Document 54K3150/001

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 3150 Wetsontwerp 🌐 NL

Inhoud

8718 3150/001 3150/001 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G V AN DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 DOC 54 DOC 54 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS PROJET DE LOI WETSONTWERP op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt relatif aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés 11 juin 2018 11 juni 2018 SOMMAIRE Pages Résumé ....................................................................... ....... 3 Exposé des motifs ....................................................... ....... 5 Avant-projet ................................................................. .....68 Analyse d’impact ......................................................... ... 125 Avis du Conseil d’État ................................................. ... 131 Projet de loi ................................................................. ... 136 Tableaux de correspondance règlement - projet de loi ... 197 Coordination des articles ............................................ ... 199 INHOUD Blz. Samenvatting ..................................................................... 3 Memorie van toelichting ..................................................... 5 Voorontwerp .....................................................................68 Impactanalyse .................................................................118 Advies van de Raad van State ....................................... 131 Wetsontwerp .................................................................. 136 Concordantietabellen wetsontwerp - verordening ......... 197 Coördinatie van de artikelen .......................................... 199 2 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 De regering heeft dit wetsontwerp op 11 juni 2018 ingediend. Le gouvernement a déposé ce projet de loi le 11 juin 2018. De “goedkeuring tot drukken” werd op 11 juni 2018 door de Kamer ontvangen. Le “bon à tirer” a été reçu à la Chambre le 11 juin 2018. Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Vuye&Wouters : Vuye&Wouters 3 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Dit ontwerp heeft tot doel de toepassing mo- gelijk te maken van de recente verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14  juni  2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG. Het regime dat van toepassing is bij aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek wordt gewij- zigd. Zoals heden berust het regime op de verplich- ting om een informatiedocument voor de beleggers (het prospectus, goedgekeurd door de FSMA) op te stellen. De drempel waarboven deze verplichting van toepassing is wordt echter verhoogd tot 5 000 000 of 8 000 000 euro. Voor de aanbiedingen met een tegen- waarde onder dat drempel enkel moet een beknopte document opgesteld worden. Deze maatregel heeft als doel het toegang tot de financiering voor de kleine ondernemingen te vergemakkelijken. In tegenstelling tot de vorige regeling neemt de Europese prospectuswetgeving voortaan de vorm aan van een verordening, waarvan de meeste bepa- lingen rechtstreeks van toepassing zijn. Slechts voor enkele bepalingen van die prospectusverordening zijn dus specifieke omzettingsmaatregelen door de lidstaten vereist (bijvoorbeeld de drempel waarboven de prospectusplicht van toepassing is). Bijgevolg strekt dit wetsontwerp ertoe de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstru- menten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt op te heffen en te vervangen. Het neemt uitsluitend de elementen van die wet over die niet in de prospectus- verordening aan bod komen, of in verband waarmee de nationale wetgevers specifieke omzettingsmaat- regelen dienen te nemen. Een groot deel van de toepasselijke regeling, in het bijzonder de bepalingen over de vrijstellingen van de prospectusplicht, de prospectusregeling zelf, de goedkeuringsprocedure van het prospectus en de bepalingen over de inter- nationale samenwerking, zit, met andere woorden, in de prospectusverordening vervat en komt niet in dit ontwerp aan bod. Le présent projet vise à permettre l’application en Belgique du récent règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE. Il modifie la réglementation applicable au cas où des instruments de placement sont offerts au public. Comme actuellement, le régime repose sur l’obligation de rédiger un document d’information à l’intention des investisseurs (le prospectus, approuvé par la FSMA). Le seuil à partir duquel cette obliga- tion s’applique est toutefois porté à 5 000 000 ou 8 000 000 euros. Pour les offres dont le montant est inférieur à ce seuil, seul un document plus concis doit être rédigé. L’objectif de la mesure est de faciliter l’accès au financement pour les petites entreprises. La législation européenne sur le prospectus prend dorénavant la forme d’un règlement, dont la plupart des dispositions sont directement applicables. Seules certaines dispositions du règlement prospectus nécessitent ainsi des mesures de transposition spécifiques par les États membres (par exemple le seuil à partir duquel l’obligation de rédiger un prospectus s’applique). Le présent projet de loi vise par conséquent à abroger et remplacer la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instru- ments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés. Il reprend uniquement les éléments de la loi du 16 juin 2006 qui ne sont pas couverts par le règlement prospectus ou qui nécessitent des mesures de transpositions spécifiques de la part des législateurs nationaux. Une grande partie du régime applicable, notamment les dispositions relatives aux exemptions à l’obligation de prospectus, le régime du prospectus en lui-même, le processus d’appro- bation du prospectus, les dispositions relatives à la coopération internationale, est ainsi contenue dans le règlement prospectus et n’est pas reprise dans le présent projet. RÉSUMÉ SAMENVATTING 4 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Bovendien worden een aantal wijzigingen aange- bracht aan de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. Het ontwerp zorgt ook voor de implementatie van de verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geld- marktfondsen in het Belgisch recht, en wijzigt ook het Belgisch financieel recht op diverse punten. Par ailleurs des modifications sont apportées à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition. Le projet vise également à mettre en oeuvre le règlement 2017/1131 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires, ainsi qu’à apporter des modifications diverses au droit financier belge. 5 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMENE TOELICHTING DAMES EN HEREN, Dit ontwerp van wet dat de Regering de eer heeft U ter beraadslaging voor te leggen, streeft verschillende doelstellingen na: — in België de toepassing mogelijk maken van de recente Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toege- laten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (hierna “de prospectusverordening”); — bepaalde wijzigingen aanbrengen in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en in het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen; — tot slot Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen ten uitvoer leggen, en diverse en vormwijzigingen in de financiële wetgeving aanbrengen. Deze drie punten worden hieronder gedetailleerd toegelicht. I. — TENUITVOERLEGGING VAN DE PROSPECTUSVERORDENING 1. Overzicht van de door de prospectusverordening ingevoerde nieuwe regeling De nieuwe prospectusverordening zal de thans gel- dende prospectusrichtlijn vervangen1. De Europese wetgever beschouwt de prospectus- verordening als een essentiële stap in de richting van de voltooiing van de kapitaalmarktenunie. Doel van die unie is ondernemingen te helpen een grotere diversiteit aan kapitaalbronnen van overal in de Europese Unie aan te boren, de markten efficiënter te doen werken en de beleggers en spaarders extra kansen te bieden om hun geld te doen renderen, om zo de groei te stimuleren 1 Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4  november  2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG. EXPOSÉ DES MOTIFS EXPOSE GENERAL MESDAMES, MESSIEURS, Le présent projet de loi, que le Gouvernement a l’honneur de soumettre à Votre délibération, poursuit plusieurs objectifs: — il vise à permettre l’application en Belgique du ré- cent règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négo- ciation sur un marché réglementé, et abrogeant la direc- tive 2003/71/CE (ci-après, “le règlement prospectus”); — il vise à apporter certaines modifications à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisi- tion et à l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d’acquisition; — enfin, il assure la mise en oeuvre du règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires et vise à apporter des modifications diverses et de forme à la législation financière. On détaille ci-dessous ces trois volets. I. — MISE EN ŒUVRE DU RÈGLEMENT PROSPECTUS 1. Aperçu du nouveau régime introduit par le règle- ment prospectus Le nouveau règlement prospectus a vocation à rem- placer l’actuelle directive prospectus1. Le législateur européen considère ce règlement comme un élément important pour la mise en place d’une union des marchés de capitaux. Celle-ci vise à permettre aux entreprises de bénéficier d’un accès plus diversifié au financement, à améliorer le fonctionnement des marchés financiers et permettre aux investisseurs et épargnants de faire fructifier leur argent, de manière à renforcer la croissance et créer des emplois (voy. 1 Directive 2003/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 novembre 2003 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation, et modifiant la directive 2001/34/CE. 6 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 en banen te scheppen (zie considerans 1 van de pros- pectusverordening). Dat de Europese wetgever voor een verordening (en niet voor een richtlijn) opteert, sluit aan bij zijn wens om de harmonisatie te bevorderen van de wetgeving over de openbaarmaking van informatie wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten: de verschillen tussen de reglemen- teringen die in de verschillende lidstaten van toepassing zijn, kan tot aanzienlijke belemmeringen leiden die grensoverschrijdende aanbiedingen van effecten, meer- dere noteringen op gereglementeerde markten en uniale regels ter bescherming van de consument in de weg staan (zie considerans 5 van de prospectusverordening). Hieronder worden de belangrijkste verschillen tussen de regeling van de prospectusverordening en die van de prospectusrichtlijn kort toegelicht: — het grootste verschil betreft de drempels waar- boven de prospectusplicht van toepassing is. Zo zal het voortaan verboden zijn om de opstelling van een prospectus te eisen voor aanbiedingen van effecten aan het publiek met een totale tegenwaarde van minder dan 1 000 000 euro (zie art. 1, lid 3, van de prospectus- verordening). De lidstaten kunnen echter alternatieve informatieverplichtingen opleggen, voor zover die niet voor onevenredige of onnodige lasten zorgen. De lid- staten zullen in dat verband ook voor een minder stren- gere regeling dan die van de prospectusverordening kunnen opteren, en besluiten om aanbiedingen van effecten aan het publiek met een totale tegenwaarde tussen 1 000 000 euro en 8 000 000 euro vrij te stel- len van de prospectusplicht (zie art. 3, lid 2, van de prospectusverordening). Ter zake wordt opgemerkt dat de aldus vrijgestelde aanbiedingen niet in aanmerking zullen komen voor de door de prospectusverordening vastgestelde paspoortregeling. De bepalingen van de prospectusverordening die deze nieuwe drempels vaststellen, zullen vanaf 21 juli 2018 van toepassing zijn. Er wordt opgemerkt dat die vrijstellingen niet gelden voor toelatingen tot de verhandeling op een geregle- menteerde markt waarvoor een prospectus is vereist, ongeacht het bedrag van de verrichting; — de prospectusverordening bevat ook andere nieuwigheden in verband met de vrijstellingen van de prospectusplicht bij toelatingen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Zo is de prospectusplicht niet meer van toepassing bij de toelating tot de verhandeling van effecten die fungibel zijn met effecten die al tot de verhandeling op dezelfde considérant 1 du règlement prospectus). Le choix d’un règlement (au lieu d’une directive) par le législateur européen découle du souhait de celui-ci de renforcer l’harmonisation de la législation en matière de commu- nication d’information en cas d’offre de valeurs mobi- lières au public ou d’admission à la négociation sur un marché réglementé: l’existence de divergences entre les règlementations applicables au sein des différents États membres est de nature à créer des entraves aux offres transfrontalières, aux cotations multiples, et à l’application des règles de droit européen en matière de protection des consommateurs (voy. le considérant 5 du règlement prospectus). On expose brièvement les principales différences que le régime du règlement prospectus présente par rapport à celui de la directive prospectus: — la principale de ces différences concerne les seuils à partir desquels l’obligation de prospectus sera d’appli- cation. Ainsi, il sera désormais interdit d’exiger un pros- pectus pour les offres de valeurs mobilières au public d’un montant total inférieur à 1 000 000 euros (voy. l’art. 1er, paragraphe 3, du règlement prospectus). Toutefois, des obligations de fourniture d’information alternatives peuvent être introduites par les États membres, à condition que celles-ci ne constituent pas une charge disproportionnée ou inutile. Les États membres pourront également adopter sur ce point un régime moins sévère que le règlement prospectus et choisir d’exempter de l’obligation de rédiger un prospectus les offres de valeurs mobilières au public dont le montant est compris entre 1 000 000 euros et 8 000 000 euros (voy. l’art. 3, paragraphe 2, du règlement prospectus). On précise que les offres exemptées sur ces bases ne bénéficieront pas du régime de passeport organisé par le règlement prospectus. Les dispositions du règlement prospectus établis- sant ces nouveaux seuils seront d’application dès le 21 juillet 2018. On précise que ces exemptions ne s’appliquent pas aux opérations d’admission à la négociation sur un marché réglementé, qui requièrent un prospectus quel que soit le montant de l’opération; — le règlement prospectus inclut également d’autres nouveautés en ce qui concerne les exemptions à l’obli- gation de prospectus en cas d’admission à la négocia- tion sur un marché règlementé. Ainsi, l’obligation de publier un prospectus ne s’ap- plique plus à l’admission à la négociation de valeurs mobilières fongibles avec des valeurs mobilières 7 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 gereglementeerde markt zijn toegelaten, mits die over een periode van twaalf maanden minder dan 20  % (en niet meer 10 % zoals vroeger) vertegenwoordigen van het aantal effecten dat reeds tot de verhandeling op dezelfde gereglementeerde markt is toegelaten. Bovendien geldt de vrijstelling voor alle soorten effecten en niet langer enkel voor aandelen. De nieuwe prospectusverordening legt een plafond van 20 % op voor de toelating tot de verhandeling van aandelen die resulteren uit de conversie of de omrui- ling van andere effecten, of uit de uitoefening van aan andere effecten verbonden rechten, indien de hieruit voortgekomen aandelen tot dezelfde klasse behoren als de aandelen die al tot de verhandeling op dezelfde gereglementeerde markt zijn toegelaten. Die beperking zat voorheen niet vervat in de prospectusrichtlijn en in de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleg- gingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle- menteerde markt (hierna “de wet van 16 juni 2006”). Die nieuwe bepalingen zijn sinds 20 juli 2017 van toepassing en hebben de betrokken bepalingen van de wet van 16 juni 2006 (zie art. 18, § 2, a) en g), van die wet) op die datum dus impliciet opgeheven; — de informatieverplichtingen bij toelating tot de verhandeling op een bepaalde gereglementeerde markt van effecten die al tot de verhandeling op een andere ge- reglementeerde markt zijn toegelaten, worden beperkt; — de nieuwe prospectusverordening voert de rege- ling van het “universele registratiedocument” in, waar- door een uitgevende instelling waarvan de effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF zijn toegelaten, onder bepaalde voorwaarden in aanmerking kan komen voor kortere goedkeuringster- mijnen voor het prospectus; — er wordt een specifieke lichtere regeling (het “EU- groeiprospectus”) ingevoerd voor kmo’s en bepaalde andere kleinschalige uitgevende instellingen; — de inhoud van het prospectus zal ingrijpend wor- den herzien. De betrokken wetgevende werkzaamheden zijn nog aan de gang op Europees niveau; — tot slot wordt opgemerkt dat het de wens van de Europese wetgever is om een hoger niveau van harmonisering tot stand te brengen omtrent de goed- keuringsprocedure van het prospectus. Ook deze as- pecten komen aan bod in het kader van voornoemde wetgevende werkzaamheden. déjà admises à la négociation sur le même marché règlementé, pour autant qu’elles représentent, sur une période de douze mois, moins de 20 % (et non plus 10 % comme auparavant) du nombre de valeurs mobilières déjà admises à la négociation sur le même marché règlementé. Par ailleurs, l’exemption s’applique à tous les types de valeurs mobilières, et non plus seulement aux actions. Le nouveau règlement prospectus impose un plafond de 20 % en ce qui concerne l’admission d’actions résul- tant de la conversion ou de l’échange d’autres valeurs mobilières, ou de l’exercice des droits conférés par d’autres valeurs mobilières, lorsque ces actions sont de même catégorie que celles déjà admises à la négocia- tion. Une telle limite n’était pas prévue antérieurement par la directive prospectus et la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de place- ment et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés (ci-après, la loi du 16 juin 2006). Ces nouvelles dispositions sont applicables depuis le 20 juillet 2017 et ont donc implicitement abrogé à cette date les dispositions correspondantes de la loi du 16 juin 2006 (voy. l’article 18, § 2, a) et g), de cette loi); — les obligations de fourniture d’information en cas d’admission sur un marché réglementé donné de valeurs mobilières déjà admises sur un autre marché réglementé sont limitées; — le nouveau règlement prospectus introduit le régime du ‘document d’enregistrement universel‘, permettant notamment sous certaines conditions à un émetteur dont les valeurs mobilières sont admises à la négociation sur un marché réglementé ou un MTF de bénéficier de délais d’approbation plus courts pour le prospectus; — un régime allégé spécifique (le “prospectus de croissance de l’Union”) est introduit pour les PME, et certains autres émetteurs de petite taille; — le contenu du prospectus sera profondément remanié. Les travaux législatifs concernant cet aspect sont encore en cours au niveau européen; — enfin, on notera que la volonté du législateur européen est d’arriver à un niveau d’harmonisation élevé en ce qui concerne le processus d’approbation du prospectus. Les travaux législatifs susmentionnés portent également sur ces aspects. 8 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Dit derde deel van de nieuwe regeling zal moeten worden toegepast vanaf de dag waarop de prospec- tusverordening van toepassing is (21 juli 2019 – zie art. 49, lid 2 van de verordening). 2. Belangrijkste kenmerken van de door dit ontwerp ingevoerde regeling Hieronder volgt een gedetailleerde toelichting bij de belangrijkste aspecten van de door dit ontwerp inge- voerde regeling. Voor bijkomende details wordt naar de commentaar bij de artikelen verwezen. — Begrip “beleggingsinstrument” Zoals eerder de prospectusrichtlijn is ook de pros- pectusverordening uitsluitend van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van ef- fecten. De wet van 16 juni 2006 heeft een veel ruimer toepassingsgebied: zij hanteert niet het begrip “effect” maar het veel ruimere begrip “beleggingsinstrument”. Die benadering blijft behouden en het begrip “beleg- gingsinstrument” wordt op geen enkel punt gewijzigd. Dit ontwerp zal dus van toepassing blijven op de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Het bepaalt echter dat de regeling van de prospectusveror- dening wordt uitgebreid tot de aanbiedingen aan het pu- bliek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Bijgevolg zal het koninklijk besluit van 31 oktober 1991 over het prospectus dat moet worden gepubliceerd bij openbare uitgifte van effecten en waarden, worden opgeheven. — Toepassingsgebied van de prospectusplicht en drempels Hoewel de prospectusverordening de meeste vrijstel- lingen van de prospectusplicht rechtstreeks vaststelt, biedt zij de lidstaten toch de mogelijkheid om de drempel voor de prospectusplicht vrij vast te stellen voor de aan- biedingen aan het publiek waarvan de tegenwaarde tus- sen 1 000 000 euro en 8 000 000 euro bedraagt (zie art. 1, lid 3, en art. 3, lid 2, van de prospectusverordening). Het ontwerp bepaalt dat de prospectusplicht in de volgende gevallen geldt: 1/ aanbiedingen aan het publiek met een totale tegenwaarde van meer dan 5 000 000 euro, van be- leggingsinstrumenten die niet op een door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten (zie punt 2/ hieronder); 2/ aanbiedingen aan het publiek met een to- tale tegenwaarde van meer dan 8 000 000 euro, van Ce troisième volet du nouveau régime sera d’appli- cation à compter de la date d’entrée en application du règlement prospectus (21 juillet 2019 – voy. l’art. 49, paragraphe 2 du règlement). 2. Principaux traits du régime introduit par le présent projet On détaille ci-dessous les principaux aspects du ré- gime introduit par le présent projet. Pour un exposé plus détaillé, on se reportera au commentaire des articles. — Notion d’instrument de placement Comme la directive prospectus avant lui, le règle- ment prospectus s’applique uniquement aux offres au public et aux admissions à la négociation sur un marché règlementé de valeurs mobilières. La loi du 16 juin 2006 a quant à elle un champ d’application plus large: le concept qu’elle utilise n’est pas celui de valeur mobilière, mais celui d’instrument de placement, beaucoup plus large. Cette approche est maintenue, et aucune modification n’est apportée à la notion d’instru- ment de placement. Le présent projet continuera donc à s’appliquer aux offres publiques et aux admissions à la négociation portant sur des instruments de place- ment autres que des valeurs mobilières. Il est toutefois prévu par le présent projet que le régime prévu par le règlement prospectus soit étendu aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières. L’arrêté royal du 31 octobre 1991 relatif au prospectus à publier en cas d’émission publique de titres et valeurs sera dès lors abrogé. — Champ d’application de l’obligation de prospectus et seuils Bien que le règlement prospectus fixe directement la plupart des exemptions à l’obligation de prospectus, il permet aux États membres de fixer librement le seuil de l’obligation de prospectus, pour les offres au public dont le montant se situe à un niveau compris entre 1 000 000 euros et 8 000 000 euros (voy. les articles 1er, § 3, et 3, § 2, du règlement prospectus). Le projet prévoit l’application de l’obligation de pros- pectus dans les cas suivants: 1/ en cas d’offre au public pour un montant supérieur à 5 000 000 euros, d’instruments de placement qui ne sont pas admis à la négociation sur un MTF désigné par le Roi (voy. point 2/ ci-dessous); 2/ en cas d’offre au public pour un montant supérieur à 8 000 000 euros, d’instruments de placements qui 9 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 beleggingsinstrumenten die tot de verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten. Bij de uitoefening van die machtiging zal de Koning erop toe- zien MTF’s aan te duiden die aan minimumstandaarden voldoen, zodat op passende wijze rekening kan worden gehouden met de belangen van de beleggers; en 3/ toelatingen tot de verhandeling op een geregle- menteerde markt, ongeacht het bedrag ervan. Het ontwerp strekt er dus toe drie afzonderlijke rege- lingen in te voeren voor de toepassing van de prospec- tusplicht, naargelang de betrokken beleggingsinstru- menten al dan niet tot de verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF of op een gereglementeerde markt zijn (of zullen worden) toegelaten. Vooreerst wordt eraan herinnerd dat, volgens de prospectusverordening, een prospectus moet worden gepubliceerd voor alle toelatingen van effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, alsook voor de aanbiedingen aan het publiek van effecten die tot de verhandeling op een dergelijke markt zijn toegelaten, ongeacht de betrokken tegenwaarde. Die regeling wordt door het ontwerp logischerwijs uitgebreid tot de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Zoals al vermeld, voert het ontwerp bovendien een onderscheid in tussen de gevallen waarin de aanbie- ding aan het publiek betrekking heeft op beleggings- instrumenten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een MTF die aan bepaalde stan- daarden voldoet, en de gevallen waarin de betrokken beleggingsinstrumenten niet zijn genoteerd, dan wel tot de verhandeling op een ander type van MTF zijn toegelaten. De Regering wil op die manier een evenwichtig com- promis bereiken tussen de nood aan degelijke informa- tieverstrekking aan de beleggers en de door dit ontwerp nagestreefde doelstellingen inzake de financiering van ondernemingen. In concreto merkt de Regering op dat de toelating tot de verhandeling op een MTF de toepas- sing van een hogere drempel voor de prospectusplicht kan rechtvaardigen, als die toelating samengaat met de toepassing van een specifieke regeling die bescherming biedt aan de beleggers. Die regeling zou bijvoorbeeld vereisten inzake de continue informatieverstrekking moeten omvatten over voornamelijk de financiële prestaties van de uitgevende instelling van de betrok- ken instrumenten. De uitgevende instellingen zouden aan specifieke vereisten voor hun initiële toelating en aan een reglementering inzake marktmisbruik moeten worden onderworpen. Bovendien kan in het algemeen worden gesteld dat de toelating tot de verhandeling op sont admis à la négociation sur un MTF désigné par le Roi. Dans l’exercice de cette habilitation, le Roi veillera à désigner des MTF répondant à des standards minimum, de manière à dûment prendre en compte l’intérêt des investisseurs; et 3/ en cas d’admission à la négociation sur un marché réglementé, quel que soit le montant de celle-ci. Le projet vise donc à mettre trois régimes distincts en place pour l’application de l’obligation de prospectus, suivant que les instruments de placement concernés sont admis (ou seront admis) ou non sur un MTF désigné par le Roi ou sur un marché réglementé. On rappelle tout d’abord que le règlement prospectus impose la publication d’un prospectus pour toutes les admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, de même que pour les offres au public de valeurs mobilières admises sur un tel marché, quel que soit le montant concerné. De manière logique, ce régime est étendu par le projet en ce qui concerne les admissions d’instruments de placement qui ne sont pas des valeurs mobilières. Par ailleurs, le projet introduit comme on l’a vu une distinction entre les cas où l’offre au public porte sur des instruments de placements admis ou à admettre à la négociation sur un MTF répondant à certains standards et les cas où les instruments de placement en question ne sont pas cotés, ou sont admis à la négociation sur un MTF d’un autre type. Le Gouvernement vise par là à atteindre un compro- mis équilibré entre la nécessité d’assurer une bonne information des investisseurs et les objectifs poursuivis par le présent projet en matière de financement des entreprises. Concrètement, le Gouvernement remarque que l’admission sur un MTF peut justifier l’application d’un seuil plus élevé pour l’obligation de prospectus, si cette admission va de pair avec l’application d’un régime spécifique offrant une protection aux investisseurs. Ce régime devrait par exemple inclure des exigences d’information continue concernant notamment les per- formances financières de l’émetteur des instruments concernés. Les émetteurs devraient être soumis à des exigences spécifiques pour leur admission initiale, de même qu’à une règlementation en matière d’abus de marché. Par ailleurs, on observe de manière générale que l’admission sur un MTF signifie que les investisseurs peuvent, s’ils le souhaitent, réaliser leurs instruments 10 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 een MTF impliceert dat, indien de beleggers dat wen- sen, zij hun beleggingsinstrumenten te gelde kunnen maken op een markt die liquiditeit alsook een geordend prijsvormingsproces biedt. Een dergelijke markt wordt bovendien verplicht uitgebaat door een onderneming die een vergunning moet verkrijgen van de FSMA en aan permanent toezicht door de FSMA is onderworpen (zie art. 42 en volgende van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financi- ele instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU). Om die redenen wordt voorgesteld om te voorzien in een hogere drempel, die wordt vastgesteld op het maximumniveau waarvan sprake in de prospectusver- ordening, voor de toepassing van de prospectusplicht bij een aanbieding aan het publiek van beleggingsinstru- menten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF die aan bepaalde standaarden voldoet: gelet op de specifieke regeling die bij toelating tot de verhandeling op een dergelijke MTF zal gelden, is de Regering van oordeel dat het algemeen beschermingsniveau van de beleggers behouden blijft. Omdat – voor de andere beleggingsinstrumenten – een regeling ontbreekt die doorlopende garanties van hetzelfde type biedt als bij de toelating tot de verhande- ling op een MTF van het eerder vermelde type, acht de Regering het daarentegen aangewezen om de drempel voor de prospectusverplichting op een lager niveau, namelijk op 5 000 000 euro, vast te stellen. Voornoemde drempels van 5 000 000  euro en 8 000 000 euro zijn de drempels waarvoor respectie- velijk in Nederland en Frankrijk is geopteerd. Naar het oordeel van de Regering maakt de hier voorgestelde regeling het dus mogelijk een level playing field te ga- randeren ten opzichte van de buurlanden. Zoals voorheen, geldt de prospectusplicht niet bij een gewone toelating tot de verhandeling op een MTF of een OTF zonder aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek (zie echter hieronder in verband met de regeling van de informatienota). — Informatienota Dit ontwerpt strekt er ook toe alternatieve informatie- verstrekkingsverplichtingen in te voeren voor bepaalde verrichtingen waarvoor de prospectusplicht niet geldt. Voor de aanbiedingen aan het publiek met een totale tegenwaarde die minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro of 8 000 000 euro, naargelang het ge- val (zie hierboven), wordt voorgesteld om de opstelling de placement sur un marché offrant de la liquidité et un processus de formation des prix ordonné. Ce type de marché est par ailleurs obligatoirement exploité par une entreprise soumise à une obligation d’agrément auprès de la FSMA et à un contrôle permanent de la part de celle-ci (voy. les art. 42 et suivants de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des mar- chés d’instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE). Pour ces raisons, il est proposé de prévoir un seuil plus élevé, fixé au maximum prévu par le règlement pros- pectus, pour l’application de l’obligation de prospectus en cas d’offre au public d’instruments de placement admis sur un MTF répondant à certains standards: vu le régime spécifique qui s’appliquera en cas d’admission sur un tel MTF, le Gouvernement estime que le niveau général de protection des investisseurs est préservé. Pour les autres instruments de placement, le Gouvernement estime par contre indiqué, en l’absence d’un régime offrant des garanties continues du même type que celles existant en cas d’admission sur un MTF du type mentionné ci-dessus, de fixer le seuil de l’obligation de prospectus à un niveau plus bas, à savoir 5 000 000 euros. Les seuils de 5 000 000 euros et 8 000 000 euros mentionnés ci-dessus sont ceux qui ont respectivement été retenus aux Pays-Bas et en France. Le régime pro- posé ici permet donc, de l’avis du Gouvernement, d’as- surer un level playing field vis-à-vis des pays voisins. Comme auparavant, la simple admission sur un MTF ou un OTF sans offre d’instruments de placement au public ne donne pas lieu à l’application de l’obligation de prospectus (voy. toutefois ci-dessous en ce qui concerne le régime de la note d’information). — Note d’information Le présent projet vise également à introduire des obligations de fourniture d’information alternatives, pour certaines opérations qui ne sont pas soumises à l’obligation de prospectus. Pour les offres au public d’un montant inférieur ou égal à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros, suivant le cas (voy. ci-dessus), il est proposé d’imposer la rédac- tion d’une note d’information, qui est un document 11 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 van een informatienota verplicht te stellen, i.e. een veel beknopter document dan een prospectus. Die regeling strekt ertoe de toegang tot de financiering te vergemak- kelijken voor kleine ondernemingen, en tegelijkertijd te garanderen dat beleggers voldoende worden geïnfor- meerd. Het schema voor de opstelling van de informa- tienota en de inhoud van die nota zullen gedetailleerd en volledig worden vastgesteld bij koninklijk besluit. De informatienota zal niet vooraf door de FSMA moeten worden goedgekeurd. Te noteren valt dat een de minimis-regeling wordt ingevoerd voor de aanbiedingen aan het publiek waar- van de totale tegenwaarde minder dan 500 000 euro bedraagt, en voor zover elke belegger slechts voor een maximumbedrag van 5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan ingaan. Voor dergelijke aanbiedingen aan het publiek zal geen informatienota en a fortiori ook geen prospectus moeten worden gepubliceerd. De regeling van de informatienota zal ook van toepassing zijn bij de rechtstreekse toelating van be- leggingsinstrumenten tot de verhandeling op de door de Koning aangeduide MTF’s of segmenten daarvan. Wat de voor het publiek toegankelijke MTF’s betreft, is de Regering van oordeel dat de aan de toelating tot de verhandeling voorafgaande publicatie van een informatienota effectief gerechtvaardigd kan zijn. Eens de beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een dergelijke MTF zijn toegelaten, kunnen zij immers door niet-professionele beleggers worden gekocht, hoewel de toelating tot de verhandeling niet gepaard ging met een aanbieding aan het publiek. In voorkomend geval, zal de Koning een onderscheid kunnen maken tussen de verschillende segmenten van een MTF, bijvoorbeeld in de gevallen waarin slechts bepaalde van die seg- menten toegankelijk zouden zijn voor niet-professionele beleggers. De Koning zal ook uitzonderingen op de verplichting om een informatienota te publiceren kunnen voorzien, inzonderheid in de in artikel 1, paragraaf 5, van de prospectusverordening bedoelde gevallen. 3. Legistieke benadering In tegenstelling tot de vorige regeling neemt de Europese prospectuswetgeving voortaan de vorm aan van een verordening, waarvan de meeste bepalingen rechtstreeks van toepassing zijn. Slechts voor enkele bepalingen van die prospectusverordening zijn dus specifieke omzettingsmaatregelen vereist. Dat is zo voor de regeling inzake de verantwoordelijkheid met betrekking tot het prospectus (art. 11 van de prospec- tusverordening), de aansprakelijkheid van de bevoegde autoriteiten (art. 20, lid 9, van de prospectusverorde- ning), de bepalingen over de aanwijzing en de bevoegd- heden van de bevoegde autoriteiten (art. 31 en 32 van significativement plus concis qu’un prospectus. Ce régime vise à faciliter l’accès au financement pour les petites entreprises, tout en assurant une information suf- fisante aux investisseurs. Le schéma selon lequel la note d’information doit être rédigée et le contenu de celle-ci seront fixés de manière détaillée et exhaustive par voie d’arrêté royal. La note d’information ne devra pas faire l’objet d’une approbation préalable par la FSMA. On notera qu’un régime de minimis est introduit pour les offres au public dont le montant est inférieur à 500 000 euros et pour autant que chaque investisseur ne puisse donner suite à l’offre au public que pour un montant maximal de 5 000 euros. Ces offres au public ne requerront pas la publication d’une note d’information ni a fortiori celle d’un prospectus. Ce régime de la note d’information sera également applicable en cas d’admission directe d’instruments de placement sur les MTF – ou les segments de MTF – désignés par le Roi. Pour ce qui concerne les MTF accessibles au public, le Gouvernement est d’avis que la publication, préalable à l’admission, d’une note d’infor- mation peut en effet se justifier. Une fois admis sur un tel MTF, les instruments de placement peuvent en effet être achetés par des investisseurs de détail, nonobstant le fait que l’admission ne s’est pas accompagnée d’une offre au public. Le cas échéant, le Roi pourra distinguer entre les différents segments d’un MTF, par exemple dans le cas où seuls certains d’entre eux seraient acces- sibles aux investisseurs de détail. Il pourra également définir des exceptions à l’obligation de publier une note d’information, notamment dans les cas visés à l’article 1er, paragraphe 5 du règlement prospectus. 3. Approche légistique Contrairement à ce qui était le cas sous le régime antérieur, la législation européenne sur le prospectus prend dorénavant la forme d’un règlement, dont la plupart des dispositions sont directement applicables. Seules certaines dispositions du règlement prospec- tus nécessitent ainsi des mesures de transposition spécifiques. Il est ainsi du régime de responsabilité lié au prospectus (art. 11 du règlement prospectus), de la responsabilité des autorités compétentes (art. 20, para- graphe 9 du règlement prospectus), des dispositions relatives à la désignation et aux pouvoirs des autorités compétentes (art. 31 et 32 du règlement prospectus), 12 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 de prospectusverordening) en de bepalingen over de sancties en de administratieve maatregelen (art. 38 tot 43 van de prospectusverordening). Verder blijft het voor de nationale wetgevers natuurlijk mogelijk om een regeling uit te werken voor aangele- genheden die buiten de materies vallen die door de prospectusverordening worden geharmoniseerd. Zo blijven de bestaande reglementering inzake bemiddeling en de regels over de werving en de inontvangstneming van terugbetaalbare bijvoorbeeld behouden. Bijgevolg strekt dit wetsontwerp ertoe de wet van 16 juni 2006 op te heffen en te vervangen. Het neemt uitsluitend de elementen van die wet over die niet in de prospectusverordening aan bod komen, of in verband waarmee de nationale wetgevers specifieke omzet- tingsmaatregelen dienen te nemen. Een groot deel van de toepasselijke regeling, in het bijzonder de bepalin- gen over de vrijstellingen van de prospectusplicht, de prospectusregeling zelf, de goedkeuringsprocedure van het prospectus en de bepalingen over de internationale samenwerking, zit, met andere woorden, in de prospec- tusverordening vervat en komt niet in dit ontwerp aan bod. De reikwijdte van dit ontwerp is dus veel beperkter dan die van de wet van 16 juni 2006. Het wettelijke kader voor aanbiedingen aan het pu- bliek zal dus bestaan uit de prospectusverordening, de overeenkomstig die verordening vastgestelde gedele- geerde handelingen, dit ontwerp en de uitvoeringsbe- sluiten ervan. II. — WIJZIGINGEN AAN DE WETGEVING OP DE OPENBARE OVERNAMEBIEDINGEN Er worden ook een aantal wijzigingen aangebracht in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebie- dingen (hierna “de wet op de openbare overnamebie- dingen”). Die wijzigingen hebben hetzelfde perspectief als de prospectusverordening, in die zin dat zij er met name naar streven de toegang tot de kapitaalmarkten te vergemakkelijken voor de kleinschalige ondernemingen: — artikel 5 van de wet op de openbare overname- biedingen, dat handelt over de toepassing van de wetgeving op de openbare overnamebiedingen op de vennootschappen die tot de verhandeling op een MTF zijn toegelaten, wordt gewijzigd met het oog op de mo- dernisering van de regeling inzake verplichte openbare overnamebiedingen; — artikel 8 van de wet op de openbare overnamebie- dingen wordt gewijzigd, om de Koning in staat te stellen een specifieke regeling uit te werken voor openbare ainsi que des dispositions relatives aux sanctions et mesures administratives (art. 38 à 43). Par ailleurs, il reste bien entendu possible pour les législateurs nationaux de régler des questions qui se situent en dehors des matières harmonisées par le règlement prospectus. La règlementation existante en matière d’intermédiation et les règles sur la sollicitation et la réception de fonds remboursables sont ainsi par exemple maintenues. Le présent projet de loi vise par conséquent à abroger et remplacer la loi du 16 juin 2006. Il reprend uniquement les éléments de la loi du 16 juin 2006 qui ne sont pas couverts par le règlement prospectus ou qui nécessitent des mesures de transpositions spécifiques de la part des législateurs nationaux. Une grande partie du régime applicable, notamment les dispositions relatives aux exemptions à l’obligation de prospectus, le régime du prospectus en lui-même, le processus d’approbation du prospectus, les dispositions relatives à la coopération internationale, est ainsi contenue dans le règlement prospectus et n’est pas reprise dans le présent projet. La portée du présent projet est donc beaucoup plus limitée que ne l’est celle de la loi du 16 juin 2006. Le cadre légal en matière d’offre au public sera dès lors constitué du règlement prospectus, des actes délé- gués adoptés en vertu de celui-ci, du présent projet et de ses arrêtés d’exécution. II. — MODIFICATIONS DE LA LÉGISLATION OPA Un certain nombre de modifications sont également apportées à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition (ci-après, la loi OPA). Ces modi- fications se situent dans la même perspective que le règlement prospectus; elles visent en effet notamment à faciliter l’accès aux marchés des capitaux pour les entreprises de petite taille: — l’article 5 de la loi OPA, relatif à l’application de la législation OPA aux sociétés admises sur un MTF, est modifié, de manière à permettre la modernisation du régime des OPA obligatoires; — l’article 8 de la loi OPA est modifié, de manière à permettre au Roi de définir un régime spécifique pour les offres publiques d’acquisition portant sur des titres 13 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 overnamebiedingen op schuldinstrumenten die door de uitgevende instelling van die instrumenten worden uitgebracht. Ter zake wordt er immers van uitgegaan dat bij dergelijke verrichtingen niet dezelfde regeling moet worden toegepast als bij openbare overnamebiedin- gen op effecten die toegang geven tot stemrecht, of bij openbare overnamebiedingen op schuldinstrumenten die door derden worden uitgebracht; — de wet op de openbare overnamebiedingen stelt de “andere documenten en berichten die betrekking hebben op een openbare overnamebieding” gelijk met reclamestukken. Door die gelijkstelling zal de FSMA dergelijke documenten moeten goedkeuren, terwijl dat soms geen reclamestukken zijn (bv. de ven- nootschapsdocumenten van een vennootschap). Die gelijkstelling wordt opgeheven, waardoor die “andere documenten en berichten die betrekking hebben op een openbare aanbieding” niet meer a priori door de FSMA zullen moeten worden goedgekeurd bij een openbare overnamebieding; — de bepalingen over de publicatiemodaliteiten voor prospectussen bij openbare overnamebiedingen en over de opneming van documenten door middel van verwijzing worden afgestemd op de regeling van de prospectusverordening. Die wijzigingen zullen aanleiding geven tot een aan- passing van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. III. — VARIA Tot slot strekt het ontwerp ertoe de recente verorde- ning inzake geldmarktfondsen2 ten uitvoer te leggen. Verder worden in de financiële wetgeving een aantal diverse en vormwijzigingen aangebracht. Voor meer details daarover wordt naar de commentaar bij de arti- kelen hieronder verwezen. * * * De Regering heeft alle door de Raad van State geformuleerde opmerkingen onderzocht en de nodige aanpassingen zijn aangebracht in het ontwerp van wet en de memorie van toelichting. Voor detailinformatie over de aangebrachte aanpassingen en de punten in verband waarmee het niet aangewezen leek om gevolg te geven aan die opmerkingen, wordt verwezen naar de commentaar bij de artikelen. 2 Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen. de créance qui sont lancées par l’émetteur desdits titres. On considère en effet que de telles opérations ne nécessitent pas l’application du même régime que les OPA sur titres donnant accès au droit de vote ou les OPA sur titres de créance lancées par un tiers; — la loi OPA assimile actuellement aux documents publicitaires les “autres documents et avis se rappor- tant à une offre publique”. Cette assimilation a pour conséquence que la FSMA sera amenée à approuver ce type de documents alors que ceux-ci sont parfois dépourvus de caractère publicitaire (documents sociaux d’une société par exemple). Cette assimilation est sup- primée, de sorte que l’approbation a priori par la FSMA des “autres documents et avis se rapportant à une offre publique” n’est plus d’application en cas d’OPA; — les dispositions relatives aux modalités de publi- cation du prospectus et à l’incorporation de documents par référence sont alignées sur le régime prévu par le règlement prospectus. Ces modifications conduiront à adapter l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d’acquisition. III. — DIVERS Enfin, le projet vise à assurer la mise en oeuvre du récent règlement sur les fonds monétaires2. Par ailleurs, un certain nombre de modifications diverses et de forme sont également apportées à la législation financière. Pour le détail de celles-ci, on renvoie au commentaire des articles ci-dessous. * * * Le Gouvernement a examiné l’ensemble des remarques exprimées par le Conseil d’État et les adap- tations nécessaires ont été apportées au projet de loi et à l’exposé des motifs. Pour plus de détails sur les adap- tations effectuées ainsi que sur les points sur lesquels il n’a pas été jugé indiqué de suivre ces remarques, on se réfère au commentaire des articles. 2 Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires. 14 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Over dit ontwerp is van 24  november  2017 tot 15 januari 2018 een openbare consultatie gehouden. Er is rekening gehouden met de daarbij geformuleerde re- acties, die, waar dat opportuun werd geacht, aanleiding hebben gegeven tot een aanpassing van het ontwerp. * * * Dit ontwerp telt 104 artikelen, voorgesteld als volgt: BOEK I ALGEMENE BEPALINGEN BOEK II AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK TITEL I Definities TITEL II Toepassingsgebied TITEL III Het prospectus en de informatienota HOOFDSTUK I Verplichting om een prospectus te publiceren HOOFDSTUK II Verplichting om een informatienota te publiceren Afdeling I Toepassingsgebied Afdeling II De informatienota Onderafdeling I Algemene bepaling Onderafdeling II Inhoud van de informatienota Le présent projet a fait l’objet d’une consulta- tion publique, organisée du 24  novembre  2017 au 15 janvier 2018. Les réactions exprimées à cette occa- sion ont été prises en considération et ont donné lieu, lorsque cela a été jugé opportun, à des adaptations du projet. * * * Le présent projet compte 104  articles, présentés comme suit: LIVRE IER DISPOSITIONS GÉNÉRALES LIVRE II DES OFFRES AU PUBLIC D’INSTRUMENTS DE PLACEMENT TITRE IER Définitions TITRE II Champ d’application TITRE III Le prospectus et la note d’information CHAPITRE IER Obligation de publier un prospectus CHAPITRE II Obligation de publier une note d’information Section I Champ d’application Section II La note d’information Sous-section I Disposition générale Sous-section II Contenu de la note d’information 15 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Onderafdeling III Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA Onderafdeling IV Geldigheidsduur TITEL IV Bemiddeling HOOFDSTUK I Toepassingsgebied HOOFDSTUK II Bemiddelingsmonopolie TITEL V Reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting TITEL VI Aansprakelijkheid TITEL VII Openbare mededelingen buiten het kader van een openbare aanbieding aan het publiek BOEK III BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBETAALBARE GELDEN BOEK IV TOEZICHT TITEL I Bevoegdheden van de FSMA TITEL II Administratieve maatregelen en sancties BOEK V BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN BOEK VI Sous-section III Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA Sous-section IV Durée de validité TITRE IV Intermédiation CHAPITRE IER Champ d’application CHAPITRE II Monopole d’intermédiation TITRE V Communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l’opération TITRE VI Responsabilité TITRE VII Communications publiques en dehors du cadre d’une offre au public LIVRE III DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE DE FONDS REMBOURSABLES LIVRE IV CONTRÔLE TITRE IER Pouvoirs de la FSMA TITRE II Mesures et sanctions administratives LIVRE V SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES LIVRE VI 16 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 WIJZIGINGSBEPALINGEN TITEL I Wijzigingen aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 TITEL II Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten TITEL III Wijzigingen aan de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen TITEL IV Wijzigingen aan de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvordering TITEL V Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders TITEL VI Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen TITEL VII Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen TITEL VII Wijzigingen aan de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen TITEL IX Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën DISPOSITIONS MODIFICATIVES TITRE I Modifications au Code des impôts sur les revenus 1992 TITRE II Modifications à la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financers TITRE III Modifications à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition TITRE IV Modifications à la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances TITRE V Modifications à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires TITRE VI Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse TITRE VII Modifications à la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées TITRE VII Modifications à la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance TITRE IX Modifications à la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances 17 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL X Wijzigingen aan de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren TITEL XI Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU BOEK VII DIVERSE BEPALING BOEK VII OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING * * * Boek I van het ontwerp bevat de gebruikelijke alge- mene bepalingen Boek II bevat de eigenlijke regeling inzake de aan- biedingen aan het publiek. Het is onderverdeeld in verschillende titels, die elk een specifiek toepassings- gebied hebben. Titels I en II bevatten de definities en omschrijven het toepassingsgebied van boek II. Titel III handelt over de geldende prospectusregeling voor de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, alsook de geldende regeling voor aanbiedingen van beleggingsinstrumenten waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel van de prospectusplicht. Titel IV bevat de reglementering inzake het bemiddelingsmonopolie, titel V de bepalingen over de reclame, titel VI de aansprakelijkheidsregeling inzake het prospectus, de informatienota en de reclame, en titel VII de bepalingen over de openbare mededelingen buiten het kader van een aanbieding aan het publiek Boek III bevat de reglementering inzake het beroep op het publiek voor terugbetaalbare gelden Boek IV bevat de bepalingen over de toezichtspre- rogatieven van de FSMA, terwijl boek V de strafbepa- lingen, de burgerlijke sancties en de administratieve maatregelen en sancties bevat Boeken VI, VII en VIII bevatten respectievelijk de wijzigingsbepalingen (waaronder onder andere de TITRE X Modifications à la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises TITRE XI Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE LIVRE VII DISPOSITION DIVERSE LIVRE VII DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTRÉE EN VIGUEUR * * * Le livre Ier du projet contient les dispositions générales usuelles. Le livre II contient le régime des offres au public pro- prement dit. Il est subdivisé en différents titres, qui sont chacun dotés d’un champ d’application spécifique. Les titres Ier et II contiennent les définitions et définissent le champ d’application du livre II. Le titre III traite du régime du prospectus applicable aux offres au public et aux admissions à la négociation d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières, ainsi que du régime applicable aux offres d’instruments de placement d’un montant inférieur au seuil de l’obligation de prospec- tus. Le titre IV contient la règlementation applicable au monopole d’intermédiation, le titre V les dispositions relatives aux communications à caractère promotionnel, le titre VI le régime de responsabilité lié au prospectus, à la note d’information et aux publicités, et le titre VII les dispositions concernant les communications publiques en dehors du cadre d’une offre au public. Le livre III contient la règlementation relative à l’appel au public en matière de fonds remboursables. Le livre IV contient les dispositions relatives aux pré- rogatives de la FSMA en matière de contrôle, tandis que le livre V contient les dispositions pénales, sanctions civiles et les mesures et sanctions administratives. Les livres VI, VII et VIII contiennent respectivement les dispositions modificatives (dont notamment les 18 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 wijzigingen in de regeling inzake openbare overname- biedingen) alsook de diverse bepalingen en de bepalin- gen over de inwerkingtreding van het ontwerp. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BOEK I ALGEMENE BEPALINGEN Art. 1 en 2 Deze twee artikelen verduidelijken de grondwet- telijke grondslag van dit ontwerp en sommen de Europeesrechtelijke handelingen op die door het ont- werp ten uitvoer worden gelegd. BOEK II AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK TITEL I Definities Art. 3, 4 en 5 Artikel 2 van de prospectusverordening definieert een aantal begrippen voor de toepassing van haar bepalin- gen. Die begrippen zijn rechtstreeks van toepassing in het Belgisch recht en moeten dus, zoals aangegeven in artikel 5, ook voor de interpretatie van dit ontwerp worden gebruikt. De artikelen 3 en 4 bevatten op hun beurt de definities die eigen zijn aan het ontwerp, hetzij omdat zij aspecten betreffen die niet door de prospec- tusverordening worden geharmoniseerd, hetzij omdat de betrokken definitie van de prospectusverordening een specifieke tenuitvoerlegging door de nationale wetgever vereist. Artikel 3 definieert het begrip “beleggingsinstrument” en neemt ter zake het bepaalde bij artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 integraal over. Er wordt, met andere woorden, niets aan dat begrip gewijzigd. Zoals eerder aangegeven, verschilt het toepassingsgebied van het ontwerp op dit punt niets van het toepassingsgebied van de wet van 16 juni 2006. Artikel 4, 2°, definieert het begrip “aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek”. Qua terminologie moet worden opgemerkt dat de uitdrukking “openbare aanbieding” voortaan door de modifications apportées au régime des OPA) ainsi que les dispositions diverses et relatives à l’entrée en vigueur du projet. COMMENTAIRE DES ARTICLES LIVRE IER DISPOSITIONS GÉNÉRALES Art. 1er et 2 Ces deux articles précisent le fondement constitu- tionnel du présent projet et énumèrent les actes de droit européen dont il vise, notamment, à assurer la mise en œuvre. LIVRE II DES OFFRES AU PUBLIC D’INSTRUMENTS DE PLACEMENT TITRE IER Définitions Art. 3, 4 et 5 L’article 2 du règlement prospectus définit un certain nombre de termes pour l’application de ses dispositions. Celles-ci sont directement applicables en droit belge et doivent donc également, comme précisé par l’article 5, être utilisées pour l’interprétation du présent projet. Les articles 3 et 4 reprennent quant à eux les définitions propres au projet, que ce soit parce qu’elles ont trait à des aspects non harmonisés par le règlement prospec- tus, ou parce que la définition concernée du règlement prospectus demande une mise œuvre spécifique par le législateur national. L’article 3 définit la notion d’instrument de placement et reprend sur ce point intégralement le prescrit de l’article 4 de la loi du 16 juin 2006. Aucune modification n’est donc apportée à cette notion. Comme précisé ci- dessus, le champ d’application du projet ne présente donc sur ce point pas de différence avec celui de la loi du 16 juin 2006. L’article 4, 2°, définit la notion d’offre au public d’ins- truments de placement. Sur le plan terminologique, on notera que l’expres- sion “offre publique” est désormais remplacée par 19 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 uitdrukking “aanbieding aan het publiek” wordt vervan- gen. Zo wordt de formulering van de wet afgestemd op die van de prospectusverordening. Deze definitie neemt de bewoordingen van artikel 2, d), van de prospectusverordening integraal over, met uitzondering van het feit dat zij verwijst naar aan- biedingen van beleggingsinstrumenten (en niet alleen van effecten) aan het publiek, om aldus het ruimere toepassingsgebied van dit ontwerp te weerspiegelen. De verduidelijking vervat in artikel 3, § 1, van de wet van 16 juni 2006, op grond waarvan de aanbieding moet worden verricht door de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, dan wel door een persoon die voor rekening van laatstgenoemde persoon handelt, wordt dus niet meer overgenomen. Gelet op het dwingende en rechtstreeks uitvoerbare karakter van de prospectusverordening, lijkt het immers aangewezen de formulering ervan letterlijk over te nemen. De Regering verduidelijkt in dat verband wat volgt. Volgens de bewoordingen van de prospectusveror- dening is de definitie van het begrip “aanbieding aan het publiek” ook van toepassing op “de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen”. De Regering is dus van oordeel dat ook de gevallen waarin de uit- gevende instelling of de aanbieder een beroep doet op tussenpersonen, door de prospectusverordening worden geviseerd, net als de gevallen waarin de aan- biedingen rechtstreeks door de uitgevende instelling of de aanbieder worden verricht: de uitgevende instelling of de aanbieder zal in dat geval ook verplicht zijn om een prospectus of, naargelang het geval, een informa- tienota op te stellen. De vraag of een bepaalde persoon de rol van tussenpersoon vervult in het kader van een aanbieding, is dan weer een feitelijke vraag die in het licht van de omstandigheden van dat specifieke geval moet worden beantwoord. Het feit dat een persoon rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een voordeel ontvangt in het kader van de aanbieding, zal, naar het oordeel van de Regering, duidelijk maken of die persoon de rol van tussenpersoon vervult. Het ont- vangen van een voordeel of een vergoeding vormt ter zake echter geen conditio sine qua non: ook uit andere feitelijke elementen kan immers worden geconcludeerd dat er een contractuele relatie bestaat tussen een uitge- vende instelling of een aanbieder en een tussenpersoon. De Regering stelt vast dat die nieuwigheid geen im- pact heeft op de definitie zelf van “aanbieding aan het publiek”: bijgevolg zou de kwalificatie, in het licht van het begrip “aanbieding aan het publiek”, van de activiteiten van het ontvangen en doorgeven van orders in effec- ten die tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, bijvoorbeeld niet veranderen ten l’expression “offre au public”. Le libellé de la loi est ainsi aligné avec celui du règlement prospectus. Cette définition reprend intégralement les termes de l’article 2, d), du règlement prospectus, excepté en ce qu’elle fait référence aux offres au public d’instruments de placement (et non pas uniquement de valeurs mobi- lières), de manière à refléter le champ d’application, plus large, du présent projet. La précision reprise à l’article 3, § 1er, de la loi du 16 juin 2006, selon laquelle l’offre doit être faite par la personne qui est en mesure d’émettre ou de céder les instruments de placement ou pour le compte de celle-ci, n’est donc plus reprise. Eu égard au caractère obligatoire et directement exécutoire du règlement prospectus, il apparaît en effet préférable de reprendre exactement le libellé de celui-ci. En ce qui concerne cette suppression, le Gouvernement précise ce qui suit. Selon les termes utilisés par le règlement prospectus, la définition de la notion d’offre au public s’applique également “au pla- cement de valeurs mobilières par des intermédiaires financiers”. Le Gouvernement est donc d’avis que le recours par l’émetteur ou l’offreur à des intermédiaires est également visé par le règlement prospectus, au même titre que les offres directement effectuées par l’émetteur ou l’offreur: l’émetteur ou l’offreur sera dans un tel cas également soumis à l’obligation de rédiger un prospectus, ou, selon le cas, une note d’information. La question de savoir si une personne donnée joue le rôle d’un intermédiaire dans le cadre d’une offre est quant à elle une question de fait, qui doit être tranchée en fonction des circonstances du cas d’espèce. En particulier, le fait qu’une personne perçoive directement ou indirectement une rémunération ou un avantage à l’occasion de l’offre sera, de l’avis du Gouvernement, de nature à indiquer que cette personne joue en l’espèce le rôle d’un intermédiaire. La perception d’un avantage ou d’une rémunération ne constitue toutefois pas une condition sine qua non pour ce faire: d’autres éléments de fait peuvent en effet conduire à établir l’existence de la relation contractuelle entre un émetteur ou un offreur et un intermédiaire. Le Gouvernement observe que cette nouveauté n’affecte pas la définition même de l’offre au public: par conséquent, la qualification, au regard de la notion d’offre au public, des activités de réception et trans- mission d’ordres concernant des valeurs mobilières admises à la négociation sur un marché réglementé ne devrait par exemple pas changer par rapport au régime 20 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 opzichte van de huidige regeling. Voornamelijk gelet op het feit dat de prospectusverordening rechtstreeks van toepassing is, verduidelijkt de Regering dat ter zake rekening zou moeten worden gehouden met de interpretatie van het begrip “aanbieding aan het publiek” door de Europese instanties. Het voortaan gebruikte begrip “aanbieding aan het publiek” verschilt, qua voorstelling, van het begrip “openbare aanbieding” van de wet van 16 juni 2006: de prospectusverordening bevat immers geen soortgelijke criteria voor het openbaar karakter van een aanbieding als de huidige criteria van artikel 3, § 2, van de wet van 16 juni 2006. In de prospectusverordening zit het equivalent van die criteria inzake het openbaar karakter vervat in artikel 1, lid 4, a) tot d), in de vorm van vrijstel- lingen van de prospectusplicht voor bepaalde soorten aanbiedingen aan het publiek. Het is dan ook die bena- dering die in dit ontwerp wordt gehanteerd. Te noteren valt dat die voorstelling dezelfde is als de voorstelling die voorheen aan bod kwam in de prospectusrichtlijn. Tot slot wordt opgemerkt dat uitdrukkelijk wordt vermeld dat de kosteloze toewijzing van beleggings- instrumenten geen aanbieding aan het publiek vormt. Die verduidelijking neemt het bepaalde over bij artikel 3, § 3, van de wet van 16 juni 2006. Hoewel die verdui- delijking niet als dusdanig in de prospectusverordening voorkomt, is de Regering van oordeel dat een correcte tenuitvoerlegging van die verordening vereist dat die verduidelijking wordt overgenomen: aangezien de pros- pectusverordening de aanbiedingen waarvan de totale tegenwaarde minder dan 1 000 000 euro bedraagt, uit haar toepassingsgebied uitsluit (zie art. 1, lid 3, van de verordening), is zij bijgevolg niet van toepassing op kosteloze verrichtingen. Aangezien dit ontwerp op zijn beurt voorziet in een regeling voor de aanbiedingen aan het publiek zonder een absolute onderste grens vast te stellen wat het bedrag3 betreft, lijkt het daarentegen wel nodig om die verduidelijking hier te vermelden. In verband met de opmerkingen van de Raad van State over dit artikel wordt het volgende verduidelijkt. De definitie van de FSMA, de bevoegde autoriteit voor de toepassing van dit ontwerp, is aangepast om te vol- doen aan de opmerking van de Raad van State. Ook is, conform de suggestie van de Raad van State in die zin, een machtiging ingevoerd op grond waarvan de Koning het begrip “werkdag in de banksector” kan definiëren. Daarentegen werd het niet opportuun geacht om in het ontwerp een definitie van het begrip “MTF” op te 3 De in het ontwerp voorziene de minimis-regeling voor de aanbiedingen waarvan de totale tegenwaarde minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, is slechts van toepassing als de inschrijving tot een bedrag van 5 000 euro per belegger wordt beperkt. actuel. Considérant notamment le caractère directement applicable du règlement prospectus, le Gouvernement précise qu’il y aura lieu en cette matière de tenir compte de l’interprétation donnée à la notion d’offre au public par les instances européennes. La notion d’offre au public qui est désormais rete- nue diffère, sur le plan de la présentation, de la notion d’offre publique de la loi du 16 juin 2006: on ne trouve notamment pas, dans le règlement prospectus, de cri- tères de publicité de l’offre du type de ceux qui figurent actuellement à l’article 3, § 2, de la loi du 16 juin 2006. Dans Le règlement prospectus, l’équivalent de ces cri- tères de publicité se retrouve à l’article 1er, paragraphe 4, a) à d), sous la forme d’exemptions de l’obligation de publier un prospectus pour certaines catégories d’offres au public. C’est donc cette approche qui est retenue dans le présent projet. À noter que cette présentation était déjà celle qui était reprise antérieurement dans la directive prospectus. On notera enfin qu’il est explicitement mentionné que l’attribution d’instruments de placement à titre gratuit ne constitue pas une offre au public. Cette pré- cision reprend le prescrit de l’article 3, § 3, de la loi du 16 juin 2006. Bien qu’elle ne figure pas en tant que telle dans le règlement prospectus, le Gouvernement estime qu’une mise en œuvre correcte de ce dernier existe de reprendre cette précision: le règlement prospectus excluant en effet de son champ d’application les offres dont le montant est inférieur à 1 000 000 euros (voy. l’art. 1er, paragraphe 3, du règlement), il ne s’applique donc de ce fait nécessairement pas aux opérations à titre gratuit. Eu égard au fait que le présent projet prévoit lui un régime pour les offres au public sans fixer de limite inférieure absolue en termes de montant3, il apparaît à l’inverse nécessaire d’apporter cette précision ici. On précise ce qui suit en ce qui concerne les remarques du Conseil d’État concernant cet article. La définition de la FSMA, autorité compétente aux fins du présent projet, a été adaptée conformément à la remarque exprimée par le Conseil d’État. Egalement, une habilitation permettant au Roi de définir la notion de “jour ouvrable dans le domaine bancaire” a été insérée, suite aux suggestions du Conseil d’État en ce sens. Il n’a par contre par été jugé indiqué d’ajouter une définition de la notion de MTF dans le projet, dans la mesure où 3 Le régime de minimis prévu par le projet pour les offres inférieures ou égales à 500 000 euros n’est d’application que pour autant que la souscription soit limitée à 5 000 euros par investisseur. 21 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 nemen, vermits dat begrip al in de prospectusverorde- ning wordt gedefinieerd (zie art. 2, u)) en artikel 5 van het ontwerp naar de definities van de prospectusveror- dening verwijst. De overige definities behoeven geen bijzondere commentaar. TITEL II Toepassingsgebied Art. 6 De verschillende titels van boek II van het ontwerp bevatten respectievelijk de bepalingen over de voor de uitgevende instelling of de aanbieder geldende infor- matieverplichtingen bij een niet door de prospectusver- ordening geviseerde aanbieding aan het publiek (titel III), over het bemiddelingsmonopolie (titel IV), over de reclame (titel V), over de burgerlijke aansprakelijkheid met betrekking tot het prospectus, de informatienota en de reclame (titel VI) en over de openbare mededelingen buiten het kader van een aanbieding aan het publiek (titel VII). Meer algemeen bevat dit boek dus de eigenlijke regeling van de aanbiedingen van beleggingsinstrumen- ten aan het publiek. Elk van voornoemde titels van boek II van het ontwerp definieert zijn eigen toepassingsgebied. Dit artikel bevat echter algemene uitzonderingen op dat toepassingsgebied. Zo stelt paragraaf 2 de Koning in staat om alle of een deel van de bepalingen van boek II buiten toepassing te verklaren op door kredietinstel- lingen, beleggingsondernemingen en marktexploitanten uitgevoerde verrichtingen, wanneer die betrekking hebben op beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Het gaat daarbij om verrichtingen die niet door de prospectusverordening worden geviseerd, en in verband waarmee het de Belgische wetgever dus vrijstaat om al dan niet informatieverplichtingen op te leggen wanneer zij aan het publiek worden aangeboden. In verband met bepaalde van de in dit ontwerp vervatte verplichtingen zou immers kunnen blijken dat zij niet op bepaalde in- strumenten en/of uitgevende instellingen zijn afgestemd. Zo kan bijvoorbeeld worden gedacht aan toelatingen van opties tot gereglementeerde markten of de aanbieding van dergelijke opties – eens zij tot de verhandeling zijn toegelaten – aan het publiek door beleggingsonderne- mingen. Momenteel komen die machtigingen aan bod in artikel 15, § 4, van de wet van 16 juni 2006. In dezelfde lijn neemt paragraaf 3 de bepalingen van artikel 16, § 1, 9°, van de wet van 16 juni 2006 over en sluit hij toelatin- gen van optiecontracten en futures tot de verhandeling cette notion est déjà définie par le règlement prospectus (voy. l’art. 2, u)) et où l’article 5 du projet renvoie aux définitions du règlement prospectus. Le reste des définitions ne demande pas de com- mentaire particulier. TITRE II Champ d’application Art. 6 Les différents titres contenus dans le livre II du projet contiennent respectivement les dispositions relatives aux obligations d’information applicables à l’émetteur ou l’offreur en cas d’offre au public non visée par le règlement prospectus (titre III), au monopole d’intermé- diation (titre IV), à la publicité (titre V), à la responsabilité civile liée au prospectus, à la note d’information et aux documents promotionnels (titre VI) et aux communica- tions publiques en dehors du cadre d’une offre au public (titre VII). De manière générale, ce livre règle donc le régime de l’offre au public d’instruments de placement proprement dit. Chacun des titres précités du livre II du projet définit son propre champ d’application. Le présent article contient toutefois des exceptions générales à ce champ d’application. Le paragraphe 2 permet ainsi au Roi de déclarer inapplicables tout ou partie des dispositions du livre II à des opérations effectuées par des établissements de crédit, entreprises d’investissement et des opérateurs de marché lorsque ces opérations portent sur des instruments de place- ment qui ne sont pas des valeurs mobilières. Il s’agit là d’opérations non visées par le règlement prospectus, que le législateur belge est donc libre de soumettre ou non à des obligations de fourniture d’information en cas d’offre au public. Or, il pourrait s’avérer que certaines obligations de la présente loi en projet sont inadaptées à certains instruments et/ou émetteurs. On pense par exemple à des admissions d’options sur des marchés réglementés ou à l’offre au public de telles options – une fois admises à la négociation – par des entreprises d’investissement. Ces habilitations sont actuellement prévues par l’article 15, § 4, de la loi du 16 juin 2006. Dans la même logique, le paragraphe 3 reprend la dis- position de l’article 16, § 1er, 9°, de la loi du 16 juin 2006 et exclut purement et simplement les admissions à la négociation sur un marché réglementé belge de contrats d’options et de contrats financiers à terme lorsque ces 22 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 op een Belgische gereglementeerde markt wanneer die toelatingen tot de verhandeling door de betrokken marktexploitant worden gevraagd, eenvoudigweg uit. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State in die zin is, in de Franse tekst van paragraaf 3, de term “futures” vervangen door de equivalente uitdruk- king “contrats financiers à terme”. TITEL III Het prospectus en de informatienota HOOFDSTUK I Verplichting om een prospectus te publiceren Art. 7 Paragraaf 1 van dit artikel vormt de formele omzet- ting in Belgisch recht van de keuze om de prospectus- plicht op te leggen in verband met aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde meer dan 5 000 000 euro of 8 000 000 euro bedraagt (naargelang de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleg- gingsinstrumenten die al dan niet tot de verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten – zie hieronder). Zoals eerder toegelicht (zie de algemene beschou- wingen), wordt voorgesteld om de prospectusregeling, zoals thans al het geval is, uit te breiden tot aanbiedin- gen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Hoewel aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling van dergelijke financiële producten niet door de Europese wetgeving worden geviseerd, is de Regering van oordeel dat die uitbreiding gerechtvaar- digd is vanuit het oogpunt van de beleggersbescher- ming. Een belegging in een beleggingsinstrument dat geen effect is, vormt immers een economisch substituut voor een belegging in een effect: in beide hypotheses streeft de belegger immers dezelfde doelstelling na. Bovendien is de nood aan informatie in hoofde van een belegger niet minder groot bij een belegging in een beleggingsinstrument dat geen effect is, dan bij een belegging in een effect. Daarom is de Regering van oordeel dat er geen objectieve reden bestaat om beide kwesties anders te behandelen. De huidige regeling blijft dan ook behouden. Zoals eerder verduidelijkt, zijn de artikelen 8 en 9 van het ontwerp van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde, naargelang admissions à la négociation sont demandées par l’opé- rateur de marché concerné. Suite à la remarque du Conseil d’État en ce sens, le terme de “futures” à été remplacé par l’expression comparable “contrats financiers à terme” dans la version française du paragraphe 3. TITRE III Le prospectus et la note d’information CHAPITRE IER Obligation de publier un prospectus Art. 7 Le paragraphe 1er de cet article traduit formelle- ment en droit belge le choix d’imposer l’obligation de prospectus pour les offres au public dont le montant est supérieur à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros (suivant que l’offre au public porte sur des instruments de placement admis sur un MTF désigné par le Roi ou non – voy. ci-dessus). Comme exposé plus haut (voy. considérations géné- rales), il est proposé d’étendre, comme c’est déjà le cas actuellement, le régime du prospectus aux offres au public et aux admissions à la négociation qui portent sur des instruments de placement autres que des valeurs mobilières. Bien que les offres au public et les admissions à la négociation portant sur ce type de produit financier ne soient pas visées par la législation européenne, le Gouvernement estime qu’une telle extension se justifie au regard de l’objectif de protection de l’investisseur. L’investissement dans un instrument de placement autre qu’une valeur mobilière constitue en effet un substitut économique à un investissement dans une valeur mobi- lière: le but recherché par l’investisseur est en effet le même dans les deux hypothèses. Par ailleurs, le besoin d’information dans le chef de l’investisseur n’est pas moins grand en cas d’investissement dans un instrument de placement autre qu’une valeur mobilière, que dans le cas d’un investissement dans une valeur mobilière. De l’avis du Gouvernement, il n’existe donc pas de raison objective de traiter ces deux questions différemment. Le régime actuel est donc maintenu. Comme précisé ci-dessus, les articles 8  et 9  du projet s’appliquent aux offres au public dont le mon- tant est supérieur à, selon le cas, 5 000 000 euros ou 23 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 het geval, meer dan 5 000 000 euro of 8 000 000 euro bedraagt (naargelang de aanbieding aan het publiek beleggingsinstrumenten betreft die al dan niet tot de verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten – zie hierboven), en op de toelatingen tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, ongeacht de tegenwaarde ervan, voor zover die verrichtingen betrekking hebben op beleggingsinstru- menten die geen effecten zijn (zie art. 7, eerste lid, van het ontwerp). De artikelen 8 en 9 van het ontwerp zijn dus van toepassing op bepaalde van de niet-geharmo- niseerde aanbiedingen als bedoeld in de artikelen 42 tot 54 van de wet van 16 juni 20064. Zoals vermeld in bovenstaande algemene beschou- wingen, wordt de prospectusregeling in het kader van aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegen- waarde meer dan 5 000 000 euro of 8 000 000 euro bedraagt, en toelatingen tot de verhandeling van ef- fecten op een gereglementeerde markt volledig door de prospectusverordening geregeld, waardoor zij niet in dit ontwerp aan bod komt. Aanbiedingen aan het publiek waarvan de to- tale tegenwaarde minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro of 8 000 000 euro, vallen op hun beurt onder de toepassing van hoofdstuk II en zijn niet aan de prospectusregeling onderworpen, maar aan de ver- plichting om een informatienota te publiceren, volgens de hieronder toegelichte modaliteiten. De in dit hoofdstuk vermelde regeling zal van toe- passing zijn vanaf 21 juli 2019, de datum waarop de meeste bepalingen van de prospectusverordening van toepassing zullen zijn (zie art. 49, lid 2, van de prospectusverordening). Art. 8 Om redenen van coherentie wordt voorgesteld om de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhandeling van financiële instrumenten die geen effecten zijn, in de mate van het mogelijke, aan dezelfde regeling te onderwerpen als de door de prospectusver- ordening geviseerde verrichtingen. Deze nieuwe bena- dering zal resulteren in de opheffing van het koninklijk besluit van 31 oktober 1991 over het prospectus dat moet worden gepubliceerd bij openbare uitgifte van ef- fecten en waarden, dat, in de huidige regeling, de inhoud van het prospectus bepaalt voor de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhandeling van financiële instrumenten die geen effecten zijn. 4 De aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten met een totale tegenwaarde van minder dan 5 000 000 euro vallen immers onder hoofdstuk II. 8 000 000 euros (suivant que l’offre au public porte sur des instruments de placement admis sur un MTF désigné par le Roi ou non – voy. ci-dessus) et aux admissions à la négociation sur un marché réglementé belge, quel que soit le montant de ces dernières, pour autant que ces opérations portent sur des instruments de placement autres que des valeurs mobilières. Les articles 8 et 9 du projet s’appliquent donc à une partie des offres non harmonisées visées par les articles 42 à 54 de la loi du 16 juin 20064. Comme indiqué dans les considérations générales ci-dessus, le régime du prospectus dans le cadre des offres au public de valeurs mobilières pour un montant supérieur à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros et des admissions à la négociation de valeurs mobilières sur un marché réglementé est en effet entièrement réglé par le règlement prospectus et n’est donc pas repris dans le présent projet. Les offres au public dont le montant est inférieur ou égal à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros relèvent quant à elles du chapitre II et ne sont pas soumises au régime du prospectus mais à l’obligation de publier une note d’information, selon les modalités exposées ci-dessous. Le régime prévu par le présent chapitre s’appliquera à compter du 21 juillet 2019, date à laquelle la majeure partie des dispositions du règlement prospectus seront d’application (voy. l’art. 49, paragraphe 2, de celui-ci). Art. 8 Pour des raisons de cohérence, il est proposé de soumettre, dans la mesure du possible, les offres au public et les admissions à la négociation portant sur des instruments financiers autres que des valeurs mobilières au même régime que les opérations visées par le règle- ment prospectus. Cette nouvelle approche entraînera l’abrogation de l’arrêté royal du 31 octobre 1991 relatif au prospectus à publier en cas d’émission publique de titres et valeurs, lequel règle, dans le régime actuel, le contenu du prospectus pour les offres au public et les admissions à la négociation portant sur des instruments financiers autres que des valeurs mobilières. 4 Les offres au public d’instruments de placement d’un montant inférieur à 5 000 000  EUR relèvent en effet du chapitre II. 24 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 De regeling van de prospectusverordening zal dus inte- graal op dergelijke aanbiedingen aan het publiek van toe- passing zijn, met uitzondering van de volgende bepalingen: — de bepalingen van de prospectusverordening over de drempel voor de toepassing van de prospec- tusplicht (zie art. 1, lid 3, en art. 3, lid 2) worden buiten toepassing verklaard. Die bepalingen hebben immers geen zin in het kader van dit hoofdstuk, aangezien dat enkel geldt voor aanbiedingen aan het publiek met een totale tegenwaarde van meer dan 5 000 000 euro. De toepassing van die bepalingen wordt dus uitgesloten om dubbelzinnigheden te voorkomen; — ook de toepassing van de bepalingen van de prospectusverordening over grensoverschrijdende aan- biedingen, over toelatingen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en over de taalregeling voor prospectussen wordt uitgesloten (zie art. 24, 25, 26 en 27). Die bepalingen zijn immers uitsluitend bedoeld om te worden toegepast in de context van een op Europees niveau geharmoniseerde regeling. Welnu, de door dit hoofdstuk geviseerde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling vormen geen materie die door de prospectusverordening wordt geharmoniseerd, en worden door strikt nationale bepalingen geregeld, die niet noodzakelijk een equivalent hebben in de andere lidstaten. De betrokken bepalingen van de prospec- tusverordening zijn dus niet aan een dergelijke context aangepast. In het bijzonder dient te worden genoteerd dat het voor dergelijke verrichtingen opgestelde pros- pectus niet in aanmerking zal komen voor de door de prospectusverordening vastgestelde paspoortregeling; — een identieke redenering geldt voor de artikelen 28, 29 en 30 van de prospectusverordening. Op de aanbiedingen aan het publiek van beleggings- instrumenten die geen effecten zijn, zullen concreet dus de volgende bepalingen van de prospectusverordening alsook de eventueel overeenkomstig de prospectusver- ordening vastgestelde gedelegeerde handelingen van toepassing zijn: — wat de algemene bepalingen betreft (zie hoofdstuk I van de prospectusverordening): artikel 1, lid 1, 2, 4 tot 7, artikel 2, artikel 3, lid 1 en 3, en de artikelen 4 en 5; — wat de opstelling van het prospectus betreft: alle bepalingen van hoofdstuk II van de prospectusverorde- ning (nl. de artikelen 6 tot 12); — wat de inhoud en de vorm van het prospectus betreft: alle bepalingen van hoofdstuk III van de pros- pectusverordening (nl. de artikelen 13 tot 19); en L’ensemble du régime du règlement prospectus s’appliquera donc à de telles offres au public, à l’excep- tion des dispositions suivantes: — les dispositions du règlement prospectus relatives au seuil d’application de l’obligation de prospectus (voy. l’art. 1er, paragraphe 3, et l’art. 3, paragraphe 2), sont déclarées inapplicables. Ces dispositions n’ont en effet pas de sens aux fins du présent chapitre, dans la mesure où l’application de celui-ci est restreinte aux offres au public d’un montant supérieur à 5 000 000 EUR. Leur application est donc exclue afin d’éviter toute ambiguïté; — l’application des dispositions du règlement pros- pectus relatives aux offres transfrontalières, aux admis- sions transfrontalières à la négociation sur un marché réglementé et au régime linguistique du prospectus est également exclue (voy. les art. 24, 25, 26 et 27). Ces dispositions visent en effet exclusivement à s’appliquer dans le contexte d’un régime harmonisé au niveau euro- péen. Or, les offres au public et les admissions à la négo- ciation visées par le présent chapitre ne constituent pas une matière harmonisée par le règlement prospectus et sont réglées par des dispositions purement nationales, qui ne connaissent pas nécessairement d’équivalent dans les autres États membres. Les dispositions concernées du règlement prospectus ne sont donc pas adaptées à un tel contexte. On notera notamment que le prospectus rédigé pour de telles opérations ne sera pas susceptible de bénéficier du régime de passeport prévu par le règlement prospectus; — un raisonnement identique vaut pour les articles 28, 29 et 30 du règlement prospectus. Concrètement, seront donc applicables aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières les dispositions suivantes du règle- ment prospectus, ainsi que les éventuels actes délégués adoptés en vertu de celles-ci: — en ce qui concerne les dispositions générales (voy. le chapitre Ier du règlement prospectus): l’article 1er, para- graphes 1er, 2, 4 à 7, l’article 2, l’article 3, paragraphes 1er et 3, et les articles 4 et 5; — en ce qui concerne l’établissement du prospectus, l’ensemble des dispositions du chapitre II du règlement prospectus (à savoir les articles 6 à 12); — en ce qui concerne le contenu et la forme du pros- pectus, l’ensemble des dispositions du chapitre III du règlement prospectus (à savoir les articles 13 à 19); et 25 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 — wat de goedkeuring en de publicatie van het pros- pectus betreft (zie hoofdstuk IV van de prospectusver- ordening): de artikelen 20, 21, 22 en 23. Art. 9 Dit artikel bepaalt welke taalregeling op het prospec- tus van toepassing is voor de in dit hoofdstuk bedoelde verrichtingen. Het neemt de regels over die thans aan bod komen in artikel 51 van de wet van 16 juni 2006, zon- der echter – wat de vertaling van de samenvatting betreft – een onderscheid te maken tussen een aanbieding aan het publiek en een toelating tot de verhandeling. Met betrekking tot de talen waarin de samenvatting van het prospectus moet worden opgesteld of vertaald, maakt artikel 27 van de prospectusverordening immers geen onderscheid tussen een aanbieding aan het publiek en een toelating tot de verhandeling; het lijkt aangewezen om de regeling van de verordening op dat punt over te nemen. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State over dit artikel, wordt verduidelijkt dat de vermelde “taal die gangbaar is in internationale financiële kringen” de taal is waarnaar wordt verwezen in artikel 27 van de prospectusverordening; verder zijn de woorden “en door de FSMA wordt aanvaard” geschrapt. HOOFDSTUK II Verplichting om een informatienota te publiceren Afdeling I Toepassingsgebied Art. 10 Dit hoofdstuk is van toepassing op — de aanbiedingen aan het publiek van beleggings- instrumenten met een totale tegenwaarde van minder dan 5 000 000 euro; — de aanbiedingen aan het publiek van beleggings- instrumenten waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro, wanneer die beleggingsinstrumenten tot de verhan- deling op een door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten. De aanbiedingen in het kader waarvan beleggingsinstrumenten aan het publiek worden aan- geboden en, naar aanleiding van de aanbieding, tot de — en ce qui concerne l’approbation et la publication du prospectus (voy. le chapitre IV du règlement pros- pectus), les articles 20, 21, 22 et 23. Art. 9 Cet article règle le régime linguistique applicable au prospectus pour les opérations visées au présent chapitre. Il reprend les règles actuellement prévues à l’article 51 de la loi du 16 juin 2006, sans toutefois faire de distinction entre offre au public et admission à la négociation pour ce qui concerne la traduction du résumé. L’article 27 du règlement prospectus ne fait en effet pas de distinction entre offre au public et admis- sion à la négociation pour ce qui est des langues dans lesquelles le résumé du prospectus doit être établi ou traduit, et il paraît indiqué de reprendre le régime du règlement sur ce point. Suite à la remarque du Conseil d’État concernant cet article, on précise que la “langue usuelle dans la sphère internationale” dont il est question est celle à laquelle il est fait référence à l’article 27 du règlement prospectus; les mots “acceptée par la FSMA” ont par ailleurs été supprimés. CHAPITRE II Obligation de publier une note d’information Section Ire Champ d’application Art. 10 Le présent chapitre est applicable en ce qui concerne: — les offres au public d’instruments de placement d’un montant total inférieur à 5 000 000 euros; — les offres au public d’instruments de placement dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de 8 000 000 euros, lorsque lesdits ins- truments de placement sont admis à la négociation sur un MTF désigné par le Roi. Les offres dans le cadre desquelles des instruments de placement sont offerts au public et admis, à la suite de l’offre, à la négociation sur un tel MTF bénéficieront donc de l’application du seuil 26 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 verhandeling op een dergelijke MTF worden toegelaten, komen dus in aanmerking voor de toepassing van de drempel van 8 000 000 euro, alsook de aanbiedingen die betrekking hebben op reeds tot de verhandeling toegelaten beleggingsinstrumenten. Voor toelichting bij de redenen voor de hier voorziene dubbele drempel, wordt naar de algemene beschouwin- gen verwezen (zie hierboven). De in aanmerking te nemen tegenwaarde is de totale tegenwaarde van de betrokken aanbieding in de Unie (en niet per land), berekend over een periode van twaalf maanden. De Regering stelt dus voor om de door artikel 3, lid 2, van de prospectusverordening aan de lidstaten geboden mogelijkheid te benutten. De prospectusre- geling zal dus zijn voorbehouden aan de aanbiedingen aan het publiek met een totale tegenwaarde die hoger ligt dan voornoemde drempel; de omvang van die aanbiedingen lijkt immers de kosten voor de opstelling en de goedkeuring van een prospectus te verantwoor- den. In verband met de aanbiedingen met een lagere tegenwaarde stelt de Regering voor om de door de prospectusverordening geboden optie te lichten en een ad-hocinformatieverstrekkingsregeling uit te werken die op de publicatie van een beknopter document berust (voor meer details, zie hieronder). Die regeling zal van toepassing zijn ongeacht of de betrokken aanbieding betrekking heeft op effecten of op beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Ook wordt opgemerkt dat de eerder vermelde drempel niet pertinent is voor de toelatingen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Krachtens de prospec- tusverordening zal de prospectusplicht van toepassing zijn op dergelijke verrichtingen ongeacht het bedrag van de toelating: de lidstaten kunnen niet opteren voor een soepelere regeling dan de regeling in de prospectusver- ordening in verband met de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Om redenen van coherentie wordt verduidelijkt dat de in artikel 1, lid 2 en 4, van de prospectusverordening bedoelde uitzonderingen op de prospectusplicht ook van toepassing zijn in het kader van de hier vastgestelde regeling, dat de aanbieding betrekking heeft op effec- ten of op andere beleggingsinstrumenten dan effecten (zie paragrafen 2 en 3, 1°): het toepassingsgebied van die regeling zal dus niet ruimer zijn dan die van de prospectusplicht. de 8 000 000 euros, ainsi que les offres portant sur des instruments de placement déjà admis à la négociation. Pour l’exposé des raisons justifiant le double seuil qui est prévu ici, on renvoie aux considérations générales (voy. ci-dessus). Le montant à prendre en considération est le montant total de l’offre concernée dans l’Union (et non par pays), calculé sur une période de douze mois. Le Gouvernement propose ainsi de faire usage de la faculté laissée aux États membres par l’article 3, paragraphe 2, du règlement prospectus. Le régime du prospectus sera donc réservé aux offres au public dont le montant est supérieur au seuil mentionné ci-dessus; la taille de ces offres paraît en effet justifier les coûts occasionnés par la rédaction et l’approbation d’un prospectus. Pour les offres d’un montant inférieur, le Gouvernement propose de lever l’option laissée par le règlement prospectus, et d’instaurer un régime de four- niture d’information ad hoc, reposant sur la publication d’un document plus concis (voy. ci-dessous pour un exposé détaillé). Ce régime s’appliquera indifféremment, que l’offre concernée porte sur des valeurs mobilières ou des instruments de placement autres que des valeurs mobi- lières. On notera également que le seuil mentionné ci- dessus n’est pas pertinent pour les admissions sur un marché réglementé. En vertu du règlement prospectus, l’obligation de prospectus s’appliquera pour ce type d’opération indépendamment du montant de l’admis- sion: les États membres ne peuvent prévoir de régime plus souple que celui du règlement en cas d’admission à la négociation sur un marché réglementé. Pour des raisons de cohérence, il est précisé que les exceptions à l’obligation de prospectus prévues à l’article 1er, paragraphes 2 et 4, du règlement prospec- tus sont également d’application en ce qui concerne le régime prévu ici, que l’offre concerne des valeurs mobilières ou des instruments de placement autres que des valeurs mobilières (voy. les paragraphes 2 et 3, 1°): le champ d’application de celui-ci ne sera donc pas plus large que celui de l’obligation de prospectus. 27 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Er wordt ook voorzien in een de minimis-regeling, in het kader waarvan noch de prospectusplicht, noch de regeling van de informatienota van toepassing zal zijn. Die regeling is beperkt tot aanbiedingen waarvan de tegenwaarde maximaal 500 000 euro bedraagt, in het kader waarvan de maximale belegging beperkt is tot 5 000 euro per belegger. Parallel daarmee werd het niet aangewezen geacht om de in het verleden door de Belgische wetgever ingevoerde nationale vrijstellingen te handhaven voor de aanbiedingen waarvan de tegenwaarde minder dan 5 000 000 euro bedraagt (zie art. 18 van de wet van 16 juni 2006). Bijgevolg neemt het voorontwerp van wet de vrijstellingen niet over die thans aan bod komen in de wet van 16 juni 2006 met betrekking tot de aanbie- dingen van aandelen in coöperatieve vennootschappen en de aanbiedingen van effecten aan werknemers ter uitvoering van participatieplannen als bedoeld in de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen; datzelfde geldt ook voor de zogenaamde “crowdfun- dingvrijstellingen” (zie het huidige artikel 18, § 1, a), i), j) en k), van de wet van 16 juni 2006). De Regering is immers van oordeel dat de in- voering van de regeling van de informatienota (die minder zwaar is dan de prospectusregeling) voor de aanbiedingen waarvan de totale tegenwaarde minder dan 5 000.000/8 000 000  euro bedraagt, alsook de voornoemde de minimis-regeling het behoud van die specifieke vrijstellingen overbodig maken. Paragraaf 4, die de bewoordingen van artikel 3, § 2, tweede lid, van de wet van 16 juni 2006 integraal overneemt, handelt over het specifieke geval van de beleggingsinstrumenten die geen betaling van een aan- koop- of inschrijvingsprijs impliceren op het moment van de aanbieding (termijncontracten zoals swaps, forwards en futures). Die verrichtingen komen niet in aanmerking voor de regeling van de informatienota. De regeling van dit hoofdstuk zal niet van toepassing zijn indien de uitgevende instelling of de aanbieder, krachtens de PRIIP’s-verordening5, verplicht is de beleg- gers een essentiële-informatiedocument te bezorgen. De Regering is immers van oordeel dat beide regelin- gen vergelijkbaar zijn en dat het niet nodig is om de overlegging van twee essentiële-informatiedocumenten met een soortgelijke draagwijdte te eisen. Tegen die- zelfde achtergrond machtigt het ontwerp de Koning om in bijkomende vrijstellingen van de regeling van 5 Zie verordening (EU) 1286/2014 van 26  november  2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's). Un régime de minimis est également prévu, dans le champ d’application duquel ni l’obligation de prospec- tus, ni le régime de la note d’information ne seront d’ap- plication. Ce régime est limité aux offres d’un montant maximal de 500 000 euros, dans le cadre desquelles l’investissement maximal est limité à 5 000 euros par investisseur. Parallèlement, il n’a pas été jugé indiqué de maintenir en tant que telles les exemptions nationales introduites dans le passé par le législateur belge pour les offres d’un montant inférieur à 5 000 000 euros (voy. l’art. 18 de la loi du 16 juin 2006). C’est ainsi que l’avant-projet de loi ne reprend pas les exemptions actuellement prévues dans la loi du 16 juin 2006 en ce qui concerne les offres portant sur des parts de sociétés coopératives et les offres de valeurs mobilières aux travailleurs en exécution de plans de participation visés par la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés, de même que les exemptions dites “crowdfunding” (voy. l’actuel article 18, § 1er, a), i), j) et k), de la loi du 16 juin 2006). Le Gouvernement estime en effet que l’introduction du régime de la note d’information (plus léger que le prospectus) pour les offres inférieures à 5 000 000 eu- ros/8 000 000  euros et le régime de minimis prévu ci-dessus rendent le maintien de ces exemptions par- ticulières superflu. Le paragraphe 4, qui reprend intégralement les termes de l’article 3, § 2, alinéa 2, de la loi du 16 juin 2006, traite du cas spécifique des instruments de placement qui n’impliquent pas le paiement d’un prix d’acquisition ou de souscription au moment de l’offre (contrats à terme tels les swaps, forwards et futures). Ces opérations ne bénéficient pas du régime de la note d’information. Le régime du présent chapitre ne sera pas d’applica- tion au cas où l’émetteur ou l’offreur est tenu de fournir aux investisseurs un document d’informations clés en vertu du règlement PRIIPS5. Le Gouvernement estime en effet que ces deux régimes sont de nature équiva- lente et qu’il n’y a pas lieu d’imposer la fourniture de deux documents d’information d’une portée similaire. Dans la même perspective, le projet habilite le Roi à prévoir des exemptions supplémentaires au régime de la note d’information, dans les cas où l’émetteur ou 5 Voy. le règlement (UE) 1286/2014 du 26  novembre  2014 sur les documents d’informations clés relatifs aux produits d’investissement packagés de détail et fondés sur l’assurance. 28 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 de informatienota te voorzien, in de gevallen waarin de uitgevende instelling of de aanbieder de beleggers een ander informatiedocument dient te verstrekken dat Hij gelijkwaardig acht. Die machtiging wil het mogelijk maken rekening te houden met de toekomstige evoluties van de Europese reglementering. Tot slot zal het, conform artikel 4 van de prospec- tusverordening, voor een uitgevende instelling of een aanbieder mogelijk zijn om vrijwillig te opteren voor de opstelling van een prospectus, dat in dat geval voor de paspoortregeling in aanmerking zal komen. In die hy- pothese zal dit hoofdstuk natuurlijk niet van toepassing zijn en zal de wettelijke regeling die van toepassing is wanneer de prospectusplicht geldt, integraal moeten worden nageleefd. Paragraaf 7 maakt het voor een uitgevende instelling of een aanbieder die is vrijgesteld van de verplichting om een informatienota op te stellen krachtens paragrafen 2, 3 en 5 van dat artikel, mogelijk om zich vrijwillig aan de regeling van de informatienota te onderwerpen. Als die keuze wordt gemaakt, zullen alle bepalingen van het ontwerp over de verrichtingen waarvoor de wettelijke re- geling van de informatienota geldt, van toepassing zijn, bijvoorbeeld ook de aan de FSMA verleende toezichts- en sanctiebevoegdheden. Die keuze zal gestalte krijgen door de neerlegging van de informatienota bij de FSMA. De bepalingen van dit hoofdstuk treden op 21 juli 2018 in werking, samen met de nieuwe drempels voor de prospectusplicht. Aan de suggesties van de Raad van State in verband met de formulering van paragrafen 6 en 7 is geen gevolg gegeven: zij lijken immers niets toe te voegen aan de wettekst, die al de nodige verduidelijkingen bevat (zie inzonderheid de woorden “overeenkomstig artikel 4 van Verordening 2017/1129” en de woorden “conform de bepalingen van deze wet”). Afdeling II De informatienota Onderafdeling I Algemene bepaling Art. 11 Dit artikel poneert het algemene beginsel op grond waarvan, voor elke verrichting als bedoeld in artikel 10, vooraf een informatienota zal moeten worden gepubli- ceerd door de uitgevende instelling, de aanbieder (bij een aanbieding aan het publiek) of de aanvrager van l’offreur est tenu de fournir aux investisseurs un autre document d’information qu’Il juge équivalent. Cette habilitation vise à permettre de tenir compte des évolu- tions futures de la règlementation européenne. Enfin, conformément à l’article 4 du règlement pros- pectus, il sera possible pour un émetteur ou un offreur d’opter volontairement pour l’établissement d’un pros- pectus, lequel bénéficiera dans un tel cas du régime de passeport. Dans une telle hypothèse, le présent chapitre ne sera naturellement pas applicable et l’ensemble du régime juridique applicable en cas d’obligation de prospectus devra être respecté. Le paragraphe 7 permet à un émetteur ou un offreur qui bénéficie d’une exemption à l’obligation de rédiger une note d’information en vertu des paragraphes 2, 3 et 5 du présent article de choisir de se soumettre au régime de la note d’information de manière volontaire. Au cas où ce choix est fait, l’ensemble des dispositions du projet relatives aux opérations soumises au régime juridique de la note d’information seront d’application, y compris par exemple les pouvoirs de supervision et de sanction accordés à la FSMA. Ce choix se manifestera par le dépôt de la note d’information auprès de la FSMA. Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur dès le 21 juillet 2018, en même temps que les nouveaux seuils de l’obligation de prospectus. Les suggestions de formulation du Conseil d’État concernant les paragraphes 6 et 7 n’ont pas été suivies: elles paraissent en effet ne rien ajouter au texte légal, qui contient déjà les précisions nécessaires (voy. notam- ment les mots “conformément à l’article 4 du règlement 2017/1129” et les mots “conformément aux dispositions de la présente loi”). Section II La note d’information Sous-section Ire Disposition générale Art. 11 Cet article exprime le principe général selon lequel, préalablement à toute opération visée à l’article 10, une note d’information devra être publiée par l’émetteur, l’offreur (dans le cas d’une offre au public), ou la per- sonne qui sollicite l’admission à la négociation (dans 29 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 de toelating tot de verhandeling (bij een toelating tot de verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF – zie art. 10, § 1, 3°, van het ontwerp), naargelang het geval. Onderafdeling II Inhoud van de informatienota Art. 12, 13 et 16 Deze artikelen bevatten een algemene definitie van de inhoud en de draagwijdte van de informatienota. De informatienota strekt ertoe de belangrijkste infor- matie voor de belegger te bundelen volgens een ex- haustief bij wet vastgesteld schema. De informatienota onderscheidt zich dus van het prospectus dat, krachtens de bepalingen van de artikelen 24 en 44 van de wet van 16 juni 2006, momenteel “alle gegevens bevat die, in het licht van de specifieke aard van de uitgevende instelling en van de aan het publiek aangeboden of tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toe te laten effecten, de noodzakelijke informatie vormen om de beleggers in staat te stellen zich met kennis van zaken een oordeel te vormen over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling en de eventuele garant, en over de aan deze effecten verbonden rechten”. Kort samengevat, is het de bedoeling dat de informatienota een bondiger document is dan een prospectus, dat voor de belegger een soortgelijke draagwijdte heeft als een essentiële-informatiedocument. De inhoud van de informatienota moet accuraat, eerlijk, duidelijk en niet misleidend zijn. Zij moet in de vorm van één enkel document (het is dus niet mogelijk om in een informatienota informatie op te nemen door middel van verwijzing) en in een begrijpelijke taal zijn opgesteld. Verder wordt verduidelijkt dat de informa- tienota zodanig wordt voorgesteld en vormgegeven met gebruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot leesbaar is. Zij is maximaal vijftien bladzijden lang. Artikel 12 verduidelijkt dat de informatienota informatie moet bevatten over de uitgevende instelling en/of de aanbieder, over het bedrag en de aard van de aange- boden beleggingsinstrumenten, over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding, alsook over de risico’s verbonden aan de uitgevende instelling en aan de aangeboden beleggingsinstrumenten. Op basis van de in artikel 12 vastgestelde algemene oriëntaties, machtigt artikel 16 de Koning om bijkomende of meer gedetailleerde vereisten op te leggen met be- trekking tot de inhoud van de informatienota, en om de le cas d’une admission sur un MTF désigné par le Roi -voy. l’art. 10, § 1er, 3°, du projet), selon le cas. Sous-section II Contenu de la note d’information Art. 12, 13 et 16 Ces articles contiennent une définition générale du contenu et de la portée de la note d’information. L’objectif de la note d’information est de reprendre les informations les plus importantes pour l’investis- seur, selon un schéma défini de manière exhaustive en vertu de la loi. La note d’information se distingue donc du prospectus, qui doit actuellement, aux termes des articles 24 et 44 de la loi du 16 juin 2006, contenir “toutes les informations qui, compte tenu de la nature particulière de l’émetteur et des instruments de place- ment offerts au public ou proposés à la négociation, sont des informations nécessaires pour permettre aux investisseurs d’évaluer en connaissance de cause le patrimoine, la situation financière, les résultats et les perspectives de l’émetteur et du garant éventuel, ainsi que les droits attachés à ces instruments de placement”. En résumé, la note d’information est donc destinée à être un document au format plus concis qu’un prospectus, d’une portée similaire à un document clé pour l’investisseur. Le contenu de la note d’information doit être exact, loyal, clair et non trompeur. Elle doit être rédigée sous la forme d’un document unique (il n’est donc pas possible d’incorporer des informations par référence dans la note d’information), dans un langage compréhensible. Il est également précisé que la note d’information doit être présentée et mise en page d’une manière qui en rend la lecture aisée, avec des caractères d’une taille lisible. Sa longueur est limitée à quinze pages. L’article 12 précise que la note d’information doit contenir des informations sur l’émetteur et/ou l’offreur, le montant et la nature des instruments de placement offerts, ainsi que sur les raisons et les modalités de l’offre et les risques attachés à l’émetteur et aux instruments de placement offerts. Sur base des orientations générales fixées par l’article 12, l’article 16 habilite le Roi à imposer des exigences supplémentaires ou plus détaillées en ce qui concerne le contenu de la note d’information, et à 30 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 schema’s op te stellen op basis waarvan de informatie in de informatienota moet worden voorgesteld. In voor- komend geval, zal Hij ook een onderscheid kunnen maken tussen de verschillende soorten verrichtingen. Zo zal een gedetailleerde lijst van de te verstrekken informatie kunnen worden opgesteld, zodat zowel aan de betrokken uitgevende instellingen en aanbieders als aan de beleggers de nodige rechtszekerheid kan worden geboden. Wat de financiële informatie betreft, verduidelijken de artikelen 12 en 13 dat de informatienota de jaarre- keningen van de uitgevende instelling over de laatste twee boekjaren moet bevatten, voor zover zij al zolang actief is. Aan de certificering van die jaarrekeningen wordt bijzondere aandacht besteed, en ter zake wordt de volgende regeling voorgesteld: — wanneer de uitgevende instelling een commissaris moet aanstellen, wordt verduidelijkt dat bij de jaarreke- ningen telkens het verslag van de commissaris moet worden gevoegd; — wanneer de uitgevende instelling geen commissa- ris heeft aangesteld, wordt de volgende keuze geboden. Een eerste mogelijkheid houdt in dat de jaarrekeningen aan een onafhankelijke toetsing worden onderworpen of een vermelding bevatten dat zij, voor de doeleinden van de informatienota, een getrouw beeld geven conform de in België geldende auditnormen. In beide gevallen is de interventie van een bedrijfsrevisor vereist. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid om de jaarrekeningen niet door een revisor te laten auditeren, op voorwaarde echter dat de informatienota een waarschuwing bevat. Belangrijk om te weten is dat de informatienota niet, zoals een prospectus, a priori door de FSMA moet worden gecontroleerd, dan wel op een andere manier vooraf door haar moet worden goedgekeurd. Toch zal het de FSMA zijn toegestaan om de inhoud van de informatienota te controleren, en om administratieve maatregelen of sancties te nemen als zou blijken dat de informatienota niet aan de door of krachtens de wet opgelegde vereisten voldoet (voor een beschrijving van de toepasselijke controleregeling, zie hieronder). Die controle zal dus noodzakelijkerwijs nà de publicatie van de informatienota worden uitgevoerd. Indien de FSMA geen controle heeft uitgevoerd, moet dat op een prominente plaats bovenaan de informatienota worden vermeld. De suggestie van de Raad van State in verband met de formulering is gevolgd: de tweede zin van paragraaf 1 wordt voortaan dus op soortgelijke wijze verwoord als artikel 7, lid 2, eerste zin, van de prospectusverordening. établir les schémas selon lesquels celle-ci doit être pré- sentée. Le cas échéant, Il pourra également distinguer en fonction des différentes catégories d’opérations. Par ce biais, une liste détaillée des informations à fournir pourra être établie, de manière à offrir la sécurité juri- dique nécessaire aux émetteurs et offreurs concernés ainsi qu’aux investisseurs. Sur le plan de l’information financière, il est précisé par les articles 12 et 13 que la note d’information doit, pour autant que l’émetteur ait déjà été en activité à ce moment, contenir les comptes annuels de l’émetteur concernant les deux derniers exercices. La question de la certification de ces comptes a fait l’objet d’une attention particulière, et le régime proposé est le suivant: — au cas où l’émetteur a l’obligation de désigner un commissaire, il est précisé que les comptes annuels doivent à chaque fois être accompagnés du rapport du commissaire; — pour les cas où l’émetteur n’a pas désigné de commissaire, un choix est offert. Une première possi- bilité est que les comptes annuels fassent l’objet d’une vérification indépendante ou contiennent une mention indiquant si, aux fins de la note d’information, ils donnent une image fidèle, conformément aux normes d’audit applicables en Belgique. L’intervention d’un réviseur d’entreprise est requise dans les deux cas. Il est égale- ment permis de ne pas faire auditer les comptes par un réviseur, à condition que la note d’information contienne un avertissement. Un élément important est que la note d’information ne doit pas faire l’objet, comme pour un prospectus, d’un contrôle a priori ou d’une autre forme d’approba- tion préalable de la part de la FSMA. La FSMA sera toutefois habilitée à contrôler le contenu de la note d’information et à prendre des mesures administratives ou des sanctions au cas où il apparaîtrait que la note d’information ne répond pas aux exigences prévues par ou en vertu de la loi (voy. infra pour une description du régime de contrôle applicable). Ce contrôle aura donc nécessairement lieu après la publication de la note d’information. L’absence de contrôle par la FSMA doit faire l’objet d’une mention obligatoire en en-tête de la note d’information. La suggestion de formulation du Conseil d’État a été suivie; la deuxième phrase du paragraphe 1er est donc désormais rédigée de manière similaire à l’article 7, § 2, première phrase, du règlement prospectus. 31 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 14 Dit artikel bepaalt de voor de informatienota geldende taalregeling. Als algemeen beginsel geldt dat de infor- matienota in één of meerdere landstalen of in het Engels moet worden opgesteld; de uitgevende instelling en/of de aanbieder hebben dus de keuze. Als de reclame over de betrokken aanbieding in één of meerdere van die talen wordt verspreid, moet de informatienota minsten in die zelfde ta(a)l(en) worden opgesteld of vertaald. Zo kan worden gegarandeerd dat de personen bij wie het betrokken instrument wordt gecommercialiseerd, de informatienota zullen kunnen begrijpen. Art. 15 Elke met de informatie in de informatienota verband houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen de publicatie van de informatienota en de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek of de aanvang van de ver- handeling op de betrokken MTF, dient in een aanvulling op de informatienota te worden vermeld. Dat beginsel is vergelijkbaar met het beginsel van artikel 23 van de prospectusverordening en blijft identiek aan het beginsel van artikel 34 van de wet van 16 juni 2006. Indien zich een dergelijke belangrijke nieuwe ont- wikkeling, materiële vergissing of onjuistheid voordoet, geeft dat de beleggers die de aanbieding al hebben aanvaard, het recht om hun aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de betrokken ontwikkeling, vergissing of onjuistheid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van de aanbieding en de levering van de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Onderafdeling III Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA Art. 17 Dit artikel verduidelijkt de publicatiemodaliteiten van de informatienota. De informatienota moet ten laatste op de aanvangs- dag van de aanbieding aan het publiek beschikbaar worden gesteld. Bij een aanbieding aan het publiek zal aan die voorwaarde worden geacht te zijn voldaan Art. 14 Cette disposition détermine le régime linguistique qui sera d’application à la note d’information. Le principe général est que la note d’information doit être rédigée dans une ou plusieurs des langues nationales ou en anglais; un choix est donc laissé à l’émetteur et/ou à l’offreur. Au cas où les publicités se rapportant à l’offre concernée sont diffusées dans une ou plusieurs de ces langues, la note d’information doit au moins être établie ou traduite dans la ou les mêmes langues. On s’assure ainsi que les personnes auprès desquelles l’instrument concerné est commercialisé seront en mesure de com- prendre la note d’information. Art. 15 Tout fait nouveau significatif ou toute erreur ou inexactitude substantielles concernant les informations contenues dans la note d’information qui est de nature à influencer l’évaluation des instruments de placement et survient ou est constaté entre la publication de la note d’information et la clôture définitive de l’offre au public ou le début de la négociation sur le MTF concerné devra être mentionné dans un supplément. Ce principe est similaire à celui de l’article 23 du règlement pros- pectus et reste identique à celui de l’article 34 de la loi du 16 juin 2006. L’occurrence d’un tel fait nouveau, ou erreur ou inexactitude substantielle donne le droit aux inves- tisseurs qui ont déjà accepté l’offre de révoquer leur acceptation pendant deux jours ouvrables après la publication du supplément, à condition que l’évènement en question se soit produit avant la clôture définitive de l’offre et la livraison des instruments de placement, si cet évènement intervient plus tôt. Sous-section III Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA Art. 17 Cet article précise les modalités de publication de la note d’information. La note d’information doit être publiée au plus tard le jour de l’ouverture de l’offre au public. En cas d’offre au public, cette condition sera réputée remplie dès lors que la note aura été publiée sur le site web de la 32 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 zodra de informatienota op de website van de perso(o) n(en) die instaa(t)(n)voor de commercialisering, zal zijn gepubliceerd. Indien de uitgevende instelling haar eigen beleggingsinstrumenten aanbiedt, zal de informatienota op haar website moeten worden gepubliceerd, alsook, in voorkomend geval, op de website van de eventuele financiële tussenpersonen. Indien de beleggingsinstru- menten worden aangeboden door een persoon van buiten de uitgevende instelling, zal de informatie op die website van die persoon (de aanbieder) alsook, in voorkomend geval, op de website van de eventuele fi- nanciële tussenpersonen moeten worden gepubliceerd. Bij een rechtstreekse toelating tot de verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF (zie hierboven) zal de informatienota worden geacht beschikbaar te zijn gesteld van het publiek zodra zij in elektronische vorm is gepubliceerd op de website van de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende instelling. Er wordt enkel in de elektronische publicatie voorzien. Die publicatiewijze lijkt immers een veel grootschaligere verspreiding van de informatienota mogelijk te maken, en dit tegen een redelijke prijs. Toch is ook bepaald dat aan de beleggers de mogelijkheid moet worden geboden om kosteloos een kopie van die informatienota in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te verkrijgen. Art. 18 De informatienota moet bij de FSMA worden neerge- legd ten laatste op het moment dat ze beschikbaar moet worden gesteld conform artikel 17. De FSMA bepaalt de praktische modaliteiten van die neerlegging. Ook elke aanvulling op de informatienota moet bij de FSMA worden neergelegd. Deze formaliteit moet de FSMA in staat stellen haar a posteriori toezichtsbevoegdheden met betrekking tot de informatienota uit te oefenen. Ook wordt verduidelijkt dat de FSMA de informatie- nota op haar website publiceert. Die publicatie gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instel- ling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, en strekt ertoe de beleggers in staat te stellen de regelmatigheid van de betrokken aanbie- ding aan het publiek te controleren. Ter zake wordt erop gewezen dat het door deze wet geponeerde beginsel inhoudt dat de FSMA geen a-prioritoezicht uitoefent op de informatienota. Dat de informatienota op haar website wordt gepubliceerd, betekent dus noch dat zij vooraf aan een toezicht werd onderworpen, noch dat zij aan de wettelijke vereisten voldoet. ou des personnes qui effectuent la commercialisation. Au cas où l’émetteur offre ses propres instruments de placement, la note d’information devra être publiée sur son site internet, ainsi que, le cas échéant, sur celui des éventuels intermédiaires financiers. Au cas où les instruments de placement sont offerts par une personne distincte de l’émetteur, la note d’information devra être publiée sur le site web de cette personne (l’offreur) et, le cas échéant, sur celui des éventuels intermédiaires financiers. En cas d’admission directe à la négociation sur un MTF désigné par le Roi (voy. supra), la note d’information est réputée être mise à la disposition du public dès qu’elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou de l’émetteur. Seule la publication par voie électronique est prévue. Ce mode de publication paraît en effet permettre la diffusion la plus large de la note d’information, moyen- nant un coût raisonnable. Il est toutefois prévu que les investisseurs puissent obtenir sans frais une copie de la note d’information sous forme imprimée ou sur un support durable. Art. 18 La note d’information doit, au plus tard au moment de sa mise à disposition conformément à l’article 17, être déposée auprès de la FSMA. Cette dernière détermine les modalités pratiques du dépôt. Tout supplément à la note d’information doit également être déposé auprès de la FSMA. Cette formalité vise à permettre l’exercice par la FSMA de ses compétences de contrôle a posteriori en ce qui concerne la note d’information. Il est également précisé que la FSMA publie la note d’information sur son site internet. Cette publication est effectuée sous la responsabilité de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation et vise à permettre aux investisseurs de vérifier le caractère régulier de l’offre au public concer- née. On rappelle sur ce point que le principe établi par la présente loi est que la FSMA n’est pas chargée d’exercer un contrôle a priori concernant la note d’infor- mation. La publication sur son site internet ne signifie donc pas qu’un contrôle ait préalablement été effectué sur la note d’information ni que celle-ci réponde aux exigences légales. 33 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Dit artikel verduidelijkt dat de FSMA de modaliteiten bepaalt voor de neerlegging van de informatienota en de publicatie ervan op haar website. Dergelijke machtiging, die betrekking heeft op praktische aspecten (bv. het formaat waarin de informatienota moet worden over- gelegd), lijkt niet het reglementaire karakter te hebben waarnaar de Raad van State in zijn advies verwijst, en vereist dus geen publicatie in het Belgisch Staatsblad. Onderafdeling IV Geldigheidsduur Art. 19 Dit artikel verduidelijkt de geldigheidsduur van de informatienota en beperkt die tot twaalf maanden. Wanneer zich een belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid voordoet na de neerlegging van de informatienota, zal een aanvulling moeten worden gepubliceerd (zie ter zake voornoemd artikel 15). Als de duur van de openbare aanbieding meer dan twaalf maanden bedraagt, zal de informa- tienota overigens niet meer geldig zijn en zal dus een nieuwe informatienota bij de FSMA moeten worden neergelegd en beschikbaar worden gesteld van de beleggers conform de bepalingen van dit ontwerp (zie voornoemd artikel 17). TITEL IV Bemiddeling De bemiddeling in het kader van aanbiedingen aan het publiek wordt niet door de prospectusverordening gereglementeerd en werd evenmin door de prospec- tusrichtlijn gereglementeerd. Het gaat daar immers om een regel die betrekking heeft op de verhandeling van aangeboden instrumenten en niet om informatie die aan de beleggers moet worden verstrekt. Het begrip”bemiddeling” wordt gedefinieerd in artikel 4 van het ontwerp en verwijst naar “elke tussenkomst ten aanzien van beleggers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleggingsinstrumenten voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instelling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, recht- streeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling”. Die definitie sluit aan bij de definitie in artikel 13 van de wet van 16 juni 2006. Hier worden enkel de aanbiedingen aan het publiek en dus niet de toelatingen tot de verhandeling geviseerd. Het is de bedoeling eisen te stellen aan de manier waarop een aanbieding bij het publiek wordt geplaatst. Cet article précise que la FSMA détermine les moda- lités du dépôt de la note et de sa publication sur son site internet. Ce type d’habilitation, qui a trait à des aspects pratiques (format dans lequel la note d’information doit être transmise par exemple) ne paraît pas revêtir le caractère réglementaire auquel le Conseil d’État fait référence dans son avis et ne nécessite donc pas une publication au Moniteur belge. Sous-section IV Durée de validité Art. 19 Cet article précise la durée de validité de la note d’in- formation et limite celle-ci à douze mois. En cas de fait nouveau significatif ou d’erreur ou inexactitude substan- tielle survenant après le dépôt de la note d’information, un supplément devra être publié (voy. sur ce point l’art. 15 ci-dessus). Par ailleurs, au cas où l’offre au public se prolonge plus de douze mois, la note d’information ne sera plus valide et une nouvelle note d’information devra donc être déposée auprès de la FSMA et mise à la disposition des investisseurs conformément aux dispositions du présent projet (voy. l’art. 17 ci-dessus). TITRE IV Intermédiation L’intermédiation dans le cadre des offres au public n’est pas réglementée par le règlement prospectus et ne l’était déjà pas par la directive prospectus. Il s’agit en effet là d’une règle qui a trait à la commercialisation des instruments offerts et non à l’information devant être fournie aux investisseurs. Une définition de l’intermédia- tion figure à l’article 4 du présent projet; on désigne par là “toute intervention, même temporaire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l’égard d’investis- seurs dans le placement d’instruments de placement pour le compte de l’offreur ou de l’émetteur, contre rémunération ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé directement ou indirectement par l’offreur ou l’émetteur”. Cette définition est similaire à celle qui est reprise à l’article 13 de la loi du 16 juin 2006. Seules les offres au public sont visées et non les admissions à la négociation. Il s’agit en effet de poser des exigences quant à la manière dont une offre sera placée dans le public. 34 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 De wet van 16 juni 2006 (zoals voorheen de wet van 22 april 2003) regelt al de bemiddeling in het kader van aanbiedingen aan het publiek en bevat een limitatieve opsomming van de categorieën van personen die die activiteit mogen verrichten. Omwille van haar nut in het kader van de beleggers- bescherming, stelt de Regering voor om deze regle- mentering te behouden om die beleggersbescherming op hetzelfde niveau te kunnen handhaven. Met uitzondering van een element (zie hieron- der) neemt het ontwerp de regeling van de wet van 16 juni 2006 over. De overwegingen in de memorie van toelichting bij de wet van 16 juni 2006 en de wet van 22 april 2003 gelden mutatis mutandis dus ook voor dit ontwerp. Bijgevolg wordt er bijvoorbeeld steeds van uitgegaan dat de door Euronext met toepassing van haar marktregels uitgevoerde centralisatieverrichtingen geen bemiddeling vormen. Behalve de bepaling over vastgoedmakelaars (zie hieronder) treden de bepalingen van deze titel op 21 juli 2019 in werking. HOOFDSTUK I Toepassingsgebied Art. 20 Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van de regels inzake bemiddeling. Die regels zijn van toepas- sing op elke plaatsing van beleggingsinstrumenten op Belgisch grondgebied, met uitzondering van: — de plaatsing van beleggingsinstrumenten in het kader van een aanbieding die uitsluitend tot gekwali- ficeerde beleggers is gericht, of een aanbieding die is gericht tot minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn. Te noteren valt dus dat de regels inzake bemiddeling mogelijk zullen worden toegepast in gevallen waarin de prospectusre- geling of de regeling inzake de informatienota niet van toepassing zijn (zie in het bijzonder de in artikel 1, lid 2 en 4, c) tot j), van de prospectusverordening vermelde uitzonderingen); — de plaatsing van door instellingen voor collectieve belegging uitgegeven beleggingsinstrumenten, onge- acht of die door de wet van 3 augustus 2012 of door de wet van 19 april 2014 worden beheerst. Beide wetten be- vatten immers specifieke bepalingen over bemiddeling; La loi du 16 juin 2006 (tout comme avant elle la loi du 22 avril 2003) réglemente déjà l’intermédiation dans le cadre des offres au public et énumère de manière limi- tative les catégories de personnes habilitées à exercer à cette activité. Cette réglementation étant utile à la protection des investisseurs, le Gouvernement propose de la maintenir afin de conserver le même niveau de protection des investisseurs. A l’exception d’un élément (voy. infra), le projet reprend le régime de la loi du 16 juin 2006. Les consi- dérations reprises dans l’exposé des motifs de la loi du 16 juin 2006 et de la loi du 22 avril 2003 valent donc également mutatis mutandis pour le présent projet. De ce fait, on considère donc par exemple toujours que les opérations de centralisation effectuées par Euronext en application de ses règles de marché ne constituent pas de l’intermédiation. A l’exception de la disposition relative aux agents immobiliers (voy. infra), les dispositions du présent titre entrent en vigueur le 21 juillet 2019. CHAPITRE IER Champ d’application Art. 20 Cet article définit le champ d’application des règles en matière d’intermédiation. Celles-ci s’appliquent à tout placement d’instruments de placement effectué sur le territoire belge, à l’exclusion: — du placement d’instruments de placement dans le cadre d’une offre adressée uniquement à des inves- tisseurs qualifiés ou d’une offre adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés. On notera donc que les règles sur l’intermédiation sont susceptibles de s’appliquer dans des cas de figure où le régime du prospectus ou de la note d’information ne sont pas applicables (voy. notamment les exceptions prévues à l’article 1er, para- graphes 2 et 4, c) à j), du règlement prospectus); — du placement d’instruments de placement émis par des organismes de placement collectif, que ceux- ci soient régis par la loi du 3 août 2012 ou la loi du 19 avril 2014. Ces deux lois contiennent en effet des dispositions particulières en matière d’intermédiation; 35 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 — de plaatsing van beleggingsinstrumenten, indien die ook een activiteit is die onder de toepassing van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar valt. Die wet behoudt immers aan de vastgoedmakelaars de uitoefening van de activiteit voor die erin bestaat om “voor rekening van derden bepalende bijstand te verlenen met het oog op het tot stand komen van een overeenkomst van verkoop, aankoop, ruil, verhuring of overdracht van onroerende goederen, onroerende rechten of handels- fondsen”. Gelet op de erg ruime inhoud van het begrip “beleggingsinstrument”, dat met name ook op bepaalde onroerende goederen kan slaan, moet een regeling worden getroffen voor de gelijktijdige toepassing van het in deze wet bedoelde bemiddelingsmonopolie en van de wet van 11 februari 2013. Het ontwerp verduidelijkt in dat verband dat de regels inzake bemiddeling waarin het voorziet, niet zullen gelden voor de activiteiten die onder de toepassing vallen van voornoemde wet van 11 februari 2013. Het zal de vastgoedmakelaars dus zijn toegestaan om, ondanks deze bepalingen, hun activiteiten te verrichten met betrekking tot onroerende goederen die beleggingsinstrumenten vormen. Dit probleem werd niet geregeld in het kader van de wet van 16 juni 2006, wat voor rechtsonzekerheid zorgde. De Regering is van oordeel dat de hier voorgestelde oplossing de meest aangewezen is, vooral gelet op de specifieke kenmerken van de vastgoedmarkt en het feit dat het beroep van vastgoedmakelaar specifiek voor die markt is georganiseerd, en aan eigen regels en een eigen toezicht is onderworpen. Ook in dat geval is de beleggersbescherming dus gegarandeerd. Deze nieuwigheid zal worden toegepast vanaf de tiende dag na de bekendmaking van de nieuwe wet in het Belgisch Staatsblad (zie art. 104 van het ontwerp). Er wordt dus op gewezen dat het toepassingsgebied van de regels inzake bemiddeling hetzelfde is als het door de wet van 16  juni  2006 vastgestelde toepas- singsgebied, behalve inzake voornoemde uitzondering voor de aan de vastgoedmakelaars voorbehouden activiteiten. HOOFDSTUK II Bemiddelingsmonopolie Art. 21 Dit artikel is geënt op artikel 56  van de wet van 16 juni 2006: wanneer een aanbieder of een uitgevende instelling een beroep wenst te doen op een bemiddelaar die een vergoeding ontvangt voor de plaatsing van zijn/ haar aanbieding, moet hij/zij die kiezen uit de lijst van bemiddelaars die vervat zit in dit artikel. — du placement d’instruments de placement, si ce placement constitue également une activité tombant dans le champ d’application de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d’agent immobilier. Cette loi réserve en effet aux agents immobiliers l’exercice de l’activité consistant à, “pour le compte de tiers, prêter une assistance déterminante en vue de réaliser un contrat de vente, d’achat, d’échange, de location ou de cession de biens immobiliers, droits immobiliers ou fonds de commerce”. Vu le contenu très large de la notion d’instrument de placement, qui peut notamment inclure certains biens immobiliers, la question de l’appli- cation concurrente du monopole d’intermédiation prévu par la présente loi et de la loi du 11 février 2013 doit être réglée. Le projet précise à cet égard que les règles sur l’intermédiation qu’il prévoit ne s’appliqueront pas aux activités tombant dans le champ d’application de la loi du 11 février 2013 précitée. Les agents immobiliers seront donc autorisés à exercer leurs activités en ce qui concerne les biens immobiliers constituant des instru- ments de placement, nonobstant les présentes disposi- tions. Cette question n’était pas réglée sous l’empire de la loi du 16 juin 2006, ce qui donnait lieu à une incertitude juridique. Le Gouvernement est d’avis que la solution proposée ici est la plus indiquée, considérant en parti- culier les spécificités du marché immobilier et le fait que la profession d’agents immobiliers est spécifiquement organisée pour ce marché et est soumise à des règles et une supervision qui lui sont propres. La protection des investisseurs est donc également assurée dans ce cas de figure. Cette nouveauté s’appliquera à compter du dixième jour suivant la publication de la loi nouvelle au Moniteur belge (voy. l’art. 104 du projet). On retiendra donc que le champ d’application des règles sur l’intermédiation est identique à celui qui était établi par la loi du 16 juin 2006, excepté en ce qui concerne l’exception susmentionnée pour les activités réservées aux agents immobiliers. CHAPITRE II Monopole d’intermédiation Art. 21 Cet article est calqué sur l’article 56 de la loi du 16 juin 2006: lorsqu’un offreur ou un émetteur désire faire appel à un intermédiaire rémunéré pour le place- ment de son offre, il doit le choisir dans la liste figurant au présent article. 36 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Bedoeling van dat monopolie is de beleggers een passende bescherming te bieden. Voor de in artikel 21 bedoelde bemiddelaars gelden immers specifieke gedragsregels in het kader van de financiële diensten die zij verstrekken. De wet legt geenszins een verplichting op om, voor de plaatsing van een aanbieding, een beroep te doen op bemiddelaars: de aanbieder of de uitgevende instelling zou dus perfect zelf tot de plaatsing van zijn/haar aan- bieding bij het publiek kunnen overgaan, maar, als hij/ zij toch een beroep wil doen op een bemiddelaar, moet hij/zij die kiezen uit een aantal professionele bemidde- laars die aan een toezichtsregeling en gedragsregels zijn onderworpen. Verder wordt opgemerkt dat het, net als nu, ook is toegestaan een beroep te doen op een verlener van alternatieve-financieringsdiensten (alternatieve-finan- cieringsplatform of gereglementeerde onderneming die deze activiteit verricht). Bedoeling van deze mogelijkheid is de plaatsing van kleinschalige offertes via bemidde- laars te vergemakkelijken. De aanbieder of de uitgevende instelling die de hoe- danigheid van gereglementeerde onderneming heeft in de zin van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, mag die taak ook aan een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten toevertrouwen. Daarnaast mag de uitgevende instelling of de aanbieder ook een beroep doen op een met haar/ hem verbonden onderneming, indien de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming is gericht. TITEL V Reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting Deze titel betreft de regeling die van toepassing is op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling (ongeacht of het daarbij gaat om een gereglementeerde markt dan wel om een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning aangeduide MTF), die op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tus- senpersonen worden verspreid. Het begrip “reclame” wordt in artikel 2, k), van de prospectusverordening gedefinieerd. Die definitie wordt, qua beginsel, in artikel 4 van het ontwerp overgenomen. Ook de andere documenten en berichten die betrekking Ce monopole vise à offrir une protection adéquate aux investisseurs. Les intermédiaires visés à l’article 21 sont en effet soumis à des règles de conduite spécifiques dans le cadre des services financiers qu’ils fournissent. La loi n’impose nullement le recours à des inter- médiaires pour le placement d’une offre: l’offreur ou l’émetteur pourrait parfaitement procéder lui-même au placement de son offre au public, mais s’il souhaite recourir à un intermédiaire, il doit le choisir parmi un certain nombre de professionnels soumis à un contrôle et à des règles de conduite. On notera par ailleurs que, comme actuellement, le recours à un prestataire de services de financement alternatif (plateforme de financement alternatif ou entre- prise règlementée exerçant cette activité) est également autorisé. Cette faculté vise à faciliter le placement des offres de petite taille via des intermédiaires. L’offreur ou l’émetteur qui a la qualité d’entreprise règlementée au sens de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en services bancaires et en services d’investissement et à la distribution d’instruments financiers est également autorisé à confier cette tâche à un intermédiaire en services bancaires ou en services d’investissement. Le recours à une entreprise liée à l’émetteur ou à l’offreur est également autorisé, pour le cas où l’offre s’adresse aux membres de son personnel. TITRE V Communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l’opération Le présent titre est relatif au régime applicable en ce qui concerne les communications à caractère promo- tionnel et les autres documents et avis qui se rapportent à l’offre au public ou à l’admission à la négociation (que ce soit sur un marché réglementé ou sur un MTF désigné par le Roi en application de l’article 10, § 1er, 3°), qui sont diffusés à initiative de l’émetteur, de l’offreur, de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou des intermédiaires désignés par ceux-ci. Le concept de communication à caractère promotion- nel est défini à l’article 2, k) du règlement prospectus. Cette définition est reprise dans son principe à l’article 4 du projet. Sont par ailleurs visés les autres documents 37 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 hebben op de verrichting, maar niet aan de definitie van reclame voldoen, worden – in geviseerd, en dit in het verlengde van de huidige regeling. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing vanaf 21 juli 2019. Er wordt echter bepaald dat artikel 60 van de wet van 16 juni 2006 (over het a-prioritoezicht door de FSMA) vanaf 21 juli 2018 niet meer van toepassing is op de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhandeling die aanleiding geven tot de publi- catie van een informatienota (zie de toelichting bij art. 104 hieronder). Art. 22en 23 Artikel 22 van het ontwerp verduidelijkt dat deze titel van toepassing is op de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhandeling die betrekking hebben op beleggingsinstrumenten, met uitzondering van de aanbiedingen aan het publiek en de toelatin- gen tot de verhandeling waarvoor geen prospectus of informatienota moet worden gepubliceerd, alsook – een nieuwigheid die door dit ontwerp wordt ingevoerd gelet op het in hoofdzaak professionele karakter van die verrichtingen – op de toelatingen tot de verhande- ling op een gereglementeerde markt of een MTF van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van tenminste 100 000 euro. Artikel 23 van het ontwerp bepaalt echter dat het de Koning, op dezelfde manier als thans het geval is (zie art. 57/1 van de wet van 16 juni 2016), is gemachtigd om de in deze titel be- doelde regeling volledig of gedeeltelijk van toepassing te verklaren op aanbiedingen van beleggingsinstru- menten aan het publiek waarop de regeling inzake het prospectus of de informatienota niet van toepassing is. Die machtiging heeft concreet gestalte gekregen bij het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepaalde informatieverplichtingen bij de commercialisering van financiële producten bij niet-professionele cliënten, dat van toepassing blijft zonder dat zijn huidige toepas- singsgebied wordt gewijzigd. De regeling van deze titel geldt dus voor de aanbie- dingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhan- deling waarvoor een prospectus of een informatienota moet worden gepubliceerd, (met uitzondering van de toelatingen die betrekking hebben op beleggingsinstru- menten met een nominale waarde per eenheid van meer dan 100 000 euro), alsook voor de andere verrichtingen als bedoeld in het koninklijk besluit van 25 april 2014. Te noteren valt dat de Koning, op grond van die machtiging, ook het toepassingsgebied van titel VI (aansprakelijkheid), boek IV (toezicht) en de artikelen 33 en 34 (strafrechtelijke sancties) kan uitbreiden, op et avis se rapportant à l’opération qui ne correspondent pas à la définition des communications à caractère pro- motionnel et ce, dans le prolongement du régime actuel. Les dispositions du présent titre s’appliquent à comp- ter du 21 juillet 2019. Il est toutefois prévu que l’article 60 de la loi du 16 juin 2006 (relatif au contrôle a priori de la FSMA) ne s’applique plus à compter du 21 juillet 2018 en ce qui concerne les offres au public et les admissions à la négociation donnant lieu à la publication d’une note d’information (voy. infra le commentaire de l’art. 104). Art. 22 et 23 L’article 22 du projet précise que le champ d’applica- tion du présent titre s’étend aux offres au public et aux admissions à la négociation portant sur des instruments de placement, à l’exception des offres au public et des admissions à la négociation qui ne nécessitent pas la publication d’un prospectus ou d’une note d’information, ainsi que – nouveauté introduite par le présent projet en raison du caractère principalement professionnel de ces opérations – des admissions à la négociation sur un marché réglementé ou un MTF d’instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s’élève au moins à 100 000 euros. Toutefois, l’article 23 du projet précise que le Roi est, de la même manière qu’actuel- lement (voy. l’article 57/1 de la loi du 16 juin 2006), habilité à appliquer tout ou partie du régime du présent titre à des offres au public d’instruments de placement pour lesquelles le régime du prospectus ou de la note d’information n’est pas applicable. Cette habilitation a été exécutée par l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en matière d’information lors de la commercialisation de produits financiers auprès des clients de détail, lequel reste en vigueur sans que son champ d’application actuel ne soit modifié. Le régime du présent titre s’étend donc aux offres au public et aux admissions à la négociation qui nécessitent la publication d’un prospectus ou d’une note d’informa- tion (à l’exception des admissions portant sur des ins- truments de placement dont la valeur nominale unitaire est supérieure à 100 000 euros), ainsi qu’aux autres opérations visées par l’arrêté royal du 25 avril 2014. A noter que l’habilitation permet également au Roi d’élargir le champ d’application du titre VI (respon- sabilité), du livre IV (contrôle) et des articles 33  et 34 (sanctions pénales), selon la même logique que 38 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 dezelfde wijze als de bepalingen over reclame. Dit aspect van de machtiging strekt ertoe een efficiënte bestraffing mogelijk te maken van de niet-naleving van de bepalingen van deze titel, die zelf van toepassing zullen zijn verklaard. De toepasselijke regeling zit vervat in artikel 22 van de prospectusverordening. De inhoudelijke vereisten waaraan de reclame moet voldoen, worden toegelicht in paragrafen 2 tot 4 van artikel 22. Die bepalingen zullen worden verduidelijkt aan de hand van technische regu- leringsnormen die door de Commissie zullen worden vastgesteld op advies van ESMA (zie art. 22, lid 9, van de prospectusverordening). Die bepalingen zullen vanaf 21 juli 2019 in België van toepassing zijn en zij zullen vanaf die datum de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 april 2014 over de inhoud van reclame vervangen (zie de artikelen 11 tot 25 van dat koninklijk besluit), voor zover die van toepassing zijn op de verhandeling van beleggingsinstrumenten6. Te noteren valt dat de draagwijdte van de regeling van artikel 22 van de prospectusverordening op ver- schillende punten door het ontwerp wordt uitgebreid: — wat de betrokken instrumenten betreft: hier wor- den niet enkel de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhandeling van effecten maar ook van andere beleggingsinstrumenten geviseerd. Om redenen van coherentie en om een level playing field te garanderen voor alle instrumenten waarop de prospec- tuswetgeving van toepassing is, wenst de Regering de toepassing van de reclameregeling van de prospectus- verordening uit te breiden tot de beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn; — wat de soorten verrichtingen betreft: hier wor- den ook de aanbiedingen aan het publiek geviseerd waarvoor geen prospectus moet worden gepubliceerd krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van de prospectusver- ordening, en de toelatingen tot de verhandeling op een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, van het ontwerp door de Koning aangeduide MTF; — wat de omvang van de aanbieding betreft: hier worden ook de aanbiedingen aan het publiek geviseerd waarvan de tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de prospectusplicht, en waarvoor de regeling van de informatienota geldt. 6 Ter zake moet worden genoteerd dat, ingevolge het dwingende karakter en de rechtstreekse uitwerking van de prospectusverordening, de artikelen 11 tot 25 van het koninklijk besluit van 25 april 2014 sowieso vanaf 21 juli 2019 ophouden op de effecten van toepassing te zijn. les dispositions relatives à la publicité. Cet aspect de l’habilitation est prévu en vue d’assurer une sanction efficace du non respect des dispositions du présent titre qui auront, elles-mêmes, été rendues applicables. Le régime applicable est constitué de l’article 22 du règlement prospectus. Les exigences de contenu aux- quelles doivent répondre les publicités sont précisées par les paragraphes 2 à 4 de l’article 22. Ces disposi- tions seront précisées par des normes techniques de règlementation adoptées par la Commission sur avis d’ESMA (voy. l’art. 22, paragraphe 9 du règlement). Ces dispositions s’appliqueront en Belgique à compter du 21 juillet 2019 et remplaceront à cette date les disposi- tions de l’arrêté royal du 25 avril 2014 qui concernent le contenu des publicités (voy. les art. 11 à 25 de cet arrêté royal) en ce que ces dernières s’appliquent à la commercialisation d’instruments de placement6. On notera que la portée du régime de l’article 22 du règlement prospectus est étendue sur plusieurs plans par le projet: — en ce qui concerne les instruments concernés: on vise ici non seulement les offres et les admissions portant sur des valeurs mobilières mais aussi sur d’autres instruments de placement. Pour des raisons de cohérence et afin d’assurer un level playing field pour l’ensemble des instruments soumis à la législation prospectus, le Gouvernement souhaite en effet étendre l’application du régime du règlement prospectus en matière de publicité aux instruments de placement qui ne constituent pas des valeurs mobilières; — en ce qui concerne le type d’opération: on vise également ici les offres au public ne nécessitant pas la publication d’un prospectus en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du règlement prospectus, ainsi que les admissions à la négociation sur un MTF désigné par le Roi en application de l’article 10, § 1er, 3° du projet; — en ce qui concerne la taille de l’offre: on vise également ici les offres au public dont le montant est inférieur au seuil de l’obligation de prospectus, et qui sont soumises au régime de la note d’information. 6 On notera sur ce point qu’en raison du caractère obligatoire et de l’effet direct du règlement prospectus, les articles 11 à 25 de l’arrêté royal du 25 avril 2014 cesseront de toute manière de s’appliquer en ce qui concerne les valeurs mobilières à compter du 21 juillet 2019. 39 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 De reclame en de andere documenten en berichten die worden verspreid in het kader van verrichtingen waarvoor geen prospectus moet worden gepubliceerd, of waarvoor de regeling van de informatienota geldt, hoeven daarentegen niet vooraf door de FSMA te wor- den goedgekeurd (zie in dat verband de commentaar bij artikel 24). Te noteren valt dat de verrichtingen waarvoor geen prospectusplicht geldt, ook in de huidige regeling niet aan de regeling inzake de voorafgaande goedkeu- ring zijn onderworpen (zie art. 9, § 3, van het koninklijk besluit van 25 april 2014). In verband met de verrichtin- gen waarvoor de regeling van de informatienota geldt, is de Regering van oordeel dat een dergelijk vereiste, gelet op de beperkte omvang van die verrichtingen en het feit dat de informatienota niet door de FSMA moet worden goedgekeurd vóór zij wordt gepubliceerd, niet verantwoord zou zijn in de context van dit ontwerp. Deze regeling maakt het mogelijk om, voor de ver- richtingen zonder prospectus, een aantal vereisten op te leggen die in verhouding staan tot de doelstelling om een passende beleggersbescherming te garanderen. Art. 24 Dit artikel neemt het bepaalde van artikel 60 van de wet van 16 juni 2006 over en stelt de voorafgaande goedkeuring door de FSMA verplicht voor de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op de aanbiedingen aan het publiek en de toe- latingen tot de verhandeling waarvoor een prospectus moet worden opgesteld. Krachtens artikel 22, lid 6, van de prospectusverorde- ning is het de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de reclame wordt verspreid, die bevoegd is om te controle- ren of de reclameactiviteiten aan de wettelijke vereisten voldoen. Net als in het kader van de prospectusrichtlijn bestaat ook hier geen paspoortregeling voor reclame. Die controle zal moeten worden uitgevoerd conform de bepalingen van artikel 22, lid 6, van de prospectusver- ordening. Overigens belast artikel 22, lid 10, ESMA met de ontwikkeling, ten behoeve van de bevoegde autori- teiten van de verschillende lidstaten, van richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de controle op de reclame. Er is geen gevolg gegeven aan de opmerking van de Raad van State over dit artikel: de betrokken bepaling, die praktische modaliteiten betreft, lijkt geen reglemen- tair karakter te hebben in de zin van de intepretatie van de Raad van State. Les communications à caractère promotionnel et les autres documents et avis diffusés dans le cadre des opérations exemptées de prospectus ou soumises au régime de la note d’information ne sont par contre pas soumis au régime de l’approbation préalable par la FSMA (sur ce point, voy. ci-dessous le commentaire de l’article 24). On notera que déjà dans le régime actuel, les opérations ne nécessitant pas la publication d’un prospectus ne sont pas soumises à ce régime d’appro- bation préalable (voy. l’art. 9, § 3, de l’arrêté royal du 25 avril 2014). Pour ce qui des opérations assujetties au régime de la note d’information, le Gouvernement est d’avis que, considérant leur petite taille et le fait que la note d’information ne doit pas être approuvée par la FSMA préalablement à sa publication, une telle exigence ne se justifierait pas dans le contexte du présent projet. Ce régime permet de poser, pour les opérations sans prospectus, un certain nombre d’exigences proportion- nées à l’objectif de protection des investisseurs. Art. 24 Cet article reprend le prescrit de l’article 60 de la loi du 16 juin 2006 et soumet les communications à carac- tère promotionnel et les autres documents et avis qui se rapportent à une offre au public ou à une admission à la négociation pour laquelle un prospectus doit être rédigé à l’approbation préalable de la FSMA. En vertu de l’article 22, paragraphe 6, du règle- ment prospectus, c’est l’autorité compétente de l’État membre où les communications à caractère promotion- nel sont diffusées qui est habilitée à contrôler la confor- mité de celle-ci avec les exigences légales. Comme sous l’empire de la directive prospectus, il n’existe pas de régime de passeport pour les communications à caractère promotionnel. Ce contrôle devra être effectué conformément aux dispositions de l’article 22, paragraphe 6, du règlement prospectus. Par ailleurs, l’article 22, paragraphe 10, charge ESMA d’élaborer des orientations et recom- mandations adressées aux autorités compétentes des différents États membres concernant le contrôle exercé sur la publicité. Il n’a pas été donné suite au commentaire du Conseil d’État concernant cet article: la disposition concernée, qui a trait à des modalités pratiques, ne paraît pas revêtir de caractère règlementaire au sens où l’entend le Conseil d’État. 40 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL VI Aansprakelijkheid Art. 25 De bepalingen van deze titel handelen over de bur- gerlijke aansprakelijkheid voor de publicatie van een prospectus of een informatienota, alsook voor de ver- spreiding van reclame. Zij leggen in het bijzonder artikel 11 van de prospectusverordening ten uitvoer. Logischerwijze is zijn toepassingsgebied beperkt tot de aanbiedingen aan het publiek waarvoor een prospec- tus of een informatienota moet worden gepubliceerd. Ter zake wordt echter opgemerkt dat artikel 23 de Koning machtigt om het toepassingsgebied van deze titel, paral- lel met de reclameregeling, uit te breiden tot bepaalde aanbiedingen waarvoor de regeling van het prospectus of de informatienota niet geldt (zie hierboven). In dit verband wordt verwezen naar artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepa alde inf ormatieverplichtingen bij de comm ercialisering van financiële producten bij niet-professionele cliënten. De bepalingen van deze titel zullen vanaf 21 juli 2019 van toepassing zijn, behalve de regeling in verband met de verantwoordelijkheid voor de informatienota, die vanaf 21 juli 2018 van toepassing zal zijn. Art. 26 Dit artikel neemt het bepaalde over van artikel 61 van de wet van 16 juni 2006, waarbij een specifieke regeling wordt ingevoerd in verband met de aansprakelijkheid voor de informatienota. Bij de identificatie van de per- sonen die verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de inhoud van de informatienota, wordt dezelfde bena- dering gehanteerd als inzake reclame. Die verschillende benadering van de informatienota en het prospectus is verantwoord in het licht van de specifieke kenmerken van de informatienota en in het bijzonder van het feit dat zij niet vooraf door de FSMA moet worden goedgekeurd. Net als voorheen wordt een weerlegbaar vermoeden vastgesteld van een oorzakelijk verband tussen het ontbreken of het misleidende of onjuiste karakter van informatie en de door de beleggers geleden schade, wanneer dat ontbreken of dat misleidende of onjuiste karakter een positieve impact kan hebben op de aan- koopprijs van de beleggingsinstrumenten of een positief gevoel op de markt kan doen ontstaan. TITRE VI Responsabilité Art. 25 Les dispositions du présent titre traitent de la respon- sabilité civile attachée à la publication d’un prospectus ou d’une note d’information, ainsi qu’à la diffusion de documents promotionnels. Elles mettent notamment en oeuvre l’article 11 du règlement prospectus. De manière logique, son champ d’application est circonscrit aux offres au public pour lesquelles un pros- pectus ou une note d’information doit être publié. On notera toutefois sur ce point que l’article 23 habilite le Roi à élargir le champ d’application du présent titre, de manière parallèle au régime des publicités, à certaines offres pour lesquelles le régime du prospectus ou de la note d’information n’est pas applicable (voy. ci-dessus). On renvoie sur ce point à l’article 9, § 3, de l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en matière d’information lors de la commercialisation de produits financiers auprès de clients de détail. Les dispositions du présent titre s’appliqueront à compter du 21 juillet 2019, excepté en ce qui concerne le régime de responsabilité de la note d’information, qui s’appliquera à compter du 21 juillet 2018. Art. 26 Cet article reprend le prescrit de l’article 61 de la loi du 16 juin 2006, moyennant l’insertion d’un régime spécifique en ce qui concerne la responsabilité du fait de la note d’information. Le mode d’identification des personnes qui peuvent être tenues responsables du contenu de la note d’information suit la même approche que celui qui est appliqué en ce qui concerne les com- munications à caractère promotionnel. Cette différence d’approche entre la note d’information et le prospectus est justifiée par les caractéristiques spécifiques de la note d’information et en particulier par le fait que celle-ci ne fait pas l’objet d’une obligation d’obtenir l’approba- tion préalable de la FSMA. Comme auparavant, il est établi une présomption réfragable de lien de causalité entre l’absence, le carac- tère trompeur ou inexact des informations et le dom- mage subi par les investisseurs lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible d’influencer positivement le prix d’acquisition des ins- truments de placement ou de créer un sentiment positif dans le marché. 41 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Wat de informatienota betreft, valt te noteren dat dit vermoeden enkel van toepassing zal zijn als is vast- gesteld dat er sprake is van een zware fout of bedrog. Zoals eerder verduidelijkt, is de informatienota immers een informatiedocument waarvoor andere beginselen gelden dan voor het prospectus. De invoering van de regeling van de informatienota strekt ertoe ervoor te zorgen dat bepaalde aanbiedingen aan het publiek, waarvan de tegenwaarde ontoereikend is om de aan de opstelling van een prospectus verbonden lasten te recht- vaardigen, tot een goed einde kunnen worden gebracht op basis van een beknopt document, waarvan de inhoud exhaustief wordt vastgesteld in de wetgeving. Gelet op de nagestreefde beknoptheid, is het niet verantwoord om in alle gevallen te voorzien in een verantwoordelijk- heidsregeling die het vermoeden van een oorzakelijk verband omvat. Zo’n regeling zou er immers kunnen voor zorgen dat het document langer wordt, precies het tegenovergestelde van de nagestreefde doelstel- ling. De toepassing van een vermoedensregeling lijkt in specifieke gevallen echter wel gerechtvaardigd, wan- neer er sprake is van een opzettelijke fout (bedrog) of een grove nalatigheid (zware fout). Naar het oordeel van de Regering zou bijvoorbeeld van een zware fout kun- nen worden gesproken wanneer belangrijke informatie die expliciet door het schema van de informatienota is vereist, in de informatienota ontbreekt. Buiten de gevallen van bedrog of zware fout zullen de aansprakelijkheidsvorderingen met betrekking tot de inhoud van de informatienota dus door de gemeen- rechtelijke aansprakelijkheidsregels worden beheerst. In verband met de aansprakelijkheid voor de reclame (zie art. 26, § 5, van het ontwerp) wordt verduidelijkt dat de aansprakelijkheidsregeling, zoals thans het geval is, geldt voor de personen die de betrokken documen- ten hebben opgesteld of goedgekeurd, dan wel er de verantwoordelijkheid voor hebben genomen. Dat is de manier waarop de woorden “die op hun initiatief zijn gepubliceerd” moeten worden begrepen. TITEL VII Openbare mededelingen buiten het kader van een aanbieding aan het publiek Art. 27 Dit artikel neemt de bepalingen over van artikel 64 van de wet van 16 juni 2006, mits de nodige aanpassingen worden aangebracht ingevolge de invoering van de regeling van de informatienota. Il est à noter qu’en ce qui concerne la note d’informa- tion, cette présomption ne s’appliquera qu’à condition que la faute lourde ou le dol soit établi. Comme précisé ci-dessus, la note d’information est en effet un docu- ment d’information soumis à des principes différents de ceux qui régissent le prospectus. L’objectif poursuivi en introduisant le régime de la note d’information est de permettre que certaines offres au public, dont le montant ne justifie pas la charge représentée par la rédaction d’un prospectus, soient menées à bien sur la base d’un document concis, au contenu décrit de manière exhaustive dans la législation. Eu égard à cet objectif de concision, il ne se justifie pas de prévoir dans tous les cas un régime de responsabilité comprenant une présomption de lien de causalité. Un tel régime risquerait en effet de conduire à un allongement du document, à l’inverse de l’objectif poursuivi. L’application d’un régime de présomption paraît toutefois se justifier pour les cas particuliers dans lesquels on relève une faute intention- nelle (dol) ou une négligence grave (faute lourde). De l’avis du Gouvernement, on pourra par exemple parler de faute lourde lorsque des informations significatives expressément requises par le schéma de la note d’infor- mation ne sont pas reprises dans celle-ci. En dehors des cas de dol ou de faute lourde, les actions en responsabilité concernant le contenu de la note d’information seront donc régies par les règles du droit commun de la responsabilité. En ce qui concerne la responsabilité du fait de la publicité (voy. l’art. 26, § 5, du projet), on précise que le régime de responsabilité s’applique, comme actuelle- ment, en ce qui concerne les personnes qui ont rédigé, approuvé ou pris la responsabilité des documents concernés. C’est là la manière dont il convient de com- prendre les mots “publiés à leur initiative”. TITRE VII Communications publiques en dehors du cadre d’une offre au public Art. 27 Cet article reprend, moyennant les adaptations nécessaires suite à l’introduction du régime de la note d’information, les dispositions de l’article 64 de la loi du 16 juin 2006. 42 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Het ontwerp verbiedt eenieder om een openbaar voorstel te doen dat ertoe strekt informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven beleggings- instrumenten die al dan niet het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbieding aan het publiek, behalve wanneer die informatie of raad betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken of hebben uitgemaakt van een regelmatige aanbieding aan het publiek in België. Dergelijke praktijken zijn im- mers pogingen om de prospectusplicht te omzeilen, en zijn ook al binnen de huidige regeling niet toegestaan. Dit artikel zal op 21 juli 2019 in werking treden, met uitzondering van het eerste lid, 4°, dat betrekking heeft op de informatienota en dus vanaf 21 juli 2018 in werking zal treden. BOEK III BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBETAALBARE GELDEN Art. 28 Dit artikel neemt de tekst van artikel 68bis van de wet van 16  juni  2006 integraal over. De geldende regeling inzake het beroep op het publiek voor terug- betaalbare gelden blijft dus behouden zonder door dit ontwerp te worden gewijzigd. Het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het openbaar karakter van de wer- ving van terugbetaalbare gelden, behoudt zijn wettelijke grondslag en wordt dus gehandhaafd. De formulering van dit artikel is aangepast overeen- komstig de opmerking van de Raad van State. BOEK IV TOEZICHT TITEL I Bevoegdheden van de FSMA Art. 29 Artikel 32  van de prospectusverordening bevat een opsomming van de verschillende bevoegdheden waarover de bevoegde autoriteiten van de verschil- lende lidstaten minstens moeten beschikken om op de toepassing ervan toe te zien. Dat artikel van de prospectusverordening vereist de goedkeuring door de lidstaten van specifieke uitvoeringsmaatregelen, waarin dit artikel voorziet. Le projet interdit à toute personne de faire toute pro- position publique tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de ren- seignements ou conseils relatifs à des instruments de placement créés ou non qui font ou feront l’objet d’une offre au public ou non, sauf si ces renseignements ou conseils portent sur des instruments de placement qui font ou ont fait l’objet d’une offre au public régulière en Belgique. De telles pratiques constituent en effet des tentatives d’éluder l’obligation de publier un prospectus et ne sont déjà pas admises dans le régime actuel. Cet article entrera en vigueur le 21  juillet  2019, excepté en ce qui concerne son alinéa 1er, 4°, qui a trait à la note d’information, et qui sera donc en vigueur dès le 21 juillet 2018. LIVRE III DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE DE FONDS REMBOURSABLES Art. 28 Cet article reprend intégralement le texte de l’article 68bis de la loi du 16 juin 2006. Le régime applicable en matière d’appel au public en matière de fonds rem- boursables est donc maintenu sans modification par le présent projet. L’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère public de la sollicitation de fonds rembour- sables conserve sa base légale et est donc maintenu. La formulation de cet article a été adaptée suite à la remarque du Conseil d’État. LIVRE IV CONTRÔLE TITRE IER Pouvoirs de la FSMA Art. 29 L’article 32 du règlement prospectus énumère divers pouvoirs dont doivent au moins disposer les autorités compétentes des divers États membres pour veiller à son application. Cet article du règlement nécessite l’adoption par les États membres de mesures spé- cifiques de mise en œuvre, qui sont prévues par la présente disposition. 43 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Aangezien de in de prospectusverordening opge- somde bevoegdheden kunnen worden uitgebreid of aangevuld, wordt voorgesteld om er de bevoegdheden aan toe te voegen die op dit moment in de wet van 16 juni 2006 zijn vervat, maar niet aan bod komen in de prospectusverordening. Het is bijvoorbeeld als ge- volg daarvan dat de mogelijkheid behouden blijft voor de FSMA om de aanbieder, de uitgevende instelling, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij van oordeel is dat een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling gebeurt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden. Wat specifiek de actiemiddelen van de FSMA betreft met betrekking tot de aanbiedingen aan het publiek waarvoor de regeling van de informatienota geldt, wordt het volgende verduidelijkt. Zoals eerder onderstreept, moet de informatienota niet door de FSMA worden goedgekeurd vóór ze wordt verspreid. Het door de FSMA uitgeoefende toezicht zal dus uitsluitend de vorm aannemen van een a-posterioricontrole. Het is de FSMA krachtens het ontwerp, met andere woorden, niet toegestaan te eisen dat specifieke informatie in de in- formatienota wordt opgenomen vóór ze wordt gespreid, zoals dat wel kan voor het prospectus. De FSMA zal echter wel kunnen eisen dat in een reeds verspreide informatienota bepaalde informatie wordt opgenomen als die informatienota niet aan de wettelijke of reglemen- taire vereisten voldoet: dat is de manier waarop artikel 29, § 1, a), van het ontwerp over de informatienota moet worden geïnterpreteerd. Daarnaast zal de FSMA een aanbieding aan het publiek ook kunnen opschorten of verbieden – in voorkomend geval op straffe van een dwangsom – indien zij bijvoorbeeld zou vaststellen dat de informatienota de wettelijk vereiste informatie niet bevat. Bovendien zal zij elke overtreder administratieve geldboetes kunnen opleggen (wat de administratieve geldboetes en de dwangsommen betreft, zie hieronder). Te noteren valt dat de bepalingen van dit artikel wor- den aangevuld door artikel 37 van de prospectusveror- dening over de conservatoire maatregelen die kunnen worden genomen wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst onregelmatigheden vaststelt in verband met een verrichting die in het kader van paspoortregeling voor prospectussen is uitgevoerd. Etant donné que les pouvoirs énumérés dans le règle- ment prospectus peuvent être renforcés ou complétés, il est proposé d’y ajouter ceux prévus actuellement dans la loi du 16 juin 2006 qui ne sont pas repris dans le règlement prospectus. C’est ainsi par exemple que la possibilité pour la FSMA d’enjoindre l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou leurs intermédiaires de prendre certaines mesures au cas où une offre au public ou une admission se fait dans des conditions qui peuvent induire le public en erreur est maintenue. En ce qui concerne spécifiquement les moyens d’action de la FSMA en ce qui concerne les offres au public pour lesquelles le régime de la note d’information s’applique, on précise ce qui suit. Comme souligné ci- dessus, la note d’information ne doit pas être approuvée par la FSMA préalablement à sa diffusion. Le contrôle exercé par la FSMA prendra donc exclusivement la forme d’un contrôle a posteriori. En d’autres termes, le projet de loi ne permet pas à la FSMA d’exiger l’inclusion d’informations particulières dans la note d’information avant que celle-ci puisse être diffusée, comme cela est prévu pour le prospectus. Par contre, la FSMA pourra exiger l’inclusion d’informations particulières dans une note d’information déjà diffusée si cette dernière ne répond pas aux exigences légales ou règlemen- taires: c’est là la manière dont il convient d’interpréter l’article 29, § 1er, a,) du projet en ce qui concerne la note d’information. De même, elle pourra suspendre ou interdire une offre au public – le cas échéant sous peine d’astreinte – au cas où elle constaterait par exemple que la note d’information ne reprend pas les informations exigées par la loi. Par ailleurs, elle pourra imposer des amendes administratives à tout contreve- nant (concernant les amendes administratives et les astreintes, voy. infra). On notera que les dispositions du présent article sont complétées par l’article 37 du règlement prospectus, relatif aux mesures conservatoires qui peuvent être prises lorsque l’autorité compétente de l’État membre d’accueil constate des irrégularités dans une opération menée sous le couvert du régime de passeport du prospectus. 44 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL II Administratieve maatregelen en sancties Art. 30 en 31 Krachtens artikel 30, § 1, kan de FSMA elke persoon op wie de bepalingen van de wet of de ter uitvoering er- van genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, een termijn opleggen waarbinnen hij zich aan die bepalingen dient te conformeren. Indien de betrokken persoon in gebreke blijft, kan de FSMA haar standpunt openbaar maken en/of de betrokkene de betaling van een dwangsom opleggen. Deze voorschriften vullen dus de in artikel 29 vastgestelde specifieke aanmaningsbe- voegdheden van de FSMA aan. Artikel 30, § 2, en artikel 31 nemen de bepalingen van de artikelen 71 en 72 van de wet van 16 juni 2006 over en stellen de FSMA in staat om administratieve geldboetes op te leggen wanneer zij een inbreuk vaststelt. De dwangsommen en geldboetes worden opgelegd conform de in de wet van 2 augustus 2002 vastgestelde procedure. Ook wordt verduidelijkt dat tegen die maat- regelen beroep kan worden ingesteld bij het Marktenhof als bedoeld in artikel 121 van deze wet. Het ontwerp beantwoordt dus aan de door de Raad van State ge- formuleerde opmerking over boek IV. Wat de opmerking van de Raad van State betreft dat de betrokkene, naargelang hij strafrechtelijk dan wel administratief wordt vervolgd, zich al dan niet op verzachtende omstandigheden kan beroepen om een verlaging van de strafmaat te verkrijgen, of om al dan niet in aanmerking te komen voor uitstel, wordt op het volgende gewezen. Artikel 72, §  3, van de wet van 2 augustus 2002, dat van toepassing is wanneer de FSMA voornemens is een administratieve geldboete op te leggen, biedt een voldoende ruim kader om, bij het bepalen van de eventuele administratieve sanctie, rekening te houden met de omstandigheden waarin de inbreuk werd gepleegd. Deze bepaling verduidelijkt alle omstandigheden waarin het bedrag van de boete kan worden aangepast of zelfs als ongepast kan worden beschouwd. Er is op dit punt dus geen sprake van een substantieel verschil in behandeling tussen de regeling van de administratieve sancties en die van de strafrech- telijke sancties. In verband met de inachtneming van het beginsel non bis in idem zoals dit geïnterpreteerd wordt door het Europees Hof van de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie, zij opgemerkt dat dit beginsel niet belet dat voor soortgelijke feiten zowel een strafrechtelijke sanctie als een administratieve TITRE II Mesures et sanctions administratives Art. 30 et 31 L’article 30, § 1er, permet à la FSMA de fixer à toute personne à laquelle des dispositions de la loi ou des arrêtés ou règlement pris pour son exécution sont applicables un délai dans lequel elle droit se conformer à ces dispositions. A défaut de mise en conformité, la FSMA peut procéder à une publication et/ou imposer le paiement d’une astreinte à la personne concernée. Ce dispositif complète donc les pouvoirs particuliers d’injonction de la FSMA qui sont établis par l’article 29. L’article 30, § 2, et l’article 31 reprennent les dispo- sitions des articles 71 et 72 de la loi du 16 juin 2006 et permettent à la FSMA d’imposer des amendes admi- nistratives en cas de manquement. Les astreintes et amendes sont imposées conformé- ment à la procédure prévue par la loi du 2 août 2002. On précise également que ces mesures peuvent faire l’objet des recours devant la Cour des marchés prévus par l’article 121 de cette loi. Le projet satisfait donc à l’observation formulée par le Conseil d’État concernant le livre IV. S’agissant de l’observation du Conseil d’État indi- quant que selon que des poursuites soient menées sur plan pénal ou administratif, la personne faisant l’objet des poursuites pourra ou non faire valoir des circons- tances atténuantes pour obtenir une atténuation de la sanction ou encore bénéficier ou non d’un sursis, on mentionne les éléments suivants. L’article 72, § 3 de la loi du 2 août 2002, applicable au cas où la FSMA envisage d’imposer une amende administrative, offre un cadre suffisamment large permettant la prise en compte des circonstances infractionnelles pour la détermination de l’éventuelle sanction administrative. Cette disposition précise l’ensemble des circonstances permettant de modaliser le montant de l’amende, voire de la consi- dérer non appropriée. Il n’existe donc sur ce point pas de différence de traitement réelle entre le régime des sanctions administratives et celui des sanctions pénales. En ce qui concerne le respect du principe non bis in idem tel qu’interprété par la Cour européenne des Droits de l’Homme et la Cour de justice de l’Union européenne, on fait remarquer que celui-ci n’interdit pas de prévoir une double incrimination, sur le plan pénal et administratif, de faits similaires. Rien ne s’oppose à 45 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 geldboete wordt opgelegd. Niets verzet zich ertegen dat administratieve sancties (zelfs indien ze een straf- karakter hebben) en strafsancties worden voorzien voor dezelfde feiten, op voorwaarde dat bij de concrete toepassing van deze sancties het beginsel non bis in idem wordt gerespecteerd. In dit verband bevat de wetgeving corrigerende me- chanismen om te voorkomen dat voor dezelfde feiten een nieuwe procedure wordt ingeleid of een nieuwe sanctie wordt opgelegd, terwijl er voor die feiten al een onherroepelijke beslissing is genomen. In het geval waarin één van de aan de sanctiecommissie van de FSMA voorgelegde grieven een strafrechtelijke inbreuk kan vormen, moet het directiecomité van de FSMA de procureur des Konings daarvan in kennis stellen, die op zijn beurt de FSMA onverwijld in kennis moet stellen indien hij beslist een strafvordering in te stellen voor de betrokken feiten (zie art. 71, § 5, van de wet van 2 augustus 2002). Bovendien biedt artikel 73 van de wet van 2 augustus 2002 de FSMA en het College van Procureurs-generaal de mogelijkheid om een protocol af te sluiten over de werkafspraken tussen de FSMA en het openbaar ministerie in dossiers over feiten waarvoor de wetgeving in de mogelijkheid van zowel een administratieve boete als een strafsanctie voorziet. Die regeling zal natuurlijk kunnen worden geëvalueerd en, in voorkomend geval, aangepast in functie van de evolutie van de betrokken rechtspraak. De formulering van artikel 31  van het ontwerp is aangepast om te voldoen aan de opmerking van de Raad van State. BOEK V BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN Art. 32 Dit artikel neemt het bepaalde bij artikel 68ter van de wet van 16 juni 2006 over, mits het aan de specifieke kenmerken van dit ontwerp wordt aangepast. Zoals voorheen, zal de rechter de aankoop van of de inschrijving op een beleggingsinstrument dus nietig kunnen verklaren indien die aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van een onregelmatige aanbieding aan het publiek. Net als voorheen is ook bepaald dat de door de belegger geleden schade zal worden geacht uit het onregelmatige karakter van de aanbieding aan het publiek voort te vloeien; dat vermoe- den is onweerlegbaar. Die bepaling, die oorspronkelijk in de wet van 16 juni 2006 is ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, is van openbare orde. ce que des sanctions administratives (même si elles revêtent un caractère pénal) et des sanctions pénales soient prévues pour les mêmes faits, à condition que lors de l’application concrète de ces sanctions, le principe non bis in idem soit respecté. À cet égard, des mécanismes correctifs sont prévus par la législation pour prévenir que les mêmes faits fassent l’objet d’une nouvelle procédure ou sanction alors qu’une décision irrévocable serait déjà intervenue concernant lesdits faits. Ainsi, dans le cas où l’un des griefs dont est saisi la Commission des sanctions de la FSMA est susceptible de constituer une infraction pénale, le Comité de direction de la FSMA doit en informer le procureur du Roi qui est lui-même tenu d’informer sans délai la FSMA s’il décide de mettre en mouvement l’action publique pour les faits concernés (voy. l’art. 71, § 5 de la loi du 2 août 2002). Par ailleurs, l’article 73 de la loi du 2 août 2002 permet à la FSMA et au Collège des Procureurs généraux de conclure un protocole régissant les accords de travail entre la FSMA et le ministère public dans des dossiers portant sur des faits pour lesquels la législation prévoit aussi bien la possibilité d’une amende administrative que la possibilité d’une sanction pénale. Ce dispositif pourra bien sûr être évalué et le cas échéant adapté en fonction de l’évolution de la jurisprudence en la matière. La formulation de l’article 31 du projet a été modifiée suite à la remarque du Conseil d’État. LIVRE V SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES Art. 32 Cet article reprend le prescrit de l’article 68ter de la loi du 16 juin 2006, moyennant une adaptation aux spécificités du présent projet. Comme auparavant, le juge pourra donc annuler l’achat ou la souscription d’instrument de placement lorsque cet achat ou cette souscription a eu lieu à l’occasion d’une offre au public irrégulière. Comme auparavant, il est également prévu, que le dommage subi par l’investisseur sera présumé résulter du carac- tère irrégulier de l’offre au public; cette présomption est irréfragable. Cette disposition, insérée à l’origine dans la loi du 16 juin 2006 par la loi du 30 juillet 2013, est d’ordre public. 46 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 33 Dit artikel neemt de bepalingen van artikel 69 van de wet van 16 juni 2006 over en past ze aan de specifieke kenmerken van de nieuwe regeling aan. Te noteren valt echter dat de naleving van de aan het paspoort verbonden formaliteiten niet langer strafrechtelijk straf- baar wordt gesteld. Op grond van de overweging dat het krachtens de paspoortregeling mogelijk is om effecten aan het publiek in een andere lidstaat aan te bieden na een eenvoudige kennisgeving tussen de autoriteiten op vraag van de uitgevende instelling of de aanbieder, zonder dat de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst zich er kunnen tegen verzetten dat de aanbieding in hun jurisdictie wordt uitgebracht, lijkt het opleggen van strafrechtelijke sancties bij niet-naleving van die kennis- gevingsprocedure, naar het oordeel van de Regering, buitensporig in het licht van het evenredigheidsbeginsel. De door het ontwerp ingevoerde regeling verschilt op dat punt van de regeling van de wet van 16 juni 2006 (zie art. 69, 2°, van die wet). Er moet echter worden opgemerkt dat deze hypothese verschilt van de hypothese waarin in België een aanbieding aan het publiek wordt uitgebracht door een buitenlandse uitgevende instelling of aanbieder zonder dat de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst een prospectus heeft goedgekeurd: een dergelijke onregelmatige aanbieding blijft strafrechtelijk strafbaar krachtens artikel 32, § 1, 1°. Art. 34 De bepalingen van boek I van het Strafwetboek (“De misdrijven en de bestraffing in het algemeen”), inclusief hoofdstuk VII (“Deelneming van verscheidene personen aan eenzelfde misdaad of wanbedrijf”, waaronder met name de bepalingen over de medeplichtigheid) en ar- tikel 85 (verzachtende omstandigheden) zullen, zoals thans, van toepassing zijn op de door de wet bestrafte inbreuken (zie art. 33 hierboven). BOEK VI WIJZIGINGSBEPALINGEN Dit ontwerp bevat ook wijzigingsbepalingen van andere wetgevende teksten, die in dit boek worden gebundeld. Bepaalde van die wijzigingen strekken ertoe het wet- telijke kader, de terminologie en de verwijzingen aan te passen die een gevolg zijn van de opheffing en de vervanging van de wet van 16 juni 2006 en de inwerking- treding van dit ontwerp en de prospectusverordening. Art. 33 Cet article reprend l’article 69 de la loi du 16 juin 2006, tout en l’adaptant aux spécificités du nouveau régime. On notera toutefois que le respect des formalités liées au passeport n’est plus sanctionné pénalement. En effet, considérant le fait que le régime de passeport permet d’offrir des valeurs mobilières au public dans un autre État membre moyennant une simple notification entre autorités sur demande de l’émetteur ou de l’offreur, sans que les autorités de l’État membre d’accueil ne puisse s’opposer au lancement de l’offre dans leur juridiction, prévoir des sanctions pénales en cas de non respect de cette procédure de notification paraît, de l’avis du Gouvernement, être excessif au regard du principe de proportionnalité. Sur ce point, le régime introduit par le projet diffère donc de celui de la loi du 16 juin 2006 (voy. l’art. 69, 2°, de cette loi). On notera toutefois que ce cas de figure diffère de celui d’une offre au public lancée en Belgique par un émetteur ou un offreur étranger sans qu’un prospectus n’ait été approuvé par l’autorité de l’État membre d’origine: ce type d’offre irrégulière reste passible de sanctions pénales en vertu de l’article 32, § 1er, 1°. Art. 34 Les dispositions du livre I du Code pénal (“des infrac- tions et de la répression en général”), en ce compris son chapitre VII (“De la participation de plusieurs personnes au même crime ou délit” comportant notamment les dispositions relatives à la complicité) et l’article 85 (cir- constances atténuantes), seront, comme actuellement, applicables aux infractions punies par la loi (voy. l’art. 33 ci-dessus). LIVRE VI DISPOSITIONS MODIFICATIVES Le projet contient également des modifications à d’autres législations, qui sont regroupées dans le pré- sent livre. Certaines de ces modifications visent à adapter le cadre légal, la terminologie et les références suite à l’abrogation et au remplacement de la loi du 16 juin 2006 et à l’entrée en vigueur du présent projet et du règlement prospectus. 47 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Zoals eerder onderstreept in de algemene beschou- wingen, strekt dit ontwerp er verder toe een aantal wijzi- gingen aan te brengen in de wetgeving op de openbare overnamebiedingen. Tot worden een aantal diverse wijzigingen in de fi- nanciële wetgeving voorgesteld. De voorgestelde wijzigingen worden artikelsgewijs toegelicht. TITEL I WIjzigingen aan het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 Art. 35 en 36 Deze bepalingen wijzigen respectievelijk de artike- len 21, 13°, f), en 194ter, § 12, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, om de daar vermelde verwijzingen naar de wet van 16 juni 2006 te vervangen door verwijzingen naar dit ontwerp en naar de prospec- tusverordening. Aan de draagwijdte van die bepalingen wordt echter niets veranderd. TITEL II Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Art. 37 Dit artikel wijzigt artikel 2, 42°, van de wet van 2 augustus 2002. Het vervangt de verwijzing naar artikel 68bis, eerste lid, 1°, van de wet van 16 juni 2006 door een verwijzing naar de overeenkomstige bepaling van het ontwerp (zie art. 28, eerste lid, 1°). Art. 38 Dit artikel past de bepalingen van artikel 37sexies van de wet van 2 augustus 2002, ingevoegd bij de wet van 18 april 2017 (tenuitvoerlegging van Verordening 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumen- ten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verze- keringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s)), aan de context van dit ontwerp aan. Inhoudelijk verandert er niets: dit artikel brengt enkel de nodige wijzigingen inge- volge de herdefinitie van het toepassingsgebied van de prospectusplicht, en wijzigingen van de referenties aan. Par ailleurs, comme souligné dans les considérations générales ci-dessus, le présent projet vise aussi à apporter un certain nombre d’adaptations à la législation sur les offres publiques d’acquisition. Enfin, un certain nombre de modifications diverses à la législation financière sont proposées. Chacune des modifications proposées fait l’objet d’un commentaire, article par article. TITRE IER Modifications au Code des impôts sur les revenus 1992 Art. 35 et 36 Ces dispositions modifient respectivement les articles 21, 13°, f) et 194ter, § 12 du Code des impôts sur les revenus 1992, de manière à remplacer les références à la loi du 16 juin 2006 qui y sont mentionnées par des références au présent projet et au règlement prospec- tus. La portée de ces dispositions n’est par contre en rien modifiée. TITRE II Modifications à la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financers Art. 37 Cet article modifie l’article 2, 42°, de la loi du 2 août 2002. Il vise à remplacer la référence à l’article 68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006 par une référence à la disposition correspondante du projet (voy. l’art. 28, alinéa 1er, 1°). Art. 38 Cet article adapte les dispositions de l’article 37sexies de la loi du 2 août 2002, introduit par la loi du 18 avril 2017 (mise en œuvre du règlement 1286/2014 du Parlement européen et du Conseil du 26 novembre 2014 sur les documents d’informations clés relatifs aux pro- duits d’investissement packagés de détail et fondés sur l’assurance), au contexte du présent projet. Rien n’est modifié sur le plan du contenu: le présent article se limite à apporter les modifications nécessaires suite à la redéfinition du champ d’application de l’obligation de prospectus ainsi qu’en ce qui concerne les références. 48 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 39 en 40 Deze artikelen passen de referenties aan die ver- vat zijn in de artikelen 86bis en 86ter van de wet van 2 augustus 2002. Art. 41 en 42 De artikelen passen de verwijzingen in de artikelen 121 en 125 van de wet van 2 augustus 2002 aan, die respectievelijk handelen over het beroep dat kan worden ingesteld tegen de beslissingen van de FSMA, en over de vordering tot staking handelen. Inhoudelijk wordt in die bepalingen geen enkele wijziging aangebracht, met uitzondering van de toevoeging – in artikel 125 – van een verwijzing naar de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders. TITEL III wijzigingen aan de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen Deze titel bevat de voorgestelde wijzigingen aan de wet van 1 april 2007, met het oog op de modernisering van die wetgeving. De meeste van die wijzigingen zullen op de tiende dag na de bekendmaking van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad in werking treden. In de com- mentaar bij de artikelen wordt telkens vermeld als dat het geval is (zie ook de toelichting bij art. 104 hieron- der). Te noteren valt dat de Regering ook voornemens is om het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen te wijzigen conform de hier vastgestelde oriëntaties. Overigens moeten ook bepaalde elementen van de wet van 1 april 2007 wor- den aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de prospectusverordening: deze tweede categorie van wijzigingen heeft een formeler karakter en zal op 21 juli 2019 in werking treden. Art. 43 Dit artikel betreft de voorgestelde wijzigingen in artikel 3 van de wet van 1 april 2007. De bepalingen van dit artikel passen de definities aan de recente evoluties van de financiële wetgeving aan. Art. 39et 40 Ces articles adaptent les références contenues dans les articles 86bis et 86ter de la loi du 2 août 2002. Art. 41 et 42 Ces articles adaptent les références contenues dans les articles 121 et 125 de la loi du 2 août 2002, respec- tivement relatifs aux recours contre les décisions de la FSMA et à l’action en cessation. Aucune modification n’est apportée à ces dispositions sur le plan du contenu, excepté en ce qui concerne l’ajout d’une référence à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de place- ment collectif alternatifs et à leurs gestionnaires dans l’article 125. TITRE III Modifications à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition Ce titre contient les modifications qu’il est proposé d’apporter à la loi du 1er avril 2007, dans un objectif de modernisation de cette législation. La plupart de ces modifications entreront en vigueur le dixième jour sui- vant la publication du projet au Moniteur belge. On men- tionne ici chaque fois dans le commentaire des articles si tel est le cas (voy. également infra le commentaire de l’art. 104). On notera que le Gouvernement a également l’intention de modifier l’arrêté royal du 27 avril 2007 rela- tif aux offres publiques d’acquisition, en conformité avec les orientations fixées ici. Par ailleurs, il est également nécessaire de modifier certains éléments de la loi du 1er avril 2007 suite à l’entrée en vigueur du règlement prospectus: cette deuxième catégorie de modifications a quant à elle un caractère plus formel et entrera en vigueur le 21 juillet 2019. Art. 43 Cet article contient les modifications qu’il est proposé d’apporter à l’article 3 de la loi du 1er avril 2007. Les dispositions du présent article adaptent les défini- tions aux évolutions récentes de la législation financière. 49 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 44 Dit artikel wijzigt artikel 5 van de wet van 1 april 2007, dat over de verplichte openbare biedingen handelt. In zijn huidige lezing verduidelijkt dat artikel dat, wanneer een persoon, ten gevolge van een eigen ver- werving of een verwerving door in onderling overleg met hem handelende personen of door personen die voor rekening van deze personen handelen, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 30 % van de effecten met stemrecht houdt in een vennootschap met statutaire zetel in België en waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een door de Koning aan- geduide multilaterale handelsfaciliteit is toegelaten, hij, onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, een openbaar overnamebod dient uit te brengen op alle effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht uitgegeven door deze vennootschap. De toe- passingsmodaliteiten van artikel 5 worden vastgesteld door het koninklijk besluit van 27 april 2007. De voorgestelde wijzigingen in dat artikel streven een dubbele doelstelling na. In de eerste plaats strek- ken zij ertoe om, voor de vennootschappen waarvan minstens een deel van de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten, het percentage waarboven een verplicht bod moet worden uitgebracht, vast te stel- len op 50 % van de effecten met stemrecht. Door die wijziging wordt de Belgische regeling afgestemd op de in Frankrijk geldende regeling (zie art. 235-2 van het algemeen reglement van de AMF). In de tweede plaats bieden deze wijzigingen de Koning de mogelijkheid om de toepassing van de regeling inzake verplichte aanbie- dingen te beperken tot bepaalde segmenten van een MTF (zie de woorden “een bepaald segment daarvan”). Deze wijziging zal op de tiende dag na de bekend- making van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad in werking treden. Art. 45 Dit artikel past de verwijzingen in artikel 6 van de wet van 1 april 2007 aan, dat over het openbaar karakter van aanbiedingen handelt, naar aanleiding van de in- werkingtreding van de prospectusverordening. Art. 46 Dit artikel machtigt de Koning om af te wijken van de bepalingen van titel II van de wet van 1 april 2007 over Art. 44 Cet article modifie l’article 5 de la loi du 1er avril 2007, relatif aux offres publiques obligatoires. Dans sa version actuelle, cette disposition précise que, lorsqu’une personne détient directement ou indi- rectement, à la suite d’une acquisition faite par elle- même, par des personnes agissant de concert avec elle ou par des personnes agissant pour le compte de ces personnes, plus de 30 % des titres avec droit de vote d’une société qui a son siège statutaire en Belgique et dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un marché régle- menté ou sur un système multilatéral de négociation désigné par le Roi, elle est tenue, dans les conditions déterminées par le Roi, de lancer une offre publique d’acquisition sur la totalité des titres avec droit de vote ou donnant accès au droit de vote émis par cette société. Les modalités de l’application de l’article 5 sont fixées par l’arrêté royal du 27 avril 2007. Les modifications qu’il est proposé d’apporter à cet article poursuivent un double objectif. En premier lieu, elles visent à fixer, en ce qui concerne les sociétés dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un MTF désigné par le Roi, le pourcentage de détention auquel une offre obligatoire doit être lancée, à 50 % des titres avec droit de vote. Cette modification aura donc pour effet d’aligner le régime belge avec celui qui est applicable en France (voy. art. 235-2 du règlement général de l’AMF). En second lieu, les présentes modifications permettent au Roi de limiter l’application du régime de l’offre obligatoire à certains segments d’un MTF donné (voy. les termes “un segment déterminé d’un tel système multilatéral de négociation”). Cette disposition entrera en vigueur le dixième jour suivant la publication du projet au Moniteur belge. Art. 45 Cet article adapte les références contenues à l’article 6 de la loi du 1er avril 2007, relatif au caractère public de l’offre, suite à l’entrée en vigueur du règlement prospectus. Art. 46 Cet article habilite le Roi à déroger aux dispositions du titre II de la loi du 1er avril 2007 en ce qui concerne 50 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 de openbare overnamebiedingen op schuldinstrumen- ten, die door de uitgevende instelling van die effecten worden uitgebracht. De Regering wil de Koning zo in staat stellen een specifieke regeling in te voeren voor de openbare overnamebiedingen op schuldinstrumenten die door de uitgevende instelling van die effecten worden uitge- bracht. Er wordt immers van uitgegaan dat dergelijke verrichtingen niet de toepassing van dezelfde rege- ling vereisen als de openbare overnamebiedingen op effecten die toegang geven tot stemrecht of de door derden uitgebrachte openbare overnamebiedingen op schuldinstrumenten. Aldus wil de Regering de Belgische reglementering afstemmen op de in Frankrijk geldende regeling (zie art. 238-1 tot 238-5 van het algemeen re- glement van de AMF en de AMF-instructie nr. 2010-02). Het werd niet aangewezen geacht om gevolg te geven aan de opmerking van de Raad van State over dit artikel: artikel 9 van de wet van 1 april 2007 bevat immers al richtsnoeren ter omkadering van de uitoefening van de machtigingen waarvan sprake in artikel 8. De door dit artikel ingevoerde machtiging lijkt dus niet overdreven in de zin van de interpretatie van de Raad van State. Deze wijziging zal op de tiende dag na de bekend- making van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad in werking treden. Art. 47 Dit artikel wijzigt artikel 12 van de wet van 1 april 2007 over de publicatiewijzen van het prospectus. Doelstelling is die publicatiewijzen af te stemmen op de prospec- tusverordening vermelde modaliteiten (zie art. 21, lid 1, 2, 9 en 11). Art. 48 De geldende regeling voor de samenvatting van het prospectus wordt afgestemd op de desbetref- fende regeling in de prospectusverordening (zie art. 7). De voorwaarden waaronder informatie zal kunnen worden opgenomen door middel van verwijzing, zijn de voorwaarden waarvan sprake in artikel 19 van de prospectusverordening. Art. 49 Dit artikel voert in artikel 17  van de wet van 1 april 2007 een paragraaf 3 in. De nieuwe bepaling strekt ertoe te garanderen dat de houders van effecten les offres publiques d’acquisition portant sur des titres de créance, lancées par l’émetteur desdits titres. L’objectif poursuivi par le Gouvernement est de per- mettre au Roi d’introduire un régime spécifique en ce qui concerne les offres publiques d’acquisition portant sur des titres de créance qui sont lancées par l’émet- teur desdits titres. On considère en effet que de telles opérations ne nécessitent pas l’application du même régime que les offres publiques d’acquisition sur titres donnant accès au droit de vote ou les offres publiques d’acquisition sur titres de créance lancées par un tiers. L’objectif poursuivi par le Gouvernement est de rappro- cher la règlementation belge du régime applicable en France (voy. les art. 238-1 à 238-5 du règlement général de l’AMF et l’instruction AMF n°2010-02). Il n’a pas été jugé indiqué de donner suite au com- mentaire du Conseil d’État concernant cet article: l’article 9 de la loi du 1er avril 2007 contient en effet déjà des orientations encadrant l’exercice des habilitations prévues à l’article 8. L’habilitation introduite par le pré- sent article ne paraît donc pas être excessive au sens où l’entend le Conseil d’État. Cette modification entrera en vigueur le dixième jour suivant la publication du projet au Moniteur belge. Art. 47 Cet article modifie l’article 12 de la loi du 1er avril 2007, relatif aux modalités de publication du prospectus. L’objectif poursuivi est d’aligner ces modalités avec celles prévues par le règlement prospectus (voy. l’art. 21, paragraphes 1er, 2, 9 et 11). Art. 48 Le régime applicable au résumé du prospectus est rapproché de celui prévu en la matière par le règlement prospectus (voy. l’art. 7). Les conditions auxquelles des informations pourront être incorporées par réfé- rence sont celles prévues par l’article 19 du règlement prospectus. Art. 49 Cet article vise à introduire un paragraphe 3 dans l’article 17 de la loi du 1er avril 2007. La nouvelle dis- position vise à garantir que les détenteurs de titres 51 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 effectief over een herroepingsrecht zullen beschikken wanneer de aanvulling na de afsluiting van de oorspron- kelijk voorziene aanvaardingsperiode van het bod wordt gepubliceerd. Art. 50 Dit artikel wijzigt artikel 33 van de wet van 1 april 2007, dat over de reclame handelt. Momenteel stelt de wet van 1 april 2007 de “andere documenten en berichten die betrekking hebben op een openbaar bod” gelijk met reclame. Als gevolg daarvan zal de FSMA dergelijke documenten moeten goedkeuren, terwijl dat soms geen reclamestukken zijn (bv. de vennootschapsdocumenten van een vennootschap). Die gelijkstelling wordt opge- heven, waardoor die “andere documenten en berichten die betrekking hebben op een openbare aanbieding” niet meer a priori door de FSMA zullen moeten worden goedgekeurd bij een openbare overnamebieding. Deze wijziging zal op de tiende dag na de bekendmaking van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad in werking treden. Art. 51 Dit artikel past de verwijzingen in artikel 50, § 1, eerste lid, van de wet van 1 april 2007 aan de evoluties van het Europees recht sinds 2007 aan. TITEL IV WIjzigingen aan de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen Deze titel bevat de bepalingen tot wijziging van de wet van 3 augustus 2012. De door de prospectusver- ordening en dit ontwerp ingevoerde nieuwe regeling heeft immers ook een impact op de instellingen voor collectieve belegging. In de huidige regeling wordt het toepassingsgebied van de specifieke regeling voor de openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming bepaald onder verwijzing naar de definitie van “openbare aanbieding” in de wet van 3 augustus 2012 (die nauw aansluit bij de definitie opge- nomen in de wet van 16 juni 2006). Zo wordt een open- bare instelling voor collectieve belegging gedefinieerd als een instelling waarvan de rechten van deelneming openbaar worden aangeboden. Enkel de openbare disposeront effectivement d’un droit de rétractation au cas où la publication du supplément intervient après la clôture de la période d’acceptation de l’offre. Art. 50 Cet article modifie l’article 33 de la loi du 1er avril 2007, relatif aux communications à caractère promotionnel. Actuellement, la loi du 1er avril 2007 assimile aux docu- ments publicitaires les “autres documents et avis se rapportant à une offre publique”. Cette assimilation a pour conséquence que la FSMA est amenée à approu- ver ce type de documents alors que peuvent parfois être dépourvus de caractère publicitaire (documents sociaux d’une société par exemple). Cette assimilation est supprimée, de sorte que l’approbation a priori par la FSMA des “autres documents et avis se rapportant à une offre publique” n’est plus d’application en cas d’offre publique d’acquisition. Cette disposition entrera en vigueur le dixième jour suivant la publication du projet au Moniteur belge. Art. 51 Cet article adapte les références contenues à l’article 50, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 1er avril 2007 aux évolu- tions survenues en droit européen depuis 2007. TITRE IV Modifications à la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances Le présent titre contient les dispositions modificatives de la loi du 3 août 2012. Le nouveau régime introduit par le règlement prospectus et le présent projet a en effet également des répercussions en ce qui concerne les organismes de placement collectif. Dans le régime actuel, le champ d’application du régime propre aux organismes de placement collectif publics à nombrevariable de parts est déterminé par référence à la définition de l’offre publique établie par la loi du 3 août 2002 (laquelle est proche de la définition reprise dans la loi du 16 juin 2006). Ainsi, un organisme de placement collectif public est défini comme un organisme de placement collectif dont les parts font l’objet d’une offre publique. Seuls les orga- nismes de placement collectif publics sont soumis de 52 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 instellingen voor collectieve belegging zijn verplicht aan “productregels” onderworpen. De prospectuswetgeving en de wetgeving van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging zijn dus parallel van toepassing, hoewel de prospectusrichtlijn (net als de prospectus- verordening) niet van toepassing is op de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming7. De Regering stelt voor om het bestaande parallellisme te behouden voor de openbare instellingen voor collectieve belegging met een veran- derlijk aantal rechten van deelneming zijn, die uit het toepassingsgebied van de prospectusverordening zijn uitgesloten. Voor laatstgenoemde instellingen zal de thans geldende prospectusplicht dus van toepassing blijven, i.e. zonder uitsluiting van de aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de prospectusplicht. Een dergelijke instelling voor collectieve belegging is van nature een product dat bestemd is om op grote schaal te worden gecommercialiseerd, en waarvan de omloop doorgaans ruimschoots boven die drempel ligt. Het begrip “openbare aanbieding” is, om redenen van coherentie, afgestemd op het dienovereenkomstige begrip in de prospectusverordening. Die definitie zal dus niet meer vermelden dat de aanbieding wordt verricht door de instelling voor collectieve belegging, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening. Deze wijziging zal op 21 juli 2019 in werking treden. Wat de terminologie betreft, blijft het begrip “openbare aanbieding” hier behouden en wordt het niet vervangen door het begrip “aanbieding aan het publiek” uit de pros- pectusverordening. Er wordt immers van uitgegaan dat een dergelijke – louter formele – wijziging dit ontwerp nodeloos zwaar zou maken. Bovendien strekt deze titel er ook toe Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen ten uitvoer te leggen in Belgisch recht en diverse wijzigingen aan te brengen in de wet van 3 augustus 2012. Die bepalingen zullen op 21 juli 2018 in werking treden. Art. 52 Dit artikel brengt een aantal wijzigingen aan in de specifieke definities van de wet van 3 augustus 2012. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder gedetail- leerd toegelicht. 7 De Belgische wetgever heeft echter in het verleden de keuze gemaakt het begrip “verhandeling” gebruikt in de UCITS-richtlijn met het begrip “openbare aanbod” gelijk te stellen. manière obligatoire à des “règles produits”. La législation prospectus et la législation relative aux organismes de placement collectifs s’appliquent donc de manière parallèle, bien que la directive prospectus (tout comme le règlement prospectus) ne soit pas d’application aux organismes de placement collectif à nombre variable de parts7. Le Gouvernement propose de maintenir le parallélisme existant en ce qui concerne les organismes de placement collectif à nombre variable de parts, exclus du champ d’application du règlement prospectus. En ce qui concerne ceux-ci, l’obligation de prospectus continuera donc à s’appliquer comme actuellement, sans exclusion des offres dont le montant est inférieur au seuil d’application de l’obligation de prospectus. Ce type d’organisme de placement collectif est par nature un produit destiné à la commercialisation à grande échelle, et dont l’encours sera généralement largement supérieur à ce seuil. La notion d’offre publique est, pour des raisons de cohérence, alignée sur celle retenue par le règlement prospectus. Cette définition ne précisera donc plus que l’offre est faite par l’organisme de placement collectif ou par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte. Cette modification entrera en vigueur le 21 juillet 2019. Sur le plan de la terminologie, l’usage du terme “offre publique” est maintenu ici et n’est pas remplacé par le terme d’offre au public utilisé par le règlement prospectus. On a en effet considéré qu’une telle modi- fication, purement formelle, alourdirait inutilement le présent projet. Par ailleurs, le présent titre vise également à assurer la mise en œuvre en droit belge du règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires et à procéder à des modifications diverses dans la loi du 3 août 2012. Ces dispositions entreront en vigueur le 21 juillet 2018. Art. 52 Cet article vise à apporter un certain nombre de modifications aux définitions propres à la loi du 3 août 2012. On détaille ci-dessous les principales de ces modifications. 7 Le législateur belge a toutefois historiquement fait le choix d’assimiler la notion de commercialisation utilisée dans la directive UCITS avec celle d’offre publique. 53 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Het criterium voor de toepassing van de bepalin- gen van de wet van 3 augustus 2012 en dus van de UCITS-regeling, is in België het feit dat een openbare aanbieding wordt verricht. Momenteel bepaalt artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 dat een openbare instelling voor collectieve belegging een instelling voor collectieve belegging is die haar financiële middelen in België of in het buitenland aantrekt via een openbare aanbieding van rechten van deelneming. In de huidige regeling zal een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die een openbare aanbieding ver- richt buiten het Belgisch grondgebied, dus onder de toepassing van de regeling voor openbare instellingen voor collectieve belegging vallen, net zoals een instelling die een openbare aanbieding (volledig of deels) in België verricht. Die benadering, die al werd gehanteerd in de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten (zie art. 105, eerste lid, van die wet), lijkt niet langer adequaat te zijn; bovendien sluit zij niet aan bij de bevoegdheidsverdeling tussen de lidstaten in Richtlijn 2009/65/EG. De doelstelling die de Belgische regeling inzake de openbare instellingen voor collectieve belegging nastreeft, is in de eerste plaats immers de bescherming van de Belgische belegger. Over het algemeen is de Regering op dat punt van oor- deel dat de beleggersbescherming in de eerste plaats behoort tot de verantwoordelijkheid van de Staat waar de belegger verblijft. In het licht daarvan lijkt het niet coherent dat een instelling voor collectieve belegging die een aanbieding van rechten van deelneming aan het publiek uitsluitend in het buitenland verricht, onder de Belgische regeling inzake de openbare instellingen voor collectieve belegging valt. Een dergelijke instelling voor collectieve belegging zal daarentegen onderworpen zijn aan de geldende beleggersbeschermingsregeling in het land waar deze instelling zich financiert. Daarom wordt hier voorgesteld om geen rekening meer te houden met openbare aanbiedingen die in het buitenland worden verricht. Die benadering wordt overigens ook al in de wet van 19 april 2014 gehanteerd. Het begrip “aanbieding aan het publiek” wordt aangepast: zo wordt voorgesteld om in de wet van 3 augustus 2012 dezelfde definitie te gebruiken als in de prospectusverordening. Bovendien zal de definitie niet meer verduidelijken dat een openbare aanbieding wordt verricht door de instelling voor collectieve beleg- ging, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening: die definitie zal dus op identieke wijze worden verwoord als de definitie in de prospectusverordening. In verband met laatstgenoemde wijziging wordt ver- wezen naar de commentaar bij artikel 3 van dit ontwerp. Le fait d’effectuer une offre publique est, en Belgique, le critère d’application des dispositions de la loi du 3 août 2012 et donc, du régime UCITS. Or, actuellement, l’article 3 de la loi du 3 août 2012 précise qu’un orga- nisme de placement collectif public est un organisme de placement collectif qui recueille ses moyens financiers au moyen d’une offre publique de parts, en Belgique ou à l’étranger. Dans le régime actuel, un organisme de placement collectif de droit belge effectuant une offre publique hors du territoire belge tombera donc dans le champ d’application du régime des organismes de pla- cement collectif publics, au même titre qu’un organisme effectuant une offre publique (totalement ou en partie) en Belgique. Cette approche, déjà suivie dans la loi du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers (voy. l’art. 105, alinéa 1er, de cette loi), ne paraît plus être adéquate; par ailleurs, elle cadre mal dans le régime de répartition de compétences entre États membres prévu par la directive 2009/65/CE. En effet, l’objectif poursuivi par le régime belge des organismes de placement collectif publics est avant tout la protection de l’investisseur belge. De manière générale, le Gouvernement considère sur ce point que la protection de l’investisseur relève avant tout de la responsabilité de l’État dans lequel l’investisseur réside. Dans cette perspective, il ne paraît pas cohérent qu’un organisme de placement collectif qui effectue une offre au public de parts exclusivement à l’étranger relève du régime belge applicable aux organismes de placement collectif public. Un tel organisme de placement collectif sera par contre soumis au régime de protection de l’investisseur en vigueur dans le pays où il se finance. Pour cette raison, il est proposé ici de ne plus prendre en compte les offres publiques effectuées à l’étranger. Cette approche est du reste déjà celle qui est suivie dans la loi du 19 avril 2014. La notion d’offre au public est adaptée: il est ainsi proposé d’utiliser dans la loi du 3 août 2012 la même définition que dans le règlement prospectus. Par ailleurs, la définition ne précisera plus qu’une offre publique est faite par l’organisme de placement collectif ou par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte: cette définition sera donc rédigée de manière identique à celle du règlement prospectus. En ce qui concerne cette dernière modification, on se permet de renvoyer au commentaire de l’article 3 du présent projet. 54 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 53 Dat artikel wijzigt artikel 5  van de wet van 3 augustus 2012. Er wordt met name opgemerkt dat de voorgestelde tekst verwijst naar artikel 2, e), van de prospectusverordening voor de definitie van het begrip “professioneel belegger”. Die bepaling van de pros- pectusverordening verwijst op haar beurt naar Richtlijn 2014/65/EG (MiFID). Art. 54 en 55 Deze artikelen brengen vormwijzigingen aan in de artikelen 52 en 53 van de wet van 3 augustus 2012, over- eenkomstig de aangebrachte wijzigingen in de definitie van “openbare aanbieding” (zie hierboven). De formulering van artikel 55 is aangepast om te voldoen aan de opmerking van de Raad van State. Art. 56 Dit artikel poneert het beginsel op grond waarvan de bepalingen over het toezicht op de instellingen voor col- lectieve belegging niet enkel van toepassing zullen zijn in verband met de naleving van de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012, maar ook in verband met bepaalde Europese verordeningen die rechtstreeks van toepas- sing zijn, zoals Verordening 2015/2365 (transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik) en Verordening 2017/1131 (geldmarktfondsen). Voor de goede orde wordt datzelfde beginsel ook expliciet vastgelegd in verband met de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/65/EG; te noteren valt dat dit beginsel thans al voortvloeit uit de verwijzing naar artikel 3/1 van de wet van 3 augustus 2012. In artikel 96, § 4, van de wet van 3 augustus 2012 wordt een foutieve referentie gecorrigeerd. Art. 57 tot 61 Deze artikelen passen de verwijzingen in de artikelen 101, 102, 107, 110 en 111 van de wet van 3 augustus 2012 aan de recente wetgevende ontwikkelingen aan. Art. 62 en 63 Deze artikelen beogen de tenuitvoerlegging van Verordeningen 2015/2365 (transparantie van effectenfi- nancieringstransacties en van hergebruik) en 2017/1131 Art. 53 Cet article modifie l’article 5 de la loi du 3 août 2012. On relève notamment que le texte proposé renvoie à l’article 2, e) du règlement prospectus pour la définition de la notion d’investisseur professionnel. Cette dispo- sition du règlement prospectus renvoie quant à elle à la directive 2014/65/UE (MiFID). Art. 54 et 55 Ces articles apportent des modifications formelles aux articles 52 et 53 de la loi du 3 août 2012, en rapport avec les modifications apportées à la définition de l’offre publique (voy. ci-dessus). La formulation de l’article 55 a été adaptée suite au commentaire du Conseil d’État. Art. 56 Le présent article établit le principe selon lequel les dispositions relatives au contrôle des organismes de placement collectif s’appliqueront non seulement en ce qui concerne le respect des dispositions de la loi du 3 août 2012, mais aussi en ce qui concerne certains règlement européens directement applicables, tels que le règlement 2015/2365 (transparence des opérations de financement sur titres et de réutilisation) et le règle- ment 2017/1131 (fonds monétaires). Pour le bon ordre, le même principe est également explicitement inscrit en ce qui concerne les mesures d’exécution de la directive 2009/65/CE; on notera que ce principe découle déjà actuellement du renvoi effectué à l’article 3/1 de la loi du 3 août 2012. Une erreur de référence est corrigée à l’article 96, § 4, de la loi du 3 août 2012. Art. 57 à 61 Ces articles adaptent les références contenues dans les articles 101, 102, 107, 110 et 111 de la loi du 3 août 2012 aux évolutions législatives récentes. Art. 62 et 63 Ces articles assurent la mise en œuvre des règle- ments 2015/2365 (transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation) et 2017/1131 55 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 (geldmarktfondsen). Zij passen een identieke benade- ring toe als artikel 54 (zie hierboven). Art. 64 en 65 De verwijzingen naar de wet van 22 juli 1953 in de artikelen 242 en 243 van de wet van 3 augustus 2012 worden gewijzigd naar aanleiding van de inwerking- treding van de recente wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren. Art. 66 Dit artikel wijzigt artikel 255/1  van de wet van 3 augustus 2012 en past een identieke benadering toe als de gehanteerde benadering in de artikelen 54, 60 en 61 van het ontwerp (zie hierboven). Art. 67 Dit artikel verbetert een lacune die bij de omzetting van Richtlijn 2014/91/EU in Belgisch recht is ontstaan met betrekking tot het nieuwe artikel 20, lid 1, a), van de gewijzigde Richtlijn 2009/65/EG. Volgens die be- paling zal artikel 260, § 1, eerste lid, van de wet van 3 augustus 2012 voortaan expliciet verduidelijken dat de beheervennootschap die een in een andere lidstaat gevestigde instelling voor collectieve belegging wenst te beheren, de autoriteiten van die lidstaat de schriftelijke overeenkomst moet bezorgen die zij met de bewaarder van de betrokken instelling voor collectieve belegging heeft gesloten. Art. 68 Dit artikel brengt vormwijzigingen aan in de verwijzin- gen in artikel 271/2 van de wet van 3 augustus 2012, naar aanleiding van de wijzigingen die dit ontwerp in de defi- nitie van het begrip “openbare aanbieding” aanbrengt; aan de inhoud van de bepaling wordt niets veranderd. TITEL V Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders Deze titel bevat de wijzigingsbepalingen van de wet van 19 april 2014. Net als de wet van 3 augustus 2012 (fonds monétaires). Ils appliquent une approche iden- tique à celle adoptée par l’article 54 (voy. ci-dessus). Art. 64 et 65 Les références à la loi du 22 juillet 1953 contenues aux articles 242 et 243 de la loi du 3 août 2012 sont modifiées suite à l’entrée en vigueur de la récente loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprise. Art. 66 Cet article modifie l’article 255/1  de la loi du 3 août 2012, selon une approche identique à celle adop- tée par les articles 54, 60 et 61 du projet (voy. ci-dessus). Art. 67 Cet article corrige une lacune survenue lors de la transposition de la directive 2014/91/UE, en ce qui concerne l’article 20, paragraphe 1er, a) nouveau de la directive 2009/65/CE modifiée. Conformément à cette disposition, l’article 260, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 3 août 2012 précisera désormais explicitement que la société de gestion qui désire gérer un organisme de placement collectif établi dans un autre État membre doit fournir aux autorités de cet État membre le contrat écrit qu’elle a conclu avec le dépositaire de l’organisme de placement collectif concerné. Art. 68 Cet article apporte des modifications formelles aux références reprises à l’article 271/2 de la loi du 3 août 2012, suite aux adaptations apportées à la défi- nition de la notion d’offre publique par le présent projet; rien n’est modifié en ce qui concerne le contenu de la disposition. TITRE V Modifications à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires Ce titre contient les dispositions modificatives de la loi du 19 avril 2014. Tout comme la loi du 3 août 2012, 56 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 wordt ook deze wet beïnvloed door de wijzigingen aan de prospectusregeling (voor een algemene beschrijving van deze problematiek, zie hierboven). Verder beoogt deze titel ook de tenuitvoerlegging in Belgisch recht van Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen, en brengt hij diverse andere wijzigingen aan. Art. 69 Dit artikel wijzigt artikel 3 van de wet van 19 april 2014 met de specifieke definities van die wet. De hier aangebrachte wijzigingen zijn deels dezelfde als de voorgestelde wijzigingen in artikel 3 van de wet van 3  augustus  2012 (zie de commentaar bij artikel 50 hierboven). De definitie van het begrip “openbare aanbieding” wordt aldus afgestemd op de definitie van het begrip “aanbieding aan het publiek” in de prospectusverorde- ning (zie de commentaar van art. 3 van het ontwerp). Hetzelfde geldt voor het begrip “professioneel belegger”. Te noteren valt dat de verhoging van de drempel waarboven een prospectus moet worden opgesteld, ook gevolgen heeft voor de geldende regeling voor de AICB’s met een vast aantal rechten van deelneming. Momenteel wordt het toepassingsgebied van de rege- ling inzake de openbare instellingen voor collectieve belegging immers bepaald onder verwijzing naar drem- pels die identiek zijn aan de in de wet van 16 juni 2006 gehanteerde drempels. Zoals eerder al verduidelijkt, is een openbare instelling voor collectieve belegging in de huidige regeling een instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming openbaar worden aangeboden. Beide wetgevingen (prospectus en rege- ling inzake de openbare instellingen voor collectieve belegging) worden, met andere woorden, parallel toe- gepast en hebben een identiek toepassingsgebied. Dat parallellisme wordt echter niet integraal gehandhaafd in het ontwerp. Wat de (aan de prospectusverordening onderworpen) instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming betreft, blijven de “productregels”, zoals thans het geval is, van toepassing zodra de tegenwaarde van een openbare aanbieding de drempel van 100 000 euro overschrijdt. De prospectusplicht voor de instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming zal op haar beurt uitsluitend van toepassing zijn bij een aanbieding aan het publiek met een totale tegen- waarde die boven de drempel van de prospectusplicht of de drempel voor de toelating tot de verhandeling op celle-ci est également impactée par les modifications apportées au régime du prospectus (voy. ci-dessus pour une description générale de cette problématique). Par ailleurs, le présent titre vise également à assurer la mise en œuvre en droit belge du règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires et à procéder à des modifications diverses. Art. 69 Cet article modifie l’article 3 de la loi du 19 avril 2014, contenant les définitions propres à cette loi. Les modi- fications apportées ici sont en partie similaires à celle proposées en ce qui concerne l’article 3 de la loi du 3 août 2012 (voy. ci-dessus le commentaire de l’article 50). La définition de la notion d’offre publique est ainsi alignée sur la notion d’offre au public du règlement prospectus (voy. le commentaire de l’art. 3 du projet). Il est en de même en ce qui concerne la notion d’inves- tisseur professionnel. On notera que le relèvement du seuil à partir duquel un prospectus doit être rédigé a également des consé- quences sur le régime applicable aux OPCA à nombre fixe de parts. Actuellement en effet, le champ d’appli- cation du régime des organismes de placement collectif publics est en effet déterminé par référence à des seuils identiques aux seuils prévus dans la loi du 16 juin 2006. Comme déjà précisé ci-dessus, dans le régime actuel, un organisme de placement collectif public est un orga- nisme de placement collectif dont les parts font l’objet d’une offre publique. Les deux législations (prospectus et régime des organismes de placement collectif publics) s’appliquent en d’autres termes de manière parallèle et ont un champ d’application identique. Le projet ne maintient pas ce parallélisme de manière intégrale. En ce qui concerne les organismes de placement collectif à nombre fixe de parts (soumis au règlement prospectus) en effet, les “règles produits” continueront à s’appliquer, comme actuellement, dès lors qu’une offre publique dont le montant dépasse 100 000 euros est effectuée. L’obligation de prospectus des organismes de place- ment collectif à nombre fixe de parts sera quant à elle uniquement applicable en cas d’offre au public pour un montant supérieur au seuil de l’obligation de pros- pectus ou d’admission à la négociation sur un marché réglementé (quel que soit dans ce cas le montant en jeu). Pour les offres publiques d’un montant inférieur au seuil de l’obligation de prospectus sans admission à la négociation sur un marché réglementé, seule une note 57 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 een gereglementeerde markt (ongeacht de betrokken tegenwaarde) ligt. Voor de openbare aanbiedingen met een totale tegenwaarde die onder de drempel van de prospectusplicht ligt zonder toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, zal enkel een infor- matienota moeten worden opgesteld8. Ter zake wordt onderstreept dat een notering op Euronext Brussels verplicht is voor bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming (openbare privaks en openbare vastgoed- bevaks), terwijl andere instellingen van die notering zijn vrijgesteld (openbare startersfondsen en ELTIF’s). De regeling van de informatienota zal potentieel dus enkel op die tweede categorie slaan. Voor wat de openbare instellingen voor collectieve belegging met een verandelijk aantal rechten van deel- neming betreft, kan worden verwezen naar de com- mentaar van titel IV hierboven. Art. 70 Dit artikel brengt een correctie aan in artikel 11, § 2, tweede lid, van de wet van 19 april 2014. Die bepaling strekt ertoe te verduidelijken dat dezelfde vennootschap tegelijkertijd kan beschikken over een vergunning als beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, en over een vergunning als beheerder van AICB’s. Art. 71 Dit artikel wijzigt artikel 70 van de wet van 19 april 2014. Dat artikel zet artikel 23, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU (AIFM-richtlijn) in Belgisch recht om en strekt er in zijn huidige versie toe te verduidelijken dat, wanneer de AICB een prospectus moet publiceren, enkel de informatieverplichtingen van de AIFM-regeling van toepassing zijn die bijkomend zijn aan de informatiever- plichtingen van de prospectusregeling. Dit artikel wordt zo aangepast dat het ook het geval omvat waarin een informatienota (of elk ander soortgelijk document dat krachtens het recht van een andere lidstaat is vereist) moet worden gepubliceerd. 8 Onverminderd natuurlijk de toepassing van de de minimis-regeling voor de aanbiedingen met een totale tegenwaarde die minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, en in het kader waarvan de belegging tot 5 000 euro per belegger is beperkt. d’information devra être rédigée8. On souligne sur ce point que la cotation sur Euronext Brussels est obliga- toire pour certains organismes de placement collectif publics à nombre fixe de parts (pricafs publiques et sicafi publiques), tandis que d’autres en sont exemptés (fonds starters publics et “ELTIF”). Le régime de la note d’information ne concernera donc potentiellement que cette deuxième catégorie. Pour ce qui concerne la manière dont cette question est traitée concernant les organismes de placement collectif à nombre variable de parts publics, on renvoie au commentaire du titre IV ci-dessus. Art. 70 Cet article apporte une correction à l’article 11, § 2, alinéa 2, de la loi du 19 avril 2014. Cette disposition a pour but de préciser que la même société peut détenir simultanément un agrément en tant que société de ges- tion d’organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et un agré- ment en tant que gestionnaire d’OPCA. Art. 71 Cet article modifie l’article 70 de la loi du 19 avril 2014. Cet article transpose l’article 23, paragraphe 3, de la directive 2011/61/UE (directive AIFM) et a, dans sa ver- sion actuelle, pour but de préciser que, lorsque l’OPCA est tenu de publier un prospectus, seules les obligations de fourniture d’information prévues par le régime AIFM qui s’ajoutent à celles du prospectus s’appliquent. Cet article est adapté de manière à également prévoir le cas de figure où c’est une note d’information (ou tout autre document similaire exigé en vertu du droit d’un autre État membre) qui doit être publiée. 8 Sans préjudice bien sûr de l’application du régime de minimis pour les offres d’un montant inférieur ou égal à 500 000 euros, et dans le cadre desquelles l’investissement est limité à 5 000 euros par investisseur. 58 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 72 Dit artikel vervangt – in artikel 117, tweede lid, van de wet van 19 april 2014 – de daar thans aanwezige verwij- zing naar de wet van 6 april 1995 door een verwijzing naar de recente wet van 25 oktober 2016. Art. 73 Dit artikel voert in artikel 208  van de wet van 19 april 2014 een paragraaf 8 in. Die nieuwe bepaling betreft de verplichting voor de effectieve leiders van zelfbeheerde openbare AICB’s om de nodige maatre- gelen te nemen om de naleving te garanderen van de vereisten van de wet en van Verordening 231/2013 met betrekking tot de organisatie en de beheerstructuur. Het wettelijk bestuursorgaan moet, in voorkomend geval via het auditcomité, controleren of die bepalingen worden nageleefd. Tot slot wordt verduidelijkt dat de effectieve leiding minstens éénmaal per jaar verslag moet uitbren- gen over die materies bij het wettelijk bestuursorgaan, de erkende commissaris en de FSMA. Die verplichtingen zijn dezelfde als de verplichtingen die reeds vervat zit- ten in artikel 319, § 7, van de wet van 19 april 2014 voor de beheervennootschappen van openbare AICB’s, en de verplichtingen die reeds vervat zitten in de wet van 3 augustus 2012 (zie de artikelen 41, § 9, en 210, § 10). Art. 74 Dit artikel wijzigt artikel 222, tweede lid, van de wet van 19 april 2014: in haar huidige versie verduidelijkt deze bepaling dat de prospectusregeling die van toepas- sing is bij een openbare aanbieding door een AICB met een vast aantal rechten van deelneming of bij een open- bare aanbieding van andere effecten dan rechten van deelneming door een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, door de wet van 16 juni 2006 wordt bepaald. Dit artikel vervangt die verwijzing door een verwijzing naar dit ontwerp en verwijst ook naar de regeling van de informatienota. Art. 75 en 76 Deze twee artikelen wijzigen respectievelijk de ar- tikelen 226 en 261 van de wet van 19 april 2014, die handelen over de openbare mededelingen buiten het kader van een openbare aanbieding. Voor meer details over de context waarin die bepalingen kaderen, wordt naar de commentaar bij artikel 27 hierboven verwezen. De hier doorgevoerde wijzigingen strekken ertoe ook de hypothese te vermelden waarin een informatienota is gepubliceerd. Art. 72 Cet article remplace, dans l’article 117, alinéa 2, de la loi du 19 avril 2014, la référence à la loi du 6 avril 1995 qui y figure actuellement par une référence à la récente loi du 25 octobre 2016. Art. 73 Cet article insère un paragraphe 8  dans l’article 208 de la loi du 19 avril 2014. Cette nouvelle disposition a trait à l’obligation faite aux dirigeants effectifs des OPCA publics autogérés de prendre les mesures nécessaires pour assurer le respect des exigences prévues par la loi et le règlement 231/2013 en matière d’organisation et de structure de gestion. L’organe légal d’administration doit contrôler, le cas échéant via le comité d’audit, le respect de ces dispositions. Enfin, il est précisé que la direction effective doit faire rapport une fois par an au moins à l’organe légal d’administration, au commissaire agréé et à la FSMA sur ces questions. Ces obligations sont identiques à celles qui sont déjà reprises à l’article 319, § 7, de la loi du 19 avril 2014 en ce qui concerne les sociétés de gestion d’OPCA publics, ainsi qu’à celles contenues dans la loi du 3 août 2012 (voy. les art. 41, § 9, et 201, § 10). Art. 74 Cet article modifie l’article 222, alinéa 2, de la loi du 19 avril 2014: dans sa version actuelle, cette disposition précise que le régime du prospectus applicable en cas d’offre publique par un OPCA à nombre fixe de parts ou d’offre publique de titres autres que des parts par un OPCA à nombre variable de parts est déterminée par la loi du 16 juin 2006. Le présent article remplace ce renvoi par une référence au présent projet, et fait également référence au régime de la note d’information. Art. 75 et 76 Ces deux articles modifient respectivement les articles 226 et 261 de la loi du 19 avril 2014, relatifs aux communications publiques effectuées en dehors du cadre d’une offre publique. Pour plus de détails sur le contexte dans lequel s’inscrivent ces dispositions, on renvoie au commentaire de l’article 27 ci-dessus. Les modifications effectuées ici visent à mentionner également l’hypothèse où une note d’information a été publiée. 59 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 77 Dit artikel wijzigt de vorm van artikel 319, § 7, van de wet van 19 april 2014, om de bewoordingen ervan in overeenstemming te brengen met de nieuwe paragraaf 8 van artikel 208 (zie hierboven). Art. 78 Dit artikel beoogt de tenuitvoerlegging van de recente Verordening 2017/1131 (geldmarktfondsen) in Belgisch recht. Het wijzigt daartoe artikel 336 van de wet van 19 april 2014, waarin de bepalingen worden opgesomd in verband waarmee deel V van deze wet over het toe- zicht van toepassing is. Ingevolge die wijzigingen zal de FSMA gemachtigd zijn om ook toezichtsbevoegdheden uit te oefenen met betrekking tot de naleving van de bepalingen van die Europese Verordening. Bovendien zullen, om de leesbaarheid van de wet- tekst te vergroten, in artikel 336 voortaan ook expliciet alle Europese Verordeningen worden opgesomd in ver- band waarmee deel V van de van wet van 19 april 2014 van toepassing is. Ook de krachtens Richtlijn 2011/61/EU door de Commissie genomen uitvoeringsmaatregelen zullen daar dus worden vermeld; voorheen zaten die uit- voeringsmaatregelen vervat in de bepalingen waarvan de toepassing onder het toezicht van de FSMA viel als gevolg van de verwijzing naar artikel 4 van de wet van 19 april 2014. In overeenstemming met de hier doorge- voerde wijzigingen wordt artikel 367 van dezelfde wet opgeheven (zie art. 86 hieronder). Art. 79 Dit artikel verbetert een verwijzingsfout in artikel 338, § 5, van de wet van 19 april 2014. Art. 80 tot 83 en 85 Deze bepalingen passen de referenties en de verwij- zingen in de artikelen 345, 351, 352, 356 en 360 van de wet van 19 april 2014 aan de recente wetgevende ontwikkelingen aan. In artikel 360 worden ook een ver- taalfout en een fout in de nummering van de paragrafen verbeterd. Art. 84 Dit artikel vervolledigt de verwijzingen in artikel 357, § 1, eerste lid, 1°, van de wet van 19 april 2014. Art. 77 Cet article modifie la forme de l’article 319, § 7, de la loi du 19 avril 2014 afin de mettre la rédaction de celui-ci en conformité avec le paragraphe 8 nouveau de l’article 208 (voy. supra). Art. 78 Cet article vise à mettre en œuvre en droit belge le récent règlement 2017/1131 (fonds monétaires). Il modi- fie pour ce faire l’article 336 de la loi du 19 avril 2014, qui énumère les dispositions à propos desquelles la partie V de cette loi, relative au contrôle, s’applique. Suite à ces modifications, la FSMA sera habilitée à exercer ses compétences de contrôle en ce qui concerne le respect des dispositions de ce règlement européen également. Par ailleurs, afin d’améliorer la lisibilité du texte légal, l’article 336 énumèrera désormais explicitement l’ensemble des règlements européens à propos des- quels la partie V de la loi du 19 avril 2014 s’applique. On mentionnera donc là également les mesures d’exé- cution prises par la Commission en vertu de la directive 2011/61/UE; ces dernières étaient auparavant inclues dans les dispositions faisant l’objet du contrôle de la FSMA en vertu du renvoi effectué à l’article 4 de la loi du 19 avril 2014. En rapport avec les modifications effectuées ici, l’article 367 de la même loi est abrogé (voy. l’art. 86 ci-dessous). Art. 79 Cet article corrige une erreur de référence à l’article 338, § 5, de la loi du 19 avril 2014. Art. 80 à 83 et 85 Ces dispositions adaptent les références et renvois contenus aux articles 345, 351, 352, 356 et 360 de la loi du 19 avril 2014 aux récentes évolutions législatives. A l’article 360, une erreur de traduction et une erreur dans la numérotation des paragraphes sont également corrigées. Art. 84 Cet article complète les références reprises à l’article 357, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi du 19 avril 2014. 60 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 86 Gelet op de wijzigingen die in artikel 336 van de wet van 19 april 2014 worden aangebracht, heft dit artikel artikel 367 van diezelfde wet op. TITEL VI Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen Art. 87 en 88 Deze artikelen vervangen de verwijzing naar de wet van 16 juni 2006 door een verwijzing naar dit ontwerp in de artikelen 5 en 20 van de wet van 25 april 2014. TITEL VII Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen Art. 89, 91 en 93 Deze artikelen brengen de bepalingen van de wet van 12 mei 2014 in overeenstemming met de wijzigingen die dit ontwerp in de prospectusregeling aanbrengt. Art. 90 Dit artikel vult artikel 23 van de wet van 12 mei 2014 met een zesde lid aan. Die nieuwe bepaling voert een uitzondering in op de regel die stelt dat de promotor van een openbare gereglementeerde vastgoedvennoot- schap of de in onderling overleg met hem handelende personen geen verwervingen van effecten mogen ver- richten die het vlottend kapitaal van de vennootschap onder 30 % doen dalen. De toepassing van die uitzon- dering blijft beperkt tot de gevallen waarin de door de promotor nagestreefde doelstelling erin bestaat een openbaar overnamebod uit te brengen op de vennoot- schap, om afstand te kunnen doen van het statuut van openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap en om de schrapping van de notering te vragen, om bijvoor- beeld voor een ander statuut te kunnen opteren, zoals dat van gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds (zie het koninklijk besluit van 9 november 2016 met betrek- king tot gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen). Om in aanmerking te komen voor die uitzondering, moet aan de volgende vereisten zijn voldaan: Art. 86 Considérant les modifications apportées à l’article 336 de la loi du 19 avril 2014, cet article abroge l’article 367 de la même loi. TITRE VI Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse Art. 87 et 88 Ces articles remplacent, dans les articles 5 et 20 de la loi du 25 avril 2014, la référence à la loi du 16 juin 2006 par une référence au présent projet. TITRE VII Modifications à la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées Art. 89, 91 et 93 Ces articles mettent les dispositions de la loi du 12 mai 2014 en concordance avec les modifications apportées au régime du prospectus par le présent projet. Art. 90 Cet article complète l’article 23 de la loi du 12 mai 2014 par un alinéa 6. L’objectif poursuivi par cette nouvelle disposition est d’introduire une exception à la règle selon laquelle le promoteur d’une société immobilière régle- mentée publique ou les personnes agissant de concert avec lui ne peuvent effectuer d’acquisitions de titres ayant pour effet de faire baisser le flottant de la société en dessous de 30 %. L’application de cette exception est circonscrite aux cas dans lesquels l’objectif pour- suivi par le promoteur est de lancer une offre publique d’acquisition sur la société, afin de renoncer au statut de société immobilière réglementée publique et de demander le retrait de la cote, de manière par exemple à opter pour un autre statut, tel que celui de fonds d’in- vestissement immobilier spécialisé (voy. l’arrêté royal du 9 novembre 2016 relatif aux fonds d’investissement immobiliers spécialisés). Le bénéfice de l’exception est conditionné au respect des exigences suivantes: 61 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 — de verwervingen van effecten dienen aan te sluiten op de aanvaarding door de houders van de effecten waarop de openbare overnamebieding betrekking heeft, en, in voorkomend geval, op een (vereenvoudigd) open- baar uitkoopbod dat aansluit op voornoemde openbare overnamebieding, en hebben tot gevolg dat het vlottend kapitaal tot nul wordt herleid; — er moet afstand worden gedaan van de vergunning binnen de maand die volgt op de afsluiting van het bod dat het mogelijk heeft gemaakt om het vlottend kapitaal tot nul te herleiden. Als die voorwaarden niet worden nageleefd, zal de promotor maatregelen moeten nemen om het vlottend kapitaal op een niveau van minstens 30 % te brengen, bijvoorbeeld via openbare verkoopaanbiedingen of openbare aanbiedingen tot inschrijving. Het zou dus raadzaam zijn dat de promotor en de in onderling overleg met hem handelende personen aan hun aanbieding de voorwaarde koppelen dat zij een bepaalde hoeveelheid effecten dienen te verwerven die hen in staat stelt om onmiddellijk een openbaar uitkoopbod uit te brengen. Er wordt verduidelijkt dat artikel 62 van de wet van 12 mei 2014, dat de verplichting oplegt om de afstand van de vergunning door de algemene vergadering te laten goedkeuren, niet van toepassing is als afstand van de vergunning wordt gedaan nadat het vlottend kapitaal tot nul is herleid; in dat geval neemt het publiek immers niet langer aan de vennootschap deel, waardoor het beschermingsmechanisme van artikel 62 geen zin meer heeft. Art. 92 Dit artikel heft het eerste lid van artikel 76/11 van de wet van 12 mei 2014 op, dat werd ingevoerd door de wet van 22 oktober 2017 tot wijziging van de wet van 12  mei  2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen. In haar huidige versie verduidelijkt die bepaling dat de uitzondering op de prospectusplicht waarvan sprake is in artikel 18, § 1, a), van de wet van 16 juni 2006 voor de coöperatieve vennootschappen, niet geldt voor de sociale geregle- menteerde vastgoedvennootschappen. Zoals eerder toegelicht (zie de commentaar bij artikel 10) neemt het ontwerp die uitzondering niet over. Bijgevolg zullen de sociale gereglementeerde vastgoedvennootschappen een informatienota moeten opstellen indien zij een aanbieding aan het publiek ver- richten waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de prospectusplicht, tenzij de de minimis-regeling van toepassing is. Ook — les acquisitions de titres doivent faire suite à l’acceptation par les détenteurs des titres concernés d’une offre publique d’acquisition et, le cas échéant, à une offre publique de reprise (simplifiée) faisant suite à l’offre publique d’acquisition susmentionnée, et ont pour conséquence que le flottant a été réduit à zéro; — il doit être renoncé à l’agrément dans le mois de la clôture de l’offre qui a permis de réduire le flottant à zéro. Au cas où ces conditions ne sont pas respectées, le promoteur sera tenu de prendre des mesures visant à ramener le flottant à un niveau d’au moins 30 %, en recourant par exemple à des offres publiques de vente ou en souscription publique. Il sera donc prudent que le promoteur et les personnes agissant de concert avec lui conditionnent leur offre à l’acquisition d’une quantité de titres leur permettant de lancer immédiatement une offre publique de reprise. Il est précisé que l’article 62 de la loi du 12 mai 2014, qui impose de faire approuver la renonciation à l’agré- ment par l’assemblée générale n’est pas applicable au cas où la renonciation est effectuée après que le flottant ait été réduit à zéro; dans un tel cas en effet, le public ne participe plus dans la société, de sorte que le mécanisme de protection prévu par l’article 62 n’a plus d’utilité. Art. 92 Cet article abroge l’alinéa 1er de l’article 76/11 de la loi du 12 mai 2014, introduit par la loi du 22 octobre 2017 modifiant la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées. Dans sa version actuelle, cette disposition précise que l’exception à l’obligation de prospectus établie, pour les sociétés coopératives, à l’article 18, § 1er, a), de la loi du 16 juin 2006 n’est pas d’application aux sociétés immobilières réglementées à but social. Comme précisé ci-dessus (voy. le commentaire de l’article 10), le projet ne reprend pas cette exemption. Les sociétés immobilières réglementées à but social seront dès lors tenues de rédiger une note d’information au cas où elles effectuent une offre au public pour un montant inférieur au seuil de l’obligation de prospectus, sauf l’application du régime de minimis. On souligne également qu’une société immobilière réglementée à 62 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 wordt onderstreept dat een sociale gereglementeerde vastgoedvennootschap die een aanbieding aan het publiek zou verrichten waarvan de totale tegenwaarde hoger ligt dan de drempel voor de prospectusplicht, een prospectus zal moeten opstellen. TITEL VIII Wijziging aan de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen Art. 94 Dit artikel wijzigt artikel 16 van de wet van 13 maart 2016 door de verwijzing naar de wet van 16 juni 2006 te ver- vangen door een verwijzing naar het ontwerp en naar de prospectusverordening. TITEL IX Wijzigingen aan de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren Art. 95 Omwille van de duidelijkheid voegt dit ontwerp aan de definitie van het toepasselijke wettelijke en reglementaire kader van artikel 3, 22°, van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren expliciet de bepalingen toe waarvan de naleving, krachtens artikel 85, § 1, 6°, van de wet van 18 september 2017 tot voor- koming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, moet worden gecontroleerd door het College van Toezicht op de bedrijfsrevisoren. Voornoemde wet van 18 september 2017 heeft voor de Nationale Bank van België soortgelijke bepalingen ingevoerd in haar organieke wet. but social qui effectuerait une offre au public pour un montant supérieur au seuil de l’obligation de prospec- tussera tenue de rédiger un prospectus. TITRE VIII Modification à la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance Art. 94 Cet article modifie l’article 16 de la loi du 13 mars 2016, de manière à remplacer la référence à la loi du 16 juin 2006 qu’il contient par une référence au projet et au règlement prospectus. TITRE IX modifications à la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises Art. 95 Dans un souci de clarté, le présent projet ajoute explicitement à la définition du cadre législatif et régle- mentaire applicable de l’article 3, 22°, de la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises les dispositions dont le Collège de supervision des révi- seurs d’entreprises est chargé de contrôler le respect par l’article 85, § 1er, 6°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l’uti- lisation des espèces. Des dispositions équivalentes ont été insérées pour la Banque nationale de Belgique dans la loi organique de cette dernière par la loi du 18 septembre 2017 précitée. 63 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL X Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën Art. 96 Dit artikel wijzigt artikel 4 van de wet van 18 december 2016 door de verwijzingen naar de wet van 16 juni 2006 te vervangen door verwijzingen naar het ontwerp en naar de prospectusverordening. TITEL XI Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU Art. 97 en 100 Deze artikelen passen respectievelijk de artikelen 25 en 53 van de wet van 21 november 2017 aan door de verwijzingen in die artikelen te vervangen door verwijzin- gen naar dit ontwerp en naar de prospectusverordening. Art. 98 en 99 Deze artikelen wijzigen respectievelijk de artikelen 26 en 49 van de wet van 21 november 2017. Zij voeren een procedure in op basis waarvan bijvoorbeeld de uitgevende instellingen die aan de wettelijk vastge- stelde voorwaarden voldoen, om de schrapping van hun stemrechtverlenende effecten van de notering kunnen vragen. Deze procedure geldt zowel voor de effecten die tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, als voor de effecten die tot de verhandeling op een MTF zijn toegelaten waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de in artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde machtiging. De regering wil aldus een regeling invoeren op basis waarvan de uitgevende instellingen waarvan de financiële positie het niet langer mogelijk maakt om een notering te handhaven (of om de daaraan verbonden kosten te dra- gen) en die niet langer voldoen aan de voorwaarden die uit die notering voortvloeien, of waarvan het erg beperkte vlottende kapitaal voor een zeer beperkte liquiditeit zorgt, waardoor het voor de aandeelhouders in de praktijk niet meer mogelijk is om hun effecten op een normale wijze te verhandelen, via een vereenvoudigde procedure en tegen lage kosten, de notering kunnen verlaten. TITRE X Modifications à la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances Art. 96 Cet article modifie l’article 4 de la loi du 18 décembre 2016, de manière à remplacer les références à la loi du 16 juin 2006 qu’il contient par des références au projet et au règlement prospectus. TITRE XI Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE Art. 97 et 100 Ces articles adaptent respectivement les articles 25 et 53 de la loi du 21 novembre 2017 afin de remplacer les références que ces dispositions contiennent par des références au présent projet et au règlement prospectus. Art. 98 et 99 Ces articles modifient respectivement les articles 26 et 49 de la loi du 21 novembre 2017. Ils visent à mettre en place une procédure permettant à des émet- teurs répondant aux conditions précisées par la loi de demander le retrait de leurs titres avec droit de vote de la cote. Cette procédure concerne aussi bien les titres admis à la négociation sur un marché réglementé que sur un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l’habili- tation visée à l’article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002. Le gouvernement souhaite par là établir un régime permettant aux émetteurs dont, par exemple, la situation financière ne permet plus nécessairement d’assurer (les coûts liés à) une cotation et qui ne sont plus adaptés aux contraintes de celle-ci ou dont le flottant très réduit entraîne une liquidité très faible, qui ne permet dans les faits plus aux actionnaires de négocier normalement leurs titres de sortir de la cote moyennant une procédure simplifiée et des coûts réduits. 64 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 De voorwaarden waaronder een uitgevende instel- ling de notering kan verlaten, zijn, met het oog op de beleggersbescherming, strikt omkaderd. In de eerste plaats moet die schrapping van de notering worden goedgekeurd door de algemene vergadering, die zich uitspreekt met naleving van de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voor een wijziging van het maatschap- pelijk doel (viervijfdemeerderheid en quorum van 50 % van het maatschappelijk doel – zie art. 559 van het Wetboek van Vennootschappen). Daartoe moet de raad van bestuur een bijzonder verslag opstellen, waarin het belang van de schrapping van de notering voor de vennootschap en haar aandeelhouders, inclusief haar minderheidsaandeelhouders, wordt verantwoord. Verder wordt geëist dat het vlottend kapitaal van de betrokken vennootschap zich (in termen van percen- tage of waarde) onder een bepaalde drempel bevindt. Die dubbele drempel wordt, voor de gereglementeerde markten, alternatief vastgesteld op 0,5 % van het totaal van de effecten of 1 000 000 euro. Voor de MTF’s moet het vlottend kapitaal minder bedragen dan of gelijk zijn aan 1 % of 500 000 euro. Dat die twee regelingen ver- schillen, is te wijten aan de verschillende aard van beide soorten markten, en aan de respectieve omvang van de vennootschappen die op die markten zijn genoteerd. Die voorwaarden zijn gebaseerd op een redenering van het de minimis-type. Voor de goede orde wordt verduidelijkt dat de verrichting geen afbreuk doet aan de rechten van de aandeelhouders op hun aandelen: het ingevoerde mechanisme is dus niet vergelijkbaar met een uitkoopbod. Bovendien blijft de uitvoering van transacties op de Expert Market van Euronext mogelijk, ook al heeft de instelling de notering verlaten. De toepassing van dat mechanisme vereist geen actieve of systematische interventie van de FSMA; zij kan zich daartegen overigens niet verzetten als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. BOEK VII DIVERSE BEPALING Art. 101 Dit artikel verduidelijkt, voor zover nodig, dat de be- palingen van het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het openbaar karakter van de werving van terug- betaalbare gelden, en, mits bepaalde uitzonderingen, van het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepaalde informatieverplichtingen bij de commercialise- ring van financiële producten bij niet-professionele cli- enten, van toepassing blijven tot ze uitdrukkelijk worden opgeheven. De wettelijke grondslag van de betrokken bepalingen zit immers in dit ontwerp vervat. Les conditions auxquelles un tel retrait peut avoir lieu sont, dans l’intérêt de la protection des investisseurs, encadrées strictement. En premier lieu, le retrait doit avoir été approuvé par l’assemblée générale, statuant aux conditions exigées pour la modification de l’objet social (majorité des 4/5e et quorum de 50 % du capital social – voy. l’art. 559 du Code des sociétés). A cette fin, le conseil d’administration doit rédiger un rapport spécial, dans lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société et ses actionnaires, en ce compris les actionnaires minoritaires. Par ailleurs, il est exigé que le flottant de la société concernée se situe (en termes de pourcentage ou en terme de valeur) en deçà d’un certain seuil. Ce double seuil est alternativement fixé, pour les marchés réglementés, à 0,5 % du total des titres ou 1 000 000 euros. Pour les MTF, le flottant devra être inférieur ou égal à 1 % ou à 500 000 euros. Cette diffé- rence de régime est basée sur la différence de nature qui existe entre ces deux types de marché, et sur les tailles respectives des sociétés qui y sont cotées. Ces conditions sont basées sur un raisonnement de type de minimis. On précise pour la bonne règle que l’opération ne porte pas atteinte aux droits des actionnaires sur leurs actions: le mécanisme mis en place n’est donc pas comparable à une offre de reprise. Par ailleurs, effectuer des transactions sur l’Expert Market d’Euronext reste toujours envisageable, nonobstant le retrait de la cote. L’utilisation du mécanisme ne nécessite pas d’inter- vention active ou systématique de la part de la FSMA; celle-ci ne peut d’ailleurs pas s’opposer au retrait au cas où les conditions exigées par la loi sont réunies. LIVRE VII DISPOSITION DIVERSE Art. 101 Cet article précise pour autant que de besoin que les dispositions de l’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère public de la sollicitation de fonds rembour- sables et, moyennant certaines exceptions, de l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en matière d’information lors de la commercialisation de produits financiers auprès des clients de détail restent d’application jusqu’à leur abrogation expresse. La base légale des dispositions concernées est en effet reprise dans le présent projet. 65 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Wat het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreft, wordt overigens verduidelijkt dat de bepalingen over de inhoud van de reclame (art. 11 tot 25) met ingang van 21 juli 2019 niet langer van toepassing zullen zijn bij de commercialisering van beleggingsinstrumenten. De resterende bepalingen van de regeling van het be- sluit (verruimd toepassingsgebied en beginsel van de a-priorigoedkeuring door de FSMA) zullen echter van toepassing blijven, met inachtneming van de door dit ontwerp aangebrachte verduidelijkingen (zie ter zake ook de commentaar bij de artikelen 22 en 23). BOEK VII OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING Art. 102 Dit artikel verduidelijkt dat de artikelen 10 tot 18 van het ontwerp over de regeling inzake de aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de prospec- tusplicht, niet van toepassing zullen zijn op de aanbie- dingen aan het publiek waarvan de aanbiedingsperiode reeds loopt op de datum van hun inwerkingtreding, die is vastgesteld op 21 juli 2018. Die aanbiedingen aan het publiek zullen dus moeten worden afgesloten conform de regeling van de wet van 16 juni 2006. Dit artikel volgt een soortgelijke benadering als artikel 46, lid 3, van de prospectusverordening, die bepaalt dat prospectussen die vóór 21 juli 2019 zijn goedgekeurd overeenkomstig het nationale recht tot omzetting van Richtlijn 2003/71/ EG, door dat nationale recht geregeld blijven tot het einde van de geldigheid ervan of tot 21 juli 2020. Het spreekt voor zich dat dit ontwerp geen enkele impact heeft op verrichtingen die al afgesloten zijn. Van dat beginsel wordt afgeweken in verband met de aanbiedingen aan het publiek die reeds lopen op 21 juli 2018 en die betrekking hebben op de in artikel 18, § 1, a) en i), van de wet van 16 juni 2006 bedoelde beleggingsinstrumenten. Ter herinnering, voorzien beide bepalingen in een afwijking van de prospectusplicht met betrekking tot de openbare aanbiedingen van, enerzijds, aandelen in bepaalde coöperatieve vennootschappen en, anderzijds, effecten die aan werknemers worden aangeboden ter uitvoering van participatieplannen, met name voor zover de tegenwaarde van de betrokken verrichtingen niet meer bedraagt dan 5 000 000 euro. Aangezien het beginsel van die vrijstellingen niet in de ontwerptekst is ingeschreven, lijkt het aangewezen hun toepassing in de tijd de beperken. Het zou echter niet logisch zijn dat een aanbieding aan het publiek die op 21 juli 2018 reeds zou lopen onbeperkt zou kunnen En ce qui concerne l’arrêté royal du 25 avril 2014, on précise toutefois que les dispositions relatives au contenu des publicités (art. 11 à 25) ne seront, à dater du 21 juillet 2019, plus d’application en cas de com- mercialisation d’instruments de placement. Le reste du régime de l’arrêté (champ d’application élargi et principe de l’approbation a priori par la FSMA) restera toutefois d’application, moyennant les précisions apportées par le présent projet (voy. également sur ce point le com- mentaire des art. 22 et 23). LIVRE VII DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTRÉE EN VIGUEUR Art. 102 Cet article précise que les articles 10 à 18 du projet, relatifs au régime des offres au public dont le montant est inférieur au seuil de l’obligation de prospectus, ne s’appliqueront pas aux offres au public dont la période d’offre sera en cours à la date de leur entrée en vigueur, fixée au 21 juillet 2018. Ces offres au public devront donc être clôturées sous le régime de la loi du 16 juin 2006. Cette disposition suit une approche similaire à celle de l’article 46, paragraphe 3, du règlement prospectus, qui dispose qu’un prospectus approuvé conformément au droit national transposant la directive 2003/71/CE avant le 21 juillet 2019 continue de relever de ce droit national jusqu’à la fin de sa validité, ou jusqu’au 21 juillet 2020. Il va sans dire que le projet n’a aucun impact sur les opérations déjà clôturées. Il est dérogé à ce principe en ce qui concerne les offres au public, en cours au 21 juillet 2018, qui portent sur les instruments de placement visés à l’article 18, § 1er, a) et i) de la loi du 16 juin 2006. Pour rappel, ces deux dispositions prévoient des exemptions à l’obli- gation de prospectus en ce qui concerne les offres publiques sur les parts de certaines sociétés coopéra- tives et sur les valeurs mobilières offertes aux travail- leurs en exécution de plans de participation, pour autant notamment que le montant des opérations concernées ne dépasse pas 5 000 000 euros. Dans la mesure où le principe de ces exemptions n’est pas repris dans le projet, il paraît indiqué de limiter leur application dans le temps. Il ne serait en effet pas logique qu’une offre au public continue qui serait en cours au moment de l’entrée en vigueur du nouveau régime continue à béné- ficier de manière illimitée dans le temps d’exemptions 66 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 blijven genieten van afwijkingen die onder het regime van de wet van 16 juni 2006 golden. Een redelijke aan- passingstermijn moet echter aan de betrokken actoren gelaten worden. Vanaf 21 oktober 2018 zullen dus deze aanbiedingen aan het publiek aan de artikelen 10 tot 19 van het ontwerp onderworpen worden. Art. 103 Het eerste lid van dit artikel heft de wet van 16 juni 2006 per 21 juli 2019 op. Die datum is immers de datum waarop het grootste deel van de regeling van de prospectusverordening van toepassing is (zie art. 49, lid 2, van de prospectusverordening). De bepalingen van de wet van 16 juni 2006 die spe- cifiek handelen over de aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de prospectusplicht, worden echter op 21 juli 2018 opgeheven. Op die datum treedt immers de nieuwe drempel voor de toepassing van de prospectusplicht in werking (zie art. 49, lid 2, van de prospectusverordening). De punten a) en g) van artikel 18, § 2, die zullen worden opgeheven op de datum waarop dit ontwerp in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt, vormen een speciaal geval. Die twee bepalingen zijn immers impliciet vervangen door de punten a) en b) van artikel 1, lid 5, van de prospectusverordening, die sinds 20 juli 2017 in werking zijn getreden. Voornoemde bepalingen van artikel 18 van de wet van 16 juni 2006 zijn op dit moment dus al verdwenen uit het regelge- vingskader en de formele opheffing ervan is louter nog een formaliteit. Art. 104 Dit artikel regelt de inwerkingtreding van het ontwerp en moet parallel worden gelezen met artikel 103. Het algemene beginsel is dat de nieuwe wet van toepassing zal zijn vanaf 21 juli 2019, net als de pros- pectusverordening die door de nieuwe wet ten uitvoer wordt gelegd. Zoals eerder al verduidelijkt in de commentaar bij de artikelen, zijn er belangrijke uitzonderingen op dat beginsel: — in de eerste plaats zullen de bepalingen over de aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegen- waarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing qui valaient sous l’empire de la loi du 16 juin 2006. Un délai d’adaptation raisonnable doit toutefois être laissé aux acteurs concernés. A compter du 21 octobre 2018, ces offres au public seront donc soumises au nouveau régime des articles 10 à 19 du projet. Art. 103 L’alinéa 1er de cet article abroge la loi du 16 juin 2006 à la date du 21 juillet 2019. Cette date est en effet la date à laquelle la majeure partie du régime du règle- ment prospectus entre en application (voy. l’art. 49, paragraphe 2 du règlement prospectus). Les dispositions de la loi du 16 juin 2006 qui sont propres aux offres au public dont le montant est inférieur au seuil de l’obligation de prospectus sont toutefois abrogées au 21 juillet 2018. C’est en effet à cette date qu’entre en vigueur le nouveau seuil d’application de l’obligation de prospectus (voy. l’art. 49, paragraphe 2, du règlement prospectus). Un cas particulier est celui des points a) et g) de l’article 18, § 2, qui seront supprimés à la date où le présent projet sera publié au Moniteur belge. Ces deux dispositions ont en effet été implicitement remplacées par les points a) et b) de l’article 1er, paragraphe 5, du rè- glement prospectus, en vigueur depuis le 20 juillet 2017. À l’heure actuelle, les dispositions précitées de l’article 18 de la loi du 16 juin 2006 ont donc déjà disparu de l’ordonnancement juridique et leur suppression formelle n’est plus qu’une formalité. Art. 104 Cet article règle l’entrée en vigueur du projet et doit se lire en parallèle avec l’article 103. Le principe général est que la nouvelle loi s’applique- ra à compter du 21 juillet 2019, tout comme le règlement prospectus qu’elle met en œuvre. Comme déjà précisé plus haut dans le commen- taire des articles, ce principe connaît d’importantes exceptions: — en premier lieu, les dispositions relatives aux offres au public dont le montant est inférieur au seuil de l’obligation de prospectus et celles relatives à la mise 67 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 van de prospectusplicht, en de bepalingen over de tenuitvoerlegging in Belgisch recht van Verordening 2017/1131 (geldmarktfondsen) van toepassing zijn vanaf 21 juli 2018. Paragraaf 4 van dit artikel verduidelijkt dat de bepa- lingen van de wet van 16 juni 2006 over de bevoegd- heden van de FSMA, over de samenwerking tussen de autoriteiten en over de strafrechtelijke en administratieve sancties (art. 67, 68 en 69 tot 72), alsook artikel 125 van de wet van 2 augustus 2002 (vordering tot staking) van toepassing zullen zijn op de bepalingen van dit ontwerp over de aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de prospectusplicht, zodra die in wer- king treden. Er wordt dus een overgangsregeling inzake toezicht en sancties ingevoerd. Per 21 juli 2019 zullen de betrokken bepalingen van dit ontwerp van toepassing zijn en de artikelen 67, 68 en 69 tot 72 van de wet van 16 juni 2006 definitief vervangen; — sommige artikelen treden in werking op de tiende dag na de bekendmaking van de nieuwe wet in het Belgisch Staatsblad, conform de gemeenrechtelijke regel. Dat is bijvoorbeeld het geval voor bepaalde nieu- wigheden die het ontwerp invoert met betrekking tot de openbare overnamebiedingen, de nieuwe uitzondering op de regeling inzake het bemiddelingsmonopolie (vast- goedmakelaars) en de diverse wijzigingen die vervat zitten in het ontwerp. De formulering van paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel is aangepast om te voldoen aan de opmerking van de Raad van State. De minister van Economie en Consumenten, Kris PEETERS De minister van Financiën, Johan VAN OVERTVELDT en œuvre en droit belge du règlement 2017/1131 (fonds monétaires) s’appliqueront dès le 21 juillet 2018. Le paragraphe 4 du présent article précise que les dispositions de la loi du 16 juin 2006 relatives aux pou- voirs de la FSMA, à la coopération entre autorités et aux sanctions pénales et administratives (art. 67, 68 et 69 à 72), ainsi que l’article 125 de la loi du 2 août 2002 (action en cessation) s’appliqueront en ce qui concerne les dis- positions du présent projet relatives aux offres au public dont le montant est inférieur au seuil de l’obligation de prospectus dès l’entrée en vigueur de ces dernières. Un mécanisme de contrôle et de sanction transitoire est donc mis en place. Dès le 21 juillet 2019, les dispositions correspondantes du présent projet s’appliqueront et remplaceront définitivement les articles 67, 68 et 69 à 72 de la loi du 16 juin 2006; — certains articles entrent en vigueur le dixième jour suivant la publication de la loi nouvelle au Moniteur belge, selon la règle de droit commun. Tel est le cas par exemple de certaines des nouveautés apportées par le projet concernant les offres publiques d’acquisition, de la nouvelle exclusion au régime du monopole d’inter- médiation (agents immobiliers), et des modifications diverses contenues dans le projet. La formulation du paragraphe 2, alinéa 1er du présent article a été adaptée conformément à la remarque du Conseil d’État. Le ministre de l’Économie et des Consommateurs, Kris PEETERS Le ministre des Finances, Johan VAN OVERTVELDT 68 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 VOORONTWERP VAN WET onderworpen aan het advies van de Raad van State Voorontwerp van wet op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt BOEK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in arti- kel 74 van de grondwet. Art. 2 Deze wet voorziet inzonderheid in de tenuitvoerlegging van (a) Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gere- glementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG en (b) Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen. BOEK II AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK TITEL I Definities Art. 3 § 1. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder “beleggingsinstrumenten”: 1° effecten; 2° geldmarktinstrumenten; 3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op roerende of onroerende goederen, die zijn onder- gebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeld- heid of groepering, waarbij de houders van die rechten niet het privatief genot hebben van die goederen, en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden; 4° rechten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking AVANT-PROJET DE LOI soumis à l’avis du Conseil d’État Avant-projet de loi relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés LIVRE IER DISPOSITIONS GÉNÉRALES Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la constitution. Art. 2 La présente loi assure notamment la mise en œuvre (a) du Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE et (b) du Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires. LIVRE II DES OFFRES AU PUBLIC D’INSTRUMENTS DE PLACEMENT TITRE IER Définitions Art. 3 § 1er. Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, on entend par “instru- ments de placement”: 1° les valeurs mobilières; 2° les instruments du marché monétaire; 3° les droits portant directement ou indirectement sur des biens meubles ou immeubles, organisés en association, indivision ou groupement, de droit ou de fait, ne conférant pas aux titulaires de ces droits la jouissance privative de ces biens dont la gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel; 4° les droits qui permettent d’effectuer un investissement de type financier et qui portent directement ou indirectement 69 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 hebben op een of meer roerende goederen of op een agra- rische exploitatie, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en volledige levering in natura van de goederen. De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA, de soorten goederen beoogd in dit punt, uitbreiden of beperken; 5° financiële termijncontracten (“futures”), met inbegrip van deze die worden afgewikkeld in contanten; 6° rentetermijncontracten (“forward rate agreements”); 7° rente- en valuta-swapcontracten en swapcontracten betreffende aan aandelen of aandelenindexen gekoppelde kasstromen (“equity swaps”); 8° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere op- tiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel bedoelde beleggingsinstrumenten, inzonderheid via inschrijving of omruiling, te verwerven of over te dragen, met inbegrip van de optiecontracten die worden afgewikkeld in contanten; 9° afgeleide contracten op edele metalen en grondstoffen; 10° contracten die rechten vertegenwoordigen op andere beleggings-instrumenten dan effecten; 11° alle andere instrumenten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren, ongeacht de onderliggende activa. § 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleggings- instrumenten in de zin van paragraaf 1: 1° gelddeposito’s geworven of ontvangen door instellingen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1° tot 5° en 7°; 2° deviezen, edele metalen en grondstoffen; 3° overeenkomsten als bedoeld in artikel  2, lid 3  van Richtlijn 2009/138/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbe- drijf, gesloten door verzekeringsondernemingen. Art. 4 Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wordt verstaan onder: 1° “FSMA”: de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, de bevoegde Belgische autoriteit in de zin van arti- kel 2, o) van Verordening 2017/1129; sur un ou plusieurs biens meubles ou sur une exploitation agricole, organisés en association, indivision ou groupement de droit ou de fait, et dont la gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel, sauf si ces droits comprennent une livraison inconditionnelle, irrévocable et intégrale des biens en nature. Le Roi peut, par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, étendre ou restreindre les types de biens visés au présent point; 5° les contrats financiers à terme (“futures”), y compris ceux dont le règlement s’effectue en espèces; 6° les contrats à terme sur taux d’intérêt (“forward rate agreements”); 7° les contrats d’échange (“swaps”) sur taux d’intérêt ou devises et les contrats d’échange sur des flux liés à des actions ou à des indices d’actions (“equity swaps”); 8° les contrats d’options sur devises et sur taux d’intérêt et tous les autres contrats d’options visant à acquérir ou à céder, notamment par voie de souscription ou d’échange, des instruments de placement visés au présent article, y compris les contrats d’option dont le règlement s’effectue en espèces; 9° les contrats dérivés sur métaux précieux et matières premières; 10° les contrats représentatifs de droits sur des instruments de placement autres que les valeurs mobilières; 11° tous les autres instruments permettant d’effectuer un investissement de type financier, quels que soient les actifs sous-jacents. § 2. Les instruments suivants ne sont toutefois pas des instruments de placement au sens du paragraphe 1er: 1° les dépôts d’argent sollicités ou reçus par des établis- sements ou institutions visés à l’article 27, alinéas 1er, 1° à 5°, et 7 °; 2° les devises, métaux précieux et matières premières; 3° les contrats visés par l’article 2, § 3 de la Directive 2009/138/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assurance et de la réassurance et leur exercice, conclus par des entre- prises d’assurance. Art. 4 Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d’entendre par: 1° “FSMA”: l’Autorité des services et marchés financiers, autorité compétente belge au sens de l’article  2, o) du Règlement 2017/1129; 70 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2° “aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het pu- bliek”: een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin vol- doende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden effecten wordt verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze be- leggingsinstrumenten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van beleggingsinstrumenten via financiële tussenpersonen. Een kosteloze toewijziging van beleggingsinstrumenten is geen aanbieding aan het publiek; 3° “reclame”: een mededeling met beide volgende kenmerken: (i) zij heeft betrekking op een specifieke aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of op een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning aan- geduide MTF; (ii) zij is er specifiek op gericht de mogelijke inschrijving op of verwerving van beleggingsinstrumenten te promoten; 4° “marktexploitant”: een marktexploitant in de zin van artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017 over de infra- structuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU; 5° “werkdag”: inzonderheid voor de toepassing van ar- tikel 2, t), van Verordening 2017/1129, een werkdag in de banksector, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen en feestdagen; 6° “bemiddeling”: elke tussenkomst ten aanzien van beleg- gers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleggingsinstrumen- ten voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instel- ling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling; 7° “vastgoedcertificaten”: de schuldinstrumenten die rechten incorporeren op de inkomsten, op de opbrengsten en op de realisatiewaarde van één of meer bij de uitgifte van de certificaten bepaalde onroerende goederen. De schepen en luchtvaartuigen worden gelijkgesteld met onroerende goederen. 8° “wet van 2 augustus 2002”: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de finan- ciële diensten; 9° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG. 2° “offre au public d’instruments de placement”: une communication adressée sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l’offre et sur les instruments de placement à offrir, de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d’acheter ou souscrire ces instruments de placement. Cette définition s’applique également au placement d’instruments de placement par des intermédiaires financiers. Ne constituent pas des offres au public les attributions à titre gratuit d’instruments de placement; 3° “communication à caractère promotionnel”: toute com- munication revêtant les deux caractéristiques suivantes: (i) relative à une offre spécifique d’instruments de place- ment au public ou à une admission à la négociation sur un marché réglementé ou un MTF désigné par le Roi en appli- cation de l’article 10, § 1er, 3°; (ii) visant à promouvoir spécifiquement la souscription ou l’acquisition potentielles d’instruments de placement; 4° “opérateur de marché”: un opérateur de marché au sens de l’article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE; 5° “jour ouvrable”: aux fins notamment de l’application de l’article 2, t), du Règlement 2017/1129, un jour ouvrable dans le domaine bancaire, à l’exception des samedis, dimanches et jours fériés; 6° “intermédiation”: toute intervention, même temporaire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l’égard d’in- vestisseurs dans le placement d’instruments de placement pour le compte de l’offreur ou de l’émetteur, contre rémuné- ration ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé directement ou indirectement par l’offreur ou l’émetteur; 7° “certificats immobiliers”: les titres de créance incorporant des droits sur les revenus, produits et prix de réalisation d’un ou plusieurs biens immobiliers déterminés lors l’émission des certificats. Les navires et aéronefs sont assimilés à des immeubles. 8° “loi du 2 août 2002”: la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers; 9° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE. 71 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 5 De begrippen gedefinieerd door Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. TITEL II Toepassingsgebied Art. 6 § 1. Onverminderd paragrafen 2 en 3 is dit boek van toepas- sing op de wijze die in elke titel wordt verduidelijkt. § 2. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voor- waarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van dit boek niet van toepassing verklaren op: 1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsin- strumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt, indien deze toelatingen worden aangevraagd door de marktexploi- tant, en 2° aanbiedingen aan het publiek verricht op het Belgische grondgebied door de kredietinstellingen of de beleggings- ondernemingen die Hij bepaalt, van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, voor zover deze instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de gereglementeerde markten die Hij bepaalt. § 3. Dit boek treft geen regeling voor de toelatingen van op- tiecontracten en futures tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt wanneer die toelatingen tot de ver- handeling worden gevraagd door de marktexploitant die de betrokken gereglementeerde markt organiseert. TITEL III Het prospectus en de informatienota HOOFDSTUK I Verplichting om een prospectus te publiceren Art. 7 § 1. De aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstru- menten worden vrijgesteld van de prospectusplicht voor zover: 1° die aanbiedingen, indien zij betrekking hebben op ef- fecten, niet het voorwerp uitmaken van een kennisgeving als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129; en 2° de totale tegenwaarde van die aanbiedingen in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan: Art. 5 Les termes définis par le Règlement 2017/1129 et par les actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même signification aux fins de l’application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution. TITRE II Champ d’application Art. 6 § 1er. Sans préjudice des paragraphes 2 et 3, le présent livre s’applique de la manière précisée dans chacun de ses titres. § 2. Sur avis de la FSMA, le Roi peut, aux conditions qu’Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent livre inapplicables: 1° aux admissions à la négociation sur des marchés régle- mentés belges qu’Il détermine d’instruments de placement qui ne sont pas des valeurs mobilières, qu’Il détermine, lorsque ces admissions sont demandées par l’opérateur de marché, et 2° aux offres au public, effectuées sur le territoire belge, par les établissements de crédit ou les entreprises d’investis- sement qu’Il détermine, d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières qu’Il détermine, pour autant que ces instruments soient admis à la négociation sur les marchés réglementés qu’Il détermine. § 3. Le présent livre ne règle pas les admissions à la négo- ciation sur un marché réglementé belge de contrats d’options et de futures lorsque ces admissions à la négociation sont demandées par l’opérateur de marché qui organise le marché réglementé concerné. TITRE III Le prospectus et la note d’information CHAPITRE IER Obligation de publier un prospectus Art. 7 § 1er. Les offres au public d’instruments de placement sont exemptées de l’obligation de publier un prospectus à condition que: 1° au cas où elles portent sur des valeurs mobilières, ces offres ne fassent pas l’objet d’une notification conformément à l’article 25 du Règlement 2017/1129; et 2° le montant total de ces offres dans l’Union soit inférieur ou égal: 72 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 (a) een bedrag van 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden; of (b) een bedrag van 8 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover de aanbieding be- trekking heeft op beleggingsinstrumenten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF. § 2. De artikelen 8 en 9 zijn van toepassing: 1° op de aanbiedingen aan het publiek van beleggings- instrumenten die geen effecten zijn en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 5 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van 12 maanden; 2° op de aanbiedingen aan het publiek van andere beleg- gingsinstrumenten dan effecten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 8 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van 12 maanden; 3° op de toelatingen van andere beleggingsinstrumenten dan effecten tot de verhandeling op een Belgische geregle- menteerde markt. Art. 8 De bepalingen van Verordening 2017/1129 zijn mutatis mutandis van toepassing op aanbiedingen aan het publiek of toelatingen tot de verhandeling als bedoeld in artikel 7, met uitzondering van de volgende artikelen: 1° artikel 1, lid 3, en artikel 3, lid 2; 2° de artikelen 24, 25, 26 en 27; en 3° de artikelen 28, 29 en 30. Art. 9 Het prospectus moet worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en door de FSMA wordt aanvaard. De samenvatting van het prospectus wordt opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van het pros- pectus belaste persoon. In afwijking van die regel, geldt dat, als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald. (a) à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; ou (b) à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois, dans la mesure où l’offre porte sur des instruments de placement admis ou à admettre à la négo- ciation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA. § 2. Les articles 8 et 9 s’appliquent: 1° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières dont le montant total dans l’Union est supérieur à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 2° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières, admis ou à admettre à la négo- ciation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l’Union est supérieur à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 3° aux admissions à la négociation d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières sur un marché réglementé belge. Art. 8 Les dispositions du Règlement 2017/1129 s’appliquent mutatis mutandis en cas d’offre au public ou d’admission à la négociation visée à l’article 7, à l’exception des articles suivants: 1° l’article 1er, paragraphe 3, l’article 3, paragraphe 2; 2° les articles 24, 25, 26 et 27 ; et 3° les articles 28, 29 et 30. Art. 9 Le prospectus doit être rédigé en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière inter- nationale et acceptée par la FSMA. Le résumé est établi ou traduit en langue française et néerlandaise. Cette traduction est effectuée sous la respon- sabilité de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne chargée de rédiger le prospectus. Par dérogation à cette règle, si les communications à caractère promotionnel et autres docu- ments et avis se rapportant à l’opération visés au titre V sont diffusés dans une seule langue nationale, le résumé peut n’être établi ou traduit que dans cette seule langue. 73 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 HOOFDSTUK II Verplichting om een informatienota te publiceren Afdeling I Toepassingsgebied Art. 10 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing: 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden; 2° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro, berekend over een periode van 12 maanden; 3° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF of een bepaald segment daarvan. De Koning kan, in voorkomend geval, uitzonderingen bepalen op voor- noemde verplichting. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toe- passing op de volgende soorten van beleggingsinstrumenten: 1° de rechten van deelneming in instellingen voor collec- tieve belegging die niet van het closedend type zijn; 2° de effecten zonder aandelenkarakter, uitgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat, door een internationale openbare instelling waarbij één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte zijn aangesloten, door de Europese Centrale Bank of door de cen- trale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte; 3° de aandelen in het kapitaal van de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte; 4° de beleggingsinstrumenten die onvoorwaardelijk en onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat; 5° de beleggingsinstrumenten uitgegeven door verenigin- gen met een wettelijk statuut of door instellingen zonder winst- oogmerk die zijn erkend door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met het oog op het verwerven van de middelen die nodig zijn om hun niet-lucratieve doeleinden te verwezenlijken; CHAPITRE II Obligation de publier une note d’information Section I Champ d’application Art. 10 § 1er. Le présent chapitre s’applique: 1° aux offres au public d’instruments de placement dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 2° aux offres au public d’instruments de placement, admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 3° aux admissions à la négociation d’instruments de placement sur un MTF ou un segment déterminé d’un MTF désigné par le Roi, sur avis de la FSMA. Le Roi peut le cas échéant définir des exceptions à l’obligation susmentionnée. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent cha- pitre ne s’applique pas aux types suivants d’instruments de placement: 1° les parts émises par des organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé; 2° les titres autres que de capital, émis par un État membre de l’Espace économique européen ou par l’une de ses auto- rités régionales ou locales, par les organisations publiques internationales auxquelles adhèrent un ou plusieurs États membres de l’Espace économique européen, par la Banque centrale européenne ou par les banques centrales des États membres de l’Espace économique européen; 3° les parts de capital dans les banques centrales des États membres de l’Espace économique européen; 4° les valeurs mobilières inconditionnellement et irrévo- cablement garanties par un État membre de l’Espace éco- nomique européen ou par l’une de ses autorités régionales ou locales; 5° les instruments de placement émis par des associa- tions bénéficiant d’un statut légal ou par des organismes sans but lucratif, reconnus par un État membre de l’Espace économique européen, en vue de se procurer les moyens nécessaires à la réalisation de leurs objectifs non lucratifs; 74 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 § 3. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op: 1° de soorten van aanbiedingen aan het publiek als bedoeld in artikel 1, lid 4, van Verordening 2017/1129, voor zover deze betrekking hebben op beleggingsinstrumenten, en mits nale- ving van de door deze bepalingen voorziene voorwaarden; en 2° de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover (a) elke belegger slechts voor een maximumbedrag van 5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan ingaan; en (b) alle documenten met betrekking tot de aanbieding aan het publiek het totaalbedrag van die aanbieding alsook het maximumbedrag per belegger vermelden. § 4. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek van beleg- gingsinstrumenten die geen effecten zijn en die bestaan uit termijncontracten waarvoor geen belegging dient te worden verricht op het ogenblik waarop ze worden afgesloten, maar die worden vereffend via een regeling in contanten of een levering van de onderliggende waarden ten gunste van een van de contracterende partijen; deze aanbiedingen aan het publiek vallen onder hoofdstuk I. § 5. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing 1° wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, krachtens Verordening 1286/2014 van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retail- beleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggings- producten, in het kader van de betrokken aanbieding aan het publiek een essentiële-informatiedocument moet bezorgen aan de beleggers; 2° wanneer de aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling een ander informatiedocument aan de beleggers moet bezorgen dat gelijkwaardig wordt geacht door de Koning, bij besluit geno- men op advies van de FSMA. § 6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de uit- gevende instelling of de aanbieder vrijwillig een prospectus opstelt overeenkomstig artikel 4 van Verordening 2017/1129. § 7. De aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling kan afzien van de toe- passing van paragrafen 2, 3 en 5, en voor de voorafgaande publicatie van een informatienota opteren conform de bepa- lingen van deze wet. § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s’applique pas: 1° aux types d’offres au public visées à l’article  1er, paragraphe 4, du Règlement 2017/1129, dans la mesure où celles-ci portent sur des instruments de placement, et moyen- nant le respect des conditions prévues par les dispositions concernées; et 2° aux offres au public d’instruments de placement dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de 500 000 euros, calculé sur une période de douze mois, pour autant que (a) chaque investisseur ne puisse donner suite à l’offre au public que pour un montant maximal de 5 000 euros; et (b) tous les documents se rapportant à l’offre au public mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi que le montant maximal par investisseur. § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s’applique pas aux offres au public portant sur des ins- truments de placement, autres que des valeurs mobilières, qui consistent en des contrats à terme ne nécessitant aucun investissement au moment de leur conclusion, mais dont la liquidation s’opère par un règlement en espèces ou par livrai- son du sous-jacent au profit de l’une des parties, lesquelles offres au public relèvent du chapitre Ier. § 5. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s’applique pas 1° lorsque l’émetteur ou l’offreur est tenu de fournir aux investisseurs un document d’informations clés en vertu du Règlement 1286/2014 du 26 novembre 2014 sur les docu- ments d’informations clés relatifs aux produits d’investisse- ment packagés de détail et fondés sur l’assurance lors de l’offre au public concernée; 2° lorsque l’émetteur, l’offreur ou la personne qui demande l’admission à la négociation est tenu de fournir aux investis- seurs un autre document d’information jugé équivalent par le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA. § 6. Le présent chapitre ne s’applique pas lorsque l’émet- teur ou l’offreur établit volontairement un prospectus confor- mément à l’article 4 du Règlement 2017/1129. §  7. L’offreur, l’émetteur ou la personne qui demande l’admission à la négociation peut renoncer au bénéfice de l’application des paragraphes 2, 3 et 5, et opter pour la publi- cation préalable d’une note d’information conformément aux dispositions de la présente loi. 75 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Afdeling II De informatienota Onderafdeling I Algemene bepaling Art. 11 Elke verrichting bedoeld in dit hoofdstuk vereist de vooraf- gaande publicatie van een informatienota door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naargelang het geval. Onderafdeling II Inhoud van de informatienota Art. 12 § 1. De informatienota vormt precontractuele informatie. De inhoud ervan moet accuraat, evenwichtig, eerlijk, duidelijk en niet misleidend zijn. § 2. De informatienota bevat informatie over de uitgevende instelling, de aanbieder en de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, over het bedrag en de aard van de aangeboden of de tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten, over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding of de toelating, alsook over de risico’s verbonden aan de uit- gevende instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten. Meer in het bijzonder bevat de informatienota een korte omschrijving van de volgende elementen: 1° een beschrijving van de belangrijkste risico’s die in- herent zijn aan de uitgevende instelling en de aangeboden beleggingsinstrumenten, die specifiek zijn voor de betrokken aanbieding of de betrokken toelating tot de verhandeling; 2° informatie over de uitgevende instelling en de aanbieder van de beleggingsinstrumenten, inclusief de jaarrekeningen van de uitgevende instelling over de laatste twee boekjaren; 3° informatie over de voorwaarden en de redenen voor de aanbieding of de toelating tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten; 4° informatie over de kenmerken van de aangeboden of tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten. Bovenaan de informatienota wordt, op een prominente plaats, de volgende vermelding opgenomen: “Dit document is geen prospectus en werd niet gecontroleerd of goedgekeurd door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.”. §  3. De informatienota voldoet aan de volgende voorwaarden: Section II La note d’information Sous-section Ire Disposition générale Art. 11 Toute opération visée au présent chapitre requiert la publication préalable d’une note d’information par l’émetteur, l’offreur ou la personne qui sollicite l’admission à la négocia- tion, selon le cas. Sous-section II Contenu de la note d’information Art. 12 § 1er. La note d’information constitue une information pré- contractuelle. Son contenu est exact, équilibré, loyal, clair et non trompeur. § 2. La note d’information contient des informations sur l’émetteur, l’offreur et la personne qui demande l’admission à la négociation, le montant et la nature des instruments de placement offerts ou à admettre à la négociation, ainsi que sur les raisons et les modalités de l’offre ou de l’admission et les risques attachés à l’émetteur et aux instruments de placement concernés. En particulier, la note d’information contient une description succincte des éléments suivants: 1° une description des principaux risques propres à l’émet- teur et aux instruments de placement offerts, spécifiques à l’offre ou à l’admission à la négociation concernée; 2° des informations concernant l’émetteur et l’offreur des instruments de placement, en ce compris les comptes annuels de l’émetteur concernant les deux derniers exercices; 3° des informations concernant les conditions et les raisons de l’offre ou de l’admission à la négociation des instruments de placement; 4° des informations concernant les caractéristiques des instruments de placement offerts ou à admettre. L’en-tête de la note d’information comporte, de manière prééminente, la mention suivante: “Le présent document n’est pas un prospectus et n’a pas été vérifié ou approuvé par l’Autorité des services et marchés financiers.”. § 3. La note d’information répond aux conditions suivantes: 76 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1° zij wordt in de vorm van één enkel document en in een begrijpelijke taal opgesteld; 2° zij wordt in beknopte vorm opgesteld en is maximaal vijftien bladzijden A4 lang; 3° zij wordt zodanig voorgesteld en vormgegeven met ge- bruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot leesbaar is. Art. 13 § 1. Wanneer de uitgevende instelling een commissaris diende aan te stellen tijdens de boekjaren waarvan de jaar- rekeningen in de informatienota moeten worden opgenomen, wordt bij die jaarrekeningen telkens het verslag van de com- missaris gevoegd. § 2. Wanneer de uitgevende instelling tijdens de betrok- ken boekja(a)r(en) geen commissaris diende aan te stellen, 2° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhankelijke toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderworpen of een vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten dat zij, voor de doeleinden van de informatienota een getrouw beeld geven conform de in België geldende auditnormen; of 2° de informatienota moet de volgende vermelding bevat- ten: “Deze jaarrekening is niet geauditeerd door een com- missaris en evenmin aan een onafhankelijke externe toetsing onderworpen.”. Art. 14 De informatienota wordt opgesteld of vertaald in één of meerdere landstalen of in het Engels. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van de infor- matienota belaste persoon. Als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in een van de in het eerste lid bedoelde talen worden verspreid, wordt de informatienota in die taal opgesteld of vertaald. Art. 15 Elke met de informatie in de informatienota verband hou- dende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van de beschikbaarstelling van de informatienota conform artikel 17 en 1° de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek; of 1° elle est rédigée sous la forme d’un document unique, dans un langage compréhensible; 2° elle est rédigée de manière concise et sa longueur ne dépasse pas quinze pages de format A4; 3° elle est présentée et mise en page d’une manière qui en rend la lecture aisée, avec des caractères d’une taille lisible. Art. 13 § 1er. Lorsque l’émetteur était tenu de désigner un com- missaire lors des exercices dont les comptes annuels doivent être inclus dans la note d’information, les comptes annuels sont à chaque fois accompagnés du rapport du commissaire. § 2. Lorsque l’émetteur n’était pas tenu de désigner un commissaire lors d’un ou des exercices concernés, 1° ces comptes annuels doivent faire l’objet d’une vérifi- cation indépendante par un réviseur d’entreprise ou contenir une mention par un réviseur d’entreprise indiquant si, aux fins de la note d’information, ils donnent une image fidèle, conformément aux normes d’audit applicables en Belgique; ou 2° la note d’information doit contenir l’information suivante: “Les présents comptes annuels n’ont pas été audités par un commissaire et n’ont pas fait l’objet d’une vérification externe indépendante.”. Art. 14 La note d’information est établie ou traduite dans une ou plusieurs des langues nationales ou en anglais. Cette traduction est effectuée sous la responsabilité de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne chargée de rédiger la note d’information. Si les communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l’opération visés au titre V sont diffusés dans une des langues visées à l’alinéa 1er, la note d’information est établie ou traduite dans cette langue. Art. 15 Tout fait nouveau significatif ou toute erreur ou inexactitude substantielle concernant les informations contenues dans la note d’information, qui est de nature à influencer l’évaluation des instruments de placement et survient ou est constaté entre la mise à disposition de la note d’information conformément à l’article 17 et 1° la clôture définitive de l’offre au public; ou 77 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2° de aanvang van de toelating tot de verhandeling op de betrokken MTF, (a) als dat moment later valt dan de afsluiting van de aanbieding aan het publiek, of (b) in het in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde geval, wordt in een aanvulling op de infor- matienota vermeld. De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het publiek conform de bepalingen van artikel 17. In geval van een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek hebben de beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aanvulling de beleggingsin- strumenten te kopen of erop in te schrijven, het recht om hun aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de in het eerste lid bedoelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuist- heid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan worden verlengd door de uitgevende instel- ling of door de aanbieder. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt vermeld in de aanvulling. Art. 16 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, 1° bijkomende of meer gedetailleerde vereisten opleggen met betrekking tot de inhoud van de informatienota; 2° schema’s opstellen aan de hand waarvan de informatie moet worden voorgesteld in de informatienota; en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken tussen de verschillende soorten beleggingsinstrumenten, uitgevende instellingen of aanbieders, en/of in functie van de tegenwaarde van de aanbieding of van de toelating tot de verhandeling. Onderafdeling III Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA Art. 17 De informatienota moet ten laatste op de aanvangsdag van de aanbieding aan het publiek of op de dag van de toelating tot de verhandeling beschikbaar worden gesteld voor het publiek. Bij een aanbieding aan het publiek wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek, waarneer zij in elektronische vorm is gepubliceerd op de website van de uitgevende instelling en/of de aanbieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële dienst van de uitgevende instelling. 2° le début de la négociation sur le MTF concerné, (a) si ce moment est postérieur à la clôture de l’offre au public ou (b) dans le cas visé à l’article 10, § 1er, 3°, est mentionné dans un supplément à la note d’information. Le supplément est mis à la disposition du public confor- mément aux dispositions de l’article 17. En cas d’offre au public d’instruments de placement, les investisseurs qui ont déjà accepté d’acheter les instruments de placement ou d’y souscrire avant que le supplément ne soit publié ont le droit de révoquer leur acceptation pendant deux jours ouvrables après la publication du supplément, à condition que le fait nouveau, l’erreur ou l’inexactitude visé à l’alinéa 1er soit antérieur à la clôture définitive de l’offre au public et à la livraison des instruments de placement, si cet évènement intervient plus tôt. Ce délai peut être prorogé par l’émetteur ou l’offreur. La date à laquelle le droit de révocation prend fin est indiquée dans le supplément. Art. 16 Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA: 1° imposer des exigences complémentaires ou plus détail- lées en ce qui concerne le contenu de la note d’information; 2° établir les schémas selon lesquels l’information doit être présentée dans la note d’information; le cas échéant en distinguant entre les différents types d’instruments de placement, d’émetteur ou d’offreur et/ ou en fonction du montant de l’offre ou de l’admission à la négociation. Sous-section III Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA Art. 17 La note d’information est mise à la disposition du public au plus tard le jour de l’ouverture de l’offre au public ou de l’admission à la négociation. En cas d’offre au public, la note d’information est réputée être mise à la disposition du public dès qu’elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de l’émetteur et/ ou de l’offreur et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers qui placent ou vendent les instruments de place- ment concernés, y compris ceux chargés du service financier. 78 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Bij toelating tot de verhandeling op een in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde MTF wordt de informatienota geacht beschik- baar te zijn gesteld voor het publiek zodra zij in elektronische vorm op de website van de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende instelling is gepubliceerd. De beleggers moet de mogelijkheid worden geboden om kosteloos een kopie van die informatienota in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te verkrijgen. Art. 18 Ten laatste op het moment van de beschikbaarstelling overeenkomstig artikel 17 moet de uitgevende instelling of de aanbieder, naargelang het geval, de informatienota neerleg- gen bij de FSMA. Ook elke aanvulling op de informatienota wordt onmiddellijk neergelegd bij de FSMA. De FSMA publiceert de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop op haar website. Die publicatie gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling. De FSMA bepaalt de neerleggings- en publicatiewijze. TITEL IV Bemiddeling HOOFDSTUK I Toepassingsgebied Art. 19 § 1. Deze titel is van toepassing op elke plaatsing van be- leggingsinstrumenten op het Belgisch grond-gebied. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze titel niet van toepassing op: 1° de plaatsing van beleggingsinstrumenten uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging; 2° een in artikel  1, lid 4, a) en b), van Verordening 2017/1129, bedoelde aanbieding, die betrekking heeft op beleggingsinstrumenten; 3° de activiteiten die onder de toepassing vallen van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. En cas d’admission à la négociation sur un MTF visée à l’article 10, § 1er, 3°, la note d’information est réputée être mise à la disposition du public dès qu’elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou de l’émetteur. Les investisseurs doivent avoir la possibilité d’obtenir sans frais une copie de la note d’information sous une forme imprimée ou sur un support durable. Art. 18 Au plus tard au moment de la mise à disposition confor- mément à l’article 17, l’émetteur ou l’offreur, selon le cas, doit déposer la note d’information auprès de la FSMA. Tout supplément à la note d’information est également immédiatement déposé auprès de la FSMA. La FSMA publie la note d’information et les éventuels sup- pléments sur son site internet. Cette publication est effectuée sous la responsabilité exclusive de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation. La FSMA détermine les modalités du dépôt et de la publication. TITRE IV Intermédiation CHAPITRE IER Champ d’application Art. 19 § 1er. Le présent titre s’applique à tout placement d’instru- ments de placement effectué sur le territoire belge. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent titre n’est pas applicable: 1° au placement d’instruments de placement émis par des organismes de placement collectif; 2° en cas d’offre visée à l’article 1er, paragraphe 4, a) et b) du Règlement 2017/1129, portant sur des instruments de placement; 3° aux activités tombant dans le champ d’application de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d’agent immobilier. 79 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 HOOFDSTUK II Bemiddelingsmonopolie Art. 20 § 1. Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten: a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte; b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen; c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellin- gen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 312 van de wet van 25 april 2014; d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 313 van de wet van 25 april 2014; e) de beursvennootschappen bedoeld in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014; f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies bedoeld in titel III van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennoot- schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies; g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016; h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggings- ondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van 25 oktober 2016; i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienst- verrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerkzaamheden in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onder- worpen zijn krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van 25 oktober 2016. § 2. De bepalingen van paragraaf 1 doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de aanbieder of de uitgevende instelling: a) om zelf de instrumenten te plaatsen die hij of zij uitgeeft; CHAPITRE II Monopole d’intermédiation Art. 20 §  1er. Seuls les personnes ou établissements suivants peuvent pratiquer l’intermédiation: a) la Banque centrale européenne, la Banque Nationale de Belgique et les autres banques centrales des États membres de l’Espace économique européen; b) les établissements de crédit inscrits à la liste visée à l’article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse; c) les succursales établies en Belgique d’établissements de crédit relevant du droit d’un autre État membre de l’Es- pace économique européen, enregistrées conformément à l’article 312 de la loi du 25 avril 2014; d) les établissements de crédit non établis en Belgique qui relèvent du droit d’un autre État membre de l’Espace économique européen et exercent des activités en Belgique conformément à l’article 313 de la loi du 25 avril 2014; e) les sociétés de bourse visées au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014; f) les sociétés de gestion de portefeuilles et de conseil en investissement visées au titre III de la loi du 25 octobre 2016 relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves- tissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; g) les entreprises d’investissement relevant du droit d’un autre État membre de l’Espace économique européen et opérant en Belgique en vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du 25 octobre 2016; h) les succursales établies en Belgique d’entreprises d’investissement relevant du droit de pays non membres de l’Espace économique européen et opérant en Belgique conformément au titre II, chapitre III, section III de la loi du 25 octobre 2016; i) les entreprises d’investissement relevant du droit de pays non membres de l’Espace économique européen et opérant en Belgique par voie de prestation de services, pour autant que l’intermédiation soit conforme au statut auquel elles sont soumises en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi du 25 octobre 2016. § 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne portent pas préjudice à la possibilité pour l’offreur ou l’émetteur: a) de placer lui-même les instruments qu’il émet; 80 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 b) om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, hiermee te gelasten, ingeval de uitgevende instelling of de aanbieder een gereglementeerde onderneming in de zin van die wet is; c) om een met de uitgevende instelling of de aanbieder verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden on- derneming gericht is; d) om een beroep te doen op de door een verlener van alternatieve-financieringsdiensten aangeboden diensten om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren conform titel II van de wet van 18 december 2016 tot rege- ling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën. TITEL V Reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting Art. 21 § 1. De bepalingen van deze titel en van artikel 22, lid 1, eerste zin en lid 2 tot 11 van Verordening 2017/1129 zijn van toepassing op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied; 2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt; 3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van be- leggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF, en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen. § 2. In afwijking van paragraaf 1, zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing: 1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toe- latingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; 2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische ge- reglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is b) de confier cette tâche à des intermédiaires en services bancaires ou en services d’investissement inscrits à la liste visée à l’article 7, § 3 de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en services bancaires et en services d’inves- tissement et à la distribution d’instruments financiers, dans le cas où l’émetteur ou l’offreur est une entreprise réglementée au sens de cette loi; c) de confier cette tâche à une entreprise liée à l’émetteur ou à l’offreur dans le cas où l’offre s’adresse aux membres du personnel de l’entreprise liée; d) de recourir aux services d’un prestataire de services de financement alternatif afin de commercialiser ses ins- truments de placement conformément au titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’enca- drement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances. TITRE V Communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l’opération Art. 21 § 1er. Les dispositions du présent titre et de l’article 22, paragraphe 1er, première phrase et paragraphes 2 à 11 du Règlement 2017/1129 s’appliquent aux communications à caractère promotionnel et aux autres documents et avis se rapportant 1° aux offres au public d’instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge; 2° aux admissions d’instruments de placement à la négo- ciation sur un marché réglementé belge; 3° aux admissions d’instruments de placement à la négo- ciation sur un MTF visées à l’article 10, § 1er, 3°, et qui sont diffusés à l’initiative de l’émetteur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s’appliquent pas: 1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d’un prospectus en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 2° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d’instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d’un prospectus 81 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, be- halve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; 3° op de in artikel  10  bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7. Art. 22 Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voor- waarden en rekening houdend met de aanpassingen die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van deze titel, met uitsluiting van zijn artikel 23, van titel VI van dit boek, van boek IV en van de artikelen 32 en 33, van toepassing verklaren op aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die plaatsvinden op het Belgische grondgebied en die in artikel 6, §§ 2 en 3, of in artikel 21, § 2, worden bedoeld. Art. 23 § 1. De reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling als bedoeld in deze titel en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhan- deling of de door hen aangestelde tussenpersonen, mogen pas openbaar worden gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten als bepaald bij en krachtens artikel 22, lid 2 tot 4, 9 en 10, van Verordening 2017/1129 en het tweede lid van deze paragraaf. De FSMA kan de nadere regels en procedures bepalen vol- gens welke de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde documenten kan gebeuren. Hierbij houdt de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze onder meer het gestandaardiseerd, en recurrent, karakter van de documenten en het gebruikte medium als criteria in aanmerking neemt. § 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten. Als de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere docu- menten en berichten informatie bevatten waarvan de FSMA enkel kan nagaan of die overeenstemt met de informatie die vervat is in het prospectus als zij over de goedgekeurde versie van het prospectus beschikt, begint de in het eerste lid vastgestelde termijn van vijf werkdagen te lopen, naargelang het geval, op het ogenblik dat: 1° de FSMA het prospectus goedkeurt conform arti- kel 20 van Verordening 2017/1129; of 2° op het ogenblik dat de kennisgeving is verricht als be- doeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129. n’est pas exigée en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l’article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l’article 10, lorsque la publication d’une note d’infor- mation n’est pas exigée en vertu de l’article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 10, § 7. Art. 22 Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dans les conditions et compte tenu des adaptations qu’Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent titre, à l’exclusion de son article 23, du titre VI du présent livre, du livre IV et des articles 32 et 33, applicables à des offres d’instruments de placement qui sont effectuées sur le territoire belge et qui sont visées à l’article 6, §§ 2 et 3 ou à l’article 21, § 2. Art. 23 § 1er. Les communications à caractère promotionnel et les autres documents et avis se rapportant à une offre au public ou une admission à la négociation visée au présent titre, qui sont diffusés à l’initiative de l’émetteur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux, ne peuvent être rendus publics qu’après avoir été approuvés par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par et en vertu de l’article 22, paragraphes 2 à 4, 9 et 10, du Règlement 2017/1129 et de l’alinéa 2 du présent paragraphe. La FSMA peut déterminer les modalités et procédures selon lesquelles l’approbation des documents visés à l’alinéa 1er peut s’effectuer. La FSMA tient compte, à cet effet, de la nature et du contenu de ces documents, retenant notamment comme critères le caractère standardisé et récurrent des documents et le média utilisé. § 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ouvrables à dater de la réception des communications à caractère pro- motionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er. Si les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er comportent des informations dont la FSMA ne saurait vérifier la compatibilité avec les informations figurant dans le prospectus que si elle dispose de la version approuvée du prospectus, le délai de cinq jours ouvrables prévu à l’alinéa 1er commence à courir à compter, selon le cas: 1° de l’approbation du prospectus par la FSMA conformé- ment à l’article 20 du Règlement 2017/1129; ou 2° de la notification prévue à l’article 25 du Règlement 2017/1129. 82 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 § 3. In voorkomend geval, moet, samen met de originele versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en die door de FSMA wordt aanvaard, van de in paragraaf 1 be- doelde reclame en andere documenten en berichten aan de FSMA worden overgelegd voor onderzoeksdoeleinden. § 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de aan- vrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering van de FSMA om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld. § 5. In de reclame en in de andere documenten en berich- ten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA of van enige andere bevoegde autori- teit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus is goedgekeurd. TITEL VI Aansprakelijkheid Art. 24 § 1. Deze titel is van toepassing 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek op het Belgische grondgebied; 2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt; 3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF. § 2. In afwijking van paragraaf 1, zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing: 1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toe- latingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; 2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggings-instrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische ge- reglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, be- halve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; §  3. Une traduction des communications à caractère promotionnel et des autres documents et avis visés au para- graphe 1er, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale et acceptée par la FSMA doit, le cas échéant, être transmise à la FSMA aux fins d’examen en même temps que la version originale. § 4. Seuls l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation, selon le cas et/ou les inter- médiaires désignés par eux peuvent introduire un recours conformément à l’article 121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de la FSMA d’approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis. La décision de les approuver n’est pas susceptible de recours. § 5. Aucune mention de l’intervention de la FSMA ou de toute autre autorité compétente d’un État membre de l’Espace économique européen ne peut être faite dans les communica- tions à caractère promotionnel et dans les autres documents et avis visés au § 1er, excepté la mention de l’approbation du prospectus. TITRE VI Responsabilité Art. 24 § 1er. Le présent titre s’applique en ce qui concerne 1° les offres au public d’instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge; 2° les admissions d’instruments de placement à la négo- ciation sur un marché réglementé belge; 3° les admissions d’instruments de placement à la négo- ciation sur un MTF visées à l’article 10, § 1er, 3°. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s’appliquent pas: 1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d’un prospectus en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 2° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d’instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d’un prospectus n’est pas exigée en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l’article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 83 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3° op de in artikel  10  bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7. Art. 25 § 1. Wanneer het prospectus ter goedkeuring wordt voor- gelegd aan de FSMA, wordt er duidelijk in vermeld wie ver- antwoordelijk is voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. De verantwoordelijke personen worden geïdentifi-ceerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel. De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend worden ge- dragen door de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de garant. In het prospectus wordt een verklaring opgenomen van de verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou wijzigen. Onverminderd het eerste lid kunnen in het prospec- tus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en de eventuele aanvul- lingen hierop. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid aangewezen personen tegenover de belanghebben- den hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop of door het ontbreken in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop van de informatie voorgeschreven door of krachtens Verordening 2017/1129 en deze wet. Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behou- dens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of on- juiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. § 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de in ar- tikel 7 van Verordening 2017/1129 bedoelde samenvatting van het prospectus, of van een specifieke samenvatting die wordt opgesteld in het kader van een EU-groeiprospectus als bedoeld in artikel 15, lid 1, alinea 2, van Verordening 2017/1129, of van de vertaling hiervan aansprakelijk worden gesteld, tenzij die misleidende, onjuiste of inconsistente in- formatie bevatten ten aanzien van de andere delen van het prospectus, of tenzij die, in combinatie met de andere delen van het prospectus, niet de kerngegevens verstrekken om de 3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l’article 10, lorsque la publication d’une note d’infor- mation n’est pas exigée en vertu de l’article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 10, § 7. Art. 25 § 1er. Lorsque le prospectus est soumis à l’approbation de la FSMA, il indique clairement qui est responsable de l’intégralité du prospectus et de ses éventuels suppléments. Les personnes responsables sont identifiées par leur nom et fonction, ou, dans le cas des personnes morales, par leur nom et siège statutaire. Seuls l’émetteur et ses organes d’administration, de direction ou de surveillance, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou le garant peuvent assumer la responsabilité de l’intégralité du prospectus et de ses éventuels suppléments. Le prospectus reprend une déclaration des personnes responsables certifiant que, à leur connaissance, les données du prospectus sont conformes à la réalité et ne comportent pas d’omission de nature à en altérer la portée. Sans préju- dice de l’alinéa 1er, le prospectus peut indiquer les personnes responsables pour une partie du prospectus et ses éventuels suppléments. § 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l’investisseur, les personnes identifiées conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er sont tenues solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le carac- tère trompeur ou inexact des informations contenues dans le prospectus et ses éventuels suppléments ou par l’absence dans le prospectus et ses éventuels suppléments des infor- mations prescrites par ou vertu du Règlement 2017/1129 et de la présente loi. Le préjudice subi par l’investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l’absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans le prospectus et ses éven- tuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition des instruments de placement. § 3. Aucune responsabilité ne peut être attribuée à qui- conque sur la base du seul résumé du prospectus visé à l’article 7 du Règlement 2017/1129, ou du résumé spécifique établi dans le cadre d’un prospectus de croissance de l’Union prévu à l’article 15, paragraphe 1er, deuxième alinéa du Règlement 2017/1129, ou de la traduction de ceux-ci, sauf s’ils contiennent des informations qui ont un caractère trom- peur, inexact ou contradictoire par rapport aux autres parties du prospectus, ou s’ils ne fournissent pas, lus en combinai- son avec les autres parties du prospectus, les informations 84 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 beleggers te helpen wanneer zij overwegen in de betrokken beleggingsinstrumenten te beleggen. § 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen, de aanbieder of de garant, naargelang het geval, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de onjuiste of misleidende aard van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvul- lingen hierop, of door het ontbreken, in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, van de door of krachtens deze wet voorgeschreven informatie. Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat, wordt het nadeel dat de belegger wordt berokkend, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of on- juiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. § 5. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de aan- bieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de door hen aangestelde tussenpersonen, verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende, onjuiste of inconsistente informatie ten aanzien van het pros- pectus of, naargelang het geval, de informatienota, vervat in de reclame, documenten of berichten met betrekking tot de verrichting die op hun initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door de strijdigheid van deze reclame, documenten of berichten met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel. Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, be- houdens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het mis- leidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, van de informatie in de reclame of in andere documenten of berichten met betrekking tot de verrichting, dan wel van de strijdigheid van die informatie met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel, indien het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter dan wel de strijdigheid van deze informatie van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden ge- creëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. TITEL VII Openbare mededelingen buiten het kader van een aanbieding aan het publiek Art. 26 Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan essentielles permettant d’aider les investisseurs lorsqu’ils envisagent d’investir dans les instruments de placement concernés. § 4. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l’investisseur, l’émetteur, ses organes d’administration, de direction ou de surveillance, l’offreur ou le garant, selon le cas, sont tenus solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations contenues dans la note d’information et ses éventuels suppléments ou par l’absence dans la note d’information et ses éventuels suppléments des informations prescrites par ou vertu de la présente loi. Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le dol sont établis, le préjudice subi par l’investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l’absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans la note d’informa- tion et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition des instruments de placement. § 5. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l’investisseur, l’émetteur, l’offreur ou la personne qui sollicite l’admission à la négociation et les intermédiaires désignés par ceux-ci sont tenus de la réparation du préjudice causé par toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l’opération, publié à leur initiative, qui contient des informations trompeuses, inexactes ou contradictoires par rapport au prospectus ou, selon le cas, la note d’information, ou par la non-conformité de ces communications, autres documents ou avis avec les dispo- sitions de l’article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article. Le préjudice subi par l’investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, du caractère trompeur, inexact ou contradictoire par rapport au prospectus ou, selon le cas, à la note d’information, d’informations contenues dans toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l’opération, ou de la non-conformité de ces informations avec les dispositions de l’article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article, lorsque ce caractère trompeur, inexact ou contradictoire ou cette non- conformité était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition des instruments de placement. TITRE VII Communications publiques en dehors du cadre d’une offre au public Art. 26 Est interdite toute communication effectuée sur le territoire belge, à l’attention de plus de 150 personnes physiques ou 85 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te ver- strekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven beleggingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbieding tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door de persoon die in staat is om de betrokken beleggings-instrumenten uit te geven of over te dragen, of door een persoon die voor rekening van laatstgenoemde persoon handelt, tenzij: 1° de aanbieding van beleggingsinstrumenten, of de be- trokken beleggingsinstrumenten tot een van de in artikel 1, paragrafen 2, 4 of 5, van Verordening 2017/1129, bedoelde categorieën behoren, of 2° bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een aanbieding aan het publiek goed te keuren, een voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitgesproken en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggings-instrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de wet van 3 augustus 2012 is ingediend, dan wel aan de FSMA een ken- nisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van Richtlijn 2009/65/ EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 197 of arti- kel 259 van de wet van 19 april 2014 is ingediend, of 3° het prospectus voor een aanbieding aan het publiek op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en aan de voorwaarden van de artike- len 24 tot 26 van Verordening 2017/1129 is voldaan en, wan- neer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleg- gingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voor- komend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang het geval, artikel 149 van de wet van 3 augustus 2012, hetzij (ii) op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet, of 4° indien de aanbieding onder de toepassing van hoofd- stuk II van titel III van boek II valt, een informatienota is gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet. Met de persoon die geacht wordt te handelen voor rekening van de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, wordt elke persoon bedoeld die voor deze verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een voordeel ontvangt van deze persoon. morales, autres que des investisseurs qualifiés, tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de renseignements ou de conseils relatifs à des instruments de placement créés ou non encore créés qui font ou feront l’objet d’une offre en vente ou en souscription, lorsque cette communication émane de celui qui est en mesure d’émettre ou de céder les instruments de placement concernés ou est effectuée pour son compte, sauf si: 1° l’offre d’instruments de placement, ou les instruments de placement concernés tombent dans l’une des catégories visées à l’article 1er, paragraphes 2, 4 ou 5, du Règlement 2017/1129, ou 2° l’autorité compétente pour l’approbation du prospectus d’offre au public a préalablement été saisie d’une demande d’approbation ou de dispense de prospectus et ne s’est pas encore prononcée sur ladite approbation ou demande de dispense et, lorsque l’offre au public porte sur des instru- ments de placement émis par un organisme de placement collectif, soit (i) la FSMA a été préalablement saisie d’une demande d’inscription conformément à l’article 30 de la loi du 3 août 2012, ou reçu la notification visée à l’article 93, paragraphe 3 de la Directive 2009/65/CE, soit (ii) la FSMA a été préalablement saisie d’une demande d’inscription conformément à l’article 197 ou à l’article 259 de la loi du 19 avril 2014, ou 3° un prospectus d’offre au public a été dûment approuvé par la FSMA ou par l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace économique européen et les conditions prévues aux articles 24 à 26 du Règlement 2017/1129 sont remplies et, lorsque l’offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l’organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits (i) à la liste visée à l’article 33 ou 149 de la loi du 3 août 2012, selon le cas, ou (ii) à la liste visée à l’article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l’article 260 de cette loi, selon le cas, ou 4° au cas où l’offre tombe dans le champ d’application du chapitre II du titre III du livre II, une note d’information a été publiée conformément aux dispositions de la présente loi et, lorsque l’offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l’organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits à la liste visée à l’article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l’article 260 de cette loi, selon le cas. Est présumée agir pour le compte de la personne qui est en mesure d’émettre ou de céder les instruments de placement, toute personne qui perçoit directement ou indirectement une rémunération ou un avantage de cette personne à l’occasion de cette opération. 86 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 BOEK III BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBETAALBARE GELDEN Art. 27 Alleen de volgende personen en instellingen mogen in België een beroep doen op het publiek teneinde geld- deposito’s of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen of in België dergelijke gelddeposito’s of terugbetaalbare gelden van het publiek in ontvangst nemen: 1° de kredietinstellingen die opgenomen zijn in de lijst als bedoeld in artikel 14, artikel 312 of artikel 313 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietin- stellingen en beursvennootschappen; 2° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank; 3° De Post (Postcheque) en de Deposito- en Consignatiekas; 4° de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen, voor de deposito’s ontvangen overeenkomstig artikel 533 van de voornoemde wet; 5° de ondernemingen als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, voor de kapitalisatie-verrichtingen als bedoeld in deze bepaling; 6° de personen, ondernemingen en instellingen die aanbie- dingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstru- menten uitbrengen naar aanleiding waarvan terugbetaalbare gelden worden ontvangen, met naleving van de bepalingen van deze wet en van Verordening 2017/1129; 7° de landsbonden van ziekenfondsen die onder de wet vallen van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, voor het voorhuwelijks- sparen als bedoeld in artikel 7, § 4, van de voornoemde wet; 8° de personen en ondernemingen die thesauriebewijzen aan het publiek aanbieden, overeenkomstig de wet van 22 juli 1991; 9° de kleine vennootschappen, voor de aan hun werk- nemers in het kader van een investeringsspaarplan toege- kende winst, die ze verkrijgen in de vorm van een lening door die werknemers toegekend overeenkomstig de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemers-participatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. Op advies van de FSMA kan de Koning de criteria vast- leggen voor het bepalen van het openbaar karakter van de verrichtingen als bedoeld in het eerste lid. LIVRE III DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE DE FONDS REMBOURSABLES Art. 27 Seules les personnes et institutions suivantes peuvent faire appel au public en Belgique en vue de recevoir des dépôts d’argent ou d’autres fonds remboursables à vue, à terme ou moyennant un préavis ou recevoir auprès du public en Belgique de tels dépôts ou fonds remboursables: 1° les établissements de crédit portés sur la liste prévue à l’article 14, à l’article 312 ou à l’article 313 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établisse- ments de crédit et des sociétés de bourse; 2° la Banque Nationale de Belgique et la Banque centrale européenne; 3° La Poste (Postchèque) et la Caisse des Dépôts et Consignations; 4° les sociétés de bourse visées à l’article 1er, § 3, alinéa 2, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, pour les dépôts reçus conformément à l’article 533 de la loi précitée; 5° les entreprises visées à l’article  2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établisse- ments de crédit et des sociétés de bourse pour les opérations de capitalisation visées dans cette disposition; 6° les personnes, entreprises et institutions qui procèdent à des offres en vente ou en souscription d’instruments de placement au moyen desquels des fonds remboursables sont récoltés dans le respect des dispositions de la présente loi et du Règlement 2017/1129; 7° les unions nationales de mutualités régies par la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, pour les opérations d’épargne prénuptiale visées à l’article 7, § 4, de la loi précitée; 8° les personnes et entreprises qui procèdent à des offres au public de billets de trésorerie conformément à la loi du 22 juillet 1991; 9° les petites sociétés, pour les bénéfices attribués à leurs travailleurs, dans le cadre d’un plan d’épargne d’investisse- ment, et qu’elles reçoivent sous la forme de prêts de la part de ceux-ci conformément à la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir des critères de détermination du caractère public des opérations visées à l’alinéa 1er. 87 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Het eerste lid is ook van toepassing wanneer personen of ondernemingen die in België zijn gevestigd, vanop het Belgische grondgebied buiten België een beroep doen op het publiek of bij dit publiek terugbetaalbare gelden inzamelen. Overdrachten van handelswissels, door endossement of anderszins, worden gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde verrichtingen waarbij gelden in ontvangst worden genomen. BOEK IV TOEZICHT TITEL I Bevoegdheden van de FSMA Art. 28 § 1. De FSMA heeft het recht om a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling inzonderheid verplichten om aanvullende informatie in het prospectus of de infor- matienota op te nemen, indien dat noodzakelijk is voor de bescherming van de beleggers; b) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de personen onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefe- nen, te verplichten informatie en documenten te verstrekken; c) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de uitge- vende instelling, de aanbieder of aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de financiële tussenpersonen die een rol vervullen bij een aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling, te verplichten informatie te verstrekken; d) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling en/of de aanbieder, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsin- strumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat; e) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling op te schorten zolang de in d) bedoelde maat- regelen niet zijn getroffen; f) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; L’alinéa 1er est également applicable à l’appel au public et à la collecte de fonds remboursables du public effectués en dehors de la Belgique à partir du territoire belge par des personnes ou entreprises établies sur le territoire belge. Sont assimilées aux opérations de réception de fonds visées à l’alinéa 1er, les cessions d’effets de commerce dans le public, par voie d’endossement ou autrement. LIVRE IV CONTRÔLE TITRE IER Pouvoirs de la FSMA Art. 28 § 1er. La FSMA est habilitée a) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation qu’il insère dans le prospectus ou dans la note d’information des informations complémentaires si la protection des investisseurs l’exige; b) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation et des personnes qui les contrôlent ou sont contrôlées par eux qu’ils fournissent des informations et des documents; c) à exiger des commissaires et des dirigeants de l’émet- teur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation, ainsi que des intermédiaires financiers inter- venant dans le cadre d’une offre au public ou de l’admission à la négociation, qu’ils fournissent des informations; d) à enjoindre l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux de prendre certaines mesures si elle estime qu’une offre au public ou une admission risque de se faire ou se fait dans des conditions qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l’offreur et/ou de l’émetteur ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l’objet de l’offre ou de l’admission; e) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation tant que les mesures visées au d) n’ont pas été prises; f) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; 88 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 g) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan ge- nomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; h) de betrokken marktexploitant of MTF- of OTF-exploitant te bevelen de handel op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF voor maximaal tien opeenvolgende werk- dagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan ge- nomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; i) de verhandeling op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF te verbieden wanneer zij vaststelt dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; j) de verspreiding van de reclame en de andere documen- ten en berichten bedoeld in artikel 21, § 1, op te schorten voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; k) de verspreiding van de reclame en de andere documen- ten en berichten bedoeld in artikel 21, § 1, te verbieden of te bevelen dat de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 21, § 1, wordt ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; l) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling op een gereglemen- teerde markt of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen een rechtzetting te publiceren van reclame, andere documenten of berichten die zijn verspreid met overtreding van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; m) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de ver- spreiding van de conform l) bevolen rechtzetting, indien die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is verspreid; n) elke beslissing openbaar te maken die genomen is over- eenkomstig d) tot l), tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen; g) à interdire une offre au public ou une admission à la négociation, si elle constate ou a des motifs raisonnables de soupçonner qu’il y a eu violation des dispositions de la pré- sente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; h) à enjoindre à l’opérateur de marché ou à l’exploitant de MTF ou d’OTF concerné de suspendre la négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; i) à interdire la négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF, si elle constate qu’il y a eu violation des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; j) à suspendre pendant 10 jours ouvrables consécutifs au plus la diffusion des communications à caractère promotionnel et autres documents et avis visés à l’article 21, § 1er chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; k) à interdire ou ordonner le retrait de la diffusion des com- munications à caractère promotionnel et autres documents et avis visés à l’article 21, § 1er, chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; l) à ordonner à l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation sur un marché réglementé ou les intermédiaires désignés par eux de diffuser une rectifi- cation de communications à caractère promotionnel, autres documents ou avis diffusés en violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; m) à procéder le cas échéant elle-même à la diffusion de la rectification ordonnée conformément au l) si celle-ci n’a pas été effectuée à l’expiration du délai fixé; n) à rendre publique toute décision prise conformément aux d) à l), sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause; 89 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 o) openbaar te maken dat de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen niet aan hun verplichtingen voldoen of dat de FSMA gegronde redenen heeft om aan te nemen dat dit het geval is, tenzij deze open- baarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen; p) de controle van een ter goedkeuring voorgelegd prospec- tus te schorsen, dan wel een aanbieding van beleggingsinstru- menten aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te schorsen of te beperken op grond van haar bevoegdheid om een verbod of beperking op te leggen, die haar werd verleend bij artikel 42 van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, of wanneer de betrokken financiële instrumenten onder de toepassing vallen van een ter uitvoering van artikel 30bis, eerste lid, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement; q) de goedkeuring van een prospectus opgesteld door een bepaalde uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt gedurende maximaal vijf jaar te weigeren, indien die uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toe- lating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt herhaaldelijk en ernstig inbreuk heeft gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglemen- ten of op Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; r) over te gaan tot de openbaarmaking van alle essentiële informatie die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aan- geboden of tot de verhandeling zijn toegelaten, dan wel de uitgevende instelling ertoe te verplichten hiertoe over te gaan, om de bescherming van de beleggers of de goede werking van de markt te garanderen; s) de verhandeling van effecten op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF te schorsen, of de marktexploi- tant of de MTF- of OTF-exploitant ertoe te verplichten dit te doen, indien hij van oordeel is dat de uitgevende instelling in een zodanige situatie verkeert dat de voortzetting van de verhandeling de belangen van de beleggers zou schaden; t) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen alsook Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen, met dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen. ESMA is gemachtigd om deel te nemen aan de in de bepa- ling onder t) bedoelde inspecties ter plaatse als die gezamen- lijk worden uitgevoerd met één of meer bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte. o) à rendre public le fait que l’émetteur, l’offreur, la per- sonne qui sollicite l’admission à la négociation ou les inter- médiaires désignés par eux ne se conforment pas à leurs obligations ou que la FSMA a des motifs raisonnables de le considérer, sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause; p) à suspendre l’examen d’un prospectus soumis pour approbation ou suspendre ou restreindre une offre au public d’instruments de placement ou une admission à la négociation lorsque la FSMA utilise le pouvoir d’imposer une interdiction ou une restriction en vertu de l’article 42 du Règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments financiers et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012 ou lorsque les instruments financiers concernés tombent dans le champ d’application d’un règlement pris en application de l’article 30bis, alinéa 1er, 1° de la loi du 2 août 2002; q) à refuser l’approbation de tout prospectus établi par un émetteur ou offreur ou une personne qui sollicite l’admission à la négociation sur un marché réglementé pour une durée maximale de cinq ans, lorsque cet émetteur, cet offreur ou cette personne qui sollicite l’admission à la négociation sur un marché réglementé a, gravement et de manière répétée, enfreint la présente loi et les arrêtés et règlements pris pour son exécution ou le Règlement 2017/1129 et les actes délé- gués pris en exécution de celui-ci; r) à divulguer ou exiger de l’émetteur qu’il divulgue toutes les informations importantes susceptibles d’influer sur l’évaluation des instruments de placement offerts au public ou admis à la négociation, afin de garantir la protection des investisseurs ou le bon fonctionnement du marché; s) à suspendre ou exiger de l’opérateur de marché ou de l’exploitant de MTF ou d’OTF qu’il suspende la négociation de valeurs mobilières sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF lorsqu’il estime que la situation de l’émetteur est telle que cette négociation serait préjudiciable aux intérêts des investisseurs; t) à effectuer des inspections et expertises sur place, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s’assurer du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution et du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, étant entendu que ces pouvoirs d’investigation ne s’étendent pas à des habitations privées. L’ESMA est habilitée à prendre part aux inspections sur place visées au point t) lorsqu’elles sont menées conjointe- ment avec une ou plusieurs autorités compétentes d’autres États membres de l’Espace économique européen. 90 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Als de beslissing betrekking heeft op reclame of andere documenten en berichten bedoeld in artikel 23, § 1, en diegene die het initiatief voor de reclame, het document of het bericht heeft genomen geen woonplaats heeft in België en geen verant-woordelijke persoon met woonplaats in België heeft aangewezen, kan de beslissing eveneens worden gericht aan: 1° de uitgever van de geschreven reclame of het geschre- ven document of bericht of de producent van de audiovisuele reclame of het audiovisuele bericht; 2° de drukker of de maker, indien de uitgever of de producent geen woonplaats in België hebben en geen ver- antwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen; 3° de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust toe bijdraagt dat de reclame, het document of het bericht uitwer- king heeft, indien de drukker of de maker geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen. § 2. De beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden met een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van, naar gelang het geval, de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, alsook aan de betrokken marktondernemingen en desgeval- lend aan de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde personen. § 3. In de in paragraaf 1, f), h) en j), bedoelde gevallen, kan de FSMA de opschortingsmaatregel of het aan de marktex- ploitant of aan de MTF- of OTF-exploitant gerichte verzoek tot opschorting telkens met een periode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen verlengen. § 4. De FSMA kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens para- graaf 1 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel. § 5. De kosten voor de in paragraaf 1 bedoelde open- baarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor rekening van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aan- vrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen. TITEL II Administratieve maatregelen en sancties Art. 29 § 1. Onverminderd de andere, door deze wet bepaalde maatregelen, kan de FSMA elke persoon op wie de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of van Verordening 2017/1129 en de ter Lorsque la décision porte sur des communications à caractère promotionnel ou d’autres documents et avis visés à l’article 23, § 1er, et que celui qui a pris l’initiative de la communication, du document ou de l’avis en question n’est pas domicilié en Belgique et n’a pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique, cette décision peut également être adressée aux personnes suivantes: 1° l’éditeur de la communication à caractère promotionnel, du document ou de l’avis diffusés sous forme écrite, ou le producteur de la communication à caractère promotionnel ou de l’avis diffusés sous forme audiovisuelle; 2° l’imprimeur ou le réalisateur, si l’éditeur ou le producteur n’ont pas leur domicile en Belgique et n’ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique; 3° le distributeur ainsi que toute personne qui contribue sciemment à ce que la communication à caractère promotion- nel, le document ou l’avis produise son effet, si l’imprimeur ou le réalisateur n’ont pas leur domicile en Belgique et n’ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique. § 2. Les décisions visées au paragraphe 1er sont notifiées par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, à l’émetteur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou aux intermédiaires désignés par eux, selon le cas, et aux entreprises de marché concernées, de même le cas échéant qu’aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2. § 3. Dans les cas visés au paragraphe 1er, f), h) et j), la FSMA peut renouveler la mesure de suspension ou la de- mande de suspension adressée à l’opérateur de marché ou à l’exploitant de MTF ou d’OTF, chaque fois pour une période de dix jours ouvrables consécutifs au plus. § 4. À toute personne qui, à l’expiration du délai fixé par la FSMA, reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu du paragraphe 1er, la FSMA peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier, supérieure à 50 000 euros, ni, pour la méconnaissance d’une même injonction, supérieure à 2 500 000 euros. § 5. Les mesures de publicité visées au paragraphe 1er sont opérées, selon le cas, aux frais de l’émetteur, de l’offreur, de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou des intermédiaires désignés par eux. TITRE II Mesures et sanctions administratives Art. 29 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la pré- sente loi, la FSMA peut fixer à toute personne auxquelles des dispositions de la présente loi ou des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des 91 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen van toepassing zijn, een termijn opleggen waarbinnen hij zich aan die bepalingen dient te conformeren. Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden: 1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon; 2° de betaling van een dwangsom opleggen die per ka- lenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden. § 2. Onverminderd de andere, door deze wet bepaalde maatregelen en onverminderd de door andere wetten of reglementen bepaalde maatregelen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen, of op de bepalingen van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan bepaalde gedelegeerde handelingen, een administratieve geldboete opleggen aan de overtreder. Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde administra- tieve geldboetes wordt als volgt bepaald: 1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de adminis- tratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 3 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochter-onderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uit- eindelijke moederonderneming; 2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve boete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 700 000 euro. Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opge- leverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd. Art. 30 De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing van de artikelen 28, § 4, en 29 worden ten voordele van de Schatkist ingevorderd door de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering. actes délégués pris en exécution de celui-ci sont applicables, un délai dans lequel elle doit se conformer à ces dispositions. Si la personne concernée reste en défaut à l’expiration du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens: 1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l’alinéa 1er, en précisant l’identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée; 2° imposer le paiement d’une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de l’injonction, supérieure à 50 000 euros, ni, au total, excéder 2 500 000 euros. § 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d’autres lois ou règle- ments, la FSMA peut, lorsqu’elle constate une infraction aux dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, infliger au contrevenant une amende administrative. Le montant des amendes administratives visées à l’ali- néa 1er est déterminé comme suit: 1° dans le cas d’une personne morale, le montant de l’amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 5 000 000 euros, ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage est plus élevé, à 3 % du chiffre d’affaire annuel total de la personne morale tel qu’il ressort des derniers comptes dispo- nibles établis par l’organe de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l’entreprise mère qui est tenue d’établir des comptes financiers conso- lidés, le chiffre d’affaires annuel total à prendre en considé- ration est le chiffre d’affaires annuel total, tel qu’il ressort des derniers comptes consolidés disponibles approuvés par l’organe de direction de l’entreprise mère ultime; 2° dans le cas d’une personne physique, le montant de l’amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 700 000 euros. Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d’éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte. Art. 30 Les astreintes et amendes imposées en application des articles  28, §  4, et 29  sont recouvrées au profit du Trésor par l’Administration générale de la Perception et du Recouvrement. 92 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 BOEK V BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN Art. 31 § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op beleggingsinstrumenten nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van 1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens Verordening 2017/1129, de prospectusplicht geldt, maar in ver- band waarmee vooraf geen door de FSMA of de bevoegde au- toriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd prospectus is gepubliceerd; 2° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens artikel 8, de prospectusplicht geldt, maar in verband waar- mee vooraf geen door de FSMA goedgekeurd prospectus is gepubliceerd; 3° een in artikel 19 bedoelde aanbieding aan het publiek waarbij artikel 20 niet werd nageleefd; 4° een in titel V bedoelde aanbieding aan het publiek waar- bij de bepalingen van artikel 23 niet werden nageleefd door de persoon met wie of door bemiddeling van wie de belegger een contract heeft gesloten; of 5° een in hoofdstuk II van titel III van boek II bedoelde aanbieding aan het publiek, in verband waarmee vooraf geen informatienota is gepubliceerd. De bepalingen van het eerste lid, 1°, zijn niet van toepassing wanneer, voorafgaand aan een aanbieding aan het publiek, in België een door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd prospectus wordt gepubliceerd zonder dat artikel  25  van Verordening 2017/1129, werd nageleefd. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken beleggingsin- strumenten geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke bepalingen. Art. 32 Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15 000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft: 1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens deze wet of Verordening 2017/1129 moet on- derwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt; LIVRE V SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES Art. 31 § 1er. Sans préjudice du droit commun de la responsabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l’investisseur, le juge annule l’achat ou la souscription d’ins- truments de placement lorsque cet achat ou cette souscription a été effectué à l’occasion 1° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation de publier un prospectus en vertu du Règlement 2017/1129, où il n’y a pas eu de publication préalable d’un prospectus approuvé soit par la FSMA soit par l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace économique européen; 2° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation de publier un prospectus en vertu de l’article 8, où il n’y a pas eu de publication préalable d’un prospectus approuvé par la FSMA; 3° d’une offre au public visée par l’article  19  où l’ar- ticle 20 n’a pas été respecté; 4° d’une offre au public visée par le titre V où les disposi- tions de l’article 23 n’ont pas été respectées par la personne avec laquelle ou par l’intermédiaire de laquelle l’investisseur a contracté; ou 5° d’une offre au public visée par le chapitre II du titre III du livre II, où il n’y a pas eu de publication préalable d’une note d’information. Les dispositions de l’alinéa premier, 1°, ne sont pas applicables lorsqu’un prospectus approuvé par l’autorité compétente d’un autre état membre de l’Espace économique européen est publié en Belgique préalablement à une offre au public sans que l’article 25 du Règlement 2017/1129, n’ait été respecté. § 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l’investisseur, le dommage causé par l’achat ou la souscrip- tion des instruments de placement concernés est présumé résulter de la violation des dispositions légales visées au paragraphe 1er. Art. 32 Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à un an et d’une amende de 75 à 15 000 euros, ou d’une de ces peines seulement: 1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles ils sont tenus de se soumettre en vertu de la présente loi ou du Règlement 2017/1129, qui refusent ou omettent de donner des informations ou documents qu’ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou qui donnent sciemment des informations ou documents inexacts ou incomplets; 93 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2° eenieder die de artikelen 3 en 20, lid 1, alsook artikel 22, lid 5, van Verordening 2017/1129 overtreedt, zoals van toepas- sing verklaard door artikel 8 van deze wet; 3° eenieder die artikel 11 overtreedt; 4° eenieder die de artikelen 20 of 23 overtreedt; 5° eenieder die een beroep doet op het publiek teneinde gelddeposito’s of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen, en eenieder die dergelijke gelddeposito’s of terugbetaalbare gelden van het publiek in ontvangst neemt, zonder daartoe gemachtigd te zijn door artikel 27; 6° eenieder die een krachtens artikel  28  uitgesproken opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring van het prospectus miskent; 7° eenieder die met opzet in België een prospectus, een informatienota of een aanvulling publiceert met onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumen- ten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd; 8° eenieder die met opzet in België reclame publiceert met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhande- ling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleg- gingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd; 9° eenieder die in België een prospectus of een aanvulling publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring van de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven; 10° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert dat verschilt van het prospectus of de aanvulling die is goedgekeurd door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; 11° eenieder die met opzet in België reclame publiceert die verschilt van de reclame die door de FSMA krachtens artikel 23 is goedgekeurd; 12° eenieder die het in artikel 26 bedoelde verbod bewust miskent. 2° ceux qui contreviennent aux articles  3  et 20, para- graphe 1er, ainsi qu’à l’article 22, paragraphe 5, du Règlement 2017/1129, tels que rendus applicables par l’article 8 de la présente loi; 3° ceux qui contreviennent à l’article 11; 4° ceux qui contreviennent aux articles 20 ou 23; 5° ceux qui font appel au public en vue de recevoir des dépôts d’argent ou d’autres fonds remboursables à vue, à terme ou moyennant un préavis, et ceux qui reçoivent du public de tels dépôts ou fonds remboursables, sans y être autorisés par l’article 27; 6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une interdiction prononcées en vertu de l’article 28 ou un refus d’approbation du prospectus; 7° ceux qui publient sciemment en Belgique un prospectus, une note d’information ou un supplément qui contient des informations inexactes ou incomplètes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l’offreur, de l’émetteur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l’objet de l’offre ou dont l’admission à la négociation est demandée; 8° ceux qui publient sciemment en Belgique des com- munications à caractère promotionnel qui contiennent des informations trompeuses ou inexactes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l’offreur, de l’émetteur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l’objet de l’offre ou dont l’admission à la négociation est demandée; 9° ceux qui rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément en faisant état de l’approbation de la FSMA ou de l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace économique européen alors que celle-ci n’a pas été donnée; 10° ceux qui sciemment rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément, différent de celui qui a été approuvé par la FSMA ou par l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace économique européen; 11° ceux qui sciemment rendent publiques en Belgique des communications à caractère promotionnel différentes de celles qui ont été approuvées par la FSMA en vertu de l’article 23; 12° ceux qui méconnaissent sciemment l’interdiction visée à l’article 26. 94 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 33 De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door deze wet bestrafte misdrijven. BOEK VI WIJZIGINGSBEPALINGEN TITEL I WIjzigingen aan het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 Art. 34 In artikel 21, 13°, f), van het Wetboek van de inkomstenbe- lastingen 1992, ingevoegd door de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gere- glementeerde markt” worden vervangen door de woorden “de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsin- strumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglemen- teerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”; 2° de woorden “voornoemde wet van 16 juni 2006” worden vervangen door de woorden “voornoemde wet van […] 2018 en Verordening 2017/1129”. Art. 35 In artikel 194ter, § 12, van dezelfde wetboek, ingevoegd door de wet van 2 augustus 2002 en vervangen door de wet van 22 december 2003, worden de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsin- strumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen door de woorden “de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gere- glementeerde markt en met Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer ef- fecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”. Art. 33 Les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l’article 85, sont applicables aux infrac- tions punies par la présente loi. LIVRE VI DISPOSITIONS MODIFICATIVES TITRE IER Modifications au Code des impôts sur les revenus 1992 Art. 34 À l’article 21, 13°, f), du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 18 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées: 1° les mots “la loi du 16  juin  2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” sont remplacés par les mots “la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et au Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”; 2° les mots “la loi du 16 juin 2006 précitée” sont remplacés par les mots “la loi du […] 2018 et le Règlement 2017/1129 précités”. Art. 35 À l’article 194ter, § 12, du même code, inséré par la loi du 2 août 2002 et remplacé par la loi du 22 décembre 2003, les mots “la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement à la négociation sur des mar- chés réglementés” sont remplacés par les mots “la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de pla- cement à la négociation sur des marchés réglementés et du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”. 95 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL II Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Art. 36 In artikel 2, 42°, van de wet van 2 augustus 2002 betref- fende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “artikel  68bis, eerste lid, 1°, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbiedingen van beleggings- instrumenten en de toelating van beleggings-instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen door de woorden “artikel 27, eerste lid, 1°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek en van beleggingsin- strumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”. Art. 37 In artikel 37sexies, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, in- gevoegd door de wet van 18 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: “2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru- menten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarvan de aanbieding a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht; b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers zijn; c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro; d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke aan- bieding effecten aankopen voor een totale tegenwaarde van ten minste 100 000 euro per belegger”; b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt: “3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding van beleggingsinstru- menten aan het publiek en de toelating van beleggingsin- strumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers aan het publiek wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, 2°, van dezelfde wet”; c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt: “4° een effect als bedoeld in artikel 2, a), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van TITRE II Modifications à la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financers Art. 36 À l’article 2, 42°, de la loi du 2 août 2002 relative à la sur- veillance du secteur financier et aux services financiers, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots “l’article 68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’ins- truments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” sont remplacés par les mots “l’article 27, alinéa 1er, 1°, de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés”. Art. 37 À l’article 37sexies, § 2, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 18 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) le 2° est remplacé par ce qui suit: “2° un instrument de placement visé à l’article 3 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l’offre a) est adressée uniquement aux investisseurs qualifiés; b) est adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, en Belgique; c) porte sur des instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s’élève au moins à 100 000 euros; d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces valeurs pour un montant total d’au moins 100 000 euros par investisseur et par offre distincte”.; b) le 3° est remplacé par ce qui suit: “3° un instrument de placement visé à l’article 3 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, au sens de l’article 4, 2°, de la même loi”; c) le 4° est remplacé par ce qui suit: “4° une valeur mobilière visée à l’article 2, a) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 96 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/ EG, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit aan het publiek wordt aangeboden in België in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle- menteerde markt”. Art. 38 In artikel 45 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2°, e, vervangen als volgt: “e. de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverze- keringstussenpersonen bedoeld in de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;”; 2° paragraaf 1, eerste lid, 4°, wordt aangevuld met de bepaling onder c), luidende: “c. titel 4 van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen, betreffende het aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders;”; 3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een bepaling onder 4°/1 ingevoegd, luidende: “4°/1 toe te zien op de naleving van: a. de bepalingen bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen; b. de bepalingen bedoeld in artikel 17, § 1, van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen;”; 4° in paragraaf 1, eerste lid, worden in de bepaling onder 6° de woorden “van de afnemers van financiële producten of diensten” opgeheven; 5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: “De FSMA heeft eveneens als opdracht, in de mate waarin de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten hierin voorziet, toe te zien op de naleving door de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 85, § 1, 4°, van dezelfde wet, van de wet- telijke en reglementaire of Europeesrechtelijke bepalingen die strekken tot voorkoming van het gebruik van het financiële 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE, qui fait l’objet, unique- ment à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation, d’une offre au public en Belgique au sens de l’article 4, 2° de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés”. Art. 38 À l’article 45 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le 2°, e, est remplacé par ce qui suit: “e. des intermédiaires d’assurance, des intermédiaires à titre accessoire et des intermédiaires de réassurances visés par la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances;”; 2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, est complété par un c) rédigé comme suit: “c. le titre 4 de la loi du 15 mai 2014 portant des dispositions diverses, relatif à la pension complémentaire pour dirigeants d’entreprise;”; 3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, il est inséré un 4°/1 rédigé comme suit: “4°/1 de veiller au respect: a. des dispositions visées à l’article 15, alinéa 1er, de la loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concer- nant le financement des petites et moyennes entreprises; b. des dispositions visées à l’article 17, § 1er, de la loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyen thématiques;”; 4° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 6°, les mots “des utilisateurs de produits ou services financiers” sont supprimés; 5° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit: “La FSMA a également pour mission, dans la mesure défi- nie par la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces, de contrôler le res- pect, par les entités assujetties visées à l’article 85, § 1er, 4°, de la même loi, des dispositions légales et réglementaires ou de droit européen qui ont pour objet la prévention de l’utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et 97 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, evenals van de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens.”. Art. 39 In artikel 86bis, § 1er, 5°, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “artikel 27 van de wet van […] 2018”. Art. 40 In artikel 86ter, § 1er, eerste lid, 3°, van dezelfde wet, in- gevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “artikel 27 van de wet van […] 2018”. Art. 41 Artikel 121, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 1 april 2007, wordt vervangen als volgt: “1° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de bepalingen van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru- menten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en haar uitvoerings-besluiten, of van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen”. Art. 42 In artikel 125, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 31 juli 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “, op de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders” worden ingevoegd tussen de woorden “collectief beheer van beleggingsportefeuilles” en de woorden “, op de wet van 16 juni 2006”; 2° de woorden “16 juni 2006” worden vervangen door de woorden “[…] 2018”; 3° de woorden “, op Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer ef- fecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot du financement du terrorisme, ainsi que du financement de la prolifération des armes de destruction massive.”. Art. 39 À l’article 86bis, § 1er, 5°, de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots “article 68bis de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 27 de la loi du […] 2018”. Art. 40 À l’article 86ter, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots “article 68bis de la loi du 16 juin 2006 ” sont remplacés par les mots “article 27 de la loi du […] 2018”. Art. 41 L’article 121, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, remplacé par la loi du 1er avril 2007, est remplacé par ce qui suit: “1° contre toute décision susceptible de recours prise en application des dispositions de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admis- sions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et de ses arrêtés d’exécution ou du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE, et des actes délégués pris en exécution de celui-ci”. Art. 42 À l’article 125, alinéa 1er, 2°, de la même loi, inséré par la loi du 31 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées: 1° les mots “, à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires” sont insérés entre les mots “gestion collective de portefeuilles d’investisse-ment” et les mots “, à la loi du 16 juin 2006”; 2° les mots “16 juin 2006” sont remplacés par les mots “[…] 2018 ”; 3° les mots “, du Règlement 2017/1129 du Parlement euro- péen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/ 98 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 intrekking van Richtlijn 2003/71/EG” worden ingevoegd tussen de woorden “verhandeling op een gereglementeerde markt” en de woorden “of op de wet van 1 april 2007”. TITEL III wijzigingen aan de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen Art. 43 In artikel  3, §  1, van de wet van 1  april  2007 op de openbare overnamebiedingen, gewijzigd bij de wet van 21  november  2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de bepalingen onder 15° en 16° worden opgeheven; b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt: “18° “Verordening 2014/596/EU”: de Verordening 2014/596/ EU van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/ EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie”; c) de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt: “19° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”; d) de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt: “21° “Richtlijn 2014/65/EU”: Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU”; e) de bepaling onder 25° wordt vervangen als volgt: “25° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de aan- bieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”. Art. 44 In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigin- gen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “of een door de Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit” opgeheven; 2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende: CE” sont insérés entre les mots “négociation sur des marchés réglementés” et les mots “ou à la loi du 1er avril 2007 ”. TITRE III Modifications à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition Art. 43 À l’article  3, §  1er, de la loi du 1er  avril  2007 relative aux offres publiques d’acquisition, modifié par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) les 15° et 16° sont abrogés; b) le 18° est remplacé par ce qui suit: “18° “le Règlement 2014/596/UE”: le Règlement 2014/596/ UE du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les Directives 2003/124/ CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;”; c) le 19° est remplacé par ce qui suit: “19° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admis- sion de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”; d) le 21° est remplacé par ce qui suit: “21° “la Directive 2014/65/UE”: la Directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments financiers et modifiant la Directive 2002/92/CE et la Directive 2011/61/UE”; e) le 25° est remplacé par ce qui suit: “25° “la loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admis- sions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés”. Art. 44 À l’article 5 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° à l’alinéa 1er, les mots “ou sur un système multilatéral de négociation désigné par le Roi” sont abrogés; 2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit: 99 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 “Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden, ook van toepassing in het geval van een vennootschap waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een door de Koning op advies van de FSMA aangeduide multilaterale handelsfaciliteit of een bepaald seg- ment daarvan zijn toegelaten, met dien verstande dat het in het eerste lid bedoelde percentage van effecten dan tot 50 % wordt opgetrokken”; 3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden “van het voorgaande lid” vervangen voor de woorden “van de voorgaande leden”. Art. 45 In artikel 6, § 3, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “arti- kel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woor- den “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden “arti- kel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woor- den “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”. Art. 46 In artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet wordt een 8°/1 in- gevoegd, luidende: “8°/1 afwijken van de bepalingen van titel II van deze wet voor de openbare overnamebiedingen op effecten als bedoeld in artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitgevende instelling van die effecten worden uitgebracht;”. Art. 47 In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: “§ 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de website van de bieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs. Het prospectus wordt gepubliceerd op een speciaal daar- voor bestemde afdeling van de website, die gemakkelijk toe- gankelijk is bij het bezoeken van de website. Het kan worden gedownload en afgedrukt, en het heeft een doorzoekbaar elektronisch formaat dat niet kan worden gewijzigd.”; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: “§ 2. Indien een effectenhouder daarom verzoekt, wordt hem door de bieder of de financiële tussenpersonen die de “L’alinéa 1er est également d’application, dans les mêmes conditions, dans le cas d’une société dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un système multilatéral de négociation, ou un segment déterminé d’un tel système multilatéral de négociation, désigné par le Roi sur avis de la FSMA, étant entendu que le seuil de détention des titres visé à l’alinéa 1er est alors porté à 50 %”; 3° à l’alinéa 2, qui devient l’alinéa 3, les mots “de l’ali- néa précédent” sont remplacés par les mots “des alinéas précédents”. Art. 45 À l’article 6, § 3, alinéa 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: a) au 1°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129”; b) au 2°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129”. Art. 46 À l’article 8, alinéa 2, de la même loi, un 8°/1 est inséré, rédigé comme suit: “8°/1 déroger aux dispositions du titre II de la présente loi en ce qui concerne les offres publiques d’acquisition portant sur des titres visés à l’article 3, § 1er, 8°, a), ii), lancées par l’émetteur desdits titres;”. Art. 47 À l’article 12 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: “§ 1er. Le prospectus est publié sous forme électronique sur le site web de l’offrant et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers que l’offrant a désignés pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Le prospectus est publié dans une section dédiée du site internet, facilement accessible lorsque l’on entre sur ledit site. Il peut être téléchargé et imprimé; son format électronique permet les recherches mais pas les modifications.”; 2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit: “§ 2. Un exemplaire du prospectus sur un support du- rable est fourni au détenteur de titres, gratuitement et à sa 100 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, kosteloos een afschrift van het prospectus verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Ingeval een effectenhouder nadrukkelijk om een afschrift op papier verzoekt, verstrekken de bieder of de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, een gedrukte versie van het prospectus. De verstrekking van een dergelijk afschrift wordt beperkt tot de rechtsgebieden waar het bod overeenkomstig deze wet plaatsvindt.”; 3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden “dat het slechts om één deel van het prospectus gaat en “ingevoegd tussen de woorden “In elk document wordt aangegeven” en de woorden “waar de andere samenstellende delen van het volledige prospectus kunnen worden verkregen.”. Art. 48 In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende: “De samenvatting bevat geen verwijzingen naar an- dere delen van het prospectus of informatie door middel van verwijzing”; 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: “De FSMA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten, onder de voorwaarden die in of krachtens artikel  19  van Verordening 2017/1129 zijn bepaald.”. Art. 49 Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met een pa- ragraaf 3, luidende: “§ 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve afsluiting van de oorspronkelijk voorziene aanvaardingsperiode van het bod kan worden gepubliceerd, wordt deze aanvaardingspe- riode verlengd tot twee werkdagen na de publicatie van de aanvulling.”. Art. 50 In artikel 33 van dezelfde wet worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: “§ 1. De reclame die wordt verspreid op initiatief van de bieder, de doelvennootschap of de door hen aangestelde tus- senpersonen worden pas openbaar gemaakt nadat zij door de demande, par l’offrant ou les intermédiaires financiers que l’offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Si un détenteur de titres demande expressément un exemplaire sur support papier, l’offrant ou les intermédiaires financiers que l’offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix fournissent une version imprimée du prospectus. Cette obli- gation de fourniture ne concerne que les territoires où l’offre a lieu au titre de la présente loi.”; 3° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots “qu’il ne consti- tue qu’une partie du prospectus et” sont insérés entre les mots “Chaque document indique” et les mots “où les autres éléments constituant le prospectus complet peuvent être obtenus.”. Art. 48 À l’article 13 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit: “Le résumé ne contient pas de renvoi à d’autres parties du prospectus et n’incorpore pas d’informations par référence.”; 2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit: “La FSMA peut accepter que des informations soient incluses dans le prospectus par référence, aux conditions pré- vues par ou en vertu de l’article 19 du Règlement 2017/1129.”. Art. 49 L’article  17  de la même loi est complété par un para- graphe 3, rédigé comme suit: “§ 3. Au cas où le supplément ne peut être publié qu’après la clôture définitive de la période d’acceptation de l’offre telle que prévue originellement, celle-ci est prolongée jusque deux jours ouvrables après la publication du supplément.”. Art. 50 À l’article 33 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: “§ 1er. Les communications à caractère promotionnel qui sont diffusées à l’initiative de l’offrant, de la société visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendues 101 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten waarvan sprake in de artikelen 31, §§ 1 tot 5.”; 2° in paragraaf 2 worden de woorden “in § 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten” vervangen door de woorden “in paragraaf 1 bedoelde reclame”; 3° in paragraaf 3 worden telkens de woorden “en de andere documenten en berichten” opgeheven; 4° in paragraaf 4 worden de woorden “en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1” opgeheven. Art. 51 Artikel 50, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 50 § 1. De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten, in het bijzonder overeenkomstig Richtlijn 2001/34/EG, Verordening 2014/596/EU, Verordening 2017/1129/EU, Richtlijn 2014/65/ EU en Richtlijn 2004/109/EG.”. TITEL IV WIjzigingen aan de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen Art. 52 In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvordering, laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden “of in het buitenland” geschrapt; b) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt: “13° “openbaar aanbod”: i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aan- bod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen; ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of geregle- menteerde markt die voor het publiek toegankelijk is.”; publiques qu’après avoir été approuvées par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5.”; 2° au paragraphe 2, les mots “communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au § 1er” sont remplacés par les mots “communications à caractère promo- tionnel visées au paragraphe 1er”; 3° au paragraphe 3, les mots “, autres documents et avis” sont chaque fois supprimés; 4° au paragraphe 4, les mots “et dans les autres documents et avis visés au § 1er” sont supprimés. Art. 51 L’article 50, § 1er, alinéa 1er, de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 50 § 1er. La FSMA coopère avec les autres autorités d’un État membre chargées de contrôler les marchés des capitaux, en application notamment de la Directive 2001/34/CE, du Règlement 2014/596/UE, du Règlement 2017/1129/UE, de la Directive 2014/65/UE et de la Directive 2004/109/CE.”. TITRE IV Modifications à la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances Art. 52 À l’article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux orga- nismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) au 2°, a), les mots “ou à l’étranger” sont supprimés; b) le 13° est remplacé par ce qui suit: “13° par “offre publique”: i) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présen- tant une information suffisante sur les conditions de l’offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d’acheter ou de souscrire ces titres. Cette définition s’applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers; ii) l’admission aux négociations sur un MTF ou sur un marché réglementé qui est accessible au public.”; 102 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 c) in de bepaling onder 14° worden de woorden “artikel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”; d) in de bepaling onder 15° worden de woorden “artikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, i)”; e) de bepaling onder 30 wordt vervangen als volgt: “30° “verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging”: het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, i);”; f) de bepaling onder 44 wordt vervangen als volgt: “44° “wet van 7 december 2016”: de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;”; g) de bepaling onder 53 wordt vervangen als volgt: “53° “wet van […] 2018: de wet van […] 2018 op de aan- bieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;”; h) een bepaling onder 63° wordt ingevoegd, luidende: “63° “Verordening 2015/2365”: de Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparentie van effectenfinancieringstrans- acties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;”; i) een bepaling onder 64° wordt ingevoegd, luidende: “64° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;”; j) een bepaling onder 65 wordt ingevoegd, luidende: “65° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen;”. Art. 53 In artikel 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid worden de woor- den “artikel 3, 13°, a), i)” telkens vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, i)”; 2° in paragraaf 2 worden de woorden “artikel 3, 13, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”; c) au 14°, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”; d) au 15°, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, i)”; e) le 30° est remplacé par ce qui suit: “30° par “commercialisation de titres d’organismes de pla- cement collectif”: l’offre publique au sens de l’article 3, 13°, i);”; f) le 44° est remplacé par ce qui suit: “44° par “loi du 7 décembre 2016”: la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises;”; g) le 53° est remplacé par ce qui suit: “53° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”; h) un 63° est inséré, rédigé comme suit: “63° “Règlement 2015/2365 ”: le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le Règlement (UE) n°648/2012;”; i) un 64° est inséré, rédigé comme suit: “64° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admis- sion de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE;”; j) un 65° est inséré, rédigé comme suit: “65° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires;”. Art. 53 À l’article 5 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont chaque fois remplacés par les mots “l’article 3, 13°, i)”; 2° au paragraphe 2, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”; 103 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt: “§ 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder “pro- fessionele beleggers” verstaan: de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129.”; c) in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden “profes- sionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen” vervangen door de woorden “professionele beleggers”. Art. 54 In artikel 70, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”. Art. 55 In de aanhef van artikel 71, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, i)”. Art. 56 In artikel 96 van dezelfde wet worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt aangevuld door een lid, luidende: “Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365 en Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnor- men die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”; 2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014, wordt het woord “85” vervangen door het woord “86”. Art. 57 In artikel 101, § 1, vierde lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016”. Art. 58 In artikel  102, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 6 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”. 3° au paragraphe 3, l’alinéa 1er est remplacé par ce qui suit: “§ 3. Pour l’application de la présente loi, il y a lieu d’en- tendre par “investisseurs professionnels”: les investisseurs qualifiés au sens de l’article 2, e) du Règlement 2017/1129.”; c) au paragraphe 3, l’alinéa 2, les mots “clients profes- sionnels et des contreparties éligibles” sont remplacés par les mots “investisseurs professionnels”. Art. 54 À l’article 70, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”. Art. 55 Dans le préambule de l’article 71, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, i)”. Art. 56 À l’article 96 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Le présent chapitre s’applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la Directive 2009/65/CE.”; 2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le mot “85” est remplacé par le mot “86”. Art. 57 À l’article 101, § 1er, alinéa 4, de la même loi, les mots “l’article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953 ” sont remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016 ”. Art. 58 À l’article 102, alinéa 1er, de la même loi, les mots “l’ar- ticle 6 de la loi du 22 juillet 1953 ” sont remplacés par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016 ”. 104 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 59 In artikel 107, § 3, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86 van de wet van 7 december 2016”. Art. 60 In artikel  110, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”. Art. 61 In artikel 111, § 8, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “van de wet van 16 juni 2016” worden ver- vangen door de woorden “van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018”; 2° de woorden “overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 juni 2006” worden vervangen door de woorden “overeenkomstig de bepalingen van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018”. Art. 62 Artikel 116, hersteld bij de wet van 25 december 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 116 Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van de be- palingen van Verordening 2015/2365,Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”. Art. 63 In artikel 236 van dezelfde wet worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: “Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnor- men die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”; 2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014, wordt het woord “85” vervangen door het woord “86”. Art. 59 À l’article 107, § 3, de la même loi, les mots “l’article 79 de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’ar- ticle 86 de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 60 À l’article 110, alinéa 3 de la même loi, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”. Art. 61 À l’article 111, § 8, de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 1° les mots “de la loi du 16 juin 2016” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018”; 2° les mots “avec la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “avec le Règlement 2017/1129 ou la loi du […] 2018”. Art. 62 L’article 116, rétabli par la loi du 25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 116 Le présent chapitre est d’application en cas de non-respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la Directive 2009/65/CE.”. Art. 63 À l’article 236 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, un alinéa est inséré entre l’alinéa 1er et l’alinéa 2, rédigé comme suit: “Le présent chapitre s’applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la Directive 2009/65/CE.”; 2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le mot “85” est remplacé par le mot “86”. 105 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 64 In artikel 242, § 2, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016”. Art. 65 In artikel 243, eerste lid, van dezelfde wet worden de woor- den “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”. Art. 66 Artikel 255/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 255/1 “Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de be- palingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”. Art. 67 In artikel 260, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, wordt de be- paling onder 1°, opgeheven bij de wet van 25 december 2016, als volgt hersteld: “1 de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder conform artikel 50, § 1, tweede en derde lid;”. Art. 68 In artikel 271/2 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden ““artikel 3, 13°, i)”. TITEL V Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders Art. 69 In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 27°, a), worden de woorden “, en die wordt verricht door de AICB, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening” vervangen Art. 64 À l’article 242, § 2, de la même loi, les mots “l’article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 65 À l’article 243, alinéa 1er, de la même loi, les mots “l’ar- ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 66 L’article  255/1  de la même loi, inséré par la loi du 25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 255/1 Le présent titre est d’application en cas de non-respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la Directive 2009/65/CE.”. Art. 67 À l’article 260, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, le 1°, abrogé par la loi du 25 décembre 2016, est rétabli dans la rédaction suivante: “1° l’accord écrit conclu avec le dépositaire, conformément à l’article 50, § 1er, alinéas 2 et 3;”. Art. 68 À l’article  271/2  de la même loi, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, i)”. TITRE V Modifications à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires Art. 69 À l’article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) au 27°, a), les mots “, et qui est faite par l’OPCA, par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte” sont remplacés par les mots “; cette définition 106 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 door de woorden “; deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen.”; b) in de bepaling onder 27°, a), wordt het tweede lid opgeheven; c) de bepaling onder 30°, eerste lid, wordt vervangen als volgt: “30° “professionele beleggers”: de gekwalificeerde beleg- gers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129;”; d) in de bepaling onder 30, tweede lid, worden de woor- den “professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen” vervangen door de woorden “professionele beleggers”; e) de bepaling onder 72 wordt vervangen als volgt: “72° “wet van 7 december 2016”: de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;”; f) de bepaling onder 73 wordt vervangen als volgt: “73° “wet van 13 maart 2016: de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen”; g) de bepaling onder 80 wordt vervangen als volgt: “80° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de aan- bieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;”; h) in de Franse versie van de bepaling onder 104° worden de woorden “Règlement 346/2013” vervangen door de woor- den “Règlement 2015/2365”; i) een bepaling onder 105 wordt ingevoegd, luidende: “105° “Verordening 2015/760”: de Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen;”; j) een bepaling onder 106 wordt ingevoegd, luidende: “106° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;”; k) een bepaling onder 107 wordt ingevoegd, luidende: “107° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen;”. s’applique également au placement de titres par des inter- médiaires financiers”; b) au 27°, a), l’alinéa 2 est abrogé; c) le 30°, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit: “30° “investisseurs professionnels”: les investisseurs qualifiés au sens de l’article 2, e), du Règlement 2017/1129;”; d) au 30°, alinéa 2, les mots “clients professionnels et des contreparties éligibles” sont remplacés par les mots “inves- tisseurs professionnels”; e) le 72° est remplacé par ce qui suit: “72° “loi du 7 décembre 2016”: la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises;”; f) le 73° est remplacé par ce qui suit: “73° “loi du 13 mars 2016: la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de réassurance”; g) le 80° est remplacé par ce qui suit: “80° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”; h) dans la version française du 104°, les mots “Règlement 346/2013” sont remplacés par les mots “Règlement 2015/2365 ”; i) un 105° est inséré, rédigé comme suit: “105° “Règlement 2015/760”: le Règlement (UE) 2015/760 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 relatif aux fonds européens d’investissement à long terme;”; j) un 106° est inséré, rédigé comme suit: “106° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concer- nant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE;”; k) un 107° est inséré, rédigé comme suit: “107° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires;”. 107 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 70 In artikel 11, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 25 december 2016, worden de woorden “in artikel 3, 43°” vervangen door de woorden “in artikel 3, 22°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen”. Art. 71 Artikel 70 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 70 Indien de AICB een prospectus of een ander informa- tiedocument moet publiceren overeenkomstig Verordening 2017/1129 of de nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is aan de in het prospectus of het informatiedocument opgenomen informatie, hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus of het informatiedocument te worden verstrekt.”. Art. 72 In artikel  117, tweede lid, gewijzigd door de wet van 25 december 2016, worden de woorden “wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “wet van 25 oktober 2016”. Art. 73 Artikel 208 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende: “§ 8. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen. Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen. Art. 70 À l’article 11, § 2, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 25 décembre 2016, les mots “à l’article 3, 43°” sont rem- placés par les mots “à l’article 3, 22° de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances”. Art. 71 L’article 70 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 70 Lorsque l’OPCA est tenu de publier un prospectus ou un autre document d’information conformément au Règlement 2017/1129 ou au droit national, seules les informations visées à l’article 68 qui s’ajoutent à celles contenues dans le prospectus ou dans le document d’information doivent être communiquées séparément ou en tant qu’informations sup- plémentaires au prospectus ou au document d’information.”. Art. 72 À l’article 117, alinéa 2, modifié par la loi du 25 décembre 2016, les mots “loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “loi du 25 octobre 2016”. Art. 73 L’article 208 de la même loi est complété par un para- graphe 8, rédigé comme suit: “§  8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l’organe légal d’administration en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société d’investissement prennent, sous la surveillance de l’organe légal d’administration, les mesures nécessaires pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution. Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, l’organe légal d’administration de la société d’investisse- ment doit contrôler au moins une fois par an si la société se conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, et de l’alinéa 1er du présent paragraphe, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution, et il prend connaissance des mesures adéquates prises. 108 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 De personen belast met de effectieve leiding lichten min- stens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen. De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.”. Art. 74 Artikel 222, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een prospectus of een informatienota worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die, naargelang het geval, worden bepaald in Verordening 2017/1129 of in de wet van […] 2018.”. Art. 75 In artikel 226 van dezelfde wet wordt het eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de woorden “, of een informatienota werd gepubliceerd”. Art. 76 In artikel 261 van dezelfde wet, wordt het eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de woorden “, of een informatienota werd gepubliceerd”. Art. 77 In artikel 319, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden “, en van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen”; 2° in het tweede lid worden de woorden “alsook van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen,” ingevoegd tus- sen de woorden “en het eerste lid van deze paragraaf,” en de woorden “en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen”. Art. 78 Artikel 336 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 336 Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toe- passing met betrekking tot: Les personnes chargées de la direction effective font rapport au moins une fois par an à l’organe légal d’adminis- tration, à la FSMA et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l’alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures adéquates prises. Ces informations sont transmises à la FSMA et au com- missaire agréé selon les modalités que la FSMA détermine.”. Art. 74 L’article 222, alinéa 2, de la même loi est remplacé par ce qui suit: “En cas d’offre publique de titres d’un OPCA, autre que celle visée à l’alinéa 1er, un prospectus ou une note d’informa- tion sont rendus publics dans les cas et selon les modalités prescrites par, selon le cas, le Règlement 2017/1129 ou la loi du […] 2018.”. Art. 75 À l’article 226 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est complété par les mots “, ou une note d’information a été publiée”. Art. 76 À l’article 261 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est complété par les mots “, ou une note d’information a été publiée”. Art. 77 À l’article 319, § 7, de la même loi, inséré par la loi du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont insérées: 1° l’alinéa 1er est complété par les mots “, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution”; 2° à l’alinéa 2, les mots “ainsi que des dispositions prises pour leur exécution,” sont insérés entre les mots “de l’alinéa 1er du présent paragraphe,” et les mots “et il prend connaissance des mesures adéquates prises”. Art. 78 L’article 336 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 336 Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente partie s’applique en ce qui concerne: 109 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel VIII en deel IX; 2° de bepalingen van Verordening 345/2013, Verordening 346/2013, Verordening 2015/760, Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU.”. Art. 79 In artikel 338, § 5, van dezelfde wet wordt het woord “85” vervangen door het woord “86”. Art. 80 In artikel 345 van dezelfde wet, laatst gewijzigd door de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden “arti- kel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, artikel 98 van de wet van 16 februari 2009” vervangen door de woorden “artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016”; 2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “hoofd- stuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet van 16 februari 2009” vervangen door de woorden “Titel V, Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016”; 3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden, “arti- kel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91octiesde- cies van de wet van 9 juli 1975” vervangen door de woorden “of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016”. Art. 81 In artikel 351, § 4, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86, § 1 van de wet van 7 december 2016”. Art. 82 In artikel 352, eerste lid, van dezelfde wet worden de woor- den “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”. Art. 83 In artikel 356, § 3, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86 van de wet van 7 december 2016”. 1° les dispositions des parties I, II, du livre I de la partie III, et des parties IV, VIII et IX; 2° les dispositions du Règlement 345/2013, du Règlement 346/2013, du Règlement 2015/760, du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131, ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la Directive 2011/61/UE.”. Art. 79 À l’article 338, § 5, de la même loi, le mot “85” est remplacé par le mot “86”. Art. 80 À l’article 345 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: 1° au paragraphe  1er, alinéa 1er, 2°, les mots “de l’ar- ticle 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de l’article 98 de la loi du 16 février 2009” sont remplacés par les mots “de l’article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016”; 2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “, du chapitre VIIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi du 16 février 2009” sont remplacés par les mots “ou du Titre V, Chapitre II de la loi du 13 mars 2016 ”; 3° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “, de l’article 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l’article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975” sont remplacés par les mots “ou du Titre V, Chapitre III de la loi du 13 mars 2016”. Art. 81 À l’article 351, § 4, de la même loi, les mots “l’article 79, § 1er, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 82 À l’article 352, alinéa 1er de la même loi, les mots “l’ar- ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 83 À l’article 356, § 3, de la même loi, les mots “l’article 79 de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’ar- ticle 86 de la loi du 7 décembre 2016 ”. 110 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 84 In artikel 357, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 26” vervangen door de woorden “de ar- tikelen 26, 208 en 319”. Art. 85 In artikel  360, §  9, van dezelfde wet, vernummerd bij de wet van 10  april  2014, worden de woorden “de wet van 16 juni 2016” telkens vervangen door de woorden “de Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018”. Art. 86 Artikel 367 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 25 december 2016, wordt opgeheven. TITEL VI Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen Art. 87 In artikel 5, tweede lid, 2,° van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen worden de woorden “de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “de wet van […] 2018”. Art. 88 In artikel 20, § 1, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 13 maart 2016, wordt de bepaling onder y) vervangen als volgt: “y) artikel 32 van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een ge- reglementeerde markt;”. TITEL VII Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen Art. 89 In artikel 2 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, gewijzigd door de wet van 22 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de bepaling onder 5°, x, wordt vervangen als volgt: Art. 84 À l’article 357, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les mots “article 26” sont remplacés par les mots “articles 26, 208 et 319”. Art. 85 À l’article 360, § 9, de la même loi, renuméroté par la loi du 10 avril 2014, les mots “de la loi du 16 juin 2016 ” sont chaque fois remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018 ”. Art. 86 L’article  367  de la même loi, modifié par la loi du 25 décembre 2016, est abrogé. TITRE VI Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse Art. 87 À l’article 5, alinéa 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, les mots “de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “de la loi du […] 2018”. Art. 88 À l’article 20, § 1er, 2°, de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 13 mars 2016, le y) est remplacé par ce qui suit: “y) à l’article 32 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”. TITRE VII Modifications à la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées Art. 89 À l’article 2 de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés im- mobilières réglementées, modifié par la loi du 22 octobre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) le 5°, x est remplacé par ce qui suit: 111 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 “x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel […] van de wet van […] 2018;”; b) de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt: “26° “aanbieding aan het publiek”: elke aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van […]2018;”; c) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt: “35° “wet van […] juni 2018”: de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”; d) een bepaling onder 35°/1 wordt ingevoegd, luidende: “35°/1  “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;”. Art. 90 Artikel  23  van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende: “§ 6. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 21 en van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel, is het de promotor of een in onderling overleg met hem handelend persoon toegestaan om stemrechtverlenende effecten te verwerven die het percentage stemrechtverlenende effecten in het bezit van het publiek onder 30 % doen dalen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° die verwervingen vloeien voort uit: (a) de aanvaarding door de houders van de betrokken ef- fecten van een openbare overnamebieding; en (b) in voorkomend geval, een openbaar uitkoopbod dat on- middellijk volgt op voornoemde openbare overnamebieding, die allebei worden uitgevoerd conform de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen; 2° naar aanleidingen van die verwervingen bezit de promo- tor en/of een in onderling overleg met hem handelend persoon alle stemrechtverlenende effecten van de GVV; 3° de openbare GVV doet afstand van haar vergunning binnen de maand die volgt op het verstrijken van de aan- vaardingsperiode van het bod die de promotor en/of de in onderling overleg met hem handelend perso(o)n(en) in de mogelijkheid heeft gesteld om alle stemrechtsverlenende effecten te verwerven. “x. les certificats immobiliers visés à l’article […] de la loi du […] 2018;”; b) le 26° est remplacé par ce qui suit: “26° par “offre au public”: toute offre au public au sens de l’article 4, 2°, de la loi du […] 2018;”; c) le 35° est remplacé par ce qui suit: “35° par “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”; d) un 35°/1 est inséré, rédigé comme suit: “35°/1  par “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE;”. Art. 90 L’article  23  de la même loi est complété par un para- graphe 6, rédigé comme suit: “§ 6. Nonobstant les dispositions de l’article 21 et des para- graphes 3, 4 et 5 du présent article, il est permis au promoteur ou à une personne agissant de concert avec lui d’effectuer des acquisitions de titres conférant le droit de vote ayant pour effet de faire baisser en dessous de 30 % la proportion de ces titres se trouvant aux mains du public, moyennant le respect des conditions suivantes: 1° les acquisitions font suite à (a) l’acceptation par les détenteurs des titres concernés d’une offre publique d’acquisition; et (b) le cas échéant, une offre publique de reprise faisant immédiatement suite à l’offre publique d’acquisition sus- mentionnée, toutes deux menées conformément à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition et à l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d’acquisition; 2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la personne agissant de concert avec lui détiennent la totalité des titres conférant le droit de vote de la SIR; 3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois de l’expi- ration de la période d’acceptation de l’offre qui a permis au promoteur et/ou aux personnes agissant de concert avec lui d’acquérir la totalité des titres conférant le droit de vote. 112 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden, is paragraaf 3, eerste lid, van toepas- sing, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV. Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand van de ver- gunning voor zover die plaatsvindt na de afsluiting van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bod.”. Art. 91 In artikel 64, § 8, van dezelfde wet, worden de woorden “de wet van 16 juni 2016” telkens vervangen door de woorden “de Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018”. Art. 92 In artikel 76/11 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 22 oktober 2017, wordt het eerste lid opgeheven. Art. 93 In artikel 77, § 8, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden “de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woor- den “Verordening 2017/1129”. TITEL VIII Wijziging aan de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen Art. 94 In artikel 16, tweede lid, 2°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herver- zekeringsondernemingen worden de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsin- strumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen door de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14  juni  2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”. TITEL IX Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën Art. 95 In artikel 4 van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en Au cas où les conditions visées à l’alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, ne sont pas remplies, le paragraphe 3, alinéa 1er est applicable, sans préjudice des dispositions du chapitre IV. L’article 62 n’est pas applicable à la renonciation à l’agré- ment pour autant que celle-ci ait lieu après la clôture de l’offre visée à l’alinéa 1er, 3°.”. Art. 91 À l’article 64, § 8, de la même loi, les mots “de la loi du 16 juin 2016” sont chaque fois remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018”. Art. 92 À l’article  76/11  de la même loi, inséré par la loi du 22 octobre 2017, l’alinéa 1er est abrogé. Art. 93 À l’article 77, § 8, alinéa 2, de la même loi, les mots “de la loi du 16 juin 2006 ” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 ”. TITRE VIII Modification à la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance Art. 94 À l’article 16, alinéa 2, 2°, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance, les mots “de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admis- sions d’instruments de placement à la négociation sur un mar- ché réglementé” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”. TITRE IX Modifications à la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances Art. 95 À l’article 4 de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant 113 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 houdende diverse bepalingen inzake financiën worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 4° worden de woorden “artikel 4 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “arti- kel 3 van de wet van […] 2018”; b) in de bepaling onder 9° worden de woorden “arti- kel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aan- bieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gere- glementeerde markt” vervangen door de woorden “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglemen- teerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”. TITEL X Wijziging aan de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren Art. 96 In artikel 3 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsre- visoren wordt de bepaling onder 22° vervangen als volgt: “22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader: — deze wet; — de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen genomen besluiten; — het Wetboek van Vennootschappen; — de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen; — de Verordening (EU) nr. 537/2014; — de door de Commissie goedgekeurde verordenin- gen krachtens de bepalingen van Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014; en — de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de ter uitvoering van voornoemde wet van 18 september 2017 ge- nomen besluiten en reglementen, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of ter- rorismefinanciering, van Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie, en van de waak- zaamheidsplicht waarvan sprake in de bindende bepalingen betreffende financiële embargo’s, in de mate waarin ze van des dispositions diverses en matière de finances, les modifi- cations suivantes sont apportées: a) au 4°, les mots “article 4 de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 3 de la loi du […] 2018”; b) au 9°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” sont remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”. TITRE X Modification à la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises Art. 96 À l’article 3 de la loi du 7 décembre 2016 portant orga- nisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises, le 22° est remplacé par ce qui suit: “22° le cadre législatif et réglementaire applicable: — la présente loi; — les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses dispositions; — le Code des sociétés; — les normes applicables aux réviseurs d’entreprises; — le Règlement (UE) n° 537/2014; — les règlements adoptés par la Commission en vertu des dispositions de la Directive 2006/43/CE et du Règlement (UE) n° 537/2014; et — les dispositions de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces, des arrêtés et règlements pris pour l’exécution de la loi du 18 septembre 2017 précitée, des mesures d’exécution de la Directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l’utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, du Règlement (UE) 2015/847 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 sur les informations accompagnant les transferts de fonds, et les devoirs de vigilance prévus par les dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers, dans la mesure où elles 114 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 toepassing zijn op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde wet van 18 september 2017 bedoelde onderworpen entiteiten;”. TITEL XI Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/ EU Art. 97 In artikel 25, § 2, tweede lid, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU worden de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle- menteerde markt” vervangen door de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”. Art. 98 In artikel 26, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt: “In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, tegen deze opschorting of uitsluiting ver- zetten, in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer: 1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de markt- regels die de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft goedgekeurd; 2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en a) de buitengewone algemene vergadering van de betrok- ken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennoot- schap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 0,5 % vertegen- woordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die sont applicables aux entités assujetties visées à l’article 85, § 1er, 6° de la loi du 18 septembre 2017 précitée;”. TITRE XI Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE Art. 97 À l’article 25, § 2, alinéa 2, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments finan- ciers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE, les mots “de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”. Art. 98 À l’article 26, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit: “Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préalable- ment la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à cette suspension ou ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf si: 1° il s’agit de la suspension ou du retrait d’un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de l’article 34; 2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acqui- sition, et que a) l’assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modifica- tion de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l’ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformé- ment à l’article 535 du Code des sociétés; et que b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 0,5 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 1 000 000 EUR, sur la base de la 115 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 minder bedraagt dan of gelijk is aan 1 000 000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA door de marktexploitant.” Art. 99 In artikel 49 van dezelfde wet wordt het tweede lid ver- vangen als volgt: “Wanneer een marktexploitant die een MTF exploiteert waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de in ar- tikel  10, §  6, van de wet van 2  augustus  2002 bedoelde machtiging, voornemens is om een tot de verhandeling op die MTF toegelaten financieel instrument uit te te sluiten van de handel, deelt hij dat voornemen vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, daartegen verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer 1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van deze wet of een uitvoeringsbesluit van deze wet heeft goedgekeurd; of 2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en a) de buitengewone algemene vergadering van de betrok- ken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennoot- schap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 1 % vertegenwoor- digen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA.”. Art. 100 In artikel 53, § 3, 3°, van dezelfde wet worden de woorden “Richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk III van titel IV van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk I van titel III van de wet van […] 2018 op de moyenne des cours de clôture des trois mois précédant l’infor- mation préalable de la FSMA par l’opérateur de marché.”. Art. 99 À l’article 49 de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit: “Lorsque l’opérateur de marché exploitant un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l’habilitation visée à l’article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de prononcer le retrait d’un instrument financier admis à la négociation sur ce MTF, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf si 1° il s’agit du retrait d’un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle- même a approuvées en application de la présente loi ou d’un arrêté d’exécution de cette loi; ou 2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acqui- sition, et que a) l’assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modifica- tion de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l’ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformé- ment à l’article 535 du Code des sociétés; et que b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 1 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 500 000 EUR, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant la notification adressée à la FSMA.”. Art. 100 À l’article  53, §  3, 3°, de la même loi, les mots “la Directive 2003/71/CE ou au chapitre III du titre IV de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “le Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché régle- menté, et abrogeant la Directive 2003/71/CE ou au chapitre Ier du titre III de la loi du […] 2018 relative aux offres au public 116 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”. BOEK VII DIVERSE BEPALING Art. 101 Blijven van toepassing tot ze uitdrukkelijk worden opgeheven: 1° het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het open- baar karakter van de werving van terugbetaalbare gelden; en 2° het koninklijk besluit van 25  april  2014 betreffende bepaalde informatieverplichtingen bij de commercialisering van financiële producten bij niet-professionele cliënten, met uitzondering, uitsluitend in verband met de commercialisering van beleggingsinstrumenten, van de artikelen 11 tot 25 ervan. BOEK VIII OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING Art. 102 De artikelen 10 tot 18 zijn niet van toepassing op de aan- biedingen aan het publiek waarvan de aanbiedingsperiode reeds loopt op het ogenblik dat zij in werking treden. Art. 103 De wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru- menten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt wordt opgeheven op de dag waarop Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening. In afwijking van het eerste lid, worden artikel 3, § 2, eerste lid, e), en tweede lid, artikel 18, § 1, a), i), j) en k), en artikel 42, 2°, van de wet van 16 juni 2006 op 21 juli 2018 opgeheven. In afwijking van het eerste lid, wordt artikel 18, § 2, a) en g), van voornoemde wet van 16 juni 2006 opgeheven op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Art. 104 § 1. Deze wet treedt in werking op op de dag waarop Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening. § 2. In afwijking van paragraaf 1, d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés”. LIVRE VII DISPOSITION DIVERSE Art. 101 Restent d’application jusqu’à leur abrogation expresse: 1° l’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère public de la sollicitation de fonds remboursables; et 2° l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obliga- tions en matière d’information lors de la commercialisation de produits financiers auprès des clients de détail, à l’exception, exclusivement en ce qui concerne la commercialisation d’ins- truments de placement, de ses articles 11 à 25. LIVRE VIII DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTRÉE EN VIGUEUR Art. 102 Les articles 10 à 18 ne s’appliquent pas aux offres au public lorsque la période d’offre est en cours à la date de leur entrée en vigueur. Art. 103 La loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’ins- truments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés est abrogée à la date d’entrée en application du Règlement 2017/1129, telle que déterminée par l’article  49, para- graphe 2 dudit règlement. Par dérogation à l’alinéa 1er, l’article 3, § 2, alinéa 1er, e), et alinéa 2, l’article 18, § 1er, a), i), j) et k), et l’article 42, 2°, de la loi du 16 juin 2006 sont abrogés à la date du 21 juillet 2018. Par dérogation à l’alinéa 1er, l’article 18, § 2, a) et g), de la loi du 16 juin 2006 précitée est abrogé au jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge. Art. 104 § 1er. La présente loi entre en vigueur à la date d’entrée en application du Règlement 2017/1129, telle que déterminée par l’article 49, paragraphe 2 dudit règlement. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, 117 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1° zijn artikel 7, § 1, de bepalingen van hoofdstuk II van titel III van boek II, de artikelen 25, § 4, 26, eerste lid, 4°, 31, § 1, eerste lid, 5°, 32, 3° en 6°, 33; en 2° de artikelen 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 en 92, van toepassing met ingang van 21 juli 2018. Vanaf 21 juli 2018 en niettegenstaande artikel 57/1 van de wet van 16 juni 2006, is artikel 60 van dezelfde wet niet langer van toepassing op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling. § 3. In afwijking van paragraaf 1, treden de artikelen 19, § 2, 3°, 38, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 en 99 in werking op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. §  4. De artikelen  67, 68  en 69  tot 72  van de wet van 16 juni 2006 en artikel 125 van de wet van 2 augustus 2002 zijn, wat de in paragrafen 2, eerste lid, 1°, bedoelde bepalin- gen betreft, van toepassing van zodra zij in werking treden. 1° l’article 7, § 1er, les dispositions du chapitre II du titre III du livre II, les articles 25, § 4, 26, alinéa 1er, 4°, 31, § 1er, alinéa 1er, 5°, 32, 3° et 6°, 33; et 2° les articles 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 et 92, sont d’application dès le 21 juillet 2018. À compter du 21 juillet 2018 et nonobstant l’article 57/1 de la loi du 16 juin 2006, l’article 60 de la même loi ne s’applique plus aux offres publiques et aux admissions à la négociation visées à l’article 10. § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les articles 19, § 2, 3°, 38, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 et 99 entrent en vigueur le dixième jour suivant la publication de la présente loi au Moniteur belge. § 4. Les articles 67, 68 et 69 à 72 de la loi du 16 juin 2006 et l’article 125 de la loi du 2 août 2002 s’appliquent en ce qui concerne les dispositions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, dès l’entrée en vigueur de celles-ci. 118 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 119 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 120 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 121 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 122 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 123 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 124 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 125 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 126 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 127 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 128 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 129 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 130 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 131 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE NR. 63.380/2 van 22 mei 2018 Op 24 april 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de minister van Financiën, belast met bestrijding van de fi scale fraude verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorontwerp van wet “op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”. Het voorontwerp is door de tweede kamer onder- zocht op 22  mei  2018. De kamer was samengesteld uit Pierre  Vandernoot, kamervoorzitter, Luc  Detroux en Patrick Ronvaux, staatsraden, Christian Behrendt, assessor, en Béatrice Drapier, griffier. Het verslag is uitgebracht door Xavier Delgrange, eerste auditeur-afdelingshoofd. Christophe Verdure, die als expert opgeroepen is op grond van artikel 82 van de wetten “op de Raad van State”, gecoördineerde op 12 januari 1973, heeft eveneens verslag uitgebracht. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 22 mei 2018. *Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten “op de Raad van State”, gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het voorontwerp,1 de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat die drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanlei- ding tot de volgende opmerkingen. ALGEMENE OPMERKING Bij het voorontwerp worden aan de FSMA enkele bevoegd- heden van verordenende aard verleend, bijvoorbeeld bij de artikelen 9, eerste lid, 18, vierde lid, en 23, § 1, tweede lid. Een dergelijke toewijzing van bevoegdheid met betrekking tot in essentie technische aangelegenheden zou aanvaard kunnen worden. In dat geval zou overeenkomstig artikel  190  van de Grondwet in het voorontwerp bepaald moeten worden op welke wijze die bepalingen bekendgemaakt worden, waarbij voorgeschreven dient te worden dat ze op zijn minst in het Belgisch Staatsblad opgenomen moeten worden. 1 ‡ Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. AVIS DU CONSEIL D’ÉTAT N° 63.380/2 du 22 mai 2018 Le 24 avril 2018, le Conseil d’État, section de législation, a été invité par le ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fi scale à communiquer un avis, dans un délai de trente jours, sur un avant-projet de loi “relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés”. L’avant-projet a été examiné par la deuxième chambre le 22 mai 2018. La chambre était composée de Pierre Vandernoot, président de chambre, Luc  Detroux et Patrick  Ronvaux, conseillers d’État, Christian  Behrendt, assesseur, et Béatrice Drapier, greffier. Le rapport a été présenté par Xavier Delgrange, premier auditeur chef de section. Christophe  Verdure, appelé en qualité d’expert sur la base de l’article 82 des lois “sur le Conseil d’État”, coordonnées le 12 janvier 1973, a également présenté un rapport. La concordance entre la version française et la ver- sion néerlandaise a été vérifi ée sous le contrôle de Pierre Vandernoot. L’avis, dont le texte suit, a été donné le 22 mai 2018. Comme la demande d’avis est introduite sur la base de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois “sur le Conseil d’État”, coordonnées le 12 janvier 1973, la section de législation limite son examen au fondement juridique de l’avant-projet 1, à la compétence de l’auteur de l’acte ainsi qu’à l’accomplissement des formalités préalables, conformément à l’article 84, § 3, des lois coordonnées précitées. Sur ces trois points, l’avant-projet appelle les observations suivantes. OBSERVATION GÉNÉRALE L’avantprojet contient quelques habilitations à caractère réglementaire à la FSMA, par exemple aux articles 9, ali- néa 1er, 18, alinéa 4, et 23, § 1er, alinéa 2. Pareille attribution de compétence, sur des questions essentiellement techniques, pourrait être admise. Il conviendrait alors que l’avantprojet prévoie le mode de publication de ces dispositifs, qui devrait comprendre une publication au Moniteur belge, et ce conformément à l’article 190 de la Constitution. 1 S ’agissant d ’un avantprojet de loi, on entend par “fondement juridique” la conformité aux normes supérieures. 132 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 BIJZONDERE OPMERKINGEN Artikel 4 1. In artikel 4, 1°, wordt de FSMA gedefi nieerd als “de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, de be- voegde Belgische autoriteit in de zin van artikel 2, o) van Verordening 2017/1129”. Er dient gepreciseerd te worden dat het om de bevoegde autoriteit gaat die, in de zin van artikel 2, o), van verorde- ning (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 “betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/ EG” “in overeenstemming met artikel 31 van die verordening aangewezen is”. 2. Artikel 4, 3°, (i), zou duidelijker gesteld kunnen worden door daarin een defi nitie te geven van het begrip MTF dat daar voor het eerst gebruikt wordt. Te dien einde kan het nuttig zijn terug te grijpen naar overweging 13 van verorde- ning 2017/1129 waarin verwezen wordt naar “multilaterale handelsfaciliteiten” waarvan MTF de Engelstalige afkorting is, en naar de defi nitie die vervat is in artikel 3, 10°, van de wet van 21 november 2017 “over de infrastructuren voor de markten voor fi nanciële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU”. 3. In de bepaling onder 5°, is het begrip “werkdag in de banksector” dermate vaag dat er een defi nitie van gegeven dient te worden, welke defi nitie trouwens eveneens ontbreekt in verordening 2017/1129. In voorkomend geval zou de Koning gemachtigd kunnen worden om die defi nitie te geven, waardoor het voor Hem mogelijk zou zijn om de defi nitie te wijzigen naar gelang van de evolutie van de regels en de gebruiken ter zake in de banksector. Artikel 6 Gelet op artikel 3, § 1, 5°, schrijve men in paragraaf 3 “fi - nanciële termijncontracten” in plaats van “futures”. Artikel 10 Ter wille van de duidelijkheid van de regelgeving zou paragraaf 6, in aansluiting op wat in de commentaar bij de bepaling staat, aangevuld moeten worden met de woorden “in welk geval de regels betreffende het prospectus van toepassing zijn”. Zo ook zou het goed zijn om in paragraaf 7 aan het einde van de bepaling de woorden “in welk geval de regels betref- fende de informatienota van toepassing zijn” toe te voegen. OBSERVATIONS PARTICULIÈRES Article 4 1. L’article 4, 1°, défi nit la FSMA comme “l’Autorité des services et marchés fi nanciers, autorité compétente belge au sens de l’article 2, o) du règlement 2017/1129”. Il y a lieu de préciser qu’il s’agit de l’autorité compétente, au sens de l’article 2, o), du règlement (UE) n° 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 “concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la direc- tive 2003/71/CE”, “désignée conformément à l’article 31 dudit règlement”. 2. L’article 4, 3°, (i), pourrait être précisé en y défi nissant la notion de MTF, qui y apparaît pour la première fois. À cette fi n, il peut être utile de se reporter au considérant n° 13 du règlement n° 2017/1129, qui fait référence aux “systèmes multilatéraux de négociation”, dont MTF est l’acronyme en anglais, et à la défi nition contenue à l’article 3, 10°, de la loi du 21 novembre 2017 “relative aux infrastructures des mar- chés d’instruments fi nanciers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE”. 3. Au 5°, la notion de “jour  ouvrable dans le domaine bancaire” est trop incertaine pour pouvoir se passer de défi nition, par ailleurs absente également dans le règlement n° 2017/1129. Le cas échéant, le Roi pourrait être habilité à énoncer cette défi nition, ce qui Lui permettrait de la modifi er en fonction de l’évolution des règles et des usages en la matière dans le secteur bancaire. Article 6 Au paragraphe 3, compte tenu de l’article 3, § 1er, 5°, il faut écrire “de contrats fi nanciers à terme” à la place de “de futures”. Article 10 Dans un souci de clarté normative, en écho à ce qu’expose le commentaire de la disposition, le paragraphe 6 devrait être complété par les mots “, auquel cas les règles relatives au prospectus sont applicables”. De même, au paragraphe 7, les mots “, auquel cas les règles relatives à la note d’information sont applicables” seraient opportunément ajoutés à la fi n de la disposition. 133 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Artikel 12 Doordat in de tweede zin van paragraaf 1 bepaald wordt dat de inhoud van de informatienota niet alleen “accuraat, (…) eerlijk, duidelijk en niet misleidend” maar ook “evenwichtig” moet zijn, wordt in de tekst gebruikgemaakt van een begrip waarvan niet duidelijk is wat de meerwaarde ervan is op normatief vlak, tenzij de strekking ervan verduidelijkt wordt in de commentaar bij de bepaling.2 Artikel 27 In het eerste lid, 8°, dient de verwijzing naar de wet van 22 juli 1991 aangevuld te worden met de vermelding van het opschrift van die wet. BOEK IV In verband met de beroepen gericht tegen handelingen die door de FSMA op basis van boek IV gesteld zijn, zou het nuttig zijn dat in de memorie van toelichting uitleg verstrekt wordt met name aangaande het in aanmerking nemen van algemene opmerking 3 die geformuleerd is in advies 39.529/2, dat op 4 januari 2006 gegeven is over een voorontwerp dat geleid heeft tot de wet van 16 juni 2006 “op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggings- instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”.ementeerde markt”.ementeerde markt”.3 Artikelen 29, 32 en 39 Uit de artikelen 29, § 2, en 32 van het voorontwerp en uit ar- tikel 86bis, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002 “betreffende het toezicht op de financiële sector en de fi nanciële diensten”, dat bij artikel 39 van het voorontwerp gewijzigd wordt,4 vloeit voort dat dezelfde gedragingen zo- wel strafrechtelijk als administratief bestraft kunnen worden. Gelet op de overwegend bestraffende aard ervan, moet de regeling inzake de administratieve geldboetes bestempeld worden als een straf in de autonome betekenis die daaraan gegeven wordt door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Artikel 33 verwijst naar artikel 85 van het Strafwetboek en past op de strafrechtelijke straffen in de zin van het in- terne recht aldus de gemeenrechtelijke regeling inzake de verzachtende omstandigheden toe. Op die strafrechtelijke straffen is de gemeenrechtelijke regel inzake het uitstel van de tenuitvoerlegging van rechtswege van toepassing onder de voorwaarden bepaald in artikel 8 van de wet van 29 juni 1964 “betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie”. 2 Er wordt voorts opgemerkt dat in artikel  7, lid  2, van verordening 2017/1129, dat als inspiratiebron gediend heeft voor deze bepaling, het adjectief “evenwichtig” niet gebruikt wordt. 3 Parl.St. Kamer 2005-06, nr. 51-2344/1, 206 en 207. 4 In artikel 39 dient rekening gehouden te worden met het feit dat artikel 86bis, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 twee leden omvat. Article 12 En énonçant à la deuxième phrase du paragraphe 1er que le contenu de la note d’information doit être non seulement “exact, […] loyal, clair et non trompeur” mais également “équi- libré”, le texte utilise une notion dont la valeur ajoutée sur le plan normatif n’apparaît pas, sauf à en préciser la portée dans le commentaire de la disposition 2. Article 27 À l’alinéa 1er, 8°, il y a lieu de compléter la mention de la loi du 22 juillet 1991 par celle de son intitulé. LIVRE IV S’agissant des recours dirigés contre les actes posés par la FSMA sur la base du livre IV, il serait utile que l’exposé des motifs s’explique au regard notamment de la prise en compte de l’observation générale n° 3 formulée dans l’avis n° 39.529/2 donné le 4 janvier 2006 sur l’avantprojet devenu la loi du 16 juin 2006 “relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” archés régle- mentés” archés réglementés” 3 Articles 29, 32 et 39 Il résulte des articles 29, § 2, et 32 de l’avantprojet et de l’article 86bis, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002 “relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers”, modifi é par l’article 39 de l’avant-projet 4, que de mêmes comportements peuvent donner lieu à une répression tant pénale qu’administrative. Compte tenu de son caractère essentiellement répressif, le dispositif d’amendes adminis- tratives doit être qualifi é de pénal au sens autonome de l’article 6 de la Convention européenne des droits de l’homme. L’article 33, par son renvoi à l’article 85 du Code pénal, applique aux sanctions pénales, au sens du droit interne, le régime de droit commun des circonstances atténuantes. Le droit commun relatif au sursis est applicable de plein droit à ces sanctions pénales dans les conditions de l’article 8 de la loi du 29 juin 1964 “concernant la suspension, le sursis et la probation”. 2 Il est relevé, par ailleurs, que l’article  7, paragraphe  2, du règlement n° 2017/1129, qui a constitué une source d’inspiration de cette disposition, ne contient pas l’adjectif “équilibré”. 3 Doc. parl., Chambre, 20052006, n° 51-2344/1, pp. 206 et 207. 4  À l’article 39, il y a lieu de tenir compte du fait que l’article 86bis, §  1er, de la loi du 2  août  2002 comprend deux  alinéas. 134 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Er wordt niet voorzien in enige vergelijkbare regeling be- treffende de administratieve geldboetes waarvan sprake is in artikel 29, § 2, en in artikel 86bis, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002, welke bepaling bij artikel 39 van het voorontwerp gewijzigd wordt. In het voorontwerp wordt evenmin iets bepaald in verband met de noodzaak om elke moeilijkheid aangaande de toepas- sing ervan te vermijden in het licht van het beginsel “non bis in idem” in strafzaken dat voortvloeit uit artikel 4 van Protocol nr. 7 bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en uit artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In verband met die kwesties wordt verwezen naar de op- merkingen die geformuleerd zijn in advies 62.383/2 dat gege- ven is op 7 december 2017 over een voorontwerp dat ontstaan gegeven heeft aan de wet van 11 maart 2018 “betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen”, meer in het bijzonder naar opmerkingen 3 en 4 met betrekking tot de artikelen 148, 161, 230 en 244 van dat voorontwerp5, met dien verstande dat de verwijzing in dat advies naar de artikelen 36/8 tot 36/12 van de wet van 22 februari 1998 “tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België” voor voorliggend voorontwerp gelezen moet worden als een verwijzing naar de artikelen 70 tot 73 van de wet van 2 augustus 2002. Artikel 30 De woorden “de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering” moeten vervangen worden door de woorden “de administratie belast met de inning en de invordering van de dwangsommen en de geldboetes”. Artikel 46 De bevoegdheid die bij het ontworpen artikel 8, tweede lid, 8°/1, van de wet van 1 april 2007 “op de openbare over- namebiedingen” aan de Koning verleend wordt, is te ruim doordat Hem daardoor de mogelijkheid geboden wordt om af te wijken van wetgevende regels zonder dat die bevoegd- heid afgebakend wordt door criteria op grond waarvan Hij in die zin kan handelen. De bepaling moet herzien worden. 5 Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54-2896/1, 324 tot 329. Met betrekking tot de draagwijdte van het beginsel “non bis in idem”, zoals die blijkt uit de recente rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, wordt eveneens verwezen naar advies 63.192/2, dat op 19 april 2018 gegeven is over het voorontwerp van wet “betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens”, meer in het bijzonder naar de opmerking onder artikel 242. Aucun dispositif comparable n’est prévu pour ce qui concerne les amendes administratives prévues par l’article 29, § 2 et l’article 86bis, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002, modifi é par l’article 39 de l’avantprojet. De même, l’avantprojet est muet quant à la nécessité d’éviter toute difficulté d’application au regard du principe “non bis in idem” en matière pénale qui résulte de l’article 4 du Protocole n° 7 à la Convention européenne des droits de l’homme et de l’article 50 de la Charte des droits fondamen- taux de l’Union européenne. Il est renvoyé sur ces questions aux observations formu- lées dans l’avis n° 62.383/2 donné le 7 décembre 2017 sur l’avantprojet devenu la loi du 11 mars 2018 “relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établisse- ments de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de pres- tataire de services de paiement, et à l’activité d’émission de monnaie électronique, et à l’accès aux systèmes de paiement”, spécialement aux observations nos 3 et 4 sur les articles 148, 161, 230 et 244 de cet avantprojet 5, étant entendu que la référence faite dans cet avis aux articles 36/8 à 36/12 de la loi du 22 février 1998 “fi xant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique” doit se lire pour le présent avantprojet comme faite aux articles 70 à 73 de la loi du 2 août 2002. Article 30 Les mots “l’Administration générale de la Perception et du Recouvrement” seront remplacés par les mots “l’admi- nistration chargée de la perception et du recouvrement des astreintes et des amendes”. Article 46 L’habilitation conférée au Roi par l’article 8, alinéa 2, 8°/1, en projet, de la loi du 1er avril 2007 “relative aux offres publics d’acquisition”, en ce qu’elle Lui permet de déroger à des règles de niveau législatif sans l’encadrer de critères Lui permettant d’agir en ce sens, est excessive. La disposition sera revue. 5  Doc. parl., Chambre, 20172018, n° 542896/1, pp. 324 à 329. Sur la portée du principe “non bis in idem”, telle qu’elle résulte de la jurisprudence récente de la Cour européenne des droits de l’homme, il est également renvoyé à l’avis n° 63.192/2 donné le 19 avril 2018 sur l’avant-projet de loi “relatif à la protection des personnes physiques à l’égard des traitements de données à caractère personnel”, spécialement à l’observation formulée sous l’article 242. 135 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Artikel 55 De woorden “de aanhef” moeten vervangen worden door de woorden “de inleidende zin”. Artikel 104 In paragraaf 2, eerste lid, schrijve men “treden (…) in wer- king op 21 juli 2018”.6 De griffier, De voorzitter, BÉATRICE DRAPIER PIERRE VANDERNOO T 6 In die zin: paragraaf 4, in fine, van hetzelfde artikel 104. Article 55 Les mots “le préambule” doivent être remplacés par les mots “la phrase liminaire”. Article 104 Dans la partie fi nale du paragraphe 2, alinéa 1er, il convient d’écrire “entrent en vigueur le 21 juillet 2018” 6. Le greffier, Le président, BÉATRICE DRAPIER PIERRE VANDERNOO T 6  En ce sens, le paragraphe 4, in fine, du même article 104. 136 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 WETSONTWERP FILIP, KONING DER BELGEN, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, ONZE GROET. Op de voordracht van de minister van Economie en Consumenten en de minister van Financiën, HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ: De minister van Economie en Consumenten en de minister van Financiën zijn ermee belast in Onze naam bij de Kamer van volksvertegenwoordigers het ontwerp van wet in te dienen waarvan de tekst hierna volgt: BOEK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet. Art. 2 Deze wet voorziet inzonderheid in de tenuitvoer- legging van (a) Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14  juni  2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubli- ceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan- geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG en (b) Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen. PROJET DE LOI PHILIPPE, ROI DES BELGES, À tous, présents et à venir, SALUT. Sur la proposition du ministre de l’Économie et des Consommateurs et du ministre des Finances, NOUS AVONS ARRÊTÉ ET ARRÊTONS: Le ministre de l’Économie et des Consommateurs et le ministre des Finances sont chargés de présenter en Notre nom à la Chambre des représentants le projet de loi dont la teneur suit: LIVRE IER DISPOSITIONS GÉNÉRALES Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’ar- ticle 74 de la constitution. Art. 2 La présente loi assure notamment la mise en œuvre (a) du Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobi- lières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE et (b) du Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires. 137 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 BOEK II AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK TITEL I Definities Art. 3 § 1. Voor de toepassing van deze wet en de ter uit- voering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder “beleggingsinstrumenten”: 1° effecten; 2° geldmarktinstrumenten; 3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrek- king hebben op roerende of onroerende goederen, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereni- ging, onverdeeldheid of groepering, waarbij de houders van die rechten niet het privatief genot hebben van die goederen, en waarvan het collectief beheer wordt op- gedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden; 4° rechten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrecht- streeks betrekking hebben op een of meer roerende goederen of op een agrarische exploitatie, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en volledige levering in natura van de goederen. De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA, de soorten goederen beoogd in dit punt, uitbreiden of beperken; 5° financiële termijncontracten (“futures”), met in- begrip van deze die worden afgewikkeld in contanten; 6° rentetermijncontracten (“forward rate agreements”); 7° rente- en valuta-swapcontracten en swapcon- tracten betreffende aan aandelen of aandelenindexen gekoppelde kasstromen (“equity swaps”); 8° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere optiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel bedoelde beleggingsinstrumenten, inzonderheid via inschrijving of omruiling, te verwerven of over te dragen, LIVRE II DES OFFRES AU PUBLIC D’INSTRUMENTS DE PLACEMENT TITRE IER Définitions Art. 3 § 1er. Pour l’application de la présente loi et des arrê- tés et règlements pris pour son exécution, on entend par “instruments de placement”: 1° les valeurs mobilières; 2° les instruments du marché monétaire; 3° les droits portant directement ou indirectement sur des biens meubles ou immeubles, organisés en asso- ciation, indivision ou groupement, de droit ou de fait, ne conférant pas aux titulaires de ces droits la jouissance privative de ces biens dont la gestion, organisée col- lectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel; 4° les droits qui permettent d’effectuer un investis- sement de type financier et qui portent directement ou indirectement sur un ou plusieurs biens meubles ou sur une exploitation agricole, organisés en association, indivision ou groupement de droit ou de fait, et dont la gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel, sauf si ces droits comprennent une livraison inconditionnelle, irrévocable et intégrale des biens en nature. Le Roi peut, par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, étendre ou restreindre les types de biens visés au présent point; 5° les contrats financiers à terme (“futures”), y compris ceux dont le règlement s’effectue en espèces; 6° les contrats à terme sur taux d’intérêt (“forward rate agreements”); 7° les contrats d’échange (“swaps”) sur taux d’intérêt ou devises et les contrats d’échange sur des flux liés à des actions ou à des indices d’actions (“equity swaps”); 8° les contrats d’options sur devises et sur taux d’intérêt et tous les autres contrats d’options visant à acquérir ou à céder, notamment par voie de souscription ou d’échange, des instruments de placement visés au 138 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 met inbegrip van de optiecontracten die worden afgewik- keld in contanten; 9° afgeleide contracten op edele metalen en grondstoffen; 10° contracten die rechten vertegenwoordigen op andere beleggingsinstrumenten dan effecten; 11° alle andere instrumenten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren, ongeacht de onderliggende activa. § 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleg- gingsinstrumenten in de zin van paragraaf 1: 1° gelddeposito’s geworven of ontvangen door instel- lingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, 1° tot 5° en 7°; 2° deviezen, edele metalen en grondstoffen; 3° overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 3 van richtlijn 2009/138/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzeke- ringsbedrijf, gesloten door verzekeringsondernemingen. Art. 4 Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoe- ring ervan genomen besluiten en reglementen wordt verstaan onder: 1° “FSMA”: de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, die, overeenkomstig artikel 31 van Verordening 2017/1129, is aangewezen als bevoegde Belgische autoriteit in de zin van artikel 2, o), van die Verordening; 2° “aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek”: een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte medede- ling waarin voldoende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden effecten wordt verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze beleggingsinstrumenten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van beleggingsinstrumenten via financiële tussenpersonen. Een kosteloze toewijziging van beleggingsinstrumen- ten is geen aanbieding aan het publiek; présent article, y compris les contrats d’option dont le règlement s’effectue en espèces; 9° les contrats dérivés sur métaux précieux et matières premières; 10° les contrats représentatifs de droits sur des instru- ments de placement autres que les valeurs mobilières; 11° tous les autres instruments permettant d’effectuer un investissement de type financier, quels que soient les actifs sous-jacents. § 2. Les instruments suivants ne sont toutefois pas des instruments de placement au sens du paragraphe 1er: 1° les dépôts d’argent sollicités ou reçus par des éta- blissements ou institutions visés à l’article 28, alinéas 1er, 1° à 5°, et 7 °; 2° les devises, métaux précieux et matières premières; 3° les contrats visés par l’article 2, § 3 de la directive 2009/138/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assu- rance et de la réassurance et leur exercice, conclus par des entreprises d’assurance. Art. 4 Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d’entendre par: 1° “FSMA”: l’Autorité des services et marchés finan- ciers, autorité compétente belge au sens de l’article 2, o) du Règlement 2017/1129, désignée conformément à l’article 31 dudit règlement; 2° “offre au public d’instruments de placement”: une communication adressée sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit à des personnes et pré- sentant une information suffisante sur les conditions de l’offre et sur les instruments de placement à offrir, de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d’acheter ou souscrire ces instruments de placement. Cette définition s’applique également au placement d’instruments de placement par des intermédiaires financiers. Ne constituent pas des offres au public les attributions à titre gratuit d’instruments de placement; 139 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3° “reclame”: een mededeling met beide volgende kenmerken: (i) zij heeft betrekking op een specifieke aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of op een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning aangeduide MTF; (ii) zij is er specifiek op gericht de mogelijke inschrij- ving op of verwerving van beleggingsinstrumenten te promoten; 4° “marktexploitant”: een marktexploitant in de zin van artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instru- menten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU; 5° “werkdag”: inzonderheid voor de toepassing van artikel 2, t), van Verordening 2017/1129, een werkdag in de banksector, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen en feestdagen. De Koning kan het begrip “werkdag in de banksector” definiëren; 6° “bemiddeling”: elke tussenkomst ten aanzien van beleggers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleg- gingsinstrumenten voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instelling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling; 7° “vastgoedcertificaten”: de schuldinstrumenten die rechten incorporeren op de inkomsten, op de op- brengsten en op de realisatiewaarde van één of meer bij de uitgifte van de certificaten bepaalde onroerende goederen. De schepen en luchtvaartuigen worden ge- lijkgesteld met onroerende goederen. 8° “wet van 2 augustus 2002”: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten; 9° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG. 3° “communication à caractère promotionnel”: toute communication revêtant les deux caractéristiques suivantes: (i) relative à une offre spécifique d’instruments de placement au public ou à une admission à la négociation sur un marché réglementé ou un MTF désigné par le Roi en application de l’article 10, § 1er, 3°; (ii) visant à promouvoir spécifiquement la souscription ou l’acquisition potentielles d’instruments de placement; 4° “opérateur de marché”: un opérateur de marché au sens de l’article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE; 5° “jour ouvrable”: aux fins notamment de l’applica- tion de l’article 2, t), du Règlement 2017/1129, un jour ouvrable dans le domaine bancaire, à l’exception des samedis, dimanches et jours fériés. Le Roi peut définir la notion de jour ouvrable dans le domaine bancaire; 6° “intermédiation”: toute intervention, même tempo- raire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l’égard d’investisseurs dans le placement d’instru- ments de placement pour le compte de l’offreur ou de l’émetteur, contre rémunération ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé directement ou indirecte- ment par l’offreur ou l’émetteur; 7° “certificats immobiliers”: les titres de créance incorporant des droits sur les revenus, produits et prix de réalisation d’un ou plusieurs biens immobiliers déterminés lors l’émission des certificats. Les navires et aéronefs sont assimilés à des immeubles. 8° “loi du 2 août 2002”: la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers; 9° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14  juin  2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE. 140 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 5 De begrippen gedefinieerd door Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gede- legeerde handelingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. TITEL II Toepassingsgebied Art. 6 § 1. Onverminderd paragrafen 2 en 3 is dit boek van toepassing op de wijze die in elke titel wordt verduidelijkt. § 2. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de be- palingen van dit boek niet van toepassing verklaren op: 1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsin- strumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt, indien deze toelatingen worden aangevraagd door de marktexploitant, en 2° aanbiedingen aan het publiek verricht op het Belgische grondgebied door de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen die Hij bepaalt, van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effec- ten zijn, voor zover deze instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de gereglementeerde markten die Hij bepaalt. § 3. Dit boek treft geen regeling voor de toelatingen van optiecontracten en futures tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt wanneer die toelatingen tot de verhandeling worden gevraagd door de marktexploitant die de betrokken gereglementeerde markt organiseert. Art. 5 Les termes définis par le Règlement 2017/1129 et par les actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même signification aux fins de l’application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution. TITRE II Champ d’application Art. 6 §  1er. Sans préjudice des paragraphes  2  et 3, le présent livre s’applique de la manière précisée dans chacun de ses titres. § 2. Sur avis de la FSMA, le Roi peut, aux conditions qu’Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent livre inapplicables: 1° aux admissions à la négociation sur des marchés réglementés belges qu’Il détermine d’instruments de placement qui ne sont pas des valeurs mobilières, qu’Il détermine, lorsque ces admissions sont demandées par l’opérateur de marché, et 2° aux offres au public, effectuées sur le territoire belge, par les établissements de crédit ou les entre- prises d’investissement qu’Il détermine, d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières qu’Il détermine, pour autant que ces instruments soient admis à la négociation sur les marchés réglementés qu’Il détermine. § 3. Le présent livre ne règle pas les admissions à la négociation sur un marché réglementé belge de contrats d’options et de contrats financiers à terme lorsque ces admissions à la négociation sont demandées par l’opé- rateur de marché qui organise le marché réglementé concerné. 141 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL III Het prospectus en de informatienota HOOFDSTUK I Verplichting om een prospectus te publiceren Art. 7 § 1. De aanbiedingen aan het publiek van beleggings- instrumenten worden vrijgesteld van de prospectusplicht voor zover: 1° die aanbiedingen, indien zij betrekking hebben op effecten, niet het voorwerp uitmaken van een ken- nisgeving als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129; en 2° de totale tegenwaarde van die aanbiedingen in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan: (a) een bedrag van 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden; of (b) een bedrag van 8 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover de aanbieding betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF. § 2. De artikelen 8 en 9 zijn van toepassing: 1° op de aanbiedingen aan het publiek van beleg- gingsinstrumenten die geen effecten zijn en waar- van de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 5 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden; 2° op de aanbiedingen aan het publiek van andere beleggingsinstrumenten dan effecten die zijn of zul- len worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 8 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden; 3° op de toelatingen van andere beleggingsin- strumenten dan effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt. Art. 8 De bepalingen van Verordening 2017/1129 zijn muta- tis mutandis van toepassing op aanbiedingen aan het TITRE III Le prospectus et la note d’information CHAPITRE IER Obligation de publier un prospectus Art. 7 § 1er. Les offres au public d’instruments de placement sont exemptées de l’obligation de publier un prospectus à condition que: 1° au cas où elles portent sur des valeurs mobilières, ces offres ne fassent pas l’objet d’une notification conformément à l’article 25 du Règlement 2017/1129; et 2° le montant total de ces offres dans l’Union soit inférieur ou égal: (a) à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; ou (b) à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois, dans la mesure où l’offre porte sur des instruments de placement admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA. § 2. Les articles 8 et 9 s’appliquent: 1° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières dont le montant total dans l’Union est supérieur à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 2° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières, admis ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l’Union est supérieur à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 3° aux admissions à la négociation d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières sur un marché réglementé belge. Art. 8 Les dispositions du Règlement 2017/1129 s’ap- pliquent mutatis mutandis en cas d’offre au public 142 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 publiek of toelatingen tot de verhandeling als bedoeld in artikel 7, met uitzondering van de volgende artikelen: 1° artikel 1, lid 3, en artikel 3, lid 2; 2° de artikelen 24, 25, 26 en 27; en 3° de artikelen 28, 29 en 30. Art. 9 Het prospectus moet worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen. De samenvatting van het prospectus wordt opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstel- len van het prospectus belaste persoon. In afwijking van die regel geldt dat, als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking heb- ben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald. HOOFDSTUK II Verplichting om een informatienota te publiceren Afdeling I Toepassingsgebied Art. 10 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing: 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden; 2° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro, berekend over een periode van 12 maanden; 3° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF of een bepaald segment ou d’admission à la négociation visée à l’article 7, à l’exception des articles suivants: 1° l’article 1er, paragraphe 3, l’article 3, paragraphe 2; 2° les articles 24, 25, 26 et 27 ; et 3° les articles 28, 29 et 30. Art. 9 Le prospectus doit être rédigé en français, en néer- landais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière internationale. Le résumé est établi ou traduit en langue française et néerlandaise. Cette traduction est effectuée sous la res- ponsabilité de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne chargée de rédiger le prospectus. Par dérogation à cette règle, si les communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l’opération visés au titre V sont diffusés dans une seule langue nationale, le résumé peut n’être établi ou traduit que dans cette seule langue. CHAPITRE II Obligation de publier une note d’information Section Ire Champ d’application Art. 10 § 1er. Le présent chapitre s’applique: 1° aux offres au public d’instruments de placement dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 2° aux offres au public d’instruments de placement, admis ou à admettre à la négociation sur un MTF dési- gné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois; 3° aux admissions à la négociation d’instruments de placement sur un MTF ou un segment déterminé d’un MTF désigné par le Roi, sur avis de la FSMA. Le Roi 143 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 daarvan. De Koning kan, in voorkomend geval, uitzon- deringen bepalen op voornoemde verplichting. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de volgende soorten van beleggingsinstrumenten: 1° de rechten van deelneming in instellingen voor col- lectieve belegging die niet van het closedend type zijn; 2° de effecten zonder aandelenkarakter, uitgege- ven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat, door een internationale openbare instelling waarbij één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte zijn aangesloten, door de Europese Centrale Bank of door de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte; 3° de aandelen in het kapitaal van de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte; 4° de beleggingsinstrumenten die onvoorwaardelijk en onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat; 5° de beleggingsinstrumenten uitgegeven door ver- enigingen met een wettelijk statuut of door instellingen zonder winstoogmerk die zijn erkend door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met het oog op het verwerven van de middelen die nodig zijn om hun niet-lucratieve doeleinden te verwezenlijken; § 3. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op: 1° de soorten van aanbiedingen aan het publiek als bedoeld in artikel 1, lid 4, van Verordening 2017/1129, voor zover deze betrekking hebben op beleggingsinstru- menten, en mits naleving van de door deze bepalingen voorziene voorwaarden; en 2° de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, bere- kend over een periode van twaalf maanden, voor zover (a) elke belegger slechts voor een maximumbedrag van 5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan ingaan; en (b) alle documenten met betrekking tot de aanbieding aan het publiek het totaalbedrag van die aanbieding alsook het maximumbedrag per belegger vermelden. peut le cas échéant définir des exceptions à l’obligation susmentionnée. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s’applique pas aux types suivants d’instru- ments de placement: 1° les parts émises par des organismes de placement collectif autres que ceux du type fermé; 2° les titres autres que de capital, émis par un État membre de l’Espace économique européen ou par l’une de ses autorités régionales ou locales, par les organisa- tions publiques internationales auxquelles adhèrent un ou plusieurs États membres de l’Espace économique européen, par la Banque centrale européenne ou par les banques centrales des États membres de l’Espace économique européen; 3° les parts de capital dans les banques centrales des États membres de l’Espace économique européen; 4° les valeurs mobilières inconditionnellement et irré- vocablement garanties par un État membre de l’Espace économique européen ou par l’une de ses autorités régionales ou locales; 5° les instruments de placement émis par des associations bénéficiant d’un statut légal ou par des organismes sans but lucratif, reconnus par un État membre de l’Espace économique européen, en vue de se procurer les moyens nécessaires à la réalisation de leurs objectifs non lucratifs; § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s’applique pas: 1° aux types d’offres au public visées à l’article 1er, paragraphe 4, du Règlement 2017/1129, dans la mesure où celles-ci portent sur des instruments de placement, et moyennant le respect des conditions prévues par les dispositions concernées; et 2° aux offres au public d’instruments de placement dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de 500 000 euros, calculé sur une période de douze mois, pour autant que (a) chaque investisseur ne puisse donner suite à l’offre au public que pour un montant maximal de 5 000 euros; et (b) tous les documents se rapportant à l’offre au public mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi que le montant maximal par investisseur. 144 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 § 4. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en die bestaan uit termijncontracten waarvoor geen beleg- ging dient te worden verricht op het ogenblik waarop ze worden afgesloten, maar die worden vereffend via een regeling in contanten of een levering van de onderlig- gende waarden ten gunste van een van de contracte- rende partijen; deze aanbiedingen aan het publiek vallen onder hoofdstuk I. § 5. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing 1° wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, krachtens Verordening 1286/2014 van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retail-beleggingsproducten en verzekerings- gebaseerde beleggingsproducten, in het kader van de betrokken aanbieding aan het publiek een essentiële- informatiedocument moet bezorgen aan de beleggers; 2° wanneer de aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling een ander informatiedocument aan de beleggers moet be- zorgen dat gelijkwaardig wordt geacht door de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA. § 6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder vrijwillig een pros- pectus opstelt overeenkomstig artikel 4 van Verordening 2017/1129. § 7. De aanbieder, de uitgevende instelling of de aan- vrager van de toelating tot de verhandeling kan afzien van de toepassing van paragrafen 2, 3 en 5, en voor de voorafgaande publicatie van een informatienota opteren conform de bepalingen van deze wet. Afdeling II De informatienota Onderafdeling I Algemene bepaling Art. 11 Elke verrichting bedoeld in dit hoofdstuk vereist de voorafgaande publicatie van een informatienota door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naargelang het geval. § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent cha- pitre ne s’applique pas aux offres au public portant sur des instruments de placement, autres que des valeurs mobilières, qui consistent en des contrats à terme ne nécessitant aucun investissement au moment de leur conclusion, mais dont la liquidation s’opère par un règlement en espèces ou par livraison du sous-jacent au profit de l’une des parties, lesquelles offres au public relèvent du chapitre Ier. § 5. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre ne s’applique pas 1° lorsque l’émetteur ou l’offreur est tenu de fournir aux investisseurs un document d’informations clés en vertu du Règlement 1286/2014 du 26 novembre 2014 sur les documents d’informations clés relatifs aux pro- duits d’investissement packagés de détail et fondés sur l’assurance lors de l’offre au public concernée; 2° lorsque l’émetteur, l’offreur ou la personne qui demande l’admission à la négociation est tenu de fournir aux investisseurs un autre document d’information jugé équivalent par le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA. § 6. Le présent chapitre ne s’applique pas lorsque l’émetteur ou l’offreur établit volontairement un prospec- tus conformément à l’article 4 du Règlement 2017/1129. § 7. L’offreur, l’émetteur ou la personne qui demande l’admission à la négociation peut renoncer au bénéfice de l’application des paragraphes 2, 3 et 5, et opter pour la publication préalable d’une note d’information confor- mément aux dispositions de la présente loi. Section II La note d’information Sous-section Ire Disposition générale Art. 11 Toute opération visée au présent chapitre requiert la publication préalable d’une note d’information par l’émetteur, l’offreur ou la personne qui sollicite l’admis- sion à la négociation, selon le cas. 145 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Onderafdeling II Inhoud van de informatienota Art. 12 § 1. De informatienota vormt precontractuele informa- tie. De inhoud ervan moet accuraat, eerlijk, duidelijk en niet misleidend zijn. § 2. De informatienota bevat informatie over de uit- gevende instelling, de aanbieder en de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, over het bedrag en de aard van de aangeboden of de tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten, over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding of de toelating, alsook over de risico’s verbonden aan de uitgevende instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten. Meer in het bijzonder bevat de informatienota een korte omschrijving van de volgende elementen: 1° een beschrijving van de belangrijkste risico’s die inherent zijn aan de uitgevende instelling en de aange- boden beleggingsinstrumenten, die specifiek zijn voor de betrokken aanbieding of de betrokken toelating tot de verhandeling; 2° informatie over de uitgevende instelling en de aanbieder van de beleggingsinstrumenten, inclusief de jaarrekeningen van de uitgevende instelling over de laatste twee boekjaren; 3° informatie over de voorwaarden en de redenen voor de aanbieding of de toelating tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten; 4° informatie over de kenmerken van de aangeboden of tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten. Bovenaan de informatienota wordt, op een promi- nente plaats, de volgende vermelding opgenomen: “Dit document is geen prospectus en werd niet gecontro- leerd of goedgekeurd door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.”. §  3. De informatienota voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° zij wordt in de vorm van één enkel document en in een begrijpelijke taal opgesteld; 2° zij wordt in beknopte vorm opgesteld en is maxi- maal vijftien A4-bladzijden lang; Sous-section II Contenu de la note d’information Art. 12 § 1er. La note d’information constitue une information précontractuelle. Son contenu est exact, loyal, clair et non trompeur. § 2. La note d’information contient des informations sur l’émetteur, l’offreur et la personne qui demande l’admission à la négociation, le montant et la nature des instruments de placement offerts ou à admettre à la négociation, ainsi que sur les raisons et les modalités de l’offre ou de l’admission et les risques attachés à l’émetteur et aux instruments de placement concernés. En particulier, la note d’information contient une description succinte des éléments suivants: 1° une description des principaux risques propres à l’émetteur et aux instruments de placement offerts, spécifiques à l’offre ou à l’admission à la négociation concernée; 2° des informations concernant l’émetteur et l’offreur des instruments de placement, en ce compris les comptes annuels de l’émetteur concernant les deux derniers exercices; 3° des informations concernant les conditions et les raisons de l’offre ou de l’admission à la négociation des instruments de placement; 4° des informations concernant les caractéristiques des instruments de placement offerts ou à admettre. L’en-tête de la note d’information comporte, de manière prééminente, la mention suivante: “Le présent document n’est pas un prospectus et n’a pas été véri- fié ou approuvé par l’Autorité des services et marchés financiers.”. § 3. La note d’information répond aux conditions suivantes: 1° elle est rédigée sous la forme d’un document unique, dans un langage compréhensible; 2° elle est rédigée de manière concise et sa longueur ne dépasse pas quinze pages de format A4; 146 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3° zij wordt zodanig voorgesteld en vormgegeven met gebruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot leesbaar is. Art. 13 § 1. Wanneer de uitgevende instelling een commis- saris diende aan te stellen tijdens de boekjaren waarvan de jaarrekeningen in de informatienota moeten worden opgenomen, wordt bij die jaarrekeningen telkens het verslag van de commissaris gevoegd. §  2. Wanneer de uitgevende instelling tijdens de betrokken boekja(a)r(en) geen commissaris diende aan te stellen, 1° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhanke- lijke toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderwor- pen of een vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten dat zij, voor de doeleinden van de informatienota een getrouw beeld geven conform de in België geldende auditnormen; of 2° de informatienota moet de volgende vermelding bevatten: “Deze jaarrekening is niet geauditeerd door een commissaris en evenmin aan een onafhankelijke externe toetsing onderworpen.”. Art. 14 De informatienota wordt opgesteld of vertaald in één of meerdere landstalen of in het Engels. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstel- len van de informatienota belaste persoon. Als de in titel V bedoelde reclame en andere docu- menten en berichten die betrekking hebben op de ver- richting, in een van de in het eerste lid bedoelde talen worden verspreid, wordt de informatienota in die taal opgesteld of vertaald. Art. 15 Elke met de informatie in de informatienota verband houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van de beschikbaarstelling van de informatienota conform artikel 17 en 3° elle est présentée et mise en page d’une manière qui en rend la lecture aisée, avec des caractères d’une taille lisible. Art. 13 §  1er. Lorsque l’émetteur était tenu de désigner un commissaire lors des exercices dont les comptes annuels doivent être inclus dans la note d’information, les comptes annuels sont à chaque fois accompagnés du rapport du commissaire. § 2. Lorsque l’émetteur n’était pas tenu de désigner un commissaire lors d’un ou des exercices concernés, 1° ces comptes annuels doivent faire l’objet d’une vérification indépendante par un réviseur d’entreprise ou contenir une mention par un réviseur d’entreprise indiquant si, aux fins de la note d’information, ils donnent une image fidèle, conformément aux normes d’audit applicables en Belgique; ou 2° la note d’information doit contenir l’information suivante: “Les présents comptes annuels n’ont pas été audités par un commissaire et n’ont pas fait l’objet d’une vérification externe indépendante.”. Art. 14 La note d’information est établie ou traduite dans une ou plusieurs des langues nationales ou en anglais. Cette traduction est effectuée sous la responsabilité de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne chargée de rédiger la note d’information. Si les communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l’opération visés au titre V sont diffusés dans une des langues visées à l’alinéa 1er, la note d’information est établie ou traduite dans cette langue. Art. 15 Tout fait nouveau significatif ou toute erreur ou inexactitude substantielle concernant les informations contenues dans la note d’information, qui est de nature à influencer l’évaluation des instruments de placement et survient ou est constaté entre la mise à disposition de la note d’information conformément à l’article 17 et 147 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1° de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek; of 2° de aanvang van de toelating tot de verhandeling op de betrokken MTF, (a) als dat moment later valt dan de afsluiting van de aanbieding aan het publiek, of (b) in het in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde geval, wordt in een aanvulling op de informatienota vermeld. De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het publiek conform de bepalingen van artikel 17. In geval van een aanbieding van beleggingsinstru- menten aan het publiek hebben de beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aan- vulling de beleggingsinstrumenten te kopen of erop in te schrijven, het recht om hun aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de in het eerste lid be- doelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuistheid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan worden verlengd door de uitgevende instelling of door de aanbieder. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt vermeld in de aanvulling. Art. 16 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA: 1° bijkomende of meer gedetailleerde vereisten opleg- gen met betrekking tot de inhoud van de informatienota; 2° schema’s opstellen aan de hand waarvan de in- formatie moet worden voorgesteld in de informatienota; en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken tussen de verschillende soorten beleggingsin- strumenten, uitgevende instellingen of aanbieders, en/ of in functie van de tegenwaarde van de aanbieding of van de toelating tot de verhandeling. 1° la clôture définitive de l’offre au public; ou 2° le début de la négociation sur le MTF concerné, (a) si ce moment est postérieur à la clôture de l’offre au public ou (b) dans le cas visé à l’article 10, § 1er, 3°, est mentionné dans un supplément à la note d’information. Le supplément est mis à la disposition du public conformément aux dispositions de l’article 17. En cas d’offre au public d’instruments de placement, les investisseurs qui ont déjà accepté d’acheter les instruments de placement ou d’y souscrire avant que le supplément ne soit publié ont le droit de révoquer leur acceptation pendant deux jours ouvrables après la publication du supplément, à condition que le fait nouveau, l’erreur ou l’inexactitude visé à l’alinéa 1er soit antérieur à la clôture définitive de l’offre au public et à la livraison des instruments de placement, si cet évènement intervient plus tôt. Ce délai peut être prorogé par l’émetteur ou l’offreur. La date à laquelle le droit de révocation prend fin est indiquée dans le supplément. Art. 16 Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA: 1° imposer des exigences complémentaires ou plus détaillées en ce qui concerne le contenu de la note d’information; 2° établir les schémas selon lesquels l’information doit être présentée dans la note d’information; le cas échéant en distinguant entre les différents types d’instruments de placement, d’émetteur ou d’offreur et/ou en fonction du montant de l’offre ou de l’admission à la négociation. 148 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Onderafdeling III Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA Art. 17 De informatienota moet ten laatste op de aanvangs- dag van de aanbieding aan het publiek of op de dag van de toelating tot de verhandeling beschikbaar worden gesteld voor het publiek. Bij een aanbieding aan het publiek wordt de informa- tienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het pu- bliek, waarneer zij in elektronische vorm is gepubliceerd op de website van de uitgevende instelling en/of de aanbieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de betrokken beleg- gingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële dienst van de uitgevende instelling. Bij toelating tot de verhandeling op een in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde MTF wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek zodra zij in elektronische vorm op de website van de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende instelling is gepubliceerd. De beleggers moet de mogelijkheid worden gebo- den om kosteloos een kopie van die informatienota in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te verkrijgen. Art. 18 Ten laatste op het moment van de beschikbaarstelling overeenkomstig artikel 17 moet de uitgevende instelling of de aanbieder, naargelang het geval, de informatienota neerleggen bij de FSMA. Ook elke aanvulling op de informatienota wordt on- middellijk neergelegd bij de FSMA. De FSMA publiceert de informatienota en de eventu- ele aanvullingen hierop op haar website. Die publicatie gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling. De FSMA bepaalt de neerleggings- en publicatiewijze. Sous-section III Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA Art. 17 La note d’information est mise à la disposition du public au plus tard le jour de l’ouverture de l’offre au public ou de l’admission à la négociation. En cas d’offre au public, la note d’information est réputée être mise à la disposition du public dès qu’elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de l’émetteur et/ou de l’offreur et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers qui placent ou vendent les instruments de placement concernés, y compris ceux chargés du service financier. En cas d’admission à la négociation sur un MTF visée à l’article 10, § 1er, 3°, la note d’information est réputée être mise à la disposition du public dès qu’elle est publiée sous une forme électronique sur le site web de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou de l’émetteur. Les investisseurs doivent avoir la possibilité d’obtenir sans frais une copie de la note d’information sous une forme imprimée ou sur un support durable. Art. 18 Au plus tard au moment de la mise à disposition conformément à l’article  17, l’émetteur ou l’offreur, selon le cas, doit déposer la note d’information auprès de la FSMA. Tout supplément à la note d’information est égale- ment immédiatement déposé auprès de la FSMA. La FSMA publie la note d’information et les éventuels suppléments sur son site internet. Cette publication est effectuée sous la responsabilité exclusive de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation. La FSMA détermine les modalités du dépôt et de la publication. 149 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Onderafdeling IV Geldigheidsduur Art. 19 De informatienota blijft geldig gedurende twaalf maanden na de neerlegging ervan bij de FSMA, voor zover zij vergezeld gaat van alle krachtens artikel 15 ver- eiste aanvullingen. TITEL IV Bemiddeling HOOFDSTUK I Toepassingsgebied Art. 20 § 1. Deze titel is van toepassing op elke plaatsing van beleggingsinstrumenten op het Belgisch grond-gebied. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze titel niet van toepassing op: 1° de plaatsing van beleggingsinstrumenten uitgege- ven door instellingen voor collectieve belegging; 2° een in artikel 1, lid 4, a) en b), van Verordening 2017/1129, bedoelde aanbieding, die betrekking heeft op beleggingsinstrumenten; 3° de activiteiten die onder de toepassing vallen van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. HOOFDSTUK II Bemiddelingsmonopolie Art. 21 § 1. Enkel de volgende personen of instellingen mo- gen bemiddelingswerkzaamheden verrichten: a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte; b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 Sous-section IV Durée de validité Art. 19 La note d’information reste valable douze mois après le moment de son dépôt auprès de la FSMA, pour autant qu’elle soit complétée par tout supplément requis en vertu de l’article 15. TITRE IV Intermédiation CHAPITRE IER Champ d’application Art. 20 § 1er. Le présent titre s’applique à tout placement d’instruments de placement effectué sur le territoire belge. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent titre n’est pas applicable: 1° au placement d’instruments de placement émis par des organismes de placement collectif; 2° en cas d’offre visée à l’article 1er, paragraphe 4, a) et b) du Règlement 2017/1129, portant sur des ins- truments de placement; 3° aux activités tombant dans le champ d’application de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d’agent immobilier. CHAPITRE II Monopole d’intermédiation Art. 21 § 1er. Seuls les personnes ou établissements suivants peuvent pratiquer l’intermédiation: a) la Banque centrale européenne, la Banque Nationale de Belgique et les autres banques centrales des États membres de l’Espace économique européen; b) les établissements de crédit inscrits à la liste visée à l’article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et 150 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen; c) de in België gevestigde bijkantoren van krediet- instellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 312 van de wet van 25 april 2014; d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 313 van de wet van 25 april 2014; e) de beursvennootschappen bedoeld in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014; f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld in titel III van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleg- gingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies; g) de beleggingsondernemingen die ressorteren on- der het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn over- eenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016; h) de in België gevestigde bijkantoren van be- leggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn over- eenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van 25 oktober 2016; i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerk- zaamheden in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV, van de wet van 25 oktober 2016. §  2. De bepalingen van paragraaf  1  doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de aanbieder of de uitgevende instelling: a) om zelf de instrumenten te plaatsen die hij of zij uitgeeft; b) om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse; c) les succursales établies en Belgique d’établisse- ments de crédit relevant du droit d’un autre État membre de l’Espace économique européen, enregistrées confor- mément à l’article 312 de la loi du 25 avril 2014; d) les établissements de crédit non établis en Belgique qui relèvent du droit d’un autre État membre de l’Espace économique européen et exercent des activités en Belgique conformément à l’article 313 de la loi du 25 avril 2014; e) les sociétés de bourse visées au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014; f) les sociétés de gestion de portefeuilles et de conseil en investissement visées au titre III de la loi du 25 octobre 2016 relative à l’accès à l’activité de pres- tation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; g) les entreprises d’investissement relevant du droit d’un autre État membre de l’Espace économique euro- péen et opérant en Belgique en vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du 25 octobre 2016; h) les succursales établies en Belgique d’entreprises d’investissement relevant du droit de pays non membres de l’Espace économique européen et opérant en Belgique conformément au titre II, chapitre III, section III de la loi du 25 octobre 2016; i) les entreprises d’investissement relevant du droit de pays non membres de l’Espace économique euro- péen et opérant en Belgique par voie de prestation de services, pour autant que l’intermédiation soit conforme au statut auquel elles sont soumises en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi du 25 octobre 2016. § 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne portent pas préjudice à la possibilité pour l’offreur ou l’émetteur: a) de placer lui-même les instruments qu’il émet; b) de confier cette tâche à des intermédiaires en ser- vices bancaires ou en services d’investissement inscrits à la liste visée à l’article 7, § 3 de la loi du 22 mars 2006 151 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de dis- tributie van financiële instrumenten, hiermee te gelasten, ingeval de uitgevende instelling of de aanbieder een gereglementeerde onderneming in de zin van die wet is; c) om een met de uitgevende instelling of de aan- bieder verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming gericht is; d) om een beroep te doen op de door een verlener van alternatieve-financieringsdiensten aangeboden diensten om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren conform titel II van de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën. TITEL V Reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting Art. 22 § 1. De bepalingen van deze titel en van artikel 22, lid 1, eerste zin, en lid 2 tot 11, van Verordening 2017/1129 zijn van toepassing op de reclame en de andere docu- menten en berichten die betrekking hebben 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied; 2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt; 3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF, en die worden verspreid op initiatief van de uitge- vende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen. § 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing: 1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen relative à l’intermédiation en services bancaires et en services d’investissement et à la distribution d’instru- ments financiers, dans le cas où l’émetteur ou l’offreur est une entreprise réglementée au sens de cette loi; c) de confier cette tâche à une entreprise liée à l’émet- teur ou à l’offreur dans le cas où l’offre s’adresse aux membres du personnel de l’entreprise liée; d) de recourir aux services d’un prestataire de ser- vices de financement alternatif afin de commercialiser ses instruments de placement conformément au titre II de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnais- sance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances. TITRE V Communications à caractère promotionnel et autres documents et avis se rapportant à l’opération Art. 22 § 1er. Les dispositions du présent titre et de l’article 22, paragraphe 1er, première phrase et paragraphes 2 à 11  du Règlement 2017/1129 s’appliquent aux com- munications à caractère promotionnel et aux autres documents et avis se rapportant 1° aux offres au public d’instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge; 2° aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé belge; 3° aux admissions d’instruments d’instruments de placement à la négociation sur un MTF visées à l’article 10, § 1er, 3°, et qui sont diffusés à l’initiative de l’émetteur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s’appliquent pas: 1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d’un 152 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel  1, lid 2, 4  en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; 2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggings- instrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk ver- klaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; 3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wan- neer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van arti- kel 10, § 7; 4° op de toelatingen op een gereglementeerde markt of op een MTF van beleggingsinstrumenten met een no- minale waarde per eenheid van tenminste 100 000 euro. Art. 23 Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voorwaarden en rekening houdend met de aanpassin- gen die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van deze titel, met uitsluiting van zijn artikel 24, van titel VI van dit boek, van boek IV en van de artikelen 33 en 34, van toepassing verklaren op aanbiedingen van be- leggingsinstrumenten die plaatsvinden op het Belgische grondgebied en die in artikel 6, §§ 2 en 3, of in artikel 22, § 2, worden bedoeld. Art. 24 § 1. De reclame en de andere documenten en berich- ten die betrekking hebben op een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling als bedoeld in deze titel en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, mogen pas openbaar worden gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten als bepaald bij en krachtens artikel 22, lid 2 tot 4, 9 en 10, van Verordening 2017/1129 en het tweede lid van deze paragraaf. De FSMA kan de nadere regels en procedures bepa- len volgens welke de goedkeuring van de in het eerste prospectus en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 2° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d’instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d’un prospectus n’est pas exigée en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l’article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l’article 10, lorsque la publication d’une note d’information n’est pas exigée en vertu de l’article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 10, § 7; 4° aux admissions sur un marché réglementé ou sur un MTF d’instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s’élève au moins à 100 000 euros. Art. 23 Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dans les conditions et compte tenu des adaptations qu’Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent titre, à l’exclu- sion de son article 24, du titre VI du présent livre, du livre IV et des articles 33 et 34, applicables à des offres d’instruments de placement qui sont effectuées sur le territoire belge et qui sont visées à l’article 6, §§ 2 et 3 ou à l’article 22, § 2. Art. 24 § 1er. Les communications à caractère promotionnel et les autres documents et avis se rapportant à une offre au public ou une admission à la négociation visée au présent titre, qui sont diffusés à l’initiative de l’émet- teur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux, ne peuvent être rendus publics qu’après avoir été approu- vés par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par et en vertu de l’article 22, paragraphes 2 à 4, 9 et 10, du Règlement 2017/1129 et de l’alinéa 2 du présent paragraphe. La FSMA peut déterminer les modalités et procédures selon lesquelles l’approbation des documents visés à 153 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 lid bedoelde documenten kan gebeuren. Hierbij houdt de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze onder meer het gestandaar- diseerd, en recurrent, karakter van de documenten en het gebruikte medium als criteria in aanmerking neemt. § 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten. Als de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten informatie bevatten waarvan de FSMA enkel kan nagaan of die overeenstemt met de informatie die vervat is in het prospectus als zij over de goedgekeurde versie van het prospectus beschikt, begint de in het eerste lid vastgestelde termijn van vijf werkdagen te lopen, naargelang het geval, op het ogenblik dat: 1° de FSMA het prospectus goedkeurt conform arti- kel 20 van Verordening 2017/1129; of 2° op het ogenblik dat de kennisgeving is verricht als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129. § 3. In voorkomend geval, moet, samen met de origi- nele versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en die door de FSMA wordt aanvaard, van de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten aan de FSMA worden overgelegd voor onderzoeksdoeleinden. § 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, en/of de door hen aangestelde tus- senpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering van de FSMA om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld. § 5. In de reclame en in de andere documenten en berichten bedoeld in §  1  mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA of van enige andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus is goedgekeurd. l’alinéa 1er peut s’effectuer. La FSMA tient compte, à cet effet, de la nature et du contenu de ces documents, retenant notamment comme critères le caractère stan- dardisé et récurrent des documents et le média utilisé. § 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ou- vrables à dater de la réception des communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er. Si les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er com- portent des informations dont la FSMA ne saurait vérifier la compatibilité avec les informations figurant dans le prospectus que si elle dispose de la version approuvée du prospectus, le délai de cinq jours ouvrables prévu à l’alinéa 1er commence à courir à compter, selon le cas: 1° de l’approbation du prospectus par la FSMA conformément à l’article 20 du Règlement 2017/1129; ou 2° de la notification prévue à l’article 25 du Règlement 2017/1129. § 3. Une traduction des communications à caractère promotionnel et des autres documents et avis visés au paragraphe 1er, en français, en néerlandais ou dans une langue usuelle dans la sphère financière interna- tionale et acceptée par la FSMA doit, le cas échéant, être transmise à la FSMA aux fins d’examen en même temps que la version originale. § 4. Seuls l’offreur, l’émetteur, la personne qui sol- licite l’admission à la négociation, selon le cas et/ou les intermédiaires désignés par eux peuvent introduire un recours conformément à l’article 121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de la FSMA d’approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis. La décision de les approuver n’est pas susceptible de recours. § 5. Aucune mention de l’intervention de la FSMA ou de toute autre autorité compétente d’un État membre de l’Espace économique européen ne peut être faite dans les communications à caractère promotionnel et dans les autres documents et avis visés au § 1er, excepté la mention de l’approbation du prospectus. 154 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL VI Aansprakelijkheid Art. 25 § 1. Deze titel is van toepassing 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek op het Belgische grondgebied; 2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt; 3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF. § 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing: 1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel  1, lid 2, 4  en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; 2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggings-instrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleg- gingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de ver- handeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepas- selijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129; 3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wan- neer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van arti- kel 10, § 7. Art. 26 § 1. Wanneer het prospectus ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de FSMA, wordt er duidelijk in vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. De verantwoordelijke TITRE VI Responsabilité Art. 25 § 1er. Le présent titre s’applique en ce qui concerne 1° les offres au public d’instruments de placement qui ont lieu sur le territoire belge; 2° les admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé belge; 3° les admissions d’instruments d’instruments de placement à la négociation sur un MTF visées à l’article 10, § 1er, 3°. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du présent titre ne s’appliquent pas: 1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne nécessitent pas la publication d’un pros- pectus en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 2° aux offres au public d’instruments de placement autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge et aux admissions d’instruments de placements autres que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé belge, lorsque la publication d’un prospectus n’est pas exigée en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par l’article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129; 3° aux offres au public et aux admissions à la négociation visées à l’article 10, lorsque la publication d’une note d’information n’est pas exigée en vertu de l’article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 10, § 7. Art. 26 § 1er. Lorsque le prospectus est soumis à l’approba- tion de la FSMA, il indique clairement qui est respon- sable de l’intégralité du prospectus et de ses éven- tuels suppléments. Les personnes responsables sont 155 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 personen worden geïdentifi-ceerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel. De verantwoordelijkheid voor het integrale prospec- tus en de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend worden gedragen door de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de ver- handeling of de garant. In het prospectus wordt een verklaring opgenomen van de verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen ge- gevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strek- king van het prospectus zou wijzigen. Onverminderd het eerste lid kunnen in het prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop of door het ontbreken in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop van de informatie voorgeschreven door of krachtens Verordening 2017/1129 en deze wet. Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karak- ter van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleg- gingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. § 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de in artikel 7 van Verordening 2017/1129 bedoelde samenvat- ting van het prospectus, of van een specifieke samen- vatting die wordt opgesteld in het kader van een EU- groeiprospectus als bedoeld in artikel 15, lid 1, alinea 2, van Verordening 2017/1129, of van de vertaling hiervan aansprakelijk worden gesteld, tenzij die misleidende, onjuiste of inconsistente informatie bevatten ten aanzien van de andere delen van het prospectus, of tenzij die, in combinatie met de andere delen van het prospectus, niet de kerngegevens verstrekken om de beleggers te helpen wanneer zij overwegen in de betrokken beleg- gingsinstrumenten te beleggen. identifiées par leur nom et fonction, ou, dans le cas des personnes morales, par leur nom et siège statutaire. Seuls l’émetteur et ses organes d’administration, de direction ou de surveillance, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou le garant peuvent assumer la responsabilité de l’intégralité du prospectus et de ses éventuels suppléments. Le prospectus reprend une déclaration des personnes responsables certifiant que, à leur connaissance, les données du prospectus sont conformes à la réalité et ne comportent pas d’omission de nature à en altérer la portée. Sans préjudice de l’alinéa 1er, le prospectus peut indiquer les personnes responsables pour une partie du prospectus et ses éventuels suppléments. §  2. Nonobstant toute stipulation contraire défa- vorable à l’investisseur, les personnes identifiées conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er sont tenues solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations contenues dans le prospectus et ses éventuels suppléments ou par l’absence dans le pros- pectus et ses éventuels suppléments des informations prescrites par ou vertu du Règlement 2017/1129 et de la présente loi. Le préjudice subi par l’investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l’absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans le prospectus et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition des instruments de placement. § 3. Aucune responsabilité ne peut être attribuée à quiconque sur la base du seul résumé du prospec- tus visé à l’article 7 du Règlement 2017/1129, ou du résumé spécifique établi dans le cadre d’un prospectus de croissance de l’Union prévu à l’article 15, para- graphe 1er, deuxième alinéa du Règlement 2017/1129, ou de la traduction de ceux-ci, sauf s’ils contiennent des informations qui ont un caractère trompeur, inexact ou contradictoire par rapport aux autres parties du pros- pectus, ou s’ils ne fournissent pas, lus en combinaison avec les autres parties du prospectus, les informa- tions essentielles permettant d’aider les investisseurs lorsqu’ils envisagent d’investir dans les instruments de placement concernés. 156 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 § 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instel- ling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of be- stuursorganen, de aanbieder of de garant, naargelang het geval, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de onjuiste of misleidende aard van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, of door het ontbreken, in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, van de door of krachtens deze wet voorgeschreven informatie. Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat, wordt het nadeel dat de belegger wordt be- rokkend, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. § 5. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de ver- handeling, alsook de door hen aangestelde tussenper- sonen, verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende, onjuiste of inconsistente informatie ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, vervat in de reclame, documenten of berichten met betrekking tot de verrichting die op hun initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door de strijdigheid van deze reclame, documenten of berichten met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel. Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, van de informatie in de reclame of in andere documenten of berichten met betrekking tot de verrichting, dan wel van de strijdigheid van die informa- tie met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel, indien het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter dan wel de strijdigheid van deze informatie van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten po- sitief kon worden beïnvloed. § 4. Nonobstant toute stipulation contraire défavo- rable à l’investisseur, l’émetteur, ses organes d’admi- nistration, de direction ou de surveillance, l’offreur ou le garant, selon le cas, sont tenus solidairement envers les intéressés, de la réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact des informations contenues dans la note d’information et ses éventuels suppléments ou par l’absence dans la note d’informa- tion et ses éventuels suppléments des informations prescrites par ou vertu de la présente loi. Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le dol sont établis, le préjudice subi par l’investisseur est présumé résulter, sauf preuve contraire, de l’absence ou du caractère trompeur ou inexact des informations dans la note d’information et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition des instruments de placement. § 5. Nonobstant toute stipulation contraire défavo- rable à l’investisseur, l’émetteur, l’offreur ou la per- sonne qui sollicite l’admission à la négociation et les intermédiaires désignés par ceux-ci sont tenus de la réparation du préjudice causé par toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l’opération, publié à leur initiative, qui contient des informations trompeuses, inexactes ou contradictoires par rapport au prospectus ou, selon le cas, la note d’information, ou par la non-conformité de ces communications, autres documents ou avis avec les dispositions de l’article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article. Le préjudice subi par l’investisseur est présumé résul- ter, sauf preuve contraire, du caractère trompeur, inexact ou contradictoire par rapport au prospectus ou, selon le cas, à la note d’information, d’informations contenues dans toute communication à caractère promotionnel ou autre document ou avis se rapportant à l’opération, ou de la non-conformité de ces informations avec les dispositions de l’article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article, lorsque ce caractère trom- peur, inexact ou contradictoire ou cette non-conformité était susceptible de créer un sentiment positif dans le marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition des instruments de placement. 157 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL VII Openbare mededelingen buiten het kader van een aanbieding aan het publiek Art. 27 Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwa- lificeerde beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven beleg- gingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbieding tot verkoop of inschrij- ving, wanneer deze mededeling wordt verricht door de persoon die in staat is om de betrokken beleggings- instrumenten uit te geven of over te dragen, of door een persoon die voor rekening van laatstgenoemde persoon handelt, tenzij: 1° de aanbieding van beleggingsinstrumenten, of de betrokken beleggingsinstrumenten tot een van de in ar- tikel 1, paragrafen 2, 4 of 5, van Verordening 2017/1129, bedoelde categorieën behoren, of 2° bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een aanbieding aan het publiek goed te keuren, een voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitge- sproken en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggings-instrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve beleg- ging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de wet van 3 augustus 2012 is ingediend, dan wel aan de FSMA een kennisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van richtlijn 2009/65/EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 197 of artikel 259 van de wet van 19 april 2014 is ingediend, of 3° het prospectus voor een aanbieding aan het pu- bliek op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en aan de voor- waarden van de artikelen 24 tot 26 van Verordening 2017/1129 is voldaan en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven TITRE VII Communications publiques en dehors du cadre d’une offre au public Art. 27 Est interdite toute communication effectuée sur le territoire belge, à l’attention de plus de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de renseigne- ments ou de conseils relatifs à des instruments de placement créés ou non encore créés qui font ou feront l’objet d’une offre en vente ou en souscription, lorsque cette communication émane de celui qui est en mesure d’émettre ou de céder les instruments de placement concernés ou est effectuée pour son compte, sauf si: 1° l’offre d’instruments de placement, ou les instru- ments de placement concernés tombent dans l’une des catégories visées à l’article 1er, paragraphes 2, 4 ou 5, du Règlement 2017/1129, ou 2° l’autorité compétente pour l’approbation du pros- pectus d’offre au public a préalablement été saisie d’une demande d’approbation ou de dispense de prospectus et ne s’est pas encore prononcée sur ladite approbation ou demande de dispense et, lorsque l’offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, soit (i) la FSMA a été préalablement saisie d’une demande d’inscription conformément à l’article 30 de la loi du 3 août 2012, ou reçu la notification visée à l’article 93, paragraphe 3 de la directive 2009/65/CE, soit (ii) la FSMA a été préala- blement saisie d’une demande d’inscription confor- mément à l’article 197 ou à l’article 259 de la loi du 19 avril 2014, ou 3° un prospectus d’offre au public a été dûment approuvé par la FSMA ou par l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace économique euro- péen et les conditions prévues aux articles 24 à 26 du Règlement 2017/1129 sont remplies et, lorsque l’offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l’organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits (i) à la liste visée à l’article 33 ou 149 de la loi du 3 août 2012, selon le cas, ou (ii) à la liste visée à 158 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang het geval, artikel 149 van de wet van 3 augustus 2012, hetzij (ii) op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet, of 4° indien de aanbieding onder de toepassing van hoofdstuk II van titel III van boek II valt, een informatie- nota is gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve beleg- ging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet. Met de persoon die geacht wordt te handelen voor rekening van de persoon die in staat is om de beleg- gingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, wordt elke persoon bedoeld die voor deze verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een voordeel ontvangt van deze persoon. BOEK III BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBETAALBARE GELDEN Art. 28 Alleen de volgende personen en instellingen mogen in België een beroep doen op het publiek teneinde geld- deposito’s of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen of in België dergelijke gelddeposito’s of terugbetaalbare gelden van het publiek in ontvangst nemen: 1° de kredietinstellingen die opgenomen zijn in de lijst als bedoeld in artikel 14, artikel 312 of artikel 313 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen; 2° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank; 3° De Post (Postcheque) en de Deposito- en Consignatiekas; 4° de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen, voor de deposito’s ontvangen overeenkomstig artikel 533 van de voornoemde wet; l’article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l’article 260 de cette loi, selon le cas, ou 4° au cas où l’offre tombe dans le champ d’application du chapitre II du titre III du livre II, une note d’informa- tion a été publiée conformément aux dispositions de la présente loi et, lorsque l’offre au public porte sur des instruments de placement émis par un organisme de placement collectif, l’organisme en question et, le cas échéant, le compartiment concerné sont inscrits à la liste visée à l’article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l’article 260 de cette loi, selon le cas. Est présumée agir pour le compte de la personne qui est en mesure d’émettre ou de céder les instruments de placement, toute personne qui perçoit directement ou indirectement une rémunération ou un avantage de cette personne à l’occasion de cette opération. LIVRE III DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE DE FONDS REMBOURSABLES Art. 28 Seules les personnes et institutions suivantes peuvent faire appel au public en Belgique en vue de recevoir des dépôts d’argent ou d’autres fonds rem- boursables à vue, à terme ou moyennant un préavis ou recevoir auprès du public en Belgique de tels dépôts ou fonds remboursables: 1° les établissements de crédit portés sur la liste prévue à l’article 14, à l’article 312 ou à l’article 313 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse; 2° la Banque Nationale de Belgique et la Banque centrale européenne; 3° La Poste (Postchèque) et la Caisse des Dépôts et Consignations; 4° les sociétés de bourse visées à l’article 1er, § 3, alinéa 2, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des socié- tés de bourse, pour les dépôts reçus conformément à l’article 533 de la loi précitée; 159 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 5° de ondernemingen als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschap- pen, voor de kapitalisatie-verrichtingen als bedoeld in deze bepaling; 6° de personen, ondernemingen en instellingen die aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten uitbrengen naar aanleiding waarvan terugbetaalbare gelden worden ontvangen, met naleving van de bepalingen van deze wet en van Verordening 2017/1129; 7° de landsbonden van ziekenfondsen die onder de wet vallen van 6 augustus 1990 betreffende de zieken- fondsen en landsbonden van ziekenfondsen, voor het voorhuwelijkssparen als bedoeld in artikel 7, § 4, van de voornoemde wet; 8° de personen en ondernemingen die thesauriebe- wijzen aan het publiek aanbieden, overeenkomstig de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen; 9° de kleine vennootschappen, voor de aan hun werknemers in het kader van een investeringsspaar- plan toegekende winst, die ze verkrijgen in de vorm van een lening door die werknemers toegekend over- eenkomstig de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemers-participatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. Op advies van de FSMA kan de Koning de criteria vastleggen voor het bepalen van het openbaar karakter van de verrichtingen als bedoeld in het eerste lid. Het eerste lid is ook van toepassing wanneer per- sonen of ondernemingen die in België zijn gevestigd, vanop het Belgische grondgebied buiten België een beroep doen op het publiek of bij dit publiek terugbe- taalbare gelden inzamelen. Overdrachten van handelswissels, door endossement of anderszins, worden gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde verrichtingen waarbij gelden in ontvangst worden genomen. 5° les entreprises visées à l’article 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse pour les opérations de capitalisation visées dans cette disposition; 6° les personnes, entreprises et institutions qui pro- cèdent à des offres en vente ou en souscription d’ins- truments de placement au moyen desquels des fonds remboursables sont récoltés dans le respect des dis- positions de la présente loi et du Règlement 2017/1129; 7° les unions nationales de mutualités régies par la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, pour les opérations d’épargne prénuptiale visées à l’article 7, § 4, de la loi précitée; 8° les personnes et entreprises qui procèdent à des offres au public de billets de trésorerie conformément à la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt; 9° les petites sociétés, pour les bénéfices attribués à leurs travailleurs, dans le cadre d’un plan d’épargne d’investissement, et qu’elles reçoivent sous la forme de prêts de la part de ceux-ci conformément à la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir des critères de détermination du caractère public des opérations visées à l’alinéa 1er. L’alinéa 1er est également applicable à l’appel au public et à la collecte de fonds remboursables du public effectués en dehors de la Belgique à partir du territoire belge par des personnes ou entreprises établies sur le territoire belge. Sont assimilées aux opérations de réception de fonds visées à l’alinéa 1er, les cessions d’effets de commerce dans le public, par voie d’endossement ou autrement. 160 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 BOEK IV TOEZICHT TITEL I Bevoegdheden van de FSMA Art. 29 § 1. De FSMA heeft het recht om a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aan- vrager van de toelating tot de verhandeling inzonderheid verplichten om aanvullende informatie in het prospectus of de informatienota op te nemen, indien dat noodzake- lijk is voor de bescherming van de beleggers; b) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aan- vrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de personen onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefenen, te verplichten informatie en docu- menten te verstrekken; c) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de uitgevende instelling, de aanbieder of aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de financiële tussenpersonen die een rol vervullen bij een aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling, te verplichten informatie te verstrekken; d) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aan- vrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een aanbie- ding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling en/of de aanbieder, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsin- strumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat; e) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling op te schorten zolang de in d) bedoelde maatregelen niet zijn getroffen; f) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; LIVRE IV CONTRÔLE TITRE IER Pouvoirs de la FSMA Art. 29 § 1er. La FSMA est habilitée a) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la per- sonne qui sollicite l’admission à la négociation qu’il insère dans le prospectus ou dans la note d’information des informations complémentaires si la protection des investisseurs l’exige; b) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la per- sonne qui sollicite l’admission à la négociation et des personnes qui les contrôlent ou sont contrôlées par eux qu’ils fournissent des informations et des documents; c) à exiger des commissaires et des dirigeants de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation, ainsi que des intermé- diaires financiers intervenant dans le cadre d’une offre au public ou de l’admission à la négociation, qu’ils fournissent des informations; d) à enjoindre l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermé- diaires désignés par eux de prendre certaines mesures si elle estime qu’une offre au public ou une admission risque de se faire ou se fait dans des conditions qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l’offreur et/ou de l’émetteur ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l’objet de l’offre ou de l’admission; e) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation tant que les mesures visées au d) n’ont pas été prises; f) à suspendre une offre au public ou une admission à la négociation pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; 161 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 g) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglemen- ten of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; h) de betrokken marktexploitant of MTF- of OTF- exploitant te bevelen de handel op een gereglemen- teerde markt, een MTF of een OTF voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wan- neer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en re- glementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; i) de verhandeling op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF te verbieden wanneer zij vaststelt dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; j) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, op te schorten voor maximaal tien opeenvolgende werk- dagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en re- glementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; k) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, te verbieden of te bevelen dat de verspreiding van de re- clame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, wordt ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan ge- nomen gedelegeerde handelingen; l) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aan- vrager van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen een rechtzetting te publice- ren van reclame, andere documenten of berichten die zijn verspreid met overtreding van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; g) à interdire une offre au public ou une admission à la négociation, si elle constate ou a des motifs raison- nables de soupçonner qu’il y a eu violation des dispo- sitions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; h) à enjoindre à l’opérateur de marché ou à l’exploi- tant de MTF ou d’OTF concerné de suspendre la négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; i) à interdire la négociation sur un marché régle- menté, un MTF ou un OTF, si elle constate qu’il y a eu violation des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; j) à suspendre pendant dix jours ouvrables consé- cutifs au plus la diffusion des communications à carac- tère promotionnel et autres documents et avis visés à l’article 22, § 1er chaque fois qu’elle a des motifs rai- sonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; k) à interdire ou ordonner le retrait de la diffusion des communications à caractère promotionnel et autres documents et avis visés à l’article 22, § 1er, chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règle- ments pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; l) à ordonner à l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation sur un marché réglementé ou les intermédiaires désignés par eux de diffuser une rectification de communications à caractère promotionnel, autres documents ou avis diffusés en vio- lation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci; 162 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 m) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de ver- spreiding van de conform l) bevolen rechtzetting, indien die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is verspreid; n) elke beslissing openbaar te maken die genomen is overeenkomstig d) tot l), tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen; o) openbaar te maken dat de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de ver- handeling of de door hen aangestelde tussenpersonen niet aan hun verplichtingen voldoen of dat de FSMA gegronde redenen heeft om aan te nemen dat dit het geval is, tenzij deze openbaarmaking de financiële mark- ten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen; p) de controle van een ter goedkeuring voorgelegd prospectus te schorsen, dan wel een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of een toelating tot de verhandeling te schorsen of te beperken op grond van haar bevoegdheid om een verbod of beperking op te leggen, die haar werd verleend bij artikel 42 van Verordening (EU) nr.  600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, of wanneer de betrok- ken financiële instrumenten onder de toepassing vallen van een ter uitvoering van artikel 30bis, eerste lid, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement; q) de goedkeuring van een prospectus opgesteld door een bepaalde uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt gedurende maximaal vijf jaar te weigeren, indien die uitgevende instelling, aan- bieder of aanvrager van een toelating tot de verhande- ling op een gereglementeerde markt herhaaldelijk en ernstig inbreuk heeft gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of op Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; r) over te gaan tot de openbaarmaking van alle essentiële informatie die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling zijn toegelaten, dan wel de uitgevende instelling ertoe te verplichten hiertoe over te gaan, om de bescherming van de beleggers of de goede werking van de markt te garanderen; m) à procéder le cas échéant elle-même à la diffu- sion de la rectification ordonnée conformément au l) si celle-ci n’a pas été effectuée à l’expiration du délai fixé; n) à rendre publique toute décision prise conformé- ment aux d) à l), sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause; o) à rendre public le fait que l’émetteur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires désignés par eux ne se conforment pas à leurs obligations ou que la FSMA a des motifs raisonnables de le considérer, sauf si cette publicité risquerait de perturber gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice disproportionné aux parties en cause; p) à suspendre l’examen d’un prospectus soumis pour approbation ou suspendre ou restreindre une offre au public d’instruments de placement ou une admission à la négociation lorsque la FSMA utilise le pouvoir d’imposer une interdiction ou une restriction en vertu de l’article 42 du Règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments financiers et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012 ou lorsque les instruments financiers concernés tombent dans le champ d’application d’un règlement pris en application de l’article 30bis, alinéa 1er, 1° de la loi du 2 août 2002; q) à refuser l’approbation de tout prospectus établi par un émetteur ou offreur ou une personne qui sollicite l’admission à la négociation sur un marché réglementé pour une durée maximale de cinq ans, lorsque cet émetteur, cet offreur ou cette personne qui sollicite l’admission à la négociation sur un marché réglementé a, gravement et de manière répétée, enfreint la présente loi et les arrêtés et règlements pris pour son exécution ou le Règlement 2017/1129 et les actes délégués pris en exécution de celui-ci; r) à divulger ou exiger de l’émetteur qu’il divulgue toutes les informations importantes susceptibles d’influer sur l’évaluation des instruments de placement offerts au public ou admis à la négociation, afin de garantir la protection des investisseurs ou le bon fonc- tionnement du marché; 163 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 s) de verhandeling van effecten op een gereglemen- teerde markt, een MTF of een OTF te schorsen, of de marktexploitant of de MTF- of OTF-exploitant ertoe te verplichten dit te doen, indien hij van oordeel is dat de uitgevende instelling in een zodanige situatie verkeert dat de voortzetting van de verhandeling de belangen van de beleggers zou schaden; t) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen alsook Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gede- legeerde handelingen, met dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen. ESMA is gemachtigd om deel te nemen aan de in de bepaling onder t) bedoelde inspecties ter plaatse als die gezamenlijk worden uitgevoerd met één of meer bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte. Als de beslissing betrekking heeft op reclame of andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, en diegene die het initiatief voor de reclame, het do- cument of het bericht heeft genomen geen woonplaats heeft in België en geen verant-woordelijke persoon met woonplaats in België heeft aangewezen, kan de beslis- sing eveneens worden gericht aan: 1° de uitgever van de geschreven reclame of het geschreven document of bericht of de producent van de audiovisuele reclame of het audiovisuele bericht; 2° de drukker of de maker, indien de uitgever of de producent geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen; 3° de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust toe bijdraagt dat de reclame, het document of het bericht uitwerking heeft, indien de drukker of de maker geen woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen. § 2. De beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden met een ter post aangetekende brief met ontvangst- bewijs ter kennis gebracht van, naar gelang het geval, de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager s) à suspendre ou exiger de l’opérateur de marché ou de l’exploitant de MTF ou d’OTF qu’il suspende la négociation de valeurs mobilières sur un marché règlementé, un MTF ou un OTF lorsqu’il estime que la situation de l’émetteur est telle que cette négociation serait préjudiciable aux intérêts des investisseurs; t) à effectuer des inspections et expertises sur place, à prendre connaissance et copie sur place de tout document, fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système informatique, afin de s’assurer du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris pour son exécution et du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, étant entendu que ces pouvoirs d’investigation ne s’étendent pas à des habitations privées. L’ESMA est habilitée à prendre part aux inspections sur place visées au point t) lorsqu’elles sont menées conjointement avec une ou plusieurs autorités compé- tentes d’autres États membres de l’Espace économique européen. Lorsque la décision porte sur des communications à caractère promotionnel ou d’autres documents et avis visés à l’article 22, § 1er, et que celui qui a pris l’initiative de la communication, du document ou de l’avis en question n’est pas domicilié en Belgique et n’a pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique, cette décision peut également être adressée aux personnes suivantes: 1° l’éditeur de la communication à caractère pro- motionnel, du document ou de l’avis diffusés sous forme écrite, ou le producteur de la communication à caractère promotionnel ou de l’avis diffusés sous forme audiovisuelle; 2° l’imprimeur ou le réalisateur, si l’éditeur ou le pro- ducteur n’ont pas leur domicile en Belgique et n’ont pas désigné une personne responsable ayant son domicile en Belgique; 3° le distributeur ainsi que toute personne qui contri- bue sciemment à ce que la communication à caractère promotionnel, le document ou l’avis produise son effet, si l’imprimeur ou le réalisateur n’ont pas leur domicile en Belgique et n’ont pas désigné une personne respon- sable ayant son domicile en Belgique. § 2. Les décisions visées au paragraphe 1er sont noti- fiées par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, à l’émetteur, l’offreur, la personne qui solli- cite l’admission à la négociation ou aux intermédiaires 164 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, alsook aan de betrok- ken marktondernemingen en desgevallend aan de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde personen. § 3. In de in paragraaf 1, f), h) en j), bedoelde geval- len, kan de FSMA de opschortingsmaatregel of het aan de marktexploitant of aan de MTF- of OTF-exploitant gerichte verzoek tot opschorting telkens met een pe- riode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen verlengen. §  4. De FSMA kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens paragraaf 1 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel. § 5. De kosten voor de in paragraaf 1 bedoelde open- baarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor rekening van de uitgevende instelling, de aanbie- der, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen. TITEL II Administratieve maatregelen en sancties Art. 30 § 1. Onverminderd de andere, door deze wet be- paalde maatregelen, kan de FSMA elke persoon op wie de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedele- geerde handelingen van toepassing zijn, een termijn opleggen waarbinnen hij zich aan die bepalingen dient te conformeren. Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden: 1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduide- lijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon; 2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet désignés par eux, selon le cas, et aux entreprises de marché concernées, de même le cas échéant qu’aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2. § 3. Dans les cas visés au paragraphe 1er, f), h) et j), la FSMA peut renouveler la mesure de suspension ou la demande de suspension adressée à l’opérateur de marché ou à l’exploitant de MTF ou d’OTF, chaque fois pour une période de dix jours ouvrables consécutifs au plus. § 4. À toute personne qui, à l’expiration du délai fixé par la FSMA, reste en défaut de se conformer à une injonction qui lui a été adressée en vertu du para- graphe 1er, la FSMA peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier, supérieure à 50 000 euros, ni, pour la méconnaissance d’une même injonction, supérieure à 2 500 000 euros. § 5. Les mesures de publicité visées au paragraphe 1er sont opérées, selon le cas, aux frais de l’émetteur, de l’offreur, de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou des intermédiaires désignés par eux. TITRE II Mesures et sanctions administratives Art. 30 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut fixer à toute personne auxquelles des dispositions de la présente loi ou des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci sont applicables, un délai dans lequel elle doit se conformer à ces dispositions. Si la personne concernée reste en défaut à l’expira- tion du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens: 1° rendre publique sa position quant aux constata- tions faites en vertu de l’alinéa 1er, en précisant l’identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée; 2° imposer le paiement d’une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier de non-respect de 165 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden. § 2. Onverminderd de andere, door deze wet bepaal- de maatregelen en onverminderd de door andere wetten of reglementen bepaalde maatregelen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen, of op de bepalingen van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan bepaalde gede- legeerde handelingen, een administratieve geldboete opleggen aan de overtreder. Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde admi- nistratieve geldboetes wordt als volgt bepaald: 1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 3 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochter-onderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaar- omzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming; 2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve boete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 700 000 euro. Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd. Art. 31 De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing van de artikelen 29, § 4, en 30 worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie belast met de inning en de invordering van dwangsom- men en geldboetes. l’injonction, supérieure à 50 000 euros, ni, au total, excéder 2 500 000 euros. § 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et des mesures définies par d’autres lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu’elle constate une infraction aux dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de celui-ci, infliger au contrevenant une amende administrative. Le montant des amendes administratives visées à l’alinéa 1er est déterminé comme suit: 1° dans le cas d’une personne morale, le montant de l’amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 5 000 000 euros, ou, si le montant obtenu par applica- tion de ce pourcentage est plus élevé, à 3 % du chiffre d’affaire annuel total de la personne morale tel qu’il ressort des derniers comptes disponibles établis par l’or- gane de direction. Lorsque la personne morale est une entreprise mère ou une filiale de l’entreprise mère qui est tenue d’établir des comptes financiers consolidés, le chiffre d’affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d’affaires annuel total, tel qu’il ressort des derniers comptes consolidés disponibles approuvés par l’organe de direction de l’entreprise mère ultime; 2° dans le cas d’une personne physique, le montant de l’amende administrative ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 700 000 euros. Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d’éviter une perte, ce maximum peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte. Art. 31 Les astreintes et amendes imposées en application des articles 29, § 4, et 30 sont recouvrées au profit du Trésor par l’administration chargée de la perception et du recouvrement des astreintes et des amendes. 166 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 BOEK V BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN Art. 32 § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake bur- gerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op beleggingsinstrumenten nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van 1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krach- tens Verordening 2017/1129, de prospectusplicht geldt, maar in verband waarmee vooraf geen door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd pros- pectus is gepubliceerd; 2° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krach- tens artikel 8, de prospectusplicht geldt, maar in verband waarmee vooraf geen door de FSMA goedgekeurd prospectus is gepubliceerd; 3° een in artikel 20 bedoelde aanbieding aan het publiek waarbij artikel 21 niet werd nageleefd; 4° een in titel V bedoelde aanbieding aan het publiek waarbij de bepalingen van artikel 24 niet werden nage- leefd door de persoon met wie of door bemiddeling van wie de belegger een contract heeft gesloten; of 5° een in hoofdstuk II van titel III van boek II bedoelde aanbieding aan het publiek, in verband waarmee vooraf geen informatienota is gepubliceerd. De bepalingen van het eerste lid, 1°, zijn niet van toe- passing wanneer, voorafgaand aan een aanbieding aan het publiek, in België een door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd prospectus wordt gepubliceerd zonder dat artikel 25 van Verordening 2017/1129, werd nageleefd. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken beleggingsinstrumenten geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke bepalingen. LIVRE V SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES Art. 32 § 1er. Sans préjudice du droit commun de la respon- sabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l’investisseur, le juge annule l’achat ou la souscription d’instruments de placement lorsque cet achat ou cette souscription a été effectué à l’occasion 1° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation de publier un prospectus en vertu du Règlement 2017/1129, où il n’y a pas eu de publication préalable d’un pros- pectus approuvé soit par la FSMA soit par l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace éco- nomique européen; 2° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation de publier un prospectus en vertu de l’article 8, où il n’y a pas eu de publication préalable d’un prospectus approuvé par la FSMA; 3° d’une offre au public visée par l’article  20  où l’article 21 n’a pas été respecté; 4° d’une offre au public visée par le titre V où les dispositions de l’article 24 n’ont pas été respectées par la personne avec laquelle ou par l’intermédiaire de laquelle l’investisseur a contracté; ou 5° d’une offre au public visée par le chapitre II du titre III du livre II, où il n’y a pas eu de publication préalable d’une note d’information. Les dispositions de l’alinéa premier, 1°, ne sont pas applicables lorsqu’un prospectus approuvé par l’autorité compétente d’un autre état membre de l’Espace écono- mique européen est publié en Belgique préalablement à une offre au public sans que l’article 25 du Règlement 2017/1129, n’ait été respecté. § 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavo- rable à l’investisseur, le dommage causé par l’achat ou la souscription des instruments de placement concernés est présumé résulter de la violation des dispositions légales visées au paragraphe 1er. 167 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 33 Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15 000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft: 1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens deze wet of Verordening 2017/1129 moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvol- ledige informatie of documenten verstrekt; 2° eenieder die de artikelen 3 en 20, lid 1, alsook arti- kel 22, lid 5, van Verordening 2017/1129 overtreedt, zoals van toepassing verklaard door artikel 8 van deze wet; 3° eenieder die artikel 11 overtreedt; 4° eenieder die de artikelen 21 of 24 overtreedt; 5° eenieder die een beroep doet op het publiek ten- einde gelddeposito’s of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen, en eenieder die dergelijke gelddeposito’s of terugbetaal- bare gelden van het publiek in ontvangst neemt, zonder daartoe gemachtigd te zijn door artikel 28; 6° eenieder die een krachtens artikel 29 uitgesproken opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring van het prospectus miskent; 7° eenieder die met opzet in België een prospectus, een informatienota of een aanvulling publiceert met onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toela- ting tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhande- ling wordt aangevraagd; 8° eenieder die met opzet in België reclame publi- ceert met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de finan- ciële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd; Art. 33 Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à un an et d’une amende de 75 à 15 000 euros, ou d’une de ces peines seulement: 1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles ils sont tenus de se soumettre en vertu de la présente loi ou du Règlement 2017/1129, qui refusent ou omettent de donner des informations ou documents qu’ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou qui donnent sciemment des informations ou documents inexacts ou incomplets; 2° ceux qui contreviennent aux articles  3  et 20, paragraphe 1er, ainsi qu’à l’article 22, paragraphe 5, du Règlement 2017/1129, tels que rendus applicables par l’article 8 de la présente loi; 3° ceux qui contreviennent à l’article 11; 4° ceux qui contreviennent aux articles 21 ou 24; 5° ceux qui font appel au public en vue de recevoir des dépôts d’argent ou d’autres fonds remboursables à vue, à terme ou moyennant un préavis, et ceux qui reçoivent du public de tels dépôts ou fonds remboursables, sans y être autorisés par l’article 28; 6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une interdiction prononcées en vertu de l’article 29 ou un refus d’approbation du prospectus; 7° ceux qui publient sciemment en Belgique un pros- pectus, une note d’information ou un supplément qui contient des informations inexactes ou incomplètes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l’offreur, de l’émetteur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instruments de placement qui font l’objet de l’offre ou dont l’admission à la négociation est demandée; 8° ceux qui publient sciemment en Belgique des com- munications à caractère promotionnel qui contiennent des informations trompeuses ou inexactes qui peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les perspectives de l’offreur, de l’émetteur ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou sur les droits attachés aux instru- ments de placement qui font l’objet de l’offre ou dont l’admission à la négociation est demandée; 168 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 9° eenieder die in België een prospectus of een aanvulling publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring van de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven; 10° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert dat ver- schilt van het prospectus of de aanvulling die is goedge- keurd door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; 11° eenieder die met opzet in België reclame publi- ceert die verschilt van de reclame die door de FSMA krachtens artikel 24 is goedgekeurd; 12° eenieder die het in artikel 27 bedoelde verbod bewust miskent. Art. 34 De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door deze wet bestrafte misdrijven. BOEK VI WIJZIGINGSBEPALINGEN TITEL I WIjzigingen aan het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 Art. 35 In artikel 21, 13°, f), van het Wetboek van de inkom- stenbelastingen 1992, ingevoegd door de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de open- bare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande- ling op een gereglementeerde markt” worden vervangen door de woorden “de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande- ling op een gereglementeerde markt en Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden 9° ceux qui rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément en faisant état de l’approbation de la FSMA ou de l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace économique européen alors que celle-ci n’a pas été donnée; 10° ceux qui sciemment rendent public en Belgique un prospectus ou un supplément, différent de celui qui a été approuvé par la FSMA ou par l’autorité compé- tente d’un autre État membre de l’Espace économique européen; 11° ceux qui sciemment rendent publiques en Belgique des communications à caractère promotionnel différentes de celles qui ont été approuvées par la FSMA en vertu de l’article 24; 12° ceux qui méconnaissent sciemment l’interdiction visée à l’article 27. Art. 34 Les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l’article 85, sont appli- cables aux infractions punies par la présente loi. LIVRE VI DISPOSITIONS MODIFICATIVES TITRE IER Modifications au Code des impôts sur les revenus 1992 Art. 35 À l’article 21, 13°, f), du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 18 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées: 1° les mots “la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admis- sions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” sont remplacés par les mots “la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instru- ments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglemen- tés et au Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la 169 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”; 2° de woorden “voornoemde wet van 16 juni 2006” worden vervangen door de woorden “voornoemde wet van […] 2018 en Verordening 2017/1129”. Art. 36 In artikel 194ter, § 12, van dezelfde wetboek, inge- voegd door de wet van 2 augustus 2002 en vervangen door de wet van 22 december 2003, worden de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggings- instrumenten tot de verhandeling op een gereglemen- teerde markt” vervangen door de woorden “de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleg- gingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru- menten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en met Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toege- laten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”. TITEL II Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Art. 37 In artikel 2, 42°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “artikel 68bis, eerste lid, 1°, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aan- biedingen van beleggings-instrumenten en de toelating van beleggings-instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen door de woorden “artikel 28, eerste lid, 1°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek en van beleggingsinstrumen- ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”. Art. 38 In artikel 37sexies, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 18 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE”; 2° les mots “la loi du 16 juin 2006 précitée” sont rem- placés par les mots “la loi du […] 2018 et le Règlement 2017/1129 précités”. Art. 36 À l’article  194ter, §  12, du même code, inséré par la loi du 2  août  2002 et remplacé par la loi du 22 décembre 2003, les mots “la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” sont remplacés par les mots “la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement à la négo- ciation sur des marchés réglementés et du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14  juin  2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE”. TITRE II Modifications à la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financers Art. 37 À l’article 2, 42°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots “l’article 68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de place- ment et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” sont remplacés par les mots “l’article 28, alinéa 1er, 1°, de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de pla- cement à la négociation sur des marchés réglementés”. Art. 38 À l’article 37sexies, § 2, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 18 avril 2017, les modifications sui- vantes sont apportées: 170 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: “2° een beleggingsinstrument als bedoeld in arti- kel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarvan de aanbieding a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht; b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers zijn; c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro; d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke aanbieding effecten aankopen voor een totale tegen- waarde van ten minste 100 000 euro per belegger;”; b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt: “3° een beleggingsinstrument als bedoeld in arti- kel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers aan het publiek wordt aangeboden als bedoeld in artikel  4, 2°, van dezelfde wet;”; c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt: “4° een effect als bedoeld in artikel  2, a), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit aan het pu- bliek wordt aangeboden in België in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.”. a) le 2° est remplacé par ce qui suit: “2° un instrument de placement visé à l’article 3 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instru- ments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés régle- mentés, dont l’offre a) est adressée uniquement aux investisseurs qualifiés; b) est adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, en Belgique; c) porte sur sur des instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s’élève au moins à 100 000 euros; d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces valeurs pour un montant total d’au moins 100 000 euros par investisseur et par offre distincte;”; b) le 3° est remplacé par ce qui suit: “3° un instrument de placement visé à l’article 3 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de pla- cement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, au sens de l’article 4, 2°, de la même loi;”; c) le 4° est remplacé par ce qui suit: “4° une valeur mobilière visée à l’article 2, a) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, qui fait l’objet, uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation, d’une offre au public en Belgique au sens de l’article 4, 2° de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instru- ments de placement à la négociation sur des marchés réglementés.”. 171 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 39 In artikel 86bis, § 1er, 5°, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “arti- kel 68bis van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “artikel 28 van de wet van […] 2018”. Art. 40 In artikel 86ter, § 1er, eerste lid, 3°, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “artikel 28 van de wet van […] 2018”. Art. 41 Artikel 121, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, ver- vangen door de wet van 1 april 2007, wordt vervangen als volgt: “1° elke beslissing waartegen beroep kan worden in- gesteld en die is genomen met toepassing van de bepa- lingen van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een ge- reglementeerde markt en haar uitvoerings-besluiten, of van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;”. Art. 42 In artikel 125, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, inge- voegd door de wet van 31 juli 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “, op de wet van 19 april 2014 betref- fende de alternatieve instellingen voor collectieve beleg- ging en hun beheerders” worden ingevoegd tussen de woorden “collectief beheer van beleggingsportefeuilles” en de woorden “, op de wet van 16 juni 2006”; 2° de woorden “16 juni 2006” worden vervangen door de woorden “[…] 2018”; 3° de woorden “, op Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 be- treffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd Art. 39 À l’article 86bis, § 1er, 5°, de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots “article 68bis de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 28 de la loi du […] 2018”. Art. 40 À l’article 86ter, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots “article 68bis de la loi du 16 juin 2006 ” sont remplacés par les mots “article 28 de la loi du […] 2018”. Art. 41 L’article  121, §  1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, remplacé par la loi du 1er avril 2007, est remplacé par ce qui suit: “1° contre toute décision susceptible de recours prise en application des dispositions de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de place- ment et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et de ses arrêtés d’exécution ou du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;”. Art. 42 À l’article 125, alinéa 1er, 2°, de la même loi, inséré par la loi du 31 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées: 1° les mots “, à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires” sont insérés entre les mots “gestion col- lective de portefeuilles d’investisse-ment” et les mots “, à la loi du 16 juin 2006”; 2° les mots “16 juin 2006” sont remplacés par les mots “[…] 2018 ”; 3° les mots “, du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs 172 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG” worden ingevoegd tussen de woorden “verhandeling op een gereglementeerde markt” en de woorden “of op de wet van 1 april 2007”. TITEL III Wijzigingen aan de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen Art. 43 In artikel 3, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de bepalingen onder 15° en 16° worden opgeheven; b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt: “18° “Verordening 2014/596/EU”: de Verordening 2014/596/EU van 16  april  2014 betreffende markt- misbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;”; c) de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt: “19° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;”; d) de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt: “21° “richtlijn 2014/65/EU”: richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/ EU;”; e) de bepaling onder 25° wordt vervangen als volgt: “25° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen- ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;”. mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobi- lières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE” sont insérés entre les mots “négociation sur des marchés réglementés” et les mots “ou à la loi du 1er avril 2007 ”. TITRE III Modifications à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition Art. 43 À l’article 3, § 1er, de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition, modifié par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) les 15° et 16° sont abrogés; b) le 18° est remplacé par ce qui suit: “18° “le Règlement 2014/596/UE”: le Règlement 2014/596/UE du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les Directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;”; c) le 19° est remplacé par ce qui suit: “19° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;”; d) le 21° est remplacé par ce qui suit: “21° “la directive 2014/65/UE”: la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/ UE;”; e) le 25° est remplacé par ce qui suit: “25° “la loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”. 173 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 44 In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “of een door de Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit” opgeheven; 2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende: “Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden, ook van toepassing in het geval van een vennootschap waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een door de Koning op advies van de FSMA aangeduide multilaterale handelsfaciliteit of een bepaald segment daarvan zijn toegelaten, met dien verstande dat het in het eerste lid bedoelde percentage van effecten dan tot 50 % wordt opgetrokken.”; 3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden “van het voorgaande lid” vervangen voor de woorden “van de voorgaande leden”. Art. 45 In artikel 6, § 3, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “ar- tikel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden “ar- tikel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”. Art. 46 In artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet wordt een 8°/1 ingevoegd, luidende: “8°/1 afwijken van de bepalingen van titel II van deze wet voor de openbare overnamebiedingen op effecten als bedoeld in artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitge- vende instelling van die effecten worden uitgebracht;”. Art. 47 In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: Art. 44 À l’article 5 de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 1° à l’alinéa 1er, les mots “ou sur un système multila- téral de négociation désigné par le Roi” sont abrogés; 2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit: “L’alinéa 1er est également d’application, dans les mêmes conditions, dans le cas d’une société dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un système multilatéral de négociation, ou un segment déterminé d’un tel système multilatéral de négociation, désigné par le Roi sur avis de la FSMA, étant entendu que le seuil de détention des titres visé à l’alinéa 1er est alors porté à 50 %.”; 3° à l’alinéa 2, qui devient l’alinéa 3, les mots “de l’alinéa précédent” sont remplacés par les mots “des alinéas précédents”. Art. 45 À l’article 6, § 3, alinéa 1er, de la même loi, les modi- fications suivantes sont apportées: a) au 1°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129”; b) au 2°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129”. Art. 46 À l’article 8, alinéa 2, de la même loi, un 8°/1 est inséré, rédigé comme suit: “8°/1 déroger aux dispositions du titre II de la présente loi en ce qui concerne les offres publiques d’acquisition portant sur des titres visés à l’article 3, § 1er, 8°, a), ii), lancées par l’émetteur desdits titres;”. Art. 47 À l’article 12 de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 174 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: “§  1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de website van de bieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs. Het prospectus wordt gepubliceerd op een speciaal daarvoor bestemde afdeling van de website, die gemak- kelijk toegankelijk is bij het bezoeken van de website. Het kan worden gedownload en afgedrukt, en het heeft een doorzoekbaar elektronisch formaat dat niet kan worden gewijzigd.”; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: “§ 2. Indien een effectenhouder daarom verzoekt, wordt hem door de bieder of de financiële tussenper- sonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, kosteloos een afschrift van het prospectus verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Ingeval een effectenhouder nadrukkelijk om een afschrift op papier verzoekt, verstrekken de bieder of de financiële tussen- personen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, een gedrukte versie van het prospectus. De verstrekking van een dergelijk afschrift wordt beperkt tot de rechtsgebieden waar het bod overeenkomstig deze wet plaatsvindt.”; 3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden “dat het slechts om één deel van het prospectus gaat en” ingevoegd tussen de woorden “In elk document wordt aangegeven” en de woorden “waar de andere samen- stellende delen van het volledige prospectus kunnen worden verkregen.”. Art. 48 In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende: “De samenvatting bevat geen verwijzingen naar an- dere delen van het prospectus of informatie door middel van verwijzing.”; 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: “§  3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel 1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: “§ 1er. Le prospectus est publié sous forme électro- nique sur le site web de l’offrant et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers que l’offrant a désignés pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Le prospectus est publié dans une section dédiée du site internet, facilement accessible lorsque l’on entre sur ledit site. Il peut être téléchargé et imprimé; son format électronique permet les recherches mais pas les modifications.”; 2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit: “§ 2. Un exemplaire du prospectus sur un support durable est fourni au détenteur de titres, gratuitement et à sa demande, par l’offrant ou les intermédiaires finan- ciers que l’offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Si un détenteur de titres demande expressément un exemplaire sur support papier, l’offrant ou les intermédiaires financiers que l’offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix fournissent une version imprimée du prospectus. Cette obligation de fourniture ne concerne que les territoires où l’offre a lieu au titre de la présente loi.”; 3° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots “qu’il ne constitue qu’une partie du prospectus et” sont insérés entre les mots “Chaque document indique” et les mots “où les autres éléments constituant le prospectus com- plet peuvent être obtenus.”. Art. 48 À l’article 13 de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit: “Le résumé ne contient pas de renvoi à d’autres parties du prospectus et n’incorpore pas d’informations par référence.”; 2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit: “§ 3. La FSMA peut accepter que des informations soient incluses dans le prospectus par référence, aux 175 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten, onder de voorwaarden die in of krachtens artikel 19 van Verordening 2017/1129 zijn bepaald.”. Art. 49 Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: “§ 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve afslui- ting van de oorspronkelijk voorziene aanvaardingsperi- ode van het bod kan worden gepubliceerd, wordt deze aanvaardingsperiode verlengd tot twee werkdagen na de publicatie van de aanvulling.”. Art. 50 In artikel 33 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: “§  1. De reclame die wordt verspreid op initiatief van de bieder, de doelvennootschap of de door hen aangestelde tussenpersonen worden pas openbaar gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten waarvan sprake in de artikelen 31, §§ 1 tot 5.”; 2° in paragraaf 2 worden de woorden “in § 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten” vervangen door de woorden “in paragraaf 1 bedoelde reclame”; 3° in paragraaf 3 worden telkens de woorden “en de andere documenten en berichten” opgeheven; 4° in paragraaf 4 worden de woorden “en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1” opgeheven. Art. 51 Artikel 50, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 50 § 1. De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten, in het bijzonder overeenkomstig richtlijn 2001/34/EG, conditions prévues par ou en vertu de l’article 19 du Règlement 2017/1129.”. Art. 49 L’article 17 de la même loi est complété par un para- graphe 3, rédigé comme suit: “§ 3. Au cas où le supplément ne peut être publié qu’après la clôture définitive de la période d’accepta- tion de l’offre telle que prévue originellement, celle-ci est prolongée jusque deux jours ouvrables après la publication du supplément.”. Art. 50 À l’article 33 de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: “§ 1er. Les communications à caractère promotionnel qui sont diffusées à l’initiative de l’offrant, de la société visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendues publiques qu’après avoir été approuvées par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5.”; 2° au paragraphe 2, les mots “communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au § 1er” sont remplacés par les mots “communications à caractère promotionnel visées au paragraphe 1er”; 3° au paragraphe 3, les mots “, autres documents et avis” sont chaque fois supprimés; 4° au paragraphe 4, les mots “et dans les autres documents et avis visés au § 1er” sont supprimés. Art. 51 L’article 50, § 1er, alinéa 1er, de la même loi est rem- placé par ce qui suit: “Art. 50 § 1er. La FSMA coopère avec les autres autorités d’un État membre chargées de contrôler les marchés des capitaux, en application notamment de la directive 176 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Verordening 2014/596/EU, Verordening 2017/1129/EU, richtlijn 2014/65/EU en richtlijn 2004/109/EG.”. TITEL IV WIjzigingen aan de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen Art. 52 In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betref- fende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvordering, laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden “of in het buitenland” geschrapt; b) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt: “13° “openbaar aanbod”: i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaar- den van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen; ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegan- kelijk is;”; c) in de bepaling onder 14° worden de woorden “arti- kel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”; d) in de bepaling onder 15° worden de woorden “ar- tikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, i)”; e) de bepaling onder 30° wordt vervangen als volgt: “30° “verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging”: het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, i);”; 2001/34/CE, du Règlement 2014/596/UE, du Règlement 2017/1129/UE, de la directive 2014/65/UE et de la direc- tive 2004/109/CE.”. TITRE IV Modifications à la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances Art. 52 À l’article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) au 2°, a), les mots “ou à l’étranger” sont supprimés; b) le 13° est remplacé par ce qui suit: “13° par “offre publique”: i) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l’offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d’acheter ou de sous- crire ces titres. Cette définition s’applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers; ii) l’admission aux négociations sur un MTF ou sur un marché réglementé qui est accessible au public;”; c) au 14°, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont rem- placés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”; d) au 15°, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont rempla- cés par les mots “l’article 3, 13°, i)”; e) le 30° est remplacé par ce qui suit: “30° par “commercialisation de titres d’organismes de placement collectif”: l’offre publique au sens de l’article 3, 13°, i);”; 177 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 f) de bepaling onder 44° wordt vervangen als volgt: “44° “wet van 7  december  2016”: de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;”; g) de bepaling onder 53° wordt vervangen als volgt: “53° “wet van […] 2018: de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen- ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;”; h) een bepaling onder 63° wordt ingevoegd, luidende: “63° “Verordening 2015/2365”: de Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparentie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;”; i) een bepaling onder 64° wordt ingevoegd, luidende: “64° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;”; j) een bepaling onder 65° wordt ingevoegd, luidende: “65° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen; “. Art. 53 In artikel 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigin- gen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid worden de woorden “artikel 3, 13°, a), i)” telkens vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, i)”; 2° in paragraaf 2 worden de woorden “artikel 3, 13, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”; 3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt: f) le 44° est remplacé par ce qui suit: “44° par “loi du 7  décembre  2016”: la loi du 7  décembre  2016 portant organisation de la pro- fession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises;”; g) le 53° est remplacé par ce qui suit: “53° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”; h) un 63° est inséré, rédigé comme suit: “63° “Règlement 2015/2365 ”: le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opéra- tions de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le Règlement (UE) n°648/2012;”; i) un 64° est inséré, rédigé comme suit: “64° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;”; j) un 65° est inséré, rédigé comme suit: “65° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires;”. Art. 53 À l’article 5 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, les mots “l’ar- ticle 3, 13°, a), i)” sont chaque fois remplacés par les mots “l’article 3, 13°, i)”; 2° au paragraphe 2, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”; 3° au paragraphe 3, l’alinéa 1er est remplacé par ce qui suit: 178 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 “§ 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder “professionele beleggers” verstaan: de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129.”; c) in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden “professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen” vervangen door de woorden “professio- nele beleggers”. Art. 54 In artikel 70, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden “arti- kel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii).” Art. 55 In de aanhef van artikel 71, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, i)”. Art. 56 In artikel 96 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt aangevuld door een lid, luidende: “Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrek- king tot de bepalingen van Verordening 2015/2365 en Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.”; 2° in paragraaf  4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014, wordt het woord “85bis” vervangen door het woord “86”. Art. 57 In artikel 101, § 1, vierde lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016”. “§ 3. Pour l’application de la présente loi, il y a lieu d’entendre par “investisseurs professionnels”: les inves- tisseurs qualifiés au sens de l’article 2, e) du Règlement 2017/1129.”; c) au paragraphe 3, alinéa 2, les mots “clients profes- sionnels et des contreparties éligibles” sont remplacés par les mots “investisseurs professionnels”. Art. 54 À l’article 70, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”. Art. 55 Dans la phrase liminaire de l’article 71, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, i)”. Art. 56 Àl’article 96 de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Le présent chapitre s’applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”; 2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le mot “85bis” est remplacé par le mot “86”. Art. 57 À l’article 101, § 1er, alinéa 4, de la même loi, les mots “l’article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953 ” sont remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016 ”. 179 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 58 In artikel 102, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel  6  van de wet van 22  juli  1953” vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”. Art. 59 In artikel  107, §  3, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” ver- vangen door de woorden “artikel 86 van de wet van 7 december 2016”. Art. 60 In artikel 110, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”. Art. 61 In artikel 111, § 8, van dezelfde wet worden de vol- gende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “van de wet van 16 juni 2016” worden vervangen door de woorden “van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018”; 2° de woorden “overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 juni 2006” worden vervangen door de woorden “overeenkomstig deze bepalingen”. Art. 62 Artikel 116, hersteld bij de wet van 25 december 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 116 Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische regule- ringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/ EG.”. Art. 63 In artikel 236 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: Art. 58 À l’article 102, alinéa 1er, de la même loi, les mots “l’article 6 de la loi du 22 juillet 1953 ” sont remplacés par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016 ”. Art. 59 À l’article 107, § 3, de la même loi, les mots “l’ar- ticle 79 de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 86 de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 60 À l’article 110, alinéa 3 de la même loi, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”. Art. 61 À l’article 111, § 8, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées: 1° les mots “de la loi du 16 juin 2016” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018”; 2° les mots “avec la loi du 16 juin 2006” sont rempla- cés par les mots “avec ces dispositions”. Art. 62 L’article 116, rétabli par la loi du 25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 116 Le présent chapitre est d’application en cas de non- respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”. Art. 63 À l’article 236 de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 180 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1° in paragraaf  1  wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: “Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrek- king tot de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en tech- nische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/EG.”; 2° in paragraaf  4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014, wordt het woord “85” vervangen door het woord “86”. Art. 64 In artikel  242, §  2, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016”. Art. 65 In artikel 243, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”. Art. 66 Artikel 255/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016, wordt vervangen als volgt: “Art. 255/1 “Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische regule- ringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/ EG.”. Art. 67 In artikel  260, §  1, eerste lid, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 1°, opgeheven bij de wet van 25 december 2016, als volgt hersteld: “1° de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder conform artikel 50, § 1, tweede en derde lid;”. 1° au paragraphe 1er, un alinéa est inséré entre l’ali- néa 1er et l’alinéa 2, rédigé comme suit: “Le présent chapitre s’applique également en ce qui concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”; 2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le mot “85” est remplacé par le mot “86”. Art. 64 À l’article  242, §  2, de la même loi, les mots “l’article  79, §  1er de la loi du 22  juillet  1953” sont remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 65 À l’article 243, alinéa 1er, de la même loi, les mots “l’ar- ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 66 L’article 255/1 de la même loi, inséré par la loi du 25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit: “Art. 255/1 Le présent titre est d’application en cas de non- respect des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”. Art. 67 À l’article 260, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, le 1°, abrogé par la loi du 25 décembre 2016, est rétabli dans la rédaction suivante: “1° l’accord écrit conclu avec le dépositaire, confor- mément à l’article 50, § 1er, alinéas 2 et 3;”. 181 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 68 In artikel 271/2 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden ““artikel 3, 13°, i)”. TITEL V Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders Art. 69 In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 27°, a), worden de woorden “, en die wordt verricht door de AICB, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening” vervangen door de woorden “; deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen.”; b) in de bepaling onder 27°, a), wordt het tweede lid opgeheven; c) de bepaling onder 30°, eerste lid, wordt vervangen als volgt: “30° “professionele beleggers”: de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129;”; d) in de bepaling onder 30°, tweede lid, worden de woorden “professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen” vervangen door de woorden “professionele beleggers”; e) de bepaling onder 72° wordt vervangen als volgt: “72° “wet van 7  december  2016”: de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;”; f) de bepaling onder 73° wordt vervangen als volgt: “73° “wet van 13 maart 2016”: de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;”; g) de bepaling onder 80° wordt vervangen als volgt: Art. 68 À l’article 271/2 de la même loi, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont rem- placés par les mots “l’article 3, 13°, i)”. TITRE V Modifications à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires Art. 69 À l’article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) au 27°, a), les mots “, et qui est faite par l’OPCA, par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte” sont remplacés par les mots “; cette définition s’applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers”; b) au 27°, a), l’alinéa 2 est abrogé; c) le 30°, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit: “30° “investisseurs professionnels”: les investis- seurs qualifiés au sens de l’article 2, e), du Règlement 2017/1129;”; d) au 30°, alinéa 2, les mots “clients professionnels et des contreparties éligibles” sont remplacés par les mots “investisseurs professionnels”; e) le 72° est remplacé par ce qui suit: “72° “loi du 7 décembre 2016”: la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises;”; f) le 73° est remplacé par ce qui suit: “73° “loi du 13 mars 2016”: la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assu- rance ou de réassurance;”; g) le 80° est remplacé par ce qui suit: 182 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 “80° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen- ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;”; h) in de Franse versie van de bepaling onder 104° worden de woorden “Règlement 346/2013” vervangen door de woorden “Règlement 2015/2365”; i) een bepaling onder 105° wordt ingevoegd, luidende: “105° “Verordening 2015/760”: de Verordening (EU) 2015/760  van het Europees Parlement en de Raad van 29  april  2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen;”; i) een bepaling onder 106° wordt ingevoegd, luidende: “106° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;”; j) een bepaling onder 107° wordt ingevoegd, luidende: “107° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.”. Art. 70 In artikel 11, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ge- wijzigd door de wet van 25 december 2016, worden de woorden “in artikel 3, 43°” vervangen door de woorden “in artikel 3, 22°, van de wet van 3 augustus 2012 be- treffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen”. Art. 71 Artikel 70 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 70 Indien de AICB een prospectus of een ander in- formatiedocument moet publiceren overeenkomstig Verordening 2017/1129 of de nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in artikel  68  bedoelde informa- tie die bijkomend is aan de in het prospectus of het “80° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”; h) dans la version française du 104°, les mots “Règlement 346/2013” sont remplacés par les mots “Règlement 2015/2365 ”; i) un 105° est inséré, rédigé comme suit: “105° “Règlement 2015/760”: le Règlement (UE) 2015/760  du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 relatif aux fonds européens d’investisse- ment à long terme;”; j) un 106° est inséré, rédigé comme suit: “106° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14  juin  2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;”; k) un 107° est inséré, rédigé comme suit: “107° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires.”. Art. 70 À l’article 11, § 2, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 25 décembre 2016, les mots “à l’article 3, 43°” sont remplacés par les mots “à l’article 3, 22° de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances”. Art. 71 L’article 70 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 70 Lorsque l’OPCA est tenu de publier un prospectus ou un autre document d’information conformément au Règlement 2017/1129 ou au droit national, seules les informations visées à l’article 68 qui s’ajoutent à celles contenues dans le prospectus ou dans le document 183 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 informatiedocument opgenomen informatie, hetzij af- zonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus of het informatiedocument te worden verstrekt.”. Art. 72 In artikel  117, tweede lid, gewijzigd door de wet van 25 december 2016, worden de woorden “wet van 6  april  1995” vervangen door de woorden “wet van 25 oktober 2016”. Art. 73 Artikel 208 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende: “§  8. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artike- len 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen. Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen. De personen belast met de effectieve leiding lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen. De informatieverstrekking aan de FSMA en de er- kende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.”. d’information doivent être communiquées séparément ou en tant qu’informations supplémentaires au pros- pectus ou au document d’information.”. Art. 72 À l’article  117, alinéa 2, modifié par la loi du 25 décembre 2016, les mots “loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “loi du 25 octobre 2016”. Art. 73 L’article 208 de la même loi est complété par un paragraphe 8, rédigé comme suit: “§ 8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l’organe légal d’administration en ce qui concerne la détermi- nation de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direc- tion effective de la société d’investissement prennent, sous la surveillance de l’organe légal d’administration, les mesures nécessaires pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution. Sans préjudice des dispositions du Code des socié- tés, l’organe légal d’administration de la société d’inves- tissement doit contrôler au moins une fois par an si la société se conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013, et de l’alinéa 1er du présent paragraphe, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution, et il prend connaissance des mesures adéquates prises. Les personnes chargées de la direction effective font rapport au moins une fois par an à l’organe légal d’administration, à la FSMA et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l’alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures adéquates prises. Ces informations sont transmises à la FSMA et au commissaire agréé selon les modalités que la FSMA détermine.”. 184 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 74 Artikel 222, tweede lid, van dezelfde wet wordt ver- vangen als volgt: “Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een prospectus of een informatienota worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die, naargelang het geval, worden bepaald in Verordening 2017/1129 of in de wet van […] 2018.”. Art. 75 In artikel 226 van dezelfde wet wordt het eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de woorden “, of een informa- tienota werd gepubliceerd”. Art. 76 In artikel 261 van dezelfde wet, wordt het eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de woorden “, of een informa- tienota werd gepubliceerd”. Art. 77 In artikel 319, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen ingevoegd: 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden “, en van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen”; 2° in het tweede lid worden de woorden “alsook van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen,” inge- voegd tussen de woorden “en het eerste lid van deze paragraaf,” en de woorden “en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen”. Art. 78 Artikel 336 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 336 Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toepassing met betrekking tot: 1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel VIII en deel IX; Art. 74 L’article 222, alinéa 2, de la même loi est remplacé par ce qui suit: “En cas d’offre publique de titres d’un OPCA, autre que celle visée à l’alinéa 1er, un prospectus ou une note d’information sont rendus publics dans les cas et selon les modalités prescrites par, selon le cas, le Règlement 2017/1129 ou la loi du […] 2018.”. Art. 75 À l’article 226 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est complété par les mots “, ou une note d’information a été publiée”. Art. 76 À l’article 261 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est complété par les mots “, ou une note d’information a été publiée”. Art. 77 À l’article 319, § 7, de la même loi, inséré par la loi du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont insérées: 1° l’alinéa 1er est complété par les mots “, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution”; 2° à l’alinéa 2, les mots “ainsi que des dispositions prises pour leur exécution,” sont insérés entre les mots “de l’alinéa 1er du présent paragraphe,” et les mots “et il prend connaissance des mesures adéquates prises”. Art. 78 L’article 336 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 336 Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente partie s’applique en ce qui concerne: 1° les dispositions des parties I, II, du livre I de la partie III, et des parties IV, VIII et IX; 185 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2° de bepalingen van Verordening 345/2013, Verordening 346/2013, Verordening 2015/760, Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2011/61/EU.”. Art. 79 In artikel 338, § 5, van dezelfde wet wordt het woord “85bis” vervangen door het woord “86”. Art. 80 In artikel 345 van dezelfde wet, laatst gewijzigd door de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden “artikel  91octiesdecies van de wet van 9  juli  1975, artikel 98 van de wet van 16 februari 2009” vervan- gen door de woorden “artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016”; 2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet van 16 februari 2009” vervangen door de woorden “of Titel V, Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016”; 3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden, “ar- tikel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91oc- tiesdecies van de wet van 9 juli 1975” vervangen door de woorden “of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016”. Art. 81 In artikel  351, §  4, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 86, § 1 van de wet van 7 december 2016”. Art. 82 In artikel 352, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”. 2° les dispositions du Règlement 345/2013, du Règlement 346/2013, du Règlement 2015/760, du Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131, ainsi que des règlements et normes techniques de règle- mentation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2011/61/UE.”. Art. 79 À l’article 338, § 5, de la même loi, le mot “85bis” est remplacé par le mot “86”. Art. 80 À l’article 345 de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées: 1° au paragraphe  1er, alinéa 1er, 2°, les mots “de l’article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de l’ar- ticle 98 de la loi du 16 février 2009” sont remplacés par les mots “de l’article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016”; 2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “, du chapitre VIIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi du 16 février 2009” sont remplacés par les mots “ou du Titre V, Chapitre II de la loi du 13 mars 2016 ”; 3° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “, de l’ar- ticle 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l’article 91oc- tiesdecies de la loi du 9 juillet 1975” sont remplacés par les mots “ou du Titre V, Chapitre III de la loi du 13 mars 2016”. Art. 81 À l’article  351, §  4, de la même loi, les mots “l’article  79, §  1er, de la loi du 22  juillet  1953” sont remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016”. Art. 82 À l’article 352, alinéa 1er de la même loi, les mots “l’ar- ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”. 186 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Art. 83 In artikel  356, §  3, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” ver- vangen door de woorden “artikel 86 van de wet van 7 december 2016”. Art. 84 In artikel 357, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden “artikel  26” vervangen door de woorden “de artikelen 26, 208 en 319”. Art. 85 In artikel 360 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de Nederlandse versie van paragraaf 1, vierde lid worden de woorden “beheervennootschappen naar Belgisch recht” vervangen door de woorden “beheer- vennootschappen naar buitenlands recht”; 2° paragraaf  9, hernummerd door de wet van 10 april 2014, wordt vervangen als volgt: “§ 9. Onverminderd de bij andere wetten en reglemen- ten voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een AICB die of een compartiment van een AICB dat ressorteert onder de toepassing van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.”; 3° de bepaling die begint met de woorden “De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing” wordt paragraaf 10, en de bepaling die begint met de woorden “Als de FSMA van mening is” wordt paragraaf 11. Art. 86 Artikel 367 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 25 december 2016, wordt opgeheven. Art. 83 À l’article 356, § 3, de la même loi, les mots “l’ar- ticle 79 de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’article 86 de la loi du 7 décembre 2016 ”. Art. 84 À l’article 357, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les mots “à l’article 26” sont remplacés par les mots “aux articles 26, 208 et 319”. Art. 85 À l’article 360 de la même loi, les modifications sui- vantes sont apportées: 1° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er, alinéa 4, les mots “beheervennootschappen naar Belgisch recht” sont remplacés par les mots “beheer- vennootschappen naar buitenlands recht”; 2° le paragraphe  9, renuméroté par la loi du 10 avril 2014, est remplacé par ce qui suit: “§  9. Sans préjudice des mesures définies par d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont appli- cables lorsque la FSMA constate qu’un OPCA, ou un compartiment d’un OPCA, qui relève de l’application du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.”; 3° la disposition commençant par les mots “les §§ 1er à 5 sont applicables” devient le paragraphe 10 et la dis- position commençant par les mots “Lorsque la FSMA estime” devient le paragraphe 11. Art. 86 L’article 367 de la même loi, modifié par la loi du 25 décembre 2016, est abrogé. 187 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL VI Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen Art. 87 In artikel 5, tweede lid, 2,° van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen worden de woorden “de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “de wet van […] 2018”. Art. 88 In artikel 20, § 1, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewij- zigd door de wet van 13 maart 2016, wordt de bepaling onder y) vervangen als volgt: “y) artikel 33 van de wet van […] 2018 op de aanbie- ding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande- ling op een gereglementeerde markt;”. TITEL VII Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen Art. 89 In artikel 2 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, gewijzigd door de wet van 22 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de bepaling onder 5°, x, wordt vervangen als volgt: “x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel 4, 7° van de wet van […] 2018;”; b) de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt: “26° “aanbieding aan het publiek”: elke aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van […] 2018;”; c) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt: “35° “wet van […] juni 2018”: de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten TITRE VI Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse Art. 87 À l’article 5, alinéa 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, les mots “de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “de la loi du […] 2018”. Art. 88 À l’article 20, § 1er, 2°, de la même loi, modifié pour la dernière fois par la loi du 13 mars 2016, le y) est remplacé par ce qui suit: “y) à l’article 33 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”. TITRE VII Modifications à la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées Art. 89 À l’article 2 de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées, modifié par la loi du 22 octobre 2017, les modifications suivantes sont apportées: a) le 5°, x est remplacé par ce qui suit: “x. les certificats immobiliers visés à l’article 4, 7° de la loi du […] 2018;”; b) le 26° est remplacé par ce qui suit: “26° par “offre au public”: toute offre au public au sens de l’article 4, 2°, de la loi du […] 2018; “; c) le 35° est remplacé par ce qui suit: “35° par “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux 188 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de ver- handeling op een gereglementeerde markt;”; d) een bepaling onder 35°/1  wordt ingevoegd, luidende: “35°/1 “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;”. Art. 90 Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende: “§  6. Niettegenstaande de bepalingen van arti- kel 21 en van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel, is het de promotor of een in onderling overleg met hem handelend persoon toegestaan om stemrechtverlenen- de effecten te verwerven die het percentage stemrecht- verlenende effecten in het bezit van het publiek onder 30 % doen dalen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° die verwervingen vloeien voort uit: (a) de aanvaarding door de houders van de betrokken effecten van een openbare overnamebieding; en (b) in voorkomend geval, een openbaar uitkoop- bod dat onmiddellijk volgt op voornoemde openbare overnamebieding, die allebei worden uitgevoerd conform de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen; 2° naar aanleidingen van die verwervingen bezit de promotor en/of een in onderling overleg met hem handelend persoon alle stemrechtverlenende effecten van de GVV; 3° de openbare GVV doet afstand van haar vergun- ning binnen de maand die volgt op het verstrijken van de aanvaardingsperiode van het bod die de promotor en/ of de in onderling overleg met hem handelend perso(o) n(en) in de mogelijkheid heeft gesteld om alle stem- rechtsverlenende effecten te verwerven. admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;”; d) un 35°/1 est inséré, rédigé comme suit: “35°/1 par “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE;”. Art. 90 L’article 23 de la même loi est complété par un para- graphe 6, rédigé comme suit: “§ 6. Nonobstant les dispositions de l’article 21 et des paragraphes 3, 4 et 5 du présent article, il est permis au promoteur ou à une personne agissant de concert avec lui d’effectuer des acquisitions de titres conférant le droit de vote ayant pour effet de faire baisser en dessous de 30 % la proportion de ces titres se trouvant aux mains du public, moyennant le respect des conditions suivantes: 1° les acquisitions font suite à (a) l’acceptation par les détenteurs des titres concer- nés d’une offre publique d’acquisition; et (b) le cas échéant, une offre publique de reprise fai- sant immédiatement suite à l’offre publique d’acquisition susmentionnée, toutes deux menées conformément à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition et à l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d’acquisition; 2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la per- sonne agissant de concert avec lui détiennent la totalité des titres conférant le droit de vote de la SIR; 3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois de l’expiration de la période d’acceptation de l’offre qui a permis au promoteur et/ou aux personnes agissant de concert avec lui d’acquérir la totalité des titres conférant le droit de vote. 189 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden, is paragraaf 3, eerste lid, van toepassing, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV. Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand van de vergunning voor zover die plaatsvindt na de afsluiting van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bod.”. Art. 91 In artikel 64 van dezelfde wet wordt paragraaf 8 ver- vangen als volgt: “§ 8. Onverminderd de bij andere wetten en regle- menten voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot en met 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een openbare gereglementeerde vastgoedvennoot- schap, die ressorteert onder de toepassing van de wet van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.”. Art. 92 In artikel 76/11 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 22 oktober 2017, wordt het eerste lid opgeheven. Art. 93 In artikel 77, § 8, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden “openbaar aanbod in de zin van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “aanbieding aan het publiek in de zin van Verordening 2017/1129”. TITEL VIII Wijziging aan de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen Art. 94 In artikel  16, tweede lid, 2°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op ver- zekerings- of herverzekeringsondernemingen worden de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen door de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan Au cas où les conditions visées à l’alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, ne sont pas remplies, le paragraphe 3, alinéa 1er est applicable, sans préjudice des dispositions du chapitre IV. L’article 62 n’est pas applicable à la renonciation à l’agrément pour autant que celle-ci ait lieu après la clôture de l’offre visée à l’alinéa 1er, 3°.”. Art. 91 À l’article 64 de la même loi, le paragraphe 8 est remplacé par ce qui suit: “§  8. Sans préjudice des mesures définies par d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont appli- cables lorsque la FSMA constate qu’une société immo- bilière réglementée publique, qui relève de l’application du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.”. Art. 92 À l’article 76/11 de la même loi, inséré par la loi du 22 octobre 2017, l’alinéa 1er est abrogé. Art. 93 À l’article 77, § 8, alinéa 2, de la même loi, les mots “une offre publique au sens de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “une offre au public au sens du Règlement 2017/1129 ”. TITRE VIII Modification à la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance Art. 94 À l’article 16, alinéa 2, 2°, de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance, les mots “de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de pla- cement à la négociation sur un marché réglementé” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation 190 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”. TITEL IX Wijziging aan de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren Art. 95 In artikel  3  van de wet van 7  december  2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren wordt de bepaling onder 22° vervangen als volgt: “22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader: — deze wet; — de door de Koning ter uitvoering van haar bepa- lingen genomen besluiten; — het Wetboek van Vennootschappen; — de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen; — de Verordening (EU) nr. 537/2014; — de door de Commissie goedgekeurde verordenin- gen krachtens de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014; en — de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de finan- ciering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de ter uitvoering van voornoemde wet van 18 september 2017 genomen besluiten en regle- menten, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn (EU) 2015/849  van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het ge- bruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, van Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie, en van de waakzaamheidsplicht waarvan sprake in de bindende bepalingen betreffende financiële embargo’s, in de mate waarin ze van toepassing zijn op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde wet van 18 september 2017 bedoelde onderworpen entiteiten;”. sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE”. TITRE IX Modification à la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises Art. 95 À l’article 3 de la loi du 7 décembre 2016 portant orga- nisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises, le 22° est remplacé par ce qui suit: “22° le cadre législatif et réglementaire applicable: — la présente loi; — les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses dispositions; — le Code des sociétés; — les normes applicables aux réviseurs d’entreprises; — le Règlement (UE) n° 537/2014; — les règlements adoptés par la Commission en vertu des dispositions de la directive 2006/43/CE et du Règlement (UE) n° 537/2014; et — les dispositions de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces, des arrêtés et règlements pris pour l’exécution de la loi du 18 septembre 2017 précitée, des mesures d’exécution de la Directive (UE) 2015/849  du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l’utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, du Règlement (UE) 2015/847  du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 sur les informations accompagnant les transferts de fonds, et les devoirs de vigilance prévus par les dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers, dans la mesure où elles sont applicables aux entités assujetties visées à l’article 85, § 1er, 6° de la loi du 18 septembre 2017 précitée;”. 191 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 TITEL X Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën Art. 96 In artikel 4 van de wet van 18 december 2016 tot rege- ling van de erkenning en de afbakening van crowdfun- ding en houdende diverse bepalingen inzake financiën worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 4° worden de woorden “arti- kel 4 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “artikel 3 van de wet van […] 2018”; b) in de bepaling onder 9° worden de woorden “ar- tikel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen door de woor- den “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 be- treffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”. TITEL XI Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU Art. 97 In artikel 25, § 2, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor fi- nanciële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggings- instrumenten en de toelating van beleggingsinstrumen- ten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen door de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 be- treffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden TITRE X Modifications à la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances Art. 96 À l’article 4 de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances, les modifications suivantes sont apportées: a) au 4°, les mots “article 4 de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 3 de la loi du […] 2018”; b) au 9°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés” sont rempla- cés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE”. TITRE XI Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE Art. 97 À l’article 25, § 2 de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE, les modifications suivantes sont apportées: 1° à l’alinéa 1er, les mots “ de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé ” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs 192 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”; 2° in het tweede lid worden de woorden “van richt- lijn 2003/71/EG” vervangen door de woorden “van Verordening 2017/1129”. Art. 98 In artikel 26, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt: “In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, tegen deze opschorting of uitsluiting verzetten, in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer: 1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft goedgekeurd; 2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverle- nende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname- biedingen, en a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maat- schappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 0,5 % vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 1 000 000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA door de marktexploitant.”. Art. 99 In artikel 49 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt: mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ”; 2° à l’alinéa 2, les mots “de la directive 2003/71/CE” sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129”. Art. 98 À l’article 26, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit: “Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préa- lablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à cette suspension ou ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf si: 1° il s’agit de la suspension ou du retrait d’un instru- ment dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de l’article 34; 2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition, et que a) l’assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l’ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l’article 535 du Code des sociétés; et que b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 0,5 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 1 000 000 euros, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant l’information préa- lable de la FSMA par l’opérateur de marché.”. Art. 99 À l’article 49 de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit: 193 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 “Wanneer een marktexploitant die een MTF exploi- teert waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de in artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde machtiging, voornemens is om een tot de ver- handeling op die MTF toegelaten financieel instrument uit te te sluiten van de handel, deelt hij dat voornemen vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na over- leg met hem, daartegen verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer 1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid instru- ment die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van deze wet of een uitvoeringsbesluit van deze wet heeft goedgekeurd; of 2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverle- nende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname- biedingen, en a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maat- schappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 1 % vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, op basis van het ge- middelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA.”. Art. 100 In artikel 53, § 3, 3°, van dezelfde wet worden de woorden “richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk III van titel IV van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wan- neer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk I van titel III van de wet van […] 2018 op de “Lorsque l’opérateur de marché exploitant un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l’habilitation visée à l’article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de prononcer le retrait d’un instrument financier admis à la négociation sur ce MTF, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf si 1° il s’agit du retrait d’un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de la présente loi ou d’un arrêté d’exécution de cette loi; ou 2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition, et que a) l’assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l’ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l’article 535 du Code des sociétés; et que b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agis- sant de concert avec celles-ci, représentent au plus 1 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 500 000 euros, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant la notification adressée à la FSMA.”. Art. 100 À l’article 53, § 3, 3°, de la même loi, les mots “la directive 2003/71/CE ou au chapitre III du titre IV de la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “le Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ou au chapitre Ier du titre III de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments 194 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen- ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”. BOEK VII DIVERSE BEPALING Art. 101 Blijven van toepassing tot ze uitdrukkelijk worden opgeheven: 1° het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het openbaar karakter van de werving van terugbetaalbare gelden; en 2° het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepaalde informatieverplichtingen bij de commerciali- sering van financiële producten bij niet-professionele cliënten, met uitzondering, uitsluitend in verband met de commercialisering van beleggingsinstrumenten, van de artikelen 11 tot 25 ervan. BOEK VIII OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING Art. 102 De artikelen 10 tot 19 zijn niet van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek waarvan de aanbiedings- periode reeds loopt op het ogenblik dat zij in werking treden. In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 10 tot 19 echter van toepassing vanaf 21 oktober 2018 op deze aanbiedingen aan het publiek als zij betrekking hebben tot de categorieën beleggingsinstrumenten bedoeld in artikel 18, § 1, a) en i) van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de ver- handeling op een gereglementeerde markt. Art. 103 § 1. Voornoemde wet van 16 juni 2006 wordt opge- heven op de dag waarop Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening. de placement et aux admissions d’instruments de pla- cement à la négociation sur des marchés réglementés”. LIVRE VII DISPOSITION DIVERSE Art. 101 Restent d’application jusqu’à leur abrogation expresse: 1° l’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère public de la sollicitation de fonds remboursables; et 2° l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en matière d’information lors de la commer- cialisation de produits financiers auprès des clients de détail, à l’exception, exclusivement en ce qui concerne la commercialisation d’instruments de placement, de ses articles 11 à 25. LIVRE VIII DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTRÉE EN VIGUEUR Art. 102 Les articles 10 à 19 ne s’appliquent pas aux offres au public lorsque la période d’offre est en cours à la date de leur entrée en vigueur. Par dérogation à l’alinéa 1er, les articles 10 à 19 s’ap- pliquent toutefois à compter du 21 octobre 2018 à ces offres au public si elles portent sur les instruments de placement visés à l’article 18, § 1er, a) et i) de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de pla- cement à la négociation sur des marchés réglementés. Art. 103 § 1er. La loi du 16 juin 2006 précitée est abrogée à la date d’entrée en application du Règlement 2017/1129, telle que déterminée par l’article 49, paragraphe 2 dudit règlement. 195 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 § 2. In afwijking van paragraaf 1, worden artikel 3, § 2, eerste lid, e), en tweede lid, artikel 18, § 1, a), i), j) en k), en artikel 42, 2°, van de wet van 16 juni 2006 opgeheven op 21 juli 2018. De in het eerste lid bedoelde bepalingen blijven echter van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek die op 21 juli 2018 reeds lopen, behalve voor wat artikel 18, § 1, a) en i) betreft, dat vanaf 21 oktober 2018 niet meer van toepassing is. § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt artikel 18, § 2, a) en g), van voornoemde wet van 16 juni 2006 opge- heven op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Art. 104 § 1. Deze wet treedt in werking op de dag waarop Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening. § 2. In afwijking van paragraaf 1 treden 1° artikel 7, § 1, de bepalingen van hoofdstuk II van titel III van boek II, de artikelen 26, § 4, 27, eerste lid, 4°, 32, § 1, eerste lid, 5°, 33, 3° en 6°, 34; en 2° de artikelen 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 en 92, in werking op 21 juli 2018. Vanaf 21 juli 2018 en niettegenstaande artikel 57/1 van de wet van 16 juni 2006, is artikel 60 van dezelfde wet niet langer van toepassing op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling. § 3. In afwijking van paragraaf 1 treden de artike- len 20, § 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 en 99 in werking op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l’article 3, § 2, alinéa 1er, e), et alinéa 2, l’article 18, § 1er, a), i), j) et k), et l’article 42, 2°, de la loi du 16 juin 2006 sont abrogés à la date du 21 juillet 2018. En ce qui concerne les offres au public en cours au 21  juillet  2018, les dispositions visées à l’alinéa 1er restent toutefois d’application, excepté en ce qui concerne l’article 18, § 1er, a) et i), lequel cesse de s’appliquer à compter du 21 octobre 2018. § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l’article 18, § 2, a) et g), de la loi du 16 juin 2006 précitée est abrogé au jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge. Art. 104 §  1er. La présente loi entre en vigueur à la date d’entrée en application du Règlement 2017/1129, telle que déterminée par l’article 49, paragraphe 2 dudit règlement. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, 1° l’article 7, § 1er, les dispositions du chapitre II du titre III du livre II, les articles 26, § 4, 27, alinéa 1er, 4°, 32, § 1er, alinéa 1er, 5°, 33, 3° et 6°, 34; et 2° les articles 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75, 76, 78, 86 et 92, entrent en vigueur le 21 juillet 2018. À compter du 21  juillet  2018 et nonobstant l’ar- ticle 57/1 de la loi du 16 juin 2006, l’article 60 de la même loi ne s’applique plus aux offres publiques et aux admissions à la négociation visées à l’article 10. § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les articles 20, § 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 et 99 entrent en vigueur le dixième jour suivant la publication de la présente loi au Moniteur belge. 196 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 § 4. De artikelen 67, 68 en 69 tot 72 van de wet van 16  juni  2006 en artikel  125  van de wet van 2 augustus 2002 zijn, wat de in paragrafen 2, eerste lid, 1°, bedoelde bepalingen betreft, van toepassing van zodra zij in werking treden. Gegeven te Brussel, 3 juni 2018 FILIP VAN KONINGSWEGE : De minister van Economie en Consumenten, Kris PEETERS De minister van Financiën, Johan VAN OVERTVELDT §  4. Les articles  67, 68  et 69  à 72  de la loi du 16 juin 2006 et l’article 125 de la loi du 2 août 2002 s’appliquent en ce qui concerne les dispositions visées au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, dès l’entrée en vigueur de celles-ci. Donné à Bruxelles, le 3 juin 2018 PHILIPPE PAR LE ROI : Le ministre de l’Économie et des Consommateurs, Kris PEETERS Le ministre des Finances, Johan VAN OVERTVELDT 197 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Tableau de correspondance/concordantietabel – règlement/verordening 2017/1129 Règlement/Verordening 2017/1129 Projet de loi/Wetsontwerp Art. 3, § 2 Art. 7, § 1 Art. 11 Art. 25, §§ 1 à/tot 3 – art. 1382 Code civil/Burgerlijk wetboek Art. 20, § 9 Déjà transposé/al omgezet (art. 68 loi/wet 02/08/2002) Art. 31, § 1 Art. 29 à/tot 31 Art. 31, § 2 / Art. 31, § 3 / Art. 32 Art. 29 Art. 38 Art. 30 Art. 39 Déjà transposé/al omgezet (art. 49, § 2, al./lid 2 - 72, § 3, al./lid 1 loi/wet 02/08/2002 – principes généraux du droit administratif/algemene beginselen van het administratief recht) Art. 40 Déjà transposé/al omgezet (art. 121, § 1, 1° loi/wet 02/08/2002) Art. 41 Déjà transposé/al omgezet (art. 69bis loi/wet 02/08/2002 + règlement de la FSMA du 24 septembre 2017 précisant les règles de procédure applicables à la réception et au traitement des signalements d’infractions / Reglement van de FSMA van 24 september 2017 tot bepaling van nadere procedureregels voor het ontvangen en in behandeling nemen van meldingen van inbreuken) Art. 42 Déjà transposé/al omgezet (art. 72, § 3, al./lid 4, 5, 6, 7) Art. 43 Déjà transposé/al omgezet (art. 72, § 3, al./lid 10) 198 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Tableau de correspondance/concordantietabel – règlement/verordening 2017/1131 Règlement/verordening 2017/1131 Projet de loi/wetsontwerp Art. 40 Art. 56, 62, 63, 66, 78 199 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 COORDINATION DES ARTICLES - COORDINATIE VAN DE ARTIKELEN CODE DES IMPÔTS SUR LES REVENUS 1992 – WETBOEK INKOMSTENBELASTING 1992 Art. 21 Art. 21 Les revenus des capitaux et biens mobiliers ne comprennent pas : Les revenus des capitaux et biens mobiliers ne comprennent pas : (…) (…) 13° sans préjudice de l’application de l’article 18, alinéa 1er, 4°, et alinéa 2, les intérêts afférents à la première tranche de 15.320 EUR (montant de base 9965 EUR), par année et par contribuable, de nouveaux prêts conclus en dehors de l’activité professionnelle du prêteur, prêtés endéans une période de quatre années par une personne physique à une entreprise avec l’intervention d’une plateforme de crowdfunding reconnue afin de permettre à cette entreprise de financer des initiatives économiques nouvelles moyennant le respect des conditions suivantes : 13° sans préjudice de l’application de l’article 18, alinéa 1er, 4°, et alinéa 2, les intérêts afférents à la première tranche de 15.320 EUR (montant de base 9965 EUR), par année et par contribuable, de nouveaux prêts conclus en dehors de l’activité professionnelle du prêteur, prêtés endéans une période de quatre années par une personne physique à une entreprise avec l’intervention d’une plateforme de crowdfunding reconnue afin de permettre à cette entreprise de financer des initiatives économiques nouvelles moyennant le respect des conditions suivantes : (…) (…) f) les prêts sont octroyés aux entreprises qui débutent soit par les contribuables qui souscrivent à des instruments de placement matérialisant ces prêts, émis par ces entreprises dans le cadre d’une offre en vente ou en souscription conformément à la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, soit par un véhicule de financement visé par la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances, qui émet des instruments de placement conformément à la loi du 16 juin 2006 précitée à l’attention des contribuables ; f) les prêts sont octroyés aux entreprises qui débutent soit par les contribuables qui souscrivent à des instruments de placement matérialisant ces prêts, émis par ces entreprises dans le cadre d’une offre en vente ou en souscription conformément à la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et au règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, soit par un véhicule de financement visé par la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant des dispositions diverses en matière de finances, qui émet des instruments de placement conformément à la loi du […] 2018 et le règlement 2017/1129 précités à l’attention des contribuables ; 200 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 (…) (…) Art. 194ter Art. 194ter (…) (…) § 12. L’offre de l’attestation tax shelter par la société de production éligible ou l’intermédiaire éligible et l’intermédiation dans les conventions- cadre sont effectuées en conformité avec les dispositions de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés. § 12. L’offre de l’attestation tax shelter par la société de production éligible ou l’intermédiaire éligible et l’intermédiation dans les conventions- cadre sont effectuées en conformité avec les dispositions de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et du règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE. Art. 21 Art. 21 De inkomsten van roerende goederen en kapitalen omvatten niet: De inkomsten van roerende goederen en kapitalen omvatten niet: (…) (…) 13° onverminderd de toepassing van artikel 18, eerste lid, 4°, en tweede lid, interesten met betrekking tot de eerste schijf van 15.320 EUR (basisbedrag 9965 EUR) per jaar en per belastingplichtige van nieuwe buiten de beroepswerkzaamheid van de kredietgever afgesloten leningen die gedurende vier jaar werd uitgeleend door een natuurlijk persoon aan een onderneming met tussenkomst van een erkend crowdfundingplatform teneinde die onderneming in staat te stellen nieuwe economische initiatieven te financieren, mits de volgende voorwaarden worden nageleefd: 13° onverminderd de toepassing van artikel 18, eerste lid, 4°, en tweede lid, interesten met betrekking tot de eerste schijf van 15.320 EUR (basisbedrag 9965 EUR) per jaar en per belastingplichtige van nieuwe buiten de beroepswerkzaamheid van de kredietgever afgesloten leningen die gedurende vier jaar werd uitgeleend door een natuurlijk persoon aan een onderneming met tussenkomst van een erkend crowdfundingplatform teneinde die onderneming in staat te stellen nieuwe economische initiatieven te financieren, mits de volgende voorwaarden worden nageleefd: (…) (…) f) de leningen worden aan de startende ondernemingen verstrekt hetzij door de belastingplichtigen die op beleggingsinstrumenten inschrijven, die deze leningen materialiseren en die door deze ondernemingen worden uitgegeven in het kader f) de leningen worden aan de startende ondernemingen verstrekt hetzij door de belastingplichtigen die op beleggingsinstrumenten inschrijven, die deze leningen materialiseren en die door deze ondernemingen worden uitgegeven in het kader 201 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 van een aanbieding tot verkoop of tot inschrijving conform de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, hetzij door een financieringsvehikel als bedoeld in de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, conform voornoemde wet van 16 juni 2006, beleggingsinstrumenten uitgeeft ten behoeve van de belastingplichtigen; van een aanbieding tot verkoop of tot inschrijving conform de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, hetzij door een financieringsvehikel als bedoeld in de wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, conform voornoemde wet van […] 2018 en Verordening 2017/1129, beleggingsinstrumenten uitgeeft ten behoeve van de belastingplichtigen; (…) (…) Art. 194ter Art. 194ter (…) (…) § 12. Het aanbod van een tax shelter-attest door de in aanmerking komende productievennootschap of door de in aanmerking komende tussenpersoon en de bemiddeling in raamovereenkomsten worden uitgevoerd in overeenstemming met de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. § 12. Het aanbod van een tax shelter-attest door de in aanmerking komende productievennootschap of door de in aanmerking komende tussenpersoon en de bemiddeling in raamovereenkomsten worden uitgevoerd in overeenstemming met de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en met Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG. 202 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 LOI 2 AOÛT 2002 – WET 2 AUGUSTUS 2002 Art. 2 Art. 2 (…) (…) 42° "compte d'épargne" : un compte matérialisant la réception de dépôts d'argent par des établissements de crédit visés à l'article 68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, à l'exclusion des comptes de paiement au sens de l'article 2, 8°, de la loi du 10 décembre 2009 relative aux services de paiement ; 42° "compte d'épargne" : un compte matérialisant la réception de dépôts d'argent par des établissements de crédit visés à l'article 28, alinéa 1er, 1°, de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, à l'exclusion des comptes de paiement au sens de l'article 2, 8°, de la loi du 10 décembre 2009 relative aux services de paiement ; (…) (…) Art. 37sexies Art. 37sexies (…) (…) § 2. Dans le cas où le PRIIP est commercialisé en Belgique, l'initiateur de ce produit ou la personne qui vend ce produit notifie préalablement le document d'informations clés à la FSMA. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des règles visant à préciser sur qui repose l'obligation de notification notamment lorsque l'obligation de notifier le document d'informations clés est susceptible de reposer sur plusieurs personnes, ainsi que le délai et les modalités selon lesquelles cette notification doit être réalisée. Le Roi peut notamment prévoir un délai spécifique pour les PRIIP's dont la commercialisation en Belgique est en cours à la date à partir de laquelle le règlement 1286/2014 sera applicable. § 2. Dans le cas où le PRIIP est commercialisé en Belgique, l'initiateur de ce produit ou la personne qui vend ce produit notifie préalablement le document d'informations clés à la FSMA. Le Roi peut, sur avis de la FSMA, prévoir des règles visant à préciser sur qui repose l'obligation de notification notamment lorsque l'obligation de notifier le document d'informations clés est susceptible de reposer sur plusieurs personnes, ainsi que le délai et les modalités selon lesquelles cette notification doit être réalisée. Le Roi peut notamment prévoir un délai spécifique pour les PRIIP's dont la commercialisation en Belgique est en cours à la date à partir de laquelle le règlement 1286/2014 sera applicable. L'obligation prévue à l'alinéa 1er n'est pas applicable si la commercialisation porte sur: L'obligation prévue à l'alinéa 1er n'est pas applicable si la commercialisation porte sur: (…) (…) 2° un instrument de placement visé à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l'offre ne revêt pas un caractère public en 2° un instrument de placement visé à l’article 3 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, dont l’offre 203 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 application de l'article 3, §§ 2 à 5, de la loi précitée; a) est adressée uniquement aux investisseurs qualifiés ; b) est adressée à moins de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, en Belgique ; c) porte sur sur des instruments de placement dont la valeur nominale unitaire s’élève au moins à 100.000 euros ; d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces valeurs pour un montant total d’au moins 100.000 euros par investisseur et par offre distincte ; 3° un instrument de placement visé à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, en application de l'article 3 de la loi précitée; 3° un instrument de placement visé à l'article 3 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou existants soit par leur employeur, soit par une société liée, au sens de l'article 4, 2°, de la même loi ; 4° une valeur mobilière visée à l'article 5, § 1er, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, qui fait l'objet d'une offre publique en Belgique en application de l'article 3 de la loi précitée uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation. 4° une valeur mobilière visée à l'article 2, a) du règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, qui fait l'objet, uniquement à partir de son admission à la négociation sur un marché réglementé ou un système multilatéral de négociation, d'une offre au public en Belgique au sens de l’article 4, 2° de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés. (…) (…) Art. 86bis Art. 86bis § 1er. Dans le cadre du contrôle visé à l’article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut infliger une § 1er. Dans le cadre du contrôle visé à l’article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut infliger une 204 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 amende administrative, qui ne peut excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, 2 500 000 euros, à toute personne qui : amende administrative, qui ne peut excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, 2 500 000 euros, à toute personne qui : (…) (…) 5° ne se conforme pas à l’article 68bis de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés. 5° ne se conforme pas à l’article 28 de la loi du […] 2018 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés. (…) (…) Art. 86ter Art. 86ter § 1er. Sans préjudice du droit commun de la responsabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, au déposant ou à l'assuré, le juge annule, § 1er. Sans préjudice du droit commun de la responsabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, au déposant ou à l'assuré, le juge annule, (…) (…) 3° toute convention conclue en contravention de l'article 68bis de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé; 3° toute convention conclue en contravention de l'article 28 de la loi du […] 2018 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé; (…) (…) Art. 121 Art. 121 § 1er. Un recours auprès de la Cour des marchés est ouvert contre les décisions de la FSMA dans les cas suivants : § 1er. Un recours auprès de la Cour des marchés est ouvert contre les décisions de la FSMA dans les cas suivants : 1° contre toute décision susceptible de recours prise en application des dispositions de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et de ses arrêtés d’exécution; 1° contre toute décision susceptible de recours prise en application des dispositions de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés et de ses arrêtés d’exécution ou du règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, et des actes délégués pris en exécution de celui-ci ; 205 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 4 (…) (…) Art. 125 Art. 125 Le président du tribunal de commerce constate l’existence et ordonne la cessation d’un acte ou d’une activité, même pénalement réprimé, qui : Le président du tribunal de commerce constate l’existence et ordonne la cessation d’un acte ou d’une activité, même pénalement réprimé, qui : (…) (…) 2° constitue une infraction à la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d’investissement, à la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés ou à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition, ou aux dispositions prises en exécution de ces lois, ou méconnaît les décisions de la FSMA prises sur la base des lois précitées ; 2° constitue une infraction à la loi du 3 août 2012 relative à certaines formes de gestion collective de portefeuilles d’investissement, à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, à la loi du […] 2018 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, du règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ou à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition, ou aux dispositions prises en exécution de ces lois, ou méconnaît les décisions de la FSMA prises sur la base des lois précitées ; Art. 2 Art. 2 (…) (…) 42° "spaarrekening": een rekening waarmee gelddeposito's in ontvangst worden genomen door de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 68bis, eerste lid, 1° van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, met uitzondering van de betaalrekeningen in de zin van artikel 2, 8° van de wet van 10 december 2009 betreffende de betalingsdiensten; 42° "spaarrekening": een rekening waarmee gelddeposito's in ontvangst worden genomen door de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, 1°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek en van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, met uitzondering van de betaalrekeningen in de zin van artikel 2, 8° van de wet van 10 december 2009 betreffende de betalingsdiensten; (…) (…) Art. 37sexies Art. 37sexies 206 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 5 (…) (…) § 2. Ingeval de PRIIP wordt verhandeld in België, verstrekt de PRIIP-ontwikkelaar of de persoon die de PRIIP verkoopt, het essentiële- informatiedocument vooraf aan de FSMA. De Koning kan, op advies van de FSMA, regels vaststellen die ertoe strekken om te verduidelijken wie verplicht is om tot die verstrekking over te gaan, met name wanneer de verplichting om het essentiële- informatiedocument te verstrekken op verschillende personen kan rusten, alsook binnen welke termijn en volgens welke modaliteiten dat dient te gebeuren. De Koning kan in het bijzonder een specifieke termijn voorzien voor de PRIIP's waarvan de verhandeling in België lopende is op de datum waarop de verordening 1286/2014 van toepassing wordt. § 2. Ingeval de PRIIP wordt verhandeld in België, verstrekt de PRIIP-ontwikkelaar of de persoon die de PRIIP verkoopt, het essentiële- informatiedocument vooraf aan de FSMA. De Koning kan, op advies van de FSMA, regels vaststellen die ertoe strekken om te verduidelijken wie verplicht is om tot die verstrekking over te gaan, met name wanneer de verplichting om het essentiële- informatiedocument te verstrekken op verschillende personen kan rusten, alsook binnen welke termijn en volgens welke modaliteiten dat dient te gebeuren. De Koning kan in het bijzonder een specifieke termijn voorzien voor de PRIIP's waarvan de verhandeling in België lopende is op de datum waarop de verordening 1286/2014 van toepassing wordt. De verplichting opgenomen in het eerste lid is niet van toepassing indien de verhandeling betrekking heeft op: De verplichting opgenomen in het eerste lid is niet van toepassing indien de verhandeling betrekking heeft op: (…) (…) 2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat niet openbaar wordt aangeboden als bedoeld in artikel 3, §§ 2 tot en met 5 van de voormelde wet; 2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarvan de aanbieding a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht; b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers zijn; c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100.000 euro; d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke aanbieding effecten aankopen voor een totale tegenwaarde van ten minste 100.000 euro per belegger; 207 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 6 3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers openbaar wordt aangeboden als bedoeld in artikel 3 van voormelde wet; 3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers aan het publiek wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, 2°, van dezelfde wet; 4° een effect als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit openbaar wordt aangeboden in België in de zin van artikel 3 van voormelde wet. 4° een effect als bedoeld in artikel 2, a), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit aan het publiek wordt aangeboden in België in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. (…) (...) Art. 86bis Art. 86bis § 1. In het kader van het toezicht bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA een administratieve boete opleggen die voor hetzelfde feit of geheel van feiten niet meer mag bedragen dan 2 500 000 euro aan eenieder die: § 1. In het kader van het toezicht bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA een administratieve boete opleggen die voor hetzelfde feit of geheel van feiten niet meer mag bedragen dan 2 500 000 euro aan eenieder die: (…) (...) 5° zich niet conformeert aan artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. 5° zich niet conformeert aan artikel 28 van de wet van […] 2018 op de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. (…) (...) Art. 86ter Art. 86ter 208 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 7 § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, de deposant of de verzekerde verklaart de rechter § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, de deposant of de verzekerde verklaart de rechter (…) (...) 3° elke overeenkomst gesloten in strijd met artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt nietig; 3° elke overeenkomst gesloten in strijd met artikel 28 van de wet van […] 2018 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt nietig; (…) (...) Art. 121 Art. 121 § 1. In de volgende gevallen kan bij het Marktenhof beroep worden ingesteld tegen de beslissingen van de FSMA : § 1. In de volgende gevallen kan bij het Marktenhof beroep worden ingesteld tegen de beslissingen van de FSMA : 1° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de bepalingen van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en haar uitvoeringsbesluiten; 1° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de bepalingen van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en haar uitvoerings-besluiten, of van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen; (…) (...) Art. 125 Art. 125 De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt het bestaan vast en beveelt de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad of activiteit die: De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt het bestaan vast en beveelt de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad of activiteit die: (…) (...) 209 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 8 2° een inbreuk vormt op de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, op de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of op de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, of op de bepalingen genomen in uitvoering van die wetten, of die de beslissingen van de FSMA op grond van de voormelde wetten miskent; 2° een inbreuk vormt op de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, op de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, op de wet van [...] 2018 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt", op Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG of op de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, of op de bepalingen genomen in uitvoering van die wetten, of die de beslissingen van de FSMA op grond van de voormelde wetten miskent; 210 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 LOI DU 1ER AVRIL 2007 – WET VAN 1 APRIL 2007 Art. 3 Art. 3 (…) (…) 15° « la Directive 83/349/CEE » : la septième Directive 83/349/CEE du Conseil du 13 juin 1983 fondée sur l'article 54 paragraphe 3 point g) du traité, concernant les comptes consolidés; 15° « la Directive 83/349/CEE » : la septième Directive 83/349/CEE du Conseil du 13 juin 1983 fondée sur l'article 54 paragraphe 3 point g) du traité, concernant les comptes consolidés; 16° « la Directive 93/22/CEE » : la Directive 93/22/CEE du Conseil du 10 mai 1993 concernant les services d'investissement dans le domaine des valeurs mobilières; 16° « la Directive 93/22/CEE » : la Directive 93/22/CEE du Conseil du 10 mai 1993 concernant les services d'investissement dans le domaine des valeurs mobilières; (…) (…) 18° « la Directive 2003/6/CE » : la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 sur les opérations d'initiés et les manipulations de marché (abus de marché); 18° « le règlement 2014/596/UE » : le règlement 2014/596/UE du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil et les directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission ; 19° « la Directive 2003/71/CE » : la Directive 2003/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 novembre 2003 concernant le prospectus à publier en cas d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission de valeurs mobilières à la négociation, et modifiant la Directive 2001/34/CE; 19° « règlement 2017/1129 » : le règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ; (…) (…) 21° « la Directive 2004/39/CE » : la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil; 21° « la directive 2014/65/UE » : la directive 2014/65/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments financiers et modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE ; (…) (…) 25° « la loi du 16 juin 2006 » : la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; 25° « la loi du […] 2018 » : la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés ; 211 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 Art. 5 Art. 5 Lorsqu'une personne détient directement ou indirectement, à la suite d'une acquisition faite par elle-même, par des personnes agissant de concert avec elle ou par des personnes agissant pour le compte de ces personnes, plus de 30 % des titres avec droit de vote d'une société qui a son siège statutaire en Belgique et dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un marché réglementé ou sur un système multilatéral de négociation désigné par le Roi, elle est tenue, dans les conditions déterminées par le Roi, de lancer une offre publique d'acquisition sur la totalité des titres avec droit de vote ou donnant accès au droit de vote émis par cette société. Elle en avise la FSMA. Lorsqu'une personne détient directement ou indirectement, à la suite d'une acquisition faite par elle-même, par des personnes agissant de concert avec elle ou par des personnes agissant pour le compte de ces personnes, plus de 30 % des titres avec droit de vote d'une société qui a son siège statutaire en Belgique et dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un marché réglementé ou sur un système multilatéral de négociation désigné par le Roi, elle est tenue, dans les conditions déterminées par le Roi, de lancer une offre publique d'acquisition sur la totalité des titres avec droit de vote ou donnant accès au droit de vote émis par cette société. Elle en avise la FSMA. L’alinéa 1er est également d’application, dans les mêmes conditions, dans le cas d’une société dont une partie au moins des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un système multilatéral de négociation, ou un segment déterminé d’un tel système multilatéral de négociation, désigné par le Roi sur avis de la FSMA, étant entendu que le seuil de détention des titres visé à l’alinéa 1er est alors porté à 50%. Pour l'application de l'alinéa précédent, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pris sur avis de la FSMA, fixer un autre pourcentage ou un pourcentage supplémentaire des titres avec droit de vote, afin de tenir compte des évolutions sur les marchés financiers, et, le cas échéant, prendre des mesures transitoires. Pour l'application des alinéas précédents, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pris sur avis de la FSMA, fixer un autre pourcentage ou un pourcentage supplémentaire des titres avec droit de vote, afin de tenir compte des évolutions sur les marchés financiers, et, le cas échéant, prendre des mesures transitoires. (…) (…) Art. 6 Art. 6 (…) (…) § 3. Par dérogation au § 1er, ne revêtent pas un caractère public, les catégories d'offres suivantes : § 3. Par dérogation au § 1er, ne revêtent pas un caractère public, les catégories d'offres suivantes : 1° les offres effectuées sur le territoire belge qui concernent des titres répandus uniquement 1° les offres effectuées sur le territoire belge qui concernent des titres répandus uniquement 212 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 parmi des investisseurs qualifiés au sens de l'article 10 de la loi du 16 juin 2006; parmi des investisseurs qualifiés au sens de l'article 2, e) du règlement 2017/1129; 2° les offres adressées, à des conditions identiques, sur le territoire belge, à moins de 150 personnes physiques ou morales autres que des investisseurs qualifiés au sens de l'article 10 de la loi du 16 juin 2006; 2° les offres adressées, à des conditions identiques, sur le territoire belge, à moins de 150 personnes physiques ou morales autres que des investisseurs qualifiés au sens de l'article 2, e) du règlement 2017/1129; (…) (…) Art. 8 Art. 8 Le Roi arrête, sur avis de la FSMA, les mesures d'exécution destinées à régler les opérations visées à l'article 4, en tenant compte notamment des dispositions de la Directive 2004/25/CE. Le Roi arrête, sur avis de la FSMA, les mesures d'exécution destinées à régler les opérations visées à l'article 4, en tenant compte notamment des dispositions de la Directive 2004/25/CE. Il peut notamment, le cas échéant en opérant une distinction en fonction de la nature de l'opération et des titres faisant l'objet de l'offre : Il peut notamment, le cas échéant en opérant une distinction en fonction de la nature de l'opération et des titres faisant l'objet de l'offre : (…) (…) 8°/1 déroger aux dispositions du titre II de la présente loi en ce qui concerne les offres publiques d’acquisition portant sur des titres visés à l’article 3, § 1er, 8°, a), ii), lancées par l’émetteur desdits titres ; (…) (…) Art. 12 Art. 12 § 1er. Le prospectus est publié selon l'une au moins des modalités suivantes : § 1er. Le prospectus est publié sous forme électronique sur le site web de l’offrant et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers que l’offrant a désignés pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. 1° par insertion dans un ou plusieurs journaux à diffusion nationale ou à large diffusion en Belgique; Le prospectus est publié dans une section dédiée du site internet, facilement accessible lorsque l’on entre sur ledit site. Il peut être téléchargé et imprimé; son format électronique permet les recherches mais pas les modifications. 2° sous une forme imprimée mise gratuitement à la disposition du public auprès des intermédiaires financiers que l'offrant a désignés 213 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 4 pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix; 3° sous une forme électronique sur le site web de l'offrant et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires financiers que l'offrant a désignés pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Les offrants publiant leur prospectus conformément au 1° ou 2° doivent le publier également conformément au 3° dans la mesure où ils disposent d'un site web. § 2. Lorsque le prospectus est mis à la disposition du public sous format électronique, un exemplaire sur support papier doit néanmoins être fourni au détenteur de titres, gratuitement, et à sa demande, par l'offrant ou les intermédiaires financiers que l'offrant a désignés pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. § 2. Un exemplaire du prospectus sur un support durable est fourni au détenteur de titres, gratuitement et à sa demande, par l’offrant ou les intermédiaires financiers que l’offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix. Si un détenteur de titres demande expressément un exemplaire sur support papier, l’offrant ou les intermédiaires financiers que l’offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations et le paiement du prix fournissent une version imprimée du prospectus. Cette obligation de fourniture ne concerne que les territoires où l’offre a lieu au titre de la présente loi. (…) (…) § 4. Lorsque le prospectus est composé de plusieurs documents, les documents peuvent être publiés et diffusés séparément, pour autant qu'ils soient mis gratuitement à la disposition du public selon les modalités prévues au § 1er. Chaque document indique où les autres éléments constituant le prospectus complet peuvent être obtenus. § 4. Lorsque le prospectus est composé de plusieurs documents, les documents peuvent être publiés et diffusés séparément, pour autant qu'ils soient mis gratuitement à la disposition du public selon les modalités prévues au § 1er. Chaque document indique qu’il ne constitue qu’une partie du prospectus et où les autres éléments constituant le prospectus complet peuvent être obtenus. (…) (…) Art. 13 Art. 13 (…) (…) § 2. (…) § 2. (…) 3° qu'aucune responsabilité civile ne peut être attribuée à quiconque sur la base du seul résumé 3° qu'aucune responsabilité civile ne peut être attribuée à quiconque sur la base du seul résumé 214 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 5 ou de sa traduction, sauf contenu trompeur, inexact ou contradictoire par rapport aux autres parties du prospectus. ou de sa traduction, sauf contenu trompeur, inexact ou contradictoire par rapport aux autres parties du prospectus. Le résumé ne contient pas de renvoi à d’autres parties du prospectus et n’incorpore pas d’informations par référence. § 3. La FSMA peut accepter que des informations soient incluses dans le prospectus par référence à un ou plusieurs documents publiés antérieurement ou simultanément, aux conditions prévues à l'article 50 de la loi du 16 juin 2006. Ces documents sont mis gratuitement à la disposition du public conformément à l'article 12, § 1er. Le résumé ne peut inclure des informations par référence. § 3. La FSMA peut accepter que des informations soient incluses dans le prospectus par référence, aux conditions prévues par ou en vertu de l’article 19 du règlement 2017/1129. Art. 17 Art. 17 (…) (…) § 3. Au cas où le supplément ne peut être publié qu’après la clôture définitive de la période d’acceptation de l’offre telle que prévue originellement, celle-ci est prolongée jusque deux jours ouvrables après la publication du supplément. Art. 33 Art. 33 § 1er. Les communications à caractère promotionnel et les autres documents et avis se rapportant à une offre publique, qui sont diffusés à l'initiative de l'offrant, de la société visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendus publics qu'après avoir été approuvés par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5, ainsi que par les arrêtés pris en exécution de l'article 31, § 6. § 1er. Les communications à caractère promotionnel qui sont diffusées à l'initiative de l'offrant, de la société visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendues publiques qu'après avoir été approuvées par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5. § 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ouvrables à dater de la réception des communications à caractère promotionnel, autres documents et avis visés au § 1er. § 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ouvrables à dater de la réception des communications à caractère promotionnel visées au paragraphe 1er. § 3. Seuls l'offrant, la société visée et/ou les intermédiaires désignés par eux peuvent introduire un recours, conformément à l'article 121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de la FSMA d'approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et § 3. Seuls l'offrant, la société visée et/ou les intermédiaires désignés par eux peuvent introduire un recours, conformément à l'article 121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de la FSMA d'approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et 215 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 6 avis qu'ils lui ont soumis. La décision d’approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis n'est pas susceptible de recours. avis qu'ils lui ont soumis. La décision d’approuver les communications à caractère promotionnel, autres documents et avis n'est pas susceptible de recours. § 4. Aucune mention de l'intervention de la FSMA ou de toute autre autorité compétente d'un Etat membre de l'Espace économique européen ne peut être faite dans les communications à caractère promotionnel et dans les autres documents et avis visés au § 1er, excepté la mention de l'approbation du prospectus et/ou du mémoire en réponse. § 4. Aucune mention de l'intervention de la FSMA ou de toute autre autorité compétente d'un Etat membre de l'Espace économique européen ne peut être faite dans les communications à caractère promotionnel et dans les autres documents et avis visés au § 1er, excepté la mention de l'approbation du prospectus et/ou du mémoire en réponse. Art. 50 Art. 50 § 1er. La FSMA coopère avec les autres autorités d'un Etat membre chargées de contrôler les marchés des capitaux, en application notamment de la Directive 93/22/CEE, de la Directive 2001/34/CE, de la Directive 2003/6/CE, de la Directive 2003/71/CE, de la Directive 2004/39/CE et de la Directive 2004/109/CE. § 1er. La FSMA coopère avec les autres autorités d'un État membre chargées de contrôler les marchés des capitaux, en application notamment de la directive 2001/34/CE, du règlement 2014/596/UE, du règlement 2017/1129/UE, de la directive 2014/65/UE et de la Directive 2004/109/CE. (…) (…) Art. 3 Art. 3 (…) (…) 15° « Richtlijn 83/349/EEG » : Zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening; 15° « Richtlijn 83/349/EEG » : Zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening; 16° « Richtlijn 93/22/EEG » : Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten; 16° « Richtlijn 93/22/EEG » : Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten; (…) (…) 18° « Richtlijn 2003/6/EG » : Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik); 18° "Verordening 2014/596/EU": de Verordening 2014/596/EU van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 216 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 7 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie; 19° « Richtlijn 2003/71/EG » : Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG; 19° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG; (…) (…) 21° « Richtlijn 2004/39/EG » : Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad; 21° "Richtlijn 2014/65/EU": Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU; (…) (…) 25° « Wet van 16 juni 2006 » : Wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; 25° "wet van […] 2018": de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; (…) (…) Art. 5 Art. 5 Wanneer een persoon, ten gevolge van een eigen verwerving of een verwerving door in onderling overleg met hem handelende personen of personen die handelen voor rekening van deze personen, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 30 % van de effecten met stemrecht houdt in een vennootschap met statutaire zetel in België en waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een door de Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit, dient hij, onder de Koning gestelde voorwaarden, een openbaar overnamebod uit te brengen op het geheel van de effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht uitgegeven door Wanneer een persoon, ten gevolge van een eigen verwerving of een verwerving door in onderling overleg met hem handelende personen of personen die handelen voor rekening van deze personen, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 30 % van de effecten met stemrecht houdt in een vennootschap met statutaire zetel in België en waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een door de Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit, dient hij, onder de Koning gestelde voorwaarden, een openbaar overnamebod uit te brengen op het geheel van de effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht uitgegeven door 217 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 8 deze vennootschap en geeft hij hiervan kennis aan de FSMA. deze vennootschap en geeft hij hiervan kennis aan de FSMA. Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden, ook van toepassing in het geval van een vennootschap waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een door de Koning op advies van de FSMA aangeduide multilaterale handelsfaciliteit of een bepaald segment daarvan zijn toegelaten, met dien verstande dat het in het eerste lid bedoelde percentage van effecten dan tot 50% wordt opgetrokken. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de FSMA, voor de toepassing van het voorgaande lid, een ander of een bijkomend percentage van de effecten met stemrecht vaststellen teneinde rekening te houden met de evoluties op de financiële markten en, in voorkomend geval, overgangsmaatregelen treffen. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de FSMA, voor de toepassing van de voorgaande leden, een ander of een bijkomend percentage van de effecten met stemrecht vaststellen teneinde rekening te houden met de evoluties op de financiële markten en, in voorkomend geval, overgangsmaatregelen treffen. (…) (…) Art. 6 Art. 6 (…) (…) § 3. In afwijking van § 1 worden de onderstaande types van biedingen beschouwd als biedingen die geen openbaar karakter hebben : § 3. In afwijking van § 1 worden de onderstaande types van biedingen beschouwd als biedingen die geen openbaar karakter hebben : 1° de biedingen op het Belgisch grondgebied die effecten betreffen die uitsluitend verspreid zijn bij gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 10 van de wet van 16 juni 2006; 1° de biedingen op het Belgisch grondgebied die effecten betreffen die uitsluitend verspreid zijn bij gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129; 2° de biedingen die, tegen gelijke voorwaarden, gericht zijn op het Belgisch grondgebied tot minder dan [150] natuurlijke personen of rechtspersonen, andere dan gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 10 van de wet van 16 juni 2006; 2° de biedingen die, tegen gelijke voorwaarden, gericht zijn op het Belgisch grondgebied tot minder dan [150] natuurlijke personen of rechtspersonen, andere dan gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129; (…) (…) Art. 8 Art. 8 De Koning neemt bij besluit, na advies van de FSMA, uitvoeringsmaatregelen tot nadere regeling van de verrichtingen bedoeld in artikel De Koning neemt bij besluit, na advies van de FSMA, uitvoeringsmaatregelen tot nadere regeling van de verrichtingen bedoeld in artikel 218 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 9 4, inzonderheid rekening houdend met de bepalingen van de Richtlijn 2004/25/EG. 4, inzonderheid rekening houdend met de bepalingen van de Richtlijn 2004/25/EG. Hij kan inzonderheid, desgevallend een onderscheid makend in functie van de aard van de verrichting en de effecten waarop het bod slaat : Hij kan inzonderheid, desgevallend een onderscheid makend in functie van de aard van de verrichting en de effecten waarop het bod slaat : (…) (…) 8°/1 afwijken van de bepalingen van titel II van deze wet voor de openbare overnamebiedingen op effecten als bedoeld in artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitgevende instelling van die effecten worden uitgebracht; (…) (…) Art. 12 Art. 12 § 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op minstens één van de volgende wijzen : § 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de website van de bieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs. 1° door opneming in één of meer dagbladen die landelijk of in grote oplage worden verspreid in België; Het prospectus wordt gepubliceerd op een speciaal daarvoor bestemde afdeling van de website, die gemakkelijk toegankelijk is bij het bezoeken van de website. Het kan worden gedownload en afgedrukt, en het heeft een doorzoekbaar elektronisch formaat dat niet kan worden gewijzigd. 2° in de vorm van een drukwerk dat kosteloos beschikbaar wordt gesteld voor het publiek bij de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs; 3° in elektronische vorm op de website van de bieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs. De bieders die hun prospectus publiceren overeenkomstig de bepaling onder 1° of 2°, moeten hun prospectus ook publiceren 219 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 10 overeenkomstig de bepaling onder 3° als zij over een eigen website beschikken. § 2. Als het prospectus via publicatie in elektronische vorm beschikbaar wordt gesteld voor het publiek, wordt de effectenhouder, indien hij daarom verzoekt, door de bieder of financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, niettemin kosteloos een afschrift van het prospectus op papier verstrekt. § 2. Indien een effectenhouder daarom verzoekt, wordt hem door de bieder of de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, kosteloos een afschrift van het prospectus verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Ingeval een effectenhouder nadrukkelijk om een afschrift op papier verzoekt, verstrekken de bieder of de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling van de prijs, een gedrukte versie van het prospectus. De verstrekking van een dergelijk afschrift wordt beperkt tot de rechtsgebieden waar het bod overeenkomstig deze wet plaatsvindt. (…) (…) § 4. Wanneer het prospectus uit verschillende documenten bestaat mogen de documenten afzonderlijk worden gepubliceerd en verspreid, op voorwaarde dat al deze documenten conform de in § 1 vastgestelde nadere regels kosteloos beschikbaar worden gesteld voor het publiek. In elk document wordt aangegeven waar de andere samenstellende delen van het volledige prospectus kunnen worden verkregen. § 4. Wanneer het prospectus uit verschillende documenten bestaat mogen de documenten afzonderlijk worden gepubliceerd en verspreid, op voorwaarde dat al deze documenten conform de in § 1 vastgestelde nadere regels kosteloos beschikbaar worden gesteld voor het publiek. In elk document wordt aangegeven dat het slechts om één deel van het prospectus gaat en waar de andere samenstellende delen van het volledige prospectus kunnen worden verkregen. (…) (…) Art. 13 Art. 13 (…) (…) § 2. (…) § 2. (…) 3° niemand louter op basis van de samenvatting of de vertaling ervan, burgerrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld, behalve als de inhoud ervan misleidend, onjuist of inconsistent is wanneer zij samen met de andere delen van het prospectus wordt gelezen. 3° niemand louter op basis van de samenvatting of de vertaling ervan, burgerrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld, behalve als de inhoud ervan misleidend, onjuist of inconsistent is wanneer zij samen met de andere delen van het prospectus wordt gelezen. De samenvatting bevat geen verwijzingen naar andere delen van het prospectus of informatie door middel van verwijzing. 220 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 11 § 3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten, onder de voorwaarden die in artikel 50 van de wet van 16 juni 2006 zijn bepaald. Deze documenten worden kosteloos ter beschikking gesteld overeenkomstig artikel 12, § 1. In de samenvatting mag geen informatie worden opgenomen door middel van verwijzing. § 3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten, onder de voorwaarden die in of krachtens artikel 19 van Verordening 2017/1129 zijn bepaald. Art. 17 Art. 17 (…) (…) § 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve afsluiting van de oorspronkelijk voorziene aanvaardingsperiode van het bod kan worden gepubliceerd, wordt deze aanvaardingsperiode verlengd tot twee werkdagen na de publicatie van de aanvulling. Art. 33 Art. 33 § 1er. Les communications à caractère promotionnel et les autres documents et avis se rapportant à une offre publique, qui sont diffusés à l'initiative de l'offrant, de la société visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendus publics qu'après avoir été approuvés par la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5, ainsi que par les arrêtés pris en exécution de l'article 31, § 6. § 1. De reclame die wordt verspreid op initiatief van de bieder, de doelvennootschap of de door hen aangestelde tussenpersonen worden pas openbaar gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten waarvan sprake in de artikelen 31, §§ 1 tot 5. § 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in § 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten. § 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame. § 3. Enkel de bieder, de doelvennootschap en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering van de FSMA om de door hen voorgelegde reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld. § 3. Enkel de bieder, de doelvennootschap en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering van de FSMA om de door hen voorgelegde reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld. § 4. In de reclame en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA § 4. In de reclame en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA 221 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 12 of van enige andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus en/of de memorie van antwoord is goedgekeurd. of van enige andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus en/of de memorie van antwoord is goedgekeurd. Art. 50 Art. 50 § 1. De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten, in het bijzonder overeenkomstig Richtlijn 93/22/EEG, Richtlijn 2001/34/EG, Richtlijn 2003/6/EG, Richtlijn 2003/71/EG, Richtlijn 2004/39/EG en Richtlijn 2004/109/EG. § 1. De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten, in het bijzonder overeenkomstig Richtlijn 2001/34/EG, Verordening 2014/596/EU, Verordening 2017/1129/EU, Richtlijn 2014/65/EU en Richtlijn 2004/109/EG. (…) (…) 222 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 LOI DU 3 AOÛT 2012 – WET VAN 3 AUGUSTUS 2012 Art. 3 Art. 3 (…) (…) 2° par "organisme de placement collectif public": 2° par "organisme de placement collectif public": a) un organisme de placement collectif qui recueille ses moyens financiers, en Belgique ou à l'étranger, par la voie d'une offre publique de parts, négociables ou non; a) un organisme de placement collectif qui recueille ses moyens financiers, en Belgique ou à l'étranger, par la voie d'une offre publique de parts, négociables ou non; (…) (…) 13° par "offre publique" : 13° par "offre publique" : a) en ce qui concerne les organismes de placement collectif de droit belge ou étranger qui recueillent leurs moyens financiers en Belgique : i) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l'offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d'acheter ou de souscrire ces titres. Cette définition s’applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers ; i) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l'offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d'acheter ou de souscrire ces titres, et qui est faite par l'organisme de placement collectif, par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte. ii) l'admission aux négociations sur un MTF ou sur un marché réglementé qui est accessible au public ; Est présumée agir pour le compte de l'organisme de placement collectif ou de la personne qui est en mesure de céder les titres, toute personne qui perçoit directement ou indirectement une rémunération ou un avantage à l'occasion de l'offre. ii) l'admission aux négociations sur un MTF ou sur un marché réglementé qui est accessible au public; b) en ce qui concerne les organismes de placement collectif de droit belge, qui recueillent leurs moyens financiers à l'étranger, toute opération, réalisée à l'étranger, portant sur les 223 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 titres d'un tel organisme de placement collectif lorsque cette opération est soumise, dans le pays concerné, à une réglementation particulière visant la protection de l'épargne publique, telle que, notamment, une obligation de prospectus ou une autre obligation d'information similaire; 14° par "offrant" : celui qui effectue une offre publique ou celui qui, en ce qui concerne l'offre publique telle que visée à l'article 3, 13°, a), ii), introduit une demande d'admission aux négociations; 14° par "offrant" : celui qui effectue une offre publique ou celui qui, en ce qui concerne l'offre publique telle que visée à l'article l'article 3, 13°, ii) introduit une demande d'admission aux négociations; 15° par "intermédiation" : toute intervention, même à titre d'activité temporaire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l'égard d'investisseurs dans le placement d'une offre publique de titres d'organismes de placement collectif, visée à l'article 3, 13°, a), i), pour le compte de l'offrant ou de l'organisme de placement collectif, contre rémunération ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé directement ou indirectement par l'offrant ou par l'organisme de placement collectif; 15° par "intermédiation" : toute intervention, même à titre d'activité temporaire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l'égard d'investisseurs dans le placement d'une offre publique de titres d'organismes de placement collectif, visée à l'article 3, 13°, i), pour le compte de l'offrant ou de l'organisme de placement collectif, contre rémunération ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé directement ou indirectement par l'offrant ou par l'organisme de placement collectif; (…) (…) 30° par "commercialisation de titres d'organismes de placement collectif" : l'offre publique au sens de l'article 3, 13°, a), i), pour compte d'un organisme de placement collectif, en ce compris la réception et la transmission d'ordres portant sur les titres dudit organisme de placement collectif. Est présumée agir pour compte de l'organisme de placement collectif, toute personne qui perçoit, directement ou indirectement de l'organisme de placement collectif, une rémunération ou un avantage à l'occasion de l'offre publique ou de la réception et la transmission d'ordres portant sur les titres dudit organisme de placement collectif; 30° par « commercialisation de titres d’organismes de placement collectif » : l’offre publique au sens de l’article 3, 13°, i) ; (…) (…) 44° par "loi du 22 juillet 1953" : la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des Réviseurs d'Entreprises et organisant la supervision publique de la profession de réviseur d'entreprises; 44° par « loi du 7 décembre 2016 » : la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises ; 224 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 (…) (…) 53° par "loi du 16 juin 2006" : la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; 53° « loi du […] 2018 » : la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés ; (…) (…) 63° « règlement 2015/2365 » : le règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n°648/2012 ; 64° « règlement 2017/1129 » : le règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ; 65° « règlement 2017/1131 » : le règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires ; (…) (…) Art. 5 Art. 5 § 1er. Pour l'application de l'article 3, 13°, a), i), les offres suivantes de parts d'organismes de placement collectif ne revêtent pas un caractère public : § 1er. Pour l'application de l'article 3, 13°, i), les offres suivantes de parts d'organismes de placement collectif ne revêtent pas un caractère public : (…) (…) Lorsqu'il y a revente de parts qui ont fait précédemment l'objet d'une ou de plusieurs des offres visées à l'alinéa 1er, la définition visée à l'article 3, 13°, a), i), et les critères visés à l'alinéa 1er du présent paragraphe s'appliquent afin de déterminer si cette revente est une offre publique. Lorsqu'il y a revente de parts qui ont fait précédemment l'objet d'une ou de plusieurs des offres visées à l'alinéa 1er, la définition visée à l'article 3, 13°, i), et les critères visés à l'alinéa 1er du présent paragraphe s'appliquent afin de déterminer si cette revente est une offre publique. § 2. Pour l'application de l'article 3, 13°, a), ii), le Roi peut définir la notion de public. § 2. Pour l'application de l'article 3, 13°, ii), le Roi peut définir la notion de public. 225 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 4 § 3. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par "investisseurs professionnels" : § 3. Pour l’application de la présente loi, il y a lieu d’entendre par « investisseurs professionnels » : les investisseurs qualifiés au sens de l’article 2, e) du règlement 2017/1129. 1° les clients professionnels visés à l'annexe A de l'arrêté royal du 3 juin 2007 portant les règles et modalités visant à transposer la Directive concernant les marchés d'instruments financiers; 2° les contreparties éligibles au sens de l'article 3, § 1er de l'arrêté royal du 3 juin 2007 susmentionné. Les entreprises d'investissement et les établissements de crédit communiquent leur classification des clients professionnels et des contreparties éligibles aux organismes de placement collectif qui en font la demande sans préjudice de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. Les entreprises d'investissement et les établissements de crédit communiquent leur classification des investisseurs professionnels aux organismes de placement collectif qui en font la demande sans préjudice de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. (…) (…) Art. 70 Art. 70 Les décisions visées à l'article 68 sont portées à la connaissance des personnes qui ont donné l'avis prévu aux articles 65, § 1er, et 66. S'il s'agit d'une offre visée à l'article 3, 13°, a), ii), ces décisions sont également portées à la connaissance des entreprises de marché concernées. Les décisions visées à l'article 68 sont portées à la connaissance des personnes qui ont donné l'avis prévu aux articles 65, § 1er, et 66. S'il s'agit d'une offre visée à l'article 3, 13°, ii), ces décisions sont également portées à la connaissance des entreprises de marché concernées. (…) (…) Art. 71 Art. 71 Seuls les personnes ou établissements suivants peuvent pratiquer l'intermédiation dans le cadre d'offres publiques de parts d'organismes de placement collectif, visées à l'article 3, 13°, a), i), effectuées en Belgique : Seuls les personnes ou établissements suivants peuvent pratiquer l'intermédiation dans le cadre d'offres publiques de parts d'organismes de placement collectif, visées à l'article 3, 13°, i), effectuées en Belgique : (…) (…) Art. 96 Art. 96 § 1er. Les organismes de placement collectif sont soumis au contrôle de la FSMA. § 1er. Les organismes de placement collectif sont soumis au contrôle de la FSMA. 226 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 5 Le présent chapitre s’applique également en ce qui concerne les dispositions du règlement 2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE. (…) (…) § 4. Les dispositions des articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de l'exercice des compétences attribuées à la FSMA par et en vertu du présent livre. § 4. Les dispositions des articles 79 à 86 de la loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de l'exercice des compétences attribuées à la FSMA par et en vertu du présent livre. (…) (…) Art. 101 Art. 101 § 1er. Les organismes de placement collectif sont tenus de désigner un commissaire qui exerce les fonctions de commissaire prévues par le Code des sociétés. § 1er. Les organismes de placement collectif sont tenus de désigner un commissaire qui exerce les fonctions de commissaire prévues par le Code des sociétés. (…) (…) Par dérogation à l'article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953, l'article 458 du Code pénal n'est pas d'application en cas de transmission d'information entre (a) le commissaire d'un organisme de placement collectif et le commissaire de l'entité à laquelle celui-ci a confié l'exécution de fonctions de gestion en application de l'article 42, § 1er et (b) le commissaire d'un organisme de placement collectif et le commissaire de la société de gestion d'organismes de placement collectif que celui-ci a désignée en application de l'article 35 ou de l'article 44. Par dérogation à l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016, l'article 458 du Code pénal n'est pas d'application en cas de transmission d'information entre (a) le commissaire d'un organisme de placement collectif et le commissaire de l'entité à laquelle celui-ci a confié l'exécution de fonctions de gestion en application de l'article 42, § 1er et (b) le commissaire d'un organisme de placement collectif et le commissaire de la société de gestion d'organismes de placement collectif que celui-ci a désignée en application de l'article 35 ou de l'article 44. (…) (…) Art. 102 Art. 102 Les sociétés de réviseurs agréées exercent les fonctions de commissaire prévues à l'article 101 par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles désignent et conformément à l'article 6 de la loi du 22 juillet 1953. Les dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution et qui sont relatives à la désignation, aux fonctions, aux obligations et aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux Les sociétés de réviseurs agréées exercent les fonctions de commissaire prévues à l'article 101 par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles désignent et conformément à l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016. Les dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution et qui sont relatives à la désignation, aux fonctions, aux obligations et aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux 227 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 6 sanctions, autres que pénales, qui sont applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui les représentent. sanctions, autres que pénales, qui sont applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui les représentent. (…) (…) Art. 107 Art. 107 (…) (…) § 3. Lorsqu'ils se conforment aux exigences énoncées dans le présent article et dans les dispositions prises pour son exécution, ni le commissaire du master ni celui du feeder ne sont considérés comme enfreignant une quelconque règle restreignant la divulgation d'informations ou en rapport avec la protection des données, telles que l'article 458 du Code pénal, l'article 79 de la loi du 22 juillet 1953 ou la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, ou encore une quelconque disposition restreignant la divulgation d'informations ou en rapport avec la protection des données, que cette disposition soit prévue par un contrat ou par une loi. Le fait de se conformer auxdites exigences n'entraîne, pour le commissaire ou pour quiconque agit pour son compte, aucune responsabilité d'aucune sorte. § 3. Lorsqu'ils se conforment aux exigences énoncées dans le présent article et dans les dispositions prises pour son exécution, ni le commissaire du master ni celui du feeder ne sont considérés comme enfreignant une quelconque règle restreignant la divulgation d'informations ou en rapport avec la protection des données, telles que l'article 458 du Code pénal, l’article 86 de la loi du 7 décembre 2016 ou la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, ou encore une quelconque disposition restreignant la divulgation d'informations ou en rapport avec la protection des données, que cette disposition soit prévue par un contrat ou par une loi. Le fait de se conformer auxdites exigences n'entraîne, pour le commissaire ou pour quiconque agit pour son compte, aucune responsabilité d'aucune sorte. Art. 110 Art. 110 (…) (…) Les décisions visées à l'alinéa 2 sont notifiées aux personnes visées à l'alinéa 1er, et, s'il s'agit d'une offre au sens de l'article 3, 13°, a), ii), aux entreprises de marché concernées. Les décisions visées à l'alinéa 2 sont notifiées aux personnes visées à l'alinéa 1er, et, s'il s'agit d'une offre au sens de l'article 3, 13°, ii), aux entreprises de marché concernées. (…) (…) Art. 111 Art. 111 (…) (…) § 8. Sans préjudice des mesures définies par d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont applicables lorsque la FSMA constate qu'un organisme de placement collectif, ou un compartiment d'un organisme de placement collectif, qui relève de l'application de la loi du 16 § 8. Sans préjudice des mesures définies par d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont applicables lorsque la FSMA constate qu'un organisme de placement collectif, ou un compartiment d'un organisme de placement collectif, qui relève de l'application du règlement 228 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 7 juin 2006, ne fonctionne pas en conformité avec la loi du 16 juin 2006. 2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions. Art. 116 Art. 116 La FSMA peut prendre les mesures visées aux articles 111 et 115 en cas de non-respect des obligations et interdictions qui découlent du règlement 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 et des dispositions prises sur la base ou en exécution de celui-ci. Le présent chapitre est d’application en cas de non-respect des dispositions du règlement 2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE. Art. 236 Art. 236 § 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif sont soumises au contrôle de la FSMA. § 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif sont soumises au contrôle de la FSMA. Le présent chapitre s’applique également en ce qui concerne les dispositions du règlement 2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE. (…) (…) § 4. Les dispositions des articles 79 à 85 de la loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de l'exercice des compétences attribuées à la FSMA par et en vertu du présent livre. § 4. Les dispositions des articles 79 à 86 de la loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de l'exercice des compétences attribuées à la FSMA par et en vertu du présent livre. (…) (…) Art. 242 Art. 242 (…) (…) § 2. Par dérogation à l'article 79, § 1er, de la loi du 22 juillet 1953, l'article 458 du Code pénal n'est pas d'application en cas de transmission d'information entre le commissaire de la société de gestion d'organismes de placement collectif et le commissaire de l'entité à laquelle la société de gestion d'organismes de placement collectif a confié l'exécution de fonctions de gestion en application de l'article 202. § 2. Par dérogation à l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016, l'article 458 du Code pénal n'est pas d'application en cas de transmission d'information entre le commissaire de la société de gestion d'organismes de placement collectif et le commissaire de l'entité à laquelle la société de gestion d'organismes de placement collectif a confié l'exécution de fonctions de gestion en application de l'article 202. 229 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 8 Art. 243 Art. 243 Les sociétés de réviseurs agréées exercent les fonctions de commissaire prévues à l'article 242 par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles désignent et conformément à l'article 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953. Les dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution et qui sont relatives à la désignation, aux fonctions, aux obligations et aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux sanctions, autres que pénales, qui sont applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui les représentent. Les sociétés de réviseurs agréées exercent les fonctions de commissaire prévues à l'article 242 par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles désignent et conformément à l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016. Les dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution et qui sont relatives à la désignation, aux fonctions, aux obligations et aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux sanctions, autres que pénales, qui sont applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui les représentent. (…) (…) Art. 255/1 Art. 255/1 La FSMA peut prendre les mesures visées aux articles 250 et 255 en cas de non-respect des obligations et interdictions qui découlent du règlement 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 et des dispositions prises sur la base ou en exécution de celui-ci. Le présent titre est d’application en cas de non- respect des dispositions du règlement 2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2009/65/CE. Art. 260 Art. 260 § 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif visées au présent chapitre qui demandent de gérer un organisme de placement collectif établi en Belgique fournissent les documents suivants à la FSMA : § 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif visées au présent chapitre qui demandent de gérer un organisme de placement collectif établi en Belgique fournissent les documents suivants à la FSMA : 1° l’accord écrit conclu avec le dépositaire, conformément à l’article 50, § 1er, alinéas 2 et 3 ; (…) (…) Art. 271/2 Art. 271/2 Pour l'application de l'article 3, 13°, a), i), l'article 5 est applicable. Pour l'application de l'article 3, 13°, i), l'article 5 est applicable. Art. 3 Art. 3 230 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 9 (…) (…) 2° "openbare instelling voor collectieve belegging": 2° "openbare instelling voor collectieve belegging": a) een instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland aantrekt via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming; a) een instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland aantrekt via een openbaar aanbod van al dan niet verhandelbare rechten van deelneming; (…) (…) 13° "openbaar aanbod": 13° "openbaar aanbod": a) wat de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch of buitenlands recht betreft die hun financiële middelen in België aantrekken : i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen; i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten, en die wordt verricht door de instelling voor collectieve belegging, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening. ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is; Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van het aanbod, wordt geacht te handelen voor rekening van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen. ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is; b) wat de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht betreft die hun financiële middelen in het buitenland aantrekken, elke in het buitenland uitgevoerde verrichting op de 231 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 10 effecten van een dergelijke instelling voor collectieve belegging, wanneer die verrichting in het betrokken land aan een bijzondere regeling ter bescherming van het openbaar spaarwezen onderworpen is, zoals inzonderheid een prospectusverplichting of een andere gelijkaardige informatieverplichting; 14° "bieder" : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het openbaar aanbod betreft als bedoeld in artikel 3, 13°, a), ii), een aanvraag indient om toelating tot de verhandeling; 14° "bieder" : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het openbaar aanbod betreft als bedoeld in artikel 3, 13°, ii), een aanvraag indient om toelating tot de verhandeling; 15° "bemiddeling" : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 13°, a), i), bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging; 15° "bemiddeling" : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 13°, i), bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging; (…) (…) 30° "verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging" : het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, a), i), voor rekening van een instelling voor collectieve belegging, waaronder het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks van de instelling voor collectieve belegging een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van een openbaar aanbod of het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging; 30° "verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging": het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 13°, i); (…) (…) 44° "wet van 22 juli 1953" : de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor; 44° "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren; 232 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 11 (…) (…) 53° "wet van 16 juni 2006" : de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; 53° "wet van […] 2018: de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; 63° "Verordening 2015/2365": de Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparentie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; 64° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG; 65° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen; (…) (…) Art. 5 Art. 5 § 1. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), i), hebben de volgende aanbiedingen van [rechten van deelneming] van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter : § 1. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, i), hebben de volgende aanbiedingen van [rechten van deelneming] van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter : (…) (…) Bij doorverkoop van rechten van deelneming die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in artikel 3, 13°, a), i), vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is. Bij doorverkoop van rechten van deelneming die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in artikel 3, 13°, i), vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is. 233 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 12 § 2. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), ii), kan de Koning het begrip "publiek" definiëren. § 2. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, ii), kan de Koning het begrip "publiek" definiëren. § 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder "professionele beleggers" verstaan : § 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder "professionele beleggers" verstaan: de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129. 1° de professionele cliënten als bedoeld in bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten; 2° de in aanmerking komende tegenpartijen in de zin van artikel 3, § 1, van voornoemd koninklijk besluit van 3 juni 2007. De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen delen hun classificatie van de professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen mee aan de instellingen voor collectieve belegging die daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen delen hun classificatie van de professionele beleggers mee aan de instellingen voor collectieve belegging die daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. (...) (…) Art. 70 Art. 70 De in artikel 68 bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de personen die de in de artikelen 65, § 1, en 66 bedoelde kennisgeving hebben verricht. In geval van een in artikel 3, 13°, a), ii), bedoeld aanbod, worden deze beslissingen ook ter kennis gebracht van de betrokken marktondernemingen. De in artikel 68 bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de personen die de in de artikelen 65, § 1, en 66 bedoelde kennisgeving hebben verricht. In geval van een in artikel 3, 13°, ii), bedoeld aanbod, worden deze beslissingen ook ter kennis gebracht van de betrokken marktondernemingen. (…) (…) Art. 71 Art. 71 Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten in het kader van openbare aanbiedingen van rechten van deelneming van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 13°, a), i), die in België worden uitgebracht : Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten in het kader van openbare aanbiedingen van rechten van deelneming van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 13°, i), die in België worden uitgebracht : 234 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 13 (…) (…) Art. 96 Art. 96 § 1. De instellingen voor collectieve belegging zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA. § 1. De instellingen voor collectieve belegging zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA. Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365 en Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG. (…) (…) § 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 85bis, van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing in het kader van de uitoefening van de door en krachtens dit boek aan de FSMA toegekende bevoegdheden. § 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86, van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing in het kader van de uitoefening van de door en krachtens dit boek aan de FSMA toegekende bevoegdheden. (…) (…) Art. 101 Art. 101 § 1. De instellingen voor collectieve belegging moeten een commissaris aanstellen die de opdracht van commissaris uitoefent zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen. § 1. De instellingen voor collectieve belegging moeten een commissaris aanstellen die de opdracht van commissaris uitoefent zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen. (…) (…) In afwijking van artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen (a) de commissaris van een instelling voor collectieve belegging en de commissaris van de entiteit waaraan die instelling voor collectieve belegging de uitvoering van beheertaken met toepassing van artikel 42, § 1 heeft toevertrouwd, en (b) de commissaris van een instelling voor collectieve belegging en de commissaris van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die de instelling voor collectieve belegging met toepassing van artikel 35 of artikel 44 heeft aangesteld. In afwijking van artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen (a) de commissaris van een instelling voor collectieve belegging en de commissaris van de entiteit waaraan die instelling voor collectieve belegging de uitvoering van beheertaken met toepassing van artikel 42, § 1 heeft toevertrouwd, en (b) de commissaris van een instelling voor collectieve belegging en de commissaris van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die de instelling voor collectieve belegging met toepassing van artikel 35 of artikel 44 heeft aangesteld. (…) (…) 235 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 14 Art. 102 Art. 102 Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 22 juli 1953, doen de erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 101, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen, alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen. Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7 december 2016, doen de erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 101, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen, alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen. (…) (…) Art. 107 Art. 107 (…) (…) § 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de commissaris van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek, artikel 79 van de Wet van 22 juli 1953 of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming en die voortvloeit uit een contract of uit een wet. Een dergelijke commissaris of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld. § 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de commissaris van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek, artikel 86 van de wet van 7 december 2006 of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming en die voortvloeit uit een contract of uit een wet. Een dergelijke commissaris of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld. Art. 110 Art. 110 (…) (…) De in het tweede lid bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de in het eerste lid bedoelde personen en, in het geval van een De in het tweede lid bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de in het eerste lid bedoelde personen en, in het geval van een 236 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 15 aanbod in de zin van artikel 3, 13°, a), ii), van de betrokken marktondernemingen. aanbod in de zin van artikel 3, 13°, ii), van de betrokken marktondernemingen. (…) (…) Art. 111 Art. 111 (…) (…) § 8. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een instelling voor collectieve belegging, die ressorteren onder de toepassing van de wet van 16 juni 2006, niet werkt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 juni 2006. § 8. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een instelling voor collectieve belegging, die ressorteren onder de toepassing van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen. Art. 116 Art. 116 Bij niet-naleving van de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 en de op grond of ter uitvoering ervan genomen bepalingen, kan de FSMA de maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 111 en 115. Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG. Art. 236 Art. 236 § 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA. § 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA. Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG. (…) (…) § 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 85 van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing § 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86 van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing 237 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 16 in het kader van de uitoefening van de door en krachtens dit boek aan de FSMA toegekende bevoegdheden. in het kader van de uitoefening van de door en krachtens dit boek aan de FSMA toegekende bevoegdheden. (…) (…) Art. 242 Art. 242 (…) (…) § 2. In afwijking van artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen de commissaris van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de commissaris van de entiteit waaraan die beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met toepassing van artikel 202, de uitvoering van beheertaken heeft toevertrouwd. § 2. In afwijking van artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen de commissaris van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de commissaris van de entiteit waaraan die beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met toepassing van artikel 202, de uitvoering van beheertaken heeft toevertrouwd. Art. 243 Art. 243 Overeenkomstig artikel 33, § 2, van de wet van 22 juli 1953, doen erkende revisoren- vennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 242, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen. Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7 december 2016, doen erkende revisoren- vennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 242, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen. (…) (…) Art. 255/1 Art. 255/1 Bij niet-naleving van de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 en de op grond of ter uitvoering ervan genomen bepalingen, kan de FSMA de Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG. 238 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 17 maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 250 en 255. Art. 260 Art. 260 § 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk die een aanvraag indienen om een in België gevestigde instelling voor collectieve belegging te beheren, maken de volgende documenten over aan de FSMA : § 1. De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in dit hoofdstuk die een aanvraag indienen om een in België gevestigde instelling voor collectieve belegging te beheren, maken de volgende documenten over aan de FSMA : 1° de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder conform artikel 50, § 1, tweede en derde lid; (…) (…) Art. 271/2 Art. 271/2 Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), i), is artikel 5 van toepassing. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, i), is artikel 5 van toepassing. 239 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 LOI DU 19 AVRIL 2014 – WET VAN 19 APRIL 2014 Art. 3 Art. 3 (…) (…) 27° "offre publique" : 27° "offre publique" : a) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l’offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d’acheter ou de souscrire ces titres, et qui est faite par l’OPCA, par la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour leur compte. a) toute communication adressée, sous quelque forme et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présentant une information suffisante sur les conditions de l’offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur en mesure de décider d’acheter ou de souscrire ces titres; cette définition s’applique également au placement de titres par des intermédiaires financiers. Est présumée agir pour le compte de l’organisme de placement collectif ou de la personne qui est en mesure de céder les titres, toute personne qui perçoit directement ou indirectement une rémunération ou un avantage à l’occasion de l’offre. Est présumée agir pour le compte de l’organisme de placement collectif ou de la personne qui est en mesure de céder les titres, toute personne qui perçoit directement ou indirectement une rémunération ou un avantage à l’occasion de l’offre. (…) (…) 30° "investisseurs professionnels" : 30° « investisseurs professionnels » : les investisseurs qualifiés au sens de l’article 2, e), du règlement 2017/1129 ; 1° les clients professionnels visés à l'annexe A de l'arrêté royal du 3 juin 2007 ; 2° les contreparties éligibles au sens de l'article 3, § 1er de l'arrêté royal du 3 juin 2007. Les entreprises d'investissement et les établissements de crédit communiquent leur classification des clients professionnels et des contreparties éligibles aux OPCA qui en font la demande sans préjudice de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. Les entreprises d'investissement et les établissements de crédit communiquent leur classification des investisseurs professionnels aux OPCA qui en font la demande sans préjudice de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. (…) (…) 72° "loi du 22 juillet 1953" : la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des Réviseurs d'Entreprises et organisant la supervision 72° « loi du 7 décembre 2016 » : la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises ; 240 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 publique de la profession de réviseur d'entreprises; 73° "wet van 9 juli 1975": de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; 73° « loi du 13 mars 2016 » : la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de réassurance ; (…) (…) 80° "loi du 16 juin 2006" : la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; 80° « loi du […] 2018 » : la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés ; (…) (…) 104° "Règlement 346/2013" : le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 ; 104° "Règlement 2015/2365" : le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 ; 105° « règlement 2015/760 » : le règlement (UE) 2015/760 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 relatif aux fonds européens d'investissement à long terme ; 106° « règlement 2017/1129 » : le règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ; 107° « règlement 2017/1131 » : le règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires. (…) (…) Art. 11 Art. 11 (…) (…) § 2. Les OPCA ne peuvent avoir d'autres activités que l'exercice pour leur propre compte des fonctions visées à l'article 3, 41°. § 2. Les OPCA ne peuvent avoir d'autres activités que l'exercice pour leur propre compte des fonctions visées à l'article 3, 41°. 241 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 Une société de gestion d'OPCA ne peut avoir d'autres activités que celles visées à l'article 3, 41° et, pour autant qu'elle dispose de l'agrément exigé par la loi, à l'article 3, 43°. Une société de gestion d'OPCA ne peut avoir d'autres activités que celles visées à l'article 3, 41° et, pour autant qu'elle dispose de l'agrément exigé par la loi, à l’article 3, 22° de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances. (…) (…) Art. 70 Art. 70 Lorsque l’OPCA est tenu de publier un prospectus conformément à la Directive 2003/71/CE ou au droit national, seules les informations visées à l’article 68 qui s’ajoutent à celles contenues dans le prospectus doivent être communiquées séparément ou en tant qu’informations supplémentaires au prospectus. Lorsque l’OPCA est tenu de publier un prospectus ou un autre document d’information conformément au règlement 2017/1129 ou au droit national, seules les informations visées à l’article 68 qui s’ajoutent à celles contenues dans le prospectus ou dans le document d’information doivent être communiquées séparément ou en tant qu’informations supplémentaires au prospectus ou au document d’information. Art. 117 Art. 117 (…) (…) Toutefois, les gestionnaires visés à l'alinéa 1er ne peuvent en aucun cas fournir en Belgique les services visés à l'article 11, § 2, alinéa 3 autrement que conformément aux dispositions de la loi du 6 avril 1995. Toutefois, les gestionnaires visés à l'alinéa 1er ne peuvent en aucun cas fournir en Belgique les services visés à l'article 11, § 2, alinéa 3 autrement que conformément aux dispositions de la loi du 25 octobre 2016. Art. 208 Art. 208 (…) (…) § 8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'organe légal d'administration en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société d’investissement prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration, les mesures nécessaires pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du 242 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 4 règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution. Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, l'organe légal d'administration de la société d’investissement doit contrôler au moins une fois par an si la société se conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du règlement 231/2013, et de l'alinéa 1er du présent paragraphe, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution, et il prend connaissance des mesures adéquates prises. Les personnes chargées de la direction effective font rapport au moins une fois par an à l'organe légal d'administration, à la FSMA et au commissaire agréé sur le respect des dispositions de l'alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures adéquates prises. Ces informations sont transmises à la FSMA et au commissaire agréé selon les modalités que la FSMA détermine. Art. 222 Art. 222 (…) (…) En cas d’offre publique de titres d’un OPCA, autre que celle visée à l’alinéa 1er, un prospectus est rendu public dans les cas et selon les modalités prescrites par la loi du 16 juin 2006. En cas d’offre publique de titres d’un OPCA, autre que celle visée à l’alinéa 1er, un prospectus ou une note d’information sont rendus publics dans les cas et selon les modalités prescrites par, selon le cas, le règlement 2017/1129 ou la loi du […] 2018. Art. 226 Art. 226 Est interdite toute communication effectuée sur le territoire belge, à l’attention de plus de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs professionnels, tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de renseignements ou de conseils relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de parts créés ou non encore créés qui font ou feront l’objet d’une offre en vente ou en souscription, lorsque cette communication Est interdite toute communication effectuée sur le territoire belge, à l’attention de plus de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs professionnels, tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de renseignements ou de conseils relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de parts créés ou non encore créés qui font ou feront l’objet d’une offre en vente ou en souscription, lorsque cette communication 243 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 5 émane d’un OPCA, d’une personne qui est en mesure de céder les titres concernés ou est effectuée pour leur compte, sauf si : émane d’un OPCA, d’une personne qui est en mesure de céder les titres concernés ou est effectuée pour leur compte, sauf si : (…) (…) 2° un prospectus d’offre publique et les informations clés pour l’investisseur ont été dûment approuvés par la FSMA. 2° un prospectus d’offre publique et les informations clés pour l’investisseur ont été dûment approuvés par la FSMA, ou une note d’information a été publiée. (…) (…) Art. 261 Art. 261 Est interdite toute communication effectuée sur le territoire belge, à l’attention de plus de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs professionnels, tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de renseignements ou de conseils relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de parts créés ou non encore créés qui font ou feront l’objet d’une offre en vente ou en souscription, lorsque cette communication émane d’un OPCA, d’une personne qui est en mesure de céder les titres concernés ou est effectuée pour leur compte, sauf si : Est interdite toute communication effectuée sur le territoire belge, à l’attention de plus de 150 personnes physiques ou morales, autres que des investisseurs professionnels, tendant à offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des demandes de renseignements ou de conseils relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de parts créés ou non encore créés qui font ou feront l’objet d’une offre en vente ou en souscription, lorsque cette communication émane d’un OPCA, d’une personne qui est en mesure de céder les titres concernés ou est effectuée pour leur compte, sauf si : (…) (…) 2° la FSMA a inscrit l'OPCA ou le compartiment conformément à l'article 259 et, le cas échéant, un prospectus d’offre publique et un document d'informations clés pour l'investisseur ont été dûment approuvés par la FSMA. 2° la FSMA a inscrit l'OPCA ou le compartiment conformément à l'article 259 et, le cas échéant, un prospectus d’offre publique et un document d'informations clés pour l'investisseur ont été dûment approuvés par la FSMA, ou une note d’information a été publiée. (…) (…) Art. 319 Art. 319 (…) (…) § 7. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'organe légal d'administration en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société de gestion, le cas échéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration, § 7. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l'organe légal d'administration en ce qui concerne la détermination de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société de gestion, le cas échéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l'organe légal d'administration, 244 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 6 les mesures nécessaires pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1, des paragraphes 2 à 5 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du règlement 231/2013. les mesures nécessaires pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1, des paragraphes 2 à 5 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution. Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, l'organe légal d'administration de la société de gestion doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, si la société se conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1, des paragraphes 2 à 5 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du règlement 231/2013 et de l'alinéa 1er du présent paragraphe, et il prend connaissance des mesures adéquates prises. Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, l'organe légal d'administration de la société de gestion doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant par l'intermédiaire du comité d'audit, si la société se conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1, des paragraphes 2 à 5 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du règlement 231/2013 et de l'alinéa 1er du présent paragraphe, ainsi que des dispositions prises pour leur exécution, et il prend connaissance des mesures adéquates prises. (…) (…) Art. 336 Art. 336 Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente partie s'applique en ce qui concerne les dispositions des parties I, II, du livre I de la partie III, et des parties IV, VIII et IX. Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente partie s'applique en ce qui concerne : 1° les dispositions des parties I, II, du livre I de la partie III, et des parties IV, VIII et IX ; 2° les dispositions du règlement 345/2013, du règlement 346/2013, du règlement 2015/760, du règlement 2015/2365, du règlement 2017/1131, ainsi que des règlements et normes techniques de règlementation adoptés par la Commission en exécution de la directive 2011/61/UE. Art. 338 Art. 338 (…) (…) § 5. Les dispositions des articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de l'exercice des compétences attribuées à la FSMA par et en vertu de la présente loi. § 5. Les dispositions des articles 79 à 86 de la loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de l'exercice des compétences attribuées à la FSMA par et en vertu de la présente loi. 245 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 7 (…) (…) Art. 345 Art. 345 § 1er. Pour l’application du présent article: § 1er. Pour l’application du présent article: (…) (…) 2° il faut entendre par “compagnie financière” un établissement financier dont les entreprises filiales sont exclusivement ou principalement un ou plusieurs établissements de crédit, entreprises d’investissement, sociétés de gestion d’organismes de placement collectif, gestionnaires d'OPCA ou établissements financiers, l’une au moins de ces filiales étant un établissement de crédit, une entreprise d’investissement, une société de gestion d’organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE ou un gestionnaire d'OPCA, et qui n’est pas une compagnie financière mixte au sens de l’article 3, 39° de la loi du 25 avril 2014, de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016, de l’article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de l’article 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l'article 241 de la loi du 3 août 2012; 2° il faut entendre par “compagnie financière” un établissement financier dont les entreprises filiales sont exclusivement ou principalement un ou plusieurs établissements de crédit, entreprises d’investissement, sociétés de gestion d’organismes de placement collectif, gestionnaires d'OPCA ou établissements financiers, l’une au moins de ces filiales étant un établissement de crédit, une entreprise d’investissement, une société de gestion d’organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE ou un gestionnaire d'OPCA, et qui n’est pas une compagnie financière mixte au sens de l’article 3, 39° de la loi du 25 avril 2014, de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016, de l'article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016, ou de l'article 241 de la loi du 3 août 2012; (…) (…) Les groupes d’entreprises comprenant un établissement de crédit, une entreprise d’investissement, une société de gestion d'organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE, une entreprise d’assurances ou une entreprise de réassurance sont soumis, pour ce qui est de la surveillance du groupe, aux dispositions des sections Ière, II et IV du livre II, titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, aux dispositions de la sous-section Ire de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article 59 de la loi du 25 octobre 2016, de l'article 241 de la loi du 3 août 2012, du chapitre VIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi du 16 février 2009. Les groupes d’entreprises comprenant un établissement de crédit, une entreprise d’investissement, une société de gestion d'organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE, une entreprise d’assurances ou une entreprise de réassurance sont soumis, pour ce qui est de la surveillance du groupe, aux dispositions des sections Ière, II et IV du livre II, titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, aux dispositions de la sous-section Ire de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article 59 de la loi du 25 octobre 2016, de l'article 241 de la loi du 3 août 2012, ou du Titre V, Chapitre II de la loi du 13 mars 2016. (…) (…) § 5. Les entreprises qui contrôlent, exclusivement ou conjointement avec d’autres, un gestionnaire d’OPCA, ainsi que les filiales de § 5. Les entreprises qui contrôlent, exclusivement ou conjointement avec d’autres, un gestionnaire d’OPCA, ainsi que les filiales de 246 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 8 ces entreprises sont tenues, si ces entreprises et ces filiales ne tombent pas dans le champ d’application des §§ 2, 3 et 4 concernant le contrôle sur base consolidée ou dans le champ d’application de l’article des sections Ière, II et IV du livre II, titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, de la sous-section II de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016, de l'article 241 de la loi du 3 août 2012, de l’article 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l’article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de communiquer à la FSMA et aux autorités étrangères compétentes les informations et renseignements utiles à l’exercice de la surveillance des gestionnaires d’OPCA que ces entreprises contrôlent. ces entreprises sont tenues, si ces entreprises et ces filiales ne tombent pas dans le champ d’application des §§ 2, 3 et 4 concernant le contrôle sur base consolidée ou dans le champ d’application de l’article des sections Ière, II et IV du livre II, titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, de la sous-section II de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016, de l'article 241 de la loi du 3 août 2012, ou du Titre V, Chapitre III de la loi du 13 mars 2016, de communiquer à la FSMA et aux autorités étrangères compétentes les informations et renseignements utiles à l’exercice de la surveillance des gestionnaires d’OPCA que ces entreprises contrôlent. (…) (…) Art. 351 Art. 351 (…) (…) § 4. Par dérogation à l’article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953, l’article 458 du Code pénal n’est pas d’application en cas de transmission d’information entre § 4. Par dérogation à l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016, l’article 458 du Code pénal n’est pas d’application en cas de transmission d’information entre (a) le commissaire d’un OPCA et le commissaire de l’entité à laquelle celui-ci a confié l’exécution de fonctions de gestion en application de l’article 29; (a) le commissaire d’un OPCA et le commissaire de l’entité à laquelle celui-ci a confié l’exécution de fonctions de gestion en application de l’article 29; (…) (…) Art. 352 Art. 352 Les sociétés de réviseurs agréées exercent les fonctions de commissaire prévues à l’article 351 par l’intermédiaire d’un réviseur agréé qu’elles désignent et conformément à l’article 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953. Les dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution et qui sont relatives à la désignation, aux fonctions, aux obligations et aux interdictions des commissaires ainsi qu’aux sanctions, autres que pénales, qui sont applicables à ces derniers, s’appliquent tant aux sociétés de réviseurs qu’aux réviseurs agréés qui les représentent. Les sociétés de réviseurs agréées exercent les fonctions de commissaire prévues à l’article 351 par l’intermédiaire d’un réviseur agréé qu’elles désignent et conformément à l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016. Les dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution et qui sont relatives à la désignation, aux fonctions, aux obligations et aux interdictions des commissaires ainsi qu’aux sanctions, autres que pénales, qui sont applicables à ces derniers, s’appliquent tant aux sociétés de réviseurs qu’aux réviseurs agréés qui les représentent. (…) (…) 247 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 9 Art. 356 Art. 356 (…) (…) § 3. Lorsqu’ils se conforment aux exigences énoncées dans le présent article et dans les dispositions prises pour son exécution, ni le commissaire du master ni celui du feeder ne sont considérés comme enfreignant une quelconque règle restreignant la divulgation d’informations ou en rapport avec la protection des données, telles que l’article 458 du Code pénal, l’article 79 de la loi du 22 juillet 1953 ou la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l’égard des traitements de données à caractère personnel, ou encore une quelconque disposition restreignant la divulgation d’informations ou en rapport avec la protection des données, que cette disposition soit prévue par un contrat ou par une loi. Le fait de se conformer auxdites exigences n’entraîne, pour le commissaire ou pour quiconque agit pour son compte, aucune responsabilité d’aucune sorte. § 3. Lorsqu’ils se conforment aux exigences énoncées dans le présent article et dans les dispositions prises pour son exécution, ni le commissaire du master ni celui du feeder ne sont considérés comme enfreignant une quelconque règle restreignant la divulgation d’informations ou en rapport avec la protection des données, telles que l’article 458 du Code pénal, l’article 86 de la loi du 7 décembre 2016 ou la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l’égard des traitements de données à caractère personnel, ou encore une quelconque disposition restreignant la divulgation d’informations ou en rapport avec la protection des données, que cette disposition soit prévue par un contrat ou par une loi. Le fait de se conformer auxdites exigences n’entraîne, pour le commissaire ou pour quiconque agit pour son compte, aucune responsabilité d’aucune sorte. Art. 357 Art. 357 § 1er. Les commissaires collaborent au contrôle exercé par la FSMA, sous leur responsabilité personnelle et exclusive et conformément au présent article, aux règles de la profession et aux instructions de la FSMA. A cette fin: § 1er. Les commissaires collaborent au contrôle exercé par la FSMA, sous leur responsabilité personnelle et exclusive et conformément au présent article, aux règles de la profession et aux instructions de la FSMA. A cette fin: 1° ils évaluent les mesures de contrôle interne adoptées par les OPCA et les sociétés de gestion conformément à l'article 26, et ils communiquent leurs conclusions en la matière à la FSMA; 1° ils évaluent les mesures de contrôle interne adoptées par les OPCA et les sociétés de gestion conformément aux articles 26, 208 et 319, et ils communiquent leurs conclusions en la matière à la FSMA; (…) (…) Art. 360 Art. 360 (…) (…) § 9. Sans préjudice des mesures définies par d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont applicables lorsque la FSMA constate qu’un OPCA, ou un compartiment d’un OPCA, qui relève de l’application de la loi du 16 juin 2006, ne fonctionne pas en conformité avec la loi du 16 juin 2006. § 9. Sans préjudice des mesures définies par d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont applicables lorsque la FSMA constate qu’un OPCA, ou un compartiment d’un OPCA, qui relève de l’application du règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions. 248 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 10 § 9. Les §§ 1er à 5 sont applicables au cas où l'activité d'un ou de plusieurs OPCA sur le marché d'un instrument financier pourrait mettre en péril le bon fonctionnement de ce marché. § 10. Les §§ 1er à 5 sont applicables au cas où l'activité d'un ou de plusieurs OPCA sur le marché d'un instrument financier pourrait mettre en péril le bon fonctionnement de ce marché. § 10. Lorsque la FSMA estime qu'un gestionnaire agréé établi dans un pays tiers dont la Belgique est l'état membre de référence viole les obligations qui lui incombent en vertu de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, elle notifie ESMA, en indiquant toutes les raisons, dans les plus brefs délais. § 11. Lorsque la FSMA estime qu'un gestionnaire agréé établi dans un pays tiers dont la Belgique est l'état membre de référence viole les obligations qui lui incombent en vertu de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, elle notifie ESMA, en indiquant toutes les raisons, dans les plus brefs délais. Art. 367 Art. 367 La FSMA peut prendre les mesures visées aux articles 360, et 365 en cas de non-respect des obligations et interdictions qui découlent du règlement 345/2013, du règlement 346/2013 ou du règlement 2015/2365 et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ceux-ci. La FSMA peut prendre les mesures visées aux articles 360, et 365 en cas de non-respect des obligations et interdictions qui découlent du règlement 345/2013, du règlement 346/2013 ou du règlement 2015/2365 et des dispositions prises sur la base ou en exécution de ceux-ci. L'article 364 est d'application en cas de suppression de l'enregistrement visé à l'article 14, paragraphe 2 du règlement 345/2013 ou à l'article 15, paragraphe 2 du règlement 346/2013 en application des dispositions visées à l'alinéa 1er. L'article 364 est d'application en cas de suppression de l'enregistrement visé à l'article 14, paragraphe 2 du règlement 345/2013 ou à l'article 15, paragraphe 2 du règlement 346/2013 en application des dispositions visées à l'alinéa 1er. Art. 3 Art. 3 (…) (…) 27° "openbaar aanbod": 27° "openbaar aanbod": a) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten, en die wordt verricht door de AICB, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening. a) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten; deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding 249 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 11 van het aanbod, wordt geacht te handelen voor rekening van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen. van het aanbod, wordt geacht te handelen voor rekening van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen. (…) (…) 30° "professionele beleggers": 30° "professionele beleggers": de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129; 1° de professionele cliënten als bedoeld in bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007; 2° de in aanmerking komende tegenpartijen in de zin van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juni 2007. De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen delen hun classificatie van de professionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen mee aan de AICB's die daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen delen hun classificatie van de professionele beleggers mee aan de AICB's die daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. (…) (…) 72° "wet van 22 juli 1953": de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor; 72° "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren; 73° "wet van 9 juli 1975": de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; 73° "wet van 13 maart 2016": de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;" (…) (…) 80° "wet van 16 juni 2006": de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; 80° "wet van […] 2018": de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; (…) (…) 104° "Règlement 346/2013" : le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du Conseil 104° "Règlement 2015/2365" : le Règlement (UE) 2015/2365 du Parlement européen et du 250 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 12 du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 ; Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la transparence des opérations de financement sur titres et de la réutilisation et modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 ; 105° "Verordening 2015/760": de Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen; 106° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG; 107° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen; (…) (…) Art. 11 Art. 11 (…) (…) § 2. De AICB's mogen geen andere werkzaamheden verrichten dan de uitoefening van de in artikel 3, 41° bedoelde taken voor eigen rekening. § 2. De AICB's mogen geen andere werkzaamheden verrichten dan de uitoefening van de in artikel 3, 41° bedoelde taken voor eigen rekening. Een beheervennootschap van AICB's mag geen andere werkzaamheden verrichten dan deze bedoeld in artikel 3, 41°, en, voor zover haar de door de wet vereiste vergunning is verleend, in artikel 3, 43°. Een beheervennootschap van AICB's mag geen andere werkzaamheden verrichten dan deze bedoeld in artikel 3, 41°, en, voor zover haar de door de wet vereiste vergunning is verleend, in artikel 3, 22°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. (…) (…) Art. 70 Art. 70 Indien de AICB een prospectus moet publiceren overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG of de nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in Indien de AICB een prospectus of een ander informatiedocument moet publiceren overeenkomstig Verordening 2017/1129 of de 251 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 13 artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is aan de informatie opgenomen in het prospectus, hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus te worden verstrekt. nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is aan de in het prospectus of het informatiedocument opgenomen informatie, hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus of het informatiedocument te worden verstrekt. Art. 117 Art. 117 (…) (…) De in het eerste lid bedoelde beheerders mogen in België de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde diensten echter op geen enkele andere manier verrichten dan conform de bepalingen van de wet van 6 april 1995. De in het eerste lid bedoelde beheerders mogen in België de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde diensten echter op geen enkele andere manier verrichten dan conform de bepalingen van de wet van 25 oktober 2016. Art. 208 Art. 208 (…) (…) § 8. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen. Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, en 252 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 14 neemt het kennis van de genomen passende maatregelen. De personen belast met de effectieve leiding lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen. De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt. Art. 222 Art. 222 (…) (…) Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een AICB dan een in het eerste lid bedoeld openbaar aanbod, moet een prospectus worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die worden bepaald in de wet van 16 juni 2006. Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een prospectus of een informatienota worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die, naargelang het geval, worden bepaald in Verordening 2017/1129 of in de wet van […] 2018. Art. 226 Art. 226 Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een AICB of door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij: Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een AICB of door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij: (…) (…) 2° een prospectus over een openbaar aanbod en de essentiële beleggersinformatie naar behoren zijn goedgekeurd door de FSMA. 2° een prospectus over een openbaar aanbod en de essentiële beleggersinformatie naar behoren zijn goedgekeurd door de FSMA, of een informatienota werd gepubliceerd. 253 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 15 (…) (…) Art. 261 Art. 261 Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een AICB, door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij: Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een AICB, door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij: (…) (…) 2° de FSMA heeft de AICB of het compartiment ingeschreven conform artikel 259, en, in voorkomend geval, naar behoren een prospectus over een openbaar aanbod en een document met essentiële beleggersinformatie zijn goedgekeurd door de FSMA. 2° de FSMA heeft de AICB of het compartiment ingeschreven conform artikel 259, en, in voorkomend geval, naar behoren een prospectus over een openbaar aanbod en een document met essentiële beleggersinformatie zijn goedgekeurd door de FSMA, of een informatienota werd gepubliceerd. (…) (…) Art. 319 Art. 319 (…) (…) § 7. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beheervennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013. § 7. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beheervennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, en 254 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 16 van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen. Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beheervennootschap, in voorkomend geval via het auditcomité, minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen. Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beheervennootschap, in voorkomend geval via het auditcomité, minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen. (…) (…) Art. 336 Art. 336 Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toepassing met betrekking tot de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel VIII en deel IX. Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toepassing met betrekking tot: 1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel VIII en deel IX; 2° de bepalingen van Verordening 345/2013, Verordening 346/2013, Verordening 2015/760, Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU. Art. 338 Art. 338 (…) (…) § 5. De bepalingen van de artikelen 79 tot 85bis, van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing in het kader van de uitoefening van de door en krachtens deze wet aan de FSMA toegekende bevoegdheden. § 5. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86, van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing in het kader van de uitoefening van de door en krachtens deze wet aan de FSMA toegekende bevoegdheden. (…) (…) Art. 345 Art. 345 255 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 17 § 1. Voor de toepassing van dit artikel: § 1. Voor de toepassing van dit artikel: (…) (…) 2° moet onder “financiële holding” worden verstaan, een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheerders van AICB's of financiële instellingen zijn en waarvan te minste één een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of beheerder van AICB's is, en die geen gemengde financiële holding is in de zin van artikel 3, 39° van de wet van 25 april 2014, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016, artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, artikel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012; 2° moet onder “financiële holding” worden verstaan, een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheerders van AICB's of financiële instellingen zijn en waarvan te minste één een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of beheerder van AICB's is, en die geen gemengde financiële holding is in de zin van artikel 3, 39° van de wet van 25 april 2014, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016, artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016 of artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012; (…) (…) Voor hun groepstoezicht zijn groepen van ondernemingen met een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming onderworpen aan de bepalingen van de afdelingen I, II en IV van boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, aan de bepalingen van onderafdeling I van de afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012, hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet van 16 februari 2009. Voor hun groepstoezicht zijn groepen van ondernemingen met een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming onderworpen aan de bepalingen van de afdelingen I, II en IV van boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, aan de bepalingen van onderafdeling I van de afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012, of Titel V, Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016. (…) (…) § 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere de controle hebben over een beheerder van AICB's en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen niet vallen binnen het toepassingsgebied van de §§ 2, 3 en 4 § 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere de controle hebben over een beheerder van AICB's en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen niet vallen binnen het toepassingsgebied van de §§ 2, 3 en 4 256 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 18 betreffende het toezicht op geconsolideerde basis of binnen het toepassingsgebied van de afdelingen I, II en IV van boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, van de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012, artikel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, de FSMA en de bevoegde buitenlandse autoriteiten alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op de beheerders van AICB's waarover deze ondernemingen de controle hebben. betreffende het toezicht op geconsolideerde basis of binnen het toepassingsgebied van de afdelingen I, II en IV van boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, van de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012, of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016, de FSMA en de bevoegde buitenlandse autoriteiten alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op de beheerders van AICB's waarover deze ondernemingen de controle hebben. (…) (…) Art. 351 Art. 351 (…) (…) § 4. In afwijking van artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen § 4. In afwijking van artikel 86, § 1 van de wet van 7 december 2016 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen (a) de commissaris van een AICB en de commissaris van de entiteit waaraan die instelling voor collectieve belegging de uitvoering van beheertaken met toepassing van artikel 29 heeft toevertrouwd; (a) de commissaris van een AICB en de commissaris van de entiteit waaraan die instelling voor collectieve belegging de uitvoering van beheertaken met toepassing van artikel 29 heeft toevertrouwd; (…) (…) Art. 352 Art. 352 Overeenkomstig artikel 33, § 2, van de wet van 22 juli 1953, doen erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 351, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen. Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7 december 2016, doen erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 351, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen. 257 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 19 (…) (…) Art. 356 Art. 356 (…) (…) § 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de commissaris van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek, artikel 79 van de Wet van 22 juli 1953 of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming en die voortvloeit uit een contract of uit een wet. Een dergelijke commissaris of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld. § 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de commissaris van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek, artikel 86 van de wet van 7 december 2016 of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming en die voortvloeit uit een contract of uit een wet. Een dergelijke commissaris of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld. Art. 357 Art. 357 § 1. De commissarissen verlenen hun medewerking aan het toezicht van de FSMA, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig dit artikel, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de FSMA. Daartoe: § 1. De commissarissen verlenen hun medewerking aan het toezicht van de FSMA, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig dit artikel, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de FSMA. Daartoe: 1° beoordelen zij de interne controlemaatregelen die de AICB's en de beheervennootschappen hebben getroffen als bedoeld in artikel 26, en delen zij hun bevindingen ter zake mee aan de FSMA; 1° beoordelen zij de interne controlemaatregelen die de AICB's en de beheervennootschappen hebben getroffen als bedoeld in de artikelen 26, 208 en 319, en delen zij hun bevindingen ter zake mee aan de FSMA; (…) (…) Art. 360 Art. 360 (…) (…) Met betrekking tot de bijkantoren van de beheervennootschappen naar Belgisch recht die openbare AICB's naar Belgisch recht beheren, Met betrekking tot de bijkantoren van de beheervennootschappen naar buitenlands recht die openbare AICB's naar Belgisch recht 258 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 20 kan de FSMA ook de in artikel 334 bedoelde vergunning herroepen. beheren, kan de FSMA ook de in artikel 334 bedoelde vergunning herroepen. (…) (…) § 9. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een AICB of een compartiment van een AICB, die ressorteren onder de toepassing van de wet van 16 juni 2006, niet werkt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 juni 2006. § 9. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een AICB of een compartiment van een AICB, die ressorteren onder de toepassing van de Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen. § 9. De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing in gevallen waarin de ordelijke werking van een markt voor een financieel instrument in gevaar kan komen door de activiteiten van een of meer AICB's op die markt. § 10. De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing in gevallen waarin de ordelijke werking van een markt voor een financieel instrument in gevaar kan komen door de activiteiten van een of meer AICB's op die markt. § 10. Als de FSMA van mening is dat een in een derde land gevestigde beheerder met een vergunning waarvan België de referentielidstaat is, zijn verplichtingen op grond van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet nakomt, stelt zij de ESMA hiervan zo spoedig mogelijk met volledige opgave van de redenen in kennis. § 11. Als de FSMA van mening is dat een in een derde land gevestigde beheerder met een vergunning waarvan België de referentielidstaat is, zijn verplichtingen op grond van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet nakomt, stelt zij de ESMA hiervan zo spoedig mogelijk met volledige opgave van de redenen in kennis. Art. 367 Art. 367 Bij niet-naleving van de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 345/2013, Verordening 346/2013 of Verordening 2015/2365 en de op grond of ter uitvoering hiervan genomen bepalingen, kan de FSMA de maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 360, en 365. Bij niet-naleving van de verplichtingen en verbodsbepalingen die voortvloeien uit Verordening 345/2013, Verordening 346/2013 of Verordening 2015/2365 en de op grond of ter uitvoering hiervan genomen bepalingen, kan de FSMA de maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 360, en 365. Artikel 364 is van toepassing ingeval de in artikel 14, lid 2, van Verordening 345/2013 of artikel 15, lid 2, van Verordening 346/2013 bedoelde registratie wordt geschrapt met toepassing van de in het eerste lid bedoelde bepalingen. Artikel 364 is van toepassing ingeval de in artikel 14, lid 2, van Verordening 345/2013 of artikel 15, lid 2, van Verordening 346/2013 bedoelde registratie wordt geschrapt met toepassing van de in het eerste lid bedoelde bepalingen. 259 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 Loi du 25 avril 2014 – wet van 25 april 2014 Art. 5 Art. 5 Peuvent seuls faire usage public en Belgique des termes “établissement de crédit”, “banque”, “bancaire”, “banque d’épargne”, “caisse d’épargne” ou “banque de titres” ou plus généralement des termes faisant référence au statut d’établissement de crédit, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité : Peuvent seuls faire usage public en Belgique des termes “établissement de crédit”, “banque”, “bancaire”, “banque d’épargne”, “caisse d’épargne” ou “banque de titres” ou plus généralement des termes faisant référence au statut d’établissement de crédit, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité : (…) (…) Toutefois, Toutefois, (…) (…) 2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui concerne les termes “établissement de crédit”, “banque”, “banque d’épargne”, “caisse d’épargne” et “banque de titres”, aux établissements de crédit relevant d’un droit étranger et non autorisés à effectuer des opérations bancaires en Belgique et qui procèdent à des offres publiques d’instruments de placement ou à des admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé au sens de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé, et ce, pour les besoins des offres et admissions d’instruments de placement précitées; 2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui concerne les termes “établissement de crédit”, “banque”, “banque d’épargne”, “caisse d’épargne” et “banque de titres”, aux établissements de crédit relevant d’un droit étranger et non autorisés à effectuer des opérations bancaires en Belgique et qui procèdent à des offres publiques d’instruments de placement ou à des admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé au sens de la loi du […] 2018 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé, et ce, pour les besoins des offres et admissions d’instruments de placement précitées; (…) (…) Art. 20 Art. 20 § 1er. Ne peuvent exercer les fonctions de membre de l’organe légal d’administration, de personne chargée de la direction effective ou de responsable d’une fonction de contrôle indépendante, les personnes qui ont été condamnées : § 1er. Ne peuvent exercer les fonctions de membre de l’organe légal d’administration, de personne chargée de la direction effective ou de responsable d’une fonction de contrôle indépendante, les personnes qui ont été condamnées : (…) (…) 2° à une peine pour infraction : 2° à une peine pour infraction : 260 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 (…) (…) y) à l’article 69 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; y) à l’article 32 de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés ; (…) (…) Art. 5 Art. 5 In België mogen alleen de volgende instellingen publiekelijk gebruik maken van de termen “kredietinstelling”, “bank”, “bancair”, “spaarbank”, “spaarkas” of “effectenbank” of meer in het algemeen van de termen die verwijzen naar het statuut van kredietinstelling, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame : In België mogen alleen de volgende instellingen publiekelijk gebruik maken van de termen “kredietinstelling”, “bank”, “bancair”, “spaarbank”, “spaarkas” of “effectenbank” of meer in het algemeen van de termen die verwijzen naar het statuut van kredietinstelling, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame : (…) (…) Evenwel, Evenwel, (…) (…) 2° geldt het eerste lid, wat de termen “kredietinstelling”, “bank”, “spaarbank”, “spaarkas” en “effectenbank” betreft, niet voor kredietinstellingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die in België geen bankverrichtingen mogen uitvoeren en die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om belegginginstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, voor wat de voornoemde openbare aanbiedingen of verzoeken tot toelating van beleggingsinstrumenten betreft; 2° geldt het eerste lid, wat de termen “kredietinstelling”, “bank”, “spaarbank”, “spaarkas” en “effectenbank” betreft, niet voor kredietinstellingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die in België geen bankverrichtingen mogen uitvoeren en die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om belegginginstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van de wet van […] 2018 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, voor wat de voornoemde openbare aanbiedingen of verzoeken tot toelating van beleggingsinstrumenten betreft; (…) (…) Art. 20 Art. 20 261 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 § 1. De functie van lid van het wettelijk bestuursorgaan, persoon belast met de effectieve leiding of verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie mag niet worden uitgeoefend door personen die werden veroordeeld : § 1. De functie van lid van het wettelijk bestuursorgaan, persoon belast met de effectieve leiding of verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie mag niet worden uitgeoefend door personen die werden veroordeeld : (…) (…) 2° tot een straf wegens overtreding van : 2° tot een straf wegens overtreding van : (…) (…) y) artikel 69 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; y) artikel 32 van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; (…) (…) 262 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 Loi du 12 mai 2014 – wet van 12 mei 2014 Art. 2 Art. 2 (…) (…) 5° biens immobiliers: 5° biens immobiliers: (…) (…) x. les certificats immobiliers visés à l’article 5, § 4 de la loi du 16 juin 2006; x. les certificats immobiliers visés à l’article 4, 7° de la loi du […] 2018 ; (…) (…) 26° par “offre publique” : toute offre publique au sens de la loi du 16 juin 2006; 26° par « offre au public » : toute offre au public au sens de l’article 4, 7°, de la loi du […] 2018 ; (…) (…) 35° par “loi du 16 juin 2006” : la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; 35° par « loi du […] 2018 »: la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés ; 35°/1 par « règlement 2017/1129 » : le règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ; (…) (…) Art. 23 Art. 23 (…) (…) § 6. Nonobstant les dispositions de l’article 21 et des paragraphes 3, 4 et 5 du présent article, il est permis au promoteur ou à une personne agissant de concert avec lui d’effectuer des acquisitions de titres conférant le droit de vote ayant pour effet de faire baisser en dessous de 30 % la proportion de ces titres se trouvant aux mains du public, moyennant le respect des conditions suivantes : 1° les acquisitions font suite à 263 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 (a) l’acceptation par les détenteurs des titres concernés d’une offre publique d’acquisition ; et (b) le cas échéant, une offre publique de reprise faisant immédiatement suite à l’offre publique d’acquisition susmentionnée, toutes deux menées conformément à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition et à l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d’acquisition; 2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la personne agissant de concert avec lui détiennent la totalité des titres conférant le droit de vote de la SIR ; 3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois de l’expiration de la période d’acceptation de l’offre qui a permis au promoteur et/ou aux personnes agissant de concert avec lui d’acquérir la totalité des titres conférant le droit de vote. Au cas où les conditions visées à l’alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, ne sont pas remplies, le paragraphe 3, alinéa 1er est applicable, sans préjudice des dispositions du chapitre IV. L’article 62 n’est pas applicable à la renonciation à l’agrément pour autant que celle-ci ait lieu après la clôture de l’offre visée à l’alinéa 1er, 3°. Art. 64 Art. 64 (…) (…) § 8. Sans préjudice des mesures définies par d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont applicables lorsque la FSMA constate qu’une société immobilière réglementée publique, qui relève de l’application de la loi du 16 juin 2006, ne fonctionne pas en conformité avec la loi du 16 juin 2006. § 8. Sans préjudice des mesures définies par d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont applicables lorsque la FSMA constate qu’une société immobilière réglementée publique, qui relève de l’application du règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne fonctionne pas en conformité avec ces dispositions. Art. 76/11 Art. 76/11 264 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 L'article 18, § 1er, a) de la loi du 16 juin 2006 n'est pas applicable aux sociétés immobilières réglementées à but social. L'article 18, § 1er, a) de la loi du 16 juin 2006 n'est pas applicable aux sociétés immobilières réglementées à but social. La société immobilière réglementée à but social n'offre pas de parts représentant la part fixe de son capital à des investisseurs de détail. La société immobilière réglementée à but social n'offre pas de parts représentant la part fixe de son capital à des investisseurs de détail. Art. 77 Art. 77 (…) (…) § 8. Le présent article ne porte pas atteinte à l’application de l’article 5 de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition et des arrêtés et règlements pris pour son exécution. § 8. Le présent article ne porte pas atteinte à l’application de l’article 5 de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition et des arrêtés et règlements pris pour son exécution. La publication des communiqués ou des documents conformément au présent paragraphe ne constitue pas, par elle-même, une offre publique d’acquisition au sens de cette loi ou une offre publique au sens de la loi du 16 juin 2006. La publication des communiqués ou des documents conformément au présent paragraphe ne constitue pas, par elle-même, une offre publique d’acquisition au sens de cette loi ou une offre publique au sens du règlement 2017/1129. (…) (…) Art. 2 Art. 2 (…) (…) 5° vastgoed: 5° vastgoed: (…) (…) x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel 5, § 4, van de wet van 16 juni 2006; x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel 4, 7°, van de wet van […] 2018; (…) (…) 26° “openbaar aanbod”: elke openbare aanbieding in de zin van de wet van 16 juni 2006; 26° "aanbieding aan het publiek": elke aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van […] 2018; (…) (…) 35° “wet van 16 juni 2006”: de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van 35° "wet van […] juni 2018": de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van 265 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 4 beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; 35°/1 "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG; (…) (…) Art. 23 Art. 23 (…) (…) § 6. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 21 en van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel, is het de promotor of een in onderling overleg met hem handelend persoon toegestaan om stemrechtverlenende effecten te verwerven die het percentage stemrechtverlenende effecten in het bezit van het publiek onder 30 % doen dalen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° die verwervingen vloeien voort uit: (a) de aanvaarding door de houders van de betrokken effecten van een openbare overnamebieding; en (b) in voorkomend geval, een openbaar uitkoopbod dat onmiddellijk volgt op voornoemde openbare overnamebieding, die allebei worden uitgevoerd conform de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen; 2° naar aanleidingen van die verwervingen bezit de promotor en/of een in onderling overleg met hem handelend persoon alle stemrechtverlenende effecten van de GVV; 3° de openbare GVV doet afstand van haar vergunning binnen de maand die volgt op het verstrijken van de aanvaardingsperiode van het 266 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 5 bod die de promotor en/of de in onderling overleg met hem handelend perso(o)n(en) in de mogelijkheid heeft gesteld om alle stemrechtsverlenende effecten te verwerven. Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden, is paragraaf 3, eerste lid, van toepassing, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV. Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand van de vergunning voor zover die plaatsvindt na de afsluiting van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bod. Art. 64 Art. 64 (…) (…) § 8. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot en met 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, die ressorteert onder de toepassing van de wet van 16 juni 2006, niet werkt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 juni 2006. § 8. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot en met 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap, die ressorteert onder de toepassing van de wet van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen. Art. 76/11 Art. 76/11 Artikel 18, § 1, a), van de wet van 16 juni 2006 is niet van toepassing op de sociale gereglementeerde vastgoedvennootschappen. Artikel 18, § 1, a), van de wet van 16 juni 2006 is niet van toepassing op de sociale gereglementeerde vastgoedvennootschappen. De sociale gereglementeerde vastgoedvennootschap biedt de niet- professionele beleggers geen aandelen aan die het vaste gedeelte van het kapitaal vertegenwoordigen. De sociale gereglementeerde vastgoedvennootschap biedt de niet- professionele beleggers geen aandelen aan die het vaste gedeelte van het kapitaal vertegenwoordigen. Art. 77 Art. 77 (…) (…) § 8. Dit artikel doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 5 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 8. Dit artikel doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 5 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. 267 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 6 De bekendmaking van de berichten of documenten in overeenstemming met deze paragraaf houdt op zichzelf geen openbaar overnameaanbieding in de zin van deze wet of een openbaar aanbod in de zin van de wet van 16 juni 2006 in. De bekendmaking van de berichten of documenten in overeenstemming met deze paragraaf houdt op zichzelf geen openbaar overnameaanbieding in de zin van deze wet of een openbaar aanbod in de zin van de wet van Verordening 2017/1129 in. (…) (…) 268 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 Loi du 13 mars 2016 – wet van 13 maart 2016 Art. 16 Art. 16 Peuvent seuls faire usage public en Belgique des termes « entreprise d’assurance », « entreprise de réassurance », « assureur » ou « réassureur » ou plus généralement des termes faisant référence au statut d’entreprise d’assurance ou de réassurance, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité : Peuvent seuls faire usage public en Belgique des termes « entreprise d’assurance », « entreprise de réassurance », « assureur » ou « réassureur » ou plus généralement des termes faisant référence au statut d’entreprise d’assurance ou de réassurance, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité : (…) (…) Toutefois, Toutefois, (…) (…) 2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui concerne les termes « entreprise d’assurance » et « entreprise de réassurance », aux entreprises d’assurance ou de réassurance relevant d’un droit étranger et non autorisées à exercer des activités d’assurance ou de réassurance en Belgique et qui procèdent à des offres publiques d’instruments de placement ou à des admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé au sens de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé, et ce, pour les besoins des offres et admissions d’instruments de placement précitées ; 2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui concerne les termes « entreprise d’assurance » et « entreprise de réassurance », aux entreprises d’assurance ou de réassurance relevant d’un droit étranger et non autorisées à exercer des activités d’assurance ou de réassurance en Belgique et qui procèdent à des offres publiques d’instruments de placement ou à des admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé au sens du règlement 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, et ce, pour les besoins des offres et admissions d’instruments de placement précitées ; (…) (…) Art. 16 Art. 16 In België mogen alleen de volgende ondernemingen publiekelijk gebruikmaken van de termen “verzekeringsonderneming”, “herverzekeringsonderneming”, “verzekeraar” of “herverzekeraar” of meer in het algemeen van de termen die verwijzen naar het statuut van verzekerings- of herverzekeringsonderneming, In België mogen alleen de volgende ondernemingen publiekelijk gebruikmaken van de termen “verzekeringsonderneming”, “herverzekeringsonderneming”, “verzekeraar” of “herverzekeraar” of meer in het algemeen van de termen die verwijzen naar het statuut van verzekerings- of herverzekeringsonderneming, 269 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame: inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame: (…) (…) Evenwel, Evenwel, (…) (…) 2° geldt het eerste lid, wat de termen “verzekeringsonderneming” en “herverzekeringsonderneming” betreft, niet voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die in België geen verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten mogen uitoefenen en die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om beleggingsinstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, voor wat de voornoemde openbare aanbiedingen of verzoeken tot toelating van beleggingsinstrumenten betreft; 2° geldt het eerste lid, wat de termen “verzekeringsonderneming” en “herverzekeringsonderneming” betreft, niet voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die in België geen verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten mogen uitoefenen en die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om beleggingsinstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, voor wat de voornoemde openbare aanbiedingen of verzoeken tot toelating van beleggingsinstrumenten betreft; (…) (…) 270 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 Loi du 7 décembre 2016 – wet van 7 december 2016 Art. 3 Art. 3 Pour l’application de la présente loi, il faut entendre par: Pour l’application de la présente loi, il faut entendre par: (…) (…) 22° le cadre législatif et réglementaire applicable: la présente loi, les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses dispositions, le Code des sociétés, les normes applicables aux réviseurs d’entreprises, le règlement (UE) n° 537/2014 et les règlements adoptés par la Commission en vertu des dispositions de la directive 2006/43/CE et du règlement (UE) n° 537/2014; 22° le cadre législatif et réglementaire applicable: - la présente loi ; - les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses dispositions ; - le Code des sociétés ; - les normes applicables aux réviseurs d’entreprises ; - le règlement (UE) n° 537/2014 ; - les règlements adoptés par la Commission en vertu des dispositions de la directive 2006/43/CE et du règlement (UE) n° 537/2014 ; et - les dispositions de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, des arrêtés et règlements pris pour l’exécution de la loi du 18 septembre 2017 précitée, des mesures d'exécution de la Directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, du Règlement (UE) 2015/847 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 sur les informations accompagnant les transferts de fonds, et les devoirs de vigilance prévus par les dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers, dans la mesure où elles 271 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 sont applicables aux entités assujetties visées à l'article 85, § 1er, 6° de la loi du 18 septembre 2017 précitée ; (…) (…) Art. 3 Art. 3 Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: (…) (…) 22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader: deze wet, de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen genomen besluiten, het Wetboek van Vennootschappen, de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen, verordening (EU) nr. 537/2014 en de door de Commissie goedgekeurde verordeningen krachtens de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG en verordening (EU) nr. 537/2014; 22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader: - deze wet ; - de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen genomen besluiten; - het Wetboek van Vennootschappen ; - de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen; - de Verordening (EU) nr. 537/2014 ; - de door de Commissie goedgekeurde verordeningen krachtens de bepalingen van Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014 ; en - de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de ter uitvoering van voornoemde wet van 18 september 2017 genomen besluiten en reglementen, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld 272 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 of terrorismefinanciering, van Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie, en van de waakzaamheidsplicht waarvan sprake in de bindende bepalingen betreffende financiële embargo’s, in de mate waarin ze van toepassing zijn op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde wet van 18 september 2017 bedoelde onderworpen entiteiten; (…) (…) 273 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 Loi du 18 décembre 2016 – Wet van 18 december 2016 Art. 4 Art. 4 Pour l'application du présent titre, il y a lieu d'entendre par : Pour l'application du présent titre, il y a lieu d'entendre par : (…) (…) 4° "instruments de placement" : les instruments visés à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; 4° "instruments de placement" : les instruments visés à l’article 3 de la loi du […] 2018 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; (…) (…) 9° "investisseurs qualifiés" : les investisseurs visés à l'article 10 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés; 9° "investisseurs qualifiés" : les investisseurs visés à l’article 2, e) du règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ; (…) (…) Art. 4 Art. 4 Voor toepassing van deze titel wordt verstaan onder : Voor toepassing van deze titel wordt verstaan onder : (…) (…) 4° "beleggingsinstrumenten" : de instrumenten bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; 4° "beleggingsinstrumenten" : de instrumenten bedoeld in artikel 3 van de wet van […] 2018 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; (…) (…) 9° "gekwalificeerde beleggers" : de beleggers bedoeld in artikel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van 9° "gekwalificeerde beleggers" : de beleggers bedoeld in artikel 2, e), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden 274 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG; (…) (…) 275 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 1 Loi du 21 novembre 2017 – wet van 21 november 2017 Art. 25 Art. 25 (…) (…) § 2. Sans préjudice du pouvoir de la FSMA d’approuver le prospectus d’admission en vertu de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur un marché réglementé, l’admission d’instruments financiers aux négociations sur un marché réglementé belge est décidée par l’opérateur de marché qui organise ce marché. Dans les cas où la Directive 2001/34/CE s’applique, l’opérateur de marché est l’autorité compétente visée à l’article 11, paragraphe 1er, de la même directive. La FSMA peut s’opposer à l’admission d’un instrument financier si, à son avis, la situation de l’émetteur est telle que l’admission serait contraire à l’intérêt des investisseurs. § 2. Sans préjudice du pouvoir de la FSMA d’approuver le prospectus d’admission en vertu du règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, l’admission d’instruments financiers aux négociations sur un marché réglementé belge est décidée par l’opérateur de marché qui organise ce marché. Dans les cas où la Directive 2001/34/CE s’applique, l’opérateur de marché est l’autorité compétente visée à l’article 11, paragraphe 1er, de la même directive. La FSMA peut s’opposer à l’admission d’un instrument financier si, à son avis, la situation de l’émetteur est telle que l’admission serait contraire à l’intérêt des investisseurs. Une valeur mobilière qui a été admise à la négociation sur un marché réglementé peut être admise ultérieurement à la négociation sur d’autres marchés réglementés, même sans le consentement de l’émetteur et dans le respect des dispositions pertinentes de la Directive 2003/71/CE. Cet autre marché réglementé informe l’émetteur que la valeur mobilière en question y est négociée. Un émetteur n’est pas tenu de fournir directement l’information exigée en vertu de l’article 30, § 3, à un marché réglementé qui a admis ses valeurs mobilières à la négociation sans son consentement. Une valeur mobilière qui a été admise à la négociation sur un marché réglementé peut être admise ultérieurement à la négociation sur d’autres marchés réglementés, même sans le consentement de l’émetteur et dans le respect des dispositions pertinentes de la Directive 2003/71/Ce. Cet autre marché réglementé informe l’émetteur que la valeur mobilière en question y est négociée. Un émetteur n’est pas tenu de fournir directement l’information exigée en vertu de l’article 30, § 3, à un marché réglementé qui a admis ses valeurs mobilières à la négociation sans son consentement. (…) (…) Art. 26 Art. 26 § 1er. Sans préjudice du droit de la FSMA d’exiger la suspension ou d’interdire la négociation d’un instrument financier conformément à l’article 78, un opérateur de marché peut: § 1er. Sans préjudice du droit de la FSMA d’exiger la suspension ou d’interdire la négociation d’un instrument financier conformément à l’article 78, un opérateur de marché peut: 276 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2 (…) (…) Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à cette suspension ou ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf s’il s’agit de la suspension ou du retrait d’un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de l’article 34. Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à cette suspension ou ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf si : 1° il s’agit de la suspension ou du retrait d’un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de l’article 34 ; 2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition, et que a) l’assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l'ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l'article 535 du Code des sociétés; et que b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 0,5 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 1.000.000 EUR, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant l’information préalable de la FSMA par l’opérateur de marché. (…) (…) Art. 49 Art. 49 Le Roi peut, par un arrêté pris sur avis de la FSMA, soumettre les règles de marché de certains types de MTF ou de MTF individuels Le Roi peut, par un arrêté pris sur avis de la FSMA, soumettre les règles de marché de certains types de MTF ou de MTF individuels 277 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 3 qu’Il désigne et toutes les modifications à ces règles, à l’approbation de la FSMA. qu’Il désigne et toutes les modifications à ces règles, à l’approbation de la FSMA. Lorsque l’opérateur de marché exploitant un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l’habilitation visée à l’article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de prononcer le retrait d’un instrument financier admis à la négociation sur ce MTF, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf s’il s’agit du retrait d’un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de la présente loi ou d’un arrêté d’exécution de cette loi. Lorsque l’opérateur de marché exploitant un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l’habilitation visée à l’article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de prononcer le retrait d’un instrument financier admis à la négociation sur ce MTF, il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui, s’opposer à ce retrait dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf si 1° il s’agit du retrait d’un instrument dérivé qui découle automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-même a approuvées en application de la présente loi ou d’un arrêté d’exécution de cette loi ; ou 2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition, et que a) l’assemblée générale extraordinaire de la société concernée, statuant aux conditions requises pour la modification de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés. Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l'ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformément à l'article 535 du Code des sociétés; et que b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de concert avec celles-ci, représentent au plus 1 % du total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à 500.000 EUR, sur la base de la moyenne des cours de clôture des trois mois précédant la notification adressée à la FSMA. (…) (…) 278 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 4 Art. 53 Art. 53 (…) (…) § 3. Les MTF concernés sont régis par des règles, systèmes et procédures efficaces qui garantissent le respect des conditions visées ci- dessous: § 3. Les MTF concernés sont régis par des règles, systèmes et procédures efficaces qui garantissent le respect des conditions visées ci- dessous: (…) (…) 3° lors de l’admission initiale des instruments financiers à la négociation sur le marché, des informations suffisantes sont publiées pour permettre aux investisseurs de décider en connaissance de cause d’investir ou non dans les instruments financiers en question, sous la forme d’un document d’admission approprié ou d’un prospectus si les exigences énoncées dans la Directive 2003/71/CE ou au chapitre III du titre IV de la loi du 16 juin 2006 sont applicables à l’égard d’une offre au public effectuée en lien avec l’admission initiale de l’instrument financier à la négociation sur le MTF; 3° lors de l’admission initiale des instruments financiers à la négociation sur le marché, des informations suffisantes sont publiées pour permettre aux investisseurs de décider en connaissance de cause d’investir ou non dans les instruments financiers en question, sous la forme d’un document d’admission approprié ou d’un prospectus si les exigences énoncées dans le règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE ou au chapitre Ier du titre III de la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés sont applicables à l’égard d’une offre au public effectuée en lien avec l’admission initiale de l’instrument financier à la négociation sur le MTF; (…) (…) Art. 25 Art. 25 (…) (…) § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de FSMA om het toelatingsprospectus goed te keuren krachtens de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt wordt over de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de FSMA om het toelatingsprospectus goed te keuren krachtens Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 279 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 5 gereglementeerde markt beslist door de marktexploitant die deze markt organiseert. In de gevallen waarin Richtlijn 2001/34/EG van toepassing is, is de marktexploitant de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde richtlijn. De FSMA kan zich tegen de toelating van een financieel instrument verzetten indien de situatie van de uitgevende instelling, naar haar oordeel, zodanig is dat toelating in strijd zou zijn met het belang van de beleggers. 2003/71/EG wordt over de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt beslist door de marktexploitant die deze markt organiseert. In de gevallen waarin Richtlijn 2001/34/EG van toepassing is, is de marktexploitant de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde richtlijn. De FSMA kan zich tegen de toelating van een financieel instrument verzetten indien de situatie van de uitgevende instelling, naar haar oordeel, zodanig is dat toelating in strijd zou zijn met het belang van de beleggers. Een tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten effect kan vervolgens tot de handel op andere gereglementeerde markten worden toegelaten, zelfs zonder de toestemming van de emittent, mits de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2003/71/EG worden nageleefd. De uitgevende instelling wordt door de betrokken andere gereglementeerde markten in kennis gesteld van het feit dat het effect op die gereglementeerde markten wordt verhandeld. De uitgevende instelling is geenszins verplicht de krachtens artikel 30, § 3, te verstrekken informatie rechtstreeks mede te delen aan een gereglementeerde markt die haar effecten zonder haar toestemming tot de handel heeft toegelaten. Een tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten effect kan vervolgens tot de handel op andere gereglementeerde markten worden toegelaten, zelfs zonder de toestemming van de emittent, mits de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2003/71/EG worden nageleefd. De uitgevende instelling wordt door de betrokken andere gereglementeerde markten in kennis gesteld van het feit dat het effect op die gereglementeerde markten wordt verhandeld. De uitgevende instelling is geenszins verplicht de krachtens artikel 30, § 3, te verstrekken informatie rechtstreeks mede te delen aan een gereglementeerde markt die haar effecten zonder haar toestemming tot de handel heeft toegelaten. (…) (…) Art. 26 Art. 26 § 1. Onverminderd het recht van de FSMA om de opschorting van de handel in een financieel instrument te eisen of de verhandeling van een financieel instrument te verbieden conform artikel 78, kan een marktexploitant: § 1. Onverminderd het recht van de FSMA om de opschorting van de handel in een financieel instrument te eisen of de verhandeling van een financieel instrument te verbieden conform artikel 78, kan een marktexploitant: (…) (…) In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, verzetten tegen deze opschorting of uitsluiting, in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer de opschorting of de uitsluiting van een afgeleid instrument In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, tegen deze opschorting of uitsluiting verzetten, in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer: 280 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 6 automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft goedgekeurd. 1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft goedgekeurd; 2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 0,5% vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 1.000.000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA door de marktexploitant. (…) (…) Art. 49 Art. 49 De Koning kan, bij een besluit genomen op advies van de FSMA, de marktregels van bepaalde types MTF of van individuele MTF’s die Hij aanduidt, en alle wijzigingen van die regels, ter goedkeuring voorleggen aan de FSMA. De Koning kan, bij een besluit genomen op advies van de FSMA, de marktregels van bepaalde types MTF of van individuele MTF’s die Hij aanduidt, en alle wijzigingen van die regels, ter goedkeuring voorleggen aan de FSMA. 281 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 7 Wanneer een marktexploitant die een MTF exploiteert waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de machtiging bedoeld in artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002, voornemens is om een financieel instrument dat is toegelaten tot de verhandeling op die MTF uit te te sluiten van de handel, deelt hij dat voornemen vooraf mee aan de FSMA. Die kan zich, na overleg met hem, daartegen verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer de uitsluiting van een afgeleid instrument automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van deze wet of een uitvoeringsbesluit van deze wet heeft goedgekeurd. Wanneer een marktexploitant die een MTF exploiteert waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de in artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde machtiging, voornemens is om een tot de verhandeling op die MTF toegelaten financieel instrument uit te te sluiten van de handel, deelt hij dat voornemen vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, daartegen verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers, behoudens wanneer 1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van deze wet of een uitvoeringsbesluit van deze wet heeft goedgekeurd; of 2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en a) de buitengewone algemene vergadering van de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535; en b) de effecten die niet worden gehouden door de personen die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg met hen handelende personen, maximaal 1% vertegenwoordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan of gelijk is aan 500.000 euro, op basis van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie 282 3150/001 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 8 maanden vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA. (…) (…) Art. 53 Art. 53 (…) (…) § 3. Voor de betrokken MTF’s gelden effectieve regels, systemen en procedures die waarborgen dat aan het volgende is voldaan: § 3. Voor de betrokken MTF’s gelden effectieve regels, systemen en procedures die waarborgen dat aan het volgende is voldaan: (…) (…) 3° bij de initiële toelating van financiële instrumenten tot de handel op de markt is er voldoende informatie openbaar gemaakt opdat beleggers met kennis van zaken kunnen beslissen om al dan niet in de financiële instrumenten te beleggen, doordat is overgegaan tot de publicatie van ofwel een geëigend toelatingsdocument, ofwel een prospectus indien de vereisten die zijn vastgesteld in Richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk III van titel IV van de wet van 16 juni 2006 bij een openbare aanbieding in samenhang met de aanvankelijke toelating tot de handel van het financiële instrument op de MTF van toepassing zijn; 3° bij de initiële toelating van financiële instrumenten tot de handel op de markt is er voldoende informatie openbaar gemaakt opdat beleggers met kennis van zaken kunnen beslissen om al dan niet in de financiële instrumenten te beleggen, doordat is overgegaan tot de publicatie van ofwel een geëigend toelatingsdocument, ofwel een prospectus indien de vereisten die zijn vastgesteld in Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk I van titel III van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt bij een openbare aanbieding in samenhang met de aanvankelijke toelating tot de handel van het financiële instrument op de MTF van toepassing zijn; (…) (…) Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot