Document 54K3523/004

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 3523 Verslag 🌐 NL

Inhoud

DOOR DE COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE PAR LA COMMISSION DE LA JUSTICE TEXTE ADOPTÉ TEKST AANGENOMEN 10564 DOC 54 3523/004 DOC 54 3523/004 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 1 maart 2019 1er mars 2019 Voir: Doc 54 3523/ (2018/2019): 001: Proposition de loi de M. Terwingen, Mme Van Cauter, M. Calomne, Mmes Van Vaerenbergh et Becq, MM. Goffin et Lachaert et Mmes De Wit et Smeyers. 002: Amendement. 003: Rapport. Zie: Doc 54 3523/ (2018/2019): 001: Wetsvoorstel van de heer Terwingen, mevrouw Van Cauter, de heer Calomne, de dames Van Vaerenbergh en Becq, de heren Goffin en Lachaert en de dames De Wit en Smeyers. 002: Amendement. 003: Verslag. PROPOSITION DE LOI WETSVOORSTEL tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een betere werking van de rechterlijke orde en van de Hoge Raad voor de Justitie modifiant le Code judiciaire en vue d’améliorer le fonctionnement de l’ordre judiciaire et du Conseil supérieur de la Justice 2 3523/004 DOC 54 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Vuye&Wouters : Vuye&Wouters 3 3523/004 DOC 54 K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E HOOFDSTUK 1 Algemene bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2 Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 2 Artikel 64 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 1 december 2013, wordt aangevuld met twee leden, luidende: “Zij hebben geen permanente functie en worden be- noemd om verhinderde rechters tijdelijk te vervangen. Zij kunnen niet worden geroepen om zitting te nemen tijdens een terechtzitting in de loop waarvan zij recht- streeks of via een tussenpersoon optreden als raads- man voor de partijen die betrokken zijn in een geschil.”. Art. 3 Ar tikel 87 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt vervangen als volgt: “Art. 87. § 1. Er zijn plaatsvervangende rechters in de rechtbank van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbank en in de ondernemingsrechtbank. Zij hebben geen per- manente functie en worden benoemd om verhinderde rechters tijdelijk te vervangen. De plaatsvervangende rechters kunnen ook geroepen worden om zitting te nemen wanneer de bezetting niet volstaat om de rechtbank overeenkomstig de bepalingen van de wet samen te stellen. Zij kunnen niet worden geroepen om zitting te nemen tijdens een terechtzitting in de loop waarvan zij recht- streeks of via een tussenpersoon optreden als raads- man voor de partijen die betrokken zijn in een geschil. § 2. De plaatsvervangende rechters van de recht- banken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbanken en de ondernemingsrechtbanken worden benoemd in de rechtbank. CHAPITRE 1ER Disposition générale Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’ar- ticle 74 de la Constitution. CHAPITRE 2 Modifi cations du Code judiciaire Art. 2 L’article 64 du Code judiciaire, modifi é par les lois des 10 février 1998 et 1er décembre 2013, est complété par deux alinéas rédigés comme suit: “Ils n’ont pas de fonctions permanentes et sont nommés pour remplacer momentanément les juges empêchés. Ils ne peuvent être appelés à siéger à une audience au cours de laquelle ils interviennent en qualité de conseil de parties en litige soit directement soit par personne interposée.”. Art. 3 L’a rticle 87 du même Code, modifi é en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, est remplacé par ce qui suit: “Art. 87. § 1er. Il y a des juges suppléants auprès du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal de l’entreprise. Ils n’ont pas de fonctions permanentes et sont nommés pour remplacer momen- tanément les juges empêchés. Les juges suppléants peuvent aussi être appelés à siéger dans les cas où l’effectif est insuffisant pour com- poser le siège conformément aux dispositions de la loi. Ils ne peuvent être appelés à siéger à une audience au cours de laquelle ils interviennent en qualité de conseil de parties en litige soit directement soit par personne interposée. §  2. Les juges suppléants des tribunaux de première instance, des tribunaux du travail et des tribunaux de l’entreprise sont nommés dans le tribunal. 4 3523/004 DOC 54 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E De voorzitter van de rechtbank verdeelt de plaatsver- vangende rechters over de afdelingen van de rechtbank. De verdeling van de plaatsvervangende rechters over de afdelingen wordt ter griffie in elke afdeling aangeplakt. De voorzitter van de rechtbank kan een plaatsvervan- gend rechter in een andere afdeling van die rechtbank aanwijzen na de betrokkene te hebben gehoord. Het beroep bedoeld in artikel 330quinquies staat open voor de plaatsvervangende rechters. In de aanwijzingsbeschikking van de voorzitter wordt vermeld waarom een beroep moet worden gedaan op een plaatsvervanger en in voorkomend geval op een plaatsvervanger met dienstaanwijzing in een andere afdeling, en worden de nadere regels van de aanwijzing omschreven. § 3. Er kunnen plaatsvervangende rechters in sociale zaken en plaatsvervangende rechters in ondernemings- zaken worden benoemd om verhinderde rechters in sociale zaken en rechters in ondernemingszaken tijdelijk te vervangen. Er kunnen plaatsvervangende assessoren in de straf- uitvoeringsrechtbank worden benoemd om verhinderde assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank tijdelijk te vervangen.”. Art. 4 In artikel  102  van hetzelfde Wetboek wordt pa- ragraaf  2, opgeheven bij de wet van 29 december 2010, hersteld als volgt: “§ 2. De plaatsvervangende raadsheren kunnen niet worden geroepen om zitting te nemen tijdens een terechtzitting in de loop waarvan zij rechtstreeks of via een tussenpersoon optreden als raadsman voor de partijen die betrokken zijn in een geschil.”. Art. 5 In artikel 156bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 1984 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden “gewone bezighe- den” vervangen door de woorden “permanente functie”. Art. 6 Artikel 187bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, wordt aangevuld met een lid, luidende: Le président du tribunal répartit les juges suppléants dans les divisions du tribunal. La répartition des juges suppléants entre les divisions est affichée au greffe dans chaque division. Le président du tribunal peut désigner un juge sup- pléant dans une autre division de ce tribunal après avoir entendu l’intéressé. Le recours visé à l’article 330quin- quies est ouvert aux juges suppléants. L’ordonnance de désignation du président indique les motifs pour lesquels il s’impose de faire appel à un suppléant et le cas échéant à un suppléant affecté dans une autre division et précise les modalités de la désignation. §  3. Des juges sociaux suppléants et des juges consulaires suppléants peuvent être nommés pour remplacer momentanément les juges sociaux et les juges consulaires empêchés. Des assesseurs au tribunal de l’application des peines suppléants peuvent être nommés pour remplacer momentanément les assesseurs au tribunal de l’appli- cation des peines empêchés.”. Art. 4 Dans l’article 102 du même Code, le paragraphe 2, abrogé par la loi du 29 décembre 2010, est rétabli comme suit: “§  2. Les conseillers suppléants ne peuvent être appelés à siéger à une audience au cours de laquelle ils interviennent en qualité de conseil de parties en litige soit directement soit par personne interposée.”. Art. 5 Dans l’article 156bis du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 1984 et modifi é en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, les mots “fonctions habituelles” sont remplacés par les mots “fonctions permanentes”. Art. 6 L’article  187bis du même Code, inséré par la loi du 7  avril 2005, est complété par un alinéa rédigé comme suit: 5 3523/004 DOC 54 K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E “De plaatsvervangende rechters en de plaatsvervan- gende raadsheren die hun ambt hebben uitgeoefend sinds vijf jaar en die gedurende ten minste vijftien jaar als voornaamste beroepsactiviteit het beroep van advo- caat hebben uitgeoefend worden vrijgesteld van het in artikel 259bis-9, § 1, bedoelde examen inzake beroeps- bekwaamheid met het oog op een bij artikel 187 be- doelde benoeming, mits aan de in artikel 191bis, §§ 2 en 3, bedoelde voorwaarden is voldaan.”. Art. 7 In artikel 188 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de woorden “, geslaagd zijn voor het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaats- vervangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer of voor het examen inzake beroepsbekwaamheid of voor het mondelinge evaluatie-examen of houder zijn van het getuigschrift waaruit blijkt dat hij de in artikel 259octies bedoelde gerechtelijke stage met vrucht heeft voltooid” ingevoegd tussen de woorden “licentiaat in de rechten zijn” en de woorden “en ten minste vijf jaar werkzaam zijn geweest”, en worden de woorden “gerechtelijke functies of” ingevoegd tussen de woorden “aan de balie,” en de woorden “het notarisambt”. Art. 8 Artikel 191bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 7 april 2005, wordt aangevuld met een lid, luidende: “De plaatsvervangende rechters en de plaatsvervan- gende raadsheren die hun ambt hebben uitgeoefend sinds vijf jaar en die gedurende ten minste vijftien jaar als voornaamste beroepsactiviteit het beroep van advo- caat hebben uitgeoefend, worden vrijgesteld van het in artikel 259bis-9, § 1, bedoelde examen inzake beroeps- bekwaamheid met het oog op een in artikel 190 be- doelde benoeming mits aan de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde voorwaarden is voldaan.”. Art. 9 In artikel 192 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, worden de woorden “, geslaagd zijn voor het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsver- vangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer of voor het examen inzake beroepsbekwaamheid of voor het mondelinge evaluatie-examen of houder zijn van het “Les juges suppléants et conseillers suppléants qui ont exercé ces fonctions depuis cinq ans et qui ont exercé la profession d’avocat à titre principal depuis quinze ans au moins sont dispensés de l’examen d’apti- tude professionnelle visé à l’article 259bis-9, § 1er, en vue d’une nomination visée à l’article 187 pour autant que les conditions visées à l’article 191bis, §§ 2 et 3, soient respectées.”. Art. 7 Dans l’article 188 du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifi é en dernier lieu par la loi du 10 avril 2014, les mots “, avoir réussi l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant ou l’examen d’aptitude professionnelle ou l’examen oral d’évaluation ou être détenteur du certifi cat attestant qu’il a achevé avec fruit le stage judiciaire visé à l’article 259octies” sont insérés entre les mots “licencié en droit” et les mots “et avoir” et les mots “des fonctions judiciaires ou” sont insérés entre le mot “, exercé” et les mots “la profession de notaire”. Art. 8 L’article 191bis,§ 1er, du même Code, rétabli par la loi du 7 avril 2005, est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Les juges suppléants et conseillers suppléants qui ont exercé ces fonctions depuis cinq ans et qui ont exercé la profession d’avocat à titre principal depuis quinze ans au moins sont dispensés de l’examen d’apti- tude professionnelle visé à l’article 259bis-9, § 1er, en vue d’une nomination visée à l’article 190 pour autant que les conditions visées aux paragraphes 2 et 3 soient respectées.”. Art. 9 Dans l’article 192 du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifi é en dernier lieu par la loi du 4 mai 2016, les mots “, avoir réussi l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant ou l’examen d’aptitude professionnelle ou l’examen oral d’évaluation ou être détenteur du certifi - cat attestant qu’il a achevé avec fruit le stage judiciaire 6 3523/004 DOC 54 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E getuigschrift waaruit blijkt dat hij de in artikel 259octies bedoelde gerechtelijke stage met vrucht heeft voltooid” ingevoegd tussen de woorden “licentiaat in de rechten zijn” en de woorden “en ten minste vijf jaar werkzaam zijn geweest”. Art. 10 Artikel  194bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005, wordt aangevuld met een lid, luidende: “De plaatsvervangende rechters en de plaatsvervan- gende raadsheren die hun ambt hebben uitgeoefend sinds vijf jaar en die gedurende ten minste vijftien jaar als voornaamste beroepsactiviteit het beroep van advocaat hebben uitgeoefend, worden vrijgesteld van het in artikel 259bis-9, § 1, bedoelde examen inzake beroepsbekwaamheid met het oog op een in artikel 194 bedoelde benoeming, mits aan de in artikel 191bis, §§ 2 en 3, bedoelde voorwaarden is voldaan.”. Art. 11 Artikel 196ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt aangevuld met een para- graaf 6, luidende: “§ 6. De werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank volgen in de loop van de twee jaren die volgen op hun benoeming een theore- tische en een praktische opleiding waarvan de inhoud en de duur worden vastgesteld door het Instituut voor gerechtelijke opleiding. Die verplichte opleiding bevat een opleiding inzake deontologie.”. Art. 12 In het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk II, afde- ling III, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 202bis ingevoegd, luidende: “Art. 202bis. De rechters in sociale zaken volgen in de loop van de twee jaren die volgen op hun benoeming een theoretische en een praktische opleiding waarvan de inhoud en de duur worden vastgesteld door het Instituut voor gerechtelijke opleiding. Die verplichte opleiding bevat een opleiding inzake deontologie.”. visé à l’article 259octies” sont insérés entre les mots “licencié en droit” et les mots “et avoir”. Art. 10 L’article  194bis du même Code, inséré par la loi du 7  avril 2005, est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Les juges suppléants et conseillers suppléants qui ont exercé ces fonctions depuis cinq ans et qui ont exer- cé la profession d’avocat à titre principal depuis quinze ans au moins sont dispensés de l’examen d’aptitude professionnelle visé à l’article 259bis-9, § 1er, en vue d’une nomination visée à l’article 194 pour autant que les conditions visées à l’article 191bis, §§ 2 et 3, soient respectées.”. Art. 11 L’article 196ter du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006 et modifi é en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018, est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit: “§ 6. Les assesseurs au tribunal de l’application des peines effectifs et suppléants reçoivent au cours des deux années qui suivent leur nomination une formation théorique et pratique dont le contenu et la durée sont fi xés par l’Institut de formation judiciaire. Cette forma- tion obligatoire comprend une formation en matière de déontologie.”. Art. 12 Dans la deuxième partie, livre Ier, titre VI, chapitre II, section III, du même Code, il est inséré un article 202bis, rédigé comme suit: “Art. 202bis. Les juges sociaux reçoivent au cours des deux années qui suivent leur nomination une formation théorique et pratique dont le contenu et la durée sont fi xés par l’Institut de formation judiciaire. Cette forma- tion obligatoire comprend une formation en matière de déontologie.”. 7 3523/004 DOC 54 K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E Art. 13 In artikel 207bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 9 juli 1997 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden “, geslaagd zijn voor het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsvervangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer of voor het examen inzake beroepsbekwaam- heid of voor het mondelinge evaluatie-examen of houder zijn van het getuigschrift waaruit blijkt dat hij de in arti- kel 259octies bedoelde gerechtelijke stage met vrucht heeft voltooid” ingevoegd tussen de woorden “licentiaat in de rechten zijn” en de woorden “en aan een van de volgende voorwaarden voldoen”. Art. 14 In artikel  216, derde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de woorden “en 206” vervangen door de woorden “, 202bis en 206”. Art. 15 In artikel 259bis-6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 19 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden “ bij een in Ministerraad overleg besluit” opgeheven; 2° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende: “Het bureau beslist over informatie-uitwisseling tussen de commissies indien een commissie over in- formatie beschikt die nuttig is voor de opdracht van de andere commissies.”. Art. 16 Artikel 259bis-8, § 1, van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 22 december 1998, wordt aange- vuld met een lid, luidende: “Indien het vereiste quorum niet wordt bereikt omdat teveel leden afwezig of verhinderd zijn, kan de voorzitter, via loting, overgaan tot hun vervanging tot het quorum wordt bereikt. De loting vindt plaats uit de leden van de advies- en onderzoekscommissie van hetzelfde taalcollege en met inachtname van de pariteit tussen Art. 13 Dans l’article 207bis, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 9 juillet 1997 et modifi é en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, les mots “, avoir réussi l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant ou l’examen d’aptitude profession- nelle ou l’examen oral d’évaluation ou être détenteur du certifi cat attestant qu’il a achevé avec fruit le stage judiciaire visé à l’article 259octies” sont insérés entre les mots “licencié en droit” et les mots “et remplir”. Art. 14 Dans l’article 216, alinéa 3, du même Code, modifi é en dernier lieu par la loi du 8 mai 2014, les mots “et 206” sont remplacés par les mots “, 202bis et 206”. Art. 15 À l’article  259bis-6 du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifi é par la loi du 19 décembre 2002, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 2, alinéa 2 , les mots “, par arrêté délibéré en Conseil des ministres,” sont abrogés; 2° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Le bureau décide de l’échange d’informations entre les commissions si une commission dispose d’informations utiles à l’exercice de la mission d’autres commissions.”. Art. 16 L’article 259bis-8, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Si le quorum requis n’est pas atteint parce que trop de membres sont absents ou empêchés, le président peut, par tirage au sort, procéder à leur remplacement jusqu’à ce que le quorum soit atteint. Le tirage au sort s’effectue parmi les membres de la commission d’avis et d’enquête du même collège linguistique et en tenant 8 3523/004 DOC 54 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E magistraten en niet-magistraten. De vervanging geldt voor de duur van de afwezigheid of verhindering.”. Art. 17 In artikel 259bis-9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigin- gen aangebracht: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin: “Zij is eveneens belast met het voorbereiden van het programma van het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsvervangend rechter en van plaatsver- vangend raadsheer.”; 2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “en het mondelinge evaluatie-examen” vervangen door de woorden “, het mondelinge evaluatie-examen en het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsver- vangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer”; 3° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden “en het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsver- vangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer” ingevoegd tussen het woord “beroepsbekwaamheid” en het woord “behouden”; 4° in paragraaf 4, eerste zin, worden de woorden “of het mondeling evaluatie-examen” vervangen door de woorden “, het mondelinge evaluatie-examen of het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsver- vangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer”; 5° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende: “De verplichte opleiding van magistraten benoemd op grond van het examen inzake beroepsbekwaamheid en het mondelinge evaluatie-examen, van plaatsvervan- gende rechters en van plaatsvervangende raadsheren bevat een opleiding inzake deontologie.”. Art. 18 Artikel 259bis-10, § 1, van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 april 2009, wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende: compte de la parité entre magistrats et non-magistrats. Le remplacement vaut pour la durée de l’absence ou de l’empêchement.”. Art. 17 À l’article 259bis-9 du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifi é en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante: “Elle est également chargée de préparer le pro- gramme de l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant.”; 2° dans le paragraphe  1er, alinéa  2, les mots “et l’examen oral d’évaluation” sont remplacés par les mots “, l’examen oral d’évaluation et l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant”; 3° dans le paragraphe 1er, alinéa 5, les mots “et de l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant” sont ajoutés entre les mots “aptitude professionnelle” et le mot “conservent”; 4° dans le paragraphe 4, première phrase, les mots “ou de l’examen oral d’évaluation” sont remplacés par les mots “, de l’examen oral d’évaluation ou de l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller suppléant”; 5° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit: “La formation obligatoire des magistrats nommés sur la base de l’examen d’aptitude professionnelle et de l’examen oral d’évaluation, des juges suppléants et des conseillers suppléants comprend une formation en matière de déontologie.”. Art. 18 L’article 259bis-10, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifi é en dernier lieu par la loi du 28 avril 2009, est complété par le 4° rédigé comme suit: 9 3523/004 DOC 54 K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E “4° de organisatie van het examen dat toegang ver- leent tot het ambt van plaatsvervangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij koninklijk besluit.”. Art. 19 Artikel 259bis-11, § 1, van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 22 december 1998, wordt aange- vuld met een lid, luidende: “Indien het vereiste quorum niet wordt bereikt omdat teveel leden afwezig of verhinderd zijn, kan de voorzitter, via loting, overgaan tot hun vervanging tot het quorum wordt bereikt. De loting vindt plaats uit de leden van de benoemings- en aanwijzingscommissie van hetzelfde taalcollege en met inachtname van de pariteit tussen magistraten en niet-magistraten. De vervanging geldt voor de duur van de afwezigheid of verhindering.”. Art. 20 In artikel 259bis-14, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, wordt de zin “De verenigde advies- en onderzoekscom- missie kan bovendien deze overheden om alle nuttige informatie verzoeken.” vervangen als volgt: “De ver- enigde advies- en onderzoekscommissie kan zich te allen tijde alle documenten en inlichtingen die het nodig acht om haar opdrachten te vervullen, doen verstrek- ken. De gerechtelijke overheden zijn gehouden op dat verzoek in te gaan.”. Art. 21 In artikel 259bis-16, § 3, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 2° wordt het woord “beëin- digde” opgeheven; 2° in de bepaling onder 3° wordt de zin “leden van de rechterlijke orde horen bij wijze van inlichting.” ver- vangen als volgt: “leden van de rechterlijke orde of elke andere persoon waarvan het horen nuttig is bij wijze van inlichting horen, in voorkomend geval, onder ede.” en in de tweede zin wordt het woord “leden” vervangen door het woord “personen”. “4° l’organisation de l’examen donnant accès à la fonction de juge suppléant et de conseiller sup- pléant selon les modalités et conditions déterminées par arrêté royal.”. Art. 19 L’article 259bis-11, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Si le quorum requis n’est pas atteint parce que trop de membres sont absents ou empêchés, le président peut, par tirage au sort, procéder à leur remplacement jusqu’à ce que le quorum soit atteint. Le tirage au sort s’effectue parmi les membres de la commission de nomination et de désignation du même collège linguis- tique et en tenant compte de la parité entre magistrats et non-magistrats. Le remplacement vaut pour la durée de l’absence ou de l’empêchement.”. Art. 20 Dans l’article  259bis-14, §  2, alinéa  2, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, la phrase “La commission d’avis et d’enquête réunie peut en outre demander à ces autorités toute information utile.” est remplacée par les phrases “La commission d’avis et d’enquête réunie peut, à tout moment, se procurer tous les documents et renseignements qu’elle estime nécessaires en vue d’exercer ses missions. Les autori- tés judiciaires sont tenues d’accéder à cette demande.”. Art. 21 À l’article 259bis-16, § 3, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au 2°, le mot “clos” est abrogé; 2° au 3°, la phrase “entendre les membres de l’ordre judiciaire à titre d’information.” est remplacée par la phrase “entendre les membres de l’ordre judiciaire ainsi que toute personne dont l’audition est utile à l’enquête à titre d’information, le cas échéant, sous serment.” et dans le texte néerlandais de la deuxième phrase, le mot “leden” est remplacé par le mot “personen”. 10 3523/004 DOC 54 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E Art. 22 In artikel 259bis-17, § 1, van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 22 december 1998, wordt het woord “inhoudelijke” ingevoegd tussen de woorden “mengen in de” en het woord “behandeling”. Art. 23 Artikel 259bis-19, § 2bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 mei 2003, wordt aangevuld met een lid, luidende: “Een in artikel 259bis-5, § 1, bedoeld orgaan dat vaststelt dat een magistraat zijn medewerking wei- gert te verlenen aan de uitoefening van de in artike- len 259bis-10, 259bis-12, 259bis-14, 259bis-15, 259bis- 16 en 259bis-17, bedoelde bevoegdheden van de Hoge Raad kan de zaak doorverwijzen naar de tuchtrechtbank en maakt haar in dat geval de uiteenzetting van de fei- ten en de middelen over. Het betrokken orgaan brengt de minister bevoegd voor Justitie terzelfder tijd op de hoogte van deze doorverwijzing.”. Art. 24 In artikel  259ter, §  2, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de woorden” Het benoemingsdossier bestaat “vervan- gen door de woorden “Onverminderd de toepassing van artikel 259bis-6, § 4 bestaat het benoemingsdossier”. Art. 25 In artikel 259quater, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, vervangen bij de wet van 3 mei 2003 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, worden de woorden “Het aan- wijzingsdossier van een korpschef bestaat” vervangen door de woorden “Onverminderd de toepassing van artikel 259bis-6, § 4, bestaat het aanwijzingsdossier van een korpschef”. Art. 26 In het tweede deel, boek II, titel I, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt: “Hoofdstuk III: Deontologische regels”. Art. 22 Dans l’article 259bis-17, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, les mots “de fond” sont insérés entre le mot “traitement” et les mots “des dossiers en cours”. Art. 23 L’article 259bis-19, § 2bis, du même Code, inséré par la loi du 3 mai 2003, est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Un organe visé à l’article 259bis-5, § 1er, qui constate qu’un magistrat refuse d’apporter sa collaboration à l’exercice des compétences du Conseil supérieur visées aux articles 259bis-10, 259bis-12, 259bis-14, 259bis-15, 259bis-16 et 259bis-17, peut s’adresser au tribunal disciplinaire et lui transmet, dans ce cas, un exposé des faits et des moyens. L’organe concerné informe simultanément le ministre qui a la Justice dans ses attributions de cette transmission.”. Art. 24 Dans l’article 259ter, § 2, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifi é en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les mots “et sans préjudice de l’application de l’article 259bis-6, § 4” sont insérés entre les mots “selon le cas” et les mots “, exclusivement des documents suivants”. Art. 25 Dans l’article 259quater, § 2, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, remplacé par la loi du 3 mai 2003 et modifi é par la loi du 4 mai 2016, les mots “, sans préjudice de l’application de l’article 259bis-6, § 4,” sont insérés entre les mots “se compose” et les mots “exclusivement des documents suivants”. Art. 26 Dans la deuxième partie, livre II, titre Ier, du même Code, l’intitulé du chapitre III est remplacé par l’inti- tulé suivant: “Chapitre III: Des règles déontologiques”. 11 3523/004 DOC 54 K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E Art. 27 Artikel 305 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 21 juni 2001, wordt hersteld als volgt: “Art. 305. De algemene beginselen inzake de de- ontologie van de werkende en de plaatsvervangende magistraten, van de assessoren in de strafuitvoerings- rechtbank, van de rechters en raadsheren in sociale zaken en van de rechters in ondernemingszaken worden vastgelegd door de Hoge Raad voor de Justitie, na ad- vies van de Adviesraad van de magistratuur.”. Art. 28 In artikel 309quinquies, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 februari 2016, worden de woorden “Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer” vervangen door het woord “Gegevensbeschermingsautoriteit”. Art. 29 In artikel 340, § 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 mei 2003 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 februari 2014, worden de volgende wijzigin- gen aangebracht: 1° het derde lid wordt aangevuld met de bepaling onder n), luidende: “n) in voorkomend geval, de maatregelen genomen met het oog op de handhaving van de tucht, met inbegrip van de tuchtstraffen, en de initiatieven genomen met het oog op de inachtneming van de algemene beginselen inzake de deontologie.”; 2° het vijfde lid wordt aangevuld met de vol- gende zinnen: “De Hoge Raad voor de Justitie stelt elk jaar een geconsolideerd verslag op over de maatregelen en ini- tiatieven die werden genomen op grond van het derde lid, n), zulks met inachtneming van de anonimiteit. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.”. Art. 30 In artikel 341, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewij- zigd bij de wet van 15 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: Art. 27 L’article 305 du même Code, abrogé par la loi du 21 juin 2001, est rétabli dans la rédaction suivante: “Art. 305. Les principes généraux relatifs à la déon- tologie des magistrats effectifs et suppléants, des assesseurs au tribunal de l’application des peines, des juges et conseillers sociaux et des juges consulaires sont établis par le Conseil supérieur de la Justice après avis du Conseil consultatif de la magistrature.”. Art. 28 Dans l’article 309quinquies, § 1er, du même Code, in- séré par la loi du 5 février 2016, les mots “la Commission de la protection de la vie privée” sont remplacés par les mots “l’Autorité de protection des données”. Art. 29 À l’article 340, § 3, du même Code, remplacé par la loi du 3 mai 2003 et modifi é en dernier lieu par la loi du 18 février 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° l’alinéa 3 est complété par le n) rédigé comme suit: “n) le cas échéant, les mesures prises en vue du maintien de la discipline, y compris les sanctions disci- plinaires, et les initiatives prises en vue du respect des principes généraux relatifs à la déontologie.”; 2° l’alinéa 5 est complété par les phrases suivantes: “Le Conseil supérieur de la Justice établit annuel- lement un rapport consolidé portant sur les mesures et initiatives prises sur base de l’alinéa 3, n), dans le respect de l’anonymat. Ce rapport est rendu public.”. Art. 30 Dans l’article 341, § 1er , du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifi é en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, les modifi cations suivantes sont apportées: 12 3523/004 DOC 54 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E a) in de bepaling onder 4° worden de woorden “87, eerste lid” vervangen door de woorden “ “87, § 1, eerste lid”; b) in de bepaling onder 5° worden de woorden “87, eerste en vierde lid” vervangen door de woorden “87, § 1, eerste lid en § 3”; c) in de bepaling onder 6° worden de woorden “87, eerste en vierde lid” vervangen door de woorden “87, § 1, eerste lid en § 3”. Art. 31 In artikel 378, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden “of substituut” opgeheven. Art. 32 In artikel 379, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek wordt het woord “substituut,” opgeheven. Art. 33 Artikel  404  van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7  juli  2002, wordt aangevuld met een lid, luidende: “Wat de in artikel 305 bedoelde leden van de rech- terlijke orde betreft, worden hun ambtsplichten, de waardigheid van hun ambt en de taken van hun ambt inzonderheid geïnterpreteerd in het licht van de alge- mene beginselen inzake de deontologie.”. Art. 34 In artikel 417, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juli 2013, worden de woorden “259bis- 19, § 2bis, vierde lid, of in artikel” ingevoegd tussen de woorden “in artikel” en de woorden “412, § 1, bedoelde overheid”. Art. 35 Artikel 423 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, wordt aangevuld met twee leden, luidende: “De minister bevoegd voor Justitie stelt, na advies van de Hoge Raad voor de Justitie, van het College van het openbaar ministerie en van het College van de hoven en a) au 4°, les mots “87, alinéas 1er” sont remplacés par les mots “87, § 1er, alinéa 1er”; b) au 5°, les mots “87, alinéas 1er et 4” sont remplacés par les mots “87, § 1er, alinéa 1er et § 3”; c) au 6°, les mots “87, alinéas 1er et 4” sont remplacés par les mots “87, § 1er, alinéa 1er et § 3”. Art. 31 Dans l’article 378, alinéa 1er, 1°, du même Code, les mots “ou de substitut,” sont abrogés. Art. 32 Dans l’article 379, alinéa 1er, 3°, du même Code, les mots “un substitut,” sont abrogés. Art. 33 L’article  404 du même Code, modifié par la loi du 7 juillet 2002, est complété par un alinéa rédigé comme suit: “En ce qui concerne les membres de l’ordre judi- ciaire visés à l’article 305, les devoirs de leur charge, la dignité de son caractère, et les tâches de leur charge sont interprétés, notamment, à la lumière des principes généraux relatifs à la déontologie.”. Art. 34 Dans l’article 417, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 15 juillet 2013, les mots “259bis-19, § 2bis, alinéa  4,  ou à l’article” sont insérés entre les mots “visée à l’article” et les mots “412, § 1er, ou par le minis- tère public”. Art. 35 L’article 423 du même Code, remplacé par la loi du 15 juillet 2013 et modifi é par la loi du 6 juillet 2017, est complété par deux alinéas rédigés comme suit: “Le ministre qui a la Justice dans ses attributions établit, après avis du Conseil supérieur de la Justice, du Collège du ministère public et du Collège des cours et 13 3523/004 DOC 54 K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E rechtbanken het standaardformulier op dat moet worden gevolgd voor het opstellen van het activiteitenverslag. Ieder jaar informeren de korpschefs de voorzitter van de bevoegde tuchtrechtbank over de lichte tuchtstraf- fen die zij hebben uitgesproken ten aanzien van de magistraten van dezelfde taalrol. Die informatie wordt opgenomen in het jaarverslag van de tuchtrechtbank, met inachtneming van de anonimiteit van de bestrafte magistraten.”. Art. 36 In artikel  1389bis/8, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000 en vervangen bij de wet van 14 januari 2013, worden de woorden “uit een lid van de Commissie voor de be- scherming van de persoonlijke levenssfeer, die wordt aangewezen door deze commissie,” opgeheven. Art. 37 In artikel 1389bis/10 van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 29 mei 2000 en gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013, wordt paragraaf 2 opgeheven. Art. 38 In artikel 1394/7, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 mei 2014, worden de woor- den “uit een lid van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangewezen door deze commissie,” opgeheven. Art. 39 In artikel 1394/9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 mei 2014, wordt paragraaf 2 opgeheven. HOOFDSTUK 3 Overgangsbepalingen Art. 40 De plaatsvervangende raadsheren, de plaatsvervan- gende rechters, de werkende en plaatsvervangende as- sessoren in de strafuitvoeringsrechtbank, de raadsheren in sociale zaken en de rechters in sociale zaken die tribunaux, le formulaire type à suivre pour la rédaction du rapport d’activités. Chaque année, les chefs de corps informent le pré- sident du tribunal disciplinaire compétent des peines disciplinaires mineures qu’ils ont prononcées à l’égard des magistrats du même rôle linguistique. Ces informa- tions sont insérées dans le rapport annuel du tribunal disciplinaire dans le respect de l’anonymat des magis- trats sanctionnés.”. Art. 36 Dans l’article 1389bis/8, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 29 mai 2000 et remplacé par la loi du 14 janvier 2013, les mots “d’un membre de la Commission de la protection de la vie privée désigné par cette commission,” sont abrogés. Art. 37 Dans l’article 1389bis/10 du même Code, inséré par la loi du 29 mai 2000 et modifi é par la loi du 14 janvier 2013, le paragraphe 2 est abrogé. Art. 38 Dans l’article 1394/7, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 12 mai 2014, les mots “d’un membre de la Commission de la protection de la vie privée désigné par cette commission,” sont abrogés. Art. 39 Dans l’article 1394/9 du même Code, inséré par la loi du 12 mai 2014, le paragraphe 2 est abrogé. CHAPITRE 3 Dispositions transitoires Art. 40 Les conseillers suppléants, les juges suppléants, les assesseurs au tribunal de l’application des peines effectifs et suppléants, les conseillers sociaux et les juges sociaux déjà nommés au moment de l’entrée en 14 3523/004 DOC 54 KA M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E reeds benoemd zijn op het tijdstip van de inwerkingtre- ding van deze wet moeten binnen twee jaar bewijzen dat zij een opleiding inzake deontologie hebben gevolgd. Art. 41 Deze wet is van toepassing op de plaatsvervangende rechters en raadsheren benoemd vóór de inwerkingtre- ding van deze wet. Art. 42 De plaatsvervangende rechters en raadsheren be- noemd vóór de inwerkingtreding van deze wet worden geacht geslaagd te zijn voor het examen dat toegang verleent tot het ambt van plaatsvervangend rechter en van plaatsvervangend raadsheer, bedoeld in arti- kel 259bis-9 van het Gerechtelijk Wetboek. HOOFDSTUK 4 Inwerkingtreding Art. 43 Artikelen 1 tot 27, 29 tot 35 en 40 tot 42 van deze wet treden in werking op 1 januari 2020. Artikel 28, de artikelen 36 tot 39 en dit artikel treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De Koning kan voor iedere bepaling van deze wet een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid. vigueur de la présente loi doivent justifi er dans les deux années qu’ils ont suivi une formation en déontologie. Art. 41 La présente loi s’applique aux juges et conseillers suppléants nommés avant l’entrée en vigueur de la présente loi. Art. 42 Les juges et conseillers suppléants nommés avant l’entrée en vigueur de la présente loi sont réputés avoir réussi l’examen donnant accès à la fonction de juge sup- pléant et de conseiller suppléant visé à l’article 259bis- 9 du Code judiciaire. CHAPITRE 4 Entrée en vigueur Art. 43 Les articles 1 à 27, 29 à 35 et 40 à 42 de la présente loi entrent en vigueur le 1er janvier 2020. L’article 28, les articles 36 à 39 et le présent article entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge. Le Roi peut fi xer pour chacune des dispositions de la présente loi une date d’entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée à l’alinéa 1er.

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot