Inhoud
2774/007
DOC 55
2774/007
DOC 55
07580
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
18 juli 2022
18 juillet 2022
Chambre des représentants
de Belgique
Belgische Kamer van
volksvertegenwoordigers
Voir:
Doc 55 2774/ (2021/2022):
001:
Projet de loi.
002 et 003: Amendements.
004:
Rapport de la première lecture.
005:
Articles adoptés en première lecture.
006:
Amendements.
Voir aussi:
008:
Texte adopté en deuxième lecture.
Zie:
Doc 55 2774/ (2021/2022):
001:
Wetsontwerp.
002 en 003: Amendementen.
004:
Verslag van de eerste lezing.
005:
Artikelen aangenomen in eerste lezing.
006:
Amendementen.
Zie ook:
008:
Tekst aangenomen in tweede lezing..
NAMENS DE COMMISSIE
VOOR JUSTITIE
UITGEBRACHT DOOR
DE HEER Christoph D’HAESE
FAIT AU NOM DE LA COMMISSION
DE LA JUSTICE
PAR
M. Christoph D’HAESE
VERSLAG VAN DE TWEEDE LEZING
RAPPORT DE LA DEUXIÈME LECTURE
INHOUD
SOMMAIRE
Blz.
Pages
I.
Discussion générale..................................................3
II.
Discussion des articles et votes................................6
Annexe: note de légistique......................................26
I. Algemene bespreking.....................................................3
II. Artikelsgewijze bespreking en stemmingen....................6
Bijlage: wetgevingstechnische nota..................................
om justitie menselijker, sneller en
straffer te maken II
visant à rendre la justice plus humaine,
plus rapide et plus ferme II
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
2774/007
DOC 55
2
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
PS
:
Parti Socialiste
VB
:
Vlaams Belang
MR
:
Mouvement Réformateur
cd&v
:
Christen-Democratisch en Vlaams
PVDA-PTB
:
Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgique
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
Vooruit
:
Vooruit
Les Engagés
:
Les Engagés
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
INDEP-ONAFH :
Indépendant – Onafhankelijk
Abréviations dans la numérotation des publications:
Afkorting bij de nummering van de publicaties:
DOC 55 0000/000 Document de la 55e législature, suivi du numéro de base
et numéro de suivi
DOC 55 0000/000 Parlementair document van de 55e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA
Questions et Réponses écrites
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV
Version provisoire du Compte Rendu Intégral
CRIV
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV
Compte Rendu Analytique
CRABV
Beknopt Verslag
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal
verslag en rechts het vertaalde beknopt verslag van
de toespraken (met de bijlagen)
PLEN
Séance plénière
PLEN
Plenum
COM
Réunion de commission
COM
Commissievergadering
MOT
Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier
beige)
MOT
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig
papier)
Composition de la commission à la date de dépôt du rapport/
Samenstelling van de commissie op de datum van indiening van het verslag
Président/Voorzitter: Kristien Van Vaerenbergh
A. — Titulaires / Vaste leden:
B. — Suppléants / Plaatsvervangers:
N-VA
Christoph D'Haese, Sophie De Wit, Kristien Van
Vaerenbergh
Yngvild Ingels, Sander Loones, Wim Van der Donckt, Valerie Van Peel
Ecolo-Groen
Claire Hugon, Olivier Vajda, Stefaan Van Hecke
N ., Julie Chanson, Marie-Colline Leroy
PS
Khalil Aouasti, Laurence Zanchetta, Özlem Özen
N ., Mélissa Hanus, Ahmed Laaouej, Patrick Prévot
VB
Katleen Bury, Marijke Dillen
Tom Van Grieken, Dries Van Langenhove, Reccino Van Lommel
MR
Philippe Goffin, Philippe Pivin
Nathalie Gilson, Marie-Christine Marghem, Caroline Taquin
CD&V
Koen Geens
Els Van Hoof, Servais Verherstraeten
PVDA-PTB
Nabil Boukili
Greet Daems, Marco Van Hees
Open Vld
Katja Gabriëls
Patrick Dewael, Goedele Liekens
Vooruit
Ben Segers
Karin Jiroflée, Kris Verduyckt
C. — Membres sans voix délibérative / Niet-stemgerechtigde leden:
Les Engagés
Vanessa Matz
DéFI
Sophie Rohonyi
3
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Dames en Heren,
Tijdens haar vergadering van 13 juli 2022 heeft
uw commissie, met toepassing van artikel 83 van het
Reglement, de artikelen van wetsontwerp DOC 55 2774
die op 29 juni 2022 in eerste lezing werden aangeno-
men, aan een tweede lezing onderworpen. Tijdens die
vergadering heeft de commissie kennis genomen van
de wetgevingstechnische nota van de Juridische Dienst,
opgenomen als bijlage bij dit verslag, over de in eerste
lezing aangenomen artikelen van dit wetsontwerp.
I. — ALGEMENE BESPREKING
Mevrouw Sophie De Wit (N-VA) merkt op dat de
strafuitvoering haar en haar fractie na aan het hart ligt.
De spreekster meent dat een aantal bepalingen opge-
nomen in het voorliggende wetsontwerp, met name de
bepalingen vervat in de artikelen 41, 48, 49, 62, 63, 64,
65 en 70, best niet op een drafje voor het zomerreces
worden aangenomen. Vandaar dat zij de amendementen
nrs. 100 tot 107 (DOC 55 2774/006) heeft ingediend
teneinde de hierboven artikelen uit het voorliggende
wetsontwerp te schrappen.
Deze bepalingen strekken er namelijk toe om cellen
leeg te maken teneinde de overbevolking in de gevan-
genissen aan te pakken. De spreekster meent echter dat
het belangrijk en interessant is om een allesomvattend
en geactualiseerd overzicht te ontvangen van de stand
van zaken van het huidige Masterplan gevangenissen
alvorens deze bepalingen aan te nemen.
In de commissie voor Mobiliteit, Overheidsbedrijven
en Federale Instellingen, zal deze voormiddag het wets-
ontwerp besproken worden betreffende het verlenen
van een Staatswaarborg in de context van een DBFM-
overeenkomst voor de bouw van twee nieuwe peniten-
tiaire inrichtingen, respectievelijk te Leopoldsburg en
Vresse-sur-Semois (DOC 55 2767/001). De spreekster
stelt vast dat er stappen vooruit worden gezet maar
het zou evenwel interessant en opportuun zijn om een
stand van zaken betreffende de gevangenissen en
detentiehuizen te ontvangen. Het is namelijk essentieel
om de correcte informatie te ontvangen over welk type
penitentiaire inrichting er precies wanneer en waar zal
ontwikkeld worden en over hoeveel plaatsen het gaat.
De spreekster rekent erop om deze informatie bij de start
van het parlementaire jaar te ontvangen en hieraan een
zitting van deze commissie te wijden.
Daarnaast stipt de spreekster aan dat de leden van
deze commissie vorige week vrijdag 8 juli een bezoek
hebben gebracht aan Justitia. Dat is het gebouw waar
Mesdames, Messieurs,
Au cours de sa réunion du 13 juillet 2022, votre com-
mission a, en application de l’article 83 du Règlement,
soumis à une deuxième lecture les articles du projet de
loi DOC 55 2774 qu’elle a adoptés en première lecture
au cours de sa réunion du 29 juin 2022. Au cours de
cette réunion du 29 juin 2022, la commission a pris
connaissance de la note de légistique rédigée par le
Service juridique à propos des articles du projet de loi
à l’examen adoptés en première lecture.
I. — DISCUSSION GENERALE
Sophie De Wit (N-VA) fait observer que l’exécution de
la peine est un sujet qui lui tient à cœur, à elle comme
à son groupe. L’intervenante estime que plusieurs dis-
positions du projet de loi à l’examen – prévues par ses
articles 41, 48, 49, 62, 63, 64, 65 et 70 – ne devraient pas
être adoptées à la hâte avant les vacances parlementaires.
Elle présente dès lors les amendements nos 100 à 107
(DOC 55 2774/006) tendant à supprimer les articles
précités du projet de loi à l’examen.
Ces dispositions visent en effet à vider les cellules afin
de remédier au problème de la surpopulation carcérale.
L’intervenante estime cependant qu’il est important et
qu’il serait intéressant d’obtenir un bilan exhaustif et
actualisé de l’état d’avancement de l’actuel Masterplan
prisons avant d’adopter les dispositions précitées.
Ce matin, la commission de la Mobilité, des Entreprises
publiques et des Institutions fédérales examinera le
projet de loi relatif à l’octroi de la garantie de l’État
dans le contexte d’un contrat DBFM, pour la construc-
tion de deux nouveaux établissements pénitentiaires,
respectivement à Bourg-Léopold et Vresse-sur-Semois
(DOC 55 2767/001). L’intervenante constate qu’il y a des
avancées mais estime qu’il serait intéressant et opportun
de disposer d’une mise à jour de la situation en ce qui
concerne les prisons et les maisons de détention. Il est
en effet essentiel de disposer d’informations précises
sur le type exact d’établissement pénitentiaire proposé,
sa localisation, le calendrier prévu et la capacité du
futur établissement. L’intervenante espère fermement
qu’elle recevra ces informations au début de l’année
parlementaire et qu’une réunion de la commission y
sera consacrée.
L’intervenante explique ensuite que vendredi dernier,
le 8 juillet, les membres de la commission ont visité
le bâtiment “Justitia”. C’est dans ce bâtiment que se
2774/007
DOC 55
4
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
het proces van de terreuraanslagen van maart 2016 in
Brussel zal plaatsvinden. In het voorliggende wetsontwerp
wordt tevens voorzien dat de rechtszitting het voorwerp
zal uitmaken van een geluidsopname of van een audio-
visuele opname. Ter plaatse is echter gebleken dat er
eigenlijk enkel sprake is van een webradio. Het betreft
dus enkel de geluidsopname en niet een audiovisuele
opname. Men kan in de aanpalende zalen wel op een
scherm volgen hoe het er in de zittingszaal aan toe gaat
maar wie niet ter plaatse is kan enkel luisteren en niet
zien. De wetsartikelen voorzien echter dat beide types
opnames mogelijk zijn. Waarom is er in het kader van
dit terreurproces enkel opdracht gegeven voor een
webradio en niet voor een streaming? De slachtoffers
zullen dus enkel kunnen luisteren en de zitting niet via
streaming kunnen volgen.
Vervolgens stipt de spreekster aan dat de maatre-
gelen opgenomen in het voorliggende wetsontwerp
zoals het verlenen van een strafkorting ten belope van
zes maanden voor het verstrijken van de strafmaat om
de overbevolking in de gevangenissen aan te pakken
eigenlijk maatregelen zijn die niet verantwoord noch
uitgelegd kunnen worden. De overheid heeft een belang-
rijke kerntaak te vervullen, met name instaan voor de
veiligheid van de burgers, en dan moet er dus bijgevolg
voorzien worden in voldoende plaatsen in de penitentiaire
inrichtingen. Dat is inderdaad een moeilijke oefening
maar een dergelijke vervroegde invrijheidstelling als
een vaste regel invoeren, is volgens de spreekster een
totaal verkeerde oplossing en vandaar dat haar fractie
de amendementen nrs. 100 tot 107 (DOC 55 2774/006)
heeft ingediend.
Tot slot herhaalt de spreekster haar vraag aan de
minister om een allesomvattend en geactualiseerd over-
zicht van de stand van zaken van het huidige Masterplan
gevangenissen te bezorgen aan de leden van deze
commissie alvorens deze bepalingen aan te nemen.
Dat is een cruciaal element indien de regering verdere
stappen in het kader van de strafuitvoering wil zetten.
De heer Vincent Van Quickenborne, vice-eersteminister
en minister van Justitie en Noordzee, merkt op dat hij
het geactualiseerd overzicht van de stand van zaken
van het huidige Masterplan gevangenissen aan de leden
van deze commissie zal bezorgen voor de start van het
parlementaire jaar. De minister meent echter wel dat hij
de afgelopen maanden veel toelichting omtrent de stand
van zaken van het Masterplan gevangenissen heeft
gegeven in het kader van de mondelinge vragensessies
die binnen deze commissie werden gehouden.
Daarnaast wijst de minister erop dat er deze week
gestart is met de procedure snelle aanwerving. Hiertoe
heeft de minister een koninklijk besluit genomen binnen
tiendra le procès des auteurs des attentats terroristes
de mars 2016 à Bruxelles. Le projet de loi à l’examen
prévoit à cet égard que l’audience fera l’objet d’une
captation sonore ou audiovisuelle. Or, sur place, il s’est
avéré qu’il est uniquement question d’une webradio. Il
s’agira donc seulement d’un enregistrement sonore et
non d’un enregistrement audiovisuel. Dans les salles
adjacentes, le public pourra suivre les débats sur écran,
mais ceux qui ne sont pas sur place n’auront que le son
et pas l’image. Les articles de loi prévoient pourtant que
les deux types de captation sont possibles. Pourquoi,
dans le cadre de ce procès pour terrorisme, les autorités
ont-elles passé uniquement commande pour une solution
de webradio et non de streaming? La conséquence est
que les victimes pourront seulement écouter les débats,
sans pouvoir suivre l’audience en streaming.
Mme De Wit souligne ensuite que les mesures con-
tenues dans le projet de loi à l’examen, comme l’octroi
d’une remise de peine d’une durée de six mois avant
l’expiration de la peine dans le but de lutter contre la
surpopulation carcérale, sont en réalité des mesures qui
ne peuvent être ni justifiées ni expliquées. Les autorités
ont une mission importante à remplir, qui est d’assurer
la sécurité des citoyens, et elles doivent par conséquent
prévoir un nombre suffisant de places dans les établis-
sements pénitentiaires. Il s’agit certes d’un exercice
difficile, mais l’instauration de l’octroi systématique d’une
telle libération anticipée constitue, selon l’intervenante,
une solution totalement erronée, raison pour laquelle
son groupe a présenté les amendements nos 100 à 107
(DOC 55 2774/006).
L’intervenante réitère enfin sa demande, adressée au
ministre, de soumettre aux membres de la commission
un aperçu complet et actualisé de l’état d’avancement de
la mise en œuvre de l’actuel Masterplan Prisons avant
d’adopter ces dispositions. Il s’agit d’un élément crucial
si le gouvernement entend prendre encore d’autres
mesures en matière d’exécution des peines.
M. Vincent Van Quickenborne, vice-premier ministre
et ministre de la Justice et de la Mer du Nord, indique
qu’il remettra aux membres de la commission une mise
à jour de l’état d’avancement de l’actuel Masterplan
Prisons avant le début de l’année parlementaire. Il estime
toutefois avoir fourni de nombreux éclaircissements au
cours des derniers mois sur l’état d’avancement de ce
Masterplan dans le cadre des séances de questions
orales organisées au sein de cette commission.
Le ministre souligne par ailleurs que la procédure
accélérée de recrutement a été lancée cette semaine;
le ministre a pris à cet effet un arrêté royal délibéré en
5
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
de Ministerraad. Deze week is er gestart met de versnelde
aanwervingen teneinde de 1 200 vactures binnen het
gevangeniswezen op te vullen. Dit maakt deel uit van
het voornemen van deze regering om een hogere bezet-
tingsgraad te ontwikkelen. De minister stipt hierbij aan
dat de verschillende gevangenisdirecteurs dit initiatief
met heel veel enthousiasme onthalen.
Vervolgens haakt de minister in op de opmerkingen
betreffende de weergave van de rechtszitting. Hij merkt
op dat het voorliggende wetsontwerp een algemeen
kader creëert waarbij er zowel een geluidsopname als
een audiovisuele opname wordt toegelaten. Zoals de
minister reeds eerder heeft verklaard zal er in het kader
van het terreurproces enkel gebruik worden gemaakt
van een webradio met een tijdsspanne van 30 minu-
ten vertraging dat de voorzitter toelaat om moeilijke of
eventueel pijnlijke passages eruit te halen. Hiermee
volgt de regering het advies van het federaal parket en
dit omwille van veiligheidsredenen.
In het kader van het terreurproces in Parijs heeft
men eertijds de voorkeur gegeven aan een webradio
in plaats van een audiovisuele opname omdat er een
verhoogd risico was voor deep fake. Dit betekent dat er
beelden worden getoond die niet corresponderen met
de werkelijkheid. Uit de eerste evalutie van de webradio
tijdens het terreurproces in Parijs blijkt dat deze keuze
haar waarde bewezen heeft. Vandaar dat de minister
ervoor opteert om de werkwijze dienaangaande van het
terreurproces in Parijs te kopiëren.
Mevrouw Sophie De Wit (N-VA) onderstreept dat de
medewerkers verbonden aan Justitia hebben aangege-
ven dat beide opties technisch perfect mogelijk zijn. De
spreekster heeft begrip voor bepaalde bezorgdheden
maar zij wijst erop dat het gaat om slachtoffers die niet
ter plaatse het proces kunnen volgen. De vrees voor
deep fake kan volgens de spreekster weggenomen
worden door aan de slachtoffers een code te verschaf-
fen zodat er alsnog een streaming van de zitting kan
aangeboden worden.
Betreffende het Masterplan gevangenissen, erkent
de spreekster dat er reeds heel wat debatten over dit
thema gevoerd zijn binnen deze commissie. Deze dis-
cussies behelsden echter steeds slechts een stukje
van het grotere geheel. Vandaar haar verzoek voor een
allesomvattend en geactualiseerd overzicht alvorens
maatregelen op te leggen die indruisen tegen de principes
van een performante strafuitvoering. Vandaar dat haar
amendementen nog meer pertinent zijn nu het duidelijk
is dat het overzicht pas verstrekt zal worden nadat de
bepalingen over de aanpassing van de strafuitvoering
Conseil des ministres. La procédure accélérée lancée
cette semaine a pour but de pourvoir les 1 200 postes
qui sont vacants au sein de l’administration pénitentiaire.
Cette initiative procède de la volonté du gouvernement
d’augmenter le taux d’occupation du cadre existant. Le
ministre souligne à cet égard que les différents direc-
teurs de prison accueillent cette initiative avec beaucoup
d’enthousiasme.
Le ministre répond ensuite aux observations relatives
à la restitution de l’audience. Il fait observer que le projet
de loi à l’examen crée un cadre général qui permettra
une captation à la fois sonore et audiovisuelle. Comme le
ministre l’a déjà indiqué précédemment, dans le cadre du
procès du terrorisme, seule une webradio sera utilisée,
moyennant un délai de 30 minutes, ce qui permettra au
président d’extraire les passages difficiles ou éventuel-
lement douloureux. Le gouvernement suit ainsi l’avis du
Parquet fédéral pour des raisons de sécurité.
Dans le cadre du procès du terrorisme qui s’est tenu
à Paris, la webradio a été préférée à un enregistrement
audiovisuel en raison d’un risque accru d’hypertrucage
(deep fake), processus qui permet de diffuser des ima-
ges qui ne correspondent pas à la réalité. Il ressort de
la première évaluation de la webradio lors du procès du
terrorisme qui s’est tenu à Paris que ce choix a démon-
tré toute sa pertinence. C’est la raison pour laquelle le
ministre a choisi de s’inspirer de cette solution appliquée
lors du procès du terrorisme qui s’est tenu à Paris.
Mme Sophie De Wit (N-VA) souligne que les collabo-
rateurs du site Justitia ont indiqué que les deux options
étaient parfaitement envisageables sur le plan technique.
L’intervenante comprend certaines préoccupations mais
souligne qu’il s’agit de s’adresser à des victimes qui ne
peuvent pas suivre le procès sur place. Selon elle, la peur
de l’hypertrucage (deep fake) pourrait être surmontée
en fournissant aux victimes un code qui leur permettrait
de suivre l’audience en streaming.
En ce qui concerne le Masterplan sur les prisons,
la membre reconnaît que ce sujet a déjà fait l’objet de
nombreux débats au sein de cette commission. Toutefois,
ces discussions n’ont chaque fois couvert qu’une petite
partie du plan global, ce qui justifie sa demande de
disposer d’une vue d’ensemble complète et actualisée
avant que soient imposées des mesures contraires
aux principes gouvernant une exécution efficace de la
peine. Ses amendements sont donc d’autant plus per-
tinents qu’il apparaît clairement aujourd’hui que cette
vue d’ensemble ne sera fournie qu’après l’adoption des
2774/007
DOC 55
6
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
zullen aangenomen zijn. De spreekster meent bovendien
dat dit geen correcte werkwijze is.
II. — ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN
STEMMINGEN
De minister van Justitie en de commissie hechten hun
goedkeuring aan alle opmerkingen van de bij dit verslag
gevoegde wetgevingstechnische nota, met uitzondering
van de algemene opmerking nr. 3 op artikel 20 en de
bijzondere opmerking nr. 5 op artikel 2.
HOOFDSTUK 1
Algemene bepaling
Artikel 1
D i t a r t i k e l b e v a t d e g r o n d w e t t e l i j k e
bevoegdheidsgrondslag.
Artikel 1 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 2 (VROEGER HOOFDSTUK 3)
Wijziging van het Wetboek van strafvordering
Art. 2 (vroeger art. 18)
Dit artikel strekt ertoe een nieuw artikel 258/1 in het
Wetboek van strafvording in te voegen.
De Juridische Dienst heeft de volgende opmerking
gemaakt:
“5. De vraag rijst of de in het ontworpen artikel 258/1,
§ 3, van het Wetboek van strafvordering bedoelde
strafbaarstelling niet beter opgenomen wordt in het
Strafwetboek. Bovendien bepaalt artikel 100 van het
Strafwetboek dat wanneer misdrijven strafbaar gesteld
worden bij andere wetten dan het Strafwetboek, de
bepalingen van boek I van het Strafwetboek van toepas-
sing zijn op deze misdrijven met uitzondering van de
bepalingen van hoofdstuk VII, dat betrekking heeft op
de deelneming, en met uitzondering van artikel 85, dat
betrekking heeft op de verzachtende omstandigheden.
Het staat aan de commissie om te beoordelen of de
ontworpen bepaling in haar huidige redactie behouden
kan blijven.”
dispositions relatives à l’aménagement de l’exécution
de la peine. L’intervenante estime en outre que cette
méthode de travail n’est pas bonne.
II. —DISCUSSION DES ARTICLES ET
VOTES
Le ministre de la Justice et la commission approuvent
toutes les observations de la note de légistique an-
nexée au présent rapport, à l’exception de l’observation
générale n° 3 relative à l’article 20 et de l’observation
particulière n° 5 relative à l’article 2.
CHAPITRE 1ER
Disposition générale
Article 1er
Cet article fixe le fondement constitutionnel de la
compétence.
L’article 1er est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 2 (ANCIEN CHAPITRE 3)
Modifications du Code d’instruction criminelle
Art. 2 (ancien art. 18)
Cet article vise à insérer un nouvel article 259/1 dans
le Code d’instruction criminelle.
Le Service juridique a formulé l’observation suivante
à ce sujet:
“5. On peut se demander s’il ne serait pas préférable
d’insérer l’incrimination visée à l’article 258/1, § 3, en
projet, du Code d’instruction criminelle dans le Code
pénal. En outre, l’article 100 du Code pénal dispose que
lorsque des infractions sont incriminées par d’autres
dispositions que celles du Code pénal, les dispositions
du premier livre du Code pénal seront appliquées à ces
infractions, à l’exception du chapitre VII, qui traite de la
participation, et de l’article 85, qui traite des circonstan-
ces atténuantes. Il revient à la commission d’apprécier
si la disposition en projet peut être maintenue dans sa
rédaction actuelle”.
7
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
De minister stelt voor om deze opmerking niet te vol-
gen. Er wordt trouwens in de nota zelf voorgesteld dat
het aan de commissie zelf is om daarover te beslissen.
De minister is van oordeel dat de bedoelde bepaling
niet haar plaats heeft in het Strafwetboek des te meer
omdat in het nieuwe Strafwetboek het enkel zal gaan
over strafbaarstellingen en strafmaten en niet over dit
soort bepalingen.
Mevrouw Katja Gabriëls c.s. dient amendement nr. 88
(DOC 55 2774/006) in dat ertoe strekt om wijzigingen
aan te brengen in artikel 2. Er wordt verwezen naar de
verantwoording.
Amendement nr. 88 en het aldus geamendeerde arti-
kel 2 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen.
Art. 3 (vroeger art. 19)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 3 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 3 (VROEGER HOOFSTUK 4)
Wijzigingen van het Strafwetboek
Art. 4 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 4 wordt eenparig aangenomen.
Art. 5 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 5 wordt eenparig aangenomen.
Art. 6 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 6 wordt eenparig aangenomen.
Art. 7 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 7 wordt eenparig aangenomen.
Le ministre propose de ne pas se rallier à cette ob-
servation. La note suggère d’ailleurs elle-même qu’il
appartient à la commission de se prononcer à ce sujet.
Le ministre estime que la disposition visée n’a pas sa
place dans le Code pénal, d’autant que, dans le nouveau
Code pénal, il ne sera question que d’incriminations et
de peines et non de ce type de dispositions.
Mme Katja Gabriëls et consorts présentent
l’amendement n° 88 (DOC 55 2774/006) tendant à ap-
porter des modifications à l’article 2. Il est renvoyé à la
justification.
L’amendement n° 88 et l’article 2, ainsi modifié, sont
successivement adoptés à l’unanimité.
Art. 3 (ancien art. 19)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 3 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 3 (ANCIEN CHAPITRE 4)
Modifications du Code pénal
Art. 4 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 4 est adopté à l’unanimité.
Art. 5 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 5 est adopté à l’unanimité.
Art. 6 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 6 est adopté à l’unanimité.
Art. 7 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 7 est adopté à l’unanimité.
2774/007
DOC 55
8
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 8 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 8 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 4 (VROEGER HOOFDSTUK 5)
Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 9 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 9 wordt eenparig aangenomen.
Art. 10 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 10 wordt eenparig aangenomen.
Art. 11 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 11 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 5 (NIEUW)
Opheffing van het koninklijk besluit
van 24 augustus 1970 tot invoering van een
afwijking van de voorwaarde van nationaliteit
gesteld bij artikel 428 van het Gerechtelijk
Wetboek betreffende het voeren van de titel en
de uitoefening van het beroep van advocaat
Art. 12 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 12 wordt eenparig aangenomen.
Art. 8 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 8 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 4 (ANCIEN CHAPITRE 5)
Modifications du Code judiciaire
Art. 9 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 9 est adopté à l’unanimité.
Art. 10 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 10 est adopté à l’unanimité.
Art. 11 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 11 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 5 (NOUVEAU)
Abrogation de l’arrêté royal du 24 août 1970
apportant une dérogation à la condition
de nationalité prévue à l’article 428 du Code
judiciaire relatif au titre et à l’exercice
de la profession d’avocat
Art. 12 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 12 est adopté à l’unanimité.
9
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
HOOFDSTUK 6 (VROEGER HOOFDSTUK 8)
Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Art. 13 (nieuw)
Dit artikel strekt ertoe om in de Franse tekst van ar-
tikel 1.7 van het Burgerlijk Wetboek enkele wijzigingen
aan te brengen.
De Juridische Dienst heeft de volgende opmerking
gemaakt:
“1. Meerdere artikelen van het wetsontwerp beogen in
een oorspronkelijke tekst bepalingen te wijzigen zoals die
erin zullen worden ingevoegd door een wijzigingswet die
nog niet in werking is getreden. Die werkwijze is wetge-
vingstechnisch niet correct. De Raad van State preciseert
in dat verband het volgende: “Zolang een bepaling tot
wijziging van een oorspronkelijke tekst niet in werking is
getreden, heeft ze nog geen gevolgen gehad: betreft ze
een vervanging, toevoeging of invoeging in de oorspron-
kelijke tekst, dan is de inhoud van de wijzigingsbepaling
nog niet in de oorspronkelijke tekst opgenomen”. Zolang
de wijzigingswet niet in werking is getreden, strekt het
tot aanbeveling de beoogde wijziging door te voeren in
de wijzigingswet. Deze opmerking slaat op:
— artikel 13 (nieuw) van het wetsontwerp, dat de wij-
ziging beoogt van de Franse tekst van artikel 1.7 van het
Burgerlijk Wetboek, zoals het zal worden ingevoegd bij
de wet van 28 april 2022 ‘houdende boek 1 “Algemene
bepalingen” van het Burgerlijk Wetboek’. Die wet werd
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli
2022 en zal pas op 1 januari 2023 in werking treden;
— artikel 32 (nieuw) van het wetsontwerp, dat de
wijziging beoogt van de Franse tekst van artikel 5 211
van het Burgerlijk Wetboek, zoals het zal worden inge-
voegd bij de wet van 28 april 2022 ‘houdende boek 5
“Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek’. Die wet
werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van
1 juli 2022 en zal pas op 1 januari 2023 in werking treden;
— artikel 33 (nieuw) van het wetsontwerp, dat de
wijziging beoogt van de Franse tekst van artikel 5 245
van het Burgerlijk Wetboek, zoals het zal worden inge-
voegd bij de wet van 28 april 2022 ‘houdende boek 5
“Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek’. Die wet
werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli
2022 en zal pas op 1 januari 2023 in werking treden.”
Teneinde hieraan tegemoet te komen, dient mevrouw
Katja Gabriëls c.s. amendement nr. 89 (DOC 55 2774/006)
CHAPITRE 6 (ANCIEN CHAPITRE 8)
Modifications du Code civil
Art. 13 (nouveau)
Cet article vise à apporter quelques modifications au
texte français de l’article 1.7 du Code civil.
Le Service juridique a formulé l’observation suivante
à ce sujet:
“1. Plusieurs articles du projet de loi visent à modifier,
dans un acte originel, des dispositions telles qu’elles y
seront insérées par une loi modificative qui n’est pas
encore entrée en vigueur. Cette manière de procéder
est erronée sur le plan légistique. Comme le précise le
Conseil d’État, “Aussi longtemps qu’une disposition mo-
dificative d’un acte originel n’est pas entrée en vigueur,
elle n’a pas encore produit ses effets: si elle a pour objet
un remplacement, un ajout ou une insertion dans l’acte
originel, son contenu ne s’y est pas encore incorporé (…).”
Tant que la loi modificative n’est pas entrée en vigueur,
il se recommande d’opérer la modification envisagée
dans la loi modificative. Cette observation concerne:
— l’article 13 (nouveau) du projet de loi qui vise à
modifier l’article 1.7. du Code civil tel qu’il y sera inséré
par la loi du 28 avril 2022 portant le livre 1er “Dispositions
générales” du Code civil. Cette loi a été publiée au
Moniteur belge du 1er juillet 2022 et n’entrera en vigueur
que le 1er janvier 2023;
— l’article 32 (nouveau) du projet de loi qui vise à
modifier l’article 5 211 du Code civil tel qu’il y sera
inséré par la loi du 28 avril 2022 portant le livre 5 “Les
obligations” du Code civil. Cette loi a été publiée au
Moniteur belge du 1er juillet 2022 et n’entrera en vigueur
que le 1er janvier 2023;
— l’article 33 (nouveau) du projet de loi qui vise à
modifier l’article 5 245 du Code civil tel qu’il y sera
inséré par la loi du 28 avril 2022 portant le livre 5 “Les
obligations” du Code civil. Cette loi a été publiée au
Moniteur belge du 1er juillet 2022 et n’entrera en vigueur
que le 1er janvier 2023.”
Pour répondre à cette observation, Mme Katja
Gabriëls et consorts présentent l’amendement n° 89
2774/007
DOC 55
10
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
in dat ertoe strekt om het artikel 13 te schrappen. Er
wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 89 wordt eenparig aangenomen.
Art. 14 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 14 wordt eenparig aangenomen.
Art. 15 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 15 wordt eenparig aangenomen.
Art. 16 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 16 wordt eenparig aangenomen.
Art. 17 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 17 wordt eenparig aangenomen.
Art. 18 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 18 wordt eenparig aangenomen.
Art. 18/1 (nieuw)
De Juridische Dienst heeft de volgende opmerking
gemaakt:
“2. Meerdere artikelen van het wetsontwerp beogen
het begrip “rijksregisternummer” / “numéro de registre
national” te vervangen door het begrip “identificatienum-
mer van het Rijksregister” / “numéro d’identification du
Registre national”. Los van de vraag of die wijziging
alleen voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek moet gelden
(zie bijvoorbeeld ook het ontworpen artikel 258/1, § 6,
1°, d), van het Wetboek van strafvordering [artikel 2
van het wetsontwerp], alsook artikel 139, § 1, van de
hypotheekwet en artikel 30 van boek III, titel XVII, van
(DOC 55 2774/006) tendant à supprimer l’article 13. Il
est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 89 est adopté à l’unanimité.
Art. 14 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 14 est adopté à l’unanimité.
Art. 15 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 15 est adopté à l’unanimité.
Art. 16 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 16 est adopté à l’unanimité.
Art. 17 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 17 est adopté à l’unanimité.
Art. 18 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 18 est adopté à l’unanimité.
Art. 18/1 (nouveau)
Le Service juridique a formulé l’observation suivante:
“2. Plusieurs articles du projet de loi visent à rempla-
cer la notion de ”numéro de registre national” / “rijks-
registernummer” par celle de “numéro d’identification
du Registre national” / “identificatienummer van het
Rijksregister”. Abstraction faite de la question de savoir
si cette modification doit être limitée au nouveau Code
civil (voir aussi, par exemple, l’article 258/1, § 6, 1°, d), en
projet, du Code d’instruction criminelle [art. 2 du projet
de loi], ainsi que l’article 139, § 1er, de la loi hypothécaire
et l’article 30 du Livre III, Titre XVII, de l’ancien Code
11
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
het oud Burgerlijk Wetboek), dient de commissie te
beoordelen of diezelfde wijziging niet ook moet worden
aangebracht in artikel 4.49, § 4, tweede lid, b), van het
Burgerlijk Wetboek, waarin het begrip “rijksregisternum-
mer” ook voorkomt.”
Teneinde hieraan tegemoet te komen, dient me-
vrouw Katja Gabriëls c.s. amendement nr. 90 (DOC 55
2774/006) in dat ertoe strekt om het artikel 18/1 (nieuw)
in te voegen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 90 wordt eenparig aangenomen.
Art. 19 (vroeger art. 39)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 19 wordt eenparig aangenomen.
Art. 20 (vroeger art. 40)
Dit artikel strekt ertoe om artikel 4.59 van het Burgerlijk
Wetboek te vervangen.
De Juridische Dienst heeft de volgende opmerking
gemaakt:
“3. Door de vervanging van artikel 4.59 van het
Burgerlijk Wetboek (artikel 20 van het wetsontwerp)
zal de akte of het attest van erfopvolging niet langer
hoofdzakelijk bestemd zijn voor de vrijgave van de te-
goeden van de erflater, maar zal deze akte of dit attest
kunnen dienen als bewijs van erfrechtelijke hoedanigheid
in elke situatie waarin een erfgerechtigde zijn hoeda-
nigheid moet kunnen bewijzen. Hierdoor zal een akte
van erfopvolging voortaan ook kunnen dienen voor de
onroerende publiciteit van de verkrijging van zakelijke
rechten ter zake des doods.
Het wetsontwerp vervangt in een aantal wettelijke be-
palingen het cijfer “4.59” [of “1240bis”] door de woorden
“4.59, § 4, derde lid,” om te preciseren dat de verplich-
tingen die in deze bepalingen vermeld worden enkel
gelden wanneer de akte of het attest van erfopvolging
opgemaakt wordt met het oog op de vrijgave van de
tegoeden van de erflater.
In de hieronder opgesomde wettelijke bepalingen,
die op grond van het wetsontwerp gewijzigd worden,
heeft de verwijzing naar “artikel 4.59” [“artikel 1240bis”]
echter niet zozeer betrekking op de verplichtingen van
de persoon of dienst die bevoegd is om een dergelijke
civil), il revient à la commission d’apprécier si la même
modification ne doit pas être apportée à l’article 4.49,
§ 4, alinéa 2, b), du Code civil où figure également la
notion de “numéro de registre national”.”
Pour répondre à cette obeservation, Mme Katja
Gabriëls et consorts présentent l’amendement n° 90
(DOC 55 2774/006) tendant à insérer l’article 18/1 (nou-
veau). Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 90 est adopté à l’unanimité.
Art. 19 (ancien art. 39)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 19 est adopté à l’unanimité.
Art. 20 (ancien art. 40)
Cet article tend à remplacer l’article 4.59 du Code civil.
Le Service juridique a formulé l’observation suivante:
“3. À la suite du remplacement de l’article 4.59 du
Code civil (article 20 du projet de loi), l’acte ou le cer-
tificat d’hérédité ne sera plus principalement destiné à
la libération des avoirs du défunt, mais cet acte ou ce
certificat pourront servir à prouver la qualité successorale
dans toute situation où un successible devra pouvoir
prouver sa qualité. Par conséquent, un acte d’hérédité
pourra dorénavant également être utilisé aux fins de la
publicité foncière de l’acquisition pour cause de mort
de droits réels.
Le projet de loi remplace, dans une série de dispositi-
ons légales, le chiffre “4.59” [ou “1240bis”] par les mots
“4.59, § 4, alinéa 3,” afin de préciser que les obligations
mentionnées dans ces dispositions ne s’appliquent que
lorsque l’acte ou le certificat d’hérédité est établi en vue
de la libération des avoirs du défunt.
Toutefois, dans les dispositions légales énumérées
ci-dessous, modifiées par le projet de loi, le renvoi à
“l’article 4.59” [“l’article 1240bis”] porte moins sur les
obligations de la personne ou du service compétent à
l’égard de l’établissement de cet acte ou de ce certificat
2774/007
DOC 55
12
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
akte of attest op te maken, maar wel op de wijze waarop
de tegoeden van de erflater bevrijdend kunnen worden
vrijgegeven:
— artikel 46, § 1, eerste en tweede lid, van het Wetboek
van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale
en niet-fiscale schuldvorderingen (artikel 37, 3°, van het
wetsontwerp);
— artikel 160, §§ 1 en 2, van de programmawet (I)
van 29 maart 2012 (artikel 57, 3°, van het wetsontwerp);
— artikel 41sexies, § 7, eerste en tweede lid, van de
wet van 27 juni 1969 ‘tot herziening van de besluitwet
van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke
zekerheid der arbeiders’ (artikel 60, 6°, partim , van het
wetsontwerp);
— artikel 23quater, § 4, eerste en tweede lid, van
het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 ‘houdende
inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen’ (ar-
tikel 61, 7°, partim , van het wetsontwerp).
Aangezien de wijze waarop de tegoeden van de erf-
later bevrijdend vrijgegeven kunnen worden voortaan
geregeld wordt door artikel 4.59, § 6, derde lid, van het
Burgerlijk Wetboek, verdient het aanbeveling om in de
hierboven vermelde artikelen de woorden “artikel 4.59”
[“artikel 1240bis”] te vervangen door de woorden “arti-
kel 4.59, § 4, derde lid, en § 6, derde lid,”.”
De minister stelt voor om deze opmerking niet te
volgen omdat het feit dat deze betaling bevrijdend kan
zijn geen invloed heeft op de verplichtingen om de
fiscale administratie en de sociale zekerheid in kennis
te stellen van het voornemen van de erfgenamen om
de goederen van de overledene aan hen over te dra-
gen. Daarom moet er in de verschillende wetten die de
meldingsplicht regelen niet worden verwezen naar het
artikel 4.59, § 6, derde lid.
Artikel 20 wordt eenparig aangenomen.
Art. 21 (vroeger art. 41)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 21 wordt eenparig aangenomen.
Art. 22 (vroeger art. 42)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 22 wordt eenparig aangenomen.
que sur la manière dont la libération des avoirs du défunt
peut se faire de manière libératoire:
— article 46, § 1er, alinéas 1er et 2, du Code du recou-
vrement amiable et forcé des créances fiscales et non
fiscales (article 37, 3°, du projet de loi);
— article 160, §§ 1er et 2, de la loi-programme (I)
du 29 mars 2012 (article 57, 3°, du projet de loi);
— article 41sexies, § 7, alinéas 1er et 2, de la loi
du 27 juin 1969 “révisant l”arrêté-loi du 28 décem-
bre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs’
(article 60, 6°, partim, du projet de loi);
— article 23quater, § 4, alinéas 1er et 2, de l’arrêté
royal n° 38 du 27 juillet 1967 “organisant le statut social
des travailleurs indépendants” (article 61, 7°, partim, du
projet de loi ).
Étant donné que la manière dont la libération des
avoirs du défunt peut se faire de manière libératoire
sera dorénavant réglée par l’article 4.59, § 6, alinéa 3,
du Code civil, il s’indique de remplacer, dans les articles
précités, les mots “l’article 4.59” [“l’article 1240bis”] par
les mots “l’article 4.59, § 4, alinéa 3, et § 6, alinéa 3,”.”
Le ministre propose de ne pas suivre cette observa-
tion car le fait que ce paiement puisse être libératoire
n’affecte pas l’obligation d’informer les autorités fiscales
et de sécurité sociale de l’intention des héritiers de
leur transférer les biens du défunt. Par conséquent, les
différentes lois régissant l’obligation de notification ne
doivent pas renvoyer à l’article 4.59, § 6, alinéa 3.
L’article 20 est adopté à l’unanimité.
Art. 21 (ancien art. 41)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 21 est adopté à l’unanimité.
Art. 22 (ancien art. 42)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 22 est adopté à l’unanimité.
13
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 23 (vroeger art. 43)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 23 wordt eenparig aangenomen.
Art. 24 (vroeger art. 44)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 24 wordt eenparig aangenomen.
Art. 25 (vroeger art. 45)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 25 wordt eenparig aangenomen.
Art. 26 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 26 wordt eenparig aangenomen.
Art. 27 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 27 wordt eenparig aangenomen.
Art. 28 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 28 wordt eenparig aangenomen.
Art. 29 (vroeger art. 46)
Dit artikel strekt ertoe om een wijziging aan te brengen
in artikel 4.258 van het Burgerlijk Wetboek.
Mevrouw Katja Gabriëls c.s. dient amendement nr. 91
(DOC 55 2774/006) in dat ertoe strekt om wijzigingen
aan te brengen in artikel 29. Er wordt verwezen naar
de verantwoording.
Amendement nr. 91 en het aldus geamendeerde arti-
kel 29 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen.
Art. 23 (ancien art. 43)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 23 est adopté à l’unanimité.
Art. 24 (ancien art. 44)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 24 est adopté à l’unanimité.
Art. 25 (ancien art. 45)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 25 est adopté à l’unanimité.
Art. 26 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 26 est adopté à l’unanimité.
Art. 27 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 27 est adopté à l’unanimité.
Art. 28 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 28 est adopté à l’unanimité.
Art. 29 (ancien art. 46)
Cet article vise à modifier l’article 4.258 du Code civil.
Mme Katja Gabriëls et consorts présentent
l’amendement n° 91 (DOC 55 2774/006) tendant à ap-
porter des modifications à l’article 29. Il est renvoyé à
la justification.
L’amendement n° 91 et l’article 29, ainsi modifié, sont
successivement adoptés à l’unanimité.
2774/007
DOC 55
14
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 30 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 30 wordt eenparig aangenomen.
Art. 31 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 31 wordt eenparig aangenomen.
Art. 32 (nieuw)
Dit artikel strekt ertoe om in de Franse tekst van het
artikel 5.211 van het Burgerlijk Wetboek een wijziging
aan te brengen.
Er wordt verwezen naar de opmerking van de
Juridische Dienst betreffende artikel 13 (cfr. supra).
Teneinde hieraan tegemoet te komen, dient mevrouw
Katja Gabriëls c.s. amendement nr. 92 (DOC 55 2774/006)
in dat ertoe strekt om het artikel 32 te schrappen. Er
wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 92 wordt eenparig aangenomen.
Art. 33 (nieuw)
Dit artikel strekt ertoe om in de Franse tekst van het
artikel 5.245 van het Burgerlijk Wetboek een wijziging
aan te brengen.
Er wordt verwezen naar de opmerking van de
Juridische Dienst betreffende artikel 13 (cfr. supra).
Teneinde hieraan tegemoet te komen, dient mevrouw
Katja Gabriëls c.s. amendement nr. 93 (DOC 55 2774/006)
in dat ertoe strekt om het artikel 33 te schrappen. Er
wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 93 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 6/1 (NIEUW)
Wijziging van de wet van 28 april 2022 houdende
boek 1 “Algemene bepalingen” van het Burgerlijk
Wetboek
Er wordt verwezen naar punt 1 van de legistieke nota
van de Juridische Dienst.
Art. 30 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 30 est adopté à l’unanimité.
Art. 31 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 31 est adopté à l’unanimité.
Art. 32 (nouveau)
Cet article vise à modifier le texte français de
l’article 5.211 du Code civil.
Il est renvoyé à l’observation du Service juridique
concernant l’article 13 (cfr. supra).
Pour répondre à cette observation, Mme Katja
Gabriëls et consorts présentent l’amendement n° 92
(DOC 55 2774/006) tendant à supprimer l’article 32. Il
est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 92 est adopté à l’unanimité.
Art. 33 (nouveau)
Cet article vise à modifier le texte français de
l’article 5.245 du Code civil.
Il est renvoyé à la remarque du Service juridique
concernant l’article 13 (cf. supra).
Pour répondre à cette observation, Mme Katja
Gabriëls et consorts présentent l’amendement n° 93
(DOC 55 2774/006), qui tend à supprimer l’article 33. Il
est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 93 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 6/1 (NOUVEAU)
Modification de la loi du 28 avril 2022 portant le
livre 1er “Dispositions générales” du Code civil
Il est renvoyé au point 1 de la note de légistique du
Service juridique.
15
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Teneinde hieraan tegemoet te komen, dient mevrouw
Katja Gabriëls c.s. amendement nr. 94 (DOC 55 2774/006)
in dat ertoe strekt om een hoofdstuk 6/1 (nieuw) in te
voegen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 94 wordt eenparig aangenomen.
Art. 33/1 (nieuw)
Mevrouw Katja Gabriëls c.s. dient amendement
nr. 95 (DOC 55 2774/006) in dat ertoe strekt om het
artikel 33/1 (nieuw) in te voegen. Er wordt verwezen
naar de verantwoording.
Amendement nr. 95 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 6/2 (NIEUW)
Wijzigingen van de wet van 28 april 2022
houdende boek 5 “Verbintenissen”
van het Burgerlijk Wetboek
Er wordt verwezen naar punt 1 van de legistieke nota
van de Juridische Dienst.
Teneinde hieraan tegemoet te komen, dient mevrouw
Katja Gabriëls c.s. amendement nr. 96 (DOC 55 2774/006)
in dat ertoe strekt om een hoofdstuk 6/2 (nieuw) in te
voegen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 96 wordt eenparig aangenomen.
Art. 33/2 (nieuw)
Mevrouw Katja Gabriëls c.s. dient amendement
nr. 97 (DOC 55 2774/006) in dat ertoe strekt om het
artikel 33/2 (nieuw) in te voegen. Er wordt verwezen
naar de verantwoording.
Amendement nr. 97 wordt eenparig aangenomen.
Art. 33/3 (nieuw)
Mevrouw Katja Gabriëls c.s. dient amendement
nr. 98 (DOC 55 2774/006) in dat ertoe strekt om het
artikel 33/3 (nieuw) in te voegen. Er wordt verwezen
naar de verantwoording.
Amendement nr. 98 wordt eenparig aangenomen.
Pour répondre à cette observation, Mme Katja
Gabriëls et consorts présentent l’amendement n° 94
(DOC 55 2774/006), qui tend à insérer un chapitre 6/1
(nouveau). Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 94 est adopté à l’unanimité.
Art. 33/1 (nouveau)
Mme Katja Gabriëls et consorts présentent
l’amendement n° 95 (DOC 55 2774/006), qui tend à
insérer un article 33/1 (nouveau). Il est renvoyé à la
justification.
L’amendement n° 95 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 6/2 (NOUVEAU)
Modifications de la loi du 28 avril 2022 portant
le livre 5 “Les obligations”
du Code civil
Il est renvoyé au point 1 de la note de légistique du
Service juridique.
Pour répondre à cette observation, Mme Katja
Gabriëls et consorts présentent l’amendement n° 96
(DOC 55 2774/006), qui tend à insérer un chapitre 6/2
(nouveau). Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 96 est adopté à l’unanimité.
Art. 33/2 (nouveau)
Mme Katja Gabriëls et consorts présentent
l’amendement n° 97 (DOC 55 2774/006), qui tend à
insérer un article 33/2 (nouveau). Il est renvoyé à la
justification.
L’amendement n° 97 est adopté à l’unanimité.
Art. 33/3 (nouveau)
Mme Katja Gabriëls et consorts présentent
l’amendement n° 98 (DOC 55 2774/006), qui tend à
insérer un article 33/3 (nouveau). Il est renvoyé à la
justification.
L’amendement n° 98 est adopté à l’unanimité.
2774/007
DOC 55
16
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
HOOFDSTUK 7 (VROEGER HOOFDSTUK 9)
Wijzigingen van het Wetboek van 13 april 2019
van de minnelijke en gedwongen invordering
van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Art. 34 (vroeger art. 47)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 34 wordt eenparig aangenomen.
Art. 35 (vroeger art. 48)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 35 wordt eenparig aangenomen.
Art. 36 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 36 wordt eenparig aangenomen.
Art. 37 (vroeger art. 49)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 37 wordt eenparig aangenomen.
Art. 38 (vroeger art. 50)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 38 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 8 (VROEGER HOOFDSTUK 10)
Wijzigingen van de wet van 7 mei 1999
op de kansspelen, de weddenschappen,
de kansspelinrichtingen en
de bescherming van de spelers
Art. 39 (vroeger art. 53)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 39 wordt eenparig aangenomen.
CHAPITRE 7 (ANCIEN CHAPITRE 9)
Modifications du Code du 13 avril 2019
du recouvrement amiable et forcé
des créances fiscales et non fiscales
Art. 34 (ancien art. 47)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 34 est adopté à l’unanimité.
Art. 35 (ancien art. 48)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 35 est adopté à l’unanimité.
Art. 36 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 36 est adopté à l’unanimité.
Art. 37 (ancien art. 49)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 37 est adopté à l’unanimité.
Art. 38 (ancien art. 50)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 38 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 8 (ANCIEN CHAPITRE 10)
Modifications de la loi du 7 mai 1999
sur les jeux de hasard, les paris,
les établissements de jeux de hasard et
la protection des joueurs
Art. 39 (ancien art. 53)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 39 est adopté à l’unanimité.
17
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 40 (vroeger art. 55)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 40 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 9 (VROEGER HOOFDSTUK 12)
Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006
betreffende de externe rechtspositie
van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en
de aan het slachtoffer toegekende rechten
in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
Art. 41 (vroeger art. 61)
Dit artikel strekt ertoe om in artikel 6, § 1, van de wet
van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie
van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan
het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de
strafuitvoeringsmodaliteiten, een aantal wijzigingen aan
te brengen.
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 100
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 41 te
schrappen. Mevrouw Sophie De Wit (N-VA) merkt op dat
de wijzigingen die opgenomen zijn in dit wetsontwerp
fundamentele wijzigingen inhouden ten aanzien van de
strafuitvoering. Het gaat onder meer om de uitbreiding
van de mogelijkehden tot penitentiair verlof, de uitvoer-
baarheid van de voorlopige invrijheidstelling met het oog
op verwijdering van 20 dagen zonder de garantie dat
de veroordeelde dan het land effectief ook zal verlaten
hebben, en de maatregelen betreffende de vervroegde
invrijheidstelling die werden ingezet ter bestrijding van
de overbevolking in de gevangenissen in het kader van
de coronacrisis maar vandaag louter neerkomen op een
automatische strafkorting ten belope van 6 maanden.
De spreekster meent dat deze bepalingen een grondig
debat behoeven met inbegrip van het nodige en geac-
tualiseerde cijfermateriaal. Vandaar dit amendement
alsook de amendementen nrs. 101 tot 107 (DOC 55
2774/006) teneinde alle desbetreffende bepalingen uit
het voorliggende wetsontwerp te schrappen.
De heer Nabil Boukili (PVDA-PTB) dient amendement
nr. 109 (DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om en-
kele wijzigingen aan te brengen in artikel 41. Er wordt
verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 100 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Amendement nr. 109 wordt unaniem verworpen.
Art. 40 (ancien art. 55)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 40 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 9 (ANCIEN CHAPITRE 12)
Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative
au statut juridique externe des personnes
condamnées à une peine privative de liberté et
aux droits reconnus à la victime dans le cadre
des modalités d’exécution de la peine
Art. 41 (ancien art. 61)
Cet article vise à apporter une série de modifications
à l’article 6, § 1er, de la loi du 17 mai 2006 relative au
statut juridique externe des personnes condamnées à
une peine privative de liberté et aux droits reconnus à
la victime dans le cadre des modalités d’exécution de
la peine.
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 100 (DOC 55 2774/006) tendant à
supprimer l’article 41. Mme Sophie De Wit (N-VA) fait
observer que les modifications prévues par le projet de
loi à l’examen prévoient certains changements fonda-
mentaux en ce qui concerne l’exécution des peines. Il
s’agit notamment de l’extension du congé pénitentiaire
et de l’exécutabilité d’une mise en liberté provisoire à
des fins d’éloignement du territoire après 20 jours, sans
garantie que le condamné quittera ensuite effectivement
le pays. Par ailleurs, la mesure de libération anticipée
qui a été utilisée pour lutter contre la crise du corona-
virus est maintenue en tant que moyen de lutter contre
la surpopulation carcérale. Cela signifie que la majorité
des détenus pourront bénéficier d’une réduction de peine
automatique de six mois. L’intervenante estime que ces
dispositions nécessitent un débat de fond incluant des
données chiffrées nécessaires et actualisées. Elle pré-
sente dès lors l’amendement à l’examen, ainsi que les
amendements nos 101 à 107 (DOC 55 2774/006), tendant
à retirer toutes les dispositions visées du projet de loi.
M. Nabil Boukili (PVDA-PTB) présente
l’amendement n° 109 (DOC 55 2774/006) tendant à
apporter certaines modifications à l’article 41. Il est
renvoyé à la justification.
L’amendement n° 100 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’amendement n° 109 est rejeté à l’unanimité.
2774/007
DOC 55
18
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Artikel 41 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
Art. 42 (vroeger art. 62)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 42 wordt eenparig aangenomen.
Art. 43 (vroeger art. 63)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 43 wordt eenparig aangenomen.
Art. 44 (vroeger art. 64)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 44 wordt eenparig aangenomen.
Art. 45 (vroeger art. 65)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 45 wordt eenparig aangenomen.
Art. 46 (vroeger art. 66)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 46 wordt eenparig aangenomen.
Art. 47 (vroeger art. 67)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 47 wordt eenparig aangenomen.
Art. 48 (vroeger art. 68)
Dit artikel strekt ertoe om in artikel 43, § 3, van de wet
van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie
van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan
het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de
strafuitvoeringsmodaliteiten, een aantal wijzigingen aan
te brengen.
L’article 41 est adopté par 9 voix contre 5.
Art. 42 (ancien art. 62)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 42 est adopté à l’unanimité.
Art. 43 (ancien art. 63)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 43 est adopté à l’unanimité.
Art. 44 (ancien art. 64)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 44 est adopté à l’unanimité.
Art. 45 (ancien art. 65)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 45 est adopté à l’unanimité.
Art. 46 (ancien art. 66)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 46 est adopté à l’unanimité.
Art. 47 (ancien art. 67)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 47 est adopté à l’unanimité.
Art. 48 (ancien art. 68)
Cet article vise à apporter plusieurs modifications
à l’article 43, § 3, de la loi du 17 mai 2006 relative au
statut juridique externe des personnes condamnées à
une peine privative de liberté et aux droits reconnus à
la victime dans le cadre des modalités d’exécution de
la peine.
19
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 101
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 48 te
schrappen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 101 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Artikel 48 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
Art. 49 (vroeger art. 69)
Dit artikel strekt ertoe om in artikel 60, van de wet
van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie
van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan
het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de
strafuitvoeringsmodaliteiten, een aantal wijzigingen aan
te brengen.
De Juridische Dienst heeft de volgende opmerking
gemaakt:
“7. Het ontworpen artikel 60, vijfde lid, van de wet
van 17 mei 2006 ‘betreffende de externe rechtspositie
van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan
het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de
strafuitvoeringsmodaliteiten’, zoals vervangen bij amen-
dement nr. 25, bepaalt geen uiterste datum van uitvoer-
baarheid voor het vonnis van de strafuitvoeringsrechter
wanneer dit vonnis uitgesproken wordt na de termijn van
twintig dagen nadat de veroordeelde voldoet aan de
tijdsvoorwaarden voor de voorlopige invrijheidstelling.
De vraag rijst dan ook of in dat geval niet bepaald moet
worden dat het vonnis uitvoerbaar is ten laatste twintig
dagen nadat het in kracht van gewijsde is gegaan. (Cf.
het vierde lid van artikel 60 en de oorspronkelijke tekst
van artikel 49 [vroeger art. 69] van het wetsontwerp,
zoals deze ingediend werd in de Kamer, die voorzien
in een dergelijke uiter-ste datum van uitvoerbaarheid.)”
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 102
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 49 te
schrappen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Teneinde tegemoet te komen aan de opmerking van
de Juridische Dienst dient mevrouw Katja Gabriëls c.s.
dient amendement nr. 99 (DOC 55 2774/006) in dat ertoe
strekt om een wijziging aan te brengen in artikel 49. Er
wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 102 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Amendement nr. 99 wordt unaniem aangenomen.
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 101 (DOC 55 2774/006) tendant à
supprimer l’article 48. Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 101 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’article 48 est adopté par 9 voix contre 5.
Art. 49 (ancien art. 69)
Cet article vise à apporter plusieurs modifications à
l’article 60 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juri-
dique externe des personnes condamnées à une peine
privative de liberté et aux droits reconnus à la victime
dans le cadre des modalités d’exécution de la peine.
Le Service juridique a formulé l’observation suivante
à ce sujet:
“7. L’article 60, alinéa 5, en projet, de la loi du
17 mai 2006 relative au statut juridique externe des
personnes condamnées à une peine privative de liberté
et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des
modalités d’exécution de la peine”, tel que remplacé
par l’amendement n° 25, ne prévoit pas de date limite
d’exécution du jugement du juge de l’application des
peines lorsque ce jugement a été rendu au-delà du délai
de vingt jour après que le condamné se trouve dans
les conditions pour l’octroi d’une libération condition-
nelle. On peut se demander s’il ne conviendrait pas de
prévoir que, dans ce cas, le jugement sera exécutoire
au plus tard vingt jours après avoir été coulé en force
de chose jugée. (Voir l’alinéa 4 de l’article 60 et le texte
initial de l’article 49 [ancien art. 69] du projet de loi, tel
que déposé à la Chambre, qui prévoient une date limite
d’exécution de ce type.)
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 102 (DOC 55 2774/006) tendant à
supprimer l’article 49. Il est renvoyé à la justification.
Pour répondre à l’observation du Service juridi-
que, Mme Katja Gabriëls et consorts présentent
l’amendement n° 99 (DOC 55 2774/006) tendant à
apporter une modification à l’article 49. Il est renvoyé
à la justification.
L’amendement n° 102 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’amendement n° 99 est adopté à l’unanimité.
2774/007
DOC 55
20
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Artikel 49, zoals geamendeerd, wordt aangenomen
met 9 tegen 5 stemmen.
Art. 50 (vroeger art. 70)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 50 wordt eenparig aangenomen.
Art. 51 (vroeger art. 71)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 51 wordt eenparig aangenomen.
Art. 52 (vroeger art. 72)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 52 wordt eenparig aangenomen.
Art. 53 (vroeger art. 73)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 53 wordt eenparig aangenomen.
Art. 53/1 (nieuw)
De heer Nabil Boukili (PVDA-PTB) dient amendement
nr. 108 (DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om een
artikel 53/1 (nieuw) in te voegen. Er wordt verwezen
naar de verantwoording.
Amendement nr. 108 wordt unaniem verworpen.
HOOFDSTUK 10 (VROEGER HOOFDSTUK 14)
Wijzigingen van de programmawet (I) van
29 maart 2012
Art. 54 (vroeger art. 75)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 54 wordt eenparig aangenomen.
L’article 49, tel qu’amendé,est adopté par 9 voix
contre 5.
Art. 50 (ancien art. 70)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 50 est adopté à l’unanimité.
Art. 51 (ancien art. 71)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 51 est adopté à l’unanimité.
Art. 52 (ancien art. 72)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 52 est adopté à l’unanimité.
Art. 53 (ancien art. 73)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 53 est adopté à l’unanimité.
Art. 53/1 (nouveau)
M. Nabil Boukili (PVDA-PTB) présente
l’amendement n° 108 (DOC 55 2774/006) tendant à insé-
rer un (nouvel) article 53/1. Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 108 est rejeté à l’unanimité.
CHAPITRE 10 (ANCIEN CHAPITRE 14)
Modifications de la loi-programme (I) du
29 mars 2012
Art. 54 (ancien art. 75)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 54 est adopté à l’unanimité.
21
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 55 (vroeger art. 76)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 55 wordt eenparig aangenomen.
Art. 56 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 56 wordt eenparig aangenomen.
Art. 57 (vroeger art. 77)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 57 wordt eenparig aangenomen.
Art. 58 (vroeger art. 78)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 58 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 11 (NIEUW)
Wijziging van de wet van 5 mei 2019 tot wijziging
van het Wetboek van strafvordering en het
Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking
van de vonnissen en arresten betreft
Art. 59 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 59 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 12 (VROEGER HOOFDSTUK 17)
Wijzigingen ingevolge het nieuwe artikel 4.59
van het Burgerlijk Wetboek
Art. 60 (vroeger art. 82)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 60 wordt eenparig aangenomen.
Art. 55 (ancien art. 76)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 55 est adopté à l’unanimité.
Art. 56 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 56 est adopté à l’unanimité.
Art. 57 (ancien art. 77)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 57 est adopté à l’unanimité.
Art. 58 (ancien art. 78)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 58 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 11 (NOUVEAU)
Modification de la loi du 5 mai 2019 modifiant
le Code d’instruction criminelle et le Code
judiciaire en ce qui concerne la publication
des jugements et des arrêts
Art. 59 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 59 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 12 (ANCIEN CHAPITRE 17)
Modifications en conséquence du nouvel
article 4.59 du Code civil
Art. 60 (ancien art. 82)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 60 est adopté à l’unanimité.
2774/007
DOC 55
22
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 61 (vroeger art. 83)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 61 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 13 (VROEGER HOOFDSTUK 19)
Tijdelijke maatregel tot vermindering
van de overbevolking in de gevangenissen
Art. 62 (vroeger art. 85)
Dit artikel strekt ertoe om een aantal kernbegrippen
te verduidelijken.
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 103
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 62 te
schrappen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 103 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Artikel 62 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
Art. 63 (vroeger art. 86)
Dit artikel strekt ertoe om de toekenningsmodaliteiten
van de vervroegde invrijheidstelling vast te leggen.
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 104
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 63 te
schrappen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 104 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Artikel 63 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
Art. 64 (vroeger art. 87)
Dit artikel strekt ertoe om de modaliteiten van de
vervroegde invrijheidstelling te preciseren.
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 105
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 64 te
schrappen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 105 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Artikel 64 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
Art. 61 (ancien art. 83)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 61 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 13 (ANCIEN CHAPITRE 19)
Mesure temporaire afin de réduire
la surpopulation dans les prisons
Art. 62 (ancien art. 85)
Cet article vise à préciser plusieurs notions clés.
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 103 (DOC 55 2774/006), qui tend à
supprimer l’article 62. Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 103 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’article 62 est adopté par 9 voix contre 5.
Art. 63 (ancien art. 86)
Cet article vise à fixer les modalités d’octroi de la
libération anticipée.
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 104 (DOC 55 2774/006), qui tend à
supprimer l’article 63. Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 104 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’article 63 est adopté par 9 voix contre 5.
Art. 64 (ancien art. 87)
Cet article vise à préciser les modalités de la libéra-
tion anticipée.
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 105 (DOC 55 2774/006), qui tend à
supprimer l’article 64. Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 105 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’article 64 est adopté par 9 voix contre 5.
23
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 65 (vroeger art. 88)
Dit artikel strekt ertoe om de toepassingstermijn van
hoofdstuk 13 te bepalen.
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 106
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 48 te
schrappen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 106 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Artikel 65 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
HOOFDSTUK 14 (VROEGER HOOFDSTUK 20)
Wijziging van de basiswet van
12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen
en de rechtspositie van de gedetineerden
Art. 66 (vroeger art. 89)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 66 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
HOOFDSTUK 15 (NIEUW)
Wijziging van de wet van 4 oktober 1867
op de verzachtende omstandigheden
Art. 67 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 67 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 16 (NIEUW)
Wijziging van de wet van 8 april 1965
betreffende de jeugdbescherming, het ten laste
nemen van minderjarigen die een als misdrijf
omschreven feit hebben gepleegd en het herstel
van de door dit feit veroorzaakte schade
Art. 68 (nieuw)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Art. 65 (ancien art. 88)
Cet article vise à fixer le délai d’application du
chapitre 13.
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 106 (DOC 55 2774/006), qui tend à
supprimer l’article 48. Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 106 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’article 65 est adopté par 9 voix contre 5.
CHAPITRE 14 (ANCIEN CHAPITRE 20)
Modification de la loi de principes du
12 janvier 2005 concernant l’administration
pénitentiaire ainsi que le statut juridique des
détenus
Art. 66 (ancien art. 89)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 66 est adopté par 9 voix contre 5.
CHAPITRE 15 (NOUVEAU)
Modification de la loi du 4 octobre 1867
sur les circonstances atténuantes
Art. 67 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 67 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 16 (NOUVEAU)
Modification de la loi du 8 avril 1965
relative à la protection de la jeunesse,
à la prise en charge des mineurs ayant commis
un fait qualifié infraction et à la réparation
du dommage causé par ce fait
Art. 68 (nouveau)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
2774/007
DOC 55
24
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Artikel 68 wordt eenparig aangenomen.
HOOFDSTUK 17 (VROEGER HOOFDSTUK 22)
Inwerkingtreding
Art. 69 (vroeger art. 92)
Over dit artikel worden geen opmerkingen gemaakt.
Artikel 69 wordt eenparig aangenomen.
Art. 70 (vroeger art. 93)
Dit artikel strekt ertoe om de de inwerkingtreding van
hoofdstuk 9 te bepalen.
Mevrouw Sophie De Wit c.s. dient amendement nr. 107
(DOC 55 2774/006) in, dat ertoe strekt om artikel 48 te
schrappen. Er wordt verwezen naar de verantwoording.
Amendement nr. 107 wordt verworpen met 9 tegen
5 stemmen.
Artikel 70 wordt aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
Voor het overige stemmen de minister en de commissie
in met de louter vormelijke en taalkundige opmerkingen,
alsook met de door de Juridische Dienst voorgestelde
verbeteringen van de inleidende zinnen van de artikelen.
Het gehele aldus geamendeerde en wetgevingstech-
nisch gecorrigeerde wetsontwerp wordt bij naamstem-
ming aangenomen met 9 tegen 5 stemmen.
De naamstemming is als volgt:
Hebben voorgestemd:
Ecolo-Groen: Claire Hugon, Stefaan Van Hecke;
PS: Khalil Aouasti, Laurence Zanchetta;
MR: Philippe Goffin, Philippe Pivin;
cd&v: Koen Geens;
L’article 68 est adopté à l’unanimité.
CHAPITRE 17 (ANCIEN CHAPITRE 22)
Entrée en vigueur
Art. 69 (ancien art. 92)
Cet article ne donne lieu à aucune observation.
L’article 69 est adopté à l’unanimité.
Art. 70 (ancien art. 93)
Cet article vise à fixer l’entrée en vigueur du chapitre 9.
Mme Sophie De Wit et consorts présentent
l’amendement n° 107 (DOC 55 2774/006), qui tend à
supprimer l’article 48. Il est renvoyé à la justification.
L’amendement n° 107 est rejeté par 9 voix contre 5.
L’article 70 est adopté par 9 voix contre 5.
Pour le surplus, le ministre et la commission approu-
vent les corrections purement formelles et linguistiques,
ainsi que les corrections que le Service juridique propose
d’apporter aux phrases liminaires des articles.
L’ensemble du projet de loi, tel qu’il a été modifié
et corrigé sur le plan légistique, est adopté, par vote
nominatif, par 9 voix contre 5.
Résultat du vote nominatif:
Ont voté pour:
Ecolo-Groen: Claire Hugon, Stefaan Van Hecke;
PS: Khalil Aouasti, Laurence Zanchetta;
MR: Philippe Goffin, Philippe Pivin;
cd&v: Koen Geens;
25
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Open Vld: Katja Gabriëls;
Vooruit: Ben Segers.
Hebben tegengestemd:
N-VA: Christoph D’Haese, Sophie De Wit, Kristien
Van Vaerenbergh;
VB: Katleen Bury, Marijke Dillen.
Hebben zich onthouden: nihil.
De rapporteur,
De voorzitster,
Christoph D’HAESE
Kristien VAN VAERENBERGH
Artikelen die een uitvoeringsmaatregel vereisen (ar-
tikel 78.2, vierde lid, van het Reglement): nihil.
Open Vld: Katja Gabriëls;
Vooruit: Ben Segers.
Ont voté contre:
N-VA: Christoph D’Haese, Sophie De Wit, Kristien
Van Vaerenbergh;
VB: Katleen Bury, Marijke Dillen.
Se sont abstenus: nihil.
Le rapporteur,
La présidente,
Christoph D’HAESE
Kristien VAN VAERENBERGH
Articles nécessitant une mesure d’exécution (arti-
cle 78.2, alinéa 4, du Règlement): nihil.
2774/007
DOC 55
26
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
dienst Juridische Zaken en Parlementaire Documentatie
service Affaires juridiques et Documentation parlementaire
afdeling Juridische Zaken – division Affaires juridiques
ANNEXE : Note de légistique
Objet:
Note de légistique relative aux articles adoptés en première lecture du projet de loi
visant à rendre la justice plus humaine, plus rapide et plus ferme II (DOC 55 2774/005)
OBSERVATIONS GÉNÉRALES
1.
Plusieurs articles du projet de loi visent à modifier dans un acte originel, des dispositions telles
qu'elles y seront insérées par une loi modificative qui n'est pas encore entrée en vigueur. Cette
manière de procéder est erronée sur le plan légistique. Comme le précise le Conseil d'État,
"Aussi longtemps qu’une disposition modificative d’un acte originel n’est pas entrée en vigueur,
elle n’a pas encore produit ses effets: si elle a pour objet un remplacement, un ajout ou une
insertion dans l’acte originel, son contenu ne s’y est pas encore incorporé (…)1." Tant que la loi
modificative n'est pas entrée en vigueur, il se recommande d'opérer la modification envisagée
dans la loi modificative. Cette observation concerne:
- l'article 13 (nouveau) du projet de loi qui vise à modifier le texte français de l'article 1.7. du
Code civil tel qu'il y sera inséré par la loi du 28 avril 2022 portant le livre 1er “Dispositions
générales” du Code civil. Cette loi a été publiée au Moniteur belge du 1er juillet 2022 et n'en-
trera en vigueur que le 1er janvier 2023;
- L'article 32 (nouveau) du projet de loi qui vise à modifier le texte français de l'article 5.211
du Code civil tel qu'il y sera inséré par la loi du 28 avril 2022 portant le livre 5 “Les obligations”
du Code civil. Cette loi a été publiée au Moniteur belge du 1er juillet 2022 et n'entrera en vi-
gueur que le 1er janvier 2023;
- L'article 33 (nouveau) du projet de loi qui vise à modifier le texte français de l'article 5.245
du Code civil tel qu'il y sera inséré par la loi du 28 avril 2022 portant le livre 5 “Les obligations”
du Code civil. Cette loi a été publiée au Moniteur belge du 1er juillet 2022 et n'entrera en vi-
gueur que le 1er janvier 2023.
2.
Plusieurs articles du projet de loi visent à remplacer la notion de "numéro de registre national"
/ "rijksregisternummer" par celle de "numéro d'identification du Registre national" / "identifi-
catienummer van het Rijksregister". Abstraction faite de la question de savoir si cette modifica-
tion doit être limitée au nouveau Code civil (voir aussi, par exemple, l’article 258/1, § 6, 1°, d),
en projet, du Code d’instruction criminelle [art. 2 du projet de loi], ainsi que l’article 139, § 1er,
de la loi hypothécaire et l’article 30 du Livre III, Titre XVII, de l’ancien Code civil), il revient à la
commission d'apprécier si la même modification ne doit pas être apportée à l'article 4.49, § 4,
alinéa 2, b), du Code civil où figure également la notion de "numéro de registre national".
3.
À la suite du remplacement de l'article 4.59 du Code civil (article 20 du projet de loi), l’acte ou le
certificat d’hérédité ne sera plus principalement destiné à la libération des avoirs du défunt,
mais cet acte ou ce certificat pourront servir à prouver la qualité successorale dans toute situa-
tion où un successible devra pouvoir prouver sa qualité. Par conséquent, un acte d'hérédité
pourra dorénavant également être utilisé aux fins de la publicité foncière de l'acquisition pour
cause de mort de droits réels.
1 Conseil d'État, Principes de technique législative, Guide de rédaction des textes législatifs et réglementaires, p. 84, n° 129.
27
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
Le projet de loi remplace, dans une série de dispositions légales, le chiffre “4.59” [ou “1240bis”]
par les mots “4.59, § 4, alinéa 3,” afin de préciser que les obligations mentionnées dans ces dis-
positions ne s'appliquent que lorsque l'acte ou le certificat d'hérédité est établi en vue de la
libération des avoirs du défunt.2
Toutefois, dans les dispositions légales énumérées ci-dessous, modifiées par le projet de loi, le
renvoi à “l'article 4.59” [“l’article 1240bis”] porte moins sur les obligations de la personne ou du
service compétent à l'égard de l’établissement de cet acte ou de ce certificat que sur la manière
dont la libération des avoirs du défunt peut se faire de manière libératoire:
-
article 46, § 1er, alinéas 1er et 2, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances
fiscales et non fiscales (article 37, 3°, du projet de loi);
-
article 160, §§ 1er et 2, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012 (article 57, 3°, du projet de
loi);
-
article 41sexies, § 7, alinéas 1er et 2, de la loi du 27 juin 1969 ‘révisant l'arrêté-loi du 28 dé-
cembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs’ (article 60, 6°, partim3, du pro-
jet de loi);
-
article 23quater, § 4, alinéas 1er et 2, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 ‘organisant le
statut social des travailleurs indépendants’ (article 61, 7°, partim4, du projet de loi ).
Étant donné que la manière dont la libération des avoirs du défunt peut se faire de manière
libératoire sera dorénavant réglée par l'article 4.59, § 6, alinéa 3, du Code civil, il s'indique de
remplacer, dans les articles précités, les mots “l'article 4.59” [“l’article 1240bis”] par les mots
“l'article 4.59, § 4, alinéa 3, et § 6, alinéa 3,”.
OBSERVATIONS PARTICULIÈRES RELATIVES AUX ARTICLES
Art. 2 (ancien art. 18)
4.
L'article 258/1, § 1er, en projet, du Cicr., permet au président de la cour d'assises de décider que
l'audience fera l'objet d'une captation sonore ou audiovisuelle des débats, notamment en rai-
son du grand nombre de victimes de nationalité étrangère. Il revient à la commission d'appré-
cier si l'objectif visé ne peut pas être mieux atteint en utilisant le critère du lieu de résidence des
victimes, indépendamment de leur nationalité ?
5.
On peut se demander s’il ne serait pas préférable d’insérer l’incrimination visée à l’article 258/1,
§ 3, en projet, du Code d’instruction criminelle dans le Code pénal. En outre, l’article 100 du
Code pénal dispose que lorsque des infractions sont incriminées par d’autres dispositions que
celles du Code pénal, les dispositions du premier livre du Code pénal seront appliquées à ces
infractions, à l’exception du chapitre VII, qui traite de la participation, et de l’article 85, qui traite
des circonstances atténuantes. Il revient à la commission d'apprécier si la disposition en projet
peut être maintenue dans sa rédaction actuelle.
6.
Dans l'article 258/1, § 6, 3°, en projet, du Cicr., on remplacera les mots "l'image et la voix des
personnes" / "de afbeelding en de stem van de personen" par les mots "la voix et, le cas échéant,
l'image des personnes" / "de stem en, in voorkomend geval, de afbeelding van de personen".
2 DOC 55-2774/001, p. 47-48, p. 69-70, p. 75.
3 “partim”: l'observation ne porte que sur les parties identifiées de la disposition modifiée par l'article 60, 6°, du projet de loi.
4 “partim”: l'observation ne porte que sur les parties identifiées de la disposition modifiée par l'article 61, 7°, du projet de loi.
2774/007
DOC 55
28
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
(L'article 258/1, § 1er, en projet, du Cicr. prévoit que la captation peut être sonore ou audiovi-
suelle. Le traitement des images des personnes participant à l'audience ne sera pas systéma-
tique. Il ne se fera que lorsque l'enregistrement est audiovisuel.)
Art. 49 (ancien art. 69)
7.
L’article 60, alinéa 5, en projet, de la loi du 17 mai 2006 ‘relative au statut juridique externe des
personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans
le cadre des modalités d'exécution de la peine’, tel que remplacé par l’amendement n° 25, ne
prévoit pas de date limite d’exécution du jugement du juge de l’application des peines lorsque
ce jugement a été rendu au-delà du délai de vingt jour après que le condamné se trouve dans
les conditions de temps pour l’octroi d’une libération provisoire. On peut se demander s’il ne
conviendrait pas de prévoir que, dans ce cas, le jugement sera exécutoire au plus tard vingt
jours après avoir été coulé en force de chose jugée.
(Voir l’alinéa 4 de l’article 60 et le texte initial de l’article 49 [ancien art. 69] du projet de loi, tel
que déposé à la Chambre, qui prévoient une date limite d’exécution de ce type.)
Art. 67 (nouveau)
8.
Dans l’article 2, alinéa 3, 5°, en projet, de la loi du 4 octobre 1867 ‘sur les circonstances atté-
nuantes’, on remplacera les mots “aux articles 417/15, 417/16, 417/18 et 417/37” / “ in de artikelen
417/15, 417/16, 417/18 en 417/37” par les mots “aux articles 417/15, cinquième tiret, 417/16, cin-
quième tiret, 417/18, alinéa 2, cinquième tiret, et 417/37” / “in de artikelen 417/15, vijfde streepje,
417/16, vijfde streepje, 417/18, tweede lid, vijfde streepje, en 417/37”.
(Selon la justification de l’amendement n° 195, l’objectif n’est pas de correctionnaliser tous les
actes à caractère sexuel (non consentis) énumérés aux articles 417/15, 417/16 et 417/18 du Code
pénal, mais seulement les crimes suivants punis de la réclusion de vingt à trente ans:
-
le viol commis au préjudice d'une personne dans une situation de vulnérabilité (article
417/15, cinquième tiret, du Code pénal);
-
le viol commis au préjudice d'un mineur de moins de seize ans accomplis (article 417/16,
cinquième tiret, du Code pénal);
-
le viol avec la circonstance aggravante de l’inceste (article 417/18, alinéa 2, cinquième tiret,
du Code pénal).
5 DOC 55-2774/002, pp. 26-27.
29
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
AMÉLIORATIONS PUREMENT FORMELLES ET CORRECTIONS D’ORDRE PUREMENT LINGUIS-
TIQUE
Art. 2 (ancien art. 18)
9.
Dans le texte français de l'article 258/1, § 2, en projet, du Cicr., on remplacera les mots "inter-
rompre l'émission à tout moment" par les mots "interrompre la diffusion à tout moment".
(Au mot "uitzending" du texte néerlandais correspond le mot "diffusion" dans le texte français
des autres dispositions de l'article 258/1, en projet, du Cicr.)
10. Dans le texte français de l'article 258/1, § 3, en projet, du Cicr., on remplacera in fine les mots
"ou avec l'une de ces pénalités seules" par les mots "ou d'une de ces peines seulement".
(Formulation plus usuelle.)
Art. 4 (nouveau)
11. On remplacera, dans l'article 417/42, alinéa 3, en projet, du Code pénal, les mots "à la contre-
valeur de ces meubles ou immeubles aliénés” / "op de tegenwaarde van deze roerende of onroe-
rende goederen die werden vervreemd" par les mots "à la contrevaleur des meubles ou im-
meubles visés aux alinéas 1er ou 2 et qui ont été aliénés” / "op de tegenwaarde van de in het eerste
of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd".
(Les mots "de ces meubles ou immeubles" utilisés dans l'article 417/42, alinéa 3, en projet, ren-
voient à l'alinéa 2 qui précède. Or, l'article 417/42, alinéa 2, du Code pénal règle la confiscation
des immeubles qui ont servi ou qui ont été destinés à commettre l’infraction d'exploitation
sexuelle de mineurs. Pour ce qui concerne la confiscation des autres biens, celle-ci est réglée à
l'alinéa 1er. Dans un souci de précision, on remplacera dès lors les mots "ces meubles ou im-
meubles" par les mots "les meubles ou immeubles visés aux alinéas 1er ou 2".)
Si la commission suit cette observation, on apportera la même modification à l'article 7 du pro-
jet de loi (article 433quater/8, alinéa 3, en projet, du Code pénal).
Art. 29 (ancien art. 46)
12. On remplacera les mots "l'article 4.258 du même Code" / "artikel 4.258 van hetzelfde Wetboek"
par les mots " l'article 4.258, alinéa 2, du même Code" / "artikel 4.258, tweede lid, van hetzelfde
Wetboek".
(Indique de manière plus précise la place de la modification à opérer.)
Art. 39 (ancien art. 53)
13. On insérera un 1°/1 rédigé comme suit:
“1°/1 dans l’alinéa 4 ancien, devenant l’alinéa 5, les mots “l’alinéa 3” sont remplacés par les mots
“l’alinéa 4”;”
/
“1°/1 in het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden “het derde lid” vervan-
gen door de woorden “het vierde lid”;”
(Modification de la référence croisée à la suite de l’insertion d’un alinéa entre le premier et le
deuxième alinéa de l’article 55 de la loi du 7 mai 1999 ‘sur les jeux de hasard, les paris, les éta-
blissements de jeux de hasard et la protection des joueurs’.)
2774/007
DOC 55
30
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
14. On complétera le 2° par les mots “et les mots “l’alinéa 4” sont remplacés par les mots “l’alinéa 5”
/ “en worden de woorden “het vierde lid” vervangen door de woorden “het vijfde lid””.
(Même observation.)
Art. 40 (ancien art. 55)
15. Dans le texte néerlandais de l’article 62, alinéa 3, en projet, de la loi précitée du 7 mai 1999, on
remplacera les mots “vanaf de laatste spelactiviteit van de betrokkene” par les mots “vanaf de
laatste deelneming aan een kansspel door de betrokkene”.
(Uniformité terminologique: la terminologie de la disposition en projet est alignée sur celle de
l’actuel alinéa 3 – qui devient l’alinéa 5 – de l'article 62 de la loi précitée du 7 mai 1999.)
Art. 47 (ancien art. 67)
16. Dans le texte néerlandais de l’article 40, § 2, alinéa 2, en projet, de la loi du 17 mai 2006 “relative
au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux
droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d’exécution de la peine”, on rempla-
cera les mots “het openbaar ministerie voorafgaandelijk moet inlichten voor” par les mots “het
openbaar ministerie hierover moet inlichten voor”.
(Le mot “voorafgaandelijk” est superflu étant donné que la disposition en projet impose déjà
au condamné d’informer le ministère public avant de quitter le territoire. De plus, aucun mot,
dans le texte français, ne correspond au mot “voorafgaandelijk”.)
Art. 64 (ancien art. 87)
17. Dans le texte néerlandais de l’article 64, § 1er, alinéa 1er, du projet de loi, on remplacera les pre-
mier et deuxième tirets par ce qui suit:
“- de veroordeelde beschikt over onderdak;
- de veroordeelde beschikt over voldoende middelen van bestaan.”.
(Mise en concordance avec le texte français: “le condamné dispose d’ (de) …”.)
CORRECTIONS RELATIVES AUX PHRASES LIMINAIRES DES ARTICLES
-
Art. 39:
“À l’article 55 de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements
de jeux de hasard et la protection des joueurs, modifié par l’arrêté royal du 4 avril 2003
et par la loi du 10 janvier 2010, les” / “In artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 op de
kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de
spelers, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003 en bij de wet van 10 januari
2010, worden”.
-
Art. 40:
“À l’article 62 de la même loi, modifié par la loi du 10 janvier 2010 et par l’article 31 de
la loi du 7 mai 2019, annulé lui-même sous certaines conditions par l’arrêt n° 177/2021
de la Cour constitutionnelle, les” / “In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet
van 10 januari 2010 en bij artikel 31 van de wet van 7 mei 2019, zelf vernietigd onder
bepaalde voorwaarden bij het arrest nr. 177/2021 van het Grondwettelijk Hof, wor-
den”.
31
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
-
Art. 48:
“Dans l’article 43, § 3, de la même loi, remplacé par la loi du 5 février 2016, les mots” /
“In artikel 43, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 februari 2016, wordt”.
-
Art. 49:
“À l’article 60 de la même loi, modifié par les lois des 27 décembre 2006, 15 mars 2012
et 5 février 2016, les” / “In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27
december 2006, 15 maart 2012 en 5 februari 2016, worden”.
-
Art. 53:
“Dans l’article 95/18, § 2, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007 et
modifié par la loi du 5 mai 2019, les” / “In artikel 95/18, § 2, eerste lid, van dezelfde wet,
ingevoegd bij de wet van 26 april 2007 en vervangen bij de wet van 5 mei 2019, wor-
den”.
-
Art. 54:
“Dans l’article 157, § 1er, alinéa 1er, de la loi-programme (I)” / “In artikel 157, § 1, eerste
lid, van de programmawet (I)”.
-
Art. 55:
“Dans l’article 157/1, § 1er, alinéa 1er, de la même loi” / “In artikel 157/1, § 1, eerste lid,
van dezelfde wet”.
-
Art. 67:
“Dans l’article 2, alinéa 3, de la loi du 4 octobre 1867 sur les circonstances atténuantes,
remplacé par la loi du 21 décembre 2009 et modifié en dernier lieu par l’article 121 la
loi du 5 février 2016, annulé lui-même par l’arrêt n° 148/2017 de la Cour constitution-
nelle, le” / “In artikel 2, derde lid, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende
omstandigheden, vervangen bij de wet van 21 december 2009 en laatstelijk gewijzigd
bij artikel 121 van de wet van 5 februari 2016, zelf vernietigd bij arrest nr. 148/2017 van
het Grondwettelijk Hof, wordt”.
N.B.:
Quelques corrections moins importantes ont été communiquées sur un exemplaire du texte au
secrétariat de la commission.
2774/007
DOC 55
32
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
dienst Juridische Zaken en Parlementaire Documentatie
service Affaires juridiques et Documentation parlementaire
afdeling Juridische Zaken – division Affaires juridiques
BIJLAGE: Wetgevingstechnische nota
Betreft: Wetgevingstechnische nota betreffende de in eerste lezing aangenomen artikelen van
het wetsontwerp om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II (DOC 55
2774/005)
ALGEMENE OPMERKINGEN
1.
Meerdere artikelen van het wetsontwerp beogen in een oorspronkelijke tekst bepalingen te wij-
zigen zoals die erin zullen worden ingevoegd door een wijzigingswet die nog niet in werking is
getreden. Die werkwijze is wetgevingstechnisch niet correct. De Raad van State preciseert in dat
verband het volgende : “Zolang een bepaling tot wijziging van een oorspronkelijke tekst niet in
werking is getreden, heeft ze nog geen gevolgen gehad: betreft ze een vervanging, toevoeging
of invoeging in de oorspronkelijke tekst, dan is de inhoud van de wijzigingsbepaling nog niet in
de oorspronkelijke tekst opgenomen”1. Zolang de wijzigingswet niet in werking is getreden,
strekt het tot aanbeveling de beoogde wijziging door te voeren in de wijzigingswet. Deze op-
merking slaat op:
-
artikel 13 (nieuw) van het wetsontwerp, dat de wijziging beoogt van de Franse tekst van
artikel 1.7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals het zal worden ingevoegd bij de wet van 28 april
2022 ‘houdende boek 1 “Algemene bepalingen” van het Burgerlijk Wetboek’. Die wet werd
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 2022 en zal pas op 1 januari 2023 in
werking treden;
-
artikel 32 (nieuw) van het wetsontwerp, dat de wijziging beoogt van de Franse tekst van
artikel 5.211 van het Burgerlijk Wetboek, zoals het zal worden ingevoegd bij de wet van 28
april 2022 ‘houdende boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek’. Die wet werd
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 2022 en zal pas op 1 januari 2023 in
werking treden;
-
artikel 33 (nieuw) van het wetsontwerp, dat de wijziging beoogt van de Franse tekst van
artikel 5.245 van het Burgerlijk Wetboek, zoals het zal worden ingevoegd bij de wet van 28
april 2022 ‘houdende boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek’. Die wet werd
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 2022 en zal pas op 1 januari 2023 in
werking treden.
2.
Meerdere artikelen van het wetsontwerp beogen het begrip "rijksregisternummer" / "numéro
de registre national" te vervangen door het begrip "identificatienummer van het Rijksregister"
/ "numéro d'identification du Registre national". Los van de vraag of die wijziging alleen voor
het nieuwe Burgerlijk Wetboek moet gelden (zie bijvoorbeeld ook het ontworpen artikel 258/1,
§ 6, 1°, d), van het Wetboek van strafvordering [artikel 2 van het wetsontwerp], alsook artikel
139, § 1, van de hypotheekwet en artikel 30 van boek III, titel XVII, van het oud Burgerlijk Wet-
boek), dient de commissie te beoordelen of diezelfde wijziging niet ook moet worden aange-
bracht in artikel 4.49, § 4, tweede lid, b), van het Burgerlijk Wetboek, waarin het begrip “rijksre-
gisternummer” ook voorkomt.
1 Raad van State, Beginselen van de wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, blz. 84,
nr. 129.
33
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
3.
Door de vervanging van artikel 4.59 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 20 van het wetsontwerp)
zal de akte of het attest van erfopvolging niet langer hoofdzakelijk bestemd zijn voor de vrijgave
van de tegoeden van de erflater, maar zal deze akte of dit attest kunnen dienen als bewijs van
erfrechtelijke hoedanigheid in elke situatie waarin een erfgerechtigde zijn hoedanigheid moet
kunnen bewijzen. Hierdoor zal een akte van erfopvolging voortaan ook kunnen dienen voor de
onroerende publiciteit van de verkrijging van zakelijke rechten ter zake des doods.
Het wetsontwerp vervangt in een aantal wettelijke bepalingen het cijfer “4.59” [of “1240bis”]
door de woorden “4.59, § 4, derde lid,” om te preciseren dat de verplichtingen die in deze bepa-
lingen vermeld worden enkel gelden wanneer de akte of het attest van erfopvolging opgemaakt
wordt met het oog op de vrijgave van de tegoeden van de erflater.2
In de hieronder opgesomde wettelijke bepalingen, die op grond van het wetsontwerp gewijzigd
worden, heeft de verwijzing naar “artikel 4.59” [“artikel 1240bis”] echter niet zozeer betrekking
op de verplichtingen van de persoon of dienst die bevoegd is om een dergelijke akte of attest
op te maken, maar wel op de wijze waarop de tegoeden van de erflater bevrijdend kunnen wor-
den vrijgegeven:
- artikel 46, § 1, eerste en tweede lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invor-
dering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (artikel 37, 3°, van het wetsontwerp);
- artikel 160, §§ 1 en 2, van de programmawet (I) van 29 maart 2012 (artikel 57, 3°, van het
wetsontwerp);
- artikel 41sexies, § 7, eerste en tweede lid, van de wet van 27 juni 1969 ‘tot herziening van de
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders’
(artikel 60, 6°, partim3, van het wetsontwerp);
- artikel 23quater, § 4, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967
‘houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen’ (artikel 61, 7°, partim4, van
het wetsontwerp).
Aangezien de wijze waarop de tegoeden van de erflater bevrijdend vrijgegeven kunnen worden
voortaan geregeld wordt door artikel 4.59, § 6, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, verdient
het aanbeveling om in de hierboven vermelde artikelen de woorden “artikel 4.59” [“artikel
1240bis”] te vervangen door de woorden “artikel 4.59, § 4, derde lid, en § 6, derde lid,”.
2 DOC 55-2774/001, p. 47-48, p. 69-70, p. 75.
3 “partim”: de opmerking heeft enkel betrekking op de geïdentificeerde onderdelen van de bepaling die gewijzigd wordt bij artikel 60, 6°,
van het wetsontwerp.
4 “partim”: de opmerking heeft enkel betrekking op de geïdentificeerde onderdelen van de bepaling die gewijzigd wordt bij artikel 61, 7°,
van het wetsontwerp.
2774/007
DOC 55
34
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
BIJZONDERE OPMERKINGEN BIJ DE ARTIKELEN
Art. 2 (vroeger art. 18)
4.
Het ontworpen artikel 258/1, § 1, van het Wetboek van strafvordering stelt de voorzitter van het
hof van assisen in de mogelijkheid te beslissen dat de terechtzitting het voorwerp zal uitmaken
van een geluidsopname of van een audiovisuele opname, met name vanwege het groot aantal
slachtoffers met de buitenlandse nationaliteit. Het komt de commissie toe te beoordelen of het
nagestreefde doel niet beter kan worden bereikt door de woonplaats van de slachtoffers als
criterium te hanteren, ongeacht hun nationaliteit.
5.
De vraag rijst of de in het ontworpen artikel 258/1, § 3, van het Wetboek van strafvordering be-
doelde strafbaarstelling niet beter opgenomen wordt in het Strafwetboek. Bovendien bepaalt
artikel 100 van het Strafwetboek dat wanneer misdrijven strafbaar gesteld worden bij andere
wetten dan het Strafwetboek, de bepalingen van boek I van het Strafwetboek van toepassing
zijn op deze misdrijven met uitzondering van de bepalingen van hoofdstuk VII, dat betrekking
heeft op de deelneming, en met uitzondering van artikel 85, dat betrekking heeft op de verzach-
tende omstandigheden. Het staat aan de commissie om te beoordelen of de ontworpen bepa-
ling in haar huidige redactie behouden kan blijven.
6.
In het ontworpen artikel 258/1, § 6, 3°, van het Wetboek van strafvordering, vervange men de
woorden "de afbeelding en de stem van de personen" / "l'image et la voix des personnes" door
de woorden "de stem en, in voorkomend geval, de afbeelding van de personen" / "la voix et, le
cas échéant, l'image des personnes".
(Het ontworpen artikel 258/1, § 1, van het Wetboek van strafvordering bepaalt dat een geluids-
opname of een audiovisuele opname mogelijk is. De beelden van wie aan de terechtzitting deel-
neemt, zullen niet systematisch worden verwerkt. Dat zal alleen gebeuren in het geval van een
audiovisuele opname.)
Art. 49 (vroeger art. 69)
7.
Het ontworpen artikel 60, vijfde lid, van de wet van 17 mei 2006 ‘betreffende de externe rechts-
positie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rech-
ten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten’, zoals vervangen bij amendement nr. 25,
bepaalt geen uiterste datum van uitvoerbaarheid voor het vonnis van de strafuitvoeringsrech-
ter wanneer dit vonnis uitgesproken wordt na de termijn van twintig dagen nadat de veroor-
deelde voldoet aan de tijdsvoorwaarden voor de voorlopige invrijheidstelling. De vraag rijst dan
ook of in dat geval niet bepaald moet worden dat het vonnis uitvoerbaar is ten laatste twintig
dagen nadat het in kracht van gewijsde is gegaan.
(Cf. het vierde lid van artikel 60 en de oorspronkelijke tekst van artikel 49 [vroeger art. 69] van
het wetsontwerp, zoals deze ingediend werd in de Kamer, die voorzien in een dergelijke uiterste
datum van uitvoerbaarheid.)
Art. 67 (nieuw)
8.
In het ontworpen artikel 2, derde lid, 5°, van de wet van 4 oktober 1867 ‘op de verzachtende
omstandigheden’ vervange men de woorden “in de artikelen 417/15, 417/16, 417/18 en 417/37”
/ “aux articles 417/15, 417/16, 417/18 et 417/37” door de woorden “in de artikelen 417/15, vijfde
streepje, 417/16, vijfde streepje, 417/18, tweede lid, vijfde streepje, en 417/37” / “aux articles
417/15, cinquième tiret, 417/16, cinquième tiret, 417/18, alinéa 2, cinquième tiret, et 417/37”.
35
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
(Blijkens de verantwoording bij amendement nr. 195 is het niet de bedoeling om alle (niet-con-
sensuele) seksuele handelingen opgesomd in de artikelen 417/15, 417/16 en 417/18 van het
Strafwetboek te correctionaliseren, maar enkel de volgende misdaden die bestraft worden met
opsluiting van twintig tot dertig jaar:
-
verkrachting gepleegd ten nadele van een persoon die in een kwetsbare toestand verkeert
(artikel 417/15, vijfde streepje, van het Strafwetboek);
-
verkrachting gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is
(artikel 417/16, vijfde streepje, van het Strafwetboek);
-
verkrachting met incest als verzwarende factor (artikel 417/18, tweede lid, vijfde streepje,
van het Strafwetboek.)
LOUTER VORMELIJKE VERBETERINGEN EN TAALKUNDIGE CORRECTIES
Art. 2 (vroeger art. 18)
9.
In de Franse tekst van het ontworpen artikel 258/1, § 2, van het Wetboek van strafvordering,
vervange men de woorden "interrompre l'émission à tout moment" door de woorden "interrom-
pre la diffusion à tout moment".
(In de andere bepalingen van het ontworpen artikel 258/1 van het Wetboek van strafvordering
stemt "uitzending" in het Nederlands overeen met "diffusion" in het Frans.)
10. In de Franse tekst van het ontworpen artikel 258/1, § 3, van het Wetboek van strafvordering
vervange men in fine de woorden "ou avec l'une de ces pénalités seules" door de woorden "ou
d'une de ces peines seulement".
(Meer gebruikelijke formulering.)
Art. 4 (nieuw)
11. Men vervange in het ontworpen artikel 417/42, derde lid, van het Strafwetboek de woorden "op
de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd" / "à la con-
trevaleur de ces meubles ou immeubles aliénés” door de woorden "op de tegenwaarde van de in
het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd" /
"à la contrevaleur des meubles ou immeubles visés aux alinéas 1er ou 2 et qui ont été aliénés”.
(De in het ontworpen artikel 417/42, derde lid, van het Strafwetboek gehanteerde woorden "van
deze roerende of onroerende goederen" / "de ces meubles ou immeubles" verwijzen naar het
voorgaande tweede lid. Welnu, artikel 417/42, tweede lid, van het Strafwetboek regelt de ver-
beurdverklaring van de onroerende goederen die gediend hebben of bestemd waren tot het
plegen van het misdrijf van seksuele uitbuiting van minderjarigen. De verbeurdverklaring van
de andere goederen wordt geregeld in het eerste lid. Omwille van de nauwkeurigheid vervange
men derhalve de woorden "deze roerende of onroerende goederen" / "ces meubles ou immeu-
bles" door de woorden "de in het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goe-
deren" / "les meubles ou immeubles visés aux alinéas 1er ou 2".)
Indien de commissie gevolg geeft aan deze opmerking, brenge men dezelfde wijziging aan in
artikel 7 van het wetsontwerp (het ontworpen artikel 433quater/8, derde lid, van het Strafwet-
boek).
Art. 29 (vroeger art. 46)
55 DOC 55 2774/002, p. 26-27.
2774/007
DOC 55
36
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
12. Men vervange de woorden "artikel 4.258 van hetzelfde Wetboek" / "l'article 4.258 du même Code"
door de woorden "artikel 4.258, tweede lid, van hetzelfde Wetboek" / " l'article 4.258, alinéa 2, du
même Code".
(Geeft nauwkeuriger aan waar de wijziging dient te worden aangebracht.)
Art. 39 (vroeger art. 53)
13. Men voege een bepaling onder 1°/1 in, luidend als volgt:
“1°/1 in het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden “het derde lid” vervan-
gen door de woorden “het vierde lid”;”
/
“1°/1 dans l’alinéa 4 ancien, devenant l’alinéa 5, les mots “l’alinéa 3” sont remplacés par les mots
“l’alinéa 4”;”
(Aanpassing van de kruisverwijzing ten gevolge van de invoeging van een lid tussen het eerste
en het tweede lid van artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschap-
pen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’.)
14. Men vulle de bepaling onder 2° aan met de woorden “en worden de woorden “het vierde lid”
vervangen door de woorden “het vijfde lid”” / “et les mots “l’alinéa 4” sont remplacés par les mots
“l’alinéa 5””.
(Zelfde opmerking.)
Art. 40 (vroeger art. 55)
15. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 62, derde lid, van de voormelde wet van 7
mei 1999 vervange men de woorden “vanaf de laatste spelactiviteit van de betrokkene” door de
woorden “vanaf de laatste deelneming aan een kansspel door de betrokkene”.
(Terminologische eenvormigheid: de terminologie van de ontworpen bepaling wordt afge-
stemd op deze van het huidige derde lid, dat het vijfde lid wordt, van artikel 62 van de voor-
melde wet van 7 mei 1999.)
Art. 47 (vroeger art. 67)
16. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 40, § 2, tweede lid, van de wet van 17 mei
2006 ‘betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de
aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten’ ver-
vange men de woorden “het openbaar ministerie voorafgaandelijk moet inlichten voor” door de
woorden “het openbaar ministerie hierover moet inlichten voor”.
(Het woord “voorafgaandelijk” is overbodig aangezien de ontworpen bepaling reeds oplegt dat
de veroordeelde het openbaar ministerie inlicht voor hij het grondgebied verlaat. Bovendien
staat tegenover het woord “voorafgaandelijk” geen overeenstemmend woord in de Franse
tekst.)
Art. 64 (vroeger art. 87)
17. In de Nederlandse tekst van artikel 64, § 1, eerste lid, van het wetsontwerp vervange men het
eerste en het tweede streepje als volgt:
37
2774/007
DOC 55
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
“- de veroordeelde beschikt over onderdak;
- de veroordeelde beschikt over voldoende middelen van bestaan.”.
(Overeenstemming met de Franse tekst: “le condamné dispose d’ (de) …”.)
VERBETERINGEN BETREFFENDE DE INLEIDENDE ZINNEN VAN DE ARTIKELEN
-
Art. 39:
“In artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de
kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, gewijzigd bij het koninklijk be-
sluit van 4 april 2003 en bij de wet van 10 januari 2010, worden” / “À l’article 55 de la
loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard
et la protection des joueurs, modifié par l’arrêté royal du 4 avril 2003 et par la loi du 10
janvier 2010, les”.
-
Art. 40:
“In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010 en bij artikel
31 van de wet van 7 mei 2019, zelf vernietigd onder bepaalde voorwaarden bij het ar-
rest nr. 177/2021 van het Grondwettelijk Hof, worden” / “À l’article 62 de la même loi,
modifié par la loi du 10 janvier 2010 et par l’article 31 de la loi du 7 mai 2019, annulé
lui-même sous certaines conditions par l’arrêt n° 177/2021 de la Cour constitutionnelle,
les”.
-
Art. 48:
“In artikel 43, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 februari 2016, wordt” /
“Dans l’article 43, § 3, de la même loi, remplacé par la loi du 5 février 2016, les mots”.
-
Art. 49:
“In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 15 maart
2012 en 5 februari 2016, worden” / “À l’article 60 de la même loi, modifié par les lois des
27 décembre 2006, 15 mars 2012 et 5 février 2016, les”.
-
Art. 53:
“In artikel 95/18, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007
en vervangen bij de wet van 5 mei 2019, worden” / “Dans l’article 95/18, § 2, alinéa 1er,
de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007 et modifié par la loi du 5 mai 2019, les”.
-
Art. 54:
“In artikel 157, § 1, eerste lid, van de programmawet (I)” / “Dans l’article 157, § 1er, ali-
néa 1er, de la loi-programme (I)”.
-
Art. 55:
“In artikel 157/1, § 1, eerste lid, van dezelfde wet” / “Dans l’article 157/1, § 1er, alinéa
1er, de la même loi”.
-
Art. 67:
“In artikel 2, derde lid, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandig-
heden, vervangen bij de wet van 21 december 2009 en laatstelijk gewijzigd bij artikel
121 van de wet van 5 februari 2016, zelf vernietigd bij arrest nr. 148/2017 van het Grond-
wettelijk Hof, wordt” / “Dans l’article 2, alinéa 3, de la loi du 4 octobre 1867 sur les cir-
constances atténuantes, remplacé par la loi du 21 décembre 2009 et modifié en dernier
lieu par l’article 121 la loi du 5 février 2016, annulé lui-même par l’arrêt n° 148/2017 de
la Cour constitutionnelle, le”.
2774/007
DOC 55
38
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2021
2022
K A M E R • 4 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Juridische Zaken
Affaires juridiques
N.B.:
Enkele minder belangrijke verbeteringen werden op een exemplaar van de tekst aan het com-
missiesecretariaat bezorgd.
Imprimerie centrale – Centrale drukkerij