Document 54K2765/005

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 2765 Verslag 🌐 NL

Inhoud

7653 2765/005 2765/005 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS DOC 54 DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 14 december 2017 14 décembre 2017 TEKST AANGENOMEN IN PLENAIRE VERGADERING EN AAN DE KONING TER BEKRACHTIGING VOORGELEGD TEXTE ADOPTÉ EN SÉANCE PLÉNIÈRE ET SOUMIS À LA SANCTION ROYALE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS Stukken: Doc 54 2765/ (2017/2018): 001: Wetsontwerp. 002: Amendement. 003: Verslag. 004: Tekst aangenomen door de commissie. 005: Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Zie ook: Integraal verslag: 14 december 2017 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS Documents: Doc 54 2765/ (2017/2018): 001: Projet de loi. 002: Amendement. 003: Rapport. 004: Texte adopté par la commission. 005: Texte adopté en séance plénière et soumis à la sanction royale. Voir aussi: Compte rendu intégral: 14 décembre 2017 PROJET DE LOI WETSONTWERP houdende wijziging van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen portant modification de la loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concernant le financement des petites et moyennes entreprises 2765/005 2 Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2 In artikel 2, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de fi nancie- ring voor kleine en middelgrote ondernemingen wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt: “4° onderneming: de onderneming bedoeld in artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, die op het ogenblik van de kredietaanvraag beantwoordt aan de van toepassing zijnde criteria vastgesteld in artikel 15, §§ 1 tot en met 6, van het Wetboek van vennoot- schappen.”. Art. 3 In hoofdstuk 1 van dezelfde wet wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidende: “Art. 3/1. Deze wet is niet van toepassing op de kredietovereenkomsten afgesloten met meerdere me- dekredietnemers, als minstens één van de medekrediet- nemers een onderneming is die op het ogenblik van de kredietaanvraag niet beantwoordt aan de van toepas- sing zijnde criteria vastgesteld in artikel 15, §§ 1 tot en met 6, van het Wetboek van vennootschappen .”. Art. 4 Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 7. § 1. De kredietgevers en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaars verstrekken de onderneming, op het moment van de kredietaanvraag, een schriftelijke toelichting die de verschillende kredietvormen bevat die mogelijk aangepast zijn aan de onderneming. De toe- lichting omvat in elk geval de belangrijkste kenmerken van de kredietvormen die mogelijk aangepast zijn aan de onderneming en de specifi eke gevolgen hieraan verbonden voor de onderneming. De schriftelijke toe- lichting vermeldt eveneens de naam en het adres van het bevoegd orgaan, aangeduid overeenkomstig artikel 8, tweede lid, 2°, van de wet van 22 maart 2006 betref- fende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële instrumenten. De kredietgevers en, in voorkomend geval, de kre- dietbemiddelaars verstrekken de onderneming, op het Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la Constitution. Art. 2 Dans l’article 2, alinéa 1er, de la loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concernant le fi nancement des petites et moyennes entreprises, le 4° est remplacé par ce qui suit: “4° l’entreprise: l’entreprise telle que visée à l’article I.1, 1°, du Code de droit économique, laquelle répond au moment de la demande du crédit aux critères applicables fi xés à l’article 15, §§ 1er à 6, du Code des sociétés.”. Art. 3 Dans le chapitre 1er de la même loi, il est inséré un article 3/1 rédigé comme suit: “Art. 3/1. La présente loi ne s’applique pas aux contrats de crédit conclus avec plusieurs co-emprun- teurs si au moins un des co-emprunteurs est une entre- prise qui ne répond pas au moment de la demande du crédit aux critères applicables fi xés à l’article 15, §§ 1er à 6, du Code des sociétés .”. Art. 4 L’article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 7. § 1er. Les prêteurs et, le cas échéant, les intermédiaires de crédit fournissent à l’entreprise, au moment de la demande de crédit, une notice explicative reprenant les différents types de crédit qui sont suscep- tibles de lui être adaptés. La notice explicative reprend en tout cas les caractéristiques les plus importantes des formes de crédit susceptibles d’être adaptées à l’entreprise et les implications spécifi ques qui y sont liées pour l’entreprise. La notice explicative mentionne également le nom et l’adresse de l’organisme compé- tent désigné conformément à l’article 8, alinéa 2, 2 °, de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en services bancaires et en services d’investissement et à la distribution d’instruments fi nanciers. Les prêteurs et, le cas échéant, les intermédiaires de crédit fournissent à l’entreprise, au moment de la DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2765/005 3 moment van de kredietaanvraag, de informatie en de nuttige instrumenten bedoeld om de toegang tot fi nan- ciering voor ondernemingen te verbeteren, op de wijze bepaald in de gedragscode bedoeld in artikel 10. § 2. Aan de onderneming wordt, op het moment van het kredietaanbod en kosteloos, een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt. Ingeval de kredietgever de toekenning van het krediet onderwerpt aan de vestiging van een zekerheid of een waarborg door een derde, kan deze derde op eerste verzoek en kosteloos een kopie van de ontwerpkredie- tovereenkomst opvragen. Bij de ontwerpkredietovereenkomst wordt, op dezelf- de drager, een summier informatiedocument gevoegd, waarvan de inhoud wordt bepaald door de gedragscode bedoeld in artikel 10. § 3. Dit artikel is niet van toepassing indien de kre- dietgever op het moment van de aanvraag niet voorne- mens is de kredietovereenkomst met de onderneming aan te gaan. Dit artikel is niet van toepassing op kredieten voor een bedrag van minder dan 25 000 euro, voor zover die geen clausule bevatten die een wederbeleggingsvergoeding vaststelt en niet het voorwerp uitmaken van zekerheden of waarborgen, onverminderd het recht van de onder- neming om te allen tijde het verschuldigd kapitaalsaldo geheel of gedeeltelijk vervroegd terug te betalen.”. Art. 5 In dezelfde wet wordt een hoofdstuk 4/1 ingevoegd, luidende “HOOFDSTUK 4/1. Zekerheden en waarbor- gen”. Art. 6 In hoofdstuk 4/1, ingevoegd bij artikel 5, wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende: “Art. 8/1. § 1. Ingeval de kredietgever de toekenning van het krediet onderwerpt aan de vestiging van een zekerheid of een waarborg, informeren de kredietge- ver en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar de onderneming over de belangrijkste kenmerken van deze zekerheid of waarborg en de impact ervan op de kredietaanvraag, en dat op transparante wijze en in voor de onderneming verstaanbare bewoordingen, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de contractuele vrijheid van de kredietgever. demande de crédit, les informations et les outils utiles destinés à améliorer l’accès au fi nancement de l’entre- prise selon les modalités fi xées dans le code de conduite visé à l’article 10. § 2. Il est remis à l’entreprise, au moment de l’offre de crédit et sans frais, un exemplaire du projet de la convention de crédit. Au cas où le prêteur conditionne l’octroi du crédit à la constitution d’une sûreté ou d’une garantie par un tiers, celui-ci peut se faire remettre à première demande et sans frais une copie du projet de convention de crédit. Au projet de convention de crédit est annexé, sur le même support, un document d’information succinct, dont le contenu est fi xé par le code de conduite visé à l’article 10. §  3. Le présent article ne s’applique pas si, au moment de la demande, le prêteur n’est pas disposé à conclure la convention de crédit avec l’entreprise. Le présent article ne s’applique pas aux crédits d’un montant inférieur à 25 000 euros, pour autant que ces derniers ne comportent pas de clause fi xant une indem- nité de remploi et ne fassent pas l’objet de sûretés ou garanties, sans préjudice du droit de l’entreprise de rembourser par anticipation, en tout ou en partie et à tout moment le solde du capital restant dû.”. Art. 5 Dans la même loi, il est inséré un chapitre 4/1 intitulé “CHAPITRE 4/1. Sûretés et garanties”. Art. 6 Dans le chapitre 4/1 inséré par l’article 5, il est inséré un article 8/1 rédigé comme suit: “Art. 8/1. § 1er. Au cas où le prêteur conditionne l’octroi du crédit à la constitution d’une sûreté ou d’une garantie, le prêteur et, le cas échéant, l’intermédiaire de crédit informent l’entreprise des caractéristiques essentielles de cette sûreté ou garantie et de son impact sur le crédit demandé, et ce de manière transparente et dans des termes compréhensibles pour l’entreprise, soit par écrit, soit oralement. Cette disposition ne porte pas atteinte à la liberté contractuelle du prêteur. DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2765/005 4 § 2. Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043oc- ties van het Burgerlijk Wetboek, kan de onderneming of elke derde die een zekerheid of een waarborg ter garantie van het krediet gevestigd heeft, de volledige of gedeeltelijke vrijgave van de zekerheid of de waar- borg vragen. Het krediet moet volledig of gedeeltelijk terugbetaald zijn vooraleer een vrijgave van de zeker- heid of  waarborg gevraagd kan worden. Ingeval van weigering informeren de kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar de onderneming of de belanghebbende derde schriftelijk over de belangrijkste elementen waarop die weigering gebaseerd is of die de risico-inschatting beïnvloed hebben, en dat op trans- parante wijze en in voor de onderneming verstaanbare bewoordingen. § 3. De kredietgever en, in voorkomend geval, de kre- dietbemiddelaar informeren de onderneming schriftelijk, op het moment van de kredietaanvraag, over de moge- lijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties op de wijze bepaald in de gedragscode bedoeld in artikel 10.”. Art. 7 In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 worden de woorden “1 miljoen” telkens vervangen door de woorden “twee miljoen”; 2° in paragraaf 2 worden de woorden “in overeen- stemming moet zijn met” vervangen door de woorden “niet hoger mag zijn dan het bedrag berekend volgens”; 3° in paragraaf 3 worden de woorden “, een wijziging van de kredietgerelateerde waarborgen en zekerheden” ingevoegd tussen de woorden “bij dezelfde kredietge- ver” en de woorden “of de niet-substantiële wijziging”. Art. 8 In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “representatieve werkgeversorganisaties, bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 28 mei 1979 betreffende de organisatie van de Middenstand, die de belangen van de K.M.O.’s behartigen en de represen- tatieve organisatie van de kredietsector worden ermee belast binnen drie maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van deze wet” vervangen door de woorden “representatieve interprofessionele organisa- ties, bedoeld in artikel 4 van de wet van 24 april 2014 § 2. Sans préjudice des articles 2043bis à 2043octies du Code civil, l’entreprise ou tout tiers ayant constitué une sûreté ou une garantie en garantie du crédit peut demander la levée totale ou partielle de la sûreté ou de la garantie. Le crédit doit avoir été totalement ou par- tiellement remboursé avant qu’une levée de la sûreté ou de la garantie ne puisse être demandée. En cas de refus, le prêteur et, le cas échéant, l’intermédiaire de crédit informent par écrit l’entreprise ou le tiers intéressé des éléments essentiels sur lesquels ce refus est basé ou qui ont infl uencé l’évaluation des risques, et ce, de manière transparente et dans des termes compréhen- sibles pour l’entreprise. § 3. Le prêteur et, le cas échéant, l’intermédiaire de crédit informent par écrit l’entreprise, au moment de la demande de crédit, des possibilités d’obtenir des garanties publiques selon les modalités fi xées dans le code de conduite visé à l’article 10.”. Art. 7 A l’article 9 de la même loi, les modifi cations sui- vantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 2, les mots “1 million” sont chaque fois remplacés par les mots “deux millions”; 2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots “doit être en conformité avec” sont remplacés par les mots “ne peut être supérieur au montant calculé selon”; 3° dans le paragraphe 3, les mots “une modifi cation des garanties et sûretés relatives au crédit,” sont insérés entre les mots “chez le même prêteur,” et les mots “ou la modifi cation”. Art. 8 A l’article 10 de la même loi, les modifi cations sui- vantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “patro- nales représentatives, visées à l’article 7 des lois coor- données du 28 mai 1979 sur l’organisation des Classes moyennes, qui défendent les intérêts des P.M.E. et l’organisation représentative du secteur du crédit sont chargées d’élaborer de commun accord dans un délai de trois mois suivant la publication au Moniteur belge de la présente loi” sont remplacés par les mots “interprofes- sionnelles représentatives, visées à l’article 4 de la loi du 24 avril 2014 relative à l’organisation de la représentation DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2765/005 5 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo’s, die de belangen van de K.M.O.’s behartigen en de representatieve organi- satie van de kredietsector worden ermee belast binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet of van haar opeenvolgende wijzigingen”; 2° dezelfde paragraaf 1  wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende: “5° de bepalingen en verplichtingen betreffende de informatie en de nuttige instrumenten bedoeld om de toegang tot fi nanciering van de onderneming te verbete- ren zoals bedoeld in artikel 7, § 1, tweede lid, alsook de mogelijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties zoals voorzien in artikel 8/1, § 3.”; 3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: “§ 2. Bij gebrek aan de in § 1, eerste lid, bedoelde gedragscode binnen de drie maanden na de inwer- kingtreding van deze wet of van haar opeenvolgende wijzigingen, of bij gebrek aan een bekrachtiging door de Koning zoals bedoeld in § 1, tweede lid, wordt de Koning gemachtigd om de nadere regels vast te stellen met betrekking tot de bepalingen bedoeld in § 1, 1° tot 5°, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.”. Art. 9 In artikel 12, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden “overeenkomstig de berekeningswijze” ver- vangen door de woorden “zonder dat deze vergoeding hoger mag zijn dan het resultaat van de berekening”. Art. 10 Artikel 13, eerste lid, van dezelfde wet wordt aange- vuld met de bepaling onder 4°, luidende: “4° het recht voor te behouden aan de kredietgever om eenzijdig ten nadele van de onderneming de daad- werkelijk toegepaste interesten, kosten, provisies of andere vergoedingen te wijzigen, anders dan op basis van specifi eke en objectieve criteria die uitdrukkelijk in de kredietovereenkomst opgenomen zijn en mits een redelijke opzegtermijn.”. Art. 11 In artikel 15 van dezelfde wet worden de woorden “4 tot en met 8” telkens vervangen door de woorden “4 tot 9”. des indépendants et des PME, qui défendent les intérêts des P.M.E. et l’organisation représentative du secteur du crédit sont chargées d’élaborer de commun accord dans un délai de trois mois suivant l’entrée en vigueur de la présente loi ou de ses modifi cations successives”; 2° le même paragraphe 1er est complété par le 5° rédigé comme suit: “5° les modalités et les obligations liées aux informa- tions et aux outils utiles destinés à améliorer l’accès au fi nancement de l’entreprise tels que visés à l’article 7, § 1er, alinéa 2, ainsi qu’aux possibilités d’obtenir des garanties publiques telles que prévues à l’article 8/1, § 3.”; 3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit: “§ 2. A défaut du code de conduite visé au § 1er, alinéa 1er, dans un délai de trois mois suivant l’entrée en vigueur de la présente loi ou de ses modifi cations successives, ou à défaut d’une ratifi cation par le Roi telle que visée au § 1er, alinéa 2, le Roi est habilité à fi xer les modalités relatives aux dispositions visées au § 1er, 1° à 5°, par arrêté royal délibéré en conseil des ministres.”. Art. 9 Dans l’article 12, alinéa 2, de la même loi, les mots “conformément aux modalités” sont remplacés par les mots “sans que cette indemnité ne puisse être supé- rieure au montant calculé selon les modalités”. Art. 10 L’article 13, alinéa 1er, de la même loi est complété par le 4° rédigé comme suit: “4° réserver au prêteur le droit de modifi er unilatéra- lement au détriment de l’entreprise les taux d’intérêt, frais, commissions ou autres indemnités effectivement appliqués, autrement que sur la base de critères précis, objectifs et expressément convenus dans le contrat de crédit, et moyennant un délai de préavis raisonnable.”. Art. 11 Dans l’article 15 de la même loi, les mots “4 à 8” sont chaque fois remplacés par les mots “4 à 9”. DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 2765/005 6 Art. 12 Deze wet is van toepassing op de kredietovereen- komsten die worden gesloten vanaf de datum van de inwerkingtreding ervan Deze wet treedt in werking tien dagen na de bekend- making ervan in het Belgisch Staatsblad. In afwijking van het vorige lid treden de artikelen 4, 5 en 6 in werking op de datum door de Koning bepaald en uiterlijk op de eerste dag van de derde maand volgend op de datum van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Art. 12 La présente loi s’applique aux contrats de crédit conclus à partir de la date de son entrée en vigueur. La présente loi entre en vigueur dix jours après sa publication au Moniteur belge. Par dérogation à l’alinéa précédent, les articles 4, 5 et 6 entrent en vigueur à la date fi xée par le Roi et au plus tard le premier jour du troisième mois suivant la date de leur publication au Moniteur belge. DOC 54 C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 5 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2018 Bruxelles, le 14 décembre 2017 Le président de la Chambre des représentants, Le greffier de la Chambre des représentants, Brussel, 14 december 2017 De voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers, De griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers, Siegfried BRACKE Marc VAN der HULST Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot