les modalités de l’évaluation visée à
l’alinéa 1er, par arrêté royal délibéré en Conseil des
ministres.
L’évaluation visée à l’alinéa 1er se fait après avis pré-
alable de la FSMA, de la Banque nationale de Belgique
et du médiateur en confl its fi nanciers OMBUDSFIN.
1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van
de onderneming terwijl de uitvoering van de prestaties
van de kredietgever onderworpen is aan een voorwaar-
de waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is
van haar wil;
2° behoudens in geval van wanprestatie vanwege de
onderneming, de kredietgever toe te staan de overeen-
komst voor bepaalde duur eenzijdig te beëindigen zon-
der redelijke schadeloosstelling voor de onderneming,
behoudens overmacht;
3° behoudens in geval van wanprestatie vanwege de
onderneming, de kredietgever toe te staan een over-
eenkomst van onbepaalde duur op te zeggen zonder
redelijke opzegtermijn voor de onderneming, behoudens
overmacht;
Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De
overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze
zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan.
HOOFDSTUK 8
Evaluatie
Art. 14
Deze wet en de gedragscode, bedoeld in artikel
10 worden aan een tweejaarlijkse evaluatie onderwor-
pen.
De Koning kan, op voordracht van de minister van
Financiën en de minister bevoegd voor de KMO’s, wij-
zigingen aanbrengen aan deze gedragscode, bij een
besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad, de modaliteiten van de eva-
luatie als bedoeld in het eerste lid.
De evaluatie als bedoeld in het eerste lid gebeurt na
voorafgaand advies van de FSMA, de Nationale Bank
van België en de ombudsman in fi nanciële geschillen
OMBUDSFIN.
10
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 9
Contrôle par la FSMA
Art. 15
La FSMA telle que visée à l’article 2, alinéa 1er, 21°,
de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du
secteur fi nancier et aux services fi nanciers veille au
respect de l’application:
1° des articles 4 à 8 et des arrêtés pris pour leur
exécution;
2° des dispositions du code de conduite et des arrêtés
visés à l’article 10, qui donnent exécution aux dispo-
sitions du § 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4° de cet article; et
3° des dispositions des alinéas 3 et 4.
Pour l’exercice de sa mission de surveillance, elle
dispose
1° à l’égard des prêteurs et des intermédiaires de
crédit des compétences visées aux articles 34, § 1er,
1°, 36 et 36bis de la loi du 2 août 2002;
2° à l’égard de toute personne physique et de toute
personne morale, des compétences visées à l’article
35, §§ 1er et 2 de la même loi.
Les prêteurs et les intermédiaires de crédit mettent
en place des politiques et des procédures adéquates et
appliquent les dispositions organisationnelles et admi-
nistratives nécessaires permettant d’assurer le respect
des dispositions prévues aux articles 4 à 8.
Ils veillent à conserver les données relatives au
processus d’octroi de crédit permettant à la FSMA
de contrôler le respect des dispositions prévues aux
articles 4 à 8.
CHAPITRE 10
Disposition transitoire et entrée en vigueur
Art. 16
La présente loi s’applique aux contrats de crédit
conclus à partir de la date de son entrée en vigueur.
HOOFDSTUK 9
Toezicht door de FSMA
Art. 15
De FSMA zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, 21°,
van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten ziet toe
op de toepassing van:
1° de artikelen 4 tot en met 8 en van de ter uitvoering
ervan genomen besluiten;
2° de bepalingen van de gedragscode en de besluiten
bedoeld in artikel 10, die uitvoering geven aan het § 1,
eerste lid, 1°, 2° en 4° van dat artikel; en
3° de bepalingen van het derde en vierde lid.
Voor de uitoefening van haar toezichtsopdracht
beschikt zij
1° ten aanzien van de kredietgevers en de krediet-
bemiddelaars, over de bevoegdheden bedoeld in de
artikelen 34, § 1, 1°, 36 en 36bis van de wet van 2 au-
gustus 2002;
2° ten aanzien van elke natuurlijke persoon en elke
rechtspersoon, over de bevoegdheden bedoeld in artikel
35, §§ 1 en 2 van dezelfde wet.
De kredietgevers en de kredietbemiddelaars leggen
passende beleidslijnen en procedures vast en treffen de
nodige organisatorische en administratieve regelingen
om de naleving van de in de artikelen 4 tot 8 voorziene
bepalingen te verzekeren.
Ze zorgen ervoor dat de gegevens in verband met
het kredietverleningsproces worden bijgehouden die
voldoende zijn om de FSMA in staat te stellen na te
gaan of de in de artikelen 4 tot 8 voorziene bepalingen
worden nageleefd.
HOOFDSTUK 10
Overgangsbepaling en inwerkingtreding
Art. 16
Deze wet is van toepassing op de kredietovereen-
komsten die worden gesloten vanaf de datum van haar
inwerkingtreding.
11
3088/005
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
La présente loi entre en vigueur dix jours après sa
publication au Moniteur belge.
Par dérogation à l’alinéa précédent, les articles 5, 6,
7, 8, et 11 entrent en vigueur à la date fi xée par le Roi et
au plus tard le premier jour du troisième mois suivant la
date de leur publication au Moniteur belge.
Deze wet treedt in werking tien dagen na de bekend-
making ervan in het Belgisch Staatsblad.
In afwijking van het vorige lid treden de artikelen 5,
6, 7, 8, en 11 in werking op de datum door de Koning
bepaald en uiterlijk de eerste dag van de derde maand
volgend op de datum van bekendmaking ervan in het
Belgisch Staatsblad.
Bruxelles, le 5 décembre 2013
Le président de la Chambre
des représentants,
La greffière de la Chambre
des représentants,
Brussel, 5 december 2013
De voorzitter van de Kamer
van volksvertegenwoordigers,
De griffier van de Kamer
van volksvertegenwoordigers,
André FLAHAUT
Emma DE PRINS
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale