Inhoud
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
6783
DOC 502343/009
DOC 50 2343/009
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
18 maart 2003
18 mars 2003
Nr. 3 VAN DE HEREN DELIZÉE EN VAN
GROOTENBRULLE
Art. 40bis en 40ter (nieuw)
In titel II «Sociale Zaken» een hoofdstuk 7 invoe-
gen dat de artikelen 40bis en 40ter omvat en luidt
als volgt :
«Hoofdstuk 7. Specifieke regeling inzake de gelijk-
stelling van de pensioenberekening ten behoeve van
het cabinepersoneel van het voormalige Sabena
Art. 40bis. — Artikel 14, eerste lid, a), van het ko-
ninklijk besluit van 3 november 1969 houdende vast-
stelling voor het vliegend personeel van de burgerlijke
luchtvaart, van de bijzondere regelen betreffende het
ingaan van het pensioenrecht en van de bijzondere
toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit nr.
50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en
overlevingspensioen voor werknemers, van de wet van
N° 3 DE MM. DELIZÉE ET VAN GROOTENBRULLE
Art. 40bis et 40ter (nouveaux)
Dans le titre II «Affaires sociales», insérer un
chapitre 7 contenant les articles 40bis et 40ter, ré-
digés comme suit :
«Chapitre 7. Régime d’assimilation spécifique en
matière de calcul de la pension pour les membres du
personnel de cabine de l’ex-Sabena.
Art. 40bis. — L’article 14, premier alinéa, a), de l’ar-
rêté royal du 3 novembre 1969 déterminant pour le
personnel naviguant de l’aviation civile les règles spé-
ciales pour l’ouverture du droit à la pension et les mo-
dalités spéciales d’application de l’arrêté royal n° 50
du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de
survie des travailleurs salariés, de la loi du 20 juillet
1990 instaurant un âge flexible de la retraite pour les
AMENDEMENTS
déposés en Commission
des Affaires sociales
AMENDEMENTEN
ingediend in de Commissie
voor de Sociale Zaken
PROJET
DE LOI-PROGRAMME
ONTWERP
VAN PROGRAMMAWET
Documents précédents :
Doc 50 2343/ (2002/2003) :
001 : Projet de loi-programme
002 : Annexe.
003 à 008 : Amendements.
Voorgaande documenten :
Doc 50 2343/ (2002/2003) :
001 : Ontwerp van programmawet.
002 : Bijlage.
003 tot 008 : Amendementen.
2
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
travailleurs salariés et adaptant les pensions des tra-
vailleurs salariés à l’évolution du bien-être général et
de l’arrêté royal du 23 décembre 1996 portant moder-
nisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité
des régimes légaux de pensions, est complété par les
disposition suivantes :
«Les périodes d’activité comme salarié, autres que
celles visés à l’article 1er, 7°, du présent arrêté, sont
censées satisfaire, pour ce qui concerne l’application
de l’article 34, § 1er, A, de l’arrêté royal du 21 décem-
bre 1967, aux dispositions de ce litera pour le membre
du personnel de cabine qui:
1° au moment du début d’une activité comme tra-
vailleur salarié, autre que celles visées à l’article 1er,
7°, du présent arrêté, a atteint l’âge de 48 ans accom-
plis ;
2° prouve une occupation habituelle et en ordre prin-
cipal de 27 ans comme membre du personnel de ca-
bine.».
Art. 40ter. — L’article 40bis produit ses effets le 8
novembre 2001.».».
JUSTIFICATION
Le présent amendement vise à lutter contre un phénomène
de piège à l’emploi dont sont victimes certains membres du
personnel de l’ex-Sabena.
Le personnel de cabine de l’aviation civile dispose d’un ré-
gime de pension spécifique calculé sur une carrière de 34 an-
nées et accessible à partir de 55 ans. Les années de carrière
ne peuvent toutefois être prises en compte qu’à la condition de
pouvoir justifier d’une occupation par une entreprise du secteur
aérien. Pour les membres du personnel de cabine de l’ex-
Sabena comptant une ancienneté assez élevée, ce régime par-
ticulier présente un effet pervers important. Ces travailleurs ne
peuvent compléter leur carrière professionnelle qu’en retrou-
vant une occupation dans le secteur aérien belge ou via une
assimilation des périodes de chômage.
Etant donné l’état désastreux du secteur aérien dans son
ensemble, ces travailleurs sont confrontés à la quasi-impossi-
bilité de retrouver un emploi de cette nature, notamment en rai-
son de leur âge. Il ne leur est donc possible de conserver leurs
avantages en termes de pension qu’en restant dans un régime
de chômage ou de prépension. Accepter tout autre emploi s’avé-
rerait très désavantageux d’un point de vue financier.
20 juli 1990 tot instelling van een flexibele pensioen-
leeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de
werknemerspensioenen aan de evolutie van het alge-
meen welzijn en van het koninklijk besluit van 23 de-
cember 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en
17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van
de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaar-
heid van de wettelijke pensioenstelsels, wordt aange-
vuld met de volgende bepalingen :
«De andere activiteitsperiodes als werknemer dan
die welke bedoeld zijn in artikel 1, 7°, van dit besluit,
worden met betrekking tot de toepassing van artikel
34, § 1, A van het koninklijk besluit van 21 december
1967 geacht te voldoen aan de bepalingen sub littera
wat de cabinepersoneelsleden betreft die :
1° bij de aanvang van een andere activiteit als werk-
nemer dan die welke bedoeld is in artikel 1, 7°, van dit
besluit, ten volle de leeftijd van 48 jaar hebben bereikt;
2° het bewijs leveren dat zij gewoonlijk en hoofdza-
kelijk gedurende ten minste 27 jaar in de hoedanigheid
van cabinepersoneelslid werkzaam zijn gebleven.».
Art. 40ter.— Artikel 40bis heeft uitwerking op 8 no-
vember 2001.».».
VERANTWOORDING
Dit amendement strekt ertoe de strijd aan te binden met het
verschijnsel van de werkloosheidsval waarin sommige voor-
malige Sabena-werknemers verstrikt zijn geraakt.
Het cabinepersoneel in de burgerluchtvaart geniet een spe-
cifieke pensioenregeling die wordt berekend op grond van een
loopbaan van 34 jaar, en die 55 jaar openstaat voor de betrok-
kenen. De tijdens de loopbaan gepresteerde arbeidsjaren kun-
nen evenwel alleen in aanmerking worden genomen op voor-
waarde dat men kan bewijzen werkzaam te zijn geweest in een
onderneming uit de luchtvaartsector. Voor het cabinepersoneel
met een vrij hoge anciënniteit van het voormalige Sabena heeft
die bijzondere regeling een bijzonder kwalijk neveneffect. De
betrokken werknemers kunnen hun beroepsloopbaan alleen ver-
volledigen door een nieuwe baan te vinden in de Belgische
luchtvaartsector of door werkloosheidsperiodes daarmee ge-
lijk te laten stellen.
Gelet op de rampzalige situatie waarin de gehele luchtvaart-
sector verkeert, is het voor die werknemers nagenoeg onmo-
gelijk een dergelijke betrekking te vinden, inzonderheid wegens
hun leeftijd. Zij kunnen hun pensioenvoordelen dus alleen be-
houden door hun status van werkloze of van brug-
gepensioneerde te handhaven. Een andere betrekking aanvaar-
den ware uit financieel oogpunt uitermate nadelig.
3
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
Afin de lutter contre cette grave situation de piège à l’emploi,
il est proposé de prévoir un régime spécifique pour les mem-
bres du personnel de cabine âgés d’au moins 48 ans et comp-
tant une ancienneté professionnelle d’au moins 27 années. Toute
période d’activité en tant que travailleur salarié pourra, en ce
qui les concerne, entrer en ligne de compte pour le calcul de la
carrière professionnelle.
Jean-Marc DELIZEE (PS)
Bruno VAN GROOTENBRULLE (PS)
N° 4 DE M. WAUTERS
Art. 82bis à 82septies
Dans le titre IV, insérer un chapitre 9bis, compre-
nant les article 82bis à 82septies, libellés comme
suit :
«Chapitre 9bis. Congé de deuil
Art.82bis.— Dans l’article 30 de la loi du 3 juillet
1978 relative aux contrats de travail, modifiée par la loi
du 2 août 2002, il est inséré un § 3bis, libellé comme
suit :
«§ 3bis. Le travailleur a le droit de s’absenter de son
travail en raison du décès de son conjoint, ou de la
personne avec laquelle il cohabite légalement, de son
enfant ou de son conjoint, ou de la personne avec la-
quelle il cohabite légalement, de ses père, mère, belle-
mère ou beau-père, et ce, durant 7 jours à prendre
d’affilée ou non dans les treize mois du décès.
Pendant les trois premiers jours d’absence, le tra-
vailleur bénéficie du maintien de sa rémunération.
Pendant les quatre jours suivants, le travailleur bé-
néficie d’une allocation dont le montant est déterminé
par le Roi et qui lui est payée dans le cadre de l’assu-
rance soins de santé et indemnités.».
Art. 82ter.— Dans l’article 30, § 4, de la même loi,
inséré par la loi du 2 août 2002, les mots «au §§ 2 et 3»
sont remplacés par les mots «aux §§ 2, 3 et 3bis».
Art. 82quater.— Dans l’article 25quinquies de la loi
du 1er avril 1936 sur les contrats d’engagement pour le
service des bâtiments de navigation intérieure, inséré
par la loi du 10 décembre 1963 et modifié par la loi du 2
août 2002, il est inséré un § 3bis, libellé comme suit :
Teneinde die ernstige werkloosheidsval te bestrijden, wordt
voorgesteld te voorzien in een specifieke regeling voor de cabine-
personeelsleden van ten minste 48 jaar oud die ten minste 27
jaar dienstanciënniteit hebben. Voor de betrokkenen kan elke
activiteitsperiode als werknemer in aanmerking komen voor de
berekening van de beroepsloopbaan.
Nr. 4 VAN DE HEER WAUTERS
Art.82bis tot 82septies
In titel IV een hoofdstuk 9bis invoegen dat de ar-
tikelen 82bis tot 82septies bevat, luidend als volgt:
«Hoofdstuk 9bis. Rouwverlof
Art. 82bis. — In artikel 30 van de wet van 3 juli 1978
betreffende de arbeidsovereenkomsten, gewijzigd bij
de wet van 2 augustus 2002, wordt een § 3bis inge-
voegd, luidende :
«§ 3bis. De werknemer heeft het recht om van het
werk afwezig te zijn, omwille van het overlijden van
zijn echtgeno(o)t(e), of van de persoon met wie hij
wettelijk samenwoont, van zijn kind of van zijn
echtgeno(o)t(e), of van de persoon met wie hij wette-
lijk samenwoont, van zijn vader, moeder, schoonmoe-
der, schoonvader, stiefvader, of stiefmoeder, dit gedu-
rende 7 dagen al of niet aaneensluitend op te nemen
binnen dertien maanden na het overlijden.
Gedurende de eerste drie dagen afwezigheid geniet
de werknemer het behoud van zijn loon.
Gedurende de volgende vier dagen geniet de werk-
nemer een uitkering waarvan het bedrag wordt bepaald
door de Koning en die hem wordt uitbetaald in het raam
van de verzekering voor geneeskundige verzorging.».
Art. 82ter. — In artikel 30, § 4 van dezelfde wet,
ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002, worden de
woorden «in §§ 2 en 3» vervangen door de woorden
«in §§ 2, 3 en 3bis».
Art. 82quater. — In artikel 25quinquies van de wet
van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens
dienst op binnenschepen, ingevoegd bij de wet van 10
december 1963 en gewijzigd bij de wet van 2 augus-
tus 2002, wordt een § 3bis ingevoegd, luidende :
4
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
«§ 3bis. Le travailleur a le droit de s’absenter de son
travail en raison du décès de son conjoint, ou de la
personne avec laquelle il cohabite légalement, de son
enfant ou de son conjoint, ou de la personne avec la-
quelle il cohabite légalement, de ses père, mère, belle-
mère ou beau-père, et ce, durant 7 jours à prendre
d’affilée ou non dans les treize mois du décès.
Pendant les trois premiers jours d’absence, le tra-
vailleur bénéficie du maintien de sa rémunération.
Pendant les quatre jours suivants, le travailleur bé-
néficie d’une allocation dont le montant est déterminé
par le Roi et qui lui est payée dans le cadre de l’assu-
rance soins de santé et indemnités.».
Art. 82quinquies.— Dans l’article 25quinquies, § 4,
de la même loi, inséré par la loi du 2 août 2002, les
mots «au §§ 2 et 3» sont remplacés par les mots «aux
§§ 2, 3 et 3bis».
Art. 82sexies.— L’article 2, 5°, de l’arrêté royal du
28 août 1963 relatif au maintien de la rémunération
normale des ouvriers, des travailleurs domestiques,
des employés et des travailleurs engagés pour le ser-
vice des bâtiments de navigation intérieure pour les
jours d’absence à l’occasion d’événements familiaux
ou en vue de l’accomplissement d’obligations civiques
ou de missions civiles est abrogé.
Art. 82septies.— Le présent chapitre entre en vi-
gueur le 1er juillet 2003.».
JUSTIFICATION
Conformément à la réglementation relative au petit chômage,
le travailleur a le droit de prendre au maximum trois jours de
congé avec maintien de sa rémunération normale à l’occasion
du décès de son conjoint, de la personne avec laquelle il coha-
bite légalement ou de certains membres de sa famille. Il peut
prendre ces jours dans la période commençant le jour du dé-
cès et finissant le jour des funérailles.
Il est clair que ces trois jours ne suffisent pas, ne fût-ce qu’en
raison des problèmes d’ordre pratique posés par un décès. C’est
surtout le travail de deuil qui demande davantage de temps, et il
ne peut généralement commencer qu’au lendemain des funé-
railles.
Nous proposons dès lors que les travailleurs bénéficient, en
plus du petit chômage, de quatre jours de congé supplémentai-
res à l’occasion du décès d’un proche. Il y a lieu d’entendre par
là : le partenaire avec lequel le travailleur cohabitait, l’enfant,
«§ 3bis. De werknemer heeft het recht om van het
werk afwezig te zijn, omwille van het overlijden van
zijn echtgeno(o)t(e), of van de persoon met wie hij
wettelijk samenwoont, van zijn kind of van zijn
echtgeno(o)t(e), of van de persoon met wie hij wette-
lijk samenwoont, van zijn vader, moeder, schoonmoe-
der, schoonvader, stiefvader, of stiefmoeder, dit gedu-
rende 7 dagen al of niet aaneensluitend op te nemen
binnen dertien maanden na het overlijden.
Gedurende de eerste drie dagen afwezigheid geniet
de werknemer het behoud van zijn loon.
Gedurende de volgende vier dagen geniet de werk-
nemer een uitkering waarvan het bedrag wordt bepaald
door de Koning en die hem wordt uitbetaald in het raam
van de verzekering voor geneeskundige verzorging.».
Art. 82quinquies. — In artikel 25quinquies, § 4,van
dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002
worden de woorden «in §§ 2 en 3» vervangen door de
woorden «in §§ 2, 3 en 3bis».
Art. 82sexies. — Artikel 2, 5° van het koninklijk be-
sluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van
het normaal loon van de werklieden, de dienstboden,
de bedienden en de werknemers aangeworven voor de
dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter
gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de ver-
vulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van bur-
gerlijke opdrachten, wordt opgeheven.
Art. 82septies. — Deze wet treedt in werking op 1
juli 2003.».
VERANTWOORDING
Krachtens de regeling betreffende het klein verlet heeft de
werknemer bij het overlijden van zijn echtgenoot, de persoon
waarmee hij wettelijk samenwoont of van sommige familiele-
den, recht op maximaal drie vrije dagen met behoud van zijn
normaal loon. Hij kan deze dagen kiezen tijdens de periode die
begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van
de begrafenis.
Het is duidelijk dat deze drie dagen niet volstaan, al was het
maar omwille van de praktische beslommeringen die met een
overlijden van een naast familielid gepaard gaan. Vooral het rouw-
proces vergt meer tijd en kan doorgaans pas beginnen na de
dag van de begrafenis.
Daarom stellen we voor dat werknemers bovenop het klein
verlet vier vrije dagen zouden krijgen wanneer een naaste sterft.
In de voorgestelde regeling gaat het dan om het overlijden van
de samenwonende partner, de eigen kinderen of deze van de
5
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
qu’il soit celui du travailleur ou celui du partenaire et les
(beaux-) parents. Ces jours devraient être choisis dans les treize
mois des funérailles. Pendant ces quatre jours, le travailleur bé-
néficie d’une allocation dans le cadre de l’assurance soins mé-
dicaux.
Le présent amendement visant à réglementer le congé de
deuil par voie légale, procède d’une nouvelle manière de con-
cevoir la combinaison du travail salarié et de la vie familiale.
Nous constatons en effet qu’il existe une volonté croissante de
libérer davantage d’espace consacrer aux besoins fondamen-
taux de l’existence, ce à quoi doit contribuer de façon non négli-
geable l’instauration d’un congé de deuil légal.
Il est instauré pour tous les travailleurs salariés, quelle que
soit la nature de leur statut ou de leur contrat de travail, un congé
de deuil de manière que tous ceux qui doivent faire face à la
perte d’un partenaire cohabitant ou d’un enfant, qu’il soit le leur
ou celui du partenaire, d’un père, d’une mère, d’une belle-mère,
d’un beau-père, puissent prendre quatre jours de congé en plus
du régime du «petit chomâge» qui leur est applicable.
Ces jours sont à choisir au cours d’une période maximale de
treize mois, prenant cours le jour du décès du membre de la
famille. La flexibilité ainsi accordée se justifie par la grande di-
versité des réactions face au deuil. Les uns réagissent immé-
diatement après les obsèques, les autres au cours des pre-
miers jours de novembre, pendant la période des fêtes de fin
d’année, le jour de leur anniversaire ou de celui du parent dé-
cédé ou un an après le décès.
N° 5 DE MME D’HONDT
Art. 51
Supprimer le point 3°.
JUSTIFICATION
Il est préférable que tous les jeunes demandeurs d’emploi
puissent bénéficier de cette mesure, même ceux qui disposent
d’une formation élevée.
N° 6 DE MME D’HONDT
Art. 8bis (nouveau)
Au chapitre 3 «Allocations familiales», insérer un
nouvel article 8bis, libellé comme suit :
samenwonende partner en de (schoon)ouders of stiefouders.
Deze dagen zouden genomen moeten worden binnen dertien
maanden na de begrafenis. Gedurende deze vier dagen geniet
de werknemer een uitkering in het raam van de verzekering
voor geneeskundige verzorging.
Het voorstel om een wettelijke regeling in te voeren voor
rouwverlof moet gezien worden binnen de context van een ge-
wijzigde visie op de combinatie van loonarbeid met het gezins-
leven. Wij stellen vast dat er een groeiende bereidheid ontstaat
om ruimte te scheppen voor de fundamentele behoeften uit de
persoonlijke leefwereld. Een stelsel voor rouwverlof is daar een
belangrijk element van.
Voor alle werknemers, ongeacht de aard van hun statuut of
arbeidscontract, wordt een stelsel van rouwverlof ingesteld,
zodat zij die geconfronteerd worden met het overlijden van een
samenwonende partner of een kind, hetzij een eigen kind of
een kind van de partner waarmee men samenwoont, of van
een vader, moeder, schoonmoeder, schoonvader, stiefvader of
stiefmoeder, een rouwverlof krijgen van vier dagen bovenop de
voor hen toepasselijke regeling van het «klein verlet».
Deze dagen zijn vrij op te nemen gedurende een periode
van maximum dertien maanden, te rekenen vanaf de dag van
het overlijden van het betrokken familie- of gezinslid. De flexibi-
liteit die toegestaan wordt voor de opname wordt gemotiveerd
door de sterk verschillende wijze waarop personen met rouw
omgaan. Voor de ene persoon is dat onmiddellijk na de uitvaart,
voor iemand anders kan het gaan over de eerste dagen van
november, rond de eindejaarsperiode, de eigen verjaardag of
die van de overledene, of één jaar na het overlijden.
Joos WAUTERS (Agalev-Ecolo)
Nr. 5 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 51
Het 3° doen vervallen.
VERANTWOORDING
Deze maatregel wordt het best opengesteld voor alle jon-
gere werkzoekenden, ook voor de hoger opgeleiden.
Nr. 6 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 8bis (nieuw)
In hoofdstuk 3 «Kinderbijslag» van het ontwerp
van programmawet een nieuw artikel 8bis invoe-
gen, luidend als volgt :
6
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
«Art. 8bis. — L’article 56septies des lois coordon-
nées relatives aux allocations familiales pour travailleurs
salariés est modifié comme suit :
A) Au § 1er, supprimer la partie de phrase suivante
«qui est né au plus tard le 1er janvier 1996 et».
B) Supprimer les §§ 2, 3 et 4.».
JUSTIFICATION
Chaque enfant qui est atteint d’une incapacité physique ou
mentale de 66 pour cent au moins est attributaire des alloca-
tions familiales pour lui-même, qu’il soit né avant ou après le 1er
janvier 1996. Cet amendement supprime cette distinction.
N° 7 DE MME D’HONDT
Art. 8ter (nouveau)
Au chapitre 3 «Allocations familiales», insérer un
nouvel article 8ter, libellé comme suit :
«Art. 8ter. — L’article 63 des lois coordonnées rela-
tives aux allocations familiales pour travailleurs sala-
riés, remplacé par la loi du 29 décembre 1990, est
modifié comme suit :
A) Au § 1er, supprimer la partie de phrase suivante
«qui est né au plus tard le 1er janvier 1996 et».
B) Supprimer les §§ 2, 3 et 4.».
JUSTIFICATION
Voir n° 6.
N° 8 DE MME D’HONDT
Art. 8quater (nouveau)
Dans le chapitre 3 «Allocations familiales», insé-
rer un article 8quater, libellé comme suit :
«Art. 8quater.— L’article 76bis, § 1er, des lois relati-
ves aux allocations familiales pour travailleurs sala-
riés est complété par l’alinéa suivant :
«Les montants visés aux articles 40, 42bis, 44,
44bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis, § 1er, et 73quater, § 2,
«Art. 8bis. — Artikel 56septies, van de samen-
geordende wetten betreffende de kinderbijslag voor
loonarbeiders wordt gewijzigd als volgt :
A) In § 1 vervalt de zinsnede «geboren is uiterlijk op
1 januari 1996 en» ;
B) Paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven.».
VERANTWOORDING
Elk kind dat is getroffen door een lichamelijke of geestelijke
ongeschiktheid van tenminste 66 % is rechthebbend op kinder-
bijslag voor zichzelf ongeacht of het geboren is uiterlijk op 1
januari 1996 of erna. Dit amendement heft dit onderscheid op.
Nr. 7 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 8ter (nieuw)
In hoofdstuk 3 «Kinderbijslag», een nieuw artikel
8ter invoegen, luidend :
«Art. 8ter. — Artikel 63 van de samengeordende wet-
ten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders,
vervangen door de wet van 29 december 1990, wordt
gewijzigd als volgt :
A) In § 1 vervalt de zinsnede «geboren is uiterlijk op
1 januari 1996 en»;
B) Paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven.».
VERANTWOORDING
Zie amendement nr. 6
Nr. 8 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 8quater (nieuw)
In hoofdstuk 3 «Kinderbijslag» een nieuw artikel
8quater invoegen, luidend :
«Art. 8quater. — Artikel 76bis, § 1, van de samen-
geordende wetten betreffende de kinderbijslag voor
loonarbeiders wordt aangevuld met het volgende lid :
«De bedragen zoals bedoeld in de artikelen 40, 42bis,
44, 44bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis, § 1, en 73quater, § 2
7
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
sont adaptés chaque année. À cet effet, le Roi fixe,
avant le 1er avril de chaque année et après avoir re-
cueilli l’avis du Conseil national du travail, le coeffi-
cient de majoration, compte tenu de l’évolution con-
ventionnelle des salaires. Les nouveaux montants sont
publiés au Moniteur belge. Ils entrent en vigueur au
plus tard le 1er juillet de l’année qui suit celle de leur
adaptation.».».
JUSTIFICATION
Les montants des allocations familiales (art. 40), des alloca-
tions familiales majorées (article 42bis), des suppléments d’âge
(articles 44 et 44bis), les montants visés à l’article 47 (enfants
handicapés), les montants des allocations d’orphelin (article
50bis), des allocations majorées pour les enfants d’invalide (ar-
ticle 50ter), de l’allocation de naissance (article 73bis), de la
prime d’adoption (article 73quater, § 2) sont ainsi adaptés cha-
que année en fonction de l’évolution conventionnelle des salai-
res.
N° 9 DE MME D’HONDT
Art. 8quinquies (nouveau)
Dans le chapitre III «Allocations familiales», in-
sérer un article 8quinquies, libellé comme suit :
«Art. 8quinquies. — L’article 107, § 4, des lois relati-
ves aux allocations familiales pour travailleurs sala-
riés, coordonnées par l’arrêté royal du 19 décembre
1939, remplacé par la loi du 22 février 1998 et modifié
par la loi du 25 janvier 1999, est complété par un ali-
néa 2, libellé comme suit :
«Les moyens financiers alloués en vertu de l’article
38, § 3quinquies, de la loi du 29 juin 1981 établissant
les principes généraux de la sécurité sociale des tra-
vailleurs salariés sont répartis, à partir de l’exercice
2003,
entre
des
projets
francophones
et
néerlandophones, proportionnellement aux nombres
d’enfants de 0 à 12 ans ouvrant le droit aux allocations
familiales en vertu des présentes lois, qui appartien-
nent respectivement à la communauté francophone ou
à la communauté néerlandophone. Ces nombres sont
fixés chaque année par l’Office national et communi-
qués au comité de gestion.».».
JUSTIFICATION
Le présent amendement vise à répartir les moyens de façon
équitable entre les communautés. La répartition la plus objec-
tive possible est à cet égard celle qui se fonde sur le nombre
worden jaarlijks aangepast. De Koning stelt hiertoe
voor 1 april van elk jaar, op advies van de Nationale
Arbeidsraad, de verhogingscoëfficiënt vast, rekening
houdend met de ontwikkeling van de conventionele lo-
nen. De nieuwe bedragen worden in het Belgisch Staats-
blad bekendgemaakt. Zij treden in werking uiterlijk op
1 juli van het jaar dat volgt op dat van hun aanpas-
sing.».».
VERANTWOORDING
De bedragen van de kinderbijslag (artikel 40), de verhoogde
kinderbijslag (artikel 42bis), de leeftijdsbijslagen (artikel 44 en
44bis), de bedragen zoals bepaald in artikel 47 (gehandicapte
kinderen), de wezenbijslag (artikel 50bis), de verhoogde kin-
derbijslag voor kinderen van een arbeidsongeschikte werkne-
mer (artikel 50ter), het kraamgeld (artikel 73bis), de adoptie-
premie (artikel 73quater, § 2), worden op deze wijze jaarlijks
aangepast aan de evolutie van de conventionele lonen.
Nr. 9 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 8quinquies (nieuw)
In hoofdstuk 3 «Kinderbijslag» een nieuw artikel
8quinquies invoegen, luidend :
«Art. 8quinquies. — Artikel 107, § 4, van de bij het
koninklijk besluit van 19 december 1939 samen-
geordende wetten betreffende de kinderbijslag voor
loonarbeiders, vervangen bij de wet van 22 februari
1998 en gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, wordt
aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
«De geldmiddelen toegewezen krachtens artikel 38,
§ 3quinquies van de wet van 29 juni 1981 houdende de
algemene beginselen van de sociale zekerheid voor-
werknemers, worden vanaf het dienstjaar 2003 ver-
deeld over Nederlandstalige, respectievelijk Fransta-
lige projecten in verhouding tot de aantallen krachtens
deze wetten op kinderbijslag rechtgevende kinderen
tussen 0 en 12 jaar die tot de Nederlandstalige, res-
pectievelijk Franstalige gemeenschap kunnen gerekend
worden. Bedoelde aantallen worden jaarlijks vastge-
steld door de Rijksdienst en meegedeeld aan het
beheerscomité.».».
VERANTWOORDING
Dit amendement beoogt een billijke verdeling van de midde-
len tussen de gemeenschappen. In dit verband is de meest
objectieve verdeling één die gebaseerd is op het aantal kinde-
8
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
d’enfants de 0 à 12 ans appartenant respectivement à la Com-
munauté française ou à la Communauté flamande et ouvrant le
droit aux allocations familiales dans le régime des travailleurs
salariés et des fonctionnaires.
N° 10 DE MME D’HONDT
Art. 12bis (nouveau)
Insérer un article 12bis, libellé comme suit :
«Art. 12bis.— L’article 4 de la loi du 20 juillet 1971
instituant des prestations familiales garanties est com-
plété par l’alinéa suivant :
«Le montant des prestations familiales visées à l’ar-
ticle 1er est adapté chaque année. À cet effet, le Roi
fixe, avant le 1er avril de chaque année et après avoir
recueilli l’avis du Conseil national du travail, le coeffi-
cient de majoration, compte tenu de l’évolution con-
ventionnelle des salaires. Les nouveaux montants sont
publiés au Moniteur belge. Ils entrent en vigueur au
plus tard le 1er juillet de l’année qui suit celle de leur
adaptation.».».
JUSTIFICATION
Le montant des prestations familiales garanties est adapté
en fonction de l’évolution conventionnelle des salaires.
N° 11 DE MME D’HONDT
Art. 13
Dans l’article 13 proposé, insérer un 1°bis, libellé
comme suit :
«1°bis. Au § 3, le chiffre «16» est remplacé par le
chiffre «21».».
JUSTIFICATION
Le présent amendement tend à relever la limite d’âge de 16 à
21 ans. Ainsi, tous les enfants atteints d’une maladie chronique
âgés de moins de 21 ans pourront bénéficier d’une intervention
dans les coûts supplémentaires afférents à leur traitement mé-
dical.
ren tussen 0 en 12 jaar die tot de Vlaamse, respectievelijk de
Franstalige gemeenschap behoren en recht geven op kinderbij-
slag in het werknemers- en ambtenarenstelsel.
Nr. 10 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 12bis (nieuw)
Een artikel 12bis invoegen, luidend als volgt :
«Art. 12bis. — Artikel 4 van de wet van 20 juli 1971
tot instelling van een gewaarborgde gezinsbijslag, wordt
aangevuld met het volgende lid:
«Het bedrag van de in artikel 1 bedoelde gezinsbij-
slag wordt jaarlijks aangepast. De Koning stelt hier-
toe, voor 1 april van elk jaar, op advies van de Natio-
nale Arbeidsraad, de verhogingscoëfficiënt vast,
rekening houdend met de ontwikkeling van de conven-
tionele lonen. De nieuwe bedragen worden in het Bel-
gisch Staatsblad bekendgemaakt. Zij treden in wer-
king uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op dat van
hun aanpassing.».».
VERANTWOORDING
Het bedrag van de gewaarborgde gezinsbijslag wordt aan-
gepast in functie van de ontwikkeling van de conventionele lo-
nen.
Nr. 11 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 13
Een 1°bis invoegen, luidend als volgt :
«1°bis. In § 3 wordt het getal «16» vervangen door
het getal «21».».
VERANTWOORDING
Dit amendement beoogt het optrekken van de leeftijdsgrens
van 16 naar 21 jaar. Zo kunnen alle chronisch zieke kinderen
jonger dan 21 jaar een tussenkomst krijgen in de extra kosten
van hun medische behandeling.
9
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
N° 12 DE MME D’HONDT
Art. 13
Insérer un 1°ter, libellé comme suit :
«1°ter. Dans l’article 25, § 2, alinéa 2, proposé, de la
loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l’assurance
obligatoire soins de santé et indemnités, remplacer les
mots «les coûts médicaux s’élevant au moins à
650 euros sur la base annuelle et qui n’ont fait l’objet
d’aucun remboursement dans le cadre de l’assurance
obligatoire soins de santé» par les mots «les coûts
médicaux ne faisant momentanément l’objet d’aucun
remboursement dans le cadre de l’assurance obliga-
toire»;».
JUSTIFICATION
Le présent amendement tend à supprimer la limite arbitraire
de 650 euros sur une base annuelle.
N° 13 DE MME D’HONDT
Art. 16bis (nouveau)
Insérer un article 16bis, libellé comme suit :
«Art. 16bis. — L’article 34, alinéa 1er, de la loi coor-
donnée du 14 juillet 1994 relative à l’assurance obliga-
toire soins de santé et indemnités, modifié en dernier
lieu par la loi du 29 janvier 1999, est complété par un
24°, libellé comme suit :
«24° le remboursement des prestations médicales
afférentes à la procréation médicalement assistée.».»
JUSTIFICATION
La procréation médicalement assistée ne peut pas être une
prestation médicale élitaire réservée aux nantis. Le présent
amendement vise à faire en sorte que les prestations médica-
les afférentes à ce traitement soient remboursées, à des condi-
tions strictes, par l’assurance soins de santé.
Nr. 12 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 13
Een 1°ter invoegen, luidend als volgt:
«1°ter. In artikel 25, § 3, van de gecoördineerde wet
van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt
de zinsnede «de medische kosten die tenminste
650 euro op jaarbasis bedragen, waarvoor geen terug-
betaling in het kader van de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging werd verleend» vervangen
door de woorden «de medische kosten waarvoor mo-
menteel geen terugbetaling in het kader van de ver-
plichte verzekering voor geneeskundige verzorging
wordt verleend»;».
VERANTWOORDING
Dit amendement beoogt de afschaffing van de arbitraire grens
van 650 euro op jaarbasis.
Nr. 13 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 16bis (nieuw)
Een artikel 16bis invoegen luidend:
«Art. 16bis. — In artikel 34, eerste lid, van de ge-
coördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de ver-
plichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, laatst gewijzigd bij de wet van 29 januari
1999 wordt aangevuld met een 24° luidend als volgt:
«24° de terugbetaling van verstrekkingen in het ka-
der van de medisch begeleide voortplanting.».».
VERANTWOORDING
Medisch begeleide voortplanting mag geen elitaire vorm van
zorgverlening zijn, die alleen toegankelijk is voor financieel draag-
krachtige patiënten. Dit amendement beoogt de vergoeding,
onder strikte voorwaarden, van de geneeskundige verstrekkin-
gen in het kader van zo’n behandeling door de verzekering voor
geneeskundige verzorging.
10
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
N° 14 DE MME D’HONDT
Art. 17bis(nouveau)
Insérer un article 17bis, libellé comme suit :
«Art. 17bis. — L’article 35, § 1er, de la loi coordon-
née du 14 juillet 1994 relative à l’assurance obligatoire
soins de santé et indemnités, modifié en dernier lieu
par la loi du 29 janvier 1999, est complétée comme
suit:
«Le Roi determine les prestations visées à l’article
34, alinéa 1er, 24°.».».
JUSTIFICATION
La procréation ne peut pas être une prestation médicale
élitaire réservée aux nantis. Le présent amendement propose
dès lors que les prestations médicales afférentes à ce traite-
ment soient remboursées, à des conditions strictes, par l’assu-
rance soins de santé.
Le Roi est habilité à déterminer les prestations pouvant don-
ner lieu à remboursement.
N° 15 DE MME D’HONDT
Art. 17ter (nouveau)
Insérer un article 17ter, libellé comme suit :
«Art. 17ter. — À l’article 37, § 14ter, de la loi coor-
donnée du 14 juillet 1994 relative à l’assurance obliga-
toire soins de santé et indemnités, remplacer le chiffre
«10» par le chiffre «50».».
JUSTIFICATION
En prévoyant un remboursement symbolique de 10% et un
ticket modérateur à charge du patient de 90%, on ne résout pas
le problème de l’insuffisance de la couverture des coûts des
matériels médicaux, dont l’utilité et la valeur médicales sont éta-
blies. Le fait que ce ticket modérateur est compris dans le maxi-
mum à facturer n’est guère de nature à remédier à ce problème,
étant donné que seul un pourcentage limité de la population
bénéfice du maximum à facturer.
Nr. 14 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 17bis (nieuw)
Een artikel 17bis invoegen, luidend :
«Art. 17bis. — Artikel 35, § 1, van de gecoördineerde
wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzeke-
ring voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
laatst gewijzigd bij de wet van 29 januari 1999 wordt
aangevuld als volgt:
«De Koning omschrijft de in artikel 34, eerste lid,
24°, bedoelde verstrekkingen.».».
VERANTWOORDING
Medisch begeleide voortplanting mag geen elitaire vorm van
zorgverlening zijn, die alleen toegankelijk is voor financieel draag-
krachtige patiënten. Dit amendement beoogt de vergoeding,
onder strikte voorwaarden, van de geneeskundige verstrekkin-
gen in het kader van zo’n behandeling door de verzekering voor
geneeskundige verzorging.
De Koning krijgt de bevoegdheid te bepalen welke verstrek-
kingen precies in aanmerking komen daarvoor.
Nr. 15 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 17ter (nieuw)
Een artikel 17ter invoegen, luidend :
«Art. 17ter. —In artikel 37, § 14ter, van de gecoördi-
neerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen,wordt het getal «10» vervangen door het
getal «50».».
VERANTWOORDING
Door slechts in een symbolische terugbetaling te voorzien
van 10 % en een remgeld ten laste van de patiënt te leggen van
90 % lost men de problematiek niet op van de onvoldoende dek-
king van de medische materialen, waarvan het nut en de waarde
medisch vaststaan. Dat dit remgeld in de maximum factuur
(MAF) opgenomen werd, kan dit maar weinig verhelpen aange-
zien de MAF enkel ten goede komt aan een beperkte groep van
de bevolking.
11
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
N° 16 DE MME D’HONDT
Art. 17quater (nouveau)
Insérer un article 17quater, libellé comme suit :
«Art. 17quater — À l’article 37sexies, 1°, de la loi
coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l’assurance
obligatoire soins de santé et indemnités, les mots «qui
n’a pas atteint l’âge de 16 ans» sont supprimés.».
JUSTIFICATION
La limite d’âge de 16 ans est un critère arbitraire et constitue
une discrimination à l’égard des bénéficiaires âgés de plus de
16 ans.
N° 17 DE MME D’HONDT
Art. 17quinquies (nouveau)
Insérer un article 17quinquies, libellé comme
suit :
«Art. 17quinquies. — Dans l’article 37novies, 2°, de
la même loi, les mots «à l’exception des bénéficiaires
d’une allocation d’intégration, appartenant aux catégo-
ries 3 et 4, visées à l’article 6, § 4, alinéas 1er, 3° et 4°
de la loi susvisée du 27 février 1987, auxquels est
effectivement appliqué l’abattement visé à l’article 8, §
1er, de l’arrêté royal du 6 juillet 1987 relatif à l’allocation
de remplacement de revenus et à l’allocation d’intégra-
tion» sont supprimés.».».
JUSTIFICATION
Au cours de la législature en cours, le contrôle des moyens
d’existence a été affiné pour les bénéficiaires d’une allocation
d’intégration appartenant aux catégories 3 et 4. Il sera dès lors
moins tenu compte du revenu de l’époux ou du cohabitant.
Il est illogique que les catégories 3 et 4, pour lesquelles a été
prise la mesure positive précitée, soient exclues en l’occurrence.
Elles ne sont en effet pas considérées comme bénéficiaires au
sens de l’article 37octies. Les bénéficiaires d’une allocation d’in-
tégration appartenant aux catégories 1 et 2 sont en revanche
bénéficiaires.
Le présent amendement tend à mettre un terme à cette dis-
crimination et adapte dès lors le contenu de l’article 37novies,
qui énumère les bénéficiaires.
Nr. 16 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 17quater (nieuw)
Een artikel 17quater invoegen, luidend :
«Art. 17quater. — In artikel 37sexies van de gecoör-
dineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitke-
ringen, in het punt 1 vervallen de woorden «die de leef-
tijd van 16 jaar niet heeft bereikt.».».
VERANTWOORDING
De leeftijdsgrens van 16 jaar is een arbitrair criterium en houdt
een discriminatie in ten opzichte van +16 jarigen.
Nr. 17 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 17quinquies (nieuw)
Een artikel 17quinquies invoegen, luidend :
«Art. 17quinquies. — In artikel 37novies, 2°, van de
gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
en uitkeringen vervallen de woorden :
«met uitzondering van de rechthebbenden op een
integratie-tegemoetkoming, behorend tot de categorieën
3 en 4, bedoeld in artikel 6, § 4, eerste lid, 3° en 4° van
hogervermelde wet van 27 februari 1987, waarvoor
daadwerkelijk de aftrek, bedoeld in artikel 8, § 1 van
het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de
inkomensvervangende en de integratietegemoetkoming,
werd toegepast.».».
VERANTWOORDING
Tijdens de huidige zittingsperiode wordt de bestaansmid-
delentoets voor de rechthebbenden op een integratie-
tegemoetkoming behorende tot de categorieën 3 en 4 verfijnd.
Daardoor zal minder rekening gehouden worden met het inko-
men van de echtgenoot of de samenwonende partner.
Het is niet logisch dat de categorieën 3 en 4, voor wie bo-
vengenoemde positieve maatregel genomen werd, hier uitge-
sloten worden. Zij worden immers niet beschouwd als recht-
hebbende zoals bedoeld in artikel 37octies. De rechthebbenden
op een integratietegemoetkoming behorende tot de categorieën
1 en 2 zijn daarentegen wel rechthebbende.
Dit amendement beoogt deze discriminatie op te heffen en
past daarom de inhoud van artikel 37novies dat de rechtheb-
benden opsomt, aan.
12
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
N° 18 DE MME D’HONDT
Art. 17sexies (nouveau)
Insérer un article 17sexies, libellé comme suit :
«Art. 17sexies. — À l’article 37undecies, alinéa 3,
de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l’assu-
rance obligatoire soins de santé et indemnités, le mot
«seize» est remplacé par le mot «vingt-et-un».».
JUSTIFICATION
Le présent amendement vise à porter la limite d’âge de 16 à
21 ans. Le maximum à facturer deviendra ainsi supportable pour
tous les enfants handicapés, quel que soit leur âge. Tous les
enfants de moins de 21 ans pourront alors bénéficier de la même
protection accrue. Quels que soient les revenus du ménage
comptant un enfant handicapé, le coût des prestations de santé
ne pourra jamais excéder 650 euros.
N° 19 DE MME D’HONDT
(en ordre subsidiaire)
Art. 17sexies (nouveau)
Insérer un article 17sexies, libellé comme suit :
«Art. 17sexies. — Dans l’article 37undecies, alinéa
3, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à
l’assurance obligatoire soins de santé et indemnités,
les mots «et à l’enfant atteint d’une incapacité physi-
que ou mentale de 66 % au moins qui a droit aux allo-
cations familiales majorées, visé aux articles 47,
56septies et 63 de l’arrêté royal du 19 décembre 1939
coordonnant la loi du 4 août 1930, relative aux alloca-
tions familiales pour travailleurs salariés, et les arrê-
tés royaux pris en vertu d’une délégation législative
ultérieure, et aux articles 20, 26 et 28 de l’arrêté royal
du 8 avril 1976 établissant le régime des prestations
familiales en faveur des travailleurs indépendants» sont
insérés entre les mots «Toutefois, l’intervention de l’as-
surance à 100 pour cent est accordée, quel que soit le
montant des revenus du ménage dont il fait partie, à
l’enfant de moins de seize ans» et les mots «dès lors
qu’il a effectivement supporté, pendant l’année civile
concernée, des interventions personnelles pour un
montant de 650 euros.».».
Nr. 18 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 17sexies (nieuw)
Een artikel 17sexies invoegen, luidend :
«Art. 17sexies. — In artikel 37undecies, derde lid,
van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende
de verplichte verzekering voor geneeskundige verzor-
ging en uitkeringen, wordt het getal «zestien» vervan-
gen door het getal «éénentwintig».».
VERANTWOORDING
Dit amendement beoogt het optrekken van de leeftijdsgrens
van 16 naar 21 jaar. Zo wordt de maximumfactuur kindvriendelijk
voor alle kinderen ongeacht hun leeftijd. Alle kinderen jonger
dan 21 jaar kunnen dan dezelfde extra bescherming genieten.
Ongeacht het inkomen van het gezin, mogen de gezondheids-
kosten nooit uitstijgen boven 650 euro.
Nr. 19 VAN MEVROUW D’HONDT
(in bijkomende orde)
Art. 17sexies (nieuw)
Een artikel 17sexies invoegen, luidend als volgt :
«Art. 17sexies. — In artikel 37undecies, derde lid,
van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende
de verplichte verzekering voor geneeskundige verzor-
ging en uitkeringen, wordt tussen de zinsnede «Noch-
tans wordt de verzekeringstegemoetkoming aan 100
pct. toegekend, ongeacht het bedrag van het inkomen
van het gezin waarvan het deel uitmaakt, aan het kind
jonger dan 16 jaar» en de zinsnede «indien het tijdens
het betrokken kalenderjaar daadwerkelijk persoonlijke
aandelen voor een bedrag van 650 euro heeft gedra-
gen.» het volgende ingevoegd :
«en aan het kind getroffen door een lichamelijke of
geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % dat
recht heeft op verhoogde kinderbijslag, zoals bedoeld
in de artikelen 47, 56septies en 63 van het koninklijk
besluit van 19 december 1939 tot samenvatting van de
Wet van 4 augustus 1930 betreffende kindertoeslagen
voor loonarbeiders, en de koninklijke besluiten krach-
tens een latere wetgevend delegatie genomen, en in de
artikelen 20, 26 en 28 van het koninklijk besluit van 8
april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten
voordele van de zelfstandigen.».».
13
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
JUSTIFICATION
Le présent amendement vise à porter la limite d’âge de 16 à
21 ans pour l’enfant handicapé qui a droit aux allocations fami-
liales majorées. Le maximum à facturer deviendra ainsi suppor-
table pour tous les enfants handicapés, quel que soit leur âge.
Tous les enfants handicapés ayant droit aux allocations familia-
les majorées pourront alors bénéficier de la même protection
accrue. Quels que soient les revenus du ménage comptant un
enfant handicapé, le coût des prestations de santé ne pourra
jamais excéder 650 euros.
N° 20 DE MME D’HONDT
Art. 5
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
Cette conversion a déjà eu lieu, à savoir par l’article 2 de la
loi du 26 juin 2000 qui s’énonce comme suit : «Les montants
des sommes d’argent auxquelles les décimes additionnels vi-
sés par la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels
sur les amendes pénales sont appliqués, sont censés être ex-
primés directement en euro[s] sans conversion.».
N° 21 DE MME D’HONDT
Art. 6
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
Voir amendement n° 20.
N° 22 DE MME D’HONDT
Art. 7
Supprimer cet article.
JUSTIFICATION
Voir amendement n° 20.
VERANTWOORDING
Dit amendement beoogt het optrekken van de leeftijdsgrens
van 16 naar 21 jaar voor het kind met een handicap dat recht
heeft op verhoogde gezinsbijslag Zo wordt de maximumfactuur
kindvriendelijk voor alle kinderen met een handicap ongeacht
hun leeftijd. Alle kinderen met een handicap met recht op ver-
hoogde gezinsbijslag kunnen dan dezelfde extra bescherming
genieten. Ongeacht het inkomen van het gezin met een gehan-
dicapt kind, mogen de gezondheidskosten nooit uitstijgen bo-
ven 650 euro.
Nr. 20 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 5
Dit artikel doen vervallen.
VERANTWOORDING
Deze omzetting werd al uitgevoerd, namelijk door artikel 2
van de wet van 26 juni 2000 dat stelt: «De bedragen van de
geldsommen waarop de opdeciemen bedoeld in de wet van 5
maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke
geldboeten worden toegepast, worden geacht rechtstreeks te
zijn uitgedrukt in euro, zonder omrekening.».
Nr. 21 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 6
Dit artikel doen vervallen.
VERANTWOORDING
Zie amendement nr. 20.
Nr. 22 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 7
Dit artikel doen vervallen.
VERANTWOORDING
Zie amendement nr. 20.
14
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
N° 23 DE MME D’HONDT
Art. 11
Remplacer cet article par la disposition suivante :
«Art. 11.— À l’article 2, § 2, alinéa 1er, de la loi du
20 décembre 1999 visant à octroyer une réduction des
cotisations personnelles de sécurité sociale aux tra-
vailleurs salariés ayant un bas salaire, modifié par la
loi du 12 août 2000, les mots «37.500 francs belges
pour l’année 2000 et 39.600 francs belges par année
civile à partir de l’année 2001» sont remplacés par les
mots «37.500 francs belges pour l’année 2000, 39.600
francs belges par année civile à partir de l’année 2001
et 1.140 euros par année civile à partir de l’année
2003».».
JUSTIFICATION
Le présent amendement tient compte de l’observation du
Conseil d’État selon laquelle il serait préférable d’ajouter le nou-
veau montant plutôt que de remplacer les anciens montants,
pour ne pas faire disparaître les anciens montants.
N° 24 DE MME D’HONDT
Art. 31bis (nouveau)
Insérer un article 31bis, libellé comme suit :
«Art. 31bis.— À l’article 64 de l’arrêté royal du 21
décembre 1967 portant règlement général du régime
de pension de retraite et de survie des travailleurs sa-
lariés, sont apportées les modifications suivantes:
A) Au § 2, B, sont apportées les modifications
suivantes :
1° Au 1°, le chiffre «553.172» est remplacée par le
chiffre «25.000 EUR» ;
2° Au 2°, remplacer le chiffre «442.536» par le chif-
fre «20.000 EUR» ;
3° Au 3°, remplacer le chiffre «553.172 F» par le
chiffre «25.000 EUR».
Nr. 23 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 11
Dit artikel vervangen door de woorden :
«Art. 11. — In artikel 2, § 2, eerste lid, van de wet
van 20 december 1999 tot toekenning van een vermin-
dering van de persoonlijke bijdragen van sociale ze-
kerheid aan werknemers met lage lonen, gewijzigd bij
de wet van 12 augustus 2000, worden de woorden «het
bedrag van 37.500 Belgische frank voor het jaar 2000
en 39.600 Belgische frank per kalenderjaar vanaf het
jaar 2001» vervangen door de woorden «het bedrag
van 37.500 Belgische frank voor het jaar 2000, 39.600
Belgische frank per kalenderjaar vanaf het jaar 2001
en 1.140 euro per kalenderjaar vanaf het jaar 2003».».
VERANTWOORDING
Door deze wijziging komen de indieners van het amende-
ment tegemoet aan de opmerking van de Raad van State, die
stelt dat een toevoeging van het nieuwe bedrag te verkiezen is
boven een vervanging van de oude bedragen, om de oude be-
dragen niet te laten wegvallen.
Nr. 24 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 31bis (nieuw)
Een artikel 31bis invoegen, luidende:
«Art. 31bis. — In artikel 64 van het koninklijk besluit
van 21 december 1967 tot vaststelling van het alge-
meen reglement betreffende het rust- en
overlevingspensioen voor werknemers worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
A) Paragraaf 2, B, wordt gewijzigd als volgt :
«In afwijking van deze paragraaf, A, mag de betrok-
kene die uitsluitend gerechtigd is op één of meer
overlevingspensioenen en die de leeftijd van 65 jaar
niet heeft bereikt, mits voorafgaande verklaring en on-
der de in deze paragraaf bepaalde voorwaarden, een
beroepsbezigheid uitoefenen voorzover het beroeps-
inkomen per kalenderjaar niet meer bedraagt dan:
1° 25.000 EUR voor een bezigheid beoogd in deze
paragraaf, A, 1°;
2° 20.000 EUR voor een bezigheid beoogd in deze
paragraaf, A, 2°;
3° 25.000 EUR voor een bezigheid beoogd in deze
paragraaf, A, 4°
15
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
B) Au § 3, les alinéas 1er, 2 et 3 sont remplacés
par l’alinéa suivant :
«L’exercice simultané ou successif de différentes
activités professionnelles susvisées est autorisée pour
autant que le total des revenus visés au § 2, A, 2°, et
de 80 p.c. du revenu visé au 2, A, 1° et 4°, ne dépasse
pas 8.676 euros ou 25.000 euros, selon qu’il s’agit d’un
bénéficiaire de pension visé au § 2, A, ou visé au 2, B.
Les montants visés au § 2 sont majorés de 3.700
euros lorsque le bénéficiaire qui exerce une activité
visée au § 2, A, ou au § 2, B, a la charge principale
d’au moins un enfant. Pour l’application du présent ali-
néa, les conditions précitées doivent être remplies au
1er janvier de l’année concernée.».
C) Au § 5, après les mots «visés au présent arti-
cle», sont insérés les mots «en tenant compte de
l’évolution de l’indice des prix à la consommation et de
l’évolution de bien-être général».
JUSTIFICATION
Les veufs et les veuves doivent encore trop souvent faire un
choix forcé entre la pension de survie et (la poursuite de) leur
propre carrière. On ne peut combiner les deux, étant donné que
celui qui bénéficie d’une pension de survie ne peut percevoir
qu’un revenu d’appoint limité.
Les veufs et les veuves doivent constamment surveiller et
calculer leurs revenus, terrorisés à l’idée de dépasser, même
légèrement, le (trop faible) montant autorisé.
Une modification inattendue de la situation familiale, un petit
extra offert par l’employeur, une promotion ou une augmenta-
tion… peuvent avoir une incidence considérable sur le verse-
ment ou non de la pension de survie.
Afin de remédier à cette situation, le présent amendement
vise pour le bénéficiaire d’une pension de survie :
– à majorer les plafonds actuels en matière de travail auto-
risé ;
– à adapter, chaque année, ces plafonds majorés à l’évolu-
tion de l’indice des prix à la consommation et à l’évolution du
bien-être général ;
– à introduire une modulation fine en fonction de la composi-
tion du ménage.
Voor de toepassing van het voorgaande lid worden
de leeftijd en de pensioenrechten van de gerechtigde
op 1 januari van het beschouwde jaar in aanmerking
genomen of, in voorkomend geval, op de ingangsdatum
van het overlevingspensioen.
B) Paragraaf 3, eerste, tweede en derde lid wordt
gewijzigd als volgt:
«De gelijktijdige of achtereenvolgende uitoefening van
verscheidene hierboven beoogde beroepsbezigheden
is toegelaten voor zover het totaal van het inkomen
beoogd in de § 2, A, 2°, en van 80 % van het inkomen
beoogd in de § 2, A, 1° en 4° niet meer bedraagt dan
8.676 euro of 25.000 euro naargelang het gaat om een
pensioengerechtigde beoogd in § 2, A, of beoogd in
§ 2, B. De in § 2 beoogde bedragen worden met 3.700
euro verhoogd wanneer de gerechtigde die een in § 2,
A of § 2 B beoogde bezigheid uitoefent, de hoofdzakelijke
last heeft van ten minste één kind.
Voor de toepassing van dit lid moet op 1 januari van
het beschouwde jaar aan de vermelde voorwaarden
worden voldaan.».
C) Paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
«§ 5. De minister die de pensioenen onder zijn be-
voegdheid heeft, past, bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad en na advies van de Natio-
nale Arbeidsraad, de in dit artikel beoogde bedragen
jaarlijks aan rekening houdend met de evolutie van de
index der consumptieprijzen en de evolutie van de al-
gemene welvaart.».
VERANTWOORDING
Weduwen en weduwnaars moeten nog te dikwijls een ge-
dwongen keuze maken tussen het overlevingspensioen of hun
eigen loopbaan (verder) uitbouwen. Beiden combineren kan niet,
want wie een overlevingspensioen ontvangt mag slechts be-
perkt bijverdienen.
Weduwen en weduwnaars moeten voortdurend hun inko-
men nakijken en becijferen en de angst om iets boven het (te
lage) toegelaten bedrag te komen is zeer groot.
Een onverwachte wijziging in de gezinstoestand, een extraa-
tje van de werkgever, een promotie of andere loonsverhoging,
..... kan zeer grote gevolgen hebben voor het al dan niet krijgen
van het overlevingspensioen.
Om hieraan te remediëren willen de indieners met dit amen-
dement voor de rechthebbende op een overlevingspensioen :
– de bestaande plafonds van toegelaten arbeid verhogen ;
– deze verhoogde plafonds jaarlijks aanpassen aan de evo-
lutie van de index der consumptieprijzen en de evolutie van de
algemene welvaart ;
– een verfijnde gezinsmodulering invoeren.
16
2343/009
DOC 50
C H A M B R E
5e S E S S I O N D E L A 5 0 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5e Z I T T I N G V A N D E 5 0 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2003
2002
Nous sommes conscients que le présent amendement n’ap-
porte pas de solution à ce que les veufs et veuves vivent comme
une injustice, à savoir que celui qui décide de demander une
pension de survie et d’exercer une activité d’appoint à temps
partiel, décide ipso facto (étant donné les dispositions actuelles
de la législation) de renoncer à tous les droits relatifs à des
allocations complémentaires prévus par le système de sécu-
rité sociale. Concrètement, cela signifie :
– aucune allocation de maladie ;
– aucune allocation de chômage ;
– aucune allocation d’interruption de carrière ;
– pas de possibilité de prépension ;
– aucune possibilité d’entrer en ligne de compte pour l’une
ou l’autre mesure de mise au travail.
N° 25 DE MME D’HONDT
Art. 40
Remplacer cet article par la disposition suivante :
«Art. 40. — Les articles 22 à 31 et 32 à 39 produi-
sent leurs effets le 1er février 2003, l’article 31bis entre
en vigueur le 1er janvier 2004.».
JUSTIFICATION
En raison de ses implications pratiques, l’article 39bis ne
peut entrer en vigueur au même moment que les autres
dispositions de ce chapitre.
De indieners van dit amendement zijn er zich van bewust
dat met dit amendement geen oplossing wordt gegeven aan wat
door weduwen en weduwnaars wordt ervaren als een onrecht-
vaardigheid, namelijk dat wie beslist het recht op een
overlevingspensioen op te nemen en deeltijds bij te werken,
meteen beslist (gezien de huidige bepalingen in de wetgeving)
om te verzaken aan alle rechten op bijkomende uitkeringen bin-
nen de sociale zekerheid. Dit betekent concreet:
– geen uitkering in geval van ziekte;
– geen uitkering in geval van werkloosheid;
– geen uitkeringen wegens loopbaanonderbreking;
– geen mogelijkheid op brugpensioen;
– geen kans om voor eender welke tewerkstellingsmaatregel
in aanmerking te komen.
Nr. 25 VAN MEVROUW D’HONDT
Art. 40
Dit artikel vervangen als volgt:
«Art. 40. — De artikelen 22 tot 31 en 32 tot 39 heb-
ben uitwerking met ingang van 1 februari 2003, artikel
31bis treedt in werking op 1 januari 2004.»
VERANTWOORDING
Het artikel 39bis kan gezien de praktische implicaties ervan
niet in werking treden op hetzelfde ogenblik als de andere be-
palingen van dit hoofdstuk.
Greta D’HONDT (CD&V)