Inhoud
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
7040
DOC 51 2999/001
DOC 51 2999/001
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
16 maart 2007
16 mars 2007
Documents précédents :
Documents du Sénat :
3-2054 - 2006/2007 :
N° 1 :
Projet de loi.
N° 2 et 3 : Amendements.
N° 4 :
Rapport.
Voir aussi :
Annales du Sénat :
15 mars 2007
Voorgaande documenten :
Stukken van de Senaat :
3-2054 - 2006/2007 :
Nr. 1 : Wetsontwerp
Nr. 2 en 3 : Amendementen.
Nr. 4 : Verslag.
Zie ook :
Handelingen van de Senaat :
15 maart 2007
ONTWERP OVERGEZONDEN DOOR DE SENAAT
PROJET TRANSMIS PAR LE SÉNAT
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
relatif à la mise à la disposition du tribunal de
l’application des peines
betreffende de terbeschikkingstelling van de
strafuitvoeringsrechtbank
2
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 51 0000/000 :
Document parlementaire de la 51e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA :
Questions et Réponses écrites
CRIV :
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
(couverture verte)
CRABV :
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV :
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte
rendu intégral et, à droite, le compte rendu analytique
traduit des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture
saumon)
PLEN :
Séance plénière
COM :
Réunion de commission
MOT :
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail : publicaties@deKamer.be
cdH
:
Centre démocrate Humaniste
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
ECOLO
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales
FN
:
Front National
MR
:
Mouvement Réformateur
N-VA
:
Nieuw - Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti socialiste
sp.a - spirit
:
Socialistische Partij Anders - Sociaal progressief internationaal, regionalistisch integraal democratisch toekomstgericht.
Vlaams Belang
:
Vlaams Belang
VLD
:
Vlaamse Liberalen en Democraten
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
DOC 51 0000/000 :
Parlementair document van de 51e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA :
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV :
Voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRABV :
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRIV :
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal
verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de
toespraken (met de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
PLEN :
Plenum
COM :
Commissievergadering
MOT :
moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
3
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
HOOFDSTUK I
Algemene bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 77 van de Grondwet.
HOOFDSTUK II
Bepalingen tot wijziging van het Strafwetboek
Art. 2
In boek I, hoofdstuk II, van het Strafwetboek, wordt
artikel 7, tweede lid, 2º, opgeheven door de wet van 9
april 1930, hersteld in de volgende lezing:
«2º
Terbeschikkingstelling
van
de
strafuitvoeringsrechbank.»
Art. 3
In boek I, hoofdstuk II, afdeling V, van hetzelfde wet-
boek wordt een onderafdeling Ibis ingevoegd, die de
artikelen 34bis tot en met 34quinquies omvat, luidende:
«Onderafdeling Ibis — De terbeschikkingstelling van
de strafuitvoeringsrechtbank
Art. 34bis. — De terbeschikkingstelling van de straf-
uitvoeringsrechtbank is een bijkomende straf die in de
door de wet bepaalde gevallen moet of kan worden uit-
gesproken met het oog op de bescherming van de maat-
schappij tegen personen die bepaalde ernstige straf-
bare feiten plegen die de integriteit van personen
aantasten. Deze bijkomende straf gaat in na het ver-
strijken van de effectieve hoofdgevangenisstraf of van
de opsluiting.
Art. 34ter. — De hoven en rechtbanken spreken een
terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank
uit voor een periode van minimum vijf en maximum vijf-
tien jaar die ingaat na afloop van de effectieve hoofd-
straf bij de volgende veroordelingen :
1º De veroordelingen die toepassing maken van het
artikel 54, behalve indien de vroegere straf voor een
politieke misdaad werd opgelegd;
CHAPITRE Ier
Disposition générale
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 77
de la Constitution.
CHAPITRE II
Dispositions modifiant le Code pénal
Art. 2
Dans le livre 1er, chapitre II, du Code pénal, l’article 7,
alinéa 2, 2º, abrogé par la loi du 9 avril 1930, est rétabli
dans la rédaction suivante:
«2º la mise à la disposition du tribunal de l’applica-
tion des peines.»
Art. 3
Il est inséré dans le livre 1er, chapitre II, section V, du
même Code, une sous-section Ièrebis, comprenant les
articles 34bis à 34quinquies, rédigée comme suit:
«Sous-section Ièrebis — De la mise à la disposition du
tribunal de l’application des peines
Art. 34bis. — La mise à la disposition du tribunal de
l’application des peines est une peine complémentaire
qui doit ou peut être prononcée dans les cas prévus par
la loi aux fins de protection de la société à l’égard de
personnes ayant commis certains faits graves portant
atteinte à l’intégrité de personnes. Cette peine complé-
mentaire prend cours à l’expiration de l’emprisonnement
principal effectif ou de la réclusion.
Art. 34ter. — Les cours et tribunaux prononcent une
mise à la disposition du tribunal de l’application des
peines pour une période de cinq ans minimum et de
quinze ans maximum, prenant cours au terme de la
peine principale effective, dans le cadre des condam-
nations suivantes:
1º les condamnations sur la base de l’article 54, sauf
si la peine antérieure a été prononcée pour un crime
politique;
4
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
2º De veroordelingen die, toepassing makend van het
artikel 57, een herhaling van misdaad op misdaad vast-
stellen, behalve indien de vroegere straf voor een poli-
tieke misdaad werd opgelegd.
3º De veroordelingen tot een criminele straf op grond
van de artikelen 137, ingeval dit de dood heeft veroor-
zaakt, 376, eerste lid, 417ter, derde lid, 2º, en 428, § 5.
Art. 34quater. — De hoven en rechtbanken kunnen
een terbeschikkingstelling van de strafuitvoerings-
rechtbank uitspreken voor een periode van minimum
vijf en maximum vijftien jaar die ingaat na afloop van de
effectieve hoofdstraf bij de volgende gevallen:
1º De veroordelingen ten aanzien van personen die,
na tot een straf van ten minste vijf jaar gevangenis te
zijn veroordeeld wegens feiten waardoor opzettelijk ern-
stig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de
geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt,
binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf het
ogenblik dat de veroordeling in kracht van gewijsde is
gegaan, opnieuw veroordeeld wordt wegens gelijk-
aardige feiten;
2º De veroordelingen op grond van de artikelen
136bis, 136ter, 136quater, 136quinquies, 136sexies,
136septies, 347bis, § 4, 1º in fine, 393, 394, 395, 396,
397, 417quater, lid 3, 2º, 433octies, 1º, 475, 518, lid 3
en 532;
3º De veroordelingen op grond van de artikelen 372,
373, tweede en derde lid, 375, 376, tweede en derde
lid, 377, eerste en tweede lid, en vierde en zesde lid.
Art. 34quinquies.— Ingeval de terbeschikkingstelling
van de strafuitvoeringsrechtbank niet wettelijk verplicht
is, worden de procedures betreffende de misdrijven die
als grondslag voor de herhaling gelden, bij het dossier
der vervolging gevoegd en de gronden van de beslis-
sing worden erin omschreven.»
HOOFDSTUK III
Bepalingen tot wijziging van de wet van 17 mei
2006 betreffende de externe rechtspositie van de
veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het
slachtoffer toegekende rechten in het raam van de
strafuitvoeringsmodaliteiten
Art. 4
In de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe
rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf
2º les condamnations qui, sur la base de l’article 57,
constatent une récidive de crime sur crime, sauf si la
peine antérieure a été prononcée pour un crime politi-
que;
3º les condamnations à une peine criminelle sur la
base des articles 137, si l’infraction a occasionné la mort,
376, alinéa 1er, 417ter, alinéa 3, 2º, et 428, § 5.
Art. 34quater. — Les cours et tribunaux peuvent pro-
noncer une mise à la disposition du tribunal de l’appli-
cation des peines pour une période de cinq ans mini-
mum et de quinze ans maximum, prenant cours à
l’expiration de la peine principale effective, dans le ca-
dre des condamnations suivantes:
1º les condamnations à l’égard de personnes qui,
après avoir été condamnées à une peine d’au moins
cinq ans d’emprisonnement pour des faits ayant causé
intentionnellement de grandes souffrances ou des at-
teintes graves à l’intégrité physique ou à la santé physi-
que ou mentale, sont à nouveau condamnées pour des
faits similaires dans un délai de dix ans à compter du
moment où la condamnation est passée en force de
chose jugée;
2º les condamnations sur la base des articles 136bis
à 136septies, 347bis, § 4, 1º, in fine, 393 à 397, 417qua-
ter, alinéa 3, 2º, 433octies, 1º, 475, 518, alinéa 3, et
532;
3º les condamnations sur la base des articles 372,
373, alinéas 2 et 3, 375, 376, alinéas 2 et 3, 377, ali-
néas 1er, 2, 4 et 6.
Art. 34quinquies. — Dans le cas où la mise à la dis-
position du tribunal de l’application des peines n’est pas
légalement obligatoire, les procédures relatives aux in-
fractions qui forment la base de la récidive sont jointes
au dossier de la poursuite et les motifs de la décision y
sont spécifiés.»
CHAPITRE III
Dispositions modifiant la loi du 17 mai 2006
relative au statut juridique externe des personnes
condamnées à une peine privative de liberté et
aux droits reconnus à la victime dans le cadre des
modalités d’exécution de la peine
Art. 4
Il est inséré dans la loi du 17 mai 2006 relative au
statut juridique externe des personnes condamnées à
5
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam
van de strafuitvoeringsmodaliteiten wordt een Titel XIbis
ingevoegd, luidende :
«Titel XIbis — Bijzondere bevoegdheden van de straf-
uitvoeringsrechtbank
Hoofdstuk I — De terbeschikkingstelling van de straf-
uitvoeringsrechtbank
Afdeling 1 — Algemeen
Art. 95/2. § 1. De terbeschikkingstelling van de straf-
uitvoeringsrechtbank die overeenkomstig de artikelen
34bis tot en met 34quater van het Strafwetboek ten aan-
zien van de veroordeelde is uitgesproken, neemt een
aanvang bij het verstrijken van de effectieve hoofdstraf.
§ 2. De strafuitvoeringsrechtbank beslist voorafgaand
aan het verstrijken van de effectieve hoofdstraf, over-
eenkomstig de procedure bepaald in afdeling 2, hetzij
tot vrijheidsbeneming, hetzij tot invrijheidstelling onder
toezicht van de terbeschikkinggestelde veroordeelde.
Na het in het eerste lid bedoelde onderzoek door de
strafuitvoeringsrechtbank, wordt de veroordeelde aan
wie een voorwaardelijke invrijheidstelling was verleend
op het einde van zijn effectieve straf in vrijheid onder
toezicht gesteld, in voorkomend geval met voorwaar-
den zoals bedoeld in § 2 van artikel 95/7.
§ 3. De ter beschikking gestelde veroordeelde wordt
van zijn vrijheid benomen indien in zijn hoofde een ri-
sico op het plegen van ernstige strafbare feiten, die de
fysieke of psychische integriteit van derden aantasten,
bestaat dat in geval van een invrijheidstelling onder toe-
zicht niet kan worden ondervangen door het opleggen
van bijzondere voorwaarden.
Afdeling 2 — Uitvoeringsprocedure van de ter-
beschikkingstelling
Art. 95/3. § 1. De directeur, indien de veroordeelde
gedetineerd is, brengt uiterlijk vier maanden voor het
verstrijken van de effectieve hoofdstraf een advies uit.
§ 2. Het advies van de directeur omvat een gemoti-
veerd advies tot vrijheidsbeneming of invrijheidstelling
onder toezicht. In voorkomend geval vermeldt hij de bij-
zondere voorwaarden die hij nodig acht op te leggen
aan de veroordeelde.
Artikel 31, §§ 1, 2 en 4, is van toepassing.
une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la
victime dans le cadre des modalités d’exécution de la
peine un Titre XIbis, rédigé comme suit:
«Titre XIbis — Des compétences particulières du tri-
bunal de l’application des peines
Chapitre Ier — De la mise à la disposition du tribunal
de l’application des peines
Section 1re — Généralités
Art. 95/2. § 1er. La mise à la disposition du tribunal de
l’application des peines prononcée à l’égard du con-
damné conformément aux articles 34bis à 34quater du
Code pénal prend cours à l’expiration de la peine princi-
pale effective.
§ 2. Le tribunal de l’application des peines décide
préalablement à l’expiration de la peine principale ef-
fective conformément à la procédure établie à la sec-
tion 2, soit de priver de liberté, soit de libérer sous sur-
veillance le condamné mis à disposition.
Après examen par le tribunal d’application des pei-
nes prévu à l’alinéa 1er, le condamné qui bénéficiait d’une
libération conditionnelle au terme de sa peine effective
est placé en libération sous surveillance, le cas échéant
avec des conditions telles que prévues au § 2 de l’arti-
cle 95/7,
§ 3. Le condamné mis à disposition est privé de sa
liberté lorsqu’il existe dans son chef un risque qu’il com-
mette des infractions graves portant atteinte à l’intégrité
physique ou psychique de tiers et qu’il n’est pas possi-
ble d’y pallier en imposant des conditions particulières
dans le cadre d’une libération sous surveillance.
Section 2 — De la procédure d’exécution de la mise
à disposition
Art. 95/3. § 1er. Si le condamné est en détention, le
directeur rend un avis au plus tard quatre mois avant
l’expiration de la peine principale effective.
§ 2. L’avis du directeur contient un avis motivé relatif
à la privation de liberté ou à la libération sous sur-
veillance. Le cas échéant, le directeur mentionne les
conditions particulières qu’il estime nécessaires d’im-
poser au condamné.
L’article 31, §§ 1er, 2 et 4, est d’application.
6
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor fei-
ten bedoeld in de artikelen 372, 373, tweede en derde
lid, 375, 376, tweede en derde lid, of 377, eerste, tweede,
vierde en zesde lid, van het Strafwetboek, moet het
advies worden ingediend samen met een met redenen
omkleed advies van een dienst of persoon die gespe-
cialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele
delinquenten. Dit advies omvat een beoordeling van de
noodzaak om een behandeling op te leggen.
Art. 95/4. — Binnen een maand na de ontvangst van
het advies van de directeur of, indien de veroordeelde
niet gedetineerd is, uiterlijk vier maanden voorafgaand
aan zijn definitieve invrijheidstelling bepaald in de arti-
kelen 44, § 5, 71 en 80 of uiterlijk één maand nadat de
veroordeelde wiens proeftermijn ingevolge de overeen-
komstig artikel 47, § 2, verleende voorlopige invrijheid-
stelling verstreken is op het grondgebied is teruggekeerd,
stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed
advies op, zendt dit over aan de strafuitvoerings-
rechtbank. Het openbaar ministerie deelt het in afschrift
mee aan de veroordeelde en de directeur.
Art. 95/5. — § 1. De behandeling van de zaak vindt
plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoerings-
rechtbank na de ontvangst van het advies van het open-
baar ministerie. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk
twee maanden vóór het verstrijken van de effectieve
hoofdstraf. Ingeval het advies van het openbaar minis-
terie niet wordt toegezonden binnen de bij 95/4 bepaalde
termijn, dient het openbaar ministerie zijn advies schrif-
telijk uit te brengen voor of tijdens de zitting.
§ 2. De veroordeelde, de directeur, indien de veroor-
deelde gedetineerd is, en het slachtoffer worden bij
gerechtsbrief in kennis gesteld van de dag, het uur en
de plaats van de zitting.
Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen
voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor in-
zage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en
zijn raadsman op de griffie van de strafuitvoerings-
rechtbank, of, indien de veroordeelde gedetineerd is,
op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde
zijn straf ondergaat.
De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift
van het dossier verkrijgen.
Art. 95/6. — De strafuitvoeringsrechtbank hoort de
veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministe-
rie en, indien de veroordeelde gedetineerd is, de direc-
teur.
Si le condamné subit une peine pour des faits visés
aux articles 372, 373, alinéas 2 et 3, 375, 376, alinéas 2
et 3, ou 377, alinéas 1er, 2, 4 et 6 du Code pénal, l’avis
doit être accompagné d’un avis motivé d’un service ou
d’une personne spécialisé(e) dans l’expertise diagnos-
tique des délinquants sexuels. Cet avis contient une
appréciation de la nécessité d’imposer un traitement.
Art. 95/4. — Dans le mois de la réception de l’avis du
directeur ou, si le condamné n’est pas en détention, au
plus tard quatre mois avant sa libération définitive con-
formément aux articles 44, § 5, 71 et 80, ou au plus tard
un mois après le retour sur le territoire du condamné
pour lequel le délai d’épreuve a pris fin à la suite de la
libération provisoire accordée conformément à l’article
47, § 2, le ministère public rédige un avis motivé qu’il
communique au tribunal de l’application des peines. Il
en transmet une copie au condamné et au directeur.
Art. 95/5. — § 1er. L’examen de l’affaire a lieu à la
première audience utile du tribunal de l’application des
peines après réception de l’avis du ministère public.
Cette audience a lieu au plus tard deux mois avant l’ex-
piration de la peine principale effective. Si l’avis du mi-
nistère public n’est pas communiqué dans le délai fixé à
l’article 95/4, le ministère public doit rendre son avis par
écrit avant ou pendant l’audience.
§ 2. Le condamné, le directeur, si le condamné est
en détention, et la victime sont informés par pli judiciaire
des lieu, jour et heure de l’audience.
Le dossier est tenu au moins quatre jours avant la
date fixée pour l’audience à la disposition du condamné
et de son conseil pour consultation au greffe du tribunal
de l’application des peines ou, si le condamné est en
détention, au greffe de la prison où il subit sa peine.
Le condamné peut, à sa demande, obtenir une copie
du dossier.
Art. 95/6. — Le tribunal de l’application des peines
entend le condamné et son conseil, le ministère public
et, si le condamné est en détention, le directeur.
7
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
Het slachtoffer wordt gehoord over de bijzondere voor-
waarden die in zijn belang moeten worden opgelegd.
Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of
bijstaan door een raadsman en kan zich laten bijstaan
door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een
door de Koning hiertoe erkende vereniging.
De strafuitvoeringsrechtbank kan beslissen eveneens
andere personen te horen.
Behoudens in de gevallen dat de openbaarheid ge-
vaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden
of de nationale veiligheid, is de zitting openbaar indien
de veroordeelde hierom verzoekt.
Art. 95/7. — § 1. De strafuitvoeringsrechtbank beslist
binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is geno-
men.
§ 2. Indien de strafuitvoeringsrechtbank de invrijheid-
stelling onder toezicht toekent, bepaalt zij dat de ter
beschikking gestelde veroordeelde wordt onderworpen
aan de algemene voorwaarden zoals bepaald door arti-
kel 55.
De strafuitvoeringsrechtbank kan de ter beschikking
gestelde veroordeelde onderwerpen aan geïndividuali-
seerde bijzondere voorwaarden die het risico van het
plegen van ernstige strafbare feiten, die de fysieke of
psychische integriteit van personen kunnen aantasten,
ondervangen of die noodzakelijk blijken in het belang
van de slachtoffers.
Indien de veroordeelde ter beschikking van de straf-
uitvoeringsrechtbank is gesteld voor één van de feiten
bedoeld in de artikelen 372, 373, tweede en derde lid,
375, 376, tweede en derde lid, 377, eerste en tweede
lid, en vierde en zesde lid van het Strafwetboek, kan de
strafuitvoeringsrechtbank aan de toekenning van de in-
vrijheidstelling onder toezicht de voorwaarde verbinden
van het volgen van een begeleiding of behandeling bij
een dienst die in de begeleiding of de behandeling van
seksuele delinquenten is gespecialiseerd. De straf-
uitvoeringsrechtbank bepaalt de termijn gedurende de-
welke de veroordeelde deze begeleiding of behande-
ling moet volgen.
§ 3. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij
gerechtsbrief ter kennis gebracht van de veroordeelde
en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar mi-
nisterie en, indien de veroordeelde gedetineerd is, van
de directeur.
La victime est entendue sur les conditions particuliè-
res imposées dans son intérêt.
La victime peut se faire représenter ou assister par
un conseil et peut se faire assister par le délégué d’un
organisme public ou d’une association agréée à cette
fin par le Roi.
Le tribunal de l’application des peines peut décider
d’entendre également d’autres personnes.
Sauf dans les cas où la publicité des débats est dan-
gereuse pour l’ordre public, les bonnes mœurs ou la
sécurité nationale, l’audience est publique si le con-
damné en fait la demande.
Art. 95/7. — § 1er. Le tribunal de l’application des pei-
nes rend sa décision dans les quatorze jours de la mise
en délibéré.
§ 2. Si le tribunal de l’application des peines accorde
la libération sous surveillance, il établit que le condamné
mis à disposition est soumis aux conditions générales
fixées à l’article 55.
Le tribunal de l’application des peines peut soumet-
tre le condamné mis à disposition à des conditions par-
ticulières individualisées qui pallient au risque qu’il com-
mette des infractions graves susceptibles de porter
atteinte à l’intégrité physique ou psychique de person-
nes ou qui s’avèrent nécessaires dans l’intérêt des vic-
times.
Dans le cas où le condamné est mis à la disposition
du tribunal de l’application des peines pour un des faits
visés aux articles 372, 373, alinéas 2 et 3, 375, 376,
alinéas 2 et 3, ou 377, alinéas 1er, 2, 4 et 6, du Code
pénal, le tribunal de l’application des peines peut assor-
tir la libération sous surveillance de la condition de sui-
vre une guidance ou un traitement auprès d’un service
spécialisé dans la guidance ou le traitement de délin-
quants sexuels. Le tribunal de l’application des peines
fixe la durée de la période pendant laquelle le condamné
devra suivre cette guidance ou ce traitement.
§ 3. Le jugement est notifié dans les vingt-quatre heu-
res, par pli judiciaire, au condamné et porté par écrit à
la connaissance du ministère public et, si le condamné
est en détention, du directeur.
8
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
Het slachtoffer wordt binnen vierentwintig uur schrif-
telijk op de hoogte gebracht van de beslissing en, inge-
val van een invrijheidstelling onder toezicht, van de voor-
waarden die in zijn belang zijn opgelegd.
§ 4. Het vonnis tot toekenning van de invrijheidstel-
ling onder toezicht wordt meegedeeld aan de volgende
autoriteiten en instanties :
— aan de korpschef van de lokale politie van de ge-
meente waar de veroordeelde zich zal vestigen;
— aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in
artikel 44/4 van de wet van 5 augustus 1992 op het
politieambt;
— in voorkomend geval, aan de directeur van het
justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement waarin
de veroordeelde zijn verblijfsplaats heeft;
Art. 95/8. — Het vonnis wordt uitvoerbaar op de dag
dat de veroordeelde zijn effectieve hoofdstraf heeft on-
dergaan of, in geval van vervroegde invrijheidstelling,
op de dag dat de veroordeelde overeenkomstig de arti-
kelen 44, § 5, 71 of 80 definitief in vrijheid wordt ge-
steld.
Art. 95/9. — Indien zich, nadat de beslissing tot toe-
kenning van de invrijheidstelling onder toezicht is geno-
men, maar voor de uitvoering ervan, een situatie voor-
doet die onverenigbaar is met de voorwaarden die in
deze beslissing zijn bepaald, kan de strafuitvoerings-
rechtbank, op vordering van het openbaar ministerie,
een nieuwe beslissing nemen, met inbegrip van de in-
trekking van de invrijheidstelling onder toezicht.
Artikel 61, §§ 2 tot 4, is van toepassing.
Afdeling 3 — Het verloop van de vrijheidsbeneming
Onderafdeling 1 — Algemeen
Art. 95/10. — Bij de aanvang van de vrijheidsbene-
ming licht de directeur de veroordeelde schriftelijk in over
de mogelijkheden tot toekenning van de in deze afde-
ling bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten.
Onderafdeling 2 — Uitgaansvergunning en
penitentiair verlof
Art. 95/11. — § 1. De strafuitvoeringsrechtbank kan
tijdens deze periode van vrijheidsbeneming een
uitgaansvergunning, zoals bedoeld in artikel 4, §§ 1 en
2, of een penitentiair verlof, zoals bedoeld in artikel 6,
La victime est informée dans les vingt-quatre heures
par écrit de la décision et, en cas de libération sous
surveillance, des conditions qui sont imposées dans son
intérêt.
§ 4. Le jugement d’octroi de la mise en liberté sous
surveillance est communiqué aux autorités et instances
suivantes:
— le chef de corps de la police locale de la commune
où le condamné s’établira;
— la banque de données nationale visée à l’article
44/4 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police;
— le cas échéant, le directeur de la maison de jus-
tice de l’arrondissement judiciaire du lieu de résidence
du condamné.
Art. 95/8. — Le jugement est exécutoire le jour où le
condamné a subi sa peine principale effective ou, en
cas de libération anticipée, le jour où le condamné est
définitivement remis en liberté conformément aux arti-
cles 44, § 5, 71 ou 80.
Art. 95/9. — S’il se produit, après la décision d’octroi
d’une libération sous surveillance mais avant son exé-
cution, une situation incompatible avec les conditions
fixées dans cette décision, le tribunal de l’application
des peines peut, sur réquisition du ministère public, pren-
dre une nouvelle décision, en ce compris le retrait de la
libération sous surveillance.
L’article 61, §§ 2 à 4, est d’application.
Section 3 — Du déroulement de la privation de li-
berté
Sous-section 1ère — Généralités
Art. 95/10. — Au début de la privation de liberté, le
directeur informe par écrit le condamné des possibilités
d’octroi des modalités d’exécution de la peine visées
dans la présente section.
Sous-section 2 — De la permission de sortie et du
congé pénitentiaire
Art. 95/11. — § 1er. Pendant la période de privation
de liberté, le tribunal de l’application des peines peut, à
la demande du condamné mis à disposition, lui accor-
der une permission de sortie telle que visée à l’article 4,
9
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
toekennen op verzoek van de terbeschikkinggestelde.
Ingeval zulks nodig is, kan de strafuitvoerings-
rechtbank tevens uitgaansvergunningen toekennen om
de sociale re-integratie van de ter beschikking gestelde
veroordeelde voor te bereiden. De uitgaans-
vergunningen kunnen met een bepaalde periodiciteit
worden toegekend.
De uitgaansvergunning of het penitentiair verlof wordt
toegekend op voorwaarde dat er in hoofde van de ver-
oordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan
men niet tegemoet kan komen door het opleggen van
bijzondere voorwaarden die door de terbeschikking-
gestelde worden aanvaard; deze tegenaanwijzingen
hebben betrekking op het gevaar dat de veroordeelde
zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken, op
het risico dat hij tijdens de uitgaansvergunning of het
penitentiair verlof ernstige strafbare feiten zou plegen
of op het risico dat hij de slachtoffers zou verontrusten.
Art. 95/12. — § 1. Het schriftelijk verzoek wordt inge-
diend op de griffie van de gevangenis die het verzoek
binnen vierentwintig uur aan de griffie van de straf-
uitvoeringsrechtbank overzendt en een afschrift bezorgt
aan de directeur.
§ 2. Ingeval het een verzoek om een penitentiair ver-
lof betreft, stelt de directeur binnen twee maanden na
de ontvangst van het verzoek zijn met redenen omkleed
advies op.
De directeur kan de Dienst Justitiehuizen van de fe-
derale overheidsdienst Justitie opdragen een beknopt
voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappe-
lijke enquête te houden in het door de veroordeelde voor
het penitentiair verlof voorgestelde opvangmilieu.
Ingeval het een verzoek om uitgaansvergunning be-
treft, stelt de directeur onverwijld zijn met redenen om-
kleed advies op.
Het met redenen omkleed advies, bedoeld in het eer-
ste en derde lid, wordt overgezonden aan de straf-
uitvoeringsrechtbank en omvat, in voorkomend geval,
een voorstel van bijzondere voorwaarden die de direc-
teur nodig acht op te leggen. Een afschrift van het ad-
vies wordt meegedeeld aan de veroordeelde en aan het
openbaar ministerie.
§ 3. Indien het advies van de directeur niet wordt
meegedeeld binnen de in § 2 bepaalde termijn, kan de
voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op schrif-
telijk verzoek van de ter beschikking gestelde veroor-
§§ 1er et 2, ou un congé pénitentiaire tel que visé à l’ar-
ticle 6.
Si cela s’avère nécessaire, le tribunal de l’application
des peines peut également accorder des permissions
de sortie en vue de préparer la réinsertion sociale du
condamné mis à disposition. Les permissions de sortie
peuvent être accordées avec une périodicité détermi-
née.
La permission de sortie ou le congé pénitentiaire est
accordé à condition qu’il n’existe pas dans le chef du
condamné de contre-indications auxquelles la fixation
de conditions particulières acceptées par le condamné
mis à disposition ne puisse répondre; ces contre-indi-
cations portent sur le risque que le condamné se sous-
traie à l’exécution de sa peine, sur le risque qu’il com-
mette des infractions graves pendant la permission de
sortie ou le congé pénitentiaire ou sur le risque qu’il
importune les victimes.
Art. 95/12. — § 1er. La demande écrite est déposée
au greffe de la prison, lequel la transmet dans les vingt-
quatre heures au greffe du tribunal de l’application des
peines et en communique une copie au directeur.
§ 2. Dans le cas où il s’agit d’une demande de congé
pénitentiaire, le directeur rédige son avis motivé dans
les deux mois de la réception de la demande.
Le directeur peut charger le Service des Maisons de
justice du service public fédéral Justice de rédiger un
rapport d’information succinct ou de procéder à une
enquête sociale dans le milieu d’accueil proposé par le
condamné pour le congé pénitentiaire.
Dans le cas où il s’agit d’une demande de permis-
sion de sortie, le directeur rédige son avis motivé sans
délai.
L’avis motivé visé aux alinéas 1er et 3 est communi-
qué au tribunal de l’application des peines; il contient, le
cas échéant, une proposition de conditions particuliè-
res que le directeur estime nécessaires d’imposer. Une
copie de l’avis est transmise au condamné et au minis-
tère public.
§ 3. Si l’avis du directeur n’est pas communiqué dans
le délai prévu au § 2, le président du tribunal de pre-
mière instance peut, à la demande écrite du condamné
mis à disposition, condamner le ministre sous peine d’as-
10
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
deelde, de minister op straffe van een dwangsom ver-
oordelen tot het uitbrengen van zijn advies, via de direc-
teur, binnen de termijn voorzien door de voorzitter van de
rechtbank van eerste aanleg en om aan de veroordeelde
een afschrift van dit advies ter kennis te brengen.
De voorzitter doet uitspraak na de ter beschikking
gestelde veroordeelde en de minister of zijn gemach-
tigde te hebben gehoord, op advies van het openbaar
ministerie, binnen vijf dagen na ontvangst van het ver-
zoek.
Tegen deze beslissing staat geen enkel rechtsmiddel
open.
Art. 95/13. — § 1. Binnen zeven dagen na de ont-
vangst van het advies van de directeur, stelt het open-
baar ministerie een met redenen omkleed advies op,
zendt dit over aan de strafuitvoeringsrechtbank en deelt
het in afschrift mee aan de veroordeelde en de direc-
teur.
§ 2. Indien de strafuitvoeringsrechtbank het nuttig acht
om te kunnen oordelen over het verzoek om een
uitgaansvergunning of penitentiaire verlof, of op verzoek
van de ter beschikking gestelde veroordeelde, kan hij
een zitting organiseren. Deze zitting moet plaatsvinden
ten laatste één maand na de ontvangst van het advies
van de directeur.
Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen
voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor in-
zage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en
zijn raadsman op de griffie van de gevangenis waar de
veroordeelde zijn straf ondergaat.
De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift
van het dossier verkrijgen.
§ 3. De ter beschikking gestelde veroordeelde, zijn
raadsman, de directeur en het openbaar ministerie wor-
den gehoord.
De strafuitvoeringsrechtbank kan beslissen eveneens
andere personen te horen.
Behoudens in de gevallen dat de openbaarheid ge-
vaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden
of de nationale veiligheid, is de zitting openbaar indien
de veroordeelde hierom verzoekt.
Art. 95/14. — § 1 Binnen veertien dagen na de ont-
vangst van het advies van de directeur of, indien er een
zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen na-
dat de zaak in beraad is genomen, beslist de straf-
uitvoeringsrechtbank.
treinte à émettre son avis, par l’intermédiaire du direc-
teur dans le délai prévu par le président du tribunal de
première instance et à communiquer au condamné une
copie de cet avis.
Le président statue après avoir entendu le condamné
mis à disposition et le ministre ou son délégué, sur avis
du ministère public dans les cinq jours de la réception
de la demande.
Cette décision n’est susceptible d’aucun recours.
Art. 95/13. — § 1er. Dans les sept jours de la récep-
tion de l’avis du directeur, le ministère public rédige un
avis motivé, le transmet au tribunal de l’application des
peines et en communique une copie au condamné et
au directeur.
§ 2. Si le tribunal de l’application des peines l’estime
utile pour pouvoir se prononcer sur la demande de per-
mission de sortie ou de congé pénitentiaire, ou sur de-
mande du condamné mis à disposition, il peut organi-
ser une audience. Cette audience doit avoir lieu au plus
tard un mois après la réception de l’avis du directeur.
Le dossier est tenu au moins quatre jours avant la
date fixée pour l’audience à la disposition du condamné
et de son conseil pour consultation au greffe de la pri-
son où il subit sa peine.
Le condamné peut, à sa demande, obtenir une copie
du dossier.
§ 3. La personne condamnée mise à disposition, son
conseiller, le directeur et le ministère public sont enten-
dus.
Le tribunal de l’application des peines peut décider
d’entendre aussi d’autres personnes.
Sauf dans les cas où la publicité des débats est dan-
gereuse pour l’ordre public, les bonnes mœurs ou la
sécurité nationale, l’audience est publique si le con-
damné en fait la demande.
Art. 95/14. — § 1er. Dans les quatorze jours de la ré-
ception de l’avis du directeur ou, si une audience a lieu,
dans les quinze jours après la mise en délibéré, le tribu-
nal de l’application des peines rend sa décision.
11
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
§ 2. De strafuitvoeringsrechtbank verbindt aan de
beslissing tot toekenning de algemene voorwaarde dat
de terbeschikkinggestelde geen nieuwe strafbare fei-
ten mag plegen. In voorkomend geval bepaalt zij de bij-
zondere voorwaarden, rekening houdend met de bepa-
lingen van artikel 95/11, § 1, derde lid.
§ 3. De beslissing tot toekenning van een uitgaans-
vergunning bepaalt de duur ervan, die niet meer dan
zestien uur mag bedragen.
Behoudens andersluidende beslissing van de straf-
uitvoeringsrechtbank wordt de beslissing tot toekenning
van penitentiair verlof geacht van rechtswege elk kwar-
taal te worden hernieuwd.
De directeur beslist, na overleg met de terbeschikking-
gestelde, over de verdeling van het toegestane verlof
voor elk trimester.
§ 4. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij
gerechtsbrief ter kennis gebracht van de veroordeelde
en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar mi-
nisterie en van de directeur. Het slachtoffer wordt bin-
nen vierentwintig uur schriftelijk op de hoogte gebracht
van de toekenning van een eerste penitentiair verlof en,
in voorkomend geval, van de voorwaarden die in zijn
belang zijn opgelegd.
§ 5. Het vonnis tot toekenning van een uitgaans-
vergunning of een penitentiair verlof wordt meegedeeld
aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente
waar de veroordeelde zal verblijven en aan de natio-
nale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/4 van de
wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
Art. 95/15. — Indien het penitentiair verlof of de
uitgaansvergunning wordt geweigerd, kan de ter-
beschikkinggestelde een nieuwe aanvraag indienen ten
vroegste drie maanden na de datum van deze beslis-
sing.
Deze termijn om een nieuwe aanvraag in te dienen
kan worden verkort op gemotiveerd advies van de di-
recteur.
Art. 95/16. — § 1. Het openbaar ministerie kan, met
het oog op de herroeping, schorsing of herziening van
de beslissing tot toekenning van het penitentiair verlof
of de uitgaansvergunning met periodiciteit, de zaak aan-
hangig maken bij de strafuitvoeringsrechtbank indien de
voorwaarden van de beslissing tot toekenning niet wor-
den nageleefd of indien de veroordeelde de fysieke of
psychische integriteit van derden ernstig in gevaar
brengt.
§ 2. Le tribunal de l’application des peines assortit la
décision d’octroi de la condition générale selon laquelle
le condamné mis à disposition ne peut commettre de
nouvelles infractions. Le cas échéant, il fixe les condi-
tions particulières compte tenu des dispositions de l’ar-
ticle 95/11, § 1er, alinéa 3.
§ 3. La décision d’octroi d’une permission de sortie
en établit la durée qui ne peut excéder seize heures.
La décision d’octroi du congé pénitentiaire est répu-
tée être renouvelée d’office chaque trimestre sauf déci-
sion contraire du tribunal de l’application des peines.
Le directeur décide, après concertation avec le con-
damné mis à disposition, de la répartition du congé ac-
cordé pour chaque trimestre.
§ 4. Le jugement est notifié dans les vingt-quatre heu-
res, par pli judiciaire, au condamné et porté par écrit à
la connaissance du ministère public et du directeur. La
victime est informée par écrit et dans les vingt-quatre
heures de l’octroi d’un premier congé pénitentiaire et, le
cas échant, des conditions imposées dans son intérêt.
§ 5. Le jugement d’octroi d’une permission de sortie
ou d’un congé pénitentiaire est communiqué au chef de
corps de la police locale de la commune où le condamné
résidera, et à la banque de données nationale visée à
l’article 44/4 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de
police.
Art. 95/15. — Si un congé pénitentiaire ou une per-
mission de sortie est refusé, le condamné mis à dispo-
sition peut introduire une nouvelle demande au plus tôt
trois mois après la date de la décision.
Ce délai pour introduire une nouvelle demande peut
être réduit sur avis motivé du directeur.
Art. 95/16. — § 1er. Le ministère public peut saisir le
tribunal de l’application des peines en vue de la révoca-
tion, de la suspension ou de la révision de la décision
d’octroi du congé pénitentiaire ou de la permission de
sortie avec périodicité, en cas de non-respect des con-
ditions de la décision d’octroi ou si le condamné met
gravement en péril l’intégrité physique ou psychique de
tiers.
12
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
§ 2. In geval van schorsing is artikel 66 van toepas-
sing.
§ 3. In geval van herziening kan de strafuitvoerings-
rechtbank de opgelegde voorwaarden verscherpen of
bijkomende voorwaarden opleggen. De beslissing tot
toekenning van het penitentiair verlof of de uitgaans-
vergunning wordt evenwel herroepen, indien de veroor-
deelde niet instemt met de nieuwe voorwaarden.
Indien de strafuitvoeringsrechtbank beslist de opge-
legde voorwaarden te verscherpen of bijkomende voor-
waarden op te leggen, bepaalt hij het ogenblik waarop
deze beslissing uitvoerbaar wordt.
§ 4. Artikel 68, § 1, leden 1 tot 3, § 2, eerste en tweede
lid, § 3, eerste tot vierde lid, en § 4, is van toepassing.
§ 5. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij
gerechtsbrief ter kennis gebracht van de veroordeelde
en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar mi-
nisterie en van de directeur.
Ingeval het een vonnis betreft tot herroeping of schor-
sing van een penitentiair verlof of in geval van herzie-
ning van de in zijn belang gewijzigde voorwaarden, wordt
het slachtoffer binnen vierentwintig uur schriftelijk op de
hoogte gebracht van de beslissing.
Het vonnis tot herroeping, schorsing of herziening
wordt meegedeeld aan de korpschef van de lokale poli-
tie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft en
aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in arti-
kel 44/4 van de wet van 5 augustus 1992 op het politie-
ambt.
Art. 95/17. — § 1. In de in artikel 95/16 bedoelde ge-
vallen waarin herroeping van het penitentiair verlof of
van de uitgaansvergunning mogelijk is, kan de procu-
reur des Konings van de rechtbank in het rechtsgebied
waarvan de ter beschikking gestelde veroordeelde zich
bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen, onder ver-
plichting de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank daar-
van onmiddellijk in kennis te stellen.
§ 2. De bevoegde strafuitvoeringsrechtbank beslist
binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de ter
beschikking gestelde veroordeelde over de schorsing
van het penitentiair verlof of van de uitgaansvergunning.
Dit vonnis wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk
meegedeeld aan de ter beschikking gestelde veroor-
deelde, aan het openbaar ministerie en aan de direc-
teur.
§ 2. En cas de suspension, l’article 66 est d’applica-
tion.
§ 3. En cas de révision, le tribunal de l’application
des peines peut renforcer les conditions imposées ou
imposer des conditions supplémentaires. La décision
d’octroi du congé pénitentiaire ou de la permission de
sortie est toutefois révoquée si le condamné ne marque
pas son accord sur les nouvelles conditions.
Si le tribunal de l’application des peines décide de
renforcer les conditions imposées ou d’imposer des
conditions supplémentaires, il fixe le moment à partir
duquel cette décision devient exécutoire.
§ 4. L’article 68, § 1er, alinéas 1er à 3, § 2, alinéas 1 et
2, § 3, alinéas 1er à 4, et § 4, est d’application.
§ 5. Le jugement est notifié dans les vingt-quatre heu-
res, par pli judiciaire, au condamné et porté par écrit à
la connaissance du ministère public et du directeur.
S’il s’agit d’un jugement de révocation, de suspen-
sion concernant un congé pénitantiaire, ou en cas de
révision des conditions modifiées dans son intérêt, la
victime est informée par écrit de la décision, dans les
vingt-quatre heures.
Le jugement de révocation, de suspension ou de ré-
vision est communiqué au chef de corps de la police
locale de la commune où le condamné réside, et à la
banque de données nationale visée à l’article 44/4 de la
loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.
Art. 95/17. — § 1er. Dans les cas pouvant donner lieu
à révocation du congé pénitentiaire ou de la permission
de sortie, visés à l’article 95/16, le procureur du Roi près
le tribunal dans le ressort duquel le condamné mis à
disposition se trouve, peut ordonner l’arrestation provi-
soire de celui-ci, à charge d’en donner immédiatement
avis au tribunal de l’application des peines compétent.
§ 2. Le tribunal de l’application des peines compé-
tent se prononce sur la suspension du congé pénitenti-
aire ou de la permission de sortie dans les sept jours
ouvrables qui suivent l’incarcération du condamné mis
à disposition. Ce jugement est communiqué par écrit,
dans les vingt-quatre heures, au condamné mis à dis-
position, au ministère public et au directeur.
13
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
De beslissing tot schorsing is geldig voor de duur van
één maand, overeenkomstig artikel 66, § 3.
Onderafdeling 3 — Beperkte detentie en elektronisch
toezicht
Art. 95/18. — § 1. De strafuitvoeringsrechtbank kan
tijdens deze periode van vrijheidsbeneming een beperkte
detentie, zoals bedoeld in artikel 21, of een elektronisch
toezicht, zoals bedoeld in artikel 22, toekennen aan de
ter beschikkinggestelde.
De artikelen 47, § 1, en 48 zijn van toepassing.
§ 2. De toekenningsprocedure verloopt overeenkom-
stig de artikelen 37, 49, 51, 52 en 53, eerste tot vierde
lid.
Behoudens in de gevallen dat de openbaarheid ge-
vaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden
of de nationale veiligheid, is de zitting openbaar indien
de ter beschikking gestelde veroordeelde hierom ver-
zoekt.
De strafuitvoeringsrechtbank beslist overeenkomstig
artikel 54.
Ingeval de strafuitvoeringsrechtbank de beperkte
detentie of het elektronisch toezicht niet toekent, be-
paalt zij in haar vonnis de datum waarop de ter-
beschikkinggestelde een nieuw verzoek kan indienen.
Deze termijn mag niet langer zijn dan zes maanden te
rekenen van het vonnis.
De artikelen 55, 56 en 58 zijn van toepassing op de
beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank.
Het vonnis tot toekenning van een beperkte detentie
of een elektronisch toezicht wordt uitvoerbaar de dag
dat het in kracht van gewijsde is gegaan. De straf-
uitvoeringsrechtbank kan evenwel een latere datum
bepalen waarop het vonnis uitvoerbaar wordt.
Art. 95/19. — Indien zich, nadat de beslissing tot toe-
kenning van een beperkte detentie of een elektronisch
toezicht is genomen, maar voor de uitvoering ervan, een
situatie voordoet die onverenigbaar is met de voorwaar-
den die in deze beslissing zijn bepaald, kan de straf-
uitvoeringsrechtbank, op vordering van het openbaar
ministerie, een nieuwe beslissing nemen, met inbegrip
van de intrekking van de beperkte detentie of van het
elektronisch toezicht.
Artikel 61, §§ 2 tot 4, is van toepassing.
La décision de suspension est valable pour une du-
rée d’un mois, conformément à l’article 66, § 3.
Sous-section 3 — De la détention limitée et de la sur-
veillance électronique
Art. 95/18. — § 1er. Pendant la période de privation
de liberté, le tribunal de l’application des peines peut
accorder au condamné mis à disposition une détention
limitée telle que visée à l’article 21 ou une surveillance
électronique telle que visée à l’article 22.
Les articles 47, § 1er, et 48 sont d’application.
§ 2. La procédure d’octroi se déroule conformément
aux articles 37, 49, 51, 52 et 53, alinéas 1 à 4.
Sauf dans les cas où la publicité des débats est dan-
gereuse pour l’ordre public, les bonnes mœurs ou la
sécurité nationale, l’audience est publique si le con-
damné mis à disposition en fait la demande.
Le tribunal de l’application des peines rend sa déci-
sion conformément à l’article 54.
Si le tribunal de l’application des peines n’accorde
pas la détention limitée ou la surveillance électronique,
il indique dans son jugement la date à laquelle le con-
damné mis à disposition peut introduire une nouvelle
demande. Ce délai ne peut excéder six mois à compter
du jugement.
Les articles 55, 56 et 58 s’appliquent à la décision du
tribunal de l’application des peines.
Le jugement d’octroi d’une détention limitée ou d’une
surveillance électronique est exécutoire à partir du jour
où il est passé en force de chose jugée. Toutefois, le
tribunal de l’application des peines peut fixer à une date
ultérieure le moment où le jugement sera exécutoire.
Art. 95/19. — S’il se produit, après la décision d’oc-
troi d’une détention limitée ou d’une surveillance élec-
tronique mais avant son exécution, une situation incom-
patible avec les conditions fixées dans cette décision,
le tribunal de l’application des peines peut, sur réquisi-
tion du ministère public, prendre une nouvelle décision,
en ce compris le retrait de la détention limitée ou de la
surveillance électronique.
L’article 61, §§ 2 à 4, est d’application.
14
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
Art. 95/20. — De artikelen 62 en 63 zijn van toepas-
sing voor de opvolging en de controle van de beperkte
detentie en het elektronisch toezicht.
Titel VIII is van toepassing.
Afdeling 4 — Ambtshalve jaarlijkse controle door de
strafuitvoeringsrechtbank
Art. 95/21. — De strafuitvoeringsrechtbank onder-
zoekt na één jaar vrijheidsbeneming, die uitsluitend ge-
steund is op de beslissing ingevolge de terbeschikking-
stelling van de strafuitvoeringsrechtbank, ambtshalve de
mogelijkheid van het toekennen van een invrijheidstel-
ling onder toezicht.»
Vier maanden voorafgaand aan de in het eerste lid
bedoelde termijn brengt de directeur een advies uit. Ar-
tikel 95/3, § 2, is van toepassing.
Art. 95/22. — Binnen een maand na de ontvangst
van het advies van de directeur stelt het openbaar mi-
nisterie een met redenen omkleed advies op, zendt dit
over aan de strafuitvoeringsrechtbank en deelt het in
afschrift mee aan de veroordeelde en de directeur.
Art. 95/23. — § 1. De behandeling van de zaak vindt
plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoerings-
rechtbank na de ontvangst van het advies van het open-
baar ministerie. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk
twee maanden voor het einde van de termijn bepaald in
artikel 95/21.
Ingeval het advies van het openbaar ministerie niet
wordt toegezonden binnen de bij 95/22 bepaalde ter-
mijn, dient het openbaar ministerie zijn advies schrifte-
lijk uit te brengen voor of tijdens de zitting.
De veroordeelde, de directeur en het slachtoffer wor-
den bij gerechtsbrief in kennis gesteld van de dag, het
uur en de plaats van de zitting.
§ 3. Het dossier wordt gedurende ten minste vier
dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld
voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde
en zijn raadsman op de griffie van de gevangenis waar
de veroordeelde zijn straf ondergaat.
De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift
van het dossier verkrijgen.
De artikelen 95/6 en 95/7 zijn van toepassing.
Art. 95/24. — § 1. Onder voorbehoud van de toepas-
sing van artikel 95/2, § 2, tweede lid, wordt het vonnis
Art. 95/20. — Les articles 62 et 63 sont d’application
pour le suivi et le contrôle de la détention limitée et de la
surveillance électronique.
Le Titre VIII est d’application.
Section 4 — Du contrôle annuel d’office par le tribu-
nal de l’application des peines
Art. 95/21. — Après une privation de liberté d’un an,
fondée exclusivement sur la décision faisant suite à la
mise à la disposition du tribunal de l’application des
peines, le tribunal de l’application des peines examine
d’office la possibilité d’accorder une libération sous sur-
veillance.
Le directeur émet un avis quatre mois avant le délai
visé à l’alinéa 1er. L’article 95/3, § 2, est d’application.
Art. 95/22. — Dans le mois de la réception de l’avis
du directeur, le ministère public rédige un avis motivé,
qu’il communique au tribunal de l’application des pei-
nes et en copie au condamné et au directeur.
Art. 95/23. — § 1er. L’examen de l’affaire a lieu à la
première audience utile du tribunal de l’application des
peines après réception de l’avis du ministère public.
Cette audience a lieu au plus tard deux mois avant l’ex-
piration du délai prévu à l’article 95/21.
Si l’avis du ministère public n’est pas communiqué
dans le délai fixé à l’article 95/22, le ministère public
doit rendre son avis par écrit avant ou pendant
l’audience.
Le condamné, le directeur et la victime sont informés
par pli judiciaire des lieu, jour et heure de l’audience.
§ 3. Le dossier est tenu, pendant au moins quatre
jours avant la date fixée pour l’audience, à la disposi-
tion du condamné et de son conseil pour consultation
au greffe de la prison où le condamné subit sa peine.
Le condamné peut, à sa demande, obtenir une copie
du dossier.
Les articles 95/6 et 95/7 sont d’application.
Art. 95/24. — § 1er. Sous réserve de l’application de
l’article 95/2, § 2, alinéa 2, le jugement d’octroi d’une
15
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
tot toekenning van een invrijheidstelling onder toezicht
uitvoerbaar vanaf de dag dat het in kracht van gewijsde
is gegaan en ten vroegste op het einde van de termijn
bepaald in artikel 95/21.
De strafuitvoeringsrechtbank kan evenwel een latere
datum bepalen waarop het vonnis uitvoerbaar wordt.
§ 2. Indien zich, nadat de beslissing tot toekenning
van de invrijheidstelling onder toezicht is genomen, maar
voor de uitvoering ervan, een situatie voordoet die on-
verenigbaar is met de voorwaarden die in deze beslis-
sing zijn bepaald, kan de strafuitvoeringsrechtbank, op
vordering van het openbaar ministerie, een nieuwe be-
slissing nemen, met inbegrip van de intrekking van de
invrijheidstelling onder toezicht.
Artikel 61, §§ 2 tot 4, is van toepassing.
Art. 95/25. — Indien de strafuitvoeringsrechtbank de
invrijheidstelling onder toezicht niet toekent, bepaalt zij
in haar vonnis de datum waarop de directeur een nieuw
advies moet uitbrengen.
Deze termijn mag niet langer zijn dan één jaar te re-
kenen van het vonnis.
Afdeling 5. — Het verloop van de invrijheidstelling
onder toezicht
Art. 95/26. — De opvolging en de controle van de ter
beschikking gestelde veroordeelde tijdens de invrijheid-
stelling onder toezicht gebeurt overeenkomstig de arti-
kelen 62 en 63.
Art. 95/27. — § 1. Het openbaar ministerie kan, met
het oog op de herroeping of de schorsing van de invrij-
heidstelling onder toezicht, de zaak bij de straf-
uitvoeringsrechtbank aanhangig maken in de volgende
gevallen :
1º wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane
beslissing wordt vastgesteld dat de ter beschikking ge-
stelde veroordeelde tijdens de in artikel 95/28 bedoelde
termijn een wanbedrijf of misdaad heeft gepleegd;
2º in de gevallen bedoeld in artikel 64, 2º, 3º, 4º en
5º.
§ 2. In geval van herroeping wordt de veroordeelde
onmiddellijk opnieuw opgesloten.
In geval van herroeping overeenkomstig § 1, 1º, wordt
de herroeping geacht in te zijn gegaan op de dag waarop
die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd.
libération sous surveillance est exécutoire à compter du
jour où il est coulé en force de chose jugée et au plus
tôt à la fin du délai prévu à l’article 95/21.
Toutefois, le tribunal de l’application des peines peut
fixer à une date ultérieure le moment où le jugement
sera exécutoire.
§ 2. S’il se produit, après la décision d’octroi d’une
libération sous surveillance mais avant son exécution,
une situation incompatible avec les conditions fixées
dans cette décision, le tribunal de l’application des pei-
nes peut, sur réquisition du ministère public, prendre
une nouvelle décision, en ce compris le retrait de la li-
bération sous surveillance.
L’article 61, §§ 2 à 4, est d’application.
Art. 95/25. — Si le tribunal de l’application des pei-
nes n’accorde pas la libération sous surveillance, il indi-
que dans son jugement la date à laquelle le directeur
doit émettre un nouvel avis.
Ce délai ne peut excéder un an à compter du juge-
ment.
Section 5 — Du déroulement de la libération sous
surveillance
Art. 95/26. — Le suivi et le contrôle du condamné
mis à disposition durant la libération sous surveillance
s’effectuent conformément aux articles 62 et 63.
Art. 95/27. — § 1er. Le ministère public peut saisir le
tribunal de l’application des peines en vue de la révoca-
tion ou de la suspension de la libération sous sur-
veillance, dans les cas suivants:
1º lorsqu’il est établi par une décision passée en force
de chose jugée que le condamné mis à disposition a
commis un crime ou un délit durant le délai visé à l’arti-
cle 95/28;
2º dans les cas visés à l’article 64, 2º à 5º.
§ 2. En cas de révocation, le condamné est immédia-
tement réincarcéré.
En cas de révocation conformément au § 1er, 1º, la
révocation est réputée avoir pris cours le jour où le crime
ou le délit a été commis.
16
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
§ 3. Artikel 70 is van toepassing.
Art. 95/28. — Onder voorbehoud van de toepassing
van artikel 95/29 wordt de ter beschikking van de straf-
uitvoeringsrechtbank gestelde definitief in vrijheid ge-
steld na het verstrijken van de bij de rechter vastge-
stelde termijn voor de terbeschikkingstelling
overeenkomstig de artikelen 34bis tot en met 34quater
van het Strafwetboek.
Afdeling 6 — Ontheffing van de terbeschikkingstelling
van de strafuitvoeringsrechtbank
Art. 95/29. — § 1. De onder toezicht in vrijheid ge-
stelde veroordeelden kunnen de strafuitvoerings-
rechtbank verzoeken om een einde te stellen aan de
periode van de ter beschikkingstelling van de straf-
uitvoeringsrechtbank.
Dit schriftelijk verzoek mag ingediend worden twee
jaar nadat de invrijheidstelling onder toezicht is toege-
kend geweest en vervolgens om de twee jaar.
Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie
van de strafuitvoeringsrechtbank.
§ 2. Binnen een maand na de indiening van het ver-
zoek wint het openbaar ministerie alle nuttige inlichtin-
gen in, stelt een met redenen omkleed advies op en
zendt dit alles over aan de strafuitvoeringsrechtbank.
Een afschrift van het advies wordt aan de veroordeelde
meegedeeld.
Art. 95/30. — § 1. De behandeling van de zaak vindt
plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoerings-
rechtbank na de ontvangst van het advies van het open-
baar ministerie. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk
twee maanden na de indiening van het schriftelijk ver-
zoek.
De veroordeelde wordt bij gerechtsbrief in kennis
gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.
§ 2. Het dossier wordt gedurende ten minste vier
dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld
voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde
en zijn raadsman op de griffie van de strafuitvoerings-
rechtbank.
De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift
van het dossier verkrijgen.
§ 3. De strafuitvoeringsrechtbank hoort de veroor-
deelde en zijn raadsman en het openbaar ministerie.
§ 3. L’article 70 est d’application.
Art. 95/28. — Sous réserve de l’application de l’arti-
cle 95/29, le condamné mis à la disposition du tribunal
de l’application des peines est définitivement remis en
liberté à l’expiration du délai de mise à disposition fixé
par le juge conformément aux articles 34bis à 34quater
du Code pénal.
Section 6 — De la levée de la mise à la disposition
du tribunal de l’application des peines
Art. 95/29. — § 1er. Le condamné libéré sous sur-
veillance peut demander au tribunal de l’application des
peines qu’il soit mis fin à la période de mise à la dispo-
sition du tribunal de l’application des peines.
Cette demande écrite peut être introduite deux ans
après l’octroi de la libération sous surveillance et, en-
suite, tous les deux ans.
La demande écrite est déposée au greffe du tribunal
de l’application des peines.
§ 2. Dans le mois du dépôt de la demande, le minis-
tère public recueille toutes les informations utiles, ré-
dige un avis motivé et communique le tout au tribunal
de l’application des peines. Une copie de l’avis est com-
muniquée au condamné.
Art. 95/30. — § 1er. L’examen de l’affaire a lieu à la
première audience utile du tribunal de l’application des
peines après réception de l’avis du ministère public.
Cette audience doit avoir lieu au plus tard deux mois
après le dépôt de la demande écrite.
Le condamné est informé par pli judiciaire des lieu,
jour et heure de l’audience.
§ 2. Le dossier est tenu, au moins quatre jours avant
la date fixée pour l’audience, à la disposition du con-
damné et de son conseil pour consultation au greffe du
tribunal de l’application des peines.
Le condamné peut, à sa demande, obtenir une copie
du dossier.
§ 3. Le tribunal de l’application des peines entend le
condamné et son conseil ainsi que le ministère public.
17
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
§ 4. Behoudens in de gevallen dat de openbaarheid
gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede ze-
den of de nationale veiligheid, is de zitting openbaar
indien de veroordeelde hierom verzoekt.
§ 5. De strafuitvoeringsrechtbank beslist binnen veer-
tien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
Zij kent de ontheffing van de terbeschikkingstelling
toe indien redelijkerwijze niet te vrezen valt dat de ver-
oordeelde nieuwe strafbare feiten zal plegen.
§ 6. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij
gerechtsbrief ter kennis gebracht van de veroordeelde
en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar mi-
nisterie.
Het slachtoffer wordt binnen vierentwintig uur schrif-
telijk op de hoogte gebracht van de beslissing.
Het vonnis tot ontheffing van de terbeschikkingstelling
wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en in-
stanties:
— aan de korpschef van de lokale politie van de ge-
meente waar de veroordeelde was gevestigd;
— aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in
artikel 44/4 van de wet van 5 augustus 1992 op het
politieambt;
— aan de directeur van het justitiehuis van het ge-
rechtelijk arrondissement dat met de begeleiding was
belast.».
Art. 5
Artikel 96 van dezelfde wet wordt aangevuld met het
volgende lid:
Er staat cassatieberoep open voor het openbaar mi-
nisterie en de ter beschikking gestelde veroordeelde
tegen de overeenkomstig titel XIbis, hoofdstuk 1 geno-
men beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank met
betrekking tot :
a) de vrijheidsbeneming;
b) de toekenning, de afwijzing of de herroeping van
een periodieke uitgaansvergunning en tot de herziening
van de bijzondere voorwaarden;
c) de toekenning, de afwijzing of de herroeping van
een penitentiair verlof en tot de herziening van de bij-
zondere voorwaarden;
§ 4. Sauf dans les cas où la publicité des débats est
dangereuse pour l’ordre public, les bonnes mœurs ou
la sécurité nationale, l’audience est publique si le con-
damné en fait la demande.
§ 5. Le tribunal de l’application des peines rend sa
décision dans les quatorze jours de la mise en délibéré.
Il accorde la levée de la mise à disposition s’il n’y a
raisonnablement pas lieu de craindre que le condamné
commette de nouvelles infractions.
§ 6. Le jugement est notifié dans les vingt-quatre heu-
res, par pli judiciaire, au condamné et porté par écrit à
la connaissance du ministère public.
La victime est informée par écrit de la décision dans
les vingt-quatre heures.
Le jugement d’octroi de la levée de la mise à disposi-
tion est communiqué aux autorités et instances suivan-
tes:
— au chef de corps de la police locale de la com-
mune où le condamné était établi;
— à la banque de données nationale visée à l’article
44/4 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police;
— au directeur de la maison de justice de l’arrondis-
sement judiciaire en charge de la guidance.».
Art. 5
L’article 96 de la même loi est complété par l’alinéa
suivant:
Sont susceptibles de pourvoi en cassation par le mi-
nistère public et le condamné mis à disposition, les dé-
cisions du tribunal de l’application des peines prises
conformément au titre XIbis, chapitre 1er, et relatives:
a) à la privation de liberté;
b) à l’octroi, au refus ou à la révocation d’une permis-
sion de sortie périodique et à la révision des conditions
particulières,
c) à l’octroi, au refus ou à la révocation d’un congé
pénitentiaire et à la révision des conditions particuliè-
res,
18
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
d) de toekenning, de afwijzing of de herroeping van
een beperkte detentie en tot de herziening van de bij-
zondere voorwaarden;
e) de toekenning, de afwijzing of de herroeping van
een elektronisch toezicht en tot de herziening van de
bijzondere voorwaarden;
f) de toekenning, de afwijzing of de herroeping van
een invrijheidstelling onder toezicht en tot de herziening
van de bijzondere voorwaarden of
g) de beslissing tot afwijzing of tot toekenning van de
ontheffing van de terbeschikkingstelling van de straf-
uitvoeringsrechtbank.
Art. 6
In artikel 97, § 3, eerste lid, van dezelfde wet worden
de woorden «, een periodieke uitgaansvergunning, een
penitentiair verlof, een beperkte detentie, een elektro-
nisch toezicht, een invrijheidstelling onder toezicht of
die de veroordeelde overeenkomstig titel XIbis ontheft
van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoerings-
rechtbank»
ingevoegd
tussen
de
woorden
«strafuitvoeringsmodaliteit toekent» en de woorden
«, heeft schorsende kracht».
HOOFDSTUK IV
Bepaling tot wijziging van het Wetboek van
strafvordering
Art. 7
Artikel 590, 5º, van het Wetboek van strafvordering,
opgeheven door de wet van 10 juli 1967 en opnieuw
opgenomen bij de wet van 8 augustus 1997, wordt ver-
vangen als volgt :
«5º beslissingen tot terbeschikkingstelling van de
strafuitvoeringsrechtbank en tot vrijheidsbeneming die
overeenkomstig de artikelen 34bis tot en met 34quater
van het Strafwetboek en artikel 95/7 van de wet van 17
mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de
veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slacht-
offer toegekende rechten in het raam van de straf-
uitvoeringsmodaliteiten zijn genomen.».
d) à l’octroi, au refus ou à la révocation d’une déten-
tion limitée et à la révision des conditions particulières,
e) l’octroi, au refus ou à la révocation d’une sur-
veillance électronique et à la révision des conditions
particulières,
f) à l’octroi, au refus ou à la révocation d’une libéra-
tion sous surveillance, et à la révision des conditions
particulières, ou
g) à la décision de refus ou d’octroi de la levée de la
mise à la disposition du tribunal de l’application des
peines.
Art. 6
Dans l’article 97, § 3, alinéa 1er, de la même loi, les
mots «, une permission de sortie périodique, un congé
pénitentiaire, une détention limitée, une surveillance
électronique, une libération sous surveillance ou la le-
vée de la mise à la disposition du tribunal de l’applica-
tion des peines conformément au titre XIbis» sont insé-
rés entre les mots «peine visée au titre V ou au titre XI»
et les mots «a un effet suspensif».
CHAPITRE IV
Dispositions modifiant le Code d’Instruction
criminelle
Art. 7
L’article 590, 5º, du Code d’Instruction criminelle,
abrogé par la loi du 10 juillet 1967 et rétabli par la loi du
8 août 1997, est remplacé par la disposition suivante:
«5º les décisions de mise à la disposition du tribunal
de l’application des peines et de privation de liberté pri-
ses par application des articles 34bis à 34quater du Code
pénal et de l’article 95/7 de la loi du 17 mai 2006 rela-
tive au statut juridique externe des personnes condam-
nées à une peine privative de liberté et aux droits re-
connus à la victime dans le cadre des modalités
d’exécution de la peine.».
19
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
Art. 8
In artikel 625 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
de wet van 7 april 1964 en gewijzigd door de wet van 9
januari 1991, wordt een 3bis ingevoegd, luidende :
«3bis van de dag van de invrijheidstelling onder toe-
zicht, mits de terbeschikkingstelling van de straf-
uitvoeringsrechtbank een einde heeft genomen ten tijde
van het indienen van de aanvraag;
Art. 9
In artikel 626, eerste en tweede lid, van hetzelfde
Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964 en ge-
wijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 9 januari 1991,
worden de woorden «of indien hij ter beschikking van
de regering is gesteld ingevolge artikel 23, tweede lid,
van de wet van 9 april 1930 als gewijzigd bij de wet van
1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen
abnormalen en gewoontemisdadigers» telkens vervan-
gen door de woorden «of indien hij ter beschikking van
de strafuitvoeringsrechtbank is gesteld ingevolge de
artikelen 34bis, 34ter of 34quater van het Strafwet-
boek.».
HOOFDSTUK V
Bepaling tot wijziging van de wet van 5 augustus
1992 op het politieambt
Art. 10
Artikel 20, eerste en tweede lid, van de wet van 5
augustus 1992 op het politieambt, gewijzigd bij de wet-
ten van 5 maart 1998, 7 december 1998, 17 mei 2006
en ...., wordt vervangen als volgt :
«De politiediensten houden toezicht op de veroordeel-
den die een strafuitvoeringsmodaliteit van de vrijheids-
straf genieten, of die een uitvoeringsmodaliteit van de
terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank
genieten, op de veroordeelden die enige andere maat-
regel genieten die de strafuitvoering schorst, op de ver-
oordeelden in penitentiair verlof, op de personen ten
aanzien van wie een probatie-opschorting is uitgespro-
ken of de veoordeelden met uitstel, op de veroordeel-
den die in vrijheid werden gesteld onder toezicht, als-
ook op de verdachten die in vrijheid gesteld of gelaten
zijn overeenkomstig de wet betreffende de voorlopige
hechtenis.
Art. 8
Dans l’article 625 du même Code, remplacé par la loi
du 7 avril 1964 et modifié par la loi du 9 janvier 1991, il
est inséré un 3bis, rédigé comme suit:
«3bis du jour de la libération sous surveillance, à con-
dition que la mise à la disposition du tribunal de l’appli-
cation des peines ait pris fin au moment de l’introduc-
tion de la demande;».
Art. 9
Dans l’article 626, alinéas 1er et 2, du même Code,
remplacés par la loi du 7 avril 1964 et modifiés par les
lois des 10 juillet 1967 et 9 janvier 1991, les mots «ou
s’il a été mis à la disposition du gouvernement par ap-
plication de l’article 23, alinéa 2, de la loi du 9 avril 1930
telle qu’elle a été modifiée par la loi du 1er juillet 1964 de
défense sociale à l’égard des anormaux et des délin-
quants d’habitude» sont remplacés par les mots «ou s’il
a été mis à la disposition du tribunal de l’application des
peines par application des articles 34bis, 34ter ou 34qua-
ter du Code pénal.».
CHAPITRE V
Disposition modifiant la loi du 5 août 1992 sur la
fonction de police
Art. 10
L’article 20, alinéas 1 et 2, de la loi du 5 août 1992
sur la fonction de police, modifié par les lois des 5 mars
1998, 7 décembre 1998, 17 mai 2006 et ..., sont rem-
placés par les dispositions suivantes:
«Les services de police surveillent les condamnés
qui bénéficient d’une modalité d’exécution de la peine
privative de liberté ou qui bénéficient d’une modalité
d’exécution de la mise à disposition du tribunal de l’ap-
plication des peines, les condamnés qui bénéficient de
toute autre mesure qui suspend l’exécution de la peine,
les condamnés en congé pénitentiaire, les personnes
ayant fait l’objet d’une suspension probatoire ou les con-
damnés avec sursis, les condamnés qui ont été remis
en liberté sous surveillance, ainsi que les inculpés lais-
sés ou mis en liberté conformément à la loi relative à la
détention préventive.
20
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G VA N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
Zij houden eveneens toezicht op de naleving van de
hen daartoe meegedeelde voorwaarden die zijn opge-
legd aan de veroordeelden die een strafuitvoerings-
modaliteit van de vrijheidsstraf genieten, of die een
uitvoeringsmodaliteit van de terbeschikkingstelling van
de strafuitvoeringsrechtbank genieten, aan de veroor-
deelden die enige andere maatregel genieten die de
strafuitvoering schorst, aan de veroordeelden in
penitentiair verlof, op de personen ten aanzien van wie
een probatie-opschorting is uitgesproken of de
veoordeelden met uitstel, aan de veroordeelden die in
vrijheid werden gesteld onder toezicht, alsook aan de
verdachten die in vrijheid gesteld of gelaten zijn over-
eenkomstig de wet betreffende de voorlopige hechte-
nis.».
HOOFDSTUK V
Opheffingsbepalingen
Art. 11
Hoofdstuk VII van de wet van 9 april 1930, zoals ver-
vangen door de wet van 1 juli 1964, wordt opgeheven.
HOOFDSTUK VI
Overgangsbepalingen
Art. 12
Bij de inwerkingtreding van deze wet worden de dos-
siers van ter beschikking van de regering gestelden
waarin de minister van Justitie hetzij een beslissing tot
internering, hetzij een beslissing tot invrijheidstelling op
proef heeft genomen ambtshalve en zonder kosten in-
geschreven op de algemene rol van de strafuitvoerings-
rechtbanken.
De minister maakt de dossiers over aan de griffier
van de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank.
Ingeval van een invrijheidstelling onder toezicht is de
strafuitvoeringsrechtbank van de woonplaats, of bij
gebreke daarvan, van de verblijfplaats van de ter be-
schikking van de regering gestelde veroordeelde be-
voegd.
Ils veillent également que soient respectées les con-
ditions qui leur sont communiquées à cet effet et qui
sont imposées aux condamnés qui bénéficient d’une
modalité d’exécution de la peine privative de liberté ou
qui bénéficient d’une modalité d’exécution de la mise à
disposition du tribunal de l’application des peines, aux
condamnés qui bénéficient de toute autre mesure qui
suspend l’exécution de la peine, aux condamnés en
congé pénitentiaire, aux personnes ayant fait l’objet
d’une suspension probatoire ou aux condamnés avec
sursis, aux condamnés qui ont été remis en liberté sous
surveillance ainsi qu’aux inculpés laissés ou mis en li-
berté conformément à la loi relative à la détention pré-
ventive.».
CHAPITRE V
Disposition abrogatoire
Art. 11
Le chapitre VII de la loi du 9 avril 1930, remplacé par
la loi du 1er juillet 1964, est abrogé.
CHAPITRE VI
Dispositions transitoires
Art. 12
Lors de l’entrée en vigueur de la présente loi, les dos-
siers des personnes mises à la disposition du gouver-
nement dans lesquels le ministre de la Justice a pris
soit une décision d’internement, soit une décision de
libération à l’essai sont portés d’office et sans frais au
rôle général des tribunaux de l’application des peines.
Le ministre communique les dossiers au greffe du
tribunal de l’application des peines compétent.
Si la personne bénéficie d’une libération sous sur-
veillance, le tribunal de l’application des peines compé-
tent est celui du domicile, ou à défaut, de la résidence
du condamné mis à la disposition du gouvernement.
21
2999/001
DOC 51
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 1e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 1e Z I T T I N G S P E R I O D E
2006
2007
HOOFDSTUK VII
Inwerkingtreding
Art. 13
Met uitzondering van dit artikel dat in werking treedt
de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt
bekendgemaakt, treedt elk artikel van deze wet in wer-
king op de door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk
op de eerste dag van de vierentwintigste maand na die
waarin deze wet bekend is gemaakt in het Belgisch
Staatsblad.
CHAPITRE VII
Entrée en vigueur
Art. 13
À l’exception du présent article, qui entre en vigueur
le jour de la publication de la présente loi au Moniteur
belge, chacun des articles de la présente loi entre en
vigueur à la date fixée par le Roi, et au plus tard, le
premier jour du vingt-quatrième mois qui suit celui au
cours duquel la présente loi aura été publiée au Moni-
teur belge.
Brussel, 15 maart 2007
De voorzitter van de Senaat,
De griffier van de Senaat,
Bruxelles, le 15 mars 2007
La présidente du Sénat,
Le greffier du Sénat,
Anne-Marie LIZIN
Luc BLONDEEL
Centrale drukkerij – Deze publicatie wordt uitsluitend gedrukt op volledig gerecycleerd papier
Imprimerie centrale – Cette publication est imprimée exclusivement sur du papier entièrement recyclé