Document 54K3424/006

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 3424 Other 🌐 NL

Inhoud

10118 3424/006 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G V A N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS DOC 54 DOC 54 31 januari 2019 31 janvier 2019 TEKST AANGENOMEN IN PLENAIRE VERGADERING EN AAN DE KONING TER BEKRACHTIGING VOORGELEGD TEXTE ADOPTÉ EN SÉANCE PLÉNIÈRE ET SOUMIS À LA SANCTION ROYALE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS Stukken: Doc 54 3424/001 (2018/2019): 001: Wetsontwerp. 002: Amendementen. 003: Verslag. 004: Tekst aangenomen door de commissie. 005: Amendementen. 006: Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Zie ook: Integraal verslag: 31 januari 2019. CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS Documents: Doc 54 3424/001 (2018/2019): 001: Projet de loi. 002: Amendements. 003: Rapport. 004: Texte adopté par la commission. 005: Amendements. 006: Texte adopté en séance plénière et soumis à la sanction royale. Voir aussi: Compte rendu intégral: 31 janvier 2019. PROJET DE LOI WETSONTWERP houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen portant des dispositions fiscales, de lutte contre la fraude, financières et diverses 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 2 TITEL I Inleidende bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. T ITEL II Fiscale bepalingen HO OFDSTUK 1 Eenheidsstatuut Art. 2 In artikel 67quater van het Wetboek van de inkom- stenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 26 de- cember 2013 en gewijzigd bij de wet van 18 decem- ber 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt: “Het voor het belastbaar tijdperk vrij te stellen bedrag van de winsten en baten per in het eerste lid bedoelde werknemer, bedraagt: — drie weken bezoldiging, van het zesde tot en met het twintigste door deze werknemer begonnen dienst- jaar na 1 januari 2014; — een week bezoldiging, vanaf het eenentwintigste door deze werknemer begonnen dienstjaar na 1 janu- ari 2014.”; 2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: “Het in het tweede lid bedoelde vrij te stellen bedrag van de winsten en baten, dat in voorkomend geval wordt beperkt bij toepassing van het vierde lid, wordt gespreid over het belastbaar tijdperk en de vier volgende belast- bare tijdperken ten belope van 20 pct. per belastbaar tijdperk.”; 3° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de woorden “een maximumbedrag” worden vervan- gen door de woorden “een maximumbedrag van bruto maandbezoldiging per werknemer”; TITRE IER Disposition introductive Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la Constitution. TITRE II Dispositions fi scales CHAPITRE 1ER Statut unique Art. 2 Dans l’article 67quater du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 26 décembre 2013 et modifi é par la loi du 18 décembre 2015, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit: “Par travailleur visé à l’alinéa 1er, le montant des bénéfi ces et profi ts à exonérer pour la période impo- sable s’élève à: — trois semaines de rémunération, de la sixième année de service jusqu’à la vingtième année incluse commencée par ce travailleur après le 1er janvier 2014; — une semaine de rémunération, à partir de la vingt et unième année de service commencée par ce travailleur après le 1er janvier 2014.”; 2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3: “Le montant des bénéfi ces et profi ts à exonérer visé à l’alinéa 2 qui est, le cas échéant, limité en application de l’alinéa 4, est étalé sur la période imposable et les quatre périodes imposables suivantes à concurrence de 20 p.c. par période imposable.”; 3° à l’alinéa 3 ancien, qui devient l’alinéa 4, les modi- fi cations suivantes sont apportées: a) les mots “un montant maximum” sont remplacés par les mots “un montant maximum de rémunération mensuelle brute par travailleur”; DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 3 b) de tweede zin wordt opgeheven; 4° tussen het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, en het vroegere vierde lid, dat het achtste lid wordt, worden drie leden ingevoegd, luidende: “De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoor- digers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de in uitvoering van het vierde lid genomen besluiten. Deze besluiten worden geacht geen uitwerking te hebben gehad indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De in aanmerking te nemen bruto maandbezoldiging is de gemiddelde bruto maandelijkse bezoldiging, voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbij- drage, berekend over het totaal aantal maanden van het belastbaar tijdperk waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd. Om de wekelijkse bezoldiging te bepalen wordt het maximumbedrag van de bruto maandbezoldiging ver- menigvuldigd met drie en gedeeld door dertien.”; 5° in het vierde lid, dat het achtste wordt, worden de woorden “waarin de tewerkstelling een einde neemt.” vervangen door de woorden “waarin de tewerkstelling een einde neemt en kan het ingevolge de in het derde lid bedoelde spreiding nog vrij te stellen bedrag voor die werknemer niet meer vrijgesteld worden.”. Art. 3 Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019. HO OFDSTUK 2 ATAD – Interestaftrekbeperking Art. 4 Dit hoofdstuk heeft de gedeeltelijke omzetting tot doel van richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belasting- ontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt. b) la deuxième phrase est abrogée; 4° trois alinéas rédigés comme suit sont insérés entre l’alinéa 3 ancien, qui devient l’alinéa 4, et l’alinéa 4 ancien, qui devient l’alinéa 8: “Le Roi saisira la Chambre des représentants immé- diatement si elle est réunie, sinon dès l’ouverture de sa plus prochaine session, d’un projet de loi de confi rma- tion des arrêtés pris en exécution de l’alinéa 4. Lesdits arrêtés sont censés ne pas avoir produit leurs effets s’ils n’ont pas été confi rmés par la loi dans les douze mois de la date de leur publication au Moniteur belge. La rémunération mensuelle brute à prendre en compte est la rémunération mensuelle brute moyenne, avant retenue des cotisations personnelles de sécurité sociale, calculée sur le total du nombre de mois de la période imposable pour laquelle l’exonération est sollicitée. Pour déterminer la rémunération hebdomadaire, le montant maximum de rémunération mensuelle brute est multiplié par trois et divisé par treize.”; 5° dans l’alinéa 4, qui devient l’alinéa 8, les mots “la période imposable dont l’emploi prend fi n.” sont remplacés par les mots “la période imposable au cours de laquelle l’emploi prend fi n et le montant encore à exonérer pour ce travailleur suite à l’étalement visé à l’alinéa 3 ne peut plus être exonéré.”. Art. 3 L’article 2 produit ses effets le 1er janvier 2019. CHAPITRE 2 ATAD – Limitation d’intérêts Art. 4 Le présent chapitre a pour objet de transposer par- tiellement la directive (UE) 2016/1164 du Conseil du 12 juillet 2016 établissant des règles pour lutter contre les pratiques d’évasion fi scale qui ont une incidence directe sur le fonctionnement du marché intérieur. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 4 Art. 5 Artikel 35 van de wet van 25 december 2017 tot her- vorming van de vennootschapsbelasting, vervangen bij de wet van 30 juli 2018, wordt ingetrokken. Art. 6 In artikel 86 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aan- gebracht: 1° in de bepaling onder B1 worden de woorden “35, 39, 5° en 9°” vervangen door de woorden “34, 36, 39, 5° tot 15°, 40”; 2° i n de bepaling onder B2 worden de woorden “34, 36, 39, 2°, 4°, 6° tot 8° en 10° tot 15°, 40” vervangen door de woorden “39, 2°en 4°”. Art. 7 Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOF DSTUK 3 Bezoldigingen ontvangen van een buitenlandse vennootschap verbonden met de werkgever Afdeling 1 Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 8 In artikel 270 van het Wetboek van de inkomstenbe- lastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 28 december 1992 en 22 juli 1993, bij het koninklijk besluit van 12 december 1996 en door de wetten van 24 december 2002 en 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bestaande tekst zal het eerste lid vormen; 2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende: “Voor de toepassing van de bedrijfsvoorheffing worden: a) de in artikel 179 of 220 bedoelde belastingplichtige geacht de in artikel 30, 1° en 2°, bedoelde bezoldigingen Art. 5 L’article 35 de la loi du 25 décembre 2017 portant réforme de l’impôt des sociétés, remplacé par la loi du 30 juillet 2018, est retiré. Art. 6 A l’article 86 de la même loi, modifi é par la loi du 30 juillet 2018, les modifi cations suivantes sont appor- tées: 1° au B1, les mots “35, 39, 5° et 9°” sont remplacés par les mots “34, 36, 39, 5° à 15°, 40”; 2° au B2, les mots “34, 36, 39, 2°, 4°, 6° à 8° et 10° à 15°, 40” sont remplacés par les mots “39, 2°et 4°”. Art. 7 Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge. CHAPITRE 3 Rémunérations reçues d’une société étrangère liée à l’employeur Section 1re Modifi cations du Code des impôts sur les revenus 1992 Art. 8 Dans l’article  270 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifi é par les lois des 28 juillet 1992, 28 décembre 1992 et 22 juillet 1993, par l’arrêté royal du 12 décembre 1996 et par les lois des 24 décembre 2002 et 13 décembre 2012, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le texte actuel formera l’alinéa 1er; 2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit: “Pour l’application du précompte professionnel: a) le contribuable visé aux articles 179 ou 220 est censé attribuer les rémunérations visées à l’article 30, DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 5 toe te kennen die een begunstigde ontvangt van een bui- tenlandse vennootschap die met de belastingplichtige verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van de begunstigde ten behoeve van de belastingplichtige; b) de in artikel 227, 2° en 3°, bedoelde belasting- plichtige geacht de in artikel 30, 1° en 2°, bedoelde bezoldigingen toe te kennen die een begunstigde ont- vangt van een buitenlandse vennootschap die met de belastingplichtige verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van de begunstigde ten behoeve van de belastingplichtige waarvoor de belastingplichtige in België of in het bui- tenland in artikel 30, 1° en 2°, bedoelde bezoldigingen betaalt of toekent die beroepskosten zijn in de zin van artikel 237.”. Art. 9 In artikel  272 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 22 juli 1993 en 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden “in arti- kel 270, 1°, 3°, 6° en 7°” vervangen door de woorden “in artikel 270, eerste lid, 1°, 3°, 6° en 7°”; 2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden “in arti- kel 270, 2°” vervangen door de woorden “in artikel 270, eerste lid, 2°”; 3° in het eerste lid wordt een bepaling onder 3° in- gevoegd, luidende: “3° hebben de belastingschuldigen overeenkomstig artikel 270, tweede lid, het recht op het geheel van de belastbare inkomsten waarvan zij schuldenaar zijn de voorheffing in te houden.”; 4° in het tweede lid worden de woorden “in artikel 270, 5°” vervangen door de woorden “in artikel 270, eerste lid, 5°”. Art. 10 In artikel 2751, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. 1° et 2° qu’un bénéfi ciaire reçoit d’une société étran- gère liée au contribuable au sens de l’article 1:20 du Code des sociétés et des associations, en raison ou à l’occasion de l’activité professionnelle du bénéfi ciaire au profi t du contribuable; b) le contribuable visé à l’article 227, 2° et 3°, est censé attribuer les rémunérations visées à l’article 30, 1° et 2° qu’un bénéfi ciaire reçoit d’une société étrangère liée au contribuable au sens de l’article 1:20 du Code des sociétés et des associations, en raison ou à l’occa- sion de l’activité professionnelle du bénéfi ciaire au profi t du contribuable pour laquelle le contribuable paye ou attribue en Belgique ou à l’étranger des rémunérations visées à l’article 30, 1° et 2°, qui constituent des frais professionnels au sens de l’article 237.”. Art. 9 À l’article 272 du même Code, modifi é par les lois des 28 décembre 1992, 22 juillet 1993 et 13 décembre 2012, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans l’alinéa 1er, 1°, les mots “à l’article 270, 1°, 3°, 6° et 7°” sont remplacés par les mots “à l’article 270, alinéa 1er, 1°, 3°, 6° et 7°”; 2° dans l’alinéa 1er, 2°, les mots “à l’article 270, 2°” sont remplacés par les mots “à l’article 270, alinéa 1er, 2°”; 3° dans l’alinéa 1er, un 3° est inséré, rédigé comme suit: “3° les redevables en application de l’article 270, ali- néa 2, ont le droit de retenir le précompte sur l’ensemble des revenus imposables dont ils sont débiteurs.”; 4° dans l’alinéa 2, les mots “à l’article 270, 5°” sont remplacés par les mots “à l’article 270, alinéa 1er, 5°”. Art. 10 Dans l’article 2751, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 3 juillet 2005 et modifi é par la loi du 22 dé- cembre 2008, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 6 Art. 11 In artikel 2752, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005, worden de woorden “in toe- passing van artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “in toepassing van artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 12 In artikel 2753, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 13 In artikel 2754, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door bij de wet van 23 december 2005, worden de woor- den “bij toepassing van artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “in toepassing van artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 14 In artikel 2755, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005 en laatstelijk gewij- zigd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 15 In artikel 2756 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2007 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008, 22 december 2009 en 28 april 2011, worden de woorden “bedoeld in artikel 270,” telkens vervangen door de woorden “bedoeld in artikel 270, eerste lid,”. Art. 16 In artikel 2757, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 26 december 2015, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 11 Dans l’article  2752, §  1er, du même Code, inséré par la loi du 20 juillet 2005, les mots “en application de l’article 270, 1°.” sont remplacés par les mots “en application de l’article 270, alinéa 1er, 1°.”. Art. 12 Dans l’article 2753, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005 et modifi é en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. Art. 13 Dans l’article 2754, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005, les mots “en application de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en application de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. Art. 14 Dans l’article  2755, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005 et modifi é en dernier lieu par la loi du 26 mars 2018, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. Art. 15 Dans l’article 2756 du même Code, inséré par la loi du 4 mai 2007 et modifi é par les lois des 22 dé- cembre 2008, 22 décembre 2009 et 28 avril 2011, les mots “visés à l’article 270,” sont à chaque fois remplacés par les mots “visés à l’article 270, alinéa 1er,”. Art. 16 Dans l’article 2757, alinéa 1er, du même Code, rem- placé par la loi du 26 décembre 2015, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 7 Art. 17 In artikel 2758 § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 24 maart 2015 en 18 december 2015, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 18 In artikel 2759, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 24 maart 2015 en 18 december 2015, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 19 In artikel 27510, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2015, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 20 In artikel 27511, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden “krachtens artikel 270, 1°,” vervangen door de woorden “krachtens artikel 270, eerste lid, 1°,”. Art. 21 In artikel 412bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden “de in artikel 270, 5°, vermelde akten” ver- vangen door de woorden “de in artikel 270, eerste lid, 5°, vermelde akten”. Afdeling 2 Verplichting tijdens overgangsperiode voor de inkomsten verkregen in de periode van 1 januari 2019 tot en met 28 februari 2019 Art. 22 § 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 179 of 220 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 maakt een fi che op die de bezoldigingen bedoeld in arti- kel 30, 1° en 2°, van hetzelfde Wetboek herneemt die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 28 februari 2019 Art. 17 Dans l’article  2758,§  1er, du même Code, inséré par la loi du 15 mai 2014 et modifi é par les lois des 24 mars 2015 et 18 décembre 2015, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. Art. 18 Dans l’article  2759, §  1er, du même Code, inséré par la loi du 15 mai 2014 et modifi é par les lois des 24 mars 2015 et 18 décembre 2015, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. Art. 19 Dans l’article  27510, alinéa  1er, du même Code, inséré par la loi du 10 août 2015, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. Art. 20 Dans l’article  27511, alinéa  1er, du même Code, inséré par la loi du 26 mars 2018, les mots “en vertu de l’article 270, 1°,” sont remplacés par les mots “en vertu de l’article 270, alinéa 1er, 1°,”. Art. 21 Dans l’article  412bis, alinéa  1er, du même Code, inséré par la loi du 28 décembre 1992, les mots “visés à l’article 270, 5°.” sont remplacés par les mots “visés à l’article 270, alinéa 1er, 5°.”. Section 2 Obligation transitoire pour les revenus perçus durant la période du 1er janvier 2019 au 28 février 2019 Art. 22 § 1er. Le contribuable visé à l’article 179 ou 220 du Code des impôts sur les revenus 1992 établit une fi che reprenant les rémunérations visées à l’article 30, 1° et 2°, du même Code qui sont payées ou attribuées à un bénéfi ciaire durant la période du 1er janvier 2019 au DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 8 aan een begunstigde worden betaald of toegekend door een buitenlandse vennootschap die met de belasting- plichtige verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van de begunstigde ten behoeve van de belastingplichtige. De in artikel 227, 2° en 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtige maakt een fi che op die de bezoldigingen bedoeld in ar- tikel 30, 1° en 2°, van hetzelfde Wetboek herneemt die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 28 februari 2019 aan een begunstigde zijn betaald of toegekend door een buitenlandse vennootschap die met de belas- tingplichtige verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van de begunstigde ten behoeve van de belastingplichtige waarvoor de belastingplichtige in België of in het bui- tenland in artikel 30, 1° en 2°, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 bedoelde bezoldigingen betaalt of toekent die beroepskosten zijn in de zin van artikel 237 van hetzelfde Wetboek. De in het eerste en tweede lid bedoelde fi che wordt voor 1 maart 2020 langs elektronische weg aan de FOD Financiën bezorgd . De Koning stelt het model op van de fi che bedoeld in het eerste en tweede lid. § 2. In afwijking van de artikelen 219 en 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is in geval van afwezigheid, onvolledigheid of laattijdigheid van de in paragraaf 1 bedoelde fi che, per vastgestelde inbreuk een boete verschuldigd van 10 pct. van het bedrag van de toegekende of betaalde bezoldigingen bedoeld in paragraaf 1, eerste en tweede lid. Er wordt geen boete toegepast wanneer de belas- tingplichtige aantoont dat de bezoldigingen bedoeld in artikel 30, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkom- stenbelastingen 1992 begrepen zijn in een door de begunstigde overeenkomstig artikel 305 van hetzelfde Wetboek ingediende aangifte of in een door de be- gunstigde in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte. Art. 23 Voor zover daarvan niet wordt afgeweken, zijn de be- palingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 van toepassing op deze afdeling. 28 février 2019 par une société étrangère liée au contri- buable au sens de l’article 1:20 du Code des sociétés et des associations, en raison ou à l’occasion de l’activité professionnelle du bénéfi ciaire au profi t du contribuable. Le contribuable visé à l’article  227, 2° et 3°, du Code des impôts sur les revenus 1992 établit une fi che reprenant les rémunérations visées à l’article 30, 1° et 2°, du même Code qui sont payées ou attribuées à un bénéfi ciaire, durant la période du 1er janvier 2019 au 28 février 2019 par une société étrangère liée au contribuable au sens de l’article  1:20 du Code des sociétés et des associations, en raison ou à l’occasion de l’activité professionnelle du bénéfi ciaire au profi t du contribuable pour laquelle le contribuable paye ou attribue en Belgique ou à l’étranger des rémunérations visées à l’article 30, 1° et 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992, qui constituent des frais professionnels au sens de l’article 237 du même Code. La fi che visée aux alinéas  1er et 2 est transmise par voie électronique au SPF Finances avant le 1er mars 2020. Le Roi fi xe le modèle de la fi che visée aux alinéas 1er et 2. § 2. Par dérogation aux articles 219 et 445 du Code des impôts sur les revenus 1992, en cas d’absence, d’incomplètude ou de remise tardive de la fi che visée au paragraphe 1er, une amende de 10 p.c. du mon- tant des rumérations attribuées ou payées visées au paragraphe 1er, alinéa 1er et 2, est due par infraction constatée. Aucune amende n’est appliquée lorsque le contri- buable démontre que les rémunérations visées à l’article 30, 1° et 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992 sont comprises dans une déclaration introduite par le bénéfi ciaire conformément à l’article 305 du même Code ou dans une déclaration analogue introduite à l’étranger par le bénéfi ciaire. Art. 23 Pour autant qu’il n’y soit pas dérogé, les dispositions du Code des impôts sur les revenus 1992 sont d’appli- cation à la présente section. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 9 Afdeling 3 Inwerkingtreding Art. 24 Afdeling 1 van dit hoofdstuk treedt in werking op 1 maart 2019 en is van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 maart 2019. HOOFDSTUK 4 Juridische constructies Art. 25  In artikel 2, § 1, 13°, b), derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2015, worden de woorden “de voor welbepaalde Staten of rechtsgebieden beoogde rechts- vormen” vervangen door de woorden “de gevallen”. Art. 26  Het koninklijk besluit van 21  november 2018 tot aanpassing van het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b), tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt bekrachtigd met ingang van de dag van zijn in- werkingtreding. TITEL III Fraudebestrijding HOOFDSTUK 1 Wijzigingen inzake inkomstenbelastingen Afdeling 1 Gegevensuitwisseling met derde landen Art. 27 In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een artikel 338ter ingevoegd, luidende: “Art. 338ter. Teneinde de gegevens bedoeld in arti- kel 338, § 24/1, te kunnen overmaken aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten en de bevoegde autoriteiten van derde landen, binnen de juridische grondslag die op basis van wederkerigheid de uitwisseling van infor- matie tussen België en het derde land regelt, kunnen Section 3 Entrée en vigueur Art. 24 La section première du présent chapitre entre en vigueur le 1er mars 2019 et est applicable aux rémuné- rations payées ou attribuées à partir du 1 mars 2019. CHAPITRE 4 Constructions juridiques Art. 25  À l’article 2, § 1er, 13°, b), alinéa 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 10 août 2015, les mots “les formes juridiques visées pour des États ou des juridictions déterminés” sont remplacés par les mots “les cas qui sont présumés”. Art. 26  L’arrêté royal du 21 novembre 2018 portant adaptation de l’arrêté royal du 18 décembre 2015 d’exécution de l’article 2, § 1er, 13°, b), alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 est confi rmé avec effet à la date de son entrée en vigueur. TITRE III Lutte contre la fraude CHAPITRE 1ER Modifi cations en matière d’impôts sur les revenus Section 1re Échange de données avec des pays tiers Art. 27 Dans le Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un article 338ter, rédigé comme suit: “Art 338ter. Afi n de pouvoir transmettre les données visées à l’article  338, § 24/1, aux autorités compé- tentes étrangères et aux autorités compétentes des pays tiers, conformément au fondement juridique qui règle l’échange d’informations entre la Belgique et le pays tiers, et sur la base de réciprocité, les données DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 10 de voormelde gegevens door de Belgische bevoegde autoriteit conform artikel 30, tweede lid en artikel 31, zevende lid van de Richtlijn 2015/849/EU zonder enige beperking bij de volgens voormelde Richtlijn meldings- plichtige entiteiten worden opgevraagd, die ze binnen een maand na het verzoek dienen te bezorgen aan de Belgische bevoegde autoriteit.”. Afdeling 2 Juridische constructies Art. 28 In artikel 333 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk ge- wijzigd bij de wetten van 24 maart 2015 en 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden “vierde lid.” vervangen door de woorden “vijfde lid.”; 2° in het derde lid worden de woorden “artikel 354, tweede lid, bedoelde aanvullende termijn van vier jaar,” vervangen door de woorden “artikel 354, tweede en derde lid, bedoelde aanvullende termijn van respectie- velijk vier en zeven jaar,”; 3° in het derde lid in fi ne worden de woorden “met de aanvullende termijn van vier jaar.” vervangen door de woorden “met de hierboven bedoelde aanvullende termijn van respectievelijk vier en zeven jaar.”. Art. 29 In artikel 354 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewij- zigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: “Wanneer in een land opgenomen in de lijst van staten zonder of met een lage belasting bedoeld in artikel 307, § 1/2, derde lid, met uitzondering van de landen waarmee een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting werd gesloten en op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende staten, gebruik wordt gemaakt van juridische constructies die ertoe strek- susvisées peuvent être demandées conformément à l’article 30, alinéa 2 et à l’article 31, alinéa 7 de la Direc- tive 2015/849/CE, sans aucune limitation par l’autorité compétente belge auprès des entités tenues de notifi er en vertu de la Directive susmentionnée, qui doivent les communiquer à l’autorité compétente belge dans un délai d’un mois à compter de la demande.”. Section 2 Constructions juridiques Art. 28 A l’article 333 du même Code, modifi é en dernier lieu par les lois du 24 mars 2015 et du 30 juin 2017, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans l’alinéa 2, les mots “alinéa 4.” sont remplacés par les mots “alinéa 5.”; 2° dans l’alinéa 3, les mots “de quatre ans prévu à l’article 354, alinéa 2,” sont remplacés par les mots “de respectivement quatre et sept ans prévus à l’article 354, alinéas 2 et 3,”; 3° dans l’alinéa 3 in fi ne, les mots “prolongé du délai supplémentaire de quatre ans.” sont remplacés par les mots “prolongé du délai supplémentaire susvisé de respectivement quatre et sept ans.”. Art. 29 A l’article 354 du même Code, modifi é en dernier lieu par la loi du 27 avril 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3: “Lorsque dans un État fi gurant sur la liste des États à fi scalité inexistante ou peu élevée visée à l’article 307, § 1er/2, alinéa 3, à l’exception des États avec lesquels a été conclue une convention préventive de double impo- sition et à condition que cette convention ou un traité assure l’échange des informations qui sont nécessaires afi n d’exécuter les dispositions des lois nationales des États contractants, il est fait usage de constructions juridiques visant à dissimuler l’origine ou l’existence du patrimoine, le délai visé à l’alinéa 1er est prolongé de DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 11 ken de herkomst of het bestaan van het vermogen te verhullen, wordt de in het eerste lid bedoelde termijn met zeven jaar verlengd in geval van een inbreuk op de bepalingen van dit Wetboek of van ter uitvoering ervan genomen besluiten.”; 2° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord “twee” vervangen door het woord “drie”. Afdeling 3 Onderzoeksbevoegdheden Art. 30 In artikel 322, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wij- zigingen aangebracht: 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd luidende: “Het recht om derden te horen en om een onderzoek in te stellen mag slechts worden uitgeoefend door ambtenaren die minstens de graad van fi nancieel des- kundige bezitten, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de inkom- stenbelastingen.”; 2° het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt aangevuld als volgt: “Het recht om het UBO-register te consulteren mag slechts worden uitgeoefend door een ambtenaar met een hogere titel dan die van attaché.”; 3° het vroegere derde lid wordt opgeheven. HOOFDSTUK 2 Wijzigingen van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 31 In het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 93bis/1 ingevoegd, luidende: “Art. 93bis/1. In afwijking van artikel 4 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, mogen de verzoeken om inlichtingen van buitenlandse autoriteiten en de antwoorden verstrekt aan die autori- teiten evenals elke andere correspondentie tussen de sept ans en cas d’infraction aux dispositions du présent Code ou des arrêtés pris pour son exécution.”; 2° dans l’alinéa 3 ancien, devenant l’alinéa 4, le mot “deux” est remplacé par le mot “trois”. Section 3 Pouvoirs d’investigation Art. 30 Dans l’article 322, § 1er, du même Code, modifi é par la loi du 26 mars 2018, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2: “Le droit d’entendre des tiers et de procéder à des enquêtes ne peut être exercé que par des agents ayant au minimum le grade d’expert fi nancier. munis de leur commission et chargés d’effectuer un contrôle ou une enquête se rapportant à l’application de l’impôt sur les revenus.”; 2° l’alinéa 2 ancien, devenant l’alinéa 3, est complété comme suit: “Le droit de consulter le registre UBO ne peut être exercé que par un agent ayant un titre supérieur à celui d’attaché.”; 3° l’alinéa 3 ancien est abrogé. CHAPITRE 2 Modifi cations du code de la taxe sur la valeur ajoutée Art. 31 Dans le Code de la taxe sur la valeur ajoutée, il est inséré un article 93bis/1 rédigé comme suit: “Art. 93bis/1. Par dérogation à l’article 4 de la loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l’administration, les demandes de renseignements transmises par les autorités étrangères et les réponses qui sont fournies à ces autorités ainsi que toute autre correspondance DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 12 bevoegde autoriteiten niet openbaar worden gemaakt zolang het onderzoek van de buitenlandse autoriteit niet is afgesloten en voor zover de openbaarmaking nadelig zou zijn voor het voormelde onderzoek, tenzij de buitenlandse autoriteit haar uitdrukkelijk akkoord heeft gegeven voor deze openbaarmaking. Het in het eerste lid bedoelde akkoord wordt geacht te zijn bekomen wanneer de buitenlandse autoriteit niet reageert binnen een termijn van 90 dagen te re- kenen vanaf het verzenden door de Belgische Staat van de vraag tot openbaarmaking, en de informatie niet verschaft dat de vertrouwelijkheid van de uitgewis- selde gegevens en de correspondentie volgens de voorwaarden van dit artikel moet voortduren, wanneer de persoon in wiens hoofde het onderzoek door de buitenlandse Staat wordt gevoerd uitdrukkelijk deze toegang aan de Belgische Staat heeft gevraagd.”. HOOFDSTUK 3 Wijzigingen van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fi scale zaken Art. 32 In artikel 22, derde lid, van de wet van 24 decem- ber 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fi scale za- ken, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: “1° bij het indienen van de aanvraag, essentiële ele- menten van de beschreven verrichting of situatie betrek- king hebben op een vluchtland dat niet samenwerkt met de OESO of op een land opgenomen in de lijst van staten zonder of met een lage belasting bedoeld in artikel 307, § 1/2, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbe- lastingen 1992 tenzij met dit land een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting werd gesloten en op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende staten;”. entre les autorités compétentes ne sont pas susceptibles d’être divulguées aussi longtemps que l’enquête de l’autorité étrangère n’est pas clôturée et pour autant que la divulgation nuirait aux besoins de l’enquête précitée, à moins que l’autorité étrangère n’ait expressément marqué son accord sur cette divulgation. L’accord visé à l’alinéa 1er est acquis si l’autorité étrangère ne réagit pas dans un délai de 90 jours à partir de l’envoi de la demande de divulgation par l’État belge et n’apporte pas l’information que la confi dentia- lité des données et correspondances échangées selon les conditions du présent article doit perdurer, lorsque la personne dans le chef de qui l’enquête est menée par l’État étranger a explicitement demandé cet accès à l’État belge.”. CHAPITRE 3 Modifi cations de la loi du 24 décembre 2002 modifi ant le régime des sociétés en matière d’impôts sur les revenus et instituant un système de décision anticipée en matière fi scale Art. 32 Dans l’article  22, alinéa  3, de la loi du 24  dé- cembre  2002 modifiant le régime des sociétés en matière d’impôts sur les revenus et instituant un sys- tème de décision anticipée en matière fi scale, le 1° est remplacé par ce qui suit: “1° lors de l’introduction de la demande, des éléments essentiels de l’opération ou de la situation décrite se rattachent à un pays refuge non coopératif avec l’OCDE ou à un pays fi gurant sur la liste des États à fi scalité inexistante ou peu élevée, visée à l’article 307, § 1er/2, alinéa 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, à moins qu’une convention préventive de double imposition n’ait été conclue avec cet État et à condition que cette convention ou un traité assure l’échange des informations qui sont nécessaires afi n d’exécuter les dispositions des lois nationales des États contractants;”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 13 HOOFDSTUK 4 De invordering Afdeling 1 Verplichting van de betaling in euro door bepaalde administraties van de FOD Financiën Art. 33 Elke som die door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fi scale en niet-fi scale schuldvorderingen moet worden teruggegeven of betaald, moet uitgevoerd worden in euro. Afdeling 2 Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de programmawet (I) van 29 maart 2012 en het burgerlijk Wetboek inzake het E-notariaat Onderafdeling 1 Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 34 In artikel 62 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de programmawet van 27 april 2007 en bij de wet van 25 april 2014, wordt paragraaf 2 opgeheven. Art. 35 In artikel  66, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 28 ja- nuari 2004 en 17 december 2012, worden de woorden “artikel 62, § 1,” vervangen door de woorden “artikel 62”. Art. 36 Artikel 93ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 28 december 1992, de koninklijke besluiten van 20 juli 2000, 31 maart 2003 en 25 febru- ari 2007 en de wetten van 27 april 2007 en 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt: CHAPITRE 4 Le recouvrement Section 1re Obligation de paiement en euros par certaines administrations du SPF Finances Art. 33 Toute somme à restituer ou à payer par l’administra- tion du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fi scales et non fi scales doit être exécutée en euros. Section 2 Modifi cations du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, du Code des impôts sur les revenus 1992, de la loi- programme (I) du 29 mars 2012 et du Code civil en matière d’E-notariat Sous-section 1re Code de la taxe sur la valeur ajoutée Art. 34 Dans l’article 62 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, remplacé par la loi du 28 décembre 1992 et modifi é par la loi-programme du 27  avril  2007 et par la loi du 25 avril 2014, le paragraphe 2 est abrogé. Art. 35 Dans l’article 66, alinéa 1er, du même Code, modifi é par les lois du 28 décembre 1992, 28 janvier 2004 et 17 décembre 2012, les mots “l’article 62, § 1er,” sont remplacés par les mots “l’article 62,”. Art. 36 L’article 93ter du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980 et modifi é par les lois du 22 décembre 1989, 28  décembre  1992, les arrêtés royaux des 20  juil- let 2000, 31 mars 2003 et 25 février 2007, et des lois du 27 avril 2007 et 24 juillet 2008 , est remplacé par ce qui suit: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 14 “Art. 93ter. § 1. De notaris die verzocht is om een akte op te maken die de vervreemding of hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp heeft, is persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, wanneer hij daarvan geen bericht geeft aan: 1° de dienst belast met informatie- en communicatie- technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, op elektronische wijze; 2° de ontvanger waaronder de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp van de akte is, ressorteert, of de ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed zijn verblijfplaats in het buitenland heeft, wanneer het bericht omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende brief verzonden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt dit bericht als niet bestaande beschouwd. § 2. Wanneer het bericht meegedeeld is in overeen- stemming met paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt onder de verzendingsdatum van het bericht verstaan de da- tum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën. § 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, voorafgaat. § 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings- voorwaarden van dit artikel.”. Art. 37 Artikel 93quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980 en gewijzigd bij de konink- lijke besluiten van 31 maart 2003, en 25 februari 2007, en bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt: “Art. 93ter. § 1er. Le notaire requis de dresser un acte ayant pour objet l’aliénation ou l’affectation hypothécaire d’un bien susceptible d’hypothèque, est personnelle- ment responsable du paiement de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires pouvant donner lieu à ins- cription hypothécaire lorsqu’il n’en avise pas: 1° le service en charge de la technologie de l’infor- mation et de la communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique; 2° le receveur dont relève le propriétaire ou le titulaire d’un droit réel sur le bien faisant l’objet de l’acte, ou le receveur du service désigné à cette fi n par le Roi lorsque le propriétaire ou le titulaire d’un droit réel sur le bien a sa résidence à l’étranger, lorsque la communication de l’avis ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°. Dans ce cas, l’avis est adressé par lettre recommandée. Si l’acte envisagé n’est pas passé dans les trois mois à compter de l’envoi de l’avis, cet avis sera considéré comme non avenu. § 2. Lorsque la communication de l’avis est effectuée conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date d’envoi de l’avis s’entend de la date de l’accusé de réception communiqué par le service en charge de la technologie de l’information et de la communication du Service public fédéral Finances. § 3. Lorsqu’un même avis est adressé successive- ment selon les procédures prévues respectivement au paragraphe 1er ,alinéa 1er, 1° et 2°, l’avis établi confor- mément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de l’avis établi conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°. § 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques du présent article.”. Art. 37 L’article 93quater du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980 et modifi é par les arrêtés royaux du 31 mars 2003 et 25 février 2007 et par la loi du 24 juil- let 2008, est remplacé par ce qui suit: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 15 “Art. 93quater. § 1. Indien het belang van de Schatkist dit vereist, geeft de bevoegde ontvanger aan de notaris, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de datum van de verzending van het in artikel 93ter bedoelde bericht, kennis van het bedrag van de belas- ting over de toegevoegde waarde en bijbehoren dat aanleiding kan geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek van de Schatkist op het goed dat het voor- werp van de akte is: 1° op elektronische wijze, volgens een door de Koning bepaalde procedure; 2° bij aangetekende brief, wanneer de kennisgeving omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of wanneer de notaris het bericht bedoeld in artikel 93ter, § 1, heeft verzonden bij aangetekende brief. § 2. Wanneer de kennisgeving is meegedeeld over- eenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, is de datum van de verzending van de kennisgeving de datum van de ontvangstbevestiging meegedeeld door de dienst in- formatie- en communicatietechnologie van de afzender van het bericht bedoeld in artikel 93ter, § 1. § 3. Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvol- gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, dan zal de kennisgeving opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de kennisgeving opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, voorafgaat.”. Art. 38 Artikel 93quinquies van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 8 augustus 1980, vervangen, bij de wet van 24 juli 2008 en gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 93quinquies. § 1. Wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in han- den van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is deze bedragen en waarden overeenkomstig de ar- tikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen. “Art. 93quater. § 1er. Si l’intérêt du Trésor l’exige, le receveur compétent notifi e au notaire, avant l’expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d’envoi de l’avis prévu à l’article 93ter, le montant de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires pouvant donner lieu à inscription de l’hypothèque légale du Trésor sur le bien faisant l’objet de l’acte: 1° par voie électronique, selon une procédure déter- minée par le Roi; 2° par lettre recommandée, lorsque la communi- cation de la notifi cation ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement tech- nique, être effectuée conformément au 1°, ou lorsque le notaire a adressé l’avis visé par l’article  93ter, § 1er, par lettre recommandée. § 2. Lorsque la communication de la notifi cation est effectuée conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date d’envoi de la notifi cation s’entend de la date de l’accusé de réception communiqué par le service Technologie de l’information et de la communication de l’expéditeur de l’avis visé à l’article 93ter, § 1er. § 3. Lorsqu’une même notifi cation est adressée suc- cessivement selon les procédures prévues respective- ment au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, la notifi cation établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de la notifi cation établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°.”. Art. 38 L’article 93quinquies du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980, remplacé par la loi du 24 juillet 2008 et modifi é par la loi du 27 avril 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 93quinquies. §  1er. Lorsque l’acte visé à l’article  93ter est passé, la notifi cation visée à l’ar- ticle 93quater emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu’il détient en vertu de l’acte pour le compte ou au profi t du redevable et vaut opposition sur le prix au sens de l’article 1642 du Code judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de répartir ces sommes et valeurs conformément aux articles 1639 à 1654 du Code judiciaire. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 16 Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, onder voorbehoud van toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belasting- schuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvanger bedoeld in ar- tikel 93quater te storten tot beloop van het bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren dat hem ter uitvoering van artikel 93quater ter kennis werd gebracht en in zoverre deze belasting en bijbeho- ren aanleiding hebben gegeven tot een dwangbevel of zijn opgenomen in een innings-en invorderingsregister als bedoeld in artikel 85 waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door een in artikel 89 bedoelde vor- dering in rechte. Daarenboven, wanneer de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedra- gen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, met inbegrip van de ontvanger, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover informeren aan: 1° de dienst belast met informatie- en communicatie technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, op elektronische wijze; 2° de ontvanger bedoeld in artikel  93quater bij aangetekende brief, wanneer de notaris omwille van overmacht of een technische storing de inlichtingen niet kan verstrekken overeenkomstig de bepaling onder 1° of wanneer hij het bericht bedoeld in artikel 93ter, § 1, bij aangetekende brief heeft verzonden. De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst belast met informatie- en communicatietechno- logie van de Federale Overheidsdienst Financiën, of de datum van verzending van de aangetekende brief. §  2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvol- gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in paragraaf 1, derde lid, 1° en 2°, dan zal de inlichting opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, derde lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de inlichting opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, derde lid, 1°, voorafgaat. § 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet aan de Staat worden tegengeworpen indien de inschrijving Sans préjudice des droits des tiers, lorsque l’acte visé à l’article 93ter est passé, le notaire est tenu, sous réserve de l’application des articles 1639 à 1654 du Code judiciaire, de verser entre les mains du receveur visé à l’article 93quater, au plus tard le huitième jour ouvrable qui suit la passation de l’acte, les sommes et valeurs qu’il détient en vertu de l’acte pour le compte ou au profi t du redevable, à concurrence du montant de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires qui lui ont été notifi és en exécution de l’article 93quater et dans la mesure où cette taxe et ces accessoires ont donné lieu à une contrainte ou sont repris dans un registre de perception et de recouvrement visés à l’article 85 dont l’exécution n’est pas interrompue par l’action en justice prévue à l’article 89. En outre, lorsque les sommes et valeurs ainsi saisies- arrêtées sont inférieures à l’ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris le receveur, le notaire doit, sous peine d’être personnellement responsable de l’excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l’acte: 1° le service en charge de la technologie de l’infor- mation et de la communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique; 2° le receveur visé à l’article 93quater, par lettre recommandée, lorsque le notaire ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique, communiquer l’information conformément au 1° ou lorsqu’il a adressé l’avis visé à l’article 93ter, § 1er, par lettre recommandée. Selon le cas, la date de l’information est celle de la date de l’accusé de réception communiqué par le ser- vice en charge de la technologie de l’information et de la communication du Service public fédéral Finances, ou de la date d’envoi de la lettre recommandée. § 2. Lorsqu’une même information est adressée suc- cessivement selon les procédures prévues respective- ment au paragraphe 1er, alinéa 3, 1° et 2°, l’information établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 3, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de l’information établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°. § 3. Sans préjudice des droits des tiers, la trans- cription ou l’inscription de l’acte n’est pas opposable à l’État, si l’inscription de l’hypothèque légale a lieu dans DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 17 van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in paragraaf 1, vierde lid. Alle niet-ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in paragraaf 1, derde lid, bepaalde termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend, zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belasting over de toege- voegde waarde en bijbehoren, welke overeenkomstig artikel 93quater werden ter kennis gebracht. § 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings- voorwaarden van dit artikel.”. Art. 39 Artikel 93octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, wordt opgeheven. Art. 40 In artikel 93nonies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, worden de woorden “ar- tikelen 93ter tot 93octies” vervangen door de woorden “artikelen 93ter tot 93septies”. Art. 41 Artikel 93decies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, wordt vervangen als volgt: “Art. 93decies. Met het akkoord van de belasting- schuldige zijn de banken, onderworpen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, evenals de kredietgevers en bemiddelaars inzake hypothecair krediet, onderworpen aan Boek VII, Titel 4, Hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht, gemachtigd het in artikel 93ter bedoelde bericht te verzenden en zijn zij bevoegd om de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving te ontvangen. De afgifte van een attest door die instellingen aan de notaris betreffende de verzending van het bericht en het gevolg daaraan gegeven door de ontvanger bedoeld in artikel 93quater, stelt de aansprakelijkheid van die instellingen in de plaats van die van de notaris.”. les huit jours ouvrables de la date de l’information visée au paragraphe 1er, alinéa 4. Sont inopérantes au regard des créances de la taxe sur la valeur ajoutée et d’accessoires notifi és conformé- ment à l’article 93quater, toutes créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n’est pratiquée qu’après l’expiration du délai prévu au paragraphe 1er, alinéa 3. § 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques du présent article.”. Art. 39 L’article 93octies du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980, est abrogé. Art. 40 Dans l’article 93nonies du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980, les mots “articles 93ter à 93octies” sont remplacés par les mots “articles 93ter à 93septies”. Art. 41 L’article 93decies du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980, est remplacé par ce qui suit: “Art. 93decies. Moyennant l’accord du redevable, les banques soumises à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, ainsi que les prêteurs en crédit hypothécaire et les intermé- diaires en crédit hypothécaire soumis au Livre VII, titre 4, chapitre 4, du Code de droit économique, sont autori- sées à adresser l’avis prévu à l’article 93ter et qualifi ées pour recevoir la notifi cation visée à l’article 93quater. La remise d’une attestation par ces organismes au notaire relativement à l’envoi de l’avis et à la suite y donnée par le receveur visé à l’article 93quater substitue la responsabilité de ces organismes à celle du notaire.”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 18 Art. 42 Artikel 93undecies A van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 8 augustus 1980 en gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2005 en 11 juli 2018, wordt vervangen als volgt: “Art. 93undecies A. Geen akte die in het buitenland verleden is en de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed of een schip tot voorwerp heeft, wordt in België tot overschrijving of inschrijving in de registers van de hypothecaire open- baarmaking, wat de onroerende goederen betreft, of in het Belgisch Scheepsregister, wat de schepen betreft, toegelaten, indien zij niet vergezeld gaat van een attest van de ontvanger bedoeld in artikel 93ter. Dit attest moet vaststellen ofwel dat de eigenaar of de houder van een zakelijk recht geen belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd is, ofwel dat de wet- telijke hypotheek, die de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde waarborgt, ingeschreven is.”. Onderafdeling 2 Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 43 Artikel 433 van het Wetboek van de inkomstenbelas- tingen 1992, vervangen bij de wet van 24 juli 2008 en gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 433. § 1. De notaris die verzocht is om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp heeft, is persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, wanneer hij daarvan geen bericht geeft aan: 1° de dienst belast met informatie- en communicatie- technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, op elektronische wijze; 2° de ontvanger waaronder de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed ressorteert, of de ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed zijn verblijfplaats in het buitenland heeft en, daarenboven, zo het om een onroerend goed gaat, de ontvanger, bevoegd voor de invordering van de onroerende voorheffing van dat goed, wanneer het bericht omwille van overmacht of Art. 42 L’article 93undecies A du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980 et modifi é par les lois des 10 août 2005 et 11 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit: “Art. 93undecies A. Aucun acte passé à l’étranger et ayant pour objet l’aliénation ou l’affectation hypo- thécaire d’un immeuble, ou d’un bateau ne sera admis en Belgique à la transcription ou à l’inscription dans le registres de la publicité hypothécaire en ce qui concerne les immeubles, ou dans le Registre naval belge, en ce qui concerne les bateaux, s’il n’est accompagné d’un certifi cat du receveur visé à l’article 93ter. Ce certifi cat doit attester que le propriétaire ou le titulaire d’un droit réel n’est pas redevable de taxe sur la valeur ajoutée ou que l’hypothèque légale garantissant la taxe sur la valeur ajoutée due a été inscrite.”. Sous-section 2 Code des impôts sur les revenus 1992 Art. 43 L’article 433 du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 24 juillet 2008 et modifi é par la loi du 27 avril 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 433. § 1er. Le notaire requis de dresser un acte ayant pour objet l’aliénation ou l’affectation hypothécaire d’un bien susceptible d’hypothèque, est personnelle- ment responsable du paiement des impôts et des acces- soires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire, lorsqu’il n’en avise pas: 1° le service en charge de la technologie de l’infor- mation et de la communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique; 2° le receveur dont relève le propriétaire ou le titulaire d’un droit réel sur le bien, ou le receveur du service désigné à cette fi n par le Roi lorsque le propriétaire ou le titulaire d’un droit réel sur le bien a sa résidence à l’étranger, et, en outre, s’il s’agit d’un immeuble, le receveur compétent pour le recouvrement du précompte immobilier de ce bien, lorsque la communication de l’avis ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être effectuée DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 19 een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig de bepaling onder 1°. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende brief verzonden. § 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzen- ding van het bericht, wordt dit bericht als niet bestaande beschouwd. Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig paragraaf 1, 1°, wordt onder de verzendingsdatum van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheids- dienst Financiën. § 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voor- zien respectievelijk in paragraaf 1, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld over- eenkomstig paragraaf 1, 1°, voorafgaat. § 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings- voorwaarden van dit artikel.”. Art. 44 Artikel 434 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 maart 2003 en 25 febru- ari 2007 en bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen als volgt: “Art. 434. § 1. Indien het belang van de Schatkist dit vereist, wordt door de bevoegde ontvanger aan de nota- ris, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de datum van de verzending van het in artikel 433 bedoelde bericht, kennis gegeven van het bedrag van de belastingen en bijbehoren dat aanleiding kan geven tot inschrijving van de wettelijke hypotheek van de Schatkist op het goed dat het voorwerp van de akte is: 1° op elektronische wijze, volgens de door de Koning bepaalde procedure; 2° bij aangetekende brief, wanneer de kennisgeving omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of wanneer de notaris het bericht bedoeld in artikel 433, § 1, heeft verzonden bij aangetekende brief. conformément au 1°. Dans ce cas, l’avis est adressé par lettre recommandée. § 2. Si l’acte envisagé n’est pas passé dans les trois mois à compter de l’envoi de l’avis, cet avis sera consi- déré comme non avenu. Lorsque la communication de l’avis est effectuée conformément au paragraphe 1er, 1°, la date d’envoi de l’avis s’entend de la date de l’accusé de réception com- muniqué par le service en charge de la technologie de l’information et de la communication du Service public fédéral Finances. § 3. Lorsqu’un même avis est adressé successive- ment selon les procédures prévues respectivement au paragraphe 1er, 1° et 2°, l’avis établi conformément au paragraphe 1er, 2°, ne prévaut que lorsque la date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de l’avis établi conformément au paragraphe 1er, 1°. § 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques du présent article.”. Art. 44 L’article 434 du même Code, modifi é par les arrêtés royaux du 31 mars 2003 et 25 février 2007 et par la loi du 24 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit: “Art. 434. § 1er. Si l’intérêt du Trésor l’exige, le rece- veur compétent notifi e au notaire, avant l’expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d’envoi de l’avis visé à l’article 433, le montant des impôts et des acces- soires pouvant donner lieu à inscription de l’hypothèque légale du Trésor sur le bien faisant l’objet de l’acte: 1° par voie électronique, selon une procédure déter- minée par le Roi; 2° par lettre recommandée, lorsque la communication de la notifi cation ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°, ou lorsque le notaire a adressé l’avis visé à l’article 433, § 1er, par lettre recommandée. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 20 § 2. Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvol- gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, dan zal de kennisgeving opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de kennisgeving opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, voorafgaat. § 3. Wanneer de kennisgeving is meegedeeld over- eenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, is de datum van de verzending van de kennisgeving de datum van de ontvangstbevestiging meegedeeld door de dienst in- formatie- en communicatietechnologie van de afzender van het bericht bedoeld in artikel 433, § 1.”. Art. 45 Artikel 435 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 juli 2008 en gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 435. § 1. Wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 434 bedoelde ken- nisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen. Onverminderd de rechten van derden, is de notaris, wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, ertoe gehouden onder voorbehoud van toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belasting- schuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de in artikel 434 bedoelde ontvanger te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen en bijbehoren dat hem ter uitvoering van artikel 434 ter kennis werd gebracht en in zoverre deze belastingen en bijbehoren een zekere en vaststaande schuld in de zin van artikel 410 vormen. Daarenboven, wanneer de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedra- gen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvanger, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover informeren aan: § 2. Lorsque la même notifi cation est adressée suc- cessivement selon les procédures prévues respective- ment au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, la notifi cation établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de la notifi cation établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°. § 3. Lorsque la communication de la notifi cation est effectuée conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date d’envoi de la notifi cation s’entend de la date de l’accusé de réception communiqué par le service Technologie de l’information et de la communication de l’expéditeur de l’avis visé à l’article 433, § 1er. “. Art. 45 L’article 435 du même Code, remplacé par la loi du 24 juillet 2008 et modifi é par la loi du 27 avril 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 435. § 1er. Lorsque l’acte visé à l’article 433 est passé, la notifi cation visée à l’article 434 emporte saisie-arrêt entre les mains du notaire sur les sommes et valeurs qu’il détient en vertu de l’acte pour le compte ou au profi t du redevable et vaut opposition sur le prix au sens de l’article 1642 du Code judiciaire dans les cas où le notaire est tenu de répartir ces sommes et valeurs conformément aux articles  1639 à 1654 du Code judiciaire. Sans préjudice des droits des tiers, lorsque l’acte visé à l’article 433 est passé, le notaire est tenu, sous réserve de l’application des articles  1639 à 1654 du Code judiciaire, de verser au receveur visé à l’article 434, au plus tard le huitième jour ouvrable qui suit la passation de l’acte, les sommes et valeurs qu’il détient en vertu de l’acte pour le compte ou au profi t du redevable, à concurrence du montant des impôts et accessoires qui lui ont été notifi és en exécution de l’article 434 et dans la mesure où ces impôts et accessoires constituent une dette certaine et liquide au sens de l’article 410. En outre, lorsque les sommes et valeurs ainsi saisies- arrêtées sont inférieures à l’ensemble des sommes dues aux créanciers inscrits et aux créanciers opposants, en ce compris le receveur, le notaire doit, sous peine d’être personnellement responsable de l’excédent, en informer au plus tard le premier jour ouvrable qui suit la passation de l’acte: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 21 1° de dienst belast met informatie- en communicatie- technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, op elektronische wijze; 2° de ontvanger bedoeld in artikel 434 bij een aan- getekende brief, wanneer de notaris omwille van over- macht of een technische storing de inlichtingen niet kan verstrekken overeenkomstig de bepaling onder 1° of wanneer hij het bericht bedoeld in artikel 433, § 1, bij aangetekende brief heeft verzonden. De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst belast met informatie- en communicatietechno- logie van de Federale Overheidsdienst Financiën, of de datum van verzending van de aangetekende brief. §  2. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvol- gens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in paragraaf 1, derde lid, 1° en 2°, dan zal de inlichting opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, derde lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van de inlichting opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, derde lid, 1°, voorafgaat. § 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte, niet aan de Staat tegengeworpen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen vanaf de datum van de inlichting bedoeld in paragraaf 1, vierde lid. Alle niet-ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in paragraaf 1, derde lid, bepaalde termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend, zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen en bijbehoren, welke ter uitvoering van artikel 434 werden ter kennis gebracht. § 4. De Koning bepaalt de praktische toepassings- voorwaarden van dit artikel.”. Art. 46 Artikel 438 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 47 In artikel 439 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden “artikelen 433 tot 438” vervangen door de woorden “artikelen 433 tot 437”. 1° le service en charge de la technologie de l’infor- mation et de la communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique; 2° le receveur visé à l’article 434, par lettre recom- mandée, lorsque le notaire ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique, communiquer l’information conformément au 1° ou lorsqu’il a adressé l’avis visé à l’article 433, § 1er, par lettre recommandée. Selon le cas, la date de l’information est celle de la date de l’accusé de réception communiqué par le ser- vice en charge de la technologie de l’information et de la communication du Service public fédéral Finances, ou de la date d’envoi de la lettre recommandée. § 2. Lorsqu’une même information est adressée suc- cessivement selon les procédures prévues respective- ment au paragraphe 1er, alinéa 3, 1° et 2°, l’information établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 3, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de l’information établie conformément au paragraphe 1er, alinéa 3, 1°. § 3. Sans préjudice des droits des tiers, la trans- cription ou l’inscription de l’acte n’est pas opposable à l’État, si l’inscription de l’hypothèque légale a lieu dans les huit jours ouvrables de la date de l’information visée au paragraphe 1er, alinéa 4. Sont inopérantes au regard des créances d’impôts et accessoires notifi és en exécution de l’article 434, toutes les créances non inscrites pour lesquelles saisie ou opposition n’est pratiquée qu’après l’expiration du délai prévu au paragraphe 1er, alinéa 3. § 4. Le Roi fi xe les conditions d’application pratiques du présent article.”. Art. 46 L’article 438 du même Code est abrogé. Art. 47 Dans l’article  439 du même Code, les mots “articles  433 à 438” sont remplacés par les mots “articles 433 à 437”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 22 Art. 48 Artikel 440, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervan- gen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, wordt vervangen als volgt: “Met het akkoord van de belastingschuldige zijn de banken, onderworpen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellin- gen, evenals de kredietgevers en bemiddelaars inzake hypothecair krediet, onderworpen aan boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, van het Wetboek van economisch recht, gemachtigd het in artikel 433 bedoelde bericht te ver- zenden en zijn zij bevoegd om de in artikel 434 bedoelde kennisgeving te ontvangen.”. Art. 49 Artikel 441 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 april 2016 en 11 juli 2018, wordt vervan- gen als volgt: “Art. 441. Geen akte die in het buitenland verleden is en de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed of een schip tot voorwerp heeft, wordt in België tot overschrijving of inschrijving in de registers van de hypothecaire openbaarmaking, wat de onroerende goederen betreft, of in het Belgisch Scheepsregister, wat de schepen betreft, toegelaten, indien zij niet vergezeld gaat van een attest van de ontvanger bedoeld in artikel 433. Dit attest moet vaststellen ofwel dat de eigenaar of de houder van het zakelijk recht geen belastingen verschuldigd is, ofwel dat de wettelijke hypotheek die de verschuldigde belastingen en bijbehoren waarborgt, ingeschreven is.”. Onderafdeling 3 Programmawet (I) van 29 maart 2012 Art. 50 Artikel 157 van de programmawet van 29 maart 2012, gewijzigd bij de wet van 13 december 2012, wordt ver- vangen als volgt: “Art. 157. § 1. De notarissen verzocht om een in arti- kel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte of attest van erfopvolging op te maken, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden van de overledene, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de Art. 48 L’article 440, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifi é par la loi du 18 décembre 2015, est remplacé comme suit: “Moyennant l’accord du redevable, les banques soumises à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, ainsi que les prêteurs en crédit hypothécaire et les intermédiaires en crédit hypothécaire soumis au livre VII, titre 4, cha- pitre 4, du Code de droit économique, sont autorisées à adresser l’avis prévu à l’article 433 et qualifi ées pour recevoir la notifi cation visée à l’article 434.”. Art. 49 L’article 441 du même Code, modifi é par les lois du 27 avril 2016 et du 11 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit: “Art. 441. Aucun acte passé à l’étranger et ayant pour objet l’aliénation ou l’affectation hypothécaire d’un immeuble, ou d’un bateau, ne sera admis en Belgique, à la transcription ou à l’inscription dans les registres de la publicité hypothécaire en ce qui concerne les immeubles, ou dans le Registre naval belge, en ce qui concerne les bateaux, s’il n’est pas accompagné d’un certifi cat du receveur visé à l’article 433. Ce certifi cat doit attester que le propriétaire ou le titulaire du droit réel n’est pas redevable d’impôts ou que l’hypothèque légale garantissant les impôts et les accessoires dus a été inscrite.”. Sous-section 3 Loi-programme (I) du 29 mars 2012 Art. 50 L’article 157 de la loi-programme du 29 mars 2012, modifi é par la loi de 13 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit: “Art. 157. § 1er. Les notaires requis de rédiger l’acte ou certifi cat d’hérédité visé à l’article 1240bis du Code civil, sont personnellement responsables du paiement des dettes dont la débition est susceptible d’être notifi ée conformément à l’article 158, qui sont dues par le de cujus, ses héritiers et légataires dont l’identité est men- DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 23 begunstigden van een door hem gemaakte contractuele erfstelling, mits die schulden het onderwerp kunnen uitmaken van een kennisgeving bedoeld in artikel 158 indien zij daarvan geen bericht geven aan: 1° de dienst belast met informatie- en communicatie- technologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, en dit op elektronische wijze; 2° de hiernavolgende ambtenaren, wanneer het be- richt omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°: — de ontvangers waaronder de erfl ater en de recht- verkrijgenden waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest van erfopvolging ressorteren, evenals de ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer de erfl ater en/of een van zijn rechtverkrijgenden in het buitenland verblijven; — de door de Koning aangewezen ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimonium - documentatie. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende brief verzonden. Wanneer het gaat om schulden lastens de overledene is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap. Wanneer het gaat om schulden lastens de rechtver- krijgenden is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest en betreffende dewelke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld. § 2. Indien de akte of het attest waarvan sprake niet wordt opgesteld binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd. § 3. Wanneer hetzelfde bericht achtereenvolgens gegeven wordt overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, voorafgaat. § 4. Wanneer het bericht gegeven wordt overeenkom- stig paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van de ontvangstmelding die wordt gedaan door de dienst tionnée dans l’acte ou le certifi cat, ou les bénéfi ciaires d’une institution contractuelle consentie par le de cujus s’ils n’en avisent pas: 1° le service en charge de la technologie de l’infor- mation et de la communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique; 2° les fonctionnaires ci-après, lorsque la communi- cation de l’avis ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°: — les receveurs dont relèvent le de cujus et les ayants droit dont l’identité est mentionnée dans l’acte ou le certifi cat d’hérédité, ainsi que le receveur du service désigné à cette fi n par le Roi lorsque le de cujus et/ou l’un de ses ayants droit ont leur résidence à l’étranger; — le fonctionnaire de l’Administration générale de la documentation patrimoniale, désigné par le Roi. Dans ce cas, l’avis est adressé par lettre recom- mandée. S’agissant de dettes dans le chef du de cujus, la responsabilité visée à l’alinéa 1er est limitée à la valeur de la succession. S’agissant de dettes dans le chef d’ayants droit, la responsabilité visée à l’alinéa 1er est limitée à la valeur des avoirs qui échoient à l’ayant droit dont l’identité est mentionnée dans l’acte ou le certifi cat et à propos duquel la responsabilité du notaire est engagée. § 2. Si l’acte ou le certifi cat dont question n’est pas passé dans les trois mois à compter de l’envoi de l’avis, celui-ci est considéré comme non-avenu. § 3. Lorsqu’un même avis est adressé successive- ment selon les procédures visées au paragraphe 1er , alinéa 1er, 1° et 2°, l’avis établi conformément au para- graphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de l’avis établi conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°. § 4. Lorsque l’avis est communiqué conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date d’envoi de l’avis s’entend de la date de l’accusé de réception commu- niqué par le service en charge de la technologie de DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 24 belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën. § 5. Het bericht vermeldt de identiteit van de erfl ater, van zijn erfgenamen of legatarissen alsook van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling. Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit: a) voor natuurlijke personen, de naam, de voornaam en, in voorkomend geval, het identifi catienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identifi catie- nummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van de betrokkenen, of, bij gebrek aan zulke nummers, hun geboortedatum; b) voor rechtspersonen, trusts, fi ducieën of gelijkaar- dige rechtsvormen, de maatschappelijke benaming, de maatschappelijke zetel en, in voorkomend geval, het identifi catienummer bij de Kruispuntbank van Onder- nemingen. § 6. De Koning bepaalt de praktische toepassings- voorwaarden van dit artikel.”. Art. 51 In artikel 158, derde lid, 3°, van de programmawet (I) van 29 maart 2012 worden de woorden “die aanlei- ding hebben gegeven tot een dwangbevel bedoeld in artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde” vervangen door de woorden “die aanleiding hebben gegeven tot een dwangbevel of een opname in een innings- en invorderingsregister bedoeld in artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde”.”. Art. 52 Artikel 158 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 13 december 2012, wordt vervangen als volgt: “Art. 158. De ontvanger of dienst bevoegd voor de invordering van de fi scale schuld kan aan de notaris die het in artikel 157 bedoelde bericht verzonden heeft, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de datum van verzending van dat bericht, kennisgeven van het bestaan lastens de erfl ater of een andere persoon vermeld in het bericht, van een fi scale schuld bestaande uit belastingen, bijbehoren, verhogingen en boetes, met opgave voor elk van de schuldenaars van het bedrag van de hiervoor bedoelde schuld: l’information et de la communication du Service public fédéral Finances. § 5. L’avis mentionne l’identité du de cujus, de ses héritiers ou légataires, ainsi que du bénéfi ciaire éventuel d’une institution contractuelle. Pour l’application de cette disposition, l’identité comprend: a) pour les personnes physiques, le nom, le prénom et, le cas échéant, le numéro d’identifi cation du Registre national ou, à défaut, le numéro d’identifi cation à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale des intéressés, ou, à défaut de tels numéros, leur date de naissance; b) pour les personnes morales, les trusts, les fi ducies et les constructions juridiques similaires, la dénomina- tion sociale, le siège social et, le cas échéant, le numéro d’identifi cation à la Banque-Carrefour des entreprises. § 6. Le Roi détermine les conditions d’application pratiques du présent article.”. Art. 51 Dans l’article 158, alinéa 3, 3°, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, les mots “ayant donné lieu à une contrainte visée à l’article 85 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée” sont remplacés par les mots “ayant donné lieu à une contrainte ou repris dans un registre de perception et de recouvrement visé à l’article 85 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée”.” Art. 52 L’article 158 de la même loi, modifi é par la loi du 13 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit: “Art. 158. Avant l’expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d’envoi de l’avis visé par l’article 157, le receveur ou service compétent pour le recouvrement de la dette fi scale peut notifi er au notaire ayant envoyé l’avis, l’existence dans le chef du de cujus ou d’une autre personne mentionnée dans l’avis, d’une dette fi scale consistant en impôts et accessoires, accroisse- ments et amendes, ainsi que le montant, dans le chef de chaque débiteur, de la dette susvisée: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 25 1° op elektronische wijze, volgens de door de Koning bepaalde procedure; 2° bij een aangetekende brief, wanneer de kennisge- ving, omwille van overmacht of een technische storing, niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of wanneer de notaris het bericht bedoeld in artikel 157, § 1, heeft meegedeeld bij aangetekende brief. Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvolgens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voor- zien respectievelijk in het eerste lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 1°, voorafgaat. Het eerste lid is enkel van toepassing voor zover die fi s- cale schuld een zekere en vaststaande schuld uitmaakt. Wanneer de kennisgeving meegedeeld is overeen- komstig het eerste lid, 1°, is de datum van de verzending van de kennisgeving de datum van de ontvangstbeves- tiging meegedeeld door de dienst informatie- en com- municatietechnologie van de afzender van het bericht bedoeld in artikel 157, § 1.”. Art. 53 In artikel 159 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 december 2012, worden de woorden “door de schuldenaar.” vervangen door de woorden “door hun schuldenaar.”. Art. 54 In artikel 160 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, worden de woorden “belastingen en hun bijbehoren” vervangen door de woorden “ter kennis gebrachte schulden”; 2° in de inleidende zin van paragraaf 2, worden de woorden “of aan een gerechtsmandataris” ingevoegd tussen de woorden “een begunstigde van een con- tractuele erfstelling” en de woorden “, indien deze een attest van erfopvolging of een uitgifte van de akte van erfopvolging voorlegt”; 1° par voie électronique, selon une procédure déter- minée par le Roi; 2° par lettre recommandée, lorsque la communication de la notifi cation ne peut, en raison d’un cas de force majeure ou d’un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°, ou lorsque le notaire a adressé l’avis visé à l’article 157, § 1er, par lettre recommandée. Lorsque la même notifi cation est adressée successi- vement selon les procédures prévues respectivement à l’alinéa 1er, 1° et 2°, la notifi cation établie conformément à l’alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d’envoi est antérieure à la date d’envoi de la notifi cation établie conformément à l’alinéa 1er, 1°. L’alinéa 1er s’applique seulement dans la mesure où cette dette fi scale constitue une dette certaine et liquide. Lorsque la communication de la notifi cation est effec- tuée conformément à l’alinéa 1er, 1°, la date d’envoi de la notifi cation s’entend de la date de l’accusé de réception communiqué par le service Technologie de l’information et de la communication de l’expéditeur de l’avis visé à l’article 157, § 1er.”. Art. 53 Dans l’article 159 de la même loi, remplacé par la loi du 13 décembre 2012, les mots “du débiteur.” sont remplacés par les mots “de leur débiteur.”. Art. 54 À l’article 160 de la même loi, modifi é par la loi du 13 décembre 2012, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 1er, les mots “impôts et acces- soires notifi és” sont remplacés par les mots “dettes notifi ées”; 2° dans la phrase liminaire du paragraphe 2, les mots “ou à un mandataire judiciaire” sont insérés entre les mots “au bénéfi ciaire d’une institution contractuelle” et les mots “qui présente un certifi cat ou une expédition de l’acte d’hérédité”; DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 26 3° in paragraaf 2, wordt de bepaling onder b) ver- vangen als volgt: “b) dat de tegoeden kunnen worden vrijgegeven aan de erfgenaam, de legataris, de begunstigde van een contractuele erfstelling of de gerechtsmandataris na betaling van de schulden ter kennis gebracht op naam van de rechtverkrijgende en van zijn deel in de schulden ter kennis gebracht op naam van de erfl ater, met tegoe- den gehouden door de schuldenaar van deze fondsen.”. Art. 55 Artikel 161 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 161. Het in artikel 157 bedoelde bericht wordt opgemaakt overeenkomstig het door de Koning be- paalde model.”. Onderafdeling 4 Burgerlijk Wetboek Art. 56 In artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek, inge- voegd bij de wet van 6 mei 2009 en gewijzigd bij de wetten van 13 december 2012 en 11 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt: “§ 1. Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, geeft een schuldenaar te goeder trouw bevrijdend te- goeden van een overledene vrij, indien dit gebeurt, ofwel aan of op instructie van de personen aangewezen in een attest of een akte van erfopvolging, ofwel aan of op instructie van een gerechtsmandataris, na voorlegging: — van een attest van erfopvolging opgesteld door het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie; of — van een attest of akte van erfopvolging opgesteld door een notaris.”; 2° in paragraaf 3 worden de woorden “een erfover- eenkomst,” ingevoegd tussen de woorden “, in geval van bestaan van onbekwame rechtsopvolgers of indien er sprake is van een uiterste wilsbeschikking,” en de woorden “een contractuele erfstelling of een huwelijks- contract in hoofde van de overledene”; 3° dans le paragraphe 2, le b) est remplacé par ce qui suit: “b) que la libération des avoirs peut avoir lieu au profi t de cet héritier, légataire, bénéfi ciaire d’une institution contractuelle ou mandataire judiciaire, après paiement des dettes notifi ées au nom de l’ayant droit et de sa part dans les dettes notifi ées au nom du de cujus, au moyen des fonds détenus auprès du débiteur de ces fonds.”. Art. 55 L’article 161 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 161. L’avis visé à l’article 157 est établi confor- mément au modèle arrêté par le Roi.”. Sous-section 4 Code Civil Art. 56 A l’article 1240bis du Code Civil, inséré par la loi du 6 mai 2009 et modifi é par les lois des 13 décembre 2012 et 11  juillet  2018, les modifications suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit: “§ 1er. Sauf disposition légale contraire, un débiteur de bonne foi libère les avoirs d’un défunt de manière libératoire à condition d’avoir été fait, soit aux ou sur instruction des personnes désignées par un certifi cat ou un acte d’hérédité, soit à ou sur instruction d’un mandataire judiciaire, après présentation: — d’un certifi cat d’hérédité rédigé par le bureau com- pétent de l’Administration générale de la documentation patrimoniale; ou — d’un certifi cat ou d’un acte d’hérédité rédigé par un notaire.”; 2° dans le paragraphe 3, les mots “d’un pacte suc- cessoral,” sont insérés entre les mots “, en cas de pré- sence de successeurs incapables ou s’il est question de dispositions de dernière volonté,” et les mots “d’une institution contractuelle ou d’un contrat de mariage dans le chef du défunt,”; DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 27 3° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen als volgt: “In voorkomend geval vermeldt de akte of het attest van erfopvolging het identifi catienummer van het Rijks- register, het identifi catienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of het identifi catienummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen.”. Onderafdeling 5 Inwerkingtreding Art. 57 De artikelen 93quater van het Wetboek van de be- lasting over de toegevoegde waarde, 434 van het Wet- boek van de inkomstenbelastingen 1992 en 158 van de programmawet (I) van 29 maart 2012, zoals vervangen door de bepalingen van huidige wet, treden in werking op 1 september 2019. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 158, derde lid, 3°, van de programmawet (I) van 29 maart 2012, zoals gewijzigd bij artikel 51 van deze wet, in werking op 1 april 2019. De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepa- len voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid. Afdeling 3 Reparatiebepalingen van de artikelen 418 en 419 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 58 Artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van de inkom- stenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 25 de- cember 2017, wordt aangevuld met de volgende zin: “Als de betaling van belastingen, voorheffingen, voorafbetalingen, nalatigheidsinteresten, belasting- verhogingen of administratieve boetes plaatsvindt na de ingebrekestelling gericht tot de administratie, is de moratoriuminterest te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de werkelijke betaling.”. Art. 59 In artikel 86, C, van de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting, wordt het elfde lid, vervangen als volgt: 3° dans le paragraphe 4, l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit: “Le cas échéant, l’acte ou le certifi cat d’hérédité mentionne le numéro d’identifi cation du Registre natio- nal, le numéro d’identifi cation à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale ou le numéro d’identifi cation à la Banque-Carrefour des entreprises.”. Sous-section 5 Entrée en vigueur Art. 57 Les articles 93quater du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, 434 du Code des impôts sur les revenus 1992 et 158 de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, tels que remplacés par les dispositions de la présente loi, entrent en vigueur le 1er septembre 2019. Par dérogation à l’alinéa 1er, l’article 158, alinéa 3, 3°, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, tel que modifi é par l’article 51 de la présente loi, entre en vigueur le 1er avril 2019.”. Le Roi peut fi xer une date d’entrée en vigueur anté- rieure à celle mentionnée à l’alinéa 1er. Section 3 Dispositions réparatrices des articles 418 et 419 du Code des impôts sur les revenus 1992 Art. 58 L’article 418, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 25 décembre 2017, est complété par la phrase suivante: “Lorsque le paiement des impôts, précomptes, versements anticipés, intérêts de retard, accroisse- ments d’impôts ou amendes administratives intervient postérieurement à la mise en demeure adressée à l’administration, l’intérêt moratoire est alloué à compter du premier jour du mois qui suit le paiement effectif.”. Art. 59 Dans l’article 86, C, de la loi du 25 décembre 2017 portant réforme de l’impôt des sociétés, l’alinéa 11 est remplacé par ce qui suit: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 28 “De artikelen 77, 79 en 80 zijn van toepassing vanaf 1 januari 2018. De artikelen 79 en 80, in de mate dat ze de begindatum van de moratoriuminteresten wijzigen bedoeld in de artikelen 418, eerste lid, en 419, eerste lid, 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zijn toepasselijk op de inkohieringen uitgevoerd vanaf 1 januari 2018. In geval van opeenvolgende aanslagen, wordt de datum van inkohiering van de oorspronkelijke aanslag in beschouwing genomen voor de toepassing van deze bepalingen. Artikel 79, in de mate dat het de begindatum wijzigt van de moratoriuminteresten voor de toepassing van artikel 418, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, is van toepassing op de bedrijfsvoorheffing en de roerende voorheffing verbonden aan de aanslagjaren 2018 en volgende. Artikel 80, in de mate dat het de begindatum wijzigt van de moratoriuminteresten voor de toepassing van artikel 419, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, is van toepassing op de bedrijfsvoorheffing, de roerende voorheffing en de voorafbetalingen verbonden aan de aanslagjaren 2018 en volgende.”. Art. 60 De artikelen 58 en 59 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2018. TITEL IV Financiële bepalingen HOOFDSTUK 1 Wijzigingen van de wet van 31 juli 2017 houdende diverse fi nanciële en fi scale bepalingen en houdende maatregelen inzake concessieovereenkomsten Art. 61 In de wet van 31 juli 2017 houdende diverse fi nanciële en fi scale bepalingen en houdende maatregelen inzake concessieovereenkomsten, wordt het opschrift van Af- deling 3 van Hoofdstuk 1 van Titel II vervangen als volgt: “Omvorming van de Koninklijke Munt van België tot een administratieve dienst”. “Les articles 77, 79 et 80 sont applicables à partir du 1er janvier 2018. Les articles 79 et 80, en tant qu’ils modifi ent la date de départ des intérêts moratoires visés aux articles 418, alinéa 1er, et 419, alinéa 1er, 6°, du Code des impôts sur les revenus 1992, sont applicables aux enrôlements effectués à partir du 1er janvier 2018. En cas de cotisations subséquentes, la date d’enrôlement de la cotisation primitive est prise en considération pour l’application des présentes dispositions. L’article 79, en tant qu’il modifi e la date de départ des intérêts moratoires pour l’application de l’article 418, alinéa 1er, du même Code, est applicable aux précompte profes- sionnel et précompte mobilier rattachés aux exercices d’imposition 2018 et suivants. L’article 80, en tant qu’il modifi e la date de départ des intérêts moratoires pour l’application de l’article 419, alinéa 2, du même Code, est applicable aux précompte professionnel, précompte mobilier et versements anticipés rattachés aux exercices d’imposition 2018 et suivants.”. Art. 60 Les articles 58 et 59 produisent leurs effets le 1er jan- vier 2018. TITRE IV Dispositions fi nancières CHAPITRE 1ER Modifi cations de la loi du 31 juillet 2017 portant des dispositions fi nancières et fi scales diverses et portant des mesures en matière de contrats de concession Art. 61 Dans la loi du 31 juillet 2017 portant des dispositions fi nancières et fi scales diverses et portant des mesures en matière de contrats de concession, l’intitulé de la Section 3 du Chapitre 1er du Titre II est remplacé par ce qui suit: “Transformation de la Monnaie royale de Belgique en service administratif”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 29 Art. 62 Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 7. De administratieve dienst met boekhoudkun- dige autonomie “Koninklijke Munt van België” wordt omgevormd tot een administratieve dienst van de Alge- mene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën. Deze administratieve dienst wordt “Koninklijke Munt van België” genoemd en wordt hierna als “Munt” aan- geduid.”. Art. 63 In artikel 8 van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven. Art. 64 Artikel 9 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 65 In artikel 10 van dezelfde wet, worden de punten 3° en 4° opgeheven. Art. 66 Artikel 12 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 62 L’article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 7. Le service administratif à comptabilité auto- nome “Monnaie royale de Belgique” est transformé en service administratif, intégré au sein de l’Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances. Ce service administratif est dénommé “Monnaie royale de Belgique” et est appelé ci-après “Monnaie”.”. Art. 63 Dans l’article 8 de la même loi, l’alinéa 2 est abrogé. Art. 64 L’article 9 de la même loi est abrogé. Art. 65 Dans l’article 10 de la même loi, les points 3° et 4° sont abrogés. Art. 66 L’article 12 de la même loi est abrogé. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 30 HOOFDSTUK 2 Oprichting van een begrotingsfonds betreffende verrichtingen aangaande monetisatie en demonetisatie van de Koninklijke Munt van België van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën en wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Afdeling 1 Oprichting van het begrotingsfonds betreffende de verrichtingen aangaande monetisatie en demonetisatie van de Koninklijke Munt van België Art. 67 In toepassing van artikel 62, § 1, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt bij de Federale Overheidsdienst Financiën een begrotings- fonds opgericht betreffende de verrichtingen aangaande monetisatie en demonetisatie van de “Koninklijke Munt van België” van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën, genaamd “Begrotingsfonds betreffende monetaire ver- richtingen van de Koninklijke Munt van België”. Art. 68 Het begrotingsfonds betreffende de monetaire ver- richtingen van de Koninklijke Munt van België beschikt over: 1° de storting van het op 1 januari 2019 beschikbare saldo van de postrekening van de Koninklijke Munt van België die gebruikt werd voor de uitgaven in verband met de verrichtingen aangaande demonetisatie; 2° de stortingen van de Nationale Bank van België voor de verrichtingen aangaande monetisatie. Art. 69 De ontvangsten van het Begrotingsfonds betreffende de monetaire verrichtingen van de Koninklijke Munt van België worden gebruikt ter fi nanciering van de uitgaven in verband met de activiteiten aangaande demonetisatie van de Koninklijke Munt van België vanaf 1 januari 2019. CHAPITRE 2 Création d’un fonds budgétaire relatif aux opérations de monétisation et de démonétisation de la Monnaie royale de Belgique de l’Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances et modifi cation de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires Section 1re Création du fonds budgétaire relatif aux opérations de monétisation et de démonétisation de la Monnaie royale de Belgique Art. 67 En application de l’article  62, § 1er, de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l’État fédéral, il est créé auprès du Ser- vice public fédéral Finances un fonds budgétaire relatif aux opérations de monétisation et de démonétisation de la “Monnaie royale de Belgique”, de l’Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances, intitulé “Fonds budgétaire relatif aux opéra- tions monétaires de la Monnaie royale de Belgique”. Art. 68 Le Fonds budgétaire relatif aux opérations monétaires de la Monnaie royale de Belgique dispose: 1° du versement du solde disponible au 1er  jan- vier  2019 du compte courant postal de la Monnaie royale de Belgique utilisé pour les dépenses liées aux opérations de démonétisation; 2° des versements qu’elle reçoit de la Banque natio- nale de Belgique pour les opérations de monétisation. Art. 69 Les recettes du Fonds budgétaire relatif aux opéra- tions monétaires de la Monnaie royale de Belgique sont utilisées pour fi nancer des dépenses liées aux activités de démonétisation de la Monnaie royale de Belgique à partir du 1er janvier 2019. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 31 Afdeling 2 Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 70 Rubriek 18 van de tabel bijgevoegd aan de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van be- grotingsfondsen, laatst gewijzigd door de programmawet (I) van 26 december 2015, wordt als volgt aangevuld: “18-5 Begrotingsfonds betreffende de monetaire ver- richtingen van de Koninklijke Munt van België Aard van de toegewezen ontvangsten: 1° de storting van het beschikbare saldo van de post- rekening van de Koninklijke Munt van België die gebruikt werd voor de uitgaven in verband met verrichtingen aangaande demonetisatie; 2° de stortingen die de Koninklijke Munt van België ontvangt van de Nationale Bank van België voor de verrichtingen aangaande monetisatie. Aard van de toegestane uitgaven: De uitgaven in verband met de activiteiten aangaande demonetisatie van de Koninklijke Munt van België vanaf 1 januari 2019.”. HOOFDSTUK 3 Opheffing Art. 71 In artikel 4, § 5, van het koninklijk besluit van 18 ja- nuari 1990 houdende de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van wer- ken uit edele metalen, wordt het tweede lid opgeheven. HOOFDSTUK 4 Inwerkingtreding Art. 72 Deze titel heeft uitwerking met ingang van 1 janu- ari 2019. Section 2 Modifi cation de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires Art. 70 La rubrique 18 du tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, modifi é en dernier lieu par la loi-programme (I) du 26 décembre 2015, est complétée comme suit: “18-5 Fonds budgétaire relatif aux opérations moné- taires de la Monnaie royale de Belgique Nature des recettes affectées: 1° le versement du solde disponible du compte cou- rant postal de la Monnaie royale de Belgique utilisé pour les dépenses liées aux opérations de démonétisation; 2° les versements que la Monnaie royale de Belgique reçoit de la Banque nationale de Belgique pour les opérations de monétisation. Nature des dépenses autorisées: Les dépenses liées aux activités de démonétisation de la Monnaie royale de Belgique à partir du 1er jan- vier 2019.”. CHAPITRE 3 Abrogation Art. 71 Dans l’article  4, §  5, de l’arrêté royal du 18  jan- vier 1990 portant modalités d’exécution de la loi du 11 août 1987 relative à la garantie des ouvrages en métaux précieux, l’alinéa 2 est abrogé. CHAPITRE 4 Entrée en vigueur Art. 72 Le présent titre produit ses effets le 1er janvier 2019. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 32 TITEL V Diverse bepalingen HOOFDSTUK 1 Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Afdeling 1 Inkomsten uit de deeleconomie, uit het verenigingswerk of uit occasionele diensten tussen burgers Art. 73 In artikel  90, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2016 en vervangen bij de wet van 18 juli 2018, worden de woorden “Onverminderd de toepassing van de voorheffingen, worden de inkomsten van onroerende goederen, de inkomsten van roerende goederen en kapitalen evenals de in het eerste lid, 5°, vermelde inkomsten uit onderverhuring van onroerende goede- ren” vervangen door de woorden “De inkomsten van onroerende goederen, de in artikel 17, § 1, 3° en 5°, bedoelde inkomsten van roerende goederen evenals de in het eerste lid, 5°, bedoelde inkomsten uit onderverhu- ring van onroerende goederen worden” en worden de woorden “die goederen en kapitalen” vervangen door de woorden “die goederen”. Art. 74 Artikel 97/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2016 en opgeheven bij de wet van 18 juli 2018, wordt hersteld als volgt: “Art. 97/1. De in artikel 90, eerste lid, 1°bis tot 1°qua- ter, vermelde inkomsten worden naar het netto bedrag ervan in aanmerking genomen, dit is het bruto bedrag verminderd met de kosten waarvan de belastingplichtige het bewijs levert dat zij tijdens het belastbare tijdperk zijn gedaan of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden. Het bruto bedrag van de inkomsten wordt bepaald overeenkomstig artikel 90/1, tweede en derde lid.”. Art. 75 In titel II, hoofdstuk II, afdeling V, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 102ter ingevoegd, luidende: TITRE V Dispositions diverses CHAPITRE 1ER Modifi cations du Code des impôts sur les revenus 1992 Section 1re Revenus issus de l’économie collaborative, du travail associatif ou des services occasionnels entre citoyens Art. 73 Dans l’article 90, alinéa 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 1er juillet 2016 et remplacé par la loi du 18 juillet 2018, les mots “Sans préjudice de l’application des précomptes, les revenus des biens immobiliers, les revenus des capitaux et biens mobiliers ainsi que les revenus de sous-location d’immeubles visés à l’alinéa 1er, 5°,” sont remplacés par les mots “Les revenus des biens immobiliers, les reve- nus des biens mobiliers visés à l’article 17, § 1er, 3° et 5°, ainsi que les revenus de sous-location d’immeubles visés à l’alinéa 1er, 5°,” et les mots “ces biens et capitaux” sont remplacés par les mots “ces biens”. Art. 74 L’article 97/1 du même Code, inséré par la loi du 1er juillet 2016 et abrogé par la loi du 18 juillet 2018, est rétabli dans la rédaction suivante: “Art. 97/1. Les revenus visés à l’article 90, alinéa 1er, 1°bis à 1°quater, s’entendent de leur montant net, c’est-à-dire le montant brut diminué des frais dont le contribuable apporte la preuve qu’ils ont été exposés ou supportés durant la période imposable afi n d’acquérir ou de conserver ces revenus. Le montant brut des revenus est déterminé confor- mément à l’article 90/1, alinéas 2 et 3.”. Art. 75 Dans le titre II, chapitre II, section V, sous-section 3, du même Code, il est inséré un article 102ter, rédigé comme suit: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 33 “Art. 102ter. Verliezen die in het belastbare tijdperk zijn geleden bij het verrichten van handelingen als vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°bis, 1°ter of 1°quater worden evenredig afgetrokken van de andere inkomsten uit zulke handelingen.”. Art. 76 Deze afdeling is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018. Afdeling 2 Vereenvoudiging inzake PB Art. 77 In artikel 38, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van (...) betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget, wordt tussen het eerste en het tweede lid, een lid ingevoegd, luidende: “Wanneer de in het eerste lid, 24°, bedoelde voorde- len zowel in artikel 31 als in artikel 32 bedoelde bezol- digingen omvatten, wordt het maximumbedrag van de vrijstelling verhoudingsgewijs aangerekend op elk van die bezoldigingen.”. Art. 78 Artikel 538 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013, wordt opgeheven. Art. 79 Artikel 77 heeft uitwerking met ingang van 1 janu- ari 2019 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2020. Artikel 78 heeft uitwerking met ingang van 1 janu- ari 2019 en is van toepassing op ontslaguitkeringen, vergoedingen, en schadeloosstellingen bekomen vanaf 1 januari 2019. “Art. 102ter. Les pertes éprouvées pendant la période imposable dans l’exercice d’activités visées à l’ar- ticle 90, alinéa 1er, 1°bis, 1°ter ou 1°quater sont déduites proportionnellement des autres revenus résultant de telles activités.”. Art. 76 La présente section est applicable aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2018. Section 2 Simplifi cation en matière d’IPP Art. 77 Dans l’article 38, § 1er, du même Code, modifi é en dernier lieu par la loi du (...) concernant l’instauration d’un budget mobilité, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1 et 2: “Lorsque les avantages visés à l’alinéa 1er, 24°, com- prennent à la fois des rémunérations visées à l’article 31 et à l’article 32, le montant maximum de l’exonération est imputé proportionnellement sur chacune de ces rémunérations.”. Art. 78 L’article 538 du même Code, inséré par la loi du 26 décembre 2013, est abrogé. Art. 79 L’article 77 produit ses effets le 1er janvier 2019 et est applicable à partir de l’exercice d’imposition 2020. L’article 78 produit ses effets le 1er janvier 2019 et est applicable aux allocations de licenciement, rémunéra- tions et indemnités obtenues à partir du 1er janvier 2019. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 34 HOOFDSTUK 2 Wijziging van het Wetboek diverse rechten en taksen Art. 80 Artikel 10 van het Wetboek diverse rechten en taksen, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt aangevuld met de woorden “in het kader van de hypothecaire openbaarmaking”. Art. 81 Artikel 80 heeft uitwerking met ingang van 30 juli 2018. HOOFDSTUK 3 Wijziging aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten Art. 82 Artikel 921 van het Wetboek der registratie, hypotheek en griffierechten, vervangen bij de wet van 23 decem- ber 1958, vernummerd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en gewijzigd bij de wet van 25 decem- ber 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 921. Het in artikel 88 en het in artikel 3, eerste lid, 7°, a), van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de fi nanciering van de Gemeenschappen en de Gewesten bedoeld recht dekt elke latere vestiging van hypotheek op een schip tot zekerheid van dezelfde schuldvordering en van hetzelfde gewaarborgd bedrag.”. Art. 83 Artikel 82 heeft uitwerking met ingang van 1 janu- ari 2019. TITEL VI Achterwaartse verliesverrekening ter compensatie van schade aan landbouwteelten, veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden Art. 84 In artikel 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastin- gen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: CHAPITRE 2 Modifi cation du Code des droits et taxes divers Art. 80 L’article 10 du Code des droits et taxes divers modifi é par la loi du 11 juillet 2018, est complété par les mots “, dans le cadre de la publicité hypothécaire”. Art. 81 L’article 80 produit ses effets le 30 juillet 2018. CHAPITRE 3 Modifi cation au Code des droits d’enregistrement, d’hypothèque et de greffe Art. 82 L’article 921 du Code des droits d’enregistrement, d’hypothèque et de greffe, remplacé par la loi du 23 dé- cembre 1958, renuméroté par l’arrêté royal n° 12 du 18 avril 1967 et modifi é par la loi du 25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 921. Le droit visé à l’article 88 et à l’article 3, alinéa 1er, 7°, a), de la loi spéciale du 16 janvier 1989 rela- tive au fi nancement des Communautés et des Régions couvre toute constitution ultérieure d‘hypothèque sur un navire pour sûreté de la même créance et du même montant garanti.”. Art. 83 L’article 82 produit ses effets le 1er janvier 2019. TITRE VI Rétro-imputation des pertes en compensation de dommage causé aux cultures agricoles, provoqué par des conditions météorologiques défavorables Art. 84 Dans l’article 2 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifi é en dernier lieu par la loi du 30 juillet 2018, les modifi cations suivantes sont apportées: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 35 a) in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 4°/1 in- gevoegd, luidende: “4°/1 Middelgrote onderneming Onder middelgrote onderneming wordt een natuur- lijke persoon of een rechtspersoon verstaan die een economische activiteit uitoefent en die in ten minste twee van de laatste drie afgesloten belastbare tijdperken een gemiddeld personeelsbestand heeft van minder dan 250 personen uitgedrukt in voltijdse equivalenten en waarvan: — de omzet exclusief de belasting over de toege- voegde waarde het bedrag van 50 miljoen euro niet overschrijdt; of — het balanstotaal het bedrag van 43 miljoen euro niet overschrijdt. Wanneer het belastbare tijdperk een duur heeft van minder of meer dan twaalf maanden, wordt het bedrag van de in het eerste lid bedoelde omzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer twaalf is en de tel- ler het aantal maanden van het betrokken belastbare tijdperk, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt geteld. Indien de onderneming een verbonden onderneming is, worden de criteria inzake jaaromzet en jaarlijks ba- lanstotaal op geconsolideerde basis vastgesteld. Om het gemiddelde personeelsbestand van een verbonden onderneming te bepalen, wordt het gemiddelde per- soneelsbestand van elk van de betrokken verbonden vennootschappen in het belastbare tijdperk opgeteld. De in het eerste lid bedoelde omzet, balanstotaal en gemiddeld personeelsbestand worden verhoogd met de jaaromzet, het balanstotaal en het gemiddeld personeelsbestand van elke partneronderneming, in verhouding tot het hoogste percentage van de volgende vier percentages: — hetzij het in paragraaf  4, eerste lid, bedoelde deelnemingspercentage van de eerstgenoemde onder- neming in de stemrechten van de andere onderneming; — hetzij het in paragraaf  4, eerste lid, bedoelde deelnemingspercentage van de andere onderneming in de stemrechten van de eerstgenoemde onderneming; — hetzij het in paragraaf  4, eerste lid, bedoelde deelnemingspercentage van de eerstgenoemde on- derneming in het kapitaal van de andere onderneming; a) dans le paragraphe 1er, il est inséré un 4°/1 rédigé comme suit: “4°/1 Moyenne entreprise Par moyenne entreprise on entend une personne physique ou morale exerçant une activité économique, qui occupe pour au moins deux des trois dernières périodes imposables clôturées une moyenne de person- nel de moins de 250 personnes en équivalents temps plein et dont: — le chiffre d’affaires à l’exclusion de la taxe sur la valeur ajoutée n’excède pas le montant de 50 millions d’euros; ou — le total du bilan n’excède pas le montant de 43 millions d’euros. Lorsque la période imposable a une durée inférieure ou supérieure à douze mois, le montant du chiffre d’affaires à l’exclusion de la taxe sur la valeur ajoutée, visé à l’alinéa 1er, est multiplié par une fraction dont le dénominateur est douze et le numérateur le nombre de mois compris dans la période imposable considé- rée, tout mois commencé étant compté pour un mois complet. Si l’entreprise est une entreprise liée, les critères en matière de chiffre d’affaires et de total du bilan sont calculés sur une base consolidée. Pour déterminer la moyenne de personnel d’une entreprise liée, la moyenne de personnel de chacune des sociétés liées au cours de la période imposable est additionnée. Le chiffre d’affaires, le total du bilan et la moyenne de personnel visés à l’alinéa 1er sont augmentés du chiffre d’affaires, du total du bilan et de la moyenne de per- sonnel de chaque entreprise partenaire, à concurrence du pourcentage le plus élevé des quatre pourcentages suivants: — soit le pourcentage de participation, visé au para- graphe 4, alinéa 1er, de l’entreprise citée en premier lieu dans les droits de vote de l’autre entreprise; — soit le pourcentage de participation, visé au para- graphe 4, alinéa 1er, de l’autre entreprise dans les droits de vote de l’entreprise citée en premier lieu; — soit le pourcentage de participation, visé au para- graphe 4, alinéa 1er, de l’entreprise citée en premier lieu dans le capital de l’autre entreprise; DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 36 — hetzij het in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde deel- nemingspercentage van de andere onderneming in het kapitaal van de eerstgenoemde onderneming. In het geval van een nieuwe onderneming waarvan het eerste, tweede of derde belastbare tijdperk nog niet is afgesloten, worden de in aanmerking te nemen ge- gevens bepaald door middel van een in de loop van het belastbare tijdperk te goeder trouw gemaakte schatting. Een onderneming kan evenwel geen middelgrote onderneming zijn indien de controle over het kapitaal of de stemrechten van de onderneming, individueel of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor 25 pct. of meer wordt uitgeoefend door één of meerdere aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 2 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. De in paragraaf 4, tweede lid, bedoelde gevallen die niet verbonden zijn met de voornoemde onderneming, worden voor de toepassing van dit lid niet beschouwd als aanbestedende overheden.”; b) in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 4°/2 in- gevoegd, luidende: “4°/2 Onderneming in moeilijkheden Onder onderneming in moeilijkheden wordt een on- derneming verstaan: — waarvoor een aangifte of vordering tot failliet- verklaring is ingesteld of waarvan op dat ogenblik het beheer van het actief geheel of ten dele is ontnomen zoals bepaald in de artikelen XX. 32 en XX. 100 van het Wetboek van economisch recht; — waarvoor een procedure van gerechtelijke reorga- nisatie is geopend zoals bepaald in titel V van boek XX van het Wetboek van economisch recht; — die een ontbonden vennootschap is en zich in staat van vereffening bevindt; — waarvan ten gevolge van geleden verlies het netto actief is gedaald tot minder dan de helft van het vaste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal; — die steun heeft ontvangen die door de Europese Commissie geacht wordt verenigbaar te zijn met de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-fi nanciële ondernemingen in moeilijkheden van 31 juli 2014 (PB C 249) of met artikel 107, derde lid, b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en die in het geval van reddingssteun de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft — soit le pourcentage de participation, visé au para- graphe 4, alinéa 1er, de l’autre entreprise dans le capital de l’entreprise citée en premier lieu. Dans le cas d’une entreprise nouvelle dont la pre- mière, deuxième ou troisième période imposable n’est pas encore clôturée, les données à prendre en consi- dération sont déterminés au moyen d’une estimation effectuée de bonne foi au cours de la période imposable. Une entreprise ne peut pas être une moyenne entre- prise si le contrôle sur le capital ou sur les droits de vote de l’entreprise est exercé, directement ou indirectement, à titre individuel ou conjointement, pour 25 p.c. ou plus par un ou plusieurs pouvoirs adjudicateurs visés à l’article 2 de la loi de 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Les cas visés au paragraphe 4, alinéa 2, qui ne sont pas liés à l’entreprise précitée ne sont pas consi- dérés comme pouvoirs adjudicateurs pour l’application du présent alinéa.”; b) dans le paragraphe 1er, il est inséré un 4°/2 rédigé comme suit: “4°/2 Entreprise en difficulté Par entreprise en difficulté on entend une entreprise: — pour laquelle une demande de faillite est introduite ou dont à ce moment la gestion de tout ou partie de l’actif lui est retirée comme cela est prévu aux articles XX. 32 et XX. 100 du Code de droit économique; — pour laquelle une procédure de réorganisation judiciaire est entamée comme cela est prévu au titre V du livre XX du Code de droit économique; — qui est une société dissoute et se trouve en liqui- dation; — dont à la suite de pertes, l’actif net est réduit à un montant inférieur à la moitié de la part fi xe du capital social; — qui a reçu des aides qui ont été considérées comme compatibles par la Commission européenne avec des lignes directrices concernant les aides d’État au sauvetage et à la restructuration d’entreprises en difficulté autres que les établissements fi nanciers du 31 juillet 2014 (JO C 249) ou avec l’article 107, ali- néa 3, b, du Traité sur le fonctionnement de l’Union européenne et qui en cas d’aide au sauvetage n’a pas DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 37 beëindigd of in het geval van herstructureringssteun zich nog steeds in de herstructureringsfase bevindt.”; c) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: “§ 4. Voor de toepassing van paragraaf 1, 4°/1, wordt een onderneming als een partneronderneming van een andere onderneming aangemerkt indien deze eerst- genoemde onderneming niet verbonden is met deze andere onderneming, en: — de eerstgenoemde onderneming al dan niet samen met de met deze onderneming verbonden ondernemingen een deelneming heeft van 25 pct. of meer van het kapitaal of de stemrechten van de andere onderneming; of — de andere onderneming al dan niet samen met de met deze onderneming verbonden ondernemingen een deelneming heeft van 25 pct. of meer van het kapitaal of de stemrechten van de eerstgenoemde onderneming. Openbare participatiemaatschappijen, risicokapi- taalmaatschappijen, business angels, universiteiten, onderzoekscentra zonder winstoogmerk, institutionele beleggers, regionale ontwikkelingsfondsen en auto- nome lokale autoriteiten, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van bijlage I, van verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde catego- rieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, worden voor de toepassing van paragraaf 1, 4°/1 niet beschouwd als partnerondernemingen. Voor de toepassing van het eerste lid en van para- graaf 1, 4°/1 wordt een onderneming als een verbonden onderneming van een andere onderneming aangemerkt indien: — de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen de meerderheid heeft van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van de andere onderneming; — de andere onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen de meerderheid heeft van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van de eerstgenoemde onderneming; — de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen het recht heeft de meer- derheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend encore remboursé le prêt ou mis fi n à la garantie ou en cas d’aide à la restructuration est toujours soumis au plan de restructuration.”; c) l’article est complété par le paragraphe 4, rédigé comme suit: “§ 4. Pour l’application du paragraphe 1er, 4°/1, une entreprise est considérée comme entreprise partenaire si l’entreprise citée en premier lieu n’est pas liée à cette autre entreprise, et si: — l’entreprise citée en premier lieu ne rassemble pas avec ces entreprises liées à cette entreprise une participation de 25 p.c. ou plus du capital ou des droits de vote de l’autre entreprise; ou — l’autre entreprise ne rassemble pas avec ces entreprises liées à cette entreprise une participation de 25 p.c. ou plus du capital ou des droits de vote de l’entreprise citée en premier lieu. Les sociétés publiques de participation, sociétés de capital à risque, business angels, universités, centres de recherche à but non lucratif, investisseurs institu- tionnels, fonds de développement régional et autorités autonomes locales, tels que visés à l’article 3, alinéa 2, de l’annexe I, du règlement (UE) 651/2014 de la Com- mission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d’aides compatibles avec le marché intérieur en appli- cation des articles 107 et 108 du Traité sur le fonction- nement de l’Union européenne ne sont pas considérés comme une entreprise partenaire pour l’application du paragraphe 1er, 4°/1. Pour l’application de l’alinéa 1er et du paragraphe 1er, 4°/1, une entreprise est considérée comme entreprise liée à une autre entreprise si: — l’entreprise citée en premier lieu a, directement ou au moyen d’entreprises tierces, la majorité des droits de vote des actionnaires ou associés de l’autre entreprise; — l’autre entreprise a, directement ou au moyen d’entreprises tierces, la majorité des droits de vote des actionnaires ou associés de l’entreprise citée en premier lieu; — l’entreprise citée en premier lieu a, directement ou au moyen d’entreprises tierces, le droit de nommer ou de révoquer la majorité des membres de l’organe DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 38 of toezichthoudend orgaan van de andere onderneming te benoemen of te ontslaan; — de andere onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen het recht heeft de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toe- zichthoudend orgaan van de eerstgenoemde onderne- ming te benoemen of te ontslaan; — de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen het recht heeft een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met deze onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van de laatstgenoemde onderneming, behalve in het geval de eerstgenoemde onderneming onder het toe- passingsgebied van het tweede lid valt en uit de feiten niet blijkt dat dit recht daadwerkelijk wordt uitgeoefend; — de andere onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen het recht heeft een overheer- sende invloed op een andere onderneming uit te oefe- nen op grond van een met deze onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van de laatstgenoemde onderneming, behalve in het geval de andere onderneming onder het toepassingsgebied van het tweede lid valt en uit de feiten niet blijkt dat dit recht daadwerkelijk wordt uitgeoefend; — de eerstgenoemde onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen de aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming en op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap heeft over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming; — de andere onderneming rechtstreeks of middels derde ondernemingen de aandeelhouder of vennoot is van de eerstgenoemde onderneming en op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die eerst genoemde onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap heeft over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van die eerst genoemde onderneming. Voor de toepassing van paragraaf  1, 4°/1, wordt onder het gemiddelde personeelsbestand begrepen het gemiddelde van het aantal werknemers, uitgedrukt in voltijdse equivalenten dat is geregistreerd in de DIMONA-databank overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddel- lijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leef- d’administration, de direction ou de surveillance de l’autre entreprise; — l’autre entreprise a, directement ou au moyen d’entreprises tierces, le droit de nommer ou de révoquer la majorité des membres de l’organe d’administration, de direction ou de surveillance de l’entreprise citée en premier lieu; — l’entreprise citée en premier lieu a, directement ou au moyen d’entreprises tierces, le droit d’exercer une infl uence dominante sur une autre entreprise en vertu d’un contrat conclu avec cette entreprise ou en vertu d’une clause contenue dans les statuts de cette entreprise citée en dernier lieu, sauf dans le cas où l’en- treprise citée en premier lieu se trouve dans le champ d’application de l’alinéa 2 et que les faits n’établissent pas que ce droit est effectivement exercé; — l’autre entreprise a, directement ou au moyen d’entreprises tierces, le droit d’exercer une infl uence dominante sur une autre entreprise en vertu d’un contrat conclu avec cette entreprise ou en vertu d’une clause contenue dans les statuts de cette entreprise citée en dernier lieu, sauf dans le cas où l’autre entreprise se trouve dans le champ d’application de l’alinéa 2 et que les faits n’établissent pas que ce droit est effectivement exercé; — l’entreprise citée en premier lieu est, directement ou au moyen d’entreprises tierces, l’actionnaire ou associée d’une autre entreprise et contrôle seule, en vertu d’un accord conclu avec d’autres actionnaires ou associés de cette autre entreprise, la majorité des droits de vote des actionnaires ou associés de cette autre entreprise; — l’autre entreprise est, directement ou au moyen d’entreprises tierces, l’actionnaire ou associé de l’entreprise citée en premier lieu et contrôle seule, en vertu d’un accord conclu avec d’autres actionnaires ou associés de cette entreprise citée en premier lieu, la majorité des droits de vote des actionnaires ou associés de cette entreprise citée en premier lieu. Pour l’application du paragraphe 1er, 4°/1, la moyenne de personnel est le nombre moyen des travailleurs exprimé en équivalents à temps plein inscrits à la banque de données DIMONA conformément à l’arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l’emploi, en application de l’article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, à la fi n de chaque mois de la DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 39 baarheid van de wettelijke pensioenstelsels, per einde van elke maand van het belastbare tijdperk, of indien de tewerkstelling niet behoort tot het toepassingsgebied van dit koninklijk besluit, het gemiddelde aantal tewerk- gestelde werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalen- ten van de in het algemene personeelsregister of een gelijkwaardig document ingeschreven werknemers per einde van elke maand van het desbetreffende belast- bare tijdperk. Dit gemiddelde van het aantal werknemers wordt in voorkomend geval verhoogd met het aantal natuurlijke personen die in de onderneming een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, fi nanciële of technische aard uitoe- fenen en die niet werden geregistreerd in de DIMONA- databank noch werden ingeschreven in het voormelde algemene personeelsregister of het voormelde gelijk- waardig document. Het aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equiva- lenten is gelijk aan het arbeidsvolume uitgedrukt in vol- tijds tewerkgestelde equivalenten, te berekenen voor de deeltijdse werknemers op basis van het conventioneel aantal te presteren uren, gerelateerd ten opzichte van de normale arbeidsduur van een vergelijkbare voltijdse werknemer.”. Art. 85 In artikel 23, § 2, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden “vorige belastbare tijdperken” vervangen door de woor- den “vorige, of, in het geval vermeld in artikel 78, § 2, latere belastbare tijdperken”. Art. 86 Artikel 78 van hetzelfde Wetboek, waarvan de be- staande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende: “§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt op vraag van een belastingplichtige die voldoet aan de in het vierde lid bedoelde criteria het gedeelte van de beroepsverliezen, dat toe te schrijven is aan schade aan landbouwteelten die werd veroorzaakt door ongunstige weersomstan- digheden, en werd geleden in een gewest waarmee een in het derde lid bedoeld protocol werd gesloten, achtereenvolgens afgetrokken van de beroepsinkom- sten van de drie belastbare tijdperken voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin die schade defi nitief is vastgesteld, te beginnen met het oudste. Het gedeelte période imposable, ou lorsque l’emploi ne relève pas du champ d’application de cet arrêté royal, le nombre moyen des travailleurs équivalents temps plein inscrits au registre général du personnel ou dans un document équivalent à la fi n de chaque mois de la période impo- sable considérée. Ce nombre moyen des travailleurs est augmenté, le cas échéant, du nombre des personnes physiques qui exercent dans l’entreprise une fonction dirigeante ou une activité dirigeante de gestion journalière, d’ordre commercial, fi nancier ou technique et qui n’étaient pas enregistrées à la banque de données DIMONA ni ins- crites au registre général du personnel précité ou dans le document équivalent précité. Le nombre des travailleurs exprimé en équivalents à temps plein est égal au volume de travail exprimé en équivalents occupés à temps plein, à calculer pour les travailleurs occupés à temps partiel sur la base du nombre conventionnel d’heures à prester par rapport à la durée normale de travail d’un travailleur à temps plein comparable.”. Art. 85 Dans l’article 23, § 2, 3°, du même Code, modifi é par la loi du 28 décembre 1992, les mots “des périodes imposables antérieures.” sont remplacés par les mots “des périodes imposables antérieures, ou, dans le cas mentionné à l’article 78, § 2, des périodes imposables ultérieures”. Art. 86 L’article  78 du même Code, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un para- graphe 2 rédigé comme suit: “§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, à la demande du contribuable qui répond aux conditions visées à l’alinéa 4, la partie des pertes professionnelles qui est imputable au dommage aux cultures agricoles, provo- qué par des conditions météorologiques défavorables et encouru dans une région avec laquelle un protocole visé à l’alinéa 3 a été conclu, est déduite consécutive- ment des revenus professionnels des trois périodes imposables précédant la période imposable dans laquelle ce dommage a été défi nitivement constaté, à commencer par la plus ancienne. La partie de ces pertes DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 40 van deze beroepsverliezen dat niet in aftrek kan worden gebracht van deze beroepsinkomsten, is aftrekbaar overeenkomstig paragraaf 1. Het gedeelte van de beroepsverliezen dat toe te schrijven is aan de in het eerste lid omschreven schade, stemt overeen met het bedrag van de beroepsverlie- zen achtereenvolgens beperkt tot het bedrag van het beroepsverlies uit de in artikel 23, § 1, 1°, bedoelde beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige en tot het bedrag van deze schade die door het Gewest binnen de grenzen van artikel 25  van verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betref- fende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard. De Koning kan, na raadpleging van de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid, op nadere wijze het tijdstip omschrijven waarop de schade defi nitief is vastgesteld. De in het eerste lid omschreven achterwaartse ver- liesaftrek kan enkel worden toegepast indien de in het eerste lid bedoelde schade werd geleden op het grond- gebied van een gewest dat met de federale overheid een in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt protocol heeft gesloten op grond van artikel 8 van het samen- werkingsakkoord van 18 juni 2003 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van Landbouw en Visserij, met het oog op de uitwisseling van informatie die nodig is voor de gezamenlijke naleving van de cumulatieregels zoals bedoeld in artikel 8  van de voormelde verordening (EU) nr. 702/2014. Deze paragraaf is enkel van toepassing indien de belastingplichtige: — een middelgrote onderneming is; en — een onderneming uitbaat die de productie van landbouwproducten tot doel heeft die zijn opgenomen in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarbij deze landbouwproducten geen verdere bewerking ondergaan die de aard van deze producten wijzigt; — geen onderneming in moeilijkheden was op het ogenblik dat de schade werd geleden; en — geen bevel tot terugvordering heeft uitstaan inge- volge een besluit van de Commissie die een door België professionnelles qui ne peut pas être déduite de ces revenus professionnels, est déductible conformément au paragraphe 1er. La partie des pertes professionnelles qui est impu- table au dommage défi ni à l’alinéa 1er correspond au montant des pertes professionnelles, limité successive- ment au montant de la perte professionnelle de l’activité professionnelle du contribuable visée à l’article 23, § 1er, 1°, et au montant de ce dommage qui a été défi nitive- ment constaté par la région dans la période imposable selon les limites de l’article 25  du règlement (UE) n° 702/2014 de la Commission du 25 juin 2014 déclarant certaines catégories d’aides, dans les secteurs agricole et forestier et dans les zones rurales, compatibles avec le marché intérieur, en application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l’Union européenne. Le Roi peut, après consultation de la Conférence Inter- ministérielle de Politique Agricole, clarifi er le moment où le dommage est défi nitivement constaté. La rétro-déduction de perte défi nie à l’alinéa 1er est applicable uniquement si le dommage défi ni à l’ali- néa 1er a été encouru sur le territoire d’une région qui a conclu avec l’autorité fédérale un protocole publié au Moniteur belge sur la base de l’article 8 de l’accord de coopération de 18 juin 2003 entre l’État fédéral, la Région fl amande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant l’exercice des compé- tences régionalisées dans le domaine de l’Agriculture et de la Pêche, visant l’échange d’information qui est nécessaire pour le respect conjoint des règles de cumul telles que visées à l’article 8 du règlement (UE) n° 702/2014 précité. Le présent paragraphe n’est applicable que si le contribuable: — est une moyenne entreprise; et — exploite une entreprise ayant pour but la production des produits agricoles énumérés à l’annexe I du Traité sur le fonctionnement de l’Union européenne sans exer- cer d’autre opération modifi ant la nature de ces produits; — n’était pas une entreprise en difficulté au moment où les dégâts ont été encourus; et — n’a pas supporté un ordre de récupération suite à une décision de la Commission déclarant une aide DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 41 verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt heeft verklaard. Voor de toepassing van deze paragraaf en van artikel 206, § 4, wordt onder ongunstige weersomstan- digheden de weersomstandigheden verstaan die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, zoals gedefi nieerd in artikel 2, punt 16, van de voormelde verordening (EU) nr. 702/2014, die formeel door een gewest als ramp worden erkend en waarvan die erken- ning in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. De beroepsverliezen waarvoor de toepassing van de achterwaartse verliesaftrek wordt gevraagd, worden af- getrokken na aftrek van de beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken bij toepassing van paragraaf 1. De belastingplichtige vraagt de toepassing van de achterwaartse verliesaftrek aan in de aangifte die be- trekking heeft op het belastbare tijdperk waarin de in het eerste lid bedoelde schade defi nitief is vastgesteld. Deze aanvraag is defi nitief en onherroepelijk. De Ko- ning kan nadere regels met betrekking tot de aanvraag vastleggen.”. Art. 87 In titel II, hoofdstuk III, afdeling I van hetzelfde Wet- boek wordt een onderafdeling VI ingevoegd, luidende: “Onderafdeling VI. Vermeerdering ingevolge de over- schrijding van de maximale steunintensiteit ten gevolge van de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen”. Art. 88 In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling VI, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 168/1 ingevoegd, luidende: Art. 168/1. § 1. Wanneer de belastingplichtige heeft geopteerd voor de achterwaartse aftrek van beroeps- verliezen bij toepassing van artikel 78, § 2 en ingevolge deze aftrek het teveel aan belasting in toepassing van artikel  375/1 van rechtswege is ontheven, wordt de totale belasting van het belastbare tijdperk waarvoor de in paragraaf 2 omschreven alternatieve berekening overeenkomstig het tweede lid van diezelfde paragraaf voor het laatst wordt gemaakt, vermeerderd met het overeenkomstig paragraaf 3 bepaalde bedrag. octroyée par la Belgique illégale et incompatible avec le marché intérieur. Pour l’application du présent paragraphe et de l’ar- ticle 206, § 4, on entend par circonstances météorolo- giques défavorables, les circonstances météorologiques qui peuvent être assimilées à une calamité naturelle, telles que défi nies à l’article 2, point 16, du règlement (UE) n°  702/2014 précité, et qui sont formellement reconnues comme calamité par une région et dont cette reconnaissance est publiée au Moniteur belge. Les pertes professionnelles pour lesquelles l’applica- tion de la rétro-déduction des pertes est demandée sont déduites après déduction des pertes professionnelles de périodes imposables antérieures en application du paragraphe 1er. Le contribuable demande l’application de la rétro-dé- duction des pertes dans la déclaration se rapportant à la période imposable au cours de laquelle le dommage visé à l’alinéa 1er a été défi nitivement constaté. Cette demande est défi nitive et irrévocable. Le Roi peut fi xer les modalités de la demande.”. Art. 87 Dans le titre II, chapitre III, section 1re du même Code, il est inséré une sous-section VI, rédigée comme suit: “Sous-section VI. Majoration en cas de dépassement de l’intensité maximale de l’aide suite à la rétro- déduction des pertes professionnelles”. Art. 88 Dans le titre II, chapitre III, section 1er, sous-section VI, du même Code, il est inséré un article 168/1, rédigé comme suit: Art. 168/1. §  1er. Lorsque le contribuable a opté pour la rétro-déduction de pertes professionnelles en application de l’article 78, § 2, et que suite à cette déduction, l’excédent d’impôt a été dégrevé de plein droit en application de l’article 375/1, l’impôt total de la période imposable pour laquelle le calcul alternatif décrit au paragraphe 2 a été utilisé pour la dernière fois conformément à l’alinéa 2 de ce même paragraphe, est majoré d’un montant déterminé conformément au paragraphe 3. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 42 § 2. Wanneer de belastingplichtige heeft geopteerd voor de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2, worden alternatieve be- rekeningen gemaakt van de door de belastingplichtige verschuldigde belasting waarbij die belasting telkens wordt bepaald alsof de belastingplichtige niet zou hebben geopteerd voor de achterwaartse aftrek van verliezen, waarbij de beroepsverliezen die effectief zijn afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie voorgaande be- lastbare tijdperken achtereenvolgens worden afgetrokken van de beroepsinkomsten van de volgende belastbare tijdperken overeenkomstig artikel 78, § 1. De alternatieve berekening wordt gemaakt voor elk van de belastbare tijdperken vanaf het derde belastbare tijdperk voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin de in artikel 78, § 2, bedoelde schade defi nitief is vast- gesteld tot het belastbare tijdperk waarin ofwel: — het gecumuleerde bedrag van de beroepsverliezen die in de alternatieve berekeningen overeenkomstig arti- kel 78, worden afgetrokken gelijk is aan het bedrag aan beroepsverliezen dat in dezelfde belastbare tijdperken in toepassing van artikel 78 daadwerkelijk van de beroeps- inkomsten werd afgetrokken; — de landbouwactiviteit wordt stopgezet. § 3. De vermeerdering is gelijk aan het positieve ver- schil tussen: — het brutosubsidie-equivalent van het voordeel dat verbonden is met de overeenkomstig artikel 375/1 toege- paste ontheffing ingevolge de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen, berekend op basis van het verschil tussen de werkelijke berekeningen van de belasting en de overeenkomstig paragraaf 2 uitgevoerde alternatieve berekeningen van de belasting, en — het bedrag van de schade, verhoudingsgewijs beperkt tot de beschikbare steunintensiteit. Voor de toepassing van het eerste lid moet onder de beschikbare steunintensiteit, de maximale steunintensiteit worden begrepen zoals omschreven in artikel 25 van de verordening (EU) nr. 702/2014, van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bossector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, in voorko- mend geval verminderd met de steunintensiteit van de gewestelijke steun die is verleend ter compensatie van de in artikelen 78, § 2, of 206, § 4, bedoelde schade. § 2. Lorsque le contribuable a opté pour la rétro- déduction des pertes professionnelles en application de l’article 78, § 2, des calculs alternatifs de l’impôt dû par le contribuable sont réalisés dans lesquels cet impôt est à chaque fois déterminé comme si le contribuable n’avait pas opté pour la rétro-déduction des pertes, dans lesquels les pertes professionnelles effectivement déduites des revenus professionnels des trois périodes imposables précédentes sont successivement déduites des revenus professionnels des périodes imposables suivantes conformément à l’article 78, § 1er. Le calcul alternatif est réalisé pour chacune des périodes imposables à partir de la troisième période imposable précédant la période imposable dans laquelle le dommage visé à l’article 78, § 2, est défi nitivement constaté, jusqu’à la période imposable dans laquelle soit: — le montant cumulé des pertes professionnelles qui sont déduites dans les calculs alternatifs confor- mément à l’article 78, est égal au montant des pertes professionnelles effectivement déduites des revenus professionnels dans ces mêmes périodes imposables en application de l’article 78; — il est mis fi n à l’activité agricole. § 3. La majoration est égale à la différence positive entre: — l’équivalent-subvention brut de l’avantage lié au dégrèvement appliqué conformément à l’article 375/1 suite à la rétro-déduction des pertes professionnelles, calculé sur la base de la différence entre les calculs réels de l’impôt et les calculs alternatifs de l’impôt réalisés conformément au paragraphe 2, et — le montant du dommage, proportionnellement limité à l’intensité disponible de l’aide. Pour l’application de l’alinéa 1er, l’on entend par intensité disponible de l’aide, l’intensité maximale de l’aide telle que défi nie à l’article 25 du règlement (UE) n° 702/2014, de la Commission du 25 juin 2014 déclarant certaines catégories d’aides, dans les sec- teurs agricole et forestier et dans les zones rurales, compatibles avec le marché intérieur, en application des articles 107 et 108 du Traité sur le fonctionnement de l’Union européenne, le cas échéant diminuée de l’intensité de l’aide de l’aide régionale accordée en compensation du dommage visé aux articles 78, § 2, ou 206, § 4. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 43 § 4. De Koning legt de nadere regels vast om het in paragraaf 3 bedoelde brutosubsidie-equivalent van het voordeel dat verbonden is met de overeenkomstig artikel 375/1 toegepaste ontheffing ingevolge de achter- waartse aftrek van beroepsverliezen en het in paragraaf 3 bedoelde bedrag van de vermeerdering te bepalen. Dit brutosubsidie-equivalent en deze vermeerdering worden bepaald met toepassing van de relevante bepalingen van voormelde verordening (EU) 702/2014 en andere relevante Europeesrechtelijke bepalingen.”. Art. 89 In artikel 175  van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 20  december  1995, 8  mei  2014, 10 augustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden “en 14532, § 2, bedoelde vermeerderingen” vervangen door de woorden “, 14532, §  2, en 168/1,  bedoelde vermeerderingen”. Art. 90 Artikel 206 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewij- zigd bij de wet van 30 juli 2018, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: “§ 4. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt op vraag van de belastingplichtige die voldoet aan de criteria bedoeld in artikel 78, § 2, vierde lid, het gedeelte van de beroepsverliezen, dat toe te schrijven is aan schade aan landbouwteelten veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden, en geleden in een gewest waarmee een in artikel 78, § 2, derde lid, bedoeld protocol werd gesloten, achtereenvolgens afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie belastbare tijd- perken voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin die schade defi nitief is vastgesteld, te beginnen met het oudste. Het gedeelte van deze beroepsverliezen dat niet in aftrek kan worden gebracht van deze beroepsinkom- sten, is aftrekbaar overeenkomstig paragraaf 1. Het gedeelte van de beroepsverliezen dat toe te schrijven is aan de in het eerste lid omschreven schade stemt overeen met het bedrag van de beroepsverliezen, beperkt tot het overeenkomstig artikel 78, § 2, tweede lid, omschreven bedrag van deze schade die in het be- lastbare tijdperk defi nitief werd vastgesteld. De Koning kan, na raadpleging van de Interministeriële Conferentie voor het Landbouwbeleid, op nadere wijze het tijdstip omschrijven waarop de schade defi nitief is vastgesteld. De beroepsverliezen waarvoor de toepassing van de achterwaartse verliesaftrek wordt gevraagd, worden af- § 4. Le Roi détermine les modalités afi n de déterminer l’équivalent-subvention brut de l’avantage lié au dé- grèvement appliqué conformément à l’article 375/1 suite à la rétro-déduction des pertes professionnelles, visé au paragraphe 3, ainsi que le montant de la majoration visé au paragraphe 3. Cet équivalent-subvention brut et cette majoration sont déterminés en application des dispositions pertinentes du règlement (UE) n° 702/2014 précité et des autres dispositions pertinentes de droit européen.”. Art. 89 Dans l’article 175 du même Code, modifi é par les lois des 20 décembre 1995, 8 mai 2014, 10 août 2015 et 26 mars 2018, les mots “et 14532, § 2,” sont remplacés par les mots “, 14532, § 2, et 168/1”. Art. 90 L’article 206 du même Code, modifi é en dernier lieu par la loi du 30 juillet 2018, est complété par un para- graphe 4, rédigé comme suit: “§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 1er, la partie des pertes professionnelles qui, à la demande du contribuable qui remplit les critères visés à l’article 78, § 2, alinéa 4, est imputable au dommage causé aux cultures agricoles, provoqué par des conditions météo- rologiques défavorables et encouru dans une région avec laquelle un protocole visé à l’article 78, § 2, ali- néa 3, a été conclu, est déduite consécutivement des revenus professionnels des trois périodes imposables précédant la période imposable dans laquelle ce dom- mage a été défi nitivement constaté, à commencer par la plus ancienne. La partie de ces pertes professionnelles qui ne peut pas être déduite de ces revenus profession- nels, est déductible conformément au paragraphe 1er. La partie des pertes professionnelles qui est impu- table au dommage défi ni à l’alinéa 1er correspond au montant des pertes professionnelles, limité au montant de ce dommage tel que défi ni par l’article 78, § 2, ali- néa 2, qui a été défi nitivement constaté dans la période imposable. Le Roi peut, après consultation de la Confé- rence Interministérielle de Politique Agricole, clarifi er le moment où le dommage est défi nitivement constaté. Les pertes professionnelles pour lesquelles l’applica- tion de la rétro-déduction de pertes est demandée sont DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 44 getrokken na aftrek van de beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken bij toepassing van paragraaf 1. De belastingplichtige vraagt de toepassing van de achterwaartse verliesaftrek aan in de aangifte die be- trekking heeft op het belastbare tijdperk waarin de in het eerste lid bedoelde schade defi nitief is vastgesteld. Deze aanvraag is defi nitief en onherroepelijk. De Ko- ning kan nadere regels met betrekking tot de aanvraag vastleggen.”. Art. 91 In titel III, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 4 ingevoegd, luidende: “Onderafdeling 4. Vermeerdering ingevolge de over- schrijding van de maximale steunintensiteit ten gevolge van de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen”. Art. 92 In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling 4, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 218/1 ingevoegd, luidende: “Art. 218/1. Wanneer de belastingplichtige heeft geop- teerd voor de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij toepassing van artikel 206, § 4, en ingevolge deze aftrek het teveel aan belasting in toepassing van arti- kel 375/1 van rechtswege is ontheven, wordt de totale belasting van het belastbare tijdperk waarvoor de in artikel 168/1, § 2, omschreven alternatieve berekening overeenkomstig het tweede lid van diezelfde paragraaf voor het laatst wordt gemaakt, vermeerderd met het overeenkomstig in artikel 168/1, § 3, bepaalde bedrag. De Koning legt de nadere regels vast overeenkomstig artikel 168/1, § 4.”. Art. 93 In artikel 243, derde lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden “165 en 175” vervangen door de woorden “165, 168/1 en 175”. déduites après déduction des pertes professionnelles de périodes imposables antérieures en application du paragraphe 1er. Le contribuable demande l’application de la rétro-dé- duction des pertes dans la déclaration se rapportant à la période imposable au cours de laquelle le dommage visé à l’alinéa 1er a été défi nitivement constaté. Cette demande est défi nitive et irrévocable. Le Roi peut fi xer les modalités de la demande.”. Art. 91 Dans le titre III, chapitre III, section 1re, du même Code, il est inséré une sous-section 4, rédigée comme suit: “Sous-section 4. Majoration en cas de dépassement de l’intensité maximale de l’aide suite à la rétro-déduc- tion des pertes professionnelles”. Art. 92 Dans le titre II, chapitre III, section 1re, sous-section 4, du même Code, il est inséré un article 218/1, rédigé comme suit: Art. 218/1. Lorsque le contribuable a opté pour la rétro-déduction de pertes professionnelles en applica- tion de l’article 206, § 4, et que suite à cette déduction, l’excédent d’impôt a été dégrevé de plein droit en application de l’article 375/1, l’impôt total de la période imposable pour laquelle le calcul alternatif décrit à l’article 168/1, § 2, a été utilisé pour la dernière fois conformément à l’alinéa 2 de ce même paragraphe, est majoré du montant déterminé conformément à l’article 168/1, § 3. Le Roi détermine les modalités conformément à l’article 168/1, § 4.”. Art. 93 Dans l’article 243, alinéa 3, 5°, du même Code, rem- placé par la loi du 25 décembre 2017, les mots “165 et 175” sont remplacés par les mots “165, 168/1 et 175”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 45 Art. 94 In artikel 243/1, 4°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 18 augustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden “165 en 175” vervangen door de woorden “165, 168/1 en 175”. Art. 95 In artikel 245, eerste lid, 1°, eerste en tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8  mei  2014 en gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden “157 tot 168” vervangen door de woorden “157 tot 168/1”. Art. 96 In artikel 2758 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 24 maart 2015, 18 december 2015, en 30 juli 2018 wor- den de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt: “De in dit artikel bedoelde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan enkel worden toegepast indien de werkgever en in voorkomend geval de in para- graaf 1, vierde lid, bedoelde vennootschap die de inves- tering heeft verricht, een middelgrote onderneming is.”; 2° in paragraaf 2 worden het tweede lid tot en met het zevende lid opgeheven; 3° in paragraaf 2 wordt het achtste lid, dat het tweede lid wordt, vervangen als volgt: “De in dit artikel bedoelde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast door een werkgever die op het ogenblik van het overleg- gen van het in § 5 bedoelde formulier een onderneming in moeilijkheden is.”. Art. 97 In artikel 2759 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 24 maart 2015, 18 december 2015, en 30 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: Art. 94 Dans l’article 243/1, 4°, du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014 et modifi é par les lois des 18 août 2015 et 26 mars 2018, les mots “165 et 175” sont remplacés par les mots “165, 168/1 et 175”. Art. 95 Dans l’article 245, alinéa 1er, 1°, premier et deuxième tirets, du même Code, remplacé par la loi du 8 mai 2014 et modifi é par les lois des 10 août 2015 et 26 mars 2018, les mots “157 à 168” sont remplacés par les mots “157 à 168/1”. Art. 96 À l’article 2758 du même Code, rétabli par la loi du 15 mai 2014 et modifi é par les lois des 24 mars 2015, 18 décembre 2015 et 30 juillet 2018, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 2, l’alinéa 1er est remplacé par ce qui suit: “La dispense de versement du précompte profes- sionnel visée dans le présent article est applicable uniquement si l’employeur et le cas échéant, la société visée au paragraphe 1er, alinéa 4, qui a effectué l’inves- tissement, est une moyenne entreprise.”; 2° dans le paragraphe 2, les alinéa 2 à 7 sont abrogés; 3° dans le paragraphe 2, l’alinéa 8, qui devient l’ali- néa 2, est remplacé par ce qui suit: “La dispense de versement du précompte profes- sionnel visée dans le présent article ne peut pas être appliquée par un employeur qui, au moment de la remise du formulaire tel que visé au § 5, est une entreprise en difficulté.”. Art. 97 À l’article 2759 du même Code, inséré par la loi du 15 mai 2014 et modifi é par les lois des 24 mars 2015, 18 décembre 2015 et 30 juillet 2018, les modifi cations suivantes sont apportées: DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 46 1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt: “De in dit artikel bedoelde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan enkel worden toegepast indien de werkgever of in voorkomend geval de in para- graaf 1, vierde lid, bedoelde vennootschap die de inves- tering heeft verricht geen middelgrote onderneming is.”; 2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden “vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast door een werkgever zoals bedoeld in artikel  2758, §  2, achtste lid” vervangen door de woorden “in dit artikel bedoelde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast door een werkgever die op het ogenblik van het overleggen van het in artikel 2758, § 5, bedoelde formulier een onderneming in moeilijkheden is.”. Art. 98 In artikel 290, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden “en 157 bedoelde vermeerderingen” vervangen door de woorden “, 157 en 168/1 bedoelde vermeerderingen”. Art. 99 In artikel 294, tweede lid, 2°, eerste en tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 10 au- gustus 2015 en 26 maart 2018, worden de woorden “en 157 bedoelde vermeerderingen” telkens vervangen door de woorden “, 157 en 168/1 bedoelde vermeerderingen”. Art. 100 In titel VII, hoofdstuk VI, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 358/1 ingevoegd, luidende: “Art. 358/1. Wanneer wordt vastgesteld dat beroeps- verliezen van een belastbaar tijdperk, geheel of gedeel- telijk, ten onrechte bij toepassing van artikel 78, § 2, of artikel 206, § 4, zijn afgetrokken van de beroepsinkom- sten van vorige belastbare tijdperken en de belasting voor deze tijdperken geheel of gedeeltelijk in toepassing van artikel 375/1 ten onrechte werd ontheven, kan die ten onrechte verleende aftrek worden rechtgezet gedurende de aanslagtermijn die van toepassing is met betrekking 1° dans le paragraphe 2, l’alinéa 1er est remplacé par ce qui suit: “La dispense de versement du précompte profes- sionnel visée dans le présent article est applicable uniquement si l’employeur ou le cas échéant, la société visée au paragraphe 1er, alinéa 4, qui a effectué l’inves- tissement n’est pas une moyenne entreprise.”; 2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “dispense de versement du précompte professionnel ne peut pas être appliquée par un employeur visé à l’article 2758, § 2, alinéa 8” sont remplacés par les mots “dispense de versement du précompte professionnel visée dans le présent article ne peut pas être appliquée par un employeur qui, au moment de la remise du formulaire tel que visé à l’article 2758, § 5, est une entreprise en difficulté.”. Art. 98 Dans l’article 290, alinéa 2, du même Code, rem- placé par la loi du 8 mai 2014 et modifi é par les lois des 10 août 2015 et 26 mars 2018, les mots “et 157” sont remplacés par les mots “, 157 et 168/1,”. Art. 99 Dans l’article 294, alinéa 2, 2°, le premier et deuxième tirets, du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014 et modifi é par les lois des 10 août 2015 et 26 mars 2018, les mots “et 157;” sont chaque fois remplacés par les mots “, 157 et 168/1;”. Art. 100 Dans le titre VII, chapitre VI, section première, du même Code, il est inséré un article 358/1 rédigé comme suit: “Art. 358/1. Lorsqu’il est constaté que les pertes pro- fessionnelles d’une période imposable ont été, entière- ment ou partiellement, indûment déduites en application de l’article 78, § 2, ou de l’article 206, § 4, des revenus professionnels des périodes imposables antérieures et que l’impôt pour ces périodes a été, entièrement ou partiellement, indûment dégrevée en application de l’article 375/1, cette déduction indûment accordée peut être corrigée durant le délai d’imposition applicable qui DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 47 tot het belastbare tijdperk waarin deze beroepsverliezen zijn ontstaan.”. Art. 101 In titel VII, hoofdstuk VII, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 375/1 ingevoegd, luidende: “Art. 375/1. De adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar verleent van rechtswege ontheffing van het teveel aan gevestigde belasting ingevolge de achterwaartse aftrek van be- roepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2, of artikel 206, § 4.”. Art. 102 In artikel 409 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999, worden de woorden “artikel 376” vervangen door de woorden “de artikelen 375/1 en 376”. Art. 103 In artikel  410, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999, worden de woorden “in artikel 376” vervangen door de woorden “in de artikelen 375/1 en 376”. Art. 104 In titel VII, hoofdstuk VIII, afdeling 5, onderafde- ling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 415/1 ingevoegd, luidende: “Art. 415/1. Wanneer bij toepassing van artikel 375/1 ontheffing werd verleend en het bedrag van de beroeps- verliezen dat bij toepassing van artikel 78, § 2, of arti- kel 206, § 4, in aanmerking komt voor de achterwaartse verliesaftrek wordt gewijzigd, is, in afwijking van de artikelen 414 en 415, op het gedeelte van de belasting dat verband houdt met de wijziging van het bedrag van de in aftrek te brengen beroepsverliezen een nalatig- heidsintrest verschuldigd, berekend overeenkomstig artikel 414, § 1, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de ontheffing werd verleend.”. est relatif à la période imposable au cours de laquelle ces pertes professionnelles ont eu lieu.”. Art. 101 Dans le titre VII, chapitre VII, section première, du même Code, il est inséré un article 375/1 rédigé comme suit: “Art. 375/1. Le conseiller général de l’administration en charge de l’établissement des impôts sur les revenus ou le fonctionnaire délégué par lui accorde de plein droit le dégrèvement de l’impôt excédentaire établi suite à la rétro-réduction des pertes professionnelles en applica- tion de l’article 78, § 2, ou de l’article 206, § 4.”. Art. 102 Dans l’article 409 du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999, les mots “à l’article 376” sont rem- placés par les mots “aux articles 375/1 et 376”. Art. 103 Dans l’article 410, alinéa 1er, du même Code, rem- placé par la loi du 15 mars 1999, les mots “à l’article 376” sont remplacés par les mots “aux articles 375/1 et 376”. Art. 104 Dans le titre VII, chapitre VIII, section 5, sous-sec- tion 1re, du même Code, il est inséré un article 415/1, rédigé comme suit: “Art. 415/1. Lorsqu’en application de l’article 375/1, un dégrèvement est accordé et que le montant des pertes professionnelles qui entre en considération pour la déduction des pertes antérieures en application de l’article 78, § 2, ou de l’article 206, § 4, est modifi é, un intérêt de retard est dû, par dérogation aux articles 414 et 415, sur la partie de l’impôt qui est liée à la modifi ca- tion du montant des pertes professionnelles portées en déduction, calculé conformément à l’article 414, § 1er, à compter du premier jour du mois qui suit le mois durant lequel le dégrèvement a été accordé.”. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 48 Art. 105 In artikel 419, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ver- vangen bij de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en bij de wet van 25 december 2017, wordt een bepaling onder 4°/1 ingevoegd, luidende: “4°/1 in geval van terugbetaling van belasting met toepassing van artikel 375/1;”. Art. 106 In artikel 443ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wij- zigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “in artikel 376” vervangen door de woorden “in de artike- len 375/1 en 376”; 2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden “aanvraag tot ambtshalve ontheffing bedoeld in arti- kel 376,” vervangen door de woorden “aanvraag tot ontheffing bedoeld in de artikelen 375/1 en 376,”. Art. 107 Voor de schade die defi nitief is vastgesteld in een belastbaar tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2019 kan de Koning bepalen dat, in afwijking van de arti- kelen 78, § 2, laatste lid, en 206, § 4, laatste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de toepassing van de achterwaartse verliesaftrek wordt aangevraagd aan de hand van een apart formulier. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van dat formulier en de termijn waarbinnen het moet worden ingediend. Art. 108 Deze titel is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 op de beroepsverliezen die toe te schrijven zijn aan schade aan landbouwteelten, veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden die hebben plaatsgevonden vanaf 1 januari 2018. Art. 105 Dans l’article 419, alinéa 1er, du même Code, rem- placé par la loi du 15 mars 1999 et modifi é par les arrê- tés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001 et par la loi du 25 décembre 2017, il est inséré un 4°/1rédigé comme suit: “4°/1 en cas de remboursement d’impôt en application de l’article 375/1;”. Art. 106 À l’article 443ter du même Code, inséré par la loi du 26  mars  2018, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le paragraphe  1er, alinéa  2, les mots “à l’article  376” sont remplacés par les mots “aux ar- ticles 375/1 et 376”; 2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “demande de dégrèvement d’office visée à l’article 376” sont rem- placés par les mots “demande de dégrèvement visée aux articles 375/1 et 376”. Art. 107 Pour le dommage qui est défi nitivement constaté dans une période imposable liée à l’exercice d’imposition 2019, le Roi peut prévoir, par dérogation aux articles 78, § 2, dernier alinéa, et 206, § 4, dernier alinéa, du Code des impôts sur les revenus 1992, que l’application de la rétro-déduction pour pertes soit demandée à l’aide d’un formulaire séparé. Le Roi détermine la forme et le contenu de ce formulaire et le délai endéans lequel il doit être introduit. Art. 108 Le présent titre s’applique à partir de l’exercice d’imposition 2019 aux pertes professionnelles qui sont imputables au dommage causé aux cultures agricoles, provoqué par des conditions météorologiques défavo- rables qui ont eu lieu à partir du 1er janvier 2018. DOC 54 3424/006 C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2018 2019 49 TITEL VI I Overgangsbepalingen Art. 109 De verwijzingen naar artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, opgenomen in de artikelen 8 en 22 van deze wet, moeten worden gelezen als verwijzingen naar artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen. Art. 110 Artikel  109 is van toepassing zolang de wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen niet in werking is getreden. TITRE VII Dispositions transitoires Art. 109 Les références à l’article 1:20 du Code des sociétés et des associations reprises aux articles 8 et 22 de la présente loi, doivent être lues comme des références à l’article 11 du Code des sociétés. Art. 110 L’article 109 est applicable tant que la loi introduisant le Code des sociétés et des associations et portant des dispositions diverses n’est pas entrée en vigueur. DOC 54 Bruxelles, le 31 janvier 2019 Le président de la Chambre des représentants, Le greffier de la Chambre des représentants, Brussel, 31 januari 2019 De voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers, De griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers, Siegfried BRACKE Marc VAN der HULST Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot