Inhoud
10118
3424/006
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G V A N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
DOC 54
DOC 54
31 januari 2019
31 janvier 2019
TEKST AANGENOMEN IN PLENAIRE
VERGADERING EN AAN DE KONING TER
BEKRACHTIGING VOORGELEGD
TEXTE ADOPTÉ EN SÉANCE PLÉNIÈRE
ET
SOUMIS À LA SANCTION ROYALE
KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
Stukken:
Doc 54 3424/001 (2018/2019):
001: Wetsontwerp.
002:
Amendementen.
003:
Verslag.
004:
Tekst aangenomen door de commissie.
005:
Amendementen.
006:
Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter
bekrachtiging voorgelegd.
Zie ook:
Integraal verslag:
31 januari 2019.
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
Documents:
Doc 54 3424/001 (2018/2019):
001: Projet de loi.
002:
Amendements.
003:
Rapport.
004:
Texte adopté par la commission.
005:
Amendements.
006: Texte adopté en séance plénière et soumis à la sanction royale.
Voir aussi:
Compte rendu intégral:
31 janvier 2019.
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
houdende fiscale, fraudebestrijdende,
financiële alsook diverse bepalingen
portant des dispositions fiscales, de lutte
contre la fraude, financières et diverses
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
2
TITEL I
Inleidende bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de Grondwet.
T ITEL II
Fiscale bepalingen
HO OFDSTUK 1
Eenheidsstatuut
Art. 2
In artikel 67quater van het Wetboek van de inkom-
stenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 26 de-
cember 2013 en gewijzigd bij de wet van 18 decem-
ber 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
“Het voor het belastbaar tijdperk vrij te stellen bedrag
van de winsten en baten per in het eerste lid bedoelde
werknemer, bedraagt:
— drie weken bezoldiging, van het zesde tot en met
het twintigste door deze werknemer begonnen dienst-
jaar na 1 januari 2014;
— een week bezoldiging, vanaf het eenentwintigste
door deze werknemer begonnen dienstjaar na 1 janu-
ari 2014.”;
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid
ingevoegd, luidende:
“Het in het tweede lid bedoelde vrij te stellen bedrag
van de winsten en baten, dat in voorkomend geval wordt
beperkt bij toepassing van het vierde lid, wordt gespreid
over het belastbaar tijdperk en de vier volgende belast-
bare tijdperken ten belope van 20 pct. per belastbaar
tijdperk.”;
3° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden “een maximumbedrag” worden vervan-
gen door de woorden “een maximumbedrag van bruto
maandbezoldiging per werknemer”;
TITRE IER
Disposition introductive
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 74
de la Constitution.
TITRE II
Dispositions fi scales
CHAPITRE 1ER
Statut unique
Art. 2
Dans l’article 67quater du Code des impôts sur les
revenus 1992, inséré par la loi du 26 décembre 2013 et
modifi é par la loi du 18 décembre 2015, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
“Par travailleur visé à l’alinéa 1er, le montant des
bénéfi ces et profi ts à exonérer pour la période impo-
sable s’élève à:
— trois semaines de rémunération, de la sixième
année de service jusqu’à la vingtième année incluse
commencée par ce travailleur après le 1er janvier 2014;
— une semaine de rémunération, à partir de la vingt et
unième année de service commencée par ce travailleur
après le 1er janvier 2014.”;
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les
alinéas 2 et 3:
“Le montant des bénéfi ces et profi ts à exonérer visé
à l’alinéa 2 qui est, le cas échéant, limité en application
de l’alinéa 4, est étalé sur la période imposable et les
quatre périodes imposables suivantes à concurrence
de 20 p.c. par période imposable.”;
3° à l’alinéa 3 ancien, qui devient l’alinéa 4, les modi-
fi cations suivantes sont apportées:
a) les mots “un montant maximum” sont remplacés
par les mots “un montant maximum de rémunération
mensuelle brute par travailleur”;
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
3
b) de tweede zin wordt opgeheven;
4° tussen het vroegere derde lid, dat het vierde lid
wordt, en het vroegere vierde lid, dat het achtste lid
wordt, worden drie leden ingevoegd, luidende:
“De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoor-
digers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de
opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp
indienen tot bekrachtiging van de in uitvoering van het
vierde lid genomen besluiten. Deze besluiten worden
geacht geen uitwerking te hebben gehad indien ze
niet bij wet zijn bekrachtigd binnen de twaalf maanden
na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch
Staatsblad.
De in aanmerking te nemen bruto maandbezoldiging
is de gemiddelde bruto maandelijkse bezoldiging, voor
inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbij-
drage, berekend over het totaal aantal maanden van
het belastbaar tijdperk waarvoor de vrijstelling wordt
aangevraagd.
Om de wekelijkse bezoldiging te bepalen wordt het
maximumbedrag van de bruto maandbezoldiging ver-
menigvuldigd met drie en gedeeld door dertien.”;
5° in het vierde lid, dat het achtste wordt, worden de
woorden “waarin de tewerkstelling een einde neemt.”
vervangen door de woorden “waarin de tewerkstelling
een einde neemt en kan het ingevolge de in het derde
lid bedoelde spreiding nog vrij te stellen bedrag voor die
werknemer niet meer vrijgesteld worden.”.
Art. 3
Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari
2019.
HO OFDSTUK 2
ATAD – Interestaftrekbeperking
Art. 4
Dit hoofdstuk heeft de gedeeltelijke omzetting tot doel
van richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016
tot vaststelling van regels ter bestrijding van belasting-
ontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed
zijn op de werking van de interne markt.
b) la deuxième phrase est abrogée;
4° trois alinéas rédigés comme suit sont insérés entre
l’alinéa 3 ancien, qui devient l’alinéa 4, et l’alinéa 4
ancien, qui devient l’alinéa 8:
“Le Roi saisira la Chambre des représentants immé-
diatement si elle est réunie, sinon dès l’ouverture de sa
plus prochaine session, d’un projet de loi de confi rma-
tion des arrêtés pris en exécution de l’alinéa 4. Lesdits
arrêtés sont censés ne pas avoir produit leurs effets
s’ils n’ont pas été confi rmés par la loi dans les douze
mois de la date de leur publication au Moniteur belge.
La rémunération mensuelle brute à prendre en
compte est la rémunération mensuelle brute moyenne,
avant retenue des cotisations personnelles de sécurité
sociale, calculée sur le total du nombre de mois de
la période imposable pour laquelle l’exonération est
sollicitée.
Pour déterminer la rémunération hebdomadaire, le
montant maximum de rémunération mensuelle brute
est multiplié par trois et divisé par treize.”;
5° dans l’alinéa 4, qui devient l’alinéa 8, les mots
“la période imposable dont l’emploi prend fi n.” sont
remplacés par les mots “la période imposable au cours
de laquelle l’emploi prend fi n et le montant encore à
exonérer pour ce travailleur suite à l’étalement visé à
l’alinéa 3 ne peut plus être exonéré.”.
Art. 3
L’article 2 produit ses effets le 1er janvier 2019.
CHAPITRE 2
ATAD – Limitation d’intérêts
Art. 4
Le présent chapitre a pour objet de transposer par-
tiellement la directive (UE) 2016/1164 du Conseil du
12 juillet 2016 établissant des règles pour lutter contre
les pratiques d’évasion fi scale qui ont une incidence
directe sur le fonctionnement du marché intérieur.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
4
Art. 5
Artikel 35 van de wet van 25 december 2017 tot her-
vorming van de vennootschapsbelasting, vervangen bij
de wet van 30 juli 2018, wordt ingetrokken.
Art. 6
In artikel 86 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet
van 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aan-
gebracht:
1° in de bepaling onder B1 worden de woorden “35,
39, 5° en 9°” vervangen door de woorden “34, 36, 39,
5° tot 15°, 40”;
2° i n de bepaling onder B2 worden de woorden “34,
36, 39, 2°, 4°, 6° tot 8° en 10° tot 15°, 40” vervangen
door de woorden “39, 2°en 4°”.
Art. 7
Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze
wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
HOOF DSTUK 3
Bezoldigingen ontvangen van een buitenlandse
vennootschap verbonden met de werkgever
Afdeling 1
Wijzigingen van het Wetboek van
de inkomstenbelastingen 1992
Art. 8
In artikel 270 van het Wetboek van de inkomstenbe-
lastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992,
28 december 1992 en 22 juli 1993, bij het koninklijk
besluit van 12 december 1996 en door de wetten van
24 december 2002 en 13 december 2012, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bestaande tekst zal het eerste lid vormen;
2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende:
“Voor de toepassing van de bedrijfsvoorheffing
worden:
a) de in artikel 179 of 220 bedoelde belastingplichtige
geacht de in artikel 30, 1° en 2°, bedoelde bezoldigingen
Art. 5
L’article 35 de la loi du 25 décembre 2017 portant
réforme de l’impôt des sociétés, remplacé par la loi du
30 juillet 2018, est retiré.
Art. 6
A l’article 86 de la même loi, modifi é par la loi du
30 juillet 2018, les modifi cations suivantes sont appor-
tées:
1° au B1, les mots “35, 39, 5° et 9°” sont remplacés
par les mots “34, 36, 39, 5° à 15°, 40”;
2° au B2, les mots “34, 36, 39, 2°, 4°, 6° à 8° et 10°
à 15°, 40” sont remplacés par les mots “39, 2°et 4°”.
Art. 7
Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la
publication de la présente loi au Moniteur belge.
CHAPITRE 3
Rémunérations reçues d’une société étrangère
liée à l’employeur
Section 1re
Modifi cations du Code des impôts
sur les revenus 1992
Art. 8
Dans l’article 270 du Code des impôts sur les
revenus 1992, modifi é par les lois des 28 juillet 1992,
28 décembre 1992 et 22 juillet 1993, par l’arrêté royal du
12 décembre 1996 et par les lois des 24 décembre 2002
et 13 décembre 2012, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° le texte actuel formera l’alinéa 1er;
2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit:
“Pour l’application du précompte professionnel:
a) le contribuable visé aux articles 179 ou 220 est
censé attribuer les rémunérations visées à l’article 30,
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
5
toe te kennen die een begunstigde ontvangt van een bui-
tenlandse vennootschap die met de belastingplichtige
verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen wegens of naar
aanleiding van de beroepsactiviteit van de begunstigde
ten behoeve van de belastingplichtige;
b) de in artikel 227, 2° en 3°, bedoelde belasting-
plichtige geacht de in artikel 30, 1° en 2°, bedoelde
bezoldigingen toe te kennen die een begunstigde ont-
vangt van een buitenlandse vennootschap die met de
belastingplichtige verbonden is in de zin van artikel 1:20
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van
de begunstigde ten behoeve van de belastingplichtige
waarvoor de belastingplichtige in België of in het bui-
tenland in artikel 30, 1° en 2°, bedoelde bezoldigingen
betaalt of toekent die beroepskosten zijn in de zin van
artikel 237.”.
Art. 9
In artikel 272 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd
bij de wetten van 28 december 1992, 22 juli 1993 en
13 december 2012, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden “in arti-
kel 270, 1°, 3°, 6° en 7°” vervangen door de woorden
“in artikel 270, eerste lid, 1°, 3°, 6° en 7°”;
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden “in arti-
kel 270, 2°” vervangen door de woorden “in artikel 270,
eerste lid, 2°”;
3° in het eerste lid wordt een bepaling onder 3° in-
gevoegd, luidende:
“3° hebben de belastingschuldigen overeenkomstig
artikel 270, tweede lid, het recht op het geheel van de
belastbare inkomsten waarvan zij schuldenaar zijn de
voorheffing in te houden.”;
4° in het tweede lid worden de woorden “in artikel 270,
5°” vervangen door de woorden “in artikel 270, eerste
lid, 5°”.
Art. 10
In artikel 2751, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij
de wet van 22 december 2008, worden de woorden
“krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden
“krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
1° et 2° qu’un bénéfi ciaire reçoit d’une société étran-
gère liée au contribuable au sens de l’article 1:20 du
Code des sociétés et des associations, en raison ou à
l’occasion de l’activité professionnelle du bénéfi ciaire
au profi t du contribuable;
b) le contribuable visé à l’article 227, 2° et 3°, est
censé attribuer les rémunérations visées à l’article 30,
1° et 2° qu’un bénéfi ciaire reçoit d’une société étrangère
liée au contribuable au sens de l’article 1:20 du Code
des sociétés et des associations, en raison ou à l’occa-
sion de l’activité professionnelle du bénéfi ciaire au profi t
du contribuable pour laquelle le contribuable paye ou
attribue en Belgique ou à l’étranger des rémunérations
visées à l’article 30, 1° et 2°, qui constituent des frais
professionnels au sens de l’article 237.”.
Art. 9
À l’article 272 du même Code, modifi é par les lois des
28 décembre 1992, 22 juillet 1993 et 13 décembre 2012,
les modifi cations suivantes sont apportées:
1° dans l’alinéa 1er, 1°, les mots “à l’article 270, 1°, 3°,
6° et 7°” sont remplacés par les mots “à l’article 270,
alinéa 1er, 1°, 3°, 6° et 7°”;
2° dans l’alinéa 1er, 2°, les mots “à l’article 270, 2°”
sont remplacés par les mots “à l’article 270, alinéa 1er,
2°”;
3° dans l’alinéa 1er, un 3° est inséré, rédigé comme
suit:
“3° les redevables en application de l’article 270, ali-
néa 2, ont le droit de retenir le précompte sur l’ensemble
des revenus imposables dont ils sont débiteurs.”;
4° dans l’alinéa 2, les mots “à l’article 270, 5°” sont
remplacés par les mots “à l’article 270, alinéa 1er, 5°”.
Art. 10
Dans l’article 2751, alinéa 1er, du même Code, inséré
par la loi du 3 juillet 2005 et modifi é par la loi du 22 dé-
cembre 2008, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,”
sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270,
alinéa 1er, 1°,”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
6
Art. 11
In artikel 2752, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 20 juli 2005, worden de woorden “in toe-
passing van artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden
“in toepassing van artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 12
In artikel 2753, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 23 december 2005 en laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden
“krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden
“krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 13
In artikel 2754, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
door bij de wet van 23 december 2005, worden de woor-
den “bij toepassing van artikel 270, 1°,” vervangen door
de woorden “in toepassing van artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 14
In artikel 2755, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 23 december 2005 en laatstelijk gewij-
zigd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden
“krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden
“krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 15
In artikel 2756 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 4 mei 2007 en gewijzigd bij de wetten van
22 december 2008, 22 december 2009 en 28 april 2011,
worden de woorden “bedoeld in artikel 270,” telkens
vervangen door de woorden “bedoeld in artikel 270,
eerste lid,”.
Art. 16
In artikel 2757, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 26 december 2015, worden de
woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de
woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 11
Dans l’article 2752, § 1er, du même Code, inséré
par la loi du 20 juillet 2005, les mots “en application
de l’article 270, 1°.” sont remplacés par les mots “en
application de l’article 270, alinéa 1er, 1°.”.
Art. 12
Dans l’article 2753, § 1er, du même Code, inséré par
la loi du 23 décembre 2005 et modifi é en dernier lieu
par la loi du 25 décembre 2017, les mots “en vertu de
l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu
de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
Art. 13
Dans l’article 2754, § 1er, du même Code, inséré par
la loi du 23 décembre 2005, les mots “en application
de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en
application de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
Art. 14
Dans l’article 2755, § 1er, du même Code, inséré
par la loi du 23 décembre 2005 et modifi é en dernier
lieu par la loi du 26 mars 2018, les mots “en vertu de
l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu
de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
Art. 15
Dans l’article 2756 du même Code, inséré par la
loi du 4 mai 2007 et modifi é par les lois des 22 dé-
cembre 2008, 22 décembre 2009 et 28 avril 2011, les
mots “visés à l’article 270,” sont à chaque fois remplacés
par les mots “visés à l’article 270, alinéa 1er,”.
Art. 16
Dans l’article 2757, alinéa 1er, du même Code, rem-
placé par la loi du 26 décembre 2015, les mots “en vertu
de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en
vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
7
Art. 17
In artikel 2758 § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten
van 24 maart 2015 en 18 december 2015, worden de
woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de
woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 18
In artikel 2759, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten
van 24 maart 2015 en 18 december 2015, worden de
woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de
woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 19
In artikel 27510, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2015, worden de
woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de
woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 20
In artikel 27511, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de
woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de
woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”.
Art. 21
In artikel 412bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden
de woorden “de in artikel 270, 5°, vermelde akten” ver-
vangen door de woorden “de in artikel 270, eerste lid,
5°, vermelde akten”.
Afdeling 2
Verplichting tijdens overgangsperiode voor de inkomsten
verkregen in de periode van 1 januari 2019 tot en met 28
februari 2019
Art. 22
§ 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 179 of 220
van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
maakt een fi che op die de bezoldigingen bedoeld in arti-
kel 30, 1° en 2°, van hetzelfde Wetboek herneemt die in
de periode van 1 januari 2019 tot en met 28 februari 2019
Art. 17
Dans l’article 2758,§ 1er, du même Code, inséré
par la loi du 15 mai 2014 et modifi é par les lois des
24 mars 2015 et 18 décembre 2015, les mots “en vertu
de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en
vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
Art. 18
Dans l’article 2759, § 1er, du même Code, inséré
par la loi du 15 mai 2014 et modifi é par les lois des
24 mars 2015 et 18 décembre 2015, les mots “en vertu
de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en
vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
Art. 19
Dans l’article 27510, alinéa 1er, du même Code,
inséré par la loi du 10 août 2015, les mots “en vertu de
l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu
de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
Art. 20
Dans l’article 27511, alinéa 1er, du même Code,
inséré par la loi du 26 mars 2018, les mots “en vertu de
l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu
de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”.
Art. 21
Dans l’article 412bis, alinéa 1er, du même Code,
inséré par la loi du 28 décembre 1992, les mots “visés
à l’article 270, 5°.” sont remplacés par les mots “visés
à l’article 270, alinéa 1er, 5°.”.
Section 2
Obligation transitoire pour les revenus perçus durant la
période du 1er janvier 2019
au 28 février 2019
Art. 22
§ 1er. Le contribuable visé à l’article 179 ou 220 du
Code des impôts sur les revenus 1992 établit une fi che
reprenant les rémunérations visées à l’article 30, 1°
et 2°, du même Code qui sont payées ou attribuées à
un bénéfi ciaire durant la période du 1er janvier 2019 au
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
8
aan een begunstigde worden betaald of toegekend door
een buitenlandse vennootschap die met de belasting-
plichtige verbonden is in de zin van artikel 1:20 van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van
de begunstigde ten behoeve van de belastingplichtige.
De in artikel 227, 2° en 3°, van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtige
maakt een fi che op die de bezoldigingen bedoeld in ar-
tikel 30, 1° en 2°, van hetzelfde Wetboek herneemt die
in de periode van 1 januari 2019 tot en met 28 februari
2019 aan een begunstigde zijn betaald of toegekend
door een buitenlandse vennootschap die met de belas-
tingplichtige verbonden is in de zin van artikel 1:20 van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van
de begunstigde ten behoeve van de belastingplichtige
waarvoor de belastingplichtige in België of in het bui-
tenland in artikel 30, 1° en 2°, van het Wetboek van
inkomstenbelastingen 1992 bedoelde bezoldigingen
betaalt of toekent die beroepskosten zijn in de zin van
artikel 237 van hetzelfde Wetboek.
De in het eerste en tweede lid bedoelde fi che wordt
voor 1 maart 2020 langs elektronische weg aan de FOD
Financiën bezorgd .
De Koning stelt het model op van de fi che bedoeld
in het eerste en tweede lid.
§ 2. In afwijking van de artikelen 219 en 445 van het
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is in geval
van afwezigheid, onvolledigheid of laattijdigheid van de
in paragraaf 1 bedoelde fi che, per vastgestelde inbreuk
een boete verschuldigd van 10 pct. van het bedrag van
de toegekende of betaalde bezoldigingen bedoeld in
paragraaf 1, eerste en tweede lid.
Er wordt geen boete toegepast wanneer de belas-
tingplichtige aantoont dat de bezoldigingen bedoeld
in artikel 30, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkom-
stenbelastingen 1992 begrepen zijn in een door de
begunstigde overeenkomstig artikel 305 van hetzelfde
Wetboek ingediende aangifte of in een door de be-
gunstigde in het buitenland ingediende gelijkaardige
aangifte.
Art. 23
Voor zover daarvan niet wordt afgeweken, zijn de be-
palingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992 van toepassing op deze afdeling.
28 février 2019 par une société étrangère liée au contri-
buable au sens de l’article 1:20 du Code des sociétés et
des associations, en raison ou à l’occasion de l’activité
professionnelle du bénéfi ciaire au profi t du contribuable.
Le contribuable visé à l’article 227, 2° et 3°, du
Code des impôts sur les revenus 1992 établit une fi che
reprenant les rémunérations visées à l’article 30, 1°
et 2°, du même Code qui sont payées ou attribuées à
un bénéfi ciaire, durant la période du 1er janvier 2019
au 28 février 2019 par une société étrangère liée au
contribuable au sens de l’article 1:20 du Code des
sociétés et des associations, en raison ou à l’occasion
de l’activité professionnelle du bénéfi ciaire au profi t
du contribuable pour laquelle le contribuable paye ou
attribue en Belgique ou à l’étranger des rémunérations
visées à l’article 30, 1° et 2°, du Code des impôts sur les
revenus 1992, qui constituent des frais professionnels
au sens de l’article 237 du même Code.
La fi che visée aux alinéas 1er et 2 est transmise
par voie électronique au SPF Finances avant le
1er mars 2020.
Le Roi fi xe le modèle de la fi che visée aux alinéas 1er
et 2.
§ 2. Par dérogation aux articles 219 et 445 du Code
des impôts sur les revenus 1992, en cas d’absence,
d’incomplètude ou de remise tardive de la fi che visée
au paragraphe 1er, une amende de 10 p.c. du mon-
tant des rumérations attribuées ou payées visées au
paragraphe 1er, alinéa 1er et 2, est due par infraction
constatée.
Aucune amende n’est appliquée lorsque le contri-
buable démontre que les rémunérations visées à
l’article 30, 1° et 2°, du Code des impôts sur les revenus
1992 sont comprises dans une déclaration introduite par
le bénéfi ciaire conformément à l’article 305 du même
Code ou dans une déclaration analogue introduite à
l’étranger par le bénéfi ciaire.
Art. 23
Pour autant qu’il n’y soit pas dérogé, les dispositions
du Code des impôts sur les revenus 1992 sont d’appli-
cation à la présente section.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
9
Afdeling 3
Inwerkingtreding
Art. 24
Afdeling 1 van dit hoofdstuk treedt in werking op
1 maart 2019 en is van toepassing op bezoldigingen
betaald of toegekend vanaf 1 maart 2019.
HOOFDSTUK 4
Juridische constructies
Art. 25
In artikel 2, § 1, 13°, b), derde lid, van het Wetboek
van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de
wet van 10 augustus 2015, worden de woorden “de voor
welbepaalde Staten of rechtsgebieden beoogde rechts-
vormen” vervangen door de woorden “de gevallen”.
Art. 26
Het koninklijk besluit van 21 november 2018 tot
aanpassing van het koninklijk besluit van 18 december
2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b), tweede lid,
van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
wordt bekrachtigd met ingang van de dag van zijn in-
werkingtreding.
TITEL III
Fraudebestrijding
HOOFDSTUK 1
Wijzigingen inzake inkomstenbelastingen
Afdeling 1
Gegevensuitwisseling met derde landen
Art. 27
In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992,
wordt een artikel 338ter ingevoegd, luidende:
“Art. 338ter. Teneinde de gegevens bedoeld in arti-
kel 338, § 24/1, te kunnen overmaken aan de bevoegde
buitenlandse autoriteiten en de bevoegde autoriteiten
van derde landen, binnen de juridische grondslag die
op basis van wederkerigheid de uitwisseling van infor-
matie tussen België en het derde land regelt, kunnen
Section 3
Entrée en vigueur
Art. 24
La section première du présent chapitre entre en
vigueur le 1er mars 2019 et est applicable aux rémuné-
rations payées ou attribuées à partir du 1 mars 2019.
CHAPITRE 4
Constructions juridiques
Art. 25
À l’article 2, § 1er, 13°, b), alinéa 3, du Code des impôts
sur les revenus 1992, inséré par la loi du 10 août 2015,
les mots “les formes juridiques visées pour des États
ou des juridictions déterminés” sont remplacés par les
mots “les cas qui sont présumés”.
Art. 26
L’arrêté royal du 21 novembre 2018 portant adaptation
de l’arrêté royal du 18 décembre 2015 d’exécution de
l’article 2, § 1er, 13°, b), alinéa 2, du Code des impôts
sur les revenus 1992 est confi rmé avec effet à la date
de son entrée en vigueur.
TITRE III
Lutte contre la fraude
CHAPITRE 1ER
Modifi cations en matière d’impôts sur les revenus
Section 1re
Échange de données avec des pays tiers
Art. 27
Dans le Code des impôts sur les revenus 1992, il est
inséré un article 338ter, rédigé comme suit:
“Art 338ter. Afi n de pouvoir transmettre les données
visées à l’article 338, § 24/1, aux autorités compé-
tentes étrangères et aux autorités compétentes des
pays tiers, conformément au fondement juridique qui
règle l’échange d’informations entre la Belgique et le
pays tiers, et sur la base de réciprocité, les données
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
10
de voormelde gegevens door de Belgische bevoegde
autoriteit conform artikel 30, tweede lid en artikel 31,
zevende lid van de Richtlijn 2015/849/EU zonder enige
beperking bij de volgens voormelde Richtlijn meldings-
plichtige entiteiten worden opgevraagd, die ze binnen
een maand na het verzoek dienen te bezorgen aan de
Belgische bevoegde autoriteit.”.
Afdeling 2
Juridische constructies
Art. 28
In artikel 333 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk ge-
wijzigd bij de wetten van 24 maart 2015 en 30 juni 2017,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden “vierde lid.”
vervangen door de woorden “vijfde lid.”;
2° in het derde lid worden de woorden “artikel 354,
tweede lid, bedoelde aanvullende termijn van vier jaar,”
vervangen door de woorden “artikel 354, tweede en
derde lid, bedoelde aanvullende termijn van respectie-
velijk vier en zeven jaar,”;
3° in het derde lid in fi ne worden de woorden “met
de aanvullende termijn van vier jaar.” vervangen door
de woorden “met de hierboven bedoelde aanvullende
termijn van respectievelijk vier en zeven jaar.”.
Art. 29
In artikel 354 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewij-
zigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid
ingevoegd, luidende:
“Wanneer in een land opgenomen in de lijst van
staten zonder of met een lage belasting bedoeld in
artikel 307, § 1/2, derde lid, met uitzondering van de
landen waarmee een overeenkomst ter voorkoming van
dubbele belasting werd gesloten en op voorwaarde dat
deze overeenkomst of enig verdrag in de uitwisseling
van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering
te geven aan de bepalingen van de nationale wetten
van de overeenkomstsluitende staten, gebruik wordt
gemaakt van juridische constructies die ertoe strek-
susvisées peuvent être demandées conformément à
l’article 30, alinéa 2 et à l’article 31, alinéa 7 de la Direc-
tive 2015/849/CE, sans aucune limitation par l’autorité
compétente belge auprès des entités tenues de notifi er
en vertu de la Directive susmentionnée, qui doivent les
communiquer à l’autorité compétente belge dans un
délai d’un mois à compter de la demande.”.
Section 2
Constructions juridiques
Art. 28
A l’article 333 du même Code, modifi é en dernier
lieu par les lois du 24 mars 2015 et du 30 juin 2017, les
modifi cations suivantes sont apportées:
1° dans l’alinéa 2, les mots “alinéa 4.” sont remplacés
par les mots “alinéa 5.”;
2° dans l’alinéa 3, les mots “de quatre ans prévu à
l’article 354, alinéa 2,” sont remplacés par les mots “de
respectivement quatre et sept ans prévus à l’article 354,
alinéas 2 et 3,”;
3° dans l’alinéa 3 in fi ne, les mots “prolongé du délai
supplémentaire de quatre ans.” sont remplacés par les
mots “prolongé du délai supplémentaire susvisé de
respectivement quatre et sept ans.”.
Art. 29
A l’article 354 du même Code, modifi é en dernier lieu
par la loi du 27 avril 2016, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les
alinéas 2 et 3:
“Lorsque dans un État fi gurant sur la liste des États à
fi scalité inexistante ou peu élevée visée à l’article 307,
§ 1er/2, alinéa 3, à l’exception des États avec lesquels a
été conclue une convention préventive de double impo-
sition et à condition que cette convention ou un traité
assure l’échange des informations qui sont nécessaires
afi n d’exécuter les dispositions des lois nationales des
États contractants, il est fait usage de constructions
juridiques visant à dissimuler l’origine ou l’existence du
patrimoine, le délai visé à l’alinéa 1er est prolongé de
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
11
ken de herkomst of het bestaan van het vermogen te
verhullen, wordt de in het eerste lid bedoelde termijn
met zeven jaar verlengd in geval van een inbreuk op de
bepalingen van dit Wetboek of van ter uitvoering ervan
genomen besluiten.”;
2° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt,
wordt het woord “twee” vervangen door het woord “drie”.
Afdeling 3
Onderzoeksbevoegdheden
Art. 30
In artikel 322, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd
bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid
ingevoegd luidende:
“Het recht om derden te horen en om een onderzoek
in te stellen mag slechts worden uitgeoefend door
ambtenaren die minstens de graad van fi nancieel des-
kundige bezitten, voorzien van hun aanstellingsbewijs
en belast met het verrichten van een controle of een
onderzoek betreffende de toepassing van de inkom-
stenbelastingen.”;
2° het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt,
wordt aangevuld als volgt:
“Het recht om het UBO-register te consulteren mag
slechts worden uitgeoefend door een ambtenaar met
een hogere titel dan die van attaché.”;
3° het vroegere derde lid wordt opgeheven.
HOOFDSTUK 2
Wijzigingen van het wetboek van de belasting
over de toegevoegde waarde
Art. 31
In het Wetboek van de belasting over de toegevoegde
waarde wordt een artikel 93bis/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 93bis/1. In afwijking van artikel 4 van de wet van
11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur,
mogen de verzoeken om inlichtingen van buitenlandse
autoriteiten en de antwoorden verstrekt aan die autori-
teiten evenals elke andere correspondentie tussen de
sept ans en cas d’infraction aux dispositions du présent
Code ou des arrêtés pris pour son exécution.”;
2° dans l’alinéa 3 ancien, devenant l’alinéa 4, le mot
“deux” est remplacé par le mot “trois”.
Section 3
Pouvoirs d’investigation
Art. 30
Dans l’article 322, § 1er, du même Code, modifi é par
la loi du 26 mars 2018, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les
alinéas 1er et 2:
“Le droit d’entendre des tiers et de procéder à des
enquêtes ne peut être exercé que par des agents ayant
au minimum le grade d’expert fi nancier. munis de leur
commission et chargés d’effectuer un contrôle ou une
enquête se rapportant à l’application de l’impôt sur les
revenus.”;
2° l’alinéa 2 ancien, devenant l’alinéa 3, est complété
comme suit:
“Le droit de consulter le registre UBO ne peut être
exercé que par un agent ayant un titre supérieur à celui
d’attaché.”;
3° l’alinéa 3 ancien est abrogé.
CHAPITRE 2
Modifi cations du code de la taxe
sur la valeur ajoutée
Art. 31
Dans le Code de la taxe sur la valeur ajoutée, il est
inséré un article 93bis/1 rédigé comme suit:
“Art. 93bis/1. Par dérogation à l’article 4 de la loi du
11 avril 1994 relative à la publicité de l’administration,
les demandes de renseignements transmises par les
autorités étrangères et les réponses qui sont fournies
à ces autorités ainsi que toute autre correspondance
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
12
bevoegde autoriteiten niet openbaar worden gemaakt
zolang het onderzoek van de buitenlandse autoriteit
niet is afgesloten en voor zover de openbaarmaking
nadelig zou zijn voor het voormelde onderzoek, tenzij de
buitenlandse autoriteit haar uitdrukkelijk akkoord heeft
gegeven voor deze openbaarmaking.
Het in het eerste lid bedoelde akkoord wordt geacht
te zijn bekomen wanneer de buitenlandse autoriteit
niet reageert binnen een termijn van 90 dagen te re-
kenen vanaf het verzenden door de Belgische Staat
van de vraag tot openbaarmaking, en de informatie
niet verschaft dat de vertrouwelijkheid van de uitgewis-
selde gegevens en de correspondentie volgens de
voorwaarden van dit artikel moet voortduren, wanneer
de persoon in wiens hoofde het onderzoek door de
buitenlandse Staat wordt gevoerd uitdrukkelijk deze
toegang aan de Belgische Staat heeft gevraagd.”.
HOOFDSTUK 3
Wijzigingen van de wet van 24 december 2002
tot wijziging van de vennootschapsregeling
inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van
een systeem van voorafgaande beslissingen in
fi scale zaken
Art. 32
In artikel 22, derde lid, van de wet van 24 decem-
ber 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling
inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een
systeem van voorafgaande beslissingen in fi scale za-
ken, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
“1° bij het indienen van de aanvraag, essentiële ele-
menten van de beschreven verrichting of situatie betrek-
king hebben op een vluchtland dat niet samenwerkt met
de OESO of op een land opgenomen in de lijst van staten
zonder of met een lage belasting bedoeld in artikel 307,
§ 1/2, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbe-
lastingen 1992 tenzij met dit land een overeenkomst ter
voorkoming van dubbele belasting werd gesloten en op
voorwaarde dat deze overeenkomst of enig verdrag in de
uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om
uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale
wetten van de overeenkomstsluitende staten;”.
entre les autorités compétentes ne sont pas susceptibles
d’être divulguées aussi longtemps que l’enquête de
l’autorité étrangère n’est pas clôturée et pour autant que
la divulgation nuirait aux besoins de l’enquête précitée,
à moins que l’autorité étrangère n’ait expressément
marqué son accord sur cette divulgation.
L’accord visé à l’alinéa 1er est acquis si l’autorité
étrangère ne réagit pas dans un délai de 90 jours à
partir de l’envoi de la demande de divulgation par l’État
belge et n’apporte pas l’information que la confi dentia-
lité des données et correspondances échangées selon
les conditions du présent article doit perdurer, lorsque
la personne dans le chef de qui l’enquête est menée
par l’État étranger a explicitement demandé cet accès
à l’État belge.”.
CHAPITRE 3
Modifi cations de la loi du 24 décembre 2002
modifi ant le régime des sociétés en matière
d’impôts sur les revenus et instituant un système
de décision anticipée en matière fi scale
Art. 32
Dans l’article 22, alinéa 3, de la loi du 24 dé-
cembre 2002 modifiant le régime des sociétés en
matière d’impôts sur les revenus et instituant un sys-
tème de décision anticipée en matière fi scale, le 1° est
remplacé par ce qui suit:
“1° lors de l’introduction de la demande, des éléments
essentiels de l’opération ou de la situation décrite
se rattachent à un pays refuge non coopératif avec
l’OCDE ou à un pays fi gurant sur la liste des États à
fi scalité inexistante ou peu élevée, visée à l’article 307,
§ 1er/2, alinéa 3, du Code des impôts sur les revenus
1992, à moins qu’une convention préventive de double
imposition n’ait été conclue avec cet État et à condition
que cette convention ou un traité assure l’échange des
informations qui sont nécessaires afi n d’exécuter les
dispositions des lois nationales des États contractants;”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
13
HOOFDSTUK 4
De invordering
Afdeling 1
Verplichting van de betaling in euro door bepaalde
administraties van de FOD Financiën
Art. 33
Elke som die door de administratie van de Federale
Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de
invordering van fi scale en niet-fi scale schuldvorderingen
moet worden teruggegeven of betaald, moet uitgevoerd
worden in euro.
Afdeling 2
Wijzigingen van het Wetboek van de belasting
over de toegevoegde waarde, het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992, de programmawet (I) van
29 maart 2012 en het burgerlijk Wetboek inzake het
E-notariaat
Onderafdeling 1
Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Art. 34
In artikel 62 van het Wetboek van de belasting over
de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van
28 december 1992 en gewijzigd bij de programmawet
van 27 april 2007 en bij de wet van 25 april 2014, wordt
paragraaf 2 opgeheven.
Art. 35
In artikel 66, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 28 ja-
nuari 2004 en 17 december 2012, worden de woorden
“artikel 62, § 1,” vervangen door de woorden “artikel 62”.
Art. 36
Artikel 93ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 8 augustus 1980, en gewijzigd bij de wetten van
22 december 1989, 28 december 1992, de koninklijke
besluiten van 20 juli 2000, 31 maart 2003 en 25 febru-
ari 2007 en de wetten van 27 april 2007 en 24 juli 2008,
wordt vervangen als volgt:
CHAPITRE 4
Le recouvrement
Section 1re
Obligation de paiement en euros par certaines
administrations du SPF Finances
Art. 33
Toute somme à restituer ou à payer par l’administra-
tion du Service public fédéral Finances en charge de la
perception et du recouvrement des créances fi scales et
non fi scales doit être exécutée en euros.
Section 2
Modifi cations du Code de la taxe sur la valeur ajoutée,
du Code des impôts sur les revenus 1992, de la loi-
programme (I) du 29 mars 2012 et du Code civil en matière
d’E-notariat
Sous-section 1re
Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art. 34
Dans l’article 62 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée,
remplacé par la loi du 28 décembre 1992 et modifi é par la
loi-programme du 27 avril 2007 et par la loi du
25 avril 2014, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 35
Dans l’article 66, alinéa 1er, du même Code, modifi é
par les lois du 28 décembre 1992, 28 janvier 2004 et
17 décembre 2012, les mots “l’article 62, § 1er,” sont
remplacés par les mots “l’article 62,”.
Art. 36
L’article 93ter du même Code, inséré par la loi du
8 août 1980 et modifi é par les lois du 22 décembre 1989,
28 décembre 1992, les arrêtés royaux des 20 juil-
let 2000, 31 mars 2003 et 25 février 2007, et des lois
du 27 avril 2007 et 24 juillet 2008 , est remplacé par ce
qui suit:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
14
“Art. 93ter. § 1. De notaris die verzocht is om een
akte op te maken die de vervreemding of hypothecaire
aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot
voorwerp heeft, is persoonlijk aansprakelijk voor de
betaling van de belasting over de toegevoegde waarde
en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving
aanleiding kunnen geven, wanneer hij daarvan geen
bericht geeft aan:
1° de dienst belast met informatie- en communicatie-
technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën,
op elektronische wijze;
2° de ontvanger waaronder de eigenaar of de houder
van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp van
de akte is, ressorteert, of de ontvanger van de dienst
die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer
de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het
goed zijn verblijfplaats in het buitenland heeft, wanneer
het bericht omwille van overmacht of een technische
storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig
1°. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende brief
verzonden.
Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt
binnen drie maanden te rekenen van de verzending
van het bericht, wordt dit bericht als niet bestaande
beschouwd.
§ 2. Wanneer het bericht meegedeeld is in overeen-
stemming met paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt onder
de verzendingsdatum van het bericht verstaan de da-
tum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst
belast met informatie- en communicatietechnologie van
de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens
wordt verzonden overeenkomstig de procedures
voorzien respectievelijk in paragraaf 1, eerste lid, 1°
en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig
paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de
verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het
bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste
lid, 1°, voorafgaat.
§ 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings-
voorwaarden van dit artikel.”.
Art. 37
Artikel 93quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 8 augustus 1980 en gewijzigd bij de konink-
lijke besluiten van 31 maart 2003, en 25 februari 2007,
en bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt:
“Art. 93ter. § 1er. Le notaire requis de dresser un acte
ayant pour objet l’aliénation ou l’affectation hypothécaire
d’un bien susceptible d’hypothèque, est personnelle-
ment responsable du paiement de la taxe sur la valeur
ajoutée et des accessoires pouvant donner lieu à ins-
cription hypothécaire lorsqu’il n’en avise pas:
1° le service en charge de la technologie de l’infor-
mation et de la communication du Service public fédéral
Finances, par voie électronique;
2° le receveur dont relève le propriétaire ou le titulaire
d’un droit réel sur le bien faisant l’objet de l’acte, ou le
receveur du service désigné à cette fi n par le Roi lorsque
le propriétaire ou le titulaire d’un droit réel sur le bien
a sa résidence à l’étranger, lorsque la communication
de l’avis ne peut, en raison d’un cas de force majeure
ou d’un dysfonctionnement technique, être effectuée
conformément au 1°. Dans ce cas, l’avis est adressé
par lettre recommandée.
Si l’acte envisagé n’est pas passé dans les trois mois
à compter de l’envoi de l’avis, cet avis sera considéré
comme non avenu.
§ 2. Lorsque la communication de l’avis est effectuée
conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date
d’envoi de l’avis s’entend de la date de l’accusé de
réception communiqué par le service en charge de la
technologie de l’information et de la communication du
Service public fédéral Finances.
§ 3. Lorsqu’un même avis est adressé successive-
ment selon les procédures prévues respectivement au
paragraphe 1er ,alinéa 1er, 1° et 2°, l’avis établi confor-
mément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut
que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date
d’envoi de l’avis établi conformément au paragraphe 1er,
alinéa 1er, 1°.
§ 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques
du présent article.”.
Art. 37
L’article 93quater du même Code, inséré par la loi
du 8 août 1980 et modifi é par les arrêtés royaux du
31 mars 2003 et 25 février 2007 et par la loi du 24 juil-
let 2008, est remplacé par ce qui suit:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
15
“Art. 93quater. § 1. Indien het belang van de Schatkist
dit vereist, geeft de bevoegde ontvanger aan de notaris,
vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend
op de datum van de verzending van het in artikel 93ter
bedoelde bericht, kennis van het bedrag van de belas-
ting over de toegevoegde waarde en bijbehoren dat
aanleiding kan geven tot inschrijving van de wettelijke
hypotheek van de Schatkist op het goed dat het voor-
werp van de akte is:
1° op elektronische wijze, volgens een door de Koning
bepaalde procedure;
2° bij aangetekende brief, wanneer de kennisgeving
omwille van overmacht of een technische storing niet
kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of wanneer
de notaris het bericht bedoeld in artikel 93ter, § 1, heeft
verzonden bij aangetekende brief.
§ 2. Wanneer de kennisgeving is meegedeeld over-
eenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, is de datum van
de verzending van de kennisgeving de datum van de
ontvangstbevestiging meegedeeld door de dienst in-
formatie- en communicatietechnologie van de afzender
van het bericht bedoeld in artikel 93ter, § 1.
§ 3. Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvol-
gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures
voorzien respectievelijk in paragraaf 1, eerste lid, 1° en
2°, dan zal de kennisgeving opgesteld overeenkomstig
paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de
verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de
kennisgeving opgesteld overeenkomstig paragraaf 1,
eerste lid, 1°, voorafgaat.”.
Art. 38
Artikel 93quinquies van hetzelfde Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 8 augustus 1980, vervangen, bij
de wet van 24 juli 2008 en gewijzigd bij de wet van
27 april 2016, wordt vervangen als volgt:
“Art. 93quinquies. § 1. Wanneer de in artikel 93ter
bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 93quater
bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in han-
den van de notaris op de bedragen en waarden die hij
krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten
bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen
de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk
Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden
is deze bedragen en waarden overeenkomstig de ar-
tikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te
verdelen.
“Art. 93quater. § 1er. Si l’intérêt du Trésor l’exige, le
receveur compétent notifi e au notaire, avant l’expiration
du douzième jour ouvrable qui suit la date d’envoi de
l’avis prévu à l’article 93ter, le montant de la taxe sur la
valeur ajoutée et des accessoires pouvant donner lieu à
inscription de l’hypothèque légale du Trésor sur le bien
faisant l’objet de l’acte:
1° par voie électronique, selon une procédure déter-
minée par le Roi;
2° par lettre recommandée, lorsque la communi-
cation de la notifi cation ne peut, en raison d’un cas
de force majeure ou d’un dysfonctionnement tech-
nique, être effectuée conformément au 1°, ou lorsque
le notaire a adressé l’avis visé par l’article 93ter,
§ 1er, par lettre recommandée.
§ 2. Lorsque la communication de la notifi cation est
effectuée conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er,
1°, la date d’envoi de la notifi cation s’entend de la date
de l’accusé de réception communiqué par le service
Technologie de l’information et de la communication de
l’expéditeur de l’avis visé à l’article 93ter, § 1er.
§ 3. Lorsqu’une même notifi cation est adressée suc-
cessivement selon les procédures prévues respective-
ment au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, la notifi cation
établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°,
ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à
la date d’envoi de la notifi cation établie conformément
au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°.”.
Art. 38
L’article 93quinquies du même Code, inséré par la
loi du 8 août 1980, remplacé par la loi du 24 juillet 2008
et modifi é par la loi du 27 avril 2016, est remplacé par
ce qui suit:
“Art. 93quinquies. § 1er. Lorsque l’acte visé à
l’article 93ter est passé, la notifi cation visée à l’ar-
ticle 93quater emporte saisie-arrêt entre les mains du
notaire sur les sommes et valeurs qu’il détient en vertu
de l’acte pour le compte ou au profi t du redevable et vaut
opposition sur le prix au sens de l’article 1642 du Code
judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de répartir
ces sommes et valeurs conformément aux articles 1639
à 1654 du Code judiciaire.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
16
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris
ertoe gehouden, wanneer de in artikel 93ter bedoelde
akte verleden is, onder voorbehoud van toepassing van
de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek,
de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder
zich houdt voor rekening of ten bate van de belasting-
schuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het
verlijden van de akte, aan de ontvanger bedoeld in ar-
tikel 93quater te storten tot beloop van het bedrag van
de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren
dat hem ter uitvoering van artikel 93quater ter kennis
werd gebracht en in zoverre deze belasting en bijbeho-
ren aanleiding hebben gegeven tot een dwangbevel of
zijn opgenomen in een innings-en invorderingsregister
als bedoeld in artikel 85 waarvan de tenuitvoerlegging
niet werd gestuit door een in artikel 89 bedoelde vor-
dering in rechte.
Daarenboven, wanneer de aldus door beslag onder
derden getroffen sommen en waarden minder bedra-
gen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan
de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende
schuldeisers, met inbegrip van de ontvanger, moet de
notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid
voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt
op het verlijden van de akte hierover informeren aan:
1° de dienst belast met informatie- en communicatie
technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën,
op elektronische wijze;
2° de ontvanger bedoeld in artikel 93quater bij
aangetekende brief, wanneer de notaris omwille van
overmacht of een technische storing de inlichtingen niet
kan verstrekken overeenkomstig de bepaling onder 1°
of wanneer hij het bericht bedoeld in artikel 93ter, § 1,
bij aangetekende brief heeft verzonden.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval,
de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de
dienst belast met informatie- en communicatietechno-
logie van de Federale Overheidsdienst Financiën, of
de datum van verzending van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvol-
gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures
voorzien respectievelijk in paragraaf 1, derde lid, 1°
en 2°, dan zal de inlichting opgesteld overeenkomstig
paragraaf 1, derde lid, 2°, slechts primeren wanneer de
verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de
inlichting opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, derde
lid, 1°, voorafgaat.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de
overschrijving of de inschrijving van de akte niet aan
de Staat worden tegengeworpen indien de inschrijving
Sans préjudice des droits des tiers, lorsque l’acte
visé à l’article 93ter est passé, le notaire est tenu, sous
réserve de l’application des articles 1639 à 1654 du
Code judiciaire, de verser entre les mains du receveur
visé à l’article 93quater, au plus tard le huitième jour
ouvrable qui suit la passation de l’acte, les sommes et
valeurs qu’il détient en vertu de l’acte pour le compte ou
au profi t du redevable, à concurrence du montant de la
taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires qui lui ont
été notifi és en exécution de l’article 93quater et dans
la mesure où cette taxe et ces accessoires ont donné
lieu à une contrainte ou sont repris dans un registre de
perception et de recouvrement visés à l’article 85 dont
l’exécution n’est pas interrompue par l’action en justice
prévue à l’article 89.
En outre, lorsque les sommes et valeurs ainsi saisies-
arrêtées sont inférieures à l’ensemble des sommes dues
aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants,
en ce compris le receveur, le notaire doit, sous peine
d’être personnellement responsable de l’excédent, en
informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit
la passation de l’acte:
1° le service en charge de la technologie de l’infor-
mation et de la communication du Service public fédéral
Finances, par voie électronique;
2° le receveur visé à l’article 93quater, par lettre
recommandée, lorsque le notaire ne peut, en raison
d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement
technique, communiquer l’information conformément
au 1° ou lorsqu’il a adressé l’avis visé à l’article 93ter,
§ 1er, par lettre recommandée.
Selon le cas, la date de l’information est celle de la
date de l’accusé de réception communiqué par le ser-
vice en charge de la technologie de l’information et de
la communication du Service public fédéral Finances,
ou de la date d’envoi de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu’une même information est adressée suc-
cessivement selon les procédures prévues respective-
ment au paragraphe 1er, alinéa 3, 1° et 2°, l’information
établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 3, 2°,
ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure
à la date d’envoi de l’information établie conformément
au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la trans-
cription ou l’inscription de l’acte n’est pas opposable à
l’État, si l’inscription de l’hypothèque légale a lieu dans
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
17
van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht
werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in
paragraaf 1, vierde lid.
Alle niet-ingeschreven schuldvorderingen waarvoor
slechts na het verstrijken van de in paragraaf 1, derde
lid, bepaalde termijn wordt beslag gelegd of verzet
aangetekend, zijn zonder uitwerking ten opzichte van
de schuldvorderingen inzake belasting over de toege-
voegde waarde en bijbehoren, welke overeenkomstig
artikel 93quater werden ter kennis gebracht.
§ 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings-
voorwaarden van dit artikel.”.
Art. 39
Artikel 93octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 8 augustus 1980, wordt opgeheven.
Art. 40
In artikel 93nonies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 8 augustus 1980, worden de woorden “ar-
tikelen 93ter tot 93octies” vervangen door de woorden
“artikelen 93ter tot 93septies”.
Art. 41
Artikel 93decies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 8 augustus 1980, wordt vervangen als
volgt:
“Art. 93decies. Met het akkoord van de belasting-
schuldige zijn de banken, onderworpen aan de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op de kredietinstellingen, evenals de kredietgevers en
bemiddelaars inzake hypothecair krediet, onderworpen
aan Boek VII, Titel 4, Hoofdstuk 4, van het Wetboek
van economisch recht, gemachtigd het in artikel 93ter
bedoelde bericht te verzenden en zijn zij bevoegd om de
in artikel 93quater bedoelde kennisgeving te ontvangen.
De afgifte van een attest door die instellingen aan de
notaris betreffende de verzending van het bericht en het
gevolg daaraan gegeven door de ontvanger bedoeld
in artikel 93quater, stelt de aansprakelijkheid van die
instellingen in de plaats van die van de notaris.”.
les huit jours ouvrables de la date de l’information visée
au paragraphe 1er, alinéa 4.
Sont inopérantes au regard des créances de la taxe
sur la valeur ajoutée et d’accessoires notifi és conformé-
ment à l’article 93quater, toutes créances non inscrites
pour lesquelles saisie ou opposition n’est pratiquée
qu’après l’expiration du délai prévu au paragraphe 1er,
alinéa 3.
§ 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques
du présent article.”.
Art. 39
L’article 93octies du même Code, inséré par la loi du
8 août 1980, est abrogé.
Art. 40
Dans l’article 93nonies du même Code, inséré par la
loi du 8 août 1980, les mots “articles 93ter à 93octies”
sont remplacés par les mots “articles 93ter à 93septies”.
Art. 41
L’article 93decies du même Code, inséré par la loi
du 8 août 1980, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 93decies. Moyennant l’accord du redevable, les
banques soumises à la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit, ainsi
que les prêteurs en crédit hypothécaire et les intermé-
diaires en crédit hypothécaire soumis au Livre VII, titre
4, chapitre 4, du Code de droit économique, sont autori-
sées à adresser l’avis prévu à l’article 93ter et qualifi ées
pour recevoir la notifi cation visée à l’article 93quater.
La remise d’une attestation par ces organismes au
notaire relativement à l’envoi de l’avis et à la suite y
donnée par le receveur visé à l’article 93quater substitue
la responsabilité de ces organismes à celle du notaire.”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
18
Art. 42
Artikel 93undecies A van hetzelfde Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 8 augustus 1980 en gewijzigd bij
de wetten van 10 augustus 2005 en 11 juli 2018, wordt
vervangen als volgt:
“Art. 93undecies A. Geen akte die in het buitenland
verleden is en de vervreemding of de hypothecaire
aanwending van een onroerend goed of een schip tot
voorwerp heeft, wordt in België tot overschrijving of
inschrijving in de registers van de hypothecaire open-
baarmaking, wat de onroerende goederen betreft, of in
het Belgisch Scheepsregister, wat de schepen betreft,
toegelaten, indien zij niet vergezeld gaat van een attest
van de ontvanger bedoeld in artikel 93ter.
Dit attest moet vaststellen ofwel dat de eigenaar of
de houder van een zakelijk recht geen belasting over de
toegevoegde waarde verschuldigd is, ofwel dat de wet-
telijke hypotheek, die de verschuldigde belasting over
de toegevoegde waarde waarborgt, ingeschreven is.”.
Onderafdeling 2
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 43
Artikel 433 van het Wetboek van de inkomstenbelas-
tingen 1992, vervangen bij de wet van 24 juli 2008 en
gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt vervangen
als volgt:
“Art. 433. § 1. De notaris die verzocht is om een akte
op te maken die de vervreemding of de hypothecaire
aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot
voorwerp heeft, is persoonlijk aansprakelijk voor de
betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een
hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven,
wanneer hij daarvan geen bericht geeft aan:
1° de dienst belast met informatie- en communicatie-
technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën,
op elektronische wijze;
2° de ontvanger waaronder de eigenaar of de houder
van een zakelijk recht op het goed ressorteert, of de
ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor
is aangewezen, wanneer de eigenaar of de houder
van een zakelijk recht op het goed zijn verblijfplaats in
het buitenland heeft en, daarenboven, zo het om een
onroerend goed gaat, de ontvanger, bevoegd voor de
invordering van de onroerende voorheffing van dat
goed, wanneer het bericht omwille van overmacht of
Art. 42
L’article 93undecies A du même Code, inséré par la
loi du 8 août 1980 et modifi é par les lois des 10 août 2005
et 11 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 93undecies A. Aucun acte passé à l’étranger
et ayant pour objet l’aliénation ou l’affectation hypo-
thécaire d’un immeuble, ou d’un bateau ne sera admis
en Belgique à la transcription ou à l’inscription dans le
registres de la publicité hypothécaire en ce qui concerne
les immeubles, ou dans le Registre naval belge, en ce
qui concerne les bateaux, s’il n’est accompagné d’un
certifi cat du receveur visé à l’article 93ter.
Ce certifi cat doit attester que le propriétaire ou le
titulaire d’un droit réel n’est pas redevable de taxe sur la
valeur ajoutée ou que l’hypothèque légale garantissant
la taxe sur la valeur ajoutée due a été inscrite.”.
Sous-section 2
Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 43
L’article 433 du Code des impôts sur les revenus
1992, remplacé par la loi du 24 juillet 2008 et modifi é
par la loi du 27 avril 2016, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 433. § 1er. Le notaire requis de dresser un acte
ayant pour objet l’aliénation ou l’affectation hypothécaire
d’un bien susceptible d’hypothèque, est personnelle-
ment responsable du paiement des impôts et des acces-
soires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire,
lorsqu’il n’en avise pas:
1° le service en charge de la technologie de l’infor-
mation et de la communication du Service public fédéral
Finances, par voie électronique;
2° le receveur dont relève le propriétaire ou le titulaire
d’un droit réel sur le bien, ou le receveur du service
désigné à cette fi n par le Roi lorsque le propriétaire
ou le titulaire d’un droit réel sur le bien a sa résidence
à l’étranger, et, en outre, s’il s’agit d’un immeuble, le
receveur compétent pour le recouvrement du précompte
immobilier de ce bien, lorsque la communication de
l’avis ne peut, en raison d’un cas de force majeure
ou d’un dysfonctionnement technique, être effectuée
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
19
een technische storing niet kan worden meegedeeld
overeenkomstig de bepaling onder 1°. In dat geval wordt
het bericht bij aangetekende brief verzonden.
§ 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden
wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzen-
ding van het bericht, wordt dit bericht als niet bestaande
beschouwd.
Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig
paragraaf 1, 1°, wordt onder de verzendingsdatum van
het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding
meegedeeld door de dienst belast met informatie- en
communicatietechnologie van de Federale Overheids-
dienst Financiën.
§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens
wordt verzonden overeenkomstig de procedures voor-
zien respectievelijk in paragraaf 1, 1° en 2°, dan zal
het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 2°,
slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan
de verzendingsdatum van het bericht opgesteld over-
eenkomstig paragraaf 1, 1°, voorafgaat.
§ 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings-
voorwaarden van dit artikel.”.
Art. 44
Artikel 434 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 31 maart 2003 en 25 febru-
ari 2007 en bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen
als volgt:
“Art. 434. § 1. Indien het belang van de Schatkist dit
vereist, wordt door de bevoegde ontvanger aan de nota-
ris, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend
op de datum van de verzending van het in artikel 433
bedoelde bericht, kennis gegeven van het bedrag van de
belastingen en bijbehoren dat aanleiding kan geven tot
inschrijving van de wettelijke hypotheek van de Schatkist
op het goed dat het voorwerp van de akte is:
1° op elektronische wijze, volgens de door de Koning
bepaalde procedure;
2° bij aangetekende brief, wanneer de kennisgeving
omwille van overmacht of een technische storing niet
kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of wanneer
de notaris het bericht bedoeld in artikel 433, § 1, heeft
verzonden bij aangetekende brief.
conformément au 1°. Dans ce cas, l’avis est adressé
par lettre recommandée.
§ 2. Si l’acte envisagé n’est pas passé dans les trois
mois à compter de l’envoi de l’avis, cet avis sera consi-
déré comme non avenu.
Lorsque la communication de l’avis est effectuée
conformément au paragraphe 1er, 1°, la date d’envoi de
l’avis s’entend de la date de l’accusé de réception com-
muniqué par le service en charge de la technologie de
l’information et de la communication du Service public
fédéral Finances.
§ 3. Lorsqu’un même avis est adressé successive-
ment selon les procédures prévues respectivement
au paragraphe 1er, 1° et 2°, l’avis établi conformément
au paragraphe 1er, 2°, ne prévaut que lorsque la date
d’envoi est antérieure à la date d’envoi de l’avis établi
conformément au paragraphe 1er, 1°.
§ 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques
du présent article.”.
Art. 44
L’article 434 du même Code, modifi é par les arrêtés
royaux du 31 mars 2003 et 25 février 2007 et par la loi
du 24 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 434. § 1er. Si l’intérêt du Trésor l’exige, le rece-
veur compétent notifi e au notaire, avant l’expiration du
douzième jour ouvrable qui suit la date d’envoi de l’avis
visé à l’article 433, le montant des impôts et des acces-
soires pouvant donner lieu à inscription de l’hypothèque
légale du Trésor sur le bien faisant l’objet de l’acte:
1° par voie électronique, selon une procédure déter-
minée par le Roi;
2° par lettre recommandée, lorsque la communication
de la notifi cation ne peut, en raison d’un cas de force
majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être
effectuée conformément au 1°, ou lorsque le notaire
a adressé l’avis visé à l’article 433, § 1er, par lettre
recommandée.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
20
§ 2. Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvol-
gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures
voorzien respectievelijk in paragraaf 1, eerste lid, 1° en
2°, dan zal de kennisgeving opgesteld overeenkomstig
paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de
verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de
kennisgeving opgesteld overeenkomstig paragraaf 1,
eerste lid, 1°, voorafgaat.
§ 3. Wanneer de kennisgeving is meegedeeld over-
eenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, is de datum van
de verzending van de kennisgeving de datum van de
ontvangstbevestiging meegedeeld door de dienst in-
formatie- en communicatietechnologie van de afzender
van het bericht bedoeld in artikel 433, § 1.”.
Art. 45
Artikel 435 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
de wet van 24 juli 2008 en gewijzigd bij de wet van
27 april 2016, wordt vervangen als volgt:
“Art. 435. § 1. Wanneer de in artikel 433 bedoelde
akte verleden is, geldt de in artikel 434 bedoelde ken-
nisgeving als beslag onder derden in handen van de
notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de
akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de
belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in
de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in
de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen
en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654
van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen.
Onverminderd de rechten van derden, is de notaris,
wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is,
ertoe gehouden onder voorbehoud van toepassing van
de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek,
de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder
zich houdt voor rekening of ten bate van de belasting-
schuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het
verlijden van de akte, aan de in artikel 434 bedoelde
ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de
belastingen en bijbehoren dat hem ter uitvoering van
artikel 434 ter kennis werd gebracht en in zoverre deze
belastingen en bijbehoren een zekere en vaststaande
schuld in de zin van artikel 410 vormen.
Daarenboven, wanneer de aldus door beslag onder
derden getroffen sommen en waarden minder bedra-
gen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan
de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende
schuldeisers, hierin begrepen de ontvanger, moet de
notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid
voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt
op het verlijden van de akte hierover informeren aan:
§ 2. Lorsque la même notifi cation est adressée suc-
cessivement selon les procédures prévues respective-
ment au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, la notifi cation
établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°,
ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à
la date d’envoi de la notifi cation établie conformément
au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°.
§ 3. Lorsque la communication de la notifi cation est
effectuée conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er,
1°, la date d’envoi de la notifi cation s’entend de la date
de l’accusé de réception communiqué par le service
Technologie de l’information et de la communication de
l’expéditeur de l’avis visé à l’article 433, § 1er. “.
Art. 45
L’article 435 du même Code, remplacé par la loi du
24 juillet 2008 et modifi é par la loi du 27 avril 2016, est
remplacé par ce qui suit:
“Art. 435. § 1er. Lorsque l’acte visé à l’article 433
est passé, la notifi cation visée à l’article 434 emporte
saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes
et valeurs qu’il détient en vertu de l’acte pour le compte
ou au profi t du redevable et vaut opposition sur le prix
au sens de l’article 1642 du Code judiciaire dans les
cas où le notaire est tenu de répartir ces sommes et
valeurs conformément aux articles 1639 à 1654 du
Code judiciaire.
Sans préjudice des droits des tiers, lorsque l’acte visé
à l’article 433 est passé, le notaire est tenu, sous réserve
de l’application des articles 1639 à 1654 du Code
judiciaire, de verser au receveur visé à l’article 434, au
plus tard le huitième jour ouvrable qui suit la passation
de l’acte, les sommes et valeurs qu’il détient en vertu
de l’acte pour le compte ou au profi t du redevable, à
concurrence du montant des impôts et accessoires qui
lui ont été notifi és en exécution de l’article 434 et dans
la mesure où ces impôts et accessoires constituent une
dette certaine et liquide au sens de l’article 410.
En outre, lorsque les sommes et valeurs ainsi saisies-
arrêtées sont inférieures à l’ensemble des sommes dues
aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants,
en ce compris le receveur, le notaire doit, sous peine
d’être personnellement responsable de l’excédent, en
informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit
la passation de l’acte:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
21
1° de dienst belast met informatie- en communicatie-
technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën,
op elektronische wijze;
2° de ontvanger bedoeld in artikel 434 bij een aan-
getekende brief, wanneer de notaris omwille van over-
macht of een technische storing de inlichtingen niet
kan verstrekken overeenkomstig de bepaling onder 1°
of wanneer hij het bericht bedoeld in artikel 433, § 1, bij
aangetekende brief heeft verzonden.
De datum van de inlichting is, naar gelang het geval,
de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de
dienst belast met informatie- en communicatietechno-
logie van de Federale Overheidsdienst Financiën, of
de datum van verzending van de aangetekende brief.
§ 2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvol-
gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures
voorzien respectievelijk in paragraaf 1, derde lid, 1°
en 2°, dan zal de inlichting opgesteld overeenkomstig
paragraaf 1, derde lid, 2°, slechts primeren wanneer de
verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de
inlichting opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, derde
lid, 1°, voorafgaat.
§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de
overschrijving of de inschrijving van de akte, niet aan
de Staat tegengeworpen worden indien de inschrijving
van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht
werkdagen vanaf de datum van de inlichting bedoeld
in paragraaf 1, vierde lid.
Alle niet-ingeschreven schuldvorderingen waarvoor
slechts na het verstrijken van de in paragraaf 1, derde
lid, bepaalde termijn wordt beslag gelegd of verzet
aangetekend, zijn zonder uitwerking ten opzichte van
de schuldvorderingen inzake belastingen en bijbehoren,
welke ter uitvoering van artikel 434 werden ter kennis
gebracht.
§ 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings-
voorwaarden van dit artikel.”.
Art. 46
Artikel 438 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 47
In artikel 439 van hetzelfde Wetboek, worden de
woorden “artikelen 433 tot 438” vervangen door de
woorden “artikelen 433 tot 437”.
1° le service en charge de la technologie de l’infor-
mation et de la communication du Service public fédéral
Finances, par voie électronique;
2° le receveur visé à l’article 434, par lettre recom-
mandée, lorsque le notaire ne peut, en raison d’un cas
de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique,
communiquer l’information conformément au 1° ou
lorsqu’il a adressé l’avis visé à l’article 433, § 1er, par
lettre recommandée.
Selon le cas, la date de l’information est celle de la
date de l’accusé de réception communiqué par le ser-
vice en charge de la technologie de l’information et de
la communication du Service public fédéral Finances,
ou de la date d’envoi de la lettre recommandée.
§ 2. Lorsqu’une même information est adressée suc-
cessivement selon les procédures prévues respective-
ment au paragraphe 1er, alinéa 3, 1° et 2°, l’information
établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 3, 2°,
ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure
à la date d’envoi de l’information établie conformément
au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°.
§ 3. Sans préjudice des droits des tiers, la trans-
cription ou l’inscription de l’acte n’est pas opposable à
l’État, si l’inscription de l’hypothèque légale a lieu dans
les huit jours ouvrables de la date de l’information visée
au paragraphe 1er, alinéa 4.
Sont inopérantes au regard des créances d’impôts
et accessoires notifi és en exécution de l’article 434,
toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie
ou opposition n’est pratiquée qu’après l’expiration du
délai prévu au paragraphe 1er, alinéa 3.
§ 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques
du présent article.”.
Art. 46
L’article 438 du même Code est abrogé.
Art. 47
Dans l’article 439 du même Code, les mots
“articles 433 à 438” sont remplacés par les mots
“articles 433 à 437”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
22
Art. 48
Artikel 440, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervan-
gen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de
wet van 18 december 2015, wordt vervangen als volgt:
“Met het akkoord van de belastingschuldige zijn de
banken, onderworpen aan de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op de kredietinstellin-
gen, evenals de kredietgevers en bemiddelaars inzake
hypothecair krediet, onderworpen aan boek VII, titel 4,
hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht,
gemachtigd het in artikel 433 bedoelde bericht te ver-
zenden en zijn zij bevoegd om de in artikel 434 bedoelde
kennisgeving te ontvangen.”.
Art. 49
Artikel 441 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wetten van 27 april 2016 en 11 juli 2018, wordt vervan-
gen als volgt:
“Art. 441. Geen akte die in het buitenland verleden
is en de vervreemding of de hypothecaire aanwending
van een onroerend goed of een schip tot voorwerp
heeft, wordt in België tot overschrijving of inschrijving
in de registers van de hypothecaire openbaarmaking,
wat de onroerende goederen betreft, of in het Belgisch
Scheepsregister, wat de schepen betreft, toegelaten,
indien zij niet vergezeld gaat van een attest van de
ontvanger bedoeld in artikel 433.
Dit attest moet vaststellen ofwel dat de eigenaar
of de houder van het zakelijk recht geen belastingen
verschuldigd is, ofwel dat de wettelijke hypotheek die
de verschuldigde belastingen en bijbehoren waarborgt,
ingeschreven is.”.
Onderafdeling 3
Programmawet (I) van 29 maart 2012
Art. 50
Artikel 157 van de programmawet van 29 maart 2012,
gewijzigd bij de wet van 13 december 2012, wordt ver-
vangen als volgt:
“Art. 157. § 1. De notarissen verzocht om een in arti-
kel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte
of attest van erfopvolging op te maken, zijn persoonlijk
aansprakelijk voor de betaling van de schulden van de
overledene, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan
de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de
Art. 48
L’article 440, alinéa 1er, du même Code, remplacé
par la loi du 22 décembre 1998 et modifi é par la loi du
18 décembre 2015, est remplacé comme suit:
“Moyennant l’accord du redevable, les banques
soumises à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et
au contrôle des établissements de crédit, ainsi que les
prêteurs en crédit hypothécaire et les intermédiaires
en crédit hypothécaire soumis au livre VII, titre 4, cha-
pitre 4, du Code de droit économique, sont autorisées
à adresser l’avis prévu à l’article 433 et qualifi ées pour
recevoir la notifi cation visée à l’article 434.”.
Art. 49
L’article 441 du même Code, modifi é par les lois du
27 avril 2016 et du 11 juillet 2018, est remplacé par ce
qui suit:
“Art. 441. Aucun acte passé à l’étranger et ayant
pour objet l’aliénation ou l’affectation hypothécaire d’un
immeuble, ou d’un bateau, ne sera admis en Belgique,
à la transcription ou à l’inscription dans les registres
de la publicité hypothécaire en ce qui concerne les
immeubles, ou dans le Registre naval belge, en ce qui
concerne les bateaux, s’il n’est pas accompagné d’un
certifi cat du receveur visé à l’article 433.
Ce certifi cat doit attester que le propriétaire ou le
titulaire du droit réel n’est pas redevable d’impôts ou
que l’hypothèque légale garantissant les impôts et les
accessoires dus a été inscrite.”.
Sous-section 3
Loi-programme (I) du 29 mars 2012
Art. 50
L’article 157 de la loi-programme du 29 mars 2012,
modifi é par la loi de 13 décembre 2012, est remplacé
par ce qui suit:
“Art. 157. § 1er. Les notaires requis de rédiger l’acte
ou certifi cat d’hérédité visé à l’article 1240bis du Code
civil, sont personnellement responsables du paiement
des dettes dont la débition est susceptible d’être notifi ée
conformément à l’article 158, qui sont dues par le de
cujus, ses héritiers et légataires dont l’identité est men-
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
23
begunstigden van een door hem gemaakte contractuele
erfstelling, mits die schulden het onderwerp kunnen
uitmaken van een kennisgeving bedoeld in artikel 158
indien zij daarvan geen bericht geven aan:
1° de dienst belast met informatie- en communicatie-
technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën,
en dit op elektronische wijze;
2° de hiernavolgende ambtenaren, wanneer het be-
richt omwille van overmacht of een technische storing
niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°:
— de ontvangers waaronder de erfl ater en de recht-
verkrijgenden waarvan de identiteit vermeld is in de akte
of het attest van erfopvolging ressorteren, evenals de
ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor
is aangewezen, wanneer de erfl ater en/of een van zijn
rechtverkrijgenden in het buitenland verblijven;
— de door de Koning aangewezen ambtenaar
van de Algemene Administratie van de Patrimonium -
documentatie.
In dat geval wordt het bericht bij aangetekende brief
verzonden.
Wanneer het gaat om schulden lastens de overledene
is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt
tot de waarde van de nalatenschap.
Wanneer het gaat om schulden lastens de rechtver-
krijgenden is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste
lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen
aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld
is in de akte of het attest en betreffende dewelke de
notaris aansprakelijk kan worden gesteld.
§ 2. Indien de akte of het attest waarvan sprake niet
wordt opgesteld binnen drie maanden te rekenen van de
verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande
beschouwd.
§ 3. Wanneer hetzelfde bericht achtereenvolgens
gegeven wordt overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid,
1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig
paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de
verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het
bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste
lid, 1°, voorafgaat.
§ 4. Wanneer het bericht gegeven wordt overeenkom-
stig paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt onder de datum
van verzending van het bericht verstaan de datum van
de ontvangstmelding die wordt gedaan door de dienst
tionnée dans l’acte ou le certifi cat, ou les bénéfi ciaires
d’une institution contractuelle consentie par le de cujus
s’ils n’en avisent pas:
1° le service en charge de la technologie de l’infor-
mation et de la communication du Service public fédéral
Finances, par voie électronique;
2° les fonctionnaires ci-après, lorsque la communi-
cation de l’avis ne peut, en raison d’un cas de force
majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être
effectuée conformément au 1°:
— les receveurs dont relèvent le de cujus et les ayants
droit dont l’identité est mentionnée dans l’acte ou le
certifi cat d’hérédité, ainsi que le receveur du service
désigné à cette fi n par le Roi lorsque le de cujus et/ou
l’un de ses ayants droit ont leur résidence à l’étranger;
— le fonctionnaire de l’Administration générale de la
documentation patrimoniale, désigné par le Roi.
Dans ce cas, l’avis est adressé par lettre recom-
mandée.
S’agissant de dettes dans le chef du de cujus, la
responsabilité visée à l’alinéa 1er est limitée à la valeur
de la succession.
S’agissant de dettes dans le chef d’ayants droit, la
responsabilité visée à l’alinéa 1er est limitée à la valeur
des avoirs qui échoient à l’ayant droit dont l’identité
est mentionnée dans l’acte ou le certifi cat et à propos
duquel la responsabilité du notaire est engagée.
§ 2. Si l’acte ou le certifi cat dont question n’est pas
passé dans les trois mois à compter de l’envoi de l’avis,
celui-ci est considéré comme non-avenu.
§ 3. Lorsqu’un même avis est adressé successive-
ment selon les procédures visées au paragraphe 1er ,
alinéa 1er, 1° et 2°, l’avis établi conformément au para-
graphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date
d’envoi est antérieure à la date d’envoi de l’avis établi
conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°.
§ 4. Lorsque l’avis est communiqué conformément
au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date d’envoi de l’avis
s’entend de la date de l’accusé de réception commu-
niqué par le service en charge de la technologie de
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
24
belast met informatie- en communicatietechnologie van
de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 5. Het bericht vermeldt de identiteit van de erfl ater,
van zijn erfgenamen of legatarissen alsook van de
eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling.
Voor de toepassing van deze bepaling omvat de
identiteit:
a) voor natuurlijke personen, de naam, de voornaam
en, in voorkomend geval, het identifi catienummer van
het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identifi catie-
nummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid
van de betrokkenen, of, bij gebrek aan zulke nummers,
hun geboortedatum;
b) voor rechtspersonen, trusts, fi ducieën of gelijkaar-
dige rechtsvormen, de maatschappelijke benaming, de
maatschappelijke zetel en, in voorkomend geval, het
identifi catienummer bij de Kruispuntbank van Onder-
nemingen.
§ 6. De Koning bepaalt de praktische toepassings-
voorwaarden van dit artikel.”.
Art. 51
In artikel 158, derde lid, 3°, van de programmawet
(I) van 29 maart 2012 worden de woorden “die aanlei-
ding hebben gegeven tot een dwangbevel bedoeld in
artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de
toegevoegde waarde” vervangen door de woorden “die
aanleiding hebben gegeven tot een dwangbevel of een
opname in een innings- en invorderingsregister bedoeld
in artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de
toegevoegde waarde”.”.
Art. 52
Artikel 158 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van
13 december 2012, wordt vervangen als volgt:
“Art. 158. De ontvanger of dienst bevoegd voor de
invordering van de fi scale schuld kan aan de notaris die
het in artikel 157 bedoelde bericht verzonden heeft, vóór
het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de
datum van verzending van dat bericht, kennisgeven van
het bestaan lastens de erfl ater of een andere persoon
vermeld in het bericht, van een fi scale schuld bestaande
uit belastingen, bijbehoren, verhogingen en boetes, met
opgave voor elk van de schuldenaars van het bedrag
van de hiervoor bedoelde schuld:
l’information et de la communication du Service public
fédéral Finances.
§ 5. L’avis mentionne l’identité du de cujus, de ses
héritiers ou légataires, ainsi que du bénéfi ciaire éventuel
d’une institution contractuelle.
Pour l’application de cette disposition, l’identité
comprend:
a) pour les personnes physiques, le nom, le prénom
et, le cas échéant, le numéro d’identifi cation du Registre
national ou, à défaut, le numéro d’identifi cation à la
Banque-Carrefour de la Sécurité sociale des intéressés,
ou, à défaut de tels numéros, leur date de naissance;
b) pour les personnes morales, les trusts, les fi ducies
et les constructions juridiques similaires, la dénomina-
tion sociale, le siège social et, le cas échéant, le numéro
d’identifi cation à la Banque-Carrefour des entreprises.
§ 6. Le Roi détermine les conditions d’application
pratiques du présent article.”.
Art. 51
Dans l’article 158, alinéa 3, 3°, de la loi-programme (I)
du 29 mars 2012, les mots “ayant donné lieu à une
contrainte visée à l’article 85 du Code de la taxe sur
la valeur ajoutée” sont remplacés par les mots “ayant
donné lieu à une contrainte ou repris dans un registre
de perception et de recouvrement visé à l’article 85 du
Code de la taxe sur la valeur ajoutée”.”
Art. 52
L’article 158 de la même loi, modifi é par la loi du
13 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 158. Avant l’expiration du douzième jour ouvrable
qui suit la date d’envoi de l’avis visé par l’article 157, le
receveur ou service compétent pour le recouvrement
de la dette fi scale peut notifi er au notaire ayant envoyé
l’avis, l’existence dans le chef du de cujus ou d’une
autre personne mentionnée dans l’avis, d’une dette
fi scale consistant en impôts et accessoires, accroisse-
ments et amendes, ainsi que le montant, dans le chef
de chaque débiteur, de la dette susvisée:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
25
1° op elektronische wijze, volgens de door de Koning
bepaalde procedure;
2° bij een aangetekende brief, wanneer de kennisge-
ving, omwille van overmacht of een technische storing,
niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of
wanneer de notaris het bericht bedoeld in artikel 157,
§ 1, heeft meegedeeld bij aangetekende brief.
Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvolgens
wordt verzonden overeenkomstig de procedures voor-
zien respectievelijk in het eerste lid, 1° en 2°, dan zal
het bericht opgesteld overeenkomstig het eerste lid,
2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum
ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld
overeenkomstig het eerste lid, 1°, voorafgaat.
Het eerste lid is enkel van toepassing voor zover die fi s-
cale schuld een zekere en vaststaande schuld uitmaakt.
Wanneer de kennisgeving meegedeeld is overeen-
komstig het eerste lid, 1°, is de datum van de verzending
van de kennisgeving de datum van de ontvangstbeves-
tiging meegedeeld door de dienst informatie- en com-
municatietechnologie van de afzender van het bericht
bedoeld in artikel 157, § 1.”.
Art. 53
In artikel 159 van dezelfde wet, vervangen bij de wet
van 13 december 2012, worden de woorden “door de
schuldenaar.” vervangen door de woorden “door hun
schuldenaar.”.
Art. 54
In artikel 160 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet
van 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 1, worden de woorden “belastingen en
hun bijbehoren” vervangen door de woorden “ter kennis
gebrachte schulden”;
2° in de inleidende zin van paragraaf 2, worden de
woorden “of aan een gerechtsmandataris” ingevoegd
tussen de woorden “een begunstigde van een con-
tractuele erfstelling” en de woorden “, indien deze een
attest van erfopvolging of een uitgifte van de akte van
erfopvolging voorlegt”;
1° par voie électronique, selon une procédure déter-
minée par le Roi;
2° par lettre recommandée, lorsque la communication
de la notifi cation ne peut, en raison d’un cas de force
majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être
effectuée conformément au 1°, ou lorsque le notaire
a adressé l’avis visé à l’article 157, § 1er, par lettre
recommandée.
Lorsque la même notifi cation est adressée successi-
vement selon les procédures prévues respectivement à
l’alinéa 1er, 1° et 2°, la notifi cation établie conformément
à l’alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi
est antérieure à la date d’envoi de la notifi cation établie
conformément à l’alinéa 1er, 1°.
L’alinéa 1er s’applique seulement dans la mesure où
cette dette fi scale constitue une dette certaine et liquide.
Lorsque la communication de la notifi cation est effec-
tuée conformément à l’alinéa 1er, 1°, la date d’envoi de la
notifi cation s’entend de la date de l’accusé de réception
communiqué par le service Technologie de l’information
et de la communication de l’expéditeur de l’avis visé à
l’article 157, § 1er.”.
Art. 53
Dans l’article 159 de la même loi, remplacé par la
loi du 13 décembre 2012, les mots “du débiteur.” sont
remplacés par les mots “de leur débiteur.”.
Art. 54
À l’article 160 de la même loi, modifi é par la loi du
13 décembre 2012, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots “impôts et acces-
soires notifi és” sont remplacés par les mots “dettes
notifi ées”;
2° dans la phrase liminaire du paragraphe 2, les mots
“ou à un mandataire judiciaire” sont insérés entre les
mots “au bénéfi ciaire d’une institution contractuelle” et
les mots “qui présente un certifi cat ou une expédition
de l’acte d’hérédité”;
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
26
3° in paragraaf 2, wordt de bepaling onder b) ver-
vangen als volgt:
“b) dat de tegoeden kunnen worden vrijgegeven aan
de erfgenaam, de legataris, de begunstigde van een
contractuele erfstelling of de gerechtsmandataris na
betaling van de schulden ter kennis gebracht op naam
van de rechtverkrijgende en van zijn deel in de schulden
ter kennis gebracht op naam van de erfl ater, met tegoe-
den gehouden door de schuldenaar van deze fondsen.”.
Art. 55
Artikel 161 van dezelfde wet wordt vervangen als
volgt:
“Art. 161. Het in artikel 157 bedoelde bericht wordt
opgemaakt overeenkomstig het door de Koning be-
paalde model.”.
Onderafdeling 4
Burgerlijk Wetboek
Art. 56
In artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 6 mei 2009 en gewijzigd bij de
wetten van 13 december 2012 en 11 juli 2018, worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
“§ 1. Behoudens andersluidende wettelijke bepaling,
geeft een schuldenaar te goeder trouw bevrijdend te-
goeden van een overledene vrij, indien dit gebeurt, ofwel
aan of op instructie van de personen aangewezen in
een attest of een akte van erfopvolging, ofwel aan of op
instructie van een gerechtsmandataris, na voorlegging:
— van een attest van erfopvolging opgesteld door
het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie
van de Patrimoniumdocumentatie; of
— van een attest of akte van erfopvolging opgesteld
door een notaris.”;
2° in paragraaf 3 worden de woorden “een erfover-
eenkomst,” ingevoegd tussen de woorden “, in geval
van bestaan van onbekwame rechtsopvolgers of indien
er sprake is van een uiterste wilsbeschikking,” en de
woorden “een contractuele erfstelling of een huwelijks-
contract in hoofde van de overledene”;
3° dans le paragraphe 2, le b) est remplacé par ce
qui suit:
“b) que la libération des avoirs peut avoir lieu au profi t
de cet héritier, légataire, bénéfi ciaire d’une institution
contractuelle ou mandataire judiciaire, après paiement
des dettes notifi ées au nom de l’ayant droit et de sa part
dans les dettes notifi ées au nom du de cujus, au moyen
des fonds détenus auprès du débiteur de ces fonds.”.
Art. 55
L’article 161 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 161. L’avis visé à l’article 157 est établi confor-
mément au modèle arrêté par le Roi.”.
Sous-section 4
Code Civil
Art. 56
A l’article 1240bis du Code Civil, inséré par la loi du
6 mai 2009 et modifi é par les lois des 13 décembre 2012
et 11 juillet 2018, les modifications suivantes sont
apportées:
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce
qui suit:
“§ 1er. Sauf disposition légale contraire, un débiteur
de bonne foi libère les avoirs d’un défunt de manière
libératoire à condition d’avoir été fait, soit aux ou sur
instruction des personnes désignées par un certifi cat
ou un acte d’hérédité, soit à ou sur instruction d’un
mandataire judiciaire, après présentation:
— d’un certifi cat d’hérédité rédigé par le bureau com-
pétent de l’Administration générale de la documentation
patrimoniale; ou
— d’un certifi cat ou d’un acte d’hérédité rédigé par
un notaire.”;
2° dans le paragraphe 3, les mots “d’un pacte suc-
cessoral,” sont insérés entre les mots “, en cas de pré-
sence de successeurs incapables ou s’il est question
de dispositions de dernière volonté,” et les mots “d’une
institution contractuelle ou d’un contrat de mariage dans
le chef du défunt,”;
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
27
3° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen
als volgt:
“In voorkomend geval vermeldt de akte of het attest
van erfopvolging het identifi catienummer van het Rijks-
register, het identifi catienummer bij de Kruispuntbank
van de Sociale Zekerheid of het identifi catienummer bij
de Kruispuntbank van Ondernemingen.”.
Onderafdeling 5
Inwerkingtreding
Art. 57
De artikelen 93quater van het Wetboek van de be-
lasting over de toegevoegde waarde, 434 van het Wet-
boek van de inkomstenbelastingen 1992 en 158 van de
programmawet (I) van 29 maart 2012, zoals vervangen
door de bepalingen van huidige wet, treden in werking
op 1 september 2019.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 158, derde
lid, 3°, van de programmawet (I) van 29 maart 2012,
zoals gewijzigd bij artikel 51 van deze wet, in werking
op 1 april 2019.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepa-
len voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.
Afdeling 3
Reparatiebepalingen van de artikelen 418 en 419 van het
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 58
Artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van de inkom-
stenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 25 de-
cember 2017, wordt aangevuld met de volgende zin:
“Als de betaling van belastingen, voorheffingen,
voorafbetalingen, nalatigheidsinteresten, belasting-
verhogingen of administratieve boetes plaatsvindt na
de ingebrekestelling gericht tot de administratie, is de
moratoriuminterest te rekenen vanaf de eerste dag van
de maand die volgt op de werkelijke betaling.”.
Art. 59
In artikel 86, C, van de wet van 25 december 2017
tot hervorming van de vennootschapsbelasting, wordt
het elfde lid, vervangen als volgt:
3° dans le paragraphe 4, l’alinéa 2 est remplacé par
ce qui suit:
“Le cas échéant, l’acte ou le certifi cat d’hérédité
mentionne le numéro d’identifi cation du Registre natio-
nal, le numéro d’identifi cation à la Banque-Carrefour
de la Sécurité sociale ou le numéro d’identifi cation à la
Banque-Carrefour des entreprises.”.
Sous-section 5
Entrée en vigueur
Art. 57
Les articles 93quater du Code de la taxe sur la valeur
ajoutée, 434 du Code des impôts sur les revenus 1992
et 158 de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, tels
que remplacés par les dispositions de la présente loi,
entrent en vigueur le 1er septembre 2019.
Par dérogation à l’alinéa 1er, l’article 158, alinéa 3, 3°,
de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, tel que modifi é
par l’article 51 de la présente loi, entre en vigueur le
1er avril 2019.”.
Le Roi peut fi xer une date d’entrée en vigueur anté-
rieure à celle mentionnée à l’alinéa 1er.
Section 3
Dispositions réparatrices des articles 418 et 419 du Code
des impôts sur les revenus 1992
Art. 58
L’article 418, alinéa 1er, du Code des impôts sur les
revenus 1992, remplacé par la loi du 25 décembre 2017,
est complété par la phrase suivante:
“Lorsque le paiement des impôts, précomptes,
versements anticipés, intérêts de retard, accroisse-
ments d’impôts ou amendes administratives intervient
postérieurement à la mise en demeure adressée à
l’administration, l’intérêt moratoire est alloué à compter
du premier jour du mois qui suit le paiement effectif.”.
Art. 59
Dans l’article 86, C, de la loi du 25 décembre 2017
portant réforme de l’impôt des sociétés, l’alinéa 11 est
remplacé par ce qui suit:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
28
“De artikelen 77, 79 en 80 zijn van toepassing vanaf
1 januari 2018. De artikelen 79 en 80, in de mate dat ze
de begindatum van de moratoriuminteresten wijzigen
bedoeld in de artikelen 418, eerste lid, en 419, eerste lid,
6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992,
zijn toepasselijk op de inkohieringen uitgevoerd vanaf
1 januari 2018. In geval van opeenvolgende aanslagen,
wordt de datum van inkohiering van de oorspronkelijke
aanslag in beschouwing genomen voor de toepassing
van deze bepalingen. Artikel 79, in de mate dat het de
begindatum wijzigt van de moratoriuminteresten voor
de toepassing van artikel 418, eerste lid, van hetzelfde
Wetboek, is van toepassing op de bedrijfsvoorheffing en
de roerende voorheffing verbonden aan de aanslagjaren
2018 en volgende.
Artikel 80, in de mate dat het de begindatum wijzigt
van de moratoriuminteresten voor de toepassing van
artikel 419, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, is van
toepassing op de bedrijfsvoorheffing, de roerende
voorheffing en de voorafbetalingen verbonden aan de
aanslagjaren 2018 en volgende.”.
Art. 60
De artikelen 58 en 59 hebben uitwerking met ingang
van 1 januari 2018.
TITEL IV
Financiële bepalingen
HOOFDSTUK 1
Wijzigingen van de wet van 31 juli 2017
houdende diverse fi nanciële en fi scale
bepalingen en houdende maatregelen inzake
concessieovereenkomsten
Art. 61
In de wet van 31 juli 2017 houdende diverse fi nanciële
en fi scale bepalingen en houdende maatregelen inzake
concessieovereenkomsten, wordt het opschrift van Af-
deling 3 van Hoofdstuk 1 van Titel II vervangen als volgt:
“Omvorming van de Koninklijke Munt van België tot
een administratieve dienst”.
“Les articles 77, 79 et 80 sont applicables à partir
du 1er janvier 2018. Les articles 79 et 80, en tant qu’ils
modifi ent la date de départ des intérêts moratoires visés
aux articles 418, alinéa 1er, et 419, alinéa 1er, 6°, du Code
des impôts sur les revenus 1992, sont applicables aux
enrôlements effectués à partir du 1er janvier 2018. En
cas de cotisations subséquentes, la date d’enrôlement
de la cotisation primitive est prise en considération pour
l’application des présentes dispositions. L’article 79,
en tant qu’il modifi e la date de départ des intérêts
moratoires pour l’application de l’article 418, alinéa 1er,
du même Code, est applicable aux précompte profes-
sionnel et précompte mobilier rattachés aux exercices
d’imposition 2018 et suivants.
L’article 80, en tant qu’il modifi e la date de départ des
intérêts moratoires pour l’application de l’article 419,
alinéa 2, du même Code, est applicable aux précompte
professionnel, précompte mobilier et versements
anticipés rattachés aux exercices d’imposition 2018 et
suivants.”.
Art. 60
Les articles 58 et 59 produisent leurs effets le 1er jan-
vier 2018.
TITRE IV
Dispositions fi nancières
CHAPITRE 1ER
Modifi cations de la loi du 31 juillet 2017 portant
des dispositions fi nancières et fi scales diverses
et portant des mesures en matière de contrats de
concession
Art. 61
Dans la loi du 31 juillet 2017 portant des dispositions
fi nancières et fi scales diverses et portant des mesures
en matière de contrats de concession, l’intitulé de la
Section 3 du Chapitre 1er du Titre II est remplacé par
ce qui suit:
“Transformation de la Monnaie royale de Belgique en
service administratif”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
29
Art. 62
Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 7. De administratieve dienst met boekhoudkun-
dige autonomie “Koninklijke Munt van België” wordt
omgevormd tot een administratieve dienst van de Alge-
mene Administratie van de Thesaurie van de Federale
Overheidsdienst Financiën.
Deze administratieve dienst wordt “Koninklijke Munt
van België” genoemd en wordt hierna als “Munt” aan-
geduid.”.
Art. 63
In artikel 8 van dezelfde wet wordt het tweede lid
opgeheven.
Art. 64
Artikel 9 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 65
In artikel 10 van dezelfde wet, worden de punten 3°
en 4° opgeheven.
Art. 66
Artikel 12 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 62
L’article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
“Art. 7. Le service administratif à comptabilité auto-
nome “Monnaie royale de Belgique” est transformé en
service administratif, intégré au sein de l’Administration
générale de la Trésorerie du Service public fédéral
Finances.
Ce service administratif est dénommé “Monnaie
royale de Belgique” et est appelé ci-après “Monnaie”.”.
Art. 63
Dans l’article 8 de la même loi, l’alinéa 2 est abrogé.
Art. 64
L’article 9 de la même loi est abrogé.
Art. 65
Dans l’article 10 de la même loi, les points 3° et 4°
sont abrogés.
Art. 66
L’article 12 de la même loi est abrogé.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
30
HOOFDSTUK 2
Oprichting van een begrotingsfonds betreffende
verrichtingen aangaande monetisatie en
demonetisatie van de Koninklijke Munt van
België van de Algemene Administratie van de
Thesaurie van de Federale Overheidsdienst
Financiën en wijziging van de organieke wet
van 27 december 1990 houdende oprichting van
begrotingsfondsen
Afdeling 1
Oprichting van het begrotingsfonds betreffende de
verrichtingen aangaande monetisatie en demonetisatie van
de Koninklijke Munt van België
Art. 67
In toepassing van artikel 62, § 1, van de wet van
22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en
van de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt bij
de Federale Overheidsdienst Financiën een begrotings-
fonds opgericht betreffende de verrichtingen aangaande
monetisatie en demonetisatie van de “Koninklijke Munt
van België” van de Algemene Administratie van de
Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën,
genaamd “Begrotingsfonds betreffende monetaire ver-
richtingen van de Koninklijke Munt van België”.
Art. 68
Het begrotingsfonds betreffende de monetaire ver-
richtingen van de Koninklijke Munt van België beschikt
over:
1° de storting van het op 1 januari 2019 beschikbare
saldo van de postrekening van de Koninklijke Munt van
België die gebruikt werd voor de uitgaven in verband
met de verrichtingen aangaande demonetisatie;
2° de stortingen van de Nationale Bank van België
voor de verrichtingen aangaande monetisatie.
Art. 69
De ontvangsten van het Begrotingsfonds betreffende
de monetaire verrichtingen van de Koninklijke Munt van
België worden gebruikt ter fi nanciering van de uitgaven
in verband met de activiteiten aangaande demonetisatie
van de Koninklijke Munt van België vanaf 1 januari 2019.
CHAPITRE 2
Création d’un fonds budgétaire relatif aux
opérations de monétisation et de démonétisation
de la Monnaie royale de Belgique de
l’Administration générale de la Trésorerie du
Service public fédéral Finances et modifi cation de
la loi organique du 27 décembre 1990 créant des
fonds budgétaires
Section 1re
Création du fonds budgétaire relatif aux opérations de
monétisation et de démonétisation de la Monnaie royale de
Belgique
Art. 67
En application de l’article 62, § 1er, de la loi du
22 mai 2003 portant organisation du budget et de la
comptabilité de l’État fédéral, il est créé auprès du Ser-
vice public fédéral Finances un fonds budgétaire relatif
aux opérations de monétisation et de démonétisation
de la “Monnaie royale de Belgique”, de l’Administration
générale de la Trésorerie du Service public fédéral
Finances, intitulé “Fonds budgétaire relatif aux opéra-
tions monétaires de la Monnaie royale de Belgique”.
Art. 68
Le Fonds budgétaire relatif aux opérations monétaires
de la Monnaie royale de Belgique dispose:
1° du versement du solde disponible au 1er jan-
vier 2019 du compte courant postal de la Monnaie
royale de Belgique utilisé pour les dépenses liées aux
opérations de démonétisation;
2° des versements qu’elle reçoit de la Banque natio-
nale de Belgique pour les opérations de monétisation.
Art. 69
Les recettes du Fonds budgétaire relatif aux opéra-
tions monétaires de la Monnaie royale de Belgique sont
utilisées pour fi nancer des dépenses liées aux activités
de démonétisation de la Monnaie royale de Belgique à
partir du 1er janvier 2019.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
31
Afdeling 2
Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990
houdende oprichting van begrotingsfondsen
Art. 70
Rubriek 18 van de tabel bijgevoegd aan de organieke
wet van 27 december 1990 houdende oprichting van be-
grotingsfondsen, laatst gewijzigd door de programmawet
(I) van 26 december 2015, wordt als volgt aangevuld:
“18-5 Begrotingsfonds betreffende de monetaire ver-
richtingen van de Koninklijke Munt van België
Aard van de toegewezen ontvangsten:
1° de storting van het beschikbare saldo van de post-
rekening van de Koninklijke Munt van België die gebruikt
werd voor de uitgaven in verband met verrichtingen
aangaande demonetisatie;
2° de stortingen die de Koninklijke Munt van België
ontvangt van de Nationale Bank van België voor de
verrichtingen aangaande monetisatie.
Aard van de toegestane uitgaven:
De uitgaven in verband met de activiteiten aangaande
demonetisatie van de Koninklijke Munt van België vanaf
1 januari 2019.”.
HOOFDSTUK 3
Opheffing
Art. 71
In artikel 4, § 5, van het koninklijk besluit van 18 ja-
nuari 1990 houdende de uitvoeringsmodaliteiten van de
wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van wer-
ken uit edele metalen, wordt het tweede lid opgeheven.
HOOFDSTUK 4
Inwerkingtreding
Art. 72
Deze titel heeft uitwerking met ingang van 1 janu-
ari 2019.
Section 2
Modifi cation de la loi organique du 27 décembre 1990
créant des fonds budgétaires
Art. 70
La rubrique 18 du tableau annexé à la loi organique
du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires,
modifi é en dernier lieu par la loi-programme (I) du
26 décembre 2015, est complétée comme suit:
“18-5 Fonds budgétaire relatif aux opérations moné-
taires de la Monnaie royale de Belgique
Nature des recettes affectées:
1° le versement du solde disponible du compte cou-
rant postal de la Monnaie royale de Belgique utilisé pour
les dépenses liées aux opérations de démonétisation;
2° les versements que la Monnaie royale de Belgique
reçoit de la Banque nationale de Belgique pour les
opérations de monétisation.
Nature des dépenses autorisées:
Les dépenses liées aux activités de démonétisation
de la Monnaie royale de Belgique à partir du 1er jan-
vier 2019.”.
CHAPITRE 3
Abrogation
Art. 71
Dans l’article 4, § 5, de l’arrêté royal du 18 jan-
vier 1990 portant modalités d’exécution de la loi du
11 août 1987 relative à la garantie des ouvrages en
métaux précieux, l’alinéa 2 est abrogé.
CHAPITRE 4
Entrée en vigueur
Art. 72
Le présent titre produit ses effets le 1er janvier 2019.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
32
TITEL V
Diverse bepalingen
HOOFDSTUK 1
Wijzigingen van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992
Afdeling 1
Inkomsten uit de deeleconomie, uit het verenigingswerk of
uit occasionele diensten tussen burgers
Art. 73
In artikel 90, derde lid, van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van
1 juli 2016 en vervangen bij de wet van 18 juli 2018,
worden de woorden “Onverminderd de toepassing van
de voorheffingen, worden de inkomsten van onroerende
goederen, de inkomsten van roerende goederen en
kapitalen evenals de in het eerste lid, 5°, vermelde
inkomsten uit onderverhuring van onroerende goede-
ren” vervangen door de woorden “De inkomsten van
onroerende goederen, de in artikel 17, § 1, 3° en 5°,
bedoelde inkomsten van roerende goederen evenals de
in het eerste lid, 5°, bedoelde inkomsten uit onderverhu-
ring van onroerende goederen worden” en worden de
woorden “die goederen en kapitalen” vervangen door
de woorden “die goederen”.
Art. 74
Artikel 97/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 1 juli 2016 en opgeheven bij de wet van
18 juli 2018, wordt hersteld als volgt:
“Art. 97/1. De in artikel 90, eerste lid, 1°bis tot 1°qua-
ter, vermelde inkomsten worden naar het netto bedrag
ervan in aanmerking genomen, dit is het bruto bedrag
verminderd met de kosten waarvan de belastingplichtige
het bewijs levert dat zij tijdens het belastbare tijdperk
zijn gedaan of gedragen om die inkomsten te verkrijgen
of te behouden.
Het bruto bedrag van de inkomsten wordt bepaald
overeenkomstig artikel 90/1, tweede en derde lid.”.
Art. 75
In titel II, hoofdstuk II, afdeling V, onderafdeling 3, van
hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 102ter ingevoegd,
luidende:
TITRE V
Dispositions diverses
CHAPITRE 1ER
Modifi cations du Code des impôts
sur les revenus 1992
Section 1re
Revenus issus de l’économie collaborative, du travail
associatif ou des services occasionnels entre citoyens
Art. 73
Dans l’article 90, alinéa 3, du Code des impôts sur
les revenus 1992, inséré par la loi du 1er juillet 2016 et
remplacé par la loi du 18 juillet 2018, les mots “Sans
préjudice de l’application des précomptes, les revenus
des biens immobiliers, les revenus des capitaux et
biens mobiliers ainsi que les revenus de sous-location
d’immeubles visés à l’alinéa 1er, 5°,” sont remplacés par
les mots “Les revenus des biens immobiliers, les reve-
nus des biens mobiliers visés à l’article 17, § 1er, 3° et
5°, ainsi que les revenus de sous-location d’immeubles
visés à l’alinéa 1er, 5°,” et les mots “ces biens et capitaux”
sont remplacés par les mots “ces biens”.
Art. 74
L’article 97/1 du même Code, inséré par la loi du
1er juillet 2016 et abrogé par la loi du 18 juillet 2018, est
rétabli dans la rédaction suivante:
“Art. 97/1. Les revenus visés à l’article 90, alinéa 1er,
1°bis à 1°quater, s’entendent de leur montant net,
c’est-à-dire le montant brut diminué des frais dont le
contribuable apporte la preuve qu’ils ont été exposés ou
supportés durant la période imposable afi n d’acquérir
ou de conserver ces revenus.
Le montant brut des revenus est déterminé confor-
mément à l’article 90/1, alinéas 2 et 3.”.
Art. 75
Dans le titre II, chapitre II, section V, sous-section 3,
du même Code, il est inséré un article 102ter, rédigé
comme suit:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
33
“Art. 102ter. Verliezen die in het belastbare tijdperk zijn
geleden bij het verrichten van handelingen als vermeld
in artikel 90, eerste lid, 1°bis, 1°ter of 1°quater worden
evenredig afgetrokken van de andere inkomsten uit
zulke handelingen.”.
Art. 76
Deze afdeling is van toepassing op de inkomsten
die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018.
Afdeling 2
Vereenvoudiging inzake PB
Art. 77
In artikel 38, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van (...) betreffende de invoering
van een mobiliteitsbudget, wordt tussen het eerste en
het tweede lid, een lid ingevoegd, luidende:
“Wanneer de in het eerste lid, 24°, bedoelde voorde-
len zowel in artikel 31 als in artikel 32 bedoelde bezol-
digingen omvatten, wordt het maximumbedrag van de
vrijstelling verhoudingsgewijs aangerekend op elk van
die bezoldigingen.”.
Art. 78
Artikel 538 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 december 2013, wordt opgeheven.
Art. 79
Artikel 77 heeft uitwerking met ingang van 1 janu-
ari 2019 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2020.
Artikel 78 heeft uitwerking met ingang van 1 janu-
ari 2019 en is van toepassing op ontslaguitkeringen,
vergoedingen, en schadeloosstellingen bekomen vanaf
1 januari 2019.
“Art. 102ter. Les pertes éprouvées pendant la période
imposable dans l’exercice d’activités visées à l’ar-
ticle 90, alinéa 1er, 1°bis, 1°ter ou 1°quater sont déduites
proportionnellement des autres revenus résultant de
telles activités.”.
Art. 76
La présente section est applicable aux revenus payés
ou attribués à partir du 1er janvier 2018.
Section 2
Simplifi cation en matière d’IPP
Art. 77
Dans l’article 38, § 1er, du même Code, modifi é en
dernier lieu par la loi du (...) concernant l’instauration
d’un budget mobilité, un alinéa rédigé comme suit est
inséré entre les alinéas 1 et 2:
“Lorsque les avantages visés à l’alinéa 1er, 24°, com-
prennent à la fois des rémunérations visées à l’article 31
et à l’article 32, le montant maximum de l’exonération
est imputé proportionnellement sur chacune de ces
rémunérations.”.
Art. 78
L’article 538 du même Code, inséré par la loi du
26 décembre 2013, est abrogé.
Art. 79
L’article 77 produit ses effets le 1er janvier 2019 et
est applicable à partir de l’exercice d’imposition 2020.
L’article 78 produit ses effets le 1er janvier 2019 et est
applicable aux allocations de licenciement, rémunéra-
tions et indemnités obtenues à partir du 1er janvier 2019.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
34
HOOFDSTUK 2
Wijziging van het Wetboek diverse rechten
en taksen
Art. 80
Artikel 10 van het Wetboek diverse rechten en taksen,
gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt aangevuld
met de woorden “in het kader van de hypothecaire
openbaarmaking”.
Art. 81
Artikel 80 heeft uitwerking met ingang van 30 juli 2018.
HOOFDSTUK 3
Wijziging aan het Wetboek der registratie-,
hypotheek- en griffierechten
Art. 82
Artikel 921 van het Wetboek der registratie, hypotheek
en griffierechten, vervangen bij de wet van 23 decem-
ber 1958, vernummerd bij het koninklijk besluit nr. 12
van 18 april 1967 en gewijzigd bij de wet van 25 decem-
ber 2016, wordt vervangen als volgt:
“Art. 921. Het in artikel 88 en het in artikel 3, eerste
lid, 7°, a), van de bijzondere wet van 16 januari 1989
betreffende de fi nanciering van de Gemeenschappen
en de Gewesten bedoeld recht dekt elke latere vestiging
van hypotheek op een schip tot zekerheid van dezelfde
schuldvordering en van hetzelfde gewaarborgd bedrag.”.
Art. 83
Artikel 82 heeft uitwerking met ingang van 1 janu-
ari 2019.
TITEL VI
Achterwaartse verliesverrekening ter compensatie
van schade aan landbouwteelten, veroorzaakt door
ongunstige weersomstandigheden
Art. 84
In artikel 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastin-
gen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
CHAPITRE 2
Modifi cation du Code des droits
et taxes divers
Art. 80
L’article 10 du Code des droits et taxes divers modifi é
par la loi du 11 juillet 2018, est complété par les mots “,
dans le cadre de la publicité hypothécaire”.
Art. 81
L’article 80 produit ses effets le 30 juillet 2018.
CHAPITRE 3
Modifi cation au Code des droits
d’enregistrement, d’hypothèque et de greffe
Art. 82
L’article 921 du Code des droits d’enregistrement,
d’hypothèque et de greffe, remplacé par la loi du 23 dé-
cembre 1958, renuméroté par l’arrêté royal n° 12 du
18 avril 1967 et modifi é par la loi du 25 décembre 2016,
est remplacé par ce qui suit:
“Art. 921. Le droit visé à l’article 88 et à l’article 3,
alinéa 1er, 7°, a), de la loi spéciale du 16 janvier 1989 rela-
tive au fi nancement des Communautés et des Régions
couvre toute constitution ultérieure d‘hypothèque sur
un navire pour sûreté de la même créance et du même
montant garanti.”.
Art. 83
L’article 82 produit ses effets le 1er janvier 2019.
TITRE VI
Rétro-imputation des pertes en compensation de
dommage causé aux cultures agricoles, provoqué
par des conditions météorologiques défavorables
Art. 84
Dans l’article 2 du Code des impôts sur les revenus
1992, modifi é en dernier lieu par la loi du 30 juillet 2018,
les modifi cations suivantes sont apportées:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
35
a) in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 4°/1 in-
gevoegd, luidende:
“4°/1 Middelgrote onderneming
Onder middelgrote onderneming wordt een natuur-
lijke persoon of een rechtspersoon verstaan die een
economische activiteit uitoefent en die in ten minste
twee van de laatste drie afgesloten belastbare tijdperken
een gemiddeld personeelsbestand heeft van minder
dan 250 personen uitgedrukt in voltijdse equivalenten
en waarvan:
— de omzet exclusief de belasting over de toege-
voegde waarde het bedrag van 50 miljoen euro niet
overschrijdt; of
— het balanstotaal het bedrag van 43 miljoen euro
niet overschrijdt.
Wanneer het belastbare tijdperk een duur heeft van
minder of meer dan twaalf maanden, wordt het bedrag
van de in het eerste lid bedoelde omzet, exclusief de
belasting over de toegevoegde waarde, vermenigvuldigd
met een breuk waarvan de noemer twaalf is en de tel-
ler het aantal maanden van het betrokken belastbare
tijdperk, waarbij elke begonnen maand voor een volle
maand wordt geteld.
Indien de onderneming een verbonden onderneming
is, worden de criteria inzake jaaromzet en jaarlijks ba-
lanstotaal op geconsolideerde basis vastgesteld. Om
het gemiddelde personeelsbestand van een verbonden
onderneming te bepalen, wordt het gemiddelde per-
soneelsbestand van elk van de betrokken verbonden
vennootschappen in het belastbare tijdperk opgeteld.
De in het eerste lid bedoelde omzet, balanstotaal
en gemiddeld personeelsbestand worden verhoogd
met de jaaromzet, het balanstotaal en het gemiddeld
personeelsbestand van elke partneronderneming, in
verhouding tot het hoogste percentage van de volgende
vier percentages:
— hetzij het in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde
deelnemingspercentage van de eerstgenoemde onder-
neming in de stemrechten van de andere onderneming;
— hetzij het in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde
deelnemingspercentage van de andere onderneming in
de stemrechten van de eerstgenoemde onderneming;
— hetzij het in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde
deelnemingspercentage van de eerstgenoemde on-
derneming in het kapitaal van de andere onderneming;
a) dans le paragraphe 1er, il est inséré un 4°/1 rédigé
comme suit:
“4°/1 Moyenne entreprise
Par moyenne entreprise on entend une personne
physique ou morale exerçant une activité économique,
qui occupe pour au moins deux des trois dernières
périodes imposables clôturées une moyenne de person-
nel de moins de 250 personnes en équivalents temps
plein et dont:
— le chiffre d’affaires à l’exclusion de la taxe sur la
valeur ajoutée n’excède pas le montant de 50 millions
d’euros; ou
— le total du bilan n’excède pas le montant de 43
millions d’euros.
Lorsque la période imposable a une durée inférieure
ou supérieure à douze mois, le montant du chiffre
d’affaires à l’exclusion de la taxe sur la valeur ajoutée,
visé à l’alinéa 1er, est multiplié par une fraction dont le
dénominateur est douze et le numérateur le nombre
de mois compris dans la période imposable considé-
rée, tout mois commencé étant compté pour un mois
complet.
Si l’entreprise est une entreprise liée, les critères en
matière de chiffre d’affaires et de total du bilan sont
calculés sur une base consolidée. Pour déterminer
la moyenne de personnel d’une entreprise liée, la
moyenne de personnel de chacune des sociétés liées
au cours de la période imposable est additionnée.
Le chiffre d’affaires, le total du bilan et la moyenne de
personnel visés à l’alinéa 1er sont augmentés du chiffre
d’affaires, du total du bilan et de la moyenne de per-
sonnel de chaque entreprise partenaire, à concurrence
du pourcentage le plus élevé des quatre pourcentages
suivants:
— soit le pourcentage de participation, visé au para-
graphe 4, alinéa 1er, de l’entreprise citée en premier lieu
dans les droits de vote de l’autre entreprise;
— soit le pourcentage de participation, visé au para-
graphe 4, alinéa 1er, de l’autre entreprise dans les droits
de vote de l’entreprise citée en premier lieu;
— soit le pourcentage de participation, visé au para-
graphe 4, alinéa 1er, de l’entreprise citée en premier lieu
dans le capital de l’autre entreprise;
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
36
— hetzij het in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde deel-
nemingspercentage van de andere onderneming in het
kapitaal van de eerstgenoemde onderneming.
In het geval van een nieuwe onderneming waarvan
het eerste, tweede of derde belastbare tijdperk nog niet
is afgesloten, worden de in aanmerking te nemen ge-
gevens bepaald door middel van een in de loop van het
belastbare tijdperk te goeder trouw gemaakte schatting.
Een onderneming kan evenwel geen middelgrote
onderneming zijn indien de controle over het kapitaal
of de stemrechten van de onderneming, individueel
of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor
25 pct. of meer wordt uitgeoefend door één of meerdere
aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 2 van
de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.
De in paragraaf 4, tweede lid, bedoelde gevallen die
niet verbonden zijn met de voornoemde onderneming,
worden voor de toepassing van dit lid niet beschouwd
als aanbestedende overheden.”;
b) in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 4°/2 in-
gevoegd, luidende:
“4°/2 Onderneming in moeilijkheden
Onder onderneming in moeilijkheden wordt een on-
derneming verstaan:
— waarvoor een aangifte of vordering tot failliet-
verklaring is ingesteld of waarvan op dat ogenblik het
beheer van het actief geheel of ten dele is ontnomen
zoals bepaald in de artikelen XX. 32 en XX. 100 van het
Wetboek van economisch recht;
— waarvoor een procedure van gerechtelijke reorga-
nisatie is geopend zoals bepaald in titel V van boek XX
van het Wetboek van economisch recht;
— die een ontbonden vennootschap is en zich in staat
van vereffening bevindt;
— waarvan ten gevolge van geleden verlies het netto
actief is gedaald tot minder dan de helft van het vaste
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal;
— die steun heeft ontvangen die door de Europese
Commissie geacht wordt verenigbaar te zijn met de
richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun
aan niet-fi nanciële ondernemingen in moeilijkheden van
31 juli 2014 (PB C 249) of met artikel 107, derde lid, b, van
het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie en die in het geval van reddingssteun de lening
nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft
— soit le pourcentage de participation, visé au para-
graphe 4, alinéa 1er, de l’autre entreprise dans le capital
de l’entreprise citée en premier lieu.
Dans le cas d’une entreprise nouvelle dont la pre-
mière, deuxième ou troisième période imposable n’est
pas encore clôturée, les données à prendre en consi-
dération sont déterminés au moyen d’une estimation
effectuée de bonne foi au cours de la période imposable.
Une entreprise ne peut pas être une moyenne entre-
prise si le contrôle sur le capital ou sur les droits de vote
de l’entreprise est exercé, directement ou indirectement,
à titre individuel ou conjointement, pour 25 p.c. ou plus
par un ou plusieurs pouvoirs adjudicateurs visés à
l’article 2 de la loi de 17 juin 2016 relative aux marchés
publics. Les cas visés au paragraphe 4, alinéa 2, qui ne
sont pas liés à l’entreprise précitée ne sont pas consi-
dérés comme pouvoirs adjudicateurs pour l’application
du présent alinéa.”;
b) dans le paragraphe 1er, il est inséré un 4°/2 rédigé
comme suit:
“4°/2 Entreprise en difficulté
Par entreprise en difficulté on entend une entreprise:
— pour laquelle une demande de faillite est introduite
ou dont à ce moment la gestion de tout ou partie de l’actif
lui est retirée comme cela est prévu aux articles XX. 32
et XX. 100 du Code de droit économique;
— pour laquelle une procédure de réorganisation
judiciaire est entamée comme cela est prévu au titre V
du livre XX du Code de droit économique;
— qui est une société dissoute et se trouve en liqui-
dation;
— dont à la suite de pertes, l’actif net est réduit à un
montant inférieur à la moitié de la part fi xe du capital
social;
— qui a reçu des aides qui ont été considérées
comme compatibles par la Commission européenne
avec des lignes directrices concernant les aides d’État
au sauvetage et à la restructuration d’entreprises en
difficulté autres que les établissements fi nanciers du
31 juillet 2014 (JO C 249) ou avec l’article 107, ali-
néa 3, b, du Traité sur le fonctionnement de l’Union
européenne et qui en cas d’aide au sauvetage n’a pas
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
37
beëindigd of in het geval van herstructureringssteun
zich nog steeds in de herstructureringsfase bevindt.”;
c) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4,
luidende:
“§ 4. Voor de toepassing van paragraaf 1, 4°/1, wordt
een onderneming als een partneronderneming van een
andere onderneming aangemerkt indien deze eerst-
genoemde onderneming niet verbonden is met deze
andere onderneming, en:
— de eerstgenoemde onderneming al dan niet
samen met de met deze onderneming verbonden
ondernemingen een deelneming heeft van 25 pct. of
meer van het kapitaal of de stemrechten van de andere
onderneming; of
— de andere onderneming al dan niet samen met de
met deze onderneming verbonden ondernemingen een
deelneming heeft van 25 pct. of meer van het kapitaal of
de stemrechten van de eerstgenoemde onderneming.
Openbare participatiemaatschappijen, risicokapi-
taalmaatschappijen, business angels, universiteiten,
onderzoekscentra zonder winstoogmerk, institutionele
beleggers, regionale ontwikkelingsfondsen en auto-
nome lokale autoriteiten, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2,
van bijlage I, van verordening (EU) 651/2014 van de
Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde catego-
rieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
met de interne markt verenigbaar worden verklaard,
worden voor de toepassing van paragraaf 1, 4°/1 niet
beschouwd als partnerondernemingen.
Voor de toepassing van het eerste lid en van para-
graaf 1, 4°/1 wordt een onderneming als een verbonden
onderneming van een andere onderneming aangemerkt
indien:
— de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks of
middels derde ondernemingen de meerderheid heeft
van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten
van de andere onderneming;
— de andere onderneming rechtstreeks of middels
derde ondernemingen de meerderheid heeft van de
stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van
de eerstgenoemde onderneming;
— de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks of
middels derde ondernemingen het recht heeft de meer-
derheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend
encore remboursé le prêt ou mis fi n à la garantie ou en
cas d’aide à la restructuration est toujours soumis au
plan de restructuration.”;
c) l’article est complété par le paragraphe 4, rédigé
comme suit:
“§ 4. Pour l’application du paragraphe 1er, 4°/1, une
entreprise est considérée comme entreprise partenaire
si l’entreprise citée en premier lieu n’est pas liée à cette
autre entreprise, et si:
— l’entreprise citée en premier lieu ne rassemble
pas avec ces entreprises liées à cette entreprise une
participation de 25 p.c. ou plus du capital ou des droits
de vote de l’autre entreprise; ou
— l’autre entreprise ne rassemble pas avec ces
entreprises liées à cette entreprise une participation
de 25 p.c. ou plus du capital ou des droits de vote de
l’entreprise citée en premier lieu.
Les sociétés publiques de participation, sociétés de
capital à risque, business angels, universités, centres
de recherche à but non lucratif, investisseurs institu-
tionnels, fonds de développement régional et autorités
autonomes locales, tels que visés à l’article 3, alinéa 2,
de l’annexe I, du règlement (UE) 651/2014 de la Com-
mission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories
d’aides compatibles avec le marché intérieur en appli-
cation des articles 107 et 108 du Traité sur le fonction-
nement de l’Union européenne ne sont pas considérés
comme une entreprise partenaire pour l’application du
paragraphe 1er, 4°/1.
Pour l’application de l’alinéa 1er et du paragraphe 1er,
4°/1, une entreprise est considérée comme entreprise
liée à une autre entreprise si:
— l’entreprise citée en premier lieu a, directement ou
au moyen d’entreprises tierces, la majorité des droits de
vote des actionnaires ou associés de l’autre entreprise;
— l’autre entreprise a, directement ou au moyen
d’entreprises tierces, la majorité des droits de vote
des actionnaires ou associés de l’entreprise citée en
premier lieu;
— l’entreprise citée en premier lieu a, directement
ou au moyen d’entreprises tierces, le droit de nommer
ou de révoquer la majorité des membres de l’organe
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
38
of toezichthoudend orgaan van de andere onderneming
te benoemen of te ontslaan;
— de andere onderneming rechtstreeks of middels
derde ondernemingen het recht heeft de meerderheid
van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toe-
zichthoudend orgaan van de eerstgenoemde onderne-
ming te benoemen of te ontslaan;
— de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks
of middels derde ondernemingen het recht heeft een
overheersende invloed op een andere onderneming uit
te oefenen op grond van een met deze onderneming
gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten
van de laatstgenoemde onderneming, behalve in het
geval de eerstgenoemde onderneming onder het toe-
passingsgebied van het tweede lid valt en uit de feiten
niet blijkt dat dit recht daadwerkelijk wordt uitgeoefend;
— de andere onderneming rechtstreeks of middels
derde ondernemingen het recht heeft een overheer-
sende invloed op een andere onderneming uit te oefe-
nen op grond van een met deze onderneming gesloten
overeenkomst of een bepaling in de statuten van de
laatstgenoemde onderneming, behalve in het geval de
andere onderneming onder het toepassingsgebied van
het tweede lid valt en uit de feiten niet blijkt dat dit recht
daadwerkelijk wordt uitgeoefend;
— de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks of
middels derde ondernemingen de aandeelhouder of
vennoot is van een andere onderneming en op grond
van een met andere aandeelhouders of vennoten van
die andere onderneming gesloten overeenkomst als
enige zeggenschap heeft over de meerderheid van de
stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van
die andere onderneming;
— de andere onderneming rechtstreeks of middels
derde ondernemingen de aandeelhouder of vennoot is
van de eerstgenoemde onderneming en op grond van
een met andere aandeelhouders of vennoten van die
eerst genoemde onderneming gesloten overeenkomst
als enige zeggenschap heeft over de meerderheid van
de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten
van die eerst genoemde onderneming.
Voor de toepassing van paragraaf 1, 4°/1, wordt
onder het gemiddelde personeelsbestand begrepen
het gemiddelde van het aantal werknemers, uitgedrukt
in voltijdse equivalenten dat is geregistreerd in de
DIMONA-databank overeenkomstig het koninklijk besluit
van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddel-
lijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van
artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering
van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leef-
d’administration, de direction ou de surveillance de
l’autre entreprise;
— l’autre entreprise a, directement ou au moyen
d’entreprises tierces, le droit de nommer ou de révoquer
la majorité des membres de l’organe d’administration,
de direction ou de surveillance de l’entreprise citée en
premier lieu;
— l’entreprise citée en premier lieu a, directement
ou au moyen d’entreprises tierces, le droit d’exercer
une infl uence dominante sur une autre entreprise en
vertu d’un contrat conclu avec cette entreprise ou en
vertu d’une clause contenue dans les statuts de cette
entreprise citée en dernier lieu, sauf dans le cas où l’en-
treprise citée en premier lieu se trouve dans le champ
d’application de l’alinéa 2 et que les faits n’établissent
pas que ce droit est effectivement exercé;
— l’autre entreprise a, directement ou au moyen
d’entreprises tierces, le droit d’exercer une infl uence
dominante sur une autre entreprise en vertu d’un contrat
conclu avec cette entreprise ou en vertu d’une clause
contenue dans les statuts de cette entreprise citée en
dernier lieu, sauf dans le cas où l’autre entreprise se
trouve dans le champ d’application de l’alinéa 2 et que
les faits n’établissent pas que ce droit est effectivement
exercé;
— l’entreprise citée en premier lieu est, directement
ou au moyen d’entreprises tierces, l’actionnaire ou
associée d’une autre entreprise et contrôle seule, en
vertu d’un accord conclu avec d’autres actionnaires
ou associés de cette autre entreprise, la majorité des
droits de vote des actionnaires ou associés de cette
autre entreprise;
— l’autre entreprise est, directement ou au moyen
d’entreprises tierces, l’actionnaire ou associé de
l’entreprise citée en premier lieu et contrôle seule, en
vertu d’un accord conclu avec d’autres actionnaires ou
associés de cette entreprise citée en premier lieu, la
majorité des droits de vote des actionnaires ou associés
de cette entreprise citée en premier lieu.
Pour l’application du paragraphe 1er, 4°/1, la moyenne
de personnel est le nombre moyen des travailleurs
exprimé en équivalents à temps plein inscrits à la
banque de données DIMONA conformément à l’arrêté
royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration
immédiate de l’emploi, en application de l’article 38
de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de
la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes
légaux des pensions, à la fi n de chaque mois de la
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
39
baarheid van de wettelijke pensioenstelsels, per einde
van elke maand van het belastbare tijdperk, of indien
de tewerkstelling niet behoort tot het toepassingsgebied
van dit koninklijk besluit, het gemiddelde aantal tewerk-
gestelde werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalen-
ten van de in het algemene personeelsregister of een
gelijkwaardig document ingeschreven werknemers per
einde van elke maand van het desbetreffende belast-
bare tijdperk.
Dit gemiddelde van het aantal werknemers wordt in
voorkomend geval verhoogd met het aantal natuurlijke
personen die in de onderneming een leidende functie
of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur,
van commerciële, fi nanciële of technische aard uitoe-
fenen en die niet werden geregistreerd in de DIMONA-
databank noch werden ingeschreven in het voormelde
algemene personeelsregister of het voormelde gelijk-
waardig document.
Het aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equiva-
lenten is gelijk aan het arbeidsvolume uitgedrukt in vol-
tijds tewerkgestelde equivalenten, te berekenen voor de
deeltijdse werknemers op basis van het conventioneel
aantal te presteren uren, gerelateerd ten opzichte van
de normale arbeidsduur van een vergelijkbare voltijdse
werknemer.”.
Art. 85
In artikel 23, § 2, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd
bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden
“vorige belastbare tijdperken” vervangen door de woor-
den “vorige, of, in het geval vermeld in artikel 78, § 2,
latere belastbare tijdperken”.
Art. 86
Artikel 78 van hetzelfde Wetboek, waarvan de be-
staande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld
met een paragraaf 2, luidende:
“§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt op vraag van
een belastingplichtige die voldoet aan de in het vierde lid
bedoelde criteria het gedeelte van de beroepsverliezen,
dat toe te schrijven is aan schade aan landbouwteelten
die werd veroorzaakt door ongunstige weersomstan-
digheden, en werd geleden in een gewest waarmee
een in het derde lid bedoeld protocol werd gesloten,
achtereenvolgens afgetrokken van de beroepsinkom-
sten van de drie belastbare tijdperken voorafgaand aan
het belastbare tijdperk waarin die schade defi nitief is
vastgesteld, te beginnen met het oudste. Het gedeelte
période imposable, ou lorsque l’emploi ne relève pas
du champ d’application de cet arrêté royal, le nombre
moyen des travailleurs équivalents temps plein inscrits
au registre général du personnel ou dans un document
équivalent à la fi n de chaque mois de la période impo-
sable considérée.
Ce nombre moyen des travailleurs est augmenté, le
cas échéant, du nombre des personnes physiques qui
exercent dans l’entreprise une fonction dirigeante ou
une activité dirigeante de gestion journalière, d’ordre
commercial, fi nancier ou technique et qui n’étaient pas
enregistrées à la banque de données DIMONA ni ins-
crites au registre général du personnel précité ou dans
le document équivalent précité.
Le nombre des travailleurs exprimé en équivalents
à temps plein est égal au volume de travail exprimé
en équivalents occupés à temps plein, à calculer pour
les travailleurs occupés à temps partiel sur la base du
nombre conventionnel d’heures à prester par rapport
à la durée normale de travail d’un travailleur à temps
plein comparable.”.
Art. 85
Dans l’article 23, § 2, 3°, du même Code, modifi é
par la loi du 28 décembre 1992, les mots “des périodes
imposables antérieures.” sont remplacés par les mots
“des périodes imposables antérieures, ou, dans le cas
mentionné à l’article 78, § 2, des périodes imposables
ultérieures”.
Art. 86
L’article 78 du même Code, dont le texte actuel
formera le paragraphe 1er, est complété par un para-
graphe 2 rédigé comme suit:
“§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, à la demande
du contribuable qui répond aux conditions visées à
l’alinéa 4, la partie des pertes professionnelles qui est
imputable au dommage aux cultures agricoles, provo-
qué par des conditions météorologiques défavorables
et encouru dans une région avec laquelle un protocole
visé à l’alinéa 3 a été conclu, est déduite consécutive-
ment des revenus professionnels des trois périodes
imposables précédant la période imposable dans
laquelle ce dommage a été défi nitivement constaté, à
commencer par la plus ancienne. La partie de ces pertes
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
40
van deze beroepsverliezen dat niet in aftrek kan worden
gebracht van deze beroepsinkomsten, is aftrekbaar
overeenkomstig paragraaf 1.
Het gedeelte van de beroepsverliezen dat toe te
schrijven is aan de in het eerste lid omschreven schade,
stemt overeen met het bedrag van de beroepsverlie-
zen achtereenvolgens beperkt tot het bedrag van het
beroepsverlies uit de in artikel 23, § 1, 1°, bedoelde
beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige en
tot het bedrag van deze schade die door het Gewest
binnen de grenzen van artikel 25 van verordening
(EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014
waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en
de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond
van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betref-
fende de werking van de Europese Unie met de interne
markt verenigbaar worden verklaard. De Koning kan,
na raadpleging van de Interministeriële Conferentie
voor het Landbouwbeleid, op nadere wijze het tijdstip
omschrijven waarop de schade defi nitief is vastgesteld.
De in het eerste lid omschreven achterwaartse ver-
liesaftrek kan enkel worden toegepast indien de in het
eerste lid bedoelde schade werd geleden op het grond-
gebied van een gewest dat met de federale overheid
een in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt protocol
heeft gesloten op grond van artikel 8 van het samen-
werkingsakkoord van 18 juni 2003 tussen de Federale
Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de
uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden
op het gebied van Landbouw en Visserij, met het oog
op de uitwisseling van informatie die nodig is voor de
gezamenlijke naleving van de cumulatieregels zoals
bedoeld in artikel 8 van de voormelde verordening
(EU) nr. 702/2014.
Deze paragraaf is enkel van toepassing indien de
belastingplichtige:
— een middelgrote onderneming is; en
— een onderneming uitbaat die de productie van
landbouwproducten tot doel heeft die zijn opgenomen
in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, waarbij deze landbouwproducten
geen verdere bewerking ondergaan die de aard van
deze producten wijzigt;
— geen onderneming in moeilijkheden was op het
ogenblik dat de schade werd geleden; en
— geen bevel tot terugvordering heeft uitstaan inge-
volge een besluit van de Commissie die een door België
professionnelles qui ne peut pas être déduite de ces
revenus professionnels, est déductible conformément
au paragraphe 1er.
La partie des pertes professionnelles qui est impu-
table au dommage défi ni à l’alinéa 1er correspond au
montant des pertes professionnelles, limité successive-
ment au montant de la perte professionnelle de l’activité
professionnelle du contribuable visée à l’article 23, § 1er,
1°, et au montant de ce dommage qui a été défi nitive-
ment constaté par la région dans la période imposable
selon les limites de l’article 25 du règlement (UE)
n° 702/2014 de la Commission du 25 juin 2014 déclarant
certaines catégories d’aides, dans les secteurs agricole
et forestier et dans les zones rurales, compatibles avec
le marché intérieur, en application des articles 107 et 108
du traité sur le fonctionnement de l’Union européenne.
Le Roi peut, après consultation de la Conférence Inter-
ministérielle de Politique Agricole, clarifi er le moment
où le dommage est défi nitivement constaté.
La rétro-déduction de perte défi nie à l’alinéa 1er est
applicable uniquement si le dommage défi ni à l’ali-
néa 1er a été encouru sur le territoire d’une région qui
a conclu avec l’autorité fédérale un protocole publié
au Moniteur belge sur la base de l’article 8 de l’accord
de coopération de 18 juin 2003 entre l’État fédéral, la
Région fl amande, la Région wallonne et la Région de
Bruxelles-Capitale concernant l’exercice des compé-
tences régionalisées dans le domaine de l’Agriculture
et de la Pêche, visant l’échange d’information qui
est nécessaire pour le respect conjoint des règles de
cumul telles que visées à l’article 8 du règlement (UE)
n° 702/2014 précité.
Le présent paragraphe n’est applicable que si le
contribuable:
— est une moyenne entreprise; et
— exploite une entreprise ayant pour but la production
des produits agricoles énumérés à l’annexe I du Traité
sur le fonctionnement de l’Union européenne sans exer-
cer d’autre opération modifi ant la nature de ces produits;
— n’était pas une entreprise en difficulté au moment
où les dégâts ont été encourus; et
— n’a pas supporté un ordre de récupération suite
à une décision de la Commission déclarant une aide
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
41
verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de
interne markt heeft verklaard.
Voor de toepassing van deze paragraaf en van
artikel 206, § 4, wordt onder ongunstige weersomstan-
digheden de weersomstandigheden verstaan die met
een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, zoals
gedefi nieerd in artikel 2, punt 16, van de voormelde
verordening (EU) nr. 702/2014, die formeel door een
gewest als ramp worden erkend en waarvan die erken-
ning in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt.
De beroepsverliezen waarvoor de toepassing van de
achterwaartse verliesaftrek wordt gevraagd, worden af-
getrokken na aftrek van de beroepsverliezen van vorige
belastbare tijdperken bij toepassing van paragraaf 1.
De belastingplichtige vraagt de toepassing van de
achterwaartse verliesaftrek aan in de aangifte die be-
trekking heeft op het belastbare tijdperk waarin de in
het eerste lid bedoelde schade defi nitief is vastgesteld.
Deze aanvraag is defi nitief en onherroepelijk. De Ko-
ning kan nadere regels met betrekking tot de aanvraag
vastleggen.”.
Art. 87
In titel II, hoofdstuk III, afdeling I van hetzelfde Wet-
boek wordt een onderafdeling VI ingevoegd, luidende:
“Onderafdeling VI. Vermeerdering ingevolge de over-
schrijding van de maximale steunintensiteit ten gevolge
van de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen”.
Art. 88
In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling VI, van
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 168/1 ingevoegd,
luidende:
Art. 168/1. § 1. Wanneer de belastingplichtige heeft
geopteerd voor de achterwaartse aftrek van beroeps-
verliezen bij toepassing van artikel 78, § 2 en ingevolge
deze aftrek het teveel aan belasting in toepassing van
artikel 375/1 van rechtswege is ontheven, wordt de
totale belasting van het belastbare tijdperk waarvoor
de in paragraaf 2 omschreven alternatieve berekening
overeenkomstig het tweede lid van diezelfde paragraaf
voor het laatst wordt gemaakt, vermeerderd met het
overeenkomstig paragraaf 3 bepaalde bedrag.
octroyée par la Belgique illégale et incompatible avec
le marché intérieur.
Pour l’application du présent paragraphe et de l’ar-
ticle 206, § 4, on entend par circonstances météorolo-
giques défavorables, les circonstances météorologiques
qui peuvent être assimilées à une calamité naturelle,
telles que défi nies à l’article 2, point 16, du règlement
(UE) n° 702/2014 précité, et qui sont formellement
reconnues comme calamité par une région et dont cette
reconnaissance est publiée au Moniteur belge.
Les pertes professionnelles pour lesquelles l’applica-
tion de la rétro-déduction des pertes est demandée sont
déduites après déduction des pertes professionnelles
de périodes imposables antérieures en application du
paragraphe 1er.
Le contribuable demande l’application de la rétro-dé-
duction des pertes dans la déclaration se rapportant à
la période imposable au cours de laquelle le dommage
visé à l’alinéa 1er a été défi nitivement constaté. Cette
demande est défi nitive et irrévocable. Le Roi peut fi xer
les modalités de la demande.”.
Art. 87
Dans le titre II, chapitre III, section 1re du même Code,
il est inséré une sous-section VI, rédigée comme suit:
“Sous-section VI. Majoration en cas de dépassement
de l’intensité maximale de l’aide suite à la rétro-
déduction des pertes professionnelles”.
Art. 88
Dans le titre II, chapitre III, section 1er, sous-section VI,
du même Code, il est inséré un article 168/1, rédigé
comme suit:
Art. 168/1. § 1er. Lorsque le contribuable a opté
pour la rétro-déduction de pertes professionnelles
en application de l’article 78, § 2, et que suite à cette
déduction, l’excédent d’impôt a été dégrevé de plein
droit en application de l’article 375/1, l’impôt total de
la période imposable pour laquelle le calcul alternatif
décrit au paragraphe 2 a été utilisé pour la dernière fois
conformément à l’alinéa 2 de ce même paragraphe,
est majoré d’un montant déterminé conformément au
paragraphe 3.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
42
§ 2. Wanneer de belastingplichtige heeft geopteerd
voor de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij
toepassing van artikel 78, § 2, worden alternatieve be-
rekeningen gemaakt van de door de belastingplichtige
verschuldigde belasting waarbij die belasting telkens
wordt bepaald alsof de belastingplichtige niet zou hebben
geopteerd voor de achterwaartse aftrek van verliezen,
waarbij de beroepsverliezen die effectief zijn afgetrokken
van de beroepsinkomsten van de drie voorgaande be-
lastbare tijdperken achtereenvolgens worden afgetrokken
van de beroepsinkomsten van de volgende belastbare
tijdperken overeenkomstig artikel 78, § 1.
De alternatieve berekening wordt gemaakt voor elk
van de belastbare tijdperken vanaf het derde belastbare
tijdperk voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin
de in artikel 78, § 2, bedoelde schade defi nitief is vast-
gesteld tot het belastbare tijdperk waarin ofwel:
— het gecumuleerde bedrag van de beroepsverliezen
die in de alternatieve berekeningen overeenkomstig arti-
kel 78, worden afgetrokken gelijk is aan het bedrag aan
beroepsverliezen dat in dezelfde belastbare tijdperken in
toepassing van artikel 78 daadwerkelijk van de beroeps-
inkomsten werd afgetrokken;
— de landbouwactiviteit wordt stopgezet.
§ 3. De vermeerdering is gelijk aan het positieve ver-
schil tussen:
— het brutosubsidie-equivalent van het voordeel dat
verbonden is met de overeenkomstig artikel 375/1 toege-
paste ontheffing ingevolge de achterwaartse aftrek van
beroepsverliezen, berekend op basis van het verschil
tussen de werkelijke berekeningen van de belasting en
de overeenkomstig paragraaf 2 uitgevoerde alternatieve
berekeningen van de belasting, en
— het bedrag van de schade, verhoudingsgewijs
beperkt tot de beschikbare steunintensiteit.
Voor de toepassing van het eerste lid moet onder de
beschikbare steunintensiteit, de maximale steunintensiteit
worden begrepen zoals omschreven in artikel 25 van de
verordening (EU) nr. 702/2014, van de Commissie van
25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de
landbouw- en de bossector en in plattelandsgebieden
op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie met de
interne markt verenigbaar worden verklaard, in voorko-
mend geval verminderd met de steunintensiteit van de
gewestelijke steun die is verleend ter compensatie van
de in artikelen 78, § 2, of 206, § 4, bedoelde schade.
§ 2. Lorsque le contribuable a opté pour la rétro-
déduction des pertes professionnelles en application
de l’article 78, § 2, des calculs alternatifs de l’impôt dû
par le contribuable sont réalisés dans lesquels cet impôt
est à chaque fois déterminé comme si le contribuable
n’avait pas opté pour la rétro-déduction des pertes,
dans lesquels les pertes professionnelles effectivement
déduites des revenus professionnels des trois périodes
imposables précédentes sont successivement déduites
des revenus professionnels des périodes imposables
suivantes conformément à l’article 78, § 1er.
Le calcul alternatif est réalisé pour chacune des
périodes imposables à partir de la troisième période
imposable précédant la période imposable dans laquelle
le dommage visé à l’article 78, § 2, est défi nitivement
constaté, jusqu’à la période imposable dans laquelle
soit:
— le montant cumulé des pertes professionnelles
qui sont déduites dans les calculs alternatifs confor-
mément à l’article 78, est égal au montant des pertes
professionnelles effectivement déduites des revenus
professionnels dans ces mêmes périodes imposables
en application de l’article 78;
— il est mis fi n à l’activité agricole.
§ 3. La majoration est égale à la différence positive
entre:
— l’équivalent-subvention brut de l’avantage lié au
dégrèvement appliqué conformément à l’article 375/1
suite à la rétro-déduction des pertes professionnelles,
calculé sur la base de la différence entre les calculs réels
de l’impôt et les calculs alternatifs de l’impôt réalisés
conformément au paragraphe 2, et
— le montant du dommage, proportionnellement
limité à l’intensité disponible de l’aide.
Pour l’application de l’alinéa 1er, l’on entend par
intensité disponible de l’aide, l’intensité maximale
de l’aide telle que défi nie à l’article 25 du règlement
(UE) n° 702/2014, de la Commission du 25 juin 2014
déclarant certaines catégories d’aides, dans les sec-
teurs agricole et forestier et dans les zones rurales,
compatibles avec le marché intérieur, en application
des articles 107 et 108 du Traité sur le fonctionnement
de l’Union européenne, le cas échéant diminuée de
l’intensité de l’aide de l’aide régionale accordée en
compensation du dommage visé aux articles 78, § 2, ou
206, § 4.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
43
§ 4. De Koning legt de nadere regels vast om het
in paragraaf 3 bedoelde brutosubsidie-equivalent van
het voordeel dat verbonden is met de overeenkomstig
artikel 375/1 toegepaste ontheffing ingevolge de achter-
waartse aftrek van beroepsverliezen en het in paragraaf
3 bedoelde bedrag van de vermeerdering te bepalen. Dit
brutosubsidie-equivalent en deze vermeerdering worden
bepaald met toepassing van de relevante bepalingen
van voormelde verordening (EU) 702/2014 en andere
relevante Europeesrechtelijke bepalingen.”.
Art. 89
In artikel 175 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd
bij de wetten van 20 december 1995, 8 mei 2014,
10 augustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden
“en 14532, § 2, bedoelde vermeerderingen” vervangen
door de woorden “, 14532, § 2, en 168/1, bedoelde
vermeerderingen”.
Art. 90
Artikel 206 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewij-
zigd bij de wet van 30 juli 2018, wordt aangevuld met
een paragraaf 4, luidende:
“§ 4. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt
op vraag van de belastingplichtige die voldoet aan
de criteria bedoeld in artikel 78, § 2, vierde lid, het
gedeelte van de beroepsverliezen, dat toe te schrijven
is aan schade aan landbouwteelten veroorzaakt door
ongunstige weersomstandigheden, en geleden in een
gewest waarmee een in artikel 78, § 2, derde lid, bedoeld
protocol werd gesloten, achtereenvolgens afgetrokken
van de beroepsinkomsten van de drie belastbare tijd-
perken voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin
die schade defi nitief is vastgesteld, te beginnen met het
oudste. Het gedeelte van deze beroepsverliezen dat niet
in aftrek kan worden gebracht van deze beroepsinkom-
sten, is aftrekbaar overeenkomstig paragraaf 1.
Het gedeelte van de beroepsverliezen dat toe te
schrijven is aan de in het eerste lid omschreven schade
stemt overeen met het bedrag van de beroepsverliezen,
beperkt tot het overeenkomstig artikel 78, § 2, tweede
lid, omschreven bedrag van deze schade die in het be-
lastbare tijdperk defi nitief werd vastgesteld. De Koning
kan, na raadpleging van de Interministeriële Conferentie
voor het Landbouwbeleid, op nadere wijze het tijdstip
omschrijven waarop de schade defi nitief is vastgesteld.
De beroepsverliezen waarvoor de toepassing van de
achterwaartse verliesaftrek wordt gevraagd, worden af-
§ 4. Le Roi détermine les modalités afi n de déterminer
l’équivalent-subvention brut de l’avantage lié au dé-
grèvement appliqué conformément à l’article 375/1 suite
à la rétro-déduction des pertes professionnelles, visé
au paragraphe 3, ainsi que le montant de la majoration
visé au paragraphe 3. Cet équivalent-subvention brut
et cette majoration sont déterminés en application des
dispositions pertinentes du règlement (UE) n° 702/2014
précité et des autres dispositions pertinentes de droit
européen.”.
Art. 89
Dans l’article 175 du même Code, modifi é par les
lois des 20 décembre 1995, 8 mai 2014, 10 août 2015 et
26 mars 2018, les mots “et 14532, § 2,” sont remplacés
par les mots “, 14532, § 2, et 168/1”.
Art. 90
L’article 206 du même Code, modifi é en dernier lieu
par la loi du 30 juillet 2018, est complété par un para-
graphe 4, rédigé comme suit:
“§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 1er, la
partie des pertes professionnelles qui, à la demande du
contribuable qui remplit les critères visés à l’article 78,
§ 2, alinéa 4, est imputable au dommage causé aux
cultures agricoles, provoqué par des conditions météo-
rologiques défavorables et encouru dans une région
avec laquelle un protocole visé à l’article 78, § 2, ali-
néa 3, a été conclu, est déduite consécutivement des
revenus professionnels des trois périodes imposables
précédant la période imposable dans laquelle ce dom-
mage a été défi nitivement constaté, à commencer par la
plus ancienne. La partie de ces pertes professionnelles
qui ne peut pas être déduite de ces revenus profession-
nels, est déductible conformément au paragraphe 1er.
La partie des pertes professionnelles qui est impu-
table au dommage défi ni à l’alinéa 1er correspond au
montant des pertes professionnelles, limité au montant
de ce dommage tel que défi ni par l’article 78, § 2, ali-
néa 2, qui a été défi nitivement constaté dans la période
imposable. Le Roi peut, après consultation de la Confé-
rence Interministérielle de Politique Agricole, clarifi er le
moment où le dommage est défi nitivement constaté.
Les pertes professionnelles pour lesquelles l’applica-
tion de la rétro-déduction de pertes est demandée sont
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
44
getrokken na aftrek van de beroepsverliezen van vorige
belastbare tijdperken bij toepassing van paragraaf 1.
De belastingplichtige vraagt de toepassing van de
achterwaartse verliesaftrek aan in de aangifte die be-
trekking heeft op het belastbare tijdperk waarin de in
het eerste lid bedoelde schade defi nitief is vastgesteld.
Deze aanvraag is defi nitief en onherroepelijk. De Ko-
ning kan nadere regels met betrekking tot de aanvraag
vastleggen.”.
Art. 91
In titel III, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde
Wetboek wordt een onderafdeling 4 ingevoegd,
luidende:
“Onderafdeling 4. Vermeerdering ingevolge de over-
schrijding van de maximale steunintensiteit ten gevolge
van de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen”.
Art. 92
In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling 4, van
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 218/1 ingevoegd,
luidende:
“Art. 218/1. Wanneer de belastingplichtige heeft geop-
teerd voor de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen
bij toepassing van artikel 206, § 4, en ingevolge deze
aftrek het teveel aan belasting in toepassing van arti-
kel 375/1 van rechtswege is ontheven, wordt de totale
belasting van het belastbare tijdperk waarvoor de in
artikel 168/1, § 2, omschreven alternatieve berekening
overeenkomstig het tweede lid van diezelfde paragraaf
voor het laatst wordt gemaakt, vermeerderd met het
overeenkomstig in artikel 168/1, § 3, bepaalde bedrag.
De Koning legt de nadere regels vast overeenkomstig
artikel 168/1, § 4.”.
Art. 93
In artikel 243, derde lid, 5°, van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 25 december 2017, worden
de woorden “165 en 175” vervangen door de woorden
“165, 168/1 en 175”.
déduites après déduction des pertes professionnelles
de périodes imposables antérieures en application du
paragraphe 1er.
Le contribuable demande l’application de la rétro-dé-
duction des pertes dans la déclaration se rapportant à
la période imposable au cours de laquelle le dommage
visé à l’alinéa 1er a été défi nitivement constaté. Cette
demande est défi nitive et irrévocable. Le Roi peut fi xer
les modalités de la demande.”.
Art. 91
Dans le titre III, chapitre III, section 1re, du même Code,
il est inséré une sous-section 4, rédigée comme suit:
“Sous-section 4. Majoration en cas de dépassement
de l’intensité maximale de l’aide suite à la rétro-déduc-
tion des pertes professionnelles”.
Art. 92
Dans le titre II, chapitre III, section 1re, sous-section 4,
du même Code, il est inséré un article 218/1, rédigé
comme suit:
Art. 218/1. Lorsque le contribuable a opté pour la
rétro-déduction de pertes professionnelles en applica-
tion de l’article 206, § 4, et que suite à cette déduction,
l’excédent d’impôt a été dégrevé de plein droit en
application de l’article 375/1, l’impôt total de la période
imposable pour laquelle le calcul alternatif décrit à
l’article 168/1, § 2, a été utilisé pour la dernière fois
conformément à l’alinéa 2 de ce même paragraphe,
est majoré du montant déterminé conformément à
l’article 168/1, § 3.
Le Roi détermine les modalités conformément à
l’article 168/1, § 4.”.
Art. 93
Dans l’article 243, alinéa 3, 5°, du même Code, rem-
placé par la loi du 25 décembre 2017, les mots “165 et
175” sont remplacés par les mots “165, 168/1 et 175”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
45
Art. 94
In artikel 243/1, 4°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten
van 18 augustus 2015 en 26 maart 2018, worden de
woorden “165 en 175” vervangen door de woorden “165,
168/1 en 175”.
Art. 95
In artikel 245, eerste lid, 1°, eerste en tweede
streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van
10 augustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden
“157 tot 168” vervangen door de woorden “157 tot 168/1”.
Art. 96
In artikel 2758 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij
de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van
24 maart 2015, 18 december 2015, en 30 juli 2018 wor-
den de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als
volgt:
“De in dit artikel bedoelde vrijstelling van doorstorting
van de bedrijfsvoorheffing kan enkel worden toegepast
indien de werkgever en in voorkomend geval de in para-
graaf 1, vierde lid, bedoelde vennootschap die de inves-
tering heeft verricht, een middelgrote onderneming is.”;
2° in paragraaf 2 worden het tweede lid tot en met
het zevende lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 wordt het achtste lid, dat het tweede
lid wordt, vervangen als volgt:
“De in dit artikel bedoelde vrijstelling van doorstorting
van de bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast
door een werkgever die op het ogenblik van het overleg-
gen van het in § 5 bedoelde formulier een onderneming
in moeilijkheden is.”.
Art. 97
In artikel 2759 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten
van 24 maart 2015, 18 december 2015, en 30 juli 2018,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Art. 94
Dans l’article 243/1, 4°, du même Code, inséré par la
loi du 8 mai 2014 et modifi é par les lois des 18 août 2015
et 26 mars 2018, les mots “165 et 175” sont remplacés
par les mots “165, 168/1 et 175”.
Art. 95
Dans l’article 245, alinéa 1er, 1°, premier et deuxième
tirets, du même Code, remplacé par la loi du 8 mai 2014
et modifi é par les lois des 10 août 2015 et 26 mars 2018,
les mots “157 à 168” sont remplacés par les mots “157 à
168/1”.
Art. 96
À l’article 2758 du même Code, rétabli par la loi du
15 mai 2014 et modifi é par les lois des 24 mars 2015,
18 décembre 2015 et 30 juillet 2018, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, l’alinéa 1er est remplacé
par ce qui suit:
“La dispense de versement du précompte profes-
sionnel visée dans le présent article est applicable
uniquement si l’employeur et le cas échéant, la société
visée au paragraphe 1er, alinéa 4, qui a effectué l’inves-
tissement, est une moyenne entreprise.”;
2° dans le paragraphe 2, les alinéa 2 à 7 sont abrogés;
3° dans le paragraphe 2, l’alinéa 8, qui devient l’ali-
néa 2, est remplacé par ce qui suit:
“La dispense de versement du précompte profes-
sionnel visée dans le présent article ne peut pas être
appliquée par un employeur qui, au moment de la remise
du formulaire tel que visé au § 5, est une entreprise en
difficulté.”.
Art. 97
À l’article 2759 du même Code, inséré par la loi du
15 mai 2014 et modifi é par les lois des 24 mars 2015,
18 décembre 2015 et 30 juillet 2018, les modifi cations
suivantes sont apportées:
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
46
1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als
volgt:
“De in dit artikel bedoelde vrijstelling van doorstorting
van de bedrijfsvoorheffing kan enkel worden toegepast
indien de werkgever of in voorkomend geval de in para-
graaf 1, vierde lid, bedoelde vennootschap die de inves-
tering heeft verricht geen middelgrote onderneming is.”;
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden
“vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing
kan niet worden toegepast door een werkgever zoals
bedoeld in artikel 2758, § 2, achtste lid” vervangen
door de woorden “in dit artikel bedoelde vrijstelling van
doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan niet worden
toegepast door een werkgever die op het ogenblik van
het overleggen van het in artikel 2758, § 5, bedoelde
formulier een onderneming in moeilijkheden is.”.
Art. 98
In artikel 290, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij
de wetten van 10 augustus 2015 en 26 maart 2018,
worden de woorden “en 157 bedoelde vermeerderingen”
vervangen door de woorden “, 157 en 168/1 bedoelde
vermeerderingen”.
Art. 99
In artikel 294, tweede lid, 2°, eerste en tweede
streepje, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet
van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 10 au-
gustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden “en
157 bedoelde vermeerderingen” telkens vervangen door
de woorden “, 157 en 168/1 bedoelde vermeerderingen”.
Art. 100
In titel VII, hoofdstuk VI, afdeling 1, van hetzelfde
Wetboek, wordt een artikel 358/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 358/1. Wanneer wordt vastgesteld dat beroeps-
verliezen van een belastbaar tijdperk, geheel of gedeel-
telijk, ten onrechte bij toepassing van artikel 78, § 2, of
artikel 206, § 4, zijn afgetrokken van de beroepsinkom-
sten van vorige belastbare tijdperken en de belasting
voor deze tijdperken geheel of gedeeltelijk in toepassing
van artikel 375/1 ten onrechte werd ontheven, kan die ten
onrechte verleende aftrek worden rechtgezet gedurende
de aanslagtermijn die van toepassing is met betrekking
1° dans le paragraphe 2, l’alinéa 1er est remplacé
par ce qui suit:
“La dispense de versement du précompte profes-
sionnel visée dans le présent article est applicable
uniquement si l’employeur ou le cas échéant, la société
visée au paragraphe 1er, alinéa 4, qui a effectué l’inves-
tissement n’est pas une moyenne entreprise.”;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “dispense
de versement du précompte professionnel ne peut pas
être appliquée par un employeur visé à l’article 2758,
§ 2, alinéa 8” sont remplacés par les mots “dispense
de versement du précompte professionnel visée dans
le présent article ne peut pas être appliquée par un
employeur qui, au moment de la remise du formulaire
tel que visé à l’article 2758, § 5, est une entreprise en
difficulté.”.
Art. 98
Dans l’article 290, alinéa 2, du même Code, rem-
placé par la loi du 8 mai 2014 et modifi é par les lois des
10 août 2015 et 26 mars 2018, les mots “et 157” sont
remplacés par les mots “, 157 et 168/1,”.
Art. 99
Dans l’article 294, alinéa 2, 2°, le premier et deuxième
tirets, du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014 et
modifi é par les lois des 10 août 2015 et 26 mars 2018,
les mots “et 157;” sont chaque fois remplacés par les
mots “, 157 et 168/1;”.
Art. 100
Dans le titre VII, chapitre VI, section première, du
même Code, il est inséré un article 358/1 rédigé comme
suit:
“Art. 358/1. Lorsqu’il est constaté que les pertes pro-
fessionnelles d’une période imposable ont été, entière-
ment ou partiellement, indûment déduites en application
de l’article 78, § 2, ou de l’article 206, § 4, des revenus
professionnels des périodes imposables antérieures
et que l’impôt pour ces périodes a été, entièrement ou
partiellement, indûment dégrevée en application de
l’article 375/1, cette déduction indûment accordée peut
être corrigée durant le délai d’imposition applicable qui
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
47
tot het belastbare tijdperk waarin deze beroepsverliezen
zijn ontstaan.”.
Art. 101
In titel VII, hoofdstuk VII, afdeling 1, van hetzelfde
Wetboek, wordt een artikel 375/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 375/1. De adviseur-generaal van de administratie
belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen
of de door hem gedelegeerde ambtenaar verleent van
rechtswege ontheffing van het teveel aan gevestigde
belasting ingevolge de achterwaartse aftrek van be-
roepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2, of
artikel 206, § 4.”.
Art. 102
In artikel 409 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 15 maart 1999, worden de woorden “artikel 376”
vervangen door de woorden “de artikelen 375/1 en 376”.
Art. 103
In artikel 410, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 15 maart 1999, worden de
woorden “in artikel 376” vervangen door de woorden
“in de artikelen 375/1 en 376”.
Art. 104
In titel VII, hoofdstuk VIII, afdeling 5, onderafde-
ling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 415/1
ingevoegd, luidende:
“Art. 415/1. Wanneer bij toepassing van artikel 375/1
ontheffing werd verleend en het bedrag van de beroeps-
verliezen dat bij toepassing van artikel 78, § 2, of arti-
kel 206, § 4, in aanmerking komt voor de achterwaartse
verliesaftrek wordt gewijzigd, is, in afwijking van de
artikelen 414 en 415, op het gedeelte van de belasting
dat verband houdt met de wijziging van het bedrag van
de in aftrek te brengen beroepsverliezen een nalatig-
heidsintrest verschuldigd, berekend overeenkomstig
artikel 414, § 1, vanaf de eerste dag van de maand die
volgt op de maand waarin de ontheffing werd verleend.”.
est relatif à la période imposable au cours de laquelle
ces pertes professionnelles ont eu lieu.”.
Art. 101
Dans le titre VII, chapitre VII, section première, du
même Code, il est inséré un article 375/1 rédigé comme
suit:
“Art. 375/1. Le conseiller général de l’administration
en charge de l’établissement des impôts sur les revenus
ou le fonctionnaire délégué par lui accorde de plein droit
le dégrèvement de l’impôt excédentaire établi suite à la
rétro-réduction des pertes professionnelles en applica-
tion de l’article 78, § 2, ou de l’article 206, § 4.”.
Art. 102
Dans l’article 409 du même Code, remplacé par la
loi du 15 mars 1999, les mots “à l’article 376” sont rem-
placés par les mots “aux articles 375/1 et 376”.
Art. 103
Dans l’article 410, alinéa 1er, du même Code, rem-
placé par la loi du 15 mars 1999, les mots “à l’article 376”
sont remplacés par les mots “aux articles 375/1 et 376”.
Art. 104
Dans le titre VII, chapitre VIII, section 5, sous-sec-
tion 1re, du même Code, il est inséré un article 415/1,
rédigé comme suit:
“Art. 415/1. Lorsqu’en application de l’article 375/1,
un dégrèvement est accordé et que le montant des
pertes professionnelles qui entre en considération pour
la déduction des pertes antérieures en application de
l’article 78, § 2, ou de l’article 206, § 4, est modifi é, un
intérêt de retard est dû, par dérogation aux articles 414
et 415, sur la partie de l’impôt qui est liée à la modifi ca-
tion du montant des pertes professionnelles portées en
déduction, calculé conformément à l’article 414, § 1er, à
compter du premier jour du mois qui suit le mois durant
lequel le dégrèvement a été accordé.”.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
48
Art. 105
In artikel 419, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ver-
vangen bij de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en
bij de wet van 25 december 2017, wordt een bepaling
onder 4°/1 ingevoegd, luidende:
“4°/1 in geval van terugbetaling van belasting met
toepassing van artikel 375/1;”.
Art. 106
In artikel 443ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “in
artikel 376” vervangen door de woorden “in de artike-
len 375/1 en 376”;
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden
“aanvraag tot ambtshalve ontheffing bedoeld in arti-
kel 376,” vervangen door de woorden “aanvraag tot
ontheffing bedoeld in de artikelen 375/1 en 376,”.
Art. 107
Voor de schade die defi nitief is vastgesteld in een
belastbaar tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2019
kan de Koning bepalen dat, in afwijking van de arti-
kelen 78, § 2, laatste lid, en 206, § 4, laatste lid, van
het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de
toepassing van de achterwaartse verliesaftrek wordt
aangevraagd aan de hand van een apart formulier. De
Koning bepaalt de vorm en de inhoud van dat formulier
en de termijn waarbinnen het moet worden ingediend.
Art. 108
Deze titel is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 op
de beroepsverliezen die toe te schrijven zijn aan schade
aan landbouwteelten, veroorzaakt door ongunstige
weersomstandigheden die hebben plaatsgevonden
vanaf 1 januari 2018.
Art. 105
Dans l’article 419, alinéa 1er, du même Code, rem-
placé par la loi du 15 mars 1999 et modifi é par les arrê-
tés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001 et par
la loi du 25 décembre 2017, il est inséré un 4°/1rédigé
comme suit:
“4°/1 en cas de remboursement d’impôt en application
de l’article 375/1;”.
Art. 106
À l’article 443ter du même Code, inséré par la loi
du 26 mars 2018, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “à
l’article 376” sont remplacés par les mots “aux ar-
ticles 375/1 et 376”;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “demande
de dégrèvement d’office visée à l’article 376” sont rem-
placés par les mots “demande de dégrèvement visée
aux articles 375/1 et 376”.
Art. 107
Pour le dommage qui est défi nitivement constaté dans
une période imposable liée à l’exercice d’imposition
2019, le Roi peut prévoir, par dérogation aux articles 78,
§ 2, dernier alinéa, et 206, § 4, dernier alinéa, du Code
des impôts sur les revenus 1992, que l’application de
la rétro-déduction pour pertes soit demandée à l’aide
d’un formulaire séparé. Le Roi détermine la forme et le
contenu de ce formulaire et le délai endéans lequel il
doit être introduit.
Art. 108
Le présent titre s’applique à partir de l’exercice
d’imposition 2019 aux pertes professionnelles qui sont
imputables au dommage causé aux cultures agricoles,
provoqué par des conditions météorologiques défavo-
rables qui ont eu lieu à partir du 1er janvier 2018.
DOC 54
3424/006
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
49
TITEL VI I
Overgangsbepalingen
Art. 109
De verwijzingen naar artikel 1:20 van het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen, opgenomen
in de artikelen 8 en 22 van deze wet, moeten worden
gelezen als verwijzingen naar artikel 11 van het Wetboek
van vennootschappen.
Art. 110
Artikel 109 is van toepassing zolang de wet tot
invoering van het Wetboek van vennootschappen en
verenigingen en houdende diverse bepalingen niet in
werking is getreden.
TITRE VII
Dispositions transitoires
Art. 109
Les références à l’article 1:20 du Code des sociétés
et des associations reprises aux articles 8 et 22 de la
présente loi, doivent être lues comme des références
à l’article 11 du Code des sociétés.
Art. 110
L’article 109 est applicable tant que la loi introduisant
le Code des sociétés et des associations et portant des
dispositions diverses n’est pas entrée en vigueur.
DOC 54
Bruxelles, le 31 janvier 2019
Le président de la Chambre
des représentants,
Le greffier de la Chambre
des représentants,
Brussel, 31 januari 2019
De voorzitter van de Kamer
van volksvertegenwoordigers,
De griffier van de Kamer
van volksvertegenwoordigers,
Siegfried BRACKE
Marc VAN der HULST
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale