Document 53K3217/004

🏛️ KAMER Legislatuur 53 📁 3217 Verslag 🌐 NL

Inhoud

TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING TEXTE ADOPTÉ PAR LA COMMISSION DES FINANCES ET DU BUDGET 7723 DOC 53 3217/004 DOC 53 3217/004 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 13 december 2013 13 décembre 2013 Documents précédents: Doc 53 3217/ (2013/2014): 001: Projet de loi. 002: Amendements. 003: Rapport. Voorgaande documenten: Doc 53 3217/ (2013/2014): 001: Wetsontwerp. 002: Amendementen. 003: Verslag. PROJET DE LOI WETSONTWERP houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyen thématiques 2 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 53 0000/000: Document parlementaire de la 53e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications offi cielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier cerifi é FSC Offi ciële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi eerd papier N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten VB : Vlaams Belang cdH : centre démocrate Humaniste FDF : Fédéralistes Démocrates Francophones LDD : Lijst Dedecker MLD : Mouvement pour la Liberté et la Démocratie INDEP-ONAFH : Indépendant-Onafhankelijk Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 53 0000/000: Parlementair document van de 53e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) 3 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 CHAPITRE 1er Disposition introductive Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’article 78 de la Constitution. CHAPITRE 2 Défi nitions et champ d’application Art. 2 Pour l’application de la présente loi, sont défi nis comme suit: 1° bons de caisse: les titres autres que de capital visés à l’article 16, § 1er, 6°, de la loi du 16 juin 2006 rela- tive aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négo- ciation sur des marchés réglementés émis de manière continue ou répétée par des établissements de crédit; 2° dépôt à terme: un dépôt de fonds à durée et taux d’intérêt préalablement fi xés; 3° contrat d’assurance: un contrat d’assurance rele- vant de la branche 21 “Assurance sur la vie, non liée à un fonds d’investissement, à l’exception des assurances de nuptialité et de natalité” telle que visée à l’annexe I de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement général relatif au contrôle des entreprises d’assurances. 4° investisseurs particuliers: investisseurs qui ne sont pas des investisseurs qualifi és au sens de l’article 10 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instru- ments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; 5° établissement de crédit: un établissement de crédit belge disposant d’un agrément conformément à l’article 7 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ou un éta- blissement de crédit qui relève d’un autre État membre de l’Espace Economique Européen et qui exerce des activités bancaires en Belgique en vertu du Titre III de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit; HOOFDSTUK 1 Inleidende bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2 Defi nities en toepassingsgebied Art. 2 Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1° kasbonnen: de effecten zonder aandelenkarak- ter als bedoeld in artikel 16, § 1, 6°, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggings- instrumenten en de toelating van beleggingsinstrumen- ten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt die doorlopend of herhaaldelijk worden uitgegeven door een kredietinstelling; 2° termijndeposito: een gelddeposito met een vooraf bepaalde looptijd en interestvoet; 3° verzekeringsovereenkomst: een verzekeringsover- eenkomst van de tak 21 “Levensverzekering niet ver- bonden met een beleggingsfonds, met uitzondering van bruidsschats- en geboorteverzekeringen” als bedoeld in bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen; 4° particuliere beleggers: beleggers die geen gekwa- lifi ceerde beleggers zijn in de zin van artikel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleg- gingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle- menteerde markt; 5° kredietinstelling: een Belgische kredietinstelling met een vergunning op grond van artikel 7 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen of een kredietinstelling die ressorteert onder een andere Lidstaat van de Euro- pese Economische Ruimte die in België werkzaam- heden verricht op grond van Titel III van de wet van 22 maart 1993 betreffende het statuut van het toezicht op de kredietinstellingen; 4 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 6° entreprise d’assurance: une entreprise d’assu- rance de droit belge ou relevant du droit d’un État non membre de l’Espace économique européen agréée sur la base de l’article 2bis de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d’assurance ou une entreprise d’assurance relevant du droit d’un autre État membre de l’Espace économique européen qui exerce ses activités en Belgique sur la base du Chapitre Vter de la loi du 9 juillet 1975 précitée; 7° bénéfi ciaire du fi nancement: une autorité, un orga- nisme public ou une entreprise, que ce soit ou non dans le cadre d’un accord de collaboration; 8° autorité: l’État et ses collectivités territoriales; 9° organisme public: les organismes et les personnes tels que visés à l’article 2, 1°, c) et d), de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services; 10° entreprise: une entreprise visée à l’article 1er de la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des entreprises, qui n’agit pas en qualité de consommateur au sens de l’article 2, 3°, de la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques de marché et à la protection des consom- mateurs, ou une association sans but lucratif, qui sont établis en Belgique ou dans un autre état membre de l’Espace Economique européen et qui disposent d’un établissement par l’intermédiaire duquel elles exercent tout ou partie de leurs activités en Belgique; 11° projet éligible: un projet ayant une fi nalité socio- économique ou sociétale, et dont les revenus sont soumis à l’impôt en Belgique; 12° fi nancement: tout contrat de crédit d’une durée minimale de sept ans, pour lequel un établissement de crédit octroie ou accorde un crédit au bénéfi ciaire du fi nancement, sous forme d’un prêt, ou de tout autre fi nancement comparable, y compris le leasing mobilier ou immobilier ou tout investissement direct ou indirect d’une durée minimale de sept ans par une entreprise d’assurances dans un bénéfi ciaire du fi nancement; 13° prêt-citoyen thématique: l’activité consistant pour un établissement de crédit à récolter des moyens de fi nancement par l’émission de bons de caisse ou l’ouverture de comptes à terme dans les conditions et selon les modalités déterminées dans cette loi et utilise ces fonds pour fi nancer des projets éligibles ou 6° verzekeringsonderneming: een verzekeringson- derneming naar Belgisch recht of een verzekeringson- derneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte met een toelating op grond van artikel 2bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekerings- ondernemingen of een verzekeringsonderneming die ressorteert onder een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte die in België werkzaamheden ver- richt op grond van Hoofdstuk Vter van de voornoemde wet van 9 juli 1975; 7° bestemmeling van de fi nanciering: een overheid, een overheidsinstelling of een onderneming, al dan niet in het kader van een samenwerkingsverband; 8° overheid: de Staat en zijn territoriale lichamen; 9° overheidsinstelling: de instellingen en personen als bedoeld in artikel 2, 1°, c) en d), van de wet van 15 juni 2006 inzake de overheidsopdrachten en be- paalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten; 10° onderneming: een onderneming bedoeld in arti- kel 1 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen, die niet handelt als consument in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumen- tenbescherming of een vereniging zonder winstoog- merk, die in België zijn gevestigd of gevestigd zij in een ander lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die in België een inrichting hebben met behulp waarvan hun activiteiten geheel of gedeeltelijk in België worden uitgeoefend; 11° geschikt project: een project met een sociaal- economisch of maatschappelijk verantwoord doel en waarvan de inkomsten in België aan belasting onder- worpen zijn; 12° fi nanciering: elke kredietovereenkomst met een duur van minstens zeven jaar, waarbij een kredietinstel- ling een krediet verleent of toezegt aan een bestemme- ling van de fi nanciering, in de vorm van een lening, of van elke andere gelijkaardige fi nanciering, inclusief de roerende of onroerende leasing of elke rechtstreekse of onrechtstreekse investering met een duur van minstens zeven jaar door een verzekeringsonderneming in een bestemmeling van de fi nanciering; 13° thematische volkslening: de activiteit waarbij een kredietinstelling fi nancieringsmiddelen aantrekt door de uitgifte van kasbonnen of de opening van termijndepo- sito’s volgens de voorwaarden en modaliteiten bepaald in deze wet en daarmee geschikte projecten fi nanciert of de activiteit waarbij een verzekeringsonderneming 5 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 l’activité par laquelle une entreprise d’assurance attire des moyens de fi nancement en offrant des contrats d’assurance selon les conditions et modalités détermi- nées dans la présente loi et avec lesquels elle fi nance des projets éligibles; 14° la BNB: la Banque nationale de Belgique telle que visée dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque nationale de Belgique; 15° la FSMA: l’Autorité des Services et Marchés Financiers telle que visée à l’article 2, alinéa 1er, 21°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers. 16° actifs suffisamment liquides et à faible risque: titres de créance émis ou garantis par les administra- tions centrales, émis par les banques centrales, les organisations internationales, les banques multilatérales de développement ou les autorités régionales ou locales des États membres, qui recevraient une pondération de risque de 0 % en application des dispositions de la troisième partie, Titre II, Chapitre II (méthode standard) du Règlement n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissement de crédit et aux entreprises d’investissement et modifi ant le Règlement européen n° 648/2012. Art. 3 La présente loi est applicable aux établissements de crédit et aux entreprises d’assurance qui offrent des prêts-citoyen thématiques sur le territoire belge. CHAPITRE 3 Modalités de la récolte de moyens de fi nancement destinés à des prêts-citoyen thématiques Section 1re Récolte de moyens de financement par des établissements de crédit Art. 4 En vue du fi nancement de projets éligibles, les éta- blissements de crédit peuvent, à partir de l’entrée en vigueur de la présente loi, faire un appel à l’épargne par l’émission de bons de caisse ou l’ouverture de dépôts à terme. fi nancieringsmiddelen aantrekt door het aanbieden van verzekeringsovereenkomsten volgens de voorwaarden en modaliteiten bepaald in deze wet en daarmee ge- schikte projecten fi nanciert; 14° de NBB: Nationale Bank van België bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België; 15° de FSMA: de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 21° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten. 16° voldoende liquide en weinig risicovolle activa: schuldinstrumenten uitgegeven of gegarandeerd door centrale overheden, uitgegeven door centrale banken, internationale organisaties, multilaterale ontwikkelings- banken of regionale of lokale overheden van lidstaten, die een risicogewicht van 0 % worden toegekend in toepassing van de bepalingen van deel drie, Titel II, Hoofdstuk II (standaardmethode) van de Verordening Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012. Art. 3 Deze wet is van toepassing op kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen die op het Belgisch grondgebied thematische volksleningen aanbieden. HOOFDSTUK 3 Wijzen van aantrekken van fi nancieringsmiddelen bestemd voor thematische volksleningen Afdeling 1 Aantrekken van financieringsmiddelen door kredietinstellingen Art. 4 Met het oog op de fi nanciering van geschikte projec- ten kunnen de kredietinstellingen, vanaf de inwerking- treding van deze wet, een beroep doen op het spaar- wezen door de uitgifte van kasbonnen of de opening van termijndeposito’s. 6 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 Par arrêté délibéré en conseil des ministres sur la proposition du ministre de l’Economie et du ministre des Finances, le Roi peut déterminer le montant maxi- mum de moyens de fi nancement qui peut être récolté par année en application de l’alinéa 1er. Ce montant maximal est réparti parmi les établissements de crédit conformément aux modalités défi nies dans l’arrêté royal du 17 juillet 2012 relatif à la couverture des frais de fonc- tionnement de la Banque Nationale de Belgique liés au contrôle des établissements fi nanciers, en exécution de l’article 12bis, § 4, de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique. Les bons de caisse visés à l’alinéa 1e répondent aux conditions suivantes: a. ils ne sont pas subordonnés, convertibles ou échangeables; b. ils ne donnent pas le droit de souscrire ou d’ac- quérir d’autres types de titres et ne sont pas liés à un instrument dérivé; c. ils matérialisent la réception de dépôts rembour- sables; d. ils ont une durée de 5 ans au moins et ne peuvent faire l’objet d’un remboursement avant l’expiration de ce délai, sauf en cas de décès; e. ils sont couverts par un système de garantie des dépôts conformément à la Directive 94/19/CE relative aux systèmes de garantie des dépôts; f. l’apport minimal par bon de caisse comme visé à l’alinéa premier s’élève à 200 euros au maximum; g. ils sont suffissament accessibles à des investis- seurs particuliers; h. Le taux d’intérêt qui est accordé est conforme au marché. Les comptes à terme visés à l’alinéa premier ré- pondent aux conditions suivantes: a. ils ne sont pas subordonnés; b. ils matérialisent la réception de dépôts rembour- sables; c. ils ont une durée de 5 ans au moins et ne peuvent faire l’objet d’un remboursement avant l’expiration de ce délai, sauf en cas de décès; Bij in ministerraad overlegd besluit getroffen op voordracht van de minister van Economie en de minis- ter van Financiën kan de Koning het maximumbedrag aan fi nancieringsmiddelen bepalen dat jaarlijks kan worden aangetrokken met toepassing van het eerste lid. Dit maximumbedrag wordt omgeslagen over de kredietinstellingen conform de modaliteiten bepaald in het koninklijk besluit van 17 juli 2012 betreffende de dekking van de werkingskosten van de Nationale Bank van België verbonden aan het toezicht op fi nanciële instellingen, tot uitvoering van artikel 12bis, § 4, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. De kasbonnen bedoeld in het eerste lid voldoen aan volgende voorwaarden: a. zij zijn niet achtergesteld, converteerbaar of om- wisselbaar; b. zij geven geen recht op de inschrijving op of de verwerving van andere categorieën effecten en zijn niet aan een derivaat gekoppeld; c. zij belichamen de ontvangst van terugbetaalbare deposito’s; d. zij hebben een looptijd van ten minste 5 jaar en zijn, behalve bij overlijden, niet terugbetaalbaar vóór het verstrijken van deze termijn; e. zij zijn gedekt zijn door een depositogarantiestelsel dat onder Richtlijn 94/19/EG inzake de depositogaran- tiestelsels valt; f. de minimale inleg per kasbon als bedoeld in het eerste lid bedraagt hoogstens 200 euro; g. zij zijn voldoende toegankelijk voor particuliere beleggers; h. De intrestvoet die toegekend wordt is marktcon- form. De termijndeposito’s bedoeld in het eerste lid voldoen aan volgende voorwaarden: a. zij zijn niet achtergesteld; b. zij belichamen de ontvangst van terugbetaalbare deposito’s; c. zij hebben een looptijd van ten minste 5 jaar en zijn, behalve bij overlijden, niet terugbetaalbaar vóór het verstrijken van deze termijn; 7 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 d. ils sont couverts par un système de garantie des dépôts conformément à la Directive 94/19/CE relative aux systèmes de garantie des dépôts; e. l’ apport minimal par dépôt à terme comme visé à l’alinéa premier s’élève à 200 euros au maximum; f. ils sont suffisamment accessibles à des investis- seurs particuliers; g. le taux d’intérêt qui est accordé est conforme au marché. Par arrêté délibéré en conseil des ministres sur la proposition du ministre de l’Economie et du ministre des Finances, le Roi peut déterminer la formule de calcul du taux d’intérêt minimum applicable pour chaque éta- blissement de crédit concerné aux bons de caisse émis ou dépôts à terme ouverts en application de cette loi. Le Roi peut, sur la proposition du ministre de l’Eco- nomie et du ministre des Finances, et après avis de la FSMA, déterminer les règles pour assurer que les bons de caisse et les comptes à terme sont suffisamment accessibles à des investisseurs particuliers. Section 2 (nouvelle) Récolte de moyens de financement par les entreprises d’assurance Art. 5 (nouveau) En vue du financement de projets éligibles, les entreprises d’assurance peuvent, à partir de l’entrée en vigueur de cette loi, récolter des moyens de fi nancement en offrant des contrats d’assurance qui répondent aux conditions suivantes: a. l’opération d’assurance a une durée minimale de 10 ans; b. l’opération d’assurance est conclue contre paie- ment d’une prime unique; c. par dérogation à l’article 114, alinéa 1er, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, le preneur d’assurance peut racheter annuellement au maximum 5 % de la valeur de rachat théorique; d. le rendement garanti attribué est conforme au mar- ché et n’est pas inférieur au rendement garanti attribué pour les opérations d’assurance similaires proposées d. zij zijn gedekt zijn door een depositogarantiestelsel dat onder Richtlijn 94/19/EG inzake de depositogaran- tiestelsels valt; e. de minimale inleg per termijndeposito als bedoeld in het eerste lid bedraagt hoogstens 200 euro; f. zij zijn voldoende toegankelijk voor particuliere beleggers; g. de intrestvoet die toegekend wordt is marktcon- form. Bij in ministerraad overlegd besluit getroffen op voordracht van de minister van Economie en de minis- ter van Financiën kan de Koning de berekeningswijze bepalen van de minimale bruto intrestvoet die voor elke betrokken kredietinstelling geldt voor kasbonnen en termijndeposito’s uitgegeven of geopend met toepas- sing van deze wet. De Koning kan op voordracht van de minister van Economie en de minister van Financiën en op advies van de FSMA regels vaststellen om te verzekeren dat de kasbons en termijndeposito’s voldoende toegankelijk zijn voor particuliere beleggers. Afdeling 2 (nieuw) Aantrekken van financieringsmiddelen door verzekeringsondernemingen Art. 5 (nieuw) Met het oog op de fi nanciering van geschikte projec- ten kunnen de verzekeringsondernemingen, vanaf de inwerkingtreding van deze wet, fi nancieringsmiddelen aantrekken door het aanbieden van verzekeringsover- eenkomsten die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de verzekeringsovereenkomst heeft een looptijd van minstens 10 jaar; b. de verzekeringsovereenkomst wordt gesloten tegen betaling van een eenmalige premie; c. in afwijking van artikel 114, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, kan de verzekeringnemer jaarlijks maximum 5 % van de theoretische waarde afkopen; d. het gewaarborgd rendement dat toegekend wordt, is marktconform en is niet lager dan het gewaarborgd rendement dat toegekend wordt voor gelijkaardige ver- 8 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 avec une même durée par l’entreprise d’assurance concernée; e. le contrat prévoit une couverture décès égale à la réserve d’inventaire de la prestation en cas de vie; f. le contrat d’assurance est couvert par le Fonds spé- cial de protection des dépôts, des contrats d’assurance sur la vie et le capital de sociétés coopératives agréées, tel que visé par l’arrêté royal du 14 novembre 2008 por- tant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité fi nancière et instituant en particulier une garantie d’État relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité fi nancière, en ce qui concerne la protection des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de sociétés coopératives agréées, et modifi ant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers ou par un système de garantie équivalent institué par un autre État membre de l’Espace Economique Européen; g. la prime commerciale minimale par contrat d’assu- rance telle que visé à l’alinéa 1er s’élève à 200 euros au maximum; h. l’opération d’assurance est suffisamment acces- sible àux investisseurs particuliers. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur la proposition du ministre de l’Economie et du ministre des Finances, le Roi peut déterminer le montant maxi- mum de moyens de fi nancement qui peut être récolté par année en application de l’alinéa 1e. Ce montant maximal est réparti parmi les entreprises d’assurance conformément aux modalités défi nies dans l’arrêté royal du 17 juillet 2012 relatif à la couverture des frais de fonc- tionnement de la Banque Nationale de Belgique liés au contrôle des établissements fi nanciers, en exécution de l’article 12bis, §4, de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique. Le Roi peut, sur la proposition du ministre de l’Eco- nomie et du ministre des Finances, et après avis de la FSMA, déterminer les règles pour assurer que l’opé- ration d’assurance est suffisamment accessible à des investisseurs particuliers. zekeringsovereenkomsten met eenzelfde looptijd aan- geboden door de betrokken verzekeringsonderneming; e. de verzekeringsovereenkomst voorziet in een dek- king bij overlijden gelijk aan de inventarisreserve van de uitkering in geval van leven; f. de verzekeringsovereenkomst is gedekt door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito’s, levens- verzekeringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, als bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de fi nanciële stabiliteit en inzonderheid tot instel- ling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de fi nanciële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de de- posito’s, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten of door een gelijkwaardig waarborgsysteem ingericht door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; g. de minimale commerciële premie per verzekerings- overeenkomst bedraagt hoogstens 200 euro; h. de verzekeringsovereenkomst is voldoende toe- gankelijk voor particuliere beleggers. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Minister- raad op voordracht van de minister van Economie en de minister van Financiën kan de Koning het maxi- mumbedrag aan fi nancieringsmiddelen bepalen dat jaarlijks kan worden aangetrokken met toepassing van het eerste lid. Dit maximumbedrag wordt omgeslagen over de verzekeringsondernemingen conform de moda- liteiten bepaald in het koninklijk besluit van 17 juli 2012 betreffende de dekking van de werkingskosten van de Nationale Bank van België verbonden aan het toezicht op fi nanciële instellingen, tot uitvoering van artikel 12bis, §4, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. De Koning kan op voordracht van de minister van Economie en de minister van Financiën en op advies van de FSMA regels vaststellen om te verzekeren dat de verzekeringsovereenkomst voldoende toegankelijk is voor particuliere beleggers. 9 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 Section 3 (ancienne section 2) Prêts interbancaires Art. 6 (ancien art. 5) En vue du fi nancement de projets éligibles, les éta- blissements de crédit peuvent, à partir de l’entrée en vigueur de la présente loi et sans préjudice de l’article 10 conclure des prêts interbancaires auprès d’un autre établissement de crédit. Les prêts interbancaires visés à l’alinéa 1er sont octroyés exclusivement au moyen de moyens de fi nancement récoltés par l’émission de bons de caisse ou l’ouverture de dépôts à terme qui rencontrent les conditions de l’article 4. Les établissements de crédit qui concluent un emprunt interbancaire ne sont pas autorisés à utiliser les moyens de fi nancement ainsi acquis pour octroyer elle-mêmes des prêts interbancaires. Les établissements de crédit qui accordent des prêts interbancaires en application du présent article s’assurent de l’affectation fi nale de ces prêts confor- mément aux articles 9 à 11 de cette loi. Section 4 (ancienne section 3) Traitement comptable Art. 7 (ancien art. 6) Les moyens de fi nancement qui sont récoltés par des établissements de credit conformément à l’article 4, les revenus des actifs visés à l’article 11, § 1er, et les emprunts interbancaires conclus conformément à l’article 6, de même que le fi nancement [et les prêts interbancaires octroyés au moyen de ces fonds et les actifs acquis en application de l’article 11, sont repris dans des comptes distincts spécifi quement prévus à cette fi n de la comptabilité de l’établissement de crédit d’une manière telle que ces moyens de fi nancement et leur affectation puissent être identifi és. Le fi nancement qui est fourni par le biais de moyens de fi nancement récoltés par les entreprises d’assurance conformément à l’article 5 constitue un fonds cantonné au sens de l’article 57 de l’arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l’activité d’assurance sur la vie. Afdeling 3 (vroeger afdeling 2) Interbankenleningen Art. 6 (vroeger art. 5) Met het oog op de fi nanciering van geschikte pro- jecten kunnen de kredietinstellingen, vanaf de inwer- kingtreding van deze wet en zonder afbreuk te doen aan artikel 10 interbankenleningen aangaan bij andere kredietinstellingen. De interbankenleningen bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstrekt met fi nancieringsmidde- len aangetrokken door de uitgifte van kasbonnen of de opening van termijndeposito’s die voldoen aan de voorwaarden van artikel 4. Het is kredietinstellingen die een interbankenlening aangaan niet toegestaan de aldus verworven fi nancie- ringsmiddelen aan te wenden om zelf interbankenlenin- gen te verstrekken. De kredietinstellingen die interbankenleningen verstrekken vergewissen zich van de uiteindelijke aanwending van de lening conform de artikelen 9 tot 11 van deze wet. Afdeling 4 (vroeger afdeling 3) Boekhoudkundige verwerking Art. 7 (vroeger art. 6) De fi nancieringsmiddelen die door kredietinstellingen worden aangetrokken overeenkomstig het artikel 4, de inkomsten van de activa bedoeld in artikel 11, § 1, en de interbankenleningen die worden aangegaan overeen- komstig artikel 6, alsook de fi nanciering en interbanken- leningen die ermee worden verstrekt en de activa die er- mee worden aangekocht met toepassing van artikel 11, worden geboekt op aparte specifi ek daartoe voorziene rekeningen in de boekhouding van de kredietinstelling op een wijze die toelaat om deze fi nancieringsmiddelen en de aanwending ervan te identifi ceren. De fi nanciering die wordt verstrekt met de fi nancie- ringsmiddelen die door verzekeringsondernemingen worden aangetrokken overeenkomstig artikel 5 vormt een afgezonderd fonds in de zin van artikel 57 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit. 10 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 Sur la proposition du ministre des Finances, le Roi peut préciser des règles plus détaillées relatives à l’obligation comptable telle que défi nie aux alinéas précédents. Section 5 (ancien Section 4) Mentions obligatoires Art. 8 (ancien art. 7) Dans la publicité ainsi que dans tous autres docu- ments, contractuels ou non et annonces relatifs aux bons de caisse, dépôts à terme émis ou ouverts en application de la présente loi ou des contrats d’assu- rance offerts en application de la présente loi, il est explicitement mentionné que les bons de caisse sont émis, les dépôts à terme sont ouverts ou les contrats d’assurance sont offerts en application de la loi du […] relative aux prêts-citoyen thématiques et que les dispo- sitions de cette loi y sont applicables. CHAPITRE 4 Affectation des moyens de fi nancement dans le cadre de prêts citoyen thématiques Section 1re Projets éligibles Art. 9 (ancien art. 8) Pour entrer en ligne de compte pour un fi nance- ment dans le cadre d’un prêt-citoyen thématique, les projets doivent avoir une fi nalité socio-économique ou sociétale. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en conseil des ministres sur la proposition du ministre qui a les Finances dans ses attributions et du ministre qui a l’Économie dans ses attributions, la liste des projets qui répondent à ces critères. A la demande du bénéfi ciaire du fi nancement, le ministre des Finances rend un avis préalable sur la conformité d’un projet avec les critères contenus dans l’arrêté royal visé à l’alinéa 1er. Le Roi, sur la proposi- tion du ministre des Finances, règle la procédure de demande d’avis. Op voordracht van de minister van Financiën kan de Koning nadere regels bepalen met betrekking tot de boekhoudkundige verplichting als bepaald in de vorige leden. Afdeling 5 (vroeger Sectie 4) Verplichte vermeldingen Art. 8 (vroeger art. 7) In de reclame en in alle andere, al dan niet contrac- tuele documenten en berichten met betrekking tot de kasbonnen, termijndeposito’s uitgegeven of geopend met toepassing van deze wet of de verzekeringsover- eenkomsten aangeboden met toepassing van deze wet wordt uitdrukkelijk vermeld dat de kasbonnen worden uitgegeven, de termijndeposito’s worden geopend of de verzekeringsovereenkomsten worden aangeboden met toepassing van de wet van […] betreffende de themati- sche volksleningen en dat de bepalingen van deze wet hierop van toepassing zijn. HOOFDSTUK 4 Aanwending van de fi nancieringsmiddelen in het kader van thematische volksleningen Afdeling 1 Geschikte projecten Art. 9 (vroeger art. 8) Om in aanmerking te komen voor fi nanciering in het kader van een thematische volkslening dienen projecten een sociaaleconomisch of maatschappelijk verantwoord doel nastreven. De Koning stelt, bij een besluit vastge- steld na overleg in de Ministerraad op voordracht van de minister bevoegd voor Financiën en de minister bevoegd voor Economie, de lijst met projecten vast die beantwoorden aan deze criteria. Op vraag van de bestemmeling van de fi nanciering verstrekt de minister van Financiën voorafgaand advies over de conformiteit van een project met de lijst bepaald in het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid. De Ko- ning, op de voordracht van de minister van Financiën, regelt de procedure voor de adviesaanvraag. 11 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 Section 2 Affectation autorisée des moyens de financement Art. 10 (ancien art. 9) Les moyens de fi nancement récoltés conformément à l’article 4 doivent être affectés dans l’année à concur- rence de 90  % au fi nancement de projets éligibles ou à l’octroi d’un prêt interbancaire conformément à l’article 6. Pour satisfaire à l’obligation prévue à l’alinéa 1er, les établissements de crédit et les entreprises d’assurance sont autorisés à: 1° fi nancer des projets communs, soit sous la forme de regroupement de crédit ou une autre forme de cofi - nancement; 2° affecter les moyens de fi nancement recueillis pour le fi nancement de projets dans le cadre d’une collabo- ration publique-privée; 3° affecter les moyens de fi nancement recueillis pour le fi nancement partiel d’un projet. Art. 11 (ancien art. 10) § 1er. Dans l’attente de leur affectation au fi nancement de projets éligibles conformément à l’article 10, les moyens de fi nancement recueillis sont investis dans des actifs suffisamment liquides et à faible risque. La quote-part des moyens de fi nancement qui, dans les limites déterminées à l’article 10, ne doit pas être affectée à l’octroi de fi nancement de projets éligibles doit également être investie dans des actifs suffisam- ment liquides et à faible risque. Les actifs visés aux alinéas précédents doivent bénéfi cier d’une rémunération conforme au marché. Ils ne peuvent pas être affectés à titre d’actifs de cou- verture comme visés à l’article 64/3, § 3, 2°, de la loi du 22 mars 1993. Les revenus des actifs visés à l’alinéa 1er sont affectés au fi nancement de projets, le cas échéant après déduc- tion des intérêts payés aux titulaires de bons de caisse ou dépôts à terme émis ou ouverts en application de l’article 4 ou après déduction des intérêts ou participa- Afdeling 2 Toegelaten aanwending van financieringsmiddelen Art. 10 (vroeger art. 9) De fi nancieringsmiddelen aangetrokken conform artikel 4 moeten binnen het jaar ten beloop van 90 % aangewend worden voor de fi nanciering van geschikte projecten of van een in artikel 6 bedoelde interbanken- lening. Om uitvoering te geven aan de in het eerste lid be- paalde verplichting, is het kredietinstellingen en verze- keringsondernemingen toegestaan om: 1° gezamenlijk projecten te fi nancieren, hetzij in de vorm van kredietpooling of een andere vorm van cofi - nanciering; 2° de aangetrokken fi nancieringsmiddelen aan te wenden voor fi nanciering van projecten in het kader van een publiek-private samenwerking; 3° de aangetrokken fi nancieringsmiddelen aan te wenden voor de gedeeltelijke fi nanciering van een project. Art. 11 (vroeger art. 10) § 1. In afwachting van de aanwending van de fi nancie- ringsmiddelen voor het verstrekken van fi nanciering van geschikte projecten conform artikel 10 worden de aan- getrokken fi nancieringsmiddelen belegd in voldoende liquide en weinig risicovolle activa. Het deel van de fi nancieringsmiddelen dat, binnen de in artikel 10 bepaalde grenzen, niet aangewend moet worden voor de fi nanciering van geschikte projecten dient eveneens belegd te worden in voldoende liquide en weinig risicovolle activa. De in de voorgaande leden bedoelde activa moeten een marktconforme vergoeding genieten. Zij mogen niet aangewend worden als dekkingswaarden als bedoeld in artikel 64/3, § 3, 2°, van de wet van 22 maart 1993. In voorkomend geval, na aftrek van de interest ver- schuldigd aan de houders van kasbonnen en termijn- deposito’s uitgegeven of geopend met toepassing van artikel 4 of na aftrek van de interest of winstdeelname verschuldigd aan de verzekeringnemers van de verze- 12 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 tions bénéfi ciaires dus aux preneurs d’assurance des contrats d’assurance offerts en application de l’article 5. §  2. La BNB peut, sur requête motivée de l’éta- blissement de crédit ou de l’entreprise d’assurance, accorder temporairement une exception aux disposi- tions du paragraphe 1er pour des raisons prudentielles. Dans cette hypothèse, la BNB impose simultanément des mesures pour que l’établissement de crédit ou de l’entreprise d’assurance rencontre dans les plus brefs délais l’obligation visée à l’article 10. Section 3 Mentions obligatoires Article 12 (ancien art. 11) La publicité ainsi que tout autre document, contrac- tuels ou non, et avis relatifs au fi nancement octroyé en application de la présente loi mentionnent formellement que le fi nancement est convenu dans le cadre de la loi du […] relative aux prêts-citoyen thématiques et que les dispositions de cette loi y sont applicables. CHAPITRE 5 Contrôle des prêts-citoyen thématiques Section 1re Contrôle par la BNB Art. 13 (ancien art. 12) La Banque nationale de Belgique contrôle le respect des articles 6, 7, 10 et 11 de la présente loi. A cette fi n, elle dispose de tous les pouvoirs qui lui sont conférés conformément à la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique et aux lois spéciales applicables aux établissements de crédit et aux entreprises d’assurance. Art. 14 (ancien art. 13) § 1er. Les établissements de crédit communiquent périodiquement à la BNB une situation détaillée qui reprend au moins les éléments suivants: keringsovereenkomsten aangeboden met toepassing van artikel 5, worden de inkomsten uit de activa bedoeld in het eerste lid aangewend voor de fi nanciering van projecten. § 2. De NBB kan, na gemotiveerd verzoek van de kredietinstelling of verzekeringsonderneming, om pru- dentiële redenen tijdelijk een uitzondering toestaan op de bepalingen van de eerste paragraaf. In dit geval legt de NBB tegelijkertijd maatregelen op zodat de krediet- instelling of verzekeringsonderneming zo snel mogelijk voldoet aan de verplichting bedoeld in artikel 10. Afdeling 3 Verplichte vermeldingen Artikel 12 (vroeger art. 11)   De reclame en alle andere, al dan niet contractuele documenten en berichten met betrekking tot de fi nan- ciering verstrekt met toepassing van deze wet vermeldt uitdrukkelijk dat de fi nanciering wordt verstrekt met toe- passing van de wet van […] betreffende de thematische volksleningen en dat de bepalingen van deze wet erop van toepassing zijn. HOOFDSTUK 5 Toezicht op de volksleningen Afdeling 1  Toezicht door de NBB Art. 13 (vroeger art. 12) De Nationale Bank van België houdt toezicht op de naleving van de artikelen 6, 7, 10 en 11 van deze wet. Daartoe beschikt de Nationale Bank van België over alle bevoegdheden die haar worden toegekend over- eenkomstig de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België en de bijzondere wetten van toepassing op de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen. Art. 14 (vroeger art. 13) § 1. De kredietinstellingen leggen periodiek aan de NBB een gedetailleerde staat voor die minstens de volgende elementen bevat: 13 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 1° le montant des moyens de fi nancement collectés comme visés à l’article 4, ventilés en bons de caisse, dépôts à terme et prêts interbancaires contractés conformément à l’article 5 ainsi que des revenus des placements effectués conformément à l’article 11, § 1er; 2° un aperçu de l’affectation des moyens de fi nan- cement collectés comme visée aux articles 9 à 11, ventilé en projets fi nancés, investissements et prêts interbancaires; 3° les éléments nécessaires permettant à la BNB de contrôler si les conditions de cette loi et ses arrêtés d’exécution sont respectées par l’établissement de crédit. La situation est établie conformément aux règles déterminées par voie de règlement de la BNB qui fi xe également la fréquence de rapportage. En outre, la BNB peut prescrire que d’autres données chiffrées ou explications lui soient régulièrement fournies afi n de pouvoir vérifi er si les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d’exécution sont respectées. § 2. Les entreprises d’assurance présentent pério- diquement à la BNB un état de la situation détaillé qui comporte au minimum les éléments suivants: 1° le montant des moyens de fi nancement collectés comme visé à l’article 5 ainsi que des revenus des placements effectués conformément à l’article 11, § 1; 2° un aperçu de l’affectation des moyens de fi nan- cement collectés comme visé aux articles 9 et 11, § 1, ventilé en projets fi nancés et investissements; 3° les éléments nécessaires permettant à la BNB de contrôler si les conditions de la présente loi et ses arrêtés d’exécution sont respectées par l’entreprise d’assurance. La situation est établie conformément aux règles déterminées par voie de règlement de la BNB qui fi xe également la fréquence de rapportage. En outre, la BNB peut prescrire que d’autres données chiffrées ou explications lui soient régulièrement fournies afi n de pouvoir vérifi er si les dispositions de la présente loi ou ses arrêtés d’exécution sont respectées.” Art. 15 (ancien art. 14) En vue d’une bonne application de la présente loi et des mesures prises en exécution de celle-ci, la BNB coopère le cas échéant avec la FSMA, de même qu’avec 1° het bedrag van de aangetrokken gelden als be- doeld in artikel 4 opgesplitst in kasbonnen, termijnde- posito’s en interbankenleningen aangegaan overeen- komstig artikel 5 alsook van de beleggingen gedaan met toepassing van artikel 10, § 1; 2° een overzicht van de aanwending van de gelden als bedoeld in de artikelen 8 tot 10, opgesplitst in ge- fi nancierde projecten, beleggingen en interbankenle- ningen; 3° de noodzakelijke gegevens die de NBB in staat stellen te controleren of de voorwaarden van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd door de kredietinstelling. De staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld bij reglement van de NBB dat ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de NBB voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten zijn nageleefd. § 2. De verzekeringsondernemingen leggen periodiek aan de NBB een gedetailleerde staat voor die minstens de volgende elementen bevat: 1° het bedrag van de aangetrokken fi nancieringsmid- delen als bedoeld in artikel 5 alsook van de beleggingen gedaan met toepassing van artikel 11, § 1; 2° een overzicht van de aanwending van de fi nancie- ringsmiddelen als bedoeld in de artikelen 9 en 11, § 1, opgesplitst in gefi nancierde projecten en beleggingen; 3° de noodzakelijke gegevens die de NBB in staat stellen te controleren of de voorwaarden van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd door de verzekeringsonderneming. De staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld bij reglement van de NBB dat ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de NBB voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten zijn nageleefd. Art. 15 (vroeger art. 14) Met het oog op een goede toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen maatregelen werkt de NBB in voorkomend geval samen met de FSMA, 14 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 les autorités d’autres États dotées de compétences analogues aux siennes. La BNB peut échanger avec ces autorités des informations confi dentielles conformément aux dispo- sitions des articles 36/13, 36/14 et 36/16 de la loi du 22 février 1998. Art. 16 (ancien art. 15) Les frais de la BNB relatifs au contrôle visé dans ce chapitre sont supportés par les établissements de crédit et les entreprises d’assurance selon les modalités pré- vues dans l’arrêté royal du 17 juillet 2012 portant exé- cution de l’article 12bis, § 4, de la loi du 22 février 1998. Section 2 Contrôle par la FSMA Art. 17 (ancien art. 16) § 1. La FSMA assure le contrôle du respect des articles 4, alinéas 3 et 4, article 5, alinéa 1er, et article 8 de la présente loi. § 2. Sans préjudice de l’application de l’article 18, et à l’exception du contrôle des articles 5 et 8, en ce qui concerne les contrats d’assurance, le contrôle de la FSMA s’exerce avant l’émission d’un nouveau type de bons de caisse ou de l’ouverture d’un nouveau type de dépôt à terme. Lorsque la période d’offre d’un bon de caisse ou d’un dépôt à terme excède les six mois, un nouveau contrôle préalable a lieu tous les six mois. La FSMA peut déterminer par règlement les infor- mations que les établissements de crédit doivent lui fournir en cas de contrôle préalable conformément au § 2, alinéa 1er. Ces informations contiennent au moins les documents visés à l’article 8. La FSMA se prononce dans les cinq jours ouvrables suivant la réception de ces informations. Les institutions de crédit ne peuvent publier les docu- ments visés à l’article 8 que si la FSMA a communiqué n’avoir aucune objection à cet égard, vu les exigences fi xées à l’article 4, alinéas 3 et 4, et à l’article 8. § 3. Sans préjudice de l’application de l’article 18, les entreprises d’assurance peuvent demander à la FSMA, préalablement à l’offre d’un nouveau type de alsook met de autoriteiten van andere Staten met soort- gelijke bevoegdheden. De NBB kan met deze autoriteiten vertrouwelijke informatie uitwisselen overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 36/13, 36/14 en 36/16, van de wet van 22 februari 1998. Art. 16 (vroeger art. 15) De kosten van de NBB in verband met het in dit hoofdstuk bedoelde toezicht worden gedragen door de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen conform de modaliteiten bepaald in het koninklijk besluit van 17 juli 2012 tot uitvoering van artikel 12bis, § 4, van de wet van 22 februari 1998. Afdeling 2 Toezicht door de FSMA Art. 17 (vroeger art. 16) § 1. De FSMA houdt toezicht op de naleving van arti- kel 4, derde en vierde lid, artikel 5, eerste lid, en artikel 8. § 2. Onverminderd de toepassing van artikel 18, en met uitzondering van het toezicht op de artikelen 5 en 8, wat de verzekeringsovereenkomsten betreft, vindt het toezicht van de FSMA plaats voorafgaand aan de uitgifte van een nieuw type kasbon of de opening van een nieuw type termijndeposito. Wanneer de aanbiedingsperiode van een kasbon of termijndeposito een termijn van zes maanden overstijgt, vindt er elke zes maanden opnieuw een voorafgaand toezicht plaats. De FSMA kan bij reglement de informatie vaststellen die de kredietinstellingen aan de FSMA moeten verstrek- ken in geval van voorafgaand toezicht overeenkomstig § 2, eerste lid. Deze informatie bevat minstens de in artikel 8 bedoelde documenten. De FSMA spreekt zich uit binnen een termijn van vijf werkdagen na ontvangst van deze informatie. De kredietinstellingen mogen de in artikel 8 bedoelde documenten pas openbaar maken indien de FSMA heeft meegedeeld hiertegen geen bezwaar te hebben, gelet op de vereisten bepaald in artikel 4, derde en vierde lid, en artikel 8. § 3. Onverminderd de toepassing van artikel 18, kunnen de verzekeringsondernemingen de FSMA ver- zoeken om, voorafgaand aan het aanbod van een nieuw 15 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 contrat d’assurance, d’effectuer un contrôle préalable du respect des articles 5 et 8. Lorsque, dans le cas d’une telle demande, la période d’offre d’un contrat d’assurance excède les six mois, un contrôle préalable est à nouveau effectué tous les six mois. La FSMA détermine par règlement les informations que les entreprises d’assurance doivent lui fournir dans le cas d’une telle demande. Cette information comprend au moins les documents visés à l’article 8 La FSMA statue dans les cinq jours ouvrables suivant la réception de cette information. § 4. Pour l’application des §§ 2 et 3, un instrument est d’un nouveau type, si cet instrument présente d’autres caractéristiques par rapport aux instruments antérieure- ment soumis à la FSMA, y compris le taux d’intérêt, sauf s’il s’agit d’un taux d’intérêt résultant de l’application de critères d’ajustement préalablement fi xés dans l’offre. § 5. Pour l’exercice des compétences du présent article, la FSMA dispose de tous les pouvoirs qui lui sont conférés par la loi du 2 août 2002 relative à la surveil- lance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers, et par les lois particulières applicables aux établissements de crédit. Art. 18 (ancien art. 17) Les établissements de crédit et les entreprises d’assurance communiquent périodiquement à la FSMA une situation détaillée qui reprend au moins les éléments suivants: 1° en ce qui concerne les établissements de crédit, le montant des moyens de fi nancement collectés visés à l’article 4, ventilés d’une part en bons de caisse et dépôts à terme, et d’autre part selon que les moyens de fi nancement proviennent ou non d’investisseurs particuliers; 2° en ce qui concerne les entreprises d’assurance, le montant des moyens de fi nancement collectés visés à l’article 5, ventilés selon que les moyens de fi nancement proviennent ou non d’investisseurs particuliers; De plus, la FSMA peut demander aux établissements de crédit et aux entreprises d’assurance tous les autres éléments nécessaires permettant de contrôler si les conditions de la présente loi et ses arrêtés d’exécution type verzekeringsovereenkomst, een voorafgaand toe- zicht uit te oefenen op de naleving van de artikelen 5 en 8. Wanneer, in geval van een dergelijk verzoek, de aanbiedingsperiode van een verzekeringsovereenkomst een termijn van zes maanden overstijgt, vindt er elke zes maanden opnieuw een voorafgaand toezicht plaats. De FSMA bepaalt bij reglement de informatie die de verzekerinsgondernemingen in geval van dergelijk ver- zoek aan de FSMA moeten verstrekken. Deze informatie bevat minstens de in artikel 8 bedoelde documenten. De FSMA spreekt zich uit binnen een termijn van vijf werkdagen na ontvangst van deze informatie. § 4. Voor de toepassing van §§ 2 en 3 is een in- strument van een nieuw type indien dit instrument ten aanzien van de reeds aan de FSMA voorgelegde instrumenten andere kenmerken vertoont, waaronder de intrestvoet, met uitzondering van een intrestvoet die voortvloeit uit de toepassing van de vooraf in het aanbod bepaalde aanpassingscriteria. § 5. Voor de uitoefening van de bevoegdheden in dit artikel, beschikt de FSMA over alle bevoegdheden die haar worden toegekend overeenkomstig de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten en de bijzondere wetten van toepassing op de kredietinstellingen. Art. 18 (vroeger art. 17) De kredietinstellingen en verzekeringsondernemin- gen leggen periodiek aan de FSMA een gedetailleerde staat voor die minstens de volgende elementen bevat: 1° wat de kredietinstellingen betreft, het bedrag van de aangetrokken fi nancieringsmiddelen bedoeld in artikel 4, opgesplitst enerzijds in kasbonnen en ter- mijndeposito’s, en anderzijds al naargelang de fi nan- cieringsmiddelen van particuliere beleggers afkomstig zijn of van niet particuliere beleggers; 2° wat de verzekeringsondernemingen betreft, het bedrag van de aangetrokken fi nancieringsmiddelen bedoeld in artikel 5 en opgesplitst al naargelang de fi nancieringsmiddelen van particuliere beleggers afkom- stig zijn of van niet particuliere beleggers; De FSMA kan bij de kredietinstellingen en de verze- keringsondernemingen bovendien alle andere noodza- kelijke gegevens opvragen die de FSMA in staat stellen te controleren of de voorwaarden van deze wet en haar 16 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 placées sous son contrôle, sont respectées par l’éta- blissement de crédit ou l’entreprise d’assurance. Le contenu de la situation susvisée est établi par voie de règlement par la FSMA qui fi xe également la fréquence de rapportage. Art. 19 (ancien art. 18) En cas de non-respect des dispositions de cette loi dont elle contrôle le respect, la FSMA peut prendre les mesures visées à l’article 67, § 1er, i) à o), et §§ 2 à 5, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instru- ments de placement à la négociation sur des marchés fi nanciers et à l’article 36 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers. Art. 20 (ancien art. 19) En vue d’une bonne application de la présente loi et des mesures prises en exécution de celle-ci, la FSMA coopère le cas échéant avec la BNB, de même qu’avec les autorités d’autres États dotées de compétences analogues aux siennes. La FSMA peut échanger avec ces autorités des informations confi dentielles conformément aux dis- positions des articles 75 et 77, §§ 1er et 2, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers. CHAPITRE 6 Dispositions pénales Art. 21 (ancien art. 20) Sans préjudice de l’application de peines plus sévères prévues par le Code pénal, sera puni d’un emprisonnement d’un mois à un an et d’une amende de 50 euros à 10 000 euros ou d’une de ces peines seulement celui qui: — enfreint les dispositions des articles 6, 7, 10 ou 11 ou des arrêtés pris en leur application; — ne se conforme pas à un commandement pris par la FSMA en vertu de l’article 19; uitvoeringsbesluiten waarop de FSMA toeziet, worden nageleefd door de kredietinstelling of de verzekerings- onderneming. De inhoud van voormelde staat wordt vastgesteld bij reglement door de FSMA dat ook de rapporteringsfre- quentie bepaalt. Art. 19 (vroeger art. 18) In geval van niet-naleving van de bepalingen van deze wet waarop zij toeziet kan de FSMA de maat- regelen treffen voorzien in artikel 67, § 1, i) tot o), en §§ 2 tot 5, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en in artikel 36 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten. Art. 20 (vroeger art. 19) Met het oog op een goede toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen maatregelen werkt de FSMA in voorkomend geval samen met de NBB, alsook met de autoriteiten van andere Staten met soortgelijke bevoegdheden. Zij kan met deze autoriteiten vertrouwelijke informatie uitwisselen overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 75 en 77, §§ 1 en 2, van de wet van 2 augustus 2002 be- treffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten. HOOFDSTUK 6 Strafrechtelijke bepalingen Art. 21 (vroeger art. 20) Onverminderd de toepassing van strengere in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt met een ge- vangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van die straffen alleen gestraft, hij die: — de artikelen 6, 7, 10 of 11 of de met toepassing van deze artikelen getroffen uitvoeringsbesluiten niet naleeft; — zich niet schikt naar een krachtens artikel 19 door de FSMA geformuleerd bevel; 17 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 — refuse de fournir les renseignements et les docu- ments demandés par la BNB ou la FSMA en vue du contrôle de l’application de la présente loi et des arrê- tés et règlements pris en vue de son exécution ou qui s’oppose aux mesures d’investigation prises par la BNB ou la FSMA ou qui fait une fausse déclaration. Art. 22 (ancien art. 21) Toute information du chef d’infraction aux dispositions visées à l’article 21 à l’encontre d’un établissement de crédit ou d’une entreprise d’assurance doit être portée à la connaissance du Service public fédéral Finances par l’autorité judiciaire qui en est saisie. CHAPITRE 7 Dispositions fi scales Art. 23 (ancien art. 22) L’article 171, 3°quinquies, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 28 décembre 2011 portant des dipositions diverses, est complété comme suit: “ “et les revenus provenant de bons de caisse ou de dépôts à terme qui sont proposés par des établisse- ments de crédit pour le fi nancement d’un prêt-citoyen thématique comme visé dans la loi du […] et à condition que ces bons de caisse ou dépôts à terme répondent aux critères et conditions déterminés dans la dite loi;” Art. 24 (ancien art. 23) À l’article 269 du même Code, remplacé par la loi- programme du 27 décembre 2012 et modifi é en dernier lieu par la loi du ... portant des dispositions fi scales et fi nancières diverses, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° Dans le § 1er, 1°, les mots “dans les dispositions sous 2° à 4°” sont remplacés par les mots “dans les dispositions sous 2° à 4° et 7°”; 2° le § 1er est complété par le 7° rédigé comme suit: “7° à 15 pc. pour les revenus provenant de bons de caisse ou de dépôts à terme qui sont proposés par des établissements de crédit pour le fi nancement d’un prêt- — weigert om de NBB of de FSMA de door haar gevraagde inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig zijn voor het toezicht op de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of zich tegen de door de NBB of FSMA genomen onderzoeksmaatregelen verzet of een valse verklaring afl egt. Art. 22 (vroeger art. 21) Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van de in artikel 21 bedoelde bepalingen te- gen een kredietinstelling of een verzekeringsonderne- ming moet ter kennis worden gebracht van de Federale Overheidsdienst Financiën door de gerechtelijke over- heid die er door gevat is. HOOFDSTUK 7 Fiscale bepalingen Art. 23 (vroeger art. 22) Artikel 171, 3°quinquies, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, wordt aangevuld als volgt: “en de inkomsten uit kasbonnen of termijndeposito’s die door kredietinstellingen zijn aangeboden voor de fi - nanciering van een thematische volkslening als bedoeld in de wet van […] en op voorwaarde dat die kasbonnen of termijndeposito’s beantwoorden aan de criteria en voorwaarden als bepaald in de genoemde wet;”. Art. 24 (vroeger art. 23) In artikel 269 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij programmawet van 27 december 2012 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van ... houdende diverse fi scale et fi nanciële bepalingen worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in § 1, 1°, worden de woorden “in de bepalingen onder 2° tot 4°” vervangen door de woorden “in de be- palingen onder 2° tot 4° en 7°”; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende: “7° op 15  pct. voor de inkomsten uit kasbonnen of termijndeposito’s die door kredietinstellingen zijn aangeboden voor de fi nanciering van een thematische 18 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE 2013 2014 citoyen thématique comme visé dans la loi du […] et à condition que ces bons de caisse ou dépôts à terme répondent aux critères et conditions déterminés dans la dite loi.” Art. 25 (nouveau) Dans l’article 175/3 du Code des droits et taxes divers, un alinéa 3 est inséré, libellé comme suit: “Par dérogation à l’alinéa 1er, la taxe est ramenée à 1,10 pour cent pour les contrats d’assurance qui répondent aux critères et conditions de la loi du … portant des dispositions diverses en matière de prêts- citoyen thématiques.”. Art. 26 (ancien art. 24) Lorsqu’il ne peut être établi que les moyens de fi nancement récoltés par l’émission de bons de caisse ou l’ouverture de dépôts à terme en application de l’article 4 ont été traités et affectés conformément aux articles 6, 7, 10 et 11, l’établissement de crédit concerné est tenu au paiement d’un montant égal à 10 % des revenus payés ou attribués aux titulaires des bons de caisse ou dépôts à terme concernés. La dette des établissements de crédit du chef de l’application de l’alinéa précédent constitue une dette fi scale. Son recouvrement est effectué selon les règles applicables en matière de précompte mobilier. Les tarifs du précompte mobilier et de l’impôt des per- sonnes physiques prévus aux articles 23 et 24 restent acquis aux détenteurs des bons de caisse et dépôts à terme concernés. Art. 27 (nouveau) Lorsqu’il ne peut pas être établi que les moyens de financement récoltés par l’offre de contrats d’assurance en application de l’article 5 ont été trai- tés et affectés conformément aux articles 7 et 11, § 1er, l’entreprise d’assurance concernée est tenue au paiement de la différence entre le montant de la taxe retenue annuellement sur les opérations d’assu- rance sur la(les) prime(s) payée(s) et le montant de la taxe annuelle sur les opérations d’assurance qui devrai(en)t être due(s) sur la(les) primes(s) du contrat volkslening als bedoeld in de wet van […] en op voor- waarde dat die kasbonnen of termijndeposito’s beant- woorden aan de criteria en voorwaarden bepaald in de genoemde wet.” Art. 25 (nieuw) In artikel 175/3 van het Wetboek houdende diverse rechten en taksen wordt een derde lid ingevoegd lui- dende als volgt: “In afwijking van het eerste lid wordt de taks vermin- derd tot 1,10 pct. voor verzekeringsovereenkomsten die beantwoorden aan de criteria en voorwaarden bepaald in de wet van … houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen.”. Art. 26 (vroeger art. 24) In geval niet kan worden aangetoond dat de fi nancie- ringsmiddelen aangetrokken door uitgifte van kasbon- nen of opening van termijndeposito’s met toepassing van artikel 4 van deze wet zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 6, 7, 10 en 11 is de betrokken kre- dietinstelling gehouden tot betaling van een som gelijk aan 10 % van de inkomsten betaald of toegekend aan de houders van de betrokken kasbonnen of termijnde- posito’s. De schuld van de kredietinstellingen uit hoofde van de toepassing van het vorige lid wordt als een belasting- schuld beschouwd. De inning ervan geschiedt volgens de regels toepasselijk op de roerende voorheffing. De tarieven in de roerende voorheffing en de perso- nenbelasting bedoeld in de artikelen 23 en 24 blijven verworven voor de houders van de betrokken kasbon- nen en termijndeposito’s. Art. 27 (nieuw) In geval niet kan worden aangetoond dat de fi nan- cieringsmiddelen aangetrokken door het aanbieden van verzekeringsovereenkomsten met toepassing van artikel 5 zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 7 en 11, § 1 is de betrokken verzekeringsonderneming gehouden tot betaling van het verschil tussen het bedrag van de ingehouden jaarlijkse taks op de verzekerings- verrichtingen op de betaalde premie(s) en het bedrag van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen die op de premie(s) van de verzekeringsovereenkomst 19 3217/004 DOC 53 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE 2013 2014 d’assurance si celui-ci n’avait pas été offert en appli- cation de la présente loi. La dette de l’entreprise d’assurance du chef de l’ap- plication de l’alinéa 1er constitue une dette fi scale. Son recouvrement est effectué selon les règles applicables à la taxe annuelle sur les opérations d’assurance. Le tarif de la taxe annuelle sur les opérations d’assu- rance visées à l’article 25 reste acquis pour les preneurs d’assurance des opérations d’assurance concernées. CHAPITRE 8 Évaluation Art. 28 (ancien art. 25) La présente loi et ses arrêtés d’exécution sont soumis à une évaluation. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions et le ministre qui a l’Economie dans ses attributions établissent un rapport d’évaluation qui est soumis au Conseil des ministres dans les deux ans après l’entrée en vigueur de la présente loi. CHAPITRE 9 Entrée en vigueur Art. 29 (ancien art. 26) La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2014. Les articles 23 et 24 sont applicables aux intérêts payés ou attribués à partir du 1er janvier 2014. Les arrêtés pris en exécution de la présente loi perdront tout effet s’ils ne sont pas ratifi és par une loi au plus tard deux ans après la date de leur entrée en vigueur. verschuldigd zou(den) zijn indien deze niet was aange- boden met toepassing van deze wet. De schuld van de verzekeringsonderneming uit hoofde van de toepassing van het eerste lid wordt als een belastingschuld beschouwd. De inning ervan ge- schiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen. Het tarief van de jaarlijkse taks op de verzekerings- verrichtingen bedoeld in artikel 25 blijft verworven voor de verzekeringnemers van de betrokken verzekerings- overeenkomsten. HOOFDSTUK 8 Evaluatie Art. 28 (vroeger art. 25) Deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden on- derworpen aan een evaluatie. De minister bevoegd voor Financiën en de minister bevoegd voor Economie stellen een evaluatieverslag op dat wordt voorgelegd aan de Ministerraad binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet. HOOFDSTUK 9 Inwerkingtreding Art. 29 (vroeger art. 26) Deze wet treedt in werking op 1 januari 2014. De artikelen 23  en 24  zijn van toepassing op de interesten betaald of toegekend met ingang van 1 ja- nuari 2014.  De besluiten genomen ter uitvoering van deze wet verliezen alle uitwerking indien ze niet uiterlijk twee jaar na de datum van hun inwerkingtreding bij wet zijn bekrachtigd. Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot