Document 50K0212/002

🏛️ KAMER Legislatuur 50 📁 212 Verslag 🌐 NL

Inhoud

DOC 50 0212/002 DOC 50 0212/002 29 octobre 1999 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 29 oktober 1999 S — 244 WETSONTWERP betreffende steunmaatregelen ten gunste van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis ______ BIJLAGE PROJET DE LOI relatif à des mesures d’aide en faveur d’entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine ______ ANNEXE KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 Document précédent : DOC 50 212/ .. : 001 : Projet de loi. _______________ En remplacement du document distribué antérieurement. Voorgaand document : DOC 50 212/ .. : 001 : Wetsontwerp. _______________ Ter vervanging van het vroeger rondgedeelde stuk. 2 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 Abréviations dans la numérotation des publications : DOC 50 0000/000 : Document parlementaire de la 50e législature, suivi du n° et du n° consécutif QRVA : Questions et Réponses écrites HA : Annales (Compte Rendu Intégral) CRA : Compte Rendu Analytique PLEN : Séance plénière COM : Réunion de commission Afkortingen bij de nummering van de publicaties : DOC 50 0000/000 : Parlementair document van de 50e zittingsperiode + het nummer en het volgnummer QRVA : Schriftelijke Vragen en Antwoorden HA : Handelingen (Integraal Verslag) BV : Beknopt Verslag PLEN : Plenum COM : Commissievergadering Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes : Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.laChambre.be e-mail : aff.generales@laChambre.be Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen : Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.deKamer.be e-mail : alg.zaken@deKamer.be AGALEV-ECOLO : Anders Gaan Leven / Écologistes Confédérés pour l’Organisation de luttes originales CVP : Christelijke Volkspartij FN : Front national PRL FDF MCC : Parti Réformateur libéral - Front démocratique francophone-Mouvement des Citoyens pour le Changement PS : Parti socialiste PSC : Parti social-chrétien SP : Socialistische Partij VLAAMS BLOK : Vlaams Blok VLD : Vlaamse Liberalen en Democraten VU&ID : Volksunie&ID21 DOC 50 0212/002 3 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 PROTOCOL ______ De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de eerste minister, de minister van Financiën, de minister van Landbouw en Middenstand en de regeringscom- missaris belast met de dioxineproblematiek (hierna de « Staat »), en de BELGISCHE VERENIGING VAN BANKEN, ver- tegenwoordigd door de heer D. BRUNEEL, ondervoor- zitter (hierna « BVB ») INDACHTIG dat de Staat en de kredietinstellingen een gelijklopend belang hebben om te vermijden dat intrinsiek gezonde landbouwbedrijven in een financieel kritieke toestand komen door thesauriespanningen te wijten aan de uitzonderlijke marktverstoring veroorzaakt door de recente dioxineverontreiniging van bepaald dier- voeder; VERLANGEND een kader te bepalen voor een naar marktmaatstaven verantwoorde kredietverstrekking aan de betrokken bedrijven waarbij de Staat en de krediet- instellingen een gelijk deel van het risico dragen, ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT : Artikel 1 Algemeen opzet 1. De deelnemende kredietinstellingen kunnen aan de landbouwbedrijven bepaald in artikel 2 kredieten verstrekken tot een totaal bedrag van 25 000 000 000 Belgische frank (619 733 811,93 euro) in hoofdsom, welke volgens de voorwaarden bepaald in dit Protocol in aanmerking komen voor de Staats- waarborg ten belope van 50 % van hoofdsom en inte- resten. 2. Deelneming aan de in dit Protocol bepaalde rege- ling staat open voor alle Belgische en buitenlandse kredietinstellingen die (i) volgens de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de krediet- instellingen gerechtigd zijn in België leningen te verstrek- ken, en (ii) schriftelijk toetreden tot dit protocol. De BVB maakt de betreffende toetredingsakten over aan de mi- nister van Financiën. PROTOCOLE ______ L’ÉTAT BELGE, représenté par le premier ministre, le ministre des Finances, le ministre de l’Agriculture et des Classes moyennes et le commissaire du gouverne- ment chargé de la problématique de la dioxine (ci-après l’« État »), et l’ASSOCIATION BELGE DES BANQUES, représen- tée par Monsieur D. BRUNEEL, vice-président (ci-après l’« ABB ») CONSIDÉRANT que l’État et les établissements de crédit ont un intérêt parallèle à éviter que des entrepri- ses agricoles intrinsèquement saines ne se trouvent dans une situation financièrement critique en raison de difficultés de trésorerie dues à la perturbation excep- tionnelle du marché causée par la récente contamination de certains aliments pour animaux par la dioxine; DÉSIRANT établir un cadre pour l’octroi, aux entre- prises concernées, de crédits répondant aux critères de marché dont l’État et les établissements de crédit sup- portent une part égale du risque, SONT CONVENUS COMME SUIT : Article 1er Principe général 1. Les établissements de crédit participants peuvent octroyer des crédits aux entreprises agricoles visées à l’article 2 jusqu’à un montant total de 25 000 000 000 de francs belges (619 733 811,93 euro) en principal, qui selon les conditions prévues par le présent Protocole sont éligibles pour la garantie de l’État à concurrence de 50 % du montant principal et des intérêts. 2. La participation au système prévu par le présent Protocole est ouverte à tous les établissements de cré- dit belges et étrangers qui (i) suivant la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit sont habilités à consentir des prêts en Belgi- que, et (ii) adhèrent par écrit au présent Protocole. L’ABB transmet les actes d’adhésion concernés au ministre des Finances. 4 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 Art. 2 Doelgroep 1. Voor de door dit Protocol geregelde kredieten ko- men enkel in aanmerking de in België gevestigde landbouwbedrijven die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden : a. de hoofdactiviteit van het bedrijf dient te zijn gesi- tueerd in één of meer van de sectoren van vlees-, melk- en eierproductie die zijn getroffen door de crisissituatie welke is ontstaan als gevolg van de potentiële dioxine- contaminatie van diervoeder in de eerste helft van 1999; b. het bedrijf dient in de loop van de periode juni- september 1999 een omzetverlies te hebben geleden van 25 % of meer over twee maanden (al dan niet opeen- volgend) of van 40 % of meer voor één maand, en dit ten opzichte van de gemiddelde omzet voor de corres- ponderende maand of maanden van de jaren 1996, 1997 en 1998; c. dit omzetverlies kan redelijkerwijze niet worden toegeschreven aan andere oorzaken dan de markt- verstoring ingevolge voornoemde dioxinecontaminatie; d. het bedrijf was per 27 mei 1999 een intrinsiek ge- zond bedrijf, hetgeen ten minste veronderstelt dat het alsdan (i) niet structureel verlieslatend was, (ii) zich niet bevond in de voorwaarden voor faillissement of gerech- telijk akkoord (in het geval van landbouwbedrijven die de hoedanigheid van koopman hebben), en (iii) geen belangrijke betalingsachterstallen had met betrekking tot belastingen, sociale lasten of bezoldigingen of op schulden ten aanzien van kredietinstellingen. 2. Een landbouwbedrijf komt slechts in aanmerking voor één krediet met toepassing van de in dit Protocol bepaalde regeling. 3. In de leningsovereenkomst dient het betrokken landbouwbedrijf uitdrukkelijk te verklaren dat het voldoet aan elk van de voorwaarden bepaald in leden 1 en 2. Tevens dient de leningsovereenkomst te bepalen dat het krediet onmiddellijk opeisbaar wordt zo deze ver- klaring in enig opzicht onjuist zou blijken te zijn. Art. 3 Financiële voorwaarden 1. De financiële voorwaarden van de kredieten ver- strekt met toepassing van dit Protocol dienen te worden vastgesteld met inachtneming van de volgende para- meters : a. het krediet mag 5 000 000 Belgische frank (123 946,76 euro) in hoofdsom niet overschrijden; bin- Art. 2 Groupe-cible 1. Sont seules éligibles pour les crédits réglés par le présent Protocole les entreprises agricoles établies en Belgique qui remplissent chacune des conditions sui- vantes : a. l’activité principale de l’entreprise doit se situer dans un ou plusieurs des secteurs de la production de viande, lait et œufs qui sont touchés par la situation de crise qui est née à la suite de la contamination poten- tielle d’aliments pour animaux par la dioxine pendant la première moitié de 1999; b. l’entreprise doit avoir subi au cours de la période juin-septembre 1999 une perte de chiffre d’affaires de 25 % ou plus sur deux mois (consécutifs ou non) ou de 40 % ou plus pour un mois, et ce par rapport au chiffre d’affaires moyen du ou des mois correspondants des années 1996, 1997 et 1998; c. cette perte de chiffre d’affaires ne peut raisonna- blement pas être attribuée à d’autres causes que la perturbation du marché suite à la contamination par la dioxine précitée; d. l’entreprise était au 27 mai 1999 une entreprise intrinsèquement saine, ce qui suppose au moins que, à ce moment, elle (i) n’était pas structurellement déficitaire, (ii) ne se trouvait pas dans les conditions de la faillite ou du concordat judiciaire (dans le cas d’entreprises agri- coles ayant la qualité de commerçant), et (iii) n’avait pas d’arriérés de paiement importants en ce qui con- cerne des impôts, des charges sociales ou des rému- nérations ou sur des dettes à l’égard d’établissements de crédit. 2. Une entreprise agricole n’est éligible que pour un seul crédit en application du système prévu par le pré- sent Protocole. 3. L’entreprise agricole concernée doit expressément déclarer dans le contrat d’emprunt qu’elle remplit cha- cune des conditions prévues aux paragraphes 1er et 2. Le contrat d’emprunt doit également prévoir que le cré- dit devient immédiatement exigible si cette déclaration s’avère inexacte à quelque égard que ce soit. Art. 3 Conditions financières 1. Les conditions financières des crédits octroyés en application du présent Protocole doivent être établies dans le respect des paramètres suivants : a. le crédit ne peut dépasser 5 000 000 de francs belges (123 946,76 euro) en principal; dans le respect DOC 50 0212/002 5 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 nen deze limiet wordt het maximumbedrag van het kre- diet bepaald volgens de methode aangegeven in lid 2; b. de looptijd van het krediet is maximum zeven jaar; de aflossing van het kapitaal geschiedt in gelijke jaar- lijkse schijven vanaf het einde van het derde jaar van het krediet; c. het krediet wordt verstrekt aan een vaste rente- voet van maximum de « Belgian prime rate » vermin- derd met 30 basispunten; de betrokken « Belgian prime rate » is deze overeenstemmende met de looptijd van het krediet, zoals deze geldt op de datum van de goed- keuring van het krediet door de betrokken krediet- instelling dan wel op de datum van de eerste opneming op het krediet indien deze later dan 30 dagen na be- doelde goedkeuring geschiedt; d. de rente is jaarlijks betaalbaar na vervallen ter- mijn; e. mits schriftelijk voorbericht van ten minste 15 da- gen, kan de kredietnemer het krediet te allen tijde ver- vroegd terugbetalen zonder dat hem hiervoor enige wederbeleggingsvergoeding of andere kost wordt aan- gerekend, voorzover (i) deze terugbetaling slaat op het volledige uitstaand bedrag in hoofdsom en interesten, en (ii) op datum van de opzegging, de « Belgian prime rate » overeenstemmende met de resterende looptijd van het krediet niet lager is dan de met inachtneming van littera c. bepaalde interestvoet van het krediet plus 30 basispunten. 2. Onverminderd lid 1, littera a., wordt het maximum- bedrag van het krediet bepaald aan de hand van het forfaitair bedrag per dier aangegeven in de volgende tabel : Deze berekening geschiedt aan de hand van de vol- gende documenten : a. varkens : sanitair attest (Landbouw) dat het aan- tal zeugen- en mestvarkensplaatsen vermeldt; b. pluimvee : attest dat het aantal plaatsen vermeldt, af te leveren door de provinciale buitendiensten van DG 5 van het ministerie van Middenstand en Landbouw; c. runderen : inventaris per 1 juni 1999, af te leveren door SANITEL; d. kalveren : SANITEL-attest dat het aantal aange- voerde kalveren vermeldt. Het opvolgingscomité bedoeld in artikel 7 kan de hier- voor aangegeven bedragen aanpassen in overleg met Directoraat Generaal VI (Landbouw) van de Commis- sie van de Europese Gemeenschappen. Het kan even- eens gepaste nadere regels bepalen om rekening te houden met de specificiteiten van de sector melkpro- ductie. de cette limite le montant maximal du crédit est déter- miné suivant la méthode indiquée au paragraphe 2; b. la durée du crédit est au maximum de sept ans; l’amortissement du capital se fait en tranches annuelles égales à partir de la fin de la troisième année du crédit; c. le crédit est octroyé à un intérêt fixe qui ne pourra dépasser le « Belgian prime rate » diminué de 30 points de base; le « Belgian prime rate » concerné est celui correspondant à la durée du crédit, tel qu’il est en vi- gueur à la date de l’approbation du crédit par l’établis- sement de crédit concerné ou à la date du premier pré- lèvement sur le crédit si celui-ci se fait plus de 30 jours après l’approbation concernée; d. les intérêts sont payables annuellement à terme échu; e. moyennant préavis écrit d’au moins 15 jours, le preneur de crédit peut à tout moment rembourser le cré- dit anticipativement sans qu’une indemnité de remploi ou d’autres frais ne soient mis à sa charge, pour autant que (i) ce remboursement porte sur l’entièreté du mon- tant restant dû en principal et intérêts, et (ii) à la date du préavis, le « Belgian prime rate » correspondant à la durée résiduelle du crédit ne soit pas inférieur au taux d’intérêt du crédit fixé conformément au littera c. plus 30 points de base. 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, littera a., le mon- tant maximal du crédit est déterminé à partir du mon- tant forfaitaire par animal indiqué dans le tableau sui- vant : Ce calcul est effectué à l’aide des documents sui- vants : a. porcs : l’attestation sanitaire (Agriculture) qui fait état du nombre d’emplacements de truies et porcs de boucherie; b. volaille : l’attestation faisant état du nombre d’em- placements, à délivrer par les services extérieurs pro- vinciaux de la DG 5 du ministère des Classes moyen- nes et de l’Agriculture; c. bovins : l’inventaire au 1er juin 1999, à délivrer par SANITEL; d. veaux : l’attestation SANITEL faisant état du nom- bre de veaux amenés. Le comité de suivi visé à l’article 7 peut adapter les montants indiqués ci-avant en concertation avec la Di- rection générale VI (Agriculture) de la Commission des Communautés européennes. Il peut également définir des modalités de calcul appropriées pour tenir compte des spécificités du secteur de la production de lait. 6 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 Art. 4 Zekerheden en Staatswaarborg 1. Bij het verstrekken van kredieten met toepassing van dit Protocol volgen de deelnemende krediet- instellingen een marktconform beleid met betrekking tot de eventueel door of voor rekening van de kredietnemer te stellen zekerheden. 2. Bij wijze van borgstelling waarborgt de Staat de met toepassing van dit Protocol verstrekte kredieten ten belope van 50 % van hoofdsom en interesten (inclusief nalatigheidsinteresten). Deze waarborg kan worden aangesproken, ten belope van 50 % van de onbetaalde som, zodra de betrokken kredietnemer een onder het krediet verschuldigde en eisbare som niet heeft betaald 30 dagen na daartoe door de kredietinstelling schrifte- lijk te zijn aangemaand. Bij betaling ingevolge de waarborg wordt de Staat pro tanto gesubrogeerd in de rechten van de betrokken kredietinstelling, inclusief zekerheden en voorrechten gevestigd of ontstaan ter gelegenheid van de toeken- ning van het gewaarborgde krediet. Zo de kredietinstel- ling bij uitwinning van de kredietnemer op haar vorde- ring uit hoofde van het krediet een groter bedrag recu- pereert dan de Staat krachtens zijn verhaal als borg, zal de kredietinstelling onmiddellijk de helft van het ver- schil aan de Staat bijpassen zodat de kredietinstelling en de Staat pari passu in het risico delen. Art. 5 Toekenning en opvolging van kredieten 1. Kredieten met toepassing van dit Protocol worden door de deelnemende kredietinstellingen toegekend en opgevolgd volgens de normale regels van zorgvuldig kredietbeleid. 2. De toekenning van de kredieten geschiedt over- eenkomstig de volgende procedure : a. het betrokken landbouwbedrijf dient bij een deel- nemende kredietinstelling een kredietaanvraag in die vergezeld is van het origineel attest, opgemaakt volgens het model in Bijlage A bij dit Protocol, waarin een bedrijfs- revisor, lid van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, een accountant, lid van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten (hetzij een externe accountant, hetzij een interne accountant die door een arbeidsover- eenkomst is verbonden met een beroepsorganisatie voor de landbouw of met een entiteit erkend door een derge- lijke organisatie), of een erkende boekhouder of boek- houder-fiscalist, lid van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten, op grond van verantwoor- dingsstukken attesteert dat het bedrijf voldoet aan elk Art. 4 Sûretés et garantie de l’État 1. Dans l’octroi de crédits en application du présent Protocole, les établissements de crédit participants sui- vent une politique conforme au marché en ce qui con- cerne les sûretés à constituer éventuellement par le pre- neur de crédit ou pour compte de celui-ci. 2. À titre de cautionnement, l’État garantit les crédits octroyés en application du présent Protocole à concur- rence de 50 % du montant principal et des intérêts (y compris les intérêts de retard). Cette garantie peut être appelée, à concurrence de 50 % du montant non payé, dès que le preneur de crédit concerné n’a pas payé une somme due et exigible en vertu du crédit 30 jours après y avoir été sommé par écrit par l’établissement de cré- dit. En cas de paiement suite à la garantie, l’État est subrogé pro tanto dans les droits de l’établissement de crédit concerné, y compris les sûretés et privilèges cons- titués ou nés à l’occasion de l’octroi du crédit garanti. Si l’établissement de crédit, par l’exécution de sa créance du chef du crédit sur le preneur de crédit, récupère un montant plus élevé que l’État en vertu de son recours comme caution, l’établissement de crédit versera im- médiatement la moitié de la différence à l’État de sorte que l’établissement de crédit et l’État participent au ris- que pari passu. Art. 5 Octroi et suivi des crédits 1. Les crédits en application du présent Protocole sont octroyés et suivis par les établissements de crédit participants suivant les règles normales de politique de crédit diligente. 2. Les crédits sont octroyés conformément à la pro- cédure suivante : a. l’entreprise agricole concernée doit introduire auprès d’un établissement de crédit participant une de- mande de crédit accompagnée de l’original d’une attes- tation, établie suivant le modèle en Annexe A au pré- sent Protocole, dans laquelle un réviseur d’entreprises, membre de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises, un ex- pert comptable, membre de l’Institut des experts comp- tables et des conseils fiscaux (soit un expert comptable externe, soit un expert comptable interne lié par un con- trat de travail à une organisation professionnelle agri- cole ou à une entité agréée par une telle organisation), ou un comptable ou comptable-fiscaliste agréé, mem- bre de l’Institut professionnel des comptables et fiscalistes agréés, atteste sur la base de pièces justifica- DOC 50 0212/002 7 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 van de voorwaarden bepaald in artikel 2, leden 1 en 2; de honoraria voor het opmaken van deze attesten wor- den ten laste genomen door de Staat ten belope van maximum 10 000 Belgische frank per dossier, volgens de nadere regels bepaald door de minister van Finan- ciën; b. de betrokken kredietinstelling beoordeelt de kredietaanvraag volgens de gebruikelijke regels en gaat inzonderheid na of het bedrijf voldoet aan de voorwaarde bepaald in artikel 2, lid 1, littera d.; binnen de krediet- instelling geschiedt deze beoordeling op het niveau van de centrale of minstens regionale kredietdiensten; c. in geval van principiële goedkeuring van de krediet- aanvraag stuurt de kredietinstelling het dossier, be- staande uit (i) een beoordelingsfiche, opgemaakt vol- gens het model in Bijlage B bij dit Protocol, (ii) het ont- werp van leningsovereenkomst en (iii) een eensluidend verklaard afschrift van het in littera a. bedoeld attest, per bode door naar het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (hierna « BIRB »), Trierstraat 82, 1040 Brussel; d. het BIRB gaat na of het dossier voldoet aan de voorwaarden bepaald in dit Protocol; indien het BIRB niet schriftelijk bezwaar maakt binnen 15 kalenderdagen na datum van ontvangst van het dossier, wordt dit dos- sier geacht te zijn goedgekeurd en kan het betrokken krediet worden toegekend met het voordeel van de in artikel 4, lid 2, bedoelde Staatswaarborg. 3. Landbouwbedrijven moeten hun kredietaanvragen bij deelnemende kredietinstellingen indienen vóór 1 de- cember 1999. 4. Bij het begin van iedere week deelt het BIRB per fax aan de BVB het totaalbedrag mee van de in de af- gelopen week ontvangen dossiers. Zodra in het totaal een bedrag van 20 000 000 000 Belgische frank wordt overschreden, geschiedt deze rapportering dagelijks. De dag waarop het plafond van 25 000 000 000 Belgische frank wordt bereikt, worden de dossiers gerangschikt in de volgorde van hun ontvangst door het BIRB en in die volgorde op het beschikbare saldo van voornoemde enveloppe aangerekend tot dit is uitgeput. Art. 6 Standstill; verbod van recyclage 1. Tot 31 januari 2000 zullen deelnemende krediet- instellingen bestaande kredietlijnen en kredieten zon- der vaste vervaldag aan landbouwbedrijven aan welke zij kredieten verstrekken met toepassing van dit Proto- col, niet eenzijdig beëindigen of verminderen, behalve voorzover handhaving van die lijnen of kredieten in de concrete omstandigheden een aanzienlijk risico zou in- houden dat zij de aansprakelijkheid van de krediet- tives que l’entreprise remplit chacune des conditions prévues à l’article 2, paragraphes 1er et 2; les honorai- res dus pour l’établissement de ces attestations seront pris en charge par l’État à concurrence d’au maximum 10 000 francs belges par dossier, selon les modalités définies par le ministre des Finances; b. l’établissement de crédit concerné instruit la de- mande de crédit suivant les règles usuelles et vérifie en particulier si l’entreprise remplit la condition prévue à l’article 2, paragraphe 1er, littera d.; cette instruction se fait au sein de l’établissement de crédit au niveau des services de crédit centraux ou au moins régionaux; c. en cas d’approbation de principe de la demande de crédit, l’établissement de crédit transmet le dossier, composé (i) d’une fiche d’instruction, établie suivant le modèle en Annexe B au présent Protocole, (ii) du projet de contrat d’emprunt et (iii) d’une copie certifiée con- forme de l’attestation visée au littera a., par porteur au Bureau d’Intervention et de Restitution belge (ci-après le « BIRB »), rue de Trèves 82, 1040 Bruxelles; d. le BIRB vérifie si le dossier remplit les conditions prévues par le présent Protocole; si le BIRB n’émet pas d’objection par écrit dans les 15 jours calendrier après la date de réception du dossier, celui-ci est réputé ap- prouvé et le crédit concerné peut être octroyé avec le bénéfice de la garantie de l’État visée à l’article 4, para- graphe 2. 3. Les entreprises agricoles doivent introduire leurs demandes de crédit auprès des établissements de cré- dit participants avant le 1er décembre 1999. 4. Au début de chaque semaine, le BIRB communi- que par fax à l’ABB le montant total des dossiers reçus pendant la semaine écoulée. Dès qu’un montant de 20 000 000 000 de francs belges est dépassé au total, ce rapport se fait quotidiennement. Le jour où le pla- fond de 25 000 000 000 de francs belges est atteint, les dossiers sont classés dans l’ordre de leur réception par le BIRB et imputés dans cet ordre sur le solde disponi- ble de l’enveloppe précitée jusqu’à ce que celui-ci soit épuisé. Art. 6 Standstill; interdiction de recyclage 1. Jusqu’au 31 janvier 2000, les établissements de crédit participants ne mettront fin ni ne diminueront unilatéralement les lignes de crédit et crédits sans échéance fixe en cours aux entreprises agricoles aux- quelles ils octroient des crédits en application du pré- sent Protocole, sauf dans la mesure où le maintien de ces lignes ou crédits, dans les circonstances concrè- tes, impliquerait un risque considérable de mettre en 8 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 instelling als kredietverstrekker in het geding zou bren- gen. Het Bureau van de BVB zal aan alle leden van de BVB aanbevelen een « standstill » van dezelfde strek- king in acht te nemen. 2. Kredietverstrekking met toepassing van dit Proto- col mag niet dienen voor herfinanciering van uitstaande kredieten van de betrokken deelnemende krediet- instelling. Dit staat evenwel niet in de weg dat het be- trokken landbouwbedrijf normale kapitaalaflossingen van kredieten met vaste vervaldag verstrekt vóór 27 mei 1999 op de voorziene vervaldagen honoreert, met in- begrip van aflossingen die vervielen op of na 30 juni 1999 en nog niet zouden zijn betaald. 3. Na 27 mei 1999 toegestane of gedoogde over- schrijdingen van kredietlimieten vallen onder de « stand- still » bepaald in lid 1, zodat de betrokken kredietlijn tij- delijk, tot 31 januari 2000, pro tanto wordt opgetrokken. Aanzuivering van het betreffend debetsaldo in rekening- courant van het betrokken landbouwbedrijf geldt niet als herfinanciering in de zin van lid 2. Art. 7 Opvolgingscomité 1. Er wordt een opvolgingscomité gevormd, be- staande uit zes leden aangesteld door de Staat en zes leden aangesteld door de BVB, met de volgende taken : a. zo nodig nadere regels vast te stellen ter precise- ring van de voorwaarden bepaald in artikel 2, lid 1; b. de toepassing van dit Protocol bestendig te eva- lueren, de praktische kwesties te regelen die zich daar- bij zouden voordoen, en zo nodig de partijen te advise- ren aangaande wenselijke aanpassingen aan dit Proto- col; c. als forum te dienen om tussen partijen consensus te bereiken omtrent principiële kwesties die zich zou- den stellen naar aanleiding van het onderzoek en de goedkeuring of weigering van kredietdossiers. 2. Het opvolgingscomité wordt voorgezeten door een lid aangesteld door de Staat. De beraadslaging binnen het opvolgingscomité geschiedt bij consensus. Het co- mité stelt zelf zijn reglement van orde vast. Dit regle- ment voorziet inzonderheid in een gestructureerd over- leg met de betrokken beroepsinstituten van de econo- mische beroepen en de representatieve landbouw- organisaties. cause la responsabilité de l’établissement de crédit en tant que donneur de crédit. Le Bureau de l’ABB recom- mandera à tous les membres de l’ABB d’observer un « standstill » de la même portée. 2. L’octroi de crédits en application du présent Pro- tocole ne peut servir au refinancement de crédits en cours de l’établissement de crédit participant concerné. Ceci ne fait cependant pas obstacle à ce que l’entre- prise agricole concernée honore, à l’échéance prévue, des amortissements normaux de capital de crédits à échéance fixe octroyés avant le 27 mai 1999, y compris les amortissements échus à partir du 30 juin 1999 et non encore payés. 3. Des dépassements de limites de crédit autorisés ou tolérés après le 27 mai 1999 sont visés par le « standstill » prévu au paragraphe 1er, de sorte que la ligne de crédit est temporairement, jusqu’au 31 janvier 2000, augmentée pro tanto. L’apurement du solde dé- biteur correspondant en compte courant de l’entreprise agricole concernée ne constitue pas un refinancement au sens du paragraphe 2. Art. 7 Comité de suivi 1. Il est formé un comité de suivi, composé de six membres nommés par l’État et six membres nommés par l’ABB, avec les tâches suivantes : a. établir si nécessaire des règles détaillées en vue de préciser les conditions prévues à l’article 2, paragra- phe 1er; b. évaluer en permanence l’application du présent Protocole, régler les questions pratiques qui se présen- teraient à cet égard et, le cas échéant, conseiller les parties concernant des adaptations souhaitables au pré- sent Protocole; c. servir de forum pour atteindre un consensus en- tre les parties concernant des questions de principe qui se poseraient à propos de l’examen et de l’approbation ou du refus de dossiers de crédit. 2. Le comité de suivi est présidé par un membre nommé par l’État. La délibération au sein du comité de suivi se fait par consensus. Le comité établit lui-même son règlement d’ordre intérieur. Ce règlement prévoit notamment une concertation structurée avec les insti- tuts professionnels concernés des professions écono- miques et les organisations agricoles représentatives. DOC 50 0212/002 9 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 Art. 8 Verdere stappen 1. De federale regering draagt er zorg voor om op korte termijn bij de Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsontwerp in te dienen dat een wettelijke grond- slag biedt voor de in artikel 4, lid 2, bedoelde Staats- waarborg. 2. De regeringscommissaris belast met de dioxine- problematiek zal dit Protocol onverwijld bij de Commis- sie van de Europese Gemeenschappen aanmelden overeenkomstig artikel 88(3), van het Verdrag tot op- richting van de Europese Gemeenschap. Zo deze enig bezwaar zou formuleren, zullen de Partijen zich te goeder trouw inspannen om dit Protocol te herzien ten- einde bedoeld bezwaar op te vangen. Geen opneming op een krediet verstrekt met toepas- sing van dit Protocol kan geschieden zolang de Com- missie niet heeft bevestigd geen bezwaar te hebben ten aanzien van de in dit Protocol bepaalde regeling (des- gevallend zoals aangepast). Art. 9 Duur Dit Protocol is aangegaan voor een duur van acht jaar. ALDUS OVEREENGEKOMEN en in tweevoud op- gemaakt te Brussel op 25 augustus 1999, in de Neder- landse en Franse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek. Voor de Belgische Vereniging van Banken, Dirk BRUNEEL ondervoorzitter Voor de Belgische Staat, Guy VERHOFSTADT eerste minister Didier REYNDERS minister van Financiën Jaak GABRIELS minister van Landbouw en Middenstand Freddy WILLOCKX regeringscommissaris belast met de dioxineproblematiek Art. 8 Autres démarches 1. Le gouvernement fédéral veillera à présenter à court terme à la Chambre des représentants un projet de loi qui prévoit une base légale pour la garantie de l’État visée à l’article 4, paragraphe 2. 2. Le commissaire du gouvernement chargé de la problématique de la dioxine notifiera immédiatement le présent Protocole à la Commission des Communautés européennes conformément à l’article 88(3), du Traité instituant la Communauté européenne. Si celle-ci for- mulait quelque objection, les Parties s’efforceront de bonne foi de revoir le présent Protocole afin de rencon- trer pareille objection. Aucun prélèvement sur un crédit octroyé en applica- tion du présent Protocole ne peut avoir lieu tant que la Commission n’a pas confirmé qu’elle n’a pas d’objec- tions à l’égard du système prévu par le présent Proto- cole (le cas échéant, tel qu’adapté). Art. 9 Durée Le présent Protocole est conclu pour une durée de huit ans. AINSI CONVENU et fait en deux exemplaires à Bruxelles le 25 août 1999, en langues française et néer- landaise, les deux textes faisant également foi. Pour l’Association belge des Banques, Dirk BRUNEEL vice-président Pour l’État belge, Guy VERHOFSTADT premier ministre Didier REYNDERS ministre des Finances Jaak GABRIELS ministre de l’Agriculture et des Classes moyennes Freddy WILLOCKX commissaire du gouvernement chargé de la problématique de la dioxine 10 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 DOC 50 0212/002 11 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 12 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 DOC 50 0212/002 13 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 14 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 DOC 50 0212/002 15 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 16 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 DOC 50 0212/002 17 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 18 DOC 50 0212/002 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 DOC 50 0212/002 19 KAMER 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE CHAMBRE 2e SESSION DE LA 50 e LÉGISLATURE 1999 2000 Drukkerij-Imprimerie SCHAUBROECK — 9810 NAZARETH

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot