Inhoud
16 november 2023
16 novembre 2023
3552/004
DOC 55
3552/004
DOC 55
10654
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Chambre des représentants
de Belgique
Belgische Kamer van
volksvertegenwoordigers
Voir:
Doc 55 3552/ (2022/2023):
001:
Projet de loi.
002:
Amendements.
003:
Rapport de la première lecture.
Zie:
Doc 55 3552/ (2022/2023):
001:
Wetsontwerp.
002:
Amendementen.
003:
Verslag van de eerste lezing.
door de commissie
voor Justitie
par la commission
de la Justice
en première lecture
in eerste lezing
Artikelen aangenomen
Articles adoptés
houdende diverse bepalingen
in burgerlijke en gerechtelijke zaken
portant dispositions diverses
en matière civile et judiciaire
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
3552/004
DOC 55
2
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
PS
:
Parti Socialiste
VB
:
Vlaams Belang
MR
:
Mouvement Réformateur
cd&v
:
Christen-Democratisch en Vlaams
PVDA-PTB
:
Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgique
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
Vooruit
:
Vooruit
Les Engagés
:
Les Engagés
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
INDEP-ONAFH :
Indépendant - Onafhankelijk
Abréviations dans la numérotation des publications:
Afkorting bij de nummering van de publicaties:
DOC 55 0000/000 Document de la 55e législature, suivi du numéro de base
et numéro de suivi
DOC 55 0000/000 Parlementair document van de 55e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA
Questions et Réponses écrites
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV
Version provisoire du Compte Rendu Intégral
CRIV
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV
Compte Rendu Analytique
CRABV
Beknopt Verslag
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal
verslag en rechts het vertaalde beknopt verslag van
de toespraken (met de bijlagen)
PLEN
Séance plénière
PLEN
Plenum
COM
Réunion de commission
COM
Commissievergadering
MOT
Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier
beige)
MOT
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig
papier)
3
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
HOOFDSTUK 1
Algemene bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2
Wijzigingen van het oud Burgerlijk Wetboek
Art. 2
In artikel 51 van het oud Burgerlijk Wetboek, ver-
vangen bij de wet van 18 juni 2018, wordt een bepaling
onder 5°/1 ingevoegd, luidende:
“5°/1 in voorkomend geval, de nieuwe naam en de
verklaring van naamskeuze door het meerderjarige kind;”
Art. 3
Artikel 63 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet
van 18 juni 2018 en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020,
wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
“5° in geval van toepassing van artikel 335sexies,
het aktenummer van de akte van erkenning die als
basis heeft gediend voor de opmaak van de akte van
naamsverandering.”
Art. 4
Artikel 313 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wetten van 31 maart 1987 en van 1 juli 2006, wordt
aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
“§ 4. Als de erkenning betrekking heeft op een meer-
derjarig kind dat reeds nakomelingen heeft en aanlei-
ding geeft tot diens naamsverandering, wordt de akte
medegedeeld of betekend aan de afstammelingen in de
eerste graad die de leeftijd van twaalf jaar bereikt heb-
ben overeenkomstig de regels bedoeld in paragraaf 3,
tweede lid.”
Art. 5
Artikel 319bis van hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 1 juli 2006 en gewijzigd bij de wetten
CHAPITRE 1ER
Disposition générale
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de
la Constitution.
CHAPITRE 2
Modifications de l’ancien Code civil
Art. 2
Dans l’article 51 de l’ancien Code civil, remplacé
par la loi du 18 juin 2018, il est inséré un 5°/1 rédigé
comme suit:
“5°/1 le cas échéant, le nouveau nom et la déclaration
de choix de nom par l’enfant majeur;”
Art. 3
L’article 63 du même Code, remplacé par la loi
du 18 juin 2018 et modifié par la loi du 31 juillet 2020,
est complété par un 5°, rédigé comme suit:
“5° en cas d’application de l’article 335sexies, le
numéro de l’acte de reconnaissance qui a servi de base
à l’établissement de l’acte de changement de nom.”
Art. 4
L’article 313 du même Code, modifié par les lois
du 31 mars 1987 et du 1er juillet 2006, est complété par
un paragraphe 4, rédigé comme suit:
“§ 4. Si la reconnaissance concerne un enfant majeur
qui a déjà une descendance et donne lieu au change-
ment de nom de celui-ci, l’acte est notifié ou signifié
aux descendants au premier degré ayant atteint l’âge
de douze ans selon les modalités prévues au para-
graphe 3, alinéa 2.”
Art. 5
L’article 319bis du même Code remplacé par la loi du
1er juillet 2006 et modifié par les lois du 19 septembre 2017
3552/004
DOC 55
4
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
van 19 september 2017 en van 18 juni 2018, wordt
aangevuld met een lid, luidende:
“Als de erkenning betrekking heeft op een meerderjarig
kind dat reeds nakomelingen heeft en aanleiding geeft
tot diens naamsverandering, wordt de akte medegedeeld
of betekend aan de afstammelingen in de eerste graad
die de leeftijd van twaalf jaar bereikt hebben overeen-
komstig de regels bedoeld in het tweede lid.”
Art. 6
Artikel 325/6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 5 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 19 sep-
tember 2017 en van 18 juni 2018, wordt aangevuld met
een lid, luidende:
“Als de erkenning betrekking heeft op een meerderjarig
kind dat reeds nakomelingen heeft en aanleiding geeft
tot diens naamsverandering, wordt de akte medegedeeld
of betekend aan de afstammelingen in de eerste graad
die de leeftijd van twaalf jaar bereikt hebben overeen-
komstig de regels bedoeld in het tweede lid.”
Art. 7
In artikel 327/2, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 19 september 2017 en vervangen bij de
wet van 18 juni 2018, wordt een bepaling onder 3°/1 in-
gevoegd, luidende:
“3°/1 in voorkomend geval, de verklaring van naams-
keuze op basis van artikel 335, § 3, eerste lid, of van
artikel 335ter, § 2, eerste lid, en de toestemming van
het minderjarig kind indien het de leeftijd van twaalf jaar
heeft bereikt;”
Art. 8
Artikel 333 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wetten
van 18 juni 2018 en van 31 juli 2020, wordt aangevuld
met een paragraaf 3, luidende:
“§ 3. Als de beslissing aanleiding geeft tot de naams-
verandering van een meerderjarig kind dat reeds na-
komelingen heeft, brengt de griffier het beschikkend
gedeelte van het vonnis bij gerechtsbrief ter kennis van
de afstammelingen in de eerste graad die de leeftijd
van twaalf jaar bereikt hebben.”
et du 18 juin 2018, est complété par un alinéa, rédigé
comme suit:
“Si la reconnaissance concerne un enfant majeur
qui a déjà une descendance et donne lieu au change-
ment de nom de celui-ci, l’acte est notifié ou signifié
aux descendants au premier degré ayant atteint l’âge
de douze ans selon les modalités prévues à l’alinéa 2.”
Art. 6
L’article 325/6 du même Code, inséré par la loi
du 5 mai 2014 et modifié par les lois du 19 septembre 2017
et du 18 juin 2018, est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“Si la reconnaissance concerne un enfant majeur
qui a déjà une descendance et donne lieu au change-
ment de nom de celui-ci, l’acte est notifié ou signifié
aux descendants au premier degré ayant atteint l’âge
de douze ans selon les modalités prévues à l’alinéa 2.”
Art. 7
Dans l’article 327/2, § 2, du même Code, inséré par
la loi du 19 septembre 2017 et remplacé par la loi du
18 juin 2018, il est inséré un 3°/1, rédigé comme suit:
“3°/1 le cas échéant, la déclaration de choix de nom
sur la base de l’article 335, § 3, alinéa 1er, ou de l’ar-
ticle 335ter, § 2, alinéa 1er, et le consentement de l’enfant
mineur sur ce choix s’il a atteint l’âge de douze ans;”
Art. 8
L’article 333 du même Code, remplacé par la loi
du 31 mars 1987 et modifié par les lois du 18 juin 2018 et
du 31 juillet 2020, est complété par un paragraphe 3 rédigé
comme suit:
“§ 3. Lorsque la décision donne lieu au changement de
nom d’un enfant majeur qui a déjà une descendance, le
greffier notifie le dispositif du jugement par pli judiciaire
aux descendants au premier degré ayant atteint l’âge
de douze ans.”
5
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 9
In artikel 335 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
de wet van 8 mei 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet
van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
“In geval van een rechtsvordering die aanleiding geeft
tot de vaststelling of het handhaven van deze enige af-
stammingsband, wordt de naam bepaald overeenkomstig
het eerste en het tweede lid.”;
2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden het tweede en het derde lid
vervangen als volgt:
“Indien de afstamming van vaderszijde of van moe-
derszijde wordt vastgesteld na de vaststelling van de
afstamming ten aanzien van de andere ouder, wordt
de naam van het kind vastgesteld overeenkomstig de
regels bedoeld in paragraaf 1 op het ogenblik van de
aangifte van erkenning.
In geval van een rechtsvordering die aanleiding geeft
tot de vaststelling van een tweede afstammingsband
of de vervanging van een van deze banden, wordt de
naam van het kind vastgesteld overeenkomstig de regels
bedoeld in paragraaf 1 of in artikel 335ter, § 1.”;
4° in paragraaf 3 worden het vierde en het vijfde lid
opgeheven;
5° in paragraaf 4 worden het eerste en het tweede lid
vervangen als volgt:
“In alle gevallen waarin de afstamming van een kind
wordt gewijzigd wanneer het de leeftijd van twaalf jaar
heeft bereikt, wordt er zonder zijn instemming geen
verandering aan zijn naam aangebracht.
Wanneer een keuze mogelijk is overeenkomstig de
regels bedoeld in paragraaf 1 ten aanzien van een
meerderjarig kind, wordt de keuze uitgeoefend door
deze laatste.”;
6° in paragraaf 4 wordt het derde lid opgeheven;
7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5,
luidende:
“§ 5. In geval van wijziging van de afstamming inge-
volge een rechtsvordering die aanleiding geeft tot een
Art. 9
À l’article 335 du même Code, remplacé par la loi du
8 mai 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 dé-
cembre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“En cas d’action judiciaire donnant lieu à l’établisse-
ment ou le maintien de ce seul lien de filiation, le nom
est déterminé conformément aux alinéas 1er et 2.”;
2° dans le paragraphe 3, l’alinéa 1er est abrogé;
3° dans le paragraphe 3, les alinéas 2 et 3 sont rem-
placés par ce qui suit:
“Si la filiation paternelle ou maternelle est établie par
reconnaissance après l’établissement de la filiation à
l’égard de l’autre parent, le nom de l’enfant est établi
conformément aux règles énoncées au paragraphe 1er
au moment de la déclaration de reconnaissance.
En cas d’action judiciaire donnant lieu à l’établisse-
ment d’un second lien de filiation ou au remplacement
d’un de ces liens, le nom de l’enfant est établi confor-
mément aux règles énoncées au paragraphe 1er ou à
l’article 335ter, § 1er.”;
4° dans le paragraphe 3, les alinéas 4 et 5 sont
abrogés;
5° dans le paragraphe 4, les alinéas 1er et 2 sont
remplacés par ce qui suit:
“Dans tous les cas où la filiation d’un enfant est modi-
fiée alors que celui-ci a atteint l’âge de douze ans, aucune
modification n’est apportée à son nom sans son accord.
Lorsqu’un choix est possible conformément aux règles
énoncées dans le paragraphe 1er à l’égard d’un enfant
majeur, le choix est exercé par ce dernier.”;
6° dans le paragraphe 4, l’alinéa 3 est abrogé;
7° l’article est complété par un paragraphe 5, rédigé
comme suit:
“§ 5. En cas de modification de la filiation en suite
d’une action judiciaire donnant lieu à un changement de
3552/004
DOC 55
6
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
verandering van naam, wijzigt de ambtenaar van de
burgerlijke stand de akte van geboorte van het kind en
de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking
heeft, alsook, in voorkomend geval, de akten van zijn
afstammelingen in de eerste graad.”
Art. 10
In artikel 335ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 5 mei 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid opgeheven;
2° in paragraaf 2 worden het tweede en het derde lid
vervangen als volgt:
“Indien de afstamming ten aanzien van de meemoeder
door erkenning wordt vastgesteld na de vaststelling van
de afstamming ten aanzien van de andere ouder, wordt
de naam van het kind vastgesteld overeenkomstig de
regels bedoeld in paragraaf 1 op het ogenblik van de
aangifte van erkenning.
In geval van een rechtsvordering die aanleiding geeft
tot de vaststelling van een tweede afstammingsband
of de vervanging van een van deze banden, wordt de
naam van het kind vastgesteld overeenkomstig de regels
bedoeld in paragraaf 1 of in artikel 335ter, § 1.”;
3° in paragraaf 2 worden het vierde en het vijfde lid
opgeheven;
4° in paragraaf 3 worden het eerste en het tweede lid
vervangen als volgt:
“In alle gevallen waarin de afstamming van een kind
wordt gewijzigd wanneer het de leeftijd van twaalf jaar
heeft bereikt, wordt er zonder zijn instemming geen
verandering aan zijn naam aangebracht.
Wanneer een keuze mogelijk is overeenkomstig de
regels bedoeld in paragraaf 1 ten aanzien van een
meerderjarig kind, wordt de keuze uitgeoefend door
deze laatste.”;
5° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven;
6° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5,
luidende:
“§ 5. In geval van wijziging van de afstamming inge-
volge een rechtsvordering die aanleiding geeft tot een
verandering van naam, wijzigt de ambtenaar van de
nom, l’officier de l’état civil compétent modifie l’acte de
naissance de l’enfant, les actes de l’état civil auxquels
il se rapporte ainsi que, le cas échéant, les actes des
descendants au premier degré.”
Art. 10
À l’article 335ter du même Code, inséré par la loi
du 5 mai 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 dé-
cembre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, l’alinéa 1er est abrogé;
2° dans le paragraphe 2, les alinéas 2 et 3 sont rem-
placés par ce qui suit:
“Si la filiation à l’égard de la coparente, établie par
reconnaissance, est établie après l’établissement de la
filiation maternelle, le nom de l’enfant est établi confor-
mément aux règles énoncées au paragraphe 1er au
moment de la déclaration de reconnaissance.
En cas d’action judiciaire donnant lieu à l’établisse-
ment d’un second lien de filiation ou au remplacement
d’un de ces liens, le nom de l’enfant est établi confor-
mément aux règles énoncées au paragraphe 1er ou à
l’article 335ter, § 1er.”;
3° dans le paragraphe 2, les alinéas 4 et 5 sont
abrogés;
4° dans le paragraphe 3, les alinéas 1er et 2 sont
remplacés par ce qui suit:
“Dans tous les cas où la filiation d’un enfant est modi-
fiée alors que celui-ci a atteint l’âge de douze ans, aucune
modification n’est apportée à son nom sans son accord.
Lorsqu’un choix est possible conformément aux règles
énoncées dans le paragraphe 1er à l’égard d’un enfant
majeur, le choix est exercé par ce dernier.”;
5° dans le paragraphe 3, l’alinéa 3 est abrogé;
6° l’article est complété par un paragraphe 5, rédigé
comme suit:
“§ 5. En cas de modification de la filiation en suite
d’une action judiciaire donnant lieu à un changement de
nom, l’officier de l’état civil compétent modifie l’acte de
7
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
burgerlijke stand de akte van geboorte van het kind en
de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking
heeft, alsook, in voorkomend geval, de akten van zijn
afstammelingen in de eerste graad.”
Art. 11
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 335quinquies
ingevoegd, luidende:
“Art. 335quinquies. De rechter neemt in zijn vonnis
akte van de gekozen of door de wet vastgestelde naam
van het kind in alle gevallen van wijziging van de afstam-
ming ingevolge een rechtsvordering die aanleiding geeft
tot een verandering van naam.”
Art. 12
In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 335sexies
ingevoegd, luidende:
“Art. 335sexies. § 1. De naam van de ouder die is
gekozen of vastgelegd ter gelegenheid van een veran-
dering van afstamming overeenkomstig de artikelen 335,
§§ 2 tot 4, en 335ter, §§ 2 en 3, geldt ook geheel of ten
dele voor de afstammelingen in de eerste graad die zijn
geboren voor deze verandering, indien het de naam van
die ouder is die hun werd toegekend of die een deel
van de dubbele naam die hun werd gegeven vormt.
De bevoegde ambtenaar van burgerlijke stand maakt
daarvan onmiddellijk een akte van naamsverandering
op en verbindt deze met de akten die daarop betrek-
king hebben.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt die naam enkel
aan het kind dat de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt,
toegekend met diens instemming. Op verzoek van het
kind, in voorkomend geval bijgestaan door zijn ouders
of zijn wettelijke vertegenwoordiger indien het een niet-
ontvoogde minderjarige betreft, maakt de bevoegde
ambtenaar van de burgerlijke stand daarvan een akte
van naamsverandering op en verbindt deze met de
akten van de burgerlijke stand die daarop betrekking
hebben. Het verzoek wordt ingediend in het jaar dat
volgt op de dag waarop de beslissing inzake de afstam-
ming van de ouder of de akte van erkenning hem werd
medegedeeld of betekend.”
Art. 13
In artikel 338, § 1, tweede lid van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en laatstelijk
naissance de l’enfant, les actes de l’état civil auxquels
il se rapporte ainsi que, le cas échéant, les actes des
descendants au premier degré.”
Art. 11
Dans le même Code, il est inséré un article 335quin-
quies, rédigé comme suit:
“Art. 335quinquies. Le juge acte dans son jugement
le nom de l’enfant choisi ou fixé par la loi dans tous les
cas de modification de la filiation en suite d’une action
judiciaire donnant lieu à un changement de nom.”
Art. 12
Dans le même Code, il est inséré un article 335sexies
rédigé comme suit:
“Art. 335sexies. § 1er. Le nom du parent choisi ou fixé
à l’occasion d’un changement de filiation conformément
aux articles 335, §§ 2 à 4, et 335ter, §§ 2 et 3, s’impose
en tout ou partie à leurs descendants au premier degré
nés avant ce changement, si c’est le nom de ce parent qui
leur a été attribué ou constitue une partie du double nom
qui leur a été donné. L’officier de l’état civil compétent en
établira immédiatement un acte de changement de nom
et l’associera aux actes de l’état civil qui les concernent.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, ce nom n’est
attribué à l’enfant ayant atteint l’âge de douze ans qu’avec
son consentement. À la demande de l’enfant, assisté le
cas échéant par ses parents ou son représentant légal
s’il est mineur non émancipé, l’officier de l’état civil
compétent en établira un acte de changement de nom
et l’associera aux actes de l’état civil qui le concernent.
La demande est introduite dans l’année qui suit le jour
où la décision relative à la filiation du parent ou l’acte de
reconnaissance lui aura été notifié ou signifié.”
Art. 13
Dans l’article 338, § 1er, alinéa 2, du même Code,
remplacé par la loi du 31 mars 1987 et modifié en dernier
3552/004
DOC 55
8
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
gewijzigd bij de wet van 15 juni 2018, worden de woorden
“1253ter/1, § 3, tweede lid” vervangen door de woorden
“734/1, § 2”.
Art. 14
Artikel 359-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 24 april 2003, wordt aangevuld met een lid,
luidende:
“Wanneer de oorspronkelijke afstamming van het
kind niet vaststaat of wanneer de vader en de moeder
van het kind, of de enige ouder ten aanzien van wie
de afstamming vaststaat, overleden zijn, vermoedelijk
afwezig zijn, geen gekende verblijfplaats hebben of in
de onmogelijkheid verkeren om hun wil te kennen te
geven of wilsonbekwaam zijn en het kind geen wettelijke
vertegenwoordiger heeft in de Staat van herkomst, wordt
in afwijking van artikel 361-4, 1°, c), de toestemming tot
de omzetting in volle adoptie gegeven door een voogd
ad hoc aangewezen door de rechtbank op verzoek
van iedere betrokken persoon of van de procureur des
Konings.”
Art. 15
In artikel 499/19, § 2, tweede lid, 2°, van hetzelfde
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en
vervangen bij de wet van 21 december 2018, worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “voor zover dat ze het overlijden van de
beschermde persoon voorafgaan,” worden opgeheven;
2° de bepaling onder d) wordt aangevuld met de
woorden “voor zover dat ze het overlijden van de be-
schermde persoon voorafgaan”.
HOOFDSTUK 3
Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 16 (vroeger art. 17)
Artikel 76, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, vervan-
gen bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 4 mei 2016, wordt aangevuld met een lid,
luidende:
“De burgerlijke rechtbank bestaat uit de burgerlijke
kamer(s) en een of meer kamers voor minnelijke schikking.
Wanneer de rechtbank van eerste aanleg is verdeeld
lieu par la loi du 15 juin 2018, les mots “1253ter/1, § 3,
alinéa 2” sont remplacés par les mots “734/1, § 2”.
Art. 14
L’article 359-2 du même Code, inséré par la loi
du 24 avril 2003, est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“Lorsque la filiation d’origine de l’enfant n’est pas
établie ou lorsque le père et la mère de l’enfant, ou le
parent unique à l’égard de qui la filiation est établie, sont
décédés, présumés absents, sans aucune résidence
connue, dans l’impossibilité ou incapables d’exprimer
leur volonté, et que l’enfant n’a pas de représentant légal
dans l’État d’origine, le consentement à la conversion
en adoption plénière est donné par un tuteur ad hoc
désigné par le tribunal, à la requête de toute personne
intéressée ou du procureur du Roi, par dérogation à
l’article 361-4, 1°, c).”
Art. 15
À l’article 499/19, § 2, alinéa 2, 2°, du même Code,
inséré par la loi du 17 mars 2013 et remplacé par la loi
du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont
apportées:
1° les mots “pour autant qu’ils soient antérieurs au
décès de la personne protégée,” sont abrogés;
2° le d) est complété par les mots “pour autant qu’ils
soient antérieurs au décès de la personne protégée”.
CHAPITRE 3
Modifications du Code judiciaire
Art. 16 (ancien art. 17)
L’article 76, § 1er, du Code judiciaire, remplacé par
la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la
loi du 4 mai 2016, est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“Le tribunal civil se compose de la ou des chambres
civiles et d’une ou plusieurs chambres de règlement à
l’amiable. Lorsque le tribunal de première instance est
9
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
in afdelingen, bestaat de burgerlijke rechtbank van een
van de afdelingen uit ten minste één kamer voor min-
nelijke schikking.”
Art. 17 (vroeger art. 18)
In artikel 78 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewij-
zigd bij de wet van 13 juli 2023, wordt het zevende lid
vervangen als volgt:
“Elke kamer voor minnelijke schikking bestaat uit een
alleenrechtsprekende rechter die de door het Instituut
voor gerechtelijke opleiding georganiseerde gespecia-
liseerde opleiding inzake verzoening of doorverwijzing
naar bemiddeling heeft gevolgd. Een plaatsvervangend
rechter kan zetelen in de kamer voor minnelijke schik-
king op voorwaarde dat hij ook een dergelijke opleiding
heeft gevolgd.”
Art. 18 (vroeger art. 19)
In artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 18 juli 1991 en gewijzigd bij de wet
van 30 juli 2013, wordt het achtste lid vervangen als volgt:
“Onverminderd artikel 734/4, § 4, kunnen de rechters
in de familie- en jeugdrechtbank zitting nemen in de
burgerlijke kamers van de rechtbank van eerste aanleg.”
Art. 19 (vroeger art. 20)
In artikel 81 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk ge-
wijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden
“en uit een of meer kamers voor minnelijke schikking.
Wanneer de arbeidsrechtbank in afdelingen is verdeeld,
bestaat een van de afdelingen uit ten minste één kamer
voor minnelijke schikking.”;
2° in het tweede lid worden de woorden “Ten minstens
één daarvan” vervangen door de woorden “Minstens
een van de drie kamers,”;
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
“Elke kamer voor minnelijke schikking bestaat uit
een voorzitter, rechter in de arbeidsrechtbank, en twee
rechters in sociale zaken, van wie de ene benoemd is
als werkgever en de andere als werknemer, die alle-
maal de door het Instituut voor gerechtelijke opleiding
réparti en divisions, le tribunal civil d’une des divisions
se compose au moins d’une chambre de règlement à
l’amiable.”
Art. 17 (ancien art. 18)
Dans l’article 78 du même Code, modifié en dernier
lieu par la loi du 13 juillet 2023, l’alinéa 7 est remplacé
par ce qui suit:
“Chaque chambre de règlement à l’amiable est com-
posée d’un juge unique ayant suivi la formation spécia-
lisée dispensée par l’Institut de formation judiciaire en
conciliation et renvoi en médiation. Un juge suppléant
peut siéger dans la chambre de règlement à l’amiable
à condition d’avoir également suivi une telle formation.”
Art. 18 (ancien art. 19)
Dans l’article 79 du même Code, remplacé par la loi
du 18 juillet 1991 et modifié par la loi du 30 juillet 2013,
l’alinéa 8 est remplacé par ce qui suit:
“Sans préjudice de l’article 734/4, § 4, les juges au
tribunal de la famille et de la jeunesse peuvent siéger dans
les chambres civiles du tribunal de première instance.”
Art. 19 (ancien art. 20)
À l’article 81 du même Code, modifié en dernier lieu
par la loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes
sont apportées:
1° l’alinéa 1er est complété par les mots “et une ou
plusieurs chambres de règlement à l’amiable. Lorsque
le tribunal du travail est réparti en divisions, une des
divisions se compose au moins d’une chambre de
règlement à l’amiable.”;
2° dans l’alinéa 2, les mots “L’une d’elles au moins,”
sont remplacés par les mots “L’une des trois chambres
au moins,”;
3° l’article est complété par un alinéa rédigé comme
suit:
“Chaque chambre de règlement à l’amiable est compo-
sée d’un président, juge au tribunal du travail, et de deux
juges sociaux, dont l’un est nommé au titre d’employeur
et l’autre au titre de travailleur, ayant tous suivi la for-
mation spécialisée dispensée par l’Institut de formation
3552/004
DOC 55
10
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
georganiseerde gespecialiseerde opleiding inzake
verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling hebben
gevolgd. Een plaatsvervangend rechter of een plaats-
vervangend rechter in sociale zaken kan zetelen in de
kamer voor minnelijke schikking op voorwaarde dat hij
ook een dergelijke opleiding heeft gevolgd.”
Art. 20 (vroeger art. 21)
In artikel 84 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewij-
zigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden “en
een of meer kamers voor minnelijke schikking. Wanneer
de ondernemingsrechtbank in afdelingen is verdeeld,
bestaat een van de afdelingen uit ten minste één kamer
voor minnelijke schikking.”;
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
“Iedere kamer wordt voorgezeten door een rechter
in de ondernemingsrechtbank en telt bovendien twee
rechters in ondernemingszaken. De rechters die van de
kamer voor minnelijke schikking deel uitmaken, moeten
allemaal de door het Instituut voor gerechtelijke oplei-
ding georganiseerde gespecialiseerde opleiding inzake
verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling hebben
gevolgd. Een plaatsvervangend rechter of een plaatsver-
vangend rechter in ondernemingszaken kan zetelen in
de kamer voor minnelijke schikking op voorwaarde dat
hij ook een dergelijke opleiding heeft gevolgd.”
Art. 21 (vroeger art. 22)
In artikel 101 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 30 juli 2022, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden
“waarvan een of meer kamers voor minnelijke schikking,”
ingevoegd tussen de woorden “Er zijn in het hof van
beroep kamers voor burgerlijke zaken,” en de woorden
“kamers voor correctionele zaken”;
2° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden “Opdat
de gespecialiseerde kamer voor minnelijke schikking
rechtsgeldig zou zijn samengesteld, moet het voor die
kamer aangewezen lid van het hof een gespecialiseerde
opleiding hebben genoten verstrekt door het Instituut
voor gerechtelijke opleiding” vervangen door “Elke ka-
mer voor minnelijke schikking bestaat uit een raadsheer
judiciaire en conciliation et renvoi en médiation. Un juge
suppléant ou un juge social suppléant peut siéger dans
la chambre de règlement à l’amiable à condition d’avoir
également suivi une telle formation.”
Art. 20 (ancien art. 21)
À l’article 84 du même Code, modifié en dernier lieu
par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes
sont apportées:
1° l’alinéa 1er est complété par les mots “et une ou
plusieurs chambres de règlement à l’amiable. Lorsque
le tribunal de l’entreprise est réparti en divisions, une
des divisions se compose au moins d’une chambre de
règlement à l’amiable.”;
2° l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
“Chacune d’elles est présidée par un juge au tribunal
de l’entreprise et se compose en outre de deux juges
consulaires. Les juges composant la chambre de règle-
ment à l’amiable doivent tous avoir suivi la formation
spécialisée dispensée par l’Institut de formation judi-
ciaire en conciliation et renvoi en médiation. Un juge
suppléant ou un juge consulaire suppléant peut siéger
dans la chambre de règlement à l’amiable à condition
d’avoir également suivi une telle formation.”
Art. 21 (ancien art. 22)
À l’article 101 du même Code, remplacé par la loi du
30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 30 juil-
let 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “dont
une ou plusieurs chambres de règlement à l’amiable”
sont insérés entre les mots “Il y a à la cour d’appel
des chambres civiles,” et les mots “des chambres
correctionnelles”;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 5, les mots “Pour que
la chambre spécialisée de règlement à l’amiable soit
constituée valablement, le membre de la cour désigné
pour cette chambre doit avoir suivi une formation spé-
cialisée dispensée par l’Institut de formation judiciaire.”
sont remplacés par “Chaque chambre de règlement à
l’amiable est composée d’un conseiller à la cour ayant
11
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
in het hof die de door het Instituut voor gerechtelijke
opleiding georganiseerde gespecialiseerde opleiding
inzake verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling
heeft gevolgd.”
Art. 22 (vroeger art. 23)
Artikel 102, § 1, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 9 juli 1997 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van
1 december 2013, wordt aangevuld met een lid, luidende:
“Een plaatsvervangend raadsheer kan alleenzetelend
zitting nemen in de kamer voor minnelijke schikking op
voorwaarde dat hij de door het Instituut voor gerechtelijke
opleiding georganiseerde gespecialiseerde opleiding
inzake verzoening en doorverwijzing naar bemiddeling
heeft gevolgd.”
Art. 23 (vroeger art. 24)
In artikel 104 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewij-
zigd bij de wet van 18 februari 2018, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
“Elk arbeidshof stelt een of meer kamers voor minne-
lijke schikking in. Wanneer het arbeidshof in afdelingen
is verdeeld, bestaat een van de afdelingen uit ten minste
één kamer voor minnelijke schikking.”;
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
“De kamer voor minnelijke schikking bestaat uit een
voorzitter, raadsheer in het arbeidshof, en twee raads-
heren in sociale zaken, van wie de ene benoemd is als
werkgever en de andere als werknemer, die allemaal de
door het Instituut voor gerechtelijke opleiding georga-
niseerde gespecialiseerde opleiding inzake verzoening
of doorverwijzing naar bemiddeling hebben gevolgd.
Een plaatsvervangend raadsheer of plaatsvervangend
raadsheer in sociale zaken kan zetelen in de kamer
voor minnelijke schikking op voorwaarde dat hij ook een
dergelijke opleiding heeft gevolgd.”
Art. 24 (vroeger art. 25)
Artikel 508/11 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 23 november 1998, wordt vervangen als volgt:
“Art. 508/11. De in artikel 488 bedoelde overheden
bezorgen jaarlijks een verslag over de werking van de
suivi la formation spécialisée dispensée par l’Institut de
formation judiciaire en conciliation et renvoi en médiation.”
Art. 22 (ancien art. 23)
L’article 102, § 1er, du même Code, rétabli par la loi
du 9 juillet 1997 et modifié en dernier lieu par la loi du
1er décembre 2013, est complété par un alinéa rédigé
comme suit: “Un conseiller suppléant peut siéger seul
dans la chambre de règlement à l’amiable à condition
d’avoir suivi la formation spécialisée dispensée par
l’Institut de formation judiciaire en conciliation et renvoi
en médiation.
Art. 23 (ancien art. 24)
À l’article 104 du même Code, modifié en dernier lieu
par la loi du 18 février 2018, les modifications suivantes
sont apportées:
1° l’alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
“Chaque cour du travail institue une ou plusieurs
chambres de règlement à l’amiable. Lorsque la cour
du travail est répartie en divisions, une des divisions
se compose au moins d’une chambre de règlement à
l’amiable.”;
2° l’article est complété par un alinéa rédigé comme
suit:
“La chambre de règlement à l’amiable est compo-
sée d’un président, conseiller à la cour du travail, et de
deux conseillers sociaux, dont l’un est nommé au titre
d’employeur et l’autre au titre de travailleur, ayant tous
suivi la formation spécialisée dispensée par l’Institut de
formation judiciaire en conciliation et renvoi en médiation.
Un conseiller suppléant ou un conseiller social suppléant
peut siéger dans la chambre de règlement à l’amiable
à condition d’avoir suivi une telle formation.”
Art. 24 (ancien art. 25)
L’article 508/11 du même Code, inséré par la loi
du 23 novembre 1998, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 508/11. Les autorités visées à l’article 488 trans-
mettent annuellement un rapport sur le fonctionnement
3552/004
DOC 55
12
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
juridische tweedelijnsbijstand aan de minister van Justitie
volgens de door de Koning bepaalde nadere regels.”
Art. 25 (vroeger art. 26)
In artikel 508/19 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 23 november 1998 en laatstelijk gewijzigd bij
de wet van 31 juli 2020, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als
volgt:
“De controle en toekenning van de punten voor de
prestaties verricht door de advocaten zoals bepaald in
het tweede lid en in artikel 508/8worden uitgevoerd door
de bureaus voor juridische bijstand en gecoördineerd
door de overheden zoals bedoeld in artikel 488 op de
wijze die door de Koning wordt bepaald.”;
2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
“§ 2/1. Het bureau voor juridische bijstand groepeert
dan alle goedgekeurde eindverslagen per materie over-
eenkomstig paragraaf 2. Enkele ervan worden nadien
onderworpen aan een audit om de correctheid van de
aanstellingen, de kwaliteit van de verrichte diensten
door de advocaat, de realiteit van de verrichte diensten
door de advocaat overeenkomstig de in paragraaf 2,
tweede lid, bedoelde lijst, en de uitvoering van deze
controles door het bureau voor juridische bijstand te
verifiëren. Deze audit wordt door de in artikel 488 be-
doelde overheden uitgevoerd overeenkomstig de nadere
regels die de Koning bepaalt. De conclusies van deze
audit worden toegezonden aan de betrokken bureaus
voor juridische bijstand, dat er rekening mee houdt. Een
vereenvoudigd verslag van deze conclusies, waarvan
de inhoud door de Koning wordt bepaald, wordt door
de in artikel 488 bedoelde overheden opgesteld en aan
de minister meegedeeld.
De stafhouder deelt het totaal van de punten van de
balie mee aan de in artikel 488 bedoelde overheden die
overeenkomstig de in het eerste lid en paragraaf 2 be-
doelde controles het totaal van de punten van alle balies
meedelen aan de minister van Justitie.”;
3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
“§ 3. Zodra hij de mededeling heeft ontvangen van de
informatie bedoeld in paragraaf 2/1, tweede lid, kan de
minister van Justitie, indien hij zulks noodzakelijk acht,
een aanvullende controle laten uitvoeren op de wijze
die hij bepaalt na raadpleging van de in artikel 488 be-
doelde overheden.
de l’aide juridique de deuxième ligne au ministre de la
Justice selon les modalités établies par le Roi.”
Art. 25 (ancien art. 26)
À l’article 508/19 du même Code, inséré par la loi
du 23 novembre 1998 et modifié en dernier lieu par la
loi du 31 juillet 2020, les modifications suivantes sont
apportées:
1° dans le paragraphe 2, l’alinéa 3 est remplacé par
ce qui suit:
“Le contrôle et l’attribution des points pour les presta-
tions accomplies par les avocats en vertu de l’alinéa 2 et
de l’article 508/8 sont effectués par les bureaux d’aide
juridique et coordonnés par les autorités visées à l’ar-
ticle 488 selon les modalités déterminées par le Roi.”;
2° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
“§ 2/1. Le bureau d’aide juridique regroupe ensuite
par matière tous les rapports de clôture approuvés en
vertu du paragraphe 2. Certains d’entre eux sont alors
soumis à un audit consistant à vérifier l’exactitude des
désignations, la qualité du travail effectué par l’avocat,
la réalité des prestations accomplies par les avocats
conformément à la liste visée au paragraphe 2, ali-
néa 2, et l’exercice de ces vérifications par le bureau
d’aide juridique. Cet audit est organisé par les autorités
visées à l’article 488 selon les modalités déterminées
par le Roi. Les conclusions résultant de cet audit sont
transmises, afin qu’il en soit tenu compte, aux bureaux
d’aide juridique concernés. Un rapport simplifié de ces
conclusions dont le contenu est déterminé par le Roi
est préparé par les autorités visées à l’article 488 et
envoyé au ministre.
Le bâtonnier communique le total des points de son
barreau aux autorités visées à l’article 488, lesquelles
communiquent, conformément aux contrôles visés à
l’alinéa 1er et au paragraphe 2, le total des points de
tous les barreaux au ministre de la Justice.”;
3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
“§ 3. Dès réception de l’information visée au para-
graphe 2/1, alinéa 2, le ministre de la Justice peut, s’il
l’estime nécessaire, faire effectuer un contrôle sup-
plémentaire selon les modalités qu’il détermine après
consultation des autorités visées à l’article 488.
13
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Hij gelast de betaling van de vergoeding aan die
overheden die in voorkomend geval via de Ordes van
Advocaten voor de verdeling ervan zorgen. De betaling
wordt uitgevoerd overeenkomstig de door de Koning
vastgestelde voorwaarden.”;
4° in paragraaf 4 worden de woorden “de bereke-
ningswijze van” opgeheven.
Art. 26 (vroeger art. 27)
Artikel 508/19bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wet
van 21 april 2007, wordt vervangen als volgt:
“Art. 508/19bis. Er wordt in een jaarlijkse subsidie
voorzien voor de kosten verbonden aan de organisatie
van de bureaus voor juridische bijstand, ten laste van
de begroting van de FOD Justitie.
Het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld op
basis van de door de bureaus voor juridische bijstand
aangegeven werkelijke kosten en goedgekeurd door de
minister. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 7 % van de
vergoeding bedoeld in artikel 508/19, § 3.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitvoe-
ring van dit artikel en kan in bijzondere gevallen, bij in
Ministerraad overlegd koninklijk besluit afwijken van het
voormelde percentage van 7 % op gemotiveerde vraag
van de in artikel 488 bedoelde overheden op basis van
aangetoonde kosten.”
Art. 27 (vroeger art. 28)
In deel IV, boek II, titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde
Wetboek wordt een afdeling I ingevoegd, die artikel 730/1
bevat, luidende “Algemene bepaling”.
Art. 28 (vroeger art. 29)
In artikel 730/1, § 2, ingevoegd bij de wet van
18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “Behoudens in
kort geding, kan de rechter” vervangen door de woorden
“De rechter kan”;
2° in het tweede lid worden de woorden “zo hij vaststelt
dat verzoening mogelijk is” vervangen door de woorden
“zo hij vaststelt dat verzoening mogelijk is, behoudens
in kort geding,”.
Il ordonne le paiement de l’indemnité à ces autorités
qui en assurent la répartition, le cas échéant, par le biais
des Ordres des avocats. Le paiement est effectué selon
les conditions déterminées par le Roi.”;
4° dans le paragraphe 4, les mots “le mode de calcul
de” sont abrogés.
Art. 26 (ancien art. 27)
L’article 508/19bis du même Code, inséré par la loi
du 27 décembre 2005 et modifié par la loi du 21 avril 2007,
est remplacé par ce qui suit:
“Art. 508/19bis. Une subvention annuelle est prévue
pour les frais liés à l’organisation des bureaux d’aide
juridique, à charge du budget du SPF Justice.
Le montant de la subvention est déterminé selon les
frais réels exposés par les bureaux d’aide juridique et
approuvés par le ministre. Ce montant ne peut excé-
der 7 % de l’indemnité visée à l’article 508/19, § 3.
Le Roi détermine les modalités d’exécution de cet
article et peut, dans des cas spécifiques, par arrêté
royal délibéré en Conseil des ministres, s’écarter du
taux de 7 % précité à la demande motivée des autorités
visées à l’article 488 sur la base de frais démontrés.”
Art. 27 (ancien art. 28)
Dans la quatrième partie, livre II, titre II, chapitre Ier,
du même Code, il est inséré une section première com-
portant l’article 730/1, intitulée “Disposition générale”.
Art. 28 (ancien art. 29)
À l’article 730/1, § 2, inséré par la loi du 18 juin 2018,
les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l’alinéa 1er, les mots “Sauf en référé, le juge”
sont remplacés par les mots “Le juge”;
2° dans l’alinéa 2, les mots “À la demande” sont
remplacés par les mots “Sauf en référé, à la demande”.
3552/004
DOC 55
14
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 29 (vroeger art. 30)
In deel IV, boek II, titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde
Wetboek wordt een afdeling II ingevoegd, die de arti-
kelen 731 tot en met 734 bevat, luidende “Minnelijke
schikking”.
Art. 30 (vroeger art. 31)
In artikel 731 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
de wet van 18 juni 2018 en gewijzigd bij de wet van
6 november 2022, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 31 (vroeger art. 32)
In afdeling II wordt een artikel 731/1 ingevoegd,
luidende:
“Art. 731/1. Onverminderd het bepaalde in de artike-
len 1724 tot 1737 kan iedere inleidende hoofdvordering
tussen partijen die bekwaam zijn om een dading aan te
gaan en betreffende zaken welke voor dading vatbaar
zijn, op verzoek van een partij of met beider instemming
vooraf ter minnelijke schikking worden voorgelegd aan
de rechter die bevoegd is om ervan kennis te nemen.
Indien er evenwel ernstige aanwijzingen zijn dat de ene
partij geweld, bedreigingen of enige andere vorm van
druk gebruikt of heeft gebruikt ten aanzien van de andere
partij, is artikel 1734, § 1, derde lid, van overeenkomstige
toepassing.”
Art. 32 (vroeger art. 33)
In artikel 732 van hetzelfde Wetboek worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° in het enige lid, dat het eerste lid wordt, worden de
woorden “Onverminderd de termijn voor dagvaarding
bedoeld in artikel 707,” ingevoegd voor de woorden “in-
dien een van hen het,” en worden de woorden “binnen
de gewone termijn van dagvaarding” vervangen door
de woorden “binnen een maand”;
2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
“Indien het verzoek tot minnelijke schikking een aan-
spraak op een recht bevat, wordt het gelijkgesteld met
de ingebrekestelling bedoeld in artikel 5.240 van het
Burgerlijk Wetboek.
Art. 29 (ancien art. 30)
Dans la quatrième partie, livre II, titre II, chapitre Ier,
du même Code, il est inséré une section 2 comportant
les articles 731 à 734, intitulée “La conciliation”.
Art. 30 (ancien art. 31)
Dans l’article 731 du même Code, remplacé par la loi
du 18 juin 2018 et modifié par la loi du 6 novembre 2022,
l’alinéa 2 est abrogé.
Art. 31 (ancien art. 32)
Dans la section II, il est inséré un article 731/1, rédigé
comme suit:
“Art. 731/1. Sans préjudice des dispositions des ar-
ticles 1724 à 1737, toute demande principale introductive
d’instance entre parties capables de transiger et sur des
objets susceptibles d’être réglés par transaction, peut être
préalablement soumise, à la requête d’une des parties
ou de leur commun accord, à fin de conciliation au juge
compétent pour en connaître. Toutefois, s’il existe des
indices sérieux que des violences, des menaces ou toute
autre forme de pression sont ou ont été exercées par
une partie à l’encontre de l’autre partie, l’article 1734,
§ 1er, alinéa 3, s’applique par analogie.”
Art. 32 (ancien art. 33)
À l’article 732 du même Code, les modifications
suivantes sont apportées:
1° dans l’alinéa unique, devenant l’alinéa 1er, les mots
“Sans préjudice du délai de citation visé à l’article 707,”
sont insérés avant les mots “les parties sont convoquées”
et les mots “ordinaire des citations,” sont remplacés par
les mots “d’un mois,”;
2° l’article est complété par deux alinéas rédigés
comme suit:
“Si la demande en conciliation contient la réclamation
d’un droit, elle est assimilée à la mise en demeure visée
à l’article 5.240 du Code civil.
15
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Onder dezelfde voorwaarden schorst het verzoek tot
minnelijke schikking gedurende een maand de verjaring
van de aan dit recht verbonden vordering.”
Art. 33 (vroeger art. 34)
In artikel 733 van hetzelfde Wetboek worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° het enige lid, dat het eerste lid wordt, wordt aange-
vuld met de woorden “, tenzij de partijen daarvan afzien.”;
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
“Het verschijnen van de partijen op de zitting tot min-
nelijke schikking schorst de verjaringstermijn voor de
duur van de minnelijke schikking.”
Art. 34 (vroeger art. 35)
In afdeling II wordt een artikel 733/1 ingevoegd,
luidende:
“Art. 733/1. Indien er al een procedure loopt, kan het
geschil gedurende het gehele geding ter minnelijke schik-
king aan de rechter worden voorgelegd, op initiatief van
de rechter tenzij alle partijen daartegen gekant zijn of van
een partij. Indien er evenwel ernstige aanwijzingen zijn
dat de ene partij geweld, bedreigingen of enige andere
vorm van druk gebruikt of heeft gebruikt ten aanzien
van de andere partij, is artikel 1734, § 1, derde lid, van
overeenkomstige toepassing.
De partijen zullen worden opgeroepen overeenkom-
stig artikel 732.
Indien een schikking tot stand komt, kan akte worden
genomen van de bewoordingen van die schikking in een
vonnis of arrest overeenkomstig artikel 1043.
Als de minnelijke schikking geen uitkomst biedt, kan
de gewone gerechtelijke procedure op initiatief van een
van de partijen voortgezet worden.”
Art. 35 (vroeger art. 36)
In deel IV, boek II, titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde
Wetboek wordt een afdeling III ingevoegd, luidende
“Kamer voor minnelijke schikking”.
Dans les mêmes conditions, la demande en conciliation
suspend le cours de la prescription de l’action attachée
à ce droit pendant un mois.”
Art. 33 (ancien art. 34)
À l’article 733 du même Code, les modifications
suivantes sont apportées:
1° l’alinéa unique, devenant l’alinéa 1er, est complété
par les mots “, sauf si les parties y renoncent.”;
2° l’article est complété par un alinéa rédigé comme
suit:
“La comparution des parties à l’audience de conciliation
suspend le cours de la prescription durant la conciliation.”
Art. 34 (ancien art. 35)
Dans la section II, il est inséré un article 733/1 rédigé
comme suit:
“Art. 733/1. Si une procédure est déjà pendante, le
litige peut être soumis, tout au long de l’instance, au
juge à fin de conciliation, à l’initiative du juge sauf si
toutes les parties s’y opposent ou d’une partie. Toutefois,
s’il existe des indices sérieux que des violences, des
menaces ou toute autre forme de pression sont ou ont
été exercées par une partie à l’encontre de l’autre partie,
l’article 1734, § 1er, alinéa 3, s’applique par analogie.
Les parties seront convoquées conformément à
l’article 732.
Si un accord intervient, les termes de cet accord
peuvent être actés dans un jugement ou un arrêt confor-
mément à l’article 1043.
Si la conciliation n’aboutit pas, la procédure judiciaire
ordinaire peut être poursuivie à l’initiative d’une des
parties.”
Art. 35 (ancien art. 36)
Dans la quatrième partie, livre II, titre II, chapitre Ier,
du même Code, il est inséré une section III intitulée “La
chambre de règlement à l’amiable”.
3552/004
DOC 55
16
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 36 (vroeger art. 37)
In afdeling III, ingevoegd bij artikel 35, wordt een
artikel 734/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 734/1. § 1. De zaken kunnen ter minnelijke schik-
king worden voorgelegd aan de kamer voor minnelijke
schikking onder de voorwaarden bedoeld in artikel 731/1.
Het geschil kan ook ter minnelijke schikking aan de
kamer voor minnelijke schikking worden voorgelegd,
onder de voorwaarden bedoeld in artikel 733/1, eerste lid.
De partijen worden opgeroepen overeenkomstig
artikel 732.
§ 2. Op verzoek van de partijen of indien hij dit nuttig
acht tenzij alle partijen daartegen gekant zijn, kan de
rechter ook, gedurende het gehele geding, de door-
verwijzing van de zaak naar de kamer voor minnelijke
schikking van dezelfde rechtbank of van hetzelfde hof
bevelen, middels eenvoudige vermelding op het proces-
verbaal van de zitting.
Binnen drie dagen na die beslissing zendt de griffier
het dossier van de procedure over aan de griffier van
de kamer voor minnelijke schikking waarnaar de zaak
werd doorverwezen.
De griffier van de kamer voor minnelijke schikking roept
de partijen bij eenvoudige brief op om te verschijnen,
binnen een maand, op de dag, de plaats en het uur van
de zitting waarop de zaak zal worden behandeld.
Indien er evenwel ernstige aanwijzingen zijn dat de
ene partij geweld, bedreigingen of enige andere vorm
van druk gebruikt of heeft gebruikt ten aanzien van de
andere partij, is artikel 1734, § 1, derde lid, van over-
eenkomstige toepassing.
§ 3. In de gevallen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid,
zijn de artikelen 732, tweede en derde lid en 733, twee-
de lid, van toepassing.”
Art. 37 (vroeger art. 38)
In dezelfde afdeling III wordt een artikel 734/2 inge-
voegd, luidende:
“Art. 734/2. § 1. In de zaken die op grond van arti-
kel 734/1, § 1, eerste lid, aanhangig zijn gemaakt en
waarbij de minnelijke schikking uitkomst biedt, worden
de bewoordingen van de schikking door de kamer voor
minnelijke schikking opgetekend in het proces-verbaal
Art. 36 (ancien art. 37)
Dans la section III, insérée par l’article 35, il est inséré
un article 734/1 rédigé comme suit:
“Art. 734/1. § 1er. Les affaires peuvent être soumises à
fin de conciliation à la chambre de règlement à l’amiable
dans les conditions visées à l’article 731/1.
Le litige peut également être soumis à la chambre
de règlement à l’amiable à fin de conciliation, dans les
conditions visées à l’article 733/1, alinéa 1er.
Les parties sont convoquées conformément à
l’article 732.
§ 2. À la demande des parties ou s’il l’estime utile
sauf si les parties s’y opposent, le juge peut également
ordonner, tout au long de l’instance, le renvoi de la
cause à la chambre de règlement à l’amiable du même
tribunal ou de la même cour, par simple mention au
procès-verbal de l’audience.
Le greffier transmet le dossier de la procédure, dans les
trois jours de cette décision, au greffier de la chambre de
règlement à l’amiable à laquelle la cause a été renvoyée.
Le greffier de la chambre de règlement à l’amiable
convoque les parties, par simple lettre, à comparaître,
dans le délai d’un mois, aux lieu, jour et heure de l’au-
dience à laquelle l’affaire sera appelée.
Toutefois, s’il existe des indices sérieux que des vio-
lences, des menaces ou toute autre forme de pression
sont ou ont été exercées par une partie à l’encontre de
l’autre partie, l’article 1734, § 1er, alinéa 3, s’applique
par analogie.
§ 3. Dans les cas visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, les
articles 732, alinéas 2 et 3 et 733, alinéa 2, s’appliquent.”
Art. 37 (ancien art. 38)
Dans la même section III, il est inséré un ar-
ticle 734/2 rédigé comme suit:
“Art. 734/2. § 1er. Dans les causes introduites sur pied
de l’article 734/1, § 1er, alinéa 1er, lorsque la conciliation
a abouti, les termes de l’accord intervenu sont constatés
par la chambre de règlement à l’amiable dans le procès-
verbal de comparution en conciliation dont l’expédition
17
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
van verschijning tot minnelijke schikking, waarvan de
uitgifte wordt voorzien van het formulier van tenuitvoer-
legging, tenzij de partijen daarvan afzien.
§ 2. In de gevallen bedoeld in artikel 734/1, § 1, twee-
de lid, en § 2, waarbij de minnelijke schikking uitkomst
biedt, kan akte worden genomen van de bewoordingen
van het geheel of gedeeltelijk akkoord in een vonnis of
een arrest overeenkomstig artikel 1043.”
Art. 38 (vroeger art. 39)
In dezelfde afdeling III wordt een artikel 734/3 inge-
voegd, luidende:
“Art. 734/3. § 1. In de zaken die op grond van arti-
kel 734/1, § 1, eerste lid, aanhangig zijn gemaakt en
waarbij de minnelijke schikking geen uitkomst biedt,
sluit het proces-verbaal van verschijning tot minnelijke
schikking de procedure af.
Vervolgens kunnen de partijen, indien ze dat wensen,
een gewone gerechtelijke procedure inleiden om hun
geschil door de rechtbank of het hof te laten beslechten.
§ 2. In de gevallen bedoeld in artikel 734/1, § 1, twee-
de lid en § 2, waarbij de minnelijke schikking geen uit-
komst biedt, wordt de gewone gerechtelijke procedure
voortgezet voor de oorspronkelijke kamer.
De kamer voor minnelijke schikking verwijst het dos-
sier, volgens dezelfde vormvereisten als bepaald bij
artikel 734/1, § 2, eerste en tweede lid, door naar de
oorspronkelijke kamer.
Indien een van de partijen op de hoorzitting voor
een minnelijke schikking daarom heeft verzocht, roept
de griffier van de oorspronkelijke kamer de partijen bij
gerechtsbrief op om te verschijnen op de dag, de plaats
en het uur van de zitting waarop de zaak zal worden
behandeld. Dit verzoek kan evenwel schriftelijk door een
van de partijen na de doorverwijzing worden gedaan.”
Art. 39 (vroeger art. 40)
In dezelfde afdeling III wordt een artikel 734/4 inge-
voegd, luidende:
“Art. 734/4. § 1. De zittingen tot minnelijke schikking
die worden gehouden door de kamers voor minnelijke
schikking verlopen in raadkamer overeenkomstig arti-
kel 757, § 2, 14°. Alles wat wordt gezegd of geschreven
tijdens die zittingen is vertrouwelijk overeenkomstig
est revêtue de la formule exécutoire, sauf si les parties
y renoncent.
§ 2. Dans les cas visés à l’article 734/1, § 1er, ali-
néa 2, et § 2, lorsque la conciliation a abouti, les termes
de l’accord, partiel ou total, peuvent être actés dans un
jugement ou un arrêt, conformément à l’article 1043.”
Art. 38 (ancien art. 39)
Dans la même section III, il est inséré un ar-
ticle 734/3 rédigé comme suit:
“Art. 734/3. § 1er. Dans les causes introduites sur
pied de l’article 734/1, § 1er, alinéa 1er, dans lesquelles
la conciliation n’aura pas abouti, le procès-verbal de la
comparution en conciliation clôt la procédure.
Les parties pourront ensuite, si elles le souhaitent,
introduire une procédure judicaire ordinaire pour entendre
trancher leur différend par le tribunal ou la cour.
§ 2. Dans les cas visés à l’article 734/1, § 1er, alinéa 2 et
§ 2, dans lesquels la conciliation n’aura pas abouti, la
procédure judiciaire ordinaire est poursuivie devant la
chambre d’origine.
La chambre de règlement à l’amiable renvoie, selon
les mêmes formalités que celles prévues à l’article 734/1,
§ 2, alinéas 1 et 2, le dossier devant la chambre d’origine.
Si l’une des parties en a fait la demande à l’audience
de règlement amiable, le greffier de la chambre d’origine
convoque les parties, sous pli judiciaire, à comparaître,
aux lieu, jour et heure de l’audience à laquelle l’affaire
sera appelée. Cette demande peut également être
formulée par écrit par l’une des parties après le renvoi.”
Art. 39 (ancien art. 40)
Dans la même section III, il est inséré un ar-
ticle 734/4 rédigé comme suit:
“Art. 734/4. § 1er. Les audiences de conciliation tenues
par les chambres de règlement à l’amiable se déroulent
en chambre du conseil conformément à l’article 757,
§ 2, 14°. Tout ce qui se dit ou s’écrit au cours de ces
audiences est confidentiel au sens de l’article 1728.
3552/004
DOC 55
18
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
artikel 1728. Bij schending van de vertrouwelijkheids-
plicht, is artikel 1728, § 4, van toepassing.
Met instemming van de partijen, kan de rechtbank of
het hof, indien hij/het dit nuttig acht, ook aparte gesprek-
ken voeren met elk van de partijen.
§ 2. Op de dag van de zitting tot minnelijke schikking
moeten de partijen in persoon verschijnen, in voorkomend
geval bijgestaan door hun advocaten of de personen die
worden vermeld in artikel 728. Indien een rechtspersoon
in het geding is, wordt die vertegenwoordigd door een
natuurlijke persoon die hem kan verbinden behoudens
andersluidende beslissing van de kamer voor minnelijk
schikking.
§ 3. Zowel de partijen als de rechter bij de kamer
voor minnelijke schikking kunnen te allen tijde een einde
stellen aan de minnelijke schikking.
§ 4. Een rechter die de verzoeningsprocedure heeft
uitgevoerd in een geschil dat aan de kamer voor min-
nelijke schikking is voorgelegd, onthoudt zich ervan
deel te nemen aan een vonnis of arrest over de uitkomst
van hetzelfde geschil voor een andere kamer. Doet hij
dat niet, dan kan hij worden gewraakt overeenkomstig
artikel 828, 9°.”
Art. 40 (vroeger art. 41)
In artikel 757, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 2 juni 2010 en gewijzigd bij
de wet van 17 maart 2013, wordt de bepaling onder 14°
ingevoegd, luidende:
“14° de zittingen tot minnelijke schikking die worden
gehouden door de kamers voor minnelijke schikking.”
Art. 41 (vroeger art. 42)
In artikel 780/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 26 december 2022, wordt het vierde lid
aangevuld met de woorden “of, in voorkomend geval, het
door de griffier eensluidend verklaard afschrift ervan”.
Art. 42 (vroeger art. 43)
In het deel IV, boek III, titel IV van hetzelfde Wetboek
wordt een artikel 1094/2 ingevoegd, luidende:
“Art. 1094/2. Wanneer er tijdens de cassatieprocedure
een wettelijke bepaling in werking treedt die met terug-
werkende kracht van toepassing is op het geschil, kan de
En cas de violation de l’obligation de confidentialité,
l’article 1728, § 4, s’applique.
Avec l’accord des parties, le tribunal ou la cour peut,
s’il/elle l’estime utile, aussi s’entretenir en aparté avec
chacune des parties.
§ 2. Le jour de l’audience de conciliation, les parties
comparaissent obligatoirement en personne, assistées,
le cas échéant, de leurs avocats ou des personnes
mentionnées dans l’article 728. Si une personne morale
est à la cause, elle est représentée par une personne
physique pouvant l’engager sauf décision contraire de
la chambre de règlement à l’amiable.
§ 3. Tant les parties que le juge de la chambre de
règlement à l’amiable peuvent, à tout moment, mettre
un terme à la conciliation.
§ 4. Le juge qui a exercé sa mission de conciliation
dans le cadre d’un litige soumis à la chambre de règle-
ment à l’amiable s’abstient de prendre part à un jugement
ou arrêt sur les suites de ce même litige devant une autre
chambre. À défaut, il peut être récusé conformément à
l’article 828, 9°.”
Art. 40 (ancien art. 41)
Dans l’article 757, § 2, alinéa 1er, du même Code,
inséré par la loi du 2 juin 2010 et modifié par la loi
du 17 mars 2013, il est inséré un 14° rédigé comme suit:
“14° les audiences de conciliation tenues par les
chambres de règlement à l’amiable.”
Art. 41 (ancien art. 42)
Dans l’article 780/1 du même Code, inséré par la loi
du 26 décembre 2022, l’alinéa 4 est complété par les
mots “ou, le cas échéant, à la copie, certifiée conforme
par le greffier, de celui-ci”.
Art. 42 (ancien art. 43)
Dans la quatrième partie, livre III, titre IV du même
Code, il est inséré un article 1094/2 rédigé comme suit:
“Art. 1094/2. Lorsque, au cours de la procédure en
cassation, entre en vigueur une disposition légale qui s’ap-
plique rétroactivement au litige, la partie demanderesse
19
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
eisende partij bij het Hof een aanvullend verzoekschrift
indienen dat een middel bevat dat ontleend is aan de
schending van die bepaling. Dat verzoekschrift wordt
toegevoegd aan het aanhangige geding.
Het verzoekschrift wordt, op straffe van verval, inge-
diend op de griffie van het hof binnen drie maanden na
de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling nadat het in
voorkomend geval aan de andere partijen is betekend.
De artikelen 1079 tot 1081, 1087, 1092 tot 1094/1 en
1097 zijn van toepassing op dit verzoekschrift en op de
memories die de partijen met elkaar uitwisselen.”
Art. 43 (vroeger art. 44)
In artikel 1187 van hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, worden de woorden “of aan per-
sonen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet op de
bescherming van de maatschappij,” opgeheven;
2° in het tweede lid, worden de woorden “en be-
voorrechte schuldeisers” vervangen door de woorden
“schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte schuldeisers
en desgevallend de in het Pandregister geregistreerde
schuldeisers,”;
3° in hetzelfde lid, wordt de tweede zin aangevuld met
de woorden “en zij die een vordering ingesteld krachtens
artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek hebben laten
kantmelden”
Art. 44 (vroeger art. 45)
In de Franse tekst van artikel 1189, eerste lid, van
hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 au-
gustus 2017, wordt het woord “où” vervangen door het
woord “ou”.
Art. 45 (vroeger art. 46)
In artikel 1189/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “en bevoorrechte
schuldeisers” vervangen door de woorden “schuldeisers,
de ingeschreven bevoorrechte schuldeisers en desgeval-
lend de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers,”;
peut soumettre à la Cour une requête complémentaire
contenant un moyen pris de la violation de cette dis-
position. Cette requête est jointe à l’instance en cours.
La requête est, à peine de déchéance, remise au greffe
de la Cour dans les trois mois de l’entrée en vigueur de
la disposition nouvelle après avoir, le cas échéant, été
signifiée aux autres parties.
Les articles 1079 à 1081, 1087, 1092 à 1094/1 et 1097
s’appliquent à cette requête et aux mémoires que les
parties s’échangent.”
Art. 43 (ancien art. 44)
À l’article 1187 du même Code, remplacé par la
loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
1° à l’alinéa 1er, les mots “ou à des personnes inter-
nées par application de la loi sur la défense sociale,”
sont abrogés;
2° à l’alinéa 2, les mots “et privilégiés inscrits” sont
remplacés par les mots “inscrits, des créanciers privilégiés
inscrits et, le cas échéant, des créanciers enregistrés
au Registre des gages,”;
3° au même alinéa, la deuxième phrase est complé-
tée par les mots “et ceux qui ont fait mention en marge
d’une action intentée sur la base de l’article 5.243 du
Code civil”
Art. 44 (ancien art. 45)
Dans l’article 1189, alinéa 1er, du même Code, rem-
placé par la loi du 11 août 2017, le mot “où” est remplacé
par le mot “ou”.
Art. 45 (ancien art. 46)
À l’article 1189/1 du même Code, inséré par la
loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
1° dans l’alinéa 1er, les mots “et privilégiés inscrits”
sont remplacés par les mots “inscrits, des créanciers
privilégiés inscrits et, le cas échéant, des créanciers
enregistrés au Registre des gages,”;
3552/004
DOC 55
20
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2° in het eerste lid wordt de derde zin aangevuld met
de woorden “en zij die een vordering ingesteld krachtens
artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek hebben laten
kantmelden”;
3° in het derde lid wordt de zin “De machtiging van de
rechtbank is niet vereist in geval van toepassing van de
artikelen 1186 en 1187.” vervangen door de zin “Geen
van de mede-eigenaars moet de machtiging van de
familierechtbank bekomen indien zij die een machtiging
moeten vragen op basis van artikel 1187 deze hebben
bekomen.”
Art. 46 (vroeger art. 47)
Artikel 1191 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 11 augustus 2017, wordt vervangen als volgt:
“Art. 1191. Indien het evenwel met het oog op
de beschermde belangen bedoeld in de artike-
len 1186 tot 1190 evenals in artikel 1193quater, § 2, vereist
is dat de onroerende goederen geheel of gedeeltelijk
worden verkocht in een of meer andere kantons dan dat
waar het goed gelegen is, wordt zulks naargelang van
het geval vermeld in de beschikking van de vrederechter,
in de beslissing tot machtiging van de familierechtbank,
van de rechter-commissaris van het faillissement of
van de ondernemingsrechtbank. De vrederechter, de
familierechtbank, de rechter-commissaris of de onder-
nemingsrechtbank wijst tegelijkertijd de vrederechter aan
die, in voorkomend geval, waakt over de bescherming
van de betrokken belangen.”
Art. 47 (vroeger art. 48)
In artikel 1192 van hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord “tot”
ingevoegd tussen het woord “over” en de woorden “de
bekendmaking”;
2° in paragraaf 2 worden de woorden “nalatenschap-
pen of” vervangen door de woorden “nalatenschappen,”;
3° in paragraaf 2 worden de woorden “of de veref-
fenaars van een rechtspersoon” ingevoegd tussen het
woord “boedels” en de woorden “te hebben gehoord”.
2° dans l’alinéa 1er, la troisième phrase est complé-
tée par les mots “et ceux qui ont fait mention en marge
d’une action intentée sur la base de l’article 5.243 du
Code civil”;
3° dans l’alinéa 3, la phrase “L’autorisation du tri-
bunal n’est pas requise en cas d’application des ar-
ticles 1186 et 1187.” est remplacée par la phrase “Aucun
des copropriétaires ne doit obtenir l’autorisation du
tribunal de la famille dans le cas où le ou les coproprié-
taires qui doivent demander l’autorisation sur base de
l’article 1187, l’ont obtenue.”
Art. 46 (ancien art. 47)
L’article 1191 du même Code, remplacé par la loi
du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 1191. Néanmoins, si les intérêts protégés énumé-
rés aux articles 1186 à 1190 ainsi qu’à l’article 1193quater,
§ 2, exigeaient que les immeubles fussent en tout ou
en partie vendus dans un ou plusieurs cantons autres
que celui de la situation du bien, il en est fait mention
suivant le cas, dans l’ordonnance du juge de paix, dans
la décision d’autorisation du tribunal de la famille, dans
celle du juge-commissaire de la faillite ou dans celle du
tribunal de l’entreprise; et le juge de paix, le tribunal de
la famille, le juge-commissaire ou le tribunal de l’entre-
prise désigne en même temps le juge de paix qui veille,
le cas échéant, à la sauvegarde des intérêts en cause.”
Art. 47 (ancien art. 48)
À l’article 1192 du même Code, remplacé par la
loi du 11 août 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
1° dans le texte néerlandais du paragraphe 1er, ali-
néa 3, le mot “tot” est inséré entre le mot “over” et les
mots “de bekendmaking”;
2° dans le paragraphe 2, les mots “vacantes ou” sont
remplacés par les mots “vacantes,”;
3° dans le paragraphe 2, la deuxième phrase est
complétée par les mots “ou les liquidateurs d’une per-
sonne morale”.
21
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 48 (vroeger art. 49)
In artikel 1193, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 15 april 2018, worden de
woorden “en 1193ter” vervangen door de woorden “,
1193ter en 1193quater, § 3”.
Art. 49 (vroeger art. 50)
In artikel 1193bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 18 februari 1981 en vervangen bij de wet
van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in het derde lid worden de woorden “waarbij een door
een notaris opgemaakt ontwerp van verkoopakte, alsook
een schattingsverslag wordt gevoegd. De ontwerpakte”
vervangen door de woorden “. Hierbij voegen zij een door
een notaris opgemaakt ontwerp van verkoopakte, een
schattingsverslag en een getuigschrift van de Algemene
Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de
Federale Overheidsdienst Financiën met vermelding
van de bestaande inschrijvingen en alle overschrij-
vingen van een bevel of een beslag betreffende de te
verkopen onroerende goederen evenals desgevallend
het resultaat van de opzoeking na raadpleging van het
Pandregister. Het schattingsverslag wordt opgemaakt
door de deskundige aangewezen door de notaris die de
ontwerpakte heeft opgesteld. De ontwerpakte”;
2° in het vierde lid worden de woorden “of bevoor-
rechte schuldeisers, zij” vervangen door de woorden
“schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte schuldei-
sers, desgevallend de in het Pandregister geregistreerde
schuldeisers, de schuldeisers”;
3° in het vierde lid worden de woorden “en zij die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” ingevoegd
tussen de woorden “doen overschrijven” en de woorden
“, alsook de personen”.
Art. 50 (vroeger art. 51)
In artikel 1193ter van hetzelfde Wetboek, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “door een
notaris, aangewezen door de rechter-commissaris,
opgemaakt ontwerp van verkoopakte voor” vervangen
door de woorden “ontwerp van verkoopakte opgemaakt
door een door de curator aangewezen notaris voor”;
Art. 48 (ancien art. 49)
Dans l’article 1193, alinéa 1er, du même Code, rem-
placé par la loi du 15 avril 2018, les mots “et 1193ter” sont
remplacés par les mots “, 1193ter et 1193quater, § 3”.
Art. 49 (ancien art. 50)
À l’article 1193bis du même Code, inséré par la loi du
18 février 1981 et remplacé par la loi du 11 août 2017,
les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l’alinéa 3, les mots “à laquelle est joint un
projet d’acte de vente établi par un notaire ainsi qu’un
rapport d’expertise. Le projet d’acte” sont remplacés
par les mots “. Il y est joint un projet d’acte de vente
établi par un notaire, un rapport d’expertise et un certi-
ficat de l’Administration générale de la Documentation
patrimoniale du Service Public Fédéral Finances rela-
tant les inscriptions existantes et toute transcription de
commandement ou de saisie portant sur les immeubles
qui doivent être vendus ainsi que, le cas échéant, le
résultat des recherches après consultation du Registre
des gages. Le rapport d’expertise est établi par l’expert
désigné par le notaire ayant rédigé le projet d’acte. Le
projet d’acte”;
2° dans l’alinéa 4, les mots “ou privilégiés inscrits,
ceux” sont remplacés par les mots “inscrits, les créan-
ciers privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers
enregistrés au Registre des gages, les créanciers”;
3° dans l’alinéa 4, les mots “et ceux qui ont fait men-
tion en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil” sont insérés entre les mots
“un exploit de saisie” et les mots “ainsi que les personnes”.
Art. 50 (ancien art. 51)
À l’article 1193ter du même Code, modifié en dernier
lieu par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes
sont apportées:
1° dans l’alinéa 1er, les mots “désigné par le juge-
commissaire” sont remplacés par les mots “désigné
par le curateur”;
3552/004
DOC 55
22
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2° in het tweede lid worden de woorden “of bevoor-
rechte schuldeisers, de personen” vervangen door de
woorden “schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte
schuldeisers, desgevallend de in het Pandregister ge-
registreerde schuldeisers, de schuldeisers”;
3° in het tweede lid worden de woorden “en zij die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden,” ingevoegd
tussen de woorden “doen overschrijven” en de woorden
“en de gefailleerde”;
4° in het tweede lid worden de woorden “en de gefail-
leerde” vervangen door de woorden “de gefailleerde en
desgevallend de andere mede-eigenaars”;
5° in het tweede lid worden de woorden “zoals een
minimumverkoopprijs” opgeheven.
Art. 51 (vroeger art. 52)
In het deel IV, boek IV, hoofdstuk IV van hetzelf-
de Wetboek wordt een artikel 1193quater ingevoegd,
luidende:
“Art. 1193quater. § 1. Indien de vereffenaar van een
rechtspersoon van de zuivering wenst te genieten over-
eenkomstig artikel 1326 voor de openbare verkoop of
verkoop uit de hand waartoe hij overgaat op basis van de
artikelen 2:87, § 3, 2:88, § 1, 4° of 5°, 2:121, § 3 of 2:122,
§ 1, 4° of 5° van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen dient hij, voorafgaandelijk aan deze verkoop,
bovendien een machtiging te verkrijgen van de onder-
nemingsrechtbank. Bij gerechtelijke ontbinding kunnen
de machtiging bepaald in de artikelen 2:88 of 2:122 van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en
deze bedoeld in deze paragraaf tegelijkertijd gevorderd
worden.
§ 2. Indien de rechtbank machtiging verleent om het
onroerend goed openbaar te verkopen met zuiverende
werking, wijst hij tegelijk een notaris aan, door wiens
ambtelijke tussenkomst de openbare verkoping zal ge-
schieden. De vereffenaar en, in voorkomend geval, de
vrederechter van het kanton waar het onroerend goed
gelegen is, waken, elk voor wat hen betreft, over de
bescherming van de betrokken belangen.
§ 3. De vereffenaar kan bij een met redenen om-
kleed verzoekschrift aan de ondernemingsrechtbank
de machtiging vragen om uit de hand te verkopen met
zuiverende werking. De vereffenaar legt aan de rechtbank
een ontwerp van verkoopakte voor, opgemaakt door een
door hem aangewezen notaris, onder opgave van de
redenen waarom de verkoop uit de hand geboden is.
2° dans l’alinéa 2, les mots “ou privilégiés inscrits,
ceux” sont remplacés par les mots “inscrits, les créan-
ciers privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers
enregistrés au Registre des gages, les créanciers”;
3° dans l’alinéa 2, les mots “et ceux qui ont fait men-
tion en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil” sont insérés entre les mots
“un exploit de saisie” et les mots “de même que le failli”;
4° dans l’alinéa 2, les mots “et, le cas échéant, les
autres copropriétaires” sont insérés entre les mots “de
même que le failli” et les mots “doivent être appelés”;
5° dans l’alinéa 2, les mots “telle que la fixation d’un
prix de vente minimum” sont abrogés.
Art. 51 (ancien art. 52)
Dans la quatrième partie, livre IV, chapitre IV du
même Code, il est inséré un article 1193quater rédigé
comme suit:
“Art. 1193quater. § 1er. Si le liquidateur d’une personne
morale souhaite bénéficier de la purge conformément à
l’article 1326 pour la vente à laquelle il procède confor-
mément aux articles 2:87, § 3, 2:88, § 1er, 4° ou 5°, 2:121,
§ 3 ou 2:122, § 1er, 4° ou 5° du Code des sociétés et des
associations, il doit en outre obtenir préalablement à la
vente publique ou la vente de gré à gré une autorisation
du tribunal de l’entreprise. En cas de dissolution judiciaire,
l’autorisation prévue par les articles 2:88 ou 2:122 du
Code des sociétés et des associations et celle prévue
par le présent paragraphe peuvent être demandées
simultanément.
§ 2. Si le tribunal accorde l’autorisation de vendre
l’immeuble publiquement avec bénéfice de la purge,
il désigne en même temps un notaire par le ministère
duquel la vente publique aura lieu. Le liquidateur ainsi
que, le cas échéant, le juge de paix du canton de la
situation de l’immeuble veillent, chacun pour ce qui le
concerne, à la sauvegarde des intérêts en cause.
§ 3. Le liquidateur peut demander, par requête moti-
vée, au tribunal de l’entreprise l’autorisation de vendre
de gré à gré avec bénéfice de la purge. Le liquidateur
soumet au tribunal un projet d’acte de vente, établi par
un notaire désigné par le liquidateur, et lui expose les
motifs pour lesquels la vente de gré à gré s’impose.
23
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Hierbij voegt hij een schattingsverslag, opgemaakt
door de deskundige aangewezen door de notaris die de
ontwerpakte heeft opgesteld en een getuigschrift van de
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
van de Federale Overheidsdienst Financiën, na de
invereffeningstelling opgesteld, met vermelding van de
bestaande inschrijvingen en alle overschrijvingen van
een bevel of een beslag betreffende het te verkopen
onroerend goed evenals desgevallend het resultaat
van de opzoeking na raadpleging van het Pandregister.
De ingeschreven hypothecaire schuldeisers, de inge-
schreven bevoorrechte schuldeisers, desgevallend de
in het Pandregister geregistreerde schuldeisers, de
schuldeisers die een bevel of een beslagexploot hebben
doen overschrijven en zij die een vordering ingesteld
krachtens artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek
hebben laten kantmelden evenals de rechtspersoon in
vereffening en desgevallend de mede-eigenaars dienen
tot de machtigingsprocedure te worden opgeroepen bij
gerechtsbrief die ten minste acht dagen voor de zitting
betekend wordt. De verschuldigde retributie geldt als
griffiekost. Zij kunnen van de rechtbank vorderen dat
de machtiging om uit de hand te verkopen afhankelijk
wordt gesteld van bepaalde voorwaarden.
De machtiging om te verkopen met zuiverende werking
wordt verleend indien het belang van de te vereffenen
boedel zulks vereist. De beschikking bepaalt uitdrukkelijk
waarom de verkoop uit de hand het belang van de te
vereffenen boedel dient en vermeldt de identiteit van de
schuldeisers die naar behoren bij de procedure werden
opgeroepen. Deze vorm van verkoop kan van de vaststel-
ling van een minimumprijs afhankelijk worden gesteld.
De verkoping moet overeenkomstig de door de recht-
bank aangenomen ontwerpakte geschieden, door de
ambtelijke tussenkomst van de notaris die deze heeft
opgesteld. Hoger beroep tegen de beschikking van de
rechtbank kan ingesteld worden door de verzoeker of
door de tussenkomende schuldeisers op de wijze be-
paald in artikel 1031.”
Art. 52 (vroeger art. 53)
In artikel 1253ter/1 van hetzelfde Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 30 juli 2013 en gewijzigd bij de
wet van 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woor-
den “paragraaf 3” vervangen door de woorden “de
artikelen 734/1 tot 734/4”;
2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Il y joint un rapport d’expertise établi par l’expert
désigné par le notaire ayant rédigé le projet d’acte et un
certificat de l’Administration générale de la Documentation
patrimoniale du Service Public Fédéral Finances, pos-
térieur à l’ouverture de la procédure de liquidation,
relatant les inscriptions existantes et toute transcription
de commandement ou de saisie portant sur l’immeuble
qui doit être vendu ainsi que, le cas échéant, le résultat
des recherches après consultation du Registre des
gages. Les créanciers hypothécaires inscrits, les créan-
ciers privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers
enregistrés au Registre des gages, les créanciers qui
ont fait transcrire un commandement ou un exploit de
saisie et ceux qui ont fait mention en marge d’une action
intentée sur la base de l’article 5.243 du Code civil de
même que la personne morale en liquidation et, le cas
échéant, les copropriétaires doivent être appelés à
la procédure d’autorisation par pli judiciaire notifié au
moins huit jours avant l’audience. La rétribution due
vaut comme frais de greffe. Ils peuvent demander au
tribunal que l’autorisation de vendre de gré à gré soit
subordonnée à certaines conditions.
L’autorisation pour vendre avec bénéfice de la purge
est accordée si l’intérêt de la masse à liquider l’exige.
L’ordonnance doit indiquer expressément la raison pour
laquelle la vente de gré à gré sert l’intérêt de la masse
à liquider et mentionne l’identité des créanciers dûment
appelés à la procédure. Le recours à cette forme de vente
peut être subordonné à la fixation d’un prix minimum.
La vente doit avoir lieu conformément au projet d’acte
admis par le tribunal et par le ministère du notaire qui
l’a rédigé. Le demandeur ou les créanciers intervenants
peuvent interjeter appel de l’ordonnance du tribunal,
conformément à l’article 1031.”
Art. 52 (ancien art. 53)
À l’article 1253ter/1 du même Code, inséré par la loi
du 30 juillet 2013 et modifié par la loi du 15 juin 2018,
les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “au
paragraphe 3” sont remplacés par les mots “aux
articles 734/1 à 734/4”;
2° le paragraphe 3 est abrogé.
3552/004
DOC 55
24
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 53 (vroeger art. 54)
In artikel 1253ter/3, § 2, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk ge-
wijzigd bij de wet van 15 juni 2018, worden de woorden
“1253ter/1, § 3, tweede lid” vervangen door de woorden
“734/1, § 2”.
Art. 54 (vroeger art. 55)
In artikel 1253quater, a) van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 14 juli 1976 en laatstelijk ge-
wijzigd bij de wet van 15 juni 2018, worden de woorden
“1253ter/1, § 3, tweede lid” vervangen door de woorden
“734/1, § 2”.
Art. 55 (vroeger art. 56)
Artikel 1326 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 11 augustus 2017, wordt vervangen als volgt:
“Art. 1326. § 1. De verkopingen van onroerende
goederen die geheel toebehoren aan de schuldenaar
toegelaten tot de collectieve schuldenregeling, de gefail-
leerde, de schuldenaar in gerechtelijke reorganisatie door
overdracht onder gerechtelijk gezag, de rechtspersoon
in vereffening, minderjarigen, vermoedelijk afwezigen,
beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van
het oud Burgerlijk wetboek onbekwaam werden ver-
klaard om onroerende goederen te vervreemden, een
onbeheerde nalatenschap, een nalatenschap aanvaard
onder voorrecht van boedelbeschrijving, brengen over-
wijzing van de prijs met zich mee ten behoeve van de
ingeschreven hypothecaire schuldeisers, de ingeschre-
ven bevoorrechte schuldeisers, desgevallend de in het
Pandregister geregistreerde schuldeisers, ten behoeve
van de schuldeisers die een bevel of beslagexploot
hebben doen overschrijven alsook ten behoeve van
de schuldeisers die een vordering ingesteld krachtens
artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek hebben laten
kantmelden, op voorwaarde:
1° dat deze schuldeisers in het kader van de gemach-
tigde of bevolen openbare verkoop werden opgeroepen
door de notaris om de verkoopsverrichtingen te volgen.
Deze oproeping gebeurt bij deurwaardersexploot of
aangetekende zending met ontvangstbewijs ten minste
acht dagen voor de dag van de verkoop, of bij gedema-
terialiseerde biedingen, ten minste acht dagen voor de
dag van de aanvang van de biedingsperiode; of
2° dat zij in het kader van de verkoop uit de hand door
de griffie tot de machtingsprocedure werden opgeroepen.
Art. 53 (ancien art. 54)
Dans l’article 1253ter/3, § 2, du même Code, inséré
par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par
la loi du 15 juin 2018, les mots “1253ter/1, § 3, alinéa 2”
sont remplacés par les mots “734/1, § 2”.
Art. 54 (ancien art. 55)
Dans l’article 1253quater, a), du même Code, inséré
par la loi du 14 juillet 1976 et modifié en dernier lieu par
la loi du 15 juin 2018, les mots “1253ter/1, § 3, alinéa 2”
sont remplacés par les mots “734/1, § 2”.
Art. 55 (ancien art. 56)
L’article 1326 du même Code, remplacé par la loi
du 11 août 2017, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 1326. § 1er. Les ventes d’immeubles qui appar-
tiennent en totalité au débiteur admis au règlement
collectif de dettes, au failli, à un débiteur en réorgani-
sation judiciaire par transfert sous autorité de justice, à
une personne morale en liquidation, à un mineur, à un
présumé absent, à une personne protégée qui, en vertu
de l’article 492/1 de l’ancien Code civil, a été déclarée
incapable d’aliéner des immeubles, à une succession
vacante, à une succession acceptée sous bénéfice
d’inventaire, emportent délégation du prix au profit
des créanciers hypothécaires inscrits, des créanciers
privilégiés inscrits, le cas échéant des créanciers enre-
gistrés au Registre des gages, au profit des créanciers
qui ont fait transcrire un commandement ou un exploit
de saisie ainsi qu’au profit des créanciers qui ont fait
mention en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil, à condition:
1° que ces créanciers aient été appelés par le notaire
à suivre les opérations de vente dans le cadre d’une
vente publique autorisée ou ordonnée. Cet appel a lieu
par exploit d’huissier ou courrier recommandé avec
accusé de réception au moins huit jours avant le jour de
la vente ou, en cas d’enchères dématérialisées, au moins
huit jours avant le jour de l’ouverture des enchères; ou
2° qu’ils aient été appelés par le greffe à la procédure
d’autorisation dans le cadre d’une vente de gré à gré. Cet
25
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Deze oproeping gebeurt bij gerechtsbrief die ten minste
acht dagen voor de zitting ter kennis wordt gegeven.
Deze paragraaf is eveneens van toepassing op de
gemachtigde of bevolen verkoop van een onroerend
goed op beslag dat geheel of deels toebehoort aan de
beslagene, tenzij in geval van toepassing van artikel 1561,
in welk geval deze verkoop plaatsvindt in het kader van
een gerechtelijke vereffening-verdeling overeenkomstig
paragraaf 3.
§ 2. De verkopingen van onverdeelde onroerende
goederen deels toebehorend aan de schuldenaar toe-
gelaten tot de collectieve schuldenregeling, de gefail-
leerde, de schuldenaar in gerechtelijke reorganisatie door
overdracht onder gerechtelijk gezag, de rechtspersoon
in vereffening die het voordeel van de zuivering heeft
bekomen, minderjarigen, vermoedelijk afwezigen, be-
schermde personen die krachtens artikel 492/1 van het
oud Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard om
onroerende goederen te vervreemden, een onbeheerde
nalatenschap of een nalatenschap aanvaard onder voor-
recht van boedelbeschrijving, en aan andere personen,
brengen overwijzing mee van de prijs ten behoeve van
de in paragraaf 1 opgesomde schuldeisers die door de
griffie werden opgeroepen tot de machtigingsprocedure
van de verkoop. Deze oproeping gebeurt bij gerechts-
brief die ten minste acht dagen voor de zitting ter kennis
wordt gegeven.
§ 3. Voor de verkopingen die plaatsvinden in het kader
van een gerechtelijke vereffening-verdeling, is volgende
bijzondere regeling van toepassing:
1° de openbare verkoop brengt overwijzing mee van
de prijs ten behoeve van de in paragraaf 1 opgesomde
schuldeisers die door de notaris werden opgeroepen
om de verkoopsverrichtingen te volgen. Deze oproeping
gebeurt bij deurwaardersexploot of aangetekende zending
met ontvangstbewijs ten minste acht dagen voor de dag
van de verkoop, of bij gedematerialiseerde biedingen,
ten minste acht dagen voor de dag van de aanvang van
de biedingsperiode;
2° de verkoop uit de hand brengt overwijzing mee van
de prijs ten behoeve van de in paragraaf 1 opgesomde
schuldeisers die door de griffie werden opgeroepen tot de
machtigingsprocedure, voor zover de verkopende partij
zich vrijwillig onderworpen heeft aan de procedure van
machtiging bedoeld in artikel 1193bis. Deze oproeping
gebeurt bij gerechtsbrief die ten minste acht dagen voor
de zitting ter kennis wordt gegeven.
§ 4. Indien uit de toepassing van paragrafen 2 en 3 blijkt
dat de overwijzing van de prijs kan worden bekomen in
het kader van verschillende procedures, volstaat het
appel a lieu par pli judiciaire notifié au moins huit jours
avant l’audience.
Le présent paragraphe est également applicable à la
vente autorisée ou ordonnée sur saisie d’un immeuble
qui appartient en totalité ou pour partie au saisi, sauf
en cas d’application de l’article 1561, auquel cas la
vente intervient dans le cadre d’une liquidation-partage
judiciaire conformément au paragraphe 3.
§ 2. Les ventes d’immeubles indivis qui appartiennent
pour partie au débiteur admis au règlement collectif de
dettes, au failli, à un débiteur en réorganisation judiciaire
par transfert sous autorité de justice, à une personne
morale en liquidation qui a obtenu le bénéfice de la purge,
à un mineur, à un présumé absent, à une personne pro-
tégée qui, en vertu de l’article 492/1 de l’ancien Code
civil, a été déclarée incapable d’aliéner des immeubles,
à une succession vacante, à une succession acceptée
sous bénéfice d’inventaire, et à d’autres personnes,
emportent délégation du prix au profit des créanciers
énumérés au paragraphe 1er qui ont été appelés par
le greffe à la procédure d’autorisation de la vente. Cet
appel a lieu par pli judiciaire notifié au moins huit jours
avant l’audience.
§ 3. Pour les ventes intervenant dans le cadre d’une
liquidation-partage judiciaire, les règles spécifiques
suivantes sont d’application:
1° la vente publique emporte délégation de prix au
profit des créanciers énumérés au paragraphe 1er qui
ont été appelés par le notaire à suivre les opérations
de vente. Cet appel a lieu par exploit d’huissier ou cour-
rier recommandé avec accusé de réception au moins
huit jours avant le jour de la vente ou, en cas d’enchères
dématérialisées, au moins huit jours avant le jour de
l’ouverture des enchères;
2° la vente de gré à gré emporte délégation de prix
au profit des créanciers énumérés au paragraphe 1er qui
ont été appelés par le greffe à la procédure d’autorisa-
tion, pour autant que les parties venderesses se soient
volontairement soumises à la procédure d’autorisation
visée à l’article 1193bis. Cet appel a lieu par pli judiciaire
notifié au moins huit jours avant l’audience.
§ 4. Si, en application des paragraphes 2 et 3, la
délégation de prix peut être obtenue dans le cadre
de différentes procédures, il suffit que les créanciers
3552/004
DOC 55
26
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
dat de schuldeisers opgesomd in paragraaf 1 werden
opgeroepen bij een van deze procedures om de zuivering
te bewerkstelligen.
§ 5. Tegenover de schuldeisers opgesomd in para-
graaf 1, van wie de inschrijving, overschrijving, registratie
in het Pandregister of kantmelding dateert van na de
oproeping voorzien in de paragrafen 1 tot 3, brengen
de verkopingen van onroerende goederen eveneens
van rechtswege overwijzing mee van de prijs, zonder
dat deze schuldeisers moeten worden opgeroepen.
§ 6. De titel van de koper bestaat uit de akte zonder
dat de beschikking of het vonnis tot machtiging hieraan
toegevoegd dient te worden of overgeschreven moet
worden.”
Art. 56 (vroeger art. 57)
In artikel 1389bis/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 29 mei 2000 en gewijzigd bij de wetten
van 27 maart 2006 en 14 januari 2013 wordt het woord
“eensluidend” opgeheven.
Art. 57 (vroeger art. 58)
In artikel 1409 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk ge-
wijzigd bij de wet van 6 mei 2009, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragrafen 1 en 1bis:
a) de woorden “35.000 frank” worden telkens vervan-
gen door de woorden “1.706 euro”;
b) de woorden “32.000 frank” worden telkens vervan-
gen door de woorden “1.560 euro”;
c) de woorden “29.000 frank” worden telkens vervan-
gen door de woorden “1.414 euro”;
d) de woorden “27.000 frank” worden telkens vervan-
gen door de woorden “1.316 euro”;
e) de woorden “50 euro” worden telkens vervangen
door de woorden “81 euro”.
2° in paragraaf 2:
a) in het eerste lid worden de woorden “en onvermin-
derd de toepassing van paragraaf 3” ingevoegd tussen
de woorden “Elk jaar” en de woorden “past de Koning”;
énumérés au paragraphe 1er aient été appelés dans le
cadre de l’une de ces procédures pour obtenir la purge.
§ 5. Les ventes d’immeubles emportent également
de plein droit délégation de prix à l’égard des créanciers
énumérés au paragraphe 1er dont l’inscription, la trans-
cription, l’enregistrement au Registre des gages ou la
mention en marge sont postérieurs à l’appel prévu aux
paragraphes 1er à 3, sans que ces créanciers doivent
être appelés.
§ 6. Le titre de l’acquéreur se compose de l’acte sans
qu’il soit besoin d’y annexer et de transcrire l’ordonnance
ou le jugement d’autorisation.”
Art. 56 (ancien art. 57)
Dans le texte néerlandais de l’article 1389bis/7 du
même Code, inséré par la loi du 29 mai 2000 et modifié
par les lois des 27 mars 2006 et 14 janvier 2013, le mot
“eensluidend” est abrogé.
Art. 57 (ancien art. 58)
À l’article 1409 du même Code, modifié en dernier
lieu par la loi du 6 mai 2009, les modifications suivantes
sont apportées:
1° dans les paragraphes 1er et 1erbis:
a) les mots “35.000 F” sont chaque fois remplacés
par les mots “1.706 euros”;
b) les mots “32.000 F” sont chaque fois remplacés
par les mots “1.560 euros”;
c) les mots “29.000 F” sont chaque fois remplacés
par les mots “1.414 euros”;
d) les mots “27.000 F” sont chaque fois remplacés
par les mots “1.316 euros”;
e) les mots “50 euros” sont chaque fois remplacés
par les mots “81 euros”.
2° dans le paragraphe 2:
a) dans l’alinéa 1er, les mots “et sans préjudice de
l’application du paragraphe 3,” sont insérés entre les
mots “Chaque année,” et les mots “le Roi”;
27
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
b) in het eerste lid worden de woorden “het indexcijfer
van de consumptieprijzen” vervangen door de woorden
“de afgevlakte gezondheidsindex”;
c) in het tweede lid worden de woorden “novem-
ber 1989” vervangen door de woorden “november 2022”;
d) in het tweede lid worden de woorden “dat van
de maand van de publicatie in het Belgisch Staatsblad
van de wet van 24 maart 2000 tot wijziging van de arti-
kelen 1409, 1409bis, 1410 en 1411 van het Gerechtelijk
Wetboek, met het oog op de aanpassing van het
bedrag van het loon dat niet vatbaar is voor over-
dracht of beslag” vervangen door de woorden “van
de maand november 2022”;
e) in het vierde lid worden de woorden “artikel 2, § 1,
1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van
het recht op een bestaansminimum, dat van kracht zal
zijn op 1 januari van het jaar volgend op de aanpas-
sing, afgerond tot het hogere duizendtal” vervangen
door de woorden “artikel 14, § 1, eerste lid, van de wet
van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschap-
pelijke integratie, dat van kracht zal zijn op 1 januari
van het jaar volgend op de aanpassing, afgerond tot
het hogere honderdtal”;
f) in het vijfde lid worden de woorden “Binnen de
eerste vijftien dagen van de maand” vervangen door
de woorden “Voor 31”;
3° een paragraaf 2bis wordt ingevoegd, luidende:
“§ 2bis. De Koning verricht de in het tweede lid be-
doelde aanpassing eveneens indien de stijging of daling
van het indexcijfer in de loop van het jaar meer dan 5 %
bedraagt ten opzichte van de laatste aanpassing.
De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt binnen
de maand die volgt op de verhoging of verlaging. Ze treden
in werking vanaf de eerste dag van de maand volgend
op hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.”;
4° in paragraaf 3:
a) in het eerste lid worden de woorden “na advies van
de Nationale Arbeidsraad” vervangen door de woorden
“bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit”;
b) het tweede lid wordt vervangen door twee leden,
luidende:
“De nieuwe bedragen treden in werking vanaf de eer-
ste dag van de maand volgend op hun bekendmaking
in het Belgisch Staatsblad. Ze treden uit werking op de
door de Koning bepaalde datum of, bij gebreke daarvan,
b) dans l’alinéa 1er, les mots “des prix à la consomma-
tion” sont remplacés par les mots “santé lissé”;
c) dans l’alinéa 2, les mots “de novembre 1989” sont
remplacés par les mots “de novembre 2022”;
d) dans l’alinéa 2, les mots “de la publication au
Moniteur belge de la loi du 24 mars 2000 modifiant les
articles 1409, 1409bis, 1410 et 1411 du Code judiciaire,
en vue d’adapter la quotité non cessible ou non saisis-
sable de la rémunération” sont remplacés par les mots
“de novembre 2022”;
e) dans l’alinéa 4, les mots “l’article 2, § 1er, 1°, de la
loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de
moyens d’existence, en vigueur au 1er janvier de l’année
suivant celle de l’adaptation, arrondi au millier supérieur”
sont remplacés par les mots “l’article 14, § 1er, alinéa 1er,
de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l’intégration
sociale, en vigueur au 1er janvier de l’année suivant celle
de l’adaptation, arrondi au centième supérieur”;
f) dans l’alinéa 5, les mots “Dans les quinze pre-
miers jours du mois de” sont remplacés par les mots
“Avant le 31”;
3° il est inséré un paragraphe 2bis rédigé comme suit:
“§ 2bis. Le Roi procède également à l’adaptation pré-
vue au paragraphe 2 si en cours d’année l’augmentation
ou la diminution de l’indice dépasse 5 % par rapport à
la dernière adaptation.
Les nouveaux montants sont publiés au cours du mois
qui suit l’augmentation ou la diminution. Ils entrent en
vigueur le 1er jour du mois qui suit leur publication au
Moniteur belge.”;
4° dans le paragraphe 3:
a) dans l’alinéa 1er, les mots “après avis du Conseil
national du travail” sont remplacés par les mots “par
arrêté délibéré en Conseil des ministres”;
b) l’alinéa 2 est remplacé par deux alinéas rédigés
comme suit:
“Les nouveaux montants entrent en vigueur le 1er jour
du mois suivant leur publication au Moniteur belge. Ils
cessent d’être en vigueur à la date prévue par le Roi ou,
à défaut, le 31 décembre de l’année de leur entrée en
3552/004
DOC 55
28
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
op 31 december van het jaar van hun inwerkingtreding
en uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding ervan.
Tijdens de laatste maand waarin zij van kracht zijn, ver-
richt de Koning de in het tweede lid of in dit lid bedoelde
aanpassing. Indien de aanpassing geschiedt op basis
van het tweede lid, houdt hij rekening met het indexcijfer
van de maand die aan de aanpassing voorafgaat. De
nieuwe bedragen treden in werking op de eerste dag
van de maand die volgt op hun aanpassing.”
Art. 58 (vroeger art. 59)
Artikel 1561, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt
aangevuld met de volgende zin:
“In voormelde gevallen zijn de artikelen 1207 en
volgende van toepassing.”
Art. 59 (vroeger art. 60)
In artikel 1580bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en vervangen bij
de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° de woorden “of bevoorrechte schuldeisers, degenen”
worden vervangen door de woorden “schuldeisers, de
ingeschreven bevoorrechte schuldeisers, desgevallend
de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers, de
schuldeisers”;
2° de woorden “en zij die een vordering ingesteld
krachtens artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek
hebben laten kantmelden” worden ingevoegd tussen
de woorden “laten overschrijven” en de woorden “, de
beslagene”.
Art. 60 (vroeger art. 61)
In artikel 1580ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 5 juli 1998 en vervangen bij de wet van 11 au-
gustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
“Hierbij voegt hij een schattingsverslag opgemaakt
door een deskundige aangewezen door de notaris die de
ontwerpakte heeft opgesteld en een getuigschrift van de
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
van de Federale Overheidsdienst Financiën met vermel-
ding van de bestaande inschrijvingen en alle overschrij-
vingen van een bevel of een beslag betreffende de te
vigueur et au plus tard un an à compter de leur entrée
en vigueur.
Au cours du dernier mois durant lequel ils sont en
vigueur, le Roi procède à l’adaptation prévue au para-
graphe 2 ou au présent paragraphe. Si l’adaptation a
lieu sur la base du paragraphe 2, il prend en compte
l’indice du mois qui précède l’adaptation; les nouveaux
montants entrent en vigueur le 1er jour du mois qui suit
leur adaptation.”
Art. 58 (ancien art. 59)
L’article 1561, alinéa 1er, du même Code, est complété
par la phrase suivante:
“Dans ces hypothèses, les articles 1207 et suivants
s’appliquent.”
Art. 59 (ancien art. 60)
À l’article 1580bis, alinéa 3, du même Code, inséré par
la loi du 5 juillet 1998 et remplacé par la loi du 11 août 2017,
les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots “ou privilégiés inscrits, ceux” sont rem-
placés par les mots “inscrits, les créanciers privilégiés
inscrits, le cas échéant les créanciers enregistrés au
Registre des gages, les créanciers”;
2° les mots “ou ceux qui ont fait mention en marge
d’une action intentée sur la base de l’article 5.243 du
Code civil” sont insérés entre les mots “un exploit de
saisie” et les mots “, le saisi et,”.
Art. 60 (ancien art. 61)
À l’article 1580ter du même Code, inséré par la loi
du 5 juillet 1998 et remplacé par la loi du 11 août 2017,
les modifications suivantes sont apportées:
1° l’alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
“Il y joint un rapport d’expertise établi par l’expert
désigné par le notaire ayant rédigé le projet d’acte et un
certificat de l’Administration générale de la Documentation
patrimoniale du Service Public Fédéral Finances rela-
tant les inscriptions existantes et toute transcription de
commandement ou de saisie portant sur les immeubles
qui doivent être vendus ainsi que, le cas échéant, le
29
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
verkopen onroerende goederen evenals desgevallend
het resultaat van de opzoeking na raadpleging van het
Pandregister.”;
2° in het tweede lid worden de woorden “of bevoor-
rechte schuldeisers, degenen” vervangen door de
woorden “schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte
schuldeisers, desgevallend de in het Pandregister ge-
registreerde schuldeisers, de schuldeisers”;
3° in het tweede lid worden de woorden “en zij die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” ingevoegd
tussen de woorden “laten overschrijven” en de woorden
“, de beslagene”.
Art. 61 (vroeger art. 62)
In artikel 1582, derde lid, van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 15 april 2018, worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “of bevoorrechte schuldeisers, degenen”
worden vervangen door de woorden “schuldeisers, de
ingeschreven bevoorrechte schuldeisers, desgevallend
de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers, de
schuldeisers”;
2° de woorden “en zij die een vordering ingesteld
krachtens artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek
hebben laten kantmelden” worden ingevoegd tussen
de woorden “doen overschrijven” en de woorden “en
de schuldenaar”.
Art. 62 (vroeger art. 63)
In artikel 1639, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 11 augustus 2017, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “in het kader van een insolventie-
procedure of in het kader van de vereffening van een
onbeheerde of onder voorrecht van boedelbeschrijving
aanvaarde nalatenschap” worden vervangen door de
woorden “van het onroerend goed toebehorend aan een
schuldenaar toegelaten tot de collectieve schuldenrege-
ling, een gefailleerde, een schuldenaar in gerechtelijke
reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag,
een rechtspersoon in vereffening die het voordeel van
de zuivering heeft bekomen, een onbeheerde of een
onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde
nalatenschap”;
résultat des recherches après consultation du Registre
des gages.”;
2° dans l’alinéa 2, les mots “ou privilégiés inscrits,
ceux” sont remplacés par les mots “inscrits, les créan-
ciers privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers
enregistrés au Registre des gages, les créanciers”;
3° dans l’alinéa 2, les mots “et ceux qui ont fait men-
tion en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil” sont insérés entre les mots
“un exploit de saisie” et les mots “, ainsi que le saisi”.
Art. 61 (ancien art. 62)
À l’article 1582, alinéa 3, du même Code, remplacé
par la loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes
sont apportées:
1° les mots “ou privilégiés inscrits, ceux” sont rem-
placés par les mots “inscrits, les créanciers privilégiés
inscrits, le cas échéant les créanciers enregistrés au
Registre des gages, les créanciers”;
2° les mots “et ceux qui ont fait mention en marge
d’une action intentée sur la base de l’article 5.243 du
Code civil” sont insérés entre les mots “un exploit de
saisie” et les mots “ainsi que le débiteur”.
Art. 62 (ancien art. 63)
À l’article 1639, alinéa 2, du même Code, remplacé
par la loi du 11 août 2017, les modifications suivantes
sont apportées:
1° les mots “intervenant dans le cadre d’une procédure
d’insolvabilité ou dans le cadre de la liquidation d’une”
sont remplacés par les mots “de l’immeuble appartenant
à un débiteur admis au règlement collectif de dettes, un
failli, un débiteur en réorganisation judiciaire par trans-
fert sous autorité de justice, une personne morale en
liquidation qui a obtenu le bénéfice de la purge ou une”;
3552/004
DOC 55
30
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
2° de woorden “en bevoorrechte schuldeisers” worden
vervangen door de woorden “schuldeisers, de bijzonder
bevoorrechte schuldeisers en desgevallend de in het
Pandregister geregistreerde schuldeisers”;
3° de zin “De gelden die toekomen aan de schuldeiser
die een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van
het Burgerlijk Wetboek heeft gekantmeld, worden gestort
op een rubriekrekening in afwachting van een uitvoer-
bare beslissing of een akkoord tussen partijen.” wordt
ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin.
Art. 63 (vroeger art. 64)
In het deel V, titel III, hoofdstuk VIII, van hetzelfde
Wetboek wordt een artikel 1639/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 1639/1. Indien een van de verkopingen vermeld
in artikel 1326 een onverdeeld onroerend goed betreft,
moet er per mede-eigenaar een rangregeling worden
opgemaakt als volgt:
1° een volledige rangregeling voor het aandeel toe-
behorend aan een beslagene, een minderjarige, een
vermoedelijk afwezige, een beschermde persoon die
krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek
onbekwaam werd verklaard om onroerende goederen
te vervreemden of aan de partijen in een gerechtelijke
vereffening-verdeling;
2° een verkorte rangregeling zoals voorzien in arti-
kel 1639, tweede lid, voor het aandeel toebehorend aan
een schuldenaar toegelaten tot de collectieve schuldenre-
geling, een gefailleerde, een schuldenaar in gerechtelijke
reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag,
een rechtspersoon in vereffening die het voordeel van
de zuivering heeft bekomen, een onbeheerde nalaten-
schap of een nalatenschap aanvaard onder voorrecht
van boedelbeschrijving;
3° een semi verkorte rangregeling voor het aandeel
toebehorend aan de mede-eigenaar die niet vermeld
wordt onder de bepalingen onder 1° en 2°. Deze rangre-
geling beperkt zich tot de betaling van de ingeschreven
hypothecaire schuldeisers, de bijzonder bevoorrechte
schuldeisers en desgevallend de in het Pandregister
geregistreerde schuldeisers, evenals tot betaling van
de sociale en fiscale schuldeisers die tijdig een ken-
nisgeving hebben verstuurd. De gelden die toekomen
aan de schuldeiser die een vordering ingesteld krach-
tens artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek heeft
gekantmeld, worden gestort op een rubriekrekening in
afwachting van een uitvoerbare beslissing of een ak-
koord tussen partijen.
2° les mots “et privilégiés spéciaux” sont remplacés
par les mots “inscrits, des créanciers privilégiés spé-
ciaux et, le cas échéant, des créanciers enregistrés au
Registre des gages”;
3° la phrase “Les fonds revenant au créancier ayant fait
mention en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil, sont versés sur un compte
rubriqué en attendant une décision exécutoire ou un
accord entre les parties.” est insérée entre la première
et la deuxième phrase.
Art. 63 (ancien art. 64)
Dans la cinquième partie, titre III, chapitre VIII, du
même Code, il est inséré un article 1639/1 rédigé comme
suit:
“Art. 1639/1. Si l’une des ventes mentionnées à l’ar-
ticle 1326 concerne un immeuble indivis, un ordre par
copropriétaire doit être établi en procédant comme suit:
1° un ordre complet pour la part revenant à un saisi,
un mineur, un présumé absent, une personne protégée
qui, en vertu de l’article 492/1 de l’ancien Code civil, a
été déclarée incapable d’aliéner des immeubles ou aux
parties dans le cadre d’une liquidation-partage judiciaire;
2° un ordre allégé, tel que prévu à l’article 1639,
alinéa 2, pour la part revenant à un débiteur admis au
règlement collectif de dettes, un failli, un débiteur en
réorganisation judiciaire par transfert sous autorité de
justice, une personne morale en liquidation qui a obtenu
le bénéfice de la purge, une succession vacante ou une
succession acceptée sous bénéfice d’inventaire;
3° un ordre semi-allégé pour la part revenant à un
copropriétaire non mentionné aux 1° et 2°. Cet ordre se
limite au payement des créanciers hypothécaires inscrits,
des créanciers privilégiés spéciaux et, le cas échéant,
des créanciers enregistrés au Registre des gages ainsi
qu’au payement des créanciers fiscaux et sociaux qui
ont envoyé une notification à temps. Les fonds revenant
au créancier ayant fait mention en marge d’une action
intentée sur la base de l’article 5.243 du Code civil, sont
versés sur un compte rubriqué en attendant une décision
exécutoire ou un accord entre les parties.
31
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
De schuldvordering die kan worden verhaald op
meerdere onverdeelde eigenaars, wordt aangerekend
naar verhouding met het zakenrechtelijk aandeel dat
toekomt aan elk van hen, zonder afbreuk te doen aan
het ondeelbare karakter van de hypotheek.
Indien het onroerend goed deel uitmaakt van een
mede-eigendom die betrekking heeft op een juridisch
geheel van goederen, worden eerst de gemeenschap-
pelijke schulden van deze mede-eigendom in rekening
genomen in de rangregeling. Nadat vervolgens het
netto-aandeel van elk van de deelgenoten werd bepaald,
worden de eigen schulden in rekening genomen in de
rangregeling zoals voorzien in het eerste lid. Indien de
mede-eigendom die betrekking heeft op het juridisch
geheel van goederen reeds was ontbonden, kan deze
laatste fase slechts aangevat worden na gehele afwik-
keling van deze mede-eigendom.”
Art. 64 (vroeger art. 65)
In artikel 1653, derde lid, van hetzelfde Wetboek wor-
den de woorden “die ten laste van de beslagene op het
toegewezen goed bestaan, ambtshalve doorgehaald”
vervangen door de woorden “ten laste van de eigenaar
of van alle mede-eigenaars op het verkochte goed
ambtshalve doorgehaald voor zover de notaris verklaart
dat de bepalingen van artikel 1326 werden nageleefd.
Dit getuigschrift laat eveneens de doorhaling toe van
een nog bestaande inschrijving of overschrijving lastens
de rechtsvoorgangers. Indien een vordering ingesteld
krachtens artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek werd
gekantmeld, wordt er een nieuwe kantmelding verricht
die melding maakt van de zuiverende verkoop en dit
getuigschrift.”
Art. 65 (vroeger art. 66)
In artikel 1675/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 5 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden
“, bevoorrechte schuldeisers en beslagleggende schuld-
eiser” vervangen door de woorden “schuldeisers, de
ingeschreven bevoorrechte schuldeisers, desgevallend
de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers, de
beslagleggende schuldeiser en de schuldeisers die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden”;
2° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt het woord “zeker-
heid” vervangen door het woord “zeker”.
La créance qui peut être récupérée à l’encontre de
plusieurs copropriétaires indivis, est imputée en proportion
de la part de droits réels qui revient à chacun d’entre
eux, sans porter préjudice au caractère indivisible de
l’hypothèque.
Si l’immeuble fait partie d’une copropriété portant sur
un ensemble juridique de biens, les dettes communes
à cette copropriété sont reprises en premier lieu dans
l’ordre. Ensuite, après la détermination de la part nette
de chacun des indivisaires, les dettes propres sont
prises en compte dans l’ordre tel que prévu à l’alinéa 1er.
Si la copropriété portant sur l’ensemble juridique de
biens a déjà été dissoute, cette dernière étape ne peut
être entamée qu’après le règlement complet de cette
copropriété.”
Art. 64 (ancien art. 65)
Dans l’article 1653, alinéa 3, du même Code, les mots
“à charge du saisi, sur le bien adjugé, sont rayées d’office”
sont remplacés par les mots “à charge du propriétaire
ou de tous les copropriétaires, sur le bien vendu, sont
rayées d’office, pour autant que le notaire déclare que
les conditions de l’article 1326 ont été respectées. Ce
certificat permet également la radiation des inscriptions
ou transcriptions existant encore à charge des titulaires
précédents. Si une action est inscrite en marge en vertu
de l’article 5.243 du Code civil, une nouvelle mention
marginale est inscrite qui fait état de la vente purgeante
et de ce certificat.”
Art. 65 (ancien art. 66)
À l’article 1675/7 du même Code, inséré par la
loi du 5 juillet 1998 et modifié en dernier lieu par la
loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont
apportées:
1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots “, privilé-
giés inscrits et le créancier saisissant” sont remplacés
par les mots “inscrits, les créanciers privilégiés inscrits,
le cas échéant les créanciers enregistrés au Registre
des gages, le créancier saisissant et les créanciers qui
ont fait mention en marge d’une action intentée sur la
base de l’article 5.243 du Code civil”;
2° dans le texte néerlandais du paragraphe 2, alinéa 5,
le mot “zekerheid” est remplacé par le mot “zeker”.
3552/004
DOC 55
32
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 66 (vroeger art. 67)
In artikel 1675/9, § 4, van hetzelfde Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 5 juli 1998 en vervangen bij de
wet van 26 maart 2013, wordt het woord “tenministe”
vervangen door het woord “tenminste”.
Art. 67 (vroeger art. 68)
In artikel 1675/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 5 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 14 januari 2013, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 2/1 wordt het woord “geachtualiseerde”
vervangen door het woord “geactualiseerde”;
2° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden “of
wettelijk samenwonende” ingevoegd tussen de woorden
“diens echtgenoot” en de woorden “, en de schuldeisers”.
Art. 68 (vroeger art. 69)
In artikel 1675/12, § 2, eerste lid, van hetzelfde
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en ge-
wijzigd bij de wet van 13 december 2005, worden de
woorden “en zijn gezin” ingevoegd tussen de woorden
“van de schuldenaar” en de woorden “te verzekeren”.
Art. 69 (vroeger art. 70)
In artikel 1675/14bis, § 2, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 13 december 2005 en vervan-
gen bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “of bevoorrechte
schuldeisers” vervangen door de woorden “schuldeisers,
de ingeschreven bevoorrechte schuldeisers, desgeval-
lend de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers”;
2° in het eerste lid worden de woorden “en zij die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” ingevoegd
tussen de woorden “doen overschrijven” en de woorden
“, alsook de andere”;
3° in het tweede lid worden de woorden “of bevoor-
rechte schuldeisers” vervangen door de woorden “schuld-
eisers, de ingeschreven bevoorrechte schuldeisers,
desgevallend de in het Pandregister geregistreerde
schuldeisers”;
Art. 66 (ancien art. 67)
Dans le texte néerlandais de l’article 1675/9, § 4, du
même Code, inséré par la loi du 5 juillet 1995 et rem-
placé par la loi du 26 mars 2013, le mot “tenministe” est
remplacé par le mot “tenminste”.
Art. 67 (ancien art. 68)
À l’article 1675/10 du même Code, inséré par la loi
du 5 juillet 1998 et modifié en dernier lieu par la loi
du 14 janvier 2013, les modifications suivantes sont
apportées:
1° dans le texte néerlandais du paragraphe 2/1,
le mot “geachtualiseerde” est remplacé par le mot
“geactualiseerde”;
2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots “ou
son cohabitant légal” sont insérés entre les mots “son
conjoint” et les mots “, et aux créanciers”.
Art. 68 (ancien art. 69)
À l’article 1675/12, § 2, alinéa 1er, du même Code,
inséré par la loi du 5 juillet 1998 et modifié par la loi
du 13 décembre 2005, la deuxième phrase est complétée
par les mots “et de sa famille”.
Art. 69 (ancien art. 70)
À l’article 1675/14bis, § 2, du même Code, inséré
par la loi du 13 décembre 2005 et remplacé par la
loi du 15 avril 2018, les modifications suivantes sont
apportées:
1° dans l’alinéa 1er, les mots “ou privilégiés inscrits”
sont remplacés par les mots “inscrits, les créanciers
privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers enre-
gistrés au Registre des gages”;
2° dans l’alinéa 1er, les mots “et ceux qui ont fait
mention en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil” sont insérés entre les mots
“un exploit de saisie” et les mots “ainsi que les autres
copropriétaires”;
3° dans l’alinéa 2, les mots “ou privilégiés inscrits”
sont remplacés par les mots “inscrits, les créanciers
privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers enre-
gistrés au Registre des gages”;
33
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
4° in het tweede lid worden de woorden “en zij die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” ingevoegd
tussen de woorden “doen overschrijven” en de woorden
“, ten minste”.
Art. 70 (vroeger art. 71)
In artikel 1675/21 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 25 december 2016, wordt het woord “aange-
stelde” telkens vervangen door het woord “functionaris”.
HOOFDSTUK 4
Wijzigingen van het Wetboek
van de Belgische nationaliteit
Art. 71 (vroeger art. 72)
Artikel 9 van het Wetboek van de Belgische nationa-
liteit, gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, waarvan de
bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld
met een paragraaf 2, luidende:
“§ 2. In geval van herziening van de adoptie, zoals
bedoeld in artikel 351 van het oud Burgerlijk Wetboek,
of van herroeping van de adoptie, zoals bedoeld in de
artikelen 354-1 tot 354-3 van het oud Burgerlijk Wetboek,
behoudt de geadopteerde de Belgische nationaliteit.”
Art. 72 (vroeger art. 73)
In artikel 23, § 5, van hetzelfde Wetboek wordt het
tweede lid vervangen als volgt:
“Het verzet moet op straffe van onontvankelijkheid
worden gedaan binnen de termijn waarin voor burgerlijke
zaken is voorzien in artikel 1048 van het Gerechtelijk
Wetboek, eventueel verlengd wegens de gerechtelijke
vakantie, overeenkomstig artikel 50, tweede lid, van het
Gerechtelijk Wetboek.”
HOOFDSTUK 5
Wijziging van de wet van 11 april 1995
tot invoering van het “handvest”
van de sociaal verzekerde
Art. 73 (vroeger art. 74)
In artikel 2, eerste lid, 1°, van de wet van 11 april 1995 tot
invoering van het “handvest” van de sociaal verzekerde,
4° dans l’alinéa 2, les mots “et ceux qui ont fait men-
tion en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil” sont insérés entre les mots
“un exploit de saisie” et les mots “doivent être appelés”.
Art. 70 (ancien art. 71)
Dans l’article 1675/21 du même Code, inséré par la
loi du 25 décembre 2016, le mot “préposé” est chaque
fois remplacé par le mot “délégué”.
CHAPITRE 4
Modifications du Code
de la nationalité belge
Art. 71 (ancien art. 72)
L’article 9 du Code de la nationalité belge, modifié
par la loi du 18 juin 2018, dont le texte actuel formera le
paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé
comme suit:
“§ 2. En cas de révision de l’adoption, telle que prévue
à l’article 351 de l’ancien Code civil, ou de révocation de
l’adoption, telle que prévue aux articles 354-1 à 354-3 de
l’ancien Code civil, l’adopté conserve la nationalité belge.”
Art. 72 (ancien art. 73)
Dans l’article 23, § 5, du même Code, l’alinéa 2 est
remplacé par ce qui suit:
“L’opposition doit, à peine d’irrecevabilité, être formée
dans le délai prévu, en matière civile, à l’article 1048 du
Code judiciaire, éventuellement prolongé en raison
des vacances judiciaires, conformément à l’article 50,
alinéa 2 du Code judiciaire.”
CHAPITRE 5
Modification de la loi du 11 avril 1995
visant à instituer “la charte”
de l’assuré social
Art. 73 (ancien art. 74)
Dans l’article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 11 avril 1995 vi-
sant à instituer “la charte” de l’assuré social, modifié en
3552/004
DOC 55
34
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 maart 2005, wordt
een bepaling onder h) ingevoegd, luidende:
“h) alle rechten bedoeld in de wet van 18 juli 2017 be-
treffende de oprichting van het statuut van nationale
solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en
de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden
van terrorisme;”
HOOFDSTUK 6
Wijzigingen van het Wetboek
van economisch recht
Art. 74 (vroeger art. 75)
In artikel XX.44, § 3, tweede lid, 1°, van het Wetboek
van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 11 au-
gustus 2017 en gewijzigd bij de wetten van 15 april 2018
en 7 juni 2023, worden de woorden “en bevoorrechte
schuldeisers, de beslagleggende schuldeiser” vervan-
gen door de woorden “schuldeisers, de ingeschreven
bevoorrechte schuldeisers, desgevallend de in het
Pandregister geregistreerde schuldeisers, de beslagleg-
gende schuldeiser en de schuldeisers die een vordering
ingesteld krachtens artikel 5.243 van het Burgerlijk
Wetboek hebben laten kantmelden”.
Art. 75 (vroeger art. 76)
In artikel XX.51, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en
laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 juni 2023, worden de
woorden “en bevoorrechte schuldeisers, de beslagleg-
gende schuldeiser en de schuldenaar” vervangen door
de woorden “schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte
schuldeisers, desgevallend de in het Pandregister gere-
gistreerde schuldeisers, de beslagleggende schuldeiser
en de schuldeisers die een vordering ingesteld krachtens
artikel 5.243 van het Burgerlijk Wetboek hebben laten
kantmelden en de schuldenaar.”.
Art. 76 (vroeger art. 77)
In artikel XX.88 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 11 augustus 2017 en laatstelijk gewijzigd bij
de wet van 7 juni 2023, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden
“, opgemaakt door de deskundige aangewezen door de
dernier lieu par la loi du 10 mars 2005, il est inséré un
h) rédigé comme suit:
“h) l’ensemble des droits visés dans la loi du 18 juil-
let 2017 relative à la création du statut de solidarité
nationale, à l’octroi d’une pension de dédommagement
et au remboursement des soins médicaux à la suite
d’actes de terrorisme;”
CHAPITRE 6
Modifications du Code
de droit économique
Art. 74 (ancien art. 75)
Dans l’article XX.44, § 3, alinéa 2, 1°, du Code de
droit économique, inséré par la loi du 11 août 2017 et
modifié par les lois des 15 avril 2018 et 7 juin 2023, les
mots “privilégiés inscrits, le créancier saisissant” sont
remplacés par les mots “inscrits, les créanciers privilé-
giés inscrits, le cas échéant les créanciers enregistrés
au Registre des gages, le créancier saisissant et les
créanciers qui ont fait mention en marge d’une action
intentée sur la base de l’article 5.243 du Code civil”.
Art. 75 (ancien art. 76)
Dans l’article XX.51, § 3, alinéa 2, 1°, du même Code,
inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié en dernier lieu
par la loi du 7 juin 2023, les mots “privilégiés inscrits, le
créancier saisissant et le débiteur” sont remplacés par
les mots “inscrits, les créanciers privilégiés inscrits, le
cas échéant les créanciers enregistrés au Registre des
gages, le créancier saisissant et les créanciers qui ont
fait mention en marge d’une action intentée sur la base
de l’article 5.243 du Code civil et le débiteur.”.
Art. 76 (ancien art. 77)
À l’article XX.88 du même Code, inséré par la loi
du 11 août 2017 et modifié en dernier lieu par la loi du
7 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots “, établi
par l’expert désigné par le notaire ayant rédigé le projet
35
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
notaris die de ontwerpakte heeft opgesteld,” ingevoegd
tussen de woorden “een schattingsverslag” en de woor-
den “evenals een getuigschrift”;
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden “of
bevoorrechte schuldeisers, evenals zij” vervangen door
de woorden “schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte
schuldeisers, desgevallend de in het Pandregister ge-
registreerde schuldeisers, de schuldeisers”;
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden “en
zij die een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van
het Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” inge-
voegd tussen de woorden “doen overschrijven” en de
woorden “, moeten ten minste”;
4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden “of
bevoorrechte schuldeisers” vervangen door de woorden
“schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte schuldei-
sers, desgevallend de in het Pandregister geregistreerde
schuldeisers”;
5° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden “en zij
die een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van
het Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” inge-
voegd tussen de woorden “doen overschrijven” en de
woorden “, alsook de schuldenaar”;
6° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden “of
bevoorrechte schuldeisers” vervangen door de woorden
“schuldeisers, de ingeschreven bevoorrechte schuldei-
sers, desgevallend de in het Pandregister geregistreerde
schuldeisers”;
7° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden “en
zij die een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van
het Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” inge-
voegd tussen de woorden “doen overschrijven” en de
woorden “, evenals de schuldenaar”.
Art. 77 (vroeger art. 78)
In artikel XX.120, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd
bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden “of
geregistreerde hypothecaire en bevoorrechte schuld-
eisers, de beslagleggende schuldeiser” vervangen
door de woorden “hypothecaire schuldeisers, de in-
geschreven bevoorrechte schuldeisers, desgevallend
de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers, de
beslagleggende schuldeiser en de schuldeisers die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden”.
d’acte,” sont insérés entre les mots “un rapport d’exper-
tise” et les mots “ainsi qu’un certificat”;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “ou privi-
légiés inscrits, ceux” sont remplacés par les mots “ins-
crits, les créanciers privilégiés inscrits, le cas échéant
les créanciers enregistrés au Registre des gages, les
créanciers”;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “et ceux
qui ont fait mention en marge d’une action intentée sur
la base de l’article 5.243 du Code civil” sont insérés
entre les mots “un exploit de saisie” et les mots “, doivent
être appelés”;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots “ou pri-
vilégiés inscrits” sont remplacés par les mots “inscrits,
les créanciers privilégiés inscrits, le cas échéant les
créanciers enregistrés au Registre des gages”;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots “et ceux
qui ont fait mention en marge d’une action intentée sur
la base de l’article 5.243 du Code civil” sont insérés
entre les mots “un exploit de saisie” et les mots “ainsi
que le débiteur”;
6° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots “ou pri-
vilégiés inscrits,” sont remplacés par les mots “inscrits,
les créanciers privilégiés inscrits, le cas échéant les
créanciers enregistrés au Registre des gages,”;
7° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots “et ceux
qui ont fait mention en marge d’une action intentée sur
la base de l’article 5.243 du Code civil” sont insérés
entre les mots “un exploit de saisie” et les mots “ainsi
que le débiteur”.
Art. 77 (ancien art. 78)
Dans l’article XX.120, § 1er, alinéa 4, du même Code,
inséré par la loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du
15 avril 2018, les mots “privilégiés inscrits ou enregis-
trés, le créancier saisissant” sont remplacés par les
mots “inscrits, les créanciers privilégiés inscrits, le cas
échéant les créanciers enregistrés au Registre des
gages, le créancier saisissant et les créanciers qui ont
fait mention en marge d’une action intentée sur la base
de l’article 5.243 du Code civil”.
3552/004
DOC 55
36
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
Art. 78 (vroeger art. 79)
In artikel XX.193, § 2, van hetzelfde Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 11 augustus 2017 en gewijzigd bij
de wet van 7 juni 2023, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “of bevoorrechte
schuldeisers” vervangen door de woorden “schuldeisers,
de ingeschreven bevoorrechte schuldeisers, desgeval-
lend de in het Pandregister geregistreerde schuldeisers”;
2° in het eerste lid worden de woorden “en zij die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” ingevoegd
tussen de woorden “doen overschrijven” en de woorden
“, alsook de gefailleerde”;
3° in het tweede lid worden de woorden “of bevoor-
rechte schuldeisers” vervangen door de woorden “schuld-
eisers, de ingeschreven bevoorrechte schuldeisers,
desgevallend de in het Pandregister geregistreerde
schuldeisers”;
4° in het tweede lid worden de woorden “en zij die
een vordering ingesteld krachtens artikel 5.243 van het
Burgerlijk Wetboek hebben laten kantmelden” ingevoegd
tussen de woorden “doen overschrijven” en de woorden
“, evenals de gefailleerde”.
HOOFDSTUK 7
Wijziging van de wet van 19 maart 2017
tot oprichting van een Begrotingsfonds
voor de juridische tweedelijnsbijstand
Art. 79 (vroeger art. 80)
Artikel 5, § 2, van de wet 19 maart 2017 tot oprichting
van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijns-
bijstand wordt aangevuld met een lid, luidende:
“Het nieuwe bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde
bijdrage treedt in werking op de eerste werkdag van de
tweede maand na de in het eerste lid bedoelde wijziging
van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Dit nieuwe
bedrag wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad
voorafgaand aan de inwerkingtreding ervan.”
Art. 78 (ancien art. 79)
À l’article XX.193, § 2, du même Code, inséré par la
loi du 11 août 2017 et modifié par la loi du 7 juin 2023,
les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l’alinéa 1er, les mots “ou privilégiés inscrits,”
sont remplacés par les mots “inscrits, les créanciers
privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers enre-
gistrés au Registre des gages,”;
2° dans l’alinéa 1er, les mots “et ceux qui ont fait
mention en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil” sont insérés entre les mots
“un exploit de saisie” et les mots “ainsi que le failli”;
3° dans l’alinéa 2, les mots “ou privilégiés inscrits,”
sont remplacés par les mots “inscrits, les créanciers
privilégiés inscrits, le cas échéant les créanciers enre-
gistrés au Registre des gages,”;
4° dans l’alinéa 2, les mots “et ceux qui ont fait men-
tion en marge d’une action intentée sur la base de
l’article 5.243 du Code civil” sont insérés entre les mots
“un exploit de saisie” et les mots “ainsi que le failli”.
CHAPITRE 7
Modification de la loi du 19 mars 2017
instituant un fonds budgétaire
relatif à l’aide juridique de deuxième ligne
Art. 79 (ancien art. 80)
L’article 5, § 2, de la loi du 19 mars 2017 instituant un
fonds budgétaire relatif à l’aide juridique de deuxième
ligne, est complété par l’alinéa suivant:
“Le nouveau montant de la contribution visée au
paragraphe 1er entre en vigueur le 1er jour ouvrable du
deuxième mois qui suit le changement de l’indice des
prix à la consommation visé à l’alinéa 1er. Ce nouveau
montant est publié par avis au Moniteur belge préala-
blement à son entrée en vigueur.”
37
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
HOOFDSTUK 8
Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
Art. 80 (vroeger art. 81)
In artikel 1.8, § 5, van het Burgerlijk Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 28 april 2022, wordt het woord
“heeft” ingevoegd tussen de woorden “hoeven te zijn,
ertoe” en de woorden “bijgedragen de schijn”.
HOOFDSTUK 9
Wijzigingen van de wet van 5 mei 2019
houdende diverse bepalingen inzake
informatisering van Justitie,
modernisering van het statuut van rechters
in ondernemingszaken en
inzake de notariële aktebank
Art. 81 (vroeger art. 82)
In artikel 36, 2°, van de wet van 5 mei 2019 houdende
diverse bepalingen inzake informatisering van Justitie,
modernisering van het statuut van rechters in onderne-
mingszaken en inzake de notariële aktebank worden de
woorden “de rechtbanken” vervangen door de woorden
“van de rechtbanken en van de hoven”.
Art. 82 (vroeger art. 83)
In artikel 37, 1°, van dezelfde wet wordt het woord
“mee” ingevoegd tussen de woorden “de schrapping”
en de woorden “van de vorderingen”.
Art. 83 (vroeger art. 84)
In artikel 39 van dezelfde wet worden de woorden “na
de uitspraak” ingevoegd tussen de woorden “binnen de
drie dagen” en de woorden “kennis van”.
Art. 84 (vroeger art. 85)
In artikel 45, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, worden
de woorden “rechtbank, met inbegrip van de griffie”
vervangen door de woorden “rechtbank of het hof, met
inbegrip van hun griffier”.
CHAPITRE 8
Modification du Code civil
Art. 80 (ancien art. 81)
Dans le texte néerlandais de l’article 1.8, § 5, du Code
civil, inséré par la loi du 28 avril 2022, le mot “heeft” est
inséré entre les mots “hoeven te zijn, ertoe” et les mots
“bijgedragen de schijn”.
CHAPITRE 9
Modifications de la loi du 5 mai 2019
portant dispositions diverses en matière
d’informatisation de la Justice,
de modernisation du statut
des juges consulaires et
relativement à la banque des actes notariés
Art. 81 (ancien art. 82)
Dans l’article 36, 2°, de la loi du 5 mai 2019 portant
dispositions diverses en matière d’informatisation de la
Justice, de modernisation du statut des juges consu-
laires et relativement à la banque des actes notariés,
les mots “des juridictions” sont remplacés par les mots
“des tribunaux et des cours”.
Art. 82 (ancien art. 83)
Dans le texte néerlandais de l’article 37, 1°, de la
même loi, le mot “mee” est inséré entre les mots “de
schrapping” et les mots “van de vorderingen”.
Art. 83 (ancien art. 84)
Dans le texte néerlandais de l’article 39 de la même
loi, les mots “na de uitspraak” sont insérés entre les
mots “binnen de drie dagen” et les mots “kennis van”.
Art. 84 (ancien art. 85)
Dans l’article 45, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les mots
“tribunal, en ce compris le greffe” sont remplacés par les
mots “tribunal ou la cour, en ce compris leurs greffes”.
3552/004
DOC 55
38
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
HOOFDSTUK 10
Wijziging van de wet van 16 oktober 2022
tot oprichting van het Centraal register
voor de beslissingen van de rechterlijke orde en
betreffende de bekendmaking van de vonnissen
en tot wijziging van de assisenprocedure
betreffende de wraking van de gezworenen
Art. 85 (vroeger art. 86)
In artikel 19, tweede lid, van de wet van 16 okto-
ber 2022 tot oprichting van het Centraal register voor
de beslissingen van de rechterlijke orde en betreffende
de bekendmaking van de vonnissen en tot wijziging van
de assisenprocedure betreffende de wraking van de
gezworenen worden de woorden “hoofdstuk 2 en de
artikelen 9, 10, 13 en 18” vervangen door de woorden
“titel II, hoofdstuk 1 en de artikelen 9, 10, 13 en 19”.
HOOFDSTUK 11
Wijzigingen van de wet van 22 november 2022
tot wijziging van de wet van 16 maart 1803
op het notarisambt, tot invoering
van een tuchtraad voor de notarissen en
de gerechtsdeurwaarders
in het Gerechtelijk Wetboek en diverse bepalingen
Art. 86 (vroeger art. 87)
In artikel 83 van de wet van 22 november 2022 tot wij-
ziging van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt,
tot invoering van een tuchtraad voor de notarissen en
de gerechtsdeurwaarders in het Gerechtelijk Wetboek
en diverse bepalingen, in artikel 535, zesde lid, van het
Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden “de kamer
van notarissen, het auditoraat bij de Nationale Kamer van
notarissen” vervangen door de woorden “het auditoraat
bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders”.
Art. 87 (vroeger art. 88)
In artikel 103 van dezelfde wet, in artikel 555/5bis,
§ 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de
woorden “van de aan het tuchtrecht van de onderworpen
notarissen en gerechtsdeurwaarders” vervangen door de
woorden “van de personen die aan het tuchtrecht van de
notarissen en gerechtsdeurwaarders onderworpen zijn”.
CHAPITRE 10
Modification de la loi du 16 octobre 2022
visant la création du Registre central
pour les décisions de l’ordre judiciaire et
relative à la publication des jugements et
modifiant la procédure d’assises relative à
la récusation des jurés
Art. 85 (ancien art. 86)
Dans l’article 19, alinéa 2, de la loi du 16 octobre 2022
visant la création du Registre central pour les déci-
sions de l’ordre judiciaire et relative à la publication des
jugements et modifiant la procédure d’assises relative
à la récusation des jurés, les mots “chapitre 2 et des
articles 9, 10, 13 et 18” sont remplacés par les mots
“titre II, chapitre 1er et les articles 9, 10, 13 et 19”.
CHAPITRE 11
Modifications de la loi du 22 novembre 2022
portant modification de la loi du 16 mars 1803
contenant organisation du notariat, introduisant
un conseil de discipline pour les notaires et
les huissiers de justice dans le Code judiciaire et
des dispositions diverses
Art. 86 (ancien art. 87)
Dans l’article 83 de la loi du 22 novembre 2022 portant
modification de la loi du 16 mars 1803 contenant organi-
sation du notariat, introduisant un conseil de discipline
pour les notaires et les huissiers de justice dans le Code
judiciaire et des dispositions diverses, à l’article 535,
alinéa 6, du Code judiciaire, les mots “la chambre des
notaires, à l’auditorat de la Chambre nationale des
notaires” sont remplacés par les mots “l’auditorat de la
Chambre nationale des huissiers de justice”.
Art. 87 (ancien art. 88)
Dans le texte néerlandais de l’article 103 de la même
loi, à l’article 555/5bis, § 1er, alinéa 1er, du Code judiciaire,
les mots “van de aan het tuchtrecht van de onderworpen
notarissen en gerechtsdeurwaarders” sont remplacés par
les mots “van de personen die aan het tuchtrecht van de
notarissen en gerechtsdeurwaarders onderworpen zijn”.
39
3552/004
DOC 55
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
HOOFDSTUK 12
Wijziging van de wet van 14 maart 2023
tot uitvoering en aanvulling van Verordening (EU)
2020/1783 van het Europees Parlement en
de Raad van 25 november 2020 betreffende
de samenwerking tussen de gerechten
van de lidstaten op het gebied
van bewijsverkrijging in burgerlijke en
handelszaken, en van Verordening (EU) 2020/1784
van het Europees Parlement en de Raad
van 25 november 2020 inzake de betekening
en de kennisgeving in de lidstaten
van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken
in burgerlijke of in handelszaken
Art. 88 (vroeger art. 89)
In de Franse tekst van artikel 7, eerste lid, van de
wet van 14 maart 2023 tot uitvoering en aanvulling van
Verordening (EU) 2020/1783 van het Europees Parlement
en de Raad van 25 november 2020 betreffende de
samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten
op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en
handelszaken, en van Verordening (EU) 2020/1784 van
het Europees Parlement en de Raad van 25 novem-
ber 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in
de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke
stukken in burgerlijke of in handelszaken, worden de
woorden “les juges belges peuvent” vervangen door
de woorden “la juridiction peut”.
HOOFDSTUK 13
Overgangsbepalingen
Art. 89 (vroeger art. 90)
De artikelen 43 tot 51, 55, 58 tot 65, 69 en 74 tot 78
zijn enkel van toepassing op de verkoopprocedures
waarbij het verzoek tot machtiging, die aanleiding geeft
tot de zuiverende verkoop, wordt neergelegd vanaf de
inwerkingtreding van voornoemde artikelen of waarbij
de oproeping van de schuldeisers om de verkoopsver-
richtingen te volgen, die aanleiding geeft tot de zuive-
rende verkoop, plaatsvindt vanaf de inwerkingtreding
van deze wet.
Art. 90 (vroeger art. 91)
Magistraten die bij de inwerkingtreding van deze wet
zitting hebben in een kamer voor minnelijke schikking
zijn vrijgesteld van de door het Instituut voor gerechtelijke
CHAPITRE 12
Modification de la loi du 14 mars 2023
mettant en œuvre et complétant le règlement (UE)
2020/1783 du Parlement européen et
du Conseil du 25 novembre 2020 relatif à
la coopération entre les juridictions des États
membres dans le domaine de l’obtention
des preuves en matière civile ou commerciale, et
le règlement (UE) 2020/1784
du Parlement européen et du Conseil
du 25 novembre 2020 relatif à la signification et
à la notification dans les États membres
des actes judiciaires et extrajudiciaires en matière
civile ou commerciale
Art. 88 (ancien art. 89)
Dans l’article 7, alinéa 1er, de la loi du 14 mars 2023
mettant en œuvre et complétant le règlement (UE)
2020/1783 du Parlement européen et du Conseil du 25 no-
vembre 2020 relatif à la coopération entre les juridictions
des États membres dans le domaine de l’obtention des
preuves en matière civile ou commerciale, et le règlement
(UE) 2020/1784 du Parlement européen et du Conseil
du 25 novembre 2020 relatif à la signification et à la
notification dans les États membres des actes judiciaires
et extrajudiciaires en matière civile ou commerciale, les
mots “les juges belges peuvent” sont remplacés par les
mots “la juridiction peut”.
CHAPITRE 13
Dispositions transitoires
Art. 89 (ancien art. 90)
Les articles 43 à 51, 55, 58 à 65, 69 et 74 à 78 s’ap-
pliquent uniquement aux procédures de vente dans le
cadre desquelles la requête en autorisation qui donne
lieu à la vente purgeante est déposée à partir de l’entrée
en vigueur des articles précités ou l’appel des créan-
ciers à suivre les opérations de vente, qui donne lieu à
la vente purgeante, est effectué à partir de l’entrée en
vigueur de cette loi.
Art. 90 (ancien art. 91)
Les magistrats qui siègent dans une chambre de
règlement à l’amiable au moment de l’entrée en vigueur
de la présente loi sont dispensés de suivre la formation
3552/004
DOC 55
40
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E
2023
2024
K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E
opleiding georganiseerde gespecialiseerde opleiding
inzake verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling.
Art. 91 (vroeger art. 92)
Onverminderd de reeds bestaande kamers voor min-
nelijke schikking, is de oprichting van nieuwe kamers voor
minnelijke schikking binnen de hoven en rechtbanken
facultatief tot 1 september 2025.
HOOFDSTUK 14
Inwerkingtreding
Art. 92 (vroeger art. 93)
De artikelen 2 tot 12 treden in werking op de eerste dag
van de derde maand na de bekendmaking van deze wet
in het Belgisch Staatsblad.
Art. 93 (vroeger art. 94)
De artikelen 24 tot 26 treden in werking op
1 januari 2024.
spécialisée organisée par l’Institut de formation judiciaire
en conciliation et renvoi en médiation.
Art. 91 (ancien art. 92)
Sans préjudice des chambres de règlement à l’amiable
déjà existantes, la création de nouvelles chambres de
règlement à l’amiable au sein des cours et tribunaux est
facultative jusqu’au 1er septembre 2025.
CHAPITRE 14
Entrée en vigueur
Art. 92 (ancien art. 93)
Les articles 2 à 12 entrent en vigueur le premier jour
du troisième mois qui suit celui de la publication de la
présente loi au Moniteur belge.
Art. 93 (ancien art. 94)
Les articles 24 à 26 entrent en vigueur le
1er janvier 2024.
Imprimerie centrale – Centrale drukkerij