Inhoud
- 1073/ 6 - 96 / 97
Belgische Kamer
van Volksvertegenwoordigers
GEWONE ZITTING 1997-1998 (*)
23 DECEMBER 1997
WETSONTWERP
betreffende
de collectieve
schuldenregeling
en de mogelijkheid
van verkoop uit de hand van de in
beslag genomen onroerende
goederen
AMENDEMENTEN
- 1073/6 - 96/97
Chambre des Représentants
de Belgique
SESSION
ORDINAIRE
1997-1998 (*)
23 DÉCEMBRE 1997
PROJET
DE LOI
relatif au règlement collectif
de dettes et à la possibilité
de vente de gré à gré
des biens immeubles saisis
AMENDEMENTS
Nr 56
VAN
DE
HEER
WILLEMS
EN
N° 56 DE M. WILLEMS ET MME CREYF
MEVR. CREYF
Art.2
In § 2, in het voorgestelde
artikeI1675-2,
eer-
ste lid, de woorden
« en structurele
» weglaten.
VERANTWOORDING
Deze schrapping
beoogt de duidelijkheid
van de tekst te
bevorderen.
Het begrip
« structureel
» werkt interpretatieproblemen
in de hand en lijkt geen toegevoegde waarde te hebben ten
opzichte van het begrip
« duurzaam
».
L. WILLEMS
S. CREYF
Zie:
- 1073 - 96/97
:
-
N' 1: Wetsvoorstel.
-
N" 2 tot 5 :Amendementen.
(*) Vierde zitting van de 49' zittingsperiode.
Art.2
Au § 2, dans l'article
1675-2,alinéa l'r propo-
sé, supprimer
les mots
« et structurelle
»,
JUSTIFICATION
Cette correction vise à accroître la clarté du texte.
La notion de « structurel
» peut donner lieu à des problè-
mes d'interprétation
et n'apporte
rien
par rapport
à la
notion de
« durable
».
Voir:
- 1073 - 96/97
:
-
N°1: Projet de loi.
-
N" 2 à 5 :Amendements.
(*) Quatrième session de la 49' législature.
S.-3303
- 1073/6 - 96/97
Nr 57 VAN DE HEER WILLEMS
Art.2
In § 2, in de voorgestelde
tekst
van
arti-
keI1675-4,
§ 2, 6", tussen
de woorden
«verzoe-
ken»
en
« hun huwelijksvermogensstelsel
» de
woorden«
of de met de verzoeker sametuoonendein),
desgeoallend
» invoegen.
VERANTWOORDING
Om te beoordelen
of de schuldenaar
die de collectieve
schuldenregeling
heeft gevraagd voldoet aan de voorwaar-
den dient de rechter
zich een duidelijk
beeld te kunnen
vormen van de gezinssituatie
van de aanvrager.
De memorie van toelichting bepaalt
(blz. 24) dat, onge-
acht of de echtgenoten
feitelijk of van goederen gescheiden
zijn, het geheel van de goederen der echtgenoten
instaat
voor de schulden die slechts één van hen heeft aangegaan.
In het verlengde hiervan spreekt het de facto voor zich dat
ook in andere
gezinssituaties,
waarbij
de huwelijksband
ontbreekt,
het vermogen van de samenwonende
de schul-
den gemaakt
door de partner
mee helpt dragen. Evenzeer
spreekt
het voor zich dat de facto de vermogenstoestand
van de partner
waarmee men buiten het huwelijk samen-
woont een onmiskenbare
invloed heeft op het feit ofiemand
zich al dan niet in een toestand bevindt waarin hij « niet in
staat is orn, op duurzame
(en structurele)
wijze, zijn opeis-
bare of nog te vervallen
schulden te betalen
».
De uitlegging van het begrip « samenwonen
», dat reeds
herhaaldelijk
wordt gebruikt in het sociaal recht, mag geen
probleem stellen. Het betreft
het onder hetzelfde
dak sa-
menleven van twee of meer personen die hun huishoudelij-
ke aangelegenheden
hoofdzakelijk
gemeenschappelijk
re-
gelen.
De toevoeging van « desgevallend
» spreekt voor zich. Er
kan slechts sprake zijn van een «huwelijksvermogensstel-
sel» indien de partners
« gehuwd . zijn. Het begrip « sa-
menwoners
» betreft net de hypotheses
waarbij de gezins-
vorm zich buiten het huwelijkse kader situeert.
Het
amendement
beoogt tegemoet
te komen
aan
de
maatschappelijke
realiteit.
Het lijkt evident dat niet enkel
personen
wiens gezinsverband
door het huwelijk
wordt
omkaderd met een overmatige schuldenlast
worden gecon-
fronteerd.
Nr 58 VAN DE HEER WILLEMS
Art.2
In
§ 2, de
voorgestelde
tekst
van
arti-
keI1675-4, § 2, T, aanvullen
als volgt:
«of de met de verzoeker earnenuionendetn);
»,
VERANTWOORDING
Idem vorig amendement.
Er weze opgemerkt
dat het amendement
ook van toe-
passing is op een gezinsvorm waarbij meerdere
broers en!
of zussen
met elkaar
onder hetzelfde
dak leven en hun
huishoudelijke
aangelegenheden
hoofdzakelijk
gemeen-
[ 2 ]
N° 57 DE M. WILLEMS
Art.2
Au
§ 2, dans
le texte
proposé
de l'arti-
cle 1675-4, § 2, 6",entre les mots «du conjoint du
requérant»
et les mots «, leur régime matrimo-
nial »,insérer
les mots
« ou de la ou des personnes
cohabitant
avec le requérant,
le cas échéant
»,
JUSTIFICATION
Pour pouvoir apprécier
si le débiteur
qui a demandé le
règlement
collectif de dettes répond aux conditions, le juge
doit pouvoir se faire une idée précise de la situation
fami-
liale du requérant.
Dans le commentaire
des articles
(p. 24), on peut lire
qu'indépendamment
de la séparation
de fait ou de la sépa-
ration des biens, l'ensemble des biens des époux répond des
dettes contractées
par un seul. Il est par conséquent
évi-
dent que dans d'autres
situations
familiales,
où le lien du
mariage
fait défaut, les biens des cohabitants
répondent
également
des dettes contractées
par le partenaire.
Il est
tout aussi évident que la situation
patrimoniale
du parte-
naire avec lequel on cohabite en dehors des liens du maria-
ge a une incidence indéniable
sur la question
de savoir si
une personne
se trouve ou non dans une situation
ne la
mettant
pas « en état, de manière
durable et structurelle,
de payer ses dettes exigibles ou encore à échoir ».
L'interprétation
de la notion de « cohabitation
», qui est
déjà utilisée régulièrement
en droit social, ne peut poser de
problème. Il s'agit de la cohabitation
sous le même toit de
deux ou de plusieurs
personnes qui règlent pour l'essentiel
leur ménage en commun.
L'insertion
des mots « le cas échéant » va de soi. Il ne
peut être question
de «régime
matrimonial»
que si les
partenaires
sont mariés. La notion de « cohabitation
» con-
cerne précisément
les hypothèses
où la forme familiale se
situe en dehors du mariage.
Le présent
amendement
tend à mettre
le texte en con-
cordance avec la réalité sociale. Il est évident que ce ne sont
pas uniquement
les personnes
mariées
qui peuvent
être
surendettées.
N° 58 DE M. WILLEMS
Art.2
Au § 2, compléter
le texte de l'article
1675-4,
§ 2, 7° proposé par ce qui suit:
« ou de la / des personneis) cohabitant
avec lui; »,
JUSTIFICATION
Voir la justification
de l'amendement
précédent.
On notera que le présent amendement
s'applique égale-
ment
aux ménages
dans lesquelles
des frères
et/ou des
soeurs habitent
sous le même toit et règlent pratiquement
toutes leurs affaires familiales en commun. On peut égale-
schappelijk
regelen.
Evenzeer
kan
gedacht
worden
aan
ouders
die «samenwonen»
met hun
niet-gehuwde/niet-
samenwonende
kinderen.
Om die reden beperkt
het amendement
zich niet tot de
met
de verzoeker
samenwonende,
maar
wordt
melding
gemaakt
van samenwonendetn).
L. WILLEMS
Nr 59 VAN
DE
HEER
WILLEMS
EN
MEVR.
CREYF
Art.17
In de voorgestelde
tekst, de woorden
« het
bevel» vervangen door de woorden « de aanma-
ning
»,
VERANTWOORDING
Volgens artikel
17 wordt artikel
99 van de Hypotheek-
wet met de volgende bepaling
aangevuld:
« In het beuel wordt de mogelijkheid
van de derde-bezit-
ter vermeld om, op straffe van onontvankelijkheid,
binnen
de acht dagen die volgen op de betekening
van het op hem
verrichte
beslag, aan de rechter
ieder koopaanbod
uit de
hand van zijn onroerend
goed over te maken.
».
Op blz. 60 bepaalt
de memorie
van toelichting
dat de
wijziging beoogt rekening
te houden met de mogelijkheid
om het in beslag genomen onroerend
goed uit de hand te
verkopen ten laste van een derde bezitter die dient ingelicht
te worden.
Om de derde-bezitter
in te lichten, dient de voorgestelde
wijziging van artikel
99 van de Hypotheekwet
anders
te
worden geformuleerd.
De vermelding
dient deel uit te ma-
ken van de in artikel
99 van de Hypotheekwet
vermelde
aanmaning
aan de derde-bezitter.
Immers, het beuel wordt aan de oorspronkelijke
schulde-
naar toegestuurd
en komt in beginsel niet ter kennis van
de derde-bezitter,
zodat een erin opgenomen
clausule
die
strekt
tot zijn bescherming
weinig efficiënt lijkt.
De weergave van artikel
99 van de Hypotheekwet
kan
het
probleem,
dat
dit amendement
poogt te verhelpen,
duidelijker
maken:
«Voldoet de derde-bezitter
niet geheel aan een van deze
verplichtingen,
dan heeft ieder hypothecair
schuldeiser
het
recht om het met hypotheek
bezwaarde
goed tegen hem te
doen verkopen, dertig dagen na beuel te hebben gedaan aan
de oorspronkelijke
schuldenaar,
en na aanmaning
aan de
derde-bezitter
om de opeisbare schuld te betalen ofvan het
erf afstand
te doen. ».
Nr 60 VAN
DE
HEER
WILLEMS
EN
MEVR.
CREYF
Art.2
In
§ 2, in de voorgestelde
tekst
van arti-
kel 1675-9,
§ 1, 2', tussen de woorden «verzoek-
schrift
» en «van », de woorden «en
van de als
bijlage toegevoegde stukken.» invoegen.
[3 ]
- 1073/6 - 96/97
ment envisager
le cas de parents
qui «cohabitent»
avec
leurs enfants
non mariés/non
cohabitants.
L'amendement
ne se limite dès lors pas à la personne
qui cohabite avec le requérant,
mais vise toutes les person-
nes qui vivent sous le même toit.
N° 59 DE M. WILLEMS ET MME CREYF
Art.17
Dans le texte proposé, remplacer les mots
« le
commandement»
par les mots « la sommation
»,
JUSTIFICATION
Selon l'article
17, l'article
99 de la loi hypothécaire
est
complété par la disposition
suivante
:
« Mention est faite dans le commandement
de la faculté
offerte au tiers détenteur
de transmettre
au juge, à peine
d'irrecevabilité,
dans les huit jours qui suivent la significa-
tion de la saisie faite sur lui, toute offre d'achat de gré à gré
de son immeuble.
».
Il est précisé à la page 60 de l'exposé des motifs, que la
modification
a pour objet de tenir compte de la possibilité
de vendre de gré à gré l'immeuble
saisi à charge d'un tiers
détenteur qu'il y a lieu d'informer.
Pour informer le tiers détenteur,
la modification
propo-
sée de l'article
99 de la loi hypothécaire
doit être formulée
autrement.
La mention
doit faire partie
de la sommation
au tiers détenteur
prévue à l'article 99 de la loi hypothécai-
re.
Le commandement
est en effet envoyé au débiteur
ini-
tial et n'est en principe pas porté à la connaissance
du tiers
détenteur.
Il ne serait
dès lors guère efficace d'y insérer
une clause tendant
à protéger le tiers en question.
La reproduction
de l'article
99 de la loi hypothécaire
permet
de mieux
situer
le problème
que l'amendement
tend à résoudre:
« Faute par le tiers-détenteur
de satisfaire
pleinement
à
l'une de ces obligations,
chaque créancier hypothécaire
a le
droit de faire vendre sur lui l'immeuble hypothéqué,
trente
jours après commandement
fait au débiteur
originaire,
et
sommation faite au tiers détenteur
de payer la dette exigi-
ble ou de délaisser
l'héritage.
».
N° 60 DE M. WILLEMS ET MME CREYF
Art.2
Au § 2, dans l'article 1675-9, § l'r, 2°, proposé,
insérer les mots
« et des pièces y annexées»
entre
le mot « requête»
et les mots « , un formulaire
»,
- 1073/6 - 96/97
VERANTWOORDING
Terwijl de schuldeisers
in kennis worden gebracht
van
de beschikking
van
toelaatbaarheid,
onder
toevoeging
van -
onder meer -
een afschrift van het verzoekschrift,
krijgt
de schuldbemiddelaar
tevens
de als bijlage toege-
voegde stukken.
Het lijkt evenwel nuttig deze bijlagen eveneens ter ken-
nis van de schuldeisers
te brengen.
Het spreekt voor zich dat een minnelijke aanzuiverings-
regeling de voorkeur verdient boven een gerechtelijke
aan-
zuiveringsregeling.
Opdat er van een minnelijke
aanzuive-
ringsregeling
sprake
kan
zijn,
dient
het
ontwerp
van
aanzuiveringsregeling
de goedkeuring
te krijgen van alle
schuldeisers.
Met het oog op het slagen van de poging een
minnelijke
aanzuiveringsregeling
uit te werken, is het be-
langrijk
dat ook de schuldeisers
zich een zo gedetailleerd
mogelijk beeld kunnen
vormen van de financiële
situatie
van de schuldenaar.
Zodoende kunnen
zij zich een gefun-
deerd oordeel vormen over de haalbaarheid
van de voorge-
stelde aanzuiveringsregeling.
Daarenboven
zal deze transparantie
een onmiskenbaar
gunstige
invloed hebben op de noodzakelijke
goodwill
en
het vertrouwen
van de schuldeisers.
L. WILLEMS
S. CREYF
Nr 61 VAN DE HEER WILLEMS
Art.2
In
§ 2, de voorgestelde
tekst
van
arti-
keI1675-11, § 1, aanvullen met het volgende lid:
« Ongeacht
de bepalingen
van het eerste lid, kan
een schuldeiser de rechter, door een eenvoudige schrif-
telijke verklaring
neergelegd ter griffie of aan de grif-
fie verzonden,
verzoeken
een gerechtelijke
aanzuive-
ringsregeling
op te leggen. »,
VERANTWOORDING
Dit amendement
heeft tot doel de snelheid van de proce-
dure te verhogen.
Het amendement
vormt
de sluitsteen
van de aan de schuldeisers
verleende
mogelijkheid
niet in
te stemmen met de voorgestelde minnelijke
aanzuiverings-
regeling.
De collectieve schuldenregeling
is gesteund
op de aan-
wezigheid van vertrouwen
en geloof in het aanzuiverings-
plan, niet enkel in de verhouding
tussen
de schuldbemid-
delaar en de schuldenaar,
doch evenzeer in hoofde van de
betrokken
schuldeisers.
Het is niet uitgesloten
dat nog vooraleer
een ontwerp
van
aanzuiveringsregeling
door de schuldbemiddelaar
wordt voorgesteld,
een schuldeiser
over gegevens en argu-
menten
beschikt
die hem toelaten
vast te stellen dat een
minnelijke
aanzuiveringsregeling
geen kans op slagen in
zich zal dragen.
Op dat ogenblik lijkt het onverantwoord
de minnelijke
aanzuiveringsregeling,
conform
lid 1, eventueel
vier
maanden
te laten
aanslepen.
Het lijkt in deze hypothese
opportuun,
de schuldeiser
de mogelijkheid
te bieden
de
[ 4 ]
JUSTIFICATION
La décision d'admissibilité
de la requête est notifiée aux
créanciers
en y joignant,
entre
autres,
une copie de la
requête,
mais le médiateur
de dettes reçoit en outre copie
des pièces y annexées.
Il nous paraît
toutefois
utile
de porter
également
ces
annexes à la connaissance
des créanciers.
Il va de soi qu'un plan de règlement
amiable est toujours
préférable
à un plan de règlement judiciaire.
Pour que l'on
puisse vraiment
parler d'un plan de règlement
amiable, il
faut que le projet de plan soit approuvé par tous les créan-
ciers. Si l'on veut que les efforts en vue d'élaborer
un plan
de règlement
amiable
soient couronnés
de succès, il est
important
que les créanciers
puissent
être informés de la
manière la plus détaillée possible de la situation
financière
réelle du débiteur.
Ils peuvent
ainsi apprécier
en connais-
sance de cause la faisabilité
du plan de règlement
proposé.
Cette transparence
incitera en outre indéniablement
les
créanciers
à faire preuve
de bonne volonté et à accorder
leur confiance au débiteur.
N° 61 DE M. WILLEMS
Art.2
Au § 2, compléter le texte proposé de l'arti-
cle 1675-11, § 1er,par l'alinéa suivant:
«Nonobstant
les dispositions
de l'alinéa t«, un
créancier peut demander
au juge, par simple déclara-
tion écrite déposée ou adressée au greffe, d'imposer un
plan de règlement judiciaire.
»,
JUSTIFICATION
Le présent
amendement
a pour objet d'accélérer la pro-
cédure. Il constitue la clef de voûte de la possibilité octroyée
aux créanciers de ne pas marquer
leur accord sur le plan de
règlement
amiable proposé.
Le règlement
collectif de dettes se fonde sur la confiance
qu'inspire
le plan de règlement,
non seulement
dans la
relation
entre le médiateur
de dettes et le débiteur,
mais
également
dans le chef des créanciers
concernés.
Il n'est pas exclu qu'avant
même que le médiateur
de
dettes propose un projet de plan de règlement,
un créancier
dispose de données et d'arguments
lui permettant
de cons-
tater qu'un plan de règlement
amiable n'a aucune chance
d'aboutir.
Dans ce cas, il serait injustifié
de faire éventuellement
traîner
le plan de règlement
amiable pendant
quatre mois,
comme le prévoit
l'alinéa
t-. Il s'indique,
dans
ce cas,
d'offrir la possibilité
au débiteur
d'activer la procédure en
procedure
een positieve impuls te geven door hem toe te
laten de rechter
om een gerechtelijke
aanzuiveringsrege-
ling te verzoeken.
Nr 62 VAN DE HEER
WILLEMS
Art.2
In het voorgestelde
artike11675-15 aanvullen
met de volgende bepaling:
« § 4. Een schuldeiser
kan te allen tijde, door een
eenvoudige
schriftelijke
verklaring
neergelegd
ter
griffie of aan de griffie verzonden,
de stopzetting
van
de procedure
van collectieve schuldenregeling
vorde-
ren, indien
uit het geheel der omstandigheden
blijkt
dat de procedure een louter dilatoir karakter
heeft.
Alvorens
uitspraak
te doen hoort
de rechter
in
raadkamer
de opmerkingen
van de schuldenaar.
De stopzetting
van de procedure
heeft de in § 3
bepaalde gevolgen.
»
VERANTWOORDING
Het amendement
wil een noodrem in de procedure van
collectieve schuldenregeling
inbouwen. De procedure heeft
ingrijpende
gevolgen voor de « vorderingsrechten
» van de
schuldeisers.
Het spreekt
voor zich dat de procedure
moet worden
stopgezet en de schuldeisers
hun normale positie herinne-
ren, indien zij kunnen
aantonen
dat de procedure
enkel
werd gestart
om eventuele tenuitvoerlegging
te vertragen
en dat de aanzuiveringsregeling
geen enkele kans op sla-
gen heeft of manifest
niet de in artikel1675-3
vermelde
doelstelling zal bereiken.
Omwille van het zwaarwichtige
karakter
van de stop-
zetting
spreekt
het voor zich dat de schuldenaar
vooraf
wordt gehoord.
Indien
de procedure
enkel
een vertragend
oogmerk
heeft
spreekt
het voor zich dat
de schuldeiser
niet
de
aanzuiveringsregeling
hoeft afte wachten, vooraleer hij de
hem krachtens
artikeI1675-15,
§ 3 waarvan
hij de herroe-
ping kan vorderen, verleende rechten kan herwinnen.
Nr 63 VAN DE HEER
WILLEMS
Art.2
In § 2, de voorgestelde
tekst van artikel1675-
13, § 1, aanvullen met het volgende lid:
«Indien
de schuldenaar
bij het aangaan
van een
schuld, de schuldeiser,
die om inlichtingen
verzoekt,
bewust of ten gevolge van grove nalatigheid,
onjuiste
of onvolledige
informatie
heeft verstrekt
aangaande
zijn
betalingsmogelijkheden,
kan
deze schuld
niet
worden kwijtgescholden.
»,
VERANTWOORDING
Deze bepaling, geïnspireerd
door § 290, 2 van de Duitse
Insolvenzordnung,
is analoog aan artikel10
van de wet
[ 5 ]
- 1073/6 - 96/97
lui permettant
de demander
au juge d'imposer un plan de
règlement judiciaire.
N° 62 DE M. WILLEMS
Art.2
Au § 2, compléter l'article 1675-15 proposé par
la disposition
suivante:
« §4. Le créancier peut, à tout moment, demander
l'arrêt de la procédure de règlement collectif de dettes,
par simple déclaration
écrite déposée ou envoyée au
greffe, s'il ressort de l'ensemble des circonstances
que
la procédure a un caractère purement
dilatoire.
Le juge
entend
les observations
du débiteur
en
chambre du conseil avant de statuer.
L'arrêt
de la procédure
emporte les conséquences
prévues au § 3. »
JUSTIFICATION
Le présent
amendement
tend
à insérer
un frein
de
secours dans la procédure du règlement
collectif de dettes.
La procédure est lourde de conséquences en ce qui concerne
les
« droits d'action
» des créanciers.
Il va de soi que la procédure doit être arrêtée
et que les
créanciers
doivent
recouvrer
leur position
normale
s'ils
peuvent démontrer
que la procédure a été entamée dans le
seul but de retarder
l'exécution et que le plan de règlement
n'a aucune chance d'aboutir ou n'atteindra
manifestement
pas l'objectif prévu à l'article 1675-3.
Compte tenu de l'importance
de l'arrêt
de la procédure,
il est évident que le débiteur
doit être préalablement
en-
tendu.
Si la procédure
est purement
dilatoire,
il va sans dire
que le créancier ne doit pas attendre
le plan de règlement,
dont il peut demander la révocation, avant de recouvrer les
droits qui lui sont conférés en vertu de l'article 1675-15, § 3.
N° 63 DE M. WILLEMS
Art.2
Au § 2, compléter le texte de l'article 1675-13,
§ 1er,proposé, par l'alinéa suivant:
« Si, au moment de contracter une dette, le débiteur
a fourni
au créancier qui demandait
des renseigne-
ments,
volontairement
ou par négligence grave, des
informations
incorrectes
ou incomplètes
concernant
ses facultés
de remboursement,
cette dette ne peut
faire l'objet d'une remise
»,
JUSTIFICATION
Cette disposition, inspirée par le paragraphe
290, 2, de
l'Insolvenzordnung
allemande,
est analogue
à l'article la
- 1073/6 - 96/97
van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.
Artikel1675-
13 confronteert
schuldeisers
met de kwijtschelding
van
jegens
hen bestaande
schulden.
Kwijtschelding
is aan-
vaardbaar
indien, naar analogie met artikel
10 van de wet
op het consumentenkrediet,
de schuldeiser
over de nodige
informatie
beschikt om, op het ogenblik dat hij beslist tot
contracteren,
de betalingsmogelijkheden
van de schulde-
naar te beoordelen.
-
Het
amendement
beoogt de verantwoordelijkheid
van
de schuldeisers
bij de bestrijding
van
overmatige
schuldenlast
te onderstrepen.
Derhalve
staat
tegenover
hun verzoek om inlichtingen
over de betalingsmogelijkhe-
den van de wederpartij
-
de latere schuldenaar
in de zin
van dit ontwerp
-,
de mogelijkheid om de schuldenjegens
hen kwijt te schelden,
behalve
wanneer
de schuldenaar
bewust of uit grove nalatigheid
geen (correct) gevolg aan
dit verzoek heeft gegeven.
Indien de schuldenaar,
bewust of ten gevolg van grove
nalatigheid,
de schuldeiser
niet de inlichtingen
verstrekt
die nodig zijn om een accuraat
beeld te krijgen van zijn
betalingscapaciteit,
kan hij jegens de schuldeiser
geen af-
wijking van artikel
1134 van het Burgerlijk
Wetboek kan
vorderen.
-
ArtikeI1675-11,
§ 2, verplicht de griffier de partijen
bijeen te roepen, zodat ze kunnen
worden gehoord indien
de rechter
over een gerechtelijke
aanzuiveringsregeling
beslist.
Dit impliceert
dat partijen
ook worden
gehoord
over de vraag of de voorwaarden
voor kwijtschelding
zijn
vervuld.
Immers,
conform blz. 46 van
de memorie
van
toelichting,
hebben
de schuldeisers
en de schuldenaar
steeds
-
en dus ook betreffende
de in artikeI1675-13,
§ 1, toe te voegen voorwaarde
voor kwijtschelding
-
de
gelegenheid om hun standpunt
uiteen te zetten.
L. WILLEMS
[ 6 ]
de la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consomma-
tion. L'article
1675-13 porte sur la remise de dettes exis-
tant vis-à-vis des créanciers.
La remise de dette est accep-
table si, par analogie avec l'article
10 de la loi relative
au
crédit à la consommation,
le créancier dispose des informa-
tions nécessaires
pour évaluer les facultés de rembourse-
ment
du débiteur
au moment
où il décide d'accorder
un
prêt.
L'amendement
vise
à responsabiliser
davantage
le
créancier
dans la lutte contre le surendettement.
C'est la
raison
pour laquelle
les dettes
contractées
vis-à-vis
de
celui-ci peuvent
être remises,
sauf si au moment où il se
renseigne
sur les facultés
de remboursement
de l'autre
partie - c'est-à-dire
du débiteur au sens du présent projet -
celle-ci ne donne pas, volontairement
ou par négligence
grave, suite (de manière correcte) à cette demande.
Si, volontairement
ou par négligence grave, le débiteur
n'a pas fourni au créancier les renseignements
nécessaires
pour donner une image précise de ses facultés de rembour-
sement, il ne peut demander une dérogation à l'article 1134
du Code civil vis-à-vis du créancier.
-
L'article
1675-11, § 2, contraint
le greffier à convo-
quer les parties, afin qu'elles puissent
être entendues
lors-
que le juge décide un plan de règlement
judiciaire.
Ceci
implique que les parties sont également
entendues
afin de
déterminer
si les conditions pour la remise de dettes ont été
remplies.
En effet, ainsi qu'il est souligné à la page 46 de
l'exposé des motifs, les créanciers
et les débiteurs
ont tou-
jours
-
et donc également en ce qui concerne la condition
à laquelle
est subordonnée
la remise
de dettes
prévue
à
l'article
1675-13, § lee,
-
l'occasion
de présenter
leur
point de vue.
Drukk.-Impr.
SCHAUBRüECK,
Nazareth
- (09) 389 02 11 - (02) 219 0041