Document 55K1324/002

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 1324 Verslag 🌐 NL

Inhoud

AMENDEMENTEN AMENDEMENTS 02517 DOC 55 1324/002 DOC 55 1324/002 C H A M B R E 2e   S E S S I O N D E L A 55 e   L É G I S L AT U R E 2019 2020 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 55 e   Z I T T I N G S P E R I O D E CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 15 juni 2020 15 juin 2020 Voir: Doc 55 1324/ (2019/2020): 001: Proget de loi. Zie: Doc 55 1324/ (2019/2020): 001: Wetsontwerp. houdende diverse bepalingen tot voorkoming van het witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten portant des dispositions diverses relatives à la prévention du blanchiment de capitaux et du fi nancement du terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces PROJET DE LOI WETSONTWERP 2 1324/002 DOC 55 C H A M B R E 2e   S E S S I O N D E L A 55 e   L É G I S L AT U R E 2019 2020 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 55 e   Z I T T I N G S P E R I O D E N° 1 DE M. LEYSEN Art. 32 Dans le 1°, insérer un c/1), rédigé comme suit: “c/1) le 11° est complété par un c), rédigé comme suit: “c) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui relèvent du droit d’un autre État membre et qui recourent à un agent lié établi en Belgique pour y fournir des services d’investisse- ment et/ou exercer des activités d’investissement au sens de l’article 2, 1°, de la loi du 25 octobre 2016 relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment, et, le cas échéant, des services auxiliaires au sens de l’article 2, 2°, de la même loi;”.” JUSTIFICATION L’article 5, § 1er, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du fi nancement du terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces n’inclut pas, dans la liste des entités assujetties, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseils en investissement relevant du droit d’un autre État membre qui fournissent des services d’investissement ou exercent des activités d’inves- tissement en Belgique, non pas par l’établissement d’une succursale, mais par le biais d’agents liés établis en Belgique. Cette modifi cation vise à tenir compte de l’article 35 de la Directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments fi nanciers et modifi ant la Directive 2002/92/CE et la Directive 2011/61/UE (transposé à l’article 10 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investis- sement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement) qui offre aux entreprises d’investissement la possibilité de recourir à un agent lié établi en Belgique pour y fournir des services d’investissement et/ou exercer des activités d’investissement et fournir des services auxiliaires, sans établir une succursale en Belgique. Dans ce cas, le recours à l’agent lié entraînera l’assujettissement de l’entreprise d’investissement au droit d’établissement et, par conséquent, en vue de l’application Nr. 1 VAN DE HEER LEYSEN Art. 32 In de bepaling onder 1°, een bepaling onder c/1) invoegen, luidende: “c/1) de bepaling onder 11° wordt aangevuld met een bepaling onder c), luidende: “c) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en die een beroep doen op een in België gevestigde verbonden agent om er beleggings- diensten en/of -activiteiten in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en, in voorko- mend geval, nevendiensten in de zin van artikel 2, 2°, van dezelfde wet, te verrichten;”.” VERANTWOORDING In artikel 5, § 1, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contan- ten komen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en die beleggingsdiensten of -activiteiten ver- richten in België, niet via de vestiging van een bijkantoor, maar door een beroep te doen op in België gevestigde verbonden agenten, niet voor op de lijst van de onderworpen entiteiten. Deze wijziging strekt ertoe rekening te houden met artikel 35 van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor fi nanciële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (in Belgisch recht omgezet in artikel 10 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies), dat beleggingsondernemingen de mogelijkheid biedt om een beroep te doen op een in België gevestigde verbonden agent om er beleggingsdiensten en/of -activiteiten dan wel nevendiensten te verrichten, zonder een bijkantoor te vestigen in België. In dat geval zal het beroep op de verbonden agent tot gevolg hebben dat de beleggings- onderneming aan het vestigingsrecht wordt onderworpen. In 3 1324/002 DOC 55 C H A M B R E 2e   S E S S I O N D E L A 55 e   L É G I S L AT U R E 2019 2020 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 55 e   Z I T T I N G S P E R I O D E territoriale des règles en matière de la lutte contre le blan- chiment d’argent et le fi nancement du terrorisme, une exten- sion du champ d’application de la loi du 18 septembre 2017 s’impose. Pour plus d’informations, on se réfèrera au com- mentaire de l’article 5 de la loi du 18 septembre 2017 (DOC 54 2566/001, p. 40). het licht van de territoriale toepassing van de regels inzake de strijd tegen het witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme, dringt zich bijgevolg een uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet van 18 september 2017 op. Voor meer toelichting wordt verwezen naar de com- mentaar bij artikel  5 van de wet van 18  september  2017 (DOC 54 2566/001, p. 40). Christian LEYSEN (Open Vld) 4 1324/002 DOC 55 C H A M B R E 2e   S E S S I O N D E L A 55 e   L É G I S L AT U R E 2019 2020 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 55 e   Z I T T I N G S P E R I O D E N° 2 DE M. LEYSEN Art. 85 Dans l’article  90/1 proposé, remplacer le mot “Lorsque” par les mots “Sans préjudice de l’article 137, alinéa 2, lorsque”. JUSTIFICATION En vertu de l’article XV.61, § 2, du Code de droit éco- nomique, auquel renvoie l’article 137, alinéa 2, de la loi du 18 septembre 2017, le SPF Économie ne doit pas communi- quer au Procureur du Roi les infractions constatées lorsque le contrevenant a accepté la transaction proposée par le SPF Économie et l’a payée. Nr. 2 VAN DE HEER LEYSEN Art. 85 In het voorgestelde artikel 90/1 het woord “Wan- neer” vervangen door de woorden “Onverminderd artikel 137, tweede lid, wanneer”. VERANTWOORDING Krachtens artikel XV.61, § 2, van het Wetboek van eco- nomisch recht, waarnaar artikel 137, tweede lid, van de wet van 18 september 2017 verwijst, moet de FOD Economie de vastgestelde inbreuken niet meedelen aan de procureur des Konings als de overtreder is ingegaan op het voorstel tot transactie en de voorgestelde geldsom heeft betaald. Christian LEYSEN (Open Vld) 5 1324/002 DOC 55 C H A M B R E 2e   S E S S I O N D E L A 55 e   L É G I S L AT U R E 2019 2020 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 55 e   Z I T T I N G S P E R I O D E N° 3 DE M. LEYSEN Art. 98 Remplacer cet article par ce qui suit: “Art. 98. Dans l’article 108, § 1er, de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° les mots “à 31°” sont remplacés par les mots “à 31°/2”; 2° les mots “ou son délégué” sont insérés entre les mots “par le ministre de l’Économie” et les mots “peut prendre les mesures”.” JUSTIFICATION L’ajout des mots “ou de son délégué” à l’article 108, a pour but de préciser que le ministre de l’Economie peut déléguer sa compétence de prendre une mesure administrative. Nr. 3 VAN DE HEER LEYSEN Art. 98 Dit artikel vervangen als volgt: “Art. 98. In artikel 108, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “met 31°” worden vervangen door de woorden “met 31°/2”; 2° de woorden “of zijn gedelegeerde” worden inge- voegd tussen de woorden “de minister van Economie” en de woorden “, wanneer hij vaststelt”.” VERANTWOORDING De toevoeging van de woorden “of zijn gedelegeerde” in artikel 108, moet verduidelijken dat de minister van Economie zijn bevoegdheid kan delegeren om een administratieve maatregel te nemen. Christian LEYSEN (Open Vld) 6 1324/002 DOC 55 C H A M B R E 2e   S E S S I O N D E L A 55 e   L É G I S L AT U R E 2019 2020 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 55 e   Z I T T I N G S P E R I O D E N° 4 DE M. LEYSEN Art. 149/1 (nouveau) Dans le chapitre 8, insérer un article 149/1, rédigé comme suit: “Art. 149/1. Dans l’article 9 de la même loi, modifi é par la loi du 30 juillet 2018, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er est complété par un 3° rédigé comme suit: “3° lorsque le réviseur d’entreprises, ou dans le cadre d’une personne morale, l’un de ses associés, l’un des membres de l’organe légal de gestion, l’un des membres de la direction effective, l’un des repré- sentants permanents d’une personne morale ou l’un des bénéfi ciaires effectifs, tel que visé à l’article 4, 27°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du fi nancement du ter- rorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces, se trouve dans l’une des situations visées à l’article 5, § 1er, 2°, a), jusqu’au f).”; 2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots “aux articles 5, § 1er, 6°, et 7, § 1er, 7°,” sont remplacés par les mots “à l’article 5, § 1er, 2,° et 6°, à l’article 6, § 1er, 4°, à l’article 7, § 1er, 3° et 7°, et à l’article 8, 9°,”.” JUSTIFICATION Ces articles visent à transposer l’article 47, paragraphe 3, de la directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l’utilisation du système fi nancier aux fi ns du blanchiment de capitaux ou du fi nancement du terrorisme, modifi ant le règlement (UE) n° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil et abro- geant la directive 2005/60/CE du Parlement européen et du Conseil et la directive 2006/70/CE de la Commission. Cette disposition impose aux États membres de veiller à ce que les autorités compétentes puissent prendre des mesures à l’égard des entités assujetties pour empêcher que des criminels condamnés dans des secteurs pertinents ou leurs Nr. 4 VAN DE HEER LEYSEN Art. 149/1 (nieuw) In hoofdstuk  8, een artikel  149/1 invoegen, luidende: “Art. 149/1. In artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende: “3° wanneer de bedrijfsrevisor, of in het kader van een rechtspersoon, één van haar vennoten, één van de leden van het wettelijk bestuursorgaan, één van de leden van de werkelijke leiding, één van de vaste ver- tegenwoordigers van een rechtspersoon of één van de uiteindelijke begunstigden, bedoeld in artikel 4, 27°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten zich bevindt in één van in artikel 5, § 1, 2°, a) tot en met f), bedoelde situaties.”; 2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden “de artikelen 5, § 1, 6°, en 7, § 1, 7°,” vervangen door de woorden “artikel 5, § 1, 2,° en 6°, artikel 6, § 1, 4°, artikel 7, § 1, 3° en 7°, en artikel 8, 9°,”.” VERANTWOORDING Deze artikelen strekken ertoe artikel 47, derde lid, van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het fi nanciële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefi nanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie om te zetten. Deze bepaling stelt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de bevoegde autoriteiten maatregelen kunnen nemen ten opzichte van de meldingsplichtige entiteiten om te voorkomen dat ter zake veroordeelde criminelen of hun medeplichtigen 7 1324/002 DOC 55 C H A M B R E 2e   S E S S I O N D E L A 55 e   L É G I S L AT U R E 2019 2020 K A M E R • 2e   Z I T T I N G VA N D E 55 e   Z I T T I N G S P E R I O D E complices exercent une fonction de direction dans lesdites entités assujetties ou en soient les bénéfi ciaires effectifs. C’est pourquoi l’article  9, §§ 1er et 3, de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises est modifi é afi n de faire en sorte qu’il soit impossible pour ces criminels et leurs complices qui sont réviseurs de pouvoir conserver leur qualité. Lorsque le réviseur d’entreprises, ou dans le cadre d’une personne morale, l’un de ses associés, l’un des membres de l’organe légal de gestion, l’un des membres de la direction effective, l’un des représentants permanents d’une personne morale ou l’un des bénéfi ciaires effectifs, tel que visé à l’article 4, 27°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du fi nancement du terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces, se trouve dans l’une des situations visées à l’article 5, § 1er, 2°, a), jusqu’au f), le statut de réviseur de la personne physique ou morale est alors retiré sans possibilité d’appréciation à cet égard. in die meldingsplichtige entiteiten een leidinggevende functie hebben of de uiteindelijk begunstigde van die entiteiten zijn. Om die reden wordt artikel 9, §§ 1 en 3 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren gewijzigd teneinde het onmogelijk te maken dat de voornoemde criminelen en hun medeplichtigen die bedrijfsrevisoren zijn hun hoedanigheid kunnen behouden. Wanneer de bedrijfsrevisor, of in het kader van een rechtspersoon, één van de vennoten, één van de leden van het wettelijk bestuursorgaan, één van de leden van de werkelijke leiding, één van de vaste vertegenwoordigers van een rechtspersoon of één van de uiteindelijke begunstigden, bedoeld in artikel 4, 27°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten zich bevindt in één van in artikel 5, § 1, 2°, a) tot en met f) bedoelde situaties, dan wordt de hoedanigheid van bedrijfs- revisor van de natuurlijke persoon of rechtspersoon zonder enige beoordelingsmogelijkheid ter zake ingetrokken. Christian LEYSEN (Open Vld) Imprimerie centrale – Centrale drukkerij

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot