Document 55K3552/006

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 3552 Other 🌐 NL

Inhoud

7 december 2023 7 décembre 2023 3552/006 DOC 55 3552/006 DOC 55 10858 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Chambre des représentants de Belgique Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers Voir: Doc 55 3552/ (2022/2023): 001: Projet de loi. 002: Amendements. 003: Rapport de la première lecture. 004: Articles adoptés en première lecture. 005: Amendements. Voir aussi: 007: Texte adopté en deuxième lecture. Zie: Doc 55 3552/ (2022/2023): 001: Wetsontwerp. 002: Amendementen. 003: Verslag van de eerste lezing. 004: Artikelen aangenomen in eerste lezing. 005: Amendementen. Zie ook: 007: Tekst aangenomen in tweede lezing. namens de commissie voor Justitie uitgebracht door de dames Katja Gabriëls en Claire Hugon fait au nom de la commission de la Justice par Mmes Katja Gabriëls et Claire Hugon Verslag van de tweede lezing Rapport de la deuxième lecture Inhoud Sommaire Blz. Pages Discussion des articles et votes...........................................3 Annexe: note de légistique.................................................14 Artikelsgewijze bespreking en stemmingen.........................3 Bijlage: wetgevingstechnische nota...................................21 houdende diverse bepalingen in burgerlijke en gerechtelijke zaken portant dispositions diverses en matière civile et judiciaire PROJET DE LOI WETSONTWERP 3552/006 DOC 55 2 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen PS : Parti Socialiste VB : Vlaams Belang MR : Mouvement Réformateur cd&v : Christen-Democratisch en Vlaams PVDA-PTB : Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgique Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten Vooruit : Vooruit Les Engagés : Les Engagés DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant INDEP-ONAFH : Indépendant - Onafhankelijk Abréviations dans la numérotation des publications: Afkorting bij de nummering van de publicaties: DOC 55 0000/000 Document de la 55e législature, suivi du numéro de base et numéro de suivi DOC 55 0000/000 Parlementair document van de 55e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA Questions et Réponses écrites QRVA Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV Version provisoire du Compte Rendu Intégral CRIV Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV Compte Rendu Analytique CRABV Beknopt Verslag CRIV Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analytique traduit des interventions (avec les annexes) CRIV Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN Séance plénière PLEN Plenum COM Réunion de commission COM Commissievergadering MOT Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) MOT Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) Composition de la commission à la date de dépôt du rapport/ Samenstelling van de commissie op de datum van indiening van het verslag Président/Voorzitter: Kristien Van Vaerenbergh A. — Titulaires / Vaste leden: B. — Suppléants / Plaatsvervangers: N-VA Christoph D'Haese, Sophie De Wit, Kristien Van Vaerenbergh Yngvild Ingels, Sander Loones, Wim Van der Donckt, Valerie Van Peel Ecolo-Groen N ., Claire Hugon, Olivier Vajda, Stefaan Van Hecke N ., Julie Chanson, Sarah Schlitz PS Khalil Aouasti, Laurence Zanchetta, Özlem Özen N ., Mélissa Hanus, Ahmed Laaouej, Patrick Prévot VB Katleen Bury, Marijke Dillen Joris De Vriendt, Tom Van Grieken, Reccino Van Lommel MR Philippe Goffin, Philippe Pivin Mathieu Bihet, Marie-Christine Marghem, Caroline Taquin cd&v Koen Geens Els Van Hoof, Servais Verherstraeten PVDA-PTB Nabil Boukili Greet Daems, Marco Van Hees Open Vld Katja Gabriëls Patrick Dewael, Vincent Van Quickenborne Vooruit Ben Segers Karin Jiroflée, Kris Verduyckt C. — Membres sans voix délibérative / Niet-stemgerechtigde leden: Les Engagés Vanessa Matz DéFI Sophie Rohonyi 3 3552/006 DOC 55 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Dames en Heren, Met toepassing van artikel 83 van het Reglement heeft Uw commissie tijdens haar vergadering van 29 november een tweede lezing gehouden van de artikelen van het wetsontwerp DOC 55 3552 die zij in eerste lezing tijdens haar vergadering van 7 november 2023 had aangeno- men. Tijdens diezelfde vergadering heeft de commissie kennis genomen van de wetgevingstechnische nota van de Juridische Dienst, opgenomen als bijlage bij dit verslag, over de in eerste lezing aangenomen artikelen van dat wetsontwerp. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN Ten algemene titel merkt de Juridische Dienst in zijn wetgevingstechnische nota het volgende op: “1. Het wetsontwerp strekt er onder andere toe om aan te geven welke gespecialiseerde opleiding rechters moeten volgen om te kunnen zetelen in een kamer voor minnelijke schikking. De benaming van deze gespeci- aliseerde opleiding is echter niet altijd dezelfde in de beide taalversies van de ontworpen artikelen van het Gerechtelijk Wetboek. In de volgende ontworpen artikelen, alsook in de overgangsbepaling opgenomen in artikel 90 van het wetsontwerp, is er in de Nederlandse tekst telkens sprake van de “gespecialiseerde opleiding inzake verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling”, terwijl er in de Franse tekst telkens sprake is van “la formation spécialisée (…) en conciliation et renvoi en médiation”: — het ontworpen artikel 78, zevende lid, van het Gerechtelijk Wetboek (artikel 17 van het wetsontwerp); — het ontworpen artikel 81, elfde lid, van hetzelfde Wetboek (artikel 19, 3°, van het wetsontwerp); — het ontworpen artikel 84, tweede lid, van hetzelfde Wetboek (artikel 20, 2°, van het wetsontwerp); — het ontworpen artikel 101, § 2, vijfde lid, van het- zelfde Wetboek (artikel 21, 2°, van het wetsontwerp); — het ontworpen artikel 104, elfde lid, van hetzelfde Wetboek (artikel 23, 2°, van het wetsontwerp). Enkel in het ontworpen artikel 102, § 1, vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek (artikel 22 van het wetsont- werp) stemmen de beide taalversies met elkaar over- een: “gespecialiseerde opleiding inzake verzoening en Mesdames, Messieurs, Au cours de sa réunion du 29 novembre, votre com- mission a procédé à une deuxième lecture, en application de l’article 83 du Règlement, des articles du projet de loi DOC 55 3552 qu’elle a adoptés en première lecture au cours de sa réunion du 7 novembre 2023. Au cours de la première réunion susmentionnée, la commission a pris connaissance de la note de légistique du Service juridique relative aux articles adoptés en première lecture du projet de loi à l’examen. Cette note est annexée au présent rapport. DISCUSSION DES ARTICLES ET VOTES À titre général, le Service juridique souligne ce qui suit dans sa note de légistique: “1. Le projet de loi vise notamment à préciser la for- mation spécialisée que les juges devront suivre pour pouvoir siéger au sein d’une chambre de règlement à l’amiable. Cependant, la dénomination de cette forma- tion spécialisée n’est pas toujours identique dans les deux versions linguistiques des articles en projet du Code judiciaire. En effet, dans les articles en projet suivants, de même que dans la disposition transitoire figurant à l’article 90 du projet de loi, la version néerlandaise évoque chaque fois “gespecialiseerde opleiding inzake verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling”, alors que la ver- sion française évoque systématiquement ‘’la formation spécialisée (…) en conciliation et renvoi en médiation”: — l’article 78, alinéa 7, en projet, du Code judiciaire (article 17 du projet de loi); — l’article 81, alinéa 11, en projet, du même Code (article 19, 3°, du projet de loi); — l’article 84, alinéa 2, en projet, du même Code (article 20, 2°, du projet de loi); — l’article 101, § 2, alinéa 5, en projet, du même Code (article 21, 2°, du projet de loi); — l’article 104, alinéa 11, en projet, du même Code (article 23, 2°, du projet de loi). Les deux versions linguistiques ne concordent qu’à l’article 102, § 1er, alinéa 5, en projet, du Code judiciaire (article 22 du projet de loi): “la formation spécialisée (…) en conciliation et renvoi en médiation”/“gespecialiseerde 3552/006 DOC 55 4 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E doorverwijzing naar bemiddeling”/“la formation spécialisée (…) en conciliation et renvoi en médiation”. Het staat aan de commissie om de discrepantie inzake de benaming van de gespecialiseerde opleiding te verhelpen en te waken over een uniforme terminologie.”. De heer Paul Van Tigchelt, vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee, verduidelijkt dat de Franse tekst correct is. Dehalve dient in de Nederlandse tekst het woord “of” telkens te worden vervangen door het woord “en” (“gespecialiseerde opleiding inzake ver- zoening en doorverwijzing naar bemiddeling”). Mevrouw Kristien Van Vaerenbergh, voorzitster van de commissie voor Justitie, stipt aan dat de tekst over- eenkomstig zal worden aangepast. Eveneens ten algemene titel brengt mevrouw Marijke Dillen (VB) haar tijdens de eerste lezing geformuleerde opmerking over de slordigheden waarmee het parle- mentair document DOC 55 3552/001 is behept opnieuw onder de aandacht. De voorzitster verduidelijkt dat de gecoördineerde versie inmiddels werd aangepast en dat een parlementair document ter vervanging beschikbaar is op de website van de Kamer. HOOFDSTUK 1 Algemene bepaling Artikel 1 Dit artikel bevat de grondwettelijke bevoegdheids- grondslag. Artikel 1 wordt eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 2 Wijzigingen van het oud Burgerlijk Wetboek Art. 2 tot 9 Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 2 tot 9 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. opleiding inzake verzoening en doorverwijzing naar bemiddeling”. Il appartiendra à la commission de remé- dier à cette discordance dans la dénomination de la formation spécialisée et de veiller à l’uniformité de la terminologie.”. M. Paul Van Tigchelt, vice-premier ministre et ministre de la Justice et de la Mer du Nord, précise que le texte français est correct. En conséquence, il conviendra de remplacer chaque fois, dans le texte néerlandais, le mot “of” par le mot “en” (“gespecialiseerde opleiding inzake verzoening en doorverwijzing naar bemiddeling”). Mme Kristien Van Vaerenbergh, présidente de la commission de la Justice, indique que le texte sera modifié en conséquence. Toujours à titre général, Mme Marijke Dillen (VB) réitère l’observation qu’elle a formulée au cours de la première lecture à propos des négligences qui entachent le document parlementaire DOC 55 3552/001. La présidente précise que la version coordonnée a depuis lors été modifiée et qu’un document parlemen- taire de remplacement est accessible sur le site web de la Chambre. CHAPITRE 1ER Disposition générale Article 1er Cet article fixe le fondement constitutionnel de la compétence. L’article 1er est adopté à l’unanimité. CHAPITRE 2 Modifications de l’ancien Code civil Art. 2 à 9 Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 2 à 9 sont successivement adoptés à l’unanimité. 5 3552/006 DOC 55 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Art. 10 Dit artikel wijzigt artikel 335ter van het oud Burgerlijk Wetboek. Teneinde tegemoet te komen aan opmerking nr. 3 van de wetgevingstechnische nota, dient de minister amen- dement nr. 7 in (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 7 en het aldus geamendeerde artikel 10 worden achtereenvolgens en eenparig aangenomen. Art. 11 tot 15 Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 11 tot 15 worden achtereenvolgens een- parig aangenomen. HOOFDSTUK 3 Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 16 (vroeger art. 17) tot art. 23 (vroeger art. 24) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 16 tot 23 worden achtereenvolgens aan- genomen met 9 stemmen en 4 onthoudingen. Art. 24 (vroeger art. 25) tot art. 26 (vroeger art. 27) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 24 tot 26 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. Art. 27 (vroeger art. 28) tot art. 35 (vroeger art. 36) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 27 tot 35 worden achtereenvolgens aan- genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Art. 10 Cet article vise à modifier l’article 335ter de l’ancien Code civil. Le ministre présente l’amendement  n°  7 (DOC 55 3552/005) tendant à donner suite à l’obser- vation n° 3 de la note de légistique. L’amendement n° 7 et l’article 10, ainsi modifié, sont successivement adoptés à l’unanimité. Art. 11 à 15 Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 11 à 15 sont successivement adoptés à l’unanimité. CHAPITRE 3 Modifications du Code judiciaire Art. 16 (ancien art. 17) à 23 (ancien art. 24) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 16 à 23 sont successivement adoptés par 9 voix et 4 abstentions. Art. 24 (ancien art. 25) à 26 (ancien art. 27) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 24 à 26 sont successivement adoptés à l’unanimité. Art. 27 (ancien art. 28) à 35 (ancien art. 36) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 27 à 35 sont successivement adoptés par 10 voix et 3 abstentions. 3552/006 DOC 55 6 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Art. 36 (vroeger art. 37) Dit artikel strekt tot de invoeging van artikel 734/1 in het Gerechtelijk Wetboek. Om tegemoet te komen aan opmerking nr. 4 van de wetgevingstechnische nota dient de minister amende- ment nr. 8 in (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 8 wordt eenparig aangenomen. Het aldus geamendeerde artikel 36 wordt aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Art. 37 (vroeger art. 38) en art. 38 (vroeger art. 39) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 37 en 38 worden achtereenvolgens aan- genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Art. 39 (vroeger art. 40) Dit artikel beoogt de invoeging van artikel 734/4 in hetzelfde Wetboek. Teneinde tegemoet te komen aan opmerking nr. 5 van de wetgevingstechnische nota dient de minister amen- dement nr. 9 in (DOC 55 3552/005). Teneinde uitdrukkelijk te vermelden dat de rechter tijdens de allereerste zitting van minnelijke schikking, de beginselen die aan deze zitting ten grondslag liggen in de minnelijke schikking in herinnering dient te brengen, dient mevrouw Katja Gabriëls c.s. amendement nr. 16 in (DOC 55 3552/005). De hoofdindienster stipt aan dat aldus wordt tegemoet gekomen aan het voorstel van de vzw Bemiddeling in dezen. De heer Christoph D’Haese (N-VA) vestigt de aandacht van de leden erop dat hiermee des te meer het belang van het inwinnen van adviezen alsook van de techniek van de tweede lezing is bewezen. De amendementen nrs. 9 en 16 worden achtereen- volgens eenparig aangenomen. Het aldus geamen- deerde artikel 39 wordt aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Art. 40 (vroeger art. 41) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Art. 36 (ancien art. 37) Cet article vise à insérer un article 734/1 dans le Code judiciaire. Le ministre présente l’amendement  n°  8 (DOC 55 3552/005) tendant à donner suite à l’obser- vation n° 4 de la note de légistique (DOC 55 3552/005). L’amendement n° 8 est adopté à l’unanimité. L’article 36, ainsi modifié, est adopté par 10 voix et 3 abstentions. Art. 37 (ancien art. 38) et 38 (ancien art. 39) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 37 et 38 sont successivement adoptés par 10 voix et 3 abstentions. Art. 39 (ancien art. 40) Cet article vise à insérer un article 734/4 dans le même Code. Le ministre présente l’amendement  n°  9 (DOC 55 3552/005) tendant à donner suite à l’obser- vation n° 5 de la note de légistique (DOC 55 3552/005). Mme Katja Gabriëls et consorts présentent l’amen- dement n° 16 (DOC 55 3552/005) tendant à indiquer expressément que lors de la toute première audience de conciliation, le juge rappelle les principes qui sous- tendent celle-ci au sein de la chambre de règlement à l’amiable. L’auteure principale indique que l’amendement à l’examen tend à donner suite à la proposition formulée à ce sujet par l’ASBL Bemiddeling. M. Christoph D’Haese (N-VA) fait observer aux membres que l’amendement à l’examen prouve d’autant plus l’importance de recueillir des avis et de procéder à une deuxième lecture. Les amendements n°s 9 et 16 sont successivement adoptés à l’unanimité. L’article 39, ainsi modifié, est adopté par 10 voix et 3 abstentions. Art. 40 (ancien art. 41) Cet article ne donne lieu à aucune observation. 7 3552/006 DOC 55 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Artikel 40 wordt aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Art. 41 (vroeger art. 42) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Artikel 41 wordt eenparig aangenomen. Art. 42 (vroeger art. 43) Dit artikel strekt tot de invoeging van artikel 1094/2 in hetzelfde Wetboek. De minister dient amendement nr. 10 in dat tegemoet- komt aan opmerking nr. 6 van de wetgevingstechnische nota (DOC 55 3552/005). De minister overloopt vervolgens de schriftelijke verantwoording van zijn amendement. Amendement nr. 10 en het aldus geamendeerde arti- kel 42 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. Art. 43 (vroeger art. 44) tot art. 64 (vroeger art. 65) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 43 tot 64 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. Art. 64/1 (nieuw) In het verlengde van zijn amendement nr. 15 (zie infra, hoofdstuk 9) dient de minister amendement nr. 11 in tot invoeging van een nieuw artikel 64/1 tot wijzi- ging van artikel 1675/6, § 1, van hetzelfde Wetboek (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 11 tot invoeging van een nieuw artikel wordt eenparig aangenomen. Art. 65 (vroeger art. 66) Dit artikel wijzigt artikel 1675/7 van hetzelfde Wetboek. In navolging van zijn amendement nr. 15 (zie infra, hoofdstuk 9) dient de minister amendement nr. 12 tot aan- vulling van een bepaling onder 3° in (DOC 55 3552/005). L’article 40 est adopté par 10 voix et 3 abstentions. Art. 41 (ancien art. 42) Cet article ne donne lieu à aucune observation. L’article 41 est adopté à l’unanimité. Art. 42 (ancien art. 43) Cet article vise à insérer un article 1094/2 dans le même Code. Le ministre présente l’amendement n° 10 tendant à donner suite à l’observation n° 6 de la note de légistique (DOC 55 3552/005). Le ministre parcourt ensuite la justification de son amendement. L’amendement n° 10 et l’article 42, ainsi modifié, sont successivement adoptés à l’unanimité. Art. 43 (ancien art. 44) à 64 (ancien art. 65) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 43 à 64 sont successivement adoptés à l’unanimité. Art. 64/1 (nouveau) Dans le prolongement de son amendement n° 15 (voir infra, chapitre 9), le ministre présente l’amende- ment n° 11 tendant à insérer un nouvel article 64/1 vi- sant à modifier l’article 1675/6, § 1er, du même Code (DOC 55 3552/005). L’amendement n° 11 tendant à insérer un nouvel article est adopté à l’unanimité. Art. 65 (ancien art. 66) Cet article vise à modifier l’article 1675/7 du même Code. Dans le prolongement de son amendement n° 15 (voir infra, chapitre 9), le ministre présente l’amende- ment n° 12 tendant à compléter cet article par un 3° (DOC 55 3552/005). 3552/006 DOC 55 8 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Amendement nr. 12 wordt eenparig aangenomen. Art. 65/1 (nieuw) In het verlengde van zijn amendement nr. 15 (zie infra, hoofdstuk 9) dient de minister amendement nr. 13 in tot invoeging van een nieuw artikel 65/1 dat strekt tot de wijziging van artikel 1675/8bis van hetzelfde Wetboek (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 13 tot invoeging van een nieuw artikel wordt eenparig aangenomen. Art. 66 (vroeger art. 67) tot art. 69 (vroeger art. 70) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 66 tot 69 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. Art. 69/1 (nieuw) In navolging van zijn amendement nr. 15 (zie infra, hoofdstuk 9) dient de minister amendement nr. 14 in tot invoeging van een nieuw artikel 69/1 dat strekt tot de wijziging van artikel 1675/15bis, § 1, van hetzelfde Wetboek (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 14 tot invoeging van een nieuw artikel wordt eenparig aangenomen. Art. 70 (vroeger art. 71) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Artikel 70 wordt eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 4 Wijzigingen van het Wetboek van de Belgische nationaliteit Art. 71 (vroeger art. 72) en art. 72 (vroeger art. 73) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 71 en 72 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. L’amendement n° 12 est adopté à l’unanimité. Art. 65/1 (nouveau) Dans le prolongement de son amendement n° 15 (voir infra, chapitre 9), le ministre présente l’amende- ment n° 13 tendant à insérer un nouvel article 65/1 vi- sant à modifier l’article 1675/8bis du même Code (DOC 55 3552/005). L’amendement n° 13 tendant à insérer un nouvel article est adopté à l’unanimité. Art. 66 (ancien art. 67) à 69 (ancien art. 70) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 66 à 69 sont successivement adoptés à l’unanimité. Art. 69/1 (nouveau) Dans le prolongement de son amendement n° 15 (voir infra, chapitre 9), le ministre présente l’amende- ment n° 14 tendant à insérer un nouvel article 69/1 visant à modifier l’article 1675/15bis, § 1er, du même Code (DOC 55 3552/005). L’amendement n° 14 tendant à insérer un nouvel article est adopté à l’unanimité. Art. 70 (ancien art. 71) Cet article ne donne lieu à aucune observation. L’article 70 est adopté à l’unanimité. CHAPITRE 4 Modifications du Code de la nationalité belge Art. 71 (ancien art. 72) et 72 (ancien art. 73) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 71 et 72 sont successivement adoptés à l’unanimité. 9 3552/006 DOC 55 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E HOOFDSTUK 5 Wijziging van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het “handvest” van de sociaal verzekerde Art. 73 (vroeger art. 74) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Artikel 73 wordt eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 6 Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht Art. 74 (vroeger art. 75) tot art. 78 (vroeger art. 79) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 74 tot 78 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 7 Wijziging van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand Art. 79 (vroeger art. 80) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Artikel 79 wordt eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 8 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek Art. 80 (vroeger art. 81) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Artikel 80 wordt eenparig aangenomen. CHAPITRE 5 Modification de la loi du 11 avril 1995 visant à instituer “la charte” de l’assuré social Art. 73 (ancien art. 74) Cet article ne donne lieu à aucune observation. L’article 73 est adopté à l’unanimité. CHAPITRE 6 Modifications du Code de droit économique Art. 74 (ancien art. 75) à 78 (ancien art. 79) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 74 à 78 sont successivement adoptés à l’unanimité. CHAPITRE 7 Modification de la loi du 19 mars 2017 instituant un fonds budgétaire relatif à l’aide juridique de deuxième ligne Art. 79 (ancien art. 80) Cet article ne donne lieu à aucune observation. L’article 79 est adopté à l’unanimité. CHAPITRE 8 Modification du Code civil Art. 80 (ancien art. 81) Cet article ne donne lieu à aucune observation. L’article 80 est adopté à l’unanimité. 3552/006 DOC 55 10 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E HOOFDSTUK 9 Wijzigingen van de wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake informatisering van Justitie, modernisering van het statuut van rechters in ondernemingszaken en inzake de notariële aktebank Teneinde tegemoet te komen aan opmerking nr. 2par- tim van de wetgevingstechnische nota dient de minister amendement nr. 15partim in tot opheffing van hoofdstuk 9 (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 15partim met betrekking tot de op- heffing van hoofdstuk 9 wordt eenparig aangenomen. Art. 81 (vroeger art. 82) Teneinde tegemoet te komen aan opmerking nr. 2par- tim van de wetgevingstechnische nota dient de minister amendement nr. 15partim in tot opheffing van artikel 81 (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 15partim met betrekking tot de opheffing van artikel 81 wordt eenparig aangenomen. Art. 82 (vroeger art. 83) Teneinde tegemoet te komen aan opmerking nr. 2par- tim van de wetgevingstechnische nota dient de minister amendement nr. 15partim in tot opheffing van artikel 82 (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 15partim met betrekking tot de opheffing van artikel 82 wordt eenparig aangenomen. Art. 83 (vroeger art. 84) Teneinde tegemoet te komen aan opmerking nr. 2par- tim van de wetgevingstechnische nota dient de minister amendement nr. 15partim in tot opheffing van artikel 83 (DOC 55 3552/005). Amendement nr. 15partim met betrekking tot de opheffing van artikel 83 wordt eenparig aangenomen. Art. 84 (vroeger art. 85) Teneinde tegemoet te komen aan opmerking nr. 2par- tim van de wetgevingstechnische nota dient de minister amendement nr. 15partim in tot opheffing van artikel 84 (DOC 55 3552/005). CHAPITRE 9 Modifications de la loi du 5 mai 2019 portant dispositions diverses en matière d’informatisation de la Justice, de modernisation du statut des juges consulaires et relativement à la banque des actes notariés Le ministre présente l’amendement n° 15partim ten- dant à supprimer le chapitre 9 (DOC 55 3552/005) pour donner suite à l’observation n° 2partim de la note de légistique. L’amendement n° 15partim tendant à supprimer le chapitre 9 est adopté à l’unanimité. Art. 81 (ancien art. 82) Le ministre présente l’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’article 81 (DOC 55 3552/005) pour donner suite à l’observation n° 2partim de la note de légistique. L’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’ar- ticle 81 est adopté à l’unanimité. Art. 82 (ancien art. 83) Le ministre présente l’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’article 82 (DOC 55 3552/005) pour donner suite à l’observation n° 2partim de la note de légistique. L’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’ar- ticle 82 est adopté à l’unanimité. Art. 83 (ancien art. 84) Le ministre présente l’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’article 83 (DOC 55 3552/005) pour donner suite à l’observation n° 2partim de la note de légistique. L’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’ar- ticle 83 est adopté à l’unanimité. Art. 84 (ancien art. 85) Le ministre présente l’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’article 84 (DOC 55 3552/005) pour donner suite à l’observation n° 2partim de la note de légistique. 11 3552/006 DOC 55 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Amendement nr. 15partim met betrekking tot de opheffing van artikel 84 wordt eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 10 Wijziging van de wet van 16 oktober 2022 tot oprichting van het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde en betreffende de bekendmaking van de vonnissen en tot wijziging van de assisenprocedure betreffende de wraking van de gezworenen Art. 85 (vroeger art. 86) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Artikel 85 wordt eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 11 Wijzigingen van de wet van 22 november 2022 tot wijziging van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt, tot invoering van een tuchtraad voor de notarissen en de gerechtsdeurwaarders in het Gerechtelijk Wetboek en diverse bepalingen Art. 86 (vroeger art. 87) en art. 87 (vroeger art. 88) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 86 en 87 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. L’amendement n° 15partim tendant à supprimer l’ar- ticle 84 est adopté à l’unanimité. CHAPITRE 10 Modification de la loi du 16 octobre 2022 visant la création du Registre central pour les décisions de l’ordre judiciaire et relative à la publication des jugements et modifiant la procédure d’assises relative à la récusation des jurés Art. 85 (ancien art. 86) Cet article ne donne lieu à aucune observation. L’article 85 est adopté à l’unanimité. CHAPITRE 11 Modifications de la loi du 22 novembre 2022 portant modification de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat, introduisant un conseil de discipline pour les notaires et les huissiers de justice dans le Code judiciaire et des dispositions diverses Art. 86 (ancien art. 87) et 87 (ancien art. 88) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 86 et 87 sont successivement adoptés à l’unanimité. 3552/006 DOC 55 12 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E HOOFDSTUK 12 Wijziging van de wet van 14 maart 2023 tot uitvoering en aanvulling van Verordening (EU) 2020/1783 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, en van Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken Art. 88 (vroeger art. 89) Er worden over dit artikel geen opmerkingen gemaakt. Artikel 88 wordt eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 13 Overgangsbepalingen Art. 89 (vroeger art. 90) tot art. 91 (vroeger art. 92) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 89 tot 91 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. HOOFDSTUK 14 Inwerkingtreding Art. 92 (vroeger art. 93) en art. 93 (vroeger art. 94) Er worden over deze artikelen geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 92 en 93 worden achtereenvolgens eenparig aangenomen. Voor het overige stemmen de minister en de commissie in met de louter vormelijke en taalkundige opmerkingen, indien van toepassing, alsook met het merendeel van de CHAPITRE 12 Modification de la loi du 14 mars 2023 mettant en œuvre et complétant le règlement (UE) 2020/1783 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2020 relatif à la coopération entre les juridictions des États membres dans le domaine de l’obtention des preuves en matière civile ou commerciale, et le règlement (UE) 2020/1784 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2020 relatif à la signification et à la notification dans les États membres des actes judiciaires et extrajudiciaires en matière civile ou commerciale Art. 88 (ancien art. 89) Cet article ne donne lieu à aucune observation. L’article 88 est adopté à l’unanimité. CHAPITRE 13 Dispositions transitoires Art. 89 (ancien art. 90) à 91 (ancien art. 92) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 89 à 91 sont successivement adoptés à l’unanimité. CHAPITRE 14 Entrée en vigueur Art. 92 (ancien art. 93) et 93 (ancien art. 94) Ces articles ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 92 et 93 sont successivement adoptés à l’unanimité. Pour le surplus, le ministre et la commission ap- prouvent, le cas échéant, les corrections purement for- melles et linguistiques ainsi que la majorité des corrections 13 3552/006 DOC 55 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E door de Juridische Dienst voorgestelde verbeteringen van de inleidende zinnen van de artikelen.1 Het gehele aldus geamendeerde en wetgevings- technisch verbeterde wetsontwerp wordt eenparig aangenomen. De naamstemming is als volgt: Hebben voorgestemd: N-VA: Christoph D’Haese, Sophie De Wit, Kristien Van Vaerenbergh; Ecolo-Groen: Claire Hugon, Séverine de Laveleye; PS: Khalil Aouasti, Özlem Özen; VB: Marijke Dillen; MR: Philippe Goffin, Philippe Pivin; cd&v: Koen Geens; Open Vld: Katja Gabriëls; Vooruit: Ben Segers. Hebben tegengestemd: nihil. Hebben zich onthouden: nihil. De rapporteurs, De voorzitster, Katja Gabriëls Claire Hugon Kristien Van Vaerenbergh Artikelen die een uitvoeringsmaatregel vereisen (ar- tikel 78.2, vierde lid, van het Reglement): — art. 24; — art. 25; — art. 26; — art. 57. 1 Artikel 4: artikel 313 van het oud Burgerlijk Wetboek werd laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2018. Artikel 50: artikel 1193ter van het Gerechtelijk Wetboek werd ingevoegd bij de wet van 18 februari 1981, vervangen bij de wet van 15 april 2018 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018. proposées par le Service juridique concernant les phrases liminaires des articles.1 L’ensemble du projet de loi, tel qu’il a été modifié et corrigé sur le plan légistique, est adopté à l’unanimité. Résultat du vote nominatif: Ont voté pour: N-VA: Christoph D’Haese, Sophie De Wit, Kristien Van Vaerenbergh; Ecolo-Groen: Claire Hugon, Séverine de Laveleye; PS: Khalil Aouasti, Özlem Özen; VB: Marijke Dillen; MR: Philippe Goffin, Philippe Pivin; cd&v: Koen Geens; Open Vld: Katja Gabriëls; Vooruit: Ben Segers. Ont voté contre: nihil. Se sont abstenus: nihil. Les rapporteures, La présidente, Katja Gabriëls Claire Hugon Kristien Van Vaerenbergh Articles nécessitant une mesure d’exécution (ar- ticle 78.2, alinéa 4, du Règlement): — art. 24; — art. 25; — art. 26; — art. 57. 1 Article 4: l’article 313 de l’ancien Code civil a été modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2018. Article 50: l’article 1193ter du Code judiciaire a été inséré par la loi du 18 février 1981, remplacé par la loi du 15 avril 2018 et modifié en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018. 3552/006 DOC 55 14 dienst Juridische Zaken en Parlementaire Documentatie service Affaires juridiques et Documentation parlementaire afdeling Juridische Zaken – division Affaires juridiques Annexe: Note de légistique relative aux articles adoptés en première lecture du projet de loi portant dispositions diverses en matière civile et judiciaire (DOC 55 3552/004). OBSERVATIONS GÉNÉRALES 1. Le projet de loi vise notamment à préciser la formation spécialisée que les juges devront suivre pour pouvoir siéger au sein d’une chambre de règlement à l’amiable. Cependant, la dénomina- tion de cette formation spécialisée n’est pas toujours identique dans les deux versions linguis- tiques des articles en projet du Code judiciaire. En effet, dans les articles en projet suivants, de même que dans la disposition transitoire figu- rant à l’article 90 du projet de loi, la version néerlandaise évoque chaque fois “gespecialiseerde opleiding inzake verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling”, alors que la version française évoque systématiquement “la formation spécialisée (…) en conciliation et renvoi en médiation”: - l’article 78, alinéa 7, en projet, du Code judiciaire [art. 17 du projet de loi]; - l’article 81, alinéa 11, en projet, du même Code [art. 19, 3°, du projet de loi]; - l’article 84, alinéa 2, en projet, du même Code [art. 20, 2°, du projet de loi]; - l’article 101, § 2, alinéa 5, en projet, du même Code [art. 21, 2°, du projet de loi]; - l’article 104, alinéa 11, en projet, du même Code [art. 23, 2°, du projet de loi]. Les deux versions linguistiques ne concordent qu’à l’article 102, § 1er, alinéa 5, en projet, du Code judiciaire [article 22 du projet de loi]: “la formation spécialisée (…) en conciliation et renvoi en médiation” / “gespecialiseerde opleiding inzake verzoening en doorverwijzing naar bemid- deling”. Il appartiendra à la commission de remédier à cette discordance dans la dénomination de la formation spécialisée et de veiller à l’uniformité de la terminologie. 2. Le chapitre 9 du projet de loi vise à modifier plusieurs articles de la loi du 5 mai 2019 ‘portant dispositions diverses en matière d’informatisation de la Justice, de modernisation du statut des juges consulaires et relativement à la banque des actes notariés’. Cependant, les articles modifiés de la loi du 5 mai 2019 ne concernent que des dispositions modificatives déjà entrées en vigueur. En effet, le titre 5 de la loi du 5 mai 2019, où figurent les dispositions modificatives concernées, est entré en vigueur le 2 novembre 2023, en application de l’article 10, 1°, de l’arrêté royal du 11 octobre 2023 ‘organisant le fonctionnement du registre central des règlements collectifs de dettes et portant exécution de l'article 53 de la loi du 5 mai 2019 portant dispositions diverses en matière d'informatisation de la Justice, de modernisa- tion du statut des juges consulaires et relativement à la banque des actes notariés’1. D’un point de vue légistique, il est inutile de modifier une disposition modificative déjà entrée en vigueur. En effet, dès qu’une disposition modificative entre en vigueur, elle épuise instanta- nément tous ses effets: si elle a pour objet un remplacement, un ajout ou une insertion dans l’acte originel, son contenu s’y incorpore immédiatement. En d’autres termes, dès qu’elle est 1 MB du 26 octobre 2023. C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 15 3552/006 DOC 55 Juridische Zaken Affaires juridiques entrée en vigueur, la disposition modificative n’est plus susceptible de produire un quelconque effet nouveau; elle est comparable à une boîte vide.2 Les articles 81 à 84 du projet de loi doivent donc être reformulés de sorte à ce que les modifi- cations visées soient apportées directement dans les actes originaux.3 OBSERVATIONS PARTICULIÈRES RELATIVES AUX ARTICLES Art. 9 et 10 3. À la fin de l’article 335, § 3, alinéa 2, en projet, de l’ancien Code civil [article 9 du projet de loi] et de l’article 335ter, § 2, alinéa 2, en projet, du même Code [article 10 du projet de loi], il est renvoyé “au paragraphe 1er ou à l’article 335ter, § 1er”. La fin de l’article 335ter, § 2, alinéa 2, en projet, de l’ancien Code civil comprenant un double renvoi au paragraphe 1er de ce même ar- ticle, le renvoi à “l’article 335ter, § 1er” est donc en réalité inutile. Il appartiendra à la commission d’examiner les renvois figurant à la fin des articles 335, § 3, ali- néa 2, et 335ter, § 2, alinéa 2, en projet, de l’ancien Code civil, et de les modifier au besoin. Art. 36 (ancien art. 37) 4. En vertu de l’article 734/1, § 2, alinéa 1er, en projet, du Code judiciaire, le juge pourra “à la de- mande des parties” (“op verzoek van de partijen”) ordonner le renvoi de la cause à la chambre de règlement à l’amiable. Cela signifie que toutes les parties devront demander ce renvoi. Se pose la question de savoir si cela correspond à l’intention de la commission, dans la mesure où, dans les cas visés à l’article 734/1, § 1er, alinéas 1er et 2, en projet, du même Code, la chambre de règlement à l’amiable pourra toujours être saisie à la demande de l’une des par- ties. En outre, il peut se déduire du commentaire des articles que le renvoi pourra, durant l’ins- tance, aussi se faire à la demande d’une partie.4 Art. 39 (ancien art. 40) 5. Se pose la question de savoir si, à l’article 734/4, § 1er, alinéa 1er, en projet, du Code judiciaire, il ne serait pas préférable de remplacer les mots “Tout ce qui se dit ou s’écrit au cours de ces au- diences” / “Alles wat wordt gezegd of geschreven tijdens die zittingen” par les mots “Tout ce qui se dit ou s’écrit au cours de ces audiences et pour les besoins de celles-ci” / “Alles wat wordt gezegd of geschreven in de loop van en ten behoeve van die zittingen”. On s’assurerait ainsi que les formulations de la disposition en projet correspondent mieux à celles de l’article 1728, § 1er, alinéa 1er, première phrase, du même Code: “Les documents établis et les communications faites au cours du processus de médiation et pour les besoins de celui-ci sont confidentiels.” (“De docu- menten opgemaakt en de mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemid- delingsprocedure zijn vertrouwelijk.”) Art. 42 (ancien art. 43) 2 Conseil d’État, Principes de technique législative, Guide de rédaction des textes législatifs et réglementaires, 2008, p.83-84, n°128. 3 Ibidem. 4 DOC 55 3552/001, p. 52: ‘’ À cette audience, à l’initiative du juge ou sur demande d’une partie, le dossier peut être renvoyé à la chambre de règlement à l’amiable (art. 734/1, § 2, alinéa 1er)’’. (nous soulignons) C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3552/006 DOC 55 16 Juridische Zaken Affaires juridiques 6. L’article 1094/2, en projet, du Code judiciaire dispose que toute partie demanderesse en cas- sation pourra faire valoir, alors que son pourvoi est pendant, un moyen pris de la violation d’une disposition légale entrée en vigueur pendant l’instance en cassation et applicable ré- troactivement au litige.5 Conformément à la formulation de la disposition en projet, la partie demanderesse pourra dans ce cas soumettre une requête complémentaire “dans les trois mois de l’entrée en vigueur de la disposition nouvelle”. La question se pose de savoir si l’article 1094/2, en projet, du Code judiciaire vise aussi l’hypo- thèse où est publiée au Moniteur belge, au cours du pourvoi en cassation, une nouvelle dispo- sition légale qui n’est pas déclarée applicable avec effet rétroactif aux litiges pendants mais qui produit ses effets à partir d’une date passée et qui s’applique ainsi rétroactivement au litige faisant l’objet du pourvoi en cassation. Dans cette hypothèse, la partie demanderesse en cas- sation ne pourra pas toujours soumettre une requête complémentaire dans les trois mois de l’entrée en vigueur de la disposition nouvelle. Si cette hypothèse est effectivement visée, il conviendra de reformuler l’article 1094/2, en pro- jet, du Code judiciaire. À cet effet, la commission devra examiner s’il ne serait pas préférable, par mesure de sécurité, de disposer que le délai de trois mois prend cours à partir de la date de publication au Moniteur belge de la disposition nouvelle. AMÉLIORATIONS PUREMENT FORMELLES ET CORRECTIONS D’ORDRE PUREMENT LINGUIS- TIQUE Art. 7 7. Dans le texte néerlandais de l’article 327/2, § 2, 3°/1, en projet, de l’ancien Code civil, on rem- placera les mots “toestemming van het minderjarig kind indien” par les mots “toestemming van het minderjarig kind met betrekking tot die keuze indien”. (Concordance avec le texte français: “… le consentement de l’enfant mineur sur ce choix…”.) Art. 8 8. Dans l’article 333, § 3, en projet, de l’ancien Code civil, on remplacera les mots “du jugement par pli judiciaire” / “van het vonnis bij gerechtsbrief” par les mots “du jugement ou de l’arrêt par pli judiciaire” / “van het vonnis of van het arrest bij gerechtsbrief”. (La formulation de la disposition en projet est mise en concordance avec celle des para- graphes 1er et 2 de l’article 333 de l’ancien Code civil.) Art. 9 9. Dans le texte néerlandais de l’article 335, § 3, alinéa 1er, en projet, de l’ancien Code civil, on rem- placera les mots “van moederszijde wordt vastgesteld na de” par les mots “van moederszijde wordt vastgesteld door erkenning na de”. (Concordance avec le texte français: “…est établie par reconnaissance après…” + renforce- ment de la cohérence avec l’article 327/2, § 2, 3°/1, en projet, de l’ancien Code civil [art. 7 du 5 Voir le commentaire de cet article: DOC 55 3552/001, p. 61-62. C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 17 3552/006 DOC 55 Juridische Zaken Affaires juridiques projet de loi], qui concerne la déclaration de reconnaissance et qui renvoie à l’article 335, § 3, alinéa 1er, en projet, du même Code.) 10. Dans le texte néerlandais de l’article 335, § 5, en projet, de l’ancien Code civil, on remplacera les mots “wijzigt de ambtenaar van” par les mots “wijzigt de bevoegde ambtenaar van”. (Concordance avec le texte français: “… l’officier de l’état civil compétent modifie …”.) Cette même observation s’applique mutatis mutandis à l’article 335ter, § 5, en projet, du même Code (art. 10 du projet de loi). Art. 10 11. Dans le texte néerlandais de l’article 335ter, § 2, alinéa 1er, en projet, de l’ancien Code civil, on remplacera les mots “de afstamming ten aanzien van de andere ouder, wordt” par les mots “de afstamming van moederszijde, wordt”. (Concordance avec le texte français: “…après l’établissement de la filiation maternelle…”. L’article 335ter de l’ancien Code civil concerne en outre la filiation à l’égard de la mère et de la coparente.) Art. 12 12. Dans le texte néerlandais de l’article 335sexies, § 1er, en projet, de l’ancien Code civil, on rem- placera, dans la dernière phrase, les mots “de akten die daarop” par les mots “de akten van de burgerlijke stand die daarop”. (Harmonisation des deux versions linguistiques.) Art. 25 (ancien art. 26) 13. Dans l’article 508/19, § 2/1, alinéa 1er, en projet, du Code judiciaire, on remplacera les mots “la qualité du travail effectué par l’avocat, la réalité des prestations” / “de kwaliteit van de verrichte diensten door de advocaat, de realiteit van de verrichte diensten door de advocaat overeenkoms- tig” par les mots “la qualité des prestations effectuées par l’avocat, la réalité des presta- tions” / “de kwaliteit van de prestaties verricht door de advocaat, de realiteit van de verrichte prestaties door de advocaten overeenkomstig”. (Harmonisation des deux versions linguistiques + alignement de la formulation de la disposi- tion en projet sur celle de l’article 508/8, alinéa 1er, de l’article 508/19, § 2, alinéas 1er et 2, et de l’article 508/19ter, § 1er, alinéa 3, et § 5, alinéa 3, du Code judiciaire.) 14. Dans l’article 508/19, § 2/1, alinéa 1er, in fine, en projet, du Code judiciaire, on remplacera les mots “envoyé au ministre” / “aan de minister meegedeeld” par les mots “envoyé au ministre de la Justice” / “aan de minister van Justitie meegedeeld”. (Précision dès lors que la deuxième partie du Code judiciaire ne contient pas de définition gé- nérale de la notion de “ministre” + concordance de la formulation avec celle utilisée dans l’ali- néa 2 du même paragraphe en projet.) Cette même observation s’applique mutatis mutandis à l’article 508/19bis, alinéa 2, en projet, du même Code (art. 26 du projet de loi). Art. 39 (ancien art. 40) C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3552/006 DOC 55 18 Juridische Zaken Affaires juridiques 15. Dans l’article 734/4, § 1er, alinéa 1er, en projet, du Code judiciaire, on remplacera les mots “l’ar- ticle 757, § 2, 14°” / “overeenkomstig artikel 757, § 2, 14°” par les mots “l’article 757, § 2, ali- néa 1er, 14°” / “overeenkomstig artikel 757, § 2, eerste lid, 14°”. (Précision du renvoi interne.) Art. 47 (ancien art. 48) 16. On remplacera les 2° et 3° par ce qui suit: “2° dans le paragraphe 2, les mots “des successions vacantes ou les curateurs des masses faillies” sont remplacés par les mots “des successions vacantes, les curateurs des masses faillies ou les liquidateurs d’une personne morale”.”. / “2° in paragraaf 2 worden de woorden “de onbeheerde nalatenschappen of de curatoren van de failliete boedels” vervangen door de woorden “de onbeheerde nalatenschappen, de curatoren van de failliete boedels of de vereffenaars van een rechtspersoon”.”. (Dès lors que les 2° et 3° apportent des modifications au même paragraphe, il se recommande d’un point de vue légistique de les fusionner, ce qui permettra non seulement d’améliorer la lisibilité, mais également d’éviter des erreurs lors de la rédaction du texte coordonné de la dis- position modifiée.) Art. 51 (ancien art. 52) 17. Dans le texte français de l’article 1193quater, § 1er, en projet, du Code judiciaire, on remplacera respectivement les mots “la vente à laquelle il” et les mots “préalablement à la vente publique ou la vente de gré à gré une autorisation” par les mots “la vente publique ou la vente de gré à gré à laquelle il” et les mots “préalablement à cette vente une autorisation”. (Mise en concordance avec le texte néerlandais: “voor de openbare verkoop of verkoop uit de hand waartoe hij overgaat (…) dient hij, voorafgaandelijk aan deze verkoop, …”.) Art. 57 (ancien art. 58) 18. Dans le texte néerlandais de l’article 1409, § 2bis, alinéa 1er, en projet, du Code judiciaire, on remplacera les mots “de in het tweede lid bedoelde aanpassing” par les mots “de in paragraaf 2 bedoelde aanpassing”. (Mise en concordance avec le texte français: “… l’adaptation prévue au paragraphe 2 …”. En outre, la modification des montants insaisissables est réglée par l’article 1409, § 2, du Code ju- diciaire, et non par l’alinéa 2 du nouveau paragraphe 2bis de cet article.) Cette observation s’applique également mutatis mutandis au paragraphe 3, alinéa 3, en projet, du même article, étant entendu qu’il convient de remplacer deux fois, dans la version néerlan- daise, les mots “het tweede lid” par les mots “paragraaf 2” et de remplacer les mots “dit lid” par les mots “deze paragraaf”. Art. 79 (ancien art. 80) 19. Dans le texte néerlandais de l’article 5, § 2, alinéa 2, en projet, de la loi du 19 mars 2017 ‘insti- tuant un fonds budgétaire relatif à l'aide juridique de deuxième ligne’, on remplacera les mots “bedrag wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad” par les mots “bedrag wordt via een bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad”. C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 19 3552/006 DOC 55 Juridische Zaken Affaires juridiques (Mise en concordance avec le texte français: “… publié par avis au Moniteur belge …”.) Art. 84 (ancien art. 85) 20. Dans le texte néerlandais, on remplacera les mots “met inbegrip van hun griffier” par les mots “met inbegrip van hun griffies”. (Mise en concordance avec le texte français: “… en ce compris leurs greffes”.) Art. 85 (ancien art. 86) 21. Dans l’intitulé du chapitre 10 du projet de loi et dans l’article 85 du projet de loi, on remplacera les mots “des jugements et modifiant” / “de vonnissen en tot wijziging” par les mots “des juge- ments, tenant des assouplissements temporaires concernant la signature électronique par des membres ou entités de l'ordre judiciaire, et modifiant” / “de vonnissen, houdende tijdelijke ver- soepelingen betreffende de elektronische ondertekening door leden of entiteiten van de rechter- lijke orde en tot wijziging”. (Correction de l’intitulé de la loi du 16 octobre 2022. En effet, l’intitulé de cette loi a été rem- placé par l’article 37 de la loi du 31 juillet 2023 ‘visant à rendre la justice plus humaine, plus rapide et plus ferme IV’ [MB du 9 août 2023].) 22. Dans l’article 85 du projet de loi, on remplacera les mots “13 et 18” sont remplacés par les mots “titre II, chapitre 1er et les articles 9, 10, 13 et 19”” / “13 en 18” vervangen door de woorden “titel II, hoofdstuk 1 en de artikelen 9, 10, 13 en 19”” par les mots “13 et 18, alinéa 2,” sont remplacés par les mots “titre II, chapitre 1er, les articles 9, 10, 13 et le présent alinéa”” / “13 en 18, tweede lid,” vervangen door de woorden “titel II, hoofdstuk 1, de artikelen 9, 10, 13 en dit lid””. (Amélioration du renvoi interne.) Art. 89 (ancien art. 90) 23. À la fin de l’article 89 du projet de loi, on remplacera les mots “à partir de l’entrée en vigueur de cette loi” / “vanaf de inwerkingtreding van deze wet” par les mots “à partir de l’entrée en vigueur des articles précités” / “vanaf de inwerkingtreding van voornoemde artikelen”. (Dès lors que tous les articles du projet de loi n’entreront pas en vigueur à la même date, il se recommande de préciser, dans la disposition transitoire, que tant pour les ventes publiques que pour les ventes de gré à gré, l'entrée en vigueur visée est celle des articles mentionnés au début de l’article 89 du projet de loi.) CORRECTIONS RELATIVES AUX PHRASES LIMINAIRES DES ARTICLES - Art. 4: “L’article 313 du même Code, remplacé par la loi du 31 mars 1987 et modifié en dernier lieu par la loi du 18 juin 2018, est” / “Artikel 313 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, wordt”. - Art. 11: “Dans le livre I, titre VII, chapitre 5, du même Code” / “In boek I, titel VII, hoofdstuk 5, van hetzelfde Wetboek”. - Art. 12: "Dans le même chapitre, il est inséré" / "In hetzelfde hoofdstuk wordt". C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3552/006 DOC 55 20 Juridische Zaken Affaires juridiques - Art. 18: “Dans l’article 79 du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 février 2021, l’alinéa” / “In artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 2021, wordt”. - Art. 21: “À l’article 101 du même Code, remplacé par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en der- nier lieu par la loi du 13 juillet 2023, les” / “In artikel 101 van hetzelfde Wetboek, ver- vangen bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 juli 2023, worden”. - Art. 50: “À l’article 1193ter du même Code, inséré par la loi du 18 février 1981, remplacé par la loi du 11 août 2017 et modifié en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, les” / “In artikel 1193ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 1981, vervangen bij de wet van 11 augustus 2017 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden”. - Art. 52: “À l’article 1253ter/1 du même Code, inséré par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 novembre 2022, les” / “In artikel 1253ter/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 november 2022, worden”. - Art. 64: “À l’article 1653, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 29 mai 2000, les” / “In artikel 1653, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 mei 2000, worden”. - Art. 65: “À l’article 1675/7 du même Code, inséré par la loi du 5 juillet 1998 et modifié en der- nier lieu par la loi du 5 mai 2019, les” / “In artikel 1675/7 van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 5 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wor- den”. - Art. 66: “Dans le texte néerlandais de l’article 1675/9, § 4, du même Code, inséré par la loi du 13 décembre 2005, remplacé par la loi du 26 mars 2012 et modifié par la loi du 5 mai 2019, le” / “In artikel 1675/9, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2005, vervangen bij de wet van 26 maart 2012 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wordt” . - Art. 74: “Dans l’article XX.44, § 3, alinéa 2, 1°, du Code de droit économique, inséré par la loi du 11 août 2017 et remplacé par la loi du 7 juin 2023, les” / “In artikel XX.44, § 3, tweede lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en vervangen bij de wet van 7 juni 2023, worden”. - Art. 75: “Dans l’article XX.51, § 3, alinéa 2, 1°, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et remplacé par la loi du 7 juin 2023, les” / “In artikel XX.51, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en vervangen bij de wet van 7 juni 2023, worden”. N.B.: Quelques corrections moins importantes ont été communiquées sur un exemplaire du texte au secrétariat de la commission. C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 21 3552/006 DOC 55 dienst Juridische Zaken en Parlementaire Documentatie service Affaires juridiques et Documentation parlementaire afdeling Juridische Zaken – division Affaires juridiques Bijlage : Wetgevingstechnische nota betreffende de in eerste lezing aangenomen artikelen van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen in burgerlijke en gerechtelijke zaken (DOC 55 3552/004). ALGEMENE OPMERKINGEN 1. Het wetsontwerp strekt er onder andere toe om aan te geven welke gespecialiseerde opleiding rechters moeten volgen om te kunnen zetelen in een kamer voor minnelijke schikking. De be- naming van deze gespecialiseerde opleiding is echter niet altijd dezelfde in de beide taalversies van de ontworpen artikelen van het Gerechtelijk Wetboek. In de volgende ontworpen artikelen, alsook in de overgangsbepaling opgenomen in artikel 90 van het wetsontwerp, is er in de Nederlandse tekst telkens sprake van de “gespecialiseerde op- leiding inzake verzoening of doorverwijzing naar bemiddeling”, terwijl er in de Franse tekst tel- kens sprake is van “la formation spécialisée (…) en conciliation et renvoi en médiation”: - het ontworpen artikel 78, zevende lid, van het Gerechtelijk Wetboek [art. 17 van het wets- ontwerp]; - het ontworpen artikel 81, elfde lid, van hetzelfde Wetboek [art. 19, 3°, van het wetsontwerp]; - het ontworpen artikel 84, tweede lid, van hetzelfde Wetboek [art. 20, 2°, van het wetsont- werp]; - het ontworpen artikel 101, § 2, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek [art. 21, 2°, van het wets- ontwerp]; - het ontworpen artikel 104, elfde lid, van hetzelfde Wetboek [art. 23, 2°, van het wetsont- werp]. Enkel in het ontworpen artikel 102, § 1, vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek [art. 22 van het wetsontwerp] stemmen de beide taalversies met elkaar overeen : “gespecialiseerde opleiding inzake verzoening en doorverwijzing naar bemiddeling” / “la formation spécialisée (…) en conci- liation et renvoi en médiation”. Het staat aan de commissie om de discrepantie inzake de benaming van de gespecialiseerde opleiding te verhelpen en te waken over een uniforme terminologie. 2. Hoofdstuk 9 van het wetsontwerp beoogt verschillende artikelen te wijzigen van de wet van 5 mei 2019 ‘houdende diverse bepalingen inzake informatisering van Justitie, modernisering van het statuut van rechters in ondernemingszaken en inzake de notariële aktebank’. De gewijzigde artikelen van de wet van 5 mei 2019 betreffen echter allen wijzigingsbepalingen die reeds in werking getreden zijn. Krachtens artikel 10, 1°, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2023 ‘houdende de werking van het centraal register collectieve schuldenregelingen en tot uitvoering van artikel 53 van de wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake informatisering van Justitie, modernisering van het statuut van rechters in ondernemingszaken en inzake de notariële aktebank’1 is titel 5 van de wet van 5 mei 2019, waarvan de betrokken wijzigingsbepalingen deel uitmaken, immers in werking getreden op 2 november 2023. 1 BS van 26 oktober 2023. C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3552/006 DOC 55 22 Juridische Zaken Affaires juridiques Vanuit wetgevingstechnisch oogpunt is het zinloos een wijzigingsbepaling die al in werking ge- treden is nog te wijzigen. Zodra een wijzigingsbepaling in werking treedt, is ze immers ogenblik- kelijk uitgewerkt: als ze een vervanging, toevoeging of invoeging in de oorspronkelijke tekst be- treft, wordt de inhoud van de wijzigingsbepaling onmiddellijk in de tekst opgenomen. Met an- dere woorden: zodra een wijzigingsbepaling in werking is getreden, kan ze geen nieuwe uitwer- king meer hebben, ze is vergelijkbaar met een lege doos.2 De artikelen 81 tot 84 van het wetsontwerp moeten dus zo geherformuleerd worden dat de be- oogde wijzigingen meteen in de oorspronkelijke teksten worden aangebracht.3 BIJZONDERE OPMERKINGEN BIJ DE ARTIKELEN Art. 9 en 10 3. Zowel in fine van het ontworpen artikel 335, § 3, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wetboek [art. 9 van het wetsontwerp], als in fine van het ontworpen artikel 335ter, § 2, tweede lid, van het- zelfde Wetboek [art. 10 van het wetsontwerp] wordt verwezen naar “paragraaf 1 of (…) artikel 335ter, § 1”. In fine van het ontworpen artikel 335ter, § 2, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wet- boek gaat het om een dubbele verwijzing naar paragraaf 1 van dat artikel en is de verwijzing naar “artikel 335ter, § 1” dus eigenlijk zinloos. Het staat aan de commissie om de verwijzingen in fine van de ontworpen artikelen 335, § 3, tweede lid, en 335ter, § 2, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wetboek te onderzoeken en waar nodig aan te passen. Art. 36 (vroeger art. 37) 4. Krachtens het ontworpen artikel 734/1, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek kan de rech- ter “op verzoek van de partijen” (“à la demande des parties”) de doorverwijzing van de zaak naar de kamer voor minnelijke schikking bevelen. Dat betekent dat alle partijen hierom dienen te verzoeken. De vraag rijst of dat overeenstemt met de bedoeling van de commissie aangezien in de gevallen bedoeld in het ontworpen artikel 734/1, § 1, eerste en tweede lid, van hetzelfde Wetboek de kamer voor minnelijke schikking steeds gevat kan worden op verzoek van een van de partijen. Bovendien kan uit de toelichting bij de artikelen afgeleid worden dat de doorverwijzing gedu- rende het geding ook mogelijk is op vraag van een partij.4 Art. 39 (vroeger art. 40) 5. De vraag rijst of in het ontworpen artikel 734/4, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek de woorden “Alles wat wordt gezegd of geschreven tijdens die zittingen” / “Tout ce qui se dit ou s’écrit au cours de ces audiences” niet beter vervangen zouden worden door de woorden “Alles wat wordt gezegd of geschreven in de loop van en ten behoeve van die zittingen” / “Tout ce qui se 2 Raad van State, Beginselen van de wetgevingstechniek, Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, 2008, blz. 83-84, nr. 128. 3 Ibidem. 4 DOC 55 3552/001, p. 52: “Tijdens deze zitting kan, op initiatief van de rechter of op vraag van een partij, het dossier worden verwezen naar het (lees, de) kamer van minnelijke schikking (art. 734/1, § 2, eerste lid)”. (eigen onderlijning) C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 23 3552/006 DOC 55 Juridische Zaken Affaires juridiques dit ou s’écrit au cours de ces audiences et pour les besoins de celles-ci”. Op die manier zorgt men ervoor dat de bewoordingen van de ontworpen bepaling beter afgestemd zijn op deze van arti- kel 1728, § 1, eerste lid, eerste zin, van hetzelfde Wetboek: “De documenten opgemaakt en de mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure zijn vertrou- welijk.” (“Les documents établis et les communications faites au cours du processus de médiation et pour les besoins de celui-ci sont confidentiels.”) Art. 42 (vroeger art. 43) 6. Het ontworpen artikel 1094/2 van het Gerechtelijk Wetboek stelt een eisende partij in cassatie in staat, terwijl zijn cassatieberoep hangende is, om een middel te doen gelden dat ontleend is aan de schending van een wettelijke bepaling die in werking treedt tijdens het cassatieberoep en die met terugwerkende kracht van toepassing is op het geschil.5 Krachtens de bewoordingen van de ontworpen bepaling, zal de eisende partij in dat geval een aanvullend verzoekschrift kunnen indienen “binnen drie maanden na de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling”. De vraag rijst of het ontworpen artikel 1094/2 van het Gerechtelijk Wetboek ook de hypothese beoogt waarin tijdens het cassatieberoep een nieuwe wettelijke bepaling bekendgemaakt wordt in het Belgisch Staatsblad die niet zozeer met terugwerkende kracht van toepassing ver- klaard wordt op hangende geschillen, maar wel uitwerking heeft met ingang van een datum die in het verleden ligt en op die manier met terugwerkende kracht van toepassing is op het geschil dat het voorwerp uitmaakt van het cassatieberoep. In die hypothese zal het voor de eiser in cassatie niet steeds mogelijk zijn om nog een aanvullend verzoekschrift in te dienen binnen de drie maanden na de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling. Indien die hypothese effectief beoogd wordt, dringt de herformulering van het ontworpen arti- kel 1094/2 van het Gerechtelijk Wetboek zich op waarbij de commissie dient na te gaan of het veiligheidshalve niet beter is om te bepalen dat de termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de nieuwe bepaling. 5 Zie de toelichting bij de artikelen: DOC 55 3552/001, p. 61-62. C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3552/006 DOC 55 24 Juridische Zaken Affaires juridiques LOUTER VORMELIJKE VERBETERINGEN EN TAALKUNDIGE CORRECTIES Art. 7 7. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 327/2, § 2, 3°/1, van het oud Burgerlijk Wet- boek, vervange men de woorden “toestemming van het minderjarig kind indien” door de woor- den “toestemming van het minderjarig kind met betrekking tot die keuze indien”. (Overeenstemming met de Franse tekst: “… le consentement de l’enfant mineur sur ce choix …”.) Art. 8 8. In het ontworpen artikel 333, § 3, van het oud Burgerlijk Wetboek, vervange men de woorden “van het vonnis bij gerechtsbrief” / “du jugement par pli” door de woorden “van het vonnis of van het arrest bij gerechtsbrief” / “du jugement ou de l’arrêt par”. (De bewoordingen van de ontworpen bepaling worden in overeenstemming gebracht met deze van de paragrafen 1 en 2 van artikel 333 van het oud Burgerlijk Wetboek.) Art. 9 9. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 335, § 3, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, vervange men de woorden “van moederszijde wordt vastgesteld na de” door de woor- den “van moederszijde wordt vastgesteld door erkenning na de”. (Overeenstemming met de Franse tekst: “… est établie par reconnaissance après …” + verster- king van de samenhang met het ontworpen artikel 327/2, § 2, 3°/1, van het oud Burgerlijk Wet- boek [art. 7 van het wetsontwerp] dat betrekking heeft op de aangifte van een erkenning en waarin verwezen wordt naar het ontworpen artikel 335, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek.) 10. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 335, § 5, van het oud Burgerlijk Wetboek, vervange men de woorden “wijzigt de ambtenaar van” door de woorden “wijzigt de bevoegde ambtenaar van”. (Overeenstemming met de Franse tekst: “… l’officier de l’état civil compétent modifie …”.) Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor het ontworpen artikel 335ter, § 5, van het- zelfde Wetboek (art. 10 van het wetsontwerp). Art. 10 11. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 335ter, § 2, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, vervange men de woorden “de afstamming ten aanzien van de andere ouder, wordt” door de woorden “de afstamming van moederszijde, wordt”. (Overeenstemming met de Franse tekst: “… après l’établissement de la filiation maternelle …”. Bovendien heeft artikel 335ter van het oud Burgerlijk Wetboek betrekking op de afstamming van moederszijde en van meemoederszijde.) Art. 12 12. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 335sexies, § 1, van het oud Burgerlijk Wet- boek, vervange men in de laatste zin de woorden “de akten die daarop” door de woorden “de akten van de burgerlijke stand die daarop”. (Harmonisatie van de beide taalversies.) C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 25 3552/006 DOC 55 Juridische Zaken Affaires juridiques Art. 25 (vroeger art. 26) 13. In het ontworpen artikel 508/19, § 2/1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervange men de woorden “de kwaliteit van de verrichte diensten door de advocaat, de realiteit van de verrichte diensten door de advocaat overeenkomstig” / “la qualité du travail effectué par l’avocat, la réalité des prestations” door de woorden “de kwaliteit van de prestaties verricht door de advocaat, de realiteit van de verrichte prestaties door de advocaten overeenkomstig” / “la qualité des presta- tions effectuées par l’avocat, la réalité des prestations”. (Harmonisatie van de beide taalversies + afstemming van de bewoordingen van de ontworpen bepaling op deze van de artikelen 508/8, eerste lid, 508/19, § 2, eerste en tweede lid, en 508/19ter, § 1, derde lid, en § 5, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.) 14. In het ontworpen artikel 508/19, § 2/1, eerste lid, in fine, van het Gerechtelijk Wetboek, vervange men de woorden “aan de minister meegedeeld” / “envoyé au ministre” door de woorden “aan de minister van Justitie meegedeeld” / “envoyé au ministre de la Justice”. (Precisering aangezien deel II van het Gerechtelijk Wetboek geen algemene definitie bevat van het begrip “minister” + overeenstemming van de bewoordingen met deze van het tweede lid van dezelfde ontworpen paragraaf.) Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor het ontworpen artikel 508/19bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek [art. 26 van het wetsontwerp]. Art. 39 (vroeger art. 40) 15. In het ontworpen artikel 734/4, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervange men de woorden “overeenkomstig artikel 757, § 2, 14°” / “l’article 757, § 2, 14°” door de woorden “over- eenkomstig artikel 757, § 2, eerste lid, 14°” / “l’article 757, § 2, alinéa 1er, 14°”. (Precisering van de interne verwijzing.) Art. 47 (vroeger art. 48) 16. Men vervange de bepalingen onder 2° en 3° als volgt: “2° in paragraaf 2 worden de woorden “de onbeheerde nalatenschappen of de curatoren van de failliete boedels” vervangen door de woorden “de onbeheerde nalatenschappen, de curatoren van de failliete boedels of de vereffenaars van een rechtspersoon”.”. / “2° dans le paragraphe 2, les mots “des successions vacantes ou les curateurs des masses faillies” sont remplacés par les mots “des successions vacantes, les curateurs des masses faillies ou les liquidateurs d’une personne morale”.”. (Aangezien de bepalingen onder 2° en 3° wijzigingen aanbrengen in dezelfde paragraaf, verdient het vanuit wetgevingstechnisch oogpunt aanbeveling om ze samen te voegen. Deze werkwijze verhoogt niet alleen de leesbaarheid, maar laat ook toe om fouten te vermijden bij de opmaak van de gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepaling.) C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3552/006 DOC 55 26 Juridische Zaken Affaires juridiques Art. 51 (vroeger art. 52) 17. In de Franse tekst van het ontworpen artikel 1193quater, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, ver- vange men de woorden “la vente à laquelle il” en de woorden “préalablement à la vente pu- blique ou la vente de gré à gré une autorisation” respectievelijk door de woorden “la vente pu- blique ou la vente de gré à gré à laquelle il” en de woorden “préalablement à cette vente une autorisation”. (Overeenstemming met de Nederlandse tekst: “voor de openbare verkoop of verkoop uit de hand waartoe hij overgaat (…) dient hij, voorafgaandelijk aan deze verkoop, …”.) Art. 57 (vroeger art. 58) 18. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 1409, § 2bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervange men de woorden “de in het tweede lid bedoelde aanpassing” door de woor- den “de in paragraaf 2 bedoelde aanpassing”. (Overeenstemming met de Franse tekst: “… l’adaptation prévue au paragraphe 2 …”. Boven- dien wordt de aanpassing van de bedragen die niet vatbaar zijn voor beslag geregeld door pa- ragraaf 2 van artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek en niet door het tweede lid van de nieuwe paragraaf 2bis van hetzelfde artikel.) Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor de ontworpen paragraaf 3, derde lid, van het- zelfde artikel, met dien verstande dat de woorden “het tweede lid” tweemaal vervangen moeten worden door de woorden “paragraaf 2” en dat de woorden “dit lid” vervangen moeten worden door de woorden “deze paragraaf”. Art. 79 (vroeger art. 80) 19. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 5, § 2, tweede lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, vervange men de woorden “bedrag wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad” door de woorden “bedrag wordt via een bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad”. (Overeenstemming met de Franse tekst: “… publié par avis au Moniteur belge …”.) Art. 84 (vroeger art. 85) 20. Men vervange in de Nederlandse tekst de woorden “met inbegrip van hun griffier” door de woor- den “met inbegrip van hun griffies”. (Overeenstemming met de Franse tekst: “… en ce compris leurs greffes”.) Art. 85 (vroeger art. 86) 21. Zowel in het opschrift van hoofdstuk 10 van het wetsontwerp als in artikel 85 van het wetsont- werp, vervange men de woorden “de vonnissen en tot wijziging” / “des jugements et modifiant” door de woorden “de vonnissen, houdende tijdelijke versoepelingen betreffende de elektronische ondertekening door leden of entiteiten van de rechterlijke orde en tot wijziging” / “des jugements, tenant des assouplissements temporaires concernant la signature électronique par des membres ou entités de l'ordre judiciaire, et modifiant”. (Verbetering van het opschrift van de wet van 16 oktober 2022. Het opschrift van die wet werd vervangen bij artikel 37 van de wet van 31 juli 2023 ‘om justitie menselijker, sneller en straffer te maken IV’ [BS 9 augustus 2023].) C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 27 3552/006 DOC 55 Juridische Zaken Affaires juridiques 22. In artikel 85 van het wetsontwerp, vervange men de woorden “13 en 18” vervangen door de woorden “titel II, hoofdstuk 1 en de artikelen 9, 10, 13 en 19”” / “13 et 18” sont remplacés par les mots “titre II, chapitre 1er et les articles 9, 10, 13 et 19”” door de woorden “13 en 18, tweede lid,” vervangen door de woorden “titel II, hoofdstuk 1, de artikelen 9, 10, 13 en dit lid”” / “13 et 18, alinéa 2,” sont remplacés par les mots “titre II, chapitre 1er, les articles 9, 10, 13 et le présent alinéa””. (Verbetering van de interne verwijzing.) Art. 89 (vroeger art. 90) 23. In fine van artikel 89 van het wetsontwerp, vervange men de woorden “vanaf de inwerkingtre- ding van deze wet” / “à partir de l’entrée en vigueur de cette loi” door de woorden “vanaf de inwerkingtreding van voornoemde artikelen” / “à partir de l’entrée en vigueur des articles préci- tés”. (Gelet op het feit dat niet alle artikelen van het wetsontwerp op dezelfde datum in werking zul- len treden, verdient het aanbeveling om in de overgangsbepaling te verduidelijken dat voor de openbare verkopen, net zoals dat het geval is voor de verkopen uit hand, de inwerkingtreding bedoeld wordt van de artikelen die in limine van artikel 89 van het wetsontwerp vermeld wor- den.) VERBETERINGEN BETREFFENDE DE INLEIDENDE ZINNEN VAN DE ARTIKELEN - Art. 4: “Artikel 313 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en laat- stelijk gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, wordt” / “L’article 313 du même Code, rem- placé par la loi du 31 mars 1987 et modifié en dernier lieu par la loi du 18 juin 2018, est”. - Art. 11: “In boek I, titel VII, hoofdstuk 5, van hetzelfde Wetboek” / “Dans le livre I, titre VII, chapitre 5, du même Code”. - Art. 12: "In hetzelfde hoofdstuk wordt" / "Dans le même chapitre, il est inséré". - Art. 18: “In artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 2021, wordt” / “Dans l’article 79 du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 février 2021, l’alinéa”. - Art. 21: “In artikel 101 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013 en laatste- lijk gewijzigd bij de wet van 13 juli 2023, worden” / “À l’article 101 du même Code, rem- placé par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 13 juillet 2023, les”. - Art. 50: “In artikel 1193ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 1981, vervangen bij de wet van 11 augustus 2017 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden” / “À l’article 1193ter du même Code, inséré par la loi du 18 février 1981, remplacé par la loi du 11 août 2017 et modifié en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, les”. - Art. 52: “In artikel 1253ter/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 november 2022, worden” / “À l’article 1253ter/1 C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E 3552/006 DOC 55 28 Juridische Zaken Affaires juridiques du même Code, inséré par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 novembre 2022, les”. - Art. 64: “In artikel 1653, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 mei 2000, worden” / “À l’article 1653, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 29 mai 2000, les”. - Art. 65: “In artikel 1675/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en laat- stelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, worden” / “À l’article 1675/7 du même Code, inséré par la loi du 5 juillet 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2019, les”. - Art. 66: “In artikel 1675/9, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2005, vervangen bij de wet van 26 maart 2012 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wordt” / “Dans le texte néerlandais de l’article 1675/9, § 4, du même Code, inséré par la loi du 13 décembre 2005, remplacé par la loi du 26 mars 2012 et modifié par la loi du 5 mai 2019, le”. - Art. 74: “In artikel XX.44, § 3, tweede lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en vervangen bij de wet van 7 juni 2023, worden” / “Dans l’article XX.44, § 3, alinéa 2, 1°, du Code de droit économique, inséré par la loi du 11 août 2017 et remplacé par la loi du 7 juin 2023, les”. - Art. 75: “In artikel XX.51, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017 en vervangen bij de wet van 7 juni 2023, worden” / “Dans l’article XX.51, § 3, alinéa 2, 1°, du même Code, inséré par la loi du 11 août 2017 et remplacé par la loi du 7 juin 2023, les”. N.B.: Enkele minder belangrijke verbeteringen werden op een exemplaar van de tekst aan het com- missiesecretariaat bezorgd. C H A M B R E 6 e   S E S S I O N D E L A 55 e L É G I S L AT U R E 2023 2024 K A M E R • 6 e Z I T T I N G VA N D E 55 e Z I T T I N G S P E R I O D E Imprimerie centrale – Centrale drukkerij

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot