Document 55K2774/002

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 2774 Verslag 🌐 NL

Inhoud

AMENDEMENTEN AMENDEMENTS C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 07372 DOC 55 2774/002 DOC 55 2774/002 Chambre des représentants de Belgique Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers 28 juni 2022 28 juin 2022 Voir: Doc 55 2774/ (2021/2022): 001: Projet de loi. Zie: Doc 55 2774/ (2021/2022): 001: Wetsontwerp. om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II visant à rendre la justice plus humaine, plus rapide et plus ferme II PROJET DE LOI WETSONTWERP C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 2 2774/002 DOC 55 N° 1 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 24/1 (nouveau) Insérer un article 24/1, rédigé comme suit: “Art. 24/1. Dans l’article 433quater/4, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 21 mars 2022, les mots “L’amende est appliquée” sont remplacés par les mots “En cas d'abus de la prostitution visé à l’article 433quater/1, l’amende est appliquée.”.” JUSTIFICATION Cet amendement vise à corriger une incohérence au niveau de la multiplication de l’amende en cas d’abus aggravé de la prostitution des majeurs. Contrairement à l’article 433quater/1 (proxénétisme), les articles 433quater/2 (publicité) et 433quater/3 (incitation publique) ne prévoient pas de multiplication des amendes. Il en va de même en cas de prostitution des mineurs aux articles 417/39-40 (publicité) et 417/41 (incitation publique). Cette situation est identique à l’ancienne législation; il est renvoyé aux anciens articles 380bis (provoquer dans un lieu public une personne à la débauche” ) et 380ter CP (diffuser de la publicité). Toutefois, l’article 433quater/4 (abus aggravé, qui est spé- cifique à la prostitution des majeurs) prévoit, à l’alinéa 3, que les infractions prévues aux articles 433quater/1 à 433quater/3 sont passibles d’amendes multipliées, sans limiter cet alinéa à l’article 433quater/1 qui est la seule infraction de base à se voir appliquer cette multiplication. Il convient de limiter la multiplication à l’article 433quater/1. Nr. 1 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 24/1 (nieuw) Een artikel 24/1 invoegen, luidende: “Art. 24/1. In artikel 433quater/4, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2022, worden de woorden “De boete wordt” vervangen door de woorden “In het geval van misbruik van prostitutie, zoals bedoeld in artikel 433quater/1, wordt de boete.”.” VERANTWOORDING Dit amendement verbetert een incoherentie in de vermenig- vuldiging van de boete bij verzwaard misbruik van prostitutie van meerderjarigen. In tegenstelling tot artikel 433quater/1 (pooierschap) voorzien de artikelen 433quater/2 (reclame) en 433quater/3 (openbaar aanzetten) niet in vermenigvuldiging van de geld- boete. Hetzelfde geldt voor prostitutie van minderjarigen in de artikelen 417/39-40 (reclame) en 417/41 (openbaar aan- zetten). Deze situatie is identiek aan de oude wetgeving; er wordt verwezen naar de vroegere artikelen 380bis (aanzetten persoon tot ontucht op een openbare plaats) en 380ter Sw. (verspreiden reclame). Artikel 433quater/4 (verzwaard misbruik, specifiek voor prostitutie van meerderjarigen) bepaalt echter in het derde lid dat de misdrijven voorzien in de artikelen 433quater/1 tot 433quater/3 worden bestraft met vermenigvuldigde boetes, zonder dit lid te beperken tot artikel 433quater/1 dat het enige misdrijf is waarop deze vermenigvuldiging wordt toegepast. Deze vermenigvuldiging moet worden beperkt tot artikel 433quater/1. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3 2774/002 DOC 55 N° 2 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 24/2 (nouveau) Insérer un article 24/2, rédigé comme suit: “Art. 24/2. Dans le livre 2, titre VIII, chapitre IIIbis/1 du Code pénal, il est inséré entre l’article 433quater/7 et l’article 433quater/8 qui devient l’article 433quater/9, un nouvel article 433quater/8, rédigé comme suit: “Art. 433quater/8. La confiscation de l'instrument de l'infraction Par dérogation à l'article 42, 1°, les choses qui ont servi ou qui ont été destinées à commettre les infractions décrites dans la présente sous-section sont confisquées, même si la propriété n'en appartient pas au condamné, sans que cette confiscation ne porte toutefois préjudice aux droits que les tiers peuvent faire valoir sur ces biens. La confiscation est également appliquée, dans les mêmes circonstances, aux immeubles ou parties d'immeuble qui ont servi ou qui ont été destinés à commettre l'infraction. Elle peut également être appliquée à la contre- valeur de ces meubles ou immeubles aliénés entre la commission de l'infraction et la décision judiciaire définitive.".” JUSTIFICATION Cet article en projet insère un article sur la confiscation dans le chapitre IIIbis/1 relatif à l’abus de la prostitution de personnes majeures. Son contenu correspond à celui de l’ancien article 382ter du Code pénal (qui s’appliquait en cas d’exploitation de la prostitution de mineurs comme de majeurs). Vu son utilité, il doit être repris en cas d’infractions liées à la prostitution de personnes majeures. Il est renvoyé aux documents parlementaires de la loi du 27 novembre 2013 complétant les articles 43bis, 382ter et Nr. 2 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 24/2 (nieuw) Een artikel 24/2 invoegen, luidende: “Art. 24/2. In boek 2, titel VIII, hoofdstuk IIIbis/1 van het Strafwetboek, tussen artikel 433quater/7 en artikel 433quater/8 dat artikel 433quater/9 wordt, wordt een nieuw artikel 433quater/8, ingevoegd luidende: “Art. 433quater/8. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf In afwijking van artikel 42, 1°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk doet aan de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen. De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.”.” VERANTWOORDING Dit artikel in ontwerp voegt een artikel over verbeurdver- klaring in in hoofdstuk IIIbis/1 met betrekking tot misbruik van prostitutie van meerderjarigen. De inhoud ervan komt overeen met die van het vroegere artikel 382ter van het Strafwetboek (dat van toepassing was in geval van uitbuiting van prostitutie van zowel minderjarigen als meerderjarigen). Gezien het nut ervan moet het worden hernomen in geval van misdrijven die verband houden met de prostitutie van meerderjarigen. Er wordt verwezen naar de parlementaire stukken van de wet van 27 november 2013 tot aanvulling van de C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 4 2774/002 DOC 55 433novies du Code pénal, ainsi que l'article 77sexies de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, relativement à la confiscation spéciale (DOC 53 2819). artikelen 43bis, 382ter en 433novies van het Strafwetboek, en van artikel 77sexies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met betrek- king tot de bijzondere verbeurdverklaring (DOC 53 2819). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 5 2774/002 DOC 55 N° 3 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 25/1 (nouveau) Dans le chapitre 5, insérer un article 25/1, rédigé comme suit: “Art. 25/1. L’article 76 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 28 novembre 2021, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit: “§ 7. Si des circonstances exceptionnelles le justifient, le président du tribunal de première instance peut, en concertation avec le ministre qui a la Justice dans ses attributions, sur réquisition écrite ou orale du procureur du Roi ou ce magistrat entendu, et, le cas échéant, en concertation avec le président du tribunal de première instance ou le premier président de la cour d’appel du ressort concerné, ordonner que le tribunal correctionnel tienne une ou plusieurs audiences dans une affaire déterminée au lieu d'audience qu'il désigne et, s'il échet, que cette affaire y soit jugée.”.” JUSTIFICATION L'article 76, § 6, du Code judiciaire permet actuellement qu'en cas de risques pour la sécurité, le président du tribunal de première instance, sur réquisition écrite ou orale du pro- cureur du Roi, puisse ordonner que le tribunal correctionnel tienne une ou plusieurs audiences dans une affaire détermi- née au siège d'un tribunal de première instance du ressort de la cour d'appel et, s'il échet, que cette affaire y soit jugée. Ce paragraphe permet que les audiences pour lesquelles il existe un risque pour la sécurité puissent être organisées dans un bâtiment avec un plus haut niveau de sécurité. Les travaux parlementaires relatifs à cette modification législative énoncent en effet que: “Par ressort de la cour d’appel, on prévoira un bâtiment à sécurité renforcée de manière à ce que ces audiences du tribunal correctionnel puissent se tenir dans les circonstances les plus sûres. Une sécurité qui doit être garantie pour tous les acteurs concernés.”. (Doc. parl., Chambre, 2016-2017, n° 54-2259/003, p. 71-72). Nr. 3 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 25/1 (nieuw) In hoofdstuk 5, een artikel 25/1 invoegen, luidende: “Art. 25/1. Artikel 76 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 november 2021, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende: “§ 7. Indien buitengewone omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in samenspraak met de minister bevoegd voor Justitie, op schriftelijke of mondelinge vordering van de procureur des Konings of deze magistraat gehoord, en desgevallend in overleg met de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of de eerste voorzitter van het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied, gelasten dat de correctionele rechtbank in een bepaalde zaak een of meerdere zittingen houdt in een zittingsplaats die hij daartoe aanwijst en, zo daartoe grond bestaat, dat die zaak aldaar berecht wordt.”.” VERANTWOORDING Artikel 76, § 6, van het Gerechtelijk Wetboek biedt van- daag de mogelijkheid dat in geval van veiligheidsrisico’s, de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, op schriftelijke of mondelinge vordering van de procureur des Konings, kan gelasten dat de correctionele rechtbank in een bepaalde zaak een of meerdere zittingen houdt in de zetel van een rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied van het hof van beroep en zo daartoe grond bestaat, dat die zaak aldaar berecht wordt. Deze paragaaf maakt het mogelijk om zittingen waaraan een veiligheidsrisico is verbonden te organiseren in een beter beveiligd gerechtsgebouw. De parlementaire voorbereidingen van deze wetswijziging stelden immers: “Per ressort van het hof van beroep zal worden voorzien in een hoger beveiligd gebouw zodat deze zittingen van de correctionele rechtbank in de meest veilige omstandigheden kunnen plaatsvinden. Een veiligheid die voor alle betrokkenen dient te worden gegarandeerd.”(Parl St. Kamer 2016-17, nr. 54-2259/003, p. 71-72) . C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 6 2774/002 DOC 55 Néanmoins, dans certaines circonstances très spéci- fiques, cette possibilité s'avère encore insuffisante et il est nécessaire de disposer de bâtiments avec une plus grande capacité afin de pouvoir tenir une audience avec un grand nombre de prévenus dans de bonne conditions de sécurité. De tels bâtiments peuvent parfois se trouver en dehors du ressort de la cour d'appel, nous pensons par exemple au site Justitia à Bruxelles, mais pour ce faire, une modification de la loi est requise. A la suite à la modification législative apportée à l'article 115 du Code judiciaire relatif à la tenue des audiences des cours d'assises dans ces locaux, cet amendement vise à prévoir cette même possibilité pour les audiences correctionnelles. Comme c'est le cas pour les cours d'assises, il doit s'agir de circonstances exceptionnelles et le ministre de la Justice est impliqué dans ce processus car il a une vision plus large des lieux disponibles où une audience pourrait être tenue. Si nécessaire, le président du tribunal de première instance ou le premier président de la cour d'appel du ressort concerné est consulté, par exemple si l'audience est susceptible de se tenir dans l'un de leurs locaux. Il convient de souligner expressément que cela ne concerne que le changement de lieu de l’audience. Ni le siège, ni la compétence territoriale, ni la procédure, ni la langue utilisée par le tribunal correctionnel en question ne changent. Cela signifie que les magistrats et le greffier restent les mêmes, mais justice sera rendue dans un autre lieu d’audience, éventuellement même en dehors du ressort de la cour d'appel, dans un bâtiment répondant aux exigences nécessaires à l'audience. Evenwel blijkt deze mogelijkheid in sommige zeer speci- fieke omstandigheden nog niet afdoende te zijn en is er nood aan gebouwen met een grotere capaciteit om een zitting met een groot aantal beklaagden te kunnen houden in veilige omstandigheden. Zulke gebouwen zijn soms wel te vinden buiten het rechtsgebied van het hof van beroep, met name op de site Justitia in Brussel, doch daarvoor dient de wet te worden gewijzigd. In navolging van de wetswijziging die werd aangebracht aan artikel 115 van het Gerechtelijk Wetboek over het houden van zittingen van de hoven van assisen in zulke gebouwen, wil dit amendement deze mogelijkheid ook bieden voor cor- rectionele zittingen. Zoals voor de hoven van assisen het geval is, dient het te gaan om buitengewone omstandigheden en wordt de minister bevoegd voor justitie betrokken omdat hij een ruimere visie heeft over de mogelijke beschikbare locaties waar zitting zou gehouden kunnen worden. Desgevallend wordt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of de eerste voorzitter van het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied in het overleg betrokken, bijvoorbeeld wanneer de zitting zou kunnen plaatsvinden in één van de gebouwen van hun zetel. Er dient hierbij uitdrukkelijk benadrukt te worden dat het enkel gaat om het wijzigen van de zittingsplaats. Noch de zetel, noch de territoriale bevoegdheid, noch de procedure, noch het taalgebruik van de desbetreffende correctionele rechtbank wijzigt. Dit heeft tot gevolg dat de magistraten en de griffier dezelfde blijven doch dat enkel recht zal worden gesproken op een andere zittingsplaats, zelfs eventueel buiten het rechtsgebied van het hof van beroep, in een gebouw dat aan de nodige vereisten voor de zitting voldoet. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 7 2774/002 DOC 55 N° 4 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 25/2 (nouveau) Dans le chapitre 5, insérer un article 25/2, rédigé comme suit: “Art. 25/2. L’article 101 du même Code, remplacé par la loi du 13 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2020, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit: “§ 5. Si des circonstances exceptionnelles le justifient, le premier président de la cour d'appel peut, en concertation avec le ministre qui a la Justice dans ses attributions, sur réquisition écrite ou orale du procureur général ou ce magistrat entendu, et, le cas échéant, en concertation avec le président du tribunal de première instance ou le premier président de la cour d'appel du ressort concerné, ordonner qu'une chambre correctionnelle de la cour d'appel tienne une ou plusieurs audiences dans une affaire déterminée au lieu d'audience qu'il désigne et, s'il échet, que cette affaire y soit jugée.”.” JUSTIFICATION Cet amendement vise à étendre la possibilité prévue par la modification proposée à l'article 76 du Code judiciaire, concernant le tribunal correctionnel, aux chambres correc- tionnelles des cours d'appel. Ici aussi, il sera possible, dans des circonstances excep- tionnelles, que l’audience ait lieu dans un autre lieu d’au- dience, éventuellement en dehors de son ressort. Nr. 4 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 25/2 (nieuw) In hoofdstuk 5, een artikel 25/2 invoegen, luidende: “Art. 25/2. Artikel 101, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende: “§ 5. Indien buitengewone omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, in samenspraak met de minister bevoegd voor Justitie, op schriftelijke of mondelinge vordering van de procureur-generaal of deze magistraat gehoord, en desgevallend in overleg met de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of de eerste voorzitter van het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied, gelasten dat een correctionele kamer in het hof van beroep in een bepaalde zaak een of meerdere zittingen houdt in een zittingsplaats die hij daartoe aanwijst en, zo daartoe grond bestaat, dat die zaak aldaar berecht wordt.”.” VERANTWOORDING Dit amendement wenst de mogelijkheid in de voorgestelde wijziging van artikel 76 van het Gerechtelijk Wetboek, voor wat betreft de correctionele rechtbank, ook door te trekken naar de correctionele kamers in de hoven van beroep. Ook daar wordt het mogelijk de zitting in buitengewone omstandigheden te houden in een andere zittingsplaats, eventueel buiten zijn rechtsgebied. Er wordt verwezen naar de toelichting aldaar. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 8 2774/002 DOC 55 N° 5 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 38/1 (nouveau) Dans le chapitre 8 “Modifications du Code civil”, insérer un article 38/1 rédigé comme suit: “Art. 38/1. Dans l’article 2.3.84, § 1er, 1°, b), du Code civil, les mots “numéro de registre national” sont remplacés par les mots “numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale”.” JUSTIFICATION À l'article 4 127, § 1er, 1°, litt. b, et 2°, litt. c, du Code civil, la référence au numéro du registre national est chaque fois remplacée par une référence au numéro d'identification du Registre national ou au numéro d'identification à la Banque- Carrefour de la Sécurité sociale comme une des données à inscrire dans le registre, conformément à l'article 43 pro- posé. Ceci pour des raisons de sécurité juridique afin que la disposition soit cohérente sur le plan terminologique avec l'article 4.59 du Code civil. Étant donné que l'article 2.3.84 du Code civil contient la même obligation d'inscription en ce qui concerne le registre central des conventions matrimoniales, et que la même cohérence est souhaitable, cette disposition mérite également d'être clarifiée dans ce sens. Cet amende- ment sert cet objectif. Nr. 5 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 38/1 (nieuw) In hoofdstuk 8 “Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek” een artikel 38/1 invoegen, luidende: “Art. 38/1. In artikel 2.3.84, § 1, 1°, b), van het Burgerlijk Wetboek, wordt het woord “rijksregisternummer” vervangen door de woorden “identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid”.” VERANTWOORDING In artikel 4 127, § 1, 1°, litt. b, en 2°, litt. c, van het Burgerlijk Wetboek wordt, overeenkomstig het voorgestelde artikel 43, de verwijzing naar het rijksregisternummer telkens vervangen door een verwijzing naar het identificatienummer van het rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid als een van de in het register in te schrijven gegevens. Dit met het oog op rechtszekerheid doordat de bepaling terminologisch coherent wordt met artikel 4.59 van het Burgerlijk Wetboek. Aangezien artikel 2.3.84 van het Burgerlijk Wetboek eenzelfde inschrijvings- plicht bevat wat betreft het centraal register voor huwe- lijksovereenkomsten, en eenzelfde coherentie wenselijk is, verdient deze bepaling ook een verduidelijking in die zin. Dit amendement geeft hieraan gevolg. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 9 2774/002 DOC 55 N° 6 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 38/2 (nouveau) Dans le même chapitre, insérer un article 38/2 rédigé comme suit: “Art. 38/2. Dans le sous-titre 2 du titre 3 du livre 2 du même Code, il est inséré un article 2.3.89 rédigé comme suit: “Art. 2.3.89. Le Roi peut déterminer les modalités de gestion ainsi que la forme et les modalités de l’inscription et de la communication au registre central des conventions matrimoniales.”.” JUSTIFICATION La proposition initiale de la loi du 19 janvier 2022 portant le livre 2, titre 3, "Les relations patrimoniales des couples" et le livre 4 "Les successions, donations et testaments" du Code civil contenait en ce qui concerne le registre central des conventions matrimoniales une très large délégation au Roi pour notamment les modalités d’inscription et de commu- nication, les données à mentionner ainsi que les modalités d’accès (DOC 55 1272/001). Les délégations prévues présentaient toutefois une por- tée trop générale. Elles ont été réexaminées en profondeur et limitées sur avis de l’Autorité de protection des données (n° 73/2020 du 24 août 2020) et un certain nombre d’éléments ont été expressément inscrits dans la loi. On est cependant allé trop loin et la délégation au Roi qui concerne la gestion purement pratique ainsi que la forme et les modalités des inscriptions et des communications au registre central des conventions matrimoniales a également disparu. Le présent amendement a été rédigé afin de réparer cette suppression excessive. Nr. 6 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 38/2 (nieuw) In hetzelfde hoofdstuk een artikel 38/2 invoegen, luidende: “Art. 38/2. In ondertitel 2 van titel 3 van boek 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 2.3.89 ingevoegd, luidende: “Art. 2.3.89. De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en modaliteiten van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal register voor huwelijksovereenkomsten bepalen.”.” VERANTWOORDING Het oorspronkelijke voorstel van de wet van 19 januari 2022 houdende boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het Burgerlijk Wetboek bevatte ten aanzien van het centraal register voor huwelijksovereenkomsten een zeer ruime dele- gatie aan de Koning voor onder andere de modaliteiten van inschrijving en kennisgeving, de op te nemen gegevens alsook de nadere regels inzake de toegang (DOC 55 1272/001). De voorziene delegaties hadden echter een te alge- mene strekking en werden op advies van de Gegevens- beschermingsautoriteit (nr. 73/2020 van 24 augustus 2020) grondig herbekeken en ingeperkt en een aantal elementen werden uitdrukkelijk in de wet ingeschreven. Men is echter te ver gegaan en de delegatie voor de Koning wat betreft het puur praktisch beheer en de vorm alsook modaliteiten van de inschrijvingen in en kennisgevingen aan het centraal register voor huwelijksovereenkomsten is eveneens verdwenen. Dit amendement is opgesteld om deze overmatige verwijdering te herstellen. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 10 2774/002 DOC 55 N° 7 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 45/1 (nouveau) Dans le même chapitre, insérer un article 45/1 rédigé comme suit: “Art. 45/1. Dans le sous-titre 11 du titre 1er du livre 4 du même Code, il est inséré un article 4 131/1 rédigé comme suit: “Art. 4 131/1. Le Roi peut déterminer les modalités de gestion ainsi que la forme et les modalités de l’inscription et de la communication au registre central successoral.”.” JUSTIFICATION Cet article propose un nouvel article 4 131/1 afin d’insérer une délégation au Roi en ce qui concerne la gestion ainsi que la forme et les modalités de l’inscription et de la com- munication au registre central successoral, pour les mêmes raisons que celles invoquées concernant l’article 2.3.89 (voir l’amendement n° 6). Nr. 7 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 45/1 (nieuw) In hetzelfde hoofdstuk een artikel 45/1 invoegen, luidende: “Art. 45/1. In ondertitel 11 van titel 1 van boek 4 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 4 131/1 ingevoegd, luidende: “Art. 4 131/1. De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en nadere regels van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal erfrechtregister bepalen.”.” VERANTWOORDING Dit artikel stelt een nieuw artikel 4 131/1 voor met als doel een delegatie aan de Koning in te voegen wat betreft het beheer en de vorm en nadere regels van de inschrijvingen in, en kennisgevingen aan, het centraal erfrechtregister, om dezelfde redenen als ingeroepen bij artikel 2.3.89 (zie amendement nr. 6). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 11 2774/002 DOC 55 N° 8 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 46/1 (nouveau) Dans le même chapitre insérer un article 46/1 rédigé comme suit: “Art. 46/1. À l’article 4 262, § 1er, du même Code, les modifications suivantes sont apportées: a) au 1°, b), les mots “numéro de registre national” sont remplacés par les mots “numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale”; b) au 2°, b), les mots “numéro de registre national” sont remplacés par les mots “numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale”; c) au 3°, b), les mots “numéro de registre national” sont remplacés par les mots “numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale”; d) au 4°, b), les mots “numéro de registre national” sont remplacés par les mots “numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale”.” Nr. 8 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 46/1 (nieuw) In hetzelfde hoofdstuk een artikel 46/1 invoegen, luidende: “Art. 46/1. In artikel 4 262, § 1, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1°, b), wordt het woord “rijksregisternummer” vervangen door de woorden “identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid”; b) in de bepaling onder 2°, b), wordt het woord “rijksregisternummer” vervangen door de woorden “identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid”; c) in de bepaling onder 3°, b), wordt het woord “rijksregisternummer” vervangen door de woorden “identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid”; d) in de bepaling onder 4°, b), wordt het woord “rijksregisternummer” vervangen door de woorden “identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid”.” C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 12 2774/002 DOC 55 JUSTIFICATION Une modification de l'article 4 262, § 1er, 1°, litt. b, 2°, litt. b, 3°, litt. b, et 4°, litt. b, est nécessaire pour les mêmes raisons que celles invoquées pour la modification de l'article 2.3.84, § 1er (voir l’amendement n° 5). VERANTWOORDING Een wijziging van artikel 4 262, § 1, 1°, litt. b, 2°, litt. b, 3°, litt. b, en 4°, litt. b, is noodzakelijk om dezelfde redenen als ingeroepen voor de wijziging van artikel 2.3.84, § 1, (zie amendement nr. 5). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 13 2774/002 DOC 55 N° 9 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 46/2 (nouveau) Dans le même chapitre, insérer un article 46/2 rédigé comme suit: “Art. 46/2. Dans le sous-titre  11 du titre 2 du livre 4 du même Code, il est inséré un article 4 267 rédigé comme suit: “Art. 4 267. Le Roi peut déterminer les modalités de gestion ainsi que la forme et les modalités de l’inscription et de la communication au registre central des testaments.”.” JUSTIFICATION Cet article propose un nouvel article 4 266/1 afin d’insérer une délégation au Roi en ce qui concerne la gestion ainsi que la forme et les modalités de l’inscription au registre central des testaments, pour les mêmes raisons que celles invo- quées concernant l’article 2.3.89 (voir l’amendement n° 6) et l’article 4 131/1 (voir l’amendement n° 7). Nr. 9 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 46/2 (nieuw) In hetzelfde hoofdstuk een artikel 46/2 invoegen, luidende: “Art. 46/2. In ondertitel 11 van titel 2 van boek 4 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 4 267 ingevoegd, luidende: “Art. 4 267. De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en modaliteiten van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal register van testamenten bepalen.”.” VERANTWOORDING Dit artikel stelt een nieuw artikel 4 266/1 voor met als doel een delegatie aan de Koning in te voegen wat betreft het beheer en de vorm en modaliteiten van de inschrijvingen in het centraal register van testamenten, om dezelfde redenen als ingeroepen bij artikel 2.3.88/1 (zie amendement nr. 6) en artikel 4 131/1 (zie amendement nr. 7). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 14 2774/002 DOC 55 N° 10 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 48/1 (nouveau) Dans le chapitre 9 “Modifications du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales”, insérer un article 48/1 rédigé comme suit: “Art. 48/1. Dans l’article 45 du même Code, les modifications suivantes sont apportées: 1° à l’alinéa 1er, les mots “ou de l’extrait” sont insérés entre les mots “au pied de l’expédition” et les mots “de l’acte d’hérédité”; 2° à l’alinéa 1er, les mots “ou de l’expédition” sont remplacés par les mots “, de l’expédition ou de l’extrait”; 3° à l’alinéa 3, les mots “ou une expédition” sont remplacés par les mots “, une expédition ou un extrait”.” JUSTIFICATION L'article 45 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales contient les mentions obligatoires à faire figurer dans le certificat ou l’expédition de l'acte de d’hérédité concernant le défaut de notification ou de paiement des créances en application de l'article 44 du même Code. Le projet d'article 4.59, § 4, alinéa 2, du Code civil crée la possibilité de délivrer un extrait littéral de l'acte d’hérédité en vue d'une finalité précise. La modification pro- posée a pour objet de préciser que les mentions obligatoires doivent également figurer dans un extrait de l’acte d’hérédité s'il a été rédigé à cette finalité. Nr. 10 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 48/1 (nieuw) In hoofdstuk 9 “Wijzigingen van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen” een artikel 48/1 invoegen, luidende: “Art. 48/1. In artikel 45 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “of het uittreksel” ingevoegd tussen de woorden “onderaan de afgeleverde uitgifte” en de woorden “van de akte van erfopvolging”; 2° in het eerste lid worden de woorden “of de uitgifte” vervangen door de woorden “, de uitgifte of het uittreksel”; 3° in het derde lid worden de woorden “of een uitgifte” vervangen door de woorden “, een uitgifte of een uittreksel”.” VERANTWOORDING Artikel 45 van het Wetboek van de minnelijke en gedwon- gen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bevat verplichte informatie die in het attest of een uitgifte van de akte van erfopvolging moet worden opgenomen met be- trekking tot het ontbreken van kennisgeving of de betaling van schulden in toepassing van artikel 44 van hetzelfde Wetboek. Middels het ontworpen artikel 4.59, § 4, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek wordt bovendien de mogelijkheid gecreëerd om een letterlijk uittreksel van de akte van erfopvolging af te leveren met het oog op een bepaal doel. De voorgestelde wijziging heeft tot doel te verduidelijken dat de verplichte vermeldingen ook in een uittreksel van de akte van erfopvolging opgenomen dienen te worden indien het met dit doel is opgemaakt. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 15 2774/002 DOC 55 N° 11 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 49 Remplacer cet article par ce qui suit: “Art. 49. Dans l’article 46, § 1er, du même Code, modifié par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées: 1° à l’alinéa 1er, les mots “ou de l’expédition” sont remplacés par les mots “, de l’expédition ou de l’extrait”; 2° à l’alinéa 2, les mots “ou une expédition” sont remplacés par les mots “, une expédition ou un extrait”;  3° le nombre “4.59” est chaque fois remplacé par les mots “4.59, § 4, alinéa 3,”.” JUSTIFICATION L’objectif de cet amendement est de modifier l’article 46 à la lumière de la possibilité d’utiliser un extrait littéral au sens de l’article 4.59, § 4, alinéa 2, du Code civil (voir l’amende- ment n° 10). Nr. 11 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 49 Dit artikel vervangen als volgt: “Art. 49. In artikel 46, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “of uit de uitgifte” vervangen door de woorden “, de uitgifte of het uittreksel”; 2° in het tweede lid worden de woorden “of een uitgifte” vervangen door de woorden “, een uitgifte of een uittreksel”; 3° het getal “4.59” wordt telkens vervangen door de woorden “4.59, § 4, derde lid,”.” VERANTWOORDING Het doel van dit amendement is artikel 46 aan te passen in het licht van de mogelijkheid tot het gebruik van een letterlijk uittreksel in de zin van artikel 4.59, § 4, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek (zie amendement nr. 10). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 16 2774/002 DOC 55 N° 12 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 76/1 (nouveau) Dans le chapitre 14 “Modifications de la loi- programme (I) du 29 mars 2012”, insérer un article 76/1, rédigé comme suit: “Art. 76/1. Dans l’article  159 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 23 avril 2020, les modifications suivantes sont apportées: 1° à l’alinéa 1er, les mots “ou de l’extrait” sont insérés entre les mots “au pied de l’expédition” et les mots “de l’acte d’hérédité”; 2° à l’alinéa 1er, les mots “ou de l’expédition” sont remplacés par les mots “, de l’expédition ou de l’extrait”; 3° à l’alinéa 3, les mots “ou une expédition” sont remplacés par les mots “, une expédition ou un extrait”.” JUSTIFICATION L’objectif de cet amendement est de modifier l’article 159 à la lumière de la possibilité d’utiliser un extrait littéral au sens de l’article 4.59, § 4, alinéa 2, du Code civil (voir l’amendement n° 10). Nr. 12 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 76/1 (nieuw) In hoofdstuk 14 “Wijzigingen van de programmawet (I) van 29 maart 2012” een artikel 76/1 invoegen, luidende: “Art. 76/1. In artikel 159 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “of het uittreksel” ingevoegd tussen de woorden “voet van de uitgifte” en de woorden “van de akte van erfopvolging”; 2° in het eerste lid worden de woorden “of de uitgifte” vervangen door de woorden “, de uitgifte of het uittreksel”; 3° in het derde lid worden de woorden “of een uitgifte” vervangen door de woorden “, een uitgifte of een uittreksel”.” VERANTWOORDING Dit amendement past artikel 159 aan in het licht van de mogelijkheid tot het gebruik van een letterlijk uittreksel in de zin van artikel 4.59, § 4, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek (zie amendement nr. 10). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 17 2774/002 DOC 55 N° 13 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 77 Remplacer cet article par ce qui suit: “Art. 77. Dans l’article 160 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 23 avril 2020 et modifié par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, les mots “ou de l’expédition” sont remplacés par les mots “, de l'expédition ou de l’extrait”; 2° au paragraphe 2, les mots “ou une expédition” sont remplacés par les mots “, une expédition ou un extrait”; 3° le nombre “4.59” est chaque fois remplacé par les mots “4.59, § 4, alinéa 3,”.” JUSTIFICATION L’objectif de cet amendement est de modifier l’article 160 à la lumière de la possibilité d’utiliser un extrait littéral au sens de l’article 4.59, § 4, alinéa 2, du Code civil (voir l’amendement n° 10). Nr. 13 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 77 Dit artikel vervangen als volgt: “Art. 77. In artikel 160 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet 23 april 2020 en gewijzigd bij de wet van 19  januari  2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden “of uit de uitgifte” vervangen door de woorden “, de uitgifte of het uittreksel”; 2° in paragraaf 2 worden de woorden “of een uitgifte” vervangen door de woorden “, een uitgifte of een uittreksel”; 3° het getal “4.59” wordt telkens vervangen door de woorden “4.59, § 4, derde lid,”.” VERANTWOORDING Het doel van dit amendement is artikel 160 aan te passen in het licht van de mogelijkheid tot het gebruik van een let- terlijk uittreksel in de zin van artikel 4.59, § 4, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek (zie amendement nr. 10). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 18 2774/002 DOC 55 N° 14 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 82 Apporter les modifications suivantes: a) insérer un 1°/1, rédigé comme suit: “1°/1 dans le paragraphe 6, alinéa 1er, les mots “ou de l’extrait” sont insérés entre les mots “au pied de l’expédition” et les mots “de l'acte d'hérédité”;”; b) insérer un 1°/2, rédigé comme suit: “1°/2 au paragraphe 6, alinéa 1er, les mots “ou de l’expédition” sont remplacés par les mots “, de l’expédition ou de l’extrait”;”; c) insérer un 1°/3, rédigé comme suit: “1°/3 au paragraphe 6, alinéa 3, les mots “ou une expédition” sont remplacés par les mots “, une expédition ou un extrait”;”; d) insérer un 1°/4, rédigé comme suit: “1°/4 au paragraphe 7, alinéa 2, les mots “ou une expédition” sont remplacés par les mots “, une expédition ou un extrait”;”. JUSTIFICATION L’objectif de cet amendement est de modifier l’article 41sexies à la lumière de la possibilité d’utiliser un extrait littéral au sens de l’article 4.59, § 4, alinéa 2, du Code civil (voir l’amendement n° 10). Nr. 14 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 82 De volgende wijzigingen aanbrengen: a) een bepaling onder 1°/1 invoegen, luidende: “1°/1 in paragraaf 6, lid 1, worden de woorden “of het uittreksel” ingevoegd tussen de woorden “voet van de uitgifte” en de woorden “van de akte van erfopvolging”;”; b) een bepaling onder 1°/2 invoegen, luidende: “1°/2 in paragraaf 6, lid 1, worden de woorden “of de uitgifte” vervangen door de woorden “, de uitgifte of het uittreksel”;”; c) een bepaling onder 1°/3 invoegen, luidende: “1°/3 in paragraaf 6, lid 3, worden de woorden “of een uitgifte” vervangen door de woorden “, een uitgifte of een uittreksel”;”; d) een bepaling onder 1°/4 invoegen, luidende: “1°/4 in paragraaf 7, lid 2, worden de woorden “of een expeditie” vervangen door de woorden “, een expeditie of een uittreksel”;”. VERANTWOORDING Het doel van dit amendement is artikel 41sexies aan te passen in het licht van de mogelijkheid tot het gebruik van een letterlijk uittreksel in de zin van artikel 4.59, § 4, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek (zie amendement nr. 10). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 19 2774/002 DOC 55 N° 15 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 83 Apporter les modifications suivantes: a) insérer un 1°/1, rédigé comme suit: “1°/1 dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots “ou de l’extrait” sont insérés entre les mots “au pied de l’expédition” et les mots “de l'acte d'hérédité”;”; b) insérer un 1°/2, rédigé comme suit: “1°/2 au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots “ou de l’expédition” sont remplacés par les mots “, de l’expédition ou de l’extrait”;”; c) insérer un 1°/3, rédigé comme suit: “1°/3 dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots “ou de l’extrait” sont insérés entre les mots “au pied de l’expédition” et les mots “de l'acte d'hérédité”;”; d) insérer un 1°/4, rédigé comme suit: “1°/4 au paragraphe 3, alinéa 3, les mots “ou une expédition” sont remplacés par les mots “, une expédition ou un extrait”;”; e) insérer un 1°/5, rédigé comme suit: “1°/5 dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots “, l’expédition, l’extrait” sont insérer entre les mots “qui présente l’acte” et les mots “ou le certificat”;”; f) insérer un 1°/6, rédigé comme suit: “1°/6 au paragraphe 4, alinéa 2, les mots “ou une expédition de cet acte” sont abrogés”;”. Nr. 15 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 83 De volgende wijzigingen aanbrengen: a) een bepaling onder 1°/1 invoegen, luidende: “1°/1 in paragraaf 3, lid 1, worden de woorden “of het uittreksel” ingevoegd tussen de woorden “onderaan het afschrift” en de woorden “van de akte van erfopvolging”;”; b) een bepaling onder 1°/2 invoegen, luidende: “1°/2 in paragraaf 3, lid 1, worden de woorden “of het afschrift” vervangen door de woorden “, het afschrift of het uittreksel”;”; c) een bepaling onder 1°/3 invoegen, luidende: “1°/3 in paragraaf 3, lid 2, worden de woorden “of het uittreksel” ingevoegd tussen de woorden “onderaan het afschrift” en de woorden “van de akte van erfopvolging”;”; d) een bepaling onder 1°/4 invoegen, luidende: “1°/4 in paragraaf 3, lid 3, worden de woorden “of een afschrift” vervangen door de woorden “, een afschrift of een uittreksel”;”; e) een bepaling onder 1°/5 invoegen, luidende: “1°/5 in paragraaf 4, lid 2, worden de woorden “, het afschrift, het uittreksel” ingevoegd tussen de woorden “die de akte” en de woorden “of het attest”;”; f) een bepaling onder 1°/6 invoegen, luidende: “1°/6 in paragraaf 4, lid 2, worden de woorden “of een afschrift van de akte” opgeheven”;”. C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 20 2774/002 DOC 55 JUSTIFICATION L’objectif de cet amendement est de modifier l’article 23quater à la lumière de la possibilité d’utiliser un extrait littéral au sens de l’article 4.59, § 4, alinéa 2, du Code civil (voir l’amendement n° 10). VERANTWOORDING Het doel van dit amendement is artikel 23quater aan te passen in het licht van de mogelijkheid tot het gebruik van een letterlijk uittreksel in de zin van artikel 4.59, § 4, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek (zie amendement nr. 10). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 21 2774/002 DOC 55 N° 16 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 25/3 (nouveau) Dans le chapitre 5, insérer un article 25/3, rédigé comme suit: “Art. 25/3. Dans l’article 428 du même Code, inséré par la loi du 2 juillet 1975 et modifié en dernier lieu par la loi du 22 novembre 2001, les modifications suivantes sont apportées: a) l’alinéa 1er est remplacé comme suit: “Nul ne peut porter le titre d'avocat ni en exercer la profession: 1° s’il n’est porteur du diplôme belge de docteur, de licencié ou de master en droit; 2° s'il n'a prêté le serment visé à l'article 429 et; 3° s'il n'est inscrit au tableau de l'Ordre ou sur la liste des stagiaires.”; b) l’alinéa 2 est remplacé comme suit: “Le Roi peut, sur l'avis de l'Ordre des barreaux francophones et germanophone et de l'Orde van Vlaamse balies, étendre la condition visée à l’alinéa 1er, 1°, à d’autres diplômes, belges ou étrangers, pour autant que ces diplômes garantissent une connaissance suffisante du droit belge.”.” JUSTIFICATION Cette disposition modifie l’article 428 du Code judiciaire dans le but de supprimer la condition de nationalité qui était jusqu’alors imposée pour l’accès à la profession d’avocat. En effet, la condition de nationalité n’a plus sa pertinence dans nos sociétés actuelles en ce qu’elle limite arbitrairement l’accès à la profession d’avocat en créant une distinction de traitement sur la base de la nationalité, entre des personnes Nr. 16 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 25/3 (nieuw) In hoofdstuk 5, een artikel 25/3 invoegen, luidende: “Art. 25/3. In artikel 428 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2  juli  1975 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 november 2001 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het eerste lid wordt vervangen als volgt: “Niemand kan de titel van advocaat voeren of het beroep van advocaat uitoefenen indien hij: 1° niet in het bezit is van het Belgische diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten; 2° niet de eed heeft afgelegd bedoeld in artikel 429 en; 3° niet is ingeschreven op het tableau van de Orde of op de lijst van de stagiairs.”; b) het tweede lid wordt vervangen als volgt: “De Koning kan, op advies van de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, de in het eerste lid, 1°, bedoelde voorwaarde tot andere Belgische of buitenlandse diploma's uitbreiden, op voorwaarde dat deze diploma's een voldoende kennis van het Belgisch recht garanderen.”.” VERANTWOORDING  Deze bepaling wijzigt artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de afschaffing van de nationaliteits- voorwaarde die voorheen werd gesteld voor de toegang tot het beroep van advocaat. De nationaliteitsvoorwaarde is immers niet langer relevant in de huidige samenleving, aangezien deze de toegang tot het beroep van advocaat op willekeurige wijze beperkt door een verschil in behandeling op grond van C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 22 2774/002 DOC 55 rencontrant par ailleurs toutes les autres conditions néces- saires à l’exercice de la profession d’avocat en Belgique. La condition de réciprocité contenue dans l’Arrêté royal du 24 août 1970 qui permet de déroger à la condition de natio- nalité est également particulièrement arbitraire en tant qu’elle soumet l’accès à la profession d’avocat par une personne étrangère, à des règles adoptées par un pays étranger, sur lesquelles le candidat avocat n’a aucun contrôle. Pour mettre fin à cette situation ainsi qu’à la distinction de traitement précitée, il est proposé de supprimer la condition de nationalité et de se focaliser sur la condition relative à la connaissance du droit belge, qui constitue un critère plus approprié d’accès à la profession d’avocat. Pour ce faire, l’article 428 du Code judiciaire proposé prévoit l’obligation pour le candidat à la profession d’avocat de remplir une condition de connaissance du système juri- dique belge, garantie par l’obtention du diplôme belge de docteur (ce terme vise exclusivement le titre du diplôme de droit décerné avant la loi du 31 mai 1972 relative aux effets légaux du grade de licencié en droit et non pas le titre décerné suite à la défense d’une thèse de doctorat), de licencié ou de master en droit. Ce master en droit doit représenter 120 crédits pour garantir une formation juridique complète. Les masters de spéciali- sation sont ainsi exclus concernant l’accès à la profession d’avocat. Il en va de même des masters qui ne constituent pas strictement des “masters en droit”. Enfin, l’alinéa 2 de l’article 428 est remplacé afin de don- ner au Roi la possibilité d’étendre la condition relative aux diplômes à des hypothèses qui ne sont pas strictement visées par l’alinéa 1er, 1°, mais qui garantissent une connaissance suffisante du droit belge. L’enseignement du droit est en effet en constante évolution. Il existe notamment des partenariats avec des universités étrangères au niveau des Masters. Certains enseignements visent en outre plus spécifiquement le droit européen et le droit international. C’est au Roi qu’il nationaliteit te creëren tussen personen die voor het overige voldoen aan alle andere voorwaarden om in België het beroep van advocaat te mogen uitoefenen. De in het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 opgeno- men wederkerigheidsvoorwaarde, op grond waarvan van de nationaliteits-voorwaarde kan worden afgeweken, is eveneens bijzonder willekeurig, aangezien zij de toegang tot het beroep van advocaat voor een persoon uit het buitenland onderwerpt aan regels die zijn vastgesteld door een vreemd land waarover de kandidaat-advocaat geen controle heeft. Om een einde te maken aan deze situatie en aan bo- vengenoemd verschil in behandeling, wordt voorgesteld de nationaliteitsvoorwaarde af te schaffen en zich te focussen op de voorwaarde inzake kennis van het Belgisch recht, dat een geschikter criterium voor de toegang tot het beroep van advocaat vormt, te richten. Daartoe bepaalt het voorgestelde artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek dat de kandidaten voor het beroep van advocaat moeten voldoen aan een voorwaarde van ken- nis van het Belgische rechtsstelsel, gewaarborgd door een Belgisch diploma van doctor (deze term verwijst uitsluitend naar de titel van het vóór de wet van 31 mei 1972 betreffende de wettelijke gevolgen verbonden aan de graad van licentiaat in de rechten verleende rechtsdiploma en niet naar de titel die wordt verleend na de verdediging van een proefschrift), licentiaat of master in de rechten. Deze master in de rechten moet 120 studiepunten omvat- ten om een volledige juridische opleiding te garanderen. Specialisatiemasters zijn dus uitgesloten voor de toegang tot de advocatuur. Hetzelfde geldt voor masters die strikt genomen geen “master in de rechten” zijn. Ten slotte wordt het tweede lid van artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek vervangen om de Koning de mo- gelijkheid te geven om de voorwaarde met betrekking tot diploma's uit te breiden tot gevallen die niet strikt worden geregeld door het eerste lid, 1°, maar die voldoende kennis van het Belgisch recht garanderen. De opleiding rechten is inderdaad voortdurend in ontwikkeling. Er zijn met name sa- menwerkingsverbanden met buitenlandse universiteiten op masterniveau. Sommige cursussen zijn ook meer specifiek C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 23 2774/002 DOC 55 appartiendra de déterminer, sur consultation des Ordres, si ces enseignements, pris isolément ou combinés avec d’autres, par exemple un Bachelier en droit belge, garan- tissent une connaissance suffisante du droit belge. gericht op Europees recht en internationaal recht. Het is aan de Koning om in overleg met de Orden te bepalen of deze opleidingen, afzonderlijk of in combinatie met andere, bijvoor- beeld een bachelor in het Belgisch recht, voldoende kennis van het Belgisch recht garanderen. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 24 2774/002 DOC 55 N° 17 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 33 Après l’article 33, insérer un chapitre 5bis, intitulé comme suit: “Chapitre 5bis. Abrogation de l’arrêté royal du 24 août 1970 apportant une dérogation à la condition de nationalité prévue à l'article 428 du Code judiciaire relatif au titre et à l'exercice de la profession d'avocat.” JUSTIFICATION Voir la justification de l’amendement n° 18. Nr. 17 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 33 Na artikel 33, een hoofdstuk 5bis invoegen, luidende: “Hoofdstuk 5bis. Afschaffing van het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 tot invoering van een afwijking van de voorwaarde van nationaliteit gesteld bij artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het voeren van de titel en de uitoefening van het beroep van advocaat.” VERANTWOORDING Zie de verantwoording van amendement nr. 18. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 25 2774/002 DOC 55 N° 18 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 33/1 (nouveau) Dans le chapitre 5bis précité, insérer un article 33/1, rédigé comme suit: “Art. 33/1. L’arrêté royal du 24 août 1970 apportant une dérogation à la condition de nationalité prévue à l'article 428 du Code judiciaire relatif au titre et à l'exercice de la profession d'avocat est abrogé.” JUSTIFICATION Avec la suppression de la condition de nationalité contenue à l’article 428 du Code judiciaire, l’arrêté royal du 24 août 1970 apportant une dérogation à la condition de nationalité prévue à l'article 428 du Code judiciaire relatif au titre et à l'exercice de la profession d'avocat devient sans objet. Cet arrêté royal est donc abrogé. Nr. 18 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 33/1 (nieuw) In het voornoemde hoofdstuk 5bis, een artikel 33/1 invoegen, luidende: “Art. 33/1. Het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 tot invoering van een afwijking van de voorwaarde van nationaliteit gesteld bij artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het voeren van de titel en de uitoe- fening van het beroep van advocaat wordt opgeheven.” VERANTWOORDING Met de afschaffing van de nationaliteitsvoorwaarde van artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 tot invoering van een afwijking van de voorwaarde van nationaliteit gesteld bij artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het voeren van de titel en de uitoefening van het beroep van advocaat irrelevant. Dit koninklijk besluit wordt derhalve opgeheven. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 26 2774/002 DOC 55 N° 19 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 89/1 (nouveau) Sous un nouveau chapitre 20bis, intitulé “Modifications de la loi du 4 octobre 1867 sur les circonstances atténuantes”, insérer un article 89/1, rédigé comme suit: “Art. 89/1. Dans l’article 2 de la loi du 4 octobre 1867 sur les circonstances atténuantes, modifié en dernier lieu par la loi du 5 février 2016, le point 5 est remplacé comme suit: “5° s'il s'agit d'un crime qui est visé aux articles 417/15, 417/16, 417/18 et 417/37 du Code pénal;”.”  JUSTIFICATION La modification apportée à l’article 2, 5°, de la loi sur les circonstances atténuantes vise à clarifier les modifications apportées au Code pénal par la loi du 21 mars 2022 modifiant le Code pénal en ce qui concerne le droit pénal sexuel. Pour certaines infractions sexuelles, une réclusion de 20 à 30 ans est prévue alors que l’intention est de les correctionnaliser. Aucune poursuite devant la cour d'assises ne doit être organisée en cas de poursuites pour viol commis au préjudice d’une personne en situation de vulnérabilité (art. 417/15), viol sur mineur de moins de seize ans (art. 417/16), viol avec la circonstance aggravante de l’inceste (art. 417/18) et organi- sation de la débauche ou de la prostitution d'un mineur en association (art. 417/37). L'article 116 de la loi du 21 mars 2022 modifiant le Code pénal en ce qui concerne le droit pénal sexuel prévoit que les références, les subdivisions ou les regroupements existants dans d'autres lois (telles que la loi sur les circonstances atté- nuantes) conformément à l'ancienne numérotation du Code pénal sont réputés faire référence aux nouvelles dispositions correspondantes du nouveau droit pénal sexuel. Sur la base du tableau de concordance lu en combinaison avec l'article 116 de la loi du 21 mars 2022, on pourrait donc déduire que l'article 2, 5°, de la loi sur les circonstances atténuantes vise Nr. 19 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 89/1 (nieuw) Onder een nieuw hoofdstuk 20bis met als opschrift “Wijziging van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden”, een artikel 89/1 invoegen, luidende: “Art. 89/1. In artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, wordt punt 5 als volgt vervangen: “5° als het gaat om een misdaad bedoeld in de artikelen 417/15, 417/16, 417/18 en 417/37 van het Strafwetboek;”.” VERANTWOORDING De wijziging die wordt aangebracht aan artikel 2, 5°, van de wet op de verzachtende omstandigheden, beoogt de wijzigingen te verduidelijken die werden aangebracht aan het Strafwetboek door de wet van 21 maart 2022 houdende wijzigingen aan het Strafwetboek met betrekking tot het sek- sueel strafrecht. Op bepaalde seksuele misdrijven staat een opsluiting van 20 tot 30 jaar, terwijl het de bedoeling is om deze te correctionaliseren. Er dient geen vervolging voor het hof van assisen te wor- den georganiseerd in geval van vervolging voor verkrachting gepleegd ten nadele van een persoon die in een kwetsbare toestand verkeert (art. 417/15), verkrachting van een minder- jarige jonger dan zestien jaar (art. 417/16), verkrachting met incest als verzwarende factor (art. 417/18) en de organisatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige in vereniging (art. 417/37). Artikel 116 van de wet van 21 maart 2022 houdende wijzigingen aan het Strafwetboek met betrekking tot het seksueel strafrecht voorziet dat bestaande verwijzingen en onderverdelingen of samenvoegingen in andere wetten (zo- als de wet verzachtende omstandigheden) overeenkomstig de oude nummering van het strafwetboek geacht worden te verwijzen naar de corresponderende nieuwe bepalingen van het nieuw seksueel strafrecht. Op basis van de concordantie- tabel gelezen in samenhang met artikel 116 van de wet van 21 maart 2022 zou aldus kunnen worden afgeleid dat artikel C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 27 2774/002 DOC 55 désormais tous les actes non consentis commis sur un mineur, quel que soit son âge. Toutefois, si les juges devaient interpréter strictement ce nouvel article 116, il pourrait uniquement être utilisé pour la conversion de l'article 375 du Code pénal et non pour les autres nouveaux articles prévoyant une peine plus lourde, comme par exemple le viol avec la circonstance aggravante de l’inceste (article 417/18). Si l'on veut également permettre de correctionnaliser par une réclusion de 20 à 30 ans les autres crimes sexuels, il faut modifier l'article 2 de la loi sur les circonstances atténuantes du 8 octobre 1867. Cet affinement renforce la sécurité juridique. L'intention n'a certainement jamais été de porter ces crimes devant la cour d'assises. Dans l'intervalle, l'article 116 du nouveau droit pénal sexuel doit donc être interprété au sens large, afin que les crimes décrits dans les articles 417/15, 417/16, 417/18 et 417/37 du Code pénal puissent être correctionnalisés sur cette base. La référence à l’article 375, dernier alinéa, du Code pénal doit être modifiée pour tenir compte de l’abrogation de cette disposition et de l’insertion dans le Code pénal des nouveaux articles 417/15 (viol sur une personne vulnérable), 417/16 (viol sur un mineur de moins de seize ans), 417/18 (viol incestueux), punis de la réclusion de vingt à trente ans. Il s’agit également de viser au point 5 l’article relatif à l’organisation de la débauche ou de la prostitution d’un mineur en association (article 417/37). Ce nouvel article prévoit aussi une peine de réclusion de vingt à trente ans Il correspond à l’ancien article 381 du Code pénal qui prévoyait une peine plus basse. L’article 417/12 du Code pénal, qui prévoit aussi une peine de réclusion de vingt à trente ans, n’est pas visé au point 5 car il vise les actes à caractère sexuel non consentis ayant entraîné la mort, auparavant visé à l’article 376, alinéa 3. Ces actes restent de la compétence de la cour d’assises. Enfin, la référence à l’article 377bis du Code pénal, ajoutée par la loi de 2009 relative à la réforme de la cour d'assises et qui permettait d’augmenter la peine après correctionnalisation et en cas de mobile discriminatoire, peut être supprimée. Cet 2, 5°, van de wet verzachtende omstandigheden voortaan alle niet-consensuele handelingen omvat die op een minderjarige worden gepleegd ongeacht de leeftijd. Echter wanneer dit nieuw artikel 116 door rechters strikt geïnterpreteerd zou worden, dan kan dit enkel gebruikt worden voor de conversie van artikel 375 Strafwetboek en niet voor de andere, nieuwe artikelen met een zwaardere strafmaat zoals bijvoorbeeld verkrachting met incest als verzwarende factor (art. 417/18). Indien men ook deze andere seksuele misdaden strafbaar met 20 tot 30 jaar opsluiting correctionaliseerbaar wil maken, dient artikel 2 wet verzachtende omstandigheden van 8 oktober 1867 te worden aangepast. Deze verfijning komt de rechtszekerheid ten goede. Het is absoluut niet de bedoeling geweest om deze misdaden voor het hof van assisen te brengen. Artikel 116 nieuw seksueel strafrecht dient derhalve in tussentijd ruim te worden geïn- terpreteerd zodat op basis daarvan de misdaden omschre- ven in de artikelen 417/15, 417/16, 417/18 en 417/37 van het Strafwetboek kunnen worden gecorrectionaliseerd. De verwijzing naar artikel 375, laatste lid, van het Strafwetboek dient te worden gewijzigd om rekening te houden met de opheffing van deze bepaling en met de invoeging in het Strafwetboek van de nieuwe artikelen 417/15 (verkrachting van een kwetsbare persoon), 417/16 (verkrachting van een minderjarige jonger dan zestien jaar) en 417/18 (incestueuze verkrachting), verkrachtingen die worden bestraft met opslui- ting van twintig jaar tot dertig jaar. Het is ook de bedoeling om in punt 5 het artikel met be- trekking tot de organisatie van ontucht of de prostitutie van een minderjarige te beogen (artikel 417/37). Dit nieuwe artikel voorziet ook in een opsluiting van twintig tot dertig jaar. Het stemt overeen met het oude artikel 381 Strafwetboek, waar in een lichtere straf was voorzien. Artikel 417/12 van het Strafwetboek, waarin ook is voorzien in een opsluiting van twintig tot dertig jaar wordt niet beoogd in punt 5, aangezien het betrekking heeft op niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg, die vroeger in artikel 376, derde lid, werden beoogd. Die handelingen blijven tot de bevoegdheid van het hof van assisen behoren. Ten slotte kan de verwijzing naar artikel 377bis Strafwetboek, die bij de wet van 2009 tot hervorming van het hof van as- sisen werd toegevoegd en die het mogelijk maakte de straf te verhogen na de correctionalisering en in geval van een C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 28 2774/002 DOC 55 article a été remplacé par l’article 417/20 relatif aux actes à caractère sexuel non consentis commis avec un mobile discriminatoire. Il prévoit désormais des peines plus basses que l’article 377bis du Code pénal. discriminerende drijfveer, worden geschrapt. Dit artikel is ver- vangen door artikel 417/20 met betrekking tot niet-consensuele seksuele handelingen die met een discriminerende drijfveer zijn gepleegd. Het voorziet voortaan in lichtere straffen dan artikel 377bis Strafwetboek. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 29 2774/002 DOC 55 N° 20 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 23/1 (nouveau) Insérer un article 23/1, rédigé comme suit: “Art. 23/1. L’article 417/42 du même Code, inséré par la loi du 21 mars 2022, est complété par un alinéa, rédigé comme suit: “Elle peut également être appliquée à la contre- valeur de ces meubles ou immeubles aliénés entre la commission de l'infraction et la décision judiciaire définitive.”.” JUSTIFICATION Cet article en projet complète l’article 417/42 du Code pénal (confiscation en cas d’exploitation sexuelle de mineurs à des fins de prostitution) par un alinéa 3 relatif au cas du bien qui est vendu entre la commission de l'infraction et la décision judiciaire définitive. La confiscation pourra porter sur la contrevaleur de ce bien. Cet alinéa figurait dans l’ancien article 382ter du Code pénal et, vu son utilité, il doit être repris. Il est renvoyé aux documents parlementaires de la loi du 27 novembre 2013 complétant les articles 43bis, 382ter et 433novies du Code pénal, ainsi que l'article 77sexies de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, relativement à la confiscation spéciale (DOC 53 2819). Nr. 20 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 23/1 (nieuw) Een artikel 23/1 invoegen, luidende: “Art. 23/1. Artikel 417/42 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2022, wordt aangevuld met een lid, luidende: “Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.”.” VERANTWOORDING Het voorgestelde artikel vult artikel 417/42 van het Strafwetboek (verbeurdverklaring in geval van seksuele uitbuiting van minderjarigen met het oog op prostitutie) aan met een derde lid met betrekking tot het goed dat verkocht is tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rech- terlijke beslissing. De verbeurdverklaring zal kunnen worden toegepast op de tegenwaarde van dat goed. Dit lid stond in het vroegere artikel 382ter van het Strafwetboek en moet, door het nut ervan, worden overgenomen. Er wordt verwezen naar de parlementaire stukken van de wet van 27 november 2013 tot aanvulling van de artikelen 43bis, 382ter en 433novies van het Strafwetboek, en van artikel 77sexies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met betrekking tot de bijzondere verbeurdverklaring (DOC 53 2819). Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 30 2774/002 DOC 55 N° 21 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 23/2 (nouveau) Insérer un article 23/2, rédigé comme suit: “Art. 23/2. Dans le texte néerlandais de l’article 417/46, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 21 mars 2022, les mots “opsluiting van” sont abrogés.” JUSTIFICATION Une correction technique est apportée au texte néerlan- dais de l’article 417/46 du Code pénal qui prévoit une peine d’emprisonnement correctionnel. Nr. 21 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 23/2 (nieuw) Een artikel 23/2 invoegen, luidende: “Art. 23/2. In artikel 417/46, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2022, worden de woorden “opsluiting van” opgeheven.” VERANTWOORDING Er wordt een technische verbetering aangebracht in de Nederlandse tekst van artikel 417/46 van het Strafwetboek dat een correctionele gevangenisstraf bepaalt. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) C H A M B R E 4 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2021 2022 K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 31 2774/002 DOC 55 N° 22 DE MME GABRIËLS ET CONSORTS Art. 24/3 (nouveau) Insérer un article 24/3, rédigé comme suit: “Art. 24/3. Dans l’article 433novies, § 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 mars 2022, le mot “417/58,” est inséré entre les mots “aux articles” et les mots “417/59, § 2”.” JUSTIFICATION Cet article en projet complète la liste des renvois conte- nus dans l’article 433novies, § 2, relatif à la traite des êtres humains, par la référence à l’article 417/58 qui prévoit la possibilité d’imposer à l’auteur une interdiction de résidence, de lieu ou de contact avec une victime mineure d’exploitation sexuelle. Cette interdiction avait été insérée dans l’ancien article 382bis du Code pénal par la loi du 14 décembre 2012 amé- liorant l'approche des abus sexuels et des faits de pédophilie dans une relation d'autorité. Elle a été rendue applicable à la traite des êtres humains par l’article 9 de la loi du 31 mai 2016 complétant la mise en œuvre des obligations européennes en matière d’exploitation sexuelle des enfants, de pédopor- nographie, de traite des êtres humains et d’aide à l’entrée, au transit et au séjour irréguliers. Il est nécessaire de conserver cette interdiction en cas de traite (simples ou aggravées, et sans distinction de finalité) sur une victime mineure. Nr. 22 VAN MEVROUW GABRIËLS c.s. Art. 24/3 (nieuw) Een artikel 24/3 invoegen, luidende: “Art. 24/3. In artikel 433novies, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd op 21 maart 2022, wordt het woord “417/58,” ingevoegd tussen de woorden “in de artikelen” en de woorden “417/59, § 2”.” VERANTWOORDING Dit voorgestelde artikel is een aanvulling op de lijst van kruisverwijzingen in artikel 433novies, § 2, met betrekking tot mensenhandel, met de verwijzing naar artikel 417/58 dat voorziet in de mogelijkheid om aan de dader een ​verbod op te leggen van verblijf, plaats of contact met een minderjarig slachtoffer van seksuele uitbuiting. Dit verbod was in het vroegere artikel 382bis van het Strafwetboek opgenomen door de wet van 14 december 2012 ter verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en pedofilie in een gezagsverhouding. Het werd van toepas- sing gemaakt op mensenhandel door artikel 9 van de wet van 31 mei 2016 tot verdere uitvoering van de Europese ver- plichtingen op het vlak van seksuele uitbuiting van kinderen, kinderpornografie, mensenhandel en hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf. Het is noodzakelijk dit verbod te handhaven in geval van mensenhandel (eenvoudig of verzwarend, en zonder onder- scheid van doel) van een minderjarig slachtoffer. Katja GABRIËLS (Open Vld) Khalil AOUASTI (PS) Philippe GOFFIN (MR) Claire HUGON (Ecolo-Groen) Koen GEENS (CD&V) Ben SEGERS (Vooruit) Stefaan VAN HECKE (Ecolo-Groen) Imprimerie centrale – Centrale drukkerij

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot