Inhoud
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
260
DOC 50 0212/005
DOC 50 0212/005
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
4 november 1999
4 novembre 1999
AMENDEMENTS
AMENDEMENTEN
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
betreffende steunmaatregelen ten gunste
van landbouwbedrijven getroffen door
de dioxinecrisis
relatif à des mesures d’aide en faveur
d’entreprises agricoles touchées par
la crise de la dioxine
Documents précédents :
Doc 50 212/ (1999/2000):
001 : Projet de loi.
002 : Annexe.
003 : Amendements.
004 : Erratum.
Voorgaande documenten :
Doc 50 212/ (1999/2000):
001 : Wetsontwerp.
002 : Bijlage.
003 : Amendementen.
004 : Erratum.
N° 13 DE MME BREPOELS
Art. 2
Au 1°, remplacer les mots «, constatée en Belgique
en 1999,» par les mots «, constatée en Belgique fin
mai 1999,».
JUSTIFICATION
Dans son avis, le Conseil d’État fait observer qu’il convient
de délimiter rigoureusement la période à laquelle s’applique
la définition de la crise de la dioxine, sans quoi cette définition
recouvrira tous les événements qui se seront produits jusqu’au
31 décembre 1999.
N° 14 DE MME BREPOELS
Art. 3
Remplacer cet article par la disposition suivante:
Nr. 13 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 2
In 1°, de woorden «, in België vastgesteld in 1999,»
vervangen door de woorden «, in België vastge-
steld einde mei 1999,».
VERANTWOORDING
De Raad van State merkt op dat in de definitie
«dioxinecrisis» de bewuste periode nauwkeurig moet worden
afgebakend, zoniet vallen alle gebeurtenissen die zich voor-
doen tot 31 december 1999 onder deze definitie.
Nr. 14 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 3
Dit artikel vervangen door de volgende bepa-
ling :
2
0212/005
DOC 50
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
«Pour l’application de la présente loi, les entreprises
suivantes sont assimilées à des entreprises agricoles:
1° les entreprises dont l’activité principale consiste
en la production d’autres produits d’origine animale re-
pris sur la liste figurant à l’Annexe I au Traité;
2° les entreprises qui combinent la culture de céréa-
les ou l’horticulture avec une ou plusieurs activités vi-
sées à l’article 2, 2°;».
JUSTIFICATION
Rien ne justifie que la loi délègue au Roi le pouvoir de pro-
céder à une telle assimilation.
En vertu de l’article 32, 3, du Traité, la liste visée à l’article
3, 1°, énumère les produits soumis aux dispositions du Traité
qui concernent l’agriculture.
Selon l’exposé des motifs, le gouvernement vise en parti-
culier à étendre la définition aux producteurs de «certains pro-
duits laitiers de première transformation».
D’après les explications du représentant du gouvernement,
l’assimilation concernerait les producteurs de produits dont la
première transformation a lieu dans l’entreprise agricole pro-
prement dite.
Le 2° reprend simplement le texte déjà adapté confor-
mément à l’avis du Conseil d’État.
Le 3° est supprimé, car il est difficile de justifier que certai-
nes entités soient considérées comme une entreprise agri-
cole unique. Normalement, le permis d’environnement clarifie
la situation et précise également le nombre d’animaux autori-
sés.
L’exposé des motifs précise que cette disposition vise à ce
qu’il soit tenu compte non seulement des aides publiques, mais
aussi des indemnités de source privée (assurances, domma-
ges-intérêts).
Dans son avis, le Conseil d’État estime que le terme «notam-
ment» suggère que la liste des types d’aide n’est pas exhaus-
tive. Si l’exposé des motifs traduit fidèlement les intentions du
gouvernement, il convient de supprimer le mot «notamment».
Si le gouvernement préfère adopter une liste non limitative de
formes d’aide, il convient de définir les limites dans lesquelles
d’autres types d’aide pourront être arrêtés.
N° 15 DE MME BREPOELS
Art. 4
Apporter les modifications suivantes :
a) à l’alinéa 1er, remplacer les mots «l’État peut ac-
corder des aides à des entreprises agricoles en vue de
couvrir tout ou partie du dommage» par les mots «l’État
accordera des aides à des entreprises agricoles en vue
de couvrir en principe l’ensemble du dommage»;
«Art. 3. - Voor de toepassing van deze wet worden
volgende ondernemingen gelijkgesteld met landbouw-
bedrijven :
1° ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat
in de productie van andere producten van dierlijke oor-
sprong die voorkomen in de lijst opgenomen als Bijlage
I bij het Verdrag;
2° ondernemingen die akker- of tuinbouw combine-
ren met één of meerdere activiteiten bedoeld in artikel
2, 2°;»
VERANTWOORDING
Er is geen enkele reden om deze gelijkstelling te delegeren
aan de Koning.
De voornoemde lijst bevat luidens art. 32, derde lid, van het
Verdrag de producten die vallen onder de bepalingen van het
Verdrag die betrekking hebben op de landbouw.
Volgens de memorie van toelichting beoogt de regering in-
zonderheid «bepaalde zuivelproducten in eerste graad van
bewerking».
Volgens de toelichting van de gemachtigde van de rege-
ring gaat het om producten waarvan de eerste verwerking op
het landbouwbedrijf zelf gebeurt.
Punt 2° werd reeds zo geformuleerd na het advies van de
Raad van State en wordt zo overgenomen.
Punt 3° wordt geschrapt vermits het niet duidelijk is waarom
bepaalde entiteiten dienen beschouwd te worden als één en-
kel landbouwbedrijf. Normalerwijze is dit duidelijk via de afge-
leverde milieuvergunning, waarin tevens het aantal vergunde
dieren vermeld is.
Uit de memorie van toelichting blijkt dat het de bedoeling is
niet alleen rekening te houden met overheidssteun maar ook
met vergoedingen uit particuliere bron (verzekeringen, scha-
devergoeding).
De term «inzonderheid» wijst volgens de Raad van State
op een niet-exhaustieve opsomming van vormen van steun.
Indien de oorspronkelijke memorie van toelichting correct de
bedoeling van de regering weergaf, dient het woord «inzon-
derheid» geschrapt. Indien de regering opteert voor een niet-
limitatieve lijst van vormen van steun dienen de grenzen om-
schreven waarbinnen andere vormen van steun kunnen.
Nr. 15 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 4
De volgende wijzigingen aanbrengen :
A) in het eerste lid, de woorden «kan de Staat steun
toekennen aan landbouwbedrijven teneinde alle of een
deel van de schade te dekken die» vervangen door de
woorden : «zal de Staat steun toekennen aan landbouw-
bedrijven teneinde in principe alle schade te dekken
die»;
3
0212/005
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
DOC 50
B) compléter l’alinéa 1er comme suit :
«ou par des indemnités à caractère privé. Il ne sera
possible de couvrir partiellement le dommage que dans
les cas spécifiquement prévus dans les conditions sus-
mentionnées.»;
C) à l’alinéa 2, remplacer les mots «Les aides vi-
sées à l’alinéa 1er peuvent notamment prendre la forme»
par les mots «Les aides visées à l’alinéa 1er prendront
la forme».
JUSTIFICATION
Plusieurs membres du gouvernement ont déclaré à plu-
sieurs reprises que le dommage subi serait indemnisé inté-
gralement. Au cours des discussions en commission, le mi-
nistre de l’Agriculture a précisé que seules les entreprises
n’ayant pas droit à une indemnisation intégrale seraient par-
tiellement indemnisées. L’examen des dossiers introduits a
d’ores et déjà montré qu’il se justifiait d’adopter une telle posi-
tion.
N° 16 DE MME BREPOELS
Art. 5
Remplacer le 1° par ce qui suit :
«1° fournisse la preuve du dommage subi et du lien
entre ce dommage et la crise de la dioxine;»
JUSTIFICATION
Il n’est pas évident d’établir l’existence d’un lien de causa-
lité direct pour chaque type de dommage subi dans le cadre
d’un ensemble d’événements extraordinaires. Or, la crise de
la dioxine est définie comme telle.
N° 17 DE MME BREPOELS
Art. 5
Remplacer le 2° par ce qui suit :
«établisse que l’aide demandée ne dépasse pas en
équivalent-subvention le dommage subi, compte tenu,
le cas échéant, de toutes les autres aides publiques
fédérales et régionales qui ont déjà été promises à l’en-
treprise ou que celle-ci a déjà obtenues en raison de la
crise de la dioxine et des indemnités qui lui ont été pro-
mises ou qu’elle a reçues en vertu de polices d’assu-
rance ou à titre de dommages-intérêts du chef de la
responsabilité contractuelle ou extracontractuelle de
tiers;»
B) het eerste lid aanvullen als volgt :
«of vergoedingen uit particuliere bron. Een deel van
de schade dekken is enkel mogelijk in gevallen die spe-
cifiek omschreven worden in de hogergenoemde voor-
waarden.»;
C) in het tweede lid, de woorden «De in lid 1 be-
doelde steun kan inzonderheid de vorm» vervangen
door de woorden «De in lid 1 bedoelde steun zal de
vorm».
VERANTWOORDING
Verschillende regeringsleden hebben herhaaldelijk ver-
klaard dat de schade volledig zal worden vergoed. Tijdens de
commissiebesprekingen verklaarde de minister van Landbouw
dat de ten dele vergoeding enkel van toepassing kan zijn op
bedrijven die geen recht hebben op een volledige vergoeding.
Redenen hiervoor werden reeds geput uit ingediende dossiers.
Nr. 16 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 5
Het 1° vervangen door wat volgt :
«1° het bewijs levert van de geleden schade en van
de relatie tussen deze schade en de dioxinecrisis;».
VERANTWOORDING
Een rechtstreeks oorzakelijk verband aantonen ligt niet voor
de hand voor elke vorm van geleden schade in het geheel van
buitengewone gebeurtenissen zoals de dioxinecrisis wordt
omschreven.
Nr. 17 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 5
Het 2° vervangen door wat volgt :
«2° aantoont dat de gevraagde steun in subsidie-
equivalent de geleden schade niet overtreft, rekening
houdend, in voorkomend geval, met alle andere fede-
rale en regionale overheidssteun die het bedrijf reeds
werd toegezegd of heeft bekomen omwille van de
dioxinecrisis, en met de vergoedingen die het heeft toe-
gezegd of verkregen krachtens verzekeringspolissen of
bij wege van schadevergoeding ingevolge contractuele
of buitencontractuele aansprakelijkheid van derden;».
4
0212/005
DOC 50
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
JUSTIFICATION
Le demandeur ne pourra remplir cette condition initiale que
s’il sait avec exactitude à quel montant s’élèveront les autres
aides publiques et les indemnités visées. C’est la raison pour
laquelle il n’est tenu compte que des indemnités promises ou
reçues, étant donné que l’article 18 permet de constater, à un
stade ultérieur, si le montant total de l’équivalent-subvention
n’excède pas celui du dommage.
N° 18 DE MME BREPOELS
Art. 5
Compléter le 4° par ce qui suit :
«Les entreprises agricoles liées par des contrats com-
portant des prix d’achat garantis sont également éligi-
bles moyennant subrogation de l’État dans les droits de
l’entreprise à l’égard de son co-contractant. Il n’en est
ainsi que lorsque tout ou partie du dommage aurait pu
être évité par une exécution correcte de ces contrats.»
JUSTIFICATION
Puisque le gouvernement a fait part de son intention à ce
sujet dans le commentaire des articles, cette possibilité doit
être mentionnée sous le 4° si l’on veut également octroyer
des aides à ces entreprises en application de l’article 4.
N° 19 DE MME BREPOELS
Art. 6
Remplacer le § 2 par la disposition suivante :
«§ 2. Le dommage subi à cause de la crise de la
dioxine peut être déterminé sur une base forfaitaire à
partir d’indicateurs objectifs. Dans le cas d’entreprises
agricoles liées par des contrats comportant des prix
d’achat garantis pour des animaux qu’elles élèvent ou
engraissent ou pour des produits d’origine animale qu’el-
les produisent, il ne peut en être ainsi que si une partie
de leur chiffre d’affaires est réalisée en dehors de ces
contrats comportant des prix d’achat garantis; le dom-
mage ne peut alors être déterminé forfaitairement que
pour cette partie.»
JUSTIFICATION
Etant donné que la différence de traitement des entrepri-
ses se situe essentiellement au niveau de l’administration de
la preuve et ne semble pas avoir d’incidence directe sur les
aides que les entreprises en question reçoivent des pouvoirs
VERANTWOORDING
De aanvrager zal aan de oorspronkelijke bepaling slechts
kunnen voldoen wanneer hij met zekerheid weet hoeveel die
andere overheidssteun en de bedoelde vergoedingen bedra-
gen. Om die reden wordt enkel rekening gehouden met de
toegezegde of bekomen vergoedingen, vermits artikel 18 toe-
laat om in een later stadium vast te stellen of het totale subsi-
die-equivalent niet de schade overtreft.
Nr. 18 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 5
Het 4° aanvullen als volgt :
«Landbouwbedrijven gebonden door contracten met
gegarandeerde afnameprijzen komen eveneens in aan-
merking mits subrogatie van de Staat in de rechten van
het bedrijf ten aanzien van diens co-contractant. Dit
geldt enkel voor de gevallen waar de schade volledig of
gedeeltelijk zou zijn vermeden door een correcte uit-
voering van die contracten.».
VERANTWOORDING
Vermits dit voornemen van de regering in de commentaar
op de artikelen werd ingeschreven moet onder 4° deze moge-
lijkheid worden vermeld, indien men deze bedrijven ook steun
volgens artikel 4 wil toekennen.
Nr. 19 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 6
Paragraaf 2 vervangen door de volgende bepa-
ling :
«§2. - De schade geleden tengevolge van de
dioxinecrisis kan forfaitair worden bepaald op grond van
objectieve indicatoren. Voor landbouwbedrijven gebon-
den door contracten met gegarandeerde afnameprijzen
voor dieren die zij fokken of vetmesten, of voor produc-
ten van dierlijke oorsprong die zij produceren is deze
regeling enkel mogelijk indien een deel van hun omzet
gerealiseerd wordt buiten deze contracten met vaste
afnameprijzen; een forfaitaire berekeningswijze is dan
mogelijk enkel voor dat deel.».
VERANTWOORDING
Vermits het verschil in behandeling van de bedrijven vooral
betrekking heeft op de bewijslast een geen rechtstreekse in-
vloed lijkt te hebben op de steun die de betrokken bedrijven
van de overheid ontvangen lijkt een combinatie van werkelijk
5
0212/005
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
DOC 50
publics, il paraît judicieux d’appliquer, si l’entreprise le sou-
haite, un système combinant l’administration de la preuve du
dommage effectivement subi et un calcul forfaitaire pour une
autre partie du dommage.
N° 20 DE MME BREPOELS
Art. 7
Compléter cet article par la phrase suivante :
«Cette renonciation éventuelle s’opère au moment
où le bénéficiaire a pleinement connaissance du mon-
tant de l’aide que l’État lui propose».
JUSTIFICATION
Cette précision s’impose, étant donné que la renonciation
constitue une condition du versement effectif de l’aide. Au
moment de l’offre concrète, l’intéressé doit pouvoir opérer un
choix en toute liberté, en connaissance de cause et en ayant
pleinement conscience de sa situation concrète.
N° 21 DE MME BREPOELS
Art. 9
Compléter l’alinéa 2 par la phrase suivante :
«L’exécution des paiements par le biais de ce crédit
unique pourra être confiée à une institution spécialisée,
selon les termes d’une convention conclue entre l’État
et cette institution.»
JUSTIFICATION
Voir le commentaire de l’article 9 et les observations du
Conseil d’État.
N° 22 DE MME BREPOELS
Art. 10
Apporter les modifications suivantes :
A) supprimer le 2°;
B) remplacer le 4° par le texte suivant :
«4° les recouvrements d’aides fédérales en applica-
tion d’un accord de coopération conclu avec les ré-
gions;»
bewijs met een forfaitaire berekening van een ander deel, in-
dien gewenst door het betrokken bedrijf, eveneens te verdedi-
gen.
Nr. 20 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 7
Dit artikel aanvullen met de volgende zin :
«Deze eventuele verzaking gebeurt op het ogenblik
dat de begunstigde volledig inzicht heeft in het bedrag
van de steun die hem door de Staat wordt aangebo-
den.».
VERANTWOORDING
Deze verduidelijking is nodig gezien de verzaking een voor-
waarde is voor de effectieve storting van de steun. Op het
ogenblik van het concrete aanbod moet de betrokkene vrij een
keuze kunnen maken met volle kennis van zaken en inzicht in
zijn concrete situatie.
Nr. 21 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 9
Het tweede lid aanvullen met de volgende zin :
«De uitvoering van de betalingen via het eenmalig
krediet kan worden opgedragen aan een gespeciali-
seerde instelling, volgens de termen van een overeen-
komst tussen de Staat en deze instelling.».
VERANTWOORDING
Zie commentaar op artikel 9 en opmerkingen van de Raad
van State.
Nr. 22 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 10
De volgende wijzigingen aanbrengen :
A) het 2° weglaten;
B) het 4° vervangen door wat volgt :
«4° de terugvordering van federale steun in toepas-
sing van een samenwerkingsakkoord met de gewes-
ten.».
6
0212/005
DOC 50
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
JUSTIFICATION
Voir les justifications des amendements n°s 23 et 26.
N° 23 DE MME BREPOELS
Art. 12
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
Étant donné que le commentaire des articles ne fournit
aucun élément factuel susceptible de justifier la décision d’im-
poser une cotisation de solidarité au secteur agricole au sens
large et que l’on ne peut dès lors examiner si la procédure
sera compatible avec le principe d’égalité, nous proposons de
supprimer cet article.
Étant donné que c’est le législateur qui est compétent pour
imposer de telles cotisations, que des discussions sont tou-
jours en cours avec ces secteurs en vue d’une contribution
volontaire et que l’on n’a en outre aucune idée de l’ampleur
des dommages qui devront être indemnisés, nous proposons
que le gouvernement dépose à cet effet, ultérieurement, un
projet de loi distinct.
N° 24 DE MME BREPOELS
Art. 13
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
Le commentaire de l’article 9 précise que seuls les paie-
ments effectués par un crédit unique non dissocié inscrit à
charge de l’année budgétaire 1999 pourront être confiés à
une institution spécialisée.
Le solde de l’enveloppe serait couvert par certaines recet-
tes affectées et ajouté au Fonds.
La gestion du Fonds est déjà réglée à l’article 9.
N° 25 DE MME BREPOELS
Art. 16
Compléter cet article par la phrase suivante :
«Ces avances ne peuvent constituer qu’une compen-
sation pour une perte financière subie à la suite de la
destruction, de la saisie ou du retrait du commerce de
produits pour des motifs de santé publique.».
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording van amendementen nrs. 23 en 26.
Nr. 23 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 12
Dit artikel weglaten.
VERANTWOORDING
Vermits er in de commentaar op de artikelen de nodige
feitelijke gegevens ter verantwoording van de beleidskeuze om
de landbouwsector in de ruime zin aan een solidariteitsbijdrage
te onderwerpen niet werd aangereikt en aldus niet kan nage-
gaan worden of de regeling verzoenbaar zal zijn met het
gelijkheidsbeginsel wordt voorgesteld dit artikel te schrappen.
Vermits de bevoegdheid om dergelijke bijdragen op te leggen,
behoort tot de wetgever, vermits er nog altijd gesprekken ge-
voerd worden met die sectoren om vrijwillig bij te dragen en er
tevens geen zicht is op de totale te vergoeden schade wordt
voorgesteld op een later tijdstip hiervoor een apart wetsont-
werp te laten indienen door de regering.
Nr. 24 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 13
Dit artikel weglaten.
VERANTWOORDING
In de commentaar op de artikelen wordt bij artikel 9
gestipuleerd dat enkel de betalingen via het eenmalig niet-
gesplitst krediet op het begrotingsjaar ’99 kunnen worden op-
gedragen aan een gespecialiseerde instelling.
Het saldo van de enveloppe zou worden gedekt door be-
paalde bestemde ontvangsten en toegevoegd worden aan het
Fonds.
Het beheer van het Fonds wordt reeds geregeld via artikel
9.
Nr. 25 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 16
Dit artikel aanvullen met de volgende zin :
«Deze voorschotten kunnen enkel een compensatie
zijn voor financieel verlies, geleden ten gevolge van de
vernietiging, inbeslagname of het uit de handel nemen
van producten omwille van redenen van volksgezond-
heid.».
7
0212/005
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
DOC 50
JUSTIFICATION
Cette précision est nécessaire afin de demeurer dans les
compétences du gouvernement fédéral.
N° 26 DE MME BREPOELS
Art. 19
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
La disposition prévue à l’article 19 est importante, mais
peut être source de conflits entre l’autorité fédérale et les ré-
gions si celles-ci prennent une mesure d’imputation analogue.
Il est proposé de régler cette question par un accord de
coopération, au sens de l’article 92bis, §1er, de la loi spéciale
du 8 août 1980.
Cet accord devrait ensuite être soumis aux assemblées
législatives.
N° 27 DE MM. LETERME ET ANSOMS ET MME PIE-
TERS
Art. 4
À l’alinéa 2, supprimer le mot «notamment».
JUSTIFICATION
Le présent amendement vise à améliorer la formulation de
la disposition en projet sur le plan légistique et linguistique.
Le mot «notamment» introduit une énumération non ex-
haustive d’un certain nombre d’éléments d’une liste.
Or, à la lecture de la loi en projet, nous constatons que la
bonification en intérêt et l’indemnité en espèces sont les deux
seules formes d’aide prévues par le gouvernement.
On se reportera également à l’avis du Conseil d’État.
N° 28 DE MM. PAQUE ET FOURNAUX
Art. 2
Remplacer le 2° par la disposition suivante :
«2° Entreprise agricole : toute entreprise dont l’acti-
vité principale ou partielle consiste en l’élevage de vo-
lailles, de porcs ou de bovins ou en la production d’oeufs
ou de lait,».
VERANTWOORDING
Deze aanvulling is nodig om binnen de bevoegdheden van
de federale regering te blijven.
Nr. 26 VAN MEVROUW BREPOELS
Art. 19
Dit artikel weglaten.
VERANTWOORDING
De regeling zoals bedoeld in artikel 19 is belangrijk maar
kan leiden tot conflicten tussen de federale overheid en de
gewesten indien de gewesten een gelijkaardige verrekenings-
maatregel nemen.
Voorstel om dit te regelen via een samenwerkingsakkoord,
als bedoeld in artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980.
Dit akkoord moet dan voorgelegd worden aan de wetge-
vende vergaderingen.
Frieda BREPOELS ( VU&ID)
Nr. 27 VAN DE HEREN LETERME EN ANSOMS EN
MEVROUW PIETERS
Art. 4
In het tweede lid, het woord «inzonderheid» weg-
laten.
VERANTWOORDING
Legistiek en correcte formulering van de wetsbepalingen.
Het woord «inzonderheid» (notamment) duidt op de niet-
exhaustieve opsomming van een beperkt aantal elementen
uit een lijst.
Uit de lezing van het ontwerp komt het ons voor dat de
intrestbonificatie en de vergoeding in contanten de enige 2
steunvormen zijn welke de regering voorziet.
Zie ook het advies van de Raad van State.
Nr. 28 VAN DE HEREN PAQUE EN FOURNAUX
Art. 2
Het 2° vervangen door de volgende bepaling :
«2° landbouwbedrijf : elke onderneming waarvan de
hoofd- of deelactiviteit bestaat in de teelt van pluimvee,
varkens of runderen, of de productie van eieren of melk».
8
0212/005
DOC 50
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
JUSTIFICATION
Un préjudice reste un préjudice, que ce soit une activité
principale qui soit préjudiciée ou une activité. Partant d’une
optique égalitaire, il nous paraît donc inopportun de restrein-
dre les entreprises concernées par la crise de la dioxine aux
entreprises dont l’activité principale consiste en l’élevage des
volailles, porcs ou en la production d’oeufs ou de lait.
N° 29 DE MM. PAQUE ET FOURNAUX
Art. 4
Au premier alinéa remplacer les mots «l’État peut
accorder des aides à des entreprises agricoles en vue
de» par les mots «l’État accorde des aides à des en-
treprises agricoles en vue de».
JUSTIFICATION
Cet amendement clarifie les volontés politiques du gouver-
nement en matière d’aides aux entreprises agricoles touchées
par la crise de la dioxine.
N° 30 DE MM. PAQUE ET FOURNAUX
Art. 5
Au 1°, entre les mots «fournisse la preuve du dom-
mage subi» et les mots «et d’un lien de causalité» in-
sérer les mots «, déterminée par la méthode du calcul
de l’indemnité forfaitaire,».
JUSTIFICATION
Cette précision permet à l’entrepreneur d’objectiver son
éligibilité à l’aide. Par ailleurs, elle permet une plus grande
rapidité dans le traitement de l’octroi des aides.
N° 31 DE MM. PAQUE ET FOURNAUX
Art. 5
Compléter le 4° par ce qui suit :
«Sont notamment considérées comme entreprises
agricoles indépendantes économiquement celles dont
l’entrepreneur émarge au statut social des indépen-
dants, et qui, suite à une rupture ou une révision de
contrat a subi une perte de revenu.».
VERANTWOORDING
De schade hangt niet af van de vraag of die verband houdt
met een hoofd- dan wel een deelactiviteit.
Gelet op het gelijkheidsbeginsel lijkt het ons derhalve niet
wenselijk de door de dioxinecrisis getroffen bedrijven te
beperken tot die waarvan de hoofdactiviteit bestaat in de teelt
van pluimvee, varkens of runderen, of de productie van eieren
of melk.
Nr. 29 VAN DE HEREN PAQUE EN FOURNAUX
Art. 4
In het eerste lid de woorden «kan de Staat steun
toekennen aan landbouwbedrijven», vervangen door
de woorden «kent de Staat steun toe aan landbouw-
bedrijven».
VERANTWOORDING
Dit amendement geeft duidelijker de politieke wil van de
regering aan om de door de dioxinecrisis getroffen
landbouwbedrijven steun toe te kennen.
Nr. 30 VAN DE HEREN PAQUE EN FOURNAUX
Art. 5
In limine van het 1°, de woorden «aan de hand van
de
berekeningsmethode
van
de
forfaitaire
schadeloosstelling» invoegen.
VERANTWOORDING
Dankzij die precisering kan de landbouwer op objectieve
wijze aantonen dat hij voor steun in aanmerking komt.
Voorts maakt die precisering het mogelijk de dossiers in-
zake steunverlening sneller af te handelen.
Nr. 31 VAN DE HEREN PAQUE EN FOURNAUX
Art. 5
Het 4° aanvullen als volgt :
«Als economisch zelfstandige landbouwbedrijven
worden met name die bedrijven beschouwd waarvan
de landbouwer onder het sociaal statuut van de zelf-
standigen valt en die, na een opzegging of een wijziging
van een contract, inkomensverlies heeft geleden.»
9
0212/005
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
DOC 50
JUSTIFICATION
La délégation au Roi est formulée en des termes trop gé-
néraux pour être compatible avec les règles constitutionnelles
qui régissent les rapports entre le pouvoir législatif et le pou-
voir exécutif. Répondant ainsi à l’avis du Conseil d’État, nous
estimons qu’il est essentiel que la loi balise les conditions mi-
nimales de l’entreprise indépendante économiquement.
N° 32 DE MM. PAQUE ET FOURNAUX
Art. 10
Supprimer le 2°.
N° 33 DE MM. PAQUE ET FOURNAUX
Art. 12
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
La contribution obligatoire est un impôt. Il doit être sup-
primé pour 3 raisons :
1.
Il vient s’ajouter à d’autres cotisations obligatoires à
d’autres fonds pour les entreprises agricoles.
2.
Il est profondément injuste parce que, d’une part, ce
sont les victimes elles-mêmes de la crise (bénéficiaires de
l’aide) qui doivent cotiser au budget qui leur sera par ailleurs
alloué et d’autre part, certains secteurs qui demandent à être
indemnisés et qui ne le seront peut-être pas doivent égale-
ment cotiser.
3.
Le coût de l’ensemble de la crise de la dioxine est à
diviser par 6 ou 7, par rapport aux estimations qui nous avaient
été précédemment données. Raison de plus pour se donner
entièrement les moyens de parer à l’indemnisation totale des
personnes lésées et ce, sans recourir à l’impôt déguisé.
N° 34 DE MM. PAQUE ET FOURNAUX
Art. 3
Supprimer le 2°.
VERANTWOORDING
De aan de Koning verleende machtiging is «in te algemene
bewoordingen gesteld om bestaanbaar te zijn met de grond-
wettelijke regels die de verhouding tussen de wetgevende en
de uitvoerende macht beheersen» . Ingaand op dat advies
van de Raad van State zijn wij van mening dat het van wezen-
lijk belang is dat de wet de minimumvoorwaarden bepaalt
waaraan een economisch zelfstandig bedrijf moet voldoen.
Nr. 32 VAN DE HEREN PAQUE EN FOURNAUX
Art. 10
Het 2° weglaten.
Nr. 33 VAN DE HEREN PAQUE EN FOURNAUX
Art. 12
Dit artikel weglaten.
VERANTWOORDING
De verplichte bijdrage is een belasting, die om drie rede-
nen niet mag worden ingevoerd :
1. ze komt bovenop andere verplichte bijdragen aan an-
dere fondsen ten behoeve van de landbouwbedrijven;
2. ze is erg onbillijk, niet alleen omdat de slachtoffers van
de crisis (die de steun ontvangen) zelf moeten bijdragen in de
begroting waaruit hun overigens middelen zullen worden toe-
gekend, maar ook omdat sommige sectoren die om scha-
deloosstelling vragen (die ze misschien niet zullen krijgen)
eveneens moeten bijdragen;
3. de kosten voor de hele dioxinecrisis moeten worden ge-
deeld door factor 6 of 7, ten aanzien van de ramingen die ons
voorheen werden meegedeeld. Dat is een bijkomende reden
om ten volle te voorzien in de middelen voor een volledige
schadeloosstelling van de getroffen personen, zonder daar-
toe een beroep te doen op een verdoken belasting.
Nr. 34 VAN DE HEREN PAQUE EN FOURNAUX
Art. 3
Het 2° weglaten.
10
0212/005
DOC 50
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
JUSTIFICATION
Cfr. notre amendement n° 28 à l’article 2 relatif à la défini-
tion de l’entreprise agricole.
Luc PAQUE (PSC)
Richard FOURNAUX (PSC)
N° 35 DE MM. LETERME ET ANSOMS ET MME
PIETERS
Art. 3
Remplacer le 2° par ce qui suit :
«2° désigner les catégories d’entreprises agricoles
auxquelles la présente loi n’est pas applicable;»
JUSTIFICATION
A l’heure actuelle, l’on ne sait pas encore si la Commission
européenne est disposée à accepter qu’une aide soit octroyée
à l’ensemble de ces entreprises agricoles. Aussi le Roi doit-il
avoir la faculté d’exclure certaines catégories d’entreprises
agricoles du champ d’application de la loi en projet si la
Commission européenne venait à l’exiger.
N° 36 DE M. LANO
Art. 5
Remplacer le 4° par ce qui suit :
«4° déclare explicitement remplir les conditions d’in-
dépendance économique à l’égard des preneurs de
bétail et des fournisseurs, telles que définies par arrêté
royal délibéré en Conseil des ministres.»
JUSTIFICATION
Voir l’article 2, point 3, du protocole relatif aux avances.
Le présent amendement vise à accélérer le traitement du
dossier et permet un contrôle a posteriori.
VERANTWOORDING
Zie ons amendement nr. 28 op artikel 2, dat betrekking heeft
op de omschrijving van het begrip «landbouwbedrijf».
Nr. 35 VAN DE HEREN LETERME EN ANSOMS EN
MEVROUW PIETERS
Art. 3
Het 2° vervangen door wat volgt :
«2° categorieën landbouwbedrijven aanduiden die
niet onder de toepassing van deze wet vallen;».
VERANTWOORDING
Het is op dit ogenblik nog niet duidelijk of de Europese
Commissie bereid is de steun aan al deze landbouwbedrijven
goed te keuren. De Koning moet daarom de mogelijkheid
hebben om bepaalde categorieën landbouwbedrijven van de
toepassing van deze wet uit te sluiten wanneer de Europese
Commissie dit zou eisen.
Yves LETERME (CVP)
Jos ANSOMS (CVP)
Trees PIETERS (CVP)
Nr. 36 VAN DE HEER LANO
Art. 5
Het 4° vervangen door wat volgt :
«4° uitdrukkelijk verklaard de voorwaarden van eco-
nomische zelfstandigheid ter aanzien van afnemers van
vee en leveranciers te vervullen zoals bepaald bij een
in Ministerraad overlegt koninklijk besluit.»
VERANTWOORDING
Zie artikel 2, punt 3 van het protocol betreffende de voor-
schotten.
Brengt vaart in de behandeling van het dossier en laat con-
trole a posteriori mogelijk
Pierre LANO (VLD)
11
0212/005
C H A M B R E
2 e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 2 e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
1999
2000
DOC 50
N° 37 DE M. MICHEL
Art. 7
Remplacer les mots «désistement d’instance» par
les mots «désistement d’action».
JUSTIFICATION
Il s’agit d’un amendement technique qui a pour but de trai-
ter de manière identique les entreprises qui n’ont pas encore
introduit d’action à l’encontre de l’État et celles qui ont déjà
entrepris une telle procédure.
En effet, le désistement d’instance n’implique pas renon-
ciation à l’action ni au droit qui fonde cette action.
Charles MICHEL (PRL)
Nr. 37 VAN DE HEER MICHEL
Art. 7
De woorden «afstand van geding» vervangen door
de woorden «afstand van rechtsvordering».
VERANTWOORDING
Het betreft hier een technisch amendement, dat ertoe strekt
de ondernemingen die nog geen rechtsvordering tegen de
Staat hebben ingesteld, op gelijke voet te behandelen met de
ondernemingen die dat wel al hebben gedaan.
Afstand doen van geding impliceert immers niet dat men
afstand doet van de rechtsvordering, noch van het recht dat
aan die vordering ten grondslag ligt.
Centrale drukkerij van de Kamer - Imprimerie centrale de la Chambre