Inhoud
10549
3522/005
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G V A N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
DOC 54
DOC 54
28 februari 2019
28 février 2019
TEKST AANGENOMEN IN PLENAIRE
VERGADERING EN AAN DE KONING TER
BEKRACHTIGING VOORGELEGD
TEXTE ADOPTÉ EN SÉANCE PLÉNIÈRE
ET
SOUMIS À LA SANCTION ROYALE
KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
Stukken:
Doc 54 3522/ (2018/2019):
001:
Wetsvoorstel van de dames Dierick en De Coninck, de heer Wilrycx,
de dames Cassart-Mailleux en Smaers en de heer Van Biesen.
002:
Wijziging indiener.
003:
Verslag.
004:
Tekst aangenomen door de commissie.
005:
Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter
bekrachtiging voorgelegd.
Zie ook:
Integraal verslag:
28 februari 2019
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
Documents:
Doc 54 3522/ (2018/2019):
001: Proposition de loi de Mmes Dierick et De Coninck, M. Wilrycx,
Mmes Cassart-Mailleux et Smaers et M. Van Biesen.
002:
Modifi cation auteur.
003:
Rapport.
004:
Texte adopté par la commission.
005: Texte adopté en séance plénière et soumis à la sanction royale.
Voir aussi:
Compte rendu intégral:
28 février 2019
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
betreffende de beroepen van accountant
en belastingadviseur
relative aux professions d’expert-comptable et
de conseiller fiscal
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
2
HOOFDSTUK 1
Algemene bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2
Defi nities
Art. 2
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan
onder:
1° gecertificeerd accountant: de hoedanigheid
verleend aan de persoon die aan de voorwaarden
van hoofdstuk 4 beantwoordt om, als zelfstandige in
hoofdberoep of bijberoep, voor rekening van derden,
de beroepsactiviteiten bedoeld in artikel 3, 1° tot en met
12°, uit te oefenen;
2° gecertifi ceerd belastingadviseur: de hoedanigheid
verleend aan de persoon die aan de voorwaarden van
hoofdstuk 4 beantwoordt om de titel te dragen bij de
uitoefening, als zelfstandige in hoofdberoep of bijberoep,
voor rekening van derden, van de beroepsactiviteiten
bedoeld in artikel 6, 1° tot en met 3°;
3° beroepsbeoefenaar: de gecertifi ceerd accountant,
de gecertifi ceerd belastingadviseur, de accountant, de
fi scaal accountant en de stagiairs die de beroepsacti-
viteiten uitoefenen als zelfstandige in hoofdberoep of
bijberoep, voor rekening van derden, alsook de erkende
rechtspersonen;
4° accountant: de beroepsbeoefenaar die voor de
inwerkingtreding van deze wet ingeschreven was als
“erkend boekhouder” bij het Beroepsinstituut van Er-
kende Boekhouders en Fiscalisten, als opgericht bij
artikel 43 van de wet van 22 april 1999 betreffende de
boekhoudkundige en fi scale beroepen;
5° fi scaal accountant: de beroepsbeoefenaar die voor
de inwerkingtreding van deze wet ingeschreven was
als “boekhouder(-fi scalist)” bij het Beroepsinstituut van
Erkende Boekhouders en Fiscalisten, als opgericht bij
artikel 43 van de wet van 22 april 1999 betreffende de
boekhoudkundige en fi scale beroepen;
6° intern gecertifi ceerd accountant: de hoedanigheid
verleend aan de persoon die aan de voorwaarden van
CHAPITRE 1ER
Disposition générale
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’ar-
ticle 74 de la Constitution.
CHAPITRE 2
Défi nitions
Art. 2
Pour l’application de la présente loi, on entend par:
1° l’expert-comptable certifi é: la qualité donnée à la
personne qui répond aux conditions du chapitre 4 en
vue d’exercer, comme indépendant, à titre accessoire
ou principal, pour compte de tiers, les activités profes-
sionnelles, visées à l’article 3, 1° à 12°;
2° le conseiller fi scal certifi é: la qualité donnée à la
personne qui répond aux conditions du chapitre 4 en vue
de porter le titre lors de l’exercice, comme indépendant,
à titre accessoire ou principal, pour compte de tiers, des
activités professionnelles visées à l’article 6, 1° à 3°;
3° professionnel: l’expert-comptable certifié, le
conseiller fi scal certifi é, l’expert-comptable, l’expert-
comptable fi scaliste et les stagiaires qui exercent les
activités professionnelles comme indépendant, à titre
principal ou titre accessoire, pour compte de tiers, ainsi
que les personnes morales reconnues;
4° expert-comptable: le professionnel qui, avant
l’entrée en vigueur de la présente loi, était inscrit comme
“comptable agréé” à l’Institut professionnel des Comp-
tables et Fiscalistes agréés, créé par l’article 43 de la
loi du 22 avril 1999 relative aux professions comptables
et fi scales;
5° expert-comptable fi scaliste: le professionnel qui,
avant l’entrée en vigueur de la présente loi, était inscrit
comme “comptable(-fi scaliste)” à l’Institut profession-
nel des Comptables et Fiscalistes agréés, créé par
l’article 43 de la loi du 22 avril 1999 relative aux profes-
sions comptables et fi scales;
6° l’expert-comptable certifié interne: la qualité
donnée à la personne qui répond aux conditions du
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
3
hoofdstuk 4 beantwoordt om de titel te dragen bij de
uitoefening, binnen een arbeidsovereenkomst of een
door de overheid bezoldigde betrekking, van de be-
roepsactiviteiten bedoeld in artikel 3, 1° tot en met 5°;
7° intern gecertifi ceerd belastingadviseur: de hoeda-
nigheid verleend aan de persoon die aan de voorwaar-
den van hoofdstuk 4 beantwoordt om de titel te dragen
bij de uitoefening, binnen een arbeidsovereenkomst of
een door de overheid bezoldigde betrekking, van de
beroepsactiviteiten bedoeld in artikel 6;
8° bedrijfsrevisor: de bedrijfsrevisor als bedoeld in
artikel 3, 3°, van de wet van 7 december 2016 tot orga-
nisatie van het beroep van en het publiek toezicht op
de bedrijfsrevisoren;
9° openbaar register: het register bedoeld in hoofd-
stuk 5;
10° European Credits Transfer System (ECTS): het
Europees systeem voor de overdracht van studiepunten;
11° studiepunt: de eenheid waarmee op grond van de
studietijd van de student de omvang van elk opleidings-
onderdeel in een opleidingsprogramma of studiejaar
wordt uitgedrukt, in het bijzonder:
a) de studiepunten als bepaald in het decreet van de
Franse Gemeenschap van 7 november 2013 tot bepaling
van het hogeronderwijslandschap en de academische
organisatie van de studies en het decreet van de Franse
Gemeenschap van 16 april 1991 houdende organisatie
van het onderwijs voor sociale promotie;
b) het studiepunt als bepaald in het artikel 1.3., 67°,
van Codex Hoger Onderwijs van de Vlaamse Gemeen-
schap;
c) het studiepunt als bepaald in het decreet van de
Duitstalige Gemeenschap van 27 juni 2005 houdende
oprichting van een autonome hogeschool;
12° kantoor: de organisatorische eenheid
a) waarbinnen één of meer beroepsbeoefenaars voor
een cliënt beroepsactiviteiten uitoefenen, als bedoeld
in de artikelen 3 en 6;
b) en die bestaat uit ofwel uitsluitend één vestiging
ofwel meerdere vestigingen waarbinnen dezelfde werk-
methodes van toepassing zijn.
chapitre 4 en vue de porter le titre lors de l’exercice,
dans le cadre d’un contrat de travail ou d’une fonction
rémunérée par les pouvoirs publics, des activités pro-
fessionnelles, visées à l’article 3, 1° à 5°;
7° le conseiller fi scal certifi é interne: la qualité donnée
à la personne qui répond aux conditions du chapitre 4 en
vue de porter le titre lors de l’exercice, dans le cadre
d’un contrat de travail ou d’une fonction rémunérée
par les pouvoirs publics, des activités professionnelles
visées à l’article 6;
8° réviseur d’entreprises: le réviseur d’entreprises
visé à l’article 3, 3°, de la loi du 7 décembre 2016 por-
tant organisation de la profession et de la supervision
publique des réviseurs d’entreprises;
9° registre public: le registre visé au chapitre 5;
10° European Credits Transfer System (ECTS): sys-
tème européen de transfert et d’accumulation de crédits;
11° crédit: moyen de quantifi cation du volume d’ap-
prentissage reposant sur la charge de travail requise de
l’étudiant afi n d’atteindre les résultats attendus pour un
processus d’apprentissage donné et un niveau spéci-
fi que, notamment:
a) les crédits tels que défi nis par le décret de la Com-
munauté française du 7 novembre 2013 défi nissant le
paysage de l’enseignement supérieur et l’organisation
académique des études et par le décret de la Commu-
nauté française du 16 avril 1991 organisant l’enseigne-
ment de promotion sociale;
b) l’unité d’étude telle que défi nie par l’article 1er.3.,
67°, du Code de l’Enseignement Supérieur de la Com-
munauté fl amande;
c) l’unité de valeur telle que défi nie par le décret de
la Communauté germanophone du 27 juin 2005 portant
création d’une haute école autonome;
12° cabinet: l’unité organisationnelle
a) au sein de laquelle un ou plusieurs professionnels
exercent pour un client des activités professionnelles
telles que visées aux articles 3 et 6;
b) et qui compte soit un seul établissement, soit
plusieurs établissements dans lesquels les mêmes
méthodes de travail sont appliquées.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
4
13° netwerk: de grotere structuur die op samenwer-
king is gericht en waartoe een beroepsbeoefenaar
behoort en die duidelijk gericht is op:
a) winst- of kostendeling, of
b) het delen van gemeenschappelijke eigendom,
zeggenschap of bestuur, een gemeenschappelijk be-
leid en procedures inzake kwaliteitsbeheersing, een
gemeenschappelijke bedrijfsstrategie, het gebruik van
een gemeenschappelijke merknaam of een aanzienlijk
deel van de bedrijfsmiddelen;
14° het wettelijk, reglementair en normatief kader:
a) deze wet;
b) de uitvoeringsbesluiten van deze wet, de normen
en aanbevelingen als bedoeld in artikel 72, eerste lid,
2°, van het Instituut die van toepassing zijn op de uitoe-
fening van de beroepsactiviteit;
c) andere wetgeving en reglementering die op de
beroepsbeoefenaar van toepassing zijn, met inbegrip
van onder andere:
i) de bepalingen inzake marktpraktijken en de con-
sumentenbescherming die op hem van toepassing zijn
zoals vermeld in boek VI van het Wetboek van econo-
misch recht;
ii) de bepalingen van het insolventierecht zoals
vermeld in boek XX van het Wetboek van economisch
recht;
iii) de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van
het witwassen van geld en de fi nanciering van terrorisme
en tot beperking van het gebruik van contanten en haar
uitvoeringsbesluiten;
15° wet van 22 april 1999: de wet van 22 april 1999
betreffende de boekhoudkundige en fi scale beroepen;
16° auditwet: de wet van 7 december 2016 tot orga-
nisatie van het beroep van en het publiek toezicht op
de bedrijfsrevisoren;
17° Instituut: het Instituut van de Belastingadviseurs
en de Accountants, als bedoeld in artikel 61;
18° Raad van het Instituut: de Raad van het Instituut
als bedoeld in artikel 68;
19° Hoge Raad: de Hoge Raad voor de Economische
Beroepen als bedoeld in artikel 79;
13° réseau: la structure plus vaste destinée à un but
de coopération, à laquelle appartient un professionnel
et dont le but manifeste est:
a) le partage de résultats ou de coûts, ou
b) qui partage un actionnariat, un contrôle ou une
direction commun(e), des politiques et des procédures
communes en matière de contrôle de qualité, une stra-
tégie commerciale commune, l’utilisation d’une même
marque ou d’une partie importante des ressources
professionnelles;
14° le cadre légal, réglementaire et normatif:
a) la présente loi;
b) les arrêtés d’exécution de la présente loi, les
normes et recommandations visées à l’article 72, ali-
néa 1er, 2°, de l’Institut applicables en vue d’exercer la
profession;
c) d’autres législations et réglementations applicables
au professionnel, en ce compris notamment:
i) les dispositions relatives aux pratiques du marché et
à la protection du consommateur lui applicable telles que
reprises dans le livre VI du Code de droit économique;
ii) les dispositions du droit de l’insolvabilité telles que
reprises dans le livre XX du Code de droit économique;
iii) la loi du 18 septembre 2017 relative à la préven-
tion du blanchiment de capitaux et du fi nancement du
terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces
et ses arrêtés d’exécution;
15° loi du 22 avril 1999: la loi du 22 avril 1999 relative
aux professions comptables et fi scales;
16° loi audit: la loi du 7 décembre 2016 portant orga-
nisation de la profession et de la supervision publique
des réviseurs d’entreprises;
17° Institut: l’Institut des Conseillers fi scaux et des
Experts-comptables, visé à l’article 61;
18° Conseil de l’Institut: le Conseil de l’Institut, visé
à l’article 68;
19° Conseil supérieur: le Conseil supérieur des Pro-
fessions économiques visé à l’article 79;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
5
20° commissie van beroep: de commissie van beroep
als bedoeld in artikel 104;
21° Instituut van de Bedrijfsrevisoren: het Instituut
van de Bedrijfsrevisoren als bedoeld in artikel 64 van
de auditwet;
22° fusionerende instituten: het Instituut van de Ac-
countants en de Belastingconsulenten, opgericht bij
artikel 2 van de wet van 22 april 1999 en het Beroeps-
instituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten,
opgericht bij artikel 43 van de wet van 22 april 1999;
23° lidstaat: een lidstaat van de Europese Economi-
sche Ruimte, als bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet
van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen
kader voor de erkenning van EU-beroepskwalifi caties;
24° derde land: een land dat geen lidstaat is.
HOOFDSTUK 3
Beroepsactiviteiten, dragen van de titel en recht
om deze werkzaamheden uit te oefenen
Afdeling 1
De beroepsactiviteiten van
de gecertifi ceerd accountant
Art. 3
Een gecertifi ceerd accountant voert hoofdzakelijk de
volgende beroepsactiviteiten uit:
1° de boekhouding en de boekhoudkundige diensten
organiseren en advies verstrekken inzake de boekhoud-
kundige organisatie bij ondernemingen;
2° het bepalen van de resultaten en het opmaken
van de jaarrekening conform de wettelijke bepalingen
ter zake;
3° het openen, het houden, het centraliseren en het
sluiten van boekingen, geschikt voor het opmaken van
de rekeningen;
4° alle boekhoudstukken nazien en corrigeren die
niet leiden tot een attestering of een expertiseverslag
bestemd om aan derden te worden afgegeven;
5° de analyse met boekhoudtechnische procedés
van de positie en werking van ondernemingen vanuit
het oogpunt van hun kredietwaardigheid, rentabiliteit en
20° commission d’appel: la commission d’appel visée
à l’article 104;
21° Institut des Réviseurs d’Entreprises: l’Institut des
Réviseurs d’Entreprises visé à l’article 64 de la loi audit;
22° instituts qui fusionnent: l’Institut des Experts-
comptables et des Conseils fiscaux, créé par l’ar-
ticle 2 de la loi du 22 avril 1999, et l’Institut profession-
nel des Comptables et Fiscalistes agréés, créé par
l’article 43 de la loi du 22 avril 1999;
23° État membre: un État membre de l’Espace éco-
nomique européen visé à l’article 2, § 1er, l), de la loi
du 12 février 2008 instaurant un cadre général pour la
reconnaissance des qualifi cations professionnelles UE;
24° pays tiers: un pays qui n’est pas un État membre.
CHAPITRE 3
Activités professionnelles, port du titre et droit
d’exercer ces activités
Section 1re
Les activités professionnelles de
l’expert-comptable certifi é
Art. 3
Un expert-comptable certifi é effectue principalement
les activités professionnelles suivantes:
1° l’organisation de la comptabilité et des services
comptables et les activités de conseil en matière d’orga-
nisation comptable des entreprises;
2° la détermination des résultats et l’établissement
des comptes annuels conformément aux dispositions
légales en la matière;
3° l’ouverture, la tenue, la centralisation et la clôture
des écritures comptables propres à l’établissement
des comptes;
4° la vérifi cation et le redressement de tous les
documents comptables qui ne conduisent pas à une
attestation ou un rapport d’expertise destinés à être
remis à des tiers;
5° l’analyse par les procédés de la technique comp-
table de la situation et du fonctionnement des entre-
prises du point de vue de leur crédit, de leur rendement
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
6
risico’s die niet leidt tot een attestering of een expertise-
verslag bestemd om aan derden te worden afgegeven;
6° zowel privé- als gerechtelijke expertise met betrek-
king tot de boekhouding van ondernemingen;
7° elke opdracht bedoeld in 4° tot en met 6° uitge-
voerd door een gecertifi ceerd accountant, andere dan
de gebruikelijke beroepsbeoefenaar, die leidt tot een
attestering of een expertiseverslag bestemd om aan
derden te worden afgegeven;
8° andere opdrachten waarvan de uitvoering bij of
krachtens de wet zijn voorbehouden aan de gecertifi -
ceerde accountant;
9° het verstrekken van advies in alle fi scale aange-
legenheden;
10° het bijstaan van de belastingplichtige bij het na-
komen van zijn fi scale verplichtingen;
11° het vertegenwoordigen van de belastingplichtige
bij de belastingdiensten;
12° het organiseren van administratieve diensten en
advies verstrekken over de administratieve organisatie
van ondernemingen.
Afdeling 2
Dragen van de titel van gecertifi ceerd accountant
Art. 4
Enkel de natuurlijke personen ingeschreven in het
openbaar register van het Instituut met de hoedanigheid
van gecertifi ceerd accountant dragen de titel van gecer-
tifi ceerd accountant, alsook desgevallend het Engelse
equivalent “certifi ed accountant” ervan.
Personen die hun activiteiten uitoefenen binnen
een arbeidsovereenkomst of een door de overheid
bezoldigde betrekking in de hoedanigheid van intern
gecertifi ceerd accountant, mogen de titel van intern
gecertifi ceerd accountant dragen.
De erkende rechtspersonen bedoeld in artikel 24 mo-
gen de titel van gecertifi ceerd accountant gebruiken of
opnemen in hun maatschappelijke benaming indien
de meerderheid van de leden van het bestuursorgaan
de hoedanigheid van gecertifi ceerd accountant heeft
of een gelijkwaardige erkende hoedanigheid in een
andere lidstaat.
et de leurs risques qui ne conduit pas à une attestation
ou un rapport d’expertise destinés à être remis à des
tiers;
6° l’expertise, tant privée que judiciaire, dans le
domaine de la comptabilité des entreprises;
7° toute mission visée aux 4° à 6° exercée par un
expert-comptable certifi é autre que le professionnel
habituel qui conduit à une attestation ou un rapport
d’expertise destinés à être remis à des tiers;
8° les autres missions dont l’accomplissement est
réservé par la loi ou en vertu de la loi à l’expert-comp-
table certifi é;
9° la délivrance d’avis se rapportant à toutes matières
fi scales;
10° l’assistance du contribuable dans l’accomplisse-
ment de ses obligations fi scales;
11° la représentation du contribuable auprès de
l’administration fi scale;
12° l’organisation des services administratifs et le
conseil sur l’organisation administrative des entreprises.
Section 2
Port du titre d’expert-comptable certifi é
Art. 4
Seules les personnes physiques inscrites au registre
public de l’Institut en qualité d’expert-comptable certifi é
portent le titre d’expert-comptable certifi é, ainsi que, le
cas échéant, son équivalent en langue anglaise “certi-
fi ed accountant”.
Les personnes qui exercent leurs activités dans le
cadre d’un contrat de travail ou d’une fonction rémuné-
rée par les pouvoirs publics en qualité d’expert-comp-
table certifi é interne, peuvent porter le titre d’expert-
comptable certifi é interne.
Les personnes morales reconnues, visées à l’ar-
ticle 24, peuvent utiliser le titre d’expert-comptable
certifi é ou le reprendre dans leur dénomination sociale
si la majorité des membres de l’organe de gestion ont
la qualité d’expert-comptable certifi é ou une qualité
reconnue équivalente dans un autre État membre.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
7
Onverminderd artikel 9 mag niemand een andere
titel dragen die verwarring kan scheppen of zou kunnen
scheppen met die van gecertifi ceerd accountant.
Afdeling 3
Recht om de beroepsactiviteiten van gecertifi ceerd
accountant uit te oefenen
Art. 5
Enkel de volgende personen, natuurlijke of rechts-
personen, mogen, als zelfstandige, in hoofdberoep of
bijberoep, voor rekening van derden, de beroepsactivi-
teiten als bedoeld in artikel 3, 1° tot en met 5°, uitoefenen:
1° de personen die in het openbaar register van het
Instituut ingeschreven zijn met de hoedanigheid van
gecertifi ceerd accountant;
2° de bedrijfsrevisoren;
3° de accountants en fi scaal accountants ingeschre-
ven in het openbaar register bedoeld in artikel 9;
4° de stagiairs, gecertifi ceerde accountants of (fi s-
caal) accountants, die activiteiten mogen uitoefenen
voor rekening van derden;
5° de erkende rechtspersonen voor zover de natuur-
lijke personen die deze activiteiten uitoefenen voor de
erkende rechtspersoon accountants, fi scale accoun-
tants of gecertifi ceerde accountants zijn.
De beroepsactiviteiten bedoeld in artikel 3, 1° tot
en met 5°, mogen bovendien ook uitgeoefend worden
binnen een arbeidsovereenkomst of een door de over-
heid bezoldigde betrekking door een werknemer of
ambtenaar.
Enkel de natuurlijke of rechtspersonen met de hoeda-
nigheid van gecertifi ceerd accountant, erkende rechts-
persoon of de bedrijfsrevisoren mogen, als zelfstandige,
in hoofdberoep of bijberoep, voor rekening van derden,
de beroepsactiviteiten bedoeld in artikel 3, 6° tot en met
8° uitoefenen, met uitzondering van de activiteiten die
door de wet voorbehouden zijn aan de gecertifi ceerde
accountants.
Wanneer de activiteiten bedoeld in artikel 3, 6° tot
en met 8°, worden uitgeoefend door erkende rechts-
personen, moeten de natuurlijke personen die deze
Sans préjudice de l’article 9, personne ne peut porter
un autre titre susceptible de créer une confusion avec
celui d’expert-comptable certifi é.
Section 3
Autorisation d’exercer les activités professionnelles
d’expert-comptable certifi é
Art. 5
Seules les personnes suivantes, physiques ou
morales, peuvent exercer, comme indépendant, à titre
principal ou accessoire, pour compte de tiers, les acti-
vités professionnelles visées à l’article 3, 1° à 5°:
1° les personnes qui sont inscrites au registre public
de l’Institut en qualité d’expert-comptable certifi é;
2° les réviseurs d’entreprises;
3° les experts-comptables et les experts- comptables
fi scalistes inscrits au registre public visé à l’article 9;
4° les stagiaires, experts-comptables certifi és et
experts-comptables (fi scalistes) autorisés à exercer des
activités pour compte de tiers;
5° les personnes morales reconnues pour autant
que les personnes physiques qui exercent ces activités
pour la personne morale reconnue soient des experts-
comptables, des experts-comptables-fi scalistes ou des
experts-comptables certifi és.
Par ailleurs, les activités visées à l’article 3, 1° à 5°,
peuvent être également exercées dans le cadre d’un
contrat de travail ou d’une fonction rémunérée par les
pouvoirs publics par un travailleur ou un fonctionnaire.
Seules les personnes physiques ou morales qui
ont la qualité d’expert-comptable certifi é, de personne
morale reconnue ou les réviseurs d’entreprises peuvent,
comme indépendant, à titre accessoire ou principal, pour
compte de tiers, exercer les activités professionnelles
visées à l’article 3, 6° à 8, à l’exception de celles réser-
vées exclusivement par la loi aux experts comptables
certifi és.
Lorsque les activités visées à l’article 3, 6° à 8°, sont
exercées par des personnes morales reconnues, dans
ce cas les personnes physiques qui exercent ces activi-
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
8
activiteiten uitoefenen voor de rechtspersonen de
hoedanigheid van gecertifi ceerde accountant of be-
drijfsrevisor hebben.
Afdeling 4
De beroepsactiviteiten van
de gecertifi ceerd belastingadviseur
Art. 6
Een gecertifi ceerd belastingadviseur voert hoofdza-
kelijk de volgende beroepsactiviteiten uit:
1° advies verstrekken in alle fi scale aangelegenhe-
den;
2° de belastingplichtige bijstaan bij het nakomen van
zijn fi scale verplichtingen;
3° de belastingplichtige vertegenwoordigen bij de
belastingdiensten.
Afdeling 5
Het dragen van de titel van gecertifi ceerd
belastingadviseur
Art. 7
Enkel de natuurlijke personen ingeschreven in het
openbaar register van het Instituut met de hoedanig-
heid van gecertifi ceerd belastingadviseur mogen de titel
van gecertifi ceerd belastingadviseur dragen, alsook het
Engelse equivalent “certifi ed tax advisor” ervan.
De erkende rechtspersonen mogen de titel van ge-
certifi ceerd belastingadviseur gebruiken of opnemen in
hun maatschappelijke benaming indien de meerderheid
van de leden van het bestuursorgaan de hoedanigheid
van gecertifi ceerd belastingadviseur heeft of een gelijk-
waardige erkende hoedanigheid in een andere lidstaat.
Art. 8
Een gecertifi ceerd accountant mag ook de titel van
(intern) gecertifi ceerd fi scaal accountant dragen. Een
(gecertifi ceerd) accountant of een bedrijfsrevisor mag
de titel van gecertifi ceerd belastingadviseur echter niet
dragen.
Personen die hun activiteiten uitoefenen binnen
een arbeidsovereenkomst of een door de overheid
bezoldigde betrekking in de hoedanigheid van intern
tés pour les personnes morales doivent avoir la qualité
d’expert-comptable certifi é ou de réviseur d’entreprises.
Section 4
Les activités professionnelles
du conseiller fi scal certifi é
Art. 6
Un conseiller fi scal certifi é exerce principalement les
activités professionnelles suivantes:
1° donner des avis se rapportant à toutes matières
fi scales;
2° assister le contribuable dans l’accomplissement
de ses obligations fi scales;
3° représenter le contribuable auprès de l’adminis-
tration fi scale.
Section 5
Port du titre de conseiller
fi scal certifi é
Art. 7
Seules les personnes physiques inscrites au registre
public de l’Institut en qualité de conseiller fi scal certifi é
peuvent porter le titre de conseiller fi scal certifi é, ainsi
que son équivalent en langue anglaise “certifi ed tax
advisor”.
Les personnes morales reconnues peuvent utiliser
le titre de conseiller-fi scal certifi é ou le reprendre dans
leur dénomination sociale si la majorité des membres
de l’organe de gestion ont la qualité de conseiller fi scal
certifi é ou une qualité reconnue équivalente dans un
autre État membre.
Art. 8
Un expert-comptable certifi é peut aussi porter le
titre d’expert-comptable et fi scal certifi é (interne). Un
expert-comptable (certifi é) ou un réviseur d’entreprises
ne peuvent toutefois pas porter le titre de conseiller
fi scal certifi é.
Les personnes qui exercent leurs activités dans le
cadre d’un contrat de travail ou d’une fonction rému-
nérée par les pouvoirs publics, en qualité de conseiller
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
9
gecertifi ceerd belastingadviseur, mogen de titel van
intern gecertifi ceerd belastingadviseur dragen.
Onverminderd artikel 9 mag niemand een andere
titel dragen die verwarring kan scheppen of zou kunnen
scheppen met die van gecertifi ceerd belastingadviseur.
Afdeling 6
De accountant en de fi scaal accountant
Art. 9
De personen ingeschreven in het openbaar register
van het Instituut als accountant mogen de titel van ac-
countant dragen.
De personen ingeschreven in het openbaar register
van het Instituut als fi scaal accountant mogen de titel
van fi scaal accountant dragen. De bedrijfsrevisoren
mogen de titel van fi scaal accountant echter niet dragen.
De erkende rechtspersonen mogen de titel van ac-
countant of fi scaal accountant gebruiken of opnemen in
hun maatschappelijke benaming indien de meerderheid
van de leden van het bestuursorgaan de hoedanigheid
van accountant of fi scaal accountant heeft of een gelijk-
waardige erkende hoedanigheid in een andere lidstaat.
De personen bedoeld in het eerste of tweede lid
mogen de activiteiten bedoeld in artikel 3 uitoefenen,
met uitzondering van de activiteiten bedoeld in artikel 3,
6° tot en met 8°.
Onverminderd de artikelen 4 en 7 mag niemand een
andere titel dragen die verwarring kan scheppen of zou
kunnen scheppen met die van accountant of fi scaal
accountant.
Indien de personen bedoeld in het eerste of het
tweede lid de activiteiten van accountant of fi scaal ac-
countant binnen een arbeidsovereenkomst of een door
de overheid bezoldigde betrekking uitoefenen, mogen
ze de titel van intern accountant of intern fi scaal ac-
countant dragen.
fi scal certifi é interne, peuvent porter le titre de conseiller
fi scal certifi é interne.
Sans préjudice de l’article 9, personne ne peut porter
un autre titre susceptible de créer une confusion avec
celui de conseiller fi scal certifi é.
Section 6
L’expert-comptable et l’expert-comptable fi scaliste
Art. 9
Les personnes inscrites dans le registre public de
l’Institut comme expert-comptable peuvent porter le
titre d’expert-comptable.
Les personnes inscrites dans le registre public de
l’Institut comme expert-comptable fi scaliste peuvent
porter le titre d’expert-comptable fi scaliste. Les révi-
seurs d’entreprises ne peuvent toutefois pas porter le
titre d’expert-comptable fi scaliste.
Les personnes morales reconnues peuvent utiliser
le titre d’expert-comptable ou d’expert-comptable fi s-
caliste ou le reprendre dans leur dénomination sociale
si la majorité des membres de l’organe de gestion ont
la qualité d’expert-comptable (fi scaliste) ou une qualité
reconnue équivalente dans un autre État membre.
Les personnes visées à l’alinéa 1er ou 2 peuvent
exercer les activités visées à l’article 3, à l’exception
des activités visées à l’article 3, 6° à 8°.
Sans préjudice des articles 4 et 7, personne ne peut
porter un autre titre susceptible de créer une confusion
avec celui d’expert-comptable ou d’expert-comptable
fi scaliste.
Si les personnes visées aux alinéas 1er ou 2 exercent
les activités d’expert-comptable ou d’expert-comptable
fi scaliste dans le cadre d’un contrat de travail ou d’une
profession rémunérée par les pouvoirs publics, elles
peuvent porter le titre d’expert-comptable interne ou
d’expert-comptable fi scaliste interne.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
10
HOOFDSTUK 4
Beroepskwalifi caties voor het verlenen
van de hoedanigheid
Afdeling 1
Het verlenen van de hoedanigheid van gecertifi ceerd
accountant of van gecertifi ceerd belastingadviseur aan
een natuurlijk persoon
Art. 10
§ 1. Een natuurlijk persoon die aan de volgende voor-
waarden voldoet, wordt op zijn verzoek in het openbaar
register van het Instituut ingeschreven met de hoeda-
nigheid van (intern) gecertifi ceerd accountant of (intern)
gecertifi ceerd belastingadviseur:
1° onderdaan zijn van een lidstaat;
2° niet beroofd zijn geweest van zijn politieke en
burgerlijke rechten;
3° niet, zelfs gedeeltelijk, de schuldkwijtschelding ge-
weigerd zijn geweest met toepassing van artikel XX.173,
§ 3, van het Wetboek van economisch recht, niet per-
soonlijk aansprakelijk zijn gesteld geweest voor het
geheel of een deel van de schulden van de onderne-
ming met toepassing van artikel XX.225 of XX.227 van
hetzelfde wetboek, niet het verbod opgelegd zijn
geweest een onderneming uit te baten met toepassing
van artikel XX.229 van hetzelfde wetboek en niet een
eerherstel geweigerd zijn geweest met toepassing van
artikel XX.237 van hetzelfde wetboek;
4° geen zelfs voorwaardelijke gevangenisstraf van
ten minste drie maanden hebben opgelopen voor
een van de misdrijven vermeld in artikel 1 van het
koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij
aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden
verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of
werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de onder-
nemingsrechtbanken de bevoegdheid wordt toegekend
dergelijk verbod op te leggen, voor een inbreuk op de
wet van 20 september 1948 houdende organisatie van
het bedrijfsleven, voor een inbreuk op het Wetboek van
vennootschappen, het Wetboek van economisch recht,
boek III, titel 3, hoofdstuk 2 en zijn uitvoeringsbesluiten,
of op de fi scale wetgeving;
5° in het bezit zijn van een diploma of een titel, be-
doeld in artikel 12;
6° na het slagen voor het toelatingsexamen, als stagi-
air een stageperiode van minstens drie jaar volbrengen;
CHAPITRE 4
Qualifi cations professionnelles pour l’octroi
de la qualité
Section 1re
L’octroi de la qualité d’expert-comptable certifi é
ou de conseiller fi scal certifi é
à une personne physique
Art. 10
§ 1er. Une personne physique qui répond aux condi-
tions suivantes est inscrite, à sa demande, dans le
registre public de l’Institut avec la qualité d’expert-
comptable certifi é (interne) ou de conseiller fi scal certifi é
(interne):
1° être ressortissant d’un État membre;
2° ne pas avoir été privé de ses droits civils et poli-
tiques;
3° ne pas s’être vu refuser, même partiellement, l’effa-
cement des dettes en application de l’article XX.173, § 3,
du Code de droit économique, ne pas s’être vu déclarer
personnellement obligé de tout ou partie des dettes so-
ciales, en application des articles XX.225 ou XX.227 du
même code, ne pas s’être vu interdire l’exploitation
d’une entreprise, en application de l’article XX.229 du
même code et ne pas s’être vu refuser la réhabilitation
en application de l’article XX.237 du même code;
4° ne pas avoir encouru une peine d’emprisonne-
ment, même conditionnelle, de trois mois au moins
pour l’une des infractions mentionnées à l’article 1er
de l’arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 portant inter-
diction à certains condamnés et aux faillis d’exercer
certaines fonctions, professions ou activités et conférant
aux tribunaux d’entreprise la faculté de prononcer de
telles interdictions, pour une infraction à la loi du 20 sep-
tembre 1948 portant organisation de l’économie, pour
une infraction au Code des sociétés, au Code de droit
économique, livre III, titre 3, chapitre 2 et à ses arrêtés
d’exécution ou à la législation fi scale;
5° être porteur d’un diplôme ou d’un titre, visé à
l’article 12;
6° après la réussite de l’examen d’admission, avoir
accompli le stage d’une période de minimum 3 ans en
tant que stagiaire;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
11
7° slagen voor het bekwaamheidsexamen dat volgt
na de stage;
8° de eed afl eggen.
§ 2. De voorwaarde bedoeld in paragraaf 1, 3°, heeft
eveneens betrekking op gelijkaardige insolventiemaat-
regelen opgelopen in een andere lidstaat of een derde
land.
§ 3. De voorwaarde bedoeld in paragraaf 1, 4°, heeft
eveneens betrekking op gelijkaardige strafmaatregelen
opgelopen in een andere lidstaat of een derde land.
§ 4. De Koning legt, na advies van de Raad van het
Instituut, de voorwaarden en de procedure vast voor
een natuurlijk persoon, onderdaan van een derde land,
gevestigd in België die de hoedanigheid van (intern)
gecertifi ceerd accountant of van (intern) gecertifi ceerd
belastingadviseur wenst te bekomen. De Raad van het
Instituut brengt zijn advies uit binnen de drie maanden
na ontvangst van de adviesaanvraag over het ontwerp,
zo niet wordt de Raad van het Instituut geacht geen
opmerkingen op het ontwerp te hebben.
§ 5. Een bedrijfsrevisor mag niet om de hoedanigheid
van gecertifi ceerd belastingadviseur verzoeken.
Art. 11
§ 1. Ter ondersteuning van zijn verzoek om ingeschre-
ven te worden in het openbaar register van het Instituut
met de hoedanigheid van gecertifi ceerd (intern) ac-
countant of van (intern) gecertifi ceerd belastingadviseur
kan een natuurlijk persoon, onderdaan van een lidstaat,
een bekwaamheidstest of een opleidingstitel bedoeld
in titel III, hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008
betreffende de beroepskwalifi caties, afgeleverd door
een andere lidstaat doen gelden die beantwoordt aan
de voorwaarden bepaald in hetzelfde hoofdstuk van
die wet of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een
dergelijke titel in toepassing van artikel 2, § 3, van
de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroeps-
kwalifi caties. De onderdanen van een lidstaat die een
bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in
deze paragraaf hebben verworven, zijn onderworpen
aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten
voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende
de beroepskwalifi caties, onverminderd de bepalingen
voorzien in of op basis van deze wet.
§ 2. De houders van een bekwaamheidsattest of een
opleidingstitel bedoeld in paragraaf 1 zijn vrijgesteld van
de stage. Zij moeten zich evenwel, in toepassing van
artikel 16, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betref-
7° avoir réussi un examen pratique, qui suit le stage;
8° prêter serment.
§ 2. La condition visée au paragraphe 1er, 3°, concerne
aussi les mesures d’insolvabilité équivalentes encou-
rues dans un autre État membre ou dans un pays tiers.
§ 3. La condition visée au paragraphe 1er, 4°, concerne
aussi les mesures pénales équivalentes encourues dans
un autre État membre ou dans un pays tiers.
§ 4. Le Roi établit, après avis du Conseil de l’Institut,
les conditions et la procédure pour une personne phy-
sique, ressortissante d’un pays tiers établie en Belgique
qui souhaite obtenir la qualité d’expert-comptable cer-
tifi é (interne) ou de conseiller fi scal certifi é (interne). Le
Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois mois
après réception de la demande d’avis sur le projet, à
défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé n’avoir
aucune observation sur le projet.
§ 5. Un réviseur d’entreprises ne peut pas demander
la qualité de conseiller fi scal certifi é.
Art. 11
§ 1er. À l’appui de sa demande d’être inscrit au
registre public de l’Institut avec la qualité d’expert-
comptable certifi é (interne) ou de conseiller fi scal certifi é
(interne), une personne physique, ressortissant d’un
État membre, peut également faire valoir une attes-
tation de compétence ou un titre de formation visé au
titre III, chapitre Ier, de la loi du 12 février 2008 relative
aux qualifi cations professionnelles, délivré par un autre
État membre et répondant aux conditions fi xées dans
ce même chapitre de cette loi ou un titre de formation
assimilé à un tel titre en application de l’article 2, § 3,
de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifi cations
professionnelles. Les ressortissants d’un État membre
qui ont acquis une attestation de compétence ou un titre
de formation visé au présent paragraphe sont soumis à
l’ensemble des conditions et bénéfi cient de l’ensemble
des droits prévus dans la loi du 12 février 2008 relative
aux qualifi cations professionnelles, sans préjudice des
dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi.
§ 2. Les porteurs d’une attestation de compétence
ou d’un titre de formation visés au paragraphe 1er sont
dispensés du stage. Toutefois, ils doivent, en application
de l’article 16, § 3, de la loi du 12 février 2008 relative
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
12
fende de beroepskwalifi caties, onderwerpen aan een
bekwaamheidsproef, georganiseerd door het Instituut
wanneer hun opleiding op het vlak van boekhouding, ac-
countancy, fi scaliteit, vennootschapsrecht, deontologie
en andere vakken waarvan de kennis noodzakelijk is
voor de uitoefening van het beroep van gecertifi ceerd
accountant of van gecertifi ceerd belastingconsulent in
België, belangrijke verschillen vertoont inzake inhoud
ten aanzien van de opleiding die bestreken is door de
in België vereiste opleidingstitel.
De bekwaamheidsproef bestaat uit een controle van
de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van
de aanvrager, die tot doel heeft te beoordelen of hij de
bekwaamheid heeft om het beroep van gecertifi ceerd
accountant of van gecertifi ceerd belastingadviseur uit
te oefenen.
Bij deze bekwaamheidsproef moet in aanmerking
worden genomen dat de aanvrager in de Staat van
oorsprong of herkomst een gekwalifi ceerd beroeps-
beoefenaar is. De proef heeft betrekking op de vakge-
bieden die moeten worden gekozen uit die op de lijst
van de vakgebieden, die, op basis van een vergelijking
tussen de vereiste opleiding en de opleiding die de
aanvrager heeft ontvangen, niet bestreken worden door
het diploma of de titel(s) die de aanvrager overlegt. De
kennis van deze vakgebieden moet een noodzakelijke
voorwaarde zijn om het beroep van gecertifi ceerd ac-
countant of gecertifi ceerd belastingadviseur te kunnen
uitoefenen. Deze proef kan ook betrekking hebben op
de kennis van de deontologie die op deze beroepen
van toepassing zijn.
De voorschriften betreffende de bekwaamheidsproef,
de opstelling van de lijst van de vakgebieden en het sta-
tuut van de aanvrager die zich daarop wil voorbereiden,
worden vastgelegd door de Raad van het Instituut met
inachtneming van de regels inzake gemeenschapsrecht
en de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroeps-
kwalifi caties.
Indien overwogen wordt om de aanvrager een
bekwaamheidsproef te laten afleggen, wordt eerst
nagegaan of de beroepskennis, -vaardigheden en
-competenties die de aanvrager tijdens zijn beroepser-
varing als gecertifi ceerd accountant of als gecertifi ceerd
belastingadviseur in een lidstaat of een derde land heeft
verworven, van dien aard zijn dat het wezenlijk verschil
in de opleiding daardoor geheel of gedeeltelijk wordt
ondervangen.
Het Instituut informeert de aanvrager over de beslis-
sing om hem aan een bekwaamheidsproef te onder-
werpen door vermelding van:
aux qualifi cations professionnelles, se soumettre à une
épreuve d’aptitude organisée par l’Institut, lorsque leur
formation dans les domaines comptable, d’expertise
comptable, fi scal, du droit des sociétés, de la déon-
tologie et dans les matières dont la connaissance est
essentielle à l’exercice de la profession d’expert-comp-
table certifi é ou de conseiller fi scal certifi é en Belgique,
présente des différences importantes en matière de
contenu par rapport à la formation couverte par le titre
de formation requis en Belgique.
L’épreuve d’aptitude consiste en un contrôle des
connaissances, aptitudes et compétences profession-
nelles du demandeur, qui a pour but d’apprécier son
aptitude à exercer la profession d’expert-comptable
certifi é ou de conseiller fi scal certifi é.
L’épreuve d’aptitude doit prendre en considération
le fait que le demandeur est un professionnel qualifi é
dans l’État d’origine ou de provenance. Elle porte sur
des matières à choisir parmi celles fi gurant sur la liste
des matières qui, sur la base d’une comparaison entre
la formation requise et celle reçue par le demandeur,
ne sont pas couvertes par le diplôme ou le ou les titres
dont il fait état. La connaissance de ces matières doit
être une condition essentielle pour pouvoir exercer la
profession d’expert-comptable certifi é ou de conseiller
fiscal certifié. Cette épreuve peut également com-
prendre la connaissance de la déontologie applicable
à ces professions.
Les modalités de l’épreuve d’aptitude, de l’établis-
sement de la liste des matières et le statut du deman-
deur qui souhaite s’y préparer, sont déterminées par le
Conseil de l’Institut, dans le respect des règles du droit
communautaire et de la loi du 12 février 2008 relative
aux qualifi cations professionnelles.
S’il est envisagé d’exiger du demandeur qu’il passe
une épreuve d’aptitude, il est préalablement vérifi é si
les connaissances, aptitudes et compétences profes-
sionnelles acquises comme expert-comptable certifi é ou
comme conseiller fi scal certifi é dans un État membre
ou dans un pays tiers, sont de nature à couvrir, en tout
ou en partie, la différence substantielle de la formation.
L’Institut informe le demandeur de la décision de le
soumettre à une épreuve d’aptitude en mentionnant:
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
13
1° het vereiste kwalifi catieniveau en het niveau vol-
gens de onderverdeling in artikel 13 van de wet van
12 februari 2008 betreffende de beroepskwalifi caties
waarover de aanvrager beschikt;
2° de wezenlijke verschillen die de bekwaamheids-
proef rechtvaardigen en de redenen waarom zij niet ge-
compenseerd kunnen worden door de beroepskennis,
-vaardigheden en -competenties, welke zijn verworven
door de aanvrager door beroepservaring of levenslang
leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie
formeel zijn gevalideerd.
De bekwaamheidsproef wordt afgelegd binnen een
termijn van zes maanden na het initiële besluit waarbij
hem een bekwaamheidsproef is opgelegd.
§ 3. Het Instituut stuurt een ontvangstbevestiging
binnen één maand na de ontvangst van het dossier van
de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welk
document of documenten ontbreken.
De procedure voor het onderzoek van een in toepas-
sing van dit artikel ingediende aanvraag moet zo spoedig
mogelijk en in ieder geval uiterlijk vier maanden na de in-
diening van het volledige dossier van de aanvrager door
een met redenen omkleed besluit worden afgesloten.
Tegen dit besluit, of tegen het uitblijven ervan, kan
beroep ingesteld worden bij de commissie van beroep.
§ 4. Het verlenen van de hoedanigheid en de titel
aan de onderdanen van een lidstaat op basis van de
artikelen 10 en 11 doet geen afbreuk aan hun recht om
gebruik te maken van hun opleidingstitel die hen ver-
leend is in hun lidstaat van oorsprong, alsook eventueel
de afkorting ervan in de taal van die lidstaat. Deze titel
moet gevolgd worden door de naam en plaats van de
instelling of van de examencommissie die de titel heeft
verleend.
Afdeling 2
Diplomavereisten
Art. 12
De diploma’s of titels bedoeld in artikel 10, § 1, 5°, die
toegang geven tot het toelatingsexamen voor de stage
en tot de hoedanigheid van gecertifi ceerd accountant
en gecertifi ceerd belastingadviseur zijn:
1° de volgende diploma’s erkend door de Franse
Gemeenschap:
1° le niveau de qualifi cation requis et le niveau fi gurant
à l’article 13 de la loi du 12 février 2008 relative aux qua-
lifi cations professionnelles dont dispose le demandeur;
2° les différences substantielles qui justifi ent l’épreuve
d’aptitude et les raisons pour lesquelles elles ne peuvent
pas être compensées par les connaissances, aptitudes
et compétences professionnelles acquises par le
demandeur au cours de son expérience professionnelle
ou de son apprentissage toute au long de la vie, et ayant
fait l’objet d’une validation en bonne et due forme par
un organisme compétent.
L’épreuve d’aptitude est passée dans un délai de
six mois après la décision initiale qui lui impose une
épreuve d’aptitude.
§ 3. L’Institut accuse réception du dossier du deman-
deur dans un délai d’un mois à dater de sa réception et
l’informe, le cas échéant, de tout document manquant.
La procédure d’examen d’une demande introduite en
application du présent article est sanctionnée par une
décision dûment motivée et a lieu dans les plus brefs
délais et au plus tard dans les quatre mois à compter de
la présentation d’un dossier complet par le demandeur.
Cette décision, ou l’absence de décision, est sus-
ceptible d’un recours devant la commission d’appel.
§ 4. L’octroi de la qualité et du titre aux ressortissants
d’un État membre sur base des articles 10 et 11, ne porte
pas préjudice à leur droit de porter le titre de formation
de leur État membre d’origine, et éventuellement de son
abréviation dans la langue de cet État membre. Ce titre
doit être suivi des nom et lieu de l’établissement ou du
jury qui l’a délivré.
Section 2
Exigences de diplômes
Art. 12
Les diplômes et titres visés à l’article 10, § 1er, 5°,
qui donnent accès à l’examen d’admission au stage et
à la qualité d’expert-comptable certifi é et de conseiller
fi scal certifi é sont:
1° les diplômes suivants reconnus par la Commu-
nauté française:
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
14
a) een masterdiploma;
b) een diploma van “Bachelor in de boekhouding”;
c) een diploma van opleiding tot ondernemingshoofd
met betrekking tot de activiteit van boekhouder of ac-
countant afgeleverd door het “Institut wallon de forma-
tion en alternance et des indépendants et petites et
moyennes entreprises” in uitvoering van het “décret du
17 juillet 2003 portant constitution d’un Institut wallon de
formation en alternance et des indépendants et petites
et moyennes entreprises” of door de Dienst opleiding
KMO van de Franse Gemeenschapscommissie in uit-
voering van het samenwerkingsakkoord, gesloten op
20 februari 1995 door de Franse Gemeenschapscom-
missie, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest
betreffende de Permanente Vorming van de Midden-
stand en de kleine en middelgrote ondernemingen en
het toezicht op het Instituut voor Permanente Vorming
van de Middenstand en de kleine en middelgrote on-
dernemingen, zoals gewijzigd door het aanhangsel van
4 juni 2003;
2° de volgende diploma’s erkend door de Vlaamse
Gemeenschap:
a) een masterdiploma;
b) een bachelordiploma in bedrijfsmanagement af-
studeerrichting “accountancy-fi scaliteit”;
c) een diploma van gegradueerde van het hoger be-
roepsonderwijs, studiegebied “handelswetenschappen
en bedrijfskunde”, opleidingen “boekhouden” of “fi scale
wetenschappen”;
d) een titel met een erkende onderwijskwalifi catie
van kwalifi catieniveau 5 van economisch of juridisch
type overeenkomstig het decreet van 30 april 2009
betreffende het secundair na secundair onderwijs en
het hoger beroepsonderwijs;
e) een titel met betrekking tot het beroep van boek-
houder of accountancy behaald in het kader van een
ondernemerschapstraject als bedoeld in het decreet
van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechte-
lijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap
“Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming –
Syntra Vlaanderen”;
3° de volgende diploma’s erkend door de Duitstalige
gemeenschap:
a) een bachelordiploma in de fi nanciële en bestuurs-
wetenschappen in het domein “boekhouding”;
a) un diplôme de master;
b) un diplôme de “Bachelier en comptabilité”;
c) un diplôme de formation de chef d’entreprise
concernant l’activité de comptable ou expert-comptable
délivré par l’Institut wallon de formation en alternance
et des indépendants et petites et moyennes entreprises
en exécution du décret du 17 juillet 2003 portant consti-
tution d’un Institut wallon de formation en alternance et
des indépendants et petites et moyennes entreprises
ou par le Service formation PME de la Commission
communautaire française en exécution de l’accord de
coopération conclu le 20 février 1995 par la Commission
communautaire française, la Communauté française et
la Région wallonne relatif à la formation permanente
pour les Classes moyennes et les petites et moyennes
entreprises et à la tutelle de l’Institut de Formation
permanente pour les Classes moyennes et les petites
et moyennes entreprises, tel que modifi é par l’avenant
du 4 juin 2003;
2° Les diplômes suivants reconnus par la Commu-
nauté fl amande:
a) un diplôme de master;
b) un diplôme de bachelier en gestion d’entreprise
orientation “expertise comptable-fi scalité”;
c) un diplôme de gradué de l’enseignement profes-
sionnel supérieur, études en “sciences commerciales
et gestion d’entreprise”, formations “comptabilité” ou
“sciences fi scales”;
d) un titre avec un niveau d’enseignement reconnu
de niveau 5 de type juridique ou économique, confor-
mément au décret du 30 avril 2009 relatif à l’enseigne-
ment secondaire après secondaire et l’enseignement
supérieur professionnel;
e) un titre concernant la profession de comptable ou
d’expertise comptable obtenu dans le cadre d’un trajet
de formation de chef d’entreprise tel que visé par le
décret du 7 mai 2004 portant création de l’agence auto-
nomisée externe de droit public “Vlaams Agentschap
voor Ondernemersvorming – Syntra Vlaanderen”
(Agence fl amande pour la formation d’entrepreneurs –
Syntra Flandre);
3° les diplômes suivants reconnus par la Commu-
nauté germanophone:
a) un diplôme de bachelier en sciences fi nancières et
administratives dans le domaine “comptabilité”;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
15
b) een titel met betrekking tot het beroep van boek-
houder of accountant afgeleverd in het kader van het
“Dekret von 16 Dezember 1991 über die Aus- und Wei-
terbildung im Mittelstand und in kleinen und mittleren
Unternehmen”;
4° een ander bachelordiploma van het economisch
of juridisch type van het hoger economisch onderwijs
dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
a) voor het toelatingsexamen van gecertifi ceerd ac-
countant bevat het programma van de opleiding(en) in
totaal minstens 45 ECTS voor wat betreft boekhoudkun-
dige, fi scale of andere opleidingsonderdelen opgeno-
men in het toelatingsexamen tot de stage; de andere dan
de boekhoudkundige en fi scale opleidingsonderdelen
echter worden opgenomen voor de berekening van de
vereiste 45 ECTS, met een maximum van 3 ECTS per
opleidingsonderdeel;
b) voor het toelatingsexamen van belastingadviseur
bevat het programma van de opleiding(en) in totaal
minstens 35 ECTS voor wat betreft boekhoudkundige,
fi scale of andere opleidingsonderdelen opgenomen in
het toelatingsexamen; de andere dan de boekhoudkun-
dige en fi scale opleidingsonderdelen echter worden op-
genomen voor de berekening van de vereiste 35 ECTS,
met een maximum van 3 ECTS per opleidingsonderdeel;
c) de opleiding of opleidingen die in rekening worden
gebracht voor de berekening van de ECTS bedoeld
in a) zijn erkend door de Franse, Vlaamse of Duitstalige
Gemeenschap;
5° de diploma’s die op het einde van een opleidings-
cyclus uitgereikt worden, waarvoor de student zich vóór
de inwerkingtreding van deze wet ingeschreven heeft
en die op de dag van inschrijving toegang gaven tot de
stage van accountant, van belastingconsulent of van
boekhouder(-fi scalist) in toepassing van de wet van
22 april 1999;
6° de in het buitenland uitgereikte diploma’s mits de
erkenning vooraf van hun gelijkwaardigheid door de
Franse, Vlaamse of Duitstalige Gemeenschap aan de
diploma’s bedoeld onder 1° tot en met 5° en die in voor-
komend geval de voorwaarden bedoeld in 4° naleven;
7° andere door de Koning vastgestelde diploma’s en
titels, na advies van de Raad van het Instituut.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
b) un titre concernant la profession de comptable ou
d’expert-comptable délivré dans le cadre du “Dekret von
16 Dezember 1991 über die Aus- und Weiterbildung im
Mittelstand und in kleinen und mittleren Unternehmen”;
4° un autre diplôme de bachelier de type économique
ou juridique de l’enseignement supérieur économique
et remplissant les conditions suivantes:
a) pour l’examen d’admission d’expert-comptable
certifi é, le programme de la ou des formations com-
prennent au total au moins 45 ECTS dans les matières
comptables, fi scales ou autres matières reprises dans
l’examen d’admission au stage; toutefois les matières
autres que comptables et fi scales ne sont reprises
pour le calcul des 45 ECTS requis qu’à concurrence
de maximum 3 ECTS par matière;
b) pour l’examen d’admission de conseiller fi scal, le
programme de la ou des formations comprennent au
total au moins 35 ECTS dans les matières comptables,
fi scales ou autres matières reprises dans l’examen
d’admission au stage; toutefois les matières autres que
comptables et fi scales ne sont reprises pour le calcul
des 35 ECTS requis qu’à concurrence de maximum
3 ECTS par matière;
c) la ou les formations prises en compte pour le
calcul des ECTS visés au point a) sont reconnus par la
Communauté française, fl amande ou germanophone;
5° les diplômes délivrés à la fi n d’un cycle de forma-
tion, pour lequel l’étudiant s’est inscrit avant l’entrée en
vigueur de la présente loi et qui à la date d’inscription
donnaient accès au stage d’expert-comptable, de
conseil fi scal ou de comptable(-fi scaliste), en application
de la loi du 22 avril 1999;
6° les diplômes délivrés à l’étranger moyennant la
reconnaissance préalable de leur équivalence aux
diplômes visés aux points 1° à 5° par la Communauté
française, fl amande ou germanophone et qui respectent
le cas échéant les conditions visées au point 4°;
7° d’autres diplômes et titres, fi xés par le Roi, après
avis du Conseil de l’Institut.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
16
Afdeling 3
De stage
Onderafdeling 1
De stageperiode
Art. 13
§ 1. De stageperiode voor de toekenning van de
hoedanigheid als bedoeld in artikel 10 duurt minstens
drie jaar. Zij kan worden verlengd met de duur van de
schorsing die de stagecommissie om gegronde reden
goedkeurt.
Tijdens de stageperiode voert de stagiair minstens
duizend uur per jaar activiteiten uit, met als doel vol-
doende beroepservaring te verwerven voor het uit-
oefenen van het beroep. De activiteiten van de stage
worden vastgelegd in een stageovereenkomst met een
beroepsbeoefenaar die al gedurende minstens vijf jaar
het beroep uitoefent na het slagen in zijn stage.
De stage wordt afgesloten met een bekwaam heids -
examen.
Slaagt de stagiair niet in het bekwaamheidsexamen
binnen de acht jaar te rekenen vanaf de datum van zijn
inschrijving in het openbaar register, dan wordt hij uit het
openbaar register weggelaten. De stagiair kan slechts
na een termijn van drie jaar de stage hervatten en na
opnieuw geslaagd te zijn voor het toelatingsexamen.
§ 2. De bepalingen bedoeld in hoofdstuk 11, afde-
ling 2, zijn van toepassing op de personen bedoeld
onder paragraaf 1.
Art. 14
De stagecommissie kan, onder de voorwaarden
bepaald door de Koning, de stage inkorten of een vrij-
stelling van de stage toestaan wanneer de persoon ten
minste zeven jaar relevante ervaring met de uitoefening
van het beroep kan aantonen.
Art. 15
De stagecommissie kan een tussentijdse proef of
meerdere tussentijdse proeven gedurende de stage
organiseren om de verworven kennis en bekwaamheid
voor het beroep te evalueren.
Section 3
Le stage
Sous-section 1re
La période de stage
Art. 13
§ 1er. La durée du stage pour l’octroi de la qualité
visée à l’article 10 dure au moins trois ans. Elle peut
être prolongée de la durée de la suspension que la
commission de stage approuve pour raisons légitimes.
Pendant la période de stage, le stagiaire accomplit
au moins mille heures par an d’activités, avec comme
objectif d’acquérir suffisamment d’expérience pour
l’exercice de la profession. Les activités du stage sont
établies dans une convention de stage avec un profes-
sionnel qui exerce la profession depuis déjà au moins
cinq ans après la réussite de son stage.
Le stage se clôture par un examen d’aptitude.
Si le stagiaire ne réussit pas l’examen d’aptitude dans
les huit ans à partir de la date de son inscription dans le
registre public, il est dans ce cas omis du registre public.
Le stagiaire ne peut recommencer le stage qu’après
un délai de trois ans et après avoir à nouveau réussi
l’examen d’admission.
§ 2. Les dispositions visées dans le chapitre 11,
section 2, sont applicables aux personnes visées au
paragraphe 1er.
Art. 14
La commission de stage peut, sous les conditions
fi xées par le Roi, raccourcir le stage ou accorder une
dispense de stage lorsque la personne peut démontrer
une expérience pertinente de sept ans au moins dans
l’exercice de la profession.
Art. 15
La commission de stage peut organiser une épreuve
intermédiaire ou plusieurs épreuves intermédiaires
pendant le stage en vue d’évaluer la connaissance et
la compétence acquise pour la profession.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
17
Art. 16
De stagiair die ingeschreven is voor de stage van
“gecertifi ceerd accountant” mag, mits de uitdrukkelijke
toestemming vermeld in de stageovereenkomst, de
activiteiten van gecertifi ceerd accountant uitoefenen
bedoeld in artikel 3, met uitzondering van de activiteiten
bedoeld in artikel 3, 6° tot en met 8°, in opdracht en voor
rekening van derden. Hij draagt in dit geval de titel van
“stagiair gecertifi ceerd accountant”.
Onverminderd het eerste lid, kan de Koning, na advies
van de Raad van het Instituut, bepalen welke activiteiten
de stagiair mag uitoefenen.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Onderafdeling 2
De stagecommissie
Art. 17
§ 1. De Koning richt bij het Instituut een stagecom-
missie in die belast is met de stage en het toekennen
van de hoedanigheid van gecertifi ceerd accountant en
van gecertifi ceerd belastingadviseur aan natuurlijke
personen. De commissie staat onder toezicht van de
Raad van het Instituut en heeft als opdracht advies
uit te brengen aan de Raad van het Instituut over de
volgende zaken:
1° de organisatie van het toelatingsexamen;
2° het verlenen van vrijstellingen voor opleidingson-
derdelen van het toelatingsexamen;
3° het goedkeuren van stageovereenkomsten en het
toezicht op de stage;
4° de organisatie van het bekwaamheidsexamen;
5° het organiseren van tussentijdse proeven;
6° de organisatie van de bekwaamheidsproef voor
onderdanen van een andere lidstaat;
7° het verlenen van een vrijstelling van de stage
of een inkorting van de stageduur voor de natuurlijke
personen die een relevante beroepservaring van zeven
jaar kunnen voorleggen;
Art. 16
Le stagiaire qui est inscrit pour le stage d’“expert-
comptable certifi é” peut, avec l’accord exprès men-
tionné dans la convention de stage, exercer les acti-
vités d’expert-comptable certifi é visées à l’article 3, à
l’exception des activités visées à l’article 3, 6° à 8°, sur
demande et pour compte de tiers. Il porte dans ce cas
le titre d’“expert-comptable certifi é stagiaire”.
Sans préjudice de l’alinéa 1er, le Roi peut, après avis
du Conseil de l’Institut, déterminer quelles activités le
stagiaire peut exercer.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Sous-section 2
La commission de stage
Art. 17
§ 1er. Le Roi crée auprès de l’Institut une commission
de stage chargée du stage et de l’octroi aux personnes
physiques de la qualité d’expert-comptable certifi é et
de conseiller fi scal certifi é. La commission est sous le
contrôle du Conseil de l’Institut et a pour mission de
rendre des avis au Conseil de l’Institut sur les affaires
suivantes:
1° l’organisation de l’examen d’admission;
2° l’octroi de dispenses pour les parties de formation
de l’examen d’admission;
3° l’approbation des conventions de stage et le
contrôle du stage;
4° l’organisation de l’examen d’aptitude;
5° l’organisation d’épreuves intermédiaires;
6° l’organisation de l’épreuve d’aptitude pour les
ressortissants d’un autre État membre;
7° l’octroi d’une dispense de stage ou de réduction
de la durée du stage pour les personnes physiques qui
peuvent établir une expérience professionnelle perti-
nente de sept ans;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
18
8° het selecteren van personen die de examenvragen
voor het toelatingsexamen en het bekwaamheidsexa-
men opstellen en verbeteren;
9° een voorstel van een examenreglement voor
respectievelijk het toelatingsexamen en het bekwaam-
heidsexamen ter goedkeuring voorleggen aan de Raad
van het Instituut.
§ 2. Na advies van de Raad van het Instituut stelt de
Koning het stagereglement vast.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Het stagereglement houdt ten minste in:
1° de samenstelling, de werking, de opdracht en de
procedures van de stagecommissie;
2° de inhoud en de nadere regels voor het toelatings-
examen en de vrijstellingen;
3° de nadere regels van de stage, met inbegrip van
de stageovereenkomst, de rechten en de verplichtingen
gedurende de stage van zowel de stagemeester als de
stagiair;
4° de inhoud en de nadere regels van het bekwaam-
heidsexamen, met inbegrip van de samenstelling en de
werking van de examenjury;
5° de procedure voor het toekennen van de vrijstelling
van de stage na zeven jaar relevante beroepservaring;
6° de inhoud en de nadere regels van de bekwaam-
heidsproef;
7° de procedure voor het instellen van hoger beroep.
§ 3. De stagecommissie maakt elk jaar een jaarver-
slag op. Het verslag wordt aan de Raad van het Instituut
ter goedkeuring voorgelegd.
Art. 18
Tegen de volgende beslissingen van de Raad geno-
men op voorstel van de stagecommissie kan beroep bij
de commissie van beroep worden ingesteld:
1° beslissingen met betrekking tot het toelatingsexa-
men, met name de vrijstellingen en het resultaat van
het toelatingsexamen;
8° la sélection des personnes rédigeant et corrigeant
les questions d’examen pour l’examen d’admission et
l’examen d’aptitude;
9° soumettre à l’approbation du Conseil de l’Institut
une proposition d’un règlement d’examen pour respec-
tivement l’examen d’admission et l’examen d’aptitude.
§ 2. Après avis du Conseil de l’Institut, le Roi établit
le règlement de stage.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Le règlement de stage contient au moins:
1° la composition, le fonctionnement, la mission et
les procédures de la commission de stage;
2° le contenu et les modalités de l’examen d’admis-
sion et des dispenses;
3° les modalités de stage, y inclus la convention de
stage, les droits et obligations tant du maître de stage
que du stagiaire durant le stage;
4° le contenu et les modalités de l’examen d’aptitude,
y compris la composition et le fonctionnement du jury
d’examen;
5° la procédure pour l’octroi de la dispense de stage
après sept ans d’expérience professionnelle pertinente;
6° le contenu et les modalités de l’épreuve d’aptitude;
7° la procédure pour l’introduction d’un recours.
§ 3. La commission de stage établit chaque année un
rapport annuel. Le rapport est soumis à l’approbation
du Conseil de l’Institut.
Art. 18
Un recours peut être formé auprès de la commission
d’appel contre les décisions suivantes du Conseil prises
sur proposition de la commission de stage:
1° les décisions concernant l’examen d’admission, à
savoir les dispenses et le résultat de l’examen d’admis-
sion;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
19
2° beslissingen met betrekking tot de stage, met name
de stageovereenkomst en het verloop van de stage;
3° beslissingen met betrekking tot het bekwaam-
heidsexamen;
4° beslissingen met betrekking tot de bekwaam-
heidsproef.
Afdeling 4
Eedafl egging
Art. 19
Een natuurlijk persoon kan slechts ingeschreven
worden in het openbaar register van het Instituut met
de hoedanigheid van (intern) gecertifi ceerd accountant
of van (intern) gecertifi ceerd belastingadviseur na het
afl eggen van de eed na het slagen voor het bekwaam-
heidsexamen.
Art. 20
§ 1. De persoon met de Belgische nationaliteit die in
het openbaar register van het Instituut wenst ingeschre-
ven te worden met de hoedanigheid van gecertifi ceerd
accountant of gecertifi ceerd belastingadviseur legt de
volgende eed af:
“Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaam-
heid aan de Grondwet en aan de wetten van het Bel-
gische volk en ik zweer de opdrachten die mij worden
toevertrouwd in eer en geweten te vervullen.”.
De persoon die niet de Belgische nationaliteit heeft,
legt de volgende eed af: “Ik zweer de opdrachten die
mij worden toevertrouwd, in eer en geweten te vervullen
volgens de voorschriften van de Belgische wet.”.
De persoon die zijn woonplaats in België heeft, legt
de eed af voor de ondernemingsrechtsbank van zijn
woonplaats.
De persoon die geen woonplaats in België heeft,
legt de eed af voor de ondernemingsrechtsbank van
zijn keuze.
§ 2. De persoon die in het openbaar register van het
Instituut wenst ingeschreven te worden met de hoeda-
nigheid van intern gecertifi ceerd accountant of intern
gecertifi ceerd belastingadviseur, legt de eed af, bedoeld
in paragraaf 1, eerste of tweede lid, voor de voorzitter
of de ondervoorzitter van het Instituut.
2° les décisions concernant le stage, à savoir la
convention de stage et le déroulement du stage;
3° les décisions concernant l’examen d’aptitude;
4° les décisions concernant l’épreuve d’aptitude.
Section 4
Prestation de serment
Art. 19
Une personne physique peut uniquement être ins-
crite dans le registre public de l’Institut avec la qualité
d’expert-comptable certifi é (interne) ou de conseiller
fi scal certifi é (interne) qu’après avoir prêté serment
après la réussite de l’examen d’aptitude.
Art. 20
§ 1er. La personne de nationalité belge qui désire être
inscrite dans le registre public de l’Institut avec la qualité
d’expert-comptable certifi é ou de conseiller fi scal certifi é
prête le serment suivant:
“Je jure fi délité au Roi, obéissance à la Constitution
et aux lois du peuple belge, et je jure de remplir fi dèle-
ment les missions qui me seront confi ées en honneur
et conscience.”.
La personne de nationalité étrangère prête serment
dans les termes suivants:“Je jure de remplir fi dèlement,
en honneur et conscience, selon les prescriptions de la
loi belge, les missions qui me seront confi ées.”.
La personne qui est domiciliée en Belgique prête ser-
ment devant le tribunal de l’entreprise de son domicile.
La personne qui n’a pas de domicile en Belgique
prête serment devant le tribunal de l’entreprise de son
choix.
§ 2. La personne qui désire être inscrite dans le
registre de l’Institut avec la qualité d’expert-comptable
certifi é interne ou de conseiller fi scal interne, prête le
serment visé au paragraphe 1er, alinéa 1er ou 2 devant
le président ou le vice-président de l’Institut.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
20
Afdeling 5
Inschrijving als accountant en fi scaal accountant en
de overgang naar de hoedanigheid van gecertifi ceerd
accountant en van gecertifi ceerd belastingadviseur
Art. 21
De personen die op de datum van de inwerkingtreding
van deze wet ingeschreven waren op het tableau van
“boekhouders” als bedoeld in artikel 46, § 1, tweede
lid, van de wet van 22 april 1999, worden als (intern)
accountant ingeschreven in het openbaar register van
het Instituut.
Wensen deze personen de hoedanigheid van “(intern)
gecertifi ceerd accountant” te bekomen, dan moeten zij
slagen voor het bekwaamheidsexamen, bestaande uit
een schriftelijke en mondelinge proef over de volgende
vakken:
1° consolidatie;
2° interne controle;
3° accountantsonderzoek;
4° bijzondere opdrachten in het vennootschaps- en
verenigingsrecht;
5° juridische beroepsnormen betreffende wettelijke
en contractuele opdrachten voorhouden aan de gecer-
tifi ceerde accountants.
Wensen deze personen de hoedanigheid van “(in-
tern) gecertifi ceerd belastingadviseur” te bekomen,
dan moeten zij slagen voor het bekwaamheidsexamen,
bestaande uit een schriftelijke en mondelinge proef over
de volgende vakken:
1° personenbelasting;
2° vennootschapsbelasting;
3° belasting over de toegevoegde waarde;
4° beginselen van de registratie- en successierech-
ten;
5° fi scale procedure;
6° beginselen van het Europees en internationaal
fi scaal recht.
Section 5
Inscription comme expert-comptable et expert-
comptable fi scaliste et passage vers la qualité d’expert-
comptable certifi é et de conseiller fi scal certifi é
Art. 21
Les personnes qui, à la date d’entrée en vigueur
de la présente loi, étaient inscrites sur le tableau des
“comptables” comme visé à l’article 46, § 1er, alinéa 2,
de la loi du 22 avril 1999, sont inscrites comme expert-
comptable (interne) dans le registre public de l’Institut.
Si ces personnes souhaitent obtenir la qualité
d’ “expert-comptable certifi é (interne)”, elles doivent
dans ce cas réussir l’examen d’aptitude consistant en
une épreuve orale et une épreuve écrite sur les matières
suivantes:
1° comptes consolidés;
2° contrôle interne;
3° révision comptable;
4° missions spéciales du droit des sociétés et des
associations;
5° normes juridiques et professionnelles relatives
aux missions légales et contractuelles réservées aux
experts-comptables certifi és.
Si ces personnes souhaitent obtenir la qualité de
“conseiller fi scal certifi é (interne)”, elles doivent dans
ce cas réussir l’examen d’aptitude consistant en une
épreuve orale et une épreuve écrite sur les matières
suivantes:
1° impôt des personnes physiques;
2° impôt des sociétés;
3° taxe sur la valeur ajoutée;
4° principes des droits d’enregistrement et de suc-
cession;
5° procédure fi scale;
6° les principes de droit fi scal européen et interna-
tional.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
21
Art. 22
De personen die op de datum van de inwerkingtreding
van deze wet, ingeschreven waren op het tableau van
“boekhouders-fi scalisten” als bedoeld in artikel 46, § 1,
tweede lid van de wet van 22 april 1999, worden als
(intern) fi scaal accountant ingeschreven in het openbaar
register van het Instituut.
Wensen deze personen de hoedanigheid van “(intern)
gecertifi ceerd accountant” te bekomen, dan moeten zij
slagen voor het bekwaamheidsexamen, bestaande uit
een schriftelijke en mondelinge proef over de volgende
vakken:
1° consolidatie;
2° interne controle;
3° accountantsonderzoek;
4° bijzondere opdrachten in het vennootschaps- en
verenigingsrecht;
5° juridische beroepsnormen betreffende wettelijke
en contractuele opdrachten voorbehouden aan de ge-
certifi ceerde accountants.
Wensen deze personen de hoedanigheid van “gecer-
tifi ceerd belastingadviseur” te bekomen, dan moeten zij
slagen voor het bekwaamheidsexamen, bestaande uit
een schriftelijke en mondelinge proef over de beginselen
van het Europees en internationaal fi scaal recht.
De persoon die kiest voor de hoedanigheid van gecer-
tifi ceerd belastingadviseur mag de activiteiten bedoeld
in artikel 3, 1° tot en met 8°, niet meer uitoefenen.
Afdeling 6
De tijdelijke en occasionele beroepsuitoefening
Art. 23
§ 1. De natuurlijke personen, onderdanen van een lid-
staat, zijn gemachtigd om tijdelijk en occasioneel de ac-
tiviteiten van gecertifi ceerd accountant of gecertifi ceerd
belastingadviseur uit te oefenen zonder de voorwaarden
te moeten vervullen als bedoeld in artikel 10 van deze
wet volgens de nadere regels voorzien in de wet van
12 februari 2008 betreffende de beroepskwalifi caties
indien zij:
1° op wettige wijze zijn gevestigd in een andere lid-
staat om er hetzelfde beroep uit te oefenen en
Art. 22
Les personnes qui, à la date d’entrée en vigueur
de la présente loi, étaient inscrites sur le tableau des
“comptables-fi scalistes” comme visé à l’article 46, § 1er,
alinéa 2, de la loi du 22 avril 1999, sont inscrites comme
expert-comptable fi scaliste (interne) dans le registre
public de l’Institut.
Si ces personnes souhaitent obtenir la qualité
d’“expert-comptable certifi é (interne)”, elles doivent
dans ce cas réussir l’examen d’aptitude consistant en
une épreuve orale et une épreuve écrite sur les matières
suivantes:
1° comptes consolidés;
2° contrôle interne;
3° révision comptable;
4° missions spéciales du droit des sociétés et des
associations;
5° normes juridiques et professionnelles relatives
aux missions légales et contractuelles réservées aux
experts-comptables certifi és.
Si ces personnes souhaitent obtenir la qualité de
“conseiller fi scal certifi é”, elles doivent dans ce cas
réussir l’examen d’aptitude consistant en une épreuve
orale et une épreuve écrite sur les principes de droit
fi scal européen et international.
La personne qui choisit la qualité de conseiller fi s-
cal certifi é ne peut plus exercer les activités visées à
l’article 3, 1° à 8°.
Section 6
L’exercice temporaire et occasionnel
Art. 23
§ 1er. Les personnes physiques ressortissantes d’un
État membre sont autorisées à exercer temporairement
et occasionnellement les activités d’expert-comptable
certifi é ou de conseiller fi scal certifi é, sans devoir remplir
les conditions visées à l’article 10 de cette loi selon les
modalités prévues dans la loi du 12 février 2008 relative
aux qualifi cations professionnelles si:
1° elles sont légalement établies dans un autre État
membre pour y exercer la même profession et
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
22
2° het beroep van gecertifi ceerd accountant of ge-
certifi ceerd belastingadviseur gedurende de tien jaar
die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende
tenminste een jaar hebben uitgeoefend in één of meer
lidstaten, indien het beroep niet gereglementeerd is in
de lidstaat van vestiging.
Het tijdelijk en occasioneel karakter van de dienst-
verrichting wordt door de Raad van het Instituut per
geval beoordeeld, met name in functie van de duur, de
frequentie, de regelmaat en de continuïteit.
§ 2. In toepassing van artikel 9 van de wet van
12 februari 2008 betreffende de beroepskwalifi catie
stellen de personen bedoeld in paragraaf 1 die zich
voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en
occasioneel het beroep van gecertifi ceerd accountant
of gecertifi ceerd belastingadviseur uit te oefenen, de
Raad van het Instituut hiervan vooraf in kennis door
middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de
gegevens betreffende verzekeringsdekking of andere
middelen van persoonlijke of collectieve bescherming
inzake beroepsaansprakelijkheid.
Deze verklaring wordt eenmaal per jaar hernieuwd
indien de dienstverrichter voornemens is om diensten
te verrichten in België op een tijdelijke en occasionele
manier tijdens het desbetreffende jaar. Bovendien, bij
de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke
verandering heeft voorgedaan in de door de documen-
ten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter ook
de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot d), van
de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroeps-
kwalifi caties.
De dienstverrichter kan die verklaring met alle mid-
delen aanleveren.
§ 3. De personen die occasioneel en tijdelijk het
beroep in België uitoefenen, voeren de activiteiten in
België uit met naleving van het wettelijk, reglementair en
normatief kader. De bepalingen bedoeld in hoofdstuk 11,
afdeling 2 zijn op hen van toepassing.
Afdeling 7
De toekenning van de hoedanigheid aan
rechtspersonen
Art. 24
Een rechtspersoon wordt op zijn verzoek in het
openbaar register van het Instituut ingeschreven met
de hoedanigheid van erkend rechtspersoon, indien hij
aan de volgende voorwaarden voldoet:
2° lorsque la profession d’expert-comptable certifi é
ou de conseiller fi scal certifi é n’est pas réglementée
dans l’État membre d’établissement, elles l’ont exercée
dans un ou plusieurs États membres pendant au moins
une année au cours des dix années qui précèdent leur
prestation de services.
Le caractère temporaire et occasionnel de la pres-
tation de services est apprécié au cas par cas par le
Conseil de l’Institut, notamment en fonction de sa durée,
de sa fréquence, de sa périodicité et de sa continuité.
§ 2. En application de l’article 9 de la loi du 12 fé-
vrier 2008 relative aux qualifi cations professionnelles,
lorsque les personnes visées au paragraphe 1er se dé-
placent vers le territoire de la Belgique pour la première
fois pour exercer, de façon temporaire et occasionnelle,
la profession d’expert-comptable certifi é ou de conseil-
ler fi scal certifi é, elles en informent préalablement le
Conseil de l’Institut par une déclaration écrite compre-
nant les informations relatives aux couvertures d’assu-
rance ou autres moyens de protection personnelle ou
collective concernant la responsabilité professionnelle.
Cette déclaration est renouvelée une fois par an si
le prestataire de services compte fournir des services
d’une manière temporaire ou occasionnelle en Bel-
gique au cours de l’année concernée. En outre, lors
de la première prestation de services ou en cas de
changement matériel relatif à la situation établie par
les documents, le prestataire de services fournit éga-
lement les documents prévus à l’article 9, § 2, a) à d),
de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifi cations
professionnelles.
Le prestataire de services peut apporter cette décla-
ration par tous les moyens.
§ 3. Les personnes qui exercent occasionnellement
et temporairement la profession exercent les activités en
Belgique dans le respect du cadre légal, réglementaire
et normatif. Les dispositions prévues au chapitre 11,
section 2 leur sont applicables.
Section 7
Délivrance de la qualité aux personnes morales
Art. 24
Une personne morale est inscrite dans le registre
public de l’Institut, à sa demande, avec la qualité de
personne morale reconnue, si cette personne morale
répond aux conditions suivantes:
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
23
1° de rechtspersoon is opgericht met rechtspersoon-
lijkheid naar Belgisch recht of naar het recht van een
andere lidstaat;
2° het voorwerp en de activiteiten van de rechtsper-
soon zijn beperkt tot de activiteiten bedoeld in artikel 3 of
6 of tot het uitoefenen van de hiermee verenigbare
beroepsactiviteiten;
3° de rechtspersoon bezit enkel deelnemingen in an-
dere vennootschappen of rechtspersonen, waarvan het
maatschappelijk doel en de activiteiten niet onverenig-
baar zijn met de uitoefening van de beroepsactiviteiten
bedoeld in de artikelen 3 of 6;
4° de beroepsbeoefenaars en/of de personen die
in een andere lidstaat een hoedanigheid bezitten die
gelijkwaardig is aan één van de hoedanigheden gege-
ven door het Instituut aan de beroepsbeoefenaars in
België, hebben de meerderheid van het stemrecht in
de algemene vergadering;
5° de meerderheid van de leden van het bestuursor-
gaan bestaat uit beroepsbeoefenaars en/of personen
die in een andere lidstaat een hoedanigheid bezitten
die gelijkwaardig is aan één van de hoedanigheden
gegeven door het Instituut aan de beroepsbeoefenaars
in België.
Wanneer de meerderheid van de leden van het
bestuursorgaan (fi scale) accountants, gecertifi ceerde
accountants of gecertifi ceerde belastingadviseurs zijn,
wordt de melding “(fi scaal) accountant”, “gecertifi ceerd
accountant” of “gecertifi ceerd belastingadviseur” opge-
nomen in het openbaar register.
Art. 25
De Koning kan, na advies van de Raad van het In-
stituut, nadere regels vastleggen over de toekenning
van de hoedanigheid aan rechtspersonen, alsook de
voorwaarden en de procedure voor de toekenning van
de hoedanigheid aan rechtspersonen van stagiairs en
rechtspersonen uit derde landen.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
1° la personne morale est constituée sous l’empire
du droit belge ou du droit d’un autre État membre et
dispose de la personnalité juridique;
2° l’objet et les activités de la personne morale sont
limités aux activités professionnelles visées à l’ar-
ticle 3 ou 6 ou à l’exercice d’activités professionnelles
compatibles avec celles-ci;
3° la personne morale ne détient des participations
que dans d’autres sociétés ou personnes morales dont
l’objet social et les activités ne sont pas incompatibles
avec l’exercice des activités professionnelles visées
aux articles 3 ou 6;
4° les professionnels et/ou les personnes qui, dans un
autre État membre, ont une qualité équivalente à l’une
de celles délivrées par l’Institut aux professionnels en
Belgique, ont la majorité des droits de vote à l’assem-
blée générale;
5° la majorité des membres de l’organe de gestion
est composée de professionnels et/ou de personnes qui
ont dans un autre État membre une qualité équivalente à
l’une de celles délivrées par l’Institut aux professionnels
en Belgique.
Lorsque la majorité des membres de l’organe de ges-
tion sont soit des experts-comptables (fi scalistes), soit
des experts-comptables certifi és, soit des conseillers
fi scaux certifi és, la mention “expert-comptable (fi sca-
liste)”, “expert-comptable certifi é” ou “conseiller fi scal
certifi é” est reprise dans le registre public.
Art. 25
Le Roi peut, après avis du Conseil de l’Institut, pré-
ciser les modalités d’octroi de la qualité aux personnes
morales, ainsi que les conditions et la procédure pour la
reconnaissance de la qualité à des personnes morales
de stagiaires et personnes morales de pays tiers.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
24
Afdeling 8
De weigering van de hoedanigheid
aan natuurlijke personen en rechtspersonen
Art. 26
De Raad van het Instituut kan de toekenning van de
hoedanigheid van (intern) gecertifi ceerd accountant
of (intern) gecertifi ceerd belastingadviseur aan een
natuurlijk persoon weigeren, wanneer hij van oordeel
is dat de onafhankelijkheid, de betrouwbaarheid en de
bekwaamheid van de persoon in kwestie in het gedrang
wordt gebracht of kan worden gebracht, meer bepaald
in één van de volgende gevallen:
1° wanneer hij niet of niet meer aan de toelatingsvoor-
waarden voldoet, als bepaald in artikel 10;
2° wanneer de persoon een beroepsactiviteit uitoefent
die onverenigbaar is met de beroepsactiviteiten bedoeld
in de artikelen 3 en 6.
Art. 27
De Raad van het Instituut kan de toekenning van de
hoedanigheid aan een rechtspersoon weigeren wanneer
hij bij de beoordeling van de individuele aanvraag voor
een toekenning van oordeel is dat de onafhankelijkheid,
de betrouwbaarheid en de bekwaamheid van de rechts-
persoon in het gedrang wordt gebracht of kan worden,
meer bepaald in één van de volgende gevallen:
1° wanneer een beroepsbeoefenaar als vennoot, een
zaakvoerder, een bestuurder of een lid van het directie-
comité dat optreedt in naam en voor rekening van de
rechtspersoon, niet of niet meer voldoet aan een van
de voorwaarden vermeld in artikel 10, § 1, 2°, 3° en 4°;
2° wanneer de rechtspersoon of, in voorkomend
geval, de rechtspersonen als vennoot of als lid van het
bestuursorgaan en die beroepsbeoefenaar zijn :
a) failliet werd verklaard;
b) het voorwerp is van een vonnis tot opening van
procedure van een gerechtelijke reorganisatie;
c) gerechtelijk ontbonden werd;
d) het voorwerp uitmaakt of heeft uitgemaakt van een
gelijkaardige of administratieve maatregel in België, in
een lidstaat of in een derde land of een strafrechtelijke
veroordeling opgelopen heeft die in kracht van gewijsde
Section 8
Le refus de la qualité
aux personnes physiques et morales
Art. 26
Le Conseil de l’Institut peut refuser l’octroi de la qua-
lité d’expert-comptable certifi é (interne) ou de conseiller
fi scal certifi é (interne) à une personne physique lorsqu’il
est d’avis que l’indépendance, l’honorabilité et la com-
pétence de la personne peuvent être ou sont mises en
danger, en particulier dans les situations suivantes:
1° lorsqu’elle ne remplit pas ou plus les conditions
d’admission, telles que prévues à l’article 10;
2° lorsque la personne exerce une activité profession-
nelle qui est incompatible avec les activités profession-
nelles visées aux articles 3 et 6.
Art. 27
Le Conseil de l’Institut peut refuser à une personne
morale l’octroi de la qualité lorsque, lors de l’appré-
ciation de la demande individuelle, il est d’avis que
l’indépendance, l’honorabilité et la compétence de la
personne morale peuvent être ou sont mises en danger,
en particulier dans l’une des situations suivantes:
1° lorsqu’un professionnel en tant qu’associé, un
gérant, un administrateur ou un membre du comité de
direction qui intervient au nom et pour le compte d’une
personne morale, ne répond pas ou plus à l’une des
conditions visées à l’article 10, § 1er, 2°, 3°, et 4°;
2° lorsque la personne morale ou, le cas échéant,
les personnes morales comme associé ou comme
membre de l’organe d’administration et qui sont des
professionnels:
a) a été déclarée en faillite;
b) a fait l’objet d’un jugement d’ouverture de procé-
dure de réorganisation judiciaire;
c) a été judiciairement liquidé;
d) fait ou a fait l’objet d’une mesure similaire ou
d’une mesure administrative en Belgique, dans un État
membre ou dans un pays tiers ou a fait l’objet d’une
condamnation pénale coulée en force de chose jugée
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
25
is getreden voor een misdrijf als bedoeld in artikel 10,
4°, zelfs met uitstel, tot een geldboete van ten minste
1 500 euro, in voorkomend geval, te verhogen met de
wettelijke opdeciemen, of een gelijkaardige veroordeling
in een lidstaat of een derde land;
3° wanneer een vennoot, een zaakvoerder, een
bestuurder of een lid van het directiecomité en die
beroepsbeoefenaar is en optreedt in naam en voor
rekening van de rechtspersoon, een beroepsactiviteit
uitoefent die onverenigbaar is met de beroepsactiviteiten
bedoeld in artikelen 3 en 6.
Art. 28
Beroep tegen de in deze afdeling bedoelde beslis-
singen van de Raad van het Instituut is mogelijk bij de
commissie van beroep.
HOOFDSTUK 5
Het openbaar register
Afdeling 1
Inschrijving in het openbaar register
Art. 29
Het Instituut houdt een openbaar register bij om toe
te laten de lijst van personen die het beroep mogen uit-
oefenen of de beroepstitel mogen dragen, te raadplegen
en na te kijken.
Elke beroepsbeoefenaar, zowel een natuurlijk als een
rechtspersoon, wordt ingeschreven in het openbaar
register, met de toevoeging van zijn hoedanigheid.
De stagiairs worden eveneens ingeschreven in het
openbaar register, met de vermelding van stagiair.
De personen die het beroep binnen een arbeids-
overeenkomst of een door de overheid bezoldigde
betrekking uitoefenen en die aan de voorwaarden van
hoofdstuk 4 beantwoorden, worden ingeschreven met
hun hoedanigheid.
Het Instituut wijst bij de inschrijving aan elke inge-
schreven persoon een inschrijvingsnummer toe.
pour un délit visé à l’article 10, 4°, même avec sursis,
à une amende de minimum 1 500 euros, à augmenter
le cas échéant des décimes additionnels, ou d’une
condamnation équivalente dans un État membre ou
un pays tiers;
3° lorsqu’un associé, un gérant, un administrateur
ou un membre du comité de direction et qui est un pro-
fessionnel et intervient au nom et pour le compte d’une
personne morale, exerce une activité professionnelle
qui est incompatible avec les activités professionnelles
visées aux articles 3 et 6.
Art. 28
Un recours contre les décisions du Conseil de l’Ins-
titut visées à la présente section est possible devant la
commission d’appel.
CHAPITRE 5
Le registre public
Section 1re
Inscription dans le registre public
Art. 29
Un registre public est tenu au sein de l’Institut en
vue de permettre de consulter et de vérifi er la liste des
personnes autorisées à exercer la profession ou porter
le titre professionnel.
Chaque professionnel, tant la personne physique que
la personne morale, est inscrite dans le registre public,
avec l’ajout de sa qualité.
Les stagiaires sont également inscrits au registre
public, avec la mention de stagiaire.
Les personnes qui exercent la profession dans le
cadre d’un contrat de travail ou d’une profession rému-
nérée par les pouvoirs publics et qui répondent aux
conditions du chapitre 4, sont inscrites avec leur qualité.
Lors de l’inscription, l’Institut attribue à chaque per-
sonne inscrite un numéro d’inscription.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
26
Art. 30
Het openbaar register bevat de volgende gegevens:
1° de naam van de beroepsbeoefenaar of in voorko-
mend geval van de stagiair of van de persoon bedoeld
in artikel 29, vierde lid, het inschrijvingsnummer en de
contactgegevens;
2° het adres waar de beroepsbeoefenaar kantoor
houdt;
3° de hoedanigheid van de beroepsbeoefenaar of, in
voorkomend geval, de vermelding van stagiair, (intern)
(gecertifi ceerd) accountant, (intern) (gecertifi ceerd)
belastingadviseur of (intern) fi scaal accountant;
4° in voorkomend geval, het netwerk waartoe de
beroepsbeoefenaar behoort;
5° in voorkomend geval, het ondernemingsnummer;
6° in voorkomend geval, de melding bedoeld in arti-
kel 24, tweede lid;
7° de taal, Nederlands of Frans, gekozen door de aan-
vrager, zoals hernomen in zijn aanvraag tot inschrijving;
8° de datum van de eedafl egging.
Art. 31
De Raad van het Instituut is belast met het houden
en het bijwerken van de gegevens van het openbaar
register.
De beroepsbeoefenaar brengt de Raad van het In-
stituut binnen de vijftien dagen na de wijziging op de
hoogte van elke wijziging van de gegevens opgenomen
in het openbaar register. Hij is verantwoordelijk voor
de juistheid van de aan het Instituut meegedeelde
gegevens.
Art. 32
Het openbaar register bevat ook de gegevens van:
1° de personen die het beroep tijdelijk en occasioneel
mogen uitoefenen, uit hoofde van artikel 23;
2° de natuurlijke personen en rechtspersonen uit
derde landen die de beroepsactiviteit in België mogen
uitoefenen, in uitvoering van artikel 25.
Art. 30
Le registre public contient les informations suivantes:
1° le nom du professionnel ou, le cas échéant,
du stagiaire ou de la personne visée à l’article 29,
alinéa 4, le numéro d’inscription et les données de
contact;
2° l’adresse où le professionnel a son cabinet;
3° la qualité du professionnel ou, le cas échéant,
la mention de stagiaire, expert-comptable (certifi é)
(interne), conseiller fi scal (certifi é) (interne) ou expert-
comptable fi scaliste (interne);
4° le cas échéant, le réseau dont fait partie le pro-
fessionnel;
5° le cas échéant, le numéro d’entreprise;
6° le cas échéant, la mention visée à l’article 24,
alinéa 2;
7° la langue, le français ou le néerlandais, choisie
par le demandeur, telle que reprise dans sa demande
d’inscription;
8° la date de la prestation de serment.
Art. 31
Le Conseil de l’Institut est chargé de la tenue et du
traitement des données du registre public.
Le professionnel informe le Conseil de l’Institut dans
les quinze jours suivant la modifi cation, de toute modi-
fi cation des données reprises dans le registre public. Il
est responsable de l’exactitude des données commu-
niquées à l’Institut.
Art. 32
Le registre public contient également les données:
1° des personnes qui peuvent exercer temporaire-
ment et occasionnellement la profession, sur la base
de l’article 23;
2° des personnes physiques et morales de pays tiers
qui peuvent exercer les activités professionnelles en
Belgique en vertu de l’article 25.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
27
De Koning kan, na advies van de Raad van het Insti-
tuut, het openbaar register aanvullen met bijkomende
gegevens die rechtstreeks verband houden met de
beroepsuitoefening, alsook de nadere regels van het
openbaar register vaststellen. Die bijkomende gege-
vens zijn beperkt tot wat strikt noodzakelijk is voor de
doeleinden van het openbaar register.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Afdeling 2
Uitschrijving uit het openbaar register
Art. 33
Wanneer de beroepsbeoefenaar of in voorkomend
geval de stagiair of een (intern) gecertifi ceerd accoun-
tant of een (intern) gecertifi ceerd belastingadviseur, een
(intern) accountant of een (intern) fi scaal accountant
hierom verzoekt, wordt hij uit het openbaar register
uitgeschreven.
Wanneer de persoon om de uitschrijving van het
openbaar register verzoekt, nadat hij binnen de gestelde
termijn is terechtgewezen als bepaald in artikel 86 of
wanneer de betrokken persoon naar de tuchtinstanties
wordt doorverwezen, kan hij slechts uitgeschreven
worden na de beslissing van de tuchtcommissie of in
voorkomend geval na de beslissing van de commissie
van beroep.
De uitschrijving heeft tot gevolg dat de betrokken
persoon zijn hoedanigheid verliest.
De persoonsgegevens behandeld door het Instituut
worden bijgehouden zolang dat nodig is om de doelein-
den door of krachtens deze wet te behalen en maximaal
gedurende tien jaar te rekenen vanaf de uitschrijving.
Afdeling 3
De herinschrijving in het openbaar register
Art. 34
Elke beroepsbeoefenaar of in voorkomend geval de
stagiair of een (intern) gecertifi ceerd accountant of een
(intern) gecertifi ceerd belastingadviseur, een (intern)
accountant of een (intern) fi scaal accountant die op zijn
verzoek is uitgeschreven, kan na de uitschrijving om zijn
herinschrijving verzoeken.
Le Roi peut, après avis du Conseil de l’Institut, com-
pléter le registre public de données supplémentaires
directement liées à l’exercice de la profession ainsi
que fi xer les modalités du registre public. Ces données
supplémentaires sont limitées à ce qui est strictement
nécessaire pour les objectifs du registre public.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Section 2
Désinscription du registre public
Art. 33
Lorsque le professionnel ou, le cas échéant, le sta-
giaire ou l’expert-comptable certifi é (interne), le conseil-
ler fi scal certifi é (interne), l’expert-comptable (interne)
ou l’expert-comptable-fi scaliste (interne) le demande,
il est désinscrit du registre public.
Lorsque la personne demande sa désinscription du
registre public, lorsqu’elle a été rappelée à l’ordre dans
le délai fi xé, comme fi xé à l’article 86, ou lorsque la
personne concernée est renvoyée devant les instances
disciplinaires, elle ne peut être désinscrite qu’après
la décision de la commission de discipline ou, le cas
échéant, qu’après la décision de la commission d’appel.
La désinscription a pour conséquence que la per-
sonne perde sa qualité.
Les données à caractère personnel traitées par
l’Institut sont conservées le temps nécessaire à la
réalisation des fi nalités par ou en vertu de la présente
loi et au maximum dix ans à partir de la désinscription.
Section 3
La réinscription dans le registre public
Art. 34
Tout professionnel ou, le cas échéant, le stagiaire
ou l’expert-comptable certifi é (interne), le conseiller
fi scal certifi é (interne), l’expert-comptable (interne) ou
l’expert-comptable-fi scaliste (interne) qui est désinscrit
à sa demande peut, après la désinscription, demander
sa réinscription.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
28
Een herinschrijving is pas mogelijk wanneer hij de
voorwaarden voor de toelating tot het beroep opnieuw
vervult.
De Koning bepaalt, na advies van de Raad van het
Instituut, de nadere regels voor de herinschrijving in het
openbaar register.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Art. 35
Beroep tegen de weigering van herinschrijving kan
door de uitgeschrevene worden ingesteld bij de com-
missie van beroep.
HOOFDSTUK 6
Uitoefening van het beroep
Afdeling 1
Principe
Art. 36
§ 1. Alle beroepsbeoefenaars, stagiairs, interne ge-
certifi ceerde accountants, interne gecertifi ceerde be-
lastingadviseurs, interne accountants of interne fi scaal
accountants en personen bedoeld in artikel 23 oefenen
hun beroepsactiviteit uit met toepassing van het wet-
telijk, reglementair en normatief kader dat op hen van
toepassing is.
§ 2. De Koning legt na advies van de Raad van het
Instituut de specifi eke maatregelen vast met betrekking
tot de deontologie en de maatregelen om de onafhan-
kelijkheid te verzekeren.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Deze regels zijn in voorkomend geval verschillend
naargelang de persoon zijn activiteiten uitoefent als
zelfstandige of onder een ander statuut en voor de
personen bedoeld in artikel 23.
§ 3. Wanneer in dit hoofdstuk wordt verwezen naar de
persoon ingeschreven in het openbaar register, is elke
La réinscription est uniquement possible lorsque
les conditions d’accès à la profession sont à nouveau
remplies.
Le Roi détermine, après avis du Conseil de l’Institut,
les modalités de la réinscription dans le registre public.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Art. 35
Un appel peut être interjeté par la personne désins-
crite auprès la commission d’appel contre le refus de
réinscription.
CHAPITRE 6
Exercice de la profession
Section 1re
Principe
Art. 36
§ 1er. Tous les professionnels, stagiaires, experts-
comptables certifi és internes, conseillers fi scaux certi-
fi és internes, experts-comptables internes ou experts-
comptables fi scalistes internes et les personnes visées
à l’article 23 exercent leurs activités professionnelles
dans le respect du cadre légal, réglementaire et normatif
qui leur est applicable.
§ 2. Le Roi détermine, après avis du Conseil de l’Ins-
titut, les mesures spécifi ques relatives à la déontologie
ainsi que les mesures visant à assurer l’indépendance.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Ces règles sont, le cas échéant, différentes selon que
la personne exerce ses activités sous le statut d’indé-
pendant ou sous un autre statut, et pour les personnes
visées à l’article 23.
§ 3. Lorsque dans le présent chapitre, il est fait réfé-
rence à la personne inscrite dans le registre public, toute
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
29
persoon vermeld in paragraaf 1 aan die bepaling on-
derworpen. Wanneer wordt verwezen naar de beroeps-
beoefenaar is enkel hij aan die bepaling onderworpen.
Afdeling 2
Onafhankelijkheid
Art. 37
Elke persoon ingeschreven in het openbaar register
handelt bij het vervullen van de hem toevertrouwde ac-
tiviteiten of opdrachten in volledige onafhankelijkheid,
met respect voor de beginselen van de deontologie.
Voor een beroepsbeoefenaar hebben deze minstens
betrekking op de verantwoordelijkheid voor het open-
baar belang van de beroepsbeoefenaar, zijn integriteit
en objectiviteit, alsmede op zijn vakbekwaamheid en
zorgvuldigheid, zijn respect voor de vertrouwelijkheid
en zijn professionaliteit.
Afdeling 3
Organisatie van de beroepsactiviteiten
Art. 38
De beroepsbeoefenaar organiseert zijn beroepsac-
tiviteiten in functie van de aard en de omvang van zijn
cliëntenbestand en evenredig met de complexiteit van
de opdrachten die hij uitvoert. Hij voorziet de gepaste
organisatorische en fi nanciële middelen. Hij zet per-
soneel met gepaste beroepskwalifi caties adequaat in.
Afdeling 4
Bekwaamheid
Art. 39
Elke persoon ingeschreven in het openbaar register
beschikt over de nodige beroepsbekwaamheid om
de activiteiten of opdrachten te vervullen die hem kan
worden toegewezen of wordt toegewezen.
Hij zet daartoe op regelmatige basis en op continue
wijze een permanente vorming voort om zijn beroeps-
kennis en -bekwaamheid en zijn beroepsethiek op
voldoende peil te houden.
De Raad van het Instituut is belast met het toezicht
op de permanente vorming van de beroepsbeoefenaar,
met uitzondering van de stagiairs.
personne mentionnée au paragraphe 1er est visée par la
disposition. Lorsqu’il est fait référence au professionnel,
seul celui-ci est concerné par la disposition.
Section 2
Indépendance
Art. 37
Toute personne inscrite au registre public s’acquitte
en toute indépendance des activités ou des missions qui
lui sont confi ées, dans le respect des principes déon-
tologiques. Pour un professionnel, ceux-ci portent au
moins sur la fonction d’intérêt public du professionnel,
son intégrité et son objectivité, ainsi que sur sa compé-
tence et sa diligence, son respect de la confi dentialité
et son professionnalisme.
Section 3
Organisation des activités professionnelles
Art. 38
Le professionnel organise ses activités profession-
nelles en fonction de la nature et de l’étendue de sa
clientèle et de manière équilibrée à la complexité des
missions exécutées. Il prévoit des moyens organisation-
nels et fi nanciers appropriés. Il engage du personnel
avec des qualifi cations professionnelles appropriées.
Section 4
Compétence
Art. 39
Toute personne inscrite au registre public dispose de
la compétence professionnelle nécessaire pour remplir
les activités ou les missions qui peuvent lui être ou lui
sont confi ées.
Elle poursuit à cet effet de manière régulière et
continue une formation permanente pour maintenir à un
niveau suffisant sa connaissance, son éthique et ses
compétences professionnelles.
Le Conseil de l’Institut est chargé du contrôle sur la
formation permanente du professionnel, à l’exclusion
des stagiaires.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
30
De inhoud en het minimum aantal uren permanente
vorming worden vastgelegd in een norm, als bedoeld
in artikel 72, eerste lid, 2°.
Afdeling 5
Cliënten
Art. 40
Voor het aanvaarden van een opdracht beschikt
de beroepsbeoefenaar over de nodige bekwaamheid,
medewerking en tijd om de opdracht behoorlijk uit te
voeren.
Art. 41
De beroepsbeoefenaar maakt, in overleg met zijn
cliënt, een opdrachtbrief op, die de uitvoering van iedere
opdracht voorafgaat. Deze opdrachtbrief omschrijft
op een evenwichtige wijze de wederzijdse rechten en
plichten van de cliënt en de beroepsbeoefenaar.
De Koning bepaalt, na advies van de Raad van het
Instituut, de nadere regels voor de toepassing van de
opdrachtbrief.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Art. 42
Bij een opdracht die de cliënt aan een beroepsbe-
oefenaar als rechtspersoon heeft gegeven, moet die
rechtspersoon onder zijn vennoten, zaakvoerders of
bestuurders een vertegenwoordiger aanduiden die een
natuurlijk persoon is en die de hoedanigheid heeft om
deze opdracht uit te voeren.
Deze vertegenwoordiger staat in voor de uitvoering
van de opdracht in naam en voor rekening van de rechts-
persoon. Voor deze vertegenwoordiger gelden dezelfde
voorwaarden en dezelfde aansprakelijkheid als wanneer
hij die opdracht in eigen naam en voor eigen rekening
zou vervullen. De betrokken vennootschap kan haar
vertegenwoordiger enkel ontslaan als zij tegelijkertijd
een opvolger aanduidt.
Le contenu et le nombre d’heures minimum de for-
mation sont fi xés dans une norme, visée à l’article 72,
alinéa 1er, 2°.
Section 5
Clients
Art. 40
Le professionnel dispose, avant d’accepter une mis-
sion, de la compétence, de la collaboration et du temps
nécessaires pour mener à bien la mission.
Art. 41
Le professionnel établit, en concertation avec son
client, une lettre de mission, précédant l’ exécution
de toute mission. Cette lettre de mission décrit d’une
manière équilibrée les droits et obligations respectives
du client et du professionnel.
Le Roi détermine, après avis du Conseil de l’Institut,
les modalités d’application de la lettre de mission.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Art. 42
Lors d’une mission confi ée par un client à un profes-
sionnel agissant en tant que personne morale, cette per-
sonne morale est tenue de désigner parmi ses associés,
gérants ou administrateurs un représentant personne
physique qui a la qualité pour exercer cette mission.
Ce représentant est chargé de l’exécution de la mis-
sion au nom et pour le compte de la personne morale.
Ce représentant est soumis aux mêmes conditions et
encourt la même responsabilité disciplinaire que s’il
exerçait cette mission en son nom et pour son compte.
La personne morale concernée ne peut révoquer son
représentant qu’en désignant simultanément son suc-
cesseur.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
31
Art. 43
De beroepsbeoefenaar is ertoe gehouden om alle
boeken, documenten en elektronische of andere gege-
vens die toebehoren aan de cliënt onverwijld uit handen
te geven, wanneer deze erom verzoekt.
Afdeling 6
Aansprakelijkheid
Art. 44
De beroepsbeoefenaar is aansprakelijk, overeen-
komstig het gemeen recht, voor de uitvoering van de
opdrachten die hem zijn toevertrouwd.
Het is de beroepsbeoefenaar verboden om zich,
zelfs gedeeltelijk, aan zijn aansprakelijkheid te onttrek-
ken door een bijzondere overeenkomst in de volgende
gevallen:
1° in geval van een fout gepleegd met bedrieglijk
opzet of met het oogmerk te schaden;
2° bij de uitoefening door een gecertifi ceerd ac-
countant van een opdracht die door of krachtens de
wet wordt toevertrouwd aan de commissaris of, bij
gebrek aan een commissaris, aan een bedrijfsrevisor
of aan een gecertifi ceerd accountant overeenkomstig
artikel 24, § 1, van de wet van 7 december 2016 tot
organisatie van het beroep van en het publiek toezicht
op de bedrijfsrevisoren.
De beroepsbeoefenaar is verplicht om zich voor zijn
burgerlijke beroepsaansprakelijkheid te verzekeren met
een verzekeringscontract.
De beroepsbeoefenaar bezorgt een bevestiging van
zijn verzekeringscontract ter goedkeuring aan het Insti-
tuut. De verzekeringsovereenkomst beantwoordt aan de
minimale verzekeringsvoorwaarden bepaald door de
Koning na advies van de Raad van het Instituut.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Art. 43
Le professionnel doit immédiatement remettre tous
les livres et documents et informations électroniques
ou autres appartenant au client, à la demande de ce
dernier.
Section 6
Responsabilité
Art. 44
Le professionnel est responsable, conformément au
droit commun, de l’exécution des missions qui lui sont
confi ées.
Il est interdit au professionnel de s’exonérer, même
partiellement, par un contrat particulier, de sa respon-
sabilité, dans les cas suivants:
1° en cas de faute commise avec une intention frau-
duleuse ou aux fi ns de nuire;
2° lors de l’accomplissement d’une mission exécutée
par un expert-comptable certifi é dont l’accomplissement
est réservé par ou en vertu de la loi au commissaire ou,
en l’absence de commissaire, à un réviseur ou à un
expert-comptable certifi é conformément à l’article 24,
§ 1er, de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation
de la profession et de la supervision publique des révi-
seurs d’entreprises.
Le professionnel est tenu de faire couvrir sa respon-
sabilité civile professionnelle par un contrat d’assurance.
Le professionnel soumet une attestation de son
contrat d’assurance à l’approbation de l’Institut. Le
contrat d’assurance répond aux conditions minimales
fi xées par le Roi, après avis du Conseil de l’Institut.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
32
Afdeling 7
Erelonen
Art. 45
De beroepsbeoefenaar mag, zowel tegenover een
cliënt als tegenover een andere beroepsbeoefenaar,
alleen aanspraak maken op het ereloon en de vergoe-
ding van de kosten voor de door hem uitgevoerde op-
drachten, met uitsluiting van elke andere rechtstreekse
of onrechtstreekse vergoeding, tenzij het gaat om een
vergoeding voor het verbreken van de overeenkomst.
Art. 46
Het bedrag van het ereloon van de beroepsbeoefe-
naar moet vastgesteld worden in functie van de aard,
het belang, de complexiteit, de omvang en de reikwijdte
van de opdracht, rekening houdend met de verantwoor-
delijkheid die de beroepsbeoefenaar op zich neemt en
met zijn bijzondere kwalifi caties.
Art. 47
Het is de beroepsbeoefenaar verboden om op eniger-
lei wijze commissie- of makelaarslonen of welk voordeel
dan ook toe te kennen of te ontvangen dat verband houdt
met zijn opdrachten.
Afdeling 8
Onverenigbaarheden en belangenconfl icten
Art. 48
Het is de persoon die in het openbaar register is
ingeschreven met een hoedanigheid niet toegestaan
om activiteiten uit te oefenen of daden te stellen die
onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheid van zijn
hoedanigheid.
Het is hem niet toegestaan om opdrachten te aan-
vaarden onder voorwaarden die een objectieve uitvoe-
ring daarvan in het gedrang zouden brengen of een
belangenconfl ict zouden teweegbrengen.
Art. 49
De Koning kan, na advies van de Raad van het In-
stituut, de nadere regels vaststellen met betrekking tot
de onverenigbaarheden met het beroep en de uitzon-
deringen hierop.
Section 7
Honoraires
Art. 45
Le professionnel ne peut, tant à l’égard d’un client
que d’un autre professionnel, recevoir des honoraires
et des remboursements de frais que pour les missions
qu’il a exécutées, à l’exclusion de toute autre rémuné-
ration, qu’elle soit directe ou indirecte, sauf s’il s’agit
d’une indemnité pour rupture du contrat.
Art. 46
Le montant des honoraires du professionnel doit être
fi xé en fonction de la nature, de l’importance, de la com-
plex ité, du volume et de la portée de la mission, compte
tenu de la responsabilité assumée par le professionnel
et de ses compétences particulières.
Art. 47
Il est interdit au profe ssionnel de se voir attribuer ou
de percevoir de quelque façon que ce soit, des commis-
sions, des courtages ou d’autres avantages en rapport
avec ses missions.
Section 8
Incompatibilités et confl its d’intérêt
Art. 48
Il est interdit à toute personne inscrite au registre
public avec une qualité d’exercer des activités ou de
poser des actes qui sont incompatibles avec l’indépen-
dance de sa qualité.
Il lui est interdit d’accepter des missions sous des
conditions qui mettraient leur exécution objective en
danger ou qui mèneraient à un confl it d’intérêt.
Art. 49
Le Roi peut, après avis du Conseil de l’Institut, pré-
ciser les règles concernant les incompatibilités avec la
profession et les exceptions à celles-ci.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
33
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Afdeling 9
Geheimhouding
Art. 50
Onverminderd zijn verplichtingen inzake beroeps-
geheim, is de persoon ingeschreven in het openbaar
register gehouden tot de verplichting van geheimhou-
ding van gegevens die hem uitdrukkelijk of stilzwijgend
in de uitoefening van zijn beroep zijn toevertrouwd en
van de feiten met een vertrouwelijk karakter die hij in
de uitoefening van zijn beroep zelf heeft vastgesteld.
Art. 51
Er kan de persoon ingeschreven in het openbaar
register geen inbreuk op de verplichting van geheim-
houding ten laste worden gelegd:
1° wanneer hij geroepen wordt om in rechte getuige-
nis af te leggen;
2° wanneer de wet hem tot mededeling van gegevens
verplicht;
3° in de uitoefening van zijn recht van verdediging in
tuchtaangelegenheden;
4° wanneer en in de mate waarin hij, betreffende
aangelegenheden die zijn opdrachtgever persoonlijk
aanbelangen, door deze laatste uitdrukkelijk van zijn
plicht tot geheimhouding is ontslaan.
Art. 52
Indien de persoon ingeschreven in het openbaar
register vertrouwelijke informatie deelt met zijn per-
soneelsleden, stagiairs, of met andere beroepsbeoe-
fenaars, moet hij erop toezien dat zij het vertrouwelijk
karakter daarvan eerbiedigen.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Section 9
Confi dentialité
Art. 50
Sans préjudice de ses obligations en matière de
secret professionnel, la personne inscrite au registre
public est tenue à un devoir de confidentialité à
l’égard des données qui lui sont expressément ou
tacitement confi ées dans le cadre de l’exercice de sa
profession et des faits qui ont un caractère confi dentiel
qu’elle a elle-même constatés dans le cadre de l’exer-
cice de sa profession.
Art. 51
Une atteinte au devoir de confi dentialité ne peut pas
être imputée à la personne inscrite au registre public:
1° lorsqu’elle est appelée à témoigner en justice;
2° lorsque la loi l’oblige à la communication de don-
nées;
3° dans l’exercice de son droit de défense en matière
disciplinaire;
4° lorsque et dans la mesure où elle a été déchargée
expressément de son devoir de confi dentialité par son
mandataire pour les matières qui le concernent.
Art. 52
Si la personne inscrite au registre public communique
des informations confi dentielles à son personnel, à ses
stagiaires ou à d’autres professionnels, elle doit veiller
à ce qu’ils respectent leur caractère confi dentiel.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
34
Afdeling 10
Relaties met het Instituut
Art. 53
Om zijn werkzaamheden uit te oefenen of zijn over-
eenkomstige beroepstitel te dragen, moet elke persoon
ingeschreven zijn in het openbaar register van het Insti-
tuut. Die persoon deelt daartoe alle vereiste gegevens
mee aan de Raad van het Instituut.
De beroepsbeoefenaar verleent zijn medewerking
aan het Instituut ter vervulling van de opdracht van het
Instituut.
De beroepsbeoefenaar waartegen een gerechtelijke
of een bestuursrechtelijke procedure omtrent zijn hoe-
danigheid of de uitoefening van zijn beroepsactiviteit
loopt, moet de Raad van het Instituut hiervan onverwijld
in kennis stellen.
Afdeling 11
Bijdragen
Art. 54
De personen, natuurlijke of rechtspersonen, inge-
schreven met een hoedanigheid en de stagiairs betalen
jaarlijks een bijdrage aan het Instituut.
De Koning bepaalt het maximumbedrag van de
bijdragen voor de verschillende groepen personen
bedoeld in het eerste lid. Het bedrag van de bijdrage
wordt door de algemene vergadering vastgesteld naar-
gelang de hoedanigheid. Voor de personen die voor de
inwerkingtreding van deze wet als erkend boekhouder
(-fi scalist) waren ingeschreven bij het Beroepsinstituut
van Erkende Boekhouders en Fiscalisten mag het be-
drag van de vastgelegde bijdrage niet hoger zijn dan
het bedrag dat bij dat Beroepsinstituut van kracht was.
De bijdrage kan jaarlijks geïndexeerd worden.
HOOFDSTUK 7
Kwaliteitstoetsing
Art. 55
Om de zeven jaar worden de beroepsactiviteiten van
een beroepsbeoefenaar door middel van een kwaliteit-
stoetsing beoordeeld.
Section 10
Relations avec l’Institut
Art. 53
Pour accomplir ses activités ou porter le titre profes-
sionnel correspondant, toute personne doit être inscrite
dans le registre public de l’Institut. Cette personne
communique à cet effet toutes les données requises
au Conseil de l’Institut.
Le professionnel apporte sa collaboration à l’Institut
pour l’accomplissement de la mission de l’Institut.
Le professionnel à l’encontre duquel une procédure
judiciaire ou administrative portant sur sa qualité ou
l’exercice de son activité professionnelle est en cours,
doit en informer sans délai le Conseil de l’Institut.
Section 11
Cotisations
Art. 54
Les personnes, physiques ou morale inscrites avec
une qualité et les stagiaires paient annuellement une
cotisation à l’Institut.
Le Roi détermine le montant maximum des coti-
sations pour les différentes catégories de personnes
visées à l’alinéa 1er. Le montant de la cotisation est
fi xé par l’assemblée générale en fonction de la qualité.
Pour les personnes qui avant l’entrée en vigueur de la
présente loi étaient inscrites comme comptables (- fi sca-
listes) agréés à l’Institut professionnel des Comptables
et Fiscalistes agréés, le montant de la cotisation fi xée
ne peut être supérieur au montant qui était en vigueur
dans cet Institut professionnel.
La cotisation peut être annuellement indexée.
CHAPITRE 7
Revue qualité
Art. 55
Les activités professionnelles d’un professionnel
sont évaluées tous les sept ans au moyen d’une revue
qualité.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
35
Art. 56
De kwaliteitstoetsing heeft in het bijzonder tot doel na
te gaan of de beroepsbeoefenaar over een organisatie
beschikt die aangepast is aan de aard en de omvang
van zijn beroepsactiviteiten en of de beroepsbeoefenaar
de beroepsactiviteiten verricht overeenkomstig het wet-
telijk, reglementair en normatief kader.
Het Instituut wijst voldoende middelen voor de kwa-
liteitstoetsing toe, zodat de onafhankelijkheid en de
autonomie van de kwaliteitstoetsing van de beroeps-
beoefenaars verzekerd zijn.
De methodologie, de uitvoering van de kwaliteitstoet-
sing en de beoordeling zijn passend en evenredig met
de omvang en de complexiteit van de activiteiten van
de beroepsbeoefenaar waarvoor een toetsingsopdracht
wordt uitgevoerd.
Art. 57
De kwaliteitstoetsing wordt door toetsers op een
onafhankelijke en autonome wijze uitgevoerd. Deze
toetsers beschikken over passende beroepskwalifi caties
en relevante beroepservaring en hebben een specifi eke
opleiding genoten op het vlak van de kwaliteitstoetsing.
De toetsers worden geselecteerd volgens een
objectieve procedure die is opgezet om belangencon-
fl icten tussen de toetser en de beroepsbeoefenaar te
voorkomen.
Art. 58
De beroepsbeoefenaar verschaft in het kader van
de kwaliteitstoetsing toegang tot zijn kantoor aan de
toetser, wanneer de commissie kwaliteitstoetsing, be-
doeld in artikel 60, eerste lid, hem de kwaliteitstoetsing
minstens twee maanden vooraf heeft aangekondigd of,
in voorkomend geval na het toestaan van een eventu-
eel uitstel, op de datum die tussen het Instituut en de
beroepsbeoefenaar is overeengekomen.
De beroepsbeoefenaar geeft in het kader van de kwa-
liteitstoetsing aan de toetser inzage in alle informatie die
betrekking heeft op de beroepsuitoefening en bezorgt,
indien de toetser dit nodig acht voor het uitvoeren van
zijn opdracht, een afschrift aan de toetser.
Art. 56
La revue qualité a notamment pour objectif de véri-
fi er que le professionnel est doté d’une organisation
appropriée par rapport à la nature et à l’étendue de
ses activités professionnelles et que le professionnel
effectue ses activités professionnelles conformément
au cadre légal, réglementaire et normatif.
L’Institut accorde des moyens suffisants pour la revue
qualité, de sorte que l’indépendance et l’autonomie de
la revue qualité des professionnels soient assurées.
La méthodologie, l’exécution de la revue qualité
et l’évaluation sont appropriées et proportionnées à
l’ampleur et à la complexité des activités menées par
le professionnel soumis à cette revue qualité.
Art. 57
La revue qualité est exécutée par des rapporteurs de
manière indépendante et autonome. Ces rapporteurs
disposent de la formation et de l’expérience profession-
nelles appropriées et ont suivi une formation spécifi que
à la revue qualité.
La sélection des rapporteurs est effectuée selon
une procédure objective conçue pour éviter tout confl it
d’intérêt entre le rapporteur et le professionnel.
Art. 58
Dans le cadre de la revue qualité, le professionnel
donne accès à son cabinet au rapporteur, lorsque la
commission revue qualité, visée à l’article 60, alinéa 1er,
lui a annoncé la revue qualité au moins deux mois à
l’avance ou, le cas échéant, après l’octroi d’un éventuel
report, à la date convenue entre la commission revue
qualité et le professionnel.
Dans le cadre de la revue qualité, le professionnel
donne l’accès au rapporteur à toutes les informations
relatives à l’exercice de la profession et, si le rapporteur
le juge nécessaire pour accomplir sa mission, en fournit
copie au rapporteur.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
36
Art. 59
Wanneer blijkt dat de beroepsbeoefenaar inbreuken
heeft gepleegd met betrekking tot de toepassing van
het wettelijk en reglementair kader, kan de Raad van
het Instituut:
1° een verbeterplan aan de beroepsbeoefenaar
opleggen;
2° de beroepsbeoefenaar verwijzen naar de rechts-
kundig assessor bedoeld in artikel 90.
Wanneer de Raad van het Instituut de beroepsbeoe-
fenaar naar de rechtskundig assessor verwijst, brengt
hij de Procureur des Konings op de hoogte.
Art. 60
De Koning stelt een reglement van kwaliteitstoetsing
op, na advies van de Raad van het Instituut, en richt bij
het Instituut een commissie kwaliteitstoetsing op, belast
met de organisatie van de kwaliteitstoetsing.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
De commissie kwaliteitstoetsing maakt elk jaar een
jaarverslag op. Het verslag wordt ter goedkeuring aan
de Raad van het Instituut voorgelegd en ter informatie
aan de algemene vergadering voorgelegd.
HOOFDSTUK 8
Het Instituut van de Belastingadviseurs en
de Accountants
Afdeling 1
Oprichting
Art. 61
Er wordt een Instituut van de Belastingadviseurs en
de Accountants (IBA) opgericht.
Het Instituut bezit rechtspersoonlijkheid.
Het Instituut treedt in de rechten en verplichtingen
van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en
Fiscalisten en van het Instituut van de Accountants en de
Art. 59
Lorsqu’il est constaté que des infractions en ce qui
concerne l’application du cadre légal, réglementaire
et normatif ont été commises par le professionnel, le
Conseil de l’Institut peut:
1° soumettre un plan d’amélioration au professionnel;
2° renvoyer le professionnel vers l’assesseur juridique
visé à l’article 90.
Dans le cas où le Conseil de l’Institut renvoie le
professionnel vers l’assesseur juridique, il en informe
le Procureur du Roi.
Art. 60
Le Roi établit un règlement de la revue qualité, après
avis du Conseil de l’Institut, et crée auprès de l’Institut
une commission revue qualité, chargée de l’organisation
de la revue qualité.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
La commission revue qualité établit annuellement un
rapport de gestion. Le rapport est soumis au Conseil
de l’Institut pour approbation et transmis à l’assemblée
générale pour information.
CHAPITRE 8
L’Institut des Conseillers fi scaux et
des Experts-comptables
Section 1re
Création
Art. 61
Il est créé un Institut des Conseillers fi scaux et des
Experts-comptables (ICE).
L’Institut jouit de la personnalité civile.
L’Institut dispose des droits et des obligations de
l’Institut professionnel des Comptables et Fiscalistes
agréés et de l’Institut des Experts-comptables et des
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
37
Belastingconsulenten. De Koning stelt, na advies van de
Raad van het Instituut, een huishoudelijk reglement vast.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
De maatschappelijke zetel is gevestigd in het Brus-
selse Hoofdstedelijke Gewest.
In zijn communicatie mag het Instituut ook de bena-
ming “Belgian Institute for tax advisors and accountants”
gebruiken.
Afdeling 2
Opdracht
Art. 62
§ 1. Het Instituut heeft als opdracht:
1° het beschermen van de rechten en de gemeen-
schappelijke beroepsbelangen van de personen inge-
schreven in het openbaar register;
2° het toezien op de toegang tot het beroep van
gecertifi ceerd accountant en gecertifi ceerd belasting-
adviseur door het voorzien van een toelatingsexamen
en een stage, alsook van een bekwaamheidsexamen;
3° het beheer van een openbaar register;
4° het toezien op de permanente vorming;
5° het toezicht op de beroepsuitoefening, met alle
noodzakelijke waarborgen op het vlak van bekwaam-
heid, onafhankelijkheid en professionele rechtschapen-
heid door het voorzien van een tuchtregeling;
6° het verschaffen van de toegang tot het beroep
voor beroepsbeoefenaars uit een andere lidstaat die in
België de activiteiten als bedoeld in de artikelen 3 en
6 wensen uit te voeren;
7° het toezien op de naleving van de modaliteiten
en voorwaarden door de personen die tijdelijk en oc-
casioneel de beroepsactiviteiten in België, als bedoeld
in artikel 23, uitoefenen;
8° in het kader van de administratieve samenwer-
king tussen lidstaten teneinde de goede werking van
de interne markt te waarborgen, de beveiligde uitwis-
seling van informatie en gegevens met de bevoegde
Conseils fi scaux. Le Roi établit, après avis du Conseil
de l’Institut, un règlement d’ordre intérieur.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Le siège social est établi dans la Région de Bruxelles-
Capitale.
Dans sa communication, l’Institut peut également
utiliser la dénomination “Belgian Institute for tax advisors
and accountants”.
Section 2
Mission
Art. 62
§ 1er. L’Institut a pour mission:
1° la protection des droits et intérêts professionnels
communs des personnes inscrites au registre public;
2° la supervision de l’accès à la profession d’expert-
comptable certifi é et de conseiller fi scal certifi é, par
l’organisation d’un examen d’admission et d’un stage,
ainsi que d’un examen d’aptitude;
3° la tenue d’un registre public;
4° la supervision de la formation permanente;
5° la supervision de l’exercice de la profession, en
prenant toutes les garanties nécessaires en termes de
compétence, d’indépendance et d’intégrité profession-
nelle par la mise en place d’un règlement disciplinaire;
6° l’octroi de l’accès à la profession à des profes-
sionnels d’un autre État membre souhaitant exercer les
activités visées aux articles 3 et 6 en Belgique;
7° la supervision du respect des modalités et des
conditions par les personnes qui exercent temporai-
rement et occasionnellement en Belgique les activités
professionnelles visées à l’article 23;
8° dans le cadre de la coopération administrative
organisée entre États membres pour assurer le bon
fonctionnement du marché intérieur, l’échange sécu-
risé d’information et de données avec les autorités
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
38
autoriteiten van andere lidstaten, in het bijzonder via
het Informatiesysteem voor de Interne Markt (IMI) met
betrekking tot het beroep en de beroepsbeoefenaars,
overeenkomstig de artikelen XV.49 en XV.52 van het
Wetboek van economisch recht en de artikelen 27 en
27/1 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling
van een algemeen kader voor de erkenning van EU-
beroepskwalifi caties.
§ 2. Het Instituut verwerkt de persoonsgegevens die
nodig zijn voor de uitoefening van zijn opdrachten in
overeenstemming met verordening (EU) 2016/679 van
het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen
in verband met de verwerking van persoonsgegevens
en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot
intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening
gegevensbescherming). Het Instituut is de verwerkings-
verantwoordelijke bedoeld in die verordening.
De persoonsgegevens worden door het Instituut
behandeld met het oog op:
1° de toepassing van het wettelijk, reglementair en
normatief kader;
2° de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten in
België of in andere landen;
3° de opmaak van verslagen en statistieken die het
Instituut toelaten zijn activiteiten te optimaliseren.
Het Instituut duidt een functionaris voor gegevens-
bescherming aan die belast is met de functie en de
opdrachten bedoeld in de algemene verordening ge-
gevensbescherming.
Afdeling 3
De algemene vergadering
Onderafdeling 1
Stemrecht
Art. 63
De algemene vergadering van het Instituut bestaat
uit alle natuurlijke personen die in het openbaar register
ingeschreven zijn, met uitzondering van de personen
bedoeld in artikel 23.
Elke persoon bedoeld in het eerste lid heeft één stem.
compétentes d’autres États membres, en particulier
via le système d’information du marché intérieur (IMI)
en ce qui concerne la profession et les professionnels,
conformément aux articles XV.49 et XV.52 du Code
de droit économique et aux articles 27 et 27/1 de la loi
du 12 février 2008 instaurant un cadre général pour la
reconnaissance des qualifi cations professionnelles UE.
§ 2. L’Institut traite les données à caractère personnel
nécessaires à l’exercice de ses missions conformément
au règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et
du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des
personnes physiques à l’égard du traitement des don-
nées à caractère personnel et à la libre circulation de ces
données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement
général sur la protection des données). L’Institut est le
responsable du traitement prévu dans ce règlement.
Les données à caractère personnel sont traitées par
l’Institut aux fi ns de:
1° l’application du cadre légal, réglementaire et
normatif;
2° la coopération entre les autorités compétentes
belges ou d’autres États;
3° l’établissement de rapports et de statistiques per-
mettant à l’Institut d’optimiser ses activités.
L’Institut désigne un délégué à la protection des don-
nées chargé de la fonction et des missions visées dans
le règlement général sur la protection des données.
Section 3
L’assemblée générale
Sous-section 1re
Droit de vote
Art. 63
L’assemblée générale de l’Institut est composée de
toutes les personnes physiques qui sont inscrites dans
le registre public, à l’exception des personnes visées
à l’article 23.
Chaque personne visée à l’alinéa 1er dispose d’une
voix.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
39
Hij kan aan een ander lid van de algemene vergade-
ring schriftelijk volmacht geven om in zijn plaats op de
algemene vergadering te stemmen.
Hij mag ten hoogste twee volmachten houden.
De stagiair heeft enkel een raadgevende stem.
De persoon bedoeld in het eerste lid stemt op ver-
zoek via simultane elektronische weg op de algemene
vergadering. Deze mogelijkheid is voorzien vanaf de
algemene vergadering die de leden van de eerste Raad
na de overgangsraad, bedoeld in artikel 128, verkiest.
Art. 64
De beslissingen van de algemene vergadering wor-
den genomen bij meerderheid van de aanwezige en
vertegenwoordigde stemmen.
Onderafdeling 2
Bevoegdheden
Art. 65
De algemene vergadering heeft de volgende be-
voegdheden:
1° de verkiezing van de voorzitter, de ondervoorzitter
en de andere leden van de Raad van het Instituut;
2° de verkiezing van de commissarissen;
3° de goedkeuring van de jaarrekening van het vorige
boekjaar;
4° de goedkeuring van de begroting van het nieuwe
boekjaar van het Instituut;
5° het verlenen van de kwijting van de Raad voor het
bestuur van het Instituut;
6° het verlenen van de kwijting van de commissaris-
sen;
7° de vervreemding en de verpanding van de onroe-
rende goederen van het Instituut;
8° het aanvaarden of het weigeren van legaten of
schenkingen;
Elle peut donner une procuration écrite à un autre
membre de l’assemblée générale pour voter à sa place
à l’assemblée générale.
Elle ne peut être porteur que de deux procurations
au maximum.
Le stagiaire ne dispose que d’une voix consultative.
La personne visée à l’alinéa 1er vote, à sa demande,
par voie électronique simultanée à l’assemblée géné-
rale. Cette possibilité est prévue dès l’assemblée géné-
rale qui élit les membres du premier Conseil suivant le
conseil transitoire, visé à l’article 128.
Art. 64
Les décisions de l’assemblée générale sont prises à
la majorité des voix présentes et représentées.
Sous-section 2
Compétences
Art. 65
L’assemblée générale dispose des compétences
suivantes:
1° l’élection du président, du vice-président et des
autres membres du Conseil de l’Institut;
2° l’élection des commissaires;
3° l’approbation des comptes annuels de l’exercice
précédent;
4° l’approbation du budget du nouvel exercice de
l’Institut;
5° la prononciation sur la décharge du Conseil pour
la gestion de l’Institut;
6° la prononciation sur la décharge des commis-
saires;
7° l’aliénation et la mise en gage de l’immobilier de
l’Institut;
8° l’acceptation ou le refus de legs ou de dons;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
40
9° het vaststellen van de bijdragen, binnen de grenzen
die de Koning heeft bepaald;
10° het vaststellen van het bedrag van de procedu-
rekosten bij een tuchtprocedure;
11° andere door de wet aan de algemene vergadering
toegewezen bevoegdheden.
Onderafdeling 3
Modaliteiten
Art. 66
De algemene vergadering komt eenmaal per jaar
samen. De datum en de nadere regels worden in het
huishoudelijk reglement vastgesteld.
Op de jaarlijkse algemene vergadering legt de Raad
van het Instituut ter goedkeuring voor:
1° de jaarrekening van het vorige boekjaar, afgesloten
op 31 december;
2° de begroting voor het nieuwe boekjaar.
De Raad van het Instituut stelt tevens een activitei-
tenverslag met betrekking tot het vorige boekjaar voor.
De commissarissen stellen op de jaarlijkse algemene
vergadering hun verslag voor.
Art. 67
Wanneer één vijfde van de leden van de algemene
vergadering, natuurlijke personen, hierom verzoeken,
kan de Raad van het Instituut een bijzondere algemene
vergadering samenroepen.
De Raad van het Instituut kan ook een bijzondere
algemene vergadering samenroepen wanneer hij dit
nodig acht.
9° la détermination des cotisations, dans les limites
fi xées par le Roi;
10° la fi xation du montant des frais de procédure lors
d’une procédure disciplinaire;
11° les autres pouvoirs attribués à l’assemblée géné-
rale par la loi.
Sous-section 3
Modalités
Art. 66
L’assemblée générale se réunit une fois par an.
La date et les modalités sont fi xées par le règlement
d’ordre intérieur.
Lors de l’assemblée générale annuelle, le Conseil
de l’Institut soumet pour approbation:
1° les comptes annuels de l’exercice précédent,
clôturé au 31 décembre;
2° le budget pour le nouvel exercice.
Le Conseil de l’Institut présente également un rapport
d’activité relatif à l’exercice précédent.
Les commissaires présentent leur rapport lors de
l’assemblée générale annuelle.
Art. 67
Lorsqu’un cinquième des membres de l’assemblée
générale personnes physiques, en font la demande,
le Conseil de l’Institut peut convoquer une assemblée
générale extraordinaire.
Le Conseil de l’Institut peut également convoquer
une assemblée générale extraordinaire lorsqu’il le juge
nécessaire.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
41
Afdeling 4
De Raad van het Instituut
Onderafdeling 1
Samenstelling
Art. 68
De Raad van het Instituut bestaat uit:
1° een voorzitter en een ondervoorzitter;
2° zestien leden, van wie acht Nederlandstaligen en
acht Franstaligen.
Indien de voorzitter Nederlandstalig is, is de onder-
voorzitter Franstalig, en omgekeerd.
Art. 69
De voorzitter, de ondervoorzitter en de zestien leden
van de Raad van het Instituut worden voor drie jaar bij
afzonderlijke geheime stemming door de algemene
vergadering onder de leden van de algemene vergade-
ring van het Instituut, met uitzondering van de stagiairs,
gekozen.
De verkozen voorzitter behoort tot de andere taalrol
dan die van de uittredende voorzitter.
Onverminderd het tweede lid, kan het mandaat van
voorzitter en van ondervoorzitter, dat op de dag zelf van
de jaarlijkse algemene vergadering verstrijkt, eenmaal
vernieuwd worden.
Het mandaat van de zestien leden van de Raad van
het Instituut is vernieuwbaar. Binnen elke taalgroep
wordt het aantal leden proportioneel verkozen, rekening
houdend met het aantal verkiesbare leden ingeschreven
in het openbaar register op 1 januari van het verkiezings-
jaar. Er zijn drie kieslijsten:
1° een kieslijst van en voor de natuurlijke personen
bedoeld in artikel 9;
2° een kieslijst van en voor (intern) gecertifi ceerde
accountants;
3° een kieslijst van en voor (intern) gecertifi ceerde
belastingadviseurs.
Per taalgroep moet ten minste één lid van de Raad
van het Instituut zijn gekozen:
Section 4
Le Conseil de l’Institut
Sous-section 1re
Composition
Art. 68
Le Conseil de l’Institut est composé:
1° d’un président et d’un vice-président;
2° de seize membres, dont huit sont d’expression
française et huit sont d’expression néerlandaise.
Si le président est d’expression néerlandaise, le vice-
président est d’expression française, et inversement.
Art. 69
Le président, le vice-président et les seize membres
du Conseil de l’Institut sont élus par l’assemblée géné-
rale au scrutin secret séparé, pour trois ans, parmi
les membres de l’assemblée générale de l’Institut, à
l’exclusion des stagiaires.
Le président élu appartient à l’autre rôle linguistique
que celui du président sortant.
Sans préjudice de l’alinéa 2, le mandat de président
et de vice-président, qui expire le même jour que celui
de l’assemblée générale annuelle, peut être renouvelé
une fois.
Le mandat des seize membres du Conseil de l’Institut
est renouvelable. Au sein de chaque groupe linguistique,
le nombre de membres est choisi proportionnellement,
en tenant compte du nombre de membres éligibles,
inscrits au registre public le 1er janvier de l’année de
l’élection. Il y a trois listes d’élection:
1° une liste d’élection des personnes physiques
visées à l’article 9 et pour celles-ci;
2° une liste d’élection des experts-comptables certi-
fi és (interne) et pour ceux-ci;
3° une liste d’élection des conseillers fi scaux certifi és
(interne) et pour ceux-ci.
Au moins un membre du Conseil de l’Institut doit être
élu par groupe linguistique:
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
42
1° die de hoedanigheid heeft bedoeld in artikel 9;
2° die de hoedanigheid heeft van (intern) gecertifi -
ceerd accountant;
3° die de hoedanigheid heeft van (intern) gecertifi -
ceerd belastingadviseur.
Art. 70
Onder zijn leden benoemt de Raad van het Instituut
een secretaris en een penningmeester. De secretaris
en de penningmeester behoren tot een verschillende
taalgroep.
Het uitvoerend comité bestaat uit:
1° de voorzitter en de ondervoorzitter;
2° de secretaris;
3° de penningmeester;
4° ten hoogste twee andere leden benoemd door
de Raad van het Instituut, die niet tot dezelfde taalrol
behoren.
Art. 71
De beslissingen van de Raad van het Instituut en
van het uitvoerend comité worden bij meerderheid van
stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem
van de voorzitter doorslaggevend.
Onderafdeling 2
Bevoegdheden van de Raad van het Instituut
Art. 72
In overeenstemming met het artikel 62, is de Raad
van het Instituut bevoegd voor:
1° het houden en het bijwerken van een openbaar
register;
2° het uitvaardigen en openbaar maken op de website
van het Instituut van technische normen en aanbeve-
lingen, specifi ek voor de uitoefening van het beroep;
3° het toezicht op de stagecommissie;
4° het benoemen van de voorzitter, de ondervoorzitter
en de leden van de stagecommissie;
1° qui a la qualité visée à l’article 9;
2° qui a la qualité d’expert-comptable certifi é (interne);
3° qui a la qualité de conseiller fi scal certifi é (interne).
Art. 70
Le Conseil de l’Institut nomme parmi ses membres
un secrétaire et un trésorier. Le secrétaire et le trésorier
appartiennent à un groupe linguistique différent.
Le comité exécutif est composé:
1° du président et vice-président;
2° du secrétaire;
3° du trésorier;
4° de maximum deux autres membres nommés par
le Conseil de l’Institut qui n’appartiennent pas au même
rôle linguistique.
Art. 71
Les décisions du Conseil de l’Institut et du comité
exécutif sont prises à la majorité des voix. En cas
d’égalité de voix, la voix du président est prépondérante.
Sous-section 2
Compétences du Conseil de l’Institut
Art. 72
Conformément à l’article 62, le Conseil de l’Institut
est compétent pour:
1° la tenue et la mise à jour du registre public;
2° l’émission et la publication sur le site internet de
l’Institut de normes techniques et de recommandations
spécifi ques à l’exercice de la profession;
3° la supervision de la commission de stage;
4° la nomination du président, du vice-président et
des membres de la commission de stage;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
43
5° het toezicht op de permanente vorming;
6° het toezicht op de commissie kwaliteitstoetsing;
7° het benoemen van de voorzitter, de ondervoorzitter
en de leden van de commissie kwaliteitstoetsing onder
de personen ingeschreven in het openbaar register en
die niet zijn terechtgewezen, volgens de nadere regels
bepaald door de Koning overeenkomstig artikel 60;
8° het uitwisselen van informatie en gegevens met
de instanties in andere lidstaten met betrekking tot het
beroep;
9° de beroepsbeoefenaars terechtwijzen en, in voor-
komend geval, doorverwijzen naar de rechtskundig
assessor;
10° het vertegenwoordigen van het Instituut, als eiser
en als verweerder, bij de gerechtelijke overheden;
11° erop toezien dat de voorwaarden inzake de toe-
gang tot het beroep worden nageleefd en met dat doel
in rechte op te treden, met name door elke inbreuk op
de wetten en verordeningen tot bescherming van de
beroepstitels en tot organisatie van het beroep bij de
gerechtelijke overheden aan te klagen en door aan deze
overheden iedere maatregel te vragen om dergelijke
inbreuk te stoppen en desgevallend schadevergoeding
te eisen;
12° andere door of krachtens de wet aan de Raad
toegewezen bevoegdheden.
Een norm als bedoeld in het eerste lid, 2°, is bindend.
Een aanbeveling als bedoeld in het eerste lid, 2°, is
eveneens bindend, tenzij in bijzondere omstandigheden
gemotiveerd kan worden dat de afwijking ten aanzien
van de aanbeveling geen afbreuk doet aan de criteria
vastgesteld in hoofdstuk 4.
De normen en aanbevelingen worden in het Neder-
lands, het Frans en zo mogelijk in het Duits openbaar
gemaakt op de website van het Instituut, met vermelding
van de datum van de inwerkingtreding van de normen
en aanbevelingen.
Art. 73
De Raad van het Instituut maakt, na goedkeuring door
de algemene vergadering, aan de minister bevoegd voor
Economie, aan de minister bevoegd voor Middenstand
en aan de Hoge Raad de volgende documenten over:
5° la supervision de la formation permanente;
6° la supervision de la commission revue qualité;
7° la nomination du président, du vice-président et
des membres de la commission revue qualité, parmi les
personnes inscrites dans le registre public et qui n’ont
pas été rappelées à l’ordre, selon les modalités fi xées
par le Roi conformément à l’article 60;
8° l’échange d’informations et de données avec les
instances d’autres États membres en ce qui concerne
la profession;
9° le rappel à l’ordre des professionnels et, le cas
échéant, leur renvoi vers l’assesseur juridique;
10° la représentation de l’Institut, en tant que deman-
deur et défendeur, auprès des autorités judiciaires;
11° veiller au respect des conditions d’accès à la
profession et, à cet effet, d’ester en justice, notamment
en dénonçant aux autorités judiciaires toute infraction
aux lois et règlements protégeant le titre professionnel et
organisant la profession et en requérant de ces autorités
toute mesure de nature à faire cesser une telle infraction
voire à obtenir des dédommagements;
12° les autres compétences attribuées au Conseil
par ou en vertu de la loi.
Une norme visée à l’alinéa 1er, 2°, est obligatoire.
Une recommandation, visée à l’alinéa 1er, 2°, est éga-
lement obligatoire, à moins que dans des circonstances
particulières il soit motivé que la dérogation opérée par
rapport à la recommandation ne porte pas atteinte aux
critères fi xés au chapitre 4.
Les normes et recommandations sont rendues pu-
bliques sur le site Internet de l’Institut, en néerlandais,
français et dans la mesure du possible en allemand,
avec mention de la date d’entrée en vigueur des normes
et recommandations.
Art. 73
Le Conseil de l’Institut transmet, après approbation
de l’assemblée générale, au ministre qui a l’Economie
dans ses attributions, au ministre qui a les Classes
moyennes dans ses attributions et au Conseil supérieur
les documents suivants:
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
44
1° de jaarrekening en het activiteitenverslag;
2° het jaarverslag van de stagecommissie;
3° het jaarverslag van de commissie kwaliteitstoet-
sing.
Onderafdeling 3
Bevoegdheden van het uitvoerend comité
Art. 74
Het uitvoerend comité als bedoeld in artikel 70 is
belast met het dagelijks bestuur van het Instituut.
Het dagelijks bestuur omvat:
1° het afhandelen van de lopende zaken;
2° het toezicht op het fi nancieel beheer van het
Instituut;
3° het voorbereiden van de vergaderingen van de
Raad van het Instituut;
4° het aanwerven en het leiden van het personeel
van het Instituut;
5° andere taken toegewezen door de Raad van het
Instituut.
Afdeling 5
De commissies
Art. 75
Behoudens de stagecommissie en de commissie
kwaliteitstoetsing, die door de Koning worden opgericht,
kan de Raad van het Instituut nog andere commissies
oprichten om hem bij te staan in de uitvoering van zijn
opdrachten.
Afdeling 6
De commissarissen
Art. 76
De algemene vergadering duidt één of meer commis-
sarissen aan onder de personen ingeschreven in het
openbaar register met een hoedanigheid. Het mandaat
van commissaris is tweemaal hernieuwbaar.
1° les comptes annuels et le rapport d’activité;
2° le rapport annuel de la commission de stage;
3° le rapport annuel de la commission revue qualité.
Sous-section 3
Compétences du comité exécutif
Art. 74
Le comité exécutif visé à l’article 70 est chargé de la
gestion journalière de l’Institut.
La gestion journalière comprend:
1° le traitement des affaires courantes;
2° la supervision de la gestion fi nancière de l’Institut;
3° la préparation des réunions du Conseil de l’Institut;
4° le recrutement et la gestion du personnel de
l’Institut;
5° les autres tâches assignées par le Conseil de
l’Institut.
Section 5
Les commissions
Art. 75
Hormis la commission de stage et la commission
revue qualité, qui sont créées par le Roi, le Conseil de
l’Institut peut créer d’autres commissions pour l’assister
dans l’exécution de ses missions.
Section 6
Les commissaires
Art. 76
L’assemblée générale nomme un ou plusieurs com-
missaires parmi les personnes inscrites au registre
public avec une qualité. Le mandat du commissaire est
renouvelable deux fois.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
45
Het mandaat van commissaris is onverenigbaar met
het mandaat van voorzitter, ondervoorzitter of lid van
de Raad van het Instituut, alsook enige commissie of
werkgroep opgericht door het Instituut.
De commissaris controleert de jaarrekening van het
Instituut. Hij stelt een verslag op en maakt dat over aan
de jaarlijkse algemene vergadering.
De algemene vergadering stelt de bezoldiging van
de commissaris vast.
Afdeling 7
Inkomsten
Art. 77
De inkomsten van het Instituut bestaan uit:
1° de bijdragen bedoeld in artikel 54 en, in voor-
komend geval, de geïnde interesten aangerekend bij
laattijdige betaling van de bijdragen;
2° de opbrengsten uit het vermogen van het Instituut;
3° de inkomsten door het organiseren van vorming,
examens, de kwaliteitstoetsing, opleidingen en de uit-
gifte van brochures en publicaties;
4° de toelagen, legaten en schenkingen;
5° de kosten aangerekend aan de persoon inge-
schreven in het openbaar register in het kader van de
tuchtprocedure als bedoeld in artikel 101, vierde lid, en
artikel 112, vierde lid;
6° de door de algemene vergadering vastgestelde for-
faitaire kosten aangerekend aan de personen ingeschre-
ven in het openbaar register bij het verzenden van al
dan niet aangetekende herinneringen en aanmaningen;
7° de administratieve kosten die worden aangerekend
voor de behandeling van dossiers, als vastgesteld door
de Raad van het Instituut;
8° alle andere inkomsten die rechtstreeks worden
bestemd voor de opdrachten van het Instituut en ten
dienste van de beroepsbeoefenaars.
Het Instituut mag zijn beschikbare gelden enkel
besteden aan de aankoop van effecten waarvan het
kapitaal en rente gewaarborgd zijn. In geen geval
mag het Instituut ten kosteloze titel over zijn vermogen
Le mandat du commissaire est incompatible avec le
mandat de président, de vice-président ou de membre
du Conseil de l’Institut, ainsi qu’avec toute commission
ou groupe de travail constitué par l’Institut.
Le commissaire vérifi e les comptes annuels de l’Ins-
titut. Il rédige un rapport et le soumet à l’assemblée
générale annuelle.
L’assemblée générale détermine la rémunération du
commissaire.
Section 7
Recettes
Art. 77
Les recettes de l’Institut se composent:
1° des cotisations visées à l’article 54 et, le cas
échéant, des intérêts perçus en cas de paiement tardif
des cotisations;
2° du produit des actifs de l’Institut;
3° des revenus issus de l’organisation des formations,
des examens, des revues qualité, des cours et de l’édi-
tion de brochures et de publications;
4° des indemnités, legs et dons;
5° des frais imputés à la personne inscrite au registre
public dans le cadre de la procédure disciplinaire visée
à l’article 101, alinéa 4, et l’article 112, alinéa 4;
6° les frais forfaitaires, fi xés par l’assemblée géné-
rale, qui sont facturés à la personne inscrite au registre
public lors de l’envoi de rappels et de mises en demeure
envoyés ou non par courrier recommandé;
7° les frais administratifs, inhérents au traitement des
dossiers, qui sont déterminés par le Conseil de l’Institut;
8° tous les autres revenus qui sont directement
affectés aux missions de l’Institut et au profi t des pro-
fessionnels.
L’Institut ne peut affecter ses disponibilités qu’à
l’achat de valeurs mobilières dont le capital et les
intérêts sont garantis. L’Institut ne peut, en aucun cas,
disposer à titre gratuit de son patrimoine ou le répartir
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
46
beschikken noch zijn vermogen geheel of gedeeltelijk
verdelen onder zijn leden of hun rechthebbenden.
HOOFDSTUK 9
Het Interinstitutencomité
Art. 78
Er wordt een interinstitutencomité opgericht, samen-
gesteld uit de voorzitter en de ondervoorzitter van het
Instituut en de voorzitter en de ondervoorzitter van het
Instituut van de Bedrijfsrevisoren.
Het interinstitutencomité heeft als doel overleg te
organiseren over aangelegenheden die beide Instituten
aanbelangen.
Dit comité vergadert minstens tweemaal per jaar.
Telkens wanneer een Instituut erom verzoekt, vergadert
het comité volgens de verzoeningsprocedure, waarvan
de nadere regels door de Koning worden bepaald.
Het advies van het interinstitutencomité is vereist over
elk ontwerp van wet of van koninklijk besluit dat raakt
aan de specifi eke opdrachten van de bedrijfsrevisoren,
de gecertificeerde accountants, de gecertificeerde
belastingadviseurs, de accountants en de fi scale ac-
countants.
HOOFDSTUK 10
De Hoge Raad voor de Economische
Beroepen
Art. 79
Er wordt een Hoge Raad voor de Economische Be-
roepen opgericht.
De Hoge Raad is een zelfstandig organisme met zetel
in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
De Hoge Raad heeft tot taak via adviezen of aan-
bevelingen, op eigen initiatief of op verzoek, aan het
Parlement, de regering, het Instituut, het Instituut van
de bedrijfsrevisoren en het College van Toezicht op
de Bedrijfsrevisoren, opgericht bij artikel 32 van de
auditwet, ertoe bij te dragen dat bij de uitoefening van
de opdrachten die de wet aan de bedrijfsrevisoren en
aan de gecertifi ceerde accountants toevertrouwt even-
als van de activiteiten van gecertifi ceerd accountant,
gecertifi ceerd belastingadviseur, accountant, fi scaal
en tout ou en partie entre ses membres ou leurs ayants-
droits.
CHAPITRE 9
Du comité inter-instituts
Art. 78
Un comité inter-instituts est créé, composé du pré-
sident et du vice-président de l’Institut et du président
et du vice-président de l’Institut des Réviseurs d’Entre-
prises.
Le comité inter-instituts a pour objet d’organiser une
concertation concernant toute question qui intéresse
les deux Instituts.
Ce comité se réunit au moins deux fois par an. À la
demande de l’un des Instituts, le comité se réunit selon
la procédure de conciliation, dont les modalités sont
déterminées par le Roi.
L’avis du comité inter-instituts est requis sur tout
projet de loi ou d’arrêté royal qui touche aux missions
spécifi ques des réviseurs d’entreprises, des experts-
comptables certifi és, des conseillers fi scaux certifi és,
des experts-comptables et des experts-comptables
fi scalistes.
CHAPITRE 10
Le Conseil supérieur des Professions
économiques
Art. 79
Il est créé un Conseil supérieur des Professions
économiques.
Le Conseil supérieur est un organisme autonome
dont le siège est établi dans la Région de Bruxelles-
Capitale.
Le Conseil supérieur a pour mission de contribuer,
par la voie d’avis ou de recommandations adressées,
d’initiative ou sur demande, au Parlement, au gouverne-
ment, à l’Institut, à l’Institut des Réviseurs d’Entreprises
et au Collège de supervision des Réviseurs d’entre-
prises, créé par l’article 32 de la loi audit, à ce que les
missions que la loi confi e aux réviseurs d’entreprises
et aux experts-comptables certifi és ainsi que les acti-
vités d’expert-comptable certifi é, de conseiller fi scal,
d’expert-comptable, d’expert-comptable-fi scaliste et
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
47
accountant en bedrijfsrevisor het algemeen belang en
de vereisten van het maatschappelijk verkeer in acht
worden genomen. Deze adviezen of aanbevelingen
hebben onder meer betrekking op de uitoefening van
de opdrachten omschreven in artikel 15bis van de wet
van 20 september 1948 houdende organisatie van het
bedrijfsleven.
Art. 80
De Hoge Raad moet worden geraadpleegd voor elk
besluit met betrekking tot de beroepen bedoeld in deze
wet en met betrekking tot het beroep van de bedrijfsre-
visor en voor elk besluit dat wordt genomen in uitvoe-
ring van deze wet of wetten betreffende de beroepen
bedoeld in deze wet en het beroep van bedrijfsrevisor.
Elke afwijking van een eensluidend advies van de Hoge
Raad over een besluit moet uitdrukkelijk met redenen
omkleed worden.
Bovendien moet de Hoge Raad worden geraadpleegd
over elke beslissing met een algemene draagwijdte die
door de Raad van het Instituut wordt genomen in toepas-
sing van artikel 72, eerste lid, 2°, en door de Raad van
het Instituut van de Bedrijfsrevisoren in toepassing van
artikel 31 van de auditwet. De Raad van het Instituut
of de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren
mogen enkel afwijken van een advies dat door de meer-
derheid van de leden van de Hoge Raad is goedgekeurd
indien het advies betrekking heeft op een aangelegen-
heid die betrekking heeft op meer dan één beroep of
hoedanigheid. De betrokken Raad kan enkel afwijken
van adviezen over een aangelegenheid die slechts be-
trekking heeft op één beroep of hoedanigheid wanneer
dit uitdrukkelijk met redenen is omkleed.
De Hoge Raad moet de hem gevraagde adviezen bin-
nen drie maanden uitbrengen. Zo niet wordt hij geacht
een gunstig advies uit te brengen.
Uitzonderlijk kan in hoogdringende gevallen, die met
redenen zijn omkleed, de Hoge Raad verzocht worden
om binnen één maand een advies uit te brengen.
Art. 81
De Hoge Raad organiseert permanent overleg met
het Instituut en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren. Hij
kan daartoe met elk van deze Instituten werkgroepen
oprichten.
de réviseur soient exercées dans le respect de l’intérêt
général et des exigences de la vie sociale. Ces avis ou
recommandations ont trait notamment à l’exercice des
missions visées à l’article 15bis de la loi du 20 sep-
tembre 1948 portant organisation de l’économie.
Art. 80
Le Conseil supérieur doit être consulté sur tout arrêté
à prendre relatif aux professions visées par la présente
loi et à la profession de réviseur d’entreprises et sur
tout arrêté en exécution de la présente loi ou des lois
relatives aux professions visées par la présente loi et
de réviseur d’entreprises. Toute dérogation à un avis
unanime du Conseil supérieur doit être motivée de
façon explicite.
Le Conseil supérieur doit en outre être consulté sur
toute décision de portée générale à prendre, en appli-
cation de l’article 72, alinéa 1er, 2°, par le Conseil de
l’Institut ou par le Conseil de l’Institut des Réviseurs
d’Entreprises, en application de l’article 31 de la loi
audit. Le Conseil de l’Institut ou le Conseil de l’Institut
des Réviseurs d’Entreprises ne peuvent déroger à un
avis approuvé par la majorité des membres du Conseil
supérieur si l’avis est relatif à une matière se rapportant
à plus d’une profession ou qualité. Le Conseil concerné
ne peut déroger aux avis relatifs à une matière ne se
rapportant qu’à une seule profession ou qualité que
moyennant motivation expresse.
Le Conseil supérieur doit émettre les avis qui lui sont
demandés dans les trois mois. À défaut, il est supposé
avoir émis un avis favorable.
Exceptionnellement, dans des cas urgents et motivés,
il peut être demandé au Conseil supérieur d’émettre un
avis dans un délai d’un mois.
Art. 81
Le Conseil supérieur organise une concertation
permanente avec l’Institut et l’Institut des Réviseurs
d’Entreprises. Il peut constituer à cet effet des groupes
de travail avec chacun de ces Instituts.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
48
Art. 82
De Hoge Raad kan bij de tuchtcommissie van het In-
stituut en bij de sanctiecommissie van de FSMA bedoeld
in artikel 47 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende
het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële dien-
sten, klacht neerleggen tegen, naar gelang het geval,
een of meer bedrijfsrevisoren, gecertifi ceerde accoun-
tants, gecertifi ceerde belastingadviseurs, accountants
of fi scaal accountants. De betrokken commissie stelt
de Hoge Raad in kennis van het gevolg dat aan deze
klacht is gegeven.
Art. 83
De Hoge Raad bestaat uit zeven leden benoemd door
de Koning. Vier onder hen, van wie één de kleine en
middelgrote ondernemingen vertegenwoordigt, worden
door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven op een
dubbele lijst voorgedragen. Drie leden worden voorge-
dragen door de minister bevoegd voor Economie, de
minister bevoegd voor Financiën en de minister bevoegd
voor Middenstand.
Hun vergoeding wordt door de Koning vastgesteld.
Art. 84
De Koning stelt het huishoudelijk reglement van de
Hoge Raad vast, op diens voorstel. De Federale Over-
heidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
wordt ermee belast het secretariaat en de infrastructuur
van de Hoge Raad waar te nemen. De overige wer-
kingskosten worden gedragen door het Instituut en het
Instituut van de Bedrijfsrevisoren, op de wijze en binnen
de grenzen die de Koning bepaalt.
HOOFDSTUK 11
Handhaving
Afdeling 1
De terechtwijzing
Onderafdeling 1
Redenen voor een terechtwijzing
Art. 85
De Raad van het Instituut kan elke persoon inge-
schreven in het openbaar register, met uitzondering van
Art. 82
Le Conseil supérieur peut déposer plainte auprès
de la commission de discipline de l’Institut et auprès
de la commission des sanctions de la FSMA, visée à
l’article 47 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveil-
lance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers,
selon le cas, contre un ou plusieurs réviseurs d’entre-
prises, experts-comptables certifi és, conseillers fi scaux
certifi és, experts-comptables ou experts-comptables
fi scalistes. La commission concernée informe le Conseil
supérieur de la suite réservée à cette plainte.
Art. 83
Le Conseil supérieur est composé de sept membres
nommés par le Roi. Quatre d’entre eux, dont un doit être
représentant des petites et moyennes entreprises, sont
présentés sur une liste double proposée par le Conseil
central de l’Economie. Trois membres sont présentés
par le ministre qui a l’Economie dans ses attributions,
le ministre qui a les Finances dans ses attributions
et le ministre qui a les Classes moyennes dans ses
attributions.
Leurs émoluments sont fi xés par le Roi.
Art. 84
Le Roi arrête le règlement d’ordre intérieur du Conseil
supérieur sur proposition de celui-ci. Le Service public
fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie
est chargé d’assurer le secrétariat et l’infrastructure du
Conseil supérieur. Les autres frais de fonctionnement
du Conseil supérieur sont supportés par l’Institut et par
l’Institut des Réviseurs d’Entreprises selon les modali-
tés et dans les limites déterminées par le Roi.
CHAPITRE 11
Contrôle
Section 1re
Le rappel à l’ordre
Sous-section 1re
Raisons pour un rappel à l’ordre
Art. 85
Le Conseil de l’Institut peut rappeler à l’ordre chaque
personne inscrite au registre public, à l’exception des
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
49
de personen bedoeld in artikel 23, terechtwijzen bij de
volgende inbreuken:
1° wanneer de betrokkene in gebreke blijft om, binnen
een termijn bepaald door de Raad van het Instituut, alle
of een gedeelte van de bijdragen, bedoeld in artikel 54 te
betalen;
2° wanneer de beroepsbeoefenaar verzuimd heeft
om zich te verzekeren voor zijn burgerlijke beroeps-
aansprakelijkheid met een verzekeringsovereenkomst,
bedoeld in artikel 44, of die te laten goedkeuren door
de Raad van het Instituut;
3° wanneer de betrokkene gedurende drie opeenvol-
gende jaren niet heeft deelgenomen aan de verplichte
permanente vorming overeenkomstig artikel 39, tweede
lid en overeenkomstig de norm, als bedoeld in artikel 39,
vierde lid;
4° wanneer, overeenkomstig artikel 58, de beroeps-
beoefenaar de datum van de kwaliteitstoetsing niet
heeft bevestigd binnen de termijn die de commissie
kwaliteitstoetsing heeft aangekondigd of wanneer de
beroepsbeoefenaar, na uitstel te hebben verkregen,
heeft verzuimd om binnen de aangekondigde termijn
een nieuwe datum voor toetsing aan de commissie
kwaliteitstoetsing voor te stellen.
Onderafdeling 2
Procedure van de terechtwijzing
Art. 86
Na vaststelling van de inbreuken richt de Raad van
het Instituut een terechtwijzing aan de betrokkene met
vermelding van de reden van de terechtwijzing, de
termijn en modaliteiten waarbinnen de betrokkene zich
moet in regel stellen.
Art. 87
Wanneer de Raad van het Instituut vaststelt dat de
betrokkene binnen drie maanden na de terechtwijzing
geen gevolg geeft aan de terechtwijzing, kan de Raad
van het Instituut de hoedanigheid van de betrokkene
intrekken.
Iedere defi nitief geworden terechtwijzing wordt gedu-
rende vijf jaar vermeld in het dossier van de betrokkene.
Op het einde van deze periode van vijf jaar wordt de
terechtwijzing automatisch uitgewist.
personnes visées à l’article 23, pour les infractions
suivantes:
1° lorsque l’intéressé reste en défaut, dans le délai
déterminé par le Conseil de l’Institut, de payer tout ou
partie des cotisations visées à l’article 54;
2° lorsque le professionnel a omis de faire couvrir
sa responsabilité civile professionnelle par un contrat
d’assurance visé à l’article 44 ou de le faire approuver
par le Conseil de l’Institut;
3° lorsque l’intéressé n’a pas, pendant trois années
civiles consécutives, participé à la formation perma-
nente obligatoire conformément à l’article 39, alinéa 2 et
conformément à la norme visée à l’article 39, alinéa 4;
4° lorsque, conformément à l’article 58, le profession-
nel n’a pas confi rmé la date de la revue qualité dans
le délai annoncé par la commission revue qualité ou
lorsque le professionnel, après avoir obtenu un délai, a
omis de proposer à la commission revue qualité, dans
le délai que la commission a annoncé, une nouvelle
date de revue qualité.
Sous-section 2
Procédure du rappel à l’ordre
Art. 86
Après constatation des infractions, le Conseil de
l’Institut adresse un rappel à l’ordre à l’intéressé, en
précisant le motif du rappel à l’ordre, le délai dans
lequel et les modalités selon lesquelles l’intéressé doit
se conformer.
Art. 87
Lorsque le Conseil de l’Institut constate que l’inté-
ressé n’a pas donné suite au rappel à l’ordre pendant
trois mois après le rappel à l’ordre, le Conseil de l’Institut
peut retirer la qualité de l’intéressé.
Tout rappel à l’ordre devenu défi nitif est mentionné
dans le dossier de l’intéressé pendant cinq ans. À
l’issue de cette période de cinq ans, le rappel à l’ordre
est effacé automatiquement.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
50
Art. 88
Tegen de beslissing van de Raad van het Instituut om
hem terecht te wijzen als bedoeld in deze afdeling, kan
de betrokkene, binnen dertig dagen na de betekening
van de terechtwijzing, beroep instellen bij de commissie
van beroep.
Dit beroep is opschortend.
Afdeling 2
De beroepstucht
Onderafdeling 1
De tuchtcommissie
Art. 89
De beroepstucht wordt in eerste aanleg gehandhaafd
door een tuchtcommissie.
De tuchtcommissie bestaat uit een Nederlandstalige
kamer en een Franstalige kamer.
Elke kamer is samengesteld uit:
1° een voorzitter die rechter of eremagistraat is of een
advocaat die gedurende minstens tien jaar ingeschreven
is op het tableau van een orde van advocaten;
2° twee leden die door de Raad van het Instituut aan-
gewezen worden, gekozen uit de personen ingeschre-
ven in het openbaar register met een hoedanigheid.
De voorzitter alsook een plaatsvervangend voorzitter
worden benoemd door de Koning op voorstel van de
minister bevoegd voor Justitie.
Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervangend lid
aangeduid.
Zowel de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter,
de effectieve als de plaatsvervangende leden worden
benoemd voor een hernieuwbare periode van zes jaar.
De leden mogen geen lid zijn van de Raad van het
Instituut noch van een andere commissie of werkgroep
van het Instituut
Art. 90
Elke kamer van de tuchtcommissie wordt bijgestaan
door een rechtskundig assessor en een plaatsver-
Art. 88
L’intéressé peut interjeter appel contre la décision
du Conseil de l’Institut de le rappeler à l’ordre confor-
mément à la présente section dans un délai de trente
jours qui suit la notifi cation du rappel à l’ordre auprès
de la commission d’appel.
Cet appel est suspensif.
Section 2
La discipline professionnelle
Sous-section 1re
La commission de discipline
Art. 89
La discipline professionnelle est exercée en premier
ressort par une commission de discipline.
La commission de discipline comprend une chambre
néerlandophone et une chambre francophone.
Chaque chambre est composée:
1° d’un président qui est juge ou juge honoraire ou
qui est un avocat inscrit depuis au moins dix ans sur le
tableau d’un ordre des avocats;
2° de deux membres, désignés par le Conseil de
l’Institut, qui sont choisis parmi les personnes inscrites
au registre public avec une qualité.
Le président ainsi qu’un président suppléant sont
nommés par le Roi sur proposition du ministre qui a la
Justice dans ses attributions.
Pour chaque membre effectif, il est désigné un
membre suppléant.
Le président, le président suppléant, les membres
effectifs et les suppléants sont nommés pour une
période renouvelable de six ans.
Les membres ne peuvent être ni membre du Conseil
de l’Institut ni membre d’une autre commission ou
groupe de travail de l’Institut.
Art. 90
Chaque chambre de la commission de discipline est
assistée par un assesseur juridique et un assesseur
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
51
vangend rechtskundig assessor, die door de minister
bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor
Middenstand voor een hernieuwbare termijn van zes
jaar benoemd worden. De rechtskundig assessor en
zijn plaatsvervanger worden gekozen uit de advocaten
die gedurende minstens tien jaar ingeschreven zijn op
het tableau van een orde van advocaten.
Elke kamer beschikt ook over een griffie die waarge-
nomen wordt door de personeelsleden van het Instituut.
Art. 91
De bevoegdheid van de kamers wordt bepaald door
de taal waarin de persoon in het openbaar register is
ingeschreven.
Onderafdeling 2
De tuchtstraffen
Art. 92
Een of meerdere tuchtstraffen worden opgelegd
aan personen ingeschreven in het openbaar register
wanneer inbreuken zijn vastgesteld tegen het wettelijk,
reglementair en normatief kader waarbinnen de be-
roepsactiviteiten worden uitgeoefend.
Art. 93
§ 1. De volgende tuchtstraffen kunnen worden
opgelegd aan een beroepsbeoefenaar, natuurlijk of
rechtspersoon, die de hoedanigheid heeft om één of
meerdere activiteiten bedoeld in artikel 3, als zelfstan-
dige uit te oefenen:
1° de waarschuwing;
2° de berisping;
3° de geldboete;
4° het verbod om bepaalde opdrachten te aanvaarden
of voort te zetten;
5° de schorsing;
6° de schrapping.
De tuchtcommissie kan de bekendmaking van de
beslissing bevelen of van een samenvatting ervan op
juridique suppléant, nommés par le ministre ayant
l’Economie dans ses attributions et le ministre ayant
les Classes moyennes dans ses attributions pour une
période de six ans renouvelable. L’assesseur juridique
et son suppléant sont désignés parmi les avocats qui
sont inscrits depuis au moins dix ans sur le tableau d’un
ordre des avocats.
Chaque chambre dispose également d’un greffe qui
est assuré par des membres du personnel de l’Institut.
Art. 91
La compétence des chambres est déterminée par
la langue dans laquelle la personne est inscrite au
registre public.
Sous-section 2
Les peines disciplinaires
Art. 92
Une ou plusieurs peines disciplinaires sont imposées
aux personnes inscrites au registre public lorsque des
infractions sont constatées au cadre légal, réglementaire
et normatif dans lequel les activités professionnelles
sont exercées.
Art. 93
§ 1er. Les peines disciplinaires suivantes peuvent
être infl igées au professionnel, personne physique ou
personne morale, ayant la qualité pour exercer en tant
qu’indépendant une ou plusieurs des activités visées
à l’article 3:
1° l’avertissement;
2° la réprimande;
3° une amende;
4° l’interdiction d’accepter ou de poursuivre certaines
missions;
5° la suspension;
6° la radiation.
La commission de discipline peut également ordon-
ner la publication de la décision ou un résumé de celle-ci
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
52
de website van het Instituut. De bekendmaking gebeurt
op een geanonimiseerde wijze.
§ 2. De schorsing houdt het verbod in om voor een
welbepaalde periode de beroepsactiviteiten uit te oefe-
nen en de beroepstitel te dragen in België.
De schorsing mag niet langer dan twee jaar duren.
De schorsing houdt tevens het verbod in om deel te
nemen aan de algemene vergadering en alle andere
organen van het Instituut, zolang de tuchtstraf uitwer-
king heeft.
De geschorste wordt weggelaten uit het openbaar
register gedurende de periode van de schorsing maar
blijft gehouden aan zijn verplichtingen ten aanzien van
het Instituut.
§ 3. De schrapping houdt het verbod in om de be-
roepsactiviteiten in België uit te oefenen en de beroeps-
titel te dragen, evenals de automatische intrekking van
de hoedanigheid zoals bedoeld in artikel 115.
§ 4. De tuchtstraffen voorzien in paragraaf 1 zijn
ook toepasselijk op de beroepsbeoefenaars of andere
personen die de hoedanigheid enkel verkregen hebben
om de beroepstitel te mogen dragen, met het volgende
voorbehoud: het verbod om bepaalde opdrachten te
aanvaarden of uit te oefenen, de schorsing of de schrap-
ping houdt voor de persoon die de straf oploopt enkel
het verbod in om de beroepstitel te dragen tijdens de
uitoefening van die opdrachten of activiteiten.
Onderafdeling 3
De tuchtprocedure
Art. 94
Een klacht kan bij de rechtskundig assessor van
de betrokken kamer van de tuchtcommissie worden
ingediend door de Procureur-generaal bij het Hof van
Beroep of door elke belanghebbende.
De rechtskundig assessor die op de hoogte is ge-
bracht van een mogelijke tekortkoming of zelf een mo-
gelijke tekortkoming vaststelt op basis van een klacht of
op elke andere manier, onderzoekt het dossier.
De Raad van het Instituut benoemt voor elke kamer
van de tuchtcommissie één of meer referendarissen
onder de personeelsleden van het Instituut.
sur le site Internet de l’Institut. La publication s’effectue
de manière anonymisée.
§ 2. La suspension emporte interdiction d’exercer
des activités professionnelles et de porter le titre pro-
fessionnel en Belgique pour une période déterminée.
Le terme de la suspension ne peut excéder deux
années.
La suspension emporte interdiction de participer à
l’assemblée générale et à tous les autres organes de
l’Institut, pendant la durée de l’exécution de cette peine
disciplinaire.
La personne suspendue est omise du registre public
pendant la période de suspension mais reste tenue à
ses obligations vis-à-vis de l’Institut.
§ 3. La radiation emporte interdiction d’exercer des
activités professionnelles en Belgique, ainsi que de
porter le titre professionnel et le retrait automatique de
la qualité comme visé à l’article 115.
§ 4. Les sanctions prévues au paragraphe 1er sont
aussi applicables aux professionnels ou autres per-
sonnes qui ont obtenu la qualité uniquement afi n de
pouvoir porter le titre professionnel, sous la réserve
suivante: l’interdiction d’accepter ou d’exercer certaines
missions, la suspension ou la radiation empêchent
uniquement la personne, qui fait l’objet d’une sanction,
de porter le titre professionnel lors de l’exercice de ces
missions ou activités.
Sous-section 3
La procédure disciplinaire
Art. 94
Une plainte peut être déposée par le procureur
général près la Cour d’appel ou par toute personne inté-
ressée auprès de l’assesseur juridique de la chambre
concernée de la commission de discipline.
L’assesseur juridique qui est informé d’un possible
manquement ou qui constate lui-même un manque-
ment possible sur base d’une plainte ou de toute autre
manière, examine le dossier.
Le Conseil de l’Institut nomme pour chaque chambre
de la commission de discipline un ou plusieurs référen-
daires parmi les membres du personnel de l’Institut.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
53
De referendarissen staan de rechtskundig assessor
bij in het uitvoeren van zijn taken. Zij bereiden de tucht-
dossiers voor wat betreft de feiten en zij adviseren de
rechtskundig assessor over de tuchtprocedure.
Nadat de rechtskundig assessor de informatie die
hij noodzakelijk acht heeft verzameld of heeft laten
verzamelen, beslist hij om het dossier aan de tuchtcom-
missie over te maken wanneer hij van oordeel is dat er
voldoende bezwaren bestaan.
In het andere geval klasseert hij het dossier zonder
gevolg. In voorkomend geval brengt hij de klager hiervan
op de hoogte. Hij kan deze klassering zonder gevolg
afhankelijk maken van het respecteren van bepaalde
voorwaarden.
Art. 95
Een dossier tot verwijzing naar de tuchtcommissie
bestaat uit:
1° een nauwkeurige omschrijving van de feiten die
betrokkene ten laste worden gelegd;
2° een vermelding van de bepalingen van het wet-
telijk, reglementair en normatief kader waarop de ten-
lastelegging steunt.
Art. 96
Ten minste dertig dagen voor de zitting van de
tuchtcommissie verzoekt de griffie de betrokkene per
aangetekende zending om op de zitting van de tucht-
commissie te verschijnen.
De aangetekende zending bevat:
1° de nauwkeurige omschrijving van de feiten die de
betrokkene ten laste worden gelegd;
2° de rechtsgrondslag waarop de tenlastelegging
steunt;
3° de overwogen tuchtmaatregel ;
4° de mogelijkheid tot inzage in het dossier;
5° de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen,
waarbij de betrokkene alle stukken voor zijn verweer
voegt.
Les référendaires assistent l’assesseur juridique dans
l’exercice de ses fonctions. Ils préparent les dossiers
disciplinaires pour ce qui concerne les faits et conseillent
l’assesseur juridique au niveau de la procédure disci-
plinaire.
Après que l’assesseur juridique ait recueilli ou fait re-
cueillir les informations qu’il juge nécessaires, il décide
de transmettre le dossier à la commission de discipline
lorsqu’il est d’avis qu’il y a suffisamment d’éléments.
Dans le cas contraire, il classe le dossier sans suite.
Il en informe le cas échéant le plaignant. Il peut sou-
mettre ce classement sans suite au respect de certaines
conditions.
Art. 95
Un dossier renvoyé vers la commission de discipline
contient:
1° une description précise des faits reprochés à la
personne concernée;
2° une mention des dispositions du cadre législatif,
réglementaire et normatif sur lesquelles se fondent les
reproches.
Art. 96
Au moins trente jours avant l’audience de la com-
mission de discipline, le greffe convoque l’intéressé par
envoi recommandé pour comparaître à l’audience de la
commission de discipline.
L’envoi recommandé contient:
1° la description précise des faits reprochés à l’inté-
ressé;
2° la base juridique sur laquelle se fonde les re-
proches;
3° la mesure disciplinaire envisagée;
4° la possibilité de prendre connaissance du dossier;
5° la possibilité de présenter un mémoire en défense
auquel l’intéressé joint tous les documents à l’appui de
sa défense.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
54
Art. 97
De betrokkene heeft het recht van wraking in de
gevallen bepaald bij artikel 828 van het Gerechtelijk
Wetboek.
Over de wraking beslist de commissie van beroep.
Art. 98
De betrokkene mag tijdens de zitting zijn verweer
mondeling of schriftelijk doen gelden. Hij mag zich laten
bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een
andere persoon ingeschreven in het openbaar register
met een hoedanigheid.
De rechtskundig assessor wordt uitgenodigd. Hij
neemt niet deel aan de beraadslagingen.
Art. 99
De zitting is openbaar.
De betrokkene kan echter een behandeling achter
gesloten deuren vragen:
1° wanneer een openbare zitting gevaar zou opleve-
ren voor de goede zeden, de goede orde of de nationale
veiligheid;
2° wanneer het minderjarigen betreft;
3° voor de bescherming van de privacy van de be-
trokkenen;
4° wanneer een openbare zitting schade kan be-
rokkenen aan het belang van de rechtspleging of het
beroepgeheim.
Art. 100
De beslissing van de tuchtcommissie is met redenen
omkleed.
Bij de overweging tot het uitspreken van een tuchtstraf
houdt de tuchtcommissie rekening met de volgende
omstandigheden:
1° de ernst en de duur van de inbreuk;
2° de mate van verantwoordelijkheid van de persoon
verantwoordelijk voor de inbreuk;
Art. 97
La personne concernée a un droit de récusation dans
les cas visés à l’article 828 du Code judiciaire.
Une décision au sujet de cette récusation est prise
par la commission d’appel.
Art. 98
L’intéressé peut présenter sa défense verbalement
ou par écrit pendant l’audience. Il peut être assisté ou
représenté par un avocat ou une autre personne inscrite
au registre public avec une qualité.
L’assesseur juridique est invité. Il ne participe pas
aux délibérations.
Art. 99
La séance est publique.
L’ intéressé peut néanmoins demander le huis clos:
1° lorsque la séance publique porte atteinte à la
moralité, à l’ordre public ou la sécurité nationale;
2° lorsque des mineurs sont concernés;
3° pour la protection de la vie privée des intéressés;
4° lorsque une séance publique porte atteinte à l’inté-
rêt de la justice ou au secret professionnel.
Art. 100
La décision de la commission de discipline est moti-
vée.
Lors de l’examen de l’opportunité de prononcer une
peine disciplinaire, la commission de discipline tient
compte des circonstances suivantes:
1° la gravité et la durée de l’infraction;
2° le degré de responsabilité de la personne respon-
sable de l’infraction;
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
55
3° de fi nanciële draagkracht van de persoon verant-
woordelijk voor de inbreuk;
4° de omvang van de winsten of verliezen die door de
voor de inbreuk verantwoordelijke persoon zijn behaald,
respectievelijk vermeden, voor zover deze kunnen wor-
den bepaald;
5° de mate waarin de verantwoordelijke persoon met
het Instituut of de tuchtcommissie meewerkt;
6° eerdere overtredingen van de voor de inbreuk
verantwoordelijke persoon.
Art. 101
De griffie stelt de beslissing van de tuchtcommis-
sie per aangetekende zending aan de betrokkene ter
kennis.
De zending bevat de procedure van hoger beroep.
Een kopie van de zending wordt eveneens verzonden
aan:
1° de Raad van het Instituut en de rechtskundig as-
sessor;
2° de procureur-generaal van het Hof van Beroep.
Iedere beslissing van de tuchtcommissie verwijst de
betrokken persoon aan wie een tuchtstraf opgelegd
werd, in de procedurekosten. Het bedrag van de pro-
cedurekosten wordt jaarlijks forfaitair bepaald door de
algemene vergadering.
Onderafdeling 4
Uitwissing van de tuchtstraf en eerherstel
Art. 102
Behoudens de schorsing en de schrapping worden de
uitgesproken tuchtstraffen na het verstrijken van vijf jaar,
te rekenen vanaf de datum van de defi nitieve beslissing
waarbij een tuchtstraf wordt uitgesproken, uitgewist.
De uitwissing kan slechts gebeuren als tegen de
betrokkene gedurende de periode bedoeld in het eerste
lid geen nieuwe tuchtstraf werd uitgesproken.
3° l’assise fi nancière de la personne responsable
de l’infraction;
4° les montants des gains obtenus ou des pertes
évitées par la personne responsable de l’infraction, dans
la mesure où ils peuvent être déterminés;
5° le degré de coopération de la personne respon-
sable avec l’Institut ou la commission de discipline;
6° les infractions précédemment commises par la
personne responsable de l’infraction.
Art. 101
Le greffe notifi e la décision de la commission de
discipline sous envoi recommandé à l’intéressé.
L’envoi contient la procédure d’appel.
Une copie de l’envoi est également envoyée:
1° au Conseil de l’Institut et à l’assesseur juridique;
2° au procureur général près la Cour d’appel.
Toute décision de la commission de discipline
condamne l’intéressé à l’égard de laquelle une sanction
disciplinaire a été prononcée aux frais de procédure. Le
montant des frais de procédure est fi xé chaque année
de manière forfaitaire par l’assemblée générale.
Sous-section 4
L’effacement de la peine disciplinaire et la réhabilitation
Art. 102
À l’exception de la suspension et de la radiation, les
sanctions disciplinaires sont effacées après un délai de
cinq ans, à compter de la date de la décision défi nitive
prononçant une peine disciplinaire.
L’effacement ne peut être effectué qu’à condition
que l’intéressé n’ait pas encouru une nouvelle peine
disciplinaire pendant la période visée à l’alinéa 1er.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
56
Art. 103
Een betrokkene tegen wie een tuchtstraf is uitgespro-
ken en die niet is uitgewist, kan bij de commissie van
beroep een verzoek tot eerherstel indienen.
Deze aanvraag is slechts ontvankelijk op voorwaarde
dat:
1° een termijn van vijf jaar is verstreken sinds de
datum van de defi nitieve beslissing waarbij de laatste
tuchtstraf is uitgesproken;
2° de betrokkene strafrechtelijk eerherstel heeft ge-
kregen indien hij een tuchtstraf heeft opgelopen voor
een feit dat tot een strafrechtelijk veroordeling aanleiding
heeft gegeven.
Onderafdeling 5
Beroep
Art. 104
Beroep wordt ingesteld bij de commissie van beroep.
Beroep is mogelijk tegen:
1° een beslissing van de tuchtcommissie;
2° een beslissing van de Raad van het Instituut.
De commissie van beroep bestaat uit een Neder-
landstalige kamer en een Franstalige kamer.
Elke kamer is samengesteld uit:
1° een voorzitter die magistraat is bij het Hof van
Beroep of een eremagistraat die magistraat was bij het
Hof van Beroep;
2° een rechter die magistraat is bij de ondernemings-
rechtbank of een eremagistraat die rechter was bij een
ondernemingsrechtbank;
3° een rechter die magistraat is bij de arbeidsrecht-
bank of een eremagistraat die rechter was bij een
arbeidsrechtbank;
4° twee leden die door de Raad van het Instituut
aangewezen worden, gekozen uit het openbaar register.
Art. 103
L’intéressé qui a encouru une sanction disciplinaire
n’ayant pas été effacée, peut introduire une demande
en réhabilitation auprès de la commission d’appel.
Cette demande n’est recevable que si:
1° un délai de cinq ans s’est écoulé depuis la date
de la décision défi nitive prononçant la dernière peine
disciplinaire;
2° l’intéressé a obtenu la réhabilitation en matière
pénale au cas où une des sanctions disciplinaires a été
prise pour un fait qui a donné lieu à une condamnation
pénale.
Sous-section 5
Appel
Art. 104
L’appel est introduit auprès de la commission d’appel.
L’appel est possible contre:
1° une décision de la commission de discipline;
2° une décision du Conseil de l’Institut.
La commission d’appel comprend une chambre
d’expression néerlandaise et une chambre d’expression
française.
Chaque chambre est composée:
1° d’un président qui est magistrat auprès de la Cour
d’appel ou magistrat honoraire qui était magistrat auprès
de la Cour d’appel;
2° d’un juge qui est magistrat auprès du tribunal de
l’entreprise ou un magistrat honoraire qui était magistrat
auprès du tribunal de l’entreprise;
3° d’un juge qui est magistrat auprès du tribunal du
travail ou un magistrat honoraire qui était magistrat
auprès du tribunal du travail;
4° de deux membres, désignés par le Conseil de
l’Institut, choisis du registre public.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
57
De voorzitter en de twee rechters of eremagistraten
worden benoemd door de Koning op voordracht van de
minister bevoegd voor Justitie.
Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervangend lid
aangeduid.
De effectieve en de plaatsvervangende leden worden
benoemd voor een hernieuwbare periode van zes jaar.
De leden mogen geen lid zijn van de Raad van het
Instituut noch van een andere commissie of werkgroep
van het Instituut.
Art. 105
Elke kamer beschikt ook over een griffie die waarge-
nomen wordt door de personeelsleden van het Instituut.
Art. 106
De Franstalige kamer neemt kennis van de beslissin-
gen van de Franstalige kamer van de tuchtcommissie.
De Nederlandstalige kamer neemt kennis van de
beslissingen van de Nederlandstalige kamer van tucht-
commissie.
Art. 107
De betrokkene, de Raad van het Instituut in geval
van schending van de wet, de rechtskundig assessor
of zijn plaatsvervanger kunnen beroep instellen binnen
de dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de
beslissing van de tuchtcommissie of van de Raad van
het Instituut hen werd betekend.
Om ontvankelijk te zijn, moet het beroep ingesteld
worden bij een aangetekende zending gericht aan de
griffie van de bevoegde kamer van de commissie van
beroep binnen de gestelde termijn.
Art. 108
Ten minste vijftien dagen voor de zitting van de com-
missie van beroep, verzoekt de griffie de betrokkene
per aangetekende zending om op de zitting van de
commissie van beroep te verschijnen.
De betrokkene heeft de mogelijkheid tot inzage van
het dossier.
Le président et les deux juges ou magistrats hono-
raires sont nommés par le Roi, sur proposition du
ministre qui a la Justice dans ses attributions.
Pour chaque membre effectif, il est désigné un
membre suppléant.
Les membres effectifs et suppléants sont nommés
pour une période renouvelable de six ans.
Les membres ne peuvent être ni membre du Conseil
de l’Institut ni membre d’une autre commission ou
groupe de travail de l’Institut.
Art. 105
Chaque chambre dispose également d’un greffe qui
est assuré par des membres du personnel de l’Institut.
Art. 106
La chambre francophone prend connaissance des
décisions de la chambre francophone de la commission
de discipline.
La chambre néerlandophone prend connaissance
des décisions de la chambre néerlandophone de la
commission de discipline.
Art. 107
L’intéressé, le Conseil de l’Institut en cas de violation
de la loi, l’assesseur juridique ou son suppléant, peuvent
introduire un appel dans les trente jours à compter du
jour où la décision de la commission de discipline ou
du Conseil de l’Institut leur a été notifi ée.
Pour être recevable, l’appel doit être introduit par
envoi recommandé adressé au greffe de la chambre
compétente de la commission d’appel dans le délai fi xé.
Art. 108
Au moins quinze jours avant la séance de la commis-
sion d’appel, le greffe convoque par envoi recommandé
l’intéressé à comparaître à la séance de la commission
d’appel.
L’intéressé a la possibilité de consulter le dossier.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
58
Art. 109
De betrokkene heeft het recht van wraking in de
gevallen bepaald bij artikel 828 van het Gerechtelijk
Wetboek.
Over de wraking beslist de commissie van beroep in
een andere samenstelling.
Art. 110
De zitting is openbaar.
De betrokkene kan echter een behandeling achter
gesloten deuren vragen in de gevallen vermeld in arti-
kel 99, tweede lid.
Art. 111
De beslissing van de commissie van beroep is met
redenen omkleed.
Bij haar beslissing houdt de commissie van beroep
rekening met de omstandigheden vermeld in artikel 100,
tweede lid.
Art. 112
De griffie stelt de beslissing van de commissie van
beroep per aangetekende zending aan de betrokkene
ter kennis.
De zending bevat eveneens de procedure van cas-
satieberoep.
Een kopie van de zending wordt eveneens verzonden
aan:
1° de Raad van het Instituut en de rechtskundig as-
sessor;
2° de procureur-generaal van het Hof van Beroep.
Iedere beslissing van de commissie van beroep
verwijst de betrokken persoon aan wie een tuchtstraf
opgelegd werd, in de procedurekosten. Het bedrag van
de procedurekosten wordt jaarlijks forfaitair bepaald
door de algemene vergadering.
Art. 109
L’intéressé a le droit de récuser dans les cas fi xés à
l’article 828 du Code judiciaire.
La commission d’appel autrement composée décide
concernant la récusation.
Art. 110
La séance est publique.
L’intéressé peut néanmoins demander le huis clos
dans les cas mentionnés à l’article 99, alinéa 2.
Art. 111
La décision de la commission d’appel est motivée.
Dans sa décision, la commission d’appel tient compte
des circonstances mentionnées dans l’article 100,
alinéa 2.
Art. 112
Le greffe porte la décision de la commission d’appel
par envoi recommandé à la connaissance de l’intéressé.
L’envoi contient également la procédure de pourvoi
en cassation.
Une copie de l’envoi est également transmise:
1° au Conseil de l’Institut et à l’assesseur juridique;
2° au procureur général de la Cour d’appel.
Toute décision de la commission d’appel condamne
l’intéressé à l’égard de laquelle une sanction discipli-
naire a été prononcée aux frais de procédure. Le mon-
tant des frais de procédure est fi xé chaque année de
manière forfaitaire par l’assemblée générale.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
59
Art. 113
Tegen de beslissing van de commissie van beroep
kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig
de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis
van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 114
De Koning kan de nadere regels van de procedure
voor de commissies bepalen na advies van de Raad
van het Instituut.
De Raad van het Instituut brengt zijn advies uit binnen
de drie maanden na ontvangst van de adviesaanvraag
over het ontwerp, zo niet wordt de Raad van het Instituut
geacht geen opmerkingen op het ontwerp te hebben.
Afdeling 3
De intrekking van de hoedanigheid en de andere
administratieve straffen
Art. 115
§ 1. De Raad van het Instituut trekt de hoedanigheid
van (intern) accountant, (interne) fi scaal accountant,
(interne) gecertifi ceerd accountant en van (interne)
gecertifi ceerd belastingadviseur in:
1° automatisch, na de beslissing tot schrapping van de
tuchtcommissie of, in voorkomend geval, van de commis-
sie van beroep nadat ze in kracht van gewijsde is gegaan;
2° wanneer niet meer voldaan is aan de voorwaarden
voor toelating tot het beroep vermeld in artikel 10, § 1,
1° tot en met 4°;
3° wanneer de betrokkene in gebreke blijft binnen een
periode van drie maanden na een defi nitief geworden
terechtwijzing voor een van de inbreuken bedoeld in
artikel 85.
§ 2. De betrokkene kan vijf jaar na de beslissing tot
intrekking verzoeken tot het opnieuw verkrijgen van
de hoedanigheid, wanneer hij opnieuw voldoet aan de
voorwaarden tot toelating van het beroep vermeld in
artikel 10.
Art. 116
De Raad van het Instituut is bevoegd om administra-
tieve sancties uit te spreken zoals voorzien in de wet
Art. 113
Un pourvoi en cassation peut être formé contre la
décision de la commission d’appel, conformément aux
dispositions de la partie quatre, livre III, titre IVbis du
Code judiciaire.
Art. 114
Le Roi peut fi xer les modalités de la procédure pour
les commissions après avis du Conseil de l’Institut.
Le Conseil de l’Institut rend son avis dans les trois
mois après la réception de la demande d’avis sur le
projet, à défaut de quoi le Conseil de l’Institut est réputé
n’avoir aucune observation sur le projet.
Section 3
Le retrait de la qualité et les autres
sanctions administratives
Art. 115
§ 1er. Le Conseil de l’Institut retire la qualité d’expert-
comptable (interne), d’expert-comptable fi scaliste (in-
terne) d’expert-comptable certifi é (interne) et conseiller
fi scal certifi é (interne):
1° automatiquement, après la décision de radiation
de la commission disciplinaire, ou, le cas échéant, de
la commission d’appel, coulée en force jugée;
2° lorsque les conditions d’admission à la profession
mentionnées à l’article 10, § 1er 1° à 4°, ne sont plus
respectées;
3° lorsque l’intéressé reste en défaut de s’exécu-
ter pendant un délai de trois mois après un rappel à
l’ordre devenu défi nitif pour une des infractions visées
à l’article 85.
§ 2. Cinq ans après la décision de retrait, le profes-
sionnel peut demander à obtenir de nouveau la qualité,
lorsqu’il satisfait de nouveau aux conditions d’admission
à la profession mentionnées à l’article 10.
Art. 116
Le Conseil de l’Institut est compétent pour prononcer
des sanctions administratives telles que prévues dans
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
60
van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwas-
sen van geld en de fi nanciering van terrorisme en tot
beperking van het gebruik van contanten.
Afdeling 4
Strafbepalingen
Art. 117
Met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie
maanden en met een geldboete van tweehonderd tot
tweeduizend euro of met een van die straffen alleen
wordt gestraft:
1° hij die zich publiekelijk en onrechtmatig de hoeda-
nigheid of de titel toe-eigent van de volgende beroepen:
a) (intern) accountant of (intern) fi scaal accountant;
b) (intern) accountant of (intern) gecertifi ceerd ac-
countant;
c) (intern) gecertifi ceerd belastingadviseur;
2° hij die de artikelen 4, 5, 7, 8, en 9 overtreedt;
3° hij die de beroepsactiviteiten bedoeld in arti-
kel 3 uitoefent of de titels bedoeld in de artikelen 4, 7,
8 en 9 voert, terwijl hij het voorwerp is van een uitvoer-
bare schorsingsmaatregel.
De rechtbank kan bovendien bevelen:
1° de defi nitieve of tijdelijke sluiting van een deel van
de lokalen of van alle lokalen die worden gebruikt door
degene die zich schuldig heeft gemaakt aan een of meer
van de hierboven bedoelde overtredingen;
2° de bekendmaking van het vonnis of van een sa-
menvatting ervan in een of meer dagbladen of enige
andere wijze, dit alles op kosten van de veroordeelde.
Art. 118
Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van
de gerechtelijke politie worden de ambtenaren die hier-
toe door de Koning zijn aangesteld op voorstel van de
minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd
voor Middenstand, belast met het opsporen en vaststel-
len in processen-verbaal van de inbreuken bedoeld in
artikel 117, eerste lid. Deze processen-verbaal hebben
bewijskracht tot tegenbewijs. Zij worden onverwijld
la loi du 18 septembre 2017 à la prévention du blanchi-
ment de capitaux et du fi nancement du terrorisme et à
la limitation de l’utilisation des espèces.
Section 4
Dispositions pénales
Art. 117
Sont punis d’une peine d’emprisonnement de huit
jours à trois mois et d’une amende de deux cent à deux
milles euros ou d’une de ces peines seulement:
1° celui qui s’attribue publiquement et sans titre la
qualifi cation ou le titre des professions suivantes:
a) expert-comptable (interne) ou expert-comptable
fi scaliste (interne);
b) expert-comptable (interne) ou expert-comptable
certifi é (interne);
c) conseiller fi scal certifi é (interne);
2° celui qui contrevient aux articles 4, 5, 7, 8 et 9;
3° celui qui exerce l’activité professionnelle visée à
l’article 3 ou porte les titres visés aux articles 4, 7, 8 et
9 alors qu’il fait l’objet d’une mesure de suspension
exécutoire.
Le tribunal peut en outre ordonner:
1° la fermeture défi nitive ou provisoire de tout ou par-
tie des locaux utilisés par celui qui s’est rendu coupable
d’une ou plusieurs infractions susvisées;
2° la publication du jugement ou d’un résumé de
celui-ci dans un ou plusieurs quotidiens ou par un quel-
conque autre biais, aux frais du condamné.
Art. 118
Sans préjudice des compétences incombant aux
officiers de police judiciaire, les fonctionnaires, com-
missionnés à cet effet par le Roi sur la proposition du
ministre qui a l’Economie dans ses attributions et du
ministre qui a les Classes moyennes dans ses attribu-
tions, sont chargés de rechercher et de constater par
des procès-verbaux les infractions visées à l’ article 117,
alinéa 1er. Ces procès-verbaux font foi jusqu’à preuve
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
61
toegezonden aan de Raad van het Instituut en aan de
bevoegde ambtenaren van het Openbaar Ministerie. Een
afschrift ervan wordt gezonden aan de inbreukpleger,
alsook aan de hierboven vermelde ministers binnen
zeven werkdagen te rekenen vanaf de vaststelling van
de inbreuken, op straffe van nietigheid. De personen
die onder de toepassing van deze wet vallen, zijn er-
toe gehouden alle inlichtingen en alle bescheiden te
verstrekken die nodig zijn om de toepassing ervan na
te gaan. Elke persoon die weigert de bedoelde inlich-
tingen en bescheiden te verstrekken of zich tegen de
onderzoeksmaatregelen verzet, wordt gestraft met een
gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen en met een
geldboete van 26 tot 1 000 euro of met een van deze
straffen alleen.
Art. 119
Bij elke inbreuk, vastgesteld in een proces-verbaal,
met betrekking tot artikel 117, eerste lid, 1°, kan het
Instituut in rechte optreden om de rechten en de ge-
meenschappelijke beroepsbelangen van zijn leden te
beschermen en desgevallend schadevergoeding te
eisen.
Art. 120
Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op
de beroepsbeoefenaars en stagiairs en op de personen
voor wie zij instaan, alsook op de personen die tijdelijk
en occasioneel het beroep uitoefenen.
Artikel 458 van het Strafwetboek is eveneens van
toepassing op het Instituut, op de organen, op de leden
van die organen, met inbegrip van de commissies, op
de toetsers, op de rechtskundig assessor en op de
personeelsleden van het Instituut.
In afwijking van het tweede lid mogen de organen,
de leden van die organen, met inbegrip van de com-
missies, de toetsers, de rechtskundig assessor en de
personeelsleden van het Instituut gegevens die hen
werden bezorgd voor de uitoefening van hun functie
of wettelijke of reglementaire opdracht uitwisselen met
andere organen, met andere leden van die organen, de
commissies en de toetsers, de rechtskundig assessor
en met andere personeelsleden van het Instituut voor
zover die uitwisseling van gegevens noodzakelijk is voor
hun wettelijke of reglementaire opdrachten.
du contraire. Ils sont transmis sans délai au Conseil de
l’Institut et aux officiers compétents du Ministère public.
Une copie en est adressée à l’auteur de l’infraction, ainsi
qu’aux ministres précités dans les sept jours ouvrables
de la constatation des infractions, le tout à peine de
nullité. Les personnes auxquelles la présente loi s’ap-
plique, sont tenues de fournir tous renseignements et
documents nécessaires pour en vérifi er l’application.
Sera puni d’un emprisonnement de huit à quinze jours
et d’une amende de 26 à 1 000 euros ou d’une de
ces peines seulement, celui qui refusera de fournir les
renseignements et documents visés ou qui s’opposera
aux mesures de investigation.
Art. 119
Pour toute infraction, constatée par un procès-verbal,
conformément à l’article 117, alinéa 1er, 1°, l’Institut peut
ester en justice afi n de veiller aux droits et aux intérêts
professionnels communs de ses membres, ainsi que, le
cas échéant, de réclamer une indemnisation.
Art. 120
L’article 458 du Code pénal est d’application aux
professionnels et stagiaires et aux personnes dont ils
sont responsables ainsi qu’aux personnes qui exercent
temporairement et occasionnellement la profession.
L’article 458 du Code pénal est également d’appli-
cation à l’Institut, aux organes, aux membres de ces
organes, y compris les commissions, les rapporteurs,
à l’assesseur juridique et aux membres du personnel
de l’Institut.
Par dérogation à l’alinéa 2, les organes, les membres
de ces organes, y compris les commissions, les rap-
porteurs, l’assesseur juridique et les membres du
personnel de l’Institut peuvent échanger des informa-
tions qui leur ont été communiquées pour l’exercice de
leur fonction ou mission légale ou réglementaire avec
d’autres organes, d’autres membres de ces organes, les
commissions et les rapporteurs, l’assesseur juridique et
d’autres membres du personnel de l’Institut pour autant
que cet échange soit nécessaire à l’accomplissement
de leurs missions légales ou réglementaires.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
62
Rechtspersonen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de
betaling van de geldboeten waartoe hun organen en
aangestelden krachtens dit hoofdstuk zijn veroordeeld.
HOOFDSTUK 12
Overgangsbepalingen
Art. 121
De rechten van het personeel van de fusionerende
instituten blijven verworven ten aanzien van het Instituut
dat door deze wet opgericht wordt.
Art. 122
De tuchtdossiers die aanhangig zijn bij de tuchtin-
stanties van beide fusionerende instituten op de dag
van de inwerkingtreding van deze wet, blijven behan-
deld door de tuchtorganen van beide fusionerende
instituten in dezelfde samenstelling en volgens dezelfde
procedureregels van toepassing op deze tuchtorganen
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van
deze wet. Elk hoger beroep dat ingesteld wordt na de
inwerkingtreding van deze wet, wordt behandeld door
de commissie van beroep overeenkomstig deze wet.
Art. 123
Elke persoon ingeschreven op de lijst van stagiairs
van de fusionerende instituten op de datum van de
inwerkingtreding van deze wet, wordt automatisch in-
geschreven in het openbaar register van het Instituut.
De gepresteerde stageduur binnen elk van de fusio-
nerende instituten blijft verworven.
Art. 124
§ 1. Elke persoon ingeschreven op de lijst van de
stagiairs van het Instituut van de Accountants en de Be-
lastingconsulenten voorzien in de wet van 22 april 1999
op de datum van de inwerkingtreding van deze wet kan
na die datum:
1° deelnemen aan het volgende bekwaamheidsexa-
men tot het bekomen van de hoedanigheid van (intern)
gecertifi ceerd accountant, voor zover de stagiair drie
jaar stage heeft volbracht als stagiair accountant bij
het Instituut van de Accountants en de Belastingcon-
sulenten, uit hoofde van de wet van 22 april 1999. Dit
bekwaamheidsexamen wordt georganiseerd door het
Les personnes morales sont civilement responsables
du paiement des amendes auxquelles leurs organes ou
préposés sont condamnés en vertu du présent chapitre.
CHAPITRE 12
Dispositions transitoires
Art. 121
Les droits du personnel des instituts qui fusionnent
leur restent acquis à l’égard de l’Institut créé par la
présente loi.
Art. 122
Les dossiers disciplinaires pendants devant les ins-
tances disciplinaires des deux instituts qui fusionnent
à la date d’entrée en vigueur de la présente loi, sont
traités par les organes disciplinaires des deux instituts
qui fusionnent en conservant la même composition et
selon les mêmes règles de procédure applicables aux-
dits organes avant l’entrée en vigueur de la présente
loi. Tout appel introduit après l’entrée en vigueur de la
présente loi est traité par la commission d’appel confor-
mément à la présente loi.
Art. 123
Toute personne inscrite, à la date d’entrée en vigueur
de la présente loi, sur la liste des stagiaires des instituts
qui fusionnent est inscrite automatiquement au registre
public de l’Institut.
La durée du stage presté au sein de chacun des
instituts qui fusionnent reste acquise.
Art. 124
§ 1er. Toute personne inscrite à la date d’entrée en
vigueur de la présente loi, sur la liste des stagiaires de
l’Institut des experts-comptables et des conseils fi scaux
prévue par la loi du 22 avril 1999 peut après la date
d’entrée en vigueur:
1° participer à l’examen d’aptitude suivant pour obte-
nir la qualité d’expert-comptable certifi é (interne), pour
autant qu’elle ait accompli un stage de trois ans en tant
que stagiaire expert-comptable au sein de l’Institut des
experts-comptables et des conseils fi scaux en vertu
de la loi du 22 avril 1999. Cet examen d’aptitude est
organisé par l’Institut qui est créé par la présente loi,
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
63
Instituut, opgericht door deze wet, volgens de nadere
regels bepaald in deze wet en in haar uitvoeringsbe-
sluiten, of
2° deelnemen aan het volgende bekwaamheids-
examen tot het bekomen van de hoedanigheid van
(intern) gecertifi ceerd belastingadviseur, voor zover
de stagiair drie jaar stage heeft volbracht als stagiair
belastingconsulent bij het Instituut van de Accountants
en de Belastingconsulenten. Dit bekwaamheidsexamen
wordt georganiseerd door het Instituut en volgens de
nadere regels bepaald in deze wet en in haar uitvoe-
ringsbesluiten.
§ 2. Elke persoon ingeschreven op de lijst van
de stagiairs van het Beroepsinstituut van Erkende
Boekhouders en Fiscalisten bedoeld in de wet van
22 april 1999 op de datum van de inwerkingtreding van
deze wet, kan na die datum zijn stage verderzetten on-
der de voorwaarden en nadere regels voorzien door of
in uitvoering van de wet van 22 april 1999. Indien deze
persoon aan het einde van de zes jaar te rekenen vanaf
de datum van zijn inschrijving als stagiair niet slaagt in
het bekwaamheidsexamen op het einde van de stage,
kan hij overeenkomstig artikel 13 slechts een nieuwe
stage aanvatten na een periode van drie jaar jaar en na
het slagen voor het toelatingsexamen. De nieuwe stage
is onderworpen aan de voorwaarden bepaald door of
in uitvoering van deze wet.
De persoon bedoeld in het eerste lid die slaagt voor
de stage, wordt in het openbaar register ingeschreven
als “accountant” indien hij voor de inwerkingtreding
van deze wet als “boekhouder” zou ingeschreven
zijn geweest of als “fi scaal accountant” indien hij als
“boekhouder(-fi scalist)” zou ingeschreven zijn geweest
in uitvoering van de wet van 22 april 1999.
Art. 125
De persoon, natuurlijke of rechtspersoon, die op de
datum van de inwerkingtreding van deze wet vermeld
staat op de deellijst van de accountants met toepassing
van de wet van 22 april 1999, wordt na die datum in het
openbaar register ingeschreven met de hoedanigheid
“(intern) gecertifi ceerd accountant”.
De persoon, natuurlijke of rechtspersoon, die op de
datum van de inwerkingtreding van deze wet vermeld
staat op de deellijst van de belastingconsulent met
toepassing van de wet van 22 april 1999, wordt na die
datum in het openbaar register ingeschreven met de
hoedanigheid “(intern) gecertifi ceerd belastingadviseur”.
selon les modalités défi nies dans la présente loi et ses
arrêtés d’exécution, ou
2° participer à l’examen d’aptitude suivant pour
obtenir la qualité de conseiller fi scal certifi é (interne),
pour autant qu’elle ait accompli un stage de trois ans en
tant que stagiaire conseil fi scal au sein de l’Institut des
experts-comptables et des conseils fi scaux. Cet examen
d’aptitude est organisé par l’Institut, selon les modalités
défi nies dans la présente loi et ses arrêtés d’exécution.
§ 2. Toute personne inscrite à la date d’entrée en
vigueur de la présente loi, sur la liste des stagiaires de
l’Institut professionnel des comptables et fi scalistes
agréés visée dans la loi du 22 avril 1999 peut pour-
suivre son stage sous les conditions et les autres règles
prévues par la loi du 22 avril 1999 ou en exécution de
celle-ci. Si cette personne ne réussit pas l’examen
d’aptitude pratique au bout des six ans, à compter de
la date d’inscription en tant que stagiaire, elle ne peut
entamer un nouveau stage, conformément à l’article 13,
qu’après une période de trois ans et après avoir réussi
l’examen d’admission. Le nouveau stage est soumis
aux conditions défi nies par ou en exécution de la pré-
sente loi.
La personne visée à l’alinéa 1er qui réussit le stage et
qui, avant l’entrée en vigueur de la présente loi, aurait
été inscrite en tant que “comptable”, est inscrite au
registre public en tant qu’“expert-comptable” ou, si elle
aurait être inscrite en tant que “comptable(-fi scaliste)” en
exécution de la loi du 22 avril 1999, en tant que “expert-
comptable fi scaliste”.
Art. 125
La personne, physique ou morale, qui, à la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, fi gure sur la
sous-liste des experts-comptables en application de
la loi du 22 avril 1999, est inscrite après cette date
au registre public avec la qualité d’“expert-comptable
certifi é (interne)”.
La personne, physique ou morale, qui, à la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, fi gure sur la
sous-liste des conseils fi scaux en application de la
loi du 22 avril 1999, est inscrite après cette date au
registre public avec la qualité de “conseiller fi scal certifi é
(interne)”.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
64
De personen, natuurlijke of rechtspersonen, die op
de datum van de inwerkingtreding van deze wet de
titel “accountant-belastingconsulent” voeren uit hoofde
van de wet van 22 april 1999, worden na die datum
ingeschreven met de hoedanigheid van “(intern) gecer-
tifi ceerd accountant”.
Van de personen bedoeld in het derde lid van dit ar-
tikel mogen enkel de personen, natuurlijke of rechtsper-
sonen, die de titel van “accountant-belastingconsulent”
droegen, na de inwerkingtreding van deze wet de titel
van “(intern) gecertifi ceerd fi scaal accountant” dragen
in uitvoering van artikel 8.
De personen, natuurlijke of rechtspersonen, die op
de datum van de inwerkingtreding van deze wet de titel
“accountant-belastingconsulent” voeren uit hoofde van
de wet van 22 april 1999, kunnen ook op hun verzoek
de hoedanigheid van “(intern) gecertifi ceerd belasting-
adviseur” verkrijgen en de titel dragen in de plaats van
de hoedanigheid en titel van “gecertifi ceerd accountant”.
De personen, natuurlijke of rechtspersonen, inge-
schreven als “accountant” of “fi scaal accountant” zijn
slechts onderworpen aan hoofdstuk 7 na een periode
van vier jaar die aanvangt op de eerste dag van de
maand die volgt op de datum van inwerkingtreding van
deze wet.
Art. 126
In alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen
moeten de woorden “Beroepsinstituut van Erkende
Boekhouders en Fiscalisten” alsook de woorden “Insti-
tuut van de Accountants en de Belastingconsulenten”
telkens gelezen worden als “Instituut van de Belasting-
adviseurs en de Accountants”.
In alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen
moet het woord “accountant” telkens gelezen worden
als “gecertifi ceerd accountant”.
In alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen
moet het woord “belastingconsulent” telkens gelezen
worden als “gecertifi ceerd belastingadviseur”.
In alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen
moet het woord “boekhouder” en moeten de woorden
“erkend boekhouder” telkens gelezen worden als “ac-
countant”.
In alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen
moeten de woorden “erkend boekhouder-fi scalist” tel-
kens gelezen worden als “fi scaal accountant”.
Les personnes, physiques ou morales, qui, à la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, portent le titre
d’“expert-comptable – conseil fi scal” en vertu de la loi
du 22 avril 1999, sont inscrites après cette date avec la
qualité d’“expert-comptable certifi é (interne)”.
Parmi les personnes visées à l’alinéa trois du présent
article, seules les personnes, physiques ou morales,
qui portaient le titre d’“expert-comptable – conseil fi s-
cal” peuvent après l’entrée en vigueur de la présente
loi porter le titre d’“expert-comptable et fi scal certifi é
(interne)” en application de l’article 8.
Les personnes, physiques ou morales, qui, à la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, portent le titre
d’“expert-comptable – conseil fi scal” en vertu de la
loi du 22 avril 1999, peuvent également obtenir à leur
demande la qualité de “conseiller fi scal certifi é (interne)”
et porter le titre en lieu et place de la qualité et du titre
d’“expert-comptable certifi é”.
Les personnes, physiques ou morales, inscrites
comme “expert-comptable” ou “expert-comptable fi s-
caliste” ne sont soumises au chapitre 7 qu’après une
période de quatre ans commençant à courir le 1er jour
du mois suivant le jour de l’entrée en vigueur de la
présente loi.
Art. 126
Dans toute autre disposition légale et réglementaire,
les mots “Institut professionnel des comptables et fi sca-
listes agréés” ainsi que les mots “Institut des experts-
comptables et des conseils fi scaux” doivent être lus à
chaque fois comme “Institut des Conseillers fi scaux et
des Experts-comptables”.
Dans toute autre disposition légale et réglementaire,
le mot “expert-comptable” doit être lu à chaque fois
comme “expert-comptable certifi é”.
Dans toute autre disposition légale et réglementaire,
les mots “conseil fi scal” doivent être lus à chaque fois
comme “conseiller fi scal certifi é”.
Dans toute autre disposition légale et réglementaire,
le mot “comptable” et les mots “comptable agréé”
doivent être lus à chaque fois comme “expert-comp-
table”.
Dans toute autre disposition légale et réglementaire,
les mots “comptable-fi scaliste agréé” doivent être lus à
chaque fois comme “expert-comptable fi scaliste”.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
65
In alle andere wettelijke en reglementaire bepalingen
moeten de woorden “boekhouder(-fi scalist)” telkens
gelezen worden als “(fi scaal) accountant”.
Art. 127
§ 1. In afwijking van de artikelen 68 en 69, wordt voor
een periode van vier jaar na de inwerkingtreding van
dit artikel een overgangsraad opgericht die bestaat uit:
1° een voorzitter die de voorzitter is van het Instituut
van de Accountants en de Belastingconsulenten, ver-
kozen door de laatste algemene vergadering gehouden
voor de inwerkingtreding van dit artikel;
2° een ondervoorzitter die de voorzitter is van het Be-
roepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten,
verkozen door en onder de leden van de Nationale Raad
van dat Instituut na de laatste verkiezingen die voor de
inwerkingtreding van dit artikel georganiseerd werden;
3° dertien leden die tot lid van de Raad van het In-
stituut van de Accountants en de Belastingconsulenten
verkozen zijn tijdens de laatste algemene vergadering
van dat Instituut vóór de inwerkingtreding van dit artikel;
4° zes Franstalige en zeven Nederlandstalige leden
die tot lid van de Nationale Raad van het Beroepsin-
stituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten met
het meest aantal stemmen verkozen zijn bij de laatste
verkiezingen die binnen het Beroepsinstituut werden
georganiseerd vóór de inwerkingtreding van dit artikel.
De voorzitter en ondervoorzitter behoren tot een ver-
schillende taalgroep. Als de voorzitter en ondervoorzitter
van de overgangsraad die op die manier aangeduid
werden, tot dezelfde taalgroep behoren, wordt voorzit-
ter van de overgangsraad de ondervoorzitter verkozen
binnen het Instituut van de Accountants en de Belas-
tingconsulenten door de laatste algemene vergadering
gehouden vóór de inwerkingtreding van dit artikel.
§ 2. De overgangsraad oefent alle voorbereidende
taken uit die noodzakelijk zijn voor de oprichting en wer-
king van het Instituut bedoeld in artikel 2, 17°, en van zijn
organen tot op de datum van inwerkingtreding van alle
bepalingen van deze wet. Na de inwerkingtreding van
alle bepalingen van deze wet oefent hij zijn mandaat uit
door alle opdrachten bedoeld in artikel 72 uit te oefenen.
Dans toute autre disposition légale et réglemen-
taire, les mots “comptable(-fi scaliste)” doivent être lus
à chaque fois comme “expert-comptable (fi scaliste)”.
Art. 127
§ 1er. Par dérogation aux articles 68 et 69, il est
constitué pour une période de quatre ans à compter
de l’entrée en vigueur du présent article, un conseil de
transition composé:
1° d’un président qui est le président de l’Institut des
Experts-Comptables et des Conseils Fiscaux élu par sa
dernière assemblée générale tenue avant l’entrée en
vigueur du présent article;
2° d’un vice-président qui est le président de l’Institut
professionnel des Comptables et Fiscalistes agréés
élu par et au sein des membres du Conseil national de
cet Institut suite aux dernières élections organisées au
sein de cet Institut avant l’entrée en vigueur du présent
article;
3° de treize membres élus comme membres du
Conseil de l’Institut des Experts-Comptables et des
Conseils Fiscaux lors de la dernière assemblée géné-
rale de cet Institut tenue avant l’entrée en vigueur du
présent article;
4° de six membres francophones et de sept membres
néerlandophones élus avec le plus grand nombre de
voix comme membres du Conseil National de l’Institut
professionnel des Comptables et Fiscalistes agréés lors
des dernières élections organisées au sein de cet Institut
avant l’entrée en vigueur du présent article.
Le président et le vice-président appartiennent à
un rôle linguistique différent. Si le président et le vice-
président du conseil de transition désignés sont du
même rôle linguistique, devient président du conseil
de transition le vice-président élu au sein de l’Institut
des Experts-Comptables et des Conseil Fiscaux par sa
dernière assemblée générale avant l’entrée en vigueur
du présent article.
§ 2. Le conseil transitoire effectue toutes les tâches
préparatoires nécessaires à la mise en place et au
fonctionnement de l’Institut visé à l’article 2, 17°, et
de ses organes jusqu’à la date de l’entrée en vigueur
de l’ensemble des dispositions de la présente loi. Dès
l’entrée en vigueur de l’ensemble des dispositions de la
présente loi, il poursuit son mandat en exécutant toutes
les missions visées à l’article 72.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
66
§ 3. Het uitvoerend comité van de overgangsraad
bestaat uit:
1° de voorzitter en de ondervoorzitter;
2° twee Nederlandstalige en twee Franstalige leden
verkozen door de overgangsraad onder de leden van
de overgangsraad bedoeld in paragraaf 1, 3°;
3° twee Nederlandstalige en twee Franstalige leden
verkozen door de overgangsraad onder de leden van
de overgangsraad bedoeld in paragraaf 1, 4°.
Art. 128
De minister bevoegd voor Economie en de minister
bevoegd voor Middenstand dragen elk een regerings-
commissaris, ambtenaar bij de Federale Overheids-
dienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie bij
het Instituut voor. De regeringscommissarissen worden
door de Koning benoemd voor een periode van drie jaar
na de inwerkingtreding van dit artikel.
De regeringscommissarissen hebben het recht om
elke vergadering van de overgangsraad van het Instituut
bij te wonen, alsook de algemene vergadering van het
Instituut. Zij hebben toegang tot alle stukken die nodig
zijn voor de uitoefening van hun opdracht. Zij kunnen
een vergadering van de Raad van het Instituut of een
bijzondere algemene vergadering bijeenroepen.
De regeringscommissarissen beschikken over een
termijn van vijftien dagen om gezamenlijk bij de minis-
ters beroep in te stellen tegen de uitvoering van elke
beslissing van de Raad van het Instituut, die strijdig is
met het wettelijk, reglementair en normatief kader, die
de solvabiliteit van het Instituut in gevaar kan brengen
of die strijdig is met de goedgekeurde begroting van het
Instituut bedoeld in artikel 65.
Deze termijn gaat in op de dag waarop de rege-
ringscommissarissen in kennis gesteld worden van het
proces-verbaal van de beslissing. Het beroep heeft
schorsende werking.
Indien de ministers de nietigverklaring niet hebben
uitgesproken binnen een termijn van vijftien dagen, te
rekenen van de ontvangst van het beroep, wordt de
beslissing defi nitief.
§ 3. Le comité exécutif du conseil de transition est
composé:
1° du président et du vice-président;
2° de deux membres néerlandophones et de deux
membres francophones élus par le conseil de transition
parmi les membres du conseil de transition visés au
§ 1er, 3°;
3° de deux membres néerlandophones et de deux
membres francophones élus par le conseil de transition
parmi les membres du conseil de transition visé au §
1er, 4°.
Art. 128
Le ministre qui a l’Economie dans ses attributions
et le ministre qui a les Classes moyennes dans ses
attributions proposent chacun un commissaire du gou-
vernement, fonctionnaire du Service Public Fédéral
Economie, P.M.E., Classes Moyennes et Energie. Les
commissaires de gouvernement sont nommés par le Roi
pour une période de trois ans à compter de l’entrée en
vigueur du présent article.
Les commissaires du gouvernement ont le droit
d’assister à toute réunion du Conseil transitoire de
l’Institut, ainsi que de l’assemblée générale de l’Ins-
titut. Ils ont accès à tous les documents nécessaires
à l’exécution de leur mission. Ils peuvent convoquer
une réunion du Conseil de l’Institut ou une assemblée
générale extraordinaire.
Les commissaires du gouvernement disposent d’un
délai de quinze jours pour introduire un recours conjoint
auprès des ministres contre l’exécution de toute déci-
sion du Conseil de l’Institut qui est contraire au cadre
légal, règlementaire et normatif, qui est de nature à com-
promettre la solvabilité de l’Institut ou qui est contraire
au budget approuvé de l’Institut visé à l’article 65.
Ce délai court à partir du jour où les commissaires du
gouvernement ont eu connaissance du procès-verbal
de la décision. Le recours est suspensif.
Si les ministres n’ont pas prononcé l’annulation
dans un délai de quinze jours à partir de la réception
du recours, la décision devient défi nitive.
DOC 54
3522/005
C H A M B R E 6 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 6 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2018
2019
67
Jaarlijks maken de regeringscommissarissen een
uitvoerig verslag van hun werkzaamheden aan de
ministers over.
Het mandaat van de regeringscommissarissen wordt
kosteloos uitgeoefend.
HOOFDSTUK 13
Slotbepalingen
Art. 129
De volgende wetten worden opgeheven op de datum
vastgesteld door de Koning:
1° de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoud-
kundige en fi scale beroepen, laatst gewijzigd bij de wet
van 18 september 2017;
2° de wet van 22 april 1999 betreffende de beroeps-
tucht voor accountants en belastingconsulenten, laatst
gewijzigd bij de wet van 10 april 2014.
Art. 130
Deze wet treedt in werking op de datum bepaald door
de Koning, met uitzondering van de artikelen 127 tot en
met 129 die in werking treden op 1 juni 2019.
Chaque année, les commissaires du gouvernement
transmettent un compte rendu détaillé de leurs activités
aux ministres.
Le mandat des commissaires du gouvernement est
exercé à titre gratuit.
CHAPITRE 13
Dispositions fi nales
Art. 129
Les lois suivantes sont abrogées à la date fi xée par
le Roi:
1° la loi du 22 avril 1999 relative au professions comp-
tables et fi scales, modifi ée en dernier lieu par la loi du
18 septembre 2017;
2° la loi du 22 avril 1999 relative à la discipline pro-
fessionnelle des experts-comptables et des conseils fi s-
caux, modifi ée en dernier lieu par la loi du 10 avril 2014.
Art. 130
La présente loi entre en vigueur à la date fi xée par le
Roi, à l’exception des articles 127 à 129 qui entrent en
vigueur le 1er juin 2019.
DOC 54
Bruxelles, le 28 février 2019
Le président de la Chambre
des représentants,
Le greffier de la Chambre
des représentants,
Brussel, 28 februari 2019
De voorzitter van de Kamer
van volksvertegenwoordigers,
De griffier van de Kamer
van volksvertegenwoordigers,
Siegfried BRACKE
Marc VAN der HULST
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale