Inhoud
DOOR DE COMMISSIE
VOOR HET BEDRIJFSLEVEN,
HET WETENSCHAPSBELEID, HET ONDERWIJS,
DE NATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE MIDDENSTAND
EN DE LANDBOUW
PAR LA COMMISSION
DE L’ÉCONOMIE, DE LA POLITIQUE
SCIENTIFIQUE, DE L’ÉDUCATION,
DES INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET
CULTURELLES NATIONALES, DES CLASSES
MOYENNES ET DE L’AGRICULTURE
TEXTE ADOPTÉ
TEKST AANGENOMEN
7538
DOC 54 2765/004
DOC 54 2765/004
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
6 december 2017
6 décembre 2017
Voir:
Doc 54 2765/ (2017/2018):
001:
Projet de loi.
002:
Amendement.
003:
Rapport.
Zie:
Doc 54 2765/ (2017/2018):
001:
Wetsontwerp.
002:
Amendement.
003:
Verslag.
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
houdende wijziging van de wet van
21 december 2013 betreffende diverse
bepalingen inzake de financiering voor kleine
en middelgrote ondernemingen
portant modification de la loi du
21 décembre 2013 relative à diverses
dispositions concernant le financement des
petites et moyennes entreprises
2
2765/004
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 54 0000/000:
Parlementair document van de 54e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
cdH
:
centre démocrate Humaniste
VB
:
Vlaams Belang
PTB-GO!
:
Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
PP
:
Parti Populaire
Vuye&Wouters
:
Vuye&Wouters
3
2765/004
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 2, eerste lid, van de wet van 21 december
2013 betreffende diverse bepalingen inzake de fi nancie-
ring voor kleine en middelgrote ondernemingen wordt
de bepaling onder 4° vervangen als volgt:
“4° onderneming: de onderneming bedoeld in artikel
I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, die
op het ogenblik van de kredietaanvraag beantwoordt
aan de van toepassing zijnde criteria vastgesteld in
artikel 15, §§ 1 tot en met 6, van het Wetboek van
vennootschappen.”.
Art. 3
In hoofdstuk 1 van dezelfde wet wordt een artikel
3/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 3/1. Deze wet is niet van toepassing op de
kredietovereenkomsten afgesloten met meerdere me-
dekredietnemers, als minstens één van de medekrediet-
nemers een onderneming is die op het ogenblik van de
kredietaanvraag niet beantwoordt aan de van toepas-
sing zijnde criteria vastgesteld in artikel 15, §§ 1 tot en
met 6, van het Wetboek van vennootschappen .”.
Art. 4
Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 7. § 1. De kredietgevers en, in voorkomend geval,
de kredietbemiddelaars verstrekken de onderneming,
op het moment van de kredietaanvraag, een schriftelijke
toelichting die de verschillende kredietvormen bevat die
mogelijk aangepast zijn aan de onderneming. De toe-
lichting omvat in elk geval de belangrijkste kenmerken
van de kredietvormen die mogelijk aangepast zijn aan
de onderneming en de specifi eke gevolgen hieraan
verbonden voor de onderneming. De schriftelijke toe-
lichting vermeldt eveneens de naam en het adres van
het bevoegd orgaan, aangeduid overeenkomstig artikel
8, tweede lid, 2°, van de wet van 22 maart 2006 betref-
fende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten
en de distributie van fi nanciële instrumenten.
De kredietgevers en, in voorkomend geval, de kre-
dietbemiddelaars verstrekken de onderneming, op het
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 74
de la Constitution.
Art. 2
Dans l’article 2, alinéa 1er, de la loi du 21 décembre
2013 relative à diverses dispositions concernant le
fi nancement des petites et moyennes entreprises, le 4°
est remplacé par ce qui suit:
“4° l’entreprise: l’entreprise telle que visée à l’article
I.1, 1°, du Code de droit économique, laquelle répond
au moment de la demande du crédit aux critères
applicables fi xés à l’article 15, §§ 1er à 6, du Code des
sociétés.”.
Art. 3
Dans le chapitre 1er de la même loi, il est inséré un
article 3/1 rédigé comme suit:
“Art. 3/1. La présente loi ne s’applique pas aux
contrats de crédit conclus avec plusieurs co-emprun-
teurs si au moins un des co-emprunteurs est une entre-
prise qui ne répond pas au moment de la demande du
crédit aux critères applicables fi xés à l’article 15, §§ 1er
à 6, du Code des sociétés .”.
Art. 4
L’article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
“Art. 7. § 1er. Les prêteurs et, le cas échéant, les
intermédiaires de crédit fournissent à l’entreprise, au
moment de la demande de crédit, une notice explicative
reprenant les différents types de crédit qui sont suscep-
tibles de lui être adaptés. La notice explicative reprend
en tout cas les caractéristiques les plus importantes
des formes de crédit susceptibles d’être adaptées à
l’entreprise et les implications spécifi ques qui y sont
liées pour l’entreprise. La notice explicative mentionne
également le nom et l’adresse de l’organisme compé-
tent désigné conformément à l’article 8, alinéa 2, 2 °,
de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en
services bancaires et en services d’investissement et
à la distribution d’instruments fi nanciers.
Les prêteurs et, le cas échéant, les intermédiaires
de crédit fournissent à l’entreprise, au moment de la
4
2765/004
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
moment van de kredietaanvraag, de informatie en de
nuttige instrumenten bedoeld om de toegang tot fi nan-
ciering voor ondernemingen te verbeteren, op de wijze
bepaald in de gedragscode bedoeld in artikel 10.
§ 2. Aan de onderneming wordt, op het moment van
het kredietaanbod en kosteloos, een exemplaar van de
ontwerpkredietovereenkomst verstrekt.
Ingeval de kredietgever de toekenning van het krediet
onderwerpt aan de vestiging van een zekerheid of een
waarborg door een derde, kan deze derde op eerste
verzoek en kosteloos een kopie van de ontwerpkredie-
tovereenkomst opvragen.
Bij de ontwerpkredietovereenkomst wordt, op dezelf-
de drager, een summier informatiedocument gevoegd,
waarvan de inhoud wordt bepaald door de gedragscode
bedoeld in artikel 10.
§ 3. Dit artikel is niet van toepassing indien de kre-
dietgever op het moment van de aanvraag niet voorne-
mens is de kredietovereenkomst met de onderneming
aan te gaan.
Dit artikel is niet van toepassing op kredieten voor een
bedrag van minder dan 25 000 euro, voor zover die geen
clausule bevatten die een wederbeleggingsvergoeding
vaststelt en niet het voorwerp uitmaken van zekerheden
of waarborgen, onverminderd het recht van de onder-
neming om te allen tijde het verschuldigd kapitaalsaldo
geheel of gedeeltelijk vervroegd terug te betalen.”.
Art. 5
In dezelfde wet wordt een hoofdstuk 4/1 inge-
voegd, luidende “HOOFDSTUK 4/1. – Zekerheden en
waarborgen”.
Art. 6
In hoofdstuk 4/1, ingevoegd bij artikel 5, wordt een
artikel 8/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 8/1. § 1. Ingeval de kredietgever de toekenning
van het krediet onderwerpt aan de vestiging van een
zekerheid of een waarborg, informeren de kredietge-
ver en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar
de onderneming over de belangrijkste kenmerken van
deze zekerheid of waarborg en de impact ervan op de
kredietaanvraag, en dat op transparante wijze en in voor
de onderneming verstaanbare bewoordingen, hetzij
schriftelijk, hetzij mondeling. Deze bepaling doet geen
afbreuk aan de contractuele vrijheid van de kredietgever.
demande de crédit, les informations et les outils utiles
destinés à améliorer l’accès au fi nancement de l’entre-
prise selon les modalités fi xées dans le code de conduite
visé à l’article 10.
§ 2. Il est remis à l’entreprise, au moment de l’offre
de crédit et sans frais, un exemplaire du projet de la
convention de crédit.
Au cas où le prêteur conditionne l’octroi du crédit à la
constitution d’une sûreté ou d’une garantie par un tiers,
celui-ci peut se faire remettre à première demande et
sans frais une copie du projet de convention de crédit.
Au projet de convention de crédit est annexé, sur le
même support, un document d’information succinct,
dont le contenu est fi xé par le code de conduite visé à
l’article 10.
§ 3. Le présent article ne s’applique pas si, au
moment de la demande, le prêteur n’est pas disposé à
conclure la convention de crédit avec l’entreprise.
Le présent article ne s’applique pas aux crédits d’un
montant inférieur à 25 000 euros, pour autant que ces
derniers ne comportent pas de clause fi xant une indem-
nité de remploi et ne fassent pas l’objet de sûretés ou
garanties, sans préjudice du droit de l’entreprise de
rembourser par anticipation, en tout ou en partie et à
tout moment le solde du capital restant dû.”.
Art. 5
Dans la même loi, il est inséré un chapitre 4/1 intitulé
“CHAPITRE 4/1. – Sûretés et garanties”.
Art. 6
Dans le chapitre 4/1 inséré par l’article 5, il est inséré
un article 8/1 rédigé comme suit:
“Art. 8/1. § 1er. Au cas où le prêteur conditionne l’octroi
du crédit à la constitution d’une sûreté ou d’une garantie,
le prêteur et, le cas échéant, l’intermédiaire de crédit
informent l’entreprise des caractéristiques essentielles
de cette sûreté ou garantie et de son impact sur le crédit
demandé, et ce de manière transparente et dans des
termes compréhensibles pour l’entreprise, soit par écrit,
soit oralement. Cette disposition ne porte pas atteinte
à la liberté contractuelle du prêteur.
5
2765/004
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
§ 2. Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043oc-
ties van het Burgerlijk Wetboek, kan de onderneming
of elke derde die een zekerheid of een waarborg ter
garantie van het krediet gevestigd heeft, de volledige
of gedeeltelijke vrijgave van de zekerheid of de waar-
borg vragen. Het krediet moet volledig of gedeeltelijk
terugbetaald zijn vooraleer een vrijgave van de zeker-
heid of waarborg gevraagd kan worden. Ingeval van
weigering informeren de kredietgever en, in voorkomend
geval, de kredietbemiddelaar de onderneming of de
belanghebbende derde schriftelijk over de belangrijkste
elementen waarop die weigering gebaseerd is of die de
risico-inschatting beïnvloed hebben, en dat op trans-
parante wijze en in voor de onderneming verstaanbare
bewoordingen.
§ 3. De kredietgever en, in voorkomend geval, de kre-
dietbemiddelaar informeren de onderneming schriftelijk,
op het moment van de kredietaanvraag, over de moge-
lijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties op de
wijze bepaald in de gedragscode bedoeld in artikel 10.”.
Art. 7
In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden “1 miljoen”
telkens vervangen door de woorden “twee miljoen”;
2° in paragraaf 2 worden de woorden “in overeen-
stemming moet zijn met” vervangen door de woorden
“niet hoger mag zijn dan het bedrag berekend volgens”;
3° in paragraaf 3 worden de woorden “, een wijziging
van de kredietgerelateerde waarborgen en zekerheden”
ingevoegd tussen de woorden “bij dezelfde kredietge-
ver” en de woorden “of de niet-substantiële wijziging”.
Art. 8
In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden
“representatieve werkgeversorganisaties, bedoeld in
artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 28 mei 1979
betreffende de organisatie van de Middenstand, die de
belangen van de K.M.O.’s behartigen en de represen-
tatieve organisatie van de kredietsector worden ermee
belast binnen drie maanden na de bekendmaking in het
Belgisch Staatsblad van deze wet” vervangen door de
woorden “representatieve interprofessionele organisa-
ties, bedoeld in artikel 4 van de wet van 24 april 2014
§ 2. Sans préjudice des articles 2043bis à 2043octies
du Code civil, l’entreprise ou tout tiers ayant constitué
une sûreté ou une garantie en garantie du crédit peut
demander la levée totale ou partielle de la sûreté ou de
la garantie. Le crédit doit avoir été totalement ou par-
tiellement remboursé avant qu’une levée de la sûreté
ou de la garantie ne puisse être demandée. En cas de
refus, le prêteur et, le cas échéant, l’intermédiaire de
crédit informent par écrit l’entreprise ou le tiers intéressé
des éléments essentiels sur lesquels ce refus est basé
ou qui ont infl uencé l’évaluation des risques, et ce, de
manière transparente et dans des termes compréhen-
sibles pour l’entreprise.
§ 3. Le prêteur et, le cas échéant, l’intermédiaire de
crédit informent par écrit l’entreprise, au moment de
la demande de crédit, des possibilités d’obtenir des
garanties publiques selon les modalités fi xées dans le
code de conduite visé à l’article 10.”.
Art. 7
A l’article 9 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, les mots “1 million” sont
chaque fois remplacés par les mots “deux millions”;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “doit être
en conformité avec” sont remplacés par les mots “ne
peut être supérieur au montant calculé selon”;
3° dans le paragraphe 3, les mots “une modifi cation
des garanties et sûretés relatives au crédit,” sont insérés
entre les mots “chez le même prêteur,” et les mots “ou
la modifi cation”.
Art. 8
A l’article 10 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “patro-
nales représentatives, visées à l’article 7 des lois coor-
données du 28 mai 1979 sur l’organisation des Classes
moyennes, qui défendent les intérêts des P.M.E. et
l’organisation représentative du secteur du crédit sont
chargées d’élaborer de commun accord dans un délai
de trois mois suivant la publication au Moniteur belge de
la présente loi” sont remplacés par les mots “interprofes-
sionnelles représentatives, visées à l’article 4 de la loi du
24 avril 2014 relative à l’organisation de la représentation
6
2765/004
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging
van de zelfstandigen en de kmo’s, die de belangen van
de K.M.O.’s behartigen en de representatieve organi-
satie van de kredietsector worden ermee belast binnen
drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet of
van haar opeenvolgende wijzigingen”;
2° dezelfde paragraaf 1 wordt aangevuld met de
bepaling onder 5°, luidende:
“5° de bepalingen en verplichtingen betreffende de
informatie en de nuttige instrumenten bedoeld om de
toegang tot fi nanciering van de onderneming te verbete-
ren zoals bedoeld in artikel 7, § 1, tweede lid, alsook de
mogelijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties
zoals voorzien in artikel 8/1, § 3.”;
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
“§ 2. Bij gebrek aan de in § 1, eerste lid, bedoelde
gedragscode binnen de drie maanden na de inwer-
kingtreding van deze wet of van haar opeenvolgende
wijzigingen, of bij gebrek aan een bekrachtiging door de
Koning zoals bedoeld in § 1, tweede lid, wordt de Koning
gemachtigd om de nadere regels vast te stellen met
betrekking tot de bepalingen bedoeld in § 1, 1° tot 5°, bij
een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.”.
Art. 9
In artikel 12, tweede lid, van dezelfde wet worden de
woorden “overeenkomstig de berekeningswijze” ver-
vangen door de woorden “zonder dat deze vergoeding
hoger mag zijn dan het resultaat van de berekening”.
Art. 10
Artikel 13, eerste lid, van dezelfde wet wordt aange-
vuld met de bepaling onder 4°, luidende:
“4° het recht voor te behouden aan de kredietgever
om eenzijdig ten nadele van de onderneming de daad-
werkelijk toegepaste interesten, kosten, provisies of
andere vergoedingen te wijzigen, anders dan op basis
van specifi eke en objectieve criteria die uitdrukkelijk in
de kredietovereenkomst opgenomen zijn en mits een
redelijke opzegtermijn.”.
Art. 11
In artikel 15 van dezelfde wet worden de woorden
“4 tot en met 8” telkens vervangen door de woorden
“4 tot 9”.
des indépendants et des PME, qui défendent les intérêts
des P.M.E. et l’organisation représentative du secteur
du crédit sont chargées d’élaborer de commun accord
dans un délai de trois mois suivant l’entrée en vigueur
de la présente loi ou de ses modifi cations successives”;
2° le même paragraphe 1er est complété par le 5°
rédigé comme suit:
“5° les modalités et les obligations liées aux informa-
tions et aux outils utiles destinés à améliorer l’accès au
fi nancement de l’entreprise tels que visés à l’article 7,
§ 1er, alinéa 2, ainsi qu’aux possibilités d’obtenir des ga-
ranties publiques telles que prévues à l’article 8/1, § 3.”;
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
“§ 2. A défaut du code de conduite visé au § 1er,
alinéa 1er, dans un délai de trois mois suivant l’entrée
en vigueur de la présente loi ou de ses modifi cations
successives, ou à défaut d’une ratifi cation par le Roi telle
que visée au § 1er, alinéa 2, le Roi est habilité à fi xer les
modalités relatives aux dispositions visées au § 1er, 1° à
5°, par arrêté royal délibéré en conseil des ministres.”.
Art. 9
Dans l’article 12, alinéa 2, de la même loi, les mots
“conformément aux modalités” sont remplacés par les
mots “sans que cette indemnité ne puisse être supé-
rieure au montant calculé selon les modalités”.
Art. 10
L’article 13, alinéa 1er, de la même loi est complété
par le 4° rédigé comme suit:
“4° réserver au prêteur le droit de modifi er unilatéra-
lement au détriment de l’entreprise les taux d’intérêt,
frais, commissions ou autres indemnités effectivement
appliqués, autrement que sur la base de critères précis,
objectifs et expressément convenus dans le contrat de
crédit, et moyennant un délai de préavis raisonnable.”.
Art. 11
Dans l’article 15 de la même loi, les mots “4 à 8” sont
chaque fois remplacés par les mots “4 à 9”.
7
2765/004
DOC 54
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2018
Art. 12
Deze wet is van toepassing op de kredietovereen-
komsten die worden gesloten vanaf de datum van de
inwerkingtreding ervan
Deze wet treedt in werking tien dagen na de bekend-
making ervan in het Belgisch Staatsblad.
In afwijking van het vorige lid treden de artikelen 4,
5 en 6 in werking op de datum door de Koning bepaald
en uiterlijk op de eerste dag van de derde maand
volgend op de datum van bekendmaking ervan in het
Belgisch Staatsblad.
Art. 12
La présente loi s’applique aux contrats de crédit
conclus à partir de la date de son entrée en vigueur.
La présente loi entre en vigueur dix jours après sa
publication au Moniteur belge.
Par dérogation à l’alinéa précédent, les articles 4,
5 et 6 entrent en vigueur à la date fi xée par le Roi et au
plus tard le premier jour du troisième mois suivant la
date de leur publication au Moniteur belge.
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale