Inhoud
-170/2
-95/96
Belgische Kamer
van Volksvertegenwoordigers
GEWONE ZITTING
1997 - 1998 (~)
7 JANUARI 1998
WETSVOORSTEL
betreffende het
samenlevingscontract
AMENDEMENT
Nr1VAN DE HEREN LANDUYT, J.-J. VISEUR,
DUQUESNE
EN WILLEMS
Art. 2 tot 28
Deze artikelen vervangen door de volgende
bepalingen:
«Hoofdstuk
II. Wijzigingen
van het Burgerlijk
Wet-
boek met het oog op het invoeren
van de wettelijke
samenwoning
Art.2
Artikel147
van het Burgerlijk
Wetboek wordt aan-
gevuld met het volgende lid:
«Men mag geen huwelijk
aangaan zolang men ver-
bonden is door een wettelijke sameruooning.».
Art.3
In boek III van hetzelfde wetboek worden, onder een
titel Vbis (rueuui), met als opschrifi «Wettelijke samen-
Zie:
- 170
- 95 / 96:
- N' 1 : Wetsvoorstel
(*)
Vierde zitting van de 49'" zittingsperiode
-170/2
-95/96
Chambre des Représentants
de Belgique
SESSION
ORDINAIRE
1997 - 1998 (~)
7 JANVIER 1998
PROPOSITION
DE LOI
concernant
le contrat
de vie commune
AMENDEMENT
N°l
DE
MM.
LANDUYT,
J.-J.
VISEUR,
DUQUESNE ET WILLEMS
Art. 2 à 28
Remplacer ces articles par les dispositions
suivantes:
«Chapitre II. Modifications
du Code civil en vue de
l'instauration
de la cohabitation
légale
Art.2
L'article 147du Code civil est complété par l'alinéa
suivant:
«Nul ne peut contracter mariage s'il est lié par une
déclaration
de cohabitation
légale»,
Art.3
Dans le livre III du même Code, sous un titre Vbis
(nouveau)
intitulé
«De la cohabitation
légale», sont
Voir:
-170
-95/96:
- N° 1 : Proposition
de loi
(*)
Quatrième
session de la 49
èill
' législature
3260
-170/2
-95/96
tooning»,
de artikelen
1475 tot 1479 ingevoegd,
luidend:
«Titel Vbis. Wettelijke samenwoning
Art.
1475. § 1. Onder «uiettelijke
samenwoning»
wordt verstaan de toestand van samenleven
van twee
personen die een verklaring
hebben afgelegd ooereen-
komstig
artikel1476.
De toettelijke samenwoning
houdt op te bestaan door
het overlijden
van een van de partijen
of door de
beëindiging
zoals bepaald in artikel1476,
§2.
§2. Om een verklaring van wettelijke samenwoning
te kunnen
afleggen,
moeten beide partijen
aan vol-
gende voorwaarden
voldoen:
Lr niet verbonden
zijn door een huwelijk
of door
een andere wettelijke samenwoning;
20 overeenkomstig
artikel
1123 en 1124 bekwaam
zijn om contracten aan te gaan.
Art. 1476. § 1.Een verklaring van wettelijke samen-
woning wordt afgelegd door middel van een geschrift
dat tegen ontvangstbewijs
wordt overhandigd
aan de
gemeente
van de gemeenschappelijke
woonplaats.
Dit geschrift
bevat volgende gegevens:
T' de datum
van de verklaring;
20 de naam, voornamen en handtekening
van beide
partijen;
30 het volledige adres van de gemeenschappelijke
woonplaats;
40 de vermelding
van de wil van beide partijen
voor
een wettelijke samenwoning;
50 de vermelding
van de voorafgaandelijke
hennis-
geving van de inhoud van de artikelen
1477 tot 1479
aan beide partijen.
De gemeente gaat na of beide partijen
voldoen aan
de wettelijke voorwaarden
inzake de uiettelijke sarnen-
woning en maakt
desgevallend
melding
van de ver-
klaring
in het bevolkingsregister.
§ 2. De verklaring
tot samenwoning
kan worden
beëindigd
door de samenwonenden
samen, door een
verklaring
zoals in de vorige paragraaf.
Bij gebrek aan een gezamenlijke
beëindiging
kan
de wettelijke
samenwoning
beëindigd
worden
door
dergelijke verklaring
door elk der betrokkenen
alleen.
De gemeente betekent desgevallend
binnen de acht
dagen de beëindiging
van de wettelijke samenwoning
bij gerechtsdeurwaardersexploot
aan de andere par-
tij. In dit geval dient de partij
die de samenwoning
[ 2 ]
insérés
les articles
1475 à 1479, libellés
comme
suit:
«Titre Vbis. De la cohabitation
légale
Art. 1475. § 1er. Par «cohabitation
légale», il y a
lieu d'entendre
la situation
de vie commune
de deux
personnes ayant fait une déclaration
au sens de l'arti-
cle 1476.
La cohabitation
légale prend
fin lorsqu'une
des
parties décède ou lorsqu'il y est mis fin conformément
à l'article 1476, §2.
§2. Pour pouvoir faire une déclaration
de cohabita-
tion légale, les deux parties doivent satisfaire aux con-
ditions suivantes:
la ne pas être liées par un mariage
ou une autre
déclaration
de cohabitation
légale;
20 être capables
de contracter
conformément
aux
articles 1123 et 1124.
Art. 1476. § 1er. Une déclaration
de cohabitation
légale est faite au moyen d'un écrit qui est remis con-
tre récépissé à la commune
du domicile commun.
Cet écrit contient les informations
suivantes:
Tt La date de la déclaration;
20 les noms, prénoms
et signatures
des deux par-
ties;
30 l'adresse complète du domicile commun;
40 la mention de la volonté des parties de cohabiter
légalement.
50 la mention
de la notification
préalable
du con-
tenu des articles 1477 à 1479 aux deux parties.
La commune
vérifie si les parties satisfont aux con-
ditions légales régissant la cohabitation
légale et acte,
le cas échéant,
la déclaration
dans le registre de la
population.
§2. Il peut être mis fin à la cohabitation
légale par
les cohabitants
d'un commun accord, au moyen d'une
déclaration
analogue à celle prévue au § 1er.
A défaut de commun accord, il peut être mis fin à la
cohabitation
légale par chacun des intéressés à titre
individuel,
au moyen d'une telle déclaration.
Le cas échéant, la commune
signifie à l'autre par-
tie, dans les huit jours par exploit d'huissier,
qu'il a
été mis fin à la cohabitation
légale. Dans
ce cas, la
partie
qui
met fin à la cohabitation
sera
tenue
beëindigt,
voorafgaandelijk
de kosten hiervan
te vol-
doen.
De gemeente
acteert de beëindiging
van de verkla-
ring tot samenwoning
in het bevolkingsregister.
Art. 1477. De samenwonenden
regelen hun toette-
lijke samenwoning
naar goeddunken
bij overeenkomst,
voor zover zij daarin niets bedingen dat strijdig is met
de openbare orde of de goede zeden.
In de mate waarin de samenwonenden
hierover geen
andersluidende
overeenkomst zouden hebben gesloten,
gelden voor de wettelijke samenwoning
de bepalingen
van artikel1478.
Art. 1478. § 1. Artikel215
is van overeenkomstige
toepassing op de wettelijke samenwoning.
Het verbod van strijdige overeenkomst,
bepaald in
het eerste lid van artikel215,
§2, is evenwel niet van
toepassing.
§ 2. Elke van de samenwonenden
behoudt de goe-
deren waarvan
hij de eigendom
kan bewijzen, de in-
komsten
uit deze goederen en de opbrengsten
uit ar-
beid.
De goederen waarvan geen van beide sameruoonen-
den de eigendom kan bewijzen en de inkomsten
daar-
van worden geacht in onverdeeldheid
te zijn.
§3. De samenwonenden
dragen bij in de lasten van
het samenleven
naar evenredigheid
van hun mogelijk-
heden.
Iedere schuld
die door een der samenwonenden
wordt aangegaan
ten behoeve van het samenleven
en
van de kinderen
die door hen opgevoed worden, ver-
bindt
de andere samenwonende
hoofdelijk.
Deze is
echter niet aansprakelijk
voor schulden
die, gelet op
de bestaansmiddelen
van de samenwonenden,
buiten-
sporig zijn.
Art. 1479. Indien de verstandhouding
tussen de sa-
menwonenden
ernstig verstoord is, beveelt de orede-
rechter, op verzoek van één van de partijen,
de maat-
regelen
betreffende
het
betrekken
van
de
gemeenschappelijke
verblijfplaats,
betreffende de per-
soon en de goederen van de samenwoners
en hun ge-
meenschappelijke
kinderen en betreffende de uiettelijke
en contractuele
verplichtingen
van beiden.
Het verzoek kan worden
ingediend
uiterlijk
drie
maanden
na het beëindigen
van de wettelijke sarnen-
woning.
De vrederechter
beschikt
overeenkomstig
de bepa-
lingen van artikel
1253ter en volgende van het Ge-
rechtelijk
Wetboek.».
[ 3 ]
-170/2
-95/96
d'acquitter préalablement
les frais afférents à cette no-
tification.
La commune
acte la dissolution
de la cohabitation
légale dans le registre de la population.
Art. 1477. Les cohabitants
règlent à leur volonté les
modalités
de leur cohabitation
par contrat,
pour
autant
que celui-ci ne contienne
aucune clause con-
traire à l'ordre public ou aux bonnes moeurs.
Sauf
convention
contraire,
la cohabitation
légale
est régie par les dispositions
de l'article 1478.
Art. 1478, § 1er. L'article 215 s'applique
par ana-
logie à la cohabitation
légale.
L'interdiction
de conclure une convention contraire,
prévue à l'alinéa
1er de l'article 215, §2, n'est cepen-
dant pas d'application.
§2. Chacun des cohabitants
conserve les biens dont
il peut prouver
qu'ils lui appartiennent,
les revenus
que procurent
ces biens et les revenus du travail.
Les biens dont aucun des deux cohabitants
ne peut
prouver
qu'ils lui appartiennent
et les revenus
que
ceux-ci procurent
sont réputés être en indivision.
§ 3. Les cohabitants
contribuent
aux charges de la
vie commune
en proportion
de leurs facultés.
Toute dette contractée par l'un des cohabitants pour
les besoins de la vie commune
et des enfants
qu'ils
éduquent oblige solidairement
l'autre cohabitant.
Tou-
tefois, celui-ci n'est pas tenu des dettes excessives eu
égard aux ressources des cohabitants.
Art. 1479. Si l'entente entre les cohabitants
est sé-
rieusement
perturbée,
le juge de paix ordonne, à la
demande d'une des parties, les mesures relatives à l'oc-
cupation
de la résidence commune,
à la personne
et
aux biens des cohabitants et de leurs enfants communs,
et aux obligations
légales et contractuelles
des deux
cohabitants.
Cette demande
peut être introduite
trois mois au
plus tard après la fin de la cohabitation
légale.
Le juge de paix ordonne ces mesures conformément
aux dispositions
de l'article 1253ter et suivants
du
Code judiciaire».
-170/2
-95/96
Hoofdstuk
III.
Wijzigingen
van het Gerechtelijk
Wetboek
Art.4
In artikel 594, 19°, van het Gerechtelijk
Wetboek,
gewijzigd
bij de wet van 14 juli
1976, wordt tussen
het cijfer «223» en het woord «en» het cijfer «, 1479»
ingevoegd.
Art.5
Artikel 628 van hetzelfde wetboek, gewijzigd
bij de
wetten van 12 mei 1971, 30juni
1971, 20juni
1975,
14 juli 1976, 22 december 1977, 24 juli 1978, 28 juni
1984, 7 november 1988, 6juli 1989, 12juli 1989, 19
januari
1990, 12 juni
1991, 13 juni
1991 en 18 juli
1991, wordt aangevuld
als volgt:
«17° de rechter van de laatste gemeenschappelijke
verblijfplaats
van de wettelijk samenwonenden
uian-
neer het gaat om een vordering als bedoeld in artikel
1479 van het Burgerlijk
Wetboek.».».
VERANTWOORDING
De tekst is een compromis; het resultaat
van gesprek-
ken tussen
verschillende
politieke groepen. De bedoeling
van dit amendement
is een oplossing te bieden voor een
aantal
vermogensrechtelijke
problemen
die een feitelijke
samenwoning
met zich kan brengen
aangezien
zeer dik-
wijls geen voorafgaandelijke
overeenkomst
werd gesloten
tussen
de samenwonenden.
Deze problemen
kunnen
zich
zowel tijdens als na het beëindigen
van de samenwoning
voordoen.
Om een oplossing te bieden voor de rechtsonzekerheid
die hieruit voortvloeit, wordt voorgesteld om aan de feite-
lijke samenwoning een aantal rechtsgevolgen te verbinden,
indien
de samenwonenden
officieel verklaren
samen
te
wonen.
Deze officiële verklaring
biedt dan een wettelijk bewijs-
middel van samenwoning
en brengt
een aantal
rechtsge-
volgen met zich, maar enkel voor zover de samenwonenden
ter zake zelf geen overeenkomst
hebben gesloten.
Er is een aantal (vermogensrechtelijke)
gevolgen op het
vlak van:
- de gemeenschappelijke
woning;
- het eigen en gemeenschappelijke
vermogen;
- de lasten van de huishouding.
Deze regels gelden enkel voor zover hierover geen anders-
luidende overeenkomst
wordt gesloten.
Daarnaast
is voorzien in de bevoegdheid van de vrede-
rechter om eventuele geschillen tussen de samenwonenden
op te lossen.
[ 4]
Chapitre III. Modifications
du Code judiciaire
Art.4
A l'article 594, 19°, du Code judiciaire,
modifié par
la loi du 14juillet
1976, le chiffre «,1479» est inséré
entre le chiffre «223» et les mots «et 1421 du Code ci-
vil».
Art.5
L'article 628 du même Code, modifié par les lois du
12 mai 1971, du 30juin
1971, du 20juin
1975, du 14
juillet
1976, du 22 décembre 1977, du 24 juillet
1978,
du 28 juin
1984, du 7 novembre
1988, du 6 juillet
1989, du 12 juillet
1989, du 19 janvier
1990, du 12
juin
1991, du 13 juin
1991 et du 18 juillet
1991, est
complété comme suit:
«L?" le juge de la dernière résidence commune
des
cohabitants
légaux,
lorsqu'il
s'agit d'une demande
visée à l'article 1479 du Code cioil:».
JUSTIFICATION
Le présent
amendement
est un compromis, le fruit de
discussions
entre
différents
groupes politiques.
Il vise à
résoudre un certain nombre de problèmes de droit patrimo-
nial pouvant résulter de la cohabitation
de fait, étant donné
que les cohabitants
n'ont bien souvent conclu aucune con-
vention
préalable.
Ces problèmes
peuvent
se poser tant
pendant la vie commune qu'après que les cohabitants
y ont
mis fin.
Pour remédier à l'insécurité juridique qui résulte de cette
situation
de fait, nous proposons de conférer à cette der-
nière un certain nombre d'effets juridiques,
pour autant que
les cohabitants
fassent une déclaration
officielle de cohabi-
tation.
Cette déclaration
officielle constitue
alors un moyen de
preuve légal de la vie commune et produit un certain nom-
bre d'effets juridiques,
dans la mesure
toutefois
où les
cohabitants
n'ont pas conclu de convention en la matière.
Ces effets (au regard du droit patrimonial)
concernent:
-l'habitation
commune;
- le patrimoine
propre et le patrimoine
commun;
- les charges du ménage.
Ces règles ne s'appliquent
qu'à défaut de convention con-
traire.
Il est prévu par ailleurs
que le juge de paix est compé-
tent pour résoudre les litiges éventuels qui surviendraient
entre les cohabitants.
Samen met de instelling van de wettelijke samenwoning
dient tevens onderzocht
te worden in welke mate de be-
staande
discriminaties
tussen
gehuwden
en ongehuwden
op fiscaal en sociaalrechterlijk
vlak kunnen worden wegge-
werkt.
R. LANDUYT
J.-J. VISEUR
A. DUQUESNE
L. WILLEMS
[ 5 ]
-170/2
-95/96
En même temps que l'on instaure
la cohabitation
légale,
il convient d'examiner
dans quelle mesure
il est possible
d'éliminer les discriminations
fiscales et sociales existantes
entre mariés et non mariés.