Inhoud
8718
3150/001
3150/001
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G V AN DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
DOC 54
DOC 54
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
op de aanbieding van beleggingsinstrumenten
aan het publiek en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling
op een gereglementeerde markt
relatif aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur
des marchés réglementés
11 juin 2018
11 juni 2018
SOMMAIRE
Pages
Résumé ....................................................................... ....... 3
Exposé des motifs ....................................................... ....... 5
Avant-projet ................................................................. .....68
Analyse d’impact ......................................................... ... 125
Avis du Conseil d’État ................................................. ... 131
Projet de loi ................................................................. ... 136
Tableaux de correspondance règlement - projet de loi ... 197
Coordination des articles ............................................ ... 199
INHOUD
Blz.
Samenvatting ..................................................................... 3
Memorie van toelichting ..................................................... 5
Voorontwerp .....................................................................68
Impactanalyse .................................................................118
Advies van de Raad van State ....................................... 131
Wetsontwerp .................................................................. 136
Concordantietabellen wetsontwerp - verordening ......... 197
Coördinatie van de artikelen .......................................... 199
2
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
De regering heeft dit wetsontwerp op
11 juni 2018 ingediend.
Le gouvernement a déposé ce projet de loi le
11 juin 2018.
De “goedkeuring tot drukken” werd op
11 juni 2018 door de Kamer ontvangen.
Le “bon à tirer” a été reçu à la Chambre le
11 juin 2018.
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 54 0000/000:
Parlementair document van de 54e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
cdH
:
centre démocrate Humaniste
VB
:
Vlaams Belang
PTB-GO!
:
Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
PP
:
Parti Populaire
Vuye&Wouters
:
Vuye&Wouters
3
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Dit ontwerp heeft tot doel de toepassing mo-
gelijk te maken van de recente verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad
van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat
moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan
het publiek worden aangeboden of tot de handel op
een gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG.
Het regime dat van toepassing is bij aanbieding van
beleggingsinstrumenten aan het publiek wordt gewij-
zigd. Zoals heden berust het regime op de verplich-
ting om een informatiedocument voor de beleggers
(het prospectus, goedgekeurd door de FSMA) op te
stellen. De drempel waarboven deze verplichting van
toepassing is wordt echter verhoogd tot 5 000 000 of
8 000 000 euro. Voor de aanbiedingen met een tegen-
waarde onder dat drempel enkel moet een beknopte
document opgesteld worden. Deze maatregel heeft
als doel het toegang tot de financiering voor de kleine
ondernemingen te vergemakkelijken.
In tegenstelling tot de vorige regeling neemt de
Europese prospectuswetgeving voortaan de vorm
aan van een verordening, waarvan de meeste bepa-
lingen rechtstreeks van toepassing zijn. Slechts voor
enkele bepalingen van die prospectusverordening
zijn dus specifieke omzettingsmaatregelen door de
lidstaten vereist (bijvoorbeeld de drempel waarboven
de prospectusplicht van toepassing is). Bijgevolg
strekt dit wetsontwerp ertoe de wet van 16 juni 2006
op de openbare aanbieding van beleggingsinstru-
menten en de toelating van beleggingsinstrumenten
tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
op te heffen en te vervangen. Het neemt uitsluitend de
elementen van die wet over die niet in de prospectus-
verordening aan bod komen, of in verband waarmee
de nationale wetgevers specifieke omzettingsmaat-
regelen dienen te nemen. Een groot deel van de
toepasselijke regeling, in het bijzonder de bepalingen
over de vrijstellingen van de prospectusplicht, de
prospectusregeling zelf, de goedkeuringsprocedure
van het prospectus en de bepalingen over de inter-
nationale samenwerking, zit, met andere woorden, in
de prospectusverordening vervat en komt niet in dit
ontwerp aan bod.
Le présent projet vise à permettre l’application
en Belgique du récent règlement (UE) 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017
concernant le prospectus à publier en cas d’offre au
public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission
de valeurs mobilières à la négociation sur un marché
réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE.
Il modifie la réglementation applicable au cas
où des instruments de placement sont offerts au
public. Comme actuellement, le régime repose sur
l’obligation de rédiger un document d’information à
l’intention des investisseurs (le prospectus, approuvé
par la FSMA). Le seuil à partir duquel cette obliga-
tion s’applique est toutefois porté à 5 000 000 ou
8 000 000 euros. Pour les offres dont le montant est
inférieur à ce seuil, seul un document plus concis doit
être rédigé. L’objectif de la mesure est de faciliter
l’accès au financement pour les petites entreprises.
La législation européenne sur le prospectus prend
dorénavant la forme d’un règlement, dont la plupart
des dispositions sont directement applicables. Seules
certaines dispositions du règlement prospectus
nécessitent ainsi des mesures de transposition
spécifiques par les États membres (par exemple
le seuil à partir duquel l’obligation de rédiger un
prospectus s’applique). Le présent projet de loi vise
par conséquent à abroger et remplacer la loi du
16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instru-
ments de placement et aux admissions d’instruments
de placement à la négociation sur des marchés
réglementés. Il reprend uniquement les éléments
de la loi du 16 juin 2006 qui ne sont pas couverts
par le règlement prospectus ou qui nécessitent des
mesures de transpositions spécifiques de la part des
législateurs nationaux. Une grande partie du régime
applicable, notamment les dispositions relatives aux
exemptions à l’obligation de prospectus, le régime
du prospectus en lui-même, le processus d’appro-
bation du prospectus, les dispositions relatives à la
coopération internationale, est ainsi contenue dans
le règlement prospectus et n’est pas reprise dans le
présent projet.
RÉSUMÉ
SAMENVATTING
4
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Bovendien worden een aantal wijzigingen aange-
bracht aan de wet van 1 april 2007 op de openbare
overnamebiedingen.
Het ontwerp zorgt ook voor de implementatie van
de verordening (EU) 2017/1131 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geld-
marktfondsen in het Belgisch recht, en wijzigt ook het
Belgisch financieel recht op diverse punten.
Par ailleurs des modifications sont apportées à
la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques
d’acquisition.
Le projet vise également à mettre en oeuvre le
règlement 2017/1131 (UE) du Parlement européen et
du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires,
ainsi qu’à apporter des modifications diverses au
droit financier belge.
5
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
MEMORIE VAN TOELICHTING
ALGEMENE TOELICHTING
DAMES EN HEREN,
Dit ontwerp van wet dat de Regering de eer heeft U
ter beraadslaging voor te leggen, streeft verschillende
doelstellingen na:
— in België de toepassing mogelijk maken van de
recente Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer
effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de
handel op een gereglementeerde markt worden toege-
laten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (hierna
“de prospectusverordening”);
— bepaalde wijzigingen aanbrengen in de wet van
1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en in
het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare
overnamebiedingen;
— tot slot Verordening (EU) 2017/1131 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake
geldmarktfondsen ten uitvoer leggen, en diverse en
vormwijzigingen in de financiële wetgeving aanbrengen.
Deze drie punten worden hieronder gedetailleerd
toegelicht.
I. — TENUITVOERLEGGING VAN DE
PROSPECTUSVERORDENING
1. Overzicht van de door de prospectusverordening
ingevoerde nieuwe regeling
De nieuwe prospectusverordening zal de thans gel-
dende prospectusrichtlijn vervangen1.
De Europese wetgever beschouwt de prospectus-
verordening als een essentiële stap in de richting van
de voltooiing van de kapitaalmarktenunie. Doel van die
unie is ondernemingen te helpen een grotere diversiteit
aan kapitaalbronnen van overal in de Europese Unie
aan te boren, de markten efficiënter te doen werken en
de beleggers en spaarders extra kansen te bieden om
hun geld te doen renderen, om zo de groei te stimuleren
1
Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de
Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat
gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek
worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot
wijziging van Richtlijn 2001/34/EG.
EXPOSÉ DES MOTIFS
EXPOSE GENERAL
MESDAMES, MESSIEURS,
Le présent projet de loi, que le Gouvernement a
l’honneur de soumettre à Votre délibération, poursuit
plusieurs objectifs:
— il vise à permettre l’application en Belgique du ré-
cent règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen
et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à
publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou
en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négo-
ciation sur un marché réglementé, et abrogeant la direc-
tive 2003/71/CE (ci-après, “le règlement prospectus”);
— il vise à apporter certaines modifications à la loi
du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisi-
tion et à l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres
publiques d’acquisition;
— enfin, il assure la mise en oeuvre du règlement
(UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 sur les fonds monétaires et vise à apporter
des modifications diverses et de forme à la législation
financière.
On détaille ci-dessous ces trois volets.
I. — MISE EN ŒUVRE DU RÈGLEMENT
PROSPECTUS
1. Aperçu du nouveau régime introduit par le règle-
ment prospectus
Le nouveau règlement prospectus a vocation à rem-
placer l’actuelle directive prospectus1.
Le législateur européen considère ce règlement
comme un élément important pour la mise en place
d’une union des marchés de capitaux. Celle-ci vise à
permettre aux entreprises de bénéficier d’un accès plus
diversifié au financement, à améliorer le fonctionnement
des marchés financiers et permettre aux investisseurs
et épargnants de faire fructifier leur argent, de manière
à renforcer la croissance et créer des emplois (voy.
1
Directive 2003/71/CE du Parlement européen et du Conseil du
4 novembre 2003 concernant le prospectus à publier en cas
d'offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l'admission
de valeurs mobilières à la négociation, et modifiant la directive
2001/34/CE.
6
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
en banen te scheppen (zie considerans 1 van de pros-
pectusverordening). Dat de Europese wetgever voor
een verordening (en niet voor een richtlijn) opteert, sluit
aan bij zijn wens om de harmonisatie te bevorderen van
de wetgeving over de openbaarmaking van informatie
wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden
of tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
worden toegelaten: de verschillen tussen de reglemen-
teringen die in de verschillende lidstaten van toepassing
zijn, kan tot aanzienlijke belemmeringen leiden die
grensoverschrijdende aanbiedingen van effecten, meer-
dere noteringen op gereglementeerde markten en uniale
regels ter bescherming van de consument in de weg
staan (zie considerans 5 van de prospectusverordening).
Hieronder worden de belangrijkste verschillen tussen
de regeling van de prospectusverordening en die van
de prospectusrichtlijn kort toegelicht:
— het grootste verschil betreft de drempels waar-
boven de prospectusplicht van toepassing is. Zo zal
het voortaan verboden zijn om de opstelling van een
prospectus te eisen voor aanbiedingen van effecten
aan het publiek met een totale tegenwaarde van minder
dan 1 000 000 euro (zie art. 1, lid 3, van de prospectus-
verordening). De lidstaten kunnen echter alternatieve
informatieverplichtingen opleggen, voor zover die niet
voor onevenredige of onnodige lasten zorgen. De lid-
staten zullen in dat verband ook voor een minder stren-
gere regeling dan die van de prospectusverordening
kunnen opteren, en besluiten om aanbiedingen van
effecten aan het publiek met een totale tegenwaarde
tussen 1 000 000 euro en 8 000 000 euro vrij te stel-
len van de prospectusplicht (zie art. 3, lid 2, van de
prospectusverordening). Ter zake wordt opgemerkt dat
de aldus vrijgestelde aanbiedingen niet in aanmerking
zullen komen voor de door de prospectusverordening
vastgestelde paspoortregeling.
De bepalingen van de prospectusverordening
die deze nieuwe drempels vaststellen, zullen vanaf
21 juli 2018 van toepassing zijn.
Er wordt opgemerkt dat die vrijstellingen niet gelden
voor toelatingen tot de verhandeling op een geregle-
menteerde markt waarvoor een prospectus is vereist,
ongeacht het bedrag van de verrichting;
— de prospectusverordening bevat ook andere
nieuwigheden in verband met de vrijstellingen van de
prospectusplicht bij toelatingen tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt.
Zo is de prospectusplicht niet meer van toepassing bij
de toelating tot de verhandeling van effecten die fungibel
zijn met effecten die al tot de verhandeling op dezelfde
considérant 1 du règlement prospectus). Le choix d’un
règlement (au lieu d’une directive) par le législateur
européen découle du souhait de celui-ci de renforcer
l’harmonisation de la législation en matière de commu-
nication d’information en cas d’offre de valeurs mobi-
lières au public ou d’admission à la négociation sur un
marché réglementé: l’existence de divergences entre
les règlementations applicables au sein des différents
États membres est de nature à créer des entraves aux
offres transfrontalières, aux cotations multiples, et à
l’application des règles de droit européen en matière
de protection des consommateurs (voy. le considérant
5 du règlement prospectus).
On expose brièvement les principales différences
que le régime du règlement prospectus présente par
rapport à celui de la directive prospectus:
— la principale de ces différences concerne les seuils
à partir desquels l’obligation de prospectus sera d’appli-
cation. Ainsi, il sera désormais interdit d’exiger un pros-
pectus pour les offres de valeurs mobilières au public
d’un montant total inférieur à 1 000 000 euros (voy. l’art.
1er, paragraphe 3, du règlement prospectus). Toutefois,
des obligations de fourniture d’information alternatives
peuvent être introduites par les États membres, à
condition que celles-ci ne constituent pas une charge
disproportionnée ou inutile. Les États membres pourront
également adopter sur ce point un régime moins sévère
que le règlement prospectus et choisir d’exempter
de l’obligation de rédiger un prospectus les offres de
valeurs mobilières au public dont le montant est compris
entre 1 000 000 euros et 8 000 000 euros (voy. l’art. 3,
paragraphe 2, du règlement prospectus). On précise
que les offres exemptées sur ces bases ne bénéficieront
pas du régime de passeport organisé par le règlement
prospectus.
Les dispositions du règlement prospectus établis-
sant ces nouveaux seuils seront d’application dès le
21 juillet 2018.
On précise que ces exemptions ne s’appliquent pas
aux opérations d’admission à la négociation sur un
marché réglementé, qui requièrent un prospectus quel
que soit le montant de l’opération;
— le règlement prospectus inclut également d’autres
nouveautés en ce qui concerne les exemptions à l’obli-
gation de prospectus en cas d’admission à la négocia-
tion sur un marché règlementé.
Ainsi, l’obligation de publier un prospectus ne s’ap-
plique plus à l’admission à la négociation de valeurs
mobilières fongibles avec des valeurs mobilières
7
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
gereglementeerde markt zijn toegelaten, mits die over
een periode van twaalf maanden minder dan 20 %
(en niet meer 10 % zoals vroeger) vertegenwoordigen
van het aantal effecten dat reeds tot de verhandeling
op dezelfde gereglementeerde markt is toegelaten.
Bovendien geldt de vrijstelling voor alle soorten effecten
en niet langer enkel voor aandelen.
De nieuwe prospectusverordening legt een plafond
van 20 % op voor de toelating tot de verhandeling van
aandelen die resulteren uit de conversie of de omrui-
ling van andere effecten, of uit de uitoefening van aan
andere effecten verbonden rechten, indien de hieruit
voortgekomen aandelen tot dezelfde klasse behoren
als de aandelen die al tot de verhandeling op dezelfde
gereglementeerde markt zijn toegelaten. Die beperking
zat voorheen niet vervat in de prospectusrichtlijn en in
de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding
van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleg-
gingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle-
menteerde markt (hierna “de wet van 16 juni 2006”).
Die nieuwe bepalingen zijn sinds 20 juli 2017 van
toepassing en hebben de betrokken bepalingen van de
wet van 16 juni 2006 (zie art. 18, § 2, a) en g), van die
wet) op die datum dus impliciet opgeheven;
— de informatieverplichtingen bij toelating tot de
verhandeling op een bepaalde gereglementeerde markt
van effecten die al tot de verhandeling op een andere ge-
reglementeerde markt zijn toegelaten, worden beperkt;
— de nieuwe prospectusverordening voert de rege-
ling van het “universele registratiedocument” in, waar-
door een uitgevende instelling waarvan de effecten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt of een
MTF zijn toegelaten, onder bepaalde voorwaarden in
aanmerking kan komen voor kortere goedkeuringster-
mijnen voor het prospectus;
— er wordt een specifieke lichtere regeling (het “EU-
groeiprospectus”) ingevoerd voor kmo’s en bepaalde
andere kleinschalige uitgevende instellingen;
— de inhoud van het prospectus zal ingrijpend wor-
den herzien. De betrokken wetgevende werkzaamheden
zijn nog aan de gang op Europees niveau;
— tot slot wordt opgemerkt dat het de wens van
de Europese wetgever is om een hoger niveau van
harmonisering tot stand te brengen omtrent de goed-
keuringsprocedure van het prospectus. Ook deze as-
pecten komen aan bod in het kader van voornoemde
wetgevende werkzaamheden.
déjà admises à la négociation sur le même marché
règlementé, pour autant qu’elles représentent, sur une
période de douze mois, moins de 20 % (et non plus 10
% comme auparavant) du nombre de valeurs mobilières
déjà admises à la négociation sur le même marché
règlementé. Par ailleurs, l’exemption s’applique à tous
les types de valeurs mobilières, et non plus seulement
aux actions.
Le nouveau règlement prospectus impose un plafond
de 20 % en ce qui concerne l’admission d’actions résul-
tant de la conversion ou de l’échange d’autres valeurs
mobilières, ou de l’exercice des droits conférés par
d’autres valeurs mobilières, lorsque ces actions sont de
même catégorie que celles déjà admises à la négocia-
tion. Une telle limite n’était pas prévue antérieurement
par la directive prospectus et la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de place-
ment et aux admissions d’instruments de placement à
la négociation sur des marchés réglementés (ci-après,
la loi du 16 juin 2006).
Ces nouvelles dispositions sont applicables depuis
le 20 juillet 2017 et ont donc implicitement abrogé à
cette date les dispositions correspondantes de la loi du
16 juin 2006 (voy. l’article 18, § 2, a) et g), de cette loi);
— les obligations de fourniture d’information en
cas d’admission sur un marché réglementé donné de
valeurs mobilières déjà admises sur un autre marché
réglementé sont limitées;
— le nouveau règlement prospectus introduit le
régime du ‘document d’enregistrement universel‘,
permettant notamment sous certaines conditions à un
émetteur dont les valeurs mobilières sont admises à la
négociation sur un marché réglementé ou un MTF de
bénéficier de délais d’approbation plus courts pour le
prospectus;
— un régime allégé spécifique (le “prospectus de
croissance de l’Union”) est introduit pour les PME, et
certains autres émetteurs de petite taille;
— le contenu du prospectus sera profondément
remanié. Les travaux législatifs concernant cet aspect
sont encore en cours au niveau européen;
— enfin, on notera que la volonté du législateur
européen est d’arriver à un niveau d’harmonisation
élevé en ce qui concerne le processus d’approbation
du prospectus. Les travaux législatifs susmentionnés
portent également sur ces aspects.
8
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Dit derde deel van de nieuwe regeling zal moeten
worden toegepast vanaf de dag waarop de prospec-
tusverordening van toepassing is (21 juli 2019 – zie art.
49, lid 2 van de verordening).
2. Belangrijkste kenmerken van de door dit ontwerp
ingevoerde regeling
Hieronder volgt een gedetailleerde toelichting bij de
belangrijkste aspecten van de door dit ontwerp inge-
voerde regeling. Voor bijkomende details wordt naar
de commentaar bij de artikelen verwezen.
— Begrip “beleggingsinstrument”
Zoals eerder de prospectusrichtlijn is ook de pros-
pectusverordening uitsluitend van toepassing op de
aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt van ef-
fecten. De wet van 16 juni 2006 heeft een veel ruimer
toepassingsgebied: zij hanteert niet het begrip “effect”
maar het veel ruimere begrip “beleggingsinstrument”.
Die benadering blijft behouden en het begrip “beleg-
gingsinstrument” wordt op geen enkel punt gewijzigd. Dit
ontwerp zal dus van toepassing blijven op de openbare
aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling
van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Het
bepaalt echter dat de regeling van de prospectusveror-
dening wordt uitgebreid tot de aanbiedingen aan het pu-
bliek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn.
Bijgevolg zal het koninklijk besluit van 31 oktober 1991
over het prospectus dat moet worden gepubliceerd bij
openbare uitgifte van effecten en waarden, worden
opgeheven.
— Toepassingsgebied van de prospectusplicht en
drempels
Hoewel de prospectusverordening de meeste vrijstel-
lingen van de prospectusplicht rechtstreeks vaststelt,
biedt zij de lidstaten toch de mogelijkheid om de drempel
voor de prospectusplicht vrij vast te stellen voor de aan-
biedingen aan het publiek waarvan de tegenwaarde tus-
sen 1 000 000 euro en 8 000 000 euro bedraagt (zie art.
1, lid 3, en art. 3, lid 2, van de prospectusverordening).
Het ontwerp bepaalt dat de prospectusplicht in de
volgende gevallen geldt:
1/ aanbiedingen aan het publiek met een totale
tegenwaarde van meer dan 5 000 000 euro, van be-
leggingsinstrumenten die niet op een door de Koning
aangeduide MTF zijn toegelaten (zie punt 2/ hieronder);
2/ aanbiedingen aan het publiek met een to-
tale tegenwaarde van meer dan 8 000 000 euro, van
Ce troisième volet du nouveau régime sera d’appli-
cation à compter de la date d’entrée en application du
règlement prospectus (21 juillet 2019 – voy. l’art. 49,
paragraphe 2 du règlement).
2. Principaux traits du régime introduit par le présent
projet
On détaille ci-dessous les principaux aspects du ré-
gime introduit par le présent projet. Pour un exposé plus
détaillé, on se reportera au commentaire des articles.
— Notion d’instrument de placement
Comme la directive prospectus avant lui, le règle-
ment prospectus s’applique uniquement aux offres
au public et aux admissions à la négociation sur un
marché règlementé de valeurs mobilières. La loi du
16 juin 2006 a quant à elle un champ d’application
plus large: le concept qu’elle utilise n’est pas celui de
valeur mobilière, mais celui d’instrument de placement,
beaucoup plus large. Cette approche est maintenue, et
aucune modification n’est apportée à la notion d’instru-
ment de placement. Le présent projet continuera donc
à s’appliquer aux offres publiques et aux admissions
à la négociation portant sur des instruments de place-
ment autres que des valeurs mobilières. Il est toutefois
prévu par le présent projet que le régime prévu par le
règlement prospectus soit étendu aux offres au public
d’instruments de placement autres que des valeurs
mobilières. L’arrêté royal du 31 octobre 1991 relatif au
prospectus à publier en cas d’émission publique de
titres et valeurs sera dès lors abrogé.
— Champ d’application de l’obligation de prospectus
et seuils
Bien que le règlement prospectus fixe directement
la plupart des exemptions à l’obligation de prospectus,
il permet aux États membres de fixer librement le seuil
de l’obligation de prospectus, pour les offres au public
dont le montant se situe à un niveau compris entre
1 000 000 euros et 8 000 000 euros (voy. les articles
1er, § 3, et 3, § 2, du règlement prospectus).
Le projet prévoit l’application de l’obligation de pros-
pectus dans les cas suivants:
1/ en cas d’offre au public pour un montant supérieur
à 5 000 000 euros, d’instruments de placement qui ne
sont pas admis à la négociation sur un MTF désigné
par le Roi (voy. point 2/ ci-dessous);
2/ en cas d’offre au public pour un montant supérieur
à 8 000 000 euros, d’instruments de placements qui
9
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
beleggingsinstrumenten die tot de verhandeling op een
door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten. Bij de
uitoefening van die machtiging zal de Koning erop toe-
zien MTF’s aan te duiden die aan minimumstandaarden
voldoen, zodat op passende wijze rekening kan worden
gehouden met de belangen van de beleggers; en
3/ toelatingen tot de verhandeling op een geregle-
menteerde markt, ongeacht het bedrag ervan.
Het ontwerp strekt er dus toe drie afzonderlijke rege-
lingen in te voeren voor de toepassing van de prospec-
tusplicht, naargelang de betrokken beleggingsinstru-
menten al dan niet tot de verhandeling op een door de
Koning aangeduide MTF of op een gereglementeerde
markt zijn (of zullen worden) toegelaten.
Vooreerst wordt eraan herinnerd dat, volgens de
prospectusverordening, een prospectus moet worden
gepubliceerd voor alle toelatingen van effecten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt, alsook
voor de aanbiedingen aan het publiek van effecten
die tot de verhandeling op een dergelijke markt zijn
toegelaten, ongeacht de betrokken tegenwaarde. Die
regeling wordt door het ontwerp logischerwijs uitgebreid
tot de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen
effecten zijn.
Zoals al vermeld, voert het ontwerp bovendien een
onderscheid in tussen de gevallen waarin de aanbie-
ding aan het publiek betrekking heeft op beleggings-
instrumenten die zijn of zullen worden toegelaten tot
de verhandeling op een MTF die aan bepaalde stan-
daarden voldoet, en de gevallen waarin de betrokken
beleggingsinstrumenten niet zijn genoteerd, dan wel
tot de verhandeling op een ander type van MTF zijn
toegelaten.
De Regering wil op die manier een evenwichtig com-
promis bereiken tussen de nood aan degelijke informa-
tieverstrekking aan de beleggers en de door dit ontwerp
nagestreefde doelstellingen inzake de financiering van
ondernemingen. In concreto merkt de Regering op dat
de toelating tot de verhandeling op een MTF de toepas-
sing van een hogere drempel voor de prospectusplicht
kan rechtvaardigen, als die toelating samengaat met de
toepassing van een specifieke regeling die bescherming
biedt aan de beleggers. Die regeling zou bijvoorbeeld
vereisten inzake de continue informatieverstrekking
moeten omvatten over voornamelijk de financiële
prestaties van de uitgevende instelling van de betrok-
ken instrumenten. De uitgevende instellingen zouden
aan specifieke vereisten voor hun initiële toelating en
aan een reglementering inzake marktmisbruik moeten
worden onderworpen. Bovendien kan in het algemeen
worden gesteld dat de toelating tot de verhandeling op
sont admis à la négociation sur un MTF désigné par le
Roi. Dans l’exercice de cette habilitation, le Roi veillera à
désigner des MTF répondant à des standards minimum,
de manière à dûment prendre en compte l’intérêt des
investisseurs; et
3/ en cas d’admission à la négociation sur un marché
réglementé, quel que soit le montant de celle-ci.
Le projet vise donc à mettre trois régimes distincts en
place pour l’application de l’obligation de prospectus,
suivant que les instruments de placement concernés
sont admis (ou seront admis) ou non sur un MTF désigné
par le Roi ou sur un marché réglementé.
On rappelle tout d’abord que le règlement prospectus
impose la publication d’un prospectus pour toutes les
admissions de valeurs mobilières à la négociation sur
un marché réglementé, de même que pour les offres au
public de valeurs mobilières admises sur un tel marché,
quel que soit le montant concerné. De manière logique,
ce régime est étendu par le projet en ce qui concerne
les admissions d’instruments de placement qui ne sont
pas des valeurs mobilières.
Par ailleurs, le projet introduit comme on l’a vu une
distinction entre les cas où l’offre au public porte sur des
instruments de placements admis ou à admettre à la
négociation sur un MTF répondant à certains standards
et les cas où les instruments de placement en question
ne sont pas cotés, ou sont admis à la négociation sur
un MTF d’un autre type.
Le Gouvernement vise par là à atteindre un compro-
mis équilibré entre la nécessité d’assurer une bonne
information des investisseurs et les objectifs poursuivis
par le présent projet en matière de financement des
entreprises. Concrètement, le Gouvernement remarque
que l’admission sur un MTF peut justifier l’application
d’un seuil plus élevé pour l’obligation de prospectus, si
cette admission va de pair avec l’application d’un régime
spécifique offrant une protection aux investisseurs.
Ce régime devrait par exemple inclure des exigences
d’information continue concernant notamment les per-
formances financières de l’émetteur des instruments
concernés. Les émetteurs devraient être soumis à des
exigences spécifiques pour leur admission initiale, de
même qu’à une règlementation en matière d’abus de
marché. Par ailleurs, on observe de manière générale
que l’admission sur un MTF signifie que les investisseurs
peuvent, s’ils le souhaitent, réaliser leurs instruments
10
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
een MTF impliceert dat, indien de beleggers dat wen-
sen, zij hun beleggingsinstrumenten te gelde kunnen
maken op een markt die liquiditeit alsook een geordend
prijsvormingsproces biedt. Een dergelijke markt wordt
bovendien verplicht uitgebaat door een onderneming die
een vergunning moet verkrijgen van de FSMA en aan
permanent toezicht door de FSMA is onderworpen (zie
art. 42 en volgende van de wet van 21 november 2017
over de infrastructuren voor de markten voor financi-
ele instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn
2014/65/EU).
Om die redenen wordt voorgesteld om te voorzien
in een hogere drempel, die wordt vastgesteld op het
maximumniveau waarvan sprake in de prospectusver-
ordening, voor de toepassing van de prospectusplicht
bij een aanbieding aan het publiek van beleggingsinstru-
menten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een
MTF die aan bepaalde standaarden voldoet: gelet op de
specifieke regeling die bij toelating tot de verhandeling
op een dergelijke MTF zal gelden, is de Regering van
oordeel dat het algemeen beschermingsniveau van de
beleggers behouden blijft.
Omdat – voor de andere beleggingsinstrumenten –
een regeling ontbreekt die doorlopende garanties van
hetzelfde type biedt als bij de toelating tot de verhande-
ling op een MTF van het eerder vermelde type, acht de
Regering het daarentegen aangewezen om de drempel
voor de prospectusverplichting op een lager niveau,
namelijk op 5 000 000 euro, vast te stellen.
Voornoemde drempels van 5 000 000 euro en
8 000 000 euro zijn de drempels waarvoor respectie-
velijk in Nederland en Frankrijk is geopteerd. Naar het
oordeel van de Regering maakt de hier voorgestelde
regeling het dus mogelijk een level playing field te ga-
randeren ten opzichte van de buurlanden.
Zoals voorheen, geldt de prospectusplicht niet bij een
gewone toelating tot de verhandeling op een MTF of een
OTF zonder aanbieding van beleggingsinstrumenten
aan het publiek (zie echter hieronder in verband met
de regeling van de informatienota).
— Informatienota
Dit ontwerpt strekt er ook toe alternatieve informatie-
verstrekkingsverplichtingen in te voeren voor bepaalde
verrichtingen waarvoor de prospectusplicht niet geldt.
Voor de aanbiedingen aan het publiek met een totale
tegenwaarde die minder bedraagt dan of gelijk is aan
5 000 000 euro of 8 000 000 euro, naargelang het ge-
val (zie hierboven), wordt voorgesteld om de opstelling
de placement sur un marché offrant de la liquidité et
un processus de formation des prix ordonné. Ce type
de marché est par ailleurs obligatoirement exploité par
une entreprise soumise à une obligation d’agrément
auprès de la FSMA et à un contrôle permanent de la
part de celle-ci (voy. les art. 42 et suivants de la loi du
21 novembre 2017 relative aux infrastructures des mar-
chés d’instruments financiers et portant transposition
de la Directive 2014/65/UE).
Pour ces raisons, il est proposé de prévoir un seuil
plus élevé, fixé au maximum prévu par le règlement pros-
pectus, pour l’application de l’obligation de prospectus
en cas d’offre au public d’instruments de placement
admis sur un MTF répondant à certains standards: vu le
régime spécifique qui s’appliquera en cas d’admission
sur un tel MTF, le Gouvernement estime que le niveau
général de protection des investisseurs est préservé.
Pour les autres instruments de placement, le
Gouvernement estime par contre indiqué, en l’absence
d’un régime offrant des garanties continues du même
type que celles existant en cas d’admission sur un
MTF du type mentionné ci-dessus, de fixer le seuil de
l’obligation de prospectus à un niveau plus bas, à savoir
5 000 000 euros.
Les seuils de 5 000 000 euros et 8 000 000 euros
mentionnés ci-dessus sont ceux qui ont respectivement
été retenus aux Pays-Bas et en France. Le régime pro-
posé ici permet donc, de l’avis du Gouvernement, d’as-
surer un level playing field vis-à-vis des pays voisins.
Comme auparavant, la simple admission sur un MTF
ou un OTF sans offre d’instruments de placement au
public ne donne pas lieu à l’application de l’obligation de
prospectus (voy. toutefois ci-dessous en ce qui concerne
le régime de la note d’information).
— Note d’information
Le présent projet vise également à introduire des
obligations de fourniture d’information alternatives,
pour certaines opérations qui ne sont pas soumises à
l’obligation de prospectus.
Pour les offres au public d’un montant inférieur ou
égal à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros, suivant le
cas (voy. ci-dessus), il est proposé d’imposer la rédac-
tion d’une note d’information, qui est un document
11
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
van een informatienota verplicht te stellen, i.e. een veel
beknopter document dan een prospectus. Die regeling
strekt ertoe de toegang tot de financiering te vergemak-
kelijken voor kleine ondernemingen, en tegelijkertijd te
garanderen dat beleggers voldoende worden geïnfor-
meerd. Het schema voor de opstelling van de informa-
tienota en de inhoud van die nota zullen gedetailleerd
en volledig worden vastgesteld bij koninklijk besluit. De
informatienota zal niet vooraf door de FSMA moeten
worden goedgekeurd.
Te noteren valt dat een de minimis-regeling wordt
ingevoerd voor de aanbiedingen aan het publiek waar-
van de totale tegenwaarde minder dan 500 000 euro
bedraagt, en voor zover elke belegger slechts voor een
maximumbedrag van 5 000 euro op de aanbieding aan
het publiek kan ingaan. Voor dergelijke aanbiedingen
aan het publiek zal geen informatienota en a fortiori ook
geen prospectus moeten worden gepubliceerd.
De regeling van de informatienota zal ook van
toepassing zijn bij de rechtstreekse toelating van be-
leggingsinstrumenten tot de verhandeling op de door
de Koning aangeduide MTF’s of segmenten daarvan.
Wat de voor het publiek toegankelijke MTF’s betreft,
is de Regering van oordeel dat de aan de toelating
tot de verhandeling voorafgaande publicatie van een
informatienota effectief gerechtvaardigd kan zijn. Eens
de beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een
dergelijke MTF zijn toegelaten, kunnen zij immers door
niet-professionele beleggers worden gekocht, hoewel
de toelating tot de verhandeling niet gepaard ging met
een aanbieding aan het publiek. In voorkomend geval,
zal de Koning een onderscheid kunnen maken tussen
de verschillende segmenten van een MTF, bijvoorbeeld
in de gevallen waarin slechts bepaalde van die seg-
menten toegankelijk zouden zijn voor niet-professionele
beleggers. De Koning zal ook uitzonderingen op de
verplichting om een informatienota te publiceren kunnen
voorzien, inzonderheid in de in artikel 1, paragraaf 5, van
de prospectusverordening bedoelde gevallen.
3. Legistieke benadering
In tegenstelling tot de vorige regeling neemt de
Europese prospectuswetgeving voortaan de vorm aan
van een verordening, waarvan de meeste bepalingen
rechtstreeks van toepassing zijn. Slechts voor enkele
bepalingen van die prospectusverordening zijn dus
specifieke omzettingsmaatregelen vereist. Dat is zo
voor de regeling inzake de verantwoordelijkheid met
betrekking tot het prospectus (art. 11 van de prospec-
tusverordening), de aansprakelijkheid van de bevoegde
autoriteiten (art. 20, lid 9, van de prospectusverorde-
ning), de bepalingen over de aanwijzing en de bevoegd-
heden van de bevoegde autoriteiten (art. 31 en 32 van
significativement plus concis qu’un prospectus. Ce
régime vise à faciliter l’accès au financement pour les
petites entreprises, tout en assurant une information suf-
fisante aux investisseurs. Le schéma selon lequel la note
d’information doit être rédigée et le contenu de celle-ci
seront fixés de manière détaillée et exhaustive par voie
d’arrêté royal. La note d’information ne devra pas faire
l’objet d’une approbation préalable par la FSMA.
On notera qu’un régime de minimis est introduit
pour les offres au public dont le montant est inférieur à
500 000 euros et pour autant que chaque investisseur
ne puisse donner suite à l’offre au public que pour un
montant maximal de 5 000 euros. Ces offres au public
ne requerront pas la publication d’une note d’information
ni a fortiori celle d’un prospectus.
Ce régime de la note d’information sera également
applicable en cas d’admission directe d’instruments
de placement sur les MTF – ou les segments de MTF
– désignés par le Roi. Pour ce qui concerne les MTF
accessibles au public, le Gouvernement est d’avis que la
publication, préalable à l’admission, d’une note d’infor-
mation peut en effet se justifier. Une fois admis sur un
tel MTF, les instruments de placement peuvent en effet
être achetés par des investisseurs de détail, nonobstant
le fait que l’admission ne s’est pas accompagnée d’une
offre au public. Le cas échéant, le Roi pourra distinguer
entre les différents segments d’un MTF, par exemple
dans le cas où seuls certains d’entre eux seraient acces-
sibles aux investisseurs de détail. Il pourra également
définir des exceptions à l’obligation de publier une note
d’information, notamment dans les cas visés à l’article
1er, paragraphe 5 du règlement prospectus.
3. Approche légistique
Contrairement à ce qui était le cas sous le régime
antérieur, la législation européenne sur le prospectus
prend dorénavant la forme d’un règlement, dont la
plupart des dispositions sont directement applicables.
Seules certaines dispositions du règlement prospec-
tus nécessitent ainsi des mesures de transposition
spécifiques. Il est ainsi du régime de responsabilité lié
au prospectus (art. 11 du règlement prospectus), de la
responsabilité des autorités compétentes (art. 20, para-
graphe 9 du règlement prospectus), des dispositions
relatives à la désignation et aux pouvoirs des autorités
compétentes (art. 31 et 32 du règlement prospectus),
12
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
de prospectusverordening) en de bepalingen over de
sancties en de administratieve maatregelen (art. 38 tot
43 van de prospectusverordening).
Verder blijft het voor de nationale wetgevers natuurlijk
mogelijk om een regeling uit te werken voor aangele-
genheden die buiten de materies vallen die door de
prospectusverordening worden geharmoniseerd. Zo
blijven de bestaande reglementering inzake bemiddeling
en de regels over de werving en de inontvangstneming
van terugbetaalbare bijvoorbeeld behouden.
Bijgevolg strekt dit wetsontwerp ertoe de wet van
16 juni 2006 op te heffen en te vervangen. Het neemt
uitsluitend de elementen van die wet over die niet in de
prospectusverordening aan bod komen, of in verband
waarmee de nationale wetgevers specifieke omzet-
tingsmaatregelen dienen te nemen. Een groot deel van
de toepasselijke regeling, in het bijzonder de bepalin-
gen over de vrijstellingen van de prospectusplicht, de
prospectusregeling zelf, de goedkeuringsprocedure van
het prospectus en de bepalingen over de internationale
samenwerking, zit, met andere woorden, in de prospec-
tusverordening vervat en komt niet in dit ontwerp aan
bod. De reikwijdte van dit ontwerp is dus veel beperkter
dan die van de wet van 16 juni 2006.
Het wettelijke kader voor aanbiedingen aan het pu-
bliek zal dus bestaan uit de prospectusverordening, de
overeenkomstig die verordening vastgestelde gedele-
geerde handelingen, dit ontwerp en de uitvoeringsbe-
sluiten ervan.
II. — WIJZIGINGEN AAN DE WETGEVING OP DE
OPENBARE OVERNAMEBIEDINGEN
Er worden ook een aantal wijzigingen aangebracht in
de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebie-
dingen (hierna “de wet op de openbare overnamebie-
dingen”). Die wijzigingen hebben hetzelfde perspectief
als de prospectusverordening, in die zin dat zij er met
name naar streven de toegang tot de kapitaalmarkten te
vergemakkelijken voor de kleinschalige ondernemingen:
— artikel 5 van de wet op de openbare overname-
biedingen, dat handelt over de toepassing van de
wetgeving op de openbare overnamebiedingen op de
vennootschappen die tot de verhandeling op een MTF
zijn toegelaten, wordt gewijzigd met het oog op de mo-
dernisering van de regeling inzake verplichte openbare
overnamebiedingen;
— artikel 8 van de wet op de openbare overnamebie-
dingen wordt gewijzigd, om de Koning in staat te stellen
een specifieke regeling uit te werken voor openbare
ainsi que des dispositions relatives aux sanctions et
mesures administratives (art. 38 à 43).
Par ailleurs, il reste bien entendu possible pour les
législateurs nationaux de régler des questions qui se
situent en dehors des matières harmonisées par le
règlement prospectus. La règlementation existante en
matière d’intermédiation et les règles sur la sollicitation
et la réception de fonds remboursables sont ainsi par
exemple maintenues.
Le présent projet de loi vise par conséquent à abroger
et remplacer la loi du 16 juin 2006. Il reprend uniquement
les éléments de la loi du 16 juin 2006 qui ne sont pas
couverts par le règlement prospectus ou qui nécessitent
des mesures de transpositions spécifiques de la part
des législateurs nationaux. Une grande partie du régime
applicable, notamment les dispositions relatives aux
exemptions à l’obligation de prospectus, le régime du
prospectus en lui-même, le processus d’approbation du
prospectus, les dispositions relatives à la coopération
internationale, est ainsi contenue dans le règlement
prospectus et n’est pas reprise dans le présent projet. La
portée du présent projet est donc beaucoup plus limitée
que ne l’est celle de la loi du 16 juin 2006.
Le cadre légal en matière d’offre au public sera dès
lors constitué du règlement prospectus, des actes délé-
gués adoptés en vertu de celui-ci, du présent projet et
de ses arrêtés d’exécution.
II. — MODIFICATIONS DE LA LÉGISLATION OPA
Un certain nombre de modifications sont également
apportées à la loi du 1er avril 2007 relative aux offres
publiques d’acquisition (ci-après, la loi OPA). Ces modi-
fications se situent dans la même perspective que le
règlement prospectus; elles visent en effet notamment
à faciliter l’accès aux marchés des capitaux pour les
entreprises de petite taille:
— l’article 5 de la loi OPA, relatif à l’application de la
législation OPA aux sociétés admises sur un MTF, est
modifié, de manière à permettre la modernisation du
régime des OPA obligatoires;
— l’article 8 de la loi OPA est modifié, de manière à
permettre au Roi de définir un régime spécifique pour
les offres publiques d’acquisition portant sur des titres
13
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
overnamebiedingen op schuldinstrumenten die door
de uitgevende instelling van die instrumenten worden
uitgebracht. Ter zake wordt er immers van uitgegaan dat
bij dergelijke verrichtingen niet dezelfde regeling moet
worden toegepast als bij openbare overnamebiedin-
gen op effecten die toegang geven tot stemrecht, of bij
openbare overnamebiedingen op schuldinstrumenten
die door derden worden uitgebracht;
— de wet op de openbare overnamebiedingen stelt
de “andere documenten en berichten die betrekking
hebben op een openbare overnamebieding” gelijk
met reclamestukken. Door die gelijkstelling zal de
FSMA dergelijke documenten moeten goedkeuren,
terwijl dat soms geen reclamestukken zijn (bv. de ven-
nootschapsdocumenten van een vennootschap). Die
gelijkstelling wordt opgeheven, waardoor die “andere
documenten en berichten die betrekking hebben op een
openbare aanbieding” niet meer a priori door de FSMA
zullen moeten worden goedgekeurd bij een openbare
overnamebieding;
— de bepalingen over de publicatiemodaliteiten voor
prospectussen bij openbare overnamebiedingen en
over de opneming van documenten door middel van
verwijzing worden afgestemd op de regeling van de
prospectusverordening.
Die wijzigingen zullen aanleiding geven tot een aan-
passing van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op
de openbare overnamebiedingen.
III. — VARIA
Tot slot strekt het ontwerp ertoe de recente verorde-
ning inzake geldmarktfondsen2 ten uitvoer te leggen.
Verder worden in de financiële wetgeving een aantal
diverse en vormwijzigingen aangebracht. Voor meer
details daarover wordt naar de commentaar bij de arti-
kelen hieronder verwezen.
*
* *
De Regering heeft alle door de Raad van State
geformuleerde opmerkingen onderzocht en de nodige
aanpassingen zijn aangebracht in het ontwerp van wet
en de memorie van toelichting. Voor detailinformatie
over de aangebrachte aanpassingen en de punten in
verband waarmee het niet aangewezen leek om gevolg
te geven aan die opmerkingen, wordt verwezen naar de
commentaar bij de artikelen.
2
Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de
Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.
de créance qui sont lancées par l’émetteur desdits
titres. On considère en effet que de telles opérations
ne nécessitent pas l’application du même régime que
les OPA sur titres donnant accès au droit de vote ou les
OPA sur titres de créance lancées par un tiers;
— la loi OPA assimile actuellement aux documents
publicitaires les “autres documents et avis se rappor-
tant à une offre publique”. Cette assimilation a pour
conséquence que la FSMA sera amenée à approuver
ce type de documents alors que ceux-ci sont parfois
dépourvus de caractère publicitaire (documents sociaux
d’une société par exemple). Cette assimilation est sup-
primée, de sorte que l’approbation a priori par la FSMA
des “autres documents et avis se rapportant à une offre
publique” n’est plus d’application en cas d’OPA;
— les dispositions relatives aux modalités de publi-
cation du prospectus et à l’incorporation de documents
par référence sont alignées sur le régime prévu par le
règlement prospectus.
Ces modifications conduiront à adapter l’arrêté royal
du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques d’acquisition.
III. — DIVERS
Enfin, le projet vise à assurer la mise en oeuvre du
récent règlement sur les fonds monétaires2. Par ailleurs,
un certain nombre de modifications diverses et de forme
sont également apportées à la législation financière.
Pour le détail de celles-ci, on renvoie au commentaire
des articles ci-dessous.
*
* *
Le Gouvernement a examiné l’ensemble des
remarques exprimées par le Conseil d’État et les adap-
tations nécessaires ont été apportées au projet de loi et
à l’exposé des motifs. Pour plus de détails sur les adap-
tations effectuées ainsi que sur les points sur lesquels
il n’a pas été jugé indiqué de suivre ces remarques, on
se réfère au commentaire des articles.
2
Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil
du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires.
14
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Over dit ontwerp is van 24 november 2017 tot
15 januari 2018 een openbare consultatie gehouden. Er
is rekening gehouden met de daarbij geformuleerde re-
acties, die, waar dat opportuun werd geacht, aanleiding
hebben gegeven tot een aanpassing van het ontwerp.
*
* *
Dit ontwerp telt 104 artikelen, voorgesteld als volgt:
BOEK I
ALGEMENE BEPALINGEN
BOEK II
AANBIEDINGEN VAN
BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK
TITEL I
Definities
TITEL II
Toepassingsgebied
TITEL III
Het prospectus en de informatienota
HOOFDSTUK I
Verplichting om een prospectus te publiceren
HOOFDSTUK II
Verplichting om een informatienota te publiceren
Afdeling I
Toepassingsgebied
Afdeling II
De informatienota
Onderafdeling I
Algemene bepaling
Onderafdeling II
Inhoud van de informatienota
Le présent projet a fait l’objet d’une consulta-
tion publique, organisée du 24 novembre 2017 au
15 janvier 2018. Les réactions exprimées à cette occa-
sion ont été prises en considération et ont donné lieu,
lorsque cela a été jugé opportun, à des adaptations du
projet.
*
* *
Le présent projet compte 104 articles, présentés
comme suit:
LIVRE IER
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
LIVRE II
DES OFFRES AU PUBLIC D’INSTRUMENTS DE
PLACEMENT
TITRE IER
Définitions
TITRE II
Champ d’application
TITRE III
Le prospectus et la note d’information
CHAPITRE IER
Obligation de publier un prospectus
CHAPITRE II
Obligation de publier une note d’information
Section I
Champ d’application
Section II
La note d’information
Sous-section I
Disposition générale
Sous-section II
Contenu de la note d’information
15
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Onderafdeling III
Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA
Onderafdeling IV
Geldigheidsduur
TITEL IV
Bemiddeling
HOOFDSTUK I
Toepassingsgebied
HOOFDSTUK II
Bemiddelingsmonopolie
TITEL V
Reclame en andere documenten en berichten die
betrekking hebben op de verrichting
TITEL VI
Aansprakelijkheid
TITEL VII
Openbare mededelingen buiten het kader van een
openbare aanbieding aan het publiek
BOEK III
BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR
TERUGBETAALBARE GELDEN
BOEK IV
TOEZICHT
TITEL I
Bevoegdheden van de FSMA
TITEL II
Administratieve maatregelen en sancties
BOEK V
BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN
BOEK VI
Sous-section III
Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA
Sous-section IV
Durée de validité
TITRE IV
Intermédiation
CHAPITRE IER
Champ d’application
CHAPITRE II
Monopole d’intermédiation
TITRE V
Communications à caractère promotionnel et autres
documents et avis se rapportant à l’opération
TITRE VI
Responsabilité
TITRE VII
Communications publiques en dehors du cadre
d’une offre au public
LIVRE III
DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE DE FONDS
REMBOURSABLES
LIVRE IV
CONTRÔLE
TITRE IER
Pouvoirs de la FSMA
TITRE II
Mesures et sanctions administratives
LIVRE V
SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES
LIVRE VI
16
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITEL I
Wijzigingen aan het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992
TITEL II
Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële sector en de
financiële diensten
TITEL III
Wijzigingen aan de wet van 1 april 2007 op de
openbare overnamebiedingen
TITEL IV
Wijzigingen aan de wet van 3 augustus 2012
betreffende de instellingen voor collectieve belegging
die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn
2009/65/EG en de instellingen voor belegging in
schuldvordering
TITEL V
Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende
de alternatieve instellingen voor collectieve belegging
en hun beheerders
TITEL VI
Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen
TITEL VII
Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014 betreffende
de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
TITEL VII
Wijzigingen aan de wet van 13 maart 2016 op
het statuut en het toezicht op verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen
TITEL IX
Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot
regeling van de erkenning en de afbakening van
crowdfunding en houdende diverse bepalingen
inzake financiën
DISPOSITIONS MODIFICATIVES
TITRE I
Modifications au Code des impôts sur les revenus
1992
TITRE II
Modifications à la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur financier et aux services
financers
TITRE III
Modifications à la loi du 1er avril 2007 relative aux
offres publiques d’acquisition
TITRE IV
Modifications à la loi du 3 août 2012 relative aux
organismes de placement collectif qui répondent
aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux
organismes de placement en créances
TITRE V
Modifications à la loi du 19 avril 2014 relative aux
organismes de placement collectif alternatifs et à
leurs gestionnaires
TITRE VI
Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit et
des sociétés de bourse
TITRE VII
Modifications à la loi du 12 mai 2014 relative aux
sociétés immobilières réglementées
TITRE VII
Modifications à la loi du 13 mars 2016 relative au
statut et au contrôle des entreprises d’assurance et
de réassurance
TITRE IX
Modifications à la loi du 18 décembre 2016
organisant la reconnaissance et l’encadrement du
crowdfunding et portant des dispositions diverses en
matière de finances
17
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL X
Wijzigingen aan de wet van 7 december 2016 tot
organisatie van het beroep van en het publiek
toezicht op de bedrijfsrevisoren
TITEL XI
Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017 over
de infrastructuren voor de markten voor financiële
instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn
2014/65/EU
BOEK VII
DIVERSE BEPALING
BOEK VII
OVERGANGSBEPALINGEN EN
INWERKINGTREDING
*
* *
Boek I van het ontwerp bevat de gebruikelijke alge-
mene bepalingen
Boek II bevat de eigenlijke regeling inzake de aan-
biedingen aan het publiek. Het is onderverdeeld in
verschillende titels, die elk een specifiek toepassings-
gebied hebben. Titels I en II bevatten de definities en
omschrijven het toepassingsgebied van boek II. Titel
III handelt over de geldende prospectusregeling voor
de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen
tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten die
geen effecten zijn, alsook de geldende regeling voor
aanbiedingen van beleggingsinstrumenten waarvan
de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel van de
prospectusplicht. Titel IV bevat de reglementering inzake
het bemiddelingsmonopolie, titel V de bepalingen over
de reclame, titel VI de aansprakelijkheidsregeling inzake
het prospectus, de informatienota en de reclame, en
titel VII de bepalingen over de openbare mededelingen
buiten het kader van een aanbieding aan het publiek
Boek III bevat de reglementering inzake het beroep
op het publiek voor terugbetaalbare gelden
Boek IV bevat de bepalingen over de toezichtspre-
rogatieven van de FSMA, terwijl boek V de strafbepa-
lingen, de burgerlijke sancties en de administratieve
maatregelen en sancties bevat
Boeken VI, VII en VIII bevatten respectievelijk de
wijzigingsbepalingen (waaronder onder andere de
TITRE X
Modifications à la loi du 7 décembre 2016 portant
organisation de la profession et de la supervision
publique des réviseurs d’entreprises
TITRE XI
Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative
aux infrastructures des marchés d’instruments
financiers et portant transposition de la directive
2014/65/UE
LIVRE VII
DISPOSITION DIVERSE
LIVRE VII
DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTRÉE EN
VIGUEUR
*
* *
Le livre Ier du projet contient les dispositions générales
usuelles.
Le livre II contient le régime des offres au public pro-
prement dit. Il est subdivisé en différents titres, qui sont
chacun dotés d’un champ d’application spécifique. Les
titres Ier et II contiennent les définitions et définissent le
champ d’application du livre II. Le titre III traite du régime
du prospectus applicable aux offres au public et aux
admissions à la négociation d’instruments de placement
autres que des valeurs mobilières, ainsi que du régime
applicable aux offres d’instruments de placement d’un
montant inférieur au seuil de l’obligation de prospec-
tus. Le titre IV contient la règlementation applicable au
monopole d’intermédiation, le titre V les dispositions
relatives aux communications à caractère promotionnel,
le titre VI le régime de responsabilité lié au prospectus,
à la note d’information et aux publicités, et le titre VII les
dispositions concernant les communications publiques
en dehors du cadre d’une offre au public.
Le livre III contient la règlementation relative à l’appel
au public en matière de fonds remboursables.
Le livre IV contient les dispositions relatives aux pré-
rogatives de la FSMA en matière de contrôle, tandis que
le livre V contient les dispositions pénales, sanctions
civiles et les mesures et sanctions administratives.
Les livres VI, VII et VIII contiennent respectivement
les dispositions modificatives (dont notamment les
18
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
wijzigingen in de regeling inzake openbare overname-
biedingen) alsook de diverse bepalingen en de bepalin-
gen over de inwerkingtreding van het ontwerp.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
BOEK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 1 en 2
Deze twee artikelen verduidelijken de grondwet-
telijke grondslag van dit ontwerp en sommen de
Europeesrechtelijke handelingen op die door het ont-
werp ten uitvoer worden gelegd.
BOEK II
AANBIEDINGEN VAN
BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK
TITEL I
Definities
Art. 3, 4 en 5
Artikel 2 van de prospectusverordening definieert een
aantal begrippen voor de toepassing van haar bepalin-
gen. Die begrippen zijn rechtstreeks van toepassing in
het Belgisch recht en moeten dus, zoals aangegeven
in artikel 5, ook voor de interpretatie van dit ontwerp
worden gebruikt. De artikelen 3 en 4 bevatten op hun
beurt de definities die eigen zijn aan het ontwerp, hetzij
omdat zij aspecten betreffen die niet door de prospec-
tusverordening worden geharmoniseerd, hetzij omdat
de betrokken definitie van de prospectusverordening
een specifieke tenuitvoerlegging door de nationale
wetgever vereist.
Artikel 3 definieert het begrip “beleggingsinstrument”
en neemt ter zake het bepaalde bij artikel 4 van de wet
van 16 juni 2006 integraal over. Er wordt, met andere
woorden, niets aan dat begrip gewijzigd. Zoals eerder
aangegeven, verschilt het toepassingsgebied van het
ontwerp op dit punt niets van het toepassingsgebied
van de wet van 16 juni 2006.
Artikel 4, 2°, definieert het begrip “aanbieding van
beleggingsinstrumenten aan het publiek”.
Qua terminologie moet worden opgemerkt dat de
uitdrukking “openbare aanbieding” voortaan door de
modifications apportées au régime des OPA) ainsi
que les dispositions diverses et relatives à l’entrée en
vigueur du projet.
COMMENTAIRE DES ARTICLES
LIVRE IER
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
Art. 1er et 2
Ces deux articles précisent le fondement constitu-
tionnel du présent projet et énumèrent les actes de
droit européen dont il vise, notamment, à assurer la
mise en œuvre.
LIVRE II
DES OFFRES AU PUBLIC D’INSTRUMENTS DE
PLACEMENT
TITRE IER
Définitions
Art. 3, 4 et 5
L’article 2 du règlement prospectus définit un certain
nombre de termes pour l’application de ses dispositions.
Celles-ci sont directement applicables en droit belge et
doivent donc également, comme précisé par l’article 5,
être utilisées pour l’interprétation du présent projet. Les
articles 3 et 4 reprennent quant à eux les définitions
propres au projet, que ce soit parce qu’elles ont trait à
des aspects non harmonisés par le règlement prospec-
tus, ou parce que la définition concernée du règlement
prospectus demande une mise œuvre spécifique par le
législateur national.
L’article 3 définit la notion d’instrument de placement
et reprend sur ce point intégralement le prescrit de
l’article 4 de la loi du 16 juin 2006. Aucune modification
n’est donc apportée à cette notion. Comme précisé ci-
dessus, le champ d’application du projet ne présente
donc sur ce point pas de différence avec celui de la loi
du 16 juin 2006.
L’article 4, 2°, définit la notion d’offre au public d’ins-
truments de placement.
Sur le plan terminologique, on notera que l’expres-
sion “offre publique” est désormais remplacée par
19
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
uitdrukking “aanbieding aan het publiek” wordt vervan-
gen. Zo wordt de formulering van de wet afgestemd op
die van de prospectusverordening.
Deze definitie neemt de bewoordingen van artikel
2, d), van de prospectusverordening integraal over,
met uitzondering van het feit dat zij verwijst naar aan-
biedingen van beleggingsinstrumenten (en niet alleen
van effecten) aan het publiek, om aldus het ruimere
toepassingsgebied van dit ontwerp te weerspiegelen.
De verduidelijking vervat in artikel 3, § 1, van de wet
van 16 juni 2006, op grond waarvan de aanbieding
moet worden verricht door de persoon die in staat is
om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te
dragen, dan wel door een persoon die voor rekening van
laatstgenoemde persoon handelt, wordt dus niet meer
overgenomen. Gelet op het dwingende en rechtstreeks
uitvoerbare karakter van de prospectusverordening, lijkt
het immers aangewezen de formulering ervan letterlijk
over te nemen.
De Regering verduidelijkt in dat verband wat volgt.
Volgens de bewoordingen van de prospectusveror-
dening is de definitie van het begrip “aanbieding aan
het publiek” ook van toepassing op “de plaatsing van
effecten via financiële tussenpersonen”. De Regering
is dus van oordeel dat ook de gevallen waarin de uit-
gevende instelling of de aanbieder een beroep doet
op tussenpersonen, door de prospectusverordening
worden geviseerd, net als de gevallen waarin de aan-
biedingen rechtstreeks door de uitgevende instelling of
de aanbieder worden verricht: de uitgevende instelling
of de aanbieder zal in dat geval ook verplicht zijn om
een prospectus of, naargelang het geval, een informa-
tienota op te stellen. De vraag of een bepaalde persoon
de rol van tussenpersoon vervult in het kader van een
aanbieding, is dan weer een feitelijke vraag die in het
licht van de omstandigheden van dat specifieke geval
moet worden beantwoord. Het feit dat een persoon
rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een
voordeel ontvangt in het kader van de aanbieding, zal,
naar het oordeel van de Regering, duidelijk maken of
die persoon de rol van tussenpersoon vervult. Het ont-
vangen van een voordeel of een vergoeding vormt ter
zake echter geen conditio sine qua non: ook uit andere
feitelijke elementen kan immers worden geconcludeerd
dat er een contractuele relatie bestaat tussen een uitge-
vende instelling of een aanbieder en een tussenpersoon.
De Regering stelt vast dat die nieuwigheid geen im-
pact heeft op de definitie zelf van “aanbieding aan het
publiek”: bijgevolg zou de kwalificatie, in het licht van het
begrip “aanbieding aan het publiek”, van de activiteiten
van het ontvangen en doorgeven van orders in effec-
ten die tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt zijn toegelaten, bijvoorbeeld niet veranderen ten
l’expression “offre au public”. Le libellé de la loi est ainsi
aligné avec celui du règlement prospectus.
Cette définition reprend intégralement les termes de
l’article 2, d), du règlement prospectus, excepté en ce
qu’elle fait référence aux offres au public d’instruments
de placement (et non pas uniquement de valeurs mobi-
lières), de manière à refléter le champ d’application, plus
large, du présent projet. La précision reprise à l’article 3,
§ 1er, de la loi du 16 juin 2006, selon laquelle l’offre doit
être faite par la personne qui est en mesure d’émettre
ou de céder les instruments de placement ou pour le
compte de celle-ci, n’est donc plus reprise. Eu égard
au caractère obligatoire et directement exécutoire du
règlement prospectus, il apparaît en effet préférable de
reprendre exactement le libellé de celui-ci.
En ce qui concerne cette suppression, le
Gouvernement précise ce qui suit. Selon les termes
utilisés par le règlement prospectus, la définition de la
notion d’offre au public s’applique également “au pla-
cement de valeurs mobilières par des intermédiaires
financiers”. Le Gouvernement est donc d’avis que le
recours par l’émetteur ou l’offreur à des intermédiaires
est également visé par le règlement prospectus, au
même titre que les offres directement effectuées par
l’émetteur ou l’offreur: l’émetteur ou l’offreur sera dans
un tel cas également soumis à l’obligation de rédiger
un prospectus, ou, selon le cas, une note d’information.
La question de savoir si une personne donnée joue le
rôle d’un intermédiaire dans le cadre d’une offre est
quant à elle une question de fait, qui doit être tranchée
en fonction des circonstances du cas d’espèce. En
particulier, le fait qu’une personne perçoive directement
ou indirectement une rémunération ou un avantage à
l’occasion de l’offre sera, de l’avis du Gouvernement, de
nature à indiquer que cette personne joue en l’espèce
le rôle d’un intermédiaire. La perception d’un avantage
ou d’une rémunération ne constitue toutefois pas une
condition sine qua non pour ce faire: d’autres éléments
de fait peuvent en effet conduire à établir l’existence de
la relation contractuelle entre un émetteur ou un offreur
et un intermédiaire.
Le Gouvernement observe que cette nouveauté
n’affecte pas la définition même de l’offre au public:
par conséquent, la qualification, au regard de la notion
d’offre au public, des activités de réception et trans-
mission d’ordres concernant des valeurs mobilières
admises à la négociation sur un marché réglementé ne
devrait par exemple pas changer par rapport au régime
20
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
opzichte van de huidige regeling. Voornamelijk gelet
op het feit dat de prospectusverordening rechtstreeks
van toepassing is, verduidelijkt de Regering dat ter
zake rekening zou moeten worden gehouden met de
interpretatie van het begrip “aanbieding aan het publiek”
door de Europese instanties.
Het voortaan gebruikte begrip “aanbieding aan het
publiek” verschilt, qua voorstelling, van het begrip
“openbare aanbieding” van de wet van 16 juni 2006: de
prospectusverordening bevat immers geen soortgelijke
criteria voor het openbaar karakter van een aanbieding
als de huidige criteria van artikel 3, § 2, van de wet
van 16 juni 2006. In de prospectusverordening zit het
equivalent van die criteria inzake het openbaar karakter
vervat in artikel 1, lid 4, a) tot d), in de vorm van vrijstel-
lingen van de prospectusplicht voor bepaalde soorten
aanbiedingen aan het publiek. Het is dan ook die bena-
dering die in dit ontwerp wordt gehanteerd. Te noteren
valt dat die voorstelling dezelfde is als de voorstelling
die voorheen aan bod kwam in de prospectusrichtlijn.
Tot slot wordt opgemerkt dat uitdrukkelijk wordt
vermeld dat de kosteloze toewijzing van beleggings-
instrumenten geen aanbieding aan het publiek vormt.
Die verduidelijking neemt het bepaalde over bij artikel
3, § 3, van de wet van 16 juni 2006. Hoewel die verdui-
delijking niet als dusdanig in de prospectusverordening
voorkomt, is de Regering van oordeel dat een correcte
tenuitvoerlegging van die verordening vereist dat die
verduidelijking wordt overgenomen: aangezien de pros-
pectusverordening de aanbiedingen waarvan de totale
tegenwaarde minder dan 1 000 000 euro bedraagt, uit
haar toepassingsgebied uitsluit (zie art. 1, lid 3, van
de verordening), is zij bijgevolg niet van toepassing op
kosteloze verrichtingen. Aangezien dit ontwerp op zijn
beurt voorziet in een regeling voor de aanbiedingen aan
het publiek zonder een absolute onderste grens vast te
stellen wat het bedrag3 betreft, lijkt het daarentegen wel
nodig om die verduidelijking hier te vermelden.
In verband met de opmerkingen van de Raad van
State over dit artikel wordt het volgende verduidelijkt.
De definitie van de FSMA, de bevoegde autoriteit voor
de toepassing van dit ontwerp, is aangepast om te vol-
doen aan de opmerking van de Raad van State. Ook is,
conform de suggestie van de Raad van State in die zin,
een machtiging ingevoerd op grond waarvan de Koning
het begrip “werkdag in de banksector” kan definiëren.
Daarentegen werd het niet opportuun geacht om in
het ontwerp een definitie van het begrip “MTF” op te
3
De in het ontwerp voorziene de minimis-regeling voor de
aanbiedingen waarvan de totale tegenwaarde minder bedraagt
dan of gelijk is aan 500 000 euro, is slechts van toepassing als
de inschrijving tot een bedrag van 5 000 euro per belegger wordt
beperkt.
actuel. Considérant notamment le caractère directement
applicable du règlement prospectus, le Gouvernement
précise qu’il y aura lieu en cette matière de tenir compte
de l’interprétation donnée à la notion d’offre au public
par les instances européennes.
La notion d’offre au public qui est désormais rete-
nue diffère, sur le plan de la présentation, de la notion
d’offre publique de la loi du 16 juin 2006: on ne trouve
notamment pas, dans le règlement prospectus, de cri-
tères de publicité de l’offre du type de ceux qui figurent
actuellement à l’article 3, § 2, de la loi du 16 juin 2006.
Dans Le règlement prospectus, l’équivalent de ces cri-
tères de publicité se retrouve à l’article 1er, paragraphe
4, a) à d), sous la forme d’exemptions de l’obligation de
publier un prospectus pour certaines catégories d’offres
au public. C’est donc cette approche qui est retenue
dans le présent projet. À noter que cette présentation
était déjà celle qui était reprise antérieurement dans la
directive prospectus.
On notera enfin qu’il est explicitement mentionné
que l’attribution d’instruments de placement à titre
gratuit ne constitue pas une offre au public. Cette pré-
cision reprend le prescrit de l’article 3, § 3, de la loi du
16 juin 2006. Bien qu’elle ne figure pas en tant que telle
dans le règlement prospectus, le Gouvernement estime
qu’une mise en œuvre correcte de ce dernier existe
de reprendre cette précision: le règlement prospectus
excluant en effet de son champ d’application les offres
dont le montant est inférieur à 1 000 000 euros (voy.
l’art. 1er, paragraphe 3, du règlement), il ne s’applique
donc de ce fait nécessairement pas aux opérations à
titre gratuit. Eu égard au fait que le présent projet prévoit
lui un régime pour les offres au public sans fixer de limite
inférieure absolue en termes de montant3, il apparaît à
l’inverse nécessaire d’apporter cette précision ici.
On précise ce qui suit en ce qui concerne les
remarques du Conseil d’État concernant cet article.
La définition de la FSMA, autorité compétente aux fins
du présent projet, a été adaptée conformément à la
remarque exprimée par le Conseil d’État. Egalement,
une habilitation permettant au Roi de définir la notion de
“jour ouvrable dans le domaine bancaire” a été insérée,
suite aux suggestions du Conseil d’État en ce sens. Il n’a
par contre par été jugé indiqué d’ajouter une définition
de la notion de MTF dans le projet, dans la mesure où
3
Le régime de minimis prévu par le projet pour les offres inférieures
ou égales à 500 000 euros n’est d’application que pour autant
que la souscription soit limitée à 5 000 euros par investisseur.
21
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
nemen, vermits dat begrip al in de prospectusverorde-
ning wordt gedefinieerd (zie art. 2, u)) en artikel 5 van
het ontwerp naar de definities van de prospectusveror-
dening verwijst.
De overige definities behoeven geen bijzondere
commentaar.
TITEL II
Toepassingsgebied
Art. 6
De verschillende titels van boek II van het ontwerp
bevatten respectievelijk de bepalingen over de voor de
uitgevende instelling of de aanbieder geldende infor-
matieverplichtingen bij een niet door de prospectusver-
ordening geviseerde aanbieding aan het publiek (titel
III), over het bemiddelingsmonopolie (titel IV), over de
reclame (titel V), over de burgerlijke aansprakelijkheid
met betrekking tot het prospectus, de informatienota en
de reclame (titel VI) en over de openbare mededelingen
buiten het kader van een aanbieding aan het publiek
(titel VII). Meer algemeen bevat dit boek dus de eigenlijke
regeling van de aanbiedingen van beleggingsinstrumen-
ten aan het publiek.
Elk van voornoemde titels van boek II van het ontwerp
definieert zijn eigen toepassingsgebied.
Dit artikel bevat echter algemene uitzonderingen op
dat toepassingsgebied. Zo stelt paragraaf 2 de Koning
in staat om alle of een deel van de bepalingen van boek
II buiten toepassing te verklaren op door kredietinstel-
lingen, beleggingsondernemingen en marktexploitanten
uitgevoerde verrichtingen, wanneer die betrekking
hebben op beleggingsinstrumenten die geen effecten
zijn. Het gaat daarbij om verrichtingen die niet door de
prospectusverordening worden geviseerd, en in verband
waarmee het de Belgische wetgever dus vrijstaat om al
dan niet informatieverplichtingen op te leggen wanneer
zij aan het publiek worden aangeboden. In verband met
bepaalde van de in dit ontwerp vervatte verplichtingen
zou immers kunnen blijken dat zij niet op bepaalde in-
strumenten en/of uitgevende instellingen zijn afgestemd.
Zo kan bijvoorbeeld worden gedacht aan toelatingen van
opties tot gereglementeerde markten of de aanbieding
van dergelijke opties – eens zij tot de verhandeling zijn
toegelaten – aan het publiek door beleggingsonderne-
mingen. Momenteel komen die machtigingen aan bod in
artikel 15, § 4, van de wet van 16 juni 2006. In dezelfde
lijn neemt paragraaf 3 de bepalingen van artikel 16, § 1,
9°, van de wet van 16 juni 2006 over en sluit hij toelatin-
gen van optiecontracten en futures tot de verhandeling
cette notion est déjà définie par le règlement prospectus
(voy. l’art. 2, u)) et où l’article 5 du projet renvoie aux
définitions du règlement prospectus.
Le reste des définitions ne demande pas de com-
mentaire particulier.
TITRE II
Champ d’application
Art. 6
Les différents titres contenus dans le livre II du projet
contiennent respectivement les dispositions relatives
aux obligations d’information applicables à l’émetteur
ou l’offreur en cas d’offre au public non visée par le
règlement prospectus (titre III), au monopole d’intermé-
diation (titre IV), à la publicité (titre V), à la responsabilité
civile liée au prospectus, à la note d’information et aux
documents promotionnels (titre VI) et aux communica-
tions publiques en dehors du cadre d’une offre au public
(titre VII). De manière générale, ce livre règle donc le
régime de l’offre au public d’instruments de placement
proprement dit.
Chacun des titres précités du livre II du projet définit
son propre champ d’application.
Le présent article contient toutefois des exceptions
générales à ce champ d’application. Le paragraphe
2 permet ainsi au Roi de déclarer inapplicables tout
ou partie des dispositions du livre II à des opérations
effectuées par des établissements de crédit, entreprises
d’investissement et des opérateurs de marché lorsque
ces opérations portent sur des instruments de place-
ment qui ne sont pas des valeurs mobilières. Il s’agit là
d’opérations non visées par le règlement prospectus,
que le législateur belge est donc libre de soumettre ou
non à des obligations de fourniture d’information en cas
d’offre au public. Or, il pourrait s’avérer que certaines
obligations de la présente loi en projet sont inadaptées
à certains instruments et/ou émetteurs. On pense par
exemple à des admissions d’options sur des marchés
réglementés ou à l’offre au public de telles options –
une fois admises à la négociation – par des entreprises
d’investissement. Ces habilitations sont actuellement
prévues par l’article 15, § 4, de la loi du 16 juin 2006.
Dans la même logique, le paragraphe 3 reprend la dis-
position de l’article 16, § 1er, 9°, de la loi du 16 juin 2006
et exclut purement et simplement les admissions à la
négociation sur un marché réglementé belge de contrats
d’options et de contrats financiers à terme lorsque ces
22
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
op een Belgische gereglementeerde markt wanneer
die toelatingen tot de verhandeling door de betrokken
marktexploitant worden gevraagd, eenvoudigweg uit.
Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van
State in die zin is, in de Franse tekst van paragraaf 3, de
term “futures” vervangen door de equivalente uitdruk-
king “contrats financiers à terme”.
TITEL III
Het prospectus en de informatienota
HOOFDSTUK I
Verplichting om een prospectus te publiceren
Art. 7
Paragraaf 1 van dit artikel vormt de formele omzet-
ting in Belgisch recht van de keuze om de prospectus-
plicht op te leggen in verband met aanbiedingen aan
het publiek waarvan de totale tegenwaarde meer dan
5 000 000 euro of 8 000 000 euro bedraagt (naargelang
de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleg-
gingsinstrumenten die al dan niet tot de verhandeling
op een door de Koning aangeduide MTF zijn toegelaten
– zie hieronder).
Zoals eerder toegelicht (zie de algemene beschou-
wingen), wordt voorgesteld om de prospectusregeling,
zoals thans al het geval is, uit te breiden tot aanbiedin-
gen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling
van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn.
Hoewel aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot
de verhandeling van dergelijke financiële producten niet
door de Europese wetgeving worden geviseerd, is de
Regering van oordeel dat die uitbreiding gerechtvaar-
digd is vanuit het oogpunt van de beleggersbescher-
ming. Een belegging in een beleggingsinstrument dat
geen effect is, vormt immers een economisch substituut
voor een belegging in een effect: in beide hypotheses
streeft de belegger immers dezelfde doelstelling na.
Bovendien is de nood aan informatie in hoofde van
een belegger niet minder groot bij een belegging in een
beleggingsinstrument dat geen effect is, dan bij een
belegging in een effect. Daarom is de Regering van
oordeel dat er geen objectieve reden bestaat om beide
kwesties anders te behandelen. De huidige regeling
blijft dan ook behouden.
Zoals eerder verduidelijkt, zijn de artikelen 8 en 9 van
het ontwerp van toepassing op de aanbiedingen aan
het publiek waarvan de totale tegenwaarde, naargelang
admissions à la négociation sont demandées par l’opé-
rateur de marché concerné.
Suite à la remarque du Conseil d’État en ce sens,
le terme de “futures” à été remplacé par l’expression
comparable “contrats financiers à terme” dans la version
française du paragraphe 3.
TITRE III
Le prospectus et la note d’information
CHAPITRE IER
Obligation de publier un prospectus
Art. 7
Le paragraphe 1er de cet article traduit formelle-
ment en droit belge le choix d’imposer l’obligation de
prospectus pour les offres au public dont le montant
est supérieur à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros
(suivant que l’offre au public porte sur des instruments
de placement admis sur un MTF désigné par le Roi ou
non – voy. ci-dessus).
Comme exposé plus haut (voy. considérations géné-
rales), il est proposé d’étendre, comme c’est déjà le cas
actuellement, le régime du prospectus aux offres au
public et aux admissions à la négociation qui portent sur
des instruments de placement autres que des valeurs
mobilières. Bien que les offres au public et les admissions
à la négociation portant sur ce type de produit financier
ne soient pas visées par la législation européenne, le
Gouvernement estime qu’une telle extension se justifie
au regard de l’objectif de protection de l’investisseur.
L’investissement dans un instrument de placement autre
qu’une valeur mobilière constitue en effet un substitut
économique à un investissement dans une valeur mobi-
lière: le but recherché par l’investisseur est en effet le
même dans les deux hypothèses. Par ailleurs, le besoin
d’information dans le chef de l’investisseur n’est pas
moins grand en cas d’investissement dans un instrument
de placement autre qu’une valeur mobilière, que dans le
cas d’un investissement dans une valeur mobilière. De
l’avis du Gouvernement, il n’existe donc pas de raison
objective de traiter ces deux questions différemment. Le
régime actuel est donc maintenu.
Comme précisé ci-dessus, les articles 8 et 9 du
projet s’appliquent aux offres au public dont le mon-
tant est supérieur à, selon le cas, 5 000 000 euros ou
23
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
het geval, meer dan 5 000 000 euro of 8 000 000 euro
bedraagt (naargelang de aanbieding aan het publiek
beleggingsinstrumenten betreft die al dan niet tot de
verhandeling op een door de Koning aangeduide MTF
zijn toegelaten – zie hierboven), en op de toelatingen
tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde
markt, ongeacht de tegenwaarde ervan, voor zover die
verrichtingen betrekking hebben op beleggingsinstru-
menten die geen effecten zijn (zie art. 7, eerste lid, van
het ontwerp). De artikelen 8 en 9 van het ontwerp zijn
dus van toepassing op bepaalde van de niet-geharmo-
niseerde aanbiedingen als bedoeld in de artikelen 42 tot
54 van de wet van 16 juni 20064.
Zoals vermeld in bovenstaande algemene beschou-
wingen, wordt de prospectusregeling in het kader van
aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegen-
waarde meer dan 5 000 000 euro of 8 000 000 euro
bedraagt, en toelatingen tot de verhandeling van ef-
fecten op een gereglementeerde markt volledig door
de prospectusverordening geregeld, waardoor zij niet
in dit ontwerp aan bod komt.
Aanbiedingen aan het publiek waarvan de to-
tale tegenwaarde minder bedraagt dan of gelijk is aan
5 000 000 euro of 8 000 000 euro, vallen op hun beurt
onder de toepassing van hoofdstuk II en zijn niet aan
de prospectusregeling onderworpen, maar aan de ver-
plichting om een informatienota te publiceren, volgens
de hieronder toegelichte modaliteiten.
De in dit hoofdstuk vermelde regeling zal van toe-
passing zijn vanaf 21 juli 2019, de datum waarop de
meeste bepalingen van de prospectusverordening
van toepassing zullen zijn (zie art. 49, lid 2, van de
prospectusverordening).
Art. 8
Om redenen van coherentie wordt voorgesteld om
de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen tot
de verhandeling van financiële instrumenten die geen
effecten zijn, in de mate van het mogelijke, aan dezelfde
regeling te onderwerpen als de door de prospectusver-
ordening geviseerde verrichtingen. Deze nieuwe bena-
dering zal resulteren in de opheffing van het koninklijk
besluit van 31 oktober 1991 over het prospectus dat
moet worden gepubliceerd bij openbare uitgifte van ef-
fecten en waarden, dat, in de huidige regeling, de inhoud
van het prospectus bepaalt voor de aanbiedingen aan
het publiek en de toelatingen tot de verhandeling van
financiële instrumenten die geen effecten zijn.
4
De aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten
met een totale tegenwaarde van minder dan 5 000 000 euro
vallen immers onder hoofdstuk II.
8 000 000 euros (suivant que l’offre au public porte
sur des instruments de placement admis sur un MTF
désigné par le Roi ou non – voy. ci-dessus) et aux
admissions à la négociation sur un marché réglementé
belge, quel que soit le montant de ces dernières, pour
autant que ces opérations portent sur des instruments
de placement autres que des valeurs mobilières. Les
articles 8 et 9 du projet s’appliquent donc à une partie
des offres non harmonisées visées par les articles 42 à
54 de la loi du 16 juin 20064.
Comme indiqué dans les considérations générales
ci-dessus, le régime du prospectus dans le cadre des
offres au public de valeurs mobilières pour un montant
supérieur à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros et des
admissions à la négociation de valeurs mobilières sur
un marché réglementé est en effet entièrement réglé
par le règlement prospectus et n’est donc pas repris
dans le présent projet.
Les offres au public dont le montant est inférieur ou
égal à 5 000 000 euros ou 8 000 000 euros relèvent
quant à elles du chapitre II et ne sont pas soumises
au régime du prospectus mais à l’obligation de publier
une note d’information, selon les modalités exposées
ci-dessous.
Le régime prévu par le présent chapitre s’appliquera
à compter du 21 juillet 2019, date à laquelle la majeure
partie des dispositions du règlement prospectus seront
d’application (voy. l’art. 49, paragraphe 2, de celui-ci).
Art. 8
Pour des raisons de cohérence, il est proposé de
soumettre, dans la mesure du possible, les offres au
public et les admissions à la négociation portant sur des
instruments financiers autres que des valeurs mobilières
au même régime que les opérations visées par le règle-
ment prospectus. Cette nouvelle approche entraînera
l’abrogation de l’arrêté royal du 31 octobre 1991 relatif
au prospectus à publier en cas d’émission publique de
titres et valeurs, lequel règle, dans le régime actuel, le
contenu du prospectus pour les offres au public et les
admissions à la négociation portant sur des instruments
financiers autres que des valeurs mobilières.
4
Les offres au public d’instruments de placement d’un montant
inférieur à 5 000 000 EUR relèvent en effet du chapitre II.
24
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
De regeling van de prospectusverordening zal dus inte-
graal op dergelijke aanbiedingen aan het publiek van toe-
passing zijn, met uitzondering van de volgende bepalingen:
— de bepalingen van de prospectusverordening
over de drempel voor de toepassing van de prospec-
tusplicht (zie art. 1, lid 3, en art. 3, lid 2) worden buiten
toepassing verklaard. Die bepalingen hebben immers
geen zin in het kader van dit hoofdstuk, aangezien dat
enkel geldt voor aanbiedingen aan het publiek met een
totale tegenwaarde van meer dan 5 000 000 euro. De
toepassing van die bepalingen wordt dus uitgesloten
om dubbelzinnigheden te voorkomen;
— ook de toepassing van de bepalingen van de
prospectusverordening over grensoverschrijdende aan-
biedingen, over toelatingen tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt en over de taalregeling voor
prospectussen wordt uitgesloten (zie art. 24, 25, 26 en
27). Die bepalingen zijn immers uitsluitend bedoeld om
te worden toegepast in de context van een op Europees
niveau geharmoniseerde regeling. Welnu, de door dit
hoofdstuk geviseerde aanbiedingen aan het publiek en
toelatingen tot de verhandeling vormen geen materie die
door de prospectusverordening wordt geharmoniseerd,
en worden door strikt nationale bepalingen geregeld, die
niet noodzakelijk een equivalent hebben in de andere
lidstaten. De betrokken bepalingen van de prospec-
tusverordening zijn dus niet aan een dergelijke context
aangepast. In het bijzonder dient te worden genoteerd
dat het voor dergelijke verrichtingen opgestelde pros-
pectus niet in aanmerking zal komen voor de door de
prospectusverordening vastgestelde paspoortregeling;
— een identieke redenering geldt voor de artikelen
28, 29 en 30 van de prospectusverordening.
Op de aanbiedingen aan het publiek van beleggings-
instrumenten die geen effecten zijn, zullen concreet dus
de volgende bepalingen van de prospectusverordening
alsook de eventueel overeenkomstig de prospectusver-
ordening vastgestelde gedelegeerde handelingen van
toepassing zijn:
— wat de algemene bepalingen betreft (zie hoofdstuk
I van de prospectusverordening): artikel 1, lid 1, 2, 4 tot
7, artikel 2, artikel 3, lid 1 en 3, en de artikelen 4 en 5;
— wat de opstelling van het prospectus betreft: alle
bepalingen van hoofdstuk II van de prospectusverorde-
ning (nl. de artikelen 6 tot 12);
— wat de inhoud en de vorm van het prospectus
betreft: alle bepalingen van hoofdstuk III van de pros-
pectusverordening (nl. de artikelen 13 tot 19); en
L’ensemble du régime du règlement prospectus
s’appliquera donc à de telles offres au public, à l’excep-
tion des dispositions suivantes:
— les dispositions du règlement prospectus relatives
au seuil d’application de l’obligation de prospectus (voy.
l’art. 1er, paragraphe 3, et l’art. 3, paragraphe 2), sont
déclarées inapplicables. Ces dispositions n’ont en effet
pas de sens aux fins du présent chapitre, dans la mesure
où l’application de celui-ci est restreinte aux offres au
public d’un montant supérieur à 5 000 000 EUR. Leur
application est donc exclue afin d’éviter toute ambiguïté;
— l’application des dispositions du règlement pros-
pectus relatives aux offres transfrontalières, aux admis-
sions transfrontalières à la négociation sur un marché
réglementé et au régime linguistique du prospectus est
également exclue (voy. les art. 24, 25, 26 et 27). Ces
dispositions visent en effet exclusivement à s’appliquer
dans le contexte d’un régime harmonisé au niveau euro-
péen. Or, les offres au public et les admissions à la négo-
ciation visées par le présent chapitre ne constituent pas
une matière harmonisée par le règlement prospectus et
sont réglées par des dispositions purement nationales,
qui ne connaissent pas nécessairement d’équivalent
dans les autres États membres. Les dispositions
concernées du règlement prospectus ne sont donc pas
adaptées à un tel contexte. On notera notamment que
le prospectus rédigé pour de telles opérations ne sera
pas susceptible de bénéficier du régime de passeport
prévu par le règlement prospectus;
— un raisonnement identique vaut pour les articles
28, 29 et 30 du règlement prospectus.
Concrètement, seront donc applicables aux offres
au public d’instruments de placement autres que des
valeurs mobilières les dispositions suivantes du règle-
ment prospectus, ainsi que les éventuels actes délégués
adoptés en vertu de celles-ci:
— en ce qui concerne les dispositions générales (voy.
le chapitre Ier du règlement prospectus): l’article 1er, para-
graphes 1er, 2, 4 à 7, l’article 2, l’article 3, paragraphes
1er et 3, et les articles 4 et 5;
— en ce qui concerne l’établissement du prospectus,
l’ensemble des dispositions du chapitre II du règlement
prospectus (à savoir les articles 6 à 12);
— en ce qui concerne le contenu et la forme du pros-
pectus, l’ensemble des dispositions du chapitre III du
règlement prospectus (à savoir les articles 13 à 19); et
25
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
— wat de goedkeuring en de publicatie van het pros-
pectus betreft (zie hoofdstuk IV van de prospectusver-
ordening): de artikelen 20, 21, 22 en 23.
Art. 9
Dit artikel bepaalt welke taalregeling op het prospec-
tus van toepassing is voor de in dit hoofdstuk bedoelde
verrichtingen. Het neemt de regels over die thans aan
bod komen in artikel 51 van de wet van 16 juni 2006, zon-
der echter – wat de vertaling van de samenvatting betreft
– een onderscheid te maken tussen een aanbieding aan
het publiek en een toelating tot de verhandeling. Met
betrekking tot de talen waarin de samenvatting van het
prospectus moet worden opgesteld of vertaald, maakt
artikel 27 van de prospectusverordening immers geen
onderscheid tussen een aanbieding aan het publiek en
een toelating tot de verhandeling; het lijkt aangewezen
om de regeling van de verordening op dat punt over te
nemen.
Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van
State over dit artikel, wordt verduidelijkt dat de vermelde
“taal die gangbaar is in internationale financiële kringen”
de taal is waarnaar wordt verwezen in artikel 27 van de
prospectusverordening; verder zijn de woorden “en door
de FSMA wordt aanvaard” geschrapt.
HOOFDSTUK II
Verplichting om een informatienota te publiceren
Afdeling I
Toepassingsgebied
Art. 10
Dit hoofdstuk is van toepassing op
— de aanbiedingen aan het publiek van beleggings-
instrumenten met een totale tegenwaarde van minder
dan 5 000 000 euro;
— de aanbiedingen aan het publiek van beleggings-
instrumenten waarvan de totale tegenwaarde in de Unie
minder bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro,
wanneer die beleggingsinstrumenten tot de verhan-
deling op een door de Koning aangeduide MTF zijn
toegelaten. De aanbiedingen in het kader waarvan
beleggingsinstrumenten aan het publiek worden aan-
geboden en, naar aanleiding van de aanbieding, tot de
— en ce qui concerne l’approbation et la publication
du prospectus (voy. le chapitre IV du règlement pros-
pectus), les articles 20, 21, 22 et 23.
Art. 9
Cet article règle le régime linguistique applicable
au prospectus pour les opérations visées au présent
chapitre. Il reprend les règles actuellement prévues
à l’article 51 de la loi du 16 juin 2006, sans toutefois
faire de distinction entre offre au public et admission
à la négociation pour ce qui concerne la traduction du
résumé. L’article 27 du règlement prospectus ne fait en
effet pas de distinction entre offre au public et admis-
sion à la négociation pour ce qui est des langues dans
lesquelles le résumé du prospectus doit être établi ou
traduit, et il paraît indiqué de reprendre le régime du
règlement sur ce point.
Suite à la remarque du Conseil d’État concernant
cet article, on précise que la “langue usuelle dans la
sphère internationale” dont il est question est celle à
laquelle il est fait référence à l’article 27 du règlement
prospectus; les mots “acceptée par la FSMA” ont par
ailleurs été supprimés.
CHAPITRE II
Obligation de publier une note d’information
Section Ire
Champ d’application
Art. 10
Le présent chapitre est applicable en ce qui concerne:
— les offres au public d’instruments de placement
d’un montant total inférieur à 5 000 000 euros;
— les offres au public d’instruments de placement
dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal
à un montant de 8 000 000 euros, lorsque lesdits ins-
truments de placement sont admis à la négociation sur
un MTF désigné par le Roi. Les offres dans le cadre
desquelles des instruments de placement sont offerts au
public et admis, à la suite de l’offre, à la négociation sur
un tel MTF bénéficieront donc de l’application du seuil
26
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
verhandeling op een dergelijke MTF worden toegelaten,
komen dus in aanmerking voor de toepassing van de
drempel van 8 000 000 euro, alsook de aanbiedingen
die betrekking hebben op reeds tot de verhandeling
toegelaten beleggingsinstrumenten.
Voor toelichting bij de redenen voor de hier voorziene
dubbele drempel, wordt naar de algemene beschouwin-
gen verwezen (zie hierboven).
De in aanmerking te nemen tegenwaarde is de totale
tegenwaarde van de betrokken aanbieding in de Unie
(en niet per land), berekend over een periode van twaalf
maanden.
De Regering stelt dus voor om de door artikel 3,
lid 2, van de prospectusverordening aan de lidstaten
geboden mogelijkheid te benutten. De prospectusre-
geling zal dus zijn voorbehouden aan de aanbiedingen
aan het publiek met een totale tegenwaarde die hoger
ligt dan voornoemde drempel; de omvang van die
aanbiedingen lijkt immers de kosten voor de opstelling
en de goedkeuring van een prospectus te verantwoor-
den. In verband met de aanbiedingen met een lagere
tegenwaarde stelt de Regering voor om de door de
prospectusverordening geboden optie te lichten en een
ad-hocinformatieverstrekkingsregeling uit te werken die
op de publicatie van een beknopter document berust
(voor meer details, zie hieronder).
Die regeling zal van toepassing zijn ongeacht of de
betrokken aanbieding betrekking heeft op effecten of
op beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn. Ook
wordt opgemerkt dat de eerder vermelde drempel niet
pertinent is voor de toelatingen tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt. Krachtens de prospec-
tusverordening zal de prospectusplicht van toepassing
zijn op dergelijke verrichtingen ongeacht het bedrag van
de toelating: de lidstaten kunnen niet opteren voor een
soepelere regeling dan de regeling in de prospectusver-
ordening in verband met de toelating tot de verhandeling
op een gereglementeerde markt.
Om redenen van coherentie wordt verduidelijkt dat
de in artikel 1, lid 2 en 4, van de prospectusverordening
bedoelde uitzonderingen op de prospectusplicht ook van
toepassing zijn in het kader van de hier vastgestelde
regeling, dat de aanbieding betrekking heeft op effec-
ten of op andere beleggingsinstrumenten dan effecten
(zie paragrafen 2 en 3, 1°): het toepassingsgebied van
die regeling zal dus niet ruimer zijn dan die van de
prospectusplicht.
de 8 000 000 euros, ainsi que les offres portant sur des
instruments de placement déjà admis à la négociation.
Pour l’exposé des raisons justifiant le double seuil qui
est prévu ici, on renvoie aux considérations générales
(voy. ci-dessus).
Le montant à prendre en considération est le montant
total de l’offre concernée dans l’Union (et non par pays),
calculé sur une période de douze mois.
Le Gouvernement propose ainsi de faire usage de
la faculté laissée aux États membres par l’article 3,
paragraphe 2, du règlement prospectus. Le régime du
prospectus sera donc réservé aux offres au public dont
le montant est supérieur au seuil mentionné ci-dessus;
la taille de ces offres paraît en effet justifier les coûts
occasionnés par la rédaction et l’approbation d’un
prospectus. Pour les offres d’un montant inférieur, le
Gouvernement propose de lever l’option laissée par le
règlement prospectus, et d’instaurer un régime de four-
niture d’information ad hoc, reposant sur la publication
d’un document plus concis (voy. ci-dessous pour un
exposé détaillé).
Ce régime s’appliquera indifféremment, que l’offre
concernée porte sur des valeurs mobilières ou des
instruments de placement autres que des valeurs mobi-
lières. On notera également que le seuil mentionné ci-
dessus n’est pas pertinent pour les admissions sur un
marché réglementé. En vertu du règlement prospectus,
l’obligation de prospectus s’appliquera pour ce type
d’opération indépendamment du montant de l’admis-
sion: les États membres ne peuvent prévoir de régime
plus souple que celui du règlement en cas d’admission
à la négociation sur un marché réglementé.
Pour des raisons de cohérence, il est précisé que
les exceptions à l’obligation de prospectus prévues à
l’article 1er, paragraphes 2 et 4, du règlement prospec-
tus sont également d’application en ce qui concerne
le régime prévu ici, que l’offre concerne des valeurs
mobilières ou des instruments de placement autres
que des valeurs mobilières (voy. les paragraphes 2 et
3, 1°): le champ d’application de celui-ci ne sera donc
pas plus large que celui de l’obligation de prospectus.
27
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Er wordt ook voorzien in een de minimis-regeling, in
het kader waarvan noch de prospectusplicht, noch de
regeling van de informatienota van toepassing zal zijn.
Die regeling is beperkt tot aanbiedingen waarvan de
tegenwaarde maximaal 500 000 euro bedraagt, in het
kader waarvan de maximale belegging beperkt is tot
5 000 euro per belegger.
Parallel daarmee werd het niet aangewezen geacht
om de in het verleden door de Belgische wetgever
ingevoerde nationale vrijstellingen te handhaven voor
de aanbiedingen waarvan de tegenwaarde minder dan
5 000 000 euro bedraagt (zie art. 18 van de wet van
16 juni 2006). Bijgevolg neemt het voorontwerp van wet
de vrijstellingen niet over die thans aan bod komen in
de wet van 16 juni 2006 met betrekking tot de aanbie-
dingen van aandelen in coöperatieve vennootschappen
en de aanbiedingen van effecten aan werknemers ter
uitvoering van participatieplannen als bedoeld in de wet
van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie
in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen;
datzelfde geldt ook voor de zogenaamde “crowdfun-
dingvrijstellingen” (zie het huidige artikel 18, § 1, a), i),
j) en k), van de wet van 16 juni 2006).
De Regering is immers van oordeel dat de in-
voering van de regeling van de informatienota (die
minder zwaar is dan de prospectusregeling) voor de
aanbiedingen waarvan de totale tegenwaarde minder
dan 5 000.000/8 000 000 euro bedraagt, alsook de
voornoemde de minimis-regeling het behoud van die
specifieke vrijstellingen overbodig maken.
Paragraaf 4, die de bewoordingen van artikel 3,
§ 2, tweede lid, van de wet van 16 juni 2006 integraal
overneemt, handelt over het specifieke geval van de
beleggingsinstrumenten die geen betaling van een aan-
koop- of inschrijvingsprijs impliceren op het moment van
de aanbieding (termijncontracten zoals swaps, forwards
en futures). Die verrichtingen komen niet in aanmerking
voor de regeling van de informatienota.
De regeling van dit hoofdstuk zal niet van toepassing
zijn indien de uitgevende instelling of de aanbieder,
krachtens de PRIIP’s-verordening5, verplicht is de beleg-
gers een essentiële-informatiedocument te bezorgen.
De Regering is immers van oordeel dat beide regelin-
gen vergelijkbaar zijn en dat het niet nodig is om de
overlegging van twee essentiële-informatiedocumenten
met een soortgelijke draagwijdte te eisen. Tegen die-
zelfde achtergrond machtigt het ontwerp de Koning
om in bijkomende vrijstellingen van de regeling van
5
Zie verordening (EU) 1286/2014 van 26 november 2014
over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte
retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde
beleggingsproducten (PRIIP's).
Un régime de minimis est également prévu, dans le
champ d’application duquel ni l’obligation de prospec-
tus, ni le régime de la note d’information ne seront d’ap-
plication. Ce régime est limité aux offres d’un montant
maximal de 500 000 euros, dans le cadre desquelles
l’investissement maximal est limité à 5 000 euros par
investisseur.
Parallèlement, il n’a pas été jugé indiqué de maintenir
en tant que telles les exemptions nationales introduites
dans le passé par le législateur belge pour les offres d’un
montant inférieur à 5 000 000 euros (voy. l’art. 18 de la
loi du 16 juin 2006). C’est ainsi que l’avant-projet de loi
ne reprend pas les exemptions actuellement prévues
dans la loi du 16 juin 2006 en ce qui concerne les offres
portant sur des parts de sociétés coopératives et les
offres de valeurs mobilières aux travailleurs en exécution
de plans de participation visés par la loi du 22 mai 2001
relative aux régimes de participation des travailleurs au
capital et aux bénéfices des sociétés, de même que les
exemptions dites “crowdfunding” (voy. l’actuel article 18,
§ 1er, a), i), j) et k), de la loi du 16 juin 2006).
Le Gouvernement estime en effet que l’introduction
du régime de la note d’information (plus léger que le
prospectus) pour les offres inférieures à 5 000 000 eu-
ros/8 000 000 euros et le régime de minimis prévu
ci-dessus rendent le maintien de ces exemptions par-
ticulières superflu.
Le paragraphe 4, qui reprend intégralement les termes
de l’article 3, § 2, alinéa 2, de la loi du 16 juin 2006, traite
du cas spécifique des instruments de placement qui
n’impliquent pas le paiement d’un prix d’acquisition ou
de souscription au moment de l’offre (contrats à terme
tels les swaps, forwards et futures). Ces opérations ne
bénéficient pas du régime de la note d’information.
Le régime du présent chapitre ne sera pas d’applica-
tion au cas où l’émetteur ou l’offreur est tenu de fournir
aux investisseurs un document d’informations clés en
vertu du règlement PRIIPS5. Le Gouvernement estime
en effet que ces deux régimes sont de nature équiva-
lente et qu’il n’y a pas lieu d’imposer la fourniture de
deux documents d’information d’une portée similaire.
Dans la même perspective, le projet habilite le Roi à
prévoir des exemptions supplémentaires au régime de
la note d’information, dans les cas où l’émetteur ou
5
Voy. le règlement (UE) 1286/2014 du 26 novembre 2014
sur les documents d’informations clés relatifs aux produits
d’investissement packagés de détail et fondés sur l’assurance.
28
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
de informatienota te voorzien, in de gevallen waarin
de uitgevende instelling of de aanbieder de beleggers
een ander informatiedocument dient te verstrekken dat
Hij gelijkwaardig acht. Die machtiging wil het mogelijk
maken rekening te houden met de toekomstige evoluties
van de Europese reglementering.
Tot slot zal het, conform artikel 4 van de prospec-
tusverordening, voor een uitgevende instelling of een
aanbieder mogelijk zijn om vrijwillig te opteren voor de
opstelling van een prospectus, dat in dat geval voor de
paspoortregeling in aanmerking zal komen. In die hy-
pothese zal dit hoofdstuk natuurlijk niet van toepassing
zijn en zal de wettelijke regeling die van toepassing is
wanneer de prospectusplicht geldt, integraal moeten
worden nageleefd.
Paragraaf 7 maakt het voor een uitgevende instelling
of een aanbieder die is vrijgesteld van de verplichting om
een informatienota op te stellen krachtens paragrafen
2, 3 en 5 van dat artikel, mogelijk om zich vrijwillig aan
de regeling van de informatienota te onderwerpen. Als
die keuze wordt gemaakt, zullen alle bepalingen van het
ontwerp over de verrichtingen waarvoor de wettelijke re-
geling van de informatienota geldt, van toepassing zijn,
bijvoorbeeld ook de aan de FSMA verleende toezichts-
en sanctiebevoegdheden. Die keuze zal gestalte krijgen
door de neerlegging van de informatienota bij de FSMA.
De bepalingen van dit hoofdstuk treden op 21 juli 2018
in werking, samen met de nieuwe drempels voor de
prospectusplicht.
Aan de suggesties van de Raad van State in verband
met de formulering van paragrafen 6 en 7 is geen gevolg
gegeven: zij lijken immers niets toe te voegen aan de
wettekst, die al de nodige verduidelijkingen bevat (zie
inzonderheid de woorden “overeenkomstig artikel 4 van
Verordening 2017/1129” en de woorden “conform de
bepalingen van deze wet”).
Afdeling II
De informatienota
Onderafdeling I
Algemene bepaling
Art. 11
Dit artikel poneert het algemene beginsel op grond
waarvan, voor elke verrichting als bedoeld in artikel 10,
vooraf een informatienota zal moeten worden gepubli-
ceerd door de uitgevende instelling, de aanbieder (bij
een aanbieding aan het publiek) of de aanvrager van
l’offreur est tenu de fournir aux investisseurs un autre
document d’information qu’Il juge équivalent. Cette
habilitation vise à permettre de tenir compte des évolu-
tions futures de la règlementation européenne.
Enfin, conformément à l’article 4 du règlement pros-
pectus, il sera possible pour un émetteur ou un offreur
d’opter volontairement pour l’établissement d’un pros-
pectus, lequel bénéficiera dans un tel cas du régime de
passeport. Dans une telle hypothèse, le présent chapitre
ne sera naturellement pas applicable et l’ensemble
du régime juridique applicable en cas d’obligation de
prospectus devra être respecté.
Le paragraphe 7 permet à un émetteur ou un offreur
qui bénéficie d’une exemption à l’obligation de rédiger
une note d’information en vertu des paragraphes 2,
3 et 5 du présent article de choisir de se soumettre au
régime de la note d’information de manière volontaire.
Au cas où ce choix est fait, l’ensemble des dispositions
du projet relatives aux opérations soumises au régime
juridique de la note d’information seront d’application, y
compris par exemple les pouvoirs de supervision et de
sanction accordés à la FSMA. Ce choix se manifestera
par le dépôt de la note d’information auprès de la FSMA.
Les dispositions du présent chapitre entrent en
vigueur dès le 21 juillet 2018, en même temps que les
nouveaux seuils de l’obligation de prospectus.
Les suggestions de formulation du Conseil d’État
concernant les paragraphes 6 et 7 n’ont pas été suivies:
elles paraissent en effet ne rien ajouter au texte légal,
qui contient déjà les précisions nécessaires (voy. notam-
ment les mots “conformément à l’article 4 du règlement
2017/1129” et les mots “conformément aux dispositions
de la présente loi”).
Section II
La note d’information
Sous-section Ire
Disposition générale
Art. 11
Cet article exprime le principe général selon lequel,
préalablement à toute opération visée à l’article 10, une
note d’information devra être publiée par l’émetteur,
l’offreur (dans le cas d’une offre au public), ou la per-
sonne qui sollicite l’admission à la négociation (dans
29
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
de toelating tot de verhandeling (bij een toelating tot
de verhandeling op een door de Koning aangeduide
MTF – zie art. 10, § 1, 3°, van het ontwerp), naargelang
het geval.
Onderafdeling II
Inhoud van de informatienota
Art. 12, 13 et 16
Deze artikelen bevatten een algemene definitie van
de inhoud en de draagwijdte van de informatienota.
De informatienota strekt ertoe de belangrijkste infor-
matie voor de belegger te bundelen volgens een ex-
haustief bij wet vastgesteld schema. De informatienota
onderscheidt zich dus van het prospectus dat, krachtens
de bepalingen van de artikelen 24 en 44 van de wet van
16 juni 2006, momenteel “alle gegevens bevat die,
in het licht van de specifieke aard van de uitgevende
instelling en van de aan het publiek aangeboden of tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt toe
te laten effecten, de noodzakelijke informatie vormen
om de beleggers in staat te stellen zich met kennis
van zaken een oordeel te vormen over het vermogen,
de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten
van de uitgevende instelling en de eventuele garant, en
over de aan deze effecten verbonden rechten”. Kort
samengevat, is het de bedoeling dat de informatienota
een bondiger document is dan een prospectus, dat voor
de belegger een soortgelijke draagwijdte heeft als een
essentiële-informatiedocument.
De inhoud van de informatienota moet accuraat,
eerlijk, duidelijk en niet misleidend zijn. Zij moet in de
vorm van één enkel document (het is dus niet mogelijk
om in een informatienota informatie op te nemen door
middel van verwijzing) en in een begrijpelijke taal zijn
opgesteld. Verder wordt verduidelijkt dat de informa-
tienota zodanig wordt voorgesteld en vormgegeven
met gebruik van tekens van leesbare grootte dat zij
vlot leesbaar is. Zij is maximaal vijftien bladzijden lang.
Artikel 12 verduidelijkt dat de informatienota informatie
moet bevatten over de uitgevende instelling en/of de
aanbieder, over het bedrag en de aard van de aange-
boden beleggingsinstrumenten, over de redenen voor
en de bijzonderheden van de aanbieding, alsook over
de risico’s verbonden aan de uitgevende instelling en
aan de aangeboden beleggingsinstrumenten.
Op basis van de in artikel 12 vastgestelde algemene
oriëntaties, machtigt artikel 16 de Koning om bijkomende
of meer gedetailleerde vereisten op te leggen met be-
trekking tot de inhoud van de informatienota, en om de
le cas d’une admission sur un MTF désigné par le Roi
-voy. l’art. 10, § 1er, 3°, du projet), selon le cas.
Sous-section II
Contenu de la note d’information
Art. 12, 13 et 16
Ces articles contiennent une définition générale du
contenu et de la portée de la note d’information.
L’objectif de la note d’information est de reprendre
les informations les plus importantes pour l’investis-
seur, selon un schéma défini de manière exhaustive
en vertu de la loi. La note d’information se distingue
donc du prospectus, qui doit actuellement, aux termes
des articles 24 et 44 de la loi du 16 juin 2006, contenir
“toutes les informations qui, compte tenu de la nature
particulière de l’émetteur et des instruments de place-
ment offerts au public ou proposés à la négociation,
sont des informations nécessaires pour permettre aux
investisseurs d’évaluer en connaissance de cause
le patrimoine, la situation financière, les résultats et
les perspectives de l’émetteur et du garant éventuel,
ainsi que les droits attachés à ces instruments de
placement”. En résumé, la note d’information est donc
destinée à être un document au format plus concis qu’un
prospectus, d’une portée similaire à un document clé
pour l’investisseur.
Le contenu de la note d’information doit être exact,
loyal, clair et non trompeur. Elle doit être rédigée sous la
forme d’un document unique (il n’est donc pas possible
d’incorporer des informations par référence dans la note
d’information), dans un langage compréhensible. Il est
également précisé que la note d’information doit être
présentée et mise en page d’une manière qui en rend la
lecture aisée, avec des caractères d’une taille lisible. Sa
longueur est limitée à quinze pages. L’article 12 précise
que la note d’information doit contenir des informations
sur l’émetteur et/ou l’offreur, le montant et la nature
des instruments de placement offerts, ainsi que sur les
raisons et les modalités de l’offre et les risques attachés
à l’émetteur et aux instruments de placement offerts.
Sur base des orientations générales fixées par
l’article 12, l’article 16 habilite le Roi à imposer des
exigences supplémentaires ou plus détaillées en ce
qui concerne le contenu de la note d’information, et à
30
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
schema’s op te stellen op basis waarvan de informatie
in de informatienota moet worden voorgesteld. In voor-
komend geval, zal Hij ook een onderscheid kunnen
maken tussen de verschillende soorten verrichtingen.
Zo zal een gedetailleerde lijst van de te verstrekken
informatie kunnen worden opgesteld, zodat zowel aan
de betrokken uitgevende instellingen en aanbieders
als aan de beleggers de nodige rechtszekerheid kan
worden geboden.
Wat de financiële informatie betreft, verduidelijken
de artikelen 12 en 13 dat de informatienota de jaarre-
keningen van de uitgevende instelling over de laatste
twee boekjaren moet bevatten, voor zover zij al zolang
actief is. Aan de certificering van die jaarrekeningen
wordt bijzondere aandacht besteed, en ter zake wordt
de volgende regeling voorgesteld:
— wanneer de uitgevende instelling een commissaris
moet aanstellen, wordt verduidelijkt dat bij de jaarreke-
ningen telkens het verslag van de commissaris moet
worden gevoegd;
— wanneer de uitgevende instelling geen commissa-
ris heeft aangesteld, wordt de volgende keuze geboden.
Een eerste mogelijkheid houdt in dat de jaarrekeningen
aan een onafhankelijke toetsing worden onderworpen of
een vermelding bevatten dat zij, voor de doeleinden van
de informatienota, een getrouw beeld geven conform de
in België geldende auditnormen. In beide gevallen is de
interventie van een bedrijfsrevisor vereist. Daarnaast
bestaat ook de mogelijkheid om de jaarrekeningen
niet door een revisor te laten auditeren, op voorwaarde
echter dat de informatienota een waarschuwing bevat.
Belangrijk om te weten is dat de informatienota niet,
zoals een prospectus, a priori door de FSMA moet
worden gecontroleerd, dan wel op een andere manier
vooraf door haar moet worden goedgekeurd. Toch zal
het de FSMA zijn toegestaan om de inhoud van de
informatienota te controleren, en om administratieve
maatregelen of sancties te nemen als zou blijken dat
de informatienota niet aan de door of krachtens de wet
opgelegde vereisten voldoet (voor een beschrijving van
de toepasselijke controleregeling, zie hieronder). Die
controle zal dus noodzakelijkerwijs nà de publicatie
van de informatienota worden uitgevoerd. Indien de
FSMA geen controle heeft uitgevoerd, moet dat op een
prominente plaats bovenaan de informatienota worden
vermeld.
De suggestie van de Raad van State in verband met
de formulering is gevolgd: de tweede zin van paragraaf
1 wordt voortaan dus op soortgelijke wijze verwoord als
artikel 7, lid 2, eerste zin, van de prospectusverordening.
établir les schémas selon lesquels celle-ci doit être pré-
sentée. Le cas échéant, Il pourra également distinguer
en fonction des différentes catégories d’opérations. Par
ce biais, une liste détaillée des informations à fournir
pourra être établie, de manière à offrir la sécurité juri-
dique nécessaire aux émetteurs et offreurs concernés
ainsi qu’aux investisseurs.
Sur le plan de l’information financière, il est précisé
par les articles 12 et 13 que la note d’information doit,
pour autant que l’émetteur ait déjà été en activité à ce
moment, contenir les comptes annuels de l’émetteur
concernant les deux derniers exercices. La question
de la certification de ces comptes a fait l’objet d’une
attention particulière, et le régime proposé est le suivant:
— au cas où l’émetteur a l’obligation de désigner un
commissaire, il est précisé que les comptes annuels
doivent à chaque fois être accompagnés du rapport du
commissaire;
— pour les cas où l’émetteur n’a pas désigné de
commissaire, un choix est offert. Une première possi-
bilité est que les comptes annuels fassent l’objet d’une
vérification indépendante ou contiennent une mention
indiquant si, aux fins de la note d’information, ils donnent
une image fidèle, conformément aux normes d’audit
applicables en Belgique. L’intervention d’un réviseur
d’entreprise est requise dans les deux cas. Il est égale-
ment permis de ne pas faire auditer les comptes par un
réviseur, à condition que la note d’information contienne
un avertissement.
Un élément important est que la note d’information
ne doit pas faire l’objet, comme pour un prospectus,
d’un contrôle a priori ou d’une autre forme d’approba-
tion préalable de la part de la FSMA. La FSMA sera
toutefois habilitée à contrôler le contenu de la note
d’information et à prendre des mesures administratives
ou des sanctions au cas où il apparaîtrait que la note
d’information ne répond pas aux exigences prévues par
ou en vertu de la loi (voy. infra pour une description du
régime de contrôle applicable). Ce contrôle aura donc
nécessairement lieu après la publication de la note
d’information. L’absence de contrôle par la FSMA doit
faire l’objet d’une mention obligatoire en en-tête de la
note d’information.
La suggestion de formulation du Conseil d’État a été
suivie; la deuxième phrase du paragraphe 1er est donc
désormais rédigée de manière similaire à l’article 7, § 2,
première phrase, du règlement prospectus.
31
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 14
Dit artikel bepaalt de voor de informatienota geldende
taalregeling. Als algemeen beginsel geldt dat de infor-
matienota in één of meerdere landstalen of in het Engels
moet worden opgesteld; de uitgevende instelling en/of
de aanbieder hebben dus de keuze. Als de reclame over
de betrokken aanbieding in één of meerdere van die
talen wordt verspreid, moet de informatienota minsten
in die zelfde ta(a)l(en) worden opgesteld of vertaald. Zo
kan worden gegarandeerd dat de personen bij wie het
betrokken instrument wordt gecommercialiseerd, de
informatienota zullen kunnen begrijpen.
Art. 15
Elke met de informatie in de informatienota verband
houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële
vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de
beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich
voordoet of wordt geconstateerd tussen de publicatie
van de informatienota en de definitieve afsluiting van de
aanbieding aan het publiek of de aanvang van de ver-
handeling op de betrokken MTF, dient in een aanvulling
op de informatienota te worden vermeld. Dat beginsel
is vergelijkbaar met het beginsel van artikel 23 van de
prospectusverordening en blijft identiek aan het beginsel
van artikel 34 van de wet van 16 juni 2006.
Indien zich een dergelijke belangrijke nieuwe ont-
wikkeling, materiële vergissing of onjuistheid voordoet,
geeft dat de beleggers die de aanbieding al hebben
aanvaard, het recht om hun aanvaarding gedurende
twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te
trekken, op voorwaarde dat de betrokken ontwikkeling,
vergissing of onjuistheid zich heeft voorgedaan vóór de
definitieve afsluiting van de aanbieding en de levering
van de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het
eerst plaatsvindt.
Onderafdeling III
Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA
Art. 17
Dit artikel verduidelijkt de publicatiemodaliteiten van
de informatienota.
De informatienota moet ten laatste op de aanvangs-
dag van de aanbieding aan het publiek beschikbaar
worden gesteld. Bij een aanbieding aan het publiek
zal aan die voorwaarde worden geacht te zijn voldaan
Art. 14
Cette disposition détermine le régime linguistique qui
sera d’application à la note d’information. Le principe
général est que la note d’information doit être rédigée
dans une ou plusieurs des langues nationales ou en
anglais; un choix est donc laissé à l’émetteur et/ou à
l’offreur. Au cas où les publicités se rapportant à l’offre
concernée sont diffusées dans une ou plusieurs de ces
langues, la note d’information doit au moins être établie
ou traduite dans la ou les mêmes langues. On s’assure
ainsi que les personnes auprès desquelles l’instrument
concerné est commercialisé seront en mesure de com-
prendre la note d’information.
Art. 15
Tout fait nouveau significatif ou toute erreur ou
inexactitude substantielles concernant les informations
contenues dans la note d’information qui est de nature
à influencer l’évaluation des instruments de placement
et survient ou est constaté entre la publication de la
note d’information et la clôture définitive de l’offre au
public ou le début de la négociation sur le MTF concerné
devra être mentionné dans un supplément. Ce principe
est similaire à celui de l’article 23 du règlement pros-
pectus et reste identique à celui de l’article 34 de la loi
du 16 juin 2006.
L’occurrence d’un tel fait nouveau, ou erreur ou
inexactitude substantielle donne le droit aux inves-
tisseurs qui ont déjà accepté l’offre de révoquer leur
acceptation pendant deux jours ouvrables après la
publication du supplément, à condition que l’évènement
en question se soit produit avant la clôture définitive de
l’offre et la livraison des instruments de placement, si
cet évènement intervient plus tôt.
Sous-section III
Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA
Art. 17
Cet article précise les modalités de publication de la
note d’information.
La note d’information doit être publiée au plus tard
le jour de l’ouverture de l’offre au public. En cas d’offre
au public, cette condition sera réputée remplie dès
lors que la note aura été publiée sur le site web de la
32
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
zodra de informatienota op de website van de perso(o)
n(en) die instaa(t)(n)voor de commercialisering, zal zijn
gepubliceerd. Indien de uitgevende instelling haar eigen
beleggingsinstrumenten aanbiedt, zal de informatienota
op haar website moeten worden gepubliceerd, alsook,
in voorkomend geval, op de website van de eventuele
financiële tussenpersonen. Indien de beleggingsinstru-
menten worden aangeboden door een persoon van
buiten de uitgevende instelling, zal de informatie op
die website van die persoon (de aanbieder) alsook, in
voorkomend geval, op de website van de eventuele fi-
nanciële tussenpersonen moeten worden gepubliceerd.
Bij een rechtstreekse toelating tot de verhandeling op
een door de Koning aangeduide MTF (zie hierboven)
zal de informatienota worden geacht beschikbaar te zijn
gesteld van het publiek zodra zij in elektronische vorm
is gepubliceerd op de website van de aanvrager van
de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende
instelling.
Er wordt enkel in de elektronische publicatie voorzien.
Die publicatiewijze lijkt immers een veel grootschaligere
verspreiding van de informatienota mogelijk te maken,
en dit tegen een redelijke prijs. Toch is ook bepaald
dat aan de beleggers de mogelijkheid moet worden
geboden om kosteloos een kopie van die informatienota
in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te
verkrijgen.
Art. 18
De informatienota moet bij de FSMA worden neerge-
legd ten laatste op het moment dat ze beschikbaar moet
worden gesteld conform artikel 17. De FSMA bepaalt
de praktische modaliteiten van die neerlegging. Ook
elke aanvulling op de informatienota moet bij de FSMA
worden neergelegd.
Deze formaliteit moet de FSMA in staat stellen haar
a posteriori toezichtsbevoegdheden met betrekking tot
de informatienota uit te oefenen.
Ook wordt verduidelijkt dat de FSMA de informatie-
nota op haar website publiceert. Die publicatie gebeurt
onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instel-
ling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot
de verhandeling, en strekt ertoe de beleggers in staat
te stellen de regelmatigheid van de betrokken aanbie-
ding aan het publiek te controleren. Ter zake wordt erop
gewezen dat het door deze wet geponeerde beginsel
inhoudt dat de FSMA geen a-prioritoezicht uitoefent
op de informatienota. Dat de informatienota op haar
website wordt gepubliceerd, betekent dus noch dat zij
vooraf aan een toezicht werd onderworpen, noch dat
zij aan de wettelijke vereisten voldoet.
ou des personnes qui effectuent la commercialisation.
Au cas où l’émetteur offre ses propres instruments de
placement, la note d’information devra être publiée
sur son site internet, ainsi que, le cas échéant, sur
celui des éventuels intermédiaires financiers. Au cas
où les instruments de placement sont offerts par une
personne distincte de l’émetteur, la note d’information
devra être publiée sur le site web de cette personne
(l’offreur) et, le cas échéant, sur celui des éventuels
intermédiaires financiers. En cas d’admission directe
à la négociation sur un MTF désigné par le Roi (voy.
supra), la note d’information est réputée être mise à la
disposition du public dès qu’elle est publiée sous une
forme électronique sur le site web de la personne qui
sollicite l’admission à la négociation ou de l’émetteur.
Seule la publication par voie électronique est prévue.
Ce mode de publication paraît en effet permettre la
diffusion la plus large de la note d’information, moyen-
nant un coût raisonnable. Il est toutefois prévu que les
investisseurs puissent obtenir sans frais une copie de
la note d’information sous forme imprimée ou sur un
support durable.
Art. 18
La note d’information doit, au plus tard au moment de
sa mise à disposition conformément à l’article 17, être
déposée auprès de la FSMA. Cette dernière détermine
les modalités pratiques du dépôt. Tout supplément à la
note d’information doit également être déposé auprès
de la FSMA.
Cette formalité vise à permettre l’exercice par la
FSMA de ses compétences de contrôle a posteriori en
ce qui concerne la note d’information.
Il est également précisé que la FSMA publie la note
d’information sur son site internet. Cette publication
est effectuée sous la responsabilité de l’émetteur, de
l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à la
négociation et vise à permettre aux investisseurs de
vérifier le caractère régulier de l’offre au public concer-
née. On rappelle sur ce point que le principe établi
par la présente loi est que la FSMA n’est pas chargée
d’exercer un contrôle a priori concernant la note d’infor-
mation. La publication sur son site internet ne signifie
donc pas qu’un contrôle ait préalablement été effectué
sur la note d’information ni que celle-ci réponde aux
exigences légales.
33
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Dit artikel verduidelijkt dat de FSMA de modaliteiten
bepaalt voor de neerlegging van de informatienota en de
publicatie ervan op haar website. Dergelijke machtiging,
die betrekking heeft op praktische aspecten (bv. het
formaat waarin de informatienota moet worden over-
gelegd), lijkt niet het reglementaire karakter te hebben
waarnaar de Raad van State in zijn advies verwijst, en
vereist dus geen publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Onderafdeling IV
Geldigheidsduur
Art. 19
Dit artikel verduidelijkt de geldigheidsduur van de
informatienota en beperkt die tot twaalf maanden.
Wanneer zich een belangrijke nieuwe ontwikkeling,
materiële vergissing of onjuistheid voordoet na de
neerlegging van de informatienota, zal een aanvulling
moeten worden gepubliceerd (zie ter zake voornoemd
artikel 15). Als de duur van de openbare aanbieding
meer dan twaalf maanden bedraagt, zal de informa-
tienota overigens niet meer geldig zijn en zal dus een
nieuwe informatienota bij de FSMA moeten worden
neergelegd en beschikbaar worden gesteld van de
beleggers conform de bepalingen van dit ontwerp (zie
voornoemd artikel 17).
TITEL IV
Bemiddeling
De bemiddeling in het kader van aanbiedingen aan
het publiek wordt niet door de prospectusverordening
gereglementeerd en werd evenmin door de prospec-
tusrichtlijn gereglementeerd. Het gaat daar immers
om een regel die betrekking heeft op de verhandeling
van aangeboden instrumenten en niet om informatie
die aan de beleggers moet worden verstrekt. Het
begrip”bemiddeling” wordt gedefinieerd in artikel 4 van
het ontwerp en verwijst naar “elke tussenkomst ten
aanzien van beleggers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk
of bijkomstig en in welke hoedanigheid ook, in de
plaatsing van beleggingsinstrumenten voor rekening
van de aanbieder of de uitgevende instelling, tegen
een vergoeding of voordeel van welke aard ook, recht-
streeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder
of de uitgevende instelling”. Die definitie sluit aan bij
de definitie in artikel 13 van de wet van 16 juni 2006.
Hier worden enkel de aanbiedingen aan het publiek
en dus niet de toelatingen tot de verhandeling geviseerd.
Het is de bedoeling eisen te stellen aan de manier
waarop een aanbieding bij het publiek wordt geplaatst.
Cet article précise que la FSMA détermine les moda-
lités du dépôt de la note et de sa publication sur son site
internet. Ce type d’habilitation, qui a trait à des aspects
pratiques (format dans lequel la note d’information doit
être transmise par exemple) ne paraît pas revêtir le
caractère réglementaire auquel le Conseil d’État fait
référence dans son avis et ne nécessite donc pas une
publication au Moniteur belge.
Sous-section IV
Durée de validité
Art. 19
Cet article précise la durée de validité de la note d’in-
formation et limite celle-ci à douze mois. En cas de fait
nouveau significatif ou d’erreur ou inexactitude substan-
tielle survenant après le dépôt de la note d’information,
un supplément devra être publié (voy. sur ce point l’art.
15 ci-dessus). Par ailleurs, au cas où l’offre au public
se prolonge plus de douze mois, la note d’information
ne sera plus valide et une nouvelle note d’information
devra donc être déposée auprès de la FSMA et mise
à la disposition des investisseurs conformément aux
dispositions du présent projet (voy. l’art. 17 ci-dessus).
TITRE IV
Intermédiation
L’intermédiation dans le cadre des offres au public
n’est pas réglementée par le règlement prospectus et
ne l’était déjà pas par la directive prospectus. Il s’agit
en effet là d’une règle qui a trait à la commercialisation
des instruments offerts et non à l’information devant être
fournie aux investisseurs. Une définition de l’intermédia-
tion figure à l’article 4 du présent projet; on désigne par
là “toute intervention, même temporaire ou accessoire,
et en quelque qualité que ce soit, à l’égard d’investis-
seurs dans le placement d’instruments de placement
pour le compte de l’offreur ou de l’émetteur, contre
rémunération ou avantage de quelque nature que ce
soit et octroyé directement ou indirectement par l’offreur
ou l’émetteur”. Cette définition est similaire à celle qui
est reprise à l’article 13 de la loi du 16 juin 2006.
Seules les offres au public sont visées et non les
admissions à la négociation. Il s’agit en effet de poser
des exigences quant à la manière dont une offre sera
placée dans le public.
34
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
De wet van 16 juni 2006 (zoals voorheen de wet van
22 april 2003) regelt al de bemiddeling in het kader van
aanbiedingen aan het publiek en bevat een limitatieve
opsomming van de categorieën van personen die die
activiteit mogen verrichten.
Omwille van haar nut in het kader van de beleggers-
bescherming, stelt de Regering voor om deze regle-
mentering te behouden om die beleggersbescherming
op hetzelfde niveau te kunnen handhaven.
Met uitzondering van een element (zie hieron-
der) neemt het ontwerp de regeling van de wet van
16 juni 2006 over. De overwegingen in de memorie van
toelichting bij de wet van 16 juni 2006 en de wet van
22 april 2003 gelden mutatis mutandis dus ook voor
dit ontwerp. Bijgevolg wordt er bijvoorbeeld steeds van
uitgegaan dat de door Euronext met toepassing van
haar marktregels uitgevoerde centralisatieverrichtingen
geen bemiddeling vormen.
Behalve de bepaling over vastgoedmakelaars (zie
hieronder) treden de bepalingen van deze titel op
21 juli 2019 in werking.
HOOFDSTUK I
Toepassingsgebied
Art. 20
Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van de
regels inzake bemiddeling. Die regels zijn van toepas-
sing op elke plaatsing van beleggingsinstrumenten op
Belgisch grondgebied, met uitzondering van:
— de plaatsing van beleggingsinstrumenten in het
kader van een aanbieding die uitsluitend tot gekwali-
ficeerde beleggers is gericht, of een aanbieding die is
gericht tot minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen
die geen gekwalificeerde beleggers zijn. Te noteren valt
dus dat de regels inzake bemiddeling mogelijk zullen
worden toegepast in gevallen waarin de prospectusre-
geling of de regeling inzake de informatienota niet van
toepassing zijn (zie in het bijzonder de in artikel 1, lid
2 en 4, c) tot j), van de prospectusverordening vermelde
uitzonderingen);
— de plaatsing van door instellingen voor collectieve
belegging uitgegeven beleggingsinstrumenten, onge-
acht of die door de wet van 3 augustus 2012 of door de
wet van 19 april 2014 worden beheerst. Beide wetten be-
vatten immers specifieke bepalingen over bemiddeling;
La loi du 16 juin 2006 (tout comme avant elle la loi du
22 avril 2003) réglemente déjà l’intermédiation dans le
cadre des offres au public et énumère de manière limi-
tative les catégories de personnes habilitées à exercer
à cette activité.
Cette réglementation étant utile à la protection des
investisseurs, le Gouvernement propose de la maintenir
afin de conserver le même niveau de protection des
investisseurs.
A l’exception d’un élément (voy. infra), le projet
reprend le régime de la loi du 16 juin 2006. Les consi-
dérations reprises dans l’exposé des motifs de la loi du
16 juin 2006 et de la loi du 22 avril 2003 valent donc
également mutatis mutandis pour le présent projet. De
ce fait, on considère donc par exemple toujours que les
opérations de centralisation effectuées par Euronext en
application de ses règles de marché ne constituent pas
de l’intermédiation.
A l’exception de la disposition relative aux agents
immobiliers (voy. infra), les dispositions du présent titre
entrent en vigueur le 21 juillet 2019.
CHAPITRE IER
Champ d’application
Art. 20
Cet article définit le champ d’application des règles
en matière d’intermédiation. Celles-ci s’appliquent à tout
placement d’instruments de placement effectué sur le
territoire belge, à l’exclusion:
— du placement d’instruments de placement dans
le cadre d’une offre adressée uniquement à des inves-
tisseurs qualifiés ou d’une offre adressée à moins de
150 personnes physiques ou morales, autres que des
investisseurs qualifiés. On notera donc que les règles
sur l’intermédiation sont susceptibles de s’appliquer
dans des cas de figure où le régime du prospectus ou
de la note d’information ne sont pas applicables (voy.
notamment les exceptions prévues à l’article 1er, para-
graphes 2 et 4, c) à j), du règlement prospectus);
— du placement d’instruments de placement émis
par des organismes de placement collectif, que ceux-
ci soient régis par la loi du 3 août 2012 ou la loi du
19 avril 2014. Ces deux lois contiennent en effet des
dispositions particulières en matière d’intermédiation;
35
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
— de plaatsing van beleggingsinstrumenten, indien
die ook een activiteit is die onder de toepassing van de
wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het
beroep van vastgoedmakelaar valt. Die wet behoudt
immers aan de vastgoedmakelaars de uitoefening van
de activiteit voor die erin bestaat om “voor rekening
van derden bepalende bijstand te verlenen met het
oog op het tot stand komen van een overeenkomst
van verkoop, aankoop, ruil, verhuring of overdracht van
onroerende goederen, onroerende rechten of handels-
fondsen”. Gelet op de erg ruime inhoud van het begrip
“beleggingsinstrument”, dat met name ook op bepaalde
onroerende goederen kan slaan, moet een regeling
worden getroffen voor de gelijktijdige toepassing van het
in deze wet bedoelde bemiddelingsmonopolie en van
de wet van 11 februari 2013. Het ontwerp verduidelijkt
in dat verband dat de regels inzake bemiddeling waarin
het voorziet, niet zullen gelden voor de activiteiten die
onder de toepassing vallen van voornoemde wet van
11 februari 2013. Het zal de vastgoedmakelaars dus
zijn toegestaan om, ondanks deze bepalingen, hun
activiteiten te verrichten met betrekking tot onroerende
goederen die beleggingsinstrumenten vormen. Dit
probleem werd niet geregeld in het kader van de wet
van 16 juni 2006, wat voor rechtsonzekerheid zorgde.
De Regering is van oordeel dat de hier voorgestelde
oplossing de meest aangewezen is, vooral gelet op de
specifieke kenmerken van de vastgoedmarkt en het
feit dat het beroep van vastgoedmakelaar specifiek
voor die markt is georganiseerd, en aan eigen regels
en een eigen toezicht is onderworpen. Ook in dat geval
is de beleggersbescherming dus gegarandeerd. Deze
nieuwigheid zal worden toegepast vanaf de tiende dag
na de bekendmaking van de nieuwe wet in het Belgisch
Staatsblad (zie art. 104 van het ontwerp).
Er wordt dus op gewezen dat het toepassingsgebied
van de regels inzake bemiddeling hetzelfde is als het
door de wet van 16 juni 2006 vastgestelde toepas-
singsgebied, behalve inzake voornoemde uitzondering
voor de aan de vastgoedmakelaars voorbehouden
activiteiten.
HOOFDSTUK II
Bemiddelingsmonopolie
Art. 21
Dit artikel is geënt op artikel 56 van de wet van
16 juni 2006: wanneer een aanbieder of een uitgevende
instelling een beroep wenst te doen op een bemiddelaar
die een vergoeding ontvangt voor de plaatsing van zijn/
haar aanbieding, moet hij/zij die kiezen uit de lijst van
bemiddelaars die vervat zit in dit artikel.
— du placement d’instruments de placement, si ce
placement constitue également une activité tombant
dans le champ d’application de la loi du 11 février 2013
organisant la profession d’agent immobilier. Cette loi
réserve en effet aux agents immobiliers l’exercice de
l’activité consistant à, “pour le compte de tiers, prêter
une assistance déterminante en vue de réaliser un
contrat de vente, d’achat, d’échange, de location ou
de cession de biens immobiliers, droits immobiliers
ou fonds de commerce”. Vu le contenu très large de la
notion d’instrument de placement, qui peut notamment
inclure certains biens immobiliers, la question de l’appli-
cation concurrente du monopole d’intermédiation prévu
par la présente loi et de la loi du 11 février 2013 doit être
réglée. Le projet précise à cet égard que les règles sur
l’intermédiation qu’il prévoit ne s’appliqueront pas aux
activités tombant dans le champ d’application de la
loi du 11 février 2013 précitée. Les agents immobiliers
seront donc autorisés à exercer leurs activités en ce qui
concerne les biens immobiliers constituant des instru-
ments de placement, nonobstant les présentes disposi-
tions. Cette question n’était pas réglée sous l’empire de
la loi du 16 juin 2006, ce qui donnait lieu à une incertitude
juridique. Le Gouvernement est d’avis que la solution
proposée ici est la plus indiquée, considérant en parti-
culier les spécificités du marché immobilier et le fait que
la profession d’agents immobiliers est spécifiquement
organisée pour ce marché et est soumise à des règles
et une supervision qui lui sont propres. La protection
des investisseurs est donc également assurée dans ce
cas de figure. Cette nouveauté s’appliquera à compter
du dixième jour suivant la publication de la loi nouvelle
au Moniteur belge (voy. l’art. 104 du projet).
On retiendra donc que le champ d’application des
règles sur l’intermédiation est identique à celui qui
était établi par la loi du 16 juin 2006, excepté en ce qui
concerne l’exception susmentionnée pour les activités
réservées aux agents immobiliers.
CHAPITRE II
Monopole d’intermédiation
Art. 21
Cet article est calqué sur l’article 56 de la loi du
16 juin 2006: lorsqu’un offreur ou un émetteur désire
faire appel à un intermédiaire rémunéré pour le place-
ment de son offre, il doit le choisir dans la liste figurant
au présent article.
36
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Bedoeling van dat monopolie is de beleggers een
passende bescherming te bieden. Voor de in artikel
21 bedoelde bemiddelaars gelden immers specifieke
gedragsregels in het kader van de financiële diensten
die zij verstrekken.
De wet legt geenszins een verplichting op om, voor
de plaatsing van een aanbieding, een beroep te doen op
bemiddelaars: de aanbieder of de uitgevende instelling
zou dus perfect zelf tot de plaatsing van zijn/haar aan-
bieding bij het publiek kunnen overgaan, maar, als hij/
zij toch een beroep wil doen op een bemiddelaar, moet
hij/zij die kiezen uit een aantal professionele bemidde-
laars die aan een toezichtsregeling en gedragsregels
zijn onderworpen.
Verder wordt opgemerkt dat het, net als nu, ook is
toegestaan een beroep te doen op een verlener van
alternatieve-financieringsdiensten (alternatieve-finan-
cieringsplatform of gereglementeerde onderneming die
deze activiteit verricht). Bedoeling van deze mogelijkheid
is de plaatsing van kleinschalige offertes via bemidde-
laars te vergemakkelijken.
De aanbieder of de uitgevende instelling die de hoe-
danigheid van gereglementeerde onderneming heeft
in de zin van de wet van 22 maart 2006 betreffende
de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de
distributie van financiële instrumenten, mag die taak ook
aan een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten
toevertrouwen. Daarnaast mag de uitgevende instelling
of de aanbieder ook een beroep doen op een met haar/
hem verbonden onderneming, indien de aanbieding tot
de personeelsleden van die verbonden onderneming
is gericht.
TITEL V
Reclame en andere documenten en berichten die
betrekking hebben op de verrichting
Deze titel betreft de regeling die van toepassing is op
de reclame en de andere documenten en berichten die
betrekking hebben op de aanbieding aan het publiek of
de toelating tot de verhandeling (ongeacht of het daarbij
gaat om een gereglementeerde markt dan wel om een
met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning
aangeduide MTF), die op initiatief van de uitgevende
instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating
tot de verhandeling of de door hen aangestelde tus-
senpersonen worden verspreid.
Het begrip “reclame” wordt in artikel 2, k), van de
prospectusverordening gedefinieerd. Die definitie wordt,
qua beginsel, in artikel 4 van het ontwerp overgenomen.
Ook de andere documenten en berichten die betrekking
Ce monopole vise à offrir une protection adéquate aux
investisseurs. Les intermédiaires visés à l’article 21 sont
en effet soumis à des règles de conduite spécifiques
dans le cadre des services financiers qu’ils fournissent.
La loi n’impose nullement le recours à des inter-
médiaires pour le placement d’une offre: l’offreur ou
l’émetteur pourrait parfaitement procéder lui-même au
placement de son offre au public, mais s’il souhaite
recourir à un intermédiaire, il doit le choisir parmi un
certain nombre de professionnels soumis à un contrôle
et à des règles de conduite.
On notera par ailleurs que, comme actuellement, le
recours à un prestataire de services de financement
alternatif (plateforme de financement alternatif ou entre-
prise règlementée exerçant cette activité) est également
autorisé. Cette faculté vise à faciliter le placement des
offres de petite taille via des intermédiaires.
L’offreur ou l’émetteur qui a la qualité d’entreprise
règlementée au sens de la loi du 22 mars 2006 relative
à l’intermédiation en services bancaires et en services
d’investissement et à la distribution d’instruments
financiers est également autorisé à confier cette tâche
à un intermédiaire en services bancaires ou en services
d’investissement. Le recours à une entreprise liée à
l’émetteur ou à l’offreur est également autorisé, pour le
cas où l’offre s’adresse aux membres de son personnel.
TITRE V
Communications à caractère promotionnel et autres
documents et avis se rapportant à l’opération
Le présent titre est relatif au régime applicable en ce
qui concerne les communications à caractère promo-
tionnel et les autres documents et avis qui se rapportent
à l’offre au public ou à l’admission à la négociation (que
ce soit sur un marché réglementé ou sur un MTF désigné
par le Roi en application de l’article 10, § 1er, 3°), qui
sont diffusés à initiative de l’émetteur, de l’offreur, de
la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou
des intermédiaires désignés par ceux-ci.
Le concept de communication à caractère promotion-
nel est défini à l’article 2, k) du règlement prospectus.
Cette définition est reprise dans son principe à l’article
4 du projet. Sont par ailleurs visés les autres documents
37
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
hebben op de verrichting, maar niet aan de definitie van
reclame voldoen, worden – in geviseerd, en dit in het
verlengde van de huidige regeling.
De bepalingen van deze titel zijn van toepassing vanaf
21 juli 2019. Er wordt echter bepaald dat artikel 60 van
de wet van 16 juni 2006 (over het a-prioritoezicht door
de FSMA) vanaf 21 juli 2018 niet meer van toepassing
is op de aanbiedingen aan het publiek en de toelatingen
tot de verhandeling die aanleiding geven tot de publi-
catie van een informatienota (zie de toelichting bij art.
104 hieronder).
Art. 22en 23
Artikel 22 van het ontwerp verduidelijkt dat deze titel
van toepassing is op de aanbiedingen aan het publiek
en de toelatingen tot de verhandeling die betrekking
hebben op beleggingsinstrumenten, met uitzondering
van de aanbiedingen aan het publiek en de toelatin-
gen tot de verhandeling waarvoor geen prospectus of
informatienota moet worden gepubliceerd, alsook –
een nieuwigheid die door dit ontwerp wordt ingevoerd
gelet op het in hoofdzaak professionele karakter van
die verrichtingen – op de toelatingen tot de verhande-
ling op een gereglementeerde markt of een MTF van
beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per
eenheid van tenminste 100 000 euro. Artikel 23 van het
ontwerp bepaalt echter dat het de Koning, op dezelfde
manier als thans het geval is (zie art. 57/1 van de wet
van 16 juni 2016), is gemachtigd om de in deze titel be-
doelde regeling volledig of gedeeltelijk van toepassing
te verklaren op aanbiedingen van beleggingsinstru-
menten aan het publiek waarop de regeling inzake het
prospectus of de informatienota niet van toepassing is.
Die machtiging heeft concreet gestalte gekregen bij het
koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepaalde
informatieverplichtingen bij de commercialisering van
financiële producten bij niet-professionele cliënten, dat
van toepassing blijft zonder dat zijn huidige toepas-
singsgebied wordt gewijzigd.
De regeling van deze titel geldt dus voor de aanbie-
dingen aan het publiek en de toelatingen tot de verhan-
deling waarvoor een prospectus of een informatienota
moet worden gepubliceerd, (met uitzondering van de
toelatingen die betrekking hebben op beleggingsinstru-
menten met een nominale waarde per eenheid van meer
dan 100 000 euro), alsook voor de andere verrichtingen
als bedoeld in het koninklijk besluit van 25 april 2014.
Te noteren valt dat de Koning, op grond van die
machtiging, ook het toepassingsgebied van titel VI
(aansprakelijkheid), boek IV (toezicht) en de artikelen
33 en 34 (strafrechtelijke sancties) kan uitbreiden, op
et avis se rapportant à l’opération qui ne correspondent
pas à la définition des communications à caractère pro-
motionnel et ce, dans le prolongement du régime actuel.
Les dispositions du présent titre s’appliquent à comp-
ter du 21 juillet 2019. Il est toutefois prévu que l’article
60 de la loi du 16 juin 2006 (relatif au contrôle a priori de
la FSMA) ne s’applique plus à compter du 21 juillet 2018
en ce qui concerne les offres au public et les admissions
à la négociation donnant lieu à la publication d’une note
d’information (voy. infra le commentaire de l’art. 104).
Art. 22 et 23
L’article 22 du projet précise que le champ d’applica-
tion du présent titre s’étend aux offres au public et aux
admissions à la négociation portant sur des instruments
de placement, à l’exception des offres au public et des
admissions à la négociation qui ne nécessitent pas la
publication d’un prospectus ou d’une note d’information,
ainsi que – nouveauté introduite par le présent projet
en raison du caractère principalement professionnel de
ces opérations – des admissions à la négociation sur
un marché réglementé ou un MTF d’instruments de
placement dont la valeur nominale unitaire s’élève au
moins à 100 000 euros. Toutefois, l’article 23 du projet
précise que le Roi est, de la même manière qu’actuel-
lement (voy. l’article 57/1 de la loi du 16 juin 2006),
habilité à appliquer tout ou partie du régime du présent
titre à des offres au public d’instruments de placement
pour lesquelles le régime du prospectus ou de la note
d’information n’est pas applicable. Cette habilitation a
été exécutée par l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant
certaines obligations en matière d’information lors de
la commercialisation de produits financiers auprès des
clients de détail, lequel reste en vigueur sans que son
champ d’application actuel ne soit modifié.
Le régime du présent titre s’étend donc aux offres au
public et aux admissions à la négociation qui nécessitent
la publication d’un prospectus ou d’une note d’informa-
tion (à l’exception des admissions portant sur des ins-
truments de placement dont la valeur nominale unitaire
est supérieure à 100 000 euros), ainsi qu’aux autres
opérations visées par l’arrêté royal du 25 avril 2014.
A noter que l’habilitation permet également au Roi
d’élargir le champ d’application du titre VI (respon-
sabilité), du livre IV (contrôle) et des articles 33 et
34 (sanctions pénales), selon la même logique que
38
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
dezelfde wijze als de bepalingen over reclame. Dit
aspect van de machtiging strekt ertoe een efficiënte
bestraffing mogelijk te maken van de niet-naleving van
de bepalingen van deze titel, die zelf van toepassing
zullen zijn verklaard.
De toepasselijke regeling zit vervat in artikel 22 van
de prospectusverordening. De inhoudelijke vereisten
waaraan de reclame moet voldoen, worden toegelicht in
paragrafen 2 tot 4 van artikel 22. Die bepalingen zullen
worden verduidelijkt aan de hand van technische regu-
leringsnormen die door de Commissie zullen worden
vastgesteld op advies van ESMA (zie art. 22, lid 9, van
de prospectusverordening). Die bepalingen zullen vanaf
21 juli 2019 in België van toepassing zijn en zij zullen
vanaf die datum de bepalingen van het koninklijk besluit
van 25 april 2014 over de inhoud van reclame vervangen
(zie de artikelen 11 tot 25 van dat koninklijk besluit), voor
zover die van toepassing zijn op de verhandeling van
beleggingsinstrumenten6.
Te noteren valt dat de draagwijdte van de regeling
van artikel 22 van de prospectusverordening op ver-
schillende punten door het ontwerp wordt uitgebreid:
— wat de betrokken instrumenten betreft: hier wor-
den niet enkel de aanbiedingen aan het publiek en de
toelatingen tot de verhandeling van effecten maar ook
van andere beleggingsinstrumenten geviseerd. Om
redenen van coherentie en om een level playing field te
garanderen voor alle instrumenten waarop de prospec-
tuswetgeving van toepassing is, wenst de Regering de
toepassing van de reclameregeling van de prospectus-
verordening uit te breiden tot de beleggingsinstrumenten
die geen effecten zijn;
— wat de soorten verrichtingen betreft: hier wor-
den ook de aanbiedingen aan het publiek geviseerd
waarvoor geen prospectus moet worden gepubliceerd
krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van de prospectusver-
ordening, en de toelatingen tot de verhandeling op een
met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, van het ontwerp
door de Koning aangeduide MTF;
— wat de omvang van de aanbieding betreft: hier
worden ook de aanbiedingen aan het publiek geviseerd
waarvan de tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor
de toepassing van de prospectusplicht, en waarvoor de
regeling van de informatienota geldt.
6
Ter zake moet worden genoteerd dat, ingevolge het
dwingende karakter en de rechtstreekse uitwerking van de
prospectusverordening, de artikelen 11 tot 25 van het koninklijk
besluit van 25 april 2014 sowieso vanaf 21 juli 2019 ophouden
op de effecten van toepassing te zijn.
les dispositions relatives à la publicité. Cet aspect de
l’habilitation est prévu en vue d’assurer une sanction
efficace du non respect des dispositions du présent
titre qui auront, elles-mêmes, été rendues applicables.
Le régime applicable est constitué de l’article 22 du
règlement prospectus. Les exigences de contenu aux-
quelles doivent répondre les publicités sont précisées
par les paragraphes 2 à 4 de l’article 22. Ces disposi-
tions seront précisées par des normes techniques de
règlementation adoptées par la Commission sur avis
d’ESMA (voy. l’art. 22, paragraphe 9 du règlement). Ces
dispositions s’appliqueront en Belgique à compter du
21 juillet 2019 et remplaceront à cette date les disposi-
tions de l’arrêté royal du 25 avril 2014 qui concernent
le contenu des publicités (voy. les art. 11 à 25 de cet
arrêté royal) en ce que ces dernières s’appliquent à la
commercialisation d’instruments de placement6.
On notera que la portée du régime de l’article 22 du
règlement prospectus est étendue sur plusieurs plans
par le projet:
— en ce qui concerne les instruments concernés:
on vise ici non seulement les offres et les admissions
portant sur des valeurs mobilières mais aussi sur
d’autres instruments de placement. Pour des raisons
de cohérence et afin d’assurer un level playing field
pour l’ensemble des instruments soumis à la législation
prospectus, le Gouvernement souhaite en effet étendre
l’application du régime du règlement prospectus en
matière de publicité aux instruments de placement qui
ne constituent pas des valeurs mobilières;
— en ce qui concerne le type d’opération: on vise
également ici les offres au public ne nécessitant pas
la publication d’un prospectus en vertu de l’article 1er,
paragraphes 2, 4 et 5, du règlement prospectus, ainsi
que les admissions à la négociation sur un MTF désigné
par le Roi en application de l’article 10, § 1er, 3° du projet;
— en ce qui concerne la taille de l’offre: on vise
également ici les offres au public dont le montant est
inférieur au seuil de l’obligation de prospectus, et qui
sont soumises au régime de la note d’information.
6
On notera sur ce point qu’en raison du caractère obligatoire et
de l’effet direct du règlement prospectus, les articles 11 à 25 de
l’arrêté royal du 25 avril 2014 cesseront de toute manière de
s’appliquer en ce qui concerne les valeurs mobilières à compter
du 21 juillet 2019.
39
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
De reclame en de andere documenten en berichten
die worden verspreid in het kader van verrichtingen
waarvoor geen prospectus moet worden gepubliceerd,
of waarvoor de regeling van de informatienota geldt,
hoeven daarentegen niet vooraf door de FSMA te wor-
den goedgekeurd (zie in dat verband de commentaar bij
artikel 24). Te noteren valt dat de verrichtingen waarvoor
geen prospectusplicht geldt, ook in de huidige regeling
niet aan de regeling inzake de voorafgaande goedkeu-
ring zijn onderworpen (zie art. 9, § 3, van het koninklijk
besluit van 25 april 2014). In verband met de verrichtin-
gen waarvoor de regeling van de informatienota geldt,
is de Regering van oordeel dat een dergelijk vereiste,
gelet op de beperkte omvang van die verrichtingen en
het feit dat de informatienota niet door de FSMA moet
worden goedgekeurd vóór zij wordt gepubliceerd, niet
verantwoord zou zijn in de context van dit ontwerp.
Deze regeling maakt het mogelijk om, voor de ver-
richtingen zonder prospectus, een aantal vereisten op
te leggen die in verhouding staan tot de doelstelling om
een passende beleggersbescherming te garanderen.
Art. 24
Dit artikel neemt het bepaalde van artikel 60 van de
wet van 16 juni 2006 over en stelt de voorafgaande
goedkeuring door de FSMA verplicht voor de reclame
en de andere documenten en berichten die betrekking
hebben op de aanbiedingen aan het publiek en de toe-
latingen tot de verhandeling waarvoor een prospectus
moet worden opgesteld.
Krachtens artikel 22, lid 6, van de prospectusverorde-
ning is het de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de
reclame wordt verspreid, die bevoegd is om te controle-
ren of de reclameactiviteiten aan de wettelijke vereisten
voldoen. Net als in het kader van de prospectusrichtlijn
bestaat ook hier geen paspoortregeling voor reclame.
Die controle zal moeten worden uitgevoerd conform
de bepalingen van artikel 22, lid 6, van de prospectusver-
ordening. Overigens belast artikel 22, lid 10, ESMA met
de ontwikkeling, ten behoeve van de bevoegde autori-
teiten van de verschillende lidstaten, van richtsnoeren
en aanbevelingen met betrekking tot de controle op de
reclame.
Er is geen gevolg gegeven aan de opmerking van de
Raad van State over dit artikel: de betrokken bepaling,
die praktische modaliteiten betreft, lijkt geen reglemen-
tair karakter te hebben in de zin van de intepretatie van
de Raad van State.
Les communications à caractère promotionnel et
les autres documents et avis diffusés dans le cadre
des opérations exemptées de prospectus ou soumises
au régime de la note d’information ne sont par contre
pas soumis au régime de l’approbation préalable par la
FSMA (sur ce point, voy. ci-dessous le commentaire de
l’article 24). On notera que déjà dans le régime actuel,
les opérations ne nécessitant pas la publication d’un
prospectus ne sont pas soumises à ce régime d’appro-
bation préalable (voy. l’art. 9, § 3, de l’arrêté royal du
25 avril 2014). Pour ce qui des opérations assujetties
au régime de la note d’information, le Gouvernement
est d’avis que, considérant leur petite taille et le fait
que la note d’information ne doit pas être approuvée
par la FSMA préalablement à sa publication, une telle
exigence ne se justifierait pas dans le contexte du
présent projet.
Ce régime permet de poser, pour les opérations sans
prospectus, un certain nombre d’exigences proportion-
nées à l’objectif de protection des investisseurs.
Art. 24
Cet article reprend le prescrit de l’article 60 de la loi
du 16 juin 2006 et soumet les communications à carac-
tère promotionnel et les autres documents et avis qui
se rapportent à une offre au public ou à une admission
à la négociation pour laquelle un prospectus doit être
rédigé à l’approbation préalable de la FSMA.
En vertu de l’article 22, paragraphe 6, du règle-
ment prospectus, c’est l’autorité compétente de l’État
membre où les communications à caractère promotion-
nel sont diffusées qui est habilitée à contrôler la confor-
mité de celle-ci avec les exigences légales. Comme
sous l’empire de la directive prospectus, il n’existe pas
de régime de passeport pour les communications à
caractère promotionnel.
Ce contrôle devra être effectué conformément aux
dispositions de l’article 22, paragraphe 6, du règlement
prospectus. Par ailleurs, l’article 22, paragraphe 10,
charge ESMA d’élaborer des orientations et recom-
mandations adressées aux autorités compétentes des
différents États membres concernant le contrôle exercé
sur la publicité.
Il n’a pas été donné suite au commentaire du Conseil
d’État concernant cet article: la disposition concernée,
qui a trait à des modalités pratiques, ne paraît pas
revêtir de caractère règlementaire au sens où l’entend
le Conseil d’État.
40
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL VI
Aansprakelijkheid
Art. 25
De bepalingen van deze titel handelen over de bur-
gerlijke aansprakelijkheid voor de publicatie van een
prospectus of een informatienota, alsook voor de ver-
spreiding van reclame. Zij leggen in het bijzonder artikel
11 van de prospectusverordening ten uitvoer.
Logischerwijze is zijn toepassingsgebied beperkt tot
de aanbiedingen aan het publiek waarvoor een prospec-
tus of een informatienota moet worden gepubliceerd. Ter
zake wordt echter opgemerkt dat artikel 23 de Koning
machtigt om het toepassingsgebied van deze titel, paral-
lel met de reclameregeling, uit te breiden tot bepaalde
aanbiedingen waarvoor de regeling van het prospectus
of de informatienota niet geldt (zie hierboven). In dit
verband wordt verwezen naar artikel 9, § 3, van het
koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende bepa alde
inf ormatieverplichtingen bij de comm ercialisering van
financiële producten bij niet-professionele cliënten.
De bepalingen van deze titel zullen vanaf 21 juli 2019
van toepassing zijn, behalve de regeling in verband met
de verantwoordelijkheid voor de informatienota, die
vanaf 21 juli 2018 van toepassing zal zijn.
Art. 26
Dit artikel neemt het bepaalde over van artikel 61 van
de wet van 16 juni 2006, waarbij een specifieke regeling
wordt ingevoerd in verband met de aansprakelijkheid
voor de informatienota. Bij de identificatie van de per-
sonen die verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor
de inhoud van de informatienota, wordt dezelfde bena-
dering gehanteerd als inzake reclame. Die verschillende
benadering van de informatienota en het prospectus is
verantwoord in het licht van de specifieke kenmerken
van de informatienota en in het bijzonder van het feit dat
zij niet vooraf door de FSMA moet worden goedgekeurd.
Net als voorheen wordt een weerlegbaar vermoeden
vastgesteld van een oorzakelijk verband tussen het
ontbreken of het misleidende of onjuiste karakter van
informatie en de door de beleggers geleden schade,
wanneer dat ontbreken of dat misleidende of onjuiste
karakter een positieve impact kan hebben op de aan-
koopprijs van de beleggingsinstrumenten of een positief
gevoel op de markt kan doen ontstaan.
TITRE VI
Responsabilité
Art. 25
Les dispositions du présent titre traitent de la respon-
sabilité civile attachée à la publication d’un prospectus
ou d’une note d’information, ainsi qu’à la diffusion de
documents promotionnels. Elles mettent notamment en
oeuvre l’article 11 du règlement prospectus.
De manière logique, son champ d’application est
circonscrit aux offres au public pour lesquelles un pros-
pectus ou une note d’information doit être publié. On
notera toutefois sur ce point que l’article 23 habilite le
Roi à élargir le champ d’application du présent titre, de
manière parallèle au régime des publicités, à certaines
offres pour lesquelles le régime du prospectus ou de la
note d’information n’est pas applicable (voy. ci-dessus).
On renvoie sur ce point à l’article 9, § 3, de l’arrêté
royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en
matière d’information lors de la commercialisation de
produits financiers auprès de clients de détail.
Les dispositions du présent titre s’appliqueront à
compter du 21 juillet 2019, excepté en ce qui concerne
le régime de responsabilité de la note d’information, qui
s’appliquera à compter du 21 juillet 2018.
Art. 26
Cet article reprend le prescrit de l’article 61 de la
loi du 16 juin 2006, moyennant l’insertion d’un régime
spécifique en ce qui concerne la responsabilité du fait
de la note d’information. Le mode d’identification des
personnes qui peuvent être tenues responsables du
contenu de la note d’information suit la même approche
que celui qui est appliqué en ce qui concerne les com-
munications à caractère promotionnel. Cette différence
d’approche entre la note d’information et le prospectus
est justifiée par les caractéristiques spécifiques de la
note d’information et en particulier par le fait que celle-ci
ne fait pas l’objet d’une obligation d’obtenir l’approba-
tion préalable de la FSMA.
Comme auparavant, il est établi une présomption
réfragable de lien de causalité entre l’absence, le carac-
tère trompeur ou inexact des informations et le dom-
mage subi par les investisseurs lorsque cette absence
ou ce caractère trompeur ou inexact était susceptible
d’influencer positivement le prix d’acquisition des ins-
truments de placement ou de créer un sentiment positif
dans le marché.
41
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Wat de informatienota betreft, valt te noteren dat dit
vermoeden enkel van toepassing zal zijn als is vast-
gesteld dat er sprake is van een zware fout of bedrog.
Zoals eerder verduidelijkt, is de informatienota immers
een informatiedocument waarvoor andere beginselen
gelden dan voor het prospectus. De invoering van de
regeling van de informatienota strekt ertoe ervoor te
zorgen dat bepaalde aanbiedingen aan het publiek,
waarvan de tegenwaarde ontoereikend is om de aan de
opstelling van een prospectus verbonden lasten te recht-
vaardigen, tot een goed einde kunnen worden gebracht
op basis van een beknopt document, waarvan de inhoud
exhaustief wordt vastgesteld in de wetgeving. Gelet op
de nagestreefde beknoptheid, is het niet verantwoord
om in alle gevallen te voorzien in een verantwoordelijk-
heidsregeling die het vermoeden van een oorzakelijk
verband omvat. Zo’n regeling zou er immers kunnen
voor zorgen dat het document langer wordt, precies
het tegenovergestelde van de nagestreefde doelstel-
ling. De toepassing van een vermoedensregeling lijkt
in specifieke gevallen echter wel gerechtvaardigd, wan-
neer er sprake is van een opzettelijke fout (bedrog) of
een grove nalatigheid (zware fout). Naar het oordeel van
de Regering zou bijvoorbeeld van een zware fout kun-
nen worden gesproken wanneer belangrijke informatie
die expliciet door het schema van de informatienota is
vereist, in de informatienota ontbreekt.
Buiten de gevallen van bedrog of zware fout zullen
de aansprakelijkheidsvorderingen met betrekking tot
de inhoud van de informatienota dus door de gemeen-
rechtelijke aansprakelijkheidsregels worden beheerst.
In verband met de aansprakelijkheid voor de reclame
(zie art. 26, § 5, van het ontwerp) wordt verduidelijkt dat
de aansprakelijkheidsregeling, zoals thans het geval
is, geldt voor de personen die de betrokken documen-
ten hebben opgesteld of goedgekeurd, dan wel er de
verantwoordelijkheid voor hebben genomen. Dat is de
manier waarop de woorden “die op hun initiatief zijn
gepubliceerd” moeten worden begrepen.
TITEL VII
Openbare mededelingen buiten het kader van een
aanbieding aan het publiek
Art. 27
Dit artikel neemt de bepalingen over van artikel 64 van
de wet van 16 juni 2006, mits de nodige aanpassingen
worden aangebracht ingevolge de invoering van de
regeling van de informatienota.
Il est à noter qu’en ce qui concerne la note d’informa-
tion, cette présomption ne s’appliquera qu’à condition
que la faute lourde ou le dol soit établi. Comme précisé
ci-dessus, la note d’information est en effet un docu-
ment d’information soumis à des principes différents de
ceux qui régissent le prospectus. L’objectif poursuivi en
introduisant le régime de la note d’information est de
permettre que certaines offres au public, dont le montant
ne justifie pas la charge représentée par la rédaction
d’un prospectus, soient menées à bien sur la base
d’un document concis, au contenu décrit de manière
exhaustive dans la législation. Eu égard à cet objectif
de concision, il ne se justifie pas de prévoir dans tous
les cas un régime de responsabilité comprenant une
présomption de lien de causalité. Un tel régime risquerait
en effet de conduire à un allongement du document, à
l’inverse de l’objectif poursuivi. L’application d’un régime
de présomption paraît toutefois se justifier pour les cas
particuliers dans lesquels on relève une faute intention-
nelle (dol) ou une négligence grave (faute lourde). De
l’avis du Gouvernement, on pourra par exemple parler
de faute lourde lorsque des informations significatives
expressément requises par le schéma de la note d’infor-
mation ne sont pas reprises dans celle-ci.
En dehors des cas de dol ou de faute lourde, les
actions en responsabilité concernant le contenu de la
note d’information seront donc régies par les règles du
droit commun de la responsabilité.
En ce qui concerne la responsabilité du fait de la
publicité (voy. l’art. 26, § 5, du projet), on précise que le
régime de responsabilité s’applique, comme actuelle-
ment, en ce qui concerne les personnes qui ont rédigé,
approuvé ou pris la responsabilité des documents
concernés. C’est là la manière dont il convient de com-
prendre les mots “publiés à leur initiative”.
TITRE VII
Communications publiques en dehors du cadre
d’une offre au public
Art. 27
Cet article reprend, moyennant les adaptations
nécessaires suite à l’introduction du régime de la note
d’information, les dispositions de l’article 64 de la loi
du 16 juin 2006.
42
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Het ontwerp verbiedt eenieder om een openbaar
voorstel te doen dat ertoe strekt informatie of raad
te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in
verband met al dan niet reeds uitgegeven beleggings-
instrumenten die al dan niet het voorwerp uitmaken of
zullen uitmaken van een aanbieding aan het publiek,
behalve wanneer die informatie of raad betrekking heeft
op beleggingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken
of hebben uitgemaakt van een regelmatige aanbieding
aan het publiek in België. Dergelijke praktijken zijn im-
mers pogingen om de prospectusplicht te omzeilen, en
zijn ook al binnen de huidige regeling niet toegestaan.
Dit artikel zal op 21 juli 2019 in werking treden, met
uitzondering van het eerste lid, 4°, dat betrekking heeft
op de informatienota en dus vanaf 21 juli 2018 in werking
zal treden.
BOEK III
BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR
TERUGBETAALBARE GELDEN
Art. 28
Dit artikel neemt de tekst van artikel 68bis van de
wet van 16 juni 2006 integraal over. De geldende
regeling inzake het beroep op het publiek voor terug-
betaalbare gelden blijft dus behouden zonder door dit
ontwerp te worden gewijzigd. Het koninklijk besluit van
9 oktober 2009 over het openbaar karakter van de wer-
ving van terugbetaalbare gelden, behoudt zijn wettelijke
grondslag en wordt dus gehandhaafd.
De formulering van dit artikel is aangepast overeen-
komstig de opmerking van de Raad van State.
BOEK IV
TOEZICHT
TITEL I
Bevoegdheden van de FSMA
Art. 29
Artikel 32 van de prospectusverordening bevat
een opsomming van de verschillende bevoegdheden
waarover de bevoegde autoriteiten van de verschil-
lende lidstaten minstens moeten beschikken om op
de toepassing ervan toe te zien. Dat artikel van de
prospectusverordening vereist de goedkeuring door de
lidstaten van specifieke uitvoeringsmaatregelen, waarin
dit artikel voorziet.
Le projet interdit à toute personne de faire toute pro-
position publique tendant à offrir des renseignements
ou des conseils ou à susciter des demandes de ren-
seignements ou conseils relatifs à des instruments de
placement créés ou non qui font ou feront l’objet d’une
offre au public ou non, sauf si ces renseignements ou
conseils portent sur des instruments de placement qui
font ou ont fait l’objet d’une offre au public régulière en
Belgique. De telles pratiques constituent en effet des
tentatives d’éluder l’obligation de publier un prospectus
et ne sont déjà pas admises dans le régime actuel.
Cet article entrera en vigueur le 21 juillet 2019,
excepté en ce qui concerne son alinéa 1er, 4°, qui a trait
à la note d’information, et qui sera donc en vigueur dès
le 21 juillet 2018.
LIVRE III
DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE DE FONDS
REMBOURSABLES
Art. 28
Cet article reprend intégralement le texte de l’article
68bis de la loi du 16 juin 2006. Le régime applicable
en matière d’appel au public en matière de fonds rem-
boursables est donc maintenu sans modification par le
présent projet. L’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif
au caractère public de la sollicitation de fonds rembour-
sables conserve sa base légale et est donc maintenu.
La formulation de cet article a été adaptée suite à la
remarque du Conseil d’État.
LIVRE IV
CONTRÔLE
TITRE IER
Pouvoirs de la FSMA
Art. 29
L’article 32 du règlement prospectus énumère divers
pouvoirs dont doivent au moins disposer les autorités
compétentes des divers États membres pour veiller
à son application. Cet article du règlement nécessite
l’adoption par les États membres de mesures spé-
cifiques de mise en œuvre, qui sont prévues par la
présente disposition.
43
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Aangezien de in de prospectusverordening opge-
somde bevoegdheden kunnen worden uitgebreid of
aangevuld, wordt voorgesteld om er de bevoegdheden
aan toe te voegen die op dit moment in de wet van
16 juni 2006 zijn vervat, maar niet aan bod komen in
de prospectusverordening. Het is bijvoorbeeld als ge-
volg daarvan dat de mogelijkheid behouden blijft voor
de FSMA om de aanbieder, de uitgevende instelling,
de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of
de door hen aangestelde tussenpersonen te bevelen
bepaalde maatregelen te treffen indien zij van oordeel
is dat een aanbieding aan het publiek of een toelating
tot de verhandeling gebeurt onder voorwaarden die het
publiek kunnen misleiden.
Wat specifiek de actiemiddelen van de FSMA betreft
met betrekking tot de aanbiedingen aan het publiek
waarvoor de regeling van de informatienota geldt, wordt
het volgende verduidelijkt. Zoals eerder onderstreept,
moet de informatienota niet door de FSMA worden
goedgekeurd vóór ze wordt verspreid. Het door de
FSMA uitgeoefende toezicht zal dus uitsluitend de
vorm aannemen van een a-posterioricontrole. Het is de
FSMA krachtens het ontwerp, met andere woorden, niet
toegestaan te eisen dat specifieke informatie in de in-
formatienota wordt opgenomen vóór ze wordt gespreid,
zoals dat wel kan voor het prospectus. De FSMA zal
echter wel kunnen eisen dat in een reeds verspreide
informatienota bepaalde informatie wordt opgenomen
als die informatienota niet aan de wettelijke of reglemen-
taire vereisten voldoet: dat is de manier waarop artikel
29, § 1, a), van het ontwerp over de informatienota moet
worden geïnterpreteerd. Daarnaast zal de FSMA een
aanbieding aan het publiek ook kunnen opschorten of
verbieden – in voorkomend geval op straffe van een
dwangsom – indien zij bijvoorbeeld zou vaststellen dat
de informatienota de wettelijk vereiste informatie niet
bevat. Bovendien zal zij elke overtreder administratieve
geldboetes kunnen opleggen (wat de administratieve
geldboetes en de dwangsommen betreft, zie hieronder).
Te noteren valt dat de bepalingen van dit artikel wor-
den aangevuld door artikel 37 van de prospectusveror-
dening over de conservatoire maatregelen die kunnen
worden genomen wanneer de bevoegde autoriteit van
de lidstaat van ontvangst onregelmatigheden vaststelt
in verband met een verrichting die in het kader van
paspoortregeling voor prospectussen is uitgevoerd.
Etant donné que les pouvoirs énumérés dans le règle-
ment prospectus peuvent être renforcés ou complétés,
il est proposé d’y ajouter ceux prévus actuellement
dans la loi du 16 juin 2006 qui ne sont pas repris dans
le règlement prospectus. C’est ainsi par exemple que la
possibilité pour la FSMA d’enjoindre l’offreur, l’émetteur,
la personne qui sollicite l’admission à la négociation
ou leurs intermédiaires de prendre certaines mesures
au cas où une offre au public ou une admission se fait
dans des conditions qui peuvent induire le public en
erreur est maintenue.
En ce qui concerne spécifiquement les moyens
d’action de la FSMA en ce qui concerne les offres au
public pour lesquelles le régime de la note d’information
s’applique, on précise ce qui suit. Comme souligné ci-
dessus, la note d’information ne doit pas être approuvée
par la FSMA préalablement à sa diffusion. Le contrôle
exercé par la FSMA prendra donc exclusivement la
forme d’un contrôle a posteriori. En d’autres termes, le
projet de loi ne permet pas à la FSMA d’exiger l’inclusion
d’informations particulières dans la note d’information
avant que celle-ci puisse être diffusée, comme cela est
prévu pour le prospectus. Par contre, la FSMA pourra
exiger l’inclusion d’informations particulières dans
une note d’information déjà diffusée si cette dernière
ne répond pas aux exigences légales ou règlemen-
taires: c’est là la manière dont il convient d’interpréter
l’article 29, § 1er, a,) du projet en ce qui concerne la
note d’information. De même, elle pourra suspendre
ou interdire une offre au public – le cas échéant sous
peine d’astreinte – au cas où elle constaterait par
exemple que la note d’information ne reprend pas les
informations exigées par la loi. Par ailleurs, elle pourra
imposer des amendes administratives à tout contreve-
nant (concernant les amendes administratives et les
astreintes, voy. infra).
On notera que les dispositions du présent article sont
complétées par l’article 37 du règlement prospectus,
relatif aux mesures conservatoires qui peuvent être
prises lorsque l’autorité compétente de l’État membre
d’accueil constate des irrégularités dans une opération
menée sous le couvert du régime de passeport du
prospectus.
44
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL II
Administratieve maatregelen en sancties
Art. 30 en 31
Krachtens artikel 30, § 1, kan de FSMA elke persoon
op wie de bepalingen van de wet of de ter uitvoering er-
van genomen besluiten en reglementen van toepassing
zijn, een termijn opleggen waarbinnen hij zich aan die
bepalingen dient te conformeren. Indien de betrokken
persoon in gebreke blijft, kan de FSMA haar standpunt
openbaar maken en/of de betrokkene de betaling van
een dwangsom opleggen. Deze voorschriften vullen dus
de in artikel 29 vastgestelde specifieke aanmaningsbe-
voegdheden van de FSMA aan.
Artikel 30, § 2, en artikel 31 nemen de bepalingen van
de artikelen 71 en 72 van de wet van 16 juni 2006 over en
stellen de FSMA in staat om administratieve geldboetes
op te leggen wanneer zij een inbreuk vaststelt.
De dwangsommen en geldboetes worden opgelegd
conform de in de wet van 2 augustus 2002 vastgestelde
procedure. Ook wordt verduidelijkt dat tegen die maat-
regelen beroep kan worden ingesteld bij het Marktenhof
als bedoeld in artikel 121 van deze wet. Het ontwerp
beantwoordt dus aan de door de Raad van State ge-
formuleerde opmerking over boek IV.
Wat de opmerking van de Raad van State betreft
dat de betrokkene, naargelang hij strafrechtelijk dan
wel administratief wordt vervolgd, zich al dan niet op
verzachtende omstandigheden kan beroepen om een
verlaging van de strafmaat te verkrijgen, of om al dan
niet in aanmerking te komen voor uitstel, wordt op het
volgende gewezen. Artikel 72, § 3, van de wet van
2 augustus 2002, dat van toepassing is wanneer de
FSMA voornemens is een administratieve geldboete
op te leggen, biedt een voldoende ruim kader om, bij
het bepalen van de eventuele administratieve sanctie,
rekening te houden met de omstandigheden waarin de
inbreuk werd gepleegd. Deze bepaling verduidelijkt alle
omstandigheden waarin het bedrag van de boete kan
worden aangepast of zelfs als ongepast kan worden
beschouwd. Er is op dit punt dus geen sprake van een
substantieel verschil in behandeling tussen de regeling
van de administratieve sancties en die van de strafrech-
telijke sancties.
In verband met de inachtneming van het beginsel
non bis in idem zoals dit geïnterpreteerd wordt door het
Europees Hof van de Rechten van de Mens en het Hof
van Justitie van de Europese Unie, zij opgemerkt dat
dit beginsel niet belet dat voor soortgelijke feiten zowel
een strafrechtelijke sanctie als een administratieve
TITRE II
Mesures et sanctions administratives
Art. 30 et 31
L’article 30, § 1er, permet à la FSMA de fixer à toute
personne à laquelle des dispositions de la loi ou des
arrêtés ou règlement pris pour son exécution sont
applicables un délai dans lequel elle droit se conformer
à ces dispositions. A défaut de mise en conformité, la
FSMA peut procéder à une publication et/ou imposer
le paiement d’une astreinte à la personne concernée.
Ce dispositif complète donc les pouvoirs particuliers
d’injonction de la FSMA qui sont établis par l’article 29.
L’article 30, § 2, et l’article 31 reprennent les dispo-
sitions des articles 71 et 72 de la loi du 16 juin 2006 et
permettent à la FSMA d’imposer des amendes admi-
nistratives en cas de manquement.
Les astreintes et amendes sont imposées conformé-
ment à la procédure prévue par la loi du 2 août 2002.
On précise également que ces mesures peuvent faire
l’objet des recours devant la Cour des marchés prévus
par l’article 121 de cette loi. Le projet satisfait donc à
l’observation formulée par le Conseil d’État concernant
le livre IV.
S’agissant de l’observation du Conseil d’État indi-
quant que selon que des poursuites soient menées sur
plan pénal ou administratif, la personne faisant l’objet
des poursuites pourra ou non faire valoir des circons-
tances atténuantes pour obtenir une atténuation de la
sanction ou encore bénéficier ou non d’un sursis, on
mentionne les éléments suivants. L’article 72, § 3 de
la loi du 2 août 2002, applicable au cas où la FSMA
envisage d’imposer une amende administrative, offre un
cadre suffisamment large permettant la prise en compte
des circonstances infractionnelles pour la détermination
de l’éventuelle sanction administrative. Cette disposition
précise l’ensemble des circonstances permettant de
modaliser le montant de l’amende, voire de la consi-
dérer non appropriée. Il n’existe donc sur ce point pas
de différence de traitement réelle entre le régime des
sanctions administratives et celui des sanctions pénales.
En ce qui concerne le respect du principe non bis
in idem tel qu’interprété par la Cour européenne des
Droits de l’Homme et la Cour de justice de l’Union
européenne, on fait remarquer que celui-ci n’interdit pas
de prévoir une double incrimination, sur le plan pénal
et administratif, de faits similaires. Rien ne s’oppose à
45
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
geldboete wordt opgelegd. Niets verzet zich ertegen
dat administratieve sancties (zelfs indien ze een straf-
karakter hebben) en strafsancties worden voorzien
voor dezelfde feiten, op voorwaarde dat bij de concrete
toepassing van deze sancties het beginsel non bis in
idem wordt gerespecteerd.
In dit verband bevat de wetgeving corrigerende me-
chanismen om te voorkomen dat voor dezelfde feiten
een nieuwe procedure wordt ingeleid of een nieuwe
sanctie wordt opgelegd, terwijl er voor die feiten al een
onherroepelijke beslissing is genomen. In het geval
waarin één van de aan de sanctiecommissie van de
FSMA voorgelegde grieven een strafrechtelijke inbreuk
kan vormen, moet het directiecomité van de FSMA de
procureur des Konings daarvan in kennis stellen, die
op zijn beurt de FSMA onverwijld in kennis moet stellen
indien hij beslist een strafvordering in te stellen voor
de betrokken feiten (zie art. 71, § 5, van de wet van
2 augustus 2002). Bovendien biedt artikel 73 van de
wet van 2 augustus 2002 de FSMA en het College van
Procureurs-generaal de mogelijkheid om een protocol
af te sluiten over de werkafspraken tussen de FSMA
en het openbaar ministerie in dossiers over feiten
waarvoor de wetgeving in de mogelijkheid van zowel
een administratieve boete als een strafsanctie voorziet.
Die regeling zal natuurlijk kunnen worden geëvalueerd
en, in voorkomend geval, aangepast in functie van de
evolutie van de betrokken rechtspraak.
De formulering van artikel 31 van het ontwerp is
aangepast om te voldoen aan de opmerking van de
Raad van State.
BOEK V
BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN
Art. 32
Dit artikel neemt het bepaalde bij artikel 68ter van de
wet van 16 juni 2006 over, mits het aan de specifieke
kenmerken van dit ontwerp wordt aangepast.
Zoals voorheen, zal de rechter de aankoop van of
de inschrijving op een beleggingsinstrument dus nietig
kunnen verklaren indien die aankoop of inschrijving
plaatsvond naar aanleiding van een onregelmatige
aanbieding aan het publiek. Net als voorheen is ook
bepaald dat de door de belegger geleden schade zal
worden geacht uit het onregelmatige karakter van de
aanbieding aan het publiek voort te vloeien; dat vermoe-
den is onweerlegbaar. Die bepaling, die oorspronkelijk
in de wet van 16 juni 2006 is ingevoegd door de wet van
30 juli 2013, is van openbare orde.
ce que des sanctions administratives (même si elles
revêtent un caractère pénal) et des sanctions pénales
soient prévues pour les mêmes faits, à condition que lors
de l’application concrète de ces sanctions, le principe
non bis in idem soit respecté.
À cet égard, des mécanismes correctifs sont prévus
par la législation pour prévenir que les mêmes faits
fassent l’objet d’une nouvelle procédure ou sanction
alors qu’une décision irrévocable serait déjà intervenue
concernant lesdits faits. Ainsi, dans le cas où l’un des
griefs dont est saisi la Commission des sanctions de
la FSMA est susceptible de constituer une infraction
pénale, le Comité de direction de la FSMA doit en
informer le procureur du Roi qui est lui-même tenu
d’informer sans délai la FSMA s’il décide de mettre en
mouvement l’action publique pour les faits concernés
(voy. l’art. 71, § 5 de la loi du 2 août 2002). Par ailleurs,
l’article 73 de la loi du 2 août 2002 permet à la FSMA
et au Collège des Procureurs généraux de conclure
un protocole régissant les accords de travail entre la
FSMA et le ministère public dans des dossiers portant
sur des faits pour lesquels la législation prévoit aussi
bien la possibilité d’une amende administrative que la
possibilité d’une sanction pénale. Ce dispositif pourra
bien sûr être évalué et le cas échéant adapté en fonction
de l’évolution de la jurisprudence en la matière.
La formulation de l’article 31 du projet a été modifiée
suite à la remarque du Conseil d’État.
LIVRE V
SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES
Art. 32
Cet article reprend le prescrit de l’article 68ter de
la loi du 16 juin 2006, moyennant une adaptation aux
spécificités du présent projet.
Comme auparavant, le juge pourra donc annuler
l’achat ou la souscription d’instrument de placement
lorsque cet achat ou cette souscription a eu lieu à
l’occasion d’une offre au public irrégulière. Comme
auparavant, il est également prévu, que le dommage
subi par l’investisseur sera présumé résulter du carac-
tère irrégulier de l’offre au public; cette présomption
est irréfragable. Cette disposition, insérée à l’origine
dans la loi du 16 juin 2006 par la loi du 30 juillet 2013,
est d’ordre public.
46
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 33
Dit artikel neemt de bepalingen van artikel 69 van de
wet van 16 juni 2006 over en past ze aan de specifieke
kenmerken van de nieuwe regeling aan. Te noteren
valt echter dat de naleving van de aan het paspoort
verbonden formaliteiten niet langer strafrechtelijk straf-
baar wordt gesteld. Op grond van de overweging dat het
krachtens de paspoortregeling mogelijk is om effecten
aan het publiek in een andere lidstaat aan te bieden na
een eenvoudige kennisgeving tussen de autoriteiten
op vraag van de uitgevende instelling of de aanbieder,
zonder dat de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst
zich er kunnen tegen verzetten dat de aanbieding in
hun jurisdictie wordt uitgebracht, lijkt het opleggen van
strafrechtelijke sancties bij niet-naleving van die kennis-
gevingsprocedure, naar het oordeel van de Regering,
buitensporig in het licht van het evenredigheidsbeginsel.
De door het ontwerp ingevoerde regeling verschilt op dat
punt van de regeling van de wet van 16 juni 2006 (zie art.
69, 2°, van die wet). Er moet echter worden opgemerkt
dat deze hypothese verschilt van de hypothese waarin in
België een aanbieding aan het publiek wordt uitgebracht
door een buitenlandse uitgevende instelling of aanbieder
zonder dat de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat
van herkomst een prospectus heeft goedgekeurd: een
dergelijke onregelmatige aanbieding blijft strafrechtelijk
strafbaar krachtens artikel 32, § 1, 1°.
Art. 34
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek (“De
misdrijven en de bestraffing in het algemeen”), inclusief
hoofdstuk VII (“Deelneming van verscheidene personen
aan eenzelfde misdaad of wanbedrijf”, waaronder met
name de bepalingen over de medeplichtigheid) en ar-
tikel 85 (verzachtende omstandigheden) zullen, zoals
thans, van toepassing zijn op de door de wet bestrafte
inbreuken (zie art. 33 hierboven).
BOEK VI
WIJZIGINGSBEPALINGEN
Dit ontwerp bevat ook wijzigingsbepalingen van
andere wetgevende teksten, die in dit boek worden
gebundeld.
Bepaalde van die wijzigingen strekken ertoe het wet-
telijke kader, de terminologie en de verwijzingen aan
te passen die een gevolg zijn van de opheffing en de
vervanging van de wet van 16 juni 2006 en de inwerking-
treding van dit ontwerp en de prospectusverordening.
Art. 33
Cet article reprend l’article 69 de la loi du 16 juin 2006,
tout en l’adaptant aux spécificités du nouveau régime.
On notera toutefois que le respect des formalités liées au
passeport n’est plus sanctionné pénalement. En effet,
considérant le fait que le régime de passeport permet
d’offrir des valeurs mobilières au public dans un autre
État membre moyennant une simple notification entre
autorités sur demande de l’émetteur ou de l’offreur, sans
que les autorités de l’État membre d’accueil ne puisse
s’opposer au lancement de l’offre dans leur juridiction,
prévoir des sanctions pénales en cas de non respect
de cette procédure de notification paraît, de l’avis du
Gouvernement, être excessif au regard du principe de
proportionnalité. Sur ce point, le régime introduit par le
projet diffère donc de celui de la loi du 16 juin 2006 (voy.
l’art. 69, 2°, de cette loi). On notera toutefois que ce cas
de figure diffère de celui d’une offre au public lancée
en Belgique par un émetteur ou un offreur étranger
sans qu’un prospectus n’ait été approuvé par l’autorité
de l’État membre d’origine: ce type d’offre irrégulière
reste passible de sanctions pénales en vertu de l’article
32, § 1er, 1°.
Art. 34
Les dispositions du livre I du Code pénal (“des infrac-
tions et de la répression en général”), en ce compris son
chapitre VII (“De la participation de plusieurs personnes
au même crime ou délit” comportant notamment les
dispositions relatives à la complicité) et l’article 85 (cir-
constances atténuantes), seront, comme actuellement,
applicables aux infractions punies par la loi (voy. l’art.
33 ci-dessus).
LIVRE VI
DISPOSITIONS MODIFICATIVES
Le projet contient également des modifications à
d’autres législations, qui sont regroupées dans le pré-
sent livre.
Certaines de ces modifications visent à adapter le
cadre légal, la terminologie et les références suite à
l’abrogation et au remplacement de la loi du 16 juin 2006
et à l’entrée en vigueur du présent projet et du règlement
prospectus.
47
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Zoals eerder onderstreept in de algemene beschou-
wingen, strekt dit ontwerp er verder toe een aantal wijzi-
gingen aan te brengen in de wetgeving op de openbare
overnamebiedingen.
Tot worden een aantal diverse wijzigingen in de fi-
nanciële wetgeving voorgesteld.
De voorgestelde wijzigingen worden artikelsgewijs
toegelicht.
TITEL I
WIjzigingen aan het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992
Art. 35 en 36
Deze bepalingen wijzigen respectievelijk de artike-
len 21, 13°, f), en 194ter, § 12, van het Wetboek van
de Inkomstenbelastingen 1992, om de daar vermelde
verwijzingen naar de wet van 16 juni 2006 te vervangen
door verwijzingen naar dit ontwerp en naar de prospec-
tusverordening. Aan de draagwijdte van die bepalingen
wordt echter niets veranderd.
TITEL II
Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële sector en de
financiële diensten
Art. 37
Dit artikel wijzigt artikel 2, 42°, van de wet van
2 augustus 2002. Het vervangt de verwijzing naar artikel
68bis, eerste lid, 1°, van de wet van 16 juni 2006 door
een verwijzing naar de overeenkomstige bepaling van
het ontwerp (zie art. 28, eerste lid, 1°).
Art. 38
Dit artikel past de bepalingen van artikel 37sexies
van de wet van 2 augustus 2002, ingevoegd bij de wet
van 18 april 2017 (tenuitvoerlegging van Verordening
1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van
26 november 2014 over essentiële-informatiedocumen-
ten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verze-
keringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s)), aan
de context van dit ontwerp aan. Inhoudelijk verandert er
niets: dit artikel brengt enkel de nodige wijzigingen inge-
volge de herdefinitie van het toepassingsgebied van de
prospectusplicht, en wijzigingen van de referenties aan.
Par ailleurs, comme souligné dans les considérations
générales ci-dessus, le présent projet vise aussi à
apporter un certain nombre d’adaptations à la législation
sur les offres publiques d’acquisition.
Enfin, un certain nombre de modifications diverses
à la législation financière sont proposées.
Chacune des modifications proposées fait l’objet d’un
commentaire, article par article.
TITRE IER
Modifications au Code des impôts sur
les revenus 1992
Art. 35 et 36
Ces dispositions modifient respectivement les articles
21, 13°, f) et 194ter, § 12 du Code des impôts sur les
revenus 1992, de manière à remplacer les références
à la loi du 16 juin 2006 qui y sont mentionnées par des
références au présent projet et au règlement prospec-
tus. La portée de ces dispositions n’est par contre en
rien modifiée.
TITRE II
Modifications à la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur financier et aux services
financers
Art. 37
Cet article modifie l’article 2, 42°, de la loi du
2 août 2002. Il vise à remplacer la référence à l’article
68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006 par une
référence à la disposition correspondante du projet (voy.
l’art. 28, alinéa 1er, 1°).
Art. 38
Cet article adapte les dispositions de l’article
37sexies de la loi du 2 août 2002, introduit par la loi du
18 avril 2017 (mise en œuvre du règlement 1286/2014 du
Parlement européen et du Conseil du 26 novembre 2014
sur les documents d’informations clés relatifs aux pro-
duits d’investissement packagés de détail et fondés sur
l’assurance), au contexte du présent projet. Rien n’est
modifié sur le plan du contenu: le présent article se
limite à apporter les modifications nécessaires suite à
la redéfinition du champ d’application de l’obligation de
prospectus ainsi qu’en ce qui concerne les références.
48
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 39 en 40
Deze artikelen passen de referenties aan die ver-
vat zijn in de artikelen 86bis en 86ter van de wet van
2 augustus 2002.
Art. 41 en 42
De artikelen passen de verwijzingen in de artikelen
121 en 125 van de wet van 2 augustus 2002 aan, die
respectievelijk handelen over het beroep dat kan worden
ingesteld tegen de beslissingen van de FSMA, en over
de vordering tot staking handelen. Inhoudelijk wordt in
die bepalingen geen enkele wijziging aangebracht, met
uitzondering van de toevoeging – in artikel 125 – van
een verwijzing naar de wet van 19 april 2014 betreffende
de alternatieve instellingen voor collectieve belegging
en hun beheerders.
TITEL III
wijzigingen aan de wet van 1 april 2007 op de
openbare overnamebiedingen
Deze titel bevat de voorgestelde wijzigingen aan de
wet van 1 april 2007, met het oog op de modernisering
van die wetgeving. De meeste van die wijzigingen zullen
op de tiende dag na de bekendmaking van het ontwerp
in het Belgisch Staatsblad in werking treden. In de com-
mentaar bij de artikelen wordt telkens vermeld als dat
het geval is (zie ook de toelichting bij art. 104 hieron-
der). Te noteren valt dat de Regering ook voornemens
is om het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de
openbare overnamebiedingen te wijzigen conform de
hier vastgestelde oriëntaties. Overigens moeten ook
bepaalde elementen van de wet van 1 april 2007 wor-
den aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding
van de prospectusverordening: deze tweede categorie
van wijzigingen heeft een formeler karakter en zal op
21 juli 2019 in werking treden.
Art. 43
Dit artikel betreft de voorgestelde wijzigingen in artikel
3 van de wet van 1 april 2007.
De bepalingen van dit artikel passen de definities aan
de recente evoluties van de financiële wetgeving aan.
Art. 39et 40
Ces articles adaptent les références contenues dans
les articles 86bis et 86ter de la loi du 2 août 2002.
Art. 41 et 42
Ces articles adaptent les références contenues dans
les articles 121 et 125 de la loi du 2 août 2002, respec-
tivement relatifs aux recours contre les décisions de la
FSMA et à l’action en cessation. Aucune modification
n’est apportée à ces dispositions sur le plan du contenu,
excepté en ce qui concerne l’ajout d’une référence à la
loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de place-
ment collectif alternatifs et à leurs gestionnaires dans
l’article 125.
TITRE III
Modifications à la loi du 1er avril 2007 relative aux
offres publiques d’acquisition
Ce titre contient les modifications qu’il est proposé
d’apporter à la loi du 1er avril 2007, dans un objectif de
modernisation de cette législation. La plupart de ces
modifications entreront en vigueur le dixième jour sui-
vant la publication du projet au Moniteur belge. On men-
tionne ici chaque fois dans le commentaire des articles
si tel est le cas (voy. également infra le commentaire de
l’art. 104). On notera que le Gouvernement a également
l’intention de modifier l’arrêté royal du 27 avril 2007 rela-
tif aux offres publiques d’acquisition, en conformité avec
les orientations fixées ici. Par ailleurs, il est également
nécessaire de modifier certains éléments de la loi du
1er avril 2007 suite à l’entrée en vigueur du règlement
prospectus: cette deuxième catégorie de modifications
a quant à elle un caractère plus formel et entrera en
vigueur le 21 juillet 2019.
Art. 43
Cet article contient les modifications qu’il est proposé
d’apporter à l’article 3 de la loi du 1er avril 2007.
Les dispositions du présent article adaptent les défini-
tions aux évolutions récentes de la législation financière.
49
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 44
Dit artikel wijzigt artikel 5 van de wet van 1 april 2007,
dat over de verplichte openbare biedingen handelt.
In zijn huidige lezing verduidelijkt dat artikel dat,
wanneer een persoon, ten gevolge van een eigen ver-
werving of een verwerving door in onderling overleg met
hem handelende personen of door personen die voor
rekening van deze personen handelen, rechtstreeks
of onrechtstreeks meer dan 30 % van de effecten met
stemrecht houdt in een vennootschap met statutaire
zetel in België en waarvan minstens een gedeelte van
de effecten met stemrecht tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt of een door de Koning aan-
geduide multilaterale handelsfaciliteit is toegelaten, hij,
onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden,
een openbaar overnamebod dient uit te brengen op
alle effecten met stemrecht of die toegang geven tot
stemrecht uitgegeven door deze vennootschap. De toe-
passingsmodaliteiten van artikel 5 worden vastgesteld
door het koninklijk besluit van 27 april 2007.
De voorgestelde wijzigingen in dat artikel streven
een dubbele doelstelling na. In de eerste plaats strek-
ken zij ertoe om, voor de vennootschappen waarvan
minstens een deel van de effecten met stemrecht tot
de verhandeling op een door de Koning aangeduide
MTF zijn toegelaten, het percentage waarboven een
verplicht bod moet worden uitgebracht, vast te stel-
len op 50 % van de effecten met stemrecht. Door die
wijziging wordt de Belgische regeling afgestemd op de
in Frankrijk geldende regeling (zie art. 235-2 van het
algemeen reglement van de AMF). In de tweede plaats
bieden deze wijzigingen de Koning de mogelijkheid om
de toepassing van de regeling inzake verplichte aanbie-
dingen te beperken tot bepaalde segmenten van een
MTF (zie de woorden “een bepaald segment daarvan”).
Deze wijziging zal op de tiende dag na de bekend-
making van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad in
werking treden.
Art. 45
Dit artikel past de verwijzingen in artikel 6 van de wet
van 1 april 2007 aan, dat over het openbaar karakter
van aanbiedingen handelt, naar aanleiding van de in-
werkingtreding van de prospectusverordening.
Art. 46
Dit artikel machtigt de Koning om af te wijken van de
bepalingen van titel II van de wet van 1 april 2007 over
Art. 44
Cet article modifie l’article 5 de la loi du 1er avril 2007,
relatif aux offres publiques obligatoires.
Dans sa version actuelle, cette disposition précise
que, lorsqu’une personne détient directement ou indi-
rectement, à la suite d’une acquisition faite par elle-
même, par des personnes agissant de concert avec elle
ou par des personnes agissant pour le compte de ces
personnes, plus de 30 % des titres avec droit de vote
d’une société qui a son siège statutaire en Belgique
et dont une partie au moins des titres avec droit de
vote sont admis à la négociation sur un marché régle-
menté ou sur un système multilatéral de négociation
désigné par le Roi, elle est tenue, dans les conditions
déterminées par le Roi, de lancer une offre publique
d’acquisition sur la totalité des titres avec droit de vote
ou donnant accès au droit de vote émis par cette société.
Les modalités de l’application de l’article 5 sont fixées
par l’arrêté royal du 27 avril 2007.
Les modifications qu’il est proposé d’apporter à cet
article poursuivent un double objectif. En premier lieu,
elles visent à fixer, en ce qui concerne les sociétés dont
une partie au moins des titres avec droit de vote sont
admis à la négociation sur un MTF désigné par le Roi,
le pourcentage de détention auquel une offre obligatoire
doit être lancée, à 50 % des titres avec droit de vote.
Cette modification aura donc pour effet d’aligner le
régime belge avec celui qui est applicable en France
(voy. art. 235-2 du règlement général de l’AMF). En
second lieu, les présentes modifications permettent au
Roi de limiter l’application du régime de l’offre obligatoire
à certains segments d’un MTF donné (voy. les termes
“un segment déterminé d’un tel système multilatéral de
négociation”).
Cette disposition entrera en vigueur le dixième jour
suivant la publication du projet au Moniteur belge.
Art. 45
Cet article adapte les références contenues à l’article
6 de la loi du 1er avril 2007, relatif au caractère public
de l’offre, suite à l’entrée en vigueur du règlement
prospectus.
Art. 46
Cet article habilite le Roi à déroger aux dispositions
du titre II de la loi du 1er avril 2007 en ce qui concerne
50
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
de openbare overnamebiedingen op schuldinstrumen-
ten, die door de uitgevende instelling van die effecten
worden uitgebracht.
De Regering wil de Koning zo in staat stellen een
specifieke regeling in te voeren voor de openbare
overnamebiedingen op schuldinstrumenten die door
de uitgevende instelling van die effecten worden uitge-
bracht. Er wordt immers van uitgegaan dat dergelijke
verrichtingen niet de toepassing van dezelfde rege-
ling vereisen als de openbare overnamebiedingen op
effecten die toegang geven tot stemrecht of de door
derden uitgebrachte openbare overnamebiedingen op
schuldinstrumenten. Aldus wil de Regering de Belgische
reglementering afstemmen op de in Frankrijk geldende
regeling (zie art. 238-1 tot 238-5 van het algemeen re-
glement van de AMF en de AMF-instructie nr. 2010-02).
Het werd niet aangewezen geacht om gevolg te geven
aan de opmerking van de Raad van State over dit artikel:
artikel 9 van de wet van 1 april 2007 bevat immers al
richtsnoeren ter omkadering van de uitoefening van de
machtigingen waarvan sprake in artikel 8. De door dit
artikel ingevoerde machtiging lijkt dus niet overdreven
in de zin van de interpretatie van de Raad van State.
Deze wijziging zal op de tiende dag na de bekend-
making van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad in
werking treden.
Art. 47
Dit artikel wijzigt artikel 12 van de wet van 1 april 2007
over de publicatiewijzen van het prospectus. Doelstelling
is die publicatiewijzen af te stemmen op de prospec-
tusverordening vermelde modaliteiten (zie art. 21, lid
1, 2, 9 en 11).
Art. 48
De geldende regeling voor de samenvatting van
het prospectus wordt afgestemd op de desbetref-
fende regeling in de prospectusverordening (zie art.
7). De voorwaarden waaronder informatie zal kunnen
worden opgenomen door middel van verwijzing, zijn
de voorwaarden waarvan sprake in artikel 19 van de
prospectusverordening.
Art. 49
Dit artikel voert in artikel 17 van de wet van
1 april 2007 een paragraaf 3 in. De nieuwe bepaling
strekt ertoe te garanderen dat de houders van effecten
les offres publiques d’acquisition portant sur des titres
de créance, lancées par l’émetteur desdits titres.
L’objectif poursuivi par le Gouvernement est de per-
mettre au Roi d’introduire un régime spécifique en ce
qui concerne les offres publiques d’acquisition portant
sur des titres de créance qui sont lancées par l’émet-
teur desdits titres. On considère en effet que de telles
opérations ne nécessitent pas l’application du même
régime que les offres publiques d’acquisition sur titres
donnant accès au droit de vote ou les offres publiques
d’acquisition sur titres de créance lancées par un tiers.
L’objectif poursuivi par le Gouvernement est de rappro-
cher la règlementation belge du régime applicable en
France (voy. les art. 238-1 à 238-5 du règlement général
de l’AMF et l’instruction AMF n°2010-02).
Il n’a pas été jugé indiqué de donner suite au com-
mentaire du Conseil d’État concernant cet article:
l’article 9 de la loi du 1er avril 2007 contient en effet déjà
des orientations encadrant l’exercice des habilitations
prévues à l’article 8. L’habilitation introduite par le pré-
sent article ne paraît donc pas être excessive au sens
où l’entend le Conseil d’État.
Cette modification entrera en vigueur le dixième jour
suivant la publication du projet au Moniteur belge.
Art. 47
Cet article modifie l’article 12 de la loi du 1er avril 2007,
relatif aux modalités de publication du prospectus.
L’objectif poursuivi est d’aligner ces modalités avec
celles prévues par le règlement prospectus (voy. l’art.
21, paragraphes 1er, 2, 9 et 11).
Art. 48
Le régime applicable au résumé du prospectus est
rapproché de celui prévu en la matière par le règlement
prospectus (voy. l’art. 7). Les conditions auxquelles
des informations pourront être incorporées par réfé-
rence sont celles prévues par l’article 19 du règlement
prospectus.
Art. 49
Cet article vise à introduire un paragraphe 3 dans
l’article 17 de la loi du 1er avril 2007. La nouvelle dis-
position vise à garantir que les détenteurs de titres
51
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
effectief over een herroepingsrecht zullen beschikken
wanneer de aanvulling na de afsluiting van de oorspron-
kelijk voorziene aanvaardingsperiode van het bod wordt
gepubliceerd.
Art. 50
Dit artikel wijzigt artikel 33 van de wet van 1 april 2007,
dat over de reclame handelt. Momenteel stelt de wet
van 1 april 2007 de “andere documenten en berichten
die betrekking hebben op een openbaar bod” gelijk met
reclame. Als gevolg daarvan zal de FSMA dergelijke
documenten moeten goedkeuren, terwijl dat soms geen
reclamestukken zijn (bv. de vennootschapsdocumenten
van een vennootschap). Die gelijkstelling wordt opge-
heven, waardoor die “andere documenten en berichten
die betrekking hebben op een openbare aanbieding”
niet meer a priori door de FSMA zullen moeten worden
goedgekeurd bij een openbare overnamebieding. Deze
wijziging zal op de tiende dag na de bekendmaking
van het ontwerp in het Belgisch Staatsblad in werking
treden.
Art. 51
Dit artikel past de verwijzingen in artikel 50, § 1, eerste
lid, van de wet van 1 april 2007 aan de evoluties van het
Europees recht sinds 2007 aan.
TITEL IV
WIjzigingen aan de wet van 3 augustus 2012
betreffende de instellingen voor collectieve belegging
die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn
2009/65/EG en de instellingen voor belegging in
schuldvorderingen
Deze titel bevat de bepalingen tot wijziging van de
wet van 3 augustus 2012. De door de prospectusver-
ordening en dit ontwerp ingevoerde nieuwe regeling
heeft immers ook een impact op de instellingen voor
collectieve belegging.
In de huidige regeling wordt het toepassingsgebied
van de specifieke regeling voor de openbare instellingen
voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal
rechten van deelneming bepaald onder verwijzing naar
de definitie van “openbare aanbieding” in de wet van
3 augustus 2012 (die nauw aansluit bij de definitie opge-
nomen in de wet van 16 juni 2006). Zo wordt een open-
bare instelling voor collectieve belegging gedefinieerd
als een instelling waarvan de rechten van deelneming
openbaar worden aangeboden. Enkel de openbare
disposeront effectivement d’un droit de rétractation au
cas où la publication du supplément intervient après la
clôture de la période d’acceptation de l’offre.
Art. 50
Cet article modifie l’article 33 de la loi du 1er avril 2007,
relatif aux communications à caractère promotionnel.
Actuellement, la loi du 1er avril 2007 assimile aux docu-
ments publicitaires les “autres documents et avis se
rapportant à une offre publique”. Cette assimilation a
pour conséquence que la FSMA est amenée à approu-
ver ce type de documents alors que peuvent parfois
être dépourvus de caractère publicitaire (documents
sociaux d’une société par exemple). Cette assimilation
est supprimée, de sorte que l’approbation a priori par
la FSMA des “autres documents et avis se rapportant
à une offre publique” n’est plus d’application en cas
d’offre publique d’acquisition. Cette disposition entrera
en vigueur le dixième jour suivant la publication du projet
au Moniteur belge.
Art. 51
Cet article adapte les références contenues à l’article
50, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 1er avril 2007 aux évolu-
tions survenues en droit européen depuis 2007.
TITRE IV
Modifications à la loi du 3 août 2012 relative aux
organismes de placement collectif qui répondent
aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux
organismes de placement en créances
Le présent titre contient les dispositions modificatives
de la loi du 3 août 2012. Le nouveau régime introduit
par le règlement prospectus et le présent projet a en
effet également des répercussions en ce qui concerne
les organismes de placement collectif.
Dans le régime actuel, le champ d’application du
régime propre aux organismes de placement collectif
publics à nombrevariable de parts est déterminé par
référence à la définition de l’offre publique établie
par la loi du 3 août 2002 (laquelle est proche de la
définition reprise dans la loi du 16 juin 2006). Ainsi,
un organisme de placement collectif public est défini
comme un organisme de placement collectif dont les
parts font l’objet d’une offre publique. Seuls les orga-
nismes de placement collectif publics sont soumis de
52
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
instellingen voor collectieve belegging zijn verplicht aan
“productregels” onderworpen. De prospectuswetgeving
en de wetgeving van toepassing op de instellingen voor
collectieve belegging zijn dus parallel van toepassing,
hoewel de prospectusrichtlijn (net als de prospectus-
verordening) niet van toepassing is op de instellingen
voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal
rechten van deelneming7. De Regering stelt voor om het
bestaande parallellisme te behouden voor de openbare
instellingen voor collectieve belegging met een veran-
derlijk aantal rechten van deelneming zijn, die uit het
toepassingsgebied van de prospectusverordening zijn
uitgesloten. Voor laatstgenoemde instellingen zal de
thans geldende prospectusplicht dus van toepassing
blijven, i.e. zonder uitsluiting van de aanbiedingen aan
het publiek waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan
de drempel voor de toepassing van de prospectusplicht.
Een dergelijke instelling voor collectieve belegging is van
nature een product dat bestemd is om op grote schaal
te worden gecommercialiseerd, en waarvan de omloop
doorgaans ruimschoots boven die drempel ligt.
Het begrip “openbare aanbieding” is, om redenen
van coherentie, afgestemd op het dienovereenkomstige
begrip in de prospectusverordening. Die definitie zal dus
niet meer vermelden dat de aanbieding wordt verricht
door de instelling voor collectieve belegging, door de
persoon die in staat is om de effecten over te dragen
of voor hun rekening. Deze wijziging zal op 21 juli 2019
in werking treden.
Wat de terminologie betreft, blijft het begrip “openbare
aanbieding” hier behouden en wordt het niet vervangen
door het begrip “aanbieding aan het publiek” uit de pros-
pectusverordening. Er wordt immers van uitgegaan dat
een dergelijke – louter formele – wijziging dit ontwerp
nodeloos zwaar zou maken.
Bovendien strekt deze titel er ook toe Verordening
(EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad
van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen ten uitvoer te
leggen in Belgisch recht en diverse wijzigingen aan te
brengen in de wet van 3 augustus 2012. Die bepalingen
zullen op 21 juli 2018 in werking treden.
Art. 52
Dit artikel brengt een aantal wijzigingen aan in de
specifieke definities van de wet van 3 augustus 2012.
De belangrijkste wijzigingen worden hieronder gedetail-
leerd toegelicht.
7
De Belgische wetgever heeft echter in het verleden de keuze
gemaakt het begrip “verhandeling” gebruikt in de UCITS-richtlijn
met het begrip “openbare aanbod” gelijk te stellen.
manière obligatoire à des “règles produits”. La législation
prospectus et la législation relative aux organismes
de placement collectifs s’appliquent donc de manière
parallèle, bien que la directive prospectus (tout comme
le règlement prospectus) ne soit pas d’application aux
organismes de placement collectif à nombre variable
de parts7. Le Gouvernement propose de maintenir le
parallélisme existant en ce qui concerne les organismes
de placement collectif à nombre variable de parts, exclus
du champ d’application du règlement prospectus. En
ce qui concerne ceux-ci, l’obligation de prospectus
continuera donc à s’appliquer comme actuellement,
sans exclusion des offres dont le montant est inférieur
au seuil d’application de l’obligation de prospectus. Ce
type d’organisme de placement collectif est par nature
un produit destiné à la commercialisation à grande
échelle, et dont l’encours sera généralement largement
supérieur à ce seuil.
La notion d’offre publique est, pour des raisons de
cohérence, alignée sur celle retenue par le règlement
prospectus. Cette définition ne précisera donc plus que
l’offre est faite par l’organisme de placement collectif ou
par la personne qui est en mesure de céder les titres ou
pour leur compte. Cette modification entrera en vigueur
le 21 juillet 2019.
Sur le plan de la terminologie, l’usage du terme
“offre publique” est maintenu ici et n’est pas remplacé
par le terme d’offre au public utilisé par le règlement
prospectus. On a en effet considéré qu’une telle modi-
fication, purement formelle, alourdirait inutilement le
présent projet.
Par ailleurs, le présent titre vise également à assurer
la mise en œuvre en droit belge du règlement (UE)
2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 sur les fonds monétaires et à procéder à
des modifications diverses dans la loi du 3 août 2012.
Ces dispositions entreront en vigueur le 21 juillet 2018.
Art. 52
Cet article vise à apporter un certain nombre
de modifications aux définitions propres à la loi du
3 août 2012. On détaille ci-dessous les principales de
ces modifications.
7
Le législateur belge a toutefois historiquement fait le choix
d’assimiler la notion de commercialisation utilisée dans la
directive UCITS avec celle d’offre publique.
53
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Het criterium voor de toepassing van de bepalin-
gen van de wet van 3 augustus 2012 en dus van de
UCITS-regeling, is in België het feit dat een openbare
aanbieding wordt verricht. Momenteel bepaalt artikel
3 van de wet van 3 augustus 2012 dat een openbare
instelling voor collectieve belegging een instelling voor
collectieve belegging is die haar financiële middelen in
België of in het buitenland aantrekt via een openbare
aanbieding van rechten van deelneming. In de huidige
regeling zal een instelling voor collectieve belegging
naar Belgisch recht die een openbare aanbieding ver-
richt buiten het Belgisch grondgebied, dus onder de
toepassing van de regeling voor openbare instellingen
voor collectieve belegging vallen, net zoals een instelling
die een openbare aanbieding (volledig of deels) in België
verricht. Die benadering, die al werd gehanteerd in de
wet van 4 december 1990 op de financiële transacties
en de financiële markten (zie art. 105, eerste lid, van
die wet), lijkt niet langer adequaat te zijn; bovendien
sluit zij niet aan bij de bevoegdheidsverdeling tussen de
lidstaten in Richtlijn 2009/65/EG. De doelstelling die de
Belgische regeling inzake de openbare instellingen voor
collectieve belegging nastreeft, is in de eerste plaats
immers de bescherming van de Belgische belegger.
Over het algemeen is de Regering op dat punt van oor-
deel dat de beleggersbescherming in de eerste plaats
behoort tot de verantwoordelijkheid van de Staat waar
de belegger verblijft. In het licht daarvan lijkt het niet
coherent dat een instelling voor collectieve belegging
die een aanbieding van rechten van deelneming aan het
publiek uitsluitend in het buitenland verricht, onder de
Belgische regeling inzake de openbare instellingen voor
collectieve belegging valt. Een dergelijke instelling voor
collectieve belegging zal daarentegen onderworpen zijn
aan de geldende beleggersbeschermingsregeling in het
land waar deze instelling zich financiert. Daarom wordt
hier voorgesteld om geen rekening meer te houden met
openbare aanbiedingen die in het buitenland worden
verricht. Die benadering wordt overigens ook al in de
wet van 19 april 2014 gehanteerd.
Het begrip “aanbieding aan het publiek” wordt
aangepast: zo wordt voorgesteld om in de wet van
3 augustus 2012 dezelfde definitie te gebruiken als in
de prospectusverordening. Bovendien zal de definitie
niet meer verduidelijken dat een openbare aanbieding
wordt verricht door de instelling voor collectieve beleg-
ging, door de persoon die in staat is om de effecten over
te dragen of voor hun rekening: die definitie zal dus op
identieke wijze worden verwoord als de definitie in de
prospectusverordening.
In verband met laatstgenoemde wijziging wordt ver-
wezen naar de commentaar bij artikel 3 van dit ontwerp.
Le fait d’effectuer une offre publique est, en Belgique,
le critère d’application des dispositions de la loi du
3 août 2012 et donc, du régime UCITS. Or, actuellement,
l’article 3 de la loi du 3 août 2012 précise qu’un orga-
nisme de placement collectif public est un organisme de
placement collectif qui recueille ses moyens financiers
au moyen d’une offre publique de parts, en Belgique
ou à l’étranger. Dans le régime actuel, un organisme de
placement collectif de droit belge effectuant une offre
publique hors du territoire belge tombera donc dans le
champ d’application du régime des organismes de pla-
cement collectif publics, au même titre qu’un organisme
effectuant une offre publique (totalement ou en partie)
en Belgique. Cette approche, déjà suivie dans la loi du
4 décembre 1990 relative aux opérations financières
et aux marchés financiers (voy. l’art. 105, alinéa 1er, de
cette loi), ne paraît plus être adéquate; par ailleurs, elle
cadre mal dans le régime de répartition de compétences
entre États membres prévu par la directive 2009/65/CE.
En effet, l’objectif poursuivi par le régime belge des
organismes de placement collectif publics est avant
tout la protection de l’investisseur belge. De manière
générale, le Gouvernement considère sur ce point que
la protection de l’investisseur relève avant tout de la
responsabilité de l’État dans lequel l’investisseur réside.
Dans cette perspective, il ne paraît pas cohérent qu’un
organisme de placement collectif qui effectue une offre
au public de parts exclusivement à l’étranger relève du
régime belge applicable aux organismes de placement
collectif public. Un tel organisme de placement collectif
sera par contre soumis au régime de protection de
l’investisseur en vigueur dans le pays où il se finance.
Pour cette raison, il est proposé ici de ne plus prendre
en compte les offres publiques effectuées à l’étranger.
Cette approche est du reste déjà celle qui est suivie
dans la loi du 19 avril 2014.
La notion d’offre au public est adaptée: il est ainsi
proposé d’utiliser dans la loi du 3 août 2012 la même
définition que dans le règlement prospectus. Par ailleurs,
la définition ne précisera plus qu’une offre publique
est faite par l’organisme de placement collectif ou par
la personne qui est en mesure de céder les titres ou
pour leur compte: cette définition sera donc rédigée
de manière identique à celle du règlement prospectus.
En ce qui concerne cette dernière modification, on
se permet de renvoyer au commentaire de l’article 3 du
présent projet.
54
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 53
Dat artikel wijzigt artikel 5 van de wet van
3 augustus 2012. Er wordt met name opgemerkt dat
de voorgestelde tekst verwijst naar artikel 2, e), van de
prospectusverordening voor de definitie van het begrip
“professioneel belegger”. Die bepaling van de pros-
pectusverordening verwijst op haar beurt naar Richtlijn
2014/65/EG (MiFID).
Art. 54 en 55
Deze artikelen brengen vormwijzigingen aan in de
artikelen 52 en 53 van de wet van 3 augustus 2012, over-
eenkomstig de aangebrachte wijzigingen in de definitie
van “openbare aanbieding” (zie hierboven).
De formulering van artikel 55 is aangepast om te
voldoen aan de opmerking van de Raad van State.
Art. 56
Dit artikel poneert het beginsel op grond waarvan de
bepalingen over het toezicht op de instellingen voor col-
lectieve belegging niet enkel van toepassing zullen zijn in
verband met de naleving van de bepalingen van de wet
van 3 augustus 2012, maar ook in verband met bepaalde
Europese verordeningen die rechtstreeks van toepas-
sing zijn, zoals Verordening 2015/2365 (transparantie
van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik)
en Verordening 2017/1131 (geldmarktfondsen). Voor
de goede orde wordt datzelfde beginsel ook expliciet
vastgelegd in verband met de uitvoeringsmaatregelen
van Richtlijn 2009/65/EG; te noteren valt dat dit beginsel
thans al voortvloeit uit de verwijzing naar artikel 3/1 van
de wet van 3 augustus 2012.
In artikel 96, § 4, van de wet van 3 augustus 2012
wordt een foutieve referentie gecorrigeerd.
Art. 57 tot 61
Deze artikelen passen de verwijzingen in de artikelen
101, 102, 107, 110 en 111 van de wet van 3 augustus 2012
aan de recente wetgevende ontwikkelingen aan.
Art. 62 en 63
Deze artikelen beogen de tenuitvoerlegging van
Verordeningen 2015/2365 (transparantie van effectenfi-
nancieringstransacties en van hergebruik) en 2017/1131
Art. 53
Cet article modifie l’article 5 de la loi du 3 août 2012.
On relève notamment que le texte proposé renvoie à
l’article 2, e) du règlement prospectus pour la définition
de la notion d’investisseur professionnel. Cette dispo-
sition du règlement prospectus renvoie quant à elle à
la directive 2014/65/UE (MiFID).
Art. 54 et 55
Ces articles apportent des modifications formelles
aux articles 52 et 53 de la loi du 3 août 2012, en rapport
avec les modifications apportées à la définition de l’offre
publique (voy. ci-dessus).
La formulation de l’article 55 a été adaptée suite au
commentaire du Conseil d’État.
Art. 56
Le présent article établit le principe selon lequel les
dispositions relatives au contrôle des organismes de
placement collectif s’appliqueront non seulement en
ce qui concerne le respect des dispositions de la loi du
3 août 2012, mais aussi en ce qui concerne certains
règlement européens directement applicables, tels que
le règlement 2015/2365 (transparence des opérations
de financement sur titres et de réutilisation) et le règle-
ment 2017/1131 (fonds monétaires). Pour le bon ordre,
le même principe est également explicitement inscrit en
ce qui concerne les mesures d’exécution de la directive
2009/65/CE; on notera que ce principe découle déjà
actuellement du renvoi effectué à l’article 3/1 de la loi
du 3 août 2012.
Une erreur de référence est corrigée à l’article 96,
§ 4, de la loi du 3 août 2012.
Art. 57 à 61
Ces articles adaptent les références contenues
dans les articles 101, 102, 107, 110 et 111 de la loi du
3 août 2012 aux évolutions législatives récentes.
Art. 62 et 63
Ces articles assurent la mise en œuvre des règle-
ments 2015/2365 (transparence des opérations de
financement sur titres et de la réutilisation) et 2017/1131
55
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
(geldmarktfondsen). Zij passen een identieke benade-
ring toe als artikel 54 (zie hierboven).
Art. 64 en 65
De verwijzingen naar de wet van 22 juli 1953 in de
artikelen 242 en 243 van de wet van 3 augustus 2012
worden gewijzigd naar aanleiding van de inwerking-
treding van de recente wet van 7 december 2016 tot
organisatie van het beroep van en het publiek toezicht
op de bedrijfsrevisoren.
Art. 66
Dit artikel wijzigt artikel 255/1 van de wet van
3 augustus 2012 en past een identieke benadering toe
als de gehanteerde benadering in de artikelen 54, 60 en
61 van het ontwerp (zie hierboven).
Art. 67
Dit artikel verbetert een lacune die bij de omzetting
van Richtlijn 2014/91/EU in Belgisch recht is ontstaan
met betrekking tot het nieuwe artikel 20, lid 1, a), van
de gewijzigde Richtlijn 2009/65/EG. Volgens die be-
paling zal artikel 260, § 1, eerste lid, van de wet van
3 augustus 2012 voortaan expliciet verduidelijken dat
de beheervennootschap die een in een andere lidstaat
gevestigde instelling voor collectieve belegging wenst te
beheren, de autoriteiten van die lidstaat de schriftelijke
overeenkomst moet bezorgen die zij met de bewaarder
van de betrokken instelling voor collectieve belegging
heeft gesloten.
Art. 68
Dit artikel brengt vormwijzigingen aan in de verwijzin-
gen in artikel 271/2 van de wet van 3 augustus 2012, naar
aanleiding van de wijzigingen die dit ontwerp in de defi-
nitie van het begrip “openbare aanbieding” aanbrengt;
aan de inhoud van de bepaling wordt niets veranderd.
TITEL V
Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende
de alternatieve instellingen voor collectieve belegging
en hun beheerders
Deze titel bevat de wijzigingsbepalingen van de wet
van 19 april 2014. Net als de wet van 3 augustus 2012
(fonds monétaires). Ils appliquent une approche iden-
tique à celle adoptée par l’article 54 (voy. ci-dessus).
Art. 64 et 65
Les références à la loi du 22 juillet 1953 contenues
aux articles 242 et 243 de la loi du 3 août 2012 sont
modifiées suite à l’entrée en vigueur de la récente loi du
7 décembre 2016 portant organisation de la profession
et de la supervision publique des réviseurs d’entreprise.
Art. 66
Cet article modifie l’article 255/1 de la loi du
3 août 2012, selon une approche identique à celle adop-
tée par les articles 54, 60 et 61 du projet (voy. ci-dessus).
Art. 67
Cet article corrige une lacune survenue lors de la
transposition de la directive 2014/91/UE, en ce qui
concerne l’article 20, paragraphe 1er, a) nouveau de la
directive 2009/65/CE modifiée. Conformément à cette
disposition, l’article 260, § 1er, alinéa 1er, de la loi du
3 août 2012 précisera désormais explicitement que la
société de gestion qui désire gérer un organisme de
placement collectif établi dans un autre État membre
doit fournir aux autorités de cet État membre le contrat
écrit qu’elle a conclu avec le dépositaire de l’organisme
de placement collectif concerné.
Art. 68
Cet article apporte des modifications formelles
aux références reprises à l’article 271/2 de la loi du
3 août 2012, suite aux adaptations apportées à la défi-
nition de la notion d’offre publique par le présent projet;
rien n’est modifié en ce qui concerne le contenu de la
disposition.
TITRE V
Modifications à la loi du 19 avril 2014 relative aux
organismes de placement collectif alternatifs et à
leurs gestionnaires
Ce titre contient les dispositions modificatives de la
loi du 19 avril 2014. Tout comme la loi du 3 août 2012,
56
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
wordt ook deze wet beïnvloed door de wijzigingen aan
de prospectusregeling (voor een algemene beschrijving
van deze problematiek, zie hierboven). Verder beoogt
deze titel ook de tenuitvoerlegging in Belgisch recht van
Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement
en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen,
en brengt hij diverse andere wijzigingen aan.
Art. 69
Dit artikel wijzigt artikel 3 van de wet van 19 april 2014
met de specifieke definities van die wet. De hier
aangebrachte wijzigingen zijn deels dezelfde als de
voorgestelde wijzigingen in artikel 3 van de wet van
3 augustus 2012 (zie de commentaar bij artikel
50 hierboven).
De definitie van het begrip “openbare aanbieding”
wordt aldus afgestemd op de definitie van het begrip
“aanbieding aan het publiek” in de prospectusverorde-
ning (zie de commentaar van art. 3 van het ontwerp).
Hetzelfde geldt voor het begrip “professioneel belegger”.
Te noteren valt dat de verhoging van de drempel
waarboven een prospectus moet worden opgesteld,
ook gevolgen heeft voor de geldende regeling voor de
AICB’s met een vast aantal rechten van deelneming.
Momenteel wordt het toepassingsgebied van de rege-
ling inzake de openbare instellingen voor collectieve
belegging immers bepaald onder verwijzing naar drem-
pels die identiek zijn aan de in de wet van 16 juni 2006
gehanteerde drempels. Zoals eerder al verduidelijkt, is
een openbare instelling voor collectieve belegging in de
huidige regeling een instelling voor collectieve belegging
waarvan de rechten van deelneming openbaar worden
aangeboden. Beide wetgevingen (prospectus en rege-
ling inzake de openbare instellingen voor collectieve
belegging) worden, met andere woorden, parallel toe-
gepast en hebben een identiek toepassingsgebied. Dat
parallellisme wordt echter niet integraal gehandhaafd
in het ontwerp. Wat de (aan de prospectusverordening
onderworpen) instellingen voor collectieve belegging
met een vast aantal rechten van deelneming betreft,
blijven de “productregels”, zoals thans het geval is, van
toepassing zodra de tegenwaarde van een openbare
aanbieding de drempel van 100 000 euro overschrijdt.
De prospectusplicht voor de instellingen voor collectieve
belegging met een vast aantal rechten van deelneming
zal op haar beurt uitsluitend van toepassing zijn bij
een aanbieding aan het publiek met een totale tegen-
waarde die boven de drempel van de prospectusplicht
of de drempel voor de toelating tot de verhandeling op
celle-ci est également impactée par les modifications
apportées au régime du prospectus (voy. ci-dessus pour
une description générale de cette problématique). Par
ailleurs, le présent titre vise également à assurer la mise
en œuvre en droit belge du règlement (UE) 2017/1131 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur
les fonds monétaires et à procéder à des modifications
diverses.
Art. 69
Cet article modifie l’article 3 de la loi du 19 avril 2014,
contenant les définitions propres à cette loi. Les modi-
fications apportées ici sont en partie similaires à celle
proposées en ce qui concerne l’article 3 de la loi du
3 août 2012 (voy. ci-dessus le commentaire de l’article
50).
La définition de la notion d’offre publique est ainsi
alignée sur la notion d’offre au public du règlement
prospectus (voy. le commentaire de l’art. 3 du projet).
Il est en de même en ce qui concerne la notion d’inves-
tisseur professionnel.
On notera que le relèvement du seuil à partir duquel
un prospectus doit être rédigé a également des consé-
quences sur le régime applicable aux OPCA à nombre
fixe de parts. Actuellement en effet, le champ d’appli-
cation du régime des organismes de placement collectif
publics est en effet déterminé par référence à des seuils
identiques aux seuils prévus dans la loi du 16 juin 2006.
Comme déjà précisé ci-dessus, dans le régime actuel,
un organisme de placement collectif public est un orga-
nisme de placement collectif dont les parts font l’objet
d’une offre publique. Les deux législations (prospectus
et régime des organismes de placement collectif publics)
s’appliquent en d’autres termes de manière parallèle
et ont un champ d’application identique. Le projet ne
maintient pas ce parallélisme de manière intégrale. En
ce qui concerne les organismes de placement collectif à
nombre fixe de parts (soumis au règlement prospectus)
en effet, les “règles produits” continueront à s’appliquer,
comme actuellement, dès lors qu’une offre publique
dont le montant dépasse 100 000 euros est effectuée.
L’obligation de prospectus des organismes de place-
ment collectif à nombre fixe de parts sera quant à elle
uniquement applicable en cas d’offre au public pour
un montant supérieur au seuil de l’obligation de pros-
pectus ou d’admission à la négociation sur un marché
réglementé (quel que soit dans ce cas le montant en
jeu). Pour les offres publiques d’un montant inférieur au
seuil de l’obligation de prospectus sans admission à la
négociation sur un marché réglementé, seule une note
57
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
een gereglementeerde markt (ongeacht de betrokken
tegenwaarde) ligt. Voor de openbare aanbiedingen met
een totale tegenwaarde die onder de drempel van de
prospectusplicht ligt zonder toelating tot de verhandeling
op een gereglementeerde markt, zal enkel een infor-
matienota moeten worden opgesteld8. Ter zake wordt
onderstreept dat een notering op Euronext Brussels
verplicht is voor bepaalde openbare instellingen voor
collectieve belegging met een vast aantal rechten van
deelneming (openbare privaks en openbare vastgoed-
bevaks), terwijl andere instellingen van die notering zijn
vrijgesteld (openbare startersfondsen en ELTIF’s). De
regeling van de informatienota zal potentieel dus enkel
op die tweede categorie slaan.
Voor wat de openbare instellingen voor collectieve
belegging met een verandelijk aantal rechten van deel-
neming betreft, kan worden verwezen naar de com-
mentaar van titel IV hierboven.
Art. 70
Dit artikel brengt een correctie aan in artikel 11, § 2,
tweede lid, van de wet van 19 april 2014. Die bepaling
strekt ertoe te verduidelijken dat dezelfde vennootschap
tegelijkertijd kan beschikken over een vergunning als
beheervennootschap van instellingen voor collectieve
belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn
2009/65/EG, en over een vergunning als beheerder
van AICB’s.
Art. 71
Dit artikel wijzigt artikel 70 van de wet van 19 april 2014.
Dat artikel zet artikel 23, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU
(AIFM-richtlijn) in Belgisch recht om en strekt er in
zijn huidige versie toe te verduidelijken dat, wanneer
de AICB een prospectus moet publiceren, enkel de
informatieverplichtingen van de AIFM-regeling van
toepassing zijn die bijkomend zijn aan de informatiever-
plichtingen van de prospectusregeling. Dit artikel wordt
zo aangepast dat het ook het geval omvat waarin een
informatienota (of elk ander soortgelijk document dat
krachtens het recht van een andere lidstaat is vereist)
moet worden gepubliceerd.
8
Onverminderd natuurlijk de toepassing van de de minimis-regeling
voor de aanbiedingen met een totale tegenwaarde die minder
bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, en in het kader
waarvan de belegging tot 5 000 euro per belegger is beperkt.
d’information devra être rédigée8. On souligne sur ce
point que la cotation sur Euronext Brussels est obliga-
toire pour certains organismes de placement collectif
publics à nombre fixe de parts (pricafs publiques et
sicafi publiques), tandis que d’autres en sont exemptés
(fonds starters publics et “ELTIF”). Le régime de la note
d’information ne concernera donc potentiellement que
cette deuxième catégorie.
Pour ce qui concerne la manière dont cette question
est traitée concernant les organismes de placement
collectif à nombre variable de parts publics, on renvoie
au commentaire du titre IV ci-dessus.
Art. 70
Cet article apporte une correction à l’article 11, § 2,
alinéa 2, de la loi du 19 avril 2014. Cette disposition a
pour but de préciser que la même société peut détenir
simultanément un agrément en tant que société de ges-
tion d’organismes de placement collectif qui répondent
aux conditions de la directive 2009/65/CE et un agré-
ment en tant que gestionnaire d’OPCA.
Art. 71
Cet article modifie l’article 70 de la loi du 19 avril 2014.
Cet article transpose l’article 23, paragraphe 3, de la
directive 2011/61/UE (directive AIFM) et a, dans sa ver-
sion actuelle, pour but de préciser que, lorsque l’OPCA
est tenu de publier un prospectus, seules les obligations
de fourniture d’information prévues par le régime AIFM
qui s’ajoutent à celles du prospectus s’appliquent. Cet
article est adapté de manière à également prévoir le cas
de figure où c’est une note d’information (ou tout autre
document similaire exigé en vertu du droit d’un autre
État membre) qui doit être publiée.
8
Sans préjudice bien sûr de l’application du régime de minimis pour
les offres d’un montant inférieur ou égal à 500 000 euros, et dans
le cadre desquelles l’investissement est limité à 5 000 euros par
investisseur.
58
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 72
Dit artikel vervangt – in artikel 117, tweede lid, van de
wet van 19 april 2014 – de daar thans aanwezige verwij-
zing naar de wet van 6 april 1995 door een verwijzing
naar de recente wet van 25 oktober 2016.
Art. 73
Dit artikel voert in artikel 208 van de wet van
19 april 2014 een paragraaf 8 in. Die nieuwe bepaling
betreft de verplichting voor de effectieve leiders van
zelfbeheerde openbare AICB’s om de nodige maatre-
gelen te nemen om de naleving te garanderen van de
vereisten van de wet en van Verordening 231/2013 met
betrekking tot de organisatie en de beheerstructuur. Het
wettelijk bestuursorgaan moet, in voorkomend geval via
het auditcomité, controleren of die bepalingen worden
nageleefd. Tot slot wordt verduidelijkt dat de effectieve
leiding minstens éénmaal per jaar verslag moet uitbren-
gen over die materies bij het wettelijk bestuursorgaan, de
erkende commissaris en de FSMA. Die verplichtingen
zijn dezelfde als de verplichtingen die reeds vervat zit-
ten in artikel 319, § 7, van de wet van 19 april 2014 voor
de beheervennootschappen van openbare AICB’s, en
de verplichtingen die reeds vervat zitten in de wet van
3 augustus 2012 (zie de artikelen 41, § 9, en 210, § 10).
Art. 74
Dit artikel wijzigt artikel 222, tweede lid, van de wet
van 19 april 2014: in haar huidige versie verduidelijkt
deze bepaling dat de prospectusregeling die van toepas-
sing is bij een openbare aanbieding door een AICB met
een vast aantal rechten van deelneming of bij een open-
bare aanbieding van andere effecten dan rechten van
deelneming door een AICB met een veranderlijk aantal
rechten van deelneming, door de wet van 16 juni 2006
wordt bepaald. Dit artikel vervangt die verwijzing door
een verwijzing naar dit ontwerp en verwijst ook naar de
regeling van de informatienota.
Art. 75 en 76
Deze twee artikelen wijzigen respectievelijk de ar-
tikelen 226 en 261 van de wet van 19 april 2014, die
handelen over de openbare mededelingen buiten het
kader van een openbare aanbieding. Voor meer details
over de context waarin die bepalingen kaderen, wordt
naar de commentaar bij artikel 27 hierboven verwezen.
De hier doorgevoerde wijzigingen strekken ertoe ook
de hypothese te vermelden waarin een informatienota
is gepubliceerd.
Art. 72
Cet article remplace, dans l’article 117, alinéa 2, de la
loi du 19 avril 2014, la référence à la loi du 6 avril 1995
qui y figure actuellement par une référence à la récente
loi du 25 octobre 2016.
Art. 73
Cet article insère un paragraphe 8 dans l’article
208 de la loi du 19 avril 2014. Cette nouvelle disposition a
trait à l’obligation faite aux dirigeants effectifs des OPCA
publics autogérés de prendre les mesures nécessaires
pour assurer le respect des exigences prévues par la loi
et le règlement 231/2013 en matière d’organisation et
de structure de gestion. L’organe légal d’administration
doit contrôler, le cas échéant via le comité d’audit, le
respect de ces dispositions. Enfin, il est précisé que la
direction effective doit faire rapport une fois par an au
moins à l’organe légal d’administration, au commissaire
agréé et à la FSMA sur ces questions. Ces obligations
sont identiques à celles qui sont déjà reprises à l’article
319, § 7, de la loi du 19 avril 2014 en ce qui concerne les
sociétés de gestion d’OPCA publics, ainsi qu’à celles
contenues dans la loi du 3 août 2012 (voy. les art. 41,
§ 9, et 201, § 10).
Art. 74
Cet article modifie l’article 222, alinéa 2, de la loi du
19 avril 2014: dans sa version actuelle, cette disposition
précise que le régime du prospectus applicable en cas
d’offre publique par un OPCA à nombre fixe de parts
ou d’offre publique de titres autres que des parts par un
OPCA à nombre variable de parts est déterminée par la
loi du 16 juin 2006. Le présent article remplace ce renvoi
par une référence au présent projet, et fait également
référence au régime de la note d’information.
Art. 75 et 76
Ces deux articles modifient respectivement les
articles 226 et 261 de la loi du 19 avril 2014, relatifs
aux communications publiques effectuées en dehors
du cadre d’une offre publique. Pour plus de détails sur
le contexte dans lequel s’inscrivent ces dispositions,
on renvoie au commentaire de l’article 27 ci-dessus.
Les modifications effectuées ici visent à mentionner
également l’hypothèse où une note d’information a été
publiée.
59
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 77
Dit artikel wijzigt de vorm van artikel 319, § 7, van de
wet van 19 april 2014, om de bewoordingen ervan in
overeenstemming te brengen met de nieuwe paragraaf
8 van artikel 208 (zie hierboven).
Art. 78
Dit artikel beoogt de tenuitvoerlegging van de recente
Verordening 2017/1131 (geldmarktfondsen) in Belgisch
recht. Het wijzigt daartoe artikel 336 van de wet van
19 april 2014, waarin de bepalingen worden opgesomd
in verband waarmee deel V van deze wet over het toe-
zicht van toepassing is. Ingevolge die wijzigingen zal de
FSMA gemachtigd zijn om ook toezichtsbevoegdheden
uit te oefenen met betrekking tot de naleving van de
bepalingen van die Europese Verordening.
Bovendien zullen, om de leesbaarheid van de wet-
tekst te vergroten, in artikel 336 voortaan ook expliciet
alle Europese Verordeningen worden opgesomd in ver-
band waarmee deel V van de van wet van 19 april 2014
van toepassing is. Ook de krachtens Richtlijn 2011/61/EU
door de Commissie genomen uitvoeringsmaatregelen
zullen daar dus worden vermeld; voorheen zaten die uit-
voeringsmaatregelen vervat in de bepalingen waarvan
de toepassing onder het toezicht van de FSMA viel als
gevolg van de verwijzing naar artikel 4 van de wet van
19 april 2014. In overeenstemming met de hier doorge-
voerde wijzigingen wordt artikel 367 van dezelfde wet
opgeheven (zie art. 86 hieronder).
Art. 79
Dit artikel verbetert een verwijzingsfout in artikel 338,
§ 5, van de wet van 19 april 2014.
Art. 80 tot 83 en 85
Deze bepalingen passen de referenties en de verwij-
zingen in de artikelen 345, 351, 352, 356 en 360 van
de wet van 19 april 2014 aan de recente wetgevende
ontwikkelingen aan. In artikel 360 worden ook een ver-
taalfout en een fout in de nummering van de paragrafen
verbeterd.
Art. 84
Dit artikel vervolledigt de verwijzingen in artikel 357,
§ 1, eerste lid, 1°, van de wet van 19 april 2014.
Art. 77
Cet article modifie la forme de l’article 319, § 7, de la
loi du 19 avril 2014 afin de mettre la rédaction de celui-ci
en conformité avec le paragraphe 8 nouveau de l’article
208 (voy. supra).
Art. 78
Cet article vise à mettre en œuvre en droit belge le
récent règlement 2017/1131 (fonds monétaires). Il modi-
fie pour ce faire l’article 336 de la loi du 19 avril 2014, qui
énumère les dispositions à propos desquelles la partie
V de cette loi, relative au contrôle, s’applique. Suite à
ces modifications, la FSMA sera habilitée à exercer ses
compétences de contrôle en ce qui concerne le respect
des dispositions de ce règlement européen également.
Par ailleurs, afin d’améliorer la lisibilité du texte
légal, l’article 336 énumèrera désormais explicitement
l’ensemble des règlements européens à propos des-
quels la partie V de la loi du 19 avril 2014 s’applique.
On mentionnera donc là également les mesures d’exé-
cution prises par la Commission en vertu de la directive
2011/61/UE; ces dernières étaient auparavant inclues
dans les dispositions faisant l’objet du contrôle de la
FSMA en vertu du renvoi effectué à l’article 4 de la
loi du 19 avril 2014. En rapport avec les modifications
effectuées ici, l’article 367 de la même loi est abrogé
(voy. l’art. 86 ci-dessous).
Art. 79
Cet article corrige une erreur de référence à l’article
338, § 5, de la loi du 19 avril 2014.
Art. 80 à 83 et 85
Ces dispositions adaptent les références et renvois
contenus aux articles 345, 351, 352, 356 et 360 de la
loi du 19 avril 2014 aux récentes évolutions législatives.
A l’article 360, une erreur de traduction et une erreur
dans la numérotation des paragraphes sont également
corrigées.
Art. 84
Cet article complète les références reprises à l’article
357, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi du 19 avril 2014.
60
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 86
Gelet op de wijzigingen die in artikel 336 van de wet
van 19 april 2014 worden aangebracht, heft dit artikel
artikel 367 van diezelfde wet op.
TITEL VI
Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen
Art. 87 en 88
Deze artikelen vervangen de verwijzing naar de wet
van 16 juni 2006 door een verwijzing naar dit ontwerp
in de artikelen 5 en 20 van de wet van 25 april 2014.
TITEL VII
Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014 betreffende
de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
Art. 89, 91 en 93
Deze artikelen brengen de bepalingen van de wet van
12 mei 2014 in overeenstemming met de wijzigingen die
dit ontwerp in de prospectusregeling aanbrengt.
Art. 90
Dit artikel vult artikel 23 van de wet van 12 mei 2014
met een zesde lid aan. Die nieuwe bepaling voert een
uitzondering in op de regel die stelt dat de promotor
van een openbare gereglementeerde vastgoedvennoot-
schap of de in onderling overleg met hem handelende
personen geen verwervingen van effecten mogen ver-
richten die het vlottend kapitaal van de vennootschap
onder 30 % doen dalen. De toepassing van die uitzon-
dering blijft beperkt tot de gevallen waarin de door de
promotor nagestreefde doelstelling erin bestaat een
openbaar overnamebod uit te brengen op de vennoot-
schap, om afstand te kunnen doen van het statuut van
openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap en
om de schrapping van de notering te vragen, om bijvoor-
beeld voor een ander statuut te kunnen opteren, zoals
dat van gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds (zie
het koninklijk besluit van 9 november 2016 met betrek-
king tot gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen).
Om in aanmerking te komen voor die uitzondering,
moet aan de volgende vereisten zijn voldaan:
Art. 86
Considérant les modifications apportées à l’article
336 de la loi du 19 avril 2014, cet article abroge l’article
367 de la même loi.
TITRE VI
Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit et
des sociétés de bourse
Art. 87 et 88
Ces articles remplacent, dans les articles 5 et 20 de la
loi du 25 avril 2014, la référence à la loi du 16 juin 2006
par une référence au présent projet.
TITRE VII
Modifications à la loi du 12 mai 2014 relative aux
sociétés immobilières réglementées
Art. 89, 91 et 93
Ces articles mettent les dispositions de la loi du
12 mai 2014 en concordance avec les modifications
apportées au régime du prospectus par le présent projet.
Art. 90
Cet article complète l’article 23 de la loi du 12 mai 2014
par un alinéa 6. L’objectif poursuivi par cette nouvelle
disposition est d’introduire une exception à la règle selon
laquelle le promoteur d’une société immobilière régle-
mentée publique ou les personnes agissant de concert
avec lui ne peuvent effectuer d’acquisitions de titres
ayant pour effet de faire baisser le flottant de la société
en dessous de 30 %. L’application de cette exception
est circonscrite aux cas dans lesquels l’objectif pour-
suivi par le promoteur est de lancer une offre publique
d’acquisition sur la société, afin de renoncer au statut
de société immobilière réglementée publique et de
demander le retrait de la cote, de manière par exemple
à opter pour un autre statut, tel que celui de fonds d’in-
vestissement immobilier spécialisé (voy. l’arrêté royal
du 9 novembre 2016 relatif aux fonds d’investissement
immobiliers spécialisés).
Le bénéfice de l’exception est conditionné au respect
des exigences suivantes:
61
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
— de verwervingen van effecten dienen aan te sluiten
op de aanvaarding door de houders van de effecten
waarop de openbare overnamebieding betrekking heeft,
en, in voorkomend geval, op een (vereenvoudigd) open-
baar uitkoopbod dat aansluit op voornoemde openbare
overnamebieding, en hebben tot gevolg dat het vlottend
kapitaal tot nul wordt herleid;
— er moet afstand worden gedaan van de vergunning
binnen de maand die volgt op de afsluiting van het bod
dat het mogelijk heeft gemaakt om het vlottend kapitaal
tot nul te herleiden.
Als die voorwaarden niet worden nageleefd, zal de
promotor maatregelen moeten nemen om het vlottend
kapitaal op een niveau van minstens 30 % te brengen,
bijvoorbeeld via openbare verkoopaanbiedingen of
openbare aanbiedingen tot inschrijving. Het zou dus
raadzaam zijn dat de promotor en de in onderling overleg
met hem handelende personen aan hun aanbieding de
voorwaarde koppelen dat zij een bepaalde hoeveelheid
effecten dienen te verwerven die hen in staat stelt om
onmiddellijk een openbaar uitkoopbod uit te brengen.
Er wordt verduidelijkt dat artikel 62 van de wet van
12 mei 2014, dat de verplichting oplegt om de afstand
van de vergunning door de algemene vergadering te
laten goedkeuren, niet van toepassing is als afstand
van de vergunning wordt gedaan nadat het vlottend
kapitaal tot nul is herleid; in dat geval neemt het publiek
immers niet langer aan de vennootschap deel, waardoor
het beschermingsmechanisme van artikel 62 geen zin
meer heeft.
Art. 92
Dit artikel heft het eerste lid van artikel 76/11 van
de wet van 12 mei 2014 op, dat werd ingevoerd door
de wet van 22 oktober 2017 tot wijziging van de wet
van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen. In haar huidige versie
verduidelijkt die bepaling dat de uitzondering op de
prospectusplicht waarvan sprake is in artikel 18, § 1,
a), van de wet van 16 juni 2006 voor de coöperatieve
vennootschappen, niet geldt voor de sociale geregle-
menteerde vastgoedvennootschappen.
Zoals eerder toegelicht (zie de commentaar bij
artikel 10) neemt het ontwerp die uitzondering niet
over. Bijgevolg zullen de sociale gereglementeerde
vastgoedvennootschappen een informatienota moeten
opstellen indien zij een aanbieding aan het publiek ver-
richten waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de
drempel voor de toepassing van de prospectusplicht,
tenzij de de minimis-regeling van toepassing is. Ook
— les acquisitions de titres doivent faire suite à
l’acceptation par les détenteurs des titres concernés
d’une offre publique d’acquisition et, le cas échéant, à
une offre publique de reprise (simplifiée) faisant suite
à l’offre publique d’acquisition susmentionnée, et ont
pour conséquence que le flottant a été réduit à zéro;
— il doit être renoncé à l’agrément dans le mois de la
clôture de l’offre qui a permis de réduire le flottant à zéro.
Au cas où ces conditions ne sont pas respectées,
le promoteur sera tenu de prendre des mesures visant
à ramener le flottant à un niveau d’au moins 30 %, en
recourant par exemple à des offres publiques de vente
ou en souscription publique. Il sera donc prudent que
le promoteur et les personnes agissant de concert avec
lui conditionnent leur offre à l’acquisition d’une quantité
de titres leur permettant de lancer immédiatement une
offre publique de reprise.
Il est précisé que l’article 62 de la loi du 12 mai 2014,
qui impose de faire approuver la renonciation à l’agré-
ment par l’assemblée générale n’est pas applicable
au cas où la renonciation est effectuée après que le
flottant ait été réduit à zéro; dans un tel cas en effet, le
public ne participe plus dans la société, de sorte que
le mécanisme de protection prévu par l’article 62 n’a
plus d’utilité.
Art. 92
Cet article abroge l’alinéa 1er de l’article 76/11 de la
loi du 12 mai 2014, introduit par la loi du 22 octobre 2017
modifiant la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés
immobilières réglementées. Dans sa version actuelle,
cette disposition précise que l’exception à l’obligation
de prospectus établie, pour les sociétés coopératives,
à l’article 18, § 1er, a), de la loi du 16 juin 2006 n’est pas
d’application aux sociétés immobilières réglementées
à but social.
Comme précisé ci-dessus (voy. le commentaire de
l’article 10), le projet ne reprend pas cette exemption.
Les sociétés immobilières réglementées à but social
seront dès lors tenues de rédiger une note d’information
au cas où elles effectuent une offre au public pour un
montant inférieur au seuil de l’obligation de prospectus,
sauf l’application du régime de minimis. On souligne
également qu’une société immobilière réglementée à
62
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
wordt onderstreept dat een sociale gereglementeerde
vastgoedvennootschap die een aanbieding aan het
publiek zou verrichten waarvan de totale tegenwaarde
hoger ligt dan de drempel voor de prospectusplicht, een
prospectus zal moeten opstellen.
TITEL VIII
Wijziging aan de wet van 13 maart 2016 op
het statuut en het toezicht op verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen
Art. 94
Dit artikel wijzigt artikel 16 van de wet van 13 maart 2016
door de verwijzing naar de wet van 16 juni 2006 te ver-
vangen door een verwijzing naar het ontwerp en naar
de prospectusverordening.
TITEL IX
Wijzigingen aan de wet van 7 december 2016 tot
organisatie van het beroep van en het publiek
toezicht op de bedrijfsrevisoren
Art. 95
Omwille van de duidelijkheid voegt dit ontwerp
aan de definitie van het toepasselijke wettelijke en
reglementaire kader van artikel 3, 22°, van de wet van
7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en
het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren expliciet de
bepalingen toe waarvan de naleving, krachtens artikel
85, § 1, 6°, van de wet van 18 september 2017 tot voor-
koming van het witwassen van geld en de financiering
van terrorisme en tot beperking van het gebruik van
contanten, moet worden gecontroleerd door het College
van Toezicht op de bedrijfsrevisoren.
Voornoemde wet van 18 september 2017 heeft voor
de Nationale Bank van België soortgelijke bepalingen
ingevoerd in haar organieke wet.
but social qui effectuerait une offre au public pour un
montant supérieur au seuil de l’obligation de prospec-
tussera tenue de rédiger un prospectus.
TITRE VIII
Modification à la loi du 13 mars 2016 relative au statut
et au contrôle des entreprises d’assurance et de
réassurance
Art. 94
Cet article modifie l’article 16 de la loi du 13 mars 2016,
de manière à remplacer la référence à la loi du
16 juin 2006 qu’il contient par une référence au projet
et au règlement prospectus.
TITRE IX
modifications à la loi du 7 décembre 2016 portant
organisation de la profession et de la supervision
publique des réviseurs d’entreprises
Art. 95
Dans un souci de clarté, le présent projet ajoute
explicitement à la définition du cadre législatif et régle-
mentaire applicable de l’article 3, 22°, de la loi du
7 décembre 2016 portant organisation de la profession
et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises
les dispositions dont le Collège de supervision des révi-
seurs d’entreprises est chargé de contrôler le respect
par l’article 85, § 1er, 6°, de la loi du 18 septembre 2017
relative à la prévention du blanchiment de capitaux et
du financement du terrorisme et à la limitation de l’uti-
lisation des espèces.
Des dispositions équivalentes ont été insérées pour la
Banque nationale de Belgique dans la loi organique de
cette dernière par la loi du 18 septembre 2017 précitée.
63
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL X
Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot
regeling van de erkenning en de afbakening van
crowdfunding en houdende diverse bepalingen
inzake financiën
Art. 96
Dit artikel wijzigt artikel 4 van de wet van 18 december
2016 door de verwijzingen naar de wet van 16 juni 2006
te vervangen door verwijzingen naar het ontwerp en
naar de prospectusverordening.
TITEL XI
Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017 over
de infrastructuren voor de markten voor financiële
instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn
2014/65/EU
Art. 97 en 100
Deze artikelen passen respectievelijk de artikelen
25 en 53 van de wet van 21 november 2017 aan door de
verwijzingen in die artikelen te vervangen door verwijzin-
gen naar dit ontwerp en naar de prospectusverordening.
Art. 98 en 99
Deze artikelen wijzigen respectievelijk de artikelen
26 en 49 van de wet van 21 november 2017. Zij voeren
een procedure in op basis waarvan bijvoorbeeld de
uitgevende instellingen die aan de wettelijk vastge-
stelde voorwaarden voldoen, om de schrapping van hun
stemrechtverlenende effecten van de notering kunnen
vragen. Deze procedure geldt zowel voor de effecten die
tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn
toegelaten, als voor de effecten die tot de verhandeling
op een MTF zijn toegelaten waarvoor de Koning gebruik
heeft gemaakt van de in artikel 10, § 6, van de wet van
2 augustus 2002 bedoelde machtiging.
De regering wil aldus een regeling invoeren op basis
waarvan de uitgevende instellingen waarvan de financiële
positie het niet langer mogelijk maakt om een notering te
handhaven (of om de daaraan verbonden kosten te dra-
gen) en die niet langer voldoen aan de voorwaarden die
uit die notering voortvloeien, of waarvan het erg beperkte
vlottende kapitaal voor een zeer beperkte liquiditeit zorgt,
waardoor het voor de aandeelhouders in de praktijk niet
meer mogelijk is om hun effecten op een normale wijze
te verhandelen, via een vereenvoudigde procedure en
tegen lage kosten, de notering kunnen verlaten.
TITRE X
Modifications à la loi du 18 décembre 2016
organisant la reconnaissance et l’encadrement du
crowdfunding et portant des dispositions diverses en
matière de finances
Art. 96
Cet article modifie l’article 4 de la loi du 18 décembre
2016, de manière à remplacer les références à la loi du
16 juin 2006 qu’il contient par des références au projet
et au règlement prospectus.
TITRE XI
Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative
aux infrastructures des marchés d’instruments
financiers et portant transposition de la Directive
2014/65/UE
Art. 97 et 100
Ces articles adaptent respectivement les articles
25 et 53 de la loi du 21 novembre 2017 afin de remplacer
les références que ces dispositions contiennent par des
références au présent projet et au règlement prospectus.
Art. 98 et 99
Ces articles modifient respectivement les articles
26 et 49 de la loi du 21 novembre 2017. Ils visent à
mettre en place une procédure permettant à des émet-
teurs répondant aux conditions précisées par la loi de
demander le retrait de leurs titres avec droit de vote de
la cote. Cette procédure concerne aussi bien les titres
admis à la négociation sur un marché réglementé que
sur un MTF pour lequel le Roi a fait usage de l’habili-
tation visée à l’article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002.
Le gouvernement souhaite par là établir un régime
permettant aux émetteurs dont, par exemple, la situation
financière ne permet plus nécessairement d’assurer (les
coûts liés à) une cotation et qui ne sont plus adaptés
aux contraintes de celle-ci ou dont le flottant très réduit
entraîne une liquidité très faible, qui ne permet dans les
faits plus aux actionnaires de négocier normalement
leurs titres de sortir de la cote moyennant une procédure
simplifiée et des coûts réduits.
64
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
De voorwaarden waaronder een uitgevende instel-
ling de notering kan verlaten, zijn, met het oog op de
beleggersbescherming, strikt omkaderd. In de eerste
plaats moet die schrapping van de notering worden
goedgekeurd door de algemene vergadering, die zich
uitspreekt met naleving van de voorwaarden waaraan
voldaan moet zijn voor een wijziging van het maatschap-
pelijk doel (viervijfdemeerderheid en quorum van 50
% van het maatschappelijk doel – zie art. 559 van het
Wetboek van Vennootschappen). Daartoe moet de raad
van bestuur een bijzonder verslag opstellen, waarin
het belang van de schrapping van de notering voor
de vennootschap en haar aandeelhouders, inclusief
haar minderheidsaandeelhouders, wordt verantwoord.
Verder wordt geëist dat het vlottend kapitaal van de
betrokken vennootschap zich (in termen van percen-
tage of waarde) onder een bepaalde drempel bevindt.
Die dubbele drempel wordt, voor de gereglementeerde
markten, alternatief vastgesteld op 0,5 % van het totaal
van de effecten of 1 000 000 euro. Voor de MTF’s moet
het vlottend kapitaal minder bedragen dan of gelijk zijn
aan 1 % of 500 000 euro. Dat die twee regelingen ver-
schillen, is te wijten aan de verschillende aard van beide
soorten markten, en aan de respectieve omvang van
de vennootschappen die op die markten zijn genoteerd.
Die voorwaarden zijn gebaseerd op een redenering
van het de minimis-type. Voor de goede orde wordt
verduidelijkt dat de verrichting geen afbreuk doet aan
de rechten van de aandeelhouders op hun aandelen:
het ingevoerde mechanisme is dus niet vergelijkbaar
met een uitkoopbod. Bovendien blijft de uitvoering van
transacties op de Expert Market van Euronext mogelijk,
ook al heeft de instelling de notering verlaten.
De toepassing van dat mechanisme vereist geen
actieve of systematische interventie van de FSMA; zij
kan zich daartegen overigens niet verzetten als aan de
wettelijke voorwaarden is voldaan.
BOEK VII
DIVERSE BEPALING
Art. 101
Dit artikel verduidelijkt, voor zover nodig, dat de be-
palingen van het koninklijk besluit van 9 oktober 2009
over het openbaar karakter van de werving van terug-
betaalbare gelden, en, mits bepaalde uitzonderingen,
van het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende
bepaalde informatieverplichtingen bij de commercialise-
ring van financiële producten bij niet-professionele cli-
enten, van toepassing blijven tot ze uitdrukkelijk worden
opgeheven. De wettelijke grondslag van de betrokken
bepalingen zit immers in dit ontwerp vervat.
Les conditions auxquelles un tel retrait peut avoir lieu
sont, dans l’intérêt de la protection des investisseurs,
encadrées strictement. En premier lieu, le retrait doit
avoir été approuvé par l’assemblée générale, statuant
aux conditions exigées pour la modification de l’objet
social (majorité des 4/5e et quorum de 50 % du capital
social – voy. l’art. 559 du Code des sociétés). A cette
fin, le conseil d’administration doit rédiger un rapport
spécial, dans lequel il justifie l’intérêt que présente le
retrait pour la société et ses actionnaires, en ce compris
les actionnaires minoritaires. Par ailleurs, il est exigé que
le flottant de la société concernée se situe (en termes
de pourcentage ou en terme de valeur) en deçà d’un
certain seuil. Ce double seuil est alternativement fixé,
pour les marchés réglementés, à 0,5 % du total des titres
ou 1 000 000 euros. Pour les MTF, le flottant devra être
inférieur ou égal à 1 % ou à 500 000 euros. Cette diffé-
rence de régime est basée sur la différence de nature
qui existe entre ces deux types de marché, et sur les
tailles respectives des sociétés qui y sont cotées. Ces
conditions sont basées sur un raisonnement de type de
minimis. On précise pour la bonne règle que l’opération
ne porte pas atteinte aux droits des actionnaires sur
leurs actions: le mécanisme mis en place n’est donc pas
comparable à une offre de reprise. Par ailleurs, effectuer
des transactions sur l’Expert Market d’Euronext reste
toujours envisageable, nonobstant le retrait de la cote.
L’utilisation du mécanisme ne nécessite pas d’inter-
vention active ou systématique de la part de la FSMA;
celle-ci ne peut d’ailleurs pas s’opposer au retrait au
cas où les conditions exigées par la loi sont réunies.
LIVRE VII
DISPOSITION DIVERSE
Art. 101
Cet article précise pour autant que de besoin que les
dispositions de l’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif
au caractère public de la sollicitation de fonds rembour-
sables et, moyennant certaines exceptions, de l’arrêté
royal du 25 avril 2014 imposant certaines obligations en
matière d’information lors de la commercialisation de
produits financiers auprès des clients de détail restent
d’application jusqu’à leur abrogation expresse. La base
légale des dispositions concernées est en effet reprise
dans le présent projet.
65
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Wat het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreft,
wordt overigens verduidelijkt dat de bepalingen over
de inhoud van de reclame (art. 11 tot 25) met ingang
van 21 juli 2019 niet langer van toepassing zullen zijn
bij de commercialisering van beleggingsinstrumenten.
De resterende bepalingen van de regeling van het be-
sluit (verruimd toepassingsgebied en beginsel van de
a-priorigoedkeuring door de FSMA) zullen echter van
toepassing blijven, met inachtneming van de door dit
ontwerp aangebrachte verduidelijkingen (zie ter zake
ook de commentaar bij de artikelen 22 en 23).
BOEK VII
OVERGANGSBEPALINGEN EN
INWERKINGTREDING
Art. 102
Dit artikel verduidelijkt dat de artikelen 10 tot 18 van
het ontwerp over de regeling inzake de aanbiedingen
aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde lager
ligt dan de drempel voor de toepassing van de prospec-
tusplicht, niet van toepassing zullen zijn op de aanbie-
dingen aan het publiek waarvan de aanbiedingsperiode
reeds loopt op de datum van hun inwerkingtreding, die
is vastgesteld op 21 juli 2018. Die aanbiedingen aan het
publiek zullen dus moeten worden afgesloten conform
de regeling van de wet van 16 juni 2006. Dit artikel volgt
een soortgelijke benadering als artikel 46, lid 3, van de
prospectusverordening, die bepaalt dat prospectussen
die vóór 21 juli 2019 zijn goedgekeurd overeenkomstig
het nationale recht tot omzetting van Richtlijn 2003/71/
EG, door dat nationale recht geregeld blijven tot het
einde van de geldigheid ervan of tot 21 juli 2020. Het
spreekt voor zich dat dit ontwerp geen enkele impact
heeft op verrichtingen die al afgesloten zijn.
Van dat beginsel wordt afgeweken in verband met
de aanbiedingen aan het publiek die reeds lopen op
21 juli 2018 en die betrekking hebben op de in artikel
18, § 1, a) en i), van de wet van 16 juni 2006 bedoelde
beleggingsinstrumenten. Ter herinnering, voorzien beide
bepalingen in een afwijking van de prospectusplicht met
betrekking tot de openbare aanbiedingen van, enerzijds,
aandelen in bepaalde coöperatieve vennootschappen
en, anderzijds, effecten die aan werknemers worden
aangeboden ter uitvoering van participatieplannen, met
name voor zover de tegenwaarde van de betrokken
verrichtingen niet meer bedraagt dan 5 000 000 euro.
Aangezien het beginsel van die vrijstellingen niet in
de ontwerptekst is ingeschreven, lijkt het aangewezen
hun toepassing in de tijd de beperken. Het zou echter
niet logisch zijn dat een aanbieding aan het publiek die
op 21 juli 2018 reeds zou lopen onbeperkt zou kunnen
En ce qui concerne l’arrêté royal du 25 avril 2014,
on précise toutefois que les dispositions relatives au
contenu des publicités (art. 11 à 25) ne seront, à dater
du 21 juillet 2019, plus d’application en cas de com-
mercialisation d’instruments de placement. Le reste du
régime de l’arrêté (champ d’application élargi et principe
de l’approbation a priori par la FSMA) restera toutefois
d’application, moyennant les précisions apportées par
le présent projet (voy. également sur ce point le com-
mentaire des art. 22 et 23).
LIVRE VII
DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET
ENTRÉE EN VIGUEUR
Art. 102
Cet article précise que les articles 10 à 18 du projet,
relatifs au régime des offres au public dont le montant
est inférieur au seuil de l’obligation de prospectus, ne
s’appliqueront pas aux offres au public dont la période
d’offre sera en cours à la date de leur entrée en vigueur,
fixée au 21 juillet 2018. Ces offres au public devront donc
être clôturées sous le régime de la loi du 16 juin 2006.
Cette disposition suit une approche similaire à celle de
l’article 46, paragraphe 3, du règlement prospectus, qui
dispose qu’un prospectus approuvé conformément au
droit national transposant la directive 2003/71/CE avant
le 21 juillet 2019 continue de relever de ce droit national
jusqu’à la fin de sa validité, ou jusqu’au 21 juillet 2020.
Il va sans dire que le projet n’a aucun impact sur les
opérations déjà clôturées.
Il est dérogé à ce principe en ce qui concerne les
offres au public, en cours au 21 juillet 2018, qui portent
sur les instruments de placement visés à l’article 18,
§ 1er, a) et i) de la loi du 16 juin 2006. Pour rappel, ces
deux dispositions prévoient des exemptions à l’obli-
gation de prospectus en ce qui concerne les offres
publiques sur les parts de certaines sociétés coopéra-
tives et sur les valeurs mobilières offertes aux travail-
leurs en exécution de plans de participation, pour autant
notamment que le montant des opérations concernées
ne dépasse pas 5 000 000 euros. Dans la mesure où
le principe de ces exemptions n’est pas repris dans le
projet, il paraît indiqué de limiter leur application dans
le temps. Il ne serait en effet pas logique qu’une offre
au public continue qui serait en cours au moment de
l’entrée en vigueur du nouveau régime continue à béné-
ficier de manière illimitée dans le temps d’exemptions
66
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
blijven genieten van afwijkingen die onder het regime
van de wet van 16 juni 2006 golden. Een redelijke aan-
passingstermijn moet echter aan de betrokken actoren
gelaten worden. Vanaf 21 oktober 2018 zullen dus deze
aanbiedingen aan het publiek aan de artikelen 10 tot
19 van het ontwerp onderworpen worden.
Art. 103
Het eerste lid van dit artikel heft de wet van
16 juni 2006 per 21 juli 2019 op. Die datum is immers
de datum waarop het grootste deel van de regeling van
de prospectusverordening van toepassing is (zie art. 49,
lid 2, van de prospectusverordening).
De bepalingen van de wet van 16 juni 2006 die spe-
cifiek handelen over de aanbiedingen aan het publiek
waarvan de totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel
voor de toepassing van de prospectusplicht, worden
echter op 21 juli 2018 opgeheven. Op die datum treedt
immers de nieuwe drempel voor de toepassing van de
prospectusplicht in werking (zie art. 49, lid 2, van de
prospectusverordening).
De punten a) en g) van artikel 18, § 2, die zullen
worden opgeheven op de datum waarop dit ontwerp in
het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt,
vormen een speciaal geval. Die twee bepalingen zijn
immers impliciet vervangen door de punten a) en b)
van artikel 1, lid 5, van de prospectusverordening, die
sinds 20 juli 2017 in werking zijn getreden. Voornoemde
bepalingen van artikel 18 van de wet van 16 juni 2006
zijn op dit moment dus al verdwenen uit het regelge-
vingskader en de formele opheffing ervan is louter nog
een formaliteit.
Art. 104
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van het ontwerp
en moet parallel worden gelezen met artikel 103.
Het algemene beginsel is dat de nieuwe wet van
toepassing zal zijn vanaf 21 juli 2019, net als de pros-
pectusverordening die door de nieuwe wet ten uitvoer
wordt gelegd.
Zoals eerder al verduidelijkt in de commentaar bij
de artikelen, zijn er belangrijke uitzonderingen op dat
beginsel:
— in de eerste plaats zullen de bepalingen over de
aanbiedingen aan het publiek waarvan de totale tegen-
waarde lager ligt dan de drempel voor de toepassing
qui valaient sous l’empire de la loi du 16 juin 2006. Un
délai d’adaptation raisonnable doit toutefois être laissé
aux acteurs concernés. A compter du 21 octobre 2018,
ces offres au public seront donc soumises au nouveau
régime des articles 10 à 19 du projet.
Art. 103
L’alinéa 1er de cet article abroge la loi du 16 juin 2006
à la date du 21 juillet 2019. Cette date est en effet la
date à laquelle la majeure partie du régime du règle-
ment prospectus entre en application (voy. l’art. 49,
paragraphe 2 du règlement prospectus).
Les dispositions de la loi du 16 juin 2006 qui sont
propres aux offres au public dont le montant est inférieur
au seuil de l’obligation de prospectus sont toutefois
abrogées au 21 juillet 2018. C’est en effet à cette date
qu’entre en vigueur le nouveau seuil d’application de
l’obligation de prospectus (voy. l’art. 49, paragraphe 2,
du règlement prospectus).
Un cas particulier est celui des points a) et g) de
l’article 18, § 2, qui seront supprimés à la date où le
présent projet sera publié au Moniteur belge. Ces deux
dispositions ont en effet été implicitement remplacées
par les points a) et b) de l’article 1er, paragraphe 5, du rè-
glement prospectus, en vigueur depuis le 20 juillet 2017.
À l’heure actuelle, les dispositions précitées de l’article
18 de la loi du 16 juin 2006 ont donc déjà disparu de
l’ordonnancement juridique et leur suppression formelle
n’est plus qu’une formalité.
Art. 104
Cet article règle l’entrée en vigueur du projet et doit
se lire en parallèle avec l’article 103.
Le principe général est que la nouvelle loi s’applique-
ra à compter du 21 juillet 2019, tout comme le règlement
prospectus qu’elle met en œuvre.
Comme déjà précisé plus haut dans le commen-
taire des articles, ce principe connaît d’importantes
exceptions:
— en premier lieu, les dispositions relatives aux
offres au public dont le montant est inférieur au seuil de
l’obligation de prospectus et celles relatives à la mise
67
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
van de prospectusplicht, en de bepalingen over de
tenuitvoerlegging in Belgisch recht van Verordening
2017/1131 (geldmarktfondsen) van toepassing zijn vanaf
21 juli 2018.
Paragraaf 4 van dit artikel verduidelijkt dat de bepa-
lingen van de wet van 16 juni 2006 over de bevoegd-
heden van de FSMA, over de samenwerking tussen de
autoriteiten en over de strafrechtelijke en administratieve
sancties (art. 67, 68 en 69 tot 72), alsook artikel 125 van
de wet van 2 augustus 2002 (vordering tot staking) van
toepassing zullen zijn op de bepalingen van dit ontwerp
over de aanbiedingen aan het publiek waarvan de
totale tegenwaarde lager ligt dan de drempel voor de
toepassing van de prospectusplicht, zodra die in wer-
king treden. Er wordt dus een overgangsregeling inzake
toezicht en sancties ingevoerd. Per 21 juli 2019 zullen de
betrokken bepalingen van dit ontwerp van toepassing
zijn en de artikelen 67, 68 en 69 tot 72 van de wet van
16 juni 2006 definitief vervangen;
— sommige artikelen treden in werking op de tiende
dag na de bekendmaking van de nieuwe wet in het
Belgisch Staatsblad, conform de gemeenrechtelijke
regel. Dat is bijvoorbeeld het geval voor bepaalde nieu-
wigheden die het ontwerp invoert met betrekking tot de
openbare overnamebiedingen, de nieuwe uitzondering
op de regeling inzake het bemiddelingsmonopolie (vast-
goedmakelaars) en de diverse wijzigingen die vervat
zitten in het ontwerp.
De formulering van paragraaf 2, eerste lid, van dit
artikel is aangepast om te voldoen aan de opmerking
van de Raad van State.
De minister van Economie en Consumenten,
Kris PEETERS
De minister van Financiën,
Johan VAN OVERTVELDT
en œuvre en droit belge du règlement 2017/1131 (fonds
monétaires) s’appliqueront dès le 21 juillet 2018.
Le paragraphe 4 du présent article précise que les
dispositions de la loi du 16 juin 2006 relatives aux pou-
voirs de la FSMA, à la coopération entre autorités et aux
sanctions pénales et administratives (art. 67, 68 et 69 à
72), ainsi que l’article 125 de la loi du 2 août 2002 (action
en cessation) s’appliqueront en ce qui concerne les dis-
positions du présent projet relatives aux offres au public
dont le montant est inférieur au seuil de l’obligation de
prospectus dès l’entrée en vigueur de ces dernières.
Un mécanisme de contrôle et de sanction transitoire est
donc mis en place. Dès le 21 juillet 2019, les dispositions
correspondantes du présent projet s’appliqueront et
remplaceront définitivement les articles 67, 68 et 69 à
72 de la loi du 16 juin 2006;
— certains articles entrent en vigueur le dixième jour
suivant la publication de la loi nouvelle au Moniteur
belge, selon la règle de droit commun. Tel est le cas par
exemple de certaines des nouveautés apportées par le
projet concernant les offres publiques d’acquisition, de
la nouvelle exclusion au régime du monopole d’inter-
médiation (agents immobiliers), et des modifications
diverses contenues dans le projet.
La formulation du paragraphe 2, alinéa 1er du présent
article a été adaptée conformément à la remarque du
Conseil d’État.
Le ministre de l’Économie et des Consommateurs,
Kris PEETERS
Le ministre des Finances,
Johan VAN OVERTVELDT
68
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
VOORONTWERP VAN WET
onderworpen aan het advies van de Raad van State
Voorontwerp van wet op de aanbieding van
beleggingsinstrumenten aan het publiek en
de toelating van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt
BOEK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in arti-
kel 74 van de grondwet.
Art. 2
Deze wet voorziet inzonderheid in de tenuitvoerlegging van
(a) Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement
en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus
dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het
publiek worden aangeboden of tot de handel op een gere-
glementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van
Richtlijn 2003/71/EG en (b) Verordening (EU) 2017/1131 van
het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake
geldmarktfondsen.
BOEK II
AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN
AAN HET PUBLIEK
TITEL I
Definities
Art. 3
§ 1. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering
ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan
onder “beleggingsinstrumenten”:
1° effecten;
2° geldmarktinstrumenten;
3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking
hebben op roerende of onroerende goederen, die zijn onder-
gebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeld-
heid of groepering, waarbij de houders van die rechten niet
het privatief genot hebben van die goederen, en waarvan het
collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen
die beroepshalve optreden;
4° rechten die het mogelijk maken een financiële belegging
uit te voeren en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking
AVANT-PROJET DE LOI
soumis à l’avis du Conseil d’État
Avant-projet de loi relative aux offres au public
d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés
LIVRE IER
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la
constitution.
Art. 2
La présente loi assure notamment la mise en œuvre (a)
du Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement européen et du
Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier
en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de
l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE et
(b) du Règlement (UE) 2017/1131 du Parlement européen et
du Conseil du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires.
LIVRE II
DES OFFRES AU PUBLIC D’INSTRUMENTS
DE PLACEMENT
TITRE IER
Définitions
Art. 3
§ 1er. Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et
règlements pris pour son exécution, on entend par “instru-
ments de placement”:
1° les valeurs mobilières;
2° les instruments du marché monétaire;
3° les droits portant directement ou indirectement sur des
biens meubles ou immeubles, organisés en association,
indivision ou groupement, de droit ou de fait, ne conférant
pas aux titulaires de ces droits la jouissance privative de ces
biens dont la gestion, organisée collectivement, est confiée
à une ou plusieurs personnes agissant à titre professionnel;
4° les droits qui permettent d’effectuer un investissement
de type financier et qui portent directement ou indirectement
69
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
hebben op een of meer roerende goederen of op een agra-
rische exploitatie, die zijn ondergebracht in een juridische
of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering en
waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of
meer personen die beroepshalve optreden, tenzij indien die
rechten voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke
en volledige levering in natura van de goederen. De Koning
kan, bij koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA, de
soorten goederen beoogd in dit punt, uitbreiden of beperken;
5° financiële termijncontracten (“futures”), met inbegrip van
deze die worden afgewikkeld in contanten;
6° rentetermijncontracten (“forward rate agreements”);
7° rente- en valuta-swapcontracten en swapcontracten
betreffende aan aandelen of aandelenindexen gekoppelde
kasstromen (“equity swaps”);
8° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere op-
tiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel bedoelde
beleggingsinstrumenten, inzonderheid via inschrijving of
omruiling, te verwerven of over te dragen, met inbegrip van
de optiecontracten die worden afgewikkeld in contanten;
9° afgeleide contracten op edele metalen en grondstoffen;
10° contracten die rechten vertegenwoordigen op andere
beleggings-instrumenten dan effecten;
11° alle andere instrumenten die het mogelijk maken een
financiële belegging uit te voeren, ongeacht de onderliggende
activa.
§ 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleggings-
instrumenten in de zin van paragraaf 1:
1° gelddeposito’s geworven of ontvangen door instellingen
als bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1° tot 5° en 7°;
2° deviezen, edele metalen en grondstoffen;
3° overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 3 van
Richtlijn 2009/138/EU van het Europees Parlement en de
Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en
uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbe-
drijf, gesloten door verzekeringsondernemingen.
Art. 4
Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen wordt verstaan onder:
1° “FSMA”: de Autoriteit voor Financiële Diensten en
Markten, de bevoegde Belgische autoriteit in de zin van arti-
kel 2, o) van Verordening 2017/1129;
sur un ou plusieurs biens meubles ou sur une exploitation
agricole, organisés en association, indivision ou groupement
de droit ou de fait, et dont la gestion, organisée collectivement,
est confiée à une ou plusieurs personnes agissant à titre
professionnel, sauf si ces droits comprennent une livraison
inconditionnelle, irrévocable et intégrale des biens en nature.
Le Roi peut, par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, étendre
ou restreindre les types de biens visés au présent point;
5° les contrats financiers à terme (“futures”), y compris
ceux dont le règlement s’effectue en espèces;
6° les contrats à terme sur taux d’intérêt (“forward rate
agreements”);
7° les contrats d’échange (“swaps”) sur taux d’intérêt
ou devises et les contrats d’échange sur des flux liés à des
actions ou à des indices d’actions (“equity swaps”);
8° les contrats d’options sur devises et sur taux d’intérêt
et tous les autres contrats d’options visant à acquérir ou à
céder, notamment par voie de souscription ou d’échange, des
instruments de placement visés au présent article, y compris
les contrats d’option dont le règlement s’effectue en espèces;
9° les contrats dérivés sur métaux précieux et matières
premières;
10° les contrats représentatifs de droits sur des instruments
de placement autres que les valeurs mobilières;
11° tous les autres instruments permettant d’effectuer un
investissement de type financier, quels que soient les actifs
sous-jacents.
§ 2. Les instruments suivants ne sont toutefois pas des
instruments de placement au sens du paragraphe 1er:
1° les dépôts d’argent sollicités ou reçus par des établis-
sements ou institutions visés à l’article 27, alinéas 1er, 1° à
5°, et 7 °;
2° les devises, métaux précieux et matières premières;
3° les contrats visés par l’article 2, § 3 de la Directive
2009/138/UE du Parlement européen et du Conseil du
25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assurance
et de la réassurance et leur exercice, conclus par des entre-
prises d’assurance.
Art. 4
Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et
règlements pris pour son exécution, il y a lieu d’entendre par:
1° “FSMA”: l’Autorité des services et marchés financiers,
autorité compétente belge au sens de l’article 2, o) du
Règlement 2017/1129;
70
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2° “aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het pu-
bliek”: een in om het even welke vorm en met om het even
welk middel tot personen gerichte mededeling waarin vol-
doende informatie over de voorwaarden van de aanbieding
en de aangeboden effecten wordt verstrekt om een belegger
in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze be-
leggingsinstrumenten te besluiten. Deze definitie is ook van
toepassing op de plaatsing van beleggingsinstrumenten via
financiële tussenpersonen.
Een kosteloze toewijziging van beleggingsinstrumenten is
geen aanbieding aan het publiek;
3° “reclame”: een mededeling met beide volgende
kenmerken:
(i) zij heeft betrekking op een specifieke aanbieding van
beleggingsinstrumenten aan het publiek of op een toelating
tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een
met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning aan-
geduide MTF;
(ii) zij is er specifiek op gericht de mogelijke inschrijving
op of verwerving van beleggingsinstrumenten te promoten;
4° “marktexploitant”: een marktexploitant in de zin van
artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017 over de infra-
structuren voor de markten voor financiële instrumenten en
houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU;
5° “werkdag”: inzonderheid voor de toepassing van ar-
tikel 2, t), van Verordening 2017/1129, een werkdag in de
banksector, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen en
feestdagen;
6° “bemiddeling”: elke tussenkomst ten aanzien van beleg-
gers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en in welke
hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleggingsinstrumen-
ten voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instel-
ling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook,
rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder
of de uitgevende instelling;
7° “vastgoedcertificaten”: de schuldinstrumenten die
rechten incorporeren op de inkomsten, op de opbrengsten
en op de realisatiewaarde van één of meer bij de uitgifte van
de certificaten bepaalde onroerende goederen. De schepen
en luchtvaartuigen worden gelijkgesteld met onroerende
goederen.
8° “wet van 2 augustus 2002”: de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële sector en de finan-
ciële diensten;
9° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU) 2017/1129
van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017
betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot
de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten
en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG.
2° “offre au public d’instruments de placement”: une
communication adressée sous quelque forme et par quelque
moyen que ce soit à des personnes et présentant une
information suffisante sur les conditions de l’offre et sur les
instruments de placement à offrir, de manière à mettre un
investisseur en mesure de décider d’acheter ou souscrire
ces instruments de placement. Cette définition s’applique
également au placement d’instruments de placement par des
intermédiaires financiers.
Ne constituent pas des offres au public les attributions à
titre gratuit d’instruments de placement;
3° “communication à caractère promotionnel”: toute com-
munication revêtant les deux caractéristiques suivantes:
(i) relative à une offre spécifique d’instruments de place-
ment au public ou à une admission à la négociation sur un
marché réglementé ou un MTF désigné par le Roi en appli-
cation de l’article 10, § 1er, 3°;
(ii) visant à promouvoir spécifiquement la souscription ou
l’acquisition potentielles d’instruments de placement;
4° “opérateur de marché”: un opérateur de marché au
sens de l’article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017 relative
aux infrastructures des marchés d’instruments financiers et
portant transposition de la Directive 2014/65/UE;
5° “jour ouvrable”: aux fins notamment de l’application de
l’article 2, t), du Règlement 2017/1129, un jour ouvrable dans
le domaine bancaire, à l’exception des samedis, dimanches et
jours fériés;
6° “intermédiation”: toute intervention, même temporaire ou
accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à l’égard d’in-
vestisseurs dans le placement d’instruments de placement
pour le compte de l’offreur ou de l’émetteur, contre rémuné-
ration ou avantage de quelque nature que ce soit et octroyé
directement ou indirectement par l’offreur ou l’émetteur;
7° “certificats immobiliers”: les titres de créance incorporant
des droits sur les revenus, produits et prix de réalisation d’un
ou plusieurs biens immobiliers déterminés lors l’émission
des certificats. Les navires et aéronefs sont assimilés à des
immeubles.
8° “loi du 2 août 2002”: la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur financier et aux services financiers;
9° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant
le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs
mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières
à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la
Directive 2003/71/CE.
71
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 5
De begrippen gedefinieerd door Verordening 2017/1129 en
de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen
hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van deze wet
en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
TITEL II
Toepassingsgebied
Art. 6
§ 1. Onverminderd paragrafen 2 en 3 is dit boek van toepas-
sing op de wijze die in elke titel wordt verduidelijkt.
§ 2. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voor-
waarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen
van dit boek niet van toepassing verklaren op:
1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsin-
strumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op
Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt, indien
deze toelatingen worden aangevraagd door de marktexploi-
tant, en
2° aanbiedingen aan het publiek verricht op het Belgische
grondgebied door de kredietinstellingen of de beleggings-
ondernemingen die Hij bepaalt, van door Hem bepaalde
beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, voor zover
deze instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de
gereglementeerde markten die Hij bepaalt.
§ 3. Dit boek treft geen regeling voor de toelatingen van op-
tiecontracten en futures tot de verhandeling op een Belgische
gereglementeerde markt wanneer die toelatingen tot de ver-
handeling worden gevraagd door de marktexploitant die de
betrokken gereglementeerde markt organiseert.
TITEL III
Het prospectus en de informatienota
HOOFDSTUK I
Verplichting om een prospectus te publiceren
Art. 7
§ 1. De aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstru-
menten worden vrijgesteld van de prospectusplicht voor zover:
1° die aanbiedingen, indien zij betrekking hebben op ef-
fecten, niet het voorwerp uitmaken van een kennisgeving als
bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129; en
2° de totale tegenwaarde van die aanbiedingen in de Unie
minder bedraagt dan of gelijk is aan:
Art. 5
Les termes définis par le Règlement 2017/1129 et par les
actes délégués pris en exécution de celui-ci ont la même
signification aux fins de l’application de la présente loi et des
arrêtés et règlements pris pour son exécution.
TITRE II
Champ d’application
Art. 6
§ 1er. Sans préjudice des paragraphes 2 et 3, le présent livre
s’applique de la manière précisée dans chacun de ses titres.
§ 2. Sur avis de la FSMA, le Roi peut, aux conditions qu’Il
détermine, déclarer tout ou partie des dispositions du présent
livre inapplicables:
1° aux admissions à la négociation sur des marchés régle-
mentés belges qu’Il détermine d’instruments de placement qui
ne sont pas des valeurs mobilières, qu’Il détermine, lorsque
ces admissions sont demandées par l’opérateur de marché, et
2° aux offres au public, effectuées sur le territoire belge,
par les établissements de crédit ou les entreprises d’investis-
sement qu’Il détermine, d’instruments de placement autres
que des valeurs mobilières qu’Il détermine, pour autant que
ces instruments soient admis à la négociation sur les marchés
réglementés qu’Il détermine.
§ 3. Le présent livre ne règle pas les admissions à la négo-
ciation sur un marché réglementé belge de contrats d’options
et de futures lorsque ces admissions à la négociation sont
demandées par l’opérateur de marché qui organise le marché
réglementé concerné.
TITRE III
Le prospectus et la note d’information
CHAPITRE IER
Obligation de publier un prospectus
Art. 7
§ 1er. Les offres au public d’instruments de placement
sont exemptées de l’obligation de publier un prospectus à
condition que:
1° au cas où elles portent sur des valeurs mobilières, ces
offres ne fassent pas l’objet d’une notification conformément
à l’article 25 du Règlement 2017/1129; et
2° le montant total de ces offres dans l’Union soit inférieur
ou égal:
72
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
(a) een bedrag van 5 000 000 euro, berekend over een
periode van twaalf maanden; of
(b) een bedrag van 8 000 000 euro, berekend over een
periode van twaalf maanden, voor zover de aanbieding be-
trekking heeft op beleggingsinstrumenten die zijn of zullen
worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van
de FSMA door de Koning aangeduide MTF.
§ 2. De artikelen 8 en 9 zijn van toepassing:
1° op de aanbiedingen aan het publiek van beleggings-
instrumenten die geen effecten zijn en waarvan de totale
tegenwaarde in de Unie meer dan 5 000 000 euro bedraagt,
berekend over een periode van 12 maanden;
2° op de aanbiedingen aan het publiek van andere beleg-
gingsinstrumenten dan effecten die zijn of zullen worden
toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de
FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale
tegenwaarde in de Unie meer dan 8 000 000 euro bedraagt,
berekend over een periode van 12 maanden;
3° op de toelatingen van andere beleggingsinstrumenten
dan effecten tot de verhandeling op een Belgische geregle-
menteerde markt.
Art. 8
De bepalingen van Verordening 2017/1129 zijn mutatis
mutandis van toepassing op aanbiedingen aan het publiek
of toelatingen tot de verhandeling als bedoeld in artikel 7, met
uitzondering van de volgende artikelen:
1° artikel 1, lid 3, en artikel 3, lid 2;
2° de artikelen 24, 25, 26 en 27; en
3° de artikelen 28, 29 en 30.
Art. 9
Het prospectus moet worden opgesteld in het Nederlands,
in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale
financiële kringen en door de FSMA wordt aanvaard.
De samenvatting van het prospectus wordt opgesteld of
vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt
gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende
instelling, de aanbieder of de met het opstellen van het pros-
pectus belaste persoon. In afwijking van die regel, geldt dat,
als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten
en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één
enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in
die taal mag worden opgesteld of vertaald.
(a) à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une
période de douze mois; ou
(b) à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une
période de douze mois, dans la mesure où l’offre porte sur
des instruments de placement admis ou à admettre à la négo-
ciation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA.
§ 2. Les articles 8 et 9 s’appliquent:
1° aux offres au public d’instruments de placement autres
que des valeurs mobilières dont le montant total dans l’Union
est supérieur à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur
une période de douze mois;
2° aux offres au public d’instruments de placement autres
que des valeurs mobilières, admis ou à admettre à la négo-
ciation sur un MTF désigné par le Roi sur avis de la FSMA,
dont le montant total dans l’Union est supérieur à un montant
de 8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d’instruments de
placement autres que des valeurs mobilières sur un marché
réglementé belge.
Art. 8
Les dispositions du Règlement 2017/1129 s’appliquent
mutatis mutandis en cas d’offre au public ou d’admission à
la négociation visée à l’article 7, à l’exception des articles
suivants:
1° l’article 1er, paragraphe 3, l’article 3, paragraphe 2;
2° les articles 24, 25, 26 et 27 ; et
3° les articles 28, 29 et 30.
Art. 9
Le prospectus doit être rédigé en français, en néerlandais
ou dans une langue usuelle dans la sphère financière inter-
nationale et acceptée par la FSMA.
Le résumé est établi ou traduit en langue française et
néerlandaise. Cette traduction est effectuée sous la respon-
sabilité de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne chargée
de rédiger le prospectus. Par dérogation à cette règle, si les
communications à caractère promotionnel et autres docu-
ments et avis se rapportant à l’opération visés au titre V sont
diffusés dans une seule langue nationale, le résumé peut
n’être établi ou traduit que dans cette seule langue.
73
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
HOOFDSTUK II
Verplichting om een informatienota te publiceren
Afdeling I
Toepassingsgebied
Art. 10
§ 1. Dit hoofdstuk is van toepassing:
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan
het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder
bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro, berekend over
een periode van twaalf maanden;
2° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het
publiek die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling
op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide
MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder
bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro, berekend over
een periode van 12 maanden;
3° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning
aangeduide MTF of een bepaald segment daarvan. De Koning
kan, in voorkomend geval, uitzonderingen bepalen op voor-
noemde verplichting.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toe-
passing op de volgende soorten van beleggingsinstrumenten:
1° de rechten van deelneming in instellingen voor collec-
tieve belegging die niet van het closedend type zijn;
2° de effecten zonder aandelenkarakter, uitgegeven door
een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door één
van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat,
door een internationale openbare instelling waarbij één of
meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte zijn
aangesloten, door de Europese Centrale Bank of door de cen-
trale banken van de lidstaten van de Europese Economische
Ruimte;
3° de aandelen in het kapitaal van de centrale banken van
de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
4° de beleggingsinstrumenten die onvoorwaardelijk en
onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat van de
Europese Economische Ruimte of door één van de regionale
of plaatselijke overheden van die lidstaat;
5° de beleggingsinstrumenten uitgegeven door verenigin-
gen met een wettelijk statuut of door instellingen zonder winst-
oogmerk die zijn erkend door een lidstaat van de Europese
Economische Ruimte, met het oog op het verwerven van de
middelen die nodig zijn om hun niet-lucratieve doeleinden te
verwezenlijken;
CHAPITRE II
Obligation de publier une note d’information
Section I
Champ d’application
Art. 10
§ 1er. Le présent chapitre s’applique:
1° aux offres au public d’instruments de placement dont le
montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant
de 5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
2° aux offres au public d’instruments de placement, admis
ou à admettre à la négociation sur un MTF désigné par le Roi
sur avis de la FSMA, dont le montant total dans l’Union est
inférieur ou égal à un montant de 8 000 000 euros, calculé
sur une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d’instruments de
placement sur un MTF ou un segment déterminé d’un MTF
désigné par le Roi, sur avis de la FSMA. Le Roi peut le cas
échéant définir des exceptions à l’obligation susmentionnée.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent cha-
pitre ne s’applique pas aux types suivants d’instruments de
placement:
1° les parts émises par des organismes de placement
collectif autres que ceux du type fermé;
2° les titres autres que de capital, émis par un État membre
de l’Espace économique européen ou par l’une de ses auto-
rités régionales ou locales, par les organisations publiques
internationales auxquelles adhèrent un ou plusieurs États
membres de l’Espace économique européen, par la Banque
centrale européenne ou par les banques centrales des États
membres de l’Espace économique européen;
3° les parts de capital dans les banques centrales des États
membres de l’Espace économique européen;
4° les valeurs mobilières inconditionnellement et irrévo-
cablement garanties par un État membre de l’Espace éco-
nomique européen ou par l’une de ses autorités régionales
ou locales;
5° les instruments de placement émis par des associa-
tions bénéficiant d’un statut légal ou par des organismes
sans but lucratif, reconnus par un État membre de l’Espace
économique européen, en vue de se procurer les moyens
nécessaires à la réalisation de leurs objectifs non lucratifs;
74
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van
toepassing op:
1° de soorten van aanbiedingen aan het publiek als bedoeld
in artikel 1, lid 4, van Verordening 2017/1129, voor zover deze
betrekking hebben op beleggingsinstrumenten, en mits nale-
ving van de door deze bepalingen voorziene voorwaarden; en
2° de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het
publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder
bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, berekend over
een periode van twaalf maanden, voor zover
(a) elke belegger slechts voor een maximumbedrag van
5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan ingaan; en
(b) alle documenten met betrekking tot de aanbieding aan
het publiek het totaalbedrag van die aanbieding alsook het
maximumbedrag per belegger vermelden.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van
toepassing op de aanbiedingen aan het publiek van beleg-
gingsinstrumenten die geen effecten zijn en die bestaan uit
termijncontracten waarvoor geen belegging dient te worden
verricht op het ogenblik waarop ze worden afgesloten, maar
die worden vereffend via een regeling in contanten of een
levering van de onderliggende waarden ten gunste van een
van de contracterende partijen; deze aanbiedingen aan het
publiek vallen onder hoofdstuk I.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van
toepassing
1° wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder,
krachtens Verordening 1286/2014 van 26 november 2014
over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retail-
beleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggings-
producten, in het kader van de betrokken aanbieding aan het
publiek een essentiële-informatiedocument moet bezorgen
aan de beleggers;
2° wanneer de aanbieder, de uitgevende instelling of de
aanvrager van de toelating tot de verhandeling een ander
informatiedocument aan de beleggers moet bezorgen dat
gelijkwaardig wordt geacht door de Koning, bij besluit geno-
men op advies van de FSMA.
§ 6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de uit-
gevende instelling of de aanbieder vrijwillig een prospectus
opstelt overeenkomstig artikel 4 van Verordening 2017/1129.
§ 7. De aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager
van de toelating tot de verhandeling kan afzien van de toe-
passing van paragrafen 2, 3 en 5, en voor de voorafgaande
publicatie van een informatienota opteren conform de bepa-
lingen van deze wet.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre
ne s’applique pas:
1° aux types d’offres au public visées à l’article 1er,
paragraphe 4, du Règlement 2017/1129, dans la mesure où
celles-ci portent sur des instruments de placement, et moyen-
nant le respect des conditions prévues par les dispositions
concernées; et
2° aux offres au public d’instruments de placement dont le
montant total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant
de 500 000 euros, calculé sur une période de douze mois,
pour autant que
(a) chaque investisseur ne puisse donner suite à l’offre
au public que pour un montant maximal de 5 000 euros; et
(b) tous les documents se rapportant à l’offre au public
mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi que le montant
maximal par investisseur.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre
ne s’applique pas aux offres au public portant sur des ins-
truments de placement, autres que des valeurs mobilières,
qui consistent en des contrats à terme ne nécessitant aucun
investissement au moment de leur conclusion, mais dont la
liquidation s’opère par un règlement en espèces ou par livrai-
son du sous-jacent au profit de l’une des parties, lesquelles
offres au public relèvent du chapitre Ier.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent chapitre
ne s’applique pas
1° lorsque l’émetteur ou l’offreur est tenu de fournir aux
investisseurs un document d’informations clés en vertu du
Règlement 1286/2014 du 26 novembre 2014 sur les docu-
ments d’informations clés relatifs aux produits d’investisse-
ment packagés de détail et fondés sur l’assurance lors de
l’offre au public concernée;
2° lorsque l’émetteur, l’offreur ou la personne qui demande
l’admission à la négociation est tenu de fournir aux investis-
seurs un autre document d’information jugé équivalent par
le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA.
§ 6. Le présent chapitre ne s’applique pas lorsque l’émet-
teur ou l’offreur établit volontairement un prospectus confor-
mément à l’article 4 du Règlement 2017/1129.
§ 7. L’offreur, l’émetteur ou la personne qui demande
l’admission à la négociation peut renoncer au bénéfice de
l’application des paragraphes 2, 3 et 5, et opter pour la publi-
cation préalable d’une note d’information conformément aux
dispositions de la présente loi.
75
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Afdeling II
De informatienota
Onderafdeling I
Algemene bepaling
Art. 11
Elke verrichting bedoeld in dit hoofdstuk vereist de vooraf-
gaande publicatie van een informatienota door de uitgevende
instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot
de verhandeling, naargelang het geval.
Onderafdeling II
Inhoud van de informatienota
Art. 12
§ 1. De informatienota vormt precontractuele informatie.
De inhoud ervan moet accuraat, evenwichtig, eerlijk, duidelijk
en niet misleidend zijn.
§ 2. De informatienota bevat informatie over de uitgevende
instelling, de aanbieder en de aanvrager van de toelating tot de
verhandeling, over het bedrag en de aard van de aangeboden
of de tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten,
over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding
of de toelating, alsook over de risico’s verbonden aan de uit-
gevende instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten.
Meer in het bijzonder bevat de informatienota een korte
omschrijving van de volgende elementen:
1° een beschrijving van de belangrijkste risico’s die in-
herent zijn aan de uitgevende instelling en de aangeboden
beleggingsinstrumenten, die specifiek zijn voor de betrokken
aanbieding of de betrokken toelating tot de verhandeling;
2° informatie over de uitgevende instelling en de aanbieder
van de beleggingsinstrumenten, inclusief de jaarrekeningen
van de uitgevende instelling over de laatste twee boekjaren;
3° informatie over de voorwaarden en de redenen voor
de aanbieding of de toelating tot de verhandeling van
beleggingsinstrumenten;
4° informatie over de kenmerken van de aangeboden of tot
de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten.
Bovenaan de informatienota wordt, op een prominente
plaats, de volgende vermelding opgenomen: “Dit document is
geen prospectus en werd niet gecontroleerd of goedgekeurd
door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.”.
§ 3. De informatienota voldoet aan de volgende
voorwaarden:
Section II
La note d’information
Sous-section Ire
Disposition générale
Art. 11
Toute opération visée au présent chapitre requiert la
publication préalable d’une note d’information par l’émetteur,
l’offreur ou la personne qui sollicite l’admission à la négocia-
tion, selon le cas.
Sous-section II
Contenu de la note d’information
Art. 12
§ 1er. La note d’information constitue une information pré-
contractuelle. Son contenu est exact, équilibré, loyal, clair et
non trompeur.
§ 2. La note d’information contient des informations sur
l’émetteur, l’offreur et la personne qui demande l’admission
à la négociation, le montant et la nature des instruments de
placement offerts ou à admettre à la négociation, ainsi que
sur les raisons et les modalités de l’offre ou de l’admission
et les risques attachés à l’émetteur et aux instruments de
placement concernés.
En particulier, la note d’information contient une description
succincte des éléments suivants:
1° une description des principaux risques propres à l’émet-
teur et aux instruments de placement offerts, spécifiques à
l’offre ou à l’admission à la négociation concernée;
2° des informations concernant l’émetteur et l’offreur des
instruments de placement, en ce compris les comptes annuels
de l’émetteur concernant les deux derniers exercices;
3° des informations concernant les conditions et les raisons
de l’offre ou de l’admission à la négociation des instruments
de placement;
4° des informations concernant les caractéristiques des
instruments de placement offerts ou à admettre.
L’en-tête de la note d’information comporte, de manière
prééminente, la mention suivante: “Le présent document
n’est pas un prospectus et n’a pas été vérifié ou approuvé
par l’Autorité des services et marchés financiers.”.
§ 3. La note d’information répond aux conditions suivantes:
76
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1° zij wordt in de vorm van één enkel document en in een
begrijpelijke taal opgesteld;
2° zij wordt in beknopte vorm opgesteld en is maximaal
vijftien bladzijden A4 lang;
3° zij wordt zodanig voorgesteld en vormgegeven met ge-
bruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot leesbaar is.
Art. 13
§ 1. Wanneer de uitgevende instelling een commissaris
diende aan te stellen tijdens de boekjaren waarvan de jaar-
rekeningen in de informatienota moeten worden opgenomen,
wordt bij die jaarrekeningen telkens het verslag van de com-
missaris gevoegd.
§ 2. Wanneer de uitgevende instelling tijdens de betrok-
ken boekja(a)r(en) geen commissaris diende aan te stellen,
2° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhankelijke
toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderworpen of een
vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten dat zij, voor de
doeleinden van de informatienota een getrouw beeld geven
conform de in België geldende auditnormen; of
2° de informatienota moet de volgende vermelding bevat-
ten: “Deze jaarrekening is niet geauditeerd door een com-
missaris en evenmin aan een onafhankelijke externe toetsing
onderworpen.”.
Art. 14
De informatienota wordt opgesteld of vertaald in één of
meerdere landstalen of in het Engels. Die vertaling wordt
gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende
instelling, de aanbieder of de met het opstellen van de infor-
matienota belaste persoon.
Als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten
en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in een
van de in het eerste lid bedoelde talen worden verspreid, wordt
de informatienota in die taal opgesteld of vertaald.
Art. 15
Elke met de informatie in de informatienota verband hou-
dende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing
of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling
van de beleggingsinstrumenten, en zich voordoet of wordt
geconstateerd tussen het tijdstip van de beschikbaarstelling
van de informatienota conform artikel 17 en
1° de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het
publiek; of
1° elle est rédigée sous la forme d’un document unique,
dans un langage compréhensible;
2° elle est rédigée de manière concise et sa longueur ne
dépasse pas quinze pages de format A4;
3° elle est présentée et mise en page d’une manière qui en
rend la lecture aisée, avec des caractères d’une taille lisible.
Art. 13
§ 1er. Lorsque l’émetteur était tenu de désigner un com-
missaire lors des exercices dont les comptes annuels doivent
être inclus dans la note d’information, les comptes annuels
sont à chaque fois accompagnés du rapport du commissaire.
§ 2. Lorsque l’émetteur n’était pas tenu de désigner un
commissaire lors d’un ou des exercices concernés,
1° ces comptes annuels doivent faire l’objet d’une vérifi-
cation indépendante par un réviseur d’entreprise ou contenir
une mention par un réviseur d’entreprise indiquant si, aux
fins de la note d’information, ils donnent une image fidèle,
conformément aux normes d’audit applicables en Belgique; ou
2° la note d’information doit contenir l’information suivante:
“Les présents comptes annuels n’ont pas été audités par un
commissaire et n’ont pas fait l’objet d’une vérification externe
indépendante.”.
Art. 14
La note d’information est établie ou traduite dans une
ou plusieurs des langues nationales ou en anglais. Cette
traduction est effectuée sous la responsabilité de l’émetteur,
de l’offreur ou de la personne chargée de rédiger la note
d’information.
Si les communications à caractère promotionnel et autres
documents et avis se rapportant à l’opération visés au titre
V sont diffusés dans une des langues visées à l’alinéa 1er, la
note d’information est établie ou traduite dans cette langue.
Art. 15
Tout fait nouveau significatif ou toute erreur ou inexactitude
substantielle concernant les informations contenues dans la
note d’information, qui est de nature à influencer l’évaluation
des instruments de placement et survient ou est constaté entre
la mise à disposition de la note d’information conformément
à l’article 17 et
1° la clôture définitive de l’offre au public; ou
77
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2° de aanvang van de toelating tot de verhandeling op de
betrokken MTF, (a) als dat moment later valt dan de afsluiting
van de aanbieding aan het publiek, of (b) in het in artikel 10,
§ 1, 3°, bedoelde geval, wordt in een aanvulling op de infor-
matienota vermeld.
De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het publiek
conform de bepalingen van artikel 17.
In geval van een aanbieding van beleggingsinstrumenten
aan het publiek hebben de beleggers die hebben aanvaard
om al vóór de publicatie van de aanvulling de beleggingsin-
strumenten te kopen of erop in te schrijven, het recht om hun
aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie
van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de in het
eerste lid bedoelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuist-
heid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van
de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van de
beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst plaatsvindt.
Deze termijn kan worden verlengd door de uitgevende instel-
ling of door de aanbieder. De uiterste datum voor het recht tot
intrekking wordt vermeld in de aanvulling.
Art. 16
De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de
FSMA,
1° bijkomende of meer gedetailleerde vereisten opleggen
met betrekking tot de inhoud van de informatienota;
2° schema’s opstellen aan de hand waarvan de informatie
moet worden voorgesteld in de informatienota;
en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken
tussen de verschillende soorten beleggingsinstrumenten,
uitgevende instellingen of aanbieders, en/of in functie van
de tegenwaarde van de aanbieding of van de toelating tot
de verhandeling.
Onderafdeling III
Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA
Art. 17
De informatienota moet ten laatste op de aanvangsdag van
de aanbieding aan het publiek of op de dag van de toelating tot
de verhandeling beschikbaar worden gesteld voor het publiek.
Bij een aanbieding aan het publiek wordt de informatienota
geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek, waarneer
zij in elektronische vorm is gepubliceerd op de website van de
uitgevende instelling en/of de aanbieder en, in voorkomend
geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de
betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met
inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële
dienst van de uitgevende instelling.
2° le début de la négociation sur le MTF concerné, (a) si
ce moment est postérieur à la clôture de l’offre au public ou
(b) dans le cas visé à l’article 10, § 1er, 3°, est mentionné dans
un supplément à la note d’information.
Le supplément est mis à la disposition du public confor-
mément aux dispositions de l’article 17.
En cas d’offre au public d’instruments de placement, les
investisseurs qui ont déjà accepté d’acheter les instruments
de placement ou d’y souscrire avant que le supplément ne
soit publié ont le droit de révoquer leur acceptation pendant
deux jours ouvrables après la publication du supplément, à
condition que le fait nouveau, l’erreur ou l’inexactitude visé
à l’alinéa 1er soit antérieur à la clôture définitive de l’offre au
public et à la livraison des instruments de placement, si cet
évènement intervient plus tôt. Ce délai peut être prorogé par
l’émetteur ou l’offreur. La date à laquelle le droit de révocation
prend fin est indiquée dans le supplément.
Art. 16
Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA:
1° imposer des exigences complémentaires ou plus détail-
lées en ce qui concerne le contenu de la note d’information;
2° établir les schémas selon lesquels l’information doit être
présentée dans la note d’information;
le cas échéant en distinguant entre les différents types
d’instruments de placement, d’émetteur ou d’offreur et/
ou en fonction du montant de l’offre ou de l’admission à la
négociation.
Sous-section III
Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA
Art. 17
La note d’information est mise à la disposition du public
au plus tard le jour de l’ouverture de l’offre au public ou de
l’admission à la négociation.
En cas d’offre au public, la note d’information est réputée
être mise à la disposition du public dès qu’elle est publiée
sous une forme électronique sur le site web de l’émetteur et/
ou de l’offreur et, le cas échéant, sur celui des intermédiaires
financiers qui placent ou vendent les instruments de place-
ment concernés, y compris ceux chargés du service financier.
78
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Bij toelating tot de verhandeling op een in artikel 10, § 1,
3°, bedoelde MTF wordt de informatienota geacht beschik-
baar te zijn gesteld voor het publiek zodra zij in elektronische
vorm op de website van de aanvrager van de toelating tot de
verhandeling of van de uitgevende instelling is gepubliceerd.
De beleggers moet de mogelijkheid worden geboden om
kosteloos een kopie van die informatienota in gedrukte vorm
dan wel op een duurzame drager te verkrijgen.
Art. 18
Ten laatste op het moment van de beschikbaarstelling
overeenkomstig artikel 17 moet de uitgevende instelling of de
aanbieder, naargelang het geval, de informatienota neerleg-
gen bij de FSMA.
Ook elke aanvulling op de informatienota wordt onmiddellijk
neergelegd bij de FSMA.
De FSMA publiceert de informatienota en de eventuele
aanvullingen hierop op haar website. Die publicatie gebeurt
onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de uitgevende
instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot
de verhandeling.
De FSMA bepaalt de neerleggings- en publicatiewijze.
TITEL IV
Bemiddeling
HOOFDSTUK I
Toepassingsgebied
Art. 19
§ 1. Deze titel is van toepassing op elke plaatsing van be-
leggingsinstrumenten op het Belgisch grond-gebied.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze titel niet van
toepassing op:
1° de plaatsing van beleggingsinstrumenten uitgegeven
door instellingen voor collectieve belegging;
2° een in artikel 1, lid 4, a) en b), van Verordening
2017/1129, bedoelde aanbieding, die betrekking heeft op
beleggingsinstrumenten;
3° de activiteiten die onder de toepassing vallen van de wet
van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep
van vastgoedmakelaar.
En cas d’admission à la négociation sur un MTF visée à
l’article 10, § 1er, 3°, la note d’information est réputée être mise
à la disposition du public dès qu’elle est publiée sous une
forme électronique sur le site web de la personne qui sollicite
l’admission à la négociation ou de l’émetteur.
Les investisseurs doivent avoir la possibilité d’obtenir
sans frais une copie de la note d’information sous une forme
imprimée ou sur un support durable.
Art. 18
Au plus tard au moment de la mise à disposition confor-
mément à l’article 17, l’émetteur ou l’offreur, selon le cas, doit
déposer la note d’information auprès de la FSMA.
Tout supplément à la note d’information est également
immédiatement déposé auprès de la FSMA.
La FSMA publie la note d’information et les éventuels sup-
pléments sur son site internet. Cette publication est effectuée
sous la responsabilité exclusive de l’émetteur, de l’offreur
ou de la personne qui sollicite l’admission à la négociation.
La FSMA détermine les modalités du dépôt et de la
publication.
TITRE IV
Intermédiation
CHAPITRE IER
Champ d’application
Art. 19
§ 1er. Le présent titre s’applique à tout placement d’instru-
ments de placement effectué sur le territoire belge.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent titre n’est
pas applicable:
1° au placement d’instruments de placement émis par des
organismes de placement collectif;
2° en cas d’offre visée à l’article 1er, paragraphe 4, a) et
b) du Règlement 2017/1129, portant sur des instruments de
placement;
3° aux activités tombant dans le champ d’application de
la loi du 11 février 2013 organisant la profession d’agent
immobilier.
79
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
HOOFDSTUK II
Bemiddelingsmonopolie
Art. 20
§ 1. Enkel de volgende personen of instellingen mogen
bemiddelingswerkzaamheden verrichten:
a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van
België en de andere centrale banken van de lidstaten van de
Europese Economische Ruimte;
b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de
lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen;
c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellin-
gen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat
van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn
overeenkomstig artikel 312 van de wet van 25 april 2014;
d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die
ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de
Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn
overeenkomstig artikel 313 van de wet van 25 april 2014;
e) de beursvennootschappen bedoeld in boek XII, titel II
van de wet van 25 april 2014;
f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies bedoeld in titel III van de wet van 25 oktober 2016
betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en
betreffende het statuut van en het toezicht op de vennoot-
schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het
recht van een andere lidstaat van de Europese Economische
Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II,
hoofdstuk III, afdeling I van de wet van 25 oktober 2016;
h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggings-
ondernemingen die ressorteren onder het recht van landen
die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en
in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III,
afdeling III van de wet van 25 oktober 2016;
i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder
het recht van landen die geen lid zijn van de Europese
Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienst-
verrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerkzaamheden
in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onder-
worpen zijn krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de
wet van 25 oktober 2016.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 doen geen afbreuk aan
de mogelijkheid voor de aanbieder of de uitgevende instelling:
a) om zelf de instrumenten te plaatsen die hij of zij uitgeeft;
CHAPITRE II
Monopole d’intermédiation
Art. 20
§ 1er. Seuls les personnes ou établissements suivants
peuvent pratiquer l’intermédiation:
a) la Banque centrale européenne, la Banque Nationale de
Belgique et les autres banques centrales des États membres
de l’Espace économique européen;
b) les établissements de crédit inscrits à la liste visée à
l’article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit et des sociétés de
bourse;
c) les succursales établies en Belgique d’établissements
de crédit relevant du droit d’un autre État membre de l’Es-
pace économique européen, enregistrées conformément à
l’article 312 de la loi du 25 avril 2014;
d) les établissements de crédit non établis en Belgique
qui relèvent du droit d’un autre État membre de l’Espace
économique européen et exercent des activités en Belgique
conformément à l’article 313 de la loi du 25 avril 2014;
e) les sociétés de bourse visées au livre XII, titre II de la
loi du 25 avril 2014;
f) les sociétés de gestion de portefeuilles et de conseil en
investissement visées au titre III de la loi du 25 octobre 2016
relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves-
tissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement;
g) les entreprises d’investissement relevant du droit d’un
autre État membre de l’Espace économique européen et
opérant en Belgique en vertu du titre II, chapitre III, section
Ire de la loi du 25 octobre 2016;
h) les succursales établies en Belgique d’entreprises
d’investissement relevant du droit de pays non membres
de l’Espace économique européen et opérant en Belgique
conformément au titre II, chapitre III, section III de la loi du
25 octobre 2016;
i) les entreprises d’investissement relevant du droit de pays
non membres de l’Espace économique européen et opérant
en Belgique par voie de prestation de services, pour autant
que l’intermédiation soit conforme au statut auquel elles sont
soumises en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi
du 25 octobre 2016.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne portent pas
préjudice à la possibilité pour l’offreur ou l’émetteur:
a) de placer lui-même les instruments qu’il émet;
80
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
b) om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die
zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van
de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in
bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële
instrumenten, hiermee te gelasten, ingeval de uitgevende
instelling of de aanbieder een gereglementeerde onderneming
in de zin van die wet is;
c) om een met de uitgevende instelling of de aanbieder
verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de
aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden on-
derneming gericht is;
d) om een beroep te doen op de door een verlener van
alternatieve-financieringsdiensten aangeboden diensten
om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren
conform titel II van de wet van 18 december 2016 tot rege-
ling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en
houdende diverse bepalingen inzake financiën.
TITEL V
Reclame en andere documenten en berichten die
betrekking hebben op de verrichting
Art. 21
§ 1. De bepalingen van deze titel en van artikel 22, lid 1,
eerste zin en lid 2 tot 11 van Verordening 2017/1129 zijn van
toepassing op de reclame en de andere documenten en
berichten die betrekking hebben
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan
het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van be-
leggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF, en die
worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de
aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling
of de door hen aangestelde tussenpersonen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, zijn de bepalingen van
deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die
plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toe-
latingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische
gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een
prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van
Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt
van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische
grondgebied van beleggingsinstrumenten die geen effecten
zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die
geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische ge-
reglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is
b) de confier cette tâche à des intermédiaires en services
bancaires ou en services d’investissement inscrits à la liste
visée à l’article 7, § 3 de la loi du 22 mars 2006 relative à
l’intermédiation en services bancaires et en services d’inves-
tissement et à la distribution d’instruments financiers, dans le
cas où l’émetteur ou l’offreur est une entreprise réglementée
au sens de cette loi;
c) de confier cette tâche à une entreprise liée à l’émetteur
ou à l’offreur dans le cas où l’offre s’adresse aux membres
du personnel de l’entreprise liée;
d) de recourir aux services d’un prestataire de services
de financement alternatif afin de commercialiser ses ins-
truments de placement conformément au titre II de la loi du
18 décembre 2016 organisant la reconnaissance et l’enca-
drement du crowdfunding et portant des dispositions diverses
en matière de finances.
TITRE V
Communications à caractère promotionnel et autres
documents et avis se rapportant à l’opération
Art. 21
§ 1er. Les dispositions du présent titre et de l’article 22,
paragraphe 1er, première phrase et paragraphes 2 à 11 du
Règlement 2017/1129 s’appliquent aux communications à
caractère promotionnel et aux autres documents et avis se
rapportant
1° aux offres au public d’instruments de placement qui ont
lieu sur le territoire belge;
2° aux admissions d’instruments de placement à la négo-
ciation sur un marché réglementé belge;
3° aux admissions d’instruments de placement à la négo-
ciation sur un MTF visées à l’article 10, § 1er, 3°, et qui sont
diffusés à l’initiative de l’émetteur, l’offreur, la personne qui
sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires
désignés par eux.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du
présent titre ne s’appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu
sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières
à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne
nécessitent pas la publication d’un prospectus en vertu de
l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement 2017/1129,
excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du
Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d’instruments de placement autres
que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge
et aux admissions d’instruments de placements autres
que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché
réglementé belge, lorsque la publication d’un prospectus
81
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129,
zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, be-
halve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening
2017/1129;
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het
publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen
informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve
als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7.
Art. 22
Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voor-
waarden en rekening houdend met de aanpassingen die Hij
bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van deze titel,
met uitsluiting van zijn artikel 23, van titel VI van dit boek,
van boek IV en van de artikelen 32 en 33, van toepassing
verklaren op aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die
plaatsvinden op het Belgische grondgebied en die in artikel 6,
§§ 2 en 3, of in artikel 21, § 2, worden bedoeld.
Art. 23
§ 1. De reclame en de andere documenten en berichten
die betrekking hebben op een aanbieding aan het publiek of
een toelating tot de verhandeling als bedoeld in deze titel en
die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling,
de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhan-
deling of de door hen aangestelde tussenpersonen, mogen
pas openbaar worden gemaakt nadat zij door de FSMA zijn
goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten als bepaald
bij en krachtens artikel 22, lid 2 tot 4, 9 en 10, van Verordening
2017/1129 en het tweede lid van deze paragraaf.
De FSMA kan de nadere regels en procedures bepalen vol-
gens welke de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde
documenten kan gebeuren. Hierbij houdt de FSMA rekening
met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze
onder meer het gestandaardiseerd, en recurrent, karakter
van de documenten en het gebruikte medium als criteria in
aanmerking neemt.
§ 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na
ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame, andere
documenten en berichten.
Als de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere docu-
menten en berichten informatie bevatten waarvan de FSMA
enkel kan nagaan of die overeenstemt met de informatie
die vervat is in het prospectus als zij over de goedgekeurde
versie van het prospectus beschikt, begint de in het eerste lid
vastgestelde termijn van vijf werkdagen te lopen, naargelang
het geval, op het ogenblik dat:
1° de FSMA het prospectus goedkeurt conform arti-
kel 20 van Verordening 2017/1129; of
2° op het ogenblik dat de kennisgeving is verricht als be-
doeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129.
n’est pas exigée en vertu de l’article 1er, paragraphes 2,
4 et 5 du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par
l’article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait
usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129;
3° aux offres au public et aux admissions à la négociation
visées à l’article 10, lorsque la publication d’une note d’infor-
mation n’est pas exigée en vertu de l’article 10, §§ 2 ou 3,
excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 10, § 7.
Art. 22
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dans les conditions et
compte tenu des adaptations qu’Il détermine, déclarer tout
ou partie des dispositions du présent titre, à l’exclusion de
son article 23, du titre VI du présent livre, du livre IV et des
articles 32 et 33, applicables à des offres d’instruments de
placement qui sont effectuées sur le territoire belge et qui sont
visées à l’article 6, §§ 2 et 3 ou à l’article 21, § 2.
Art. 23
§ 1er. Les communications à caractère promotionnel et les
autres documents et avis se rapportant à une offre au public
ou une admission à la négociation visée au présent titre, qui
sont diffusés à l’initiative de l’émetteur, l’offreur, la personne
qui sollicite l’admission à la négociation ou les intermédiaires
désignés par eux, ne peuvent être rendus publics qu’après
avoir été approuvés par la FSMA, compte tenu des exigences
prévues par et en vertu de l’article 22, paragraphes 2 à 4,
9 et 10, du Règlement 2017/1129 et de l’alinéa 2 du présent
paragraphe.
La FSMA peut déterminer les modalités et procédures
selon lesquelles l’approbation des documents visés à l’alinéa
1er peut s’effectuer. La FSMA tient compte, à cet effet, de la
nature et du contenu de ces documents, retenant notamment
comme critères le caractère standardisé et récurrent des
documents et le média utilisé.
§ 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ouvrables
à dater de la réception des communications à caractère pro-
motionnel, autres documents et avis visés au paragraphe 1er.
Si les communications à caractère promotionnel, autres
documents et avis visés au paragraphe 1er comportent des
informations dont la FSMA ne saurait vérifier la compatibilité
avec les informations figurant dans le prospectus que si elle
dispose de la version approuvée du prospectus, le délai de
cinq jours ouvrables prévu à l’alinéa 1er commence à courir
à compter, selon le cas:
1° de l’approbation du prospectus par la FSMA conformé-
ment à l’article 20 du Règlement 2017/1129; ou
2° de la notification prévue à l’article 25 du Règlement
2017/1129.
82
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
§ 3. In voorkomend geval, moet, samen met de originele
versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans of in een
taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en
die door de FSMA wordt aanvaard, van de in paragraaf 1 be-
doelde reclame en andere documenten en berichten aan de
FSMA worden overgelegd voor onderzoeksdoeleinden.
§ 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de aan-
vrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het
geval, en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen,
conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep
instellen tegen een weigering van de FSMA om de reclame en
de andere documenten en berichten goed te keuren. Tegen
de beslissing om de reclame en de andere documenten en
berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld.
§ 5. In de reclame en in de andere documenten en berich-
ten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het
optreden van de FSMA of van enige andere bevoegde autori-
teit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte,
met uitzondering van de vermelding dat het prospectus is
goedgekeurd.
TITEL VI
Aansprakelijkheid
Art. 24
§ 1. Deze titel is van toepassing
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan
het publiek op het Belgische grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, zijn de bepalingen van
deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die
plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toe-
latingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische
gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een
prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van
Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt
van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische
grondgebied van beleggings-instrumenten die geen effecten
zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die
geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische ge-
reglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is
krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129,
zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, be-
halve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening
2017/1129;
§ 3. Une traduction des communications à caractère
promotionnel et des autres documents et avis visés au para-
graphe 1er, en français, en néerlandais ou dans une langue
usuelle dans la sphère financière internationale et acceptée
par la FSMA doit, le cas échéant, être transmise à la FSMA
aux fins d’examen en même temps que la version originale.
§ 4. Seuls l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite
l’admission à la négociation, selon le cas et/ou les inter-
médiaires désignés par eux peuvent introduire un recours
conformément à l’article 121 de la loi du 2 août 2002, contre un
refus de la FSMA d’approuver les communications à caractère
promotionnel, autres documents et avis. La décision de les
approuver n’est pas susceptible de recours.
§ 5. Aucune mention de l’intervention de la FSMA ou de
toute autre autorité compétente d’un État membre de l’Espace
économique européen ne peut être faite dans les communica-
tions à caractère promotionnel et dans les autres documents
et avis visés au § 1er, excepté la mention de l’approbation du
prospectus.
TITRE VI
Responsabilité
Art. 24
§ 1er. Le présent titre s’applique en ce qui concerne
1° les offres au public d’instruments de placement qui ont
lieu sur le territoire belge;
2° les admissions d’instruments de placement à la négo-
ciation sur un marché réglementé belge;
3° les admissions d’instruments de placement à la négo-
ciation sur un MTF visées à l’article 10, § 1er, 3°.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions du
présent titre ne s’appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont lieu
sur le territoire belge et aux admissions de valeurs mobilières
à la négociation sur un marché réglementé belge, qui ne
nécessitent pas la publication d’un prospectus en vertu de
l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement 2017/1129,
excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 4 du
Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d’instruments de placement autres
que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le territoire belge
et aux admissions d’instruments de placements autres
que des valeurs mobilières à la négociation sur un marché
réglementé belge, lorsque la publication d’un prospectus
n’est pas exigée en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et
5, du Règlement 2017/1129, tel que rendu applicable par
l’article 8 de la présente loi, excepté dans le cas où il est fait
usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129;
83
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het
publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen
informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve
als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7.
Art. 25
§ 1. Wanneer het prospectus ter goedkeuring wordt voor-
gelegd aan de FSMA, wordt er duidelijk in vermeld wie ver-
antwoordelijk is voor het integrale prospectus en de eventuele
aanvullingen hierop. De verantwoordelijke personen worden
geïdentifi-ceerd aan de hand van hun naam en functie of,
indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam
en statutaire zetel.
De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en
de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend worden ge-
dragen door de uitgevende instelling en haar leidinggevende,
toezicht-houdende of bestuursorganen, de aanbieder, de
aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de garant.
In het prospectus wordt een verklaring opgenomen van de
verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat, voorzover hen
bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming
zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten
waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou
wijzigen. Onverminderd het eerste lid kunnen in het prospec-
tus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn
voor een deel van het prospectus en de eventuele aanvul-
lingen hierop.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig paragraaf 1,
eerste lid aangewezen personen tegenover de belanghebben-
den hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt
door de misleidende of onjuiste aard van de informatie in het
prospectus en de eventuele aanvullingen hierop of door het
ontbreken in het prospectus en de eventuele aanvullingen
hierop van de informatie voorgeschreven door of krachtens
Verordening 2017/1129 en deze wet.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behou-
dens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken
van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie
in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop, indien
het ontbreken van deze informatie of het misleidende of on-
juiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat
op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van
de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de in ar-
tikel 7 van Verordening 2017/1129 bedoelde samenvatting
van het prospectus, of van een specifieke samenvatting die
wordt opgesteld in het kader van een EU-groeiprospectus
als bedoeld in artikel 15, lid 1, alinea 2, van Verordening
2017/1129, of van de vertaling hiervan aansprakelijk worden
gesteld, tenzij die misleidende, onjuiste of inconsistente in-
formatie bevatten ten aanzien van de andere delen van het
prospectus, of tenzij die, in combinatie met de andere delen
van het prospectus, niet de kerngegevens verstrekken om de
3° aux offres au public et aux admissions à la négociation
visées à l’article 10, lorsque la publication d’une note d’infor-
mation n’est pas exigée en vertu de l’article 10, §§ 2 ou 3,
excepté dans le cas où il est fait usage de l’article 10, § 7.
Art. 25
§ 1er. Lorsque le prospectus est soumis à l’approbation
de la FSMA, il indique clairement qui est responsable de
l’intégralité du prospectus et de ses éventuels suppléments.
Les personnes responsables sont identifiées par leur nom
et fonction, ou, dans le cas des personnes morales, par leur
nom et siège statutaire.
Seuls l’émetteur et ses organes d’administration, de
direction ou de surveillance, l’offreur, la personne qui sollicite
l’admission à la négociation ou le garant peuvent assumer
la responsabilité de l’intégralité du prospectus et de ses
éventuels suppléments.
Le prospectus reprend une déclaration des personnes
responsables certifiant que, à leur connaissance, les données
du prospectus sont conformes à la réalité et ne comportent
pas d’omission de nature à en altérer la portée. Sans préju-
dice de l’alinéa 1er, le prospectus peut indiquer les personnes
responsables pour une partie du prospectus et ses éventuels
suppléments.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à
l’investisseur, les personnes identifiées conformément au
paragraphe 1er, alinéa 1er sont tenues solidairement envers les
intéressés, de la réparation du préjudice causé par le carac-
tère trompeur ou inexact des informations contenues dans le
prospectus et ses éventuels suppléments ou par l’absence
dans le prospectus et ses éventuels suppléments des infor-
mations prescrites par ou vertu du Règlement 2017/1129 et
de la présente loi.
Le préjudice subi par l’investisseur est présumé résulter,
sauf preuve contraire, de l’absence ou du caractère trompeur
ou inexact des informations dans le prospectus et ses éven-
tuels suppléments, lorsque cette absence ou ce caractère
trompeur ou inexact était susceptible de créer un sentiment
positif dans le marché ou d’influencer positivement le prix
d’acquisition des instruments de placement.
§ 3. Aucune responsabilité ne peut être attribuée à qui-
conque sur la base du seul résumé du prospectus visé à
l’article 7 du Règlement 2017/1129, ou du résumé spécifique
établi dans le cadre d’un prospectus de croissance de
l’Union prévu à l’article 15, paragraphe 1er, deuxième alinéa
du Règlement 2017/1129, ou de la traduction de ceux-ci, sauf
s’ils contiennent des informations qui ont un caractère trom-
peur, inexact ou contradictoire par rapport aux autres parties
du prospectus, ou s’ils ne fournissent pas, lus en combinai-
son avec les autres parties du prospectus, les informations
84
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
beleggers te helpen wanneer zij overwegen in de betrokken
beleggingsinstrumenten te beleggen.
§ 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling en haar
leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen, de
aanbieder of de garant, naargelang het geval, tegenover
de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het
nadeel veroorzaakt door de onjuiste of misleidende aard van
de informatie in de informatienota en de eventuele aanvul-
lingen hierop, of door het ontbreken, in de informatienota en
de eventuele aanvullingen hierop, van de door of krachtens
deze wet voorgeschreven informatie.
Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat,
wordt het nadeel dat de belegger wordt berokkend, behoudens
tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van
of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in
de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, indien
het ontbreken van deze informatie of het misleidende of on-
juiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat
op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van
de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 5. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de aan-
bieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling,
alsook de door hen aangestelde tussenpersonen, verplicht
tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende,
onjuiste of inconsistente informatie ten aanzien van het pros-
pectus of, naargelang het geval, de informatienota, vervat in
de reclame, documenten of berichten met betrekking tot de
verrichting die op hun initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door
de strijdigheid van deze reclame, documenten of berichten
met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129
of genomen krachtens dit artikel.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, be-
houdens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het mis-
leidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten aanzien van
het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota,
van de informatie in de reclame of in andere documenten
of berichten met betrekking tot de verrichting, dan wel van
de strijdigheid van die informatie met de bepalingen van
artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens
dit artikel, indien het misleidende, onjuiste of inconsistente
karakter dan wel de strijdigheid van deze informatie van die
aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden ge-
creëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten
positief kon worden beïnvloed.
TITEL VII
Openbare mededelingen buiten het kader
van een aanbieding aan het publiek
Art. 26
Het is verboden om op het Belgische grondgebied
een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan
essentielles permettant d’aider les investisseurs lorsqu’ils
envisagent d’investir dans les instruments de placement
concernés.
§ 4. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à
l’investisseur, l’émetteur, ses organes d’administration, de
direction ou de surveillance, l’offreur ou le garant, selon le
cas, sont tenus solidairement envers les intéressés, de la
réparation du préjudice causé par le caractère trompeur ou
inexact des informations contenues dans la note d’information
et ses éventuels suppléments ou par l’absence dans la note
d’information et ses éventuels suppléments des informations
prescrites par ou vertu de la présente loi.
Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le dol
sont établis, le préjudice subi par l’investisseur est présumé
résulter, sauf preuve contraire, de l’absence ou du caractère
trompeur ou inexact des informations dans la note d’informa-
tion et ses éventuels suppléments, lorsque cette absence ou
ce caractère trompeur ou inexact était susceptible de créer un
sentiment positif dans le marché ou d’influencer positivement
le prix d’acquisition des instruments de placement.
§ 5. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à
l’investisseur, l’émetteur, l’offreur ou la personne qui sollicite
l’admission à la négociation et les intermédiaires désignés
par ceux-ci sont tenus de la réparation du préjudice causé
par toute communication à caractère promotionnel ou autre
document ou avis se rapportant à l’opération, publié à leur
initiative, qui contient des informations trompeuses, inexactes
ou contradictoires par rapport au prospectus ou, selon le
cas, la note d’information, ou par la non-conformité de ces
communications, autres documents ou avis avec les dispo-
sitions de l’article 22 du Règlement 2017/1129 ou prises en
vertu de cet article.
Le préjudice subi par l’investisseur est présumé résulter,
sauf preuve contraire, du caractère trompeur, inexact ou
contradictoire par rapport au prospectus ou, selon le cas, à
la note d’information, d’informations contenues dans toute
communication à caractère promotionnel ou autre document
ou avis se rapportant à l’opération, ou de la non-conformité
de ces informations avec les dispositions de l’article 22 du
Règlement 2017/1129 ou prises en vertu de cet article, lorsque
ce caractère trompeur, inexact ou contradictoire ou cette non-
conformité était susceptible de créer un sentiment positif dans
le marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition
des instruments de placement.
TITRE VII
Communications publiques en dehors du cadre
d’une offre au public
Art. 26
Est interdite toute communication effectuée sur le territoire
belge, à l’attention de plus de 150 personnes physiques ou
85
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde
beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te ver-
strekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al
dan niet reeds uitgegeven beleggingsinstrumenten die het
voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbieding
tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt
verricht door de persoon die in staat is om de betrokken
beleggings-instrumenten uit te geven of over te dragen, of
door een persoon die voor rekening van laatstgenoemde
persoon handelt, tenzij:
1° de aanbieding van beleggingsinstrumenten, of de be-
trokken beleggingsinstrumenten tot een van de in artikel 1,
paragrafen 2, 4 of 5, van Verordening 2017/1129, bedoelde
categorieën behoren, of
2° bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een
aanbieding aan het publiek goed te keuren, een voorafgaand
verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot
vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier
nog niet over heeft uitgesproken en, wanneer de aanbieding
aan het publiek betrekking heeft op beleggings-instrumenten
die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve
belegging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag
tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de wet van
3 augustus 2012 is ingediend, dan wel aan de FSMA een ken-
nisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van Richtlijn 2009/65/
EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een voorafgaande
aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 197 of arti-
kel 259 van de wet van 19 april 2014 is ingediend, of
3° het prospectus voor een aanbieding aan het publiek
op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA of door de
bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte en aan de voorwaarden van de artike-
len 24 tot 26 van Verordening 2017/1129 is voldaan en, wan-
neer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleg-
gingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling
voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voor-
komend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven
hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang het
geval, artikel 149 van de wet van 3 augustus 2012, hetzij (ii)
op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014
of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet, of
4° indien de aanbieding onder de toepassing van hoofd-
stuk II van titel III van boek II valt, een informatienota is
gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet
en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft
op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een
instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling
en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn
ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet
van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van
dezelfde wet.
Met de persoon die geacht wordt te handelen voor rekening
van de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten
uit te geven of over te dragen, wordt elke persoon bedoeld
die voor deze verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een
vergoeding of een voordeel ontvangt van deze persoon.
morales, autres que des investisseurs qualifiés, tendant à
offrir des renseignements ou des conseils ou à susciter des
demandes de renseignements ou de conseils relatifs à des
instruments de placement créés ou non encore créés qui
font ou feront l’objet d’une offre en vente ou en souscription,
lorsque cette communication émane de celui qui est en
mesure d’émettre ou de céder les instruments de placement
concernés ou est effectuée pour son compte, sauf si:
1° l’offre d’instruments de placement, ou les instruments
de placement concernés tombent dans l’une des catégories
visées à l’article 1er, paragraphes 2, 4 ou 5, du Règlement
2017/1129, ou
2° l’autorité compétente pour l’approbation du prospectus
d’offre au public a préalablement été saisie d’une demande
d’approbation ou de dispense de prospectus et ne s’est pas
encore prononcée sur ladite approbation ou demande de
dispense et, lorsque l’offre au public porte sur des instru-
ments de placement émis par un organisme de placement
collectif, soit (i) la FSMA a été préalablement saisie d’une
demande d’inscription conformément à l’article 30 de la loi
du 3 août 2012, ou reçu la notification visée à l’article 93,
paragraphe 3 de la Directive 2009/65/CE, soit (ii) la FSMA
a été préalablement saisie d’une demande d’inscription
conformément à l’article 197 ou à l’article 259 de la loi du
19 avril 2014, ou
3° un prospectus d’offre au public a été dûment approuvé
par la FSMA ou par l’autorité compétente d’un autre État
membre de l’Espace économique européen et les conditions
prévues aux articles 24 à 26 du Règlement 2017/1129 sont
remplies et, lorsque l’offre au public porte sur des instruments
de placement émis par un organisme de placement collectif,
l’organisme en question et, le cas échéant, le compartiment
concerné sont inscrits (i) à la liste visée à l’article 33 ou 149 de
la loi du 3 août 2012, selon le cas, ou (ii) à la liste visée à
l’article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l’article 260 de
cette loi, selon le cas, ou
4° au cas où l’offre tombe dans le champ d’application
du chapitre II du titre III du livre II, une note d’information a
été publiée conformément aux dispositions de la présente
loi et, lorsque l’offre au public porte sur des instruments de
placement émis par un organisme de placement collectif,
l’organisme en question et, le cas échéant, le compartiment
concerné sont inscrits à la liste visée à l’article 200 de la loi
du 19 avril 2014 ou à l’article 260 de cette loi, selon le cas.
Est présumée agir pour le compte de la personne qui est en
mesure d’émettre ou de céder les instruments de placement,
toute personne qui perçoit directement ou indirectement une
rémunération ou un avantage de cette personne à l’occasion
de cette opération.
86
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
BOEK III
BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBETAALBARE
GELDEN
Art. 27
Alleen de volgende personen en instellingen mogen
in België een beroep doen op het publiek teneinde geld-
deposito’s of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op
termijn of met opzegging in te zamelen of in België dergelijke
gelddeposito’s of terugbetaalbare gelden van het publiek in
ontvangst nemen:
1° de kredietinstellingen die opgenomen zijn in de lijst als
bedoeld in artikel 14, artikel 312 of artikel 313 van de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietin-
stellingen en beursvennootschappen;
2° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale
Bank;
3° De Post (Postcheque) en de Deposito- en Consignatiekas;
4° de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 1, § 3,
tweede lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en
het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen,
voor de deposito’s ontvangen overeenkomstig artikel 533 van
de voornoemde wet;
5° de ondernemingen als bedoeld in artikel 2, 2°, van
de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beursvennootschappen, voor de
kapitalisatie-verrichtingen als bedoeld in deze bepaling;
6° de personen, ondernemingen en instellingen die aanbie-
dingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstru-
menten uitbrengen naar aanleiding waarvan terugbetaalbare
gelden worden ontvangen, met naleving van de bepalingen
van deze wet en van Verordening 2017/1129;
7° de landsbonden van ziekenfondsen die onder de wet
vallen van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen
en landsbonden van ziekenfondsen, voor het voorhuwelijks-
sparen als bedoeld in artikel 7, § 4, van de voornoemde wet;
8° de personen en ondernemingen die thesauriebewijzen
aan het publiek aanbieden, overeenkomstig de wet van
22 juli 1991;
9° de kleine vennootschappen, voor de aan hun werk-
nemers in het kader van een investeringsspaarplan toege-
kende winst, die ze verkrijgen in de vorm van een lening
door die werknemers toegekend overeenkomstig de wet van
22 mei 2001 betreffende de werknemers-participatie in het
kapitaal en in de winst van de vennootschappen.
Op advies van de FSMA kan de Koning de criteria vast-
leggen voor het bepalen van het openbaar karakter van de
verrichtingen als bedoeld in het eerste lid.
LIVRE III
DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE DE FONDS
REMBOURSABLES
Art. 27
Seules les personnes et institutions suivantes peuvent faire
appel au public en Belgique en vue de recevoir des dépôts
d’argent ou d’autres fonds remboursables à vue, à terme
ou moyennant un préavis ou recevoir auprès du public en
Belgique de tels dépôts ou fonds remboursables:
1° les établissements de crédit portés sur la liste prévue
à l’article 14, à l’article 312 ou à l’article 313 de la loi du
25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établisse-
ments de crédit et des sociétés de bourse;
2° la Banque Nationale de Belgique et la Banque centrale
européenne;
3° La Poste (Postchèque) et la Caisse des Dépôts et
Consignations;
4° les sociétés de bourse visées à l’article 1er, § 3, alinéa 2,
de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse, pour les
dépôts reçus conformément à l’article 533 de la loi précitée;
5° les entreprises visées à l’article 2, 2°, de la loi du
25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établisse-
ments de crédit et des sociétés de bourse pour les opérations
de capitalisation visées dans cette disposition;
6° les personnes, entreprises et institutions qui procèdent
à des offres en vente ou en souscription d’instruments de
placement au moyen desquels des fonds remboursables sont
récoltés dans le respect des dispositions de la présente loi et
du Règlement 2017/1129;
7° les unions nationales de mutualités régies par la loi du
6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales
de mutualités, pour les opérations d’épargne prénuptiale
visées à l’article 7, § 4, de la loi précitée;
8° les personnes et entreprises qui procèdent à des offres
au public de billets de trésorerie conformément à la loi du
22 juillet 1991;
9° les petites sociétés, pour les bénéfices attribués à leurs
travailleurs, dans le cadre d’un plan d’épargne d’investisse-
ment, et qu’elles reçoivent sous la forme de prêts de la part
de ceux-ci conformément à la loi du 22 mai 2001 relative aux
régimes de participation des travailleurs au capital et aux
bénéfices des sociétés.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir des critères de
détermination du caractère public des opérations visées à
l’alinéa 1er.
87
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Het eerste lid is ook van toepassing wanneer personen
of ondernemingen die in België zijn gevestigd, vanop het
Belgische grondgebied buiten België een beroep doen op het
publiek of bij dit publiek terugbetaalbare gelden inzamelen.
Overdrachten van handelswissels, door endossement
of anderszins, worden gelijkgesteld met de in het eerste lid
bedoelde verrichtingen waarbij gelden in ontvangst worden
genomen.
BOEK IV
TOEZICHT
TITEL I
Bevoegdheden van de FSMA
Art. 28
§ 1. De FSMA heeft het recht om
a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager
van de toelating tot de verhandeling inzonderheid verplichten
om aanvullende informatie in het prospectus of de infor-
matienota op te nemen, indien dat noodzakelijk is voor de
bescherming van de beleggers;
b) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager
van de toelating tot de verhandeling, alsook de personen
onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefe-
nen, te verplichten informatie en documenten te verstrekken;
c) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de uitge-
vende instelling, de aanbieder of aanvrager van de toelating tot
de verhandeling, alsook de financiële tussenpersonen die een
rol vervullen bij een aanbieding aan het publiek of de toelating
tot de verhandeling, te verplichten informatie te verstrekken;
d) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van
de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde
tussenpersonen te bevelen bepaalde maatregelen te treffen
indien zij oordeelt dat een aanbieding aan het publiek of een
toelating tot de verhandeling dreigt te geschieden of geschiedt
onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden omtrent
het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de
vooruitzichten van de uitgevende instelling en/of de aanbieder,
dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsin-
strumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat;
e) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de
verhandeling op te schorten zolang de in d) bedoelde maat-
regelen niet zijn getroffen;
f) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de
verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen
op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om
aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen
van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering
ervan genomen gedelegeerde handelingen;
L’alinéa 1er est également applicable à l’appel au public
et à la collecte de fonds remboursables du public effectués
en dehors de la Belgique à partir du territoire belge par des
personnes ou entreprises établies sur le territoire belge.
Sont assimilées aux opérations de réception de fonds
visées à l’alinéa 1er, les cessions d’effets de commerce dans
le public, par voie d’endossement ou autrement.
LIVRE IV
CONTRÔLE
TITRE IER
Pouvoirs de la FSMA
Art. 28
§ 1er. La FSMA est habilitée
a) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne
qui sollicite l’admission à la négociation qu’il insère dans le
prospectus ou dans la note d’information des informations
complémentaires si la protection des investisseurs l’exige;
b) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui
sollicite l’admission à la négociation et des personnes qui les
contrôlent ou sont contrôlées par eux qu’ils fournissent des
informations et des documents;
c) à exiger des commissaires et des dirigeants de l’émet-
teur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission à
la négociation, ainsi que des intermédiaires financiers inter-
venant dans le cadre d’une offre au public ou de l’admission
à la négociation, qu’ils fournissent des informations;
d) à enjoindre l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite
l’admission à la négociation ou les intermédiaires désignés
par eux de prendre certaines mesures si elle estime qu’une
offre au public ou une admission risque de se faire ou se fait
dans des conditions qui peuvent induire le public en erreur
sur le patrimoine, la situation financière, les résultats ou les
perspectives de l’offreur et/ou de l’émetteur ou sur les droits
attachés aux instruments de placement qui font l’objet de
l’offre ou de l’admission;
e) à suspendre une offre au public ou une admission à
la négociation tant que les mesures visées au d) n’ont pas
été prises;
f) à suspendre une offre au public ou une admission à la
négociation pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus,
chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y
a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règlements
pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et des
actes délégués pris en exécution de celui-ci;
88
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
g) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de
verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde
redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd
op de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan ge-
nomen besluiten en reglementen of Verordening 2017/1129 en
de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
h) de betrokken marktexploitant of MTF- of OTF-exploitant
te bevelen de handel op een gereglementeerde markt, een
MTF of een OTF voor maximaal tien opeenvolgende werk-
dagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen
heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op
de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan ge-
nomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening
2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde
handelingen;
i) de verhandeling op een gereglementeerde markt, een
MTF of een OTF te verbieden wanneer zij vaststelt dat er
een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en
de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen,
alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan
genomen gedelegeerde handelingen;
j) de verspreiding van de reclame en de andere documen-
ten en berichten bedoeld in artikel 21, § 1, op te schorten voor
maximaal tien opeenvolgende werkdagen, telkens wanneer
zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een
inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen, alsook van Verordening
2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde
handelingen;
k) de verspreiding van de reclame en de andere documen-
ten en berichten bedoeld in artikel 21, § 1, te verbieden of te
bevelen dat de verspreiding van de reclame en de andere
documenten en berichten bedoeld in artikel 21, § 1, wordt
ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om
aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze wet en
de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen,
alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan
genomen gedelegeerde handelingen;
l) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager
van de toelating tot de verhandeling op een gereglemen-
teerde markt of de door hen aangestelde tussenpersonen te
bevelen een rechtzetting te publiceren van reclame, andere
documenten of berichten die zijn verspreid met overtreding
van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter
uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
m) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de ver-
spreiding van de conform l) bevolen rechtzetting, indien die
rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is verspreid;
n) elke beslissing openbaar te maken die genomen is over-
eenkomstig d) tot l), tenzij deze openbaarmaking de financiële
markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken
partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen;
g) à interdire une offre au public ou une admission à la
négociation, si elle constate ou a des motifs raisonnables de
soupçonner qu’il y a eu violation des dispositions de la pré-
sente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution
ou du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci;
h) à enjoindre à l’opérateur de marché ou à l’exploitant
de MTF ou d’OTF concerné de suspendre la négociation
sur un marché réglementé, un MTF ou un OTF pendant dix
jours ouvrables consécutifs au plus, chaque fois qu’elle a des
motifs raisonnables de croire qu’il y eu violation de la présente
loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi
que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci;
i) à interdire la négociation sur un marché réglementé,
un MTF ou un OTF, si elle constate qu’il y a eu violation des
dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements
pris pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et
des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
j) à suspendre pendant 10 jours ouvrables consécutifs au
plus la diffusion des communications à caractère promotionnel
et autres documents et avis visés à l’article 21, § 1er chaque
fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y a eu
violation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129 et des
actes délégués pris en exécution de celui-ci;
k) à interdire ou ordonner le retrait de la diffusion des com-
munications à caractère promotionnel et autres documents et
avis visés à l’article 21, § 1er, chaque fois qu’elle a des motifs
raisonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente
loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi
que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci;
l) à ordonner à l’offreur, l’émetteur, la personne qui sollicite
l’admission à la négociation sur un marché réglementé ou
les intermédiaires désignés par eux de diffuser une rectifi-
cation de communications à caractère promotionnel, autres
documents ou avis diffusés en violation de la présente loi
et des arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi
que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci;
m) à procéder le cas échéant elle-même à la diffusion de
la rectification ordonnée conformément au l) si celle-ci n’a
pas été effectuée à l’expiration du délai fixé;
n) à rendre publique toute décision prise conformément
aux d) à l), sauf si cette publicité risquerait de perturber
gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice
disproportionné aux parties en cause;
89
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
o) openbaar te maken dat de uitgevende instelling, de
aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling
of de door hen aangestelde tussenpersonen niet aan hun
verplichtingen voldoen of dat de FSMA gegronde redenen
heeft om aan te nemen dat dit het geval is, tenzij deze open-
baarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te
brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou
berokkenen;
p) de controle van een ter goedkeuring voorgelegd prospec-
tus te schorsen, dan wel een aanbieding van beleggingsinstru-
menten aan het publiek of een toelating tot de verhandeling
te schorsen of te beperken op grond van haar bevoegdheid
om een verbod of beperking op te leggen, die haar werd
verleend bij artikel 42 van Verordening (EU) nr. 600/2014
van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014
betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging
van Verordening (EU) nr. 648/2012, of wanneer de betrokken
financiële instrumenten onder de toepassing vallen van een
ter uitvoering van artikel 30bis, eerste lid, 1°, van de wet van
2 augustus 2002 genomen reglement;
q) de goedkeuring van een prospectus opgesteld door een
bepaalde uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van
een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt gedurende maximaal vijf jaar te weigeren, indien die
uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toe-
lating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
herhaaldelijk en ernstig inbreuk heeft gepleegd op deze wet
en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglemen-
ten of op Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan
genomen gedelegeerde handelingen;
r) over te gaan tot de openbaarmaking van alle essentiële
informatie die van invloed kan zijn op de beoordeling van de
beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aan-
geboden of tot de verhandeling zijn toegelaten, dan wel de
uitgevende instelling ertoe te verplichten hiertoe over te gaan,
om de bescherming van de beleggers of de goede werking
van de markt te garanderen;
s) de verhandeling van effecten op een gereglementeerde
markt, een MTF of een OTF te schorsen, of de marktexploi-
tant of de MTF- of OTF-exploitant ertoe te verplichten dit te
doen, indien hij van oordeel is dat de uitgevende instelling
in een zodanige situatie verkeert dat de voortzetting van de
verhandeling de belangen van de beleggers zou schaden;
t) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter
plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk
document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook
toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan
of deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen alsook Verordening 2017/1129 en de ter
uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen, met
dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet
uitstrekken tot privéwoningen.
ESMA is gemachtigd om deel te nemen aan de in de bepa-
ling onder t) bedoelde inspecties ter plaatse als die gezamen-
lijk worden uitgevoerd met één of meer bevoegde autoriteiten
van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.
o) à rendre public le fait que l’émetteur, l’offreur, la per-
sonne qui sollicite l’admission à la négociation ou les inter-
médiaires désignés par eux ne se conforment pas à leurs
obligations ou que la FSMA a des motifs raisonnables de
le considérer, sauf si cette publicité risquerait de perturber
gravement les marchés financiers ou causerait un préjudice
disproportionné aux parties en cause;
p) à suspendre l’examen d’un prospectus soumis pour
approbation ou suspendre ou restreindre une offre au
public d’instruments de placement ou une admission à la
négociation lorsque la FSMA utilise le pouvoir d’imposer
une interdiction ou une restriction en vertu de l’article 42 du
Règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du
Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments
financiers et modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012 ou
lorsque les instruments financiers concernés tombent dans
le champ d’application d’un règlement pris en application de
l’article 30bis, alinéa 1er, 1° de la loi du 2 août 2002;
q) à refuser l’approbation de tout prospectus établi par un
émetteur ou offreur ou une personne qui sollicite l’admission
à la négociation sur un marché réglementé pour une durée
maximale de cinq ans, lorsque cet émetteur, cet offreur ou
cette personne qui sollicite l’admission à la négociation sur
un marché réglementé a, gravement et de manière répétée,
enfreint la présente loi et les arrêtés et règlements pris pour
son exécution ou le Règlement 2017/1129 et les actes délé-
gués pris en exécution de celui-ci;
r) à divulguer ou exiger de l’émetteur qu’il divulgue toutes
les informations importantes susceptibles d’influer sur
l’évaluation des instruments de placement offerts au public
ou admis à la négociation, afin de garantir la protection des
investisseurs ou le bon fonctionnement du marché;
s) à suspendre ou exiger de l’opérateur de marché ou de
l’exploitant de MTF ou d’OTF qu’il suspende la négociation
de valeurs mobilières sur un marché réglementé, un MTF
ou un OTF lorsqu’il estime que la situation de l’émetteur est
telle que cette négociation serait préjudiciable aux intérêts
des investisseurs;
t) à effectuer des inspections et expertises sur place, à
prendre connaissance et copie sur place de tout document,
fichier et enregistrement et à avoir accès à tout système
informatique, afin de s’assurer du respect des dispositions
de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son
exécution et du Règlement 2017/1129 et des actes délégués
pris en exécution de celui-ci, étant entendu que ces pouvoirs
d’investigation ne s’étendent pas à des habitations privées.
L’ESMA est habilitée à prendre part aux inspections sur
place visées au point t) lorsqu’elles sont menées conjointe-
ment avec une ou plusieurs autorités compétentes d’autres
États membres de l’Espace économique européen.
90
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Als de beslissing betrekking heeft op reclame of andere
documenten en berichten bedoeld in artikel 23, § 1, en diegene
die het initiatief voor de reclame, het document of het bericht
heeft genomen geen woonplaats heeft in België en geen
verant-woordelijke persoon met woonplaats in België heeft
aangewezen, kan de beslissing eveneens worden gericht aan:
1° de uitgever van de geschreven reclame of het geschre-
ven document of bericht of de producent van de audiovisuele
reclame of het audiovisuele bericht;
2° de drukker of de maker, indien de uitgever of de
producent geen woonplaats in België hebben en geen ver-
antwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben
aangewezen;
3° de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust toe
bijdraagt dat de reclame, het document of het bericht uitwer-
king heeft, indien de drukker of de maker geen woonplaats
in België hebben en geen verantwoordelijke persoon met
woonplaats in België hebben aangewezen.
§ 2. De beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden met
een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ter
kennis gebracht van, naar gelang het geval, de uitgevende
instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de
verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen,
alsook aan de betrokken marktondernemingen en desgeval-
lend aan de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde personen.
§ 3. In de in paragraaf 1, f), h) en j), bedoelde gevallen, kan
de FSMA de opschortingsmaatregel of het aan de marktex-
ploitant of aan de MTF- of OTF-exploitant gerichte verzoek
tot opschorting telkens met een periode van maximaal tien
opeenvolgende werkdagen verlengen.
§ 4. De FSMA kan eenieder die zich binnen de door haar
bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens para-
graaf 1 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per
kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch
meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde
bevel.
§ 5. De kosten voor de in paragraaf 1 bedoelde open-
baarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor
rekening van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aan-
vrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen
aangestelde tussenpersonen.
TITEL II
Administratieve maatregelen en sancties
Art. 29
§ 1. Onverminderd de andere, door deze wet bepaalde
maatregelen, kan de FSMA elke persoon op wie de bepalingen
van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, of van Verordening 2017/1129 en de ter
Lorsque la décision porte sur des communications à
caractère promotionnel ou d’autres documents et avis visés
à l’article 23, § 1er, et que celui qui a pris l’initiative de la
communication, du document ou de l’avis en question n’est
pas domicilié en Belgique et n’a pas désigné une personne
responsable ayant son domicile en Belgique, cette décision
peut également être adressée aux personnes suivantes:
1° l’éditeur de la communication à caractère promotionnel,
du document ou de l’avis diffusés sous forme écrite, ou le
producteur de la communication à caractère promotionnel
ou de l’avis diffusés sous forme audiovisuelle;
2° l’imprimeur ou le réalisateur, si l’éditeur ou le producteur
n’ont pas leur domicile en Belgique et n’ont pas désigné une
personne responsable ayant son domicile en Belgique;
3° le distributeur ainsi que toute personne qui contribue
sciemment à ce que la communication à caractère promotion-
nel, le document ou l’avis produise son effet, si l’imprimeur
ou le réalisateur n’ont pas leur domicile en Belgique et n’ont
pas désigné une personne responsable ayant son domicile
en Belgique.
§ 2. Les décisions visées au paragraphe 1er sont notifiées
par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception,
à l’émetteur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à
la négociation ou aux intermédiaires désignés par eux, selon
le cas, et aux entreprises de marché concernées, de même
le cas échéant qu’aux personnes visées au paragraphe 1er,
alinéa 2.
§ 3. Dans les cas visés au paragraphe 1er, f), h) et j), la
FSMA peut renouveler la mesure de suspension ou la de-
mande de suspension adressée à l’opérateur de marché ou
à l’exploitant de MTF ou d’OTF, chaque fois pour une période
de dix jours ouvrables consécutifs au plus.
§ 4. À toute personne qui, à l’expiration du délai fixé par
la FSMA, reste en défaut de se conformer à une injonction
qui lui a été adressée en vertu du paragraphe 1er, la FSMA
peut infliger une astreinte qui ne peut être, par jour calendrier,
supérieure à 50 000 euros, ni, pour la méconnaissance d’une
même injonction, supérieure à 2 500 000 euros.
§ 5. Les mesures de publicité visées au paragraphe 1er sont
opérées, selon le cas, aux frais de l’émetteur, de l’offreur, de
la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou des
intermédiaires désignés par eux.
TITRE II
Mesures et sanctions administratives
Art. 29
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la pré-
sente loi, la FSMA peut fixer à toute personne auxquelles des
dispositions de la présente loi ou des arrêtés et réglements
pris pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des
91
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen van
toepassing zijn, een termijn opleggen waarbinnen hij zich
aan die bepalingen dient te conformeren.
Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in
gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn
middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane
vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van
diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de
aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking
gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de betaling van een dwangsom opleggen die per ka-
lenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag
bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro
mag overschrijden.
§ 2. Onverminderd de andere, door deze wet bepaalde
maatregelen en onverminderd de door andere wetten of
reglementen bepaalde maatregelen, kan de FSMA, indien
zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet en
de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen,
of op de bepalingen van Verordening 2017/1129 en de ter
uitvoering ervan bepaalde gedelegeerde handelingen, een
administratieve geldboete opleggen aan de overtreder.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde administra-
tieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de adminis-
tratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet
meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 3
% van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de
recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is
opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming
is of een dochter-onderneming van de moederonderneming
die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de
betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet,
volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening
als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uit-
eindelijke moederonderneming;
2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de
administratieve boete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten,
niet meer bedragen dan 700 000 euro.
Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opge-
leverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden
vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot
het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.
Art. 30
De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing
van de artikelen 28, § 4, en 29 worden ten voordele van de
Schatkist ingevorderd door de Algemene Administratie van
de Inning en de Invordering.
actes délégués pris en exécution de celui-ci sont applicables,
un délai dans lequel elle doit se conformer à ces dispositions.
Si la personne concernée reste en défaut à l’expiration
du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses
moyens:
1° rendre publique sa position quant aux constatations
faites en vertu de l’alinéa 1er, en précisant l’identité de la
personne responsable de la violation et la nature de celle-ci.
Les frais de cette publication sont à charge de la personne
concernée;
2° imposer le paiement d’une astreinte qui ne peut être,
par jour calendrier de non-respect de l’injonction, supérieure
à 50 000 euros, ni, au total, excéder 2 500 000 euros.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la
présente loi et des mesures définies par d’autres lois ou règle-
ments, la FSMA peut, lorsqu’elle constate une infraction aux
dispositions de la présente loi et des arrêtés et réglements pris
pour son exécution, ou du Règlement 2017/1129 et des actes
délégués pris en exécution de celui-ci, infliger au contrevenant
une amende administrative.
Le montant des amendes administratives visées à l’ali-
néa 1er est déterminé comme suit:
1° dans le cas d’une personne morale, le montant de
l’amende administrative ne peut être supérieur, pour le même
fait ou pour le même ensemble de faits, à 5 000 000 euros,
ou, si le montant obtenu par application de ce pourcentage
est plus élevé, à 3 % du chiffre d’affaire annuel total de la
personne morale tel qu’il ressort des derniers comptes dispo-
nibles établis par l’organe de direction. Lorsque la personne
morale est une entreprise mère ou une filiale de l’entreprise
mère qui est tenue d’établir des comptes financiers conso-
lidés, le chiffre d’affaires annuel total à prendre en considé-
ration est le chiffre d’affaires annuel total, tel qu’il ressort
des derniers comptes consolidés disponibles approuvés par
l’organe de direction de l’entreprise mère ultime;
2° dans le cas d’une personne physique, le montant de
l’amende administrative ne peut être supérieur, pour le même
fait ou pour le même ensemble de faits, à 700 000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a procuré
un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d’éviter
une perte, ce maximum peut être porté au double du montant
de ce profit ou de cette perte.
Art. 30
Les astreintes et amendes imposées en application
des articles 28, § 4, et 29 sont recouvrées au profit du
Trésor par l’Administration générale de la Perception et du
Recouvrement.
92
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
BOEK V
BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN
Art. 31
§ 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke
aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend
beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter
de aankoop van of de inschrijving op beleggingsinstrumenten
nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar
aanleiding van
1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens
Verordening 2017/1129, de prospectusplicht geldt, maar in ver-
band waarmee vooraf geen door de FSMA of de bevoegde au-
toriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische
Ruimte goedgekeurd prospectus is gepubliceerd;
2° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens
artikel 8, de prospectusplicht geldt, maar in verband waar-
mee vooraf geen door de FSMA goedgekeurd prospectus is
gepubliceerd;
3° een in artikel 19 bedoelde aanbieding aan het publiek
waarbij artikel 20 niet werd nageleefd;
4° een in titel V bedoelde aanbieding aan het publiek waar-
bij de bepalingen van artikel 23 niet werden nageleefd door
de persoon met wie of door bemiddeling van wie de belegger
een contract heeft gesloten; of
5° een in hoofdstuk II van titel III van boek II bedoelde
aanbieding aan het publiek, in verband waarmee vooraf geen
informatienota is gepubliceerd.
De bepalingen van het eerste lid, 1°, zijn niet van toepassing
wanneer, voorafgaand aan een aanbieding aan het publiek,
in België een door de bevoegde autoriteit van een andere
lidstaat van de Europese Economische Ruimte goedgekeurd
prospectus wordt gepubliceerd zonder dat artikel 25 van
Verordening 2017/1129, werd nageleefd.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de
aankoop van of de inschrijving op de betrokken beleggingsin-
strumenten geacht het gevolg te zijn van de overtreding van
de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke bepalingen.
Art. 32
Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met
een geldboete van 75 euro tot 15 000 euro of met een van
die straffen alleen wordt gestraft:
1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij
zich krachtens deze wet of Verordening 2017/1129 moet on-
derwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten
te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die
met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten
verstrekt;
LIVRE V
SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES
Art. 31
§ 1er. Sans préjudice du droit commun de la responsabilité
civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à
l’investisseur, le juge annule l’achat ou la souscription d’ins-
truments de placement lorsque cet achat ou cette souscription
a été effectué à l’occasion
1° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation de publier
un prospectus en vertu du Règlement 2017/1129, où il n’y a
pas eu de publication préalable d’un prospectus approuvé
soit par la FSMA soit par l’autorité compétente d’un autre État
membre de l’Espace économique européen;
2° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation de
publier un prospectus en vertu de l’article 8, où il n’y a pas
eu de publication préalable d’un prospectus approuvé par
la FSMA;
3° d’une offre au public visée par l’article 19 où l’ar-
ticle 20 n’a pas été respecté;
4° d’une offre au public visée par le titre V où les disposi-
tions de l’article 23 n’ont pas été respectées par la personne
avec laquelle ou par l’intermédiaire de laquelle l’investisseur
a contracté; ou
5° d’une offre au public visée par le chapitre II du titre III
du livre II, où il n’y a pas eu de publication préalable d’une
note d’information.
Les dispositions de l’alinéa premier, 1°, ne sont pas
applicables lorsqu’un prospectus approuvé par l’autorité
compétente d’un autre état membre de l’Espace économique
européen est publié en Belgique préalablement à une offre
au public sans que l’article 25 du Règlement 2017/1129, n’ait
été respecté.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à
l’investisseur, le dommage causé par l’achat ou la souscrip-
tion des instruments de placement concernés est présumé
résulter de la violation des dispositions légales visées au
paragraphe 1er.
Art. 32
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à un an et
d’une amende de 75 à 15 000 euros, ou d’une de ces peines
seulement:
1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles ils
sont tenus de se soumettre en vertu de la présente loi ou du
Règlement 2017/1129, qui refusent ou omettent de donner
des informations ou documents qu’ils sont tenus de fournir
en vertu de la présente loi ou qui donnent sciemment des
informations ou documents inexacts ou incomplets;
93
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2° eenieder die de artikelen 3 en 20, lid 1, alsook artikel 22,
lid 5, van Verordening 2017/1129 overtreedt, zoals van toepas-
sing verklaard door artikel 8 van deze wet;
3° eenieder die artikel 11 overtreedt;
4° eenieder die de artikelen 20 of 23 overtreedt;
5° eenieder die een beroep doet op het publiek teneinde
gelddeposito’s of andere terugbetaalbare gelden op zicht,
op termijn of met opzegging in te zamelen, en eenieder die
dergelijke gelddeposito’s of terugbetaalbare gelden van het
publiek in ontvangst neemt, zonder daartoe gemachtigd te
zijn door artikel 27;
6° eenieder die een krachtens artikel 28 uitgesproken
opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring van
het prospectus miskent;
7° eenieder die met opzet in België een prospectus, een
informatienota of een aanvulling publiceert met onjuiste of
onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent
het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de
vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of
de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel
omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumen-
ten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de
verhandeling wordt aangevraagd;
8° eenieder die met opzet in België reclame publiceert
met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan
misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het
resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de
aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhande-
ling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleg-
gingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor
toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;
9° eenieder die in België een prospectus of een aanvulling
publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring
van de FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere
lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die
goedkeuring niet werd gegeven;
10° eenieder die met opzet in België een prospectus of
een aanvulling op een prospectus publiceert dat verschilt van
het prospectus of de aanvulling die is goedgekeurd door de
FSMA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van
de Europese Economische Ruimte;
11° eenieder die met opzet in België reclame publiceert
die verschilt van de reclame die door de FSMA krachtens
artikel 23 is goedgekeurd;
12° eenieder die het in artikel 26 bedoelde verbod bewust
miskent.
2° ceux qui contreviennent aux articles 3 et 20, para-
graphe 1er, ainsi qu’à l’article 22, paragraphe 5, du Règlement
2017/1129, tels que rendus applicables par l’article 8 de la
présente loi;
3° ceux qui contreviennent à l’article 11;
4° ceux qui contreviennent aux articles 20 ou 23;
5° ceux qui font appel au public en vue de recevoir des
dépôts d’argent ou d’autres fonds remboursables à vue, à
terme ou moyennant un préavis, et ceux qui reçoivent du
public de tels dépôts ou fonds remboursables, sans y être
autorisés par l’article 27;
6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une
interdiction prononcées en vertu de l’article 28 ou un refus
d’approbation du prospectus;
7° ceux qui publient sciemment en Belgique un prospectus,
une note d’information ou un supplément qui contient des
informations inexactes ou incomplètes qui peuvent induire le
public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les
résultats ou les perspectives de l’offreur, de l’émetteur ou de
la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou sur les
droits attachés aux instruments de placement qui font l’objet
de l’offre ou dont l’admission à la négociation est demandée;
8° ceux qui publient sciemment en Belgique des com-
munications à caractère promotionnel qui contiennent des
informations trompeuses ou inexactes qui peuvent induire le
public en erreur sur le patrimoine, la situation financière, les
résultats ou les perspectives de l’offreur, de l’émetteur ou de
la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou sur les
droits attachés aux instruments de placement qui font l’objet
de l’offre ou dont l’admission à la négociation est demandée;
9° ceux qui rendent public en Belgique un prospectus ou
un supplément en faisant état de l’approbation de la FSMA ou
de l’autorité compétente d’un autre État membre de l’Espace
économique européen alors que celle-ci n’a pas été donnée;
10° ceux qui sciemment rendent public en Belgique un
prospectus ou un supplément, différent de celui qui a été
approuvé par la FSMA ou par l’autorité compétente d’un autre
État membre de l’Espace économique européen;
11° ceux qui sciemment rendent publiques en Belgique
des communications à caractère promotionnel différentes
de celles qui ont été approuvées par la FSMA en vertu de
l’article 23;
12° ceux qui méconnaissent sciemment l’interdiction visée
à l’article 26.
94
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 33
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk
VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de
door deze wet bestrafte misdrijven.
BOEK VI
WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITEL I
WIjzigingen aan het Wetboek
van de Inkomstenbelastingen 1992
Art. 34
In artikel 21, 13°, f), van het Wetboek van de inkomstenbe-
lastingen 1992, ingevoegd door de wet van 18 december 2016,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gere-
glementeerde markt” worden vervangen door de woorden
“de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van
beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsin-
strumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt en Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement
en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat
moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek
worden aangeboden of tot de handel op een gereglemen-
teerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn
2003/71/EG”;
2° de woorden “voornoemde wet van 16 juni 2006” worden
vervangen door de woorden “voornoemde wet van […] 2018
en Verordening 2017/1129”.
Art. 35
In artikel 194ter, § 12, van dezelfde wetboek, ingevoegd
door de wet van 2 augustus 2002 en vervangen door de wet
van 22 december 2003, worden de woorden “de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsin-
strumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen
door de woorden “de wet van […] 2018 op de aanbieding aan
het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gere-
glementeerde markt en met Verordening 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende
het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer ef-
fecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel
op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot
intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”.
Art. 33
Les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans exception
du chapitre VII et de l’article 85, sont applicables aux infrac-
tions punies par la présente loi.
LIVRE VI
DISPOSITIONS MODIFICATIVES
TITRE IER
Modifications au Code des impôts
sur les revenus 1992
Art. 34
À l’article 21, 13°, f), du Code des impôts sur les revenus
1992, inséré par la loi du 18 décembre 2016, les modifications
suivantes sont apportées:
1° les mots “la loi du 16 juin 2006 relative aux offres
publiques d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés” sont remplacés par les mots “la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de placement et
aux admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés et au Règlement 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant
le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs
mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières
à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la
Directive 2003/71/CE”;
2° les mots “la loi du 16 juin 2006 précitée” sont remplacés
par les mots “la loi du […] 2018 et le Règlement 2017/1129
précités”.
Art. 35
À l’article 194ter, § 12, du même code, inséré par la loi
du 2 août 2002 et remplacé par la loi du 22 décembre 2003,
les mots “la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques
d’instruments de placement à la négociation sur des mar-
chés réglementés” sont remplacés par les mots “la loi du
[…] 2018 relative aux offres au public d’instruments de pla-
cement à la négociation sur des marchés réglementés et du
Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre
au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé,
et abrogeant la Directive 2003/71/CE”.
95
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL II
Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële sector
en de financiële diensten
Art. 36
In artikel 2, 42°, van de wet van 2 augustus 2002 betref-
fende het toezicht op de financiële sector en de financiële
diensten, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden
de woorden “artikel 68bis, eerste lid, 1°, van de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbiedingen van beleggings-
instrumenten en de toelating van beleggings-instrumenten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen
door de woorden “artikel 27, eerste lid, 1°, van de wet van […]
2018 op de aanbieding aan het publiek en van beleggingsin-
strumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt”.
Art. 37
In artikel 37sexies, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, in-
gevoegd door de wet van 18 april 2017, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
“2° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van
de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van
beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru-
menten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt,
waarvan de aanbieding
a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht;
b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in
België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers zijn;
c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met een
nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euro;
d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke aan-
bieding effecten aankopen voor een totale tegenwaarde van
ten minste 100 000 euro per belegger”;
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
“3° een beleggingsinstrument als bedoeld in artikel 3 van
de wet van […] 2018 op de aanbieding van beleggingsinstru-
menten aan het publiek en de toelating van beleggingsin-
strumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt, dat door de werkgever of een met hem verbonden
onderneming aan de voormalige of huidige bestuurders of
werknemers aan het publiek wordt aangeboden als bedoeld
in artikel 4, 2°, van dezelfde wet”;
c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
“4° een effect als bedoeld in artikel 2, a), van Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
TITRE II
Modifications à la loi du 2 août 2002
relative à la surveillance du secteur financier
et aux services financers
Art. 36
À l’article 2, 42°, de la loi du 2 août 2002 relative à la sur-
veillance du secteur financier et aux services financiers, inséré
par la loi du 30 juillet 2013, les mots “l’article 68bis, alinéa 1er,
1°, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’ins-
truments de placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés réglementés”
sont remplacés par les mots “l’article 27, alinéa 1er, 1°, de la
loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de placement à
la négociation sur des marchés réglementés”.
Art. 37
À l’article 37sexies, § 2, alinéa 2, de la même loi, inséré
par la loi du 18 avril 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
a) le 2° est remplacé par ce qui suit:
“2° un instrument de placement visé à l’article 3 de la loi
du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de placement
à la négociation sur des marchés réglementés, dont l’offre
a) est adressée uniquement aux investisseurs qualifiés;
b) est adressée à moins de 150 personnes physiques ou
morales, autres que des investisseurs qualifiés, en Belgique;
c) porte sur des instruments de placement dont la valeur
nominale unitaire s’élève au moins à 100 000 euros;
d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces
valeurs pour un montant total d’au moins 100 000 euros par
investisseur et par offre distincte”.;
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
“3° un instrument de placement visé à l’article 3 de la loi
du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de placement à
la négociation sur des marchés réglementés, qui est offert
publiquement aux administrateurs ou aux salariés anciens ou
existants soit par leur employeur, soit par une société liée, au
sens de l’article 4, 2°, de la même loi”;
c) le 4° est remplacé par ce qui suit:
“4° une valeur mobilière visée à l’article 2, a) du Règlement
2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du
96
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/
EG, dat enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit
aan het publiek wordt aangeboden in België in de zin van
artikel 4, 2°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan
het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle-
menteerde markt”.
Art. 38
In artikel 45 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2°,
e, vervangen als volgt:
“e. de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverze-
keringstussenpersonen bedoeld in de wet van 4 april 2014
betreffende de verzekeringen;”;
2° paragraaf 1, eerste lid, 4°, wordt aangevuld met de
bepaling onder c), luidende:
“c. titel 4 van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse
bepalingen, betreffende het aanvullend pensioen voor
bedrijfsleiders;”;
3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een bepaling onder
4°/1 ingevoegd, luidende:
“4°/1 toe te zien op de naleving van:
a. de bepalingen bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet
van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake
de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen;
b. de bepalingen bedoeld in artikel 17, § 1, van de wet van
26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de
thematische volksleningen;”;
4° in paragraaf 1, eerste lid, worden in de bepaling onder
6° de woorden “van de afnemers van financiële producten of
diensten” opgeheven;
5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
“De FSMA heeft eveneens als opdracht, in de mate
waarin de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van
het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en
tot beperking van het gebruik van contanten hierin voorziet,
toe te zien op de naleving door de onderworpen entiteiten
bedoeld in artikel 85, § 1, 4°, van dezelfde wet, van de wet-
telijke en reglementaire of Europeesrechtelijke bepalingen die
strekken tot voorkoming van het gebruik van het financiële
14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre
au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé,
et abrogeant la Directive 2003/71/CE, qui fait l’objet, unique-
ment à partir de son admission à la négociation sur un marché
réglementé ou un système multilatéral de négociation, d’une
offre au public en Belgique au sens de l’article 4, 2° de la loi
du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de placement à
la négociation sur des marchés réglementés”.
Art. 38
À l’article 45 de la même loi, modifié en dernier lieu par
la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le 2°, e, est remplacé par
ce qui suit:
“e. des intermédiaires d’assurance, des intermédiaires à
titre accessoire et des intermédiaires de réassurances visés
par la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances;”;
2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, est complété par un c)
rédigé comme suit:
“c. le titre 4 de la loi du 15 mai 2014 portant des dispositions
diverses, relatif à la pension complémentaire pour dirigeants
d’entreprise;”;
3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, il est inséré un 4°/1 rédigé
comme suit:
“4°/1 de veiller au respect:
a. des dispositions visées à l’article 15, alinéa 1er, de la loi
du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concer-
nant le financement des petites et moyennes entreprises;
b. des dispositions visées à l’article 17, § 1er, de la loi du
26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant
les prêts-citoyen thématiques;”;
4° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 6°, les mots “des utilisateurs
de produits ou services financiers” sont supprimés;
5° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“La FSMA a également pour mission, dans la mesure défi-
nie par la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du
blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à
la limitation de l’utilisation des espèces, de contrôler le res-
pect, par les entités assujetties visées à l’article 85, § 1er, 4°, de
la même loi, des dispositions légales et réglementaires ou de
droit européen qui ont pour objet la prévention de l’utilisation
du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et
97
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van
terrorisme, evenals van de financiering van de proliferatie van
massavernietigingswapens.”.
Art. 39
In artikel 86bis, § 1er, 5°, van dezelfde wet, ingevoegd door
de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “artikel 68bis
van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden
“artikel 27 van de wet van […] 2018”.
Art. 40
In artikel 86ter, § 1er, eerste lid, 3°, van dezelfde wet, in-
gevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden
“artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006” vervangen door
de woorden “artikel 27 van de wet van […] 2018”.
Art. 41
Artikel 121, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, vervangen
door de wet van 1 april 2007, wordt vervangen als volgt:
“1° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld
en die is genomen met toepassing van de bepalingen van
de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het publiek van
beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru-
menten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
en haar uitvoerings-besluiten, of van Verordening 2017/1129
van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017
betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot
de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten
en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering
ervan genomen gedelegeerde handelingen”.
Art. 42
In artikel 125, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, ingevoegd
door de wet van 31 juli 2013 worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° de woorden “, op de wet van 19 april 2014 betreffende
de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun
beheerders” worden ingevoegd tussen de woorden “collectief
beheer van beleggingsportefeuilles” en de woorden “, op de
wet van 16 juni 2006”;
2° de woorden “16 juni 2006” worden vervangen door de
woorden “[…] 2018”;
3° de woorden “, op Verordening 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende
het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer ef-
fecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel
op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot
du financement du terrorisme, ainsi que du financement de
la prolifération des armes de destruction massive.”.
Art. 39
À l’article 86bis, § 1er, 5°, de la même loi, inséré par la loi du
30 juillet 2013, les mots “article 68bis de la loi du 16 juin 2006”
sont remplacés par les mots “article 27 de la loi du […] 2018”.
Art. 40
À l’article 86ter, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la même loi, inséré
par la loi du 30 juillet 2013, les mots “article 68bis de la loi
du 16 juin 2006 ” sont remplacés par les mots “article 27 de
la loi du […] 2018”.
Art. 41
L’article 121, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, remplacé
par la loi du 1er avril 2007, est remplacé par ce qui suit:
“1° contre toute décision susceptible de recours prise en
application des dispositions de la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement et aux admis-
sions d’instruments de placement à la négociation sur des
marchés réglementés et de ses arrêtés d’exécution ou du
Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre
au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un marché réglementé,
et abrogeant la Directive 2003/71/CE, et des actes délégués
pris en exécution de celui-ci”.
Art. 42
À l’article 125, alinéa 1er, 2°, de la même loi, inséré par la loi
du 31 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots “, à la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes
de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires” sont
insérés entre les mots “gestion collective de portefeuilles
d’investisse-ment” et les mots “, à la loi du 16 juin 2006”;
2° les mots “16 juin 2006” sont remplacés par les mots
“[…] 2018 ”;
3° les mots “, du Règlement 2017/1129 du Parlement euro-
péen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus
à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou
en vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation
sur un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/
98
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
intrekking van Richtlijn 2003/71/EG” worden ingevoegd tussen
de woorden “verhandeling op een gereglementeerde markt”
en de woorden “of op de wet van 1 april 2007”.
TITEL III
wijzigingen aan de wet van 1 april 2007
op de openbare overnamebiedingen
Art. 43
In artikel 3, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de
openbare overnamebiedingen, gewijzigd bij de wet van
21 november 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) de bepalingen onder 15° en 16° worden opgeheven;
b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt:
“18° “Verordening 2014/596/EU”: de Verordening 2014/596/
EU van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening
marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/
EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen
2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie”;
c) de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt:
“19° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”;
d) de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt:
“21° “Richtlijn 2014/65/EU”: Richtlijn 2014/65/EU van het
Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende
markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van
Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU”;
e) de bepaling onder 25° wordt vervangen als volgt:
“25° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de aan-
bieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt”.
Art. 44
In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigin-
gen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “of een door de
Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit” opgeheven;
2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende:
CE” sont insérés entre les mots “négociation sur des marchés
réglementés” et les mots “ou à la loi du 1er avril 2007 ”.
TITRE III
Modifications à la loi du 1er avril 2007 relative
aux offres publiques d’acquisition
Art. 43
À l’article 3, § 1er, de la loi du 1er avril 2007 relative
aux offres publiques d’acquisition, modifié par la loi du
21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) les 15° et 16° sont abrogés;
b) le 18° est remplacé par ce qui suit:
“18° “le Règlement 2014/596/UE”: le Règlement 2014/596/
UE du 16 avril 2014 sur les abus de marché (règlement relatif
aux abus de marché) et abrogeant la Directive 2003/6/CE du
Parlement européen et du Conseil et les Directives 2003/124/
CE, 2003/125/CE et 2004/72/CE de la Commission;”;
c) le 19° est remplacé par ce qui suit:
“19° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129
du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admis-
sion de valeurs mobilières à la négociation sur un marché
réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”;
d) le 21° est remplacé par ce qui suit:
“21° “la Directive 2014/65/UE”: la Directive 2014/65/UE du
Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant
les marchés d’instruments financiers et modifiant la Directive
2002/92/CE et la Directive 2011/61/UE”;
e) le 25° est remplacé par ce qui suit:
“25° “la loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement et aux admis-
sions d’instruments de placement à la négociation sur des
marchés réglementés”.
Art. 44
À l’article 5 de la même loi, les modifications suivantes
sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, les mots “ou sur un système multilatéral de
négociation désigné par le Roi” sont abrogés;
2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit:
99
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
“Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden, ook van
toepassing in het geval van een vennootschap waarvan
minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht tot de
verhandeling op een door de Koning op advies van de FSMA
aangeduide multilaterale handelsfaciliteit of een bepaald seg-
ment daarvan zijn toegelaten, met dien verstande dat het in
het eerste lid bedoelde percentage van effecten dan tot 50 %
wordt opgetrokken”;
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de
woorden “van het voorgaande lid” vervangen voor de woorden
“van de voorgaande leden”.
Art. 45
In artikel 6, § 3, eerste lid, van dezelfde wet worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “arti-
kel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woor-
den “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden “arti-
kel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woor-
den “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”.
Art. 46
In artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet wordt een 8°/1 in-
gevoegd, luidende:
“8°/1 afwijken van de bepalingen van titel II van deze wet
voor de openbare overnamebiedingen op effecten als bedoeld
in artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitgevende instelling van
die effecten worden uitgebracht;”.
Art. 47
In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de website
van de bieder en, in voorkomend geval, op de website van
de financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld
om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de
betaling van de prijs.
Het prospectus wordt gepubliceerd op een speciaal daar-
voor bestemde afdeling van de website, die gemakkelijk toe-
gankelijk is bij het bezoeken van de website. Het kan worden
gedownload en afgedrukt, en het heeft een doorzoekbaar
elektronisch formaat dat niet kan worden gewijzigd.”;
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
“§ 2. Indien een effectenhouder daarom verzoekt, wordt
hem door de bieder of de financiële tussenpersonen die de
“L’alinéa 1er est également d’application, dans les mêmes
conditions, dans le cas d’une société dont une partie au moins
des titres avec droit de vote sont admis à la négociation sur un
système multilatéral de négociation, ou un segment déterminé
d’un tel système multilatéral de négociation, désigné par le Roi
sur avis de la FSMA, étant entendu que le seuil de détention
des titres visé à l’alinéa 1er est alors porté à 50 %”;
3° à l’alinéa 2, qui devient l’alinéa 3, les mots “de l’ali-
néa précédent” sont remplacés par les mots “des alinéas
précédents”.
Art. 45
À l’article 6, § 3, alinéa 1er, de la même loi, les modifications
suivantes sont apportées:
a) au 1°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006” sont
remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129”;
b) au 2°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006” sont
remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129”.
Art. 46
À l’article 8, alinéa 2, de la même loi, un 8°/1 est inséré,
rédigé comme suit:
“8°/1 déroger aux dispositions du titre II de la présente loi
en ce qui concerne les offres publiques d’acquisition portant
sur des titres visés à l’article 3, § 1er, 8°, a), ii), lancées par
l’émetteur desdits titres;”.
Art. 47
À l’article 12 de la même loi, les modifications suivantes
sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. Le prospectus est publié sous forme électronique
sur le site web de l’offrant et, le cas échéant, sur celui des
intermédiaires financiers que l’offrant a désignés pour assurer
la réception des acceptations et le paiement du prix.
Le prospectus est publié dans une section dédiée du site
internet, facilement accessible lorsque l’on entre sur ledit site.
Il peut être téléchargé et imprimé; son format électronique
permet les recherches mais pas les modifications.”;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
“§ 2. Un exemplaire du prospectus sur un support du-
rable est fourni au détenteur de titres, gratuitement et à sa
100
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst
van de acceptaties en de betaling van de prijs, kosteloos
een afschrift van het prospectus verstrekt op een duurzame
gegevensdrager. Ingeval een effectenhouder nadrukkelijk om
een afschrift op papier verzoekt, verstrekken de bieder of de
financiële tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld
om te zorgen voor de ontvangst van de acceptaties en de
betaling van de prijs, een gedrukte versie van het prospectus.
De verstrekking van een dergelijk afschrift wordt beperkt tot
de rechtsgebieden waar het bod overeenkomstig deze wet
plaatsvindt.”;
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden “dat het
slechts om één deel van het prospectus gaat en “ingevoegd
tussen de woorden “In elk document wordt aangegeven” en
de woorden “waar de andere samenstellende delen van het
volledige prospectus kunnen worden verkregen.”.
Art. 48
In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
“De samenvatting bevat geen verwijzingen naar an-
dere delen van het prospectus of informatie door middel van
verwijzing”;
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
“De FSMA kan ermee instemmen dat in het prospectus
informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar
één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten,
onder de voorwaarden die in of krachtens artikel 19 van
Verordening 2017/1129 zijn bepaald.”.
Art. 49
Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met een pa-
ragraaf 3, luidende:
“§ 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve afsluiting
van de oorspronkelijk voorziene aanvaardingsperiode van het
bod kan worden gepubliceerd, wordt deze aanvaardingspe-
riode verlengd tot twee werkdagen na de publicatie van de
aanvulling.”.
Art. 50
In artikel 33 van dezelfde wet worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De reclame die wordt verspreid op initiatief van de
bieder, de doelvennootschap of de door hen aangestelde tus-
senpersonen worden pas openbaar gemaakt nadat zij door de
demande, par l’offrant ou les intermédiaires financiers que
l’offrant a désigné pour assurer la réception des acceptations
et le paiement du prix. Si un détenteur de titres demande
expressément un exemplaire sur support papier, l’offrant
ou les intermédiaires financiers que l’offrant a désigné pour
assurer la réception des acceptations et le paiement du prix
fournissent une version imprimée du prospectus. Cette obli-
gation de fourniture ne concerne que les territoires où l’offre
a lieu au titre de la présente loi.”;
3° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots “qu’il ne consti-
tue qu’une partie du prospectus et” sont insérés entre les
mots “Chaque document indique” et les mots “où les autres
éléments constituant le prospectus complet peuvent être
obtenus.”.
Art. 48
À l’article 13 de la même loi, les modifications suivantes
sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé
comme suit:
“Le résumé ne contient pas de renvoi à d’autres parties du
prospectus et n’incorpore pas d’informations par référence.”;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
“La FSMA peut accepter que des informations soient
incluses dans le prospectus par référence, aux conditions pré-
vues par ou en vertu de l’article 19 du Règlement 2017/1129.”.
Art. 49
L’article 17 de la même loi est complété par un para-
graphe 3, rédigé comme suit:
“§ 3. Au cas où le supplément ne peut être publié qu’après
la clôture définitive de la période d’acceptation de l’offre telle
que prévue originellement, celle-ci est prolongée jusque deux
jours ouvrables après la publication du supplément.”.
Art. 50
À l’article 33 de la même loi, les modifications suivantes
sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. Les communications à caractère promotionnel qui
sont diffusées à l’initiative de l’offrant, de la société visée
ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont rendues
101
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten
waarvan sprake in de artikelen 31, §§ 1 tot 5.”;
2° in paragraaf 2 worden de woorden “in § 1 bedoelde
reclame, andere documenten en berichten” vervangen door
de woorden “in paragraaf 1 bedoelde reclame”;
3° in paragraaf 3 worden telkens de woorden “en de andere
documenten en berichten” opgeheven;
4° in paragraaf 4 worden de woorden “en in de andere
documenten en berichten bedoeld in § 1” opgeheven.
Art. 51
Artikel 50, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen
als volgt:
“Art. 50
§ 1. De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten uit
een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten, in het
bijzonder overeenkomstig Richtlijn 2001/34/EG, Verordening
2014/596/EU, Verordening 2017/1129/EU, Richtlijn 2014/65/
EU en Richtlijn 2004/109/EG.”.
TITEL IV
WIjzigingen aan de wet van 3 augustus 2012 betreffende
de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan
de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en
de instellingen voor belegging in schuldvorderingen
Art. 52
In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende
de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan
de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen
voor belegging in schuldvordering, laatst gewijzigd bij de
wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden “of in
het buitenland” geschrapt;
b) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt:
“13° “openbaar aanbod”:
i) een in om het even welke vorm en met om het even welk
middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende
informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aan-
bod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat
te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te
besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing
van effecten via financiële tussenpersonen;
ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of geregle-
menteerde markt die voor het publiek toegankelijk is.”;
publiques qu’après avoir été approuvées par la FSMA, compte
tenu des exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5.”;
2° au paragraphe 2, les mots “communications à caractère
promotionnel, autres documents et avis visés au § 1er” sont
remplacés par les mots “communications à caractère promo-
tionnel visées au paragraphe 1er”;
3° au paragraphe 3, les mots “, autres documents et avis”
sont chaque fois supprimés;
4° au paragraphe 4, les mots “et dans les autres documents
et avis visés au § 1er” sont supprimés.
Art. 51
L’article 50, § 1er, alinéa 1er, de la même loi est remplacé
par ce qui suit:
“Art. 50
§ 1er. La FSMA coopère avec les autres autorités d’un État
membre chargées de contrôler les marchés des capitaux,
en application notamment de la Directive 2001/34/CE, du
Règlement 2014/596/UE, du Règlement 2017/1129/UE, de la
Directive 2014/65/UE et de la Directive 2004/109/CE.”.
TITRE IV
Modifications à la loi du 3 août 2012 relative aux
organismes de placement collectif qui répondent
aux conditions de la Directive 2009/65/CE et
aux organismes de placement en créances
Art. 52
À l’article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux orga-
nismes de placement collectif qui répondent aux conditions
de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement
en créances, modifié pour la dernière fois par la loi du
21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 2°, a), les mots “ou à l’étranger” sont supprimés;
b) le 13° est remplacé par ce qui suit:
“13° par “offre publique”:
i) toute communication adressée, sous quelque forme et
par quelque moyen que ce soit, à des personnes et présen-
tant une information suffisante sur les conditions de l’offre
et sur les titres à offrir de manière à mettre un investisseur
en mesure de décider d’acheter ou de souscrire ces titres.
Cette définition s’applique également au placement de titres
par des intermédiaires financiers;
ii) l’admission aux négociations sur un MTF ou sur un
marché réglementé qui est accessible au public.”;
102
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
c) in de bepaling onder 14° worden de woorden “artikel 3,
13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”;
d) in de bepaling onder 15° worden de woorden “artikel 3,
13°, a), i)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, i)”;
e) de bepaling onder 30 wordt vervangen als volgt:
“30° “verhandeling van effecten van instellingen voor
collectieve belegging”: het openbaar aanbod in de zin van
artikel 3, 13°, i);”;
f) de bepaling onder 44 wordt vervangen als volgt:
“44° “wet van 7 december 2016”: de wet van 7 december 2016
tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op
de bedrijfsrevisoren;”;
g) de bepaling onder 53 wordt vervangen als volgt:
“53° “wet van […] 2018: de wet van […] 2018 op de aan-
bieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;”;
h) een bepaling onder 63° wordt ingevoegd, luidende:
“63° “Verordening 2015/2365”: de Verordening 2015/2365
van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015
betreffende de transparentie van effectenfinancieringstrans-
acties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening
(EU) nr. 648/2012;”;
i) een bepaling onder 64° wordt ingevoegd, luidende:
“64° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;”;
j) een bepaling onder 65 wordt ingevoegd, luidende:
“65° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU)
2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen;”.
Art. 53
In artikel 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door
de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid worden de woor-
den “artikel 3, 13°, a), i)” telkens vervangen door de woorden
“artikel 3, 13°, i)”;
2° in paragraaf 2 worden de woorden “artikel 3, 13, a), ii)”
vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”;
c) au 14°, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés
par les mots “l’article 3, 13°, ii)”;
d) au 15°, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont remplacés
par les mots “l’article 3, 13°, i)”;
e) le 30° est remplacé par ce qui suit:
“30° par “commercialisation de titres d’organismes de pla-
cement collectif”: l’offre publique au sens de l’article 3, 13°, i);”;
f) le 44° est remplacé par ce qui suit:
“44° par “loi du 7 décembre 2016”: la loi du 7 décembre 2016
portant organisation de la profession et de la supervision
publique des réviseurs d’entreprises;”;
g) le 53° est remplacé par ce qui suit:
“53° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres
au public d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;”;
h) un 63° est inséré, rédigé comme suit:
“63° “Règlement 2015/2365 ”: le Règlement (UE) 2015/2365
du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015
relatif à la transparence des opérations de financement sur
titres et de la réutilisation et modifiant le Règlement (UE)
n°648/2012;”;
i) un 64° est inséré, rédigé comme suit:
“64° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129
du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admis-
sion de valeurs mobilières à la négociation sur un marché
réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE;”;
j) un 65° est inséré, rédigé comme suit:
“65° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE) 2017/1131
du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les
fonds monétaires;”.
Art. 53
À l’article 5 de la même loi, modifié pour la dernière fois
par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes sont
apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, les mots “l’article 3,
13°, a), i)” sont chaque fois remplacés par les mots “l’article 3,
13°, i)”;
2° au paragraphe 2, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont
remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”;
103
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
“§ 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder “pro-
fessionele beleggers” verstaan: de gekwalificeerde beleggers
in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129.”;
c) in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden “profes-
sionele cliënten en de in aanmerking komende tegenpartijen”
vervangen door de woorden “professionele beleggers”.
Art. 54
In artikel 70, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd door
de wet van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°,
a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”.
Art. 55
In de aanhef van artikel 71, eerste lid, van dezelfde wet,
gewijzigd door de wet van 19 april 2014 worden de woorden
“artikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden “artikel 3,
13°, i)”.
Art. 56
In artikel 96 van dezelfde wet worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld door een lid, luidende:
“Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot
de bepalingen van Verordening 2015/2365 en Verordening
2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnor-
men die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering
van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”;
2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014,
wordt het woord “85” vervangen door het woord “86”.
Art. 57
In artikel 101, § 1, vierde lid, van dezelfde wet worden
de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953”
vervangen door de woorden “artikel 86, § 1, van de wet van
7 december 2016”.
Art. 58
In artikel 102, eerste lid, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 6 van de wet van 22 juli 1953” vervangen
door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”.
3° au paragraphe 3, l’alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 3. Pour l’application de la présente loi, il y a lieu d’en-
tendre par “investisseurs professionnels”: les investisseurs
qualifiés au sens de l’article 2, e) du Règlement 2017/1129.”;
c) au paragraphe 3, l’alinéa 2, les mots “clients profes-
sionnels et des contreparties éligibles” sont remplacés par
les mots “investisseurs professionnels”.
Art. 54
À l’article 70, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du
19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés
par les mots “l’article 3, 13°, ii)”.
Art. 55
Dans le préambule de l’article 71, alinéa 1er, de la même
loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°,
a), i)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, i)”.
Art. 56
À l’article 96 de la même loi, les modifications suivantes
sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“Le présent chapitre s’applique également en ce qui
concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du
Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes
techniques de règlementation adoptés par la Commission
en exécution de la Directive 2009/65/CE.”;
2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le
mot “85” est remplacé par le mot “86”.
Art. 57
À l’article 101, § 1er, alinéa 4, de la même loi, les mots
“l’article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953 ” sont remplacés
par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016 ”.
Art. 58
À l’article 102, alinéa 1er, de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 6 de la loi du 22 juillet 1953 ” sont remplacés par les mots
“l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016 ”.
104
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 59
In artikel 107, § 3, van dezelfde wet worden de woorden
“artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de
woorden “artikel 86 van de wet van 7 december 2016”.
Art. 60
In artikel 110, derde lid, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden
“artikel 3, 13°, ii)”.
Art. 61
In artikel 111, § 8, van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “van de wet van 16 juni 2016” worden ver-
vangen door de woorden “van Verordening 2017/1129 of van
de wet van […] 2018”;
2° de woorden “overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 16 juni 2006” worden vervangen door de woorden
“overeenkomstig de bepalingen van Verordening 2017/1129
of van de wet van […] 2018”.
Art. 62
Artikel 116, hersteld bij de wet van 25 december 2016,
wordt vervangen als volgt:
“Art. 116
Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van de be-
palingen van Verordening 2015/2365,Verordening 2017/1131
en de verordeningen en technische reguleringsnormen die
door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de
bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”.
Art. 63
In artikel 236 van dezelfde wet worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid
een lid ingevoegd, luidende:
“Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrekking tot
de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening
2017/1131 en de verordeningen en technische reguleringsnor-
men die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering
van de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”;
2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van 19 april 2014,
wordt het woord “85” vervangen door het woord “86”.
Art. 59
À l’article 107, § 3, de la même loi, les mots “l’article 79 de
la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’ar-
ticle 86 de la loi du 7 décembre 2016”.
Art. 60
À l’article 110, alinéa 3 de la même loi, les mots “l’article 3,
13°, a), ii)” sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”.
Art. 61
À l’article 111, § 8, de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
1° les mots “de la loi du 16 juin 2016” sont remplacés par
les mots “du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018”;
2° les mots “avec la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par
les mots “avec le Règlement 2017/1129 ou la loi du […] 2018”.
Art. 62
L’article 116, rétabli par la loi du 25 décembre 2016, est
remplacé par ce qui suit:
“Art. 116
Le présent chapitre est d’application en cas de non-respect
des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement
2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques
de règlementation adoptés par la Commission en exécution
de la Directive 2009/65/CE.”.
Art. 63
À l’article 236 de la même loi, les modifications suivantes
sont apportées:
1° au paragraphe 1er, un alinéa est inséré entre l’alinéa 1er
et l’alinéa 2, rédigé comme suit:
“Le présent chapitre s’applique également en ce qui
concerne les dispositions du Règlement 2015/2365, du
Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et normes
techniques de règlementation adoptés par la Commission
en exécution de la Directive 2009/65/CE.”;
2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014, le
mot “85” est remplacé par le mot “86”.
105
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 64
In artikel 242, § 2, van dezelfde wet worden de woorden
“artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door
de woorden “artikel 86, § 1, van de wet van 7 december 2016”.
Art. 65
In artikel 243, eerste lid, van dezelfde wet worden de woor-
den “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953” vervangen
door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”.
Art. 66
Artikel 255/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van
25 december 2016, wordt vervangen als volgt:
“Art. 255/1
“Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de be-
palingen van Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131
en de verordeningen en technische reguleringsnormen die
door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de
bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.”.
Art. 67
In artikel 260, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, wordt de be-
paling onder 1°, opgeheven bij de wet van 25 december 2016,
als volgt hersteld:
“1 de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder conform
artikel 50, § 1, tweede en derde lid;”.
Art. 68
In artikel 271/2 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet
van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°, a), i)”
vervangen door de woorden ““artikel 3, 13°, i)”.
TITEL V
Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014 betreffende
de alternatieve instellingen voor collectieve belegging
en hun beheerders
Art. 69
In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de
alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun
beheerders, laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 27°, a), worden de woorden “, en die
wordt verricht door de AICB, door de persoon die in staat is om
de effecten over te dragen of voor hun rekening” vervangen
Art. 64
À l’article 242, § 2, de la même loi, les mots “l’article 79,
§ 1er de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots
“l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016”.
Art. 65
À l’article 243, alinéa 1er, de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par
les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”.
Art. 66
L’article 255/1 de la même loi, inséré par la loi du
25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 255/1
Le présent titre est d’application en cas de non-respect
des dispositions du Règlement 2015/2365, du Règlement
2017/1131 ainsi que des règlements et normes techniques
de règlementation adoptés par la Commission en exécution
de la Directive 2009/65/CE.”.
Art. 67
À l’article 260, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, le 1°, abrogé
par la loi du 25 décembre 2016, est rétabli dans la rédaction
suivante:
“1° l’accord écrit conclu avec le dépositaire, conformément
à l’article 50, § 1er, alinéas 2 et 3;”.
Art. 68
À l’article 271/2 de la même loi, inséré par la loi du
19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont remplacés
par les mots “l’article 3, 13°, i)”.
TITRE V
Modifications à la loi du 19 avril 2014 relative
aux organismes de placement collectif alternatifs
et à leurs gestionnaires
Art. 69
À l’article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes
de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,
modifié pour la dernière fois par la loi du 21 novembre 2017,
les modifications suivantes sont apportées:
a) au 27°, a), les mots “, et qui est faite par l’OPCA, par
la personne qui est en mesure de céder les titres ou pour
leur compte” sont remplacés par les mots “; cette définition
106
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
door de woorden “; deze definitie is ook van toepassing op
de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen.”;
b) in de bepaling onder 27°, a), wordt het tweede lid
opgeheven;
c) de bepaling onder 30°, eerste lid, wordt vervangen als
volgt:
“30° “professionele beleggers”: de gekwalificeerde beleg-
gers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129;”;
d) in de bepaling onder 30, tweede lid, worden de woor-
den “professionele cliënten en de in aanmerking komende
tegenpartijen” vervangen door de woorden “professionele
beleggers”;
e) de bepaling onder 72 wordt vervangen als volgt:
“72° “wet van 7 december 2016”: de wet van 7 december
2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht
op de bedrijfsrevisoren;”;
f) de bepaling onder 73 wordt vervangen als volgt:
“73° “wet van 13 maart 2016: de wet van 13 maart 2016
op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en
herverzekeringsondernemingen”;
g) de bepaling onder 80 wordt vervangen als volgt:
“80° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de aan-
bieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;”;
h) in de Franse versie van de bepaling onder 104° worden
de woorden “Règlement 346/2013” vervangen door de woor-
den “Règlement 2015/2365”;
i) een bepaling onder 105 wordt ingevoegd, luidende:
“105° “Verordening 2015/760”: de Verordening (EU) 2015/760
van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015
betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen;”;
j) een bepaling onder 106 wordt ingevoegd, luidende:
“106° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;”;
k) een bepaling onder 107 wordt ingevoegd, luidende:
“107° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU)
2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen;”.
s’applique également au placement de titres par des inter-
médiaires financiers”;
b) au 27°, a), l’alinéa 2 est abrogé;
c) le 30°, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
“30° “investisseurs professionnels”: les investisseurs
qualifiés au sens de l’article 2, e), du Règlement 2017/1129;”;
d) au 30°, alinéa 2, les mots “clients professionnels et des
contreparties éligibles” sont remplacés par les mots “inves-
tisseurs professionnels”;
e) le 72° est remplacé par ce qui suit:
“72° “loi du 7 décembre 2016”: la loi du 7 décembre 2016
portant organisation de la profession et de la supervision
publique des réviseurs d’entreprises;”;
f) le 73° est remplacé par ce qui suit:
“73° “loi du 13 mars 2016: la loi du 13 mars 2016 relative
au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de
réassurance”;
g) le 80° est remplacé par ce qui suit:
“80° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux offres
au public d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;”;
h) dans la version française du 104°, les mots “Règlement
346/2013” sont remplacés par les mots “Règlement 2015/2365
”;
i) un 105° est inséré, rédigé comme suit:
“105° “Règlement 2015/760”: le Règlement (UE) 2015/760
du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 relatif
aux fonds européens d’investissement à long terme;”;
j) un 106° est inséré, rédigé comme suit:
“106° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE) 2017/1129
du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concer-
nant le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs
mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières
à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la
Directive 2003/71/CE;”;
k) un 107° est inséré, rédigé comme suit:
“107° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE) 2017/1131
du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 sur les
fonds monétaires;”.
107
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 70
In artikel 11, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd
door de wet van 25 december 2016, worden de woorden “in
artikel 3, 43°” vervangen door de woorden “in artikel 3, 22°,
van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen
voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden
van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging
in schuldvorderingen”.
Art. 71
Artikel 70 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 70
Indien de AICB een prospectus of een ander informa-
tiedocument moet publiceren overeenkomstig Verordening
2017/1129 of de nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in
artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is aan de in het
prospectus of het informatiedocument opgenomen informatie,
hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus
of het informatiedocument te worden verstrekt.”.
Art. 72
In artikel 117, tweede lid, gewijzigd door de wet van
25 december 2016, worden de woorden “wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “wet van 25 oktober 2016”.
Art. 73
Artikel 208 van dezelfde wet wordt aangevuld met een
paragraaf 8, luidende:
“§ 8. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke
bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen
beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen,
nemen de personen belast met de effectieve leiding van de
beleggingsvennootschap onder toezicht van het wettelijke
bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving
van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en
tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede
en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en
bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en
57 tot 66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering
ervan genomen bepalingen.
Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van
Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van
de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te controleren
of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de
artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1,
eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij
paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en
4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening
231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter
uitvoering ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis
van de genomen passende maatregelen.
Art. 70
À l’article 11, § 2, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi
du 25 décembre 2016, les mots “à l’article 3, 43°” sont rem-
placés par les mots “à l’article 3, 22° de la loi du 3 août 2012
relative aux organismes de placement collectif qui répondent
aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes
de placement en créances”.
Art. 71
L’article 70 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
“Art. 70
Lorsque l’OPCA est tenu de publier un prospectus ou un
autre document d’information conformément au Règlement
2017/1129 ou au droit national, seules les informations
visées à l’article 68 qui s’ajoutent à celles contenues dans le
prospectus ou dans le document d’information doivent être
communiquées séparément ou en tant qu’informations sup-
plémentaires au prospectus ou au document d’information.”.
Art. 72
À l’article 117, alinéa 2, modifié par la loi du 25 décembre
2016, les mots “loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les
mots “loi du 25 octobre 2016”.
Art. 73
L’article 208 de la même loi est complété par un para-
graphe 8, rédigé comme suit:
“§ 8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l’organe
légal d’administration en ce qui concerne la détermination
de la politique générale, tels que prévus par le Code des
sociétés, les personnes chargées de la direction effective
de la société d’investissement prennent, sous la surveillance
de l’organe légal d’administration, les mesures nécessaires
pour assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas
1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et
3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des
articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du
Règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises pour
leur exécution.
Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés,
l’organe légal d’administration de la société d’investisse-
ment doit contrôler au moins une fois par an si la société se
conforme aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2,
alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas
2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à 7 du présent article et des
articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du
Règlement 231/2013, et de l’alinéa 1er du présent paragraphe,
ainsi que des dispositions prises pour leur exécution, et il
prend connaissance des mesures adéquates prises.
108
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
De personen belast met de effectieve leiding lichten min-
stens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de
erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde
bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen
passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende
commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA
bepaalt.”.
Art. 74
Artikel 222, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen
als volgt:
“Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een
AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een prospectus of
een informatienota worden gepubliceerd in de gevallen en
volgens de regels die, naargelang het geval, worden bepaald
in Verordening 2017/1129 of in de wet van […] 2018.”.
Art. 75
In artikel 226 van dezelfde wet wordt het eerste lid, 2°,
wordt aangevuld met de woorden “, of een informatienota
werd gepubliceerd”.
Art. 76
In artikel 261 van dezelfde wet, wordt het eerste lid, 2°,
wordt aangevuld met de woorden “, of een informatienota
werd gepubliceerd”.
Art. 77
In artikel 319, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd door de
wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen
ingevoegd:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden “, en van
de ter uitvoering ervan genomen bepalingen”;
2° in het tweede lid worden de woorden “alsook van de
ter uitvoering ervan genomen bepalingen,” ingevoegd tus-
sen de woorden “en het eerste lid van deze paragraaf,” en de
woorden “en neemt het kennis van de genomen passende
maatregelen”.
Art. 78
Artikel 336 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 336
Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toe-
passing met betrekking tot:
Les personnes chargées de la direction effective font
rapport au moins une fois par an à l’organe légal d’adminis-
tration, à la FSMA et au commissaire agréé sur le respect des
dispositions de l’alinéa 1er du présent paragraphe et sur les
mesures adéquates prises.
Ces informations sont transmises à la FSMA et au com-
missaire agréé selon les modalités que la FSMA détermine.”.
Art. 74
L’article 222, alinéa 2, de la même loi est remplacé par
ce qui suit:
“En cas d’offre publique de titres d’un OPCA, autre que
celle visée à l’alinéa 1er, un prospectus ou une note d’informa-
tion sont rendus publics dans les cas et selon les modalités
prescrites par, selon le cas, le Règlement 2017/1129 ou la loi
du […] 2018.”.
Art. 75
À l’article 226 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est complété
par les mots “, ou une note d’information a été publiée”.
Art. 76
À l’article 261 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est complété
par les mots “, ou une note d’information a été publiée”.
Art. 77
À l’article 319, § 7, de la même loi, inséré par la loi du
25 décembre 2016, les modifications suivantes sont insérées:
1° l’alinéa 1er est complété par les mots “, ainsi que des
dispositions prises pour leur exécution”;
2° à l’alinéa 2, les mots “ainsi que des dispositions prises
pour leur exécution,” sont insérés entre les mots “de l’alinéa 1er
du présent paragraphe,” et les mots “et il prend connaissance
des mesures adéquates prises”.
Art. 78
L’article 336 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
“Art. 336
Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente partie
s’applique en ce qui concerne:
109
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel
IV, deel VIII en deel IX;
2° de bepalingen van Verordening 345/2013, Verordening
346/2013, Verordening 2015/760, Verordening 2015/2365,
Verordening 2017/1131, en de verordeningen en technische
reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen
ter uitvoering van de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU.”.
Art. 79
In artikel 338, § 5, van dezelfde wet wordt het woord “85”
vervangen door het woord “86”.
Art. 80
In artikel 345 van dezelfde wet, laatst gewijzigd door de
wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden “arti-
kel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, artikel 98 van
de wet van 16 februari 2009” vervangen door de woorden
“artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016”;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “hoofd-
stuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet
van 16 februari 2009” vervangen door de woorden “Titel V,
Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016”;
3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden, “arti-
kel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91octiesde-
cies van de wet van 9 juli 1975” vervangen door de woorden
“of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016”.
Art. 81
In artikel 351, § 4, van dezelfde wet worden de woorden
“artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953” vervangen door
de woorden “artikel 86, § 1 van de wet van 7 december 2016”.
Art. 82
In artikel 352, eerste lid, van dezelfde wet worden de woor-
den “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953” vervangen
door de woorden “artikel 6 van de wet van 7 december 2016”.
Art. 83
In artikel 356, § 3, van dezelfde wet worden de woorden
“artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” vervangen door de
woorden “artikel 86 van de wet van 7 december 2016”.
1° les dispositions des parties I, II, du livre I de la partie III,
et des parties IV, VIII et IX;
2° les dispositions du Règlement 345/2013, du Règlement
346/2013, du Règlement 2015/760, du Règlement 2015/2365,
du Règlement 2017/1131, ainsi que des règlements et normes
techniques de règlementation adoptés par la Commission en
exécution de la Directive 2011/61/UE.”.
Art. 79
À l’article 338, § 5, de la même loi, le mot “85” est remplacé
par le mot “86”.
Art. 80
À l’article 345 de la même loi, modifié pour la dernière fois
par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes
sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots “de l’ar-
ticle 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de l’article 98 de
la loi du 16 février 2009” sont remplacés par les mots “de
l’article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016”;
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “, du chapitre
VIIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi du
16 février 2009” sont remplacés par les mots “ou du Titre V,
Chapitre II de la loi du 13 mars 2016 ”;
3° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “, de l’article 98 de
la loi du 16 février 2009 ou de l’article 91octiesdecies de la
loi du 9 juillet 1975” sont remplacés par les mots “ou du Titre
V, Chapitre III de la loi du 13 mars 2016”.
Art. 81
À l’article 351, § 4, de la même loi, les mots “l’article 79,
§ 1er, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots
“l’article 86, § 1er, de la loi du 7 décembre 2016”.
Art. 82
À l’article 352, alinéa 1er de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par
les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”.
Art. 83
À l’article 356, § 3, de la même loi, les mots “l’article 79 de
la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par les mots “l’ar-
ticle 86 de la loi du 7 décembre 2016 ”.
110
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 84
In artikel 357, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden
de woorden “artikel 26” vervangen door de woorden “de ar-
tikelen 26, 208 en 319”.
Art. 85
In artikel 360, § 9, van dezelfde wet, vernummerd bij
de wet van 10 april 2014, worden de woorden “de wet
van 16 juni 2016” telkens vervangen door de woorden “de
Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018”.
Art. 86
Artikel 367 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van
25 december 2016, wordt opgeheven.
TITEL VI
Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014
op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
en beursvennootschappen
Art. 87
In artikel 5, tweede lid, 2,° van de wet van 25 april 2014
op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen worden de woorden “de wet van
16 juni 2006” vervangen door de woorden “de wet van […]
2018”.
Art. 88
In artikel 20, § 1, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
door de wet van 13 maart 2016, wordt de bepaling onder y)
vervangen als volgt:
“y) artikel 32 van de wet van […] 2018 op de aanbieding
aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een ge-
reglementeerde markt;”.
TITEL VII
Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014 betreffende
de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
Art. 89
In artikel 2 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de
gereglementeerde vastgoedvennootschappen, gewijzigd door
de wet van 22 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) de bepaling onder 5°, x, wordt vervangen als volgt:
Art. 84
À l’article 357, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les mots
“article 26” sont remplacés par les mots “articles 26, 208 et
319”.
Art. 85
À l’article 360, § 9, de la même loi, renuméroté par la loi du
10 avril 2014, les mots “de la loi du 16 juin 2016 ” sont chaque
fois remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 ou de
la loi du […] 2018 ”.
Art. 86
L’article 367 de la même loi, modifié par la loi du
25 décembre 2016, est abrogé.
TITRE VI
Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse
Art. 87
À l’article 5, alinéa 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit et des
sociétés de bourse, les mots “de la loi du 16 juin 2006” sont
remplacés par les mots “de la loi du […] 2018”.
Art. 88
À l’article 20, § 1er, 2°, de la même loi, modifié pour la
dernière fois par la loi du 13 mars 2016, le y) est remplacé
par ce qui suit:
“y) à l’article 32 de la loi du […] 2018 relative aux offres
au public d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;”.
TITRE VII
Modifications à la loi du 12 mai 2014 relative
aux sociétés immobilières réglementées
Art. 89
À l’article 2 de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés im-
mobilières réglementées, modifié par la loi du 22 octobre 2017,
les modifications suivantes sont apportées:
a) le 5°, x est remplacé par ce qui suit:
111
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
“x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel […] van
de wet van […] 2018;”;
b) de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt:
“26° “aanbieding aan het publiek”: elke aanbieding aan het
publiek in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van […]2018;”;
c) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt:
“35° “wet van […] juni 2018”: de wet van […] 2018 op de
aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en
de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling
op een gereglementeerde markt”;
d) een bepaling onder 35°/1 wordt ingevoegd, luidende:
“35°/1 “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;”.
Art. 90
Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een
paragraaf 6, luidende:
“§ 6. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 21 en
van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel, is het de promotor
of een in onderling overleg met hem handelend persoon
toegestaan om stemrechtverlenende effecten te verwerven
die het percentage stemrechtverlenende effecten in het bezit
van het publiek onder 30 % doen dalen, mits aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
1° die verwervingen vloeien voort uit:
(a) de aanvaarding door de houders van de betrokken ef-
fecten van een openbare overnamebieding; en
(b) in voorkomend geval, een openbaar uitkoopbod dat on-
middellijk volgt op voornoemde openbare overnamebieding,
die allebei worden uitgevoerd conform de wet van 1 april 2007
op de openbare overnamebiedingen en het koninklijk besluit
van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;
2° naar aanleidingen van die verwervingen bezit de promo-
tor en/of een in onderling overleg met hem handelend persoon
alle stemrechtverlenende effecten van de GVV;
3° de openbare GVV doet afstand van haar vergunning
binnen de maand die volgt op het verstrijken van de aan-
vaardingsperiode van het bod die de promotor en/of de in
onderling overleg met hem handelend perso(o)n(en) in de
mogelijkheid heeft gesteld om alle stemrechtsverlenende
effecten te verwerven.
“x. les certificats immobiliers visés à l’article […] de la loi
du […] 2018;”;
b) le 26° est remplacé par ce qui suit:
“26° par “offre au public”: toute offre au public au sens de
l’article 4, 2°, de la loi du […] 2018;”;
c) le 35° est remplacé par ce qui suit:
“35° par “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;”;
d) un 35°/1 est inséré, rédigé comme suit:
“35°/1 par “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE)
2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier
en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de
l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE;”.
Art. 90
L’article 23 de la même loi est complété par un para-
graphe 6, rédigé comme suit:
“§ 6. Nonobstant les dispositions de l’article 21 et des para-
graphes 3, 4 et 5 du présent article, il est permis au promoteur
ou à une personne agissant de concert avec lui d’effectuer
des acquisitions de titres conférant le droit de vote ayant pour
effet de faire baisser en dessous de 30 % la proportion de ces
titres se trouvant aux mains du public, moyennant le respect
des conditions suivantes:
1° les acquisitions font suite à
(a) l’acceptation par les détenteurs des titres concernés
d’une offre publique d’acquisition; et
(b) le cas échéant, une offre publique de reprise faisant
immédiatement suite à l’offre publique d’acquisition sus-
mentionnée, toutes deux menées conformément à la loi du
1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition et
à l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres publiques
d’acquisition;
2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la personne
agissant de concert avec lui détiennent la totalité des titres
conférant le droit de vote de la SIR;
3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois de l’expi-
ration de la période d’acceptation de l’offre qui a permis au
promoteur et/ou aux personnes agissant de concert avec lui
d’acquérir la totalité des titres conférant le droit de vote.
112
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°,
bedoelde voorwaarden, is paragraaf 3, eerste lid, van toepas-
sing, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV.
Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand van de ver-
gunning voor zover die plaatsvindt na de afsluiting van het in
het eerste lid, 3°, bedoelde bod.”.
Art. 91
In artikel 64, § 8, van dezelfde wet, worden de woorden “de
wet van 16 juni 2016” telkens vervangen door de woorden “de
Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018”.
Art. 92
In artikel 76/11 van dezelfde wet, ingevoegd door de wet
van 22 oktober 2017, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 93
In artikel 77, § 8, tweede lid, van dezelfde wet worden de
woorden “de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woor-
den “Verordening 2017/1129”.
TITEL VIII
Wijziging aan de wet van 13 maart 2016
op het statuut en het toezicht op verzekerings-
of herverzekeringsondernemingen
Art. 94
In artikel 16, tweede lid, 2°, van de wet van 13 maart 2016
op het statuut en het toezicht op verzekerings- of herver-
zekeringsondernemingen worden de woorden “de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsin-
strumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een gereglementeerde markt” vervangen
door de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten
aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking
van Richtlijn 2003/71/EG”.
TITEL IX
Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot regeling
van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en
houdende diverse bepalingen inzake financiën
Art. 95
In artikel 4 van de wet van 18 december 2016 tot regeling
van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en
Au cas où les conditions visées à l’alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, ne
sont pas remplies, le paragraphe 3, alinéa 1er est applicable,
sans préjudice des dispositions du chapitre IV.
L’article 62 n’est pas applicable à la renonciation à l’agré-
ment pour autant que celle-ci ait lieu après la clôture de l’offre
visée à l’alinéa 1er, 3°.”.
Art. 91
À l’article 64, § 8, de la même loi, les mots “de la loi du
16 juin 2016” sont chaque fois remplacés par les mots “du
Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018”.
Art. 92
À l’article 76/11 de la même loi, inséré par la loi du
22 octobre 2017, l’alinéa 1er est abrogé.
Art. 93
À l’article 77, § 8, alinéa 2, de la même loi, les mots “de la loi
du 16 juin 2006 ” sont remplacés par les mots “du Règlement
2017/1129 ”.
TITRE VIII
Modification à la loi du 13 mars 2016
relative au statut et au contrôle des entreprises
d’assurance et de réassurance
Art. 94
À l’article 16, alinéa 2, 2°, de la loi du 13 mars 2016 relative
au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de
réassurance, les mots “de la loi du 16 juin 2006 relative aux
offres publiques d’instruments de placement et aux admis-
sions d’instruments de placement à la négociation sur un mar-
ché réglementé” sont remplacés par les mots “du Règlement
2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier
en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue de
l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”.
TITRE IX
Modifications à la loi du 18 décembre 2016 organisant
la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et
portant des dispositions diverses en matière de finances
Art. 95
À l’article 4 de la loi du 18 décembre 2016 organisant la
reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding et portant
113
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
houdende diverse bepalingen inzake financiën worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 4° worden de woorden “artikel 4 van
de wet van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “arti-
kel 3 van de wet van […] 2018”;
b) in de bepaling onder 9° worden de woorden “arti-
kel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aan-
bieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gere-
glementeerde markt” vervangen door de woorden “artikel 2,
e), van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement
en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat
moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek
worden aangeboden of tot de handel op een gereglemen-
teerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn
2003/71/EG”.
TITEL X
Wijziging aan de wet van 7 december 2016
tot organisatie van het beroep van en het publiek
toezicht op de bedrijfsrevisoren
Art. 96
In artikel 3 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie
van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsre-
visoren wordt de bepaling onder 22° vervangen als volgt:
“22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire kader:
— deze wet;
— de door de Koning ter uitvoering van haar bepalingen
genomen besluiten;
— het Wetboek van Vennootschappen;
— de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen;
— de Verordening (EU) nr. 537/2014;
— de door de Commissie goedgekeurde verordenin-
gen krachtens de bepalingen van Richtlijn 2006/43/EG en
Verordening (EU) nr. 537/2014; en
— de bepalingen van de wet van 18 september 2017 tot
voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van
terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de
ter uitvoering van voornoemde wet van 18 september 2017 ge-
nomen besluiten en reglementen, de uitvoeringsmaatregelen
van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de
Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik
van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of ter-
rorismefinanciering, van Verordening (EU) 2015/847 van het
Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende
bij geldovermakingen te voegen informatie, en van de waak-
zaamheidsplicht waarvan sprake in de bindende bepalingen
betreffende financiële embargo’s, in de mate waarin ze van
des dispositions diverses en matière de finances, les modifi-
cations suivantes sont apportées:
a) au 4°, les mots “article 4 de la loi du 16 juin 2006” sont
remplacés par les mots “article 3 de la loi du […] 2018”;
b) au 9°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de placement et
aux admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés” sont remplacés par les mots
“article 2, e) du Règlement 2017/1129 du Parlement européen
et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à
publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la négociation sur
un marché réglementé, et abrogeant la Directive 2003/71/CE”.
TITRE X
Modification à la loi du 7 décembre 2016
portant organisation de la profession et de
la supervision publique des réviseurs d’entreprises
Art. 96
À l’article 3 de la loi du 7 décembre 2016 portant orga-
nisation de la profession et de la supervision publique des
réviseurs d’entreprises, le 22° est remplacé par ce qui suit:
“22° le cadre législatif et réglementaire applicable:
— la présente loi;
— les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses dispositions;
— le Code des sociétés;
— les normes applicables aux réviseurs d’entreprises;
— le Règlement (UE) n° 537/2014;
— les règlements adoptés par la Commission en vertu
des dispositions de la Directive 2006/43/CE et du Règlement
(UE) n° 537/2014; et
— les dispositions de la loi du 18 septembre 2017 relative
à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement
du terrorisme et à la limitation de l’utilisation des espèces,
des arrêtés et règlements pris pour l’exécution de la loi du
18 septembre 2017 précitée, des mesures d’exécution de la
Directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil
du 20 mai 2015 relative à la prévention de l’utilisation du
système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du
financement du terrorisme, du Règlement (UE) 2015/847 du
Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 sur les
informations accompagnant les transferts de fonds, et les
devoirs de vigilance prévus par les dispositions contraignantes
relatives aux embargos financiers, dans la mesure où elles
114
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
toepassing zijn op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde wet
van 18 september 2017 bedoelde onderworpen entiteiten;”.
TITEL XI
Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017 over
de infrastructuren voor de markten voor financiële
instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/
EU
Art. 97
In artikel 25, § 2, tweede lid, van de wet van 21 november
2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële
instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU
worden de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle-
menteerde markt” vervangen door de woorden “Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG”.
Art. 98
In artikel 26, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid
vervangen als volgt:
“In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°,
deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na
overleg met hem, tegen deze opschorting of uitsluiting ver-
zetten, in het belang van de bescherming van de beleggers,
behoudens wanneer:
1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting van een
afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit de markt-
regels die de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft
goedgekeurd;
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende
effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet
van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van de betrok-
ken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van
de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste
voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft
goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur
uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennoot-
schap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag
wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden
verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de personen
die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg
met hen handelende personen, maximaal 0,5 % vertegen-
woordigen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten
van die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die
sont applicables aux entités assujetties visées à l’article 85,
§ 1er, 6° de la loi du 18 septembre 2017 précitée;”.
TITRE XI
Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative aux
infrastructures des marchés d’instruments financiers
et portant transposition de la Directive 2014/65/UE
Art. 97
À l’article 25, § 2, alinéa 2, de la loi du 21 novembre 2017
relative aux infrastructures des marchés d’instruments finan-
ciers et portant transposition de la Directive 2014/65/UE, les
mots “de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques
d’instruments de placement et aux admissions d’instruments
de placement à la négociation sur un marché réglementé”
sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant
le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs
mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières
à la négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la
Directive 2003/71/CE”.
Art. 98
À l’article 26, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé
par ce qui suit:
“Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préalable-
ment la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui,
s’opposer à cette suspension ou ce retrait dans l’intérêt de
la protection des investisseurs, sauf si:
1° il s’agit de la suspension ou du retrait d’un instrument
dérivé qui découle automatiquement des règles de marché
que la FSMA elle-même a approuvées en application de
l’article 34;
2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de
la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acqui-
sition, et que
a) l’assemblée générale extraordinaire de la société
concernée, statuant aux conditions requises pour la modifica-
tion de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés.
Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans
lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société
et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans
l’ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformé-
ment à l’article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes
détenant le contrôle de la société et les personnes agissant
de concert avec celles-ci, représentent au plus 0,5 % du
total des titres avec droit de vote de cette société, ou ont une
valeur égale ou inférieure à 1 000 000 EUR, sur la base de la
115
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
minder bedraagt dan of gelijk is aan 1 000 000 euro, op basis
van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden
vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA door de
marktexploitant.”
Art. 99
In artikel 49 van dezelfde wet wordt het tweede lid ver-
vangen als volgt:
“Wanneer een marktexploitant die een MTF exploiteert
waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van de in ar-
tikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde
machtiging, voornemens is om een tot de verhandeling op
die MTF toegelaten financieel instrument uit te te sluiten
van de handel, deelt hij dat voornemen vooraf mee aan de
FSMA. De FSMA kan zich, na overleg met hem, daartegen
verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers,
behoudens wanneer
1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid instrument
die automatisch voortvloeit uit de marktregels die de FSMA
zelf met toepassing van deze wet of een uitvoeringsbesluit
van deze wet heeft goedgekeurd; of
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverlenende
effecten van een uitgevende instelling in de zin van de wet
van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van de betrok-
ken vennootschap, die zich uitspreekt met inachtneming van
de voor de wijziging van het maatschappeljk doel vereiste
voorschriften, de uitsluiting van de betrokken effecten heeft
goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de raad van bestuur
uiteen waarom de uitsluiting van belang is voor de vennoot-
schap en haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag
wordt in de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden
verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de personen
die de vennootschap controleren, en de in onderling overleg
met hen handelende personen, maximaal 1 % vertegenwoor-
digen van het totaalaantal stemrechtverlenende effecten van
die vennootschap, of een totale tegenwaarde hebben die
minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, op basis
van het gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden
vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA.”.
Art. 100
In artikel 53, § 3, 3°, van dezelfde wet worden de woorden
“Richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk III van titel IV van de wet
van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG
of in hoofdstuk I van titel III van de wet van […] 2018 op de
moyenne des cours de clôture des trois mois précédant l’infor-
mation préalable de la FSMA par l’opérateur de marché.”.
Art. 99
À l’article 49 de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé par
ce qui suit:
“Lorsque l’opérateur de marché exploitant un MTF pour
lequel le Roi a fait usage de l’habilitation visée à l’article 10,
§ 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de prononcer le retrait
d’un instrument financier admis à la négociation sur ce MTF,
il en informe préalablement la FSMA. La FSMA peut, après
concertation avec lui, s’opposer à ce retrait dans l’intérêt de
la protection des investisseurs, sauf si
1° il s’agit du retrait d’un instrument dérivé qui découle
automatiquement des règles de marché que la FSMA elle-
même a approuvées en application de la présente loi ou d’un
arrêté d’exécution de cette loi; ou
2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote, au sens de
la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acqui-
sition, et que
a) l’assemblée générale extraordinaire de la société
concernée, statuant aux conditions requises pour la modifica-
tion de l’objet social, a approuvé le retrait des titres concernés.
Le conseil d’administration rédige un rapport spécial dans
lequel il justifie l’intérêt que présente le retrait pour la société
et ses différents actionnaires. Ce rapport est annoncé dans
l’ordre du jour et une copie peut en être obtenue conformé-
ment à l’article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes
détenant le contrôle de la société et les personnes agissant de
concert avec celles-ci, représentent au plus 1 % du total des
titres avec droit de vote de cette société, ou ont une valeur
égale ou inférieure à 500 000 EUR, sur la base de la moyenne
des cours de clôture des trois mois précédant la notification
adressée à la FSMA.”.
Art. 100
À l’article 53, § 3, 3°, de la même loi, les mots “la
Directive 2003/71/CE ou au chapitre III du titre IV de la loi
du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “le Règlement
2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en cas d’offre
au public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission
de valeurs mobilières à la négociation sur un marché régle-
menté, et abrogeant la Directive 2003/71/CE ou au chapitre
Ier du titre III de la loi du […] 2018 relative aux offres au public
116
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en
de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling
op een gereglementeerde markt”.
BOEK VII
DIVERSE BEPALING
Art. 101
Blijven van toepassing tot ze uitdrukkelijk worden
opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het open-
baar karakter van de werving van terugbetaalbare gelden; en
2° het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende
bepaalde informatieverplichtingen bij de commercialisering
van financiële producten bij niet-professionele cliënten, met
uitzondering, uitsluitend in verband met de commercialisering
van beleggingsinstrumenten, van de artikelen 11 tot 25 ervan.
BOEK VIII
OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING
Art. 102
De artikelen 10 tot 18 zijn niet van toepassing op de aan-
biedingen aan het publiek waarvan de aanbiedingsperiode
reeds loopt op het ogenblik dat zij in werking treden.
Art. 103
De wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van
beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru-
menten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
wordt opgeheven op de dag waarop Verordening 2017/1129
van toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van
bovenvermelde verordening.
In afwijking van het eerste lid, worden artikel 3, § 2, eerste
lid, e), en tweede lid, artikel 18, § 1, a), i), j) en k), en artikel 42,
2°, van de wet van 16 juni 2006 op 21 juli 2018 opgeheven.
In afwijking van het eerste lid, wordt artikel 18, § 2, a) en g),
van voornoemde wet van 16 juni 2006 opgeheven op de datum
van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 104
§ 1. Deze wet treedt in werking op op de dag waarop
Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald door
artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1,
d’instruments de placement et aux admissions d’instruments
de placement à la négociation sur des marchés réglementés”.
LIVRE VII
DISPOSITION DIVERSE
Art. 101
Restent d’application jusqu’à leur abrogation expresse:
1° l’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère public
de la sollicitation de fonds remboursables; et
2° l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines obliga-
tions en matière d’information lors de la commercialisation de
produits financiers auprès des clients de détail, à l’exception,
exclusivement en ce qui concerne la commercialisation d’ins-
truments de placement, de ses articles 11 à 25.
LIVRE VIII
DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET ENTRÉE EN VIGUEUR
Art. 102
Les articles 10 à 18 ne s’appliquent pas aux offres au
public lorsque la période d’offre est en cours à la date de
leur entrée en vigueur.
Art. 103
La loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d’ins-
truments de placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés réglementés
est abrogée à la date d’entrée en application du Règlement
2017/1129, telle que déterminée par l’article 49, para-
graphe 2 dudit règlement.
Par dérogation à l’alinéa 1er, l’article 3, § 2, alinéa 1er, e), et
alinéa 2, l’article 18, § 1er, a), i), j) et k), et l’article 42, 2°, de la
loi du 16 juin 2006 sont abrogés à la date du 21 juillet 2018.
Par dérogation à l’alinéa 1er, l’article 18, § 2, a) et g), de la
loi du 16 juin 2006 précitée est abrogé au jour de la publication
de la présente loi au Moniteur belge.
Art. 104
§ 1er. La présente loi entre en vigueur à la date d’entrée
en application du Règlement 2017/1129, telle que déterminée
par l’article 49, paragraphe 2 dudit règlement.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er,
117
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1° zijn artikel 7, § 1, de bepalingen van hoofdstuk II van
titel III van boek II, de artikelen 25, § 4, 26, eerste lid, 4°, 31,
§ 1, eerste lid, 5°, 32, 3° en 6°, 33; en
2° de artikelen 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75,
76, 78, 86 en 92,
van toepassing met ingang van 21 juli 2018.
Vanaf 21 juli 2018 en niettegenstaande artikel 57/1 van de
wet van 16 juni 2006, is artikel 60 van dezelfde wet niet langer
van toepassing op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan
het publiek en toelatingen tot de verhandeling.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, treden de artikelen 19, § 2,
3°, 38, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56, 2°,
57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73, 77, 79,
80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 en 99 in werking op de tiende dag
na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De artikelen 67, 68 en 69 tot 72 van de wet van
16 juni 2006 en artikel 125 van de wet van 2 augustus 2002
zijn, wat de in paragrafen 2, eerste lid, 1°, bedoelde bepalin-
gen betreft, van toepassing van zodra zij in werking treden.
1° l’article 7, § 1er, les dispositions du chapitre II du titre III
du livre II, les articles 25, § 4, 26, alinéa 1er, 4°, 31, § 1er, alinéa
1er, 5°, 32, 3° et 6°, 33; et
2° les articles 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71, 75,
76, 78, 86 et 92,
sont d’application dès le 21 juillet 2018.
À compter du 21 juillet 2018 et nonobstant l’article 57/1 de
la loi du 16 juin 2006, l’article 60 de la même loi ne s’applique
plus aux offres publiques et aux admissions à la négociation
visées à l’article 10.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les articles 19, § 2,
3°, 38, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f), h), 56,
2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70, 72, 73,
77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 et 99 entrent en vigueur
le dixième jour suivant la publication de la présente loi au
Moniteur belge.
§ 4. Les articles 67, 68 et 69 à 72 de la loi du 16 juin 2006
et l’article 125 de la loi du 2 août 2002 s’appliquent en ce qui
concerne les dispositions visées au paragraphe 2, alinéa 1er,
1°, dès l’entrée en vigueur de celles-ci.
118
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
119
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
120
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
121
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
122
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
123
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
124
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
125
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
126
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
127
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
128
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
129
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
130
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
131
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
NR. 63.380/2
van 22 mei 2018
Op 24 april 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving,
door de minister van Financiën, belast met bestrijding van de
fi scale fraude verzocht binnen een termijn van dertig dagen
een advies te verstrekken over een voorontwerp van wet “op
de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en
de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling
op een gereglementeerde markt”.
Het voorontwerp is door de tweede kamer onder-
zocht op 22 mei 2018. De kamer was samengesteld
uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en
Patrick Ronvaux, staatsraden, Christian Behrendt, assessor,
en Béatrice Drapier, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Xavier Delgrange, eerste
auditeur-afdelingshoofd. Christophe Verdure, die als expert
opgeroepen is op grond van artikel 82 van de wetten “op de
Raad van State”, gecoördineerde op 12 januari 1973, heeft
eveneens verslag uitgebracht.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse
tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre
Vandernoot.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op
22 mei 2018.
*Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van
artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten “op de Raad van
State”, gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling
Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde
gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond
van het voorontwerp,1 de bevoegdheid van de steller van de
handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanlei-
ding tot de volgende opmerkingen.
ALGEMENE OPMERKING
Bij het voorontwerp worden aan de FSMA enkele bevoegd-
heden van verordenende aard verleend, bijvoorbeeld bij de
artikelen 9, eerste lid, 18, vierde lid, en 23, § 1, tweede lid.
Een dergelijke toewijzing van bevoegdheid met betrekking
tot in essentie technische aangelegenheden zou aanvaard
kunnen worden.
In dat geval zou overeenkomstig artikel 190 van de
Grondwet in het voorontwerp bepaald moeten worden op
welke wijze die bepalingen bekendgemaakt worden, waarbij
voorgeschreven dient te worden dat ze op zijn minst in het
Belgisch Staatsblad opgenomen moeten worden.
1
‡ Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder
“rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen
verstaan.
AVIS DU CONSEIL D’ÉTAT
N° 63.380/2
du 22 mai 2018
Le 24 avril 2018, le Conseil d’État, section de législation,
a été invité par le ministre des Finances, chargé de la Lutte
contre la fraude fi scale à communiquer un avis, dans un délai
de trente jours, sur un avant-projet de loi “relative aux offres
au public d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés”.
L’avant-projet a été examiné par la deuxième chambre le
22 mai 2018. La chambre était composée de Pierre Vandernoot,
président de chambre, Luc Detroux et Patrick Ronvaux,
conseillers d’État, Christian Behrendt, assesseur, et
Béatrice Drapier, greffier.
Le rapport a été présenté par Xavier Delgrange, premier
auditeur chef de section. Christophe Verdure, appelé en
qualité d’expert sur la base de l’article 82 des lois “sur le
Conseil d’État”, coordonnées le 12 janvier 1973, a également
présenté un rapport.
La concordance entre la version française et la ver-
sion néerlandaise a été vérifi ée sous le contrôle de Pierre
Vandernoot.
L’avis, dont le texte suit, a été donné le 22 mai 2018.
Comme la demande d’avis est introduite sur la base de
l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois “sur le Conseil d’État”,
coordonnées le 12 janvier 1973, la section de législation limite
son examen au fondement juridique de l’avant-projet 1, à la
compétence de l’auteur de l’acte ainsi qu’à l’accomplissement
des formalités préalables, conformément à l’article 84, § 3,
des lois coordonnées précitées.
Sur ces trois points, l’avant-projet appelle les observations
suivantes.
OBSERVATION GÉNÉRALE
L’avantprojet contient quelques habilitations à caractère
réglementaire à la FSMA, par exemple aux articles 9, ali-
néa 1er, 18, alinéa 4, et 23, § 1er, alinéa 2.
Pareille attribution de compétence, sur des questions
essentiellement techniques, pourrait être admise.
Il conviendrait alors que l’avantprojet prévoie le mode
de publication de ces dispositifs, qui devrait comprendre
une publication au Moniteur belge, et ce conformément à
l’article 190 de la Constitution.
1
S ’agissant d ’un avantprojet de loi, on entend par
“fondement juridique” la conformité aux normes supérieures.
132
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
BIJZONDERE OPMERKINGEN
Artikel 4
1. In artikel 4, 1°, wordt de FSMA gedefi nieerd als “de
Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, de be-
voegde Belgische autoriteit in de zin van artikel 2, o) van
Verordening 2017/1129”.
Er dient gepreciseerd te worden dat het om de bevoegde
autoriteit gaat die, in de zin van artikel 2, o), van verorde-
ning (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad
van 14 juni 2017 “betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde markt
worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/
EG” “in overeenstemming met artikel 31 van die verordening
aangewezen is”.
2. Artikel 4, 3°, (i), zou duidelijker gesteld kunnen worden
door daarin een defi nitie te geven van het begrip MTF dat
daar voor het eerst gebruikt wordt. Te dien einde kan het
nuttig zijn terug te grijpen naar overweging 13 van verorde-
ning 2017/1129 waarin verwezen wordt naar “multilaterale
handelsfaciliteiten” waarvan MTF de Engelstalige afkorting
is, en naar de defi nitie die vervat is in artikel 3, 10°, van de
wet van 21 november 2017 “over de infrastructuren voor de
markten voor fi nanciële instrumenten en houdende omzetting
van Richtlijn 2014/65/EU”.
3. In de bepaling onder 5°, is het begrip “werkdag in de
banksector” dermate vaag dat er een defi nitie van gegeven
dient te worden, welke defi nitie trouwens eveneens ontbreekt
in verordening 2017/1129.
In voorkomend geval zou de Koning gemachtigd kunnen
worden om die defi nitie te geven, waardoor het voor Hem
mogelijk zou zijn om de defi nitie te wijzigen naar gelang van
de evolutie van de regels en de gebruiken ter zake in de
banksector.
Artikel 6
Gelet op artikel 3, § 1, 5°, schrijve men in paragraaf 3 “fi -
nanciële termijncontracten” in plaats van “futures”.
Artikel 10
Ter wille van de duidelijkheid van de regelgeving zou
paragraaf 6, in aansluiting op wat in de commentaar bij de
bepaling staat, aangevuld moeten worden met de woorden
“in welk geval de regels betreffende het prospectus van
toepassing zijn”.
Zo ook zou het goed zijn om in paragraaf 7 aan het einde
van de bepaling de woorden “in welk geval de regels betref-
fende de informatienota van toepassing zijn” toe te voegen.
OBSERVATIONS PARTICULIÈRES
Article 4
1. L’article 4, 1°, défi nit la FSMA comme “l’Autorité des
services et marchés fi nanciers, autorité compétente belge au
sens de l’article 2, o) du règlement 2017/1129”.
Il y a lieu de préciser qu’il s’agit de l’autorité compétente,
au sens de l’article 2, o), du règlement (UE) n° 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017 “concernant
le prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs
mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la direc-
tive 2003/71/CE”, “désignée conformément à l’article 31 dudit
règlement”.
2. L’article 4, 3°, (i), pourrait être précisé en y défi nissant
la notion de MTF, qui y apparaît pour la première fois. À cette
fi n, il peut être utile de se reporter au considérant n° 13 du
règlement n° 2017/1129, qui fait référence aux “systèmes
multilatéraux de négociation”, dont MTF est l’acronyme en
anglais, et à la défi nition contenue à l’article 3, 10°, de la loi
du 21 novembre 2017 “relative aux infrastructures des mar-
chés d’instruments fi nanciers et portant transposition de la
Directive 2014/65/UE”.
3. Au 5°, la notion de “jour ouvrable dans le domaine
bancaire” est trop incertaine pour pouvoir se passer de
défi nition, par ailleurs absente également dans le règlement
n° 2017/1129.
Le cas échéant, le Roi pourrait être habilité à énoncer cette
défi nition, ce qui Lui permettrait de la modifi er en fonction de
l’évolution des règles et des usages en la matière dans le
secteur bancaire.
Article 6
Au paragraphe 3, compte tenu de l’article 3, § 1er, 5°, il
faut écrire “de contrats fi nanciers à terme” à la place de “de
futures”.
Article 10
Dans un souci de clarté normative, en écho à ce qu’expose
le commentaire de la disposition, le paragraphe 6 devrait être
complété par les mots “, auquel cas les règles relatives au
prospectus sont applicables”.
De même, au paragraphe 7, les mots “, auquel cas les
règles relatives à la note d’information sont applicables”
seraient opportunément ajoutés à la fi n de la disposition.
133
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Artikel 12
Doordat in de tweede zin van paragraaf 1 bepaald wordt
dat de inhoud van de informatienota niet alleen “accuraat, (…)
eerlijk, duidelijk en niet misleidend” maar ook “evenwichtig”
moet zijn, wordt in de tekst gebruikgemaakt van een begrip
waarvan niet duidelijk is wat de meerwaarde ervan is op
normatief vlak, tenzij de strekking ervan verduidelijkt wordt
in de commentaar bij de bepaling.2
Artikel 27
In het eerste lid, 8°, dient de verwijzing naar de wet van
22 juli 1991 aangevuld te worden met de vermelding van het
opschrift van die wet.
BOEK IV
In verband met de beroepen gericht tegen handelingen die
door de FSMA op basis van boek IV gesteld zijn, zou het nuttig
zijn dat in de memorie van toelichting uitleg verstrekt wordt met
name aangaande het in aanmerking nemen van algemene
opmerking 3 die geformuleerd is in advies 39.529/2, dat op
4 januari 2006 gegeven is over een voorontwerp dat geleid
heeft tot de wet van 16 juni 2006 “op de openbare aanbieding
van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggings-
instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt”.ementeerde markt”.ementeerde markt”.3
Artikelen 29, 32 en 39
Uit de artikelen 29, § 2, en 32 van het voorontwerp en uit ar-
tikel 86bis, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002
“betreffende het toezicht op de financiële sector en de
fi nanciële diensten”, dat bij artikel 39 van het voorontwerp
gewijzigd wordt,4 vloeit voort dat dezelfde gedragingen zo-
wel strafrechtelijk als administratief bestraft kunnen worden.
Gelet op de overwegend bestraffende aard ervan, moet de
regeling inzake de administratieve geldboetes bestempeld
worden als een straf in de autonome betekenis die daaraan
gegeven wordt door artikel 6 van het Europees Verdrag voor
de rechten van de mens.
Artikel 33 verwijst naar artikel 85 van het Strafwetboek
en past op de strafrechtelijke straffen in de zin van het in-
terne recht aldus de gemeenrechtelijke regeling inzake de
verzachtende omstandigheden toe. Op die strafrechtelijke
straffen is de gemeenrechtelijke regel inzake het uitstel van
de tenuitvoerlegging van rechtswege van toepassing onder de
voorwaarden bepaald in artikel 8 van de wet van 29 juni 1964
“betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie”.
2
Er wordt voorts opgemerkt dat in artikel 7, lid 2, van
verordening 2017/1129, dat als inspiratiebron gediend heeft voor
deze bepaling, het adjectief “evenwichtig” niet gebruikt wordt.
3
Parl.St. Kamer 2005-06, nr. 51-2344/1, 206 en 207.
4
In artikel 39 dient rekening gehouden te worden met het feit dat
artikel 86bis, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 twee leden
omvat.
Article 12
En énonçant à la deuxième phrase du paragraphe 1er que
le contenu de la note d’information doit être non seulement
“exact, […] loyal, clair et non trompeur” mais également “équi-
libré”, le texte utilise une notion dont la valeur ajoutée sur le
plan normatif n’apparaît pas, sauf à en préciser la portée dans
le commentaire de la disposition 2.
Article 27
À l’alinéa 1er, 8°, il y a lieu de compléter la mention de la loi
du 22 juillet 1991 par celle de son intitulé.
LIVRE IV
S’agissant des recours dirigés contre les actes posés par
la FSMA sur la base du livre IV, il serait utile que l’exposé
des motifs s’explique au regard notamment de la prise en
compte de l’observation générale n° 3 formulée dans l’avis
n° 39.529/2 donné le 4 janvier 2006 sur l’avantprojet devenu la
loi du 16 juin 2006 “relative aux offres publiques d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments de placement
à la négociation sur des marchés réglementés” archés régle-
mentés” archés réglementés” 3
Articles 29, 32 et 39
Il résulte des articles 29, § 2, et 32 de l’avantprojet et de
l’article 86bis, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002
“relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers”, modifi é par l’article 39 de l’avant-projet 4, que de
mêmes comportements peuvent donner lieu à une répression
tant pénale qu’administrative. Compte tenu de son caractère
essentiellement répressif, le dispositif d’amendes adminis-
tratives doit être qualifi é de pénal au sens autonome de
l’article 6 de la Convention européenne des droits de l’homme.
L’article 33, par son renvoi à l’article 85 du Code pénal,
applique aux sanctions pénales, au sens du droit interne, le
régime de droit commun des circonstances atténuantes. Le
droit commun relatif au sursis est applicable de plein droit à
ces sanctions pénales dans les conditions de l’article 8 de
la loi du 29 juin 1964 “concernant la suspension, le sursis et
la probation”.
2
Il est relevé, par ailleurs, que l’article 7, paragraphe 2, du
règlement n° 2017/1129, qui a constitué une source d’inspiration
de cette disposition, ne contient pas l’adjectif “équilibré”.
3
Doc. parl., Chambre, 20052006, n° 51-2344/1, pp. 206 et 207.
4
À l’article 39, il y a lieu de tenir compte du fait que l’article 86bis,
§ 1er, de la loi du 2 août 2002 comprend deux alinéas.
134
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Er wordt niet voorzien in enige vergelijkbare regeling be-
treffende de administratieve geldboetes waarvan sprake is
in artikel 29, § 2, en in artikel 86bis, § 1, eerste lid, 5°, van de
wet van 2 augustus 2002, welke bepaling bij artikel 39 van
het voorontwerp gewijzigd wordt.
In het voorontwerp wordt evenmin iets bepaald in verband
met de noodzaak om elke moeilijkheid aangaande de toepas-
sing ervan te vermijden in het licht van het beginsel “non bis
in idem” in strafzaken dat voortvloeit uit artikel 4 van Protocol
nr. 7 bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens
en uit artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van
de Europese Unie.
In verband met die kwesties wordt verwezen naar de op-
merkingen die geformuleerd zijn in advies 62.383/2 dat gege-
ven is op 7 december 2017 over een voorontwerp dat ontstaan
gegeven heeft aan de wet van 11 maart 2018 “betreffende het
statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de
instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf
van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte
van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen”,
meer in het bijzonder naar opmerkingen 3 en 4 met betrekking
tot de artikelen 148, 161, 230 en 244 van dat voorontwerp5,
met dien verstande dat de verwijzing in dat advies naar de
artikelen 36/8 tot 36/12 van de wet van 22 februari 1998 “tot
vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank
van België” voor voorliggend voorontwerp gelezen moet
worden als een verwijzing naar de artikelen 70 tot 73 van de
wet van 2 augustus 2002.
Artikel 30
De woorden “de Algemene Administratie van de Inning en
de Invordering” moeten vervangen worden door de woorden
“de administratie belast met de inning en de invordering van
de dwangsommen en de geldboetes”.
Artikel 46
De bevoegdheid die bij het ontworpen artikel 8, tweede
lid, 8°/1, van de wet van 1 april 2007 “op de openbare over-
namebiedingen” aan de Koning verleend wordt, is te ruim
doordat Hem daardoor de mogelijkheid geboden wordt om
af te wijken van wetgevende regels zonder dat die bevoegd-
heid afgebakend wordt door criteria op grond waarvan Hij in
die zin kan handelen.
De bepaling moet herzien worden.
5
Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54-2896/1, 324 tot 329. Met betrekking
tot de draagwijdte van het beginsel “non bis in idem”, zoals die
blijkt uit de recente rechtspraak van het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens, wordt eveneens verwezen naar advies
63.192/2, dat op 19 april 2018 gegeven is over het voorontwerp
van wet “betreffende de bescherming van natuurlijke personen
met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens”, meer
in het bijzonder naar de opmerking onder artikel 242.
Aucun dispositif comparable n’est prévu pour ce qui
concerne les amendes administratives prévues par l’article 29,
§ 2 et l’article 86bis, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002,
modifi é par l’article 39 de l’avantprojet.
De même, l’avantprojet est muet quant à la nécessité
d’éviter toute difficulté d’application au regard du principe
“non bis in idem” en matière pénale qui résulte de l’article 4 du
Protocole n° 7 à la Convention européenne des droits de
l’homme et de l’article 50 de la Charte des droits fondamen-
taux de l’Union européenne.
Il est renvoyé sur ces questions aux observations formu-
lées dans l’avis n° 62.383/2 donné le 7 décembre 2017 sur
l’avantprojet devenu la loi du 11 mars 2018 “relative au statut et
au contrôle des établissements de paiement et des établisse-
ments de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de pres-
tataire de services de paiement, et à l’activité d’émission de
monnaie électronique, et à l’accès aux systèmes de paiement”,
spécialement aux observations nos 3 et 4 sur les articles 148,
161, 230 et 244 de cet avantprojet 5, étant entendu que la
référence faite dans cet avis aux articles 36/8 à 36/12 de la
loi du 22 février 1998 “fi xant le statut organique de la Banque
Nationale de Belgique” doit se lire pour le présent avantprojet
comme faite aux articles 70 à 73 de la loi du 2 août 2002.
Article 30
Les mots “l’Administration générale de la Perception et
du Recouvrement” seront remplacés par les mots “l’admi-
nistration chargée de la perception et du recouvrement des
astreintes et des amendes”.
Article 46
L’habilitation conférée au Roi par l’article 8, alinéa 2, 8°/1,
en projet, de la loi du 1er avril 2007 “relative aux offres publics
d’acquisition”, en ce qu’elle Lui permet de déroger à des règles
de niveau législatif sans l’encadrer de critères Lui permettant
d’agir en ce sens, est excessive.
La disposition sera revue.
5
Doc. parl., Chambre, 20172018, n° 542896/1, pp. 324 à 329. Sur
la portée du principe “non bis in idem”, telle qu’elle résulte de
la jurisprudence récente de la Cour européenne des droits de
l’homme, il est également renvoyé à l’avis n° 63.192/2 donné le
19 avril 2018 sur l’avant-projet de loi “relatif à la protection des
personnes physiques à l’égard des traitements de données à
caractère personnel”, spécialement à l’observation formulée
sous l’article 242.
135
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Artikel 55
De woorden “de aanhef” moeten vervangen worden door
de woorden “de inleidende zin”.
Artikel 104
In paragraaf 2, eerste lid, schrijve men “treden (…) in wer-
king op 21 juli 2018”.6
De griffier,
De voorzitter,
BÉATRICE DRAPIER
PIERRE VANDERNOO T
6
In die zin: paragraaf 4, in fine, van hetzelfde artikel 104.
Article 55
Les mots “le préambule” doivent être remplacés par les
mots “la phrase liminaire”.
Article 104
Dans la partie fi nale du paragraphe 2, alinéa 1er, il convient
d’écrire “entrent en vigueur le 21 juillet 2018” 6.
Le greffier,
Le président,
BÉATRICE DRAPIER
PIERRE VANDERNOO T
6
En ce sens, le paragraphe 4, in fine, du même article 104.
136
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
WETSONTWERP
FILIP,
KONING DER BELGEN,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
ONZE GROET.
Op de voordracht van de minister van Economie en
Consumenten en de minister van Financiën,
HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ:
De minister van Economie en Consumenten en de
minister van Financiën zijn ermee belast in Onze naam
bij de Kamer van volksvertegenwoordigers het ontwerp
van wet in te dienen waarvan de tekst hierna volgt:
BOEK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de grondwet.
Art. 2
Deze wet voorziet inzonderheid in de tenuitvoer-
legging van (a) Verordening (EU) 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017
betreffende het prospectus dat moet worden gepubli-
ceerd wanneer effecten aan het publiek worden aan-
geboden of tot de handel op een gereglementeerde
markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn
2003/71/EG en (b) Verordening (EU) 2017/1131 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake
geldmarktfondsen.
PROJET DE LOI
PHILIPPE,
ROI DES BELGES,
À tous, présents et à venir,
SALUT.
Sur la proposition du ministre de l’Économie et des
Consommateurs et du ministre des Finances,
NOUS AVONS ARRÊTÉ ET ARRÊTONS:
Le ministre de l’Économie et des Consommateurs et
le ministre des Finances sont chargés de présenter en
Notre nom à la Chambre des représentants le projet de
loi dont la teneur suit:
LIVRE IER
DISPOSITIONS GÉNÉRALES
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’ar-
ticle 74 de la constitution.
Art. 2
La présente loi assure notamment la mise en
œuvre (a) du Règlement (UE) 2017/1129 du Parlement
européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs
mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobi-
lières à la négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE et (b) du Règlement
(UE) 2017/1131 du Parlement européen et du Conseil
du 14 juin 2017 sur les fonds monétaires.
137
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
BOEK II
AANBIEDINGEN VAN
BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK
TITEL I
Definities
Art. 3
§ 1. Voor de toepassing van deze wet en de ter uit-
voering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt
verstaan onder “beleggingsinstrumenten”:
1° effecten;
2° geldmarktinstrumenten;
3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrek-
king hebben op roerende of onroerende goederen, die
zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereni-
ging, onverdeeldheid of groepering, waarbij de houders
van die rechten niet het privatief genot hebben van die
goederen, en waarvan het collectief beheer wordt op-
gedragen aan één of meer personen die beroepshalve
optreden;
4° rechten die het mogelijk maken een financiële
belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrecht-
streeks betrekking hebben op een of meer roerende
goederen of op een agrarische exploitatie, die zijn
ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging,
onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief
beheer wordt opgedragen aan één of meer personen
die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten
voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke
en volledige levering in natura van de goederen. De
Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na advies
van de FSMA, de soorten goederen beoogd in dit punt,
uitbreiden of beperken;
5° financiële termijncontracten (“futures”), met in-
begrip van deze die worden afgewikkeld in contanten;
6° rentetermijncontracten (“forward rate agreements”);
7° rente- en valuta-swapcontracten en swapcon-
tracten betreffende aan aandelen of aandelenindexen
gekoppelde kasstromen (“equity swaps”);
8° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere
optiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel
bedoelde beleggingsinstrumenten, inzonderheid via
inschrijving of omruiling, te verwerven of over te dragen,
LIVRE II
DES OFFRES AU PUBLIC
D’INSTRUMENTS DE PLACEMENT
TITRE IER
Définitions
Art. 3
§ 1er. Pour l’application de la présente loi et des arrê-
tés et règlements pris pour son exécution, on entend
par “instruments de placement”:
1° les valeurs mobilières;
2° les instruments du marché monétaire;
3° les droits portant directement ou indirectement sur
des biens meubles ou immeubles, organisés en asso-
ciation, indivision ou groupement, de droit ou de fait, ne
conférant pas aux titulaires de ces droits la jouissance
privative de ces biens dont la gestion, organisée col-
lectivement, est confiée à une ou plusieurs personnes
agissant à titre professionnel;
4° les droits qui permettent d’effectuer un investis-
sement de type financier et qui portent directement ou
indirectement sur un ou plusieurs biens meubles ou
sur une exploitation agricole, organisés en association,
indivision ou groupement de droit ou de fait, et dont la
gestion, organisée collectivement, est confiée à une ou
plusieurs personnes agissant à titre professionnel, sauf
si ces droits comprennent une livraison inconditionnelle,
irrévocable et intégrale des biens en nature. Le Roi peut,
par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, étendre ou
restreindre les types de biens visés au présent point;
5° les contrats financiers à terme (“futures”), y compris
ceux dont le règlement s’effectue en espèces;
6° les contrats à terme sur taux d’intérêt (“forward
rate agreements”);
7° les contrats d’échange (“swaps”) sur taux d’intérêt
ou devises et les contrats d’échange sur des flux liés à
des actions ou à des indices d’actions (“equity swaps”);
8° les contrats d’options sur devises et sur taux
d’intérêt et tous les autres contrats d’options visant à
acquérir ou à céder, notamment par voie de souscription
ou d’échange, des instruments de placement visés au
138
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
met inbegrip van de optiecontracten die worden afgewik-
keld in contanten;
9° afgeleide contracten op edele metalen en
grondstoffen;
10° contracten die rechten vertegenwoordigen op
andere beleggingsinstrumenten dan effecten;
11° alle andere instrumenten die het mogelijk maken
een financiële belegging uit te voeren, ongeacht de
onderliggende activa.
§ 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleg-
gingsinstrumenten in de zin van paragraaf 1:
1° gelddeposito’s geworven of ontvangen door instel-
lingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, 1° tot 5° en 7°;
2° deviezen, edele metalen en grondstoffen;
3° overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 3 van
richtlijn 2009/138/EU van het Europees Parlement en de
Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot
en uitoefening van het verzekerings- en het herverzeke-
ringsbedrijf, gesloten door verzekeringsondernemingen.
Art. 4
Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoe-
ring ervan genomen besluiten en reglementen wordt
verstaan onder:
1° “FSMA”: de Autoriteit voor Financiële Diensten en
Markten, die, overeenkomstig artikel 31 van Verordening
2017/1129, is aangewezen als bevoegde Belgische
autoriteit in de zin van artikel 2, o), van die Verordening;
2° “aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het
publiek”: een in om het even welke vorm en met om
het even welk middel tot personen gerichte medede-
ling waarin voldoende informatie over de voorwaarden
van de aanbieding en de aangeboden effecten wordt
verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop
van of inschrijving op deze beleggingsinstrumenten te
besluiten. Deze definitie is ook van toepassing op de
plaatsing van beleggingsinstrumenten via financiële
tussenpersonen.
Een kosteloze toewijziging van beleggingsinstrumen-
ten is geen aanbieding aan het publiek;
présent article, y compris les contrats d’option dont le
règlement s’effectue en espèces;
9° les contrats dérivés sur métaux précieux et
matières premières;
10° les contrats représentatifs de droits sur des instru-
ments de placement autres que les valeurs mobilières;
11° tous les autres instruments permettant d’effectuer
un investissement de type financier, quels que soient
les actifs sous-jacents.
§ 2. Les instruments suivants ne sont toutefois pas des
instruments de placement au sens du paragraphe 1er:
1° les dépôts d’argent sollicités ou reçus par des éta-
blissements ou institutions visés à l’article 28, alinéas
1er, 1° à 5°, et 7 °;
2° les devises, métaux précieux et matières
premières;
3° les contrats visés par l’article 2, § 3 de la directive
2009/138/UE du Parlement européen et du Conseil du
25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assu-
rance et de la réassurance et leur exercice, conclus par
des entreprises d’assurance.
Art. 4
Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et
règlements pris pour son exécution, il y a lieu d’entendre
par:
1° “FSMA”: l’Autorité des services et marchés finan-
ciers, autorité compétente belge au sens de l’article 2, o)
du Règlement 2017/1129, désignée conformément à
l’article 31 dudit règlement;
2° “offre au public d’instruments de placement”: une
communication adressée sous quelque forme et par
quelque moyen que ce soit à des personnes et pré-
sentant une information suffisante sur les conditions de
l’offre et sur les instruments de placement à offrir, de
manière à mettre un investisseur en mesure de décider
d’acheter ou souscrire ces instruments de placement.
Cette définition s’applique également au placement
d’instruments de placement par des intermédiaires
financiers.
Ne constituent pas des offres au public les attributions
à titre gratuit d’instruments de placement;
139
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3° “reclame”: een mededeling met beide volgende
kenmerken:
(i) zij heeft betrekking op een specifieke aanbieding
van beleggingsinstrumenten aan het publiek of op een
toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt of een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door
de Koning aangeduide MTF;
(ii) zij is er specifiek op gericht de mogelijke inschrij-
ving op of verwerving van beleggingsinstrumenten te
promoten;
4° “marktexploitant”: een marktexploitant in de zin van
artikel 3, 3°, van de wet van 21 november 2017 over de
infrastructuren voor de markten voor financiële instru-
menten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU;
5° “werkdag”: inzonderheid voor de toepassing van
artikel 2, t), van Verordening 2017/1129, een werkdag in
de banksector, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen
en feestdagen. De Koning kan het begrip “werkdag in
de banksector” definiëren;
6° “bemiddeling”: elke tussenkomst ten aanzien van
beleggers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en
in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleg-
gingsinstrumenten voor rekening van de aanbieder of de
uitgevende instelling, tegen een vergoeding of voordeel
van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks
verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling;
7° “vastgoedcertificaten”: de schuldinstrumenten
die rechten incorporeren op de inkomsten, op de op-
brengsten en op de realisatiewaarde van één of meer
bij de uitgifte van de certificaten bepaalde onroerende
goederen. De schepen en luchtvaartuigen worden ge-
lijkgesteld met onroerende goederen.
8° “wet van 2 augustus 2002”: de wet van 2 augustus
2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en
de financiële diensten;
9° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde
markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn
2003/71/EG.
3° “communication à caractère promotionnel”: toute
communication revêtant les deux caractéristiques
suivantes:
(i) relative à une offre spécifique d’instruments de
placement au public ou à une admission à la négociation
sur un marché réglementé ou un MTF désigné par le
Roi en application de l’article 10, § 1er, 3°;
(ii) visant à promouvoir spécifiquement la souscription
ou l’acquisition potentielles d’instruments de placement;
4° “opérateur de marché”: un opérateur de marché
au sens de l’article 3, 3°, de la loi du 21 novembre 2017
relative aux infrastructures des marchés d’instruments
financiers et portant transposition de la directive
2014/65/UE;
5° “jour ouvrable”: aux fins notamment de l’applica-
tion de l’article 2, t), du Règlement 2017/1129, un jour
ouvrable dans le domaine bancaire, à l’exception des
samedis, dimanches et jours fériés. Le Roi peut définir
la notion de jour ouvrable dans le domaine bancaire;
6° “intermédiation”: toute intervention, même tempo-
raire ou accessoire, et en quelque qualité que ce soit,
à l’égard d’investisseurs dans le placement d’instru-
ments de placement pour le compte de l’offreur ou de
l’émetteur, contre rémunération ou avantage de quelque
nature que ce soit et octroyé directement ou indirecte-
ment par l’offreur ou l’émetteur;
7° “certificats immobiliers”: les titres de créance
incorporant des droits sur les revenus, produits et
prix de réalisation d’un ou plusieurs biens immobiliers
déterminés lors l’émission des certificats. Les navires
et aéronefs sont assimilés à des immeubles.
8° “loi du 2 août 2002”: la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur financier et aux services
financiers;
9° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE)
2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en
cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue
de l’admission de valeurs mobilières à la négociation
sur un marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE.
140
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 5
De begrippen gedefinieerd door Verordening
2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gede-
legeerde handelingen hebben dezelfde betekenis voor
de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen.
TITEL II
Toepassingsgebied
Art. 6
§ 1. Onverminderd paragrafen 2 en 3 is dit boek van
toepassing op de wijze die in elke titel wordt verduidelijkt.
§ 2. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de
voorwaarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de be-
palingen van dit boek niet van toepassing verklaren op:
1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsin-
strumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling
op Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt,
indien deze toelatingen worden aangevraagd door de
marktexploitant, en
2° aanbiedingen aan het publiek verricht op het
Belgische grondgebied door de kredietinstellingen of
de beleggingsondernemingen die Hij bepaalt, van door
Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effec-
ten zijn, voor zover deze instrumenten zijn toegelaten
tot de verhandeling op de gereglementeerde markten
die Hij bepaalt.
§ 3. Dit boek treft geen regeling voor de toelatingen
van optiecontracten en futures tot de verhandeling op
een Belgische gereglementeerde markt wanneer die
toelatingen tot de verhandeling worden gevraagd door
de marktexploitant die de betrokken gereglementeerde
markt organiseert.
Art. 5
Les termes définis par le Règlement 2017/1129 et
par les actes délégués pris en exécution de celui-ci
ont la même signification aux fins de l’application de
la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour
son exécution.
TITRE II
Champ d’application
Art. 6
§ 1er. Sans préjudice des paragraphes 2 et 3, le
présent livre s’applique de la manière précisée dans
chacun de ses titres.
§ 2. Sur avis de la FSMA, le Roi peut, aux conditions
qu’Il détermine, déclarer tout ou partie des dispositions
du présent livre inapplicables:
1° aux admissions à la négociation sur des marchés
réglementés belges qu’Il détermine d’instruments de
placement qui ne sont pas des valeurs mobilières, qu’Il
détermine, lorsque ces admissions sont demandées par
l’opérateur de marché, et
2° aux offres au public, effectuées sur le territoire
belge, par les établissements de crédit ou les entre-
prises d’investissement qu’Il détermine, d’instruments
de placement autres que des valeurs mobilières qu’Il
détermine, pour autant que ces instruments soient
admis à la négociation sur les marchés réglementés
qu’Il détermine.
§ 3. Le présent livre ne règle pas les admissions à la
négociation sur un marché réglementé belge de contrats
d’options et de contrats financiers à terme lorsque ces
admissions à la négociation sont demandées par l’opé-
rateur de marché qui organise le marché réglementé
concerné.
141
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL III
Het prospectus en de informatienota
HOOFDSTUK I
Verplichting om een prospectus te publiceren
Art. 7
§ 1. De aanbiedingen aan het publiek van beleggings-
instrumenten worden vrijgesteld van de prospectusplicht
voor zover:
1° die aanbiedingen, indien zij betrekking hebben
op effecten, niet het voorwerp uitmaken van een ken-
nisgeving als bedoeld in artikel 25 van Verordening
2017/1129; en
2° de totale tegenwaarde van die aanbiedingen in de
Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan:
(a) een bedrag van 5 000 000 euro, berekend over
een periode van twaalf maanden; of
(b) een bedrag van 8 000 000 euro, berekend over een
periode van twaalf maanden, voor zover de aanbieding
betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die zijn of
zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op
advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF.
§ 2. De artikelen 8 en 9 zijn van toepassing:
1° op de aanbiedingen aan het publiek van beleg-
gingsinstrumenten die geen effecten zijn en waar-
van de totale tegenwaarde in de Unie meer dan
5 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode
van twaalf maanden;
2° op de aanbiedingen aan het publiek van andere
beleggingsinstrumenten dan effecten die zijn of zul-
len worden toegelaten tot de verhandeling op een op
advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF,
en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan
8 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode
van twaalf maanden;
3° op de toelatingen van andere beleggingsin-
strumenten dan effecten tot de verhandeling op een
Belgische gereglementeerde markt.
Art. 8
De bepalingen van Verordening 2017/1129 zijn muta-
tis mutandis van toepassing op aanbiedingen aan het
TITRE III
Le prospectus et la note d’information
CHAPITRE IER
Obligation de publier un prospectus
Art. 7
§ 1er. Les offres au public d’instruments de placement
sont exemptées de l’obligation de publier un prospectus
à condition que:
1° au cas où elles portent sur des valeurs mobilières,
ces offres ne fassent pas l’objet d’une notification
conformément à l’article 25 du Règlement 2017/1129; et
2° le montant total de ces offres dans l’Union soit
inférieur ou égal:
(a) à un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une
période de douze mois; ou
(b) à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur une
période de douze mois, dans la mesure où l’offre porte
sur des instruments de placement admis ou à admettre
à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis
de la FSMA.
§ 2. Les articles 8 et 9 s’appliquent:
1° aux offres au public d’instruments de placement
autres que des valeurs mobilières dont le montant
total dans l’Union est supérieur à un montant de
5 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
2° aux offres au public d’instruments de placement
autres que des valeurs mobilières, admis ou à admettre
à la négociation sur un MTF désigné par le Roi sur avis
de la FSMA, dont le montant total dans l’Union est
supérieur à un montant de 8 000 000 euros, calculé sur
une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d’instruments
de placement autres que des valeurs mobilières sur un
marché réglementé belge.
Art. 8
Les dispositions du Règlement 2017/1129 s’ap-
pliquent mutatis mutandis en cas d’offre au public
142
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
publiek of toelatingen tot de verhandeling als bedoeld
in artikel 7, met uitzondering van de volgende artikelen:
1° artikel 1, lid 3, en artikel 3, lid 2;
2° de artikelen 24, 25, 26 en 27; en
3° de artikelen 28, 29 en 30.
Art. 9
Het prospectus moet worden opgesteld in het
Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is
in internationale financiële kringen.
De samenvatting van het prospectus wordt opgesteld
of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling
wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de
uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstel-
len van het prospectus belaste persoon. In afwijking van
die regel geldt dat, als de in titel V bedoelde reclame en
andere documenten en berichten die betrekking heb-
ben op de verrichting, in één enkele landstaal worden
verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden
opgesteld of vertaald.
HOOFDSTUK II
Verplichting om een informatienota te publiceren
Afdeling I
Toepassingsgebied
Art. 10
§ 1. Dit hoofdstuk is van toepassing:
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten
aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de
Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro,
berekend over een periode van twaalf maanden;
2° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten
aan het publiek die zijn of zullen worden toegelaten tot
de verhandeling op een op advies van de FSMA door
de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale
tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk
is aan 8 000 000 euro, berekend over een periode van
12 maanden;
3° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een op advies van de FSMA door
de Koning aangeduide MTF of een bepaald segment
ou d’admission à la négociation visée à l’article 7, à
l’exception des articles suivants:
1° l’article 1er, paragraphe 3, l’article 3, paragraphe 2;
2° les articles 24, 25, 26 et 27 ; et
3° les articles 28, 29 et 30.
Art. 9
Le prospectus doit être rédigé en français, en néer-
landais ou dans une langue usuelle dans la sphère
financière internationale.
Le résumé est établi ou traduit en langue française et
néerlandaise. Cette traduction est effectuée sous la res-
ponsabilité de l’émetteur, de l’offreur ou de la personne
chargée de rédiger le prospectus. Par dérogation à cette
règle, si les communications à caractère promotionnel
et autres documents et avis se rapportant à l’opération
visés au titre V sont diffusés dans une seule langue
nationale, le résumé peut n’être établi ou traduit que
dans cette seule langue.
CHAPITRE II
Obligation de publier une note d’information
Section Ire
Champ d’application
Art. 10
§ 1er. Le présent chapitre s’applique:
1° aux offres au public d’instruments de placement
dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal à
un montant de 5 000 000 euros, calculé sur une période
de douze mois;
2° aux offres au public d’instruments de placement,
admis ou à admettre à la négociation sur un MTF dési-
gné par le Roi sur avis de la FSMA, dont le montant
total dans l’Union est inférieur ou égal à un montant de
8 000 000 euros, calculé sur une période de douze mois;
3° aux admissions à la négociation d’instruments de
placement sur un MTF ou un segment déterminé d’un
MTF désigné par le Roi, sur avis de la FSMA. Le Roi
143
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
daarvan. De Koning kan, in voorkomend geval, uitzon-
deringen bepalen op voornoemde verplichting.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk
niet van toepassing op de volgende soorten van
beleggingsinstrumenten:
1° de rechten van deelneming in instellingen voor col-
lectieve belegging die niet van het closedend type zijn;
2° de effecten zonder aandelenkarakter, uitgege-
ven door een lidstaat van de Europese Economische
Ruimte, door één van de regionale of plaatselijke
overheden van die lidstaat, door een internationale
openbare instelling waarbij één of meer lidstaten van de
Europese Economische Ruimte zijn aangesloten, door
de Europese Centrale Bank of door de centrale banken
van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
3° de aandelen in het kapitaal van de centrale banken
van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
4° de beleggingsinstrumenten die onvoorwaardelijk
en onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat
van de Europese Economische Ruimte of door één van
de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat;
5° de beleggingsinstrumenten uitgegeven door ver-
enigingen met een wettelijk statuut of door instellingen
zonder winstoogmerk die zijn erkend door een lidstaat
van de Europese Economische Ruimte, met het oog op
het verwerven van de middelen die nodig zijn om hun
niet-lucratieve doeleinden te verwezenlijken;
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet
van toepassing op:
1° de soorten van aanbiedingen aan het publiek als
bedoeld in artikel 1, lid 4, van Verordening 2017/1129,
voor zover deze betrekking hebben op beleggingsinstru-
menten, en mits naleving van de door deze bepalingen
voorziene voorwaarden; en
2° de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan
het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie
minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, bere-
kend over een periode van twaalf maanden, voor zover
(a) elke belegger slechts voor een maximumbedrag
van 5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan
ingaan; en
(b) alle documenten met betrekking tot de aanbieding
aan het publiek het totaalbedrag van die aanbieding
alsook het maximumbedrag per belegger vermelden.
peut le cas échéant définir des exceptions à l’obligation
susmentionnée.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent
chapitre ne s’applique pas aux types suivants d’instru-
ments de placement:
1° les parts émises par des organismes de placement
collectif autres que ceux du type fermé;
2° les titres autres que de capital, émis par un État
membre de l’Espace économique européen ou par l’une
de ses autorités régionales ou locales, par les organisa-
tions publiques internationales auxquelles adhèrent un
ou plusieurs États membres de l’Espace économique
européen, par la Banque centrale européenne ou par
les banques centrales des États membres de l’Espace
économique européen;
3° les parts de capital dans les banques centrales
des États membres de l’Espace économique européen;
4° les valeurs mobilières inconditionnellement et irré-
vocablement garanties par un État membre de l’Espace
économique européen ou par l’une de ses autorités
régionales ou locales;
5° les instruments de placement émis par des
associations bénéficiant d’un statut légal ou par des
organismes sans but lucratif, reconnus par un État
membre de l’Espace économique européen, en vue
de se procurer les moyens nécessaires à la réalisation
de leurs objectifs non lucratifs;
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent
chapitre ne s’applique pas:
1° aux types d’offres au public visées à l’article 1er,
paragraphe 4, du Règlement 2017/1129, dans la mesure
où celles-ci portent sur des instruments de placement,
et moyennant le respect des conditions prévues par les
dispositions concernées; et
2° aux offres au public d’instruments de placement
dont le montant total dans l’Union est inférieur ou égal
à un montant de 500 000 euros, calculé sur une période
de douze mois, pour autant que
(a) chaque investisseur ne puisse donner suite à
l’offre au public que pour un montant maximal de
5 000 euros; et
(b) tous les documents se rapportant à l’offre au
public mentionnent le montant total de celle-ci, ainsi
que le montant maximal par investisseur.
144
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet
van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek
van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en
die bestaan uit termijncontracten waarvoor geen beleg-
ging dient te worden verricht op het ogenblik waarop ze
worden afgesloten, maar die worden vereffend via een
regeling in contanten of een levering van de onderlig-
gende waarden ten gunste van een van de contracte-
rende partijen; deze aanbiedingen aan het publiek vallen
onder hoofdstuk I.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet
van toepassing
1° wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder,
krachtens Verordening 1286/2014 van 26 november
2014 over essentiële-informatiedocumenten voor
verpakte retail-beleggingsproducten en verzekerings-
gebaseerde beleggingsproducten, in het kader van de
betrokken aanbieding aan het publiek een essentiële-
informatiedocument moet bezorgen aan de beleggers;
2° wanneer de aanbieder, de uitgevende instelling of
de aanvrager van de toelating tot de verhandeling een
ander informatiedocument aan de beleggers moet be-
zorgen dat gelijkwaardig wordt geacht door de Koning,
bij besluit genomen op advies van de FSMA.
§ 6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de
uitgevende instelling of de aanbieder vrijwillig een pros-
pectus opstelt overeenkomstig artikel 4 van Verordening
2017/1129.
§ 7. De aanbieder, de uitgevende instelling of de aan-
vrager van de toelating tot de verhandeling kan afzien
van de toepassing van paragrafen 2, 3 en 5, en voor de
voorafgaande publicatie van een informatienota opteren
conform de bepalingen van deze wet.
Afdeling II
De informatienota
Onderafdeling I
Algemene bepaling
Art. 11
Elke verrichting bedoeld in dit hoofdstuk vereist de
voorafgaande publicatie van een informatienota door de
uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van
de toelating tot de verhandeling, naargelang het geval.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent cha-
pitre ne s’applique pas aux offres au public portant sur
des instruments de placement, autres que des valeurs
mobilières, qui consistent en des contrats à terme ne
nécessitant aucun investissement au moment de leur
conclusion, mais dont la liquidation s’opère par un
règlement en espèces ou par livraison du sous-jacent
au profit de l’une des parties, lesquelles offres au public
relèvent du chapitre Ier.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent
chapitre ne s’applique pas
1° lorsque l’émetteur ou l’offreur est tenu de fournir
aux investisseurs un document d’informations clés en
vertu du Règlement 1286/2014 du 26 novembre 2014
sur les documents d’informations clés relatifs aux pro-
duits d’investissement packagés de détail et fondés sur
l’assurance lors de l’offre au public concernée;
2° lorsque l’émetteur, l’offreur ou la personne qui
demande l’admission à la négociation est tenu de fournir
aux investisseurs un autre document d’information jugé
équivalent par le Roi, par arrêté pris sur avis de la FSMA.
§ 6. Le présent chapitre ne s’applique pas lorsque
l’émetteur ou l’offreur établit volontairement un prospec-
tus conformément à l’article 4 du Règlement 2017/1129.
§ 7. L’offreur, l’émetteur ou la personne qui demande
l’admission à la négociation peut renoncer au bénéfice
de l’application des paragraphes 2, 3 et 5, et opter pour
la publication préalable d’une note d’information confor-
mément aux dispositions de la présente loi.
Section II
La note d’information
Sous-section Ire
Disposition générale
Art. 11
Toute opération visée au présent chapitre requiert
la publication préalable d’une note d’information par
l’émetteur, l’offreur ou la personne qui sollicite l’admis-
sion à la négociation, selon le cas.
145
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Onderafdeling II
Inhoud van de informatienota
Art. 12
§ 1. De informatienota vormt precontractuele informa-
tie. De inhoud ervan moet accuraat, eerlijk, duidelijk en
niet misleidend zijn.
§ 2. De informatienota bevat informatie over de uit-
gevende instelling, de aanbieder en de aanvrager van
de toelating tot de verhandeling, over het bedrag en de
aard van de aangeboden of de tot de verhandeling toe
te laten beleggingsinstrumenten, over de redenen voor
en de bijzonderheden van de aanbieding of de toelating,
alsook over de risico’s verbonden aan de uitgevende
instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten.
Meer in het bijzonder bevat de informatienota een
korte omschrijving van de volgende elementen:
1° een beschrijving van de belangrijkste risico’s die
inherent zijn aan de uitgevende instelling en de aange-
boden beleggingsinstrumenten, die specifiek zijn voor
de betrokken aanbieding of de betrokken toelating tot
de verhandeling;
2° informatie over de uitgevende instelling en de
aanbieder van de beleggingsinstrumenten, inclusief
de jaarrekeningen van de uitgevende instelling over de
laatste twee boekjaren;
3° informatie over de voorwaarden en de redenen
voor de aanbieding of de toelating tot de verhandeling
van beleggingsinstrumenten;
4° informatie over de kenmerken van de aangeboden of
tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten.
Bovenaan de informatienota wordt, op een promi-
nente plaats, de volgende vermelding opgenomen: “Dit
document is geen prospectus en werd niet gecontro-
leerd of goedgekeurd door de Autoriteit voor Financiële
Diensten en Markten.”.
§ 3. De informatienota voldoet aan de volgende
voorwaarden:
1° zij wordt in de vorm van één enkel document en in
een begrijpelijke taal opgesteld;
2° zij wordt in beknopte vorm opgesteld en is maxi-
maal vijftien A4-bladzijden lang;
Sous-section II
Contenu de la note d’information
Art. 12
§ 1er. La note d’information constitue une information
précontractuelle. Son contenu est exact, loyal, clair et
non trompeur.
§ 2. La note d’information contient des informations
sur l’émetteur, l’offreur et la personne qui demande
l’admission à la négociation, le montant et la nature
des instruments de placement offerts ou à admettre à
la négociation, ainsi que sur les raisons et les modalités
de l’offre ou de l’admission et les risques attachés à
l’émetteur et aux instruments de placement concernés.
En particulier, la note d’information contient une
description succinte des éléments suivants:
1° une description des principaux risques propres
à l’émetteur et aux instruments de placement offerts,
spécifiques à l’offre ou à l’admission à la négociation
concernée;
2° des informations concernant l’émetteur et l’offreur
des instruments de placement, en ce compris les
comptes annuels de l’émetteur concernant les deux
derniers exercices;
3° des informations concernant les conditions et les
raisons de l’offre ou de l’admission à la négociation des
instruments de placement;
4° des informations concernant les caractéristiques
des instruments de placement offerts ou à admettre.
L’en-tête de la note d’information comporte, de
manière prééminente, la mention suivante: “Le présent
document n’est pas un prospectus et n’a pas été véri-
fié ou approuvé par l’Autorité des services et marchés
financiers.”.
§ 3. La note d’information répond aux conditions
suivantes:
1° elle est rédigée sous la forme d’un document
unique, dans un langage compréhensible;
2° elle est rédigée de manière concise et sa longueur
ne dépasse pas quinze pages de format A4;
146
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3° zij wordt zodanig voorgesteld en vormgegeven
met gebruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot
leesbaar is.
Art. 13
§ 1. Wanneer de uitgevende instelling een commis-
saris diende aan te stellen tijdens de boekjaren waarvan
de jaarrekeningen in de informatienota moeten worden
opgenomen, wordt bij die jaarrekeningen telkens het
verslag van de commissaris gevoegd.
§ 2. Wanneer de uitgevende instelling tijdens de
betrokken boekja(a)r(en) geen commissaris diende aan
te stellen,
1° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhanke-
lijke toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderwor-
pen of een vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten
dat zij, voor de doeleinden van de informatienota een
getrouw beeld geven conform de in België geldende
auditnormen; of
2° de informatienota moet de volgende vermelding
bevatten: “Deze jaarrekening is niet geauditeerd door
een commissaris en evenmin aan een onafhankelijke
externe toetsing onderworpen.”.
Art. 14
De informatienota wordt opgesteld of vertaald in één
of meerdere landstalen of in het Engels. Die vertaling
wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de
uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstel-
len van de informatienota belaste persoon.
Als de in titel V bedoelde reclame en andere docu-
menten en berichten die betrekking hebben op de ver-
richting, in een van de in het eerste lid bedoelde talen
worden verspreid, wordt de informatienota in die taal
opgesteld of vertaald.
Art. 15
Elke met de informatie in de informatienota verband
houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële
vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de
beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich
voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van
de beschikbaarstelling van de informatienota conform
artikel 17 en
3° elle est présentée et mise en page d’une manière
qui en rend la lecture aisée, avec des caractères d’une
taille lisible.
Art. 13
§ 1er. Lorsque l’émetteur était tenu de désigner
un commissaire lors des exercices dont les comptes
annuels doivent être inclus dans la note d’information,
les comptes annuels sont à chaque fois accompagnés
du rapport du commissaire.
§ 2. Lorsque l’émetteur n’était pas tenu de désigner
un commissaire lors d’un ou des exercices concernés,
1° ces comptes annuels doivent faire l’objet d’une
vérification indépendante par un réviseur d’entreprise
ou contenir une mention par un réviseur d’entreprise
indiquant si, aux fins de la note d’information, ils donnent
une image fidèle, conformément aux normes d’audit
applicables en Belgique; ou
2° la note d’information doit contenir l’information
suivante: “Les présents comptes annuels n’ont pas
été audités par un commissaire et n’ont pas fait l’objet
d’une vérification externe indépendante.”.
Art. 14
La note d’information est établie ou traduite dans
une ou plusieurs des langues nationales ou en anglais.
Cette traduction est effectuée sous la responsabilité de
l’émetteur, de l’offreur ou de la personne chargée de
rédiger la note d’information.
Si les communications à caractère promotionnel et
autres documents et avis se rapportant à l’opération
visés au titre V sont diffusés dans une des langues
visées à l’alinéa 1er, la note d’information est établie ou
traduite dans cette langue.
Art. 15
Tout fait nouveau significatif ou toute erreur ou
inexactitude substantielle concernant les informations
contenues dans la note d’information, qui est de nature
à influencer l’évaluation des instruments de placement
et survient ou est constaté entre la mise à disposition
de la note d’information conformément à l’article 17 et
147
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1° de definitieve afsluiting van de aanbieding aan
het publiek; of
2° de aanvang van de toelating tot de verhandeling
op de betrokken MTF, (a) als dat moment later valt dan
de afsluiting van de aanbieding aan het publiek, of (b)
in het in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde geval, wordt in een
aanvulling op de informatienota vermeld.
De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het
publiek conform de bepalingen van artikel 17.
In geval van een aanbieding van beleggingsinstru-
menten aan het publiek hebben de beleggers die
hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aan-
vulling de beleggingsinstrumenten te kopen of erop in
te schrijven, het recht om hun aanvaarding gedurende
twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in
te trekken, op voorwaarde dat de in het eerste lid be-
doelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuistheid
zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van
de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van
de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst
plaatsvindt. Deze termijn kan worden verlengd door de
uitgevende instelling of door de aanbieder. De uiterste
datum voor het recht tot intrekking wordt vermeld in de
aanvulling.
Art. 16
De Koning kan, bij besluit genomen op advies van
de FSMA:
1° bijkomende of meer gedetailleerde vereisten opleg-
gen met betrekking tot de inhoud van de informatienota;
2° schema’s opstellen aan de hand waarvan de in-
formatie moet worden voorgesteld in de informatienota;
en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid
maken tussen de verschillende soorten beleggingsin-
strumenten, uitgevende instellingen of aanbieders, en/
of in functie van de tegenwaarde van de aanbieding of
van de toelating tot de verhandeling.
1° la clôture définitive de l’offre au public; ou
2° le début de la négociation sur le MTF concerné,
(a) si ce moment est postérieur à la clôture de l’offre au
public ou (b) dans le cas visé à l’article 10, § 1er, 3°, est
mentionné dans un supplément à la note d’information.
Le supplément est mis à la disposition du public
conformément aux dispositions de l’article 17.
En cas d’offre au public d’instruments de placement,
les investisseurs qui ont déjà accepté d’acheter les
instruments de placement ou d’y souscrire avant que
le supplément ne soit publié ont le droit de révoquer
leur acceptation pendant deux jours ouvrables après
la publication du supplément, à condition que le fait
nouveau, l’erreur ou l’inexactitude visé à l’alinéa 1er
soit antérieur à la clôture définitive de l’offre au public
et à la livraison des instruments de placement, si cet
évènement intervient plus tôt. Ce délai peut être prorogé
par l’émetteur ou l’offreur. La date à laquelle le droit de
révocation prend fin est indiquée dans le supplément.
Art. 16
Le Roi peut, par arrêté pris sur avis de la FSMA:
1° imposer des exigences complémentaires ou plus
détaillées en ce qui concerne le contenu de la note
d’information;
2° établir les schémas selon lesquels l’information
doit être présentée dans la note d’information;
le cas échéant en distinguant entre les différents
types d’instruments de placement, d’émetteur ou
d’offreur et/ou en fonction du montant de l’offre ou de
l’admission à la négociation.
148
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Onderafdeling III
Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA
Art. 17
De informatienota moet ten laatste op de aanvangs-
dag van de aanbieding aan het publiek of op de dag van
de toelating tot de verhandeling beschikbaar worden
gesteld voor het publiek.
Bij een aanbieding aan het publiek wordt de informa-
tienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het pu-
bliek, waarneer zij in elektronische vorm is gepubliceerd
op de website van de uitgevende instelling en/of de
aanbieder en, in voorkomend geval, op de website van
de financiële tussenpersonen die de betrokken beleg-
gingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip
van de instellingen die zorg dragen voor de financiële
dienst van de uitgevende instelling.
Bij toelating tot de verhandeling op een in artikel 10,
§ 1, 3°, bedoelde MTF wordt de informatienota geacht
beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek zodra zij in
elektronische vorm op de website van de aanvrager van
de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende
instelling is gepubliceerd.
De beleggers moet de mogelijkheid worden gebo-
den om kosteloos een kopie van die informatienota
in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te
verkrijgen.
Art. 18
Ten laatste op het moment van de beschikbaarstelling
overeenkomstig artikel 17 moet de uitgevende instelling
of de aanbieder, naargelang het geval, de informatienota
neerleggen bij de FSMA.
Ook elke aanvulling op de informatienota wordt on-
middellijk neergelegd bij de FSMA.
De FSMA publiceert de informatienota en de eventu-
ele aanvullingen hierop op haar website. Die publicatie
gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van
de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager
van de toelating tot de verhandeling.
De FSMA bepaalt de neerleggings- en publicatiewijze.
Sous-section III
Mise à disposition et dépôt auprès de la FSMA
Art. 17
La note d’information est mise à la disposition du
public au plus tard le jour de l’ouverture de l’offre au
public ou de l’admission à la négociation.
En cas d’offre au public, la note d’information est
réputée être mise à la disposition du public dès qu’elle
est publiée sous une forme électronique sur le site
web de l’émetteur et/ou de l’offreur et, le cas échéant,
sur celui des intermédiaires financiers qui placent ou
vendent les instruments de placement concernés, y
compris ceux chargés du service financier.
En cas d’admission à la négociation sur un MTF
visée à l’article 10, § 1er, 3°, la note d’information est
réputée être mise à la disposition du public dès qu’elle
est publiée sous une forme électronique sur le site web
de la personne qui sollicite l’admission à la négociation
ou de l’émetteur.
Les investisseurs doivent avoir la possibilité d’obtenir
sans frais une copie de la note d’information sous une
forme imprimée ou sur un support durable.
Art. 18
Au plus tard au moment de la mise à disposition
conformément à l’article 17, l’émetteur ou l’offreur,
selon le cas, doit déposer la note d’information auprès
de la FSMA.
Tout supplément à la note d’information est égale-
ment immédiatement déposé auprès de la FSMA.
La FSMA publie la note d’information et les éventuels
suppléments sur son site internet. Cette publication est
effectuée sous la responsabilité exclusive de l’émetteur,
de l’offreur ou de la personne qui sollicite l’admission
à la négociation.
La FSMA détermine les modalités du dépôt et de la
publication.
149
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Onderafdeling IV
Geldigheidsduur
Art. 19
De informatienota blijft geldig gedurende twaalf
maanden na de neerlegging ervan bij de FSMA, voor
zover zij vergezeld gaat van alle krachtens artikel 15 ver-
eiste aanvullingen.
TITEL IV
Bemiddeling
HOOFDSTUK I
Toepassingsgebied
Art. 20
§ 1. Deze titel is van toepassing op elke plaatsing van
beleggingsinstrumenten op het Belgisch grond-gebied.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze titel niet van
toepassing op:
1° de plaatsing van beleggingsinstrumenten uitgege-
ven door instellingen voor collectieve belegging;
2° een in artikel 1, lid 4, a) en b), van Verordening
2017/1129, bedoelde aanbieding, die betrekking heeft
op beleggingsinstrumenten;
3° de activiteiten die onder de toepassing vallen van
de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van
het beroep van vastgoedmakelaar.
HOOFDSTUK II
Bemiddelingsmonopolie
Art. 21
§ 1. Enkel de volgende personen of instellingen mo-
gen bemiddelingswerkzaamheden verrichten:
a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van
België en de andere centrale banken van de lidstaten
van de Europese Economische Ruimte;
b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de
lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014
Sous-section IV
Durée de validité
Art. 19
La note d’information reste valable douze mois après
le moment de son dépôt auprès de la FSMA, pour autant
qu’elle soit complétée par tout supplément requis en
vertu de l’article 15.
TITRE IV
Intermédiation
CHAPITRE IER
Champ d’application
Art. 20
§ 1er. Le présent titre s’applique à tout placement
d’instruments de placement effectué sur le territoire
belge.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le présent titre
n’est pas applicable:
1° au placement d’instruments de placement émis
par des organismes de placement collectif;
2° en cas d’offre visée à l’article 1er, paragraphe 4,
a) et b) du Règlement 2017/1129, portant sur des ins-
truments de placement;
3° aux activités tombant dans le champ d’application
de la loi du 11 février 2013 organisant la profession
d’agent immobilier.
CHAPITRE II
Monopole d’intermédiation
Art. 21
§ 1er. Seuls les personnes ou établissements suivants
peuvent pratiquer l’intermédiation:
a) la Banque centrale européenne, la Banque
Nationale de Belgique et les autres banques centrales
des États membres de l’Espace économique européen;
b) les établissements de crédit inscrits à la liste visée
à l’article 14 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et
150
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
en beursvennootschappen;
c) de in België gevestigde bijkantoren van krediet-
instellingen die ressorteren onder het recht van een
andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 312 van de
wet van 25 april 2014;
d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen
die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat
van de Europese Economische Ruimte en in België
werkzaam zijn overeenkomstig artikel 313 van de wet
van 25 april 2014;
e) de beursvennootschappen bedoeld in boek XII,
titel II van de wet van 25 april 2014;
f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies bedoeld in titel III van de wet van
25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleg-
gingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en
het toezicht op de vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies;
g) de beleggingsondernemingen die ressorteren on-
der het recht van een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte en in België werkzaam zijn over-
eenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet
van 25 oktober 2016;
h) de in België gevestigde bijkantoren van be-
leggingsondernemingen die ressorteren onder het
recht van landen die geen lid zijn van de Europese
Economische Ruimte en in België werkzaam zijn over-
eenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet
van 25 oktober 2016;
i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder
het recht van landen die geen lid zijn van de Europese
Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via
dienstverrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerk-
zaamheden in overeenstemming zijn met het statuut
waaraan zij onderworpen zijn krachtens titel II, hoofdstuk
III, afdeling IV, van de wet van 25 oktober 2016.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1 doen geen
afbreuk aan de mogelijkheid voor de aanbieder of de
uitgevende instelling:
a) om zelf de instrumenten te plaatsen die hij of zij
uitgeeft;
b) om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten
die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7,
§ 3, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de
au contrôle des établissements de crédit et des sociétés
de bourse;
c) les succursales établies en Belgique d’établisse-
ments de crédit relevant du droit d’un autre État membre
de l’Espace économique européen, enregistrées confor-
mément à l’article 312 de la loi du 25 avril 2014;
d) les établissements de crédit non établis en
Belgique qui relèvent du droit d’un autre État membre
de l’Espace économique européen et exercent des
activités en Belgique conformément à l’article 313 de
la loi du 25 avril 2014;
e) les sociétés de bourse visées au livre XII, titre II
de la loi du 25 avril 2014;
f) les sociétés de gestion de portefeuilles et de
conseil en investissement visées au titre III de la loi du
25 octobre 2016 relative à l’accès à l’activité de pres-
tation de services d’investissement et au statut et au
contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement;
g) les entreprises d’investissement relevant du droit
d’un autre État membre de l’Espace économique euro-
péen et opérant en Belgique en vertu du titre II, chapitre
III, section Ire de la loi du 25 octobre 2016;
h) les succursales établies en Belgique d’entreprises
d’investissement relevant du droit de pays non membres
de l’Espace économique européen et opérant en
Belgique conformément au titre II, chapitre III, section
III de la loi du 25 octobre 2016;
i) les entreprises d’investissement relevant du droit
de pays non membres de l’Espace économique euro-
péen et opérant en Belgique par voie de prestation de
services, pour autant que l’intermédiation soit conforme
au statut auquel elles sont soumises en vertu du titre
II, chapitre III, section IV de la loi du 25 octobre 2016.
§ 2. Les dispositions du paragraphe 1er ne portent
pas préjudice à la possibilité pour l’offreur ou l’émetteur:
a) de placer lui-même les instruments qu’il émet;
b) de confier cette tâche à des intermédiaires en ser-
vices bancaires ou en services d’investissement inscrits
à la liste visée à l’article 7, § 3 de la loi du 22 mars 2006
151
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de dis-
tributie van financiële instrumenten, hiermee te gelasten,
ingeval de uitgevende instelling of de aanbieder een
gereglementeerde onderneming in de zin van die wet is;
c) om een met de uitgevende instelling of de aan-
bieder verbonden onderneming hiermee te gelasten,
ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die
verbonden onderneming gericht is;
d) om een beroep te doen op de door een verlener
van alternatieve-financieringsdiensten aangeboden
diensten om zijn/haar beleggingsinstrumenten te
commercialiseren conform titel II van de wet van
18 december 2016 tot regeling van de erkenning en
de afbakening van crowdfunding en houdende diverse
bepalingen inzake financiën.
TITEL V
Reclame en andere documenten en berichten
die betrekking hebben op de verrichting
Art. 22
§ 1. De bepalingen van deze titel en van artikel 22, lid
1, eerste zin, en lid 2 tot 11, van Verordening 2017/1129
zijn van toepassing op de reclame en de andere docu-
menten en berichten die betrekking hebben
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten
aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische
grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een Belgische gereglementeerde
markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een MTF,
en die worden verspreid op initiatief van de uitge-
vende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de
toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde
tussenpersonen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen
van deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek
die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch
op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op
een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen
relative à l’intermédiation en services bancaires et en
services d’investissement et à la distribution d’instru-
ments financiers, dans le cas où l’émetteur ou l’offreur
est une entreprise réglementée au sens de cette loi;
c) de confier cette tâche à une entreprise liée à l’émet-
teur ou à l’offreur dans le cas où l’offre s’adresse aux
membres du personnel de l’entreprise liée;
d) de recourir aux services d’un prestataire de ser-
vices de financement alternatif afin de commercialiser
ses instruments de placement conformément au titre II
de la loi du 18 décembre 2016 organisant la reconnais-
sance et l’encadrement du crowdfunding et portant des
dispositions diverses en matière de finances.
TITRE V
Communications à caractère promotionnel et autres
documents et avis se rapportant à l’opération
Art. 22
§ 1er. Les dispositions du présent titre et de l’article 22,
paragraphe 1er, première phrase et paragraphes 2 à
11 du Règlement 2017/1129 s’appliquent aux com-
munications à caractère promotionnel et aux autres
documents et avis se rapportant
1° aux offres au public d’instruments de placement
qui ont lieu sur le territoire belge;
2° aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur un marché réglementé belge;
3° aux admissions d’instruments d’instruments
de placement à la négociation sur un MTF visées à
l’article 10, § 1er, 3°,
et qui sont diffusés à l’initiative de l’émetteur, l’offreur,
la personne qui sollicite l’admission à la négociation ou
les intermédiaires désignés par eux.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions
du présent titre ne s’appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont
lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs
mobilières à la négociation sur un marché réglementé
belge, qui ne nécessitent pas la publication d’un
152
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens
artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129,
behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van
Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het
Belgische grondgebied van beleggingsinstrumenten die
geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggings-
instrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling
op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer
geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en
5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk ver-
klaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik
wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan
het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wan-
neer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10,
§§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van arti-
kel 10, § 7;
4° op de toelatingen op een gereglementeerde markt
of op een MTF van beleggingsinstrumenten met een no-
minale waarde per eenheid van tenminste 100 000 euro.
Art. 23
Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de
voorwaarden en rekening houdend met de aanpassin-
gen die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen
van deze titel, met uitsluiting van zijn artikel 24, van titel
VI van dit boek, van boek IV en van de artikelen 33 en
34, van toepassing verklaren op aanbiedingen van be-
leggingsinstrumenten die plaatsvinden op het Belgische
grondgebied en die in artikel 6, §§ 2 en 3, of in artikel 22,
§ 2, worden bedoeld.
Art. 24
§ 1. De reclame en de andere documenten en berich-
ten die betrekking hebben op een aanbieding aan het
publiek of een toelating tot de verhandeling als bedoeld
in deze titel en die worden verspreid op initiatief van de
uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de
toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde
tussenpersonen, mogen pas openbaar worden gemaakt
nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening
houdend met de vereisten als bepaald bij en krachtens
artikel 22, lid 2 tot 4, 9 en 10, van Verordening 2017/1129
en het tweede lid van deze paragraaf.
De FSMA kan de nadere regels en procedures bepa-
len volgens welke de goedkeuring van de in het eerste
prospectus en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et
5 du Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il
est fait usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d’instruments de placement
autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le
territoire belge et aux admissions d’instruments de
placements autres que des valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé belge, lorsque
la publication d’un prospectus n’est pas exigée en vertu
de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5 du Règlement
2017/1129, tel que rendu applicable par l’article 8 de la
présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de
l’article 4 du Règlement 2017/1129;
3° aux offres au public et aux admissions à la
négociation visées à l’article 10, lorsque la publication
d’une note d’information n’est pas exigée en vertu de
l’article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait
usage de l’article 10, § 7;
4° aux admissions sur un marché réglementé ou
sur un MTF d’instruments de placement dont la valeur
nominale unitaire s’élève au moins à 100 000 euros.
Art. 23
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, dans les conditions
et compte tenu des adaptations qu’Il détermine, déclarer
tout ou partie des dispositions du présent titre, à l’exclu-
sion de son article 24, du titre VI du présent livre, du
livre IV et des articles 33 et 34, applicables à des offres
d’instruments de placement qui sont effectuées sur le
territoire belge et qui sont visées à l’article 6, §§ 2 et
3 ou à l’article 22, § 2.
Art. 24
§ 1er. Les communications à caractère promotionnel
et les autres documents et avis se rapportant à une
offre au public ou une admission à la négociation visée
au présent titre, qui sont diffusés à l’initiative de l’émet-
teur, l’offreur, la personne qui sollicite l’admission à la
négociation ou les intermédiaires désignés par eux, ne
peuvent être rendus publics qu’après avoir été approu-
vés par la FSMA, compte tenu des exigences prévues
par et en vertu de l’article 22, paragraphes 2 à 4, 9 et
10, du Règlement 2017/1129 et de l’alinéa 2 du présent
paragraphe.
La FSMA peut déterminer les modalités et procédures
selon lesquelles l’approbation des documents visés à
153
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
lid bedoelde documenten kan gebeuren. Hierbij houdt
de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze
documenten, waarbij ze onder meer het gestandaar-
diseerd, en recurrent, karakter van de documenten en
het gebruikte medium als criteria in aanmerking neemt.
§ 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen
na ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame,
andere documenten en berichten.
Als de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere
documenten en berichten informatie bevatten waarvan
de FSMA enkel kan nagaan of die overeenstemt met
de informatie die vervat is in het prospectus als zij over
de goedgekeurde versie van het prospectus beschikt,
begint de in het eerste lid vastgestelde termijn van
vijf werkdagen te lopen, naargelang het geval, op het
ogenblik dat:
1° de FSMA het prospectus goedkeurt conform arti-
kel 20 van Verordening 2017/1129; of
2° op het ogenblik dat de kennisgeving is verricht als
bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129.
§ 3. In voorkomend geval, moet, samen met de origi-
nele versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans
of in een taal die gangbaar is in internationale financiële
kringen en die door de FSMA wordt aanvaard, van de in
paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten
en berichten aan de FSMA worden overgelegd voor
onderzoeksdoeleinden.
§ 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de
aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar
gelang het geval, en/of de door hen aangestelde tus-
senpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van
2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering
van de FSMA om de reclame en de andere documenten
en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing om de
reclame en de andere documenten en berichten goed
te keuren, kan geen beroep worden ingesteld.
§ 5. In de reclame en in de andere documenten en
berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden
gemaakt van het optreden van de FSMA of van enige
andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de
Europese Economische Ruimte, met uitzondering van
de vermelding dat het prospectus is goedgekeurd.
l’alinéa 1er peut s’effectuer. La FSMA tient compte, à
cet effet, de la nature et du contenu de ces documents,
retenant notamment comme critères le caractère stan-
dardisé et récurrent des documents et le média utilisé.
§ 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours ou-
vrables à dater de la réception des communications à
caractère promotionnel, autres documents et avis visés
au paragraphe 1er.
Si les communications à caractère promotionnel,
autres documents et avis visés au paragraphe 1er com-
portent des informations dont la FSMA ne saurait vérifier
la compatibilité avec les informations figurant dans le
prospectus que si elle dispose de la version approuvée
du prospectus, le délai de cinq jours ouvrables prévu à
l’alinéa 1er commence à courir à compter, selon le cas:
1° de l’approbation du prospectus par la FSMA
conformément à l’article 20 du Règlement 2017/1129; ou
2° de la notification prévue à l’article 25 du Règlement
2017/1129.
§ 3. Une traduction des communications à caractère
promotionnel et des autres documents et avis visés au
paragraphe 1er, en français, en néerlandais ou dans
une langue usuelle dans la sphère financière interna-
tionale et acceptée par la FSMA doit, le cas échéant,
être transmise à la FSMA aux fins d’examen en même
temps que la version originale.
§ 4. Seuls l’offreur, l’émetteur, la personne qui sol-
licite l’admission à la négociation, selon le cas et/ou
les intermédiaires désignés par eux peuvent introduire
un recours conformément à l’article 121 de la loi du
2 août 2002, contre un refus de la FSMA d’approuver
les communications à caractère promotionnel, autres
documents et avis. La décision de les approuver n’est
pas susceptible de recours.
§ 5. Aucune mention de l’intervention de la FSMA ou
de toute autre autorité compétente d’un État membre de
l’Espace économique européen ne peut être faite dans
les communications à caractère promotionnel et dans
les autres documents et avis visés au § 1er, excepté la
mention de l’approbation du prospectus.
154
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL VI
Aansprakelijkheid
Art. 25
§ 1. Deze titel is van toepassing
1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten
aan het publiek op het Belgische grondgebied;
2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot
de verhandeling op een Belgische gereglementeerde
markt;
3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een MTF.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen
van deze titel niet van toepassing:
1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek
die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch
op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op
een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen
publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens
artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129,
behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van
Verordening 2017/1129;
2° op de aanbiedingen aan het publiek op het
Belgische grondgebied van beleggings-instrumenten
die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleg-
gingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de ver-
handeling op een Belgische gereglementeerde markt,
wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1,
lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepas-
selijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als
gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening
2017/1129;
3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan
het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wan-
neer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10,
§§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van arti-
kel 10, § 7.
Art. 26
§ 1. Wanneer het prospectus ter goedkeuring wordt
voorgelegd aan de FSMA, wordt er duidelijk in vermeld
wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus en
de eventuele aanvullingen hierop. De verantwoordelijke
TITRE VI
Responsabilité
Art. 25
§ 1er. Le présent titre s’applique en ce qui concerne
1° les offres au public d’instruments de placement
qui ont lieu sur le territoire belge;
2° les admissions d’instruments de placement à la
négociation sur un marché réglementé belge;
3° les admissions d’instruments d’instruments
de placement à la négociation sur un MTF visées à
l’article 10, § 1er, 3°.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les dispositions
du présent titre ne s’appliquent pas:
1° aux offres au public de valeurs mobilières qui ont
lieu sur le territoire belge et aux admissions de valeurs
mobilières à la négociation sur un marché réglementé
belge, qui ne nécessitent pas la publication d’un pros-
pectus en vertu de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du
Règlement 2017/1129, excepté dans le cas où il est fait
usage de l’article 4 du Règlement 2017/1129;
2° aux offres au public d’instruments de placement
autres que des valeurs mobilières qui ont lieu sur le
territoire belge et aux admissions d’instruments de
placements autres que des valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé belge, lorsque
la publication d’un prospectus n’est pas exigée en vertu
de l’article 1er, paragraphes 2, 4 et 5, du Règlement
2017/1129, tel que rendu applicable par l’article 8 de la
présente loi, excepté dans le cas où il est fait usage de
l’article 4 du Règlement 2017/1129;
3° aux offres au public et aux admissions à la
négociation visées à l’article 10, lorsque la publication
d’une note d’information n’est pas exigée en vertu de
l’article 10, §§ 2 ou 3, excepté dans le cas où il est fait
usage de l’article 10, § 7.
Art. 26
§ 1er. Lorsque le prospectus est soumis à l’approba-
tion de la FSMA, il indique clairement qui est respon-
sable de l’intégralité du prospectus et de ses éven-
tuels suppléments. Les personnes responsables sont
155
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
personen worden geïdentifi-ceerd aan de hand van hun
naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan
de hand van hun naam en statutaire zetel.
De verantwoordelijkheid voor het integrale prospec-
tus en de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend
worden gedragen door de uitgevende instelling en haar
leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen,
de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de ver-
handeling of de garant.
In het prospectus wordt een verklaring opgenomen
van de verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat,
voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in
overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen ge-
gevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strek-
king van het prospectus zou wijzigen. Onverminderd het
eerste lid kunnen in het prospectus de personen worden
vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het
prospectus en de eventuele aanvullingen hierop.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in
het nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig
paragraaf 1, eerste lid aangewezen personen tegenover
de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel
van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of
onjuiste aard van de informatie in het prospectus en de
eventuele aanvullingen hierop of door het ontbreken
in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop
van de informatie voorgeschreven door of krachtens
Verordening 2017/1129 en deze wet.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt,
behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van
het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karak-
ter van de informatie in het prospectus en de eventuele
aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze
informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan,
van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon
worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleg-
gingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de in
artikel 7 van Verordening 2017/1129 bedoelde samenvat-
ting van het prospectus, of van een specifieke samen-
vatting die wordt opgesteld in het kader van een EU-
groeiprospectus als bedoeld in artikel 15, lid 1, alinea 2,
van Verordening 2017/1129, of van de vertaling hiervan
aansprakelijk worden gesteld, tenzij die misleidende,
onjuiste of inconsistente informatie bevatten ten aanzien
van de andere delen van het prospectus, of tenzij die,
in combinatie met de andere delen van het prospectus,
niet de kerngegevens verstrekken om de beleggers te
helpen wanneer zij overwegen in de betrokken beleg-
gingsinstrumenten te beleggen.
identifiées par leur nom et fonction, ou, dans le cas des
personnes morales, par leur nom et siège statutaire.
Seuls l’émetteur et ses organes d’administration,
de direction ou de surveillance, l’offreur, la personne
qui sollicite l’admission à la négociation ou le garant
peuvent assumer la responsabilité de l’intégralité du
prospectus et de ses éventuels suppléments.
Le prospectus reprend une déclaration des personnes
responsables certifiant que, à leur connaissance, les
données du prospectus sont conformes à la réalité et
ne comportent pas d’omission de nature à en altérer la
portée. Sans préjudice de l’alinéa 1er, le prospectus peut
indiquer les personnes responsables pour une partie du
prospectus et ses éventuels suppléments.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défa-
vorable à l’investisseur, les personnes identifiées
conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er sont tenues
solidairement envers les intéressés, de la réparation du
préjudice causé par le caractère trompeur ou inexact
des informations contenues dans le prospectus et ses
éventuels suppléments ou par l’absence dans le pros-
pectus et ses éventuels suppléments des informations
prescrites par ou vertu du Règlement 2017/1129 et de
la présente loi.
Le préjudice subi par l’investisseur est présumé
résulter, sauf preuve contraire, de l’absence ou du
caractère trompeur ou inexact des informations dans
le prospectus et ses éventuels suppléments, lorsque
cette absence ou ce caractère trompeur ou inexact était
susceptible de créer un sentiment positif dans le marché
ou d’influencer positivement le prix d’acquisition des
instruments de placement.
§ 3. Aucune responsabilité ne peut être attribuée
à quiconque sur la base du seul résumé du prospec-
tus visé à l’article 7 du Règlement 2017/1129, ou du
résumé spécifique établi dans le cadre d’un prospectus
de croissance de l’Union prévu à l’article 15, para-
graphe 1er, deuxième alinéa du Règlement 2017/1129,
ou de la traduction de ceux-ci, sauf s’ils contiennent des
informations qui ont un caractère trompeur, inexact ou
contradictoire par rapport aux autres parties du pros-
pectus, ou s’ils ne fournissent pas, lus en combinaison
avec les autres parties du prospectus, les informa-
tions essentielles permettant d’aider les investisseurs
lorsqu’ils envisagent d’investir dans les instruments de
placement concernés.
156
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
§ 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in
het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instel-
ling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of be-
stuursorganen, de aanbieder of de garant, naargelang
het geval, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk
verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door
de onjuiste of misleidende aard van de informatie in de
informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, of
door het ontbreken, in de informatienota en de eventuele
aanvullingen hierop, van de door of krachtens deze wet
voorgeschreven informatie.
Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog
vaststaat, wordt het nadeel dat de belegger wordt be-
rokkend, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te
zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste
karakter van de informatie in de informatienota en de
eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van
deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter
ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de
markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de
beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
§ 5. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de
aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de ver-
handeling, alsook de door hen aangestelde tussenper-
sonen, verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt
door de misleidende, onjuiste of inconsistente informatie
ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval,
de informatienota, vervat in de reclame, documenten of
berichten met betrekking tot de verrichting die op hun
initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door de strijdigheid
van deze reclame, documenten of berichten met de
bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129
of genomen krachtens dit artikel.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt,
behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van
het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten
aanzien van het prospectus of, naargelang het geval,
de informatienota, van de informatie in de reclame of in
andere documenten of berichten met betrekking tot de
verrichting, dan wel van de strijdigheid van die informa-
tie met de bepalingen van artikel 22 van Verordening
2017/1129 of genomen krachtens dit artikel, indien het
misleidende, onjuiste of inconsistente karakter dan wel
de strijdigheid van deze informatie van die aard is dat
een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd
of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten po-
sitief kon worden beïnvloed.
§ 4. Nonobstant toute stipulation contraire défavo-
rable à l’investisseur, l’émetteur, ses organes d’admi-
nistration, de direction ou de surveillance, l’offreur ou
le garant, selon le cas, sont tenus solidairement envers
les intéressés, de la réparation du préjudice causé
par le caractère trompeur ou inexact des informations
contenues dans la note d’information et ses éventuels
suppléments ou par l’absence dans la note d’informa-
tion et ses éventuels suppléments des informations
prescrites par ou vertu de la présente loi.
Uniquement dans les cas où la faute lourde ou le
dol sont établis, le préjudice subi par l’investisseur est
présumé résulter, sauf preuve contraire, de l’absence ou
du caractère trompeur ou inexact des informations dans
la note d’information et ses éventuels suppléments,
lorsque cette absence ou ce caractère trompeur ou
inexact était susceptible de créer un sentiment positif
dans le marché ou d’influencer positivement le prix
d’acquisition des instruments de placement.
§ 5. Nonobstant toute stipulation contraire défavo-
rable à l’investisseur, l’émetteur, l’offreur ou la per-
sonne qui sollicite l’admission à la négociation et les
intermédiaires désignés par ceux-ci sont tenus de la
réparation du préjudice causé par toute communication
à caractère promotionnel ou autre document ou avis
se rapportant à l’opération, publié à leur initiative, qui
contient des informations trompeuses, inexactes ou
contradictoires par rapport au prospectus ou, selon le
cas, la note d’information, ou par la non-conformité de
ces communications, autres documents ou avis avec
les dispositions de l’article 22 du Règlement 2017/1129
ou prises en vertu de cet article.
Le préjudice subi par l’investisseur est présumé résul-
ter, sauf preuve contraire, du caractère trompeur, inexact
ou contradictoire par rapport au prospectus ou, selon le
cas, à la note d’information, d’informations contenues
dans toute communication à caractère promotionnel
ou autre document ou avis se rapportant à l’opération,
ou de la non-conformité de ces informations avec les
dispositions de l’article 22 du Règlement 2017/1129 ou
prises en vertu de cet article, lorsque ce caractère trom-
peur, inexact ou contradictoire ou cette non-conformité
était susceptible de créer un sentiment positif dans le
marché ou d’influencer positivement le prix d’acquisition
des instruments de placement.
157
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL VII
Openbare mededelingen buiten het kader
van een aanbieding aan het publiek
Art. 27
Het is verboden om op het Belgische grondgebied
een mededeling te verrichten die gericht is aan meer
dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwa-
lificeerde beleggers zijn, met de bedoeling informatie of
raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken
in verband met al dan niet reeds uitgegeven beleg-
gingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken of zullen
uitmaken van een aanbieding tot verkoop of inschrij-
ving, wanneer deze mededeling wordt verricht door de
persoon die in staat is om de betrokken beleggings-
instrumenten uit te geven of over te dragen, of door een
persoon die voor rekening van laatstgenoemde persoon
handelt, tenzij:
1° de aanbieding van beleggingsinstrumenten, of de
betrokken beleggingsinstrumenten tot een van de in ar-
tikel 1, paragrafen 2, 4 of 5, van Verordening 2017/1129,
bedoelde categorieën behoren, of
2° bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus
bij een aanbieding aan het publiek goed te keuren, een
voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van
het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht
en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitge-
sproken en, wanneer de aanbieding aan het publiek
betrekking heeft op beleggings-instrumenten die worden
uitgegeven door een instelling voor collectieve beleg-
ging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag
tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de wet van
3 augustus 2012 is ingediend, dan wel aan de FSMA een
kennisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van richtlijn
2009/65/EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een
voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig
artikel 197 of artikel 259 van de wet van 19 april 2014
is ingediend, of
3° het prospectus voor een aanbieding aan het pu-
bliek op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA
of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat
van de Europese Economische Ruimte en aan de voor-
waarden van de artikelen 24 tot 26 van Verordening
2017/1129 is voldaan en, wanneer de aanbieding aan het
publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die
worden uitgegeven door een instelling voor collectieve
belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend
geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven
TITRE VII
Communications publiques en dehors du cadre
d’une offre au public
Art. 27
Est interdite toute communication effectuée sur le
territoire belge, à l’attention de plus de 150 personnes
physiques ou morales, autres que des investisseurs
qualifiés, tendant à offrir des renseignements ou des
conseils ou à susciter des demandes de renseigne-
ments ou de conseils relatifs à des instruments de
placement créés ou non encore créés qui font ou feront
l’objet d’une offre en vente ou en souscription, lorsque
cette communication émane de celui qui est en mesure
d’émettre ou de céder les instruments de placement
concernés ou est effectuée pour son compte, sauf si:
1° l’offre d’instruments de placement, ou les instru-
ments de placement concernés tombent dans l’une des
catégories visées à l’article 1er, paragraphes 2, 4 ou 5,
du Règlement 2017/1129, ou
2° l’autorité compétente pour l’approbation du pros-
pectus d’offre au public a préalablement été saisie d’une
demande d’approbation ou de dispense de prospectus
et ne s’est pas encore prononcée sur ladite approbation
ou demande de dispense et, lorsque l’offre au public
porte sur des instruments de placement émis par un
organisme de placement collectif, soit (i) la FSMA a
été préalablement saisie d’une demande d’inscription
conformément à l’article 30 de la loi du 3 août 2012, ou
reçu la notification visée à l’article 93, paragraphe 3 de
la directive 2009/65/CE, soit (ii) la FSMA a été préala-
blement saisie d’une demande d’inscription confor-
mément à l’article 197 ou à l’article 259 de la loi du
19 avril 2014, ou
3° un prospectus d’offre au public a été dûment
approuvé par la FSMA ou par l’autorité compétente
d’un autre État membre de l’Espace économique euro-
péen et les conditions prévues aux articles 24 à 26 du
Règlement 2017/1129 sont remplies et, lorsque l’offre
au public porte sur des instruments de placement émis
par un organisme de placement collectif, l’organisme en
question et, le cas échéant, le compartiment concerné
sont inscrits (i) à la liste visée à l’article 33 ou 149 de la
loi du 3 août 2012, selon le cas, ou (ii) à la liste visée à
158
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang
het geval, artikel 149 van de wet van 3 augustus 2012,
hetzij (ii) op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van
19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van
dezelfde wet, of
4° indien de aanbieding onder de toepassing van
hoofdstuk II van titel III van boek II valt, een informatie-
nota is gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van
deze wet en, wanneer de aanbieding aan het publiek
betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden
uitgegeven door een instelling voor collectieve beleg-
ging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval,
het betrokken compartiment zijn ingeschreven op de
lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014
of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet.
Met de persoon die geacht wordt te handelen voor
rekening van de persoon die in staat is om de beleg-
gingsinstrumenten uit te geven of over te dragen,
wordt elke persoon bedoeld die voor deze verrichting
rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een
voordeel ontvangt van deze persoon.
BOEK III
BEROEP OP HET PUBLIEK
VOOR TERUGBETAALBARE GELDEN
Art. 28
Alleen de volgende personen en instellingen mogen
in België een beroep doen op het publiek teneinde geld-
deposito’s of andere terugbetaalbare gelden op zicht,
op termijn of met opzegging in te zamelen of in België
dergelijke gelddeposito’s of terugbetaalbare gelden van
het publiek in ontvangst nemen:
1° de kredietinstellingen die opgenomen zijn in de lijst
als bedoeld in artikel 14, artikel 312 of artikel 313 van de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
2° de Nationale Bank van België en de Europese
Centrale Bank;
3° De Post (Postcheque) en de Deposito- en
Consignatiekas;
4° de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 1,
§ 3, tweede lid, van de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beurs-vennootschappen, voor de deposito’s ontvangen
overeenkomstig artikel 533 van de voornoemde wet;
l’article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à l’article 260 de
cette loi, selon le cas, ou
4° au cas où l’offre tombe dans le champ d’application
du chapitre II du titre III du livre II, une note d’informa-
tion a été publiée conformément aux dispositions de la
présente loi et, lorsque l’offre au public porte sur des
instruments de placement émis par un organisme de
placement collectif, l’organisme en question et, le cas
échéant, le compartiment concerné sont inscrits à la
liste visée à l’article 200 de la loi du 19 avril 2014 ou à
l’article 260 de cette loi, selon le cas.
Est présumée agir pour le compte de la personne qui
est en mesure d’émettre ou de céder les instruments
de placement, toute personne qui perçoit directement
ou indirectement une rémunération ou un avantage de
cette personne à l’occasion de cette opération.
LIVRE III
DE L’APPEL AU PUBLIC EN MATIÈRE
DE FONDS REMBOURSABLES
Art. 28
Seules les personnes et institutions suivantes
peuvent faire appel au public en Belgique en vue de
recevoir des dépôts d’argent ou d’autres fonds rem-
boursables à vue, à terme ou moyennant un préavis ou
recevoir auprès du public en Belgique de tels dépôts ou
fonds remboursables:
1° les établissements de crédit portés sur la liste
prévue à l’article 14, à l’article 312 ou à l’article 313 de
la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit et des sociétés de bourse;
2° la Banque Nationale de Belgique et la Banque
centrale européenne;
3° La Poste (Postchèque) et la Caisse des Dépôts
et Consignations;
4° les sociétés de bourse visées à l’article 1er, § 3,
alinéa 2, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et
au contrôle des établissements de crédit et des socié-
tés de bourse, pour les dépôts reçus conformément à
l’article 533 de la loi précitée;
159
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
5° de ondernemingen als bedoeld in artikel 2, 2°,
van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het
toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschap-
pen, voor de kapitalisatie-verrichtingen als bedoeld in
deze bepaling;
6° de personen, ondernemingen en instellingen die
aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op
beleggingsinstrumenten uitbrengen naar aanleiding
waarvan terugbetaalbare gelden worden ontvangen,
met naleving van de bepalingen van deze wet en van
Verordening 2017/1129;
7° de landsbonden van ziekenfondsen die onder de
wet vallen van 6 augustus 1990 betreffende de zieken-
fondsen en landsbonden van ziekenfondsen, voor het
voorhuwelijkssparen als bedoeld in artikel 7, § 4, van
de voornoemde wet;
8° de personen en ondernemingen die thesauriebe-
wijzen aan het publiek aanbieden, overeenkomstig de
wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen
en de depositobewijzen;
9° de kleine vennootschappen, voor de aan hun
werknemers in het kader van een investeringsspaar-
plan toegekende winst, die ze verkrijgen in de vorm
van een lening door die werknemers toegekend over-
eenkomstig de wet van 22 mei 2001 betreffende de
werknemers-participatie in het kapitaal en in de winst
van de vennootschappen.
Op advies van de FSMA kan de Koning de criteria
vastleggen voor het bepalen van het openbaar karakter
van de verrichtingen als bedoeld in het eerste lid.
Het eerste lid is ook van toepassing wanneer per-
sonen of ondernemingen die in België zijn gevestigd,
vanop het Belgische grondgebied buiten België een
beroep doen op het publiek of bij dit publiek terugbe-
taalbare gelden inzamelen.
Overdrachten van handelswissels, door endossement
of anderszins, worden gelijkgesteld met de in het eerste
lid bedoelde verrichtingen waarbij gelden in ontvangst
worden genomen.
5° les entreprises visées à l’article 2, 2°, de la loi
du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse
pour les opérations de capitalisation visées dans cette
disposition;
6° les personnes, entreprises et institutions qui pro-
cèdent à des offres en vente ou en souscription d’ins-
truments de placement au moyen desquels des fonds
remboursables sont récoltés dans le respect des dis-
positions de la présente loi et du Règlement 2017/1129;
7° les unions nationales de mutualités régies par la
loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions
nationales de mutualités, pour les opérations d’épargne
prénuptiale visées à l’article 7, § 4, de la loi précitée;
8° les personnes et entreprises qui procèdent à des
offres au public de billets de trésorerie conformément à
la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie
et aux certificats de dépôt;
9° les petites sociétés, pour les bénéfices attribués
à leurs travailleurs, dans le cadre d’un plan d’épargne
d’investissement, et qu’elles reçoivent sous la forme
de prêts de la part de ceux-ci conformément à la loi du
22 mai 2001 relative aux régimes de participation des
travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir des critères
de détermination du caractère public des opérations
visées à l’alinéa 1er.
L’alinéa 1er est également applicable à l’appel au
public et à la collecte de fonds remboursables du public
effectués en dehors de la Belgique à partir du territoire
belge par des personnes ou entreprises établies sur le
territoire belge.
Sont assimilées aux opérations de réception de fonds
visées à l’alinéa 1er, les cessions d’effets de commerce
dans le public, par voie d’endossement ou autrement.
160
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
BOEK IV
TOEZICHT
TITEL I
Bevoegdheden van de FSMA
Art. 29
§ 1. De FSMA heeft het recht om
a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aan-
vrager van de toelating tot de verhandeling inzonderheid
verplichten om aanvullende informatie in het prospectus
of de informatienota op te nemen, indien dat noodzake-
lijk is voor de bescherming van de beleggers;
b) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aan-
vrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de
personen onder wier controle zij staan of over wie zij
controle uitoefenen, te verplichten informatie en docu-
menten te verstrekken;
c) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de
uitgevende instelling, de aanbieder of aanvrager van
de toelating tot de verhandeling, alsook de financiële
tussenpersonen die een rol vervullen bij een aanbieding
aan het publiek of de toelating tot de verhandeling, te
verplichten informatie te verstrekken;
d) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aan-
vrager van de toelating tot de verhandeling of de door
hen aangestelde tussenpersonen te bevelen bepaalde
maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een aanbie-
ding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling
dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden
die het publiek kunnen misleiden omtrent het vermogen,
de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten
van de uitgevende instelling en/of de aanbieder, dan wel
omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsin-
strumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat;
e) een aanbieding aan het publiek of een toelating tot
de verhandeling op te schorten zolang de in d) bedoelde
maatregelen niet zijn getroffen;
f) een aanbieding aan het publiek of een toelating
tot de verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende
werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde
redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is
gepleegd op de bepalingen van deze wet en de ter
uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen
of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan
genomen gedelegeerde handelingen;
LIVRE IV
CONTRÔLE
TITRE IER
Pouvoirs de la FSMA
Art. 29
§ 1er. La FSMA est habilitée
a) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la per-
sonne qui sollicite l’admission à la négociation qu’il
insère dans le prospectus ou dans la note d’information
des informations complémentaires si la protection des
investisseurs l’exige;
b) à exiger de l’émetteur, de l’offreur ou de la per-
sonne qui sollicite l’admission à la négociation et des
personnes qui les contrôlent ou sont contrôlées par eux
qu’ils fournissent des informations et des documents;
c) à exiger des commissaires et des dirigeants de
l’émetteur, de l’offreur ou de la personne qui sollicite
l’admission à la négociation, ainsi que des intermé-
diaires financiers intervenant dans le cadre d’une offre
au public ou de l’admission à la négociation, qu’ils
fournissent des informations;
d) à enjoindre l’offreur, l’émetteur, la personne qui
sollicite l’admission à la négociation ou les intermé-
diaires désignés par eux de prendre certaines mesures
si elle estime qu’une offre au public ou une admission
risque de se faire ou se fait dans des conditions qui
peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la
situation financière, les résultats ou les perspectives de
l’offreur et/ou de l’émetteur ou sur les droits attachés
aux instruments de placement qui font l’objet de l’offre
ou de l’admission;
e) à suspendre une offre au public ou une admission
à la négociation tant que les mesures visées au d) n’ont
pas été prises;
f) à suspendre une offre au public ou une admission
à la négociation pendant dix jours ouvrables consécutifs
au plus, chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables
de croire qu’il y a eu violation de la présente loi et des
arrêtés et règlements pris pour son exécution ou du
Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci;
161
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
g) een aanbieding aan het publiek of een toelating
tot de verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt
of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een
inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en
de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglemen-
ten of Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan
genomen gedelegeerde handelingen;
h) de betrokken marktexploitant of MTF- of OTF-
exploitant te bevelen de handel op een gereglemen-
teerde markt, een MTF of een OTF voor maximaal tien
opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wan-
neer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat
er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze
wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en re-
glementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter
uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
i) de verhandeling op een gereglementeerde markt,
een MTF of een OTF te verbieden wanneer zij vaststelt
dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van
deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, alsook van Verordening 2017/1129
en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde
handelingen;
j) de verspreiding van de reclame en de andere
documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, op
te schorten voor maximaal tien opeenvolgende werk-
dagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om
aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op deze
wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en re-
glementen, alsook van Verordening 2017/1129 en de ter
uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen;
k) de verspreiding van de reclame en de andere
documenten en berichten bedoeld in artikel 22, § 1, te
verbieden of te bevelen dat de verspreiding van de re-
clame en de andere documenten en berichten bedoeld
in artikel 22, § 1, wordt ingetrokken, telkens wanneer zij
gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een
inbreuk is gepleegd op deze wet en de ter uitvoering
ervan genomen besluiten en reglementen, alsook van
Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan ge-
nomen gedelegeerde handelingen;
l) de uitgevende instelling, de aanbieder, de aan-
vrager van de toelating tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt of de door hen aangestelde
tussenpersonen te bevelen een rechtzetting te publice-
ren van reclame, andere documenten of berichten die
zijn verspreid met overtreding van deze wet en de ter
uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen,
alsook van Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering
ervan genomen gedelegeerde handelingen;
g) à interdire une offre au public ou une admission à
la négociation, si elle constate ou a des motifs raison-
nables de soupçonner qu’il y a eu violation des dispo-
sitions de la présente loi et des arrêtés et règlements
pris pour son exécution ou du Règlement 2017/1129 et
des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
h) à enjoindre à l’opérateur de marché ou à l’exploi-
tant de MTF ou d’OTF concerné de suspendre la
négociation sur un marché réglementé, un MTF ou un
OTF pendant dix jours ouvrables consécutifs au plus,
chaque fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire
qu’il y eu violation de la présente loi et des arrêtés
et règlements pris pour son exécution ainsi que du
Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci;
i) à interdire la négociation sur un marché régle-
menté, un MTF ou un OTF, si elle constate qu’il y a
eu violation des dispositions de la présente loi et des
arrêtés et règlements pris pour son exécution ainsi que
du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci;
j) à suspendre pendant dix jours ouvrables consé-
cutifs au plus la diffusion des communications à carac-
tère promotionnel et autres documents et avis visés à
l’article 22, § 1er chaque fois qu’elle a des motifs rai-
sonnables de croire qu’il y a eu violation de la présente
loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution
ainsi que du Règlement 2017/1129 et des actes délégués
pris en exécution de celui-ci;
k) à interdire ou ordonner le retrait de la diffusion des
communications à caractère promotionnel et autres
documents et avis visés à l’article 22, § 1er, chaque
fois qu’elle a des motifs raisonnables de croire qu’il y
a eu violation de la présente loi et des arrêtés et règle-
ments pris pour son exécution ainsi que du Règlement
2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de
celui-ci;
l) à ordonner à l’offreur, l’émetteur, la personne qui
sollicite l’admission à la négociation sur un marché
réglementé ou les intermédiaires désignés par eux de
diffuser une rectification de communications à caractère
promotionnel, autres documents ou avis diffusés en vio-
lation de la présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution ainsi que du Règlement 2017/1129
et des actes délégués pris en exécution de celui-ci;
162
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
m) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de ver-
spreiding van de conform l) bevolen rechtzetting, indien
die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is
verspreid;
n) elke beslissing openbaar te maken die genomen is
overeenkomstig d) tot l), tenzij deze openbaarmaking de
financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen
of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te
berokkenen;
o) openbaar te maken dat de uitgevende instelling,
de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de ver-
handeling of de door hen aangestelde tussenpersonen
niet aan hun verplichtingen voldoen of dat de FSMA
gegronde redenen heeft om aan te nemen dat dit het
geval is, tenzij deze openbaarmaking de financiële mark-
ten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken
partijen onevenredige schade zou berokkenen;
p) de controle van een ter goedkeuring voorgelegd
prospectus te schorsen, dan wel een aanbieding van
beleggingsinstrumenten aan het publiek of een toelating
tot de verhandeling te schorsen of te beperken op grond
van haar bevoegdheid om een verbod of beperking
op te leggen, die haar werd verleend bij artikel 42 van
Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees
Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende
markten in financiële instrumenten en tot wijziging van
Verordening (EU) nr. 648/2012, of wanneer de betrok-
ken financiële instrumenten onder de toepassing vallen
van een ter uitvoering van artikel 30bis, eerste lid, 1°,
van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement;
q) de goedkeuring van een prospectus opgesteld
door een bepaalde uitgevende instelling, aanbieder
of aanvrager van een toelating tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt gedurende maximaal vijf
jaar te weigeren, indien die uitgevende instelling, aan-
bieder of aanvrager van een toelating tot de verhande-
ling op een gereglementeerde markt herhaaldelijk en
ernstig inbreuk heeft gepleegd op deze wet en de ter
uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of
op Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan
genomen gedelegeerde handelingen;
r) over te gaan tot de openbaarmaking van alle
essentiële informatie die van invloed kan zijn op de
beoordeling van de beleggingsinstrumenten die aan
het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling
zijn toegelaten, dan wel de uitgevende instelling ertoe
te verplichten hiertoe over te gaan, om de bescherming
van de beleggers of de goede werking van de markt te
garanderen;
m) à procéder le cas échéant elle-même à la diffu-
sion de la rectification ordonnée conformément au l) si
celle-ci n’a pas été effectuée à l’expiration du délai fixé;
n) à rendre publique toute décision prise conformé-
ment aux d) à l), sauf si cette publicité risquerait de
perturber gravement les marchés financiers ou causerait
un préjudice disproportionné aux parties en cause;
o) à rendre public le fait que l’émetteur, l’offreur, la
personne qui sollicite l’admission à la négociation ou
les intermédiaires désignés par eux ne se conforment
pas à leurs obligations ou que la FSMA a des motifs
raisonnables de le considérer, sauf si cette publicité
risquerait de perturber gravement les marchés financiers
ou causerait un préjudice disproportionné aux parties
en cause;
p) à suspendre l’examen d’un prospectus soumis
pour approbation ou suspendre ou restreindre une
offre au public d’instruments de placement ou une
admission à la négociation lorsque la FSMA utilise le
pouvoir d’imposer une interdiction ou une restriction
en vertu de l’article 42 du Règlement (UE) n° 600/2014
du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014
concernant les marchés d’instruments financiers et
modifiant le Règlement (UE) n° 648/2012 ou lorsque
les instruments financiers concernés tombent dans le
champ d’application d’un règlement pris en application
de l’article 30bis, alinéa 1er, 1° de la loi du 2 août 2002;
q) à refuser l’approbation de tout prospectus établi
par un émetteur ou offreur ou une personne qui sollicite
l’admission à la négociation sur un marché réglementé
pour une durée maximale de cinq ans, lorsque cet
émetteur, cet offreur ou cette personne qui sollicite
l’admission à la négociation sur un marché réglementé
a, gravement et de manière répétée, enfreint la présente
loi et les arrêtés et règlements pris pour son exécution
ou le Règlement 2017/1129 et les actes délégués pris
en exécution de celui-ci;
r) à divulger ou exiger de l’émetteur qu’il divulgue
toutes les informations importantes susceptibles
d’influer sur l’évaluation des instruments de placement
offerts au public ou admis à la négociation, afin de
garantir la protection des investisseurs ou le bon fonc-
tionnement du marché;
163
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
s) de verhandeling van effecten op een gereglemen-
teerde markt, een MTF of een OTF te schorsen, of de
marktexploitant of de MTF- of OTF-exploitant ertoe te
verplichten dit te doen, indien hij van oordeel is dat de
uitgevende instelling in een zodanige situatie verkeert
dat de voortzetting van de verhandeling de belangen
van de beleggers zou schaden;
t) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter
plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van
elk document, elk gegevensbestand en elke registratie,
alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem,
om na te gaan of deze wet en de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen alsook Verordening
2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gede-
legeerde handelingen, met dien verstande dat deze
onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot
privéwoningen.
ESMA is gemachtigd om deel te nemen aan de in
de bepaling onder t) bedoelde inspecties ter plaatse
als die gezamenlijk worden uitgevoerd met één of
meer bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van
de Europese Economische Ruimte.
Als de beslissing betrekking heeft op reclame of
andere documenten en berichten bedoeld in artikel 22,
§ 1, en diegene die het initiatief voor de reclame, het do-
cument of het bericht heeft genomen geen woonplaats
heeft in België en geen verant-woordelijke persoon met
woonplaats in België heeft aangewezen, kan de beslis-
sing eveneens worden gericht aan:
1° de uitgever van de geschreven reclame of het
geschreven document of bericht of de producent van
de audiovisuele reclame of het audiovisuele bericht;
2° de drukker of de maker, indien de uitgever of de
producent geen woonplaats in België hebben en geen
verantwoordelijke persoon met woonplaats in België
hebben aangewezen;
3° de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust
toe bijdraagt dat de reclame, het document of het bericht
uitwerking heeft, indien de drukker of de maker geen
woonplaats in België hebben en geen verantwoordelijke
persoon met woonplaats in België hebben aangewezen.
§ 2. De beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden
met een ter post aangetekende brief met ontvangst-
bewijs ter kennis gebracht van, naar gelang het geval,
de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager
s) à suspendre ou exiger de l’opérateur de marché
ou de l’exploitant de MTF ou d’OTF qu’il suspende
la négociation de valeurs mobilières sur un marché
règlementé, un MTF ou un OTF lorsqu’il estime que la
situation de l’émetteur est telle que cette négociation
serait préjudiciable aux intérêts des investisseurs;
t) à effectuer des inspections et expertises sur place,
à prendre connaissance et copie sur place de tout
document, fichier et enregistrement et à avoir accès à
tout système informatique, afin de s’assurer du respect
des dispositions de la présente loi et des arrêtés et
réglements pris pour son exécution et du Règlement
2017/1129 et des actes délégués pris en exécution de
celui-ci, étant entendu que ces pouvoirs d’investigation
ne s’étendent pas à des habitations privées.
L’ESMA est habilitée à prendre part aux inspections
sur place visées au point t) lorsqu’elles sont menées
conjointement avec une ou plusieurs autorités compé-
tentes d’autres États membres de l’Espace économique
européen.
Lorsque la décision porte sur des communications
à caractère promotionnel ou d’autres documents et
avis visés à l’article 22, § 1er, et que celui qui a pris
l’initiative de la communication, du document ou de
l’avis en question n’est pas domicilié en Belgique et
n’a pas désigné une personne responsable ayant son
domicile en Belgique, cette décision peut également
être adressée aux personnes suivantes:
1° l’éditeur de la communication à caractère pro-
motionnel, du document ou de l’avis diffusés sous
forme écrite, ou le producteur de la communication à
caractère promotionnel ou de l’avis diffusés sous forme
audiovisuelle;
2° l’imprimeur ou le réalisateur, si l’éditeur ou le pro-
ducteur n’ont pas leur domicile en Belgique et n’ont pas
désigné une personne responsable ayant son domicile
en Belgique;
3° le distributeur ainsi que toute personne qui contri-
bue sciemment à ce que la communication à caractère
promotionnel, le document ou l’avis produise son effet,
si l’imprimeur ou le réalisateur n’ont pas leur domicile
en Belgique et n’ont pas désigné une personne respon-
sable ayant son domicile en Belgique.
§ 2. Les décisions visées au paragraphe 1er sont noti-
fiées par lettre recommandée à la poste avec accusé de
réception, à l’émetteur, l’offreur, la personne qui solli-
cite l’admission à la négociation ou aux intermédiaires
164
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
van de toelating tot de verhandeling of de door hen
aangestelde tussenpersonen, alsook aan de betrok-
ken marktondernemingen en desgevallend aan de in
paragraaf 1, tweede lid, bedoelde personen.
§ 3. In de in paragraaf 1, f), h) en j), bedoelde geval-
len, kan de FSMA de opschortingsmaatregel of het aan
de marktexploitant of aan de MTF- of OTF-exploitant
gerichte verzoek tot opschorting telkens met een pe-
riode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen
verlengen.
§ 4. De FSMA kan eenieder die zich binnen de
door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem
krachtens paragraaf 1 opgelegd bevel, een dwangsom
opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen
dan 50 000 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor
de miskenning van eenzelfde bevel.
§ 5. De kosten voor de in paragraaf 1 bedoelde open-
baarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval,
voor rekening van de uitgevende instelling, de aanbie-
der, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling
of de door hen aangestelde tussenpersonen.
TITEL II
Administratieve maatregelen en sancties
Art. 30
§ 1. Onverminderd de andere, door deze wet be-
paalde maatregelen, kan de FSMA elke persoon op wie
de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen, of van Verordening
2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedele-
geerde handelingen van toepassing zijn, een termijn
opleggen waarbinnen hij zich aan die bepalingen dient
te conformeren.
Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn
in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat
hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid
gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de
identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de
overtreding, en de aard van de overtreding verduide-
lijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de
betrokken persoon;
2° de betaling van een dwangsom opleggen die per
kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet
désignés par eux, selon le cas, et aux entreprises de
marché concernées, de même le cas échéant qu’aux
personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
§ 3. Dans les cas visés au paragraphe 1er, f), h) et
j), la FSMA peut renouveler la mesure de suspension
ou la demande de suspension adressée à l’opérateur
de marché ou à l’exploitant de MTF ou d’OTF, chaque
fois pour une période de dix jours ouvrables consécutifs
au plus.
§ 4. À toute personne qui, à l’expiration du délai
fixé par la FSMA, reste en défaut de se conformer à
une injonction qui lui a été adressée en vertu du para-
graphe 1er, la FSMA peut infliger une astreinte qui ne
peut être, par jour calendrier, supérieure à 50 000 euros,
ni, pour la méconnaissance d’une même injonction,
supérieure à 2 500 000 euros.
§ 5. Les mesures de publicité visées au paragraphe 1er
sont opérées, selon le cas, aux frais de l’émetteur, de
l’offreur, de la personne qui sollicite l’admission à la
négociation ou des intermédiaires désignés par eux.
TITRE II
Mesures et sanctions administratives
Art. 30
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues
par la présente loi, la FSMA peut fixer à toute personne
auxquelles des dispositions de la présente loi ou des
arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou du
Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris en
exécution de celui-ci sont applicables, un délai dans
lequel elle doit se conformer à ces dispositions.
Si la personne concernée reste en défaut à l’expira-
tion du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire
valoir ses moyens:
1° rendre publique sa position quant aux constata-
tions faites en vertu de l’alinéa 1er, en précisant l’identité
de la personne responsable de la violation et la nature
de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge
de la personne concernée;
2° imposer le paiement d’une astreinte qui ne
peut être, par jour calendrier de non-respect de
165
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal
2 500 000 euro mag overschrijden.
§ 2. Onverminderd de andere, door deze wet bepaal-
de maatregelen en onverminderd de door andere wetten
of reglementen bepaalde maatregelen, kan de FSMA,
indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van
deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten
of reglementen, of op de bepalingen van Verordening
2017/1129 en de ter uitvoering ervan bepaalde gede-
legeerde handelingen, een administratieve geldboete
opleggen aan de overtreder.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde admi-
nistratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de
administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel
van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro,
of, indien dit hoger is, 3 % van de totale jaaromzet van
die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening
die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien
de rechtspersoon een moederonderneming is of een
dochter-onderneming van de moederonderneming die
een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is
de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaar-
omzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde
jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend
orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag
de administratieve boete, voor hetzelfde feit of geheel
van feiten, niet meer bedragen dan 700 000 euro.
Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft
opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon
worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat
voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies
worden verhoogd.
Art. 31
De dwangsommen en geldboetes opgelegd met
toepassing van de artikelen 29, § 4, en 30 worden ten
voordele van de Schatkist geïnd door de administratie
belast met de inning en de invordering van dwangsom-
men en geldboetes.
l’injonction, supérieure à 50 000 euros, ni, au total,
excéder 2 500 000 euros.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par
la présente loi et des mesures définies par d’autres
lois ou règlements, la FSMA peut, lorsqu’elle constate
une infraction aux dispositions de la présente loi et
des arrêtés et réglements pris pour son exécution, ou
du Règlement 2017/1129 et des actes délégués pris
en exécution de celui-ci, infliger au contrevenant une
amende administrative.
Le montant des amendes administratives visées à
l’alinéa 1er est déterminé comme suit:
1° dans le cas d’une personne morale, le montant
de l’amende administrative ne peut être supérieur, pour
le même fait ou pour le même ensemble de faits, à
5 000 000 euros, ou, si le montant obtenu par applica-
tion de ce pourcentage est plus élevé, à 3 % du chiffre
d’affaire annuel total de la personne morale tel qu’il
ressort des derniers comptes disponibles établis par l’or-
gane de direction. Lorsque la personne morale est une
entreprise mère ou une filiale de l’entreprise mère qui
est tenue d’établir des comptes financiers consolidés, le
chiffre d’affaires annuel total à prendre en considération
est le chiffre d’affaires annuel total, tel qu’il ressort des
derniers comptes consolidés disponibles approuvés
par l’organe de direction de l’entreprise mère ultime;
2° dans le cas d’une personne physique, le montant
de l’amende administrative ne peut être supérieur,
pour le même fait ou pour le même ensemble de faits,
à 700 000 euros.
Nonobstant ce qui précède, lorsque la violation a
procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce
dernier d’éviter une perte, ce maximum peut être porté
au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Art. 31
Les astreintes et amendes imposées en application
des articles 29, § 4, et 30 sont recouvrées au profit du
Trésor par l’administration chargée de la perception et
du recouvrement des astreintes et des amendes.
166
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
BOEK V
BURGERLIJKE SANCTIES EN STRAFBEPALINGEN
Art. 32
§ 1. Onverminderd het gemeen recht inzake bur-
gerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk
andersluidend beding in het nadeel van de belegger,
verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving
op beleggingsinstrumenten nietig indien deze aankoop
of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van
1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krach-
tens Verordening 2017/1129, de prospectusplicht geldt,
maar in verband waarmee vooraf geen door de FSMA
of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van
de Europese Economische Ruimte goedgekeurd pros-
pectus is gepubliceerd;
2° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krach-
tens artikel 8, de prospectusplicht geldt, maar in verband
waarmee vooraf geen door de FSMA goedgekeurd
prospectus is gepubliceerd;
3° een in artikel 20 bedoelde aanbieding aan het
publiek waarbij artikel 21 niet werd nageleefd;
4° een in titel V bedoelde aanbieding aan het publiek
waarbij de bepalingen van artikel 24 niet werden nage-
leefd door de persoon met wie of door bemiddeling van
wie de belegger een contract heeft gesloten; of
5° een in hoofdstuk II van titel III van boek II bedoelde
aanbieding aan het publiek, in verband waarmee vooraf
geen informatienota is gepubliceerd.
De bepalingen van het eerste lid, 1°, zijn niet van toe-
passing wanneer, voorafgaand aan een aanbieding aan
het publiek, in België een door de bevoegde autoriteit
van een andere lidstaat van de Europese Economische
Ruimte goedgekeurd prospectus wordt gepubliceerd
zonder dat artikel 25 van Verordening 2017/1129, werd
nageleefd.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het
nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt
door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken
beleggingsinstrumenten geacht het gevolg te zijn van de
overtreding van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke
bepalingen.
LIVRE V
SANCTIONS CIVILES ET DISPOSITIONS PÉNALES
Art. 32
§ 1er. Sans préjudice du droit commun de la respon-
sabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire
défavorable à l’investisseur, le juge annule l’achat ou
la souscription d’instruments de placement lorsque cet
achat ou cette souscription a été effectué à l’occasion
1° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation de
publier un prospectus en vertu du Règlement 2017/1129,
où il n’y a pas eu de publication préalable d’un pros-
pectus approuvé soit par la FSMA soit par l’autorité
compétente d’un autre État membre de l’Espace éco-
nomique européen;
2° d’une offre au public donnant lieu à l’obligation
de publier un prospectus en vertu de l’article 8, où il
n’y a pas eu de publication préalable d’un prospectus
approuvé par la FSMA;
3° d’une offre au public visée par l’article 20 où
l’article 21 n’a pas été respecté;
4° d’une offre au public visée par le titre V où les
dispositions de l’article 24 n’ont pas été respectées
par la personne avec laquelle ou par l’intermédiaire de
laquelle l’investisseur a contracté; ou
5° d’une offre au public visée par le chapitre II du titre
III du livre II, où il n’y a pas eu de publication préalable
d’une note d’information.
Les dispositions de l’alinéa premier, 1°, ne sont pas
applicables lorsqu’un prospectus approuvé par l’autorité
compétente d’un autre état membre de l’Espace écono-
mique européen est publié en Belgique préalablement à
une offre au public sans que l’article 25 du Règlement
2017/1129, n’ait été respecté.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavo-
rable à l’investisseur, le dommage causé par l’achat ou
la souscription des instruments de placement concernés
est présumé résulter de la violation des dispositions
légales visées au paragraphe 1er.
167
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 33
Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en
met een geldboete van 75 euro tot 15 000 euro of met
een van die straffen alleen wordt gestraft:
1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan
hij zich krachtens deze wet of Verordening 2017/1129
moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie
of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen
krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvol-
ledige informatie of documenten verstrekt;
2° eenieder die de artikelen 3 en 20, lid 1, alsook arti-
kel 22, lid 5, van Verordening 2017/1129 overtreedt, zoals
van toepassing verklaard door artikel 8 van deze wet;
3° eenieder die artikel 11 overtreedt;
4° eenieder die de artikelen 21 of 24 overtreedt;
5° eenieder die een beroep doet op het publiek ten-
einde gelddeposito’s of andere terugbetaalbare gelden
op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen, en
eenieder die dergelijke gelddeposito’s of terugbetaal-
bare gelden van het publiek in ontvangst neemt, zonder
daartoe gemachtigd te zijn door artikel 28;
6° eenieder die een krachtens artikel 29 uitgesproken
opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring
van het prospectus miskent;
7° eenieder die met opzet in België een prospectus,
een informatienota of een aanvulling publiceert met
onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan
misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand,
het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende
instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toela-
ting tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten
verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de
aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhande-
ling wordt aangevraagd;
8° eenieder die met opzet in België reclame publi-
ceert met onjuiste of misleidende informatie die het
publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de finan-
ciële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van
de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager
van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent
de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten
waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de
verhandeling wordt aangevraagd;
Art. 33
Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à un an
et d’une amende de 75 à 15 000 euros, ou d’une de
ces peines seulement:
1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles
ils sont tenus de se soumettre en vertu de la présente loi
ou du Règlement 2017/1129, qui refusent ou omettent de
donner des informations ou documents qu’ils sont tenus
de fournir en vertu de la présente loi ou qui donnent
sciemment des informations ou documents inexacts
ou incomplets;
2° ceux qui contreviennent aux articles 3 et 20,
paragraphe 1er, ainsi qu’à l’article 22, paragraphe 5, du
Règlement 2017/1129, tels que rendus applicables par
l’article 8 de la présente loi;
3° ceux qui contreviennent à l’article 11;
4° ceux qui contreviennent aux articles 21 ou 24;
5° ceux qui font appel au public en vue de recevoir des
dépôts d’argent ou d’autres fonds remboursables à vue,
à terme ou moyennant un préavis, et ceux qui reçoivent
du public de tels dépôts ou fonds remboursables, sans
y être autorisés par l’article 28;
6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une
interdiction prononcées en vertu de l’article 29 ou un
refus d’approbation du prospectus;
7° ceux qui publient sciemment en Belgique un pros-
pectus, une note d’information ou un supplément qui
contient des informations inexactes ou incomplètes qui
peuvent induire le public en erreur sur le patrimoine, la
situation financière, les résultats ou les perspectives de
l’offreur, de l’émetteur ou de la personne qui sollicite
l’admission à la négociation ou sur les droits attachés
aux instruments de placement qui font l’objet de l’offre
ou dont l’admission à la négociation est demandée;
8° ceux qui publient sciemment en Belgique des com-
munications à caractère promotionnel qui contiennent
des informations trompeuses ou inexactes qui peuvent
induire le public en erreur sur le patrimoine, la situation
financière, les résultats ou les perspectives de l’offreur,
de l’émetteur ou de la personne qui sollicite l’admission
à la négociation ou sur les droits attachés aux instru-
ments de placement qui font l’objet de l’offre ou dont
l’admission à la négociation est demandée;
168
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
9° eenieder die in België een prospectus of een
aanvulling publiceert waarin gewag wordt gemaakt van
de goedkeuring van de FSMA of de bevoegde autoriteit
van een andere lidstaat van de Europese Economische
Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven;
10° eenieder die met opzet in België een prospectus
of een aanvulling op een prospectus publiceert dat ver-
schilt van het prospectus of de aanvulling die is goedge-
keurd door de FSMA of de bevoegde autoriteit van een
andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
11° eenieder die met opzet in België reclame publi-
ceert die verschilt van de reclame die door de FSMA
krachtens artikel 24 is goedgekeurd;
12° eenieder die het in artikel 27 bedoelde verbod
bewust miskent.
Art. 34
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek,
hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van
toepassing op de door deze wet bestrafte misdrijven.
BOEK VI
WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITEL I
WIjzigingen aan het Wetboek
van de Inkomstenbelastingen 1992
Art. 35
In artikel 21, 13°, f), van het Wetboek van de inkom-
stenbelastingen 1992, ingevoegd door de wet van
18 december 2016, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de open-
bare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande-
ling op een gereglementeerde markt” worden vervangen
door de woorden “de wet van […] 2018 op de aanbieding
aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande-
ling op een gereglementeerde markt en Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden
9° ceux qui rendent public en Belgique un prospectus
ou un supplément en faisant état de l’approbation de
la FSMA ou de l’autorité compétente d’un autre État
membre de l’Espace économique européen alors que
celle-ci n’a pas été donnée;
10° ceux qui sciemment rendent public en Belgique
un prospectus ou un supplément, différent de celui qui
a été approuvé par la FSMA ou par l’autorité compé-
tente d’un autre État membre de l’Espace économique
européen;
11° ceux qui sciemment rendent publiques en
Belgique des communications à caractère promotionnel
différentes de celles qui ont été approuvées par la FSMA
en vertu de l’article 24;
12° ceux qui méconnaissent sciemment l’interdiction
visée à l’article 27.
Art. 34
Les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans
exception du chapitre VII et de l’article 85, sont appli-
cables aux infractions punies par la présente loi.
LIVRE VI
DISPOSITIONS MODIFICATIVES
TITRE IER
Modifications au Code des impôts
sur les revenus 1992
Art. 35
À l’article 21, 13°, f), du Code des impôts sur les
revenus 1992, inséré par la loi du 18 décembre 2016,
les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots “la loi du 16 juin 2006 relative aux offres
publiques d’instruments de placement et aux admis-
sions d’instruments de placement à la négociation sur
des marchés réglementés” sont remplacés par les mots
“la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instru-
ments de placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés réglemen-
tés et au Règlement 2017/1129 du Parlement européen
et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus
à publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières
ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la
169
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde
markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn
2003/71/EG”;
2° de woorden “voornoemde wet van 16 juni 2006”
worden vervangen door de woorden “voornoemde wet
van […] 2018 en Verordening 2017/1129”.
Art. 36
In artikel 194ter, § 12, van dezelfde wetboek, inge-
voegd door de wet van 2 augustus 2002 en vervangen
door de wet van 22 december 2003, worden de woorden
“de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van
beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggings-
instrumenten tot de verhandeling op een gereglemen-
teerde markt” vervangen door de woorden “de wet van
[…] 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleg-
gingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstru-
menten tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt en met Verordening 2017/1129 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer
effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de
handel op een gereglementeerde markt worden toege-
laten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”.
TITEL II
Wijzigingen aan de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële sector
en de financiële diensten
Art. 37
In artikel 2, 42°, van de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële sector en
de financiële diensten, ingevoegd door de wet van
30 juli 2013, worden de woorden “artikel 68bis, eerste
lid, 1°, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aan-
biedingen van beleggings-instrumenten en de toelating
van beleggings-instrumenten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt” vervangen door de woorden
“artikel 28, eerste lid, 1°, van de wet van […] 2018 op de
aanbieding aan het publiek en van beleggingsinstrumen-
ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt”.
Art. 38
In artikel 37sexies, § 2, tweede lid, van dezelfde wet,
ingevoegd door de wet van 18 april 2017, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
négociation sur un marché réglementé, et abrogeant
la directive 2003/71/CE”;
2° les mots “la loi du 16 juin 2006 précitée” sont rem-
placés par les mots “la loi du […] 2018 et le Règlement
2017/1129 précités”.
Art. 36
À l’article 194ter, § 12, du même code, inséré
par la loi du 2 août 2002 et remplacé par la loi du
22 décembre 2003, les mots “la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de placement
à la négociation sur des marchés réglementés” sont
remplacés par les mots “la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement à la négo-
ciation sur des marchés réglementés et du Règlement
2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en
cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue
de l’admission de valeurs mobilières à la négociation
sur un marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE”.
TITRE II
Modifications à la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur financier
et aux services financers
Art. 37
À l’article 2, 42°, de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur financier et aux services
financiers, inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots
“l’article 68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de place-
ment et aux admissions d’instruments de placement
à la négociation sur des marchés réglementés” sont
remplacés par les mots “l’article 28, alinéa 1er, 1°, de la
loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments de pla-
cement à la négociation sur des marchés réglementés”.
Art. 38
À l’article 37sexies, § 2, alinéa 2, de la même loi,
inséré par la loi du 18 avril 2017, les modifications sui-
vantes sont apportées:
170
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
“2° een beleggingsinstrument als bedoeld in arti-
kel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan
het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt, waarvan de aanbieding
a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is gericht;
b) aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen
in België is gericht die geen gekwalificeerde beleggers
zijn;
c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten met
een nominale waarde per eenheid van ten minste
100 000 euro;
d) is gericht aan beleggers die bij elke afzonderlijke
aanbieding effecten aankopen voor een totale tegen-
waarde van ten minste 100 000 euro per belegger;”;
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
“3° een beleggingsinstrument als bedoeld in arti-
kel 3 van de wet van […] 2018 op de aanbieding van
beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt, dat door de werkgever of een
met hem verbonden onderneming aan de voormalige
of huidige bestuurders of werknemers aan het publiek
wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, 2°, van
dezelfde wet;”;
c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
“4° een effect als bedoeld in artikel 2, a), van
Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en
de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus
dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan
het publiek worden aangeboden of tot de handel op
een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot
intrekking van richtlijn 2003/71/EG, dat enkel vanaf de
toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde
markt of een multilaterale handelsfaciliteit aan het pu-
bliek wordt aangeboden in België in de zin van artikel 4,
2°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het
publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt.”.
a) le 2° est remplacé par ce qui suit:
“2° un instrument de placement visé à l’article 3 de
la loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instru-
ments de placement et aux admissions d’instruments
de placement à la négociation sur des marchés régle-
mentés, dont l’offre
a) est adressée uniquement aux investisseurs
qualifiés;
b) est adressée à moins de 150 personnes physiques
ou morales, autres que des investisseurs qualifiés, en
Belgique;
c) porte sur sur des instruments de placement
dont la valeur nominale unitaire s’élève au moins à
100 000 euros;
d) est adressée à des investisseurs qui acquièrent ces
valeurs pour un montant total d’au moins 100 000 euros
par investisseur et par offre distincte;”;
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
“3° un instrument de placement visé à l’article 3 de la
loi du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments de pla-
cement à la négociation sur des marchés réglementés,
qui est offert publiquement aux administrateurs ou aux
salariés anciens ou existants soit par leur employeur,
soit par une société liée, au sens de l’article 4, 2°, de
la même loi;”;
c) le 4° est remplacé par ce qui suit:
“4° une valeur mobilière visée à l’article 2, a) du
Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du
Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à
publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières
ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et abrogeant
la directive 2003/71/CE, qui fait l’objet, uniquement à
partir de son admission à la négociation sur un marché
réglementé ou un système multilatéral de négociation,
d’une offre au public en Belgique au sens de l’article 4,
2° de la loi du […] 2018 relative aux offres au public
d’instruments de placement et aux admissions d’instru-
ments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés.”.
171
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 39
In artikel 86bis, § 1er, 5°, van dezelfde wet, ingevoegd
door de wet van 30 juli 2013, worden de woorden “arti-
kel 68bis van de wet van 16 juni 2006” vervangen door
de woorden “artikel 28 van de wet van […] 2018”.
Art. 40
In artikel 86ter, § 1er, eerste lid, 3°, van dezelfde wet,
ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de
woorden “artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006”
vervangen door de woorden “artikel 28 van de wet van
[…] 2018”.
Art. 41
Artikel 121, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, ver-
vangen door de wet van 1 april 2007, wordt vervangen
als volgt:
“1° elke beslissing waartegen beroep kan worden in-
gesteld en die is genomen met toepassing van de bepa-
lingen van de wet van […] 2018 op de aanbieding aan het
publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een ge-
reglementeerde markt en haar uitvoerings-besluiten, of
van Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement
en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus
dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan
het publiek worden aangeboden of tot de handel op
een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot
intrekking van richtlijn 2003/71/EG, en de ter uitvoering
ervan genomen gedelegeerde handelingen;”.
Art. 42
In artikel 125, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, inge-
voegd door de wet van 31 juli 2013 worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “, op de wet van 19 april 2014 betref-
fende de alternatieve instellingen voor collectieve beleg-
ging en hun beheerders” worden ingevoegd tussen de
woorden “collectief beheer van beleggingsportefeuilles”
en de woorden “, op de wet van 16 juni 2006”;
2° de woorden “16 juni 2006” worden vervangen door
de woorden “[…] 2018”;
3° de woorden “, op Verordening 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 be-
treffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd
Art. 39
À l’article 86bis, § 1er, 5°, de la même loi, inséré par la
loi du 30 juillet 2013, les mots “article 68bis de la loi du
16 juin 2006” sont remplacés par les mots “article 28 de
la loi du […] 2018”.
Art. 40
À l’article 86ter, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la même loi,
inséré par la loi du 30 juillet 2013, les mots “article 68bis
de la loi du 16 juin 2006 ” sont remplacés par les mots
“article 28 de la loi du […] 2018”.
Art. 41
L’article 121, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi,
remplacé par la loi du 1er avril 2007, est remplacé par
ce qui suit:
“1° contre toute décision susceptible de recours prise
en application des dispositions de la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de place-
ment et aux admissions d’instruments de placement
à la négociation sur des marchés réglementés et de
ses arrêtés d’exécution ou du Règlement 2017/1129
du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017
concernant le prospectus à publier en cas d’offre au
public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission
de valeurs mobilières à la négociation sur un marché
réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE, et des
actes délégués pris en exécution de celui-ci;”.
Art. 42
À l’article 125, alinéa 1er, 2°, de la même loi, inséré
par la loi du 31 juillet 2013, les modifications suivantes
sont apportées:
1° les mots “, à la loi du 19 avril 2014 relative aux
organismes de placement collectif alternatifs et à leurs
gestionnaires” sont insérés entre les mots “gestion col-
lective de portefeuilles d’investisse-ment” et les mots “,
à la loi du 16 juin 2006”;
2° les mots “16 juin 2006” sont remplacés par les
mots “[…] 2018 ”;
3° les mots “, du Règlement 2017/1129 du Parlement
européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de valeurs
172
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden
of tot de handel op een gereglementeerde markt worden
toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”
worden ingevoegd tussen de woorden “verhandeling op
een gereglementeerde markt” en de woorden “of op de
wet van 1 april 2007”.
TITEL III
Wijzigingen aan de wet van 1 april 2007
op de openbare overnamebiedingen
Art. 43
In artikel 3, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de
openbare overnamebiedingen, gewijzigd bij de wet van
21 november 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) de bepalingen onder 15° en 16° worden opgeheven;
b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt:
“18° “Verordening 2014/596/EU”: de Verordening
2014/596/EU van 16 april 2014 betreffende markt-
misbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende
intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees
Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124,
2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;”;
c) de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt:
“19° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde
markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn
2003/71/EG;”;
d) de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt:
“21° “richtlijn 2014/65/EU”: richtlijn 2014/65/EU van
het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014
betreffende markten voor financiële instrumenten en tot
wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/
EU;”;
e) de bepaling onder 25° wordt vervangen als volgt:
“25° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de
aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen-
ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt;”.
mobilières ou en vue de l’admission de valeurs mobi-
lières à la négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE” sont insérés entre
les mots “négociation sur des marchés réglementés” et
les mots “ou à la loi du 1er avril 2007 ”.
TITRE III
Modifications à la loi du 1er avril 2007
relative aux offres publiques d’acquisition
Art. 43
À l’article 3, § 1er, de la loi du 1er avril 2007 relative
aux offres publiques d’acquisition, modifié par la loi du
21 novembre 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
a) les 15° et 16° sont abrogés;
b) le 18° est remplacé par ce qui suit:
“18° “le Règlement 2014/596/UE”: le Règlement
2014/596/UE du 16 avril 2014 sur les abus de marché
(règlement relatif aux abus de marché) et abrogeant
la Directive 2003/6/CE du Parlement européen et du
Conseil et les Directives 2003/124/CE, 2003/125/CE et
2004/72/CE de la Commission;”;
c) le 19° est remplacé par ce qui suit:
“19° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE)
2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à
publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières
ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et abrogeant
la directive 2003/71/CE;”;
d) le 21° est remplacé par ce qui suit:
“21° “la directive 2014/65/UE”: la directive 2014/65/UE
du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014
concernant les marchés d’instruments financiers et
modifiant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/
UE;”;
e) le 25° est remplacé par ce qui suit:
“25° “la loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative
aux offres au public d’instruments de placement et aux
admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés;”.
173
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 44
In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “of een door
de Koning aangeduide multilaterale handelsfaciliteit”
opgeheven;
2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende:
“Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden, ook
van toepassing in het geval van een vennootschap
waarvan minstens een gedeelte van de effecten met
stemrecht tot de verhandeling op een door de Koning
op advies van de FSMA aangeduide multilaterale
handelsfaciliteit of een bepaald segment daarvan zijn
toegelaten, met dien verstande dat het in het eerste lid
bedoelde percentage van effecten dan tot 50 % wordt
opgetrokken.”;
3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden
de woorden “van het voorgaande lid” vervangen voor
de woorden “van de voorgaande leden”.
Art. 45
In artikel 6, § 3, eerste lid, van dezelfde wet worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “ar-
tikel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door
de woorden “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden “ar-
tikel 10 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door
de woorden “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129”.
Art. 46
In artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet wordt een
8°/1 ingevoegd, luidende:
“8°/1 afwijken van de bepalingen van titel II van deze
wet voor de openbare overnamebiedingen op effecten
als bedoeld in artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitge-
vende instelling van die effecten worden uitgebracht;”.
Art. 47
In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
Art. 44
À l’article 5 de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, les mots “ou sur un système multila-
téral de négociation désigné par le Roi” sont abrogés;
2° un alinéa 2 est inséré, rédigé comme suit:
“L’alinéa 1er est également d’application, dans les
mêmes conditions, dans le cas d’une société dont
une partie au moins des titres avec droit de vote sont
admis à la négociation sur un système multilatéral de
négociation, ou un segment déterminé d’un tel système
multilatéral de négociation, désigné par le Roi sur avis
de la FSMA, étant entendu que le seuil de détention des
titres visé à l’alinéa 1er est alors porté à 50 %.”;
3° à l’alinéa 2, qui devient l’alinéa 3, les mots “de
l’alinéa précédent” sont remplacés par les mots “des
alinéas précédents”.
Art. 45
À l’article 6, § 3, alinéa 1er, de la même loi, les modi-
fications suivantes sont apportées:
a) au 1°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006”
sont remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement
2017/1129”;
b) au 2°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006”
sont remplacés par les mots “article 2, e) du Règlement
2017/1129”.
Art. 46
À l’article 8, alinéa 2, de la même loi, un 8°/1 est
inséré, rédigé comme suit:
“8°/1 déroger aux dispositions du titre II de la présente
loi en ce qui concerne les offres publiques d’acquisition
portant sur des titres visés à l’article 3, § 1er, 8°, a), ii),
lancées par l’émetteur desdits titres;”.
Art. 47
À l’article 12 de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
174
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de
website van de bieder en, in voorkomend geval, op de
website van de financiële tussenpersonen die de bieder
heeft aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van
de acceptaties en de betaling van de prijs.
Het prospectus wordt gepubliceerd op een speciaal
daarvoor bestemde afdeling van de website, die gemak-
kelijk toegankelijk is bij het bezoeken van de website.
Het kan worden gedownload en afgedrukt, en het heeft
een doorzoekbaar elektronisch formaat dat niet kan
worden gewijzigd.”;
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
“§ 2. Indien een effectenhouder daarom verzoekt,
wordt hem door de bieder of de financiële tussenper-
sonen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen
voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling
van de prijs, kosteloos een afschrift van het prospectus
verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Ingeval een
effectenhouder nadrukkelijk om een afschrift op papier
verzoekt, verstrekken de bieder of de financiële tussen-
personen die de bieder heeft aangesteld om te zorgen
voor de ontvangst van de acceptaties en de betaling
van de prijs, een gedrukte versie van het prospectus.
De verstrekking van een dergelijk afschrift wordt beperkt
tot de rechtsgebieden waar het bod overeenkomstig
deze wet plaatsvindt.”;
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden “dat
het slechts om één deel van het prospectus gaat en”
ingevoegd tussen de woorden “In elk document wordt
aangegeven” en de woorden “waar de andere samen-
stellende delen van het volledige prospectus kunnen
worden verkregen.”.
Art. 48
In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
“De samenvatting bevat geen verwijzingen naar an-
dere delen van het prospectus of informatie door middel
van verwijzing.”;
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
“§ 3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het
prospectus informatie wordt opgenomen door middel
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. Le prospectus est publié sous forme électro-
nique sur le site web de l’offrant et, le cas échéant,
sur celui des intermédiaires financiers que l’offrant a
désignés pour assurer la réception des acceptations
et le paiement du prix.
Le prospectus est publié dans une section dédiée du
site internet, facilement accessible lorsque l’on entre
sur ledit site. Il peut être téléchargé et imprimé; son
format électronique permet les recherches mais pas
les modifications.”;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
“§ 2. Un exemplaire du prospectus sur un support
durable est fourni au détenteur de titres, gratuitement et
à sa demande, par l’offrant ou les intermédiaires finan-
ciers que l’offrant a désigné pour assurer la réception
des acceptations et le paiement du prix. Si un détenteur
de titres demande expressément un exemplaire sur
support papier, l’offrant ou les intermédiaires financiers
que l’offrant a désigné pour assurer la réception des
acceptations et le paiement du prix fournissent une
version imprimée du prospectus. Cette obligation de
fourniture ne concerne que les territoires où l’offre a
lieu au titre de la présente loi.”;
3° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots “qu’il ne
constitue qu’une partie du prospectus et” sont insérés
entre les mots “Chaque document indique” et les mots
“où les autres éléments constituant le prospectus com-
plet peuvent être obtenus.”.
Art. 48
À l’article 13 de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé
comme suit:
“Le résumé ne contient pas de renvoi à d’autres
parties du prospectus et n’incorpore pas d’informations
par référence.”;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
“§ 3. La FSMA peut accepter que des informations
soient incluses dans le prospectus par référence, aux
175
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig
gepubliceerde documenten, onder de voorwaarden die
in of krachtens artikel 19 van Verordening 2017/1129
zijn bepaald.”.
Art. 49
Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met een
paragraaf 3, luidende:
“§ 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve afslui-
ting van de oorspronkelijk voorziene aanvaardingsperi-
ode van het bod kan worden gepubliceerd, wordt deze
aanvaardingsperiode verlengd tot twee werkdagen na
de publicatie van de aanvulling.”.
Art. 50
In artikel 33 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De reclame die wordt verspreid op initiatief
van de bieder, de doelvennootschap of de door hen
aangestelde tussenpersonen worden pas openbaar
gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd,
rekening houdend met de vereisten waarvan sprake in
de artikelen 31, §§ 1 tot 5.”;
2° in paragraaf 2 worden de woorden “in § 1 bedoelde
reclame, andere documenten en berichten” vervangen
door de woorden “in paragraaf 1 bedoelde reclame”;
3° in paragraaf 3 worden telkens de woorden “en de
andere documenten en berichten” opgeheven;
4° in paragraaf 4 worden de woorden “en in de andere
documenten en berichten bedoeld in § 1” opgeheven.
Art. 51
Artikel 50, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt
vervangen als volgt:
“Art. 50
§ 1. De FSMA werkt samen met de andere autoriteiten
uit een lidstaat die toezicht houden op kapitaalmarkten,
in het bijzonder overeenkomstig richtlijn 2001/34/EG,
conditions prévues par ou en vertu de l’article 19 du
Règlement 2017/1129.”.
Art. 49
L’article 17 de la même loi est complété par un para-
graphe 3, rédigé comme suit:
“§ 3. Au cas où le supplément ne peut être publié
qu’après la clôture définitive de la période d’accepta-
tion de l’offre telle que prévue originellement, celle-ci
est prolongée jusque deux jours ouvrables après la
publication du supplément.”.
Art. 50
À l’article 33 de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
“§ 1er. Les communications à caractère promotionnel
qui sont diffusées à l’initiative de l’offrant, de la société
visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne sont
rendues publiques qu’après avoir été approuvées par
la FSMA, compte tenu des exigences prévues par les
articles 31, §§ 1er à 5.”;
2° au paragraphe 2, les mots “communications à
caractère promotionnel, autres documents et avis visés
au § 1er” sont remplacés par les mots “communications
à caractère promotionnel visées au paragraphe 1er”;
3° au paragraphe 3, les mots “, autres documents et
avis” sont chaque fois supprimés;
4° au paragraphe 4, les mots “et dans les autres
documents et avis visés au § 1er” sont supprimés.
Art. 51
L’article 50, § 1er, alinéa 1er, de la même loi est rem-
placé par ce qui suit:
“Art. 50
§ 1er. La FSMA coopère avec les autres autorités
d’un État membre chargées de contrôler les marchés
des capitaux, en application notamment de la directive
176
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Verordening 2014/596/EU, Verordening 2017/1129/EU,
richtlijn 2014/65/EU en richtlijn 2004/109/EG.”.
TITEL IV
WIjzigingen aan de wet van 3 augustus 2012
betreffende de instellingen voor collectieve belegging
die voldoen aan de voorwaarden van
richtlijn 2009/65/EG en de instellingen
voor belegging in schuldvorderingen
Art. 52
In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betref-
fende de instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG
en de instellingen voor belegging in schuldvordering,
laatst gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden “of
in het buitenland” geschrapt;
b) de bepaling onder 13° wordt vervangen als volgt:
“13° “openbaar aanbod”:
i) een in om het even welke vorm en met om het even
welk middel tot personen gerichte mededeling waarin
voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaar-
den van het aanbod en over de aangeboden effecten
om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of
inschrijving op deze effecten te besluiten. Deze definitie
is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via
financiële tussenpersonen;
ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF of
gereglementeerde markt die voor het publiek toegan-
kelijk is;”;
c) in de bepaling onder 14° worden de woorden “arti-
kel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3,
13°, ii)”;
d) in de bepaling onder 15° worden de woorden “ar-
tikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de woorden “artikel 3,
13°, i)”;
e) de bepaling onder 30° wordt vervangen als volgt:
“30° “verhandeling van effecten van instellingen voor
collectieve belegging”: het openbaar aanbod in de zin
van artikel 3, 13°, i);”;
2001/34/CE, du Règlement 2014/596/UE, du Règlement
2017/1129/UE, de la directive 2014/65/UE et de la direc-
tive 2004/109/CE.”.
TITRE IV
Modifications à la loi du 3 août 2012
relative aux organismes de placement collectif
qui répondent aux conditions de
la directive 2009/65/CE et aux organismes
de placement en créances
Art. 52
À l’article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux
organismes de placement collectif qui répondent aux
conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes
de placement en créances, modifié pour la dernière
fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications
suivantes sont apportées:
a) au 2°, a), les mots “ou à l’étranger” sont supprimés;
b) le 13° est remplacé par ce qui suit:
“13° par “offre publique”:
i) toute communication adressée, sous quelque forme
et par quelque moyen que ce soit, à des personnes et
présentant une information suffisante sur les conditions
de l’offre et sur les titres à offrir de manière à mettre un
investisseur en mesure de décider d’acheter ou de sous-
crire ces titres. Cette définition s’applique également au
placement de titres par des intermédiaires financiers;
ii) l’admission aux négociations sur un MTF ou sur
un marché réglementé qui est accessible au public;”;
c) au 14°, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont rem-
placés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”;
d) au 15°, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont rempla-
cés par les mots “l’article 3, 13°, i)”;
e) le 30° est remplacé par ce qui suit:
“30° par “commercialisation de titres d’organismes
de placement collectif”: l’offre publique au sens de
l’article 3, 13°, i);”;
177
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
f) de bepaling onder 44° wordt vervangen als volgt:
“44° “wet van 7 december 2016”: de wet van
7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en
het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;”;
g) de bepaling onder 53° wordt vervangen als volgt:
“53° “wet van […] 2018: de wet van […] 2018 op de
aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen-
ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt;”;
h) een bepaling onder 63° wordt ingevoegd, luidende:
“63° “Verordening 2015/2365”: de Verordening
2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad
van 25 november 2015 betreffende de transparentie van
effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;”;
i) een bepaling onder 64° wordt ingevoegd, luidende:
“64° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde
markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn
2003/71/EG;”;
j) een bepaling onder 65° wordt ingevoegd, luidende:
“65° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU)
2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen; “.
Art. 53
In artikel 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door
de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigin-
gen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid worden de
woorden “artikel 3, 13°, a), i)” telkens vervangen door
de woorden “artikel 3, 13°, i)”;
2° in paragraaf 2 worden de woorden “artikel 3, 13,
a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3, 13°, ii)”;
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als
volgt:
f) le 44° est remplacé par ce qui suit:
“44° par “loi du 7 décembre 2016”: la loi du
7 décembre 2016 portant organisation de la pro-
fession et de la supervision publique des réviseurs
d’entreprises;”;
g) le 53° est remplacé par ce qui suit:
“53° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement et aux
admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés;”;
h) un 63° est inséré, rédigé comme suit:
“63° “Règlement 2015/2365 ”: le Règlement (UE)
2015/2365 du Parlement européen et du Conseil du
25 novembre 2015 relatif à la transparence des opéra-
tions de financement sur titres et de la réutilisation et
modifiant le Règlement (UE) n°648/2012;”;
i) un 64° est inséré, rédigé comme suit:
“64° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE)
2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à
publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières
ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et abrogeant
la directive 2003/71/CE;”;
j) un 65° est inséré, rédigé comme suit:
“65° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE)
2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du
14 juin 2017 sur les fonds monétaires;”.
Art. 53
À l’article 5 de la même loi, modifié pour la dernière
fois par la loi du 19 avril 2014, les modifications suivantes
sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, les mots “l’ar-
ticle 3, 13°, a), i)” sont chaque fois remplacés par les
mots “l’article 3, 13°, i)”;
2° au paragraphe 2, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)”
sont remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”;
3° au paragraphe 3, l’alinéa 1er est remplacé par ce
qui suit:
178
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
“§ 3. Voor de toepassing van deze wet worden onder
“professionele beleggers” verstaan: de gekwalificeerde
beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening
2017/1129.”;
c) in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden
“professionele cliënten en de in aanmerking komende
tegenpartijen” vervangen door de woorden “professio-
nele beleggers”.
Art. 54
In artikel 70, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd
door de wet van 19 april 2014 worden de woorden “arti-
kel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de woorden “artikel 3,
13°, ii).”
Art. 55
In de aanhef van artikel 71, eerste lid, van dezelfde
wet, gewijzigd door de wet van 19 april 2014 worden
de woorden “artikel 3, 13°, a), i)” vervangen door de
woorden “artikel 3, 13°, i)”.
Art. 56
In artikel 96 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld door een lid, luidende:
“Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrek-
king tot de bepalingen van Verordening 2015/2365
en Verordening 2017/1131 en de verordeningen en
technische reguleringsnormen die door de Commissie
zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van
richtlijn 2009/65/EG.”;
2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van
19 april 2014, wordt het woord “85bis” vervangen door
het woord “86”.
Art. 57
In artikel 101, § 1, vierde lid, van dezelfde wet worden
de woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953”
vervangen door de woorden “artikel 86, § 1, van de wet
van 7 december 2016”.
“§ 3. Pour l’application de la présente loi, il y a lieu
d’entendre par “investisseurs professionnels”: les inves-
tisseurs qualifiés au sens de l’article 2, e) du Règlement
2017/1129.”;
c) au paragraphe 3, alinéa 2, les mots “clients profes-
sionnels et des contreparties éligibles” sont remplacés
par les mots “investisseurs professionnels”.
Art. 54
À l’article 70, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la
loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), ii)” sont
remplacés par les mots “l’article 3, 13°, ii)”.
Art. 55
Dans la phrase liminaire de l’article 71, alinéa 1er,
de la même loi, modifié par la loi du 19 avril 2014, les
mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont remplacés par les mots
“l’article 3, 13°, i)”.
Art. 56
Àl’article 96 de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“Le présent chapitre s’applique également en ce qui
concerne les dispositions du Règlement 2015/2365,
du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et
normes techniques de règlementation adoptés par la
Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”;
2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014,
le mot “85bis” est remplacé par le mot “86”.
Art. 57
À l’article 101, § 1er, alinéa 4, de la même loi, les
mots “l’article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953 ” sont
remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du
7 décembre 2016 ”.
179
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 58
In artikel 102, eerste lid, van dezelfde wet worden
de woorden “artikel 6 van de wet van 22 juli 1953”
vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van
7 december 2016”.
Art. 59
In artikel 107, § 3, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” ver-
vangen door de woorden “artikel 86 van de wet van
7 december 2016”.
Art. 60
In artikel 110, derde lid, van dezelfde wet worden
de woorden “artikel 3, 13°, a), ii)” vervangen door de
woorden “artikel 3, 13°, ii)”.
Art. 61
In artikel 111, § 8, van dezelfde wet worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “van de wet van 16 juni 2016” worden
vervangen door de woorden “van Verordening 2017/1129
of van de wet van […] 2018”;
2° de woorden “overeenkomstig de bepalingen van
de wet van 16 juni 2006” worden vervangen door de
woorden “overeenkomstig deze bepalingen”.
Art. 62
Artikel 116, hersteld bij de wet van 25 december 2016,
wordt vervangen als volgt:
“Art. 116
Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving van
de bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening
2017/1131 en de verordeningen en technische regule-
ringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen
ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/
EG.”.
Art. 63
In artikel 236 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
Art. 58
À l’article 102, alinéa 1er, de la même loi, les mots
“l’article 6 de la loi du 22 juillet 1953 ” sont remplacés
par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016 ”.
Art. 59
À l’article 107, § 3, de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 79 de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par
les mots “l’article 86 de la loi du 7 décembre 2016”.
Art. 60
À l’article 110, alinéa 3 de la même loi, les mots
“l’article 3, 13°, a), ii)” sont remplacés par les mots
“l’article 3, 13°, ii)”.
Art. 61
À l’article 111, § 8, de la même loi, les modifications
suivantes sont apportées:
1° les mots “de la loi du 16 juin 2016” sont remplacés
par les mots “du Règlement 2017/1129 ou de la loi du
[…] 2018”;
2° les mots “avec la loi du 16 juin 2006” sont rempla-
cés par les mots “avec ces dispositions”.
Art. 62
L’article 116, rétabli par la loi du 25 décembre 2016,
est remplacé par ce qui suit:
“Art. 116
Le présent chapitre est d’application en cas de non-
respect des dispositions du Règlement 2015/2365,
du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et
normes techniques de règlementation adoptés par la
Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”.
Art. 63
À l’article 236 de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
180
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het
tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
“Dit hoofdstuk is ook van toepassing met betrek-
king tot de bepalingen van Verordening 2015/2365,
Verordening 2017/1131 en de verordeningen en tech-
nische reguleringsnormen die door de Commissie zijn
aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van
richtlijn 2009/65/EG.”;
2° in paragraaf 4, gewijzigd door de wet van
19 april 2014, wordt het woord “85” vervangen door het
woord “86”.
Art. 64
In artikel 242, § 2, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953”
vervangen door de woorden “artikel 86, § 1, van de wet
van 7 december 2016”.
Art. 65
In artikel 243, eerste lid, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953”
vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van
7 december 2016”.
Art. 66
Artikel 255/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet
van 25 december 2016, wordt vervangen als volgt:
“Art. 255/1
“Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van de
bepalingen van Verordening 2015/2365, Verordening
2017/1131 en de verordeningen en technische regule-
ringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen
ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2009/65/
EG.”.
Art. 67
In artikel 260, § 1, eerste lid, van dezelfde wet,
wordt de bepaling onder 1°, opgeheven bij de wet van
25 december 2016, als volgt hersteld:
“1° de schriftelijke overeenkomst met de bewaarder
conform artikel 50, § 1, tweede en derde lid;”.
1° au paragraphe 1er, un alinéa est inséré entre l’ali-
néa 1er et l’alinéa 2, rédigé comme suit:
“Le présent chapitre s’applique également en ce qui
concerne les dispositions du Règlement 2015/2365,
du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et
normes techniques de règlementation adoptés par la
Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”;
2° au paragraphe 4, modifié par la loi du 19 avril 2014,
le mot “85” est remplacé par le mot “86”.
Art. 64
À l’article 242, § 2, de la même loi, les mots
“l’article 79, § 1er de la loi du 22 juillet 1953” sont
remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du
7 décembre 2016”.
Art. 65
À l’article 243, alinéa 1er, de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés
par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”.
Art. 66
L’article 255/1 de la même loi, inséré par la loi du
25 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit:
“Art. 255/1
Le présent titre est d’application en cas de non-
respect des dispositions du Règlement 2015/2365,
du Règlement 2017/1131 ainsi que des règlements et
normes techniques de règlementation adoptés par la
Commission en exécution de la directive 2009/65/CE.”.
Art. 67
À l’article 260, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, le 1°,
abrogé par la loi du 25 décembre 2016, est rétabli dans
la rédaction suivante:
“1° l’accord écrit conclu avec le dépositaire, confor-
mément à l’article 50, § 1er, alinéas 2 et 3;”.
181
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 68
In artikel 271/2 van dezelfde wet, ingevoegd door de
wet van 19 april 2014 worden de woorden “artikel 3, 13°,
a), i)” vervangen door de woorden ““artikel 3, 13°, i)”.
TITEL V
Wijzigingen aan de wet van 19 april 2014
betreffende de alternatieve instellingen voor
collectieve belegging en hun beheerders
Art. 69
In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende
de alternatieve instellingen voor collectieve belegging
en hun beheerders, laatst gewijzigd bij de wet van
21 november 2017, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) in de bepaling onder 27°, a), worden de woorden
“, en die wordt verricht door de AICB, door de persoon
die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun
rekening” vervangen door de woorden “; deze definitie
is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via
financiële tussenpersonen.”;
b) in de bepaling onder 27°, a), wordt het tweede lid
opgeheven;
c) de bepaling onder 30°, eerste lid, wordt vervangen
als volgt:
“30° “professionele beleggers”: de gekwalificeerde
beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening
2017/1129;”;
d) in de bepaling onder 30°, tweede lid, worden de
woorden “professionele cliënten en de in aanmerking
komende tegenpartijen” vervangen door de woorden
“professionele beleggers”;
e) de bepaling onder 72° wordt vervangen als volgt:
“72° “wet van 7 december 2016”: de wet van
7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en
het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;”;
f) de bepaling onder 73° wordt vervangen als volgt:
“73° “wet van 13 maart 2016”: de wet van 13 maart 2016
op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en
herverzekeringsondernemingen;”;
g) de bepaling onder 80° wordt vervangen als volgt:
Art. 68
À l’article 271/2 de la même loi, inséré par la loi du
19 avril 2014, les mots “l’article 3, 13°, a), i)” sont rem-
placés par les mots “l’article 3, 13°, i)”.
TITRE V
Modifications à la loi du 19 avril 2014
relative aux organismes de placement collectif
alternatifs et à leurs gestionnaires
Art. 69
À l’article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux
organismes de placement collectif alternatifs et à leurs
gestionnaires, modifié pour la dernière fois par la loi
du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
a) au 27°, a), les mots “, et qui est faite par l’OPCA,
par la personne qui est en mesure de céder les titres ou
pour leur compte” sont remplacés par les mots “; cette
définition s’applique également au placement de titres
par des intermédiaires financiers”;
b) au 27°, a), l’alinéa 2 est abrogé;
c) le 30°, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
“30° “investisseurs professionnels”: les investis-
seurs qualifiés au sens de l’article 2, e), du Règlement
2017/1129;”;
d) au 30°, alinéa 2, les mots “clients professionnels
et des contreparties éligibles” sont remplacés par les
mots “investisseurs professionnels”;
e) le 72° est remplacé par ce qui suit:
“72° “loi du 7 décembre 2016”: la loi du 7 décembre
2016 portant organisation de la profession et de la
supervision publique des réviseurs d’entreprises;”;
f) le 73° est remplacé par ce qui suit:
“73° “loi du 13 mars 2016”: la loi du 13 mars 2016
relative au statut et au contrôle des entreprises d’assu-
rance ou de réassurance;”;
g) le 80° est remplacé par ce qui suit:
182
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
“80° “wet van […] 2018”: de wet van […] 2018 op de
aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen-
ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt;”;
h) in de Franse versie van de bepaling onder 104°
worden de woorden “Règlement 346/2013” vervangen
door de woorden “Règlement 2015/2365”;
i) een bepaling onder 105° wordt ingevoegd, luidende:
“105° “Verordening 2015/760”: de Verordening
(EU) 2015/760 van het Europees Parlement en
de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese
langetermijnbeleggingsinstellingen;”;
i) een bepaling onder 106° wordt ingevoegd, luidende:
“106° “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde
markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn
2003/71/EG;”;
j) een bepaling onder 107° wordt ingevoegd, luidende:
“107° “Verordening 2017/1131”: de Verordening (EU)
2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.”.
Art. 70
In artikel 11, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ge-
wijzigd door de wet van 25 december 2016, worden de
woorden “in artikel 3, 43°” vervangen door de woorden
“in artikel 3, 22°, van de wet van 3 augustus 2012 be-
treffende de instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG
en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen”.
Art. 71
Artikel 70 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 70
Indien de AICB een prospectus of een ander in-
formatiedocument moet publiceren overeenkomstig
Verordening 2017/1129 of de nationale rechtsregels,
hoeft uitsluitend de in artikel 68 bedoelde informa-
tie die bijkomend is aan de in het prospectus of het
“80° “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement et aux
admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés;”;
h) dans la version française du 104°, les mots
“Règlement 346/2013” sont remplacés par les mots
“Règlement 2015/2365 ”;
i) un 105° est inséré, rédigé comme suit:
“105° “Règlement 2015/760”: le Règlement (UE)
2015/760 du Parlement européen et du Conseil du
29 avril 2015 relatif aux fonds européens d’investisse-
ment à long terme;”;
j) un 106° est inséré, rédigé comme suit:
“106° “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE)
2017/1129 du Parlement européen et du Conseil du
14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en
cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue
de l’admission de valeurs mobilières à la négociation
sur un marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE;”;
k) un 107° est inséré, rédigé comme suit:
“107° “Règlement 2017/1131”: le Règlement (UE)
2017/1131 du Parlement européen et du Conseil du du
14 juin 2017 sur les fonds monétaires.”.
Art. 70
À l’article 11, § 2, alinéa 2, de la même loi, modifié
par la loi du 25 décembre 2016, les mots “à l’article 3,
43°” sont remplacés par les mots “à l’article 3, 22°
de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de
placement collectif qui répondent aux conditions de la
directive 2009/65/CE et aux organismes de placement
en créances”.
Art. 71
L’article 70 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 70
Lorsque l’OPCA est tenu de publier un prospectus
ou un autre document d’information conformément au
Règlement 2017/1129 ou au droit national, seules les
informations visées à l’article 68 qui s’ajoutent à celles
contenues dans le prospectus ou dans le document
183
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
informatiedocument opgenomen informatie, hetzij af-
zonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus
of het informatiedocument te worden verstrekt.”.
Art. 72
In artikel 117, tweede lid, gewijzigd door de wet
van 25 december 2016, worden de woorden “wet van
6 april 1995” vervangen door de woorden “wet van
25 oktober 2016”.
Art. 73
Artikel 208 van dezelfde wet wordt aangevuld met
een paragraaf 8, luidende:
“§ 8. Onverminderd de bevoegdheden van het
wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van
het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van
Vennootschappen, nemen de personen belast met de
effectieve leiding van de beleggingsvennootschap onder
toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige
maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de
artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29,
§ 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47,
§ 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artike-
len 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot
66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering
ervan genomen bepalingen.
Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van
Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan
van de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks
te controleren of de vennootschap beantwoordt aan
het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste
en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44,
tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit
artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35,
39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het
eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter uitvoering
ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis van
de genomen passende maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding lichten
minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de
FSMA en de erkende commissaris in over de naleving
van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf
en over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de FSMA en de er-
kende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten
die de FSMA bepaalt.”.
d’information doivent être communiquées séparément
ou en tant qu’informations supplémentaires au pros-
pectus ou au document d’information.”.
Art. 72
À l’article 117, alinéa 2, modifié par la loi du
25 décembre 2016, les mots “loi du 6 avril 1995” sont
remplacés par les mots “loi du 25 octobre 2016”.
Art. 73
L’article 208 de la même loi est complété par un
paragraphe 8, rédigé comme suit:
“§ 8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l’organe
légal d’administration en ce qui concerne la détermi-
nation de la politique générale, tels que prévus par le
Code des sociétés, les personnes chargées de la direc-
tion effective de la société d’investissement prennent,
sous la surveillance de l’organe légal d’administration,
les mesures nécessaires pour assurer le respect des
articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er,
alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des
paragraphes 2 à 7 du présent article et des articles 18,
§§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du
Règlement 231/2013, ainsi que des dispositions prises
pour leur exécution.
Sans préjudice des dispositions du Code des socié-
tés, l’organe légal d’administration de la société d’inves-
tissement doit contrôler au moins une fois par an si la
société se conforme aux dispositions des articles 26,
27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°,
40 à 43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes 2 à
7 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25,
31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du Règlement 231/2013,
et de l’alinéa 1er du présent paragraphe, ainsi que des
dispositions prises pour leur exécution, et il prend
connaissance des mesures adéquates prises.
Les personnes chargées de la direction effective
font rapport au moins une fois par an à l’organe légal
d’administration, à la FSMA et au commissaire agréé
sur le respect des dispositions de l’alinéa 1er du présent
paragraphe et sur les mesures adéquates prises.
Ces informations sont transmises à la FSMA et au
commissaire agréé selon les modalités que la FSMA
détermine.”.
184
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 74
Artikel 222, tweede lid, van dezelfde wet wordt ver-
vangen als volgt:
“Bij een ander openbaar aanbod van effecten van
een AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een
prospectus of een informatienota worden gepubliceerd
in de gevallen en volgens de regels die, naargelang het
geval, worden bepaald in Verordening 2017/1129 of in
de wet van […] 2018.”.
Art. 75
In artikel 226 van dezelfde wet wordt het eerste lid,
2°, wordt aangevuld met de woorden “, of een informa-
tienota werd gepubliceerd”.
Art. 76
In artikel 261 van dezelfde wet, wordt het eerste lid,
2°, wordt aangevuld met de woorden “, of een informa-
tienota werd gepubliceerd”.
Art. 77
In artikel 319, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd door
de wet van 25 december 2016, worden de volgende
wijzigingen ingevoegd:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden “,
en van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen”;
2° in het tweede lid worden de woorden “alsook van
de ter uitvoering ervan genomen bepalingen,” inge-
voegd tussen de woorden “en het eerste lid van deze
paragraaf,” en de woorden “en neemt het kennis van de
genomen passende maatregelen”.
Art. 78
Artikel 336 van dezelfde wet wordt vervangen als
volgt:
“Art. 336
Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van
toepassing met betrekking tot:
1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel
III, deel IV, deel VIII en deel IX;
Art. 74
L’article 222, alinéa 2, de la même loi est remplacé
par ce qui suit:
“En cas d’offre publique de titres d’un OPCA, autre
que celle visée à l’alinéa 1er, un prospectus ou une note
d’information sont rendus publics dans les cas et selon
les modalités prescrites par, selon le cas, le Règlement
2017/1129 ou la loi du […] 2018.”.
Art. 75
À l’article 226 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est
complété par les mots “, ou une note d’information a
été publiée”.
Art. 76
À l’article 261 de la même loi, l’alinéa 1er, 2°, est
complété par les mots “, ou une note d’information a
été publiée”.
Art. 77
À l’article 319, § 7, de la même loi, inséré par la loi
du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont
insérées:
1° l’alinéa 1er est complété par les mots “, ainsi que
des dispositions prises pour leur exécution”;
2° à l’alinéa 2, les mots “ainsi que des dispositions
prises pour leur exécution,” sont insérés entre les mots
“de l’alinéa 1er du présent paragraphe,” et les mots “et
il prend connaissance des mesures adéquates prises”.
Art. 78
L’article 336 de la même loi est remplacé par ce qui
suit:
“Art. 336
Sans préjudice des articles 291 et 305, la présente
partie s’applique en ce qui concerne:
1° les dispositions des parties I, II, du livre I de la
partie III, et des parties IV, VIII et IX;
185
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2° de bepalingen van Verordening 345/2013,
Verordening 346/2013, Verordening 2015/760,
Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131, en de
verordeningen en technische reguleringsnormen die
door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van
de bepalingen van richtlijn 2011/61/EU.”.
Art. 79
In artikel 338, § 5, van dezelfde wet wordt het woord
“85bis” vervangen door het woord “86”.
Art. 80
In artikel 345 van dezelfde wet, laatst gewijzigd door
de wet van 21 november 2017, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden
“artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975,
artikel 98 van de wet van 16 februari 2009” vervan-
gen door de woorden “artikel 338, 7°, van de wet van
13 maart 2016”;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden
“hoofdstuk VIIbis van de wet van 9 juli 1975 of titel
VIII van de wet van 16 februari 2009” vervangen door
de woorden “of Titel V, Hoofdstuk II van de wet van
13 maart 2016”;
3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden, “ar-
tikel 98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 91oc-
tiesdecies van de wet van 9 juli 1975” vervangen door
de woorden “of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van
13 maart 2016”.
Art. 81
In artikel 351, § 4, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 79, § 1, van de wet van 22 juli 1953”
vervangen door de woorden “artikel 86, § 1 van de wet
van 7 december 2016”.
Art. 82
In artikel 352, eerste lid, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 33, § 2 van de wet van 22 juli 1953”
vervangen door de woorden “artikel 6 van de wet van
7 december 2016”.
2° les dispositions du Règlement 345/2013, du
Règlement 346/2013, du Règlement 2015/760, du
Règlement 2015/2365, du Règlement 2017/1131, ainsi
que des règlements et normes techniques de règle-
mentation adoptés par la Commission en exécution de
la directive 2011/61/UE.”.
Art. 79
À l’article 338, § 5, de la même loi, le mot “85bis” est
remplacé par le mot “86”.
Art. 80
À l’article 345 de la même loi, modifié pour la dernière
fois par la loi du 21 novembre 2017, les modifications
suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots “de
l’article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975, de l’ar-
ticle 98 de la loi du 16 février 2009” sont remplacés par
les mots “de l’article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016”;
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “, du chapitre
VIIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de la loi
du 16 février 2009” sont remplacés par les mots “ou du
Titre V, Chapitre II de la loi du 13 mars 2016 ”;
3° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “, de l’ar-
ticle 98 de la loi du 16 février 2009 ou de l’article 91oc-
tiesdecies de la loi du 9 juillet 1975” sont remplacés
par les mots “ou du Titre V, Chapitre III de la loi du
13 mars 2016”.
Art. 81
À l’article 351, § 4, de la même loi, les mots
“l’article 79, § 1er, de la loi du 22 juillet 1953” sont
remplacés par les mots “l’article 86, § 1er, de la loi du
7 décembre 2016”.
Art. 82
À l’article 352, alinéa 1er de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 33, § 2, de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés
par les mots “l’article 6 de la loi du 7 décembre 2016”.
186
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 83
In artikel 356, § 3, van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 79 van de wet van 22 juli 1953” ver-
vangen door de woorden “artikel 86 van de wet van
7 december 2016”.
Art. 84
In artikel 357, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet
worden de woorden “artikel 26” vervangen door de
woorden “de artikelen 26, 208 en 319”.
Art. 85
In artikel 360 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in de Nederlandse versie van paragraaf 1, vierde
lid worden de woorden “beheervennootschappen naar
Belgisch recht” vervangen door de woorden “beheer-
vennootschappen naar buitenlands recht”;
2° paragraaf 9, hernummerd door de wet van
10 april 2014, wordt vervangen als volgt:
“§ 9. Onverminderd de bij andere wetten en reglemen-
ten voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 5 van
toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een AICB
die of een compartiment van een AICB dat ressorteert
onder de toepassing van Verordening 2017/1129 of van
de wet van […] 2018, niet werkt overeenkomstig deze
bepalingen.”;
3° de bepaling die begint met de woorden “De
§§ 1 tot 5 zijn van toepassing” wordt paragraaf 10, en
de bepaling die begint met de woorden “Als de FSMA
van mening is” wordt paragraaf 11.
Art. 86
Artikel 367 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet
van 25 december 2016, wordt opgeheven.
Art. 83
À l’article 356, § 3, de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 79 de la loi du 22 juillet 1953” sont remplacés par
les mots “l’article 86 de la loi du 7 décembre 2016 ”.
Art. 84
À l’article 357, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les
mots “à l’article 26” sont remplacés par les mots “aux
articles 26, 208 et 319”.
Art. 85
À l’article 360 de la même loi, les modifications sui-
vantes sont apportées:
1° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er,
alinéa 4, les mots “beheervennootschappen naar
Belgisch recht” sont remplacés par les mots “beheer-
vennootschappen naar buitenlands recht”;
2° le paragraphe 9, renuméroté par la loi du
10 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
“§ 9. Sans préjudice des mesures définies par
d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont appli-
cables lorsque la FSMA constate qu’un OPCA, ou un
compartiment d’un OPCA, qui relève de l’application
du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne
fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.”;
3° la disposition commençant par les mots “les §§ 1er
à 5 sont applicables” devient le paragraphe 10 et la dis-
position commençant par les mots “Lorsque la FSMA
estime” devient le paragraphe 11.
Art. 86
L’article 367 de la même loi, modifié par la loi du
25 décembre 2016, est abrogé.
187
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL VI
Wijzigingen aan de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen
Art. 87
In artikel 5, tweede lid, 2,° van de wet van 25 april 2014
op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
en beursvennootschappen worden de woorden “de wet
van 16 juni 2006” vervangen door de woorden “de wet
van […] 2018”.
Art. 88
In artikel 20, § 1, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewij-
zigd door de wet van 13 maart 2016, wordt de bepaling
onder y) vervangen als volgt:
“y) artikel 33 van de wet van […] 2018 op de aanbie-
ding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhande-
ling op een gereglementeerde markt;”.
TITEL VII
Wijzigingen aan de wet van 12 mei 2014
betreffende de gereglementeerde
vastgoedvennootschappen
Art. 89
In artikel 2 van de wet van 12 mei 2014 betreffende
de gereglementeerde vastgoedvennootschappen,
gewijzigd door de wet van 22 oktober 2017, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 5°, x, wordt vervangen als volgt:
“x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel 4, 7°
van de wet van […] 2018;”;
b) de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt:
“26° “aanbieding aan het publiek”: elke aanbieding
aan het publiek in de zin van artikel 4, 2°, van de wet
van […] 2018;”;
c) de bepaling onder 35° wordt vervangen als volgt:
“35° “wet van […] juni 2018”: de wet van […] 2018 op de
aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten
TITRE VI
Modifications à la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit et
des sociétés de bourse
Art. 87
À l’article 5, alinéa 2, 2°, de la loi du 25 avril 2014
relative au statut et au contrôle des établissements de
crédit et des sociétés de bourse, les mots “de la loi du
16 juin 2006” sont remplacés par les mots “de la loi du
[…] 2018”.
Art. 88
À l’article 20, § 1er, 2°, de la même loi, modifié pour
la dernière fois par la loi du 13 mars 2016, le y) est
remplacé par ce qui suit:
“y) à l’article 33 de la loi du […] 2018 relative aux offres
au public d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur des
marchés réglementés;”.
TITRE VII
Modifications à la loi du 12 mai 2014
relative aux sociétés immobilières
réglementées
Art. 89
À l’article 2 de la loi du 12 mai 2014 relative aux
sociétés immobilières réglementées, modifié par la loi
du 22 octobre 2017, les modifications suivantes sont
apportées:
a) le 5°, x est remplacé par ce qui suit:
“x. les certificats immobiliers visés à l’article 4, 7° de
la loi du […] 2018;”;
b) le 26° est remplacé par ce qui suit:
“26° par “offre au public”: toute offre au public au sens
de l’article 4, 2°, de la loi du […] 2018; “;
c) le 35° est remplacé par ce qui suit:
“35° par “loi du […] 2018”: la loi du […] 2018 relative
aux offres au public d’instruments de placement et aux
188
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de ver-
handeling op een gereglementeerde markt;”;
d) een bepaling onder 35°/1 wordt ingevoegd,
luidende:
“35°/1 “Verordening 2017/1129”: de Verordening (EU)
2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van
14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde
markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn
2003/71/EG;”.
Art. 90
Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een
paragraaf 6, luidende:
“§ 6. Niettegenstaande de bepalingen van arti-
kel 21 en van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel, is
het de promotor of een in onderling overleg met hem
handelend persoon toegestaan om stemrechtverlenen-
de effecten te verwerven die het percentage stemrecht-
verlenende effecten in het bezit van het publiek onder
30 % doen dalen, mits aan de volgende voorwaarden
is voldaan:
1° die verwervingen vloeien voort uit:
(a) de aanvaarding door de houders van de betrokken
effecten van een openbare overnamebieding; en
(b) in voorkomend geval, een openbaar uitkoop-
bod dat onmiddellijk volgt op voornoemde openbare
overnamebieding,
die allebei worden uitgevoerd conform de wet van
1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en
het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare
overnamebiedingen;
2° naar aanleidingen van die verwervingen bezit
de promotor en/of een in onderling overleg met hem
handelend persoon alle stemrechtverlenende effecten
van de GVV;
3° de openbare GVV doet afstand van haar vergun-
ning binnen de maand die volgt op het verstrijken van de
aanvaardingsperiode van het bod die de promotor en/
of de in onderling overleg met hem handelend perso(o)
n(en) in de mogelijkheid heeft gesteld om alle stem-
rechtsverlenende effecten te verwerven.
admissions d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés;”;
d) un 35°/1 est inséré, rédigé comme suit:
“35°/1 par “Règlement 2017/1129”: le Règlement (UE)
2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le prospectus à
publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières
ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et abrogeant
la directive 2003/71/CE;”.
Art. 90
L’article 23 de la même loi est complété par un para-
graphe 6, rédigé comme suit:
“§ 6. Nonobstant les dispositions de l’article 21 et des
paragraphes 3, 4 et 5 du présent article, il est permis au
promoteur ou à une personne agissant de concert avec
lui d’effectuer des acquisitions de titres conférant le droit
de vote ayant pour effet de faire baisser en dessous de
30 % la proportion de ces titres se trouvant aux mains du
public, moyennant le respect des conditions suivantes:
1° les acquisitions font suite à
(a) l’acceptation par les détenteurs des titres concer-
nés d’une offre publique d’acquisition; et
(b) le cas échéant, une offre publique de reprise fai-
sant immédiatement suite à l’offre publique d’acquisition
susmentionnée,
toutes deux menées conformément à la loi du
1er avril 2007 relative aux offres publiques d’acquisition
et à l’arrêté royal du 27 avril 2007 relatif aux offres
publiques d’acquisition;
2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la per-
sonne agissant de concert avec lui détiennent la totalité
des titres conférant le droit de vote de la SIR;
3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois de
l’expiration de la période d’acceptation de l’offre qui a
permis au promoteur et/ou aux personnes agissant de
concert avec lui d’acquérir la totalité des titres conférant
le droit de vote.
189
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid, 1°, 2°
en 3°, bedoelde voorwaarden, is paragraaf 3, eerste
lid, van toepassing, onverminderd de bepalingen van
hoofdstuk IV.
Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand van de
vergunning voor zover die plaatsvindt na de afsluiting
van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bod.”.
Art. 91
In artikel 64 van dezelfde wet wordt paragraaf 8 ver-
vangen als volgt:
“§ 8. Onverminderd de bij andere wetten en regle-
menten voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot
en met 7 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt
dat een openbare gereglementeerde vastgoedvennoot-
schap, die ressorteert onder de toepassing van de wet
van Verordening 2017/1129 of van de wet van […] 2018,
niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.”.
Art. 92
In artikel 76/11 van dezelfde wet, ingevoegd door de
wet van 22 oktober 2017, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 93
In artikel 77, § 8, tweede lid, van dezelfde wet worden
de woorden “openbaar aanbod in de zin van de wet van
16 juni 2006” vervangen door de woorden “aanbieding
aan het publiek in de zin van Verordening 2017/1129”.
TITEL VIII
Wijziging aan de wet van 13 maart 2016
op het statuut en het toezicht op verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen
Art. 94
In artikel 16, tweede lid, 2°, van de wet van
13 maart 2016 op het statuut en het toezicht op ver-
zekerings- of herverzekeringsondernemingen worden
de woorden “de wet van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt” vervangen door de woorden
“Verordening 2017/1129 van het Europees Parlement en
de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus
dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan
Au cas où les conditions visées à l’alinéa 1er, 1°, 2°
et 3°, ne sont pas remplies, le paragraphe 3, alinéa
1er est applicable, sans préjudice des dispositions du
chapitre IV.
L’article 62 n’est pas applicable à la renonciation
à l’agrément pour autant que celle-ci ait lieu après la
clôture de l’offre visée à l’alinéa 1er, 3°.”.
Art. 91
À l’article 64 de la même loi, le paragraphe 8 est
remplacé par ce qui suit:
“§ 8. Sans préjudice des mesures définies par
d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont appli-
cables lorsque la FSMA constate qu’une société immo-
bilière réglementée publique, qui relève de l’application
du Règlement 2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne
fonctionne pas en conformité avec ces dispositions.”.
Art. 92
À l’article 76/11 de la même loi, inséré par la loi du
22 octobre 2017, l’alinéa 1er est abrogé.
Art. 93
À l’article 77, § 8, alinéa 2, de la même loi, les mots
“une offre publique au sens de la loi du 16 juin 2006”
sont remplacés par les mots “une offre au public au sens
du Règlement 2017/1129 ”.
TITRE VIII
Modification à la loi du 13 mars 2016 relative
au statut et au contrôle des entreprises d’assurance
et de réassurance
Art. 94
À l’article 16, alinéa 2, 2°, de la loi du 13 mars 2016
relative au statut et au contrôle des entreprises
d’assurance et de réassurance, les mots “de la loi du
16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments de pla-
cement à la négociation sur un marché réglementé”
sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129
du 14 juin 2017 concernant le prospectus à publier en
cas d’offre au public de valeurs mobilières ou en vue
de l’admission de valeurs mobilières à la négociation
190
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
het publiek worden aangeboden of tot de handel op
een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot
intrekking van richtlijn 2003/71/EG”.
TITEL IX
Wijziging aan de wet van 7 december 2016
tot organisatie van het beroep van en het publiek
toezicht op de bedrijfsrevisoren
Art. 95
In artikel 3 van de wet van 7 december 2016 tot
organisatie van het beroep van en het publiek toezicht
op de bedrijfsrevisoren wordt de bepaling onder 22°
vervangen als volgt:
“22° het toepasselijke wetgevende en reglementaire
kader:
— deze wet;
— de door de Koning ter uitvoering van haar bepa-
lingen genomen besluiten;
— het Wetboek van Vennootschappen;
— de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen;
— de Verordening (EU) nr. 537/2014;
— de door de Commissie goedgekeurde verordenin-
gen krachtens de bepalingen van richtlijn 2006/43/EG
en Verordening (EU) nr. 537/2014; en
— de bepalingen van de wet van 18 september 2017
tot voorkoming van het witwassen van geld en de finan-
ciering van terrorisme en tot beperking van het gebruik
van contanten, de ter uitvoering van voornoemde wet
van 18 september 2017 genomen besluiten en regle-
menten, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn (EU)
2015/849 van het Europees Parlement en de Raad
van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het ge-
bruik van het financiële stelsel voor het witwassen van
geld of terrorismefinanciering, van Verordening (EU)
2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van
20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen
informatie, en van de waakzaamheidsplicht waarvan
sprake in de bindende bepalingen betreffende financiële
embargo’s, in de mate waarin ze van toepassing zijn
op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde wet van
18 september 2017 bedoelde onderworpen entiteiten;”.
sur un marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE”.
TITRE IX
Modification à la loi du 7 décembre 2016 portant
organisation de la profession et de la supervision
publique des réviseurs d’entreprises
Art. 95
À l’article 3 de la loi du 7 décembre 2016 portant orga-
nisation de la profession et de la supervision publique
des réviseurs d’entreprises, le 22° est remplacé par ce
qui suit:
“22° le cadre législatif et réglementaire applicable:
— la présente loi;
— les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses
dispositions;
— le Code des sociétés;
— les normes applicables aux réviseurs d’entreprises;
— le Règlement (UE) n° 537/2014;
— les règlements adoptés par la Commission en
vertu des dispositions de la directive 2006/43/CE et du
Règlement (UE) n° 537/2014; et
— les dispositions de la loi du 18 septembre 2017
relative à la prévention du blanchiment de capitaux
et du financement du terrorisme et à la limitation de
l’utilisation des espèces, des arrêtés et règlements
pris pour l’exécution de la loi du 18 septembre 2017
précitée, des mesures d’exécution de la Directive (UE)
2015/849 du Parlement européen et du Conseil du
20 mai 2015 relative à la prévention de l’utilisation du
système financier aux fins du blanchiment de capitaux
ou du financement du terrorisme, du Règlement (UE)
2015/847 du Parlement européen et du Conseil du
20 mai 2015 sur les informations accompagnant les
transferts de fonds, et les devoirs de vigilance prévus par
les dispositions contraignantes relatives aux embargos
financiers, dans la mesure où elles sont applicables aux
entités assujetties visées à l’article 85, § 1er, 6° de la loi
du 18 septembre 2017 précitée;”.
191
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
TITEL X
Wijzigingen aan de wet van 18 december 2016 tot
regeling van de erkenning en de afbakening van
crowdfunding en houdende diverse bepalingen
inzake financiën
Art. 96
In artikel 4 van de wet van 18 december 2016 tot rege-
ling van de erkenning en de afbakening van crowdfun-
ding en houdende diverse bepalingen inzake financiën
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 4° worden de woorden “arti-
kel 4 van de wet van 16 juni 2006” vervangen door de
woorden “artikel 3 van de wet van […] 2018”;
b) in de bepaling onder 9° worden de woorden “ar-
tikel 10 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt” vervangen door de woor-
den “artikel 2, e), van Verordening 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 be-
treffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden
of tot de handel op een gereglementeerde markt worden
toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”.
TITEL XI
Wijzigingen aan de wet van 21 november 2017
over de infrastructuren voor de markten voor
financiële instrumenten en houdende omzetting
van richtlijn 2014/65/EU
Art. 97
In artikel 25, § 2, van de wet van 21 november 2017
over de infrastructuren voor de markten voor fi-
nanciële instrumenten en houdende omzetting van
richtlijn 2014/65/EU worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden “de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggings-
instrumenten en de toelating van beleggingsinstrumen-
ten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt”
vervangen door de woorden “Verordening 2017/1129 van
het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 be-
treffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden
TITRE X
Modifications à la loi du 18 décembre 2016
organisant la reconnaissance et l’encadrement du
crowdfunding et portant des dispositions diverses
en matière de finances
Art. 96
À l’article 4 de la loi du 18 décembre 2016 organisant
la reconnaissance et l’encadrement du crowdfunding
et portant des dispositions diverses en matière de
finances, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 4°, les mots “article 4 de la loi du 16 juin 2006”
sont remplacés par les mots “article 3 de la loi du […]
2018”;
b) au 9°, les mots “article 10 de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de placement
et aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés” sont rempla-
cés par les mots “article 2, e) du Règlement 2017/1129
du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2017
concernant le prospectus à publier en cas d’offre au
public de valeurs mobilières ou en vue de l’admission
de valeurs mobilières à la négociation sur un marché
réglementé, et abrogeant la directive 2003/71/CE”.
TITRE XI
Modifications à la loi du 21 novembre 2017 relative
aux infrastructures des marchés d’instruments
financiers et portant transposition
de la directive 2014/65/UE
Art. 97
À l’article 25, § 2 de la loi du 21 novembre 2017
relative aux infrastructures des marchés d’instruments
financiers et portant transposition de la directive
2014/65/UE, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l’alinéa 1er, les mots “ de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de placement
et aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur un marché réglementé ” sont remplacés
par les mots “du Règlement 2017/1129 du Parlement
européen et du Conseil du 14 juin 2017 concernant
le prospectus à publier en cas d’offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l’admission de valeurs
192
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
of tot de handel op een gereglementeerde markt worden
toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG”;
2° in het tweede lid worden de woorden “van richt-
lijn 2003/71/EG” vervangen door de woorden “van
Verordening 2017/1129”.
Art. 98
In artikel 26, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede
lid vervangen als volgt:
“In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1° en
2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan
zich, na overleg met hem, tegen deze opschorting of
uitsluiting verzetten, in het belang van de bescherming
van de beleggers, behoudens wanneer:
1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting van
een afgeleid instrument die automatisch voortvloeit uit
de marktregels die de FSMA zelf met toepassing van
artikel 34 heeft goedgekeurd;
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverle-
nende effecten van een uitgevende instelling in de zin
van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname-
biedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van
de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met
inachtneming van de voor de wijziging van het maat-
schappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting
van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een
bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom
de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en
haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in
de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden
verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de
personen die de vennootschap controleren, en de
in onderling overleg met hen handelende personen,
maximaal 0,5 % vertegenwoordigen van het totaalaantal
stemrechtverlenende effecten van die vennootschap, of
een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt
dan of gelijk is aan 1 000 000 euro, op basis van het
gemiddelde van de slotkoersen van de drie maanden
vóór de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA door
de marktexploitant.”.
Art. 99
In artikel 49 van dezelfde wet wordt het tweede lid
vervangen als volgt:
mobilières à la négociation sur un marché réglementé,
et abrogeant la directive 2003/71/CE ”;
2° à l’alinéa 2, les mots “de la directive 2003/71/CE”
sont remplacés par les mots “du Règlement 2017/1129”.
Art. 98
À l’article 26, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est
remplacé par ce qui suit:
“Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe préa-
lablement la FSMA. La FSMA peut, après concertation
avec lui, s’opposer à cette suspension ou ce retrait
dans l’intérêt de la protection des investisseurs, sauf si:
1° il s’agit de la suspension ou du retrait d’un instru-
ment dérivé qui découle automatiquement des règles
de marché que la FSMA elle-même a approuvées en
application de l’article 34;
2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote,
au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres
publiques d’acquisition, et que
a) l’assemblée générale extraordinaire de la société
concernée, statuant aux conditions requises pour la
modification de l’objet social, a approuvé le retrait des
titres concernés. Le conseil d’administration rédige
un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que
présente le retrait pour la société et ses différents
actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l’ordre du
jour et une copie peut en être obtenue conformément
à l’article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes
détenant le contrôle de la société et les personnes
agissant de concert avec celles-ci, représentent au
plus 0,5 % du total des titres avec droit de vote de
cette société, ou ont une valeur égale ou inférieure à
1 000 000 euros, sur la base de la moyenne des cours
de clôture des trois mois précédant l’information préa-
lable de la FSMA par l’opérateur de marché.”.
Art. 99
À l’article 49 de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé
par ce qui suit:
193
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
“Wanneer een marktexploitant die een MTF exploi-
teert waarvoor de Koning gebruik heeft gemaakt van
de in artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002
bedoelde machtiging, voornemens is om een tot de ver-
handeling op die MTF toegelaten financieel instrument
uit te te sluiten van de handel, deelt hij dat voornemen
vooraf mee aan de FSMA. De FSMA kan zich, na over-
leg met hem, daartegen verzetten in het belang van de
bescherming van de beleggers, behoudens wanneer
1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid instru-
ment die automatisch voortvloeit uit de marktregels
die de FSMA zelf met toepassing van deze wet of een
uitvoeringsbesluit van deze wet heeft goedgekeurd; of
2° het gaat om de uitsluiting van de stemrechtverle-
nende effecten van een uitgevende instelling in de zin
van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname-
biedingen, en
a) de buitengewone algemene vergadering van
de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt met
inachtneming van de voor de wijziging van het maat-
schappeljk doel vereiste voorschriften, de uitsluiting
van de betrokken effecten heeft goedgekeurd. In een
bijzonder verslag zet de raad van bestuur uiteen waarom
de uitsluiting van belang is voor de vennootschap en
haar verschillende aandeelhouders. Dit verslag wordt in
de agenda vermeld en een afschrift ervan kan worden
verkregen overeenkomstig artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door de
personen die de vennootschap controleren, en de
in onderling overleg met hen handelende personen,
maximaal 1 % vertegenwoordigen van het totaalaantal
stemrechtverlenende effecten van die vennootschap,
of een totale tegenwaarde hebben die minder bedraagt
dan of gelijk is aan 500 000 euro, op basis van het ge-
middelde van de slotkoersen van de drie maanden vóór
de voorafgaande kennisgeving aan de FSMA.”.
Art. 100
In artikel 53, § 3, 3°, van dezelfde wet worden de
woorden “richtlijn 2003/71/EG of in hoofdstuk III van
titel IV van de wet van 16 juni 2006” vervangen door
de woorden “Verordening 2017/1129 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende
het prospectus dat moet worden gepubliceerd wan-
neer effecten aan het publiek worden aangeboden of
tot de handel op een gereglementeerde markt worden
toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG of
in hoofdstuk I van titel III van de wet van […] 2018 op de
“Lorsque l’opérateur de marché exploitant un MTF
pour lequel le Roi a fait usage de l’habilitation visée à
l’article 10, § 6, de la loi du 2 août 2002, envisage de
prononcer le retrait d’un instrument financier admis à
la négociation sur ce MTF, il en informe préalablement
la FSMA. La FSMA peut, après concertation avec lui,
s’opposer à ce retrait dans l’intérêt de la protection des
investisseurs, sauf si
1° il s’agit du retrait d’un instrument dérivé qui découle
automatiquement des règles de marché que la FSMA
elle-même a approuvées en application de la présente
loi ou d’un arrêté d’exécution de cette loi; ou
2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote,
au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres
publiques d’acquisition, et que
a) l’assemblée générale extraordinaire de la société
concernée, statuant aux conditions requises pour la
modification de l’objet social, a approuvé le retrait des
titres concernés. Le conseil d’administration rédige
un rapport spécial dans lequel il justifie l’intérêt que
présente le retrait pour la société et ses différents
actionnaires. Ce rapport est annoncé dans l’ordre du
jour et une copie peut en être obtenue conformément
à l’article 535 du Code des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les personnes
détenant le contrôle de la société et les personnes agis-
sant de concert avec celles-ci, représentent au plus 1 %
du total des titres avec droit de vote de cette société, ou
ont une valeur égale ou inférieure à 500 000 euros, sur
la base de la moyenne des cours de clôture des trois
mois précédant la notification adressée à la FSMA.”.
Art. 100
À l’article 53, § 3, 3°, de la même loi, les mots “la
directive 2003/71/CE ou au chapitre III du titre IV de
la loi du 16 juin 2006” sont remplacés par les mots “le
Règlement 2017/1129 du Parlement européen et du
Conseil du 14 juin 2017 concernant le prospectus à
publier en cas d’offre au public de valeurs mobilières
ou en vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et abrogeant la
directive 2003/71/CE ou au chapitre Ier du titre III de la loi
du […] 2018 relative aux offres au public d’instruments
194
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumen-
ten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt”.
BOEK VII
DIVERSE BEPALING
Art. 101
Blijven van toepassing tot ze uitdrukkelijk worden
opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 9 oktober 2009 over het
openbaar karakter van de werving van terugbetaalbare
gelden; en
2° het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende
bepaalde informatieverplichtingen bij de commerciali-
sering van financiële producten bij niet-professionele
cliënten, met uitzondering, uitsluitend in verband met
de commercialisering van beleggingsinstrumenten, van
de artikelen 11 tot 25 ervan.
BOEK VIII
OVERGANGSBEPALINGEN EN
INWERKINGTREDING
Art. 102
De artikelen 10 tot 19 zijn niet van toepassing op de
aanbiedingen aan het publiek waarvan de aanbiedings-
periode reeds loopt op het ogenblik dat zij in werking
treden.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 10 tot
19 echter van toepassing vanaf 21 oktober 2018 op deze
aanbiedingen aan het publiek als zij betrekking hebben
tot de categorieën beleggingsinstrumenten bedoeld in
artikel 18, § 1, a) en i) van de wet van 16 juni 2006 op
de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten
en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de ver-
handeling op een gereglementeerde markt.
Art. 103
§ 1. Voornoemde wet van 16 juni 2006 wordt opge-
heven op de dag waarop Verordening 2017/1129 van
toepassing is, zoals bepaald door artikel 49, lid 2 van
bovenvermelde verordening.
de placement et aux admissions d’instruments de pla-
cement à la négociation sur des marchés réglementés”.
LIVRE VII
DISPOSITION DIVERSE
Art. 101
Restent d’application jusqu’à leur abrogation
expresse:
1° l’arrêté royal du 9 octobre 2009 relatif au caractère
public de la sollicitation de fonds remboursables; et
2° l’arrêté royal du 25 avril 2014 imposant certaines
obligations en matière d’information lors de la commer-
cialisation de produits financiers auprès des clients de
détail, à l’exception, exclusivement en ce qui concerne
la commercialisation d’instruments de placement, de
ses articles 11 à 25.
LIVRE VIII
DISPOSITIONS TRANSITOIRES ET
ENTRÉE EN VIGUEUR
Art. 102
Les articles 10 à 19 ne s’appliquent pas aux offres au
public lorsque la période d’offre est en cours à la date
de leur entrée en vigueur.
Par dérogation à l’alinéa 1er, les articles 10 à 19 s’ap-
pliquent toutefois à compter du 21 octobre 2018 à ces
offres au public si elles portent sur les instruments de
placement visés à l’article 18, § 1er, a) et i) de la loi du
16 juin 2006 relative aux offres publiques d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments de pla-
cement à la négociation sur des marchés réglementés.
Art. 103
§ 1er. La loi du 16 juin 2006 précitée est abrogée à la
date d’entrée en application du Règlement 2017/1129,
telle que déterminée par l’article 49, paragraphe 2 dudit
règlement.
195
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, worden artikel 3,
§ 2, eerste lid, e), en tweede lid, artikel 18, § 1, a), i),
j) en k), en artikel 42, 2°, van de wet van 16 juni 2006
opgeheven op 21 juli 2018.
De in het eerste lid bedoelde bepalingen blijven echter
van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek die
op 21 juli 2018 reeds lopen, behalve voor wat artikel 18,
§ 1, a) en i) betreft, dat vanaf 21 oktober 2018 niet meer
van toepassing is.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt artikel 18, § 2,
a) en g), van voornoemde wet van 16 juni 2006 opge-
heven op de datum van bekendmaking van deze wet in
het Belgisch Staatsblad.
Art. 104
§ 1. Deze wet treedt in werking op de dag waarop
Verordening 2017/1129 van toepassing is, zoals bepaald
door artikel 49, lid 2 van bovenvermelde verordening.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 treden
1° artikel 7, § 1, de bepalingen van hoofdstuk II van
titel III van boek II, de artikelen 26, § 4, 27, eerste lid, 4°,
32, § 1, eerste lid, 5°, 33, 3° en 6°, 34; en
2° de artikelen 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71,
75, 76, 78, 86 en 92,
in werking op 21 juli 2018.
Vanaf 21 juli 2018 en niettegenstaande artikel 57/1 van
de wet van 16 juni 2006, is artikel 60 van dezelfde wet
niet langer van toepassing op de in artikel 10 bedoelde
aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de
verhandeling.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 treden de artike-
len 20, § 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52,
a), f), h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f),
h), i), 70, 72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 en
99 in werking op de tiende dag na de bekendmaking
van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, l’article 3, § 2,
alinéa 1er, e), et alinéa 2, l’article 18, § 1er, a), i), j) et k),
et l’article 42, 2°, de la loi du 16 juin 2006 sont abrogés
à la date du 21 juillet 2018.
En ce qui concerne les offres au public en cours
au 21 juillet 2018, les dispositions visées à l’alinéa
1er restent toutefois d’application, excepté en ce qui
concerne l’article 18, § 1er, a) et i), lequel cesse de
s’appliquer à compter du 21 octobre 2018.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, l’article 18, § 2,
a) et g), de la loi du 16 juin 2006 précitée est abrogé
au jour de la publication de la présente loi au Moniteur
belge.
Art. 104
§ 1er. La présente loi entre en vigueur à la date
d’entrée en application du Règlement 2017/1129, telle
que déterminée par l’article 49, paragraphe 2 dudit
règlement.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er,
1° l’article 7, § 1er, les dispositions du chapitre II du
titre III du livre II, les articles 26, § 4, 27, alinéa 1er, 4°,
32, § 1er, alinéa 1er, 5°, 33, 3° et 6°, 34; et
2° les articles 52, j), 56, 1°, 62, 63, 1°, 66, 69, k), 71,
75, 76, 78, 86 et 92,
entrent en vigueur le 21 juillet 2018.
À compter du 21 juillet 2018 et nonobstant l’ar-
ticle 57/1 de la loi du 16 juin 2006, l’article 60 de la
même loi ne s’applique plus aux offres publiques et
aux admissions à la négociation visées à l’article 10.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les articles 20,
§ 2, 3°, 39, 42, 1°, 43, a), b), d), 44, 46, 49, 50, 52, a), f),
h), 56, 2°, 57, 58, 59, 63, 2°, 64, 65, 67, 69, e), f), h), i), 70,
72, 73, 77, 79, 80, 81, 82 83, 84, 90, 96, 98 et 99 entrent
en vigueur le dixième jour suivant la publication de la
présente loi au Moniteur belge.
196
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
§ 4. De artikelen 67, 68 en 69 tot 72 van de wet
van 16 juni 2006 en artikel 125 van de wet van
2 augustus 2002 zijn, wat de in paragrafen 2, eerste
lid, 1°, bedoelde bepalingen betreft, van toepassing van
zodra zij in werking treden.
Gegeven te Brussel, 3 juni 2018
FILIP
VAN KONINGSWEGE :
De minister van Economie en Consumenten,
Kris PEETERS
De minister van Financiën,
Johan VAN OVERTVELDT
§ 4. Les articles 67, 68 et 69 à 72 de la loi du
16 juin 2006 et l’article 125 de la loi du 2 août 2002
s’appliquent en ce qui concerne les dispositions visées
au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, dès l’entrée en vigueur
de celles-ci.
Donné à Bruxelles, le 3 juin 2018
PHILIPPE
PAR LE ROI :
Le ministre de l’Économie et des Consommateurs,
Kris PEETERS
Le ministre des Finances,
Johan VAN OVERTVELDT
197
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Tableau de correspondance/concordantietabel – règlement/verordening 2017/1129
Règlement/Verordening 2017/1129
Projet de loi/Wetsontwerp
Art. 3, § 2
Art. 7, § 1
Art. 11
Art. 25, §§ 1 à/tot 3 – art. 1382 Code
civil/Burgerlijk wetboek
Art. 20, § 9
Déjà transposé/al omgezet (art. 68 loi/wet
02/08/2002)
Art. 31, § 1
Art. 29 à/tot 31
Art. 31, § 2
/
Art. 31, § 3
/
Art. 32
Art. 29
Art. 38
Art. 30
Art. 39
Déjà transposé/al omgezet (art. 49, § 2, al./lid 2
- 72, § 3, al./lid 1 loi/wet 02/08/2002 – principes
généraux
du
droit
administratif/algemene
beginselen van het administratief recht)
Art. 40
Déjà transposé/al omgezet (art. 121, § 1, 1°
loi/wet 02/08/2002)
Art. 41
Déjà transposé/al omgezet (art. 69bis loi/wet
02/08/2002 + règlement de la FSMA du 24
septembre 2017 précisant les règles de
procédure applicables à la réception et au
traitement des signalements d’infractions /
Reglement van de FSMA van 24 september 2017
tot bepaling van nadere procedureregels voor
het ontvangen en in behandeling nemen van
meldingen van inbreuken)
Art. 42
Déjà transposé/al omgezet (art. 72, § 3, al./lid 4,
5, 6, 7)
Art. 43
Déjà transposé/al omgezet (art. 72, § 3, al./lid
10)
198
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Tableau de correspondance/concordantietabel – règlement/verordening 2017/1131
Règlement/verordening 2017/1131
Projet de loi/wetsontwerp
Art. 40
Art. 56, 62, 63, 66, 78
199
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
COORDINATION DES ARTICLES - COORDINATIE VAN DE ARTIKELEN
CODE DES IMPÔTS SUR LES REVENUS 1992 – WETBOEK INKOMSTENBELASTING 1992
Art. 21
Art. 21
Les revenus des capitaux et biens mobiliers ne
comprennent pas :
Les revenus des capitaux et biens mobiliers ne
comprennent pas :
(…)
(…)
13° sans préjudice de l’application de l’article 18,
alinéa 1er, 4°, et alinéa 2, les intérêts afférents à
la première tranche de 15.320 EUR (montant de
base 9965 EUR), par année et par contribuable,
de nouveaux prêts conclus en dehors de
l’activité professionnelle du prêteur, prêtés
endéans une période de quatre années par une
personne physique à une entreprise avec
l’intervention
d’une
plateforme
de
crowdfunding reconnue afin de permettre à
cette entreprise de financer des initiatives
économiques nouvelles moyennant le respect
des conditions suivantes :
13° sans préjudice de l’application de l’article 18,
alinéa 1er, 4°, et alinéa 2, les intérêts afférents à
la première tranche de 15.320 EUR (montant de
base 9965 EUR), par année et par contribuable,
de nouveaux prêts conclus en dehors de
l’activité professionnelle du prêteur, prêtés
endéans une période de quatre années par une
personne physique à une entreprise avec
l’intervention
d’une
plateforme
de
crowdfunding reconnue afin de permettre à
cette entreprise de financer des initiatives
économiques nouvelles moyennant le respect
des conditions suivantes :
(…)
(…)
f) les prêts sont octroyés aux entreprises qui
débutent soit par les contribuables qui
souscrivent à des instruments de placement
matérialisant ces prêts, émis par ces entreprises
dans le cadre d’une offre en vente ou en
souscription conformément à la loi du 16 juin
2006 relative aux offres publiques d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments
de placement à la négociation sur des marchés
réglementés,
soit
par
un
véhicule
de
financement visé par la loi du 18 décembre 2016
organisant la reconnaissance et l’encadrement
du crowdfunding et portant des dispositions
diverses en matière de finances, qui émet des
instruments de placement conformément à la loi
du 16 juin 2006 précitée à l’attention des
contribuables ;
f) les prêts sont octroyés aux entreprises qui
débutent soit par les contribuables qui
souscrivent à des instruments de placement
matérialisant ces prêts, émis par ces entreprises
dans le cadre d’une offre en vente ou en
souscription conformément à la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés et au règlement 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin
2017 concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE, soit par un
véhicule de financement visé par la loi du 18
décembre 2016 organisant la reconnaissance et
l’encadrement du crowdfunding et portant des
dispositions diverses en matière de finances, qui
émet
des
instruments
de
placement
conformément à la loi du […] 2018 et le
règlement 2017/1129 précités à l’attention des
contribuables ;
200
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
(…)
(…)
Art. 194ter
Art. 194ter
(…)
(…)
§ 12. L’offre de l’attestation tax shelter par la
société de production éligible ou l’intermédiaire
éligible et l’intermédiation dans les conventions-
cadre sont effectuées en conformité avec les
dispositions de la loi du 16 juin 2006 relative aux
offres publiques d’instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés.
§ 12. L’offre de l’attestation tax shelter par la
société de production éligible ou l’intermédiaire
éligible et l’intermédiation dans les conventions-
cadre sont effectuées en conformité avec les
dispositions de la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement à
la négociation sur des marchés réglementés et
du
règlement
2017/1129
du
Parlement
européen et du Conseil du 14 juin 2017
concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE.
Art. 21
Art. 21
De inkomsten van roerende goederen en
kapitalen omvatten niet:
De inkomsten van roerende goederen en
kapitalen omvatten niet:
(…)
(…)
13° onverminderd de toepassing van artikel 18,
eerste lid, 4°, en tweede lid, interesten met
betrekking tot de eerste schijf van 15.320 EUR
(basisbedrag 9965 EUR) per jaar en per
belastingplichtige
van
nieuwe
buiten
de
beroepswerkzaamheid van de kredietgever
afgesloten leningen die gedurende vier jaar werd
uitgeleend door een natuurlijk persoon aan een
onderneming met tussenkomst van een erkend
crowdfundingplatform
teneinde
die
onderneming in staat te stellen nieuwe
economische initiatieven te financieren, mits de
volgende voorwaarden worden nageleefd:
13° onverminderd de toepassing van artikel 18,
eerste lid, 4°, en tweede lid, interesten met
betrekking tot de eerste schijf van 15.320 EUR
(basisbedrag 9965 EUR) per jaar en per
belastingplichtige
van
nieuwe
buiten
de
beroepswerkzaamheid van de kredietgever
afgesloten leningen die gedurende vier jaar werd
uitgeleend door een natuurlijk persoon aan een
onderneming met tussenkomst van een erkend
crowdfundingplatform
teneinde
die
onderneming in staat te stellen nieuwe
economische initiatieven te financieren, mits de
volgende voorwaarden worden nageleefd:
(…)
(…)
f) de leningen worden aan de startende
ondernemingen
verstrekt
hetzij
door
de
belastingplichtigen
die
op
beleggingsinstrumenten inschrijven, die deze
leningen materialiseren en die door deze
ondernemingen worden uitgegeven in het kader
f) de leningen worden aan de startende
ondernemingen
verstrekt
hetzij
door
de
belastingplichtigen
die
op
beleggingsinstrumenten inschrijven, die deze
leningen materialiseren en die door deze
ondernemingen worden uitgegeven in het kader
201
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
van een aanbieding tot verkoop of tot
inschrijving conform de wet van 16 juni 2006 op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, hetzij door een
financieringsvehikel als bedoeld in de wet van 18
december 2016 tot regeling van de erkenning en
de afbakening van crowdfunding en houdende
diverse bepalingen inzake financiën, conform
voornoemde
wet
van
16
juni
2006,
beleggingsinstrumenten uitgeeft ten behoeve
van de belastingplichtigen;
van een aanbieding tot verkoop of tot
inschrijving conform de wet van […] 2018 op de
aanbieding
aan
het
publiek
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt en Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de
Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, hetzij
door een financieringsvehikel als bedoeld in de
wet van 18 december 2016 tot regeling van de
erkenning en de afbakening van crowdfunding
en
houdende
diverse
bepalingen
inzake
financiën, conform voornoemde wet van […]
2018
en
Verordening
2017/1129,
beleggingsinstrumenten uitgeeft ten behoeve
van de belastingplichtigen;
(…)
(…)
Art. 194ter
Art. 194ter
(…)
(…)
§ 12. Het aanbod van een tax shelter-attest door
de
in
aanmerking
komende
productievennootschap
of
door
de
in
aanmerking komende tussenpersoon en de
bemiddeling in raamovereenkomsten worden
uitgevoerd in overeenstemming met de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt.
§ 12. Het aanbod van een tax shelter-attest door
de
in
aanmerking
komende
productievennootschap
of
door
de
in
aanmerking komende tussenpersoon en de
bemiddeling in raamovereenkomsten worden
uitgevoerd in overeenstemming met de wet van
[…] 2018 op de aanbieding aan het publiek van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een
gereglementeerde
markt
en
met
Verordening 2017/1129 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017
betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek
worden aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG.
202
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
LOI 2 AOÛT 2002 – WET 2 AUGUSTUS 2002
Art. 2
Art. 2
(…)
(…)
42°
"compte
d'épargne"
:
un
compte
matérialisant la réception de dépôts d'argent par
des établissements de crédit visés à l'article
68bis, alinéa 1er, 1°, de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d'instruments de
placement et aux admissions d'instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés, à l'exclusion des comptes de
paiement au sens de l'article 2, 8°, de la loi du 10
décembre 2009 relative aux services de
paiement ;
42°
"compte
d'épargne"
:
un
compte
matérialisant la réception de dépôts d'argent par
des établissements de crédit visés à l'article 28,
alinéa 1er, 1°, de la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d'instruments de placement et
aux admissions d'instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés, à
l'exclusion des comptes de paiement au sens de
l'article 2, 8°, de la loi du 10 décembre 2009
relative aux services de paiement ;
(…)
(…)
Art. 37sexies
Art. 37sexies
(…)
(…)
§ 2. Dans le cas où le PRIIP est commercialisé en
Belgique, l'initiateur de ce produit ou la
personne
qui
vend
ce
produit
notifie
préalablement le document d'informations clés
à la FSMA. Le Roi peut, sur avis de la FSMA,
prévoir des règles visant à préciser sur qui
repose l'obligation de notification notamment
lorsque l'obligation de notifier le document
d'informations clés est susceptible de reposer
sur plusieurs personnes, ainsi que le délai et les
modalités selon lesquelles cette notification doit
être réalisée. Le Roi peut notamment prévoir un
délai spécifique pour les PRIIP's dont la
commercialisation en Belgique est en cours à la
date à partir de laquelle le règlement 1286/2014
sera applicable.
§ 2. Dans le cas où le PRIIP est commercialisé en
Belgique, l'initiateur de ce produit ou la
personne
qui
vend
ce
produit
notifie
préalablement le document d'informations clés
à la FSMA. Le Roi peut, sur avis de la FSMA,
prévoir des règles visant à préciser sur qui
repose l'obligation de notification notamment
lorsque l'obligation de notifier le document
d'informations clés est susceptible de reposer
sur plusieurs personnes, ainsi que le délai et les
modalités selon lesquelles cette notification doit
être réalisée. Le Roi peut notamment prévoir un
délai spécifique pour les PRIIP's dont la
commercialisation en Belgique est en cours à la
date à partir de laquelle le règlement 1286/2014
sera applicable.
L'obligation prévue à l'alinéa 1er n'est pas
applicable si la commercialisation porte sur:
L'obligation prévue à l'alinéa 1er n'est pas
applicable si la commercialisation porte sur:
(…)
(…)
2° un instrument de placement visé à l'article 4
de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres
publiques d'instruments de placement et aux
admissions d'instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés, dont
l'offre ne revêt pas un caractère public en
2° un instrument de placement visé à l’article 3
de la loi du […] 2018 relative aux offres au public
d'instruments de placement et aux admissions
d'instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés, dont l’offre
203
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
application de l'article 3, §§ 2 à 5, de la loi
précitée;
a) est adressée uniquement aux investisseurs
qualifiés ;
b) est adressée à moins de 150 personnes
physiques ou morales, autres que des
investisseurs qualifiés, en Belgique ;
c) porte sur sur des instruments de placement
dont la valeur nominale unitaire s’élève au
moins à 100.000 euros ;
d) est adressée à des investisseurs qui
acquièrent ces valeurs pour un montant total
d’au moins 100.000 euros par investisseur et
par offre distincte ;
3° un instrument de placement visé à l'article 4
de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres
publiques d'instruments de placement et aux
admissions d'instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés, qui
est offert publiquement aux administrateurs ou
aux salariés anciens ou existants soit par leur
employeur, soit par une société liée, en
application de l'article 3 de la loi précitée;
3° un instrument de placement visé à l'article 3
de la loi du […] 2018 relative aux offres au public
d'instruments de placement et aux admissions
d'instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés, qui est offert
publiquement aux administrateurs ou aux
salariés anciens ou existants soit par leur
employeur, soit par une société liée, au sens de
l'article 4, 2°, de la même loi ;
4° une valeur mobilière visée à l'article 5, § 1er,
de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres
publiques d'instruments de placement et aux
admissions d'instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés, qui
fait l'objet d'une offre publique en Belgique en
application de l'article 3 de la loi précitée
uniquement à partir de son admission à la
négociation sur un marché réglementé ou un
système multilatéral de négociation.
4° une valeur mobilière visée à l'article 2, a) du
règlement 2017/1129 du Parlement européen
et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE, qui fait l'objet, uniquement à
partir de son admission à la négociation sur un
marché réglementé ou un système multilatéral
de négociation, d'une offre au public en
Belgique au sens de l’article 4, 2° de la loi du […]
2018 relative aux offres au public d'instruments
de placement et aux admissions d'instruments
de placement à la négociation sur des marchés
réglementés.
(…)
(…)
Art. 86bis
Art. 86bis
§ 1er. Dans le cadre du contrôle visé à l’article
45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut infliger une
§ 1er. Dans le cadre du contrôle visé à l’article
45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut infliger une
204
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
amende administrative, qui ne peut excéder,
pour le même fait ou pour le même ensemble de
faits, 2 500 000 euros, à toute personne qui :
amende administrative, qui ne peut excéder,
pour le même fait ou pour le même ensemble de
faits, 2 500 000 euros, à toute personne qui :
(…)
(…)
5° ne se conforme pas à l’article 68bis de la loi du
16 juin 2006 relative aux offres publiques
d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur
des marchés réglementés.
5° ne se conforme pas à l’article 28 de la loi du
[…]
2018
relative
aux
offres
publiques
d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur
des marchés réglementés.
(…)
(…)
Art. 86ter
Art. 86ter
§ 1er. Sans préjudice du droit commun de la
responsabilité civile et nonobstant toute
stipulation contraire défavorable à l'investisseur,
au déposant ou à l'assuré, le juge annule,
§ 1er. Sans préjudice du droit commun de la
responsabilité civile et nonobstant toute
stipulation contraire défavorable à l'investisseur,
au déposant ou à l'assuré, le juge annule,
(…)
(…)
3° toute convention conclue en contravention de
l'article 68bis de la loi du 16 juin 2006 relative
aux
offres
publiques
d'instruments
de
placement et aux admissions d'instruments de
placement à la négociation sur un marché
réglementé;
3° toute convention conclue en contravention de
l'article 28 de la loi du […] 2018 relative aux
offres publiques d'instruments de placement et
aux admissions d'instruments de placement à la
négociation sur un marché réglementé;
(…)
(…)
Art. 121
Art. 121
§ 1er. Un recours auprès de la Cour des marchés
est ouvert contre les décisions de la FSMA dans
les cas suivants :
§ 1er. Un recours auprès de la Cour des marchés
est ouvert contre les décisions de la FSMA dans
les cas suivants :
1° contre toute décision susceptible de recours
prise en application des dispositions de la loi du
16 juin 2006 relative aux offres publiques
d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur
des marchés réglementés et de ses arrêtés
d’exécution;
1° contre toute décision susceptible de recours
prise en application des dispositions de la loi du
[…] 2018 relative aux offres au public
d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation
sur des marchés réglementés et de ses arrêtés
d’exécution ou du règlement 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin
2017 concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE, et des actes
délégués pris en exécution de celui-ci ;
205
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
4
(…)
(…)
Art. 125
Art. 125
Le président du tribunal de commerce constate
l’existence et ordonne la cessation d’un acte ou
d’une activité, même pénalement réprimé, qui :
Le président du tribunal de commerce constate
l’existence et ordonne la cessation d’un acte ou
d’une activité, même pénalement réprimé, qui :
(…)
(…)
2° constitue une infraction à la loi du 3 août 2012
relative à certaines formes de gestion collective
de portefeuilles d’investissement, à la loi du 16
juin
2006
relative
aux
offres
publiques
d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur
des marchés réglementés ou à la loi du 1er avril
2007 relative aux offres publiques d’acquisition,
ou aux dispositions prises en exécution de ces
lois, ou méconnaît les décisions de la FSMA
prises sur la base des lois précitées ;
2° constitue une infraction à la loi du 3 août 2012
relative à certaines formes de gestion collective
de portefeuilles d’investissement, à la loi du 19
avril
2014
relative
aux
organismes
de
placement collectif alternatifs et à leurs
gestionnaires, à la loi du […] 2018 relative aux
offres publiques d’instruments de placement et
aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés, du
règlement 2017/1129 du Parlement européen
et du Conseil du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE ou à la loi du 1er avril 2007 relative
aux offres publiques d’acquisition, ou aux
dispositions prises en exécution de ces lois, ou
méconnaît les décisions de la FSMA prises sur la
base des lois précitées ;
Art. 2
Art. 2
(…)
(…)
42° "spaarrekening": een rekening waarmee
gelddeposito's in ontvangst worden genomen
door de kredietinstellingen als bedoeld in artikel
68bis, eerste lid, 1° van de wet van 16 juni 2006
op
de
openbare
aanbiedingen
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, met uitzondering
van de betaalrekeningen in de zin van artikel 2,
8° van de wet van 10 december 2009
betreffende de betalingsdiensten;
42° "spaarrekening": een rekening waarmee
gelddeposito's in ontvangst worden genomen
door de kredietinstellingen als bedoeld in artikel
28, eerste lid, 1°, van de wet van […] 2018 op de
aanbieding
aan
het
publiek
en
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, met uitzondering
van de betaalrekeningen in de zin van artikel 2,
8° van de wet van 10 december 2009
betreffende de betalingsdiensten;
(…)
(…)
Art. 37sexies
Art. 37sexies
206
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
5
(…)
(…)
§ 2. Ingeval de PRIIP wordt verhandeld in België,
verstrekt de PRIIP-ontwikkelaar of de persoon
die
de
PRIIP
verkoopt,
het
essentiële-
informatiedocument vooraf aan de FSMA. De
Koning kan, op advies van de FSMA, regels
vaststellen
die
ertoe
strekken
om
te
verduidelijken wie verplicht is om tot die
verstrekking over te gaan, met name wanneer de
verplichting
om
het
essentiële-
informatiedocument
te
verstrekken
op
verschillende personen kan rusten, alsook
binnen welke termijn en volgens welke
modaliteiten dat dient te gebeuren. De Koning
kan in het bijzonder een specifieke termijn
voorzien
voor
de
PRIIP's
waarvan
de
verhandeling in België lopende is op de datum
waarop
de
verordening
1286/2014
van
toepassing wordt.
§ 2. Ingeval de PRIIP wordt verhandeld in België,
verstrekt de PRIIP-ontwikkelaar of de persoon
die
de
PRIIP
verkoopt,
het
essentiële-
informatiedocument vooraf aan de FSMA. De
Koning kan, op advies van de FSMA, regels
vaststellen
die
ertoe
strekken
om
te
verduidelijken wie verplicht is om tot die
verstrekking over te gaan, met name wanneer de
verplichting
om
het
essentiële-
informatiedocument
te
verstrekken
op
verschillende personen kan rusten, alsook
binnen welke termijn en volgens welke
modaliteiten dat dient te gebeuren. De Koning
kan in het bijzonder een specifieke termijn
voorzien
voor
de
PRIIP's
waarvan
de
verhandeling in België lopende is op de datum
waarop
de
verordening
1286/2014
van
toepassing wordt.
De verplichting opgenomen in het eerste lid is
niet van toepassing indien de verhandeling
betrekking heeft op:
De verplichting opgenomen in het eerste lid is
niet van toepassing indien de verhandeling
betrekking heeft op:
(…)
(…)
2° een beleggingsinstrument als bedoeld in
artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, dat niet openbaar
wordt aangeboden als bedoeld in artikel 3, §§ 2
tot en met 5 van de voormelde wet;
2° een beleggingsinstrument als bedoeld in
artikel 3 van de wet van […] 2018 op de
aanbieding
aan
het
publiek
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, waarvan de
aanbieding
a) alleen tot gekwalificeerde beleggers is
gericht;
b) aan minder dan 150 natuurlijke of
rechtspersonen in België is gericht die geen
gekwalificeerde beleggers zijn;
c) betrekking heeft op beleggingsinstrumenten
met een nominale waarde per eenheid van ten
minste 100.000 euro;
d) is gericht aan beleggers die bij elke
afzonderlijke aanbieding effecten aankopen
voor een totale tegenwaarde van ten minste
100.000 euro per belegger;
207
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
6
3° een beleggingsinstrument als bedoeld in
artikel 4 van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, dat door de
werkgever of een met hem verbonden
onderneming aan de voormalige of huidige
bestuurders of werknemers openbaar wordt
aangeboden als bedoeld in artikel 3 van
voormelde wet;
3° een beleggingsinstrument als bedoeld in
artikel 3 van de wet van […] 2018 op de
aanbieding van beleggingsinstrumenten aan
het
publiek
en
de
toelating
van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, dat door de
werkgever of een met hem verbonden
onderneming aan de voormalige of huidige
bestuurders of werknemers aan het publiek
wordt aangeboden als bedoeld in artikel 4, 2°,
van dezelfde wet;
4° een effect als bedoeld in artikel 5, § 1, van de
wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding
van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, dat enkel vanaf de
toelating
tot
de
verhandeling
op
een
gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit openbaar wordt aangeboden in
België in de zin van artikel 3 van voormelde wet.
4° een effect als bedoeld in artikel 2, a), van
Verordening 2017/1129 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017
betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek
worden aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, dat
enkel vanaf de toelating tot de verhandeling op
een
gereglementeerde
markt
of
een
multilaterale handelsfaciliteit aan het publiek
wordt aangeboden in België in de zin van artikel
4, 2°, van de wet van […] 2018 op de aanbieding
aan het publiek van beleggingsinstrumenten en
de toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt.
(…)
(...)
Art. 86bis
Art. 86bis
§ 1. In het kader van het toezicht bedoeld in
artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA een
administratieve boete opleggen die voor
hetzelfde feit of geheel van feiten niet meer mag
bedragen dan 2 500 000 euro aan eenieder die:
§ 1. In het kader van het toezicht bedoeld in
artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA een
administratieve boete opleggen die voor
hetzelfde feit of geheel van feiten niet meer mag
bedragen dan 2 500 000 euro aan eenieder die:
(…)
(...)
5° zich niet conformeert aan artikel 68bis van de
wet van 16 juni 2006 op de openbare
aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt.
5° zich niet conformeert aan artikel 28 van de
wet van […] 2018 op de openbare aanbiedingen
van beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt.
(…)
(...)
Art. 86ter
Art. 86ter
208
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
7
§ 1. Onverminderd het gemeen recht inzake
burgerlijke
aansprakelijkheid
en
niettegenstaande elk andersluidend beding in
het nadeel van de belegger, de deposant of de
verzekerde verklaart de rechter
§ 1. Onverminderd het gemeen recht inzake
burgerlijke
aansprakelijkheid
en
niettegenstaande elk andersluidend beding in
het nadeel van de belegger, de deposant of de
verzekerde verklaart de rechter
(…)
(...)
3° elke overeenkomst gesloten in strijd met
artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt nietig;
3° elke overeenkomst gesloten in strijd met
artikel 28 van de wet van […] 2018 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt nietig;
(…)
(...)
Art. 121
Art. 121
§ 1. In de volgende gevallen kan bij het
Marktenhof beroep worden ingesteld tegen de
beslissingen van de FSMA :
§ 1. In de volgende gevallen kan bij het
Marktenhof beroep worden ingesteld tegen de
beslissingen van de FSMA :
1° elke beslissing waartegen beroep kan worden
ingesteld en die is genomen met toepassing van
de bepalingen van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een
gereglementeerde
markt
en
haar
uitvoeringsbesluiten;
1° elke beslissing waartegen beroep kan
worden ingesteld en die is genomen met
toepassing van de bepalingen van de wet van
[…] 2018 op de aanbieding aan het publiek van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een
gereglementeerde
markt
en
haar
uitvoerings-besluiten, of van Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de
Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG, en de
ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde
handelingen;
(…)
(...)
Art. 125
Art. 125
De voorzitter van de rechtbank van koophandel
stelt het bestaan vast en beveelt de staking van
een zelfs onder het strafrecht vallende daad of
activiteit die:
De voorzitter van de rechtbank van koophandel
stelt het bestaan vast en beveelt de staking van
een zelfs onder het strafrecht vallende daad of
activiteit die:
(…)
(...)
209
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
8
2° een inbreuk vormt op de wet van 3 augustus
2012
betreffende
bepaalde
vormen
van
collectief beheer van beleggingsportefeuilles, op
de wet van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt of
op de wet van 1 april 2007 op de openbare
overnamebiedingen, of op de bepalingen
genomen in uitvoering van die wetten, of die de
beslissingen van de FSMA op grond van de
voormelde wetten miskent;
2° een inbreuk vormt op de wet van 3 augustus
2012
betreffende
bepaalde
vormen
van
collectief beheer van beleggingsportefeuilles, op
de wet van 19 april 2014 betreffende de
alternatieve
instellingen
voor
collectieve
belegging en hun beheerders, op de wet van [...]
2018
op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt", op Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de
Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG of op de
wet van 1 april 2007 op de openbare
overnamebiedingen, of op de bepalingen
genomen in uitvoering van die wetten, of die de
beslissingen van de FSMA op grond van de
voormelde wetten miskent;
210
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
LOI DU 1ER AVRIL 2007 – WET VAN 1 APRIL 2007
Art. 3
Art. 3
(…)
(…)
15° « la Directive 83/349/CEE » : la septième
Directive 83/349/CEE du Conseil du 13 juin 1983
fondée sur l'article 54 paragraphe 3 point g) du
traité, concernant les comptes consolidés;
15° « la Directive 83/349/CEE » : la septième
Directive 83/349/CEE du Conseil du 13 juin 1983
fondée sur l'article 54 paragraphe 3 point g) du
traité, concernant les comptes consolidés;
16° « la Directive 93/22/CEE » : la Directive
93/22/CEE du Conseil du 10 mai 1993
concernant les services d'investissement dans le
domaine des valeurs mobilières;
16° « la Directive 93/22/CEE » : la Directive
93/22/CEE du Conseil du 10 mai 1993
concernant les services d'investissement dans le
domaine des valeurs mobilières;
(…)
(…)
18° « la Directive 2003/6/CE » : la Directive
2003/6/CE du Parlement européen et du Conseil
du 28 janvier 2003 sur les opérations d'initiés et
les manipulations de marché (abus de marché);
18° « le règlement 2014/596/UE » : le
règlement 2014/596/UE du 16 avril 2014 sur les
abus de marché (règlement relatif aux abus de
marché) et abrogeant la directive 2003/6/CE du
Parlement européen et du Conseil et les
directives
2003/124/CE,
2003/125/CE
et
2004/72/CE de la Commission ;
19° « la Directive 2003/71/CE » : la Directive
2003/71/CE du Parlement européen et du
Conseil du 4 novembre 2003 concernant le
prospectus à publier en cas d'offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l'admission de
valeurs mobilières à la négociation, et modifiant
la Directive 2001/34/CE;
19° « règlement 2017/1129 » : le règlement
(UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE ;
(…)
(…)
21° « la Directive 2004/39/CE » : la Directive
2004/39/CE du Parlement européen et du
Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés
d'instruments
financiers,
modifiant
les
Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et
la Directive 2000/12/CE du Parlement européen
et du Conseil et abrogeant la Directive
93/22/CEE du Conseil;
21° « la directive 2014/65/UE » : la directive
2014/65/UE du Parlement européen et du
Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés
d’instruments financiers et modifiant la
directive
2002/92/CE
et
la
directive
2011/61/UE ;
(…)
(…)
25° « la loi du 16 juin 2006 » : la loi du 16 juin
2006 relative aux offres publiques d'instruments
de placement et aux admissions d'instruments
de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
25° « la loi du […] 2018 » : la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés ;
211
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
Art. 5
Art. 5
Lorsqu'une personne détient directement ou
indirectement, à la suite d'une acquisition faite
par elle-même, par des personnes agissant de
concert avec elle ou par des personnes agissant
pour le compte de ces personnes, plus de 30 %
des titres avec droit de vote d'une société qui a
son siège statutaire en Belgique et dont une
partie au moins des titres avec droit de vote sont
admis à la négociation sur un marché
réglementé ou sur un système multilatéral de
négociation désigné par le Roi, elle est tenue,
dans les conditions déterminées par le Roi, de
lancer une offre publique d'acquisition sur la
totalité des titres avec droit de vote ou donnant
accès au droit de vote émis par cette société. Elle
en avise la FSMA.
Lorsqu'une personne détient directement ou
indirectement, à la suite d'une acquisition faite
par elle-même, par des personnes agissant de
concert avec elle ou par des personnes agissant
pour le compte de ces personnes, plus de 30 %
des titres avec droit de vote d'une société qui a
son siège statutaire en Belgique et dont une
partie au moins des titres avec droit de vote sont
admis à la négociation sur un marché
réglementé ou sur un système multilatéral de
négociation désigné par le Roi, elle est tenue,
dans les conditions déterminées par le Roi, de
lancer une offre publique d'acquisition sur la
totalité des titres avec droit de vote ou donnant
accès au droit de vote émis par cette société. Elle
en avise la FSMA.
L’alinéa 1er est également d’application, dans
les mêmes conditions, dans le cas d’une société
dont une partie au moins des titres avec droit
de vote sont admis à la négociation sur un
système multilatéral de négociation, ou un
segment
déterminé
d’un
tel
système
multilatéral de négociation, désigné par le Roi
sur avis de la FSMA, étant entendu que le seuil
de détention des titres visé à l’alinéa 1er est
alors porté à 50%.
Pour l'application de l'alinéa précédent, le Roi
peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, fixer un autre
pourcentage ou un pourcentage supplémentaire
des titres avec droit de vote, afin de tenir compte
des évolutions sur les marchés financiers, et, le
cas échéant, prendre des mesures transitoires.
Pour l'application des alinéas précédents, le Roi
peut, par arrêté délibéré en Conseil des
ministres, pris sur avis de la FSMA, fixer un autre
pourcentage ou un pourcentage supplémentaire
des titres avec droit de vote, afin de tenir compte
des évolutions sur les marchés financiers, et, le
cas échéant, prendre des mesures transitoires.
(…)
(…)
Art. 6
Art. 6
(…)
(…)
§ 3. Par dérogation au § 1er, ne revêtent pas un
caractère
public,
les
catégories
d'offres
suivantes :
§ 3. Par dérogation au § 1er, ne revêtent pas un
caractère
public,
les
catégories
d'offres
suivantes :
1° les offres effectuées sur le territoire belge qui
concernent des titres répandus uniquement
1° les offres effectuées sur le territoire belge qui
concernent des titres répandus uniquement
212
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
parmi des investisseurs qualifiés au sens de
l'article 10 de la loi du 16 juin 2006;
parmi des investisseurs qualifiés au sens de
l'article 2, e) du règlement 2017/1129;
2° les offres adressées, à des conditions
identiques, sur le territoire belge, à moins de 150
personnes physiques ou morales autres que des
investisseurs qualifiés au sens de l'article 10 de
la loi du 16 juin 2006;
2° les offres adressées, à des conditions
identiques, sur le territoire belge, à moins de 150
personnes physiques ou morales autres que des
investisseurs qualifiés au sens de l'article 2, e) du
règlement 2017/1129;
(…)
(…)
Art. 8
Art. 8
Le Roi arrête, sur avis de la FSMA, les mesures
d'exécution destinées à régler les opérations
visées à l'article 4, en tenant compte notamment
des dispositions de la Directive 2004/25/CE.
Le Roi arrête, sur avis de la FSMA, les mesures
d'exécution destinées à régler les opérations
visées à l'article 4, en tenant compte notamment
des dispositions de la Directive 2004/25/CE.
Il peut notamment, le cas échéant en opérant
une distinction en fonction de la nature de
l'opération et des titres faisant l'objet de l'offre :
Il peut notamment, le cas échéant en opérant
une distinction en fonction de la nature de
l'opération et des titres faisant l'objet de l'offre :
(…)
(…)
8°/1 déroger aux dispositions du titre II de la
présente loi en ce qui concerne les offres
publiques d’acquisition portant sur des titres
visés à l’article 3, § 1er, 8°, a), ii), lancées par
l’émetteur desdits titres ;
(…)
(…)
Art. 12
Art. 12
§ 1er. Le prospectus est publié selon l'une au
moins des modalités suivantes :
§ 1er. Le prospectus est publié sous forme
électronique sur le site web de l’offrant et, le
cas échéant, sur celui des intermédiaires
financiers que l’offrant a désignés pour assurer
la réception des acceptations et le paiement du
prix.
1° par insertion dans un ou plusieurs journaux à
diffusion nationale ou à large diffusion en
Belgique;
Le prospectus est publié dans une section
dédiée du site internet, facilement accessible
lorsque l’on entre sur ledit site. Il peut être
téléchargé et imprimé; son format électronique
permet
les
recherches
mais
pas
les
modifications.
2° sous une forme imprimée mise gratuitement
à
la
disposition
du
public
auprès
des
intermédiaires financiers que l'offrant a désignés
213
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
4
pour assurer la réception des acceptations et le
paiement du prix;
3° sous une forme électronique sur le site web
de l'offrant et, le cas échéant, sur celui des
intermédiaires financiers que l'offrant a désignés
pour assurer la réception des acceptations et le
paiement du prix.
Les
offrants
publiant
leur
prospectus
conformément au 1° ou 2° doivent le publier
également conformément au 3° dans la mesure
où ils disposent d'un site web.
§ 2. Lorsque le prospectus est mis à la disposition
du public sous format électronique, un
exemplaire sur support papier doit néanmoins
être fourni au détenteur de titres, gratuitement,
et à sa demande, par l'offrant ou les
intermédiaires financiers que l'offrant a désignés
pour assurer la réception des acceptations et le
paiement du prix.
§ 2. Un exemplaire du prospectus sur un
support durable est fourni au détenteur de
titres, gratuitement et à sa demande, par
l’offrant ou les intermédiaires financiers que
l’offrant a désigné pour assurer la réception des
acceptations et le paiement du prix. Si un
détenteur de titres demande expressément un
exemplaire sur support papier, l’offrant ou les
intermédiaires financiers que l’offrant a
désigné
pour
assurer
la
réception
des
acceptations et le paiement du prix fournissent
une version imprimée du prospectus. Cette
obligation de fourniture ne concerne que les
territoires où l’offre a lieu au titre de la
présente loi.
(…)
(…)
§ 4. Lorsque le prospectus est composé de
plusieurs documents, les documents peuvent
être publiés et diffusés séparément, pour autant
qu'ils soient mis gratuitement à la disposition du
public selon les modalités prévues au § 1er.
Chaque document indique où les autres
éléments constituant le prospectus complet
peuvent être obtenus.
§ 4. Lorsque le prospectus est composé de
plusieurs documents, les documents peuvent
être publiés et diffusés séparément, pour autant
qu'ils soient mis gratuitement à la disposition du
public selon les modalités prévues au § 1er.
Chaque document indique qu’il ne constitue
qu’une partie du prospectus et où les autres
éléments constituant le prospectus complet
peuvent être obtenus.
(…)
(…)
Art. 13
Art. 13
(…)
(…)
§ 2. (…)
§ 2. (…)
3° qu'aucune responsabilité civile ne peut être
attribuée à quiconque sur la base du seul résumé
3° qu'aucune responsabilité civile ne peut être
attribuée à quiconque sur la base du seul résumé
214
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
5
ou de sa traduction, sauf contenu trompeur,
inexact ou contradictoire par rapport aux autres
parties du prospectus.
ou de sa traduction, sauf contenu trompeur,
inexact ou contradictoire par rapport aux autres
parties du prospectus.
Le résumé ne contient pas de renvoi à d’autres
parties du prospectus et n’incorpore pas
d’informations par référence.
§ 3. La FSMA peut accepter que des informations
soient incluses dans le prospectus par référence
à
un
ou
plusieurs
documents
publiés
antérieurement
ou
simultanément,
aux
conditions prévues à l'article 50 de la loi du 16
juin 2006. Ces documents sont mis gratuitement
à la disposition du public conformément à
l'article 12, § 1er. Le résumé ne peut inclure des
informations par référence.
§ 3. La FSMA peut accepter que des
informations soient incluses dans le prospectus
par référence, aux conditions prévues par ou en
vertu de l’article 19 du règlement 2017/1129.
Art. 17
Art. 17
(…)
(…)
§ 3. Au cas où le supplément ne peut être publié
qu’après la clôture définitive de la période
d’acceptation de l’offre telle que prévue
originellement, celle-ci est prolongée jusque
deux jours ouvrables après la publication du
supplément.
Art. 33
Art. 33
§
1er. Les
communications
à
caractère
promotionnel et les autres documents et avis se
rapportant à une offre publique, qui sont
diffusés à l'initiative de l'offrant, de la société
visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne
sont rendus publics qu'après avoir été approuvés
par la FSMA, compte tenu des exigences prévues
par les articles 31, §§ 1er à 5, ainsi que par les
arrêtés pris en exécution de l'article 31, § 6.
§ 1er. Les communications à caractère
promotionnel qui sont diffusées à l'initiative de
l'offrant,
de
la
société
visée
ou
des
intermédiaires désignés par eux, ne sont
rendues
publiques
qu'après
avoir
été
approuvées par la FSMA, compte tenu des
exigences prévues par les articles 31, §§ 1er à 5.
§ 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours
ouvrables à dater de la réception des
communications à caractère promotionnel,
autres documents et avis visés au § 1er.
§ 2. La FSMA se prononce dans les cinq jours
ouvrables à dater de la réception des
communications à caractère promotionnel
visées au paragraphe 1er.
§ 3. Seuls l'offrant, la société visée et/ou les
intermédiaires désignés par eux peuvent
introduire un recours, conformément à l'article
121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de
la FSMA d'approuver les communications à
caractère promotionnel, autres documents et
§ 3. Seuls l'offrant, la société visée et/ou les
intermédiaires désignés par eux peuvent
introduire un recours, conformément à l'article
121 de la loi du 2 août 2002, contre un refus de
la FSMA d'approuver les communications à
caractère promotionnel, autres documents et
215
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
6
avis qu'ils lui ont soumis. La décision d’approuver
les communications à caractère promotionnel,
autres documents et avis n'est pas susceptible
de recours.
avis qu'ils lui ont soumis. La décision d’approuver
les communications à caractère promotionnel,
autres documents et avis n'est pas susceptible
de recours.
§ 4. Aucune mention de l'intervention de la
FSMA ou de toute autre autorité compétente
d'un Etat membre de l'Espace économique
européen
ne
peut
être
faite
dans
les
communications à caractère promotionnel et
dans les autres documents et avis visés au § 1er,
excepté la mention de l'approbation du
prospectus et/ou du mémoire en réponse.
§ 4. Aucune mention de l'intervention de la
FSMA ou de toute autre autorité compétente
d'un Etat membre de l'Espace économique
européen
ne
peut
être
faite
dans
les
communications à caractère promotionnel et
dans les autres documents et avis visés au § 1er,
excepté la mention de l'approbation du
prospectus et/ou du mémoire en réponse.
Art. 50
Art. 50
§ 1er. La FSMA coopère avec les autres autorités
d'un Etat membre chargées de contrôler les
marchés
des
capitaux,
en
application
notamment de la Directive 93/22/CEE, de la
Directive 2001/34/CE, de la Directive 2003/6/CE,
de la Directive 2003/71/CE, de la Directive
2004/39/CE et de la Directive 2004/109/CE.
§ 1er. La FSMA coopère avec les autres
autorités d'un État membre chargées de
contrôler les marchés des capitaux, en
application
notamment
de
la
directive
2001/34/CE, du règlement 2014/596/UE, du
règlement 2017/1129/UE, de la directive
2014/65/UE et de la Directive 2004/109/CE.
(…)
(…)
Art. 3
Art. 3
(…)
(…)
15° « Richtlijn 83/349/EEG » : Zevende Richtlijn
83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de
grondslag van artikel 54, lid 3, sub g) van het
Verdrag
betreffende
de
geconsolideerde
jaarrekening;
15° « Richtlijn 83/349/EEG » : Zevende Richtlijn
83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de
grondslag van artikel 54, lid 3, sub g) van het
Verdrag
betreffende
de
geconsolideerde
jaarrekening;
16° « Richtlijn 93/22/EEG » : Richtlijn 93/22/EEG
van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het
verrichten van diensten op het gebied van
beleggingen in effecten;
16° « Richtlijn 93/22/EEG » : Richtlijn 93/22/EEG
van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het
verrichten van diensten op het gebied van
beleggingen in effecten;
(…)
(…)
18° « Richtlijn 2003/6/EG » : Richtlijn 2003/6/EG
van het Europees Parlement en de Raad van 28
januari
2003
betreffende
handel
met
voorwetenschap
en
marktmanipulatie
(marktmisbruik);
18°
"Verordening
2014/596/EU":
de
Verordening 2014/596/EU van 16 april 2014
betreffende
marktmisbruik
(Verordening
marktmisbruik) en houdende intrekking van
Richtlijn
2003/6/EG
van
het
Europees
Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124,
216
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
7
2003/125/EG
en
2004/72/EG
van
de
Commissie;
19° « Richtlijn 2003/71/EG » : Richtlijn
2003/71/EG van het Europees Parlement en de
Raad van 4 november 2003 betreffende het
prospectus dat gepubliceerd moet worden
wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel worden toegelaten
en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
19° "Verordening 2017/1129": de Verordening
(EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en
de Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;
(…)
(…)
21° « Richtlijn 2004/39/EG » : Richtlijn
2004/39/EG van het Europees Parlement en de
Raad van 21 april 2004 betreffende markten
voor financiële instrumenten, tot wijziging van
de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de
Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het
Europees Parlement en de Raad en houdende
intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
21°
"Richtlijn
2014/65/EU":
Richtlijn
2014/65/EU van het Europees Parlement en de
Raad van 15 mei 2014 betreffende markten
voor financiële instrumenten en tot wijziging
van
Richtlijn
2002/92/EG
en
Richtlijn
2011/61/EU;
(…)
(…)
25° « Wet van 16 juni 2006 » : Wet van 16 juni
2006
op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
25° "wet van […] 2018": de wet van […] 2018 op
de
aanbieding
aan
het
publiek
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
(…)
(…)
Art. 5
Art. 5
Wanneer een persoon, ten gevolge van een
eigen verwerving of een verwerving door in
onderling
overleg
met
hem
handelende
personen of personen die handelen voor
rekening van deze personen, rechtstreeks of
onrechtstreeks meer dan 30 % van de effecten
met stemrecht houdt in een vennootschap met
statutaire zetel in België en waarvan minstens
een gedeelte van de effecten met stemrecht is
toegelaten
tot
de
handel
op
een
gereglementeerde markt of een door de Koning
aangeduide multilaterale handelsfaciliteit, dient
hij, onder de Koning gestelde voorwaarden, een
openbaar overnamebod uit te brengen op het
geheel van de effecten met stemrecht of die
toegang geven tot stemrecht uitgegeven door
Wanneer een persoon, ten gevolge van een
eigen verwerving of een verwerving door in
onderling
overleg
met
hem
handelende
personen of personen die handelen voor
rekening van deze personen, rechtstreeks of
onrechtstreeks meer dan 30 % van de effecten
met stemrecht houdt in een vennootschap met
statutaire zetel in België en waarvan minstens
een gedeelte van de effecten met stemrecht is
toegelaten
tot
de
handel
op
een
gereglementeerde markt of een door de Koning
aangeduide multilaterale handelsfaciliteit, dient
hij, onder de Koning gestelde voorwaarden, een
openbaar overnamebod uit te brengen op het
geheel van de effecten met stemrecht of die
toegang geven tot stemrecht uitgegeven door
217
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
8
deze vennootschap en geeft hij hiervan kennis
aan de FSMA.
deze vennootschap en geeft hij hiervan kennis
aan de FSMA.
Het eerste lid is, onder dezelfde voorwaarden,
ook van toepassing in het geval van een
vennootschap waarvan minstens een gedeelte
van de effecten met stemrecht tot de
verhandeling op een door de Koning op advies
van
de
FSMA
aangeduide
multilaterale
handelsfaciliteit of een bepaald segment
daarvan zijn toegelaten, met dien verstande dat
het in het eerste lid bedoelde percentage van
effecten dan tot 50% wordt opgetrokken.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad en na advies van de
FSMA, voor de toepassing van het voorgaande
lid, een ander of een bijkomend percentage van
de effecten met stemrecht vaststellen teneinde
rekening te houden met de evoluties op de
financiële markten en, in voorkomend geval,
overgangsmaatregelen treffen.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad en na advies van de
FSMA, voor de toepassing van de voorgaande
leden, een ander of een bijkomend percentage
van de effecten met stemrecht vaststellen
teneinde rekening te houden met de evoluties
op de financiële markten en, in voorkomend
geval, overgangsmaatregelen treffen.
(…)
(…)
Art. 6
Art. 6
(…)
(…)
§ 3. In afwijking van § 1 worden de onderstaande
types van biedingen beschouwd als biedingen
die geen openbaar karakter hebben :
§ 3. In afwijking van § 1 worden de onderstaande
types van biedingen beschouwd als biedingen
die geen openbaar karakter hebben :
1° de biedingen op het Belgisch grondgebied die
effecten betreffen die uitsluitend verspreid zijn
bij gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel
10 van de wet van 16 juni 2006;
1° de biedingen op het Belgisch grondgebied die
effecten betreffen die uitsluitend verspreid zijn
bij gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel
2, e), van Verordening 2017/1129;
2° de biedingen die, tegen gelijke voorwaarden,
gericht zijn op het Belgisch grondgebied tot
minder dan [150] natuurlijke personen of
rechtspersonen, andere dan gekwalificeerde
beleggers in de zin van artikel 10 van de wet van
16 juni 2006;
2° de biedingen die, tegen gelijke voorwaarden,
gericht zijn op het Belgisch grondgebied tot
minder dan [150] natuurlijke personen of
rechtspersonen, andere dan gekwalificeerde
beleggers in de zin van artikel 2, e), van
Verordening 2017/1129;
(…)
(…)
Art. 8
Art. 8
De Koning neemt bij besluit, na advies van de
FSMA,
uitvoeringsmaatregelen
tot
nadere
regeling van de verrichtingen bedoeld in artikel
De Koning neemt bij besluit, na advies van de
FSMA,
uitvoeringsmaatregelen
tot
nadere
regeling van de verrichtingen bedoeld in artikel
218
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
9
4, inzonderheid rekening houdend met de
bepalingen van de Richtlijn 2004/25/EG.
4, inzonderheid rekening houdend met de
bepalingen van de Richtlijn 2004/25/EG.
Hij
kan
inzonderheid,
desgevallend
een
onderscheid makend in functie van de aard van
de verrichting en de effecten waarop het bod
slaat :
Hij
kan
inzonderheid,
desgevallend
een
onderscheid makend in functie van de aard van
de verrichting en de effecten waarop het bod
slaat :
(…)
(…)
8°/1 afwijken van de bepalingen van titel II van
deze
wet
voor
de
openbare
overnamebiedingen op effecten als bedoeld in
artikel 3, § 1, 8°, a), ii), die door de uitgevende
instelling van die effecten worden uitgebracht;
(…)
(…)
Art. 12
Art. 12
§ 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op
minstens één van de volgende wijzen :
§ 1. Het prospectus wordt gepubliceerd op de
website van de bieder en, in voorkomend geval,
op
de
website
van
de
financiële
tussenpersonen die de bieder heeft aangesteld
om te zorgen voor de ontvangst van de
acceptaties en de betaling van de prijs.
1° door opneming in één of meer dagbladen die
landelijk of in grote oplage worden verspreid in
België;
Het prospectus wordt gepubliceerd op een
speciaal daarvoor bestemde afdeling van de
website, die gemakkelijk toegankelijk is bij het
bezoeken van de website. Het kan worden
gedownload en afgedrukt, en het heeft een
doorzoekbaar elektronisch formaat dat niet kan
worden gewijzigd.
2° in de vorm van een drukwerk dat kosteloos
beschikbaar wordt gesteld voor het publiek bij
de financiële tussenpersonen die de bieder heeft
aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van
de acceptaties en de betaling van de prijs;
3° in elektronische vorm op de website van de
bieder en, in voorkomend geval, op de website
van de financiële tussenpersonen die de bieder
heeft aangesteld om te zorgen voor de
ontvangst van de acceptaties en de betaling van
de prijs.
De bieders die hun prospectus publiceren
overeenkomstig de bepaling onder 1° of 2°,
moeten
hun
prospectus
ook
publiceren
219
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
10
overeenkomstig de bepaling onder 3° als zij over
een eigen website beschikken.
§ 2. Als het prospectus via publicatie in
elektronische vorm beschikbaar wordt gesteld
voor het publiek, wordt de effectenhouder,
indien hij daarom verzoekt, door de bieder of
financiële tussenpersonen die de bieder heeft
aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van
de acceptaties en de betaling van de prijs,
niettemin kosteloos een afschrift van het
prospectus op papier verstrekt.
§ 2. Indien een effectenhouder daarom
verzoekt, wordt hem door de bieder of de
financiële tussenpersonen die de bieder heeft
aangesteld om te zorgen voor de ontvangst van
de acceptaties en de betaling van de prijs,
kosteloos een afschrift van het prospectus
verstrekt op een duurzame gegevensdrager.
Ingeval een effectenhouder nadrukkelijk om
een afschrift op papier verzoekt, verstrekken de
bieder of de financiële tussenpersonen die de
bieder heeft aangesteld om te zorgen voor de
ontvangst van de acceptaties en de betaling van
de prijs, een gedrukte versie van het
prospectus. De verstrekking van een dergelijk
afschrift wordt beperkt tot de rechtsgebieden
waar het bod overeenkomstig deze wet
plaatsvindt.
(…)
(…)
§ 4. Wanneer het prospectus uit verschillende
documenten bestaat mogen de documenten
afzonderlijk worden gepubliceerd en verspreid,
op voorwaarde dat al deze documenten conform
de in § 1 vastgestelde nadere regels kosteloos
beschikbaar worden gesteld voor het publiek. In
elk document wordt aangegeven waar de
andere samenstellende delen van het volledige
prospectus kunnen worden verkregen.
§ 4. Wanneer het prospectus uit verschillende
documenten bestaat mogen de documenten
afzonderlijk worden gepubliceerd en verspreid,
op voorwaarde dat al deze documenten conform
de in § 1 vastgestelde nadere regels kosteloos
beschikbaar worden gesteld voor het publiek. In
elk document wordt aangegeven dat het slechts
om één deel van het prospectus gaat en waar
de andere samenstellende delen van het
volledige prospectus kunnen worden verkregen.
(…)
(…)
Art. 13
Art. 13
(…)
(…)
§ 2. (…)
§ 2. (…)
3° niemand louter op basis van de samenvatting
of
de
vertaling
ervan,
burgerrechtelijk
aansprakelijk kan worden gesteld, behalve als de
inhoud ervan misleidend, onjuist of inconsistent
is wanneer zij samen met de andere delen van
het prospectus wordt gelezen.
3° niemand louter op basis van de samenvatting
of
de
vertaling
ervan,
burgerrechtelijk
aansprakelijk kan worden gesteld, behalve als de
inhoud ervan misleidend, onjuist of inconsistent
is wanneer zij samen met de andere delen van
het prospectus wordt gelezen.
De samenvatting bevat geen verwijzingen naar
andere delen van het prospectus of informatie
door middel van verwijzing.
220
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
11
§ 3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het
prospectus informatie wordt opgenomen door
middel van verwijzing naar één of meer eerder
of gelijktijdig gepubliceerde documenten, onder
de voorwaarden die in artikel 50 van de wet van
16 juni 2006 zijn bepaald. Deze documenten
worden kosteloos ter beschikking gesteld
overeenkomstig artikel 12, § 1. In de
samenvatting mag geen informatie worden
opgenomen door middel van verwijzing.
§ 3. De FSMA kan ermee instemmen dat in het
prospectus informatie wordt opgenomen door
middel van verwijzing naar één of meer eerder
of gelijktijdig gepubliceerde documenten,
onder de voorwaarden die in of krachtens
artikel 19 van Verordening 2017/1129 zijn
bepaald.
Art. 17
Art. 17
(…)
(…)
§ 3. Indien de aanvulling pas na de definitieve
afsluiting van de oorspronkelijk voorziene
aanvaardingsperiode van het bod kan worden
gepubliceerd, wordt deze aanvaardingsperiode
verlengd tot twee werkdagen na de publicatie
van de aanvulling.
Art. 33
Art. 33
§
1er. Les
communications
à
caractère
promotionnel et les autres documents et avis se
rapportant à une offre publique, qui sont
diffusés à l'initiative de l'offrant, de la société
visée ou des intermédiaires désignés par eux, ne
sont rendus publics qu'après avoir été approuvés
par la FSMA, compte tenu des exigences prévues
par les articles 31, §§ 1er à 5, ainsi que par les
arrêtés pris en exécution de l'article 31, § 6.
§ 1. De reclame die wordt verspreid op initiatief
van de bieder, de doelvennootschap of de door
hen aangestelde tussenpersonen worden pas
openbaar gemaakt nadat zij door de FSMA zijn
goedgekeurd, rekening houdend met de
vereisten waarvan sprake in de artikelen 31, §§
1 tot 5.
§ 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf
werkdagen na ontvangst van de in § 1 bedoelde
reclame, andere documenten en berichten.
§ 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf
werkdagen na ontvangst van de in paragraaf 1
bedoelde reclame.
§ 3. Enkel de bieder, de doelvennootschap en/of
de door hen aangestelde tussenpersonen
mogen, conform artikel 121 van de wet van 2
augustus 2002, beroep instellen tegen een
weigering van de FSMA om de door hen
voorgelegde reclame en de andere documenten
en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing
om de reclame en de andere documenten en
berichten goed te keuren, kan geen beroep
worden ingesteld.
§ 3. Enkel de bieder, de doelvennootschap en/of
de door hen aangestelde tussenpersonen
mogen, conform artikel 121 van de wet van 2
augustus 2002, beroep instellen tegen een
weigering van de FSMA om de door hen
voorgelegde reclame en de andere documenten
en berichten goed te keuren. Tegen de beslissing
om de reclame en de andere documenten en
berichten goed te keuren, kan geen beroep
worden ingesteld.
§ 4. In de reclame en in de andere documenten
en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag
worden gemaakt van het optreden van de FSMA
§ 4. In de reclame en in de andere documenten
en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag
worden gemaakt van het optreden van de FSMA
221
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
12
of van enige andere bevoegde autoriteit van een
lidstaat van de Europese Economische Ruimte,
met uitzondering van de vermelding dat het
prospectus en/of de memorie van antwoord is
goedgekeurd.
of van enige andere bevoegde autoriteit van een
lidstaat van de Europese Economische Ruimte,
met uitzondering van de vermelding dat het
prospectus en/of de memorie van antwoord is
goedgekeurd.
Art. 50
Art. 50
§ 1. De FSMA werkt samen met de andere
autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden
op
kapitaalmarkten,
in
het
bijzonder
overeenkomstig Richtlijn 93/22/EEG, Richtlijn
2001/34/EG,
Richtlijn
2003/6/EG,
Richtlijn
2003/71/EG, Richtlijn 2004/39/EG en Richtlijn
2004/109/EG.
§ 1. De FSMA werkt samen met de andere
autoriteiten uit een lidstaat die toezicht houden
op
kapitaalmarkten,
in
het
bijzonder
overeenkomstig
Richtlijn
2001/34/EG,
Verordening
2014/596/EU,
Verordening
2017/1129/EU,
Richtlijn
2014/65/EU
en
Richtlijn 2004/109/EG.
(…)
(…)
222
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
LOI DU 3 AOÛT 2012 – WET VAN 3 AUGUSTUS 2012
Art. 3
Art. 3
(…)
(…)
2° par "organisme de placement collectif public": 2° par "organisme de placement collectif public":
a) un organisme de placement collectif qui
recueille ses moyens financiers, en Belgique ou à
l'étranger, par la voie d'une offre publique de
parts, négociables ou non;
a) un organisme de placement collectif qui
recueille ses moyens financiers, en Belgique ou à
l'étranger, par la voie d'une offre publique de
parts, négociables ou non;
(…)
(…)
13° par "offre publique" :
13° par "offre publique" :
a) en ce qui concerne les organismes de
placement collectif de droit belge ou étranger
qui recueillent leurs moyens financiers en
Belgique :
i) toute communication adressée, sous quelque
forme et par quelque moyen que ce soit, à des
personnes et présentant une information
suffisante sur les conditions de l'offre et sur les
titres à offrir de manière à mettre un
investisseur en mesure de décider d'acheter ou
de souscrire ces titres. Cette définition
s’applique également au placement de titres
par des intermédiaires financiers ;
i) toute communication adressée, sous quelque
forme et par quelque moyen que ce soit, à des
personnes et présentant une information
suffisante sur les conditions de l'offre et sur les
titres à offrir de manière à mettre un investisseur
en mesure de décider d'acheter ou de souscrire
ces titres, et qui est faite par l'organisme de
placement collectif, par la personne qui est en
mesure de céder les titres ou pour leur compte.
ii) l'admission aux négociations sur un MTF ou
sur un marché réglementé qui est accessible au
public ;
Est présumée agir pour le compte de l'organisme
de placement collectif ou de la personne qui est
en mesure de céder les titres, toute personne qui
perçoit directement ou indirectement une
rémunération ou un avantage à l'occasion de
l'offre.
ii) l'admission aux négociations sur un MTF ou
sur un marché réglementé qui est accessible au
public;
b) en ce qui concerne les organismes de
placement collectif de droit belge, qui recueillent
leurs moyens financiers à l'étranger, toute
opération, réalisée à l'étranger, portant sur les
223
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
titres d'un tel organisme de placement collectif
lorsque cette opération est soumise, dans le
pays
concerné,
à
une
réglementation
particulière visant la protection de l'épargne
publique, telle que, notamment, une obligation
de
prospectus
ou
une
autre
obligation
d'information similaire;
14° par "offrant" : celui qui effectue une offre
publique ou celui qui, en ce qui concerne l'offre
publique telle que visée à l'article 3, 13°, a), ii),
introduit
une
demande
d'admission
aux
négociations;
14° par "offrant" : celui qui effectue une offre
publique ou celui qui, en ce qui concerne l'offre
publique telle que visée à l'article l'article 3, 13°,
ii) introduit une demande d'admission aux
négociations;
15° par "intermédiation" : toute intervention,
même
à
titre
d'activité
temporaire
ou
accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à
l'égard d'investisseurs dans le placement d'une
offre publique de titres d'organismes de
placement collectif, visée à l'article 3, 13°, a), i),
pour le compte de l'offrant ou de l'organisme de
placement collectif, contre rémunération ou
avantage de quelque nature que ce soit et
octroyé directement ou indirectement par
l'offrant ou par l'organisme de placement
collectif;
15° par "intermédiation" : toute intervention,
même
à
titre
d'activité
temporaire
ou
accessoire, et en quelque qualité que ce soit, à
l'égard d'investisseurs dans le placement d'une
offre publique de titres d'organismes de
placement collectif, visée à l'article 3, 13°, i),
pour le compte de l'offrant ou de l'organisme de
placement collectif, contre rémunération ou
avantage de quelque nature que ce soit et
octroyé directement ou indirectement par
l'offrant ou par l'organisme de placement
collectif;
(…)
(…)
30°
par
"commercialisation
de
titres
d'organismes de placement collectif" : l'offre
publique au sens de l'article 3, 13°, a), i), pour
compte d'un organisme de placement collectif,
en ce compris la réception et la transmission
d'ordres portant sur les titres dudit organisme de
placement collectif. Est présumée agir pour
compte de l'organisme de placement collectif,
toute personne qui perçoit, directement ou
indirectement de l'organisme de placement
collectif, une rémunération ou un avantage à
l'occasion de l'offre publique ou de la réception
et la transmission d'ordres portant sur les titres
dudit organisme de placement collectif;
30°
par
« commercialisation
de
titres
d’organismes de placement collectif » : l’offre
publique au sens de l’article 3, 13°, i) ;
(…)
(…)
44° par "loi du 22 juillet 1953" : la loi du 22 juillet
1953
créant
un
Institut
des
Réviseurs
d'Entreprises et organisant la supervision
publique
de
la
profession
de
réviseur
d'entreprises;
44° par « loi du 7 décembre 2016 » : la loi du 7
décembre 2016 portant organisation de la
profession et de la supervision publique des
réviseurs d’entreprises ;
224
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
(…)
(…)
53° par "loi du 16 juin 2006" : la loi du 16 juin
2006 relative aux offres publiques d'instruments
de placement et aux admissions d'instruments
de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
53° « loi du […] 2018 » : la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés ;
(…)
(…)
63° « règlement 2015/2365 » : le règlement
(UE) 2015/2365 du Parlement européen et du
Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la
transparence des opérations de financement
sur titres et de la réutilisation et modifiant le
règlement (UE) n°648/2012 ;
64° « règlement 2017/1129 » : le règlement
(UE) 2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE ;
65° « règlement 2017/1131 » : le règlement
(UE) 2017/1131 du Parlement européen et du
Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds
monétaires ;
(…)
(…)
Art. 5
Art. 5
§ 1er. Pour l'application de l'article 3, 13°, a), i),
les offres suivantes de parts d'organismes de
placement collectif ne revêtent pas un caractère
public :
§ 1er. Pour l'application de l'article 3, 13°, i), les
offres suivantes de parts d'organismes de
placement collectif ne revêtent pas un caractère
public :
(…)
(…)
Lorsqu'il y a revente de parts qui ont fait
précédemment l'objet d'une ou de plusieurs des
offres visées à l'alinéa 1er, la définition visée à
l'article 3, 13°, a), i), et les critères visés à l'alinéa
1er du présent paragraphe s'appliquent afin de
déterminer si cette revente est une offre
publique.
Lorsqu'il y a revente de parts qui ont fait
précédemment l'objet d'une ou de plusieurs des
offres visées à l'alinéa 1er, la définition visée à
l'article 3, 13°, i), et les critères visés à l'alinéa 1er
du présent paragraphe s'appliquent afin de
déterminer si cette revente est une offre
publique.
§ 2. Pour l'application de l'article 3, 13°, a), ii), le
Roi peut définir la notion de public.
§ 2. Pour l'application de l'article 3, 13°, ii), le Roi
peut définir la notion de public.
225
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
4
§ 3. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu
d'entendre par "investisseurs professionnels" :
§ 3. Pour l’application de la présente loi, il y a
lieu
d’entendre
par
«
investisseurs
professionnels » : les investisseurs qualifiés au
sens de l’article 2, e) du règlement 2017/1129.
1° les clients professionnels visés à l'annexe A de
l'arrêté royal du 3 juin 2007 portant les règles et
modalités visant à transposer la Directive
concernant
les
marchés
d'instruments
financiers;
2° les contreparties éligibles au sens de l'article
3, § 1er de l'arrêté royal du 3 juin 2007
susmentionné.
Les
entreprises
d'investissement
et
les
établissements de crédit communiquent leur
classification des clients professionnels et des
contreparties éligibles aux organismes de
placement collectif qui en font la demande sans
préjudice de la loi du 8 décembre 1992 relative à
la protection de la vie privée à l'égard des
traitements de données à caractère personnel.
Les
entreprises
d'investissement
et
les
établissements de crédit communiquent leur
classification des investisseurs professionnels
aux organismes de placement collectif qui en
font la demande sans préjudice de la loi du 8
décembre 1992 relative à la protection de la vie
privée à l'égard des traitements de données à
caractère personnel.
(…)
(…)
Art. 70
Art. 70
Les décisions visées à l'article 68 sont portées à
la connaissance des personnes qui ont donné
l'avis prévu aux articles 65, § 1er, et 66. S'il s'agit
d'une offre visée à l'article 3, 13°, a), ii), ces
décisions
sont
également
portées
à
la
connaissance des entreprises de marché
concernées.
Les décisions visées à l'article 68 sont portées à
la connaissance des personnes qui ont donné
l'avis prévu aux articles 65, § 1er, et 66. S'il s'agit
d'une offre visée à l'article 3, 13°, ii), ces
décisions
sont
également
portées
à
la
connaissance des entreprises de marché
concernées.
(…)
(…)
Art. 71
Art. 71
Seuls les personnes ou établissements suivants
peuvent pratiquer l'intermédiation dans le cadre
d'offres publiques de parts d'organismes de
placement collectif, visées à l'article 3, 13°, a), i),
effectuées en Belgique :
Seuls les personnes ou établissements suivants
peuvent pratiquer l'intermédiation dans le cadre
d'offres publiques de parts d'organismes de
placement collectif, visées à l'article 3, 13°, i),
effectuées en Belgique :
(…)
(…)
Art. 96
Art. 96
§ 1er. Les organismes de placement collectif sont
soumis au contrôle de la FSMA.
§ 1er. Les organismes de placement collectif sont
soumis au contrôle de la FSMA.
226
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
5
Le présent chapitre s’applique également en ce
qui concerne les dispositions du règlement
2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que
des règlements et normes techniques de
règlementation adoptés par la Commission en
exécution de la directive 2009/65/CE.
(…)
(…)
§ 4. Les dispositions des articles 79 à 85bis de la
loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de
l'exercice des compétences attribuées à la FSMA
par et en vertu du présent livre.
§ 4. Les dispositions des articles 79 à 86 de la loi
du 2 août 2002 sont applicables aux fins de
l'exercice des compétences attribuées à la FSMA
par et en vertu du présent livre.
(…)
(…)
Art. 101
Art. 101
§ 1er. Les organismes de placement collectif sont
tenus de désigner un commissaire qui exerce les
fonctions de commissaire prévues par le Code
des sociétés.
§ 1er. Les organismes de placement collectif sont
tenus de désigner un commissaire qui exerce les
fonctions de commissaire prévues par le Code
des sociétés.
(…)
(…)
Par dérogation à l'article 79, § 1er de la loi du 22
juillet 1953, l'article 458 du Code pénal n'est pas
d'application
en
cas
de
transmission
d'information entre (a) le commissaire d'un
organisme
de
placement
collectif
et
le
commissaire de l'entité à laquelle celui-ci a
confié l'exécution de fonctions de gestion en
application de l'article 42, § 1er et (b) le
commissaire d'un organisme de placement
collectif et le commissaire de la société de
gestion d'organismes de placement collectif que
celui-ci a désignée en application de l'article 35
ou de l'article 44.
Par dérogation à l’article 86, § 1er, de la loi du 7
décembre 2016, l'article 458 du Code pénal n'est
pas d'application en cas de transmission
d'information entre (a) le commissaire d'un
organisme
de
placement
collectif
et
le
commissaire de l'entité à laquelle celui-ci a
confié l'exécution de fonctions de gestion en
application de l'article 42, § 1er et (b) le
commissaire d'un organisme de placement
collectif et le commissaire de la société de
gestion d'organismes de placement collectif que
celui-ci a désignée en application de l'article 35
ou de l'article 44.
(…)
(…)
Art. 102
Art. 102
Les sociétés de réviseurs agréées exercent les
fonctions de commissaire prévues à l'article 101
par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles
désignent et conformément à l'article 6 de la loi
du 22 juillet 1953. Les dispositions de la présente
loi et des arrêtés et règlements pris pour son
exécution et qui sont relatives à la désignation,
aux
fonctions,
aux
obligations
et
aux
interdictions des commissaires ainsi qu'aux
Les sociétés de réviseurs agréées exercent les
fonctions de commissaire prévues à l'article 101
par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles
désignent et conformément à l’article 6 de la loi
du 7 décembre 2016. Les dispositions de la
présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution et qui sont relatives à la
désignation, aux fonctions, aux obligations et
aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux
227
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
6
sanctions, autres que pénales, qui sont
applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux
sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui
les représentent.
sanctions, autres que pénales, qui sont
applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux
sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui
les représentent.
(…)
(…)
Art. 107
Art. 107
(…)
(…)
§ 3. Lorsqu'ils se conforment aux exigences
énoncées dans le présent article et dans les
dispositions prises pour son exécution, ni le
commissaire du master ni celui du feeder ne sont
considérés comme enfreignant une quelconque
règle restreignant la divulgation d'informations
ou en rapport avec la protection des données,
telles que l'article 458 du Code pénal, l'article 79
de la loi du 22 juillet 1953 ou la loi du 8 décembre
1992 relative à la protection de la vie privée à
l'égard des traitements de données à caractère
personnel,
ou
encore
une
quelconque
disposition
restreignant
la
divulgation
d'informations ou en rapport avec la protection
des données, que cette disposition soit prévue
par un contrat ou par une loi. Le fait de se
conformer auxdites exigences n'entraîne, pour
le commissaire ou pour quiconque agit pour son
compte, aucune responsabilité d'aucune sorte.
§ 3. Lorsqu'ils se conforment aux exigences
énoncées dans le présent article et dans les
dispositions prises pour son exécution, ni le
commissaire du master ni celui du feeder ne sont
considérés comme enfreignant une quelconque
règle restreignant la divulgation d'informations
ou en rapport avec la protection des données,
telles que l'article 458 du Code pénal, l’article 86
de la loi du 7 décembre 2016 ou la loi du 8
décembre 1992 relative à la protection de la vie
privée à l'égard des traitements de données à
caractère personnel, ou encore une quelconque
disposition
restreignant
la
divulgation
d'informations ou en rapport avec la protection
des données, que cette disposition soit prévue
par un contrat ou par une loi. Le fait de se
conformer auxdites exigences n'entraîne, pour
le commissaire ou pour quiconque agit pour son
compte, aucune responsabilité d'aucune sorte.
Art. 110
Art. 110
(…)
(…)
Les décisions visées à l'alinéa 2 sont notifiées aux
personnes visées à l'alinéa 1er, et, s'il s'agit d'une
offre au sens de l'article 3, 13°, a), ii), aux
entreprises de marché concernées.
Les décisions visées à l'alinéa 2 sont notifiées aux
personnes visées à l'alinéa 1er, et, s'il s'agit d'une
offre au sens de l'article 3, 13°, ii), aux
entreprises de marché concernées.
(…)
(…)
Art. 111
Art. 111
(…)
(…)
§ 8. Sans préjudice des mesures définies par
d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont
applicables lorsque la FSMA constate qu'un
organisme de placement collectif, ou un
compartiment d'un organisme de placement
collectif, qui relève de l'application de la loi du 16
§ 8. Sans préjudice des mesures définies par
d'autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont
applicables lorsque la FSMA constate qu'un
organisme de placement collectif, ou un
compartiment d'un organisme de placement
collectif, qui relève de l'application du règlement
228
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
7
juin 2006, ne fonctionne pas en conformité avec
la loi du 16 juin 2006.
2017/1129 ou de la loi du […] 2018, ne
fonctionne pas en conformité avec ces
dispositions.
Art. 116
Art. 116
La FSMA peut prendre les mesures visées aux
articles 111 et 115 en cas de non-respect des
obligations et interdictions qui découlent du
règlement 2015/2365 du Parlement européen et
du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la
transparence des opérations de financement sur
titres et de la réutilisation et modifiant le
règlement (UE) n° 648/2012 et des dispositions
prises sur la base ou en exécution de celui-ci.
Le présent chapitre est d’application en cas de
non-respect des dispositions du règlement
2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que
des règlements et normes techniques de
règlementation adoptés par la Commission en
exécution de la directive 2009/65/CE.
Art. 236
Art. 236
§ 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de
placement collectif sont soumises au contrôle de
la FSMA.
§ 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de
placement collectif sont soumises au contrôle de
la FSMA.
Le présent chapitre s’applique également en ce
qui concerne les dispositions du règlement
2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que
des règlements et normes techniques de
règlementation adoptés par la Commission en
exécution de la directive 2009/65/CE.
(…)
(…)
§ 4. Les dispositions des articles 79 à 85 de la loi
du 2 août 2002 sont applicables aux fins de
l'exercice des compétences attribuées à la FSMA
par et en vertu du présent livre.
§ 4. Les dispositions des articles 79 à 86 de la loi
du 2 août 2002 sont applicables aux fins de
l'exercice des compétences attribuées à la FSMA
par et en vertu du présent livre.
(…)
(…)
Art. 242
Art. 242
(…)
(…)
§ 2. Par dérogation à l'article 79, § 1er, de la loi
du 22 juillet 1953, l'article 458 du Code pénal
n'est pas d'application en cas de transmission
d'information entre le commissaire de la société
de gestion d'organismes de placement collectif
et le commissaire de l'entité à laquelle la société
de gestion d'organismes de placement collectif a
confié l'exécution de fonctions de gestion en
application de l'article 202.
§ 2. Par dérogation à l’article 86, § 1er, de la loi
du 7 décembre 2016, l'article 458 du Code pénal
n'est pas d'application en cas de transmission
d'information entre le commissaire de la société
de gestion d'organismes de placement collectif
et le commissaire de l'entité à laquelle la société
de gestion d'organismes de placement collectif a
confié l'exécution de fonctions de gestion en
application de l'article 202.
229
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
8
Art. 243
Art. 243
Les sociétés de réviseurs agréées exercent les
fonctions de commissaire prévues à l'article 242
par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles
désignent et conformément à l'article 33, § 2, de
la loi du 22 juillet 1953. Les dispositions de la
présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution et qui sont relatives à la
désignation, aux fonctions, aux obligations et
aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux
sanctions, autres que pénales, qui sont
applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux
sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui
les représentent.
Les sociétés de réviseurs agréées exercent les
fonctions de commissaire prévues à l'article 242
par l'intermédiaire d'un réviseur agréé qu'elles
désignent et conformément à l’article 6 de la loi
du 7 décembre 2016. Les dispositions de la
présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution et qui sont relatives à la
désignation, aux fonctions, aux obligations et
aux interdictions des commissaires ainsi qu'aux
sanctions, autres que pénales, qui sont
applicables à ces derniers, s'appliquent tant aux
sociétés de réviseurs qu'aux réviseurs agréés qui
les représentent.
(…)
(…)
Art. 255/1
Art. 255/1
La FSMA peut prendre les mesures visées aux
articles 250 et 255 en cas de non-respect des
obligations et interdictions qui découlent du
règlement 2015/2365 du Parlement européen et
du Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la
transparence des opérations de financement sur
titres et de la réutilisation et modifiant le
règlement (UE) n° 648/2012 et des dispositions
prises sur la base ou en exécution de celui-ci.
Le présent titre est d’application en cas de non-
respect
des
dispositions
du
règlement
2015/2365, du règlement 2017/1131 ainsi que
des règlements et normes techniques de
règlementation adoptés par la Commission en
exécution de la directive 2009/65/CE.
Art. 260
Art. 260
§ 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de
placement collectif visées au présent chapitre
qui demandent de gérer un organisme de
placement
collectif
établi
en
Belgique
fournissent les documents suivants à la FSMA :
§ 1er. Les sociétés de gestion d'organismes de
placement collectif visées au présent chapitre
qui demandent de gérer un organisme de
placement
collectif
établi
en
Belgique
fournissent les documents suivants à la FSMA :
1° l’accord écrit conclu avec le dépositaire,
conformément à l’article 50, § 1er, alinéas 2 et
3 ;
(…)
(…)
Art. 271/2
Art. 271/2
Pour l'application de l'article 3, 13°, a), i), l'article
5 est applicable.
Pour l'application de l'article 3, 13°, i), l'article 5
est applicable.
Art. 3
Art. 3
230
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
9
(…)
(…)
2°
"openbare
instelling
voor
collectieve
belegging":
2°
"openbare
instelling
voor
collectieve
belegging":
a) een instelling voor collectieve belegging die
haar financiële middelen in België of in het
buitenland aantrekt via een openbaar aanbod
van al dan niet verhandelbare rechten van
deelneming;
a) een instelling voor collectieve belegging die
haar financiële middelen in België of in het
buitenland aantrekt via een openbaar aanbod
van al dan niet verhandelbare rechten van
deelneming;
(…)
(…)
13° "openbaar aanbod":
13° "openbaar aanbod":
a) wat de instellingen voor collectieve belegging
naar Belgisch of buitenlands recht betreft die
hun financiële middelen in België aantrekken :
i) een in om het even welke vorm en met om
het even welk middel tot personen gerichte
mededeling waarin voldoende informatie
wordt verstrekt over de voorwaarden van het
aanbod en over de aangeboden effecten om
een belegger in staat te stellen tot aankoop van
of inschrijving op deze effecten te besluiten.
Deze definitie is ook van toepassing op de
plaatsing
van
effecten
via
financiële
tussenpersonen;
i) een in om het even welke vorm en met om het
even welk middel tot personen gerichte
mededeling waarin voldoende informatie wordt
verstrekt over de voorwaarden van het aanbod
en over de aangeboden effecten om een
belegger in staat te stellen tot aankoop van of
inschrijving op deze effecten te besluiten, en die
wordt verricht door de instelling voor collectieve
belegging, door de persoon die in staat is om de
effecten over te dragen of voor hun rekening.
ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF
of gereglementeerde markt die voor het
publiek toegankelijk is;
Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een
vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding
van het aanbod, wordt geacht te handelen voor
rekening van de instelling voor collectieve
belegging of van de persoon die in staat is om de
effecten over te dragen.
ii) de toelating tot de verhandeling op een MTF
of gereglementeerde markt die voor het publiek
toegankelijk is;
b) wat de instellingen voor collectieve belegging
naar Belgisch recht betreft die hun financiële
middelen in het buitenland aantrekken, elke in
het buitenland uitgevoerde verrichting op de
231
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
10
effecten van een dergelijke instelling voor
collectieve belegging, wanneer die verrichting in
het betrokken land aan een bijzondere regeling
ter bescherming van het openbaar spaarwezen
onderworpen
is,
zoals
inzonderheid
een
prospectusverplichting
of
een
andere
gelijkaardige informatieverplichting;
14° "bieder" : diegene die een openbaar aanbod
verricht of diegene die, wat het openbaar
aanbod betreft als bedoeld in artikel 3, 13°, a),
ii), een aanvraag indient om toelating tot de
verhandeling;
14° "bieder" : diegene die een openbaar aanbod
verricht of diegene die, wat het openbaar
aanbod betreft als bedoeld in artikel 3, 13°, ii),
een aanvraag indient om toelating tot de
verhandeling;
15° "bemiddeling" : elke tussenkomst, zelfs als
tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in
welke hoedanigheid ook, ten aanzien van
beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 13°,
a), i), bedoeld openbaar aanbod van effecten van
instellingen voor collectieve belegging, voor
rekening van de bieder of de instelling voor
collectieve belegging, tegen een vergoeding of
voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of
onrechtstreeks verleend door de bieder of de
instelling voor collectieve belegging;
15° "bemiddeling" : elke tussenkomst, zelfs als
tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in
welke hoedanigheid ook, ten aanzien van
beleggers in de plaatsing van een in artikel 3,
13°, i), bedoeld openbaar aanbod van effecten
van instellingen voor collectieve belegging, voor
rekening van de bieder of de instelling voor
collectieve belegging, tegen een vergoeding of
voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of
onrechtstreeks verleend door de bieder of de
instelling voor collectieve belegging;
(…)
(…)
30° "verhandeling van effecten van instellingen
voor collectieve belegging" : het openbaar
aanbod in de zin van artikel 3, 13°, a), i), voor
rekening van een instelling voor collectieve
belegging, waaronder het inontvangstnemen en
doorgeven van orders voor effecten van de
betrokken instelling voor collectieve belegging.
Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks van
de instelling voor collectieve belegging een
vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding
van
een
openbaar
aanbod
of
het
inontvangstnemen en doorgeven van orders
voor effecten van de betrokken instelling voor
collectieve belegging, wordt geacht te handelen
voor rekening van die instelling voor collectieve
belegging;
30° "verhandeling van effecten van instellingen
voor collectieve belegging": het openbaar
aanbod in de zin van artikel 3, 13°, i);
(…)
(…)
44° "wet van 22 juli 1953" : de wet van 22 juli
1953 houdende oprichting van een Instituut van
de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het
publiek
toezicht
op
het
beroep
van
bedrijfsrevisor;
44° "wet van 7 december 2016": de wet van 7
december 2016 tot organisatie van het beroep
van
en
het
publiek
toezicht
op
de
bedrijfsrevisoren;
232
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
11
(…)
(…)
53° "wet van 16 juni 2006" : de wet van 16 juni
2006
op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
53° "wet van […] 2018: de wet van […] 2018 op
de
aanbieding
aan
het
publiek
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
63° "Verordening 2015/2365": de Verordening
2015/2365 van het Europees Parlement en de
Raad van 25 november 2015 betreffende de
transparentie
van
effectenfinancieringstransacties
en
van
hergebruik en tot wijziging van Verordening
(EU) nr. 648/2012;
64° "Verordening 2017/1129": de Verordening
(EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en
de Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;
65° "Verordening 2017/1131": de Verordening
(EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en
de
Raad
van
14
juni
2017
inzake
geldmarktfondsen;
(…)
(…)
Art. 5
Art. 5
§ 1. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), i),
hebben de volgende aanbiedingen van [rechten
van
deelneming]
van
instellingen
voor
collectieve belegging geen openbaar karakter :
§ 1. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, i),
hebben de volgende aanbiedingen van [rechten
van
deelneming]
van
instellingen
voor
collectieve belegging geen openbaar karakter :
(…)
(…)
Bij doorverkoop van rechten van deelneming die
voorheen het voorwerp waren van één of meer
van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen,
moet deze verrichting worden getoetst aan de in
artikel 3, 13°, a), i), vermelde definitie en aan de
in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde
criteria om uit te maken of deze doorverkoop
een openbaar aanbod is.
Bij doorverkoop van rechten van deelneming die
voorheen het voorwerp waren van één of meer
van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen,
moet deze verrichting worden getoetst aan de in
artikel 3, 13°, i), vermelde definitie en aan de in
het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde
criteria om uit te maken of deze doorverkoop
een openbaar aanbod is.
233
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
12
§ 2. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), ii),
kan de Koning het begrip "publiek" definiëren.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, ii), kan
de Koning het begrip "publiek" definiëren.
§ 3. Voor de toepassing van deze wet worden
onder "professionele beleggers" verstaan :
§ 3. Voor de toepassing van deze wet worden
onder "professionele beleggers" verstaan: de
gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel
2, e), van Verordening 2017/1129.
1° de professionele cliënten als bedoeld in
bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007
tot bepaling van nadere regels tot omzetting van
de richtlijn betreffende markten voor financiële
instrumenten;
2° de in aanmerking komende tegenpartijen in
de zin van artikel 3, § 1, van voornoemd
koninklijk besluit van 3 juni 2007.
De
beleggingsondernemingen
en
de
kredietinstellingen delen hun classificatie van de
professionele cliënten en de in aanmerking
komende tegenpartijen mee aan de instellingen
voor
collectieve
belegging
die
daarom
verzoeken, onverminderd de wet van 8
december 1992 tot bescherming van de
persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de
verwerking van persoonsgegevens.
De
beleggingsondernemingen
en
de
kredietinstellingen delen hun classificatie van de
professionele beleggers mee aan de instellingen
voor
collectieve
belegging
die
daarom
verzoeken, onverminderd de wet van 8
december 1992 tot bescherming van de
persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de
verwerking van persoonsgegevens.
(...)
(…)
Art. 70
Art. 70
De in artikel 68 bedoelde beslissingen worden
ter kennis gebracht van de personen die de in de
artikelen 65, § 1, en 66 bedoelde kennisgeving
hebben verricht. In geval van een in artikel 3, 13°,
a),
ii),
bedoeld
aanbod,
worden
deze
beslissingen ook ter kennis gebracht van de
betrokken marktondernemingen.
De in artikel 68 bedoelde beslissingen worden
ter kennis gebracht van de personen die de in de
artikelen 65, § 1, en 66 bedoelde kennisgeving
hebben verricht. In geval van een in artikel 3,
13°,
ii),
bedoeld
aanbod,
worden
deze
beslissingen ook ter kennis gebracht van de
betrokken marktondernemingen.
(…)
(…)
Art. 71
Art. 71
Enkel de volgende personen of instellingen
mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten
in het kader van openbare aanbiedingen van
rechten van deelneming van instellingen voor
collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 13°,
a), i), die in België worden uitgebracht :
Enkel de volgende personen of instellingen
mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten
in het kader van openbare aanbiedingen van
rechten van deelneming van instellingen voor
collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 13°,
i), die in België worden uitgebracht :
234
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
13
(…)
(…)
Art. 96
Art. 96
§ 1. De instellingen voor collectieve belegging
zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA.
§ 1. De instellingen voor collectieve belegging
zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA.
Dit hoofdstuk is ook van toepassing met
betrekking tot de bepalingen van Verordening
2015/2365 en Verordening 2017/1131 en de
verordeningen
en
technische
reguleringsnormen die door de Commissie zijn
aangenomen ter uitvoering van de bepalingen
van Richtlijn 2009/65/EG.
(…)
(…)
§ 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 85bis,
van de wet van 2 augustus 2002 zijn van
toepassing in het kader van de uitoefening van
de door en krachtens dit boek aan de FSMA
toegekende bevoegdheden.
§ 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86, van
de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing
in het kader van de uitoefening van de door en
krachtens dit boek aan de FSMA toegekende
bevoegdheden.
(…)
(…)
Art. 101
Art. 101
§ 1. De instellingen voor collectieve belegging
moeten een commissaris aanstellen die de
opdracht van commissaris uitoefent zoals
bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen.
§ 1. De instellingen voor collectieve belegging
moeten een commissaris aanstellen die de
opdracht van commissaris uitoefent zoals
bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen.
(…)
(…)
In afwijking van artikel 79, § 1, van de wet van 22
juli 1953 is artikel 458 van het Strafwetboek niet
van toepassing bij de uitwisseling van informatie
tussen (a) de commissaris van een instelling voor
collectieve belegging en de commissaris van de
entiteit waaraan die instelling voor collectieve
belegging de uitvoering van beheertaken met
toepassing
van
artikel
42,
§
1
heeft
toevertrouwd, en (b) de commissaris van een
instelling voor collectieve belegging en de
commissaris van de beheervennootschap van
instellingen voor collectieve belegging die de
instelling
voor
collectieve
belegging
met
toepassing van artikel 35 of artikel 44 heeft
aangesteld.
In afwijking van artikel 86, § 1, van de wet van 7
december 2016 is artikel 458 van het
Strafwetboek niet van toepassing bij de
uitwisseling van informatie tussen (a) de
commissaris van een instelling voor collectieve
belegging en de commissaris van de entiteit
waaraan die instelling voor collectieve belegging
de uitvoering van beheertaken met toepassing
van artikel 42, § 1 heeft toevertrouwd, en (b) de
commissaris van een instelling voor collectieve
belegging
en
de
commissaris
van
de
beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging die de instelling voor
collectieve belegging met toepassing van artikel
35 of artikel 44 heeft aangesteld.
(…)
(…)
235
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
14
Art. 102
Art. 102
Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 22 juli
1953,
doen
de
erkende
revisorenvennootschappen, voor de uitoefening
van de taak van commissaris bedoeld in artikel
101, een beroep op een erkende revisor die zij
aanduiden. De voorschriften van deze wet en
van de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, die de aanstelling, de taak en de
verplichtingen van en de verbodsbepalingen
voor commissarissen, alsook de andere op hen
toepasselijke
sancties
dan
strafrechtelijke
sancties regelen, gelden zowel voor de
revisorenvennootschappen als voor de erkende
revisoren die hen vertegenwoordigen.
Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7
december
2016,
doen
de
erkende
revisorenvennootschappen, voor de uitoefening
van de taak van commissaris bedoeld in artikel
101, een beroep op een erkende revisor die zij
aanduiden. De voorschriften van deze wet en
van de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, die de aanstelling, de taak en de
verplichtingen van en de verbodsbepalingen
voor commissarissen, alsook de andere op hen
toepasselijke
sancties
dan
strafrechtelijke
sancties regelen, gelden zowel voor de
revisorenvennootschappen als voor de erkende
revisoren die hen vertegenwoordigen.
(…)
(…)
Art. 107
Art. 107
(…)
(…)
§ 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en
zijn
uitvoeringsbepalingen
vastgestelde
voorwaarden, overtreden noch de commissaris
van de master noch die van de feeder enige
toepasselijke regel die het verstrekken van
informatie beperkt of die betrekking heeft op
gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het
Strafwetboek, artikel 79 van de Wet van 22 juli
1953 of de wet van 8 december 1992 tot
bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten
opzichte
van
de
verwerking
van
persoonsgegevens,
of
enige
toepasselijke
bepaling die het verstrekken van informatie
beperkt
of
die
betrekking
heeft
op
gegevensbescherming en die voortvloeit uit een
contract of uit een wet. Een dergelijke
commissaris of degene die namens hem handelt,
kan voor een dergelijke naleving op generlei
wijze aansprakelijk worden gesteld.
§ 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en
zijn
uitvoeringsbepalingen
vastgestelde
voorwaarden, overtreden noch de commissaris
van de master noch die van de feeder enige
toepasselijke regel die het verstrekken van
informatie beperkt of die betrekking heeft op
gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het
Strafwetboek, artikel 86 van de wet van 7
december 2006 of de wet van 8 december 1992
tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer
ten
opzichte
van
de
verwerking
van
persoonsgegevens,
of
enige
toepasselijke
bepaling die het verstrekken van informatie
beperkt
of
die
betrekking
heeft
op
gegevensbescherming en die voortvloeit uit een
contract of uit een wet. Een dergelijke
commissaris of degene die namens hem handelt,
kan voor een dergelijke naleving op generlei
wijze aansprakelijk worden gesteld.
Art. 110
Art. 110
(…)
(…)
De in het tweede lid bedoelde beslissingen
worden ter kennis gebracht van de in het eerste
lid bedoelde personen en, in het geval van een
De in het tweede lid bedoelde beslissingen
worden ter kennis gebracht van de in het eerste
lid bedoelde personen en, in het geval van een
236
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
15
aanbod in de zin van artikel 3, 13°, a), ii), van de
betrokken marktondernemingen.
aanbod in de zin van artikel 3, 13°, ii), van de
betrokken marktondernemingen.
(…)
(…)
Art. 111
Art. 111
(…)
(…)
§ 8. Onverminderd de bij andere wetten en
reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn
de §§ 1 tot 7 van toepassing, wanneer de FSMA
vaststelt dat een instelling voor collectieve
belegging of een compartiment van een
instelling
voor
collectieve
belegging,
die
ressorteren onder de toepassing van de wet van
16 juni 2006, niet werkt overeenkomstig de
bepalingen van de wet van 16 juni 2006.
§ 8. Onverminderd de bij andere wetten en
reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn
de §§ 1 tot 7 van toepassing, wanneer de FSMA
vaststelt dat een instelling voor collectieve
belegging of een compartiment van een
instelling
voor
collectieve
belegging,
die
ressorteren
onder
de
toepassing
van
Verordening 2017/1129 of van de wet van […]
2018,
niet
werkt
overeenkomstig
deze
bepalingen.
Art. 116
Art. 116
Bij niet-naleving van de verplichtingen en
verbodsbepalingen
die
voortvloeien
uit
Verordening 2015/2365 van het Europees
Parlement en de Raad van 25 november 2015
betreffende
de
transparantie
van
effectenfinancieringstransacties
en
van
hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU)
nr. 648/2012 en de op grond of ter uitvoering
ervan genomen bepalingen, kan de FSMA de
maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen
111 en 115.
Dit hoofdstuk is van toepassing bij niet-naleving
van de bepalingen van Verordening 2015/2365,
Verordening 2017/1131 en de verordeningen
en technische reguleringsnormen die door de
Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van
de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.
Art. 236
Art. 236
§ 1. De beheervennootschappen van instellingen
voor collectieve belegging zijn onderworpen aan
het toezicht van de FSMA.
§ 1. De beheervennootschappen van instellingen
voor collectieve belegging zijn onderworpen aan
het toezicht van de FSMA.
Dit hoofdstuk is ook van toepassing met
betrekking tot de bepalingen van Verordening
2015/2365, Verordening 2017/1131 en de
verordeningen
en
technische
reguleringsnormen die door de Commissie zijn
aangenomen ter uitvoering van de bepalingen
van Richtlijn 2009/65/EG.
(…)
(…)
§ 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 85 van
de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing
§ 4. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86 van
de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing
237
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
16
in het kader van de uitoefening van de door en
krachtens dit boek aan de FSMA toegekende
bevoegdheden.
in het kader van de uitoefening van de door en
krachtens dit boek aan de FSMA toegekende
bevoegdheden.
(…)
(…)
Art. 242
Art. 242
(…)
(…)
§ 2. In afwijking van artikel 79, § 1, van de wet
van 22 juli 1953 is artikel 458 van het
Strafwetboek niet van toepassing bij de
uitwisseling
van
informatie
tussen
de
commissaris van de beheervennootschap van
instellingen voor collectieve belegging en de
commissaris van de entiteit waaraan die
beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging, met toepassing van artikel
202, de uitvoering van beheertaken heeft
toevertrouwd.
§ 2. In afwijking van artikel 86, § 1, van de wet
van 7 december 2016 is artikel 458 van het
Strafwetboek niet van toepassing bij de
uitwisseling
van
informatie
tussen
de
commissaris van de beheervennootschap van
instellingen voor collectieve belegging en de
commissaris van de entiteit waaraan die
beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging, met toepassing van artikel
202, de uitvoering van beheertaken heeft
toevertrouwd.
Art. 243
Art. 243
Overeenkomstig artikel 33, § 2, van de wet van
22
juli
1953,
doen
erkende
revisoren-
vennootschappen, voor de uitoefening van de
taak van commissaris bedoeld in artikel 242, een
beroep op een erkende revisor die zij aanduiden.
De voorschriften van deze wet en van de ter
uitvoering
ervan
genomen
besluiten
en
reglementen, die de aanstelling, de taak en de
verplichtingen van en de verbodsbepalingen
voor commissarissen alsook de andere op hen
toepasselijke
sancties
dan
strafrechtelijke
sancties regelen, gelden zowel voor de
revisorenvennootschappen als voor de erkende
revisoren die hen vertegenwoordigen.
Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7
december 2016, doen erkende revisoren-
vennootschappen, voor de uitoefening van de
taak van commissaris bedoeld in artikel 242, een
beroep op een erkende revisor die zij aanduiden.
De voorschriften van deze wet en van de ter
uitvoering
ervan
genomen
besluiten
en
reglementen, die de aanstelling, de taak en de
verplichtingen van en de verbodsbepalingen
voor commissarissen alsook de andere op hen
toepasselijke
sancties
dan
strafrechtelijke
sancties regelen, gelden zowel voor de
revisorenvennootschappen als voor de erkende
revisoren die hen vertegenwoordigen.
(…)
(…)
Art. 255/1
Art. 255/1
Bij niet-naleving van de verplichtingen en
verbodsbepalingen
die
voortvloeien
uit
Verordening 2015/2365 van het Europees
Parlement en de Raad van 25 november 2015
betreffende
de
transparantie
van
effectenfinancieringstransacties
en
van
hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU)
nr. 648/2012 en de op grond of ter uitvoering
ervan genomen bepalingen, kan de FSMA de
Deze titel is van toepassing bij niet-naleving van
de bepalingen van Verordening 2015/2365,
Verordening 2017/1131 en de verordeningen
en technische reguleringsnormen die door de
Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van
de bepalingen van Richtlijn 2009/65/EG.
238
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
17
maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen
250 en 255.
Art. 260
Art. 260
§ 1. De beheervennootschappen van instellingen
voor collectieve belegging als bedoeld in dit
hoofdstuk die een aanvraag indienen om een in
België gevestigde instelling voor collectieve
belegging te beheren, maken de volgende
documenten over aan de FSMA :
§ 1. De beheervennootschappen van instellingen
voor collectieve belegging als bedoeld in dit
hoofdstuk die een aanvraag indienen om een in
België gevestigde instelling voor collectieve
belegging te beheren, maken de volgende
documenten over aan de FSMA :
1° de schriftelijke overeenkomst met de
bewaarder conform artikel 50, § 1, tweede en
derde lid;
(…)
(…)
Art. 271/2
Art. 271/2
Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), i), is
artikel 5 van toepassing.
Voor de toepassing van artikel 3, 13°, i), is artikel
5 van toepassing.
239
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
LOI DU 19 AVRIL 2014 – WET VAN 19 APRIL 2014
Art. 3
Art. 3
(…)
(…)
27° "offre publique" :
27° "offre publique" :
a) toute communication adressée, sous quelque
forme et par quelque moyen que ce soit, à des
personnes et présentant une information
suffisante sur les conditions de l’offre et sur les
titres à offrir de manière à mettre un investisseur
en mesure de décider d’acheter ou de souscrire
ces titres, et qui est faite par l’OPCA, par la
personne qui est en mesure de céder les titres
ou pour leur compte.
a) toute communication adressée, sous quelque
forme et par quelque moyen que ce soit, à des
personnes et présentant une information
suffisante sur les conditions de l’offre et sur les
titres à offrir de manière à mettre un investisseur
en mesure de décider d’acheter ou de souscrire
ces titres; cette définition s’applique également
au placement de titres par des intermédiaires
financiers.
Est présumée agir pour le compte de l’organisme
de placement collectif ou de la personne qui est
en mesure de céder les titres, toute personne qui
perçoit directement ou indirectement une
rémunération ou un avantage à l’occasion de
l’offre.
Est présumée agir pour le compte de l’organisme
de placement collectif ou de la personne qui est
en mesure de céder les titres, toute personne qui
perçoit directement ou indirectement une
rémunération ou un avantage à l’occasion de
l’offre.
(…)
(…)
30° "investisseurs professionnels" :
30° « investisseurs professionnels » : les
investisseurs qualifiés au sens de l’article 2, e),
du règlement 2017/1129 ;
1° les clients professionnels visés à l'annexe A de
l'arrêté royal du 3 juin 2007 ;
2° les contreparties éligibles au sens de l'article
3, § 1er de l'arrêté royal du 3 juin 2007.
Les
entreprises
d'investissement
et
les
établissements de crédit communiquent leur
classification des clients professionnels et des
contreparties éligibles aux OPCA qui en font la
demande sans préjudice de la loi du 8 décembre
1992 relative à la protection de la vie privée à
l'égard des traitements de données à caractère
personnel.
Les
entreprises
d'investissement
et
les
établissements de crédit communiquent leur
classification des investisseurs professionnels
aux OPCA qui en font la demande sans préjudice
de la loi du 8 décembre 1992 relative à la
protection de la vie privée à l'égard des
traitements de données à caractère personnel.
(…)
(…)
72° "loi du 22 juillet 1953" : la loi du 22 juillet
1953
créant
un
Institut
des
Réviseurs
d'Entreprises et organisant la supervision
72° « loi du 7 décembre 2016 » : la loi du 7
décembre 2016 portant organisation de la
profession et de la supervision publique des
réviseurs d’entreprises ;
240
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
publique
de
la
profession
de
réviseur
d'entreprises;
73° "wet van 9 juli 1975": de wet van 9 juli 1975
betreffende
de
controle
der
verzekeringsondernemingen;
73° « loi du 13 mars 2016 » : la loi du 13 mars
2016 relative au statut et au contrôle des
entreprises d’assurance ou de réassurance ;
(…)
(…)
80° "loi du 16 juin 2006" : la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
80° « loi du […] 2018 » : la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés ;
(…)
(…)
104° "Règlement 346/2013" : le Règlement (UE)
2015/2365 du Parlement européen et du Conseil
du 25 novembre 2015 relatif à la transparence
des opérations de financement sur titres et de la
réutilisation et modifiant le règlement (UE) n°
648/2012 ;
104° "Règlement 2015/2365" : le Règlement
(UE) 2015/2365 du Parlement européen et du
Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la
transparence des opérations de financement sur
titres et de la réutilisation et modifiant le
règlement (UE) n° 648/2012 ;
105° « règlement 2015/760 » : le règlement
(UE) 2015/760 du Parlement européen et du
Conseil du 29 avril 2015 relatif aux fonds
européens d'investissement à long terme ;
106° « règlement 2017/1129 » : le règlement
(UE) 2017/1129 du Parlement européen et du
Conseil du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE ;
107° « règlement 2017/1131 » : le règlement
(UE) 2017/1131 du Parlement européen et du
Conseil du du 14 juin 2017 sur les fonds
monétaires.
(…)
(…)
Art. 11
Art. 11
(…)
(…)
§ 2. Les OPCA ne peuvent avoir d'autres activités
que l'exercice pour leur propre compte des
fonctions visées à l'article 3, 41°.
§ 2. Les OPCA ne peuvent avoir d'autres activités
que l'exercice pour leur propre compte des
fonctions visées à l'article 3, 41°.
241
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
Une société de gestion d'OPCA ne peut avoir
d'autres activités que celles visées à l'article 3,
41° et, pour autant qu'elle dispose de l'agrément
exigé par la loi, à l'article 3, 43°.
Une société de gestion d'OPCA ne peut avoir
d'autres activités que celles visées à l'article 3,
41° et, pour autant qu'elle dispose de l'agrément
exigé par la loi, à l’article 3, 22° de la loi du 3
août
2012
relative
aux
organismes
de
placement
collectif
qui
répondent
aux
conditions de la directive 2009/65/CE et aux
organismes de placement en créances.
(…)
(…)
Art. 70
Art. 70
Lorsque l’OPCA est tenu de publier un
prospectus
conformément
à
la
Directive
2003/71/CE ou au droit national, seules les
informations visées à l’article 68 qui s’ajoutent à
celles contenues dans le prospectus doivent être
communiquées
séparément
ou
en
tant
qu’informations supplémentaires au prospectus.
Lorsque l’OPCA est tenu de publier un
prospectus
ou
un
autre
document
d’information conformément au règlement
2017/1129 ou au droit national, seules les
informations visées à l’article 68 qui s’ajoutent
à celles contenues dans le prospectus ou dans
le document d’information doivent être
communiquées
séparément
ou
en
tant
qu’informations
supplémentaires
au
prospectus ou au document d’information.
Art. 117
Art. 117
(…)
(…)
Toutefois, les gestionnaires visés à l'alinéa 1er ne
peuvent en aucun cas fournir en Belgique les
services visés à l'article 11, § 2, alinéa 3
autrement que conformément aux dispositions
de la loi du 6 avril 1995.
Toutefois, les gestionnaires visés à l'alinéa 1er ne
peuvent en aucun cas fournir en Belgique les
services visés à l'article 11, § 2, alinéa 3
autrement que conformément aux dispositions
de la loi du 25 octobre 2016.
Art. 208
Art. 208
(…)
(…)
§ 8. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à
l'organe légal d'administration en ce qui
concerne la détermination de la politique
générale, tels que prévus par le Code des
sociétés, les personnes chargées de la direction
effective
de
la
société
d’investissement
prennent, sous la surveillance de l'organe légal
d'administration, les mesures nécessaires pour
assurer le respect des articles 26, 27, §§ 1er et 2,
alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à
43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes
2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3
et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du
242
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
4
règlement 231/2013, ainsi que des dispositions
prises pour leur exécution.
Sans préjudice des dispositions du Code des
sociétés, l'organe légal d'administration de la
société d’investissement doit contrôler au
moins une fois par an si la société se conforme
aux dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2,
alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à
43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1er, des paragraphes
2 à 7 du présent article et des articles 18, §§ 3
et 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du
règlement 231/2013, et de l'alinéa 1er du
présent paragraphe, ainsi que des dispositions
prises pour leur exécution, et il prend
connaissance des mesures adéquates prises.
Les personnes chargées de la direction effective
font rapport au moins une fois par an à l'organe
légal d'administration, à la FSMA et au
commissaire
agréé
sur
le
respect
des
dispositions
de
l'alinéa
1er
du
présent
paragraphe et sur les mesures adéquates
prises.
Ces informations sont transmises à la FSMA et
au commissaire agréé selon les modalités que
la FSMA détermine.
Art. 222
Art. 222
(…)
(…)
En cas d’offre publique de titres d’un OPCA,
autre que celle visée à l’alinéa 1er, un prospectus
est rendu public dans les cas et selon les
modalités prescrites par la loi du 16 juin 2006.
En cas d’offre publique de titres d’un OPCA,
autre que celle visée à l’alinéa 1er, un
prospectus ou une note d’information sont
rendus publics dans les cas et selon les
modalités prescrites par, selon le cas, le
règlement 2017/1129 ou la loi du […] 2018.
Art. 226
Art. 226
Est interdite toute communication effectuée sur
le territoire belge, à l’attention de plus de 150
personnes physiques ou morales, autres que des
investisseurs professionnels, tendant à offrir des
renseignements ou des conseils ou à susciter des
demandes de renseignements ou de conseils
relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de
parts créés ou non encore créés qui font ou
feront l’objet d’une offre en vente ou en
souscription, lorsque cette communication
Est interdite toute communication effectuée sur
le territoire belge, à l’attention de plus de 150
personnes physiques ou morales, autres que des
investisseurs professionnels, tendant à offrir des
renseignements ou des conseils ou à susciter des
demandes de renseignements ou de conseils
relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de
parts créés ou non encore créés qui font ou
feront l’objet d’une offre en vente ou en
souscription, lorsque cette communication
243
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
5
émane d’un OPCA, d’une personne qui est en
mesure de céder les titres concernés ou est
effectuée pour leur compte, sauf si :
émane d’un OPCA, d’une personne qui est en
mesure de céder les titres concernés ou est
effectuée pour leur compte, sauf si :
(…)
(…)
2° un prospectus d’offre publique et les
informations clés pour l’investisseur ont été
dûment approuvés par la FSMA.
2° un prospectus d’offre publique et les
informations clés pour l’investisseur ont été
dûment approuvés par la FSMA, ou une note
d’information a été publiée.
(…)
(…)
Art. 261
Art. 261
Est interdite toute communication effectuée sur
le territoire belge, à l’attention de plus de 150
personnes physiques ou morales, autres que des
investisseurs professionnels, tendant à offrir des
renseignements ou des conseils ou à susciter des
demandes de renseignements ou de conseils
relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de
parts créés ou non encore créés qui font ou
feront l’objet d’une offre en vente ou en
souscription, lorsque cette communication
émane d’un OPCA, d’une personne qui est en
mesure de céder les titres concernés ou est
effectuée pour leur compte, sauf si :
Est interdite toute communication effectuée sur
le territoire belge, à l’attention de plus de 150
personnes physiques ou morales, autres que des
investisseurs professionnels, tendant à offrir des
renseignements ou des conseils ou à susciter des
demandes de renseignements ou de conseils
relatifs à des parts d’OPCA à nombre variable de
parts créés ou non encore créés qui font ou
feront l’objet d’une offre en vente ou en
souscription, lorsque cette communication
émane d’un OPCA, d’une personne qui est en
mesure de céder les titres concernés ou est
effectuée pour leur compte, sauf si :
(…)
(…)
2° la FSMA a inscrit l'OPCA ou le compartiment
conformément à l'article 259 et, le cas échéant,
un prospectus d’offre publique et un document
d'informations clés pour l'investisseur ont été
dûment approuvés par la FSMA.
2° la FSMA a inscrit l'OPCA ou le compartiment
conformément à l'article 259 et, le cas échéant,
un prospectus d’offre publique et un document
d'informations clés pour l'investisseur ont été
dûment approuvés par la FSMA, ou une note
d’information a été publiée.
(…)
(…)
Art. 319
Art. 319
(…)
(…)
§ 7. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à
l'organe légal d'administration en ce qui
concerne la détermination de la politique
générale, tels que prévus par le Code des
sociétés, les personnes chargées de la direction
effective de la société de gestion, le cas échéant
le comité de direction, prennent, sous la
surveillance de l'organe légal d'administration,
§ 7. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à
l'organe légal d'administration en ce qui
concerne la détermination de la politique
générale, tels que prévus par le Code des
sociétés, les personnes chargées de la direction
effective de la société de gestion, le cas échéant
le comité de direction, prennent, sous la
surveillance de l'organe légal d'administration,
244
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
6
les mesures nécessaires pour assurer le respect
des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2,
28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2
et 3, 47, § 1, des paragraphes 2 à 5 du présent
article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33,
35, 39 à 48 et 57 à 66 du règlement 231/2013.
les mesures nécessaires pour assurer le respect
des articles 26, 27, §§ 1er et 2, alinéas 1er et 2,
28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à 43, 44, alinéas 2
et 3, 47, § 1, des paragraphes 2 à 5 du présent
article et des articles 18, §§ 3 et 4, 22, 25, 31, 33,
35, 39 à 48 et 57 à 66 du règlement 231/2013,
ainsi que des dispositions prises pour leur
exécution.
Sans préjudice des dispositions du Code des
sociétés, l'organe légal d'administration de la
société de gestion doit contrôler au moins une
fois par an, le cas échéant par l'intermédiaire du
comité d'audit, si la société se conforme aux
dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2,
alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à
43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1, des paragraphes 2
à 5 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4,
22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du
règlement 231/2013 et de l'alinéa 1er du présent
paragraphe, et il prend connaissance des
mesures adéquates prises.
Sans préjudice des dispositions du Code des
sociétés, l'organe légal d'administration de la
société de gestion doit contrôler au moins une
fois par an, le cas échéant par l'intermédiaire du
comité d'audit, si la société se conforme aux
dispositions des articles 26, 27, §§ 1er et 2,
alinéas 1er et 2, 28, 29, § 1er, alinéa 1er, 6°, 40 à
43, 44, alinéas 2 et 3, 47, § 1, des paragraphes 2
à 5 du présent article et des articles 18, §§ 3 et 4,
22, 25, 31, 33, 35, 39 à 48 et 57 à 66 du
règlement 231/2013 et de l'alinéa 1er du présent
paragraphe, ainsi que des dispositions prises
pour leur exécution, et il prend connaissance
des mesures adéquates prises.
(…)
(…)
Art. 336
Art. 336
Sans préjudice des articles 291 et 305, la
présente partie s'applique en ce qui concerne les
dispositions des parties I, II, du livre I de la partie
III, et des parties IV, VIII et IX.
Sans préjudice des articles 291 et 305, la
présente partie s'applique en ce qui concerne :
1° les dispositions des parties I, II, du livre I de
la partie III, et des parties IV, VIII et IX ;
2° les dispositions du règlement 345/2013, du
règlement 346/2013, du règlement 2015/760,
du
règlement
2015/2365,
du
règlement
2017/1131, ainsi que des règlements et normes
techniques de règlementation adoptés par la
Commission en exécution de la directive
2011/61/UE.
Art. 338
Art. 338
(…)
(…)
§ 5. Les dispositions des articles 79 à 85bis de la
loi du 2 août 2002 sont applicables aux fins de
l'exercice des compétences attribuées à la FSMA
par et en vertu de la présente loi.
§ 5. Les dispositions des articles 79 à 86 de la loi
du 2 août 2002 sont applicables aux fins de
l'exercice des compétences attribuées à la FSMA
par et en vertu de la présente loi.
245
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
7
(…)
(…)
Art. 345
Art. 345
§ 1er. Pour l’application du présent article:
§ 1er. Pour l’application du présent article:
(…)
(…)
2° il faut entendre par “compagnie financière”
un établissement financier dont les entreprises
filiales sont exclusivement ou principalement un
ou
plusieurs
établissements
de
crédit,
entreprises
d’investissement,
sociétés
de
gestion d’organismes de placement collectif,
gestionnaires
d'OPCA
ou
établissements
financiers, l’une au moins de ces filiales étant un
établissement
de
crédit,
une
entreprise
d’investissement, une société de gestion
d’organismes
de
placement
collectif
qui
répondent aux conditions de la Directive
2009/65/CE ou un gestionnaire d'OPCA, et qui
n’est pas une compagnie financière mixte au
sens de l’article 3, 39° de la loi du 25 avril 2014,
de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016, de
l’article 91octiesdecies de la loi du 9 juillet 1975,
de l’article 98 de la loi du 16 février 2009 ou de
l'article 241 de la loi du 3 août 2012;
2° il faut entendre par “compagnie financière”
un établissement financier dont les entreprises
filiales sont exclusivement ou principalement un
ou
plusieurs
établissements
de
crédit,
entreprises
d’investissement,
sociétés
de
gestion d’organismes de placement collectif,
gestionnaires
d'OPCA
ou
établissements
financiers, l’une au moins de ces filiales étant un
établissement
de
crédit,
une
entreprise
d’investissement, une société de gestion
d’organismes
de
placement
collectif
qui
répondent aux conditions de la Directive
2009/65/CE ou un gestionnaire d'OPCA, et qui
n’est pas une compagnie financière mixte au
sens de l’article 3, 39° de la loi du 25 avril 2014,
de l'article 60 de la loi du 25 octobre 2016, de
l'article 338, 7°, de la loi du 13 mars 2016, ou de
l'article 241 de la loi du 3 août 2012;
(…)
(…)
Les groupes d’entreprises comprenant un
établissement
de
crédit,
une
entreprise
d’investissement, une société de gestion
d'organismes
de
placement
collectif
qui
répondent aux conditions de la Directive
2009/65/CE, une entreprise d’assurances ou une
entreprise de réassurance sont soumis, pour ce
qui est de la surveillance du groupe, aux
dispositions des sections Ière, II et IV du livre II,
titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, aux
dispositions de la sous-section Ire de la section
IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi,
de l'article 59 de la loi du 25 octobre 2016, de
l'article 241 de la loi du 3 août 2012, du chapitre
VIIbis de la loi du 9 juillet 1975 ou du titre VIII de
la loi du 16 février 2009.
Les groupes d’entreprises comprenant un
établissement
de
crédit,
une
entreprise
d’investissement, une société de gestion
d'organismes
de
placement
collectif
qui
répondent aux conditions de la Directive
2009/65/CE, une entreprise d’assurances ou une
entreprise de réassurance sont soumis, pour ce
qui est de la surveillance du groupe, aux
dispositions des sections Ière, II et IV du livre II,
titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, aux
dispositions de la sous-section Ire de la section
IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi,
de l'article 59 de la loi du 25 octobre 2016, de
l'article 241 de la loi du 3 août 2012, ou du Titre
V, Chapitre II de la loi du 13 mars 2016.
(…)
(…)
§
5.
Les
entreprises
qui
contrôlent,
exclusivement ou conjointement avec d’autres,
un gestionnaire d’OPCA, ainsi que les filiales de
§
5.
Les
entreprises
qui
contrôlent,
exclusivement ou conjointement avec d’autres,
un gestionnaire d’OPCA, ainsi que les filiales de
246
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
8
ces entreprises sont tenues, si ces entreprises et
ces filiales ne tombent pas dans le champ
d’application des §§ 2, 3 et 4 concernant le
contrôle sur base consolidée ou dans le champ
d’application de l’article des sections Ière, II et IV
du livre II, titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril
2014, de la sous-section II de la section IV du livre
XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article
60 de la loi du 25 octobre 2016, de l'article 241
de la loi du 3 août 2012, de l’article 98 de la loi
du 16 février 2009 ou de l’article 91octiesdecies
de la loi du 9 juillet 1975, de communiquer à la
FSMA et aux autorités étrangères compétentes
les informations et renseignements utiles à
l’exercice de la surveillance des gestionnaires
d’OPCA que ces entreprises contrôlent.
ces entreprises sont tenues, si ces entreprises et
ces filiales ne tombent pas dans le champ
d’application des §§ 2, 3 et 4 concernant le
contrôle sur base consolidée ou dans le champ
d’application de l’article des sections Ière, II et IV
du livre II, titre III, chapitre IV de la loi du 25 avril
2014, de la sous-section II de la section IV du livre
XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l'article
60 de la loi du 25 octobre 2016, de l'article 241
de la loi du 3 août 2012, ou du Titre V, Chapitre
III de la loi du 13 mars 2016, de communiquer à
la
FSMA
et
aux
autorités
étrangères
compétentes
les
informations
et
renseignements utiles à l’exercice de la
surveillance des gestionnaires d’OPCA que ces
entreprises contrôlent.
(…)
(…)
Art. 351
Art. 351
(…)
(…)
§ 4. Par dérogation à l’article 79, § 1er de la loi
du 22 juillet 1953, l’article 458 du Code pénal
n’est pas d’application en cas de transmission
d’information entre
§ 4. Par dérogation à l’article 86, § 1er, de la loi
du 7 décembre 2016, l’article 458 du Code pénal
n’est pas d’application en cas de transmission
d’information entre
(a) le commissaire d’un OPCA et le commissaire
de l’entité à laquelle celui-ci a confié l’exécution
de fonctions de gestion en application de l’article
29;
(a) le commissaire d’un OPCA et le commissaire
de l’entité à laquelle celui-ci a confié l’exécution
de fonctions de gestion en application de l’article
29;
(…)
(…)
Art. 352
Art. 352
Les sociétés de réviseurs agréées exercent les
fonctions de commissaire prévues à l’article 351
par l’intermédiaire d’un réviseur agréé qu’elles
désignent et conformément à l’article 33, § 2, de
la loi du 22 juillet 1953. Les dispositions de la
présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution et qui sont relatives à la
désignation, aux fonctions, aux obligations et
aux interdictions des commissaires ainsi qu’aux
sanctions, autres que pénales, qui sont
applicables à ces derniers, s’appliquent tant aux
sociétés de réviseurs qu’aux réviseurs agréés qui
les représentent.
Les sociétés de réviseurs agréées exercent les
fonctions de commissaire prévues à l’article 351
par l’intermédiaire d’un réviseur agréé qu’elles
désignent et conformément à l’article 6 de la loi
du 7 décembre 2016. Les dispositions de la
présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution et qui sont relatives à la
désignation, aux fonctions, aux obligations et
aux interdictions des commissaires ainsi qu’aux
sanctions, autres que pénales, qui sont
applicables à ces derniers, s’appliquent tant aux
sociétés de réviseurs qu’aux réviseurs agréés qui
les représentent.
(…)
(…)
247
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
9
Art. 356
Art. 356
(…)
(…)
§ 3. Lorsqu’ils se conforment aux exigences
énoncées dans le présent article et dans les
dispositions prises pour son exécution, ni le
commissaire du master ni celui du feeder ne sont
considérés comme enfreignant une quelconque
règle restreignant la divulgation d’informations
ou en rapport avec la protection des données,
telles que l’article 458 du Code pénal, l’article 79
de la loi du 22 juillet 1953 ou la loi du 8 décembre
1992 relative à la protection de la vie privée à
l’égard des traitements de données à caractère
personnel,
ou
encore
une
quelconque
disposition
restreignant
la
divulgation
d’informations ou en rapport avec la protection
des données, que cette disposition soit prévue
par un contrat ou par une loi. Le fait de se
conformer auxdites exigences n’entraîne, pour
le commissaire ou pour quiconque agit pour son
compte, aucune responsabilité d’aucune sorte.
§ 3. Lorsqu’ils se conforment aux exigences
énoncées dans le présent article et dans les
dispositions prises pour son exécution, ni le
commissaire du master ni celui du feeder ne sont
considérés comme enfreignant une quelconque
règle restreignant la divulgation d’informations
ou en rapport avec la protection des données,
telles que l’article 458 du Code pénal, l’article 86
de la loi du 7 décembre 2016 ou la loi du 8
décembre 1992 relative à la protection de la vie
privée à l’égard des traitements de données à
caractère personnel, ou encore une quelconque
disposition
restreignant
la
divulgation
d’informations ou en rapport avec la protection
des données, que cette disposition soit prévue
par un contrat ou par une loi. Le fait de se
conformer auxdites exigences n’entraîne, pour
le commissaire ou pour quiconque agit pour son
compte, aucune responsabilité d’aucune sorte.
Art. 357
Art. 357
§ 1er. Les commissaires collaborent au contrôle
exercé par la FSMA, sous leur responsabilité
personnelle et exclusive et conformément au
présent article, aux règles de la profession et aux
instructions de la FSMA. A cette fin:
§ 1er. Les commissaires collaborent au contrôle
exercé par la FSMA, sous leur responsabilité
personnelle et exclusive et conformément au
présent article, aux règles de la profession et aux
instructions de la FSMA. A cette fin:
1° ils évaluent les mesures de contrôle interne
adoptées par les OPCA et les sociétés de gestion
conformément
à
l'article
26,
et
ils
communiquent leurs conclusions en la matière à
la FSMA;
1° ils évaluent les mesures de contrôle interne
adoptées par les OPCA et les sociétés de gestion
conformément aux articles 26, 208 et 319, et ils
communiquent leurs conclusions en la matière à
la FSMA;
(…)
(…)
Art. 360
Art. 360
(…)
(…)
§ 9. Sans préjudice des mesures définies par
d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont
applicables lorsque la FSMA constate qu’un
OPCA, ou un compartiment d’un OPCA, qui
relève de l’application de la loi du 16 juin 2006,
ne fonctionne pas en conformité avec la loi du 16
juin 2006.
§ 9. Sans préjudice des mesures définies par
d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 5 sont
applicables lorsque la FSMA constate qu’un
OPCA, ou un compartiment d’un OPCA, qui
relève de l’application du règlement 2017/1129
ou de la loi du […] 2018, ne fonctionne pas en
conformité avec ces dispositions.
248
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
10
§ 9. Les §§ 1er à 5 sont applicables au cas où
l'activité d'un ou de plusieurs OPCA sur le
marché d'un instrument financier pourrait
mettre en péril le bon fonctionnement de ce
marché.
§ 10. Les §§ 1er à 5 sont applicables au cas où
l'activité d'un ou de plusieurs OPCA sur le
marché d'un instrument financier pourrait
mettre en péril le bon fonctionnement de ce
marché.
§ 10. Lorsque la FSMA estime qu'un gestionnaire
agréé établi dans un pays tiers dont la Belgique
est l'état membre de référence viole les
obligations qui lui incombent en vertu de la
présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution, elle notifie ESMA, en
indiquant toutes les raisons, dans les plus brefs
délais.
§ 11. Lorsque la FSMA estime qu'un gestionnaire
agréé établi dans un pays tiers dont la Belgique
est l'état membre de référence viole les
obligations qui lui incombent en vertu de la
présente loi et des arrêtés et règlements pris
pour son exécution, elle notifie ESMA, en
indiquant toutes les raisons, dans les plus brefs
délais.
Art. 367
Art. 367
La FSMA peut prendre les mesures visées aux
articles 360, et 365 en cas de non-respect des
obligations et interdictions qui découlent du
règlement 345/2013, du règlement 346/2013 ou
du règlement 2015/2365 et des dispositions
prises sur la base ou en exécution de ceux-ci.
La FSMA peut prendre les mesures visées aux
articles 360, et 365 en cas de non-respect des
obligations et interdictions qui découlent du
règlement 345/2013, du règlement 346/2013 ou
du règlement 2015/2365 et des dispositions
prises sur la base ou en exécution de ceux-ci.
L'article 364 est d'application en cas de
suppression de l'enregistrement visé à l'article
14, paragraphe 2 du règlement 345/2013 ou à
l'article 15, paragraphe 2 du règlement
346/2013 en application des dispositions visées
à l'alinéa 1er.
L'article 364 est d'application en cas de
suppression de l'enregistrement visé à l'article
14, paragraphe 2 du règlement 345/2013 ou à
l'article 15, paragraphe 2 du règlement
346/2013 en application des dispositions visées
à l'alinéa 1er.
Art. 3
Art. 3
(…)
(…)
27° "openbaar aanbod":
27° "openbaar aanbod":
a) een in om het even welke vorm en met om het
even welk middel tot personen gerichte
mededeling waarin voldoende informatie wordt
verstrekt over de voorwaarden van het aanbod
en over de aangeboden effecten om een
belegger in staat te stellen tot aankoop van of
inschrijving op deze effecten te besluiten, en die
wordt verricht door de AICB, door de persoon
die in staat is om de effecten over te dragen of
voor hun rekening.
a) een in om het even welke vorm en met om het
even welk middel tot personen gerichte
mededeling waarin voldoende informatie wordt
verstrekt over de voorwaarden van het aanbod
en over de aangeboden effecten om een
belegger in staat te stellen tot aankoop van of
inschrijving op deze effecten te besluiten; deze
definitie is ook van toepassing op de plaatsing
van effecten via financiële tussenpersonen.
Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een
vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding
Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een
vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding
249
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
11
van het aanbod, wordt geacht te handelen voor
rekening van de instelling voor collectieve
belegging of van de persoon die in staat is om de
effecten over te dragen.
van het aanbod, wordt geacht te handelen voor
rekening van de instelling voor collectieve
belegging of van de persoon die in staat is om de
effecten over te dragen.
(…)
(…)
30° "professionele beleggers":
30°
"professionele
beleggers":
de
gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel
2, e), van Verordening 2017/1129;
1° de professionele cliënten als bedoeld in
bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007;
2° de in aanmerking komende tegenpartijen in
de zin van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit
van 3 juni 2007.
De
beleggingsondernemingen
en
de
kredietinstellingen delen hun classificatie van de
professionele cliënten en de in aanmerking
komende tegenpartijen mee aan de AICB's die
daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8
december 1992 tot bescherming van de
persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de
verwerking van persoonsgegevens.
De
beleggingsondernemingen
en
de
kredietinstellingen delen hun classificatie van de
professionele beleggers mee aan de AICB's die
daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8
december 1992 tot bescherming van de
persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de
verwerking van persoonsgegevens.
(…)
(…)
72° "wet van 22 juli 1953": de wet van 22 juli
1953 houdende oprichting van een Instituut van
de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het
publiek
toezicht
op
het
beroep
van
bedrijfsrevisor;
72° "wet van 7 december 2016": de wet van 7
december 2016 tot organisatie van het beroep
van
en
het
publiek
toezicht
op
de
bedrijfsrevisoren;
73° "wet van 9 juli 1975": de wet van 9 juli 1975
betreffende
de
controle
der
verzekeringsondernemingen;
73° "wet van 13 maart 2016": de wet van 13
maart 2016 op het statuut van en het toezicht
op
de
verzekerings-
en
herverzekeringsondernemingen;"
(…)
(…)
80° "wet van 16 juni 2006": de wet van 16 juni
2006
op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
80° "wet van […] 2018": de wet van […] 2018 op
de
aanbieding
aan
het
publiek
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
(…)
(…)
104° "Règlement 346/2013" : le Règlement (UE)
2015/2365 du Parlement européen et du Conseil
104° "Règlement 2015/2365" : le Règlement
(UE) 2015/2365 du Parlement européen et du
250
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
12
du 25 novembre 2015 relatif à la transparence
des opérations de financement sur titres et de la
réutilisation et modifiant le règlement (UE) n°
648/2012 ;
Conseil du 25 novembre 2015 relatif à la
transparence des opérations de financement sur
titres et de la réutilisation et modifiant le
règlement (UE) n° 648/2012 ;
105° "Verordening 2015/760": de Verordening
(EU) 2015/760 van het Europees Parlement en
de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese
langetermijnbeleggingsinstellingen;
106° "Verordening 2017/1129": de Verordening
(EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en
de Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden
aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;
107° "Verordening 2017/1131": de Verordening
(EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en
de
Raad
van
14
juni
2017
inzake
geldmarktfondsen;
(…)
(…)
Art. 11
Art. 11
(…)
(…)
§
2.
De
AICB's
mogen
geen
andere
werkzaamheden verrichten dan de uitoefening
van de in artikel 3, 41° bedoelde taken voor
eigen rekening.
§
2.
De
AICB's
mogen
geen
andere
werkzaamheden verrichten dan de uitoefening
van de in artikel 3, 41° bedoelde taken voor
eigen rekening.
Een beheervennootschap van AICB's mag geen
andere werkzaamheden verrichten dan deze
bedoeld in artikel 3, 41°, en, voor zover haar de
door de wet vereiste vergunning is verleend, in
artikel 3, 43°.
Een beheervennootschap van AICB's mag geen
andere werkzaamheden verrichten dan deze
bedoeld in artikel 3, 41°, en, voor zover haar de
door de wet vereiste vergunning is verleend, in
artikel 3, 22°, van de wet van 3 augustus 2012
betreffende de instellingen voor collectieve
belegging die voldoen aan de voorwaarden van
Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor
belegging in schuldvorderingen.
(…)
(…)
Art. 70
Art. 70
Indien de AICB een prospectus moet publiceren
overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG of de
nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in
Indien de AICB een prospectus of een ander
informatiedocument
moet
publiceren
overeenkomstig Verordening 2017/1129 of de
251
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
13
artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is
aan de informatie opgenomen in het prospectus,
hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in
het prospectus te worden verstrekt.
nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in
artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is
aan
de
in
het
prospectus
of
het
informatiedocument opgenomen informatie,
hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in
het prospectus of het informatiedocument te
worden verstrekt.
Art. 117
Art. 117
(…)
(…)
De in het eerste lid bedoelde beheerders mogen
in België de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde
diensten echter op geen enkele andere manier
verrichten dan conform de bepalingen van de
wet van 6 april 1995.
De in het eerste lid bedoelde beheerders mogen
in België de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde
diensten echter op geen enkele andere manier
verrichten dan conform de bepalingen van de
wet van 25 oktober 2016.
Art. 208
Art. 208
(…)
(…)
§ 8. Onverminderd de bevoegdheden van het
wettelijke
bestuursorgaan
inzake
de
vaststelling van het algemeen beleid als
bepaald
bij
het
Wetboek
van
Vennootschappen, nemen de personen belast
met
de
effectieve
leiding
van
de
beleggingsvennootschap onder toezicht van
het wettelijke bestuursorgaan de nodige
maatregelen voor de naleving van het bepaalde
bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en
tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43,
44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen
2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid
3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66
van Verordening 231/2013, alsook de ter
uitvoering ervan genomen bepalingen.
Onverminderd de bepalingen van het Wetboek
van Vennootschappen, dient het wettelijke
bestuursorgaan
van
de
beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te
controleren of de vennootschap beantwoordt
aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en
2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid,
6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1,
bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de
artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot
48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en
het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter
uitvoering ervan genomen bepalingen, en
252
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
14
neemt het kennis van de genomen passende
maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding
lichten
minstens
jaarlijks
het
wettelijke
bestuursorgaan, de FSMA en de erkende
commissaris in over de naleving van het
bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf
en over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de FSMA en de
erkende commissaris gebeurt volgens de
modaliteiten die de FSMA bepaalt.
Art. 222
Art. 222
(…)
(…)
Bij een ander openbaar aanbod van effecten van
een AICB dan een in het eerste lid bedoeld
openbaar aanbod, moet een prospectus worden
gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels
die worden bepaald in de wet van 16 juni 2006.
Bij een ander openbaar aanbod van effecten
van een AICB dan bedoeld in het eerste lid,
moet een prospectus of een informatienota
worden gepubliceerd in de gevallen en volgens
de regels die, naargelang het geval, worden
bepaald in Verordening 2017/1129 of in de wet
van […] 2018.
Art. 226
Art. 226
Het is verboden om op het Belgische
grondgebied een mededeling te verrichten die
gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of
rechtspersonen
die
geen
professionele
beleggers zijn, met de bedoeling informatie of
raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te
lokken in verband met al dan niet reeds
uitgegeven rechten van deelneming in AICB's
met een veranderlijk aantal rechten van
deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen
uitmaken van een aanbod tot verkoop of
inschrijving, wanneer deze mededeling wordt
verricht door een AICB of door een persoon die
in staat is om de betrokken effecten over te
dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt
verricht, tenzij:
Het is verboden om op het Belgische
grondgebied een mededeling te verrichten die
gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of
rechtspersonen
die
geen
professionele
beleggers zijn, met de bedoeling informatie of
raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te
lokken in verband met al dan niet reeds
uitgegeven rechten van deelneming in AICB's
met een veranderlijk aantal rechten van
deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen
uitmaken van een aanbod tot verkoop of
inschrijving, wanneer deze mededeling wordt
verricht door een AICB of door een persoon die
in staat is om de betrokken effecten over te
dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt
verricht, tenzij:
(…)
(…)
2° een prospectus over een openbaar aanbod en
de essentiële beleggersinformatie naar behoren
zijn goedgekeurd door de FSMA.
2° een prospectus over een openbaar aanbod en
de essentiële beleggersinformatie naar behoren
zijn goedgekeurd door de FSMA, of een
informatienota werd gepubliceerd.
253
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
15
(…)
(…)
Art. 261
Art. 261
Het is verboden om op het Belgische
grondgebied een mededeling te verrichten die
gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of
rechtspersonen
die
geen
professionele
beleggers zijn, met de bedoeling informatie of
raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te
lokken in verband met al dan niet reeds
uitgegeven rechten van deelneming in AICB's
met een veranderlijk aantal rechten van
deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen
uitmaken van een aanbod tot verkoop of
inschrijving, wanneer deze mededeling wordt
verricht door een AICB, door een persoon die in
staat is om de betrokken effecten over te
dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt
verricht, tenzij:
Het is verboden om op het Belgische
grondgebied een mededeling te verrichten die
gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of
rechtspersonen
die
geen
professionele
beleggers zijn, met de bedoeling informatie of
raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te
lokken in verband met al dan niet reeds
uitgegeven rechten van deelneming in AICB's
met een veranderlijk aantal rechten van
deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen
uitmaken van een aanbod tot verkoop of
inschrijving, wanneer deze mededeling wordt
verricht door een AICB, door een persoon die in
staat is om de betrokken effecten over te
dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt
verricht, tenzij:
(…)
(…)
2° de FSMA heeft de AICB of het compartiment
ingeschreven conform artikel 259, en, in
voorkomend
geval,
naar
behoren
een
prospectus over een openbaar aanbod en een
document met essentiële beleggersinformatie
zijn goedgekeurd door de FSMA.
2° de FSMA heeft de AICB of het compartiment
ingeschreven conform artikel 259, en, in
voorkomend
geval,
naar
behoren
een
prospectus over een openbaar aanbod en een
document met essentiële beleggersinformatie
zijn goedgekeurd door de FSMA, of een
informatienota werd gepubliceerd.
(…)
(…)
Art. 319
Art. 319
(…)
(…)
§ 7. Onverminderd de bevoegdheden van het
wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling
van het algemeen beleid als bepaald bij het
Wetboek van Vennootschappen, nemen de
personen belast met de effectieve leiding van de
beheervennootschap, in voorkomend geval het
directiecomité, onder toezicht van het wettelijke
bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de
naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27,
§§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste
lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, §
1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de
artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot
48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013.
§ 7. Onverminderd de bevoegdheden van het
wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling
van het algemeen beleid als bepaald bij het
Wetboek van Vennootschappen, nemen de
personen belast met de effectieve leiding van de
beheervennootschap, in voorkomend geval het
directiecomité, onder toezicht van het wettelijke
bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de
naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27,
§§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste
lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, §
1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de
artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot
48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, en
254
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
16
van
de
ter
uitvoering
ervan
genomen
bepalingen.
Onverminderd de bepalingen van het Wetboek
van Vennootschappen, dient het wettelijke
bestuursorgaan van de beheervennootschap, in
voorkomend geval via het auditcomité, minstens
jaarlijks te controleren of de vennootschap
beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen
26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, §
1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde
lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel
en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33,
35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening
231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf,
en neemt het kennis van de genomen passende
maatregelen.
Onverminderd de bepalingen van het Wetboek
van Vennootschappen, dient het wettelijke
bestuursorgaan van de beheervennootschap, in
voorkomend geval via het auditcomité, minstens
jaarlijks te controleren of de vennootschap
beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen
26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, §
1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde
lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel
en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33,
35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening
231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf,
alsook van de ter uitvoering ervan genomen
bepalingen, en neemt het kennis van de
genomen passende maatregelen.
(…)
(…)
Art. 336
Art. 336
Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel
van toepassing met betrekking tot de bepalingen
van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel
VIII en deel IX.
Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit
deel van toepassing met betrekking tot:
1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van
deel III, deel IV, deel VIII en deel IX;
2° de bepalingen van Verordening 345/2013,
Verordening 346/2013, Verordening 2015/760,
Verordening
2015/2365,
Verordening
2017/1131, en de verordeningen en technische
reguleringsnormen die door de Commissie zijn
aangenomen ter uitvoering van de bepalingen
van Richtlijn 2011/61/EU.
Art. 338
Art. 338
(…)
(…)
§ 5. De bepalingen van de artikelen 79 tot 85bis,
van de wet van 2 augustus 2002 zijn van
toepassing in het kader van de uitoefening van
de door en krachtens deze wet aan de FSMA
toegekende bevoegdheden.
§ 5. De bepalingen van de artikelen 79 tot 86, van
de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing
in het kader van de uitoefening van de door en
krachtens deze wet aan de FSMA toegekende
bevoegdheden.
(…)
(…)
Art. 345
Art. 345
255
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
17
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel:
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel:
(…)
(…)
2° moet onder “financiële holding” worden
verstaan, een financiële instelling waarvan de
dochterondernemingen
uitsluitend
of
hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen,
beleggingsondernemingen,
beheervennootschappen van instellingen voor
collectieve belegging, beheerders van AICB's of
financiële instellingen zijn en waarvan te minste
één
een
kredietinstelling,
beleggingsonderneming, beheervennootschap
van instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn
2009/65/EG of beheerder van AICB's is, en die
geen gemengde financiële holding is in de zin van
artikel 3, 39° van de wet van 25 april 2014, artikel
60 van de wet van 25 oktober 2016, artikel
91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, artikel
98 van de wet van 16 februari 2009 of artikel 241
van de wet van 3 augustus 2012;
2° moet onder “financiële holding” worden
verstaan, een financiële instelling waarvan de
dochterondernemingen
uitsluitend
of
hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen,
beleggingsondernemingen,
beheervennootschappen van instellingen voor
collectieve belegging, beheerders van AICB's of
financiële instellingen zijn en waarvan te minste
één
een
kredietinstelling,
beleggingsonderneming, beheervennootschap
van instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn
2009/65/EG of beheerder van AICB's is, en die
geen gemengde financiële holding is in de zin van
artikel 3, 39° van de wet van 25 april 2014, artikel
60 van de wet van 25 oktober 2016, artikel 338,
7°, van de wet van 13 maart 2016 of artikel 241
van de wet van 3 augustus 2012;
(…)
(…)
Voor hun groepstoezicht zijn groepen van
ondernemingen
met
een
kredietinstelling,
beleggingsonderneming, beheervennootschap
van instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn
2009/65/EG,
verzekeringsonderneming
of
herverzekeringsonderneming onderworpen aan
de bepalingen van de afdelingen I, II en IV van
boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25
april 2014, aan de bepalingen van onderafdeling
I van de afdeling IV van boek XII, titel II,
hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de
wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van de wet
van 3 augustus 2012, hoofdstuk VIIbis van de wet
van 9 juli 1975 of titel VIII van de wet van 16
februari 2009.
Voor hun groepstoezicht zijn groepen van
ondernemingen
met
een
kredietinstelling,
beleggingsonderneming, beheervennootschap
van instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn
2009/65/EG,
verzekeringsonderneming
of
herverzekeringsonderneming onderworpen aan
de bepalingen van de afdelingen I, II en IV van
boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25
april 2014, aan de bepalingen van onderafdeling
I van de afdeling IV van boek XII, titel II,
hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de
wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van de wet
van 3 augustus 2012, of Titel V, Hoofdstuk II van
de wet van 13 maart 2016.
(…)
(…)
§ 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen
met andere de controle hebben over een
beheerder
van
AICB's
en
de
dochterondernemingen
van
deze
ondernemingen
moeten,
indien
die
ondernemingen
niet
vallen
binnen
het
toepassingsgebied van de §§ 2, 3 en 4
§ 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen
met andere de controle hebben over een
beheerder
van
AICB's
en
de
dochterondernemingen
van
deze
ondernemingen
moeten,
indien
die
ondernemingen
niet
vallen
binnen
het
toepassingsgebied van de §§ 2, 3 en 4
256
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
18
betreffende het toezicht op geconsolideerde
basis of binnen het toepassingsgebied van de
afdelingen I, II en IV van boek II, titel III,
hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, van
de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII,
titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60
van de wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van
de wet van 3 augustus 2012, artikel 98 van de
wet
van
16
februari
2009
of
artikel
91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975, de
FSMA en de bevoegde buitenlandse autoriteiten
alle gegevens en inlichtingen verstrekken die
nuttig zijn voor het toezicht op de beheerders
van AICB's waarover deze ondernemingen de
controle hebben.
betreffende het toezicht op geconsolideerde
basis of binnen het toepassingsgebied van de
afdelingen I, II en IV van boek II, titel III,
hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, van
de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII,
titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60
van de wet van 25 oktober 2016, artikel 241 van
de wet van 3 augustus 2012, of Titel V,
Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016, de
FSMA en de bevoegde buitenlandse autoriteiten
alle gegevens en inlichtingen verstrekken die
nuttig zijn voor het toezicht op de beheerders
van AICB's waarover deze ondernemingen de
controle hebben.
(…)
(…)
Art. 351
Art. 351
(…)
(…)
§ 4. In afwijking van artikel 79, § 1, van de wet
van 22 juli 1953 is artikel 458 van het
Strafwetboek niet van toepassing bij de
uitwisseling van informatie tussen
§ 4. In afwijking van artikel 86, § 1 van de wet
van 7 december 2016 is artikel 458 van het
Strafwetboek niet van toepassing bij de
uitwisseling van informatie tussen
(a) de commissaris van een AICB en de
commissaris van de entiteit waaraan die
instelling
voor
collectieve
belegging
de
uitvoering van beheertaken met toepassing van
artikel 29 heeft toevertrouwd;
(a) de commissaris van een AICB en de
commissaris van de entiteit waaraan die
instelling
voor
collectieve
belegging
de
uitvoering van beheertaken met toepassing van
artikel 29 heeft toevertrouwd;
(…)
(…)
Art. 352
Art. 352
Overeenkomstig artikel 33, § 2, van de wet van
22
juli
1953,
doen
erkende
revisorenvennootschappen, voor de uitoefening
van de taak van commissaris bedoeld in artikel
351, een beroep op een erkende revisor die zij
aanduiden. De voorschriften van deze wet en
van de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, die de aanstelling, de taak en de
verplichtingen van en de verbodsbepalingen
voor commissarissen alsook de andere op hen
toepasselijke
sancties
dan
strafrechtelijke
sancties regelen, gelden zowel voor de
revisorenvennootschappen als voor de erkende
revisoren die hen vertegenwoordigen.
Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7
december
2016,
doen
erkende
revisorenvennootschappen, voor de uitoefening
van de taak van commissaris bedoeld in artikel
351, een beroep op een erkende revisor die zij
aanduiden. De voorschriften van deze wet en
van de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, die de aanstelling, de taak en de
verplichtingen van en de verbodsbepalingen
voor commissarissen alsook de andere op hen
toepasselijke
sancties
dan
strafrechtelijke
sancties regelen, gelden zowel voor de
revisorenvennootschappen als voor de erkende
revisoren die hen vertegenwoordigen.
257
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
19
(…)
(…)
Art. 356
Art. 356
(…)
(…)
§ 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en
zijn
uitvoeringsbepalingen
vastgestelde
voorwaarden, overtreden noch de commissaris
van de master noch die van de feeder enige
toepasselijke regel die het verstrekken van
informatie beperkt of die betrekking heeft op
gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het
Strafwetboek, artikel 79 van de Wet van 22 juli
1953 of de wet van 8 december 1992 tot
bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten
opzichte
van
de
verwerking
van
persoonsgegevens,
of
enige
toepasselijke
bepaling die het verstrekken van informatie
beperkt
of
die
betrekking
heeft
op
gegevensbescherming en die voortvloeit uit een
contract of uit een wet. Een dergelijke
commissaris of degene die namens hem handelt,
kan voor een dergelijke naleving op generlei
wijze aansprakelijk worden gesteld.
§ 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en
zijn
uitvoeringsbepalingen
vastgestelde
voorwaarden, overtreden noch de commissaris
van de master noch die van de feeder enige
toepasselijke regel die het verstrekken van
informatie beperkt of die betrekking heeft op
gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het
Strafwetboek, artikel 86 van de wet van 7
december 2016 of de wet van 8 december 1992
tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer
ten
opzichte
van
de
verwerking
van
persoonsgegevens,
of
enige
toepasselijke
bepaling die het verstrekken van informatie
beperkt
of
die
betrekking
heeft
op
gegevensbescherming en die voortvloeit uit een
contract of uit een wet. Een dergelijke
commissaris of degene die namens hem handelt,
kan voor een dergelijke naleving op generlei
wijze aansprakelijk worden gesteld.
Art. 357
Art. 357
§
1.
De
commissarissen
verlenen
hun
medewerking aan het toezicht van de FSMA, op
hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid
en overeenkomstig dit artikel, volgens de regels
van het vak en de richtlijnen van de FSMA.
Daartoe:
§
1.
De
commissarissen
verlenen
hun
medewerking aan het toezicht van de FSMA, op
hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid
en overeenkomstig dit artikel, volgens de regels
van het vak en de richtlijnen van de FSMA.
Daartoe:
1°
beoordelen
zij
de
interne
controlemaatregelen die de AICB's en de
beheervennootschappen hebben getroffen als
bedoeld in artikel 26, en delen zij hun
bevindingen ter zake mee aan de FSMA;
1°
beoordelen
zij
de
interne
controlemaatregelen die de AICB's en de
beheervennootschappen hebben getroffen als
bedoeld in de artikelen 26, 208 en 319, en delen
zij hun bevindingen ter zake mee aan de FSMA;
(…)
(…)
Art. 360
Art. 360
(…)
(…)
Met betrekking tot de bijkantoren van de
beheervennootschappen naar Belgisch recht die
openbare AICB's naar Belgisch recht beheren,
Met betrekking tot de bijkantoren van de
beheervennootschappen naar buitenlands recht
die openbare AICB's naar Belgisch recht
258
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
20
kan de FSMA ook de in artikel 334 bedoelde
vergunning herroepen.
beheren, kan de FSMA ook de in artikel 334
bedoelde vergunning herroepen.
(…)
(…)
§ 9. Onverminderd de bij andere wetten en
reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn
de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA
vaststelt dat een AICB of een compartiment van
een AICB, die ressorteren onder de toepassing
van de wet van 16 juni 2006, niet werkt
overeenkomstig de bepalingen van de wet van
16 juni 2006.
§ 9. Onverminderd de bij andere wetten en
reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn
de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA
vaststelt dat een AICB of een compartiment van
een AICB, die ressorteren onder de toepassing
van de Verordening 2017/1129 of van de wet
van […] 2018, niet werkt overeenkomstig deze
bepalingen.
§ 9. De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing in gevallen
waarin de ordelijke werking van een markt voor
een financieel instrument in gevaar kan komen
door de activiteiten van een of meer AICB's op
die markt.
§ 10. De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing in gevallen
waarin de ordelijke werking van een markt voor
een financieel instrument in gevaar kan komen
door de activiteiten van een of meer AICB's op
die markt.
§ 10. Als de FSMA van mening is dat een in een
derde land gevestigde beheerder met een
vergunning waarvan België de referentielidstaat
is, zijn verplichtingen op grond van deze wet en
de ter uitvoering ervan genomen besluiten en
reglementen niet nakomt, stelt zij de ESMA
hiervan zo spoedig mogelijk met volledige
opgave van de redenen in kennis.
§ 11. Als de FSMA van mening is dat een in een
derde land gevestigde beheerder met een
vergunning waarvan België de referentielidstaat
is, zijn verplichtingen op grond van deze wet en
de ter uitvoering ervan genomen besluiten en
reglementen niet nakomt, stelt zij de ESMA
hiervan zo spoedig mogelijk met volledige
opgave van de redenen in kennis.
Art. 367
Art. 367
Bij niet-naleving van de verplichtingen en
verbodsbepalingen
die
voortvloeien
uit
Verordening 345/2013, Verordening 346/2013
of Verordening 2015/2365 en de op grond of ter
uitvoering hiervan genomen bepalingen, kan de
FSMA de maatregelen nemen als bedoeld in de
artikelen 360, en 365.
Bij niet-naleving van de verplichtingen en
verbodsbepalingen
die
voortvloeien
uit
Verordening 345/2013, Verordening 346/2013
of Verordening 2015/2365 en de op grond of ter
uitvoering hiervan genomen bepalingen, kan de
FSMA de maatregelen nemen als bedoeld in de
artikelen 360, en 365.
Artikel 364 is van toepassing ingeval de in artikel
14, lid 2, van Verordening 345/2013 of artikel 15,
lid 2, van Verordening 346/2013 bedoelde
registratie wordt geschrapt met toepassing van
de in het eerste lid bedoelde bepalingen.
Artikel 364 is van toepassing ingeval de in artikel
14, lid 2, van Verordening 345/2013 of artikel 15,
lid 2, van Verordening 346/2013 bedoelde
registratie wordt geschrapt met toepassing van
de in het eerste lid bedoelde bepalingen.
259
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
Loi du 25 avril 2014 – wet van 25 april 2014
Art. 5
Art. 5
Peuvent seuls faire usage public en Belgique des
termes “établissement de crédit”, “banque”,
“bancaire”,
“banque
d’épargne”,
“caisse
d’épargne” ou “banque de titres” ou plus
généralement des termes faisant référence au
statut d’établissement de crédit, notamment
dans leur dénomination sociale, dans la
désignation de leur objet social, dans leurs titres,
effets ou documents ou dans leur publicité :
Peuvent seuls faire usage public en Belgique des
termes “établissement de crédit”, “banque”,
“bancaire”,
“banque
d’épargne”,
“caisse
d’épargne” ou “banque de titres” ou plus
généralement des termes faisant référence au
statut d’établissement de crédit, notamment
dans leur dénomination sociale, dans la
désignation de leur objet social, dans leurs titres,
effets ou documents ou dans leur publicité :
(…)
(…)
Toutefois,
Toutefois,
(…)
(…)
2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui
concerne les termes “établissement de crédit”,
“banque”,
“banque
d’épargne”,
“caisse
d’épargne”
et
“banque
de
titres”,
aux
établissements de crédit relevant d’un droit
étranger et non autorisés à effectuer des
opérations bancaires en Belgique et qui
procèdent à des offres publiques d’instruments
de placement ou à des admissions d’instruments
de placement à la négociation sur un marché
réglementé au sens de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur un marché
réglementé, et ce, pour les besoins des offres et
admissions
d’instruments
de
placement
précitées;
2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui
concerne les termes “établissement de crédit”,
“banque”,
“banque
d’épargne”,
“caisse
d’épargne”
et
“banque
de
titres”,
aux
établissements de crédit relevant d’un droit
étranger et non autorisés à effectuer des
opérations bancaires en Belgique et qui
procèdent à des offres publiques d’instruments
de placement ou à des admissions d’instruments
de placement à la négociation sur un marché
réglementé au sens de la loi du […] 2018 relative
aux
offres
publiques
d’instruments
de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur un marché
réglementé, et ce, pour les besoins des offres et
admissions
d’instruments
de
placement
précitées;
(…)
(…)
Art. 20
Art. 20
§ 1er. Ne peuvent exercer les fonctions de
membre de l’organe légal d’administration, de
personne chargée de la direction effective ou de
responsable
d’une
fonction
de
contrôle
indépendante, les personnes qui ont été
condamnées :
§ 1er. Ne peuvent exercer les fonctions de
membre de l’organe légal d’administration, de
personne chargée de la direction effective ou de
responsable
d’une
fonction
de
contrôle
indépendante, les personnes qui ont été
condamnées :
(…)
(…)
2° à une peine pour infraction :
2° à une peine pour infraction :
260
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
(…)
(…)
y) à l’article 69 de la loi du 16 juin 2006 relative
aux
offres
publiques
d’instruments
de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
y) à l’article 32 de la loi du […] 2018 relative aux
offres au public d’instruments de placement et
aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés ;
(…)
(…)
Art. 5
Art. 5
In België mogen alleen de volgende instellingen
publiekelijk gebruik maken van de termen
“kredietinstelling”,
“bank”,
“bancair”,
“spaarbank”, “spaarkas” of “effectenbank” of
meer in het algemeen van de termen die
verwijzen naar het statuut van kredietinstelling,
inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun
doel, in hun effecten, waarden, stukken of
reclame :
In België mogen alleen de volgende instellingen
publiekelijk gebruik maken van de termen
“kredietinstelling”,
“bank”,
“bancair”,
“spaarbank”, “spaarkas” of “effectenbank” of
meer in het algemeen van de termen die
verwijzen naar het statuut van kredietinstelling,
inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun
doel, in hun effecten, waarden, stukken of
reclame :
(…)
(…)
Evenwel,
Evenwel,
(…)
(…)
2° geldt het eerste lid, wat de termen
“kredietinstelling”,
“bank”,
“spaarbank”,
“spaarkas” en “effectenbank” betreft, niet voor
kredietinstellingen die onder een buitenlands
recht ressorteren en die in België geen
bankverrichtingen mogen uitvoeren en die
openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of
die verzoeken om belegginginstrumenten toe te
laten
tot
de
verhandeling
op
een
gereglementeerde markt in de zin van de wet
van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, voor wat de
voornoemde
openbare
aanbiedingen
of
verzoeken
tot
toelating
van
beleggingsinstrumenten betreft;
2° geldt het eerste lid, wat de termen
“kredietinstelling”,
“bank”,
“spaarbank”,
“spaarkas” en “effectenbank” betreft, niet voor
kredietinstellingen die onder een buitenlands
recht ressorteren en die in België geen
bankverrichtingen mogen uitvoeren en die
openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of
die verzoeken om belegginginstrumenten toe te
laten
tot
de
verhandeling
op
een
gereglementeerde markt in de zin van de wet
van […] 2018 op de openbare aanbieding van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, voor wat de
voornoemde
openbare
aanbiedingen
of
verzoeken
tot
toelating
van
beleggingsinstrumenten betreft;
(…)
(…)
Art. 20
Art. 20
261
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
§ 1. De functie van lid van het wettelijk
bestuursorgaan,
persoon
belast
met
de
effectieve leiding of verantwoordelijke voor een
onafhankelijke controlefunctie mag niet worden
uitgeoefend
door
personen
die
werden
veroordeeld :
§ 1. De functie van lid van het wettelijk
bestuursorgaan,
persoon
belast
met
de
effectieve leiding of verantwoordelijke voor een
onafhankelijke controlefunctie mag niet worden
uitgeoefend
door
personen
die
werden
veroordeeld :
(…)
(…)
2° tot een straf wegens overtreding van :
2° tot een straf wegens overtreding van :
(…)
(…)
y) artikel 69 van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
y) artikel 32 van de wet van […] 2018 op de
aanbieding
aan
het
publiek
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
(…)
(…)
262
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
Loi du 12 mai 2014 – wet van 12 mei 2014
Art. 2
Art. 2
(…)
(…)
5° biens immobiliers:
5° biens immobiliers:
(…)
(…)
x. les certificats immobiliers visés à l’article 5, § 4
de la loi du 16 juin 2006;
x. les certificats immobiliers visés à l’article 4, 7°
de la loi du […] 2018 ;
(…)
(…)
26° par “offre publique” : toute offre publique au
sens de la loi du 16 juin 2006;
26° par « offre au public » : toute offre au public
au sens de l’article 4, 7°, de la loi du […] 2018 ;
(…)
(…)
35° par “loi du 16 juin 2006” : la loi du 16 juin
2006 relative aux offres publiques d’instruments
de placement et aux admissions d’instruments
de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
35° par « loi du […] 2018 »: la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés ;
35°/1 par « règlement 2017/1129 » : le
règlement (UE) 2017/1129 du 14 juin 2017
concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE ;
(…)
(…)
Art. 23
Art. 23
(…)
(…)
§ 6. Nonobstant les dispositions de l’article 21
et des paragraphes 3, 4 et 5 du présent article,
il est permis au promoteur ou à une personne
agissant de concert avec lui d’effectuer des
acquisitions de titres conférant le droit de vote
ayant pour effet de faire baisser en dessous de
30 % la proportion de ces titres se trouvant aux
mains du public, moyennant le respect des
conditions suivantes :
1° les acquisitions font suite à
263
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
(a) l’acceptation par les détenteurs des titres
concernés d’une offre publique d’acquisition ;
et
(b) le cas échéant, une offre publique de reprise
faisant immédiatement suite à l’offre publique
d’acquisition susmentionnée,
toutes deux menées conformément à la loi du
1er avril 2007 relative aux offres publiques
d’acquisition et à l’arrêté royal du 27 avril 2007
relatif aux offres publiques d’acquisition;
2° suite aux acquisitions, le promoteur et/ou la
personne
agissant
de
concert
avec
lui
détiennent la totalité des titres conférant le
droit de vote de la SIR ;
3° la SIRP renonce à son agrément dans le mois
de l’expiration de la période d’acceptation de
l’offre qui a permis au promoteur et/ou aux
personnes agissant de concert avec lui
d’acquérir la totalité des titres conférant le
droit de vote.
Au cas où les conditions visées à l’alinéa 1er, 1°,
2° et 3°, ne sont pas remplies, le paragraphe 3,
alinéa 1er est applicable, sans préjudice des
dispositions du chapitre IV.
L’article
62
n’est
pas
applicable
à
la
renonciation à l’agrément pour autant que
celle-ci ait lieu après la clôture de l’offre visée à
l’alinéa 1er, 3°.
Art. 64
Art. 64
(…)
(…)
§ 8. Sans préjudice des mesures définies par
d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont
applicables lorsque la FSMA constate qu’une
société immobilière réglementée publique, qui
relève de l’application de la loi du 16 juin 2006,
ne fonctionne pas en conformité avec la loi du 16
juin 2006.
§ 8. Sans préjudice des mesures définies par
d’autres lois et règlements, les §§ 1er à 7 sont
applicables lorsque la FSMA constate qu’une
société immobilière réglementée publique, qui
relève de l’application du règlement 2017/1129
ou de la loi du […] 2018, ne fonctionne pas en
conformité avec ces dispositions.
Art. 76/11
Art. 76/11
264
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
L'article 18, § 1er, a) de la loi du 16 juin 2006
n'est pas applicable aux sociétés immobilières
réglementées à but social.
L'article 18, § 1er, a) de la loi du 16 juin 2006
n'est pas applicable aux sociétés immobilières
réglementées à but social.
La société immobilière réglementée à but social
n'offre pas de parts représentant la part fixe de
son capital à des investisseurs de détail.
La société immobilière réglementée à but social
n'offre pas de parts représentant la part fixe de
son capital à des investisseurs de détail.
Art. 77
Art. 77
(…)
(…)
§ 8. Le présent article ne porte pas atteinte à
l’application de l’article 5 de la loi du 1er avril
2007 relative aux offres publiques d’acquisition
et des arrêtés et règlements pris pour son
exécution.
§ 8. Le présent article ne porte pas atteinte à
l’application de l’article 5 de la loi du 1er avril
2007 relative aux offres publiques d’acquisition
et des arrêtés et règlements pris pour son
exécution.
La publication des communiqués ou des
documents
conformément
au
présent
paragraphe ne constitue pas, par elle-même,
une offre publique d’acquisition au sens de cette
loi ou une offre publique au sens de la loi du 16
juin 2006.
La publication des communiqués ou des
documents
conformément
au
présent
paragraphe ne constitue pas, par elle-même,
une offre publique d’acquisition au sens de cette
loi ou une offre publique au sens du règlement
2017/1129.
(…)
(…)
Art. 2
Art. 2
(…)
(…)
5° vastgoed:
5° vastgoed:
(…)
(…)
x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel
5, § 4, van de wet van 16 juni 2006;
x. vastgoedcertificaten, zoals bedoeld in artikel
4, 7°, van de wet van […] 2018;
(…)
(…)
26°
“openbaar
aanbod”:
elke
openbare
aanbieding in de zin van de wet van 16 juni 2006;
26° "aanbieding aan het publiek": elke
aanbieding aan het publiek in de zin van artikel
4, 2°, van de wet van […] 2018;
(…)
(…)
35° “wet van 16 juni 2006”: de wet van 16 juni
2006
op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
35° "wet van […] juni 2018": de wet van […]
2018 op de aanbieding aan het publiek van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
265
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
4
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
35°/1
"Verordening
2017/1129":
de
Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 juni 2017
betreffende het prospectus dat moet worden
gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek
worden aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;
(…)
(…)
Art. 23
Art. 23
(…)
(…)
§ 6. Niettegenstaande de bepalingen van artikel
21 en van de paragrafen 3, 4 en 5 van dit artikel,
is het de promotor of een in onderling overleg
met hem handelend persoon toegestaan om
stemrechtverlenende effecten te verwerven
die
het
percentage
stemrechtverlenende
effecten in het bezit van het publiek onder 30 %
doen dalen, mits aan de volgende voorwaarden
is voldaan:
1° die verwervingen vloeien voort uit:
(a) de aanvaarding door de houders van de
betrokken
effecten
van
een
openbare
overnamebieding; en
(b) in voorkomend geval, een openbaar
uitkoopbod
dat
onmiddellijk
volgt
op
voornoemde openbare overnamebieding,
die allebei worden uitgevoerd conform de wet
van
1
april
2007
op
de
openbare
overnamebiedingen en het koninklijk besluit
van
27
april
2007
op
de
openbare
overnamebiedingen;
2° naar aanleidingen van die verwervingen
bezit de promotor en/of een in onderling
overleg met hem handelend persoon alle
stemrechtverlenende effecten van de GVV;
3° de openbare GVV doet afstand van haar
vergunning binnen de maand die volgt op het
verstrijken van de aanvaardingsperiode van het
266
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
5
bod die de promotor en/of de in onderling
overleg met hem handelend perso(o)n(en) in de
mogelijkheid
heeft
gesteld
om
alle
stemrechtsverlenende effecten te verwerven.
Indien niet is voldaan aan de in het eerste lid,
1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden, is
paragraaf 3, eerste lid, van toepassing,
onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV.
Artikel 62 is niet van toepassing op de afstand
van de vergunning voor zover die plaatsvindt na
de afsluiting van het in het eerste lid, 3°,
bedoelde bod.
Art. 64
Art. 64
(…)
(…)
§ 8. Onverminderd de bij andere wetten en
reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn
de §§ 1 tot en met 7 van toepassing, wanneer de
FSMA
vaststelt
dat
een
openbare
gereglementeerde vastgoedvennootschap, die
ressorteert onder de toepassing van de wet van
16 juni 2006, niet werkt overeenkomstig de
bepalingen van de wet van 16 juni 2006.
§ 8. Onverminderd de bij andere wetten en
reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn
de §§ 1 tot en met 7 van toepassing, wanneer
de
FSMA
vaststelt
dat
een
openbare
gereglementeerde vastgoedvennootschap, die
ressorteert onder de toepassing van de wet van
Verordening 2017/1129 of van de wet van […]
2018,
niet
werkt
overeenkomstig
deze
bepalingen.
Art. 76/11
Art. 76/11
Artikel 18, § 1, a), van de wet van 16 juni 2006 is
niet
van
toepassing
op
de
sociale
gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
Artikel 18, § 1, a), van de wet van 16 juni 2006 is
niet
van
toepassing
op
de
sociale
gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
De
sociale
gereglementeerde
vastgoedvennootschap
biedt
de
niet-
professionele beleggers geen aandelen aan die
het
vaste
gedeelte
van
het
kapitaal
vertegenwoordigen.
De
sociale
gereglementeerde
vastgoedvennootschap
biedt
de
niet-
professionele beleggers geen aandelen aan die
het
vaste
gedeelte
van
het
kapitaal
vertegenwoordigen.
Art. 77
Art. 77
(…)
(…)
§ 8. Dit artikel doet geen afbreuk aan de
toepassing van artikel 5 van de wet van 1 april
2007 op de openbare overnamebiedingen en de
ter uitvoering ervan genomen besluiten en
reglementen.
§ 8. Dit artikel doet geen afbreuk aan de
toepassing van artikel 5 van de wet van 1 april
2007 op de openbare overnamebiedingen en de
ter uitvoering ervan genomen besluiten en
reglementen.
267
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
6
De
bekendmaking
van
de
berichten
of
documenten in overeenstemming met deze
paragraaf houdt op zichzelf geen openbaar
overnameaanbieding in de zin van deze wet of
een openbaar aanbod in de zin van de wet van
16 juni 2006 in.
De
bekendmaking
van
de
berichten
of
documenten in overeenstemming met deze
paragraaf houdt op zichzelf geen openbaar
overnameaanbieding in de zin van deze wet of
een openbaar aanbod in de zin van de wet van
Verordening 2017/1129 in.
(…)
(…)
268
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
Loi du 13 mars 2016 – wet van 13 maart 2016
Art. 16
Art. 16
Peuvent seuls faire usage public en Belgique des
termes « entreprise d’assurance », « entreprise
de réassurance », « assureur » ou « réassureur »
ou plus généralement des termes faisant
référence au statut d’entreprise d’assurance ou
de
réassurance,
notamment
dans
leur
dénomination sociale, dans la désignation de
leur objet, dans leurs titres, effets ou documents
ou dans leur publicité :
Peuvent seuls faire usage public en Belgique des
termes « entreprise d’assurance », « entreprise
de réassurance », « assureur » ou « réassureur »
ou plus généralement des termes faisant
référence au statut d’entreprise d’assurance ou
de
réassurance,
notamment
dans
leur
dénomination sociale, dans la désignation de
leur objet, dans leurs titres, effets ou documents
ou dans leur publicité :
(…)
(…)
Toutefois,
Toutefois,
(…)
(…)
2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui
concerne les termes « entreprise d’assurance »
et « entreprise de réassurance », aux entreprises
d’assurance ou de réassurance relevant d’un
droit étranger et non autorisées à exercer des
activités d’assurance ou de réassurance en
Belgique et qui procèdent à des offres publiques
d’instruments de placement ou à des admissions
d’instruments de placement à la négociation sur
un marché réglementé au sens de la loi du 16
juin
2006
relative
aux
offres
publiques
d’instruments de placement et aux admissions
d’instruments de placement à la négociation sur
un marché réglementé, et ce, pour les besoins
des offres et admissions d’instruments de
placement précitées ;
2° l’alinéa 1er n’est pas applicable, en ce qui
concerne les termes « entreprise d’assurance »
et « entreprise de réassurance », aux entreprises
d’assurance ou de réassurance relevant d’un
droit étranger et non autorisées à exercer des
activités d’assurance ou de réassurance en
Belgique et qui procèdent à des offres publiques
d’instruments de placement ou à des admissions
d’instruments de placement à la négociation sur
un marché réglementé au sens du règlement
2017/1129 du 14 juin 2017 concernant le
prospectus à publier en cas d’offre au public de
valeurs mobilières ou en vue de l’admission de
valeurs mobilières à la négociation sur un
marché réglementé, et abrogeant la directive
2003/71/CE, et ce, pour les besoins des offres et
admissions
d’instruments
de
placement
précitées ;
(…)
(…)
Art. 16
Art. 16
In
België
mogen
alleen
de
volgende
ondernemingen publiekelijk gebruikmaken van
de
termen
“verzekeringsonderneming”,
“herverzekeringsonderneming”, “verzekeraar”
of “herverzekeraar” of meer in het algemeen van
de termen die verwijzen naar het statuut van
verzekerings- of herverzekeringsonderneming,
In
België
mogen
alleen
de
volgende
ondernemingen publiekelijk gebruikmaken van
de
termen
“verzekeringsonderneming”,
“herverzekeringsonderneming”, “verzekeraar”
of “herverzekeraar” of meer in het algemeen van
de termen die verwijzen naar het statuut van
verzekerings- of herverzekeringsonderneming,
269
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun
doel, in hun effecten, waarden, stukken of
reclame:
inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun
doel, in hun effecten, waarden, stukken of
reclame:
(…)
(…)
Evenwel,
Evenwel,
(…)
(…)
2° geldt het eerste lid, wat de termen
“verzekeringsonderneming”
en
“herverzekeringsonderneming”
betreft,
niet
voor
verzekerings-
of
herverzekeringsondernemingen die onder een
buitenlands recht ressorteren en die in België
geen
verzekerings-
of
herverzekeringsactiviteiten mogen uitoefenen
en
die
openbaar
beleggingsinstrumenten
aanbieden
of
die
verzoeken
om
beleggingsinstrumenten toe te laten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt in
de zin van de wet van 16 juni 2006 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt, voor wat de
voornoemde
openbare
aanbiedingen
of
verzoeken
tot
toelating
van
beleggingsinstrumenten betreft;
2° geldt het eerste lid, wat de termen
“verzekeringsonderneming”
en
“herverzekeringsonderneming”
betreft,
niet
voor
verzekerings-
of
herverzekeringsondernemingen die onder een
buitenlands recht ressorteren en die in België
geen
verzekerings-
of
herverzekeringsactiviteiten mogen uitoefenen
en
die
openbaar
beleggingsinstrumenten
aanbieden
of
die
verzoeken
om
beleggingsinstrumenten toe te laten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt in
de zin van Verordening 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni
2017 betreffende het prospectus dat moet
worden gepubliceerd wanneer effecten aan het
publiek worden aangeboden of tot de handel
op een gereglementeerde markt worden
toegelaten en tot intrekking van Richtlijn
2003/71/EG,
voor
wat
de
voornoemde
openbare aanbiedingen of verzoeken tot
toelating van beleggingsinstrumenten betreft;
(…)
(…)
270
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
Loi du 7 décembre 2016 – wet van 7 december 2016
Art. 3
Art. 3
Pour l’application de la présente loi, il faut
entendre par:
Pour l’application de la présente loi, il faut
entendre par:
(…)
(…)
22°
le
cadre
législatif
et
réglementaire
applicable: la présente loi, les arrêtés pris par le
Roi en vertu de ses dispositions, le Code des
sociétés, les normes applicables aux réviseurs
d’entreprises, le règlement (UE) n° 537/2014 et
les règlements adoptés par la Commission en
vertu des dispositions de la directive 2006/43/CE
et du règlement (UE) n° 537/2014;
22° le cadre législatif et réglementaire
applicable:
- la présente loi ;
- les arrêtés pris par le Roi en vertu de ses
dispositions ;
- le Code des sociétés ;
- les
normes
applicables
aux
réviseurs
d’entreprises ;
- le règlement (UE) n° 537/2014 ;
- les règlements adoptés par la Commission en
vertu
des
dispositions
de
la
directive
2006/43/CE et du règlement (UE) n° 537/2014 ;
et
- les dispositions de la loi du 18 septembre 2017
relative à la prévention du blanchiment de
capitaux et du financement du terrorisme et à
la limitation de l'utilisation des espèces, des
arrêtés et règlements pris pour l’exécution de la
loi du 18 septembre 2017 précitée, des mesures
d'exécution de la Directive (UE) 2015/849 du
Parlement européen et du Conseil du 20 mai
2015 relative à la prévention de l'utilisation du
système financier aux fins du blanchiment de
capitaux ou du financement du terrorisme, du
Règlement (UE) 2015/847 du Parlement
européen et du Conseil du 20 mai 2015 sur les
informations accompagnant les transferts de
fonds, et les devoirs de vigilance prévus par les
dispositions
contraignantes
relatives
aux
embargos financiers, dans la mesure où elles
271
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
sont applicables aux entités assujetties visées à
l'article 85, § 1er, 6° de la loi du 18 septembre
2017 précitée ;
(…)
(…)
Art. 3
Art. 3
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan
onder:
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan
onder:
(…)
(…)
22°
het
toepasselijke
wetgevende
en
reglementaire kader: deze wet, de door de
Koning ter uitvoering van haar bepalingen
genomen
besluiten,
het
Wetboek
van
Vennootschappen, de op bedrijfsrevisoren
toepasbare normen, verordening (EU) nr.
537/2014
en
de
door
de
Commissie
goedgekeurde verordeningen krachtens de
bepalingen
van
richtlijn
2006/43/EG
en
verordening (EU) nr. 537/2014;
22°
het
toepasselijke
wetgevende
en
reglementaire kader:
- deze wet ;
- de door de Koning ter uitvoering van haar
bepalingen genomen besluiten;
- het Wetboek van Vennootschappen ;
- de op bedrijfsrevisoren toepasbare normen;
- de Verordening (EU) nr. 537/2014 ;
- de door de Commissie goedgekeurde
verordeningen krachtens de bepalingen van
Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr.
537/2014 ; en
- de bepalingen van de wet van 18 september
2017 tot voorkoming van het witwassen van
geld en de financiering van terrorisme en tot
beperking van het gebruik van contanten, de
ter uitvoering van voornoemde wet van 18
september
2017
genomen
besluiten
en
reglementen, de uitvoeringsmaatregelen van
Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees
Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake
de voorkoming van het gebruik van het
financiële stelsel voor het witwassen van geld
272
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
of terrorismefinanciering, van Verordening (EU)
2015/847 van het Europees Parlement en de
Raad van 20 mei 2015 betreffende bij
geldovermakingen te voegen informatie, en
van de waakzaamheidsplicht waarvan sprake in
de bindende bepalingen betreffende financiële
embargo’s, in de mate waarin ze van toepassing
zijn op de in artikel 85, § 1, 6°, van voornoemde
wet
van
18 september 2017
bedoelde
onderworpen entiteiten;
(…)
(…)
273
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
Loi du 18 décembre 2016 – Wet van 18 december 2016
Art. 4
Art. 4
Pour l'application du présent titre, il y a lieu
d'entendre par :
Pour l'application du présent titre, il y a lieu
d'entendre par :
(…)
(…)
4° "instruments de placement" : les instruments
visés à l'article 4 de la loi du 16 juin 2006 relative
aux
offres
publiques
d'instruments
de
placement et aux admissions d'instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
4° "instruments de placement" : les instruments
visés à l’article 3 de la loi du […] 2018 relative
aux
offres
publiques
d'instruments
de
placement et aux admissions d'instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
(…)
(…)
9° "investisseurs qualifiés" : les investisseurs
visés à l'article 10 de la loi du 16 juin 2006
relative aux offres publiques d'instruments de
placement et aux admissions d'instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
9° "investisseurs qualifiés" : les investisseurs
visés à l’article 2, e) du règlement 2017/1129 du
Parlement européen et du Conseil du 14 juin
2017 concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE ;
(…)
(…)
Art. 4
Art. 4
Voor toepassing van deze titel wordt verstaan
onder :
Voor toepassing van deze titel wordt verstaan
onder :
(…)
(…)
4° "beleggingsinstrumenten" : de instrumenten
bedoeld in artikel 4 van de wet van 16 juni 2006
op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
4° "beleggingsinstrumenten" : de instrumenten
bedoeld in artikel 3 van de wet van […] 2018 op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
(…)
(…)
9° "gekwalificeerde beleggers" : de beleggers
bedoeld in artikel 10 van de wet van 16 juni 2006
op
de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
9° "gekwalificeerde beleggers" : de beleggers
bedoeld in artikel 2, e), van Verordening
2017/1129 van het Europees Parlement en de
Raad van 14 juni 2017 betreffende het
prospectus dat moet worden gepubliceerd
wanneer effecten aan het publiek worden
274
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt;
aangeboden of tot de handel op een
gereglementeerde markt worden toegelaten en
tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG;
(…)
(…)
275
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
1
Loi du 21 novembre 2017 – wet van 21 november 2017
Art. 25
Art. 25
(…)
(…)
§ 2. Sans préjudice du pouvoir de la FSMA
d’approuver le prospectus d’admission en vertu
de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres
publiques d’instruments de placement et aux
admissions d’instruments de placement à la
négociation
sur
un
marché
réglementé,
l’admission
d’instruments
financiers
aux
négociations sur un marché réglementé belge
est décidée par l’opérateur de marché qui
organise ce marché. Dans les cas où la Directive
2001/34/CE s’applique, l’opérateur de marché
est l’autorité compétente visée à l’article 11,
paragraphe 1er, de la même directive. La FSMA
peut s’opposer à l’admission d’un instrument
financier si, à son avis, la situation de l’émetteur
est telle que l’admission serait contraire à
l’intérêt des investisseurs.
§ 2. Sans préjudice du pouvoir de la FSMA
d’approuver le prospectus d’admission en vertu
du
règlement
2017/1129
du
Parlement
européen et du Conseil du 14 juin 2017
concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE, l’admission
d’instruments financiers aux négociations sur un
marché réglementé belge est décidée par
l’opérateur de marché qui organise ce marché.
Dans les cas où la Directive 2001/34/CE
s’applique, l’opérateur de marché est l’autorité
compétente visée à l’article 11, paragraphe 1er,
de la même directive. La FSMA peut s’opposer à
l’admission d’un instrument financier si, à son
avis, la situation de l’émetteur est telle que
l’admission serait contraire à l’intérêt des
investisseurs.
Une valeur mobilière qui a été admise à la
négociation sur un marché réglementé peut être
admise ultérieurement à la négociation sur
d’autres marchés réglementés, même sans le
consentement de l’émetteur et dans le respect
des dispositions pertinentes de la Directive
2003/71/CE. Cet autre marché réglementé
informe l’émetteur que la valeur mobilière en
question y est négociée. Un émetteur n’est pas
tenu de fournir directement l’information exigée
en vertu de l’article 30, § 3, à un marché
réglementé qui a admis ses valeurs mobilières à
la négociation sans son consentement.
Une valeur mobilière qui a été admise à la
négociation sur un marché réglementé peut être
admise ultérieurement à la négociation sur
d’autres marchés réglementés, même sans le
consentement de l’émetteur et dans le respect
des dispositions pertinentes de la Directive
2003/71/Ce. Cet autre marché réglementé
informe l’émetteur que la valeur mobilière en
question y est négociée. Un émetteur n’est pas
tenu de fournir directement l’information exigée
en vertu de l’article 30, § 3, à un marché
réglementé qui a admis ses valeurs mobilières à
la négociation sans son consentement.
(…)
(…)
Art. 26
Art. 26
§ 1er. Sans préjudice du droit de la FSMA
d’exiger la suspension ou d’interdire la
négociation
d’un
instrument
financier
conformément à l’article 78, un opérateur de
marché peut:
§ 1er. Sans préjudice du droit de la FSMA
d’exiger la suspension ou d’interdire la
négociation
d’un
instrument
financier
conformément à l’article 78, un opérateur de
marché peut:
276
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
2
(…)
(…)
Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe
préalablement la FSMA. La FSMA peut, après
concertation avec lui, s’opposer à cette
suspension ou ce retrait dans l’intérêt de la
protection des investisseurs, sauf s’il s’agit de la
suspension ou du retrait d’un instrument dérivé
qui découle automatiquement des règles de
marché que la FSMA elle-même a approuvées en
application de l’article 34.
Dans les cas visés aux 1° et 2°, il en informe
préalablement la FSMA. La FSMA peut, après
concertation avec lui, s’opposer à cette
suspension ou ce retrait dans l’intérêt de la
protection des investisseurs, sauf si :
1° il s’agit de la suspension ou du retrait d’un
instrument
dérivé
qui
découle
automatiquement des règles de marché que la
FSMA elle-même a approuvées en application
de l’article 34 ;
2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote,
au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux
offres publiques d’acquisition, et que
a) l’assemblée générale extraordinaire de la
société concernée, statuant aux conditions
requises pour la modification de l’objet social, a
approuvé le retrait des titres concernés. Le
conseil d’administration rédige un rapport
spécial dans lequel il justifie l’intérêt que
présente le retrait pour la société et ses
différents actionnaires. Ce rapport est annoncé
dans l'ordre du jour et une copie peut en être
obtenue conformément à l'article 535 du Code
des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les
personnes détenant le contrôle de la société et
les personnes agissant de concert avec celles-ci,
représentent au plus 0,5 % du total des titres
avec droit de vote de cette société, ou ont une
valeur égale ou inférieure à 1.000.000 EUR, sur
la base de la moyenne des cours de clôture des
trois mois précédant l’information préalable de
la FSMA par l’opérateur de marché.
(…)
(…)
Art. 49
Art. 49
Le Roi peut, par un arrêté pris sur avis de la
FSMA, soumettre les règles de marché de
certains types de MTF ou de MTF individuels
Le Roi peut, par un arrêté pris sur avis de la
FSMA, soumettre les règles de marché de
certains types de MTF ou de MTF individuels
277
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
3
qu’Il désigne et toutes les modifications à ces
règles, à l’approbation de la FSMA.
qu’Il désigne et toutes les modifications à ces
règles, à l’approbation de la FSMA.
Lorsque l’opérateur de marché exploitant un
MTF pour lequel le Roi a fait usage de
l’habilitation visée à l’article 10, § 6, de la loi du
2 août 2002, envisage de prononcer le retrait
d’un instrument financier admis à la négociation
sur ce MTF, il en informe préalablement la FSMA.
La FSMA peut, après concertation avec lui,
s’opposer à ce retrait dans l’intérêt de la
protection des investisseurs, sauf s’il s’agit du
retrait d’un instrument dérivé qui découle
automatiquement des règles de marché que la
FSMA elle-même a approuvées en application de
la présente loi ou d’un arrêté d’exécution de
cette loi.
Lorsque l’opérateur de marché exploitant un
MTF pour lequel le Roi a fait usage de
l’habilitation visée à l’article 10, § 6, de la loi du
2 août 2002, envisage de prononcer le retrait
d’un
instrument
financier
admis
à
la
négociation sur ce MTF, il en informe
préalablement la FSMA. La FSMA peut, après
concertation avec lui, s’opposer à ce retrait
dans l’intérêt de la protection des investisseurs,
sauf si
1° il s’agit du retrait d’un instrument dérivé qui
découle automatiquement des règles de
marché que la FSMA elle-même a approuvées
en application de la présente loi ou d’un arrêté
d’exécution de cette loi ; ou
2° il s’agit du retrait de titres avec droit de vote,
au sens de la loi du 1er avril 2007 relative aux
offres publiques d’acquisition, et que
a) l’assemblée générale extraordinaire de la
société concernée, statuant aux conditions
requises pour la modification de l’objet social, a
approuvé le retrait des titres concernés. Le
conseil d’administration rédige un rapport
spécial dans lequel il justifie l’intérêt que
présente le retrait pour la société et ses
différents actionnaires. Ce rapport est annoncé
dans l'ordre du jour et une copie peut en être
obtenue conformément à l'article 535 du Code
des sociétés; et que
b) les titres qui ne sont pas détenus par les
personnes détenant le contrôle de la société et
les personnes agissant de concert avec celles-ci,
représentent au plus 1 % du total des titres avec
droit de vote de cette société, ou ont une valeur
égale ou inférieure à 500.000 EUR, sur la base
de la moyenne des cours de clôture des trois
mois précédant la notification adressée à la
FSMA.
(…)
(…)
278
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
4
Art. 53
Art. 53
(…)
(…)
§ 3. Les MTF concernés sont régis par des règles,
systèmes
et
procédures
efficaces
qui
garantissent le respect des conditions visées ci-
dessous:
§ 3. Les MTF concernés sont régis par des règles,
systèmes
et
procédures
efficaces
qui
garantissent le respect des conditions visées ci-
dessous:
(…)
(…)
3° lors de l’admission initiale des instruments
financiers à la négociation sur le marché, des
informations suffisantes sont publiées pour
permettre aux investisseurs de décider en
connaissance de cause d’investir ou non dans les
instruments financiers en question, sous la
forme d’un document d’admission approprié ou
d’un prospectus si les exigences énoncées dans
la Directive 2003/71/CE ou au chapitre III du titre
IV de la loi du 16 juin 2006 sont applicables à
l’égard d’une offre au public effectuée en lien
avec l’admission initiale de l’instrument financier
à la négociation sur le MTF;
3° lors de l’admission initiale des instruments
financiers à la négociation sur le marché, des
informations suffisantes sont publiées pour
permettre aux investisseurs de décider en
connaissance de cause d’investir ou non dans les
instruments financiers en question, sous la
forme d’un document d’admission approprié ou
d’un prospectus si les exigences énoncées dans
le
règlement
2017/1129
du
Parlement
européen et du Conseil du 14 juin 2017
concernant le prospectus à publier en cas
d’offre au public de valeurs mobilières ou en
vue de l’admission de valeurs mobilières à la
négociation sur un marché réglementé, et
abrogeant la directive 2003/71/CE ou au
chapitre Ier du titre III de la loi du […] 2018
relative aux offres au public d’instruments de
placement et aux admissions d’instruments de
placement à la négociation sur des marchés
réglementés sont applicables à l’égard d’une
offre au public effectuée en lien avec l’admission
initiale de l’instrument financier à la négociation
sur le MTF;
(…)
(…)
Art. 25
Art. 25
(…)
(…)
§ 2. Onverminderd de bevoegdheid van de FSMA
om het toelatingsprospectus goed te keuren
krachtens de wet van 16 juni 2006 op de
openbare
aanbieding
van
beleggingsinstrumenten en de toelating van
beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op
een gereglementeerde markt wordt over de
toelating van financiële instrumenten tot de
verhandeling
op
een
Belgische
§ 2. Onverminderd de bevoegdheid van de FSMA
om het toelatingsprospectus goed te keuren
krachtens Verordening 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni
2017 betreffende het prospectus dat moet
worden gepubliceerd wanneer effecten aan het
publiek worden aangeboden of tot de handel
op een gereglementeerde markt worden
toegelaten en tot intrekking van Richtlijn
279
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
5
gereglementeerde markt beslist door de
marktexploitant die deze markt organiseert. In
de gevallen waarin Richtlijn 2001/34/EG van
toepassing is, is de marktexploitant de bevoegde
autoriteit als bedoeld in artikel 11, lid 1, van
dezelfde richtlijn. De FSMA kan zich tegen de
toelating
van
een
financieel
instrument
verzetten indien de situatie van de uitgevende
instelling, naar haar oordeel, zodanig is dat
toelating in strijd zou zijn met het belang van de
beleggers.
2003/71/EG wordt over de toelating van
financiële instrumenten tot de verhandeling op
een Belgische gereglementeerde markt beslist
door de marktexploitant die deze markt
organiseert. In de gevallen waarin Richtlijn
2001/34/EG
van
toepassing
is,
is
de
marktexploitant de bevoegde autoriteit als
bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde richtlijn.
De FSMA kan zich tegen de toelating van een
financieel instrument verzetten indien de
situatie van de uitgevende instelling, naar haar
oordeel, zodanig is dat toelating in strijd zou zijn
met het belang van de beleggers.
Een tot de handel op een gereglementeerde
markt toegelaten effect kan vervolgens tot de
handel op andere gereglementeerde markten
worden
toegelaten,
zelfs
zonder
de
toestemming van
de emittent, mits
de
toepasselijke
bepalingen
van
Richtlijn
2003/71/EG worden nageleefd. De uitgevende
instelling wordt door de betrokken andere
gereglementeerde markten in kennis gesteld van
het feit dat het effect op die gereglementeerde
markten wordt verhandeld. De uitgevende
instelling is geenszins verplicht de krachtens
artikel 30, § 3, te verstrekken informatie
rechtstreeks
mede
te
delen
aan
een
gereglementeerde markt die haar effecten
zonder haar toestemming tot de handel heeft
toegelaten.
Een tot de handel op een gereglementeerde
markt toegelaten effect kan vervolgens tot de
handel op andere gereglementeerde markten
worden
toegelaten,
zelfs
zonder
de
toestemming van
de emittent, mits
de
toepasselijke
bepalingen
van
Richtlijn
2003/71/EG worden nageleefd. De uitgevende
instelling wordt door de betrokken andere
gereglementeerde markten in kennis gesteld van
het feit dat het effect op die gereglementeerde
markten wordt verhandeld. De uitgevende
instelling is geenszins verplicht de krachtens
artikel 30, § 3, te verstrekken informatie
rechtstreeks
mede
te
delen
aan
een
gereglementeerde markt die haar effecten
zonder haar toestemming tot de handel heeft
toegelaten.
(…)
(…)
Art. 26
Art. 26
§ 1. Onverminderd het recht van de FSMA om de
opschorting van de handel in een financieel
instrument te eisen of de verhandeling van een
financieel instrument te verbieden conform
artikel 78, kan een marktexploitant:
§ 1. Onverminderd het recht van de FSMA om de
opschorting van de handel in een financieel
instrument te eisen of de verhandeling van een
financieel instrument te verbieden conform
artikel 78, kan een marktexploitant:
(…)
(…)
In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder 1°
en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA. De
FSMA kan zich, na overleg met hem, verzetten
tegen deze opschorting of uitsluiting, in het
belang van de bescherming van de beleggers,
behoudens wanneer de opschorting of de
uitsluiting
van
een
afgeleid
instrument
In de gevallen bedoeld in de bepalingen onder
1° en 2°, deelt hij dit vooraf mee aan de FSMA.
De FSMA kan zich, na overleg met hem, tegen
deze opschorting of uitsluiting verzetten, in het
belang van de bescherming van de beleggers,
behoudens wanneer:
280
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
6
automatisch voortvloeit uit de marktregels die
de FSMA zelf met toepassing van artikel 34 heeft
goedgekeurd.
1° het gaat om de opschorting of de uitsluiting
van een afgeleid instrument die automatisch
voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf
met
toepassing
van
artikel
34
heeft
goedgekeurd;
2° het gaat om de uitsluiting van de
stemrechtverlenende
effecten
van
een
uitgevende instelling in de zin van de wet van 1
april 2007 op de openbare overnamebiedingen,
en
a) de buitengewone algemene vergadering van
de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt
met inachtneming van de voor de wijziging van
het maatschappeljk doel vereiste voorschriften,
de uitsluiting van de betrokken effecten heeft
goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de
raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting
van belang is voor de vennootschap en haar
verschillende aandeelhouders. Dit verslag
wordt in de agenda vermeld en een afschrift
ervan kan worden verkregen overeenkomstig
artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door
de personen die de vennootschap controleren,
en de in onderling overleg met hen handelende
personen, maximaal 0,5% vertegenwoordigen
van het totaalaantal stemrechtverlenende
effecten van die vennootschap, of een totale
tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan
of gelijk is aan 1.000.000 euro, op basis van het
gemiddelde van de slotkoersen van de drie
maanden vóór de voorafgaande kennisgeving
aan de FSMA door de marktexploitant.
(…)
(…)
Art. 49
Art. 49
De Koning kan, bij een besluit genomen op
advies van de FSMA, de marktregels van
bepaalde types MTF of van individuele MTF’s die
Hij aanduidt, en alle wijzigingen van die regels,
ter goedkeuring voorleggen aan de FSMA.
De Koning kan, bij een besluit genomen op
advies van de FSMA, de marktregels van
bepaalde types MTF of van individuele MTF’s die
Hij aanduidt, en alle wijzigingen van die regels,
ter goedkeuring voorleggen aan de FSMA.
281
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
7
Wanneer een marktexploitant die een MTF
exploiteert waarvoor de Koning gebruik heeft
gemaakt van de machtiging bedoeld in artikel 10,
§ 6, van de wet van 2 augustus 2002,
voornemens is om een financieel instrument dat
is toegelaten tot de verhandeling op die MTF uit
te te sluiten van de handel, deelt hij dat
voornemen vooraf mee aan de FSMA. Die kan
zich, na overleg met hem, daartegen verzetten in
het belang van de bescherming van de
beleggers, behoudens wanneer de uitsluiting
van een afgeleid instrument automatisch
voortvloeit uit de marktregels die de FSMA zelf
met
toepassing
van
deze
wet
of
een
uitvoeringsbesluit
van
deze
wet
heeft
goedgekeurd.
Wanneer een marktexploitant die een MTF
exploiteert waarvoor de Koning gebruik heeft
gemaakt van de in artikel 10, § 6, van de wet
van 2 augustus 2002 bedoelde machtiging,
voornemens is om een tot de verhandeling op
die MTF toegelaten financieel instrument uit te
te sluiten van de handel, deelt hij dat
voornemen vooraf mee aan de FSMA. De FSMA
kan zich, na overleg met hem, daartegen
verzetten in het belang van de bescherming van
de beleggers, behoudens wanneer
1° het gaat om de uitsluiting van een afgeleid
instrument die automatisch voortvloeit uit de
marktregels die de FSMA zelf met toepassing
van deze wet of een uitvoeringsbesluit van deze
wet heeft goedgekeurd; of
2° het gaat om de uitsluiting van de
stemrechtverlenende
effecten
van
een
uitgevende instelling in de zin van de wet van 1
april 2007 op de openbare overnamebiedingen,
en
a) de buitengewone algemene vergadering van
de betrokken vennootschap, die zich uitspreekt
met inachtneming van de voor de wijziging van
het maatschappeljk doel vereiste voorschriften,
de uitsluiting van de betrokken effecten heeft
goedgekeurd. In een bijzonder verslag zet de
raad van bestuur uiteen waarom de uitsluiting
van belang is voor de vennootschap en haar
verschillende aandeelhouders. Dit verslag
wordt in de agenda vermeld en een afschrift
ervan kan worden verkregen overeenkomstig
artikel 535; en
b) de effecten die niet worden gehouden door
de personen die de vennootschap controleren,
en de in onderling overleg met hen handelende
personen, maximaal 1% vertegenwoordigen
van het totaalaantal stemrechtverlenende
effecten van die vennootschap, of een totale
tegenwaarde hebben die minder bedraagt dan
of gelijk is aan 500.000 euro, op basis van het
gemiddelde van de slotkoersen van de drie
282
3150/001
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
8
maanden vóór de voorafgaande kennisgeving
aan de FSMA.
(…)
(…)
Art. 53
Art. 53
(…)
(…)
§ 3. Voor de betrokken MTF’s gelden effectieve
regels, systemen en procedures die waarborgen
dat aan het volgende is voldaan:
§ 3. Voor de betrokken MTF’s gelden effectieve
regels, systemen en procedures die waarborgen
dat aan het volgende is voldaan:
(…)
(…)
3° bij de initiële toelating van financiële
instrumenten tot de handel op de markt is er
voldoende informatie openbaar gemaakt opdat
beleggers met kennis van zaken kunnen
beslissen om al dan niet in de financiële
instrumenten
te
beleggen,
doordat
is
overgegaan tot de publicatie van ofwel een
geëigend
toelatingsdocument,
ofwel
een
prospectus
indien
de vereisten
die
zijn
vastgesteld in Richtlijn 2003/71/EG of in
hoofdstuk III van titel IV van de wet van 16 juni
2006 bij een openbare aanbieding in samenhang
met de aanvankelijke toelating tot de handel van
het financiële instrument op de MTF van
toepassing zijn;
3° bij de initiële toelating van financiële
instrumenten tot de handel op de markt is er
voldoende informatie openbaar gemaakt opdat
beleggers met kennis van zaken kunnen
beslissen om al dan niet in de financiële
instrumenten
te
beleggen,
doordat
is
overgegaan tot de publicatie van ofwel een
geëigend
toelatingsdocument,
ofwel
een
prospectus
indien
de vereisten
die
zijn
vastgesteld in Verordening 2017/1129 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 juni
2017 betreffende het prospectus dat moet
worden gepubliceerd wanneer effecten aan het
publiek worden aangeboden of tot de handel
op een gereglementeerde markt worden
toegelaten en tot intrekking van Richtlijn
2003/71/EG of in hoofdstuk I van titel III van de
wet van […] 2018 op de aanbieding aan het
publiek van beleggingsinstrumenten en de
toelating van beleggingsinstrumenten tot de
verhandeling op een gereglementeerde markt
bij een openbare aanbieding in samenhang met
de aanvankelijke toelating tot de handel van het
financiële instrument op de MTF van toepassing
zijn;
(…)
(…)
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale